diff options
| author | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:55:47 -0700 |
|---|---|---|
| committer | Roger Frank <rfrank@pglaf.org> | 2025-10-15 01:55:47 -0700 |
| commit | 9223239e22af31f4ceb1f2826878af85b329a8ec (patch) | |
| tree | 729fffbfa44ba5b031ac2fcfb5350ac5e269541e /old | |
Diffstat (limited to 'old')
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-8.txt | 10981 | ||||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-8.txt~ | 10981 | ||||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-8.zip | bin | 0 -> 189394 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-8.zip~ | bin | 0 -> 189394 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-h.htm | 10835 | ||||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-h.htm~ | 10835 | ||||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-h.zip | bin | 0 -> 4331768 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/20071007-22908-h.zip~ | bin | 0 -> 4331768 bytes |
8 files changed, 43632 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/20071007-22908-8.txt b/old/20071007-22908-8.txt new file mode 100644 index 0000000..61c6e5a --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-8.txt @@ -0,0 +1,10981 @@ +The Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Mathias Sandorf + Een Model-volksplanting + +Author: Jules Verne + +Release Date: October 7, 2007 [EBook #22908] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + WONDERREIZEN. + + + JULES VERNE + + + + Mathias Sandorf + + EEN MODEL-VOLKSPLANTING. + + + + ROTTERDAM.--JACS. G. ROBBERS. + + + + + + + + + Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij. + + + + + + + +I. + +Het Presidio van Ceuta. + + +Drie weken na de schrikkelijke gebeurtenissen, welke wij in het +vorige deel verhaalden, en waarvan de provincie Catania, op het eiland +Sicilië, het tooneel was geweest--drie weken later, zeggen wij, dus +op 9 October, stevende een snelvarend stoomjacht--de _Ferrato_, onze +oude bekende--geholpen door een stevige noordoosterbries, tusschen +de zuiderpunt van Europa, die eigenaardig genoeg op het Spaansche +schiereiland Engelsch is, en kaap Almina, de noordelijkste punt +van Afrika, die daarentegen, op het Marokkaansch gebied gelegen, +Spaansch is. De vier mijlen afstand, welke van de eene landspits +tot de andere gerekend worden, zouden, wanneer men op mythologische +gronddenkbeelden zou mogen afgaan, of daaraan slechts eenige waarde +mocht schenken, door wijlen Hercules, een waardigen voorganger van den +heer Ferdinand de Lesseps, de moderne landengte-doorsteker, daargesteld +en toegang aan de wateren van de Mare Mediterranea of Middellandsche +zee tot die van den Atlantischen Oceaan verleend zijn, door met een +enkelen knodsslag de rotsachtige omdijking van het Middellandsche +meerbekken daar ter plaatse te verbrijzelen, hetgeen, zooals ieder +lezer zal moeten bekennen, eene vrij aardige krachtsontwikkeling zou +vereischt hebben. Jammer, dat dergelijke halfgoden in onze eeuw niet +meer aangetroffen worden. De doorgraving van de landengte van Suez +zou zooveel geld niet gekost hebben, en de landengten van Panama en +van Corinthe zouden zooveel schatten niet verslinden. Met drie zulke +knodsslagen waren dan de Andes in de Nieuwe Wereld, de Dioikos in +Griekenland en de drempel van Serapeum in Egypte verbrijzeld geweest, +om de Middellandsche zee met de Roode zee, de golf van Corinthe met +die van Egina, en den Mexicaanschen zeeboezem met de Groote Stille +Zuidzee in verbinding te stellen. Nogmaals jammer, doodjammer! + +Ziedaar, wat Pescadospunt voorzeker aan zijn vriend Kaap Matifou zou +medegedeeld hebben, terwijl hij hem daarbij tegelijkertijd de rots +van Gibraltar in het noorden, en den Hachoberg in het zuiden zoude +aangewezen hebben. + +En, inderdaad, Calpé en Abyla zijn nog steeds de beide bekende +rotsmassa's, de beide zuilen, die als de "Zuilen van Hercules," +den naam van den beroemden Griekschen held dragen. + +Kaap Matifou zou ongetwijfeld dat "kunststuk van krachtsinspanning" +bewonderd en naar waarde geschat hebben, en dat nog wel, zonder dat de +nijd zijne eenvoudige en bescheiden ziel zoude verontreinigd, zonder +dat zijn edel hart door eene onwaardige gedachte zoude bezoedeld +zijn. Nogmaals, Kaap Matifou zou bewonderd en gewaardeerd hebben. + +De Provençaalsche Hercules zou voor den Griekschen held, voor den +zoon van Jupiter en Alcmene, eerbiedig het groote hoofd gebogen hebben. + +Maar Pescadospunt kon zijnen vriend dat verhaal niet opdisschen, +en Kaap Matifou kon zijn Titanshoofd niet buigen, om de eenvoudige +reden, dat noch de een noch de andere zich aan boord bevond. Beiden +waren op bevel van dokter Antekirrt te Antekirrta achtergebleven, +de eerste, omdat hij, zooals wij weten, vrij ernstig gekwetst was, +en de andere, om zijn vriend op te passen en te verplegen. + +Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord van de +_Ferrato_, die door kapitein Köstrik gekommandeerd werd; terwijl +Luigi-Ferrato nog steeds als eerste officier aan boord van het +stoomjacht dienst deed. Van bevordering was nog geen sprake +geweest. Maar er was nog tijd. + +De expeditie, laatstelijk op het eiland Sicilië ondernomen, met het +doel om Sarcany en Silas Toronthal op te sporen en op te lichten, +als daar mogelijkheid toe bestond, had volstrekt geen resultaat +gehad, daar zij den dood van Zirone tengevolge had gehad. Men moest +dus andermaal trachten, die twee booswichten op het spoor te komen, +door den Spanjaard Carpena te noodzaken mede te deelen, alles wat +hij omtrent Sarcany en diens medeplichtige moest weten en ook wist; +daarvan waren dokter Antekirrt en Piet Bathory overtuigd. + +Daar de Spanjaard nu tot de galeien veroordeeld en naar het Presidio +van Ceuta verwezen was, zou men hem daar moeten gaan opzoeken. Want +daar alleen kon men in aanraking met hem komen, en daarom was tot +die reis besloten. + +Ceuta, in het Spaansch als Ce Veta en in het Arabisch als Septa +uitgesproken, is eene kleine, maar zeer versterkte stad, een +ware vesting, een soort van Spaansch Gibraltar op de Oostelijke +hellingen van den Hacho-berg en op de Marokkaansche kust gelegen, +op eene landtong ten westen van Tanger, waarachter de Apenberg, een +der Zuilen van Hercules verrijst. De stad bestaat uit drie deelen, +namelijk: de reeds genoemde berg Hacho, waarop een zeer sterk fort, +hetwelk de geheele landtong en den ingang der zeeëngte bestrijkt; de +Citadel, aan het uiteinde van de landtong gelegen en alleen over een +ophaalbrug toegankelijk; en eindelijk de eigenlijke stad of Almena, +waar de burgers en handelaren wonen. Hier bevinden zich ook de +hoofdkerk, twee kloosters, een hospitaal en onderscheidene scholen, +waaronder eene voor de zeevaart. Langs den zeeoever voert eene kade, +vanwaar men een verrukkelijk uitzicht op Spanje heeft. Aan de andere +zijde der stad ligt de Alameda of openbare wandelplaats, vanwaar men +het oog kan laten rondwaren, langs de Marokkaansche kust tot aan de +bergen van het Riff. Het aantal inwoners bedraagt bijna 12,000 en +deze vormen een mengelmoes van Spanjaarden, Engelschen, Franschen, +Italianen, Mooren, Negers, Mulatten, Israëlieten en Marokkanen. Ceuta +is de zetel van een bisschop, gesteld onder den aartsbisschop van +Sevilla; de Spaansche Regeering bezigt de stad voornamelijk als +ballingsoord en bagno. + +Ceuta is het oude Septa of Septum of Ad Septem fratres: In de zeven +broeders. + +Het wordt door sommigen voor Abyla, door anderen voor het Esilissa +van koning Ptolomeus gehouden, en was weleer de hoofdstad van +Mauritania Tingitana. Na den val van het Romeinsche rijk werd +de stad achtereenvolgens door de Vandalen, Gothen en Arabieren +overweldigd. Laatstbedoelden gaven haar den naam van Septa, en +verhieven haar tijdens hunne heerschappij over Zuid-Spanje, tot +een gewichtig oord. Later viel zij ten deel aan de Hamoedieten en +daarna aan de Almoravieden; en in 1409 werd zij veroverd door den +Portugeeschen koning Joào I, nadat ook de Genueezen er reeds korten +tijd heerschappij hadden gevoerd. + +In 1580 kwam zij tegelijk met Portugal aan Spanje en bleef hieraan +onderworpen,--ook na de scheiding van die twee rijken in 1640. + +Vruchteloos belegerden haar de Marokkanen bijna 23 jaren, van 1697 +tot 1720, en te vergeefs trokken zij in 1732, onder aanvoering van +den bekenden renegaat Ripperda, nogmaals met een groote krijgsmacht +derwaarts. De stad werd dapper verdedigd, en is ook nu nog het +belangrijkste steunpunt der Spanjaarden in Noord-Afrika. + +Er bestaat niets levendiger ter wereld dan die beroemde zeeëngte +van Gibraltar, die als het ware de monding der Middellandsche zee +vormt. Het is langs dat smalle kanaal, dat de heerlijke en overschoone +Amphytrite water-verversching uit de wereldzee, uit den Atlantischen +Oceaan erlangt. Daarlangs ontvangt zij ook duizenden vaartuigen, die +van Noordelijk Europa en van de beide Amerika's komen, om de honderden +havens aan te doen, die langs haren onmetelijken omtrek aangetroffen +worden. Daarlangs stoomen, naar binnen en naar buiten, die prachtige +en groote pakketbooten, die oorlogschepen van alle natiën, aan wie +het genie van een Franschman, van Ferdinand de Lesseps, eene deur +ontsloten heeft, toegang verleenende tot de Roode zee, tot de Golf +van Bengalen, tot den Indischen Oceaan, tot de Chineesche zee en tot +de Groote Stille Zuidzee. + +Die Straat, door de Ouden _Fretum Herculeum_ geheeten, heeft eene +diepte van 16 meters [1], doch bezit in haar vaarwater geen banken of +klippen. Toch levert zij voor de schepen, die uit de Middellandsche +zee komen, wel eens gevaar op, wegens den sterken stroom, die er van +den kant van den Atlantischen Oceaan doorheen trekt. Bij dezen is +de ingang der Straat--tusschen Kaap Trafalgar en Kaap Spartel--vijf +geographische mijlen, en aan den anderen kant--tusschen Punta de Europa +en Punta de Afrika--ruim half zoo breed. Het smalste gedeelte is 1 2/3 +geographische mijl breed en bevindt zich tusschen Punta del Frayle, +ten noorden, en Punta de Ciris ten zuiden. + +Aan de Afrikaansche kust is de Straat begrensd door een effen rotswand; +doch de oever aan de Europeesche zijde vormt onderscheidene inhammen, +bepaaldelijk ten oosten in de golf van Gibraltar, die ook, vanwege +de daartegenover gelegen stad, Golf van Algesiras geheeten wordt. + +Niets schilderachtiger bestaat er dan die smalle zeeëngte, die door +hoog gebergte van zeer verschillend uitzicht omlijst is. In het +noorden strekken zich de Sierra's van Andalusië uit. In het zuiden +steigeren langs die zoo heerlijk ingesneden kust, van Kaap Spartel +af tot aan de punt van d'Almina, de zwarte toppen van de Bullonen, +van den Apenberg en de nokken van de _Septem fratres_, de Zeven +Gebroeders omhoog. Rechts en links vertoonen zich in de diepte der +baaien en der kreeken, of als neergevlijd aan den voet en op de eerste +hellingen, welke zich langs de lagere kuststreek uitstrekken en door +een reusachtigen achtergrond beheerscht worden, schilderachtig gelegen +steden, als Tarifa, Algesiras, Tanger en Ceuta. Dan tusschen die +beide romantische oevers vertoont zich voor den scherpen boeg der +stoomschepen, die noch door de zee, noch door den wind weerhouden +worden, of voor den steden der zeilschepen, die soms bij honderden +door den westenwind in die monding naar den Atlantischen Oceaan +weerhouden worden, eene zeer bewegelijke wateroppervlakte, die uiterst +veranderlijk van kleurtinten is, die zich hier grijs en met machtige +kuiven getooid voordoet, elders aangenaam blauw en kalm, hier weer +geheele strepen van kleine krullende golfjes en maalkolkjes vormt die +de grenzen der stroomen en tegenstroomingen met hunnen getanden rand +zoo duidelijk mogelijk aangeven. + +Niemand die zulk een tafereel onder de oogen krijgt, kan ongevoelig +blijven voor de bekoorlijkheden van die verheven schoonheden, die door +twee tegenover elkander gelegen werelddeelen als een dubbel panorama +langs de oevers van de zeeëngte van Gibraltar ten toon gespreid worden, +en de reizigers in den volsten zin des woords in verrukking brengen. + +De _Ferrato_ naderde inmiddels vlug de Afrikaansche kust. De diep +ingesneden baai, aan welker uiteinde Tanger zich als het ware verbergt, +begon zich voor het oog der opvarenden te sluiten, terwijl de rotsmassa +van Ceuta des te meer zichtbaar werd, daar de kust daar ter plaatse +eene haaksgewijze verandering van richting naar het zuiden vormt. Men +zag dien steenklomp langzamerhand zich van de achtergelegen massa +afscheiden en alleen vooruitkomen als een schiereiland, dat aan den +voet van eene kaap gelegen, en daaraan door een smalle landengte +verbonden is, die het aan den vasten wal vasthecht. + +Hoog daarboven, dicht bij den top van den Hachoberg, werd een fortje +bespeurd dat op de plek verrezen was, waar vroeger eene Romeinsche +citadel gestaan had. Daarin zijn steeds uitkijken op wacht, die in +opdracht hebben, de zeeëngte scherp gade te slaan, maar vooral het +Marokkaansche grondgebied waardoor Ceuta, behalve aan de zeezijde, +geheel omsloten wordt. Die geheele streek vertoont nagenoeg eene +zelfde bergachtige terreingesteldheid, evenals het kleine vorstendom +Monaco te midden van het Fransche grondgebied. + +Het sloeg tien uren in den morgen, toen de _Ferrato_ eindelijk het +anker liet vallen in de haven, op twee kabellengten afstand van de +ontschepingskade, die door de deininggolven uit volle zee met ongetemde +kracht gebeukt werd. Daar bestaat echter slechts eene vluchthaven, +die bij frisschen en stevig doorstaanden wind voor de branding uit +de Middellandsche zee weinig beschutting aanbiedt, en dus nog al +gevaarlijk is. + +Zeer gelukkig dat wanneer de schepen niet ten westen van Ceuta kunnen +ankeren, zij eene tweede ligplaats aan den anderen kant der rots +vinden, waar zij voor de westenwinden behoorlijk gedekt liggen. + +Toen "de geneeskundige dienst" aan boord was gekomen, en toen de +scheepspapieren van de _Ferrato_ in orde bevonden waren, stapten dokter +Antekirrt en Piet Bathory tegen een uur des namiddags in de sloep en +lieten zich naar den wal roeien. Zij ontscheepten op eene kleine kade, +die zich dicht langs den voet der walmuren van de vesting uitstrekte. + +Dat de dokter het ernstige voornemen opgevat had, om zich van Carpena +meester te maken, daaromtrent bestond hoegenaamd geen twijfel. Maar +hoe zou hij dat uitvoeren? Dat zou hij eerst beslissen, nadat hij de +plaats en hare omgeving in oogenschouw had genomen. Daarna zou hij +naar omstandigheden te werk gaan, hetzij door geweld te gebruiken, +om den Spanjaard te ontvoeren, hetzij hij diens ontsnapping uit het +Presidio van Ceuta in de hand zou werken. In ieder geval, hij rekende +er op, dat hij den Spanjaard in handen kreeg. Zijne maatregelen zouden +goed getroffen worden. Ditmaal was de dokter er niet op uit, om het +incognito te bewaren. Integendeel, reeds hadden zijn agenten, die +aan boord verschenen waren en hem weer verlaten hadden, het gerucht +van de aankomst van zoo een beroemd persoon allerwege verbreid. Wie +toch in dat geheele Arabische land, van Suez af tot aan Kaap Spartel, +kende dien geleerden taleb niet bij naam, die zich thans op het eiland +Antekirrta teruggetrokken had en daar in het binnenste gedeelte der +Syrtische zee verblijf hield? + +De beste ontvangst viel hem dan ook, zoowel van den kant der +Spanjaarden, als van dien der Marokkanen ten deel. + +Daarenboven was het niet verboden de _Ferrato_ te bezoeken en te +bezichtigen, zoodat weldra een groot aantal vaartuigen het stoomjacht +omringden en men aan boord kwam. + +Dat alles kwam waarschijnlijk met de plannen van dokter Antekirrt +overeen. Zijne beroemdheid moest zijne voornemens te hulp komen. Piet +Bathory en hij poogden dan ook niet, zich aan de algemeene aandacht te +onttrekken. Een open rijtuig, dat in het voornaamste hôtel van Ceuta +gehuurd was, veroorloofde hen, om in de stad rond te toeren en haar +te bezichtigen. Die rijtoer was een ware zegetocht door het stadje. + +Zij bevonden, dat de straten smal, ja nauw en omgeven waren door +droefgeestig uitziende huizen, waaraan iedere eigenaardigheid of +lokale kleur ontbrak. Hier en daar bespeurden zij kleine pleinen +met teringachtige boomen, welker takken en bladeren met een grauw +stof overdekt waren, en hunne spaarzame schaduw verleenden aan eene +armzalige kroeg of aan een of twee openbare gebouwen, die veel op +kazernes geleken. In één woord, er bestond niets oorspronkelijks, +tenzij het Moorsche kwartier, dat zijn bijzonderen stempel niet +verloren had. + +Tegen drie uren gaf dokter Antekirrt aan den koetsier bevel, om hem +naar den Gouverneur van Ceuta te rijden, wien hij een bezoek wilde +brengen,--een eenvoudig beleefdheidsbezoek, dat van den kant van +een zoo aanzienlijk vreemdeling niet anders dan natuurlijk moest +voorkomen. Onmiddellijk werd in die richting voortgereden. + +Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat die gouverneur +onmogelijk een civiel ambtenaar kon zijn. Ceuta is boven alles een +militaire kolonie. Men telt er ongeveer tien duizend zielen, alles +bij elkaar gerekend: officieren en soldaten, handelaren, visschers +en matrozen van de kustvaart, die zoowel in de stad wonen, als op de +terreinstrook, die zich oostwaarts van de vesting uitstrekt, en zoo +de omgeving van het Spaansche grondgebied vormt. + +Ceuta werd in die dagen bestuurd en gekommandeerd door den Kolonel +Guyara. + +Die hoofdofficier had onder zijne bevelen drie bataillons infanterie, +die van het landleger van Spanje gedetacheerd waren, en die daar +den garnizoens-dienst waarnamen; verder had hij een regiment van +aan de strengere krijgstucht onderworpen militairen, die bestendig +in de kleine kolonie gevestigd waren; dan nog twee batterijen +vestingartillerie, eene kompagnie pontonniers, en eindelijk nog eene +kompagnie Mooren, wier gezinnen een bijzonder kwartier bewoonden. Het +garnizoen was dus vrij sterk, zooals men ziet. Ongeveer drie duizend +vijfhonderd man. + +Wat de tot de galeien veroordeelden betrof, hun getal bedroeg nagenoeg +twee duizend. + +Om zich van de stad naar den zetel van den gouverneur te begeven, +moest het rijtuig den bedekten weg of ronde-weg volgen, die buiten +den walgang der stad liep. Dat was een gemaccadamiseerde heirbaan, +die niet alleen rondom het geheele territoir, maar ook tot aan het +oostelijkste uiteinde daarvan voerde. + +Aan beide kanten van die baan was de smalle strook tusschen haar en den +voet der bergen aan de eene zijde, en tusschen haar en den zeeoever +aan de andere zijde, die, dank zij der onbezweken vlijt en arbeid +der inwoners, goed bebouwd was. Deze hebben de slechte hoedanigheden +van den grond weten te overwinnen. Noch groenten van allerlei soort, +noch vruchtboomen, die heerlijk dragen, ontbreken er. Maar er mag ook +niet verzwegen worden, dat aan handen en armen om te arbeiden geen +gebrek is, en dat de teelaarde, evenals dit voor Sint Helena gebeurde, +van Europa aangevoerd werd. + +Inderdaad, de gedeporteerden worden niet alleen voor of vanwege den +Staat gebezigd, hetzij in bijzondere werkplaatsen, hetzij aan de +vestingwerken, hetzij aan de wegen, welker onderhoud voortdurende +voorzorgen vereischt, hetzij bij de stedelijke politie, wanneer +hun voortdurend goed gedrag aanleiding geeft, om er agenten van te +maken, die het toezicht voeren, maar tevens onder opzicht staan. Die +mannen, die hetzij voor twintig jaren, hetzij voor levenslang naar +het Presidio van Ceuta gezonden werden, kunnen ook door particulieren +gebezigd worden, evenwel slechts onder zekere voorwaarden, die door +het gouvernement in het belang der openbare veiligheid gesteld zijn, en +waaraan natuurlijk streng de hand gehouden wordt, hetgeen noodzakelijk +is, zooals ieder moet beamen. + +Dokter Antekirrt had bij zijn bezoek te Ceuta verscheidene van die +ellendelingen ontmoet, die vrij en frank door de straten van de +stad zich bewogen, voornamelijk diegenen, die voor huishoudelijken +arbeid gebezigd werden. Maar hij zou een veel grooter aantal te zien +krijgen, wanneer hij buiten den versterkten walgang met voorliggende +verdedigingswerken gekomen zou zijn, daar buiten op de wegen en op +het veld, in de voorwerken of op den akker. + +Tot welke categorie van het personeel van dat Presidio behoorde +nu Carpena? Dat was in de eerste plaats belangrijk om te weten +te komen. Want het plan van dokter Antekirrt kon toch slechts in +algemeene trekken vastgesteld zijn, en moest natuurlijk gewijzigd +worden, naarmate de bestaande omstandigheden, dat wil zeggen: naar +gelang de Spanjaard vrij rondliep of opgesloten zat, of hij bij +particulieren arbeidde, of in de werkplaatsen van den Staat. Dat +diende dus in de eerste plaats uitgevischt te worden. + +"Maar", zeide de dokter tot Piet Bathory, "daar die Carpena nog niet +lang geleden veroordeeld is, is het meer dan waarschijnlijk, dat +hij nog niet die voordeelen geniet, welke den ouderen veroordeelden, +vanwege hun goed gedrag, toegestaan zijn." + +"Dat 's waar," antwoordde Piet, "hoewel het toch zou kunnen zijn, +dat hij reeds buiten kwam." + +"Jawel, wij kunnen daarop toch eenigermate rekenen, ja wij moeten +het zelfs." + +"Maar als hij opgesloten zit?" vroeg de jonge werktuigkundige. "Dan +dunkt mij...." + +"Dan wordt het vraagstuk veel lastiger," antwoordde dokter Antekirrt +droog. + +"Dat meen ik ook. Het zal goed zijn, dit bij onze ontwerpen niet uit +het oog te verliezen." + +"Maar, om het even: die kerel moet ontvoerd worden, en hij zal +ontvoerd worden!" + +Het rijtuig reed gedurende dat gesprek zachtkens voort, terwijl de +paarden in een matigen korten draf liepen. + +Op twee honderd meter afstand buiten den kring der vestingwerken, +was een zeker getal gedeporteerden onder opzicht van ettelijke +gevangenbewaarders van het Presidio bezig met keien en steenen als +verhardings-materiaal op den weg te brengen. Er waren daar een goede +vijftig aanwezig, waarvan een gedeelte de keien in kleine stukken +sloeg, een ander gedeelte die stukken over den weg uitstortte, en +een derde gedeelte hen onder een kolossale welrol verbrijzelde en +schier fijnmaalde. + +Het rijtuig had dat gedeelte van den weg, waar die herstelling plaats +had, stapvoets, ja zelfs gedeeltelijk langs een zijweg moeten volgen, +waarop het werk nog niet aangevangen was. Dat was onzen reizigers +evenwel niet aangenaam. + +Plotseling greep dokter Antekirrt Piet Bathory bij den arm. + +"Hij!" zeide hij met gedempte stem, terwijl hij zijn makker gevoelig +kneep. + +"Waar?" vroeg Piet Bathory, overal rondkijkende. "Waar toch? Ik zie +hem niet." + +De dokter trok Piet naar zich toe en wees met den vinger in zekere +richting. + +"Daar! Daar!" sprak hij steeds fluisterend. + +Een man stond daar, op twintig passen afstand van zijne makkers en +leunde op den steel zijner schop. + +Dat was Carpena. + +Aan zijne oude geaardheid getrouw, nam hij er zijn gemak van en +arbeidde zoo min mogelijk. + +Dokter Antekirrt had, hoewel hij dien man in twintig jaren niet +gezien had, den zoutvervaardiger van Istrië, in weerwil van zijne +tegenwoordige kleeding als galeiboef, dadelijk herkend, zooals Maria +Ferrato hem ook, in weerwil van zijn Maltezer kleeding, in de straten +van het Manderaggio-kwartier zonder aarzelen herkend had. + +Dien misdadiger, die door zijne aangeboren luiheid, niets geleerd +had in het leven en dan ook tot eenig vak, welk ook, geheel en al +ongeschikt was, had men in de werkplaatsen van het Presidio niet +kunnen gebruiken. Keien stuk slaan op den weg, dat was alles, waartoe +hij gebezigd kon worden. Tot iets anders was hij onmogelijk in staat. + +Maar had dokter Antekirrt hem ook al herkend, Carpena kon onmogelijk +in dien man daar in dat rijtuig den graaf Mathias Sandorf herkennen, +dien hij zoo snood verraden had. Ternauwernood had hij hem toen +eventjes gezien in het huis van den visscher Andreas Ferrato te +Rovigno, op het oogenblik, dat hij tot gids strekte van het detachement +politie-agenten, die de woning zouden omsingelen, om de vluchtelingen +gevangen te nemen. + +Echter, evenals iedereen had hij de aankomst van dokter Antekirrt te +Ceuta vernomen. + +Nu was die zoo beroemde dokter--en dat was Carpena niet +onbekend--dezelfde persoon, waarvan hem Zirone gedurende hun +onderhoud bij de rotsen van Polyphemus, op het zeestrand van het +eiland Sicilië, gesproken had. Dat was de man, waarvoor hij zich, +volgens de aanbeveling van Sarcany, vooral wachten moest. Dat was de +millioenen-bezitter tegen wien de bende van Zirone den vergeefschen +aanslag bij de Casa Inglese op de hellingen van den Etna uitgevoerd, en +waarbij ze het onderspit gedolven had. Ja, zeker, dat alles wist hij. + +Wat ging er in Carpena's brein om, toen hij zich zoo plotseling in +tegenwoordigheid van dokter Antekirrt bevond? + +Welke waren de indrukken, die zijne hersenen met die gevoeligheid +en die oogenblikkelijkheid opvingen, welke sommige photografische +bewerkingen kenmerken? + +Dat zou zeer moeielijk te zeggen zijn. De lezer zal dat wel begrijpen, +hopen wij. + +Wat evenwel de Spanjaard in werkelijkheid ondervond, dat was: +dat hij plotseling gevoelde, dat de dokter zich door een soort van +moreel overwicht van zijn geheel wezen meester maakte; dat zijne +verpersoonlijking te niet ging tegenover die van dien vreemden man; +dat eene vreemde wilskracht, sterker dan de zijne, hem beheerschte +en vermeesterde. + +Te vergeefs poogde hij zich tegen dien invloed te verzetten. Hij +bezweek er voor en vermocht niets anders te doen, dan voor die +overheersching lijdelijk te bukken. + +Intusschen had dokter Antekirrt zijn rijtuig doen stilstaan en ging +voort den galeiboef met een doordringenden blik aan te staren. De +schitterende uitstraling van dien blik bracht op de hersenen van +Carpena een vreemdsoortig en onweerstaanbaar effect teweeg. De +zinnen van den Spanjaard werden als door een soort van verdooving +verlamd. Zijne oogleden knipten en sloten zich eindelijk, daar hij +onmachtig was ze open te houden; terwijl hij geene andere beweging dan +eene trillende beving in de oogleden en wenkbrauwen ondervond. Toen +viel hij, zoodra de gevoelloosheid de overhand genomen had en derhalve +volkomen was, aan den rand van den weg neer, zonder dat zijne makkers +of lotgenooten er iets van bespeurden, daar hunne aandacht op de zoo +rijke reizigers gevestigd was. Hij was in een diepen magnetischen +slaap gedompeld, waaruit niemand hem zou hebben kunnen wekken, welke +middelen ook aangewend werden. + +Toen het zoover gekomen was, gaf dokter Antekirrt bevel, om den +rijtoer te vervolgen en gebood den koetsier zich naar het verblijf +van den gouverneur te richten. + +Dat geheele tooneel had hem niet meer dan eene halve minuut oponthoud +gekost. Niemand had kunnen waarnemen, wat tusschen hem en dien +Spaanschen galeiboef voorgevallen was,--niemand tenzij Piet Bathory, +die de zaak daarenboven niet begrepen had. + +"Thans behoort die man mij", zei dokter Antekirrt tot Piet, "hij is +in mijne macht en ik kan hem tot alles noodzaken." + +"Ook om u alles mede te deelen wat hij weet?" vroeg Piet Bathory +vrij ongeloovig. + +"Neen, dat niet," antwoordde dokter Antekirrt met een geheimzinnigen +glimlach. + +"Niet?... Dat is jammer!" meende de jeugdige werktuigkundige +teleurgesteld. + +"Neen, maar ik kan hem wel noodzaken, alles te doen, wat ik wil, +dat hij uitvoeren zal." + +"Zonder dat hij dit weet?... Zonder dat hij dit zal willen?" + +"Ja, maar niet alleen dat, maar zelfs geheel onbewust," antwoordde +dokter Antekirrt. + +"Hoe weet gij dat?" vroeg Piet Bathory, die, als ingenieur, het hoe +en waarom gaarne vernam. + +"Bij den eersten blik, dien ik op den ellendeling wierp, gevoelde +ik, dat ik hem in mijne macht had, dat ik zijn wil door den mijnen +kon vervangen." + +"Die man is toch niet ziek, niet waar? Zijn uiterlijk verraadde +daarvan niets." + +"Neen, hij is volstrekt niet ziek. Hij is integendeel zoo gezond als +gij en ik", antwoordde dokter Antekirrt. + +"Hoe verklaart gij dan...?" + +"Denkt gij dan, dat die zenuwuitwerkselen alleen bij ziekelijke +zenuwlijders teweeg kunnen gebracht worden?" + +"Mij dunkt, dat een gezond mensch aan dergelijke invloeden weerstand +kan bieden." + +"Neen, Piet. Zij, die nog het meeste weerstand bieden, zijn juist de +hersenzieken, de waanzinnigen." + +"Maar..." + +"Een goed en gevoelig sujet moet juist een eigen wil hebben, +om behoorlijk gedomineerd te worden, en ik ben uitermate door de +omstandigheden begunstigd geworden, daar ik in dien Carpena juist +eene geaardheid aangetroffen heb, geheel en al geschikt, om mijn +invloed te ondervinden..." + +"Maar wat helpt dat thans?" vroeg Piet Bathory. "Al hebt gij hem ook +al onder uwen zedelijken invloed, dan hebt gij hem nog niet in uwe +physieke macht." + +"Neen, maar die galeiboef zal in slaap gedompeld blijven, en zonder +mijne tusschenkomst zal die slaap niet wijken." + +"Aangenomen", zei Piet; "maar waartoe zal dat dienen? Ik zie daar +geen uitkomst in." + +"Waartoe dat zal dienen, vraagt ge? Welke uitkomst dat zal hebben?" + +"Voorzeker vraag ik dat, daar het onmogelijk is, om hem in den +toestand, waarin hij zich bevindt, te doen zeggen, wat wij zooveel +belang hebben te weten te komen." + +"Dat is ontwijfelbaar waar," antwoordde dokter Antekirrt. "Ik kan +hem wel in mijne gedachten doen lezen; maar ik kan hem onmogelijk +doen zeggen, wat ik zelf niet weet." + +"Welnu, dan herhaal ik mijne vraag: waartoe zal dat dienen, welke +uitkomst zal dat opleveren?" + +"Maar wat ik wel in mijne macht heb", ging dokter Antekirrt +onverstoorbaar voort, alsof hij die vraag niet gehoord had, "is hem +te noodzaken te doen, wat mij in mijn kraam te pas komt, wat ik zal +willen, dat hij doen zal, en dat zonder dat zijn wil er zich tegen +verzetten kan." + +"Ja, maar wat?" vroeg Piet Bathory ongeduldig. "Ja, maar wat? Zeg mij." + +"Wanneer ik bijvoorbeeld zal willen, dat hij morgen of overmorgen, +over acht dagen of over drie of zes maanden, zelfs wanneer hij in +wakenden toestand is, het Presidio zal verlaten, dan zal hij dat +ongetwijfeld doen." + +"Het Presidio verlaten!... Kom, gij gekscheert met mij!... Hoe zou +dat mogelijk zijn?" + +"Ja! het Presidio verlaten!... Piet, ik ben te ernstig, om mij eene +grap te veroorloven!" + +"Het Presidio verlaten?... Vrij en ongehinderd?..." vroeg Piet +Bathory steeds ongeloovig. "Dan zouden de bewakers dat toch moeten +veroorloven! De invloed van uwe wilskracht kan zoo ver niet reiken, +om hem zijne ketenen te doen verbreken, om hem de deur van het +bagno te doen verbrijzelen, om hem een onoverkomelijken muur te doen +overklimmen, ... waarbij de gevangenbewaarders hem dan nog behulpzaam +zouden moeten zijn." + +"Neen, Piet," antwoordde dokter Antekirrt, "gij hebt gelijk; ik kan +hem niet noodzaken te doen, wat ik zelf niet uitrichten kan... Maar +ik kan..." + +"Maar wat dan? Wat is uw plan?" vroeg de jonge werktuigkundige vrij +opgewonden. + +"Mijn plan? Juist om dat uit te voeren, begeven wij ons thans naar +den gouverneur van Ceuta, ten einde dien hoofd-officier een officiëel +bezoek te brengen. En let nu maar op de verdere ontwikkeling van de +zaak, die ik mij gesteld heb." + +Dokter Antekirrt overdreef niet. Dat zou Piet Bathory spoedig genoeg +ondervinden. + +Die daadzaken omtrent den invloed der wilskracht op iemand in den +hypnotischen toestand, zijn thans algemeen erkend. De werken en +nasporingen van Charcot, van Brown Sequard, van Azam, van Richet, +van Dumontpallier, van Maudsley, van Bernheim, van Hack Tuke, van +Rieger, en van zooveel andere geleerden, kunnen daaromtrent geen +twijfel laten bestaan. + +Dokter Antekirrt had gedurende zijne reizen in Oostersche landen +zeer merkwaardige gevallen daaromtrent kunnen bestudeeren en aan +dien tak der physiologie een rijken schat van nieuwe en belangrijke +waarnemingen toevoegen, en zijne reeds zoo rijke ondervinding zeer +kunnen vermeerderen. + +Hij was dus uitnemend op de hoogte van die verschijnselen en van de +resultaten, die er van te erlangen zijn. Hij was zelf begaafd niet +eene groote mate van zich opdringende wilskracht, die hij dikwijls +gelegenheid had gehad in Klein-Azië uit te oefenen. En het was op +die wilskracht, dat hij rekende, om zich van Carpena meester te +maken,--daar toch het toeval het zoo gewild had, dat de Spanjaard +aan haren invloed volkomen onderhevig was. + +Maar al was dokter Antekirrt voortaan meester over de wilskracht +van Carpena; al kon hij hem ook doen handelen, zooals en wanneer +hij wilde, door hem zijn eigen wil op te dringen, zoo was het toch +noodzakelijk, om tot eene afdoende handeling te kunnen overgaan, +dat de gevangene vrij in zijne bewegingen was, wanneer het oogenblik +gekomen zou zijn om hem deze of gene daad te doen uitvoeren. Daarvoor +was de vergunning van den gouverneur noodig, en die vergunning hoopte +hij wel van den kolonel Guyara, een uiterst welwillend en goedaardig +mensch, te verkrijgen, om daardoor de ontvluchting van den Spanjaard +uit het Presidio mogelijk te maken. + +Tien minuten later kwam het rijtuig van dokter Antekirrt bij den +ingang der groote kazernes aan, die bij de grens van het geënclaveerde +grondgebied opgetrokken zijn, en hield bij het verblijf van den +gouverneur, dat in de nabijheid gebouwd is, stil. + +De kolonel Guyara had reeds kennis bekomen van de aankomst van +dokter Antekirrt te Ceuta. Die beroemde persoon was, dank zij zijn +algemeen door zijne rijkdommen en zijne bekwaamheden bekenden naam, +als een soort souverein op reis. Nadat hij dan ook in het salon van +het gouvernements-paleis was binnengeleid, ontving de gouverneur hem, +alsook zijnen jeugdigen reisgenoot, op de meest innemende wijze. Al +dadelijk wilde die kolonel zich geheel en al ter hunner beschikking +stellen, om het kleine geënclaveerde grondgebied te bezoeken, dat +kleine stuk van Spanje, zoo zonderling in het Marokkaansche rijk +ingesneden. + +"Gaarne nemen wij uw aanbod aan, heer gouverneur," antwoordde dokter +Antekirrt in het Spaansch,--eene taal, die ook door Piet Bathory goed +verstaan en vlug gesproken werd.--"Maar ik weet niet, of wij wel den +tijd zullen hebben, om uwe dienstvaardigheid te kunnen benuttigen." + +"O, de kolonie is niet groot, dokter Antekirrt", antwoordde de +gouverneur. "In een halven dag kan men den geheelen omtrek er van +afleggen." + +"Dat is zoo, maar ... onze tijd is nog al beperkt, heer gouverneur," +antwoordde de dokter. + +"Denkt gij dan niet eenigen tijd hier te vertoeven, zooals het gerucht +zich verbreid heeft?" + +"Hoogstens vier of vijf uren," antwoordde de dokter. "Langer kan ik +inderdaad niet." + +"Zoo kort? Maar, heer dokter, dan zult gij niets kunnen bezichtigen. En +dat is toch jammer." + +"Ik moet heden avond nog naar Gibraltar vertrekken, waar ik morgen +in de ochtenduren verwacht word." + +"Heden avond nog vertrekken!" riep de gouverneur uit. "Hoe is dat +toch mogelijk?" + +"Het moet! heer gouverneur, het moet! Geloof intusschen, dat het mij +geweldig spijt." + +"O, veroorloof mij te beproeven, u van dat voornemen af te +brengen." zei kolonel Guyara. + +"Dat zou vergeefsche moeite zijn, heer gouverneur. Volkomen vergeefsche +moeite, geloof mij." + +"Ik verzeker u, dokter Antekirrt, dat onze militaire volksplanting +inderdaad waard is van nabij bestudeerd te worden," drong kolonel +Guyara levendig aan. + +"Ik twijfel er niet aan, heer gouverneur. Ik weet het trouwens, +want ik heb er veel van gelezen." + +"Gij hebt ongetwijfeld veel gezien, veel waargenomen, heer +dokter, gedurende uwe veelvuldige reizen; maar uit het oogpunt +van verbeterings-kolonie of beter strafkolonie, verdient Ceuta, +ik verzeker het u, de geheele opmerkzaamheid zoowel van geleerden, +als van staathuishoudkundigen!" + +Natuurlijk dreef de eigenliefde kolonel Guyara wel eenigermate om +zijn kleine volksplanting zoodanig te prijzen en te verheffen. Toch +overdreef hij niet; want het administratief bestuur van het Presidio +van Ceuta, wat geheel gelijk is aan dat der Presidios van Sevilla, +wordt beschouwd als een van de besten, zoowel van het Oude als van +het Nieuwe halfrond. En, dat niet alleen wat betreft den materieelen +toestand der gedeporteerden, maar ook hunne zedelijke verbetering, +waarbij beoogd wordt, gelouterde sujetten aan de maatschappij weer +te geven. + +De gouverneur drong er dan ook op aan, dat een zoo voornaam man +als dokter Antekirrt was, zijn vertrek zou willen uitstellen, om de +verschillende lokalen en inrichtingen van de strafkolonie met een +bezoek te vereeren. + +"Het is onmogelijk, dat ik langer blijf, heer gouverneur," verzekerde +de dokter, en ging met een glimlach voort; "maar heden behoor ik u +toe, en wanneer gij wilt, dan is het weinigje tijd, dat mij rest, +nog wel te benutten, dunkt mij." + +"Het is reeds vier uren," hernam kolonel Guyara, terwijl hij een blik +op de pendule wierp. + +"Reeds zoo laat?" vroeg de dokter, terwijl hij zijn horloge met het +salon-uurwerk vergeleek. + +"Voorzeker. En gij ziet, er blijft ons slechts weinig tijd over, +om Ceuta te bezichtigen." + +"Inderdaad," antwoordde de dokter, "en dat hindert mij te meer, +daar ik er prijs op gesteld zoude hebben, om u, na uwe gastvrijheid +genoten te hebben, aan boord van mijn stoomjacht te ontvangen." + +"Dokter Antekirrt, zoudt gij uw vertrek naar Gibraltar niet een dag, +een enkelen dag kunnen uitstellen?" + +"Dat deed ik zeker, heer gouverneur, als ik geen samenkomst bepaald +had voor morgen, zooals ik u reeds gezegd heb. Inderdaad, ik ben +verplicht, om nog heden avond zee te kiezen!" + +"Dat is waarlijk betreurenswaardig," hernam de gouverneur, "en +niets zal mij kunnen troosten, dat ik u niet langer hier heb kunnen +houden! Maar ... pas op..." + +"Waarop moet ik passen, heer gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt met +een glimlach. + +"Het vaartuig ligt onder het bereik mijner kanonnen en mijner mortieren +ten anker...." + +"Ho, ho!" riep de dokter lachende uit. "Dat is eene internationale +bedreiging!" + +"En ik kan u op de plaats in den grond boren!" vervolgde kolonel +Guyara schertsende. + +"En de represailles dan, heer gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt +lachende. + +"Welke represailles? Zijn er represailles mogelijk, als uw scheepje +in den grond geschoten is?" + +"Zoudt gij denken dat Antekirrta die schending van het volkenrecht +ongewroken zou laten?" + +"Wat, Antekirrta?..." riep kolonel Guyara schaterlachende uit. + +"Zoudt gij in staat van oorlog met het machtige rijk van Antekirrta +willen geraken?" + +"Ik weet, dat ik groot gevaar zou loopen," antwoordde de gouverneur +op denzelfden toon van gekscheren. + +"Dat geloof ik ook... Zijt derhalve zeer op uw hoede, want Antekirrta +is machtig!" + +"Maar, wat zou men niet willen wagen, om u vier en twintig uren langer +te mogen behouden!" + +"Ja, maar het is toch beter dat gevaar niet te trotseeren," antwoordde +dokter Antekirrt met een beleefden glimlach. + +Piet Bathory, die geen deel aan dit gesprek genomen had, vroeg zich af, +of dokter Antekirrt al of niet het doel, dat hij wenschte te bereiken, +nader was gekomen. Het besluit, om denzelfden avond nog Ceuta te willen +verlaten, hoorde hij voor het eerst, en het bevreemdde hem niet weinig. + +"Te drommel", dacht hij, "hoe zullen in zoo weinig tijd de noodige +maatregelen te nemen zijn, om de ontsnapping van Carpena, met hoop +op goeden uitslag, te kunnen bewerkstelligen. Dat zal inderdaad een +tooverstuk zijn!" + +Hij overdacht dat weinige uren later de gedeporteerden in het +Presidio wedergekeerd en achter slot gesteld zouden zijn. Onder die +omstandigheden werd het zeer onwaarschijnlijk, dat iemand de vergunning +verkrijgen zou, dat de Spanjaard zich buiten de gevangenismuren zoude +mogen begeven. Waarlijk, het vraagstuk werd uiterst belangwekkend. + +Maar Piet begreep, dat de dokter een vastgesteld plan volgde, toen +hij hem hoorde antwoorden: + +"Waarlijk, heer gouverneur, het spijt mij zeer, dat ik aan uw zoo +vriendelijk geuit verlangen niet voldoen kan." + +"Het spijt mij nog meer. Maar kunt gij waarlijk niet?" vroeg kolonel +Guyara met plichtpleging. + +"Neen, althans heden niet. Maar toch is het mogelijk, dat ik aan uw +wensch zal kunnen voldoen." + +"Hoe dat?... Spreek spoedig!... Ik ben inderdaad zeer verlangend, +heer dokter..." + +"Luister." + +"Spreek, dokter Antekirrt, spreek dan toch!" hernam de gouverneur +ongeduldig. + +"Daar ik morgen ochtend noodzakelijk te Gibraltar moet wezen, moet +ik heden avond vertrekken. Daaraan valt niets te veranderen. Maar ik +reken, dat mijn verblijf op die Engelsche rots niet langer dan twee +of drie dagen zal duren. Het zou mij zeer tegenvallen, wanneer het +anders ware en ik er langer zou moeten blijven." + +"Des te beter! Want geloof mij, daar op dat Britsche grondgebied is +niet veel te zien." + +"Neen, ik wil er niet langer verwijlen dan noodig is. Het is heden +Donderdag, niet waar?" + +"Inderdaad." + +"Welnu, in plaats van mijne reis langs de noordkust der Middellandsche +zee te vervolgen, zal mij niets gemakkelijker vallen, dan Zondagmorgen +naar Ceuta terug te keeren...." + +"Juist, niets gemakkelijker dan dat, inderdaad," antwoordde de +gouverneur, "en ook niets aangenamer en verplichtender voor mij! Ik +betoon waarschijnlijk wel wat te veel eigenliefde, niet waar, +heer dokter?" + +"Laten wij daarvan niet spreken, heer gouverneur." + +"Och, wie heeft zijne ijdelheids-beweegredenen niet in deze wereld, +niet waar? Dat is dus afgesproken, dokter Antekirrt, tot Zondag! Niet +vergeten, hoor!" + +"Jawel, maar op eene voorwaarde, hoort gij op uwe beurt, heer +gouverneur?" + +"Voorzeker, ik hoor. En die voorwaarde is, heer dokter?.. Kom laat +hooren!" + +"Maar neemt gij ze aan? Dat dien ik vooraf te weten, heer +gouverneur. Neemt gij ze aan?" + +"Blindelings! Welke zij ook moge zijn!" antwoordde kolonel Guyara +galant. + +"Ook dat gij met uw adjudant aan boord van de _Ferrato_ zult komen +ontbijten?" + +"Aangenomen, heer dokter, aangenomen! Maar..." + +Kolonel Guyara scheen te aarzelen. + +"Maar wat? Trekt ge terug, heer gouverneur? Dat zou ik niet mooi +vinden." + +"Maar, ook op mijne beurt, op eene voorwaarde, heer dokter," ging de +kolonel voort. + +"Evenals gij, neem ik haar blindelings aan. Laat hooren, heer +gouverneur." + +"Dat is, dat gij met den heer Bathory op het gouvernementshuis zult +komen dineeren." + +"Dat is afgesproken, heer gouverneur. Zoodat tusschen het ontbijt en +het middagmaal..." + +"Ik van mijn gezag en mijne macht misbruik zal maken..." antwoordde +kolonel Guyara lachende. + +"Brr! Misbruik van gezag en macht! Het is om kippenvel te krijgen! Om +er van te ontstellen!" + +"Om u al de heerlijkheid van mijn rijk te doen bewonderen," voleindigde +kolonel Guyara, terwijl hij de hand van dokter Antekirrt drukte. + +Piet Bathory had evenzeer de uitnoodiging, die hem gedaan was, +aangenomen, en bedankte voor de welwillendheid van den gouverneur +van Ceuta met eene beleefde buiging. + +Dokter Antekirrt nam afscheid, en Piet kon toen reeds in zijne +oogen lezen, dat hij zijn doelwit bereikt had. Maar de gouverneur +wilde zijne toekomstige gasten tot in de stad vergezellen. Alle drie +namen toen plaats in het rijtuig en volgden den eenigen weg, die het +gouvernements-hôtel met het stedeke Ceuta in verbinding stelt. + +Het was van dien Spaanschen gouverneur niet te verwonderen, dat +hij de gelegenheid te baat nam, om de beide bezoekers de min of meer +betwistbare schoonheden van de kleine volksplanting te doen bewonderen, +dat hij met eene zekere voorliefde sprak over de verbeteringen, die +hij zich voorgenomen had in te voeren, zoowel in het militair als in +het civiel bestuur der nederzetting; dat hij de meening verkondigde +en verdedigde, dat de ligging van het oude Abyla niet minder was +dan die van Calpi aan de andere zijde van de zeeëngte; dat hij +beweerde, dat het mogelijk was er een waar Gibraltar van te maken, +even onneembaar als zijn Britsche tegenhanger; dat hij protesteerde +tegen de onbeschofte woorden van master Ford: dat Ceuta aan Engeland +moest toebehooren, omdat Spanje er niets van weet te maken en onbekwaam +is om het te behouden indien het aangevallen werd; dat hij zich zeer +vertoornd betoonde over die halsstarrige Engelschen, die nergens +den voet aan wal kunnen zetten, zonder dat die voet dadelijk wortel +schiet. Neen waarlijk, dat was niet te verwonderen. + +"Inderdaad", riep hij vrij opgewonden uit, "voordat zij er aan denken, +om zich van Ceuta meester te maken, moeten zij er voor waken, dat +zij Gibraltar behouden! Er bestaat daar een berg, die Spanje op hun +hoofd zou kunnen neerstorten!" + +Dokter Antekirrt, zonder te vragen op welke wijze de Spanjaarden een +zoodanig gewelddadig geologisch verschijnsel in het leven zouden kunnen +roepen, wachtte zich wel die bewering tegen te spreken, die met al de +opgewondenheid, een hidalgo zoo eigen, geuit was. Daarenboven werd het +gesprek door het plotseling stil houden van het rijtuig afgebroken. De +koetsier had zich genoodzaakt gezien zijne paarden te moeten inhouden +bij eene verzameling van gedeporteerden, die als het ware den weg +afsloten. Het was eene bepaalde opstopping, zooals men wel in groote +steden, maar niet in eene verbeteringsplaats kon verwachten. + +De gouverneur werd ongeduldig, wenkte met een enkel gebaar een der +brigadiers van het bewakings-detachement, om tot hem te komen. Die +agent naderde hem dadelijk met den voorgeschreven versnelden militairen +pas. Bij het rijtuig aangekomen, bracht hij de hielen op dezelfde lijn, +sloot het dikke der kuiten tegen elkander, bracht de rechterhand aan de +klep zijner politiemuts, en wachtte in die voorschriftmatige houding, +totdat de gouverneur het woord tot hem zoude richten. + +Al de andere aanwezigen, zoowel bewakers als gevangenen, hadden zich +op een gelid aan weerszijden van den weg geschaard en keken eerbiedig +toe, zonder een vin te durven verroeren. + +"Wat is er aan de hand?" vroeg de gouverneur. "Waarom die versperring +van den weg?" + +"Excellentie," antwoordde de brigadier, "wij hebben een veroordeelde +op de helling van het talud van den weg vinden liggen. Hij schijnt +slechts ingeslapen te zijn..." + +"Welnu, brigadier? Wat heeft dat te beduiden?" ging kolonel Guyara +met vragen voort. + +"Men is er niet in geslaagd hem wakker te kunnen maken, Excellentie," +was het antwoord. + +"Sinds hoelang is die man in dien toestand, brigadier?" + +"Sedert een uur ongeveer, Excellentie," was het eerbiedige antwoord +van den ondergeschikte. + +"En slaapt hij steeds door? Het is, alsof gij mij een sprookje +vertelt." + +"Steeds, Excellentie." + +"Hoe weet gij dat, brigadier? Hebt gij u daarvan overtuigd? Zeg?" + +"Ja, Excellentie. Hij is zoo ongevoelig, alsof hij dood ware. Men +heeft hem geschud, men heeft hem geprikt...." + +"Wat verder?" + +"Men heeft hem geroepen, zelfs een pistoolschot vlak bij het oor +gelost." + +"Welnu?" + +"Excellentie, hij voelt niets en hij hoort niets! Hij blijft ongevoelig +en bewusteloos liggen." + +"Waarom heeft men den geneesheer van het Presidio niet gehaald?" vroeg +de gouverneur. "Dat is eene nalatigheid." + +"Ik heb hem laten halen, Excellentie; maar men trof hem niet te huis" + +"En?" + +"In afwachting dat hij komt, weten wij niet, wat wij met dien man +moeten uitvoeren." + +"Welnu, laat hem naar het hospitaal dragen! Mij dunkt, dat is nog +al eenvoudig." + +De brigadier was op het punt dat bevel te doen uitvoeren, toen dokter +Antekirrt tusschenbeide kwam. + +"Heer gouverneur," sprak hij, "wilt gij mij in mijne hoedanigheid van +geneesheer veroorloven, dien hardnekkigen slaper te onderzoeken. Ik +wenschte hem wel van nabij gade te slaan." + +"Waarachtig, dat 's waar ook," zei de gouverneur, "dat behoort tot +uw departement!... Een boef, die door dokter Antekirrt behandeld +zal worden!... Waarlijk, de kerel zal zich niet te beklagen hebben, +dunkt me." + +Het drietal stapte uit het rijtuig en de dokter naderde den +veroordeelde, die op het talud van den weg uitgestrekt lag. Het leven +vertoonde zich bij dien man, die in diepen slaap gedompeld was, +niet anders meer dan door eene ietwat hijgende ademhaling en door +eene snellere beweging van den pols. Dat was alles. + +De dokter wenkte, dat de omstanders meer achteruit zouden wijken, +om de toetreding van meer lucht mogelijk te maken. Toen dat gebeurd +was, bukte hij zich over dat schijnbaar levenlooze lichaam, en sprak +tot Carpena, maar met een zachte stem. Daarna bekeek hij hem een +lange poos, alsof hij een zijner wilsuitingen in de hersenen van den +galeiboef wilde doen doordringen. + +En zich toen oprichtende, zeide hij kalm en bedaard, alsof het geheele +voorval niets te beduiden had: + +"Het is niets! Die man is slechts door een aanval van magnetischen +slaap overvallen geworden!" + +"Waarlijk?" vroeg de gouverneur. "Niets anders dan dat?" + +"Niets anders," antwoordde de dokter met een schier onmerkbaren +glimlach op de lippen. + +"Dat is inderdaad zonderling," meende de gouverneur. "Vindt gij niet, +dokter Antekirrt?" + +"Toch niet," antwoordde deze ernstig en afgemeten in toon en +gebaren. "Zoo iets komt meer voor." + +"En kunt gij hem uit dien slaap wakker maken? Dat zou ik wel eens +willen zien." + +"Niets gemakkelijker dan dat!" antwoordde dokter Antekirrt +meesmuilend. "Kijk goed toe, kolonel." + +En na het voorhoofd van Carpena met de vingertoppen aangeraakt te +hebben, opende hij met vaardige en lichte hand de oogleden van den +lijder, en zeide toen: + +"Word wakker! ... ik wil het! Hoort ge?... Ik wil het... word wakker!" + +Carpena bewoog zich, eerst onmerkbaar schier, daarna meer duidelijk, +keerde zich om, opende de oogen, hoewel hij toch nog in een staat +van slaapdronkenheid en verdooving bleef. De dokter bewoog toen +verscheidene malen en in schuine richting de hand voor het gelaat van +den gedeporteerde, alsof hij ten doel had de hem omringende luchtlaag +in beweging te brengen. Langzamerhand verdween de verdooving. Toen +stond Carpena op en ging, evenwel loom en traag, en zonder dat hij +eenig bewustzijn scheen te hebben van hetgeen er voorgevallen was, +plaats tusschen zijne makkers nemen. + +De gouverneur Guyara, dokter Antekirrt en Piet Bathory stegen weer +in het rijtuig, dat de weg naar de stad vervolgde in vollen draf, +om het tijdverlies van het oponthoud in te halen. + +"Was de kerel, alles wel beschouwd, niet ietwat onder den invloed van +sterken drank?" vroeg de gouverneur met een spotachtigen glimlach. "Het +kwam mij zoo voor." + +"Dat geloof ik niet," antwoordde dokter Antekirrt ernstig. "Neen, +dat was het niet." + +"Vooreerst ontbrak geheel en al de alcohollucht," zei Piet Bathory, +die den dokter te hulp kwam. + +"Meent ge? Ik moet erkennen, dat ik daar niet op gelet heb," zei +kolonel Guyara. + +"En dan valt hier slechts eene eenvoudige uitwerking van het +somnambulisme te constateeren." + +"Maar hoe kan die uitwerking te voorschijn geroepen zijn?" vroeg +de gouverneur. + +"Daarop kan ik niet antwoorden, heer gouverneur. Misschien is die +man onderhevig aan dergelijke aanvallen." + +"Maar hij is nu op de been, verdere zorgen mijnerzijds zijn nu +overbodig en deze aanval zal hem geen kwaad doen." + +"Mijnentwege," dacht de gouverneur. "Zoo'n boef! Alsof ik mij daarom +bekommeren zou." + +Het rijtuig bereikte weldra den gordel der vestingwerken, reed de +stad in en dwars door en hield stil op een klein plein, waarbij de +verschillende inschepings-kaden van Ceuta uitkwamen. + +Daar nam dokter Antekirrt hartelijk afscheid van den kolonel Guyara. + +"Ziet, daar ligt de _Ferrato_," sprak de eerstgenoemde, terwijl hij +naar het sierlijk stoomjacht wees, dat op de open reede bevallig +door de deining heen en weer bewogen werd. "Vergeef mij, dat ik +u uwe belofte herinner. Gij zult niet vergeten, heer gouverneur, +dat gij aangenomen hebt, om aanstaanden Zondag-ochtend aan boord te +komen ontbijten?" + +"Zeker niet, dokter Antekirrt. Evenmin als gij vergeten zult, dat gij +Zondag-avond op het gouvernementshuis dineeren zult! Denk daar ook om; +want ik reken er op." + +"Ik zal woord houden, heer gouverneur, dat verzeker ik u," zei dokter +Antekirrt met plichtpleging. + +"En ik ook, wees daar verzekerd van," was het wederantwoord van +den kolonel. + +Beiden scheidden en de gouverneur verliet de kade niet, dan nadat +hij de sloep had zien afsteken. + +"Een merkwaardig man!" zei hij bij het heengaan tot zijn +adjudant. "Bepaald een merkwaardig man." + +De jonge officier knikte toestemmend, zooals dat een goed +ondergeschikte betaamt. + +Toen de sloep aan boord gekomen was, antwoordde dokter Antekirrt +op de vraag van Piet Bathory, of alles volmaakt naar zijn wensch +was afgeloopen en of hij de uitvoering zijner plannen meer nabij +gekomen was: + +"Ja!" + +"Meent gij dat wezenlijk?" vroeg Piet Bathory, niet zonder ietwat +verbazing te laten blijken. + +"Zeker! Want Zondag-avond zal Carpena met of zonder vergunning van +den gouverneur aan boord van de _Ferrato_ zijn." + +Tegen acht uren verliet het stoomjacht zijne ankerplaats, wendde +den steven noordwaarts en weldra verdween de berg Hacho, die deze +Afrikaansche kusten beheerscht, in den nevel, die zich bij het vallen +van den avond uit den Atlantischen Oceaan en uit de Middellandsche +zee verhief. + + + + + +II. + +EENE PROEFNEMING VAN DOKTER ANTEKIRRT. + + +Een passagier, wien men niets omtrent de bestemming van het vaartuig, +waarop hij zich bevindt, medegedeeld heeft, kan onmogelijk raden op +welk gedeelte van den aardbol hij aanlandt, wanneer hij te Gibraltar +voet aan wal zet. + +Vooreerst is het eene kade, die men ziet, welke van kleine inhammen +voorzien is, om het aanleggen der sloepen van de zeekasteelen +gemakkelijk te maken; daarna krijgt men een bastion te zien, dat +gevormd wordt door den walgang, waaronder een poort doorvoert, welke +geheel zonder karakter of bouwstijl is. Vervolgens komt men op een +onregelmatig plein, dat allerwege door hooge kazernes omgeven is, +die zich terrasgewijze langs de heuvelhelling verheffen; en eindelijk +bevindt men zich in eene lange, smalle en bochtige straat, die den +naam van Mainstreet voert. Eigenaardig, de macadam van die straat +blijft steeds vochtig, welk weer het ook zijn moge. Daarin komen +en gaan, te midden van de pakkendragers, van de sluikhandelaars, +van de schoenpoetsers, van de sigaren- en lucifers-verkoopers, +tusschen de kruiwagens, de draagmanden en de karretjes, met groenten +en vruchten beladen, tusschen de draaiorgels en liedjeszangers, als +een cosmopolitisch mengelmoes, Maltezers, Marokkanen, Spanjaarden, +Italianen, Arabieren, Franschen, Portugezen, Duitschers--dus zoowat +van alles, zelfs inboorlingen van het Vereenigd Koninkrijk, die +hoofdzakelijk door infanteristen vertegenwoordigd worden, die met hun +eigenaardigen rooden uniformjas, terwijl de artilleristen een licht +blauwen dragen, eene bonte afwisseling daarstellen, vooral met hunne +gaarkeuken-petjes op het hoofd, die den vorm eener kleine taart hebben, +en slechts op een oor door een evenwichts-kunststuk gedragen worden. + +Toch bevindt men zich in weerwil van dat alles te Gibraltar, en die +zoogenaamde Mainstreet strekt zich door de geheele stad uit, van de +Zeepoort af tot aan de Alamedapoort. + +Van dit laatste punt af verlengt zij zich naar de zuidelijke punt van +Europa en voert langs veelkleurige villa's en groenende squares, onder +het lommer van hoog plantsoen en te midden van prachtige bloemperken, +die afgewisseld worden met kanonbatterijen van ieder stelsel en met +kogelstapels van ieder kaliber, langs boschjes van sierplanten, die +in iedere luchtstreek tehuis behooren, en dat zoo over eene lengte +van vier duizend drie honderd meters. Dat is ongeveer de maat van +de rots van Gibraltar, die den vorm van een hoofdeloozen drommedaris +vrij wel nabij komt, welke gehurkt zou liggen op de zandvlakte van San +Roqua en wiens staart zich met een weinig verbeeldingskracht tot in +de Middellandsche zee zoude uitstrekken. Waarlijk, een merkwaardige +verschijning, van uit zee gezien. + +Die kolossale rotsklomp verheft zich op vier honderd vijf en twintig +meters loodrecht boven de oppervlakte van den Oceaan en bedreigt met +zijne kanonnen, met zijne "oude besjestanden" zooals de Spanjaarden ze +noemen, het vasteland van weerszijden, zoowel Afrika als Europa. Van +die kanonnen bevinden zich daar ruim achthonderd stuks, wier mondingen +door de schietgaten in de borstweringen en schildmuren der bomvrije +kasematten ingesneden, te ontwaren zijn, en het alles een uiterst +somber aanzien verleenen. + +Twintig duizend ingezetenen en zes duizend militairen der bezetting +wonen als het ware op de eerste verdieping van die rots, waarvan de +voet door de zee bespoeld wordt, zonder de vierhandige bewoners te +rekenen, die beruchte "monos", een soort van staartelooze apen, Simia +Ecaudato genaamd, die als de nakomelingen van de oudste familiën van +de streek, maar in waarheid als de ware grondbezitters te beschouwen +zijn van de hellingen en hoogten van het oude Calpé. Dit zijn de +eenige apen, die op Europeesch grondgebied aangetroffen worden, +de menschelijke apen natuurlijk uitgezonderd. + +Die apen zijn de sierlijkste exemplaren van het geheele geslacht der +vierhandigen. Zij zijn over den rug en aan de zijden kastanjebruin met +uiterst fijne leikleurige stipjes aan de armen en het onderlijf, maar +met sneeuwwitte stipjes aan de beide zijden van den staartwortel. Het +hoofd dier dieren schittert met eene geelachtig groene kleur met +zwarte stippen, het aangezicht is purperblauw en de baard geel met +een zwarte streep tusschen het oog en het oor. Deze apen worden +dikwijls naar andere landen overgebracht, hoewel men hun vaderland +niet met juistheid weet aan te geven en men aangenomen heeft, dat +zij op de rotsen van Gibraltar in den natuurstaat voorkomen. Zooveel +is zeker, dat hun vaderland binnen den noorder keerkring en in het +westelijk gedeelte van Afrika gelegen is, vanwaar zij, daar de apen +over het algemeen goede zwemmers zijn, naar Europa overgestoken +kunnen zijn. Deze apensoort weet zich zeer goed aan de gematigde +luchtgesteldheid te gewennen; zij kunnen in gevangen staat lang leven +en worden zeer mak. Zij verloochenen evenwel nimmer hunnen grappigen +aard en verwerven daardoor veler gunst. + +Van den top van de rots van Gibraltar beheerscht de bezoeker de +geheele zeeëngte, kan hij het Marokkaansche strand gade slaan en +heeft aan de eene zijde een vergezicht over de Middellandsche zee en +aan den anderen kant op den vollen Atlantischen Oceaan, die, wanneer +het weder helder is, een prachtigen aanblik oplevert. + +De Engelschen bespieden van die hoogte met hunne uitstekende teleskopen +en verrekijkers, een omtrek van ruim twee honderd kilometers, en +laten niet na, nauwgezet gade te slaan, wat in dien kring voorvalt, +ten einde steeds op hunne hoede te zijn. + +Gibraltar, eigenlijk een voorgebergte, is sedert 1704 eene aan +Engeland toebehoorende rotsvesting met een stad. Deze ligt in de +Spaansche provincie Cadix, in Andalusië, op drie geografische mijlen +ten noordoosten van kaap Tarifa, de zuidelijkste punt van Europa. De +rots met hare vestingwerken, is door eene strook neutralen grond, eene +lage door lagunen of haften doorsneden landtong, met het vasteland +verbonden en schijnt derhalve in zee te liggen. Die rots is tien +duizend meter lang, vijftien honderd meter breed en vier honderd +meter hoog, bestaat uit fijnkorrelige Jurakalk, welke op Silurisch +gesteente rust, en bevat onderscheidene grotten en druipsteenholen, +onder anderen de Cueva de Miquel. De bergkam heeft eene dakvormige +gedaante en telt drie kruinen. Op de middelste van deze bevindt +zich het Signaalhuis (Signalhouse) en een uitmuntend hôtel. Aan den +zeekant gaat de rots over in een terras, dat allengs lager wordt, maar +eindelijk steil, ja schier loodrecht in zee afdaalt. Op zijn sterk +bevestigden zuidelijken rand, op de Punta d'Europa, verheft zich een +vuurtoren op 36° 6' 42'' Noorderbreedte. De westelijke helling, hoewel +ook rotsachtig en steil, heeft gelegenheid gegeven tot stichting der +stad Gibraltar. Daarentegen vormen de oostelijke en noordelijke zijden +nagenoeg loodrechte muren. Aan de andere zijde van den aarden wal, +op de reeds vermelde landtong opgeworpen, verheft zich op eene rots +de Spaansche stad Santa Roqua. + +Natuur en kunst hebben Gibraltar tot eene onoverwinnelijke vesting +gemaakt en deze is in handen der Engelschen de sleutel tot de +Middellandsche zee. Behalve aan de loodrechte oostzijde is zij overal +bevestigd door batterijen, forten, redouten, wallen, gecreneleerde +muren en ver uitspringende bastions. Zooals reeds verhaald is, bedraagt +de bewapening der vesting ruim acht honderd vuurmonden, welker aantal +gemakkelijk tot twee duizend kan vermeerderd worden. Deze metalen +vuurmonden staan steeds gereed, om alle nadering van den vijand te +verhinderen. De vestingwerken zijn voor het grootste gedeelte in +de rots uitgehouwen. Merkwaardig zijn vooral de hooggewelfde breede +rotsgaanderijen, gedurende de laatste belegering der Spanjaarden van +1779-1781, ter hoogte van twee honderd en drie honderd meters en twee +honderd en zestig meters diepte in het gesteente aangebracht--twee +boven elkander gelegen gangen, die met honderden zware stukken geschut +bewapend zijn. + +Er is eene veilige en voldoende bomvrije wijkplaats voor het gewone +garnizoen, hetwelk, zooals reeds medegedeeld werd, uit drie duizend +man bestaat. Acht ontzettend groote bomvrije waterbakken en een +kolossaal diepe put leveren genoegzame waarborgen tegen mogelijk +watergebrek. Nergens in Europa is het klimaat zoo warm; maar het is er +toch zeer gezond. Alle zuidelijke gewassen willen er gaarne tieren. De +berg is trouwens geen kale rots; runderen, schapen en geiten vinden +er een weelderigen plantengroei. + +Terrasvormig verheft zich de stad Gibraltar, aan de westzijde der +indrukwekkende rots. Bij bovenbedoelde belegering door de Spanjaarden, +werd zij in de asch gelegd, doch later weer opgebouwd. Het hoogste +gedeelte der stad ligt veel, zeer veel hooger dan het laagste; de +straten zijn er zeer eng en de huizen geheel in Engelschen trant +gebouwd, doch meestal donkerkleurig geverfd, zoodat ze van de +donkergrijze kleur der rots nauwelijks te onderscheiden zijn. + +Slechts hier en daar zijn er woningen door tuinen omgeven. Voor +de stad vindt men een prachtig park, Alameda-garden genaamd, met +sierlijke gewassen beplant. Van hier loopt langs de helling van den +berg tusschen vestingwerken, forten, kazernes, magazijnen, villa's +en tuinen, een weg naar Punta d'Europa. + +Merkwaardige openbare gebouwen zoekt men er te vergeefs. Het +gouvernements-gebouw, door een fraaien tuin omgeven, was voorheen +een Franciskaner klooster, en van de vroeger zoo prachtige kerk is +een gedeelte in een balzaal en het andere in een Engelsch bedehuis +herschapen. Van de voormalige Roomsch-Katholieke kerken, die meest +in magazijnen werden veranderd, is alleen de Maria-kerk overgebleven. + +Voorts bevinden zich te Gibraltar drie synagogen, eene moskee; +uitmuntende scholen, goede hôtels en koffiehuizen en fraaie winkels; +maar geen schouwburg. Op eene hoogte, aan de noordzijde der stad; +heeft men de artillerie-kazerne en de militaire gevangenis in het oude +Moorsche kasteel, hetwelk uit de VIIIe eeuw dagteekent. Het Britsche +grondgebied heeft eene oppervlakte van slechts O.69 vierk. geografische +mijlen. Hoewel alle levensmiddelen te Gibraltar aangevoerd moeten +worden, heerscht er steeds overvloed, en de vele schepen, die er ten +anker komen,--jaarlijks ongeveer tienduizend,--geven aanleiding tot +een levendig handelsverkeer. Ook wordt er een aanmerkelijke sluikhandel +gedreven met Spanje. + +Karel V liet de oude Moorsche vestingwerken door den beroemden +ingenieur Spreekel uit Straatsburg, naar de beginselen der nieuwere +Europeesche vestingbouwkunde veranderen. Gedurende den Spaanschen +Successie-oorlog werd de vesting door de Engelschen aan de Spanjaarden +ontrukt. Eene Engelsche vloot onder Admiraal Rook verscheen den +21sten Juli 1704 in de wateren van Gibraltar en zette een klein maar +dapper korps Britsche en Nederlandsche krijgslieden aan den wal, +die reeds den 4en Augustus onder aanvoering van den Keizerlijken +luitenant-veldmaarschalk Prins George van Hessen Darmstadt de vesting +bij overrompeling innamen. Philippus V liet toen de stad den 12en +daaropvolgende met tienduizend man van de landzijde aantasten en de +vesting aan de zeezijde door vier en twintig schepen onder admiraal +Poyer insluiten, doch zijne pogingen werden zoowel door de batterijen +der rotsvesting, als door den bijstand der Nederlandsch-Engelsche vloot +verijdeld. Eene herhaling dier pogingen in 1705 had geen ander gevolg, +dan dat de admiraal Pontis in de haven van Gibraltar de nederlaag +leed. In 1714 bij den vrede van Utrecht werd Engeland uitsluitend in +het bezit van Gibraltar bevestigd en na dien tijd heeft dat Rijk alle +hulpmiddelen aangewend om Gibraltar, het bolwerk van zijnen handel in +de Middellandsche zee, onoverwinnelijk te maken. Dit was tevens oorzaak +van den klimmenden naijver van Spanje, dat den 7en Maart 1727 het beleg +voor Gibraltar sloeg, hetwelk echter, na de komst van den Britschen +admiraal Wager met elf oorlogschepen, opgebroken moest worden. + +Te vergeefs bood Spanje twee millioen pond sterling voor de vesting; +het moest volgens het verdrag van Sevilla, in 1729 gesloten, van alle +aanspraken op Gibraltar afzien. + +In 1779 werd Gibraltar opnieuw te water en te land door de Spanjaarden +ingesloten; maar de Britsche admiraal Rodney wist middelen te vinden, +om de bedreigde vesting van versterking en munitie te voorzien. De +bezetting deed op den 27sten November 1781 een gelukkigen uitval naar +de landzijde onder de generaals Elliot en Ross, waarbij zij door haar +vuur al de belegeringswerken, die door de Spanjaarden waren aangelegd, +vernielden. Het plan der Spanjaarden, om door middel van drijvende +batterijen de vesting van de zeezijde te veroveren, leed schipbreuk +op de uitstekende maatregelen van Lord Elliot. + +De vrede van 1783 liet eindelijk Gibraltar in het bezit der Engelschen, +nadat de belegering van 1779 tot 1782 aan de oorlogvoerende Mogendheden +meer dan honderd tachtig millioen gulden gekost had. + +Na die uitwijding over de voornaamste vesting, die in Europa +aangetroffen wordt, hervatten wij ons verhaal. + +Wanneer de _Ferrato_, door een gelukkig gesternte geleid, twee dagen +vroeger op de reede van Gibraltar ware aangekomen, wanneer dokter +Antekirrt en Piet Bathory alsdan tusschen zonsopgang en ondergang op +de smalle kade ontscheept, de Zeepoort ingestapt en de Mainstreet tot +buiten de Alamedapoort gevolgd waren, om zich naar de fraaie tuinen +te begeven, die zich tot nagenoeg ter halverhoogte van den rotsheuvel +aan de linkerzijde verheffen, dan zouden wellicht de gebeurtenissen, +die wij te vertellen hebben, een sneller en ongetwijfeld een geheel +ander verloop hebben gehad. + +Inderdaad zaten in den achtermiddag van den 19en September op een +dier hooge houten banken, die gewoonlijk in de Engelsche Squares te +vinden zijn, onder beschutting van het hooge geboomte en met den rug +naar de kanonbatterijen gekeerd, die met hun vuur de geheele reede +kunnen bestrijken, twee personen met elkander te praten, waarbij zij +er evenwel nauwkeurig voor zorgden, dat zij niet door de wandelaars +konden worden beluisterd. + +Die twee personen waren onze oude kennissen, Sarcany en de +Marokkaansche vrouw Namir. + +De lezer zal, hopen wij, de bijzonderheid wel niet vergeten hebben, +dat de Tripolitaan Sarcany zich op het eiland Sicilië bij Namir moest +vervoegen, terzelfder tijd dat de medegedeelde rooftocht naar de +Case Inglese ondernomen zoude worden, waarbij Zirone evenwel zoo'n +vreeselijken dood vond. + +Sarcany, die bijtijds van dien noodlottigen afloop onderricht werd, +veranderde toen dadelijk zijne plannen, waaruit noodzakelijk volgde, +dat dokter Antekirrt hem natuurlijk gedurende acht volle dagen, +die hij ter reede van Catania doorbracht, te vergeefs wachtte. + +De Marokkaansche had van haren kant, luidens de bevelen, die zij +ontvangen had, dadelijk Sicilië verlaten, om naar Tetuan op de +Marokkaansche kust terug te keeren, alwaar zij destijds woonde. + +Van Tetuan vertrok zij naar Gibraltar, alwaar Sarcany haar verzocht +had te komen. + +Hij was den vorigen dag reeds aangekomen en rekende er op den volgenden +dag te kunnen vertrekken. + +Namir, de halfwilde gezellin van Sarcany, was hem met ziel en lichaam +toegedaan. Zij was het, die hem in de douars van het Tripolitaansche +rijk, als ware zij zijne moeder opgevoed had. Zij had hem nimmer +verlaten, zelfs gedurende dat tijdperk, toen hij makelaar in het +Regentschap was, waar hij geheimzinnige aanrakingen had met de +vreeselijke sektegenooten van het Senousisme, die met hunne plannen +het eiland Antekirrta bedreigden, zooals hiervoren reeds met enkele +woorden verhaald werd. + +Namir kende alle zijne gedachten, zoowel als al zijne daden, zelfs de +meest laakbare. Ja, in het ontwerpen en in de uitvoering had zij bijna +altijd haar deel. Zij was door eene soort van moederlijke liefde aan +Sarcany verbonden, en was wellicht meer aan hem gehecht dan Zirone, +zijn makker in lief en leed, het ooit was. Op een teeken, op een +gebaar van hem, zou zij ongetwijfeld eene misdaad begaan hebben, +zou zij den dood zonder aarzeling tegemoet gesneld zijn. + +Sarcany kon dus een onbeperkt vertrouwen in Namir stellen, en dat +hij haar naar Gibraltar had doen komen, was om haar te spreken over +Carpena, van wien hij thans alles te vreezen had. + +Dat onderhoud was evenwel het eerste, dat zij sedert de aankomst van +Sarcany te Gibraltar te zamen hadden. Het zou ook het eenige zijn en +het werd in de Arabische taal gevoerd. + +Sarcany begon het gesprek met eene vraag en ontving daarop een +antwoord, dat beiden ongetwijfeld als het meest belangwekkende +beschouwden, daar hunne toekomst er van afhing. + +"Sava?..." vroeg Sarcany met uiterst levendige stem en gebaar. "Waar +is Sava?" + +"Die bevindt zich te Tetuan in zekerheid," antwoordde het oude wijf, +met een grijnslach. + +"Dus ik kan daaromtrent gerust zijn? Gij staat mij voor het meisje +in?" vroeg de Tripolitaan. + +"Volkomen. Wees daaromtrent geheel gerust," was het antwoord van de +oude feeks. + +"Maar gedurende uwe afwezigheid! Dan zou van de gelegenheid gebruik +kunnen gemaakt worden...." + +"Geen nood! Ik heb mijn maatregelen te goed getroffen, om dienaangaande +iets te vreezen te hebben." + +"Verklaar u nader, Namir. Gij weet welke belangen met dat meisje op +het spel staan." + +"Gedurende mijne afwezigheid staat het huis onder opzicht eener oude +jodin, die het jonge meisje geen oogenblik zal verlaten. Op die vrouw +kan ik volkomen vertrouwen." + +"Is dat zeker?" + +"Alsof Sava in eene gevangenis zat, waarin niemand kan binnendringen +dan gij. Daarenboven..." + +"Ga voort... Ga dan toch voort... Ik brand van ongeduld. Dat ziet gij." + +"Daarenboven, Sava weet niet, dat zij te Tetuan is, zij weet niet wie +ik ben en zij weet nog minder, dat zij zich in uwe macht bevindt. Wees +dus volkomen gerust." + +"Spreekt gij haar nog steeds over dat huwelijk?... Gij weet, dat dit +van belang is." + +"Voorzeker, Sarcany," antwoordde Namir. "Ik laat haar niet van het +denkbeeld vervreemden, dat zij uwe vrouw moet worden. En dat zal +zij! Dat heb ik gezworen!" + +"Ja, het moet, Namir, het moet! En te meer, daar van het vermogen +van Toronthal nog maar weinig meer overblijft... Waarlijk, die arme +Silas heeft weinig geluk bij het spel." + +"Gij zult hem niet noodig hebben, Sarcany, om rijker te worden, +dan gij ooit geweest zijt!" + +"Dat weet ik, Namir, dat weet ik. Maar het laatste tijdstip, waarop +mijn huwelijk met Sava voltrokken moet wezen, nadert! En gij weet, +dan heb ik hare vrijwillige toestemming noodig, en wanneer zij mocht +weigeren... Dat ware dan al zeer noodlottig. Want dan ontgaat dat +vermogen mij." + +"Ik zal haar wel noodzaken toe te geven," antwoordde Namir +gemelijk. "Ja, ik zal haar die toestemming ontweldigen!... Laat dat +maar aan mij over, Sarcany!" + +Het was moeielijk zich een meer vastberaden en woester gelaat voor +te stellen, dan dat, hetwelk de Marokkaansche vertoonde, toen zij +zoo sprak. + +"Goed, Namir, zeer goed!" antwoordde Sarcany, geheel en al +gerustgesteld. + +"O, gij kunt op mij rekenen! Daarvan zijt gij te goed verzekerd, +niet waar, Sarcany?" + +"Ga voort met goed op te passen. Weldra zal ik mij bij u vervoegen," +antwoordde deze. + +"Komt het met uwe plannen nog niet overeen, om Tetuan weldra te +verlaten?" vroeg de Marokkaansche. + +"Neen, zoolang ik er niet toe genoodzaakt zal zijn," antwoordde +Sarcany met een glimlach. + +"Gij hebt gelijk," zei de Marokkaansche, op diepzinnigen en peinzenden +toon. + +"Niet waar? Niemand kent noch kan daar Sava Toronthal +kennen. Intusschen, wanneer de loop der gebeurtenissen mij noopte, +om haar te doen vertrekken, zal ik u bijtijds waarschuwen. Dat is +goed afgesproken, niet waar?" + +"Zoo is het goed, Sarcany," hernam Namir. "Maar zeg mij nu, waarom +gij mij naar Gibraltar hebt laten komen?" + +"Omdat ik u over zekere zaken te spreken heb, die het beter is te +zeggen dan te schrijven." + +"Spreek, Sarcany. En wanneer gij mij een bevel te geven hebt, spreek +het gerust uit. Wat het ook zij, ik neem op mij, om het uit te voeren, +al ware het ook een moord!" + +"Zoo erg is het niet; maar ziehier, Namir, de zaak. Luister +goed," antwoordde Sarcany: "Mevrouw Bathory is verdwenen en haar +zoon is dood! Van die familie heb ik dus volstrekt niets meer te +vreezen. Mevrouw Toronthal is dood en Sava is in mijne macht. Van +dien kant beschouwd, kan ik dus gerust zijn. Van de andere personen, +die mijne geheimen kennen of daarin betrokken zijn, is de eene Silas +Toronthal, mijn medeplichtige, geheel en al in mijne macht. De +andere, Zirone, is ellendig omgekomen bij zijn laatsten tocht op +Sicilië. Zoodat van die allen, die ik zooeven genoemd heb, niemand +kan praten en ook niemand zal praten!" + +"Welnu, mij dunkt, dat is geruststellend," zei Namir met haren +leelijken grijnslach. + +"Ja, maar ..." hernam Sarcany nog meer fluisterend en met aarzelende +stem. "Ja maar...." + +"Wat is er nog? Wien of wat hebt gij nog meer te vreezen?" vroeg Namir, +terwijl zij hem met onderzoekenden blik aankeek. + +"Ik vrees alleen nog maar de tusschenkomst van twee personen, waarvan +de eene een gedeelte van mijn verleden weet, en de andere zich in +mijne tegenwoordige plannen meer mengt dan mij inderdaad lief is." + +"Wie zijn dat?" vroeg Namir heftig en woest, terwijl zij opsprong. + +"De eene is Carpena," antwoordde Sarcany. "Gij weet wel, de Spanjaard +Carpena!" + +"Zoo!" gromde de Marokkaansche met sombere stem. "En wie is de andere?" + +"De andere... dat is die dokter Antekirrt, wiens verhouding tot de +familie Bathory mij vroeger te Ragusa al zeer verdacht voorkwam, +en mij nu ernstige ongerustheid inboezemt!" + +De oogen van het oude wijf flikkerden gedurende een ondeelbaar +oogenblik. + +"Ik heb bovendien van Benito, den kastelein van Santa Grotta +vernomen, dat die laatstgenoemde, die millioenen rijk is, Zirone door +tusschenkomst van een zekeren Pescados een loozen strik gespannen +heeft. Indien dat waar is, dan heeft hij dat gedaan om zich van +zijn persoon, daar ik niet in de nabijheid was, meester te maken, +natuurlijk met het doel om hem zijne geheimen te ontwringen!" + +"Mij dunkt, dat dit duidelijk genoeg is," antwoordde Namir. "Meer +dan ooit moet gij u voor dien dokter Antekirrt in acht nemen... Ik +heb u vroeger reeds voor dien persoon gewaarschuwd." + +"Dat is goed en wel; maar in de eerste plaats dien ik intusschen +steeds te weten, wat hij uitvoert..." + +"Dat is waar. En dat zal lang zoo gemakkelijk niet gaan, als gij wel +zoudt meenen." + +"Maar vooral waar hij zich bevindt. Dat moet en dat zal ik weten," +sprak de Tripolitaan. + +"Dat is zeer moeielijk, nog moeielijker dan het andere, Sarcany," +antwoordde Namir. + +"Waarom dat?" + +"Ik heb te Ragusa hooren vertellen, dat hij zich den eenen dag in +dit gedeelte der Middellandsche zee bevindt en den volgenden weer +aan het andere uiteinde!" + +"Ja, die man schijnt de gave der alomtegenwoordigheid te +bezitten!" riep Sarcany met een zucht uit. "Maar het zal niet gezegd +worden, dat ik hem zal veroorloven, mij spaken in het wiel te steken, +zonder dat ik een woordje meegepraat zal hebben. Dat die dokter zich +ernstig in acht neme!" + +"Voorzichtig, Sarcany!" vermaande de oude. "Voorzichtig toch! Als +gij met vuur omgaat..." + +"En al moest ik hem tot op zijn eiland Antekirrta gaan opzoeken," +ging Sarcany hartstochtelijk voort, "ik zal hem..." + +"Als dat huwelijk voltrokken is," suste hem Namir, "dan zult gij +van hem en van niemand meer iets te vreezen hebben. Niet waar, +Sarcany? Van niemand meer?" + +"Ongetwijfeld, Namir; ... maar intusschen ... is dat huwelijk nog +niet voltrokken." + +"Middelerwijl moeten wij oppassen, moeten wij zorgvuldig +uitkijken! Daarenboven, wij zullen steeds een voordeel boven hem +hebben! Gij verstaat mij, hoop ik?" + +"Welk, Namir? Neen, ik begrijp u niet geheel en al. Welk voordeel?" + +"Wij zullen kunnen vernemen, waar hij is, zonder dat hij weten kan, +waar wij ons bevinden." + +"Dat is waar." + +"Laten wij nu over Carpena spreken, Sarcany. Wat hebt gij van dien +man te vreezen?" + +"Carpena kent mijne verhouding tot Zirone. Hij weet, dat wij trouwe +makkers en vrienden waren." + +"Zoo!" + +"Sedert verscheidene jaren maakte hij deel uit van enkele +rooversexpedities, waarin ik de hand had. Hij kan praten en dan +... dan zou ik verloren zijn." + +"Accoord, maar Carpena bevindt zich thans in het Presidio van Ceuta, +veroordeeld tot levenslange galeistraf, wegens gepleegden moord, +niet waar?" + +"Ja, Namir, en het is juist dat, hetgeen mij verontrust. Dat wil ik +u niet verbergen." + +"Spreek, Sarcany. Spreek op, en ontvouw mij uwe geheimste +gedachten. Zeer waarschijnlijk kan ik helpen." + +"Carpena kan, om zijn toestand te verbeteren, om eene verzachting +van straf te erlangen, aan het verraden gaan." + +"Och, kom!... Zou hij daartoe in staat zijn? Dat geloof ik nog zoo +gauw niet." + +"Zoowel als wij weten, dat hij naar Ceuta gedeporteerd is, weten dat +anderen ook." + +"Dat is zoo. Ik moet erkennen, dat dit voor wederlegging niet +vatbaar is." + +"Anderen kennen hem persoonlijk. Bijvoorbeeld die Pescados, die hem +te Malta zoo beet gehad heeft. Nu zal dokter Antekirrt door dien man +wel middel weten te vinden, om tot hem te genaken." + +"Dat is niet onmogelijk," zei Namir peinzende. "En in dat geval is +inderdaad het gevaar groot." + +"Die man kan zijne geheimen door kracht van goud willen koopen. Daartoe +bezit hij de middelen." + +"Wat zou Carpena in het bagno van Ceuta met goud kunnen uitvoeren? Men +zou hem dat daar toch maar afnemen." + +"Hij kan hem willen doen ontsnappen, Namir. En dan kan Carpena altijd +goud gebruiken." + +"Ja, zoo beschouwd... Maar dat zou geld kosten. Veel, zeer veel +geld!" zei de Marokkaansche. + +"Daarvoor zal de dokter wel niet terugdeinzen. En inderdaad, het +verwondert mij, dat hij het nog niet gedaan heeft!" + +Sarcany, die trouwens schrander genoeg was, gaf hier blijken van zeer +scherpziende te zijn; want hij raadde inderdaad, welke de plannen +des dokters ten opzichte van den Spanjaard waren. Hij begreep als +bij instinct, alles wat hij van hem te vreezen had. + +Namir moest toegeven, dat Carpena, bij den thans bestaanden toestand, +zeer gevaarlijk kon worden. + +"Waarom," riep Sarcany uit, "is hij niet in stede van Zirone daar ginds +verdwenen! Hij ware beter in den krater van den Etna terecht gekomen!" + +"Wat niet in Sicilië gebeurd is," antwoordde Namir kalm en op ijskouden +toon, "kan nog te Ceuta geschieden, hoewel ik bekennen moet, dat hier +geen krater ter beschikking staat." + +Met dat woord was het vraagstuk zuiver gesteld. Die twee begrepen +elkander. + +Namir verklaarde toen, dat haar niets gemakkelijker zoude vallen, +dan van Tetuan naar Ceuta te gaan, zoo dikwijls als zij zulks noodig +zou kunnen oordeelen. Hoogstens een twintigtal mijlen zijn die twee +steden van elkander gescheiden. Tetuan bevindt zich iets voorbij de +strafkolonie, ten zuiden van de Marokkaansche kust gelegen. Daar nu +de veroordeelden aan de wegen of in de stad te werk zijn gesteld, zou +het zeer gemakkelijk zijn met Carpena, die haar kende, in aanraking +te komen, en hem dan te doen gelooven, dat Sarcany zich onledig +hield met een plan, om hem te doen ontsnappen. Zij zou hem dan eenig +geld kunnen geven, ook eenige levensmiddelen, als toevoegsel aan het +schrale maal der gevangenen. Wanneer het nu gebeurde, dat een stuk +brood of wel eene vrucht vergiftigd was, wie zou zich dan om den dood +van Carpena bekommeren? Wie zou er de oorzaken van opsporen? Niemand, +niet waar? Een galeiboef is geen mensch meer. Wie bekommert zich over +zijne verdwijning? + +Een schoft minder in het Presidio, dat zou geen voorval zijn, om den +gouverneur van Ceuta bovenmate te verontrusten! Dan zou Sarcany niets +meer van den Spanjaard te vreezen hebben, ook niet van de pogingen +van dokter Antekirrt, die er belang bij had, om Carpena's geheimen +te doorgronden. Een moord! Eenvoudiger kon het niet. + +Alles wel beschouwd, was het gevolg van dat onderhoud dit: terwijl van +de eene zijde alles klaar gemaakt werd voor de ontsnapping van Carpena, +werd van de andere zijde alles beproefd om die ontvluchting onmogelijk +te maken, door hem naar die strafkolonie der andere wereld te zenden, +vanwaar niemand ontvluchten kan. + +Toen alles behoorlijk overeengekomen was, wandelden Sarcany en +Namir weer naar de stad terug en namen daar een hartelijk afscheid +van elkander. + +Dienzelfden avond verliet Sarcany Spanje, om Silas Toronthal te gaan +opzoeken; terwijl Namir den volgenden ochtend, na de baai van Gibraltar +overgestoken te zijn, zich te Algesiras inscheepte aan boord van de +pakketboot, die geregeld den dienst tusschen Europa en Afrika verricht. + +Juist toen die pakketboot de haven verliet, kruiste zij een +pleizierjacht, dat spelevarende, de baai van Gibraltar rondstoomde, +alvorens in de Engelsche wateren het anker te laten vallen. + +Dat was de _Ferrato_. Namir, die het vaartuig gezien had, toen het +Catania aandeed, herkende het dadelijk. + +"Dokter Antekirrt hier!" prevelde zij binnensmonds. "Sarcany heeft +gelijk! Er is gevaar; en dat gevaar is wellicht reeds meer nabij dan +iemand onzer zelfs vermoedt." + +Weinige uren later ontscheepte de Marokkaansche vrouw te +Ceuta. Alvorens evenwel naar Tetuan terug te keeren, nam zij hare +maatregelen, om in aanraking met den Spanjaard te komen. + +Haar plan was eenvoudig, zoo eenvoudig zelfs, dat het slagen moest, +als haar ten minste de tijd gegund werd, om het ten uitvoer te +brengen. En dat zou slechts van de gelegenheid afhangen. + +Eene verwikkeling verrees evenwel, waarop Namir onmogelijk verdacht +kon geweest zijn. Carpena had zich namelijk, ten gevolge van de +tusschenkomst van dokter Antekirrt tijdens zijn eerste bezoek, ziek +gemeld; en hoewel hij dat niet was, was hij er in geslaagd, voor eenige +dagen in het hospitaal van de strafkolonie opgenomen te worden. Namir +bleef dus niets over, dan rondom het hospitaal te drentelen, zonder dat +het haar evenwel gelukte tot hem door te dringen. Wat haar evenwel +geruststelde, was, dat al kon zij Carpena niet te zien krijgen, +dat dit dokter Antekirrt, of zijne agenten evenmin gelukken zou. + +"Dus," dacht zij, "er bestaat geen onmiddellijk gevaar. Waarlijk, +een geluk bij een ongeluk!" + +En inderdaad, geene ontsnapping scheen te vreezen, zoolang de +veroordeelde zijn arbeid op de wegen der kolonie niet hervat had. + +Toch vergiste zich Namir bij die vooronderstelling. De opname van +Carpena in het hospitaal van de strafkolonie zou integendeel de +plannen des dokters begunstigen en het welslagen daarvan waarschijnlijk +verzekeren. + +De _Ferrato_ kwam in den avond van den 22sten September in het +binnenste gedeelte der baai van Gibraltar ten anker. Die baai +werd dikwijls door de westen- en zuidwestenwinden geteisterd, +zoodat oppassen de boodschap was. Maar het stoomjacht zou er niet +lang vertoeven, hoogstens gedurende den dag van den 23sten, dat +wil zeggen: den geheelen Zaterdag. Dokter Antekirrt en Piet Bathory +begaven zich dan ook, na aan wal gegaan te zijn, naar het Post Office +in de Mainstreet, waar zij post-restant brieven hoopten te vinden. + +Die hoop werd verwezenlijkt. Een door een der agenten op Sicilië aan +den dokter gerichte brief meldde hem, dat Sarcany, sedert het vertrek +der _Ferrato_, noch te Catania, noch te Syracuse, noch te Messina, +zich had laten zien. In één woord, dat hij spoorloos verdwenen was. + +Een andere brief, die door Pescadospunt aan Piet Bathory geadresseerd +was, berichtte, dat hij veel beter ging en dat geen spoor zijner +wond weldra zou overblijven. Dokter Antekirrt kon hem, zoodra hij +verkoos, zijn dienst doen hervatten. Natuurlijk ook Kaap Matifou, +die aan beiden de eerbiedige groeten van een rustend Hercules aanbood. + +De derde brief eindelijk was aan Luigi Ferrato gericht en kwam van +Maria. Deze was, en dat valt wel te begrijpen, meer een brief van +eene moeder dan wel van eene zuster. + +Wanneer dokter Antekirrt en Piet Bathory zes en dertig uren vroeger +in de openbare tuinen van Gibraltar rondgewandeld hadden, zouden zij +voorzeker Sarcany en Namir ontmoet hebben. + +Die dag werd gebezigd, om de kolenruimen van de _Ferrato_ te vullen met +behulp der gabara's, eene soort van lichters, die de steenkolen gingen +halen bij de kolenschepen, die vlottende magazijnen, welke op de reede +ten anker lagen. Men vulde ook den zoetwatervoorraad aan, benoodigd +zoowel voor de stoomketels, als voor de waterkisten en watervaten +van het stoomjacht. In het voornaamste werd dus dadelijk voorzien. + +Alles was dus aangevuld en in orde, toen de dokter en Piet, die +in een hôtel op de Commercial Square gedineerd hadden, aan boord +terugkwamen, op het oogenblik dat het "first gun fire", het eerste +kanonschot, de sluiting verkondigde der poorten van die stad, waarin +de krijgstucht even streng en voorbeeldeloos gehandhaafd werd, als +in eene strafkolonie van Norfolk of van Cajenne, of in eene Duitsche +vesting als Mainz of Coblenz. + +Toch lichtte de _Ferrato_ niet dienzelfden avond het anker. Daar het +vaartuig slechts kleine twee uren noodig had, om de zeeëngte over te +steken, ging het eerst den volgenden ochtend tegen acht uren onder +stoom. Toen stoomde het met volle kracht in de richting van Ceuta, +na onder het vuur der Engelsche batterijen voortgestevend te zijn, +die hunne excercitie-vuren wel wilden staken, om het bevallige +pleiziervaartuig niet in den vollen romp te treffen en in den grond +te boren. + +Om half tien kwam het aan den voet van den berg Hacho aan; maar daar +de bries uit het noordwesten blies, zouden de ankers op dezelfde +plaats waar het stoomjacht drie dragen te voren ter reede gelegen had, +niet gehouden hebben. De kapitein ging dus aan de andere zijde der +stad ankeren in eene kleine kreek, welke door hare ligging tegen de +zeewinden gedekt was. Daar liet de _Ferrato_ op twee kabellengten +afstand van den oever het anker vallen. Het vaartuig zwenkte voor +de aanrollende zee om, met den boeg in den wind, en bleef toen +onbewegelijk liggen. + +Dokter Antekirrt ontscheepte twee uren later op een kleinen pier, +die in zee uitgebouwd was. + +Namir, die hem bespiedde, had geen enkele der wendingen en bewegingen +van het stoomjacht uit het oog verloren. De dokter herkende haar +natuurlijk niet; hij had haar ter nauwernood bij het vallen van den +avond op den bazaar van Cattaro ontmoet, en haar toen waarschijnlijk +niet eens opgemerkt. Zij daarentegen, had hem dikwijls te Gravosa en +te Ragusa ontmoet. Zij herkende hem dan ook dadelijk, en besloot, +gedurende al den tijd dat het stoomjacht te Ceuta zou doorbrengen, +uiterst voorzichtig en zeer nauwgezet op hare hoede te zijn. + +Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur van de kolonie, +vergezeld van een zijner adjudanten, hem op de kade af te wachten. Dat +was inderdaad een eerbetoon, hetwelk niet iedereen gegund werd. + +"Goeden dag, waarde gast! en welkom hier!" riep kolonel Guyara +uit. "Gij zijt een man van uw woord. En, nu gij mij voor den geheelen +dag toebehoort..., zult gij mij niet ontsnappen." + +"Heer gouverneur, ik zal u eerst dan toebehooren, wanneer gij mijn +gast zult geweest zijn. Vergeet niet..." + +"Wat, dokter Antekirrt? Als ik u vriendelijk bidden mag...!" vroeg +kolonel Guyara. + +"Ik moet u herinneren, dat het ontbijt aan boord van de _Ferrato_ +gereed staat." + +"Dat's waar ook! Welnu, wanneer het ontbijt gereed staat, zou het +niet beleefd zijn, mij te laten wachten!" + +De sloep bracht den dokter met zijne genoodigden naar boord terug. De +tafel was weelderig voorzien, en allen deden het maal, hetwelk in +het salon van het stoomjacht klaar stond, alle eer aan. + +Gedurende het ontbijt liep het gesprek voornamelijk over het bestuur +der kolonie, over de zeden en gebruiken harer bewoners, over de +betrekkingen, die bestonden tusschen de Spaansche bevolking en de +inboorlingen. Als bij toeval, kwam dokter Antekirrt er toe, om over +dien veroordeelde te spreken, dien hij twee of drie dagen te voren +op den weg naar het gouvernementshuis uit een magnetischen slaap +gewekt had. + +"Hij herinnert zich ongetwijfeld niets meer?" vroeg hij niet zonder +belangstelling. + +"Niets," antwoordde de gouverneur. "Ten minste, zooals mij is +gerapporteerd geworden." + +"Dat verwondert mij niet," opperde dokter Antekirrt zoo ernstig +mogelijk. + +"Maar," ging kolonel Guyara voort, "hij is niet meer ten arbeid +gesteld aan de verharding der wegen." + +"Niet? Waarom niet? Hebt gij daar bijzondere redenen voor, heer +gouverneur?" + +"Neen, dokter Antekirrt," antwoordde de kolonel. "Volstrekt niet." + +"Waar is hij dan?" vroeg dokter Antekirrt, met een schakeering van +ongerustheid in zijne stem, die Piet Bathory alleen vermocht waar +te nemen. + +"Hij is in het hospitaal," antwoordde de gouverneur. "Het schijnt dat +dit toeval zijne kostbare gezondheid geschokt heeft, en, niet waar, +die moet hersteld worden?" + +"Wat is het voor een landsman? Is het een Franschman, een Duitscher +of een Italiaan?" + +"Neen, het is een Spanjaard, die Carpena heet," antwoordde kolonel +Guyara. "Hij is voor levenslang hier." + +"Is het een erge booswicht? Wat heeft hij voor streken uitgevoerd, +die hem hier gebracht hebben?" + +"Het is een gewone moordenaar, die hoegenaamd geene belangstelling +verdient, dokter Antekirrt. Als die kerel overleed, zou het waarlijk +geen verlies voor het Presidio zijn!" + +Daarna ging het gesprek op iets anders over. Waarschijnlijk wenschte +de dokter niet te laten blijken, dat hij eenigermate belang stelde in +dien gedeporteerde, die na weinige dagen, als hersteld, het hospitaal +zou verlaten. + +Toen het ontbijt ten einde geloopen was, werd koffie op het dek +rondgediend, en werd die met smaak verorberd, terwijl de blauwe +rookwolkjes der Manilla-sigaren van de gasten onder de zonnetent van +het achterschip bevallig omhoog kronkelden. + +Nadat die uitspanning een poos geduurd had, bood dokter Antekirrt den +gouverneur aan, om zonder verwijl naar den wal te gaan. Hij stelde zich +thans geheel ter beschikking en was gereed het geënclaveerde Spaansche +grondgebied in Afrika in alle zijne bijzonderheden te bezichtigen. + +Dat aanbod werd natuurlijk dadelijk aangenomen, en de gouverneur zou +tot het diner tijd te over hebben, om zijn beroemden gast rond te +geleiden en hem alles te laten bezichtigen. + +Dokter Antekirrt en Piet Bathory werden dan ook met zorg rondgeleid +door het geheele Spaansche grondgebied, zoowel door de stad, als door +de omstreken. Geen enkele bijzonderheid werd overgeslagen, noch in de +strafkolonie, noch in de kazernes der bezetting, noch daarbuiten. Dien +dag--het was op een Zondag--waren de gedeporteerden niet aan hunnen +gewonen arbeid gezet, zoodat de dokter hen in dien nieuwen toestand +kon waarnemen. + +Wat Carpena betreft, dien zag hij slechts ter loops, terwijl hij door +het hospitaal kwam, en hij scheen zijne aandacht niet te trekken. + +De dokter dacht dienzelfden nacht van Ceuta te vertrekken, om naar +Antekirrta terug te keeren, evenwel niet zonder het grootste gedeelte +van dien avond aan den gouverneur gewijd te hebben. Tegen zes uren +ongeveer kwam hij dan ook in het Gouvernementshuis terug, waar hem een +keurig diner wachtte, dat tot tegenhanger moest dienen van het ontbijt, +des ochtends aan boord van het stoomjacht de _Ferrato_ genoten. + +Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de dokter gedurende +die wandeling _intra et extra muros_, binnen en buiten de stad, door +Namir gevolgd was. Hij kon niet bevroeden, dat hij het voorwerp was +van zulk eene hardnekkige bespieding. Maar al had hij het geweten, +wat zou hij er tegen hebben kunnen doen? Niets, niet waar? + +Het ging vroolijk aan tafel toe. Eenige notabelen der kolonie, +verscheidene officieren met hunne echtgenooten, twee of drie rijke +handelaren waren genoodigd geworden, en die lieten vrij uit het +genoegen blijken, dat zij smaakten, zoo in de nabijheid te zijn van +den beroemden dokter Antekirrt en hem te kunnen zien en hooren. + +De dokter verhaalde gaarne van zijne reizen in het Oosten, door +Syrië, door Palestina, door Arabië, door Nubië, door Egypte, door +Noord-Afrika. Daarna bracht hij het gesprek weer op Ceuta. Hij kon +niets anders dan den gouverneur zijn compliment maken, die met zooveel +verdiensten het Spaansche geënclaveerde grondgebied bestuurde. Het +was volgens hem bewonderenswaardig. + +"Maar," liet hij er op volgen, "het toezicht over de veroordeelden +moet u toch soms zorgen veroorzaken, niet waar?" + +"Waarom zou het dat, waarde dokter? Ik trek mij de wereldsche zaken +zoo zeer niet aan. Ik volvoer mijn plicht..." + +"Maar die boeven zullen toch wel pogingen aanwenden, om te ontsnappen, +denk ik. En daartegen dient gewaakt te worden." + +De kolonel glimlachte minachtend, maar antwoordde niet dadelijk, +alsof hij nadacht. + +"Daar nu de gevangenen," ging de dokter voort, "er meer aan denken +om te ontvluchten, dan hunne bewakers om hun dat te beletten, volgt +daaruit, dat het voordeel aan den kant der gevangenen is. En het zou +mij niet verwonderen, wanneer nu en dan eenigen op het avondappèl +mankeerden." + +"Nooit!" riep de gouverneur uit. "Nooit! Ik zou wel eens willen zien, +dat zoo iets zou gebeuren!" + +"Evenwel, heer gouverneur... Er bestaan legenden van beroemde +ontsnappingen." + +"Waarheen zouden die vluchtelingen gaan? Vraag u dat eerst eens +af! Daarin zit de groote moeilijkheid." + +"Maar, mij dunkt, dat alle wegen voor hen open staan, en zij derhalve +maar te kiezen hebben." + +"Maar, dokter Antekirrt. Over zee is de ontsnapping onmogelijk! Over +land zou zij te midden van die woeste, onbeschaafde bevolking +van Marokko zeer gevaarlijk zijn. Onze gedeporteerden blijven dan +ook stil in het Presidio, zoo niet voor hun genoegen, dan toch uit +voorzichtigheid. Zij vinden, dat een levende galeiboef beter is dan +een doode ontsnapte." + +"Als dat zoo is," antwoordde de dokter, "dan kan ik u gelukwenschen, +heer gouverneur; want het is te vreezen, dat de bewaking der gevangenen +in de toekomst allengs moeielijker zal worden." + +"Om welke reden, als het u belieft?" vroeg een der genoodigden, +die te meer belang in het gesprokene stelde, dewijl hij directeur +der strafkolonie was. + +"Welnu, mijnheer," antwoordde de dokter, "omdat de studie der +magnetische verschijnselen bij het menschdom zeer groote vorderingen +heeft gemaakt...." + +"Wat hebben magnetische verschijnselen met de bewaking der gevangenen +te maken?" vroeg de verblufte directeur. + +Maar dokter Antekirrt liet zich niet uit het veld slaan, en vervolgde, +alsof hij niet gestoord ware: + +"Omdat de toepassing dier magnetische verschijnselen door iedereen +kan geschieden; omdat eindelijk de uitwerking of gevolgen der +gedachtenopdringing meer en meer algemeen worden zal en dat die niets +minder beoogen dan den eenen persoon in de plaats van den anderen +te stellen. Ik meen, dat onder zulke omstandigheden het bewaken +moeielijk wordt." + +"En, in dat geval?" ... vroeg de gouverneur nieuwsgierig, maar zonder +achterdocht. + +"In dat geval, heer kolonel, meen ik, dat het verstandig zal zijn, +niet alleen de gevangenen, maar ook hunne bewakers te bewaken. Dat +zult gij moeten toegeven!" + +"Hé, hé!" riep de directeur geërgerd uit. "Dat is sterk. Als de +bewakers bewaakt zullen moeten worden!" + +"Gedurende mijne reizen, heer gouverneur," ging dokter Antekirrt voort, +"ben ik getuige geweest van zoo buitengewone voorvallen, dat ik voor +mij geloof, dat in die reeks van verschijnselen alles mogelijk is." + +"Dus gij meent?..." vroeg kolonel Guyara uiterst nieuwsgierig. + +"Ik meen dus, heer gouverneur, dat gij in uw belang niet moet +vergeten, dat wanneer een gevangene zijns onbewust, zijns ondanks +zelfs, onder den invloed van een vreemden wil kan ontvluchten, +eveneens een bewaker, aan denzelfden invloed onderworpen, hem even +onbewust kan laten ontsnappen." + +"Zoudt gij ons kunnen uitleggen, waarin dat verschijnsel +bestaat?" vroeg de directeur der strafkolonie ernstig. + +"Zeker, mijnheer, kan ik dit uitleggen, wanneer gij zulks +verlangt. Spreek maar een woord." + +"Mag ik u dan om die uitlegging verzoeken? Gij zult mij daarmede +zeer verplichten." + +"Leeringen wekken, maar voorbeelden trekken en ... zijn beter. Een +enkel voorbeeld zal u beter doen begrijpen dan iedere uitleg," +antwoordde de dokter. + +"Wij zijn nieuwsgierig, dokter Antekirrt," zei de gouverneur. "En +wachten met ongeduld uw voorbeeld." + +"Veronderstelt, dat een bewaker eene natuurlijke voorbeschikking heeft +tot onderwerping aan den magnetischen of hypnotischen invloed; want dat +is hetzelfde, en laten wij aannemen, dat een gevangene dien invloed +op hem uitoefent... Welnu, van het oogenblik af dat deze laatste van +zijn invloed of zijne macht kennis zal dragen, zal hij baas over den +bewaker zijn, zal hij hem alles doen verrichten wat hij wil, zal hij +hem doen gaan, waarheen hij verlangt, zal hij hem noodzaken de deur +der gevangenis te openen, wanneer hij hem die gedachte zal opdringen." + +"Ongetwijfeld, heer dokter," antwoordde de directeur, "maar op eene +voorwaarde, niet waar?" + +"En die is?" vroeg dokter Antekirrt, met een goedkeurenden hoofdknik. + +"Dat de gevangene zijn bewaker eerst in slaap zal gemaakt hebben, +meen ik?" + +"Daarin vergist gij u, mijnheer," antwoordde de dokter hoogst ernstig. + +"Zou ik?" + +"Ja, gij vergist u. Al die daden kunnen volvoerd worden in wakenden +toestand, zonder dat de bewaker er eenig bewustzijn van heeft of +ondervindt." + +"Wat, gij beweert...?" + +"Ik beweer en verzeker, dat de gevangene aan den bewaker, die onder +zijn invloed is, kan zeggen: op dien dag, op dat uur, zult gij dit of +dat uitvoeren. Op dien dag zult gij mij de sleutels mijner cel brengen, +en hij zal gehoorzamen! Op dien dag zult gij de poort van het Presidio +openen, en hij zal het doen! Op dien dag zal ik u voorbijgaan en gij +zult mij niet zien!... Mij dunkt, heeren, dat is duidelijk." + +"Dat alles, wanneer hij wakker is?" vroeg de directeur steeds uiterst +ongeloovig. + +"Juist wanneer hij volkomen wakker is!" bevestigde de dokter op een +toon, die geen tegenspraak duldde. + +Toch werd hij, in weerwil van die bevestiging, een gebaar van ongeloof +gewaar, dat enkelen genoodigden, in weerwil zijner verzekering, +als huns ondanks ontsnapte. Zij allen waren onder den invloed van +den dokter en spraken en dachten, zooals hij verlangde. Op hen nam +hij de proefneming, om te ervaren, hoe ver hij gaan kon. + +"Niets is toch zekerder evenwel," zei toen Piet Bathory; "en ik zelf +ben getuige geweest van daadzaken ..." + +"Zoodat," zei de gouverneur, "men de stoffelijkheid van een persoon +aan den blik van een andere kan onttrekken?" + +"Geheel en al, heer gouverneur," antwoordde dokter Antekirrt, +"evenals men sommige sujetten zoodanig biologeeren kan, zoodanige +wijzigingen in hunne zinnen, in hun waarnemingsvermogen kan teweeg +brengen, dat zij zout voor suiker zullen aannemen, melk voor azijn, +of gewoon water voor geneeskundige afdrijvende middelen, waarvan +zij zelfs de gevolgen zullen ondervinden. Niets is op het gebied der +verbeelding of der halucinaties onmogelijk, want de hersens zijn aan +dien invloed onderworpen." + +"Dokter Antekirrt" zei toen de gouverneur, "ik meen het gevoelen van +alle mijne genoodigden uit te drukken, door u te zeggen, dat men die +zaken moet gezien hebben, om ze te kunnen gelooven!" + +"En, zelfs dan nog! ..." meende een der tegenwoordige personen bij +wijze van voorbehoud te moeten doen hooren. + +"Het is dus zeer betreurenswaardig," hernam de gouverneur, "dat de +weinige tijdruimte, die gij ons wijden kunt hier te Ceuta, u niet +veroorlooft, ons proefondervindelijk te overtuigen." + +"Maar... met uw verlof, heer gouverneur," zei de dokter tot den +gouverneur. + +"Wat wilt gij zeggen, dokter Antekirrt?" vroeg kolonel Guyara. "Gij +wildet iets zeggen." + +"Dat kan ik, als gij er uwe toestemming slechts toe wilt geven." + +"Mijne toestemming? Dadelijk," sprak de gouverneur opgewonden uit. + +"Dadelijk, wanneer gij zulks verkiest!" antwoordde dokter Antekirrt +bescheiden. + +"Ja, wat mij betreft," antwoordde de gouverneur. "Zult gij willen? Zult +gij kunnen?" + +"Gij hebt slechts te spreken. Gij, heer gouverneur, zijt hier te te +Ceuta de baas." + +"Welnu, uit naam van het geheele gezelschap, verzoek ik u onze +weetgierigheid te bevredigen." + +"Het zij zoo," antwoordde dokter Antekirrt met eene buiging. "Gij +zult voorzeker niet vergeten hebben, heer gouverneur, dat een der +veroordeelden van het Presidio, drie dagen geleden, bewusteloos op +den weg van het gouvernements-hôtel naar Ceuta gevonden werd. Die man +was, zooals ik u toen reeds zeide, in een diepen magnetischen slaag +gedompeld. Herinnert gij u dat nog?" + +"Inderdaad," zei de directeur der strafkolonie, "en die man bevindt +zich thans in het hospitaal." + +"Gij herinnert u ook, niet waar," ging de dokter voort tot den +gouverneur, "dat ik hem toen wakker gemaakt heb, nadat geen der +bewakers daarin geslaagd was?" + +"Voorzeker herinner ik mij dat," antwoordde kolonel Guyara levendig. + +"Welnu, dat is voldoende geweest," ging de dokter kalm en bedaard +voort. + +"Voldoende voor wat, dokter Antekirrt?" vroeg de gouverneur. "Voldoende +voor wat?" + +"Om tusschen mij en dien... Hoe heet die gedeporteerde, heer kolonel?" + +"Carpena." + +"...Om tusschen mij en dien Carpena een band van gedachtenopdringing +te scheppen, die hem geheel en al in mijne macht stelt." + +"Ha!" riep de directeur ongeloovig. "Dat zal te bewijzen vallen, +dokter Antekirrt!" + +"Zoodat... gij hier in het gouvernements-hôtel ... en hij daar ginds +in het hospitaal!..." vroeg de gouverneur nieuwsgierig. + +"Ongeloofelijk!" zei de directeur hoofdschuddend. "Dat is niet +mogelijk!" + +"Wanneer gij bevelen wilt geven, heer gouverneur," vroeg de dokter, +"om dien Carpena vrij te laten, om de deuren van het hospitaal en +van de strafkolonie voor hem te openen, weet gij wat hij dan doen zal?" + +"Jawel, hij zal wegloopen!" antwoordde kolonel Guyara met een gullen +lach. + +Het moet erkend worden, dat zijne lachbui zoo aanstekelijk was, dat de +geheele vergadering er mede instemde. Inderdaad, men proestte het uit. + +"Neen, heeren," hernam dokter Antekirrt zeer ernstig, "die Carpena +zal niet wegloopen, wanneer ik dat niet wil. Hij zal niets ter wereld +doen, dan wat ik zal willen!" + +"Maar wat, als 't u blieft?" vroeg kolonel Guyara met aandrang. + +"Bij voorbeeld, wanneer hij buiten de gevangenis zal zijn, kan ik +hem gelasten, om den weg op te gaan van het gouvernements-hôtel, +heer gouverneur." + +"En hier te komen? Kom, dat meent gij niet. Dat is immers onmogelijk." + +"Onmogelijk, heer gouverneur? Het hangt van u alleen af. Wilt +ge? Spreek slechts." + +"Mij wel," antwoordde de gouverneur. "Ik geef ten volle permissie, +heer directeur." + +"Ook dat hij zal vragen om u te spreken, heer gouverneur?" zeide +dokter Antekirrt. + +"Mij?" + +"Ja, u! U in persoon. En als gij er niets tegen zult hebben,--en dat +zult gij moeielijk kunnen, daar hij aan mijn wil zal gehoorzamen,--zal +ik hem het denkbeeld opdringen, om u voor een anderen persoon te +houden." + +"Voor wien, als 't u belieft, heer dokter? Daar ben ik benieuwd +naar! Voor wien?" + +"Ja, voor wien?... Laat zien... Bij voorbeeld... voor den Koning +Alphonsus XII." + +"Voor zijne Majesteit, den Koning van Spanje?" vroeg kolonel Guyara +ongeloovig. + +"Ja, heer gouverneur, en hij zal u daarenboven vragen..." + +"Gratie? Dat is de gewone vraag van alle galeiboeven." + +"Ja, gratie, en wanneer gij er geen bezwaar in zult zien, daarenboven +nog..." + +"Wat?" + +"Het Isabella-kruis!" + +Een algemeen gelach begroette die laatste woorden van dokter +Antekirrt. Het was een jool van belang! + +"En die man zal dat volkomen wakker doen?" vroeg de directeur van +de strafkolonie. + +"Zoo wakker als wij thans zijn, heer directeur! Gij zult u in persoon +van de zaak kunnen overtuigen." + +"Neen!... Neen!... Dat is ongeloofelijk, dat is onmogelijk!" riep +kolonel Guyara uit. + +"Meent gij, heer gouverneur?" vroeg de dokter met een glimlach. "Wacht +de uitkomst af." + +"Ik herhaal het, dokter Antekirrt, het is onmogelijk! Nimmer zult +gij mij kunnen overtuigen." + +"Welnu, neem de proef. Niets gemakkelijker dan dat, niet waar?" + +"Hoe kan dat?" + +"Geef bevelen, dat men dien Carpena geheele vrijheid van handelen +late!" + +"Opdat hij wegloope! Drommels, dat is voor mij een gevaarlijke proef." + +"Laat hem voor alle zekerheid, zoodra hij de strafkolonie zal verlaten +hebben, door twee bewakers van verre volgen, dan zal hij alles doen, +wat ik zoo even gezegd heb." + +"Welnu, dat is afgesproken," zei de gouverneur. "En wanneer gij +slechts zult willen..." + +"Het is thans acht uren." zei de dokter, terwijl hij zijn horloge +raadpleegde. "Welnu, te negen uren. Is dat goed?" + +"Zeer goed. Maar...." + +"Spreek vrij uit, heer gouverneur. Wat wilt gij dat ik nog zal +toelichten." + +"Na de proef?..." + +"Na de proef zal Carpena gerust naar het hospitaal terugkeeren, +zonder dat eenige herinnering bij hem achterblijft, van hetgeen hij +verricht zal hebben." + +"Is dat zeker? Staat gij daarvoor in?" vroeg de directeur van het +bagno onthutst. + +"Daar kunt gij op rekenen. Ik herhaal,--en dat is de eenige uitleg, +die van het verschijnsel te geven is,--Carpena zal van nu af geheel +en al onder den gedachtengang staan, die van mij uitgaat; en in +werkelijkheid zal _hij_ dat alles niet verrichten, maar _ik_! Ik, die +hem mijn wil opdring en hem noodzaak te handelen naar mijne inzichten." + +De gouverneur, wiens ongeloof ten opzichte van die magnetische +verschijnselen, onomstootbaar was, schreef een briefje, waarin hij +aan den eersten bewaker van het Presidio de noodige bevelen gaf, om +den veroordeelden Carpena geheele vrijheid van handelen te geven, +daarbij evenwel voegende, dat hij op een afstand moest gevolgd +worden. Dat briefje werd terstond door een der bereden ordonnancen, +aan den gouverneur toegevoegd, naar de strafkolonie overgebracht. In +gedachten volgden al de gasten den hoefslag van het paard, die in de +verte wegstierf. + +Toen het diner afgeloopen was, stonden de gasten van tafel op en +gingen op uitnoodiging van den gouverneur, naar het groote salon, +om daar een kop koffie te gebruiken en een sigaar te rooken. + +Het onderhoud liep, zooals zich gemakkelijk denken laat, voornamelijk +over de verschillende verschijnselen van het magnetisme of van +het hypnotisme, die zooveel aanleiding geven tot tegenstrijdige +gedachtenwisselingen, die zoovele geloovigen, maar ook zoovele +tegenstanders tellen. Dat de gedachtenwisseling levendig was, kan de +lezer nagaan. + +Dokter Antekirrt verhaalde, terwijl de koffie in keurige kopjes +aangeboden werd, terwijl de blauwe rook der manilla-sigaren en der +donna-cigaretten, welke laatsten zelfs door de Spaansche schoonen +niet versmaad werden, in bevallige spiralen omhoog kronkelde, twintig +verschillende feiten, waarvan hij getuige, of waarvan hij de bewerker +geweest was bij de uitoefening van zijn geneesheersambt, feiten die +hij allen staven kon, die onbetwistbaar waren, maar toch niet in +staat schenen, om iemand van het gezelschap te overtuigen. Neen, +men wachtte op de komst van Carpena. + +Hij beweerde ook dat die macht van gedachte-opdringing de wetgevers, de +rechters der lijfstraffelijke rechtspleging en de overige magistraten +ernstig moest bezighouden, daar zij toch met een misdadig doel kon +aangewend worden. Het was toch niet te loochenen, dat met behulp +van die nog onverklaarbare verschijnselen, zich gevallen konden +voordoen, waarbij vele misdaden konden gepleegd worden, waarvan de +ware schuldigen onmogelijk te ontdekken zouden zijn, terwijl de daders +voor niet toerekenbaar gehouden moesten worden. + +Terwijl hij zoo nog sprak, keek de directeur op zijn horloge, stuitte +de rede en wilde spreken. Maar alvorens hij aan het woord kon komen, +zei eensklaps dokter Antekirrt: + +"Het is thans drie minuten vóór half negen." + +"Wat wilt gij daarmede zeggen?" vroeg kolonel Guyara, die ook zijn +horloge raadpleegde. + +"Niets minder, heer gouverneur, dan dat Carpena op dit oogenblik het +hospitaal verlaat." + +Allen keken elkander met een glimlach aan. Men meende met een +kwakzalver te doen te hebben. + +Een minuut later evenwel, vervolgde de dokter hoogst ernstig en +bedaard als altijd: + +"Hij gaat thans de poort door van de strafkolonie. Hij stapt flink +door." + +De toon, waarop die woorden gesproken werden, maakte toch eenigermate +indruk op de genoodigden in het gouvernementshuis. Alleen kolonel +Guyara bleef ongeloovig het hoofd schudden. + +Het gesprek hernam zijne rechten. Er werd voor en tegen gepleit en +het moet erkend worden: allen spraken wel een weinig tegelijkertijd, +tot op het oogenblik,--het was vijf minuten vóór negen,--dat de dokter +andermaal de algemeene opmerkzaamheid trok door overluid te zeggen: + +"Carpena is thans reeds tot bij de deur van het gouvernements-hôtel +genaderd!" + +"Och, kom!" zei de gouverneur, steeds ongeloovig en met een +glimlach. "Is hij reeds zoo nabij?" + +Bijna terzelfder tijd ging de deur van het salon open en trad een +bediende binnen, die den gouverneur mededeelde, dat een persoon, +die gekleed was als een gedeporteerde, met aandrang vroeg om hem +te spreken. + +Alle aanwezigen keken uiterst verbaasd op. Hoe voorbereid ook, hadden +zij toch gemeend, te mogen twijfelen. + +"Laat dien persoon binnen komen," antwoordde kolonel Guyara, wiens +ongeloof nu toch begon te wankelen, tegenover de niet te loochenen +feiten. + +Juist sloeg de klok negen uren, toen Carpena in de omlijsting der +deur van het salon verscheen. Zijne oogen waren geheel open en +keken helder rond. Toch scheen hij niemand der aanwezige personen +te ontwaren. Hij stapte regelrecht op den gouverneur toe en viel, +toen hij hem op twee passen afstands genaderd was, op de knieën voor +hem neder, terwijl hij de handen tot een smeekend gebaar samenvouwde. + +"Sire!" zei hij met heldere stembuiging, "ik vraag gratie van Uwe +Koninklijke Majesteit!" + +De gouverneur was, zooals zich wel denken laat, geheel uit het veld +geslagen en verkeerde thans zelf in een toestand, alsof hij onder +den invloed van een benauwenden droom was. Hij wist in het eerst niet +wat te antwoorden. + +"Gij kunt hem gerust gratie verleenen," zei de dokter glimlachende; +"want bij hem zal geen enkele herinnering aan het gebeurde +overblijven." + +"Ik verleen ze u!" antwoordde de gouverneur met eene waardigheid, +alsof hij werkelijk Koning was van geheel Spanje, zoowel van het rijk +in Europa, als van dat in West-Indië en Oost Indië. + +"Ja, maar..." zei Carpena aarzelend. "Ik wenschte nog een verzoek +te doen." + +"Wat wilt ge nog meer?" vroeg kolonel Guyara, hem goedaardig aanziende. + +"Dat ge die gratie aanvult," ging de veroordeelde steeds geknield +voort, "met het eerekruis van de Isabella-orde." + +"Ik schenk het u! Zijt gij nu tevreden, Carpena? Hebt gij nog iets +te verzoeken?" + +Carpena wenkte neen met het hoofd en volvoerde toen een gebaar, +alsof hij een voorwerp uit de hand van den gouverneur aannam, hetwelk +deze hem zoude aangeboden hebben; hij hechtte dat denkbeeldige kruis +eerbiedig op zijne borst, stond daarna op en trad, steeds met het +gelaat naar den persoon, die voor hem de Koning was, gekeerd, de +zaal uit. + +Ditmaal waren alle aanwezigen overtuigd en volgden Carpena tot aan +de deur van het gouvernements-hôtel. + +"Ik wil hem begeleiden, ik wil hem naar het hospitaal zien +terugkeeren!" riep de gouverneur uit, die in zijn binnenste een +heftigen strijd voerde, alsof hij weigerde geloof te slaan aan hetgeen +zijne eigene oogen toch waargenomen hadden, maar daarbij aan geheel +andere invloeden gehoorzaamde. Hij stond geheel en al onder den +invloed van zijn gast. + +"Gelooft gij mij nog niet?" vroeg dokter Antekirrt met een ietwat +schamperen glimlach. + +"Ik kan niet!" antwoordde kolonel Guyara. "Het gaat totaal mijn begrip +te boven." + +"Welnu, kom dan!" zei de dokter, terwijl hij van zijn stoel +oprees. "Kom dan!" + +De gouverneur, Piet Bathory en dokter Antekirrt, vergezeld van +nog eenige andere personen, sloegen denzelfden weg in als Carpena, +die reeds zijne schreden naar de stad richtte. Namir, die hem van +het oogenblik af, dat hij de strafkolonie verlaten had, bespied had, +sloop in de donkere schaduw der boomen langs den weg voort, en verloor +hem geen oogenblik uit het oog. Het kon toch zijn, dat het oogenblik +gunstig kon worden, om een lastig getuige uit den weg te ruimen. + +De nacht was vrij donker. De Spanjaard stapte met regelmatigen pas +zonder aarzeling langs den weg voort. De gouverneur en de personen van +zijn gevolg hielden zich op een afstand van hem, met twee bewakers +van het Presidio bij zich, die bevel hadden, den gevangene niet uit +het oog te verliezen. + +De weg omgeeft, terwijl hij naar de stad voert, de kreek, die de +tweede haven aan dezen kant van de rots van de Ceuta vormt. Op +het onbewegelijke en zwartschijnend water der zee, schitterde de +weerschijn van twee of drie lichten. Dat waren de seinlantaarns en +het toplicht van de _Ferrato_, welker vormen ijl en nevelachtig, +maar door de duisternis zeer vergroot, ontwaard werden. + +Toen hij dit punt genaderd was, verliet Carpena den weg en sloeg +rechts in naar eene opeenhooping van rotsblokken, die ter hoogte van +twaalf voeten ongeveer de zee beheerschten. Voorzeker had een gebaar +van den dokter, dat door niemand opgemerkt was, wellicht slechts +eene eenvoudige gedachtenuiting als overbrenger van zijn wil, den +Spanjaard genoopt in dier voege zijn richting te wijzigen. + +De bewakers wilden toen den pas versnellen, om Carpena in te halen, +ten einde hem te noodzaken den rechten weg te hernemen; maar de +gouverneur, die zeer goed wist, dat van dien kant eene ontsnapping +tot de onmogelijkheden behoorde, beval hem vrij en ongemoeid te laten. + +Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan, alsof hij +daar ter plaatse door eene onweerstaanbare macht tot onbewegelijkheid +gedoemd was. Al had hij de voeten willen optillen, al had hij de +beenen in beweging willen stellen, dan zou hij het toch niet gekund +hebben. Dokter Antekirrt's wil, die hem beheerschte, nagelde hem aan +den bodem vast, en hij stond daar als een standbeeld, maar als een +zeer leelijk standbeeld. + +De gouverneur sloeg hem gedurende eenige oogenblikken gade en wendde +zich toen tot zijn gast: + +"Welnu, waarde dokter, of ik wil of niet, ik moet aan de waarheid +hulde doen!..." + +"Zijt gij thans overtuigd, maar inderdaad overtuigd, heer +gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt zegevierend. + +"Ja, ik ben overtuigd, dat er zaken bestaan, die men gelooven moet, +al begrijpt men ze niet." + +"Dat's nog al gelukkig. Ik ben dus in mijne proefneming volkomen +geslaagd?" + +"Ja, dokter Antekirrt; maar als ik u bidden mag, dring nu dien man +de gedachte op..." + +"Welke, heer gouverneur?... Gij hebt slechts te bevelen. Welke gedachte +wilt gij dat hij ten uitvoer zal leggen?" + +"Om dadelijk naar het Presidio terug te keeren! Alphonsus XII beveelt +u dat!" + +Nauwelijks had de gouverneur dien volzin uitgesproken, toen Carpena +zich oogenblikkelijk, zonder een kreet te slaken, in de wateren van +de haven stortte. + +Was dat een ongeval? Was dat een willekeurige daad +zijnerzijds. Ontsnapte hij door eene onvoorziene omstandigheid aan +de macht en den invloed des dokters? + +Dat kan niemand zeggen. Dat was voor alle aanwezigen totaal +onverklaarbaar. + +Allen liepen dadelijk zoo gezwind mogelijk naar de rotsen, terwijl +de bewakers naar een smal strand afdaalden, hetwelk zich langs de +zee uitstrekte... + +Na lang zoeken was geen spoor van Carpena gevonden. Eenige +visschers-vaartuigen kwamen met allen spoed toeschieten, ook de sloepen +van het stoomjacht... Alles was overbodig... Men vond zelfs het lijk +van den veroordeelde niet terug. De stroom, die naar buiten zette, +had het voorzeker naar volle zee gedreven. + +"Heer gouverneur," zei dokter Antekirrt, "ik betreur inderdaad +levendig, dat mijne proefneming dien tragischen uitslag, waarop +niemand verdacht kon zijn, heeft gehad." + +"Maar hoe verklaart gij, hetgeen plaats heeft gehad?" vroeg de +gouverneur belangstellend. + +"Niet anders dan daardoor," antwoordde dokter Antekirrt, "dat bij de +uitoefening van die gedachten-opdringing, waarvan gij het bestaan en +de gevolgen niet meer kunt ontkennen, er nog leemten bestaan, nog +onderbrekingen te constateeren zijn. Die man is een oogenblik aan +mijne macht ontsnapt, dat is niet twijfelachtig; en, hetzij dat hij +door eene duizeling overvallen is, hetzij dat eene andere oorzaak +in het spel is, gij hebt het gezien: hij is van boven die rotsen +neergestort! Dat is zeer betreurenswaardig..." + +"Och kom!" zei kolonel Guyara lachende. "Wat is er bij zoo'n geval +betreurenswaardig!" + +"Neen, laat mij uitspreken, heer gouverneur," hernam dokter Antekirrt +op zeer ernstigen toon. "Dat is zeer betreurenswaardig, omdat wij +werkelijk een kostbaar sujet voor onze proefnemingen verloren hebben!" + +"Wij zijn een schoft kwijt, anders niet!" antwoordde de gouverneur +wijsgeerig. + +Dat was de geheele en eenige grafrede op Carpena. Trouwens hij was +geen andere waard. + +Dokter Antekirrt en Piet Bathory namen toen afscheid van den gouverneur +van Ceuta. Zij wenschten vóór het aanbreken van den dag naar Antekirrta +te vertrekken, en zij haastten zich, om hunnen gastheer te bedanken +voor het aangename onthaal, hetwelk zij in de Spaansche volksplanting +genoten hadden. + +De gouverneur drukte den dokter met warmte de hand en wenschte hem +een voorspoedigen overtocht toe; maar deed hem alvorens beloven, +dat hij hem bij gelegenheid weer zou komen opzoeken. Eerst toen hij +daarop des dokters toezegging vernomen had, nam hij den terugtocht +naar het gouvernements-hôtel aan. + +Misschien zal de lezer vinden, dat dokter Antekirrt wel eenigermate +misbruik van het goede geloof en van het vertrouwen van kolonel Guyara, +den gouverneur van Ceuta gemaakt heeft. Dat men hem veroordeele, +dat men zijn gedrag bij die gelegenheid afkeure, het zij zoo, wij +mogen er niets tegen hebben; want werkelijk, aan de loyauteit was +eenigermate te kort gedaan. Maar de lezer mag evenwel daarbij niet +uit het oog verliezen, aan welke taak graaf Mathias Sandorf zijn +leven toegewijd had, ook niet dat hij eens verkondigd had: "duizend +wegen... maar één doel!" [2] + +Hier was het één van die duizend wegen, dien hij ingeslagen had, +en die had hem naar zijn doel gevoerd. + +Weinig tijds later had een van de sloepen van de _Ferrato_ den +dokter en Piet Bathory aan boord overgevoerd. Luigi wachtte hen aan +de valreep en ontving hen hartelijk. + +"En die man?..." vroeg de dokter met de uiterste belangstelling. "Is +die man aan boord?" + +"De vlet, die hem volgens uwe bevelen aan den voet der rotsen +bespiedde," antwoordde de jeugdige zeeman, "heeft hem na zijn val +dadelijk opgenomen en ter sluiks aan boord gebracht. Ik heb hem in +de kajuit van het voorschip doen opsluiten." + +"Heeft hij niets gezegd, toen hij uit het water gehaald werd?..." vroeg +Piet Bathory. + +"Niets," antwoordde Luigi. + +"In het geheel niets?" + +"Wat zou hij hebben kunnen zeggen? Hij kon niet spreken... Hij schijnt +stom te zijn." + +"Waarom kan hij niet spreken?" + +"Wel, hij is in diepen slaap gedompeld en heeft volstrekt geen +bewustzijn zijner handelingen." + +"Goed," zei dokter Antekirrt. + +De beide jongelieden keken hem ietwat verwonderd aan, maar waagden +het niet eene vraag te uiten. + +"Het was mijn wil," ging de dokter voort, "dat Carpena van boven die +rots neerstortte en... hij is er afgestort.... Het was mijn wil, +dat hij sliep en... hij slaapt!... Wanneer ik zal willen dat hij +ontwaakt, zal hij ontwaken!... En nu, Luigi, anker op, en onder +stoom! Ik hoop, dat gij daartoe geen uwer maatregelen zult uit het +oog verloren hebben." + +De jonge zeeman knikte glimlachend van neen; de stoomketel had zijne +volle spanning, het anker winden was spoedig geschied, en weinige +minuten later had de _Ferrato_ de open Middellandsche zee bereikt en +stevende oostwaarts op naar Antekirrta. + + + + + +III. + +ZEVENTIEN MALEN + + +"Zeventien malen?..." + +"Ja, zeventien malen!" + +"Onmogelijk!" + +"Wel mogelijk!... Rood is zeventien malen achter elkander uitgekomen!" + +"Ongeloofelijk! Ik herhaal, dat het volstrekt onmogelijk is. En ik +houd dat vol!" + +"Het mag onmogelijk, het mag ongeloofelijk schijnen; maar het is zóó +en niet anders!" + +"En hebben de spelers daar tegen in volgehouden?" + +"Ja!" + +"Die domooren! Die ezels! die ganzen! Hadden zij dan hun verstand +verloren?" + +"De bank heeft meer dan negen maal honderd duizend franken gewonnen!" + +"Zeventien malen?... Zeventien malen?... Achter elkander?..." + +"Ja, zeventien malen! en achter elkander!" + +"Met de roulette of met het trente et quarante?... Zeg mij, met welke +dier beiden?" + +"Met het trente et quarante!" + +"Dat is voorzeker binnen het tijdperk van vijftien jaren niet +voorgekomen." + +"Vijftien jaren, drie maanden en veertien dagen geleden, is het nog +eens gebeurd!" antwoordde koelbloedig een oude speler, die tot de +eerbiedwaardige klasse der ongelukkige dobbelaars behoorde. "Ja, +mijnheer, en het was toen zomer--wat zeer opmerkelijk is.--Ik ben +betaald, om er iets van te weten." + +Zoodanig waren de praatjes of beter de uitroepen, welke in het +voorportaal en tot op het bordes van den Club der Vreemdelingen te +Monte Carlo in den avond van den 3den October, dus acht dagen na de +ontsnapping van Carpena uit de Spaansche strafkolonie, gehoord werden. + +En toen ontstond te midden van die opeengedrongen menigte van spelers, +zoowel uit vrouwen als uit mannen van iedere nationaliteit, van iederen +leeftijd, van iederen rang of klasse bestaande, eene uitbarsting van +geestdrift. Het was of hooren en zien moest vergaan. + +Men zou de roode kleur wel hebben willen toejuichen, zooals men een +paard zou gedaan hebben, dat den grooten prijs bij de wedrennen van +Longchamps of van Epsom zoude behaald hebben. + +En, inderdaad, voor die wel eenigszins gemengde bevolking, welke +dagelijks daar in dat kleine vorstendom Monaco uit de Oude en Nieuwe +wereld samenstroomt, had dat hardnekkig uitkomen der roode kleur in +eene serie van zeventien malen de belangrijkheid van eene staatkundige +gebeurtenis, die de wetten van het Europeesche evenwicht zou verbroken +of gewijzigd hebben. Erger dan dat! Want wat gaat het Europeesche +evenwicht een rechtgeaarden speler aan? + +Gemakkelijk zal door den lezer aangenomen worden, dat die wel wat +zonderlinge hardnekkigheid van de roode kleur niet had kunnen plaats +hebben zonder veelvuldige slachtoffers gemaakt te hebben, vooral als +medegedeeld wordt, dat de winst der bank belangrijke sommen beliep. + +"Bijna een millioen!" mompelde men in de verschillende groepjes. "Bijna +een millioen!" + +En die winst sproot voornamelijk daaruit voort, dat de groote +meerderheid der spelers koppig tegen zulk eene onwaarschijnlijke +uitkomst gestreden hadden. + +Onder die allen hadden voornamelijk twee vreemdelingen het grootste +deel betaald aan dat, wat door de ridders van de groene tafel de +"déveine" genoemd wordt. + +De eene koel van uiterlijk, was zeer teruggetrokken, hoewel hij groote +aandoeningen bij het spel ondervonden had, waarvan trouwens zijn bleek +gelaat nog de sporen droeg. De andere vertoonde een ontsteld gelaat, +had de haren in wanorde, terwijl zijn oogen rondkeken als die van +een waanzinnige of van een wanhopige. + +Beiden waren de trappen van het perron afgedaald en verdwenen in het +duister naar den kant van de Duivenschietbaan. + +"Dat is op meer dan viermaal honderd duizend francs, dat die vervloekte +serie ons te staan komt!" riep de oudste dier twee uit. "Het is +verschrikkelijk!" + +"Gij kunt zeggen viermaal honderd en dertien duizend," verbeterde +de jongste op den toon van een kassier, die de som eener optelling +controleert. + +"En thans blijft mij...." + +"Hoeveel?... Kom, zeg op, en wees niet achterhoudend! Het kan je toch +niets baten!" + +"Nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over!" jammerde de eerste +speler op treurigen toon. + +"Denkt ge dat?" vroeg de andere snijdend spottend. "Ik geloof, dat +gij u vergist!" + +"Meent ge meer?" + +"Het mocht wat!... Slechts honderd zeven en negentig +duizend!" antwoordde de jongste op niet te verstoren flegmatischen +toon. + +"Slechts dat?" + +"Ja, kijk maar!" ging de jongste voort, terwijl hij zijn makker een +met cijfers bekrabbeld papier vertoonde. + +"Dat is dus alles, wat mij van de twee millioenen overblijft, die ik +nog had, toen gij mij genoodzaakt hebt u te volgen." + +"Een millioen, zeven honderd vijf en zeventig duizend francs! Niets +meer of minder dan dat!" + +"En dat in minder dan twee maanden!..." + +"In een maand en zestien dagen!" + +"Sarcany!..." riep de oudste, die door de koelbloedigheid zijns +makkers, maar niet minder door de bijtende juistheid der cijfers, +die deze opsomde, buiten zich zelven geraakte, verbitterd uit. + +"Welnu, Silas! Wat wilt ge? Ik dien u op de hoogte te brengen en te +houden. Effen rekeningen onderhouden de vriendschap." + +"Ga zoo niet voort!" sprak de andere dreigend. + +"Ah bah!" zei de ander met een luchtig gebaar. "Gij zijt heden in +een booze bui." + +Ja, het waren Silas Toronthal en Sarcany, welke dat gesprek met +elkander voerden. Sedert zij Ragusa verlaten hadden, in dat kort +tijdsbestek van drie maanden, hadden zij het verzwendelen van hun +vermogen nagenoeg voltooid. Daaraan ontbrak waarlijk nog maar weinig +aan. Nadat hij zijn geheel aandeel, hetwelk hij tot prijs voor zijne +schandelijke verklikking genoten had, opgemaakt en verbrast had, +was Sarcany zijn ouden medeplichtige te Ragusa komen opzoeken. Daarop +hadden beiden met Sava die stad verlaten. + +Toen was Silas Toronthal, die steeds door Sarcany in die doolhoven +van het dobbelspel voortgesleurd werd, niet veel tijd meer gegund +om tot verademing te komen. Zijn vermogen was spoedig te gronde +gericht. Er moet bijgevoegd worden om der rechtvaardigheids wille, +dat het Sarcany niet veel moeite gekost had, om van den ouden bankier, +die steeds een doldriftig speculant was geweest, die meer dan eens +zijn naam en bestaan in finantiëele ondernemingen, waarvan het blind +geluk de gids was, ergerlijk gewaagd had, een speler, een getrouwe +van kroegen en speelholen te maken. De geaardheid zat er in en had +slechts op de gelegenheid gewacht, om tot ontwikkeling te komen. + +Daarenboven, hoe zou Silas Toronthal hierbij weerstand hebben kunnen +bieden? + +Was hij niet meer dan ooit in de macht van zijn ouden makelaar bij +zijne Tripolitaansche handelsondernemingen? + +Wel is waar, kwam zijn gemoed meermalen in opstand, maar dat baatte hem +weinig; want Sarcany hield hem door zijne onweerstaanbare meerderheid +in onverbreekbare boeien gekluisterd; en de ellendeling was zoo diep +gezonken, dat hem de geestkracht ontbrak, zich uit zijne vernedering +op te richten. + +Sarcany verontrustte zich dan ook geenszins over die vlagen van +weerstand, welke zijn medeplichtige soms aan den dag legde, alsof +hij het juk van zijn noodlottigen invloed wilde afschudden. De +onbeschoftheid zijner antwoorden, de onwrikbaarheid zijner logica +deden Silas Toronthal ras den nek weer buigen. + +De eerste zorg der beide medeplichtigen was geweest, toen zij Ragusa +onder de omstandigheden, die de lezer voorzeker niet vergeten heeft, +verlaten hadden, om Sava onder bewaking van Namir in verzekerde +bewaring te stellen. En inderdaad, in die schuilplaats te Tetuan, +als het ware een verloren plekje op de grenzen van het Marokkaansche +rijk, zou het moeielijk geweest zijn haar weer te vinden. + +Daar had de onverbiddelijke bondgenoote van Sarcany op zich genomen, +de wilskracht van het jonge meisje te verbrijzelen, ten einde haar te +noodzaken hare toestemming tot dat gehaatte huwelijk te geven. Sava +evenwel was tot nu toe onverzettelijk in haar besluit geweest en +had zich daarbij gesterkt gevoeld door hare herinneringen aan Piet +Bathory. Maar, ... zou zij--die vraag mocht wel rijzen: altijd kunnen +weerstand bieden? + +Intusschen had Sarcany zijn makker steeds opgehitst, om voort te +gaan met dwaasheden aan de speeltafel uit te voeren, hoewel hij zelf +daarbij zijn eigen vermogen verkwist had. Hij scheen daar een doel +mede te hebben. + +In Frankrijk, in Italië, in Duitschland, in een woord in alle de groote +bevolkings-centra, waar de blinde godin van het spel hare altaren +opgeslagen had, op de beurs, bij de wedrennen en in de speelzalen +der groote hoofdsteden, der badplaatsen, enz. had Silas Toronthal +aan de stem der verleiding van Sarcany gehoor gegeven; en weldra was +zijn vermogen tot op een paar honderd duizend francs ingeslonken En +dat kon niet anders, want terwijl de bankier slechts zijn eigen geld +op het spel zette, waagde Sarcany dat van den bankier. En langs dat +dubbel hellend vlak spoedden beiden zich met dubbele snelheid naar +het verderf. + +Daarenboven wat de spelers de "déveine" noemen,--een naam waarachter +zij hunne domme verblindheid verbergen,--verklaarde zich werkelijk in +hun nadeel. En toch geschiedde dat niet zonder dat zij alle kansen +beproefd hadden. Zij waren zelfs uitermate vindingrijk geweest, +om nieuwe speelwijzen te volgen; maar te vergeefs. + +Om kort te gaan, het was het baccarat-spel, dat het grootste gedeelte +der millioenen verslond, die van de goederen van graaf Mathias Sandorf +afkomstig waren, zoodat Silas Toronthal er toe was moeten overgaan, +om het fraaie huis in de Stradona-laan te Ragusa te verkoopen. Dat +was een zware slag voor den bankier geweest. + +Eindelijk, walgend van die verdachte huizen en bijeenkomsten, alwaar +het "rien ne va plus" der "croupiers" in de Peloponesische taal, +in de zoogenaamde dieventaal, uitgesproken moest worden, waren zij +ten langen laatste een weinig meer eerlijkheid komen afbedelen aan +de roulette en aan het "trente et quarante" te Monte Carlo. Dat zij +nu letterlijk uitgeschud waren, hadden zij thans slechts aan hunne +stijfhoofdigheid te wijten, die hen er toe aangezet had, om den strijd +bij zoo ongelijke kansen hardnekkig vol te houden en voort te zetten. + +En, ziedaar de redenen, waarom die twee mannen zich thans sedert drie +weken te Monte Carlo bevonden. + +Monte Carlo maakt een onderdeel uit van het vorstendom Monaco, en daar +het _à tout Seigneur tout honneur_ ook hier betracht dient te worden, +zullen wij, hoe bescheiden dat landje ook is, ons eerst met het Rijk +en daarna met de onderhoorigheid bezighouden. + +Monaco is een zelfstandig, onder de beschermheerschappij van den koning +van Italië gesteld vorstendom, hetwelk aan den westelijken oever van +de golf van Genua gelegen en door het Fransche departement des Alpes +Maritimes ingesloten wordt. Vroeger was het iets meer uitgebreid +dan thans, maar in 1871 stond Vorst Karel Honorius, nadat in 1860 +Nizza door Frankrijk ingelijfd was geworden, de gemeenten Mentone +en Roccabruna tegen eene vergoeding van vier millioen francs aan +laatstgenoemd rijk af. + +Het tegenwoordige vorstendom, dat bijna O,5 vierk. geograpische mijl +beslaat en ongeveer dertig minuten lang en op sommige plaatsen slechts +honderd vijftig meter breed is, telt ongeveer 10,200 inwoners en vormt +eene erfelijke monarchie in het bezit van het Genueesche Huis Grimaldi. + +Volgens de geleerden, zoude de naam Monaco afgeleid worden van een +tempel aan Hercules Monoecus gewijd. Het rijkje bezit een staatsraad, +die uit vijf leden bestaat, en eene bezetting van een bataillon +nationale militie. + +Het stedeke Monaco is gelegen op een in zee uitspringend terras, +en zoowel deze uitnemende ligging als het ongemeen gunstig klimaat +en het voortbestaan van de eenige speelbank in Europa, lokt vele +vreemdelingen derwaarts. Men ziet er een vorstelijk kasteel, omringd +door fraaie wandelparken en vestingwerken. De stad telt nagenoeg +drie duizend inwoners; heeft eene haven voor niet diepgaande schepen +en eene katoenfabriek, die nog al verkeer verschaft. Door hare +breede en stevige muren heeft de stad een krijgshaftig en zelfs een +sterk aanzien, en herinnert er weer aan, hoe deze muren weleer tot +schuilplaats van zeeroovers dienden. + +Aan de andere zijde der baai, vlak tegenover, ligt Monte Carlo met +zijn Casino, waarheen een prachtige en uitstekend onderhouden rijweg +heen voert, te midden van berken- en pijnboomen, cypressen en ceders. + +De ingang van het Casino, hetwelk op een open plein staat, is met +fraaie marmeren beelden versierd. Dat plein geeft toegang tot de +rijk gemeubelde voorzalen, waarin danspartijen en concerten gegeven +worden. Daarachter bevindt zich een heerlijk ingerichte leeszaal, +waarin men de dagbladen en de tijdschriften van de geheele beschaafde +wereld vindt. + +Naast de eetzaal zijn de inderdaad smaakvolle en weelderig ingerichte +_Salons de jeu_ te vinden. + +Het geheele Casino is op Franschen voet ingericht, wat zich door de +onmiddellijke nabijheid der grenzen wel verklaren laat. + +Men ziet er slechts Fransch geld op de groene tafel. + +De toegang tot de speelzalen wordt niet aan een ieder verleend. Zij, +die tot den dienstbaren stand behooren, en personen, die niet net +genoeg gekleed zijn, worden stelselmatig geweerd. In de eerste plaats +wordt er een vernis van goede manieren geëischt. De edelman, die zich +aan de groene tafel ruïneert, doet dat in de meest verfijnde vormen. + +Toch kan op gebeurtenissen gewezen worden, dat een ongelukkige speler +zich in het midden der zaal, ten aanschouwe van een ieder, door een +pistoolschot het leven benam. + +De contrôle, op de gasten der speelzalen uitgeoefend, is zeer streng, +ook op hen die, wat hunne kleeding en manieren betreft, niets te +wenschen overlaten. Niemand kan er binnen komen zonder eene entrée- +of beter eene introductie-kaart, die door den _Commissaire Spécial_ +onderteekend moet zijn. Die kaart wordt slechts tegen nauwkeurige +opgave van naam, woonplaats en stand in de maatschappij afgegeven, +terwijl op iedere kaart duidelijk uitgedrukt staat, dat zij slechts +voor één dag geldig is. + +Door de veelvuldige zalen, gangen en galerijen zwerven tallooze lakeien +met gegalonneerde rokken en met gladgeschoren vervelende gezichten. + +In den regel wordt het spel tegen den avond met meer opgewondenheid +voortgezet dan over dag. De geheele zaal is dan door duizenden +waskaarsen schitterend verlicht en verdringt zich dan eene dichte +menigte rondom de groene tafel, zoodat de voorste rij, waar gewoonlijk +de vaste spelers zitten, onwillekeurig angstig omkijkt. Er wordt +nimmer toegejuicht; maar evenmin wordt er eene klacht vernomen. Men +hoort slechts het gerinkel of beter het metaalachtig geriktik van +het goud. Hier mogen slechts de oogen, niet de lippen spreken. Ook +dat is door de almachtige "Administration" bepaald. + +Maar hoe duidelijk zijn die blikken, hoe begrijpelijk is dat +gebarenspel! + +In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. Zij +verlieten de speeltafels niet meer, waarbij zij de onfeilbaarste en de +nieuwste kunstgrepen probeerden, die hen evenwel al verder en verder in +het verderf dompelden. IJverig bestudeerden zij de omwentelingen der +roulette, wanneer de hand des croupiers in het laatste kwartieruur +van haren dienst vermoeid raakte; zij stapelden maximum sommen op +de nummers, die maar niet uit wilden komen; zij verwarden de meest +eenvoudige combinatiën met de meest samengestelde; zij hoorden de +raadgevingen aan van oude ongeluksvogels bij het spel, die zich +thans voor professoren in de edele kunst uitgaven, en volgden die +blindelings; zij wendden de domste pogingen aan en pleegden de meest +bijgeloovige handelingen, die den speler tusschen het kind, dat zijn +verstand nog niet heeft, en den idioot, die het voor altijd verloren +heeft, eene plaats aanwijzen. En nog, wanneer men slechts zijn geld bij +het spel verloor, dan was het betrekkelijk nog niets; maar men raakt +er zijne verstandelijke vermogens tevens zoodanig kwijt, dat men er +toe komt de meest bespottelijke combinatiën uit te denken; men geeft +er zijne persoonlijke waardigheid prijs bij de aanraking dier wereld, +welker gemengdheid zich aan allen, die er zich in wagen, opdringt. + +Om kort te gaan, ten gevolge van de gebeurtenissen op dien avond, +die berucht werden in de annalen van het wereldberoemde Monte Carlo, +door de hardnekkigheid, ja de stijfhoofdigheid om vol te houden tegen +eene serie van zeventien keeren, dat de roode kleur bij het _trente +et quarante_ uitkwam, bleven aan de twee medeplichtigen nog niet eens +meer tweemaal honderd duizend francs over. + +Dat was de ellende en de bedelstaf binnen een zeer beperkt verschiet, +vooral voor mannen als deze. + +Maar al hadden zij ook al hun vermogen verloren, zoo waren zij toch +nog hun verstand niet geheel en al kwijt; want terwijl zij daar op het +terras stonden te praten, konden zij een speler zien voorbijsnellen, +die met het hoofd op hol, door de tuinen van het Casino rondliep +en uitriep: + +"Kijk!... Kijk!... Hij draait steeds!... Hij draait steeds!... En +zal altijd draaien!..." + +Allen, die hem zagen, lachten hartelijk; en toch was daar zeer weinig +reden om te lachen. + +De ongelukkige verbeeldde zich, dat hij juist gezet had op het nummer, +hetwelk voorbeschikt was, om uit te komen; maar dat de cilinder, +door eene spookachtige omwentelingskracht verward, draaide, draaide, +draaide, en was blijven draaien tot het einde der eeuwen en der +wereld!... + +De arme kerel was krankzinnig! Geheel en al onherstelbaar krankzinnig! + +"Zijt gij thans weer kalm geworden, Silas Toronthal?" vroeg Sarcany +aan zijnen medeplichtige, die geheel buiten zichzelven van ontsteltenis +was. + +"Kalm, kalm!" bromde de bankier binnensmonds. "Gij hebt goed praten! Ik +wilde u wel in mijne plaats zien." + +"Dat die waanzinnige u tot voorbeeld strekke, wat het zeggen wil, +in zulke omstandigheden het hoofd te verliezen." + +"Ik herhaal het, en zal het steeds herhalen: gij hebt mooi praten; +maar ik wilde u wel in mijne plaats zien." + +"Wij zijn niet geslaagd, dat is zoo," vervolgde Sarcany; "maar het +lot zal keeren, omdat het daartoe gedwongen zal worden, ook zonder +dat wij er iets voor doen." + +Silas Toronthal, in de meest onbevredigde stemming verkeerende, +knorde steeds binnensmonds. + +"Neen, wij moeten en wij mogen niets ondernemen, om het lot gunstiger +te stemmen!" ging Sarcany voort. "Dat is gevaarlijk, en daarenboven +geheel overbodig.... Men slaagt er nimmer in, het lot te wijzigen, +wanneer het ongunstig is. En niets kan het storen, wanneer het in +ons voordeel is!... Laten wij wachten, totdat het ongeluk afgewend +zal zijn, en laten wij dan niet aarzelen, om ons spel, wanneer wij +de veine hebben, hoog op te voeren." + +Luisterde Silas Toronthal naar die trouwelooze raadgevingen, die +evenals alle redeneeringen, welke hasardspelen betreffen, slecht, +zeer slecht waren? Neen, voorzeker niet! Hij gevoelde zich diep +ter neergedrukt en had toen slechts eene overheerschende gedachte, +namelijk: om aan de macht, welke Sarcany zoo noodlottig op hem +uitoefende, te ontsnappen, om zoover weg te vluchten, dat zijn +verleden achter bleef en hem niet zou kunnen volgen, om op een +gegeven oogenblik tegen hem op te staan! Maar zulke aanvallen van +beslissende wilskracht konden onmogelijk lang duren in die verweekte +ziel, waarvan al de veerkracht gebroken was. Daarenboven werd hij van +nabij bewaakt en bespied door zijn medeplichtige. Sarcany, alvorens +hem aan zich zelven over te laten, alvorens hem als een uitgeperste +citroen weg te werpen, had hem nog noodig, totdat zijn huwelijk met +Sava voltrokken zoude zijn. Daarna zou hij zich van Silas Toronthal +wel weten te ontdoen. Hij zou hem dan vergeten, hij zou zich dat zwakke +wezen niet meer herinneren, alsof hij nimmer bestaan had, hij zou niet +meer willen weten, dat zij te zamen zaken gedaan hadden! Maar tot dat +oogenblik moest de bankier in zijne afhankelijkheid blijven! Zoo had +Sarcany het besloten en zoo meende hij dat het moest geschieden. + +"Silas Toronthal," hernam Sarcany, "wij zijn heden zoo ongelukkig +geweest, dat het ongunstige lot in ons voordeel moet keeren!... Morgen +zal het ons gunstig zijn!" + +"En als ik het weinige wat mij overblijft verlies!" antwoordde de +bankier, die te vergeefs tegen die verkeerde raadgevingen trachtte +op te komen. "Zeg, wat dan?" + +"Dan blijft ons Sava Toronthal over!" was het antwoord, dat Sarcany +vrij driftig gaf. + +"En dan?" vroeg de bankier op geheel ter neder geslagen toon. "En +dan?..." + +"Dat is eene bovenste beste troef in ons spel. Die kan onmogelijk +overgetroefd worden!" + +"Ja, morgen!... Gij denkt slechts, die dan leeft, die dan zorgt, +niet waar?" + +"Zeker morgen!" bevestigde Sarcany. "Morgen zal het mijn geluksdag +zijn, wees daarvan verzekerd." + +"Ja, morgen! ... morgen!" herhaalde de bankier, die zich in die +gemoedsstemming bevond, waarin een speler zijn hoofd als inzet zou +stellen. "Morgen!... Morgen!... Welaan, het zij zoo!" + +Beiden keerden naar hun hôtel terug, dat halverwege van de laan +gelegen was, die van Monte Carlo naar La Condamine voert. + +De haven van Monaco, die begrepen ligt tusschen de kaap Focinana en +het fort Antonius, vormt een vrije open kreek of kleine baai, die +toegang aan de noordwestelijke en zuidwestelijke winden verleent. Zij +buigt zich landwaarts in van de rotsmassa af, die de hoofdstad van den +Monacoschen staat torscht, tot aan het hoogvlak, waarop de hôtels, +de villa's en het speelhuis van Monte Carlo verrijzen, aan den voet +van den prachtigen Mont-Ayel, wiens top elf honderd meters hoog is +en het schilderachtige panorama van de kusten van Ligurië beheerscht. + +De stad, die zooals gezegd is drie duizend inwoners telt, gelijkt +op een dischversiersel, hetwelk op die prachtige tafel geplaatst +zoude zijn, die door de rots van Monaco gevormd en langs drie zijden +door de zee bespoeld wordt, en die zelve onzichtbaar is onder het +eeuwige groen der palmboomen, der granaatboomen, der sycomoren, der +peperboomen, der oranje- en citroenboomen, der eucalyptussen, der +boomachtige varens en struikgewassen, zooals geraniums, aloëssen, +myrten, palmachristi's en zoovele anderen, die in eene bevallige +wanorde naast en tusschen elkander groeien. + +Aan de andere zijde van de havenkom ligt, vlak tegenover de hoofdplaats +Monaco, Monte Carlo met zijne zonderlinge gebouwen en massa's, die zich +op alle bergwrongen verheffen, die zigzagsgewijze nauwe en klimmende +straten vormen, die tot bij den weg van La Corniche stijgen, welke weg +halverwege den berg, als in de lucht hangende, aangetroffen wordt. Dat +Monte Carlo vertoont als het ware een schaakbord van tuinen, waarin de +gewassen steeds in bloei zijn, van bevallige woningen in alle vormen, +van villa's in alle bouwstijlen, en waarvan er ettelijke als zwevende +boven de heldere wateren der Middellandsche zee gebouwd zijn. Het is +inderdaad een bekoorlijk oord, een der fraaiste, hetwelk het schoone +Italië oplevert. + +Tusschen Monaco en Monte Carlo, heel diep in de bocht der haven, +van het strand af tot aan de vernauwing van het grillig toeloopend +dal, dat de berggroepen scheidt, ontwikkelt zich eene derde stad: +dat is La Condamine. + +Daarboven ter rechterzijde verrijst een grootsche berg, wiens profiel, +naar de zeezijde gekeerd, hem den naam van den Hondenkop heeft +verleend. Op dien kop ontwaart men thans ter hoogte van vijfhonderd +twee en veertig meters boven de oppervlakte der zee, een fort, dat +gezegd kan worden onneembaar te zijn, en de eer heeft tot het Fransche +grondgebied te behooren. Aan dien kant bevindt zich de grens van het +Monacosche rijkje. + +Van La Condamine naar Monte Carlo kunnen de rijtuigen langs een +prachtigen hellenden weg naar boven komen. Op het hoogste gedeelte +daarvan verrijzen de particuliere woningen en de hôtels, waarvan een +door Sarcany en Silas Toronthal betrokken was. Van uit de vensters +hunner vertrekken, die naast elkander gelegen waren, genoot men +een vergezicht, hetwelk zich tot La Condamine, ja tot over Monaco +uitstrekte en slechts door den Hondenkop begrensd werd, door dat +dogsgelaat, hetwelk de Middellandsche zee schijnt te ondervragen, +zooals de Sfinx dat met de Lybische woestijn deed. + +Sarcany en Silas Toronthal hadden zich na hunne teleurstellingen in +hunne kamers teruggetrokken en onderzochten en overpeinsden daar den +toestand, natuurlijk ieder van zijn standpunt. Zouden thans de banden +der gemeenschappelijke belangen, die hen gedurende vijftien jaren te +zamen gebonden hadden, door de fortuinswisselingen verbroken worden? + +Bij zijne thuiskomst had Sarcany een brief gevonden, die van Tetuan +aangebracht was en dien hij dadelijk geopend had. Hij wierp er in +alle haast een blik in. + +In weinige regels deelde hem Namir twee tijdingen mede, die voor +hem zeer belangrijk waren. Vooreerst den dood van Carpena, die in +de haven van Ceuta, tengevolge van zeer zonderlinge omstandigheden +verdronken was. Dan de verschijning van dokter Antekirrt op dat punt +van de Marokkaansche kust, alsmede de aanrakingen die deze met den +Spanjaard gehad had, waarna hij dadelijk weer verdwenen was. + +Toen hij dien brief gelezen had, opende Sarcany het venster van zijne +kamer. En daar, geleund op den rand van het balkon, gaf hij zich, +terwijl zijn blik doelloos en verstrooid over het landschap en over de +blauwe golven der Middellandsche zee waarde, aan zijne overpeinzingen +over. Die waren verre van rooskleurig. + +"Carpena dood!... Dat kon waarlijk niet beter te pas komen!... Komaan, +dan waren zijne geheimen met hem verdronken en in de diepte op den +bodem van den Oceaan begraven!... Van dien kant kan ik dus gerust +zijn!.. Daaromtrent heb ik niets meer te vreezen!" + +Toen met alle nieuwsgierigheid tot het tweede gedeelte van den brief +overgaande: + +"Wat de verschijning van dien dokter Antekirrt te Ceuta betreft, +dat komt mij ernstiger voor!... Wie is die man toch?... Dat zou mij, +alles wel beschouwd, bitter weinig kunnen schelen, wanneer ik hem +niet sedert eenigen tijd min of meer daadwerkelijk gemengd vond in +alles wat mij betreft! ... Te Ragusa, zijne bezoeken aan de familie +Bathory! ... Te Catania, die strik, welken hij aan Zirone gespannen +heeft! ... Te Ceuta, die tusschenkomst, die evenwel Carpena het leven +gekost heeft! ... Hij was daar dicht bij Tetuan! ... Maar het schijnt +niet, dat hij er heen gegaan is, ook niet, dat hij weet, dat daar de +schuilplaats van Sava te vinden is. Dat zou een verschrikkelijke slag +zijn, die evenwel nog gebeuren kan! ... Wij zullen zien, of die niet +voorkomen kan worden, niet alleen voor het toekomstige maar zelfs voor +het tegenwoordige! ... De Senousisten zullen weldra meester zijn van de +geheele Cyrenaïsche kuststrook; ... zij zullen dan slechts een zeearm +over te steken hebben, om Antekirrta aan te kunnen vallen! ... Als zij +in dat spoor voortgedreven moeten worden ... welnu, dan zal ik wel ..." + +Het is klaarblijkelijk, dat alle die feiten donkere vlekken aan +Sarcany's gezichteinder vormden. In de sombere verwikkelingen, die +hij pas voor pas ontwierp, om zijn doelwit te bereiken, en hetwelk +hij schier met de hand aanraakte, kon het kleinste steentje een +struikelblok worden, die hem zou kunnen doen vallen en vernietigen. En +van dien val zou hij waarschijnlijk niet meer opstaan. Nu was die +tusschenkomst van dokter Antekirrt in zijne plannen wel geschikt om +hem te verontrusten; maar wat hem nog meer zorgen baarde, en ernstige +zorgen, was de tegenwoordige toestand van Silas Toronthal. Die was +het krankzinnig worden nabij. + +"Ja," zoo sprak hij tot zich zelven, "wij zijn, inderdaad, zonder +uitweg tegen den muur gedrongen! ... Morgen wordt alles op één worp, +op één dobbelsteen gezet! ... Of de bank zal springen, of ... wij! Dat +ik geruïneerd zal zijn door zijn val ... wat kan dat schelen? Ik kan +mij herstellen ... Maar Silas Toronthal? Dat is iets anders ... Dan +zal hij gevaarlijk worden, ... dan kan hij geneigd zijn te praten, +... dan kan hij het geheim openbaren, waarop mijn geheele toekomst +rust! ... Dan zou hij, nadat hij zoolang in mijne macht geweest is, +macht over mij krijgen!" + +En, inderdaad, de toestand was zoodanig, als Sarcany hem inzag. Hij +kon zich deswege geen droombeelden maken, ook niet over de moreele +waarde van zijn medeplichtige. Hij had hem vroeger onderwijs in onrecht +en laaghartigheid gegeven, en Silas Toronthal zou niet nalaten die +lessen op te volgen, wanneer hij niets meer te verliezen zou hebben. + +Sarcany vroeg zich toen af, hoe hij te handelen had in zoo'n benauwend +uiterste. + +Terwijl hij zoo in gedachten verzonken zat, zag hij niet, wat bij den +ingang der haven van Monaco, die eenige honderden voeten beneden hem +gelegen was, plaats vond. + +Op den afstand van eene kabellengte van dien ingang gleed een +lang spoelvormig lichaam in volle zee voorwaarts, dat noch mast +noch schoorsteen vertoonde, en waarvan de romp slechts twee of drie +voeten boven de wateroppervlakte uitstak. Dat vaartuig kwam weldra, na +langzamerhand de Focicana-kaap tot vlak onder het duiven-schietterrein +van Monte Carlo genaderd te zijn, eene meer gunstige ankerplaats, +voor de branding beveiligd, zoeken. Toen die gevonden en het anker +in den zeebodem gevallen was, stak eene lichte jol, van plaatijzer +vervaardigd, die als in de flanken van dat schier onzichtbare schip +verscholen was geweest, van boord af, nadat drie mannen daarin plaats +hadden genomen. Weinige riemslagen waren voldoende, om het nabijgelegen +strand te bereiken, waar twee der opvarenden aan wal stapten, terwijl +de derde de jol naar boord terugroeide. Weinige minuten later was +het geheimzinnige vaartuigje, dat zijne tegenwoordigheid noch door +een licht noch door eenig gedruisch verraden had, zonder eenig spoor +na te laten, in de duisternis verdwenen. + +Wat de beide ontscheepte mannen betrof, deze volgden, nadat zij de +strandstrook overgestoken waren, den voet der rotsen en richtten +hunne schreden naar het station van den spoorweg van Monaco, daarna +sloegen zij de Spelugualaan in, die sierlijk en bevallig om de tuinen +van Monte Carlo voert. + +Sarcany had daarvan niets gezien. Zijne gedachten voerden hem in dit +oogenblik ver, zeer ver van Monaco, naar den kant van Tetuan... Maar +hij dwaalde er niet alleen heen. Hij noodzaakte zijn medeplichtige +die denkbeeldige reis mede te maken. Die was waarachtig in geene +stemming om denkbeeldige reizen te volvoeren. + +"Silas! ... ik in de macht van Silas Toronthal!.." zoo herhaalde hij +al prevelend in zich zelven. "Silas, die met één woord mij zou kunnen +beletten, mijn doel te bereiken! ... Dat nooit! ... Als wij morgen +het geld niet teruggewonnen hebben, wat het spel ons ontnomen heeft, +dan zal ik hem wel noodzaken mij te volgen! ... Ja, dat zal ik ... mij +te volgen tot Tetuan toe ... en wie zal zich daar op de Marokkaansche +kust om Silas Toronthal bekommeren, wanneer hij eensklaps kwam te +verdwijnen? Niemand ter wereld, niemand, niet waar?" + +De lezer weet het: Sarcany was er de man niet naar, om voor +eene misdaad meer of minder terug te deinzen, vooral wanneer de +omstandigheden, zooals de onbekendheid van de landstreek, de woestheid +harer inwoners, de onmogelijkheid om den schuldige op te sporen en +uit te vinden, de volvoering zoo gemakkelijk zouden maken. + +Toen zoo zijn plan vastgesteld was, sloot Sarcany het venster, ging +naar bed en was weldra in een diepen slaap gedompeld, zonder dat +zijn geweten die rust stoorde, zonder dat zelfs eenige wroeging zich +deed gevoelen. + +Met Silas Toronthal was het niet zoo gesteld. De bankier bracht een +schrikkelijken nacht door. En niet zonder reden! Wat bleef hem van +zijn vermogen van weleer nog over? Ter nauwernood tweemaal honderd +duizend franken, die door het spel niet verzwolgen waren. En dan +nog: die behoorden hem niet eens. Dat was de inzet van de laatste +partij! De laatste kans, die te wagen was! De toestand was in zijn +oogen ontzettend netelig. + +Dat was de wil van zijn medeplichtige; dat was zijn eigen wil! Zijne +verzwakte, verweekte hersenen, die met dwaze berekeningen vervuld +waren, gedoogden hem niet meer om kalm en juist te redeneeren. Hij +was zelfs onbekwaam--in dit oogenblik althans--om zich rekenschap +van zijn toestand te kunnen geven, om dien te kunnen overzien, zooals +Sarcany niet zonder sluwheid gedaan had. Hij begreep volstrekt niet, +dat de rollen verwisseld waren, dat hij den man nu in zijne macht +had, die hem zoo lang het dwangjuk had doen gevoelen. Hij had slechts +oogen voor het tegenwoordige, dat hem zijn onmiddellijken ondergang +deed aanschouwen, en dacht slechts aan den dag van morgen, die hem +redden zou, of hem tot de laagste sport van de ladder der menschelijke +ellende zou doen afdalen. + +Zoo ging die nacht voor de beide vennooten zeer ongelijk, zooals men +ziet, voorbij. + +Gunde hij den eenen eenige uren rust, zoo liet hij den anderen zich +slechts wanhopig wentelen in angstige pijnlijkheid en volslagen +slapeloosheid. + +Den volgenden morgen tegen tien uren vervoegde Sarcany zich bij +Silas Toronthal. De bankier was voor zijne tafel gezeten en hield +zich halsstarrig bezig met eenige vellen papier met cijfers en +formulen te bekladden. Blijkbaar had hij den nacht met dien arbeid +doorgebracht. Hij zag er uit als het beeld der verpersoonlijkte +wanhoop. + +"Welnu, Silas Toronthal," begon de Siciliaan op dien luchtigen toon, +die aan de ellende in dit tranendal niet meer gewicht schenkt, dan +zij waard is. + +De bankier antwoordde niet, hij scheen te zeer in zijne formulen en +berekeningen verdiept. + +"Hebt gij eindelijk de voorkeur aan de roode of aan de zwarte kleur +geschonken?" vervolgde Sarcany. + +"Ik heb geen enkel oogenblik geslapen!" siste Silas Toronthal meer +dan hij sprak. + +"Niet?" + +"Neen, geen enkel. Hebt gij kunnen slapen?" vroeg de bankier woest, +terwijl een zweem van afgunst zijn gelaat ontroerde. + +"Zeker heb ik kunnen slapen. Maar ... des te erger, Silas Toronthal, +des te erger voor u." + +"Waarom? Zeg mij, waarom des te erger voor mij en niet voor u? Dat +wil en moet ik weten." + +"Heden moet gij noodzakelijk koelbloedig wezen en zouden een paar +uren rust u goed gedaan hebben." + +"Och, wat! Bah!... Wat beteekent rust?... Heb ik rust noodig?.. En +toch...." + +"Kijk mij... Ik heb heerlijk geslapen, en ik bevind mij in den +gewenschten toestand om den kamp met de fortuin te aanvaarden. Ik +wilde, dat gij zoo kalm waart als ik." + +"De fortuin?... De fortuin?..." herhaalde Silas Toronthal nadenkend +en met de hand voor het voorhoofd geslagen. + +"Ja, de fortuin! Zij is, wel beschouwd, vrouw en als zoodanig deelt +zij hare gunsten uit aan hen, die sterk genoeg zijn, om haar te +beheerschen en haar onder den duim te houden," + +"Zij heeft ons toch verraden! Ja, verraden, zooals dat slechts eene +vrouw doen kan!" + +"Bah!... Een eenvoudige gril!... Als die gril over is, keert zij tot +ons terug! Zijt gij daaromtrent niet ten innigste overtuigd? Gij zult +zien, zij komt tot ons terug!" + +Silas Toronthal antwoordde niet. Had hij wel gehoord, wat Sarcany tot +hem zeide, terwijl zijn blik het vel papier niet verliet, dat voor +hem lei en waarop hij zijne vrij nuttelooze combinatiën uitgerekend +had? Dat was voorzeker te betwijfelen. Hij bleef het oog op de +cijferreeksen gevestigd houden en scheen overigens niets te zien of +te hooren. + +"Wat deedt gij dan toch, toen ik binnentrad?" vroeg Sarcany, terwijl +hij het papier greep. + +"Ik?" hernam de bankier als verschrikt... "Ik?... Geef mij dat papier +terug, Sarcany." + +"Berekeningen, ... onfeilbare martingalen om te winnen?.. Drommels, +waarde Silas, het komt mij voor, dat gij zeer ongesteld zijt. Het +begint u waarlijk in het hoofd te schelen!" + +"Kom, loop heen, ik... Maar geef mij dat papier terug, Sarcany, +ik bid er u om." + +"De fortuin, of beter het toeval, de kans laat zich niet door +berekeningen onderwerpen. En het is die fortuin, dat toeval, die kans +alleen, die heden uitspraak zal doen: voor of tegen ons!" + +"Welnu?" vroeg Silas Toronthal, terwijl hij hem het papier uit de +handen trok, het opvouwde en in zijne portefeuille opborg. + +"Ik ken maar eene manier, Silas, om dat toeval te leiden, te dwingen," +hernam Sarcany op spotzieken toon. + +"Welnu?" herhaalde de bankier vragend: "Zeg mij die manier, Sarcany, +als zij goed is." + +"Ja, maar daarvoor moet men bijzondere studiën gemaakt hebben ... en +op dat gebied--dit moet gij erkennen--is onze opvoeding onvoltooid +gebleven. Van studie hebben wij beiden niet veel willen weten." + +"Maar, wat verder? Spreek dan toch, Sarcany. Wat verder?" vroeg Silas +Toronthal stampvoetende. + +"Laten wij het derhalve geheel, aan het toeval overlaten. Gisteren had +de bank de veine, het is niet onmogelijk, dat zij heden déveine zal +hebben. En als dat zoo is, dan"... Sarcany's oogen glinsterden... "heb +ik u niets meer te zeggen." + +"Dan?..." + +"Dan zal het spel ons alles weergeven, wat wij verloren hebben! Zult +gij dan tevreden zijn?" + +"Alles?..." + +"Ja, alles, Silas Toronthal! Alles! Verstaat gij +mij? Alles! Alles! Verlaat u op mij." + +"God geve het!" zuchtte de bankier zoo weemoedig, alsof het eerlijk +verdiende penningen gold. + +"Maar, nu geene zwakheid, geene ontmoediging meer! Integendeel +stoutheid en koelbloedigheid!" + +"En als wij hedenavond geruïneerd zullen zijn?" hernam de bankier, +die voor Sarcany ging staan en hem strak in de oogen keek. "Zeg, +als wij hedenavond niets meer hebben zullen?" + +"Welnu, dan verlaten wij Monaco! Dat is afgesproken, Silas Toronthal, +niet waar?" + +"Monaco verlaten? Waarom Monaco verlaten? En waarheen dan?... Zoo +zonder geld?" + +"Voorzeker. Wat zouden wij hier uitrichten? Zonder de speelzalen is +te Monaco niets uit te richten." + +"Monaco verlaten?... Om waarheen te gaan? Daarop antwoordt gij niet, +dunkt mij." + +Neen, Sarcany antwoordde niet, daarin had Silas Toronthal volkomen +gelijk. + +"O, gevloekt zij de dag, waarop ik u leerde kennen, Sarcany, de dag, +toen ik uwe diensten verzocht!" + +De Siciliaan grinnikte van de pret. Het gesprek werd nu eerst +interessant voor hem. + +"Ik zou niet zoo diep gevallen zijn, als ik thans ben!" ging de +bankier kermend voort. + +"Het is een beetje laat, om thans dergelijke verwijten als oude koeien +uit de sloot te halen!" antwoordde de schaamtelooze kerel. "Dat moest +ge toch zelf inzien." + +"Zwijg!" riep de bankier uiterst vertoornd. "Zwijg, of ik zal u..." + +"Het is ook al te gemakkelijk, de menschen ten laatste met verwijten +te overladen, wanneer men zich eerst van hen bediend heeft. Dat is +de meest gebruikelijke manier, om zijne dankbaarheid te toonen!" + +"Pas op!" riep de bankier verbolgen uit. "Ik waarschuw u ernstig. Pas +op!" + +"Ja!... ik zal oppassen!" mompelde Sarcany onverstaanbaar. "Daar kunt +ge staat op maken." + +Die soort bedreiging van Silas Toronthal moest den ellendeling in +het voornemen sterken, om zijn medeplichtige buiten staat te stellen, +hem te kunnen benadeelen. + +Daarna hernam hij met luider stem, alsof er hoegenaamd niets gebeurd +was: + +"Waarde Silas," zei hij honigzoet, "laten wij toch niet boos +op elkander worden!... Waartoe zou dat dienen?... Dat overspant +slechts de zenuwen, en, geloof mij, wij mogen heden niet zenuwachtig +zijn!... Schep vertrouwen en kijk naar mij: ik wanhoop niet!... Gij +zult zien, heden zal het de dag onzer zegepraal zijn!" + +"Maar, intusschen.... Als dat nu eens niet gebeurt? Wat dan? is +de vraag." + +"Mocht bij ongeluk de déveine ons nogmaals teisteren.... Dan ... ja +dan...." + +"Welnu?..." + +"Vergeet dan niet, dat ik nog andere millioenen in het verschiet heb, +waarvan gij uw deel zult hebben." + +"Ja!... Ja!..." riep Silas Toronthal uit, bij wien de +spelersgeaardheid, die een oogenblik afgeleid was, weer de bovenhand +kreeg. "Ja!... Ja!... ik moet mijne revanche hebben! De bank is te +gelukkig geweest!" + +"Juist, zoo! Zie, nu wordt ge weer de oude fideele kerel! Nu herken +ik u weer." + +"Te gelukkig geweest!" herhaalde Silas Toronthal, "en dezen avond +nog.... Ja, dezen avond!..." + +"Dezen avond zullen wij rijk, zeer rijk zijn!" riep Sarcany uit, +"en ik beloof u, dat wij dan niet meer verliezen zullen, wat wij +teruggewonnen zullen hebben! Wat er ook heden gebeuren moge ... wij +zullen dan het spelen staken." + +"Heden?..." vroeg de bankier in gespannen verwachting. "Het spelen +staken?... Heden reeds?" + +"Morgen verlaten wij Monte Carlo!... Morgen stevenen wij naar Tetuan." + +"Naar Tetuan?... Monte Carlo verlaten?... Waarom, als ik u bidden mag?" + +"Ja, wij zullen vertrekken.... En deze noodlottige plaats ontvlieden, +waar men slechts zijn geld kan verliezen." + +"Waarheen?... Maar, waarheen dan toch?" + +"Zooals ik zeide, naar Tetuan, waar wij eene laatste partij te spelen +hebben, waarlijk eene allerlaatste partij! Maar daar niet met leelijke +croupiers, maar integendeel met een allerliefst aanvallig meisje." + +Silas Toronthal grinnikte, maar antwoordde niet. Hij verdiepte zich +weer in zijne kansberekeningen. Eene gedachte aan de arme Sava kwam +niet bij hem op. Het was inderdaad een kerel zonder ziel. + + + + + +IV. + +DE LAATSTE INZET. + + +De salons van den Vreemdelingen-Kring--gewoonlijk Casino +geheeten--waren sedert elf uren geopend. Hoewel het getal spelers nog +zeer beperkt was, waren toch reeds eenige roulette-tafels ter wille +van de ongeduldigen aan den gang. En het was daar rondom, dat thans +die weinige aanwezigen gezeten of gegroepeerd waren. + +De stand dezer tafels was vooraf nagegaan en zoo noodig hersteld +geworden; want het is van het uiterste belang dat zij volkomen waterpas +staan. En inderdaad, het geringste gebrek te dien opzichte zou toch +invloed kunnen hebben op den knikker, die langs de ronddraaiende +schijf voortloopt. Dat zou opgemerkt worden en de arglistige spelers +zouden dat spoedig in de gaten hebben en daarmede zeer ten nadeele +van de bank hun voordeel kunnen doen. + +Op ieder der zes roulette-tafels waren zestig duizend franken, zoowel +in goud als in zilverspecie en in papiergeld nedergelegd. Op ieder der +twee trente et quarante-tafels honderd vijftig duizend franken. Dat +is de gewone inzet der bank, in afwachting dat het gunstige seizoen +geopend wordt, en het is zeer zeldzaam, dat het bestuur der inrichting +genoopt wordt, die eerste fondsen-verstrekking aan te vullen. Met +hare zoo gunstige kansen moet zij steeds winnen. Is dus het spel op +zich zelf reeds als onzedelijk te beschouwen, het is daarenboven dom, +want de speler staat tegenover de bank met zeer ongelijke kansen. Hij +wordt als het ware opgelicht en afgezet. + +Rondom ieder der roulette-tafels hadden reeds acht croupiers, met +hunne harken in de hand, de plaatsen ingenomen, die voor hen bestemd +waren. Naast hen zaten of stonden de spelers, of de toeschouwers in +gespannen verwachting. + +In de salons wandelden de inspecteurs en de opzichters op en neer en +hielden het oog zoowel op de croupiers als op hunne slachtoffers, +terwijl talrijke kellners heen en weer liepen, om het publiek +te bedienen. Om een denkbeeld te geven van het gewemel, dat hier +plaats kan hebben, valt mede te deelen, dat niet minder dan honderd +en vijftig geëmployeerden in de speelzalen van Monte Carlo heen en +weder drentelen. Een ware legermacht inderdaad. + +Tegen half een in den namiddag bracht de trein van Nizza zijn gewoon +contingent van spelers aan. Zij waren dien dag wellicht talrijker +dan anders. Die serie van zeventien malen de roode kleur van daags +te voren, had haren natuurlijken invloed niet gemist. Een ieder wilde +een kijkje komen nemen, of zich zoo iets niet zou herhalen. + +Dit werkte als eene nieuwe aantrekkingskracht, en een ieder, die van +het toeval des spels leefde of daaraan offerde, was gekomen om met +belangstelling het vervolg van zoo'n serie te zien en op te merken. + +De salons waren een uur later gevuld. Men koutte natuurlijk over +die zonderlinge uitkomst, evenwel met zachte stem. Niets stemt +meer akelig dan dat gefluister in die onmetelijke zalen, welker +versieringen met verguldsel overladen zijn, die weelderig gemeubeld +en door prachtige kronen en kandelabres verlicht zijn, zonder nog de +olielampen te vermelden, die van groene oogenschermen voorzien zijn, +en voornamelijk boven de speeltafels aangebracht zijn. + +Wat hier, in weerwil van de menigte, die er zich verdringt, den +boventoon voert, is niet het geluid der gesprekken, maar wel het +metaalachtige gerinkel der gouden of zilveren muntstukken, die +geteld, of op het groene kleed geworpen worden, ook het geritsel van +de bankbiljetten, alsmede het voortdurende: "rood wint en kleur" of +"zeventien, zwart, oneven," door de eentonige en onverschillige stem +des speldrijvers uitgegalmd. + +Dat alles levert een treurig gezicht op, dat een diepen blik in den +afgrond der menschelijke hartstochten gunt. + +Evenwel twee der voornaamste verliezers van den vorigen dag waren +nog niet in de speelsalons verschenen. Reeds waren eenige spelers +op het punt om verschillende kansen te volgen en te wagen, om de +veine te grijpen, hetzij bij de roulette, hetzij bij de trente et +quarante-tafel. Maar de afwisselingen van winst en verlies wogen +tegen elkander op, en niets duidde er op, dat het verschijnsel van +den vorigen dag zich weer zou voordoen. + +Tegen drie uren eerst traden Sarcany en Silas Toronthal het Casino +binnen. + +Voordat zij in de speelzalen verschenen, wandelden zij de ruime zaal +op en neer, waarin zij weldra de algemeene nieuwsgierigheid tot zich +trokken. Men bekeek hen, men bespiedde hen, men vroeg zich af of zij +den strijd weer zouden aanbinden met het noodlot, dat hun den vorigen +dag zoo vijandig, zoo noodlottig was geweest. + +Eenige zoogenaamde professoren hadden van de gelegenheid wel willen +gebruik maken om hun onfeilbare martingalen of kunstgrepen om te +winnen, aan den man te brengen, indien de nieuw aangekomenen maar +genaakbaar geweest waren. Maar de bankier Silas Toronthal zag er zeer +verstrooid uit, en merkte niet op, hetgeen rondom hem voorviel. Sarcany +was meer koelbloedig, meer gesloten dan ooit. Het was, alsof hij beider +lot in handen had en, van zekere zijde beschouwd, was dat ook zoo. + +Beiden waren, als het ware, in zich zelven gekeerd, nu zij den laatsten +inzet gingen wagen. + +Onder de vele personen, die hen met die bijzondere nieuwsgierigheid +hadden gadegeslagen, welke men aan ernstige lijders of aan +veroordeelden verleent, bevond zich een vreemdeling, die vast besloten +scheen, om hen geen oogenblik uit het oog te verliezen. + +Dat was een jonge man, twee en twintig of drie en twintig jaren oud, +met een fijn besneden gelaat en schrander uiterlijk en spitse neus--een +van die neuzen, die, als het ware, meer toekijken dan ruiken.--Zijne +oogen waren bijzonder doordringend, maar verscholen zich achter een +bril met eenvoudige beschermende glazen. Hij scheen zeer levendig +en het was alsof hij kwikzilver in de aderen had. Hij hield dan +ook de handen angstvallig in de zakken van zijn overjas, om hen te +beletten gebaren te maken, terwijl hij zijne voeten noodzaakte om +met de hielen op dezelfde lijn aan elkander gesloten te zijn, om +des te zekerder te zijn, dat zij zoodoende op de plaats bleven. Hij +was zeer fatsoenlijk gekleed, hoewel er aan zijn kleeding niets ten +offer gebracht was, om de overdreven eischen van de modedwaasheid te +bevredigen. Er was dan ook niets in zijne houding op te merken, dat +naar gezochte voornaamheid zweemde, hoewel hij zich waarschijnlijk +niet zeer op zijn gemak voelde in die nauwsluitende kleedingstukken, +die den glans der nieuwheid nog bezaten. + +Zoo iets zal wel niemand bevreemden, want dat jonge mensch was niemand +anders dan Pescadospunt in eigen persoon. + +Buiten in den tuin stond hem Kaap Matifou geduldig te wachten. Beide +vrienden waren dus te Monte Carlo weer vereenigd. + +Wie zal er aan twijfelen, dat zij voor rekening van dokter Antekirrt +in dit paradijs, of in deze hel, door het Monacosche gebied gevormd, +gekomen waren? + +Zij waren daags te voren door de vlet van de _Electric 2_, behoorende +tot de vloot van het eiland Antekirrta, op de kaap van Monte Carlo +zonder meer ontscheept. Bagage hadden zij niet noodig geacht. + +Met welk doel waren zij hier gekomen? Wat voerde hen hier heen, +in die plaats des verderfs? + +Wij zullen het straks vernemen. De ontwikkeling van het verhaal zal +ons wel tot de ontknooping voeren. + +Twee dagen nadat Carpena aan boord van de _Ferrato_ gebracht +was geworden, was hij, in weerwil van zijn protest en zijne +tegenspartelingen, in een der onderaardsche casematten van het +eiland Antekirrta gekerkerd geworden. Daar begreep die ontsnapte +van het Spaansche presidio al heel spoedig, dat hij slechts de eene +gevangenis tegen eene andere verwisseld had. In plaats van te behooren +tot het personeel van veroordeelden onder het juk van den gouverneur +van Ceuta, was hij, evenwel zonder dat hij het wist, in de macht van +dokter Antekirrt. + +Waar bevond hij zich? Dat wist hij niet. Dat kon hij onmogelijk raden, +hoezeer hij zijn brein ook aftobde. + +Had hij bij de verandering gewonnen? Dat vroeg hij zich niet zonder +ongerustheid af. Hij was besloten om alles te doen, alles in het werk +te stellen, om zijn toestand te verbeteren. + +Hij aarzelde dan ook geen oogenblik, om op de eerste aanmaning, die +hem door den dokter zelven gedaan werd, met de grootste openhartigheid +te antwoorden. + +Of hij den Triëster bankier Silas Toronthal al dan niet kende? + +Daarop antwoordde hij ontkennend. + +Sarcany dan? + +Ja, dien kende hij, hoewel hij hem slechts zelden en dan nog met +groote tusschenpoozen gezien had. + +Of Sarcany met Zirone en zijne bende in betrekking stond, sedert +deze op het eiland Sicilië werkzaam was en de omstreken van Catania +onveilig maakte? + +Carpena antwoordde daarop bevestigend, daar Sarcany op Sicilië verwacht +werd, en hij daar zeer zeker aangekomen zou zijn, wanneer hij geen +bericht had bekomen van den ongelukkigen afloop van den tocht, +waarbij Zirone omgekomen was. + +Waar was Sarcany thans? luidde vervolgens de vraag van dokter +Antekirrt. + +Te Monte Carlo, wanneer hij ten minste die stad niet binnen kort +verlaten had. Daar had hij sedert eenigen tijd zijn verblijf +gevestigd en was daar waarschijnlijk in gezelschap van den bankier +Silas Toronthal. + +Meer wist Carpena niet en meer kon hij dus ook niet vertellen. Maar +het medegedeelde was voldoende voor dokter Antekirrt, om den veldtocht +te beginnen. + +Het is buiten kijf, dat de Spanjaard de drijfveer niet kende, +waarom hem de dokter van Ceuta had doen ontsnappen, waarom hij zich +van zijn persoon had meester gemaakt. Ook kon Carpena niet gissen, +dat zijn verraad jegens Andreas Ferrato gekend was door hem, die hem +ondervroeg. Daarenboven wist hij ook niet, dat Luigi de zoon was van +den visscher van Rovigno. + +Carpena werd in eene donkere casemat opgesloten, waarin hij nog +strenger bewaakt werd dan dat ooit in de gevangenis van Ceuta geschied +was. Hij zou met niemand in aanraking komen, totdat zijn lot beslist +zoude zijn. + +Zoo was dan een der drie verraders, die de bloedige ontknooping van +de Triëster samenzwering veroorzaakt hadden, in handen van dokter +Antekirrt. Dezen bleef dus nog de taak over, om de twee anderen te +achterhalen, wat niet moeielijk meer kon zijn, daar Carpena thans +medegedeeld had, waar ze gevonden konden worden. + +Daar evenwel de dokter en Piet Bathory door Silas Toronthal en +Sarcany herkend konden worden, scheen het hun geraden niet eerder +persoonlijk op te treden, dan wanneer zulks met zekerheid van te zullen +slagen kon geschieden. Maar nu men het spoor der beide medeplichtigen +teruggevonden had, kwam het er voornamelijk op aan, hen, in afwachting +dat de gelegenheid zich zou voor doen om daadwerkelijk te handelen, +niet meer uit het oog te verliezen. + +Daarom werd Pescadospunt naar Monaco gezonden met opdracht om hen +overal te volgen, waarheen zij gaan zouden. Kaap Matifou vergezelde +hem, om hem des vereischt met zijne stevige vuisten bij te springen, +terwijl dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi ook derwaarts met +de _Ferrato_ zouden vertrekken, wanneer het gunstige oogenblik +aangebroken zou zijn. Zooals men ziet, werden de mazen van het net +al meer en meer om de schuldigen dichtgetrokken. + +De beide akrobaten waren midden in den nacht te Monte Carlo aangekomen +en waren des morgens dadelijk aan den arbeid getogen. Het was hen niet +moeielijk gevallen, het hôtel uit te vinden, waar Silas Toronthal +en zijn medeplichtige Sarcany hun intrek genomen hadden. Terwijl +Kaap Matifou, in afwachting dat de avond viel, in den omtrek van +Monte Carlo rondwandelde, zag Pescadospunt, die zorgvuldig de wacht +hield en niets liet ontglippen, de beide vennooten tegen een uur in +den namiddag naar buiten treden. Het scheen den wakkeren verspieder +toe, dat de bankier Silas Toronthal zeer neerslachtig was en bitter +weinig sprak, hoewel Sarcany zijn best deed om het onderhoud levendig +te houden. In de morgenuren had Pescadospunt hooren verhalen, wat +daags te voren in de speelzalen van Monte Carlo plaats gevonden had, +namelijk die ongeloofelijke reeks van de roode kleur, die zoovele +slachtoffers gemaakt had en waaronder voornamelijk Sarcany en Silas +Toronthal aangehaald werden. Met zijne aangeboren schranderheid +besloot de wakkere kerel daaruit, dat hun onderhoud daarover +moest loopen, en in het bijzonder over het kwade gesternte, dat +hen vervolgd had. Bovendien vernam hij, dat die beide spelers niet +alleen ten gevolge van die noodlottige reeks, maar ook vroeger en +vooral in de laatste dagen groote sommen verloren hadden, waaruit +hij alweer met niet minder schranderheid de gevolgtrekking maakte, +dat hunne laatste hulpmiddelen nagenoeg uitgeput moesten zijn, en dat +het oogenblik naderde, waarop dokter Antekirrt daadwerkelijk en met +vrucht zou kunnen optreden. Waarlijk, de dokter had een meesterlijke +greep gedaan, toen hij de beide akrobaten voor zijn dienst aanwierf. + +Die mededeelingen werden des morgens dadelijk door Pescadospunt, +evenwel zonder iemand te noemen, aan een bekend adres te La Valetta op +het eiland Malta getelegrafeerd, vanwaar zij langs een particulieren +draad snel naar het eiland Antekirrta overgeseind werden. + +Toen Sarcany en Silas Toronthal het gebouw van het Casino van Monte +Carlo binnentraden, stapte Pescadospunt achter hen aan. Toen zij de +salons van de roulette en van het trente-et-quarante binnengingen, +volgde hij hen ook. + +Het was toen juist drie uren in den namiddag. De heldere metalen klok +van het torentje van het Casino verkondigde dat luid genoeg, terwijl +de nagalm over de watervlakte van de Middellandsche zee wegstierf. + +Het spel begon toen levendiger te worden, hoewel er nog geen groote +geestdrift heerschte. + +De bankier en zijn makker wandelden eerst de zalen rond. Hier en daar +bleven zij gedurende eenige oogenblikken bij sommige speeltafels staan, +sloegen den gang van het spel gade, maar onthielden zich blijkbaar +stelselmatig er deel aan te nemen. + +Pescadospunt verloor hen niet uit het oog, terwijl hij als een +onbedreven nieuwsgierige op en neder slenterde. Hij meende zelfs, +om hunne aandacht niet te trekken, hier en daar een paar vijf +francstukken op de kolommen of op de nummers der roulette te moeten +wagen. Die verloor hij natuurlijk; het moet evenwel erkend worden, +hij deed dat met de meest mogelijke onverschilligheid. Maar waarom had +hij ook niet den uitmuntenden raad gevolgd, die hem een professor, +een beunhaas in het spel, in vertrouwen gegeven had? Ja, waarom +niet? Was het betweterij? + +"Om te slagen in het spel," had deze gezegd, "moet men er zich +op toeleggen, om de kleine inzetten te verliezen en de groote te +winnen! Daarin bestaat het geheele geheim, mijnheer!" + +Pescadospunt knikte den raadgever gedachteloos toe; maar drentelde +verder. + +Het sloeg vier uren op de groote pendule in de speelzaal, waarin zij +zich bevonden, toen Silas Toronthal en Sarcany het geschikte oogenblik +gekomen achtten, om de veine "den tand te voelen", zooals zij dat +uitdrukten. Verscheidene plaatsen waren nog onbezet bij eene der +roulette-tafels. Beiden namen daaraan plaats en wel tegenover elkander, +en weldra zag de roulettehouder zich niet alleen door spelers omringd, +maar ook door eene talrijke menigte toeschouwers, die begeerig waren +den revanche-strijd te aanschouwen, dien de twee ongelukkige spelers +van den vorigen dag te leveren hadden. Aller aandacht was natuurlijk +ten hoogste geprikkeld. Men verdrong zich als het ware. + +Pescadospunt had natuurlijk gezorgd in de eerste rij der nieuwsgierigen +plaats te nemen, en was, zooals wel te bedenken is, niet een der +minsten van hen, die belangstelling in de lotswisselingen van de +begonnen partij stelden. + +Gedurende het eerste uur wogen de kansen nagenoeg tegen elkander +op. Winst en verlies stonden gelijk. + +Om die kansen des te beter te verdeelen, volgden Silas Toronthal en +Sarcany natuurlijk niet hetzelfde spel. Zij zetten ieder afzonderlijk +op en maakten zoo verscheidene belangrijke winsten, zoowel op de +eenvoudige als op de meer samengestelde combinatiën, die bij de +roulette gebruikelijk zijn. Maar het lot besliste niet voor en niet +tegen hen. + +Maar tusschen vier en zes uren scheen het lot te keeren en hen zeer +te begunstigen. + +Het maximum van inzet, dat bij de roulette zes duizend franken +bedraagt, werd herhaaldelijk door hen op volle nummers gewonnen. De +gelaatstrekken der bankhouders waren nog strakker dan gewoonlijk. + +De handen en vingers van Silas Toronthal beefden koortsachtig, +wanneer hij ze over het groene laken uitstrekte, hetzij om zijn inzet +ter gewilde plaatse bij te schuiven, hetzij om de goudstukken en de +bankbiljetten van onder de harken der croupiers naar zich toe te halen. + +Sarcany integendeel was zichzelven steeds meester. Hij liet geen +enkele der gewaarwordingen, die zijne ziel bestormden, op zijn gelaat +bespeuren. Hij vergenoegde zich zijnen medeplichtige met den blik aan +te moedigen; want het was Silas Toronthal, die, alles wel beschouwd, +de gunstige kansen van het oogenblik in zijn voordeel had. + +Hoewel Pescadospunt als in een halven roes verkeerde, door het heen +en weer geschuif van al die goudstukken, en door het geritsel van al +die bankbiljetten veroorzaakt, verzuimde hij geen oogenblik die beide +mannen met de grootste aandacht gade te slaan, Hij vroeg zich af, +of zij voorzichtig genoeg zouden zijn, om bij tijds met spelen op +te houden, ten einde het vermogen, dat zij bezig waren te verwerven, +te behouden. + +Toen kwam de gedachte bij hem op, dat wanneer Silas Toronthal en +Sarcany verstandig genoeg waren, om zoo te handelen, wat hij echter +betwijfelde, zij geneigd konden wezen om Monte Carlo te verlaten, ten +einde naar een anderen hoek van Europa te vluchten, waar zij dan weer +opgespoord moesten worden. En als zij geen geldgebrek zouden hebben, +zouden zij moeielijk in de macht van dokter Antekirrt vallen. + +"Het zal, alles wel beschouwd, beter zijn," mompelde hij in zich +zelven, "dat zij alles, ja alles verliezen. Ik geloof niet, dat ik +mij vergis, maar die schoft van een Sarcany is er de man niet naar +om het spel te midden van de gunsten der veine te staken. Enfin, +wij zullen zien en geheel naar omstandigheden handelen." + +Wat ook dienaangaande de meeningen en het hopen van Pescadospunt waren, +de gelukkige kansen verlieten onze twee medeplichtigen voorloopig +niet. Zij zouden inderdaad de bank drie malen reeds hebben doen +springen, wanneer de speelchef niet telkenmale toevoeging aan het +aanwezige kasgeld van twintig duizend franken bewerkstelligd had. + +Dat was waarlijk eene buitengewone gebeurtenis voor de toeschouwers +van dien strijd, waarvan het meerendeel de beide spelers zeer +genegen scheen. Was dat niet als eene soort weerwraak, genomen op +die onbeschofte reeks van de roode kleur, waarvan de administratie +der bank den vorigen dag zoo ruimschoots geprofiteerd had. + +Toen Silas Toronthal en Sarcany eindelijk tegen half zeven met spelen +ophielden, hadden zij, toen de rekening nauwkeurig opgemaakt werd, +eene winst gemaakt, die ruim twintig duizend louis d'or te boven +ging. Zij stonden toen op en verlieten de roulette tafel. Silas +Toronthal liep met wankelende schreden, alsof hij een weinig dronken +was. Dat was hij evenwel niet van sterken drank of van zware wijnen, +maar wel van opgewondenheid, ook van vermoeienis der hersenen. Hij +zag bleek van aandoening en was genoodzaakt herhaalde malen te blazen, +alsof de lucht zijner longen hem benauwde. + +Zijn makker was kalm, ja gevoelloos gebleven; maar die bewaakte den +bankier en vreesde niets meer of minder, dan dat deze trachten zou te +ontvluchten met de eenige honderd duizend franken, die met zooveel +moeite terug gewonnen waren, om zich zoo aan zijne heerschappij te +onttrekken. Nu hij meer geld had, was dit niet geheel onmogelijk. + +Beiden verlieten de speelzaal en het Casino, daalden daarna de trap +van het hooge bordes af en richtten hunne schreden naar hun hôtel, +alwaar zij eenige uren wenschten uit te rusten van die aandoeningen. + +Pescadospunt volgde hen van verre, evenwel zoo dat zij hem niet +bespeuren konden. + +Toen hij buiten kwam, ontwaarde hij bij een der kiosken van den tuin +Kaap Matifou, die heel gemakkelijk op een bank gezeten was en in +wijsgeerige beschouwingen verdiept scheen. + +Wijsgeerige beschouwingen van een Hercules? Welken omvang zouden die +wel gehad hebben? + +Pescadospunt ging tot hem en nam op zijne aanwijzing geen plaats +naast zijn vriend op de bank. + +"Kom," zeide hij integendeel met eenigszins gejaagde en kort afgebroken +stem. + +"Is het oogenblik gekomen?" vroeg Kaap Matifou, die dadelijk opstond +en mede wilde gaan. + +"Welk oogenblik?" + +"Hou je me voor den gek?" vroeg de reus gemelijk. "Pescadospunt zou +mij niet begrijpen?" + +"Neen, waarachtig niet. Ik begrijp je niet. Welk oogenblik?" vroeg +de kleine man ongeduldig. + +"Het oogenblik van ... van ... je weet wel.... Och, je wilt mij +niet verstaan...." + +"O, van ten tooneele te verschijnen?" riep Pescadospunt uit, wien +een licht plotseling opging. + +"Juist!" + +"Neen, mijn waarde Kaap!... Nog niet!... Blijf nog maar wat ter +zijde!..." was het antwoord. + +"Drommels!" pruttelde de reus. "Ik beken het volgaarne, ik begin mij +gruwelijk met dat niets-doen te vervelen." + +"Hebt ge al gegeten?" vroeg zijn vriend hem met alle +belangstelling. "Ik hoop van ja." + +"Ja, Pescadospunt, en goed ook! Daaraan schort het mij niet," +antwoordde Kaap Matifou met een zucht. + +"Ik feliciteer je wel! Ik heb de maag bij mijne hielen zitten, zoo +laag is zij gezakt." + +"Dat is laag! Maar, Pescadospunt, dan zit dat lichaamsdeel bij jou +niet op z'n plaats." + +"Niet waar? Want dat is de plaats van een fatsoenlijke maag niet." + +"Dat dunkt me ook. Maar, vertel mij. Hoe komt dat zoo? Gij hebt toch +zoovele behoeften niet." + +"Wees gerust, ik zal mijn maag wel weer naar boven werken, als ik +tijd heb. Intusschen...." + +"Intusschen? Gij spreekt er van, of gij bij dat werk eene domme-kracht +wilt bezigen." + +"Ga hier niet van de plaats, voordat ge me terug gezien hebt, Kaap +Matifou! Begrepen?" + +"Daar kunt ge op aan!" bromde de athleet. "Maar het begint knapjes +saai te worden." + +Pescadospunt ijlde naar den hellenden weg, dien Sarcany en Silas +Toronthal thans afdaalden. + +Toen hij de verzekering bekomen had, dat de beide medeplichtigen zich +het diner in hunne vertrekken hadden laten voordienen, nam Pescadospunt +den tijd om plaats te nemen aan de table d'hôte van het hôtel. Het +was tijd, want de arme kerel had werkelijk honger. Maar in een half +uur tijd had hij, zooals hij Kaap Matifou verzekerd had, zijn maag +weer omhoog en op de normale plaats gebracht, welke dat orgaan in +het menschelijke lichaam moet innemen. Hij veegde zijn lippen met +zijn servet af, en loosde een zucht van voldaanheid.... + +Daarna stak hij een overheerlijke sigaar, een echte Panatella op, +ging naar buiten en stelde zich vóór het hôtel verdekt op, om zijn +bespieden voort te zetten. Hij was een onbetaalbare kerel voor dengeen, +die hem wist te gebruiken. + +"Waarachtig, ik ben in de wieg gelegd om schildwacht te +spelen!" mompelde hij. "Ik ben mijn loopbaan misgeloopen. Maar, +wat er aan te doen? Het is thans geen tijd meer om soldaat te gaan +worden. Daartoe is het te laat." + +Hij wandelde achter een perk sierstruiken op en neer, en peinsde over +de aangelegenheden, die hij te behartigen had. + +De eenige vraag, die hij zich in het onderhavige geval inderdaad +stellen kon, was: + +"Zouden de heeren Sarcany en Toronthal heden avond naar het Casino +terugkeeren of niet?" + +Tegen tien uren verschenen Silas Toronthal en Sarcany in de omlijsting +van de deur van het hôtel. Pescadospunt meende te hooren en te +begrijpen, dat zij vrij levendig met elkander kibbelden. + +Klaarblijkelijk poogde de bankier voor de laatste maal weerstand te +bieden aan de verleidingen en aan het lastige aandringen van zijn +medeplichtige. Deze ging zelfs verder; want hij eindigde met op +bevelenden toon te zeggen: + +"Het moet, Silas!... Ik wil het!... Zoo gij niet naar mij hoort +... dan blijven de gevolgen voor uwe rekening." + +Het overige ging door den afstand voor Pescadospunt verloren. + +De beide medeplichtigen stapten daarop den hellenden weg weer op, +die naar den tuin van het Casino Monte Carlo voert. Pescadospunt +volgde hen onmiddellijk, zonder evenwel tot zijn grooten spijt, +verder iets van hun onderhoud te kunnen vernemen. + +Ziehier evenwel wat Sarcany, op een toon die geen tegenspraak duldde, +zeide tot den bankier, die in zijn tegenstand dadelijk merkbaar +verflauwde. + +"Thans ophouden, Silas Toronthal, nu de veine teruggekomen is, dat +zou dwaasheid zijn!... Het is, of gij het hoofd kwijt zijt!... Wat, +wij zouden bij de ongelukkigste kansen, het spel als gekken doorgezet +hebben, en nu de kans gekeerd is, zouden wij het spel niet als wijzen +forceeren?... Wat, wij hebben eene eenige gelegenheid misschien, eene +gelegenheid, die wellicht zich niet meer aanbieden zal, om het lot te +overmeesteren, om de fortuin te bemachtigen, en wij zouden haar door +onze schuld laten ontsnappen?... Dat zou al te dwaas zijn, niet waar?" + +"Maar,..." poogde de ongelukkige te zeggen. "Als wij alles eens +verloren?... Denk daar toch aan." + +Sarcany liet hem evenwel niet verder aan het woord, maar hernam +oogenblikkelijk: + +"Silas, voelt gij dan niet dat de veine!..." + +"Als zij maar niet uitgeput is!" mompelde Silas Toronthal uiterst +neerslachtig. "Ik heb zoo'n voorgevoel." + +"Neen! honderdmaal neen! Zij is niet uitgeput!" hernam Sarcany +met drift. "Dat is, bij God, zoo niet uit te leggen, maar dat +gevoelt men; zoo iets doordringt iemand tot in het merg der +beenderen!... Een millioen wacht ons heden avond op de speeltafels +van het Casino!... Ja, een millioen!... hoort ge, een millioen! En ik +zal die laten ontsnappen!... Bij den duivel! dat moogt gij ook niet, +Silas Toronthal. Neen, dat moogt gij niet!" + +"Speel gij dan, Sarcany!... Ik voel dat ik zeer ongelukkig zal wezen," +stamelde de bankier. + +"Ik?" + +"Ja, gij!" + +"Ik!... Ik alleen spelen?... Neen, waarachtig niet!... Wij spelen +samen!... Ja!... En als ik moest kiezen tusschen ons tweeën, dan zou +ik aan u mijn plaats inruimen. De fortuin gaat persoonlijk te werk +en het is buiten kijf, dat zij u heden toelacht!... Speel dus en gij +zult winnen...." + +"Maar...." + +"Zwijg!... ik wil het!... Er valt hier niet meer op terug te komen," +sprak de verleider op kort afgebroken toon. + +Wat Sarcany wilde, was in het kort, dat Silas Toronthal zich niet zou +vergenoegen met de eenige honderd duizend franken, die hem veroorloofd +zouden hebben aan zijne heerschappij te ontsnappen. Wat hij wilde, was, +dat zijn medeplichtige weer de millionnair van weleer of straatarm +zou worden. Was hij rijk, dan kon hij voortgaan te leven, zooals hij +gedaan had; arm, dan zou hij Sarcany wel moeten volgen, overal waar +die hem voeren wilde. In beide gevallen zou hij niets meer van hem +te vreezen hebben. Neen, niets! Niets! + +Daarenboven, hoewel Silas Toronthal poogde weerstand te bieden, was +dat geheel te vergeefs; want hij gevoelde thans al de hartstochten van +den speler ongeketend in zich woelen. Te midden van den ellendigen +toestand, waartoe hij vervallen was, ondervond hij tegelijkertijd +zoowel vrees als aandrang om naar de speelzalen van het Casino te +Monte Carlo terug te keeren. De woorden van Sarcany goten vloeiend +vuur in zijne aderen. Ja, hij zag het, hij begreep het, de fortuin had +zich naar hem gewend en wel met zoodanige standvastigheid gedurende +de laatste uren, welke hij aan de speeltafel doorbracht, dat het +onvergeeflijk, ja onverantwoordelijk zoude zijn om thans de partij +op te geven! Neen, dat kon, dat mocht niet! Hij was dan ook weldra +vast besloten te doen, wat Sarcany verlangde. + +Die dwaas! + +Evenals alle spelers, zijne evenbeelden, stelde Silas Toronthal +op rekening van het tegenwoordige, wat niet anders dan tot het +verledene kan behooren! In plaats van te zeggen: het geluk _heeft_ +mij toegelachen,--wat inderdaad waar was,--prevelde hij: het geluk +_lacht_ mij toe--wat onwaar was! En toch, in het brein van allen, die +plaats rondom de speeltafels nemen, wordt geene andere redeneering +gevoerd! Zij allen vergeten maar al te zeer, wat een der grootste +wiskunstenaars van Frankrijk nog kort geleden zoo schrander en zoo +juist ter snede zeide: + +"Het toeval heeft slechts grillen, geene gewoonten!" + +Intusschen waren Sarcany en Silas Toronthal, steeds gevolgd door +Pescadospunt, tot voor het Casino genaderd. Daar stonden zij nog +een oogenblik stil. Het was inderdaad alsof zij voor de poorten des +tempels andermaal weifelden. + +"Silas," vermaande Sarcany toen, "Silas, geene aarzeling!... Gij zijt +vast besloten om te spelen, niet waar?" + +"Ja!" antwoordde de bankier, die zijn moed als 't ware met beide +handen greep. "Ja, ik ben vast besloten!" + +"Ja, maar bepaald besloten? Denk er om, geen aarzelen, geen +weifelen! Vast besloten!" + +"Bepaald en vast besloten ... om alles te wagen, ten einde alles te +winnen!" ging Silas Toronthal, wiens aarzelingen als nachtschimmen +verdwenen, zoodra zijn voet de eerste trede van de trap van het bordes, +dat tot de speelzalen toegang verleende, aangeraakt had, koortsachtig +voort: "Ik zal het noodlot tarten! Ik zal de fortuin dwingen!" + +"Ik wil geen invloed op u uitoefenen!" hernam Sarcany met zachte stem +en teemend. + +"Dat hoeft ook niet," antwoordde Silas Toronthal kort af, maar met +hartstochtelijke stem. + +"Gij moet niet mijne ingeving, maar de uwe volgen. Gij zijt het +gelukskind, niet ik." + +"Juist." + +"Die ingeving kan u niet misleiden. Wees daarvan ten volle +overtuigd. Die zal u op geen dwaalspoor brengen." + +"Dat denk ik ook." + +"Zult ge weer plaats aan de roulette-tafel nemen? Of hebt gij een +ander voornemen?" + +"Neen,... ik wensch bij het trente-et-quarante-spel op te +zetten!" antwoordde Silas Toronthal, terwijl zij het gebouw +binnentraden. + +"Gij hebt gelijk, Silas! Hoor slechts naar uwe ingeving!... De roulette +heeft u bijna een vermogen verschaft, het trente-et-quarante zal het +overige wel verrichten!" + +Beiden traden de salons binnen en wandelden eerst een poos op en +neer. Tien minuten later zag Pescadospunt hen plaats nemen aan een +der trente-et-quarante-tafels, waaromheen zich dadelijk het meerendeel +der spelers schaarden. + +Daar kunnen inderdaad meer stoutmoedige zetten gedaan worden. Daar +zijn de kansen van het spel meer eenvoudig, daar is ook het maximum van +inzet twaalf duizend franken, en in weinige oogenblikken kan de speler +groote verliezen, maar ook groote winsten maken. Rondom die tafels is +het dan ook, dat de groote spelers bij voorkeur plaats nemen. Daar +eindelijk ontluiken groote vermogens of worden die met zulk eene +duizelingwekkende snelheid verspeeld, dat de Beurzen te Parijs, te +New-York, te Londen of te Amsterdam er jaloersch op zouden kunnen zijn. + +Toen hij eenmaal aan de trente-et-quarante-tafel had plaats genomen, +was Silas Toronthal alle zijne vroegere angsten vergeten. Hij speelde +nu niet angstig, maar met eene soort van razernij, of wat juister is, +als een man, die weldra het hoofd kwijt zal zijn. Kon men daarenboven +ernstig meenen, dat er eene manier van spelen bestaat, eene manier om +zijn geld op te offeren? Klaarblijkelijk neen, hoewel de beunhazen en +de hartstochtelijke spelers het tegendeel beweren. Men is en blijft, +wanneer men speelt, de slaaf van het toeval. En dat willen of wenschen +die verblinden niet in te zien. + +Silas Toronthal speelde dus, terwijl Sarcany, wiens belang bij die +laatste partij dubbel gold en die steeds winner was, welke ook de +afloop zou zijn, hem nauwkeurig op de vingers keek en van iedere +winst of verlies aanteekening hield. + +In de eerste uren, wogen de afwisselingen van winst en verlies tegen +elkander op. Toch scheen de fortuin naar den kant van Silas Toronthal +te willen overhellen. Dat was uit de laatste uitkomsten, meenden zij, +duidelijk op te maken. + +Toen meenden hij en Sarcany zeker van den goeden uitslag te zijn. Hunne +oogen schitterden van begeerlijkheid. + +Zij hitsten elkander op, zooals men dat noemt; zij moedigden elkander +aan en plaatsten niet anders meer dan de hoogst toegestane inzetten +op het groene kleed. De lezer weet dat dat inzetten van twaalf duizend +franken zijn. + +Maar weldra hernam de bank, die over eene onwrikbare koelbloedigheid +beschikt, die zich niet laat medeslepen door de dwaasheden van eene +krankzinnige vervoering, en welker belangen door het vastgestelde +maximum, den speler opgelegd, beschermd wordt, geheel en al het +voordeel. + +Toen leden de medeplichtigen achtereenvolgens schrikkelijke +verliezen. Het was alsof het geld langs een hellend vlak wegstroomde! + +Al de winst, die Silas Toronthal in den namiddag behaald had, vervloog +voor en na. + +De bankier was schrikkelijk om aan te zien. Zijn gelaat was verwrongen +en vuurrood en toonde aan, hoedanig het bloed hem naar het hoofd +steeg. Zijne oogen stonden verwilderd en schier uitpuilend. Hij +klemde zich vast aan de tafelranden, aan zijn stoel, aan de pakjes +bankbiljetten, aan de rolletjes goudstukken, die zijne hand niet kon +loslaten. En dat alles geschiedde met stuipachtige bewegingen, met +zenuwachtige trillingen, met spiertrekkingen, met schokken evenals een +man zou overkomen, die op 't punt is van te verdrinken! Er was niemand +om hem op den rand van den afgrond te weerhouden! Geene hand, die hem +toegestoken werd, om hem te redden! Sarcany deed geen enkele poging, +om hem van die noodlottige plek te sleuren, om hem heen te voeren, +alvorens zijn ondergang volkomen was, voor dat zijn hoofd verdwenen +was onder de toeijlende golf van het verderf! + +Het was omstreeks tien uren, toen Silas Toronthal zijn laatsten inzet, +zijn laatste maximum waagde. Hij won ... won nog eens, verloor daarna +... verloor nogmaals en was toen alles kwijt! Toen hij met berooid +hoofd opstond, werd hij bestormd door dien afschuwelijk wreedaardigen +wensch, dat de bovenverdiepingen der Salons van het Casino mochten +instorten, om hem en met hem al diegenen te verpletteren, die zich +daarin bewogen. Hij bezat niets meer--niets meer van de millioenen, die +hij met zijn bankiershuis verdiend had, niets meer van de millioenen, +die hem als uitslag van zijn afschuwelijk verraad van het vermogen +van graaf Mathias Sandorf ten deel waren gevallen! Het noodlot had +onverbiddelijk uitspraak gedaan. De bankier was doodarm. + +Silas Toronthal, vergezeld van Sarcany, die toen zijn gevangenbewaarder +scheen te zijn, verliet de speelzalen, stapte het gebouw door en ijlde +buiten het Casino. Beiden vluchtten vervolgens als het ware langs +de square naar de voetpaden, die naar La Turbia opklommen. Het was, +alsof zij vreesden achtervolgd te worden. + +Pescadospunt was hen evenwel reeds op het spoor. Maar hij spoedde +zich in het voorbijgaan naar zijn vriend Kaap Matifou en sleurde +dien van zijne bank af, waarop de Hercules half ingedommeld lag, +en schreeuwde hem toe: + +"Op! en spoedig!... De oogen open en de beenen gebruikt! Drommels, +het oogenblik is daar!" + +"Wat is daar?" riep de reus, zoo uit den dommel wakker geschud, +onthutst uit. "Wat is daar?" + +"Kom maar, wij hebben geen tijd om te babbelen," antwoordde +Pescadospunt gejaagd. + +En beiden ijlden op het spoor voort, dat zij niet meer wilden +verliezen. Het was tijd ook. + +Sarcany en Silas Toronthal bleven intusschen in allerijl naast elkander +voortstappen en stegen steeds, terwijl zij de kronkelende en klimmende +paden volgden, die langs de hellingen van het bergterrein te midden +van olijf- en oranje-boschjes voerden. Die grillige kronkelingen en +wendingen veroorloofden aan Pescadospunt en aan Kaap Matifou, om hen +niet uit het oog te verliezen, hoewel zij geen woord konden verstaan +van hetgeen de beide medeplichtigen spraken. + +"Keer naar het hôtel terug, Silas Toronthal," herhaalde Sarcany +onophoudelijk met bevelende stem, "keer terug ... en herneem uwe +koelbloedigheid.... Het is alsof gij krankzinnig zijt." + +"Neen!... Ik keer niet naar het hôtel terug," kreet Silas Toronthal, +met onaangenaam klinkende stem. + +"Kom, het moet!... Laat u door mij raden.... Laat u door mij +geleiden.... Er is nog herstel mogelijk." + +"Neen, zeg ik u.... Wij zijn tot den bedelstaf gebracht.... En dat +alles is uwe, uwe schuld, Sarcany!" + +"Kom, wees nu niet dwaas.... Anders zijt gij zoo verstandig.... Hoe +is het mogelijk zich zoo op te winden?" + +"Wij moeten scheiden, Sarcany.... Ik wil u niet meer zien!... Ik +wil.... Ik wil verre van hier ... ver, zeer ver!" + +"Scheiden?... Waarom?... Zeg mij!... Is dat nu niet het dwaaste +denkbeeld, dat bij u opkomen kan?" + +"Ik wil.... Hoort gij, Sarcany.... Ik wil.... Ik ben uwe +tegenwoordigheid moede. U heb ik alles te danken." + +"Gij zult mij volgen, Silas Toronthal. Morgen zullen wij Monte Carlo +verlaten!... Er blijft ons geld genoeg over om Tetuan te bereiken, +en daar zullen wij onze taak voleindigen. Gij weet wel, dat wij daar +niet zonder middelen zullen zijn." + +"Neen!... Neen!... Duizendmaal neen!... Ik wil niet ... en daarmee +uit!" kreet de rampzalige. + +"Maar, waarom niet?" + +"Laat mij, Sarcany, laat mij!" riep Silas Toronthal uit. "Laat mij, +of ik bega een ongeluk!" + +En hij stootte zijn makker gewelddadig terug, toen deze hem wilde +grijpen. Daarna stoof hij met zooveel vaart vooruit, dat Sarcany moeite +had, om hem weer in te halen. Geheel onbewust van hetgeen hij deed +of omtrent hetgeen rondom hem voorviel, liep Silas Toronthal veel +kans in de steile ravijnen te storten, waarboven en waarlangs zich +het net der tuinpaden uitspreidde. Eene enkele gedachte huisde nog in +het brein van den ongelukkigen bankier tot bedwelmens toe, dat was: +Monte Carlo te ontvluchten, waar hij zijn ondergang gevonden had, +en Sarcany te ontvluchten, wiens raadgevingen hem zoo verderfelijk +geweest waren en zoo ellendig gemaakt hadden. Hij wilde in één woord +vluchten, en het aan het toeval overlaten, waarheen hij zich zoude +wenden, zonder te weten, wat van hem worden zou. + +Sarcany gevoelde wel, dat hij geen macht meer op zijn medeplichtige +zou kunnen uitoefenen, dat die op het punt was aan zijn invloed +te ontsnappen! O! wanneer de bankier niet bekend was met geheimen, +die hem in het verderf konden storten, of hem voor het allerminst de +laatste partij, die hij nog spelen wilde, kon doen verliezen, dan zou +hij zich al zeer weinig bekommerd hebben over dien man, dien hij tot +aan den rand van den afgrond gesleurd had! Maar, alvorens in dien +afgrond te storten, kon Silas Toronthal een laatsten gevaarlijken +kreet slaken, en die kreet moest vermeden, moest verstikt worden, +al moest dat ook door middel van eene misdaad geschieden! + +Toen, in dat oogenblik was er van de gedachte aan die misdaad, waartoe +hij in zijn binnenste besloten was, tot de daadwerkelijke uitvoering +slechts een pas te maken en Sarcany aarzelde geen oogenblik dien +pas uit te voeren. Wat hij op weg naar Tetuan, in de eenzaamheid der +Marokkaansche velden wilde uitvoeren, zou hij dat niet, dezen zelfden +nacht op deze plek, die weldra geheel eenzaam en verlaten zoude zijn, +kunnen doen? Die gedachte bestormde wild en woest zijn misdadig brein. + +Maar op dit uur werden toch nog te veel menschen, die zich verlaat +hadden, op dien weg tusschen Monte Carlo en la Turbia ontmoet. Nog te +veel wezens bewogen zich op die hellingen en klommen haar op of daalden +haar af. Een kreet, een schreeuw van Silas Toronthal zou hen kunnen +doen te hulp schieten, en de moordenaar wilde, dat de moord onder +zoodanige omstandigheden geschiedde, dat nimmer eenige achterdocht hem +zoude kunnen bereiken. Dat noodzaakte hem gebiedend te wachten. Hooger, +daar ginds la Turbia voorbij, over de Monacosche grenzen, op dien +bergachtigen weg, die zich op meer dan twee duizend voeten boven +de oppervlakte der zee, aan de flanken van het eerste voorgebergte +der Zeealpen vastklemde, zou Sarcany zeker en zonder gevaar kunnen +toestooten. Wie zou daar zijn slachtoffer te hulp komen? Hoe zou daar +het lijk van Silas Toronthal in de diepte van die peillooze, sombere +ravijnen, die langs den weg aangetroffen werden, weer gevonden worden? + +Evenwel wilde Sarcany een laatste maal zijn medeplichtige weerhouden +en een laatste poging aanwenden, hem naar Monte Carlo naar het hôtel +terug te voeren. Die poging zou evenwel deerlijk mislukken. + +"Kom, Silas Toronthal, kom!" zei hij, terwijl hij zijn makker bij +den arm greep. "Kom dan toch, zeg ik u!" + +"Neen!... Laat mij! Laat mij!..." kreet de bankier; terwijl hij zijn +makker met verbeten woede terugstootte. + +"Morgen zullen wij het spel hervatten!... Ik heb nog eenig +geld.... Morgen kunnen wij alles terugwinnen." + +"Neen, neen! Laat mij..." riep Silas Toronthal met eene van razernij +trillende stem uit. + +Wanneer hij bij machte geweest ware, om met Sarcany te worstelen; +wanneer hij met dolk of revolver gewapend geweest ware, dan zou hij +voorzeker niet geaarzeld hebben, om zich over al het kwaad, dat hem +zijn vroegere Tripolitaansche agent berokkend had, te wreken. Hij +zou dan toegestooten hebben, al had hij daarna ook het hoofd op het +schavot moeten brengen. + +Met een woest handgebaar, waaraan de toorn nog meer spierkracht +verleende, stootte Silas Toronthal Sarcany terug; daarna ijlde hij +voort naar den laatsten draai van het pad en daalde langs eenige +trappen af, die den weg vormden in den rotswand waartusschen kleine +terrasvormige tuinen uitgehouwen waren. Hij had weldra de voornaamste +straat van Turbia bereikt, die op den smallen zadelrug uitkomt, +die den Hondskop van de bergmassa van Ayel afscheidt, en de vroegere +grensscheiding tusschen Italië en Frankrijk uitmaakt. + +"Welnu, als gij het dan zoo wilt, ga dan, Silas," riep Sarcany hem +voor de laatste maal achterna. "Ga, maar ge zult niet ver loopen. Dat +verzeker ik u!" + +En daarna rechts wendende, overschreed hij eene kleine omheining, +uit losse steenen opgetrokken, stak een schuinhellenden tuin dwars +over, regelde zijne schreden dermate, dat hij voor Silas Toronthal +op den grooten weg zoude uitkomen. Daar wilde hij zijn vroegeren +medeplichtige opwachten, om met hem af te rekenen. + +Al hadden Pescadospunt en Kaap Matifou ook al niets van die +woordenwisseling kunnen hooren, zoo hadden zij toch duidelijk +waargenomen met hoeveel geweld de bankier Sarcany had teruggestooten en +hadden zij gezien, hoe de laatstgenoemde in de schaduw der boomgroepen +verdween. + +"De duivel mengt zich in het spel," riep Pescadospunt uit. "Gauw, +gauw!" + +"Denkt ge?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend met verwonderde +blikken poogde aan te kijken, wat bij de heerschende duisternis +mislukte. + +"Waarachtig!... De voornaamste ontsnapt ons +waarschijnlijk.... Gauw!... Gauw! Wij moeten ons haasten!" + +"Och kom, die kerels kunnen toch niet vliegen!" sprak Kaap Matifou +gemelijk. + +"Dat moest er nog maar bij komen ..." hijgde Pescadospunt schier +wanhopig. + +"Wat?" + +"Dat de andere ons ook ontsnapte! Dat zou iets moois voor ons zijn! Wat +zou Dokter Antekirrt wel zeggen?" + +"Dat kan niet." + +"Gelukkig ook. Die Toronthal zal weldra onze krijgsgevangene +zijn!... Opgepast, Kaap!" + +"Dat meen ik ook. Wees intusschen gerust, ik zal oppassen, +Pescadospunt." + +"Daarenboven, er valt hier niet te kiezen... Kom vooruit, waarde +Kaap, vooruit!" + +En voortspoedende hadden zij Silas Toronthal weldra ingehaald. Dat +merkten zij weldra. + +Deze besteeg snel de straat van Turbia. Nadat hij de kleine +verhevenheid, waarop de Augustustoren verrijst, voorbij geijld was, +liep hij met vlugge schreden langs de huizen, welker deuren reeds +gesloten waren, en bevond zich weldra op den weg der Kroonlijst. + +Pescadospunt en Kaap Matifou volgden hem op een afstand van ongeveer +vijftig passen en verloren hem niet uit het oog. + +De weg der Corniche of der Kroonlijst is het overblijfsel van eene oude +Romeinsche heerbaan. Van Turbia af daalt zij langs de berghellingen, +te midden van prachtige rotspartijen, van alleen staande kegelheuvels, +van diepe afgronden, die zich tot bij de spoorbaan uitstrekken, welke +langs de kuststrook aangelegd is, naar Nizza af. Over den spoorweg +heen, waren bij den helderen sterrenhemel en bij het zachte licht der +maan, die in het oosten opkwam, in het nevelig verschiet zes baaien +te ontwaren, alsmede het Hospitaaleiland, de monding van de Var, +de golf van Juan, de Lerinische eilanden, de golf van Napocila, het +schiereiland van Garoupa, de kaap van Antibes en daarachter als een +verheven achtergrond: het Esterelgebergte. Hier en daar schitterden +havenlichten, zooals dat van Beaulieu, hetwelk aan den voet der +steile oevers van Klein-Afrika opgericht is, dat van Villafranca, +hetwelk door den Leuzaberg beheerscht wordt. Vervolgens werden nog +eenige signaallichten van visschersvaartuigen ontwaard, die zich in +de kalme wateroppervlakte spiegelden. + +Het was toen iets later dan middernacht. In de verte stierf het +metalen geluid van een klokkentoren weg. + +Op dit oogenblik was Silas Toronthal aan het einde der Turbiastraat +gekomen en verliet thans den weg der Kroonlijst en spoedde zich op een +pad voort, dat rechtstreeks naar Eza voert, hetwelk een adelaarsnest +genoemd moet worden, alwaar een half barbaarsche bevolking, boven op +dien rotsblok, te midden van woeste pijnboomen en wild struikgewas, +huist. Dat pad was volmaakt eenzaam. De waanzinnige bankier volgde +het gedurende een poos, zonder den pas te vertragen, zonder het hoofd +om te keeren, ten einde achterwaarts te zien. Plotseling wendde hij +zich ter linkerzijde langs een smal padje, dat den hoogen rotsmuur +van de kuststrook, waarlangs de spoorbaan en de rijweg onder een +tunnel aangelegd zijn, scheidde en schier raakte. + +Pescadospunt en Kaap Matifou volgden den radelooze op den voet en +verloren hem niet uit het oog. + +Op honderd passen verder ongeveer bleef Silas Toronthal eindelijk +stilstaan. Hij was op eene rots gesprongen, die loodrecht boven een +afgrond hing, waarvan de zool eenige honderd meter lager door de +deininggolven der Middellandsche zee, die er donderend tegen brak, +gezweept werd. + +Wat wilde Silas Toronthal daar doen? Dat vroegen de twee vrienden +zich met ontzetting af. + +Was eene gedachte aan zelfmoord in dat ziekelijke brein opgekomen? Zou +hij zich willen van kant maken? + +Wilde hij, door in dien afgrond te springen, een einde aan zijn +ellendig bestaan maken? + +"Duizend duivels!" riep Pescadospunt uit. "Dat zou onze geheele +rekening in de war sturen!" + +"Ik doe er evenveel duivels bij," antwoordde Kaap Matifou. "Maar wat +moeten die duivels? Wat is er aan de hand?" + +"Wij moeten hem levend hebben! Kaap, wij moeten dien kerel levend +aan dokter Antekirrt overleveren." + +"Dat 's waar ook," beaamde Kaap Matifou beteuterd. "Drommels ja, +dat is waar ook!" + +"Grijp hem," riep Pescadospunt, "en houd hem goed vast! Grijp hem, +maar verworg hem niet!" + +Maar nauwelijks hadden beiden ongeveer twintig passen afgelegd, toen +zij een man ter rechterzijde van het pad zagen verschijnen. Deze gleed +als het ware langs de helling tusschen mastiek- en mirten-struiken +door en sloop blijkbaar naar de rots, waarop Silas Toronthal zich +bevond. Het was alsof een verscheurend gedierte naderde. + +Dat was Sarcany. De beide acrobaten herkenden hem dadelijk. Men kon +zich trouwens daarin niet vergissen. + +"Drommels!" mompelde Pescadospunt tusschen de tanden. "Daar is die +andere nu ook!" + +"Wie is er nu weer?" vroeg de reus, die eensklaps stil bleef +staan. "Zeg, wie is er nu weer?" + +"Het is niet onmogelijk, dat die schurk zijn makker een handje wil +helpen, dat hij hem een duwtje wil geven, om hem van deze wereld naar +de andere te zenden...." + +"Dat is zelfs zeer waarschijnlijk.... Dat bespaart ons de moeite, +dunkt me." + +"Welnu, Kaap Matifou, gij den eenen en ik den anderen. Dan hebben +wij ze beiden." + +Maar Sarcany was stil blijven staan.... Hij had iets gehoord ... en +wilde niet herkend worden.... + +Plotseling ontsnapte een ijselijke vloek aan zijne lippen. Daarna +ijlde hij rechts af en verdween, alvorens Pescadospunt hem had kunnen +bereiken, te midden van het struikgewas. + +Toen Silas Toronthal een oogenblik later in den afgrond wilde springen, +werd hij door Kaap Matifou gegrepen en op den weg teruggebracht. + +"Laat mij!..." riep hij. "Laat mij!... Wat moet gij van mij +hebben?... Wilt gij geld?... Ik heb het niet." + +"Wij zouden u een misstap laten doen, die u het leven zou kunnen +kosten, mijnheer Toronthal," antwoordde Pescadospunt. "Dat nooit!" + +"Dat nooit!" herhaalde Kaap Matifou. "Geloof ons, inderdaad, +dat nooit!" + +De slimme Pescadospunt was op dit voorval, hetwelk zijne instructiën +niet voorzien konden, natuurlijk niet voorbereid geweest. Maar al was +Sarcany ook al ontsnapt, zoo was toch Silas Toronthal in den val, en +er bleef thans slechts over, om hem naar Antekirrta over te voeren, +alwaar hij met al de eerbetuigingen, die hem rechtens toekwamen, +zoude ontvangen worden. Dat was de eindbeslissing, waartoe onze beide +akrobaten besloten. + +"Wilt ge u tegen verminderden prijs met den vervoer van mijnheer +belasten?" vroeg Pescadospunt aan Kaap Matifou. + +"Volgaarne," antwoordde deze. "Hij zal het bij mij goed hebben. Hij zal +niets te betalen hebben en daarentegen goed eten en drinken krijgen." + +Silas Toronthal had zelfs geen besef meer van hetgeen met hem voorviel, +en kon dan ook geen weerstand bieden. Pescadospunt stapte vooruit +en daalde langs een steil voetpad, dat langs een afgrond naar het +strand leidde. Hij werd onmiddellijk door Kaap Matifou gevolgd, +die het bewustelooze lichaam van den bankier nu eens voortsleepte, +dan weer eens op zijne schouders torschte, zoo als hij met een stout +kind zoude gedaan hebben. + +Die afdaling was uiterst moeielijk, en inderdaad, zonder de +buitengewone behendigheid van Pescadospunt, en zonder de buitengewone +lichaamskracht van Kaap Matifou, zoude een ongeluk onvermijdelijk +gebeurd zijn, en zouden twee van die drie mannen naar beneden gestort +zijn, waar zij een oogenblikkelijken dood zouden gevonden hebben. + +Eindelijk evenwel bereikten zij, na zeker twintig malen hun leven +gewaagd te hebben, de laatste rotslagen, die met de oppervlakte der +zee gelijk waren. Daar bestond de kuststrook uit eene aaneenschakeling +van kleine inhammen, die grillig in de rotswanden ingesneden waren. De +wanden dier kleine baaien waren steil en hoog en hadden eene roode +kleur, afkomstig van ijzerverbindingen, waaruit het gesteente bestond, +maar waardoor zij aan de golfjes van de branding eene akelige +bloedkleur verleenden. + +De dag begon juist aan te breken, toen Pescadospunt eene schuilplaats +in een van die uithollingen van den oever ontdekte, die voorzeker door +een der geologische beroeringen in vroegere eeuwen gevormd was. Daarin +werd Silas Toronthal op den oever neergelegd, om onder bewaking van +Kaap Matifou een poos te verwijlen. + +Toen deze den bankier, die er niets van scheen te bemerken en zich +ook niet verontrustte, daarheen gebracht had, zei Pescadospunt tot +Kaap Matifou: + +"Ge blijft bij hem, niet waar, Kaap? Luister als je blieft goed +naar mij". + +"Ja, ik luister. Ik zal bij hem blijven, zoolang als ge wilt, +Pescadospunt." + +"Ook al blijf ik twaalf uren weg? Dat is lang, niet waar, Kaap +Matifou?" + +"Zeker.... Maar, wees gerust, ik zal bij hem blijven. Als ik dat +beloof, gebeurt het ook." + +"Zonder te eten?"... + +"Drommels, zonder eten?... Maar alles wel beschouwd, wat zal dat er +toe doen?" + +"Zoo zonder ontbijt?" + +"Bah, als ik hedenochtend niet ontbijt", antwoordde de reus, "zal +ik van avond bij het diner mijn schade inhalen. Ik zal dan voor +twee eten." + +"En als gij niet dineert, Kaap Matifou? Hoort ge, dat wordt ernstiger!" + +"Bah!... Dan zal ik voor vier soupeeren", antwoordde de edele kerel +kalm en gelaten. + +Kaap Matifou nam toen zoodanig plaats op een rots, dat hij zijn +gevangene geen seconde uit het oog verloor. Pescadospunt volgde van +zijn kant den zeeoever van baai tot baai en richtte zijn schreden +naar den kant van Monaco. Het was geen gemakkelijke weg, die hier +over dat rotsachtig strand met zijne scherpe punten te volgen was. + +Pescadospunt zou evenwel zoo langen tijd niet behoeven weg te +blijven, als hij eerst berekend had. In minder dan twee uren had hij +de _Elektriek_ opgespoord. Deze lag ten anker in een van die eenzame +kreken, die door een aaneenschakeling van rotsen tegen de deininggolven +uit volle zee beveiligd waren. Een uur later kwam het vlugge vaartuig +voor de monding der smalle baai aan, waar Kaap Matifou, van uit zee +gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus, die de kudden +van Neptunus weidde. Hij was van de plaats niet afgeweest en had den +bankier niet uit het oog verloren. + +Het duurde niet lang, of Silas Toronthal en Kaap Matifou waren +aan boord ingescheept. Men had daarbij noch kustbewakers, noch +ambtenaren van de in- en uitgaande rechten, noch zelfs kustvisschers +ontwaard. Zoodra de inscheping volbracht was, sloeg de _Elektriek_ +met volle kracht vooruit, verliet de golf van Genua, stevende de +Tyrrheensche zee in en richtte den boeg naar het eiland Antekirrta +in de Syrtische zee. + + + + + +V. + +AAN GODS GOEDE ZORGEN OVERGELATEN. + + +Dat het ons thans vergund zij een algemeen overzicht van de +volkplanting te Antekirrta te leveren. + +Silas Toronthal en Carpena waren thans in de macht van dokter Antekirrt +of beter van graaf Mathias Sandorf, en deze wachtte slechts op een +gunstige gelegenheid, om het spoor van Sarcany te vervolgen. Aan den +anderen kant beijverden zijne zaakgelastigden zich om te ontdekken, +waar mevrouw Bathory zich ophield. Tot nu toe was hun dat slecht +gelukt. Sedert zijne moeder, in gezelschap van den ouden Borik, +die haar eenige steun was, spoorloos verdwenen was, had eene ware +wanhoop, die zich ieder uur, iedere minuut deed gevoelen, zich van +Piet Bathory meester gemaakt. Zichtbaar leed hij daaronder. Het zou +dan ook voor dokter Antekirrt een groot geluk geweest zijn, wanneer +hij eenige verzachting aan dat hart, hetwelk tweemaal gebroken was, +had kunnen schenken. Wanneer de jonge man toch van zijne moeder +sprak, dan voelde de dokter dat hij dan aan Sava Toronthal dacht, +hoewel die naam in hunne gesprekken nimmer uitgesproken werd. + +In het stedeke, dat de hoofdplaats van het eiland Antekirrta uitmaakte, +bewoonde Maria Ferrato niet verre van het stadhuis een der fraaiste +woningen van Artenak. De dankbaarheid van dokter Antekirrt had daarin +alle voorwerpen vereenigd, die de meeste gemakken aanbieden en het +leven kunnen veraangenamen. Haar broeder woonde daar bij haar, +wanneer hij niet op zee was, of wanneer hij niet met den een of +anderen transportdienst of eenig opzicht belast was. Dan ging er geen +dag voorbij, zonder dat die twee jonge lieden een bezoek bij dokter +Antekirrt aflegden, of dat deze hen opzocht. Zijne toegenegenheid voor +de kinderen van den visscher van Rovigno vermeerderde aanmerkelijk, +naarmate hij hen beter leerde kennen. Dat was natuurlijk, want beiden +bezaten eene edele geaardheid. + +"Hoe gelukkig zouden wij zijn," herhaalde Maria meermalen, "wanneer +Piet het ook kon wezen." + +"Ja zeker," zuchtte Luigi, "maar dat kan eerst, wanneer hij zijne +moeder weergevonden zal hebben. Daaromtrent, Maria, heb ik nog niet +alle hoop opgegeven. Met de middelen, waarover dokter Antekirrt +te beschikken heeft, moet den een of anderen dag het oord ontdekt +worden, waarheen Borik bij het verlaten van Ragusa mevrouw Bathory +vervoerd heeft." + +"Die hoop koester ik ook, Luigi, maar..." + +Hier zweeg het meisje als ware zij beschroomd. + +"Maar, wat? Nu, spreek op, zusjelief. Wat wildet gij mij zeggen, +Maria?" + +"Zou Piet geheel getroost wezen, wanneer hij alleen zijne moeder weer +gevonden had?..." + +"Mij dunkt van neen." + +"Waarom niet, Luigi? Mij dunkt, dat hem dat al zeer gelukkig moest +maken." + +"Omdat het niet mogelijk is, Maria, dat Sava Toronthal ooit zijne +vrouw wordt." + +"Luigi," antwoordde Maria, "wat den mensch onmogelijk toeschijnt, +is dat onmogelijk voor God?" + +Toen Piet aan Luigi de verzekering had gegeven, dat zij beide broeders +voor elkander zouden zijn, kende hij Maria Ferrato nog niet en kon hij +dus nog niet weten, welke teedere, toegenegene en liefderijke zuster +hij in haar zoude aantreffen! Toen hij dan ook gelegenheid had gehad, +haar naar eisch te kunnen waardeeren, aarzelde hij geen oogenblik, +om haar zijne smarten en zijne droefheden toe te vertrouwen. Dat +verlichtte hem een weinig, wanneer zij te zamen praatten. Wat hij aan +dokter Antekirrt niet had willen zeggen, wat hij zich zelven verbood +hem mede te deelen, dat vertrouwde hij Maria toe. Hij vond in haar een +liefhebbend hart, dat voor het medelijden geheel en al geopend was, +een hart, dat hem begreep, dat hem troostte; hij vond in haar een +vertrouwvolle ziel, die de wanhoop niet kende. Wanneer Piet Bathory +buitengewoon veel leed, wanneer zijn hart ten boorden toe overvuld +was, wanneer zijne smart hem dreigde te overweldigen, dan ijlde hij +naar haar, en wie weet hoe menigmaal Maria er in slaagde, hem troost +en vertrouwen in de toekomst in te boezemen. + +Intusschen bevond zich thans een man in de kasematten van Antekirrta, +die weten moest, waar Sava Toronthal zich bevond, of ook zij nog +steeds in de macht van Sarcany was. Dat was hij, die haar voor zijne +dochter had laten doorgaan, dat was de bankier Silas Toronthal. Maar +uit eerbied voor de nagedachtenis van haren vader, zou hij nimmer +gepoogd hebben, hem over dit onderwerp aan het praten te krijgen. + +Silas Toronthal bevond zich daarenboven sedert zijne gevangenneming +in een zoodanigen geestestoestand, in een zoodanige lichamelijke en +zedelijke neerslachtigheid, dat hij niets zou hebben kunnen mededeelen, +al had zijn eigen belang gevergd, dat hij zulks deed. Maar hij had +integendeel in het geheel geen belang er bij om mede te deelen, wat +hij van Sava wist, omdat hij onkundig was dat hij de gevangene van +dokter Antekirrt was, ook dat Piet Bathory niet dood maar levend op +het eiland Antekirrta aanwezig was, een eiland waarvan hij den naam +zelfs niet kende, en dus nog veel minder wist, waar dat ergens ter +wereld gelegen was. + +Inderdaad, slechts God, zooals Maria Ferrato zeide, kon dien toestand +ontwikkelen. + +De werkelijke staat der kleine volkplanting zou slechts onvolkomen +in het licht gesteld zijn, wanneer vergeten werd melding te maken van +Pescadospunt en van Kaap Matifou. Die behoorden toch in het kader van +het personeel van het eiland Antekirrta te huis. Die twee behoorden +tot de notabelen van de kleine volkplanting, en dat verdienden zij ook. + +Hoewel het Sarcany gelukt was te ontsnappen, hoewel men zelfs +zijn spoor bijster geraakt was, zoo was de gevangenneming van Silas +Toronthal zoo belangrijk, dat de dankbetuigingen van dokter Antekirrt +en van Piet Bathory aan Pescadospunt niet ontbraken. Geheel aan zijn +eigen gedachtenloop overgelaten, had die brave kerel juist gedaan, +wat in de gegeven omstandigheden moest verricht worden. Niemand +had het kunnen verbeteren. Daar nu dokter Antekirrt zich tevreden +betoonde, zou het den beiden vrienden niet gepast hebben, het ook +niet te zijn. Zij hadden derhalve hunne lieve en fraaie woning weer +betrokken, in afwachting dat men andermaal hunne diensten noodig zoude +hebben. Hunne vurigste hoop was, dat zij meermalen voor de goede zaak +nuttig zouden kunnen zijn. + +Pescadospunt en Kaap Matifou hadden dadelijk na hunne aankomst te +Antekirrta, een bezoek afgelegd bij Maria en Luigi Ferrato, daarna +hadden zij hunne opwachting gemaakt bij eenigen der notabelen van +Artenak. Overal werden zij uitstekend ontvangen; want zij hadden zich +bij iedereen bemind weten te maken. Men had dan Kaap Matifou bij die +plechtige gelegenheden moeten zien. Hij schitterde dan inderdaad, +hoewel hij zich een weinig verlegen met zijn kolossalen omvang +betoonde, waarmede hij alleen een zaal vulde. + +"Ik ben evenwel dun," merkte Pescadospunt op, "dat maakt evenwicht, +en herstelt de ongelijkheid." + +Wat dien kleinen behendigen akrobaat aangaat, hij was de vreugde +van de geheele volkplanting, die hij met zijne vroolijke geaardheid +verlevendigde. Hij stelde zijne schranderheid en behendigheid ten +dienste van allen. O! als hij de zaken naar het algemeen welbehagen +mocht regelen, welk program van vermakelijkheden zou hij dan niet +zoowel voor de stad als voor de omstreken ontwerpen. Ja, als het moest, +dan zou hij, Pescadospunt en Kaap Matifou geen oogenblik aarzelen, om +hun beroep van kunstenmakers te hervatten, ten einde de Antekirrtsche +bevolking in opgetogenheid te brengen. + +In afwachting dat die fraaie dag zoude aanbreken, hielden Pescadospunt +en Kaap Matifou zich onledig met hun tuin, die door prachtige boomen +beschaduwd was, te verfraaien, alsook hunne villa, die waarlijk onder +de bloemen bedolven scheen. Bij die werken aan de kleine havenkom +verleenden zij krachtige en nuttige hulp. Wanneer men Kaap Matifou +kolossale rotsbrokken zag loswringen en vervoeren, dan moest betuigd +worden, dat onze Provençaalsche Hercules niets van zijne krachten +verloren had. + +Slaagden de lasthebbers van dokter Antekirrt niet in hunne pogingen +om mevrouw Bathory op te sporen, anderen, die Sarcany opzochten, waren +niet gelukkiger. Geen hunner had kunnen ontdekken, waar die ellendeling +een schuilplaats had gevonden, nadat hij Monte Carlo verlaten had. + +Kende Silas Toronthal het geheim van die schuilplaats? Dat was op zijn +minst genomen aan twijfel onderhevig, wanneer men de omstandigheden in +aanmerking neemt, waaronder die twee op den weg naar Nizza van elkander +gescheiden waren. Daarenboven, al was de bankier met de verblijfplaats +van zijn medeplichtige bekend, dan was het nog de vraag, of hij die zou +willen aanwijzen. Het meest waarschijnlijke was dat hij zou weigeren. + +Dokter Antekirrt wachtte dan ook uiterst ongeduldig het tijdstip +af, dat Silas Toronthal in staat zoude zijn te kunnen antwoorden, +om alsdan de proef te nemen. + +Het was in een fortje, dat bij den noordwestelijken hoek aangelegd was, +dat Silas Toronthal en Carpena ieder in eene cel opgesloten waren, +waarin zij hoegenaamd niemand te zien kregen. Zij kenden elkander niet +anders dan van naam; want de bankier had zich nimmer met de zaken +van Sarcany op Sicilië ingelaten. Er was dan ook een streng bevel +uitgevaardigd, namelijk: dat men hen zelfs niet mocht laten gissen, dat +zij te zamen dat fortje bewoonden. Zij waren in twee gekasematteerde +vertrekken opgesloten, die van elkander verwijderd lagen en die zij +slechts verlieten, om een poos op afzonderlijke pleintjes lucht te +scheppen. Zij werden bewaakt door twee sergeanten van de Antekirrtsche +militie, van welker trouw dokter Antekirrt verzekerd was. Het was +dan ook onmogelijk, dat de twee gevangenen gemeenschap met elkander +konden hebben, of dat zij afspraken met elkander hadden kunnen houden. + +Ook was geen onbescheidenheid te vreezen. Op alle vragen, die Silas +Toronthal en Carpena tot hunne bewakers richtten omtrent de plaats +hunner gevangenschap, hadden zij nimmer antwoord ontvangen. Niets +kon hen dus doen vooronderstellen, dat zij in de macht van dien +geheimzinnigen dokter Antekirrt geraakt waren, dien de bankier kende, +omdat hij hem te Ragusa verscheidene malen ontmoet had, en voor wien +hij een instinctmatigen angst had voelen ontgloren. + +De eenige en voortdurende gedachte van den dokter was thans, om +Sarcany uit te vinden, om hem te kunnen bemachtigen, zooals dat met +zijne twee medeplichtigen reeds geschied was. Toen Silas Toronthal +dan ook tegen den 16n October zoover in beterschap toegenomen was, dat +hij in staat was om de vragen te kunnen beantwoorden, die hem gesteld +zouden worden, besloot de dokter hem aan een onderzoek te onderwerpen. + +Maar alvorens werd een raad belegd, bestaande uit dokter Antekirrt, +uit Piet Bathory en Luigi Ferrato, waarin ook Pescadospunt geroepen +werd, wiens adviezen niet te versmaden waren. + +Dokter Antekirrt bracht hen op de hoogte van zijne voornemens met +betrekking tot de gevangenen. + +"Wat denkt gij er van?" vroeg hij, toen hij daarmee geëindigd had. + +"Zou Silas Toronthal," merkte Luigi Ferrato op, "bij het vernemen +dat men verlangt te weten, waar zich Sarcany ophoudt, niet gissen +kunnen, dat men het er op toelegt om ook zijn medeplichtige in handen +te krijgen?" + +"Welnu," vroeg de dokter, "welk bezwaar zou daarin gelegen zijn, +nu hij ons toch niet ontsnappen kan?" + +"Toch meen ik, dat er een is, heer dokter," antwoordde Luigi. + +"Silas Toronthal kan meenen, dat het in zijn belang is, om niets te +zeggen, wat ten nadeele van Sarcany kan uitgelegd worden. Dat zou +hem den mond kunnen snoeren." + +"Maar waarom?" vroeg dokter Antekirrt. "Welk belang zou hij kunnen +hebben, om niets te zeggen?" + +"Ja, waarom?" herhaalde Piet Bathory. "Welk belang?... Waarlijk, +ik kan aan mijn gedachte geen vorm geven." + +"Omdat hij zich zelven daarmede kan benadeelen." antwoordde Luigi. "Mij +dunkt dat dat eene reden is." + +"Mag ik mij eene bemerking veroorloven?" vroeg Pescadospunt, die zich +uit bescheidenheid een weinig ter zijde hield. + +"Voorzeker, mijn vriend," antwoordde de dokter. "Wat wildet gij +ons zeggen?" + +"Heeren," hernam Pescadospunt, "ga ik af op de omstandigheden, +waaronder die twee boezemvrienden afscheid van elkander genomen hebben, +dan meen ik het er voor te moeten houden, dat zij elkander niet meer +te ontzien hebben. De bankier Silas Toronthal moet Sarcany, die hem +tot den bedelstaf bracht, uit den grond van zijn hart haten. Wanneer +onze gevangene dus weet, waar zijn medeplichtige zich thans bevindt, +dan zal hij geen oogenblik aarzelen,--zoo denk ik ten minste,--om dat +mede te deelen. Vertelt hij niets, dan is dat volgens mij het bewijs, +dat hij niets weet, dus dat hij niets te zeggen heeft." + +Die redeneering was niet van juistheid ontbloot. Het was meer dan +waarschijnlijk dat wanneer de bankier Silas Toronthal met de plaats +bekend was, waarheen Sarcany gevlucht kon zijn en waar hij zich zou +kunnen ophouden, hij zich niet verplicht zoude rekenen geheimhouding +te betrachten, vooral wanneer zijn eigen belang mede zoude brengen +om haar te verbreken. + +"Wij zullen heden nog vernemen, waaraan wij ons te houden hebben," +antwoordde de dokter, "en ik zal zien wat mij verder te doen staat, +wanneer Silas Toronthal niets weet of niets wil mededeelen. Maar, +daar hij nog onkundig moet blijven, dat hij in de macht van dokter +Antekirrt is, daar hij evenzeer nog niet mag weten, dat Piet Bathory +in leven is, zoo zal Luigi Ferrato de taak op zich willen nemen, +om hem te ondervragen." + +"Ik stel mij geheel tot uwen dienst, heer dokter," antwoordde de +jonge zeeman. + +Luigi begaf zich ten gevolge van dit gesprek naar het fortje, alwaar +hem toegang verleend werd tot de kasemat, die Silas Toronthal tot +gevangenis diende. + +De bankier was op dat oogenblik in een hoek bij eene tafel gezeten. Hij +had juist zijn bed verlaten. Naar zijn uiterlijk te oordeelen, was +zijn gemoedstoestand veel verbeterd. Hij hield zich toen niet met +de gedachte bezig, dat hij zijn vermogen verloren had. Hij dacht +zelfs niet aan Sarcany. Er was iets wat hem bovenmate verontrustte, +en dat was de zucht om te weten de reden waarom, en de plaats waar +hij opgesloten was, en wie toch wel de machtige persoon kon zijn, +die er belang bij kon hebben, zich van zijn persoon te verzekeren. Dat +was het wat hem bezig hield, maar waaromtrent hij geen oplossing kon +vinden. Zoo veel was zeker, dat hij begreep alles te vreezen te hebben. + +Toen hij Luigi Ferrato zijne cel zag binnentreden, stond hij op; +maar op een teeken van dezen ging hij weder onmiddellijk zitten. Het +onderhoud, dat plaats had, was slechts van korten duur en ziehier de +vragen, die hem gesteld werden: + +"Gij zijt Silas Toronthal, voorheen te Triëst en laatstelijk te Ragusa +woonachtig, niet waar?" + +"Op die vraag heb ik niet te antwoorden. Zij die mij gevangen hebben, +moeten weten wie ik ben, dunkt mij." + +"Dat weten zij. Wees daaromtrent onbekommerd, heer Toronthal! Op zijn +tijd zult gij alles te weten komen." + +"Maar wie zijn zij, als ik u bidden mag? Zijn het machtige mannen? Dat +zou ik wel willen weten." + +"Dat zult gij later vernemen. Niet te nieuwsgierig, heer bankier. Dat +is eene ongepaste ondeugd hier." + +"En wie zijt gij?" + +"Alweer te nieuwsgierig. Maar ik wil daarop wel antwoorden, dat ik +een man ben, die de opdracht heeft u te ondervragen." + +"Opdracht van wien? Gij spreekt steeds in onbegrijpelijke raadselen." + +"Van hem, wien gij rekening en verantwoording verschuldigd zijt, +die recht over leven en dood over u heeft." + +"Maar nogmaals, wie is dat? Gij zoudt mij inderdaad beangst kunnen +maken." + +"Dat is niet aan mij om het u te zeggen. Misschien zal hij het u +later zelf zeggen." + +"Welnu, in dat geval weiger ik te antwoorden. Vertrouwen tegenover +vertrouwen." + +"Zoo als ge verkiest! Ge waart te Monte Carlo in gezelschap van +een man, dien gij sedert lang kent en die u, sedert gij van Ragusa +vertrokken zijt, niet verlaten heeft. Die man is van Tripolitaansche +afkomst en heet Sarcany. Hij is ontsnapt op het oogenblik, dat gij +op den weg naar Nizza in hechtenis genomen werd. Ziehier nu wat mij +opgedragen is u te vragen: Weet gij waar die man zich thans bevindt +en zoo ja, zijt gij genegen dat mede te deelen?" + +Silas Toronthal wachtte zich er wel voor om te antwoorden. Wanneer +men verlangde om te weten waar Sarcany zich bevond, dan was daarvan +klaarblijkelijk het doel om zich van zijn persoon meester te maken, +zooals men met hem gedaan had. En waarom wilde men dat doen? Had +dat betrekking op gebeurtenissen van het verleden, waarin zij +beiden gezamenlijk de hand hadden gehad? Stond dat in verband met +de kuiperijen, die zij zich ter zake van de Triëster samenzwering +veroorloofd hadden? Maar hoe zouden die feiten bekend geraakt +zijn? En wie kon er belang bij hebben, om als wreker van graaf Mathias +Sandorf en van zijne twee vrienden, die reeds sedert vijftien jaren +overleden waren, op te treden? Dat alles zweefde den ellendeling in +een ondeelbaar oogenblik voor den geest. + +Dat waren de vragen, die Silas Toronthal zich in de eerste plaats +stelde. Hij begreep al spoedig, dat hij zich niet in handen van +een wettig ingestelde rechtbank bevond, wier macht zich over hem en +zijn medeplichtige dreigde uit te strekken. Dat moest hem evenwel +nog ongeruster maken. Hoewel het voor hem niet twijfelachtig was, +dat Sarcany eene schuilplaats te Tetuan in het huis van de oude Namir +gezocht had, waar de laatste inzet van de partij, die hij speelde, +zelfs binnen een zeer begrensd tijdvak moest gewonnen worden, besloot +hij dadelijk zich niets daarvan te laten ontvallen. Wanneer later +zijn belang mocht medebrengen om openhartig te zijn, welnu, dan zou +hij spreken; maar totdat hem dat gebleken zoude zijn, zou hij zeer +gesloten spel spelen. Na hem een kort oogenblik van beraad gelaten +te hebben, vervolgde Luigi: + +"Welnu...? Zijt gij van zins te spreken? Of weigert gij?" + +"Ik zou u kunnen antwoorden," hernam Silas Toronthal, "dat ik weet +waar die Sarcany, waarvan gij spreekt, zich ophoudt, dat ik het +evenwel niet wil zeggen. Maar inderdaad, ik weet het niet." + +"Is dat uw eenig antwoord, Silas Toronthal?" vroeg Luigi Ferrato +zeer ernstig. + +"Ja, het eenige en het waarachtige. Ge behoeft mij niet te gelooven, +als gij niet wilt. Toch zult gij geen ander antwoord erlangen." + +"Bedenk u wel.... Uw stilzwijgen zou u kunnen berouwen, heer bankier." + +Silas Toronthal trok de schouders op. Hij was thans vast besloten. Hij +wilde en zou niet spreken. + +Luigi Ferrato verliet hem toen en deelde dokter Antekirrt den uitslag +van dat onderhoud mede. Ofschoon het antwoord van den bankier, alles +wel beschouwd, niet onaanneembaar was, was men wel verplicht zich +er mede te vergenoegen. Er bleef dus niets anders te doen over om +de schuilplaats van Sarcany te ontdekken, dan de nasporingen ijverig +voort te zetten, ja, te verdubbelen en daartoe noch moeite noch geld +te sparen. + +Maar terwijl intusschen gewacht werd, dat de een of andere tijding +aanleiding kon geven om de vervolging te hervatten, moest dokter +Antekirrt zich met andere kwestiën bezig houden, die ernstig waren en +waarbij de veiligheid van het eiland Antekirrta zeer betrokken was. Die +kwestiën zouden weldra uitsluitend beslag op zijne aandacht leggen. + +Hij had geheime berichten uit de Cyrenaïsche provinciën ontvangen. + +Cyrenaïca, in het Grieksch Kyrenaikeh, was in den voortijd een +belangrijk Noord-Afrikaansch landschap, door Grieken gesticht en +bewoond, en op de hoogvlakte Barca gelegen. + +De Grieksche volkplanting werd er omstreeks het jaar 631 vóór de +geboorte van Christus op bevel van het orakel van Delphi, door inwoners +van het eiland Thera en doof eenige Spartanen onder aanvoering van +Battus gesticht. + +Het landschap ontleende zijn naam aan de stad Cyrene, terwijl er voorts +nog vier andere Grieksche steden verrezen, weshalve dat gewest ook +wel Pentapolis (vijfstad) genoemd werd. De nakomelingen van Battus +hadden er als vorsten een onbeperkt gezag, en onder Acceulaus III +verviel het aan de Perzen. + +Omtrent het jaar 440 vóór Christus, werd er de republikeinsche +regeeringsvorm ingevoerd, terwijl handel, scheepvaart, nijverheid, +kunsten en wetenschappen er toen buitengewoon bloeiden. Weldra +ontstond er echter verdeeldheid, en tyrannen maakten zich meester +van de heerschappij. + +Na den dood van Alexander de Groote werd het veroverd door Ptolomeus + III Psycon, die het in 96 vóór Christus aan de Romeinen naliet, welke +het eerst onafhankelijk verklaarden, maar het 30 jaren later met het +eiland Creta tot een Romeinsch wingewest vereenigden. Later werd +Cyrenaïca door Barbaarsche horden uit de binnenlanden van Afrika +geteisterd, en in de VIIde eeuw onzer jaartelling voltooiden de +Saraceenen het werk der verwoesting. + +De grond leverde in de dagen der oudheid een overvloed van kostelijke +vruchten op. + +Het land was vóór de geboorte van Christus de zetel der Cyrenaïsche +wijsbegeerte, wier aanhangers ook Hedonici genoemd werden, omdat zij +vrijelijk hunne hartstochten en lusten opvolgden. Die wijsbegeerte +stond tegenover die der Cynici, bloeide omstreeks eene eeuw in en +buiten Griekenland en werd door die der Epicuristen verdrongen. Zij +versmaadde alle bespiegeling en bepaalde zich tot het tastbare en +zinnelijke, zoodat zij tevens tot atheïsme verviel. + +Tot de meest beroemde volgelingen van Aristippus behoorden, behalve +zijne dochter Areta, zijn kleinzoon Aristippus Metrodoctus, Antipater, +Anniceris, Theodorus en Hesegius. + +Voorts was Cyrenaïca tot in de Vde eeuw na Christus de hoofdzetel +der Gnostische wijsgeeren. Het geheele gewest bevat een overgrooten +schat van merkwaardige overblijfselen der oudheid. + +De hoofdstad des lands was Cyrene, gelegen aan de waterbron Kyra, +thans Aim-ej-Shedah of Eeuwige bron. Zij lag op eene hoogvlakte, +vier uren gaans van de kust, tusschen twee bergtoppen, van welke de +oostelijke waarschijnlijk de Akropolis of Citadel torschte. Aan de +noordelijke helling van den anderen ontsprong de reeds genoemde bron, +waarbij zich een tempel van Apollo verhief, en wat verder westwaarts +was een schouwburg in de rotsen uitgehouwen. Voorts blijkt het uit +de trotsche bouwvallen, dat de stad weleer in het bezit was van een +groot aantal prachtige tempels en andere openbare gebouwen. + +Ook werd de wetenschap er ijverig beoefend; want zij was de vaderstad +van Aristippus, Anniceris, en Carnéades, van den dichter Callimachus +en van den geleerden Erasthothenes. + +De agenten, welke dokter Antekirrt in dat nabij gelegen land had, +beveelden hem aan om de omstreken van de golf van Sidra uiterst +nauwkeurig te doen gadeslaan. Volgens hen was het geduchte +bondgenootschap der Senousisten bezig hare strijdkrachten op de +grenzen van Tripoli te zamen te trekken. Een algemeene beweging +bracht de benden langzamerhand al meer en meer in de nabijheid van +het Syrtische kustland. + +Vlugge boden brachten voortdurend zendbrieven over van den Grootmeester +naar de verschillende zaouiyias van Noordelijk en Oostelijk Afrika. + +Vuur- en blanke wapens, uit het buitenland afkomstig, waren afgeleverd +en door het bondgenootschap in ontvangst genomen. Eindelijk, en dat +was wel het meest gewichtige van die tijdingen, was het blijkbaar dat +eene aanzienlijke macht in het villayetschap van Ben Gaza, derhalve in +de onmiddellijke nabijheid van het eiland Antekirrta bijeengetrokken +werd. Waarlijk, de toestand begon zich wel te ontwikkelen. + +Met het vooruitzicht op die gevaarlijke nabijheid, die weldra dreigend +kon worden, was dokter Antekirrt verplicht die maatregelen te treffen, +welke hem de voorzichtigheid gebood. + +Piet Bathory en Luigi Ferrato stonden hem gedurende de drie laatste +weken van de maand October volijverig bij die werkzaamheden ter zijde, +en alle bewoners der volkplanting brachten volgaarne alles bij, +wat de weerbaarheid van het eiland kon verhoogen. + +Pescadospunt werd herhaaldelijk maar zoo geheim mogelijk naar +de Cyrenaïsche kust gezonden, om zich daar in betrekking met de +agenten te stellen, en weldra had die schrandere kleine kerel zich +overtuigd, dat het gevaar, hetwelk het eiland Antekirrta bedreigde, +niet hersenschimmig, niet denkbeeldig genoemd mocht worden. + +De zeeschuimers toch van de provincie Ben Ghâzi, versterkt en +aangevuld door eene ware te wapen oproeping van de geaffilieerden en +bondgenooten der geheele kuststreek, hielden zich volijverig onledig +met het uitrusten van een krijgstocht, die het eiland Antekirrta tot +doelwit had. + +Zou die tocht binnen betrekkelijk korten tijd ondernomen worden, +of zou hij nog uitgesteld worden? + +Daaromtrent was niets te vernemen. + +Toch kreeg men te weten, dat de hoofden der Senousisten zich nog in +de zuidelijke districten ophielden, waaruit men de gevolgtrekking +mocht opmaken, dat geene belangrijke operatiën in de eerste dagen +ondernomen zouden worden. Die hoofden toch zouden haar moeten besturen +en aanvoeren. + +Daarom kregen de _Elektrieks_ van Antekirrta bevel om in de buurt +van de Syrtische zee te kruisen, zoowel om de kuststrook van het +Cyrenaïsche en van het Tripolitaansche gebied als de kust van geheel +het Tunische rijk tot aan Kaap Bon in het oog te houden. Voor +zulke kleine vaartuigen was dat een belangrijke dienst. Hunne +bewonderenswaardige snelheid vergoedde evenwel veel. + +De lezer weet dat de verdedigingswerken van het eiland Antekirrta +nog niet volgens de ontworpen plannen voltooid waren. Maar al mocht +het ook niet mogelijk heeten om dien arbeid ter gewenschter tijd te +kunnen beëindigen, zoo had men zich toch beijverd om den voorraad van +levensmiddelen, munitiën en verdere krijgsbehoeften in de magazijnen +en arsenalen van Antekirrta zoo rijkelijk mogelijk aan te vullen. + +Het eiland Antekirrta, dat door een zeearm ter breedte van ongeveer +twintig mijlen van de Cyrenaïsche kust gescheiden was, zou geheel +eenzaam in den Syrtischen zeeboezem liggen, wanneer niet een klein +eiland, algemeen bekend onder den naam van het Kencraf eilandje, +hetwelk een omtrek van ongeveer driehonderd meters bezat, in +de nabijheid van zijn zuidoostelijke punt gelegen ware. Volgens +den gedachtegang van dokter Antekirrt, zou dit eilandje later tot +verbanningsoord moeten dienen, namelijk wanneer een der kolonisten +die straf ooit zoude verdienen en zij door de ingestelde rechtsmacht +op het hoofdeiland uitgesproken zoude worden, een geval dat zich +gelukkig nog niet voorgedaan had. Men had er evenwel bij wijze van +voorzorg eenige barakken tot dat doeleinde opgericht. + +Maar in weerwil daarvan was het eilandje Kencraf niet versterkt +en--het mocht niet verbloemd worden--wanneer eene vijandelijke vloot +een aanval op Antekirrta in het schild voerde, dan stelde de ligging +daarvan een daadwerkelijk gevaar voor de hoofdvestiging daar. Want eene +vijandelijke macht had niets anders te doen dan daar te ontschepen +en van dat eilandje eene degelijke operatie-basis te maken. Het bood +alle gemakken aan om er levensmiddelen en munitiën te debarkeeren +men kon er eene batterij opwerpen en derhalve zou het een aanvaller +een stevig steunpunt verschaffen. Het ware beter geweest, dat het +eilandje in het geheel niet bestond, vooral omdat de tijd ontbrak, +om het behoorlijk in staat van verdediging te stellen. + +De ligging van het eilandje Kencraf en de voordeelen, die een vijand er +van trekken kon, moesten dan ook dokter Antekirrt ongerust maken. Nadat +hij alles rijpelijk overwogen had, besloot hij het te vernietigen, maar +die vernietiging tevens te doen dienen, om de honderden zeeschuimers, +die het wagen zouden er bezit van te nemen, om te brengen, zonder +er een van te laten ontsnappen. Hij dacht er zeer ernstig over na en +kwam toen tot een vrij goed uitgewerkt plan. + +Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. Onmiddellijk werden +loopgraven en mijngangen aangelegd, die mijngangen werden behoorlijk +geladen, zoodat weldra het geheele eilandje Kencraf aan een grooten +mijnoven gelijk was, die door een onderzeeschen geleiddraad met het +eiland Antekirrta in verbinding gebracht werd. Een zwakke electrische +stroom langs dien geleiddraad was voldoende, om eene uitbarsting te +weeg te brengen, die geen spoor van het eilandje aan de oppervlakte +der zee zoude achterlaten. En waarlijk, het was geen gewoon buskruit, +ook geen schietkatoen, zelfs geen dynamiet, hetwelk dokter Antekirrt +zoude bezigen, om die vreeselijke ontploffing teweeg te brengen. Neen, +hij kende de samenstelling van een ontploffende stof, die kort geleden +uitgevonden werd, en welker verbrijzelende kracht zoo aanmerkelijk +was, dat men van haar kon zeggen dat zij in verhouding tot het +dynamiet stond zooals deze laatste stof tot het gewone buskruit van +Barthold Schwarz. Zij was veel handelbaarder dan de nitroglycerine, +ook gemakkelijker vervoerbaar, daar zij slechts het bezigen van twee +onafhankelijke vloeistoffen behoefde, welker vermenging niet vroeger +dan op het oogenblik van gebruik bewerkstelligd moest worden. Die +vloeistoffen bevroren niet, terwijl het dynamiet reeds bij vijf of zes +graden bevriest, en zij konden slechts ontploffen door het aanbrengen +van een geweldigen schok, zooals de aanvuring van een slaghoedje, +met slagkwik gevuld, kan teweeg brengen. Zooals men ziet, was dat +een gemakkelijk en eenvoudig maar verschrikkelijk middel. + +Hoe wordt dat verkregen? + +Eenvoudig door de inwerking van het zuivere en watervrije protoxyd +van stikstof in vloeibaren toestand op verschillende lichamen, rijk +aan koolstof, zooals op minerale, plantaardige, dierlijke oliën of +andere vloeibare voortbrengselen van vetstoffen. Die beide vochten, +die afzonderlijk geheel onschuldig en in elkander oplosbaar zijn, +worden in zekere verhouding gemengd, zooals men water met wijn zou +mengen, zonder dat er gevaar bij de behandeling bestaat. Zoo wordt +de "panklastiet" vervaardigd, een woord dat: "alles verbrijzelend" +beteekent, een inderdaad juiste naam, want die nieuw verkregen +vloeistof is in staat alles te verbrijzelen, en overtreft in kracht +verre alle overige bekende ontploffingsmiddelen. + +Dit scheikundig schrikmiddel werd dus in talrijke mijngangen onder +de oppervlakte van het maaiveld van het eilandje geladen. Met een +onderzeeschen telegraafdraad stond die lading in verbinding met +het eiland Antekirrta. Langs dien draad zou de electrische vonk +voortspoeden naar de aanvuringen van slagkwik, waarvan iedere mijngang +voorzien was, en het kon niet missen, of de algemeene ontploffing zou +alsdan onmiddellijk volgen. Daar het evenwel zoude kunnen gebeuren, +dat de draad door de eene of andere omstandigheid onbruikbaar werd, +zoo werden er nog twee uitgebracht, onafhankelijk van elkander, +en werden bovendien bij wijze van voorzorgsmaatregel nog andere +electrische batterijen op verschillende plekken van het eiland +onder de oppervlakte van den bodem ingegraven en door onderaardsche +geleidingsdraden met de mijngangen verbonden. Het was voldoende de +plaatjes van een dier batterijen, die met de oppervlakte van den +grond gelijk gelegd waren, met den voet eventjes aan te raken, om den +stroom af te sluiten, den benoodigden schok op het slagkwik en zoo +de ontploffing te veroorzaken. Het zou dus onmogelijk genoemd worden, +dat wanneer talrijke aanvallers op het eilandje Kencraf ontscheepten, +er een aan de totale vernietiging zoude ontsnappen. + +Die verschillende werkzaamheden waren in de eerste dagen van November +tamelijk gevorderd, toen er een ongeval plaats greep, dat dokter +Antekirrt noodzaakte zijn eiland gedurende eenige dagen te verlaten. + +In den ochtend van den 3den November kwam het stoomvaartuig, dat +bestemd was om de steenkolen van Cardiff over te voeren, in de haven +van Antekirrta ten anker. Gedurende den overtocht was het door slecht +weder genoodzaakt geworden Gibraltar aan te doen. Daar vond de kapitein +der boot op het postkantoor een brief, die aan dokter Antekirrt +gericht was. Die brief was door de verschillende postdiensten her- +en derwaarts gezonden geworden, zonder dat hij den geadresseerde had +kunnen bereiken. De menigvuldige postmerken op den omslag, gaven daar +de meest afdoende getuigenis van. + +Dokter Antekirrt nam dien brief in ontvangst, bekeek den omslag, die +de postmerken van Malta, Catania, Ragusa, Ceuta, Otranto, Malaga en +Gibraltar droeg. + +Het adres, hetwelk een zwaar beverig schrift vertoonde, was +klaarblijkelijk door iemand ter neder gesteld, die de gewoonte niet +meer had om de pen te voeren, wien het ook misschien aan kracht +ontbroken had, om die weinige woorden ter neer te schrijven. De +omslag voerde slechts één naam, den naam van den dokter, met die +roerende aanbeveling: + + + "Aan dokter Antekirrt. + + "Aan Gods goede zorgen overgelaten." + + + +De dokter scheurde den omslag open, ontvouwde den brief, die op een +vel papier geschreven was, dat door den tijd reeds geel geworden was, +en las het navolgende: + + + "Heer dokter! + + + "Dat God u dezen brief toch in handen voere!... Ik ben reeds + zeer bejaard!... Ik kan sterven.... Dan zal zij alleen op de + wereld zijn!... Och, heb medelijden met de laatste dagen van + mevrouw Bathory!... Zij is gedurende haar geheele leven zoo + zeer beproefd geweest!... Kom haar te hulp! Dat is de bede van + + + Uwen ootmoedigen dienaar + Borik." + + + +Verder stond er in een hoek: "Carthago" en daaronder deze woorden: +"Regentschap Tunis." + +De dokter bevond zich alleen op het Stadhuis, toen hij van dien brief +kennis nam. Een kreet van vreugde en van wanhoop te gelijkertijd +ontsnapte hem,--van vreugde, omdat hij 't spoor van mevrouw Bathory +wedervond,--van wanhoop of beter van vrees, want de postmerken op +den omslag van dien brief duidden aan, dat hij reeds langer dan een +maand geleden geschreven was. + +Luigi Ferrato werd dadelijk geroepen. Hij kwam terstond aangeloopen +en meldde zich op het Stadhuis aan. + +"Luigi," zei dokter Antekirrt, "geef kapitein Ködrik de noodige +bevelen, dat de _Ferrato_ binnen twee uren stoom op heeft en in staat +zij om te kunnen vertrekken." + +"Het vaartuig zal gereed zijn, om op den opgegeven tijd zee te kunnen +kiezen," antwoordde Luigi. + +"Goed zoo." + +"Maar vergeef mij eene onbescheidene vraag: moet het vaartuig ter +uwer beschikking zijn, heer dokter?" + +"Ja, Luigi. Daarop dient gerekend te worden," antwoordde dokter +Antekirrt. + +"Zal het een lange reis gelden? Ook dat dien ik te weten, heer dokter," +was Luigi's tweede vraag. + +Dokter Antekirrt raadpleegde eene kaart. + +"Slechts drie of vier dagen. Meer niet, denk ik," was zijn antwoord. + +"Vertrekt gij alleen?" + +"Neen! Zoek Piet Bathory op, en zeg hem zich gereed te houden mij +te vergezellen." + +"Piet is op dit oogenblik afwezig, heer dokter...." antwoordde Luigi +Ferrato. "Maar ik zal hem seinen." + +"Afwezig?" + +"Ja, maar binnen een uur zal hij van het eilandje Kencraf terug zijn, +alwaar hij de werkzaamheden bestuurt." + +"O, zoo is het goed." + +"Ik ga dus uwe bevelen volbrengen en kapitein Ködrik waarschuwen, +heer dokter." + +"Wacht even. Ik heb nog iets ... ik verlang ook dat uwe zuster +dat tochtje medemaakt, Luigi," ging dokter Antekirrt voort, "laat +haar daartoe dadelijk alle voorbereidingen treffen. Maar spoedig, +niet waar?" + +"Dadelijk, heer dokter." + +Luigi ijlde heen, om de bevelen, die hij van dokter Antekirrt ontvangen +had, ten uitvoer te brengen. Hij seinde dadelijk naar het eilandje +Kencraf en spoedde zich naar zijn zuster en naar kapitein Ködrik. + +Een uur later vertoonde Piet Bathory zich op het Stadhuis. Hij had +de depêche van Luigi ontvangen. + +"Lees," zei de dokter. + +En hij reikte hem Boriks brief over. + + + + + +VI. + +DE GEESTVERSCHIJNING. + + +Het stoomjacht lichtte weinige minuten na het middaguur het anker. Het +had kapitein Ködrik tot gezagvoerder en Luigi Ferrato tot eersten +officier. Als passagiers waren slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory +en Maria Ferrato aan boord. Deze laatste werd medegenomen om mevrouw +Bathory hare zorgen te kunnen wijden, wanneer het onmogelijk zoude +blijken haar onmiddellijk van Karthago naar Antekirrta te vervoeren. + +Zonder dat daarop in 't bijzonder gewezen behoeft te worden, zal +de lezer beseffen, welke gewaarwordingen, welke angsten het hart +van Piet Bathory bestormden. Hij wist thans waar zijne moeder was, +hij ging naar haar toe!... Maar waarom had Borik haar zoo onverwachts +en zoo spoedig uit Ragusa weggevoerd en dat nog wel om haar naar dat +verre kustland van Tunis te brengen? In welken toestand van ellende en +armoede zou hij beiden terugvinden? Bij die gedachte ijsde hij. Bij +die gedachte durfde hij niet verwijlen, uit vrees te zeer door zijne +aandoeningen overmeesterd te worden. + +Op al dat leed, hetwelk Piet Bathory aan Maria toevertrouwde, +antwoordde deze slechts met hoopvolle en troostvolle woorden. Zij +herkende in den brief, dien de dokter ontvangen had, de zichtbare +tusschenkomst der Voorzienigheid. Dat was volgens het vrome en brave +meisje niet te miskennen. Hier was de vinger Gods! + +Natuurlijk waren bevelen verstrekt, om de _Ferrato_ hare meest +mogelijke snelheid te doen bereiken. Door de stoomkleppen te bezwaren, +werd weldra eene vaart van gemiddeld vijftien mijlen in het uur +overschreden. Nu bedraagt de afstand van de golf van Sidra tot kaap +Bon, aan het noordoostelijk uiteinde van het Tunische vasteland +gelegen, hoogstens duizend kilometers. Verder van kaap Bon tot aan de +Goulet, die de haven van Tunis vormt, duurt het slechts anderhalf uur +voor een vlug stoomjacht, om dien afstand af te leggen. Ongerekend +slecht weder of andere wederwaardigheden, kon de _Ferrato_ in twee +en dertig uren tijds op hare bestemming aankomen. + +De zee was buiten de Sidragolf effen en glad. Er woei een zachte +noord-westen bries, die evenwel niet scheen te zullen aanwakkeren. De +kapitein liet recht op kaap Bon aansturen, om dicht daarbij iets +af te vallen, ten einde des te sneller de beschuttende strook te +bereiken, die de vaste wal zoude aanbieden, wanneer de wind mocht +aanwakkeren. Hij zou dus het eiland Pantellaria, dat halfweg tusschen +kaap Bon en Malta gelegen is, niet in het gezicht loopen, daar hij +de gezegde kaap zoo dichtbij mogelijk wilde voorbij stevenen. + +Terwijl de kust zich buiten de Sidrabaai afrondt, wordt zij westwaarts +diep ingesneden en beschrijft daar een bocht met zeer grooten +straal. Daar langs ontwikkelt zich voornamelijk het kustland van het +regentschap Tripoli, dat zich tot aan de golf van Gabes tusschen het +eiland Dscherba en de stad Sfax uitstrekt. Daarna buigt de kust weer +eenigermate oostwaarts naar kaap Dinias toe, om de baai Hammamet te +vormen, en ontwikkelt zich verder van zuid naar noord tot aan kaap Bon. + +Eenmaal bij die kaap aangekomen, stevende de _Ferrato_ naar die +Hammamet baai. Daarin zou het vaartuig langs den wal loopen, om dien +niet weer uit het gezicht te verliezen tot bij de Goulet. + +Hoewel de bries niet sterk genoemd mocht worden, verhieven de golven +zich toch aanmerkelijk gedurende den dag van den derden November en +den daaropvolgenden nacht. Er is slechts weinig wind noodig om die +Syrtische zee, waarin de meest grillige stroomingen en tegenstroomingen +van de geheele Middellandsche zee te zamen komen, in beroering te +brengen. Maar reeds den volgenden ochtend werd land verkend, juist +ter hoogte van kaap Dinias. Eenmaal onder dien hoogen oever gekomen, +werd de vaart van het jacht aangenaam en voorspoedig. + +De _Ferrato_ stevende op ongeveer twee mijlen van de kust, waarvan men +al de bijzonderheden nauwkeurig kon opmerken. Buiten de Hammamet-baai +op de hoogte van Kelibiah, stevende het stoomjacht nog dichter +langs de kust, om een blik in de kleine kreek Sidi Youssouf, die ten +noorden door eene aaneenschakeling van klippen en rotsen gedekt is, +te kunnen werpen. Eigenlijk kon deze laatste beweging van de _Ferrato_ +eene verkenning van het vijandelijke strand heeten. + +Bij de inbuiging der kust strekte zich een prachtig zandig strand +voor het oog uit. Naar achteren vertoonde zich eene reeks van lage +heuvelen, die met klein struikgewas bekleed waren, hetwelk met moeite +ontkiemd was in dien bodem, die meer overvloed aan steenen heeft +dan aan teelaarde. Verder af werden hoogere heuvels ontwaard, die als +uitloopers van de nog verder gelegen "djebels", die het gebergte in het +het binnenland uitmaakten, konden beschouwd worden. Hier en daar werd +een verlaten marabout ontwaard, die zich als een soort witte vlek te +midden van het groen der struiken voordeed. Op den voorgrond verrees +een kleine verschansing, die er bouwvallig uitzag, en hooger-op een +grooter fort, dat in beteren staat verkeerde en dat zich op den heuvel +verhief, die de Sidi Youssouf-kreek ten noorden afsloot. + +Intusschen was die kreek niet verlaten. Door de rotsblokken beschut, +lagen verscheidene Levantsche vaartuigen, als chebekken, polacres +enz. op eene halve kabellengte der kust op eene diepte van vijf of +zes vademen ten anker. Maar de helderheid en doorzichtigheid van +het groene water dier kreek was zoo volmaakt, dat men den bodem, +uit zwarte steenen en uit lichtgestreept zand bestaande, waarin de +lepels der ankers grepen, en waaraan de weerkaatsing van het licht +wonderlijke vormen verleende, duidelijk ontwaren kon. + +Langs het strand, aan den voet der lage duinen, die met mastiek- +en tamarinde stuiken bezaaid waren, bemerkte men een douar, die +uit een twintigtal goubi's bestond en zijne tenten van vuil geel +gestreept linnen vertoonde. Men kon dat vergelijken met een grooten +Arabischen mantel, die achteloos op het strand geworpen was. Buiten de +plooien van dien mantel graasden schapen en geiten, die in de verte er +uitzagen als zwarte raven, wier schreeuwende bende door een geweerschot +opgejaagd had kunnen worden. Een tiental kameelen lagen òf uitgestrekt +op het zand, òf stonden onbeweeglijk, alsof zij in steen uitgebeiteld +waren en herkauwden in de nabijheid van eene rotsachtige omheining, +die als ontschepingskade kon dienen. + +Terwijl men de monding der Sidi Youssouf-kreek voorbijstevende, +kon men er een blik in werpen en merkte dokter Antekirrt op, dat men +munitiekisten, wapenen en zelfs eenige kleine kanonstukken, die tot +het veldgeschut behoorden, ontscheepte. De Sidi Youssouf-kreek leende +zich door hare verwijderde ligging op de buitenste grenskuststrook +van het regentschap Tunis, maar al te gemakkelijk tot deze soort +van smokkelhandel. + +Luigi Ferrato vestigde de aandacht van dokter Antekirrt op de lossing +dier oorlogscontrabande, welke toen daar op dat strand, zonder eenige +contrôle hoegenaamd, gedreven werd. + +"Ja, Luigi," antwoordde hij, "ik zie het wel. Dat is inderdaad +bedenkelijk genoeg." + +"En wat denkt gij er over?" + +"Dat het Arabieren zijn, welke die oorlogs-wapenen en munitiën in +ontvangst komen nemen." + +"Maar voor wie die wapens." + +"Wie weet het? Wellicht om ze aan de bergbewoners te verstrekken, +ten einde daarmede de Fransche troepen zoowel in Tunis als in Algiers +te bevechten." + +"Denkt gij dat?" vroeg dokter Antekirrt met een bitteren glimlach om +de lippen. + +"Ik weet niet wat te denken. Dat oorlogstuig kan ook aangekocht zijn +voor rekening der talrijke geaffilieerden aan het Senousisme, die +aan wal struikroovers en aan boord zeeschuimers zijn, en die zich +tegenwoordig in de Cyrenaïsche provinciën met een bepaald doel al +meer en meer te zamen trekken." + +"Zou zoo iets kunnen geschieden?" + +"Inderdaad, en ik meen zelfs onder die Arabieren eenige typen te +herkennen, die eerder uit de binnenlanden van Afrika dan wel uit de +Tunische provinciën afkomstig zijn." + +"Maar," vroeg Luigi, "waarom verzetten de autoriteiten van het +regentschap of ten minste de Fransche autoriteiten zich niet ernstig +tegen die ontscheping van wapenen en munitiën?" + +"Waarom? Omdat men te Tunis zelfs niet gist wat aan de andere zijde +van kaap Bon voorvalt," antwoordde dokter Antekirrt, "en wanneer +de Franschen eindelijk meester van Tunisië zullen zijn, dan zullen +deze oostelijke hellingen van de djebels nog voor langen tijd aan +hunne macht ontsnappen. Hoe het ook zij, dat lossen van wapentuig en +krijgsbehoeften komt mij zeer verdacht voor." + +"Het is gelukkig, dat ons stoomjacht een snel varend vaartuig is," +merkte Luigi gekscherend op. + +"Zeker is dat gelukkig, want had de _Ferrato_ hare snelheid niet +in haar voordeel, dan zou de flottilje, die wij daar ontwaren, geen +oogenblik aarzelen om haar aan te tasten." + +Hadden de Arabieren werkelijk die gedachte gekoesterd, zoo als +dokter Antekirrt vermoedde, dan had het stoomjacht toch niets te +vreezen. In minder dan een half uur was het de kleine reede van Sidi +Youssouf voorbij gestevend. Nadat kaap Bon, die zich zoo ver buiten +het Tunische vasteland uitstrekt, genaderd was, stevende de _Ferrato_ +met volle kracht den vuurtoren voorbij, die op haar uiterste uiteinde, +dat geheel met rotsen, die in prachtige lagen gelegerd zijn, bedekt +is, verrijst. + +Het stoomjacht doorsneed nu, steeds niet volle kracht stoomende, +de Tunische golf, die zich tusschen kaap Bon en kaap Karthago +uitstrekt. Ter linkerzijde van de _Ferrato_ verhief zich de reeks van +steile hellingen van den djebel Bon-Karnin, van den djebel Rossas +en van den djebel Zaghouan, met eenige dorpen hier en daar in de +bergplooien verscholen. Ter rechter zijde verscheen in het volle +licht, in al hare heerlijkheid als eene andere Arabische Kasbah, de +heilige stad Sidi-Bon-Saïd, die zeer waarschijnlijk een der voorsteden +was van het oude Carthago. Op den achtergrond verhief zich Tunis, +geheel wit in het schitterende zonlicht boven het meer van Bahira, +een weinig achter dien arm, welke de Goulet aan alle de ontscheepten +uit de pakketbooten van Europa als het ware toesteekt. + +Op een afstand van drie mijlen van de haven lag een smaldeel van +Fransche oorlogschepen ten anker, terwijl een weinig dichter bij +den kant eenige handelsvaartuigen voor hunne ankerkettingen lagen te +dobberen, die door de groote verscheidenheid hunner nationale vlaggen +eene groote levendigheid aan die reede bijzetten. + +Het was ongeveer één uur, toen de _Ferrato_ op een afstand van drie +kabellengten van de haven van Goulet haar anker liet vallen. Nadat de +formaliteiten van den geneeskundigen dienst vervuld waren, werd de +vrije toegang aan de passagiers van het stoomjacht verleend. Dokter +Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato en zijne zuster Maria namen +plaats in de sloep, die dadelijk van boord afstak. + +Na de havenpier omgeroeid te zijn, gleed zij door dat smalle kanaal, +hetwelk steeds overvuld is met barkassen, sloepen, vletten en andere +ontschepingsvaartuigen, die aan beide kaden vastgemeerd waren, +en legde dicht bij een onregelmatig gevormd plein aan, hetwelk +met boomen beplant, en met villa's, handelskantoren, koffiehuizen +enz. omgeven was. Op dat plein wemelde het van Malthezers, Joden, +Arabieren, Fransche en inlandsche soldaten, die daar bij den ingang +van de voornaamste straat der havenbuurt drentelden. + +De brief van Borik gaf Karthago tot adres op en die naam van eenige +bouwvallen, die ter nauwernood op de oppervlakte van den bodem ontwaard +worden, is alles wat van de geboortestad van Hannibal overbleef. + +Om zich naar het strand van Karthago te begeven, is het niet noodig +gebruik te maken van het klein eindje Italiaanschen spoorweg, dat +den dienst verricht tusschen de Gouleta en Tunis en daarbij langs het +meer van Bahira loopt. Hetzij men het strand volgt, dat met zijn hard +en fijn zand een uitnemend wandelpad voor de voetgangers oplevert, +hetzij men den stofachtigen weg kiest, die meer landwaarts in, de +vlakte doorsnijdt, langs beide wegen bereikt men gemakkelijk den +voet van den heuvel, waarop de kapel van den Heiligen Lodewijk en +het klooster der Algerijnsche zendelingen verrijzen. + +Toen dokter Antekirrt en zijne reisgenooten ontscheepten, stonden +verscheidene rijtuigen, met kleine paarden bespannen, te wachten. In +een oogwenk had men een rijtuig bestegen en was den koetsier bevel +gegeven, om zoo spoedig mogelijk naar Karthago te rijden. + +Het rijtuig, na eerst de voornaamste straat van de Gouleta in flinken +draf gevolgd te hebben, reed tusschen twee rijen prachtige villa's +door, die door de rijke Tunisiërs gedurende de warme maanden bewoond +worden, daarna langs de paleizen van Keredina en Mustapha, die op +de kust in de nabijheid van de oude havenkommen der Karthaagsche +stad verrijzen. Het is meer dan twee duizend jaren geleden toen de +mededingster van Rome dat geheele strand innam, van de punt der Goulet +af tot aan de kaap, die haren naam behouden heeft. + +De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van +twee honderd voeten hoog, is opgericht op dezelfde plaats, waar +men beweert, dat die koning van Frankrijk in 1270 gestorven zou +zijn. Dat gebouwtje is te midden van eene omheining gelegen, die +meer oudheidkundige brokstukken, deelen van bouwwerken, stukken van +standbeelden, van vazen, kommen, zuilen, kapiteelen en architraven, +dan boomen of struiken bevat. Het klooster der zendelingen, waarvan +pater Delattre, een zeer geleerd archeoloog, toen prior was, is +meer achterwaarts gelegen. Van de hoogte van dien heuvel, waarop die +omheinde plek staat, beheerscht men geheel en al het zandige strand, +van kaap Karthago af tot aan de eerste huizen der Goulet. + +Aan den voet van dien heuvel verrijzen eenige paleizen van Arabische +bouworde, die evenwel van pieren naar Engelsche mode voorzien zijn, +alsook van bevallige staketsels, die zich tot ver in zee uitstrekken +en waaraan de sloepen en jollen der reede kunnen aanleggen. Verder-op +strekt zich de baai met alle hare voorgebergten, alle hare uitstekende +punten, alle hare inhammen, die bij afwezigheid van bouwvallen, +hunne geschiedkundige herinneringen behouden hebben, in hare geheele +heerlijkheid uit. + +Maar wanneer er paleizen en villa's aangetroffen werden tot op de +plaats, waar voorheen de oude oorlogs- en handelshavens van het +machtige Karthago zich bevonden, dan vindt men er ook hier en daar +tusschen de plooien van het heuvelland, te midden van het in puin +liggend gesteente, op een grijsachtigen bodem, die bijna ongeschikt +ter bebouwing is, kleine huizen, ware stulpen, waarin de armen der +streek wonen. De meesten van de laatstbedoelde bewoners oefenen geen +ander handwerk uit dan op de oppervlakte of in de eerste lagen des +bodems naar min of meer kostbare voortbrengselen van het Karthaagsche +tijdperk, zooals bronzen, steenen voorwerpen, aardewerk, medailles, +munten, enz. te zoeken. Dat alles wordt door de kloosterlingen voor +hun archeologisch museum opgekocht. Zij doen dat evenwel veel meer +uit medelijden, dan dat zij tuk op die zaken zouden zijn. + +Eenige dier ellendige stulpen bezitten slechts twee of drie +muurvlakken. Men zou ze met bouwvallen van marabouts kunnen +vergelijken, die in dit klimaat van hevigen zonneschijn, wit gebleekt +zijn. + +Dokter Antekirrt en zijne tochtgenooten gingen van de eene hut naar +de andere. Zij bezochten ze in de hoop er mevrouw Bathory aan te +treffen. Toch konden ze niet gelooven, dat zij tot dien trap van +ellende vervallen zoude zijn. + +Plotseling hield het rijtuig stil voor eene nog ellendiger stulp, +waarvan de deur slechts een gat vertoonde, dat in den muur gebroken +was. De muur zelf lag half in puin en was gedeeltelijk met struiken +en ruig overdekt. + +Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor +die deur. + +Piet had haar herkend!... Hij stiet een wilden kreet uit!... Hij +sprong uit het rijtuig.... + +"Moeder!... Moeder!..." riep hij. + +Ja.... dat was zijne moeder!... Hij ijlde naar haar toe, knielde voor +haar neder, sloot haar in zijne armen.... + +Maar zij beantwoordde die liefkozingen niet. Zij zag hem met strakken +blik aan. + +Zij scheen hem niet te herkennen.... Neen ... dat oog stond levenloos +... dof.... + +"Moeder!... Moeder!..." riep hij uit, terwijl de dokter met Luigi en +zijne zuster naderden en zich bij hem voegden. + +"Bedaar, bedaar, Piet," sprak dokter Antekirrt. "In Gods naam +bedaar. Uwe hartstochtelijkheid kan alles bederven." + +In dit oogenblik verscheen bij den hoek der hut een grijsaard, die +zij nog niet bemerkt hadden. + +Dat was Borik. + +Borik de trouwe dienstknecht! + +Dadelijk herkende hij dokter Antekirrt. Zijne knieën knikten nu reeds +en dat was wel te begrijpen. + +Maar toen hij Piet herkende.... Piet, wiens begrafenisstoet hij tot +op het kerkhof van Ragusa gevolgd was! Dat was te veel voor den ouden +man! Hij stortte bewegingloos neer, terwijl hij naar mevrouw Bathory +wees en zijne lippen nog prevelden: + +"Zij is krankzinnig!" + +Krankzinnig! Dus op het oogenblik, dat die zoon zijne moeder wedervond, +was alles wat haar overbleef, slechts een wezenloos lichaam! En het +zien van haar kind, dat zij dood moest wanen en dat daar plotseling +voor hare oogen verschenen was, was niet voldoende om haar de +herinnering aan het verledene te hergeven! + +Mevrouw Bathory was opgestaan met verwilderde, maar toch nog heldere +oogen. Daarna trad zij de stulp binnen, zonder iets gezien, zonder +een enkel woord gesproken te hebben. Maria volgde haar op een teeken +van dokter Antekirrt. + +Piet stond onbewegelijk bij de deur, zonder den moed, ja zonder de +macht te hebben een pas te doen. + +Borik had intusschen, dank zij de goede zorgen van den dokter, zijn +bewustzijn herkregen. Toen hij een poos rondgekeken en zijne verwarde +gedachten verzameld had, riep hij uit: + +"Gij, mijnheer Piet!... Gij!... Levend!... Hoe is het bij God +mogelijk? Gij!... Levend!" + +"Ja," antwoordde Piet Bathory, "ja, levend!... En toch ware het beter, +dat ik dood was!" + +In korte trekken stelde dokter Antekirrt den ouden dienaar op de +hoogte van hetgeen te Ragusa gebeurd was. Daarna deed Borik op zijn +beurt en niet zonder moeite het verhaal van de laatste twee maanden +van armoede en ellende, die de arme vrouw doorstaan had. Het was +inderdaad een schrikkelijk verhaal, schrikkelijk vooral voor den zoon +om aan te hooren. + +"Maar," vroeg dokter Antekirrt, zoodra hij de gelegenheid daartoe +vond, "is het de dood van haren zoon, die de geestvermogens van +mevrouw Bathory gekrenkt heeft? Heeft zij zich dat verlies zoozeer +aangetrokken?" + +"Neen, mijnheer Antekirrt, neen," antwoordde Borik. "Er is heel wat +anders. Ik zal het u vertellen." + +"Wat dan?... Spreek, o spreek!" kreet Piet Bathory onstuimig, terwijl +hij den ouden man bij de handen greep. + +Ziehier, wat de trouwe dienaar toen in beknopte trekken, maar met +horten en stooten verhaalde. + +Toen mevrouw Bathory, na den dood van haren zoon, alleen op de wereld +achterbleef, had zij Ragusa verlaten en zich in het dorpje Vinticello +gevestigd, waar zij nog eenige bloedverwanten bezat. Gedurende dat +tijdperk zou men het weinige, dat zij in haar bescheiden woning +bezat, te gelde maken, daar het haar voornemen was, het huis in de +Marinella-straat niet meer te betrekken. + +Zes weken later keerde zij in gezelschap van Borik naar Ragusa terug, +om de laatste hand aan de regeling harer zaken te leggen, en toen +zij in de Marinella-straat aankwam, vond zij een brief, die in de +bus van het huis gestoken was. + +Bij het lezen van dien brief was het reeds alsof hare geestvermogens +geschokt werden. Zij las hem evenwel ten einde toe, stiet toen een +kreet uit en stoof in ijlende vaart de straat op. Zij liep naar de +Stradona-laan, stak die over en klopte aan de poort van het hôtel +Toronthal, die dadelijk geopend werd. + +"Het hôtel Toronthal!..." riep Piet Bathory uit. "Mijn God, wat moet +dat beteekenen?" + +"Ja, het hôtel Toronthal," antwoordde de oude Borik, "en toen ik +mevrouw Bathory eindelijk ingehaald had, herkende zij mij niet +meer.... O God ... Piet, Piet, zij was krankzinnig! Volslagen +krankzinnig!" + +"Maar waarom ging mijne moeder naar het hôtel Toronthal" vroeg Piet +Bathory onstuimig. + +Borik keek hem met nieuwsgierigen blik aan, maar antwoordde niet +dadelijk. + +"Waarom ging zij naar het hôtel Toronthal?" herhaalde de jonge man, +die den ouden dienaar met een verbijsterd oog aanzag, alsof hij niets +van het gesprokene begreep. "Wat had mijne moeder in Gods naam daar +te doen?" + +"Zij wenschte waarschijnlijk mijnheer Toronthal te spreken," +antwoordde Borik. + +"Wat had zij toch met mijnheer Toronthal te maken?" vroeg de jonge +man afgetrokken... "Maar... verder? Verder?" + +"Mijnheer Toronthal had evenwel sedert twee dagen met zijne dochter die +fraaie woning van de Stradona-laan verlaten, zonder dat iemand wist, +waarheen zij gegaan waren. Ziedaar alles wat ik op mijne pogingen om +inlichtingen te verwerven, kon vernemen." + +"O, noodlot!" riep dokter Antekirrt uit. "Zonder dat iemand wist +waarheen zij gegaan waren?..." + +"Ja, heer dokter." + +"En die brief... die brief?..." vroeg Piet Bathory zoo hartstochtelijk +mogelijk. "Die brief?..." + +"Dien heb ik niet kunnen weervinden, mijnheer Piet," antwoordde de +grijsaard," en hetzij mevrouw Bathory hem verloren of verscheurd +heeft, hetzij iemand haar dien afhandig gemaakt heeft, ik heb nimmer +kunnen vernemen, wat hij inhield, hoeveel pogingen ik daartoe ook +heb aangewend, wanneer ik meende, dat de arme vrouw in meer heldere +oogenblikken verkeerde." + +Die brief spoorloos verdwenen! Dat was inderdaad iets geheimzinnigs! + +Dokter Antekirrt, die dat verhaal opmerkzaam gevolgd had, wist geen +beteekenis aan de handeling van mevrouw Bathory te verleenen. Welke +kracht had haar naar dat hôtel van de Stradona-laan geleid, waarvan +haar juist alles verwijderd had moeten houden? En waarom had zij zulk +een hevigen schok ondervonden, dat zij er krankzinnig van was geworden, +toen zij het verdwijnen van Silas Toronthal vernam? Inderdaad, dat +alles kwam allen belanghebbenden zeer raadselachtig voor. + +Het verhaal van den ouden bediende, hoe dikwijls ook afgebroken door +tranen, was nu spoedig geëindigd. + +Het gelukte hem den ongelukkigen toestand van mevrouw Bathory geheim +te houden, terwijl hij zich onledig hield met hare verdere zaken te +regelen en het weinige dat overbleef te gelde te maken. De aard van +den waanzin van de ongelukkige vrouw was zacht en kalm, en daardoor was +het hem mogelijk geweest te kunnen handelen zonder argwaan te wekken. + +Hij had slechts één wensch, namelijk Ragusa te verlaten en eene +schuilplaats te zoeken, onverschillig waar, mits dat zij slechts ver +van die gevloekte stad gevonden werd. + +Hij slaagde er eenige dagen later in, zich met mevrouw Bathory in te +schepen op een der pakketbooten, die de kustvaart in de Middellandsche +zee uitoefenen, en zoo kwam hij te Tunis of beter bij de Gouleta aan. + +Die streek kwam hem afgelegen genoeg voor en daar besloot hij zich +te vestigen. + +En hier in die vervallen stulp, wijdde de grijsaard zich geheel en +al aan de verzorging, die de gekrenkte geestestoestand van mevrouw +Bathory noodzakelijk maakte. Zij scheen zelfs het gebruik der spraak +terzelfder tijd met de rede verloren te hebben. Maar hare bezitting +was zoo armzalig, dat hij het oogenblik zag naderen, dat zij beiden tot +de uiterste ellende zouden gedoemd zijn. En dat op zoo'n leeftijd! Het +was verschrikkelijk. + +Onder die noodlottige omstandigheden herinnerde de oude zich dokter +Antekirrt en de belangstelling, die hij immer omtrent het gezin van +Stephanus Bathory had laten blijken. Maar Borik wist niet, waar de +dokter zich gewoonlijk ophield. Hij schreef evenwel, en de brief, +die zulk een hartverscheurenden wanhoopskreet inhield, had hij aan +de goede zorgen van de Voorzienigheid toevertrouwd. Het schijnt, dat +de Voorzienigheid nog al goed den dienst der posterij uitoefent, daar +de brief, in weerwil van alles, aan zijn adres terecht gekomen was. + +Wat thans te doen viel, was als het ware aangewezen. Mevrouw Bathory +werd, zonder dat zij den geringsten wederstand bood, naar het rijtuig +gevoerd, waarin zij met haren zoon, Borik en Maria Ferrato, welke +laatste haar niet meer verlaten zou, plaats nam. Terwijl zij naar +de Goulet reden, volgden dokter Antekirrt en Luigi Ferrato te voet +het strand. Dat was, zooals wij weten, niet ver. En die lichamelijke +inspanning zou hen een gewenschte afleiding bezorgen. + +Allen waren een uur later aan boord van het stoomjacht, dat onder +volle stoomspanning gebleven was, ingescheept. Het anker werd dadelijk +gelicht en zoodra de _Ferrato_ kaap Bon gerond had, stevende zij op +den vuurtoren van Pantellaria aan. In den ochtend van den tweeden dag +daarna, kwam het stoomjacht in de haven van Antekirrta aan, en lag +weldra met zijn kostbaren last aan boord aan de veilige kade gemeerd. + +Mevrouw Bathory werd dadelijk ontscheept en naar Artenak vervoerd en +daar in een der beste kamers van het Stadhuis gehuisvest. Maria Ferrato +verliet hare woning om haren intrek bij de ongelukkige weduwe te nemen. + +Welke nieuwe oorzaak van verdriet en smart die toestand zijner moeder +voor Piet Bathory was, is wel na te gaan. + +Die moeder krankzinnig, die moeder in hare geestvermogens gekrenkt +onder omstandigheden, die waarschijnlijk onopgelost zouden blijven. Als +men nu maar de oorzaak dier waanzinnigheid kende, dan ware de eene +of andere heilzame reactie te beproeven! Maar men wist niets; men +kon niets weten! En dat maakte allen nog radeloozer. + +"Ik moet haar genezen!..." had de dokter, die zich geheel en al aan +haar wijdde, meermalen in zich zelven gepreveld. "Ja!... ik moet! ik +zal slagen! In dien strijd moet ik overwinnen!" + +Dat was evenwel eene uiterst moeielijke taak; want mevrouw Bathory +bleef voortdurend volkomen bewusteloos, omtrent hetgeen met haar en +rondom haar voorviel. + +Maar zou die machtige gedachten-opdringing, die dokter Antekirrt +in zoo hooge mate bezat, en waarvan hij zoo onbetwistbare bewijzen +geleverd had, niet kunnen aangewend worden? Was het nu geen zaak om +haar toe te passen, ten einde den geestestoestand van mevrouw Bathory +te wijzigen? Zou men niet door magnetische invloeden het geschokte +hersenvermogen kunnen herstellen en de rede kunnen vastketenen +totdat de reactie, die toch niet uitblijven kon, ingetreden zoude +zijn? Bedenkelijk schudde de geleerde het hoofd. Hij wanhoopte aan +den uitslag. + +Piet Bathory smeekte den dokter, bezwoer hem als het ware, om +toch schier het onmogelijke te beproeven tot genezing zijner arme +moeder. Het was te vergeefsch. + +"Neen," antwoordde dokter Antekirrt op diep bedroefden toon, "zelfs +dat kan niet slagen." + +"Waarom toch niet?" snikte de arme jongen wanhopig. "Waarom toch niet?" + +"Omdat de krankzinnigen juist de sujetten zijn, die het meest weerstand +aan het gedachten-opdringen bieden." + +"Maar... zeg mij, ware het toch niet te beproeven? O, dat er toch +iets gedaan worde!" + +"Neen, ik mag dat niet beproeven, Piet. Om den invloed der +gedachten-opdringing te kunnen ondervinden," ging de dokter +onverstoorbaar voort, "zou het noodig zijn, dat uwe moeder nog een +persoonlijken onafhankelijken wil had, in wiens plaats ik den mijnen +zou kunnen stellen. Maar, ik herhaal het, dat zou zonder invloed op +haar blijken. Daarenboven, zou zoo iets haar zenuwgestel zeer aandoen." + +"Neen...! die uitspraak kan ik niet voor onwederlegbaar +aannemen!" hernam Piet, die er maar niet toe komen kon, om toe te +geven. "Ik kan, ik wil niet aannemen, dat niet den een of anderen +dag mijn moeders brein helder genoeg zal wezen, om haren zoon te +herkennen ... haren zoon, dien zij dood waant...!" + +"Ja!... dien zij dood waant!" herhaalde dokter Antekirrt, als in +gedachten verzonken "Maar,... wellicht,... wanneer zij u levend +waande,... of... wanneer zij, voor uw graf gebracht,... u zag +verschijnen...." + +Dokter Antekirrt bleef bij dat denkbeeld verwijlen. Wat werkte hij +in zijn brein uit? + +Waarom zou zulk een moreele schok, die onder de meest gunstige +omstandigheden aangebracht kon worden, geen invloed op mevrouw +Bathory hebben? In ieder geval zouden er geen nadeelige gevolgen van +te vreezen zijn. + +"Ik zal er de proef van nemen!" riep hij uit. "En... o, dat ik mocht +slagen! Dat zou mij veel vergoeden!" + +Van nu af werd het tafereel, dat opgevoerd moest worden, en het +welslagen der proefneming kon verzekeren, eene ware studie, de eenige +gedachte van die mannen. Het gold toch niets minder dan bij mevrouw +Bathory de uitwerkselen der herinnering, die in haren tegenwoordigen +toestand vernietigd of verdoofd schenen, te verlevendigen en dat +onder zulke aangrijpende omstandigheden, dat eene reactie in haar +brein kon geboren worden. + +Dokter Antekirrt riep de hulp in van Borik en van Pescadospunt, om +de plaatselijke gesteldheid van het kerkhof te Ragusa en den vorm van +het gedenkteeken, hetwelk op den grafkelder der familie Bathory stond, +met genoegzame nauwkeurigheid weer te geven. + +Nu verrees er op het kerkhof van het eiland, ongeveer op een mijl +afstand van Artenak gelegen, onder een groep van groenende boomen +eene kleine kapel, welke aan die van Ragusa niet ongelijk was. Men had +slechts de omgeving een weinig te rangschikken, om de gelijkenis der +twee monumenten te treffender te maken. Toen dat geschied was, werd +op den muur van den achtergrond een zwart marmeren steen geplaatst, +waarop: + + + STEPHANUS BATHORY + 1867. + + + +te lezen stond. Dat jaartal was het tijdstip van den dood van den +martelaar voor de vrijheid van Hongarijë. + +Den 13den November scheen het oogenblik gekomen te zijn, om met +de voorbereidende proefnemingen tot opwekking der verstandelijke +vermogens van mevrouw Bathory door eene langzame en nagenoeg onmerkbare +opklimming te beginnen. + +Zoo omstreeks zeven uur des avonds nam Maria Ferrato, die daarbij +door Borik bijgestaan werd, de weduwe onder den arm en bracht +haar buiten het Stadhuis. Daarna geleidde zij haar door het veld +naar het kerkhof. Voor den ingang der kleine kapel gekomen, bleef +mevrouw Bathory zoo als zij steeds was, wezenloos, en sprak geen +woord, hoewel zij door het heldere schijnsel eener lamp, die in het +gebouwtje brandde, den naam van Stephanus Bathory op de marmeren +plaat had kunnen lezen. Alleen toen Maria Ferrato en de grijsaard +op de trappen der kapel knielden, was het alsof een bliksemstraal, +die evenwel dadelijk verdween, haren wezenloozen blik verlevendigde. + +Mevrouw Bathory was ongeveer een uur later op het Stadhuis terug, +alsook zij, die haar nabij geweest waren, of haar gedurende die eerste +proefneming van verre gevolgd hadden. + +Den volgenden dag en de verdere dagen hervatte men die proefnemingen, +die evenwel geen resultaat schenen op te leveren. Piet Bathory had +ze met beklemde gemoedsaandoening gevolgd, en verkeerde inderdaad +in volslagen wanhoop door den geringen uitslag, hoewel dokter +Antekirrt hem toch herhaaldelijk verzekerde dat de tijd hun eenige +helper, hun beste bondgenoot moest zijn. Hij wilde dan ook eerst den +laatsten slag slaan, wanneer mevrouw Bathory genoegzaam voorbereid +zou zijn, om er den geweldigen schok van te kunnen doorstaan, niet +eerder. Intusschen viel het niet te ontkennen, dat bij ieder bezoek +op het kerkhof, toch eene zekere verandering in den geestestoestand +van de arme vrouw waar te nemen was. Zoo gebeurde het op een avond, +dat mevrouw Bathory, die eerst achteraf gebleven was, langzamerhand +naderbij trad, en terwijl de oude Borik en Maria Ferrato op de treden +der kapel geknield lagen, het ijzeren hekwerk met hare handen omvatte, +den achterwand, die door de lamp helder verlicht was, scherp aankeek, +en daarop met spoed achterwaarts ijlde. + +Toen Maria haar ingehaald had, hoorde zij haar herhaaldelijk een +naam mompelen. + +Dat was wel de eerste maal, dat de lippen van de beklagenswaardige +waanzinnige zich openden om te spreken. + +Maar hoe groot was de verwondering,--neen meer dan verwondering,--de +verstomming van allen, die haar toen omringden en het gesprokene +verstaan konden. + +Die naam was dien van haren zoon niet. Het was het woord: "Piet" niet, +dat aan hare lippen ontgleden was, maar het woord: "Sava." Hoe kwam +die naam in deze oogenblikken haar te ontvallen? + +De lezer zal bevroeden, wat Piet Bathory toen moest ondervinden. En +wie zou kunnen beschrijven, wat bij die onverwachte oproeping van den +naam van Sava Toronthal in de ziel van dokter Antekirrt omging? Hij +sprak evenwel geen woord, en liet in niets merken, wat hij bij het +hooren van dien naam moest lijden. + +Op een anderen avond, dat de proefneming ook herhaald werd, kwam +mevrouw Bathory, alsof zij door eene onzichtbare hand geleid werd, +uit eigen aandrang op den drempel der kleine kapel knielen. Zij +boog haar hoofd toen voorover, een zucht welde uit hare borst op, +een traan ontsnapte aan hare oogleden. Maar dien avond ontglipte geen +woord, geen naam aan hare lippen, en men zou hebben kunnen meenen, +dat zij den naam van Sava vergeten had. + +Toen mevrouw Bathory op het Stadhuis teruggebracht werd, was zij ten +prooi aan eene zenuwachtige opgewondenheid, die haar anders vreemd +was. De kalmte, die tot heden de karakteristieke aanduiding van +haren gemoedstoestand was, had plaats gemaakt voor eene zonderlinge +inspanning. In dat brein werd voorzeker toen eene levenwekkende +arbeid volbracht, die wel geschikt was, om de opmerkers met hoop te +vervullen. Dokter Antekirrt sloeg haar met alle aandacht gade. + +Inderdaad, de lijderes bracht een naren en onrustigen nacht door. Zij +prevelde herhaaldelijk woorden, die Maria Ferrato niet vatten kon. Het +was alsof zij droomde. Maar als zij werkelijk droomde, dan was dat +het bewijs, dat het verstand begon weder te keeren. Dat duidde op +genezing, vooral wanneer de rede haar zou bijblijven bij het wakker +worden. De hoop keerde in aller harten weder, nu men het tijdstip +van den einduitslag zag naderen. + +Dokter Antekirrt besloot dan ook den volgenden dag eene nieuwe +proefneming te wagen, waarbij het opgevoerde tafereel nog aangrijpender +zoude wezen. + +Gedurende dien geheelen dag van den 18den was mevrouw +Bathory onophoudelijk onder den invloed van eene zeer sterke +hersen-overspanning. Dat trof Maria Ferrato zeer, terwijl Piet, die +bijna den geheelen tijd bij zijne moeder doorbracht, er een bijzonder +gunstig voorgevoel van ondervond. De arme jongen was evenwel zelf +onrustiger en zenuwachtiger dan de lijderes. + +De nacht brak aan,--een zwarte nacht, zonder dat zich een koeltje, +na een dag, die zelfs onder de lage breedte van Antekirrta zeer warm +was geweest, had laten gevoelen. + +Mevrouw Bathory verliet, geleid door Maria Ferrato en door Borik, +tegen half negen het Stadhuis. Dokter Antekirrt volgde, eenigszins +op een afstand blijvende, met Luigi Ferrato en Pescadospunt. + +De geheele kleine volkplanting verkeerde in eene angstige spanning +omtrent de verschijnselen, die te wachten waren. Eenige toortsen, +die onder het hooge geboomte van het kerkhof ontstoken waren, wierpen +met hunnen dikken rook een spookachtig schijnsel op de naaste omgeving +der kapel. In de verte werd met regelmatige tusschenpoozen het luiden +der klok van de kerk te Artenak vernomen, hetwelk weerklonk, alsof +eene begrafenis plaats had. + +Piet Bathory ontbrak alleen aan de groep, die langzaam door het veld +het kerkhof naderde. Hij was de overigen evenwel vooruit gesneld, om +in het gewichtige oogenblik van die uiterste proefneming op te treden. + +Het was ongeveer negen uren, toen mevrouw Bathory op het kerkhof +aankwam. Plotseling liet zij den arm van Maria Ferrato los en stapte +naar de kleine kapel toe. + +Men liet haar geheel vrijheid van handelen onder den indruk van het +nieuwe gevoel, hetwelk haar geheel en al scheen te beheerschen. Een +ieder ging uit den weg voor haar, maakte plaats voor haar. + +Te midden eener doodsche stilte, die slechts afgebroken werd door +het eentonige klokkengelui, bleef mevrouw Bathory een poos stil en +bewegingloos staan. Toen knielde zij op de eerste trede, en boog het +hoofd voorover, terwijl men haar duidelijk hoorde weenen.... Dat +was eene handeling, die volgens dokter Antekirrt een zeer gunstig +voorteeken opleverde. + +In dit oogenblik ging het hek van de kapel langzaam open en verscheen +Piet Bathory, in een wit lijklaken gehuld, alsof hij uit zijn graf +opstond, in het volle licht.... + +"Mijn zoon!... mijn zoon!..." riep mevrouw Bathory, de handen naar +Piet toestekende uit, terwijl zij daarbij in zwijm viel. Gelukkig +dat zij bijtijds door liefderijke armen werd opgevangen. + +Die val was niets! Maar de herinnering en de gedachten waren bij haar +herboren! En dat was alles! + +De moeder had zich in dien kreet geopenbaard! Zij had haren zoon +herkend! Dat was het voornaamste! + +Door de zorgen van dokter Antekirrt was zij weldra weder bijgebracht +en toen zij tot bewustzijn wedergekeerd was en hare oogen den blik +van haren zoon ontmoetten, riep zij: + +"Levend!... mijn Piet,... levend! O, God! is dat toch +waar?... Levend!... Mijn Piet!" + +"Ja, zeker levend, moeder! levend voor u, levend om u, dierbare, +dierbare moeder te beminnen!" + +"En om haar ... ook te beminnen ... haar ... Piet, gij weet wel +... gij herinnert u toch nog?" + +"Haar?..." riep Piet Bathory ten hoogste verwonderd uit. "Haar?..." + +"Ja, haar!..." + +"Wie haar? Moeder, spreek. Wie haar? Spreek dan toch, wat ik u +bidden mag." + +"Zij!... Sava!..." + +"Sava Toronthal?..." riep dokter Antekirrt op zijne beurt ten hoogste +verbaasd uit. + +"Neen, niet Sava Toronthal, maar Sava Sandorf!" antwoordde de arme +moeder haastig. + +Bij die woorden tastte mevrouw Bathory in haren zak en bracht daaruit +den verkreukelden brief te voorschijn, die door de stervende mevrouw +Toronthal geschreven was, en reikte hem den dokter over. + +De regels, die deze las, lieten geen den minsten twijfel omtrent de +geboorte van Sava over! + +Sava was het kind, hetwelk van het kasteel van Artenak opgelicht +was! Dat was onwraakbaar duidelijk. + +Sava was de dochter van graaf Mathias Sandorf! + +Wat er in dat oogenblik in het hart van dien vader omging, zullen de +lezers wel beseffen. + + + + + + +VII. + +EEN HANDDRUK VAN KAAP MATIFOU. + + +Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet +Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein +eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, +om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had, +die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter +daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd werd, +had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen +niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden +te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou +hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den +bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel +malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas. + +Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel +verheven. Het bewijsstuk lag daar. + +Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in +het vaderhart. + +Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt +wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij... hij, Mathias +Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide +jongelieden te beletten! + +En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer +geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door +een wonder terugbekomen had! + +Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak +gebeurd? + +O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen +van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk +gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd +geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde, +had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op +te voeden. + +Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne +medeplichtige uitgevoerd. + +Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud +zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen; +en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden +zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou +weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn +schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van +Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd. + +Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt +was, het was toch voortreffelijk beraamd. + +Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want +wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast +hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken. + +Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans +ondervinden? + +Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling van +feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet +Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen +zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem +bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken; +eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen +hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen +zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij +geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve +in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een +samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten +had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet +in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas +Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet +erkend worden. + +Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles. + +O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den +rampzaligen vader radeloos. + +Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede +vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed. + +Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te +ontrukken? + +Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de +dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het +tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar +af anders hare rechten te zullen verliezen.--Sarcany wist dat, en +deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava's +toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus +kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde +dokter Antekirrt. + +In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van +gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat +verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in +gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de +echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is +waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als +hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest +zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven, +Sava Toronthal genoemd werd? + +Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit +te vinden,--wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn +echtgenoote, gegeven was aan de goelet _Savarena_, zooals de naam van +Luigi's vader aan het stoomjacht _Ferrato_ verleend was.--Waarlijk, +geene geringe taak, dat moet erkend worden. Maar er was geen dag, +geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten +ingespannen worden, om tot het doel te geraken. + +Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter +Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de +grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel +daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren, +aan welke aandoening hij ten prooi was. + +De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput +door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer +gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten. + +Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, +begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten +worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, +naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan. + +Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, +mevrouw Bathory. + +"Mevrouw," sprak hij, "ik had reeds van uwen zoon den mijnen +gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; +geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door +de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan +ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne +dochter! en Piet mijn zoon!" + +Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk +begrijpen, dat was haar wel aan te zien. + +"Ja," ging dokter Antekirrt voort, "dat hij in mij een waren vader, +ik een waren zoon in hem vond..." + +De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen +beurtelings aan. + +"Door hem Sava... mijne dochter... te laten trouwen!" lichte de dokter +eindelijk toe. + +"Uwe dochter?..." kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het +voorhoofd bracht... "Sava uwe dochter?" + +"Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is +mijne dochter!" + +"Maar... wie zijt ge dan?" vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij +haar gelaat met de beide handen bedekte. + +"Wie ik ben?... Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend +van Stephanus, uwen echtgenoot!" + +Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en +viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van +aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden +deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe graaf Mathias Sandorf +door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato +gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend +en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder +den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, +wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de +Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, +waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter +Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt +had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte +ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, +dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard +Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, +de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van +Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn +slachtoffer. + +Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en +haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band +van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de +daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te +behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, +dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, +hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te +nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, +die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, +toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor +en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en +aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat +begrepen allen. + +Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen +zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich +achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim +prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het +was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, +dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent +aanbevolen. + +"Maar waar is Sava?" vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte +weer eenigermate verzameld had. + +En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter +Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij: + +"Waar haar te zoeken?... Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te +ontdekken zijn?" + +"O, dat zullen wij wel te weten krijgen!" antwoordde Piet, bij wien +de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen +zoude. "Dat zullen wij wel uitvinden!" + +"Ja!... dat zullen wij!" hernam dokter Antekirrt vastberaden. + +"En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, +waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch +niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne +dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen, +al moet ook geweld gepleegd worden!" + +"Ja, als hij het weet,... dan zal hij het moeten zeggen!" riep Piet +Bathory woest uit. + +"Ja!... dat moet!" zei de dokter. "Ik herhaal het, al zou geweld +moeten gebruikt worden." + +"Onmiddellijk!" riep Piet Bathory uit. "Laten wij geen oogenblik +verliezen." + +"Ja, onmiddellijk!" + +Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden +langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er +moest naar eene uitkomst getracht worden. + +Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote +zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had, +werd dadelijk geroepen. + +Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij +door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het +Stadhuis over te brengen. + +De bankier verliet een kwartier later het gekasematteerde vertrek, dat +hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede +hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, +en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak, +naar de Raadzaal. + +De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar +had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust, +daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich +sedert zijne gevangenneming bevond. + +Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, +trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen. + +Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory +noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling +bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te +vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling +een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen. + +"Gij!... Gij!"... riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd +uit. "Gij!... Gij, dokter Antekirrt!" + +Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, +hernemende. + +"Zoo, zoo!" zeide hij. "Het is dokter Antekirrt, die mij op +Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij +wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?" + +"Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel +wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?" + +"Ja, wederrechtelijk!" herhaalde de bankier, terwijl hij zijn +toespreker onbeschaamd aankeek. + +"Maar, toch niet onrechtvaardig!" antwoordde de dokter met +indrukwekkende stem. + +"Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u +gedaan?" vroeg de bankier. + +"Mij?" ... + +"Ja, u?" + +"Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u +wellicht lief zal zijn." + +"Wanneer? Spreek! Wanneer?" + +De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van +dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben. + +"Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze +ongelukkige vrouw gedaan?" + +"Mevrouw Bathory!" riep de bankier uit, terwijl hij een paar +stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem +toetrad. "Mevrouw Bathory! O God!" + +"En haar zoon!" vulde dokter Antekirrt aan. "Zeg, wat hebt gij haren +zoon gedaan?" + +"Piet!" ... + +"Ja, Piet!" + +"Piet Bathory?" stamelde Silas Toronthal. "Geeft het graf dan zijn +prooi terug?" + +Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap +Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden +had. Die kolossus verwrikte niet. + +Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij +had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa +begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, +die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne +tegenwoordigheid hevig beangst.... Hij begon te begrijpen, dat hij +de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.... Hij voelde, +dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar +hij zich voor aller oogen kon verbergen. + +"Waar is Sava?" vroeg eensklaps dokter Antekirrt. "Waar is dat jonge +meisje, dat ..." + +"Mijne dochter?" + +"Sava is uwe dochter niet!" antwoordde dokter Antekirrt gestreng en +met indrukwekkend gebaar. + +"Sava, mijne dochter niet?" vroeg Silas Toronthal geheel en al +onthutst. "Wie heeft u dat gezegd?" + +"Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door +hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, +laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij +mij? Dat is duidelijk!" + +Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas +Toronthal vernietigd. + +Dokter Antekirrt wist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter +niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias +Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst +verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele +schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te +kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan. + +"Waar is Sava," hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer +veel wilskracht bedwong. + +Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en +scheen zich te beraden. + +"Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe +misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult +gij spreken?" + +En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en +schrikkelijk in stem en gebaren: + +"Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent +en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming +af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt ... tot +een huwelijk met een der verraders van haren vader!" + +Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een +denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar. + +"Voor de laatste maal: waar is Sava?" brulde dokter Antekirrt buiten +zich zelven. + +Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook +voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas +Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, +dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild, +tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar +liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem +eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn +getooverd had. + +"Luister," hernam de dokter, wien het gelukt was zijne +zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, "hoor naar mij, Silas +Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te +sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken! Welnu, +weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om +zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden, +zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft... Ja... twijfelt +gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u +legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester +maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten... En zult gij, +nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven +sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek." + +Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen +zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook +geen antwoord. + +"Waar is Sava?" herhaalde dokter Antekirrt. + +Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet +Bathory stond te knarsetanden van woede. + +"Waar is Sava?" herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon +te verliezen. + +"Ik weet het niet!..." antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn +geheim zorgvuldig te bewaren. + +Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich +van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds +in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen +proberen een granietblok van zijne plaats te brengen. + +"Genade... Genade!" riep hij, terwijl hij zich van pijn +kromde. "Genade! ik smeek u!" + +Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze +verbrijzelen wilde. + +"Genade!" kreet de bankier, "zoo'n pijn heb ik nog nooit +ondervonden! Mijne hand is verpletterd." + +"Zult ge spreken?... Of..." + +En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef +aanzette. + +"Ja... Ja..." kreet de ongelukkige misdadiger. "Ja... ja!... ik +zal spreken!" + +"Welnu dan, haast u! Waar is Sava?" + +"Sava... Sava..." stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken +woorden kon antwoorden. + +"Welnu, Sava?... Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik +waarschuw u ten beste." + +"Sava.. in het huis... van Namir... de verspiedster +van... Sarcany... Daar is zij opgesloten." + +"Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De +waarheid, niets dan de waarheid!" + +"Te... Tetuan! in Marokko!..." kreet de gemartelde. "Daar zult gij +haar vinden." + +Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, +diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde +neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar +ongeraden heeten. + +"Breng den gevangene naar zijne cel terug!" zei dokter Antekirrt; +"wij weten, wat wij verlangden te vernemen." + +Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit +en sloot hem in zijn kasemat op. + +Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk +wijf! + +Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te +Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf +te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de +plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten +hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen! + +"Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet," zei de dokter op +kalmen toon. + +Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van +Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den +kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets +beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende +vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende. + +Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het +middernachtsuur moesten aangeven, had de _Elektriek_ 2 haar anker +gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche +zee in. + +Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, +Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou. + +Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen +had hij nimmer gezien. + +Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe +te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of +gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, +waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad +zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf +van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover +hij kon beschikken. + +Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor +alles. En daarom moest spoed gemaakt worden. + +Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een +afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen +ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu +de _Elektriek 2_ zich met volle kracht voorwaarts bewoog, dan kon zij +om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel +sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die +snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de +wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er +vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen +brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben, +om ter gewilder plaatse te komen. + +De _Elektriek 2_ was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag +aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de +monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige +uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La +Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, +de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie, +Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de +Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje +toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij +kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust +ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de +dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat +een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de +machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest, +dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed. + +Werd de _Elektriek_ ook al ontwaard, nu eens langs en evenwijdig +aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, +die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel +aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een +buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, +die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, +ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander +dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij. + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap +Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond +bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene +aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil +genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen. + +Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond +een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en +een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te +brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen, +zoodat zij dadelijk konden vertrekken. + +In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen noch +van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die +het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht +bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, +die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich +niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; +neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of +muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene +zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak +der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich +lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, +die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge +gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich +eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk +gebergte aansloten. + +De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken +met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in +den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten +van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In +de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de +stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen +achtergrond. + +De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of +drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande +wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het +gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht +te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende +lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige +woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd +de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug +vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen. + +Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een +woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort. + +Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, +die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde, +goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en +wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig +voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel +somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan +de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn +minst voor twee. + +Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet +weerhouden kon: + +"Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, +dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!" + +Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een +grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, +de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur +opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei +arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten +de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen +gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen. + +De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand +onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook, +en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der +smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten +van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde +tooverwoord geopend konden worden. + +Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën +bezit. + +Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers +bij eene herberg aan,--eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd +wordt,--de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin +gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner +waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit. + +Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich +rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het +gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar +ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der +Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden +van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het +grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn. + +Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en +ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook +haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier +moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld +worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene +ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor +en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien +was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid +van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter +Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, +die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava +een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht +zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier +niet in een beschaafd land van Europa bevond, waar justitie en politie +hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat +brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat +Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou +bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal +en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf +Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische +huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan +er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon +zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die +bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten. + +Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten +nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen +achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij +het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze +laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland +Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten +op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, +wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden +kunnen handelen. + +In afwachting had de _Elektriek_ 2 eene schuilplaats gezocht in +een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de +Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het +eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te +vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven +van het vasteland. + +Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet +Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou +betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die +met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over +om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed. + +Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend +hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, +waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld +had. Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had +gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van +verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, +dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen +nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te +volgen hebben. + +De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling +van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en smerig, +waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen +lappen van verschillende tint en kleur, over touwen gespannen, +beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal +zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden +stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, +een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen, +halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, +kandelaars, wierookvaten, lantaarns,--in één woord alles, wat zich +in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt +en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt. + +Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het +moeite kostte, om zijn weg te vervolgen. + +Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot +aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren, +Kabylen, Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de +vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid +van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en +dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om +in dat gedrang bij elkander te blijven. + +Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te +ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te +bespeuren. + +En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was +inderdaad eene teleurstelling. + +Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die +daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al +de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen +af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten +op al de Marokkaansche bazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den +besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, +uit te kramen. + +De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne +vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische +jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van +een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche +kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige +geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt, +dat in de duisternis scheen. + +Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal +weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de +vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een +bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en spaarzame +huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig +en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de +terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld +af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de +nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, +dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was +waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen +ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om +buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi +aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun +ongeduld te dooden. + +Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda +terugkeerden. + +Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige +tijdingen mede te deelen hadden. + +En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong +meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten, +terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was. + +Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory +voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd. + +"En toch is dat vertrek heel natuurlijk," merkte Luigi Ferrato na +het verhaal hunner nasporing op. + +En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan. + +"Wat bedoelt gij?" vroegen beiden tegelijk. + +"Moest Sarcany niet vreezen," ging Luigi voort, "dat Silas +Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, +zijne schuilplaats zou openbaren?" + +Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet. + +Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, +had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer +teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne +eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij +datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer. + +Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van +Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele +herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere +bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook +zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, +hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen +geven of verkoopen. + +Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen +een half uur waren zij er. + +Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea +geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo +even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij +zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen +ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen. + +Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol +seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk +weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, +die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren +meester ademden. + +Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd +om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang +beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk +reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare +aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer +de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was, +maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij +eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, +want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de +afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van +te vertellen. + +Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, +wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij +ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, +die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare +bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude +gevonden hebben om haar te verkoopen--waaruit de gevolgtrekking +was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te +keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws +wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal. + +Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde +ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles +goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany +het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die +pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te +nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen, +die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer +vrienden niet weinig. + +Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan +vertrokken was, om te gaan.... Ja, waarheen? Naar de een of andere +oase in de woestijn?... Of nog verder, naar een van die streken, +welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in +zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te +weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het +spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het +spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het +kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan. + +Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, +dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te +deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen +wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde, +het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen. + +Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, +waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te +bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter +Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden. + +Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar +Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht +ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige +galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop +hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij +den weg zou kunnen wijzen. + +Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die +door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe +veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten +prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon +rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden +dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste +merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen. + +Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, +dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor +bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam +verbrand, maar niet volkomen verteerd waren. + +Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk. + +Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten +hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden? + +Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door +Sarcany of Namir vernietigd? + +Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero +gebogen stond, gevolgd. + +"Wat is er toch?" vroeg hij, met een angstig voorgevoel. "Wat ziet +gij toch in dat komfoor?" + +Antekirrt wees op de papierasch. + +En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder +kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart +af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, +hoewel de woorden onvolkomen waren: "mev... Bath..." Ja, dat stond +er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen. + +Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa +verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige +persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon? + +Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: +namelijk die van haren zoon... + +Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde +eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was... Maar zijn +blik was beneveld!... Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!... + +En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge +meisje kon brengen,... een woord dat dokter Antekirrt in staat was +bijna ongeschonden waar te nemen: + +"Tripoli!"... riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: "Ja, +dat staat er duidelijk... Zie maar... Tripoli!" + +Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar +hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht +gezocht had! + +Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij +Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had. + +"Naar Tripoli!" zei de dokter. "En zonder een dag, zonder een uur, +zonder eene minuut te verliezen!" + +"Naar Tripoli!" herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. "Gij +hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!" + +Dienzelfden dag waren allen weer op de _Elektriek 2_ ingescheept en +had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het +punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn, +dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen +zou geschied zijn. + + + + + + +VIII. + +HET OOIEVAARS-FEEST. + + +Tripoli, in het Turksch _Tarablus Giharb_, ook Tripolitanië geheeten, +is de meest Oostelijke der Berberijsche Staten en ligt aan de +Middellandsche zee tusschen Tunis en Egypte en beslaat met de daartoe +behoorende landstreken Fezzan en Barka, eene oppervlakte van ruim +zestien duizend twee honderd vierkante geografische mijlen. Tripoli +vormt eene vlakte, waarover slechts hier en daar uitloopers van het +Atlasgebergte zich uitstrekken, en is vooral langs de kust zeer +zandig. Terwijl de westelijke kustlanden vrij goed besproeid en +vruchtbaar zijn, is het landschap Sort, hetwelk woestijn beteekent, +ten oosten van kaap Mesurata, aan de Golf van Sidra gelegen, zeer +onvruchtbaar en bedekt met duinen en moerassen, welke laatsten +met zout water gedrenkt zijn. In het binnenland strekt de vlakte +Westwaarts zich uit tot aan de Zwarte Bergen, die ongeveer 2700 voet +hoog zijn en de noordelijke grenzen van Fezzan vormen en daar door +diepe ouaddi's of rivieren doorsneden zijn, welke hier en daar aan +een weligen plantengroei het aanschijn verleenen. + +Het klimaat is in Tripoli over het algemeen gezond en de winter wordt +er vervangen door den regentijd. + +Tripoli is bevolkt door 1,550,000 inwoners, die in de steden tot +de Mooren en op het land tot de Arabische Bedouinen en de Berbers +behooren. Allen zijn natuurlijk belijders van den Mohammedaanschen +godsdienst. Daarenboven zijn er ook veel Israëlieten, terwijl er in +de stad Tripoli ook nog een paar honderd Europeanen, meest Italianen, +aangetroffen worden. + +De Bedouinen houden zich vooral bezig met de veeteelt, en de Mooren +met den handel, vooral met den karavaanhandel. De nijverheid is in +dat rijk weinig ontwikkeld; maar levert toch fraaie zijden, wollen +en katoenen stoffen, wapens, lederen en metalen voorwerpen. De +Tripolitaansche Staat vormt een ejalect of onderhoorigheid van het +Turksche rijk en wordt namens den Sultan van Constantinopel bestuurd +door een gouverneur-generaal. + +De stad Tripoli, in het Arabisch Tarabolus geheeten, is op eene +landtong aan de Middellandsche Zee gelegen. Zij wordt beschermd door +hooge muren, bezit een fraai paleis voor den gouverneur-generaal, +heeft nauwe maar zindelijke straten en eene door flinke batterijen +gedekte haven voor den zeehandel met Europa en den binnenlandschen +handel met Afrika. In de stad telt men twaalf moskeeën, onderscheidene +synagogen, eene Roomsch-Katholieke kapel, vele openbare baden, bazaars, +karavancera's, scholen, hôtels, enz. Er bestaat een levendige handel in +corduaanleder, in wollen en zijden stoffen en zij telt eene bevolking +van dertig duizend zielen. + +Deze stad is het aloude Oea en in haren onmiddellijken omtrek vindt +men nog vele oudheden. + +Zij behoorde weleer tot het naburige Karthago en vormde daarvan de +Regio Syrtica of de Syrtische landstreek. Na den tweeden Punischen +oorlog werd zij door de Romeinen ten prooi gelaten aan de Numidische +koningen, en na de onderwerping van dezen, bij de Romeinsche provincie +Afrika gevoegd. + +Nadat in de derde eeuw na Christus, het gebied der drie steden Oea, +Sabrata en Groot Deptis tot ééne provincie verheven was, ontstond de +Grieksche naam Tripolis of Drie Steden. Na den inval der Arabieren +in de VIIde eeuw, deelde de stad het lot van het overige Barbarije. + +In 1509 werd de stad Tripoli door de Spanjaarden onder graaf Pietro +van Navarra veroverd en aan het gezag van een Spaanschen stadhouder +onderworpen. Keizer Karel V gaf haar in 1530 in leen aan de ridders +van Sint Jan, maar reeds in 1551 werd zij door de Turken heroverd +en was na dien tijd de hoofdzetel der zeerovers aan de Afrikaansche +kust. In 1681 deed Koning Lodewijk XIV de Tripolitaansche zeeschuimers +door den admiraal Duquesne in de haven van Seios aantasten, waarbij +vele hunner schepen in den grond geboord werden. In 1685 bombardeerde +de maarschalk d'Estrées de stad met zoo goed gevolg, dat de Dey den +vrede met een half millioen livres koopen moest. In 1714 maakte de +Turksche Pacha Hamed Bey zich nagenoeg onafhankelijk van de Porte, +doordien hij aan deze enkel een jaarlijksche schatting betaalde en +de dynastie der Karamanli stichtte. In 1728 ondernamen de Franschen +eene expeditie tegen Tripoli, die met de verwoesting der stad +eindigde. Evenwel vernietigde eerst de verovering van Algiers door +de Franschen in 1830 de te Tripoli gevestigde zeeschuimers. In 1835 +eindelijk ontzette de Porte het Huis Karamanli van zijne heerschappij +en voegde Tripoli als een ejalect aan het Turksche rijk. + +Die aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden zullen den lezer gewis +niet onwelkom geweest zijn, en kunnen wij thans ons verhaal vervolgen. + +Het uitgestreke plein van Soung Ettelati, dat zich ten oosten buiten +de muren van Tripoli uitspreidt, leverde op den 23sten November een +zonderlingen aanblik op. Dien dag zou men onmogelijk hebben kunnen +zeggen, of dat plein woest of wel vruchtbaar was. Op zijne oppervlakte +wemelde het toch inderdaad van veelkleurige tenten, die met roode +kwasten uitgemonsterd en met vlaggen versierd waren en de meest +schelle kleuren te zien gaven, van gourbis, welks tentlinnen versleten +en veelvuldig versteld, den bewoners daarvan slechts onvolkomen +beschutting kon verleenen tegen den invloed van den "gibly," een +drogen en heeten wind, die uit het zuiden waait. Hier en daar werden +groepen van paarden ontwaard, die op oostersche wijze getuigd waren, +van kameelen, die op het zand uitgestrekt lagen en wier hoofd veel +op een half geledigd vat geleek, van kleine ezels, die niet veel +grooter waren dan groote honden, van muildieren met die overgroote +zadels getuigd, welker lepel en zadelknop als een bult van een kameel +uitsteekt. Verder waren daar ruiters, met het geweer op den rug, met +de knieën ter hoogte van de borst, met de voeten in stijgbeugels, +die wel eenigermate op sloffen gelijken, met een dubbele sabel aan +den koppel, die dan te midden van eene groote menigte van mannen, +vrouwen en kinderen rond galoppeerden, zonder zich te bekreunen, +of zij ook iemand in het voorbijgaan overrijden en verpletteren +konden. Eindelijk werden daar ook nog inboorlingen aangetroffen, +die bijna eenvormig met de Barbarijsche "haouly" gekleed waren, +waaronder men geen man van eene vrouw zou kunnen onderscheiden, +wanneer de mannen namelijk de plooien van dat kleed of die soort +deken niet ter hoogte hunner borst met een koperen knoop vastmaakten, +terwijl de vrouwen de voorslip zoodanig over het gelaat trekken, dat +slechts het linker oog zichtbaar is. De onderkleeding van die haouly, +die slechts een soort wollen mantel is, verschilt volgens de klasse, +waartoe de drager behoort. De armen dragen haar over de naakte huid, +de welgestelden dragen daaronder het vest en de breede broek der +Arabieren; de rijken hebben prachtige kleedingstukken, geruit wit met +blauw, waaronder zij een tweede haouly van gaas dragen, die uit wol +met zijde doorweven bestaat en op een hemd, dat met gouden koortjes +versierd is, gedragen wordt. + +Waren het alleen Tripolitanen, die daar op dat plein verzameld waren? + +Zeker niet. In den omtrek van de hoofdstad verdrongen zich kooplieden +van Ghadamès en Sohna en werden gevolgd door eene escorte van +zwarte slaven. Dan waren daar Joden en Jodinnen uit de omliggende +provinciën. De laatstbedoelden hadden het gelaat ongesluierd, +waren volgens hunne geaardheid vet en droegen zeer onsmaakvolle +broeken. Verder wemelden daar negers uit de naburige plaatsen die +hunne ellendige dorpen verlaten hadden, om hier de feestelijkheden +te komen bijwonen. Deze droegen zeer weinig linnengoed, daarentegen +veel sieraden bestaande uit ruwe koperen armbanden, halssnoeren van +schelpen, reeksen van dierentanden, zilveren ringen in de ooren en in +het neusbeen. Dan nog werden daar ontwaard Benoulienen, Awagairren, +die den omtrek der Syrtische baai bewonen en die uit den dadelboom, +die in hun land groeit, wijn, vruchten, brood en confituren trekken. En +eindelijk te midden van die opeenhooping van Mooren, Berbers, Turken, +Bedouïnen en zelfs Moucafirs, zooals de Europeanen genoemd worden, +paradeerden pacha's, cheiks's, kadi's, kaid's, in één woord al de +voornamen van die buurt, die door de menigte van raja's drongen, +welke laatsten nederig en voorzichtig uitweken voor de ontbloote +sabel der soldaten of voor den politiestok der rapties, wanneer de +gouverneur-generaal van dat Afrikaansche bewind van die Turksche +provincie, welker administratie--zooals wij weten--van den Sultan +van Constantinopel afhankelijk is, in zijne voorname en verheven +onverschilligheid voorbijging. + +Men telt, zooals reeds gezegd werd, meer dan vijftienhonderdduizend +bewoners in het Regentschap Tripoli, met een garnizoen van duizend +soldaten. Hierbij dient gevoegd te worden een duizendtal voor de +Djebel-, en vijfhonderd voor de Cyrenaïsche streken. De hoofdplaats +Tripoli, alleen in de bevolkingstelling opgenomen, bevat niet meer dan +dertig of hoogstens vijf en dertig duizend zielen. Dien dag kon evenwel +gerekend worden, dat het aantal dier bevolking minstens verdubbeld was, +door den toevloed van nieuwsgierigen, die van het geheele regentschap +samengestroomd waren. Die landbewoners hadden evenwel geen onderkomen +in de hoofdstad des rijks gezocht. Want een zoo groote menigte zou +noch tusschen de weinig rekbare walmuren van de versterkte omheining, +noch in de woningen, die door het slechte gehalte der gebezigde +bouwmaterialen, weldra in een staat van puinhoopen verkeeren, noch +in de nauwe en smalle ongeplaveide straten en stegen, waarin voor +het meerendeel zelfs de vrije toetreding van lucht ontzegd is, noch +in de havenvoorstad, alwaar zich de consulaten bevinden, noch in +het westerkwartier, waar de Joodsche volksstam krioelt, noch in het +overige gedeelte der stad, dat ter beschikking van het Muzelmansche +ras is gebleven, een beschikbare ruimte tot onderkomen aangetroffen +hebben. Dat ware inderdaad eene volkomen onmogelijkheid geweest. + +Maar het plein Soung-Ettelâtch was uitgestrekt genoeg, om de +vele vreemdelingen te bevatten, die samengekomen waren, om het +Ooievaars-feest bij te wonen, dat eene legende tot grondslag heeft, +welke steeds eenstemmig in de oostelijke landen van Afrika herdacht +wordt. Wij zullen straks wel zien waarin dat Ooievaars-feest bestaat. + +Die vlakte met haar geel zand, die door de zee bij langdurige +oostewinden somtijds overstroomd wordt, kan beschouwd worden als +een stukje van de Sahara-woestijn. Zij omgeeft de stad langs drie +kanten en heeft eene breedte van nagenoeg een kilometer. Als eene +tegenstelling, die schril afsteekt, ontwikkelt zich aan hare zuidelijke +grensscheiding de oase Menehié, met hare gebouwen, welker muren +van witheid schitteren; met hare tuinen, die met behulp van magere +koeien, die het water met een lederen drijfriem uit de diepe putten te +voorschijn halen, besproeid worden; met hare bosschen van dadelpalmen, +oranje- en citroenboomen; met hare steeds groene struiken, met bloemen +overdekt; met hare antilopen, hare gazellen, hare flamingo's. Die +oase is een uitgestrekt afgesloten geheel, waarin eene zeer nijvere +bevolking leeft, die niet minder dan dertig duizend zielen telt en +grootendeels van de veeteelt, den akkerbouw en karavaanhandel bestaat. + +Daarachter wordt de eigenlijke woestijn aangetroffen, die op geen +enkel punt van het uitgestrekte Afrika de kust van de Middellandsche +zee zoo nabij komt. De woestijn, met hare beweeglijke duinvormingen, +met hare onmetelijke uitgestrektheid van zand, waarvan de baron de +Krafft zoo juist gezegd heeft, "dat de wind daarop even gemakkelijk +golven veroorzaakt als op de zee"; een ware Lybische oceaan, waarop +zelfs de nevel niet ontbreekt, die evenwel uit onvoelbare stof bestaat. + +Het Tripolitaansche rijk--een grondgebied bijna zoo groot als dat van +Frankrijk--strekt zich tusschen het Regentschap Tunis, Egypte en de +Sahara uit, en heeft eene kustlijn van ruim drie honderd kilometer +langs de Middellandsche zee. + +Het was in deze provincie dat Sarcany, na Tetuan verlaten te hebben, +eene schuilplaats gezocht had. Die streek kon gerekend worden te +behooren tot de minst bekende van Noord-Afrika, waar iemand zich dus +gevoegelijk kon verbergen, zonder de vrees te koesteren, althans +van wege Europeesche autoriteiten ontdekt te zullen worden. Hij +was in Tripoli geboren en dat land was het tooneel zijner eerste +heldendaden geweest. Hij deed dus niets meer dan naar zijn bakermat +terugkeeren. Daarenboven was hij, zooals de lezer zich ongetwijfeld +herinneren zal, geaffilieerd aan het zoo gevreesde bondgenootschap van +Noord-Afrika en kon hij daar op werkelijke hulp van de Senousisten +rekenen, welker belangen hij steeds in den vreemde ijverig had +voorgestaan en voor wie hij steeds inkoopen van wapenen en munitiën +had verricht. Het was vooral als agent dier dweepers, dat hij indertijd +Silas Toronthal zeer veel geld had laten verdienen. + +Toen hij dan ook te Tripoli aankwam, had hij huisvesting gevonden in +de woning van den Moquaddem Sidi Hassan, het erkende opperhoofd van de +Sectegenooten in het district. Bij dien man was hij volkomen te huis. + +Na de ontvoering van Silas Toronthal op den weg naar Nizza, eene +ontvoering die voor Sarcany onverklaarbaar was gebleven, had deze +Monte Carlo verlaten. Eenige duizenden franken, de laatste van +vroegere winsten, die hij niet als laatsten inzet gewaagd had, hadden +hem veroorloofd, om in de onkosten zijner reis te voorzien en aan +de overige mogelijke gebeurlijkheden het hoofd te bieden. En onder +die gebeurlijkheden behoorde de mogelijkheid, dat Silas Toronthal, +inderdaad door de wanhoop vervoerd, er toe besloten kon hebben, zich +op hem te willen wreken, hetzij door het verleden aan het licht te +brengen, hetzij door den toestand van Sava bloot te leggen. Want de +bankier wist maar al te goed, dat het jonge meisje zich te Tetuan +in de macht van Namir bevond. Die overwegingen waren oorzaak, dat +Sarcany besloot Marokko zoo spoedig mogelijk te verlaten. Want daar +gevoelde hij zich niet meer veilig. + +Dat was voorwaar zeer voorzichtig handelen; want zooals de lezer reeds +weet, had Silas Toronthal niet lang gedraald met de mededeeling in +welk land en in welke stad het rampzalige jonge meisje zich onder het +toezicht van het Marokkaansche wijf bevond. Een enkele handdruk van +Kaap Matifou was voldoende geweest, om hem tot die mededeeling over +te halen; meer niet! + +Sarcany had dus het besluit genomen, om in het Regentschap Tripoli eene +schuilplaats te zoeken, alwaar hem de aanvals- en verdedigingsmiddelen +niet zouden ontbreken. Maar hij begreep,--en dat zag dokter Antekirrt +zeer goed in,--dat het reizen derwaarts met een der pakketbooten, +die de kustvaart uitoefenen, of met de Algerijnsche spoorbaan te +veel gevaren voor hem zou opleveren. Hij gaf er dan ook de voorkeur +aan, zich bij eene karavaan van Senousisten te voegen, die naar de +Cyrenaïsche landstreek op weg was, en van de gelegenheid gebruik te +maken, om in de voornaamste villayets van Marokko, Algiers en het +Tunische grondgebied nieuwe geaffiliëerden voor het eedgenootschap +aan te werven. Zijn reis had dus, zooals men ziet, een dubbel doel. + +Die karavaan, die zeer wel de vijfhonderd uren afstand tusschen Tetuan +en Tripoli zou afleggen, en daarbij de noorder-zoom der woestein dacht +zou volgen, vertrok op den 12den October van eerstgenoemde plaats. + +Sava was thans geheel aan de genade of ongenade van hem, die haar +ontvoerde, overgeleverd; maar hare standvastigheid, haar zelfvertrouwen +was daarom niet geschokt. Noch de bedreigingen van Namir, noch de +toorn van Sarcany scheen haar te deren. Het jonge meisje ontwikkelde +eene wilskracht, die een ieder ongelooflijk moet voorkomen. + +Bij haar vertrek telde de karavaan reeds een vijftigtal Khouâns of +geaffiliëerden, die onder de leiding van een imam, een geestelijke, +die hen op militairen voet organiseerde, ingedeeld waren. Er was +daarbij geen kwestie, om de provinciën door te trekken, die aan het +Fransche gezag onderworpen zijn en waar hun doortocht moeielijkheden +zou kunnen ondervinden. Zij zou die langs de zuidelijke grenzen geheel +en al ontwijken. + +Het Afrikaansche vasteland vormt, door de gedaante van het kustland van +Algiers en Tunis, een grooten boog tot aan de westkust van de Groote +Syrtische zee, die plotseling naar het zuiden insnijdt. Daaruit volgt +natuurlijk, dat de kortste weg van Tetuan naar Tripoli is de koorde +welke dezen boog onderspant. En die weg voert niet noordelijker dan +Lagouât, een der laatste Fransche steden op de grenzen der Sahara +gelegen. + +De karavaan trok, na het Marokkaansche keizerrijk verlaten te hebben, +langs de grenzen van die rijke Algerijnsche provinciën, welke men +voorgesteld heeft "Nieuw Frankrijk" te heeten, en die inderdaad wel +Frankrijk zelf mogen heeten, met meer recht dan Nieuw Caledonië, +Nieuw-Holland, Nieuw-Schotland, die veel minder op Schotland, Holland +en Caledonië, dan Algiers op Frankrijk gelijken. Daarenboven, eene zee +van slechts dertig uren breedte, scheidt dat land van het Fransche +grondgebied, en met onze tegenwoordige gemeenschapsmiddelen mag die +zee geen scheidsmuur heeten. + +In het Beni-Matansche, zoowel als in de Oulad Nail en de +Charfat-El-Hamal-streken, vermeerderde de karavaan nog met een +zeker getal geaffiliëerden. Hare sterkte was dan ook tot ruim drie +honderd man gestegen, toen zij het Tunische kustland, op de grens der +Syrtische zee bereikte. Zij had toen slechts den oever te volgen, +terwijl zij andermaal nieuwe leden onder de Khouâns in de vele +dorpen dier provincie aanwierf, en waarbij Sarcany al zijn invloed +en schranderheid bezigde. + +De karavaan kwam op den 20sten November bij de grenzen van het +regentschap aan, na eene reis van ruim zes weken. + +Dus op het oogenblik, toen dat Ooievaarsfeest met groote plechtigheid +en omhaal zou gevierd worden, waren Sarcany en Namir nog slechts sedert +drie dagen de gasten van den Moquaddem Sidi Hassan, wiens woning thans +tot gevangenis van Sava Sandorf strekte. Waarlijk, de karavaan had +zich wel gehaast, want zij had gedurende de negen en dertig dagen, +die zij tot de reis besteed had, een groot traject afgelegd. + +De woning van den Moquaddem, welke door een slanken minarettoren +beheerscht werd, had met hare witgekalkte muren, waarin volstrekt +geen vensters, maar wel hier en daar schietgaten gebroken waren, +met hare gecreneleerde terrassen, met hare smalle en lage deur, wel +eenigszins het uiterlijk van eene kleine vesting, of beter van een +zeer sterk blokhuis. Het was ook inderdaad een ware zaoaiya, welke +buiten de stad gelegen was, op de grens tusschen de zandvlakte en +de aanplantingen van Menehié, welker akkers, omgeven door een hoog +staketsel, tot bij het grondgebied der oase voortdrongen. + +Het innerlijke dier woning vertoonde den gewonen bouwtrant der +Arabische huizen, met dien verstande dat die bouwtrant hier als +het ware verdriedubbeld was, hetgeen te beduiden heeft, dat er drie +patio's of binnenplaatsen te tellen waren. Rondom elk dier patio's +ontwikkelde zich een vierkant van galerijen met hare zuiltjes en +kanteelbogen, waarop de verschillende vertrekken van de woning, +die voor het meerendeel zeer rijk gemeubeld waren, uitkwamen. De +vloeren dier galerijen waren met kostbare marmersteenen ingelegd, +en de zuilen daarvan kunstig gebeeldhouwd. + +Op het tweede binnenplein vonden de bezoekers of de gasten van den +Moquaddem eene ruime "stufa", een soort van vestibule of van hall, +waarin reeds meer dan eene raadbelegging onder de leiding van Sidi +Hassan door de Senousisten had plaats gehad. Dat was eigenlijk het +vertrek, waarin de saamgezworenen krijgsraad hielden. + +Maar behalve dat die woning eene natuurlijke bescherming in hare hooge +en doelmatig aangelegde muren vond, bevatte zij bovendien een zeer +talrijk personeel, dat tot hare verdediging veel kon bijbrengen, +ingeval van aanval van den kant der zwervende Barbaresken, die +steeds mogelijk was, of zelfs van den kant der Tripolitaansche +autoriteiten, die steeds poogden de Senousisten der provincie aan +zich te onderwerpen, hetgeen tot heden niet gelukt was. + +Die woning bezat een garnizoen van ruim vijftig geaffiliëerden, die, +uitmuntend bewapend, niet alleen ter verdediging, maar ook tot aanval +konden dienen. Die mannen, gekozen onder de meest dweepzieken, waren +uitmuntend geoefend. + +Slechts een enkele deur verleende toegang tot die zaoaiya; die deur +was daarenboven uitermate dik en stevig met ijzerwerk beslagen. Men +zou haar niet gemakkelijk opengebroken hebben, en slaagde dat ook al, +dan zou haar drempel nog niet zoo gemakkelijk te overschrijden zijn; +want dan eerst begon het ernstige gevecht. + +Sarcany had dus bij den Moquaddem eene veilige schuilplaats gevonden. + +Daar hoopte hij zijne heillooze plannen tot een goed einde te voeren. + +Zijn huwelijk met Sava moest hem een zeer aanzienlijk vermogen +verzekeren, en hij kon desnoods op den bijstand van het eedgenootschap +rekenen, wiens belangen bij zijn welslagen direct betrokken waren. Die +dweepers zouden niet aarzelen, hem bij zijne snoode plannen bij +te staan. + +Wat de geaffiliëerden betrof, die van Tunis aangekomen of in de +villayets aangenomen waren, deze hadden zich in de Menehié-oase +verspreid; maar waren toch gereed, om op het eerste sein te zamen +te komen. + +Dat Ooievaars-feest zou, zonder dat de Tripolitaansche politie zulks +gissen kon, juist de plannen der Senousisten in de hand werken. Daar op +die vlakte van Soung-Ettélaté zouden de Khouâns van noordelijk Afrika +het wachtwoord der mufti's komen ontvangen, om hunne concentratie +op Cyrenaïsch gondgebied te bewerkstelligen en een waar rijk van +zeeschuimers onder de machtige bevelen van een kalief te stichten, +hetgeen met de overoude neigingen van die strandbewoners maar al te +zeer strookte. + +Daartoe waren de omstandigheden zeer gunstig, wijl het eedgenootschap +juist in de villayet Ben Ghazi, de voornaamste der Cyrenaïsche streken, +reeds het grootste ledental telde, hetwelk geheel tot handelen +gereed was. + +Den dag, waarop het Ooievaars-feest in het Tripolitaansche rijk +gevierd zou worden, drentelden drie vreemdelingen op de vlakte van +Soung-Ettélaté, tusschen de menigte, welke zich daar bevond, rond. + +Niemand zou die vreemdelingen, onder hunne Arabische kleeding, voor +Moucafirs, voor Europeanen herkend hebben. De oudste der drie droeg +daarenboven zijn kostuum met eene gemakkelijkheid, die slechts door +eene langdurige gewoonte kon verkregen worden. Men zag het hem aan, +dat hij den tulband en de Chlamyde (bovenkleed) meer gedragen had. + +Dat was dokter Antekirrt, die van Piet Bathory en Luigi Ferrato +vergezeld was. + +Pescadospunt en Kaap Matifou waren in de stad gebleven, waar zij zich +met zekere voorbereidende werkzaamheden bezighielden. Ongetwijfeld +zouden zij ten tooneele verschijnen, wanneer daartoe het oogenblik +gekomen zou zijn. Zij beiden zouden toch in de beraamde plannen de +voornaamste rol te vervullen hebben, zooals de lezer wel zien zal. + +Het was ter nauwernood vier en twintig uren geleden, sedert de +_Elektriek_ 2 in den namiddag onder beschutting van die uitgestrekte +rotsen, welke voor de haven van Tripoli een natuurlijken dam vormen, +ten anker gekomen was. + +De overtocht was, zoowel bij de heen- als bij de terugreis, +voorspoedig geweest. Men had zich slechts drie uren opgehouden te +Philippeville, aan de kleine kreek Filfila gelegen; overigens niet. En +dat oponthoud was nog geschied, om zich Arabische kleeding aan te +schaffen. Daarna was de _Elektriek_ onmiddellijk vertrokken, zonder +dat hare aanwezigheid in de Numidische golf de aandacht getrokken +had. Hare geringe verhevenheid boven de oppervlakte van het water +had haar daarbij uitnemend gediend. + +Dus, toen de dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept +waren,--niet op de kaden van Tripoli, maar op de rotsen der +buitenhaven--waren het geen vijf Europeanen, die voet aan wal +gezet hadden op den bodem van het Tripolitaansche grondgebied, +maar waren het vijf Oosterlingen, wiens kleeding de aandacht niet +kon trekken. Misschien zouden Piet Bathory en Luigi Ferrato zich, +in die kleeding gestoken, door de ongewoonte voor scherpziende +toeschouwers verraden hebben; maar Pescadospunt en Kaap Matifou, +gewoon aan de veelvuldige gedaanteverwisselingen en verkleedingen +der kermispotsenmakers, waren er geheel op hun gemak in, en bewogen +zich als volbloed Arabieren. Die beide grappenmakers konden evenwel +een glimlach niet verbergen, wanneer zij elkander aankeken. + +Toen de nacht ingevallen was, ging de _Elektriek_ zich verschuilen +aan de andere zijde van de haven in eene der veelvuldige kreeken van +die slecht bewaakte kust. Daar moest dat vaartuig zich gereed houden, +om op ieder uur van den nacht of van den dag zee te kunnen kiezen. Aan +die opdracht werd natuurlijk stipt voldaan. + +Zoodra dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren, +stapten zij langs den rotsachtigen oever voort en volgden daarna den +van groote rotsblokken vervaardigden kadedam, die naar Bab-el-Bahr +voerde, traden de zeepoort binnen en bevonden zich weldra te midden +van de nauwe straten der stad. + +Het eerste hôtel, dat zij op hunnen weg ontmoetten,--en de keus was +niet moeielijk, want er waren er niet veel,--scheen hun voldoende +toe, om er ettelijke dagen, misschien slechts weinige uren door te +brengen. Zij toonden zich daar als bescheiden lieden, en gaven voor +eenvoudige Tunische kooplieden te zijn, die bij hunne doorreis te +Tripoli van de gelegenheid wilden gebruik maken, om het Ooievaars-feest +bij te wonen. Daar dokter Antekirrt het Arabisch even zuiver en +juist sprak als de overige taaleigens van de Middellandsche zee, +zoo kon zijne spraak hem niet verraden. + +De kastelein ontving de vijf reizigers, die hem de eer wilden aandoen +in zijne inrichting af te stappen, uiterst voorkomend. Het was een +dik man, die zeer praatziek was. Daarvan maakte dokter Antekirrt +behendig gebruik, en vernam zoodoende zaken, die hem bijzonder belang +inboezemden. Al dadelijk wist hij, dat eene karavaan kort geleden van +Marokko in het Tripolitaansche rijk was aangekomen. Daarna vernam hij, +dat Sarcany, die in het Regentschap zeer bekend was, van die karavaan +deel had uitgemaakt en dat hij thans de gastvrijheid genoot in de +woning van den beroemden Moquaddem Sidi Hassan in de zaouiya op de +vlakte van Soung Ettélaté. + +Dat was de reden, waarom dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi +Ferrato, na de meest mogelijke voorzorgen genomen te hebben, zich +dienzelfden avond nog begeven hadden te midden der menigte van nomaden +op de vlakte van Soung Ettélaté. Zij bespiedden al wandelende de woning +van den Moquaddem Si-Hassan, op den zoom van de Oase Menehié gelegen. + +Daar was dus Sava Sandorf opgesloten! In die sterke woning bevond +zich dus het eenige kind van den graaf. + +Sedert het verblijf van dokter Antekirrt te Ragusa, waren nimmer +vader en dochter dichter bij elkander geweest dan thans! En toch, +door hoeveel hinderpalen waren zij niet gescheiden! + +Het was niet alleen een schier onoverkomelijke muur, die het grootste +beletsel daarstelde! + +Inderdaad, Piet Bathory was in die oogenblikken tot alles in staat, +zelfs om met Sarcany te onderhandelen, om Sava maar aan zijne macht +te ontrukken. Graaf Mathias Sandorf en hij waren bereid, om hem die +wenschen te laten verwezenlijken, welke de ellendeling begeerde! En +toch, zij konden en mochten niet vergeten, dat zij recht moesten +uitoefenen over den verrader van professor Stephanus Bathory en van +graaf Ladislas Zathmar! + +Intusschen moesten zij in de omstandigheden, waarin zij zich vonden, +erkennen, dat de bemachtiging van Sarcany en de bevrijding van +Sava Sandorf uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan eene bijna +onuitvoerbare taak was. De moeielijkheden waren schier onoverkomelijk, +dat kon onmogelijk ontveinsd worden. + +Zou men in plaats van geweld, dat toch geen kans van welslagen +aanbood, list moeten gebruiken? En zou het feest, dat den volgenden dag +gevierd zou worden, daartoe gelegenheid geven? Ja, dat zou het zonder +twijfel. Pescadospunt had daaromtrent een plan ontworpen, en het was +met dit plan, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zich +dien avond onledig hielden. Ieders rol moest goed besproken worden, +om in het gewichtigste oogenblik geene teleurstelling, die alles +verijdelen kon, te ondervinden. + +Bij de uitvoering van dat plan zou de moedige ontwerper zijn leven +wagen; maar gelukte het hem de woning van den Moquaddem Sidi Hassan +binnen te dringen, dan was er veel kans, dat hij er in slagen zou, Sava +Sandorf te ontvoeren. Niets scheen voor den moed en de behendigheid +van Pescadospunt onuitvoerbaar. + +Het was dus ter uitvoering van het vastgestelde plan, hetwelk wij bij +zijne ontwikkeling vernemen zullen, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory +en Luigi Ferrato zich daags daarna, tegen drie uren des namiddags, +ter bespieding op de vlakte van Soung Ettélaté bevonden, terwijl +Pescadospunt en Kaap Matifou zich intusschen voorbereidden voor de +rol, die zij te midden van het bedrijvigste gedeelte van het feest +te vervullen zouden hebben. + +Op dat uur bestond er nog niets, dat een voorgevoel kon geven van het +leven, van het spektakel en van de beweging, waarvan de vlakte het +schouwspel ging leveren, wanneer zij bij het vallen van den avond door +ontelbare fakkels zoude verlicht worden. Ter nauwernood kon te midden +van die dicht opeengepakte menigte het komen en gaan opgemerkt worden +van de Senousistische saamgezworenen, die, zeer eenvoudig gekleed, +elkander slechts door een soort van vrijmetselaarsteeken de bevelen +hunner opperhoofden mededeelden. + +Het is evenwel hier de plaats, om eene Oostersche of beter Afrikaansche +legende mede te deelen, waarvan de voornaamste bijzonderheden bij +dat Ooievaars-feest, hetwelk eene groote aantrekkingskracht voor de +Muselmansche bevolking heeft, in herinnering gebracht zouden worden. + +Op het Afrikaansche Vasteland bestond in vroeger tijden een ras +van Djins. Die Djins bewoonden onder den naam van Bou-lhebers een +uitgestrekt grondgebied, hetwelk op de grens van de Hamada-woestijn +tusschen de Tripolitaansche en de Fezzaansche rijken gelegen was. Het +was een machtige volkstam, die zeer woest en dus ook uitermate gevreesd +was. Hij was oneerlijk, trouweloos, twistziek en onmenschelijk +wreed. Geen Afrikaansche souverein had er nog terecht mede kunnen +komen. Zij hadden weerstand weten te bieden aan iedere poging, om +hen aan tucht te gewennen. + +Het gebeurde eens, dat de profeet Soeleyman eene poging aanwendde, niet +om de Djins aan te vallen of te onderwerpen, maar om hen tot het goede +te bekeeren. Te dien einde zond hij hen een zijner apostelen, om hun +de liefde tot het goede en den haat voor het kwade te prediken. Het was +verloren moeite! Die woeste horden grepen den zendeling en brachten hem +wreedaardig ter dood. Zij ontzagen zich niet den heiligen man eerst te +spietsen en hem verder, alvorens hij dood was, langzaam te verbranden. + +Dat de Djins zooveel stoutmoedigheid aan den dag legden, vond daarin +zijn oorzaak, dat hun land afgelegen en zeer moeielijk te bereiken +was. Zij wisten, dat geen naburig vorst zijne legerscharen in die +streken durfde wagen. Zij meenden daarenboven, dat niemand den profeet +Soeleyman zou gaan overbrieven, welk onthaal zijn zendeling ten deel +gevallen was. + +Daarin vergisten zij zich evenwel. Allah waakte er over, dat de +misdaad gestraft zoude worden. + +Een groot aantal ooievaars was, daar het winter in Noordelijk Europa +was, in het land aanwezig. Zooals de lezer wel weten zal, zijn dat +vogels, tot het geslacht der steltloopers behoorende, van zeer kuische +zeden, die eene buitengewone schranderheid gepaard aan eene groote +opmerkingsgave bezitten. De legende beweert toch, dat zij nimmer +eene landstreek bewonen, welker naam op een geldstuk voorkomt [3], +omdat het geld de bron is van alle kwaad en de machtigste hefboom is, +die den mensch in den afgrond zijner bedorven hartstochten drijft. + +Nu hadden die ooievaars de verdorvenheid, waarin de Djins leefden, +opgemerkt. Zij hadden den gruwelijken moord gezien en kwamen in eene +groote vergadering bij elkander, om te beraadslagen en besloten +daarin een hunner naar den profeet Soeleyman af te vaardigen, ten +einde zijnen gerechten toorn over de moordenaars van den zendeling +te doen ontbranden. + +De profeet riep dadelijk zijne "hiep" of lievelingskoeriers tot +zich en gaf hen bevel al de ooievaars van de geheele wereld in de +bovenstreken van Afrika bijeen te brengen. + +Dat geschiedde natuurlijk, en toen de ontelbare scharen van die +vogels voor den profeet Soeleyman vergaderd waren,--zooals de legende +woordelijk verhaalt,--vormden zij eene wolk, welker schaduw de geheele +landstreek, tusschen Mezda en Morseug, had kunnen bedekken. + +Toen greep op bevel van den profeet ieder dier langsnavels een +steen in den bek en vloog naar het land der Djins. En terwijl zij +daarboven zweefden, steenigden zij dat slechte ras, welker zielen +voor de eeuwigheid in het binnenste der Hamada-woestijn opgesloten +zitten. Waarlijk, eene gerechte straf voor zulk een snoode daad! + +Dat is de fabel, die als het ware ten tooneele zoude gevoerd worden, +en welker voorstelling het eigenlijke feest zou vormen. Eenige +honderden ooievaars waren onder onmetelijke netten, die op de vlakte +van Soung Ettélaté uitgespannen waren, verzameld. Daar wachtten zij, +voor het meerendeel zooals gewoonlijk op één poot rustende, het uur +der bevrijding af, terwijl zij door het geklepper met hunne lange +snavels soms een gerommel in de lucht veroorzaakten, hetwelk wel iets +van het geroffel van een menigte tamboers op hunne trommen had. Op +een gegeven teeken moesten de netten plotseling verdwijnen en de +vogels in de ruimte opstijgen, om gevaarlooze en nagemaakte steenen +van weeke klei te midden van het gehuil der toeschouwers, het getoet +der blaasinstrumenten en de losbranding van ontelbare geweren en +verlicht door eene menigte fakkels met veelkleurige vlammen, op de +opeengepakte geloovigen te laten neervallen. + +Pescadospunt was met het program van dat feest bekend, en dat was +het, hetwelk hem op de gedachte gebracht had, er eene rol in te +vervullen. Wellicht zou hij onder de gegeven omstandigheden, die +veel verwarring zouden daarstellen, gelegenheid vinden in het huis +van den Moquaddem Sidi Hassan te dringen. + +Op het oogenblik toen de zon onderging, werd op het fort of kasteel van +Tripoli een zwaar kanonschot gelost, dat het sein was, hetwelk door het +publiek op de vlakte van Soung Ettélaté zoo lang en ongeduldig verbeid +was. Statig rolde het zware geluid voort, wekte al de echo's der +omstreken op, en stierf eindelijk als een ver verwijderde donder weg. + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren eerst als het +ware verdoofd door het vreeselijke spektakel, dat zich in het eerste +oogenblik van alle kanten hooren deed; vervolgens werden zij verblind +door de duizenden lichtjes die op de vlakte schitterden. Het was, of +de geheele Soung Ettélaté met al de sterren des firmaments getooid was. + +Toen dat kanonschot losbrandde, was die menigte van Nomaden nog +bezig met hun avondmaal te nuttigen. Hier zag men er zich te goed +doen aan gebraden schapenvleesch. Elders werd pilau met kippenvleesch +er bij verorberd door hen, die Turk waren of daarvoor wenschten door +te gaan; op eene andere plek ontwaarde men bij vermogende Arabieren +couscoussou; verder zag men een eenvoudige "bazina," eene soort pap +van gruttemeel met olie gekookt, die het gewone voedsel uitmaakte van +die arme drommels, evenals elders het meest talrijk, die meer koperen +"mehbouhs" dan gouden "mictals" op zak hadden; eindelijk ontwaarde men +overal en inderdaad met stroomen, de "lagby," een soort vruchtensap, +afkomstig van den dadelpalm, dat wanneer het evenals het bier gegist +heeft, zooveel alcohol bevat, dat het meer dan smoordronken, ja, +dat het stapelgek maakt. [4] + +Eenige minuten nadat het kanonschot gedreund had, waren allen, mannen, +vrouwen, kinderen, Turken, Arabieren, Khouans en Negers reeds als +buiten zich zelven van opgewondenheid. Het was waarlijk noodig, dat de +koperen blaasinstrumenten van die barbaarsche orchesten buitengewoon +geluidmakend waren, om zich te midden van dat menschelijk spektakel +te kunnen doen vernemen. Hier en daar sprongen ruiters met hunne +paarden rond en schoten hunne lange geweren en hunne ruiterpistolen +af, terwijl vuurwerk afgestoken werd en moorslagen knalden, alsof +het geschut was, dat losgebrand werd te midden van een leven, hetwelk +onmogelijk te beschrijven zoude zijn. + +Hier was een negerhoofd, dat, potsierlijk aangekleed, met rammelende +beentjes aan zijn buikgordel, terwijl zijn gelaat door een duivelsch +mombakkes bedekt was, en bij het licht van walmende toortsen, en +aangevuurd door het geroffel op houten trommen en door het klagend +opdreunen van een eentonig gezang, een dertigtal zwarte kroeskoppen, +die te midden van een kring van stuiptrekkende vrouwen, welke in de +handen klapten, hunne vertooning opvoerden, tot den dans aanmoedigde. + +Elders waren er wilde Aïssassouas, die tot het uiterste door +godsdienstige en alcoholische [5] opgewondenheid vervoerd waren en met +opgespoten gelaatstrekken en met uitpuilende oogen, hout tusschen de +tanden maalden, op ijzer kauwden, zich diepe insnijdingen in de huid +maakten, met gloeiende kolen goochelden, zich door afgrijselijke +slangen lieten omwikkelen, die hen aan de handen, aan de wangen, +aan de lippen beten, en die zij met gelijke munt betaalden door hun +bloedige staarten te verorberen. + +Maar in weerwil van dat aanlokkelijke schouwspel, drong de menigte +weldra volijverig op naar den kant van het huis van den Moquaddem +Sidi Hassan, alsof eene nieuwe en meer belangwekkende vertooning haar +daarheen getrokken had. + +En inderdaad, daar bevonden zich twee mannen, de een buitengewoon +groot en dik, de andere buitengewoon klein en slank. Het waren twee +akrobaten, wier opmerkenswaardige krachts- en behendigheidsoefeningen, +die te midden van eene vierdubbele rij toeschouwers uitgevoerd werden, +de meest levendige toejuichingen, die door een Tripolitaanschen mond +konden uitgestoten worden, verwierven. Het was daar om hooren en zien +te doen vergaan. + +Het waren Pescadospunt en Kaap Matifou, die waarlijk geheel en al op +dreef waren. + +Zij hadden eene plek uitgekozen, om hunne kermisvertooning op te +voeren, welke slechts op weinige passen afstand van de woning van +den Moquaddem Sidi Hassan gelegen was. Beiden hadden voor deze +bijzondere gelegenheid hun baantje van voorheen, hun baantje van +kenniskunstenaars ter hand genomen. Zij waren behoorlijk gekleed in een +gelegenheidspakje, dat zij van Arabische stoffen vervaardigd hadden, +en hoopten op daverende toejuichingen. + +"Je zult toch niet te zeer verroest wezen?" had Pescadospunt alvorens +te beginnen aan Kaap Matifou gevraagd. + +"Verroest?... Wat meen je?" had de reus gevraagd. "Ik ben toch geen +oude spijker, denk ik?" + +"Neen, dat weet ik wel; maar ik vraag je, of je soms stijf in de +gewrichten geworden bent?" + +"Neen, volstrekt niet," antwoordde Kaap Matifou. "Dat zul je wel +ondervinden." + +"En je deinst voor geene oefening terug... Voor geen enkele? Bedenk +je wel." + +"Neen, voor geen enkele. Maar wat zal het doel van die oefening +wezen? Zeg mij toch." + +"Het doel moet wezen om die lummels in vervoering te brengen. Zul je +daarvoor niet terugdeinzen?" + +"Ik!... ooit terugdeinzen!... Kom, je houdt mij voor den gek," sprak +Kaap Matifou verstoord. + +"Zelfs, wanneer je ..." + +Pescadospunt scheen te aarzelen. + +"Wat? Ga toch voort. Je bent anders zoo spraakzaam en thans sta je +te kieskauwen." + +"Nu ja, zelfs wanneer je keisteenen met de tanden moet +fijnmalen?" vroeg de kleine man. + +"Is dat alles?" was de ietwat kleinachtende wedervraag van den reus. + +"Of slangen oppeuzelen?" + +"Slangen?" + +Thans scheen Kaap Matifou te aarzelen. + +"Ja, slangen!" + +"Gekookt?" vroeg Kaap Matifou. "Gekookt of rauw, daarin bestaat +onderscheid." + +"Neen, rauw! waarde Kaap. Geheel rauw." + +"Rauw?... Br! br!" + +"En nog wel levend!" + +Kaap Matifou had een leelijk gezicht getrokken; maar als het moest +zijn, dan was hij besloten om slangen te eten, evenals een eenvoudige +Aïssasoua. Hij pruttelde evenwel nog iets tegen. + +"Moeten wij dat voor ons pleizier doen?" vroeg hij na een poos +bedenkens. + +"Voor ons pleizier neen," antwoordde Pescadospunt met een guitigen +glimlach op de lippen. + +"Maar waartoe dan die gekheid?" + +"Zooals ik je gezegd heb, om die lummels in vervoering te brengen." + +"Loop heen!" had de reus geantwoord. "Voor die schoeljes eet ik geen +slangen. Als het nog Europeanen, als het nog Franschen waren! Dan +was het wat anders." + +"Och, die kerels kunnen ons ook niet schelen," antwoordde Pescadospunt, +hartelijk lachende. + +"Maar, waarom dan?" + +"Kaaplief, je schijnt maar niet te kunnen begrijpen." + +"Maar, wat dan?" + +"Dat we eene rol spelen. Wij moeten het groote doel bevorderen. Wij +moeten de bevrijding van juffrouw Sava bewerken." + +"Met levende slangen te eten?" vroeg de reus hoofdschuddend. "Als ik +dat er mee bewerken kan, ben ik bereid een frikadel van alle slangen +der wereld te maken en die op te peuzelen." + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato bevonden zich onder +de menigte van toeschouwers en verloren hunne makkers niet uit het +oog, hoewel zij zich te midden van dien ontzaglijken menschendrom de +grootste inspanning daartoe moesten getroosten. + +Neen, Kaap Matifou was niet verroest! Hij had niets van zijne +buitengewone kracht verloren. Vijf of zes Arabieren, en nog wel van +de stevigsten uit een geheelen hoop, hadden een kans gewaagd door +met hem te worstelen. Maar zij lagen al heel spoedig op den grond +uitgestrekt, met de schouders in aanraking met het maaiveld, zooals +de akrobatische uitdrukking luidt. + +Daarna volvoerden beide kunstenaars te zamen goocheltoeren, die de +Arabieren, daar verzameld, in verrukking brachten, vooral toen zij +elkander behendig brandende fakkels toewierpen, die overgaande van +de hand van Pescadospunt in die van Kaap Matifou, hare vurige zigzags +kruisten. Dat verwekte algemeene verbazing. + +En toch kon dat publiek, waarvoor zij werkten, terecht moeielijk te +bevredigen zijn. + +Er bevonden zich toch onder die menigte een vrij groot aantal van hen, +die de half wilde Touaregs hadden leeren bewonderen, welker lenigheid +en behendigheid aan die der vlugste diersoorten mag gelijk gesteld +worden, zooals weleer met veel ophef in het bewonderingwekkend +program van den beroemden kermistroep van Bracca aangekondigd +werd. Die kenners en bewonderaars hadden toch gelegenheid gehad den +stoutmoedigen Mustapha, den Samson der woestijn, het kanonmensch toe +te juichen, "wien de koningin van Groot Brittanje en Ierland door +haren kamerdienaar, bij gelegenheid van dergelijke voorstellingen te +Londen, had laten verzoeken, niet meer zijne oefeningen te herhalen, +bevreesd als de vorstin was, dat er een ongeluk zoude gebeuren!" + +Maar Kaap Matifou was onvergelijkelijk bij zijne krachtsvertooningen +en hij behoefde voor geen mededinger bevreesd te zijn. Neen, voor +niemand ter wereld, al ware het Hercules, de goddelijke zoon van +Alcmene, in eigen persoon geweest. + +Eindelijk kwam er eene laatste oefening, die de geestdrift van die +cosmopolitische menigte, welke de Europeesche kunstenaars omgaf, ten +top voerde. En hoewel die oefening voor de Europeesche kermisspellen +oud en versleten mocht heeten, scheen zij hier voor de Tripolitaansche +nieuwsgierigen nog de aantrekkelijkheid der nieuwheid te hebben. + +De toeschouwers verdrongen dan ook elkander, ja verpletterden zich +schier rondom de beide kunstenaars, die bij afwezigheid der zon in +dit uur bij fakkellicht werkten. + +Kaap Matifou had een staak gegrepen, die vijf en twintig of dertig voet +lang was en hield hem met beide handen, die op zijne borst rustten, +loodrecht omhoog. Pescadospunt klom met een behendigheid van een +aap langs dien staak naar boven, en bij het uiteinde gekomen, nam +hij daar, terwijl hij den staak onrustbarend deed buigen, de meest +bevallige houdingen aan. Inderdaad, het was een verrukkelijk maar +uiterst moeielijk kunststuk. Een zwak oogenblik bij hem, die den +staak torste, en een val kon niet uitblijven. En die val moest voor +den armen Pescadospunt noodlottig zijn. + +Maar Kaap Matifou kende geene aanvallen van zwakte. Hij stond daar, +met achterover gebogen hoofd en vooruitgestrekte borst, onwrikbaar +stevig als de rots, waarvan hij den naam voerde, hoewel hij bij +zijne pogingen om den staak met den daarop kunsten-vertoonenden +Pescadospunt in evenwicht te houden, trappelde, zich keerde en draaide +en langzamerhand van plaats veranderde. + +Toen hij eindelijk in de onmiddellijke nabijheid van den heiningmuur +van Sidi Hassan's woning gekomen was, dreef hij de vermetelheid zoo +ver en ontwikkelde zooveel kracht, om den staak van zijne borst op +te tillen, in de rechterhand te nemen en dien arm uit te strekken, +terwijl Pescadospunt daarboven den stand aannam van den Roem en +evenals die wufte godin kushandjes aan de menigte toezond. Het was +inderdaad eene bevallige vertooning. + +De saamgepakte Arabieren en Negers waren buiten zich zelven van +bewondering. Zij stieten schelle kreten uit, klapten woest met +de voeten. Gelukkig, dat het geen planken vloer was, waarop zij +stonden. Neen, waarlijk, dat moest erkend worden; zoo iets had de +Samson der woestijn, de koene Mustapha, de stoutmoedigste der Touaregs, +niet durven ten uitvoer leggen. De geestdrift was dan ook ten top; +want zulke krachtsontwikkeling was inderdaad nog nooit waargenomen. + +In dit oogenblik dreunde op het onverwachtst een kanonschot van de +wallen der citadel van Tripoli. + +Op dat sein vlogen de honderden ooievaars op, die eensklaps bevrijd +werden van de onmetelijke netten, die hen gevangen hielden, stegen +in de lucht op, terwijl zij, onder het uitvoeren van een klepperend +concert, waarop met een onmetelijk geschreeuw, door de menschen +aangeheven, geantwoord werd, eene hagelbui van nagemaakte steenen +lieten neervallen, die natuurlijk niemand konden deeren, daar zij, +zooals gezegd werd, van weeke klei vervaardigd waren. + +Dat was het glanspunt van het feest. De vogels van den profeet Soleyman +leidden evenwel de aandacht zeer af. + +Men zou gezegd hebben, dat al de krankzinnigen-gestichten van Europa, +Azië en Afrika plotseling ontruimd waren, en dat hunne bewoners op eens +op de vlakte van Soung-Ettélaté in het Tripolitaansche Regentschap bij +elkander gebracht waren; zulk een vreeselijk spektakel werd daar door +die saamgeschoolde en opgewonden menigte aangeheven. Evenwel, alsof +hare bewoners doof en stom waren, nog erger, alsof zij uitgestorven +waren, was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan hardnekkig +gesloten gebleven gedurende die uren van algemeene vroolijkheid, +en geen enkele bediende of huisgenoot was aan de deur of op de +terrassen verschenen. Het was alsof daarin geen nieuwsgierigen, +geen belangstellenden in het feest behoorden. + +Maar ziet! In hetzelfde oogenblik, toen al de fakkels, die het +feest verlicht hadden, na de opstijging der ooievaars, plotseling +uitgebluscht waren, was ook Pescadospunt eensklaps verdwenen, alsof hij +met de getrouwe vogels van den profeet Soleyman hemelwaarts gevlogen +was. Dat was inderdaad uiterst merkwaardig. + +Waar was hij heen gevaren?... + +Wat was er van hem geworden? + +Ja, wat? Dat wist niemand te verklaren. Daarop was geen antwoord +te geven. + +Toch scheen Kaap Matifou zich omtrent die verdwijning niet veel te +bekommeren. Nadat hij zijn staak in de lucht opgeworpen en hem vele +buitelingen had laten maken, ving hij hem behendig bij het andere einde +op, liet hem ronddraaien en bogen beschrijven, zooals de meest ervaren +tamboer-majoor met zijn dikgeknopten stok zoude gedaan hebben. Het +wegmoffelen van Pescadospunt scheen voor hem de natuurlijkste zaak +der wereld te zijn. Hij keek met eene zelfvoldaanheid rond, alsof +die goochelpartij tot het program behoorde. + +De bewondering der toeschouwers was intusschen ten top gestegen en +hunne geestdrift uitte zich dan ook door een ontzaglijk hoerah, dat +tot voorbij de uiterste grenzen der oase moest gehoord worden. Niemand +hunner twijfelde er aan, of de behendige acrobaat was door de ruimte +naar het rijk der Ooievaars vertrokken en was bij den profeet Soleyman +aangeland. + +Het onverklaarbare bekoort in den regel de menigte het meest. Daarmede +is zij steeds te verschalken. + + + + + +IX. + +HET HUIS VAN SIDI HASSAN. + + +Het was ongeveer negen uren, toen het kanonschot gevallen was en de +ooievaars opgestegen waren. + +Vuurwerk, geweerschoten, muziek, geschreeuw, gehuil, dat alles had +eensklaps opgehouden. De menigte begon langzamerhand te verdwijnen. De +meesten keerden naar Tripoli terug, anderen begaven zich naar de +Menehié-oase en naar de naburige dorpen van de provincie. Vóórdat +het een uur later zoude zijn, zou de vlakte van Soung Ettélaté stil +en ledig geworden, zijn. Zij zou dan eene verbazende tegenstelling +vormen met de levendigheid en drukte van straks. + +De tenten waren opgerold, de kampementen opgebroken. Berbers en +Negers waren reeds op weg naar de verschillende streken van het +Tripolitaansche Regentschap, terwijl de Senousisten zich naar de +Cyrenaïsche provincie wendden en daar voornamelijk de villayet Ben +Ghazi opzochten, ten einde er al de strijdkrachten van den kalief bij +elkander te brengen. Zoo had het feest het zijne er toe bij gebracht, +om ongemerkt eene aanmerkelijke verplaatsing van menschendrommen +te bewerkstelligen. + +Slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zouden de +vlakte gedurende den geheelen nacht niet verlaten. Zij moesten zich na +de verdwijning van Pescadospunt op iedere gebeurlijkheid voorbereid +houden, en ieder hunner had zich dadelijk een observatiepost onder +aan den voet van den omheiningsmuur van de woning van den Moquaddem +Sidi Hassan uitgekozen. Daar zouden zij evenwel een paar vervelende +uren door te brengen hebben. + +Pescadospunt intusschen, die op het oogenblik, dat Kaap Matifou zijn +staak met uitgestrekten arm omhoog hield, met een verbazenden sprong +over den muur wipte, was op de parapet-helling van een der terrassen, +aan den voet van den minarettoren, die de verschillende binnenplaatsen +dier woning beheerschte, neergekomen. Door de veerkracht zijner lenige +beenen had hij de zwaarte van den val gebroken, zoodat binnenshuis +daarvan niets bemerkt was. + +Niemand had hem te midden van dien somberen nacht kunnen zien, noch +van buiten, noch van binnen, en niemand had hem kunnen hooren. Hij +was zelfs niet uit de skiffa bemerkt, die te midden van de patio +gelegen was, en waar binnen zich een zeker getal khouans bevonden, +die gedeeltelijk sliepen, maar ook gedeeltelijk volgens de bevelen van +den Moquaddem Sidi Hassan waakzaam waren, en zelfs als schildwachten +op post stonden. Dat was nog al gunstig uitgevallen. + +Men begrijpt, dat Pescadospunt onmogelijk eenig plan had kunnen +beramen. Zulk een plan zou toch door zooveel onvoorziene omstandigheden +herhaaldelijk gewijzigd moeten worden, dat het geen waarde zou gehad +hebben. De innerlijke indeeling van het huis van Sidi Hassan was hem +toch geheel onbekend, en hij wist niet en kon ook niet weten, waar +het jonge meisje opgesloten was, ook niet of zij van nabij bewaakt +werd, en nog minder, of haar in het gewichtige oogenblik de ziels- +en lichaamskracht niet zou ontbreken, om daadwerkelijk op te treden +en tot hare ontvoering mede te werken. + +Daarom moest de stoutmoedige kerel noodzakelijk geheel en al op goed +geluk te werk gaan. + +Ziehier, wat hij zichzelf voorgespiegeld had, alvorens dien luchtsprong +te ondernemen: + +"Vóór alles moet ik," zoo mompelde hij in zich zelven, "hetzij door +geweld, hetzij door list, bij Sava Sandorf zien te geraken. Indien +zij mij niet dadelijk volgen kan, indien ik haar gedurende dezen +nacht niet ontvoeren kan, moet zij ten minste vernemen, dat Piet +Bathory levend is, dat hij zich in hare nabijheid, aan den voet van +de omheiningsmuren bevindt, dat dokter Antekirrt en zijne makkers +gereed staan, om haar te hulp te komen, en eindelijk moet haar +aan het verstand gebracht worden, dat, wanneer hare ontvoering +eenige vertraging mocht ondervinden, zij voor geene bedreiging +moet bezwijken!... In geen geval mag zij hare toestemming tot dat +schandelijk huwelijk geven!... Het is waar, ik kan ontdekt worden, +vóórdat ik haar gevonden en bereikt zal hebben!... Maar.... komt tijd, +komt raad!... Gebeurt dat onverhoopt, dan is het oogenblik daar, +om de noodige middelen ter ontkoming te beramen." + +Hij klom nu over den parapetmuur, die een dik witachtig steenkussen +vormde, hetwelk met schietgaten ingesneden was. Hierbij was de +eerste zorg van Pescadospunt geweest, een dun maar sterk touw, +van knoopen voorzien, dat hij onder zijn licht clownspak had kunnen +verbergen, te ontwikkelen, en wel zoodanig, dat het naar buiten hing +en den bodem bereikte. Dat was een voorzorgsmaatregel, die gebiedend +noodzakelijk was. Toen hij daarmede klaar was, legde de wakkere kleine +kerel zich, alvorens verder te schrijden, plat op den buik langs den +parapetmuur. In die houding, die hem door de voorzichtigheid geboden +werd, wachtte hij, zonder ook maar de geringste beweging uit te +voeren. Wanneer hij toch bespeurd was geworden, zou het terras weldra +door de lieden van Sidi Hassan bestormd en overweldigd zijn, en in +dat geval zou hem niets meer overblijven, dan van het touw gebruik +te maken, waarop hij zijne hoop bouwde als op het reddingsmiddel +voor Sava Sandorf. Dat alles doorkruiste in die oogenblikken zijn +schrander brein. + +Eene diepe stilte heerschte allerwege in de woning van den Moquaddem +Sidi Hassan. Daar noch hij, noch Sarcany, noch iemand anders hunner +lieden deel aan het Ooievaarsfeest hadden genomen, was de deur van +de zaouya sedert zonsopgang niet geopend geweest, en zou dat ook niet +na zonsondergang worden. + +Na eenige minuten wachtens, sloop Pescadospunt, steeds op den buik +liggende en kruipende, naar den hoek der woning, waar het meest nabij +zijnde minarettorentje verrees. De trap, welke van het bovenste van +dat torentje neerdaalde, moest klaarblijkelijk uitkomen op den vloer +der eerste patio. En, inderdaad, hij vond deze deur, die op het terras +uitkwam en die toegang tot de beneden-binnenplaatsen verleende. Dat +was een aanvankelijk gunstige uitslag zijner pogingen. + +Maar die deur was gesloten, niet met een sleutelslot, maar door middel +van een grendel, die onmogelijk terug te schuiven was, tenzij men +een gat in het paneel boorde. Dat werk had Pescadospunt zeer goed +kunnen verrichten, want hij had een mes in den zak met verscheidene +lemmeten en dus tot verschillende doeleinden geschikt, hetwelk hij van +dokter Antekirrt ten geschenke had ontvangen en waarvan hij behendig +gebruik wist te maken. Maar dat zou een tijdroovende arbeid zijn, +die ook niet in alle stilte zou kunnen uitgevoerd worden, en waaraan +hij dan ook niet verder dacht. Waarlijk, zijne oogenblikken waren +thans te kostbaar. + +Het was daarenboven niet noodig. Drie voeten boven het terras was +een opening in den vorm van een schietgat in den muur van het minaret +gebroken. Dat gat was wel een beetje nauw, maar onze Pescadospunt was +niet dik. Daarenboven had hij wel iets van een kat, die zich uitrekken +kan en door openingen glijdt, die aanvankelijk geen doortocht schijnen +te kunnen verleenen. Hij probeerde, en ... weldra bevond hij zich in +het minaret, evenwel niet zonder zijne schouders eenigszins geschaafd, +niet zonder zijne knieën wat ontwricht en zijne scheenbeenen ontveld +te hebben. Maar zoo iets deerde hem weinig. Dat kwam bij hem niet +in aanmerking. + +"Ziet, dat zou Kaap Matifou met al zijne kracht onmogelijk hebben +kunnen uitvoeren," dacht hij niet zonder grond. + +En hij lachte bij de gedachte aan de dikke zware gestalte van Kaap +Matifou in dat nauwe schietgat. + +Toen keerde hij op den tast af naar de deur, waarvan hij thans den +grendel terugschoof, ten einde gebruik van dien doortocht te kunnen +maken, wanneer hij denzelfden weg terug moest. En zoo iets was toch +zeer goed mogelijk, niet waar? Hij moest in zijne omstandigheden op +alles bedacht zijn. + +Terwijl hij de wenteltrap afdaalde, liet Pescadospunt zich meer +omlaag glijden, dan dat hij steun op de treden zocht, die door de +drukking zijner voeten konden kraken. Zoo iets moest in de eerste +plaats vermeden worden. + +Beneden vond hij andermaal eene deur; maar hij had slechts noodig, +om tegen haar te duwen, om die op hare hengsels te zien draaien. Dat +ging gemakkelijk genoeg. + +Die deur gaf toegang tot eene galerij, die op zuiltjes rustte en de +eerste patio omgaf, en waarop een zeker getal vertrekken uitkwamen. Op +de trap had eene dikke duisternis geheerscht; die galerij bevond zich +in een schemerdonker, dat minder somber was. Hier kon hij ten minste +met behulp zijner oogen voortschrijden, terwijl dat op de trap slechts +op den tast had kunnen geschieden. + +Overigens werd er nergens licht en ook nergens eenig geluid hoegenaamd +waargenomen. + +In het midden van de patio bevond zich een bekken, gevuld met +helder frisch water, en omgeven door tuinbeddingen, waarin fraaie +sierplanten, zooals peperstruiken, dwergpalmen, lauriersoorten, +cactussen, enz. groeiden, welker weelderig groen als een dicht boschje +rondom den oever vormde. + +Pescadospunt sloop die galerij, zoo zacht hem maar mogelijk was, rond, +terwijl hij voor iedere kamer stilhield, om te luisteren. Het was, +alsof die onbewoond waren. Allen evenwel niet, want achter een der +deuren vernam hij stemmen, die hij duidelijk kon onderscheiden. Ja, +daarin kon hij zich niet vergissen. Hij hoorde spreken. + +Aanvankelijk stoof Pescadospunt eenige passen achteruit; want hij +had de stem van Sarcany herkend. Dwaling was onmogelijk; want die +stem had hij te Ragusa meermalen gehoord. Hij trad weer naderbij; +maar hoewel hij zijn oor tegen het paneel der deur hield, kon hij +toch onmogelijk verstaan, wat in die kamer gesproken werd. + +Er kwam een oogenblik, dat een ander en een harder geluid vernomen +werd. Pescadospunt had nauwelijks tijd, om achteruit te springen, en +achter een der grootste struiken, die rondom het waterbekken stonden, +te schuilen. + +Sarcany trad de kamer uit. Een Arabier van groote gestalte vergezelde +hem. Beiden vervolgden hun gesprek, terwijl zij onder de galerij van +de patio rondwandelden. Drommels, een oogenblik vroeger, dan ware de +bespieder onvermijdelijk ontdekt geweest. + +Ongelukkiglijk kon Pescadospunt onmogelijk verstaan, wat Sarcany en +zijn makker spraken; want zij bezigden bij hun onderhoud de Arabische +taal, waarvan de schrandere kerel, helaas! niets verstond. Twee +woorden evenwel troffen hem, of beter gezegd, twee namen, die +van Sidi Hassan--het was inderdaad de Moquaddem, die met Sarcany +praatte,--daarna de naam van Antekirrta, die herhaaldelijk in het +gesprek voorkwam. + +"Dat is op zijn minst genomen vreemd," mompelde Pescadospunt +natuurlijk onhoorbaar, "waarom spreken zij over ons eiland, over +Antekirrta?.... Zou de Moquaddem Sidi Hassan, Sarcany en al die +Tripolitaansche zeeschuimers een aanslag op ons dierbaar eiland +smeden?... Duizend duivels!... En dan niets van die taal, die door die +twee schoften gebezigd werd, te kunnen verstaan!... Het was inderdaad, +om wanhopig te worden!" + +Pescadospunt spitste de ooren en trachtte nog een ander verdacht woord +op te vangen. Hij zorgde evenwel nauwlettend, dat hij in het groen +verborgen bleef, wanneer Sarcany en Sidi Hassan het waterbekken nabij +kwamen. Maar de nacht was donker genoeg, zoodat zij hem onmogelijk +ontwaren konden. + +"Als Sarcany maar alleen in die galerij ronddoolde," sprak Pescadospunt +bij zich zelven, "dan kon ik hem bij de keel grijpen en buiten staat +stellen, om verder schadelijk of gevaarlijk te zijn! Maar... daarmede +zou Sava Sandorf niet geholpen zijn. En het is om haar te redden, +dat ik dien gevaarlijken sprong over den omheiningsmuur volbracht +heb!... Geduld!... Ja, geduld! Wij moeten wachten!... Sarcany's beurt +zal ook wel komen, dat beloof ik hem, en wat ik beloof, volbreng ik; +want... belofte maakt schuld." + +Het gesprek en de wandeling van den Moquaddem Sidi Hassan met Sarcany +duurden ongeveer twintig minuten. Sava's naam werd ook herhaaldelijk +uitgesproken met de aanwijzende bijvoeging van "arouch" Pescadospunt +herinnerde zich dat woord meer gehoord te hebben, dat "bruid" of +"verloofde" in het Arabisch beteekent. De Moquaddem was klaarblijkelijk +met de plannen van Sarcany bekend en leende er de hand toe. + +Eindelijk verlieten die twee mannen de patio door een der hoekdeuren +van de galerij, die toegang verleende tot de overige bijgebouwen van +de ruime woning. Een zucht van verlichting ontsnapte aan de borst +van den koenen bespieder. + +Zoodra zij verdwenen waren, kwam Pescadospunt weer te voorschijn en +sloop door de galerij tot bij die deur. Zij was niet gesloten. Hij +behoefde haar slechts open te duwen, om zich in een smalle gang te +bevinden, waarvan hij den muur, met de hand betastende, behoedzaam +volgde. Aan het einde van die gang rondde zich een dubbel booggewelf +af, dat door een middenzuil gedragen werd. Dat gewelf verleende toegang +tot een tweede binnenplaats of patio. Hier moest onze verspieder met +verdubbelde omzichtigheid tewerk gaan. + +Vrij levendige lichtstralen drongen toch tusschen de zuilen door, +waarlangs de skiffa lucht en licht van uit die patio ontving, +en vormden breede lichtsectors op den vloer. Het ware uiterst +gevaarlijk geweest die in dit oogenblik te overschrijden. Het geluid +van talrijke stemmen liet zich toch vernemen van achter de deur van +een der zalen, welke op die tweede patio uitkwamen. Het begon er voor +onzen Pescadospunt inderdaad bedenkelijk uit te zien. + +Hij aarzelde dan ook een oogenblik, maar ook slechts één enkel; +want aarzelen kwam met zijne geaardheid weinig overeen. + +Wat hij zocht, was de kamer, waarin de rampzalige Sava opgesloten +was. Hij mocht op niets anders dan op het toeval rekenen, om dat +vertrek te ontdekken. Of hem dat toeval dienen zou? Dat zullen +wij zien. + +Een licht verscheen eensklaps aan het andere uiteinde van die +binnenplaats. Eene vrouw, die eene rijk met gedreven koperwerk +versierde Arabische lantaarn droeg, trad eene kamer uit, die in den +tegenovergestelden hoek der patio gelegen was, en volgde de galerij, +waarop de deur der skiffa uitkwam. + +Pescadospunt herkende die vrouw dadelijk.... Neen, maar hierbij was +dwaling onmogelijk! + +Het was Namir. Ja, Namir! Dat was toch al eene zeer gunstige uitkomst, +niet waar? + +Daar het mogelijk was, dat de Marokkaansche vrouw zich naar het +vertrek begaf, waar het jonge meisje zich bevond, moest het middel +uitgedacht worden, om haar te kunnen volgen. En om haar te kunnen +volgen, moest onze verspieder haar vooraf doortocht verleenen, zonder +dat hij ontdekt werd. Dat was in de eerste plaats noodzakelijk, +dat moest Pescadospunt erkennen. + +Dit oogenblik zou beslissend zijn omtrent het welslagen van de +stoutmoedige poging van Pescadospunt, ook omtrent het lot van Sava +Sandorf. Ziedaar, wat het brein van den stoutmoedigen acrobaat in +een ondeelbaar oogenblik doorkruiste. + +Namir kwam naderbij. Hare lantaarn, die zij laag bij den grond droeg, +liet het bovengedeelte der galerij in eene duisternis, te zwarter +naarmate de mozaïek-vloer te scherper verlicht werd. Daar zij nu +onder het booggewelf moest voorbijgaan, wist Pescadospunt waarachtig +niet, hoe het aan te leggen, om niet bespeurd te worden, toen eene +lichtstraal der lantaarn hem liet bemerken, dat het bovengedeelte van +dat booggewelf uit arabesken bestond, die _à jour_ of doorzichtig +volgens den Moorschen bouwtrant opgetrokken waren. Toen had hij +inderdaad een kostelijken inval. + +Langs de middenzuil opklouteren, zich aan een dier arabesken +vastklemmen, zich aan zijne handen optillen, zich verschuilen in het +middenogief, en daar als een heiligenbeeld in zijne nis onbewegelijk +blijven, was voor onzen Pescadospunt het werk van een oogenblik. Met +de vlugheid van een aap en de lenigheid eener kat was hij naar boven +gevlogen. + +Namir vervolgde haren weg, trad onder het booggewelf voort, zonder +erg en natuurlijk zonder den indringer te bespeuren, ging langs de +andere zijde der galerij recht op de deur af der skiffa en opende +die met den sleutel, dien zij in de hand hield. + +Een bundel lichtstralen schoot dadelijk naar buiten, maar doofde +onmiddellijk weer uit, toen die deur achter haar gesloten werd. Alles +was weer zwart als de nacht onder dat sombere booggewelf. + +Pescadospunt dacht na. En waarlijk, waar kon hij beter zitten dan in +die nis, om aan zijne overpeinzingen bot te vieren? Het was inderdaad, +of die nis er voor bestemd was. Hij zat daar ineen gedoken met de +handen onder de kin en de ellebogen op de knie gesteund. + +"Ja, het is Namir, die daar dat vertrek binnengetreden is," mompelde +hij. "Daaraan valt niet te twijfelen! Het is dus klaarblijkelijk, dat +zij zich niet naar de kamer van Sava Sandorf begaf!... Maar zij kwam +er wellicht vandaan?... En als dat zoo is, dan ligt die kamer aan het +andere uiteinde van de binnenplaats.... Daaromtrent moet ik zekerheid +hebben! Het oude wijf kwam daar vandaan, als ik mij niet vergis." + +In gedachte wees Pescadospunt op dat gedeelte der galerij, waar Namir +het eerst verschenen was. + +Hij wachtte nog eenige oogenblikken, alvorens zijn post te +verlaten. Het licht scheen in het binnenste der skiffa langzamerhand +te verminderen, terwijl het stemgeluid nog slechts als een eenvoudig +en verwijderd gemurmel vernomen werd. Hij wilde nog wachten, om niets +in de waagschaal te stellen. Als het moest, was hij de voorzichtigheid +in persoon. + +Het oogenblik zou ongetwijfeld aanbreken, dat het geheele personeel +van den Moquaddem Sidi Hassan weldra in diepe rust gedompeld zou +zijn. Dan zouden de omstandigheden meer gunstig zijn, om te handelen, +daar alsdan dit gedeelte dier woning geheel eenzaam zoude zijn, +al werd dan ook het laatste licht niet uitgebluscht. + +Zoo gebeurde het inderdaad. De meest gewenschte stilte trad weldra in, +die door niets verbroken werd. + +Pescadospunt liet zich toen langs de middenzuil, die het +booggewelf torschte, naar beneden glijden, sloop kruipende over de +marmervloersteenen der galerij, de deur der skiffa voorbij, sloeg +den uitersten hoek der patio om, en bereikte weldra het vertrek, +waaruit Namir straks getreden was. Het hart bonsde hem in het lijf, +van aandoening en gespannen verwachting. + +Pescadospunt opende die deur, welke niet op slot gesloten was, en +kon toen bij het zwakke schijnsel van eene Arabische lamp, die aan +de zoldering hing en als nachtlicht dienst moest doen, en derhalve +van een witmatten ballon voorzien was, met een blik het innerlijke +van die kamer in oogenschouw nemen. Hetgeen hij ontwaarde, was verre +van ongunstig voor zijne plannen. + +De wanden waren versierd met Oostersche tapijten; hier en daar stonden +zetels in Moorschen stijl, terwijl in de hoeken van het vertrek +kussens opgestapeld lagen, en een dik Perzisch kleed den mozaïek-vloer +bedekte. Op eene tafel bevonden zich nog de overblijfselen van het +avondmaal en aan het uiterste einde van de kamer stond een divan, +die met wollen stof bekleed was. Het was in één woord een kostbaar +gemeubeld vertrek. + +Ziedaar, wat Pescadospunt met één oogopslag zag. Hij was gewoon alles +wat hij zag, goed in zich op te nemen. + +Hij trad binnen en sloot zacht de deur achter zich. Daarop trad hij +behoedzaam vooruit. + +Eene vrouw lag op den divan uitgestrekt. Zij scheen niet ingeslapen, +maar verkeerde in dien dommelenden toestand, die van den slaap niet +veel verschilt. Hare ledematen waren bedekt met een soort burnous, +waarmede de Arabieren zich gewoonlijk van het hoofd tot de voeten +weten te dekken. Haar hoofd lag achterover gebogen en rustte op een +rijkbewerkt kussen. + +Dat was Sava. Daar lag de rampzalige dochter van graaf Mathias Sandorf. + +Neen, Pescadospunt kon zich niet vergissen. Hij herkende haar +dadelijk. Vroeger had hij haar toch verscheidene malen in de straten +van Ragusa ontmoet. + +Maar hoe scheen het arme meisje veranderd te zijn! Waarlijk, er was +een geoefend oog noodig, om haar te herkennen. + +Zij was nog steeds doodsbleek als in het oogenblik, toen hare +huwelijkskoets op den lijkstoet van Piet Bathory stuitte. Maar haar +geheele uiterlijk, hare lijdensvolle houding, haar weemoedig gelaat, +alles, alles verkondigde, hoezeer zij geleden had! + +Er was geen oogenblik te verliezen. Dat begreep Pescadospunt +terstond. Hier moest gehandeld worden! + +Inderdaad, de deur was niet op slot gesloten, eene omstandigheid, +die het vermoeden rechtvaardigde, dat Namir ongetwijfeld bij Sava +zou wederkeeren. Misschien bewaakte de Marokkaansche vrouw haar dag +en nacht. Dat was inderdaad waarschijnlijk. + +Maar..., al zou het jonge meisje dat vertrek kunnen verlaten, hoe zou +zij kunnen ontvluchten, wanneer geen hulp van buiten daarbij verleend +werd? Was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan niet ommuurd als +een gevangenis? Was zij niet aan eene ware vesting gelijk, die zonder +verkregen verlof niet verlaten kon worden? + +Pescadospunt boog het hoofd over den divan en dacht diep na, terwijl +hij het jonge meisje beschouwde. + +Mijn God! hoe was hij verbaasd, toen hij de gelijkenis opmerkte, +die hem tot nu toe ontgaan was, de gelijkenis van Sava Sandorf met +dokter Antekirrt! En die gelijkenis was niet te loochenen! Neen, +dat was zij inderdaad niet! + +Hij stond een oogenblik als getroffen. Hij wreef zich het +voorhoofd. Het was, alsof een denkbeeld daarin ontkiemde. + +Het jonge meisje opende de oogen. Zij was op het punt een kreet te +slaken. En toch... + +Toen zij daar een vreemdeling vóór haar zag staan, met den rechter +wijsvinger op de lippen, met smeekenden blik op haar gevestigd en in +het zonderlinge hansworstenpak van den acrobaat gestoken, gevoelde +zij eerder verbazing dan wel schrik. Snel sprong zij op, maar had +toch den goeden geest, of beter de koelbloedigheid, om ieder geluid +te bedwingen. + +"Shut!... " zei Pescadospunt fluisterend en steeds met den wijsvinger +op den mond. "Shut!... Laat niemand ons hooren!" + +Het meisje keek hem ten uiterste verbaasd aan en opende de lippen om +te spreken. + +"Shut!... Stil!..." herhaalde Pescadospunt. "Van mij hebt gij niets +te vreezen." + +Zij ondervroeg hem met de oogen. Zij gevoelde zich, in weerwil van +alles, in de nabijheid van dien man gerustgesteld. + +"Ik ben hier, om u te redden...." fluisterde Pescadospunt schier +onhoorbaar. "Shut!..." + +De vragende uitdrukking van 's meisjes oogen werd nog dringender. Zij +wachtte eene nadere verklaring. + +"Achter die muren," ging Pescadospunt voort, "wachten u vrienden, +om u aan de handen van Sarcany te ontrukken." + +"Wie?" vroeg de blik. "Wie toch kan in dit akelig land eenig belang +in mij stellen?" + +"Piet Bathory is niet dood!" was het fluisterende antwoord van den +acrobaat. + +"Piet... niet dood?"... kreet het meisje met bedwongen stem, terwijl +zij de hand op haar hart legde, om er het gebons van te bedwingen. + +"Neen, niet dood!" bevestigde Pescadospunt. "Maar wees in Godsnaam +bedaard!" + +"Gij schertst wreed. Ik heb toch den lijkstoet van den armen jongeling +met mijne eigene oogen gezien." + +"Lees!" + +En Pescadospunt reikte een briefje aan het jonge meisje over, dat +slechts deze weinige woorden bevatte: + + + "Sava, vertrouw den man, die zijn leven gewaagd heeft, om bij + u te komen!.... Ik ben levend!... Ik ben dicht bij u! Vertrouw + hem. Vertrouw op God! + + Piet Bathory." + + +Piet levend!... Piet in de nabijheid!... Aan den voet van den +omheiningsmuur!... Maar gebeurden er dan wonderen?... O, dat zou +Sava later vernemen!... Zij zou later vernemen, hoe hij aan den +dood ontrukt was. Voor het oogenblik was het genoeg te weten, dat +Piet Bathory haar nabij was! Ja, zeker, dat was voor het oogenblik +genoeg. Meer wilde zij, meer verlangde zij thans niet te vernemen. + +"Kom, laten wij vluchten!" zei zij. "Kom, laten wij maken uit die +nare woning te komen!" + +"Ja, laten wij vluchten," antwoordde Pescadospunt. "Dat is goed en +wel, maar..." + +"Maar?..." vroeg Sava ongeduldig. "Ik geloof niet, dat het raadzaam +is, zich lang te bezinnen." + +"Wij moeten alle kansen aan onze zijde hebben. Eene mislukking, +zou den toestand nog gevaarlijker maken." + +"Welke kansen?" vroeg het jonge meisje, dat de redeneering van den +acrobaat moest beamen. + +"Luister. Eene vraag slechts: Is Namir gewoon den nacht in dit vertrek +door te brengen?" + +"Neen," antwoordde Sava. "Zij slaapt gewoonlijk in haar eigen vertrek, +nimmer hier." + +"Neemt zij de voorzorg, om u hier op te sluiten, wanneer zij voor +eenigen tijd afwezig moet zijn?" + +"Ja." + +"Waarom heeft zij dat thans niet gedaan?" + +"Dat weet ik niet." + +"Zij kan dus terugkomen. Dunkt u dat ook niet?... Anders zou zij de +deur wel gesloten hebben." + +"Ja!... Laten wij vluchten!" sprak Sava Sandorf gejaagd. "Kom, dan +toch. Wij hebben geen tijd te verliezen." + +"Dadelijk!" antwoordde Pescadospunt. "Maar luister eerst naar mij." + +Hij ontwikkelde toen het plan, dat zijn schrander brein uitgedacht +had. Het was zeer eenvoudig. + +Zij moesten de trap op van den minarettoren, die tevens toegang +verleende tot het terras, dat uitzicht op de vlakte had. + +Eenmaal daar aangekomen, zou de ontsnapping met het touw, dat daar hing +en tot aan den grond reikte, gemakkelijk te volvoeren zijn. Daartoe +had men weldra besloten. + +"Kom!" zei Pescadospunt, terwijl hij Sava Sandorf de hand reikte. "Kom, +het is nu tijd." + +"Kom!" zei het jonge meisje, die onbeschroomd hare hand in de zijne +legde. "Ik ga met u mede." + +Hij was op het punt, om de deur van het vertrek te openen toen +eensklaps voetstappen op de marmeren vloersteenen van de galerij +vernomen werden. Ter zelfder tijd weerklonk eene stem, die eenige +woorden op gebiedende wijs uitsprak. + +Pescadospunt had de stem van Sarcany herkend. Ja, hij was het die in +allerijl naar Sava's kamer toetrad. + +Bewegingloos bleef de acrobaat een poos op den drempel van de deur +staan. + +"Hij is het"... fluisterde het jonge meisje. "Hij is het!... God zij +ons genadig!..." + +"Ja, dat hoor ik," antwoordde Pescadospunt eveneens fluisterend. "Maar +wat te doen?" + +"Als hij u hier vindt..." + +Het meisje aarzelde. + +"Nu, wat dan?" + +"Dan zijt gij verloren! Reddeloos verloren! O God, wat zal hier +gebeuren?" + +"Ja, maar hij zal mij niet vinden!" + +"Hoe wilt gij doen?... Ontkomen is thans niet meer mogelijk", was +Sava's meening. + +Maar Pescadospunt antwoordde op die vraag niet. + +De vlugge acrobaat had zich op den grond uitgestrekt en toen, met eene +rappe en behendige beweging, die hij zoo dikwijls op de kermissen, +bij het verrichten zijner meesterstukken volvoerd had, wikkelde hij +zich in een van de tapijten, die op den vloer uitgestrekt lagen, +en waarvan hij een punt met vlugge hand gegrepen had, en rolde zich +toen tot in den donkersten hoek van het vertrek. Niemand zou daar in +dat pak een menschelijk wezen vermoed hebben. + +Juist was hij daarmede klaar, toen de deur vrij luidruchtig open ging, +waardoor Sarcany en Namir binnentraden. Eenmaal binnen, sloten zij +de deur achter zich toe. + +Sava had middelerwijl weer plaats op den divan genomen. Zij hield +zich zoo bedaard mogelijk en geen van beide nieuwaangekomenen +bemerkten iets. + +Met welk oogmerk kwam haar Sarcany thans opzoeken?... Dat was de vraag, +die Sava bezig hield. + +Zou hij weer moeite komen doen, om hare weigering tot dat gehate +huwelijk te overwinnen? + +Om het even! Sava Sandorf gevoelde zich thans sterk! Zij wist, dat +Piet Bathory levend was, dat hij haar buiten wachtte! + +Pescadospunt lag, steeds in het tapijt gerold, in den hoek, en al +kon hij niets zien, zoo kon hij toch alles hooren, wat er gezegd +werd. Niets zou hem ontsnappen. + +"Sava," begon Sarcany, "morgen ochtend zullen wij dit huis verlaten, +om ons elders te vestigen." + +Het jonge meisje antwoordde niet. Het was alsof tot haar niet +gesproken werd. + +"Ik wil evenwel niet van hier gaan," vervolgde Sarcany, "zonder +dat gij in ons huwelijk toegestemd zult hebben, ja, zonder dat het +voltrokken zal zijn..." + +Hij wachtte een oogenblik. Maar geen antwoord liet zich hooren. Sava +zat slechts te luisteren. + +"Alles is gereed." ging hij kalm en bedaard voort, "en gij zult +dadelijk moeten..." + +"Moeten!... Noch nu, noch later!" antwoordde het jonge meisje op +koelen en vastbesloten toon. + +"Sava," hernam Sarcany, alsof hij dat antwoord niet gehoord had, +"Sava, in ons beider belang is het noodig, dat uwe bewilliging vrij +geschiede. Begrijpt gij?" + +"Wij kunnen nimmer gemeenschappelijke belangen hebben!" antwoordde +zij trotsch en fier. + +"Pas op!... Ik waarschuw u. Trotseer mij niet! Dat is een gevaarlijk +spel." + +En toen het jonge meisje slechts met een verachtelijk glimlachje op +die bedreiging antwoordde, vervolgde Sarcany: + +"Ik meen u te moeten herinneren, dat gij uwe bewilliging reeds te +Ragusa gegeven hebt"... + +"Zoo, meent gij dat?" vroeg Sava hoonend. "Mijne bewilliging te +Ragusa?... Durft gij daarop nog zinspelen?" + +"Ja, die bewilliging hebt gij gegeven." + +"De redenen daartoe bestaan niet meer." + +"Luister, Sava," hernam Sarcany, wiens gemoed kookte van drift, terwijl +hij alle moeite deed, om uiterlijk kalm te blijven, zonder dat hem +dit gelukte, "thans vraag ik voor de laatste maal uwe bewilliging..." + +"Onnoodig!" + +"Wat is onnoodig?... Maak toch niet zooveel praatjes," antwoordde +hij kortaf. + +"Ja, onnoodig. Die bewilliging zal ik, zoolang een ademtocht mij +bezielt, weigeren." + +Sarcany glimlachte smadelijk. Hij meende zeker te zijn, haar te +kunnen dwingen. + +"O, wees verzekerd, ik zal er de kracht toe hebben!" + +"Welnu, die kracht zal ik u ontnemen! Daar is reeds voor gezorgd, +daar kunt gij op rekenen." + +Thans was het aan Sava, om een gebaar te maken. Zij was zich van hare +kracht bewust. + +"Breng mij niet tot het uiterste!" brulde Sarcany. "Ja, die kracht zal +men u ontnemen, die gij tegen mij aanwendt. Namir zal haar wel weten +te temmen, en dat uws ondanks, met geweld zelfs, als het moet. Weersta +mij niet, Sava!... Hoort gij mij? Ik dreig zelden, maar als ik dreig, +is de uitvoering steeds nabij. Vergeet dat niet." + +Steeds diezelfde tergende glimlach. De Tripolitaan stond te trillen +van woede. Hij hernam evenwel zoo bedaard mogelijk: + +"De Imam staat gereed, om ons huwelijk volgens de gebruiken van dit +land, dat mijn vaderland is, te voltrekken.... Volg mij dus! Wilt +gij niet goedschiks, dan zal ik u met geweld dwingen." + +Bij die woorden trad Sarcany op het jonge meisje toe, dat vlug van +den divan opsprong en in allerijl naar het uiteinde van het vertrek +vluchtte. + +"Ellendeling!" zei zij, terwijl een waas van verachting hare schoone +lippen krulde. + +"Gij zult met mij meegaan!... O, gij kunt mij onmogelijk ontkomen! Uw +lot is beslist." + +"Met u meegaan?... dat nooit!" sprak het jonge meisje vastberaden +uit. "Dat nooit! Hoort ge?" + +"Gij zult mij volgen!" brulde Sarcany, die zichzelven niet meer +meester was. "Gij zult!" + +"Nooit! Nooit!... Ik herhaal het u tot walgens toe. Nooit! Nooit!" + +"Pas op! Ik waarschuw u nogmaals. Dwing mij niet tot gewelddadigheden." + +Sarcany had den arm van het jonge meisje gegrepen om haar, geholpen +door Namir, naar de skiffa te sleepen, waar de Moquaddem Sidi Hassan +en de Imam hen beiden wachtten. + +"Help!... help!" riep Sava verbijsterd uit. "Help!... Help!..." + +"Ja, roep maar om hulp!" grinnikte de ellendeling. + +"Help!... help!... Piet Bathory, te hulp!" + +De arme Sava wrong zich de handen. + +"Piet Bathory!..." riep Sarcany spottend uit. "Roept ge de dooden +te hulp?" + +"Neen, Piet Bathory is niet dood!" kreet het jonge meisje in hare +overspanning. "Hij is levend!... Piet Bathory! te hulp! te hulp! Ik +smeek u. Help!" + +Dat antwoord trof Sarcany en verschrikte hem meer dan de verschijning +van zijn slachtoffer zou hebben kunnen teweeg brengen. Maar hij +herstelde zich spoedig. + +Piet Bathory levend! Piet Bathory, dien hij met vaste hand +getroffen had en wiens lijk hij naar het kerkhof te Ragusa had zien +dragen!... Inderdaad, dat kon slechts in het brein eener krankzinnige +opkomen. + +En, was het niet mogelijk, dat Sava onder den invloed der wanhoop +krankzinnig was geworden? + +Pescadospunt had intusschen dat geheele gesprek gehoord. Door Sarcany +mede te deelen, dat Piet Bathory niet dood was, had Sava haar leven +in groot gevaar gebracht. Dat was buiten twijfel. Onze acrobaat +hield zich dan ook gereed, om met zijn mes in de hand te voorschijn +te treden, wanneer de ellendeling tot verdere gewelddadigheid zou +willen overgaan. Niemand zal hem verdenken, dat hij zou aarzelen, om +toe te stooten, en wie dat zou willen doen, zou waarlijk Pescadospunt +niet gekend hebben! Hij was in dat oogenblik tot alles in staat, ja, +zelfs tot een moord! + +Maar het zou zoover, Goddank, niet komen. Uitkomst was inderdaad nabij. + +Plotseling sleurde Sarcany Namir mede. Hij sloot de deur met geweld +toe en draaide den sleutel om, ten einde over het lot van het jonge +meisje te gaan beraadslagen. + +Pescadospunt ontrolde zich uit zijn tapijt, toen hij de deur hoorde +toeslaan, en was met één sprong op de been. + +"Kom," zei hij tot Sava. "Kom, nu mag er geen enkel oogenblik +verloren gaan!" + +Deze keek hem verbijsterd aan. "Zijn wij dan niet opgesloten?" vroeg +zij. + +Daar het slot zich aan den binnenkant der deur bevond, beijverde de +behendige kerel zich de schroeven met den schroevendraaier van zijn +zakmes los te maken. Dat was slechts kinderspel voor hem! Dat was +volstrekt niet moeielijk en veroorzaakte geen gedruisch. In weinige +oogenblikken was hij daarmede dan ook gereed, en stak hij zijn mes +weer in den zak. + +Toen de deur geopend was en zij naar buiten gestapt waren, sloot +hij haar weer. Daarna schreed Pescadospunt vooruit en sloop door de +galerij langs den muur der patio. + +Het kon toen zoo ongeveer half twaalf in den nacht zijn. Eenige +lichtstralen ontsnapten nog door de muurversieringen der +skiffa. Pescadospunt vermeed dan ook zorgvuldig om die zaal voorbij +te gaan, en richtte zich daarentegen naar den tegenovergestelden hoek +der binnenplaats, om langs dien de patio te bereiken. + +Toen beiden aan de deur van die gang aangekomen waren, volgden zij +die tot aan het andere uiteinde. Zij hadden nog slechts eenige weinige +passen af te leggen, om de trap van het minarettorentje te bereiken, +toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf, wier hand +de zijne niet losgelaten had, tegenhield. Ook het jonge meisje stond +toen verschrikt stil. + +Drie mannen liepen in de eerste binnenplaats rondom het beschreven +waterbekken op en neer. De Moquaddem Sidi Hassan--want deze was +een hunner,--gaf een bevel aan beide anderen. Deze verdwenen bijna +onmiddellijk daarop langs de trap van het minarettorentje, terwijl +hun heer een der zijvertrekken binnentrad. + +Pescadospunt begreep, dat Sidi Hassan er aan dacht, om den omtrek +zijner woning te doen bewaken. Dus het was te voorzien, dat wanneer +het jonge meisje en hij het terras zouden bereiken, dit niet verlaten, +maar wel degelijk bewaakt zoude zijn. Dat zou wel de noodlottigste +teleurstelling wezen, die zij zouden kunnen ondervinden. Dat viel +niet te ontkennen. + +"Wij moeten evenwel alles er aan wagen!" zei Pescadospunt vastberaden. + +"Ja..... alles!" antwoordde Sava Sandorf, niet minder kloekmoedig. + +Beiden bereikten weldra, na de galerij doorgeslopen te zijn, de +trap, die zij met de meeste voorzichtigheid en zonder eenig gekraak +te veroorzaken, bestegen. Toen Pescadospunt op de bovenste trede +aangekomen was, bleef hij staan en keek scherp rondom zich. + +Geen gerucht hoegenaamd werd vernomen, zelfs niet de eentonige pas +van de een of andere schildwacht. + +Pescadospunt opende zachtkens de deur en, gevolgd door Sava Sandorf, +sloop hij langs de schietgaten van den borstweringsmuur. + +Plotseling weerklonk nu uit het bovenste gedeelte van het +minarettorentje een alarmkreet, die door een der wachthebbende +manschappen geslaakt werd. In hetzelfde oogenblik sprong de andere +op Pescadospunt toe, terwijl Namir het terras opvloog en het overige +personeel van den Moquaddem Sidi Hassan zich over de binnenplaatsen +der woning verspreidde. + +Zou Sava Sandorf zich weer laten vatten?... Zou zij weer in handen +van hare belagers vallen? + +Neen!... Wanneer zij andermaal in de macht van Sarcany geraakte, +dan was zij verloren!... Zij verkoos den dood boven die +wisselvalligheid! Ja, liever den dood! + +Het jonge meisje ijlde, na Gode hare ziel aanbevolen te hebben, naar +den borstweringsmuur en sprong, zonder een oogenblik te aarzelen, +van boven het terras naar beneden. + +Pescadospunt had den tijd en de gelegenheid niet gehad, om haar te +weerhouden. Hij velde den man, die hem wilde grijpen, met een stomp +onder de korte ribben ter neder, daarop greep hij ijlings het touw, +dat buiten het kanteel werk hing, en eene seconde later was hij buiten +en aan den voet van de muuromheining aangekomen. Een angstig gevoel +maakte zich evenwel onmeedoogend van hem meester. + +Hij keek rondom zich en huiverde bij de vreeselijke gedachte, die +bij hem opkwam. + +"Sava!... Sava!..." riep hij, terwijl hij zich woest aan de haren +trok. "Sava!" + +En toen hij niet dadelijk antwoord kreeg, herhaalde hij: + +"Sava!... Sava!... Och, zou het arme meisje een ongeluk overkomen +zijn?" + +"Hier is de juffer!..." antwoordde hem eene bekende stem. "Schreeuw +toch zoo niet. Hier is zij!" + +"En?..." vroeg Pescadospunt aarzelend. + +Hij durfde niet verder. + +"En niets gebroken!..." vervolgde de bekende stem. "Neen, haar deert +niets. Daar heb ik voor gezorgd." + +"Niets?" + +"Neen!... Ik bevond mij daar juist van pas, om... Maar, pas op!... Wat +is dat?" + +Een kreet van woede, gevolgd door een dof gerucht, brak den volzin +van Kaap Matifou af. + +Namir, door een gevoel van razernij vervoerd, had hare prooi, die +haar ontsnapte, niet willen verlaten. Zij had ook den sprong gewaagd, +maar had zich het hoofd op den grond verbrijzeld, zooals dat Sava +Sandorf ook wedervaren zoude zijn, wanneer de sterke armen van Kaap +Matifou haar niet opgevangen en in haren val weerhouden hadden. + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren toegeijld +en hadden zich bij Kaap Matifou en Pescadospunt aangesloten. Deze +vluchtten toen terstond naar den kant van het strand. Sava Sandorf +woog, hoewel zij haar bewustzijn verloren had, niet meer dan eene +veer voor de stevige armen van haren redder. Hij zou er wel drie +zulke hebben kunnen dragen. + +Toen die kleine bende de kreek bereikte, waar de _Elektriek_ wachtte, +bevond dokter Antekirrt zich met zijne makkers reeds aan boord, en +na eenige weinige omwentelingen van de schroef, waren allen buiten +het bereik hunner vijanden. Het vaartuig stevende de kreek uit en de +buitenhaven voorbij, en was in weinige oogenblikken in het ruime sop +en buiten gevaar. + +Sava werd in het salon gebracht. Toen zij daar met dokter Antekirrt +en Piet Bathory alleen was, keerde het bewustzijn weder. Zij vernam +toen, natuurlijk met veel aandoening, dat zij de dochter van graaf +Mathias Sandorf was!... Zij bevond zich weldra in de armen en aan +de borst van haren vader. Welke aandoeningen die man toen ondervond, +zal de lezer waarschijnlijk wel bevroeden. Eene menschelijke pen is +onbekwaam die naar eisch weer te geven. + + + + + +X. + +ANTEKIRRTA. + + +Vijftien uren nadat zij de kust van Tripoli verlaten had, werd de +_Elektriek 2_ door den uitkijk van Antekirrta geseind. Het vaartuig +was toen nog maar ter nauwernood zichtbaar, maar in den namiddag +lag het in de binnenhaven van het eiland ten anker. Dokter Antekirrt +was tevreden, en moest erkennen, dat die overtocht binnen den kortst +mogelijken tijd volvoerd was. + +De lezer zal gemakkelijk kunnen gissen, welke ontvangst het geachte +hoofd van het eiland en zijne wakkere tochtgenoten ten deel viel. + +Hoewel Sava zich nu geheel en al buiten gevaar bevond, werd er toch +besloten, dat de banden, die haar aan dokter Antekirrt verbonden, +stipt geheim zouden gehouden worden. Daar bestonden redenen voor, en +ieder die met de ware toedracht bekend was, verbond er zich toe. Die +waren trouwens niet veel, namelijk: Piet Bathory, zijne moeder, +Luigi en Maria Ferrato, Kaap Matifou en Pescadospunt. + +Graaf Mathias Sandorf wilde onbekend blijven, totdat hij volledig de +taak zou vervuld hebben, die hij op zich genomen had. Maar het was +voldoende, dat Piet Bathory, die voor hem een zoon was,--zoo veel hield +hij van hem,--verloofd was met Sava Sandorf, om overal en van alle +kanten de vreugde te ontwaren, die dan ook door allen, op werkelijk +aandoenlijke wijze aan den dag gelegd werd, zoowel op het stadhuis +als in Artenak, de kleine hoofdplaats van het eiland Antekirrta. + +De lezer zal zich gewis ook kunnen voorstellen, wat mevrouw Bathory +moest ondervinden, toen Sava na zooveel beproevingen teruggevonden +en haar weergegeven was! Die goede vrouw gevoelde zich inderdaad zoo +gelukkig mogelijk. + +Het jonge meisje herstelde spoedig. Weinige dagen van geluk waren +voldoende, om haar de volle gezondheid weer te geven. + +Wat Pescadospunt betreft, die brave kerel had zijn leven gewaagd; +dat was ontwijfelbaar en dat viel niet te ontkennen, maar volgens +hem was dat zeer natuurlijk, en er bestond geen mogelijkheid om +hem daarover althans in woorden erkentelijkheid te betuigen. Piet +Bathory had hem zoo innig aan zijn hart gedrukt en dokter Antekirrt +had hem met zulk een goedaardigen blik aangekeken, dat hij verder +niets hooren wilde. Volgens zijne gewoonte daarenboven, kende hij de +geheele verdienste van de redding aan Kaap Matifou toe. Ja, aan Kaap +Matifou, zijn tweeling-broeder als het ware. + +"Ziet ge," herhaalde hij telkens, "dat is de man, dien gij moet +bedanken. Niet mij!..." + +"Loop heen," sprak de reus, half lachende, half gebelgd. "Loop heen +met je praatjes!" + +"Hij heeft alles gedaan," ging Pescadospunt voort. "Hij alleen, +die sterke vent." + +"Ik? Neen, hij!" + +"Ja, hij, die Kaap van mijn hart! Als hij er niet geweest was, dan +waarachtig ..." + +"Nogmaals, loop heen! Je brengt mij waarlijk uit mijn humeur!" zei +de Hercules blozend. + +"Als die goede Kaap niet zooveel behendigheid bij de oefening met dien +staak aan den dag had gelegd, dan zou ik niet met een sprong binnen het +huis van dien akeligen Moquaddem Sidi Hassan hebben kunnen dringen...." + +"Schei uit! Je maakt mij inderdaad zeeziek! Je bent een nare +kerel! Hoor je?" + +"En Sava Sandorf", ging Pescadospunt voort, zonder op de onderbreking +van Kaap Matifou te letten, "zou den dood gevonden hebben, wanneer +mijn dierbare Kaap niet daar geweest was, om haar in zijn armen op +te vangen!" + +"Dat is waar," sprak het jonge meisje met een schalkschen +glimlach. "Dat is ontwijfelbaar waar, mijnheer Matifou!" + +"Zal je nu eindigen!" sprak Kaap Matifou half gebelgd tot Pescadospunt. + +"Waarom? Waarom zou ik eindigen? Ik spreek slechts de waarheid, +dat kan niemand ontkennen." + +"Gij gaat te ver, want het denkbeeld, om..." + +"Zwijg, Kaaplief!" viel hem Pescadospunt in de rede. + +"Waarom zou ik nu moeten zwijgen? Ik wil en zal thans spreken! Hoort +ge? Niemand zal mij dat beletten." + +"Drommels, ik ben niet sterk genoeg, om complimenten van dat gehalte +in ontvangst te nemen, terwijl gij..." + +"Nu terwijl ik?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijne mouwen +opstroopte en zijne Hercules-armen met welgevallen beschouwde. "Nu, +ga voort, terwijl ik?..." + +"Kom, laten wij onzen tuin gaan bebouwen en verzorgen", zei +Pescadospunt lachende. "Daar zullen die cyclopen-armen te pas +komen. Wij hebben onze plantage te lang verwaarloosd." + +"Cyclopen-armen!..." pruttelde Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend +volgde. "Gij zoudt willen, dat gij uwe magere asperges tegen die +cyclopen-armen kondet verruilen. Wacht maar... die cyclopen-armen +zullen je die plagerijen wel betaald zetten!..." + +Pescadospunt schaterde het uit, maar antwoordde niet en trok zijn +vriend met zich voort. + +Kaap Matifou zweeg verder; maar eindigde met zich alle gelukwenschen +te laten aanleunen, alleen "om zijn kleinen Pescadospunt niet te +ontstemmen." Dat duidde op een goedig karakter. Maar ieder was dat +van den zachtaardigen reus gewoon. + +Er werd besloten, dat het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf +al zeer spoedig, namelijk op den 9den November zoude voltrokken +worden. Wanneer onze jonge vriend de echtgenoot van Sava geworden +zou zijn, zou hij dadelijk beginnen, om de rechten zijner vrouw op +de erfenis van graaf Mathias Sandorf te doen erkennen. De brief +van mevrouw Toronthal liet omtrent de geboorte en de afkomst van +het jonge meisje geen twijfel bestaan. Wanneer het daarenboven +noodig zoude zijn, dan zou men wel eene gelijkluidende verklaring +van den bankier verwerven. Het behoeft niet verzekerd te worden, +dat de noodige formaliteiten daarbij betracht werden, vooral omdat +Sava Sandorf nog niet meerderjarig was en derhalve den leeftijd nog +niet bereikt had, om hare rechten te doen eerbiedigen. Inderdaad, +zij zou haar achttiende jaar eerst over zes weken bereiken. + +Er moet bovendien bij verteld worden, dat in dat verloopen tijdvak van +vijftien jaren, een wijziging in de staatkunde plaats had gegrepen, +geheel ten voordeele van de Hongaarsche kwestie, en waaruit een betere +toestand geboren was, vooral ten opzichte van de herinnering, die de +zoo plotseling bedwongen onderneming van graaf Mathias Sandorf bij +eenige staatslieden achtergelaten had. Mildere gevoelens zaten bij +hen voor en zouden hunnen invloed niet missen. + +Wat den Spanjaard Carpena en den bankier Silas Toronthal betreft, +omtrent hun lot zou later afdoend beslist worden, evenwel niet vóórdat +Sarcany op zijne beurt een plaatsje in de kasematten van Antekirrta +zoude erlangd hebben. Eerst dan zou de taak van gerechtigheid, die +dokter Antekirrt ondernomen had, volvoerd mogen heeten. Ja, eerst +dan zou de deugd beloond en de misdaad gestraft mogen heeten. + +Maar terzelfdertijd, dat de dokter de middelen beraamde, om zijn doel +te bereiken, gebood de noodzakelijkheid ernstig om maatregelen van +voorzorg voor de veiligheid der kolonie te treffen. Zijne agenten in +de Cyrenaïsche streken en in het Tripolitaansche Regentschap meldden +hem toch, dat de Senousistische beweging in belangrijkheid buitengewoon +toenam, vooral in het villayetschap van Ben Ghazi, dat zich het meest +in de nabijheid van het eiland Antekirrta bevond. Speciale loopers +stelden zich onafgebroken in betrekking tot Jerhboub, dat nieuwe +brandpunt van de Islamitische beweging, zooals de heer Duveyrier +dat tweede metropolitaansche Mekka noemde, waar toen Sidi Mohammed +El Mahedi tegenwoordige Grootmeester der Broederschap met zijne hem +ondergeschikte hoofden van de geheele provincie resideerde. Daar nu +die Senousisten de waardige nakomelingen zijn van de oude Barbarijsche +zeeschuimers, dragen zij derhalve een ingekankerden en doodelijken +haat toe aan een ieder, die tot het Europeesche ras behoort. Dokter +Antekirrt begreep dan ook, dat hij zeer op zijne hoede moest zijn +en dat voor het eiland Antekirrta inderdaad zeer gevaarvolle dagen +aanbreken konden. + +En werkelijk, moeten niet aan de Senousisten toegeschreven worden +de veelvuldige moorden, die sedert twintig jaren op de Afrikaansche +sterftelijst hebben moeten ingeschreven worden? Als wij Beurman in 1863 +te Kanem hebben zien omkomen, Van der Decken met zijne makkers in 1865 +op de rivier Djouba, mejuffrouw Alexina Tinne en hare volgelingen in +1865 in de Ouadj Abedjouch, Dournaux Duperré en Joubert in 1874 bij +den waterput van In Azhar, de paters Paulmier, Bouchard en Menored in +1876 in de omstreken van In Calah, de paters Richard Morat en Pouplard +van den zendingspost Ghadames in het noorden van de Azdjer-streek, +den kolonel Flatters, de kapiteins Masson en De Dianous, den dokter +Guiard, de ingenieurs Beringer en Roche in 1881 op den openbaren +weg naar Warglâ, dan moeten alle die moorden toegeschreven worden +aan die bloeddorstige geaffilieerden, die er toe gedwongen worden de +Senousistische leer ten opzichte van stoutmoedige landonderzoekers ten +uitvoer te leggen. Onbedwingbare dweepzucht komt daarbij voornamelijk +in het spel. Dat is niet te betwisten. + +Omtrent dit onderwerp onderhield dokter Antekirrt zich zeer dikwijls +met Piet Bathory, met Luigi Ferrato, met de gezagvoerders zijner +flottilje, met de hoofden zijner militie en met de voornaamste +notabelen van zijn klein eiland. + +Zou Antekirrta een aanval van die schrikkelijke zeeschuimers kunnen +weerstaan? + +Ja, ongetwijfeld, hoewel het geheele versterkingsplan nog niet geheel +ontworpen, en sommige vestingwerken nog niet voltooid waren, zeker +zou Antekirrta zich kunnen verdedigen, evenwel in het geval dat de +aanvallers niet te talrijk zouden zijn. + +Van eene andere zijde beschouwd, zouden de Senousisten er eenig belang +bij hebben, het eiland te bemachtigen? + +Voorzeker, daar het de geheele Sidragolf beheerschte, die door de +kusten van de Cyrenaïsche en Tripolitaansche streken omzoomd en gevormd +werd. Voor hen vormde dat eiland als het ware een strategische knoop +en was dus zeer belangrijk. + +De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat ten zuidwesten van +Antekirrta het eilandje Kenkrof op een afstand van ongeveer +twee mijlen gelegen was. Nu had men den tijd niet gehad, om dat +eilandje te versterken, en dat dreigde gevaarlijk te worden, in +het waarschijnlijk geval, dat eene vloot daarvan hare operatiebasis +wilde maken. Dokter Antekirrt had het dan ook, zooals wij weten, bij +wijze van voorzorgsmaatregel laten ondermijnen, en thans werd eene +schrikkelijke ontplofbare stof, de penkrastiet, in de mijngangen, die +te midden van de rotsachtige massa aangelegd waren, geladen. Verdere +voorzorgen waren voorloopig niet te nemen. + +Er was maar eene electrische vonk noodig, die langs een onderzeeschen +metaaldraad, die het eilandje met Antekirrta verbond, afgezonden kon +worden, om Kenkrof, met alles wat zich op zijne oppervlakte bevond, +in de lucht te doen vliegen en te vernietigen. + +Ziehier, wat omtrent de andere verdedigingswerken van het eiland +verricht was. + +De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht en wachtten slechts +dat de aangewezen bedieningsmanschappen der militie hunne posten kwamen +innemen. Het centraal conisch fortje was gereed om vuur te kunnen +geven met zijne stukken, die zeer ver droegen. Talrijke torpedo's, +die in het vaarwater gezonken lagen, verdedigden den toegang der +haven. Ook de _Ferrato_ en de beide _Elektrieks_ waren tot handelen +gereed, hetzij om den aanval verdedigenderwijze tegen te gaan, hetzij +om bij den uitval op de aanvallende vloot in te loopen. Inderdaad, +de verdedigingsmiddelen van het kleine eiland Antekirrta waren niet +gering te schatten. + +Toch had het eiland eene kwetsbare plaats, namelijk de zuidwestelijke +kust. Daar was eene strook, die niet door het vuur der strandbatterijen +en door dat van het fortje bestreken werd, en waar dus gemakkelijk +troepen konden ontscheept worden. Men had nog geen tijd gehad, om +daar het versterkingsplan te voltooien. Dat was wel te betreuren. + +Daar bestond het gevaar, en misschien was het reeds te laat, om +afdoende verdedigingswerken te ontwerpen en daar te stellen. Maar +daaraan was nu in de gegeven omstandigheden niets meer te doen. Maar +was het, alles wel beschouwd, onwraakbaar zeker, dat de Senousisten +plan hadden, om het eiland Antekirrta aan te tasten? + +Dat was toch, bij eenig nadenken, eene zaak van belang, ja eene +gevaarlijke onderneming, die daarenboven een belangrijk materiëel +vorderde. Luigi Ferrato kon aan dat plan niet gelooven en twijfelde +nog. Dat gaf hij eens te kennen bij gelegenheid dat dokter Antekirrt, +Piet Bathory en hij de versterkingswerken van het eiland in oogenschouw +namen. + +"Wat zouden zij hier komen doen?" vroeg hij. "Neen, op Antekirrta +hebben zij het oog niet gevestigd." + +"Dat 's mijne meening niet," antwoordde dokter Antekirrt. "Het eiland +is rijk, het beheerscht de streken, die aan de Syrtische Zee gelegen +zijn. Al bestonden ook slechts die redenen, geloof mij, dan zou het +eiland toch vroeg of laat aangevallen worden; want de Senousisten +hebben er zeer groot belang bij, er zich van te bemachtigen!" + +"Meent gij?" vroeg Luigi Ferrato hoofdschuddende en nog steeds +ongeloovig. + +"Niets is zekerder dan dat," vulde Piet Bathory aan. "En mij dunkt, dat +dit eene gebeurlijkheid is, die ons zeer op onze hoede moet doen zijn!" + +"Nu, dat zullen wij!... Maar, intusschen wil het bij mij er nog maar +niet in..." + +"Wat mij vooral aan een aanstaanden aanval doet gelooven," hernam +dokter Antekirrt, "dat is, dat Sarcany tot de geaffilieerden van de +Khouâns behoort, en het is mij bekend, dat hij vroeger steeds voor +hen als agent in het buitenland werkzaam is geweest... Hij was het, +die wapens, kruit en lood voor hen opkocht." + +"Dat is zoo, maar..." + +"Herinnert u nu, mijne vrienden, dat Pescadospunt in het huis van den +Moquaddem een onderhoud tusschen Sarcany en Sidi Hassan afgeluisterd +heeft. In dat onderhoud werd de naam van het eiland Antekirrta +herhaaldelijk uitgesproken... Mij dunkt, dat dit zijne beteekenis +moet hebben. Zijt gij ook niet van die meening?" + +"Ja, maar..." + +"Sarcany weet," ging de dokter onverstoorbaar voort, "dat het eiland +mij toebehoort, dat wil zeggen aan den man, die een schrik voor hem is, +aan den man die Zirone op de hellingen van den Etna deed aanvallen..." + +"Jawel, maar welke..." + +"Dus, omdat hij daarginds op het eiland Sicilië niet geslaagd is, zal +hij ongetwijfeld hier trachten te slagen en dat met veel meer kansen in +zijn voordeel. Mij dunkt toch, Luigi, dat die redeneering steek houdt." + +"Heeft hij een persoonlijken haat jegens u, heer dokter?" vroeg +Luigi Ferrato. + +Antekirrt trok onverschillig de schouders op. De haat van zoo'n +aterling scheen hem niet te deeren. + +"Kent hij u ten minste?" vroeg de jonge zeeman, die zich zoo gauw +niet gewonnen gaf, met aandrang. + +"Het is mogelijk, dat hij mij te Ragusa gezien heeft," antwoordde +dokter Antekirrt. + +"Maar dat is niet voldoende om..." + +"In ieder geval," ging de dokter voort, "kan het hem niet onbekend +gebleven zijn, dat ik in die stad in aanraking gekomen ben met de +familie Bathory..." + +"Dat is te zeggen...." + +"Daarenboven moet hem op het oogenblik, toen Pescadospunt Sava uit +het huis van den Moquaddem Sidi Hassan ontvoerde, bekend geworden +zijn, dat Piet Bathory nog leefde. Dat alles moet in zijn geest eenig +verband gezocht hebben, en hij kan er niet aan twijfelen, dat èn Piet +èn Sava eene schuilplaats op het eiland Antekirrta gevonden hebben. Die +gedachte alleen is meer dan genoeg, om er hem toe te brengen, het +geheele Senousistische hondenpak tegen ons aan te voeren. En van die +hebben wij geene genade te verwachten, wanneer zij er in slaagden, +ons eiland te overweldigen." + +Die redeneering was volstrekt niet zonder grond. Het was meer dan +zeker, dat Sarcany nog niet wist, dat dokter Antekirrt en Graaf +Mathias Sandorf slechts één persoon uitmaakten. Hij wist evenwel +genoeg, om alles in het werk te stellen, ten einde de erfgename van het +domein Artenak weer in handen te krijgen. Niemand zal er zich dus over +verwonderen, dat hij den Kalief aangezet had, om een krijgstocht tegen +de Antekirrtsche volksplanting uit te rusten! Hij had zelfs aangeboden, +den aanval te besturen en te geleiden. Een lafaard was Sarcany niet. + +Men bereikte evenwel eindelijk den 3en December, zonder dat iets +geschied was, hetgeen op een aanstaanden aanval kon duiden. Het +was tot dien datum in den omtrek van het eiland Antekirrta volkomen +rustig gebleven. + +Er mag niet uit het oog verloren worden, dat de vreugde over het +weerzien en het geluk, om zich eindelijk allen te zamen vereenigd te +vinden, allen, behalve den dokter, als in eene betoovering besloot, +die voor de gedachten aan eene ernstige toekomst weinig, zeer weinig +overliet. Het aanstaande huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf +vervulde aller harten en aller hoofden. Iedereen trachtte zich zelven +de overtuiging op te dringen, dat de ongeluksdagen voorbij waren en +dat zij niet meer wederkeeren zouden. Hoe zou men zich intusschen +daarin vergissen! + +Het moet ten volle erkend worden, dat Pescadospunt en Kaap Matifou +de algemeene gerustheid volmaakt deelden. Zij gevoelden zich zoo +overgelukkig over het geluk der anderen, dat zij als het ware in +een voortdurenden staat van verrukking verkeerden. Zij betrachtten +dat geluk, hetwelk zij toch teweeg gebracht hadden, voortaan als +onverstoorbaar. + +"Het is om, bij mijn ziel, niet aan te gelooven," herhaalde +Pescadospunt voortdurend. + +Waarop Kaap Matifou, steeds onbevattelijk, onveranderlijk antwoordde +met de vraag: + +"Waaraan valt niet te gelooven? Op het vraagstuk omtrent geloof ben +ik nog al gemakkelijk." + +"Wel," antwoordde Pescadospunt dan lachende, "dat gij een dikke, +vette rentenier gaat worden, en dat...." + +"En dat?" vroeg Kaap Matifou dan ongeduldig. "Waarom gaat gij niet +voort? Zeg?" + +"En, dat ik er aan denk, om je te laten trouwen!" + +"Mij?" riep de reus verbouwereerd uit. "Kom, ge houdt mij voor +den gek!" + +"Ja, gij trouwen! Gij in eigen persoon!" + +"Ik, trouwen?... Het is inderdaad, om het uit te gieren van lachen," +hernam Kaap Matifou, die inderdaad zijn buik vasthield. + +"Ja,... en met een lief klein vrouwtje!" ging Pescadospunt met een +onverstoorbaar ernstig gelaat voort. + +"Houdt ge me voor den gek! Zeg het dan bijtijds, dan kan ik de plaat +poetsen." + +"Komaan, komaan, een lief klein vrouwtje... Is je dat nu voor den +gek houden?" + +"Waarom moet ze klein zijn?" vroeg Kaap Matifou plotseling nurksch +geworden. "Mij dunkt, dat ik niet zoo heel klein ben." + +"Verduiveld, ja... Je bemerking is juist... Een klein vrouwtje zou +niet bij je passen!..." + +"Welnu?" + +"Ge moet eene mooie vrouw hebben, maar onmetelijk van omvang... Mevrouw +Kaap Matifou moet iets kolossaals zijn, niet waar?... Zoo iets als +een klokketoren! Wat denkt ge er van?" + +"Dat ge andermaal spot!" + +"Neen, Kaap van mijn hart, wij zullen je zoo'n vrouw bij de Patagoniers +gaan zoeken!" + +"Loop naar den duivel! Dan ben je met je plagerijen een eind uit de +buurt! Goede reis!" + +Maar in afwachting, dat men voor Kaap Matifou eene wederhelft zou +vinden, die hem en ook zijner gestalte waardig zoude zijn, hield +Pescadospunt zich voornamelijk met het huwelijk van Piet Bathory +en Sava Sandorf bezig. Hij beraamde en overwoog, natuurlijk met +toestemming van dokter Antekirrt, de openbare feestelijkheden, +welke bij die gelegenheid, waarbij kermisspelen toegelaten, waarbij +gezangen voorgedragen en danspartijen georganiseerd zouden worden, +plaats zouden hebben. Dat daarbij saluutschoten uit alle stukken +geschut van het eiland niet zouden vergeten worden, alsook niet +een monsterachtig feestmaal in de open lucht, met eene serenade +aan de jonggehuwden, waarna een solemneele taptoe met fakkellicht, +bekroond door een prachtig vuurwerk, zal wel niet behoeven vermeld te +worden. Hij, hij Pescadospunt, zou voor dat alles zorgen. Bij zoo iets +was hij in zijn waar element. Het feest zou prachtig, zou schitterend +wezen! Men zou er lang, zeer lang over praten! Het zou eeuwig in de +herinnering der bewoners blijven! Leve! Leve de jonggehuwden! + +De vreugde zou echter van korten duur zijn. Een flikkervlam, niets +anders. Een waar stroovuur! + +Al die plannen zouden door de gebeurtenissen in hunne geboorte +verstikt, althans uitgesteld worden. + +In den nacht van den 3den op den 4den December,--een uiterst kalme +nacht, die evenwel door een dik wolkendak verduisterd werd--weerklonk +plotseling een electrische schel op het Stadhuis in het vertrek van +dokter Antekirrt. Dat was een afgesproken alarmsignaal. + +Het was toen ongeveer tien uur in den avond. De bewoners van het +Stadhuis zaten gezellig bij elkander. + +De dokter en Piet verlieten op dat sein het salon, waarin zij den +avond met mevrouw Bathory en met Sava Sandorf doorgebracht hadden. De +dames bleven, door een soort van voorgevoel vervoerd, wel eenigermate +ongerust achter. + +Toen de heeren in het kabinet gekomen waren, ontwaarden zij dat +het signaal kwam van den observatie-post, die op den top van den +centraalheuvel van het eiland Antekirrta geplaatst was. Vandaar had +men een ruim uitzicht. + +Vragen en antwoorden werden natuurlijk onmiddellijk gewisseld. Men +zou niet lang in twijfel verkeeren. + +De strandwachters en uitkijkers seinden de nadering eener flottilje +aan den zuidwestkant van het eiland. Het aantal en de aard van de +vaartuigen, waaruit die flottilje bestond, was door de heerschende +duisternis nog niet aan te geven. Maar dat zij talrijk waren, werd +door alle waarnemers op het nadrukkelijkst bevestigd. + +"Wat denkt gij er van?" vroeg Piet Bathory aan dokter Antekirrt, +die als in gedachten verzonken stond. + +"Wij moeten den Raad bij elkander roepen," antwoordde deze, na een +oogenblik peinzen. + +"Juist!" zeide Piet; "maar mij dunkt, dat er haast bij is." + +In minder dan tien minuten waren, behalve de dokter en Piet, ook +Luigi Ferrato en de gezagvoerders Narsos en Ködrik en de hoofden van +de militie op het Stadhuis vergaderd. + +Onmiddellijk werd hen mededeeling gedaan van de waarschuwingen, die van +de kustwachters en uitkijkers ingekomen waren. Een kwartier later waren +allen, na een bezoek aan de haven gebracht te hebben, op het uiteinde +van de lange pier, waarboven het kustlicht helder brandde, vergaderd. + +Van dit punt, dat slechts zeer weinig boven de oppervlakte der +zee verheven was, was het onmogelijk de flottilje te ontwaren, die +door de kustwachters, op den top van den centraalheuvel geplaatst, +ontdekt was. Maar wanneer men den gezichteinder schel verlichtte, zou +het ongetwijfeld mogelijk zijn het aantal dier vaartuigen te weten +te komen, alsook waar en onder welke omstandigheden zij de kusten +meenden te kunnen naderen en bereiken. De meeste stemmen waren voor +die verkenning. + +De vraag werd evenwel door eenigen geopperd, of het niet onvoorzichtig +was zoo de ware ligging van het eiland te kennen te geven? De dokter +meende van neen. Als het de lang verwachte vijand was, dan kwam die +niet blindelings. Die kende de ligging van het eiland Antekirrta zeer +goed, en dan zou niets hem kunnen beletten het te bereiken. + +De galvanische stroom werd dus in werking gesteld en weldra, +dank zij der kracht van twee electrische stralenbundels, die de +zee verlichtten, lag een breede sector van den gezichteinder bloot +voor het onderzoekende oog van de bewoners van Antekirrta, die den +gezichteinder angstvallig en zorgvuldig peilden. + +De kustwachters hadden zich helaas! niet vergist. Dat bleek al heel +spoedig. + +Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede +linie het eiland. Het waren voornamelijk chebekken, polacres, +trabacolos, sacolieven, en eene menigte anderen van minder gehalte. Dat +was zonder eenigen twijfel de flottilje der Senousisten, die deze +zeeschuimers van uit alle havens der Afrikaansche kuststreek van heinde +en verre hadden bij elkander gehaald, en die thans herwaarts stevende. + +Daar er volkomen windstilte heerschte en geen briesje de zeilen +deed zwellen, moesten de opvarenden noodzakelijk roeien. Dat had te +minder bezwaar, daar de kustbewoners aan zulk werk gewoon waren, en de +afstand tusschen de Cyrenaïsche kust en het eiland betrekkelijk kort +was, zoodat de overtocht gevoegelijk zonder wind kon geschieden. De +kalmte der zee begunstigde zelfs hunne plannen, daar de verscheping +nu niet door eene altijd gevaarlijke branding bemoeielijkt zou +worden. Daarenboven, een zeilend vaartuig is nimmer zoo van zijne +bewegingen zeker, als een vaartuig dat geroeid wordt. + +De flottilje bevond zich in dat oogenblik nog op een afstand van +ruim vier of vijf mijlen ten zuidwesten van het eiland. Zij zoude +dus niet voor zonsopgang den oever kunnen bereiken. Dat scheen in de +plannen der opvarenden te liggen; want het zou zeer onvoorzichtig te +noemen zijn, voordat het dag was, hetzij den aanval te ondernemen, +hetzij om te pogen om gewelddadig den ingang van de haven binnen te +dringen, hetzij om eene ontscheping op het zuidelijk gedeelte der +kust van Antekirrta te bewerkstelligen, hetwelk, zooals wij weten, +in onvoldoend verdedigbaren toestand verkeerde. Het was dan ook voor +een ieder duidelijk, dat de opvarenden geen haast maakten en den dag +wilden afwachten. + +Toen de naderende flottilje behoorlijk verkend was, werden de +electrische lichtbronnen uitgedoofd, waardoor de gezichteinder +weer in het duister gehuld werd. Dit geschiedde bij wijze van +voorzichtigheidsmaatregel. Men wilde zien, zonder gezien te worden. + +Er bleef dus niets anders over, dan het aanbreken van den dag af +te wachten. + +Inmiddels evenwel betrokken alle manschappen der militie, op bevel +van dokter Antekirrt, de hun reeds vroeger aangewezen posten. Het kon +toch zijn, dat de flottilje niet vereenigd was, en een afgezonderd +gedeelte elders trachtte te landen. + +Men moest gereed zijn, om eerste slagen toe te brengen. Daarvan hangt +veelal de uitslag van eene krijgsonderneming af. Hij die den eersten +slag toebrengt, heeft in den regel veel, zeer veel voor. + +Het was thans zoo goed als zeker, dat de aanvallers er niet meer aan +konden denken, het eiland te overvallen, daar de bundels lichtstralen, +die de waakzaamheid der opgezetenen wel is waar verraden hadden, +dezen tevens gelegenheid gegeven hadden, om het aantal der aanvallers +en de algemeene richting, welke zij namen, waar te nemen. + +Men waakte gedurende de laatste nachtelijke uren met de grootste +zorgvuldigheid en nauwgezetheid. Herhaaldelijk verlichtte men nog +den gezichteinder, hetgeen voornamelijk ten doel had, om het punt, +waar de flottilje zich bevond, meer nauwkeurig waar te nemen, en zoo +haren voortgang en de richting, die zij nam, oplettend te volgen. Men +bleef in de overtuiging, dat men, alvorens het dag was, voor geene +vijandelijkheden te vreezen had. + +Dat de aanvallers talrijk waren, daaromtrent kon hoegenaamd geen +twijfel bestaan. + +Of zij voldoend materiëel met zich voerden, om opgewassen te zijn tegen +de batterijen van Antekirrta, en dezen tot zwijgen te kunnen brengen, +was minder zeker en natuurlijk niet uit te maken. Misschien ontbrak +het hun wel geheel en al aan vesting- of positie-geschut. Maar al kon +zoo iets aangenomen worden, zoo waren toch de Senousisten door hunne +overgroote getalsterkte, waardoor de hoofden zich in staat gesteld +zagen, het eiland op verschillende punten tegelijk te laten aantasten, +zeer gevaarlijk en zeer te vreezen. Daarenboven, dokter Antekirrt +was van meening, dat men zijn vijand nimmer te licht moet achten. + +Eindelijk brak de dag aan, en de eerste zonnestralen verdreven in +weinige oogenblikken de laatste nevelbanken, die bij den horizon op +de oppervlakte der zee waren blijven hangen. + +Aller blikken wendden zich toen met eene zekere spanning naar de +zee ten oosten en ten zuiden van het eiland Antekirrta. Wat men toen +ontwaarde, was verre van geruststellend. + +De vaartuigen der flottilje ontwikkelden zich toen in eene lange +linie, die zich bij hare uiteinden eenigermate omboog, om zoo het +eiland te omsluiten. En dat was eene uiterst gevaarlijke beweging, +dat moesten de bewoners van Antekirrta erkennen. + +Inderdaad, daar waren meer dan tweehonderd vaartuigen in het gezicht, +waaronder er waren van een laadvermogen van dertig tot veertig +tonnen. Ongetwijfeld konden die te zamen eene macht van vijftienhonderd +tot tweeduizend gewapenden aan boord hebben. Met een weinig goeden wil, +waren er veel meer te bergen. + +Het was ongeveer vijf uren in den morgen, toen de flottilje ter hoogte +van het eiland Kenkrof aangekomen was. + +Zouden de aanvallers dat eilandje aandoen en daarop post vatten, +alvorens het hoofdeiland direct aan te tasten? Als ze dat deden, +zou dat een zeer gelukkige omstandigheid zijn; want dan zouden de +mijnwerken, door dokter Antekirrt aangelegd, al dadelijk in werking +kunnen komen en, zoo niet de oplossing en het einde van het vraagstuk +daarstellen, dan toch reeds bij het begin van den aanval den uitslag +voor de aanvallende Senousisten hachelijk maken. Hunne gelederen zouden +dan zoo gedund kunnen worden, dat verslagenheid niet zoude uitblijven. + +Een half uur kroop in de grootste spanning voorbij. Het was, alsof +de minuten uren waren. + +Een oogenblik kon de meening gelden, dat de vaartuigen, die het +eilandje langzamerhand genaderd waren, zouden landen en daar eene +ontscheping bewerkstelligen... Men tuurde... men wachtte... + +Daar kwam evenwel niets van. Het was, alsof de aanvallers het +gevaarlijke dier plek roken. + +Geen enkele sloep legde daar aan, en de vijandelijke aanvals-linie boog +meer zuidwaarts af, terwijl zij het eilandje rechts liet liggen. De +opvarenden maakten daarbij alle haast, en repten hunne roeiriemen +zoo krachtig zij maar konden. + +De uitgevoerd wordende beweging was duidelijk. Het was nu voor allen +begrijpelijk, dat het eiland Antekirrta direct aangevallen, of beter +gezegd, door de Senousisten overstroomd zoude worden. Overstroomd is +het ware woord, want nu de flottilje naderbij kwam, ontwaarde men, +dat zij zeer sterk bemand was. + +"Thans blijft ons niets anders over, dan ons te verdedigen!" zei +dokter Antekirrt tot de hoofden der militie. "Is dat ook niet uw +oordeel? Spreek onbewimpeld!" + +"Ja! ja!" riepen allen. "En wij zullen ons verdedigen! Als het moet, +tot den laatsten man!" + +Een sein werd oogenblikkelijk gegeven. Het geheele personeel, dat +buiten verspreid was, spoedde zich in allerijl naar de stad, waar +iedereen den post innam, die hem bij voorbaat aangewezen was. Dat was +in weinige minuten geschied. De versterkte punten waren nu behoorlijk +bezet en de omstreken geheel verlaten. Vrouwen en kinderen hadden +zich in de hoofdplaats teruggetrokken. + +Op bevel van dokter Antekirrt, nam Piet Bathory het commando op zich +over het zuidelijk gedeelte van de vestingwerken. Luigi Ferrato kreeg +het bevel over het oostelijk gedeelte. Zoo konden zij behoorlijk +hunne manschappen overzien. + +De verdedigers van het eiland--bestaande uit hoogstens vijf honderd +militieplichtigen--werden zoodanig verdeeld, dat zij overal tegen +den vijand konden optreden, waar deze pogen mocht den walgang der +stad aan te tasten. Wat den dokter betrof, die bleef het opperbevel +voeren, en hield zich gereed daar op te treden, waar hij meenen mocht, +dat zijne tegenwoordigheid het meest vereischt werd. Dat was niet de +gemakkelijkste betrekking, die hij voor zich behouden had. + +Mevrouw Bathory en Sava Sandorf moesten in de middenzaal van het +Stadhuis verblijven. Wat de andere vrouwen betrof, die moesten, in het +geval de stad bestormd zoude worden, volgens de getroffen beschikkingen +met hare kinderen een toevlucht in de bomvrije kazematten zoeken, +waar zij niets te vreezen hadden, zelfs wanneer de belegeraars eenige +stukken, ter ontscheping geschikt, ter hunner beschikking hadden. + +Nu het vraagstuk omtrent het eilandje Kenkrof ongelukkiglijk ten +nadeele van het hoofdeiland beslist was, moest de aandacht aan de haven +gewijd worden. Wanneer de flottilje daarin gewelddadig zoude pogen +binnen te dringen, dan zouden de fortjes op de beide pieren, welker +vuurmonden een kruisvuur op den ingang daarstelden, en de kanonnen +van de _Ferrato_, met de _Elektrieks_, die als torpedo-dragers dienst +deden, alsook de slapende torpedo's in de geul een overkomelijke +hinderpaal daarstellen, die niet gering te achten was. Het zou +zelfs een voordeeligen kans opleveren, wanneer de aanval aan dien +kant ondernomen mocht worden. De deskundigen hoopten dan ook, dat +zulks geschieden mocht. Evenwel,--en dat was voor een ieder maar al +te duidelijk,--het opperhoofd der Senousisten scheen maar al te wel +de verdedigings-middelen van het eiland Antekirrta te kennen; ook +scheen hij niet onbekend gebleven te zijn omtrent de kwetsbaarheid +van het zuidelijk gedeelte van het eiland en de gemakkelijkheid +eener landing aldaar. Eene poging, om een onvoorbereiden aanval op de +haven te bewerkstelligen, zou blootstellen aan een onmiddellijke en +volkomen vernietiging. Daarentegen leende zich eene ontscheping in het +zuidelijk gedeelte van het eiland veel beter tot het bereiken van het +beoogde doel. Tot dat plan werd dan ook besloten. Na dus zorgvuldig +vermeden te hebben, om in de toegangswateren van de haven te geraken, +zooals ook vermeden was geworden, vasten voet op het eilandje Kenkrof +te nemen, wendde de vijand, met de meeste inspanning voortroeiende, +zijne talrijke flottilje naar de zwakke punten, die de zuidelijke kust +van het eiland Antekirrta aanbood. Had men hem nu nog maar met de +strandbatterijen kunnen teisteren!... Maar neen, de flottilje bleef +op een eerbiedigen afstand buiten het werkzame vuur der kanonnen en +der mortieren. + +In weerwil, dat de afstand geschat werd te groot te zijn, werden toch +eenige schoten van de forten gelost. Onder den grootsten elevatiehoek +bereikten de kanonkogels bij den eersten boogaanslag niet eens het +derde gedeelte van den afstand, terwijl de projectielen, na hare +verdere aanslagen volbracht te hebben, de meest naastbijzijnde +vaartuigen niet eens bereikten, maar in de diepte verdwenen. + +Met de bommen en granaten was het niet beter gesteld. Hoewel de +blokken der mortieren aan het achtereinde omhoog getild waren, +om zoo minder valhoogte, maar meer afstand te verkrijgen, werd ter +nauwernood de helft van den af te leggen afstand bereikt, waar evenwel +de projectielen in zee ploften, zonder aanslagen op de wateroppervlakte +te maken. + +Het leverde evenwel een prachtig tafereel op, die volkogels op de +oppervlakte der zee te zien aanslaan, hen onder het opwerpen van +eene hooge waterzuil, die zich als een onmetelijke Geyzer sneeuwwit +in het zonlicht voordeed, te zien opspringen, een boog vormen, +andermaal aanslaan, opspringen en een waterstraal opwerpen, en zoo +voortgaande, terwijl de bogen en de waterzuilen allengskens kleiner +en kleiner werden, totdat het projectiel over de watervlakte een +eind weegs scheen te rollen, en daarbij eene diepe vore te ploegen, +die evenwel langzamerhand vervloot, totdat de aanleidende oorzaak in +de diepte verdween. + +Het was ook een trotsch gezicht, een bom of granaat van eene +betrekkelijk aanmerkelijke valhoogte plomp verloren in zee te zien +storten, waarbij het water met geweld omhoog spatte, en de oppervlakte +door tallooze kringen bewogen werd, die zich tot aan den horizon +uitstrekten. Het geluid van zulk een plomp werd in een ruimen kring +vernomen. Soms sprong zoo'n hol projectiel juist bij de aanraking +van de wateroppervlakte. Dan waren het wilde waterstralen, die in +alle richtingen voortgeschoten werden, dan waren het schuimmassa's en +fijne, waterstofdeeltjes, die met woest geweld opgeslingerd werden, +niet op eene eenige plaats, maar rondom het centraalpunt op ontelbare +plekken, alwaar de scherven van de uiteengesprongen ijzermassa het +water onder de meest verschillende hoeken scheerden. + +Maar de bewoners van het eiland hadden voor die tafereelen in die +oogenblikken weinig aandacht. Zij staakten weldra hun nutteloos vuur +en volgden met angstige oogen de richting der vijandelijke flottilje, +die al meer naar de zuidelijke kust van het eiland afhield. + +Zoodra deze beweging onmiskenbaar gebleken was, meende dokter Antekirrt +de maatregelen te moeten nemen, die door de omstandigheden geboden +werden. Men mocht den vijand daar niet ongehinderd laten landen. + +De gezagvoerders Ködrik en Narsos bestegen met eenige kloekmoedige +zeelieden ieder een der torpedobooten en verlieten in allerijl de +haven door een der toegangen, die geen gevaar van wege de slapende +watermijnen opleverden. + +Een kwartier later stormden de beide _Elektrieks_ als het ware op +de flottilje los; zij verbraken er de linie van, deden met hunne +torpedo's vijf of zes vaartuigen in de lucht vliegen en ramden een +dozijn anderen zoodanig, dat zij in zinkenden toestand verkeerden. + +Dat was een schoon succes! Had dat maar vervolgd kunnen worden, +dan ware de aanval bij zijn begin gestuit geworden! + +Evenwel was de overmacht der aanvallende Senousisten zoo groot, dat +de beide gezagvoerders er op bedacht moesten zijn en ook inderdaad +bedreigd werden, om geënterd te worden. Zij waren derhalve genoodzaakt +om hunne schuilplaats achter de havendammen met den meesten spoed op +te zoeken. Een der _Elektrieks_ had door den schok ernstige schade +aan den boeg bekomen, zoodat hij in allerijl op het strand gezet +moest worden, om hem voor zinken te behoeden. + +Intusschen was de _Ferrato_ niet werkeloos gebleven, maar had stelling +genomen en begon de flottilje met haar geschut te beschieten. Maar +hoewel de kustbatterijen haar vuur aan dat van het kloeke vaartuig +paarden, was men toch onmachtig, om te beletten, dat de groote massa +der zeeschuimers hunne ontscheping volbrachten. Hoewel een groot getal +der aanvallers gesneuveld was, en hoewel een twintigtal vaartuigen +reeds in den grond geschoten of in de lucht gesprongen waren, gelukte +het toch aan meer dan duizend Senousisten, om voet aan wal te zetten +op de rotsen van den zuidelijken oever, waarvan de nadering door de +te kalme zee in geenendeele bemoeilijkt werd. + +Toen kon men zien, dat de kanonstukken aan de dwepende aanvallers niet +ontbraken. De grootste Chebekken voerden eenige veldstukken, die op +veldaffuiten, behoorlijk van raderen voorzien, lagen. De aanvallers +konden hen ontschepen op dat gedeelte der kust, hetwelk buiten het +bereik van het vuur der stad gelegen was, en zelfs buiten dat der +kanonnen, waarmede het fortje op den centraalheuvel bewapend was. + +Van den post, dien dokter Antekirrt op den naastbijzijnden +uitspringenden hoek der versterkingen ingenomen had, had hij een +volledig overzicht, en kon hij de operatiën der ontscheping volkomen +volgen. Het was hem onmogelijk geweest, zich er tegen te verzetten. Dat +liet hem de geringe sterkte van zijn personeel niet toe. + +Maar daar hij achter zijne muren betrekkelijk veel sterker was, zou +de taak der belegeraars, hoe talrijk zij ook waren, uiterst moeielijk +worden. Dat zouden zij al dadelijk ondervinden. + +Dezen hadden zich, terwijl zij hunne lichte artillerie voortsleepten, +in twee kolonnes verdeeld. Zij marcheerden voorwaarts, zonder eenige +dekking te zoeken, en met die zorgelooze koelbloedige dapperheid, +den Arabier zoo eigen, met die stoutmoedigheid der dweepziekte, +die bij hen door de hoop op buit en den haat tegen de Christenen en +Europeanen, eene ware doodsverachting doet geboren worden. + +Toen zij goed en wel onder schot gekomen waren, braakten de batterijen +met hunne kogels, granaten en kartetsen, dood en verderf uit. Dat +weerhield hen niet. Integendeel, zij beijverden zich al meer en meer +op te dringen, al meer en meer veld te winnen. + +Hunne veldstukken namen stelling en begonnen bres te schieten in een +muurvak, dat den hoek uitmaakte van de onvoltooide courtine van het +zuider-vestingfront. Die muur kon niet veel weerstand bieden en was +dan ook spoedig in puin gelegd. + +Het opperhoofd der aanvallers stond steeds kalm en moedig te midden +van hen, die onder het moorddadig geschut der belegerden aan zijne +zijde vielen, en bestuurde met beleid den aanval. Sarcany bevond +zich bij hem en hitste hem voortdurend op, om storm te doen loopen, +door eenige honderd strijders op de gevormde bres te werpen. + +Dokter Antekirrt en ook Piet Bathory herkenden hem zeer goed. Meermalen +gaven zij een schot op hem af, zonder hem evenwel te raken. De afstand +daartoe was te groot. + +Hij van zijn kant had hen ook herkend en hield hen goed in het oog, +maar beantwoordde hun vuur met een uittartend gebaar. + +De groote massa der belegeraars begon zich middelerwijl in de +richting van den muur in beweging te stellen, die ingestort was +en thans doorgang kon verleenen. Wanneer zij er in slaagden, die +bres te bekronen, te overschrijden, en wanneer zij zich in de stad +konden verspreiden, dan waren de belegerden te zwak om krachtigen +wederstand te kunnen bieden. Dan waren dezen genoodzaakt, om de +plaats te ontruimen. En met de bloeddorstige geaardheid van die +zeeschuimers, zou de overwinning dadelijk door een algemeenen moord +gevolgd worden. Wee dan, de arme vrouwen en kinderen! + +Er moest dus op leven en dood gevochten worden! Hier zou dus het +pleit beslecht worden! + +De strijd, die hier man tegen man gevoerd werd, was dan ook +schrikkelijk te noemen. Gelukkig, dat om de bres te kunnen beklimmen, +de aanvallers zich slechts over een smal punt konden uitbreiden. + +Onder de bevelen van den dokter, die kalm en bedaard in het +grootste gevaar, en als onkwetsbaar te midden van den kogelregen +pal stond, verrichtte Piet Bathory en zijne makkers wonderen van +dapperheid. Pescadospunt en Kaap Matifou sprongen hen bij met eene +stoutmoedigheid, die zijne weerga niet had, en alleen geëvenaard werd +door hunne behendigheid, om de gevaarlijke slagen te ontwijken. + +De stevige Hercules had in de eene hand een mes en in de andere +eene bijl, waarmede hij op verwonderlijke wijze ruimbaan rondom zich +maakte. Ware er tijd toe geweest, dan zou zich een kring toeschouwers +rondom hem gevormd hebben, en die zouden zeker in de handen geklapt +hebben. + +"En hier!" + +"En daar!" riep de reus, terwijl hij met de eene hand zijn wapen in +eene borst stiet, en met de andere een schedel kloofde. Hij miste +nooit! De heuvel gesneuvelden hoopte zich rondom hem op. + +"Flink zoo, dierbare Kaap!" riep Pescadospunt, die zich ook +repte. "Stoot toe! Sla toe!" + +"Wat willen ze?" schreeuwde Kaap Matifou woedend. "Laat ze maar +opkomen!" + +"Sla ze dood!" antwoordde zijn makker, wiens revolver, voortdurend +herladen en afgeschoten, het geknetter van een vuurwerk liet hooren. + +Maar de vijand week niet. Hij hield met een bewonderenswaardigen +moed stand. + +Na herhaaldelijk uit de bres verdreven te zijn, hervatten nieuwe +drommen telkens en telkens de bestorming en waren eindelijk op het +punt, om haar te beklimmen en de stad in te snellen, toen er eindelijk +van achteren eene afleiding uitgevoerd werd. + +Wat was er gebeurd? Vanwaar kwam die onverwachte hulp? O, wij zullen +het dadelijk vernemen. + +De _Ferrato_ had op minder dan drie kabellengten afstand van +den oever postgevat, alwaar hij, met zijne schepraderen voor en +achterwaarts slaande, onder stoom bleef. Van dat punt begon hij met +zijne kanonnaden, die allen langs stuurboord gehaald waren, met zijn +lang jaagstuk, met zijne Hotchkiss-revolverkanons, met zijne Gattling +mitrailleuses te vuren, en maaide de aanvallers als het koren onder +de zeis weg. Het vaartuig viel hen in den rug aan, het beschoot ze +op het strand, terwijl het terzelfder tijd de vaartuigen vernielde, +die aan den voet der rotsen vastgemaakt lagen. + +Dat was een schrikkelijke en onverwachte slag voor de Senousisten. Niet +alleen werden zij in den rug beschoten, maar ieder middel ter +ontvluchting werd hen ontnomen, wanneer, wel te verstaan, hunne +vaartuigen door de projectielen van de _Ferrato_ verbrijzeld werden. En +dat lag bij den gang van het gevecht voor de hand. + +Voor Oostersche volkeren bestaat er--hoe moedig ze ook zijn--niets +verschrikkelijkers, dan wanneer hunne terugtochtslijn bedreigd wordt. + +De aanvallers hielden toen halt voor de bres, die door de +militieplichtigen hardnekkig verdedigd werd. Reeds meer dan vijfhonderd +Senousisten hadden den dood op het strand gevonden, terwijl het getal +der belegerden niet merkbaar geslonken was. Er ontstond aarzeling en +weifeling. Een achterwaartsche beweging werd weldra merkbaar. + +De aanvoerder van de Senousistische benden begreep, dat hij zoo spoedig +mogelijk zee moest kiezen, wanneer hij ten minste zijne makkers niet +aan een onvermijdelijken ondergang wilde blootstellen. Te vergeefs +wilde Sarcany de dwepers aansporen, zich andermaal op de bres te +werpen. Het mocht niet baten. De poging mislukte, toen zij zonder +geestdrift volvoerd werd. De aanvallers werden met bebloede koppen +teruggeslagen. + +Eindelijk werd bevel gegeven, om naar het strand terug te trekken, +en--het moet erkend worden--de Senousisten volvoerden hunne +terugtochts-beweging even gehoorzaam als zij zich tot den laatsten man +zouden hebben laten neerhouwen, wanneer zij het bevel hadden gekregen, +om te sterven. + +Maar het was noodzakelijk die zeeschuimers eene les toe te dienen, +die hun onuitwischbaar in het geheugen zoude blijven. De lust om +terug te keeren, moest hen voor goed ontnomen worden. + +"Vooruit!... vrienden!... Voorwaarts!" riep dokter Antekirrt "Er op +in!... En geen genade of medelijden!" + +En onder aanvoering van Piet Bathory en van Luigi Ferrato stormden +een honderdtal militieplichtigen naar buiten, ter vervolging der +vluchtelingen, die het strand met den meesten spoed trachtten +te bereiken. Maar dezen bevonden zich daar tusschen twee vuren, +dat van de _Ferrato_ en dat van de stad, zoodat van standhouden +geen sprake kon zijn. Toen begon er wanorde in hunne gelederen te +heerschen, en weldra zag men hen in woeste vaart naar de zeven of +acht inschepings-vaartuigen stormen, die door de losbrandingen van +de _Ferrato_ min of meer onbeschadigd gelaten waren. Toen ontspon +zich een vreeselijke strijd, waarbij mededoogen onbekend was. + +Piet Bathory en Luigi Ferrato trachtten, bij het handgemeen worden, +vooral één man te kunnen vatten. Behoeft het nog gezegd te worden: +die man was Sarcany. Maar zij wilden hem levend in handen krijgen, +hoewel hij hen niet ontzag, en het waarlijk een wonder te noemen was, +dat zij telkens aan zijne revolverschoten ontkwamen. + +En toch, in weerwil van hunne inspanning, scheen het noodlot zich +tot taak te stellen, dien man nogmaals aan hunne gerechtigheid te +onttrekken. Waarlijk, het had er veel van, of de hel tusschenbeiden +trad. + +Sarcany en het opperhoofd der Senousisten, omgeven door een tiental +hunner meest dappere en meest te vertrouwen strijdmakkers, waren er +in geslaagd, om een kleine polacre te bereiken, waarvan de meertouwen +reeds losgegooid waren, en die reeds manoeuvreerde om zee te kiezen. De +_Ferrato_ was van dat punt te ver verwijderd, om haar sein te kunnen +geven, ten einde dat vaartuig, hetwelk zou ontsnappen, te vervolgen +en in den grond te boren. + +In dat oogenblik ontwaarde Kaap Matifou een veldstuk, dat in de hitte +van den strijd van zijn affuit afgerold was, en op het zand in de +nabijheid der zee lag. + +Naar dat stuk, hetwelk nog geladen was, heenvliegen, het met +bovenmenschelijke kracht op een der rondomliggende rotsen optillen, +zich schrap zetten, om het met de tappen in den noodigen stand en +de vereischte richting te houden, dat alles was voor den reus het +werk van een oogenblik. Daarop riep hij met hijgende, maar toch +krachtvolle stem: + +"Hierheen, Pescadospunt, hierheen!... Gauw! Gauw toch!... Hierheen! Er +is geen minuut te verliezen!" + +Pescadospunt hoorde dien kreet van Kaap Matifou. Hij ijlde toe en +begreep met een oogopslag, wat er gaande was. Hij verbeterde de +richting van het kanonstuk, gelegen op zijn levend affuit, en mikte +nauwkeurig op de polacre. Daarop bracht hij de brandende lont bij +het zundgat. + +Het schot ging af. De kogel trof den romp van het vaartuig en +verbrijzelde dien... maar de reus trilde zelfs niet onder den +terugstoot van het stuk geschut. + +Het Senousisten-hoofd geraakte met zijne makkers te water. Het +meerendeel hunner verdronk en kwam in de golven om. Zij, die zich +uit het water redden, werden aan wal onbarmhartig doodgeslagen. + +Wat Sarcany betrof, deze spartelde in de branding. Toen Luigi Ferrato +dat zag, sprong hij onmiddellijk in zee. En een oogenblik later was +de fielt overgeleverd in de handen van Kaap Matifou, die hem als in +eene schroef omklemden en hem door middel van een sterk touw armen +en beenen stevig knevelde. + +De zegepraal was zoo volkomen mogelijk. Op een zoodanige had men niet +durven hopen. + +Van de twee duizend aanvallers, die op het eiland ontscheept waren, +ontsnapten ter nauwernood eenige honderden aan de algemeene ramp. Zij +konden de tijding van hun bloedig wedervaren op de Cyrenaïsche kust +gaan mededeelen. + +In langen tijd, zoo hoopte men althans, zou het eiland Antekirrta +geen overlast meer ondervinden van die zeeschuimers. De indruk van +de ontvangen les zoude onuitwischbaar zijn. + + + + + +XI. + +GERECHTIGHEID. + + +Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria +en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa +gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen +waren. + +Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava +Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, +bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest +voldaan worden. + +Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, +was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest, +om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de +geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige +weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet +Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,--dat wil zeggen +al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van +dit drama betrokken waren,--er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in +de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer +overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer +met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden +dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, +is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter +gevoelen dan onder woorden brengen. + +Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan +het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren, +hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld +niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de +Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden +de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk +een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het +eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen +tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers +door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen. + +Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, +was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het +eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat +de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd +werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs +zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou +kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen +rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren. + +Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om +geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame +vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon +worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet. + +Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet +Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon +leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9den December +bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide +jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele +bevolking deelde in hun geluk. + +Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende +maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was +daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der +zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak +vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen. + +Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te +beëindigen. + +Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en +van Carpena beslist worden. + +Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje +van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle +drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook +verteld hebben? + +Den 6den December, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, +deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich +met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen. + +Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans +in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een +gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat +wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner, +naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar. + +Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen +aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken, +doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende +hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam. + +Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep +gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met +zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon. + +Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door +verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die +gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen +op te merken. + +Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste +magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht +waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het +woord en wendde zich tot den Spanjaard: + +"Carpena," zei hij, "kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon +van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig +verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig +gestorven is!" + +Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker +schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en +schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria +Ferrato, die hij in de steegjes van het Manderaggio-kwartier te Malta +had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die +hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij +had zijne toekomst in handen gehad! + +Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den +bankier uit. + +"Silas Toronthal", sprak hij, "ik ben Piet Bathory, de zoon +van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in +gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig +hebt verraden aan de Oostenrijksche politie te Triëst, en wiens dood +gij dientengevolge berokkend hebt." + +En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede +aanstaarde, wendende: + +"Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten +van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias +Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak +hebt doen ontvoeren!" + +Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het +hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert +lang dood waande. + +Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat +zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn +gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen. + +Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden +zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen was, +om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen? + +En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, +toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide: + +"En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus +Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino +doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om +u van haar vermogen meester te maken!... Ellendelingen, ziet mij aan!" + +"Maar wie zijt gij dan?" vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna +tegelijkertijd. + +"Ik?... Ik ben graaf Mathias Sandorf!" + +Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën +van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl +Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde. + +Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden +hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat +op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde +Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang +ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland +gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde. + +"Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten," sprak hij plechtig, +"gij zijt des doods schuldig!" + +Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid +gegeven, om zich te verdedigen. + +Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging +voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank +uitoefende. + +"Silas Toronthal, Sarcany, Carpena," zei hij, "gij hebt wetens en +willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas +Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!" + +"Zooals gij het goedvindt!" antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid +weer de overhand verkreeg. + +"Genade!" smeekte Carpena met lafhartig gebaar. "Mijne heeren, ik +smeek om genade!" + +Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te +verwachten was. + +Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een +enkel woord te uiten. + +Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken +terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk +hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de +geopende deur op post staande, hen niet uit het oog verliezen mocht, +en zelf onder strenge controle van een der militie-officieren stond. + +Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen +zou laten ondergaan? + +Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland +doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem van Antekirrta +verontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een +ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland +Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het +ware niet tot Antekirrta. + +Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een der +_Elektrieks_, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato +bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over, +waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis +te ondergaan. + +Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de +meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan +ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe. + +"Moeten wij er van avond aan gelooven?" vroeg hij op onbeschaamden +sarcastischen toon. + +Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten +en de nacht was reeds ingetreden, toen de _Elektriek_ in de haven +van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp. + +Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders +bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die +was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, +scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich +zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den +zeearm over te zwemmen. + +"Weet ge wat ik denk?" vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap +Matifou. "Zeg, weet gij dat?" + +De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans +gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen +niet altijd onder woorden brengen. + +"Drommels!" antwoordde hij, "dat is niet gemakkelijk te raden!... Ik +geef het op!" + +Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker. + +"Volgens mij," vervolgde hij, "zullen die ellendelingen, voordat +morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden +hebben! Meent gij dat ook niet?" + +"Pouah!" riep Kaap Matifou met walging uit. "Een onsmakelijk +beafstuk! Nog erger dan levende slangen!" + +Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden +doorgebracht. + +Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen +oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep +dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde +verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf +hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato +dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid, +over drie menschenlevens te beschikken. + +Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het +binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het +eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het +executie-peloton zijn. + +Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep +hen ieder bij eene hand. + +"Piet Bathory, Luigi Ferrato," vroeg hij met van aandoening bewogen +stem, "niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest +uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders +ter dood veroordeeld werden?" + +"Ja!" antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. "Dat getuig +ik volgaarne!" + +"Ja!" herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. "Ook ik ben gereed +dat te getuigen!" + +"Zij hebben den dood ten volle verdiend!" vervolgde de eerste plechtig +en ernstig. + +"En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!" beaamde +de andere. + +"Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?" vroeg +de graaf. + +"Ja, dat is zij!" antwoordde Piet. "Volgens mijne overtuiging, +volgens mijn geweten!" + +"Ja!" knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn +gebaar de hand drukte. + +"Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die +vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet +kunnen verleenen!... Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!.." + +Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden +uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, +die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne +grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de +aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste +dag aangebroken was! + +Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar +buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste +verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen +ontvlood. + +Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd +met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een +ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke +hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als +hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche +zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als +een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene +akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand. + +Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef +niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven +der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het +eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven +mocht zijn. + +Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen. + +De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als +voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al +ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische +kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar +werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen +in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te +raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen +teweeg te brengen. + +Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje +rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht +was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen +te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen; +maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele +eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd. + +"God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen +besparen!" sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. "Wij allen +moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!" + +Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven. + + + +Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later +in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende +dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij +voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was. + +Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche +gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde +goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, +alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier had bekomen, +waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen +achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein +in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, +overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen +daarstelde. + +Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben +kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie +ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al +had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen, +zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie +van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem +beminden, doorbrengen. + +De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, +al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan +een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe +uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die +anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, +waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland +Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de +Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland +beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde +niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen. + +Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi +Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk +kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven. + +Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot +de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als +die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de +gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op +te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had! + +Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering +weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor +Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig +geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan, +wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt. + +Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere +Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden, +geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta +kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken, +zou vergeefsche moeite doen. + +Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, +meende hij te moeten zeggen: + +"Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt +verdienen wij dat inderdaad?" + +"Neen, dierbare Kaap, neen!" antwoordde de trouwe makker van +den reus. "Maar wat er aan te doen?... Wij zijn verplicht ons te +onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!" + +Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met +volkomen onderwerping zijn geluk te genieten. + + + + EINDE. + + + + + + + + + +INHOUD. + + + + I. Het Presidio van Ceuta 1 + II. Eene proefneming van Dokter Antekirrt 26 + III. Zeventien malen! 56 + IV. De laatste inzet 76 + V. Aan Gods goede zorgen overgelaten 100 + VI. De geestverschijning 117 + VII. Een handdruk van Kaap Matifou 134 + VIII. Het Ooievaars-feest 156 + IX. Het huis van Sidi Hassan 179 + X. Antekirrta 197 + XI. Gerechtigheid 220 + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De werkelijke diepte van de straat van Gibraltar is 300 tot +900 meter.--J.H. + +[2] Een zeer afkeurenswaardige leer; want dat is de leer van: _het +doel heiligt de middelen_ huldigen. Vert. + +[3] En Nederland, waar vele Ooievaars wonen en welks naam toch op de +muntstukken voorkomt? Vert. + +[4] In Ned. Indië heeft men denzelfden drank, Sagoeweer genaamd, +afkomstig van de Arenga saccharifera. Vert. + +[5] Zou hier wel van alcoholische opgewondenheid kunnen gesproken +worden? Mahommedaansche bevolkingen gebruiken uiterst zeldzaam +alcoholische dranken, daarentegen geven zij zich te meer aan het +gebruik of beter het misbruik van opium, van haschich of dergelijke +narcotische verdoovingsmiddelen over. Jules Verne schijnt zich vergist +te hebben. Vert. + + + + + + + +Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen: + + +DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN. Met 52 houtgravuren f 1.50 +DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN. Met 60 +houtgravuren " 1.50 +DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. Met 60 +houtgravuren " 1.50 +DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Australië. Met 50 houtgravuren +" 1.50 +DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Stille Zuid-Zee. Met 52 +houtgravuren " 1.50 +20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren +" 1.50 +20.000 MIJLEN ONDER ZEE. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren +" 1.50 +VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de +Binnenlanden van Afrika. Met 75 houtgravuren " 1.50 +HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54 +houtgr. " 1.50 +HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. Met 54 houtgravuren +" 1.50 +NAAR het MIDDELPUNT der AARDE. Met 53 houtgravuren " 1.50 +MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgravuren +" 1.50 +HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren " 1.50 +HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren " 1.50 +HEKTOR SERVADAC De Terugtocht naar de aarde. Met 74 +houtgravuren " 1.50 +AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door +"De Blokkadebrekers". Met 64 houtgravuren " 1.50 +EEN KAPITEIN van 15 JAAR. De Walvischjagers. Met 51 +houtgravuren " 1.50 +EEN KAPITEIN van 15 JAAR. In Slavernij. Gevolgd door "Een +overwintering in het ijs". Met 56 houtgravuren " 1.50 +DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR. Gevolgd door "Martin Paz". Met +56 houtgravuren " 1.50 +WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES. Gevolgd door "Muiterij +aan boord der Bounty". Met 54 houtgravuren " 1.50 +ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD. Gevolgd door +"Meester Zacharias". Met 51 houtgravuren " 1.50 +HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. Met 56 +houtgr " 1.50 +HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. Het Drijvende +Eiland. Gevolgd door "Een treurspel in de Wolken". Met 56 +houtgravuren " 1.50 +HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. Met 57 houtgravuren " 1.50 +HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door +"Dokter Ox". Met 56 houtgravuren " 1.50 +REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen +aan de Noordpool. Met 128 houtgravuren " 1.50 +REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS. De +IJswoestijn. Met 127 houtgravuren " 1.50 +EENE VLOTREIS. Acht honderd mijlen op de Amazone. Met 56 +houtgravuren " 1.50 +EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door "Een Drijvende +Stad". Met 53 houtgravuren " 1.50 +EEN LEERSCHOOL voor ROBINSONS. Gevolgd door "Van Rotterdam +naar Kopenhagen". Met 69 houtgravuren " 1.50 +DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door "Tien uren op jacht". Met 91 +houtgrav. " 1.50 +KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48 +houtgr. " 1.50 +KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. Met 51 +houtgrav. " 1.50 +DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren " 1.50 +DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren " 1.50 +DE VONDELING van het FREGAT CYNTHIA. Met 24 houtgravuren " 1.50 +MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. Dokter +Antekirrt. Met 39 houtgravuren " 1.50 +MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. Met 36 houtgravuren +" 1.50 +HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren " 1.50 + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + +***** This file should be named 22908-8.txt or 22908-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/2/9/0/22908/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/20071007-22908-8.txt~ b/old/20071007-22908-8.txt~ new file mode 100644 index 0000000..61c6e5a --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-8.txt~ @@ -0,0 +1,10981 @@ +The Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Mathias Sandorf + Een Model-volksplanting + +Author: Jules Verne + +Release Date: October 7, 2007 [EBook #22908] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + WONDERREIZEN. + + + JULES VERNE + + + + Mathias Sandorf + + EEN MODEL-VOLKSPLANTING. + + + + ROTTERDAM.--JACS. G. ROBBERS. + + + + + + + + + Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij. + + + + + + + +I. + +Het Presidio van Ceuta. + + +Drie weken na de schrikkelijke gebeurtenissen, welke wij in het +vorige deel verhaalden, en waarvan de provincie Catania, op het eiland +Sicilië, het tooneel was geweest--drie weken later, zeggen wij, dus +op 9 October, stevende een snelvarend stoomjacht--de _Ferrato_, onze +oude bekende--geholpen door een stevige noordoosterbries, tusschen +de zuiderpunt van Europa, die eigenaardig genoeg op het Spaansche +schiereiland Engelsch is, en kaap Almina, de noordelijkste punt +van Afrika, die daarentegen, op het Marokkaansch gebied gelegen, +Spaansch is. De vier mijlen afstand, welke van de eene landspits +tot de andere gerekend worden, zouden, wanneer men op mythologische +gronddenkbeelden zou mogen afgaan, of daaraan slechts eenige waarde +mocht schenken, door wijlen Hercules, een waardigen voorganger van den +heer Ferdinand de Lesseps, de moderne landengte-doorsteker, daargesteld +en toegang aan de wateren van de Mare Mediterranea of Middellandsche +zee tot die van den Atlantischen Oceaan verleend zijn, door met een +enkelen knodsslag de rotsachtige omdijking van het Middellandsche +meerbekken daar ter plaatse te verbrijzelen, hetgeen, zooals ieder +lezer zal moeten bekennen, eene vrij aardige krachtsontwikkeling zou +vereischt hebben. Jammer, dat dergelijke halfgoden in onze eeuw niet +meer aangetroffen worden. De doorgraving van de landengte van Suez +zou zooveel geld niet gekost hebben, en de landengten van Panama en +van Corinthe zouden zooveel schatten niet verslinden. Met drie zulke +knodsslagen waren dan de Andes in de Nieuwe Wereld, de Dioikos in +Griekenland en de drempel van Serapeum in Egypte verbrijzeld geweest, +om de Middellandsche zee met de Roode zee, de golf van Corinthe met +die van Egina, en den Mexicaanschen zeeboezem met de Groote Stille +Zuidzee in verbinding te stellen. Nogmaals jammer, doodjammer! + +Ziedaar, wat Pescadospunt voorzeker aan zijn vriend Kaap Matifou zou +medegedeeld hebben, terwijl hij hem daarbij tegelijkertijd de rots +van Gibraltar in het noorden, en den Hachoberg in het zuiden zoude +aangewezen hebben. + +En, inderdaad, Calpé en Abyla zijn nog steeds de beide bekende +rotsmassa's, de beide zuilen, die als de "Zuilen van Hercules," +den naam van den beroemden Griekschen held dragen. + +Kaap Matifou zou ongetwijfeld dat "kunststuk van krachtsinspanning" +bewonderd en naar waarde geschat hebben, en dat nog wel, zonder dat de +nijd zijne eenvoudige en bescheiden ziel zoude verontreinigd, zonder +dat zijn edel hart door eene onwaardige gedachte zoude bezoedeld +zijn. Nogmaals, Kaap Matifou zou bewonderd en gewaardeerd hebben. + +De Provençaalsche Hercules zou voor den Griekschen held, voor den +zoon van Jupiter en Alcmene, eerbiedig het groote hoofd gebogen hebben. + +Maar Pescadospunt kon zijnen vriend dat verhaal niet opdisschen, +en Kaap Matifou kon zijn Titanshoofd niet buigen, om de eenvoudige +reden, dat noch de een noch de andere zich aan boord bevond. Beiden +waren op bevel van dokter Antekirrt te Antekirrta achtergebleven, +de eerste, omdat hij, zooals wij weten, vrij ernstig gekwetst was, +en de andere, om zijn vriend op te passen en te verplegen. + +Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord van de +_Ferrato_, die door kapitein Köstrik gekommandeerd werd; terwijl +Luigi-Ferrato nog steeds als eerste officier aan boord van het +stoomjacht dienst deed. Van bevordering was nog geen sprake +geweest. Maar er was nog tijd. + +De expeditie, laatstelijk op het eiland Sicilië ondernomen, met het +doel om Sarcany en Silas Toronthal op te sporen en op te lichten, +als daar mogelijkheid toe bestond, had volstrekt geen resultaat +gehad, daar zij den dood van Zirone tengevolge had gehad. Men moest +dus andermaal trachten, die twee booswichten op het spoor te komen, +door den Spanjaard Carpena te noodzaken mede te deelen, alles wat +hij omtrent Sarcany en diens medeplichtige moest weten en ook wist; +daarvan waren dokter Antekirrt en Piet Bathory overtuigd. + +Daar de Spanjaard nu tot de galeien veroordeeld en naar het Presidio +van Ceuta verwezen was, zou men hem daar moeten gaan opzoeken. Want +daar alleen kon men in aanraking met hem komen, en daarom was tot +die reis besloten. + +Ceuta, in het Spaansch als Ce Veta en in het Arabisch als Septa +uitgesproken, is eene kleine, maar zeer versterkte stad, een +ware vesting, een soort van Spaansch Gibraltar op de Oostelijke +hellingen van den Hacho-berg en op de Marokkaansche kust gelegen, +op eene landtong ten westen van Tanger, waarachter de Apenberg, een +der Zuilen van Hercules verrijst. De stad bestaat uit drie deelen, +namelijk: de reeds genoemde berg Hacho, waarop een zeer sterk fort, +hetwelk de geheele landtong en den ingang der zeeëngte bestrijkt; de +Citadel, aan het uiteinde van de landtong gelegen en alleen over een +ophaalbrug toegankelijk; en eindelijk de eigenlijke stad of Almena, +waar de burgers en handelaren wonen. Hier bevinden zich ook de +hoofdkerk, twee kloosters, een hospitaal en onderscheidene scholen, +waaronder eene voor de zeevaart. Langs den zeeoever voert eene kade, +vanwaar men een verrukkelijk uitzicht op Spanje heeft. Aan de andere +zijde der stad ligt de Alameda of openbare wandelplaats, vanwaar men +het oog kan laten rondwaren, langs de Marokkaansche kust tot aan de +bergen van het Riff. Het aantal inwoners bedraagt bijna 12,000 en +deze vormen een mengelmoes van Spanjaarden, Engelschen, Franschen, +Italianen, Mooren, Negers, Mulatten, Israëlieten en Marokkanen. Ceuta +is de zetel van een bisschop, gesteld onder den aartsbisschop van +Sevilla; de Spaansche Regeering bezigt de stad voornamelijk als +ballingsoord en bagno. + +Ceuta is het oude Septa of Septum of Ad Septem fratres: In de zeven +broeders. + +Het wordt door sommigen voor Abyla, door anderen voor het Esilissa +van koning Ptolomeus gehouden, en was weleer de hoofdstad van +Mauritania Tingitana. Na den val van het Romeinsche rijk werd +de stad achtereenvolgens door de Vandalen, Gothen en Arabieren +overweldigd. Laatstbedoelden gaven haar den naam van Septa, en +verhieven haar tijdens hunne heerschappij over Zuid-Spanje, tot +een gewichtig oord. Later viel zij ten deel aan de Hamoedieten en +daarna aan de Almoravieden; en in 1409 werd zij veroverd door den +Portugeeschen koning Joào I, nadat ook de Genueezen er reeds korten +tijd heerschappij hadden gevoerd. + +In 1580 kwam zij tegelijk met Portugal aan Spanje en bleef hieraan +onderworpen,--ook na de scheiding van die twee rijken in 1640. + +Vruchteloos belegerden haar de Marokkanen bijna 23 jaren, van 1697 +tot 1720, en te vergeefs trokken zij in 1732, onder aanvoering van +den bekenden renegaat Ripperda, nogmaals met een groote krijgsmacht +derwaarts. De stad werd dapper verdedigd, en is ook nu nog het +belangrijkste steunpunt der Spanjaarden in Noord-Afrika. + +Er bestaat niets levendiger ter wereld dan die beroemde zeeëngte +van Gibraltar, die als het ware de monding der Middellandsche zee +vormt. Het is langs dat smalle kanaal, dat de heerlijke en overschoone +Amphytrite water-verversching uit de wereldzee, uit den Atlantischen +Oceaan erlangt. Daarlangs ontvangt zij ook duizenden vaartuigen, die +van Noordelijk Europa en van de beide Amerika's komen, om de honderden +havens aan te doen, die langs haren onmetelijken omtrek aangetroffen +worden. Daarlangs stoomen, naar binnen en naar buiten, die prachtige +en groote pakketbooten, die oorlogschepen van alle natiën, aan wie +het genie van een Franschman, van Ferdinand de Lesseps, eene deur +ontsloten heeft, toegang verleenende tot de Roode zee, tot de Golf +van Bengalen, tot den Indischen Oceaan, tot de Chineesche zee en tot +de Groote Stille Zuidzee. + +Die Straat, door de Ouden _Fretum Herculeum_ geheeten, heeft eene +diepte van 16 meters [1], doch bezit in haar vaarwater geen banken of +klippen. Toch levert zij voor de schepen, die uit de Middellandsche +zee komen, wel eens gevaar op, wegens den sterken stroom, die er van +den kant van den Atlantischen Oceaan doorheen trekt. Bij dezen is +de ingang der Straat--tusschen Kaap Trafalgar en Kaap Spartel--vijf +geographische mijlen, en aan den anderen kant--tusschen Punta de Europa +en Punta de Afrika--ruim half zoo breed. Het smalste gedeelte is 1 2/3 +geographische mijl breed en bevindt zich tusschen Punta del Frayle, +ten noorden, en Punta de Ciris ten zuiden. + +Aan de Afrikaansche kust is de Straat begrensd door een effen rotswand; +doch de oever aan de Europeesche zijde vormt onderscheidene inhammen, +bepaaldelijk ten oosten in de golf van Gibraltar, die ook, vanwege +de daartegenover gelegen stad, Golf van Algesiras geheeten wordt. + +Niets schilderachtiger bestaat er dan die smalle zeeëngte, die door +hoog gebergte van zeer verschillend uitzicht omlijst is. In het +noorden strekken zich de Sierra's van Andalusië uit. In het zuiden +steigeren langs die zoo heerlijk ingesneden kust, van Kaap Spartel +af tot aan de punt van d'Almina, de zwarte toppen van de Bullonen, +van den Apenberg en de nokken van de _Septem fratres_, de Zeven +Gebroeders omhoog. Rechts en links vertoonen zich in de diepte der +baaien en der kreeken, of als neergevlijd aan den voet en op de eerste +hellingen, welke zich langs de lagere kuststreek uitstrekken en door +een reusachtigen achtergrond beheerscht worden, schilderachtig gelegen +steden, als Tarifa, Algesiras, Tanger en Ceuta. Dan tusschen die +beide romantische oevers vertoont zich voor den scherpen boeg der +stoomschepen, die noch door de zee, noch door den wind weerhouden +worden, of voor den steden der zeilschepen, die soms bij honderden +door den westenwind in die monding naar den Atlantischen Oceaan +weerhouden worden, eene zeer bewegelijke wateroppervlakte, die uiterst +veranderlijk van kleurtinten is, die zich hier grijs en met machtige +kuiven getooid voordoet, elders aangenaam blauw en kalm, hier weer +geheele strepen van kleine krullende golfjes en maalkolkjes vormt die +de grenzen der stroomen en tegenstroomingen met hunnen getanden rand +zoo duidelijk mogelijk aangeven. + +Niemand die zulk een tafereel onder de oogen krijgt, kan ongevoelig +blijven voor de bekoorlijkheden van die verheven schoonheden, die door +twee tegenover elkander gelegen werelddeelen als een dubbel panorama +langs de oevers van de zeeëngte van Gibraltar ten toon gespreid worden, +en de reizigers in den volsten zin des woords in verrukking brengen. + +De _Ferrato_ naderde inmiddels vlug de Afrikaansche kust. De diep +ingesneden baai, aan welker uiteinde Tanger zich als het ware verbergt, +begon zich voor het oog der opvarenden te sluiten, terwijl de rotsmassa +van Ceuta des te meer zichtbaar werd, daar de kust daar ter plaatse +eene haaksgewijze verandering van richting naar het zuiden vormt. Men +zag dien steenklomp langzamerhand zich van de achtergelegen massa +afscheiden en alleen vooruitkomen als een schiereiland, dat aan den +voet van eene kaap gelegen, en daaraan door een smalle landengte +verbonden is, die het aan den vasten wal vasthecht. + +Hoog daarboven, dicht bij den top van den Hachoberg, werd een fortje +bespeurd dat op de plek verrezen was, waar vroeger eene Romeinsche +citadel gestaan had. Daarin zijn steeds uitkijken op wacht, die in +opdracht hebben, de zeeëngte scherp gade te slaan, maar vooral het +Marokkaansche grondgebied waardoor Ceuta, behalve aan de zeezijde, +geheel omsloten wordt. Die geheele streek vertoont nagenoeg eene +zelfde bergachtige terreingesteldheid, evenals het kleine vorstendom +Monaco te midden van het Fransche grondgebied. + +Het sloeg tien uren in den morgen, toen de _Ferrato_ eindelijk het +anker liet vallen in de haven, op twee kabellengten afstand van de +ontschepingskade, die door de deininggolven uit volle zee met ongetemde +kracht gebeukt werd. Daar bestaat echter slechts eene vluchthaven, +die bij frisschen en stevig doorstaanden wind voor de branding uit +de Middellandsche zee weinig beschutting aanbiedt, en dus nog al +gevaarlijk is. + +Zeer gelukkig dat wanneer de schepen niet ten westen van Ceuta kunnen +ankeren, zij eene tweede ligplaats aan den anderen kant der rots +vinden, waar zij voor de westenwinden behoorlijk gedekt liggen. + +Toen "de geneeskundige dienst" aan boord was gekomen, en toen de +scheepspapieren van de _Ferrato_ in orde bevonden waren, stapten dokter +Antekirrt en Piet Bathory tegen een uur des namiddags in de sloep en +lieten zich naar den wal roeien. Zij ontscheepten op eene kleine kade, +die zich dicht langs den voet der walmuren van de vesting uitstrekte. + +Dat de dokter het ernstige voornemen opgevat had, om zich van Carpena +meester te maken, daaromtrent bestond hoegenaamd geen twijfel. Maar +hoe zou hij dat uitvoeren? Dat zou hij eerst beslissen, nadat hij de +plaats en hare omgeving in oogenschouw had genomen. Daarna zou hij +naar omstandigheden te werk gaan, hetzij door geweld te gebruiken, +om den Spanjaard te ontvoeren, hetzij hij diens ontsnapping uit het +Presidio van Ceuta in de hand zou werken. In ieder geval, hij rekende +er op, dat hij den Spanjaard in handen kreeg. Zijne maatregelen zouden +goed getroffen worden. Ditmaal was de dokter er niet op uit, om het +incognito te bewaren. Integendeel, reeds hadden zijn agenten, die +aan boord verschenen waren en hem weer verlaten hadden, het gerucht +van de aankomst van zoo een beroemd persoon allerwege verbreid. Wie +toch in dat geheele Arabische land, van Suez af tot aan Kaap Spartel, +kende dien geleerden taleb niet bij naam, die zich thans op het eiland +Antekirrta teruggetrokken had en daar in het binnenste gedeelte der +Syrtische zee verblijf hield? + +De beste ontvangst viel hem dan ook, zoowel van den kant der +Spanjaarden, als van dien der Marokkanen ten deel. + +Daarenboven was het niet verboden de _Ferrato_ te bezoeken en te +bezichtigen, zoodat weldra een groot aantal vaartuigen het stoomjacht +omringden en men aan boord kwam. + +Dat alles kwam waarschijnlijk met de plannen van dokter Antekirrt +overeen. Zijne beroemdheid moest zijne voornemens te hulp komen. Piet +Bathory en hij poogden dan ook niet, zich aan de algemeene aandacht te +onttrekken. Een open rijtuig, dat in het voornaamste hôtel van Ceuta +gehuurd was, veroorloofde hen, om in de stad rond te toeren en haar +te bezichtigen. Die rijtoer was een ware zegetocht door het stadje. + +Zij bevonden, dat de straten smal, ja nauw en omgeven waren door +droefgeestig uitziende huizen, waaraan iedere eigenaardigheid of +lokale kleur ontbrak. Hier en daar bespeurden zij kleine pleinen +met teringachtige boomen, welker takken en bladeren met een grauw +stof overdekt waren, en hunne spaarzame schaduw verleenden aan eene +armzalige kroeg of aan een of twee openbare gebouwen, die veel op +kazernes geleken. In één woord, er bestond niets oorspronkelijks, +tenzij het Moorsche kwartier, dat zijn bijzonderen stempel niet +verloren had. + +Tegen drie uren gaf dokter Antekirrt aan den koetsier bevel, om hem +naar den Gouverneur van Ceuta te rijden, wien hij een bezoek wilde +brengen,--een eenvoudig beleefdheidsbezoek, dat van den kant van +een zoo aanzienlijk vreemdeling niet anders dan natuurlijk moest +voorkomen. Onmiddellijk werd in die richting voortgereden. + +Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat die gouverneur +onmogelijk een civiel ambtenaar kon zijn. Ceuta is boven alles een +militaire kolonie. Men telt er ongeveer tien duizend zielen, alles +bij elkaar gerekend: officieren en soldaten, handelaren, visschers +en matrozen van de kustvaart, die zoowel in de stad wonen, als op de +terreinstrook, die zich oostwaarts van de vesting uitstrekt, en zoo +de omgeving van het Spaansche grondgebied vormt. + +Ceuta werd in die dagen bestuurd en gekommandeerd door den Kolonel +Guyara. + +Die hoofdofficier had onder zijne bevelen drie bataillons infanterie, +die van het landleger van Spanje gedetacheerd waren, en die daar +den garnizoens-dienst waarnamen; verder had hij een regiment van +aan de strengere krijgstucht onderworpen militairen, die bestendig +in de kleine kolonie gevestigd waren; dan nog twee batterijen +vestingartillerie, eene kompagnie pontonniers, en eindelijk nog eene +kompagnie Mooren, wier gezinnen een bijzonder kwartier bewoonden. Het +garnizoen was dus vrij sterk, zooals men ziet. Ongeveer drie duizend +vijfhonderd man. + +Wat de tot de galeien veroordeelden betrof, hun getal bedroeg nagenoeg +twee duizend. + +Om zich van de stad naar den zetel van den gouverneur te begeven, +moest het rijtuig den bedekten weg of ronde-weg volgen, die buiten +den walgang der stad liep. Dat was een gemaccadamiseerde heirbaan, +die niet alleen rondom het geheele territoir, maar ook tot aan het +oostelijkste uiteinde daarvan voerde. + +Aan beide kanten van die baan was de smalle strook tusschen haar en den +voet der bergen aan de eene zijde, en tusschen haar en den zeeoever +aan de andere zijde, die, dank zij der onbezweken vlijt en arbeid +der inwoners, goed bebouwd was. Deze hebben de slechte hoedanigheden +van den grond weten te overwinnen. Noch groenten van allerlei soort, +noch vruchtboomen, die heerlijk dragen, ontbreken er. Maar er mag ook +niet verzwegen worden, dat aan handen en armen om te arbeiden geen +gebrek is, en dat de teelaarde, evenals dit voor Sint Helena gebeurde, +van Europa aangevoerd werd. + +Inderdaad, de gedeporteerden worden niet alleen voor of vanwege den +Staat gebezigd, hetzij in bijzondere werkplaatsen, hetzij aan de +vestingwerken, hetzij aan de wegen, welker onderhoud voortdurende +voorzorgen vereischt, hetzij bij de stedelijke politie, wanneer +hun voortdurend goed gedrag aanleiding geeft, om er agenten van te +maken, die het toezicht voeren, maar tevens onder opzicht staan. Die +mannen, die hetzij voor twintig jaren, hetzij voor levenslang naar +het Presidio van Ceuta gezonden werden, kunnen ook door particulieren +gebezigd worden, evenwel slechts onder zekere voorwaarden, die door +het gouvernement in het belang der openbare veiligheid gesteld zijn, en +waaraan natuurlijk streng de hand gehouden wordt, hetgeen noodzakelijk +is, zooals ieder moet beamen. + +Dokter Antekirrt had bij zijn bezoek te Ceuta verscheidene van die +ellendelingen ontmoet, die vrij en frank door de straten van de +stad zich bewogen, voornamelijk diegenen, die voor huishoudelijken +arbeid gebezigd werden. Maar hij zou een veel grooter aantal te zien +krijgen, wanneer hij buiten den versterkten walgang met voorliggende +verdedigingswerken gekomen zou zijn, daar buiten op de wegen en op +het veld, in de voorwerken of op den akker. + +Tot welke categorie van het personeel van dat Presidio behoorde +nu Carpena? Dat was in de eerste plaats belangrijk om te weten +te komen. Want het plan van dokter Antekirrt kon toch slechts in +algemeene trekken vastgesteld zijn, en moest natuurlijk gewijzigd +worden, naarmate de bestaande omstandigheden, dat wil zeggen: naar +gelang de Spanjaard vrij rondliep of opgesloten zat, of hij bij +particulieren arbeidde, of in de werkplaatsen van den Staat. Dat +diende dus in de eerste plaats uitgevischt te worden. + +"Maar", zeide de dokter tot Piet Bathory, "daar die Carpena nog niet +lang geleden veroordeeld is, is het meer dan waarschijnlijk, dat +hij nog niet die voordeelen geniet, welke den ouderen veroordeelden, +vanwege hun goed gedrag, toegestaan zijn." + +"Dat 's waar," antwoordde Piet, "hoewel het toch zou kunnen zijn, +dat hij reeds buiten kwam." + +"Jawel, wij kunnen daarop toch eenigermate rekenen, ja wij moeten +het zelfs." + +"Maar als hij opgesloten zit?" vroeg de jonge werktuigkundige. "Dan +dunkt mij...." + +"Dan wordt het vraagstuk veel lastiger," antwoordde dokter Antekirrt +droog. + +"Dat meen ik ook. Het zal goed zijn, dit bij onze ontwerpen niet uit +het oog te verliezen." + +"Maar, om het even: die kerel moet ontvoerd worden, en hij zal +ontvoerd worden!" + +Het rijtuig reed gedurende dat gesprek zachtkens voort, terwijl de +paarden in een matigen korten draf liepen. + +Op twee honderd meter afstand buiten den kring der vestingwerken, +was een zeker getal gedeporteerden onder opzicht van ettelijke +gevangenbewaarders van het Presidio bezig met keien en steenen als +verhardings-materiaal op den weg te brengen. Er waren daar een goede +vijftig aanwezig, waarvan een gedeelte de keien in kleine stukken +sloeg, een ander gedeelte die stukken over den weg uitstortte, en +een derde gedeelte hen onder een kolossale welrol verbrijzelde en +schier fijnmaalde. + +Het rijtuig had dat gedeelte van den weg, waar die herstelling plaats +had, stapvoets, ja zelfs gedeeltelijk langs een zijweg moeten volgen, +waarop het werk nog niet aangevangen was. Dat was onzen reizigers +evenwel niet aangenaam. + +Plotseling greep dokter Antekirrt Piet Bathory bij den arm. + +"Hij!" zeide hij met gedempte stem, terwijl hij zijn makker gevoelig +kneep. + +"Waar?" vroeg Piet Bathory, overal rondkijkende. "Waar toch? Ik zie +hem niet." + +De dokter trok Piet naar zich toe en wees met den vinger in zekere +richting. + +"Daar! Daar!" sprak hij steeds fluisterend. + +Een man stond daar, op twintig passen afstand van zijne makkers en +leunde op den steel zijner schop. + +Dat was Carpena. + +Aan zijne oude geaardheid getrouw, nam hij er zijn gemak van en +arbeidde zoo min mogelijk. + +Dokter Antekirrt had, hoewel hij dien man in twintig jaren niet +gezien had, den zoutvervaardiger van Istrië, in weerwil van zijne +tegenwoordige kleeding als galeiboef, dadelijk herkend, zooals Maria +Ferrato hem ook, in weerwil van zijn Maltezer kleeding, in de straten +van het Manderaggio-kwartier zonder aarzelen herkend had. + +Dien misdadiger, die door zijne aangeboren luiheid, niets geleerd +had in het leven en dan ook tot eenig vak, welk ook, geheel en al +ongeschikt was, had men in de werkplaatsen van het Presidio niet +kunnen gebruiken. Keien stuk slaan op den weg, dat was alles, waartoe +hij gebezigd kon worden. Tot iets anders was hij onmogelijk in staat. + +Maar had dokter Antekirrt hem ook al herkend, Carpena kon onmogelijk +in dien man daar in dat rijtuig den graaf Mathias Sandorf herkennen, +dien hij zoo snood verraden had. Ternauwernood had hij hem toen +eventjes gezien in het huis van den visscher Andreas Ferrato te +Rovigno, op het oogenblik, dat hij tot gids strekte van het detachement +politie-agenten, die de woning zouden omsingelen, om de vluchtelingen +gevangen te nemen. + +Echter, evenals iedereen had hij de aankomst van dokter Antekirrt te +Ceuta vernomen. + +Nu was die zoo beroemde dokter--en dat was Carpena niet +onbekend--dezelfde persoon, waarvan hem Zirone gedurende hun +onderhoud bij de rotsen van Polyphemus, op het zeestrand van het +eiland Sicilië, gesproken had. Dat was de man, waarvoor hij zich, +volgens de aanbeveling van Sarcany, vooral wachten moest. Dat was de +millioenen-bezitter tegen wien de bende van Zirone den vergeefschen +aanslag bij de Casa Inglese op de hellingen van den Etna uitgevoerd, en +waarbij ze het onderspit gedolven had. Ja, zeker, dat alles wist hij. + +Wat ging er in Carpena's brein om, toen hij zich zoo plotseling in +tegenwoordigheid van dokter Antekirrt bevond? + +Welke waren de indrukken, die zijne hersenen met die gevoeligheid +en die oogenblikkelijkheid opvingen, welke sommige photografische +bewerkingen kenmerken? + +Dat zou zeer moeielijk te zeggen zijn. De lezer zal dat wel begrijpen, +hopen wij. + +Wat evenwel de Spanjaard in werkelijkheid ondervond, dat was: +dat hij plotseling gevoelde, dat de dokter zich door een soort van +moreel overwicht van zijn geheel wezen meester maakte; dat zijne +verpersoonlijking te niet ging tegenover die van dien vreemden man; +dat eene vreemde wilskracht, sterker dan de zijne, hem beheerschte +en vermeesterde. + +Te vergeefs poogde hij zich tegen dien invloed te verzetten. Hij +bezweek er voor en vermocht niets anders te doen, dan voor die +overheersching lijdelijk te bukken. + +Intusschen had dokter Antekirrt zijn rijtuig doen stilstaan en ging +voort den galeiboef met een doordringenden blik aan te staren. De +schitterende uitstraling van dien blik bracht op de hersenen van +Carpena een vreemdsoortig en onweerstaanbaar effect teweeg. De +zinnen van den Spanjaard werden als door een soort van verdooving +verlamd. Zijne oogleden knipten en sloten zich eindelijk, daar hij +onmachtig was ze open te houden; terwijl hij geene andere beweging dan +eene trillende beving in de oogleden en wenkbrauwen ondervond. Toen +viel hij, zoodra de gevoelloosheid de overhand genomen had en derhalve +volkomen was, aan den rand van den weg neer, zonder dat zijne makkers +of lotgenooten er iets van bespeurden, daar hunne aandacht op de zoo +rijke reizigers gevestigd was. Hij was in een diepen magnetischen +slaap gedompeld, waaruit niemand hem zou hebben kunnen wekken, welke +middelen ook aangewend werden. + +Toen het zoover gekomen was, gaf dokter Antekirrt bevel, om den +rijtoer te vervolgen en gebood den koetsier zich naar het verblijf +van den gouverneur te richten. + +Dat geheele tooneel had hem niet meer dan eene halve minuut oponthoud +gekost. Niemand had kunnen waarnemen, wat tusschen hem en dien +Spaanschen galeiboef voorgevallen was,--niemand tenzij Piet Bathory, +die de zaak daarenboven niet begrepen had. + +"Thans behoort die man mij", zei dokter Antekirrt tot Piet, "hij is +in mijne macht en ik kan hem tot alles noodzaken." + +"Ook om u alles mede te deelen wat hij weet?" vroeg Piet Bathory +vrij ongeloovig. + +"Neen, dat niet," antwoordde dokter Antekirrt met een geheimzinnigen +glimlach. + +"Niet?... Dat is jammer!" meende de jeugdige werktuigkundige +teleurgesteld. + +"Neen, maar ik kan hem wel noodzaken, alles te doen, wat ik wil, +dat hij uitvoeren zal." + +"Zonder dat hij dit weet?... Zonder dat hij dit zal willen?" + +"Ja, maar niet alleen dat, maar zelfs geheel onbewust," antwoordde +dokter Antekirrt. + +"Hoe weet gij dat?" vroeg Piet Bathory, die, als ingenieur, het hoe +en waarom gaarne vernam. + +"Bij den eersten blik, dien ik op den ellendeling wierp, gevoelde +ik, dat ik hem in mijne macht had, dat ik zijn wil door den mijnen +kon vervangen." + +"Die man is toch niet ziek, niet waar? Zijn uiterlijk verraadde +daarvan niets." + +"Neen, hij is volstrekt niet ziek. Hij is integendeel zoo gezond als +gij en ik", antwoordde dokter Antekirrt. + +"Hoe verklaart gij dan...?" + +"Denkt gij dan, dat die zenuwuitwerkselen alleen bij ziekelijke +zenuwlijders teweeg kunnen gebracht worden?" + +"Mij dunkt, dat een gezond mensch aan dergelijke invloeden weerstand +kan bieden." + +"Neen, Piet. Zij, die nog het meeste weerstand bieden, zijn juist de +hersenzieken, de waanzinnigen." + +"Maar..." + +"Een goed en gevoelig sujet moet juist een eigen wil hebben, +om behoorlijk gedomineerd te worden, en ik ben uitermate door de +omstandigheden begunstigd geworden, daar ik in dien Carpena juist +eene geaardheid aangetroffen heb, geheel en al geschikt, om mijn +invloed te ondervinden..." + +"Maar wat helpt dat thans?" vroeg Piet Bathory. "Al hebt gij hem ook +al onder uwen zedelijken invloed, dan hebt gij hem nog niet in uwe +physieke macht." + +"Neen, maar die galeiboef zal in slaap gedompeld blijven, en zonder +mijne tusschenkomst zal die slaap niet wijken." + +"Aangenomen", zei Piet; "maar waartoe zal dat dienen? Ik zie daar +geen uitkomst in." + +"Waartoe dat zal dienen, vraagt ge? Welke uitkomst dat zal hebben?" + +"Voorzeker vraag ik dat, daar het onmogelijk is, om hem in den +toestand, waarin hij zich bevindt, te doen zeggen, wat wij zooveel +belang hebben te weten te komen." + +"Dat is ontwijfelbaar waar," antwoordde dokter Antekirrt. "Ik kan +hem wel in mijne gedachten doen lezen; maar ik kan hem onmogelijk +doen zeggen, wat ik zelf niet weet." + +"Welnu, dan herhaal ik mijne vraag: waartoe zal dat dienen, welke +uitkomst zal dat opleveren?" + +"Maar wat ik wel in mijne macht heb", ging dokter Antekirrt +onverstoorbaar voort, alsof hij die vraag niet gehoord had, "is hem +te noodzaken te doen, wat mij in mijn kraam te pas komt, wat ik zal +willen, dat hij doen zal, en dat zonder dat zijn wil er zich tegen +verzetten kan." + +"Ja, maar wat?" vroeg Piet Bathory ongeduldig. "Ja, maar wat? Zeg mij." + +"Wanneer ik bijvoorbeeld zal willen, dat hij morgen of overmorgen, +over acht dagen of over drie of zes maanden, zelfs wanneer hij in +wakenden toestand is, het Presidio zal verlaten, dan zal hij dat +ongetwijfeld doen." + +"Het Presidio verlaten!... Kom, gij gekscheert met mij!... Hoe zou +dat mogelijk zijn?" + +"Ja! het Presidio verlaten!... Piet, ik ben te ernstig, om mij eene +grap te veroorloven!" + +"Het Presidio verlaten?... Vrij en ongehinderd?..." vroeg Piet +Bathory steeds ongeloovig. "Dan zouden de bewakers dat toch moeten +veroorloven! De invloed van uwe wilskracht kan zoo ver niet reiken, +om hem zijne ketenen te doen verbreken, om hem de deur van het +bagno te doen verbrijzelen, om hem een onoverkomelijken muur te doen +overklimmen, ... waarbij de gevangenbewaarders hem dan nog behulpzaam +zouden moeten zijn." + +"Neen, Piet," antwoordde dokter Antekirrt, "gij hebt gelijk; ik kan +hem niet noodzaken te doen, wat ik zelf niet uitrichten kan... Maar +ik kan..." + +"Maar wat dan? Wat is uw plan?" vroeg de jonge werktuigkundige vrij +opgewonden. + +"Mijn plan? Juist om dat uit te voeren, begeven wij ons thans naar +den gouverneur van Ceuta, ten einde dien hoofd-officier een officiëel +bezoek te brengen. En let nu maar op de verdere ontwikkeling van de +zaak, die ik mij gesteld heb." + +Dokter Antekirrt overdreef niet. Dat zou Piet Bathory spoedig genoeg +ondervinden. + +Die daadzaken omtrent den invloed der wilskracht op iemand in den +hypnotischen toestand, zijn thans algemeen erkend. De werken en +nasporingen van Charcot, van Brown Sequard, van Azam, van Richet, +van Dumontpallier, van Maudsley, van Bernheim, van Hack Tuke, van +Rieger, en van zooveel andere geleerden, kunnen daaromtrent geen +twijfel laten bestaan. + +Dokter Antekirrt had gedurende zijne reizen in Oostersche landen +zeer merkwaardige gevallen daaromtrent kunnen bestudeeren en aan +dien tak der physiologie een rijken schat van nieuwe en belangrijke +waarnemingen toevoegen, en zijne reeds zoo rijke ondervinding zeer +kunnen vermeerderen. + +Hij was dus uitnemend op de hoogte van die verschijnselen en van de +resultaten, die er van te erlangen zijn. Hij was zelf begaafd niet +eene groote mate van zich opdringende wilskracht, die hij dikwijls +gelegenheid had gehad in Klein-Azië uit te oefenen. En het was op +die wilskracht, dat hij rekende, om zich van Carpena meester te +maken,--daar toch het toeval het zoo gewild had, dat de Spanjaard +aan haren invloed volkomen onderhevig was. + +Maar al was dokter Antekirrt voortaan meester over de wilskracht +van Carpena; al kon hij hem ook doen handelen, zooals en wanneer +hij wilde, door hem zijn eigen wil op te dringen, zoo was het toch +noodzakelijk, om tot eene afdoende handeling te kunnen overgaan, +dat de gevangene vrij in zijne bewegingen was, wanneer het oogenblik +gekomen zou zijn om hem deze of gene daad te doen uitvoeren. Daarvoor +was de vergunning van den gouverneur noodig, en die vergunning hoopte +hij wel van den kolonel Guyara, een uiterst welwillend en goedaardig +mensch, te verkrijgen, om daardoor de ontvluchting van den Spanjaard +uit het Presidio mogelijk te maken. + +Tien minuten later kwam het rijtuig van dokter Antekirrt bij den +ingang der groote kazernes aan, die bij de grens van het geënclaveerde +grondgebied opgetrokken zijn, en hield bij het verblijf van den +gouverneur, dat in de nabijheid gebouwd is, stil. + +De kolonel Guyara had reeds kennis bekomen van de aankomst van +dokter Antekirrt te Ceuta. Die beroemde persoon was, dank zij zijn +algemeen door zijne rijkdommen en zijne bekwaamheden bekenden naam, +als een soort souverein op reis. Nadat hij dan ook in het salon van +het gouvernements-paleis was binnengeleid, ontving de gouverneur hem, +alsook zijnen jeugdigen reisgenoot, op de meest innemende wijze. Al +dadelijk wilde die kolonel zich geheel en al ter hunner beschikking +stellen, om het kleine geënclaveerde grondgebied te bezoeken, dat +kleine stuk van Spanje, zoo zonderling in het Marokkaansche rijk +ingesneden. + +"Gaarne nemen wij uw aanbod aan, heer gouverneur," antwoordde dokter +Antekirrt in het Spaansch,--eene taal, die ook door Piet Bathory goed +verstaan en vlug gesproken werd.--"Maar ik weet niet, of wij wel den +tijd zullen hebben, om uwe dienstvaardigheid te kunnen benuttigen." + +"O, de kolonie is niet groot, dokter Antekirrt", antwoordde de +gouverneur. "In een halven dag kan men den geheelen omtrek er van +afleggen." + +"Dat is zoo, maar ... onze tijd is nog al beperkt, heer gouverneur," +antwoordde de dokter. + +"Denkt gij dan niet eenigen tijd hier te vertoeven, zooals het gerucht +zich verbreid heeft?" + +"Hoogstens vier of vijf uren," antwoordde de dokter. "Langer kan ik +inderdaad niet." + +"Zoo kort? Maar, heer dokter, dan zult gij niets kunnen bezichtigen. En +dat is toch jammer." + +"Ik moet heden avond nog naar Gibraltar vertrekken, waar ik morgen +in de ochtenduren verwacht word." + +"Heden avond nog vertrekken!" riep de gouverneur uit. "Hoe is dat +toch mogelijk?" + +"Het moet! heer gouverneur, het moet! Geloof intusschen, dat het mij +geweldig spijt." + +"O, veroorloof mij te beproeven, u van dat voornemen af te +brengen." zei kolonel Guyara. + +"Dat zou vergeefsche moeite zijn, heer gouverneur. Volkomen vergeefsche +moeite, geloof mij." + +"Ik verzeker u, dokter Antekirrt, dat onze militaire volksplanting +inderdaad waard is van nabij bestudeerd te worden," drong kolonel +Guyara levendig aan. + +"Ik twijfel er niet aan, heer gouverneur. Ik weet het trouwens, +want ik heb er veel van gelezen." + +"Gij hebt ongetwijfeld veel gezien, veel waargenomen, heer +dokter, gedurende uwe veelvuldige reizen; maar uit het oogpunt +van verbeterings-kolonie of beter strafkolonie, verdient Ceuta, +ik verzeker het u, de geheele opmerkzaamheid zoowel van geleerden, +als van staathuishoudkundigen!" + +Natuurlijk dreef de eigenliefde kolonel Guyara wel eenigermate om +zijn kleine volksplanting zoodanig te prijzen en te verheffen. Toch +overdreef hij niet; want het administratief bestuur van het Presidio +van Ceuta, wat geheel gelijk is aan dat der Presidios van Sevilla, +wordt beschouwd als een van de besten, zoowel van het Oude als van +het Nieuwe halfrond. En, dat niet alleen wat betreft den materieelen +toestand der gedeporteerden, maar ook hunne zedelijke verbetering, +waarbij beoogd wordt, gelouterde sujetten aan de maatschappij weer +te geven. + +De gouverneur drong er dan ook op aan, dat een zoo voornaam man +als dokter Antekirrt was, zijn vertrek zou willen uitstellen, om de +verschillende lokalen en inrichtingen van de strafkolonie met een +bezoek te vereeren. + +"Het is onmogelijk, dat ik langer blijf, heer gouverneur," verzekerde +de dokter, en ging met een glimlach voort; "maar heden behoor ik u +toe, en wanneer gij wilt, dan is het weinigje tijd, dat mij rest, +nog wel te benutten, dunkt mij." + +"Het is reeds vier uren," hernam kolonel Guyara, terwijl hij een blik +op de pendule wierp. + +"Reeds zoo laat?" vroeg de dokter, terwijl hij zijn horloge met het +salon-uurwerk vergeleek. + +"Voorzeker. En gij ziet, er blijft ons slechts weinig tijd over, +om Ceuta te bezichtigen." + +"Inderdaad," antwoordde de dokter, "en dat hindert mij te meer, +daar ik er prijs op gesteld zoude hebben, om u, na uwe gastvrijheid +genoten te hebben, aan boord van mijn stoomjacht te ontvangen." + +"Dokter Antekirrt, zoudt gij uw vertrek naar Gibraltar niet een dag, +een enkelen dag kunnen uitstellen?" + +"Dat deed ik zeker, heer gouverneur, als ik geen samenkomst bepaald +had voor morgen, zooals ik u reeds gezegd heb. Inderdaad, ik ben +verplicht, om nog heden avond zee te kiezen!" + +"Dat is waarlijk betreurenswaardig," hernam de gouverneur, "en +niets zal mij kunnen troosten, dat ik u niet langer hier heb kunnen +houden! Maar ... pas op..." + +"Waarop moet ik passen, heer gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt met +een glimlach. + +"Het vaartuig ligt onder het bereik mijner kanonnen en mijner mortieren +ten anker...." + +"Ho, ho!" riep de dokter lachende uit. "Dat is eene internationale +bedreiging!" + +"En ik kan u op de plaats in den grond boren!" vervolgde kolonel +Guyara schertsende. + +"En de represailles dan, heer gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt +lachende. + +"Welke represailles? Zijn er represailles mogelijk, als uw scheepje +in den grond geschoten is?" + +"Zoudt gij denken dat Antekirrta die schending van het volkenrecht +ongewroken zou laten?" + +"Wat, Antekirrta?..." riep kolonel Guyara schaterlachende uit. + +"Zoudt gij in staat van oorlog met het machtige rijk van Antekirrta +willen geraken?" + +"Ik weet, dat ik groot gevaar zou loopen," antwoordde de gouverneur +op denzelfden toon van gekscheren. + +"Dat geloof ik ook... Zijt derhalve zeer op uw hoede, want Antekirrta +is machtig!" + +"Maar, wat zou men niet willen wagen, om u vier en twintig uren langer +te mogen behouden!" + +"Ja, maar het is toch beter dat gevaar niet te trotseeren," antwoordde +dokter Antekirrt met een beleefden glimlach. + +Piet Bathory, die geen deel aan dit gesprek genomen had, vroeg zich af, +of dokter Antekirrt al of niet het doel, dat hij wenschte te bereiken, +nader was gekomen. Het besluit, om denzelfden avond nog Ceuta te willen +verlaten, hoorde hij voor het eerst, en het bevreemdde hem niet weinig. + +"Te drommel", dacht hij, "hoe zullen in zoo weinig tijd de noodige +maatregelen te nemen zijn, om de ontsnapping van Carpena, met hoop +op goeden uitslag, te kunnen bewerkstelligen. Dat zal inderdaad een +tooverstuk zijn!" + +Hij overdacht dat weinige uren later de gedeporteerden in het +Presidio wedergekeerd en achter slot gesteld zouden zijn. Onder die +omstandigheden werd het zeer onwaarschijnlijk, dat iemand de vergunning +verkrijgen zou, dat de Spanjaard zich buiten de gevangenismuren zoude +mogen begeven. Waarlijk, het vraagstuk werd uiterst belangwekkend. + +Maar Piet begreep, dat de dokter een vastgesteld plan volgde, toen +hij hem hoorde antwoorden: + +"Waarlijk, heer gouverneur, het spijt mij zeer, dat ik aan uw zoo +vriendelijk geuit verlangen niet voldoen kan." + +"Het spijt mij nog meer. Maar kunt gij waarlijk niet?" vroeg kolonel +Guyara met plichtpleging. + +"Neen, althans heden niet. Maar toch is het mogelijk, dat ik aan uw +wensch zal kunnen voldoen." + +"Hoe dat?... Spreek spoedig!... Ik ben inderdaad zeer verlangend, +heer dokter..." + +"Luister." + +"Spreek, dokter Antekirrt, spreek dan toch!" hernam de gouverneur +ongeduldig. + +"Daar ik morgen ochtend noodzakelijk te Gibraltar moet wezen, moet +ik heden avond vertrekken. Daaraan valt niets te veranderen. Maar ik +reken, dat mijn verblijf op die Engelsche rots niet langer dan twee +of drie dagen zal duren. Het zou mij zeer tegenvallen, wanneer het +anders ware en ik er langer zou moeten blijven." + +"Des te beter! Want geloof mij, daar op dat Britsche grondgebied is +niet veel te zien." + +"Neen, ik wil er niet langer verwijlen dan noodig is. Het is heden +Donderdag, niet waar?" + +"Inderdaad." + +"Welnu, in plaats van mijne reis langs de noordkust der Middellandsche +zee te vervolgen, zal mij niets gemakkelijker vallen, dan Zondagmorgen +naar Ceuta terug te keeren...." + +"Juist, niets gemakkelijker dan dat, inderdaad," antwoordde de +gouverneur, "en ook niets aangenamer en verplichtender voor mij! Ik +betoon waarschijnlijk wel wat te veel eigenliefde, niet waar, +heer dokter?" + +"Laten wij daarvan niet spreken, heer gouverneur." + +"Och, wie heeft zijne ijdelheids-beweegredenen niet in deze wereld, +niet waar? Dat is dus afgesproken, dokter Antekirrt, tot Zondag! Niet +vergeten, hoor!" + +"Jawel, maar op eene voorwaarde, hoort gij op uwe beurt, heer +gouverneur?" + +"Voorzeker, ik hoor. En die voorwaarde is, heer dokter?.. Kom laat +hooren!" + +"Maar neemt gij ze aan? Dat dien ik vooraf te weten, heer +gouverneur. Neemt gij ze aan?" + +"Blindelings! Welke zij ook moge zijn!" antwoordde kolonel Guyara +galant. + +"Ook dat gij met uw adjudant aan boord van de _Ferrato_ zult komen +ontbijten?" + +"Aangenomen, heer dokter, aangenomen! Maar..." + +Kolonel Guyara scheen te aarzelen. + +"Maar wat? Trekt ge terug, heer gouverneur? Dat zou ik niet mooi +vinden." + +"Maar, ook op mijne beurt, op eene voorwaarde, heer dokter," ging de +kolonel voort. + +"Evenals gij, neem ik haar blindelings aan. Laat hooren, heer +gouverneur." + +"Dat is, dat gij met den heer Bathory op het gouvernementshuis zult +komen dineeren." + +"Dat is afgesproken, heer gouverneur. Zoodat tusschen het ontbijt en +het middagmaal..." + +"Ik van mijn gezag en mijne macht misbruik zal maken..." antwoordde +kolonel Guyara lachende. + +"Brr! Misbruik van gezag en macht! Het is om kippenvel te krijgen! Om +er van te ontstellen!" + +"Om u al de heerlijkheid van mijn rijk te doen bewonderen," voleindigde +kolonel Guyara, terwijl hij de hand van dokter Antekirrt drukte. + +Piet Bathory had evenzeer de uitnoodiging, die hem gedaan was, +aangenomen, en bedankte voor de welwillendheid van den gouverneur +van Ceuta met eene beleefde buiging. + +Dokter Antekirrt nam afscheid, en Piet kon toen reeds in zijne +oogen lezen, dat hij zijn doelwit bereikt had. Maar de gouverneur +wilde zijne toekomstige gasten tot in de stad vergezellen. Alle drie +namen toen plaats in het rijtuig en volgden den eenigen weg, die het +gouvernements-hôtel met het stedeke Ceuta in verbinding stelt. + +Het was van dien Spaanschen gouverneur niet te verwonderen, dat +hij de gelegenheid te baat nam, om de beide bezoekers de min of meer +betwistbare schoonheden van de kleine volksplanting te doen bewonderen, +dat hij met eene zekere voorliefde sprak over de verbeteringen, die +hij zich voorgenomen had in te voeren, zoowel in het militair als in +het civiel bestuur der nederzetting; dat hij de meening verkondigde +en verdedigde, dat de ligging van het oude Abyla niet minder was +dan die van Calpi aan de andere zijde van de zeeëngte; dat hij +beweerde, dat het mogelijk was er een waar Gibraltar van te maken, +even onneembaar als zijn Britsche tegenhanger; dat hij protesteerde +tegen de onbeschofte woorden van master Ford: dat Ceuta aan Engeland +moest toebehooren, omdat Spanje er niets van weet te maken en onbekwaam +is om het te behouden indien het aangevallen werd; dat hij zich zeer +vertoornd betoonde over die halsstarrige Engelschen, die nergens +den voet aan wal kunnen zetten, zonder dat die voet dadelijk wortel +schiet. Neen waarlijk, dat was niet te verwonderen. + +"Inderdaad", riep hij vrij opgewonden uit, "voordat zij er aan denken, +om zich van Ceuta meester te maken, moeten zij er voor waken, dat +zij Gibraltar behouden! Er bestaat daar een berg, die Spanje op hun +hoofd zou kunnen neerstorten!" + +Dokter Antekirrt, zonder te vragen op welke wijze de Spanjaarden een +zoodanig gewelddadig geologisch verschijnsel in het leven zouden kunnen +roepen, wachtte zich wel die bewering tegen te spreken, die met al de +opgewondenheid, een hidalgo zoo eigen, geuit was. Daarenboven werd het +gesprek door het plotseling stil houden van het rijtuig afgebroken. De +koetsier had zich genoodzaakt gezien zijne paarden te moeten inhouden +bij eene verzameling van gedeporteerden, die als het ware den weg +afsloten. Het was eene bepaalde opstopping, zooals men wel in groote +steden, maar niet in eene verbeteringsplaats kon verwachten. + +De gouverneur werd ongeduldig, wenkte met een enkel gebaar een der +brigadiers van het bewakings-detachement, om tot hem te komen. Die +agent naderde hem dadelijk met den voorgeschreven versnelden militairen +pas. Bij het rijtuig aangekomen, bracht hij de hielen op dezelfde lijn, +sloot het dikke der kuiten tegen elkander, bracht de rechterhand aan de +klep zijner politiemuts, en wachtte in die voorschriftmatige houding, +totdat de gouverneur het woord tot hem zoude richten. + +Al de andere aanwezigen, zoowel bewakers als gevangenen, hadden zich +op een gelid aan weerszijden van den weg geschaard en keken eerbiedig +toe, zonder een vin te durven verroeren. + +"Wat is er aan de hand?" vroeg de gouverneur. "Waarom die versperring +van den weg?" + +"Excellentie," antwoordde de brigadier, "wij hebben een veroordeelde +op de helling van het talud van den weg vinden liggen. Hij schijnt +slechts ingeslapen te zijn..." + +"Welnu, brigadier? Wat heeft dat te beduiden?" ging kolonel Guyara +met vragen voort. + +"Men is er niet in geslaagd hem wakker te kunnen maken, Excellentie," +was het antwoord. + +"Sinds hoelang is die man in dien toestand, brigadier?" + +"Sedert een uur ongeveer, Excellentie," was het eerbiedige antwoord +van den ondergeschikte. + +"En slaapt hij steeds door? Het is, alsof gij mij een sprookje +vertelt." + +"Steeds, Excellentie." + +"Hoe weet gij dat, brigadier? Hebt gij u daarvan overtuigd? Zeg?" + +"Ja, Excellentie. Hij is zoo ongevoelig, alsof hij dood ware. Men +heeft hem geschud, men heeft hem geprikt...." + +"Wat verder?" + +"Men heeft hem geroepen, zelfs een pistoolschot vlak bij het oor +gelost." + +"Welnu?" + +"Excellentie, hij voelt niets en hij hoort niets! Hij blijft ongevoelig +en bewusteloos liggen." + +"Waarom heeft men den geneesheer van het Presidio niet gehaald?" vroeg +de gouverneur. "Dat is eene nalatigheid." + +"Ik heb hem laten halen, Excellentie; maar men trof hem niet te huis" + +"En?" + +"In afwachting dat hij komt, weten wij niet, wat wij met dien man +moeten uitvoeren." + +"Welnu, laat hem naar het hospitaal dragen! Mij dunkt, dat is nog +al eenvoudig." + +De brigadier was op het punt dat bevel te doen uitvoeren, toen dokter +Antekirrt tusschenbeide kwam. + +"Heer gouverneur," sprak hij, "wilt gij mij in mijne hoedanigheid van +geneesheer veroorloven, dien hardnekkigen slaper te onderzoeken. Ik +wenschte hem wel van nabij gade te slaan." + +"Waarachtig, dat 's waar ook," zei de gouverneur, "dat behoort tot +uw departement!... Een boef, die door dokter Antekirrt behandeld +zal worden!... Waarlijk, de kerel zal zich niet te beklagen hebben, +dunkt me." + +Het drietal stapte uit het rijtuig en de dokter naderde den +veroordeelde, die op het talud van den weg uitgestrekt lag. Het leven +vertoonde zich bij dien man, die in diepen slaap gedompeld was, +niet anders meer dan door eene ietwat hijgende ademhaling en door +eene snellere beweging van den pols. Dat was alles. + +De dokter wenkte, dat de omstanders meer achteruit zouden wijken, +om de toetreding van meer lucht mogelijk te maken. Toen dat gebeurd +was, bukte hij zich over dat schijnbaar levenlooze lichaam, en sprak +tot Carpena, maar met een zachte stem. Daarna bekeek hij hem een +lange poos, alsof hij een zijner wilsuitingen in de hersenen van den +galeiboef wilde doen doordringen. + +En zich toen oprichtende, zeide hij kalm en bedaard, alsof het geheele +voorval niets te beduiden had: + +"Het is niets! Die man is slechts door een aanval van magnetischen +slaap overvallen geworden!" + +"Waarlijk?" vroeg de gouverneur. "Niets anders dan dat?" + +"Niets anders," antwoordde de dokter met een schier onmerkbaren +glimlach op de lippen. + +"Dat is inderdaad zonderling," meende de gouverneur. "Vindt gij niet, +dokter Antekirrt?" + +"Toch niet," antwoordde deze ernstig en afgemeten in toon en +gebaren. "Zoo iets komt meer voor." + +"En kunt gij hem uit dien slaap wakker maken? Dat zou ik wel eens +willen zien." + +"Niets gemakkelijker dan dat!" antwoordde dokter Antekirrt +meesmuilend. "Kijk goed toe, kolonel." + +En na het voorhoofd van Carpena met de vingertoppen aangeraakt te +hebben, opende hij met vaardige en lichte hand de oogleden van den +lijder, en zeide toen: + +"Word wakker! ... ik wil het! Hoort ge?... Ik wil het... word wakker!" + +Carpena bewoog zich, eerst onmerkbaar schier, daarna meer duidelijk, +keerde zich om, opende de oogen, hoewel hij toch nog in een staat +van slaapdronkenheid en verdooving bleef. De dokter bewoog toen +verscheidene malen en in schuine richting de hand voor het gelaat van +den gedeporteerde, alsof hij ten doel had de hem omringende luchtlaag +in beweging te brengen. Langzamerhand verdween de verdooving. Toen +stond Carpena op en ging, evenwel loom en traag, en zonder dat hij +eenig bewustzijn scheen te hebben van hetgeen er voorgevallen was, +plaats tusschen zijne makkers nemen. + +De gouverneur Guyara, dokter Antekirrt en Piet Bathory stegen weer +in het rijtuig, dat de weg naar de stad vervolgde in vollen draf, +om het tijdverlies van het oponthoud in te halen. + +"Was de kerel, alles wel beschouwd, niet ietwat onder den invloed van +sterken drank?" vroeg de gouverneur met een spotachtigen glimlach. "Het +kwam mij zoo voor." + +"Dat geloof ik niet," antwoordde dokter Antekirrt ernstig. "Neen, +dat was het niet." + +"Vooreerst ontbrak geheel en al de alcohollucht," zei Piet Bathory, +die den dokter te hulp kwam. + +"Meent ge? Ik moet erkennen, dat ik daar niet op gelet heb," zei +kolonel Guyara. + +"En dan valt hier slechts eene eenvoudige uitwerking van het +somnambulisme te constateeren." + +"Maar hoe kan die uitwerking te voorschijn geroepen zijn?" vroeg +de gouverneur. + +"Daarop kan ik niet antwoorden, heer gouverneur. Misschien is die +man onderhevig aan dergelijke aanvallen." + +"Maar hij is nu op de been, verdere zorgen mijnerzijds zijn nu +overbodig en deze aanval zal hem geen kwaad doen." + +"Mijnentwege," dacht de gouverneur. "Zoo'n boef! Alsof ik mij daarom +bekommeren zou." + +Het rijtuig bereikte weldra den gordel der vestingwerken, reed de +stad in en dwars door en hield stil op een klein plein, waarbij de +verschillende inschepings-kaden van Ceuta uitkwamen. + +Daar nam dokter Antekirrt hartelijk afscheid van den kolonel Guyara. + +"Ziet, daar ligt de _Ferrato_," sprak de eerstgenoemde, terwijl hij +naar het sierlijk stoomjacht wees, dat op de open reede bevallig +door de deining heen en weer bewogen werd. "Vergeef mij, dat ik +u uwe belofte herinner. Gij zult niet vergeten, heer gouverneur, +dat gij aangenomen hebt, om aanstaanden Zondag-ochtend aan boord te +komen ontbijten?" + +"Zeker niet, dokter Antekirrt. Evenmin als gij vergeten zult, dat gij +Zondag-avond op het gouvernementshuis dineeren zult! Denk daar ook om; +want ik reken er op." + +"Ik zal woord houden, heer gouverneur, dat verzeker ik u," zei dokter +Antekirrt met plichtpleging. + +"En ik ook, wees daar verzekerd van," was het wederantwoord van +den kolonel. + +Beiden scheidden en de gouverneur verliet de kade niet, dan nadat +hij de sloep had zien afsteken. + +"Een merkwaardig man!" zei hij bij het heengaan tot zijn +adjudant. "Bepaald een merkwaardig man." + +De jonge officier knikte toestemmend, zooals dat een goed +ondergeschikte betaamt. + +Toen de sloep aan boord gekomen was, antwoordde dokter Antekirrt +op de vraag van Piet Bathory, of alles volmaakt naar zijn wensch +was afgeloopen en of hij de uitvoering zijner plannen meer nabij +gekomen was: + +"Ja!" + +"Meent gij dat wezenlijk?" vroeg Piet Bathory, niet zonder ietwat +verbazing te laten blijken. + +"Zeker! Want Zondag-avond zal Carpena met of zonder vergunning van +den gouverneur aan boord van de _Ferrato_ zijn." + +Tegen acht uren verliet het stoomjacht zijne ankerplaats, wendde +den steven noordwaarts en weldra verdween de berg Hacho, die deze +Afrikaansche kusten beheerscht, in den nevel, die zich bij het vallen +van den avond uit den Atlantischen Oceaan en uit de Middellandsche +zee verhief. + + + + + +II. + +EENE PROEFNEMING VAN DOKTER ANTEKIRRT. + + +Een passagier, wien men niets omtrent de bestemming van het vaartuig, +waarop hij zich bevindt, medegedeeld heeft, kan onmogelijk raden op +welk gedeelte van den aardbol hij aanlandt, wanneer hij te Gibraltar +voet aan wal zet. + +Vooreerst is het eene kade, die men ziet, welke van kleine inhammen +voorzien is, om het aanleggen der sloepen van de zeekasteelen +gemakkelijk te maken; daarna krijgt men een bastion te zien, dat +gevormd wordt door den walgang, waaronder een poort doorvoert, welke +geheel zonder karakter of bouwstijl is. Vervolgens komt men op een +onregelmatig plein, dat allerwege door hooge kazernes omgeven is, +die zich terrasgewijze langs de heuvelhelling verheffen; en eindelijk +bevindt men zich in eene lange, smalle en bochtige straat, die den +naam van Mainstreet voert. Eigenaardig, de macadam van die straat +blijft steeds vochtig, welk weer het ook zijn moge. Daarin komen +en gaan, te midden van de pakkendragers, van de sluikhandelaars, +van de schoenpoetsers, van de sigaren- en lucifers-verkoopers, +tusschen de kruiwagens, de draagmanden en de karretjes, met groenten +en vruchten beladen, tusschen de draaiorgels en liedjeszangers, als +een cosmopolitisch mengelmoes, Maltezers, Marokkanen, Spanjaarden, +Italianen, Arabieren, Franschen, Portugezen, Duitschers--dus zoowat +van alles, zelfs inboorlingen van het Vereenigd Koninkrijk, die +hoofdzakelijk door infanteristen vertegenwoordigd worden, die met hun +eigenaardigen rooden uniformjas, terwijl de artilleristen een licht +blauwen dragen, eene bonte afwisseling daarstellen, vooral met hunne +gaarkeuken-petjes op het hoofd, die den vorm eener kleine taart hebben, +en slechts op een oor door een evenwichts-kunststuk gedragen worden. + +Toch bevindt men zich in weerwil van dat alles te Gibraltar, en die +zoogenaamde Mainstreet strekt zich door de geheele stad uit, van de +Zeepoort af tot aan de Alamedapoort. + +Van dit laatste punt af verlengt zij zich naar de zuidelijke punt van +Europa en voert langs veelkleurige villa's en groenende squares, onder +het lommer van hoog plantsoen en te midden van prachtige bloemperken, +die afgewisseld worden met kanonbatterijen van ieder stelsel en met +kogelstapels van ieder kaliber, langs boschjes van sierplanten, die +in iedere luchtstreek tehuis behooren, en dat zoo over eene lengte +van vier duizend drie honderd meters. Dat is ongeveer de maat van +de rots van Gibraltar, die den vorm van een hoofdeloozen drommedaris +vrij wel nabij komt, welke gehurkt zou liggen op de zandvlakte van San +Roqua en wiens staart zich met een weinig verbeeldingskracht tot in +de Middellandsche zee zoude uitstrekken. Waarlijk, een merkwaardige +verschijning, van uit zee gezien. + +Die kolossale rotsklomp verheft zich op vier honderd vijf en twintig +meters loodrecht boven de oppervlakte van den Oceaan en bedreigt met +zijne kanonnen, met zijne "oude besjestanden" zooals de Spanjaarden ze +noemen, het vasteland van weerszijden, zoowel Afrika als Europa. Van +die kanonnen bevinden zich daar ruim achthonderd stuks, wier mondingen +door de schietgaten in de borstweringen en schildmuren der bomvrije +kasematten ingesneden, te ontwaren zijn, en het alles een uiterst +somber aanzien verleenen. + +Twintig duizend ingezetenen en zes duizend militairen der bezetting +wonen als het ware op de eerste verdieping van die rots, waarvan de +voet door de zee bespoeld wordt, zonder de vierhandige bewoners te +rekenen, die beruchte "monos", een soort van staartelooze apen, Simia +Ecaudato genaamd, die als de nakomelingen van de oudste familiën van +de streek, maar in waarheid als de ware grondbezitters te beschouwen +zijn van de hellingen en hoogten van het oude Calpé. Dit zijn de +eenige apen, die op Europeesch grondgebied aangetroffen worden, +de menschelijke apen natuurlijk uitgezonderd. + +Die apen zijn de sierlijkste exemplaren van het geheele geslacht der +vierhandigen. Zij zijn over den rug en aan de zijden kastanjebruin met +uiterst fijne leikleurige stipjes aan de armen en het onderlijf, maar +met sneeuwwitte stipjes aan de beide zijden van den staartwortel. Het +hoofd dier dieren schittert met eene geelachtig groene kleur met +zwarte stippen, het aangezicht is purperblauw en de baard geel met +een zwarte streep tusschen het oog en het oor. Deze apen worden +dikwijls naar andere landen overgebracht, hoewel men hun vaderland +niet met juistheid weet aan te geven en men aangenomen heeft, dat +zij op de rotsen van Gibraltar in den natuurstaat voorkomen. Zooveel +is zeker, dat hun vaderland binnen den noorder keerkring en in het +westelijk gedeelte van Afrika gelegen is, vanwaar zij, daar de apen +over het algemeen goede zwemmers zijn, naar Europa overgestoken +kunnen zijn. Deze apensoort weet zich zeer goed aan de gematigde +luchtgesteldheid te gewennen; zij kunnen in gevangen staat lang leven +en worden zeer mak. Zij verloochenen evenwel nimmer hunnen grappigen +aard en verwerven daardoor veler gunst. + +Van den top van de rots van Gibraltar beheerscht de bezoeker de +geheele zeeëngte, kan hij het Marokkaansche strand gade slaan en +heeft aan de eene zijde een vergezicht over de Middellandsche zee en +aan den anderen kant op den vollen Atlantischen Oceaan, die, wanneer +het weder helder is, een prachtigen aanblik oplevert. + +De Engelschen bespieden van die hoogte met hunne uitstekende teleskopen +en verrekijkers, een omtrek van ruim twee honderd kilometers, en +laten niet na, nauwgezet gade te slaan, wat in dien kring voorvalt, +ten einde steeds op hunne hoede te zijn. + +Gibraltar, eigenlijk een voorgebergte, is sedert 1704 eene aan +Engeland toebehoorende rotsvesting met een stad. Deze ligt in de +Spaansche provincie Cadix, in Andalusië, op drie geografische mijlen +ten noordoosten van kaap Tarifa, de zuidelijkste punt van Europa. De +rots met hare vestingwerken, is door eene strook neutralen grond, eene +lage door lagunen of haften doorsneden landtong, met het vasteland +verbonden en schijnt derhalve in zee te liggen. Die rots is tien +duizend meter lang, vijftien honderd meter breed en vier honderd +meter hoog, bestaat uit fijnkorrelige Jurakalk, welke op Silurisch +gesteente rust, en bevat onderscheidene grotten en druipsteenholen, +onder anderen de Cueva de Miquel. De bergkam heeft eene dakvormige +gedaante en telt drie kruinen. Op de middelste van deze bevindt +zich het Signaalhuis (Signalhouse) en een uitmuntend hôtel. Aan den +zeekant gaat de rots over in een terras, dat allengs lager wordt, maar +eindelijk steil, ja schier loodrecht in zee afdaalt. Op zijn sterk +bevestigden zuidelijken rand, op de Punta d'Europa, verheft zich een +vuurtoren op 36° 6' 42'' Noorderbreedte. De westelijke helling, hoewel +ook rotsachtig en steil, heeft gelegenheid gegeven tot stichting der +stad Gibraltar. Daarentegen vormen de oostelijke en noordelijke zijden +nagenoeg loodrechte muren. Aan de andere zijde van den aarden wal, +op de reeds vermelde landtong opgeworpen, verheft zich op eene rots +de Spaansche stad Santa Roqua. + +Natuur en kunst hebben Gibraltar tot eene onoverwinnelijke vesting +gemaakt en deze is in handen der Engelschen de sleutel tot de +Middellandsche zee. Behalve aan de loodrechte oostzijde is zij overal +bevestigd door batterijen, forten, redouten, wallen, gecreneleerde +muren en ver uitspringende bastions. Zooals reeds verhaald is, bedraagt +de bewapening der vesting ruim acht honderd vuurmonden, welker aantal +gemakkelijk tot twee duizend kan vermeerderd worden. Deze metalen +vuurmonden staan steeds gereed, om alle nadering van den vijand te +verhinderen. De vestingwerken zijn voor het grootste gedeelte in +de rots uitgehouwen. Merkwaardig zijn vooral de hooggewelfde breede +rotsgaanderijen, gedurende de laatste belegering der Spanjaarden van +1779-1781, ter hoogte van twee honderd en drie honderd meters en twee +honderd en zestig meters diepte in het gesteente aangebracht--twee +boven elkander gelegen gangen, die met honderden zware stukken geschut +bewapend zijn. + +Er is eene veilige en voldoende bomvrije wijkplaats voor het gewone +garnizoen, hetwelk, zooals reeds medegedeeld werd, uit drie duizend +man bestaat. Acht ontzettend groote bomvrije waterbakken en een +kolossaal diepe put leveren genoegzame waarborgen tegen mogelijk +watergebrek. Nergens in Europa is het klimaat zoo warm; maar het is er +toch zeer gezond. Alle zuidelijke gewassen willen er gaarne tieren. De +berg is trouwens geen kale rots; runderen, schapen en geiten vinden +er een weelderigen plantengroei. + +Terrasvormig verheft zich de stad Gibraltar, aan de westzijde der +indrukwekkende rots. Bij bovenbedoelde belegering door de Spanjaarden, +werd zij in de asch gelegd, doch later weer opgebouwd. Het hoogste +gedeelte der stad ligt veel, zeer veel hooger dan het laagste; de +straten zijn er zeer eng en de huizen geheel in Engelschen trant +gebouwd, doch meestal donkerkleurig geverfd, zoodat ze van de +donkergrijze kleur der rots nauwelijks te onderscheiden zijn. + +Slechts hier en daar zijn er woningen door tuinen omgeven. Voor +de stad vindt men een prachtig park, Alameda-garden genaamd, met +sierlijke gewassen beplant. Van hier loopt langs de helling van den +berg tusschen vestingwerken, forten, kazernes, magazijnen, villa's +en tuinen, een weg naar Punta d'Europa. + +Merkwaardige openbare gebouwen zoekt men er te vergeefs. Het +gouvernements-gebouw, door een fraaien tuin omgeven, was voorheen +een Franciskaner klooster, en van de vroeger zoo prachtige kerk is +een gedeelte in een balzaal en het andere in een Engelsch bedehuis +herschapen. Van de voormalige Roomsch-Katholieke kerken, die meest +in magazijnen werden veranderd, is alleen de Maria-kerk overgebleven. + +Voorts bevinden zich te Gibraltar drie synagogen, eene moskee; +uitmuntende scholen, goede hôtels en koffiehuizen en fraaie winkels; +maar geen schouwburg. Op eene hoogte, aan de noordzijde der stad; +heeft men de artillerie-kazerne en de militaire gevangenis in het oude +Moorsche kasteel, hetwelk uit de VIIIe eeuw dagteekent. Het Britsche +grondgebied heeft eene oppervlakte van slechts O.69 vierk. geografische +mijlen. Hoewel alle levensmiddelen te Gibraltar aangevoerd moeten +worden, heerscht er steeds overvloed, en de vele schepen, die er ten +anker komen,--jaarlijks ongeveer tienduizend,--geven aanleiding tot +een levendig handelsverkeer. Ook wordt er een aanmerkelijke sluikhandel +gedreven met Spanje. + +Karel V liet de oude Moorsche vestingwerken door den beroemden +ingenieur Spreekel uit Straatsburg, naar de beginselen der nieuwere +Europeesche vestingbouwkunde veranderen. Gedurende den Spaanschen +Successie-oorlog werd de vesting door de Engelschen aan de Spanjaarden +ontrukt. Eene Engelsche vloot onder Admiraal Rook verscheen den +21sten Juli 1704 in de wateren van Gibraltar en zette een klein maar +dapper korps Britsche en Nederlandsche krijgslieden aan den wal, +die reeds den 4en Augustus onder aanvoering van den Keizerlijken +luitenant-veldmaarschalk Prins George van Hessen Darmstadt de vesting +bij overrompeling innamen. Philippus V liet toen de stad den 12en +daaropvolgende met tienduizend man van de landzijde aantasten en de +vesting aan de zeezijde door vier en twintig schepen onder admiraal +Poyer insluiten, doch zijne pogingen werden zoowel door de batterijen +der rotsvesting, als door den bijstand der Nederlandsch-Engelsche vloot +verijdeld. Eene herhaling dier pogingen in 1705 had geen ander gevolg, +dan dat de admiraal Pontis in de haven van Gibraltar de nederlaag +leed. In 1714 bij den vrede van Utrecht werd Engeland uitsluitend in +het bezit van Gibraltar bevestigd en na dien tijd heeft dat Rijk alle +hulpmiddelen aangewend om Gibraltar, het bolwerk van zijnen handel in +de Middellandsche zee, onoverwinnelijk te maken. Dit was tevens oorzaak +van den klimmenden naijver van Spanje, dat den 7en Maart 1727 het beleg +voor Gibraltar sloeg, hetwelk echter, na de komst van den Britschen +admiraal Wager met elf oorlogschepen, opgebroken moest worden. + +Te vergeefs bood Spanje twee millioen pond sterling voor de vesting; +het moest volgens het verdrag van Sevilla, in 1729 gesloten, van alle +aanspraken op Gibraltar afzien. + +In 1779 werd Gibraltar opnieuw te water en te land door de Spanjaarden +ingesloten; maar de Britsche admiraal Rodney wist middelen te vinden, +om de bedreigde vesting van versterking en munitie te voorzien. De +bezetting deed op den 27sten November 1781 een gelukkigen uitval naar +de landzijde onder de generaals Elliot en Ross, waarbij zij door haar +vuur al de belegeringswerken, die door de Spanjaarden waren aangelegd, +vernielden. Het plan der Spanjaarden, om door middel van drijvende +batterijen de vesting van de zeezijde te veroveren, leed schipbreuk +op de uitstekende maatregelen van Lord Elliot. + +De vrede van 1783 liet eindelijk Gibraltar in het bezit der Engelschen, +nadat de belegering van 1779 tot 1782 aan de oorlogvoerende Mogendheden +meer dan honderd tachtig millioen gulden gekost had. + +Na die uitwijding over de voornaamste vesting, die in Europa +aangetroffen wordt, hervatten wij ons verhaal. + +Wanneer de _Ferrato_, door een gelukkig gesternte geleid, twee dagen +vroeger op de reede van Gibraltar ware aangekomen, wanneer dokter +Antekirrt en Piet Bathory alsdan tusschen zonsopgang en ondergang op +de smalle kade ontscheept, de Zeepoort ingestapt en de Mainstreet tot +buiten de Alamedapoort gevolgd waren, om zich naar de fraaie tuinen +te begeven, die zich tot nagenoeg ter halverhoogte van den rotsheuvel +aan de linkerzijde verheffen, dan zouden wellicht de gebeurtenissen, +die wij te vertellen hebben, een sneller en ongetwijfeld een geheel +ander verloop hebben gehad. + +Inderdaad zaten in den achtermiddag van den 19en September op een +dier hooge houten banken, die gewoonlijk in de Engelsche Squares te +vinden zijn, onder beschutting van het hooge geboomte en met den rug +naar de kanonbatterijen gekeerd, die met hun vuur de geheele reede +kunnen bestrijken, twee personen met elkander te praten, waarbij zij +er evenwel nauwkeurig voor zorgden, dat zij niet door de wandelaars +konden worden beluisterd. + +Die twee personen waren onze oude kennissen, Sarcany en de +Marokkaansche vrouw Namir. + +De lezer zal, hopen wij, de bijzonderheid wel niet vergeten hebben, +dat de Tripolitaan Sarcany zich op het eiland Sicilië bij Namir moest +vervoegen, terzelfder tijd dat de medegedeelde rooftocht naar de +Case Inglese ondernomen zoude worden, waarbij Zirone evenwel zoo'n +vreeselijken dood vond. + +Sarcany, die bijtijds van dien noodlottigen afloop onderricht werd, +veranderde toen dadelijk zijne plannen, waaruit noodzakelijk volgde, +dat dokter Antekirrt hem natuurlijk gedurende acht volle dagen, +die hij ter reede van Catania doorbracht, te vergeefs wachtte. + +De Marokkaansche had van haren kant, luidens de bevelen, die zij +ontvangen had, dadelijk Sicilië verlaten, om naar Tetuan op de +Marokkaansche kust terug te keeren, alwaar zij destijds woonde. + +Van Tetuan vertrok zij naar Gibraltar, alwaar Sarcany haar verzocht +had te komen. + +Hij was den vorigen dag reeds aangekomen en rekende er op den volgenden +dag te kunnen vertrekken. + +Namir, de halfwilde gezellin van Sarcany, was hem met ziel en lichaam +toegedaan. Zij was het, die hem in de douars van het Tripolitaansche +rijk, als ware zij zijne moeder opgevoed had. Zij had hem nimmer +verlaten, zelfs gedurende dat tijdperk, toen hij makelaar in het +Regentschap was, waar hij geheimzinnige aanrakingen had met de +vreeselijke sektegenooten van het Senousisme, die met hunne plannen +het eiland Antekirrta bedreigden, zooals hiervoren reeds met enkele +woorden verhaald werd. + +Namir kende alle zijne gedachten, zoowel als al zijne daden, zelfs de +meest laakbare. Ja, in het ontwerpen en in de uitvoering had zij bijna +altijd haar deel. Zij was door eene soort van moederlijke liefde aan +Sarcany verbonden, en was wellicht meer aan hem gehecht dan Zirone, +zijn makker in lief en leed, het ooit was. Op een teeken, op een +gebaar van hem, zou zij ongetwijfeld eene misdaad begaan hebben, +zou zij den dood zonder aarzeling tegemoet gesneld zijn. + +Sarcany kon dus een onbeperkt vertrouwen in Namir stellen, en dat +hij haar naar Gibraltar had doen komen, was om haar te spreken over +Carpena, van wien hij thans alles te vreezen had. + +Dat onderhoud was evenwel het eerste, dat zij sedert de aankomst van +Sarcany te Gibraltar te zamen hadden. Het zou ook het eenige zijn en +het werd in de Arabische taal gevoerd. + +Sarcany begon het gesprek met eene vraag en ontving daarop een +antwoord, dat beiden ongetwijfeld als het meest belangwekkende +beschouwden, daar hunne toekomst er van afhing. + +"Sava?..." vroeg Sarcany met uiterst levendige stem en gebaar. "Waar +is Sava?" + +"Die bevindt zich te Tetuan in zekerheid," antwoordde het oude wijf, +met een grijnslach. + +"Dus ik kan daaromtrent gerust zijn? Gij staat mij voor het meisje +in?" vroeg de Tripolitaan. + +"Volkomen. Wees daaromtrent geheel gerust," was het antwoord van de +oude feeks. + +"Maar gedurende uwe afwezigheid! Dan zou van de gelegenheid gebruik +kunnen gemaakt worden...." + +"Geen nood! Ik heb mijn maatregelen te goed getroffen, om dienaangaande +iets te vreezen te hebben." + +"Verklaar u nader, Namir. Gij weet welke belangen met dat meisje op +het spel staan." + +"Gedurende mijne afwezigheid staat het huis onder opzicht eener oude +jodin, die het jonge meisje geen oogenblik zal verlaten. Op die vrouw +kan ik volkomen vertrouwen." + +"Is dat zeker?" + +"Alsof Sava in eene gevangenis zat, waarin niemand kan binnendringen +dan gij. Daarenboven..." + +"Ga voort... Ga dan toch voort... Ik brand van ongeduld. Dat ziet gij." + +"Daarenboven, Sava weet niet, dat zij te Tetuan is, zij weet niet wie +ik ben en zij weet nog minder, dat zij zich in uwe macht bevindt. Wees +dus volkomen gerust." + +"Spreekt gij haar nog steeds over dat huwelijk?... Gij weet, dat dit +van belang is." + +"Voorzeker, Sarcany," antwoordde Namir. "Ik laat haar niet van het +denkbeeld vervreemden, dat zij uwe vrouw moet worden. En dat zal +zij! Dat heb ik gezworen!" + +"Ja, het moet, Namir, het moet! En te meer, daar van het vermogen +van Toronthal nog maar weinig meer overblijft... Waarlijk, die arme +Silas heeft weinig geluk bij het spel." + +"Gij zult hem niet noodig hebben, Sarcany, om rijker te worden, +dan gij ooit geweest zijt!" + +"Dat weet ik, Namir, dat weet ik. Maar het laatste tijdstip, waarop +mijn huwelijk met Sava voltrokken moet wezen, nadert! En gij weet, +dan heb ik hare vrijwillige toestemming noodig, en wanneer zij mocht +weigeren... Dat ware dan al zeer noodlottig. Want dan ontgaat dat +vermogen mij." + +"Ik zal haar wel noodzaken toe te geven," antwoordde Namir +gemelijk. "Ja, ik zal haar die toestemming ontweldigen!... Laat dat +maar aan mij over, Sarcany!" + +Het was moeielijk zich een meer vastberaden en woester gelaat voor +te stellen, dan dat, hetwelk de Marokkaansche vertoonde, toen zij +zoo sprak. + +"Goed, Namir, zeer goed!" antwoordde Sarcany, geheel en al +gerustgesteld. + +"O, gij kunt op mij rekenen! Daarvan zijt gij te goed verzekerd, +niet waar, Sarcany?" + +"Ga voort met goed op te passen. Weldra zal ik mij bij u vervoegen," +antwoordde deze. + +"Komt het met uwe plannen nog niet overeen, om Tetuan weldra te +verlaten?" vroeg de Marokkaansche. + +"Neen, zoolang ik er niet toe genoodzaakt zal zijn," antwoordde +Sarcany met een glimlach. + +"Gij hebt gelijk," zei de Marokkaansche, op diepzinnigen en peinzenden +toon. + +"Niet waar? Niemand kent noch kan daar Sava Toronthal +kennen. Intusschen, wanneer de loop der gebeurtenissen mij noopte, +om haar te doen vertrekken, zal ik u bijtijds waarschuwen. Dat is +goed afgesproken, niet waar?" + +"Zoo is het goed, Sarcany," hernam Namir. "Maar zeg mij nu, waarom +gij mij naar Gibraltar hebt laten komen?" + +"Omdat ik u over zekere zaken te spreken heb, die het beter is te +zeggen dan te schrijven." + +"Spreek, Sarcany. En wanneer gij mij een bevel te geven hebt, spreek +het gerust uit. Wat het ook zij, ik neem op mij, om het uit te voeren, +al ware het ook een moord!" + +"Zoo erg is het niet; maar ziehier, Namir, de zaak. Luister +goed," antwoordde Sarcany: "Mevrouw Bathory is verdwenen en haar +zoon is dood! Van die familie heb ik dus volstrekt niets meer te +vreezen. Mevrouw Toronthal is dood en Sava is in mijne macht. Van +dien kant beschouwd, kan ik dus gerust zijn. Van de andere personen, +die mijne geheimen kennen of daarin betrokken zijn, is de eene Silas +Toronthal, mijn medeplichtige, geheel en al in mijne macht. De +andere, Zirone, is ellendig omgekomen bij zijn laatsten tocht op +Sicilië. Zoodat van die allen, die ik zooeven genoemd heb, niemand +kan praten en ook niemand zal praten!" + +"Welnu, mij dunkt, dat is geruststellend," zei Namir met haren +leelijken grijnslach. + +"Ja, maar ..." hernam Sarcany nog meer fluisterend en met aarzelende +stem. "Ja maar...." + +"Wat is er nog? Wien of wat hebt gij nog meer te vreezen?" vroeg Namir, +terwijl zij hem met onderzoekenden blik aankeek. + +"Ik vrees alleen nog maar de tusschenkomst van twee personen, waarvan +de eene een gedeelte van mijn verleden weet, en de andere zich in +mijne tegenwoordige plannen meer mengt dan mij inderdaad lief is." + +"Wie zijn dat?" vroeg Namir heftig en woest, terwijl zij opsprong. + +"De eene is Carpena," antwoordde Sarcany. "Gij weet wel, de Spanjaard +Carpena!" + +"Zoo!" gromde de Marokkaansche met sombere stem. "En wie is de andere?" + +"De andere... dat is die dokter Antekirrt, wiens verhouding tot de +familie Bathory mij vroeger te Ragusa al zeer verdacht voorkwam, +en mij nu ernstige ongerustheid inboezemt!" + +De oogen van het oude wijf flikkerden gedurende een ondeelbaar +oogenblik. + +"Ik heb bovendien van Benito, den kastelein van Santa Grotta +vernomen, dat die laatstgenoemde, die millioenen rijk is, Zirone door +tusschenkomst van een zekeren Pescados een loozen strik gespannen +heeft. Indien dat waar is, dan heeft hij dat gedaan om zich van +zijn persoon, daar ik niet in de nabijheid was, meester te maken, +natuurlijk met het doel om hem zijne geheimen te ontwringen!" + +"Mij dunkt, dat dit duidelijk genoeg is," antwoordde Namir. "Meer +dan ooit moet gij u voor dien dokter Antekirrt in acht nemen... Ik +heb u vroeger reeds voor dien persoon gewaarschuwd." + +"Dat is goed en wel; maar in de eerste plaats dien ik intusschen +steeds te weten, wat hij uitvoert..." + +"Dat is waar. En dat zal lang zoo gemakkelijk niet gaan, als gij wel +zoudt meenen." + +"Maar vooral waar hij zich bevindt. Dat moet en dat zal ik weten," +sprak de Tripolitaan. + +"Dat is zeer moeielijk, nog moeielijker dan het andere, Sarcany," +antwoordde Namir. + +"Waarom dat?" + +"Ik heb te Ragusa hooren vertellen, dat hij zich den eenen dag in +dit gedeelte der Middellandsche zee bevindt en den volgenden weer +aan het andere uiteinde!" + +"Ja, die man schijnt de gave der alomtegenwoordigheid te +bezitten!" riep Sarcany met een zucht uit. "Maar het zal niet gezegd +worden, dat ik hem zal veroorloven, mij spaken in het wiel te steken, +zonder dat ik een woordje meegepraat zal hebben. Dat die dokter zich +ernstig in acht neme!" + +"Voorzichtig, Sarcany!" vermaande de oude. "Voorzichtig toch! Als +gij met vuur omgaat..." + +"En al moest ik hem tot op zijn eiland Antekirrta gaan opzoeken," +ging Sarcany hartstochtelijk voort, "ik zal hem..." + +"Als dat huwelijk voltrokken is," suste hem Namir, "dan zult gij +van hem en van niemand meer iets te vreezen hebben. Niet waar, +Sarcany? Van niemand meer?" + +"Ongetwijfeld, Namir; ... maar intusschen ... is dat huwelijk nog +niet voltrokken." + +"Middelerwijl moeten wij oppassen, moeten wij zorgvuldig +uitkijken! Daarenboven, wij zullen steeds een voordeel boven hem +hebben! Gij verstaat mij, hoop ik?" + +"Welk, Namir? Neen, ik begrijp u niet geheel en al. Welk voordeel?" + +"Wij zullen kunnen vernemen, waar hij is, zonder dat hij weten kan, +waar wij ons bevinden." + +"Dat is waar." + +"Laten wij nu over Carpena spreken, Sarcany. Wat hebt gij van dien +man te vreezen?" + +"Carpena kent mijne verhouding tot Zirone. Hij weet, dat wij trouwe +makkers en vrienden waren." + +"Zoo!" + +"Sedert verscheidene jaren maakte hij deel uit van enkele +rooversexpedities, waarin ik de hand had. Hij kan praten en dan +... dan zou ik verloren zijn." + +"Accoord, maar Carpena bevindt zich thans in het Presidio van Ceuta, +veroordeeld tot levenslange galeistraf, wegens gepleegden moord, +niet waar?" + +"Ja, Namir, en het is juist dat, hetgeen mij verontrust. Dat wil ik +u niet verbergen." + +"Spreek, Sarcany. Spreek op, en ontvouw mij uwe geheimste +gedachten. Zeer waarschijnlijk kan ik helpen." + +"Carpena kan, om zijn toestand te verbeteren, om eene verzachting +van straf te erlangen, aan het verraden gaan." + +"Och, kom!... Zou hij daartoe in staat zijn? Dat geloof ik nog zoo +gauw niet." + +"Zoowel als wij weten, dat hij naar Ceuta gedeporteerd is, weten dat +anderen ook." + +"Dat is zoo. Ik moet erkennen, dat dit voor wederlegging niet +vatbaar is." + +"Anderen kennen hem persoonlijk. Bijvoorbeeld die Pescados, die hem +te Malta zoo beet gehad heeft. Nu zal dokter Antekirrt door dien man +wel middel weten te vinden, om tot hem te genaken." + +"Dat is niet onmogelijk," zei Namir peinzende. "En in dat geval is +inderdaad het gevaar groot." + +"Die man kan zijne geheimen door kracht van goud willen koopen. Daartoe +bezit hij de middelen." + +"Wat zou Carpena in het bagno van Ceuta met goud kunnen uitvoeren? Men +zou hem dat daar toch maar afnemen." + +"Hij kan hem willen doen ontsnappen, Namir. En dan kan Carpena altijd +goud gebruiken." + +"Ja, zoo beschouwd... Maar dat zou geld kosten. Veel, zeer veel +geld!" zei de Marokkaansche. + +"Daarvoor zal de dokter wel niet terugdeinzen. En inderdaad, het +verwondert mij, dat hij het nog niet gedaan heeft!" + +Sarcany, die trouwens schrander genoeg was, gaf hier blijken van zeer +scherpziende te zijn; want hij raadde inderdaad, welke de plannen +des dokters ten opzichte van den Spanjaard waren. Hij begreep als +bij instinct, alles wat hij van hem te vreezen had. + +Namir moest toegeven, dat Carpena, bij den thans bestaanden toestand, +zeer gevaarlijk kon worden. + +"Waarom," riep Sarcany uit, "is hij niet in stede van Zirone daar ginds +verdwenen! Hij ware beter in den krater van den Etna terecht gekomen!" + +"Wat niet in Sicilië gebeurd is," antwoordde Namir kalm en op ijskouden +toon, "kan nog te Ceuta geschieden, hoewel ik bekennen moet, dat hier +geen krater ter beschikking staat." + +Met dat woord was het vraagstuk zuiver gesteld. Die twee begrepen +elkander. + +Namir verklaarde toen, dat haar niets gemakkelijker zoude vallen, +dan van Tetuan naar Ceuta te gaan, zoo dikwijls als zij zulks noodig +zou kunnen oordeelen. Hoogstens een twintigtal mijlen zijn die twee +steden van elkander gescheiden. Tetuan bevindt zich iets voorbij de +strafkolonie, ten zuiden van de Marokkaansche kust gelegen. Daar nu +de veroordeelden aan de wegen of in de stad te werk zijn gesteld, zou +het zeer gemakkelijk zijn met Carpena, die haar kende, in aanraking +te komen, en hem dan te doen gelooven, dat Sarcany zich onledig +hield met een plan, om hem te doen ontsnappen. Zij zou hem dan eenig +geld kunnen geven, ook eenige levensmiddelen, als toevoegsel aan het +schrale maal der gevangenen. Wanneer het nu gebeurde, dat een stuk +brood of wel eene vrucht vergiftigd was, wie zou zich dan om den dood +van Carpena bekommeren? Wie zou er de oorzaken van opsporen? Niemand, +niet waar? Een galeiboef is geen mensch meer. Wie bekommert zich over +zijne verdwijning? + +Een schoft minder in het Presidio, dat zou geen voorval zijn, om den +gouverneur van Ceuta bovenmate te verontrusten! Dan zou Sarcany niets +meer van den Spanjaard te vreezen hebben, ook niet van de pogingen +van dokter Antekirrt, die er belang bij had, om Carpena's geheimen +te doorgronden. Een moord! Eenvoudiger kon het niet. + +Alles wel beschouwd, was het gevolg van dat onderhoud dit: terwijl van +de eene zijde alles klaar gemaakt werd voor de ontsnapping van Carpena, +werd van de andere zijde alles beproefd om die ontvluchting onmogelijk +te maken, door hem naar die strafkolonie der andere wereld te zenden, +vanwaar niemand ontvluchten kan. + +Toen alles behoorlijk overeengekomen was, wandelden Sarcany en +Namir weer naar de stad terug en namen daar een hartelijk afscheid +van elkander. + +Dienzelfden avond verliet Sarcany Spanje, om Silas Toronthal te gaan +opzoeken; terwijl Namir den volgenden ochtend, na de baai van Gibraltar +overgestoken te zijn, zich te Algesiras inscheepte aan boord van de +pakketboot, die geregeld den dienst tusschen Europa en Afrika verricht. + +Juist toen die pakketboot de haven verliet, kruiste zij een +pleizierjacht, dat spelevarende, de baai van Gibraltar rondstoomde, +alvorens in de Engelsche wateren het anker te laten vallen. + +Dat was de _Ferrato_. Namir, die het vaartuig gezien had, toen het +Catania aandeed, herkende het dadelijk. + +"Dokter Antekirrt hier!" prevelde zij binnensmonds. "Sarcany heeft +gelijk! Er is gevaar; en dat gevaar is wellicht reeds meer nabij dan +iemand onzer zelfs vermoedt." + +Weinige uren later ontscheepte de Marokkaansche vrouw te +Ceuta. Alvorens evenwel naar Tetuan terug te keeren, nam zij hare +maatregelen, om in aanraking met den Spanjaard te komen. + +Haar plan was eenvoudig, zoo eenvoudig zelfs, dat het slagen moest, +als haar ten minste de tijd gegund werd, om het ten uitvoer te +brengen. En dat zou slechts van de gelegenheid afhangen. + +Eene verwikkeling verrees evenwel, waarop Namir onmogelijk verdacht +kon geweest zijn. Carpena had zich namelijk, ten gevolge van de +tusschenkomst van dokter Antekirrt tijdens zijn eerste bezoek, ziek +gemeld; en hoewel hij dat niet was, was hij er in geslaagd, voor eenige +dagen in het hospitaal van de strafkolonie opgenomen te worden. Namir +bleef dus niets over, dan rondom het hospitaal te drentelen, zonder dat +het haar evenwel gelukte tot hem door te dringen. Wat haar evenwel +geruststelde, was, dat al kon zij Carpena niet te zien krijgen, +dat dit dokter Antekirrt, of zijne agenten evenmin gelukken zou. + +"Dus," dacht zij, "er bestaat geen onmiddellijk gevaar. Waarlijk, +een geluk bij een ongeluk!" + +En inderdaad, geene ontsnapping scheen te vreezen, zoolang de +veroordeelde zijn arbeid op de wegen der kolonie niet hervat had. + +Toch vergiste zich Namir bij die vooronderstelling. De opname van +Carpena in het hospitaal van de strafkolonie zou integendeel de +plannen des dokters begunstigen en het welslagen daarvan waarschijnlijk +verzekeren. + +De _Ferrato_ kwam in den avond van den 22sten September in het +binnenste gedeelte der baai van Gibraltar ten anker. Die baai +werd dikwijls door de westen- en zuidwestenwinden geteisterd, +zoodat oppassen de boodschap was. Maar het stoomjacht zou er niet +lang vertoeven, hoogstens gedurende den dag van den 23sten, dat +wil zeggen: den geheelen Zaterdag. Dokter Antekirrt en Piet Bathory +begaven zich dan ook, na aan wal gegaan te zijn, naar het Post Office +in de Mainstreet, waar zij post-restant brieven hoopten te vinden. + +Die hoop werd verwezenlijkt. Een door een der agenten op Sicilië aan +den dokter gerichte brief meldde hem, dat Sarcany, sedert het vertrek +der _Ferrato_, noch te Catania, noch te Syracuse, noch te Messina, +zich had laten zien. In één woord, dat hij spoorloos verdwenen was. + +Een andere brief, die door Pescadospunt aan Piet Bathory geadresseerd +was, berichtte, dat hij veel beter ging en dat geen spoor zijner +wond weldra zou overblijven. Dokter Antekirrt kon hem, zoodra hij +verkoos, zijn dienst doen hervatten. Natuurlijk ook Kaap Matifou, +die aan beiden de eerbiedige groeten van een rustend Hercules aanbood. + +De derde brief eindelijk was aan Luigi Ferrato gericht en kwam van +Maria. Deze was, en dat valt wel te begrijpen, meer een brief van +eene moeder dan wel van eene zuster. + +Wanneer dokter Antekirrt en Piet Bathory zes en dertig uren vroeger +in de openbare tuinen van Gibraltar rondgewandeld hadden, zouden zij +voorzeker Sarcany en Namir ontmoet hebben. + +Die dag werd gebezigd, om de kolenruimen van de _Ferrato_ te vullen met +behulp der gabara's, eene soort van lichters, die de steenkolen gingen +halen bij de kolenschepen, die vlottende magazijnen, welke op de reede +ten anker lagen. Men vulde ook den zoetwatervoorraad aan, benoodigd +zoowel voor de stoomketels, als voor de waterkisten en watervaten +van het stoomjacht. In het voornaamste werd dus dadelijk voorzien. + +Alles was dus aangevuld en in orde, toen de dokter en Piet, die +in een hôtel op de Commercial Square gedineerd hadden, aan boord +terugkwamen, op het oogenblik dat het "first gun fire", het eerste +kanonschot, de sluiting verkondigde der poorten van die stad, waarin +de krijgstucht even streng en voorbeeldeloos gehandhaafd werd, als +in eene strafkolonie van Norfolk of van Cajenne, of in eene Duitsche +vesting als Mainz of Coblenz. + +Toch lichtte de _Ferrato_ niet dienzelfden avond het anker. Daar het +vaartuig slechts kleine twee uren noodig had, om de zeeëngte over te +steken, ging het eerst den volgenden ochtend tegen acht uren onder +stoom. Toen stoomde het met volle kracht in de richting van Ceuta, +na onder het vuur der Engelsche batterijen voortgestevend te zijn, +die hunne excercitie-vuren wel wilden staken, om het bevallige +pleiziervaartuig niet in den vollen romp te treffen en in den grond +te boren. + +Om half tien kwam het aan den voet van den berg Hacho aan; maar daar +de bries uit het noordwesten blies, zouden de ankers op dezelfde +plaats waar het stoomjacht drie dragen te voren ter reede gelegen had, +niet gehouden hebben. De kapitein ging dus aan de andere zijde der +stad ankeren in eene kleine kreek, welke door hare ligging tegen de +zeewinden gedekt was. Daar liet de _Ferrato_ op twee kabellengten +afstand van den oever het anker vallen. Het vaartuig zwenkte voor +de aanrollende zee om, met den boeg in den wind, en bleef toen +onbewegelijk liggen. + +Dokter Antekirrt ontscheepte twee uren later op een kleinen pier, +die in zee uitgebouwd was. + +Namir, die hem bespiedde, had geen enkele der wendingen en bewegingen +van het stoomjacht uit het oog verloren. De dokter herkende haar +natuurlijk niet; hij had haar ter nauwernood bij het vallen van den +avond op den bazaar van Cattaro ontmoet, en haar toen waarschijnlijk +niet eens opgemerkt. Zij daarentegen, had hem dikwijls te Gravosa en +te Ragusa ontmoet. Zij herkende hem dan ook dadelijk, en besloot, +gedurende al den tijd dat het stoomjacht te Ceuta zou doorbrengen, +uiterst voorzichtig en zeer nauwgezet op hare hoede te zijn. + +Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur van de kolonie, +vergezeld van een zijner adjudanten, hem op de kade af te wachten. Dat +was inderdaad een eerbetoon, hetwelk niet iedereen gegund werd. + +"Goeden dag, waarde gast! en welkom hier!" riep kolonel Guyara +uit. "Gij zijt een man van uw woord. En, nu gij mij voor den geheelen +dag toebehoort..., zult gij mij niet ontsnappen." + +"Heer gouverneur, ik zal u eerst dan toebehooren, wanneer gij mijn +gast zult geweest zijn. Vergeet niet..." + +"Wat, dokter Antekirrt? Als ik u vriendelijk bidden mag...!" vroeg +kolonel Guyara. + +"Ik moet u herinneren, dat het ontbijt aan boord van de _Ferrato_ +gereed staat." + +"Dat's waar ook! Welnu, wanneer het ontbijt gereed staat, zou het +niet beleefd zijn, mij te laten wachten!" + +De sloep bracht den dokter met zijne genoodigden naar boord terug. De +tafel was weelderig voorzien, en allen deden het maal, hetwelk in +het salon van het stoomjacht klaar stond, alle eer aan. + +Gedurende het ontbijt liep het gesprek voornamelijk over het bestuur +der kolonie, over de zeden en gebruiken harer bewoners, over de +betrekkingen, die bestonden tusschen de Spaansche bevolking en de +inboorlingen. Als bij toeval, kwam dokter Antekirrt er toe, om over +dien veroordeelde te spreken, dien hij twee of drie dagen te voren +op den weg naar het gouvernementshuis uit een magnetischen slaap +gewekt had. + +"Hij herinnert zich ongetwijfeld niets meer?" vroeg hij niet zonder +belangstelling. + +"Niets," antwoordde de gouverneur. "Ten minste, zooals mij is +gerapporteerd geworden." + +"Dat verwondert mij niet," opperde dokter Antekirrt zoo ernstig +mogelijk. + +"Maar," ging kolonel Guyara voort, "hij is niet meer ten arbeid +gesteld aan de verharding der wegen." + +"Niet? Waarom niet? Hebt gij daar bijzondere redenen voor, heer +gouverneur?" + +"Neen, dokter Antekirrt," antwoordde de kolonel. "Volstrekt niet." + +"Waar is hij dan?" vroeg dokter Antekirrt, met een schakeering van +ongerustheid in zijne stem, die Piet Bathory alleen vermocht waar +te nemen. + +"Hij is in het hospitaal," antwoordde de gouverneur. "Het schijnt dat +dit toeval zijne kostbare gezondheid geschokt heeft, en, niet waar, +die moet hersteld worden?" + +"Wat is het voor een landsman? Is het een Franschman, een Duitscher +of een Italiaan?" + +"Neen, het is een Spanjaard, die Carpena heet," antwoordde kolonel +Guyara. "Hij is voor levenslang hier." + +"Is het een erge booswicht? Wat heeft hij voor streken uitgevoerd, +die hem hier gebracht hebben?" + +"Het is een gewone moordenaar, die hoegenaamd geene belangstelling +verdient, dokter Antekirrt. Als die kerel overleed, zou het waarlijk +geen verlies voor het Presidio zijn!" + +Daarna ging het gesprek op iets anders over. Waarschijnlijk wenschte +de dokter niet te laten blijken, dat hij eenigermate belang stelde in +dien gedeporteerde, die na weinige dagen, als hersteld, het hospitaal +zou verlaten. + +Toen het ontbijt ten einde geloopen was, werd koffie op het dek +rondgediend, en werd die met smaak verorberd, terwijl de blauwe +rookwolkjes der Manilla-sigaren van de gasten onder de zonnetent van +het achterschip bevallig omhoog kronkelden. + +Nadat die uitspanning een poos geduurd had, bood dokter Antekirrt den +gouverneur aan, om zonder verwijl naar den wal te gaan. Hij stelde zich +thans geheel ter beschikking en was gereed het geënclaveerde Spaansche +grondgebied in Afrika in alle zijne bijzonderheden te bezichtigen. + +Dat aanbod werd natuurlijk dadelijk aangenomen, en de gouverneur zou +tot het diner tijd te over hebben, om zijn beroemden gast rond te +geleiden en hem alles te laten bezichtigen. + +Dokter Antekirrt en Piet Bathory werden dan ook met zorg rondgeleid +door het geheele Spaansche grondgebied, zoowel door de stad, als door +de omstreken. Geen enkele bijzonderheid werd overgeslagen, noch in de +strafkolonie, noch in de kazernes der bezetting, noch daarbuiten. Dien +dag--het was op een Zondag--waren de gedeporteerden niet aan hunnen +gewonen arbeid gezet, zoodat de dokter hen in dien nieuwen toestand +kon waarnemen. + +Wat Carpena betreft, dien zag hij slechts ter loops, terwijl hij door +het hospitaal kwam, en hij scheen zijne aandacht niet te trekken. + +De dokter dacht dienzelfden nacht van Ceuta te vertrekken, om naar +Antekirrta terug te keeren, evenwel niet zonder het grootste gedeelte +van dien avond aan den gouverneur gewijd te hebben. Tegen zes uren +ongeveer kwam hij dan ook in het Gouvernementshuis terug, waar hem een +keurig diner wachtte, dat tot tegenhanger moest dienen van het ontbijt, +des ochtends aan boord van het stoomjacht de _Ferrato_ genoten. + +Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de dokter gedurende +die wandeling _intra et extra muros_, binnen en buiten de stad, door +Namir gevolgd was. Hij kon niet bevroeden, dat hij het voorwerp was +van zulk eene hardnekkige bespieding. Maar al had hij het geweten, +wat zou hij er tegen hebben kunnen doen? Niets, niet waar? + +Het ging vroolijk aan tafel toe. Eenige notabelen der kolonie, +verscheidene officieren met hunne echtgenooten, twee of drie rijke +handelaren waren genoodigd geworden, en die lieten vrij uit het +genoegen blijken, dat zij smaakten, zoo in de nabijheid te zijn van +den beroemden dokter Antekirrt en hem te kunnen zien en hooren. + +De dokter verhaalde gaarne van zijne reizen in het Oosten, door +Syrië, door Palestina, door Arabië, door Nubië, door Egypte, door +Noord-Afrika. Daarna bracht hij het gesprek weer op Ceuta. Hij kon +niets anders dan den gouverneur zijn compliment maken, die met zooveel +verdiensten het Spaansche geënclaveerde grondgebied bestuurde. Het +was volgens hem bewonderenswaardig. + +"Maar," liet hij er op volgen, "het toezicht over de veroordeelden +moet u toch soms zorgen veroorzaken, niet waar?" + +"Waarom zou het dat, waarde dokter? Ik trek mij de wereldsche zaken +zoo zeer niet aan. Ik volvoer mijn plicht..." + +"Maar die boeven zullen toch wel pogingen aanwenden, om te ontsnappen, +denk ik. En daartegen dient gewaakt te worden." + +De kolonel glimlachte minachtend, maar antwoordde niet dadelijk, +alsof hij nadacht. + +"Daar nu de gevangenen," ging de dokter voort, "er meer aan denken +om te ontvluchten, dan hunne bewakers om hun dat te beletten, volgt +daaruit, dat het voordeel aan den kant der gevangenen is. En het zou +mij niet verwonderen, wanneer nu en dan eenigen op het avondappèl +mankeerden." + +"Nooit!" riep de gouverneur uit. "Nooit! Ik zou wel eens willen zien, +dat zoo iets zou gebeuren!" + +"Evenwel, heer gouverneur... Er bestaan legenden van beroemde +ontsnappingen." + +"Waarheen zouden die vluchtelingen gaan? Vraag u dat eerst eens +af! Daarin zit de groote moeilijkheid." + +"Maar, mij dunkt, dat alle wegen voor hen open staan, en zij derhalve +maar te kiezen hebben." + +"Maar, dokter Antekirrt. Over zee is de ontsnapping onmogelijk! Over +land zou zij te midden van die woeste, onbeschaafde bevolking +van Marokko zeer gevaarlijk zijn. Onze gedeporteerden blijven dan +ook stil in het Presidio, zoo niet voor hun genoegen, dan toch uit +voorzichtigheid. Zij vinden, dat een levende galeiboef beter is dan +een doode ontsnapte." + +"Als dat zoo is," antwoordde de dokter, "dan kan ik u gelukwenschen, +heer gouverneur; want het is te vreezen, dat de bewaking der gevangenen +in de toekomst allengs moeielijker zal worden." + +"Om welke reden, als het u belieft?" vroeg een der genoodigden, +die te meer belang in het gesprokene stelde, dewijl hij directeur +der strafkolonie was. + +"Welnu, mijnheer," antwoordde de dokter, "omdat de studie der +magnetische verschijnselen bij het menschdom zeer groote vorderingen +heeft gemaakt...." + +"Wat hebben magnetische verschijnselen met de bewaking der gevangenen +te maken?" vroeg de verblufte directeur. + +Maar dokter Antekirrt liet zich niet uit het veld slaan, en vervolgde, +alsof hij niet gestoord ware: + +"Omdat de toepassing dier magnetische verschijnselen door iedereen +kan geschieden; omdat eindelijk de uitwerking of gevolgen der +gedachtenopdringing meer en meer algemeen worden zal en dat die niets +minder beoogen dan den eenen persoon in de plaats van den anderen +te stellen. Ik meen, dat onder zulke omstandigheden het bewaken +moeielijk wordt." + +"En, in dat geval?" ... vroeg de gouverneur nieuwsgierig, maar zonder +achterdocht. + +"In dat geval, heer kolonel, meen ik, dat het verstandig zal zijn, +niet alleen de gevangenen, maar ook hunne bewakers te bewaken. Dat +zult gij moeten toegeven!" + +"Hé, hé!" riep de directeur geërgerd uit. "Dat is sterk. Als de +bewakers bewaakt zullen moeten worden!" + +"Gedurende mijne reizen, heer gouverneur," ging dokter Antekirrt voort, +"ben ik getuige geweest van zoo buitengewone voorvallen, dat ik voor +mij geloof, dat in die reeks van verschijnselen alles mogelijk is." + +"Dus gij meent?..." vroeg kolonel Guyara uiterst nieuwsgierig. + +"Ik meen dus, heer gouverneur, dat gij in uw belang niet moet +vergeten, dat wanneer een gevangene zijns onbewust, zijns ondanks +zelfs, onder den invloed van een vreemden wil kan ontvluchten, +eveneens een bewaker, aan denzelfden invloed onderworpen, hem even +onbewust kan laten ontsnappen." + +"Zoudt gij ons kunnen uitleggen, waarin dat verschijnsel +bestaat?" vroeg de directeur der strafkolonie ernstig. + +"Zeker, mijnheer, kan ik dit uitleggen, wanneer gij zulks +verlangt. Spreek maar een woord." + +"Mag ik u dan om die uitlegging verzoeken? Gij zult mij daarmede +zeer verplichten." + +"Leeringen wekken, maar voorbeelden trekken en ... zijn beter. Een +enkel voorbeeld zal u beter doen begrijpen dan iedere uitleg," +antwoordde de dokter. + +"Wij zijn nieuwsgierig, dokter Antekirrt," zei de gouverneur. "En +wachten met ongeduld uw voorbeeld." + +"Veronderstelt, dat een bewaker eene natuurlijke voorbeschikking heeft +tot onderwerping aan den magnetischen of hypnotischen invloed; want dat +is hetzelfde, en laten wij aannemen, dat een gevangene dien invloed +op hem uitoefent... Welnu, van het oogenblik af dat deze laatste van +zijn invloed of zijne macht kennis zal dragen, zal hij baas over den +bewaker zijn, zal hij hem alles doen verrichten wat hij wil, zal hij +hem doen gaan, waarheen hij verlangt, zal hij hem noodzaken de deur +der gevangenis te openen, wanneer hij hem die gedachte zal opdringen." + +"Ongetwijfeld, heer dokter," antwoordde de directeur, "maar op eene +voorwaarde, niet waar?" + +"En die is?" vroeg dokter Antekirrt, met een goedkeurenden hoofdknik. + +"Dat de gevangene zijn bewaker eerst in slaap zal gemaakt hebben, +meen ik?" + +"Daarin vergist gij u, mijnheer," antwoordde de dokter hoogst ernstig. + +"Zou ik?" + +"Ja, gij vergist u. Al die daden kunnen volvoerd worden in wakenden +toestand, zonder dat de bewaker er eenig bewustzijn van heeft of +ondervindt." + +"Wat, gij beweert...?" + +"Ik beweer en verzeker, dat de gevangene aan den bewaker, die onder +zijn invloed is, kan zeggen: op dien dag, op dat uur, zult gij dit of +dat uitvoeren. Op dien dag zult gij mij de sleutels mijner cel brengen, +en hij zal gehoorzamen! Op dien dag zult gij de poort van het Presidio +openen, en hij zal het doen! Op dien dag zal ik u voorbijgaan en gij +zult mij niet zien!... Mij dunkt, heeren, dat is duidelijk." + +"Dat alles, wanneer hij wakker is?" vroeg de directeur steeds uiterst +ongeloovig. + +"Juist wanneer hij volkomen wakker is!" bevestigde de dokter op een +toon, die geen tegenspraak duldde. + +Toch werd hij, in weerwil van die bevestiging, een gebaar van ongeloof +gewaar, dat enkelen genoodigden, in weerwil zijner verzekering, +als huns ondanks ontsnapte. Zij allen waren onder den invloed van +den dokter en spraken en dachten, zooals hij verlangde. Op hen nam +hij de proefneming, om te ervaren, hoe ver hij gaan kon. + +"Niets is toch zekerder evenwel," zei toen Piet Bathory; "en ik zelf +ben getuige geweest van daadzaken ..." + +"Zoodat," zei de gouverneur, "men de stoffelijkheid van een persoon +aan den blik van een andere kan onttrekken?" + +"Geheel en al, heer gouverneur," antwoordde dokter Antekirrt, +"evenals men sommige sujetten zoodanig biologeeren kan, zoodanige +wijzigingen in hunne zinnen, in hun waarnemingsvermogen kan teweeg +brengen, dat zij zout voor suiker zullen aannemen, melk voor azijn, +of gewoon water voor geneeskundige afdrijvende middelen, waarvan +zij zelfs de gevolgen zullen ondervinden. Niets is op het gebied der +verbeelding of der halucinaties onmogelijk, want de hersens zijn aan +dien invloed onderworpen." + +"Dokter Antekirrt" zei toen de gouverneur, "ik meen het gevoelen van +alle mijne genoodigden uit te drukken, door u te zeggen, dat men die +zaken moet gezien hebben, om ze te kunnen gelooven!" + +"En, zelfs dan nog! ..." meende een der tegenwoordige personen bij +wijze van voorbehoud te moeten doen hooren. + +"Het is dus zeer betreurenswaardig," hernam de gouverneur, "dat de +weinige tijdruimte, die gij ons wijden kunt hier te Ceuta, u niet +veroorlooft, ons proefondervindelijk te overtuigen." + +"Maar... met uw verlof, heer gouverneur," zei de dokter tot den +gouverneur. + +"Wat wilt gij zeggen, dokter Antekirrt?" vroeg kolonel Guyara. "Gij +wildet iets zeggen." + +"Dat kan ik, als gij er uwe toestemming slechts toe wilt geven." + +"Mijne toestemming? Dadelijk," sprak de gouverneur opgewonden uit. + +"Dadelijk, wanneer gij zulks verkiest!" antwoordde dokter Antekirrt +bescheiden. + +"Ja, wat mij betreft," antwoordde de gouverneur. "Zult gij willen? Zult +gij kunnen?" + +"Gij hebt slechts te spreken. Gij, heer gouverneur, zijt hier te te +Ceuta de baas." + +"Welnu, uit naam van het geheele gezelschap, verzoek ik u onze +weetgierigheid te bevredigen." + +"Het zij zoo," antwoordde dokter Antekirrt met eene buiging. "Gij +zult voorzeker niet vergeten hebben, heer gouverneur, dat een der +veroordeelden van het Presidio, drie dagen geleden, bewusteloos op +den weg van het gouvernements-hôtel naar Ceuta gevonden werd. Die man +was, zooals ik u toen reeds zeide, in een diepen magnetischen slaag +gedompeld. Herinnert gij u dat nog?" + +"Inderdaad," zei de directeur der strafkolonie, "en die man bevindt +zich thans in het hospitaal." + +"Gij herinnert u ook, niet waar," ging de dokter voort tot den +gouverneur, "dat ik hem toen wakker gemaakt heb, nadat geen der +bewakers daarin geslaagd was?" + +"Voorzeker herinner ik mij dat," antwoordde kolonel Guyara levendig. + +"Welnu, dat is voldoende geweest," ging de dokter kalm en bedaard +voort. + +"Voldoende voor wat, dokter Antekirrt?" vroeg de gouverneur. "Voldoende +voor wat?" + +"Om tusschen mij en dien... Hoe heet die gedeporteerde, heer kolonel?" + +"Carpena." + +"...Om tusschen mij en dien Carpena een band van gedachtenopdringing +te scheppen, die hem geheel en al in mijne macht stelt." + +"Ha!" riep de directeur ongeloovig. "Dat zal te bewijzen vallen, +dokter Antekirrt!" + +"Zoodat... gij hier in het gouvernements-hôtel ... en hij daar ginds +in het hospitaal!..." vroeg de gouverneur nieuwsgierig. + +"Ongeloofelijk!" zei de directeur hoofdschuddend. "Dat is niet +mogelijk!" + +"Wanneer gij bevelen wilt geven, heer gouverneur," vroeg de dokter, +"om dien Carpena vrij te laten, om de deuren van het hospitaal en +van de strafkolonie voor hem te openen, weet gij wat hij dan doen zal?" + +"Jawel, hij zal wegloopen!" antwoordde kolonel Guyara met een gullen +lach. + +Het moet erkend worden, dat zijne lachbui zoo aanstekelijk was, dat de +geheele vergadering er mede instemde. Inderdaad, men proestte het uit. + +"Neen, heeren," hernam dokter Antekirrt zeer ernstig, "die Carpena +zal niet wegloopen, wanneer ik dat niet wil. Hij zal niets ter wereld +doen, dan wat ik zal willen!" + +"Maar wat, als 't u blieft?" vroeg kolonel Guyara met aandrang. + +"Bij voorbeeld, wanneer hij buiten de gevangenis zal zijn, kan ik +hem gelasten, om den weg op te gaan van het gouvernements-hôtel, +heer gouverneur." + +"En hier te komen? Kom, dat meent gij niet. Dat is immers onmogelijk." + +"Onmogelijk, heer gouverneur? Het hangt van u alleen af. Wilt +ge? Spreek slechts." + +"Mij wel," antwoordde de gouverneur. "Ik geef ten volle permissie, +heer directeur." + +"Ook dat hij zal vragen om u te spreken, heer gouverneur?" zeide +dokter Antekirrt. + +"Mij?" + +"Ja, u! U in persoon. En als gij er niets tegen zult hebben,--en dat +zult gij moeielijk kunnen, daar hij aan mijn wil zal gehoorzamen,--zal +ik hem het denkbeeld opdringen, om u voor een anderen persoon te +houden." + +"Voor wien, als 't u belieft, heer dokter? Daar ben ik benieuwd +naar! Voor wien?" + +"Ja, voor wien?... Laat zien... Bij voorbeeld... voor den Koning +Alphonsus XII." + +"Voor zijne Majesteit, den Koning van Spanje?" vroeg kolonel Guyara +ongeloovig. + +"Ja, heer gouverneur, en hij zal u daarenboven vragen..." + +"Gratie? Dat is de gewone vraag van alle galeiboeven." + +"Ja, gratie, en wanneer gij er geen bezwaar in zult zien, daarenboven +nog..." + +"Wat?" + +"Het Isabella-kruis!" + +Een algemeen gelach begroette die laatste woorden van dokter +Antekirrt. Het was een jool van belang! + +"En die man zal dat volkomen wakker doen?" vroeg de directeur van +de strafkolonie. + +"Zoo wakker als wij thans zijn, heer directeur! Gij zult u in persoon +van de zaak kunnen overtuigen." + +"Neen!... Neen!... Dat is ongeloofelijk, dat is onmogelijk!" riep +kolonel Guyara uit. + +"Meent gij, heer gouverneur?" vroeg de dokter met een glimlach. "Wacht +de uitkomst af." + +"Ik herhaal het, dokter Antekirrt, het is onmogelijk! Nimmer zult +gij mij kunnen overtuigen." + +"Welnu, neem de proef. Niets gemakkelijker dan dat, niet waar?" + +"Hoe kan dat?" + +"Geef bevelen, dat men dien Carpena geheele vrijheid van handelen +late!" + +"Opdat hij wegloope! Drommels, dat is voor mij een gevaarlijke proef." + +"Laat hem voor alle zekerheid, zoodra hij de strafkolonie zal verlaten +hebben, door twee bewakers van verre volgen, dan zal hij alles doen, +wat ik zoo even gezegd heb." + +"Welnu, dat is afgesproken," zei de gouverneur. "En wanneer gij +slechts zult willen..." + +"Het is thans acht uren." zei de dokter, terwijl hij zijn horloge +raadpleegde. "Welnu, te negen uren. Is dat goed?" + +"Zeer goed. Maar...." + +"Spreek vrij uit, heer gouverneur. Wat wilt gij dat ik nog zal +toelichten." + +"Na de proef?..." + +"Na de proef zal Carpena gerust naar het hospitaal terugkeeren, +zonder dat eenige herinnering bij hem achterblijft, van hetgeen hij +verricht zal hebben." + +"Is dat zeker? Staat gij daarvoor in?" vroeg de directeur van het +bagno onthutst. + +"Daar kunt gij op rekenen. Ik herhaal,--en dat is de eenige uitleg, +die van het verschijnsel te geven is,--Carpena zal van nu af geheel +en al onder den gedachtengang staan, die van mij uitgaat; en in +werkelijkheid zal _hij_ dat alles niet verrichten, maar _ik_! Ik, die +hem mijn wil opdring en hem noodzaak te handelen naar mijne inzichten." + +De gouverneur, wiens ongeloof ten opzichte van die magnetische +verschijnselen, onomstootbaar was, schreef een briefje, waarin hij +aan den eersten bewaker van het Presidio de noodige bevelen gaf, om +den veroordeelden Carpena geheele vrijheid van handelen te geven, +daarbij evenwel voegende, dat hij op een afstand moest gevolgd +worden. Dat briefje werd terstond door een der bereden ordonnancen, +aan den gouverneur toegevoegd, naar de strafkolonie overgebracht. In +gedachten volgden al de gasten den hoefslag van het paard, die in de +verte wegstierf. + +Toen het diner afgeloopen was, stonden de gasten van tafel op en +gingen op uitnoodiging van den gouverneur, naar het groote salon, +om daar een kop koffie te gebruiken en een sigaar te rooken. + +Het onderhoud liep, zooals zich gemakkelijk denken laat, voornamelijk +over de verschillende verschijnselen van het magnetisme of van +het hypnotisme, die zooveel aanleiding geven tot tegenstrijdige +gedachtenwisselingen, die zoovele geloovigen, maar ook zoovele +tegenstanders tellen. Dat de gedachtenwisseling levendig was, kan de +lezer nagaan. + +Dokter Antekirrt verhaalde, terwijl de koffie in keurige kopjes +aangeboden werd, terwijl de blauwe rook der manilla-sigaren en der +donna-cigaretten, welke laatsten zelfs door de Spaansche schoonen +niet versmaad werden, in bevallige spiralen omhoog kronkelde, twintig +verschillende feiten, waarvan hij getuige, of waarvan hij de bewerker +geweest was bij de uitoefening van zijn geneesheersambt, feiten die +hij allen staven kon, die onbetwistbaar waren, maar toch niet in +staat schenen, om iemand van het gezelschap te overtuigen. Neen, +men wachtte op de komst van Carpena. + +Hij beweerde ook dat die macht van gedachte-opdringing de wetgevers, de +rechters der lijfstraffelijke rechtspleging en de overige magistraten +ernstig moest bezighouden, daar zij toch met een misdadig doel kon +aangewend worden. Het was toch niet te loochenen, dat met behulp +van die nog onverklaarbare verschijnselen, zich gevallen konden +voordoen, waarbij vele misdaden konden gepleegd worden, waarvan de +ware schuldigen onmogelijk te ontdekken zouden zijn, terwijl de daders +voor niet toerekenbaar gehouden moesten worden. + +Terwijl hij zoo nog sprak, keek de directeur op zijn horloge, stuitte +de rede en wilde spreken. Maar alvorens hij aan het woord kon komen, +zei eensklaps dokter Antekirrt: + +"Het is thans drie minuten vóór half negen." + +"Wat wilt gij daarmede zeggen?" vroeg kolonel Guyara, die ook zijn +horloge raadpleegde. + +"Niets minder, heer gouverneur, dan dat Carpena op dit oogenblik het +hospitaal verlaat." + +Allen keken elkander met een glimlach aan. Men meende met een +kwakzalver te doen te hebben. + +Een minuut later evenwel, vervolgde de dokter hoogst ernstig en +bedaard als altijd: + +"Hij gaat thans de poort door van de strafkolonie. Hij stapt flink +door." + +De toon, waarop die woorden gesproken werden, maakte toch eenigermate +indruk op de genoodigden in het gouvernementshuis. Alleen kolonel +Guyara bleef ongeloovig het hoofd schudden. + +Het gesprek hernam zijne rechten. Er werd voor en tegen gepleit en +het moet erkend worden: allen spraken wel een weinig tegelijkertijd, +tot op het oogenblik,--het was vijf minuten vóór negen,--dat de dokter +andermaal de algemeene opmerkzaamheid trok door overluid te zeggen: + +"Carpena is thans reeds tot bij de deur van het gouvernements-hôtel +genaderd!" + +"Och, kom!" zei de gouverneur, steeds ongeloovig en met een +glimlach. "Is hij reeds zoo nabij?" + +Bijna terzelfder tijd ging de deur van het salon open en trad een +bediende binnen, die den gouverneur mededeelde, dat een persoon, +die gekleed was als een gedeporteerde, met aandrang vroeg om hem +te spreken. + +Alle aanwezigen keken uiterst verbaasd op. Hoe voorbereid ook, hadden +zij toch gemeend, te mogen twijfelen. + +"Laat dien persoon binnen komen," antwoordde kolonel Guyara, wiens +ongeloof nu toch begon te wankelen, tegenover de niet te loochenen +feiten. + +Juist sloeg de klok negen uren, toen Carpena in de omlijsting der +deur van het salon verscheen. Zijne oogen waren geheel open en +keken helder rond. Toch scheen hij niemand der aanwezige personen +te ontwaren. Hij stapte regelrecht op den gouverneur toe en viel, +toen hij hem op twee passen afstands genaderd was, op de knieën voor +hem neder, terwijl hij de handen tot een smeekend gebaar samenvouwde. + +"Sire!" zei hij met heldere stembuiging, "ik vraag gratie van Uwe +Koninklijke Majesteit!" + +De gouverneur was, zooals zich wel denken laat, geheel uit het veld +geslagen en verkeerde thans zelf in een toestand, alsof hij onder +den invloed van een benauwenden droom was. Hij wist in het eerst niet +wat te antwoorden. + +"Gij kunt hem gerust gratie verleenen," zei de dokter glimlachende; +"want bij hem zal geen enkele herinnering aan het gebeurde +overblijven." + +"Ik verleen ze u!" antwoordde de gouverneur met eene waardigheid, +alsof hij werkelijk Koning was van geheel Spanje, zoowel van het rijk +in Europa, als van dat in West-Indië en Oost Indië. + +"Ja, maar..." zei Carpena aarzelend. "Ik wenschte nog een verzoek +te doen." + +"Wat wilt ge nog meer?" vroeg kolonel Guyara, hem goedaardig aanziende. + +"Dat ge die gratie aanvult," ging de veroordeelde steeds geknield +voort, "met het eerekruis van de Isabella-orde." + +"Ik schenk het u! Zijt gij nu tevreden, Carpena? Hebt gij nog iets +te verzoeken?" + +Carpena wenkte neen met het hoofd en volvoerde toen een gebaar, +alsof hij een voorwerp uit de hand van den gouverneur aannam, hetwelk +deze hem zoude aangeboden hebben; hij hechtte dat denkbeeldige kruis +eerbiedig op zijne borst, stond daarna op en trad, steeds met het +gelaat naar den persoon, die voor hem de Koning was, gekeerd, de +zaal uit. + +Ditmaal waren alle aanwezigen overtuigd en volgden Carpena tot aan +de deur van het gouvernements-hôtel. + +"Ik wil hem begeleiden, ik wil hem naar het hospitaal zien +terugkeeren!" riep de gouverneur uit, die in zijn binnenste een +heftigen strijd voerde, alsof hij weigerde geloof te slaan aan hetgeen +zijne eigene oogen toch waargenomen hadden, maar daarbij aan geheel +andere invloeden gehoorzaamde. Hij stond geheel en al onder den +invloed van zijn gast. + +"Gelooft gij mij nog niet?" vroeg dokter Antekirrt met een ietwat +schamperen glimlach. + +"Ik kan niet!" antwoordde kolonel Guyara. "Het gaat totaal mijn begrip +te boven." + +"Welnu, kom dan!" zei de dokter, terwijl hij van zijn stoel +oprees. "Kom dan!" + +De gouverneur, Piet Bathory en dokter Antekirrt, vergezeld van +nog eenige andere personen, sloegen denzelfden weg in als Carpena, +die reeds zijne schreden naar de stad richtte. Namir, die hem van +het oogenblik af, dat hij de strafkolonie verlaten had, bespied had, +sloop in de donkere schaduw der boomen langs den weg voort, en verloor +hem geen oogenblik uit het oog. Het kon toch zijn, dat het oogenblik +gunstig kon worden, om een lastig getuige uit den weg te ruimen. + +De nacht was vrij donker. De Spanjaard stapte met regelmatigen pas +zonder aarzeling langs den weg voort. De gouverneur en de personen van +zijn gevolg hielden zich op een afstand van hem, met twee bewakers +van het Presidio bij zich, die bevel hadden, den gevangene niet uit +het oog te verliezen. + +De weg omgeeft, terwijl hij naar de stad voert, de kreek, die de +tweede haven aan dezen kant van de rots van de Ceuta vormt. Op +het onbewegelijke en zwartschijnend water der zee, schitterde de +weerschijn van twee of drie lichten. Dat waren de seinlantaarns en +het toplicht van de _Ferrato_, welker vormen ijl en nevelachtig, +maar door de duisternis zeer vergroot, ontwaard werden. + +Toen hij dit punt genaderd was, verliet Carpena den weg en sloeg +rechts in naar eene opeenhooping van rotsblokken, die ter hoogte van +twaalf voeten ongeveer de zee beheerschten. Voorzeker had een gebaar +van den dokter, dat door niemand opgemerkt was, wellicht slechts +eene eenvoudige gedachtenuiting als overbrenger van zijn wil, den +Spanjaard genoopt in dier voege zijn richting te wijzigen. + +De bewakers wilden toen den pas versnellen, om Carpena in te halen, +ten einde hem te noodzaken den rechten weg te hernemen; maar de +gouverneur, die zeer goed wist, dat van dien kant eene ontsnapping +tot de onmogelijkheden behoorde, beval hem vrij en ongemoeid te laten. + +Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan, alsof hij +daar ter plaatse door eene onweerstaanbare macht tot onbewegelijkheid +gedoemd was. Al had hij de voeten willen optillen, al had hij de +beenen in beweging willen stellen, dan zou hij het toch niet gekund +hebben. Dokter Antekirrt's wil, die hem beheerschte, nagelde hem aan +den bodem vast, en hij stond daar als een standbeeld, maar als een +zeer leelijk standbeeld. + +De gouverneur sloeg hem gedurende eenige oogenblikken gade en wendde +zich toen tot zijn gast: + +"Welnu, waarde dokter, of ik wil of niet, ik moet aan de waarheid +hulde doen!..." + +"Zijt gij thans overtuigd, maar inderdaad overtuigd, heer +gouverneur?" vroeg dokter Antekirrt zegevierend. + +"Ja, ik ben overtuigd, dat er zaken bestaan, die men gelooven moet, +al begrijpt men ze niet." + +"Dat's nog al gelukkig. Ik ben dus in mijne proefneming volkomen +geslaagd?" + +"Ja, dokter Antekirrt; maar als ik u bidden mag, dring nu dien man +de gedachte op..." + +"Welke, heer gouverneur?... Gij hebt slechts te bevelen. Welke gedachte +wilt gij dat hij ten uitvoer zal leggen?" + +"Om dadelijk naar het Presidio terug te keeren! Alphonsus XII beveelt +u dat!" + +Nauwelijks had de gouverneur dien volzin uitgesproken, toen Carpena +zich oogenblikkelijk, zonder een kreet te slaken, in de wateren van +de haven stortte. + +Was dat een ongeval? Was dat een willekeurige daad +zijnerzijds. Ontsnapte hij door eene onvoorziene omstandigheid aan +de macht en den invloed des dokters? + +Dat kan niemand zeggen. Dat was voor alle aanwezigen totaal +onverklaarbaar. + +Allen liepen dadelijk zoo gezwind mogelijk naar de rotsen, terwijl +de bewakers naar een smal strand afdaalden, hetwelk zich langs de +zee uitstrekte... + +Na lang zoeken was geen spoor van Carpena gevonden. Eenige +visschers-vaartuigen kwamen met allen spoed toeschieten, ook de sloepen +van het stoomjacht... Alles was overbodig... Men vond zelfs het lijk +van den veroordeelde niet terug. De stroom, die naar buiten zette, +had het voorzeker naar volle zee gedreven. + +"Heer gouverneur," zei dokter Antekirrt, "ik betreur inderdaad +levendig, dat mijne proefneming dien tragischen uitslag, waarop +niemand verdacht kon zijn, heeft gehad." + +"Maar hoe verklaart gij, hetgeen plaats heeft gehad?" vroeg de +gouverneur belangstellend. + +"Niet anders dan daardoor," antwoordde dokter Antekirrt, "dat bij de +uitoefening van die gedachten-opdringing, waarvan gij het bestaan en +de gevolgen niet meer kunt ontkennen, er nog leemten bestaan, nog +onderbrekingen te constateeren zijn. Die man is een oogenblik aan +mijne macht ontsnapt, dat is niet twijfelachtig; en, hetzij dat hij +door eene duizeling overvallen is, hetzij dat eene andere oorzaak +in het spel is, gij hebt het gezien: hij is van boven die rotsen +neergestort! Dat is zeer betreurenswaardig..." + +"Och kom!" zei kolonel Guyara lachende. "Wat is er bij zoo'n geval +betreurenswaardig!" + +"Neen, laat mij uitspreken, heer gouverneur," hernam dokter Antekirrt +op zeer ernstigen toon. "Dat is zeer betreurenswaardig, omdat wij +werkelijk een kostbaar sujet voor onze proefnemingen verloren hebben!" + +"Wij zijn een schoft kwijt, anders niet!" antwoordde de gouverneur +wijsgeerig. + +Dat was de geheele en eenige grafrede op Carpena. Trouwens hij was +geen andere waard. + +Dokter Antekirrt en Piet Bathory namen toen afscheid van den gouverneur +van Ceuta. Zij wenschten vóór het aanbreken van den dag naar Antekirrta +te vertrekken, en zij haastten zich, om hunnen gastheer te bedanken +voor het aangename onthaal, hetwelk zij in de Spaansche volksplanting +genoten hadden. + +De gouverneur drukte den dokter met warmte de hand en wenschte hem +een voorspoedigen overtocht toe; maar deed hem alvorens beloven, +dat hij hem bij gelegenheid weer zou komen opzoeken. Eerst toen hij +daarop des dokters toezegging vernomen had, nam hij den terugtocht +naar het gouvernements-hôtel aan. + +Misschien zal de lezer vinden, dat dokter Antekirrt wel eenigermate +misbruik van het goede geloof en van het vertrouwen van kolonel Guyara, +den gouverneur van Ceuta gemaakt heeft. Dat men hem veroordeele, +dat men zijn gedrag bij die gelegenheid afkeure, het zij zoo, wij +mogen er niets tegen hebben; want werkelijk, aan de loyauteit was +eenigermate te kort gedaan. Maar de lezer mag evenwel daarbij niet +uit het oog verliezen, aan welke taak graaf Mathias Sandorf zijn +leven toegewijd had, ook niet dat hij eens verkondigd had: "duizend +wegen... maar één doel!" [2] + +Hier was het één van die duizend wegen, dien hij ingeslagen had, +en die had hem naar zijn doel gevoerd. + +Weinig tijds later had een van de sloepen van de _Ferrato_ den +dokter en Piet Bathory aan boord overgevoerd. Luigi wachtte hen aan +de valreep en ontving hen hartelijk. + +"En die man?..." vroeg de dokter met de uiterste belangstelling. "Is +die man aan boord?" + +"De vlet, die hem volgens uwe bevelen aan den voet der rotsen +bespiedde," antwoordde de jeugdige zeeman, "heeft hem na zijn val +dadelijk opgenomen en ter sluiks aan boord gebracht. Ik heb hem in +de kajuit van het voorschip doen opsluiten." + +"Heeft hij niets gezegd, toen hij uit het water gehaald werd?..." vroeg +Piet Bathory. + +"Niets," antwoordde Luigi. + +"In het geheel niets?" + +"Wat zou hij hebben kunnen zeggen? Hij kon niet spreken... Hij schijnt +stom te zijn." + +"Waarom kan hij niet spreken?" + +"Wel, hij is in diepen slaap gedompeld en heeft volstrekt geen +bewustzijn zijner handelingen." + +"Goed," zei dokter Antekirrt. + +De beide jongelieden keken hem ietwat verwonderd aan, maar waagden +het niet eene vraag te uiten. + +"Het was mijn wil," ging de dokter voort, "dat Carpena van boven die +rots neerstortte en... hij is er afgestort.... Het was mijn wil, +dat hij sliep en... hij slaapt!... Wanneer ik zal willen dat hij +ontwaakt, zal hij ontwaken!... En nu, Luigi, anker op, en onder +stoom! Ik hoop, dat gij daartoe geen uwer maatregelen zult uit het +oog verloren hebben." + +De jonge zeeman knikte glimlachend van neen; de stoomketel had zijne +volle spanning, het anker winden was spoedig geschied, en weinige +minuten later had de _Ferrato_ de open Middellandsche zee bereikt en +stevende oostwaarts op naar Antekirrta. + + + + + +III. + +ZEVENTIEN MALEN + + +"Zeventien malen?..." + +"Ja, zeventien malen!" + +"Onmogelijk!" + +"Wel mogelijk!... Rood is zeventien malen achter elkander uitgekomen!" + +"Ongeloofelijk! Ik herhaal, dat het volstrekt onmogelijk is. En ik +houd dat vol!" + +"Het mag onmogelijk, het mag ongeloofelijk schijnen; maar het is zóó +en niet anders!" + +"En hebben de spelers daar tegen in volgehouden?" + +"Ja!" + +"Die domooren! Die ezels! die ganzen! Hadden zij dan hun verstand +verloren?" + +"De bank heeft meer dan negen maal honderd duizend franken gewonnen!" + +"Zeventien malen?... Zeventien malen?... Achter elkander?..." + +"Ja, zeventien malen! en achter elkander!" + +"Met de roulette of met het trente et quarante?... Zeg mij, met welke +dier beiden?" + +"Met het trente et quarante!" + +"Dat is voorzeker binnen het tijdperk van vijftien jaren niet +voorgekomen." + +"Vijftien jaren, drie maanden en veertien dagen geleden, is het nog +eens gebeurd!" antwoordde koelbloedig een oude speler, die tot de +eerbiedwaardige klasse der ongelukkige dobbelaars behoorde. "Ja, +mijnheer, en het was toen zomer--wat zeer opmerkelijk is.--Ik ben +betaald, om er iets van te weten." + +Zoodanig waren de praatjes of beter de uitroepen, welke in het +voorportaal en tot op het bordes van den Club der Vreemdelingen te +Monte Carlo in den avond van den 3den October, dus acht dagen na de +ontsnapping van Carpena uit de Spaansche strafkolonie, gehoord werden. + +En toen ontstond te midden van die opeengedrongen menigte van spelers, +zoowel uit vrouwen als uit mannen van iedere nationaliteit, van iederen +leeftijd, van iederen rang of klasse bestaande, eene uitbarsting van +geestdrift. Het was of hooren en zien moest vergaan. + +Men zou de roode kleur wel hebben willen toejuichen, zooals men een +paard zou gedaan hebben, dat den grooten prijs bij de wedrennen van +Longchamps of van Epsom zoude behaald hebben. + +En, inderdaad, voor die wel eenigszins gemengde bevolking, welke +dagelijks daar in dat kleine vorstendom Monaco uit de Oude en Nieuwe +wereld samenstroomt, had dat hardnekkig uitkomen der roode kleur in +eene serie van zeventien malen de belangrijkheid van eene staatkundige +gebeurtenis, die de wetten van het Europeesche evenwicht zou verbroken +of gewijzigd hebben. Erger dan dat! Want wat gaat het Europeesche +evenwicht een rechtgeaarden speler aan? + +Gemakkelijk zal door den lezer aangenomen worden, dat die wel wat +zonderlinge hardnekkigheid van de roode kleur niet had kunnen plaats +hebben zonder veelvuldige slachtoffers gemaakt te hebben, vooral als +medegedeeld wordt, dat de winst der bank belangrijke sommen beliep. + +"Bijna een millioen!" mompelde men in de verschillende groepjes. "Bijna +een millioen!" + +En die winst sproot voornamelijk daaruit voort, dat de groote +meerderheid der spelers koppig tegen zulk eene onwaarschijnlijke +uitkomst gestreden hadden. + +Onder die allen hadden voornamelijk twee vreemdelingen het grootste +deel betaald aan dat, wat door de ridders van de groene tafel de +"déveine" genoemd wordt. + +De eene koel van uiterlijk, was zeer teruggetrokken, hoewel hij groote +aandoeningen bij het spel ondervonden had, waarvan trouwens zijn bleek +gelaat nog de sporen droeg. De andere vertoonde een ontsteld gelaat, +had de haren in wanorde, terwijl zijn oogen rondkeken als die van +een waanzinnige of van een wanhopige. + +Beiden waren de trappen van het perron afgedaald en verdwenen in het +duister naar den kant van de Duivenschietbaan. + +"Dat is op meer dan viermaal honderd duizend francs, dat die vervloekte +serie ons te staan komt!" riep de oudste dier twee uit. "Het is +verschrikkelijk!" + +"Gij kunt zeggen viermaal honderd en dertien duizend," verbeterde +de jongste op den toon van een kassier, die de som eener optelling +controleert. + +"En thans blijft mij...." + +"Hoeveel?... Kom, zeg op, en wees niet achterhoudend! Het kan je toch +niets baten!" + +"Nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over!" jammerde de eerste +speler op treurigen toon. + +"Denkt ge dat?" vroeg de andere snijdend spottend. "Ik geloof, dat +gij u vergist!" + +"Meent ge meer?" + +"Het mocht wat!... Slechts honderd zeven en negentig +duizend!" antwoordde de jongste op niet te verstoren flegmatischen +toon. + +"Slechts dat?" + +"Ja, kijk maar!" ging de jongste voort, terwijl hij zijn makker een +met cijfers bekrabbeld papier vertoonde. + +"Dat is dus alles, wat mij van de twee millioenen overblijft, die ik +nog had, toen gij mij genoodzaakt hebt u te volgen." + +"Een millioen, zeven honderd vijf en zeventig duizend francs! Niets +meer of minder dan dat!" + +"En dat in minder dan twee maanden!..." + +"In een maand en zestien dagen!" + +"Sarcany!..." riep de oudste, die door de koelbloedigheid zijns +makkers, maar niet minder door de bijtende juistheid der cijfers, +die deze opsomde, buiten zich zelven geraakte, verbitterd uit. + +"Welnu, Silas! Wat wilt ge? Ik dien u op de hoogte te brengen en te +houden. Effen rekeningen onderhouden de vriendschap." + +"Ga zoo niet voort!" sprak de andere dreigend. + +"Ah bah!" zei de ander met een luchtig gebaar. "Gij zijt heden in +een booze bui." + +Ja, het waren Silas Toronthal en Sarcany, welke dat gesprek met +elkander voerden. Sedert zij Ragusa verlaten hadden, in dat kort +tijdsbestek van drie maanden, hadden zij het verzwendelen van hun +vermogen nagenoeg voltooid. Daaraan ontbrak waarlijk nog maar weinig +aan. Nadat hij zijn geheel aandeel, hetwelk hij tot prijs voor zijne +schandelijke verklikking genoten had, opgemaakt en verbrast had, +was Sarcany zijn ouden medeplichtige te Ragusa komen opzoeken. Daarop +hadden beiden met Sava die stad verlaten. + +Toen was Silas Toronthal, die steeds door Sarcany in die doolhoven +van het dobbelspel voortgesleurd werd, niet veel tijd meer gegund +om tot verademing te komen. Zijn vermogen was spoedig te gronde +gericht. Er moet bijgevoegd worden om der rechtvaardigheids wille, +dat het Sarcany niet veel moeite gekost had, om van den ouden bankier, +die steeds een doldriftig speculant was geweest, die meer dan eens +zijn naam en bestaan in finantiëele ondernemingen, waarvan het blind +geluk de gids was, ergerlijk gewaagd had, een speler, een getrouwe +van kroegen en speelholen te maken. De geaardheid zat er in en had +slechts op de gelegenheid gewacht, om tot ontwikkeling te komen. + +Daarenboven, hoe zou Silas Toronthal hierbij weerstand hebben kunnen +bieden? + +Was hij niet meer dan ooit in de macht van zijn ouden makelaar bij +zijne Tripolitaansche handelsondernemingen? + +Wel is waar, kwam zijn gemoed meermalen in opstand, maar dat baatte hem +weinig; want Sarcany hield hem door zijne onweerstaanbare meerderheid +in onverbreekbare boeien gekluisterd; en de ellendeling was zoo diep +gezonken, dat hem de geestkracht ontbrak, zich uit zijne vernedering +op te richten. + +Sarcany verontrustte zich dan ook geenszins over die vlagen van +weerstand, welke zijn medeplichtige soms aan den dag legde, alsof +hij het juk van zijn noodlottigen invloed wilde afschudden. De +onbeschoftheid zijner antwoorden, de onwrikbaarheid zijner logica +deden Silas Toronthal ras den nek weer buigen. + +De eerste zorg der beide medeplichtigen was geweest, toen zij Ragusa +onder de omstandigheden, die de lezer voorzeker niet vergeten heeft, +verlaten hadden, om Sava onder bewaking van Namir in verzekerde +bewaring te stellen. En inderdaad, in die schuilplaats te Tetuan, +als het ware een verloren plekje op de grenzen van het Marokkaansche +rijk, zou het moeielijk geweest zijn haar weer te vinden. + +Daar had de onverbiddelijke bondgenoote van Sarcany op zich genomen, +de wilskracht van het jonge meisje te verbrijzelen, ten einde haar te +noodzaken hare toestemming tot dat gehaatte huwelijk te geven. Sava +evenwel was tot nu toe onverzettelijk in haar besluit geweest en +had zich daarbij gesterkt gevoeld door hare herinneringen aan Piet +Bathory. Maar, ... zou zij--die vraag mocht wel rijzen: altijd kunnen +weerstand bieden? + +Intusschen had Sarcany zijn makker steeds opgehitst, om voort te +gaan met dwaasheden aan de speeltafel uit te voeren, hoewel hij zelf +daarbij zijn eigen vermogen verkwist had. Hij scheen daar een doel +mede te hebben. + +In Frankrijk, in Italië, in Duitschland, in een woord in alle de groote +bevolkings-centra, waar de blinde godin van het spel hare altaren +opgeslagen had, op de beurs, bij de wedrennen en in de speelzalen +der groote hoofdsteden, der badplaatsen, enz. had Silas Toronthal +aan de stem der verleiding van Sarcany gehoor gegeven; en weldra was +zijn vermogen tot op een paar honderd duizend francs ingeslonken En +dat kon niet anders, want terwijl de bankier slechts zijn eigen geld +op het spel zette, waagde Sarcany dat van den bankier. En langs dat +dubbel hellend vlak spoedden beiden zich met dubbele snelheid naar +het verderf. + +Daarenboven wat de spelers de "déveine" noemen,--een naam waarachter +zij hunne domme verblindheid verbergen,--verklaarde zich werkelijk in +hun nadeel. En toch geschiedde dat niet zonder dat zij alle kansen +beproefd hadden. Zij waren zelfs uitermate vindingrijk geweest, +om nieuwe speelwijzen te volgen; maar te vergeefs. + +Om kort te gaan, het was het baccarat-spel, dat het grootste gedeelte +der millioenen verslond, die van de goederen van graaf Mathias Sandorf +afkomstig waren, zoodat Silas Toronthal er toe was moeten overgaan, +om het fraaie huis in de Stradona-laan te Ragusa te verkoopen. Dat +was een zware slag voor den bankier geweest. + +Eindelijk, walgend van die verdachte huizen en bijeenkomsten, alwaar +het "rien ne va plus" der "croupiers" in de Peloponesische taal, +in de zoogenaamde dieventaal, uitgesproken moest worden, waren zij +ten langen laatste een weinig meer eerlijkheid komen afbedelen aan +de roulette en aan het "trente et quarante" te Monte Carlo. Dat zij +nu letterlijk uitgeschud waren, hadden zij thans slechts aan hunne +stijfhoofdigheid te wijten, die hen er toe aangezet had, om den strijd +bij zoo ongelijke kansen hardnekkig vol te houden en voort te zetten. + +En, ziedaar de redenen, waarom die twee mannen zich thans sedert drie +weken te Monte Carlo bevonden. + +Monte Carlo maakt een onderdeel uit van het vorstendom Monaco, en daar +het _à tout Seigneur tout honneur_ ook hier betracht dient te worden, +zullen wij, hoe bescheiden dat landje ook is, ons eerst met het Rijk +en daarna met de onderhoorigheid bezighouden. + +Monaco is een zelfstandig, onder de beschermheerschappij van den koning +van Italië gesteld vorstendom, hetwelk aan den westelijken oever van +de golf van Genua gelegen en door het Fransche departement des Alpes +Maritimes ingesloten wordt. Vroeger was het iets meer uitgebreid +dan thans, maar in 1871 stond Vorst Karel Honorius, nadat in 1860 +Nizza door Frankrijk ingelijfd was geworden, de gemeenten Mentone +en Roccabruna tegen eene vergoeding van vier millioen francs aan +laatstgenoemd rijk af. + +Het tegenwoordige vorstendom, dat bijna O,5 vierk. geograpische mijl +beslaat en ongeveer dertig minuten lang en op sommige plaatsen slechts +honderd vijftig meter breed is, telt ongeveer 10,200 inwoners en vormt +eene erfelijke monarchie in het bezit van het Genueesche Huis Grimaldi. + +Volgens de geleerden, zoude de naam Monaco afgeleid worden van een +tempel aan Hercules Monoecus gewijd. Het rijkje bezit een staatsraad, +die uit vijf leden bestaat, en eene bezetting van een bataillon +nationale militie. + +Het stedeke Monaco is gelegen op een in zee uitspringend terras, +en zoowel deze uitnemende ligging als het ongemeen gunstig klimaat +en het voortbestaan van de eenige speelbank in Europa, lokt vele +vreemdelingen derwaarts. Men ziet er een vorstelijk kasteel, omringd +door fraaie wandelparken en vestingwerken. De stad telt nagenoeg +drie duizend inwoners; heeft eene haven voor niet diepgaande schepen +en eene katoenfabriek, die nog al verkeer verschaft. Door hare +breede en stevige muren heeft de stad een krijgshaftig en zelfs een +sterk aanzien, en herinnert er weer aan, hoe deze muren weleer tot +schuilplaats van zeeroovers dienden. + +Aan de andere zijde der baai, vlak tegenover, ligt Monte Carlo met +zijn Casino, waarheen een prachtige en uitstekend onderhouden rijweg +heen voert, te midden van berken- en pijnboomen, cypressen en ceders. + +De ingang van het Casino, hetwelk op een open plein staat, is met +fraaie marmeren beelden versierd. Dat plein geeft toegang tot de +rijk gemeubelde voorzalen, waarin danspartijen en concerten gegeven +worden. Daarachter bevindt zich een heerlijk ingerichte leeszaal, +waarin men de dagbladen en de tijdschriften van de geheele beschaafde +wereld vindt. + +Naast de eetzaal zijn de inderdaad smaakvolle en weelderig ingerichte +_Salons de jeu_ te vinden. + +Het geheele Casino is op Franschen voet ingericht, wat zich door de +onmiddellijke nabijheid der grenzen wel verklaren laat. + +Men ziet er slechts Fransch geld op de groene tafel. + +De toegang tot de speelzalen wordt niet aan een ieder verleend. Zij, +die tot den dienstbaren stand behooren, en personen, die niet net +genoeg gekleed zijn, worden stelselmatig geweerd. In de eerste plaats +wordt er een vernis van goede manieren geëischt. De edelman, die zich +aan de groene tafel ruïneert, doet dat in de meest verfijnde vormen. + +Toch kan op gebeurtenissen gewezen worden, dat een ongelukkige speler +zich in het midden der zaal, ten aanschouwe van een ieder, door een +pistoolschot het leven benam. + +De contrôle, op de gasten der speelzalen uitgeoefend, is zeer streng, +ook op hen die, wat hunne kleeding en manieren betreft, niets te +wenschen overlaten. Niemand kan er binnen komen zonder eene entrée- +of beter eene introductie-kaart, die door den _Commissaire Spécial_ +onderteekend moet zijn. Die kaart wordt slechts tegen nauwkeurige +opgave van naam, woonplaats en stand in de maatschappij afgegeven, +terwijl op iedere kaart duidelijk uitgedrukt staat, dat zij slechts +voor één dag geldig is. + +Door de veelvuldige zalen, gangen en galerijen zwerven tallooze lakeien +met gegalonneerde rokken en met gladgeschoren vervelende gezichten. + +In den regel wordt het spel tegen den avond met meer opgewondenheid +voortgezet dan over dag. De geheele zaal is dan door duizenden +waskaarsen schitterend verlicht en verdringt zich dan eene dichte +menigte rondom de groene tafel, zoodat de voorste rij, waar gewoonlijk +de vaste spelers zitten, onwillekeurig angstig omkijkt. Er wordt +nimmer toegejuicht; maar evenmin wordt er eene klacht vernomen. Men +hoort slechts het gerinkel of beter het metaalachtig geriktik van +het goud. Hier mogen slechts de oogen, niet de lippen spreken. Ook +dat is door de almachtige "Administration" bepaald. + +Maar hoe duidelijk zijn die blikken, hoe begrijpelijk is dat +gebarenspel! + +In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. Zij +verlieten de speeltafels niet meer, waarbij zij de onfeilbaarste en de +nieuwste kunstgrepen probeerden, die hen evenwel al verder en verder in +het verderf dompelden. IJverig bestudeerden zij de omwentelingen der +roulette, wanneer de hand des croupiers in het laatste kwartieruur +van haren dienst vermoeid raakte; zij stapelden maximum sommen op +de nummers, die maar niet uit wilden komen; zij verwarden de meest +eenvoudige combinatiën met de meest samengestelde; zij hoorden de +raadgevingen aan van oude ongeluksvogels bij het spel, die zich +thans voor professoren in de edele kunst uitgaven, en volgden die +blindelings; zij wendden de domste pogingen aan en pleegden de meest +bijgeloovige handelingen, die den speler tusschen het kind, dat zijn +verstand nog niet heeft, en den idioot, die het voor altijd verloren +heeft, eene plaats aanwijzen. En nog, wanneer men slechts zijn geld bij +het spel verloor, dan was het betrekkelijk nog niets; maar men raakt +er zijne verstandelijke vermogens tevens zoodanig kwijt, dat men er +toe komt de meest bespottelijke combinatiën uit te denken; men geeft +er zijne persoonlijke waardigheid prijs bij de aanraking dier wereld, +welker gemengdheid zich aan allen, die er zich in wagen, opdringt. + +Om kort te gaan, ten gevolge van de gebeurtenissen op dien avond, +die berucht werden in de annalen van het wereldberoemde Monte Carlo, +door de hardnekkigheid, ja de stijfhoofdigheid om vol te houden tegen +eene serie van zeventien keeren, dat de roode kleur bij het _trente +et quarante_ uitkwam, bleven aan de twee medeplichtigen nog niet eens +meer tweemaal honderd duizend francs over. + +Dat was de ellende en de bedelstaf binnen een zeer beperkt verschiet, +vooral voor mannen als deze. + +Maar al hadden zij ook al hun vermogen verloren, zoo waren zij toch +nog hun verstand niet geheel en al kwijt; want terwijl zij daar op het +terras stonden te praten, konden zij een speler zien voorbijsnellen, +die met het hoofd op hol, door de tuinen van het Casino rondliep +en uitriep: + +"Kijk!... Kijk!... Hij draait steeds!... Hij draait steeds!... En +zal altijd draaien!..." + +Allen, die hem zagen, lachten hartelijk; en toch was daar zeer weinig +reden om te lachen. + +De ongelukkige verbeeldde zich, dat hij juist gezet had op het nummer, +hetwelk voorbeschikt was, om uit te komen; maar dat de cilinder, +door eene spookachtige omwentelingskracht verward, draaide, draaide, +draaide, en was blijven draaien tot het einde der eeuwen en der +wereld!... + +De arme kerel was krankzinnig! Geheel en al onherstelbaar krankzinnig! + +"Zijt gij thans weer kalm geworden, Silas Toronthal?" vroeg Sarcany +aan zijnen medeplichtige, die geheel buiten zichzelven van ontsteltenis +was. + +"Kalm, kalm!" bromde de bankier binnensmonds. "Gij hebt goed praten! Ik +wilde u wel in mijne plaats zien." + +"Dat die waanzinnige u tot voorbeeld strekke, wat het zeggen wil, +in zulke omstandigheden het hoofd te verliezen." + +"Ik herhaal het, en zal het steeds herhalen: gij hebt mooi praten; +maar ik wilde u wel in mijne plaats zien." + +"Wij zijn niet geslaagd, dat is zoo," vervolgde Sarcany; "maar het +lot zal keeren, omdat het daartoe gedwongen zal worden, ook zonder +dat wij er iets voor doen." + +Silas Toronthal, in de meest onbevredigde stemming verkeerende, +knorde steeds binnensmonds. + +"Neen, wij moeten en wij mogen niets ondernemen, om het lot gunstiger +te stemmen!" ging Sarcany voort. "Dat is gevaarlijk, en daarenboven +geheel overbodig.... Men slaagt er nimmer in, het lot te wijzigen, +wanneer het ongunstig is. En niets kan het storen, wanneer het in +ons voordeel is!... Laten wij wachten, totdat het ongeluk afgewend +zal zijn, en laten wij dan niet aarzelen, om ons spel, wanneer wij +de veine hebben, hoog op te voeren." + +Luisterde Silas Toronthal naar die trouwelooze raadgevingen, die +evenals alle redeneeringen, welke hasardspelen betreffen, slecht, +zeer slecht waren? Neen, voorzeker niet! Hij gevoelde zich diep +ter neergedrukt en had toen slechts eene overheerschende gedachte, +namelijk: om aan de macht, welke Sarcany zoo noodlottig op hem +uitoefende, te ontsnappen, om zoover weg te vluchten, dat zijn +verleden achter bleef en hem niet zou kunnen volgen, om op een +gegeven oogenblik tegen hem op te staan! Maar zulke aanvallen van +beslissende wilskracht konden onmogelijk lang duren in die verweekte +ziel, waarvan al de veerkracht gebroken was. Daarenboven werd hij van +nabij bewaakt en bespied door zijn medeplichtige. Sarcany, alvorens +hem aan zich zelven over te laten, alvorens hem als een uitgeperste +citroen weg te werpen, had hem nog noodig, totdat zijn huwelijk met +Sava voltrokken zoude zijn. Daarna zou hij zich van Silas Toronthal +wel weten te ontdoen. Hij zou hem dan vergeten, hij zou zich dat zwakke +wezen niet meer herinneren, alsof hij nimmer bestaan had, hij zou niet +meer willen weten, dat zij te zamen zaken gedaan hadden! Maar tot dat +oogenblik moest de bankier in zijne afhankelijkheid blijven! Zoo had +Sarcany het besloten en zoo meende hij dat het moest geschieden. + +"Silas Toronthal," hernam Sarcany, "wij zijn heden zoo ongelukkig +geweest, dat het ongunstige lot in ons voordeel moet keeren!... Morgen +zal het ons gunstig zijn!" + +"En als ik het weinige wat mij overblijft verlies!" antwoordde de +bankier, die te vergeefs tegen die verkeerde raadgevingen trachtte +op te komen. "Zeg, wat dan?" + +"Dan blijft ons Sava Toronthal over!" was het antwoord, dat Sarcany +vrij driftig gaf. + +"En dan?" vroeg de bankier op geheel ter neder geslagen toon. "En +dan?..." + +"Dat is eene bovenste beste troef in ons spel. Die kan onmogelijk +overgetroefd worden!" + +"Ja, morgen!... Gij denkt slechts, die dan leeft, die dan zorgt, +niet waar?" + +"Zeker morgen!" bevestigde Sarcany. "Morgen zal het mijn geluksdag +zijn, wees daarvan verzekerd." + +"Ja, morgen! ... morgen!" herhaalde de bankier, die zich in die +gemoedsstemming bevond, waarin een speler zijn hoofd als inzet zou +stellen. "Morgen!... Morgen!... Welaan, het zij zoo!" + +Beiden keerden naar hun hôtel terug, dat halverwege van de laan +gelegen was, die van Monte Carlo naar La Condamine voert. + +De haven van Monaco, die begrepen ligt tusschen de kaap Focinana en +het fort Antonius, vormt een vrije open kreek of kleine baai, die +toegang aan de noordwestelijke en zuidwestelijke winden verleent. Zij +buigt zich landwaarts in van de rotsmassa af, die de hoofdstad van den +Monacoschen staat torscht, tot aan het hoogvlak, waarop de hôtels, +de villa's en het speelhuis van Monte Carlo verrijzen, aan den voet +van den prachtigen Mont-Ayel, wiens top elf honderd meters hoog is +en het schilderachtige panorama van de kusten van Ligurië beheerscht. + +De stad, die zooals gezegd is drie duizend inwoners telt, gelijkt +op een dischversiersel, hetwelk op die prachtige tafel geplaatst +zoude zijn, die door de rots van Monaco gevormd en langs drie zijden +door de zee bespoeld wordt, en die zelve onzichtbaar is onder het +eeuwige groen der palmboomen, der granaatboomen, der sycomoren, der +peperboomen, der oranje- en citroenboomen, der eucalyptussen, der +boomachtige varens en struikgewassen, zooals geraniums, aloëssen, +myrten, palmachristi's en zoovele anderen, die in eene bevallige +wanorde naast en tusschen elkander groeien. + +Aan de andere zijde van de havenkom ligt, vlak tegenover de hoofdplaats +Monaco, Monte Carlo met zijne zonderlinge gebouwen en massa's, die zich +op alle bergwrongen verheffen, die zigzagsgewijze nauwe en klimmende +straten vormen, die tot bij den weg van La Corniche stijgen, welke weg +halverwege den berg, als in de lucht hangende, aangetroffen wordt. Dat +Monte Carlo vertoont als het ware een schaakbord van tuinen, waarin de +gewassen steeds in bloei zijn, van bevallige woningen in alle vormen, +van villa's in alle bouwstijlen, en waarvan er ettelijke als zwevende +boven de heldere wateren der Middellandsche zee gebouwd zijn. Het is +inderdaad een bekoorlijk oord, een der fraaiste, hetwelk het schoone +Italië oplevert. + +Tusschen Monaco en Monte Carlo, heel diep in de bocht der haven, +van het strand af tot aan de vernauwing van het grillig toeloopend +dal, dat de berggroepen scheidt, ontwikkelt zich eene derde stad: +dat is La Condamine. + +Daarboven ter rechterzijde verrijst een grootsche berg, wiens profiel, +naar de zeezijde gekeerd, hem den naam van den Hondenkop heeft +verleend. Op dien kop ontwaart men thans ter hoogte van vijfhonderd +twee en veertig meters boven de oppervlakte der zee, een fort, dat +gezegd kan worden onneembaar te zijn, en de eer heeft tot het Fransche +grondgebied te behooren. Aan dien kant bevindt zich de grens van het +Monacosche rijkje. + +Van La Condamine naar Monte Carlo kunnen de rijtuigen langs een +prachtigen hellenden weg naar boven komen. Op het hoogste gedeelte +daarvan verrijzen de particuliere woningen en de hôtels, waarvan een +door Sarcany en Silas Toronthal betrokken was. Van uit de vensters +hunner vertrekken, die naast elkander gelegen waren, genoot men +een vergezicht, hetwelk zich tot La Condamine, ja tot over Monaco +uitstrekte en slechts door den Hondenkop begrensd werd, door dat +dogsgelaat, hetwelk de Middellandsche zee schijnt te ondervragen, +zooals de Sfinx dat met de Lybische woestijn deed. + +Sarcany en Silas Toronthal hadden zich na hunne teleurstellingen in +hunne kamers teruggetrokken en onderzochten en overpeinsden daar den +toestand, natuurlijk ieder van zijn standpunt. Zouden thans de banden +der gemeenschappelijke belangen, die hen gedurende vijftien jaren te +zamen gebonden hadden, door de fortuinswisselingen verbroken worden? + +Bij zijne thuiskomst had Sarcany een brief gevonden, die van Tetuan +aangebracht was en dien hij dadelijk geopend had. Hij wierp er in +alle haast een blik in. + +In weinige regels deelde hem Namir twee tijdingen mede, die voor +hem zeer belangrijk waren. Vooreerst den dood van Carpena, die in +de haven van Ceuta, tengevolge van zeer zonderlinge omstandigheden +verdronken was. Dan de verschijning van dokter Antekirrt op dat punt +van de Marokkaansche kust, alsmede de aanrakingen die deze met den +Spanjaard gehad had, waarna hij dadelijk weer verdwenen was. + +Toen hij dien brief gelezen had, opende Sarcany het venster van zijne +kamer. En daar, geleund op den rand van het balkon, gaf hij zich, +terwijl zijn blik doelloos en verstrooid over het landschap en over de +blauwe golven der Middellandsche zee waarde, aan zijne overpeinzingen +over. Die waren verre van rooskleurig. + +"Carpena dood!... Dat kon waarlijk niet beter te pas komen!... Komaan, +dan waren zijne geheimen met hem verdronken en in de diepte op den +bodem van den Oceaan begraven!... Van dien kant kan ik dus gerust +zijn!.. Daaromtrent heb ik niets meer te vreezen!" + +Toen met alle nieuwsgierigheid tot het tweede gedeelte van den brief +overgaande: + +"Wat de verschijning van dien dokter Antekirrt te Ceuta betreft, +dat komt mij ernstiger voor!... Wie is die man toch?... Dat zou mij, +alles wel beschouwd, bitter weinig kunnen schelen, wanneer ik hem +niet sedert eenigen tijd min of meer daadwerkelijk gemengd vond in +alles wat mij betreft! ... Te Ragusa, zijne bezoeken aan de familie +Bathory! ... Te Catania, die strik, welken hij aan Zirone gespannen +heeft! ... Te Ceuta, die tusschenkomst, die evenwel Carpena het leven +gekost heeft! ... Hij was daar dicht bij Tetuan! ... Maar het schijnt +niet, dat hij er heen gegaan is, ook niet, dat hij weet, dat daar de +schuilplaats van Sava te vinden is. Dat zou een verschrikkelijke slag +zijn, die evenwel nog gebeuren kan! ... Wij zullen zien, of die niet +voorkomen kan worden, niet alleen voor het toekomstige maar zelfs voor +het tegenwoordige! ... De Senousisten zullen weldra meester zijn van de +geheele Cyrenaïsche kuststrook; ... zij zullen dan slechts een zeearm +over te steken hebben, om Antekirrta aan te kunnen vallen! ... Als zij +in dat spoor voortgedreven moeten worden ... welnu, dan zal ik wel ..." + +Het is klaarblijkelijk, dat alle die feiten donkere vlekken aan +Sarcany's gezichteinder vormden. In de sombere verwikkelingen, die +hij pas voor pas ontwierp, om zijn doelwit te bereiken, en hetwelk +hij schier met de hand aanraakte, kon het kleinste steentje een +struikelblok worden, die hem zou kunnen doen vallen en vernietigen. En +van dien val zou hij waarschijnlijk niet meer opstaan. Nu was die +tusschenkomst van dokter Antekirrt in zijne plannen wel geschikt om +hem te verontrusten; maar wat hem nog meer zorgen baarde, en ernstige +zorgen, was de tegenwoordige toestand van Silas Toronthal. Die was +het krankzinnig worden nabij. + +"Ja," zoo sprak hij tot zich zelven, "wij zijn, inderdaad, zonder +uitweg tegen den muur gedrongen! ... Morgen wordt alles op één worp, +op één dobbelsteen gezet! ... Of de bank zal springen, of ... wij! Dat +ik geruïneerd zal zijn door zijn val ... wat kan dat schelen? Ik kan +mij herstellen ... Maar Silas Toronthal? Dat is iets anders ... Dan +zal hij gevaarlijk worden, ... dan kan hij geneigd zijn te praten, +... dan kan hij het geheim openbaren, waarop mijn geheele toekomst +rust! ... Dan zou hij, nadat hij zoolang in mijne macht geweest is, +macht over mij krijgen!" + +En, inderdaad, de toestand was zoodanig, als Sarcany hem inzag. Hij +kon zich deswege geen droombeelden maken, ook niet over de moreele +waarde van zijn medeplichtige. Hij had hem vroeger onderwijs in onrecht +en laaghartigheid gegeven, en Silas Toronthal zou niet nalaten die +lessen op te volgen, wanneer hij niets meer te verliezen zou hebben. + +Sarcany vroeg zich toen af, hoe hij te handelen had in zoo'n benauwend +uiterste. + +Terwijl hij zoo in gedachten verzonken zat, zag hij niet, wat bij den +ingang der haven van Monaco, die eenige honderden voeten beneden hem +gelegen was, plaats vond. + +Op den afstand van eene kabellengte van dien ingang gleed een +lang spoelvormig lichaam in volle zee voorwaarts, dat noch mast +noch schoorsteen vertoonde, en waarvan de romp slechts twee of drie +voeten boven de wateroppervlakte uitstak. Dat vaartuig kwam weldra, na +langzamerhand de Focicana-kaap tot vlak onder het duiven-schietterrein +van Monte Carlo genaderd te zijn, eene meer gunstige ankerplaats, +voor de branding beveiligd, zoeken. Toen die gevonden en het anker +in den zeebodem gevallen was, stak eene lichte jol, van plaatijzer +vervaardigd, die als in de flanken van dat schier onzichtbare schip +verscholen was geweest, van boord af, nadat drie mannen daarin plaats +hadden genomen. Weinige riemslagen waren voldoende, om het nabijgelegen +strand te bereiken, waar twee der opvarenden aan wal stapten, terwijl +de derde de jol naar boord terugroeide. Weinige minuten later was +het geheimzinnige vaartuigje, dat zijne tegenwoordigheid noch door +een licht noch door eenig gedruisch verraden had, zonder eenig spoor +na te laten, in de duisternis verdwenen. + +Wat de beide ontscheepte mannen betrof, deze volgden, nadat zij de +strandstrook overgestoken waren, den voet der rotsen en richtten +hunne schreden naar het station van den spoorweg van Monaco, daarna +sloegen zij de Spelugualaan in, die sierlijk en bevallig om de tuinen +van Monte Carlo voert. + +Sarcany had daarvan niets gezien. Zijne gedachten voerden hem in dit +oogenblik ver, zeer ver van Monaco, naar den kant van Tetuan... Maar +hij dwaalde er niet alleen heen. Hij noodzaakte zijn medeplichtige +die denkbeeldige reis mede te maken. Die was waarachtig in geene +stemming om denkbeeldige reizen te volvoeren. + +"Silas! ... ik in de macht van Silas Toronthal!.." zoo herhaalde hij +al prevelend in zich zelven. "Silas, die met één woord mij zou kunnen +beletten, mijn doel te bereiken! ... Dat nooit! ... Als wij morgen +het geld niet teruggewonnen hebben, wat het spel ons ontnomen heeft, +dan zal ik hem wel noodzaken mij te volgen! ... Ja, dat zal ik ... mij +te volgen tot Tetuan toe ... en wie zal zich daar op de Marokkaansche +kust om Silas Toronthal bekommeren, wanneer hij eensklaps kwam te +verdwijnen? Niemand ter wereld, niemand, niet waar?" + +De lezer weet het: Sarcany was er de man niet naar, om voor +eene misdaad meer of minder terug te deinzen, vooral wanneer de +omstandigheden, zooals de onbekendheid van de landstreek, de woestheid +harer inwoners, de onmogelijkheid om den schuldige op te sporen en +uit te vinden, de volvoering zoo gemakkelijk zouden maken. + +Toen zoo zijn plan vastgesteld was, sloot Sarcany het venster, ging +naar bed en was weldra in een diepen slaap gedompeld, zonder dat +zijn geweten die rust stoorde, zonder dat zelfs eenige wroeging zich +deed gevoelen. + +Met Silas Toronthal was het niet zoo gesteld. De bankier bracht een +schrikkelijken nacht door. En niet zonder reden! Wat bleef hem van +zijn vermogen van weleer nog over? Ter nauwernood tweemaal honderd +duizend franken, die door het spel niet verzwolgen waren. En dan +nog: die behoorden hem niet eens. Dat was de inzet van de laatste +partij! De laatste kans, die te wagen was! De toestand was in zijn +oogen ontzettend netelig. + +Dat was de wil van zijn medeplichtige; dat was zijn eigen wil! Zijne +verzwakte, verweekte hersenen, die met dwaze berekeningen vervuld +waren, gedoogden hem niet meer om kalm en juist te redeneeren. Hij +was zelfs onbekwaam--in dit oogenblik althans--om zich rekenschap +van zijn toestand te kunnen geven, om dien te kunnen overzien, zooals +Sarcany niet zonder sluwheid gedaan had. Hij begreep volstrekt niet, +dat de rollen verwisseld waren, dat hij den man nu in zijne macht +had, die hem zoo lang het dwangjuk had doen gevoelen. Hij had slechts +oogen voor het tegenwoordige, dat hem zijn onmiddellijken ondergang +deed aanschouwen, en dacht slechts aan den dag van morgen, die hem +redden zou, of hem tot de laagste sport van de ladder der menschelijke +ellende zou doen afdalen. + +Zoo ging die nacht voor de beide vennooten zeer ongelijk, zooals men +ziet, voorbij. + +Gunde hij den eenen eenige uren rust, zoo liet hij den anderen zich +slechts wanhopig wentelen in angstige pijnlijkheid en volslagen +slapeloosheid. + +Den volgenden morgen tegen tien uren vervoegde Sarcany zich bij +Silas Toronthal. De bankier was voor zijne tafel gezeten en hield +zich halsstarrig bezig met eenige vellen papier met cijfers en +formulen te bekladden. Blijkbaar had hij den nacht met dien arbeid +doorgebracht. Hij zag er uit als het beeld der verpersoonlijkte +wanhoop. + +"Welnu, Silas Toronthal," begon de Siciliaan op dien luchtigen toon, +die aan de ellende in dit tranendal niet meer gewicht schenkt, dan +zij waard is. + +De bankier antwoordde niet, hij scheen te zeer in zijne formulen en +berekeningen verdiept. + +"Hebt gij eindelijk de voorkeur aan de roode of aan de zwarte kleur +geschonken?" vervolgde Sarcany. + +"Ik heb geen enkel oogenblik geslapen!" siste Silas Toronthal meer +dan hij sprak. + +"Niet?" + +"Neen, geen enkel. Hebt gij kunnen slapen?" vroeg de bankier woest, +terwijl een zweem van afgunst zijn gelaat ontroerde. + +"Zeker heb ik kunnen slapen. Maar ... des te erger, Silas Toronthal, +des te erger voor u." + +"Waarom? Zeg mij, waarom des te erger voor mij en niet voor u? Dat +wil en moet ik weten." + +"Heden moet gij noodzakelijk koelbloedig wezen en zouden een paar +uren rust u goed gedaan hebben." + +"Och, wat! Bah!... Wat beteekent rust?... Heb ik rust noodig?.. En +toch...." + +"Kijk mij... Ik heb heerlijk geslapen, en ik bevind mij in den +gewenschten toestand om den kamp met de fortuin te aanvaarden. Ik +wilde, dat gij zoo kalm waart als ik." + +"De fortuin?... De fortuin?..." herhaalde Silas Toronthal nadenkend +en met de hand voor het voorhoofd geslagen. + +"Ja, de fortuin! Zij is, wel beschouwd, vrouw en als zoodanig deelt +zij hare gunsten uit aan hen, die sterk genoeg zijn, om haar te +beheerschen en haar onder den duim te houden," + +"Zij heeft ons toch verraden! Ja, verraden, zooals dat slechts eene +vrouw doen kan!" + +"Bah!... Een eenvoudige gril!... Als die gril over is, keert zij tot +ons terug! Zijt gij daaromtrent niet ten innigste overtuigd? Gij zult +zien, zij komt tot ons terug!" + +Silas Toronthal antwoordde niet. Had hij wel gehoord, wat Sarcany tot +hem zeide, terwijl zijn blik het vel papier niet verliet, dat voor +hem lei en waarop hij zijne vrij nuttelooze combinatiën uitgerekend +had? Dat was voorzeker te betwijfelen. Hij bleef het oog op de +cijferreeksen gevestigd houden en scheen overigens niets te zien of +te hooren. + +"Wat deedt gij dan toch, toen ik binnentrad?" vroeg Sarcany, terwijl +hij het papier greep. + +"Ik?" hernam de bankier als verschrikt... "Ik?... Geef mij dat papier +terug, Sarcany." + +"Berekeningen, ... onfeilbare martingalen om te winnen?.. Drommels, +waarde Silas, het komt mij voor, dat gij zeer ongesteld zijt. Het +begint u waarlijk in het hoofd te schelen!" + +"Kom, loop heen, ik... Maar geef mij dat papier terug, Sarcany, +ik bid er u om." + +"De fortuin, of beter het toeval, de kans laat zich niet door +berekeningen onderwerpen. En het is die fortuin, dat toeval, die kans +alleen, die heden uitspraak zal doen: voor of tegen ons!" + +"Welnu?" vroeg Silas Toronthal, terwijl hij hem het papier uit de +handen trok, het opvouwde en in zijne portefeuille opborg. + +"Ik ken maar eene manier, Silas, om dat toeval te leiden, te dwingen," +hernam Sarcany op spotzieken toon. + +"Welnu?" herhaalde de bankier vragend: "Zeg mij die manier, Sarcany, +als zij goed is." + +"Ja, maar daarvoor moet men bijzondere studiën gemaakt hebben ... en +op dat gebied--dit moet gij erkennen--is onze opvoeding onvoltooid +gebleven. Van studie hebben wij beiden niet veel willen weten." + +"Maar, wat verder? Spreek dan toch, Sarcany. Wat verder?" vroeg Silas +Toronthal stampvoetende. + +"Laten wij het derhalve geheel, aan het toeval overlaten. Gisteren had +de bank de veine, het is niet onmogelijk, dat zij heden déveine zal +hebben. En als dat zoo is, dan"... Sarcany's oogen glinsterden... "heb +ik u niets meer te zeggen." + +"Dan?..." + +"Dan zal het spel ons alles weergeven, wat wij verloren hebben! Zult +gij dan tevreden zijn?" + +"Alles?..." + +"Ja, alles, Silas Toronthal! Alles! Verstaat gij +mij? Alles! Alles! Verlaat u op mij." + +"God geve het!" zuchtte de bankier zoo weemoedig, alsof het eerlijk +verdiende penningen gold. + +"Maar, nu geene zwakheid, geene ontmoediging meer! Integendeel +stoutheid en koelbloedigheid!" + +"En als wij hedenavond geruïneerd zullen zijn?" hernam de bankier, +die voor Sarcany ging staan en hem strak in de oogen keek. "Zeg, +als wij hedenavond niets meer hebben zullen?" + +"Welnu, dan verlaten wij Monaco! Dat is afgesproken, Silas Toronthal, +niet waar?" + +"Monaco verlaten? Waarom Monaco verlaten? En waarheen dan?... Zoo +zonder geld?" + +"Voorzeker. Wat zouden wij hier uitrichten? Zonder de speelzalen is +te Monaco niets uit te richten." + +"Monaco verlaten?... Om waarheen te gaan? Daarop antwoordt gij niet, +dunkt mij." + +Neen, Sarcany antwoordde niet, daarin had Silas Toronthal volkomen +gelijk. + +"O, gevloekt zij de dag, waarop ik u leerde kennen, Sarcany, de dag, +toen ik uwe diensten verzocht!" + +De Siciliaan grinnikte van de pret. Het gesprek werd nu eerst +interessant voor hem. + +"Ik zou niet zoo diep gevallen zijn, als ik thans ben!" ging de +bankier kermend voort. + +"Het is een beetje laat, om thans dergelijke verwijten als oude koeien +uit de sloot te halen!" antwoordde de schaamtelooze kerel. "Dat moest +ge toch zelf inzien." + +"Zwijg!" riep de bankier uiterst vertoornd. "Zwijg, of ik zal u..." + +"Het is ook al te gemakkelijk, de menschen ten laatste met verwijten +te overladen, wanneer men zich eerst van hen bediend heeft. Dat is +de meest gebruikelijke manier, om zijne dankbaarheid te toonen!" + +"Pas op!" riep de bankier verbolgen uit. "Ik waarschuw u ernstig. Pas +op!" + +"Ja!... ik zal oppassen!" mompelde Sarcany onverstaanbaar. "Daar kunt +ge staat op maken." + +Die soort bedreiging van Silas Toronthal moest den ellendeling in +het voornemen sterken, om zijn medeplichtige buiten staat te stellen, +hem te kunnen benadeelen. + +Daarna hernam hij met luider stem, alsof er hoegenaamd niets gebeurd +was: + +"Waarde Silas," zei hij honigzoet, "laten wij toch niet boos +op elkander worden!... Waartoe zou dat dienen?... Dat overspant +slechts de zenuwen, en, geloof mij, wij mogen heden niet zenuwachtig +zijn!... Schep vertrouwen en kijk naar mij: ik wanhoop niet!... Gij +zult zien, heden zal het de dag onzer zegepraal zijn!" + +"Maar, intusschen.... Als dat nu eens niet gebeurt? Wat dan? is +de vraag." + +"Mocht bij ongeluk de déveine ons nogmaals teisteren.... Dan ... ja +dan...." + +"Welnu?..." + +"Vergeet dan niet, dat ik nog andere millioenen in het verschiet heb, +waarvan gij uw deel zult hebben." + +"Ja!... Ja!..." riep Silas Toronthal uit, bij wien de +spelersgeaardheid, die een oogenblik afgeleid was, weer de bovenhand +kreeg. "Ja!... Ja!... ik moet mijne revanche hebben! De bank is te +gelukkig geweest!" + +"Juist, zoo! Zie, nu wordt ge weer de oude fideele kerel! Nu herken +ik u weer." + +"Te gelukkig geweest!" herhaalde Silas Toronthal, "en dezen avond +nog.... Ja, dezen avond!..." + +"Dezen avond zullen wij rijk, zeer rijk zijn!" riep Sarcany uit, +"en ik beloof u, dat wij dan niet meer verliezen zullen, wat wij +teruggewonnen zullen hebben! Wat er ook heden gebeuren moge ... wij +zullen dan het spelen staken." + +"Heden?..." vroeg de bankier in gespannen verwachting. "Het spelen +staken?... Heden reeds?" + +"Morgen verlaten wij Monte Carlo!... Morgen stevenen wij naar Tetuan." + +"Naar Tetuan?... Monte Carlo verlaten?... Waarom, als ik u bidden mag?" + +"Ja, wij zullen vertrekken.... En deze noodlottige plaats ontvlieden, +waar men slechts zijn geld kan verliezen." + +"Waarheen?... Maar, waarheen dan toch?" + +"Zooals ik zeide, naar Tetuan, waar wij eene laatste partij te spelen +hebben, waarlijk eene allerlaatste partij! Maar daar niet met leelijke +croupiers, maar integendeel met een allerliefst aanvallig meisje." + +Silas Toronthal grinnikte, maar antwoordde niet. Hij verdiepte zich +weer in zijne kansberekeningen. Eene gedachte aan de arme Sava kwam +niet bij hem op. Het was inderdaad een kerel zonder ziel. + + + + + +IV. + +DE LAATSTE INZET. + + +De salons van den Vreemdelingen-Kring--gewoonlijk Casino +geheeten--waren sedert elf uren geopend. Hoewel het getal spelers nog +zeer beperkt was, waren toch reeds eenige roulette-tafels ter wille +van de ongeduldigen aan den gang. En het was daar rondom, dat thans +die weinige aanwezigen gezeten of gegroepeerd waren. + +De stand dezer tafels was vooraf nagegaan en zoo noodig hersteld +geworden; want het is van het uiterste belang dat zij volkomen waterpas +staan. En inderdaad, het geringste gebrek te dien opzichte zou toch +invloed kunnen hebben op den knikker, die langs de ronddraaiende +schijf voortloopt. Dat zou opgemerkt worden en de arglistige spelers +zouden dat spoedig in de gaten hebben en daarmede zeer ten nadeele +van de bank hun voordeel kunnen doen. + +Op ieder der zes roulette-tafels waren zestig duizend franken, zoowel +in goud als in zilverspecie en in papiergeld nedergelegd. Op ieder der +twee trente et quarante-tafels honderd vijftig duizend franken. Dat +is de gewone inzet der bank, in afwachting dat het gunstige seizoen +geopend wordt, en het is zeer zeldzaam, dat het bestuur der inrichting +genoopt wordt, die eerste fondsen-verstrekking aan te vullen. Met +hare zoo gunstige kansen moet zij steeds winnen. Is dus het spel op +zich zelf reeds als onzedelijk te beschouwen, het is daarenboven dom, +want de speler staat tegenover de bank met zeer ongelijke kansen. Hij +wordt als het ware opgelicht en afgezet. + +Rondom ieder der roulette-tafels hadden reeds acht croupiers, met +hunne harken in de hand, de plaatsen ingenomen, die voor hen bestemd +waren. Naast hen zaten of stonden de spelers, of de toeschouwers in +gespannen verwachting. + +In de salons wandelden de inspecteurs en de opzichters op en neer en +hielden het oog zoowel op de croupiers als op hunne slachtoffers, +terwijl talrijke kellners heen en weer liepen, om het publiek +te bedienen. Om een denkbeeld te geven van het gewemel, dat hier +plaats kan hebben, valt mede te deelen, dat niet minder dan honderd +en vijftig geëmployeerden in de speelzalen van Monte Carlo heen en +weder drentelen. Een ware legermacht inderdaad. + +Tegen half een in den namiddag bracht de trein van Nizza zijn gewoon +contingent van spelers aan. Zij waren dien dag wellicht talrijker +dan anders. Die serie van zeventien malen de roode kleur van daags +te voren, had haren natuurlijken invloed niet gemist. Een ieder wilde +een kijkje komen nemen, of zich zoo iets niet zou herhalen. + +Dit werkte als eene nieuwe aantrekkingskracht, en een ieder, die van +het toeval des spels leefde of daaraan offerde, was gekomen om met +belangstelling het vervolg van zoo'n serie te zien en op te merken. + +De salons waren een uur later gevuld. Men koutte natuurlijk over +die zonderlinge uitkomst, evenwel met zachte stem. Niets stemt +meer akelig dan dat gefluister in die onmetelijke zalen, welker +versieringen met verguldsel overladen zijn, die weelderig gemeubeld +en door prachtige kronen en kandelabres verlicht zijn, zonder nog de +olielampen te vermelden, die van groene oogenschermen voorzien zijn, +en voornamelijk boven de speeltafels aangebracht zijn. + +Wat hier, in weerwil van de menigte, die er zich verdringt, den +boventoon voert, is niet het geluid der gesprekken, maar wel het +metaalachtige gerinkel der gouden of zilveren muntstukken, die +geteld, of op het groene kleed geworpen worden, ook het geritsel van +de bankbiljetten, alsmede het voortdurende: "rood wint en kleur" of +"zeventien, zwart, oneven," door de eentonige en onverschillige stem +des speldrijvers uitgegalmd. + +Dat alles levert een treurig gezicht op, dat een diepen blik in den +afgrond der menschelijke hartstochten gunt. + +Evenwel twee der voornaamste verliezers van den vorigen dag waren +nog niet in de speelsalons verschenen. Reeds waren eenige spelers +op het punt om verschillende kansen te volgen en te wagen, om de +veine te grijpen, hetzij bij de roulette, hetzij bij de trente et +quarante-tafel. Maar de afwisselingen van winst en verlies wogen +tegen elkander op, en niets duidde er op, dat het verschijnsel van +den vorigen dag zich weer zou voordoen. + +Tegen drie uren eerst traden Sarcany en Silas Toronthal het Casino +binnen. + +Voordat zij in de speelzalen verschenen, wandelden zij de ruime zaal +op en neer, waarin zij weldra de algemeene nieuwsgierigheid tot zich +trokken. Men bekeek hen, men bespiedde hen, men vroeg zich af of zij +den strijd weer zouden aanbinden met het noodlot, dat hun den vorigen +dag zoo vijandig, zoo noodlottig was geweest. + +Eenige zoogenaamde professoren hadden van de gelegenheid wel willen +gebruik maken om hun onfeilbare martingalen of kunstgrepen om te +winnen, aan den man te brengen, indien de nieuw aangekomenen maar +genaakbaar geweest waren. Maar de bankier Silas Toronthal zag er zeer +verstrooid uit, en merkte niet op, hetgeen rondom hem voorviel. Sarcany +was meer koelbloedig, meer gesloten dan ooit. Het was, alsof hij beider +lot in handen had en, van zekere zijde beschouwd, was dat ook zoo. + +Beiden waren, als het ware, in zich zelven gekeerd, nu zij den laatsten +inzet gingen wagen. + +Onder de vele personen, die hen met die bijzondere nieuwsgierigheid +hadden gadegeslagen, welke men aan ernstige lijders of aan +veroordeelden verleent, bevond zich een vreemdeling, die vast besloten +scheen, om hen geen oogenblik uit het oog te verliezen. + +Dat was een jonge man, twee en twintig of drie en twintig jaren oud, +met een fijn besneden gelaat en schrander uiterlijk en spitse neus--een +van die neuzen, die, als het ware, meer toekijken dan ruiken.--Zijne +oogen waren bijzonder doordringend, maar verscholen zich achter een +bril met eenvoudige beschermende glazen. Hij scheen zeer levendig +en het was alsof hij kwikzilver in de aderen had. Hij hield dan +ook de handen angstvallig in de zakken van zijn overjas, om hen te +beletten gebaren te maken, terwijl hij zijne voeten noodzaakte om +met de hielen op dezelfde lijn aan elkander gesloten te zijn, om +des te zekerder te zijn, dat zij zoodoende op de plaats bleven. Hij +was zeer fatsoenlijk gekleed, hoewel er aan zijn kleeding niets ten +offer gebracht was, om de overdreven eischen van de modedwaasheid te +bevredigen. Er was dan ook niets in zijne houding op te merken, dat +naar gezochte voornaamheid zweemde, hoewel hij zich waarschijnlijk +niet zeer op zijn gemak voelde in die nauwsluitende kleedingstukken, +die den glans der nieuwheid nog bezaten. + +Zoo iets zal wel niemand bevreemden, want dat jonge mensch was niemand +anders dan Pescadospunt in eigen persoon. + +Buiten in den tuin stond hem Kaap Matifou geduldig te wachten. Beide +vrienden waren dus te Monte Carlo weer vereenigd. + +Wie zal er aan twijfelen, dat zij voor rekening van dokter Antekirrt +in dit paradijs, of in deze hel, door het Monacosche gebied gevormd, +gekomen waren? + +Zij waren daags te voren door de vlet van de _Electric 2_, behoorende +tot de vloot van het eiland Antekirrta, op de kaap van Monte Carlo +zonder meer ontscheept. Bagage hadden zij niet noodig geacht. + +Met welk doel waren zij hier gekomen? Wat voerde hen hier heen, +in die plaats des verderfs? + +Wij zullen het straks vernemen. De ontwikkeling van het verhaal zal +ons wel tot de ontknooping voeren. + +Twee dagen nadat Carpena aan boord van de _Ferrato_ gebracht +was geworden, was hij, in weerwil van zijn protest en zijne +tegenspartelingen, in een der onderaardsche casematten van het +eiland Antekirrta gekerkerd geworden. Daar begreep die ontsnapte +van het Spaansche presidio al heel spoedig, dat hij slechts de eene +gevangenis tegen eene andere verwisseld had. In plaats van te behooren +tot het personeel van veroordeelden onder het juk van den gouverneur +van Ceuta, was hij, evenwel zonder dat hij het wist, in de macht van +dokter Antekirrt. + +Waar bevond hij zich? Dat wist hij niet. Dat kon hij onmogelijk raden, +hoezeer hij zijn brein ook aftobde. + +Had hij bij de verandering gewonnen? Dat vroeg hij zich niet zonder +ongerustheid af. Hij was besloten om alles te doen, alles in het werk +te stellen, om zijn toestand te verbeteren. + +Hij aarzelde dan ook geen oogenblik, om op de eerste aanmaning, die +hem door den dokter zelven gedaan werd, met de grootste openhartigheid +te antwoorden. + +Of hij den Triëster bankier Silas Toronthal al dan niet kende? + +Daarop antwoordde hij ontkennend. + +Sarcany dan? + +Ja, dien kende hij, hoewel hij hem slechts zelden en dan nog met +groote tusschenpoozen gezien had. + +Of Sarcany met Zirone en zijne bende in betrekking stond, sedert +deze op het eiland Sicilië werkzaam was en de omstreken van Catania +onveilig maakte? + +Carpena antwoordde daarop bevestigend, daar Sarcany op Sicilië verwacht +werd, en hij daar zeer zeker aangekomen zou zijn, wanneer hij geen +bericht had bekomen van den ongelukkigen afloop van den tocht, +waarbij Zirone omgekomen was. + +Waar was Sarcany thans? luidde vervolgens de vraag van dokter +Antekirrt. + +Te Monte Carlo, wanneer hij ten minste die stad niet binnen kort +verlaten had. Daar had hij sedert eenigen tijd zijn verblijf +gevestigd en was daar waarschijnlijk in gezelschap van den bankier +Silas Toronthal. + +Meer wist Carpena niet en meer kon hij dus ook niet vertellen. Maar +het medegedeelde was voldoende voor dokter Antekirrt, om den veldtocht +te beginnen. + +Het is buiten kijf, dat de Spanjaard de drijfveer niet kende, +waarom hem de dokter van Ceuta had doen ontsnappen, waarom hij zich +van zijn persoon had meester gemaakt. Ook kon Carpena niet gissen, +dat zijn verraad jegens Andreas Ferrato gekend was door hem, die hem +ondervroeg. Daarenboven wist hij ook niet, dat Luigi de zoon was van +den visscher van Rovigno. + +Carpena werd in eene donkere casemat opgesloten, waarin hij nog +strenger bewaakt werd dan dat ooit in de gevangenis van Ceuta geschied +was. Hij zou met niemand in aanraking komen, totdat zijn lot beslist +zoude zijn. + +Zoo was dan een der drie verraders, die de bloedige ontknooping van +de Triëster samenzwering veroorzaakt hadden, in handen van dokter +Antekirrt. Dezen bleef dus nog de taak over, om de twee anderen te +achterhalen, wat niet moeielijk meer kon zijn, daar Carpena thans +medegedeeld had, waar ze gevonden konden worden. + +Daar evenwel de dokter en Piet Bathory door Silas Toronthal en +Sarcany herkend konden worden, scheen het hun geraden niet eerder +persoonlijk op te treden, dan wanneer zulks met zekerheid van te zullen +slagen kon geschieden. Maar nu men het spoor der beide medeplichtigen +teruggevonden had, kwam het er voornamelijk op aan, hen, in afwachting +dat de gelegenheid zich zou voor doen om daadwerkelijk te handelen, +niet meer uit het oog te verliezen. + +Daarom werd Pescadospunt naar Monaco gezonden met opdracht om hen +overal te volgen, waarheen zij gaan zouden. Kaap Matifou vergezelde +hem, om hem des vereischt met zijne stevige vuisten bij te springen, +terwijl dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi ook derwaarts met +de _Ferrato_ zouden vertrekken, wanneer het gunstige oogenblik +aangebroken zou zijn. Zooals men ziet, werden de mazen van het net +al meer en meer om de schuldigen dichtgetrokken. + +De beide akrobaten waren midden in den nacht te Monte Carlo aangekomen +en waren des morgens dadelijk aan den arbeid getogen. Het was hen niet +moeielijk gevallen, het hôtel uit te vinden, waar Silas Toronthal +en zijn medeplichtige Sarcany hun intrek genomen hadden. Terwijl +Kaap Matifou, in afwachting dat de avond viel, in den omtrek van +Monte Carlo rondwandelde, zag Pescadospunt, die zorgvuldig de wacht +hield en niets liet ontglippen, de beide vennooten tegen een uur in +den namiddag naar buiten treden. Het scheen den wakkeren verspieder +toe, dat de bankier Silas Toronthal zeer neerslachtig was en bitter +weinig sprak, hoewel Sarcany zijn best deed om het onderhoud levendig +te houden. In de morgenuren had Pescadospunt hooren verhalen, wat +daags te voren in de speelzalen van Monte Carlo plaats gevonden had, +namelijk die ongeloofelijke reeks van de roode kleur, die zoovele +slachtoffers gemaakt had en waaronder voornamelijk Sarcany en Silas +Toronthal aangehaald werden. Met zijne aangeboren schranderheid +besloot de wakkere kerel daaruit, dat hun onderhoud daarover +moest loopen, en in het bijzonder over het kwade gesternte, dat +hen vervolgd had. Bovendien vernam hij, dat die beide spelers niet +alleen ten gevolge van die noodlottige reeks, maar ook vroeger en +vooral in de laatste dagen groote sommen verloren hadden, waaruit +hij alweer met niet minder schranderheid de gevolgtrekking maakte, +dat hunne laatste hulpmiddelen nagenoeg uitgeput moesten zijn, en dat +het oogenblik naderde, waarop dokter Antekirrt daadwerkelijk en met +vrucht zou kunnen optreden. Waarlijk, de dokter had een meesterlijke +greep gedaan, toen hij de beide akrobaten voor zijn dienst aanwierf. + +Die mededeelingen werden des morgens dadelijk door Pescadospunt, +evenwel zonder iemand te noemen, aan een bekend adres te La Valetta op +het eiland Malta getelegrafeerd, vanwaar zij langs een particulieren +draad snel naar het eiland Antekirrta overgeseind werden. + +Toen Sarcany en Silas Toronthal het gebouw van het Casino van Monte +Carlo binnentraden, stapte Pescadospunt achter hen aan. Toen zij de +salons van de roulette en van het trente-et-quarante binnengingen, +volgde hij hen ook. + +Het was toen juist drie uren in den namiddag. De heldere metalen klok +van het torentje van het Casino verkondigde dat luid genoeg, terwijl +de nagalm over de watervlakte van de Middellandsche zee wegstierf. + +Het spel begon toen levendiger te worden, hoewel er nog geen groote +geestdrift heerschte. + +De bankier en zijn makker wandelden eerst de zalen rond. Hier en daar +bleven zij gedurende eenige oogenblikken bij sommige speeltafels staan, +sloegen den gang van het spel gade, maar onthielden zich blijkbaar +stelselmatig er deel aan te nemen. + +Pescadospunt verloor hen niet uit het oog, terwijl hij als een +onbedreven nieuwsgierige op en neder slenterde. Hij meende zelfs, +om hunne aandacht niet te trekken, hier en daar een paar vijf +francstukken op de kolommen of op de nummers der roulette te moeten +wagen. Die verloor hij natuurlijk; het moet evenwel erkend worden, +hij deed dat met de meest mogelijke onverschilligheid. Maar waarom had +hij ook niet den uitmuntenden raad gevolgd, die hem een professor, +een beunhaas in het spel, in vertrouwen gegeven had? Ja, waarom +niet? Was het betweterij? + +"Om te slagen in het spel," had deze gezegd, "moet men er zich +op toeleggen, om de kleine inzetten te verliezen en de groote te +winnen! Daarin bestaat het geheele geheim, mijnheer!" + +Pescadospunt knikte den raadgever gedachteloos toe; maar drentelde +verder. + +Het sloeg vier uren op de groote pendule in de speelzaal, waarin zij +zich bevonden, toen Silas Toronthal en Sarcany het geschikte oogenblik +gekomen achtten, om de veine "den tand te voelen", zooals zij dat +uitdrukten. Verscheidene plaatsen waren nog onbezet bij eene der +roulette-tafels. Beiden namen daaraan plaats en wel tegenover elkander, +en weldra zag de roulettehouder zich niet alleen door spelers omringd, +maar ook door eene talrijke menigte toeschouwers, die begeerig waren +den revanche-strijd te aanschouwen, dien de twee ongelukkige spelers +van den vorigen dag te leveren hadden. Aller aandacht was natuurlijk +ten hoogste geprikkeld. Men verdrong zich als het ware. + +Pescadospunt had natuurlijk gezorgd in de eerste rij der nieuwsgierigen +plaats te nemen, en was, zooals wel te bedenken is, niet een der +minsten van hen, die belangstelling in de lotswisselingen van de +begonnen partij stelden. + +Gedurende het eerste uur wogen de kansen nagenoeg tegen elkander +op. Winst en verlies stonden gelijk. + +Om die kansen des te beter te verdeelen, volgden Silas Toronthal en +Sarcany natuurlijk niet hetzelfde spel. Zij zetten ieder afzonderlijk +op en maakten zoo verscheidene belangrijke winsten, zoowel op de +eenvoudige als op de meer samengestelde combinatiën, die bij de +roulette gebruikelijk zijn. Maar het lot besliste niet voor en niet +tegen hen. + +Maar tusschen vier en zes uren scheen het lot te keeren en hen zeer +te begunstigen. + +Het maximum van inzet, dat bij de roulette zes duizend franken +bedraagt, werd herhaaldelijk door hen op volle nummers gewonnen. De +gelaatstrekken der bankhouders waren nog strakker dan gewoonlijk. + +De handen en vingers van Silas Toronthal beefden koortsachtig, +wanneer hij ze over het groene laken uitstrekte, hetzij om zijn inzet +ter gewilde plaatse bij te schuiven, hetzij om de goudstukken en de +bankbiljetten van onder de harken der croupiers naar zich toe te halen. + +Sarcany integendeel was zichzelven steeds meester. Hij liet geen +enkele der gewaarwordingen, die zijne ziel bestormden, op zijn gelaat +bespeuren. Hij vergenoegde zich zijnen medeplichtige met den blik aan +te moedigen; want het was Silas Toronthal, die, alles wel beschouwd, +de gunstige kansen van het oogenblik in zijn voordeel had. + +Hoewel Pescadospunt als in een halven roes verkeerde, door het heen +en weer geschuif van al die goudstukken, en door het geritsel van al +die bankbiljetten veroorzaakt, verzuimde hij geen oogenblik die beide +mannen met de grootste aandacht gade te slaan, Hij vroeg zich af, +of zij voorzichtig genoeg zouden zijn, om bij tijds met spelen op +te houden, ten einde het vermogen, dat zij bezig waren te verwerven, +te behouden. + +Toen kwam de gedachte bij hem op, dat wanneer Silas Toronthal en +Sarcany verstandig genoeg waren, om zoo te handelen, wat hij echter +betwijfelde, zij geneigd konden wezen om Monte Carlo te verlaten, ten +einde naar een anderen hoek van Europa te vluchten, waar zij dan weer +opgespoord moesten worden. En als zij geen geldgebrek zouden hebben, +zouden zij moeielijk in de macht van dokter Antekirrt vallen. + +"Het zal, alles wel beschouwd, beter zijn," mompelde hij in zich +zelven, "dat zij alles, ja alles verliezen. Ik geloof niet, dat ik +mij vergis, maar die schoft van een Sarcany is er de man niet naar +om het spel te midden van de gunsten der veine te staken. Enfin, +wij zullen zien en geheel naar omstandigheden handelen." + +Wat ook dienaangaande de meeningen en het hopen van Pescadospunt waren, +de gelukkige kansen verlieten onze twee medeplichtigen voorloopig +niet. Zij zouden inderdaad de bank drie malen reeds hebben doen +springen, wanneer de speelchef niet telkenmale toevoeging aan het +aanwezige kasgeld van twintig duizend franken bewerkstelligd had. + +Dat was waarlijk eene buitengewone gebeurtenis voor de toeschouwers +van dien strijd, waarvan het meerendeel de beide spelers zeer +genegen scheen. Was dat niet als eene soort weerwraak, genomen op +die onbeschofte reeks van de roode kleur, waarvan de administratie +der bank den vorigen dag zoo ruimschoots geprofiteerd had. + +Toen Silas Toronthal en Sarcany eindelijk tegen half zeven met spelen +ophielden, hadden zij, toen de rekening nauwkeurig opgemaakt werd, +eene winst gemaakt, die ruim twintig duizend louis d'or te boven +ging. Zij stonden toen op en verlieten de roulette tafel. Silas +Toronthal liep met wankelende schreden, alsof hij een weinig dronken +was. Dat was hij evenwel niet van sterken drank of van zware wijnen, +maar wel van opgewondenheid, ook van vermoeienis der hersenen. Hij +zag bleek van aandoening en was genoodzaakt herhaalde malen te blazen, +alsof de lucht zijner longen hem benauwde. + +Zijn makker was kalm, ja gevoelloos gebleven; maar die bewaakte den +bankier en vreesde niets meer of minder, dan dat deze trachten zou te +ontvluchten met de eenige honderd duizend franken, die met zooveel +moeite terug gewonnen waren, om zich zoo aan zijne heerschappij te +onttrekken. Nu hij meer geld had, was dit niet geheel onmogelijk. + +Beiden verlieten de speelzaal en het Casino, daalden daarna de trap +van het hooge bordes af en richtten hunne schreden naar hun hôtel, +alwaar zij eenige uren wenschten uit te rusten van die aandoeningen. + +Pescadospunt volgde hen van verre, evenwel zoo dat zij hem niet +bespeuren konden. + +Toen hij buiten kwam, ontwaarde hij bij een der kiosken van den tuin +Kaap Matifou, die heel gemakkelijk op een bank gezeten was en in +wijsgeerige beschouwingen verdiept scheen. + +Wijsgeerige beschouwingen van een Hercules? Welken omvang zouden die +wel gehad hebben? + +Pescadospunt ging tot hem en nam op zijne aanwijzing geen plaats +naast zijn vriend op de bank. + +"Kom," zeide hij integendeel met eenigszins gejaagde en kort afgebroken +stem. + +"Is het oogenblik gekomen?" vroeg Kaap Matifou, die dadelijk opstond +en mede wilde gaan. + +"Welk oogenblik?" + +"Hou je me voor den gek?" vroeg de reus gemelijk. "Pescadospunt zou +mij niet begrijpen?" + +"Neen, waarachtig niet. Ik begrijp je niet. Welk oogenblik?" vroeg +de kleine man ongeduldig. + +"Het oogenblik van ... van ... je weet wel.... Och, je wilt mij +niet verstaan...." + +"O, van ten tooneele te verschijnen?" riep Pescadospunt uit, wien +een licht plotseling opging. + +"Juist!" + +"Neen, mijn waarde Kaap!... Nog niet!... Blijf nog maar wat ter +zijde!..." was het antwoord. + +"Drommels!" pruttelde de reus. "Ik beken het volgaarne, ik begin mij +gruwelijk met dat niets-doen te vervelen." + +"Hebt ge al gegeten?" vroeg zijn vriend hem met alle +belangstelling. "Ik hoop van ja." + +"Ja, Pescadospunt, en goed ook! Daaraan schort het mij niet," +antwoordde Kaap Matifou met een zucht. + +"Ik feliciteer je wel! Ik heb de maag bij mijne hielen zitten, zoo +laag is zij gezakt." + +"Dat is laag! Maar, Pescadospunt, dan zit dat lichaamsdeel bij jou +niet op z'n plaats." + +"Niet waar? Want dat is de plaats van een fatsoenlijke maag niet." + +"Dat dunkt me ook. Maar, vertel mij. Hoe komt dat zoo? Gij hebt toch +zoovele behoeften niet." + +"Wees gerust, ik zal mijn maag wel weer naar boven werken, als ik +tijd heb. Intusschen...." + +"Intusschen? Gij spreekt er van, of gij bij dat werk eene domme-kracht +wilt bezigen." + +"Ga hier niet van de plaats, voordat ge me terug gezien hebt, Kaap +Matifou! Begrepen?" + +"Daar kunt ge op aan!" bromde de athleet. "Maar het begint knapjes +saai te worden." + +Pescadospunt ijlde naar den hellenden weg, dien Sarcany en Silas +Toronthal thans afdaalden. + +Toen hij de verzekering bekomen had, dat de beide medeplichtigen zich +het diner in hunne vertrekken hadden laten voordienen, nam Pescadospunt +den tijd om plaats te nemen aan de table d'hôte van het hôtel. Het +was tijd, want de arme kerel had werkelijk honger. Maar in een half +uur tijd had hij, zooals hij Kaap Matifou verzekerd had, zijn maag +weer omhoog en op de normale plaats gebracht, welke dat orgaan in +het menschelijke lichaam moet innemen. Hij veegde zijn lippen met +zijn servet af, en loosde een zucht van voldaanheid.... + +Daarna stak hij een overheerlijke sigaar, een echte Panatella op, +ging naar buiten en stelde zich vóór het hôtel verdekt op, om zijn +bespieden voort te zetten. Hij was een onbetaalbare kerel voor dengeen, +die hem wist te gebruiken. + +"Waarachtig, ik ben in de wieg gelegd om schildwacht te +spelen!" mompelde hij. "Ik ben mijn loopbaan misgeloopen. Maar, +wat er aan te doen? Het is thans geen tijd meer om soldaat te gaan +worden. Daartoe is het te laat." + +Hij wandelde achter een perk sierstruiken op en neer, en peinsde over +de aangelegenheden, die hij te behartigen had. + +De eenige vraag, die hij zich in het onderhavige geval inderdaad +stellen kon, was: + +"Zouden de heeren Sarcany en Toronthal heden avond naar het Casino +terugkeeren of niet?" + +Tegen tien uren verschenen Silas Toronthal en Sarcany in de omlijsting +van de deur van het hôtel. Pescadospunt meende te hooren en te +begrijpen, dat zij vrij levendig met elkander kibbelden. + +Klaarblijkelijk poogde de bankier voor de laatste maal weerstand te +bieden aan de verleidingen en aan het lastige aandringen van zijn +medeplichtige. Deze ging zelfs verder; want hij eindigde met op +bevelenden toon te zeggen: + +"Het moet, Silas!... Ik wil het!... Zoo gij niet naar mij hoort +... dan blijven de gevolgen voor uwe rekening." + +Het overige ging door den afstand voor Pescadospunt verloren. + +De beide medeplichtigen stapten daarop den hellenden weg weer op, +die naar den tuin van het Casino Monte Carlo voert. Pescadospunt +volgde hen onmiddellijk, zonder evenwel tot zijn grooten spijt, +verder iets van hun onderhoud te kunnen vernemen. + +Ziehier evenwel wat Sarcany, op een toon die geen tegenspraak duldde, +zeide tot den bankier, die in zijn tegenstand dadelijk merkbaar +verflauwde. + +"Thans ophouden, Silas Toronthal, nu de veine teruggekomen is, dat +zou dwaasheid zijn!... Het is, of gij het hoofd kwijt zijt!... Wat, +wij zouden bij de ongelukkigste kansen, het spel als gekken doorgezet +hebben, en nu de kans gekeerd is, zouden wij het spel niet als wijzen +forceeren?... Wat, wij hebben eene eenige gelegenheid misschien, eene +gelegenheid, die wellicht zich niet meer aanbieden zal, om het lot te +overmeesteren, om de fortuin te bemachtigen, en wij zouden haar door +onze schuld laten ontsnappen?... Dat zou al te dwaas zijn, niet waar?" + +"Maar,..." poogde de ongelukkige te zeggen. "Als wij alles eens +verloren?... Denk daar toch aan." + +Sarcany liet hem evenwel niet verder aan het woord, maar hernam +oogenblikkelijk: + +"Silas, voelt gij dan niet dat de veine!..." + +"Als zij maar niet uitgeput is!" mompelde Silas Toronthal uiterst +neerslachtig. "Ik heb zoo'n voorgevoel." + +"Neen! honderdmaal neen! Zij is niet uitgeput!" hernam Sarcany +met drift. "Dat is, bij God, zoo niet uit te leggen, maar dat +gevoelt men; zoo iets doordringt iemand tot in het merg der +beenderen!... Een millioen wacht ons heden avond op de speeltafels +van het Casino!... Ja, een millioen!... hoort ge, een millioen! En ik +zal die laten ontsnappen!... Bij den duivel! dat moogt gij ook niet, +Silas Toronthal. Neen, dat moogt gij niet!" + +"Speel gij dan, Sarcany!... Ik voel dat ik zeer ongelukkig zal wezen," +stamelde de bankier. + +"Ik?" + +"Ja, gij!" + +"Ik!... Ik alleen spelen?... Neen, waarachtig niet!... Wij spelen +samen!... Ja!... En als ik moest kiezen tusschen ons tweeën, dan zou +ik aan u mijn plaats inruimen. De fortuin gaat persoonlijk te werk +en het is buiten kijf, dat zij u heden toelacht!... Speel dus en gij +zult winnen...." + +"Maar...." + +"Zwijg!... ik wil het!... Er valt hier niet meer op terug te komen," +sprak de verleider op kort afgebroken toon. + +Wat Sarcany wilde, was in het kort, dat Silas Toronthal zich niet zou +vergenoegen met de eenige honderd duizend franken, die hem veroorloofd +zouden hebben aan zijne heerschappij te ontsnappen. Wat hij wilde, was, +dat zijn medeplichtige weer de millionnair van weleer of straatarm +zou worden. Was hij rijk, dan kon hij voortgaan te leven, zooals hij +gedaan had; arm, dan zou hij Sarcany wel moeten volgen, overal waar +die hem voeren wilde. In beide gevallen zou hij niets meer van hem +te vreezen hebben. Neen, niets! Niets! + +Daarenboven, hoewel Silas Toronthal poogde weerstand te bieden, was +dat geheel te vergeefs; want hij gevoelde thans al de hartstochten van +den speler ongeketend in zich woelen. Te midden van den ellendigen +toestand, waartoe hij vervallen was, ondervond hij tegelijkertijd +zoowel vrees als aandrang om naar de speelzalen van het Casino te +Monte Carlo terug te keeren. De woorden van Sarcany goten vloeiend +vuur in zijne aderen. Ja, hij zag het, hij begreep het, de fortuin had +zich naar hem gewend en wel met zoodanige standvastigheid gedurende +de laatste uren, welke hij aan de speeltafel doorbracht, dat het +onvergeeflijk, ja onverantwoordelijk zoude zijn om thans de partij +op te geven! Neen, dat kon, dat mocht niet! Hij was dan ook weldra +vast besloten te doen, wat Sarcany verlangde. + +Die dwaas! + +Evenals alle spelers, zijne evenbeelden, stelde Silas Toronthal +op rekening van het tegenwoordige, wat niet anders dan tot het +verledene kan behooren! In plaats van te zeggen: het geluk _heeft_ +mij toegelachen,--wat inderdaad waar was,--prevelde hij: het geluk +_lacht_ mij toe--wat onwaar was! En toch, in het brein van allen, die +plaats rondom de speeltafels nemen, wordt geene andere redeneering +gevoerd! Zij allen vergeten maar al te zeer, wat een der grootste +wiskunstenaars van Frankrijk nog kort geleden zoo schrander en zoo +juist ter snede zeide: + +"Het toeval heeft slechts grillen, geene gewoonten!" + +Intusschen waren Sarcany en Silas Toronthal, steeds gevolgd door +Pescadospunt, tot voor het Casino genaderd. Daar stonden zij nog +een oogenblik stil. Het was inderdaad alsof zij voor de poorten des +tempels andermaal weifelden. + +"Silas," vermaande Sarcany toen, "Silas, geene aarzeling!... Gij zijt +vast besloten om te spelen, niet waar?" + +"Ja!" antwoordde de bankier, die zijn moed als 't ware met beide +handen greep. "Ja, ik ben vast besloten!" + +"Ja, maar bepaald besloten? Denk er om, geen aarzelen, geen +weifelen! Vast besloten!" + +"Bepaald en vast besloten ... om alles te wagen, ten einde alles te +winnen!" ging Silas Toronthal, wiens aarzelingen als nachtschimmen +verdwenen, zoodra zijn voet de eerste trede van de trap van het bordes, +dat tot de speelzalen toegang verleende, aangeraakt had, koortsachtig +voort: "Ik zal het noodlot tarten! Ik zal de fortuin dwingen!" + +"Ik wil geen invloed op u uitoefenen!" hernam Sarcany met zachte stem +en teemend. + +"Dat hoeft ook niet," antwoordde Silas Toronthal kort af, maar met +hartstochtelijke stem. + +"Gij moet niet mijne ingeving, maar de uwe volgen. Gij zijt het +gelukskind, niet ik." + +"Juist." + +"Die ingeving kan u niet misleiden. Wees daarvan ten volle +overtuigd. Die zal u op geen dwaalspoor brengen." + +"Dat denk ik ook." + +"Zult ge weer plaats aan de roulette-tafel nemen? Of hebt gij een +ander voornemen?" + +"Neen,... ik wensch bij het trente-et-quarante-spel op te +zetten!" antwoordde Silas Toronthal, terwijl zij het gebouw +binnentraden. + +"Gij hebt gelijk, Silas! Hoor slechts naar uwe ingeving!... De roulette +heeft u bijna een vermogen verschaft, het trente-et-quarante zal het +overige wel verrichten!" + +Beiden traden de salons binnen en wandelden eerst een poos op en +neer. Tien minuten later zag Pescadospunt hen plaats nemen aan een +der trente-et-quarante-tafels, waaromheen zich dadelijk het meerendeel +der spelers schaarden. + +Daar kunnen inderdaad meer stoutmoedige zetten gedaan worden. Daar +zijn de kansen van het spel meer eenvoudig, daar is ook het maximum van +inzet twaalf duizend franken, en in weinige oogenblikken kan de speler +groote verliezen, maar ook groote winsten maken. Rondom die tafels is +het dan ook, dat de groote spelers bij voorkeur plaats nemen. Daar +eindelijk ontluiken groote vermogens of worden die met zulk eene +duizelingwekkende snelheid verspeeld, dat de Beurzen te Parijs, te +New-York, te Londen of te Amsterdam er jaloersch op zouden kunnen zijn. + +Toen hij eenmaal aan de trente-et-quarante-tafel had plaats genomen, +was Silas Toronthal alle zijne vroegere angsten vergeten. Hij speelde +nu niet angstig, maar met eene soort van razernij, of wat juister is, +als een man, die weldra het hoofd kwijt zal zijn. Kon men daarenboven +ernstig meenen, dat er eene manier van spelen bestaat, eene manier om +zijn geld op te offeren? Klaarblijkelijk neen, hoewel de beunhazen en +de hartstochtelijke spelers het tegendeel beweren. Men is en blijft, +wanneer men speelt, de slaaf van het toeval. En dat willen of wenschen +die verblinden niet in te zien. + +Silas Toronthal speelde dus, terwijl Sarcany, wiens belang bij die +laatste partij dubbel gold en die steeds winner was, welke ook de +afloop zou zijn, hem nauwkeurig op de vingers keek en van iedere +winst of verlies aanteekening hield. + +In de eerste uren, wogen de afwisselingen van winst en verlies tegen +elkander op. Toch scheen de fortuin naar den kant van Silas Toronthal +te willen overhellen. Dat was uit de laatste uitkomsten, meenden zij, +duidelijk op te maken. + +Toen meenden hij en Sarcany zeker van den goeden uitslag te zijn. Hunne +oogen schitterden van begeerlijkheid. + +Zij hitsten elkander op, zooals men dat noemt; zij moedigden elkander +aan en plaatsten niet anders meer dan de hoogst toegestane inzetten +op het groene kleed. De lezer weet dat dat inzetten van twaalf duizend +franken zijn. + +Maar weldra hernam de bank, die over eene onwrikbare koelbloedigheid +beschikt, die zich niet laat medeslepen door de dwaasheden van eene +krankzinnige vervoering, en welker belangen door het vastgestelde +maximum, den speler opgelegd, beschermd wordt, geheel en al het +voordeel. + +Toen leden de medeplichtigen achtereenvolgens schrikkelijke +verliezen. Het was alsof het geld langs een hellend vlak wegstroomde! + +Al de winst, die Silas Toronthal in den namiddag behaald had, vervloog +voor en na. + +De bankier was schrikkelijk om aan te zien. Zijn gelaat was verwrongen +en vuurrood en toonde aan, hoedanig het bloed hem naar het hoofd +steeg. Zijne oogen stonden verwilderd en schier uitpuilend. Hij +klemde zich vast aan de tafelranden, aan zijn stoel, aan de pakjes +bankbiljetten, aan de rolletjes goudstukken, die zijne hand niet kon +loslaten. En dat alles geschiedde met stuipachtige bewegingen, met +zenuwachtige trillingen, met spiertrekkingen, met schokken evenals een +man zou overkomen, die op 't punt is van te verdrinken! Er was niemand +om hem op den rand van den afgrond te weerhouden! Geene hand, die hem +toegestoken werd, om hem te redden! Sarcany deed geen enkele poging, +om hem van die noodlottige plek te sleuren, om hem heen te voeren, +alvorens zijn ondergang volkomen was, voor dat zijn hoofd verdwenen +was onder de toeijlende golf van het verderf! + +Het was omstreeks tien uren, toen Silas Toronthal zijn laatsten inzet, +zijn laatste maximum waagde. Hij won ... won nog eens, verloor daarna +... verloor nogmaals en was toen alles kwijt! Toen hij met berooid +hoofd opstond, werd hij bestormd door dien afschuwelijk wreedaardigen +wensch, dat de bovenverdiepingen der Salons van het Casino mochten +instorten, om hem en met hem al diegenen te verpletteren, die zich +daarin bewogen. Hij bezat niets meer--niets meer van de millioenen, die +hij met zijn bankiershuis verdiend had, niets meer van de millioenen, +die hem als uitslag van zijn afschuwelijk verraad van het vermogen +van graaf Mathias Sandorf ten deel waren gevallen! Het noodlot had +onverbiddelijk uitspraak gedaan. De bankier was doodarm. + +Silas Toronthal, vergezeld van Sarcany, die toen zijn gevangenbewaarder +scheen te zijn, verliet de speelzalen, stapte het gebouw door en ijlde +buiten het Casino. Beiden vluchtten vervolgens als het ware langs +de square naar de voetpaden, die naar La Turbia opklommen. Het was, +alsof zij vreesden achtervolgd te worden. + +Pescadospunt was hen evenwel reeds op het spoor. Maar hij spoedde +zich in het voorbijgaan naar zijn vriend Kaap Matifou en sleurde +dien van zijne bank af, waarop de Hercules half ingedommeld lag, +en schreeuwde hem toe: + +"Op! en spoedig!... De oogen open en de beenen gebruikt! Drommels, +het oogenblik is daar!" + +"Wat is daar?" riep de reus, zoo uit den dommel wakker geschud, +onthutst uit. "Wat is daar?" + +"Kom maar, wij hebben geen tijd om te babbelen," antwoordde +Pescadospunt gejaagd. + +En beiden ijlden op het spoor voort, dat zij niet meer wilden +verliezen. Het was tijd ook. + +Sarcany en Silas Toronthal bleven intusschen in allerijl naast elkander +voortstappen en stegen steeds, terwijl zij de kronkelende en klimmende +paden volgden, die langs de hellingen van het bergterrein te midden +van olijf- en oranje-boschjes voerden. Die grillige kronkelingen en +wendingen veroorloofden aan Pescadospunt en aan Kaap Matifou, om hen +niet uit het oog te verliezen, hoewel zij geen woord konden verstaan +van hetgeen de beide medeplichtigen spraken. + +"Keer naar het hôtel terug, Silas Toronthal," herhaalde Sarcany +onophoudelijk met bevelende stem, "keer terug ... en herneem uwe +koelbloedigheid.... Het is alsof gij krankzinnig zijt." + +"Neen!... Ik keer niet naar het hôtel terug," kreet Silas Toronthal, +met onaangenaam klinkende stem. + +"Kom, het moet!... Laat u door mij raden.... Laat u door mij +geleiden.... Er is nog herstel mogelijk." + +"Neen, zeg ik u.... Wij zijn tot den bedelstaf gebracht.... En dat +alles is uwe, uwe schuld, Sarcany!" + +"Kom, wees nu niet dwaas.... Anders zijt gij zoo verstandig.... Hoe +is het mogelijk zich zoo op te winden?" + +"Wij moeten scheiden, Sarcany.... Ik wil u niet meer zien!... Ik +wil.... Ik wil verre van hier ... ver, zeer ver!" + +"Scheiden?... Waarom?... Zeg mij!... Is dat nu niet het dwaaste +denkbeeld, dat bij u opkomen kan?" + +"Ik wil.... Hoort gij, Sarcany.... Ik wil.... Ik ben uwe +tegenwoordigheid moede. U heb ik alles te danken." + +"Gij zult mij volgen, Silas Toronthal. Morgen zullen wij Monte Carlo +verlaten!... Er blijft ons geld genoeg over om Tetuan te bereiken, +en daar zullen wij onze taak voleindigen. Gij weet wel, dat wij daar +niet zonder middelen zullen zijn." + +"Neen!... Neen!... Duizendmaal neen!... Ik wil niet ... en daarmee +uit!" kreet de rampzalige. + +"Maar, waarom niet?" + +"Laat mij, Sarcany, laat mij!" riep Silas Toronthal uit. "Laat mij, +of ik bega een ongeluk!" + +En hij stootte zijn makker gewelddadig terug, toen deze hem wilde +grijpen. Daarna stoof hij met zooveel vaart vooruit, dat Sarcany moeite +had, om hem weer in te halen. Geheel onbewust van hetgeen hij deed +of omtrent hetgeen rondom hem voorviel, liep Silas Toronthal veel +kans in de steile ravijnen te storten, waarboven en waarlangs zich +het net der tuinpaden uitspreidde. Eene enkele gedachte huisde nog in +het brein van den ongelukkigen bankier tot bedwelmens toe, dat was: +Monte Carlo te ontvluchten, waar hij zijn ondergang gevonden had, +en Sarcany te ontvluchten, wiens raadgevingen hem zoo verderfelijk +geweest waren en zoo ellendig gemaakt hadden. Hij wilde in één woord +vluchten, en het aan het toeval overlaten, waarheen hij zich zoude +wenden, zonder te weten, wat van hem worden zou. + +Sarcany gevoelde wel, dat hij geen macht meer op zijn medeplichtige +zou kunnen uitoefenen, dat die op het punt was aan zijn invloed +te ontsnappen! O! wanneer de bankier niet bekend was met geheimen, +die hem in het verderf konden storten, of hem voor het allerminst de +laatste partij, die hij nog spelen wilde, kon doen verliezen, dan zou +hij zich al zeer weinig bekommerd hebben over dien man, dien hij tot +aan den rand van den afgrond gesleurd had! Maar, alvorens in dien +afgrond te storten, kon Silas Toronthal een laatsten gevaarlijken +kreet slaken, en die kreet moest vermeden, moest verstikt worden, +al moest dat ook door middel van eene misdaad geschieden! + +Toen, in dat oogenblik was er van de gedachte aan die misdaad, waartoe +hij in zijn binnenste besloten was, tot de daadwerkelijke uitvoering +slechts een pas te maken en Sarcany aarzelde geen oogenblik dien +pas uit te voeren. Wat hij op weg naar Tetuan, in de eenzaamheid der +Marokkaansche velden wilde uitvoeren, zou hij dat niet, dezen zelfden +nacht op deze plek, die weldra geheel eenzaam en verlaten zoude zijn, +kunnen doen? Die gedachte bestormde wild en woest zijn misdadig brein. + +Maar op dit uur werden toch nog te veel menschen, die zich verlaat +hadden, op dien weg tusschen Monte Carlo en la Turbia ontmoet. Nog te +veel wezens bewogen zich op die hellingen en klommen haar op of daalden +haar af. Een kreet, een schreeuw van Silas Toronthal zou hen kunnen +doen te hulp schieten, en de moordenaar wilde, dat de moord onder +zoodanige omstandigheden geschiedde, dat nimmer eenige achterdocht hem +zoude kunnen bereiken. Dat noodzaakte hem gebiedend te wachten. Hooger, +daar ginds la Turbia voorbij, over de Monacosche grenzen, op dien +bergachtigen weg, die zich op meer dan twee duizend voeten boven +de oppervlakte der zee, aan de flanken van het eerste voorgebergte +der Zeealpen vastklemde, zou Sarcany zeker en zonder gevaar kunnen +toestooten. Wie zou daar zijn slachtoffer te hulp komen? Hoe zou daar +het lijk van Silas Toronthal in de diepte van die peillooze, sombere +ravijnen, die langs den weg aangetroffen werden, weer gevonden worden? + +Evenwel wilde Sarcany een laatste maal zijn medeplichtige weerhouden +en een laatste poging aanwenden, hem naar Monte Carlo naar het hôtel +terug te voeren. Die poging zou evenwel deerlijk mislukken. + +"Kom, Silas Toronthal, kom!" zei hij, terwijl hij zijn makker bij +den arm greep. "Kom dan toch, zeg ik u!" + +"Neen!... Laat mij! Laat mij!..." kreet de bankier; terwijl hij zijn +makker met verbeten woede terugstootte. + +"Morgen zullen wij het spel hervatten!... Ik heb nog eenig +geld.... Morgen kunnen wij alles terugwinnen." + +"Neen, neen! Laat mij..." riep Silas Toronthal met eene van razernij +trillende stem uit. + +Wanneer hij bij machte geweest ware, om met Sarcany te worstelen; +wanneer hij met dolk of revolver gewapend geweest ware, dan zou hij +voorzeker niet geaarzeld hebben, om zich over al het kwaad, dat hem +zijn vroegere Tripolitaansche agent berokkend had, te wreken. Hij +zou dan toegestooten hebben, al had hij daarna ook het hoofd op het +schavot moeten brengen. + +Met een woest handgebaar, waaraan de toorn nog meer spierkracht +verleende, stootte Silas Toronthal Sarcany terug; daarna ijlde hij +voort naar den laatsten draai van het pad en daalde langs eenige +trappen af, die den weg vormden in den rotswand waartusschen kleine +terrasvormige tuinen uitgehouwen waren. Hij had weldra de voornaamste +straat van Turbia bereikt, die op den smallen zadelrug uitkomt, +die den Hondskop van de bergmassa van Ayel afscheidt, en de vroegere +grensscheiding tusschen Italië en Frankrijk uitmaakt. + +"Welnu, als gij het dan zoo wilt, ga dan, Silas," riep Sarcany hem +voor de laatste maal achterna. "Ga, maar ge zult niet ver loopen. Dat +verzeker ik u!" + +En daarna rechts wendende, overschreed hij eene kleine omheining, +uit losse steenen opgetrokken, stak een schuinhellenden tuin dwars +over, regelde zijne schreden dermate, dat hij voor Silas Toronthal +op den grooten weg zoude uitkomen. Daar wilde hij zijn vroegeren +medeplichtige opwachten, om met hem af te rekenen. + +Al hadden Pescadospunt en Kaap Matifou ook al niets van die +woordenwisseling kunnen hooren, zoo hadden zij toch duidelijk +waargenomen met hoeveel geweld de bankier Sarcany had teruggestooten en +hadden zij gezien, hoe de laatstgenoemde in de schaduw der boomgroepen +verdween. + +"De duivel mengt zich in het spel," riep Pescadospunt uit. "Gauw, +gauw!" + +"Denkt ge?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend met verwonderde +blikken poogde aan te kijken, wat bij de heerschende duisternis +mislukte. + +"Waarachtig!... De voornaamste ontsnapt ons +waarschijnlijk.... Gauw!... Gauw! Wij moeten ons haasten!" + +"Och kom, die kerels kunnen toch niet vliegen!" sprak Kaap Matifou +gemelijk. + +"Dat moest er nog maar bij komen ..." hijgde Pescadospunt schier +wanhopig. + +"Wat?" + +"Dat de andere ons ook ontsnapte! Dat zou iets moois voor ons zijn! Wat +zou Dokter Antekirrt wel zeggen?" + +"Dat kan niet." + +"Gelukkig ook. Die Toronthal zal weldra onze krijgsgevangene +zijn!... Opgepast, Kaap!" + +"Dat meen ik ook. Wees intusschen gerust, ik zal oppassen, +Pescadospunt." + +"Daarenboven, er valt hier niet te kiezen... Kom vooruit, waarde +Kaap, vooruit!" + +En voortspoedende hadden zij Silas Toronthal weldra ingehaald. Dat +merkten zij weldra. + +Deze besteeg snel de straat van Turbia. Nadat hij de kleine +verhevenheid, waarop de Augustustoren verrijst, voorbij geijld was, +liep hij met vlugge schreden langs de huizen, welker deuren reeds +gesloten waren, en bevond zich weldra op den weg der Kroonlijst. + +Pescadospunt en Kaap Matifou volgden hem op een afstand van ongeveer +vijftig passen en verloren hem niet uit het oog. + +De weg der Corniche of der Kroonlijst is het overblijfsel van eene oude +Romeinsche heerbaan. Van Turbia af daalt zij langs de berghellingen, +te midden van prachtige rotspartijen, van alleen staande kegelheuvels, +van diepe afgronden, die zich tot bij de spoorbaan uitstrekken, welke +langs de kuststrook aangelegd is, naar Nizza af. Over den spoorweg +heen, waren bij den helderen sterrenhemel en bij het zachte licht der +maan, die in het oosten opkwam, in het nevelig verschiet zes baaien +te ontwaren, alsmede het Hospitaaleiland, de monding van de Var, +de golf van Juan, de Lerinische eilanden, de golf van Napocila, het +schiereiland van Garoupa, de kaap van Antibes en daarachter als een +verheven achtergrond: het Esterelgebergte. Hier en daar schitterden +havenlichten, zooals dat van Beaulieu, hetwelk aan den voet der +steile oevers van Klein-Afrika opgericht is, dat van Villafranca, +hetwelk door den Leuzaberg beheerscht wordt. Vervolgens werden nog +eenige signaallichten van visschersvaartuigen ontwaard, die zich in +de kalme wateroppervlakte spiegelden. + +Het was toen iets later dan middernacht. In de verte stierf het +metalen geluid van een klokkentoren weg. + +Op dit oogenblik was Silas Toronthal aan het einde der Turbiastraat +gekomen en verliet thans den weg der Kroonlijst en spoedde zich op een +pad voort, dat rechtstreeks naar Eza voert, hetwelk een adelaarsnest +genoemd moet worden, alwaar een half barbaarsche bevolking, boven op +dien rotsblok, te midden van woeste pijnboomen en wild struikgewas, +huist. Dat pad was volmaakt eenzaam. De waanzinnige bankier volgde +het gedurende een poos, zonder den pas te vertragen, zonder het hoofd +om te keeren, ten einde achterwaarts te zien. Plotseling wendde hij +zich ter linkerzijde langs een smal padje, dat den hoogen rotsmuur +van de kuststrook, waarlangs de spoorbaan en de rijweg onder een +tunnel aangelegd zijn, scheidde en schier raakte. + +Pescadospunt en Kaap Matifou volgden den radelooze op den voet en +verloren hem niet uit het oog. + +Op honderd passen verder ongeveer bleef Silas Toronthal eindelijk +stilstaan. Hij was op eene rots gesprongen, die loodrecht boven een +afgrond hing, waarvan de zool eenige honderd meter lager door de +deininggolven der Middellandsche zee, die er donderend tegen brak, +gezweept werd. + +Wat wilde Silas Toronthal daar doen? Dat vroegen de twee vrienden +zich met ontzetting af. + +Was eene gedachte aan zelfmoord in dat ziekelijke brein opgekomen? Zou +hij zich willen van kant maken? + +Wilde hij, door in dien afgrond te springen, een einde aan zijn +ellendig bestaan maken? + +"Duizend duivels!" riep Pescadospunt uit. "Dat zou onze geheele +rekening in de war sturen!" + +"Ik doe er evenveel duivels bij," antwoordde Kaap Matifou. "Maar wat +moeten die duivels? Wat is er aan de hand?" + +"Wij moeten hem levend hebben! Kaap, wij moeten dien kerel levend +aan dokter Antekirrt overleveren." + +"Dat 's waar ook," beaamde Kaap Matifou beteuterd. "Drommels ja, +dat is waar ook!" + +"Grijp hem," riep Pescadospunt, "en houd hem goed vast! Grijp hem, +maar verworg hem niet!" + +Maar nauwelijks hadden beiden ongeveer twintig passen afgelegd, toen +zij een man ter rechterzijde van het pad zagen verschijnen. Deze gleed +als het ware langs de helling tusschen mastiek- en mirten-struiken +door en sloop blijkbaar naar de rots, waarop Silas Toronthal zich +bevond. Het was alsof een verscheurend gedierte naderde. + +Dat was Sarcany. De beide acrobaten herkenden hem dadelijk. Men kon +zich trouwens daarin niet vergissen. + +"Drommels!" mompelde Pescadospunt tusschen de tanden. "Daar is die +andere nu ook!" + +"Wie is er nu weer?" vroeg de reus, die eensklaps stil bleef +staan. "Zeg, wie is er nu weer?" + +"Het is niet onmogelijk, dat die schurk zijn makker een handje wil +helpen, dat hij hem een duwtje wil geven, om hem van deze wereld naar +de andere te zenden...." + +"Dat is zelfs zeer waarschijnlijk.... Dat bespaart ons de moeite, +dunkt me." + +"Welnu, Kaap Matifou, gij den eenen en ik den anderen. Dan hebben +wij ze beiden." + +Maar Sarcany was stil blijven staan.... Hij had iets gehoord ... en +wilde niet herkend worden.... + +Plotseling ontsnapte een ijselijke vloek aan zijne lippen. Daarna +ijlde hij rechts af en verdween, alvorens Pescadospunt hem had kunnen +bereiken, te midden van het struikgewas. + +Toen Silas Toronthal een oogenblik later in den afgrond wilde springen, +werd hij door Kaap Matifou gegrepen en op den weg teruggebracht. + +"Laat mij!..." riep hij. "Laat mij!... Wat moet gij van mij +hebben?... Wilt gij geld?... Ik heb het niet." + +"Wij zouden u een misstap laten doen, die u het leven zou kunnen +kosten, mijnheer Toronthal," antwoordde Pescadospunt. "Dat nooit!" + +"Dat nooit!" herhaalde Kaap Matifou. "Geloof ons, inderdaad, +dat nooit!" + +De slimme Pescadospunt was op dit voorval, hetwelk zijne instructiën +niet voorzien konden, natuurlijk niet voorbereid geweest. Maar al was +Sarcany ook al ontsnapt, zoo was toch Silas Toronthal in den val, en +er bleef thans slechts over, om hem naar Antekirrta over te voeren, +alwaar hij met al de eerbetuigingen, die hem rechtens toekwamen, +zoude ontvangen worden. Dat was de eindbeslissing, waartoe onze beide +akrobaten besloten. + +"Wilt ge u tegen verminderden prijs met den vervoer van mijnheer +belasten?" vroeg Pescadospunt aan Kaap Matifou. + +"Volgaarne," antwoordde deze. "Hij zal het bij mij goed hebben. Hij zal +niets te betalen hebben en daarentegen goed eten en drinken krijgen." + +Silas Toronthal had zelfs geen besef meer van hetgeen met hem voorviel, +en kon dan ook geen weerstand bieden. Pescadospunt stapte vooruit +en daalde langs een steil voetpad, dat langs een afgrond naar het +strand leidde. Hij werd onmiddellijk door Kaap Matifou gevolgd, +die het bewustelooze lichaam van den bankier nu eens voortsleepte, +dan weer eens op zijne schouders torschte, zoo als hij met een stout +kind zoude gedaan hebben. + +Die afdaling was uiterst moeielijk, en inderdaad, zonder de +buitengewone behendigheid van Pescadospunt, en zonder de buitengewone +lichaamskracht van Kaap Matifou, zoude een ongeluk onvermijdelijk +gebeurd zijn, en zouden twee van die drie mannen naar beneden gestort +zijn, waar zij een oogenblikkelijken dood zouden gevonden hebben. + +Eindelijk evenwel bereikten zij, na zeker twintig malen hun leven +gewaagd te hebben, de laatste rotslagen, die met de oppervlakte der +zee gelijk waren. Daar bestond de kuststrook uit eene aaneenschakeling +van kleine inhammen, die grillig in de rotswanden ingesneden waren. De +wanden dier kleine baaien waren steil en hoog en hadden eene roode +kleur, afkomstig van ijzerverbindingen, waaruit het gesteente bestond, +maar waardoor zij aan de golfjes van de branding eene akelige +bloedkleur verleenden. + +De dag begon juist aan te breken, toen Pescadospunt eene schuilplaats +in een van die uithollingen van den oever ontdekte, die voorzeker door +een der geologische beroeringen in vroegere eeuwen gevormd was. Daarin +werd Silas Toronthal op den oever neergelegd, om onder bewaking van +Kaap Matifou een poos te verwijlen. + +Toen deze den bankier, die er niets van scheen te bemerken en zich +ook niet verontrustte, daarheen gebracht had, zei Pescadospunt tot +Kaap Matifou: + +"Ge blijft bij hem, niet waar, Kaap? Luister als je blieft goed +naar mij". + +"Ja, ik luister. Ik zal bij hem blijven, zoolang als ge wilt, +Pescadospunt." + +"Ook al blijf ik twaalf uren weg? Dat is lang, niet waar, Kaap +Matifou?" + +"Zeker.... Maar, wees gerust, ik zal bij hem blijven. Als ik dat +beloof, gebeurt het ook." + +"Zonder te eten?"... + +"Drommels, zonder eten?... Maar alles wel beschouwd, wat zal dat er +toe doen?" + +"Zoo zonder ontbijt?" + +"Bah, als ik hedenochtend niet ontbijt", antwoordde de reus, "zal +ik van avond bij het diner mijn schade inhalen. Ik zal dan voor +twee eten." + +"En als gij niet dineert, Kaap Matifou? Hoort ge, dat wordt ernstiger!" + +"Bah!... Dan zal ik voor vier soupeeren", antwoordde de edele kerel +kalm en gelaten. + +Kaap Matifou nam toen zoodanig plaats op een rots, dat hij zijn +gevangene geen seconde uit het oog verloor. Pescadospunt volgde van +zijn kant den zeeoever van baai tot baai en richtte zijn schreden +naar den kant van Monaco. Het was geen gemakkelijke weg, die hier +over dat rotsachtig strand met zijne scherpe punten te volgen was. + +Pescadospunt zou evenwel zoo langen tijd niet behoeven weg te +blijven, als hij eerst berekend had. In minder dan twee uren had hij +de _Elektriek_ opgespoord. Deze lag ten anker in een van die eenzame +kreken, die door een aaneenschakeling van rotsen tegen de deininggolven +uit volle zee beveiligd waren. Een uur later kwam het vlugge vaartuig +voor de monding der smalle baai aan, waar Kaap Matifou, van uit zee +gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus, die de kudden +van Neptunus weidde. Hij was van de plaats niet afgeweest en had den +bankier niet uit het oog verloren. + +Het duurde niet lang, of Silas Toronthal en Kaap Matifou waren +aan boord ingescheept. Men had daarbij noch kustbewakers, noch +ambtenaren van de in- en uitgaande rechten, noch zelfs kustvisschers +ontwaard. Zoodra de inscheping volbracht was, sloeg de _Elektriek_ +met volle kracht vooruit, verliet de golf van Genua, stevende de +Tyrrheensche zee in en richtte den boeg naar het eiland Antekirrta +in de Syrtische zee. + + + + + +V. + +AAN GODS GOEDE ZORGEN OVERGELATEN. + + +Dat het ons thans vergund zij een algemeen overzicht van de +volkplanting te Antekirrta te leveren. + +Silas Toronthal en Carpena waren thans in de macht van dokter Antekirrt +of beter van graaf Mathias Sandorf, en deze wachtte slechts op een +gunstige gelegenheid, om het spoor van Sarcany te vervolgen. Aan den +anderen kant beijverden zijne zaakgelastigden zich om te ontdekken, +waar mevrouw Bathory zich ophield. Tot nu toe was hun dat slecht +gelukt. Sedert zijne moeder, in gezelschap van den ouden Borik, +die haar eenige steun was, spoorloos verdwenen was, had eene ware +wanhoop, die zich ieder uur, iedere minuut deed gevoelen, zich van +Piet Bathory meester gemaakt. Zichtbaar leed hij daaronder. Het zou +dan ook voor dokter Antekirrt een groot geluk geweest zijn, wanneer +hij eenige verzachting aan dat hart, hetwelk tweemaal gebroken was, +had kunnen schenken. Wanneer de jonge man toch van zijne moeder +sprak, dan voelde de dokter dat hij dan aan Sava Toronthal dacht, +hoewel die naam in hunne gesprekken nimmer uitgesproken werd. + +In het stedeke, dat de hoofdplaats van het eiland Antekirrta uitmaakte, +bewoonde Maria Ferrato niet verre van het stadhuis een der fraaiste +woningen van Artenak. De dankbaarheid van dokter Antekirrt had daarin +alle voorwerpen vereenigd, die de meeste gemakken aanbieden en het +leven kunnen veraangenamen. Haar broeder woonde daar bij haar, +wanneer hij niet op zee was, of wanneer hij niet met den een of +anderen transportdienst of eenig opzicht belast was. Dan ging er geen +dag voorbij, zonder dat die twee jonge lieden een bezoek bij dokter +Antekirrt aflegden, of dat deze hen opzocht. Zijne toegenegenheid voor +de kinderen van den visscher van Rovigno vermeerderde aanmerkelijk, +naarmate hij hen beter leerde kennen. Dat was natuurlijk, want beiden +bezaten eene edele geaardheid. + +"Hoe gelukkig zouden wij zijn," herhaalde Maria meermalen, "wanneer +Piet het ook kon wezen." + +"Ja zeker," zuchtte Luigi, "maar dat kan eerst, wanneer hij zijne +moeder weergevonden zal hebben. Daaromtrent, Maria, heb ik nog niet +alle hoop opgegeven. Met de middelen, waarover dokter Antekirrt +te beschikken heeft, moet den een of anderen dag het oord ontdekt +worden, waarheen Borik bij het verlaten van Ragusa mevrouw Bathory +vervoerd heeft." + +"Die hoop koester ik ook, Luigi, maar..." + +Hier zweeg het meisje als ware zij beschroomd. + +"Maar, wat? Nu, spreek op, zusjelief. Wat wildet gij mij zeggen, +Maria?" + +"Zou Piet geheel getroost wezen, wanneer hij alleen zijne moeder weer +gevonden had?..." + +"Mij dunkt van neen." + +"Waarom niet, Luigi? Mij dunkt, dat hem dat al zeer gelukkig moest +maken." + +"Omdat het niet mogelijk is, Maria, dat Sava Toronthal ooit zijne +vrouw wordt." + +"Luigi," antwoordde Maria, "wat den mensch onmogelijk toeschijnt, +is dat onmogelijk voor God?" + +Toen Piet aan Luigi de verzekering had gegeven, dat zij beide broeders +voor elkander zouden zijn, kende hij Maria Ferrato nog niet en kon hij +dus nog niet weten, welke teedere, toegenegene en liefderijke zuster +hij in haar zoude aantreffen! Toen hij dan ook gelegenheid had gehad, +haar naar eisch te kunnen waardeeren, aarzelde hij geen oogenblik, +om haar zijne smarten en zijne droefheden toe te vertrouwen. Dat +verlichtte hem een weinig, wanneer zij te zamen praatten. Wat hij aan +dokter Antekirrt niet had willen zeggen, wat hij zich zelven verbood +hem mede te deelen, dat vertrouwde hij Maria toe. Hij vond in haar een +liefhebbend hart, dat voor het medelijden geheel en al geopend was, +een hart, dat hem begreep, dat hem troostte; hij vond in haar een +vertrouwvolle ziel, die de wanhoop niet kende. Wanneer Piet Bathory +buitengewoon veel leed, wanneer zijn hart ten boorden toe overvuld +was, wanneer zijne smart hem dreigde te overweldigen, dan ijlde hij +naar haar, en wie weet hoe menigmaal Maria er in slaagde, hem troost +en vertrouwen in de toekomst in te boezemen. + +Intusschen bevond zich thans een man in de kasematten van Antekirrta, +die weten moest, waar Sava Toronthal zich bevond, of ook zij nog +steeds in de macht van Sarcany was. Dat was hij, die haar voor zijne +dochter had laten doorgaan, dat was de bankier Silas Toronthal. Maar +uit eerbied voor de nagedachtenis van haren vader, zou hij nimmer +gepoogd hebben, hem over dit onderwerp aan het praten te krijgen. + +Silas Toronthal bevond zich daarenboven sedert zijne gevangenneming +in een zoodanigen geestestoestand, in een zoodanige lichamelijke en +zedelijke neerslachtigheid, dat hij niets zou hebben kunnen mededeelen, +al had zijn eigen belang gevergd, dat hij zulks deed. Maar hij had +integendeel in het geheel geen belang er bij om mede te deelen, wat +hij van Sava wist, omdat hij onkundig was dat hij de gevangene van +dokter Antekirrt was, ook dat Piet Bathory niet dood maar levend op +het eiland Antekirrta aanwezig was, een eiland waarvan hij den naam +zelfs niet kende, en dus nog veel minder wist, waar dat ergens ter +wereld gelegen was. + +Inderdaad, slechts God, zooals Maria Ferrato zeide, kon dien toestand +ontwikkelen. + +De werkelijke staat der kleine volkplanting zou slechts onvolkomen +in het licht gesteld zijn, wanneer vergeten werd melding te maken van +Pescadospunt en van Kaap Matifou. Die behoorden toch in het kader van +het personeel van het eiland Antekirrta te huis. Die twee behoorden +tot de notabelen van de kleine volkplanting, en dat verdienden zij ook. + +Hoewel het Sarcany gelukt was te ontsnappen, hoewel men zelfs +zijn spoor bijster geraakt was, zoo was de gevangenneming van Silas +Toronthal zoo belangrijk, dat de dankbetuigingen van dokter Antekirrt +en van Piet Bathory aan Pescadospunt niet ontbraken. Geheel aan zijn +eigen gedachtenloop overgelaten, had die brave kerel juist gedaan, +wat in de gegeven omstandigheden moest verricht worden. Niemand +had het kunnen verbeteren. Daar nu dokter Antekirrt zich tevreden +betoonde, zou het den beiden vrienden niet gepast hebben, het ook +niet te zijn. Zij hadden derhalve hunne lieve en fraaie woning weer +betrokken, in afwachting dat men andermaal hunne diensten noodig zoude +hebben. Hunne vurigste hoop was, dat zij meermalen voor de goede zaak +nuttig zouden kunnen zijn. + +Pescadospunt en Kaap Matifou hadden dadelijk na hunne aankomst te +Antekirrta, een bezoek afgelegd bij Maria en Luigi Ferrato, daarna +hadden zij hunne opwachting gemaakt bij eenigen der notabelen van +Artenak. Overal werden zij uitstekend ontvangen; want zij hadden zich +bij iedereen bemind weten te maken. Men had dan Kaap Matifou bij die +plechtige gelegenheden moeten zien. Hij schitterde dan inderdaad, +hoewel hij zich een weinig verlegen met zijn kolossalen omvang +betoonde, waarmede hij alleen een zaal vulde. + +"Ik ben evenwel dun," merkte Pescadospunt op, "dat maakt evenwicht, +en herstelt de ongelijkheid." + +Wat dien kleinen behendigen akrobaat aangaat, hij was de vreugde +van de geheele volkplanting, die hij met zijne vroolijke geaardheid +verlevendigde. Hij stelde zijne schranderheid en behendigheid ten +dienste van allen. O! als hij de zaken naar het algemeen welbehagen +mocht regelen, welk program van vermakelijkheden zou hij dan niet +zoowel voor de stad als voor de omstreken ontwerpen. Ja, als het moest, +dan zou hij, Pescadospunt en Kaap Matifou geen oogenblik aarzelen, om +hun beroep van kunstenmakers te hervatten, ten einde de Antekirrtsche +bevolking in opgetogenheid te brengen. + +In afwachting dat die fraaie dag zoude aanbreken, hielden Pescadospunt +en Kaap Matifou zich onledig met hun tuin, die door prachtige boomen +beschaduwd was, te verfraaien, alsook hunne villa, die waarlijk onder +de bloemen bedolven scheen. Bij die werken aan de kleine havenkom +verleenden zij krachtige en nuttige hulp. Wanneer men Kaap Matifou +kolossale rotsbrokken zag loswringen en vervoeren, dan moest betuigd +worden, dat onze Provençaalsche Hercules niets van zijne krachten +verloren had. + +Slaagden de lasthebbers van dokter Antekirrt niet in hunne pogingen +om mevrouw Bathory op te sporen, anderen, die Sarcany opzochten, waren +niet gelukkiger. Geen hunner had kunnen ontdekken, waar die ellendeling +een schuilplaats had gevonden, nadat hij Monte Carlo verlaten had. + +Kende Silas Toronthal het geheim van die schuilplaats? Dat was op zijn +minst genomen aan twijfel onderhevig, wanneer men de omstandigheden in +aanmerking neemt, waaronder die twee op den weg naar Nizza van elkander +gescheiden waren. Daarenboven, al was de bankier met de verblijfplaats +van zijn medeplichtige bekend, dan was het nog de vraag, of hij die zou +willen aanwijzen. Het meest waarschijnlijke was dat hij zou weigeren. + +Dokter Antekirrt wachtte dan ook uiterst ongeduldig het tijdstip +af, dat Silas Toronthal in staat zoude zijn te kunnen antwoorden, +om alsdan de proef te nemen. + +Het was in een fortje, dat bij den noordwestelijken hoek aangelegd was, +dat Silas Toronthal en Carpena ieder in eene cel opgesloten waren, +waarin zij hoegenaamd niemand te zien kregen. Zij kenden elkander niet +anders dan van naam; want de bankier had zich nimmer met de zaken +van Sarcany op Sicilië ingelaten. Er was dan ook een streng bevel +uitgevaardigd, namelijk: dat men hen zelfs niet mocht laten gissen, dat +zij te zamen dat fortje bewoonden. Zij waren in twee gekasematteerde +vertrekken opgesloten, die van elkander verwijderd lagen en die zij +slechts verlieten, om een poos op afzonderlijke pleintjes lucht te +scheppen. Zij werden bewaakt door twee sergeanten van de Antekirrtsche +militie, van welker trouw dokter Antekirrt verzekerd was. Het was +dan ook onmogelijk, dat de twee gevangenen gemeenschap met elkander +konden hebben, of dat zij afspraken met elkander hadden kunnen houden. + +Ook was geen onbescheidenheid te vreezen. Op alle vragen, die Silas +Toronthal en Carpena tot hunne bewakers richtten omtrent de plaats +hunner gevangenschap, hadden zij nimmer antwoord ontvangen. Niets +kon hen dus doen vooronderstellen, dat zij in de macht van dien +geheimzinnigen dokter Antekirrt geraakt waren, dien de bankier kende, +omdat hij hem te Ragusa verscheidene malen ontmoet had, en voor wien +hij een instinctmatigen angst had voelen ontgloren. + +De eenige en voortdurende gedachte van den dokter was thans, om +Sarcany uit te vinden, om hem te kunnen bemachtigen, zooals dat met +zijne twee medeplichtigen reeds geschied was. Toen Silas Toronthal +dan ook tegen den 16n October zoover in beterschap toegenomen was, dat +hij in staat was om de vragen te kunnen beantwoorden, die hem gesteld +zouden worden, besloot de dokter hem aan een onderzoek te onderwerpen. + +Maar alvorens werd een raad belegd, bestaande uit dokter Antekirrt, +uit Piet Bathory en Luigi Ferrato, waarin ook Pescadospunt geroepen +werd, wiens adviezen niet te versmaden waren. + +Dokter Antekirrt bracht hen op de hoogte van zijne voornemens met +betrekking tot de gevangenen. + +"Wat denkt gij er van?" vroeg hij, toen hij daarmee geëindigd had. + +"Zou Silas Toronthal," merkte Luigi Ferrato op, "bij het vernemen +dat men verlangt te weten, waar zich Sarcany ophoudt, niet gissen +kunnen, dat men het er op toelegt om ook zijn medeplichtige in handen +te krijgen?" + +"Welnu," vroeg de dokter, "welk bezwaar zou daarin gelegen zijn, +nu hij ons toch niet ontsnappen kan?" + +"Toch meen ik, dat er een is, heer dokter," antwoordde Luigi. + +"Silas Toronthal kan meenen, dat het in zijn belang is, om niets te +zeggen, wat ten nadeele van Sarcany kan uitgelegd worden. Dat zou +hem den mond kunnen snoeren." + +"Maar waarom?" vroeg dokter Antekirrt. "Welk belang zou hij kunnen +hebben, om niets te zeggen?" + +"Ja, waarom?" herhaalde Piet Bathory. "Welk belang?... Waarlijk, +ik kan aan mijn gedachte geen vorm geven." + +"Omdat hij zich zelven daarmede kan benadeelen." antwoordde Luigi. "Mij +dunkt dat dat eene reden is." + +"Mag ik mij eene bemerking veroorloven?" vroeg Pescadospunt, die zich +uit bescheidenheid een weinig ter zijde hield. + +"Voorzeker, mijn vriend," antwoordde de dokter. "Wat wildet gij +ons zeggen?" + +"Heeren," hernam Pescadospunt, "ga ik af op de omstandigheden, +waaronder die twee boezemvrienden afscheid van elkander genomen hebben, +dan meen ik het er voor te moeten houden, dat zij elkander niet meer +te ontzien hebben. De bankier Silas Toronthal moet Sarcany, die hem +tot den bedelstaf bracht, uit den grond van zijn hart haten. Wanneer +onze gevangene dus weet, waar zijn medeplichtige zich thans bevindt, +dan zal hij geen oogenblik aarzelen,--zoo denk ik ten minste,--om dat +mede te deelen. Vertelt hij niets, dan is dat volgens mij het bewijs, +dat hij niets weet, dus dat hij niets te zeggen heeft." + +Die redeneering was niet van juistheid ontbloot. Het was meer dan +waarschijnlijk dat wanneer de bankier Silas Toronthal met de plaats +bekend was, waarheen Sarcany gevlucht kon zijn en waar hij zich zou +kunnen ophouden, hij zich niet verplicht zoude rekenen geheimhouding +te betrachten, vooral wanneer zijn eigen belang mede zoude brengen +om haar te verbreken. + +"Wij zullen heden nog vernemen, waaraan wij ons te houden hebben," +antwoordde de dokter, "en ik zal zien wat mij verder te doen staat, +wanneer Silas Toronthal niets weet of niets wil mededeelen. Maar, +daar hij nog onkundig moet blijven, dat hij in de macht van dokter +Antekirrt is, daar hij evenzeer nog niet mag weten, dat Piet Bathory +in leven is, zoo zal Luigi Ferrato de taak op zich willen nemen, +om hem te ondervragen." + +"Ik stel mij geheel tot uwen dienst, heer dokter," antwoordde de +jonge zeeman. + +Luigi begaf zich ten gevolge van dit gesprek naar het fortje, alwaar +hem toegang verleend werd tot de kasemat, die Silas Toronthal tot +gevangenis diende. + +De bankier was op dat oogenblik in een hoek bij eene tafel gezeten. Hij +had juist zijn bed verlaten. Naar zijn uiterlijk te oordeelen, was +zijn gemoedstoestand veel verbeterd. Hij hield zich toen niet met +de gedachte bezig, dat hij zijn vermogen verloren had. Hij dacht +zelfs niet aan Sarcany. Er was iets wat hem bovenmate verontrustte, +en dat was de zucht om te weten de reden waarom, en de plaats waar +hij opgesloten was, en wie toch wel de machtige persoon kon zijn, +die er belang bij kon hebben, zich van zijn persoon te verzekeren. Dat +was het wat hem bezig hield, maar waaromtrent hij geen oplossing kon +vinden. Zoo veel was zeker, dat hij begreep alles te vreezen te hebben. + +Toen hij Luigi Ferrato zijne cel zag binnentreden, stond hij op; +maar op een teeken van dezen ging hij weder onmiddellijk zitten. Het +onderhoud, dat plaats had, was slechts van korten duur en ziehier de +vragen, die hem gesteld werden: + +"Gij zijt Silas Toronthal, voorheen te Triëst en laatstelijk te Ragusa +woonachtig, niet waar?" + +"Op die vraag heb ik niet te antwoorden. Zij die mij gevangen hebben, +moeten weten wie ik ben, dunkt mij." + +"Dat weten zij. Wees daaromtrent onbekommerd, heer Toronthal! Op zijn +tijd zult gij alles te weten komen." + +"Maar wie zijn zij, als ik u bidden mag? Zijn het machtige mannen? Dat +zou ik wel willen weten." + +"Dat zult gij later vernemen. Niet te nieuwsgierig, heer bankier. Dat +is eene ongepaste ondeugd hier." + +"En wie zijt gij?" + +"Alweer te nieuwsgierig. Maar ik wil daarop wel antwoorden, dat ik +een man ben, die de opdracht heeft u te ondervragen." + +"Opdracht van wien? Gij spreekt steeds in onbegrijpelijke raadselen." + +"Van hem, wien gij rekening en verantwoording verschuldigd zijt, +die recht over leven en dood over u heeft." + +"Maar nogmaals, wie is dat? Gij zoudt mij inderdaad beangst kunnen +maken." + +"Dat is niet aan mij om het u te zeggen. Misschien zal hij het u +later zelf zeggen." + +"Welnu, in dat geval weiger ik te antwoorden. Vertrouwen tegenover +vertrouwen." + +"Zoo als ge verkiest! Ge waart te Monte Carlo in gezelschap van +een man, dien gij sedert lang kent en die u, sedert gij van Ragusa +vertrokken zijt, niet verlaten heeft. Die man is van Tripolitaansche +afkomst en heet Sarcany. Hij is ontsnapt op het oogenblik, dat gij +op den weg naar Nizza in hechtenis genomen werd. Ziehier nu wat mij +opgedragen is u te vragen: Weet gij waar die man zich thans bevindt +en zoo ja, zijt gij genegen dat mede te deelen?" + +Silas Toronthal wachtte zich er wel voor om te antwoorden. Wanneer +men verlangde om te weten waar Sarcany zich bevond, dan was daarvan +klaarblijkelijk het doel om zich van zijn persoon meester te maken, +zooals men met hem gedaan had. En waarom wilde men dat doen? Had +dat betrekking op gebeurtenissen van het verleden, waarin zij +beiden gezamenlijk de hand hadden gehad? Stond dat in verband met +de kuiperijen, die zij zich ter zake van de Triëster samenzwering +veroorloofd hadden? Maar hoe zouden die feiten bekend geraakt +zijn? En wie kon er belang bij hebben, om als wreker van graaf Mathias +Sandorf en van zijne twee vrienden, die reeds sedert vijftien jaren +overleden waren, op te treden? Dat alles zweefde den ellendeling in +een ondeelbaar oogenblik voor den geest. + +Dat waren de vragen, die Silas Toronthal zich in de eerste plaats +stelde. Hij begreep al spoedig, dat hij zich niet in handen van +een wettig ingestelde rechtbank bevond, wier macht zich over hem en +zijn medeplichtige dreigde uit te strekken. Dat moest hem evenwel +nog ongeruster maken. Hoewel het voor hem niet twijfelachtig was, +dat Sarcany eene schuilplaats te Tetuan in het huis van de oude Namir +gezocht had, waar de laatste inzet van de partij, die hij speelde, +zelfs binnen een zeer begrensd tijdvak moest gewonnen worden, besloot +hij dadelijk zich niets daarvan te laten ontvallen. Wanneer later +zijn belang mocht medebrengen om openhartig te zijn, welnu, dan zou +hij spreken; maar totdat hem dat gebleken zoude zijn, zou hij zeer +gesloten spel spelen. Na hem een kort oogenblik van beraad gelaten +te hebben, vervolgde Luigi: + +"Welnu...? Zijt gij van zins te spreken? Of weigert gij?" + +"Ik zou u kunnen antwoorden," hernam Silas Toronthal, "dat ik weet +waar die Sarcany, waarvan gij spreekt, zich ophoudt, dat ik het +evenwel niet wil zeggen. Maar inderdaad, ik weet het niet." + +"Is dat uw eenig antwoord, Silas Toronthal?" vroeg Luigi Ferrato +zeer ernstig. + +"Ja, het eenige en het waarachtige. Ge behoeft mij niet te gelooven, +als gij niet wilt. Toch zult gij geen ander antwoord erlangen." + +"Bedenk u wel.... Uw stilzwijgen zou u kunnen berouwen, heer bankier." + +Silas Toronthal trok de schouders op. Hij was thans vast besloten. Hij +wilde en zou niet spreken. + +Luigi Ferrato verliet hem toen en deelde dokter Antekirrt den uitslag +van dat onderhoud mede. Ofschoon het antwoord van den bankier, alles +wel beschouwd, niet onaanneembaar was, was men wel verplicht zich +er mede te vergenoegen. Er bleef dus niets anders te doen over om +de schuilplaats van Sarcany te ontdekken, dan de nasporingen ijverig +voort te zetten, ja, te verdubbelen en daartoe noch moeite noch geld +te sparen. + +Maar terwijl intusschen gewacht werd, dat de een of andere tijding +aanleiding kon geven om de vervolging te hervatten, moest dokter +Antekirrt zich met andere kwestiën bezig houden, die ernstig waren en +waarbij de veiligheid van het eiland Antekirrta zeer betrokken was. Die +kwestiën zouden weldra uitsluitend beslag op zijne aandacht leggen. + +Hij had geheime berichten uit de Cyrenaïsche provinciën ontvangen. + +Cyrenaïca, in het Grieksch Kyrenaikeh, was in den voortijd een +belangrijk Noord-Afrikaansch landschap, door Grieken gesticht en +bewoond, en op de hoogvlakte Barca gelegen. + +De Grieksche volkplanting werd er omstreeks het jaar 631 vóór de +geboorte van Christus op bevel van het orakel van Delphi, door inwoners +van het eiland Thera en doof eenige Spartanen onder aanvoering van +Battus gesticht. + +Het landschap ontleende zijn naam aan de stad Cyrene, terwijl er voorts +nog vier andere Grieksche steden verrezen, weshalve dat gewest ook +wel Pentapolis (vijfstad) genoemd werd. De nakomelingen van Battus +hadden er als vorsten een onbeperkt gezag, en onder Acceulaus III +verviel het aan de Perzen. + +Omtrent het jaar 440 vóór Christus, werd er de republikeinsche +regeeringsvorm ingevoerd, terwijl handel, scheepvaart, nijverheid, +kunsten en wetenschappen er toen buitengewoon bloeiden. Weldra +ontstond er echter verdeeldheid, en tyrannen maakten zich meester +van de heerschappij. + +Na den dood van Alexander de Groote werd het veroverd door Ptolomeus + III Psycon, die het in 96 vóór Christus aan de Romeinen naliet, welke +het eerst onafhankelijk verklaarden, maar het 30 jaren later met het +eiland Creta tot een Romeinsch wingewest vereenigden. Later werd +Cyrenaïca door Barbaarsche horden uit de binnenlanden van Afrika +geteisterd, en in de VIIde eeuw onzer jaartelling voltooiden de +Saraceenen het werk der verwoesting. + +De grond leverde in de dagen der oudheid een overvloed van kostelijke +vruchten op. + +Het land was vóór de geboorte van Christus de zetel der Cyrenaïsche +wijsbegeerte, wier aanhangers ook Hedonici genoemd werden, omdat zij +vrijelijk hunne hartstochten en lusten opvolgden. Die wijsbegeerte +stond tegenover die der Cynici, bloeide omstreeks eene eeuw in en +buiten Griekenland en werd door die der Epicuristen verdrongen. Zij +versmaadde alle bespiegeling en bepaalde zich tot het tastbare en +zinnelijke, zoodat zij tevens tot atheïsme verviel. + +Tot de meest beroemde volgelingen van Aristippus behoorden, behalve +zijne dochter Areta, zijn kleinzoon Aristippus Metrodoctus, Antipater, +Anniceris, Theodorus en Hesegius. + +Voorts was Cyrenaïca tot in de Vde eeuw na Christus de hoofdzetel +der Gnostische wijsgeeren. Het geheele gewest bevat een overgrooten +schat van merkwaardige overblijfselen der oudheid. + +De hoofdstad des lands was Cyrene, gelegen aan de waterbron Kyra, +thans Aim-ej-Shedah of Eeuwige bron. Zij lag op eene hoogvlakte, +vier uren gaans van de kust, tusschen twee bergtoppen, van welke de +oostelijke waarschijnlijk de Akropolis of Citadel torschte. Aan de +noordelijke helling van den anderen ontsprong de reeds genoemde bron, +waarbij zich een tempel van Apollo verhief, en wat verder westwaarts +was een schouwburg in de rotsen uitgehouwen. Voorts blijkt het uit +de trotsche bouwvallen, dat de stad weleer in het bezit was van een +groot aantal prachtige tempels en andere openbare gebouwen. + +Ook werd de wetenschap er ijverig beoefend; want zij was de vaderstad +van Aristippus, Anniceris, en Carnéades, van den dichter Callimachus +en van den geleerden Erasthothenes. + +De agenten, welke dokter Antekirrt in dat nabij gelegen land had, +beveelden hem aan om de omstreken van de golf van Sidra uiterst +nauwkeurig te doen gadeslaan. Volgens hen was het geduchte +bondgenootschap der Senousisten bezig hare strijdkrachten op de +grenzen van Tripoli te zamen te trekken. Een algemeene beweging +bracht de benden langzamerhand al meer en meer in de nabijheid van +het Syrtische kustland. + +Vlugge boden brachten voortdurend zendbrieven over van den Grootmeester +naar de verschillende zaouiyias van Noordelijk en Oostelijk Afrika. + +Vuur- en blanke wapens, uit het buitenland afkomstig, waren afgeleverd +en door het bondgenootschap in ontvangst genomen. Eindelijk, en dat +was wel het meest gewichtige van die tijdingen, was het blijkbaar dat +eene aanzienlijke macht in het villayetschap van Ben Gaza, derhalve in +de onmiddellijke nabijheid van het eiland Antekirrta bijeengetrokken +werd. Waarlijk, de toestand begon zich wel te ontwikkelen. + +Met het vooruitzicht op die gevaarlijke nabijheid, die weldra dreigend +kon worden, was dokter Antekirrt verplicht die maatregelen te treffen, +welke hem de voorzichtigheid gebood. + +Piet Bathory en Luigi Ferrato stonden hem gedurende de drie laatste +weken van de maand October volijverig bij die werkzaamheden ter zijde, +en alle bewoners der volkplanting brachten volgaarne alles bij, +wat de weerbaarheid van het eiland kon verhoogen. + +Pescadospunt werd herhaaldelijk maar zoo geheim mogelijk naar +de Cyrenaïsche kust gezonden, om zich daar in betrekking met de +agenten te stellen, en weldra had die schrandere kleine kerel zich +overtuigd, dat het gevaar, hetwelk het eiland Antekirrta bedreigde, +niet hersenschimmig, niet denkbeeldig genoemd mocht worden. + +De zeeschuimers toch van de provincie Ben Ghâzi, versterkt en +aangevuld door eene ware te wapen oproeping van de geaffilieerden en +bondgenooten der geheele kuststreek, hielden zich volijverig onledig +met het uitrusten van een krijgstocht, die het eiland Antekirrta tot +doelwit had. + +Zou die tocht binnen betrekkelijk korten tijd ondernomen worden, +of zou hij nog uitgesteld worden? + +Daaromtrent was niets te vernemen. + +Toch kreeg men te weten, dat de hoofden der Senousisten zich nog in +de zuidelijke districten ophielden, waaruit men de gevolgtrekking +mocht opmaken, dat geene belangrijke operatiën in de eerste dagen +ondernomen zouden worden. Die hoofden toch zouden haar moeten besturen +en aanvoeren. + +Daarom kregen de _Elektrieks_ van Antekirrta bevel om in de buurt +van de Syrtische zee te kruisen, zoowel om de kuststrook van het +Cyrenaïsche en van het Tripolitaansche gebied als de kust van geheel +het Tunische rijk tot aan Kaap Bon in het oog te houden. Voor +zulke kleine vaartuigen was dat een belangrijke dienst. Hunne +bewonderenswaardige snelheid vergoedde evenwel veel. + +De lezer weet dat de verdedigingswerken van het eiland Antekirrta +nog niet volgens de ontworpen plannen voltooid waren. Maar al mocht +het ook niet mogelijk heeten om dien arbeid ter gewenschter tijd te +kunnen beëindigen, zoo had men zich toch beijverd om den voorraad van +levensmiddelen, munitiën en verdere krijgsbehoeften in de magazijnen +en arsenalen van Antekirrta zoo rijkelijk mogelijk aan te vullen. + +Het eiland Antekirrta, dat door een zeearm ter breedte van ongeveer +twintig mijlen van de Cyrenaïsche kust gescheiden was, zou geheel +eenzaam in den Syrtischen zeeboezem liggen, wanneer niet een klein +eiland, algemeen bekend onder den naam van het Kencraf eilandje, +hetwelk een omtrek van ongeveer driehonderd meters bezat, in +de nabijheid van zijn zuidoostelijke punt gelegen ware. Volgens +den gedachtegang van dokter Antekirrt, zou dit eilandje later tot +verbanningsoord moeten dienen, namelijk wanneer een der kolonisten +die straf ooit zoude verdienen en zij door de ingestelde rechtsmacht +op het hoofdeiland uitgesproken zoude worden, een geval dat zich +gelukkig nog niet voorgedaan had. Men had er evenwel bij wijze van +voorzorg eenige barakken tot dat doeleinde opgericht. + +Maar in weerwil daarvan was het eilandje Kencraf niet versterkt +en--het mocht niet verbloemd worden--wanneer eene vijandelijke vloot +een aanval op Antekirrta in het schild voerde, dan stelde de ligging +daarvan een daadwerkelijk gevaar voor de hoofdvestiging daar. Want eene +vijandelijke macht had niets anders te doen dan daar te ontschepen +en van dat eilandje eene degelijke operatie-basis te maken. Het bood +alle gemakken aan om er levensmiddelen en munitiën te debarkeeren +men kon er eene batterij opwerpen en derhalve zou het een aanvaller +een stevig steunpunt verschaffen. Het ware beter geweest, dat het +eilandje in het geheel niet bestond, vooral omdat de tijd ontbrak, +om het behoorlijk in staat van verdediging te stellen. + +De ligging van het eilandje Kencraf en de voordeelen, die een vijand er +van trekken kon, moesten dan ook dokter Antekirrt ongerust maken. Nadat +hij alles rijpelijk overwogen had, besloot hij het te vernietigen, maar +die vernietiging tevens te doen dienen, om de honderden zeeschuimers, +die het wagen zouden er bezit van te nemen, om te brengen, zonder +er een van te laten ontsnappen. Hij dacht er zeer ernstig over na en +kwam toen tot een vrij goed uitgewerkt plan. + +Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. Onmiddellijk werden +loopgraven en mijngangen aangelegd, die mijngangen werden behoorlijk +geladen, zoodat weldra het geheele eilandje Kencraf aan een grooten +mijnoven gelijk was, die door een onderzeeschen geleiddraad met het +eiland Antekirrta in verbinding gebracht werd. Een zwakke electrische +stroom langs dien geleiddraad was voldoende, om eene uitbarsting te +weeg te brengen, die geen spoor van het eilandje aan de oppervlakte +der zee zoude achterlaten. En waarlijk, het was geen gewoon buskruit, +ook geen schietkatoen, zelfs geen dynamiet, hetwelk dokter Antekirrt +zoude bezigen, om die vreeselijke ontploffing teweeg te brengen. Neen, +hij kende de samenstelling van een ontploffende stof, die kort geleden +uitgevonden werd, en welker verbrijzelende kracht zoo aanmerkelijk +was, dat men van haar kon zeggen dat zij in verhouding tot het +dynamiet stond zooals deze laatste stof tot het gewone buskruit van +Barthold Schwarz. Zij was veel handelbaarder dan de nitroglycerine, +ook gemakkelijker vervoerbaar, daar zij slechts het bezigen van twee +onafhankelijke vloeistoffen behoefde, welker vermenging niet vroeger +dan op het oogenblik van gebruik bewerkstelligd moest worden. Die +vloeistoffen bevroren niet, terwijl het dynamiet reeds bij vijf of zes +graden bevriest, en zij konden slechts ontploffen door het aanbrengen +van een geweldigen schok, zooals de aanvuring van een slaghoedje, +met slagkwik gevuld, kan teweeg brengen. Zooals men ziet, was dat +een gemakkelijk en eenvoudig maar verschrikkelijk middel. + +Hoe wordt dat verkregen? + +Eenvoudig door de inwerking van het zuivere en watervrije protoxyd +van stikstof in vloeibaren toestand op verschillende lichamen, rijk +aan koolstof, zooals op minerale, plantaardige, dierlijke oliën of +andere vloeibare voortbrengselen van vetstoffen. Die beide vochten, +die afzonderlijk geheel onschuldig en in elkander oplosbaar zijn, +worden in zekere verhouding gemengd, zooals men water met wijn zou +mengen, zonder dat er gevaar bij de behandeling bestaat. Zoo wordt +de "panklastiet" vervaardigd, een woord dat: "alles verbrijzelend" +beteekent, een inderdaad juiste naam, want die nieuw verkregen +vloeistof is in staat alles te verbrijzelen, en overtreft in kracht +verre alle overige bekende ontploffingsmiddelen. + +Dit scheikundig schrikmiddel werd dus in talrijke mijngangen onder +de oppervlakte van het maaiveld van het eilandje geladen. Met een +onderzeeschen telegraafdraad stond die lading in verbinding met +het eiland Antekirrta. Langs dien draad zou de electrische vonk +voortspoeden naar de aanvuringen van slagkwik, waarvan iedere mijngang +voorzien was, en het kon niet missen, of de algemeene ontploffing zou +alsdan onmiddellijk volgen. Daar het evenwel zoude kunnen gebeuren, +dat de draad door de eene of andere omstandigheid onbruikbaar werd, +zoo werden er nog twee uitgebracht, onafhankelijk van elkander, +en werden bovendien bij wijze van voorzorgsmaatregel nog andere +electrische batterijen op verschillende plekken van het eiland +onder de oppervlakte van den bodem ingegraven en door onderaardsche +geleidingsdraden met de mijngangen verbonden. Het was voldoende de +plaatjes van een dier batterijen, die met de oppervlakte van den +grond gelijk gelegd waren, met den voet eventjes aan te raken, om den +stroom af te sluiten, den benoodigden schok op het slagkwik en zoo +de ontploffing te veroorzaken. Het zou dus onmogelijk genoemd worden, +dat wanneer talrijke aanvallers op het eilandje Kencraf ontscheepten, +er een aan de totale vernietiging zoude ontsnappen. + +Die verschillende werkzaamheden waren in de eerste dagen van November +tamelijk gevorderd, toen er een ongeval plaats greep, dat dokter +Antekirrt noodzaakte zijn eiland gedurende eenige dagen te verlaten. + +In den ochtend van den 3den November kwam het stoomvaartuig, dat +bestemd was om de steenkolen van Cardiff over te voeren, in de haven +van Antekirrta ten anker. Gedurende den overtocht was het door slecht +weder genoodzaakt geworden Gibraltar aan te doen. Daar vond de kapitein +der boot op het postkantoor een brief, die aan dokter Antekirrt +gericht was. Die brief was door de verschillende postdiensten her- +en derwaarts gezonden geworden, zonder dat hij den geadresseerde had +kunnen bereiken. De menigvuldige postmerken op den omslag, gaven daar +de meest afdoende getuigenis van. + +Dokter Antekirrt nam dien brief in ontvangst, bekeek den omslag, die +de postmerken van Malta, Catania, Ragusa, Ceuta, Otranto, Malaga en +Gibraltar droeg. + +Het adres, hetwelk een zwaar beverig schrift vertoonde, was +klaarblijkelijk door iemand ter neder gesteld, die de gewoonte niet +meer had om de pen te voeren, wien het ook misschien aan kracht +ontbroken had, om die weinige woorden ter neer te schrijven. De +omslag voerde slechts één naam, den naam van den dokter, met die +roerende aanbeveling: + + + "Aan dokter Antekirrt. + + "Aan Gods goede zorgen overgelaten." + + + +De dokter scheurde den omslag open, ontvouwde den brief, die op een +vel papier geschreven was, dat door den tijd reeds geel geworden was, +en las het navolgende: + + + "Heer dokter! + + + "Dat God u dezen brief toch in handen voere!... Ik ben reeds + zeer bejaard!... Ik kan sterven.... Dan zal zij alleen op de + wereld zijn!... Och, heb medelijden met de laatste dagen van + mevrouw Bathory!... Zij is gedurende haar geheele leven zoo + zeer beproefd geweest!... Kom haar te hulp! Dat is de bede van + + + Uwen ootmoedigen dienaar + Borik." + + + +Verder stond er in een hoek: "Carthago" en daaronder deze woorden: +"Regentschap Tunis." + +De dokter bevond zich alleen op het Stadhuis, toen hij van dien brief +kennis nam. Een kreet van vreugde en van wanhoop te gelijkertijd +ontsnapte hem,--van vreugde, omdat hij 't spoor van mevrouw Bathory +wedervond,--van wanhoop of beter van vrees, want de postmerken op +den omslag van dien brief duidden aan, dat hij reeds langer dan een +maand geleden geschreven was. + +Luigi Ferrato werd dadelijk geroepen. Hij kwam terstond aangeloopen +en meldde zich op het Stadhuis aan. + +"Luigi," zei dokter Antekirrt, "geef kapitein Ködrik de noodige +bevelen, dat de _Ferrato_ binnen twee uren stoom op heeft en in staat +zij om te kunnen vertrekken." + +"Het vaartuig zal gereed zijn, om op den opgegeven tijd zee te kunnen +kiezen," antwoordde Luigi. + +"Goed zoo." + +"Maar vergeef mij eene onbescheidene vraag: moet het vaartuig ter +uwer beschikking zijn, heer dokter?" + +"Ja, Luigi. Daarop dient gerekend te worden," antwoordde dokter +Antekirrt. + +"Zal het een lange reis gelden? Ook dat dien ik te weten, heer dokter," +was Luigi's tweede vraag. + +Dokter Antekirrt raadpleegde eene kaart. + +"Slechts drie of vier dagen. Meer niet, denk ik," was zijn antwoord. + +"Vertrekt gij alleen?" + +"Neen! Zoek Piet Bathory op, en zeg hem zich gereed te houden mij +te vergezellen." + +"Piet is op dit oogenblik afwezig, heer dokter...." antwoordde Luigi +Ferrato. "Maar ik zal hem seinen." + +"Afwezig?" + +"Ja, maar binnen een uur zal hij van het eilandje Kencraf terug zijn, +alwaar hij de werkzaamheden bestuurt." + +"O, zoo is het goed." + +"Ik ga dus uwe bevelen volbrengen en kapitein Ködrik waarschuwen, +heer dokter." + +"Wacht even. Ik heb nog iets ... ik verlang ook dat uwe zuster +dat tochtje medemaakt, Luigi," ging dokter Antekirrt voort, "laat +haar daartoe dadelijk alle voorbereidingen treffen. Maar spoedig, +niet waar?" + +"Dadelijk, heer dokter." + +Luigi ijlde heen, om de bevelen, die hij van dokter Antekirrt ontvangen +had, ten uitvoer te brengen. Hij seinde dadelijk naar het eilandje +Kencraf en spoedde zich naar zijn zuster en naar kapitein Ködrik. + +Een uur later vertoonde Piet Bathory zich op het Stadhuis. Hij had +de depêche van Luigi ontvangen. + +"Lees," zei de dokter. + +En hij reikte hem Boriks brief over. + + + + + +VI. + +DE GEESTVERSCHIJNING. + + +Het stoomjacht lichtte weinige minuten na het middaguur het anker. Het +had kapitein Ködrik tot gezagvoerder en Luigi Ferrato tot eersten +officier. Als passagiers waren slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory +en Maria Ferrato aan boord. Deze laatste werd medegenomen om mevrouw +Bathory hare zorgen te kunnen wijden, wanneer het onmogelijk zoude +blijken haar onmiddellijk van Karthago naar Antekirrta te vervoeren. + +Zonder dat daarop in 't bijzonder gewezen behoeft te worden, zal +de lezer beseffen, welke gewaarwordingen, welke angsten het hart +van Piet Bathory bestormden. Hij wist thans waar zijne moeder was, +hij ging naar haar toe!... Maar waarom had Borik haar zoo onverwachts +en zoo spoedig uit Ragusa weggevoerd en dat nog wel om haar naar dat +verre kustland van Tunis te brengen? In welken toestand van ellende en +armoede zou hij beiden terugvinden? Bij die gedachte ijsde hij. Bij +die gedachte durfde hij niet verwijlen, uit vrees te zeer door zijne +aandoeningen overmeesterd te worden. + +Op al dat leed, hetwelk Piet Bathory aan Maria toevertrouwde, +antwoordde deze slechts met hoopvolle en troostvolle woorden. Zij +herkende in den brief, dien de dokter ontvangen had, de zichtbare +tusschenkomst der Voorzienigheid. Dat was volgens het vrome en brave +meisje niet te miskennen. Hier was de vinger Gods! + +Natuurlijk waren bevelen verstrekt, om de _Ferrato_ hare meest +mogelijke snelheid te doen bereiken. Door de stoomkleppen te bezwaren, +werd weldra eene vaart van gemiddeld vijftien mijlen in het uur +overschreden. Nu bedraagt de afstand van de golf van Sidra tot kaap +Bon, aan het noordoostelijk uiteinde van het Tunische vasteland +gelegen, hoogstens duizend kilometers. Verder van kaap Bon tot aan de +Goulet, die de haven van Tunis vormt, duurt het slechts anderhalf uur +voor een vlug stoomjacht, om dien afstand af te leggen. Ongerekend +slecht weder of andere wederwaardigheden, kon de _Ferrato_ in twee +en dertig uren tijds op hare bestemming aankomen. + +De zee was buiten de Sidragolf effen en glad. Er woei een zachte +noord-westen bries, die evenwel niet scheen te zullen aanwakkeren. De +kapitein liet recht op kaap Bon aansturen, om dicht daarbij iets +af te vallen, ten einde des te sneller de beschuttende strook te +bereiken, die de vaste wal zoude aanbieden, wanneer de wind mocht +aanwakkeren. Hij zou dus het eiland Pantellaria, dat halfweg tusschen +kaap Bon en Malta gelegen is, niet in het gezicht loopen, daar hij +de gezegde kaap zoo dichtbij mogelijk wilde voorbij stevenen. + +Terwijl de kust zich buiten de Sidrabaai afrondt, wordt zij westwaarts +diep ingesneden en beschrijft daar een bocht met zeer grooten +straal. Daar langs ontwikkelt zich voornamelijk het kustland van het +regentschap Tripoli, dat zich tot aan de golf van Gabes tusschen het +eiland Dscherba en de stad Sfax uitstrekt. Daarna buigt de kust weer +eenigermate oostwaarts naar kaap Dinias toe, om de baai Hammamet te +vormen, en ontwikkelt zich verder van zuid naar noord tot aan kaap Bon. + +Eenmaal bij die kaap aangekomen, stevende de _Ferrato_ naar die +Hammamet baai. Daarin zou het vaartuig langs den wal loopen, om dien +niet weer uit het gezicht te verliezen tot bij de Goulet. + +Hoewel de bries niet sterk genoemd mocht worden, verhieven de golven +zich toch aanmerkelijk gedurende den dag van den derden November en +den daaropvolgenden nacht. Er is slechts weinig wind noodig om die +Syrtische zee, waarin de meest grillige stroomingen en tegenstroomingen +van de geheele Middellandsche zee te zamen komen, in beroering te +brengen. Maar reeds den volgenden ochtend werd land verkend, juist +ter hoogte van kaap Dinias. Eenmaal onder dien hoogen oever gekomen, +werd de vaart van het jacht aangenaam en voorspoedig. + +De _Ferrato_ stevende op ongeveer twee mijlen van de kust, waarvan men +al de bijzonderheden nauwkeurig kon opmerken. Buiten de Hammamet-baai +op de hoogte van Kelibiah, stevende het stoomjacht nog dichter +langs de kust, om een blik in de kleine kreek Sidi Youssouf, die ten +noorden door eene aaneenschakeling van klippen en rotsen gedekt is, +te kunnen werpen. Eigenlijk kon deze laatste beweging van de _Ferrato_ +eene verkenning van het vijandelijke strand heeten. + +Bij de inbuiging der kust strekte zich een prachtig zandig strand +voor het oog uit. Naar achteren vertoonde zich eene reeks van lage +heuvelen, die met klein struikgewas bekleed waren, hetwelk met moeite +ontkiemd was in dien bodem, die meer overvloed aan steenen heeft +dan aan teelaarde. Verder af werden hoogere heuvels ontwaard, die als +uitloopers van de nog verder gelegen "djebels", die het gebergte in het +het binnenland uitmaakten, konden beschouwd worden. Hier en daar werd +een verlaten marabout ontwaard, die zich als een soort witte vlek te +midden van het groen der struiken voordeed. Op den voorgrond verrees +een kleine verschansing, die er bouwvallig uitzag, en hooger-op een +grooter fort, dat in beteren staat verkeerde en dat zich op den heuvel +verhief, die de Sidi Youssouf-kreek ten noorden afsloot. + +Intusschen was die kreek niet verlaten. Door de rotsblokken beschut, +lagen verscheidene Levantsche vaartuigen, als chebekken, polacres +enz. op eene halve kabellengte der kust op eene diepte van vijf of +zes vademen ten anker. Maar de helderheid en doorzichtigheid van +het groene water dier kreek was zoo volmaakt, dat men den bodem, +uit zwarte steenen en uit lichtgestreept zand bestaande, waarin de +lepels der ankers grepen, en waaraan de weerkaatsing van het licht +wonderlijke vormen verleende, duidelijk ontwaren kon. + +Langs het strand, aan den voet der lage duinen, die met mastiek- +en tamarinde stuiken bezaaid waren, bemerkte men een douar, die +uit een twintigtal goubi's bestond en zijne tenten van vuil geel +gestreept linnen vertoonde. Men kon dat vergelijken met een grooten +Arabischen mantel, die achteloos op het strand geworpen was. Buiten de +plooien van dien mantel graasden schapen en geiten, die in de verte er +uitzagen als zwarte raven, wier schreeuwende bende door een geweerschot +opgejaagd had kunnen worden. Een tiental kameelen lagen òf uitgestrekt +op het zand, òf stonden onbeweeglijk, alsof zij in steen uitgebeiteld +waren en herkauwden in de nabijheid van eene rotsachtige omheining, +die als ontschepingskade kon dienen. + +Terwijl men de monding der Sidi Youssouf-kreek voorbijstevende, +kon men er een blik in werpen en merkte dokter Antekirrt op, dat men +munitiekisten, wapenen en zelfs eenige kleine kanonstukken, die tot +het veldgeschut behoorden, ontscheepte. De Sidi Youssouf-kreek leende +zich door hare verwijderde ligging op de buitenste grenskuststrook +van het regentschap Tunis, maar al te gemakkelijk tot deze soort +van smokkelhandel. + +Luigi Ferrato vestigde de aandacht van dokter Antekirrt op de lossing +dier oorlogscontrabande, welke toen daar op dat strand, zonder eenige +contrôle hoegenaamd, gedreven werd. + +"Ja, Luigi," antwoordde hij, "ik zie het wel. Dat is inderdaad +bedenkelijk genoeg." + +"En wat denkt gij er over?" + +"Dat het Arabieren zijn, welke die oorlogs-wapenen en munitiën in +ontvangst komen nemen." + +"Maar voor wie die wapens." + +"Wie weet het? Wellicht om ze aan de bergbewoners te verstrekken, +ten einde daarmede de Fransche troepen zoowel in Tunis als in Algiers +te bevechten." + +"Denkt gij dat?" vroeg dokter Antekirrt met een bitteren glimlach om +de lippen. + +"Ik weet niet wat te denken. Dat oorlogstuig kan ook aangekocht zijn +voor rekening der talrijke geaffilieerden aan het Senousisme, die +aan wal struikroovers en aan boord zeeschuimers zijn, en die zich +tegenwoordig in de Cyrenaïsche provinciën met een bepaald doel al +meer en meer te zamen trekken." + +"Zou zoo iets kunnen geschieden?" + +"Inderdaad, en ik meen zelfs onder die Arabieren eenige typen te +herkennen, die eerder uit de binnenlanden van Afrika dan wel uit de +Tunische provinciën afkomstig zijn." + +"Maar," vroeg Luigi, "waarom verzetten de autoriteiten van het +regentschap of ten minste de Fransche autoriteiten zich niet ernstig +tegen die ontscheping van wapenen en munitiën?" + +"Waarom? Omdat men te Tunis zelfs niet gist wat aan de andere zijde +van kaap Bon voorvalt," antwoordde dokter Antekirrt, "en wanneer +de Franschen eindelijk meester van Tunisië zullen zijn, dan zullen +deze oostelijke hellingen van de djebels nog voor langen tijd aan +hunne macht ontsnappen. Hoe het ook zij, dat lossen van wapentuig en +krijgsbehoeften komt mij zeer verdacht voor." + +"Het is gelukkig, dat ons stoomjacht een snel varend vaartuig is," +merkte Luigi gekscherend op. + +"Zeker is dat gelukkig, want had de _Ferrato_ hare snelheid niet +in haar voordeel, dan zou de flottilje, die wij daar ontwaren, geen +oogenblik aarzelen om haar aan te tasten." + +Hadden de Arabieren werkelijk die gedachte gekoesterd, zoo als +dokter Antekirrt vermoedde, dan had het stoomjacht toch niets te +vreezen. In minder dan een half uur was het de kleine reede van Sidi +Youssouf voorbij gestevend. Nadat kaap Bon, die zich zoo ver buiten +het Tunische vasteland uitstrekt, genaderd was, stevende de _Ferrato_ +met volle kracht den vuurtoren voorbij, die op haar uiterste uiteinde, +dat geheel met rotsen, die in prachtige lagen gelegerd zijn, bedekt +is, verrijst. + +Het stoomjacht doorsneed nu, steeds niet volle kracht stoomende, +de Tunische golf, die zich tusschen kaap Bon en kaap Karthago +uitstrekt. Ter linkerzijde van de _Ferrato_ verhief zich de reeks van +steile hellingen van den djebel Bon-Karnin, van den djebel Rossas +en van den djebel Zaghouan, met eenige dorpen hier en daar in de +bergplooien verscholen. Ter rechter zijde verscheen in het volle +licht, in al hare heerlijkheid als eene andere Arabische Kasbah, de +heilige stad Sidi-Bon-Saïd, die zeer waarschijnlijk een der voorsteden +was van het oude Carthago. Op den achtergrond verhief zich Tunis, +geheel wit in het schitterende zonlicht boven het meer van Bahira, +een weinig achter dien arm, welke de Goulet aan alle de ontscheepten +uit de pakketbooten van Europa als het ware toesteekt. + +Op een afstand van drie mijlen van de haven lag een smaldeel van +Fransche oorlogschepen ten anker, terwijl een weinig dichter bij +den kant eenige handelsvaartuigen voor hunne ankerkettingen lagen te +dobberen, die door de groote verscheidenheid hunner nationale vlaggen +eene groote levendigheid aan die reede bijzetten. + +Het was ongeveer één uur, toen de _Ferrato_ op een afstand van drie +kabellengten van de haven van Goulet haar anker liet vallen. Nadat de +formaliteiten van den geneeskundigen dienst vervuld waren, werd de +vrije toegang aan de passagiers van het stoomjacht verleend. Dokter +Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato en zijne zuster Maria namen +plaats in de sloep, die dadelijk van boord afstak. + +Na de havenpier omgeroeid te zijn, gleed zij door dat smalle kanaal, +hetwelk steeds overvuld is met barkassen, sloepen, vletten en andere +ontschepingsvaartuigen, die aan beide kaden vastgemeerd waren, +en legde dicht bij een onregelmatig gevormd plein aan, hetwelk +met boomen beplant, en met villa's, handelskantoren, koffiehuizen +enz. omgeven was. Op dat plein wemelde het van Malthezers, Joden, +Arabieren, Fransche en inlandsche soldaten, die daar bij den ingang +van de voornaamste straat der havenbuurt drentelden. + +De brief van Borik gaf Karthago tot adres op en die naam van eenige +bouwvallen, die ter nauwernood op de oppervlakte van den bodem ontwaard +worden, is alles wat van de geboortestad van Hannibal overbleef. + +Om zich naar het strand van Karthago te begeven, is het niet noodig +gebruik te maken van het klein eindje Italiaanschen spoorweg, dat +den dienst verricht tusschen de Gouleta en Tunis en daarbij langs het +meer van Bahira loopt. Hetzij men het strand volgt, dat met zijn hard +en fijn zand een uitnemend wandelpad voor de voetgangers oplevert, +hetzij men den stofachtigen weg kiest, die meer landwaarts in, de +vlakte doorsnijdt, langs beide wegen bereikt men gemakkelijk den +voet van den heuvel, waarop de kapel van den Heiligen Lodewijk en +het klooster der Algerijnsche zendelingen verrijzen. + +Toen dokter Antekirrt en zijne reisgenooten ontscheepten, stonden +verscheidene rijtuigen, met kleine paarden bespannen, te wachten. In +een oogwenk had men een rijtuig bestegen en was den koetsier bevel +gegeven, om zoo spoedig mogelijk naar Karthago te rijden. + +Het rijtuig, na eerst de voornaamste straat van de Gouleta in flinken +draf gevolgd te hebben, reed tusschen twee rijen prachtige villa's +door, die door de rijke Tunisiërs gedurende de warme maanden bewoond +worden, daarna langs de paleizen van Keredina en Mustapha, die op +de kust in de nabijheid van de oude havenkommen der Karthaagsche +stad verrijzen. Het is meer dan twee duizend jaren geleden toen de +mededingster van Rome dat geheele strand innam, van de punt der Goulet +af tot aan de kaap, die haren naam behouden heeft. + +De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van +twee honderd voeten hoog, is opgericht op dezelfde plaats, waar +men beweert, dat die koning van Frankrijk in 1270 gestorven zou +zijn. Dat gebouwtje is te midden van eene omheining gelegen, die +meer oudheidkundige brokstukken, deelen van bouwwerken, stukken van +standbeelden, van vazen, kommen, zuilen, kapiteelen en architraven, +dan boomen of struiken bevat. Het klooster der zendelingen, waarvan +pater Delattre, een zeer geleerd archeoloog, toen prior was, is +meer achterwaarts gelegen. Van de hoogte van dien heuvel, waarop die +omheinde plek staat, beheerscht men geheel en al het zandige strand, +van kaap Karthago af tot aan de eerste huizen der Goulet. + +Aan den voet van dien heuvel verrijzen eenige paleizen van Arabische +bouworde, die evenwel van pieren naar Engelsche mode voorzien zijn, +alsook van bevallige staketsels, die zich tot ver in zee uitstrekken +en waaraan de sloepen en jollen der reede kunnen aanleggen. Verder-op +strekt zich de baai met alle hare voorgebergten, alle hare uitstekende +punten, alle hare inhammen, die bij afwezigheid van bouwvallen, +hunne geschiedkundige herinneringen behouden hebben, in hare geheele +heerlijkheid uit. + +Maar wanneer er paleizen en villa's aangetroffen werden tot op de +plaats, waar voorheen de oude oorlogs- en handelshavens van het +machtige Karthago zich bevonden, dan vindt men er ook hier en daar +tusschen de plooien van het heuvelland, te midden van het in puin +liggend gesteente, op een grijsachtigen bodem, die bijna ongeschikt +ter bebouwing is, kleine huizen, ware stulpen, waarin de armen der +streek wonen. De meesten van de laatstbedoelde bewoners oefenen geen +ander handwerk uit dan op de oppervlakte of in de eerste lagen des +bodems naar min of meer kostbare voortbrengselen van het Karthaagsche +tijdperk, zooals bronzen, steenen voorwerpen, aardewerk, medailles, +munten, enz. te zoeken. Dat alles wordt door de kloosterlingen voor +hun archeologisch museum opgekocht. Zij doen dat evenwel veel meer +uit medelijden, dan dat zij tuk op die zaken zouden zijn. + +Eenige dier ellendige stulpen bezitten slechts twee of drie +muurvlakken. Men zou ze met bouwvallen van marabouts kunnen +vergelijken, die in dit klimaat van hevigen zonneschijn, wit gebleekt +zijn. + +Dokter Antekirrt en zijne tochtgenooten gingen van de eene hut naar +de andere. Zij bezochten ze in de hoop er mevrouw Bathory aan te +treffen. Toch konden ze niet gelooven, dat zij tot dien trap van +ellende vervallen zoude zijn. + +Plotseling hield het rijtuig stil voor eene nog ellendiger stulp, +waarvan de deur slechts een gat vertoonde, dat in den muur gebroken +was. De muur zelf lag half in puin en was gedeeltelijk met struiken +en ruig overdekt. + +Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor +die deur. + +Piet had haar herkend!... Hij stiet een wilden kreet uit!... Hij +sprong uit het rijtuig.... + +"Moeder!... Moeder!..." riep hij. + +Ja.... dat was zijne moeder!... Hij ijlde naar haar toe, knielde voor +haar neder, sloot haar in zijne armen.... + +Maar zij beantwoordde die liefkozingen niet. Zij zag hem met strakken +blik aan. + +Zij scheen hem niet te herkennen.... Neen ... dat oog stond levenloos +... dof.... + +"Moeder!... Moeder!..." riep hij uit, terwijl de dokter met Luigi en +zijne zuster naderden en zich bij hem voegden. + +"Bedaar, bedaar, Piet," sprak dokter Antekirrt. "In Gods naam +bedaar. Uwe hartstochtelijkheid kan alles bederven." + +In dit oogenblik verscheen bij den hoek der hut een grijsaard, die +zij nog niet bemerkt hadden. + +Dat was Borik. + +Borik de trouwe dienstknecht! + +Dadelijk herkende hij dokter Antekirrt. Zijne knieën knikten nu reeds +en dat was wel te begrijpen. + +Maar toen hij Piet herkende.... Piet, wiens begrafenisstoet hij tot +op het kerkhof van Ragusa gevolgd was! Dat was te veel voor den ouden +man! Hij stortte bewegingloos neer, terwijl hij naar mevrouw Bathory +wees en zijne lippen nog prevelden: + +"Zij is krankzinnig!" + +Krankzinnig! Dus op het oogenblik, dat die zoon zijne moeder wedervond, +was alles wat haar overbleef, slechts een wezenloos lichaam! En het +zien van haar kind, dat zij dood moest wanen en dat daar plotseling +voor hare oogen verschenen was, was niet voldoende om haar de +herinnering aan het verledene te hergeven! + +Mevrouw Bathory was opgestaan met verwilderde, maar toch nog heldere +oogen. Daarna trad zij de stulp binnen, zonder iets gezien, zonder +een enkel woord gesproken te hebben. Maria volgde haar op een teeken +van dokter Antekirrt. + +Piet stond onbewegelijk bij de deur, zonder den moed, ja zonder de +macht te hebben een pas te doen. + +Borik had intusschen, dank zij de goede zorgen van den dokter, zijn +bewustzijn herkregen. Toen hij een poos rondgekeken en zijne verwarde +gedachten verzameld had, riep hij uit: + +"Gij, mijnheer Piet!... Gij!... Levend!... Hoe is het bij God +mogelijk? Gij!... Levend!" + +"Ja," antwoordde Piet Bathory, "ja, levend!... En toch ware het beter, +dat ik dood was!" + +In korte trekken stelde dokter Antekirrt den ouden dienaar op de +hoogte van hetgeen te Ragusa gebeurd was. Daarna deed Borik op zijn +beurt en niet zonder moeite het verhaal van de laatste twee maanden +van armoede en ellende, die de arme vrouw doorstaan had. Het was +inderdaad een schrikkelijk verhaal, schrikkelijk vooral voor den zoon +om aan te hooren. + +"Maar," vroeg dokter Antekirrt, zoodra hij de gelegenheid daartoe +vond, "is het de dood van haren zoon, die de geestvermogens van +mevrouw Bathory gekrenkt heeft? Heeft zij zich dat verlies zoozeer +aangetrokken?" + +"Neen, mijnheer Antekirrt, neen," antwoordde Borik. "Er is heel wat +anders. Ik zal het u vertellen." + +"Wat dan?... Spreek, o spreek!" kreet Piet Bathory onstuimig, terwijl +hij den ouden man bij de handen greep. + +Ziehier, wat de trouwe dienaar toen in beknopte trekken, maar met +horten en stooten verhaalde. + +Toen mevrouw Bathory, na den dood van haren zoon, alleen op de wereld +achterbleef, had zij Ragusa verlaten en zich in het dorpje Vinticello +gevestigd, waar zij nog eenige bloedverwanten bezat. Gedurende dat +tijdperk zou men het weinige, dat zij in haar bescheiden woning +bezat, te gelde maken, daar het haar voornemen was, het huis in de +Marinella-straat niet meer te betrekken. + +Zes weken later keerde zij in gezelschap van Borik naar Ragusa terug, +om de laatste hand aan de regeling harer zaken te leggen, en toen +zij in de Marinella-straat aankwam, vond zij een brief, die in de +bus van het huis gestoken was. + +Bij het lezen van dien brief was het reeds alsof hare geestvermogens +geschokt werden. Zij las hem evenwel ten einde toe, stiet toen een +kreet uit en stoof in ijlende vaart de straat op. Zij liep naar de +Stradona-laan, stak die over en klopte aan de poort van het hôtel +Toronthal, die dadelijk geopend werd. + +"Het hôtel Toronthal!..." riep Piet Bathory uit. "Mijn God, wat moet +dat beteekenen?" + +"Ja, het hôtel Toronthal," antwoordde de oude Borik, "en toen ik +mevrouw Bathory eindelijk ingehaald had, herkende zij mij niet +meer.... O God ... Piet, Piet, zij was krankzinnig! Volslagen +krankzinnig!" + +"Maar waarom ging mijne moeder naar het hôtel Toronthal" vroeg Piet +Bathory onstuimig. + +Borik keek hem met nieuwsgierigen blik aan, maar antwoordde niet +dadelijk. + +"Waarom ging zij naar het hôtel Toronthal?" herhaalde de jonge man, +die den ouden dienaar met een verbijsterd oog aanzag, alsof hij niets +van het gesprokene begreep. "Wat had mijne moeder in Gods naam daar +te doen?" + +"Zij wenschte waarschijnlijk mijnheer Toronthal te spreken," +antwoordde Borik. + +"Wat had zij toch met mijnheer Toronthal te maken?" vroeg de jonge +man afgetrokken... "Maar... verder? Verder?" + +"Mijnheer Toronthal had evenwel sedert twee dagen met zijne dochter die +fraaie woning van de Stradona-laan verlaten, zonder dat iemand wist, +waarheen zij gegaan waren. Ziedaar alles wat ik op mijne pogingen om +inlichtingen te verwerven, kon vernemen." + +"O, noodlot!" riep dokter Antekirrt uit. "Zonder dat iemand wist +waarheen zij gegaan waren?..." + +"Ja, heer dokter." + +"En die brief... die brief?..." vroeg Piet Bathory zoo hartstochtelijk +mogelijk. "Die brief?..." + +"Dien heb ik niet kunnen weervinden, mijnheer Piet," antwoordde de +grijsaard," en hetzij mevrouw Bathory hem verloren of verscheurd +heeft, hetzij iemand haar dien afhandig gemaakt heeft, ik heb nimmer +kunnen vernemen, wat hij inhield, hoeveel pogingen ik daartoe ook +heb aangewend, wanneer ik meende, dat de arme vrouw in meer heldere +oogenblikken verkeerde." + +Die brief spoorloos verdwenen! Dat was inderdaad iets geheimzinnigs! + +Dokter Antekirrt, die dat verhaal opmerkzaam gevolgd had, wist geen +beteekenis aan de handeling van mevrouw Bathory te verleenen. Welke +kracht had haar naar dat hôtel van de Stradona-laan geleid, waarvan +haar juist alles verwijderd had moeten houden? En waarom had zij zulk +een hevigen schok ondervonden, dat zij er krankzinnig van was geworden, +toen zij het verdwijnen van Silas Toronthal vernam? Inderdaad, dat +alles kwam allen belanghebbenden zeer raadselachtig voor. + +Het verhaal van den ouden bediende, hoe dikwijls ook afgebroken door +tranen, was nu spoedig geëindigd. + +Het gelukte hem den ongelukkigen toestand van mevrouw Bathory geheim +te houden, terwijl hij zich onledig hield met hare verdere zaken te +regelen en het weinige dat overbleef te gelde te maken. De aard van +den waanzin van de ongelukkige vrouw was zacht en kalm, en daardoor was +het hem mogelijk geweest te kunnen handelen zonder argwaan te wekken. + +Hij had slechts één wensch, namelijk Ragusa te verlaten en eene +schuilplaats te zoeken, onverschillig waar, mits dat zij slechts ver +van die gevloekte stad gevonden werd. + +Hij slaagde er eenige dagen later in, zich met mevrouw Bathory in te +schepen op een der pakketbooten, die de kustvaart in de Middellandsche +zee uitoefenen, en zoo kwam hij te Tunis of beter bij de Gouleta aan. + +Die streek kwam hem afgelegen genoeg voor en daar besloot hij zich +te vestigen. + +En hier in die vervallen stulp, wijdde de grijsaard zich geheel en +al aan de verzorging, die de gekrenkte geestestoestand van mevrouw +Bathory noodzakelijk maakte. Zij scheen zelfs het gebruik der spraak +terzelfder tijd met de rede verloren te hebben. Maar hare bezitting +was zoo armzalig, dat hij het oogenblik zag naderen, dat zij beiden tot +de uiterste ellende zouden gedoemd zijn. En dat op zoo'n leeftijd! Het +was verschrikkelijk. + +Onder die noodlottige omstandigheden herinnerde de oude zich dokter +Antekirrt en de belangstelling, die hij immer omtrent het gezin van +Stephanus Bathory had laten blijken. Maar Borik wist niet, waar de +dokter zich gewoonlijk ophield. Hij schreef evenwel, en de brief, +die zulk een hartverscheurenden wanhoopskreet inhield, had hij aan +de goede zorgen van de Voorzienigheid toevertrouwd. Het schijnt, dat +de Voorzienigheid nog al goed den dienst der posterij uitoefent, daar +de brief, in weerwil van alles, aan zijn adres terecht gekomen was. + +Wat thans te doen viel, was als het ware aangewezen. Mevrouw Bathory +werd, zonder dat zij den geringsten wederstand bood, naar het rijtuig +gevoerd, waarin zij met haren zoon, Borik en Maria Ferrato, welke +laatste haar niet meer verlaten zou, plaats nam. Terwijl zij naar +de Goulet reden, volgden dokter Antekirrt en Luigi Ferrato te voet +het strand. Dat was, zooals wij weten, niet ver. En die lichamelijke +inspanning zou hen een gewenschte afleiding bezorgen. + +Allen waren een uur later aan boord van het stoomjacht, dat onder +volle stoomspanning gebleven was, ingescheept. Het anker werd dadelijk +gelicht en zoodra de _Ferrato_ kaap Bon gerond had, stevende zij op +den vuurtoren van Pantellaria aan. In den ochtend van den tweeden dag +daarna, kwam het stoomjacht in de haven van Antekirrta aan, en lag +weldra met zijn kostbaren last aan boord aan de veilige kade gemeerd. + +Mevrouw Bathory werd dadelijk ontscheept en naar Artenak vervoerd en +daar in een der beste kamers van het Stadhuis gehuisvest. Maria Ferrato +verliet hare woning om haren intrek bij de ongelukkige weduwe te nemen. + +Welke nieuwe oorzaak van verdriet en smart die toestand zijner moeder +voor Piet Bathory was, is wel na te gaan. + +Die moeder krankzinnig, die moeder in hare geestvermogens gekrenkt +onder omstandigheden, die waarschijnlijk onopgelost zouden blijven. Als +men nu maar de oorzaak dier waanzinnigheid kende, dan ware de eene +of andere heilzame reactie te beproeven! Maar men wist niets; men +kon niets weten! En dat maakte allen nog radeloozer. + +"Ik moet haar genezen!..." had de dokter, die zich geheel en al aan +haar wijdde, meermalen in zich zelven gepreveld. "Ja!... ik moet! ik +zal slagen! In dien strijd moet ik overwinnen!" + +Dat was evenwel eene uiterst moeielijke taak; want mevrouw Bathory +bleef voortdurend volkomen bewusteloos, omtrent hetgeen met haar en +rondom haar voorviel. + +Maar zou die machtige gedachten-opdringing, die dokter Antekirrt +in zoo hooge mate bezat, en waarvan hij zoo onbetwistbare bewijzen +geleverd had, niet kunnen aangewend worden? Was het nu geen zaak om +haar toe te passen, ten einde den geestestoestand van mevrouw Bathory +te wijzigen? Zou men niet door magnetische invloeden het geschokte +hersenvermogen kunnen herstellen en de rede kunnen vastketenen +totdat de reactie, die toch niet uitblijven kon, ingetreden zoude +zijn? Bedenkelijk schudde de geleerde het hoofd. Hij wanhoopte aan +den uitslag. + +Piet Bathory smeekte den dokter, bezwoer hem als het ware, om +toch schier het onmogelijke te beproeven tot genezing zijner arme +moeder. Het was te vergeefsch. + +"Neen," antwoordde dokter Antekirrt op diep bedroefden toon, "zelfs +dat kan niet slagen." + +"Waarom toch niet?" snikte de arme jongen wanhopig. "Waarom toch niet?" + +"Omdat de krankzinnigen juist de sujetten zijn, die het meest weerstand +aan het gedachten-opdringen bieden." + +"Maar... zeg mij, ware het toch niet te beproeven? O, dat er toch +iets gedaan worde!" + +"Neen, ik mag dat niet beproeven, Piet. Om den invloed der +gedachten-opdringing te kunnen ondervinden," ging de dokter +onverstoorbaar voort, "zou het noodig zijn, dat uwe moeder nog een +persoonlijken onafhankelijken wil had, in wiens plaats ik den mijnen +zou kunnen stellen. Maar, ik herhaal het, dat zou zonder invloed op +haar blijken. Daarenboven, zou zoo iets haar zenuwgestel zeer aandoen." + +"Neen...! die uitspraak kan ik niet voor onwederlegbaar +aannemen!" hernam Piet, die er maar niet toe komen kon, om toe te +geven. "Ik kan, ik wil niet aannemen, dat niet den een of anderen +dag mijn moeders brein helder genoeg zal wezen, om haren zoon te +herkennen ... haren zoon, dien zij dood waant...!" + +"Ja!... dien zij dood waant!" herhaalde dokter Antekirrt, als in +gedachten verzonken "Maar,... wellicht,... wanneer zij u levend +waande,... of... wanneer zij, voor uw graf gebracht,... u zag +verschijnen...." + +Dokter Antekirrt bleef bij dat denkbeeld verwijlen. Wat werkte hij +in zijn brein uit? + +Waarom zou zulk een moreele schok, die onder de meest gunstige +omstandigheden aangebracht kon worden, geen invloed op mevrouw +Bathory hebben? In ieder geval zouden er geen nadeelige gevolgen van +te vreezen zijn. + +"Ik zal er de proef van nemen!" riep hij uit. "En... o, dat ik mocht +slagen! Dat zou mij veel vergoeden!" + +Van nu af werd het tafereel, dat opgevoerd moest worden, en het +welslagen der proefneming kon verzekeren, eene ware studie, de eenige +gedachte van die mannen. Het gold toch niets minder dan bij mevrouw +Bathory de uitwerkselen der herinnering, die in haren tegenwoordigen +toestand vernietigd of verdoofd schenen, te verlevendigen en dat +onder zulke aangrijpende omstandigheden, dat eene reactie in haar +brein kon geboren worden. + +Dokter Antekirrt riep de hulp in van Borik en van Pescadospunt, om +de plaatselijke gesteldheid van het kerkhof te Ragusa en den vorm van +het gedenkteeken, hetwelk op den grafkelder der familie Bathory stond, +met genoegzame nauwkeurigheid weer te geven. + +Nu verrees er op het kerkhof van het eiland, ongeveer op een mijl +afstand van Artenak gelegen, onder een groep van groenende boomen +eene kleine kapel, welke aan die van Ragusa niet ongelijk was. Men had +slechts de omgeving een weinig te rangschikken, om de gelijkenis der +twee monumenten te treffender te maken. Toen dat geschied was, werd +op den muur van den achtergrond een zwart marmeren steen geplaatst, +waarop: + + + STEPHANUS BATHORY + 1867. + + + +te lezen stond. Dat jaartal was het tijdstip van den dood van den +martelaar voor de vrijheid van Hongarijë. + +Den 13den November scheen het oogenblik gekomen te zijn, om met +de voorbereidende proefnemingen tot opwekking der verstandelijke +vermogens van mevrouw Bathory door eene langzame en nagenoeg onmerkbare +opklimming te beginnen. + +Zoo omstreeks zeven uur des avonds nam Maria Ferrato, die daarbij +door Borik bijgestaan werd, de weduwe onder den arm en bracht +haar buiten het Stadhuis. Daarna geleidde zij haar door het veld +naar het kerkhof. Voor den ingang der kleine kapel gekomen, bleef +mevrouw Bathory zoo als zij steeds was, wezenloos, en sprak geen +woord, hoewel zij door het heldere schijnsel eener lamp, die in het +gebouwtje brandde, den naam van Stephanus Bathory op de marmeren +plaat had kunnen lezen. Alleen toen Maria Ferrato en de grijsaard +op de trappen der kapel knielden, was het alsof een bliksemstraal, +die evenwel dadelijk verdween, haren wezenloozen blik verlevendigde. + +Mevrouw Bathory was ongeveer een uur later op het Stadhuis terug, +alsook zij, die haar nabij geweest waren, of haar gedurende die eerste +proefneming van verre gevolgd hadden. + +Den volgenden dag en de verdere dagen hervatte men die proefnemingen, +die evenwel geen resultaat schenen op te leveren. Piet Bathory had +ze met beklemde gemoedsaandoening gevolgd, en verkeerde inderdaad +in volslagen wanhoop door den geringen uitslag, hoewel dokter +Antekirrt hem toch herhaaldelijk verzekerde dat de tijd hun eenige +helper, hun beste bondgenoot moest zijn. Hij wilde dan ook eerst den +laatsten slag slaan, wanneer mevrouw Bathory genoegzaam voorbereid +zou zijn, om er den geweldigen schok van te kunnen doorstaan, niet +eerder. Intusschen viel het niet te ontkennen, dat bij ieder bezoek +op het kerkhof, toch eene zekere verandering in den geestestoestand +van de arme vrouw waar te nemen was. Zoo gebeurde het op een avond, +dat mevrouw Bathory, die eerst achteraf gebleven was, langzamerhand +naderbij trad, en terwijl de oude Borik en Maria Ferrato op de treden +der kapel geknield lagen, het ijzeren hekwerk met hare handen omvatte, +den achterwand, die door de lamp helder verlicht was, scherp aankeek, +en daarop met spoed achterwaarts ijlde. + +Toen Maria haar ingehaald had, hoorde zij haar herhaaldelijk een +naam mompelen. + +Dat was wel de eerste maal, dat de lippen van de beklagenswaardige +waanzinnige zich openden om te spreken. + +Maar hoe groot was de verwondering,--neen meer dan verwondering,--de +verstomming van allen, die haar toen omringden en het gesprokene +verstaan konden. + +Die naam was dien van haren zoon niet. Het was het woord: "Piet" niet, +dat aan hare lippen ontgleden was, maar het woord: "Sava." Hoe kwam +die naam in deze oogenblikken haar te ontvallen? + +De lezer zal bevroeden, wat Piet Bathory toen moest ondervinden. En +wie zou kunnen beschrijven, wat bij die onverwachte oproeping van den +naam van Sava Toronthal in de ziel van dokter Antekirrt omging? Hij +sprak evenwel geen woord, en liet in niets merken, wat hij bij het +hooren van dien naam moest lijden. + +Op een anderen avond, dat de proefneming ook herhaald werd, kwam +mevrouw Bathory, alsof zij door eene onzichtbare hand geleid werd, +uit eigen aandrang op den drempel der kleine kapel knielen. Zij +boog haar hoofd toen voorover, een zucht welde uit hare borst op, +een traan ontsnapte aan hare oogleden. Maar dien avond ontglipte geen +woord, geen naam aan hare lippen, en men zou hebben kunnen meenen, +dat zij den naam van Sava vergeten had. + +Toen mevrouw Bathory op het Stadhuis teruggebracht werd, was zij ten +prooi aan eene zenuwachtige opgewondenheid, die haar anders vreemd +was. De kalmte, die tot heden de karakteristieke aanduiding van +haren gemoedstoestand was, had plaats gemaakt voor eene zonderlinge +inspanning. In dat brein werd voorzeker toen eene levenwekkende +arbeid volbracht, die wel geschikt was, om de opmerkers met hoop te +vervullen. Dokter Antekirrt sloeg haar met alle aandacht gade. + +Inderdaad, de lijderes bracht een naren en onrustigen nacht door. Zij +prevelde herhaaldelijk woorden, die Maria Ferrato niet vatten kon. Het +was alsof zij droomde. Maar als zij werkelijk droomde, dan was dat +het bewijs, dat het verstand begon weder te keeren. Dat duidde op +genezing, vooral wanneer de rede haar zou bijblijven bij het wakker +worden. De hoop keerde in aller harten weder, nu men het tijdstip +van den einduitslag zag naderen. + +Dokter Antekirrt besloot dan ook den volgenden dag eene nieuwe +proefneming te wagen, waarbij het opgevoerde tafereel nog aangrijpender +zoude wezen. + +Gedurende dien geheelen dag van den 18den was mevrouw +Bathory onophoudelijk onder den invloed van eene zeer sterke +hersen-overspanning. Dat trof Maria Ferrato zeer, terwijl Piet, die +bijna den geheelen tijd bij zijne moeder doorbracht, er een bijzonder +gunstig voorgevoel van ondervond. De arme jongen was evenwel zelf +onrustiger en zenuwachtiger dan de lijderes. + +De nacht brak aan,--een zwarte nacht, zonder dat zich een koeltje, +na een dag, die zelfs onder de lage breedte van Antekirrta zeer warm +was geweest, had laten gevoelen. + +Mevrouw Bathory verliet, geleid door Maria Ferrato en door Borik, +tegen half negen het Stadhuis. Dokter Antekirrt volgde, eenigszins +op een afstand blijvende, met Luigi Ferrato en Pescadospunt. + +De geheele kleine volkplanting verkeerde in eene angstige spanning +omtrent de verschijnselen, die te wachten waren. Eenige toortsen, +die onder het hooge geboomte van het kerkhof ontstoken waren, wierpen +met hunnen dikken rook een spookachtig schijnsel op de naaste omgeving +der kapel. In de verte werd met regelmatige tusschenpoozen het luiden +der klok van de kerk te Artenak vernomen, hetwelk weerklonk, alsof +eene begrafenis plaats had. + +Piet Bathory ontbrak alleen aan de groep, die langzaam door het veld +het kerkhof naderde. Hij was de overigen evenwel vooruit gesneld, om +in het gewichtige oogenblik van die uiterste proefneming op te treden. + +Het was ongeveer negen uren, toen mevrouw Bathory op het kerkhof +aankwam. Plotseling liet zij den arm van Maria Ferrato los en stapte +naar de kleine kapel toe. + +Men liet haar geheel vrijheid van handelen onder den indruk van het +nieuwe gevoel, hetwelk haar geheel en al scheen te beheerschen. Een +ieder ging uit den weg voor haar, maakte plaats voor haar. + +Te midden eener doodsche stilte, die slechts afgebroken werd door +het eentonige klokkengelui, bleef mevrouw Bathory een poos stil en +bewegingloos staan. Toen knielde zij op de eerste trede, en boog het +hoofd voorover, terwijl men haar duidelijk hoorde weenen.... Dat +was eene handeling, die volgens dokter Antekirrt een zeer gunstig +voorteeken opleverde. + +In dit oogenblik ging het hek van de kapel langzaam open en verscheen +Piet Bathory, in een wit lijklaken gehuld, alsof hij uit zijn graf +opstond, in het volle licht.... + +"Mijn zoon!... mijn zoon!..." riep mevrouw Bathory, de handen naar +Piet toestekende uit, terwijl zij daarbij in zwijm viel. Gelukkig +dat zij bijtijds door liefderijke armen werd opgevangen. + +Die val was niets! Maar de herinnering en de gedachten waren bij haar +herboren! En dat was alles! + +De moeder had zich in dien kreet geopenbaard! Zij had haren zoon +herkend! Dat was het voornaamste! + +Door de zorgen van dokter Antekirrt was zij weldra weder bijgebracht +en toen zij tot bewustzijn wedergekeerd was en hare oogen den blik +van haren zoon ontmoetten, riep zij: + +"Levend!... mijn Piet,... levend! O, God! is dat toch +waar?... Levend!... Mijn Piet!" + +"Ja, zeker levend, moeder! levend voor u, levend om u, dierbare, +dierbare moeder te beminnen!" + +"En om haar ... ook te beminnen ... haar ... Piet, gij weet wel +... gij herinnert u toch nog?" + +"Haar?..." riep Piet Bathory ten hoogste verwonderd uit. "Haar?..." + +"Ja, haar!..." + +"Wie haar? Moeder, spreek. Wie haar? Spreek dan toch, wat ik u +bidden mag." + +"Zij!... Sava!..." + +"Sava Toronthal?..." riep dokter Antekirrt op zijne beurt ten hoogste +verbaasd uit. + +"Neen, niet Sava Toronthal, maar Sava Sandorf!" antwoordde de arme +moeder haastig. + +Bij die woorden tastte mevrouw Bathory in haren zak en bracht daaruit +den verkreukelden brief te voorschijn, die door de stervende mevrouw +Toronthal geschreven was, en reikte hem den dokter over. + +De regels, die deze las, lieten geen den minsten twijfel omtrent de +geboorte van Sava over! + +Sava was het kind, hetwelk van het kasteel van Artenak opgelicht +was! Dat was onwraakbaar duidelijk. + +Sava was de dochter van graaf Mathias Sandorf! + +Wat er in dat oogenblik in het hart van dien vader omging, zullen de +lezers wel beseffen. + + + + + + +VII. + +EEN HANDDRUK VAN KAAP MATIFOU. + + +Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet +Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting van zijn klein +eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, +om tot de geheele volbrenging van de taak, die hij ondernomen had, +die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter +daar zoo plotseling en onverwacht door mevrouw Bathory genoemd werd, +had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen +niet te laten blijken. Toch had zijn hart een oogenblik opgehouden +te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou +hij op den drempel der kapel neergestort zijn, alsof hij door den +bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel +malen door het lijden gelouterd, in die fiere borstkas. + +Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel +verheven. Het bewijsstuk lag daar. + +Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in +het vaderhart. + +Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt +wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij... hij, Mathias +Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide +jongelieden te beletten! + +En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer +geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet als door +een wonder terugbekomen had! + +Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak +gebeurd? + +O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen +van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden nimmer wettelijk +gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd +geworden. Toen de bankier zich eenigen tijd later te Ragusa vestigde, +had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op +te voeden. + +Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne +medeplichtige uitgevoerd. + +Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud +zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot vermogen; +en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden +zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der familie Sandorf zou +weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn +schandelijk bestaan. Hij zou dan heer en meester der domeinen van +Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd. + +Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt +was, het was toch voortreffelijk beraamd. + +Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want +wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany zich wel gehaast +hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken. + +Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans +ondervinden? + +Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling van +feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet +Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de gelegenheid te stellen +zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem +bij hunne ontmoeting te Cattaro reeds onschadelijk had kunnen maken; +eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen +hij dezen aan den dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen +zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij +geweest ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve +in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een +samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten +had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij er dan niet +in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas +Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, dat moet +erkend worden. + +Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles. + +O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den +rampzaligen vader radeloos. + +Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede +vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed. + +Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te +ontrukken? + +Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de +dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, het +tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar +af anders hare rechten te zullen verliezen.--Sarcany wist dat, en +deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Sava's +toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. De tijd was dus +kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde +dokter Antekirrt. + +In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van +gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. Na dat +verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in +gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen die de +echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is +waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan hadden, zoo als +hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest +zijn tusschen Piet Bathory en haar, die voor allen, ook voor hemzelven, +Sava Toronthal genoemd werd? + +Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit +te vinden,--wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin Rena, zijn +echtgenoote, gegeven was aan de goelet _Savarena_, zooals de naam van +Luigi's vader aan het stoomjacht _Ferrato_ verleend was.--Waarlijk, +geene geringe taak, dat moet erkend worden. Maar er was geen dag, +geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten +ingespannen worden, om tot het doel te geraken. + +Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter +Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, die zich aan de +grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel +daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat was nochtans te ontwaren, +aan welke aandoening hij ten prooi was. + +De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput +door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij was in haar kamer +gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten. + +Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, +begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten moesten +worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, +naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan. + +Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, +mevrouw Bathory. + +"Mevrouw," sprak hij, "ik had reeds van uwen zoon den mijnen +gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; +geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door +de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal ik, dat kan +ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne +dochter! en Piet mijn zoon!" + +Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk +begrijpen, dat was haar wel aan te zien. + +"Ja," ging dokter Antekirrt voort, "dat hij in mij een waren vader, +ik een waren zoon in hem vond..." + +De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen +beurtelings aan. + +"Door hem Sava... mijne dochter... te laten trouwen!" lichte de dokter +eindelijk toe. + +"Uwe dochter?..." kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het +voorhoofd bracht... "Sava uwe dochter?" + +"Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is +mijne dochter!" + +"Maar... wie zijt ge dan?" vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij +haar gelaat met de beide handen bedekte. + +"Wie ik ben?... Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend +van Stephanus, uwen echtgenoot!" + +Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en +viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar al kon zij van +aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden +deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; hoe graaf Mathias Sandorf +door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato +gered was geworden; waarom deze gedurende vijftien jaren onbekend +en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder +den naam van dokter Antekirrt te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, +wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de +Triëster samenzwering gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, +waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter +Antekirrt hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt +had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte +ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, +dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal en de Spanjaard +Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, +de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze kerel, die van +Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn +slachtoffer. + +Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en +haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo innigen band +van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de +daadzaken betreffende het ongelukkige jonge meisje in bijzonderheden te +behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, +dat Sarcany voor niets zou terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, +hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te +nopen. Zij vestigden in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, +die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, +toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor +en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest ook hemel en +aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat +begrepen allen. + +Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen +zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf zich +achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim +prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne dochter was, en het +was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, +dat dit nog niet geweten werd. Dus het diepste geheim werd daaromtrent +aanbevolen. + +"Maar waar is Sava?" vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte +weer eenigermate verzameld had. + +En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter +Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij: + +"Waar haar te zoeken?... Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te +ontdekken zijn?" + +"O, dat zullen wij wel te weten krijgen!" antwoordde Piet, bij wien +de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen +zoude. "Dat zullen wij wel uitvinden!" + +"Ja!... dat zullen wij!" hernam dokter Antekirrt vastberaden. + +"En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, +waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal hij toch +niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne +dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet hij ons zeggen, +al moet ook geweld gepleegd worden!" + +"Ja, als hij het weet,... dan zal hij het moeten zeggen!" riep Piet +Bathory woest uit. + +"Ja!... dat moet!" zei de dokter. "Ik herhaal het, al zou geweld +moeten gebruikt worden." + +"Onmiddellijk!" riep Piet Bathory uit. "Laten wij geen oogenblik +verliezen." + +"Ja, onmiddellijk!" + +Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden +langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen verblijven. Er +moest naar eene uitkomst getracht worden. + +Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote +zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij hen gevoegd had, +werd dadelijk geroepen. + +Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij +door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal naar het +Stadhuis over te brengen. + +De bankier verliet een kwartier later het gekasematteerde vertrek, dat +hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou met zijne breede +hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, +en volgde gedwee zijn geleider door de groote straat van Artenak, +naar de Raadzaal. + +De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar +had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer ongerust, +daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich +sedert zijne gevangenneming bevond. + +Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, +trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen. + +Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory +noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling +bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te +vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen hem plotseling +een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen. + +"Gij!... Gij!"... riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd +uit. "Gij!... Gij, dokter Antekirrt!" + +Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, +hernemende. + +"Zoo, zoo!" zeide hij. "Het is dokter Antekirrt, die mij op +Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die mij +wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?" + +"Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel +wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?" + +"Ja, wederrechtelijk!" herhaalde de bankier, terwijl hij zijn +toespreker onbeschaamd aankeek. + +"Maar, toch niet onrechtvaardig!" antwoordde de dokter met +indrukwekkende stem. + +"Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u +gedaan?" vroeg de bankier. + +"Mij?" ... + +"Ja, u?" + +"Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u +wellicht lief zal zijn." + +"Wanneer? Spreek! Wanneer?" + +De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van +dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben. + +"Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze +ongelukkige vrouw gedaan?" + +"Mevrouw Bathory!" riep de bankier uit, terwijl hij een paar +stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op hem +toetrad. "Mevrouw Bathory! O God!" + +"En haar zoon!" vulde dokter Antekirrt aan. "Zeg, wat hebt gij haren +zoon gedaan?" + +"Piet!" ... + +"Ja, Piet!" + +"Piet Bathory?" stamelde Silas Toronthal. "Geeft het graf dan zijn +prooi terug?" + +Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap +Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats vastgehouden +had. Die kolossus verwrikte niet. + +Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij +had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof te Ragusa +begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, +die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal gevoelde zich in zijne +tegenwoordigheid hevig beangst.... Hij begon te begrijpen, dat hij +de straf zijner misdaden niet zou kunnen ontloopen.... Hij voelde, +dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar +hij zich voor aller oogen kon verbergen. + +"Waar is Sava?" vroeg eensklaps dokter Antekirrt. "Waar is dat jonge +meisje, dat ..." + +"Mijne dochter?" + +"Sava is uwe dochter niet!" antwoordde dokter Antekirrt gestreng en +met indrukwekkend gebaar. + +"Sava, mijne dochter niet?" vroeg Silas Toronthal geheel en al +onthutst. "Wie heeft u dat gezegd?" + +"Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door +hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, +laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij +mij? Dat is duidelijk!" + +Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas +Toronthal vernietigd. + +Dokter Antekirrt wist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter +niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias +Sandorf was! Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst +verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele +schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te +kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen ontgaan. + +"Waar is Sava," hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer +veel wilskracht bedwong. + +Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en +scheen zich te beraden. + +"Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe +misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? Zult +gij spreken?" + +En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en +schrikkelijk in stem en gebaren: + +"Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent +en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare toestemming +af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt ... tot +een huwelijk met een der verraders van haren vader!" + +Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een +denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar. + +"Voor de laatste maal: waar is Sava?" brulde dokter Antekirrt buiten +zich zelven. + +Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook +voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon Silas +Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, +dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje hem tot schild, +tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar +liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard had. Ziedaar, wat hem +eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn +getooverd had. + +"Luister," hernam de dokter, wien het gelukt was zijne +zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, "hoor naar mij, Silas +Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te +sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door te spreken! Welnu, +weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om +zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd u te vermoorden, +zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft... Ja... twijfelt +gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne lasthebbers de hand op u +legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester +maakten, stond hij gereed met zijn dolk toe te stooten... En zult gij, +nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven +sparen, die ook jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek." + +Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen +zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. Hij gaf dan ook +geen antwoord. + +"Waar is Sava?" herhaalde dokter Antekirrt. + +Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet +Bathory stond te knarsetanden van woede. + +"Waar is Sava?" herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon +te verliezen. + +"Ik weet het niet!..." antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn +geheim zorgvuldig te bewaren. + +Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich +van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand steeds +in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen +proberen een granietblok van zijne plaats te brengen. + +"Genade... Genade!" riep hij, terwijl hij zich van pijn +kromde. "Genade! ik smeek u!" + +Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze +verbrijzelen wilde. + +"Genade!" kreet de bankier, "zoo'n pijn heb ik nog nooit +ondervonden! Mijne hand is verpletterd." + +"Zult ge spreken?... Of..." + +En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef +aanzette. + +"Ja... Ja..." kreet de ongelukkige misdadiger. "Ja... ja!... ik +zal spreken!" + +"Welnu dan, haast u! Waar is Sava?" + +"Sava... Sava..." stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken +woorden kon antwoorden. + +"Welnu, Sava?... Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik +waarschuw u ten beste." + +"Sava.. in het huis... van Namir... de verspiedster +van... Sarcany... Daar is zij opgesloten." + +"Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De +waarheid, niets dan de waarheid!" + +"Te... Tetuan! in Marokko!..." kreet de gemartelde. "Daar zult gij +haar vinden." + +Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, +diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs zijne zijde +neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar +ongeraden heeten. + +"Breng den gevangene naar zijne cel terug!" zei dokter Antekirrt; +"wij weten, wat wij verlangden te vernemen." + +Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit +en sloot hem in zijn kasemat op. + +Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk +wijf! + +Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te +Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat boevenverblijf +te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de +plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch het jonge meisje opgesloten +hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen! + +"Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet," zei de dokter op +kalmen toon. + +Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van +Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen den +kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets +beters te doen, dan zich in te schepen op een van die snelvarende +vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende. + +Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het +middernachtsuur moesten aangeven, had de _Elektriek_ 2 haar anker +gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche +zee in. + +Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, +Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou. + +Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen +had hij nimmer gezien. + +Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe +te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met list of +gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, +waarin Sarcany zich te midden van die geheel Marokkaansche stad +zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf +van dien man in de woning van Namir en van het personeel, waarover +hij kon beschikken. + +Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor +alles. En daarom moest spoed gemaakt worden. + +Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een +afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, hetgeen +ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu +de _Elektriek 2_ zich met volle kracht voorwaarts bewoog, dan kon zij +om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel +sneltreinen op de spoorwegen van het vasteland bereiken die +snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de +wind geen vat had, dat door de deininggolven heenschoof, zonder er +vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen +brekers scheen te geven, zou niet eens vijftig uren noodig hebben, +om ter gewilder plaatse te komen. + +De _Elektriek 2_ was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag +aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de +monding van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige +uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. La +Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, +de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, Stora, Bougie, +Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de +Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals Ceuta aan Spanje +toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij +kaap Negro afrondt, dat geheele panorama van de Afrikaansche kust +ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de +dagen van 20 en 21 November voor de oogen der opvarenden, zonder dat +een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de +machine, door de accumulatoren bewogen, in de gelegenheid geweest, +dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed. + +Werd de _Elektriek_ ook al ontwaard, nu eens langs en evenwijdig +aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, +die zij van kaap tot kaap doorsneed, dan moesten de kustwachters wel +aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een +buitengewoon grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, +die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, +ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander +dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het ook bij. + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap +Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in den avond +bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene +aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door de aardrijkskundigen Martil +genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen. + +Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond +een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren en +een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te +brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen aangenomen, +zoodat zij dadelijk konden vertrekken. + +In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen noch +van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die +het land afloopen, iets te vreezen. Het land is bovendien zeer slecht +bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, +die met schrale boompjes en struiken bezaaid is. De lezer moet zich +niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; +neen, het was slechts een pad, dat eer aan de hoeven der paarden of +muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene +zijde vloot de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak +der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen zich +lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, +die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er ook op het droge +gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich +eene reeks van kale heuvels, die zich in de verte bij het zuidelijk +gebergte aansloten. + +De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken +met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer bleeke stralen in +den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten +van den noorder-gezichteinder zich minder nauwkeurig afteekenden. In +de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de +stad voor als eene onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen +achtergrond. + +De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of +drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande +wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het +gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig licht +te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende +lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids te spreken. Na eenige +woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd +de weg vervolgd. Klinkende munt was hierbij het hoofdmiddel om vlug +vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen. + +Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een +woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort. + +Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, +die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn vertoonde, +goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en +wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten te mijden, rustig +voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel +somwijlen achter. Toch moest het daarom niet minder geacht worden dan +de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn +minst voor twee. + +Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet +weerhouden kon: + +"Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, +dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!" + +Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een +grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, +de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur +opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze met allerlei +arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten +de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig aan die groote kaaimannen +gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen. + +De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand +onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte dat ook, +en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der +smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door andere poorten +van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde +tooverwoord geopend konden worden. + +Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën +bezit. + +Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers +bij eene herberg aan,--eene fonda, zooals zij plaatselijk genoemd +wordt,--de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin +gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den dienst van kellner +waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit. + +Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich +rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren door het +gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar +ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger der +Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden +van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan verreweg het +grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn. + +Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en +ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en hoe hij ook +haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier +moest immers noodzakelijk met de uiterste voorzichtigheid gehandeld +worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene +ontvoering ernstige moeielijkheden ondervinden en opleveren. Het voor +en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien +was het raadzaam, om onverschillig welken losprijs voor de vrijheid +van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter +Antekirrt of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, +die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava +een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht +zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat men zich hier +niet in een beschaafd land van Europa bevond, waar justitie en politie +hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat +brandpunt van slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat +Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou +bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal +en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter was van graaf +Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische +huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en weinig toegankelijk. Men kan +er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon +zelfs vruchteloos blijken, in de vooronderstelling altijd, dat die +bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten. + +Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten +nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat geen +achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij +het krieken van den dag met Luigi Ferrato op kondschap uitgaan. Deze +laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland +Malta eenigermate de Arabische taal geleerd. Beiden zouden trachten +op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, +wier naam toch bekend moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden +kunnen handelen. + +In afwachting had de _Elektriek_ 2 eene schuilplaats gezocht in +een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de +Tetuan-rivier, alwaar dat vaartuig gereed moest blijven, om op het +eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te +vinden en weldra lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven +van het vasteland. + +Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet +Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt en Kaap Matifou +betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die +met porselein ingelegd waren, dan hadden zij thans redenen te over +om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed. + +Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend +hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, +waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld +had. Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had +gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij daar de rol van +verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, +dat hij haar ontmoette; maar daar zij hem niet kende, zou dat geen +nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te +volgen hebben. + +De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling +van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en smerig, +waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen +lappen van verschillende tint en kleur, over touwen gespannen, +beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal +zag men sombere winkels en uitstallingen, waar geborduurde zijden +stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, +een soort van sloffen, geldtaschjes, burnous, aardewerk, juweelen, +halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, +kandelaars, wierookvaten, lantaarns,--in één woord alles, wat zich +in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt +en wat hier als het ware op de straat te koop aangeboden wordt. + +Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het +moeite kostte, om zijn weg te vervolgen. + +Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot +aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt gelaat, Arabieren, +Kabylen, Marokkanen, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de +vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid +van Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en +dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, was om +in dat gedrang bij elkander te blijven. + +Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te +ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te +bespeuren. + +En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was +inderdaad eene teleurstelling. + +Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die +daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden gelden van al +de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen +af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt en waarvan de produkten +op al de Marokkaansche bazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den +besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, +uit te kramen. + +De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne +vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, een Kabylische +jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van +een Parijzer straatjongen, die verzekerde dat hij de Marokkaansche +kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige +geldstukken, naar hare woning te geleiden. Dat was een lichtpunt, +dat in de duisternis scheen. + +Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal +weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, die naar de +vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een +bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de laaggebouwde en spaarzame +huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig +en somber uit. Intusschen wachtten dokter Antekirrt en Piet Bathory de +terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld +af. Wel twintig malen waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de +nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, +dat zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was +waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee hen +ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om +buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven dus ten prooi +aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun +ongeduld te dooden. + +Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda +terugkeerden. + +Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige +tijdingen mede te deelen hadden. + +En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong +meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan verlaten, +terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was. + +Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory +voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd. + +"En toch is dat vertrek heel natuurlijk," merkte Luigi Ferrato na +het verhaal hunner nasporing op. + +En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan. + +"Wat bedoelt gij?" vroegen beiden tegelijk. + +"Moest Sarcany niet vreezen," ging Luigi voort, "dat Silas +Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, +zijne schuilplaats zou openbaren?" + +Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet. + +Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, +had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was nimmer +teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne +eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, voelde hij +datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer. + +Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van +Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan eene enkele +herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere +bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden was. Misschien ook +zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, +hen uiterst nuttige inlichtingen voor hunne verdere nasporingen kunnen +geven of verkoopen. + +Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen +een half uur waren zij er. + +Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea +geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. Hij was zoo +even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij +zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij zijn vriend had mogen +ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen. + +Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol +seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al dadelijk +weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, +die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling voor haren +meester ademden. + +Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd +om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert lang +beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk +reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje had, sedert hare +aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer +de woning verlaten. Men verhaalde dat zij van Arabische afkomst was, +maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij +eene Europeesche moest zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, +want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de +afwezigheid van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van +te vertellen. + +Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, +wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was dat zij +ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, +die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de woning onder hare +bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude +gevonden hebben om haar te verkoopen--waaruit de gevolgtrekking +was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te +keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet te vertellen. Het nieuws +wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal. + +Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde +ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, alles +goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany +het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op een van die +pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te +nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat reeds duidde op plannen, +die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer +vrienden niet weinig. + +Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan +vertrokken was, om te gaan.... Ja, waarheen? Naar de een of andere +oase in de woestijn?... Of nog verder, naar een van die streken, +welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in +zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou afhangen? Hoe dat te +weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het +spoor eener karavaan als van een persoon alleen weer te vinden! Het +spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het +kielzog van een vaartuig zich verliest in de wateren van den Oceaan. + +Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, +dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste golden, mede te +deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen +wilde. Maar hoe hij ook praatte, en hoe hij het ook verder aanlegde, +het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen. + +Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, +waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het drama te +bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter +Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden. + +Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar +Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht +ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige +galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook hunne hoop +hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij +den weg zou kunnen wijzen. + +Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die +door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. Hoe +veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten +prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp en verlossing kon +rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden +dokter Antekirrt en Piet Bathory die kamer en zochten het geringste +merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen. + +Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, +dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In dat komfoor +bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam +verbrand, maar niet volkomen verteerd waren. + +Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk. + +Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten +hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden? + +Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door +Sarcany of Namir vernietigd? + +Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero +gebogen stond, gevolgd. + +"Wat is er toch?" vroeg hij, met een angstig voorgevoel. "Wat ziet +gij toch in dat komfoor?" + +Antekirrt wees op de papierasch. + +En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder +kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en staken zwart +af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, +hoewel de woorden onvolkomen waren: "mev... Bath..." Ja, dat stond +er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen. + +Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa +verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan de eenige +persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon? + +Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: +namelijk die van haren zoon... + +Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde +eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was... Maar zijn +blik was beneveld!... Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!... + +En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge +meisje kon brengen,... een woord dat dokter Antekirrt in staat was +bijna ongeschonden waar te nemen: + +"Tripoli!"... riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: "Ja, +dat staat er duidelijk... Zie maar... Tripoli!" + +Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar +hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany eene toevlucht +gezocht had! + +Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij +Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had. + +"Naar Tripoli!" zei de dokter. "En zonder een dag, zonder een uur, +zonder eene minuut te verliezen!" + +"Naar Tripoli!" herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. "Gij +hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!" + +Dienzelfden dag waren allen weer op de _Elektriek 2_ ingescheept en +had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het +punt was, om aldaar aan te komen. En mocht hij reeds aangekomen zijn, +dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen +zou geschied zijn. + + + + + + +VIII. + +HET OOIEVAARS-FEEST. + + +Tripoli, in het Turksch _Tarablus Giharb_, ook Tripolitanië geheeten, +is de meest Oostelijke der Berberijsche Staten en ligt aan de +Middellandsche zee tusschen Tunis en Egypte en beslaat met de daartoe +behoorende landstreken Fezzan en Barka, eene oppervlakte van ruim +zestien duizend twee honderd vierkante geografische mijlen. Tripoli +vormt eene vlakte, waarover slechts hier en daar uitloopers van het +Atlasgebergte zich uitstrekken, en is vooral langs de kust zeer +zandig. Terwijl de westelijke kustlanden vrij goed besproeid en +vruchtbaar zijn, is het landschap Sort, hetwelk woestijn beteekent, +ten oosten van kaap Mesurata, aan de Golf van Sidra gelegen, zeer +onvruchtbaar en bedekt met duinen en moerassen, welke laatsten +met zout water gedrenkt zijn. In het binnenland strekt de vlakte +Westwaarts zich uit tot aan de Zwarte Bergen, die ongeveer 2700 voet +hoog zijn en de noordelijke grenzen van Fezzan vormen en daar door +diepe ouaddi's of rivieren doorsneden zijn, welke hier en daar aan +een weligen plantengroei het aanschijn verleenen. + +Het klimaat is in Tripoli over het algemeen gezond en de winter wordt +er vervangen door den regentijd. + +Tripoli is bevolkt door 1,550,000 inwoners, die in de steden tot +de Mooren en op het land tot de Arabische Bedouinen en de Berbers +behooren. Allen zijn natuurlijk belijders van den Mohammedaanschen +godsdienst. Daarenboven zijn er ook veel Israëlieten, terwijl er in +de stad Tripoli ook nog een paar honderd Europeanen, meest Italianen, +aangetroffen worden. + +De Bedouinen houden zich vooral bezig met de veeteelt, en de Mooren +met den handel, vooral met den karavaanhandel. De nijverheid is in +dat rijk weinig ontwikkeld; maar levert toch fraaie zijden, wollen +en katoenen stoffen, wapens, lederen en metalen voorwerpen. De +Tripolitaansche Staat vormt een ejalect of onderhoorigheid van het +Turksche rijk en wordt namens den Sultan van Constantinopel bestuurd +door een gouverneur-generaal. + +De stad Tripoli, in het Arabisch Tarabolus geheeten, is op eene +landtong aan de Middellandsche Zee gelegen. Zij wordt beschermd door +hooge muren, bezit een fraai paleis voor den gouverneur-generaal, +heeft nauwe maar zindelijke straten en eene door flinke batterijen +gedekte haven voor den zeehandel met Europa en den binnenlandschen +handel met Afrika. In de stad telt men twaalf moskeeën, onderscheidene +synagogen, eene Roomsch-Katholieke kapel, vele openbare baden, bazaars, +karavancera's, scholen, hôtels, enz. Er bestaat een levendige handel in +corduaanleder, in wollen en zijden stoffen en zij telt eene bevolking +van dertig duizend zielen. + +Deze stad is het aloude Oea en in haren onmiddellijken omtrek vindt +men nog vele oudheden. + +Zij behoorde weleer tot het naburige Karthago en vormde daarvan de +Regio Syrtica of de Syrtische landstreek. Na den tweeden Punischen +oorlog werd zij door de Romeinen ten prooi gelaten aan de Numidische +koningen, en na de onderwerping van dezen, bij de Romeinsche provincie +Afrika gevoegd. + +Nadat in de derde eeuw na Christus, het gebied der drie steden Oea, +Sabrata en Groot Deptis tot ééne provincie verheven was, ontstond de +Grieksche naam Tripolis of Drie Steden. Na den inval der Arabieren +in de VIIde eeuw, deelde de stad het lot van het overige Barbarije. + +In 1509 werd de stad Tripoli door de Spanjaarden onder graaf Pietro +van Navarra veroverd en aan het gezag van een Spaanschen stadhouder +onderworpen. Keizer Karel V gaf haar in 1530 in leen aan de ridders +van Sint Jan, maar reeds in 1551 werd zij door de Turken heroverd +en was na dien tijd de hoofdzetel der zeerovers aan de Afrikaansche +kust. In 1681 deed Koning Lodewijk XIV de Tripolitaansche zeeschuimers +door den admiraal Duquesne in de haven van Seios aantasten, waarbij +vele hunner schepen in den grond geboord werden. In 1685 bombardeerde +de maarschalk d'Estrées de stad met zoo goed gevolg, dat de Dey den +vrede met een half millioen livres koopen moest. In 1714 maakte de +Turksche Pacha Hamed Bey zich nagenoeg onafhankelijk van de Porte, +doordien hij aan deze enkel een jaarlijksche schatting betaalde en +de dynastie der Karamanli stichtte. In 1728 ondernamen de Franschen +eene expeditie tegen Tripoli, die met de verwoesting der stad +eindigde. Evenwel vernietigde eerst de verovering van Algiers door +de Franschen in 1830 de te Tripoli gevestigde zeeschuimers. In 1835 +eindelijk ontzette de Porte het Huis Karamanli van zijne heerschappij +en voegde Tripoli als een ejalect aan het Turksche rijk. + +Die aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden zullen den lezer gewis +niet onwelkom geweest zijn, en kunnen wij thans ons verhaal vervolgen. + +Het uitgestreke plein van Soung Ettelati, dat zich ten oosten buiten +de muren van Tripoli uitspreidt, leverde op den 23sten November een +zonderlingen aanblik op. Dien dag zou men onmogelijk hebben kunnen +zeggen, of dat plein woest of wel vruchtbaar was. Op zijne oppervlakte +wemelde het toch inderdaad van veelkleurige tenten, die met roode +kwasten uitgemonsterd en met vlaggen versierd waren en de meest +schelle kleuren te zien gaven, van gourbis, welks tentlinnen versleten +en veelvuldig versteld, den bewoners daarvan slechts onvolkomen +beschutting kon verleenen tegen den invloed van den "gibly," een +drogen en heeten wind, die uit het zuiden waait. Hier en daar werden +groepen van paarden ontwaard, die op oostersche wijze getuigd waren, +van kameelen, die op het zand uitgestrekt lagen en wier hoofd veel +op een half geledigd vat geleek, van kleine ezels, die niet veel +grooter waren dan groote honden, van muildieren met die overgroote +zadels getuigd, welker lepel en zadelknop als een bult van een kameel +uitsteekt. Verder waren daar ruiters, met het geweer op den rug, met +de knieën ter hoogte van de borst, met de voeten in stijgbeugels, +die wel eenigermate op sloffen gelijken, met een dubbele sabel aan +den koppel, die dan te midden van eene groote menigte van mannen, +vrouwen en kinderen rond galoppeerden, zonder zich te bekreunen, +of zij ook iemand in het voorbijgaan overrijden en verpletteren +konden. Eindelijk werden daar ook nog inboorlingen aangetroffen, +die bijna eenvormig met de Barbarijsche "haouly" gekleed waren, +waaronder men geen man van eene vrouw zou kunnen onderscheiden, +wanneer de mannen namelijk de plooien van dat kleed of die soort +deken niet ter hoogte hunner borst met een koperen knoop vastmaakten, +terwijl de vrouwen de voorslip zoodanig over het gelaat trekken, dat +slechts het linker oog zichtbaar is. De onderkleeding van die haouly, +die slechts een soort wollen mantel is, verschilt volgens de klasse, +waartoe de drager behoort. De armen dragen haar over de naakte huid, +de welgestelden dragen daaronder het vest en de breede broek der +Arabieren; de rijken hebben prachtige kleedingstukken, geruit wit met +blauw, waaronder zij een tweede haouly van gaas dragen, die uit wol +met zijde doorweven bestaat en op een hemd, dat met gouden koortjes +versierd is, gedragen wordt. + +Waren het alleen Tripolitanen, die daar op dat plein verzameld waren? + +Zeker niet. In den omtrek van de hoofdstad verdrongen zich kooplieden +van Ghadamès en Sohna en werden gevolgd door eene escorte van +zwarte slaven. Dan waren daar Joden en Jodinnen uit de omliggende +provinciën. De laatstbedoelden hadden het gelaat ongesluierd, +waren volgens hunne geaardheid vet en droegen zeer onsmaakvolle +broeken. Verder wemelden daar negers uit de naburige plaatsen die +hunne ellendige dorpen verlaten hadden, om hier de feestelijkheden +te komen bijwonen. Deze droegen zeer weinig linnengoed, daarentegen +veel sieraden bestaande uit ruwe koperen armbanden, halssnoeren van +schelpen, reeksen van dierentanden, zilveren ringen in de ooren en in +het neusbeen. Dan nog werden daar ontwaard Benoulienen, Awagairren, +die den omtrek der Syrtische baai bewonen en die uit den dadelboom, +die in hun land groeit, wijn, vruchten, brood en confituren trekken. En +eindelijk te midden van die opeenhooping van Mooren, Berbers, Turken, +Bedouïnen en zelfs Moucafirs, zooals de Europeanen genoemd worden, +paradeerden pacha's, cheiks's, kadi's, kaid's, in één woord al de +voornamen van die buurt, die door de menigte van raja's drongen, +welke laatsten nederig en voorzichtig uitweken voor de ontbloote +sabel der soldaten of voor den politiestok der rapties, wanneer de +gouverneur-generaal van dat Afrikaansche bewind van die Turksche +provincie, welker administratie--zooals wij weten--van den Sultan +van Constantinopel afhankelijk is, in zijne voorname en verheven +onverschilligheid voorbijging. + +Men telt, zooals reeds gezegd werd, meer dan vijftienhonderdduizend +bewoners in het Regentschap Tripoli, met een garnizoen van duizend +soldaten. Hierbij dient gevoegd te worden een duizendtal voor de +Djebel-, en vijfhonderd voor de Cyrenaïsche streken. De hoofdplaats +Tripoli, alleen in de bevolkingstelling opgenomen, bevat niet meer dan +dertig of hoogstens vijf en dertig duizend zielen. Dien dag kon evenwel +gerekend worden, dat het aantal dier bevolking minstens verdubbeld was, +door den toevloed van nieuwsgierigen, die van het geheele regentschap +samengestroomd waren. Die landbewoners hadden evenwel geen onderkomen +in de hoofdstad des rijks gezocht. Want een zoo groote menigte zou +noch tusschen de weinig rekbare walmuren van de versterkte omheining, +noch in de woningen, die door het slechte gehalte der gebezigde +bouwmaterialen, weldra in een staat van puinhoopen verkeeren, noch +in de nauwe en smalle ongeplaveide straten en stegen, waarin voor +het meerendeel zelfs de vrije toetreding van lucht ontzegd is, noch +in de havenvoorstad, alwaar zich de consulaten bevinden, noch in +het westerkwartier, waar de Joodsche volksstam krioelt, noch in het +overige gedeelte der stad, dat ter beschikking van het Muzelmansche +ras is gebleven, een beschikbare ruimte tot onderkomen aangetroffen +hebben. Dat ware inderdaad eene volkomen onmogelijkheid geweest. + +Maar het plein Soung-Ettelâtch was uitgestrekt genoeg, om de +vele vreemdelingen te bevatten, die samengekomen waren, om het +Ooievaars-feest bij te wonen, dat eene legende tot grondslag heeft, +welke steeds eenstemmig in de oostelijke landen van Afrika herdacht +wordt. Wij zullen straks wel zien waarin dat Ooievaars-feest bestaat. + +Die vlakte met haar geel zand, die door de zee bij langdurige +oostewinden somtijds overstroomd wordt, kan beschouwd worden als +een stukje van de Sahara-woestijn. Zij omgeeft de stad langs drie +kanten en heeft eene breedte van nagenoeg een kilometer. Als eene +tegenstelling, die schril afsteekt, ontwikkelt zich aan hare zuidelijke +grensscheiding de oase Menehié, met hare gebouwen, welker muren +van witheid schitteren; met hare tuinen, die met behulp van magere +koeien, die het water met een lederen drijfriem uit de diepe putten te +voorschijn halen, besproeid worden; met hare bosschen van dadelpalmen, +oranje- en citroenboomen; met hare steeds groene struiken, met bloemen +overdekt; met hare antilopen, hare gazellen, hare flamingo's. Die +oase is een uitgestrekt afgesloten geheel, waarin eene zeer nijvere +bevolking leeft, die niet minder dan dertig duizend zielen telt en +grootendeels van de veeteelt, den akkerbouw en karavaanhandel bestaat. + +Daarachter wordt de eigenlijke woestijn aangetroffen, die op geen +enkel punt van het uitgestrekte Afrika de kust van de Middellandsche +zee zoo nabij komt. De woestijn, met hare beweeglijke duinvormingen, +met hare onmetelijke uitgestrektheid van zand, waarvan de baron de +Krafft zoo juist gezegd heeft, "dat de wind daarop even gemakkelijk +golven veroorzaakt als op de zee"; een ware Lybische oceaan, waarop +zelfs de nevel niet ontbreekt, die evenwel uit onvoelbare stof bestaat. + +Het Tripolitaansche rijk--een grondgebied bijna zoo groot als dat van +Frankrijk--strekt zich tusschen het Regentschap Tunis, Egypte en de +Sahara uit, en heeft eene kustlijn van ruim drie honderd kilometer +langs de Middellandsche zee. + +Het was in deze provincie dat Sarcany, na Tetuan verlaten te hebben, +eene schuilplaats gezocht had. Die streek kon gerekend worden te +behooren tot de minst bekende van Noord-Afrika, waar iemand zich dus +gevoegelijk kon verbergen, zonder de vrees te koesteren, althans +van wege Europeesche autoriteiten ontdekt te zullen worden. Hij +was in Tripoli geboren en dat land was het tooneel zijner eerste +heldendaden geweest. Hij deed dus niets meer dan naar zijn bakermat +terugkeeren. Daarenboven was hij, zooals de lezer zich ongetwijfeld +herinneren zal, geaffilieerd aan het zoo gevreesde bondgenootschap van +Noord-Afrika en kon hij daar op werkelijke hulp van de Senousisten +rekenen, welker belangen hij steeds in den vreemde ijverig had +voorgestaan en voor wie hij steeds inkoopen van wapenen en munitiën +had verricht. Het was vooral als agent dier dweepers, dat hij indertijd +Silas Toronthal zeer veel geld had laten verdienen. + +Toen hij dan ook te Tripoli aankwam, had hij huisvesting gevonden in +de woning van den Moquaddem Sidi Hassan, het erkende opperhoofd van de +Sectegenooten in het district. Bij dien man was hij volkomen te huis. + +Na de ontvoering van Silas Toronthal op den weg naar Nizza, eene +ontvoering die voor Sarcany onverklaarbaar was gebleven, had deze +Monte Carlo verlaten. Eenige duizenden franken, de laatste van +vroegere winsten, die hij niet als laatsten inzet gewaagd had, hadden +hem veroorloofd, om in de onkosten zijner reis te voorzien en aan +de overige mogelijke gebeurlijkheden het hoofd te bieden. En onder +die gebeurlijkheden behoorde de mogelijkheid, dat Silas Toronthal, +inderdaad door de wanhoop vervoerd, er toe besloten kon hebben, zich +op hem te willen wreken, hetzij door het verleden aan het licht te +brengen, hetzij door den toestand van Sava bloot te leggen. Want de +bankier wist maar al te goed, dat het jonge meisje zich te Tetuan +in de macht van Namir bevond. Die overwegingen waren oorzaak, dat +Sarcany besloot Marokko zoo spoedig mogelijk te verlaten. Want daar +gevoelde hij zich niet meer veilig. + +Dat was voorwaar zeer voorzichtig handelen; want zooals de lezer reeds +weet, had Silas Toronthal niet lang gedraald met de mededeeling in +welk land en in welke stad het rampzalige jonge meisje zich onder het +toezicht van het Marokkaansche wijf bevond. Een enkele handdruk van +Kaap Matifou was voldoende geweest, om hem tot die mededeeling over +te halen; meer niet! + +Sarcany had dus het besluit genomen, om in het Regentschap Tripoli eene +schuilplaats te zoeken, alwaar hem de aanvals- en verdedigingsmiddelen +niet zouden ontbreken. Maar hij begreep,--en dat zag dokter Antekirrt +zeer goed in,--dat het reizen derwaarts met een der pakketbooten, +die de kustvaart uitoefenen, of met de Algerijnsche spoorbaan te +veel gevaren voor hem zou opleveren. Hij gaf er dan ook de voorkeur +aan, zich bij eene karavaan van Senousisten te voegen, die naar de +Cyrenaïsche landstreek op weg was, en van de gelegenheid gebruik te +maken, om in de voornaamste villayets van Marokko, Algiers en het +Tunische grondgebied nieuwe geaffiliëerden voor het eedgenootschap +aan te werven. Zijn reis had dus, zooals men ziet, een dubbel doel. + +Die karavaan, die zeer wel de vijfhonderd uren afstand tusschen Tetuan +en Tripoli zou afleggen, en daarbij de noorder-zoom der woestein dacht +zou volgen, vertrok op den 12den October van eerstgenoemde plaats. + +Sava was thans geheel aan de genade of ongenade van hem, die haar +ontvoerde, overgeleverd; maar hare standvastigheid, haar zelfvertrouwen +was daarom niet geschokt. Noch de bedreigingen van Namir, noch de +toorn van Sarcany scheen haar te deren. Het jonge meisje ontwikkelde +eene wilskracht, die een ieder ongelooflijk moet voorkomen. + +Bij haar vertrek telde de karavaan reeds een vijftigtal Khouâns of +geaffiliëerden, die onder de leiding van een imam, een geestelijke, +die hen op militairen voet organiseerde, ingedeeld waren. Er was +daarbij geen kwestie, om de provinciën door te trekken, die aan het +Fransche gezag onderworpen zijn en waar hun doortocht moeielijkheden +zou kunnen ondervinden. Zij zou die langs de zuidelijke grenzen geheel +en al ontwijken. + +Het Afrikaansche vasteland vormt, door de gedaante van het kustland van +Algiers en Tunis, een grooten boog tot aan de westkust van de Groote +Syrtische zee, die plotseling naar het zuiden insnijdt. Daaruit volgt +natuurlijk, dat de kortste weg van Tetuan naar Tripoli is de koorde +welke dezen boog onderspant. En die weg voert niet noordelijker dan +Lagouât, een der laatste Fransche steden op de grenzen der Sahara +gelegen. + +De karavaan trok, na het Marokkaansche keizerrijk verlaten te hebben, +langs de grenzen van die rijke Algerijnsche provinciën, welke men +voorgesteld heeft "Nieuw Frankrijk" te heeten, en die inderdaad wel +Frankrijk zelf mogen heeten, met meer recht dan Nieuw Caledonië, +Nieuw-Holland, Nieuw-Schotland, die veel minder op Schotland, Holland +en Caledonië, dan Algiers op Frankrijk gelijken. Daarenboven, eene zee +van slechts dertig uren breedte, scheidt dat land van het Fransche +grondgebied, en met onze tegenwoordige gemeenschapsmiddelen mag die +zee geen scheidsmuur heeten. + +In het Beni-Matansche, zoowel als in de Oulad Nail en de +Charfat-El-Hamal-streken, vermeerderde de karavaan nog met een +zeker getal geaffiliëerden. Hare sterkte was dan ook tot ruim drie +honderd man gestegen, toen zij het Tunische kustland, op de grens der +Syrtische zee bereikte. Zij had toen slechts den oever te volgen, +terwijl zij andermaal nieuwe leden onder de Khouâns in de vele +dorpen dier provincie aanwierf, en waarbij Sarcany al zijn invloed +en schranderheid bezigde. + +De karavaan kwam op den 20sten November bij de grenzen van het +regentschap aan, na eene reis van ruim zes weken. + +Dus op het oogenblik, toen dat Ooievaarsfeest met groote plechtigheid +en omhaal zou gevierd worden, waren Sarcany en Namir nog slechts sedert +drie dagen de gasten van den Moquaddem Sidi Hassan, wiens woning thans +tot gevangenis van Sava Sandorf strekte. Waarlijk, de karavaan had +zich wel gehaast, want zij had gedurende de negen en dertig dagen, +die zij tot de reis besteed had, een groot traject afgelegd. + +De woning van den Moquaddem, welke door een slanken minarettoren +beheerscht werd, had met hare witgekalkte muren, waarin volstrekt +geen vensters, maar wel hier en daar schietgaten gebroken waren, +met hare gecreneleerde terrassen, met hare smalle en lage deur, wel +eenigszins het uiterlijk van eene kleine vesting, of beter van een +zeer sterk blokhuis. Het was ook inderdaad een ware zaoaiya, welke +buiten de stad gelegen was, op de grens tusschen de zandvlakte en +de aanplantingen van Menehié, welker akkers, omgeven door een hoog +staketsel, tot bij het grondgebied der oase voortdrongen. + +Het innerlijke dier woning vertoonde den gewonen bouwtrant der +Arabische huizen, met dien verstande dat die bouwtrant hier als +het ware verdriedubbeld was, hetgeen te beduiden heeft, dat er drie +patio's of binnenplaatsen te tellen waren. Rondom elk dier patio's +ontwikkelde zich een vierkant van galerijen met hare zuiltjes en +kanteelbogen, waarop de verschillende vertrekken van de woning, +die voor het meerendeel zeer rijk gemeubeld waren, uitkwamen. De +vloeren dier galerijen waren met kostbare marmersteenen ingelegd, +en de zuilen daarvan kunstig gebeeldhouwd. + +Op het tweede binnenplein vonden de bezoekers of de gasten van den +Moquaddem eene ruime "stufa", een soort van vestibule of van hall, +waarin reeds meer dan eene raadbelegging onder de leiding van Sidi +Hassan door de Senousisten had plaats gehad. Dat was eigenlijk het +vertrek, waarin de saamgezworenen krijgsraad hielden. + +Maar behalve dat die woning eene natuurlijke bescherming in hare hooge +en doelmatig aangelegde muren vond, bevatte zij bovendien een zeer +talrijk personeel, dat tot hare verdediging veel kon bijbrengen, +ingeval van aanval van den kant der zwervende Barbaresken, die +steeds mogelijk was, of zelfs van den kant der Tripolitaansche +autoriteiten, die steeds poogden de Senousisten der provincie aan +zich te onderwerpen, hetgeen tot heden niet gelukt was. + +Die woning bezat een garnizoen van ruim vijftig geaffiliëerden, die, +uitmuntend bewapend, niet alleen ter verdediging, maar ook tot aanval +konden dienen. Die mannen, gekozen onder de meest dweepzieken, waren +uitmuntend geoefend. + +Slechts een enkele deur verleende toegang tot die zaoaiya; die deur +was daarenboven uitermate dik en stevig met ijzerwerk beslagen. Men +zou haar niet gemakkelijk opengebroken hebben, en slaagde dat ook al, +dan zou haar drempel nog niet zoo gemakkelijk te overschrijden zijn; +want dan eerst begon het ernstige gevecht. + +Sarcany had dus bij den Moquaddem eene veilige schuilplaats gevonden. + +Daar hoopte hij zijne heillooze plannen tot een goed einde te voeren. + +Zijn huwelijk met Sava moest hem een zeer aanzienlijk vermogen +verzekeren, en hij kon desnoods op den bijstand van het eedgenootschap +rekenen, wiens belangen bij zijn welslagen direct betrokken waren. Die +dweepers zouden niet aarzelen, hem bij zijne snoode plannen bij +te staan. + +Wat de geaffiliëerden betrof, die van Tunis aangekomen of in de +villayets aangenomen waren, deze hadden zich in de Menehié-oase +verspreid; maar waren toch gereed, om op het eerste sein te zamen +te komen. + +Dat Ooievaars-feest zou, zonder dat de Tripolitaansche politie zulks +gissen kon, juist de plannen der Senousisten in de hand werken. Daar op +die vlakte van Soung-Ettélaté zouden de Khouâns van noordelijk Afrika +het wachtwoord der mufti's komen ontvangen, om hunne concentratie +op Cyrenaïsch gondgebied te bewerkstelligen en een waar rijk van +zeeschuimers onder de machtige bevelen van een kalief te stichten, +hetgeen met de overoude neigingen van die strandbewoners maar al te +zeer strookte. + +Daartoe waren de omstandigheden zeer gunstig, wijl het eedgenootschap +juist in de villayet Ben Ghazi, de voornaamste der Cyrenaïsche streken, +reeds het grootste ledental telde, hetwelk geheel tot handelen +gereed was. + +Den dag, waarop het Ooievaars-feest in het Tripolitaansche rijk +gevierd zou worden, drentelden drie vreemdelingen op de vlakte van +Soung-Ettélaté, tusschen de menigte, welke zich daar bevond, rond. + +Niemand zou die vreemdelingen, onder hunne Arabische kleeding, voor +Moucafirs, voor Europeanen herkend hebben. De oudste der drie droeg +daarenboven zijn kostuum met eene gemakkelijkheid, die slechts door +eene langdurige gewoonte kon verkregen worden. Men zag het hem aan, +dat hij den tulband en de Chlamyde (bovenkleed) meer gedragen had. + +Dat was dokter Antekirrt, die van Piet Bathory en Luigi Ferrato +vergezeld was. + +Pescadospunt en Kaap Matifou waren in de stad gebleven, waar zij zich +met zekere voorbereidende werkzaamheden bezighielden. Ongetwijfeld +zouden zij ten tooneele verschijnen, wanneer daartoe het oogenblik +gekomen zou zijn. Zij beiden zouden toch in de beraamde plannen de +voornaamste rol te vervullen hebben, zooals de lezer wel zien zal. + +Het was ter nauwernood vier en twintig uren geleden, sedert de +_Elektriek_ 2 in den namiddag onder beschutting van die uitgestrekte +rotsen, welke voor de haven van Tripoli een natuurlijken dam vormen, +ten anker gekomen was. + +De overtocht was, zoowel bij de heen- als bij de terugreis, +voorspoedig geweest. Men had zich slechts drie uren opgehouden te +Philippeville, aan de kleine kreek Filfila gelegen; overigens niet. En +dat oponthoud was nog geschied, om zich Arabische kleeding aan te +schaffen. Daarna was de _Elektriek_ onmiddellijk vertrokken, zonder +dat hare aanwezigheid in de Numidische golf de aandacht getrokken +had. Hare geringe verhevenheid boven de oppervlakte van het water +had haar daarbij uitnemend gediend. + +Dus, toen de dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept +waren,--niet op de kaden van Tripoli, maar op de rotsen der +buitenhaven--waren het geen vijf Europeanen, die voet aan wal +gezet hadden op den bodem van het Tripolitaansche grondgebied, +maar waren het vijf Oosterlingen, wiens kleeding de aandacht niet +kon trekken. Misschien zouden Piet Bathory en Luigi Ferrato zich, +in die kleeding gestoken, door de ongewoonte voor scherpziende +toeschouwers verraden hebben; maar Pescadospunt en Kaap Matifou, +gewoon aan de veelvuldige gedaanteverwisselingen en verkleedingen +der kermispotsenmakers, waren er geheel op hun gemak in, en bewogen +zich als volbloed Arabieren. Die beide grappenmakers konden evenwel +een glimlach niet verbergen, wanneer zij elkander aankeken. + +Toen de nacht ingevallen was, ging de _Elektriek_ zich verschuilen +aan de andere zijde van de haven in eene der veelvuldige kreeken van +die slecht bewaakte kust. Daar moest dat vaartuig zich gereed houden, +om op ieder uur van den nacht of van den dag zee te kunnen kiezen. Aan +die opdracht werd natuurlijk stipt voldaan. + +Zoodra dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren, +stapten zij langs den rotsachtigen oever voort en volgden daarna den +van groote rotsblokken vervaardigden kadedam, die naar Bab-el-Bahr +voerde, traden de zeepoort binnen en bevonden zich weldra te midden +van de nauwe straten der stad. + +Het eerste hôtel, dat zij op hunnen weg ontmoetten,--en de keus was +niet moeielijk, want er waren er niet veel,--scheen hun voldoende +toe, om er ettelijke dagen, misschien slechts weinige uren door te +brengen. Zij toonden zich daar als bescheiden lieden, en gaven voor +eenvoudige Tunische kooplieden te zijn, die bij hunne doorreis te +Tripoli van de gelegenheid wilden gebruik maken, om het Ooievaars-feest +bij te wonen. Daar dokter Antekirrt het Arabisch even zuiver en +juist sprak als de overige taaleigens van de Middellandsche zee, +zoo kon zijne spraak hem niet verraden. + +De kastelein ontving de vijf reizigers, die hem de eer wilden aandoen +in zijne inrichting af te stappen, uiterst voorkomend. Het was een +dik man, die zeer praatziek was. Daarvan maakte dokter Antekirrt +behendig gebruik, en vernam zoodoende zaken, die hem bijzonder belang +inboezemden. Al dadelijk wist hij, dat eene karavaan kort geleden van +Marokko in het Tripolitaansche rijk was aangekomen. Daarna vernam hij, +dat Sarcany, die in het Regentschap zeer bekend was, van die karavaan +deel had uitgemaakt en dat hij thans de gastvrijheid genoot in de +woning van den beroemden Moquaddem Sidi Hassan in de zaouiya op de +vlakte van Soung Ettélaté. + +Dat was de reden, waarom dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi +Ferrato, na de meest mogelijke voorzorgen genomen te hebben, zich +dienzelfden avond nog begeven hadden te midden der menigte van nomaden +op de vlakte van Soung Ettélaté. Zij bespiedden al wandelende de woning +van den Moquaddem Si-Hassan, op den zoom van de Oase Menehié gelegen. + +Daar was dus Sava Sandorf opgesloten! In die sterke woning bevond +zich dus het eenige kind van den graaf. + +Sedert het verblijf van dokter Antekirrt te Ragusa, waren nimmer +vader en dochter dichter bij elkander geweest dan thans! En toch, +door hoeveel hinderpalen waren zij niet gescheiden! + +Het was niet alleen een schier onoverkomelijke muur, die het grootste +beletsel daarstelde! + +Inderdaad, Piet Bathory was in die oogenblikken tot alles in staat, +zelfs om met Sarcany te onderhandelen, om Sava maar aan zijne macht +te ontrukken. Graaf Mathias Sandorf en hij waren bereid, om hem die +wenschen te laten verwezenlijken, welke de ellendeling begeerde! En +toch, zij konden en mochten niet vergeten, dat zij recht moesten +uitoefenen over den verrader van professor Stephanus Bathory en van +graaf Ladislas Zathmar! + +Intusschen moesten zij in de omstandigheden, waarin zij zich vonden, +erkennen, dat de bemachtiging van Sarcany en de bevrijding van +Sava Sandorf uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan eene bijna +onuitvoerbare taak was. De moeielijkheden waren schier onoverkomelijk, +dat kon onmogelijk ontveinsd worden. + +Zou men in plaats van geweld, dat toch geen kans van welslagen +aanbood, list moeten gebruiken? En zou het feest, dat den volgenden dag +gevierd zou worden, daartoe gelegenheid geven? Ja, dat zou het zonder +twijfel. Pescadospunt had daaromtrent een plan ontworpen, en het was +met dit plan, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zich +dien avond onledig hielden. Ieders rol moest goed besproken worden, +om in het gewichtigste oogenblik geene teleurstelling, die alles +verijdelen kon, te ondervinden. + +Bij de uitvoering van dat plan zou de moedige ontwerper zijn leven +wagen; maar gelukte het hem de woning van den Moquaddem Sidi Hassan +binnen te dringen, dan was er veel kans, dat hij er in slagen zou, Sava +Sandorf te ontvoeren. Niets scheen voor den moed en de behendigheid +van Pescadospunt onuitvoerbaar. + +Het was dus ter uitvoering van het vastgestelde plan, hetwelk wij bij +zijne ontwikkeling vernemen zullen, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory +en Luigi Ferrato zich daags daarna, tegen drie uren des namiddags, +ter bespieding op de vlakte van Soung Ettélaté bevonden, terwijl +Pescadospunt en Kaap Matifou zich intusschen voorbereidden voor de +rol, die zij te midden van het bedrijvigste gedeelte van het feest +te vervullen zouden hebben. + +Op dat uur bestond er nog niets, dat een voorgevoel kon geven van het +leven, van het spektakel en van de beweging, waarvan de vlakte het +schouwspel ging leveren, wanneer zij bij het vallen van den avond door +ontelbare fakkels zoude verlicht worden. Ter nauwernood kon te midden +van die dicht opeengepakte menigte het komen en gaan opgemerkt worden +van de Senousistische saamgezworenen, die, zeer eenvoudig gekleed, +elkander slechts door een soort van vrijmetselaarsteeken de bevelen +hunner opperhoofden mededeelden. + +Het is evenwel hier de plaats, om eene Oostersche of beter Afrikaansche +legende mede te deelen, waarvan de voornaamste bijzonderheden bij +dat Ooievaars-feest, hetwelk eene groote aantrekkingskracht voor de +Muselmansche bevolking heeft, in herinnering gebracht zouden worden. + +Op het Afrikaansche Vasteland bestond in vroeger tijden een ras +van Djins. Die Djins bewoonden onder den naam van Bou-lhebers een +uitgestrekt grondgebied, hetwelk op de grens van de Hamada-woestijn +tusschen de Tripolitaansche en de Fezzaansche rijken gelegen was. Het +was een machtige volkstam, die zeer woest en dus ook uitermate gevreesd +was. Hij was oneerlijk, trouweloos, twistziek en onmenschelijk +wreed. Geen Afrikaansche souverein had er nog terecht mede kunnen +komen. Zij hadden weerstand weten te bieden aan iedere poging, om +hen aan tucht te gewennen. + +Het gebeurde eens, dat de profeet Soeleyman eene poging aanwendde, niet +om de Djins aan te vallen of te onderwerpen, maar om hen tot het goede +te bekeeren. Te dien einde zond hij hen een zijner apostelen, om hun +de liefde tot het goede en den haat voor het kwade te prediken. Het was +verloren moeite! Die woeste horden grepen den zendeling en brachten hem +wreedaardig ter dood. Zij ontzagen zich niet den heiligen man eerst te +spietsen en hem verder, alvorens hij dood was, langzaam te verbranden. + +Dat de Djins zooveel stoutmoedigheid aan den dag legden, vond daarin +zijn oorzaak, dat hun land afgelegen en zeer moeielijk te bereiken +was. Zij wisten, dat geen naburig vorst zijne legerscharen in die +streken durfde wagen. Zij meenden daarenboven, dat niemand den profeet +Soeleyman zou gaan overbrieven, welk onthaal zijn zendeling ten deel +gevallen was. + +Daarin vergisten zij zich evenwel. Allah waakte er over, dat de +misdaad gestraft zoude worden. + +Een groot aantal ooievaars was, daar het winter in Noordelijk Europa +was, in het land aanwezig. Zooals de lezer wel weten zal, zijn dat +vogels, tot het geslacht der steltloopers behoorende, van zeer kuische +zeden, die eene buitengewone schranderheid gepaard aan eene groote +opmerkingsgave bezitten. De legende beweert toch, dat zij nimmer +eene landstreek bewonen, welker naam op een geldstuk voorkomt [3], +omdat het geld de bron is van alle kwaad en de machtigste hefboom is, +die den mensch in den afgrond zijner bedorven hartstochten drijft. + +Nu hadden die ooievaars de verdorvenheid, waarin de Djins leefden, +opgemerkt. Zij hadden den gruwelijken moord gezien en kwamen in eene +groote vergadering bij elkander, om te beraadslagen en besloten +daarin een hunner naar den profeet Soeleyman af te vaardigen, ten +einde zijnen gerechten toorn over de moordenaars van den zendeling +te doen ontbranden. + +De profeet riep dadelijk zijne "hiep" of lievelingskoeriers tot +zich en gaf hen bevel al de ooievaars van de geheele wereld in de +bovenstreken van Afrika bijeen te brengen. + +Dat geschiedde natuurlijk, en toen de ontelbare scharen van die +vogels voor den profeet Soeleyman vergaderd waren,--zooals de legende +woordelijk verhaalt,--vormden zij eene wolk, welker schaduw de geheele +landstreek, tusschen Mezda en Morseug, had kunnen bedekken. + +Toen greep op bevel van den profeet ieder dier langsnavels een +steen in den bek en vloog naar het land der Djins. En terwijl zij +daarboven zweefden, steenigden zij dat slechte ras, welker zielen +voor de eeuwigheid in het binnenste der Hamada-woestijn opgesloten +zitten. Waarlijk, eene gerechte straf voor zulk een snoode daad! + +Dat is de fabel, die als het ware ten tooneele zoude gevoerd worden, +en welker voorstelling het eigenlijke feest zou vormen. Eenige +honderden ooievaars waren onder onmetelijke netten, die op de vlakte +van Soung Ettélaté uitgespannen waren, verzameld. Daar wachtten zij, +voor het meerendeel zooals gewoonlijk op één poot rustende, het uur +der bevrijding af, terwijl zij door het geklepper met hunne lange +snavels soms een gerommel in de lucht veroorzaakten, hetwelk wel iets +van het geroffel van een menigte tamboers op hunne trommen had. Op +een gegeven teeken moesten de netten plotseling verdwijnen en de +vogels in de ruimte opstijgen, om gevaarlooze en nagemaakte steenen +van weeke klei te midden van het gehuil der toeschouwers, het getoet +der blaasinstrumenten en de losbranding van ontelbare geweren en +verlicht door eene menigte fakkels met veelkleurige vlammen, op de +opeengepakte geloovigen te laten neervallen. + +Pescadospunt was met het program van dat feest bekend, en dat was +het, hetwelk hem op de gedachte gebracht had, er eene rol in te +vervullen. Wellicht zou hij onder de gegeven omstandigheden, die +veel verwarring zouden daarstellen, gelegenheid vinden in het huis +van den Moquaddem Sidi Hassan te dringen. + +Op het oogenblik toen de zon onderging, werd op het fort of kasteel van +Tripoli een zwaar kanonschot gelost, dat het sein was, hetwelk door het +publiek op de vlakte van Soung Ettélaté zoo lang en ongeduldig verbeid +was. Statig rolde het zware geluid voort, wekte al de echo's der +omstreken op, en stierf eindelijk als een ver verwijderde donder weg. + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren eerst als het +ware verdoofd door het vreeselijke spektakel, dat zich in het eerste +oogenblik van alle kanten hooren deed; vervolgens werden zij verblind +door de duizenden lichtjes die op de vlakte schitterden. Het was, of +de geheele Soung Ettélaté met al de sterren des firmaments getooid was. + +Toen dat kanonschot losbrandde, was die menigte van Nomaden nog +bezig met hun avondmaal te nuttigen. Hier zag men er zich te goed +doen aan gebraden schapenvleesch. Elders werd pilau met kippenvleesch +er bij verorberd door hen, die Turk waren of daarvoor wenschten door +te gaan; op eene andere plek ontwaarde men bij vermogende Arabieren +couscoussou; verder zag men een eenvoudige "bazina," eene soort pap +van gruttemeel met olie gekookt, die het gewone voedsel uitmaakte van +die arme drommels, evenals elders het meest talrijk, die meer koperen +"mehbouhs" dan gouden "mictals" op zak hadden; eindelijk ontwaarde men +overal en inderdaad met stroomen, de "lagby," een soort vruchtensap, +afkomstig van den dadelpalm, dat wanneer het evenals het bier gegist +heeft, zooveel alcohol bevat, dat het meer dan smoordronken, ja, +dat het stapelgek maakt. [4] + +Eenige minuten nadat het kanonschot gedreund had, waren allen, mannen, +vrouwen, kinderen, Turken, Arabieren, Khouans en Negers reeds als +buiten zich zelven van opgewondenheid. Het was waarlijk noodig, dat de +koperen blaasinstrumenten van die barbaarsche orchesten buitengewoon +geluidmakend waren, om zich te midden van dat menschelijk spektakel +te kunnen doen vernemen. Hier en daar sprongen ruiters met hunne +paarden rond en schoten hunne lange geweren en hunne ruiterpistolen +af, terwijl vuurwerk afgestoken werd en moorslagen knalden, alsof +het geschut was, dat losgebrand werd te midden van een leven, hetwelk +onmogelijk te beschrijven zoude zijn. + +Hier was een negerhoofd, dat, potsierlijk aangekleed, met rammelende +beentjes aan zijn buikgordel, terwijl zijn gelaat door een duivelsch +mombakkes bedekt was, en bij het licht van walmende toortsen, en +aangevuurd door het geroffel op houten trommen en door het klagend +opdreunen van een eentonig gezang, een dertigtal zwarte kroeskoppen, +die te midden van een kring van stuiptrekkende vrouwen, welke in de +handen klapten, hunne vertooning opvoerden, tot den dans aanmoedigde. + +Elders waren er wilde Aïssassouas, die tot het uiterste door +godsdienstige en alcoholische [5] opgewondenheid vervoerd waren en met +opgespoten gelaatstrekken en met uitpuilende oogen, hout tusschen de +tanden maalden, op ijzer kauwden, zich diepe insnijdingen in de huid +maakten, met gloeiende kolen goochelden, zich door afgrijselijke +slangen lieten omwikkelen, die hen aan de handen, aan de wangen, +aan de lippen beten, en die zij met gelijke munt betaalden door hun +bloedige staarten te verorberen. + +Maar in weerwil van dat aanlokkelijke schouwspel, drong de menigte +weldra volijverig op naar den kant van het huis van den Moquaddem +Sidi Hassan, alsof eene nieuwe en meer belangwekkende vertooning haar +daarheen getrokken had. + +En inderdaad, daar bevonden zich twee mannen, de een buitengewoon +groot en dik, de andere buitengewoon klein en slank. Het waren twee +akrobaten, wier opmerkenswaardige krachts- en behendigheidsoefeningen, +die te midden van eene vierdubbele rij toeschouwers uitgevoerd werden, +de meest levendige toejuichingen, die door een Tripolitaanschen mond +konden uitgestoten worden, verwierven. Het was daar om hooren en zien +te doen vergaan. + +Het waren Pescadospunt en Kaap Matifou, die waarlijk geheel en al op +dreef waren. + +Zij hadden eene plek uitgekozen, om hunne kermisvertooning op te +voeren, welke slechts op weinige passen afstand van de woning van +den Moquaddem Sidi Hassan gelegen was. Beiden hadden voor deze +bijzondere gelegenheid hun baantje van voorheen, hun baantje van +kenniskunstenaars ter hand genomen. Zij waren behoorlijk gekleed in een +gelegenheidspakje, dat zij van Arabische stoffen vervaardigd hadden, +en hoopten op daverende toejuichingen. + +"Je zult toch niet te zeer verroest wezen?" had Pescadospunt alvorens +te beginnen aan Kaap Matifou gevraagd. + +"Verroest?... Wat meen je?" had de reus gevraagd. "Ik ben toch geen +oude spijker, denk ik?" + +"Neen, dat weet ik wel; maar ik vraag je, of je soms stijf in de +gewrichten geworden bent?" + +"Neen, volstrekt niet," antwoordde Kaap Matifou. "Dat zul je wel +ondervinden." + +"En je deinst voor geene oefening terug... Voor geen enkele? Bedenk +je wel." + +"Neen, voor geen enkele. Maar wat zal het doel van die oefening +wezen? Zeg mij toch." + +"Het doel moet wezen om die lummels in vervoering te brengen. Zul je +daarvoor niet terugdeinzen?" + +"Ik!... ooit terugdeinzen!... Kom, je houdt mij voor den gek," sprak +Kaap Matifou verstoord. + +"Zelfs, wanneer je ..." + +Pescadospunt scheen te aarzelen. + +"Wat? Ga toch voort. Je bent anders zoo spraakzaam en thans sta je +te kieskauwen." + +"Nu ja, zelfs wanneer je keisteenen met de tanden moet +fijnmalen?" vroeg de kleine man. + +"Is dat alles?" was de ietwat kleinachtende wedervraag van den reus. + +"Of slangen oppeuzelen?" + +"Slangen?" + +Thans scheen Kaap Matifou te aarzelen. + +"Ja, slangen!" + +"Gekookt?" vroeg Kaap Matifou. "Gekookt of rauw, daarin bestaat +onderscheid." + +"Neen, rauw! waarde Kaap. Geheel rauw." + +"Rauw?... Br! br!" + +"En nog wel levend!" + +Kaap Matifou had een leelijk gezicht getrokken; maar als het moest +zijn, dan was hij besloten om slangen te eten, evenals een eenvoudige +Aïssasoua. Hij pruttelde evenwel nog iets tegen. + +"Moeten wij dat voor ons pleizier doen?" vroeg hij na een poos +bedenkens. + +"Voor ons pleizier neen," antwoordde Pescadospunt met een guitigen +glimlach op de lippen. + +"Maar waartoe dan die gekheid?" + +"Zooals ik je gezegd heb, om die lummels in vervoering te brengen." + +"Loop heen!" had de reus geantwoord. "Voor die schoeljes eet ik geen +slangen. Als het nog Europeanen, als het nog Franschen waren! Dan +was het wat anders." + +"Och, die kerels kunnen ons ook niet schelen," antwoordde Pescadospunt, +hartelijk lachende. + +"Maar, waarom dan?" + +"Kaaplief, je schijnt maar niet te kunnen begrijpen." + +"Maar, wat dan?" + +"Dat we eene rol spelen. Wij moeten het groote doel bevorderen. Wij +moeten de bevrijding van juffrouw Sava bewerken." + +"Met levende slangen te eten?" vroeg de reus hoofdschuddend. "Als ik +dat er mee bewerken kan, ben ik bereid een frikadel van alle slangen +der wereld te maken en die op te peuzelen." + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato bevonden zich onder +de menigte van toeschouwers en verloren hunne makkers niet uit het +oog, hoewel zij zich te midden van dien ontzaglijken menschendrom de +grootste inspanning daartoe moesten getroosten. + +Neen, Kaap Matifou was niet verroest! Hij had niets van zijne +buitengewone kracht verloren. Vijf of zes Arabieren, en nog wel van +de stevigsten uit een geheelen hoop, hadden een kans gewaagd door +met hem te worstelen. Maar zij lagen al heel spoedig op den grond +uitgestrekt, met de schouders in aanraking met het maaiveld, zooals +de akrobatische uitdrukking luidt. + +Daarna volvoerden beide kunstenaars te zamen goocheltoeren, die de +Arabieren, daar verzameld, in verrukking brachten, vooral toen zij +elkander behendig brandende fakkels toewierpen, die overgaande van +de hand van Pescadospunt in die van Kaap Matifou, hare vurige zigzags +kruisten. Dat verwekte algemeene verbazing. + +En toch kon dat publiek, waarvoor zij werkten, terecht moeielijk te +bevredigen zijn. + +Er bevonden zich toch onder die menigte een vrij groot aantal van hen, +die de half wilde Touaregs hadden leeren bewonderen, welker lenigheid +en behendigheid aan die der vlugste diersoorten mag gelijk gesteld +worden, zooals weleer met veel ophef in het bewonderingwekkend +program van den beroemden kermistroep van Bracca aangekondigd +werd. Die kenners en bewonderaars hadden toch gelegenheid gehad den +stoutmoedigen Mustapha, den Samson der woestijn, het kanonmensch toe +te juichen, "wien de koningin van Groot Brittanje en Ierland door +haren kamerdienaar, bij gelegenheid van dergelijke voorstellingen te +Londen, had laten verzoeken, niet meer zijne oefeningen te herhalen, +bevreesd als de vorstin was, dat er een ongeluk zoude gebeuren!" + +Maar Kaap Matifou was onvergelijkelijk bij zijne krachtsvertooningen +en hij behoefde voor geen mededinger bevreesd te zijn. Neen, voor +niemand ter wereld, al ware het Hercules, de goddelijke zoon van +Alcmene, in eigen persoon geweest. + +Eindelijk kwam er eene laatste oefening, die de geestdrift van die +cosmopolitische menigte, welke de Europeesche kunstenaars omgaf, ten +top voerde. En hoewel die oefening voor de Europeesche kermisspellen +oud en versleten mocht heeten, scheen zij hier voor de Tripolitaansche +nieuwsgierigen nog de aantrekkelijkheid der nieuwheid te hebben. + +De toeschouwers verdrongen dan ook elkander, ja verpletterden zich +schier rondom de beide kunstenaars, die bij afwezigheid der zon in +dit uur bij fakkellicht werkten. + +Kaap Matifou had een staak gegrepen, die vijf en twintig of dertig voet +lang was en hield hem met beide handen, die op zijne borst rustten, +loodrecht omhoog. Pescadospunt klom met een behendigheid van een +aap langs dien staak naar boven, en bij het uiteinde gekomen, nam +hij daar, terwijl hij den staak onrustbarend deed buigen, de meest +bevallige houdingen aan. Inderdaad, het was een verrukkelijk maar +uiterst moeielijk kunststuk. Een zwak oogenblik bij hem, die den +staak torste, en een val kon niet uitblijven. En die val moest voor +den armen Pescadospunt noodlottig zijn. + +Maar Kaap Matifou kende geene aanvallen van zwakte. Hij stond daar, +met achterover gebogen hoofd en vooruitgestrekte borst, onwrikbaar +stevig als de rots, waarvan hij den naam voerde, hoewel hij bij +zijne pogingen om den staak met den daarop kunsten-vertoonenden +Pescadospunt in evenwicht te houden, trappelde, zich keerde en draaide +en langzamerhand van plaats veranderde. + +Toen hij eindelijk in de onmiddellijke nabijheid van den heiningmuur +van Sidi Hassan's woning gekomen was, dreef hij de vermetelheid zoo +ver en ontwikkelde zooveel kracht, om den staak van zijne borst op +te tillen, in de rechterhand te nemen en dien arm uit te strekken, +terwijl Pescadospunt daarboven den stand aannam van den Roem en +evenals die wufte godin kushandjes aan de menigte toezond. Het was +inderdaad eene bevallige vertooning. + +De saamgepakte Arabieren en Negers waren buiten zich zelven van +bewondering. Zij stieten schelle kreten uit, klapten woest met +de voeten. Gelukkig, dat het geen planken vloer was, waarop zij +stonden. Neen, waarlijk, dat moest erkend worden; zoo iets had de +Samson der woestijn, de koene Mustapha, de stoutmoedigste der Touaregs, +niet durven ten uitvoer leggen. De geestdrift was dan ook ten top; +want zulke krachtsontwikkeling was inderdaad nog nooit waargenomen. + +In dit oogenblik dreunde op het onverwachtst een kanonschot van de +wallen der citadel van Tripoli. + +Op dat sein vlogen de honderden ooievaars op, die eensklaps bevrijd +werden van de onmetelijke netten, die hen gevangen hielden, stegen +in de lucht op, terwijl zij, onder het uitvoeren van een klepperend +concert, waarop met een onmetelijk geschreeuw, door de menschen +aangeheven, geantwoord werd, eene hagelbui van nagemaakte steenen +lieten neervallen, die natuurlijk niemand konden deeren, daar zij, +zooals gezegd werd, van weeke klei vervaardigd waren. + +Dat was het glanspunt van het feest. De vogels van den profeet Soleyman +leidden evenwel de aandacht zeer af. + +Men zou gezegd hebben, dat al de krankzinnigen-gestichten van Europa, +Azië en Afrika plotseling ontruimd waren, en dat hunne bewoners op eens +op de vlakte van Soung-Ettélaté in het Tripolitaansche Regentschap bij +elkander gebracht waren; zulk een vreeselijk spektakel werd daar door +die saamgeschoolde en opgewonden menigte aangeheven. Evenwel, alsof +hare bewoners doof en stom waren, nog erger, alsof zij uitgestorven +waren, was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan hardnekkig +gesloten gebleven gedurende die uren van algemeene vroolijkheid, +en geen enkele bediende of huisgenoot was aan de deur of op de +terrassen verschenen. Het was alsof daarin geen nieuwsgierigen, +geen belangstellenden in het feest behoorden. + +Maar ziet! In hetzelfde oogenblik, toen al de fakkels, die het +feest verlicht hadden, na de opstijging der ooievaars, plotseling +uitgebluscht waren, was ook Pescadospunt eensklaps verdwenen, alsof hij +met de getrouwe vogels van den profeet Soleyman hemelwaarts gevlogen +was. Dat was inderdaad uiterst merkwaardig. + +Waar was hij heen gevaren?... + +Wat was er van hem geworden? + +Ja, wat? Dat wist niemand te verklaren. Daarop was geen antwoord +te geven. + +Toch scheen Kaap Matifou zich omtrent die verdwijning niet veel te +bekommeren. Nadat hij zijn staak in de lucht opgeworpen en hem vele +buitelingen had laten maken, ving hij hem behendig bij het andere einde +op, liet hem ronddraaien en bogen beschrijven, zooals de meest ervaren +tamboer-majoor met zijn dikgeknopten stok zoude gedaan hebben. Het +wegmoffelen van Pescadospunt scheen voor hem de natuurlijkste zaak +der wereld te zijn. Hij keek met eene zelfvoldaanheid rond, alsof +die goochelpartij tot het program behoorde. + +De bewondering der toeschouwers was intusschen ten top gestegen en +hunne geestdrift uitte zich dan ook door een ontzaglijk hoerah, dat +tot voorbij de uiterste grenzen der oase moest gehoord worden. Niemand +hunner twijfelde er aan, of de behendige acrobaat was door de ruimte +naar het rijk der Ooievaars vertrokken en was bij den profeet Soleyman +aangeland. + +Het onverklaarbare bekoort in den regel de menigte het meest. Daarmede +is zij steeds te verschalken. + + + + + +IX. + +HET HUIS VAN SIDI HASSAN. + + +Het was ongeveer negen uren, toen het kanonschot gevallen was en de +ooievaars opgestegen waren. + +Vuurwerk, geweerschoten, muziek, geschreeuw, gehuil, dat alles had +eensklaps opgehouden. De menigte begon langzamerhand te verdwijnen. De +meesten keerden naar Tripoli terug, anderen begaven zich naar de +Menehié-oase en naar de naburige dorpen van de provincie. Vóórdat +het een uur later zoude zijn, zou de vlakte van Soung Ettélaté stil +en ledig geworden, zijn. Zij zou dan eene verbazende tegenstelling +vormen met de levendigheid en drukte van straks. + +De tenten waren opgerold, de kampementen opgebroken. Berbers en +Negers waren reeds op weg naar de verschillende streken van het +Tripolitaansche Regentschap, terwijl de Senousisten zich naar de +Cyrenaïsche provincie wendden en daar voornamelijk de villayet Ben +Ghazi opzochten, ten einde er al de strijdkrachten van den kalief bij +elkander te brengen. Zoo had het feest het zijne er toe bij gebracht, +om ongemerkt eene aanmerkelijke verplaatsing van menschendrommen +te bewerkstelligen. + +Slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zouden de +vlakte gedurende den geheelen nacht niet verlaten. Zij moesten zich na +de verdwijning van Pescadospunt op iedere gebeurlijkheid voorbereid +houden, en ieder hunner had zich dadelijk een observatiepost onder +aan den voet van den omheiningsmuur van de woning van den Moquaddem +Sidi Hassan uitgekozen. Daar zouden zij evenwel een paar vervelende +uren door te brengen hebben. + +Pescadospunt intusschen, die op het oogenblik, dat Kaap Matifou zijn +staak met uitgestrekten arm omhoog hield, met een verbazenden sprong +over den muur wipte, was op de parapet-helling van een der terrassen, +aan den voet van den minarettoren, die de verschillende binnenplaatsen +dier woning beheerschte, neergekomen. Door de veerkracht zijner lenige +beenen had hij de zwaarte van den val gebroken, zoodat binnenshuis +daarvan niets bemerkt was. + +Niemand had hem te midden van dien somberen nacht kunnen zien, noch +van buiten, noch van binnen, en niemand had hem kunnen hooren. Hij +was zelfs niet uit de skiffa bemerkt, die te midden van de patio +gelegen was, en waar binnen zich een zeker getal khouans bevonden, +die gedeeltelijk sliepen, maar ook gedeeltelijk volgens de bevelen van +den Moquaddem Sidi Hassan waakzaam waren, en zelfs als schildwachten +op post stonden. Dat was nog al gunstig uitgevallen. + +Men begrijpt, dat Pescadospunt onmogelijk eenig plan had kunnen +beramen. Zulk een plan zou toch door zooveel onvoorziene omstandigheden +herhaaldelijk gewijzigd moeten worden, dat het geen waarde zou gehad +hebben. De innerlijke indeeling van het huis van Sidi Hassan was hem +toch geheel onbekend, en hij wist niet en kon ook niet weten, waar +het jonge meisje opgesloten was, ook niet of zij van nabij bewaakt +werd, en nog minder, of haar in het gewichtige oogenblik de ziels- +en lichaamskracht niet zou ontbreken, om daadwerkelijk op te treden +en tot hare ontvoering mede te werken. + +Daarom moest de stoutmoedige kerel noodzakelijk geheel en al op goed +geluk te werk gaan. + +Ziehier, wat hij zichzelf voorgespiegeld had, alvorens dien luchtsprong +te ondernemen: + +"Vóór alles moet ik," zoo mompelde hij in zich zelven, "hetzij door +geweld, hetzij door list, bij Sava Sandorf zien te geraken. Indien +zij mij niet dadelijk volgen kan, indien ik haar gedurende dezen +nacht niet ontvoeren kan, moet zij ten minste vernemen, dat Piet +Bathory levend is, dat hij zich in hare nabijheid, aan den voet van +de omheiningsmuren bevindt, dat dokter Antekirrt en zijne makkers +gereed staan, om haar te hulp te komen, en eindelijk moet haar +aan het verstand gebracht worden, dat, wanneer hare ontvoering +eenige vertraging mocht ondervinden, zij voor geene bedreiging +moet bezwijken!... In geen geval mag zij hare toestemming tot dat +schandelijk huwelijk geven!... Het is waar, ik kan ontdekt worden, +vóórdat ik haar gevonden en bereikt zal hebben!... Maar.... komt tijd, +komt raad!... Gebeurt dat onverhoopt, dan is het oogenblik daar, +om de noodige middelen ter ontkoming te beramen." + +Hij klom nu over den parapetmuur, die een dik witachtig steenkussen +vormde, hetwelk met schietgaten ingesneden was. Hierbij was de +eerste zorg van Pescadospunt geweest, een dun maar sterk touw, +van knoopen voorzien, dat hij onder zijn licht clownspak had kunnen +verbergen, te ontwikkelen, en wel zoodanig, dat het naar buiten hing +en den bodem bereikte. Dat was een voorzorgsmaatregel, die gebiedend +noodzakelijk was. Toen hij daarmede klaar was, legde de wakkere kleine +kerel zich, alvorens verder te schrijden, plat op den buik langs den +parapetmuur. In die houding, die hem door de voorzichtigheid geboden +werd, wachtte hij, zonder ook maar de geringste beweging uit te +voeren. Wanneer hij toch bespeurd was geworden, zou het terras weldra +door de lieden van Sidi Hassan bestormd en overweldigd zijn, en in +dat geval zou hem niets meer overblijven, dan van het touw gebruik +te maken, waarop hij zijne hoop bouwde als op het reddingsmiddel +voor Sava Sandorf. Dat alles doorkruiste in die oogenblikken zijn +schrander brein. + +Eene diepe stilte heerschte allerwege in de woning van den Moquaddem +Sidi Hassan. Daar noch hij, noch Sarcany, noch iemand anders hunner +lieden deel aan het Ooievaarsfeest hadden genomen, was de deur van +de zaouya sedert zonsopgang niet geopend geweest, en zou dat ook niet +na zonsondergang worden. + +Na eenige minuten wachtens, sloop Pescadospunt, steeds op den buik +liggende en kruipende, naar den hoek der woning, waar het meest nabij +zijnde minarettorentje verrees. De trap, welke van het bovenste van +dat torentje neerdaalde, moest klaarblijkelijk uitkomen op den vloer +der eerste patio. En, inderdaad, hij vond deze deur, die op het terras +uitkwam en die toegang tot de beneden-binnenplaatsen verleende. Dat +was een aanvankelijk gunstige uitslag zijner pogingen. + +Maar die deur was gesloten, niet met een sleutelslot, maar door middel +van een grendel, die onmogelijk terug te schuiven was, tenzij men +een gat in het paneel boorde. Dat werk had Pescadospunt zeer goed +kunnen verrichten, want hij had een mes in den zak met verscheidene +lemmeten en dus tot verschillende doeleinden geschikt, hetwelk hij van +dokter Antekirrt ten geschenke had ontvangen en waarvan hij behendig +gebruik wist te maken. Maar dat zou een tijdroovende arbeid zijn, +die ook niet in alle stilte zou kunnen uitgevoerd worden, en waaraan +hij dan ook niet verder dacht. Waarlijk, zijne oogenblikken waren +thans te kostbaar. + +Het was daarenboven niet noodig. Drie voeten boven het terras was +een opening in den vorm van een schietgat in den muur van het minaret +gebroken. Dat gat was wel een beetje nauw, maar onze Pescadospunt was +niet dik. Daarenboven had hij wel iets van een kat, die zich uitrekken +kan en door openingen glijdt, die aanvankelijk geen doortocht schijnen +te kunnen verleenen. Hij probeerde, en ... weldra bevond hij zich in +het minaret, evenwel niet zonder zijne schouders eenigszins geschaafd, +niet zonder zijne knieën wat ontwricht en zijne scheenbeenen ontveld +te hebben. Maar zoo iets deerde hem weinig. Dat kwam bij hem niet +in aanmerking. + +"Ziet, dat zou Kaap Matifou met al zijne kracht onmogelijk hebben +kunnen uitvoeren," dacht hij niet zonder grond. + +En hij lachte bij de gedachte aan de dikke zware gestalte van Kaap +Matifou in dat nauwe schietgat. + +Toen keerde hij op den tast af naar de deur, waarvan hij thans den +grendel terugschoof, ten einde gebruik van dien doortocht te kunnen +maken, wanneer hij denzelfden weg terug moest. En zoo iets was toch +zeer goed mogelijk, niet waar? Hij moest in zijne omstandigheden op +alles bedacht zijn. + +Terwijl hij de wenteltrap afdaalde, liet Pescadospunt zich meer +omlaag glijden, dan dat hij steun op de treden zocht, die door de +drukking zijner voeten konden kraken. Zoo iets moest in de eerste +plaats vermeden worden. + +Beneden vond hij andermaal eene deur; maar hij had slechts noodig, +om tegen haar te duwen, om die op hare hengsels te zien draaien. Dat +ging gemakkelijk genoeg. + +Die deur gaf toegang tot eene galerij, die op zuiltjes rustte en de +eerste patio omgaf, en waarop een zeker getal vertrekken uitkwamen. Op +de trap had eene dikke duisternis geheerscht; die galerij bevond zich +in een schemerdonker, dat minder somber was. Hier kon hij ten minste +met behulp zijner oogen voortschrijden, terwijl dat op de trap slechts +op den tast had kunnen geschieden. + +Overigens werd er nergens licht en ook nergens eenig geluid hoegenaamd +waargenomen. + +In het midden van de patio bevond zich een bekken, gevuld met +helder frisch water, en omgeven door tuinbeddingen, waarin fraaie +sierplanten, zooals peperstruiken, dwergpalmen, lauriersoorten, +cactussen, enz. groeiden, welker weelderig groen als een dicht boschje +rondom den oever vormde. + +Pescadospunt sloop die galerij, zoo zacht hem maar mogelijk was, rond, +terwijl hij voor iedere kamer stilhield, om te luisteren. Het was, +alsof die onbewoond waren. Allen evenwel niet, want achter een der +deuren vernam hij stemmen, die hij duidelijk kon onderscheiden. Ja, +daarin kon hij zich niet vergissen. Hij hoorde spreken. + +Aanvankelijk stoof Pescadospunt eenige passen achteruit; want hij +had de stem van Sarcany herkend. Dwaling was onmogelijk; want die +stem had hij te Ragusa meermalen gehoord. Hij trad weer naderbij; +maar hoewel hij zijn oor tegen het paneel der deur hield, kon hij +toch onmogelijk verstaan, wat in die kamer gesproken werd. + +Er kwam een oogenblik, dat een ander en een harder geluid vernomen +werd. Pescadospunt had nauwelijks tijd, om achteruit te springen, en +achter een der grootste struiken, die rondom het waterbekken stonden, +te schuilen. + +Sarcany trad de kamer uit. Een Arabier van groote gestalte vergezelde +hem. Beiden vervolgden hun gesprek, terwijl zij onder de galerij van +de patio rondwandelden. Drommels, een oogenblik vroeger, dan ware de +bespieder onvermijdelijk ontdekt geweest. + +Ongelukkiglijk kon Pescadospunt onmogelijk verstaan, wat Sarcany en +zijn makker spraken; want zij bezigden bij hun onderhoud de Arabische +taal, waarvan de schrandere kerel, helaas! niets verstond. Twee +woorden evenwel troffen hem, of beter gezegd, twee namen, die +van Sidi Hassan--het was inderdaad de Moquaddem, die met Sarcany +praatte,--daarna de naam van Antekirrta, die herhaaldelijk in het +gesprek voorkwam. + +"Dat is op zijn minst genomen vreemd," mompelde Pescadospunt +natuurlijk onhoorbaar, "waarom spreken zij over ons eiland, over +Antekirrta?.... Zou de Moquaddem Sidi Hassan, Sarcany en al die +Tripolitaansche zeeschuimers een aanslag op ons dierbaar eiland +smeden?... Duizend duivels!... En dan niets van die taal, die door die +twee schoften gebezigd werd, te kunnen verstaan!... Het was inderdaad, +om wanhopig te worden!" + +Pescadospunt spitste de ooren en trachtte nog een ander verdacht woord +op te vangen. Hij zorgde evenwel nauwlettend, dat hij in het groen +verborgen bleef, wanneer Sarcany en Sidi Hassan het waterbekken nabij +kwamen. Maar de nacht was donker genoeg, zoodat zij hem onmogelijk +ontwaren konden. + +"Als Sarcany maar alleen in die galerij ronddoolde," sprak Pescadospunt +bij zich zelven, "dan kon ik hem bij de keel grijpen en buiten staat +stellen, om verder schadelijk of gevaarlijk te zijn! Maar... daarmede +zou Sava Sandorf niet geholpen zijn. En het is om haar te redden, +dat ik dien gevaarlijken sprong over den omheiningsmuur volbracht +heb!... Geduld!... Ja, geduld! Wij moeten wachten!... Sarcany's beurt +zal ook wel komen, dat beloof ik hem, en wat ik beloof, volbreng ik; +want... belofte maakt schuld." + +Het gesprek en de wandeling van den Moquaddem Sidi Hassan met Sarcany +duurden ongeveer twintig minuten. Sava's naam werd ook herhaaldelijk +uitgesproken met de aanwijzende bijvoeging van "arouch" Pescadospunt +herinnerde zich dat woord meer gehoord te hebben, dat "bruid" of +"verloofde" in het Arabisch beteekent. De Moquaddem was klaarblijkelijk +met de plannen van Sarcany bekend en leende er de hand toe. + +Eindelijk verlieten die twee mannen de patio door een der hoekdeuren +van de galerij, die toegang verleende tot de overige bijgebouwen van +de ruime woning. Een zucht van verlichting ontsnapte aan de borst +van den koenen bespieder. + +Zoodra zij verdwenen waren, kwam Pescadospunt weer te voorschijn en +sloop door de galerij tot bij die deur. Zij was niet gesloten. Hij +behoefde haar slechts open te duwen, om zich in een smalle gang te +bevinden, waarvan hij den muur, met de hand betastende, behoedzaam +volgde. Aan het einde van die gang rondde zich een dubbel booggewelf +af, dat door een middenzuil gedragen werd. Dat gewelf verleende toegang +tot een tweede binnenplaats of patio. Hier moest onze verspieder met +verdubbelde omzichtigheid tewerk gaan. + +Vrij levendige lichtstralen drongen toch tusschen de zuilen door, +waarlangs de skiffa lucht en licht van uit die patio ontving, +en vormden breede lichtsectors op den vloer. Het ware uiterst +gevaarlijk geweest die in dit oogenblik te overschrijden. Het geluid +van talrijke stemmen liet zich toch vernemen van achter de deur van +een der zalen, welke op die tweede patio uitkwamen. Het begon er voor +onzen Pescadospunt inderdaad bedenkelijk uit te zien. + +Hij aarzelde dan ook een oogenblik, maar ook slechts één enkel; +want aarzelen kwam met zijne geaardheid weinig overeen. + +Wat hij zocht, was de kamer, waarin de rampzalige Sava opgesloten +was. Hij mocht op niets anders dan op het toeval rekenen, om dat +vertrek te ontdekken. Of hem dat toeval dienen zou? Dat zullen +wij zien. + +Een licht verscheen eensklaps aan het andere uiteinde van die +binnenplaats. Eene vrouw, die eene rijk met gedreven koperwerk +versierde Arabische lantaarn droeg, trad eene kamer uit, die in den +tegenovergestelden hoek der patio gelegen was, en volgde de galerij, +waarop de deur der skiffa uitkwam. + +Pescadospunt herkende die vrouw dadelijk.... Neen, maar hierbij was +dwaling onmogelijk! + +Het was Namir. Ja, Namir! Dat was toch al eene zeer gunstige uitkomst, +niet waar? + +Daar het mogelijk was, dat de Marokkaansche vrouw zich naar het +vertrek begaf, waar het jonge meisje zich bevond, moest het middel +uitgedacht worden, om haar te kunnen volgen. En om haar te kunnen +volgen, moest onze verspieder haar vooraf doortocht verleenen, zonder +dat hij ontdekt werd. Dat was in de eerste plaats noodzakelijk, +dat moest Pescadospunt erkennen. + +Dit oogenblik zou beslissend zijn omtrent het welslagen van de +stoutmoedige poging van Pescadospunt, ook omtrent het lot van Sava +Sandorf. Ziedaar, wat het brein van den stoutmoedigen acrobaat in +een ondeelbaar oogenblik doorkruiste. + +Namir kwam naderbij. Hare lantaarn, die zij laag bij den grond droeg, +liet het bovengedeelte der galerij in eene duisternis, te zwarter +naarmate de mozaïek-vloer te scherper verlicht werd. Daar zij nu +onder het booggewelf moest voorbijgaan, wist Pescadospunt waarachtig +niet, hoe het aan te leggen, om niet bespeurd te worden, toen eene +lichtstraal der lantaarn hem liet bemerken, dat het bovengedeelte van +dat booggewelf uit arabesken bestond, die _à jour_ of doorzichtig +volgens den Moorschen bouwtrant opgetrokken waren. Toen had hij +inderdaad een kostelijken inval. + +Langs de middenzuil opklouteren, zich aan een dier arabesken +vastklemmen, zich aan zijne handen optillen, zich verschuilen in het +middenogief, en daar als een heiligenbeeld in zijne nis onbewegelijk +blijven, was voor onzen Pescadospunt het werk van een oogenblik. Met +de vlugheid van een aap en de lenigheid eener kat was hij naar boven +gevlogen. + +Namir vervolgde haren weg, trad onder het booggewelf voort, zonder +erg en natuurlijk zonder den indringer te bespeuren, ging langs de +andere zijde der galerij recht op de deur af der skiffa en opende +die met den sleutel, dien zij in de hand hield. + +Een bundel lichtstralen schoot dadelijk naar buiten, maar doofde +onmiddellijk weer uit, toen die deur achter haar gesloten werd. Alles +was weer zwart als de nacht onder dat sombere booggewelf. + +Pescadospunt dacht na. En waarlijk, waar kon hij beter zitten dan in +die nis, om aan zijne overpeinzingen bot te vieren? Het was inderdaad, +of die nis er voor bestemd was. Hij zat daar ineen gedoken met de +handen onder de kin en de ellebogen op de knie gesteund. + +"Ja, het is Namir, die daar dat vertrek binnengetreden is," mompelde +hij. "Daaraan valt niet te twijfelen! Het is dus klaarblijkelijk, dat +zij zich niet naar de kamer van Sava Sandorf begaf!... Maar zij kwam +er wellicht vandaan?... En als dat zoo is, dan ligt die kamer aan het +andere uiteinde van de binnenplaats.... Daaromtrent moet ik zekerheid +hebben! Het oude wijf kwam daar vandaan, als ik mij niet vergis." + +In gedachte wees Pescadospunt op dat gedeelte der galerij, waar Namir +het eerst verschenen was. + +Hij wachtte nog eenige oogenblikken, alvorens zijn post te +verlaten. Het licht scheen in het binnenste der skiffa langzamerhand +te verminderen, terwijl het stemgeluid nog slechts als een eenvoudig +en verwijderd gemurmel vernomen werd. Hij wilde nog wachten, om niets +in de waagschaal te stellen. Als het moest, was hij de voorzichtigheid +in persoon. + +Het oogenblik zou ongetwijfeld aanbreken, dat het geheele personeel +van den Moquaddem Sidi Hassan weldra in diepe rust gedompeld zou +zijn. Dan zouden de omstandigheden meer gunstig zijn, om te handelen, +daar alsdan dit gedeelte dier woning geheel eenzaam zoude zijn, +al werd dan ook het laatste licht niet uitgebluscht. + +Zoo gebeurde het inderdaad. De meest gewenschte stilte trad weldra in, +die door niets verbroken werd. + +Pescadospunt liet zich toen langs de middenzuil, die het +booggewelf torschte, naar beneden glijden, sloop kruipende over de +marmervloersteenen der galerij, de deur der skiffa voorbij, sloeg +den uitersten hoek der patio om, en bereikte weldra het vertrek, +waaruit Namir straks getreden was. Het hart bonsde hem in het lijf, +van aandoening en gespannen verwachting. + +Pescadospunt opende die deur, welke niet op slot gesloten was, en +kon toen bij het zwakke schijnsel van eene Arabische lamp, die aan +de zoldering hing en als nachtlicht dienst moest doen, en derhalve +van een witmatten ballon voorzien was, met een blik het innerlijke +van die kamer in oogenschouw nemen. Hetgeen hij ontwaarde, was verre +van ongunstig voor zijne plannen. + +De wanden waren versierd met Oostersche tapijten; hier en daar stonden +zetels in Moorschen stijl, terwijl in de hoeken van het vertrek +kussens opgestapeld lagen, en een dik Perzisch kleed den mozaïek-vloer +bedekte. Op eene tafel bevonden zich nog de overblijfselen van het +avondmaal en aan het uiterste einde van de kamer stond een divan, +die met wollen stof bekleed was. Het was in één woord een kostbaar +gemeubeld vertrek. + +Ziedaar, wat Pescadospunt met één oogopslag zag. Hij was gewoon alles +wat hij zag, goed in zich op te nemen. + +Hij trad binnen en sloot zacht de deur achter zich. Daarop trad hij +behoedzaam vooruit. + +Eene vrouw lag op den divan uitgestrekt. Zij scheen niet ingeslapen, +maar verkeerde in dien dommelenden toestand, die van den slaap niet +veel verschilt. Hare ledematen waren bedekt met een soort burnous, +waarmede de Arabieren zich gewoonlijk van het hoofd tot de voeten +weten te dekken. Haar hoofd lag achterover gebogen en rustte op een +rijkbewerkt kussen. + +Dat was Sava. Daar lag de rampzalige dochter van graaf Mathias Sandorf. + +Neen, Pescadospunt kon zich niet vergissen. Hij herkende haar +dadelijk. Vroeger had hij haar toch verscheidene malen in de straten +van Ragusa ontmoet. + +Maar hoe scheen het arme meisje veranderd te zijn! Waarlijk, er was +een geoefend oog noodig, om haar te herkennen. + +Zij was nog steeds doodsbleek als in het oogenblik, toen hare +huwelijkskoets op den lijkstoet van Piet Bathory stuitte. Maar haar +geheele uiterlijk, hare lijdensvolle houding, haar weemoedig gelaat, +alles, alles verkondigde, hoezeer zij geleden had! + +Er was geen oogenblik te verliezen. Dat begreep Pescadospunt +terstond. Hier moest gehandeld worden! + +Inderdaad, de deur was niet op slot gesloten, eene omstandigheid, +die het vermoeden rechtvaardigde, dat Namir ongetwijfeld bij Sava +zou wederkeeren. Misschien bewaakte de Marokkaansche vrouw haar dag +en nacht. Dat was inderdaad waarschijnlijk. + +Maar..., al zou het jonge meisje dat vertrek kunnen verlaten, hoe zou +zij kunnen ontvluchten, wanneer geen hulp van buiten daarbij verleend +werd? Was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan niet ommuurd als +een gevangenis? Was zij niet aan eene ware vesting gelijk, die zonder +verkregen verlof niet verlaten kon worden? + +Pescadospunt boog het hoofd over den divan en dacht diep na, terwijl +hij het jonge meisje beschouwde. + +Mijn God! hoe was hij verbaasd, toen hij de gelijkenis opmerkte, +die hem tot nu toe ontgaan was, de gelijkenis van Sava Sandorf met +dokter Antekirrt! En die gelijkenis was niet te loochenen! Neen, +dat was zij inderdaad niet! + +Hij stond een oogenblik als getroffen. Hij wreef zich het +voorhoofd. Het was, alsof een denkbeeld daarin ontkiemde. + +Het jonge meisje opende de oogen. Zij was op het punt een kreet te +slaken. En toch... + +Toen zij daar een vreemdeling vóór haar zag staan, met den rechter +wijsvinger op de lippen, met smeekenden blik op haar gevestigd en in +het zonderlinge hansworstenpak van den acrobaat gestoken, gevoelde +zij eerder verbazing dan wel schrik. Snel sprong zij op, maar had +toch den goeden geest, of beter de koelbloedigheid, om ieder geluid +te bedwingen. + +"Shut!... " zei Pescadospunt fluisterend en steeds met den wijsvinger +op den mond. "Shut!... Laat niemand ons hooren!" + +Het meisje keek hem ten uiterste verbaasd aan en opende de lippen om +te spreken. + +"Shut!... Stil!..." herhaalde Pescadospunt. "Van mij hebt gij niets +te vreezen." + +Zij ondervroeg hem met de oogen. Zij gevoelde zich, in weerwil van +alles, in de nabijheid van dien man gerustgesteld. + +"Ik ben hier, om u te redden...." fluisterde Pescadospunt schier +onhoorbaar. "Shut!..." + +De vragende uitdrukking van 's meisjes oogen werd nog dringender. Zij +wachtte eene nadere verklaring. + +"Achter die muren," ging Pescadospunt voort, "wachten u vrienden, +om u aan de handen van Sarcany te ontrukken." + +"Wie?" vroeg de blik. "Wie toch kan in dit akelig land eenig belang +in mij stellen?" + +"Piet Bathory is niet dood!" was het fluisterende antwoord van den +acrobaat. + +"Piet... niet dood?"... kreet het meisje met bedwongen stem, terwijl +zij de hand op haar hart legde, om er het gebons van te bedwingen. + +"Neen, niet dood!" bevestigde Pescadospunt. "Maar wees in Godsnaam +bedaard!" + +"Gij schertst wreed. Ik heb toch den lijkstoet van den armen jongeling +met mijne eigene oogen gezien." + +"Lees!" + +En Pescadospunt reikte een briefje aan het jonge meisje over, dat +slechts deze weinige woorden bevatte: + + + "Sava, vertrouw den man, die zijn leven gewaagd heeft, om bij + u te komen!.... Ik ben levend!... Ik ben dicht bij u! Vertrouw + hem. Vertrouw op God! + + Piet Bathory." + + +Piet levend!... Piet in de nabijheid!... Aan den voet van den +omheiningsmuur!... Maar gebeurden er dan wonderen?... O, dat zou +Sava later vernemen!... Zij zou later vernemen, hoe hij aan den +dood ontrukt was. Voor het oogenblik was het genoeg te weten, dat +Piet Bathory haar nabij was! Ja, zeker, dat was voor het oogenblik +genoeg. Meer wilde zij, meer verlangde zij thans niet te vernemen. + +"Kom, laten wij vluchten!" zei zij. "Kom, laten wij maken uit die +nare woning te komen!" + +"Ja, laten wij vluchten," antwoordde Pescadospunt. "Dat is goed en +wel, maar..." + +"Maar?..." vroeg Sava ongeduldig. "Ik geloof niet, dat het raadzaam +is, zich lang te bezinnen." + +"Wij moeten alle kansen aan onze zijde hebben. Eene mislukking, +zou den toestand nog gevaarlijker maken." + +"Welke kansen?" vroeg het jonge meisje, dat de redeneering van den +acrobaat moest beamen. + +"Luister. Eene vraag slechts: Is Namir gewoon den nacht in dit vertrek +door te brengen?" + +"Neen," antwoordde Sava. "Zij slaapt gewoonlijk in haar eigen vertrek, +nimmer hier." + +"Neemt zij de voorzorg, om u hier op te sluiten, wanneer zij voor +eenigen tijd afwezig moet zijn?" + +"Ja." + +"Waarom heeft zij dat thans niet gedaan?" + +"Dat weet ik niet." + +"Zij kan dus terugkomen. Dunkt u dat ook niet?... Anders zou zij de +deur wel gesloten hebben." + +"Ja!... Laten wij vluchten!" sprak Sava Sandorf gejaagd. "Kom, dan +toch. Wij hebben geen tijd te verliezen." + +"Dadelijk!" antwoordde Pescadospunt. "Maar luister eerst naar mij." + +Hij ontwikkelde toen het plan, dat zijn schrander brein uitgedacht +had. Het was zeer eenvoudig. + +Zij moesten de trap op van den minarettoren, die tevens toegang +verleende tot het terras, dat uitzicht op de vlakte had. + +Eenmaal daar aangekomen, zou de ontsnapping met het touw, dat daar hing +en tot aan den grond reikte, gemakkelijk te volvoeren zijn. Daartoe +had men weldra besloten. + +"Kom!" zei Pescadospunt, terwijl hij Sava Sandorf de hand reikte. "Kom, +het is nu tijd." + +"Kom!" zei het jonge meisje, die onbeschroomd hare hand in de zijne +legde. "Ik ga met u mede." + +Hij was op het punt, om de deur van het vertrek te openen toen +eensklaps voetstappen op de marmeren vloersteenen van de galerij +vernomen werden. Ter zelfder tijd weerklonk eene stem, die eenige +woorden op gebiedende wijs uitsprak. + +Pescadospunt had de stem van Sarcany herkend. Ja, hij was het die in +allerijl naar Sava's kamer toetrad. + +Bewegingloos bleef de acrobaat een poos op den drempel van de deur +staan. + +"Hij is het"... fluisterde het jonge meisje. "Hij is het!... God zij +ons genadig!..." + +"Ja, dat hoor ik," antwoordde Pescadospunt eveneens fluisterend. "Maar +wat te doen?" + +"Als hij u hier vindt..." + +Het meisje aarzelde. + +"Nu, wat dan?" + +"Dan zijt gij verloren! Reddeloos verloren! O God, wat zal hier +gebeuren?" + +"Ja, maar hij zal mij niet vinden!" + +"Hoe wilt gij doen?... Ontkomen is thans niet meer mogelijk", was +Sava's meening. + +Maar Pescadospunt antwoordde op die vraag niet. + +De vlugge acrobaat had zich op den grond uitgestrekt en toen, met eene +rappe en behendige beweging, die hij zoo dikwijls op de kermissen, +bij het verrichten zijner meesterstukken volvoerd had, wikkelde hij +zich in een van de tapijten, die op den vloer uitgestrekt lagen, +en waarvan hij een punt met vlugge hand gegrepen had, en rolde zich +toen tot in den donkersten hoek van het vertrek. Niemand zou daar in +dat pak een menschelijk wezen vermoed hebben. + +Juist was hij daarmede klaar, toen de deur vrij luidruchtig open ging, +waardoor Sarcany en Namir binnentraden. Eenmaal binnen, sloten zij +de deur achter zich toe. + +Sava had middelerwijl weer plaats op den divan genomen. Zij hield +zich zoo bedaard mogelijk en geen van beide nieuwaangekomenen +bemerkten iets. + +Met welk oogmerk kwam haar Sarcany thans opzoeken?... Dat was de vraag, +die Sava bezig hield. + +Zou hij weer moeite komen doen, om hare weigering tot dat gehate +huwelijk te overwinnen? + +Om het even! Sava Sandorf gevoelde zich thans sterk! Zij wist, dat +Piet Bathory levend was, dat hij haar buiten wachtte! + +Pescadospunt lag, steeds in het tapijt gerold, in den hoek, en al +kon hij niets zien, zoo kon hij toch alles hooren, wat er gezegd +werd. Niets zou hem ontsnappen. + +"Sava," begon Sarcany, "morgen ochtend zullen wij dit huis verlaten, +om ons elders te vestigen." + +Het jonge meisje antwoordde niet. Het was alsof tot haar niet +gesproken werd. + +"Ik wil evenwel niet van hier gaan," vervolgde Sarcany, "zonder +dat gij in ons huwelijk toegestemd zult hebben, ja, zonder dat het +voltrokken zal zijn..." + +Hij wachtte een oogenblik. Maar geen antwoord liet zich hooren. Sava +zat slechts te luisteren. + +"Alles is gereed." ging hij kalm en bedaard voort, "en gij zult +dadelijk moeten..." + +"Moeten!... Noch nu, noch later!" antwoordde het jonge meisje op +koelen en vastbesloten toon. + +"Sava," hernam Sarcany, alsof hij dat antwoord niet gehoord had, +"Sava, in ons beider belang is het noodig, dat uwe bewilliging vrij +geschiede. Begrijpt gij?" + +"Wij kunnen nimmer gemeenschappelijke belangen hebben!" antwoordde +zij trotsch en fier. + +"Pas op!... Ik waarschuw u. Trotseer mij niet! Dat is een gevaarlijk +spel." + +En toen het jonge meisje slechts met een verachtelijk glimlachje op +die bedreiging antwoordde, vervolgde Sarcany: + +"Ik meen u te moeten herinneren, dat gij uwe bewilliging reeds te +Ragusa gegeven hebt"... + +"Zoo, meent gij dat?" vroeg Sava hoonend. "Mijne bewilliging te +Ragusa?... Durft gij daarop nog zinspelen?" + +"Ja, die bewilliging hebt gij gegeven." + +"De redenen daartoe bestaan niet meer." + +"Luister, Sava," hernam Sarcany, wiens gemoed kookte van drift, terwijl +hij alle moeite deed, om uiterlijk kalm te blijven, zonder dat hem +dit gelukte, "thans vraag ik voor de laatste maal uwe bewilliging..." + +"Onnoodig!" + +"Wat is onnoodig?... Maak toch niet zooveel praatjes," antwoordde +hij kortaf. + +"Ja, onnoodig. Die bewilliging zal ik, zoolang een ademtocht mij +bezielt, weigeren." + +Sarcany glimlachte smadelijk. Hij meende zeker te zijn, haar te +kunnen dwingen. + +"O, wees verzekerd, ik zal er de kracht toe hebben!" + +"Welnu, die kracht zal ik u ontnemen! Daar is reeds voor gezorgd, +daar kunt gij op rekenen." + +Thans was het aan Sava, om een gebaar te maken. Zij was zich van hare +kracht bewust. + +"Breng mij niet tot het uiterste!" brulde Sarcany. "Ja, die kracht zal +men u ontnemen, die gij tegen mij aanwendt. Namir zal haar wel weten +te temmen, en dat uws ondanks, met geweld zelfs, als het moet. Weersta +mij niet, Sava!... Hoort gij mij? Ik dreig zelden, maar als ik dreig, +is de uitvoering steeds nabij. Vergeet dat niet." + +Steeds diezelfde tergende glimlach. De Tripolitaan stond te trillen +van woede. Hij hernam evenwel zoo bedaard mogelijk: + +"De Imam staat gereed, om ons huwelijk volgens de gebruiken van dit +land, dat mijn vaderland is, te voltrekken.... Volg mij dus! Wilt +gij niet goedschiks, dan zal ik u met geweld dwingen." + +Bij die woorden trad Sarcany op het jonge meisje toe, dat vlug van +den divan opsprong en in allerijl naar het uiteinde van het vertrek +vluchtte. + +"Ellendeling!" zei zij, terwijl een waas van verachting hare schoone +lippen krulde. + +"Gij zult met mij meegaan!... O, gij kunt mij onmogelijk ontkomen! Uw +lot is beslist." + +"Met u meegaan?... dat nooit!" sprak het jonge meisje vastberaden +uit. "Dat nooit! Hoort ge?" + +"Gij zult mij volgen!" brulde Sarcany, die zichzelven niet meer +meester was. "Gij zult!" + +"Nooit! Nooit!... Ik herhaal het u tot walgens toe. Nooit! Nooit!" + +"Pas op! Ik waarschuw u nogmaals. Dwing mij niet tot gewelddadigheden." + +Sarcany had den arm van het jonge meisje gegrepen om haar, geholpen +door Namir, naar de skiffa te sleepen, waar de Moquaddem Sidi Hassan +en de Imam hen beiden wachtten. + +"Help!... help!" riep Sava verbijsterd uit. "Help!... Help!..." + +"Ja, roep maar om hulp!" grinnikte de ellendeling. + +"Help!... help!... Piet Bathory, te hulp!" + +De arme Sava wrong zich de handen. + +"Piet Bathory!..." riep Sarcany spottend uit. "Roept ge de dooden +te hulp?" + +"Neen, Piet Bathory is niet dood!" kreet het jonge meisje in hare +overspanning. "Hij is levend!... Piet Bathory! te hulp! te hulp! Ik +smeek u. Help!" + +Dat antwoord trof Sarcany en verschrikte hem meer dan de verschijning +van zijn slachtoffer zou hebben kunnen teweeg brengen. Maar hij +herstelde zich spoedig. + +Piet Bathory levend! Piet Bathory, dien hij met vaste hand +getroffen had en wiens lijk hij naar het kerkhof te Ragusa had zien +dragen!... Inderdaad, dat kon slechts in het brein eener krankzinnige +opkomen. + +En, was het niet mogelijk, dat Sava onder den invloed der wanhoop +krankzinnig was geworden? + +Pescadospunt had intusschen dat geheele gesprek gehoord. Door Sarcany +mede te deelen, dat Piet Bathory niet dood was, had Sava haar leven +in groot gevaar gebracht. Dat was buiten twijfel. Onze acrobaat +hield zich dan ook gereed, om met zijn mes in de hand te voorschijn +te treden, wanneer de ellendeling tot verdere gewelddadigheid zou +willen overgaan. Niemand zal hem verdenken, dat hij zou aarzelen, om +toe te stooten, en wie dat zou willen doen, zou waarlijk Pescadospunt +niet gekend hebben! Hij was in dat oogenblik tot alles in staat, ja, +zelfs tot een moord! + +Maar het zou zoover, Goddank, niet komen. Uitkomst was inderdaad nabij. + +Plotseling sleurde Sarcany Namir mede. Hij sloot de deur met geweld +toe en draaide den sleutel om, ten einde over het lot van het jonge +meisje te gaan beraadslagen. + +Pescadospunt ontrolde zich uit zijn tapijt, toen hij de deur hoorde +toeslaan, en was met één sprong op de been. + +"Kom," zei hij tot Sava. "Kom, nu mag er geen enkel oogenblik +verloren gaan!" + +Deze keek hem verbijsterd aan. "Zijn wij dan niet opgesloten?" vroeg +zij. + +Daar het slot zich aan den binnenkant der deur bevond, beijverde de +behendige kerel zich de schroeven met den schroevendraaier van zijn +zakmes los te maken. Dat was slechts kinderspel voor hem! Dat was +volstrekt niet moeielijk en veroorzaakte geen gedruisch. In weinige +oogenblikken was hij daarmede dan ook gereed, en stak hij zijn mes +weer in den zak. + +Toen de deur geopend was en zij naar buiten gestapt waren, sloot +hij haar weer. Daarna schreed Pescadospunt vooruit en sloop door de +galerij langs den muur der patio. + +Het kon toen zoo ongeveer half twaalf in den nacht zijn. Eenige +lichtstralen ontsnapten nog door de muurversieringen der +skiffa. Pescadospunt vermeed dan ook zorgvuldig om die zaal voorbij +te gaan, en richtte zich daarentegen naar den tegenovergestelden hoek +der binnenplaats, om langs dien de patio te bereiken. + +Toen beiden aan de deur van die gang aangekomen waren, volgden zij +die tot aan het andere uiteinde. Zij hadden nog slechts eenige weinige +passen af te leggen, om de trap van het minarettorentje te bereiken, +toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf, wier hand +de zijne niet losgelaten had, tegenhield. Ook het jonge meisje stond +toen verschrikt stil. + +Drie mannen liepen in de eerste binnenplaats rondom het beschreven +waterbekken op en neer. De Moquaddem Sidi Hassan--want deze was +een hunner,--gaf een bevel aan beide anderen. Deze verdwenen bijna +onmiddellijk daarop langs de trap van het minarettorentje, terwijl +hun heer een der zijvertrekken binnentrad. + +Pescadospunt begreep, dat Sidi Hassan er aan dacht, om den omtrek +zijner woning te doen bewaken. Dus het was te voorzien, dat wanneer +het jonge meisje en hij het terras zouden bereiken, dit niet verlaten, +maar wel degelijk bewaakt zoude zijn. Dat zou wel de noodlottigste +teleurstelling wezen, die zij zouden kunnen ondervinden. Dat viel +niet te ontkennen. + +"Wij moeten evenwel alles er aan wagen!" zei Pescadospunt vastberaden. + +"Ja..... alles!" antwoordde Sava Sandorf, niet minder kloekmoedig. + +Beiden bereikten weldra, na de galerij doorgeslopen te zijn, de +trap, die zij met de meeste voorzichtigheid en zonder eenig gekraak +te veroorzaken, bestegen. Toen Pescadospunt op de bovenste trede +aangekomen was, bleef hij staan en keek scherp rondom zich. + +Geen gerucht hoegenaamd werd vernomen, zelfs niet de eentonige pas +van de een of andere schildwacht. + +Pescadospunt opende zachtkens de deur en, gevolgd door Sava Sandorf, +sloop hij langs de schietgaten van den borstweringsmuur. + +Plotseling weerklonk nu uit het bovenste gedeelte van het +minarettorentje een alarmkreet, die door een der wachthebbende +manschappen geslaakt werd. In hetzelfde oogenblik sprong de andere +op Pescadospunt toe, terwijl Namir het terras opvloog en het overige +personeel van den Moquaddem Sidi Hassan zich over de binnenplaatsen +der woning verspreidde. + +Zou Sava Sandorf zich weer laten vatten?... Zou zij weer in handen +van hare belagers vallen? + +Neen!... Wanneer zij andermaal in de macht van Sarcany geraakte, +dan was zij verloren!... Zij verkoos den dood boven die +wisselvalligheid! Ja, liever den dood! + +Het jonge meisje ijlde, na Gode hare ziel aanbevolen te hebben, naar +den borstweringsmuur en sprong, zonder een oogenblik te aarzelen, +van boven het terras naar beneden. + +Pescadospunt had den tijd en de gelegenheid niet gehad, om haar te +weerhouden. Hij velde den man, die hem wilde grijpen, met een stomp +onder de korte ribben ter neder, daarop greep hij ijlings het touw, +dat buiten het kanteel werk hing, en eene seconde later was hij buiten +en aan den voet van de muuromheining aangekomen. Een angstig gevoel +maakte zich evenwel onmeedoogend van hem meester. + +Hij keek rondom zich en huiverde bij de vreeselijke gedachte, die +bij hem opkwam. + +"Sava!... Sava!..." riep hij, terwijl hij zich woest aan de haren +trok. "Sava!" + +En toen hij niet dadelijk antwoord kreeg, herhaalde hij: + +"Sava!... Sava!... Och, zou het arme meisje een ongeluk overkomen +zijn?" + +"Hier is de juffer!..." antwoordde hem eene bekende stem. "Schreeuw +toch zoo niet. Hier is zij!" + +"En?..." vroeg Pescadospunt aarzelend. + +Hij durfde niet verder. + +"En niets gebroken!..." vervolgde de bekende stem. "Neen, haar deert +niets. Daar heb ik voor gezorgd." + +"Niets?" + +"Neen!... Ik bevond mij daar juist van pas, om... Maar, pas op!... Wat +is dat?" + +Een kreet van woede, gevolgd door een dof gerucht, brak den volzin +van Kaap Matifou af. + +Namir, door een gevoel van razernij vervoerd, had hare prooi, die +haar ontsnapte, niet willen verlaten. Zij had ook den sprong gewaagd, +maar had zich het hoofd op den grond verbrijzeld, zooals dat Sava +Sandorf ook wedervaren zoude zijn, wanneer de sterke armen van Kaap +Matifou haar niet opgevangen en in haren val weerhouden hadden. + +Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren toegeijld +en hadden zich bij Kaap Matifou en Pescadospunt aangesloten. Deze +vluchtten toen terstond naar den kant van het strand. Sava Sandorf +woog, hoewel zij haar bewustzijn verloren had, niet meer dan eene +veer voor de stevige armen van haren redder. Hij zou er wel drie +zulke hebben kunnen dragen. + +Toen die kleine bende de kreek bereikte, waar de _Elektriek_ wachtte, +bevond dokter Antekirrt zich met zijne makkers reeds aan boord, en +na eenige weinige omwentelingen van de schroef, waren allen buiten +het bereik hunner vijanden. Het vaartuig stevende de kreek uit en de +buitenhaven voorbij, en was in weinige oogenblikken in het ruime sop +en buiten gevaar. + +Sava werd in het salon gebracht. Toen zij daar met dokter Antekirrt +en Piet Bathory alleen was, keerde het bewustzijn weder. Zij vernam +toen, natuurlijk met veel aandoening, dat zij de dochter van graaf +Mathias Sandorf was!... Zij bevond zich weldra in de armen en aan +de borst van haren vader. Welke aandoeningen die man toen ondervond, +zal de lezer waarschijnlijk wel bevroeden. Eene menschelijke pen is +onbekwaam die naar eisch weer te geven. + + + + + +X. + +ANTEKIRRTA. + + +Vijftien uren nadat zij de kust van Tripoli verlaten had, werd de +_Elektriek 2_ door den uitkijk van Antekirrta geseind. Het vaartuig +was toen nog maar ter nauwernood zichtbaar, maar in den namiddag +lag het in de binnenhaven van het eiland ten anker. Dokter Antekirrt +was tevreden, en moest erkennen, dat die overtocht binnen den kortst +mogelijken tijd volvoerd was. + +De lezer zal gemakkelijk kunnen gissen, welke ontvangst het geachte +hoofd van het eiland en zijne wakkere tochtgenoten ten deel viel. + +Hoewel Sava zich nu geheel en al buiten gevaar bevond, werd er toch +besloten, dat de banden, die haar aan dokter Antekirrt verbonden, +stipt geheim zouden gehouden worden. Daar bestonden redenen voor, en +ieder die met de ware toedracht bekend was, verbond er zich toe. Die +waren trouwens niet veel, namelijk: Piet Bathory, zijne moeder, +Luigi en Maria Ferrato, Kaap Matifou en Pescadospunt. + +Graaf Mathias Sandorf wilde onbekend blijven, totdat hij volledig de +taak zou vervuld hebben, die hij op zich genomen had. Maar het was +voldoende, dat Piet Bathory, die voor hem een zoon was,--zoo veel hield +hij van hem,--verloofd was met Sava Sandorf, om overal en van alle +kanten de vreugde te ontwaren, die dan ook door allen, op werkelijk +aandoenlijke wijze aan den dag gelegd werd, zoowel op het stadhuis +als in Artenak, de kleine hoofdplaats van het eiland Antekirrta. + +De lezer zal zich gewis ook kunnen voorstellen, wat mevrouw Bathory +moest ondervinden, toen Sava na zooveel beproevingen teruggevonden +en haar weergegeven was! Die goede vrouw gevoelde zich inderdaad zoo +gelukkig mogelijk. + +Het jonge meisje herstelde spoedig. Weinige dagen van geluk waren +voldoende, om haar de volle gezondheid weer te geven. + +Wat Pescadospunt betreft, die brave kerel had zijn leven gewaagd; +dat was ontwijfelbaar en dat viel niet te ontkennen, maar volgens +hem was dat zeer natuurlijk, en er bestond geen mogelijkheid om +hem daarover althans in woorden erkentelijkheid te betuigen. Piet +Bathory had hem zoo innig aan zijn hart gedrukt en dokter Antekirrt +had hem met zulk een goedaardigen blik aangekeken, dat hij verder +niets hooren wilde. Volgens zijne gewoonte daarenboven, kende hij de +geheele verdienste van de redding aan Kaap Matifou toe. Ja, aan Kaap +Matifou, zijn tweeling-broeder als het ware. + +"Ziet ge," herhaalde hij telkens, "dat is de man, dien gij moet +bedanken. Niet mij!..." + +"Loop heen," sprak de reus, half lachende, half gebelgd. "Loop heen +met je praatjes!" + +"Hij heeft alles gedaan," ging Pescadospunt voort. "Hij alleen, +die sterke vent." + +"Ik? Neen, hij!" + +"Ja, hij, die Kaap van mijn hart! Als hij er niet geweest was, dan +waarachtig ..." + +"Nogmaals, loop heen! Je brengt mij waarlijk uit mijn humeur!" zei +de Hercules blozend. + +"Als die goede Kaap niet zooveel behendigheid bij de oefening met dien +staak aan den dag had gelegd, dan zou ik niet met een sprong binnen het +huis van dien akeligen Moquaddem Sidi Hassan hebben kunnen dringen...." + +"Schei uit! Je maakt mij inderdaad zeeziek! Je bent een nare +kerel! Hoor je?" + +"En Sava Sandorf", ging Pescadospunt voort, zonder op de onderbreking +van Kaap Matifou te letten, "zou den dood gevonden hebben, wanneer +mijn dierbare Kaap niet daar geweest was, om haar in zijn armen op +te vangen!" + +"Dat is waar," sprak het jonge meisje met een schalkschen +glimlach. "Dat is ontwijfelbaar waar, mijnheer Matifou!" + +"Zal je nu eindigen!" sprak Kaap Matifou half gebelgd tot Pescadospunt. + +"Waarom? Waarom zou ik eindigen? Ik spreek slechts de waarheid, +dat kan niemand ontkennen." + +"Gij gaat te ver, want het denkbeeld, om..." + +"Zwijg, Kaaplief!" viel hem Pescadospunt in de rede. + +"Waarom zou ik nu moeten zwijgen? Ik wil en zal thans spreken! Hoort +ge? Niemand zal mij dat beletten." + +"Drommels, ik ben niet sterk genoeg, om complimenten van dat gehalte +in ontvangst te nemen, terwijl gij..." + +"Nu terwijl ik?" vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijne mouwen +opstroopte en zijne Hercules-armen met welgevallen beschouwde. "Nu, +ga voort, terwijl ik?..." + +"Kom, laten wij onzen tuin gaan bebouwen en verzorgen", zei +Pescadospunt lachende. "Daar zullen die cyclopen-armen te pas +komen. Wij hebben onze plantage te lang verwaarloosd." + +"Cyclopen-armen!..." pruttelde Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend +volgde. "Gij zoudt willen, dat gij uwe magere asperges tegen die +cyclopen-armen kondet verruilen. Wacht maar... die cyclopen-armen +zullen je die plagerijen wel betaald zetten!..." + +Pescadospunt schaterde het uit, maar antwoordde niet en trok zijn +vriend met zich voort. + +Kaap Matifou zweeg verder; maar eindigde met zich alle gelukwenschen +te laten aanleunen, alleen "om zijn kleinen Pescadospunt niet te +ontstemmen." Dat duidde op een goedig karakter. Maar ieder was dat +van den zachtaardigen reus gewoon. + +Er werd besloten, dat het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf +al zeer spoedig, namelijk op den 9den November zoude voltrokken +worden. Wanneer onze jonge vriend de echtgenoot van Sava geworden +zou zijn, zou hij dadelijk beginnen, om de rechten zijner vrouw op +de erfenis van graaf Mathias Sandorf te doen erkennen. De brief +van mevrouw Toronthal liet omtrent de geboorte en de afkomst van +het jonge meisje geen twijfel bestaan. Wanneer het daarenboven +noodig zoude zijn, dan zou men wel eene gelijkluidende verklaring +van den bankier verwerven. Het behoeft niet verzekerd te worden, +dat de noodige formaliteiten daarbij betracht werden, vooral omdat +Sava Sandorf nog niet meerderjarig was en derhalve den leeftijd nog +niet bereikt had, om hare rechten te doen eerbiedigen. Inderdaad, +zij zou haar achttiende jaar eerst over zes weken bereiken. + +Er moet bovendien bij verteld worden, dat in dat verloopen tijdvak van +vijftien jaren, een wijziging in de staatkunde plaats had gegrepen, +geheel ten voordeele van de Hongaarsche kwestie, en waaruit een betere +toestand geboren was, vooral ten opzichte van de herinnering, die de +zoo plotseling bedwongen onderneming van graaf Mathias Sandorf bij +eenige staatslieden achtergelaten had. Mildere gevoelens zaten bij +hen voor en zouden hunnen invloed niet missen. + +Wat den Spanjaard Carpena en den bankier Silas Toronthal betreft, +omtrent hun lot zou later afdoend beslist worden, evenwel niet vóórdat +Sarcany op zijne beurt een plaatsje in de kasematten van Antekirrta +zoude erlangd hebben. Eerst dan zou de taak van gerechtigheid, die +dokter Antekirrt ondernomen had, volvoerd mogen heeten. Ja, eerst +dan zou de deugd beloond en de misdaad gestraft mogen heeten. + +Maar terzelfdertijd, dat de dokter de middelen beraamde, om zijn doel +te bereiken, gebood de noodzakelijkheid ernstig om maatregelen van +voorzorg voor de veiligheid der kolonie te treffen. Zijne agenten in +de Cyrenaïsche streken en in het Tripolitaansche Regentschap meldden +hem toch, dat de Senousistische beweging in belangrijkheid buitengewoon +toenam, vooral in het villayetschap van Ben Ghazi, dat zich het meest +in de nabijheid van het eiland Antekirrta bevond. Speciale loopers +stelden zich onafgebroken in betrekking tot Jerhboub, dat nieuwe +brandpunt van de Islamitische beweging, zooals de heer Duveyrier +dat tweede metropolitaansche Mekka noemde, waar toen Sidi Mohammed +El Mahedi tegenwoordige Grootmeester der Broederschap met zijne hem +ondergeschikte hoofden van de geheele provincie resideerde. Daar nu +die Senousisten de waardige nakomelingen zijn van de oude Barbarijsche +zeeschuimers, dragen zij derhalve een ingekankerden en doodelijken +haat toe aan een ieder, die tot het Europeesche ras behoort. Dokter +Antekirrt begreep dan ook, dat hij zeer op zijne hoede moest zijn +en dat voor het eiland Antekirrta inderdaad zeer gevaarvolle dagen +aanbreken konden. + +En werkelijk, moeten niet aan de Senousisten toegeschreven worden +de veelvuldige moorden, die sedert twintig jaren op de Afrikaansche +sterftelijst hebben moeten ingeschreven worden? Als wij Beurman in 1863 +te Kanem hebben zien omkomen, Van der Decken met zijne makkers in 1865 +op de rivier Djouba, mejuffrouw Alexina Tinne en hare volgelingen in +1865 in de Ouadj Abedjouch, Dournaux Duperré en Joubert in 1874 bij +den waterput van In Azhar, de paters Paulmier, Bouchard en Menored in +1876 in de omstreken van In Calah, de paters Richard Morat en Pouplard +van den zendingspost Ghadames in het noorden van de Azdjer-streek, +den kolonel Flatters, de kapiteins Masson en De Dianous, den dokter +Guiard, de ingenieurs Beringer en Roche in 1881 op den openbaren +weg naar Warglâ, dan moeten alle die moorden toegeschreven worden +aan die bloeddorstige geaffilieerden, die er toe gedwongen worden de +Senousistische leer ten opzichte van stoutmoedige landonderzoekers ten +uitvoer te leggen. Onbedwingbare dweepzucht komt daarbij voornamelijk +in het spel. Dat is niet te betwisten. + +Omtrent dit onderwerp onderhield dokter Antekirrt zich zeer dikwijls +met Piet Bathory, met Luigi Ferrato, met de gezagvoerders zijner +flottilje, met de hoofden zijner militie en met de voornaamste +notabelen van zijn klein eiland. + +Zou Antekirrta een aanval van die schrikkelijke zeeschuimers kunnen +weerstaan? + +Ja, ongetwijfeld, hoewel het geheele versterkingsplan nog niet geheel +ontworpen, en sommige vestingwerken nog niet voltooid waren, zeker +zou Antekirrta zich kunnen verdedigen, evenwel in het geval dat de +aanvallers niet te talrijk zouden zijn. + +Van eene andere zijde beschouwd, zouden de Senousisten er eenig belang +bij hebben, het eiland te bemachtigen? + +Voorzeker, daar het de geheele Sidragolf beheerschte, die door de +kusten van de Cyrenaïsche en Tripolitaansche streken omzoomd en gevormd +werd. Voor hen vormde dat eiland als het ware een strategische knoop +en was dus zeer belangrijk. + +De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat ten zuidwesten van +Antekirrta het eilandje Kenkrof op een afstand van ongeveer +twee mijlen gelegen was. Nu had men den tijd niet gehad, om dat +eilandje te versterken, en dat dreigde gevaarlijk te worden, in +het waarschijnlijk geval, dat eene vloot daarvan hare operatiebasis +wilde maken. Dokter Antekirrt had het dan ook, zooals wij weten, bij +wijze van voorzorgsmaatregel laten ondermijnen, en thans werd eene +schrikkelijke ontplofbare stof, de penkrastiet, in de mijngangen, die +te midden van de rotsachtige massa aangelegd waren, geladen. Verdere +voorzorgen waren voorloopig niet te nemen. + +Er was maar eene electrische vonk noodig, die langs een onderzeeschen +metaaldraad, die het eilandje met Antekirrta verbond, afgezonden kon +worden, om Kenkrof, met alles wat zich op zijne oppervlakte bevond, +in de lucht te doen vliegen en te vernietigen. + +Ziehier, wat omtrent de andere verdedigingswerken van het eiland +verricht was. + +De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht en wachtten slechts +dat de aangewezen bedieningsmanschappen der militie hunne posten kwamen +innemen. Het centraal conisch fortje was gereed om vuur te kunnen +geven met zijne stukken, die zeer ver droegen. Talrijke torpedo's, +die in het vaarwater gezonken lagen, verdedigden den toegang der +haven. Ook de _Ferrato_ en de beide _Elektrieks_ waren tot handelen +gereed, hetzij om den aanval verdedigenderwijze tegen te gaan, hetzij +om bij den uitval op de aanvallende vloot in te loopen. Inderdaad, +de verdedigingsmiddelen van het kleine eiland Antekirrta waren niet +gering te schatten. + +Toch had het eiland eene kwetsbare plaats, namelijk de zuidwestelijke +kust. Daar was eene strook, die niet door het vuur der strandbatterijen +en door dat van het fortje bestreken werd, en waar dus gemakkelijk +troepen konden ontscheept worden. Men had nog geen tijd gehad, om +daar het versterkingsplan te voltooien. Dat was wel te betreuren. + +Daar bestond het gevaar, en misschien was het reeds te laat, om +afdoende verdedigingswerken te ontwerpen en daar te stellen. Maar +daaraan was nu in de gegeven omstandigheden niets meer te doen. Maar +was het, alles wel beschouwd, onwraakbaar zeker, dat de Senousisten +plan hadden, om het eiland Antekirrta aan te tasten? + +Dat was toch, bij eenig nadenken, eene zaak van belang, ja eene +gevaarlijke onderneming, die daarenboven een belangrijk materiëel +vorderde. Luigi Ferrato kon aan dat plan niet gelooven en twijfelde +nog. Dat gaf hij eens te kennen bij gelegenheid dat dokter Antekirrt, +Piet Bathory en hij de versterkingswerken van het eiland in oogenschouw +namen. + +"Wat zouden zij hier komen doen?" vroeg hij. "Neen, op Antekirrta +hebben zij het oog niet gevestigd." + +"Dat 's mijne meening niet," antwoordde dokter Antekirrt. "Het eiland +is rijk, het beheerscht de streken, die aan de Syrtische Zee gelegen +zijn. Al bestonden ook slechts die redenen, geloof mij, dan zou het +eiland toch vroeg of laat aangevallen worden; want de Senousisten +hebben er zeer groot belang bij, er zich van te bemachtigen!" + +"Meent gij?" vroeg Luigi Ferrato hoofdschuddende en nog steeds +ongeloovig. + +"Niets is zekerder dan dat," vulde Piet Bathory aan. "En mij dunkt, dat +dit eene gebeurlijkheid is, die ons zeer op onze hoede moet doen zijn!" + +"Nu, dat zullen wij!... Maar, intusschen wil het bij mij er nog maar +niet in..." + +"Wat mij vooral aan een aanstaanden aanval doet gelooven," hernam +dokter Antekirrt, "dat is, dat Sarcany tot de geaffilieerden van de +Khouâns behoort, en het is mij bekend, dat hij vroeger steeds voor +hen als agent in het buitenland werkzaam is geweest... Hij was het, +die wapens, kruit en lood voor hen opkocht." + +"Dat is zoo, maar..." + +"Herinnert u nu, mijne vrienden, dat Pescadospunt in het huis van den +Moquaddem een onderhoud tusschen Sarcany en Sidi Hassan afgeluisterd +heeft. In dat onderhoud werd de naam van het eiland Antekirrta +herhaaldelijk uitgesproken... Mij dunkt, dat dit zijne beteekenis +moet hebben. Zijt gij ook niet van die meening?" + +"Ja, maar..." + +"Sarcany weet," ging de dokter onverstoorbaar voort, "dat het eiland +mij toebehoort, dat wil zeggen aan den man, die een schrik voor hem is, +aan den man die Zirone op de hellingen van den Etna deed aanvallen..." + +"Jawel, maar welke..." + +"Dus, omdat hij daarginds op het eiland Sicilië niet geslaagd is, zal +hij ongetwijfeld hier trachten te slagen en dat met veel meer kansen in +zijn voordeel. Mij dunkt toch, Luigi, dat die redeneering steek houdt." + +"Heeft hij een persoonlijken haat jegens u, heer dokter?" vroeg +Luigi Ferrato. + +Antekirrt trok onverschillig de schouders op. De haat van zoo'n +aterling scheen hem niet te deeren. + +"Kent hij u ten minste?" vroeg de jonge zeeman, die zich zoo gauw +niet gewonnen gaf, met aandrang. + +"Het is mogelijk, dat hij mij te Ragusa gezien heeft," antwoordde +dokter Antekirrt. + +"Maar dat is niet voldoende om..." + +"In ieder geval," ging de dokter voort, "kan het hem niet onbekend +gebleven zijn, dat ik in die stad in aanraking gekomen ben met de +familie Bathory..." + +"Dat is te zeggen...." + +"Daarenboven moet hem op het oogenblik, toen Pescadospunt Sava uit +het huis van den Moquaddem Sidi Hassan ontvoerde, bekend geworden +zijn, dat Piet Bathory nog leefde. Dat alles moet in zijn geest eenig +verband gezocht hebben, en hij kan er niet aan twijfelen, dat èn Piet +èn Sava eene schuilplaats op het eiland Antekirrta gevonden hebben. Die +gedachte alleen is meer dan genoeg, om er hem toe te brengen, het +geheele Senousistische hondenpak tegen ons aan te voeren. En van die +hebben wij geene genade te verwachten, wanneer zij er in slaagden, +ons eiland te overweldigen." + +Die redeneering was volstrekt niet zonder grond. Het was meer dan +zeker, dat Sarcany nog niet wist, dat dokter Antekirrt en Graaf +Mathias Sandorf slechts één persoon uitmaakten. Hij wist evenwel +genoeg, om alles in het werk te stellen, ten einde de erfgename van het +domein Artenak weer in handen te krijgen. Niemand zal er zich dus over +verwonderen, dat hij den Kalief aangezet had, om een krijgstocht tegen +de Antekirrtsche volksplanting uit te rusten! Hij had zelfs aangeboden, +den aanval te besturen en te geleiden. Een lafaard was Sarcany niet. + +Men bereikte evenwel eindelijk den 3en December, zonder dat iets +geschied was, hetgeen op een aanstaanden aanval kon duiden. Het +was tot dien datum in den omtrek van het eiland Antekirrta volkomen +rustig gebleven. + +Er mag niet uit het oog verloren worden, dat de vreugde over het +weerzien en het geluk, om zich eindelijk allen te zamen vereenigd te +vinden, allen, behalve den dokter, als in eene betoovering besloot, +die voor de gedachten aan eene ernstige toekomst weinig, zeer weinig +overliet. Het aanstaande huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf +vervulde aller harten en aller hoofden. Iedereen trachtte zich zelven +de overtuiging op te dringen, dat de ongeluksdagen voorbij waren en +dat zij niet meer wederkeeren zouden. Hoe zou men zich intusschen +daarin vergissen! + +Het moet ten volle erkend worden, dat Pescadospunt en Kaap Matifou +de algemeene gerustheid volmaakt deelden. Zij gevoelden zich zoo +overgelukkig over het geluk der anderen, dat zij als het ware in +een voortdurenden staat van verrukking verkeerden. Zij betrachtten +dat geluk, hetwelk zij toch teweeg gebracht hadden, voortaan als +onverstoorbaar. + +"Het is om, bij mijn ziel, niet aan te gelooven," herhaalde +Pescadospunt voortdurend. + +Waarop Kaap Matifou, steeds onbevattelijk, onveranderlijk antwoordde +met de vraag: + +"Waaraan valt niet te gelooven? Op het vraagstuk omtrent geloof ben +ik nog al gemakkelijk." + +"Wel," antwoordde Pescadospunt dan lachende, "dat gij een dikke, +vette rentenier gaat worden, en dat...." + +"En dat?" vroeg Kaap Matifou dan ongeduldig. "Waarom gaat gij niet +voort? Zeg?" + +"En, dat ik er aan denk, om je te laten trouwen!" + +"Mij?" riep de reus verbouwereerd uit. "Kom, ge houdt mij voor +den gek!" + +"Ja, gij trouwen! Gij in eigen persoon!" + +"Ik, trouwen?... Het is inderdaad, om het uit te gieren van lachen," +hernam Kaap Matifou, die inderdaad zijn buik vasthield. + +"Ja,... en met een lief klein vrouwtje!" ging Pescadospunt met een +onverstoorbaar ernstig gelaat voort. + +"Houdt ge me voor den gek! Zeg het dan bijtijds, dan kan ik de plaat +poetsen." + +"Komaan, komaan, een lief klein vrouwtje... Is je dat nu voor den +gek houden?" + +"Waarom moet ze klein zijn?" vroeg Kaap Matifou plotseling nurksch +geworden. "Mij dunkt, dat ik niet zoo heel klein ben." + +"Verduiveld, ja... Je bemerking is juist... Een klein vrouwtje zou +niet bij je passen!..." + +"Welnu?" + +"Ge moet eene mooie vrouw hebben, maar onmetelijk van omvang... Mevrouw +Kaap Matifou moet iets kolossaals zijn, niet waar?... Zoo iets als +een klokketoren! Wat denkt ge er van?" + +"Dat ge andermaal spot!" + +"Neen, Kaap van mijn hart, wij zullen je zoo'n vrouw bij de Patagoniers +gaan zoeken!" + +"Loop naar den duivel! Dan ben je met je plagerijen een eind uit de +buurt! Goede reis!" + +Maar in afwachting, dat men voor Kaap Matifou eene wederhelft zou +vinden, die hem en ook zijner gestalte waardig zoude zijn, hield +Pescadospunt zich voornamelijk met het huwelijk van Piet Bathory +en Sava Sandorf bezig. Hij beraamde en overwoog, natuurlijk met +toestemming van dokter Antekirrt, de openbare feestelijkheden, +welke bij die gelegenheid, waarbij kermisspelen toegelaten, waarbij +gezangen voorgedragen en danspartijen georganiseerd zouden worden, +plaats zouden hebben. Dat daarbij saluutschoten uit alle stukken +geschut van het eiland niet zouden vergeten worden, alsook niet +een monsterachtig feestmaal in de open lucht, met eene serenade +aan de jonggehuwden, waarna een solemneele taptoe met fakkellicht, +bekroond door een prachtig vuurwerk, zal wel niet behoeven vermeld te +worden. Hij, hij Pescadospunt, zou voor dat alles zorgen. Bij zoo iets +was hij in zijn waar element. Het feest zou prachtig, zou schitterend +wezen! Men zou er lang, zeer lang over praten! Het zou eeuwig in de +herinnering der bewoners blijven! Leve! Leve de jonggehuwden! + +De vreugde zou echter van korten duur zijn. Een flikkervlam, niets +anders. Een waar stroovuur! + +Al die plannen zouden door de gebeurtenissen in hunne geboorte +verstikt, althans uitgesteld worden. + +In den nacht van den 3den op den 4den December,--een uiterst kalme +nacht, die evenwel door een dik wolkendak verduisterd werd--weerklonk +plotseling een electrische schel op het Stadhuis in het vertrek van +dokter Antekirrt. Dat was een afgesproken alarmsignaal. + +Het was toen ongeveer tien uur in den avond. De bewoners van het +Stadhuis zaten gezellig bij elkander. + +De dokter en Piet verlieten op dat sein het salon, waarin zij den +avond met mevrouw Bathory en met Sava Sandorf doorgebracht hadden. De +dames bleven, door een soort van voorgevoel vervoerd, wel eenigermate +ongerust achter. + +Toen de heeren in het kabinet gekomen waren, ontwaarden zij dat +het signaal kwam van den observatie-post, die op den top van den +centraalheuvel van het eiland Antekirrta geplaatst was. Vandaar had +men een ruim uitzicht. + +Vragen en antwoorden werden natuurlijk onmiddellijk gewisseld. Men +zou niet lang in twijfel verkeeren. + +De strandwachters en uitkijkers seinden de nadering eener flottilje +aan den zuidwestkant van het eiland. Het aantal en de aard van de +vaartuigen, waaruit die flottilje bestond, was door de heerschende +duisternis nog niet aan te geven. Maar dat zij talrijk waren, werd +door alle waarnemers op het nadrukkelijkst bevestigd. + +"Wat denkt gij er van?" vroeg Piet Bathory aan dokter Antekirrt, +die als in gedachten verzonken stond. + +"Wij moeten den Raad bij elkander roepen," antwoordde deze, na een +oogenblik peinzen. + +"Juist!" zeide Piet; "maar mij dunkt, dat er haast bij is." + +In minder dan tien minuten waren, behalve de dokter en Piet, ook +Luigi Ferrato en de gezagvoerders Narsos en Ködrik en de hoofden van +de militie op het Stadhuis vergaderd. + +Onmiddellijk werd hen mededeeling gedaan van de waarschuwingen, die van +de kustwachters en uitkijkers ingekomen waren. Een kwartier later waren +allen, na een bezoek aan de haven gebracht te hebben, op het uiteinde +van de lange pier, waarboven het kustlicht helder brandde, vergaderd. + +Van dit punt, dat slechts zeer weinig boven de oppervlakte der +zee verheven was, was het onmogelijk de flottilje te ontwaren, die +door de kustwachters, op den top van den centraalheuvel geplaatst, +ontdekt was. Maar wanneer men den gezichteinder schel verlichtte, zou +het ongetwijfeld mogelijk zijn het aantal dier vaartuigen te weten +te komen, alsook waar en onder welke omstandigheden zij de kusten +meenden te kunnen naderen en bereiken. De meeste stemmen waren voor +die verkenning. + +De vraag werd evenwel door eenigen geopperd, of het niet onvoorzichtig +was zoo de ware ligging van het eiland te kennen te geven? De dokter +meende van neen. Als het de lang verwachte vijand was, dan kwam die +niet blindelings. Die kende de ligging van het eiland Antekirrta zeer +goed, en dan zou niets hem kunnen beletten het te bereiken. + +De galvanische stroom werd dus in werking gesteld en weldra, +dank zij der kracht van twee electrische stralenbundels, die de +zee verlichtten, lag een breede sector van den gezichteinder bloot +voor het onderzoekende oog van de bewoners van Antekirrta, die den +gezichteinder angstvallig en zorgvuldig peilden. + +De kustwachters hadden zich helaas! niet vergist. Dat bleek al heel +spoedig. + +Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede +linie het eiland. Het waren voornamelijk chebekken, polacres, +trabacolos, sacolieven, en eene menigte anderen van minder gehalte. Dat +was zonder eenigen twijfel de flottilje der Senousisten, die deze +zeeschuimers van uit alle havens der Afrikaansche kuststreek van heinde +en verre hadden bij elkander gehaald, en die thans herwaarts stevende. + +Daar er volkomen windstilte heerschte en geen briesje de zeilen +deed zwellen, moesten de opvarenden noodzakelijk roeien. Dat had te +minder bezwaar, daar de kustbewoners aan zulk werk gewoon waren, en de +afstand tusschen de Cyrenaïsche kust en het eiland betrekkelijk kort +was, zoodat de overtocht gevoegelijk zonder wind kon geschieden. De +kalmte der zee begunstigde zelfs hunne plannen, daar de verscheping +nu niet door eene altijd gevaarlijke branding bemoeielijkt zou +worden. Daarenboven, een zeilend vaartuig is nimmer zoo van zijne +bewegingen zeker, als een vaartuig dat geroeid wordt. + +De flottilje bevond zich in dat oogenblik nog op een afstand van +ruim vier of vijf mijlen ten zuidwesten van het eiland. Zij zoude +dus niet voor zonsopgang den oever kunnen bereiken. Dat scheen in de +plannen der opvarenden te liggen; want het zou zeer onvoorzichtig te +noemen zijn, voordat het dag was, hetzij den aanval te ondernemen, +hetzij om te pogen om gewelddadig den ingang van de haven binnen te +dringen, hetzij om eene ontscheping op het zuidelijk gedeelte der +kust van Antekirrta te bewerkstelligen, hetwelk, zooals wij weten, +in onvoldoend verdedigbaren toestand verkeerde. Het was dan ook voor +een ieder duidelijk, dat de opvarenden geen haast maakten en den dag +wilden afwachten. + +Toen de naderende flottilje behoorlijk verkend was, werden de +electrische lichtbronnen uitgedoofd, waardoor de gezichteinder +weer in het duister gehuld werd. Dit geschiedde bij wijze van +voorzichtigheidsmaatregel. Men wilde zien, zonder gezien te worden. + +Er bleef dus niets anders over, dan het aanbreken van den dag af +te wachten. + +Inmiddels evenwel betrokken alle manschappen der militie, op bevel +van dokter Antekirrt, de hun reeds vroeger aangewezen posten. Het kon +toch zijn, dat de flottilje niet vereenigd was, en een afgezonderd +gedeelte elders trachtte te landen. + +Men moest gereed zijn, om eerste slagen toe te brengen. Daarvan hangt +veelal de uitslag van eene krijgsonderneming af. Hij die den eersten +slag toebrengt, heeft in den regel veel, zeer veel voor. + +Het was thans zoo goed als zeker, dat de aanvallers er niet meer aan +konden denken, het eiland te overvallen, daar de bundels lichtstralen, +die de waakzaamheid der opgezetenen wel is waar verraden hadden, +dezen tevens gelegenheid gegeven hadden, om het aantal der aanvallers +en de algemeene richting, welke zij namen, waar te nemen. + +Men waakte gedurende de laatste nachtelijke uren met de grootste +zorgvuldigheid en nauwgezetheid. Herhaaldelijk verlichtte men nog +den gezichteinder, hetgeen voornamelijk ten doel had, om het punt, +waar de flottilje zich bevond, meer nauwkeurig waar te nemen, en zoo +haren voortgang en de richting, die zij nam, oplettend te volgen. Men +bleef in de overtuiging, dat men, alvorens het dag was, voor geene +vijandelijkheden te vreezen had. + +Dat de aanvallers talrijk waren, daaromtrent kon hoegenaamd geen +twijfel bestaan. + +Of zij voldoend materiëel met zich voerden, om opgewassen te zijn tegen +de batterijen van Antekirrta, en dezen tot zwijgen te kunnen brengen, +was minder zeker en natuurlijk niet uit te maken. Misschien ontbrak +het hun wel geheel en al aan vesting- of positie-geschut. Maar al kon +zoo iets aangenomen worden, zoo waren toch de Senousisten door hunne +overgroote getalsterkte, waardoor de hoofden zich in staat gesteld +zagen, het eiland op verschillende punten tegelijk te laten aantasten, +zeer gevaarlijk en zeer te vreezen. Daarenboven, dokter Antekirrt +was van meening, dat men zijn vijand nimmer te licht moet achten. + +Eindelijk brak de dag aan, en de eerste zonnestralen verdreven in +weinige oogenblikken de laatste nevelbanken, die bij den horizon op +de oppervlakte der zee waren blijven hangen. + +Aller blikken wendden zich toen met eene zekere spanning naar de +zee ten oosten en ten zuiden van het eiland Antekirrta. Wat men toen +ontwaarde, was verre van geruststellend. + +De vaartuigen der flottilje ontwikkelden zich toen in eene lange +linie, die zich bij hare uiteinden eenigermate omboog, om zoo het +eiland te omsluiten. En dat was eene uiterst gevaarlijke beweging, +dat moesten de bewoners van Antekirrta erkennen. + +Inderdaad, daar waren meer dan tweehonderd vaartuigen in het gezicht, +waaronder er waren van een laadvermogen van dertig tot veertig +tonnen. Ongetwijfeld konden die te zamen eene macht van vijftienhonderd +tot tweeduizend gewapenden aan boord hebben. Met een weinig goeden wil, +waren er veel meer te bergen. + +Het was ongeveer vijf uren in den morgen, toen de flottilje ter hoogte +van het eiland Kenkrof aangekomen was. + +Zouden de aanvallers dat eilandje aandoen en daarop post vatten, +alvorens het hoofdeiland direct aan te tasten? Als ze dat deden, +zou dat een zeer gelukkige omstandigheid zijn; want dan zouden de +mijnwerken, door dokter Antekirrt aangelegd, al dadelijk in werking +kunnen komen en, zoo niet de oplossing en het einde van het vraagstuk +daarstellen, dan toch reeds bij het begin van den aanval den uitslag +voor de aanvallende Senousisten hachelijk maken. Hunne gelederen zouden +dan zoo gedund kunnen worden, dat verslagenheid niet zoude uitblijven. + +Een half uur kroop in de grootste spanning voorbij. Het was, alsof +de minuten uren waren. + +Een oogenblik kon de meening gelden, dat de vaartuigen, die het +eilandje langzamerhand genaderd waren, zouden landen en daar eene +ontscheping bewerkstelligen... Men tuurde... men wachtte... + +Daar kwam evenwel niets van. Het was, alsof de aanvallers het +gevaarlijke dier plek roken. + +Geen enkele sloep legde daar aan, en de vijandelijke aanvals-linie boog +meer zuidwaarts af, terwijl zij het eilandje rechts liet liggen. De +opvarenden maakten daarbij alle haast, en repten hunne roeiriemen +zoo krachtig zij maar konden. + +De uitgevoerd wordende beweging was duidelijk. Het was nu voor allen +begrijpelijk, dat het eiland Antekirrta direct aangevallen, of beter +gezegd, door de Senousisten overstroomd zoude worden. Overstroomd is +het ware woord, want nu de flottilje naderbij kwam, ontwaarde men, +dat zij zeer sterk bemand was. + +"Thans blijft ons niets anders over, dan ons te verdedigen!" zei +dokter Antekirrt tot de hoofden der militie. "Is dat ook niet uw +oordeel? Spreek onbewimpeld!" + +"Ja! ja!" riepen allen. "En wij zullen ons verdedigen! Als het moet, +tot den laatsten man!" + +Een sein werd oogenblikkelijk gegeven. Het geheele personeel, dat +buiten verspreid was, spoedde zich in allerijl naar de stad, waar +iedereen den post innam, die hem bij voorbaat aangewezen was. Dat was +in weinige minuten geschied. De versterkte punten waren nu behoorlijk +bezet en de omstreken geheel verlaten. Vrouwen en kinderen hadden +zich in de hoofdplaats teruggetrokken. + +Op bevel van dokter Antekirrt, nam Piet Bathory het commando op zich +over het zuidelijk gedeelte van de vestingwerken. Luigi Ferrato kreeg +het bevel over het oostelijk gedeelte. Zoo konden zij behoorlijk +hunne manschappen overzien. + +De verdedigers van het eiland--bestaande uit hoogstens vijf honderd +militieplichtigen--werden zoodanig verdeeld, dat zij overal tegen +den vijand konden optreden, waar deze pogen mocht den walgang der +stad aan te tasten. Wat den dokter betrof, die bleef het opperbevel +voeren, en hield zich gereed daar op te treden, waar hij meenen mocht, +dat zijne tegenwoordigheid het meest vereischt werd. Dat was niet de +gemakkelijkste betrekking, die hij voor zich behouden had. + +Mevrouw Bathory en Sava Sandorf moesten in de middenzaal van het +Stadhuis verblijven. Wat de andere vrouwen betrof, die moesten, in het +geval de stad bestormd zoude worden, volgens de getroffen beschikkingen +met hare kinderen een toevlucht in de bomvrije kazematten zoeken, +waar zij niets te vreezen hadden, zelfs wanneer de belegeraars eenige +stukken, ter ontscheping geschikt, ter hunner beschikking hadden. + +Nu het vraagstuk omtrent het eilandje Kenkrof ongelukkiglijk ten +nadeele van het hoofdeiland beslist was, moest de aandacht aan de haven +gewijd worden. Wanneer de flottilje daarin gewelddadig zoude pogen +binnen te dringen, dan zouden de fortjes op de beide pieren, welker +vuurmonden een kruisvuur op den ingang daarstelden, en de kanonnen +van de _Ferrato_, met de _Elektrieks_, die als torpedo-dragers dienst +deden, alsook de slapende torpedo's in de geul een overkomelijke +hinderpaal daarstellen, die niet gering te achten was. Het zou +zelfs een voordeeligen kans opleveren, wanneer de aanval aan dien +kant ondernomen mocht worden. De deskundigen hoopten dan ook, dat +zulks geschieden mocht. Evenwel,--en dat was voor een ieder maar al +te duidelijk,--het opperhoofd der Senousisten scheen maar al te wel +de verdedigings-middelen van het eiland Antekirrta te kennen; ook +scheen hij niet onbekend gebleven te zijn omtrent de kwetsbaarheid +van het zuidelijk gedeelte van het eiland en de gemakkelijkheid +eener landing aldaar. Eene poging, om een onvoorbereiden aanval op de +haven te bewerkstelligen, zou blootstellen aan een onmiddellijke en +volkomen vernietiging. Daarentegen leende zich eene ontscheping in het +zuidelijk gedeelte van het eiland veel beter tot het bereiken van het +beoogde doel. Tot dat plan werd dan ook besloten. Na dus zorgvuldig +vermeden te hebben, om in de toegangswateren van de haven te geraken, +zooals ook vermeden was geworden, vasten voet op het eilandje Kenkrof +te nemen, wendde de vijand, met de meeste inspanning voortroeiende, +zijne talrijke flottilje naar de zwakke punten, die de zuidelijke kust +van het eiland Antekirrta aanbood. Had men hem nu nog maar met de +strandbatterijen kunnen teisteren!... Maar neen, de flottilje bleef +op een eerbiedigen afstand buiten het werkzame vuur der kanonnen en +der mortieren. + +In weerwil, dat de afstand geschat werd te groot te zijn, werden toch +eenige schoten van de forten gelost. Onder den grootsten elevatiehoek +bereikten de kanonkogels bij den eersten boogaanslag niet eens het +derde gedeelte van den afstand, terwijl de projectielen, na hare +verdere aanslagen volbracht te hebben, de meest naastbijzijnde +vaartuigen niet eens bereikten, maar in de diepte verdwenen. + +Met de bommen en granaten was het niet beter gesteld. Hoewel de +blokken der mortieren aan het achtereinde omhoog getild waren, +om zoo minder valhoogte, maar meer afstand te verkrijgen, werd ter +nauwernood de helft van den af te leggen afstand bereikt, waar evenwel +de projectielen in zee ploften, zonder aanslagen op de wateroppervlakte +te maken. + +Het leverde evenwel een prachtig tafereel op, die volkogels op de +oppervlakte der zee te zien aanslaan, hen onder het opwerpen van +eene hooge waterzuil, die zich als een onmetelijke Geyzer sneeuwwit +in het zonlicht voordeed, te zien opspringen, een boog vormen, +andermaal aanslaan, opspringen en een waterstraal opwerpen, en zoo +voortgaande, terwijl de bogen en de waterzuilen allengskens kleiner +en kleiner werden, totdat het projectiel over de watervlakte een +eind weegs scheen te rollen, en daarbij eene diepe vore te ploegen, +die evenwel langzamerhand vervloot, totdat de aanleidende oorzaak in +de diepte verdween. + +Het was ook een trotsch gezicht, een bom of granaat van eene +betrekkelijk aanmerkelijke valhoogte plomp verloren in zee te zien +storten, waarbij het water met geweld omhoog spatte, en de oppervlakte +door tallooze kringen bewogen werd, die zich tot aan den horizon +uitstrekten. Het geluid van zulk een plomp werd in een ruimen kring +vernomen. Soms sprong zoo'n hol projectiel juist bij de aanraking +van de wateroppervlakte. Dan waren het wilde waterstralen, die in +alle richtingen voortgeschoten werden, dan waren het schuimmassa's en +fijne, waterstofdeeltjes, die met woest geweld opgeslingerd werden, +niet op eene eenige plaats, maar rondom het centraalpunt op ontelbare +plekken, alwaar de scherven van de uiteengesprongen ijzermassa het +water onder de meest verschillende hoeken scheerden. + +Maar de bewoners van het eiland hadden voor die tafereelen in die +oogenblikken weinig aandacht. Zij staakten weldra hun nutteloos vuur +en volgden met angstige oogen de richting der vijandelijke flottilje, +die al meer naar de zuidelijke kust van het eiland afhield. + +Zoodra deze beweging onmiskenbaar gebleken was, meende dokter Antekirrt +de maatregelen te moeten nemen, die door de omstandigheden geboden +werden. Men mocht den vijand daar niet ongehinderd laten landen. + +De gezagvoerders Ködrik en Narsos bestegen met eenige kloekmoedige +zeelieden ieder een der torpedobooten en verlieten in allerijl de +haven door een der toegangen, die geen gevaar van wege de slapende +watermijnen opleverden. + +Een kwartier later stormden de beide _Elektrieks_ als het ware op +de flottilje los; zij verbraken er de linie van, deden met hunne +torpedo's vijf of zes vaartuigen in de lucht vliegen en ramden een +dozijn anderen zoodanig, dat zij in zinkenden toestand verkeerden. + +Dat was een schoon succes! Had dat maar vervolgd kunnen worden, +dan ware de aanval bij zijn begin gestuit geworden! + +Evenwel was de overmacht der aanvallende Senousisten zoo groot, dat +de beide gezagvoerders er op bedacht moesten zijn en ook inderdaad +bedreigd werden, om geënterd te worden. Zij waren derhalve genoodzaakt +om hunne schuilplaats achter de havendammen met den meesten spoed op +te zoeken. Een der _Elektrieks_ had door den schok ernstige schade +aan den boeg bekomen, zoodat hij in allerijl op het strand gezet +moest worden, om hem voor zinken te behoeden. + +Intusschen was de _Ferrato_ niet werkeloos gebleven, maar had stelling +genomen en begon de flottilje met haar geschut te beschieten. Maar +hoewel de kustbatterijen haar vuur aan dat van het kloeke vaartuig +paarden, was men toch onmachtig, om te beletten, dat de groote massa +der zeeschuimers hunne ontscheping volbrachten. Hoewel een groot getal +der aanvallers gesneuveld was, en hoewel een twintigtal vaartuigen +reeds in den grond geschoten of in de lucht gesprongen waren, gelukte +het toch aan meer dan duizend Senousisten, om voet aan wal te zetten +op de rotsen van den zuidelijken oever, waarvan de nadering door de +te kalme zee in geenendeele bemoeilijkt werd. + +Toen kon men zien, dat de kanonstukken aan de dwepende aanvallers niet +ontbraken. De grootste Chebekken voerden eenige veldstukken, die op +veldaffuiten, behoorlijk van raderen voorzien, lagen. De aanvallers +konden hen ontschepen op dat gedeelte der kust, hetwelk buiten het +bereik van het vuur der stad gelegen was, en zelfs buiten dat der +kanonnen, waarmede het fortje op den centraalheuvel bewapend was. + +Van den post, dien dokter Antekirrt op den naastbijzijnden +uitspringenden hoek der versterkingen ingenomen had, had hij een +volledig overzicht, en kon hij de operatiën der ontscheping volkomen +volgen. Het was hem onmogelijk geweest, zich er tegen te verzetten. Dat +liet hem de geringe sterkte van zijn personeel niet toe. + +Maar daar hij achter zijne muren betrekkelijk veel sterker was, zou +de taak der belegeraars, hoe talrijk zij ook waren, uiterst moeielijk +worden. Dat zouden zij al dadelijk ondervinden. + +Dezen hadden zich, terwijl zij hunne lichte artillerie voortsleepten, +in twee kolonnes verdeeld. Zij marcheerden voorwaarts, zonder eenige +dekking te zoeken, en met die zorgelooze koelbloedige dapperheid, +den Arabier zoo eigen, met die stoutmoedigheid der dweepziekte, +die bij hen door de hoop op buit en den haat tegen de Christenen en +Europeanen, eene ware doodsverachting doet geboren worden. + +Toen zij goed en wel onder schot gekomen waren, braakten de batterijen +met hunne kogels, granaten en kartetsen, dood en verderf uit. Dat +weerhield hen niet. Integendeel, zij beijverden zich al meer en meer +op te dringen, al meer en meer veld te winnen. + +Hunne veldstukken namen stelling en begonnen bres te schieten in een +muurvak, dat den hoek uitmaakte van de onvoltooide courtine van het +zuider-vestingfront. Die muur kon niet veel weerstand bieden en was +dan ook spoedig in puin gelegd. + +Het opperhoofd der aanvallers stond steeds kalm en moedig te midden +van hen, die onder het moorddadig geschut der belegerden aan zijne +zijde vielen, en bestuurde met beleid den aanval. Sarcany bevond +zich bij hem en hitste hem voortdurend op, om storm te doen loopen, +door eenige honderd strijders op de gevormde bres te werpen. + +Dokter Antekirrt en ook Piet Bathory herkenden hem zeer goed. Meermalen +gaven zij een schot op hem af, zonder hem evenwel te raken. De afstand +daartoe was te groot. + +Hij van zijn kant had hen ook herkend en hield hen goed in het oog, +maar beantwoordde hun vuur met een uittartend gebaar. + +De groote massa der belegeraars begon zich middelerwijl in de +richting van den muur in beweging te stellen, die ingestort was +en thans doorgang kon verleenen. Wanneer zij er in slaagden, die +bres te bekronen, te overschrijden, en wanneer zij zich in de stad +konden verspreiden, dan waren de belegerden te zwak om krachtigen +wederstand te kunnen bieden. Dan waren dezen genoodzaakt, om de +plaats te ontruimen. En met de bloeddorstige geaardheid van die +zeeschuimers, zou de overwinning dadelijk door een algemeenen moord +gevolgd worden. Wee dan, de arme vrouwen en kinderen! + +Er moest dus op leven en dood gevochten worden! Hier zou dus het +pleit beslecht worden! + +De strijd, die hier man tegen man gevoerd werd, was dan ook +schrikkelijk te noemen. Gelukkig, dat om de bres te kunnen beklimmen, +de aanvallers zich slechts over een smal punt konden uitbreiden. + +Onder de bevelen van den dokter, die kalm en bedaard in het +grootste gevaar, en als onkwetsbaar te midden van den kogelregen +pal stond, verrichtte Piet Bathory en zijne makkers wonderen van +dapperheid. Pescadospunt en Kaap Matifou sprongen hen bij met eene +stoutmoedigheid, die zijne weerga niet had, en alleen geëvenaard werd +door hunne behendigheid, om de gevaarlijke slagen te ontwijken. + +De stevige Hercules had in de eene hand een mes en in de andere +eene bijl, waarmede hij op verwonderlijke wijze ruimbaan rondom zich +maakte. Ware er tijd toe geweest, dan zou zich een kring toeschouwers +rondom hem gevormd hebben, en die zouden zeker in de handen geklapt +hebben. + +"En hier!" + +"En daar!" riep de reus, terwijl hij met de eene hand zijn wapen in +eene borst stiet, en met de andere een schedel kloofde. Hij miste +nooit! De heuvel gesneuvelden hoopte zich rondom hem op. + +"Flink zoo, dierbare Kaap!" riep Pescadospunt, die zich ook +repte. "Stoot toe! Sla toe!" + +"Wat willen ze?" schreeuwde Kaap Matifou woedend. "Laat ze maar +opkomen!" + +"Sla ze dood!" antwoordde zijn makker, wiens revolver, voortdurend +herladen en afgeschoten, het geknetter van een vuurwerk liet hooren. + +Maar de vijand week niet. Hij hield met een bewonderenswaardigen +moed stand. + +Na herhaaldelijk uit de bres verdreven te zijn, hervatten nieuwe +drommen telkens en telkens de bestorming en waren eindelijk op het +punt, om haar te beklimmen en de stad in te snellen, toen er eindelijk +van achteren eene afleiding uitgevoerd werd. + +Wat was er gebeurd? Vanwaar kwam die onverwachte hulp? O, wij zullen +het dadelijk vernemen. + +De _Ferrato_ had op minder dan drie kabellengten afstand van +den oever postgevat, alwaar hij, met zijne schepraderen voor en +achterwaarts slaande, onder stoom bleef. Van dat punt begon hij met +zijne kanonnaden, die allen langs stuurboord gehaald waren, met zijn +lang jaagstuk, met zijne Hotchkiss-revolverkanons, met zijne Gattling +mitrailleuses te vuren, en maaide de aanvallers als het koren onder +de zeis weg. Het vaartuig viel hen in den rug aan, het beschoot ze +op het strand, terwijl het terzelfder tijd de vaartuigen vernielde, +die aan den voet der rotsen vastgemaakt lagen. + +Dat was een schrikkelijke en onverwachte slag voor de Senousisten. Niet +alleen werden zij in den rug beschoten, maar ieder middel ter +ontvluchting werd hen ontnomen, wanneer, wel te verstaan, hunne +vaartuigen door de projectielen van de _Ferrato_ verbrijzeld werden. En +dat lag bij den gang van het gevecht voor de hand. + +Voor Oostersche volkeren bestaat er--hoe moedig ze ook zijn--niets +verschrikkelijkers, dan wanneer hunne terugtochtslijn bedreigd wordt. + +De aanvallers hielden toen halt voor de bres, die door de +militieplichtigen hardnekkig verdedigd werd. Reeds meer dan vijfhonderd +Senousisten hadden den dood op het strand gevonden, terwijl het getal +der belegerden niet merkbaar geslonken was. Er ontstond aarzeling en +weifeling. Een achterwaartsche beweging werd weldra merkbaar. + +De aanvoerder van de Senousistische benden begreep, dat hij zoo spoedig +mogelijk zee moest kiezen, wanneer hij ten minste zijne makkers niet +aan een onvermijdelijken ondergang wilde blootstellen. Te vergeefs +wilde Sarcany de dwepers aansporen, zich andermaal op de bres te +werpen. Het mocht niet baten. De poging mislukte, toen zij zonder +geestdrift volvoerd werd. De aanvallers werden met bebloede koppen +teruggeslagen. + +Eindelijk werd bevel gegeven, om naar het strand terug te trekken, +en--het moet erkend worden--de Senousisten volvoerden hunne +terugtochts-beweging even gehoorzaam als zij zich tot den laatsten man +zouden hebben laten neerhouwen, wanneer zij het bevel hadden gekregen, +om te sterven. + +Maar het was noodzakelijk die zeeschuimers eene les toe te dienen, +die hun onuitwischbaar in het geheugen zoude blijven. De lust om +terug te keeren, moest hen voor goed ontnomen worden. + +"Vooruit!... vrienden!... Voorwaarts!" riep dokter Antekirrt "Er op +in!... En geen genade of medelijden!" + +En onder aanvoering van Piet Bathory en van Luigi Ferrato stormden +een honderdtal militieplichtigen naar buiten, ter vervolging der +vluchtelingen, die het strand met den meesten spoed trachtten +te bereiken. Maar dezen bevonden zich daar tusschen twee vuren, +dat van de _Ferrato_ en dat van de stad, zoodat van standhouden +geen sprake kon zijn. Toen begon er wanorde in hunne gelederen te +heerschen, en weldra zag men hen in woeste vaart naar de zeven of +acht inschepings-vaartuigen stormen, die door de losbrandingen van +de _Ferrato_ min of meer onbeschadigd gelaten waren. Toen ontspon +zich een vreeselijke strijd, waarbij mededoogen onbekend was. + +Piet Bathory en Luigi Ferrato trachtten, bij het handgemeen worden, +vooral één man te kunnen vatten. Behoeft het nog gezegd te worden: +die man was Sarcany. Maar zij wilden hem levend in handen krijgen, +hoewel hij hen niet ontzag, en het waarlijk een wonder te noemen was, +dat zij telkens aan zijne revolverschoten ontkwamen. + +En toch, in weerwil van hunne inspanning, scheen het noodlot zich +tot taak te stellen, dien man nogmaals aan hunne gerechtigheid te +onttrekken. Waarlijk, het had er veel van, of de hel tusschenbeiden +trad. + +Sarcany en het opperhoofd der Senousisten, omgeven door een tiental +hunner meest dappere en meest te vertrouwen strijdmakkers, waren er +in geslaagd, om een kleine polacre te bereiken, waarvan de meertouwen +reeds losgegooid waren, en die reeds manoeuvreerde om zee te kiezen. De +_Ferrato_ was van dat punt te ver verwijderd, om haar sein te kunnen +geven, ten einde dat vaartuig, hetwelk zou ontsnappen, te vervolgen +en in den grond te boren. + +In dat oogenblik ontwaarde Kaap Matifou een veldstuk, dat in de hitte +van den strijd van zijn affuit afgerold was, en op het zand in de +nabijheid der zee lag. + +Naar dat stuk, hetwelk nog geladen was, heenvliegen, het met +bovenmenschelijke kracht op een der rondomliggende rotsen optillen, +zich schrap zetten, om het met de tappen in den noodigen stand en +de vereischte richting te houden, dat alles was voor den reus het +werk van een oogenblik. Daarop riep hij met hijgende, maar toch +krachtvolle stem: + +"Hierheen, Pescadospunt, hierheen!... Gauw! Gauw toch!... Hierheen! Er +is geen minuut te verliezen!" + +Pescadospunt hoorde dien kreet van Kaap Matifou. Hij ijlde toe en +begreep met een oogopslag, wat er gaande was. Hij verbeterde de +richting van het kanonstuk, gelegen op zijn levend affuit, en mikte +nauwkeurig op de polacre. Daarop bracht hij de brandende lont bij +het zundgat. + +Het schot ging af. De kogel trof den romp van het vaartuig en +verbrijzelde dien... maar de reus trilde zelfs niet onder den +terugstoot van het stuk geschut. + +Het Senousisten-hoofd geraakte met zijne makkers te water. Het +meerendeel hunner verdronk en kwam in de golven om. Zij, die zich +uit het water redden, werden aan wal onbarmhartig doodgeslagen. + +Wat Sarcany betrof, deze spartelde in de branding. Toen Luigi Ferrato +dat zag, sprong hij onmiddellijk in zee. En een oogenblik later was +de fielt overgeleverd in de handen van Kaap Matifou, die hem als in +eene schroef omklemden en hem door middel van een sterk touw armen +en beenen stevig knevelde. + +De zegepraal was zoo volkomen mogelijk. Op een zoodanige had men niet +durven hopen. + +Van de twee duizend aanvallers, die op het eiland ontscheept waren, +ontsnapten ter nauwernood eenige honderden aan de algemeene ramp. Zij +konden de tijding van hun bloedig wedervaren op de Cyrenaïsche kust +gaan mededeelen. + +In langen tijd, zoo hoopte men althans, zou het eiland Antekirrta +geen overlast meer ondervinden van die zeeschuimers. De indruk van +de ontvangen les zoude onuitwischbaar zijn. + + + + + +XI. + +GERECHTIGHEID. + + +Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria +en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa +gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen +waren. + +Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava +Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, +bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest +voldaan worden. + +Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, +was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest, +om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de +geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige +weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet +Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,--dat wil zeggen +al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van +dit drama betrokken waren,--er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in +de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer +overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer +met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden +dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, +is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter +gevoelen dan onder woorden brengen. + +Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan +het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren, +hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld +niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de +Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden +de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk +een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het +eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen +tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers +door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen. + +Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, +was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het +eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat +de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd +werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs +zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou +kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen +rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren. + +Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om +geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame +vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon +worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet. + +Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet +Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon +leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9den December +bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide +jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele +bevolking deelde in hun geluk. + +Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende +maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was +daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der +zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak +vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen. + +Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te +beëindigen. + +Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en +van Carpena beslist worden. + +Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje +van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle +drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook +verteld hebben? + +Den 6den December, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, +deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich +met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen. + +Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans +in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een +gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat +wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner, +naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar. + +Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen +aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken, +doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende +hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam. + +Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep +gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met +zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon. + +Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door +verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die +gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen +op te merken. + +Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste +magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht +waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het +woord en wendde zich tot den Spanjaard: + +"Carpena," zei hij, "kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon +van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig +verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig +gestorven is!" + +Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker +schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en +schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria +Ferrato, die hij in de steegjes van het Manderaggio-kwartier te Malta +had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die +hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij +had zijne toekomst in handen gehad! + +Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den +bankier uit. + +"Silas Toronthal", sprak hij, "ik ben Piet Bathory, de zoon +van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in +gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig +hebt verraden aan de Oostenrijksche politie te Triëst, en wiens dood +gij dientengevolge berokkend hebt." + +En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede +aanstaarde, wendende: + +"Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten +van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias +Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak +hebt doen ontvoeren!" + +Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het +hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert +lang dood waande. + +Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat +zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn +gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen. + +Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden +zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen was, +om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen? + +En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, +toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide: + +"En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus +Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino +doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om +u van haar vermogen meester te maken!... Ellendelingen, ziet mij aan!" + +"Maar wie zijt gij dan?" vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna +tegelijkertijd. + +"Ik?... Ik ben graaf Mathias Sandorf!" + +Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën +van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl +Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde. + +Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden +hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat +op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde +Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang +ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland +gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde. + +"Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten," sprak hij plechtig, +"gij zijt des doods schuldig!" + +Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid +gegeven, om zich te verdedigen. + +Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging +voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank +uitoefende. + +"Silas Toronthal, Sarcany, Carpena," zei hij, "gij hebt wetens en +willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas +Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!" + +"Zooals gij het goedvindt!" antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid +weer de overhand verkreeg. + +"Genade!" smeekte Carpena met lafhartig gebaar. "Mijne heeren, ik +smeek om genade!" + +Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te +verwachten was. + +Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een +enkel woord te uiten. + +Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken +terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk +hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de +geopende deur op post staande, hen niet uit het oog verliezen mocht, +en zelf onder strenge controle van een der militie-officieren stond. + +Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen +zou laten ondergaan? + +Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland +doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem van Antekirrta +verontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een +ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland +Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het +ware niet tot Antekirrta. + +Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een der +_Elektrieks_, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato +bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over, +waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis +te ondergaan. + +Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de +meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan +ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe. + +"Moeten wij er van avond aan gelooven?" vroeg hij op onbeschaamden +sarcastischen toon. + +Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten +en de nacht was reeds ingetreden, toen de _Elektriek_ in de haven +van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp. + +Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders +bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die +was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, +scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich +zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den +zeearm over te zwemmen. + +"Weet ge wat ik denk?" vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap +Matifou. "Zeg, weet gij dat?" + +De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans +gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen +niet altijd onder woorden brengen. + +"Drommels!" antwoordde hij, "dat is niet gemakkelijk te raden!... Ik +geef het op!" + +Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker. + +"Volgens mij," vervolgde hij, "zullen die ellendelingen, voordat +morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden +hebben! Meent gij dat ook niet?" + +"Pouah!" riep Kaap Matifou met walging uit. "Een onsmakelijk +beafstuk! Nog erger dan levende slangen!" + +Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden +doorgebracht. + +Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen +oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep +dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde +verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf +hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato +dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid, +over drie menschenlevens te beschikken. + +Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het +binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het +eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het +executie-peloton zijn. + +Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep +hen ieder bij eene hand. + +"Piet Bathory, Luigi Ferrato," vroeg hij met van aandoening bewogen +stem, "niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest +uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders +ter dood veroordeeld werden?" + +"Ja!" antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. "Dat getuig +ik volgaarne!" + +"Ja!" herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. "Ook ik ben gereed +dat te getuigen!" + +"Zij hebben den dood ten volle verdiend!" vervolgde de eerste plechtig +en ernstig. + +"En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!" beaamde +de andere. + +"Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?" vroeg +de graaf. + +"Ja, dat is zij!" antwoordde Piet. "Volgens mijne overtuiging, +volgens mijn geweten!" + +"Ja!" knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn +gebaar de hand drukte. + +"Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die +vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet +kunnen verleenen!... Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!.." + +Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden +uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, +die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne +grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de +aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste +dag aangebroken was! + +Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar +buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste +verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen +ontvlood. + +Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd +met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een +ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke +hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als +hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche +zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als +een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene +akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand. + +Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef +niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven +der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het +eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven +mocht zijn. + +Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen. + +De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als +voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al +ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische +kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar +werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen +in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te +raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen +teweeg te brengen. + +Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje +rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht +was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen +te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen; +maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele +eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd. + +"God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen +besparen!" sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. "Wij allen +moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!" + +Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven. + + + +Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later +in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende +dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij +voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was. + +Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche +gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde +goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, +alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier had bekomen, +waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen +achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein +in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, +overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen +daarstelde. + +Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben +kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie +ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al +had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen, +zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie +van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem +beminden, doorbrengen. + +De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, +al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan +een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe +uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die +anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, +waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland +Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de +Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland +beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde +niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen. + +Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi +Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk +kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven. + +Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot +de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als +die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de +gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op +te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had! + +Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering +weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor +Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig +geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan, +wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt. + +Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere +Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden, +geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta +kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken, +zou vergeefsche moeite doen. + +Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, +meende hij te moeten zeggen: + +"Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt +verdienen wij dat inderdaad?" + +"Neen, dierbare Kaap, neen!" antwoordde de trouwe makker van +den reus. "Maar wat er aan te doen?... Wij zijn verplicht ons te +onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!" + +Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met +volkomen onderwerping zijn geluk te genieten. + + + + EINDE. + + + + + + + + + +INHOUD. + + + + I. Het Presidio van Ceuta 1 + II. Eene proefneming van Dokter Antekirrt 26 + III. Zeventien malen! 56 + IV. De laatste inzet 76 + V. Aan Gods goede zorgen overgelaten 100 + VI. De geestverschijning 117 + VII. Een handdruk van Kaap Matifou 134 + VIII. Het Ooievaars-feest 156 + IX. Het huis van Sidi Hassan 179 + X. Antekirrta 197 + XI. Gerechtigheid 220 + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] De werkelijke diepte van de straat van Gibraltar is 300 tot +900 meter.--J.H. + +[2] Een zeer afkeurenswaardige leer; want dat is de leer van: _het +doel heiligt de middelen_ huldigen. Vert. + +[3] En Nederland, waar vele Ooievaars wonen en welks naam toch op de +muntstukken voorkomt? Vert. + +[4] In Ned. Indië heeft men denzelfden drank, Sagoeweer genaamd, +afkomstig van de Arenga saccharifera. Vert. + +[5] Zou hier wel van alcoholische opgewondenheid kunnen gesproken +worden? Mahommedaansche bevolkingen gebruiken uiterst zeldzaam +alcoholische dranken, daarentegen geven zij zich te meer aan het +gebruik of beter het misbruik van opium, van haschich of dergelijke +narcotische verdoovingsmiddelen over. Jules Verne schijnt zich vergist +te hebben. Vert. + + + + + + + +Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen: + + +DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN. Met 52 houtgravuren f 1.50 +DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN. Met 60 +houtgravuren " 1.50 +DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. Met 60 +houtgravuren " 1.50 +DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Australië. Met 50 houtgravuren +" 1.50 +DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT. Stille Zuid-Zee. Met 52 +houtgravuren " 1.50 +20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren +" 1.50 +20.000 MIJLEN ONDER ZEE. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren +" 1.50 +VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de +Binnenlanden van Afrika. Met 75 houtgravuren " 1.50 +HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54 +houtgr. " 1.50 +HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. Met 54 houtgravuren +" 1.50 +NAAR het MIDDELPUNT der AARDE. Met 53 houtgravuren " 1.50 +MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgravuren +" 1.50 +HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren " 1.50 +HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren " 1.50 +HEKTOR SERVADAC De Terugtocht naar de aarde. Met 74 +houtgravuren " 1.50 +AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door +"De Blokkadebrekers". Met 64 houtgravuren " 1.50 +EEN KAPITEIN van 15 JAAR. De Walvischjagers. Met 51 +houtgravuren " 1.50 +EEN KAPITEIN van 15 JAAR. In Slavernij. Gevolgd door "Een +overwintering in het ijs". Met 56 houtgravuren " 1.50 +DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR. Gevolgd door "Martin Paz". Met +56 houtgravuren " 1.50 +WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES. Gevolgd door "Muiterij +aan boord der Bounty". Met 54 houtgravuren " 1.50 +ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD. Gevolgd door +"Meester Zacharias". Met 51 houtgravuren " 1.50 +HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. Met 56 +houtgr " 1.50 +HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS. Het Drijvende +Eiland. Gevolgd door "Een treurspel in de Wolken". Met 56 +houtgravuren " 1.50 +HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. Met 57 houtgravuren " 1.50 +HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door +"Dokter Ox". Met 56 houtgravuren " 1.50 +REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen +aan de Noordpool. Met 128 houtgravuren " 1.50 +REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS. De +IJswoestijn. Met 127 houtgravuren " 1.50 +EENE VLOTREIS. Acht honderd mijlen op de Amazone. Met 56 +houtgravuren " 1.50 +EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door "Een Drijvende +Stad". Met 53 houtgravuren " 1.50 +EEN LEERSCHOOL voor ROBINSONS. Gevolgd door "Van Rotterdam +naar Kopenhagen". Met 69 houtgravuren " 1.50 +DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door "Tien uren op jacht". Met 91 +houtgrav. " 1.50 +KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48 +houtgr. " 1.50 +KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. Met 51 +houtgrav. " 1.50 +DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren " 1.50 +DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren " 1.50 +DE VONDELING van het FREGAT CYNTHIA. Met 24 houtgravuren " 1.50 +MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. Dokter +Antekirrt. Met 39 houtgravuren " 1.50 +MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. Met 36 houtgravuren +" 1.50 +HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren " 1.50 + + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + +***** This file should be named 22908-8.txt or 22908-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/2/9/0/22908/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/20071007-22908-8.zip b/old/20071007-22908-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..93330d9 --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-8.zip diff --git a/old/20071007-22908-8.zip~ b/old/20071007-22908-8.zip~ Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..93330d9 --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-8.zip~ diff --git a/old/20071007-22908-h.htm b/old/20071007-22908-h.htm new file mode 100644 index 0000000..05ae4c5 --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-h.htm @@ -0,0 +1,10835 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Mathias Sandorf: Een model-volksplanting</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Jules Verne"> +<meta name="DC.Creator" content="Jules Verne"> +<meta name="DC.Title" content="Mathias Sandorf: Een model-volksplanting"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +.poem .stanza +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Mathias Sandorf + Een Model-volksplanting + +Author: Jules Verne + +Release Date: October 7, 2007 [EBook #22908] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="499" height="720"></div><p> + +</p> +</div> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">WONDERREIZEN.</h1> +<h2 class="byline"><span class="docAuthor">JULES VERNE</span></h2> +<h1 class="docTitle">Mathias Sandorf</h1> +<h1 class="docTitle">EEN MODEL-VOLKSPLANTING.</h1> +<h2 class="docImprint">ROTTERDAM.—JAC<sup>S</sup>. G. ROBBERS. +</h2> +</div><div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij.</span> + + + +</p> +</div> +</div> +<div class="body"><a id="d0e114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e114">1</a>]</span><div id="d0e115" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">I.</h2> +<h2 class="normal">Het Presidio van Ceuta.</h2> +<p>Drie weken na de schrikkelijke gebeurtenissen, welke wij in het vorige deel verhaalden, en waarvan de provincie Catania, op +het eiland Sicilië, het tooneel was geweest—drie weken later, zeggen wij, dus op 9 October, stevende een snelvarend stoomjacht—de +<i>Ferrato</i>, onze oude bekende—geholpen door een stevige noordoosterbries, tusschen de zuiderpunt van Europa, die eigenaardig genoeg +op het Spaansche schiereiland Engelsch is, en kaap Almina, de noordelijkste punt van Afrika, die daarentegen, op het Marokkaansch +gebied gelegen, Spaansch is. De vier mijlen afstand, welke van de eene landspits tot de andere gerekend worden, zouden, wanneer +men op mythologische gronddenkbeelden zou mogen afgaan, of daaraan slechts eenige waarde mocht schenken, door wijlen Hercules, +een waardigen voorganger van den heer Ferdinand de Lesseps, de moderne landengte-doorsteker, daargesteld en toegang aan de +wateren van de Mare Mediterranea of Middellandsche zee tot die van den Atlantischen Oceaan verleend zijn, door met een enkelen +knodsslag de rotsachtige omdijking van het <span id="d0e125" class="corr" title="Bron: Midellandsche">Middellandsche</span> meerbekken daar ter plaatse te verbrijzelen, hetgeen, zooals ieder lezer zal moeten bekennen, eene vrij aardige krachtsontwikkeling +zou vereischt hebben. Jammer, dat dergelijke halfgoden in onze eeuw niet meer aangetroffen worden. De doorgraving van de landengte +van Suez zou zooveel geld niet gekost hebben, en de landengten van Panama en van Corinthe zouden zooveel schatten niet verslinden. +Met drie zulke knodsslagen waren dan de Andes in de Nieuwe Wereld, de Dioikos in Griekenland en de drempel van Serapeum in +Egypte verbrijzeld geweest, om de Middellandsche zee met de <a id="d0e128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e128">2</a>]</span>Roode zee, de golf van Corinthe met die van Egina, en den Mexicaanschen zeeboezem met de Groote Stille Zuidzee in verbinding +te stellen. Nogmaals jammer, doodjammer! + +</p> +<p>Ziedaar, wat Pescadospunt voorzeker aan zijn vriend Kaap Matifou zou medegedeeld hebben, terwijl hij hem daarbij tegelijkertijd +de rots van Gibraltar in het noorden, en den Hachoberg in het zuiden zoude aangewezen hebben. + +</p> +<p>En, inderdaad, Calpé en Abyla zijn nog steeds de beide bekende rotsmassaʼs, de beide zuilen, die als de “Zuilen van Hercules,” +den naam van den beroemden Griekschen held dragen. + +</p> +<p>Kaap Matifou zou ongetwijfeld dat “kunststuk van krachtsinspanning” bewonderd en naar waarde geschat hebben, en dat nog wel, +zonder dat de nijd zijne eenvoudige en bescheiden ziel zoude verontreinigd, zonder dat zijn edel hart door eene onwaardige +gedachte zoude bezoedeld zijn. Nogmaals, Kaap Matifou zou bewonderd en gewaardeerd hebben. + +</p> +<p>De Provençaalsche Hercules zou voor den Griekschen held, voor den zoon van Jupiter en Alcmene, eerbiedig het groote hoofd +gebogen hebben. + +</p> +<p>Maar Pescadospunt kon zijnen vriend dat verhaal niet opdisschen, en Kaap Matifou kon zijn Titanshoofd niet buigen, om de eenvoudige +reden, dat noch de een noch de andere zich aan boord bevond. Beiden waren op bevel van dokter Antekirrt te Antekirrta achtergebleven, +de eerste, omdat hij, zooals wij weten, vrij ernstig gekwetst was, en de andere, om zijn vriend op te passen en te verplegen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord van de <i>Ferrato</i>, die door kapitein Köstrik gekommandeerd werd; terwijl Luigi-Ferrato nog steeds als eerste officier aan boord van het stoomjacht +dienst deed. Van bevordering was nog geen sprake geweest. Maar er was nog tijd. + +</p> +<p>De expeditie, laatstelijk op het eiland Sicilië ondernomen, met het doel om Sarcany en Silas Toronthal op te sporen en op +te lichten, als daar mogelijkheid toe bestond, had volstrekt geen resultaat gehad, daar zij den dood van Zirone tengevolge +had gehad. Men moest dus andermaal trachten, die twee booswichten op het spoor te komen, door den Spanjaard Carpena te noodzaken +mede te deelen, alles wat hij omtrent Sarcany en diens medeplichtige moest weten en ook wist; daarvan waren dokter Antekirrt +en Piet Bathory overtuigd. + +</p> +<p>Daar de Spanjaard nu tot de galeien veroordeeld en naar het Presidio van Ceuta verwezen was, zou men hem daar moeten gaan +opzoeken. Want daar alleen kon men in aanraking met hem komen, en daarom was tot die reis besloten. + +</p> +<p>Ceuta, in het Spaansch als Ce Veta en in het Arabisch als Septa <a id="d0e151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e151">3</a>]</span>uitgesproken, is eene kleine, maar zeer versterkte stad, een ware vesting, een soort van Spaansch Gibraltar op de Oostelijke +hellingen van den Hacho-berg en op de Marokkaansche kust gelegen, op eene landtong ten westen van Tanger, waarachter de Apenberg, +een der Zuilen van Hercules verrijst. De stad bestaat uit drie deelen, namelijk: de reeds genoemde berg Hacho, waarop een +zeer sterk fort, hetwelk de geheele landtong en den ingang der zeeëngte bestrijkt; de Citadel, aan het uiteinde van de landtong +gelegen en alleen over een ophaalbrug toegankelijk; en eindelijk de eigenlijke stad of Almena, waar de burgers en handelaren +wonen. Hier bevinden zich ook de hoofdkerk, twee kloosters, een hospitaal en onderscheidene scholen, waaronder eene voor de +zeevaart. Langs den zeeoever voert eene kade, vanwaar men een verrukkelijk uitzicht op Spanje heeft. Aan de andere zijde der +stad ligt de Alameda of openbare wandelplaats, vanwaar men het oog kan laten rondwaren, langs de Marokkaansche kust tot aan +de bergen van het Riff. Het aantal inwoners bedraagt bijna 12,000 en deze vormen een mengelmoes van Spanjaarden, Engelschen, +Franschen, Italianen, Mooren, Negers, Mulatten, Israëlieten en Marokkanen. Ceuta is de zetel van een bisschop, gesteld onder +den aartsbisschop van Sevilla; de Spaansche Regeering bezigt de stad voornamelijk als ballingsoord en bagno. + +</p> +<p>Ceuta is het oude Septa of Septum of Ad Septem fratres: In de zeven broeders. + +</p> +<p>Het wordt door sommigen voor Abyla, door anderen voor het Esilissa van koning Ptolomeus gehouden, en was weleer de hoofdstad +van Mauritania Tingitana. Na den val van het Romeinsche rijk werd de stad achtereenvolgens door de Vandalen, Gothen en Arabieren +overweldigd. Laatstbedoelden gaven haar den naam van Septa, en verhieven haar tijdens hunne heerschappij over Zuid-Spanje, +tot een gewichtig oord. Later viel zij ten deel aan de Hamoedieten en daarna aan de Almoravieden; en in 1409 werd zij veroverd +door den Portugeeschen koning Joào I, nadat ook de Genueezen er reeds korten tijd heerschappij hadden gevoerd. + +</p> +<p>In 1580 kwam zij tegelijk met Portugal aan Spanje en bleef hieraan onderworpen,—ook na de scheiding van die twee rijken in +1640. + +</p> +<p>Vruchteloos belegerden haar de Marokkanen bijna 23 jaren, van 1697 tot 1720, en te vergeefs trokken zij in 1732, onder aanvoering +van den bekenden renegaat Ripperda, nogmaals met een groote krijgsmacht derwaarts. De stad werd dapper verdedigd, en is ook +nu nog het belangrijkste steunpunt der Spanjaarden in Noord-Afrika. + +</p> +<p>Er bestaat niets levendiger ter wereld dan die beroemde zeeëngte van Gibraltar, die als het ware de monding der Middellandsche +zee vormt. Het is langs dat smalle kanaal, dat de heerlijke en overschoone Amphytrite water-verversching uit de wereldzee, +uit den <a id="d0e163"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e163">4</a>]</span>Atlantischen Oceaan erlangt. Daarlangs ontvangt zij ook duizenden vaartuigen, die van Noordelijk Europa en van de beide Amerikaʼs +komen, om de honderden havens aan te doen, die langs haren onmetelijken omtrek aangetroffen worden. Daarlangs stoomen, naar +binnen en naar buiten, die prachtige en groote pakketbooten, die oorlogschepen van alle natiën, aan wie het genie van een +Franschman, van Ferdinand de Lesseps, eene deur ontsloten heeft, toegang verleenende tot de Roode zee, tot de Golf van Bengalen, +tot den Indischen Oceaan, tot de Chineesche zee en tot de Groote Stille Zuidzee. + +</p> +<p>Die Straat, door de Ouden <i lang="la">Fretum Herculeum</i> geheeten, heeft eene diepte van 16 meters<a id="d0e170src" href="#d0e170" class="noteref">1</a>, doch bezit in haar vaarwater geen banken of klippen. Toch levert zij voor de schepen, die uit de Middellandsche zee komen, +wel eens gevaar op, wegens den sterken stroom, die er van den kant van den Atlantischen Oceaan doorheen trekt. Bij dezen is +de ingang der Straat—tusschen Kaap Trafalgar en Kaap Spartel—vijf geographische mijlen, en aan den anderen kant—tusschen Punta +de Europa en Punta de Afrika—ruim half zoo breed. Het smalste gedeelte is 1⅔ geographische mijl breed en bevindt zich tusschen +Punta del Frayle, ten noorden, en Punta de Ciris ten zuiden. + +</p> +<p>Aan de Afrikaansche kust is de Straat begrensd door een effen rotswand; doch de oever aan de Europeesche zijde vormt onderscheidene +inhammen, bepaaldelijk ten oosten in de golf van Gibraltar, die ook, vanwege de daartegenover gelegen stad, Golf van Algesiras +geheeten wordt. + +</p> +<p>Niets schilderachtiger bestaat er dan die smalle zeeëngte, die door hoog gebergte van zeer verschillend uitzicht omlijst is. +In het noorden strekken zich de Sierraʼs van <span id="d0e177" class="corr" title="Bron: Andalousie">Andalusië</span> uit. In het zuiden steigeren langs die zoo heerlijk ingesneden kust, van Kaap Spartel af tot aan de punt van dʼAlmina, de +zwarte toppen van de Bullonen, van den Apenberg en de nokken van de <i lang="la">Septem fratres</i>, de Zeven Gebroeders omhoog. Rechts en links vertoonen zich in de diepte der baaien en der kreeken, of als neergevlijd aan +den voet en op de eerste hellingen, welke zich langs de lagere kuststreek uitstrekken en door een reusachtigen achtergrond +beheerscht worden, schilderachtig gelegen steden, als Tarifa, Algesiras, Tanger en Ceuta. Dan tusschen die beide romantische +oevers vertoont zich voor den scherpen boeg der stoomschepen, die noch door de zee, noch door den wind weerhouden worden, +of voor den steden der zeilschepen, die soms bij honderden door den westenwind in die monding naar den Atlantischen Oceaan +weerhouden worden, eene zeer bewegelijke wateroppervlakte, die uiterst veranderlijk van kleurtinten is, die zich hier grijs +en met machtige kuiven getooid voordoet, elders aangenaam blauw en kalm, hier <a id="d0e183"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e183">5</a>]</span>weer geheele strepen van kleine krullende golfjes en maalkolkjes vormt die de grenzen der stroomen en tegenstroomingen met +hunnen getanden rand zoo duidelijk mogelijk aangeven. + +</p> +<p>Niemand die zulk een tafereel onder de oogen krijgt, kan ongevoelig blijven voor de bekoorlijkheden van die verheven schoonheden, +die door twee tegenover elkander gelegen werelddeelen als een dubbel panorama langs de oevers van de zeeëngte van Gibraltar +ten toon gespreid worden, en de reizigers in den volsten zin des woords in verrukking brengen. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> naderde inmiddels vlug de Afrikaansche kust. De diep ingesneden baai, aan welker uiteinde Tanger zich als het ware verbergt, +begon zich voor het oog der opvarenden te sluiten, terwijl de rotsmassa van Ceuta des te meer zichtbaar werd, daar de kust +daar ter plaatse eene haaksgewijze verandering van richting naar het zuiden vormt. Men zag dien steenklomp langzamerhand zich +van de achtergelegen massa afscheiden en alleen vooruitkomen als een schiereiland, dat aan den voet van eene kaap gelegen, +en daaraan door een smalle landengte verbonden is, die het aan den vasten wal vasthecht. + +</p> +<p>Hoog daarboven, dicht bij den top van den Hachoberg, werd een fortje bespeurd dat op de plek verrezen was, waar vroeger eene +Romeinsche citadel gestaan had. Daarin zijn steeds uitkijken op wacht, die in opdracht hebben, de zeeëngte scherp gade te +slaan, maar vooral het Marokkaansche grondgebied waardoor Ceuta, behalve aan de zeezijde, geheel omsloten wordt. Die geheele +streek vertoont nagenoeg eene zelfde bergachtige terreingesteldheid, evenals het kleine vorstendom Monaco te midden van het +Fransche grondgebied. + +</p> +<p>Het sloeg tien uren in den morgen, toen de <i>Ferrato</i> eindelijk het anker liet vallen in de haven, op twee kabellengten afstand van de ontschepingskade, die door de deininggolven +uit volle zee met ongetemde kracht gebeukt werd. Daar bestaat echter slechts eene vluchthaven, die bij frisschen en stevig +doorstaanden wind voor de branding uit de Middellandsche zee weinig beschutting aanbiedt, en dus nog al gevaarlijk is. + +</p> +<p>Zeer gelukkig dat wanneer de schepen niet ten westen van Ceuta kunnen ankeren, zij eene tweede ligplaats aan den anderen kant +der rots vinden, waar zij voor de westenwinden behoorlijk gedekt liggen. + +</p> +<p>Toen “de geneeskundige dienst” aan boord was gekomen, en toen de scheepspapieren van de <i>Ferrato</i> in orde bevonden waren, stapten dokter Antekirrt en Piet Bathory tegen een uur des namiddags in de sloep en lieten zich naar +den wal roeien. Zij ontscheepten op eene kleine kade, die zich dicht langs den voet der walmuren van de vesting uitstrekte. + +</p> +<p>Dat de dokter het ernstige voornemen opgevat had, om zich van Carpena meester te maken, daaromtrent bestond hoegenaamd geen +<a id="d0e208"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e208">6</a>]</span>twijfel. Maar hoe zou hij dat uitvoeren? Dat zou hij eerst beslissen, nadat hij de plaats en hare omgeving in oogenschouw +had genomen. Daarna zou hij naar omstandigheden te werk gaan, hetzij door geweld te gebruiken, om den Spanjaard te ontvoeren, +hetzij hij diens ontsnapping uit het Presidio van Ceuta in de hand zou werken. In ieder geval, hij rekende er op, dat hij +den Spanjaard in handen kreeg. Zijne maatregelen zouden goed getroffen worden. Ditmaal was de dokter er niet op uit, om het +incognito te bewaren. Integendeel, reeds hadden zijn agenten, die aan boord verschenen waren en hem weer verlaten hadden, +het gerucht van de aankomst van zoo een beroemd persoon allerwege verbreid. Wie toch in dat geheele Arabische land, van Suez +af tot aan Kaap Spartel, kende dien geleerden taleb niet bij naam<span id="d0e210" class="corr" title="Bron: ">,</span> die zich thans op het eiland Antekirrta teruggetrokken had en daar in het binnenste gedeelte der Syrtische zee verblijf hield? + +</p> +<p>De beste ontvangst viel hem dan ook, zoowel van den kant der Spanjaarden, als van dien der Marokkanen ten deel. + +</p> +<p>Daarenboven was het niet verboden de <i>Ferrato</i> te bezoeken en te bezichtigen, zoodat weldra een groot aantal vaartuigen het stoomjacht omringden en men aan boord kwam. + +</p> +<p>Dat alles kwam waarschijnlijk met de plannen van dokter Antekirrt overeen. Zijne beroemdheid moest zijne voornemens te hulp +komen. Piet Bathory en hij poogden dan ook niet, zich aan de algemeene aandacht te onttrekken. Een open rijtuig, dat in het +voornaamste hôtel van Ceuta gehuurd was, veroorloofde hen, om in de stad rond te toeren en haar te bezichtigen. Die rijtoer +was een ware zegetocht door het stadje. + +</p> +<p>Zij bevonden, dat de straten smal, ja nauw en omgeven waren door droefgeestig uitziende huizen, waaraan iedere eigenaardigheid +of lokale kleur ontbrak. Hier en daar bespeurden zij kleine pleinen met teringachtige boomen, welker takken en bladeren met +een grauw stof overdekt waren, en hunne spaarzame schaduw verleenden aan eene armzalige kroeg of aan een of twee openbare +gebouwen, die veel op kazernes geleken. In één woord, er bestond niets oorspronkelijks, tenzij het Moorsche kwartier, dat +zijn bijzonderen stempel niet verloren had. + +</p> +<p>Tegen drie uren gaf dokter Antekirrt aan den koetsier bevel, om hem naar den Gouverneur van Ceuta te rijden, wien hij een +bezoek wilde brengen,—een eenvoudig beleefdheidsbezoek, dat van den kant van een zoo aanzienlijk vreemdeling niet anders dan +natuurlijk moest voorkomen. Onmiddellijk werd in die richting voortgereden. + +</p> +<p>Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat die gouverneur onmogelijk een civiel ambtenaar kon zijn. Ceuta is boven alles +een militaire kolonie. Men telt er ongeveer tien duizend zielen, alles bij <a id="d0e228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e228">7</a>]</span>elkaar gerekend: officieren en soldaten, handelaren, visschers en matrozen van de kustvaart, die zoowel in de stad wonen, +als op de terreinstrook, die zich oostwaarts van de vesting uitstrekt, en zoo de omgeving van het Spaansche grondgebied vormt. + +</p> +<p>Ceuta werd in die dagen bestuurd en gekommandeerd door den Kolonel Guyara. + +</p> +<p>Die hoofdofficier had onder zijne bevelen drie bataillons infanterie, die van het landleger van Spanje gedetacheerd waren, +en die daar den garnizoens-dienst waarnamen; verder had hij een regiment van aan de strengere krijgstucht onderworpen militairen, +die bestendig in de kleine kolonie gevestigd waren; dan nog twee batterijen vestingartillerie, eene kompagnie pontonniers, +en eindelijk nog eene kompagnie Mooren, wier gezinnen een bijzonder kwartier bewoonden. Het garnizoen was dus vrij sterk, +zooals men ziet. Ongeveer drie duizend vijfhonderd man. + +</p> +<p>Wat de tot de galeien veroordeelden betrof, hun getal bedroeg nagenoeg twee duizend. + +</p> +<p>Om zich van de stad naar den zetel van den gouverneur te begeven, moest het rijtuig den bedekten weg of ronde-weg volgen, +die buiten den walgang der stad liep. Dat was een gemaccadamiseerde heirbaan, die niet alleen rondom het geheele territoir, +maar ook tot aan het oostelijkste uiteinde daarvan voerde. + +</p> +<p>Aan beide kanten van die baan was de smalle strook tusschen haar en den voet der bergen aan de eene zijde, en tusschen haar +en den zeeoever aan de andere zijde, die, dank zij der onbezweken vlijt en arbeid der inwoners, goed bebouwd was. Deze hebben +de slechte hoedanigheden van den grond weten te overwinnen. Noch groenten van allerlei soort, noch vruchtboomen, die heerlijk +dragen, ontbreken er. Maar er mag ook niet verzwegen worden, dat aan handen en armen om te arbeiden geen gebrek is, en dat +de teelaarde, evenals dit voor Sint Helena gebeurde, van Europa aangevoerd werd. + +</p> +<p>Inderdaad, de gedeporteerden worden niet alleen voor of vanwege den Staat gebezigd, hetzij in bijzondere werkplaatsen, hetzij +aan de vestingwerken, hetzij aan de wegen, welker onderhoud voortdurende voorzorgen vereischt, hetzij bij de stedelijke politie, +wanneer hun voortdurend goed gedrag aanleiding geeft, om er agenten van te maken, die het toezicht voeren, maar tevens onder +opzicht staan. Die mannen, die hetzij voor twintig jaren, hetzij voor levenslang naar het Presidio van Ceuta gezonden werden, +kunnen ook door particulieren gebezigd worden, evenwel slechts onder zekere voorwaarden, die door het gouvernement in het +belang der openbare veiligheid gesteld zijn, en waaraan natuurlijk streng de hand gehouden wordt, hetgeen noodzakelijk is, +zooals ieder moet beamen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt had bij zijn bezoek te Ceuta verscheidene van <a id="d0e244"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e244">8</a>]</span>die ellendelingen ontmoet, die vrij en frank door de straten van de stad zich bewogen, voornamelijk diegenen, die voor huishoudelijken +arbeid gebezigd werden. Maar hij zou een veel grooter aantal te zien krijgen, wanneer hij buiten den versterkten walgang met +voorliggende verdedigingswerken gekomen zou zijn, daar buiten op de wegen en op het veld, in de voorwerken of op den akker. + +</p> +<p>Tot welke categorie van het personeel van dat Presidio behoorde nu Carpena? Dat was in de eerste plaats belangrijk om te weten +te komen. Want het plan van dokter Antekirrt kon toch slechts in algemeene trekken vastgesteld zijn, en moest natuurlijk gewijzigd +worden, naarmate de bestaande omstandigheden, dat wil zeggen: naar gelang de Spanjaard vrij rondliep of opgesloten zat, of +hij bij particulieren arbeidde, of in de werkplaatsen van den Staat. Dat diende dus in de eerste plaats uitgevischt te worden. + +</p> +<p>“Maar”, zeide de dokter tot Piet Bathory, “daar die Carpena nog niet lang geleden veroordeeld is, is het meer dan waarschijnlijk, +dat hij nog niet die voordeelen geniet, welke den ouderen veroordeelden, vanwege hun goed gedrag, toegestaan zijn.” + +</p> +<p>“Dat ʼs waar,” antwoordde Piet, “hoewel het toch zou kunnen zijn, dat hij reeds buiten kwam.” + +</p> +<p>“Jawel, wij kunnen daarop toch eenigermate rekenen, ja wij moeten het zelfs.” + +</p> +<p>“Maar als hij opgesloten zit?” vroeg de jonge werktuigkundige. “Dan dunkt mij....” + +</p> +<p>“Dan wordt het vraagstuk veel lastiger,” antwoordde dokter Antekirrt droog. + +</p> +<p>“Dat meen ik ook. Het zal goed zijn, dit bij onze ontwerpen niet uit het oog te verliezen.” + +</p> +<p>“Maar, om het even: die kerel moet ontvoerd worden, en hij zal ontvoerd worden!” + +</p> +<p>Het rijtuig reed gedurende dat gesprek zachtkens voort, terwijl de paarden in een matigen korten draf liepen. + +</p> +<p>Op twee honderd meter afstand buiten den kring der vestingwerken, was een zeker getal gedeporteerden onder opzicht van ettelijke +gevangenbewaarders van het Presidio bezig met keien en steenen als verhardings-materiaal op den weg te brengen. Er waren daar +een goede vijftig aanwezig, waarvan een gedeelte de keien in kleine stukken sloeg, een ander gedeelte die stukken over den +weg uitstortte, en een derde gedeelte hen onder een kolossale welrol verbrijzelde en schier fijnmaalde. + +</p> +<p>Het rijtuig had dat gedeelte van den weg, waar die herstelling plaats had, stapvoets, ja zelfs gedeeltelijk langs een zijweg +moeten volgen, waarop het werk nog niet aangevangen was. Dat was onzen reizigers evenwel niet aangenaam. + +<a id="d0e268"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e268">9</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p009.jpg" alt="Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord. (Bladz. 2.)" width="507" height="720"><p class="figureHead">Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e128" class="typeref">2</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e280"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e280">10</a>]</span></p> +<p>Plotseling greep dokter Antekirrt Piet Bathory bij den arm. + +</p> +<p>“Hij!” zeide hij met gedempte stem, terwijl hij zijn makker gevoelig kneep. + +</p> +<p>“Waar?” vroeg Piet Bathory, overal rondkijkende. “Waar toch? Ik zie hem niet.” + +</p> +<p>De dokter trok Piet naar zich toe en wees met den vinger in zekere richting. + +</p> +<p>“Daar! Daar!” sprak hij steeds fluisterend. + +</p> +<p>Een man stond daar, op twintig passen afstand van zijne makkers en leunde op den steel zijner schop. + +</p> +<p>Dat was Carpena. + +</p> +<p>Aan zijne oude geaardheid getrouw, nam hij er zijn gemak van en arbeidde zoo min mogelijk. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt had, hoewel hij dien man in twintig jaren niet gezien had, den zoutvervaardiger van Istrië, in weerwil van +zijne tegenwoordige kleeding als galeiboef, dadelijk herkend, zooals Maria Ferrato hem ook, in weerwil van zijn Maltezer kleeding, +in de straten van het Manderaggio-kwartier zonder aarzelen herkend had. + +</p> +<p>Dien misdadiger, die door zijne aangeboren luiheid, niets geleerd had in het leven en dan ook tot eenig vak, welk ook, geheel +en al ongeschikt was, had men in de werkplaatsen van het Presidio niet kunnen gebruiken. Keien stuk slaan op den weg, dat +was alles, waartoe hij gebezigd kon worden. Tot iets anders was hij onmogelijk in staat. + +</p> +<p>Maar had dokter Antekirrt hem ook al herkend, Carpena kon onmogelijk in dien man daar in dat rijtuig den graaf Mathias Sandorf +herkennen, dien hij zoo snood verraden had. Ternauwernood had hij hem toen eventjes gezien in het huis van den visscher Andreas +Ferrato te Rovigno, op het oogenblik, dat hij tot gids strekte van het detachement politie-agenten, die de woning zouden omsingelen, +om de vluchtelingen gevangen te nemen. + +</p> +<p>Echter, evenals iedereen had hij de aankomst van dokter Antekirrt te Ceuta vernomen. + +</p> +<p>Nu was die zoo beroemde dokter—en dat was Carpena niet onbekend—dezelfde persoon, waarvan hem Zirone gedurende hun onderhoud +bij de rotsen van Polyphemus, op het zeestrand van het eiland Sicilië, gesproken had. Dat was de man, waarvoor hij zich, volgens +de aanbeveling van Sarcany, vooral wachten moest. Dat was de millioenen-bezitter tegen wien de bende van Zirone den vergeefschen +aanslag bij de Casa Inglese op de hellingen van den Etna uitgevoerd, en waarbij ze het onderspit gedolven had. Ja, zeker, +dat alles wist hij. + +</p> +<p>Wat ging er in Carpenaʼs brein om, toen hij zich zoo plotseling in tegenwoordigheid van dokter Antekirrt bevond? +<a id="d0e309"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e309">11</a>]</span></p> +<p>Welke waren de indrukken, die zijne hersenen met die gevoeligheid en die oogenblikkelijkheid opvingen, welke sommige photografische +bewerkingen kenmerken? + +</p> +<p>Dat zou zeer moeielijk te zeggen zijn. De lezer zal dat wel begrijpen, hopen wij. + +</p> +<p>Wat evenwel de Spanjaard in werkelijkheid ondervond, dat was: dat hij plotseling gevoelde, dat de dokter zich door een soort +van moreel overwicht van zijn geheel wezen meester maakte; dat zijne verpersoonlijking te niet ging tegenover die van dien +vreemden man; dat eene vreemde wilskracht, sterker dan de zijne, hem beheerschte en vermeesterde. + +</p> +<p>Te vergeefs poogde hij zich tegen dien invloed te verzetten. Hij bezweek er voor en vermocht niets anders te doen, dan voor +die overheersching lijdelijk te bukken. + +</p> +<p>Intusschen had dokter Antekirrt zijn rijtuig doen stilstaan en ging voort den galeiboef met een doordringenden blik aan te +staren. De schitterende uitstraling van dien blik bracht op de hersenen van Carpena een vreemdsoortig en onweerstaanbaar effect +teweeg. De zinnen van den Spanjaard werden als door een soort van verdooving verlamd. Zijne oogleden knipten en sloten zich +eindelijk, daar hij onmachtig was ze open te houden; terwijl hij geene andere beweging dan eene trillende beving in de oogleden +en wenkbrauwen ondervond. Toen viel hij, zoodra de gevoelloosheid de overhand genomen had en derhalve volkomen was, aan den +rand van den weg neer, zonder dat zijne makkers of lotgenooten er iets van bespeurden, daar hunne aandacht op de zoo rijke +reizigers gevestigd was. Hij was in een diepen magnetischen slaap gedompeld, waaruit niemand hem zou hebben kunnen wekken, +welke middelen ook aangewend werden. + +</p> +<p>Toen het zoover gekomen was, gaf dokter Antekirrt bevel, om den rijtoer te vervolgen en gebood den koetsier zich naar het +verblijf van den gouverneur te richten. + +</p> +<p>Dat geheele tooneel had hem niet meer dan eene halve minuut oponthoud gekost. Niemand had kunnen waarnemen, wat tusschen hem +en dien Spaanschen galeiboef voorgevallen was,—niemand tenzij Piet Bathory, die de zaak daarenboven niet begrepen had. + +</p> +<p>“Thans behoort die man mij”, zei dokter Antekirrt tot Piet, “hij is in mijne macht en ik kan hem tot alles noodzaken.” + +</p> +<p>“Ook om u alles mede te deelen wat hij weet?” vroeg Piet Bathory vrij ongeloovig. + +</p> +<p>“Neen, dat niet,” antwoordde dokter Antekirrt met een geheimzinnigen glimlach. + +</p> +<p>“Niet?... Dat is jammer!” meende de jeugdige werktuigkundige teleurgesteld. +<a id="d0e332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e332">12</a>]</span></p> +<p>“Neen, maar ik kan hem wel noodzaken, alles te doen, wat ik wil, dat hij uitvoeren zal.” + +</p> +<p>“Zonder dat hij dit weet?... Zonder dat hij dit zal willen?” + +</p> +<p>“Ja, maar niet alleen dat, maar zelfs geheel onbewust,” antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Hoe weet gij dat?” vroeg Piet Bathory, die, als ingenieur, het hoe en waarom gaarne vernam. + +</p> +<p>“Bij den eersten blik, dien ik op den ellendeling wierp, gevoelde ik, dat ik hem in mijne macht had, dat ik zijn wil door +den mijnen kon vervangen.” + +</p> +<p>“Die man is toch niet ziek, niet waar? Zijn uiterlijk verraadde daarvan niets.” + +</p> +<p>“Neen, hij is volstrekt niet ziek. Hij is integendeel zoo gezond als gij en ik”, antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Hoe verklaart gij dan...?” + +</p> +<p>“Denkt gij dan, dat die zenuwuitwerkselen alleen bij ziekelijke zenuwlijders teweeg kunnen gebracht worden?” + +</p> +<p>“Mij dunkt, dat een gezond mensch aan dergelijke invloeden weerstand kan bieden.” + +</p> +<p>“Neen, Piet. Zij, die nog het meeste weerstand bieden, zijn juist de hersenzieken, de waanzinnigen.” + +</p> +<p>“Maar...” + +</p> +<p>“Een goed en gevoelig sujet moet juist een eigen wil hebben, om behoorlijk gedomineerd te worden, en ik ben uitermate door +de omstandigheden begunstigd geworden, daar ik in dien Carpena juist eene geaardheid aangetroffen heb, geheel en al geschikt, +om mijn invloed te ondervinden...” + +</p> +<p>“Maar wat helpt dat thans?” vroeg Piet Bathory. “Al hebt gij hem ook al onder uwen zedelijken invloed, dan hebt gij hem nog +niet in uwe physieke macht.” + +</p> +<p>“Neen, maar die galeiboef zal in slaap gedompeld blijven, en zonder mijne tusschenkomst zal die slaap niet wijken.” + +</p> +<p>“Aangenomen”, zei Piet; “maar waartoe zal dat dienen? Ik zie daar geen uitkomst in.” + +</p> +<p>“Waartoe dat zal dienen, vraagt ge? Welke uitkomst dat zal hebben?” + +</p> +<p>“Voorzeker vraag ik dat, daar het onmogelijk is, om hem in den toestand, waarin hij zich bevindt, te doen zeggen, wat wij +zooveel belang hebben te weten te komen.” + +</p> +<p>“Dat is ontwijfelbaar waar,” antwoordde dokter Antekirrt. “Ik kan hem wel in mijne gedachten doen lezen; maar ik kan hem onmogelijk +doen zeggen, wat ik zelf niet weet.” + +</p> +<p>“Welnu, dan herhaal ik mijne vraag: waartoe zal dat dienen, welke uitkomst zal dat opleveren?” + +<a id="d0e373"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e373">13</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p013.jpg" alt="Bracht hij de hielen op dezelfde lijn, sloot het dikke der kuiten tegen elkander en bracht de rechterhand aan de klep zijner politiemuts. (Bladz. 21.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Bracht hij de hielen op dezelfde lijn, sloot het dikke der kuiten tegen elkander en bracht de rechterhand aan de klep zijner +politiemuts. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e589" class="typeref">21</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e385"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e385">14</a>]</span></p> +<p>“Maar wat ik wel in mijne macht heb”, ging dokter Antekirrt onverstoorbaar voort, alsof hij die vraag niet gehoord had, “is +hem te noodzaken te doen, wat mij in mijn kraam te pas komt, wat ik zal willen, dat hij doen zal, en dat zonder dat zijn wil +er zich tegen verzetten kan.” + +</p> +<p>“Ja, maar wat?” vroeg Piet Bathory ongeduldig. “Ja, maar wat? Zeg mij.” + +</p> +<p>“Wanneer ik bijvoorbeeld zal willen, dat hij morgen of overmorgen, over acht dagen of over drie of zes maanden, zelfs wanneer +hij in wakenden toestand is, het Presidio zal verlaten, dan zal hij dat ongetwijfeld doen.” + +</p> +<p>“Het Presidio verlaten!... Kom, gij gekscheert met mij!... Hoe zou dat mogelijk zijn?” + +</p> +<p>“Ja! het Presidio verlaten!... Piet, ik ben te ernstig, om mij eene grap te veroorloven!” + +</p> +<p>“Het Presidio verlaten?... Vrij en ongehinderd?...” vroeg Piet Bathory steeds ongeloovig. “Dan zouden de bewakers dat toch +moeten veroorloven! De invloed van uwe wilskracht kan zoo ver niet reiken, om hem zijne ketenen te doen verbreken, om hem +de deur van het bagno te doen verbrijzelen, om hem een onoverkomelijken muur te doen overklimmen, ... waarbij de gevangenbewaarders +hem dan nog behulpzaam zouden moeten zijn.” + +</p> +<p>“Neen, Piet,” antwoordde dokter Antekirrt, “gij hebt gelijk; ik kan hem niet noodzaken te doen, wat ik zelf niet uitrichten +kan... Maar ik kan...” + +</p> +<p>“Maar wat dan? Wat is uw plan?” vroeg de jonge werktuigkundige vrij opgewonden. + +</p> +<p>“Mijn plan? Juist om dat uit te voeren, begeven wij ons thans naar den gouverneur van Ceuta, ten einde dien hoofd-officier +een officiëel bezoek te brengen. En let nu maar op de verdere ontwikkeling van de zaak, die ik mij gesteld heb.” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt overdreef niet. Dat zou Piet Bathory spoedig genoeg ondervinden. + +</p> +<p>Die daadzaken omtrent den invloed der wilskracht op iemand in den hypnotischen toestand, zijn thans algemeen erkend. De werken +en nasporingen van Charcot, van Brown Sequard, van Azam, van Richet, van Dumontpallier, van Maudsley, van Bernheim, van Hack +Tuke, van Rieger, en van zooveel andere geleerden, kunnen daaromtrent geen twijfel laten bestaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt had gedurende zijne reizen in Oostersche landen zeer merkwaardige gevallen daaromtrent kunnen bestudeeren +en aan dien tak der physiologie een rijken schat van nieuwe en belangrijke waarnemingen toevoegen, en zijne reeds zoo rijke +ondervinding zeer kunnen vermeerderen. + +</p> +<p>Hij was dus uitnemend op de hoogte van die verschijnselen en <a id="d0e412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e412">15</a>]</span>van de resultaten, die er van te erlangen zijn. Hij was zelf begaafd niet eene groote mate van zich opdringende wilskracht, +die hij dikwijls gelegenheid had gehad in Klein-Azië uit te oefenen. En het was op die wilskracht, dat hij rekende, om zich +van Carpena meester te maken,—daar toch het toeval het zoo gewild had, dat de Spanjaard aan haren invloed volkomen onderhevig +was. + +</p> +<p>Maar al was dokter Antekirrt voortaan meester over de wilskracht van Carpena; al kon hij hem ook doen handelen, zooals en +wanneer hij wilde, door hem zijn eigen wil op te dringen, zoo was het toch noodzakelijk, om tot eene afdoende handeling te +kunnen overgaan, dat de gevangene vrij in zijne bewegingen was, wanneer het oogenblik gekomen zou zijn om hem deze of gene +daad te doen uitvoeren. Daarvoor was de vergunning van den gouverneur noodig, en die vergunning hoopte hij wel van den kolonel +Guyara, een uiterst welwillend en goedaardig mensch, te verkrijgen, om daardoor de ontvluchting van den Spanjaard uit het +Presidio mogelijk te maken. + +</p> +<p>Tien minuten later kwam het rijtuig van dokter Antekirrt bij den ingang der groote kazernes aan, die bij de grens van het +geënclaveerde grondgebied opgetrokken zijn, en hield bij het verblijf van den gouverneur, dat in de nabijheid gebouwd is, +stil. + +</p> +<p>De kolonel Guyara had reeds kennis bekomen van de aankomst van dokter Antekirrt te Ceuta. Die beroemde persoon was, dank zij +zijn algemeen door zijne rijkdommen en zijne bekwaamheden bekenden naam, als een soort souverein op reis. Nadat hij dan ook +in het salon van het gouvernements-paleis was binnengeleid, ontving de gouverneur hem, alsook zijnen jeugdigen reisgenoot, +op de meest innemende wijze. Al dadelijk wilde die kolonel zich geheel en al ter hunner beschikking stellen, om het kleine +geënclaveerde grondgebied te bezoeken, dat kleine stuk van Spanje, zoo zonderling in het Marokkaansche rijk ingesneden. + +</p> +<p>“Gaarne nemen wij uw aanbod aan, heer gouverneur,” antwoordde dokter Antekirrt in het Spaansch,—eene taal, die ook door Piet +Bathory goed verstaan en vlug gesproken werd.—“Maar ik weet niet, of wij wel den tijd zullen hebben, om uwe dienstvaardigheid +te kunnen benuttigen.” + +</p> +<p>“O, de kolonie is niet groot, dokter Antekirrt”, antwoordde de gouverneur. “In een halven dag kan men den geheelen omtrek +er van afleggen.” + +</p> +<p>“Dat is zoo, maar ... onze tijd is nog al beperkt, heer gouverneur,” antwoordde de dokter. + +</p> +<p>“Denkt gij dan niet eenigen tijd hier te vertoeven, zooals het gerucht zich verbreid heeft?” + +</p> +<p>“Hoogstens vier of vijf uren,<span id="d0e430" class="corr" title="Bron: ">”</span> antwoordde de dokter. “Langer kan ik inderdaad niet.” +<a id="d0e433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e433">16</a>]</span></p> +<p>“Zoo kort? Maar, heer dokter, dan zult gij niets kunnen bezichtigen. En dat is toch jammer.” + +</p> +<p>“Ik moet heden avond nog naar Gibraltar vertrekken, waar ik morgen in de ochtenduren verwacht word.” + +</p> +<p>“Heden avond nog vertrekken!” riep de gouverneur uit. “Hoe is dat toch mogelijk?” + +</p> +<p>“Het moet! heer gouverneur, het moet! Geloof intusschen, dat het mij geweldig spijt.” + +</p> +<p>“O, veroorloof mij te beproeven, u van dat voornemen af te brengen.” zei kolonel Guyara. + +</p> +<p>“Dat zou vergeefsche moeite zijn, heer gouverneur. Volkomen vergeefsche moeite, geloof mij.” + +</p> +<p>“Ik verzeker u, dokter Antekirrt, dat onze militaire volksplanting inderdaad waard is van nabij bestudeerd te worden,” drong +kolonel Guyara levendig aan. + +</p> +<p>“Ik twijfel er niet aan, heer gouverneur. Ik weet het trouwens, want ik heb er veel van gelezen.” + +</p> +<p>“Gij hebt ongetwijfeld veel gezien, veel waargenomen, heer dokter, gedurende uwe veelvuldige reizen; maar uit het oogpunt +van verbeterings-kolonie of beter strafkolonie, verdient Ceuta, ik verzeker het u, de geheele opmerkzaamheid zoowel van geleerden, +als van staathuishoudkundigen!” + +</p> +<p>Natuurlijk dreef de eigenliefde kolonel Guyara wel eenigermate om zijn kleine volksplanting zoodanig te prijzen en te verheffen. +Toch overdreef hij niet; want het administratief bestuur van het Presidio van Ceuta, wat geheel gelijk is aan dat der Presidios +van Sevilla, wordt beschouwd als een van de besten, zoowel van het Oude als van het Nieuwe halfrond. En, dat niet alleen wat +betreft den materieelen toestand der gedeporteerden, maar ook hunne zedelijke verbetering, waarbij beoogd wordt, gelouterde +sujetten aan de maatschappij weer te geven. + +</p> +<p>De gouverneur drong er dan ook op aan, dat een zoo voornaam man als dokter Antekirrt was, zijn vertrek zou willen uitstellen, +om de verschillende lokalen en inrichtingen van de strafkolonie met een bezoek te vereeren. + +</p> +<p>“Het is onmogelijk, dat ik langer blijf, heer gouverneur,” verzekerde de dokter, en ging met een glimlach voort; “maar heden +behoor ik u toe, en wanneer gij wilt, dan is het weinigje tijd, dat mij rest, nog wel te benutten, dunkt mij.” + +</p> +<p>“Het is reeds vier uren,” hernam kolonel Guyara, terwijl hij een blik op de pendule wierp. + +</p> +<p>“Reeds zoo laat?” vroeg de dokter, terwijl hij zijn horloge met het salon-uurwerk vergeleek. + +</p> +<p>“Voorzeker. En gij ziet, er blijft ons slechts weinig tijd over, om Ceuta te bezichtigen.” + +<a id="d0e464"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e464">17</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p017.jpg" alt="Waren onze oude kennissen, Sarcany en de Marokkaansche vrouw Namir. (Bladz. 31.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">Waren onze oude kennissen, Sarcany en de Marokkaansche vrouw Namir. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e823" class="typeref">31</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e476"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e476">18</a>]</span></p> +<p>“Inderdaad,” antwoordde de dokter, “en dat hindert mij te meer, daar ik er prijs op gesteld zoude hebben, om u, na uwe gastvrijheid +genoten te hebben, aan boord van mijn stoomjacht te ontvangen.” + +</p> +<p>“Dokter Antekirrt, zoudt gij uw vertrek naar Gibraltar niet een dag, een enkelen dag kunnen uitstellen?” + +</p> +<p>“Dat deed ik zeker, heer gouverneur, als ik geen samenkomst bepaald had voor morgen, zooals ik u reeds gezegd heb. Inderdaad, +ik ben verplicht, om nog heden avond zee te kiezen!” + +</p> +<p>“Dat is waarlijk betreurenswaardig,” hernam de gouverneur, “en niets zal mij kunnen troosten, dat ik u niet langer hier heb +kunnen houden! Maar ... pas op...” + +</p> +<p>“Waarop moet ik passen, heer gouverneur?” vroeg dokter Antekirrt met een glimlach. + +</p> +<p>“Het vaartuig ligt onder het bereik mijner kanonnen en mijner mortieren ten anker....” + +</p> +<p>“Ho, ho!” riep de dokter lachende uit. “Dat is eene internationale bedreiging!” + +</p> +<p>“En ik kan u op de plaats in den grond boren!” vervolgde kolonel Guyara schertsende. + +</p> +<p>“En de represailles dan, heer gouverneur?” vroeg dokter Antekirrt lachende. + +</p> +<p>“Welke represailles? Zijn er represailles mogelijk, als uw scheepje in den grond geschoten is?” + +</p> +<p>“Zoudt gij denken dat Antekirrta die schending van het volkenrecht ongewroken zou laten?” + +</p> +<p>“Wat, Antekirrta?...” riep kolonel Guyara schaterlachende uit. + +</p> +<p>“Zoudt gij in staat van oorlog met het machtige rijk van Antekirrta willen geraken?” + +</p> +<p>“Ik weet, dat ik groot gevaar zou loopen,” antwoordde de gouverneur op denzelfden toon van gekscheren. + +</p> +<p>“Dat geloof ik ook... Zijt derhalve zeer op uw hoede, want Antekirrta is machtig!” + +</p> +<p>“Maar, wat zou men niet willen wagen, om u vier en twintig uren langer te mogen behouden!” + +</p> +<p>“Ja, maar het is toch beter dat gevaar niet te trotseeren,” antwoordde dokter Antekirrt met een beleefden glimlach. + +</p> +<p>Piet Bathory, die geen deel aan dit gesprek genomen had, vroeg zich af, of dokter Antekirrt al of niet het doel, dat hij wenschte +te bereiken, nader was gekomen. Het besluit, om denzelfden avond nog Ceuta te willen verlaten, hoorde hij voor het eerst, +en het bevreemdde hem niet weinig. + +</p> +<p>“Te drommel”, dacht hij, “hoe zullen in zoo weinig tijd de noodige maatregelen te nemen zijn, om de ontsnapping van Carpena, +met <a id="d0e515"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e515">19</a>]</span>hoop op goeden uitslag, te kunnen bewerkstelligen. Dat zal inderdaad een tooverstuk zijn!” + +</p> +<p>Hij overdacht dat weinige uren later de gedeporteerden in het Presidio wedergekeerd en achter slot gesteld zouden zijn. Onder +die omstandigheden werd het zeer onwaarschijnlijk, dat iemand de vergunning verkrijgen zou, dat de Spanjaard zich buiten de +gevangenismuren zoude mogen begeven. Waarlijk, het vraagstuk werd uiterst belangwekkend. + +</p> +<p>Maar Piet begreep, dat de dokter een vastgesteld plan volgde, toen hij hem hoorde antwoorden: + +</p> +<p>“Waarlijk, heer gouverneur, het spijt mij zeer, dat ik aan uw zoo vriendelijk geuit verlangen niet voldoen kan.” + +</p> +<p>“Het spijt mij nog meer. Maar kunt gij waarlijk niet?” vroeg kolonel Guyara met plichtpleging. + +</p> +<p>“Neen, althans heden niet. Maar toch is het mogelijk, dat ik aan uw wensch zal kunnen voldoen.” + +</p> +<p>“Hoe dat?... Spreek spoedig!... Ik ben inderdaad zeer verlangend, heer dokter...” + +</p> +<p>“Luister.” + +</p> +<p>“Spreek, dokter Antekirrt, spreek dan toch!” hernam de gouverneur ongeduldig. + +</p> +<p>“Daar ik morgen ochtend noodzakelijk te Gibraltar moet wezen, moet ik heden avond vertrekken. Daaraan valt niets te veranderen. +Maar ik reken, dat mijn verblijf op die Engelsche rots niet langer dan twee of drie dagen zal duren. Het zou mij zeer tegenvallen, +wanneer het anders ware en ik er langer zou moeten blijven.” + +</p> +<p>“Des te beter! Want geloof mij, daar op dat Britsche grondgebied is niet veel te zien.” + +</p> +<p>“Neen, ik wil er niet langer verwijlen dan noodig is. Het is heden Donderdag, niet waar?” + +</p> +<p>“Inderdaad.” + +</p> +<p>“Welnu, in plaats van mijne reis langs de noordkust der Middellandsche zee te vervolgen, zal mij niets gemakkelijker vallen, +dan Zondagmorgen naar Ceuta terug te keeren....” + +</p> +<p>“Juist, niets gemakkelijker dan dat, inderdaad,” antwoordde de gouverneur, “en ook niets aangenamer en verplichtender voor +mij! Ik betoon waarschijnlijk wel wat te veel eigenliefde, niet waar, heer dokter?” + +</p> +<p>“Laten wij daarvan niet spreken, heer gouverneur.” + +</p> +<p>“Och, wie heeft zijne ijdelheids-beweegredenen niet in deze wereld, niet waar? Dat is dus afgesproken, dokter Antekirrt, tot +Zondag! Niet vergeten, hoor!” + +</p> +<p>“Jawel, maar op eene voorwaarde, hoort gij op uwe beurt, heer gouverneur?” +<a id="d0e551"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e551">20</a>]</span></p> +<p>“Voorzeker, ik hoor. En die voorwaarde is, heer dokter?.. Kom laat hooren!” + +</p> +<p>“Maar neemt gij ze aan? Dat dien ik vooraf te weten, heer gouverneur. Neemt gij ze aan?” + +</p> +<p>“Blindelings! Welke zij ook moge zijn!” antwoordde kolonel Guyara galant. + +</p> +<p>“Ook dat gij met uw adjudant aan boord van de <i>Ferrato</i> zult komen ontbijten?” + +</p> +<p>“Aangenomen, heer dokter, aangenomen! Maar...” + +</p> +<p>Kolonel Guyara scheen te aarzelen. + +</p> +<p>“Maar wat? Trekt ge terug, heer gouverneur? Dat zou ik niet mooi vinden.” + +</p> +<p>“Maar, ook op mijne beurt, op eene voorwaarde, heer dokter,” ging de kolonel voort. + +</p> +<p>“Evenals gij, neem ik haar blindelings aan. Laat hooren, heer gouverneur.” + +</p> +<p>“Dat is, dat gij met den heer Bathory op het gouvernementshuis zult komen dineeren.” + +</p> +<p>“Dat is afgesproken, heer gouverneur. Zoodat tusschen het ontbijt en het middagmaal...” + +</p> +<p>“Ik van mijn gezag en mijne macht misbruik zal maken...” antwoordde kolonel Guyara lachende. + +</p> +<p>“Brr! Misbruik van gezag en macht! Het is om kippenvel te krijgen! Om er van te ontstellen!” + +</p> +<p>“Om u al de heerlijkheid van mijn rijk te doen bewonderen,” voleindigde kolonel Guyara, terwijl hij de hand van dokter Antekirrt +drukte. + +</p> +<p>Piet Bathory had evenzeer de uitnoodiging, die hem gedaan was, aangenomen, en bedankte voor de welwillendheid van den gouverneur +van Ceuta met eene beleefde buiging. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt nam afscheid, en Piet kon toen reeds in zijne oogen lezen, dat hij zijn doelwit bereikt had. Maar de gouverneur +wilde zijne toekomstige gasten tot in de stad vergezellen. Alle drie namen toen plaats in het rijtuig en volgden den eenigen +weg, die het gouvernements-hôtel met het stedeke Ceuta in verbinding stelt. + +</p> +<p>Het was van dien Spaanschen gouverneur niet te verwonderen, dat hij de gelegenheid te baat nam, om de beide bezoekers de min +of meer betwistbare schoonheden van de kleine volksplanting te doen bewonderen, dat hij met eene zekere voorliefde sprak over +de verbeteringen, die hij zich voorgenomen had in te voeren, zoowel in het militair als in het civiel bestuur der nederzetting; +dat hij de meening verkondigde en verdedigde, dat de ligging van het oude Abyla niet minder was dan die van Calpi aan de andere +zijde van de zeeëngte; dat hij beweerde, dat het mogelijk was er een waar Gibraltar van te maken, even onneembaar als zijn +Britsche tegenhanger; <a id="d0e589"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e589">21</a>]</span>dat hij protesteerde tegen de onbeschofte woorden van master Ford: dat Ceuta aan Engeland moest toebehooren, omdat Spanje +er niets van weet te maken en onbekwaam is om het te behouden indien het aangevallen werd; dat hij zich zeer vertoornd betoonde +over die halsstarrige Engelschen, die nergens den voet aan wal kunnen zetten, zonder dat die voet dadelijk wortel schiet. +Neen waarlijk, dat was niet te verwonderen. + +</p> +<p>“Inderdaad”, riep hij vrij opgewonden uit, “voordat zij er aan denken, om zich van Ceuta meester te maken, moeten zij er voor +waken, dat zij Gibraltar behouden! Er bestaat daar een berg, die Spanje op hun hoofd zou kunnen neerstorten!” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, zonder te vragen op welke wijze de Spanjaarden een zoodanig gewelddadig geologisch verschijnsel in het leven +zouden kunnen roepen, wachtte zich wel die bewering tegen te spreken, die met al de opgewondenheid, een hidalgo zoo eigen, +geuit was. Daarenboven werd het gesprek door het plotseling stil houden van het rijtuig afgebroken. De koetsier had zich genoodzaakt +gezien zijne paarden te moeten inhouden bij eene verzameling van gedeporteerden, die als het ware den weg afsloten. Het was +eene bepaalde opstopping, zooals men wel in groote steden, maar niet in eene verbeteringsplaats kon verwachten. + +</p> +<p>De gouverneur werd ongeduldig, wenkte met een enkel gebaar een der brigadiers van het bewakings-detachement, om tot hem te +komen. Die agent naderde hem dadelijk met den voorgeschreven versnelden militairen pas. Bij het rijtuig aangekomen, bracht +hij de hielen op dezelfde lijn, sloot het dikke der kuiten tegen elkander, bracht de rechterhand aan de klep zijner politiemuts, +en wachtte in die voorschriftmatige houding, totdat de gouverneur het woord tot hem zoude richten. + +</p> +<p>Al de andere aanwezigen, zoowel bewakers als gevangenen, hadden zich op een gelid aan weerszijden van den weg geschaard en +keken eerbiedig toe, zonder een vin te durven verroeren. + +</p> +<p>“Wat is er aan de hand?” vroeg de gouverneur. “Waarom die versperring van den weg?” + +</p> +<p>“Excellentie,” antwoordde de brigadier, “wij hebben een veroordeelde op de helling van het talud van den weg vinden liggen. +Hij schijnt slechts ingeslapen te zijn...” + +</p> +<p>“Welnu, brigadier? Wat heeft dat te beduiden?” ging kolonel Guyara met vragen voort. + +</p> +<p>“Men is er niet in geslaagd hem wakker te kunnen maken, Excellentie,” was het antwoord. + +</p> +<p>“Sinds hoelang is die man in dien toestand, brigadier?” + +</p> +<p>“Sedert een uur ongeveer, Excellentie,” was het eerbiedige antwoord van den ondergeschikte. +<a id="d0e611"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e611">22</a>]</span></p> +<p>“En slaapt hij steeds door? Het is, alsof gij mij een sprookje vertelt.” + +</p> +<p>“Steeds, Excellentie.” + +</p> +<p>“Hoe weet gij dat, brigadier? Hebt gij u daarvan overtuigd? Zeg?” + +</p> +<p>“Ja, Excellentie. Hij is zoo ongevoelig, alsof hij dood ware. Men heeft hem geschud, men heeft hem geprikt....” + +</p> +<p>“Wat verder?” + +</p> +<p>“Men heeft hem geroepen, zelfs een pistoolschot vlak bij het oor gelost.” + +</p> +<p>“Welnu?” + +</p> +<p>“Excellentie, hij voelt niets en hij hoort niets! Hij blijft ongevoelig en bewusteloos liggen.” + +</p> +<p>“Waarom heeft men den geneesheer van het Presidio niet gehaald?” vroeg de gouverneur. “Dat is eene nalatigheid.” + +</p> +<p>“Ik heb hem laten halen, Excellentie; maar men trof hem niet te huis” + +</p> +<p>“En?” + +</p> +<p>“In afwachting dat hij komt, weten wij niet, wat wij met dien man moeten uitvoeren.” + +</p> +<p>“Welnu, laat hem naar het hospitaal dragen! Mij dunkt, dat is nog al eenvoudig.” + +</p> +<p>De brigadier was op het punt dat bevel te doen uitvoeren, toen dokter Antekirrt tusschenbeide kwam. + +</p> +<p>“Heer gouverneur,” sprak hij, “wilt gij mij in mijne hoedanigheid van geneesheer veroorloven, dien hardnekkigen slaper te +onderzoeken. Ik wenschte hem wel van nabij gade te slaan.” + +</p> +<p>“Waarachtig, dat ʼs waar ook,” zei de gouverneur, “dat behoort tot uw departement!... Een boef, die door dokter Antekirrt +behandeld zal worden!... Waarlijk, de kerel zal zich niet te beklagen hebben, dunkt me.” + +</p> +<p>Het drietal stapte uit het rijtuig en de dokter naderde den veroordeelde, die op het talud van den weg uitgestrekt lag. Het +leven vertoonde zich bij dien man, die in diepen slaap gedompeld was, niet anders meer dan door eene ietwat hijgende ademhaling +en door eene snellere beweging van den pols. Dat was alles. + +</p> +<p>De dokter wenkte, dat de omstanders meer achteruit zouden wijken, om de toetreding van meer lucht mogelijk te maken. Toen +dat gebeurd was, bukte hij zich over dat schijnbaar levenlooze lichaam, en sprak tot Carpena, maar met een zachte stem. Daarna +bekeek hij hem een lange poos, alsof hij een zijner wilsuitingen in de hersenen van den galeiboef wilde doen doordringen. + +</p> +<p>En zich toen oprichtende, zeide hij kalm en bedaard, alsof het geheele voorval niets te beduiden had: + +</p> +<p>“Het is niets! Die man is slechts door een aanval van magnetischen slaap overvallen geworden!” +<a id="d0e652"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e652">23</a>]</span></p> +<p>“Waarlijk?” vroeg de gouverneur. “Niets anders dan dat?” + +</p> +<p>“Niets anders,” antwoordde de dokter met een schier onmerkbaren glimlach op de lippen. + +</p> +<p>“Dat is inderdaad zonderling,” meende de gouverneur. “Vindt gij niet, dokter Antekirrt?” + +</p> +<p>“Toch niet,” antwoordde deze ernstig en afgemeten in toon en gebaren. “Zoo iets komt meer voor.” + +</p> +<p>“En kunt gij hem uit dien slaap wakker maken? Dat zou ik wel eens willen zien.” + +</p> +<p>“Niets gemakkelijker dan dat!” antwoordde dokter Antekirrt meesmuilend. “Kijk goed toe, kolonel.” + +</p> +<p>En na het voorhoofd van Carpena met de vingertoppen aangeraakt te hebben, opende hij met vaardige en lichte hand de oogleden +van den lijder, en zeide toen: + +</p> +<p>“Word wakker! ... ik wil het! Hoort ge?... Ik wil het... word wakker!” + +</p> +<p>Carpena bewoog zich, eerst onmerkbaar schier, daarna meer duidelijk, keerde zich om, opende de oogen, hoewel hij toch nog +in een staat van slaapdronkenheid en verdooving bleef. De dokter bewoog toen verscheidene malen en in schuine richting de +hand voor het gelaat van den gedeporteerde, alsof hij ten doel had de hem omringende luchtlaag in beweging te brengen. Langzamerhand +verdween de verdooving. Toen stond Carpena op en ging, evenwel loom en traag, en zonder dat hij eenig bewustzijn scheen te +hebben van hetgeen er voorgevallen was, plaats tusschen zijne makkers nemen. + +</p> +<p>De gouverneur Guyara, dokter Antekirrt en Piet Bathory stegen weer in het rijtuig, dat de weg naar de stad vervolgde in vollen +draf, om het tijdverlies van het oponthoud in te halen. + +</p> +<p>“Was de kerel, alles wel beschouwd, niet ietwat onder den invloed van sterken drank?” vroeg de gouverneur met een spotachtigen +glimlach. “Het kwam mij zoo voor.” + +</p> +<p>“Dat geloof ik niet,” antwoordde dokter Antekirrt ernstig. “Neen, dat was het niet.” + +</p> +<p>“Vooreerst ontbrak geheel en al de alcohollucht,” zei Piet Bathory, die den dokter te hulp kwam. + +</p> +<p>“Meent ge? Ik moet erkennen, dat ik daar niet op gelet heb,” zei kolonel Guyara. + +</p> +<p>“En dan valt hier slechts eene eenvoudige uitwerking van het somnambulisme te constateeren.” + +</p> +<p>“Maar hoe kan die uitwerking te voorschijn geroepen zijn?” vroeg de gouverneur. + +</p> +<p>“Daarop kan ik niet antwoorden, heer gouverneur. Misschien is die man onderhevig aan dergelijke aanvallen<span id="d0e687" class="corr" title="Bron: ">.</span>” + +</p> +<p>“Maar hij is nu op de been, verdere zorgen mijnerzijds zijn <a id="d0e692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e692">24</a>]</span>nu overbodig en deze aanval zal hem geen kwaad doen.” + +</p> +<p>“Mijnentwege,” dacht de gouverneur. “Zooʼn boef! Alsof ik mij daarom bekommeren zou.” + +</p> +<p>Het rijtuig bereikte weldra den gordel der vestingwerken, reed de stad in en dwars door en hield stil op een klein plein, +waarbij de verschillende inschepings-kaden van Ceuta uitkwamen. + +</p> +<p>Daar nam dokter Antekirrt hartelijk afscheid van den kolonel Guyara. + +</p> +<p>“Ziet, daar ligt de <i>Ferrato</i>,” sprak de eerstgenoemde, terwijl hij naar het sierlijk stoomjacht wees, dat op de open reede bevallig door de deining heen +en weer bewogen werd. “Vergeef mij, dat ik u uwe belofte herinner. Gij zult niet vergeten, heer gouverneur, dat gij aangenomen +hebt, om aanstaanden Zondag-ochtend aan boord te komen ontbijten?” + +</p> +<p>“Zeker niet, dokter Antekirrt. Evenmin als gij vergeten zult, dat gij Zondag-avond op het gouvernementshuis dineeren zult! +Denk daar ook om; want ik reken er op.” + +</p> +<p>“Ik zal woord houden, heer gouverneur, dat verzeker ik u,” zei dokter Antekirrt met plichtpleging. + +</p> +<p>“En ik ook, wees daar verzekerd van,” was het wederantwoord van den kolonel. + +</p> +<p>Beiden scheidden en de gouverneur verliet de kade niet, dan nadat hij de sloep had zien afsteken. + +</p> +<p>“Een merkwaardig man!” zei hij bij het heengaan tot zijn adjudant. “Bepaald een merkwaardig man.” + +</p> +<p>De jonge officier knikte toestemmend, zooals dat een goed ondergeschikte betaamt. + +</p> +<p>Toen de sloep aan boord gekomen was, antwoordde dokter Antekirrt op de vraag van Piet Bathory, of alles volmaakt naar zijn +wensch was afgeloopen en of hij de uitvoering zijner plannen meer nabij gekomen was: + +</p> +<p>“Ja!” + +</p> +<p>“Meent gij dat wezenlijk?” vroeg Piet Bathory, niet zonder ietwat verbazing te laten blijken. + +</p> +<p>“Zeker! Want Zondag-avond zal Carpena met of zonder vergunning van den gouverneur aan boord van de <i>Ferrato</i> zijn.<span id="d0e728" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Tegen acht uren verliet het stoomjacht zijne ankerplaats, wendde den steven noordwaarts en weldra verdween de berg Hacho, +die deze Afrikaansche kusten beheerscht, in den nevel, die zich bij het vallen van den avond uit den Atlantischen Oceaan en +uit de Middellandsche zee verhief. + +<a id="d0e733"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e733">25</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p025.jpg" alt="Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur hem op de kade af te wachten. (Bladz. 40.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur hem op de kade af te wachten. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1091" class="typeref">40</a>.) +</p> +</div><p> + + + +<a id="d0e745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e745">26</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e170" href="#d0e170src" class="noteref">1</a></span> De werkelijke diepte van de straat van Gibraltar is 300 tot 900 meter.—J.H. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e746" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">II.</h2> +<h2 class="normal">EENE PROEFNEMING VAN DOKTER ANTEKIRRT.</h2> +<p>Een passagier, wien men niets omtrent de bestemming van het vaartuig, waarop hij zich bevindt, medegedeeld heeft, kan onmogelijk +raden op welk gedeelte van den aardbol hij aanlandt, wanneer hij te Gibraltar voet aan wal zet. + +</p> +<p>Vooreerst is het eene kade, die men ziet, welke van kleine inhammen voorzien is, om het aanleggen der sloepen van de zeekasteelen +gemakkelijk te maken; daarna krijgt men een bastion te zien, dat gevormd wordt door den walgang, waaronder een poort doorvoert, +welke geheel zonder karakter of bouwstijl is. Vervolgens komt men op een onregelmatig plein, dat allerwege door hooge kazernes +omgeven is, die zich terrasgewijze langs de heuvelhelling verheffen; en eindelijk bevindt men zich in eene lange, smalle en +bochtige straat, die den naam van Mainstreet voert. Eigenaardig, de macadam van die straat blijft steeds vochtig, welk weer +het ook zijn moge. Daarin komen en gaan, te midden van de pakkendragers, van de sluikhandelaars, van de schoenpoetsers, van +de sigaren- en lucifers-verkoopers, tusschen de kruiwagens, de draagmanden en de karretjes, met groenten en vruchten beladen, +tusschen de draaiorgels en liedjeszangers, als een cosmopolitisch mengelmoes, Maltezers, Marokkanen, Spanjaarden, Italianen, +Arabieren, Franschen, Portugezen, Duitschers—dus zoowat van alles, zelfs inboorlingen van het Vereenigd Koninkrijk, die hoofdzakelijk +door infanteristen vertegenwoordigd worden, die met hun eigenaardigen rooden uniformjas, terwijl de artilleristen een licht +blauwen dragen, eene bonte afwisseling daarstellen, vooral met hunne gaarkeuken-petjes op het hoofd, die den vorm eener kleine +taart hebben, en slechts op een oor door een evenwichts-kunststuk gedragen worden. + +</p> +<p>Toch bevindt men zich in weerwil van dat alles te Gibraltar, en die zoogenaamde Mainstreet strekt zich door de geheele stad +uit, van de Zeepoort af tot aan de Alamedapoort. + +</p> +<p>Van dit laatste punt af verlengt zij zich naar de zuidelijke punt van Europa en voert langs veelkleurige villaʼs en groenende +squares, onder het lommer van hoog plantsoen en te midden van prachtige bloemperken, die afgewisseld worden met kanonbatterijen +van ieder stelsel en met kogelstapels van ieder kaliber, langs boschjes van sierplanten, die in iedere luchtstreek tehuis +behooren, en dat zoo over <a id="d0e759"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e759">27</a>]</span>eene lengte van vier duizend drie honderd meters. Dat is ongeveer de maat van de rots van Gibraltar, die den vorm van een +hoofdeloozen drommedaris vrij wel nabij komt, welke gehurkt zou liggen op de zandvlakte van San Roqua en wiens staart zich +met een weinig verbeeldingskracht tot in de Middellandsche zee zoude uitstrekken. Waarlijk, een merkwaardige verschijning, +van uit zee gezien. + +</p> +<p>Die kolossale rotsklomp verheft zich op vier honderd vijf en twintig meters loodrecht boven de oppervlakte van den Oceaan +en bedreigt met zijne kanonnen, met zijne “oude besjestanden” zooals de Spanjaarden ze noemen, het vasteland van weerszijden, +zoowel Afrika als Europa. Van die kanonnen bevinden zich daar ruim achthonderd stuks, wier mondingen door de schietgaten in +de borstweringen en schildmuren der bomvrije kasematten ingesneden, te ontwaren zijn, en het alles een uiterst somber aanzien +verleenen. + +</p> +<p>Twintig duizend ingezetenen en zes duizend militairen der bezetting wonen als het ware op de eerste verdieping van die rots, +waarvan de voet door de zee bespoeld wordt, zonder de vierhandige bewoners te rekenen, die beruchte “monos”, een soort van +staartelooze apen, Simia Ecaudato genaamd, die als de nakomelingen van de oudste familiën van de streek, maar in waarheid +als de ware grondbezitters te beschouwen zijn van de hellingen en hoogten van het oude Calpé. Dit zijn de eenige apen, die +op Europeesch grondgebied aangetroffen worden, de menschelijke apen natuurlijk uitgezonderd. + +</p> +<p>Die apen zijn de sierlijkste exemplaren van het geheele geslacht der vierhandigen. Zij zijn over den rug en aan de zijden +kastanjebruin met uiterst fijne leikleurige stipjes aan de armen en het onderlijf, maar met sneeuwwitte stipjes aan de beide +zijden van den staartwortel. Het hoofd dier dieren schittert met eene geelachtig groene kleur met zwarte stippen, het aangezicht +is purperblauw en de baard geel met een zwarte streep tusschen het oog en het oor. Deze apen worden dikwijls naar andere landen +overgebracht, hoewel men hun vaderland niet met juistheid weet aan te geven en men aangenomen heeft, dat zij op de rotsen +van Gibraltar in den natuurstaat voorkomen. Zooveel is zeker, dat hun vaderland binnen den noorder keerkring en in het westelijk +gedeelte van Afrika gelegen is, vanwaar zij, daar de apen over het algemeen goede zwemmers zijn, naar Europa overgestoken +kunnen zijn. Deze apensoort weet zich zeer goed aan de gematigde luchtgesteldheid te gewennen; zij kunnen in gevangen staat +lang leven en worden zeer mak. Zij verloochenen evenwel nimmer hunnen grappigen aard en verwerven daardoor veler gunst. + +</p> +<p>Van den top van de rots van Gibraltar beheerscht de bezoeker de geheele zeeëngte, kan hij het Marokkaansche strand gade slaan +<a id="d0e769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e769">28</a>]</span>en heeft aan de eene zijde een vergezicht over de Middellandsche zee en aan den anderen kant op den vollen Atlantischen Oceaan, +die, wanneer het weder helder is, een prachtigen aanblik oplevert. + +</p> +<p>De Engelschen bespieden van die hoogte met hunne uitstekende teleskopen en verrekijkers, een omtrek van ruim twee honderd +kilometers, en laten niet na, nauwgezet gade te slaan, wat in dien kring voorvalt, ten einde steeds op hunne hoede te zijn. + +</p> +<p>Gibraltar, eigenlijk een voorgebergte, is sedert 1704 eene aan Engeland toebehoorende rotsvesting met een stad. Deze ligt +in de Spaansche provincie Cadix, in Andalusië, op drie geografische mijlen ten noordoosten van kaap Tarifa, de zuidelijkste +punt van Europa. De rots met hare vestingwerken, is door eene strook neutralen grond, eene lage door lagunen of haften doorsneden +landtong, met het vasteland verbonden en schijnt derhalve in zee te liggen. Die rots is tien duizend meter lang, vijftien +honderd meter breed en vier honderd meter hoog, bestaat uit fijnkorrelige Jurakalk, welke op Silurisch gesteente rust, en +bevat onderscheidene grotten en druipsteenholen, onder anderen de Cueva de Miquel. De bergkam heeft eene dakvormige gedaante +en telt drie kruinen. Op de middelste van deze bevindt zich het Signaalhuis (Signalhouse) en een uitmuntend hôtel. Aan den +zeekant gaat de rots over in een terras, dat allengs lager wordt, maar eindelijk steil, ja schier loodrecht in zee afdaalt. +Op zijn sterk bevestigden zuidelijken rand, op de Punta dʼEuropa, verheft zich een vuurtoren op 36° 6′ 42″ Noorderbreedte. +De westelijke helling, hoewel ook rotsachtig en steil, heeft gelegenheid gegeven tot stichting der stad Gibraltar. Daarentegen +vormen de oostelijke en noordelijke zijden nagenoeg loodrechte muren. Aan de andere zijde van den aarden wal, op de reeds +vermelde landtong opgeworpen, verheft zich op eene rots de Spaansche stad Santa Roqua. + +</p> +<p>Natuur en kunst hebben Gibraltar tot eene onoverwinnelijke vesting gemaakt en deze is in handen der Engelschen de sleutel +tot de Middellandsche zee. Behalve aan de loodrechte oostzijde is zij overal bevestigd door batterijen, forten, redouten, +wallen, gecreneleerde muren en ver uitspringende bastions. Zooals reeds verhaald is, bedraagt de bewapening der vesting ruim +acht honderd vuurmonden, welker aantal gemakkelijk tot twee duizend kan vermeerderd worden. Deze metalen vuurmonden staan +steeds gereed, om alle nadering van den vijand te verhinderen. De vestingwerken zijn voor het grootste gedeelte in de rots +uitgehouwen. Merkwaardig zijn vooral de hooggewelfde breede rotsgaanderijen, gedurende de laatste belegering der Spanjaarden +van 1779–1781, ter hoogte van twee honderd en drie honderd meters en twee honderd en zestig meters diepte in het gesteente +aangebracht—twee boven elkander gelegen gangen, die met honderden zware stukken geschut bewapend zijn. +<a id="d0e777"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e777">29</a>]</span></p> +<p>Er is eene veilige en voldoende bomvrije wijkplaats voor het gewone garnizoen, hetwelk, zooals reeds medegedeeld werd, uit +drie duizend man bestaat. Acht ontzettend groote bomvrije waterbakken en een kolossaal diepe put leveren genoegzame waarborgen +tegen mogelijk watergebrek. Nergens in Europa is het klimaat zoo warm; maar het is er toch zeer gezond. Alle zuidelijke gewassen +willen er gaarne tieren. De berg is trouwens geen kale rots; runderen, schapen en geiten vinden er een weelderigen plantengroei. + +</p> +<p>Terrasvormig verheft zich de stad Gibraltar, aan de westzijde der indrukwekkende rots. Bij bovenbedoelde belegering door de +Spanjaarden, werd zij in de asch gelegd, doch later weer opgebouwd. Het hoogste gedeelte der stad ligt veel, zeer veel hooger +dan het laagste; de straten zijn er zeer eng en de huizen geheel in Engelschen trant gebouwd, doch meestal donkerkleurig geverfd, +zoodat ze van de donkergrijze kleur der rots nauwelijks te onderscheiden zijn. + +</p> +<p>Slechts hier en daar zijn er woningen door tuinen omgeven. Voor de stad vindt men een prachtig park, Alameda-garden genaamd, +met sierlijke gewassen beplant. Van hier loopt langs de helling van den berg tusschen vestingwerken, forten, kazernes, magazijnen, +villaʼs en tuinen, een weg naar Punta dʼEuropa. + +</p> +<p>Merkwaardige openbare gebouwen zoekt men er te vergeefs. Het gouvernements-gebouw, door een fraaien tuin omgeven, was voorheen +een Franciskaner klooster, en van de vroeger zoo prachtige kerk is een gedeelte in een balzaal en het andere in een Engelsch +bedehuis herschapen. Van de voormalige Roomsch-Katholieke kerken, die meest in magazijnen werden veranderd, is alleen de Maria-kerk +overgebleven. + +</p> +<p>Voorts bevinden zich te Gibraltar drie synagogen, eene moskee; uitmuntende scholen, goede hôtels en koffiehuizen en fraaie +winkels; maar geen schouwburg. Op eene hoogte, aan de noordzijde der stad; heeft men de artillerie-kazerne en de militaire +gevangenis in het oude Moorsche kasteel, hetwelk uit de VIIIe eeuw dagteekent. Het Britsche grondgebied heeft eene oppervlakte +van slechts O.69 <span class="abbr" title="vierkante"><abbr title="vierkante">vierk.</abbr></span> geografische mijlen. Hoewel alle levensmiddelen te Gibraltar aangevoerd moeten worden, heerscht er steeds overvloed, en de +vele schepen, die er ten anker komen,—jaarlijks ongeveer tienduizend,—geven aanleiding tot een levendig handelsverkeer. Ook +wordt er een aanmerkelijke sluikhandel gedreven met Spanje. + +</p> +<p>Karel V liet de oude Moorsche vestingwerken door den beroemden ingenieur Spreekel uit Straatsburg, naar de beginselen der +nieuwere Europeesche vestingbouwkunde veranderen. Gedurende den Spaanschen Successie-oorlog werd de vesting door de Engelschen +aan de Spanjaarden ontrukt. Eene Engelsche vloot onder Admiraal Rook verscheen <a id="d0e793"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e793">30</a>]</span>den 21<sup>sten</sup> Juli 1704 in de wateren van Gibraltar en zette een klein maar dapper korps Britsche en Nederlandsche krijgslieden aan den +wal, die reeds den 4<sup>en</sup> Augustus onder aanvoering van den Keizerlijken luitenant-veldmaarschalk Prins George van Hessen Darmstadt de vesting bij +overrompeling innamen. Philippus V liet toen de stad den 12<sup>en</sup> daaropvolgende met tienduizend man van de landzijde aantasten en de vesting aan de zeezijde door vier en twintig schepen +onder admiraal Poyer insluiten, doch zijne pogingen werden zoowel door de batterijen der rotsvesting, als door den bijstand +der Nederlandsch-Engelsche vloot verijdeld. Eene herhaling dier pogingen in 1705 had geen ander gevolg, dan dat de admiraal +Pontis in de haven van Gibraltar de nederlaag leed. In 1714 bij den vrede van Utrecht werd Engeland uitsluitend in het bezit +van Gibraltar bevestigd en na dien tijd heeft dat Rijk alle hulpmiddelen aangewend om Gibraltar, het bolwerk van zijnen handel +in de Middellandsche zee, onoverwinnelijk te maken. Dit was tevens oorzaak van den klimmenden naijver van Spanje, dat den +7<sup>en</sup> Maart 1727 het beleg voor Gibraltar sloeg, hetwelk echter, na de komst van den Britschen admiraal Wager met elf oorlogschepen, +opgebroken moest worden. + +</p> +<p>Te vergeefs bood Spanje twee millioen pond sterling voor de vesting; het moest volgens het verdrag van Sevilla, in 1729 gesloten, +van alle aanspraken op Gibraltar afzien. + +</p> +<p>In 1779 werd Gibraltar opnieuw te water en te land door de Spanjaarden ingesloten; maar de Britsche admiraal Rodney wist middelen +te vinden, om de bedreigde vesting van versterking en munitie te voorzien. De bezetting deed op den 27<sup>sten</sup> November 1781 een gelukkigen uitval naar de landzijde onder de generaals Elliot en Ross, waarbij zij door haar vuur al de +belegeringswerken, die door de Spanjaarden waren aangelegd, vernielden. Het plan der Spanjaarden, om door middel van drijvende +batterijen de vesting van de zeezijde te veroveren, leed schipbreuk op de uitstekende maatregelen van Lord Elliot. + +</p> +<p>De vrede van 1783 liet eindelijk Gibraltar in het bezit der Engelschen, nadat de belegering van 1779 tot 1782 aan de oorlogvoerende +Mogendheden meer dan honderd tachtig millioen gulden gekost had. + +</p> +<p>Na die uitwijding over de voornaamste vesting, die in Europa aangetroffen wordt, hervatten wij ons verhaal. + +</p> +<p>Wanneer de <i>Ferrato</i>, door een gelukkig gesternte geleid, twee dagen vroeger op de reede van Gibraltar ware aangekomen, wanneer dokter Antekirrt +en Piet Bathory alsdan tusschen zonsopgang en ondergang op de smalle kade ontscheept, de Zeepoort ingestapt en de Mainstreet +tot buiten de Alamedapoort gevolgd waren, om zich naar de fraaie tuinen te begeven, die zich tot nagenoeg ter halverhoogte +van den rotsheuvel aan de linkerzijde verheffen, dan zouden <a id="d0e823"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e823">31</a>]</span>wellicht de gebeurtenissen, die wij te vertellen hebben, een sneller en ongetwijfeld een geheel ander verloop hebben gehad. + +</p> +<p>Inderdaad zaten in den achtermiddag van den 19<sup>en</sup> September op een dier hooge houten banken, die gewoonlijk in de Engelsche Squares te vinden zijn, onder beschutting van het +hooge geboomte en met den rug naar de kanonbatterijen gekeerd, die met hun vuur de geheele reede kunnen bestrijken, twee personen +met elkander te praten, waarbij zij er evenwel nauwkeurig voor zorgden, dat zij niet door de wandelaars konden worden beluisterd. + +</p> +<p>Die twee personen waren onze oude kennissen, Sarcany en de Marokkaansche vrouw Namir. + +</p> +<p>De lezer zal, hopen wij, de bijzonderheid wel niet vergeten hebben, dat de Tripolitaan Sarcany zich op het eiland Sicilië +bij Namir moest vervoegen, terzelfder tijd dat de medegedeelde rooftocht naar de Case Inglese ondernomen zoude worden, waarbij +Zirone evenwel zooʼn vreeselijken dood vond. + +</p> +<p>Sarcany, die bijtijds van dien noodlottigen afloop onderricht werd, veranderde toen dadelijk zijne plannen, waaruit noodzakelijk +volgde, dat dokter Antekirrt hem natuurlijk gedurende acht volle dagen, die hij ter reede van Catania doorbracht, te vergeefs +wachtte. + +</p> +<p>De Marokkaansche had van haren kant, luidens de bevelen, die zij ontvangen had, dadelijk Sicilië verlaten, om naar Tetuan +op de Marokkaansche kust terug te keeren, alwaar zij destijds woonde. + +</p> +<p>Van Tetuan vertrok zij naar Gibraltar, alwaar Sarcany haar verzocht had te komen. + +</p> +<p>Hij was den vorigen dag reeds aangekomen en rekende er op den volgenden dag te kunnen vertrekken. + +</p> +<p>Namir, de halfwilde gezellin van Sarcany, was hem met ziel en lichaam toegedaan. Zij was het, die hem in de douars van het +Tripolitaansche rijk, als ware zij zijne moeder opgevoed had. Zij had hem nimmer verlaten, zelfs gedurende dat tijdperk, toen +hij makelaar in het Regentschap was, waar hij geheimzinnige aanrakingen had met de vreeselijke sektegenooten van het Senousisme, +die met hunne plannen het eiland Antekirrta bedreigden, zooals hiervoren reeds met enkele woorden verhaald werd. + +</p> +<p>Namir kende alle zijne gedachten, zoowel als al zijne daden, zelfs de meest laakbare. Ja, in het ontwerpen en in de uitvoering +had zij bijna altijd haar deel. Zij was door eene soort van moederlijke liefde aan Sarcany verbonden, en was wellicht meer +aan hem gehecht dan Zirone, zijn makker in lief en leed, het ooit was. Op een teeken, op een gebaar van hem, zou zij ongetwijfeld +eene misdaad begaan hebben, zou zij den dood zonder aarzeling tegemoet gesneld zijn. +<a id="d0e846"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e846">32</a>]</span></p> +<p>Sarcany kon dus een onbeperkt vertrouwen in Namir stellen, en dat hij haar naar Gibraltar had doen komen, was om haar te spreken +over Carpena, van wien hij thans alles te vreezen had. + +</p> +<p>Dat onderhoud was evenwel het eerste, dat zij sedert de aankomst van Sarcany te Gibraltar te zamen hadden. Het zou ook het +eenige zijn en het werd in de Arabische taal gevoerd. + +</p> +<p>Sarcany begon het gesprek met eene vraag en ontving daarop een antwoord, dat beiden ongetwijfeld als het meest belangwekkende +beschouwden, daar hunne toekomst er van afhing. + +</p> +<p>“Sava?...” vroeg Sarcany met uiterst levendige stem en gebaar. “Waar is Sava?” + +</p> +<p>“Die bevindt zich te Tetuan in zekerheid,” antwoordde het oude wijf, met een grijnslach. + +</p> +<p>“Dus ik kan daaromtrent gerust zijn? Gij staat mij voor het meisje in?” vroeg de Tripolitaan. + +</p> +<p>“Volkomen. Wees daaromtrent geheel gerust,” was het antwoord van de oude feeks. + +</p> +<p>“Maar gedurende uwe afwezigheid! Dan zou van de gelegenheid gebruik kunnen gemaakt worden....” + +</p> +<p>“Geen nood! Ik heb mijn maatregelen te goed getroffen, om dienaangaande iets te vreezen te hebben.” + +</p> +<p>“Verklaar u nader, Namir. Gij weet welke belangen met dat meisje op het spel staan.” + +</p> +<p>“Gedurende mijne afwezigheid staat het huis onder opzicht eener oude jodin, die het jonge meisje geen oogenblik zal verlaten. +Op die vrouw kan ik volkomen vertrouwen.” + +</p> +<p>“Is dat zeker?” + +</p> +<p>“Alsof Sava in eene gevangenis zat, waarin niemand kan binnendringen dan gij. Daarenboven...” + +</p> +<p>“Ga voort... Ga dan toch voort... Ik brand van ongeduld. Dat ziet gij.” + +</p> +<p>“Daarenboven, Sava weet niet, dat zij te Tetuan is, zij weet niet wie ik ben en zij weet nog minder, dat zij zich in uwe macht +bevindt. Wees dus volkomen gerust.” + +</p> +<p>“Spreekt gij haar nog steeds over dat huwelijk?... Gij weet, dat dit van belang is.” + +</p> +<p>“Voorzeker, Sarcany,” antwoordde Namir. “Ik laat haar niet van het denkbeeld vervreemden, dat zij uwe vrouw moet worden. En +dat zal zij! Dat heb ik gezworen!” + +</p> +<p>“Ja, het moet, Namir, het moet! En te meer, daar van het vermogen van Toronthal nog maar weinig meer overblijft... Waarlijk, +die arme Silas heeft weinig geluk bij het spel.” + +</p> +<p>“Gij zult hem niet noodig hebben, Sarcany, om rijker te worden, dan gij ooit geweest zijt!” + +<a id="d0e885"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e885">33</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p033.jpg" alt="Gibraltar." width="509" height="720"><p class="figureHead">Gibraltar.</p> +</div><p> + +<a id="d0e891"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e891">34</a>]</span></p> +<p>“Dat weet ik, Namir, dat weet ik. Maar het laatste tijdstip, waarop mijn huwelijk met Sava voltrokken moet wezen, nadert! +En gij weet, dan heb ik hare vrijwillige toestemming noodig, en wanneer zij mocht weigeren... Dat ware dan al zeer noodlottig. +Want dan ontgaat dat vermogen mij.” + +</p> +<p>“Ik zal haar wel noodzaken toe te geven,” antwoordde Namir gemelijk. “Ja, ik zal haar die toestemming ontweldigen!... Laat +dat maar aan mij over, Sarcany!” + +</p> +<p>Het was moeielijk zich een meer vastberaden en woester gelaat voor te stellen, dan dat, hetwelk de Marokkaansche vertoonde, +toen zij zoo sprak. + +</p> +<p>“Goed, Namir, zeer goed!” antwoordde Sarcany, geheel en al gerustgesteld. + +</p> +<p>“O, gij kunt op mij rekenen! Daarvan zijt gij te goed verzekerd, niet waar, Sarcany?” + +</p> +<p>“Ga voort met goed op te passen. Weldra zal ik mij bij u vervoegen,” antwoordde deze. + +</p> +<p>“Komt het met uwe plannen nog niet overeen, om Tetuan weldra te verlaten?” vroeg de Marokkaansche. + +</p> +<p>“Neen, zoolang ik er niet toe genoodzaakt zal zijn,” antwoordde Sarcany met een glimlach. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk,” zei de Marokkaansche, op diepzinnigen en peinzenden toon. + +</p> +<p>“Niet waar? Niemand kent noch kan daar Sava Toronthal kennen. Intusschen, wanneer de loop der gebeurtenissen mij noopte, om +haar te doen vertrekken, zal ik u bijtijds waarschuwen. Dat is goed afgesproken, niet waar?” + +</p> +<p>“Zoo is het goed, Sarcany,” hernam Namir. “Maar zeg mij nu, waarom gij mij naar Gibraltar hebt laten komen?” + +</p> +<p>“Omdat ik u over zekere zaken te spreken heb, die het beter is te zeggen dan te schrijven.” + +</p> +<p>“Spreek, Sarcany. En wanneer gij mij een bevel te geven hebt, spreek het gerust uit. Wat het ook zij, ik neem op mij, om het +uit te voeren, al ware het ook een moord!” + +</p> +<p>“Zoo erg is het niet; maar ziehier, Namir, de zaak. Luister goed,” antwoordde Sarcany: “Mevrouw Bathory is verdwenen en haar +zoon is dood! Van die familie heb ik dus volstrekt niets meer te vreezen. Mevrouw Toronthal is dood en Sava is in mijne macht. +Van dien kant beschouwd, kan ik dus gerust zijn. Van de andere personen, die mijne geheimen kennen of daarin betrokken zijn, +is de eene Silas Toronthal, mijn medeplichtige, geheel en al in mijne macht. De andere, Zirone, is ellendig omgekomen bij +zijn laatsten tocht op Sicilië. Zoodat van die allen, die ik zooeven genoemd heb, niemand kan praten en ook niemand zal praten!” +<a id="d0e920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e920">35</a>]</span></p> +<p>“Welnu, mij dunkt, dat is geruststellend,” zei Namir met haren leelijken grijnslach. + +</p> +<p>“Ja, maar ...” hernam Sarcany nog meer fluisterend en met aarzelende stem. “Ja maar....” + +</p> +<p>“Wat is er nog? Wien of wat hebt gij nog meer te vreezen?” vroeg Namir, terwijl zij hem met onderzoekenden blik aankeek. + +</p> +<p>“Ik vrees alleen nog maar de tusschenkomst van twee personen, waarvan de eene een gedeelte van mijn verleden weet, en de andere +zich in mijne tegenwoordige plannen meer mengt dan mij inderdaad lief is.” + +</p> +<p>“Wie zijn dat?” vroeg Namir heftig en woest, terwijl zij opsprong. + +</p> +<p>“De eene is Carpena,” antwoordde Sarcany. “Gij weet wel, de Spanjaard Carpena!” + +</p> +<p>“Zoo!” gromde de Marokkaansche met sombere stem. “En wie is de andere?” + +</p> +<p>“De andere... dat is die dokter Antekirrt, wiens verhouding tot de familie Bathory mij vroeger te Ragusa al zeer verdacht +voorkwam, en mij nu ernstige ongerustheid inboezemt!” + +</p> +<p>De oogen van het oude wijf flikkerden gedurende een ondeelbaar oogenblik. + +</p> +<p>“Ik heb bovendien van Benito, den kastelein van Santa Grotta vernomen, dat die laatstgenoemde, die millioenen rijk is, Zirone +door tusschenkomst van een zekeren Pescados een loozen strik gespannen heeft. Indien dat waar is, dan heeft hij dat gedaan +om zich van zijn persoon, daar ik niet in de nabijheid was, meester te maken, natuurlijk met het doel om hem zijne geheimen +te ontwringen!” + +</p> +<p>“Mij dunkt, dat dit duidelijk genoeg is,” antwoordde Namir. “Meer dan ooit moet gij u voor dien dokter Antekirrt in acht nemen... +Ik heb u vroeger reeds voor dien persoon gewaarschuwd.” + +</p> +<p>“Dat is goed en wel; maar in de eerste plaats dien ik intusschen steeds te weten, wat hij uitvoert...” + +</p> +<p>“Dat is waar. En dat zal lang zoo gemakkelijk niet gaan, als gij wel zoudt meenen.” + +</p> +<p>“Maar vooral waar hij zich bevindt. Dat moet en dat zal ik weten,” sprak de Tripolitaan. + +</p> +<p>“Dat is zeer moeielijk, nog moeielijker dan het andere, Sarcany,” antwoordde Namir. + +</p> +<p>“Waarom dat?” + +</p> +<p>“Ik heb te Ragusa hooren vertellen, dat hij zich den eenen dag in dit gedeelte der Middellandsche zee bevindt en den volgenden +weer aan het andere uiteinde!” +<a id="d0e955"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e955">36</a>]</span></p> +<p>“Ja, die man schijnt de gave der alomtegenwoordigheid te bezitten!” riep Sarcany met een zucht uit. “Maar het zal niet gezegd +worden, dat ik hem zal veroorloven, mij spaken in het wiel te steken, zonder dat ik een woordje meegepraat zal hebben. Dat +die dokter zich ernstig in acht neme!” + +</p> +<p>“Voorzichtig, Sarcany!” vermaande de oude. “Voorzichtig toch! Als gij met vuur omgaat...” + +</p> +<p>“En al moest ik hem tot op zijn eiland Antekirrta gaan opzoeken,” ging Sarcany hartstochtelijk voort, “ik zal hem...” + +</p> +<p>“Als dat huwelijk voltrokken is,” suste hem Namir, “dan zult gij van hem en van niemand meer iets te vreezen hebben. Niet +waar, Sarcany? Van niemand meer?” + +</p> +<p>“Ongetwijfeld, Namir; ... maar intusschen ... is dat huwelijk nog niet voltrokken.” + +</p> +<p>“Middelerwijl moeten wij oppassen, moeten wij zorgvuldig uitkijken! Daarenboven, wij zullen steeds een voordeel boven hem +hebben! Gij verstaat mij, hoop ik?” + +</p> +<p>“Welk, Namir? Neen, ik begrijp u niet geheel en al. Welk voordeel?” + +</p> +<p>“Wij zullen kunnen vernemen, waar hij is, zonder dat hij weten kan, waar wij ons bevinden.” + +</p> +<p>“Dat is waar.” + +</p> +<p>“Laten wij nu over Carpena spreken, Sarcany. Wat hebt gij van dien man te vreezen?” + +</p> +<p>“Carpena kent mijne verhouding tot Zirone. Hij weet, dat wij trouwe makkers en vrienden waren.” + +</p> +<p>“Zoo!” + +</p> +<p>“Sedert verscheidene jaren maakte hij deel uit van enkele rooversexpedities, waarin ik de hand had. Hij kan praten en dan +... dan zou ik verloren zijn.” + +</p> +<p>“Accoord, maar Carpena bevindt zich thans in het Presidio van Ceuta, veroordeeld tot levenslange galeistraf, wegens gepleegden +moord, niet waar?” + +</p> +<p>“Ja, Namir, en het is juist dat, hetgeen mij verontrust. Dat wil ik u niet verbergen.” + +</p> +<p>“Spreek, Sarcany. Spreek op, en ontvouw mij uwe geheimste gedachten. Zeer waarschijnlijk kan ik helpen.” + +</p> +<p>“Carpena kan, om zijn toestand te verbeteren, om eene verzachting van straf te erlangen, aan het verraden gaan.” + +</p> +<p>“Och, kom!... Zou hij daartoe in staat zijn? Dat geloof ik nog zoo gauw niet.” + +</p> +<p>“Zoowel als wij weten, dat hij naar Ceuta gedeporteerd is, weten dat anderen ook.” + +</p> +<p>“Dat is zoo. Ik moet erkennen, dat dit voor wederlegging niet vatbaar is.” +<a id="d0e996"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e996">37</a>]</span></p> +<p>“Anderen kennen hem persoonlijk. Bijvoorbeeld die Pescados, die hem te Malta zoo beet gehad heeft. Nu zal dokter Antekirrt +door dien man wel middel weten te vinden, om tot hem te genaken.” + +</p> +<p>“Dat is niet onmogelijk,” zei Namir peinzende. “En in dat geval is inderdaad het gevaar groot.” + +</p> +<p>“Die man kan zijne geheimen door kracht van goud willen koopen. Daartoe bezit hij de middelen.” + +</p> +<p>“Wat zou Carpena in het bagno van Ceuta met goud kunnen uitvoeren? Men zou hem dat daar toch maar afnemen.” + +</p> +<p>“Hij kan hem willen doen ontsnappen, Namir. En dan kan Carpena altijd goud gebruiken.” + +</p> +<p>“Ja, zoo beschouwd... Maar dat zou geld kosten. Veel, zeer veel geld!” zei de Marokkaansche. + +</p> +<p>“Daarvoor zal de dokter wel niet terugdeinzen. En inderdaad, het verwondert mij, dat hij het nog niet gedaan heeft!” + +</p> +<p>Sarcany, die trouwens schrander genoeg was, gaf hier blijken van zeer scherpziende te zijn; want hij raadde inderdaad, welke +de plannen des dokters ten opzichte van den Spanjaard waren. Hij begreep als bij instinct, alles wat hij van hem te vreezen +had. + +</p> +<p>Namir moest toegeven, dat Carpena, bij den thans bestaanden toestand, zeer gevaarlijk kon worden. + +</p> +<p>“Waarom,” riep Sarcany uit, “is hij niet in stede van Zirone daar ginds verdwenen! Hij ware beter in den krater van den Etna +terecht gekomen!” + +</p> +<p>“Wat niet in Sicilië gebeurd is,” antwoordde Namir kalm en op ijskouden toon, “kan nog te Ceuta geschieden, hoewel ik bekennen +moet, dat hier geen krater ter beschikking staat.” + +</p> +<p>Met dat woord was het vraagstuk zuiver gesteld. Die twee begrepen elkander. + +</p> +<p>Namir verklaarde toen, dat haar niets gemakkelijker zoude vallen, dan van Tetuan naar Ceuta te gaan, zoo dikwijls als zij +zulks noodig zou kunnen oordeelen. Hoogstens een twintigtal mijlen zijn die twee steden van elkander gescheiden. Tetuan bevindt +zich iets voorbij de strafkolonie, ten zuiden van de Marokkaansche kust gelegen. Daar nu de veroordeelden aan de wegen of +in de stad te werk zijn gesteld, zou het zeer gemakkelijk zijn met Carpena, die haar kende, in aanraking te komen, en hem +dan te doen gelooven, dat Sarcany zich onledig hield met een plan, om hem te doen ontsnappen. Zij zou hem dan eenig geld kunnen +geven, ook eenige levensmiddelen, als toevoegsel aan het schrale maal der gevangenen. Wanneer het nu gebeurde, dat een stuk +brood of wel eene vrucht vergiftigd was, wie zou zich dan om den dood van Carpena bekommeren? Wie zou er de oorzaken van opsporen? +Niemand, niet waar? Een galeiboef is geen mensch meer. Wie bekommert zich over zijne verdwijning?<span id="d0e1023" class="corr" title="Bron: ”"></span> +<a id="d0e1025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1025">38</a>]</span></p> +<p>Een schoft minder in het Presidio, dat zou geen voorval zijn, om den gouverneur van Ceuta bovenmate te verontrusten! Dan zou +Sarcany niets meer van den Spanjaard te vreezen hebben, ook niet van de pogingen van dokter Antekirrt, die er belang bij had, +om Carpenaʼs geheimen te doorgronden. Een moord! Eenvoudiger kon het niet. + +</p> +<p>Alles wel beschouwd, was het gevolg van dat onderhoud dit: terwijl van de eene zijde alles klaar gemaakt werd voor de ontsnapping +van Carpena, werd van de andere zijde alles beproefd om die ontvluchting onmogelijk te maken, door hem naar die strafkolonie +der andere wereld te zenden, vanwaar niemand ontvluchten kan. + +</p> +<p>Toen alles behoorlijk overeengekomen was, wandelden Sarcany en Namir weer naar de stad terug en namen daar een hartelijk afscheid +van elkander. + +</p> +<p>Dienzelfden avond verliet Sarcany Spanje, om Silas Toronthal te gaan opzoeken; terwijl Namir den volgenden ochtend, na de +baai van Gibraltar overgestoken te zijn, zich te Algesiras inscheepte aan boord van de pakketboot, die geregeld den dienst +tusschen Europa en Afrika verricht. + +</p> +<p>Juist toen die pakketboot de haven verliet, kruiste zij een pleizierjacht, dat spelevarende, de baai van Gibraltar rondstoomde, +alvorens in de Engelsche wateren het anker te laten vallen. + +</p> +<p>Dat was de <i>Ferrato</i>. Namir, die het vaartuig gezien had, toen het Catania aandeed, herkende het dadelijk. + +</p> +<p>“Dokter Antekirrt hier!” prevelde zij binnensmonds. “Sarcany heeft gelijk! Er is gevaar; en dat gevaar is wellicht reeds meer +nabij dan iemand onzer zelfs vermoedt.” + +</p> +<p>Weinige uren later ontscheepte de Marokkaansche vrouw te Ceuta. Alvorens evenwel naar Tetuan terug te keeren, nam zij hare +maatregelen, om in aanraking met den Spanjaard te komen. + +</p> +<p>Haar plan was eenvoudig, zoo eenvoudig zelfs, dat het slagen moest, als haar ten minste de tijd gegund werd, om het ten uitvoer +te brengen. En dat zou slechts van de gelegenheid afhangen. + +</p> +<p>Eene verwikkeling verrees evenwel, waarop Namir onmogelijk verdacht kon geweest zijn. Carpena had zich namelijk, ten gevolge +van de tusschenkomst van dokter Antekirrt tijdens zijn eerste bezoek, ziek gemeld; en hoewel hij dat niet was, was hij er +in geslaagd, voor eenige dagen in het hospitaal van de strafkolonie opgenomen te worden. Namir bleef dus niets over, dan rondom +het hospitaal te drentelen, zonder dat het haar evenwel gelukte tot hem door te dringen. Wat haar evenwel geruststelde, was, +dat al kon zij Carpena niet te zien krijgen, dat dit dokter Antekirrt, of zijne agenten evenmin gelukken zou. + +</p> +<p>“Dus,” dacht zij, “er bestaat geen onmiddellijk gevaar. Waarlijk, een geluk bij een ongeluk!” +<a id="d0e1051"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1051">39</a>]</span></p> +<p>En inderdaad, geene ontsnapping scheen te vreezen, zoolang de veroordeelde zijn arbeid op de wegen der kolonie niet hervat +had. + +</p> +<p>Toch vergiste zich Namir bij die vooronderstelling. De opname van Carpena in het hospitaal van de strafkolonie zou integendeel +de plannen des dokters begunstigen en het welslagen daarvan waarschijnlijk verzekeren. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> kwam in den avond van den 22<sup>sten</sup> September in het binnenste gedeelte der baai van Gibraltar ten anker. Die baai werd dikwijls door de westen- en zuidwestenwinden +geteisterd, zoodat oppassen de boodschap was. Maar het stoomjacht zou er niet lang vertoeven, hoogstens gedurende den dag +van den 23<sup>sten</sup>, dat wil zeggen: den geheelen Zaterdag. Dokter Antekirrt en Piet Bathory begaven zich dan ook, na aan wal gegaan te zijn, +naar het <span lang="en">Post Office</span> in de Mainstreet, waar zij post-restant brieven hoopten te vinden. + +</p> +<p>Die hoop werd verwezenlijkt. Een door een der agenten op Sicilië aan den dokter gerichte brief meldde hem, dat Sarcany, sedert +het vertrek der <i>Ferrato</i>, noch te Catania, noch te Syracuse, noch te Messina, zich had laten zien. In één woord, dat hij spoorloos verdwenen was. + +</p> +<p>Een andere brief, die door Pescadospunt aan Piet Bathory geadresseerd was, berichtte, dat hij veel beter ging en dat geen +spoor zijner wond weldra zou overblijven. Dokter Antekirrt kon hem, zoodra hij verkoos, zijn dienst doen hervatten. Natuurlijk +ook Kaap Matifou, die aan beiden de eerbiedige groeten van een rustend Hercules aanbood. + +</p> +<p>De derde brief eindelijk was aan Luigi Ferrato gericht en kwam van Maria. Deze was, en dat valt wel te begrijpen, meer een +brief van eene moeder dan wel van eene zuster. + +</p> +<p>Wanneer dokter Antekirrt en Piet Bathory zes en dertig uren vroeger in de openbare tuinen van Gibraltar rondgewandeld hadden, +zouden zij voorzeker Sarcany en Namir ontmoet hebben. + +</p> +<p>Die dag werd gebezigd, om de kolenruimen van de <i>Ferrato</i> te vullen met behulp der gabaraʼs, eene soort van lichters, die de steenkolen gingen halen bij de kolenschepen, die vlottende +magazijnen, welke op de reede ten anker lagen. Men vulde ook den zoetwatervoorraad aan, benoodigd zoowel voor de stoomketels, +als voor de waterkisten en watervaten van het stoomjacht. In het voornaamste werd dus dadelijk voorzien. + +</p> +<p>Alles was dus aangevuld en in orde, toen de dokter en Piet, die in een hôtel op de Commercial Square gedineerd hadden, aan +boord terugkwamen, op het oogenblik dat het “<span lang="en">first gun fire</span>”, het eerste kanonschot, de sluiting verkondigde der poorten van die stad, waarin de krijgstucht even streng en voorbeeldeloos +gehandhaafd werd, als <a id="d0e1091"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1091">40</a>]</span>in eene strafkolonie van Norfolk of van Cajenne, of in eene Duitsche vesting als Mainz of Coblenz. + +</p> +<p>Toch lichtte de <i>Ferrato</i> niet dienzelfden avond het anker. Daar het vaartuig slechts kleine twee uren noodig had, om de zeeëngte over te steken, ging +het eerst den volgenden ochtend tegen acht uren onder stoom. Toen stoomde het met volle kracht in de richting van Ceuta, na +onder het vuur der Engelsche batterijen voortgestevend te zijn, die hunne excercitie-vuren wel wilden staken, om het bevallige +pleiziervaartuig niet in den vollen romp te treffen en in den grond te boren. + +</p> +<p>Om half tien kwam het aan den voet van den berg Hacho aan; maar daar de bries uit het noordwesten blies, zouden de ankers +op dezelfde plaats waar het stoomjacht drie dragen te voren ter reede gelegen had, niet gehouden hebben. De kapitein ging +dus aan de andere zijde der stad ankeren in eene kleine kreek, welke door hare ligging tegen de zeewinden gedekt was. Daar +liet de <i>Ferrato</i> op twee kabellengten afstand van den oever het anker vallen. Het vaartuig zwenkte voor de aanrollende zee om, met den boeg +in den wind, en bleef toen onbewegelijk liggen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt ontscheepte twee uren later op een kleinen pier, die in zee uitgebouwd was. + +</p> +<p>Namir, die hem bespiedde, had geen enkele der wendingen en bewegingen van het stoomjacht uit het oog verloren. De dokter herkende +haar natuurlijk niet; hij had haar ter nauwernood bij het vallen van den avond op den bazaar van Cattaro ontmoet, en haar +toen waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Zij daarentegen, had hem dikwijls te Gravosa en te Ragusa ontmoet. Zij herkende hem +dan ook dadelijk, en besloot, gedurende al den tijd dat het stoomjacht te Ceuta zou doorbrengen, uiterst voorzichtig en zeer +nauwgezet op hare hoede te zijn. + +</p> +<p>Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur van de kolonie, vergezeld van een zijner adjudanten, hem op de kade af te +wachten. Dat was inderdaad een eerbetoon, hetwelk niet iedereen gegund werd. + +</p> +<p>“Goeden dag, waarde gast! en welkom hier!” riep kolonel Guyara uit. “Gij zijt een man van uw woord. En, nu gij mij voor den +geheelen dag toebehoort..., zult gij mij niet ontsnappen.” + +</p> +<p>“Heer gouverneur, ik zal u eerst dan toebehooren, wanneer gij mijn gast zult geweest zijn. Vergeet niet...” + +</p> +<p>“Wat, dokter Antekirrt? Als ik u vriendelijk bidden mag...!” vroeg kolonel Guyara. + +</p> +<p>“Ik moet u herinneren, dat het ontbijt aan boord van de <i>Ferrato</i> gereed staat.” + +</p> +<p>“Datʼs waar ook! Welnu, wanneer het ontbijt gereed staat, zou het niet beleefd zijn, mij te laten wachten!” + +<a id="d0e1122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1122">41</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p041.jpg" alt="En viel, toen hij hem op twee passen genaderd was, op de knieën. (Bladz. 52.)" width="506" height="720"><p class="figureHead">En viel, toen hij hem op twee passen genaderd was, op de knieën. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1452" class="typeref">52</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e1134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1134">42</a>]</span></p> +<p>De sloep bracht den dokter met zijne genoodigden naar boord terug. De tafel was weelderig voorzien, en allen deden het maal, +hetwelk in het salon van het stoomjacht klaar stond, alle eer aan. + +</p> +<p>Gedurende het ontbijt liep het gesprek voornamelijk over het bestuur der kolonie, over de zeden en gebruiken harer bewoners, +over de betrekkingen, die bestonden tusschen de Spaansche bevolking en de inboorlingen. Als bij toeval, kwam dokter Antekirrt +er toe, om over dien veroordeelde te spreken, dien hij twee of drie dagen te voren op den weg naar het gouvernementshuis uit +een magnetischen slaap gewekt had. + +</p> +<p>“Hij herinnert zich ongetwijfeld niets meer?” vroeg hij niet zonder belangstelling. + +</p> +<p>“Niets,” antwoordde de gouverneur. “Ten minste, zooals mij is gerapporteerd geworden.” + +</p> +<p>“Dat verwondert mij niet,” opperde dokter Antekirrt zoo ernstig mogelijk. + +</p> +<p>“Maar,” ging kolonel Guyara voort, “hij is niet meer ten arbeid gesteld aan de verharding der wegen.” + +</p> +<p>“Niet? Waarom niet? Hebt gij daar bijzondere redenen voor, heer gouverneur?” + +</p> +<p>“Neen, dokter Antekirrt,” antwoordde de kolonel. “Volstrekt niet.” + +</p> +<p>“Waar is hij dan?” vroeg dokter Antekirrt, met een schakeering van ongerustheid in zijne stem, die Piet Bathory alleen vermocht +waar te nemen. + +</p> +<p>“Hij is in het hospitaal,” antwoordde de gouverneur. “Het schijnt dat dit toeval zijne kostbare gezondheid geschokt heeft, +en, niet waar, die moet hersteld worden?” + +</p> +<p>“Wat is het voor een landsman? Is het een Franschman, een Duitscher of een Italiaan?” + +</p> +<p>“Neen, het is een Spanjaard, die Carpena heet,” antwoordde kolonel Guyara. “Hij is voor levenslang hier.” + +</p> +<p>“Is het een erge booswicht? Wat heeft hij voor streken uitgevoerd, die hem hier gebracht hebben?” + +</p> +<p>“Het is een gewone moordenaar, die hoegenaamd geene belangstelling verdient, dokter Antekirrt. Als die kerel overleed, zou +het waarlijk geen verlies voor het Presidio zijn!” + +</p> +<p>Daarna ging het gesprek op iets anders over. Waarschijnlijk wenschte de dokter niet te laten blijken, dat hij eenigermate +belang stelde in dien gedeporteerde, die na weinige dagen, als hersteld, het hospitaal zou verlaten. + +</p> +<p>Toen het ontbijt ten einde geloopen was, werd koffie op het dek rondgediend, en werd die met smaak verorberd, terwijl de blauwe +rookwolkjes der Manilla-sigaren van de gasten onder de zonnetent van het achterschip bevallig omhoog kronkelden. +<a id="d0e1167"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1167">43</a>]</span></p> +<p>Nadat die uitspanning een poos geduurd had, bood dokter Antekirrt den gouverneur aan, om zonder verwijl naar den wal te gaan. +Hij stelde zich thans geheel ter beschikking en was gereed het geënclaveerde Spaansche grondgebied in Afrika in alle zijne +bijzonderheden te bezichtigen. + +</p> +<p>Dat aanbod werd natuurlijk dadelijk aangenomen, en de gouverneur zou tot het diner tijd te over hebben, om zijn beroemden +gast rond te geleiden en hem alles te laten bezichtigen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en Piet Bathory werden dan ook met zorg rondgeleid door het geheele Spaansche grondgebied, zoowel door de +stad, als door de omstreken. Geen enkele bijzonderheid werd overgeslagen, noch in de strafkolonie, noch in de kazernes der +bezetting, noch daarbuiten. Dien dag—het was op een Zondag—waren de gedeporteerden niet aan hunnen gewonen arbeid gezet, zoodat +de dokter hen in dien nieuwen toestand kon waarnemen. + +</p> +<p>Wat Carpena betreft, dien zag hij slechts ter loops, terwijl hij door het hospitaal kwam, en hij scheen zijne aandacht niet +te trekken. + +</p> +<p>De dokter dacht dienzelfden nacht van Ceuta te vertrekken, om naar Antekirrta terug te keeren, evenwel niet zonder het grootste +gedeelte van dien avond aan den gouverneur gewijd te hebben. Tegen zes uren ongeveer kwam hij dan ook in het Gouvernementshuis +terug, waar hem een keurig diner wachtte, dat tot tegenhanger moest dienen van het ontbijt, des ochtends aan boord van het +stoomjacht de <i>Ferrato</i> genoten. + +</p> +<p>Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de dokter gedurende die wandeling <i>intra et extra muros</i>, binnen en buiten de stad, door Namir gevolgd was. Hij kon niet bevroeden, dat hij het voorwerp was van zulk eene hardnekkige +bespieding. Maar al had hij het geweten, wat zou hij er tegen hebben kunnen doen? Niets, niet waar? + +</p> +<p>Het ging vroolijk aan tafel toe. Eenige notabelen der kolonie, verscheidene officieren met hunne echtgenooten, twee of drie +rijke handelaren waren genoodigd geworden, en die lieten vrij uit het genoegen blijken, dat zij smaakten, zoo in de nabijheid +te zijn van den beroemden dokter Antekirrt en hem te kunnen zien en hooren. + +</p> +<p>De dokter verhaalde gaarne van zijne reizen in het Oosten, door Syrië, door Palestina, door Arabië, door Nubië, door Egypte, +door Noord-Afrika. Daarna bracht hij het gesprek weer op Ceuta. Hij kon niets anders dan den gouverneur zijn compliment maken, +die met zooveel verdiensten het Spaansche geënclaveerde grondgebied bestuurde. Het was volgens hem bewonderenswaardig. + +</p> +<p>“Maar,” liet hij er op volgen, “het toezicht over de veroordeelden moet u toch soms zorgen veroorzaken, niet waar?” + +</p> +<p>“Waarom zou het dat, waarde dokter? Ik trek mij de wereldsche zaken zoo zeer niet aan. Ik volvoer mijn plicht...” +<a id="d0e1194"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1194">44</a>]</span></p> +<p>“Maar die boeven zullen toch wel pogingen aanwenden, om te ontsnappen, denk ik. En daartegen dient gewaakt te worden.” + +</p> +<p>De kolonel glimlachte minachtend, maar antwoordde niet dadelijk, alsof hij nadacht. + +</p> +<p>“Daar nu de gevangenen,” ging de dokter voort, “er meer aan denken om te ontvluchten, dan hunne bewakers om hun dat te beletten, +volgt daaruit, dat het voordeel aan den kant der gevangenen is. En het zou mij niet verwonderen, wanneer nu en dan eenigen +op het avondappèl mankeerden.” + +</p> +<p>“Nooit!” riep de gouverneur uit. “Nooit! Ik zou wel eens willen zien, dat zoo iets zou gebeuren!” + +</p> +<p>“Evenwel, heer gouverneur... Er bestaan legenden van beroemde ontsnappingen.” + +</p> +<p>“Waarheen zouden die vluchtelingen gaan? Vraag u dat eerst eens af! Daarin zit de groote moeilijkheid.” + +</p> +<p>“Maar, mij dunkt, dat alle wegen voor hen open staan, en zij derhalve maar te kiezen hebben.” + +</p> +<p>“Maar, dokter Antekirrt. Over zee is de ontsnapping onmogelijk! Over land zou zij te midden van die woeste, onbeschaafde bevolking +van Marokko zeer gevaarlijk zijn. Onze gedeporteerden blijven dan ook stil in het Presidio, zoo niet voor hun genoegen, dan +toch uit voorzichtigheid. Zij vinden, dat een levende galeiboef beter is dan een doode ontsnapte.” + +</p> +<p>“Als dat zoo is,” antwoordde de dokter, “dan kan ik u gelukwenschen, heer gouverneur; want het is te vreezen, dat de bewaking +der gevangenen in de toekomst allengs moeielijker zal worden.” + +</p> +<p>“Om welke reden, als het u belieft?” vroeg een der genoodigden, die te meer belang in het gesprokene stelde, dewijl hij directeur +der strafkolonie was. + +</p> +<p>“Welnu, mijnheer,” antwoordde de dokter, “omdat de studie der magnetische verschijnselen bij het menschdom zeer groote vorderingen +heeft gemaakt....” + +</p> +<p>“Wat hebben magnetische verschijnselen met de bewaking der gevangenen te maken?” vroeg de verblufte directeur. + +</p> +<p>Maar dokter Antekirrt liet zich niet uit het veld slaan, en vervolgde, alsof hij niet gestoord ware: + +</p> +<p>“Omdat de toepassing dier magnetische verschijnselen door iedereen kan geschieden; omdat eindelijk de uitwerking of gevolgen +der gedachtenopdringing meer en meer algemeen worden zal en dat die niets minder beoogen dan den eenen persoon in de plaats +van den anderen te stellen. Ik meen, dat onder zulke omstandigheden het bewaken moeielijk wordt.” + +</p> +<p>“En, in dat geval?” ... vroeg de gouverneur nieuwsgierig, maar zonder achterdocht. +<a id="d0e1225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1225">45</a>]</span></p> +<p>“In dat geval, heer kolonel, meen ik, dat het verstandig zal zijn, niet alleen de gevangenen, maar ook hunne bewakers te bewaken. +Dat zult gij moeten toegeven!” + +</p> +<p>“Hé, hé!” riep de directeur geërgerd uit. “Dat is sterk. Als de bewakers bewaakt zullen moeten worden!” + +</p> +<p>“Gedurende mijne reizen, heer gouverneur,” ging dokter Antekirrt voort, “ben ik getuige geweest van zoo buitengewone voorvallen, +dat ik voor mij geloof, dat in die reeks van verschijnselen alles mogelijk is.” + +</p> +<p>“Dus gij meent?...” vroeg kolonel Guyara uiterst nieuwsgierig. + +</p> +<p>“Ik meen dus, heer gouverneur, dat gij in uw belang niet moet vergeten, dat wanneer een gevangene zijns onbewust, zijns ondanks +zelfs, onder den invloed van een vreemden wil kan ontvluchten, eveneens een bewaker, aan denzelfden invloed onderworpen, hem +even onbewust kan laten ontsnappen.” + +</p> +<p>“Zoudt gij ons kunnen uitleggen, waarin dat verschijnsel bestaat?” vroeg de directeur der strafkolonie ernstig. + +</p> +<p>“Zeker, mijnheer, kan ik dit uitleggen, wanneer gij zulks verlangt. Spreek maar een woord.” + +</p> +<p>“Mag ik u dan om die uitlegging verzoeken? Gij zult mij daarmede zeer verplichten.” + +</p> +<p>“Leeringen wekken, maar voorbeelden trekken en ... zijn beter. Een enkel voorbeeld zal u beter doen begrijpen dan iedere uitleg,” +antwoordde de dokter. + +</p> +<p>“Wij zijn nieuwsgierig, dokter Antekirrt,” zei de gouverneur. “En wachten met ongeduld uw voorbeeld.” + +</p> +<p>“Veronderstelt, dat een bewaker eene natuurlijke voorbeschikking heeft tot onderwerping aan den magnetischen of hypnotischen +invloed; want dat is hetzelfde, en laten wij aannemen, dat een gevangene dien invloed op hem uitoefent... Welnu, van het oogenblik +af dat deze laatste van zijn invloed of zijne macht kennis zal dragen, zal hij baas over den bewaker zijn, zal hij hem alles +doen verrichten wat hij wil, zal hij hem doen gaan, waarheen hij verlangt, zal hij hem noodzaken de deur der gevangenis te +openen, wanneer hij hem die gedachte zal opdringen.” + +</p> +<p>“Ongetwijfeld, heer dokter,” antwoordde de directeur, “maar op eene voorwaarde, niet waar?” + +</p> +<p>“En die is?” vroeg dokter Antekirrt, met een goedkeurenden hoofdknik. + +</p> +<p>“Dat de gevangene zijn bewaker eerst in slaap zal gemaakt hebben, meen ik?” + +</p> +<p>“Daarin vergist gij u, mijnheer,” antwoordde de dokter hoogst ernstig. + +</p> +<p>“Zou ik?” +<a id="d0e1258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1258">46</a>]</span></p> +<p>“Ja, gij vergist u. Al die daden kunnen volvoerd worden in wakenden toestand, zonder dat de bewaker er eenig bewustzijn van +heeft of ondervindt.” + +</p> +<p>“Wat, gij beweert...?” + +</p> +<p>“Ik beweer en verzeker, dat de gevangene aan den bewaker, die onder zijn invloed is, kan zeggen: op dien dag, op dat uur, +zult gij dit of dat uitvoeren. Op dien dag zult gij mij de sleutels mijner cel brengen, en hij zal gehoorzamen! Op dien dag +zult gij de poort van het Presidio openen, en hij zal het doen! Op dien dag zal ik u voorbijgaan en gij zult mij niet zien!... +Mij dunkt, heeren, dat is duidelijk.” + +</p> +<p>“Dat alles, wanneer hij wakker is?” vroeg de directeur steeds uiterst ongeloovig. + +</p> +<p>“Juist wanneer hij volkomen wakker is!” bevestigde de dokter op een toon, die geen tegenspraak duldde. + +</p> +<p>Toch werd hij, in weerwil van die bevestiging, een gebaar van ongeloof gewaar, dat enkelen genoodigden, in weerwil zijner +verzekering, als huns ondanks ontsnapte. Zij allen waren onder den invloed van den dokter en spraken en dachten, zooals hij +verlangde. Op hen nam hij de proefneming, om te ervaren, hoe ver hij gaan kon. + +</p> +<p>“Niets is toch zekerder evenwel,” zei toen Piet Bathory; “en ik zelf ben getuige geweest van daadzaken ...” + +</p> +<p>“Zoodat,” zei de gouverneur, “men de stoffelijkheid van een persoon aan den blik van een andere kan onttrekken?” + +</p> +<p>“Geheel en al, heer gouverneur,” antwoordde dokter Antekirrt, “evenals men sommige sujetten zoodanig biologeeren kan, zoodanige +wijzigingen in hunne zinnen, in hun waarnemingsvermogen kan teweeg brengen, dat zij zout voor suiker zullen aannemen, melk +voor azijn, of gewoon water voor geneeskundige afdrijvende middelen, waarvan zij zelfs de gevolgen zullen ondervinden. Niets +is op het gebied der verbeelding of der halucinaties onmogelijk, want de hersens zijn aan dien invloed onderworpen.” + +</p> +<p>“Dokter Antekirrt” zei toen de gouverneur, “ik meen het gevoelen van alle mijne genoodigden uit te drukken, door u te zeggen, +dat men die zaken moet gezien hebben, om ze te kunnen gelooven!” + +</p> +<p>“En, zelfs dan nog! ...” meende een der tegenwoordige personen bij wijze van voorbehoud te moeten doen hooren. + +</p> +<p>“Het is dus zeer betreurenswaardig,” hernam de gouverneur, “dat de weinige tijdruimte, die gij ons wijden kunt hier te Ceuta, +u niet veroorlooft, ons proefondervindelijk te overtuigen.” + +</p> +<p>“Maar... met uw verlof, heer gouverneur,” zei de dokter tot den gouverneur. + +</p> +<p>“Wat wilt gij zeggen, dokter Antekirrt?” vroeg kolonel Guyara. “Gij wildet iets zeggen.” +<a id="d0e1287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1287">47</a>]</span></p> +<p>“Dat kan ik, als gij er uwe toestemming slechts toe wilt geven.” + +</p> +<p>“Mijne toestemming? Dadelijk,” sprak de gouverneur opgewonden uit. + +</p> +<p>“Dadelijk, wanneer gij zulks verkiest!” antwoordde dokter Antekirrt bescheiden. + +</p> +<p>“Ja, wat mij betreft,” antwoordde de gouverneur. “Zult gij willen? Zult gij kunnen?” + +</p> +<p>“Gij hebt slechts te spreken. Gij, heer gouverneur, zijt hier te te Ceuta de baas.” + +</p> +<p>“Welnu, uit naam van het geheele gezelschap, verzoek ik u onze weetgierigheid te bevredigen.” + +</p> +<p>“Het zij zoo,” antwoordde dokter Antekirrt met eene buiging. “Gij zult voorzeker niet vergeten hebben, heer gouverneur, dat +een der veroordeelden van het Presidio, drie dagen geleden, bewusteloos op den weg van het gouvernements-hôtel naar Ceuta +gevonden werd. Die man was, zooals ik u toen reeds zeide, in een diepen magnetischen slaag gedompeld. Herinnert gij u dat +nog?” + +</p> +<p>“Inderdaad,” zei de directeur der strafkolonie, “en die man bevindt zich thans in het hospitaal.” + +</p> +<p>“Gij herinnert u ook, niet waar,” ging de dokter voort tot den gouverneur, “dat ik hem toen wakker gemaakt heb, nadat geen +der bewakers daarin geslaagd was?” + +</p> +<p>“Voorzeker herinner ik mij dat,” antwoordde kolonel Guyara levendig. + +</p> +<p>“Welnu, dat is voldoende geweest,” ging de dokter kalm en bedaard voort. + +</p> +<p>“Voldoende voor wat, dokter Antekirrt?” vroeg de gouverneur. “Voldoende voor wat?” + +</p> +<p>“Om tusschen mij en dien... Hoe heet die gedeporteerde, heer kolonel?” + +</p> +<p>“Carpena.” + +</p> +<p>“...Om tusschen mij en dien Carpena een band van gedachtenopdringing te scheppen, die hem geheel en al in mijne macht stelt.” + +</p> +<p>“Ha!” riep de directeur ongeloovig. “Dat zal te bewijzen vallen, dokter Antekirrt!” + +</p> +<p>“Zoodat... gij hier in het gouvernements-hôtel ... en hij daar ginds in het hospitaal!...” vroeg de gouverneur nieuwsgierig. + +</p> +<p>“Ongeloofelijk!” zei de directeur hoofdschuddend. “Dat is niet mogelijk!” + +</p> +<p>“Wanneer gij bevelen wilt geven, heer gouverneur,” vroeg de dokter, “om dien Carpena vrij te laten, om de deuren van het hospitaal +en van de strafkolonie voor hem te openen, weet gij wat hij dan doen zal?” + +</p> +<p>“Jawel, hij zal wegloopen!” antwoordde kolonel Guyara met een gullen lach. +<a id="d0e1328"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1328">48</a>]</span></p> +<p>Het moet erkend worden, dat zijne lachbui zoo aanstekelijk was, dat de geheele vergadering er mede instemde. Inderdaad, men +proestte het uit. + +</p> +<p>“Neen, heeren,” hernam dokter Antekirrt zeer ernstig, “die Carpena zal niet wegloopen, wanneer ik dat niet wil. Hij zal niets +ter wereld doen, dan wat ik zal willen!” + +</p> +<p>“Maar wat, als ʼt u blieft?” vroeg kolonel Guyara met aandrang. + +</p> +<p>“Bij voorbeeld, wanneer hij buiten de gevangenis zal zijn, kan ik hem gelasten, om den weg op te gaan van het gouvernements-hôtel, +heer gouverneur.” + +</p> +<p>“En hier te komen? Kom, dat meent gij niet. Dat is immers onmogelijk.” + +</p> +<p>“Onmogelijk, heer gouverneur? Het hangt van u alleen af. Wilt ge? Spreek slechts.” + +</p> +<p>“Mij wel,” antwoordde de gouverneur. “Ik geef ten volle permissie, heer directeur.” + +</p> +<p>“Ook dat hij zal vragen om u te spreken, heer gouverneur?” zeide dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Mij?” + +</p> +<p>“Ja, u! U in persoon. En als gij er niets tegen zult hebben,—en dat zult gij moeielijk kunnen, daar hij aan mijn wil zal gehoorzamen,—zal +ik hem het denkbeeld opdringen, om u voor een anderen persoon te houden.” + +</p> +<p>“Voor wien, als ʼt u belieft, heer dokter? Daar ben ik benieuwd naar! Voor wien?” + +</p> +<p>“Ja, voor wien?... Laat zien... Bij voorbeeld... voor den Koning Alphonsus XII.” + +</p> +<p>“Voor zijne Majesteit, den Koning van Spanje?” vroeg kolonel Guyara ongeloovig. + +</p> +<p>“Ja, heer gouverneur, en hij zal u daarenboven vragen...” + +</p> +<p>“Gratie? Dat is de gewone vraag van alle galeiboeven.” + +</p> +<p>“Ja, gratie, en wanneer gij er geen bezwaar in zult zien, daarenboven nog...” + +</p> +<p>“Wat?” + +</p> +<p>“Het Isabella-kruis!” + +</p> +<p>Een algemeen gelach begroette die laatste woorden van dokter Antekirrt. Het was een jool van belang! + +</p> +<p>“En die man zal dat volkomen wakker doen?” vroeg de directeur van de strafkolonie. + +</p> +<p>“Zoo wakker als wij thans zijn, heer directeur! Gij zult u in persoon van de zaak kunnen overtuigen.” + +</p> +<p>“Neen!... Neen!... Dat is ongeloofelijk, dat is onmogelijk!” riep kolonel Guyara uit. + +</p> +<p>“Meent gij, heer gouverneur?” vroeg de dokter met een glimlach. “Wacht de uitkomst af.” + +<a id="d0e1375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1375">49</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p049.jpg" alt="Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan. (Bladz. 54.)" width="511" height="720"><p class="figureHead">Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1511" class="typeref">54</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e1387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1387">50</a>]</span></p> +<p>“Ik herhaal het, dokter Antekirrt, het is onmogelijk! Nimmer zult gij mij kunnen overtuigen.” + +</p> +<p>“Welnu, neem de proef. Niets gemakkelijker dan dat, niet waar?” + +</p> +<p>“Hoe kan dat?” + +</p> +<p>“Geef bevelen, dat men dien Carpena geheele vrijheid van handelen late!” + +</p> +<p>“Opdat hij wegloope! Drommels, dat is voor mij een gevaarlijke proef.” + +</p> +<p>“Laat hem voor alle zekerheid, zoodra hij de strafkolonie zal verlaten hebben, door twee bewakers van verre volgen, dan zal +hij alles doen, wat ik zoo even gezegd heb.” + +</p> +<p>“Welnu, dat is afgesproken,” zei de gouverneur. “En wanneer gij slechts zult willen...” + +</p> +<p>“Het is thans acht uren.” zei de dokter, terwijl hij zijn horloge raadpleegde. “Welnu, te negen uren. Is dat goed?” + +</p> +<p>“Zeer goed. Maar....” + +</p> +<p>“Spreek vrij uit, heer gouverneur. Wat wilt gij dat ik nog zal toelichten.” + +</p> +<p>“Na de proef?...” + +</p> +<p>“Na de proef zal Carpena gerust naar het hospitaal terugkeeren, zonder dat eenige herinnering bij hem achterblijft, van hetgeen +hij verricht zal hebben.” + +</p> +<p>“Is dat zeker? Staat gij daarvoor in?” vroeg de directeur van het bagno onthutst. + +</p> +<p>“Daar kunt gij op rekenen. Ik herhaal,—en dat is de eenige uitleg, die van het verschijnsel te geven is,—Carpena zal van nu +af geheel en al onder den gedachtengang staan, die van mij uitgaat; en in werkelijkheid zal <i>hij</i> dat alles niet verrichten, maar <i>ik</i>! Ik, die hem mijn wil opdring en hem noodzaak te handelen naar mijne inzichten.” + +</p> +<p>De gouverneur, wiens ongeloof ten opzichte van die magnetische verschijnselen, onomstootbaar was, schreef een briefje, waarin +hij aan den eersten bewaker van het Presidio de noodige bevelen gaf, om den veroordeelden Carpena geheele vrijheid van handelen +te geven, daarbij evenwel voegende, dat hij op een afstand moest gevolgd worden. Dat briefje werd terstond door een der bereden +ordonnancen, aan den gouverneur toegevoegd, naar de strafkolonie overgebracht. In gedachten volgden al de gasten den hoefslag +van het paard, die in de verte wegstierf. + +</p> +<p>Toen het diner afgeloopen was, stonden de gasten van tafel op en gingen op uitnoodiging van den gouverneur, naar het groote +salon, om daar een kop koffie te gebruiken en een sigaar te rooken. + +</p> +<p>Het onderhoud liep, zooals zich gemakkelijk denken laat, voornamelijk over de verschillende verschijnselen van het magnetisme +<a id="d0e1428"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1428">51</a>]</span>of van het hypnotisme, die zooveel aanleiding geven tot tegenstrijdige gedachtenwisselingen, die zoovele geloovigen, maar +ook zoovele tegenstanders tellen. Dat de gedachtenwisseling levendig was, kan de lezer nagaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt verhaalde, terwijl de koffie in keurige kopjes aangeboden werd, terwijl de blauwe rook der manilla-sigaren +en der donna-cigaretten, welke laatsten zelfs door de Spaansche schoonen niet versmaad werden, in bevallige spiralen omhoog +kronkelde, twintig verschillende feiten, waarvan hij getuige, of waarvan hij de bewerker geweest was bij de uitoefening van +zijn geneesheersambt, feiten die hij allen staven kon, die onbetwistbaar waren, maar toch niet in staat schenen, om iemand +van het gezelschap te overtuigen. Neen, men wachtte op de komst van Carpena. + +</p> +<p>Hij beweerde ook dat die macht van gedachte-opdringing de wetgevers, de rechters der lijfstraffelijke rechtspleging en de +overige magistraten ernstig moest bezighouden, daar zij toch met een misdadig doel kon aangewend worden. Het was toch niet +te loochenen, dat met behulp van die nog onverklaarbare verschijnselen, zich gevallen konden voordoen, waarbij vele misdaden +konden gepleegd worden, waarvan de ware schuldigen onmogelijk te ontdekken zouden zijn, terwijl de daders voor niet toerekenbaar +gehouden moesten worden. + +</p> +<p>Terwijl hij zoo nog sprak, keek de directeur op zijn horloge, stuitte de rede en wilde spreken. Maar alvorens hij aan het +woord kon komen, zei eensklaps dokter Antekirrt: + +</p> +<p>“Het is thans drie minuten vóór half negen.” + +</p> +<p>“Wat wilt gij daarmede zeggen?” vroeg kolonel Guyara, die ook zijn horloge raadpleegde. + +</p> +<p>“Niets minder, heer gouverneur, dan dat Carpena op dit oogenblik het hospitaal verlaat.” + +</p> +<p>Allen keken elkander met een glimlach aan. Men meende met een kwakzalver te doen te hebben. + +</p> +<p>Een minuut later evenwel, vervolgde de dokter hoogst ernstig en bedaard als altijd: + +</p> +<p>“Hij gaat thans de poort door van de strafkolonie. Hij stapt flink door.” + +</p> +<p>De toon, waarop die woorden gesproken werden, maakte toch eenigermate indruk op de genoodigden in het gouvernementshuis. Alleen +kolonel Guyara bleef ongeloovig het hoofd schudden. + +</p> +<p>Het gesprek hernam zijne rechten. Er werd voor en tegen gepleit en het moet erkend worden: allen spraken wel een weinig tegelijkertijd, +tot op het oogenblik,—het was vijf minuten vóór negen,—dat de dokter andermaal de algemeene opmerkzaamheid trok door overluid +te zeggen: +<a id="d0e1452"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1452">52</a>]</span></p> +<p>“Carpena is thans reeds tot bij de deur van het gouvernements-hôtel genaderd!” + +</p> +<p>“Och, kom!” zei de gouverneur, steeds ongeloovig en met een glimlach. “Is hij reeds zoo nabij?” + +</p> +<p>Bijna terzelfder tijd ging de deur van het salon open en trad een bediende binnen, die den gouverneur mededeelde, dat een +persoon, die gekleed was als een gedeporteerde, met aandrang vroeg om hem te spreken. + +</p> +<p>Alle aanwezigen keken uiterst verbaasd op. Hoe voorbereid ook, hadden zij toch gemeend, te mogen twijfelen. + +</p> +<p>“Laat dien persoon binnen komen,” antwoordde kolonel Guyara, wiens ongeloof nu toch begon te wankelen, tegenover de niet te +loochenen feiten. + +</p> +<p>Juist sloeg de klok negen uren, toen Carpena in de omlijsting der deur van het salon verscheen. Zijne oogen waren geheel open +en keken helder rond. Toch scheen hij niemand der aanwezige personen te ontwaren. Hij stapte regelrecht op den gouverneur +toe en viel, toen hij hem op twee passen afstands genaderd was, op de knieën voor hem neder, terwijl hij de handen tot een +smeekend gebaar samenvouwde. + +</p> +<p>“Sire!” zei hij met heldere stembuiging, “ik vraag gratie van Uwe Koninklijke Majesteit!” + +</p> +<p>De gouverneur was, zooals zich wel denken laat, geheel uit het veld geslagen en verkeerde thans zelf in een toestand, alsof +hij onder den invloed van een benauwenden droom was. Hij wist in het eerst niet wat te antwoorden. + +</p> +<p>“Gij kunt hem gerust gratie verleenen,” zei de dokter glimlachende; “want bij hem zal geen enkele herinnering aan het gebeurde +overblijven.” + +</p> +<p>“Ik verleen ze u!” antwoordde de gouverneur met eene waardigheid, alsof hij werkelijk Koning was van geheel Spanje, zoowel +van het rijk in Europa, als van dat in West-Indië en Oost Indië. + +</p> +<p>“Ja, maar...” zei Carpena aarzelend. “Ik wenschte nog een verzoek te doen.” + +</p> +<p>“Wat wilt ge nog meer?” vroeg kolonel Guyara, hem goedaardig aanziende. + +</p> +<p>“Dat ge die gratie aanvult,” ging de veroordeelde steeds geknield voort, “met het eerekruis van de Isabella-orde.” + +</p> +<p>“Ik schenk het u! Zijt gij nu tevreden, Carpena? Hebt gij nog iets te verzoeken?” + +</p> +<p>Carpena wenkte neen met het hoofd en volvoerde toen een gebaar, alsof hij een voorwerp uit de hand van den gouverneur aannam, +hetwelk deze hem zoude aangeboden hebben; hij hechtte dat denkbeeldige kruis eerbiedig op zijne borst, stond daarna op en +trad, steeds <a id="d0e1483"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1483">53</a>]</span>met het gelaat naar den persoon, die voor hem de Koning was, gekeerd, de zaal uit. + +</p> +<p>Ditmaal waren alle aanwezigen overtuigd en volgden Carpena tot aan de deur van het gouvernements-hôtel. + +</p> +<p>“Ik wil hem begeleiden, ik wil hem naar het hospitaal zien terugkeeren!” riep de gouverneur uit, die in zijn binnenste een +heftigen strijd voerde, alsof hij weigerde geloof te slaan aan hetgeen zijne eigene oogen toch waargenomen hadden, maar daarbij +aan geheel andere invloeden gehoorzaamde. Hij stond geheel en al onder den invloed van zijn gast. + +</p> +<p>“Gelooft gij mij nog niet?” vroeg dokter Antekirrt met een ietwat schamperen glimlach. + +</p> +<p>“Ik kan niet!” antwoordde kolonel Guyara. “Het gaat totaal mijn begrip te boven.” + +</p> +<p>“Welnu, kom dan!” zei de dokter, terwijl hij van zijn stoel oprees. “Kom dan!” + +</p> +<p>De gouverneur, Piet Bathory en dokter Antekirrt, vergezeld van nog eenige andere personen, sloegen denzelfden weg in als Carpena, +die reeds zijne schreden naar de stad richtte. Namir, die hem van het oogenblik af, dat hij de strafkolonie verlaten had, +bespied had, sloop in de donkere schaduw der boomen langs den weg voort, en verloor hem geen oogenblik uit het oog. Het kon +toch zijn, dat het oogenblik gunstig kon worden, om een lastig getuige uit den weg <span id="d0e1497" class="corr" title="Bron: re">te</span> ruimen. + +</p> +<p>De nacht was vrij donker. De Spanjaard stapte met regelmatigen pas zonder aarzeling langs den weg voort. De gouverneur en +de personen van zijn gevolg hielden zich op een afstand van hem, met twee bewakers van het Presidio bij zich, die bevel hadden, +den gevangene niet uit het oog te verliezen. + +</p> +<p>De weg omgeeft, terwijl hij naar de stad voert, de kreek, die de tweede haven aan dezen kant van de rots van de Ceuta vormt. +Op het onbewegelijke en zwartschijnend water der zee, schitterde de weerschijn van twee of drie lichten. Dat waren de seinlantaarns +en het toplicht van de <i>Ferrato</i>, welker vormen ijl en nevelachtig, maar door de duisternis zeer vergroot, ontwaard werden. + +</p> +<p>Toen hij dit punt genaderd was, verliet Carpena den weg en sloeg rechts in naar eene opeenhooping van rotsblokken, die ter +hoogte van twaalf voeten ongeveer de zee beheerschten. Voorzeker had een gebaar van den dokter, dat door niemand opgemerkt +was, wellicht slechts eene eenvoudige gedachtenuiting als overbrenger van zijn wil, den Spanjaard genoopt in dier voege zijn +richting te wijzigen. + +</p> +<p>De bewakers wilden toen den pas versnellen, om Carpena in te halen, ten einde hem te noodzaken den rechten weg te hernemen; +maar de gouverneur, die zeer goed wist, dat van dien kant eene <a id="d0e1511"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1511">54</a>]</span>ontsnapping tot de onmogelijkheden behoorde, beval hem vrij en ongemoeid te laten. + +</p> +<p>Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan, alsof hij daar ter plaatse door eene onweerstaanbare macht tot +onbewegelijkheid gedoemd was. Al had hij de voeten willen optillen, al had hij de beenen in beweging willen stellen, dan zou +hij het toch niet gekund hebben. Dokter Antekirrtʼs wil, die hem beheerschte, nagelde hem aan den bodem vast, en hij stond +daar als een standbeeld, maar als een zeer leelijk standbeeld. + +</p> +<p>De gouverneur sloeg hem gedurende eenige oogenblikken gade en wendde zich toen tot zijn gast: + +</p> +<p>“Welnu, waarde dokter, of ik wil of niet, ik moet aan de waarheid hulde doen!...” + +</p> +<p>“Zijt gij thans overtuigd, maar inderdaad overtuigd, heer gouverneur?” vroeg dokter Antekirrt zegevierend. + +</p> +<p>“Ja, ik ben overtuigd, dat er zaken bestaan, die men gelooven moet, al begrijpt men ze niet.” + +</p> +<p>“Datʼs nog al gelukkig. Ik ben dus in mijne proefneming volkomen geslaagd?” + +</p> +<p>“Ja, dokter Antekirrt; maar als ik u bidden mag, dring nu dien man de gedachte op...” + +</p> +<p>“Welke, heer gouverneur?... Gij hebt slechts te bevelen. Welke gedachte wilt gij dat hij ten uitvoer zal leggen?” + +</p> +<p>“Om dadelijk naar het Presidio terug te keeren! Alphonsus XII beveelt u dat!” + +</p> +<p>Nauwelijks had de gouverneur dien volzin uitgesproken, toen Carpena zich oogenblikkelijk, zonder een kreet te slaken, in de +wateren van de haven stortte. + +</p> +<p>Was dat een ongeval? Was dat een willekeurige daad zijnerzijds. Ontsnapte hij door eene onvoorziene omstandigheid aan de macht +en den invloed des dokters? + +</p> +<p>Dat kan niemand zeggen. Dat was voor alle aanwezigen totaal onverklaarbaar. + +</p> +<p>Allen liepen dadelijk zoo gezwind mogelijk naar de rotsen, terwijl de bewakers naar een smal strand afdaalden, hetwelk zich +langs de zee uitstrekte... + +</p> +<p>Na lang zoeken was geen spoor van Carpena gevonden. Eenige visschers-vaartuigen kwamen met allen spoed toeschieten, ook de +sloepen van het stoomjacht... Alles was overbodig... Men vond zelfs het lijk van den veroordeelde niet terug. De stroom, die +naar buiten zette, had het voorzeker naar volle zee gedreven. + +</p> +<p>“Heer gouverneur,” zei dokter Antekirrt, “ik betreur inderdaad levendig, dat mijne proefneming dien tragischen uitslag, waarop +niemand verdacht kon zijn, heeft gehad.” +<a id="d0e1543"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1543">55</a>]</span></p> +<p>“Maar hoe verklaart gij, hetgeen plaats heeft gehad?” vroeg de gouverneur belangstellend. + +</p> +<p>“Niet anders dan daardoor,” antwoordde dokter Antekirrt, “dat bij de uitoefening van die gedachten-opdringing, waarvan gij +het bestaan en de gevolgen niet meer kunt ontkennen, er nog leemten bestaan, nog onderbrekingen te constateeren zijn. Die +man is een oogenblik aan mijne macht ontsnapt, dat is niet twijfelachtig; en, hetzij dat hij door eene duizeling overvallen +is, hetzij dat eene andere oorzaak in het spel is, gij hebt het gezien: hij is van boven die rotsen neergestort! Dat is zeer +betreurenswaardig...” + +</p> +<p>“Och kom!” zei kolonel Guyara lachende. “Wat is er bij zooʼn geval betreurenswaardig!” + +</p> +<p>“Neen, laat mij uitspreken, heer gouverneur,” hernam dokter Antekirrt op zeer ernstigen toon. “Dat is zeer betreurenswaardig, +omdat wij werkelijk een kostbaar sujet voor onze proefnemingen verloren hebben!” + +</p> +<p>“Wij zijn een schoft kwijt, anders niet!” antwoordde de gouverneur wijsgeerig. + +</p> +<p>Dat was de geheele en eenige grafrede op Carpena. Trouwens hij was geen andere waard. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en Piet Bathory namen toen afscheid van den gouverneur van Ceuta. Zij wenschten vóór het aanbreken van den +dag naar Antekirrta te vertrekken, en zij haastten zich, om hunnen gastheer te bedanken voor het aangename onthaal, hetwelk +zij in de Spaansche volksplanting genoten hadden. + +</p> +<p>De gouverneur drukte den dokter met warmte de hand en wenschte hem een voorspoedigen overtocht toe; maar deed hem alvorens +beloven, dat hij hem bij gelegenheid weer zou komen opzoeken. Eerst toen hij daarop des dokters toezegging vernomen had, nam +hij den terugtocht naar het gouvernements-hôtel aan. + +</p> +<p>Misschien zal de lezer vinden, dat dokter Antekirrt wel eenigermate misbruik van het goede geloof en van het vertrouwen van +kolonel Guyara, den gouverneur van Ceuta gemaakt heeft. Dat men hem veroordeele, dat men zijn gedrag bij die gelegenheid afkeure, +het zij zoo, wij mogen er niets tegen hebben; want werkelijk, aan de loyauteit was eenigermate te kort gedaan. Maar de lezer +mag evenwel daarbij niet uit het oog verliezen, aan welke taak graaf Mathias Sandorf zijn leven toegewijd had, ook niet dat +hij eens verkondigd had: “duizend wegen... maar één doel!”<a id="d0e1562src" href="#d0e1562" class="noteref">1</a> + +</p> +<p>Hier was het één van die duizend wegen, dien hij ingeslagen had, en die had hem naar zijn doel gevoerd. +<a id="d0e1573"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1573">56</a>]</span></p> +<p>Weinig tijds later had een van de sloepen van de <i>Ferrato</i> den dokter en Piet Bathory aan boord overgevoerd. Luigi wachtte hen aan de valreep en ontving hen hartelijk. + +</p> +<p>“En die man?...” vroeg de dokter met de uiterste belangstelling. “Is die man aan boord?” + +</p> +<p>“De vlet, die hem volgens uwe bevelen aan den voet der rotsen bespiedde,” antwoordde de jeugdige zeeman, “heeft hem na zijn +val dadelijk opgenomen en ter sluiks aan boord gebracht. Ik heb hem in de kajuit van het voorschip doen opsluiten.” + +</p> +<p>“Heeft hij niets gezegd, toen hij uit het water gehaald werd?...” vroeg Piet Bathory. + +</p> +<p>“Niets,” antwoordde Luigi. + +</p> +<p>“In het geheel niets?” + +</p> +<p>“Wat zou hij hebben kunnen zeggen? Hij kon niet spreken... Hij schijnt stom te zijn.” + +</p> +<p>“Waarom kan hij niet spreken?” + +</p> +<p>“Wel, hij is in diepen slaap gedompeld en heeft volstrekt geen bewustzijn zijner handelingen.” + +</p> +<p>“Goed,” zei dokter Antekirrt. + +</p> +<p>De beide jongelieden keken hem ietwat verwonderd aan, maar waagden het niet eene vraag te uiten. + +</p> +<p>“Het was mijn wil,” ging de dokter voort, “dat Carpena van boven die rots neerstortte en... hij is er afgestort.... Het was +mijn wil, dat hij sliep en... hij slaapt!... Wanneer ik zal willen dat hij ontwaakt, zal hij ontwaken!... En nu, Luigi, anker +op, en onder stoom! Ik hoop, dat gij daartoe geen uwer maatregelen zult uit het oog verloren hebben.” + +</p> +<p>De jonge zeeman knikte glimlachend van neen; de stoomketel had zijne volle spanning, het anker winden was spoedig geschied, +en weinige minuten later had de <i>Ferrato</i> de open Middellandsche zee bereikt en stevende oostwaarts op naar Antekirrta. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1562" href="#d0e1562src" class="noteref">1</a></span> Een zeer afkeurenswaardige leer; want dat is de leer van: <i>het doel heiligt de middelen</i> huldigen. <span class="smallcaps">Vert</span>. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e1606" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">III.</h2> +<h2 class="normal">ZEVENTIEN MALEN</h2> +<p>“Zeventien malen?...” + +</p> +<p>“Ja, zeventien malen!” + +</p> +<p>“Onmogelijk!” + +<a id="d0e1617"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1617">57</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p057.jpg" alt="En thans blijft mij nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over. (Bladz. 59.)" width="501" height="720"><p class="figureHead">En thans blijft mij nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1667" class="typeref">59</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e1629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1629">58</a>]</span></p> +<p>“Wel mogelijk!... Rood is zeventien malen achter elkander uitgekomen!” + +</p> +<p>“Ongeloofelijk! Ik herhaal, dat het volstrekt onmogelijk is. En ik houd dat vol!” + +</p> +<p>“Het mag onmogelijk, het mag ongeloofelijk schijnen; maar het is zóó en niet anders!” + +</p> +<p>“En hebben de spelers daar tegen in volgehouden?” + +</p> +<p>“Ja!” + +</p> +<p>“Die domooren! Die ezels! die ganzen! Hadden zij dan hun verstand verloren?” + +</p> +<p>“De bank heeft meer dan negen maal honderd duizend franken gewonnen!” + +</p> +<p>“Zeventien malen?... Zeventien malen?... Achter elkander?...” + +</p> +<p>“Ja, zeventien malen! en achter elkander!” + +</p> +<p>“Met de roulette of met het trente et quarante?... Zeg mij, met welke dier beiden?” + +</p> +<p>“Met het trente et quarante!” + +</p> +<p>“Dat is voorzeker binnen het tijdperk van vijftien jaren niet voorgekomen.” + +</p> +<p>“Vijftien jaren, drie maanden en veertien dagen geleden, is het nog eens gebeurd!” antwoordde koelbloedig een oude speler, +die tot de eerbiedwaardige klasse der ongelukkige dobbelaars behoorde. “Ja, mijnheer, en het was toen zomer—wat zeer opmerkelijk +is.—Ik ben betaald, om er iets van te weten.” + +</p> +<p>Zoodanig waren de praatjes of beter de uitroepen, welke in het voorportaal en tot op het bordes van den Club der Vreemdelingen +te Monte Carlo in den avond van den 3<sup>den</sup> October, dus acht dagen na de ontsnapping van Carpena uit de Spaansche strafkolonie, gehoord werden. + +</p> +<p>En toen ontstond te midden van die opeengedrongen menigte van spelers, zoowel uit vrouwen als uit mannen van iedere nationaliteit, +van iederen leeftijd, van iederen rang of klasse bestaande, eene uitbarsting van geestdrift. Het was of hooren en zien moest +vergaan. + +</p> +<p>Men zou de roode kleur wel hebben willen toejuichen, zooals men een paard zou gedaan hebben, dat den grooten prijs bij de +wedrennen van Longchamps of van Epsom zoude behaald hebben. + +</p> +<p>En, inderdaad, voor die wel eenigszins gemengde bevolking, welke dagelijks daar in dat kleine vorstendom Monaco uit de Oude +en Nieuwe wereld samenstroomt, had dat hardnekkig uitkomen der roode kleur in eene serie van zeventien malen de belangrijkheid +van eene staatkundige gebeurtenis, die de wetten van het Europeesche evenwicht zou verbroken of gewijzigd hebben. Erger dan +dat! Want wat gaat het Europeesche evenwicht een rechtgeaarden speler aan? +<a id="d0e1667"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1667">59</a>]</span></p> +<p>Gemakkelijk zal door den lezer aangenomen worden, dat die wel wat zonderlinge hardnekkigheid van de roode kleur niet had kunnen +plaats hebben zonder veelvuldige slachtoffers gemaakt te hebben, vooral als medegedeeld wordt, dat de winst der bank belangrijke +sommen beliep. + +</p> +<p>“Bijna een millioen!” mompelde men in de verschillende groepjes. “Bijna een millioen!” + +</p> +<p>En die winst sproot voornamelijk daaruit voort, dat de groote meerderheid der spelers koppig tegen zulk eene onwaarschijnlijke +uitkomst gestreden hadden. + +</p> +<p>Onder die allen hadden voornamelijk twee vreemdelingen het grootste deel betaald aan dat, wat door de ridders van de groene +tafel de “déveine” genoemd wordt. + +</p> +<p>De eene koel van uiterlijk, was zeer teruggetrokken, hoewel hij groote aandoeningen bij het spel ondervonden had, waarvan +trouwens zijn bleek gelaat nog de sporen droeg. De andere vertoonde een ontsteld gelaat, had de haren in wanorde, terwijl +zijn oogen rondkeken als die van een waanzinnige of van een wanhopige. + +</p> +<p>Beiden waren de trappen van het perron afgedaald en verdwenen in het duister naar den kant van de Duivenschietbaan. + +</p> +<p>“Dat is op meer dan viermaal honderd duizend francs, dat die vervloekte serie ons te staan komt!” riep de oudste dier twee +uit. “Het is verschrikkelijk!” + +</p> +<p>“Gij kunt zeggen viermaal honderd en dertien duizend,” verbeterde de jongste op den toon van een kassier, die de som eener +optelling controleert. + +</p> +<p>“En thans blijft mij....” + +</p> +<p>“Hoeveel?... Kom, zeg op, en wees niet achterhoudend! Het kan je toch niets baten!” + +</p> +<p>“Nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over!” jammerde de eerste speler op treurigen toon. + +</p> +<p>“Denkt ge dat?” vroeg de andere snijdend spottend. “Ik geloof, dat gij u vergist!” + +</p> +<p>“Meent ge meer?” + +</p> +<p>“Het mocht wat!... Slechts honderd zeven en negentig duizend!” antwoordde de jongste op niet te verstoren flegmatischen toon. + +</p> +<p>“Slechts dat?” + +</p> +<p>“Ja, kijk maar!” ging de jongste voort, terwijl hij zijn makker een met cijfers bekrabbeld papier vertoonde. + +</p> +<p>“Dat is dus alles, wat mij van de twee millioenen overblijft, die ik nog had, toen gij mij genoodzaakt hebt u te volgen.” + +</p> +<p>“Een millioen, zeven honderd vijf en zeventig duizend francs! Niets meer of minder dan dat!” + +</p> +<p>“En dat in minder dan twee maanden!...” +<a id="d0e1706"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1706">60</a>]</span></p> +<p>“In een maand en zestien dagen!” + +</p> +<p>“Sarcany!...” riep de oudste, die door de koelbloedigheid zijns makkers, maar niet minder door de bijtende juistheid der cijfers, +die deze opsomde, buiten zich zelven geraakte, verbitterd uit. + +</p> +<p>“Welnu, Silas! Wat wilt ge? Ik dien u op de hoogte te brengen en te houden. Effen rekeningen onderhouden de vriendschap.” + +</p> +<p>“Ga zoo niet voort!” sprak de andere dreigend. + +</p> +<p>“Ah bah!” zei de ander met een luchtig gebaar. “Gij zijt heden in een booze bui.” + +</p> +<p>Ja, het waren Silas Toronthal en Sarcany, welke dat gesprek met elkander voerden. Sedert zij Ragusa verlaten hadden, in dat +kort tijdsbestek van drie maanden, hadden zij het verzwendelen van hun vermogen nagenoeg voltooid. Daaraan ontbrak waarlijk +nog maar weinig aan. Nadat hij zijn geheel aandeel, hetwelk hij tot prijs voor zijne schandelijke verklikking genoten had, +opgemaakt en verbrast had, was Sarcany zijn ouden medeplichtige te Ragusa komen opzoeken. Daarop hadden beiden met Sava die +stad verlaten. + +</p> +<p>Toen was Silas Toronthal, die steeds door Sarcany in die doolhoven van het dobbelspel voortgesleurd werd, niet veel tijd meer +gegund om tot verademing te komen. Zijn vermogen was spoedig te gronde gericht. Er moet bijgevoegd worden om der rechtvaardigheids +wille, dat het Sarcany niet veel moeite gekost had, om van den ouden bankier, die steeds een doldriftig speculant was geweest, +die meer dan eens zijn naam en bestaan in finantiëele ondernemingen, waarvan het blind geluk de gids was, ergerlijk gewaagd +had, een speler, een getrouwe van kroegen en speelholen te maken. De geaardheid zat er in en had slechts op de gelegenheid +gewacht, om tot ontwikkeling te komen. + +</p> +<p>Daarenboven, hoe zou Silas Toronthal hierbij weerstand hebben kunnen bieden? + +</p> +<p>Was hij niet meer dan ooit in de macht van zijn ouden makelaar bij zijne Tripolitaansche handelsondernemingen? + +</p> +<p>Wel is waar, kwam zijn gemoed meermalen in opstand, maar dat baatte hem weinig; want Sarcany hield hem door zijne onweerstaanbare +meerderheid in onverbreekbare boeien gekluisterd; en de ellendeling was zoo diep gezonken, dat hem de geestkracht ontbrak, +zich uit zijne vernedering op te richten. + +</p> +<p>Sarcany verontrustte zich dan ook geenszins over die vlagen van weerstand, welke zijn medeplichtige soms aan den dag legde, +alsof hij het juk van zijn noodlottigen invloed wilde afschudden. De onbeschoftheid zijner antwoorden, de onwrikbaarheid zijner +logica deden Silas Toronthal ras den nek weer buigen. + +</p> +<p>De eerste zorg der beide medeplichtigen was geweest, toen zij Ragusa onder de omstandigheden, die de lezer voorzeker niet +vergeten heeft, verlaten hadden, om Sava onder bewaking van Namir in verzekerde <a id="d0e1731"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1731">61</a>]</span>bewaring te stellen. En inderdaad, in die schuilplaats te Tetuan, als het ware een verloren plekje op de grenzen van het Marokkaansche +rijk, zou het moeielijk geweest zijn haar weer te vinden. + +</p> +<p>Daar had de onverbiddelijke bondgenoote van Sarcany op zich genomen, de wilskracht van het jonge meisje te verbrijzelen, ten +einde haar te noodzaken hare toestemming tot dat gehaatte huwelijk te geven. Sava evenwel was tot nu toe onverzettelijk in +haar besluit geweest en had zich daarbij gesterkt gevoeld door hare herinneringen aan Piet Bathory. Maar, ... zou zij—die +vraag mocht wel rijzen: altijd kunnen weerstand bieden? + +</p> +<p>Intusschen had Sarcany zijn makker steeds opgehitst, om voort te gaan met dwaasheden aan de speeltafel uit te voeren, hoewel +hij zelf daarbij zijn eigen vermogen verkwist had. Hij scheen daar een doel mede te hebben. + +</p> +<p>In Frankrijk, in Italië, in Duitschland, in een woord in alle de groote bevolkings-centra, waar de blinde godin van het spel +hare altaren opgeslagen had, op de beurs, bij de wedrennen en in de speelzalen der groote hoofdsteden, der badplaatsen, enz. +had Silas Toronthal aan de stem der verleiding van Sarcany gehoor gegeven; en weldra was zijn vermogen tot op een paar honderd +duizend francs ingeslonken En dat kon niet anders, want terwijl de bankier slechts zijn eigen geld op het spel zette, waagde +Sarcany dat van den bankier. En langs dat dubbel hellend vlak spoedden beiden zich met dubbele snelheid naar het verderf. + +</p> +<p>Daarenboven wat de spelers de “déveine” noemen,—een naam waarachter zij hunne domme verblindheid verbergen,—verklaarde zich +werkelijk in hun nadeel. En toch geschiedde dat niet zonder dat zij alle kansen beproefd hadden. Zij waren zelfs uitermate +vindingrijk geweest, om nieuwe speelwijzen te volgen; maar te vergeefs. + +</p> +<p>Om kort te gaan, het was het baccarat-spel, dat het grootste gedeelte der millioenen verslond, die van de goederen van graaf +Mathias Sandorf afkomstig waren, zoodat Silas Toronthal er toe was moeten overgaan, om het fraaie huis in de Stradona-laan +te Ragusa te verkoopen. Dat was een zware slag voor den bankier geweest. + +</p> +<p>Eindelijk, walgend van die verdachte huizen en bijeenkomsten, alwaar het “rien ne va plus” der “croupiers” in de Peloponesische +taal, in de zoogenaamde dieventaal, uitgesproken moest worden, waren zij ten langen laatste een weinig meer eerlijkheid komen +afbedelen aan de roulette en aan het “trente et quarante” te Monte Carlo. Dat zij nu letterlijk uitgeschud waren, hadden zij +thans slechts aan hunne stijfhoofdigheid te wijten, die hen er toe aangezet had, om den strijd bij zoo ongelijke kansen hardnekkig +vol te houden en voort te zetten. +<a id="d0e1745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1745">62</a>]</span></p> +<p>En, ziedaar de redenen, waarom die twee mannen zich thans sedert drie weken te Monte Carlo bevonden. + +</p> +<p>Monte Carlo maakt een onderdeel uit van het vorstendom Monaco, en daar het <i lang="fr">à tout Seigneur tout honneur</i> ook hier betracht dient te worden, zullen wij, hoe bescheiden dat landje ook is, ons eerst met het Rijk en daarna met de +onderhoorigheid bezighouden. + +</p> +<p>Monaco is een zelfstandig, onder de beschermheerschappij van den koning van Italië gesteld vorstendom, hetwelk aan den westelijken +oever van de golf van Genua gelegen en door het Fransche departement des Alpes Maritimes ingesloten wordt. Vroeger was het +iets meer uitgebreid dan thans, maar in 1871 stond Vorst Karel Honorius, nadat in 1860 Nizza door Frankrijk ingelijfd was +geworden, de gemeenten Mentone en Roccabruna tegen eene vergoeding van vier millioen francs aan laatstgenoemd rijk af. + +</p> +<p>Het tegenwoordige vorstendom, dat bijna O,5 <span class="abbr" title="vierkante"><abbr title="vierkante">□</abbr></span> geograpische mijl beslaat en ongeveer dertig minuten lang en op sommige plaatsen slechts honderd vijftig meter breed is, +telt ongeveer 10,200 inwoners en vormt eene erfelijke monarchie in het bezit van het Genueesche Huis Grimaldi. + +</p> +<p>Volgens de geleerden, zoude de naam Monaco afgeleid worden van een tempel aan Hercules Monoecus gewijd. Het rijkje bezit een +staatsraad, die uit vijf leden bestaat, en eene bezetting van een bataillon nationale militie. + +</p> +<p>Het stedeke Monaco is gelegen op een in zee uitspringend terras, en zoowel deze uitnemende ligging als het ongemeen gunstig +klimaat en het voortbestaan van de eenige speelbank in Europa, lokt vele vreemdelingen derwaarts. Men ziet er een vorstelijk +kasteel, omringd door fraaie wandelparken en vestingwerken. De stad telt nagenoeg drie duizend inwoners; heeft eene haven +voor niet diepgaande schepen en eene katoenfabriek, die nog al verkeer verschaft. Door hare breede en stevige muren heeft +de stad een krijgshaftig en zelfs een sterk aanzien, en herinnert er weer aan, hoe deze muren weleer tot schuilplaats van +zeeroovers dienden. + +</p> +<p>Aan de andere zijde der baai, vlak tegenover, ligt Monte Carlo met zijn Casino, waarheen een prachtige en uitstekend onderhouden +rijweg heen voert, te midden van berken- en pijnboomen, cypressen en ceders. + +</p> +<p>De ingang van het Casino, hetwelk op een open plein staat, is met fraaie marmeren beelden versierd. Dat plein geeft toegang +tot de rijk gemeubelde voorzalen, waarin danspartijen en concerten gegeven worden. Daarachter bevindt zich een heerlijk ingerichte +leeszaal, waarin men de dagbladen en de tijdschriften van de geheele beschaafde wereld vindt. + +</p> +<p>Naast de eetzaal zijn de inderdaad smaakvolle en weelderig ingerichte <i>Salons de jeu</i> te vinden. +<a id="d0e1773"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1773">63</a>]</span></p> +<p>Het geheele Casino is op Franschen voet ingericht, wat zich door de onmiddellijke nabijheid der grenzen wel verklaren laat. + +</p> +<p>Men ziet er slechts Fransch geld op de groene tafel. + +</p> +<p>De toegang tot de speelzalen wordt niet aan een ieder verleend. Zij, die tot den dienstbaren stand behooren, en personen, +die niet net genoeg gekleed zijn, worden stelselmatig geweerd. In de eerste plaats wordt er een vernis van goede manieren +geëischt. De edelman, die zich aan de groene tafel ruïneert, doet dat in de meest verfijnde vormen. + +</p> +<p>Toch kan op gebeurtenissen gewezen worden, dat een ongelukkige speler zich in het midden der zaal, ten aanschouwe van een +ieder, door een pistoolschot het leven benam. + +</p> +<p>De contrôle, op de gasten der speelzalen uitgeoefend, is zeer streng, ook op hen die, wat hunne kleeding en manieren betreft, +niets te wenschen overlaten. Niemand kan er binnen komen zonder eene entrée- of beter eene introductie-kaart, die door den +<i lang="fr">Commissaire Spécial</i> onderteekend moet zijn. Die kaart wordt slechts tegen nauwkeurige opgave van naam, woonplaats en stand in de maatschappij +afgegeven, terwijl op iedere kaart duidelijk uitgedrukt staat, dat zij slechts voor één dag geldig is. + +</p> +<p>Door de veelvuldige zalen, gangen en galerijen zwerven tallooze lakeien met gegalonneerde rokken en met gladgeschoren vervelende +gezichten. + +</p> +<p>In den regel wordt het spel tegen den avond met meer opgewondenheid voortgezet dan over dag. De geheele zaal is dan door duizenden +waskaarsen schitterend verlicht en verdringt zich dan eene dichte menigte rondom de groene tafel, zoodat de voorste rij, waar +gewoonlijk de vaste spelers zitten, onwillekeurig angstig omkijkt. Er wordt nimmer toegejuicht; maar evenmin wordt er eene +klacht vernomen. Men hoort slechts het gerinkel of beter het metaalachtig geriktik van het goud. Hier mogen slechts de oogen, +niet de lippen spreken. Ook dat is door de almachtige “<span lang="fr">Administration</span>” bepaald. + +</p> +<p>Maar hoe duidelijk zijn die blikken, hoe begrijpelijk is dat gebarenspel! + +</p> +<p>In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. Zij verlieten de speeltafels niet meer, waarbij zij de onfeilbaarste +en de nieuwste kunstgrepen probeerden, die hen evenwel al verder en verder in het verderf dompelden. IJverig bestudeerden +zij de omwentelingen der roulette, wanneer de hand des croupiers in het laatste kwartieruur van haren dienst vermoeid raakte; +zij stapelden maximum sommen op de nummers, die maar niet uit wilden komen; zij verwarden de meest eenvoudige combinatiën +met de meest samengestelde; zij hoorden de raadgevingen aan van oude ongeluksvogels bij het spel, die zich thans voor professoren +in de edele kunst uitgaven, en volgden die blindelings; zij wendden de domste pogingen aan en <a id="d0e1798"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1798">64</a>]</span>pleegden de meest bijgeloovige handelingen, die den speler tusschen het kind, dat zijn verstand nog niet heeft, en den idioot, +die het voor altijd verloren heeft, eene plaats aanwijzen. En nog, wanneer men slechts zijn geld bij het spel verloor, dan +was het betrekkelijk nog niets; maar men raakt er zijne verstandelijke vermogens tevens zoodanig kwijt, dat men er toe komt +de meest bespottelijke combinatiën uit te denken; men geeft er zijne persoonlijke waardigheid prijs bij de aanraking dier +wereld, welker gemengdheid zich aan allen, die er zich in wagen, opdringt. + +</p> +<p>Om kort te gaan, ten gevolge van de gebeurtenissen op dien avond, die berucht werden in de annalen van het wereldberoemde +Monte Carlo, door de hardnekkigheid, ja de stijfhoofdigheid om vol te houden tegen eene serie van zeventien keeren, dat de +roode kleur bij het <i lang="fr">trente et quarante</i> uitkwam, bleven aan de twee medeplichtigen nog niet eens meer tweemaal honderd duizend francs over. + +</p> +<p>Dat was de ellende en de bedelstaf binnen een zeer beperkt verschiet, vooral voor mannen als deze. + +</p> +<p>Maar al hadden zij ook al hun vermogen verloren, zoo waren zij toch nog hun verstand niet geheel en al kwijt; want terwijl +zij daar op het terras stonden te praten, konden zij een speler zien voorbijsnellen, die met het hoofd op hol, door de tuinen +van het Casino rondliep en uitriep: + +</p> +<p>“Kijk!... Kijk!... Hij draait steeds!... Hij draait steeds!... En zal altijd draaien!...” + +</p> +<p>Allen, die hem zagen, lachten hartelijk; en toch was daar zeer weinig reden om te lachen. + +</p> +<p>De ongelukkige verbeeldde zich, dat hij juist gezet had op het nummer, hetwelk voorbeschikt was, om uit te komen; maar dat +de cilinder, door eene spookachtige omwentelingskracht verward, draaide, draaide, draaide, en was blijven draaien tot het +einde der eeuwen en der wereld!... + +</p> +<p>De arme kerel was krankzinnig! Geheel en al onherstelbaar krankzinnig! + +</p> +<p>“Zijt gij thans weer kalm geworden, Silas Toronthal?” vroeg Sarcany aan zijnen medeplichtige, die geheel buiten zichzelven +van ontsteltenis was. + +</p> +<p>“Kalm, kalm!” bromde de bankier binnensmonds. “Gij hebt goed praten! Ik wilde u wel in mijne plaats zien.” + +</p> +<p>“Dat die waanzinnige u tot voorbeeld strekke, wat het zeggen wil, in zulke omstandigheden het hoofd te verliezen.” + +</p> +<p>“Ik herhaal het, en zal het steeds herhalen: gij hebt mooi praten; maar ik wilde u wel in mijne plaats zien.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p065.jpg" alt="In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. (Bladz. 63.)" width="502" height="720"><p class="figureHead">In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1773" class="typeref">63</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Wij zijn niet geslaagd, dat is zoo,” vervolgde Sarcany; “maar <a id="d0e1838"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1838">65</a>]</span><a id="d0e1839"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1839">66</a>]</span>het lot zal keeren, omdat het daartoe gedwongen zal worden, ook zonder dat wij er iets voor doen.” + +</p> +<p>Silas Toronthal, in de meest onbevredigde stemming verkeerende, knorde steeds binnensmonds. + +</p> +<p>“Neen, wij moeten en wij mogen niets ondernemen, om het lot gunstiger te stemmen!” ging Sarcany voort. “Dat is gevaarlijk, +en daarenboven geheel overbodig.... Men slaagt er nimmer in, het lot te wijzigen, wanneer het ongunstig is. En niets kan het +storen, wanneer het in ons voordeel is!... Laten wij wachten, totdat het ongeluk afgewend zal zijn, en laten wij dan niet +aarzelen, om ons spel, wanneer wij de veine hebben, hoog op te voeren.” + +</p> +<p>Luisterde Silas Toronthal naar die trouwelooze raadgevingen, die evenals alle redeneeringen, welke hasardspelen betreffen, +slecht, zeer slecht waren? Neen, voorzeker niet! Hij gevoelde zich diep ter neergedrukt en had toen slechts eene overheerschende +gedachte, namelijk: om aan de macht, welke Sarcany zoo noodlottig op hem uitoefende, te ontsnappen, om zoover weg te vluchten, +dat zijn verleden achter bleef en hem niet zou kunnen volgen, om op een gegeven oogenblik tegen hem op te staan! Maar zulke +aanvallen van beslissende wilskracht konden onmogelijk lang duren in die verweekte ziel, waarvan al de veerkracht gebroken +was. Daarenboven werd hij van nabij bewaakt en bespied door zijn medeplichtige. Sarcany, alvorens hem aan zich zelven over +te laten, alvorens hem als een uitgeperste citroen weg te werpen, had hem nog noodig, totdat zijn huwelijk met Sava voltrokken +zoude zijn. Daarna zou hij zich van Silas Toronthal wel weten te ontdoen. Hij zou hem dan vergeten, hij zou zich dat zwakke +wezen niet meer herinneren, alsof hij nimmer bestaan had, hij zou niet meer willen weten, dat zij te zamen zaken gedaan hadden! +Maar tot dat oogenblik moest de bankier in zijne afhankelijkheid blijven! Zoo had Sarcany het besloten en zoo meende hij dat +het moest geschieden. + +</p> +<p>“Silas Toronthal,” hernam Sarcany, “wij zijn heden zoo ongelukkig geweest, dat het ongunstige lot in ons voordeel moet keeren!... +Morgen zal het ons gunstig zijn!” + +</p> +<p>“En als ik het weinige wat mij overblijft verlies!” antwoordde de bankier, die te vergeefs tegen die verkeerde raadgevingen +trachtte op te komen. “Zeg, wat dan?” + +</p> +<p>“Dan blijft ons Sava Toronthal over!” was het antwoord, dat Sarcany vrij driftig gaf. + +</p> +<p>“En dan?” vroeg de bankier op geheel ter neder geslagen toon. “En dan?...” + +</p> +<p>“Dat is eene bovenste beste troef in ons spel. Die kan onmogelijk overgetroefd worden!” + +</p> +<p>“Ja, morgen!... Gij denkt slechts, die dan leeft, die dan zorgt, niet waar?” +<a id="d0e1859"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1859">67</a>]</span></p> +<p>“Zeker morgen!” bevestigde Sarcany. “Morgen zal het mijn geluksdag zijn, wees daarvan verzekerd.” + +</p> +<p>“Ja, morgen! ... morgen!” herhaalde de bankier, die zich in die gemoedsstemming bevond, waarin een speler zijn hoofd als inzet +zou stellen. “Morgen!... Morgen!... Welaan, het zij zoo!” + +</p> +<p>Beiden keerden naar hun hôtel terug, dat halverwege van de laan gelegen was, die van Monte Carlo naar La Condamine voert. + +</p> +<p>De haven van Monaco, die begrepen ligt tusschen de kaap Focinana en het fort Antonius, vormt een vrije open kreek of kleine +baai, die toegang aan de noordwestelijke en zuidwestelijke winden verleent. Zij buigt zich landwaarts in van de rotsmassa +af, die de hoofdstad van den Monacoschen staat torscht, tot aan het hoogvlak, waarop de hôtels, de villaʼs en het speelhuis +van Monte Carlo verrijzen, aan den voet van den prachtigen Mont-Ayel, wiens top elf honderd meters hoog is en het schilderachtige +panorama van de kusten van Ligurië beheerscht. + +</p> +<p>De stad, die zooals gezegd is drie duizend inwoners telt, gelijkt op een dischversiersel, hetwelk op die prachtige tafel geplaatst +zoude zijn, die door de rots van Monaco gevormd en langs drie zijden door de zee bespoeld wordt, en die zelve onzichtbaar +is onder het eeuwige groen der palmboomen, der granaatboomen, der sycomoren, der peperboomen, der oranje- en citroenboomen, +der eucalyptussen, der boomachtige varens en struikgewassen, zooals geraniums, aloëssen, myrten, palmachristiʼs en zoovele +anderen, die in eene bevallige wanorde naast en tusschen elkander groeien. + +</p> +<p>Aan de andere zijde van de havenkom ligt, vlak tegenover de hoofdplaats Monaco, Monte Carlo met zijne zonderlinge gebouwen +en massaʼs, die zich op alle bergwrongen verheffen, die zigzagsgewijze nauwe en klimmende straten vormen, die tot bij den +weg van La Corniche stijgen, welke weg halverwege den berg, als in de lucht hangende, aangetroffen wordt. Dat Monte Carlo +vertoont als het ware een schaakbord van tuinen, waarin de gewassen steeds in bloei zijn, van bevallige woningen in alle vormen, +van villaʼs in alle bouwstijlen, en waarvan er ettelijke als zwevende boven de heldere wateren der Middellandsche zee gebouwd +zijn. Het is inderdaad een bekoorlijk oord, een der fraaiste, hetwelk het schoone Italië oplevert. + +</p> +<p>Tusschen Monaco en Monte Carlo, heel diep in de bocht der haven, van het strand af tot aan de vernauwing van het grillig toeloopend +dal, dat de berggroepen scheidt, ontwikkelt zich eene derde stad: dat is La Condamine. + +</p> +<p>Daarboven ter rechterzijde verrijst een grootsche berg, wiens profiel, naar de zeezijde gekeerd, hem den naam van den Hondenkop +heeft verleend. Op dien kop ontwaart men thans ter hoogte van vijfhonderd twee en veertig meters boven de oppervlakte der +zee, een fort, dat <a id="d0e1876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1876">68</a>]</span>gezegd kan worden onneembaar te zijn, en de eer heeft tot het Fransche grondgebied te behooren. Aan dien kant bevindt zich +de grens van het Monacosche rijkje. + +</p> +<p>Van La Condamine naar Monte Carlo kunnen de rijtuigen langs een prachtigen hellenden weg naar boven komen. Op het hoogste +gedeelte daarvan verrijzen de particuliere woningen en de hôtels, waarvan een door Sarcany en Silas Toronthal betrokken was. +Van uit de vensters hunner vertrekken, die naast elkander gelegen waren, genoot men een vergezicht, hetwelk zich tot La Condamine, +ja tot over Monaco uitstrekte en slechts door den Hondenkop begrensd werd, door dat dogsgelaat, hetwelk de Middellandsche +zee schijnt te ondervragen, zooals de Sfinx dat met de Lybische woestijn deed. + +</p> +<p>Sarcany en Silas Toronthal hadden zich na hunne teleurstellingen in hunne kamers teruggetrokken en onderzochten en overpeinsden +daar den toestand, natuurlijk ieder van zijn standpunt. Zouden thans de banden der gemeenschappelijke belangen, die hen gedurende +vijftien jaren te zamen gebonden hadden, door de fortuinswisselingen verbroken worden? + +</p> +<p>Bij zijne thuiskomst had Sarcany een brief gevonden, die van Tetuan aangebracht was en dien hij dadelijk geopend had. Hij +wierp er in alle haast een blik in. + +</p> +<p>In weinige regels deelde hem Namir twee tijdingen mede, die voor hem zeer belangrijk waren. Vooreerst den dood van Carpena, +die in de haven van Ceuta, tengevolge van zeer zonderlinge omstandigheden verdronken was. Dan de verschijning van dokter Antekirrt +op dat punt van de Marokkaansche kust, alsmede de aanrakingen die deze met den Spanjaard gehad had, waarna hij dadelijk weer +verdwenen was. + +</p> +<p>Toen hij dien brief gelezen had, opende Sarcany het venster van zijne kamer. En daar, geleund op den rand van het balkon, +gaf hij zich, terwijl zijn blik doelloos en verstrooid over het landschap en over de blauwe golven der Middellandsche zee +waarde, aan zijne overpeinzingen over. Die waren verre van rooskleurig. + +</p> +<p>“Carpena dood!... Dat kon waarlijk niet beter te pas komen!... Komaan, dan waren zijne geheimen met hem verdronken en in de +diepte op den bodem van den Oceaan begraven!... Van dien kant kan ik dus gerust zijn!.. Daaromtrent heb ik niets meer te vreezen!” + +</p> +<p>Toen met alle nieuwsgierigheid tot het tweede gedeelte van den brief overgaande: + +</p> +<p>“Wat de verschijning van dien dokter Antekirrt te Ceuta betreft, dat komt mij ernstiger voor!... Wie is die man toch?... Dat +zou mij, alles wel beschouwd, bitter weinig kunnen schelen, wanneer ik hem niet sedert eenigen tijd min of meer daadwerkelijk +gemengd <a id="d0e1894"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1894">69</a>]</span>vond in alles wat mij betreft! ... Te Ragusa, zijne bezoeken aan de familie Bathory! ... Te Catania, die strik, welken hij +aan Zirone gespannen heeft! ... Te Ceuta, die tusschenkomst, die evenwel Carpena het leven gekost heeft! ... Hij was daar +dicht bij Tetuan! ... Maar het schijnt niet, dat hij er heen gegaan is, ook niet, dat hij weet, dat daar de schuilplaats van +Sava te vinden is. Dat zou een verschrikkelijke slag zijn, die evenwel nog gebeuren kan! ... Wij zullen zien, of die niet +voorkomen kan worden, niet alleen voor het toekomstige maar zelfs voor het tegenwoordige! ... De Senousisten zullen weldra +meester zijn van de geheele Cyrenaïsche kuststrook; ... zij zullen dan slechts een zeearm over te steken hebben, om Antekirrta +aan te kunnen vallen! ... Als zij in dat spoor voortgedreven moeten worden ... welnu, dan zal ik wel ...” + +</p> +<p>Het is klaarblijkelijk, dat alle die feiten donkere vlekken aan Sarcanyʼs gezichteinder vormden. In de sombere verwikkelingen, +die hij pas voor pas ontwierp, om zijn doelwit te bereiken, en hetwelk hij schier met de hand aanraakte, kon het kleinste +steentje een struikelblok worden, die hem zou kunnen doen vallen en vernietigen. En van dien val zou hij waarschijnlijk niet +meer opstaan. Nu was die tusschenkomst van dokter Antekirrt in zijne plannen wel geschikt om hem te verontrusten; maar wat +hem nog meer zorgen baarde, en ernstige zorgen, was de tegenwoordige toestand van Silas Toronthal. Die was het krankzinnig +worden nabij. + +</p> +<p>“Ja,” zoo sprak hij tot zich zelven, “wij zijn, inderdaad, zonder uitweg tegen den muur gedrongen! ... Morgen wordt alles +op één worp, op één dobbelsteen gezet! ... Of de bank zal springen, of ... wij! Dat ik geruïneerd zal zijn door zijn val ... +wat kan dat schelen? Ik kan mij herstellen ... Maar Silas Toronthal? Dat is iets anders ... Dan zal hij gevaarlijk worden, +... dan kan hij geneigd zijn te praten, ... dan kan hij het geheim openbaren, waarop mijn geheele toekomst rust! ... Dan zou +hij, nadat hij zoolang in mijne macht geweest is, macht over mij krijgen!” + +</p> +<p>En, inderdaad, de toestand was zoodanig, als Sarcany hem inzag. Hij kon zich deswege geen droombeelden maken, ook niet over +de moreele waarde van zijn medeplichtige. Hij had hem vroeger onderwijs in onrecht en laaghartigheid gegeven, en Silas Toronthal +zou niet nalaten die lessen op te volgen, wanneer hij niets meer te verliezen zou hebben. + +</p> +<p>Sarcany vroeg zich toen af, hoe hij te handelen had in zooʼn benauwend uiterste. + +</p> +<p>Terwijl hij zoo in gedachten verzonken zat, zag hij niet, wat bij den ingang der haven van Monaco, die eenige honderden voeten +beneden hem gelegen was, plaats vond. + +</p> +<p>Op den afstand van eene kabellengte van dien ingang gleed een <a id="d0e1908"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1908">70</a>]</span>lang spoelvormig lichaam in volle zee voorwaarts, dat noch mast noch schoorsteen vertoonde, en waarvan de romp slechts twee +of drie voeten boven de wateroppervlakte uitstak. Dat vaartuig kwam weldra, na langzamerhand de Focicana-kaap tot vlak onder +het duiven-schietterrein van Monte Carlo genaderd te zijn, eene meer gunstige ankerplaats, voor de branding beveiligd, zoeken. +Toen die gevonden en het anker in den zeebodem gevallen was, stak eene lichte jol, van plaatijzer vervaardigd, die als in +de flanken van dat schier onzichtbare schip verscholen was geweest, van boord af, nadat drie mannen daarin plaats hadden genomen. +Weinige riemslagen waren voldoende, om het nabijgelegen strand te bereiken, waar twee der opvarenden aan wal stapten, terwijl +de derde de jol naar boord terugroeide. Weinige minuten later was het geheimzinnige vaartuigje, dat zijne tegenwoordigheid +noch door een licht noch door eenig gedruisch verraden had, zonder eenig spoor na te laten, in de duisternis verdwenen. + +</p> +<p>Wat de beide ontscheepte mannen betrof, deze volgden, nadat zij de strandstrook overgestoken waren, den voet der rotsen en +richtten hunne schreden naar het station van den spoorweg van Monaco, daarna sloegen zij de Spelugualaan in, die sierlijk +en bevallig om de tuinen van Monte Carlo voert. + +</p> +<p>Sarcany had daarvan niets gezien. Zijne gedachten voerden hem in dit oogenblik ver, zeer ver van Monaco, naar den kant van +Tetuan... Maar hij dwaalde er niet alleen heen. Hij noodzaakte zijn medeplichtige die denkbeeldige reis mede te maken. Die +was waarachtig in geene stemming om denkbeeldige reizen te volvoeren. + +</p> +<p>“Silas! ... ik in de macht van Silas Toronthal!..” zoo herhaalde hij al prevelend in zich zelven. “Silas, die met één woord +mij zou kunnen beletten, mijn doel te bereiken! ... Dat nooit! ... Als wij morgen het geld niet teruggewonnen hebben, wat +het spel ons ontnomen heeft, dan zal ik hem wel noodzaken mij te volgen! ... Ja, dat zal ik ... mij te volgen tot Tetuan toe +... en wie zal zich daar op de Marokkaansche kust om Silas Toronthal bekommeren, wanneer hij eensklaps kwam te verdwijnen? +Niemand ter wereld, niemand, niet waar?” + +</p> +<p>De lezer weet het: Sarcany was er de man niet naar, om voor eene misdaad meer of minder terug te deinzen, vooral wanneer de +omstandigheden, zooals de onbekendheid van de landstreek, de woestheid harer inwoners, de onmogelijkheid om den schuldige +op te sporen en uit te vinden, de volvoering zoo gemakkelijk zouden maken. + +</p> +<p>Toen zoo zijn plan vastgesteld was, sloot Sarcany het venster, ging naar bed en was weldra in een diepen slaap gedompeld, +zonder dat zijn geweten die rust stoorde, zonder dat zelfs eenige wroeging zich deed gevoelen. +<a id="d0e1920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1920">71</a>]</span></p> +<p>Met Silas Toronthal was het niet zoo gesteld. De bankier bracht een schrikkelijken nacht door. En niet zonder reden! Wat bleef +hem van zijn vermogen van weleer nog over? Ter nauwernood tweemaal honderd duizend franken, die door het spel niet verzwolgen +waren. En dan nog: die behoorden hem niet eens. Dat was de inzet van de laatste partij! De laatste kans, die te wagen was! +De toestand was in zijn oogen ontzettend netelig. + +</p> +<p>Dat was de wil van zijn medeplichtige; dat was zijn eigen wil! Zijne verzwakte, verweekte hersenen, die met dwaze berekeningen +vervuld waren, gedoogden hem niet meer om kalm en juist te redeneeren. Hij was zelfs onbekwaam—in dit oogenblik althans—om +zich rekenschap van zijn toestand te kunnen geven, om dien te kunnen overzien, zooals Sarcany niet zonder sluwheid gedaan +had. Hij begreep volstrekt niet, dat de rollen verwisseld waren, dat hij den man nu in zijne macht had, die hem zoo lang het +dwangjuk had doen gevoelen. Hij had slechts oogen voor het tegenwoordige, dat hem zijn onmiddellijken ondergang deed aanschouwen, +en dacht slechts aan den dag van morgen, die hem redden zou, of hem tot de laagste sport van de ladder der menschelijke ellende +zou doen afdalen. + +</p> +<p>Zoo ging die nacht voor de beide vennooten zeer ongelijk, zooals men ziet, voorbij. + +</p> +<p>Gunde hij den eenen eenige uren rust, zoo liet hij den anderen zich slechts wanhopig wentelen in angstige pijnlijkheid en +volslagen slapeloosheid. + +</p> +<p>Den volgenden morgen tegen tien uren vervoegde Sarcany zich bij Silas Toronthal. De bankier was voor zijne tafel gezeten en +hield zich halsstarrig bezig met eenige vellen papier met cijfers en formulen te bekladden. Blijkbaar had hij den nacht met +dien arbeid doorgebracht. Hij zag er uit als het beeld der verpersoonlijkte wanhoop. + +</p> +<p>“Welnu, Silas Toronthal,” begon de Siciliaan op dien luchtigen toon, die aan de ellende in dit tranendal niet meer gewicht +schenkt, dan zij waard is.<span id="d0e1933" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>De bankier antwoordde niet, hij scheen te zeer in zijne formulen en berekeningen verdiept. + +</p> +<p>“Hebt gij eindelijk de voorkeur aan de roode of aan de zwarte kleur geschonken?” vervolgde Sarcany. + +</p> +<p>“Ik heb geen enkel oogenblik geslapen!” siste Silas Toronthal meer dan hij sprak. + +</p> +<p>“Niet?” + +</p> +<p>“Neen, geen enkel. Hebt gij kunnen slapen?” vroeg de bankier woest, terwijl een zweem van afgunst zijn gelaat ontroerde. + +</p> +<p>“Zeker heb ik kunnen slapen. Maar ... des te erger, Silas Toronthal, des te erger voor u.” +<a id="d0e1947"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1947">72</a>]</span></p> +<p>“Waarom? Zeg mij, waarom des te erger voor mij en niet voor u? Dat wil en moet ik weten.” + +</p> +<p>“Heden moet gij noodzakelijk koelbloedig wezen en zouden een paar uren rust u goed gedaan hebben.” + +</p> +<p>“Och, wat! Bah!... Wat beteekent rust?... Heb ik rust noodig?.. En toch....” + +</p> +<p>“Kijk mij... Ik heb heerlijk geslapen, en ik bevind mij in den gewenschten toestand om den kamp met de fortuin te aanvaarden. +Ik wilde, dat gij zoo kalm waart als ik.” + +</p> +<p>“De fortuin?... De fortuin?...” herhaalde Silas Toronthal nadenkend en met de hand voor het voorhoofd geslagen. + +</p> +<p>“Ja, de fortuin! Zij is, wel beschouwd, vrouw en als zoodanig deelt zij hare gunsten uit aan hen, die sterk genoeg zijn, om +haar te beheerschen en haar onder den duim te houden,” + +</p> +<p>“Zij heeft ons toch verraden! Ja, verraden, zooals dat slechts eene vrouw doen kan!” + +</p> +<p>“Bah!... Een eenvoudige gril!... Als die gril over is, keert zij tot ons terug! Zijt gij daaromtrent niet ten innigste overtuigd? +Gij zult zien, zij komt tot ons terug!” + +</p> +<p>Silas Toronthal antwoordde niet. Had hij wel gehoord, wat Sarcany tot hem zeide, terwijl zijn blik het vel papier niet verliet, +dat voor hem lei en waarop hij zijne vrij nuttelooze combinatiën uitgerekend had? Dat was voorzeker te betwijfelen. Hij bleef +het oog op de cijferreeksen gevestigd houden en scheen overigens niets te zien of te hooren. + +</p> +<p>“Wat deedt gij dan toch, toen ik binnentrad?” vroeg Sarcany, terwijl hij het papier greep. + +</p> +<p>“Ik?” hernam de bankier als verschrikt... “Ik?... Geef mij dat papier terug, Sarcany.” + +</p> +<p>“Berekeningen, ... onfeilbare martingalen om te winnen?.. Drommels, waarde Silas, het komt mij voor, dat gij zeer ongesteld +zijt. Het begint u waarlijk in het hoofd te schelen!” + +</p> +<p>“Kom, loop heen, ik... Maar geef mij dat papier terug, Sarcany, ik bid er u om.” + +</p> +<p>“De fortuin, of beter het toeval, de kans laat zich niet door berekeningen onderwerpen. En het is die fortuin, dat toeval, +die kans alleen, die heden uitspraak zal doen: voor of tegen ons!” + +</p> +<p>“Welnu?” vroeg Silas Toronthal, terwijl hij hem het papier uit de handen trok, het opvouwde en in zijne portefeuille opborg. + +</p> +<p>“Ik ken maar eene manier, Silas, om dat toeval te leiden, te dwingen,” hernam Sarcany op spotzieken toon. + +</p> +<p>“Welnu?” herhaalde de bankier vragend: “Zeg mij die manier, Sarcany, als zij goed is.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p073.jpg" alt="Ingang der haven van Monaco. (Bladz. 69.)" width="505" height="720"><p class="figureHead">Ingang der haven van Monaco. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1894" class="typeref">69</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ja, maar daarvoor moet men bijzondere studiën gemaakt hebben <a id="d0e1995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1995">73</a>]</span><a id="d0e1996"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1996">74</a>]</span> ... en op dat gebied—dit moet gij erkennen—is onze opvoeding onvoltooid gebleven. Van studie hebben wij beiden niet veel +willen weten.” + +</p> +<p>“Maar, wat verder? Spreek dan toch, Sarcany. Wat verder?” vroeg Silas Toronthal stampvoetende. + +</p> +<p>“Laten wij het derhalve geheel, aan het toeval overlaten. Gisteren had de bank de veine, het is niet onmogelijk, dat zij heden +déveine zal hebben. En als dat zoo is, dan”... Sarcanyʼs oogen glinsterden... “heb ik u niets meer te zeggen.” + +</p> +<p>“Dan?...” + +</p> +<p>“Dan zal het spel ons alles weergeven, wat wij verloren hebben! Zult gij dan tevreden zijn?” + +</p> +<p>“Alles?...” + +</p> +<p>“Ja, alles, Silas Toronthal! Alles! Verstaat gij mij? Alles! Alles! Verlaat u op mij.” + +</p> +<p>“God geve het!” zuchtte de bankier zoo weemoedig, alsof het eerlijk verdiende penningen gold. + +</p> +<p>“Maar, nu geene zwakheid, geene ontmoediging meer! Integendeel stoutheid en koelbloedigheid!” + +</p> +<p>“En als wij hedenavond geruïneerd zullen zijn?” hernam de bankier, die voor Sarcany ging staan en hem strak in de oogen keek. +“Zeg, als wij hedenavond niets meer hebben zullen?” + +</p> +<p>“Welnu, dan verlaten wij Monaco! Dat is afgesproken, Silas Toronthal, niet waar?” + +</p> +<p>“Monaco verlaten? Waarom Monaco verlaten? En waarheen dan?... Zoo zonder geld?” + +</p> +<p>“Voorzeker. Wat zouden wij hier uitrichten? Zonder de speelzalen is te Monaco niets uit te richten.” + +</p> +<p>“Monaco verlaten?... Om waarheen te gaan? Daarop antwoordt gij niet, dunkt mij.” + +</p> +<p>Neen, Sarcany antwoordde niet, daarin had Silas Toronthal volkomen gelijk. + +</p> +<p>“O, gevloekt zij de dag, waarop ik u leerde kennen, Sarcany, de dag, toen ik uwe diensten verzocht!” + +</p> +<p>De Siciliaan grinnikte van de pret. Het gesprek werd nu eerst interessant voor hem. + +</p> +<p>“Ik zou niet zoo diep gevallen zijn, als ik thans ben!” ging de bankier kermend voort. + +</p> +<p>“Het is een beetje laat, om thans dergelijke verwijten als oude koeien uit de sloot te halen!” antwoordde de schaamtelooze +kerel. “Dat moest ge toch zelf inzien.” + +</p> +<p>“Zwijg!” riep de bankier uiterst vertoornd. “Zwijg, of ik zal u...” + +</p> +<p>“Het is ook al te gemakkelijk, de menschen ten laatste met verwijten te overladen, wanneer men zich eerst van hen bediend +heeft. <a id="d0e2038"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2038">75</a>]</span>Dat is de meest gebruikelijke manier, om zijne dankbaarheid te toonen!” + +</p> +<p>“Pas op!” riep de bankier verbolgen uit. “Ik waarschuw u ernstig. Pas op!” + +</p> +<p>“Ja!... ik zal oppassen!” mompelde Sarcany onverstaanbaar. “Daar kunt ge staat op maken.” + +</p> +<p>Die soort bedreiging van Silas Toronthal moest den ellendeling in het voornemen sterken, om zijn medeplichtige buiten staat +te stellen, hem te kunnen benadeelen. + +</p> +<p>Daarna hernam hij met luider stem, alsof er hoegenaamd niets gebeurd was: + +</p> +<p>“Waarde Silas,” zei hij honigzoet, “laten wij toch niet boos op elkander worden!... Waartoe zou dat dienen?... Dat overspant +slechts de zenuwen, en, geloof mij, wij mogen heden niet zenuwachtig zijn!... Schep vertrouwen en kijk naar mij: ik wanhoop +niet!... Gij zult zien, heden zal het de dag onzer zegepraal zijn!” + +</p> +<p>“Maar, intusschen.... Als dat nu eens niet gebeurt? Wat dan? is de vraag.” + +</p> +<p>“Mocht bij ongeluk de déveine ons nogmaals teisteren.... Dan ... ja dan....” + +</p> +<p>“Welnu?...” + +</p> +<p>“Vergeet dan niet, dat ik nog andere millioenen in het verschiet heb, waarvan gij uw deel zult hebben.” + +</p> +<p>“Ja!... Ja!...” riep Silas Toronthal uit, bij wien de spelersgeaardheid, die een oogenblik afgeleid was, weer de bovenhand +kreeg. “Ja!... Ja!... ik moet mijne revanche hebben! De bank is te gelukkig geweest!” + +</p> +<p>“Juist, zoo! Zie, nu wordt ge weer de oude fideele kerel! Nu herken ik u weer.” + +</p> +<p>“Te gelukkig geweest!” herhaalde Silas Toronthal, “en dezen avond nog.... Ja, dezen avond!...” + +</p> +<p>“Dezen avond zullen wij rijk, zeer rijk zijn!” riep Sarcany uit, “en ik beloof u, dat wij dan niet meer verliezen zullen, +wat wij teruggewonnen zullen hebben! Wat er ook heden gebeuren moge ... wij zullen dan het spelen staken.” + +</p> +<p>“Heden?...” vroeg de bankier in gespannen verwachting. “Het spelen staken?... Heden reeds?” + +</p> +<p>“Morgen verlaten wij Monte Carlo!... Morgen stevenen wij naar Tetuan.” + +</p> +<p>“Naar Tetuan?... Monte Carlo verlaten?... Waarom, als ik u bidden mag?” + +</p> +<p>“Ja, wij zullen vertrekken.... En deze noodlottige plaats ontvlieden, waar men slechts zijn geld kan verliezen.” + +</p> +<p>“Waarheen?... Maar, waarheen dan toch?” +<a id="d0e2076"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2076">76</a>]</span></p> +<p>“Zooals ik zeide, naar Tetuan, waar wij eene laatste partij te spelen hebben, waarlijk eene allerlaatste partij! Maar daar +niet met leelijke croupiers, maar integendeel met een allerliefst aanvallig meisje.” + +</p> +<p>Silas Toronthal grinnikte, maar antwoordde niet. Hij verdiepte zich weer in zijne kansberekeningen. Eene gedachte aan de arme +Sava kwam niet bij hem op. Het was inderdaad een kerel zonder ziel. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e2081" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">IV.</h2> +<h2 class="normal">DE LAATSTE INZET.</h2> +<p>De salons van den Vreemdelingen-Kring—gewoonlijk Casino geheeten—waren sedert elf uren geopend. Hoewel het getal spelers nog +zeer beperkt was, waren toch reeds eenige roulette-tafels ter wille van de ongeduldigen aan den gang. En het was daar rondom, +dat thans die weinige aanwezigen gezeten of gegroepeerd waren. + +</p> +<p>De stand dezer tafels was vooraf nagegaan en zoo noodig hersteld geworden; want het is van het uiterste belang dat zij volkomen +waterpas staan. En inderdaad, het geringste gebrek te dien opzichte zou toch invloed kunnen hebben op den knikker, die langs +de ronddraaiende schijf voortloopt. Dat zou opgemerkt worden en de arglistige spelers zouden dat spoedig in de gaten hebben +en daarmede zeer ten nadeele van de bank hun voordeel kunnen doen. + +</p> +<p>Op ieder der zes roulette-tafels waren zestig duizend franken, zoowel in goud als in zilverspecie en in papiergeld nedergelegd. +Op ieder der twee trente et quarante-tafels honderd vijftig duizend franken. Dat is de gewone inzet der bank, in afwachting +dat het gunstige seizoen geopend wordt, en het is zeer zeldzaam, dat het bestuur der inrichting genoopt wordt, die eerste +fondsen-verstrekking aan te vullen. Met hare zoo gunstige kansen moet zij steeds winnen. Is dus het spel op zich zelf reeds +als onzedelijk te beschouwen, het is daarenboven dom, want de speler staat tegenover de bank met zeer ongelijke kansen. Hij +wordt als het ware opgelicht en afgezet. + +</p> +<p>Rondom ieder der roulette-tafels hadden reeds acht croupiers, met hunne harken in de hand, de plaatsen ingenomen, die voor +hen bestemd waren. Naast hen zaten of stonden de spelers, of de toeschouwers in gespannen verwachting. +<a id="d0e2094"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2094">77</a>]</span></p> +<p>In de salons wandelden de inspecteurs en de opzichters op en neer en hielden het oog zoowel op de croupiers als op hunne slachtoffers, +terwijl talrijke kellners heen en weer liepen, om het publiek te bedienen. Om een denkbeeld te geven van het gewemel, dat +hier plaats kan hebben, valt mede te deelen, dat niet minder dan honderd en vijftig geëmployeerden in de speelzalen van Monte +Carlo heen en weder drentelen. Een ware legermacht inderdaad. + +</p> +<p>Tegen half een in den namiddag bracht de trein van Nizza zijn gewoon contingent van spelers aan. Zij waren dien dag wellicht +talrijker dan anders. Die serie van zeventien malen de roode kleur van daags te voren, had haren natuurlijken invloed niet +gemist. Een ieder wilde een kijkje komen nemen, of zich zoo iets niet zou herhalen. + +</p> +<p>Dit werkte als eene nieuwe aantrekkingskracht, en een ieder, die van het toeval des spels leefde of daaraan offerde, was gekomen +om met belangstelling het vervolg van zooʼn serie te zien en op te merken. + +</p> +<p>De salons waren een uur later gevuld. Men koutte natuurlijk over die zonderlinge uitkomst, evenwel met zachte stem. Niets +stemt meer akelig dan dat gefluister in die onmetelijke zalen, welker versieringen met verguldsel overladen zijn, die weelderig +gemeubeld en door prachtige kronen en kandelabres verlicht zijn, zonder nog de olielampen te vermelden, die van groene oogenschermen +voorzien zijn, en voornamelijk boven de speeltafels aangebracht zijn. + +</p> +<p>Wat hier, in weerwil van de menigte, die er zich verdringt, den boventoon voert, is niet het geluid der gesprekken, maar wel +het metaalachtige gerinkel der gouden of zilveren muntstukken, die geteld, of op het groene kleed geworpen worden, ook het +geritsel van de bankbiljetten, alsmede het voortdurende: “rood wint en kleur” of “zeventien, zwart, oneven,” door de eentonige +en onverschillige stem des speldrijvers uitgegalmd. + +</p> +<p>Dat alles levert een treurig gezicht op, dat een diepen blik in den afgrond der menschelijke hartstochten gunt. + +</p> +<p>Evenwel twee der voornaamste verliezers van den vorigen dag waren nog niet in de speelsalons verschenen. Reeds waren eenige +spelers op het punt om verschillende kansen te volgen en te wagen, om de veine te grijpen, hetzij bij de roulette, hetzij +bij de trente et quarante-tafel. Maar de afwisselingen van winst en verlies wogen tegen elkander op, en niets duidde er op, +dat het verschijnsel van den vorigen dag zich weer zou voordoen. + +</p> +<p>Tegen drie uren eerst traden Sarcany en Silas Toronthal het Casino binnen. + +</p> +<p>Voordat zij in de speelzalen verschenen, wandelden zij de ruime zaal op en neer, waarin zij weldra de algemeene nieuwsgierigheid +<a id="d0e2113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2113">78</a>]</span>tot zich trokken. Men bekeek hen, men bespiedde hen, men vroeg zich af of zij den strijd weer zouden aanbinden met het noodlot, +dat hun den vorigen dag zoo vijandig, zoo noodlottig was geweest. + +</p> +<p>Eenige zoogenaamde professoren hadden van de gelegenheid wel willen gebruik maken om hun onfeilbare martingalen of kunstgrepen +om te winnen, aan den man te brengen, indien de nieuw aangekomenen maar genaakbaar geweest waren. Maar de bankier Silas Toronthal +zag er zeer verstrooid uit, en merkte niet op, hetgeen rondom hem voorviel. Sarcany was meer koelbloedig, meer gesloten dan +ooit. Het was, alsof hij beider lot in handen had en, van zekere zijde beschouwd, was dat ook zoo. + +</p> +<p>Beiden waren, als het ware, in zich zelven gekeerd, nu zij den laatsten inzet gingen wagen. + +</p> +<p>Onder de vele personen, die hen met die bijzondere nieuwsgierigheid hadden gadegeslagen, welke men aan ernstige lijders of +aan veroordeelden verleent, bevond zich een vreemdeling, die vast besloten scheen, om hen geen oogenblik uit het oog te verliezen. + +</p> +<p>Dat was een jonge man, twee en twintig of drie en twintig jaren oud, met een fijn besneden gelaat en schrander uiterlijk en +spitse neus—een van die neuzen, die, als het ware, meer toekijken dan ruiken.—Zijne oogen waren bijzonder doordringend, maar +verscholen zich achter een bril met eenvoudige beschermende glazen. Hij scheen zeer levendig en het was alsof hij kwikzilver +in de aderen had. Hij hield dan ook de handen angstvallig in de zakken van zijn overjas, om hen te beletten gebaren te maken, +terwijl hij zijne voeten noodzaakte om met de hielen op dezelfde lijn aan elkander gesloten te zijn, om des te zekerder te +zijn, dat zij zoodoende op de plaats bleven. Hij was zeer fatsoenlijk gekleed, hoewel er aan zijn kleeding niets ten offer +gebracht was, om de overdreven eischen van de modedwaasheid te bevredigen. Er was dan ook niets in zijne houding op te merken, +dat naar gezochte voornaamheid zweemde, hoewel hij zich waarschijnlijk niet zeer op zijn gemak voelde in die nauwsluitende +kleedingstukken, die den glans der nieuwheid nog bezaten. + +</p> +<p>Zoo iets zal wel niemand bevreemden, want dat jonge mensch was niemand anders dan Pescadospunt in eigen persoon. + +</p> +<p>Buiten in den tuin stond hem Kaap Matifou geduldig te wachten. Beide vrienden waren dus te Monte Carlo weer vereenigd. + +</p> +<p>Wie zal er aan twijfelen, dat zij voor rekening van dokter Antekirrt in dit paradijs, of in deze hel, door het Monacosche +gebied gevormd, gekomen waren? + +</p> +<p>Zij waren daags te voren door de vlet van de <i lang="en">Electric 2</i>, behoorende tot de vloot van het eiland Antekirrta, op de kaap van Monte Carlo zonder meer ontscheept. Bagage hadden zij +niet noodig geacht. +<a id="d0e2134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2134">79</a>]</span></p> +<p>Met welk doel waren zij hier gekomen? Wat voerde hen hier heen, in die plaats des verderfs? + +</p> +<p>Wij zullen het straks vernemen. De ontwikkeling van het verhaal zal ons wel tot de ontknooping voeren. + +</p> +<p>Twee dagen nadat Carpena aan boord van de <i>Ferrato</i> gebracht was geworden, was hij, in weerwil van zijn protest en zijne tegenspartelingen, in een der onderaardsche casematten +van het eiland Antekirrta gekerkerd geworden. Daar begreep die ontsnapte van het Spaansche presidio al heel spoedig, dat hij +slechts de eene gevangenis tegen eene andere verwisseld had. In plaats van te behooren tot het personeel van veroordeelden +onder het juk van den gouverneur van Ceuta, was hij, evenwel zonder dat hij het wist, in de macht van dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Waar bevond hij zich? Dat wist hij niet. Dat kon hij onmogelijk raden, hoezeer hij zijn brein ook aftobde. + +</p> +<p>Had hij bij de verandering gewonnen? Dat vroeg hij zich niet zonder ongerustheid af. Hij was besloten om alles te doen, alles +in het werk te stellen, om zijn toestand te verbeteren. + +</p> +<p>Hij aarzelde dan ook geen oogenblik, om op de eerste aanmaning, die hem door den dokter zelven gedaan werd, met de grootste +openhartigheid te antwoorden. + +</p> +<p>Of hij den <span id="d0e2152" class="corr" title="Bron: Triester">Triëster</span> bankier Silas Toronthal al dan niet kende? + +</p> +<p>Daarop antwoordde hij ontkennend. + +</p> +<p>Sarcany dan? + +</p> +<p>Ja, dien kende hij, hoewel hij hem slechts zelden en dan nog met groote tusschenpoozen gezien had. + +</p> +<p>Of Sarcany met Zirone en zijne bende in betrekking stond, sedert deze op het eiland Sicilië werkzaam was en de omstreken van +Catania onveilig maakte? + +</p> +<p>Carpena antwoordde daarop bevestigend, daar Sarcany op Sicilië verwacht werd, en hij daar zeer zeker aangekomen zou zijn, +wanneer hij geen bericht had bekomen van den ongelukkigen afloop van den tocht, waarbij Zirone omgekomen was. + +</p> +<p>Waar was Sarcany thans? luidde vervolgens de vraag van dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Te Monte Carlo, wanneer hij ten minste die stad niet binnen kort verlaten had. Daar had hij sedert eenigen tijd zijn verblijf +gevestigd en was daar waarschijnlijk in gezelschap van den bankier Silas Toronthal. + +</p> +<p>Meer wist Carpena niet en meer kon hij dus ook niet vertellen. Maar het medegedeelde was voldoende voor dokter Antekirrt, +om den veldtocht te beginnen. + +</p> +<p>Het is buiten kijf, dat de Spanjaard de drijfveer niet kende, waarom hem de dokter van Ceuta had doen ontsnappen, waarom hij +zich van zijn persoon had meester gemaakt. Ook kon Carpena <a id="d0e2173"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2173">80</a>]</span>niet gissen, dat zijn verraad jegens Andreas Ferrato gekend was door hem, die hem ondervroeg. Daarenboven wist hij ook niet, +dat Luigi de zoon was van den visscher van Rovigno. + +</p> +<p>Carpena werd in eene donkere casemat opgesloten, waarin hij nog strenger bewaakt werd dan dat ooit in de gevangenis van Ceuta +geschied was. Hij zou met niemand in aanraking komen, totdat zijn lot beslist zoude zijn. + +</p> +<p>Zoo was dan een der drie verraders, die de bloedige ontknooping van de <span id="d0e2179" class="corr" title="Bron: Triester">Triëster</span> samenzwering veroorzaakt hadden, in handen van dokter Antekirrt. Dezen bleef dus nog de taak over, om de twee anderen te +achterhalen, wat niet moeielijk meer kon zijn, daar Carpena thans medegedeeld had, waar ze gevonden konden worden. + +</p> +<p>Daar evenwel de dokter en Piet Bathory door Silas Toronthal en Sarcany herkend konden worden, scheen het hun geraden niet +eerder persoonlijk op te treden, dan wanneer zulks met zekerheid van te zullen slagen kon geschieden. Maar nu men het spoor +der beide medeplichtigen teruggevonden had, kwam het er voornamelijk op aan, hen, in afwachting dat de gelegenheid zich zou +voor doen om daadwerkelijk te handelen, niet meer uit het oog te verliezen. + +</p> +<p>Daarom werd Pescadospunt naar Monaco gezonden met opdracht om hen overal te volgen, waarheen zij gaan zouden. Kaap Matifou +vergezelde hem, om hem des vereischt met zijne stevige vuisten bij te springen, terwijl dokter Antekirrt, Piet Bathory en +Luigi ook derwaarts met de <i>Ferrato</i> zouden vertrekken, wanneer het gunstige oogenblik aangebroken zou zijn. Zooals men ziet, werden de mazen van het net al meer +en meer om de schuldigen dichtgetrokken. + +</p> +<p>De beide akrobaten waren midden in den nacht te Monte Carlo aangekomen en waren des morgens dadelijk aan den arbeid getogen. +Het was hen niet moeielijk gevallen, het hôtel uit te vinden, waar Silas Toronthal en zijn medeplichtige Sarcany hun intrek +genomen hadden. Terwijl Kaap Matifou, in afwachting dat de avond viel, in den omtrek van Monte Carlo rondwandelde, zag Pescadospunt, +die zorgvuldig de wacht hield en niets liet ontglippen, de beide vennooten tegen een uur in den namiddag naar buiten treden. +Het scheen den wakkeren verspieder toe, dat de bankier Silas Toronthal zeer neerslachtig was en bitter weinig sprak, hoewel +Sarcany zijn best deed om het onderhoud levendig te houden. In de morgenuren had Pescadospunt hooren verhalen, wat daags te +voren in de speelzalen van Monte Carlo plaats gevonden had, namelijk die ongeloofelijke reeks van de roode kleur, die zoovele +slachtoffers gemaakt had en waaronder voornamelijk Sarcany en Silas Toronthal aangehaald werden. Met zijne aangeboren schranderheid +besloot de wakkere kerel daaruit, dat hun onderhoud daarover moest loopen, en in het bijzonder over het kwade gesternte, dat +hen vervolgd had. <a id="d0e2191"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2191">81</a>]</span><a id="d0e2192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2192">82</a>]</span>Bovendien vernam hij, dat die beide spelers niet alleen ten gevolge van die noodlottige reeks, maar ook vroeger en vooral +in de laatste dagen groote sommen verloren hadden, waaruit hij alweer met niet minder schranderheid de gevolgtrekking maakte, +dat hunne laatste hulpmiddelen nagenoeg uitgeput moesten zijn, en dat het oogenblik naderde, waarop dokter Antekirrt daadwerkelijk +en met vrucht zou kunnen optreden. Waarlijk, de dokter had een meesterlijke greep gedaan, toen hij de beide akrobaten voor +zijn dienst aanwierf. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p081.jpg" alt="Pescadospunt volgde hen van verre. (Bladz. 84.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Pescadospunt volgde hen van verre. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2242" class="typeref">84</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Die mededeelingen werden des morgens dadelijk door Pescadospunt, evenwel zonder iemand te noemen, aan een bekend adres te +La Valetta op het eiland Malta getelegrafeerd, vanwaar zij langs een particulieren draad snel naar het eiland Antekirrta overgeseind +werden. + +</p> +<p>Toen Sarcany en Silas Toronthal het gebouw van het Casino van Monte Carlo binnentraden, stapte Pescadospunt achter hen aan. +Toen zij de salons van de roulette en van het trente-et-quarante binnengingen, volgde hij hen ook. + +</p> +<p>Het was toen juist drie uren in den namiddag. De heldere metalen klok van het torentje van het Casino verkondigde dat luid +genoeg, terwijl de nagalm over de watervlakte van de Middellandsche zee wegstierf. + +</p> +<p>Het spel begon toen levendiger te worden, hoewel er nog geen groote geestdrift heerschte. + +</p> +<p>De bankier en zijn makker wandelden eerst de zalen rond. Hier en daar bleven zij gedurende eenige oogenblikken bij sommige +speeltafels staan, sloegen den gang van het spel gade, maar onthielden zich blijkbaar stelselmatig er deel aan te nemen. + +</p> +<p>Pescadospunt verloor hen niet uit het oog, terwijl hij als een onbedreven nieuwsgierige op en neder slenterde. Hij meende +zelfs, om hunne aandacht niet te trekken, hier en daar een paar vijf francstukken op de kolommen of op de nummers der roulette +te moeten wagen. Die verloor hij natuurlijk; het moet evenwel erkend worden, hij deed dat met de meest mogelijke onverschilligheid. +Maar waarom had hij ook niet den uitmuntenden raad gevolgd, die hem een professor, een beunhaas in het spel, in vertrouwen +gegeven had? Ja, waarom niet? Was het betweterij? + +</p> +<p>“Om te slagen in het spel,” had deze gezegd, “moet men er zich op toeleggen, om de kleine inzetten te verliezen en de groote +te winnen! Daarin bestaat het geheele geheim, mijnheer!” + +</p> +<p>Pescadospunt knikte den raadgever gedachteloos toe; maar drentelde verder. + +</p> +<p>Het sloeg vier uren op de groote pendule in de speelzaal, waarin zij zich bevonden, toen Silas Toronthal en Sarcany het geschikte +oogenblik gekomen achtten, om de veine “den tand te voelen”, zooals <a id="d0e2222"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2222">83</a>]</span>zij dat uitdrukten. Verscheidene plaatsen waren nog onbezet bij eene der roulette-tafels. Beiden namen daaraan plaats en wel +tegenover elkander, en weldra zag de roulettehouder zich niet alleen door spelers omringd, maar ook door eene talrijke menigte +toeschouwers, die begeerig waren den revanche-strijd te aanschouwen, dien de twee ongelukkige spelers van den vorigen dag +te leveren hadden. Aller aandacht was natuurlijk ten hoogste geprikkeld. Men verdrong zich als het ware. + +</p> +<p>Pescadospunt had natuurlijk gezorgd in de eerste rij der nieuwsgierigen plaats te nemen, en was, zooals wel te bedenken is, +niet een der minsten van hen, die belangstelling in de lotswisselingen van de begonnen partij stelden. + +</p> +<p>Gedurende het eerste uur wogen de kansen nagenoeg tegen elkander op. Winst en verlies stonden gelijk. + +</p> +<p>Om die kansen des te beter te verdeelen, volgden Silas Toronthal en Sarcany natuurlijk niet hetzelfde spel. Zij zetten ieder +afzonderlijk op en maakten zoo verscheidene belangrijke winsten, zoowel op de eenvoudige als op de meer samengestelde combinatiën, +die bij de roulette gebruikelijk zijn. Maar het lot besliste niet voor en niet tegen hen. + +</p> +<p>Maar tusschen vier en zes uren scheen het lot te keeren en hen zeer te begunstigen. + +</p> +<p>Het maximum van inzet, dat bij de roulette zes duizend franken bedraagt, werd herhaaldelijk door hen op volle nummers gewonnen. +De gelaatstrekken der bankhouders waren nog strakker dan gewoonlijk. + +</p> +<p>De handen en vingers van Silas Toronthal beefden koortsachtig, wanneer hij ze over het groene laken uitstrekte, hetzij om +zijn inzet ter gewilde plaatse bij te schuiven, hetzij om de goudstukken en de bankbiljetten van onder de harken der croupiers +naar zich toe te halen. + +</p> +<p>Sarcany integendeel was zichzelven steeds meester. Hij liet geen enkele der gewaarwordingen, die zijne ziel bestormden, op +zijn gelaat bespeuren. Hij vergenoegde zich zijnen medeplichtige met den blik aan te moedigen; want het was Silas Toronthal, +die, alles wel beschouwd, de gunstige kansen van het oogenblik in zijn voordeel had. + +</p> +<p>Hoewel Pescadospunt als in een halven roes verkeerde, door het heen en weer geschuif van al die goudstukken, en door het geritsel +van al die bankbiljetten veroorzaakt, verzuimde hij geen oogenblik die beide mannen met de grootste aandacht gade te slaan, +Hij vroeg zich af, of zij voorzichtig genoeg zouden zijn, om bij tijds met spelen op te houden, ten einde het vermogen, dat +zij bezig waren te verwerven, te behouden. + +</p> +<p>Toen kwam de gedachte bij hem op, dat wanneer Silas Toronthal <a id="d0e2242"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2242">84</a>]</span>en Sarcany verstandig genoeg waren, om zoo te handelen, wat hij echter betwijfelde, zij geneigd konden wezen om Monte Carlo +te verlaten, ten einde naar een anderen hoek van Europa te vluchten, waar zij dan weer opgespoord moesten worden. En als zij +geen geldgebrek zouden hebben, zouden zij moeielijk in de macht van dokter Antekirrt vallen. + +</p> +<p>“Het zal, alles wel beschouwd, beter zijn,” mompelde hij in zich zelven, “dat zij alles, ja alles verliezen. Ik geloof niet, +dat ik mij vergis, maar die schoft van een Sarcany is er de man niet naar om het spel te midden van de gunsten der veine te +staken. Enfin, wij zullen zien en geheel naar omstandigheden handelen.” + +</p> +<p>Wat ook dienaangaande de meeningen en het hopen van Pescadospunt waren, de gelukkige kansen verlieten onze twee medeplichtigen +voorloopig niet. Zij zouden inderdaad de bank drie malen reeds hebben doen springen, wanneer de speelchef niet telkenmale +toevoeging aan het aanwezige kasgeld van twintig duizend franken bewerkstelligd had. + +</p> +<p>Dat was waarlijk eene buitengewone gebeurtenis voor de toeschouwers van dien strijd, waarvan het meerendeel de beide spelers +zeer genegen scheen. Was dat niet als eene soort weerwraak, genomen op die onbeschofte reeks van de roode kleur, waarvan de +administratie der bank den vorigen dag zoo ruimschoots geprofiteerd had. + +</p> +<p>Toen Silas Toronthal en Sarcany eindelijk tegen half zeven met spelen ophielden, hadden zij, toen de rekening nauwkeurig opgemaakt +werd, eene winst gemaakt, die ruim twintig duizend louis dʼor te boven ging. Zij stonden toen op en verlieten de roulette +tafel. Silas Toronthal liep met wankelende schreden, alsof hij een weinig dronken was. Dat was hij evenwel niet van sterken +drank of van zware wijnen, maar wel van opgewondenheid, ook van vermoeienis der hersenen. Hij zag bleek van aandoening en +was genoodzaakt herhaalde malen te blazen, alsof de lucht zijner longen hem benauwde. + +</p> +<p>Zijn makker was kalm, ja gevoelloos gebleven; maar die bewaakte den bankier en vreesde niets meer of minder, dan dat deze +trachten zou te ontvluchten met de eenige honderd duizend franken, die met zooveel moeite terug gewonnen waren, om zich zoo +aan zijne heerschappij te onttrekken. Nu hij meer geld had, was dit niet geheel onmogelijk. + +</p> +<p>Beiden verlieten de speelzaal en het Casino, daalden daarna de trap van het hooge bordes af en richtten hunne schreden naar +hun hôtel, alwaar zij eenige uren wenschten uit te rusten van die aandoeningen. + +</p> +<p>Pescadospunt volgde hen van verre, evenwel zoo dat zij hem niet bespeuren konden. +<a id="d0e2258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2258">85</a>]</span></p> +<p>Toen hij buiten kwam, ontwaarde hij bij een der kiosken van den tuin Kaap Matifou, die heel gemakkelijk op een bank gezeten +was en in wijsgeerige beschouwingen verdiept scheen. + +</p> +<p>Wijsgeerige beschouwingen van een Hercules? Welken omvang zouden die wel gehad hebben? + +</p> +<p>Pescadospunt ging tot hem en nam op zijne aanwijzing geen plaats naast zijn vriend op de bank. + +</p> +<p>“Kom,” zeide hij integendeel met eenigszins gejaagde en kort afgebroken stem. + +</p> +<p>“Is het oogenblik gekomen?” vroeg Kaap Matifou, die dadelijk opstond en mede wilde gaan. + +</p> +<p>“Welk oogenblik?” + +</p> +<p>“Hou je me voor den gek?” vroeg de reus gemelijk. “Pescadospunt zou mij niet begrijpen?” + +</p> +<p>“Neen, waarachtig niet. Ik begrijp je niet. Welk oogenblik?” vroeg de kleine man ongeduldig. + +</p> +<p>“Het oogenblik van ... van ... je weet wel.... Och, je wilt mij niet verstaan....” + +</p> +<p>“O, van ten tooneele te verschijnen?” riep Pescadospunt uit, wien een licht plotseling opging. + +</p> +<p>“Juist!” + +</p> +<p>“Neen, mijn waarde Kaap!... Nog niet!... Blijf nog maar wat ter zijde!...” was het antwoord. + +</p> +<p>“Drommels!” pruttelde de reus. “Ik beken het volgaarne, ik begin mij gruwelijk met dat niets-doen te vervelen.” + +</p> +<p>“Hebt ge al gegeten?” vroeg zijn vriend hem met alle belangstelling. “Ik hoop van ja.” + +</p> +<p>“Ja, Pescadospunt, en goed ook! Daaraan schort het mij niet,” antwoordde Kaap Matifou met een zucht. + +</p> +<p>“Ik feliciteer je wel! Ik heb de maag bij mijne hielen zitten, zoo laag is zij gezakt.” + +</p> +<p>“Dat is laag! Maar, Pescadospunt, dan zit dat lichaamsdeel bij jou niet op zʼn plaats.” + +</p> +<p>“Niet waar? Want dat is de plaats van een fatsoenlijke maag niet.” + +</p> +<p>“Dat dunkt me ook. Maar, vertel mij. Hoe komt dat zoo? Gij hebt toch zoovele behoeften niet.” + +</p> +<p>“Wees gerust, ik zal mijn maag wel weer naar boven werken, als ik tijd heb. Intusschen....” + +</p> +<p>“Intusschen? Gij spreekt er van, of gij bij dat werk eene domme-kracht wilt bezigen.” + +</p> +<p>“Ga hier niet van de plaats, voordat ge me terug gezien hebt, Kaap Matifou! Begrepen?” + +</p> +<p>“Daar kunt ge op aan!” bromde de athleet. “Maar het begint knapjes saai te worden.” +<a id="d0e2305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2305">86</a>]</span></p> +<p>Pescadospunt ijlde naar den hellenden weg, dien Sarcany en Silas Toronthal thans afdaalden. + +</p> +<p>Toen hij de verzekering bekomen had, dat de beide medeplichtigen zich het diner in hunne vertrekken hadden laten voordienen, +nam Pescadospunt den tijd om plaats te nemen aan de table dʼhôte van het hôtel. Het was tijd, want de arme kerel had werkelijk +honger. Maar in een half uur tijd had hij, zooals hij Kaap Matifou verzekerd had, zijn maag weer omhoog en op de normale plaats +gebracht, welke dat orgaan in het menschelijke lichaam moet innemen. Hij veegde zijn lippen met zijn servet af, en loosde +een zucht van voldaanheid.... + +</p> +<p>Daarna stak hij een overheerlijke sigaar, een echte Panatella op, ging naar buiten en stelde zich vóór het hôtel verdekt op, +om zijn bespieden voort te zetten. Hij was een onbetaalbare kerel voor dengeen, die hem wist te gebruiken. + +</p> +<p>“Waarachtig, ik ben in de wieg gelegd om schildwacht te spelen!” mompelde hij. “Ik ben mijn loopbaan misgeloopen. Maar, wat +er aan te doen? Het is thans geen tijd meer om soldaat te gaan worden. Daartoe is het te laat.” + +</p> +<p>Hij wandelde achter een perk sierstruiken op en neer, en peinsde over de aangelegenheden, die hij te behartigen had. + +</p> +<p>De eenige vraag, die hij zich in het onderhavige geval inderdaad stellen kon, was: + +</p> +<p>“Zouden de heeren Sarcany en Toronthal heden avond naar het Casino terugkeeren of niet?” + +</p> +<p>Tegen tien uren verschenen Silas Toronthal en Sarcany in de omlijsting van de deur van het hôtel. Pescadospunt meende te hooren +en te begrijpen, dat zij vrij levendig met elkander kibbelden. + +</p> +<p>Klaarblijkelijk poogde de bankier voor de laatste maal weerstand te bieden aan de verleidingen en aan het lastige aandringen +van zijn medeplichtige. Deze ging zelfs verder; want hij eindigde met op bevelenden toon te zeggen: + +</p> +<p>“Het moet, Silas!... Ik wil het!... Zoo gij niet naar mij hoort ... dan blijven de gevolgen voor uwe rekening.” + +</p> +<p>Het overige ging door den afstand voor Pescadospunt verloren. + +</p> +<p>De beide medeplichtigen stapten daarop den hellenden weg weer op, die naar den tuin van het Casino Monte Carlo voert. Pescadospunt +volgde hen onmiddellijk, zonder evenwel tot zijn grooten spijt, verder iets van hun onderhoud te kunnen vernemen. + +</p> +<p>Ziehier evenwel wat Sarcany, op een toon die geen tegenspraak duldde, zeide tot den bankier, die in zijn tegenstand dadelijk +merkbaar verflauwde. + +</p> +<p>“Thans ophouden, Silas Toronthal, nu de veine teruggekomen is, dat zou dwaasheid zijn!... Het is, of gij het hoofd kwijt zijt!... +<a id="d0e2334"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2334">87</a>]</span>Wat, wij zouden bij de ongelukkigste kansen, het spel als gekken doorgezet hebben, en nu de kans gekeerd is, zouden wij het +spel niet als wijzen forceeren?... Wat, wij hebben eene eenige gelegenheid misschien, eene gelegenheid, die wellicht zich +niet meer aanbieden zal, om het lot te overmeesteren, om de fortuin te bemachtigen, en wij zouden haar door onze schuld laten +ontsnappen?... Dat zou al te dwaas zijn, niet waar?” + +</p> +<p>“Maar,...” poogde de ongelukkige te zeggen. “Als wij alles eens verloren?... Denk daar toch aan.” + +</p> +<p>Sarcany liet hem evenwel niet verder aan het woord, maar hernam oogenblikkelijk: + +</p> +<p>“Silas, voelt gij dan niet dat de veine!...” + +</p> +<p>“Als zij maar niet uitgeput is!” mompelde Silas Toronthal uiterst neerslachtig. “Ik heb zooʼn voorgevoel.” + +</p> +<p>“Neen! honderdmaal neen! Zij is niet uitgeput!” hernam Sarcany met drift. “Dat is, bij God, zoo niet uit te leggen, maar dat +gevoelt men; zoo iets doordringt iemand tot in het merg der beenderen!... Een millioen wacht ons heden avond op de speeltafels +van het Casino!... Ja, een millioen!... hoort ge, een millioen! En ik zal die laten ontsnappen!... Bij den duivel! dat moogt +gij ook niet, Silas Toronthal. Neen, dat moogt gij niet!” + +</p> +<p>“Speel gij dan, Sarcany!... Ik voel dat ik zeer ongelukkig zal wezen,” stamelde de bankier.<span id="d0e2348" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>“Ik?” + +</p> +<p>“Ja, gij!” + +</p> +<p>“Ik!... Ik alleen spelen?... Neen, waarachtig niet!... Wij spelen samen!... Ja!... En als ik moest kiezen tusschen ons tweeën, +dan zou ik aan u mijn plaats inruimen. De fortuin gaat persoonlijk te werk en het is buiten kijf, dat zij u heden toelacht!... +Speel dus en gij zult winnen....” + +</p> +<p>“Maar....” + +</p> +<p>“Zwijg!... ik wil het!... Er valt hier niet meer op terug te komen,” sprak de verleider op kort afgebroken toon. + +</p> +<p>Wat Sarcany wilde, was in het kort, dat Silas Toronthal zich niet zou vergenoegen met de eenige honderd duizend franken, die +hem veroorloofd zouden hebben aan zijne heerschappij te ontsnappen. Wat hij wilde, was, dat zijn medeplichtige weer de millionnair +van weleer of straatarm zou worden. Was hij rijk, dan kon hij voortgaan te leven, zooals hij gedaan had; arm, dan zou hij +Sarcany wel moeten volgen, overal waar die hem voeren wilde. In beide gevallen zou hij niets meer van hem te vreezen hebben. +Neen, niets! Niets! + +</p> +<p>Daarenboven, hoewel Silas Toronthal poogde weerstand te bieden, was dat geheel te vergeefs; want hij gevoelde thans al de +hartstochten <a id="d0e2364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2364">88</a>]</span>van den speler ongeketend in zich woelen. Te midden van den ellendigen toestand, waartoe hij vervallen was, ondervond hij +tegelijkertijd zoowel vrees als aandrang om naar de speelzalen van het Casino te Monte Carlo terug te keeren. De woorden van +Sarcany goten vloeiend vuur in zijne aderen. Ja, hij zag het, hij begreep het, de fortuin had zich naar hem gewend en wel +met zoodanige standvastigheid gedurende de laatste uren, welke hij aan de speeltafel doorbracht, dat het onvergeeflijk, ja +onverantwoordelijk zoude zijn om thans de partij op te geven! Neen, dat kon, dat mocht niet! Hij was dan ook weldra vast besloten +te doen, wat Sarcany verlangde. + +</p> +<p>Die dwaas! + +</p> +<p>Evenals alle spelers, zijne evenbeelden, stelde Silas Toronthal op rekening van het tegenwoordige, wat niet anders dan tot +het verledene kan behooren! In plaats van te zeggen: het geluk <i>heeft</i> mij toegelachen,—wat inderdaad waar was,—prevelde hij: het geluk <i>lacht</i> mij toe—wat onwaar was! En toch, in het brein van allen, die plaats rondom de speeltafels nemen, wordt geene andere redeneering +gevoerd! Zij allen vergeten maar al te zeer, wat een der grootste wiskunstenaars van Frankrijk nog kort geleden zoo schrander +en zoo juist ter snede zeide: + +</p> +<p>“Het toeval heeft slechts grillen, geene gewoonten!” + +</p> +<p>Intusschen waren Sarcany en Silas Toronthal, steeds gevolgd door Pescadospunt, tot voor het Casino genaderd. Daar stonden +zij nog een oogenblik stil. Het was inderdaad alsof zij voor de poorten des tempels andermaal weifelden. + +</p> +<p>“Silas,” vermaande Sarcany toen, “Silas, geene aarzeling!... Gij zijt vast besloten om te spelen, niet waar?” + +</p> +<p>“Ja!” antwoordde de bankier, die zijn moed als ʼt ware met beide handen greep. “Ja, ik ben vast besloten!” + +</p> +<p>“Ja, maar bepaald besloten? Denk er om, geen aarzelen, geen weifelen! Vast besloten!” + +</p> +<p>“Bepaald en vast besloten ... om alles te wagen, ten einde alles te winnen!” ging Silas Toronthal, wiens aarzelingen als nachtschimmen +verdwenen, zoodra zijn voet de eerste trede van de trap van het bordes, dat tot de speelzalen toegang verleende, aangeraakt +had, koortsachtig voort: “Ik zal het noodlot tarten! Ik zal de fortuin dwingen!” + +</p> +<p>“Ik wil geen invloed op u uitoefenen!” hernam Sarcany met zachte stem en teemend. + +</p> +<p>“Dat hoeft ook niet,” antwoordde Silas Toronthal kort af, maar met hartstochtelijke stem. + +</p> +<p>“Gij moet niet mijne ingeving, maar de uwe volgen. Gij zijt het gelukskind, niet ik.” + +</p> +<p>“Juist.” + +<a id="d0e2396"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2396">89</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p089.jpg" alt="Eza, een adelaarsnest. (Bladz. 96.)" width="508" height="720"><p class="figureHead">Eza, een adelaarsnest. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2554" class="typeref">96</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e2408"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2408">90</a>]</span></p> +<p>“Die ingeving kan u niet misleiden. Wees daarvan ten volle overtuigd. Die zal u op geen dwaalspoor brengen.” + +</p> +<p>“Dat denk ik ook.” + +</p> +<p>“Zult ge weer plaats aan de roulette-tafel nemen? Of hebt gij een ander voornemen?” + +</p> +<p>“Neen,... ik wensch bij het trente-et-quarante-spel op te zetten!” antwoordde Silas Toronthal, terwijl zij het gebouw binnentraden. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk, Silas! Hoor slechts naar uwe ingeving!... De roulette heeft u bijna een vermogen verschaft, het trente-et-quarante +zal het overige wel verrichten!” + +</p> +<p>Beiden traden de salons binnen en wandelden eerst een poos op en neer. Tien minuten later zag Pescadospunt hen plaats nemen +aan een der trente-et-quarante-tafels, waaromheen zich dadelijk het meerendeel der spelers schaarden. + +</p> +<p>Daar kunnen inderdaad meer stoutmoedige zetten gedaan worden. Daar zijn de kansen van het spel meer eenvoudig, daar is ook +het maximum van inzet twaalf duizend franken, en in weinige oogenblikken kan de speler groote verliezen, maar ook groote winsten +maken. Rondom die tafels is het dan ook, dat de groote spelers bij voorkeur plaats nemen. Daar eindelijk ontluiken groote +vermogens of worden die met zulk eene duizelingwekkende snelheid verspeeld, dat de Beurzen te Parijs, te New-York, te Londen +of te Amsterdam er jaloersch op zouden kunnen zijn. + +</p> +<p>Toen hij eenmaal aan de trente-et-quarante-tafel had plaats genomen, was Silas Toronthal alle zijne vroegere angsten vergeten. +Hij speelde nu niet angstig, maar met eene soort van razernij, of wat juister is, als een man, die weldra het hoofd kwijt +zal zijn. Kon men daarenboven ernstig meenen, dat er eene manier van spelen bestaat, eene manier om zijn geld op te offeren? +Klaarblijkelijk neen, hoewel de beunhazen en de hartstochtelijke spelers het tegendeel beweren. Men is en blijft, wanneer +men speelt, de slaaf van het toeval. En dat willen of wenschen die verblinden niet in te zien. + +</p> +<p>Silas Toronthal speelde dus, terwijl Sarcany, wiens belang bij die laatste partij dubbel gold en die steeds winner was, welke +ook de afloop zou zijn, hem nauwkeurig op de vingers keek en van iedere winst of verlies aanteekening hield. + +</p> +<p>In de eerste uren, wogen de afwisselingen van winst en verlies tegen elkander op. Toch scheen de fortuin naar den kant van +Silas Toronthal te willen overhellen. Dat was uit de laatste uitkomsten, meenden zij, duidelijk op te maken. + +</p> +<p>Toen meenden hij en Sarcany zeker van den goeden uitslag te zijn. Hunne oogen schitterden van begeerlijkheid. + +</p> +<p>Zij hitsten elkander op, zooals men dat noemt; zij moedigden elkander aan en plaatsten niet anders meer dan de hoogst toegestane +<a id="d0e2433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2433">91</a>]</span>inzetten op het groene kleed. De lezer weet dat dat inzetten van twaalf duizend franken zijn. + +</p> +<p>Maar weldra hernam de bank, die over eene onwrikbare koelbloedigheid beschikt, die zich niet laat medeslepen door de dwaasheden +van eene krankzinnige vervoering, en welker belangen door het vastgestelde maximum, den speler opgelegd, beschermd wordt, +geheel en al het voordeel. + +</p> +<p>Toen leden de medeplichtigen achtereenvolgens schrikkelijke verliezen. Het was alsof het geld langs een hellend vlak wegstroomde! + +</p> +<p>Al de winst, die Silas Toronthal in den namiddag behaald had, vervloog voor en na. + +</p> +<p>De bankier was schrikkelijk om aan te zien. Zijn gelaat was verwrongen en vuurrood en toonde aan, hoedanig het bloed hem naar +het hoofd steeg. Zijne oogen stonden verwilderd en schier uitpuilend. Hij klemde zich vast aan de tafelranden, aan zijn stoel, +aan de pakjes bankbiljetten, aan de rolletjes goudstukken, die zijne hand niet kon loslaten. En dat alles geschiedde met stuipachtige +bewegingen, met zenuwachtige trillingen, met spiertrekkingen, met schokken evenals een man zou overkomen, die op ʼt punt is +van te verdrinken! Er was niemand om hem op den rand van den afgrond te weerhouden! Geene hand, die hem toegestoken werd, +om hem te redden! Sarcany deed geen enkele poging, om hem van die noodlottige plek te sleuren, om hem heen te voeren, alvorens +zijn ondergang volkomen was, voor dat zijn hoofd verdwenen was onder de toeijlende golf van het verderf! + +</p> +<p>Het was omstreeks tien uren, toen Silas Toronthal zijn laatsten inzet, zijn laatste maximum waagde. Hij won ... won nog eens, +verloor daarna ... verloor nogmaals en was toen alles kwijt! Toen hij met berooid hoofd opstond, werd hij bestormd door dien +afschuwelijk wreedaardigen wensch, dat de bovenverdiepingen der Salons van het Casino mochten instorten, om hem en met hem +al diegenen te verpletteren, die zich daarin bewogen. Hij bezat niets meer—niets meer van de millioenen, die hij met zijn +bankiershuis verdiend had, niets meer van de millioenen, die hem als uitslag van zijn afschuwelijk verraad van het vermogen +van graaf Mathias Sandorf ten deel waren gevallen! Het noodlot had onverbiddelijk uitspraak gedaan. De bankier was doodarm. + +</p> +<p>Silas Toronthal, vergezeld van Sarcany, die toen zijn gevangenbewaarder scheen te zijn, verliet de speelzalen, stapte het +gebouw door en ijlde buiten het Casino. Beiden vluchtten vervolgens als het ware langs de square naar de voetpaden, die naar +La Turbia opklommen. Het was, alsof zij vreesden achtervolgd te worden. + +</p> +<p>Pescadospunt was hen evenwel reeds op het spoor. Maar hij spoedde zich in het voorbijgaan naar zijn vriend Kaap Matifou en +sleurde dien <a id="d0e2449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2449">92</a>]</span>van zijne bank af, waarop de <span id="d0e2451" class="corr" title="Bron: Herkules">Hercules</span> half ingedommeld lag, en schreeuwde hem toe: + +</p> +<p>“Op! en spoedig!... De oogen open en de beenen gebruikt! Drommels, het oogenblik is daar!” + +</p> +<p>“Wat is daar?” riep de reus, zoo uit den dommel wakker geschud, onthutst uit. “Wat is daar?” + +</p> +<p>“Kom maar, wij hebben geen tijd om te babbelen,” antwoordde Pescadospunt gejaagd. + +</p> +<p>En beiden ijlden op het spoor voort, dat zij niet meer wilden verliezen. Het was tijd ook. + +</p> +<p>Sarcany en Silas Toronthal bleven intusschen in allerijl naast elkander voortstappen en stegen steeds, terwijl zij de kronkelende +en klimmende paden volgden, die langs de hellingen van het bergterrein te midden van olijf- en oranje-boschjes voerden. Die +grillige kronkelingen en wendingen veroorloofden aan Pescadospunt en aan Kaap Matifou, om hen niet uit het oog te verliezen, +hoewel zij geen woord konden verstaan van hetgeen de beide medeplichtigen spraken. + +</p> +<p>“Keer naar het hôtel terug, Silas Toronthal,” herhaalde Sarcany onophoudelijk met bevelende stem, “keer terug ... en herneem +uwe koelbloedigheid.... Het is alsof gij krankzinnig zijt.” + +</p> +<p>“Neen!... Ik keer niet naar het hôtel terug,” kreet Silas Toronthal, met onaangenaam klinkende stem. + +</p> +<p>“Kom, het moet!... Laat u door mij raden.... Laat u door mij geleiden.... Er is nog herstel mogelijk.” + +</p> +<p>“Neen, zeg ik u.... Wij zijn tot den bedelstaf gebracht.... En dat alles is uwe, uwe schuld, Sarcany!” + +</p> +<p>“Kom, wees nu niet dwaas.... Anders zijt gij zoo verstandig.... Hoe is het mogelijk zich zoo op te winden?” + +</p> +<p>“Wij moeten scheiden, Sarcany.... Ik wil u niet meer zien!... Ik wil.... Ik wil verre van hier ... ver, zeer ver!” + +</p> +<p>“Scheiden?... Waarom?... Zeg mij!... Is dat nu niet het dwaaste denkbeeld, dat bij u opkomen kan?” + +</p> +<p>“Ik wil.... Hoort gij, Sarcany.... Ik wil.... Ik ben uwe tegenwoordigheid moede. U heb ik alles te danken.” + +</p> +<p>“Gij zult mij volgen, Silas Toronthal. Morgen zullen wij Monte Carlo verlaten!... Er blijft ons geld genoeg over om Tetuan +te bereiken, en daar zullen wij onze taak voleindigen. Gij weet wel, dat wij daar niet zonder middelen zullen zijn.” + +</p> +<p>“Neen!... Neen!... Duizendmaal neen!... Ik wil niet ... en daarmee uit!” kreet de rampzalige. + +</p> +<p>“Maar, waarom niet?” + +</p> +<p>“Laat mij, Sarcany, laat mij!” riep Silas Toronthal uit. “Laat mij, of ik bega een ongeluk!” + +</p> +<p>En hij stootte zijn makker gewelddadig terug, toen deze hem wilde <a id="d0e2490"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2490">93</a>]</span>grijpen. Daarna stoof hij met zooveel vaart vooruit, dat Sarcany moeite had, om hem weer in te halen. Geheel onbewust van +hetgeen hij deed of omtrent hetgeen rondom hem voorviel, liep Silas Toronthal veel kans in de steile ravijnen te storten, +waarboven en waarlangs zich het net der tuinpaden uitspreidde. Eene enkele gedachte huisde nog in het brein van den ongelukkigen +bankier tot bedwelmens toe, dat was: Monte Carlo te ontvluchten, waar hij zijn ondergang gevonden had, en Sarcany te ontvluchten, +wiens raadgevingen hem zoo verderfelijk geweest waren en zoo ellendig gemaakt hadden. Hij wilde in één woord vluchten, en +het aan het toeval overlaten, waarheen hij zich zoude wenden, zonder te weten, wat van hem worden zou. + +</p> +<p>Sarcany gevoelde wel, dat hij geen macht meer op zijn medeplichtige zou kunnen uitoefenen, dat die op het punt was aan zijn +invloed te ontsnappen! O! wanneer de bankier niet bekend was met geheimen, die hem in het verderf konden storten, of hem voor +het allerminst de laatste partij, die hij nog spelen wilde, kon doen verliezen, dan zou hij zich al zeer weinig bekommerd +hebben over dien man, dien hij tot aan den rand van den afgrond gesleurd had! Maar, alvorens in dien afgrond te storten, kon +Silas Toronthal een laatsten gevaarlijken kreet slaken, en die kreet moest vermeden, moest verstikt worden, al moest dat ook +door middel van eene misdaad geschieden! + +</p> +<p>Toen, in dat oogenblik was er van de gedachte aan die misdaad, waartoe hij in zijn binnenste besloten was, tot de daadwerkelijke +uitvoering slechts een pas te maken en Sarcany aarzelde geen oogenblik dien pas uit te voeren. Wat hij op weg naar Tetuan, +in de eenzaamheid der <span id="d0e2496" class="corr" title="Bron: Maroccaansche">Marokkaansche</span> velden wilde uitvoeren, zou hij dat niet, dezen zelfden nacht op deze plek, die weldra geheel eenzaam en verlaten zoude zijn, +kunnen doen? Die gedachte bestormde wild en woest zijn misdadig brein. + +</p> +<p>Maar op dit uur werden toch nog te veel menschen, die zich verlaat hadden, op dien weg tusschen Monte Carlo en la Turbia ontmoet. +Nog te veel wezens bewogen zich op die hellingen en klommen haar op of daalden haar af. Een kreet, een schreeuw van Silas +Toronthal zou hen kunnen doen te hulp schieten, en de moordenaar wilde, dat de moord onder zoodanige omstandigheden geschiedde, +dat nimmer eenige achterdocht hem zoude kunnen bereiken. Dat noodzaakte hem gebiedend te wachten. Hooger, daar ginds la Turbia +voorbij, over de Monacosche grenzen, op dien bergachtigen weg, die zich op meer dan twee duizend voeten boven de oppervlakte +der zee, aan de flanken van het eerste voorgebergte der Zeealpen vastklemde, zou Sarcany zeker en zonder gevaar kunnen toestooten. +Wie zou daar zijn slachtoffer te hulp komen? Hoe zou <a id="d0e2501"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2501">94</a>]</span>daar het lijk van Silas Toronthal in de diepte van die peillooze, sombere ravijnen, die langs den weg aangetroffen werden, +weer gevonden worden? + +</p> +<p>Evenwel wilde Sarcany een laatste maal zijn medeplichtige weerhouden en een laatste poging aanwenden, hem naar Monte Carlo +naar het hôtel terug te voeren. Die poging zou evenwel deerlijk mislukken. + +</p> +<p>“Kom, Silas Toronthal, kom!” zei hij, terwijl hij zijn makker bij den arm greep. “Kom dan toch, zeg ik u!” + +</p> +<p>“Neen!... Laat mij! Laat mij!...” kreet de bankier; terwijl hij zijn makker met verbeten woede terugstootte. + +</p> +<p>“Morgen zullen wij het spel hervatten!... Ik heb nog eenig geld.... Morgen kunnen wij alles terugwinnen.” + +</p> +<p>“Neen, neen! Laat mij...” riep Silas Toronthal met eene van razernij trillende stem uit. + +</p> +<p>Wanneer hij bij machte geweest ware, om met Sarcany te worstelen; wanneer hij met dolk of revolver gewapend geweest ware, +dan zou hij voorzeker niet geaarzeld hebben, om zich over al het kwaad, dat hem zijn vroegere Tripolitaansche agent berokkend +had, te wreken. Hij zou dan toegestooten hebben, al had hij daarna ook het hoofd op het schavot moeten brengen. + +</p> +<p>Met een woest handgebaar, waaraan de toorn nog meer spierkracht verleende, stootte Silas Toronthal Sarcany terug; daarna ijlde +hij voort naar den laatsten draai van het pad en daalde langs eenige trappen af, die den weg vormden in den rotswand waartusschen +kleine terrasvormige tuinen uitgehouwen waren. Hij had weldra de voornaamste straat van Turbia bereikt, die op den smallen +zadelrug uitkomt, die den Hondskop van de bergmassa van Ayel afscheidt, en de vroegere grensscheiding tusschen Italië en Frankrijk +uitmaakt. + +</p> +<p>“Welnu, als gij het dan zoo wilt, ga dan, Silas,” riep Sarcany hem voor de laatste maal achterna. “Ga, maar ge zult niet ver +loopen. Dat verzeker ik u!” + +</p> +<p>En daarna rechts wendende, overschreed hij eene kleine omheining, uit losse steenen opgetrokken, stak een schuinhellenden +tuin dwars over, regelde zijne schreden dermate, dat hij voor Silas Toronthal op den grooten weg zoude uitkomen. Daar wilde +hij zijn vroegeren medeplichtige opwachten, om met hem af te rekenen. + +</p> +<p>Al hadden Pescadospunt en Kaap Matifou ook al niets van die woordenwisseling kunnen hooren, zoo hadden zij toch duidelijk +waargenomen met hoeveel geweld de bankier Sarcany had teruggestooten en hadden zij gezien, hoe de laatstgenoemde in de schaduw +der boomgroepen verdween. + +</p> +<p>“De duivel mengt zich in het spel,” riep Pescadospunt uit. “Gauw, gauw!” +<a id="d0e2525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2525">95</a>]</span></p> +<p>“Denkt ge?” vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend met verwonderde blikken poogde aan te kijken, wat bij de heerschende +duisternis mislukte. + +</p> +<p>“Waarachtig!... De voornaamste ontsnapt ons waarschijnlijk.... Gauw!... Gauw! Wij moeten ons haasten!” + +</p> +<p>“Och kom, die kerels kunnen toch niet vliegen!” sprak Kaap Matifou gemelijk. + +</p> +<p>“Dat moest er nog maar bij komen ...” hijgde Pescadospunt schier wanhopig. + +</p> +<p>“Wat?” + +</p> +<p>“Dat de andere ons ook ontsnapte! Dat zou iets moois voor ons zijn! Wat zou Dokter Antekirrt wel zeggen?” + +</p> +<p>“Dat kan niet.” + +</p> +<p>“Gelukkig ook. Die Toronthal zal weldra onze krijgsgevangene zijn!... Opgepast, Kaap!” + +</p> +<p>“Dat meen ik ook. Wees intusschen gerust, ik zal oppassen, Pescadospunt.” + +</p> +<p>“Daarenboven, er valt hier niet te kiezen... Kom vooruit, waarde Kaap, vooruit!” + +</p> +<p>En voortspoedende hadden zij Silas Toronthal weldra ingehaald. Dat merkten zij weldra. + +</p> +<p>Deze besteeg snel de straat van Turbia. Nadat hij de kleine verhevenheid, waarop de Augustustoren verrijst, voorbij geijld +was, liep hij met vlugge schreden langs de huizen, welker deuren reeds gesloten waren, en bevond zich weldra op den weg der +Kroonlijst. + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou volgden hem op een afstand van ongeveer vijftig passen en verloren hem niet uit het oog. + +</p> +<p>De weg der Corniche of der Kroonlijst is het overblijfsel van eene oude Romeinsche heerbaan. Van Turbia af daalt zij langs +de berghellingen, te midden van prachtige rotspartijen, van alleen staande kegelheuvels, van diepe afgronden, die zich tot +bij de spoorbaan uitstrekken, welke langs de kuststrook aangelegd is, naar Nizza af. Over den spoorweg heen, waren bij den +helderen sterrenhemel en bij het zachte licht der maan, die in het oosten opkwam, in het nevelig verschiet zes baaien te ontwaren, +alsmede het Hospitaaleiland, de monding van de Var, de golf van Juan, de Lerinische eilanden, de golf van Napocila, het schiereiland +van Garoupa, de kaap van Antibes en daarachter als een verheven achtergrond: het Esterelgebergte. Hier en daar schitterden +havenlichten, zooals dat van Beaulieu, hetwelk aan den voet der steile oevers van Klein-Afrika opgericht is, dat van Villafranca, +hetwelk door den Leuzaberg beheerscht wordt. Vervolgens werden nog eenige signaallichten van visschersvaartuigen ontwaard, +die zich in de kalme wateroppervlakte spiegelden. +<a id="d0e2554"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2554">96</a>]</span></p> +<p>Het was toen iets later dan middernacht. In de verte stierf het metalen geluid van een klokkentoren weg. + +</p> +<p>Op dit oogenblik was Silas Toronthal aan het einde der Turbiastraat gekomen en verliet thans den weg der Kroonlijst en spoedde +zich op een pad voort, dat rechtstreeks naar Eza voert, hetwelk een adelaarsnest genoemd moet worden, alwaar een half barbaarsche +bevolking, boven op dien rotsblok, te midden van woeste pijnboomen en wild struikgewas, huist. Dat pad was volmaakt eenzaam. +De waanzinnige bankier volgde het gedurende een poos, zonder den pas te vertragen, zonder het hoofd om te keeren, ten einde +achterwaarts te zien. Plotseling wendde hij zich ter linkerzijde langs een smal padje, dat den hoogen rotsmuur van de kuststrook, +waarlangs de spoorbaan en de rijweg onder een tunnel aangelegd zijn, scheidde en schier raakte. + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou volgden den radelooze op den voet en verloren hem niet uit het oog. + +</p> +<p>Op honderd passen verder ongeveer bleef Silas Toronthal eindelijk stilstaan. Hij was op eene rots gesprongen, die loodrecht +boven een afgrond hing, waarvan de zool eenige honderd meter lager door de deininggolven der Middellandsche zee, die er donderend +tegen brak, gezweept werd. + +</p> +<p>Wat wilde Silas Toronthal daar doen? Dat vroegen de twee vrienden zich met ontzetting af. + +</p> +<p>Was eene gedachte aan zelfmoord in dat ziekelijke brein opgekomen? Zou hij zich willen van kant maken? + +</p> +<p>Wilde hij, door in dien afgrond te springen, een einde aan zijn ellendig bestaan maken? + +</p> +<p>“Duizend duivels!” riep Pescadospunt uit. “Dat zou onze geheele rekening in de war sturen!” + +</p> +<p>“Ik doe er evenveel duivels bij,” antwoordde Kaap Matifou. “Maar wat moeten die duivels? Wat is er aan de hand?” + +</p> +<p>“Wij moeten hem levend hebben! Kaap, wij moeten dien kerel levend aan dokter Antekirrt overleveren.” + +</p> +<p>“Dat ʼs waar ook,” beaamde Kaap Matifou beteuterd. “Drommels ja, dat is waar ook!” + +</p> +<p>“Grijp hem,” riep Pescadospunt, “en houd hem goed vast! Grijp hem, maar verworg hem niet!” + +</p> +<p>Maar nauwelijks hadden beiden ongeveer twintig passen afgelegd, toen zij een man ter rechterzijde van het pad zagen verschijnen. +Deze gleed als het ware langs de helling tusschen mastiek- en mirten-struiken door en sloop blijkbaar naar de rots, waarop +Silas Toronthal zich bevond. Het was alsof een verscheurend gedierte naderde. + +</p> +<p>Dat was Sarcany. De beide acrobaten herkenden hem dadelijk. Men <span id="d0e2583" class="corr" title="Bron: ">kon </span>zich trouwens daarin niet vergissen. + +<a id="d0e2586"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2586">97</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p097.jpg" alt="Waar Kaap Matifou, vanuit zee gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus. (Bladz. 100.)" width="499" height="720"><p class="figureHead">Waar Kaap Matifou, vanuit zee gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2663" class="typeref">100</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e2598"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2598">98</a>]</span></p> +<p>“Drommels!” mompelde Pescadospunt tusschen de tanden. “Daar is die andere nu ook!” + +</p> +<p>“Wie is er nu weer?” vroeg de reus, die eensklaps stil bleef staan. “Zeg, wie is er nu weer?” + +</p> +<p>“Het is niet onmogelijk, dat die schurk zijn makker een handje wil helpen, dat hij hem een duwtje wil geven, om hem van deze +wereld naar de andere te zenden....” + +</p> +<p>“Dat is zelfs zeer waarschijnlijk.... Dat bespaart ons de moeite, dunkt me.” + +</p> +<p>“Welnu, Kaap Matifou, gij den eenen en ik den anderen. Dan hebben wij ze beiden.” + +</p> +<p>Maar Sarcany was stil blijven staan.... Hij had iets gehoord ... en wilde niet herkend worden.... + +</p> +<p>Plotseling ontsnapte een ijselijke vloek aan zijne lippen. Daarna ijlde hij rechts af en verdween, alvorens Pescadospunt hem +had kunnen bereiken, te midden van het struikgewas. + +</p> +<p>Toen Silas Toronthal een oogenblik later in den afgrond wilde springen, werd hij door Kaap Matifou gegrepen en op den weg +teruggebracht. + +</p> +<p>“Laat mij<span id="d0e2617" class="corr" title="Bron: !”...">!...”</span> riep hij. “Laat mij!... Wat moet gij van mij hebben?... Wilt gij geld?... Ik heb het niet.” + +</p> +<p>“Wij zouden u een misstap laten doen, die u het leven zou kunnen kosten, mijnheer Toronthal,” antwoordde Pescadospunt. “Dat +nooit!” + +</p> +<p>“Dat nooit!” herhaalde Kaap Matifou. “Geloof ons, inderdaad, dat nooit!” + +</p> +<p>De slimme Pescadospunt was op dit voorval, hetwelk zijne instructiën niet voorzien konden, natuurlijk niet voorbereid geweest. +Maar al was Sarcany ook al ontsnapt, zoo was toch Silas Toronthal in den val, en er bleef thans slechts over, om hem naar +Antekirrta over te voeren, alwaar hij met al de eerbetuigingen, die hem rechtens toekwamen, zoude ontvangen worden. Dat was +de eindbeslissing, waartoe onze beide akrobaten besloten. + +</p> +<p>“Wilt ge u tegen verminderden prijs met den vervoer van mijnheer belasten?” vroeg Pescadospunt aan Kaap Matifou. + +</p> +<p>“Volgaarne,” antwoordde deze. “Hij zal het bij mij goed hebben. Hij zal niets te betalen hebben en daarentegen goed eten en +drinken krijgen.” + +</p> +<p>Silas Toronthal had zelfs geen besef meer van hetgeen met hem voorviel, en kon dan ook geen weerstand bieden. Pescadospunt +stapte vooruit en daalde langs een steil voetpad, dat langs een afgrond naar het strand leidde. Hij werd onmiddellijk door +Kaap Matifou gevolgd, die het bewustelooze lichaam van den bankier nu eens voortsleepte, dan weer eens op zijne schouders +torschte, zoo als hij met een stout kind zoude gedaan hebben. +<a id="d0e2632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2632">99</a>]</span></p> +<p>Die afdaling was uiterst moeielijk, en inderdaad, zonder de buitengewone behendigheid van Pescadospunt, en zonder de buitengewone +lichaamskracht van Kaap Matifou, zoude een ongeluk onvermijdelijk gebeurd zijn, en zouden twee van die drie mannen naar beneden +gestort zijn, waar zij een oogenblikkelijken dood zouden gevonden hebben. + +</p> +<p>Eindelijk evenwel bereikten zij, na zeker twintig malen hun leven gewaagd te hebben, de laatste rotslagen, die met de oppervlakte +der zee gelijk waren. Daar bestond de kuststrook uit eene aaneenschakeling van kleine inhammen, die grillig in de rotswanden +ingesneden waren. De wanden dier kleine baaien waren steil en hoog en hadden eene roode kleur, afkomstig van ijzerverbindingen, +waaruit het gesteente bestond, maar waardoor zij aan de golfjes van de branding eene akelige bloedkleur verleenden. + +</p> +<p>De dag begon juist aan te breken, toen Pescadospunt eene schuilplaats in een van die uithollingen van den oever ontdekte, +die voorzeker door een der geologische beroeringen in vroegere eeuwen gevormd was. Daarin werd Silas Toronthal op den oever +neergelegd, om onder bewaking van Kaap Matifou een poos te verwijlen. + +</p> +<p>Toen deze den bankier, die er niets van scheen te bemerken en zich ook niet verontrustte, daarheen gebracht had, zei Pescadospunt +tot Kaap Matifou: + +</p> +<p>“Ge blijft bij hem, niet waar, Kaap? Luister als je blieft goed naar mij”. + +</p> +<p>“Ja, ik luister. Ik zal bij hem blijven, zoolang als ge wilt, Pescadospunt.” + +</p> +<p>“Ook al blijf ik twaalf uren weg? Dat is lang, niet waar, Kaap Matifou?” + +</p> +<p>“Zeker.... Maar, wees gerust, ik zal bij hem blijven. Als ik dat beloof, gebeurt het ook.” + +</p> +<p>“Zonder te eten?”... + +</p> +<p>“Drommels, zonder eten?... Maar alles wel beschouwd, wat zal dat er toe doen?” + +</p> +<p>“Zoo zonder ontbijt?” + +</p> +<p>“Bah, als ik hedenochtend niet ontbijt”, antwoordde de reus, “zal ik van avond bij het diner mijn schade inhalen. Ik zal dan +voor twee eten.” + +</p> +<p>“En als gij niet dineert, Kaap Matifou? Hoort ge, dat wordt ernstiger!” + +</p> +<p>“Bah!... Dan zal ik voor vier soupeeren”, antwoordde de edele kerel kalm en gelaten. + +</p> +<p>Kaap Matifou nam toen zoodanig plaats op een rots, dat hij zijn gevangene geen seconde uit het oog verloor. Pescadospunt volgde +van zijn kant den zeeoever van baai tot baai en richtte zijn schreden naar den kant van Monaco. Het was geen gemakkelijke +weg, die hier <a id="d0e2663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2663">100</a>]</span>over dat rotsachtig strand met zijne scherpe punten te volgen was. + +</p> +<p>Pescadospunt zou evenwel zoo langen tijd niet behoeven weg te blijven, als hij eerst berekend had. In minder dan twee uren +had hij de <i>Elektriek</i> opgespoord. Deze lag ten anker in een van die eenzame kreken, die door een aaneenschakeling van rotsen tegen de deininggolven +uit volle zee beveiligd waren. Een uur later kwam het vlugge vaartuig voor de monding der smalle baai aan, waar Kaap Matifou, +van uit zee gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus, die de kudden van Neptunus weidde. Hij was van de plaats +niet afgeweest en had den bankier niet uit het oog verloren. + +</p> +<p>Het duurde niet lang, of Silas Toronthal en Kaap Matifou waren aan boord ingescheept. Men had daarbij noch kustbewakers, noch +ambtenaren van de in- en uitgaande rechten, noch zelfs kustvisschers ontwaard. Zoodra de inscheping volbracht was, sloeg de +<i>Elektriek</i> met volle kracht vooruit, verliet de golf van Genua, stevende de Tyrrheensche zee in en richtte den boeg naar het eiland +Antekirrta in de Syrtische zee. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e2675" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">V.</h2> +<h2 class="normal">AAN GODS GOEDE ZORGEN OVERGELATEN.</h2> +<p>Dat het ons thans vergund zij een algemeen overzicht van de volkplanting te Antekirrta te leveren. + +</p> +<p>Silas Toronthal en Carpena waren thans in de macht van dokter Antekirrt of beter van graaf Mathias Sandorf, en deze wachtte +slechts op een gunstige gelegenheid, om het spoor van Sarcany te vervolgen. Aan den anderen kant beijverden zijne zaakgelastigden +zich om te ontdekken, waar mevrouw Bathory zich ophield. Tot nu toe was hun dat slecht gelukt. Sedert zijne moeder, in gezelschap +van den ouden Borik, die haar eenige steun was, spoorloos verdwenen was, had eene ware wanhoop, die zich ieder uur, iedere +minuut deed gevoelen, zich van Piet Bathory meester gemaakt. Zichtbaar leed hij daaronder. Het zou dan ook voor dokter Antekirrt +een groot geluk geweest zijn, wanneer hij eenige verzachting aan dat hart, hetwelk tweemaal gebroken was, had kunnen schenken. +Wanneer de jonge man toch van zijne moeder sprak, dan voelde de dokter <a id="d0e2684"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2684">101</a>]</span>dat hij dan aan Sava Toronthal dacht, hoewel die naam in hunne gesprekken nimmer uitgesproken werd. + +</p> +<p>In het stedeke, dat de hoofdplaats van het eiland Antekirrta uitmaakte, bewoonde Maria Ferrato niet verre van het stadhuis +een der fraaiste woningen van Artenak. De dankbaarheid van dokter Antekirrt had daarin alle voorwerpen vereenigd, die de meeste +gemakken aanbieden en het leven kunnen veraangenamen. Haar broeder woonde daar bij haar, wanneer hij niet op zee was, of wanneer +hij niet met den een of anderen transportdienst of eenig opzicht belast was. Dan ging er geen dag voorbij, zonder dat die +twee jonge lieden een bezoek bij dokter Antekirrt aflegden, of dat deze hen opzocht. Zijne toegenegenheid voor de kinderen +van den visscher van Rovigno vermeerderde aanmerkelijk, naarmate hij hen beter leerde kennen. Dat was natuurlijk, want beiden +bezaten eene edele geaardheid. + +</p> +<p>“Hoe gelukkig zouden wij zijn,” herhaalde Maria meermalen, “wanneer Piet het ook kon wezen.” + +</p> +<p>“Ja zeker,” zuchtte Luigi, “maar dat kan eerst, wanneer hij zijne moeder weergevonden zal hebben. Daaromtrent, Maria, heb +ik nog niet alle hoop opgegeven. Met de middelen, waarover dokter <span id="d0e2692" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> te beschikken heeft, moet den een of anderen dag het oord ontdekt worden, waarheen Borik bij het verlaten van Ragusa mevrouw +Bathory vervoerd heeft.” + +</p> +<p>“Die hoop koester ik ook, Luigi, maar...” + +</p> +<p>Hier zweeg het meisje als ware zij beschroomd. + +</p> +<p>“Maar, wat? Nu, spreek op, zusjelief. Wat wildet gij mij zeggen, Maria?” + +</p> +<p>“Zou Piet geheel getroost wezen, wanneer hij alleen zijne moeder weer gevonden had?...” + +</p> +<p>“Mij dunkt van neen.” + +</p> +<p>“Waarom niet, Luigi? Mij dunkt, dat hem dat al zeer gelukkig moest maken.” + +</p> +<p>“Omdat het niet mogelijk is, Maria, dat Sava Toronthal ooit zijne vrouw wordt.” + +</p> +<p>“Luigi,” antwoordde Maria, “wat den mensch onmogelijk toeschijnt, is dat onmogelijk voor God?” + +</p> +<p>Toen Piet aan Luigi de verzekering had gegeven, dat zij beide broeders voor elkander zouden zijn, kende hij Maria Ferrato +nog niet en kon hij dus nog niet weten, welke teedere, toegenegene en liefderijke zuster hij in haar zoude aantreffen! Toen +hij dan ook gelegenheid had gehad, haar naar eisch te kunnen waardeeren, aarzelde hij geen oogenblik, om haar zijne smarten +en zijne droefheden toe te vertrouwen. Dat verlichtte hem een weinig, wanneer zij te zamen praatten. Wat hij aan dokter Antekirrt +niet had willen zeggen, wat hij zich zelven verbood hem mede te deelen, dat vertrouwde <a id="d0e2713"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2713">102</a>]</span>hij Maria toe. Hij vond in haar een liefhebbend hart, dat voor het medelijden geheel en al geopend was, een hart, dat hem +begreep, dat hem troostte; hij vond in haar een vertrouwvolle ziel, die de wanhoop niet kende. Wanneer Piet Bathory buitengewoon +veel leed, wanneer zijn hart ten boorden toe overvuld was, wanneer zijne smart hem dreigde te overweldigen, dan ijlde hij +naar haar, en wie weet hoe menigmaal Maria er in slaagde, hem troost en vertrouwen in de toekomst in te boezemen. + +</p> +<p>Intusschen bevond zich thans een man in de kasematten van <span id="d0e2717" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span>, die weten moest, waar Sava Toronthal zich bevond, of ook zij nog steeds in de macht van Sarcany was. Dat was hij, die haar +voor zijne dochter had laten doorgaan, dat was de bankier Silas Toronthal. Maar uit eerbied voor de nagedachtenis van haren +vader, zou hij nimmer gepoogd hebben, hem over dit onderwerp aan het praten te krijgen. + +</p> +<p>Silas Toronthal bevond zich daarenboven sedert zijne gevangenneming in een zoodanigen geestestoestand, in een zoodanige lichamelijke +en zedelijke neerslachtigheid, dat hij niets zou hebben kunnen mededeelen, al had zijn eigen belang gevergd, dat hij zulks +deed. Maar hij had integendeel in het geheel geen belang er bij om mede te deelen, wat hij van Sava wist, omdat hij onkundig +was dat hij de gevangene van dokter Antekirrt was, ook dat Piet Bathory niet dood maar levend op het eiland <span id="d0e2722" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span> aanwezig was, een eiland waarvan hij den naam zelfs niet kende, en dus nog veel minder wist, waar dat ergens ter wereld gelegen +was. + +</p> +<p>Inderdaad, slechts God, zooals Maria Ferrato zeide, kon dien toestand ontwikkelen. + +</p> +<p>De werkelijke staat der kleine volkplanting zou slechts onvolkomen in het licht gesteld zijn, wanneer vergeten werd melding +te maken van Pescadospunt en van Kaap Matifou. Die behoorden toch in het kader van het personeel van het eiland <span id="d0e2729" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span> te huis. Die twee behoorden tot de notabelen van de kleine volkplanting, en dat verdienden zij ook. + +</p> +<p>Hoewel het Sarcany gelukt was te ontsnappen, hoewel men zelfs zijn spoor bijster geraakt was, zoo was de gevangenneming van +Silas Toronthal zoo belangrijk, dat de dankbetuigingen van dokter Antekirrt en van Piet Bathory aan Pescadospunt niet ontbraken. +Geheel aan zijn eigen gedachtenloop overgelaten, had die brave kerel juist gedaan, wat in de gegeven omstandigheden moest +verricht worden. Niemand had het kunnen verbeteren. Daar nu dokter Antekirrt zich tevreden betoonde, zou het den beiden vrienden +niet gepast hebben, het ook niet te zijn. Zij hadden derhalve hunne lieve en fraaie woning weer betrokken, in afwachting dat +men andermaal hunne diensten noodig zoude hebben. Hunne vurigste hoop was, <a id="d0e2734"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2734">103</a>]</span><a id="d0e2735"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2735">104</a>]</span>dat zij meermalen voor de goede zaak nuttig zouden kunnen zijn. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p103.jpg" alt="Daarom kregen de Elektrieks bevel om in de buurt der Syrtische zee te kruisen. (Bladz. 112)." width="508" height="720"><p class="figureHead">Daarom kregen de <i>Elektrieks</i> bevel om in de buurt der Syrtische zee te kruisen. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2946" class="typeref">112</a>). +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou hadden dadelijk na hunne aankomst te Antekirrta, een bezoek afgelegd bij Maria en Luigi Ferrato, +daarna hadden zij hunne opwachting gemaakt bij eenigen der notabelen van Artenak. Overal werden zij uitstekend ontvangen; +want zij hadden zich bij iedereen bemind weten te maken. Men had dan Kaap Matifou bij die plechtige gelegenheden moeten zien. +Hij schitterde dan inderdaad, hoewel hij zich een weinig verlegen met zijn kolossalen omvang betoonde, waarmede hij alleen +een zaal vulde. + +</p> +<p>“Ik ben evenwel dun,” merkte Pescadospunt op, “dat maakt evenwicht, en herstelt de ongelijkheid.” + +</p> +<p>Wat dien kleinen behendigen akrobaat aangaat, hij was de vreugde van de geheele volkplanting, die hij met zijne vroolijke +geaardheid verlevendigde. Hij stelde zijne schranderheid en behendigheid ten dienste van allen. O! als hij de zaken naar het +algemeen welbehagen mocht regelen, welk program van vermakelijkheden zou hij dan niet zoowel voor de stad als voor de omstreken +ontwerpen. Ja, als het moest, dan zou hij, Pescadospunt en Kaap Matifou geen oogenblik aarzelen, om hun beroep van kunstenmakers +te hervatten, ten einde de Antekirrtsche bevolking in opgetogenheid te brengen. + +</p> +<p>In afwachting dat die fraaie dag zoude aanbreken, hielden Pescadospunt en Kaap Matifou zich onledig met hun tuin, die door +prachtige boomen beschaduwd was, te verfraaien, alsook hunne villa, die waarlijk onder de bloemen bedolven scheen. Bij die +werken aan de kleine havenkom verleenden zij krachtige en nuttige hulp. Wanneer men Kaap Matifou kolossale rotsbrokken zag +loswringen en vervoeren, dan moest betuigd worden, dat onze Provençaalsche <span id="d0e2759" class="corr" title="Bron: Herkules">Hercules</span> niets van zijne krachten verloren had. + +</p> +<p>Slaagden de lasthebbers van dokter Antekirrt niet in hunne pogingen om mevrouw Bathory op te sporen, anderen, die Sarcany +opzochten, waren niet gelukkiger. Geen hunner had kunnen ontdekken, waar die ellendeling een schuilplaats had gevonden, nadat +hij Monte Carlo verlaten had. + +</p> +<p>Kende Silas Toronthal het geheim van die schuilplaats? Dat was op zijn minst genomen aan twijfel onderhevig, wanneer men de +omstandigheden in aanmerking neemt, waaronder die twee op den weg naar Nizza van elkander gescheiden waren. Daarenboven, al +was de bankier met de verblijfplaats van zijn medeplichtige bekend, dan was het nog de vraag, of hij die zou willen aanwijzen. +Het meest waarschijnlijke was dat hij zou weigeren. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt wachtte dan ook uiterst ongeduldig het tijdstip <a id="d0e2768"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2768">105</a>]</span>af, dat Silas Toronthal in staat zoude zijn te kunnen antwoorden, om alsdan de proef te nemen. + +</p> +<p>Het was in een fortje, dat bij den noordwestelijken hoek aangelegd was, dat Silas Toronthal en Carpena ieder in eene cel opgesloten +waren, waarin zij hoegenaamd niemand te zien kregen. Zij kenden elkander niet anders dan van naam; want de bankier had zich +nimmer met de zaken van Sarcany op Sicilië ingelaten. Er was dan ook een streng bevel uitgevaardigd, namelijk: dat men hen +zelfs niet mocht laten gissen, dat zij te zamen dat fortje bewoonden. Zij waren in twee gekasematteerde vertrekken opgesloten, +die van elkander verwijderd lagen en die zij slechts verlieten, om een poos op afzonderlijke pleintjes lucht te scheppen. +Zij werden bewaakt door twee sergeanten van de Antekirrtsche militie, van welker trouw dokter Antekirrt verzekerd was. Het +was dan ook onmogelijk, dat de twee gevangenen gemeenschap met elkander konden hebben, of dat zij afspraken met elkander hadden +kunnen houden. + +</p> +<p>Ook was geen onbescheidenheid te vreezen. Op alle vragen, die Silas Toronthal en Carpena tot hunne bewakers richtten omtrent +de plaats hunner gevangenschap, hadden zij nimmer antwoord ontvangen. Niets kon hen dus doen vooronderstellen, dat zij in +de macht van dien geheimzinnigen dokter Antekirrt geraakt waren, dien de bankier kende, omdat hij hem te Ragusa verscheidene +malen ontmoet had, en voor wien hij een instinctmatigen angst had voelen ontgloren. + +</p> +<p>De eenige en voortdurende gedachte van den dokter was thans, om Sarcany uit te vinden, om hem te kunnen bemachtigen, zooals +dat met zijne twee medeplichtigen reeds geschied was. Toen Silas Toronthal dan ook tegen den 16<sup>n</sup> October zoover in beterschap toegenomen was, dat hij in staat was om de vragen te kunnen beantwoorden, die hem gesteld zouden +worden, besloot de dokter hem aan een onderzoek te onderwerpen. + +</p> +<p>Maar alvorens werd een raad belegd, bestaande uit dokter Antekirrt, uit Piet Bathory en Luigi Ferrato, waarin ook Pescadospunt +geroepen werd, wiens adviezen niet te versmaden waren. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt bracht hen op de hoogte van zijne voornemens met betrekking tot de gevangenen. + +</p> +<p>“Wat denkt gij er van?” vroeg hij, toen hij daarmee geëindigd had. + +</p> +<p>“Zou Silas Toronthal,” merkte Luigi Ferrato op, “bij het vernemen dat men verlangt te weten, waar zich Sarcany ophoudt, niet +gissen kunnen, dat men het er op toelegt om ook zijn medeplichtige in handen te krijgen?” + +</p> +<p>“Welnu,” vroeg de dokter, “welk bezwaar zou daarin gelegen zijn, nu hij ons toch niet ontsnappen kan?” + +</p> +<p>“Toch meen ik, dat er een is, heer dokter,” antwoordde Luigi. +<a id="d0e2791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2791">106</a>]</span></p> +<p>“Silas Toronthal kan meenen, dat het in zijn belang is, om niets te zeggen, wat ten nadeele van Sarcany kan uitgelegd worden. +Dat zou hem den mond kunnen snoeren.” + +</p> +<p>“Maar waarom?” vroeg dokter Antekirrt. “Welk belang zou hij kunnen hebben, om niets te zeggen?” + +</p> +<p>“Ja, waarom?” herhaalde Piet Bathory. “Welk belang?... Waarlijk, ik kan aan mijn gedachte geen vorm geven.” + +</p> +<p>“Omdat hij zich zelven daarmede kan benadeelen.” antwoordde Luigi. “Mij dunkt dat dat eene reden is.” + +</p> +<p>“Mag ik mij eene bemerking veroorloven?” vroeg Pescadospunt, die zich uit bescheidenheid een weinig ter zijde hield. + +</p> +<p>“Voorzeker, mijn vriend,” antwoordde de dokter. “Wat wildet gij ons zeggen?” + +</p> +<p>“Heeren,” hernam Pescadospunt, “ga ik af op de omstandigheden, waaronder die twee boezemvrienden afscheid van elkander genomen +hebben, dan meen ik het er voor te moeten houden, dat zij elkander niet meer te ontzien hebben. De bankier Silas Toronthal +moet Sarcany, die hem tot den bedelstaf bracht, uit den grond van zijn hart haten. Wanneer onze gevangene dus weet, waar zijn +medeplichtige zich thans bevindt, dan zal hij geen oogenblik aarzelen,—zoo denk ik ten minste,—om dat mede te deelen. Vertelt +hij niets, dan is dat volgens mij het bewijs, dat hij niets weet, dus dat hij niets te zeggen heeft.” + +</p> +<p>Die redeneering was niet van juistheid ontbloot. Het was meer dan waarschijnlijk dat wanneer de bankier Silas Toronthal met +de plaats bekend was, waarheen Sarcany gevlucht kon zijn en waar hij zich zou kunnen ophouden, hij zich niet verplicht zoude +rekenen geheimhouding te betrachten, vooral wanneer zijn eigen belang mede zoude brengen om haar te verbreken. + +</p> +<p>“Wij zullen heden nog vernemen, waaraan wij ons te houden hebben,” antwoordde de dokter, “en ik zal zien wat mij verder te +doen staat, wanneer Silas Toronthal niets weet of niets wil mededeelen. Maar, daar hij nog onkundig moet blijven, dat hij +in de macht van dokter Antekirrt is, daar hij evenzeer nog niet mag weten, dat Piet Bathory in leven is, zoo zal Luigi Ferrato +de taak op zich willen nemen, om hem te ondervragen.” + +</p> +<p>“Ik stel mij geheel tot uwen dienst, heer dokter,” antwoordde de jonge zeeman. + +</p> +<p>Luigi begaf zich ten gevolge van dit gesprek naar het fortje, alwaar hem toegang verleend werd tot de kasemat, die Silas Toronthal +tot gevangenis diende. + +</p> +<p>De bankier was op dat oogenblik in een hoek bij eene tafel gezeten. Hij had juist zijn bed verlaten. Naar zijn uiterlijk te +oordeelen, was zijn gemoedstoestand veel verbeterd. Hij hield zich toen <a id="d0e2816"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2816">107</a>]</span>niet met de gedachte bezig, dat hij zijn vermogen verloren had<span id="d0e2818" class="corr" title="Bron: , hij">. Hij</span> dacht zelfs niet aan Sarcany. Er was iets wat hem bovenmate verontrustte, en dat was de zucht om te weten de reden waarom, +en de plaats waar hij opgesloten was, en wie toch wel de machtige persoon kon zijn, die er belang bij kon hebben, zich van +zijn persoon te verzekeren. Dat was het wat hem bezig hield, maar waaromtrent hij geen oplossing kon vinden. Zoo veel was +zeker, dat hij begreep alles te vreezen te hebben. + +</p> +<p>Toen hij Luigi Ferrato zijne cel zag binnentreden, stond hij op; maar op een teeken van dezen ging hij weder onmiddellijk +zitten. Het onderhoud, dat plaats had, was slechts van korten duur en ziehier de vragen, die hem gesteld werden: + +</p> +<p>“Gij zijt Silas Toronthal, voorheen te Triëst en laatstelijk te Ragusa woonachtig, niet waar?” + +</p> +<p>“Op die vraag heb ik niet te antwoorden. Zij die mij gevangen hebben, moeten weten wie ik ben, dunkt mij.” + +</p> +<p>“Dat weten zij. Wees daaromtrent onbekommerd, heer Toronthal! Op zijn tijd zult gij alles te weten komen.” + +</p> +<p>“Maar wie zijn zij, als ik u bidden mag? Zijn het machtige mannen? Dat zou ik wel willen weten.” + +</p> +<p>“Dat zult gij later vernemen. Niet te nieuwsgierig, heer bankier. Dat is eene ongepaste ondeugd hier.” + +</p> +<p>“En wie zijt gij?” + +</p> +<p>“Alweer te nieuwsgierig. Maar ik wil daarop wel antwoorden, dat ik een man ben, die <span id="d0e2837" class="corr" title="Bron: in">de</span> opdracht heeft u te ondervragen.” + +</p> +<p>“Opdracht van wien? Gij spreekt steeds in onbegrijpelijke raadselen.” + +</p> +<p>“Van hem, wien gij rekening en verantwoording verschuldigd zijt, die recht over leven en dood over u heeft.” + +</p> +<p>“Maar nogmaals, wie is dat? Gij zoudt mij inderdaad beangst kunnen maken.” + +</p> +<p>“Dat is niet aan mij om het u te zeggen. Misschien zal hij het u later zelf zeggen.” + +</p> +<p>“Welnu, in dat geval weiger ik te antwoorden. Vertrouwen tegenover vertrouwen.” + +</p> +<p>“Zoo als ge verkiest! Ge waart te Monte Carlo in gezelschap van een man, dien gij sedert lang kent en die u, sedert gij van +Ragusa vertrokken zijt, niet verlaten heeft. Die man is van Tripolitaansche afkomst en heet Sarcany. Hij is ontsnapt op het +oogenblik, dat gij op den weg naar Nizza in hechtenis genomen <span id="d0e2852" class="corr" title="Bron: werdt">werd</span>. Ziehier nu wat mij opgedragen is u te vragen: Weet gij waar die man zich thans bevindt en zoo ja, zijt gij genegen dat mede +te deelen?” + +</p> +<p>Silas Toronthal wachtte zich er wel voor om te antwoorden. Wanneer men verlangde om te weten waar Sarcany zich bevond, dan +was daarvan klaarblijkelijk het doel om zich van zijn persoon <a id="d0e2857"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2857">108</a>]</span>meester te maken, zooals men met hem gedaan had. En waarom wilde men dat doen? Had dat betrekking op gebeurtenissen van het +verleden, waarin zij beiden gezamenlijk de hand hadden gehad? Stond dat in verband met de kuiperijen, die zij zich ter zake +van de Triëster samenzwering veroorloofd hadden? Maar hoe zouden die feiten bekend geraakt zijn? En wie kon er belang bij +hebben, om als wreker van graaf Mathias Sandorf en van zijne twee vrienden, die reeds sedert vijftien jaren overleden waren, +op te treden? Dat alles zweefde den ellendeling in een ondeelbaar oogenblik voor den geest. + +</p> +<p>Dat waren de vragen, die Silas Toronthal zich in de eerste plaats stelde. Hij begreep al spoedig, dat hij zich niet in handen +van een wettig ingestelde rechtbank bevond, wier macht zich over hem en zijn medeplichtige dreigde uit te strekken. Dat moest +hem evenwel nog ongeruster maken. Hoewel het voor hem niet twijfelachtig was, dat Sarcany eene schuilplaats te Tetuan in het +huis van de oude Namir gezocht had, waar de laatste inzet van de partij, die hij speelde, zelfs binnen een zeer begrensd tijdvak +moest gewonnen worden, besloot hij dadelijk zich niets daarvan te laten ontvallen. Wanneer later zijn belang mocht medebrengen +om openhartig te zijn, welnu, dan zou hij spreken; maar totdat hem dat gebleken zoude zijn, zou hij zeer gesloten spel spelen. +Na hem een kort oogenblik van beraad gelaten te hebben, vervolgde Luigi: + +</p> +<p>“Welnu...?<span id="d0e2863" class="corr" title="Bron: ”"></span> Zijt gij van zins te spreken? Of weigert gij?” + +</p> +<p>“Ik zou u kunnen antwoorden,” hernam Silas Toronthal, “dat ik weet waar die Sarcany, waarvan gij spreekt, zich ophoudt, dat +ik het evenwel niet wil zeggen. Maar inderdaad, ik weet het niet.” + +</p> +<p>“Is dat uw eenig antwoord, Silas Toronthal?” vroeg Luigi Ferrato zeer ernstig. + +</p> +<p>“Ja, het eenige en het waarachtige. Ge behoeft mij niet te gelooven, als gij niet wilt. Toch zult gij geen ander antwoord +erlangen.” + +</p> +<p>“Bedenk u wel.... Uw stilzwijgen zou u kunnen berouwen, heer bankier.” + +</p> +<p>Silas Toronthal trok de schouders op. Hij was thans vast besloten. Hij wilde en zou niet spreken. + +</p> +<p>Luigi Ferrato verliet hem toen en deelde dokter Antekirrt den uitslag van dat onderhoud mede. Ofschoon het antwoord van den +bankier, alles wel beschouwd, niet onaanneembaar was, was men wel verplicht zich er mede te vergenoegen. Er bleef dus niets +anders te doen over om de schuilplaats van Sarcany te ontdekken, dan de nasporingen ijverig voort te zetten, ja, te verdubbelen +en daartoe noch moeite noch geld te sparen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p109.jpg" alt="Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. (Bladz. 114.)" width="501" height="720"><p class="figureHead">Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2966" class="typeref">114</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar terwijl intusschen gewacht werd, dat de een of andere tijding <a id="d0e2889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2889">109</a>]</span><a id="d0e2890"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2890">110</a>]</span>aanleiding kon geven om de vervolging te hervatten, moest dokter Antekirrt zich met andere kwestiën bezig houden, die ernstig +waren en waarbij de veiligheid van het eiland Antekirrta zeer betrokken was. Die kwestiën zouden weldra uitsluitend beslag +op zijne aandacht leggen. + +</p> +<p>Hij had geheime berichten uit de Cyrenaïsche provinciën ontvangen. + +</p> +<p>Cyrenaïca, in het Grieksch Kyrenaikeh, was in den voortijd een belangrijk Noord-Afrikaansch landschap, door Grieken gesticht +en bewoond, en op de hoogvlakte Barca gelegen. + +</p> +<p>De Grieksche volkplanting werd er omstreeks het jaar 631 vóór de geboorte van Christus op bevel van het orakel van Delphi, +door inwoners van het eiland Thera en doof eenige Spartanen onder aanvoering van Battus gesticht. + +</p> +<p>Het landschap ontleende zijn naam aan de stad Cyrene, terwijl er voorts nog vier andere Grieksche steden verrezen, weshalve +dat gewest ook wel Pentapolis (vijfstad) genoemd werd. De nakomelingen van Battus hadden er als vorsten een onbeperkt gezag, +en onder Acceulaus III verviel het aan de Perzen. + +</p> +<p>Omtrent het jaar 440 vóór Christus, werd er de republikeinsche regeeringsvorm ingevoerd, terwijl handel, scheepvaart, nijverheid, +kunsten en wetenschappen er toen buitengewoon bloeiden. Weldra ontstond er echter verdeeldheid, en tyrannen maakten zich meester +van de heerschappij. + +</p> +<p>Na den dood van Alexander de Groote werd het veroverd door Ptolomeus III Psycon, die het in 96 vóór Christus aan de Romeinen +naliet, welke het eerst onafhankelijk verklaarden, maar het 30 jaren later met het eiland Creta tot een Romeinsch wingewest +vereenigden. Later werd Cyrenaïca door Barbaarsche horden uit de binnenlanden van Afrika geteisterd, en in de VII<sup>de</sup> eeuw onzer jaartelling voltooiden de Saraceenen het werk der verwoesting. + +</p> +<p>De grond leverde in de dagen der oudheid een overvloed van kostelijke vruchten op. + +</p> +<p>Het land was vóór de geboorte van Christus de zetel der Cyrenaïsche wijsbegeerte, wier aanhangers ook Hedonici genoemd werden, +omdat zij vrijelijk hunne hartstochten en lusten opvolgden. Die wijsbegeerte stond tegenover die der Cynici, bloeide omstreeks +eene eeuw in en buiten Griekenland en werd door die der Epicuristen verdrongen. Zij versmaadde alle bespiegeling en bepaalde +zich tot het tastbare en zinnelijke, zoodat zij tevens tot atheïsme verviel. + +</p> +<p>Tot de meest beroemde volgelingen van <span id="d0e2913" class="corr" title="Bron: Aristuppus">Aristippus</span> behoorden, behalve zijne dochter Areta, zijn kleinzoon Aristippus Metrodoctus, Antipater, <span id="d0e2916" class="corr" title="Bron: Annyceris">Anniceris</span>, Theodorus en Hesegius. + +</p> +<p>Voorts was Cyrenaïca tot in de Vde eeuw na Christus de hoofdzetel der Gnostische wijsgeeren. Het geheele gewest bevat een +overgrooten schat van merkwaardige overblijfselen der oudheid. +<a id="d0e2921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2921">111</a>]</span></p> +<p>De hoofdstad des lands was Cyrene, gelegen aan de waterbron Kyra, thans Aim-ej-Shedah of Eeuwige bron. Zij lag op eene hoogvlakte, +vier uren gaans van de kust, tusschen twee bergtoppen, van welke de oostelijke waarschijnlijk de Akropolis of Citadel torschte. +Aan de noordelijke helling van den anderen ontsprong de reeds genoemde bron, waarbij zich een tempel van Apollo verhief, en +wat verder westwaarts was een schouwburg in de rotsen uitgehouwen. Voorts blijkt het uit de trotsche bouwvallen, dat de stad +weleer in het bezit was van een groot aantal prachtige tempels en andere openbare gebouwen. + +</p> +<p>Ook werd de wetenschap er ijverig beoefend; want zij was de vaderstad van <span id="d0e2926" class="corr" title="Bron: Aristuppus">Aristippus</span>, Anniceris, en Carnéades, van den dichter Callimachus en van den geleerden Erasthothenes. + +</p> +<p>De agenten, welke dokter Antekirrt in dat nabij gelegen land had, beveelden hem aan om de omstreken van de golf van Sidra +uiterst nauwkeurig te doen gadeslaan. Volgens hen was het geduchte bondgenootschap der Senousisten bezig hare strijdkrachten +op de grenzen van Tripoli te zamen te trekken. Een algemeene beweging bracht de benden langzamerhand al meer en meer in de +nabijheid van het Syrtische kustland. + +</p> +<p>Vlugge boden brachten voortdurend zendbrieven over van den Grootmeester naar de verschillende zaouiyias van Noordelijk en +Oostelijk Afrika. + +</p> +<p>Vuur- en blanke wapens, uit het buitenland afkomstig, waren afgeleverd en door het bondgenootschap in ontvangst genomen. Eindelijk, +en dat was wel het meest gewichtige van die tijdingen, was het blijkbaar dat eene aanzienlijke macht in het <span id="d0e2935" class="corr" title="Bron: villayschap">villayetschap</span> van Ben Gaza, derhalve in de onmiddellijke nabijheid van het eiland Antekirrta bijeengetrokken werd. Waarlijk, de toestand +begon zich wel te ontwikkelen. + +</p> +<p>Met het vooruitzicht op die gevaarlijke nabijheid, die weldra dreigend kon worden, was dokter Antekirrt verplicht die maatregelen +te treffen, welke hem de voorzichtigheid gebood. + +</p> +<p>Piet Bathory en Luigi Ferrato stonden hem gedurende de drie laatste weken van de maand October volijverig bij die werkzaamheden +ter zijde, en alle bewoners der volkplanting brachten volgaarne alles bij, wat de weerbaarheid van het eiland kon verhoogen. + +</p> +<p>Pescadospunt werd herhaaldelijk maar zoo geheim mogelijk naar de Cyrenaïsche kust gezonden, om zich daar in betrekking met +de agenten te stellen, en weldra had die schrandere kleine kerel zich overtuigd, dat het gevaar, hetwelk het eiland Antekirrta +bedreigde, niet hersenschimmig, niet denkbeeldig genoemd mocht worden. + +</p> +<p>De zeeschuimers toch van de provincie Ben Ghâzi, versterkt en aangevuld door eene ware te wapen oproeping van de geaffilieerden +<a id="d0e2946"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2946">112</a>]</span>en bondgenooten der geheele kuststreek, hielden zich volijverig onledig met het uitrusten van een krijgstocht, die het eiland +Antekirrta tot doelwit had. + +</p> +<p>Zou die tocht binnen betrekkelijk korten tijd ondernomen worden, of zou hij nog uitgesteld worden? + +</p> +<p>Daaromtrent was niets te vernemen. + +</p> +<p>Toch kreeg men te weten, dat de hoofden der Senousisten zich nog in de zuidelijke districten ophielden, waaruit men de gevolgtrekking +mocht opmaken, dat geene belangrijke operatiën in de eerste dagen ondernomen zouden worden. Die hoofden toch zouden haar moeten +besturen en aanvoeren. + +</p> +<p>Daarom kregen de <i>Elektrieks</i> van Antekirrta bevel om in de buurt van de Syrtische zee te kruisen, zoowel om de kuststrook van het Cyrenaïsche en van het +Tripolitaansche gebied als de kust van geheel het Tunische rijk tot aan Kaap Bon in het oog te houden. Voor zulke kleine vaartuigen +was dat een belangrijke dienst. Hunne bewonderenswaardige snelheid vergoedde evenwel veel. + +</p> +<p>De lezer weet dat de verdedigingswerken van het eiland Antekirrta nog niet volgens de ontworpen plannen voltooid waren. Maar +al mocht het ook niet mogelijk heeten om dien arbeid ter gewenschter tijd te kunnen beëindigen, zoo had men zich toch beijverd +om den voorraad van levensmiddelen, munitiën en verdere krijgsbehoeften in de magazijnen en arsenalen van Antekirrta zoo rijkelijk +mogelijk aan te vullen. + +</p> +<p>Het eiland Antekirrta, dat door een zeearm ter breedte van ongeveer twintig mijlen van de Cyrenaïsche kust gescheiden was, +zou geheel eenzaam in den Syrtischen zeeboezem liggen, wanneer niet een klein eiland, algemeen bekend onder den naam van het +Kencraf eilandje, hetwelk een omtrek van ongeveer driehonderd meters bezat, in de nabijheid van zijn zuidoostelijke punt gelegen +ware. Volgens den gedachtegang van dokter Antekirrt, zou dit eilandje later tot verbanningsoord moeten dienen, namelijk wanneer +een der kolonisten die straf ooit zoude verdienen en zij door de ingestelde rechtsmacht op het hoofdeiland uitgesproken zoude +worden, een geval dat zich gelukkig nog niet voorgedaan had. Men had er evenwel bij wijze van voorzorg eenige barakken tot +dat doeleinde opgericht. + +</p> +<p>Maar in weerwil daarvan was het eilandje Kencraf niet versterkt en—het mocht niet verbloemd worden—wanneer eene vijandelijke +vloot een aanval op Antekirrta in het schild voerde, dan stelde de ligging daarvan een daadwerkelijk gevaar voor de hoofdvestiging +daar. Want eene vijandelijke macht had niets anders te doen dan daar te ontschepen en van dat eilandje eene degelijke operatie-basis +te maken. Het bood alle gemakken aan om er levensmiddelen en munitiën te debarkeeren men kon er eene batterij opwerpen en +derhalve <a id="d0e2965"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2965">113</a>]</span><a id="d0e2966"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2966">114</a>]</span>zou het een aanvaller een stevig steunpunt verschaffen. Het ware beter geweest, dat het eilandje in het geheel niet bestond, +vooral omdat de tijd ontbrak, om het behoorlijk in staat van verdediging te stellen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p113.jpg" alt="De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van twee honderd voeten hoog. (Bladz. 123.)" width="507" height="720"><p class="figureHead">De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van twee honderd voeten hoog. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3193" class="typeref">123</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De ligging van het eilandje Kencraf en de voordeelen, die een vijand er van trekken kon, moesten dan ook dokter Antekirrt +ongerust maken. Nadat hij alles rijpelijk overwogen had, besloot hij het te vernietigen, maar die vernietiging tevens te doen +dienen, om de honderden zeeschuimers, die het wagen zouden er bezit van te nemen, om te brengen, zonder er een van te laten +ontsnappen. Hij dacht er zeer ernstig over na en kwam toen tot een vrij goed uitgewerkt plan. + +</p> +<p>Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. Onmiddellijk werden loopgraven en mijngangen aangelegd, die mijngangen werden behoorlijk +geladen, zoodat weldra het geheele eilandje Kencraf aan een grooten mijnoven gelijk was, die door een onderzeeschen geleiddraad +met het eiland Antekirrta in verbinding gebracht werd. Een zwakke electrische stroom langs dien geleiddraad was voldoende, +om eene uitbarsting te weeg te brengen, die geen spoor van het eilandje aan de oppervlakte der zee zoude achterlaten. En waarlijk, +het was geen gewoon buskruit, ook geen schietkatoen, zelfs geen dynamiet, hetwelk dokter Antekirrt zoude bezigen, om die vreeselijke +ontploffing teweeg te brengen. Neen, hij kende de samenstelling van een ontploffende stof, die kort geleden uitgevonden werd, +en welker verbrijzelende kracht zoo aanmerkelijk was, dat men van haar kon zeggen dat zij in verhouding tot het dynamiet stond +zooals deze laatste stof tot het gewone buskruit van Barthold Schwarz. Zij was veel handelbaarder dan de nitroglycerine, ook +gemakkelijker vervoerbaar, daar zij slechts het bezigen van twee onafhankelijke vloeistoffen behoefde, welker vermenging niet +vroeger dan op het oogenblik van gebruik bewerkstelligd moest worden. Die vloeistoffen bevroren niet, terwijl het dynamiet +reeds bij vijf of zes graden bevriest, en zij konden slechts ontploffen door het aanbrengen van een geweldigen schok, zooals +de aanvuring van een slaghoedje, met slagkwik gevuld, kan teweeg brengen. Zooals men ziet, was dat een gemakkelijk en eenvoudig +maar verschrikkelijk middel. + +</p> +<p>Hoe wordt dat verkregen? + +</p> +<p>Eenvoudig door de inwerking van het zuivere en watervrije protoxyd van stikstof in vloeibaren toestand op verschillende lichamen, +rijk aan koolstof, zooals op minerale, plantaardige, dierlijke oliën of andere vloeibare voortbrengselen van vetstoffen. Die +beide vochten, die afzonderlijk geheel onschuldig en in elkander oplosbaar zijn, worden in zekere verhouding gemengd, zooals +men water met wijn zou mengen, zonder dat er gevaar bij de behandeling bestaat. <a id="d0e2986"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2986">115</a>]</span>Zoo wordt de “panklastiet” vervaardigd, een woord dat: “alles verbrijzelend” beteekent, een inderdaad juiste naam, want die +nieuw verkregen vloeistof is in staat alles te verbrijzelen, en overtreft in kracht verre alle overige bekende ontploffingsmiddelen. + +</p> +<p>Dit scheikundig schrikmiddel werd dus in talrijke mijngangen onder de oppervlakte van het maaiveld van het eilandje geladen. +Met een onderzeeschen telegraafdraad stond die lading in verbinding met het eiland Antekirrta. Langs dien draad zou de electrische +vonk voortspoeden naar de aanvuringen van slagkwik, waarvan iedere mijngang voorzien was, en het kon niet missen, of de algemeene +ontploffing zou alsdan onmiddellijk volgen. Daar het evenwel zoude kunnen gebeuren, dat de draad door de eene of andere omstandigheid +onbruikbaar werd, zoo werden er nog twee uitgebracht, onafhankelijk van elkander, en werden bovendien bij wijze van voorzorgsmaatregel +nog andere electrische batterijen op verschillende plekken van het eiland onder de oppervlakte van den bodem ingegraven en +door onderaardsche geleidingsdraden met de mijngangen verbonden. Het was voldoende de plaatjes van een dier batterijen, die +met de oppervlakte van den grond gelijk gelegd waren, met den voet eventjes aan te raken, om den stroom af te sluiten, den +benoodigden schok op het slagkwik en zoo de ontploffing te veroorzaken. Het zou dus onmogelijk genoemd worden, dat wanneer +talrijke aanvallers op het eilandje Kencraf ontscheepten, er een aan de totale vernietiging zoude ontsnappen. + +</p> +<p>Die verschillende werkzaamheden waren in de eerste dagen van November tamelijk gevorderd, toen er een ongeval plaats greep, +dat dokter Antekirrt noodzaakte zijn eiland gedurende eenige dagen te verlaten. + +</p> +<p>In den ochtend van den 3<sup>den</sup> November kwam het stoomvaartuig, dat bestemd was om de steenkolen van Cardiff over te voeren, in de haven van Antekirrta +ten anker. Gedurende den overtocht was het door slecht weder genoodzaakt geworden Gibraltar aan te doen. Daar vond de kapitein +der boot op het postkantoor een brief, die aan dokter Antekirrt gericht was. Die brief was door de verschillende postdiensten +her- en derwaarts gezonden geworden, zonder dat hij den geadresseerde had kunnen bereiken. De menigvuldige postmerken op den +omslag, gaven daar de meest afdoende getuigenis van. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt nam dien brief in ontvangst, bekeek den omslag, die de postmerken van Malta, Catania, Ragusa, Ceuta, Otranto, +Malaga en Gibraltar droeg. + +</p> +<p>Het adres, hetwelk een zwaar beverig schrift vertoonde, was klaarblijkelijk door iemand ter neder gesteld, die de gewoonte +niet meer had om de pen te voeren, wien het ook misschien aan kracht ontbroken <a id="d0e3001"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3001">116</a>]</span>had, om die weinige woorden ter neer te schrijven. De omslag voerde slechts één naam, den naam van den dokter, met die roerende +aanbeveling: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Aan dokter Antekirrt. + + +</p> +<p>“Aan Gods goede zorgen overgelaten.” + +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De dokter scheurde den omslag open, ontvouwde den brief, die op een vel papier geschreven was, dat door den tijd reeds geel +geworden was, en las het navolgende: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Heer dokter! + + + +</p> +<p>“Dat God u dezen brief toch in handen voere!... Ik ben reeds zeer bejaard!... Ik kan sterven.... Dan zal zij alleen op de +wereld zijn!... Och, heb medelijden met de laatste dagen van mevrouw Bathory!... Zij is gedurende haar geheele leven zoo zeer +beproefd geweest!... Kom haar te hulp! Dat is de bede van + + + +</p> +<p>Uwen ootmoedigen dienaar +<br><span class="smallcaps">Borik</span>.” + +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Verder stond er in een hoek: “Carthago” en daaronder deze woorden: “Regentschap Tunis.” + +</p> +<p>De dokter bevond zich alleen op het Stadhuis, toen hij van dien brief kennis nam. Een kreet van vreugde en van wanhoop te +gelijkertijd ontsnapte hem,—van vreugde, omdat hij ʼt spoor van mevrouw Bathory wedervond,—van wanhoop of beter van vrees, +want de postmerken op den omslag van dien brief duidden aan, dat hij reeds langer dan een maand geleden geschreven was. + +</p> +<p>Luigi Ferrato werd dadelijk geroepen. Hij kwam terstond aangeloopen en meldde zich op het Stadhuis aan. + +</p> +<p>“Luigi,” zei dokter Antekirrt, “geef kapitein Ködrik de noodige bevelen, dat de <i>Ferrato</i> binnen twee uren stoom op heeft en in staat zij om te kunnen vertrekken.” + +</p> +<p>“Het vaartuig zal gereed zijn, om op den opgegeven tijd zee te kunnen kiezen,” antwoordde Luigi. + +</p> +<p>“Goed zoo.” + +</p> +<p>“Maar vergeef mij eene onbescheidene vraag: moet het vaartuig ter uwer beschikking zijn, heer dokter?” + +</p> +<p>“Ja, Luigi. Daarop dient gerekend te worden,” antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Zal het een lange reis gelden? Ook dat dien ik te weten, heer dokter,” was Luigiʼs tweede vraag. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt raadpleegde eene kaart. + +</p> +<p>“Slechts drie of vier dagen. Meer niet, denk ik,” was zijn antwoord. + +</p> +<p>“Vertrekt gij alleen?” + +</p> +<p>“Neen! Zoek Piet Bathory op, en zeg hem zich gereed te houden mij te vergezellen.” + +</p> +<p>“Piet is op dit oogenblik afwezig, heer dokter....” antwoordde <a id="d0e3054"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3054">117</a>]</span>Luigi Ferrato. “Maar ik zal hem seinen.” + +</p> +<p>“Afwezig?” + +</p> +<p>“Ja, maar binnen een uur zal hij van het eilandje Kencraf terug zijn, alwaar hij de werkzaamheden bestuurt.” + +</p> +<p>“O, zoo is het goed.” + +</p> +<p>“Ik ga dus uwe bevelen volbrengen en kapitein Ködrik waarschuwen, heer dokter.” + +</p> +<p>“Wacht even. Ik heb nog iets ... ik verlang ook dat uwe zuster dat tochtje medemaakt, Luigi,” ging dokter Antekirrt voort, +“laat haar daartoe dadelijk alle voorbereidingen treffen. Maar spoedig, niet waar?” + +</p> +<p>“Dadelijk, heer dokter.” + +</p> +<p>Luigi ijlde heen, om de bevelen, die hij van dokter Antekirrt ontvangen had, ten uitvoer te brengen. Hij seinde dadelijk naar +het eilandje Kencraf en spoedde zich naar zijn zuster en naar kapitein Ködrik. + +</p> +<p>Een uur later vertoonde Piet Bathory zich op het Stadhuis. Hij had de depêche van Luigi ontvangen. + +</p> +<p>“Lees,” zei de dokter. + +</p> +<p>En hij reikte hem Boriks brief over. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e3076" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">VI.</h2> +<h2 class="normal">DE GEESTVERSCHIJNING.</h2> +<p>Het stoomjacht lichtte weinige minuten na het middaguur het anker. Het had kapitein Ködrik tot gezagvoerder en Luigi Ferrato +tot eersten officier. Als passagiers waren slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Maria Ferrato aan boord. Deze laatste +werd medegenomen om mevrouw Bathory hare zorgen te kunnen wijden, wanneer het onmogelijk zoude blijken haar onmiddellijk van +Karthago naar Antekirrta te vervoeren. + +</p> +<p>Zonder dat daarop in ʼt bijzonder gewezen behoeft te worden, zal de lezer beseffen, welke gewaarwordingen, welke angsten het +hart van Piet Bathory bestormden. Hij wist thans waar zijne moeder <a id="d0e3085"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3085">118</a>]</span>was, hij ging naar haar toe!... Maar waarom had Borik haar zoo onverwachts en zoo spoedig uit Ragusa weggevoerd en dat nog +wel om haar naar dat verre kustland van Tunis te brengen? In welken toestand van ellende en armoede zou hij beiden terugvinden? +Bij die gedachte ijsde hij. Bij die gedachte durfde hij niet verwijlen, uit vrees te zeer door zijne aandoeningen overmeesterd +te worden. + +</p> +<p>Op al dat leed, hetwelk Piet Bathory aan Maria toevertrouwde, antwoordde deze slechts met hoopvolle en troostvolle woorden. +Zij herkende in den brief, dien de dokter ontvangen had, de zichtbare tusschenkomst der Voorzienigheid. Dat was volgens het +vrome en brave meisje niet te miskennen. Hier was de vinger Gods! + +</p> +<p>Natuurlijk waren bevelen verstrekt, om de <i>Ferrato</i> hare meest mogelijke snelheid te doen bereiken. Door de stoomkleppen te bezwaren, werd weldra eene vaart van gemiddeld vijftien +mijlen in het uur overschreden. Nu bedraagt de afstand van de golf van Sidra tot kaap Bon, aan het noordoostelijk uiteinde +van het Tunische vasteland gelegen, hoogstens duizend kilometers. Verder van kaap Bon tot aan de Goulet, die de haven van +Tunis vormt, duurt het slechts anderhalf uur voor een vlug stoomjacht, om dien afstand af te leggen. Ongerekend slecht weder +of andere wederwaardigheden, kon de <i>Ferrato</i> in twee en dertig uren tijds op hare bestemming aankomen. + +</p> +<p>De zee was buiten de Sidragolf effen en glad. Er woei een zachte noord-westen bries, die evenwel niet scheen te zullen aanwakkeren. +De kapitein liet recht op kaap Bon aansturen, om dicht daarbij iets af te vallen, ten einde des te sneller de beschuttende +strook te bereiken, die de vaste wal zoude aanbieden, wanneer de wind mocht aanwakkeren. Hij zou dus het eiland Pantellaria, +dat halfweg tusschen kaap Bon en Malta gelegen is, niet in het gezicht loopen, daar hij de gezegde kaap zoo dichtbij mogelijk +wilde voorbij stevenen. + +</p> +<p>Terwijl de kust zich buiten de Sidrabaai afrondt, wordt zij westwaarts diep ingesneden en beschrijft daar een bocht met zeer +grooten straal. Daar langs ontwikkelt zich voornamelijk het kustland van het regentschap Tripoli, dat zich tot aan de golf +van Gabes tusschen het eiland Dscherba en de stad Sfax uitstrekt. Daarna buigt de kust weer eenigermate oostwaarts naar kaap +Dinias toe, om de baai Hammamet te vormen, en ontwikkelt zich verder van zuid naar noord tot aan kaap Bon. + +</p> +<p>Eenmaal bij die kaap aangekomen, stevende de <i>Ferrato</i> naar die Hammamet baai. Daarin zou het vaartuig langs den wal loopen, om dien niet weer uit het gezicht te verliezen tot +bij de Goulet. + +</p> +<p>Hoewel de bries niet sterk genoemd mocht worden, verhieven de golven zich toch aanmerkelijk gedurende den dag van den derden +November en den daaropvolgenden nacht. Er is slechts weinig wind <a id="d0e3108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3108">119</a>]</span>noodig om die Syrtische zee, waarin de meest grillige stroomingen en tegenstroomingen van de geheele Middellandsche zee te +zamen komen, in beroering te brengen. Maar reeds den volgenden ochtend werd land verkend, juist ter hoogte van kaap Dinias. +Eenmaal onder dien hoogen oever gekomen, werd de vaart van het jacht aangenaam en voorspoedig. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> stevende op ongeveer twee mijlen van de kust, waarvan men al de bijzonderheden nauwkeurig kon opmerken. Buiten de Hammamet-baai +op de hoogte van Kelibiah, stevende het stoomjacht nog dichter langs de kust, om een blik in de kleine kreek Sidi Youssouf, +die ten noorden door eene aaneenschakeling van klippen en rotsen gedekt is, te kunnen werpen. Eigenlijk kon deze laatste beweging +van de <i>Ferrato</i> eene verkenning van het vijandelijke strand heeten. + +</p> +<p>Bij de inbuiging der kust strekte zich een prachtig zandig strand voor het oog uit. Naar achteren vertoonde zich eene reeks +van lage heuvelen, die met klein struikgewas bekleed waren, hetwelk met moeite ontkiemd was in dien bodem, die meer overvloed +aan steenen heeft dan aan teelaarde. Verder af werden hoogere heuvels ontwaard, die als uitloopers van de nog verder gelegen +“djebels”, die het gebergte in het het binnenland uitmaakten, konden beschouwd worden. Hier en daar werd een verlaten marabout +ontwaard, die zich als een soort witte vlek te midden van het groen der struiken voordeed. Op den voorgrond verrees een kleine +verschansing, die er bouwvallig uitzag, en hooger-op een grooter fort, dat in beteren staat verkeerde en dat zich op den heuvel +verhief, die de Sidi Youssouf-kreek ten noorden afsloot. + +</p> +<p>Intusschen was die kreek niet verlaten. Door de rotsblokken beschut, lagen verscheidene Levantsche vaartuigen, als chebekken, +polacres enz. op eene halve kabellengte der kust op eene diepte van vijf of zes vademen ten anker. Maar de helderheid en doorzichtigheid +van het groene water dier kreek was zoo volmaakt, dat men den bodem, uit zwarte steenen en uit lichtgestreept zand bestaande, +waarin de lepels der ankers grepen, en waaraan de weerkaatsing van het licht wonderlijke vormen verleende, duidelijk ontwaren +kon. + +</p> +<p>Langs het strand, aan den voet der lage duinen, die met mastiek- en tamarinde stuiken bezaaid waren, bemerkte men een douar, +die uit een twintigtal goubiʼs bestond en zijne tenten van vuil geel gestreept linnen vertoonde. Men kon dat vergelijken met +een grooten Arabischen mantel, die achteloos op het strand geworpen was. Buiten de plooien van dien mantel graasden schapen +en geiten, die in de verte er uitzagen als zwarte raven, wier schreeuwende bende door een geweerschot opgejaagd had kunnen +worden. Een tiental kameelen lagen òf uitgestrekt op het zand, òf stonden onbeweeglijk, <a id="d0e3124"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3124">120</a>]</span>alsof zij in steen uitgebeiteld waren en herkauwden in de nabijheid van eene rotsachtige omheining, die als ontschepingskade +kon dienen. + +</p> +<p>Terwijl men de monding der Sidi Youssouf-kreek voorbijstevende, kon men er een blik in werpen en merkte dokter Antekirrt op, +dat men munitiekisten, wapenen en zelfs eenige kleine kanonstukken, die tot het veldgeschut behoorden, ontscheepte. De Sidi +Youssouf-kreek leende zich door hare verwijderde ligging op de buitenste grenskuststrook van het regentschap Tunis, maar al +te gemakkelijk tot deze soort van smokkelhandel. + +</p> +<p>Luigi Ferrato vestigde de aandacht van dokter Antekirrt op de lossing dier oorlogscontrabande, welke toen daar op dat strand, +zonder eenige contrôle hoegenaamd, gedreven werd. + +</p> +<p>“Ja, Luigi,” antwoordde hij, “ik zie het wel. Dat is inderdaad bedenkelijk genoeg.” + +</p> +<p>“En wat denkt gij er over?” + +</p> +<p>“Dat het Arabieren zijn, welke die oorlogs-wapenen en munitiën in ontvangst komen nemen.” + +</p> +<p>“Maar voor wie die wapens.” + +</p> +<p>“Wie weet het? Wellicht om ze aan de bergbewoners te verstrekken, ten einde daarmede de Fransche troepen zoowel in Tunis als +in Algiers te bevechten.” + +</p> +<p>“Denkt gij dat?” vroeg dokter Antekirrt met een bitteren glimlach om de lippen. + +</p> +<p>“Ik weet niet wat te denken. Dat oorlogstuig kan ook aangekocht zijn voor rekening der talrijke geaffilieerden aan het Senousisme, +die aan wal struikroovers en aan boord zeeschuimers zijn, en die zich tegenwoordig in de Cyrenaïsche provinciën met een bepaald +doel al meer en meer te zamen trekken.” + +</p> +<p>“Zou zoo iets kunnen geschieden?” + +</p> +<p>“Inderdaad, en ik meen zelfs onder die Arabieren eenige typen te herkennen, die eerder uit de binnenlanden van Afrika dan +wel uit de Tunische provinciën afkomstig zijn.” + +</p> +<p>“Maar,” vroeg Luigi, “waarom verzetten de autoriteiten van het regentschap of ten minste de Fransche autoriteiten zich niet +ernstig tegen die ontscheping van wapenen en munitiën?” + +</p> +<p>“Waarom? Omdat men te Tunis zelfs niet gist wat aan de andere zijde van kaap Bon voorvalt,” antwoordde dokter Antekirrt, “en +wanneer de Franschen eindelijk meester van Tunisië zullen zijn, dan zullen deze oostelijke hellingen van de djebels nog voor +langen tijd aan hunne macht ontsnappen. Hoe het ook zij, dat lossen van wapentuig en krijgsbehoeften komt mij zeer verdacht +voor.” + +</p> +<p>“Het is gelukkig, dat ons stoomjacht een snel varend vaartuig is,” merkte Luigi gekscherend op. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p121.jpg" alt="Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor die deur. (Bladz. 124.)" width="498" height="720"><p class="figureHead">Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor die deur. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3205" class="typeref">124</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Zeker is dat gelukkig, want had de <i>Ferrato</i> hare snelheid niet in <a id="d0e3169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3169">121</a>]</span><a id="d0e3170"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3170">122</a>]</span>haar voordeel, dan zou de flottilje, die wij daar ontwaren, geen oogenblik aarzelen om haar aan te tasten.” + +</p> +<p>Hadden de Arabieren werkelijk die gedachte gekoesterd, zoo als dokter Antekirrt vermoedde, dan had het stoomjacht toch niets +te vreezen. In minder dan een half uur was het de kleine reede van Sidi Youssouf voorbij gestevend. Nadat kaap Bon, die zich +zoo ver buiten het Tunische vasteland uitstrekt, genaderd was, stevende de <i>Ferrato</i> met volle kracht den vuurtoren voorbij, die op haar uiterste uiteinde, dat geheel met rotsen, die in prachtige lagen gelegerd +zijn, bedekt is, verrijst. + +</p> +<p>Het stoomjacht doorsneed nu, steeds niet volle kracht stoomende, de Tunische golf, die zich tusschen kaap Bon en kaap Karthago +uitstrekt. Ter linkerzijde van de <i>Ferrato</i> verhief zich de reeks van steile hellingen van den djebel Bon-Karnin, van den djebel Rossas en van den djebel Zaghouan, met +eenige dorpen hier en daar in de bergplooien verscholen. Ter rechter zijde verscheen in het volle licht, in al hare heerlijkheid +als eene andere Arabische Kasbah, de heilige stad Sidi-Bon-Saïd, die zeer waarschijnlijk een der voorsteden was van het oude +Carthago. Op den achtergrond verhief zich Tunis, geheel wit in het schitterende zonlicht boven het meer van Bahira, een weinig +achter dien arm, welke de Goulet aan alle de ontscheepten uit de pakketbooten van Europa als het ware toesteekt. + +</p> +<p>Op een afstand van drie mijlen van de haven lag een smaldeel van Fransche oorlogschepen ten anker, terwijl een weinig dichter +bij den kant eenige handelsvaartuigen voor hunne ankerkettingen lagen te dobberen, die door de groote verscheidenheid hunner +nationale vlaggen eene groote levendigheid aan die reede bijzetten. + +</p> +<p>Het was ongeveer één uur, toen de <i>Ferrato</i> op een afstand van drie kabellengten van de haven van Goulet haar anker liet vallen. Nadat de formaliteiten van den geneeskundigen +dienst vervuld waren, werd de vrije toegang aan de passagiers van het stoomjacht verleend. Dokter Antekirrt, Piet Bathory, +Luigi Ferrato en zijne zuster Maria namen plaats in de sloep, die dadelijk van boord afstak. + +</p> +<p>Na de havenpier omgeroeid te zijn, gleed zij door dat smalle kanaal, hetwelk steeds overvuld is met barkassen, sloepen, vletten +en andere ontschepingsvaartuigen, die aan beide kaden vastgemeerd waren, en legde dicht bij een onregelmatig gevormd plein +aan, hetwelk met boomen beplant, en met villaʼs, handelskantoren, koffiehuizen enz. omgeven was. Op dat plein wemelde het +van Malthezers, Joden, Arabieren, Fransche en inlandsche soldaten, die daar bij den ingang van de voornaamste straat der havenbuurt +drentelden. + +</p> +<p>De brief van Borik gaf Karthago tot adres op en die naam van <a id="d0e3193"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3193">123</a>]</span>eenige bouwvallen, die ter nauwernood op de oppervlakte van den bodem ontwaard worden, is alles wat van de geboortestad van +Hannibal overbleef. + +</p> +<p>Om zich naar het strand van Karthago te begeven, is het niet noodig gebruik te maken van het klein eindje Italiaanschen spoorweg, +dat den dienst verricht tusschen de Gouleta en Tunis en daarbij langs het meer van Bahira loopt. Hetzij men het strand volgt, +dat met zijn hard en fijn zand een uitnemend wandelpad voor de voetgangers oplevert, hetzij men den stofachtigen weg kiest, +die meer landwaarts in, de vlakte doorsnijdt, langs beide wegen bereikt men gemakkelijk den voet van den heuvel, waarop de +kapel van den Heiligen Lodewijk en het klooster der Algerijnsche zendelingen verrijzen. + +</p> +<p>Toen dokter Antekirrt en zijne reisgenooten ontscheepten, stonden verscheidene rijtuigen, met kleine paarden bespannen, te +wachten. In een oogwenk had men een rijtuig bestegen en was den koetsier bevel gegeven, om zoo spoedig mogelijk naar Karthago +te rijden. + +</p> +<p>Het rijtuig, na eerst de voornaamste straat van de Gouleta in flinken draf gevolgd te hebben, reed tusschen twee rijen prachtige +villaʼs door, die door de rijke Tunisiërs gedurende de warme maanden bewoond worden, daarna langs de paleizen van Keredina +en Mustapha, die op de kust in de nabijheid van de oude havenkommen der Karthaagsche stad verrijzen. Het is meer dan twee +duizend jaren geleden toen de mededingster van Rome dat geheele strand innam, van de punt der Goulet af tot aan de kaap, die +haren naam behouden heeft. + +</p> +<p>De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van twee honderd voeten hoog, is opgericht op dezelfde plaats, waar +men beweert, dat die koning van Frankrijk in 1270 gestorven zou zijn. Dat gebouwtje is te midden van eene omheining gelegen, +die meer oudheidkundige brokstukken, deelen van bouwwerken, stukken van standbeelden, van vazen, kommen, zuilen, kapiteelen +en architraven, dan boomen of struiken bevat. Het klooster der zendelingen, waarvan pater Delattre, een zeer geleerd archeoloog, +toen prior was, is meer achterwaarts gelegen. Van de hoogte van dien heuvel, waarop die omheinde plek staat, beheerscht men +geheel en al het zandige strand, van kaap Karthago af tot aan de eerste huizen der Goulet. + +</p> +<p>Aan den voet van dien heuvel verrijzen eenige paleizen van Arabische bouworde, die evenwel van pieren naar Engelsche mode +voorzien zijn, alsook van bevallige staketsels, die zich tot ver in zee uitstrekken en waaraan de sloepen en jollen der reede +kunnen aanleggen. Verder-op strekt zich de baai met alle hare voorgebergten, alle hare <a id="d0e3205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3205">124</a>]</span>uitstekende punten, alle hare inhammen, die bij afwezigheid van bouwvallen, hunne geschiedkundige herinneringen behouden hebben, +in hare geheele heerlijkheid uit. + +</p> +<p>Maar wanneer er paleizen en villaʼs aangetroffen werden tot op de plaats, waar voorheen de oude oorlogs- en handelshavens +van het machtige Karthago zich bevonden, dan vindt men er ook hier en daar tusschen de plooien van het heuvelland, te midden +van het in puin liggend gesteente, op een grijsachtigen bodem, die bijna ongeschikt ter bebouwing is, kleine huizen, ware +stulpen, waarin de armen der streek wonen. De meesten <span id="d0e3209" class="corr" title="Bron: ">van </span>de laatstbedoelde bewoners oefenen geen ander handwerk uit dan op de oppervlakte of in de eerste lagen des bodems naar min +of meer kostbare voortbrengselen van het Karthaagsche tijdperk, zooals bronzen, steenen voorwerpen, aardewerk, medailles, +munten, enz. te zoeken. Dat alles wordt door de kloosterlingen voor hun archeologisch museum opgekocht. Zij doen dat evenwel +veel meer uit medelijden, dan dat zij tuk op die zaken zouden zijn. + +</p> +<p>Eenige dier ellendige stulpen bezitten slechts twee of drie muurvlakken. Men zou ze met bouwvallen van marabouts kunnen vergelijken, +die in dit klimaat van hevigen zonneschijn, wit gebleekt zijn. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en zijne tochtgenooten gingen van de eene hut naar de andere. Zij bezochten ze in de hoop er mevrouw Bathory +aan te treffen. Toch konden ze niet gelooven, dat zij tot dien trap van ellende vervallen zoude zijn. + +</p> +<p>Plotseling hield het rijtuig stil voor eene nog ellendiger stulp, waarvan de deur slechts een gat vertoonde, dat in den muur +gebroken was. De muur zelf lag half in puin en was gedeeltelijk met struiken en ruig overdekt. + +</p> +<p>Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor die deur. + +</p> +<p>Piet had haar herkend!... Hij stiet een wilden kreet uit!... Hij sprong uit het rijtuig.... + +</p> +<p>“Moeder!... Moeder!...” riep hij. + +</p> +<p>Ja.... dat was zijne moeder!... Hij ijlde naar haar toe, knielde voor haar neder, sloot haar in zijne armen.... + +</p> +<p>Maar zij beantwoordde die liefkozingen niet. Zij zag hem met strakken blik aan. + +</p> +<p>Zij scheen hem niet te herkennen.... Neen ... dat oog stond levenloos ... dof.... + +</p> +<p>“Moeder!... Moeder!...” riep hij uit, terwijl de dokter met Luigi en zijne zuster naderden en zich bij hem voegden. + +</p> +<p>“Bedaar, bedaar, Piet,” sprak dokter Antekirrt. “In Gods naam bedaar. Uwe hartstochtelijkheid kan alles bederven.” + +</p> +<p>In dit oogenblik verscheen bij den hoek der hut een grijsaard, die zij nog niet bemerkt hadden. +<a id="d0e3236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3236">125</a>]</span></p> +<p>Dat was Borik. + +</p> +<p>Borik de trouwe dienstknecht! + +</p> +<p>Dadelijk herkende hij dokter Antekirrt. Zijne knieën knikten nu reeds en dat was wel te begrijpen. + +</p> +<p>Maar toen hij Piet herkende.... Piet, wiens begrafenisstoet hij tot op het kerkhof van Ragusa gevolgd was! Dat was te veel +voor den ouden man! Hij stortte bewegingloos neer, terwijl hij naar mevrouw Bathory wees en zijne lippen nog prevelden: + +</p> +<p>“Zij is krankzinnig!” + +</p> +<p>Krankzinnig! Dus op het oogenblik, dat die zoon zijne moeder wedervond, was alles wat haar overbleef, slechts een wezenloos +lichaam! En het zien van haar kind, dat zij dood moest wanen en dat daar plotseling voor hare oogen verschenen was, was niet +voldoende om haar de herinnering aan het verledene te hergeven! + +</p> +<p>Mevrouw Bathory was opgestaan met verwilderde, maar toch nog heldere oogen. Daarna trad zij de stulp binnen, zonder iets gezien, +zonder een enkel woord gesproken te hebben. Maria volgde haar op een teeken van dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Piet stond onbewegelijk bij de deur, zonder den moed, ja zonder de macht te hebben een pas te doen. + +</p> +<p>Borik had intusschen, dank zij de goede zorgen van den dokter, zijn bewustzijn herkregen. Toen hij een poos rondgekeken en +zijne verwarde gedachten verzameld had, riep hij uit: + +</p> +<p>“Gij, mijnheer Piet!... Gij!... Levend!... Hoe is het bij God mogelijk? Gij!... Levend!” + +</p> +<p>“Ja,” antwoordde Piet Bathory, “ja, levend!... En toch ware het beter, dat ik dood was!” + +</p> +<p>In korte trekken stelde dokter Antekirrt den ouden dienaar op de hoogte van hetgeen te Ragusa gebeurd was. Daarna deed Borik +op zijn beurt en niet zonder moeite het verhaal van de laatste twee maanden van armoede en ellende, die de arme vrouw doorstaan +had. Het was inderdaad een schrikkelijk verhaal, schrikkelijk vooral voor den zoon om aan te hooren. + +</p> +<p>“Maar,” vroeg dokter Antekirrt, zoodra hij de gelegenheid daartoe vond, “is het de dood van haren zoon, die de geestvermogens +van mevrouw Bathory gekrenkt heeft? Heeft zij zich dat verlies zoozeer aangetrokken?” + +</p> +<p>“Neen, mijnheer Antekirrt, neen,” antwoordde Borik. “Er is heel wat anders. Ik zal het u vertellen.” + +</p> +<p>“Wat dan?... Spreek, o spreek!” kreet Piet Bathory onstuimig, terwijl hij den ouden man bij de handen greep. + +</p> +<p>Ziehier, wat de trouwe dienaar toen in beknopte trekken, maar met horten en stooten verhaalde. + +</p> +<p>Toen mevrouw Bathory, na den dood van haren zoon, alleen <a id="d0e3271"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3271">126</a>]</span>op de wereld achterbleef, had zij Ragusa verlaten en zich in het dorpje Vinticello gevestigd, waar zij nog eenige bloedverwanten +bezat. Gedurende dat tijdperk zou men het weinige, dat zij in haar bescheiden woning bezat, te gelde maken, daar het haar +voornemen was, het huis in de Marinella-straat niet meer te betrekken. + +</p> +<p>Zes weken later keerde zij in gezelschap van Borik naar Ragusa terug, om de laatste hand aan de regeling harer zaken te leggen, +en toen zij in de Marinella-straat aankwam, vond zij een brief, die in de bus van het huis gestoken was. + +</p> +<p>Bij het lezen van dien brief was het reeds alsof hare geestvermogens geschokt werden. Zij las hem evenwel ten einde toe, stiet +toen <span id="d0e3277" class="corr" title="Bron: éen">een</span> kreet uit en stoof in ijlende vaart de straat op. Zij liep naar de Stradona-laan, stak die over en klopte aan de poort van +het hôtel Toronthal, die dadelijk geopend werd. + +</p> +<p>“Het hôtel Toronthal!...” riep Piet Bathory uit. “Mijn God, wat moet dat beteekenen?” + +</p> +<p>“Ja, het hôtel Toronthal,” antwoordde de oude Borik, “en toen ik mevrouw Bathory eindelijk ingehaald had, herkende zij mij +niet meer.... O God ... Piet, Piet, zij was krankzinnig! Volslagen krankzinnig!” + +</p> +<p>“Maar waarom ging mijne moeder naar het hôtel Toronthal” vroeg Piet Bathory onstuimig. + +</p> +<p>Borik keek hem met nieuwsgierigen blik aan, maar antwoordde niet dadelijk. + +</p> +<p>“Waarom ging zij naar het hôtel Toronthal?” herhaalde de jonge man, die den ouden dienaar met een verbijsterd oog aanzag, +alsof hij niets van het gesprokene begreep. “Wat had mijne moeder in Gods naam daar te doen?” + +</p> +<p>“Zij wenschte waarschijnlijk mijnheer Toronthal te spreken,” antwoordde Borik. + +</p> +<p>“Wat had zij toch met mijnheer Toronthal te maken?” vroeg de jonge man afgetrokken... “Maar... verder? Verder?” + +</p> +<p>“Mijnheer Toronthal had evenwel sedert twee dagen met zijne dochter die fraaie woning van de Stradona-laan verlaten, zonder +dat iemand wist, waarheen zij gegaan waren. Ziedaar alles wat ik op mijne pogingen om inlichtingen te verwerven, kon vernemen.” + +</p> +<p>“O, noodlot!” riep dokter Antekirrt uit. “Zonder dat iemand wist waarheen zij gegaan waren?...” + +</p> +<p>“Ja, heer dokter.” + +</p> +<p>“En die brief... die brief?...” vroeg Piet Bathory zoo hartstochtelijk mogelijk. “Die brief?...” + +</p> +<p>“Dien heb ik niet kunnen weervinden, mijnheer Piet,” antwoordde de grijsaard,” en hetzij mevrouw Bathory hem verloren of verscheurd +heeft, hetzij iemand haar dien afhandig gemaakt heeft, ik heb nimmer kunnen vernemen, wat hij inhield, hoeveel pogingen ik +daartoe <a id="d0e3304"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3304">127</a>]</span>ook heb aangewend, wanneer ik meende, dat de arme vrouw in meer heldere oogenblikken verkeerde.” + +</p> +<p>Die brief spoorloos verdwenen! Dat was inderdaad iets geheimzinnigs! + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, die dat verhaal opmerkzaam gevolgd had, wist geen <span id="d0e3310" class="corr" title="Bron: beduidenis">beteekenis</span> aan de handeling van mevrouw Bathory te verleenen. Welke kracht had haar naar dat hôtel van de Stradona-laan geleid, waarvan +haar juist alles verwijderd had moeten houden? En waarom had zij zulk een hevigen schok ondervonden, dat zij er krankzinnig +van was geworden, toen zij het verdwijnen van Silas Toronthal vernam? Inderdaad, dat alles kwam allen belanghebbenden zeer +raadselachtig voor. + +</p> +<p>Het verhaal van den ouden bediende, hoe dikwijls ook afgebroken door tranen, was nu spoedig geëindigd. + +</p> +<p>Het gelukte hem den ongelukkigen toestand van mevrouw Bathory geheim te houden, terwijl hij zich onledig hield met hare verdere +zaken te regelen en het weinige dat overbleef te gelde te maken. De aard van den waanzin van de ongelukkige vrouw was zacht +en kalm, en daardoor was het hem mogelijk geweest te kunnen handelen zonder argwaan te wekken. + +</p> +<p>Hij had slechts één wensch, namelijk Ragusa te verlaten en eene schuilplaats te zoeken, onverschillig waar, mits dat zij slechts +ver van die gevloekte stad gevonden werd. + +</p> +<p>Hij slaagde er eenige dagen later in, zich met mevrouw Bathory in te schepen op een der pakketbooten, die de kustvaart in +de Middellandsche zee uitoefenen, en zoo kwam hij te Tunis of beter bij de Gouleta aan. + +</p> +<p>Die streek kwam hem afgelegen genoeg voor en daar besloot hij zich te vestigen. + +</p> +<p>En hier in die vervallen stulp, wijdde de grijsaard zich geheel en al aan de verzorging, die de gekrenkte geestestoestand +van mevrouw Bathory noodzakelijk maakte. Zij scheen zelfs het gebruik der spraak terzelfder tijd met de rede verloren te hebben. +Maar hare bezitting was zoo armzalig, dat hij het oogenblik zag naderen, dat zij beiden tot de uiterste ellende zouden gedoemd +zijn. En dat op zooʼn leeftijd! Het was verschrikkelijk. + +</p> +<p>Onder die noodlottige omstandigheden herinnerde de oude zich dokter Antekirrt en de belangstelling, die hij immer omtrent +het gezin van Stephanus Bathory had laten blijken. Maar Borik wist niet, waar de dokter zich gewoonlijk ophield. Hij schreef +evenwel, en de brief, die zulk een hartverscheurenden wanhoopskreet inhield, had hij aan de goede zorgen van de Voorzienigheid +toevertrouwd. Het schijnt, dat de Voorzienigheid nog al goed den dienst der posterij uitoefent, daar de brief, in weerwil +van alles, aan zijn adres terecht gekomen was. +<a id="d0e3327"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3327">128</a>]</span></p> +<p>Wat thans te doen viel, was als het ware aangewezen. Mevrouw Bathory werd, zonder dat zij den geringsten wederstand bood, +naar het rijtuig gevoerd, waarin zij met haren zoon, Borik en Maria Ferrato, welke laatste haar niet meer verlaten zou, plaats +nam. Terwijl zij naar de Goulet reden, volgden dokter Antekirrt en Luigi Ferrato te voet het strand. Dat was, zooals wij weten, +niet ver. En die lichamelijke inspanning zou hen een gewenschte afleiding bezorgen. + +</p> +<p>Allen waren een uur later aan boord van het stoomjacht, dat onder volle stoomspanning gebleven was, ingescheept. Het anker +werd dadelijk gelicht en zoodra de <i>Ferrato</i> kaap Bon gerond had, stevende zij op den vuurtoren van Pantellaria aan. In den ochtend van den tweeden dag daarna, kwam het +stoomjacht in de haven van Antekirrta aan, en lag weldra met zijn kostbaren last aan boord aan de veilige kade gemeerd. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory werd dadelijk ontscheept en naar Artenak vervoerd en daar in een der beste kamers van het Stadhuis gehuisvest. +Maria Ferrato verliet hare woning om haren intrek bij de ongelukkige weduwe te nemen. + +</p> +<p>Welke nieuwe oorzaak van verdriet en smart die toestand zijner moeder voor Piet Bathory was, is wel na te gaan. + +</p> +<p>Die moeder krankzinnig, die moeder in hare geestvermogens gekrenkt onder omstandigheden, die waarschijnlijk onopgelost zouden +blijven. Als men nu maar de oorzaak dier waanzinnigheid kende, dan ware de eene of andere heilzame reactie te beproeven! Maar +men wist niets; men kon niets weten! En dat maakte allen nog radeloozer. + +</p> +<p>“Ik moet haar genezen!...” had de dokter, die zich geheel en al aan haar wijdde, meermalen in zich zelven gepreveld. “Ja!... +ik moet! ik zal slagen! In dien strijd moet ik overwinnen!” + +</p> +<p>Dat was evenwel eene uiterst moeielijke taak; want mevrouw Bathory bleef voortdurend volkomen bewusteloos, omtrent hetgeen +met haar en rondom haar voorviel. + +</p> +<p>Maar zou die machtige gedachten-opdringing, die dokter Antekirrt in zoo hooge mate bezat, en waarvan hij zoo onbetwistbare +bewijzen geleverd had, niet kunnen aangewend worden? Was het nu geen zaak om haar toe te passen, ten einde den geestestoestand +van mevrouw Bathory te wijzigen? Zou men niet door magnetische invloeden het geschokte hersenvermogen kunnen herstellen en +de rede kunnen vastketenen totdat de reactie, die toch niet uitblijven kon, ingetreden zoude zijn? Bedenkelijk schudde de +geleerde het hoofd. Hij wanhoopte aan den uitslag. + +</p> +<p>Piet Bathory smeekte den dokter, bezwoer hem als het ware, om toch schier het onmogelijke te beproeven tot genezing zijner +arme moeder. Het was te vergeefsch. + +</p> +<p>“Neen,” antwoordde dokter Antekirrt op diep bedroefden toon, “zelfs dat kan niet slagen.” + +<a id="d0e3351"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3351">129</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p129.jpg" alt="Toen knielde zij op de eerste trede en boog het hoofd voorover. (Bladz. 133.)" width="502" height="720"><p class="figureHead">Toen knielde zij op de eerste trede en boog het hoofd voorover. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3433" class="typeref">133</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e3363"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3363">130</a>]</span></p> +<p>“Waarom toch niet?” snikte de arme jongen wanhopig. “Waarom toch niet?” + +</p> +<p>“Omdat de krankzinnigen juist de sujetten zijn, die het meest weerstand aan het gedachten-opdringen bieden.” + +</p> +<p>“Maar... zeg mij, ware het toch niet te beproeven? O, dat er toch iets gedaan worde!” + +</p> +<p>“Neen, ik mag dat niet beproeven, Piet. Om den invloed der gedachten-opdringing te kunnen ondervinden,” ging de dokter onverstoorbaar +voort, “zou het noodig zijn, dat uwe moeder nog een persoonlijken onafhankelijken wil had, in wiens plaats ik den mijnen zou +kunnen stellen. Maar, ik herhaal het, dat zou zonder invloed op haar blijken. Daarenboven, zou zoo iets haar zenuwgestel zeer +aandoen.” + +</p> +<p>“Neen...! die uitspraak kan ik niet voor onwederlegbaar aannemen!” hernam Piet, die er maar niet toe komen kon, om toe te +geven. “Ik kan, ik wil niet aannemen, dat niet den een of anderen dag mijn moeders brein helder genoeg zal wezen, om haren +zoon te herkennen ... haren zoon, dien zij dood waant...!” + +</p> +<p>“Ja!... dien zij dood waant!” herhaalde dokter Antekirrt, als in gedachten verzonken “Maar,... wellicht,... wanneer zij u +levend waande,... of... wanneer zij, voor uw graf gebracht,... u zag verschijnen....” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt bleef bij dat denkbeeld verwijlen. Wat werkte hij in zijn brein uit? + +</p> +<p>Waarom zou zulk een moreele schok, die onder de meest gunstige omstandigheden aangebracht kon worden, geen invloed op mevrouw +Bathory hebben? In ieder geval zouden er geen nadeelige gevolgen van te vreezen zijn. + +</p> +<p>“Ik zal er de proef van nemen!” riep hij uit. “En... o, dat ik mocht slagen! Dat zou mij veel vergoeden!” + +</p> +<p>Van nu af werd het tafereel, dat opgevoerd moest worden, en het welslagen der proefneming kon verzekeren, eene ware studie, +de eenige gedachte van die mannen. Het gold toch niets minder dan bij mevrouw Bathory de uitwerkselen der herinnering, die +in haren tegenwoordigen toestand vernietigd of verdoofd schenen, te verlevendigen en dat onder zulke aangrijpende omstandigheden, +dat eene reactie in haar brein kon geboren worden. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt riep de hulp in van Borik en van Pescadospunt, om de plaatselijke gesteldheid van het kerkhof te Ragusa en +den vorm van het gedenkteeken, hetwelk op den grafkelder der familie Bathory stond, met genoegzame nauwkeurigheid weer te +geven. + +</p> +<p>Nu verrees er op het kerkhof van het eiland, ongeveer op een mijl afstand van Artenak gelegen, onder een groep van groenende +boomen eene kleine kapel, welke aan die van Ragusa niet ongelijk was. Men had slechts de omgeving een weinig te rangschikken, +om <a id="d0e3388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3388">131</a>]</span>de gelijkenis der twee monumenten te treffender te maken. Toen dat geschied was, werd op den muur van den achtergrond een +zwart marmeren steen geplaatst, waarop: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p class="aligncenter">STEPHANUS BATHORY +<br>1867. + +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>te lezen stond. Dat jaartal was het tijdstip van den dood van den martelaar voor de vrijheid van Hongarijë. + +</p> +<p>Den 13<sup>den</sup> November scheen het oogenblik gekomen te zijn, om met de voorbereidende proefnemingen tot opwekking der verstandelijke vermogens +van mevrouw Bathory door eene langzame en nagenoeg onmerkbare opklimming te beginnen. + +</p> +<p>Zoo omstreeks zeven uur des avonds nam Maria Ferrato, die daarbij door Borik bijgestaan werd, de weduwe onder den arm en bracht +haar buiten het Stadhuis. Daarna geleidde zij haar door het veld naar het kerkhof. Voor den ingang der kleine kapel gekomen, +bleef mevrouw Bathory zoo als zij steeds was, wezenloos, en sprak geen woord, hoewel zij door het heldere schijnsel eener +lamp, die in het gebouwtje brandde, den naam van Stephanus Bathory op de marmeren plaat had kunnen lezen. Alleen toen Maria +Ferrato en de grijsaard op de trappen der kapel knielden, was het alsof een bliksemstraal, die evenwel dadelijk verdween, +haren wezenloozen blik verlevendigde. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory was ongeveer een uur later op het Stadhuis terug, alsook zij, die haar nabij geweest waren, of haar gedurende +die eerste proefneming van verre gevolgd hadden. + +</p> +<p>Den volgenden dag en de verdere dagen hervatte men die proefnemingen, die evenwel geen resultaat schenen op te leveren. Piet +Bathory had ze met beklemde gemoedsaandoening gevolgd, en verkeerde inderdaad in volslagen wanhoop door den geringen uitslag, +hoewel dokter Antekirrt hem toch herhaaldelijk verzekerde dat de tijd hun eenige helper, hun beste bondgenoot moest zijn. +Hij wilde dan ook eerst den laatsten slag slaan, wanneer mevrouw Bathory genoegzaam voorbereid zou zijn, om er den geweldigen +schok van te kunnen doorstaan, niet eerder. Intusschen viel het niet te ontkennen, dat bij ieder bezoek op het kerkhof, toch +eene zekere verandering in den geestestoestand van de arme vrouw waar te nemen was. Zoo gebeurde het op een avond, dat mevrouw +Bathory, die eerst achteraf gebleven was, langzamerhand naderbij trad, en terwijl de oude Borik en Maria Ferrato op de treden +der kapel geknield lagen, het ijzeren hekwerk met hare handen omvatte, den achterwand, die door de lamp helder verlicht was, +scherp aankeek, en daarop met spoed achterwaarts ijlde. +<a id="d0e3409"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3409">132</a>]</span></p> +<p>Toen Maria haar ingehaald had, hoorde zij haar herhaaldelijk een naam mompelen. + +</p> +<p>Dat was wel de eerste maal, dat de lippen van de beklagenswaardige waanzinnige zich openden om te spreken. + +</p> +<p>Maar hoe groot was de verwondering,—neen meer dan verwondering,—de verstomming van allen, die haar toen omringden en het gesprokene +verstaan konden. + +</p> +<p>Die naam was dien van haren zoon niet. Het was het woord: “Piet” niet, dat aan hare lippen ontgleden was, maar het woord: +“Sava.” Hoe kwam die naam in deze oogenblikken haar te ontvallen? + +</p> +<p>De lezer zal bevroeden, wat Piet Bathory toen moest ondervinden. En wie zou kunnen beschrijven, wat bij die onverwachte oproeping +van den naam van Sava Toronthal in de ziel van dokter Antekirrt omging? Hij sprak evenwel geen woord, en liet in niets merken, +wat hij bij het hooren van dien naam moest lijden. + +</p> +<p>Op een anderen avond, dat de proefneming ook herhaald werd, kwam mevrouw Bathory, alsof zij door eene onzichtbare hand geleid +werd, uit eigen aandrang op den drempel der kleine kapel knielen. Zij boog haar hoofd toen voorover, een zucht welde uit hare +borst op, een traan ontsnapte aan hare oogleden. Maar dien avond ontglipte geen woord, geen naam aan hare lippen, en men zou +hebben kunnen meenen, dat zij den naam van Sava vergeten had. + +</p> +<p>Toen mevrouw Bathory op het Stadhuis teruggebracht werd, was zij ten prooi aan eene zenuwachtige opgewondenheid, die haar +anders vreemd was. De kalmte, die tot heden de karakteristieke aanduiding van haren gemoedstoestand was, had plaats gemaakt +voor eene zonderlinge inspanning. In dat brein werd voorzeker toen eene levenwekkende arbeid volbracht, die wel geschikt was, +om de opmerkers met hoop te vervullen. Dokter Antekirrt sloeg haar met alle aandacht gade. + +</p> +<p>Inderdaad, de lijderes bracht een naren en onrustigen nacht door. Zij prevelde herhaaldelijk woorden, die Maria Ferrato niet +vatten kon. Het was alsof zij droomde. Maar als zij werkelijk droomde, dan was dat het bewijs, dat het verstand begon weder +te keeren. Dat duidde op genezing, vooral wanneer de rede haar zou bijblijven bij het wakker worden. De hoop keerde in aller +harten weder, nu men het tijdstip van den einduitslag zag naderen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt besloot dan ook den volgenden dag eene nieuwe proefneming te wagen, waarbij het opgevoerde tafereel nog aangrijpender +zoude wezen. + +</p> +<p>Gedurende dien geheelen dag van den 18<sup>den</sup> was mevrouw Bathory onophoudelijk onder den invloed van eene zeer sterke hersen-overspanning. Dat trof Maria Ferrato zeer, +terwijl Piet, die bijna den geheelen tijd bij zijne moeder doorbracht, er een bijzonder gunstig <a id="d0e3433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3433">133</a>]</span>voorgevoel van ondervond. De arme jongen was evenwel zelf onrustiger en zenuwachtiger dan de lijderes. + +</p> +<p>De nacht brak aan,—een zwarte nacht, zonder dat zich een koeltje, na een dag, die zelfs onder de lage breedte van Antekirrta +zeer warm was geweest, had laten gevoelen. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory verliet, geleid door Maria Ferrato en door Borik, tegen half negen het Stadhuis. Dokter Antekirrt volgde, +eenigszins op een afstand blijvende, met Luigi Ferrato en Pescadospunt. + +</p> +<p>De geheele kleine volkplanting verkeerde in eene angstige spanning omtrent de verschijnselen, die te wachten waren. Eenige +toortsen, die onder het hooge geboomte van het kerkhof ontstoken waren, wierpen met hunnen dikken rook een spookachtig schijnsel +op de naaste omgeving der kapel. In de verte werd met regelmatige tusschenpoozen het luiden der klok van de kerk te Artenak +vernomen, hetwelk weerklonk, alsof eene begrafenis plaats had. + +</p> +<p>Piet Bathory ontbrak alleen aan de groep, die langzaam door het veld het kerkhof naderde. Hij was de overigen evenwel vooruit +gesneld, om in het gewichtige oogenblik van die uiterste proefneming op te treden. + +</p> +<p>Het was ongeveer negen uren, toen mevrouw Bathory op het kerkhof aankwam. Plotseling liet zij den arm van Maria Ferrato los +en stapte naar de kleine kapel toe. + +</p> +<p>Men liet haar geheel vrijheid van handelen onder den indruk van het nieuwe gevoel, hetwelk haar geheel en al scheen te beheerschen. +Een ieder ging uit den weg voor haar, maakte plaats voor haar. + +</p> +<p>Te midden eener doodsche stilte, die slechts afgebroken werd door het eentonige klokkengelui, bleef mevrouw Bathory een poos +stil en bewegingloos staan. Toen knielde zij op de eerste trede, en boog het hoofd voorover, terwijl men haar duidelijk hoorde +weenen.... Dat was eene handeling, die volgens dokter Antekirrt een zeer gunstig voorteeken opleverde. + +</p> +<p>In dit oogenblik ging het hek van de kapel langzaam open en verscheen Piet Bathory, in een wit lijklaken gehuld, alsof hij +uit zijn graf opstond, in het volle licht.... + +</p> +<p>“Mijn zoon!... mijn zoon!...” riep mevrouw Bathory, de handen naar Piet toestekende uit, terwijl zij daarbij in zwijm viel. +Gelukkig dat zij bijtijds door liefderijke armen werd opgevangen. + +</p> +<p>Die val was niets! Maar de herinnering en de gedachten waren bij haar herboren! En dat was alles! + +</p> +<p>De moeder had zich in dien kreet geopenbaard! Zij had haren zoon herkend! Dat was het voornaamste! + +</p> +<p>Door de zorgen van dokter Antekirrt was zij weldra weder bijgebracht en toen zij tot bewustzijn wedergekeerd was en hare oogen +den blik van haren zoon ontmoetten, riep zij: +<a id="d0e3459"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3459">134</a>]</span></p> +<p>“Levend!... mijn Piet,... levend! O, God! is dat toch waar?... Levend!... Mijn Piet!” + +</p> +<p>“Ja, zeker levend, moeder! levend voor u, levend om u, dierbare, dierbare moeder te beminnen!” + +</p> +<p>“En om haar ... ook te beminnen ... haar ... Piet, gij weet wel ... gij herinnert u toch nog?” + +</p> +<p>“Haar?...” riep Piet Bathory ten hoogste verwonderd uit. “Haar?...” + +</p> +<p>“Ja, haar!...” + +</p> +<p>“Wie haar? Moeder, spreek. Wie haar? Spreek dan toch, wat ik u bidden mag.” + +</p> +<p>“Zij!... Sava!...” + +</p> +<p>“Sava Toronthal?...” riep dokter Antekirrt op zijne beurt ten hoogste verbaasd uit. + +</p> +<p>“Neen, niet Sava Toronthal, maar Sava Sandorf!” antwoordde de arme moeder haastig. + +</p> +<p>Bij die woorden tastte mevrouw Bathory in haren zak en bracht daaruit den verkreukelden brief te voorschijn, die door de stervende +mevrouw Toronthal geschreven was, en reikte hem den dokter over. + +</p> +<p>De regels, die deze las, lieten geen den minsten twijfel omtrent de geboorte van Sava over! + +</p> +<p>Sava was het kind, hetwelk van het kasteel van Artenak opgelicht was! Dat was onwraakbaar duidelijk. + +</p> +<p>Sava was de dochter van graaf Mathias Sandorf! + +</p> +<p>Wat er in dat oogenblik in het hart van dien vader omging, zullen de lezers wel beseffen. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e3488" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">VII.</h2> +<h2 class="normal">EEN HANDDRUK VAN KAAP MATIFOU.</h2> +<p>Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting +van zijn klein eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, om tot de geheele volbrenging van de taak, +die hij ondernomen had, die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter daar zoo plotseling en onverwacht +door mevrouw Bathory genoemd <a id="d0e3495"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3495">135</a>]</span>werd, had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen niet te laten blijken. Toch had zijn hart een +oogenblik opgehouden te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou hij op den drempel der kapel neergestort +zijn, alsof hij door den bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel malen door het lijden gelouterd, +in die fiere borstkas. + +</p> +<p>Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel verheven. Het bewijsstuk lag daar. + +</p> +<p>Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in het vaderhart. + +</p> +<p>Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij... +hij, Mathias Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide jongelieden te beletten! + +</p> +<p>En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet +als door een wonder terugbekomen had! + +</p> +<p>Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak gebeurd? + +</p> +<p>O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden +nimmer wettelijk gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd geworden. Toen de bankier zich eenigen +tijd later te Ragusa vestigde, had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op te voeden. + +</p> +<p>Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne medeplichtige uitgevoerd. + +</p> +<p>Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot +vermogen; en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der +familie Sandorf zou weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn schandelijk bestaan. Hij zou dan heer +en meester der domeinen van Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd. + +</p> +<p>Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt was, het was toch voortreffelijk beraamd. + +</p> +<p>Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany +zich wel gehaast hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken. + +</p> +<p>Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans ondervinden? + +</p> +<p>Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling <a id="d0e3521"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3521">136</a>]</span>van feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de +gelegenheid te stellen zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem bij hunne ontmoeting te Cattaro +reeds onschadelijk had kunnen maken; eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen hij dezen aan den +dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij geweest +ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een +samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij +er dan niet in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, +dat moet erkend worden. + +</p> +<p>Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles. + +</p> +<p>O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den rampzaligen vader radeloos. + +</p> +<p>Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed. + +</p> +<p>Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te ontrukken? + +</p> +<p>Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, +het tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar af anders hare rechten te zullen verliezen.—Sarcany +wist dat, en deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Savaʼs toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. +De tijd was dus kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde dokter <span id="d0e3533" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span>. + +</p> +<p>In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. +Na dat verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen +die de echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan +hadden, zoo als hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest zijn tusschen Piet Bathory en haar, +die voor allen, ook voor hemzelven, Sava Toronthal genoemd werd? + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p137.jpg" alt="Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz. 143.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3710" class="typeref">143</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit te vinden,—wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin +Rena, zijn echtgenoote, gegeven was aan de goelet <i>Savarena</i>, zooals de naam van Luigiʼs vader aan het stoomjacht <i>Ferrato</i> verleend was.—Waarlijk, geene geringe taak, dat moet erkend <a id="d0e3556"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3556">137</a>]</span><a id="d0e3557"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3557">138</a>]</span>worden. Maar er was geen dag, geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten ingespannen worden, om tot +het doel te geraken. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, +die zich aan de grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat +was nochtans te ontwaren, aan welke aandoening hij ten prooi was. + +</p> +<p>De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij +was in haar kamer gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten. + +</p> +<p>Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten +moesten worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, mevrouw Bathory. + +</p> +<p>“Mevrouw,” sprak hij, “ik had reeds van uwen zoon den mijnen gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; +geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal +ik, dat kan ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne dochter! en Piet mijn zoon!” + +</p> +<p>Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk begrijpen, dat was haar wel aan te zien. + +</p> +<p>“Ja,” ging dokter Antekirrt voort, “dat hij in mij een waren vader, ik een waren zoon in hem vond...” + +</p> +<p>De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen beurtelings aan. + +</p> +<p>“Door hem Sava... mijne dochter... te laten trouwen!” lichte de dokter eindelijk toe. + +</p> +<p>“Uwe dochter?...” kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het voorhoofd bracht... “Sava uwe dochter?” + +</p> +<p>“Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is mijne dochter!” + +</p> +<p>“Maar... wie zijt ge dan?” vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij haar gelaat met de beide handen bedekte. + +</p> +<p>“Wie ik ben?... Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend van Stephanus, uwen echtgenoot!” + +</p> +<p>Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar +al kon zij van aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; +hoe <a id="d0e3587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3587">139</a>]</span>graaf Mathias Sandorf door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato gered was geworden; waarom deze gedurende +vijftien jaren onbekend en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder den naam van dokter Antekirrt +te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de Triëster samenzwering +gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter Antekirrt +hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte +ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal +en de Spanjaard Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze +kerel, die van Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn slachtoffer. + +</p> +<p>Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo +innigen band van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de daadzaken betreffende het ongelukkige jonge +meisje in bijzonderheden te behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, dat Sarcany voor niets zou +terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te nopen. Zij vestigden +in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, +toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest +ook hemel en aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat begrepen allen. + +</p> +<p>Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf +zich achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne +dochter was, en het was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, dat dit nog niet geweten werd. Dus +het diepste geheim werd daaromtrent aanbevolen. + +</p> +<p>“Maar waar is Sava?” vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte weer eenigermate verzameld had. + +</p> +<p>En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij: + +</p> +<p>“Waar haar te zoeken?... Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te ontdekken zijn?” + +</p> +<p>“O, dat zullen wij wel te weten krijgen!” antwoordde Piet, bij <a id="d0e3601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3601">140</a>]</span>wien de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen zoude. “Dat zullen wij wel uitvinden!” + +</p> +<p>“Ja!... dat zullen wij!” hernam dokter Antekirrt vastberaden. + +</p> +<p>“En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal +hij toch niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet +hij ons zeggen, al moet ook geweld gepleegd worden!” + +</p> +<p>“Ja, als hij het weet,... dan zal hij het moeten zeggen!” riep Piet Bathory woest uit. + +</p> +<p>“Ja!... dat moet!” zei de dokter. “Ik herhaal het, al zou geweld moeten gebruikt worden.” + +</p> +<p>“Onmiddellijk!” riep Piet Bathory uit. “Laten wij geen oogenblik verliezen.” + +</p> +<p>“Ja, onmiddellijk!” + +</p> +<p>Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen +verblijven. Er moest naar eene uitkomst getracht worden. + +</p> +<p>Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij +hen gevoegd had, werd dadelijk geroepen. + +</p> +<p>Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal +naar het Stadhuis over te brengen. + +</p> +<p>De bankier verliet een kwartier later het gekasematteerde vertrek, dat hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou +met zijne breede hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, en volgde gedwee zijn geleider door de +groote straat van Artenak, naar de Raadzaal. + +</p> +<p>De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer +ongerust, daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich sedert zijne gevangenneming bevond. + +</p> +<p>Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen. + +</p> +<p>Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling +bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen +hem plotseling een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen. + +</p> +<p>“Gij!... Gij!”... riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd uit. “Gij!... Gij, dokter Antekirrt!” + +</p> +<p>Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, hernemende<span id="d0e3633" class="corr" title="Bron: ">.</span> +<a id="d0e3636"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3636">141</a>]</span></p> +<p>“Zoo, zoo!” zeide hij. “Het is dokter Antekirrt, die mij op Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die +mij wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?” + +</p> +<p>“Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?” + +</p> +<p>“Ja, wederrechtelijk!” herhaalde de bankier, terwijl hij zijn toespreker onbeschaamd aankeek. + +</p> +<p>“Maar, toch niet onrechtvaardig!” antwoordde de dokter met indrukwekkende stem. + +</p> +<p>“Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u gedaan?” vroeg de bankier. + +</p> +<p>“Mij?” ... + +</p> +<p>“Ja, u?” + +</p> +<p>“Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u wellicht lief zal zijn.” + +</p> +<p>“Wanneer? Spreek! Wanneer?” + +</p> +<p>De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben. + +</p> +<p>“Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze ongelukkige vrouw gedaan?” + +</p> +<p>“Mevrouw Bathory!” riep de bankier uit, terwijl hij een paar stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op +hem toetrad. “Mevrouw Bathory! O God!” + +</p> +<p>“En haar zoon!” vulde dokter Antekirrt aan. “Zeg, wat hebt gij haren zoon gedaan?” + +</p> +<p>“Piet!” ... + +</p> +<p>“Ja, Piet!” + +</p> +<p>“Piet Bathory?” stamelde Silas Toronthal. “Geeft het graf dan zijn prooi terug?” + +</p> +<p>Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats +vastgehouden had. Die kolossus verwrikte niet. + +</p> +<p>Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof +te Ragusa begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal +gevoelde zich in zijne tegenwoordigheid hevig beangst.... Hij begon te begrijpen, dat hij de straf zijner misdaden niet zou +kunnen ontloopen.... Hij voelde, dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar hij zich voor aller oogen +kon verbergen. + +</p> +<p>“Waar is Sava?” vroeg eensklaps dokter Antekirrt. “Waar is dat jonge meisje, dat ...” + +</p> +<p>“Mijne dochter?” + +</p> +<p>“Sava is uwe dochter niet!” antwoordde dokter Antekirrt gestreng <a id="d0e3679"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3679">142</a>]</span>en met indrukwekkend gebaar. + +</p> +<p>“Sava, mijne dochter niet?” vroeg Silas Toronthal geheel en al onthutst. “Wie heeft u dat gezegd?” + +</p> +<p>“Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas +Zathmar, laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij mij? Dat is duidelijk!” + +</p> +<p>Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas Toronthal vernietigd. + +</p> +<p>Dokter <span id="d0e3689" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> wist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was! +Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele +schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen +ontgaan. + +</p> +<p>“Waar is Sava,” hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer veel wilskracht bedwong. + +</p> +<p>Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en scheen zich te beraden. + +</p> +<p>“Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? +Zult gij spreken?” + +</p> +<p>En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en schrikkelijk in stem en gebaren: + +</p> +<p>“Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare +toestemming af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt ... tot een huwelijk met een der verraders van haren +vader!” + +</p> +<p>Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar. + +</p> +<p>“Voor de laatste maal: waar is Sava?” brulde dokter Antekirrt buiten zich zelven. + +</p> +<p>Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon +Silas Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje +hem tot schild, tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard +had. Ziedaar, wat hem eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn getooverd had. + +</p> +<p>“Luister,” hernam de dokter, wien het gelukt was zijne zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, “hoor naar mij, Silas +Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door +te spreken! <a id="d0e3710"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3710">143</a>]</span>Welnu, weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd +u te vermoorden, zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft... Ja... twijfelt gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne +lasthebbers de hand op u legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester maakten, stond hij gereed met +zijn dolk toe te stooten... En zult gij, nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven sparen, die ook +jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek.” + +</p> +<p>Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. +Hij gaf dan ook geen antwoord. + +</p> +<p>“Waar is Sava?” herhaalde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet Bathory stond te knarsetanden van woede. + +</p> +<p>“Waar is Sava?” herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon te verliezen. + +</p> +<p>“Ik weet het niet!...” antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn geheim zorgvuldig te bewaren. + +</p> +<p>Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand +steeds in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen proberen een granietblok van zijne plaats te brengen. + +</p> +<p>“Genade... Genade!” riep hij, terwijl hij zich van pijn kromde. “Genade! ik smeek u!” + +</p> +<p>Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. + +</p> +<p>“Genade!” kreet de bankier, “zooʼn pijn heb ik nog nooit ondervonden! Mijne hand is verpletterd.” + +</p> +<p>“Zult ge spreken?... Of...” + +</p> +<p>En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef aanzette. + +</p> +<p>“Ja... Ja...” kreet de ongelukkige misdadiger. “Ja... ja!... ik zal spreken!” + +</p> +<p>“Welnu dan, haast u! Waar is Sava?” + +</p> +<p>“Sava... Sava...” stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken woorden kon antwoorden. + +</p> +<p>“Welnu, Sava?... Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik waarschuw u ten beste.” + +</p> +<p>“Sava.. in het huis... van Namir... de verspiedster van... Sarcany... Daar is zij opgesloten.” + +</p> +<p>“Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De waarheid, niets dan de waarheid!” + +</p> +<p>“Te... Tetuan! in Marokko!...” kreet de gemartelde. “Daar zult gij haar vinden.” +<a id="d0e3748"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3748">144</a>]</span></p> +<p>Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs +zijne zijde neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar ongeraden heeten. + +</p> +<p>“Breng den gevangene naar zijne cel terug!” zei dokter Antekirrt; “wij weten, wat wij verlangden te vernemen.” + +</p> +<p>Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit en sloot hem in zijn kasemat op. + +</p> +<p>Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk wijf! + +</p> +<p>Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat +boevenverblijf te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch +het jonge meisje opgesloten hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen! + +</p> +<p>“Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet,” zei de dokter op kalmen toon. + +</p> +<p>Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen +den kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets beters te doen, dan zich in te schepen op een van die +snelvarende vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende. + +</p> +<p>Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het middernachtsuur moesten aangeven, had de <i>Elektriek</i> 2 haar anker gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche zee in. + +</p> +<p>Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou. + +</p> +<p>Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen had hij nimmer gezien. + +</p> +<p>Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met +list of gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, waarin Sarcany zich te midden van die geheel +Marokkaansche stad zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf van dien man in de woning van Namir +en van het personeel, waarover hij kon beschikken. + +</p> +<p>Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor alles. En daarom moest spoed gemaakt worden. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p145.jpg" alt="Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz. 147.)" width="501" height="720"><p class="figureHead">Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3813" class="typeref">147</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, +hetgeen ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu de <i>Elektriek 2</i> zich met volle kracht voorwaarts <a id="d0e3791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3791">145</a>]</span><a id="d0e3792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3792">146</a>]</span>bewoog, dan kon zij om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel sneltreinen op de spoorwegen van het +vasteland bereiken die snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de wind geen vat had, dat door de deininggolven +heenschoof, zonder er vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen brekers scheen te geven, zou niet +eens vijftig uren noodig hebben, om ter gewilder plaatse te komen. + +</p> +<p>De <i>Elektriek 2</i> was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de monding +van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. +La Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, +Stora, Bougie, Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals +Ceuta aan Spanje toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij kaap Negro afrondt, dat geheele panorama +van de Afrikaansche kust ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de dagen van 20 en 21 November voor +de oogen der opvarenden, zonder dat een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de machine, door de accumulatoren +bewogen, in de gelegenheid geweest, dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed. + +</p> +<p>Werd de <i>Elektriek</i> ook al <span id="d0e3804" class="corr" title="Bron: ontwaad">ontwaard</span>, nu eens langs en evenwijdig aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, die zij van kaap tot kaap +doorsneed, dan moesten de kustwachters wel aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een buitengewoon +grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, +ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het +ook bij. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in +den avond bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door +de aardrijkskundigen Martil genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen. + +</p> +<p>Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren +en een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen +aangenomen, zoodat zij dadelijk konden vertrekken. + +</p> +<p>In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen <a id="d0e3813"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3813">147</a>]</span>noch van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die het land afloopen, iets te vreezen. Het land is +bovendien zeer slecht bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, die met schrale boompjes en struiken +bezaaid is. De lezer moet zich niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; neen, het was slechts een +pad, dat eer aan de hoeven der paarden of muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene zijde vloot +de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen +zich lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er +ook op het droge gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich eene reeks van kale heuvels, die zich +in de verte bij het zuidelijk gebergte aansloten. + +</p> +<p>De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer +bleeke stralen in den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten van den noorder-gezichteinder zich +minder nauwkeurig afteekenden. In de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de stad voor als eene +onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen achtergrond. + +</p> +<p>De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande +wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig +licht te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids +te spreken. Na eenige woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd de weg vervolgd. Klinkende munt +was hierbij het hoofdmiddel om vlug vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen. + +</p> +<p>Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort. + +</p> +<p>Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn +vertoonde, goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten +te mijden, rustig voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel somwijlen achter. Toch moest het daarom +niet minder geacht worden dan de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn minst voor twee. + +</p> +<p>Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet weerhouden kon: +<a id="d0e3825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3825">148</a>]</span></p> +<p>“Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!” + +</p> +<p>Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, +de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze +met allerlei arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig +aan die groote kaaimannen gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen. + +</p> +<p>De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte +dat ook, en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door +andere poorten van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde tooverwoord geopend konden worden. + +</p> +<p>Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën bezit. + +</p> +<p>Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers bij eene herberg aan,—eene fonda, zooals zij plaatselijk +genoemd wordt,—de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den +dienst van kellner waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit. + +</p> +<p>Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren +door het gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger +der Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan +verreweg het grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn. + +</p> +<p>Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en +hoe hij ook haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier moest immers noodzakelijk met de uiterste +voorzichtigheid gehandeld worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene ontvoering ernstige moeielijkheden +ondervinden en opleveren. Het voor en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien was het raadzaam, om +onverschillig welken losprijs voor de vrijheid van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter Antekirrt +of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava +een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat +men zich hier niet in een beschaafd land van <a id="d0e3840"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3840">149</a>]</span>Europa bevond, waar justitie en politie hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat brandpunt van +slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou +bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter +was van graaf Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en +weinig toegankelijk. Men kan er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon zelfs vruchteloos blijken, +in de vooronderstelling altijd, dat die bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten. + +</p> +<p>Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat +geen achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij het krieken van den dag met Luigi Ferrato op +kondschap uitgaan. Deze laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland Malta eenigermate de Arabische +taal geleerd. Beiden zouden trachten op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, wier naam toch bekend +moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden kunnen handelen. + +</p> +<p>In afwachting had de <i>Elektriek</i> 2 eene schuilplaats gezocht in een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de Tetuan-rivier, alwaar dat +vaartuig gereed moest blijven, om op het eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te vinden en weldra +lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven van het vasteland. + +</p> +<p>Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt +en Kaap Matifou betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die met porselein ingelegd waren, dan hadden +zij thans redenen te over om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed. + +</p> +<p>Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, +waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld had<span id="d0e3853" class="corr" title="Bron: ">.</span> Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij +daar de rol van verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, dat hij haar ontmoette; maar daar zij +hem niet kende, zou dat geen nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te volgen hebben. + +</p> +<p>De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en <a id="d0e3858"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3858">150</a>]</span>smerig, waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen lappen van verschillende tint en kleur, <span id="d0e3860" class="corr" title="Bron: o vertouwen">over touwen</span> gespannen, beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal zag men sombere winkels en uitstallingen, waar +geborduurde zijden stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, een soort van sloffen, geldtaschjes, +burnous, aardewerk, juweelen, halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, kandelaars, wierookvaten, lantaarns,—in +één woord alles, wat zich in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt en wat hier als het ware op de +straat te koop aangeboden wordt. + +</p> +<p>Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het moeite kostte, om zijn weg te vervolgen. + +</p> +<p>Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt +gelaat, Arabieren, Kabylen, <span id="d0e3867" class="corr" title="Bron: Marrokkanen">Marokkanen</span>, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid van +Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, +was om in dat gedrang bij elkander te blijven. + +</p> +<p>Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te +bespeuren. + +</p> +<p>En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was inderdaad eene teleurstelling. + +</p> +<p>Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden +gelden van al de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt +en waarvan de produkten op al de <span id="d0e3876" class="corr" title="Bron: Marrokkaansche">Marokkaansche</span> bazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, uit te kramen. + +</p> +<p>De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, +een Kabylische jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van een Parijzer straatjongen, die verzekerde +dat hij de Marokkaansche kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige geldstukken, naar hare woning +te geleiden. Dat was een lichtpunt, dat in de duisternis scheen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p151.jpg" alt="Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bldz. 150.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bldz.</abbr></span> <a href="#d0e3858" class="typeref">150</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, +die naar de vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de +laaggebouwde en <a id="d0e3893"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3893">151</a>]</span><a id="d0e3894"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3894">152</a>]</span>spaarzame huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig en somber uit. Intusschen wachtten dokter +Antekirrt en Piet Bathory de terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld af. Wel twintig malen +waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, dat +zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee +hen ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven +dus ten prooi aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun ongeduld te dooden. + +</p> +<p>Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda terugkeerden. + +</p> +<p>Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige tijdingen mede te deelen hadden. + +</p> +<p>En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan +verlaten, terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was. + +</p> +<p>Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd. + +</p> +<p>“En toch is dat vertrek heel natuurlijk,” merkte Luigi Ferrato na het verhaal hunner nasporing op. + +</p> +<p>En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan. + +</p> +<p>“Wat bedoelt gij?” vroegen beiden tegelijk. + +</p> +<p>“Moest Sarcany niet vreezen,” ging Luigi voort, “dat Silas Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, +zijne schuilplaats zou openbaren?” + +</p> +<p>Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet. + +</p> +<p>Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was +nimmer teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, +voelde hij datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer. + +</p> +<p>Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan +eene enkele herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden +was. Misschien ook zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, hen uiterst nuttige inlichtingen +voor hunne verdere nasporingen kunnen geven of verkoopen. +<a id="d0e3918"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3918">153</a>]</span></p> +<p>Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen een half uur waren zij er. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. +Hij was zoo even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij +zijn vriend had mogen ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen. + +</p> +<p>Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al +dadelijk weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling +voor haren meester ademden. + +</p> +<p>Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert +lang beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje +had, sedert hare aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer de woning verlaten. Men verhaalde dat +zij van Arabische afkomst was, maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij eene Europeesche moest +zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de afwezigheid +van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van te vertellen. + +</p> +<p>Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was +dat zij ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de +woning onder hare bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude gevonden hebben om haar te verkoopen—waaruit +de gevolgtrekking was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet +te vertellen. Het nieuws wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, +alles goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op +een van die pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat +reeds duidde op plannen, die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer vrienden niet weinig. + +</p> +<p>Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan vertrokken was, om te gaan.... Ja, waarheen? Naar de een of +andere oase in de woestijn?... Of nog verder, naar een van die <a id="d0e3933"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3933">154</a>]</span>streken, welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou +afhangen? Hoe dat te weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het spoor eener karavaan als van een +persoon alleen weer te vinden! Het spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het kielzog van een vaartuig +zich verliest in de wateren van den Oceaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste +golden, mede te deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen wilde. Maar hoe hij ook praatte, en +hoe hij het ook verder aanlegde, het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen. + +</p> +<p>Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het +drama te bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden. + +</p> +<p>Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht +ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook +hunne hoop hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij den weg zou kunnen wijzen. + +</p> +<p>Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. +Hoe veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp +en verlossing kon rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden dokter Antekirrt en Piet Bathory die +kamer en zochten het geringste merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen. + +</p> +<p>Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In +dat komfoor bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam verbrand, maar niet volkomen verteerd waren. + +</p> +<p>Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk. + +</p> +<p>Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden? + +</p> +<p>Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door Sarcany of Namir vernietigd? + +</p> +<p>Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero gebogen stond, gevolgd. + +</p> +<p>“Wat is er toch?” vroeg hij, met een angstig voorgevoel. “Wat ziet gij toch in dat komfoor?” +<a id="d0e3955"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3955">155</a>]</span></p> +<p>Antekirrt wees op de papierasch. + +</p> +<p>En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en +staken zwart af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, hoewel de woorden onvolkomen waren: “mev... +Bath...” Ja, dat stond er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen. + +</p> +<p>Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan +de eenige persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon? + +</p> +<p>Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: namelijk die van haren zoon... + +</p> +<p>Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was... +Maar zijn blik was beneveld!... Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!... + +</p> +<p>En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge meisje kon brengen,... een woord dat dokter Antekirrt in +staat was bijna ongeschonden waar te nemen: + +</p> +<p>“Tripoli!”... riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: “Ja, dat staat er duidelijk... Zie maar... Tripoli!” + +</p> +<p>Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany +eene toevlucht gezocht had! + +</p> +<p>Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had. + +</p> +<p>“Naar Tripoli!” zei de dokter. “En zonder een dag, zonder een uur, zonder eene minuut te verliezen!” + +</p> +<p>“Naar Tripoli!” herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. “Gij hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!” + +</p> +<p>Dienzelfden dag waren allen weer op de <i>Elektriek 2</i> ingescheept en had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het punt was, om aldaar aan te komen. En +mocht hij reeds aangekomen zijn, dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen zou geschied zijn. + + +<a id="d0e3983"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3983">156</a>]</span></p> +</div> +<div id="d0e3984" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">VIII.</h2> +<h2 class="normal">HET OOIEVAARS-FEEST.</h2> +<p>Tripoli, in het Turksch <i>Tarablus Giharb</i>, ook Tripolitanië geheeten, is de meest Oostelijke der Berberijsche Staten en ligt aan de Middellandsche zee tusschen Tunis +en Egypte en beslaat met de daartoe behoorende landstreken Fezzan en Barka, eene oppervlakte van ruim zestien duizend twee +honderd vierkante geografische mijlen. Tripoli vormt eene vlakte, waarover slechts hier en daar uitloopers van het Atlasgebergte +zich uitstrekken, en is vooral langs de kust zeer zandig. Terwijl de westelijke kustlanden vrij goed besproeid en vruchtbaar +zijn, is het landschap Sort, hetwelk woestijn beteekent, ten oosten van kaap Mesurata, aan de Golf van Sidra gelegen, zeer +onvruchtbaar en bedekt met duinen en moerassen, welke laatsten met zout water gedrenkt zijn. In het binnenland strekt de vlakte +Westwaarts zich uit tot aan de Zwarte Bergen, die ongeveer 2700 voet hoog zijn en de noordelijke grenzen van Fezzan vormen +en daar door diepe ouaddiʼs of rivieren doorsneden zijn, welke hier en daar aan een weligen plantengroei het aanschijn verleenen. + +</p> +<p>Het klimaat is in Tripoli over het algemeen gezond en de winter wordt er vervangen door den regentijd. + +</p> +<p>Tripoli is bevolkt door 1,550,000 inwoners, die in de steden tot de Mooren en op het land tot de Arabische Bedouinen en de +Berbers behooren. Allen zijn natuurlijk belijders van den Mohammedaanschen godsdienst. Daarenboven zijn er ook veel Israëlieten, +terwijl er in de stad Tripoli ook nog een paar honderd Europeanen, meest Italianen, aangetroffen worden. + +</p> +<p>De Bedouinen houden zich vooral bezig met de veeteelt, en de Mooren met den handel, vooral met den karavaanhandel. De nijverheid +is in dat rijk weinig ontwikkeld; maar levert toch fraaie zijden, wollen en katoenen stoffen, wapens, lederen en metalen voorwerpen. +De Tripolitaansche Staat vormt een ejalect of onderhoorigheid van het Turksche rijk en wordt namens den Sultan van Constantinopel +bestuurd door een gouverneur-generaal. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p157.jpg" alt="“Wat ziet gij toch in dat komfoor?” (Bladz. 154.)" width="498" height="720"><p class="figureHead">“Wat ziet gij toch in dat komfoor?” (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3933" class="typeref">154</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De stad Tripoli, in het Arabisch Tarabolus geheeten, is op eene landtong aan de Middellandsche Zee gelegen. Zij wordt beschermd +door hooge muren, bezit een fraai paleis voor den gouverneur-generaal, heeft nauwe maar zindelijke straten en eene door flinke +batterijen <a id="d0e4012"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4012">157</a>]</span><a id="d0e4013"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4013">158</a>]</span>gedekte haven voor den zeehandel met Europa en den binnenlandschen handel met Afrika. In de stad telt men twaalf moskeeën, +onderscheidene synagogen, eene Roomsch-Katholieke kapel, vele openbare baden, bazaars, karavanceraʼs, scholen, hôtels, enz. +Er bestaat een levendige handel in corduaanleder, in wollen en zijden stoffen en zij telt eene bevolking van dertig duizend +zielen. + +</p> +<p>Deze stad is het aloude Oea en in haren onmiddellijken omtrek vindt men nog vele oudheden. + +</p> +<p>Zij behoorde weleer tot het naburige Karthago en vormde daarvan de Regio Syrtica of de Syrtische landstreek. Na den tweeden +Punischen oorlog werd zij door de Romeinen ten prooi gelaten aan de Numidische koningen, en na de onderwerping van dezen, +bij de Romeinsche provincie Afrika gevoegd. + +</p> +<p>Nadat in de derde eeuw na Christus, het gebied der drie steden Oea, Sabrata en Groot Deptis tot ééne provincie verheven was, +ontstond de Grieksche naam Tripolis of Drie Steden. Na den inval der Arabieren in de VII<sup>de</sup> eeuw, deelde de stad het lot van het overige Barbarije. + +</p> +<p>In 1509 werd de stad Tripoli door de Spanjaarden onder graaf Pietro van Navarra veroverd en aan het gezag van een Spaanschen +stadhouder onderworpen. Keizer Karel V gaf haar in 1530 in leen aan de ridders van Sint Jan, maar reeds in 1551 werd zij door +de Turken heroverd en was na dien tijd de hoofdzetel der zeerovers aan de Afrikaansche kust. In 1681 deed Koning Lodewijk XIV +de Tripolitaansche zeeschuimers door den admiraal Duquesne in de haven van Seios aantasten, waarbij vele hunner schepen in +den grond geboord werden. In 1685 bombardeerde de maarschalk dʼEstrées de stad met zoo goed gevolg, dat de Dey den vrede met +een half millioen livres koopen moest. In 1714 maakte de Turksche Pacha Hamed Bey zich nagenoeg onafhankelijk van de Porte, +doordien hij aan deze enkel een jaarlijksche schatting betaalde en de dynastie der Karamanli stichtte. In 1728 ondernamen +de Franschen eene expeditie tegen Tripoli, die met de verwoesting der stad eindigde. Evenwel vernietigde eerst de verovering +van <span id="d0e4026" class="corr" title="Bron: Algiërs">Algiers</span> door de Franschen in 1830 de te Tripoli gevestigde zeeschuimers. In 1835 eindelijk ontzette de Porte het Huis Karamanli van +zijne heerschappij en voegde Tripoli als een ejalect aan het Turksche rijk. + +</p> +<p>Die aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden zullen den lezer gewis niet onwelkom geweest zijn, en kunnen wij thans ons +verhaal vervolgen. + +</p> +<p>Het uitgestreke plein van Soung Ettelati, dat zich ten oosten buiten de muren van Tripoli uitspreidt, leverde op den 23<sup>sten</sup> November een zonderlingen aanblik op. Dien dag zou men onmogelijk hebben kunnen zeggen, of dat plein woest of wel vruchtbaar +was. Op zijne <a id="d0e4036"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4036">159</a>]</span>oppervlakte wemelde het toch inderdaad van veelkleurige tenten, die met roode kwasten uitgemonsterd en met vlaggen versierd +waren en de meest schelle kleuren te zien gaven, van gourbis, welks tentlinnen versleten en veelvuldig versteld, den bewoners +daarvan slechts onvolkomen beschutting kon verleenen tegen den invloed van den “gibly,” een drogen en heeten wind, die uit +het zuiden waait. Hier en daar werden groepen van paarden ontwaard, die op oostersche wijze getuigd waren, van kameelen, die +op het zand uitgestrekt lagen en wier hoofd veel op een half geledigd vat geleek, van kleine ezels, die niet veel grooter +waren dan groote honden, van muildieren met die overgroote zadels getuigd, welker lepel en zadelknop als een bult van een +kameel uitsteekt. Verder waren daar ruiters, met het geweer op den rug, met de knieën ter hoogte van de borst, met de voeten +in stijgbeugels, die wel eenigermate op sloffen gelijken, met een dubbele sabel aan den koppel, die dan te midden van eene +groote menigte van mannen, vrouwen en kinderen rond galoppeerden, zonder zich te bekreunen, of zij ook iemand in het voorbijgaan +overrijden en verpletteren konden. Eindelijk werden daar ook nog inboorlingen aangetroffen, die bijna eenvormig met de Barbarijsche +“haouly” gekleed waren, waaronder men geen man van eene vrouw zou kunnen onderscheiden, wanneer de mannen namelijk de plooien +van dat kleed of die soort deken niet ter hoogte hunner borst met een koperen knoop vastmaakten, terwijl de vrouwen de voorslip +zoodanig over het gelaat trekken, dat slechts het linker oog zichtbaar is. De onderkleeding van die haouly, die slechts een +soort wollen mantel is, verschilt volgens de klasse, waartoe de drager behoort. De armen dragen haar over de naakte huid, +de welgestelden dragen daaronder het vest en de breede broek der Arabieren; de rijken hebben prachtige kleedingstukken, geruit +wit met blauw, waaronder zij een tweede haouly van gaas dragen, die uit wol met zijde doorweven bestaat en op een hemd, dat +met gouden koortjes versierd is, gedragen wordt. + +</p> +<p>Waren het alleen Tripolitanen, die daar op dat plein verzameld waren? + +</p> +<p>Zeker niet. In den omtrek van de hoofdstad verdrongen zich kooplieden van Ghadamès en Sohna en werden gevolgd door eene escorte +van zwarte slaven. Dan waren daar Joden en Jodinnen uit de omliggende provinciën. De laatstbedoelden hadden het gelaat ongesluierd, +waren volgens hunne geaardheid vet en droegen zeer onsmaakvolle broeken. Verder wemelden daar negers uit de naburige plaatsen +die hunne ellendige dorpen verlaten hadden, om hier de feestelijkheden te komen bijwonen. Deze droegen zeer weinig linnengoed, +daarentegen veel sieraden bestaande uit ruwe koperen armbanden, halssnoeren van schelpen, reeksen van dierentanden, <a id="d0e4042"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4042">160</a>]</span>zilveren ringen in de ooren en in het neusbeen. Dan nog werden daar ontwaard Benoulienen, Awagairren, die den omtrek der Syrtische +baai bewonen en die uit den dadelboom, die in hun land groeit, wijn, vruchten, brood en confituren trekken. En eindelijk te +midden van die opeenhooping van Mooren, Berbers, Turken, Bedouïnen en zelfs Moucafirs, zooals de Europeanen genoemd worden, +paradeerden pachaʼs, cheiksʼs, kadiʼs, kaidʼs, in één woord al de voornamen van die buurt, die door de menigte van rajaʼs +drongen, welke laatsten nederig en voorzichtig uitweken voor de ontbloote sabel der soldaten of voor den politiestok der rapties, +wanneer de gouverneur-generaal van dat Afrikaansche bewind van die Turksche provincie, welker administratie—zooals wij weten—van +den Sultan van Constantinopel afhankelijk is, in zijne voorname en verheven onverschilligheid voorbijging. + +</p> +<p>Men telt, zooals reeds gezegd werd, meer dan vijftienhonderdduizend bewoners in het Regentschap Tripoli, met een garnizoen +van duizend soldaten. Hierbij dient gevoegd te worden een duizendtal voor de Djebel-, en vijfhonderd voor de Cyrenaïsche streken. +De hoofdplaats Tripoli, alleen in de bevolkingstelling opgenomen, bevat niet meer dan dertig of hoogstens vijf en dertig duizend +zielen. Dien dag kon evenwel gerekend worden, dat het aantal dier bevolking minstens verdubbeld was, door den toevloed van +nieuwsgierigen, die van het geheele regentschap samengestroomd waren. Die landbewoners hadden evenwel geen onderkomen in de +hoofdstad des rijks gezocht. Want een zoo groote menigte zou noch tusschen de weinig rekbare walmuren van de versterkte omheining, +noch in de woningen, die door het slechte gehalte der gebezigde bouwmaterialen, weldra in een staat van puinhoopen verkeeren, +noch in de nauwe en smalle ongeplaveide straten en stegen, waarin voor het meerendeel zelfs de vrije toetreding van lucht +ontzegd is, noch in de havenvoorstad, alwaar zich de consulaten bevinden, noch in het westerkwartier, waar de Joodsche volksstam +krioelt, noch in het overige gedeelte der stad, dat ter beschikking van het Muzelmansche ras is gebleven, een beschikbare +ruimte tot onderkomen aangetroffen hebben. Dat ware inderdaad eene volkomen onmogelijkheid geweest. + +</p> +<p>Maar het plein Soung-Ettelâtch was uitgestrekt genoeg, om de vele vreemdelingen te bevatten, die samengekomen waren, om het +Ooievaars-feest bij te wonen, dat eene legende tot grondslag heeft, welke steeds eenstemmig in de oostelijke landen van Afrika +herdacht wordt. Wij zullen straks wel zien waarin dat Ooievaars-feest bestaat. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p161.jpg" alt="Hier en daar sprongen ruiters rond en schoten hunne lange geweren en ruiterpistolen af. (Bladz. 172.)" width="497" height="720"><p class="figureHead">Hier en daar sprongen ruiters rond en schoten hunne lange geweren en ruiterpistolen af. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4236" class="typeref">172</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Die vlakte met haar geel zand, die door de zee bij langdurige oostewinden somtijds overstroomd wordt, kan beschouwd worden +als een stukje van de Sahara-woestijn. Zij omgeeft de stad langs drie <a id="d0e4060"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4060">161</a>]</span><a id="d0e4061"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4061">162</a>]</span>kanten en heeft eene breedte van nagenoeg een kilometer. Als eene tegenstelling, die schril afsteekt, ontwikkelt zich aan +hare zuidelijke grensscheiding de oase Menehié, met hare gebouwen, welker muren van witheid schitteren; met hare tuinen, die +met behulp van magere koeien, die het water met een lederen drijfriem uit de diepe putten te voorschijn halen, besproeid worden; +met hare bosschen van dadelpalmen, oranje- en citroenboomen; met hare steeds groene struiken, met bloemen overdekt; met hare +antilopen, hare gazellen, hare flamingoʼs. Die oase is een uitgestrekt afgesloten geheel, waarin eene zeer nijvere bevolking +leeft, die niet minder dan dertig duizend zielen telt en grootendeels van de veeteelt, den akkerbouw en karavaanhandel bestaat. + +</p> +<p>Daarachter wordt de eigenlijke woestijn aangetroffen, die op geen enkel punt van het uitgestrekte Afrika de kust van de Middellandsche +zee zoo nabij komt. De woestijn, met hare beweeglijke duinvormingen, met hare onmetelijke uitgestrektheid van zand, waarvan +de baron de Krafft zoo juist gezegd heeft, “dat de wind daarop even gemakkelijk golven veroorzaakt als op de zee”; een ware +<span id="d0e4065" class="corr" title="Bron: Lybysche">Lybische</span> oceaan, waarop zelfs de nevel niet ontbreekt, die evenwel uit onvoelbare stof bestaat. + +</p> +<p>Het Tripolitaansche rijk—een grondgebied bijna zoo groot als dat van Frankrijk—strekt zich tusschen het Regentschap Tunis, +Egypte en de Sahara uit, en heeft eene kustlijn van ruim drie honderd kilometer langs de Middellandsche zee. + +</p> +<p>Het was in deze provincie dat Sarcany, na Tetuan verlaten te hebben, eene schuilplaats gezocht had. Die streek kon gerekend +worden te behooren tot de minst bekende van Noord-Afrika, waar iemand zich dus gevoegelijk kon verbergen, zonder de vrees +te koesteren, althans van wege Europeesche autoriteiten ontdekt te zullen worden. Hij was in Tripoli geboren en dat land was +het tooneel zijner eerste heldendaden geweest. Hij deed dus niets meer dan naar zijn bakermat terugkeeren. Daarenboven was +hij, zooals de lezer zich ongetwijfeld herinneren zal, geaffilieerd aan het zoo gevreesde bondgenootschap van Noord-Afrika +en kon hij daar op werkelijke hulp van de Senousisten rekenen, welker belangen hij steeds in den vreemde ijverig had voorgestaan +en voor wie hij steeds inkoopen van wapenen en munitiën had verricht. Het was vooral als agent dier dweepers, dat hij indertijd +Silas Toronthal zeer veel geld had laten verdienen. + +</p> +<p>Toen hij dan ook te Tripoli aankwam, had hij huisvesting gevonden in de woning van den Moquaddem Sidi Hassan, het erkende +opperhoofd van de Sectegenooten in het district. Bij dien man was hij volkomen te huis. + +</p> +<p>Na de ontvoering van Silas Toronthal op den weg naar Nizza, <a id="d0e4076"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4076">163</a>]</span>eene ontvoering die voor Sarcany onverklaarbaar was gebleven, had deze Monte Carlo verlaten. Eenige duizenden franken, de +laatste van vroegere winsten, die hij niet als laatsten inzet gewaagd had, hadden hem veroorloofd, om in de onkosten zijner +reis te voorzien en aan de overige mogelijke gebeurlijkheden het hoofd te bieden. En onder die gebeurlijkheden behoorde de +mogelijkheid, dat Silas Toronthal, inderdaad door de wanhoop vervoerd, er toe besloten kon hebben, zich op hem te willen wreken, +hetzij door het verleden aan het licht te brengen, hetzij door den toestand van Sava bloot te leggen. Want de bankier wist +maar al te goed, dat het jonge meisje zich te Tetuan in de macht van Namir bevond. Die overwegingen waren oorzaak, dat Sarcany +besloot Marokko zoo spoedig mogelijk te verlaten. Want daar gevoelde hij zich niet meer veilig. + +</p> +<p>Dat was voorwaar zeer voorzichtig handelen; want zooals de lezer reeds weet, had Silas Toronthal niet lang gedraald met de +mededeeling in welk land en in welke stad het rampzalige jonge meisje zich onder het toezicht van het Marokkaansche wijf bevond. +Een enkele handdruk van Kaap Matifou was voldoende geweest, om hem tot die mededeeling over te halen; meer niet! + +</p> +<p>Sarcany had dus het besluit genomen, om in het Regentschap Tripoli eene schuilplaats te zoeken, alwaar hem de aanvals- en +verdedigingsmiddelen niet zouden ontbreken. Maar hij begreep,—en dat zag dokter Antekirrt zeer goed in,—dat het reizen derwaarts +met een der pakketbooten, die de kustvaart uitoefenen, of met de Algerijnsche spoorbaan te veel gevaren voor hem zou opleveren. +Hij gaf er dan ook de voorkeur aan, zich bij eene karavaan van Senousisten te voegen, die naar de Cyrenaïsche landstreek op +weg was, en van de gelegenheid gebruik te maken, om in de voornaamste villayets van Marokko, Algiers en het Tunische grondgebied +nieuwe geaffiliëerden voor het eedgenootschap aan te werven. Zijn reis had dus, zooals men ziet, een dubbel doel. + +</p> +<p>Die karavaan, die zeer wel de vijfhonderd uren afstand tusschen Tetuan en Tripoli zou afleggen, en daarbij de noorder-zoom +der woestein dacht zou volgen, vertrok op den 12<sup>den</sup> October van eerstgenoemde plaats. + +</p> +<p>Sava was thans geheel aan de genade of ongenade van hem, die haar ontvoerde, overgeleverd; maar hare standvastigheid, haar +zelfvertrouwen was daarom niet geschokt. Noch de bedreigingen van Namir, noch de toorn van Sarcany scheen haar te deren. Het +jonge meisje ontwikkelde eene wilskracht, die een ieder ongelooflijk moet voorkomen. + +</p> +<p>Bij haar vertrek telde de karavaan reeds een vijftigtal Khouâns of geaffiliëerden, die onder de leiding van een imam, een +geestelijke, die hen op militairen voet organiseerde, ingedeeld waren. Er was <a id="d0e4091"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4091">164</a>]</span>daarbij geen kwestie, om de provinciën door te trekken, die aan het Fransche gezag onderworpen zijn en waar hun doortocht +moeielijkheden zou kunnen ondervinden. Zij zou die langs de zuidelijke grenzen geheel en al ontwijken. + +</p> +<p>Het Afrikaansche vasteland vormt, door de gedaante van het kustland van Algiers en Tunis, een grooten boog tot aan de westkust +van de Groote Syrtische zee, die plotseling naar het zuiden insnijdt. Daaruit volgt natuurlijk, dat de kortste weg van Tetuan +naar Tripoli is de koorde welke dezen boog onderspant. En die weg voert niet noordelijker dan Lagouât, een der laatste Fransche +steden op de grenzen der Sahara gelegen. + +</p> +<p>De karavaan trok, na het Marokkaansche keizerrijk verlaten te hebben, langs de grenzen van die rijke Algerijnsche provinciën, +welke men voorgesteld heeft “Nieuw Frankrijk” te heeten, en die inderdaad wel Frankrijk zelf mogen heeten, met meer recht +dan Nieuw Caledonië, Nieuw-Holland, Nieuw-Schotland, die veel minder op Schotland, Holland en Caledonië, dan Algiers op Frankrijk +gelijken. Daarenboven, eene zee van slechts dertig uren breedte, scheidt dat land van het Fransche grondgebied, en met onze +tegenwoordige gemeenschapsmiddelen mag die zee geen scheidsmuur heeten. + +</p> +<p>In het Beni-Matansche, zoowel als in de Oulad Nail en de Charfat-El-Hamal-streken, vermeerderde de karavaan nog met een zeker +getal geaffiliëerden. Hare sterkte was dan ook tot ruim drie honderd man gestegen, toen zij het Tunische kustland, op de grens +der Syrtische zee bereikte. Zij had toen slechts den oever te volgen, terwijl zij andermaal nieuwe leden onder de Khouâns +in de vele dorpen dier provincie aanwierf, en waarbij Sarcany al zijn invloed en schranderheid bezigde. + +</p> +<p>De karavaan kwam op den 20<sup>sten</sup> November bij de grenzen van het regentschap aan, na eene reis van ruim zes weken. + +</p> +<p>Dus op het oogenblik, toen dat Ooievaarsfeest met groote plechtigheid en omhaal zou gevierd worden, waren Sarcany en Namir +nog slechts sedert drie dagen de gasten van den Moquaddem Sidi Hassan, wiens woning thans tot gevangenis van Sava Sandorf +strekte. Waarlijk, de karavaan had zich wel gehaast, want zij had gedurende de negen en dertig dagen, die zij tot de reis +besteed had, een groot traject afgelegd. + +</p> +<p>De woning van den Moquaddem, welke door een slanken minarettoren beheerscht werd, had met hare witgekalkte muren, waarin volstrekt +geen vensters, maar wel hier en daar schietgaten gebroken waren, met hare gecreneleerde terrassen, met hare smalle en lage +deur, wel eenigszins het uiterlijk van eene kleine vesting, of beter van een zeer sterk blokhuis. Het was ook inderdaad een +ware zaoaiya, welke buiten de stad gelegen was, op de grens tusschen de <a id="d0e4108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4108">165</a>]</span>zandvlakte en de aanplantingen van Menehié, welker akkers, omgeven door een hoog staketsel, tot bij het grondgebied der oase +voortdrongen. + +</p> +<p>Het innerlijke dier woning vertoonde den gewonen bouwtrant der Arabische huizen, met dien verstande dat die bouwtrant hier +als het ware verdriedubbeld was, hetgeen te beduiden heeft, dat er drie patioʼs of binnenplaatsen te tellen waren. Rondom +elk dier patioʼs ontwikkelde zich een vierkant van galerijen met hare zuiltjes en kanteelbogen, waarop de verschillende vertrekken +van de woning, die voor het meerendeel zeer rijk gemeubeld waren, uitkwamen. De vloeren dier galerijen waren met kostbare +marmersteenen ingelegd, en de zuilen daarvan kunstig gebeeldhouwd. + +</p> +<p>Op het tweede binnenplein vonden de bezoekers of de gasten van den Moquaddem eene ruime “stufa”, een soort van vestibule of +van hall, waarin reeds meer dan eene raadbelegging onder de leiding van Sidi Hassan door de Senousisten had plaats gehad. +Dat was eigenlijk het vertrek, waarin de saamgezworenen krijgsraad hielden. + +</p> +<p>Maar behalve dat die woning eene natuurlijke bescherming in hare hooge en doelmatig aangelegde muren vond, bevatte zij bovendien +een zeer talrijk personeel, dat tot hare verdediging veel kon bijbrengen, ingeval van aanval van den kant der zwervende Barbaresken, +die steeds mogelijk was, of zelfs van den kant der Tripolitaansche autoriteiten, die steeds poogden de Senousisten der provincie +aan zich te onderwerpen, hetgeen tot heden niet gelukt was. + +</p> +<p>Die woning bezat een garnizoen van ruim vijftig geaffiliëerden, die, uitmuntend bewapend, niet alleen ter verdediging, maar +ook tot aanval konden dienen. Die mannen, gekozen onder de meest dweepzieken, waren uitmuntend geoefend. + +</p> +<p>Slechts een enkele deur verleende toegang tot die zaoaiya; die deur was daarenboven uitermate dik en stevig met ijzerwerk +beslagen. Men zou haar niet gemakkelijk opengebroken hebben, en slaagde dat ook al, dan zou haar drempel nog niet zoo gemakkelijk +te overschrijden zijn; want dan eerst begon het ernstige gevecht. + +</p> +<p>Sarcany had dus bij den Moquaddem eene veilige schuilplaats gevonden. + +</p> +<p>Daar hoopte hij zijne heillooze plannen tot een goed einde te voeren. + +</p> +<p>Zijn huwelijk met Sava moest hem een zeer aanzienlijk vermogen verzekeren, en hij kon desnoods op den bijstand van het eedgenootschap +rekenen, wiens belangen bij zijn welslagen direct betrokken waren. Die dweepers zouden niet aarzelen, hem bij zijne snoode +plannen bij te staan. + +</p> +<p>Wat de geaffiliëerden betrof, die van Tunis aangekomen of in de villayets aangenomen waren, deze hadden zich in de Menehié-oase +verspreid; maar waren toch gereed, om op het eerste sein te zamen te komen. +<a id="d0e4128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4128">166</a>]</span></p> +<p>Dat Ooievaars-feest zou, zonder dat de Tripolitaansche politie zulks gissen kon, juist de plannen der Senousisten in de hand +werken. Daar op die vlakte van Soung-Ettélaté zouden de Khouâns van noordelijk Afrika het wachtwoord der muftiʼs komen ontvangen, +om hunne concentratie op Cyrenaïsch gondgebied te bewerkstelligen en een waar rijk van zeeschuimers onder de machtige bevelen +van een kalief te stichten, hetgeen met de overoude neigingen van die strandbewoners maar al te zeer strookte. + +</p> +<p>Daartoe waren de omstandigheden zeer gunstig, wijl het eedgenootschap juist in de villayet Ben Ghazi, de voornaamste der Cyrenaïsche +streken, reeds het grootste ledental telde, hetwelk geheel tot handelen gereed was. + +</p> +<p>Den dag, waarop het Ooievaars-feest in het Tripolitaansche rijk gevierd zou worden, drentelden drie vreemdelingen op de vlakte +van Soung-Ettélaté, tusschen de menigte, welke zich daar bevond, rond. + +</p> +<p>Niemand zou die vreemdelingen, onder hunne Arabische kleeding, voor Moucafirs, voor Europeanen herkend hebben. De oudste der +drie droeg daarenboven zijn kostuum met eene gemakkelijkheid, die slechts door eene langdurige gewoonte kon verkregen worden. +Men zag het hem aan, dat hij den tulband en de Chlamyde (bovenkleed) meer gedragen had. + +</p> +<p>Dat was dokter Antekirrt, die van Piet Bathory en Luigi Ferrato vergezeld was. + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou waren in de stad gebleven, waar zij zich met zekere voorbereidende werkzaamheden bezighielden. +Ongetwijfeld zouden zij ten tooneele verschijnen, wanneer daartoe het oogenblik gekomen zou zijn. Zij beiden zouden toch in +de beraamde plannen de voornaamste rol te vervullen hebben, zooals de lezer wel zien zal. + +</p> +<p>Het was ter nauwernood vier en twintig uren geleden, sedert de <i>Elektriek</i> 2 in den namiddag onder beschutting van die uitgestrekte rotsen, welke voor de haven van Tripoli een natuurlijken dam vormen, +ten anker gekomen was. + +</p> +<p>De overtocht was, zoowel bij de heen- als bij de terugreis, voorspoedig geweest<span id="d0e4148" class="corr" title="Bron: ">.</span> Men had zich slechts drie uren opgehouden te Philippeville, aan de kleine kreek Filfila gelegen; overigens niet. En dat oponthoud +was nog geschied, om zich Arabische kleeding aan te schaffen. Daarna was de <i>Elektriek</i> onmiddellijk vertrokken, zonder dat hare aanwezigheid in de Numidische golf de aandacht getrokken had. Hare geringe verhevenheid +boven de oppervlakte van het water had haar daarbij uitnemend gediend. + +</p> +<p>Dus, toen de dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren,—niet op de kaden van Tripoli, maar op de rotsen der buitenhaven—waren +het geen vijf Europeanen, die voet aan wal <a id="d0e4156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4156">167</a>]</span>gezet hadden op den bodem van het Tripolitaansche grondgebied, maar waren het vijf Oosterlingen, wiens kleeding de aandacht +niet kon trekken. Misschien zouden Piet Bathory en Luigi Ferrato zich, in die kleeding gestoken, door de ongewoonte voor scherpziende +toeschouwers verraden hebben; maar Pescadospunt en Kaap Matifou, gewoon aan de veelvuldige gedaanteverwisselingen en verkleedingen +der kermispotsenmakers, waren er geheel op hun gemak in, en bewogen zich als volbloed Arabieren. Die beide grappenmakers konden +evenwel een glimlach niet verbergen, wanneer zij elkander aankeken. + +</p> +<p>Toen de nacht ingevallen was, ging de <i>Elektriek</i> zich verschuilen aan de andere zijde van de haven in eene der veelvuldige kreeken van die slecht bewaakte kust. Daar moest +dat vaartuig zich gereed houden, om op ieder uur van den nacht of van den dag zee te kunnen kiezen. Aan die opdracht werd +natuurlijk stipt voldaan. + +</p> +<p>Zoodra dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren, stapten zij langs den rotsachtigen oever voort en volgden daarna +den van groote rotsblokken vervaardigden kadedam, die naar Bab-el-Bahr voerde, traden de zeepoort binnen en bevonden zich +weldra te midden van de nauwe straten der stad. + +</p> +<p>Het eerste hôtel, dat zij op hunnen weg ontmoetten,—en de keus was niet moeielijk, want er waren er niet veel,—scheen hun +voldoende toe, om er ettelijke dagen, misschien slechts weinige uren door te brengen. Zij toonden zich daar als bescheiden +lieden, en gaven voor eenvoudige Tunische kooplieden te zijn, die bij hunne doorreis te Tripoli van de gelegenheid wilden +gebruik maken, om het Ooievaars-feest bij te wonen. Daar dokter Antekirrt het Arabisch even zuiver en juist sprak als de overige +taaleigens van de Middellandsche zee, zoo kon zijne spraak hem niet verraden. + +</p> +<p>De kastelein ontving de vijf reizigers, die hem de eer wilden aandoen in zijne inrichting af te stappen, uiterst voorkomend. +Het was een dik man, die zeer praatziek was. Daarvan maakte dokter Antekirrt behendig gebruik, en vernam zoodoende zaken, +die hem bijzonder belang inboezemden. Al dadelijk wist hij, dat eene karavaan kort geleden van Marokko in het Tripolitaansche +rijk was aangekomen. Daarna vernam hij, dat Sarcany, die in het Regentschap zeer bekend was, van die karavaan deel had uitgemaakt +en dat hij thans de gastvrijheid genoot in de woning van den beroemden Moquaddem Sidi Hassan in de zaouiya op de vlakte van +Soung Ettélaté. + +</p> +<p>Dat was de reden, waarom dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato, na de meest mogelijke voorzorgen genomen te hebben, +zich dienzelfden avond nog begeven hadden te midden der menigte van nomaden op de vlakte van Soung Ettélaté. Zij bespiedden +<a id="d0e4171"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4171">168</a>]</span>al wandelende de woning van den Moquaddem Si-Hassan, op den zoom van de Oase Menehié gelegen. + +</p> +<p>Daar was dus Sava Sandorf opgesloten! In die sterke woning bevond zich dus het eenige kind van den graaf. + +</p> +<p>Sedert het verblijf van dokter Antekirrt te Ragusa, waren nimmer vader en dochter dichter bij elkander geweest dan thans! +En toch, door hoeveel hinderpalen waren zij niet gescheiden! + +</p> +<p>Het was niet alleen een schier onoverkomelijke muur, die het grootste beletsel daarstelde! + +</p> +<p>Inderdaad, Piet Bathory was in die oogenblikken tot alles in staat, zelfs om met Sarcany te onderhandelen, om Sava maar aan +zijne macht te ontrukken. Graaf Mathias Sandorf en hij waren bereid, om hem die wenschen te laten verwezenlijken, welke de +ellendeling begeerde! En toch, zij konden en mochten niet vergeten, dat zij recht moesten uitoefenen over den verrader van +professor Stephanus Bathory en van graaf Ladislas Zathmar! + +</p> +<p>Intusschen moesten zij in de omstandigheden, waarin zij zich vonden, erkennen, dat de bemachtiging van Sarcany en de <span id="d0e4183" class="corr" title="Bron: bevrij-beding">bevrijding</span> van Sava Sandorf uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan eene bijna onuitvoerbare taak was. De moeielijkheden waren schier +onoverkomelijk, dat kon onmogelijk ontveinsd worden. + +</p> +<p>Zou men in plaats van geweld, dat toch geen kans van welslagen aanbood, list moeten gebruiken? En zou het feest, dat den volgenden +dag gevierd zou worden, daartoe gelegenheid geven? Ja, dat zou het zonder twijfel. Pescadospunt had daaromtrent een plan ontworpen, +en het was met dit plan, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zich dien avond onledig hielden. Ieders rol moest +goed besproken worden, om in het gewichtigste oogenblik geene teleurstelling, die alles verijdelen kon, te ondervinden. + +</p> +<p>Bij de uitvoering van dat plan zou de moedige ontwerper zijn leven wagen; maar gelukte het hem de woning van den Moquaddem +Sidi Hassan binnen te dringen, dan was er veel kans, dat hij er in slagen zou, Sava Sandorf te ontvoeren. Niets scheen voor +den moed en de behendigheid van Pescadospunt onuitvoerbaar. + +</p> +<p>Het was dus ter uitvoering van het vastgestelde plan, hetwelk wij bij zijne ontwikkeling vernemen zullen, dat dokter Antekirrt, +Piet Bathory en Luigi Ferrato zich daags daarna, tegen drie uren des namiddags, ter bespieding op de vlakte van Soung Ettélaté +bevonden, terwijl Pescadospunt en Kaap Matifou zich intusschen voorbereidden voor de rol, die zij te midden van het bedrijvigste +gedeelte van het feest te vervullen zouden hebben. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p169.jpg" alt="Maar Kaap Matifou kende geen aanvallen van zwakte. (Bladz. 176)." width="500" height="720"><p class="figureHead">Maar Kaap Matifou kende geen aanvallen van zwakte. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4348" class="typeref">176</a>). +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Op dat uur bestond er nog niets, dat een voorgevoel kon geven <a id="d0e4204"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4204">169</a>]</span><a id="d0e4205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4205">170</a>]</span>van het leven, van het spektakel en van de beweging, waarvan de vlakte het schouwspel ging leveren, wanneer zij bij het vallen +van den avond door ontelbare fakkels zoude verlicht worden. Ter nauwernood kon te midden van die dicht opeengepakte menigte +het komen en gaan opgemerkt worden van de Senousistische saamgezworenen, die, zeer eenvoudig gekleed, elkander slechts door +een soort van vrijmetselaarsteeken de bevelen hunner opperhoofden mededeelden. + +</p> +<p>Het is evenwel hier de plaats, om eene Oostersche of beter Afrikaansche legende mede te deelen, waarvan de voornaamste bijzonderheden +bij dat Ooievaars-feest, hetwelk eene groote aantrekkingskracht voor de Muselmansche bevolking heeft, in herinnering gebracht +zouden worden. + +</p> +<p>Op het Afrikaansche Vasteland bestond in vroeger tijden een ras van Djins. Die Djins bewoonden onder den naam van Bou-lhebers +een uitgestrekt grondgebied, hetwelk op de grens van de Hamada-woestijn tusschen de Tripolitaansche en de Fezzaansche rijken +gelegen was. Het was een machtige volkstam, die zeer woest en dus ook uitermate gevreesd was. Hij was oneerlijk, trouweloos, +twistziek en onmenschelijk wreed. Geen Afrikaansche souverein had er nog terecht mede kunnen komen. Zij hadden weerstand weten +te bieden aan iedere poging, om hen aan tucht te gewennen. + +</p> +<p>Het gebeurde eens, dat de profeet Soeleyman eene poging aanwendde, niet om de Djins aan te vallen of te onderwerpen, maar +om hen tot het goede te bekeeren. Te dien einde zond hij hen een zijner apostelen, om hun de liefde tot het goede en den haat +voor het kwade te prediken. Het was verloren moeite! Die woeste horden grepen den zendeling en brachten hem wreedaardig ter +dood. Zij ontzagen zich niet den heiligen man eerst te spietsen en hem verder, alvorens hij dood was, langzaam te verbranden. + +</p> +<p>Dat de Djins zooveel stoutmoedigheid aan den dag legden, vond daarin zijn oorzaak, dat hun land afgelegen en zeer moeielijk +te bereiken was. Zij wisten, dat geen naburig vorst zijne legerscharen in die streken durfde wagen. Zij meenden daarenboven, +dat niemand den profeet Soeleyman zou gaan overbrieven, welk onthaal zijn zendeling ten deel gevallen was. + +</p> +<p>Daarin vergisten zij zich evenwel. Allah waakte er over, dat de misdaad gestraft zoude worden. + +</p> +<p>Een groot aantal ooievaars was, daar het winter in Noordelijk Europa was, in het land aanwezig. Zooals de lezer wel weten +zal, zijn dat vogels, tot het geslacht der steltloopers behoorende, van zeer kuische zeden, die eene buitengewone schranderheid +gepaard aan eene groote opmerkingsgave bezitten. De legende beweert toch, dat zij nimmer eene landstreek bewonen, welker naam +op een <a id="d0e4219"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4219">171</a>]</span>geldstuk voorkomt<a id="d0e4221src" href="#d0e4221" class="noteref">1</a>, omdat het geld de bron is van alle kwaad en de machtigste hefboom is, die den mensch in den afgrond zijner bedorven hartstochten +drijft. + +</p> +<p>Nu hadden die ooievaars de verdorvenheid, waarin de Djins leefden, opgemerkt. Zij hadden den gruwelijken moord gezien en kwamen +in eene groote vergadering bij elkander, om te beraadslagen en besloten daarin een hunner naar den profeet Soeleyman af te +vaardigen, ten einde zijnen gerechten toorn over de moordenaars van den zendeling te doen ontbranden. + +</p> +<p>De profeet riep dadelijk zijne “hiep” of lievelingskoeriers tot zich en gaf hen bevel al de ooievaars van de geheele wereld +in de bovenstreken van Afrika bijeen te brengen. + +</p> +<p>Dat geschiedde natuurlijk, en toen de ontelbare scharen van die vogels voor den profeet Soeleyman vergaderd waren,—zooals +de legende woordelijk verhaalt,—vormden zij eene wolk, welker schaduw de geheele landstreek, tusschen Mezda en Morseug, had +kunnen bedekken. + +</p> +<p>Toen greep op bevel van den profeet ieder dier langsnavels een steen in den bek en vloog naar het land der Djins. En terwijl +zij daarboven zweefden, steenigden zij dat slechte ras, welker zielen voor de eeuwigheid in het binnenste der Hamada-woestijn +opgesloten zitten. Waarlijk, eene gerechte straf voor zulk een snoode daad! + +</p> +<p>Dat is de fabel, die als het ware ten tooneele zoude gevoerd worden, en welker voorstelling het eigenlijke feest zou vormen. +Eenige honderden ooievaars waren onder onmetelijke netten, die op de vlakte van Soung Ettélaté uitgespannen waren, verzameld. +Daar wachtten zij, voor het meerendeel zooals gewoonlijk op één poot rustende, het uur der bevrijding af, terwijl zij door +het geklepper met hunne lange snavels soms een gerommel in de lucht veroorzaakten, hetwelk wel iets van het geroffel van een +menigte tamboers op hunne trommen had. Op een gegeven teeken moesten de netten plotseling verdwijnen en de vogels in de ruimte +opstijgen, om gevaarlooze en nagemaakte steenen van weeke klei te midden van het gehuil der toeschouwers, het getoet der blaasinstrumenten +en de losbranding van ontelbare geweren en verlicht door eene menigte fakkels met veelkleurige vlammen, op de opeengepakte +geloovigen te laten neervallen. + +</p> +<p>Pescadospunt was met het program van dat feest bekend, en dat was het, hetwelk hem op de gedachte gebracht had, er eene rol +in te vervullen. Wellicht zou hij onder de gegeven omstandigheden, <a id="d0e4236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4236">172</a>]</span>die veel verwarring zouden daarstellen, gelegenheid vinden in het huis van den Moquaddem Sidi Hassan te dringen. + +</p> +<p>Op het oogenblik toen de zon onderging, werd op het fort of kasteel van Tripoli een zwaar kanonschot gelost, dat het sein +was, hetwelk door het publiek op de vlakte van Soung Ettélaté zoo lang en ongeduldig verbeid was. Statig rolde het zware geluid +voort, wekte al de echoʼs der omstreken op, en stierf eindelijk als een ver verwijderde donder weg. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren eerst als het ware verdoofd door het vreeselijke spektakel, dat zich +in het eerste oogenblik van alle kanten hooren deed; vervolgens werden zij verblind door de duizenden lichtjes die op de vlakte +schitterden. Het was, of de geheele Soung Ettélaté met al de sterren des firmaments getooid was. + +</p> +<p>Toen dat kanonschot losbrandde, was die menigte van Nomaden nog bezig met hun avondmaal te nuttigen. Hier zag men er zich +te goed doen aan gebraden schapenvleesch. Elders werd pilau met kippenvleesch er bij verorberd door hen, die Turk waren of +daarvoor wenschten door te gaan; op eene andere plek ontwaarde men bij vermogende Arabieren couscoussou; verder zag men een +eenvoudige “bazina,” eene soort pap van gruttemeel met olie gekookt, die het gewone voedsel uitmaakte van die arme drommels, +evenals elders het meest talrijk, die meer koperen “mehbouhs” dan gouden “mictals” op zak hadden; eindelijk ontwaarde men +overal en inderdaad met stroomen, de “lagby,” een soort vruchtensap, afkomstig van den dadelpalm, dat wanneer het evenals +het bier gegist heeft, zooveel alcohol bevat, dat het meer dan smoordronken, ja, dat het stapelgek maakt.<a id="d0e4244src" href="#d0e4244" class="noteref">2</a> + +</p> +<p>Eenige minuten nadat het kanonschot gedreund had, waren allen, mannen, vrouwen, kinderen, Turken, Arabieren, Khouans en Negers +reeds als buiten zich zelven van opgewondenheid. Het was waarlijk noodig, dat de koperen blaasinstrumenten van die barbaarsche +orchesten buitengewoon geluidmakend waren, om zich te midden van dat menschelijk spektakel te kunnen doen vernemen. Hier en +daar sprongen ruiters met hunne paarden rond en schoten hunne lange geweren en hunne ruiterpistolen af, terwijl vuurwerk afgestoken +werd en moorslagen knalden, alsof het geschut was, dat losgebrand werd te midden van een leven, hetwelk onmogelijk te beschrijven +zoude zijn. + +</p> +<p>Hier was een negerhoofd, dat, potsierlijk aangekleed, met rammelende beentjes aan zijn buikgordel, terwijl zijn gelaat door +een <a id="d0e4251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4251">173</a>]</span>duivelsch mombakkes bedekt was, en bij het licht van walmende toortsen, en aangevuurd door het geroffel op houten trommen +en door het klagend opdreunen van een eentonig gezang, een dertigtal zwarte kroeskoppen, die te midden van een kring van stuiptrekkende +vrouwen, welke in de handen klapten, hunne vertooning opvoerden, tot den dans aanmoedigde. + +</p> +<p>Elders waren er wilde Aïssassouas, die tot het uiterste door godsdienstige en alcoholische<a id="d0e4255src" href="#d0e4255" class="noteref">3</a> opgewondenheid vervoerd waren en met opgespoten gelaatstrekken en met uitpuilende oogen, hout tusschen de tanden maalden, +op ijzer kauwden, zich diepe insnijdingen in de huid maakten, met gloeiende kolen goochelden, zich door afgrijselijke slangen +lieten omwikkelen, die hen aan de handen, aan de wangen, aan de lippen beten, en die zij met gelijke munt betaalden door hun +bloedige staarten te verorberen. + +</p> +<p>Maar in weerwil van dat aanlokkelijke schouwspel, drong de menigte weldra volijverig op naar den kant van het huis van den +Moquaddem Sidi Hassan, alsof eene nieuwe en meer belangwekkende vertooning haar daarheen getrokken had. + +</p> +<p>En inderdaad, daar bevonden zich twee mannen, de een buitengewoon groot en dik, de andere buitengewoon klein en slank. Het +waren twee akrobaten, wier opmerkenswaardige krachts- en behendigheidsoefeningen, die te midden van eene vierdubbele rij toeschouwers +uitgevoerd werden, de meest levendige toejuichingen, die door een Tripolitaanschen mond konden uitgestoten worden, verwierven. +Het was daar om hooren en zien te doen vergaan. + +</p> +<p>Het waren Pescadospunt en Kaap Matifou, die waarlijk geheel en al op dreef waren. + +</p> +<p>Zij hadden eene plek uitgekozen, om hunne kermisvertooning op te voeren, welke slechts op weinige passen afstand van de woning +van den Moquaddem Sidi Hassan gelegen was. Beiden hadden voor deze bijzondere gelegenheid hun baantje van voorheen, hun baantje +van kenniskunstenaars ter hand genomen. Zij waren behoorlijk gekleed in een gelegenheidspakje, dat zij van Arabische stoffen +vervaardigd hadden, en hoopten op daverende toejuichingen. + +</p> +<p>“Je zult toch niet te zeer verroest wezen?” had Pescadospunt alvorens te beginnen aan Kaap Matifou gevraagd. + +</p> +<p>“Verroest?... Wat meen je?” had de reus gevraagd. “Ik ben toch geen oude spijker, denk ik?” +<a id="d0e4270"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4270">174</a>]</span></p> +<p>“Neen, dat weet ik wel; maar ik vraag je, of je soms stijf in de gewrichten geworden bent?” + +</p> +<p>“Neen, volstrekt niet,” antwoordde Kaap Matifou. “Dat zul je wel ondervinden.” + +</p> +<p>“En je deinst voor geene oefening terug... Voor geen enkele? Bedenk je wel.” + +</p> +<p>“Neen, voor geen enkele. Maar wat zal het doel van die oefening wezen? Zeg mij toch.” + +</p> +<p>“Het doel moet wezen om die lummels in vervoering te brengen. Zul je daarvoor niet terugdeinzen?” + +</p> +<p>“Ik!... ooit terugdeinzen!... Kom, je houdt mij voor den gek,” sprak Kaap Matifou verstoord. + +</p> +<p>“Zelfs, wanneer je ...” + +</p> +<p>Pescadospunt scheen te aarzelen. + +</p> +<p>“Wat? Ga toch voort. Je bent anders zoo spraakzaam en thans sta je te kieskauwen.” + +</p> +<p>“Nu ja, zelfs wanneer je keisteenen met de tanden moet fijnmalen?” vroeg de kleine man. + +</p> +<p>“Is dat alles?” was de ietwat kleinachtende wedervraag van den reus. + +</p> +<p>“Of slangen oppeuzelen?” + +</p> +<p>“Slangen?” + +</p> +<p>Thans scheen Kaap Matifou te aarzelen. + +</p> +<p>“Ja, slangen!” + +</p> +<p>“Gekookt?” vroeg Kaap Matifou. “Gekookt of rauw, daarin bestaat onderscheid.” + +</p> +<p>“Neen, rauw! waarde Kaap. Geheel rauw.” + +</p> +<p>“Rauw?... Br! br!” + +</p> +<p>“En nog wel levend!” + +</p> +<p>Kaap Matifou had een leelijk gezicht getrokken; maar als het moest zijn, dan was hij besloten om slangen te eten, evenals +een eenvoudige Aïssasoua. Hij pruttelde evenwel nog iets tegen. + +</p> +<p>“Moeten wij dat voor ons pleizier doen?” vroeg hij na een poos bedenkens. + +</p> +<p>“Voor ons pleizier neen,” antwoordde Pescadospunt met een guitigen glimlach op de lippen. + +</p> +<p>“Maar waartoe dan die gekheid?” + +</p> +<p>“Zooals ik je gezegd heb, om die lummels in vervoering te brengen.” + +</p> +<p>“Loop heen!” had de reus geantwoord. “Voor die schoeljes eet ik geen slangen. Als het nog Europeanen, als het nog Franschen +waren! Dan was het wat anders.” + +</p> +<p>“Och, die kerels kunnen ons ook niet schelen,” antwoordde Pescadospunt, hartelijk lachende. +<a id="d0e4323"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4323">175</a>]</span></p> +<p>“Maar, waarom dan?” + +</p> +<p>“Kaaplief, je schijnt maar niet te kunnen begrijpen.” + +</p> +<p>“Maar, wat dan?” + +</p> +<p>“Dat we eene rol spelen. Wij moeten het groote doel bevorderen. Wij moeten de bevrijding van juffrouw Sava bewerken.” + +</p> +<p>“Met levende slangen te eten?” vroeg de reus hoofdschuddend. “Als ik dat er mee bewerken kan, ben ik bereid een frikadel van +alle slangen der wereld te maken en die op te peuzelen.” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato bevonden zich onder de menigte van toeschouwers en verloren hunne makkers +niet uit het oog, hoewel zij zich te midden van dien ontzaglijken menschendrom de grootste inspanning daartoe moesten getroosten. + +</p> +<p>Neen, Kaap Matifou was niet verroest! Hij had niets van zijne buitengewone kracht verloren. Vijf of zes Arabieren, en nog +wel van de stevigsten uit een geheelen hoop, hadden een kans gewaagd door met hem te worstelen. Maar zij lagen al heel spoedig +op den grond uitgestrekt, met de schouders in aanraking met het maaiveld, zooals de akrobatische uitdrukking luidt. + +</p> +<p>Daarna volvoerden beide kunstenaars te zamen goocheltoeren, die de Arabieren, daar verzameld, in verrukking brachten, vooral +toen zij elkander behendig brandende fakkels toewierpen, die overgaande van de hand van Pescadospunt in die van Kaap Matifou, +hare vurige zigzags kruisten. Dat verwekte algemeene verbazing. + +</p> +<p>En toch kon dat publiek, waarvoor zij werkten, terecht moeielijk te bevredigen zijn. + +</p> +<p>Er bevonden zich toch onder die menigte een vrij groot aantal van hen, die de half wilde Touaregs hadden leeren bewonderen, +welker lenigheid en behendigheid aan die der vlugste diersoorten mag gelijk gesteld worden, zooals weleer met veel ophef in +het bewonderingwekkend program van den beroemden kermistroep van Bracca aangekondigd werd. Die kenners en bewonderaars hadden +toch gelegenheid gehad den stoutmoedigen Mustapha, den Samson der woestijn, het kanonmensch toe te juichen, “wien de koningin +van Groot Brittanje en Ierland door haren kamerdienaar, bij gelegenheid van dergelijke voorstellingen te Londen, had laten +verzoeken, niet meer zijne oefeningen te herhalen, bevreesd als de vorstin was, dat er een ongeluk zoude gebeuren!” + +</p> +<p>Maar Kaap Matifou was onvergelijkelijk bij zijne krachtsvertooningen en hij behoefde voor geen mededinger bevreesd te zijn. +Neen, voor niemand ter wereld, al ware het Hercules, de goddelijke zoon van Alcmene, in eigen persoon geweest. + +</p> +<p>Eindelijk kwam er eene laatste oefening, die de geestdrift van die cosmopolitische menigte, welke de Europeesche kunstenaars +omgaf, ten top voerde. En hoewel die oefening voor de Europeesche <a id="d0e4348"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4348">176</a>]</span><span id="d0e4349" class="corr" title="Bron: kermispellen">kermisspellen</span> oud en versleten mocht heeten, scheen zij hier voor de Tripolitaansche nieuwsgierigen nog de aantrekkelijkheid der nieuwheid +te hebben. + +</p> +<p>De toeschouwers verdrongen dan ook elkander, ja verpletterden zich schier rondom de beide kunstenaars, die bij afwezigheid +der zon in dit uur bij fakkellicht werkten. + +</p> +<p>Kaap Matifou had een staak gegrepen, die vijf en twintig of dertig voet lang was en hield hem met beide handen, die op zijne +borst rustten, loodrecht omhoog. Pescadospunt klom met een behendigheid van een aap langs dien staak naar boven, en bij het +uiteinde gekomen, nam hij daar, terwijl hij den staak onrustbarend deed buigen, de meest bevallige houdingen aan. Inderdaad, +het was een verrukkelijk maar uiterst moeielijk kunststuk. Een zwak oogenblik bij hem, die den staak torste, en een val kon +niet uitblijven. En die val moest voor den armen Pescadospunt noodlottig zijn. + +</p> +<p>Maar Kaap Matifou kende geene aanvallen van zwakte. Hij stond daar, met achterover gebogen hoofd en vooruitgestrekte borst, +onwrikbaar stevig als de rots, waarvan hij den naam voerde, hoewel hij bij zijne pogingen om den staak met den daarop kunsten-vertoonenden +Pescadospunt in evenwicht te houden, trappelde, zich keerde en draaide en langzamerhand van plaats veranderde. + +</p> +<p>Toen hij eindelijk in de onmiddellijke nabijheid van den heiningmuur van Sidi Hassanʼs woning gekomen was, dreef hij de vermetelheid +zoo ver en ontwikkelde zooveel kracht, om den staak van zijne borst op te tillen, in de rechterhand te nemen en dien arm uit +te strekken, terwijl Pescadospunt daarboven den stand aannam van den Roem en evenals die wufte godin kushandjes aan de menigte +toezond. Het was inderdaad eene bevallige vertooning. + +</p> +<p>De saamgepakte Arabieren en Negers waren buiten zich zelven van bewondering. Zij stieten schelle kreten uit, klapten woest +met de voeten. Gelukkig, dat het geen planken vloer was, waarop zij stonden. Neen, waarlijk, dat moest erkend worden; zoo +iets had de Samson der woestijn, de koene Mustapha, de stoutmoedigste der Touaregs, niet durven ten uitvoer leggen. De geestdrift +was dan ook ten top; want zulke krachtsontwikkeling was inderdaad nog nooit waargenomen. + +</p> +<p>In dit oogenblik dreunde op het onverwachtst een kanonschot van de wallen der citadel van Tripoli. + +</p> +<p>Op dat sein vlogen de honderden ooievaars op, die eensklaps bevrijd werden van de onmetelijke netten, die hen gevangen hielden, +stegen in de lucht op, terwijl zij, onder het uitvoeren van een klepperend concert, waarop met een onmetelijk geschreeuw, +door de menschen aangeheven, geantwoord werd, eene hagelbui van nagemaakte steenen lieten neervallen, die natuurlijk niemand +konden <a id="d0e4366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4366">177</a>]</span><a id="d0e4367"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4367">178</a>]</span>deeren, daar zij, zooals gezegd werd, van weeke klei vervaardigd waren. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p177.jpg" alt="Maar die deur was gesloten. (Bladz. 181.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Maar die deur was gesloten. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4436" class="typeref">181</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Dat was het glanspunt van het feest. De vogels van den profeet Soleyman leidden evenwel de aandacht zeer af. + +</p> +<p>Men zou gezegd hebben, dat al de krankzinnigen-gestichten van Europa, Azië en Afrika plotseling ontruimd waren, en dat hunne +bewoners op eens op de vlakte van Soung-Ettélaté in het Tripolitaansche Regentschap bij elkander gebracht waren; zulk een +vreeselijk spektakel werd daar door die saamgeschoolde en opgewonden menigte aangeheven. Evenwel, alsof hare bewoners doof +en stom waren, nog erger, alsof zij uitgestorven waren, was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan hardnekkig gesloten gebleven +gedurende die uren van algemeene vroolijkheid, en geen enkele bediende of huisgenoot was aan de deur of op de terrassen verschenen. +Het was alsof daarin geen nieuwsgierigen, geen belangstellenden in het feest behoorden. + +</p> +<p>Maar ziet! In hetzelfde oogenblik, toen al de fakkels, die het feest verlicht hadden, na de opstijging der ooievaars, plotseling +uitgebluscht waren, was ook Pescadospunt eensklaps verdwenen, alsof hij met de getrouwe vogels van den profeet Soleyman hemelwaarts +gevlogen was. Dat was inderdaad uiterst merkwaardig. + +</p> +<p>Waar was hij heen gevaren?... + +</p> +<p>Wat was er van hem geworden? + +</p> +<p>Ja, wat? Dat wist niemand te verklaren. Daarop was geen antwoord te geven. + +</p> +<p>Toch scheen Kaap Matifou zich omtrent die verdwijning niet veel te bekommeren. Nadat hij zijn staak in de lucht opgeworpen +en hem vele buitelingen had laten maken, ving hij hem behendig bij het andere einde op, liet hem ronddraaien en bogen beschrijven, +zooals de meest ervaren tamboer-majoor met zijn dikgeknopten stok zoude gedaan hebben. Het wegmoffelen van Pescadospunt scheen +voor hem de natuurlijkste zaak der wereld te zijn. Hij keek met eene zelfvoldaanheid rond, alsof die goochelpartij tot het +program behoorde. + +</p> +<p>De bewondering der toeschouwers was intusschen ten top gestegen en hunne geestdrift uitte zich dan ook door een ontzaglijk +hoerah, dat tot voorbij de uiterste grenzen der oase moest gehoord worden. Niemand hunner twijfelde er aan, of de behendige +acrobaat was door de ruimte naar het rijk der Ooievaars vertrokken en was bij den profeet Soleyman aangeland. + +</p> +<p>Het onverklaarbare bekoort in den regel de menigte het meest. Daarmede is zij steeds te verschalken. + + + +<a id="d0e4397"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4397">179</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4221" href="#d0e4221src" class="noteref">1</a></span> En Nederland, waar vele Ooievaars wonen en welks naam toch op de muntstukken voorkomt? Vert. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4244" href="#d0e4244src" class="noteref">2</a></span> In Ned. Indië heeft men denzelfden drank, Sagoeweer genaamd, afkomstig van de Arenga saccharifera. Vert. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4255" href="#d0e4255src" class="noteref">3</a></span> Zou hier wel van alcoholische opgewondenheid kunnen gesproken worden? Mahommedaansche bevolkingen gebruiken uiterst zeldzaam +alcoholische dranken, daarentegen geven zij zich te meer aan het gebruik of beter het misbruik van opium, van haschich of +dergelijke narcotische verdoovingsmiddelen over. Jules Verne schijnt zich vergist te hebben. Vert. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e4398" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">IX.</h2> +<h2 class="normal">HET HUIS VAN SIDI HASSAN.</h2> +<p>Het was ongeveer negen uren, toen het kanonschot gevallen was en de ooievaars opgestegen waren. + +</p> +<p>Vuurwerk, geweerschoten, muziek, geschreeuw, gehuil, dat alles had eensklaps opgehouden. De menigte begon langzamerhand te +verdwijnen. De meesten keerden naar Tripoli terug, anderen begaven zich naar de <span id="d0e4407" class="corr" title="Bron: Menehie-oase">Menehié-oase</span> en naar de naburige dorpen van de provincie. Vóórdat het een uur later zoude zijn, zou de vlakte van Soung Ettélaté stil +en ledig geworden, zijn. Zij zou dan eene verbazende tegenstelling vormen met de levendigheid en drukte van straks. + +</p> +<p>De tenten waren opgerold, de kampementen opgebroken. Berbers en Negers waren reeds op weg naar de verschillende streken van +het Tripolitaansche Regentschap, terwijl de Senousisten zich naar de Cyrenaïsche provincie wendden en daar voornamelijk de +<span id="d0e4412" class="corr" title="Bron: villajet">villayet</span> Ben Ghazi opzochten, ten einde er al de strijdkrachten van den kalief bij elkander te brengen. Zoo had het feest het zijne +er toe bij gebracht, om ongemerkt eene aanmerkelijke verplaatsing van menschendrommen te bewerkstelligen. + +</p> +<p>Slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zouden de vlakte gedurende den geheelen nacht niet verlaten. Zij moesten +zich na de verdwijning van Pescadospunt op iedere gebeurlijkheid voorbereid houden, en ieder hunner had zich dadelijk een +observatiepost onder aan den voet van den omheiningsmuur van de woning van den Moquaddem Sidi Hassan uitgekozen. Daar zouden +zij evenwel een paar vervelende uren door te brengen hebben. + +</p> +<p>Pescadospunt intusschen, die op het oogenblik, dat Kaap Matifou zijn staak met uitgestrekten arm omhoog hield, met een verbazenden +sprong over den muur wipte, was op de parapet-helling van een der terrassen, aan den voet van den minarettoren, die de verschillende +binnenplaatsen dier woning beheerschte, neergekomen. Door de veerkracht zijner lenige beenen had hij de zwaarte van den val +gebroken, zoodat binnenshuis daarvan niets bemerkt was. + +</p> +<p>Niemand had hem te midden van dien somberen nacht kunnen zien, noch van buiten, noch van binnen, en niemand had hem kunnen +hooren. Hij was zelfs niet uit de skiffa bemerkt, die te midden van de patio gelegen was, en waar binnen zich een zeker getal +khouans <a id="d0e4421"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4421">180</a>]</span>bevonden, die gedeeltelijk sliepen, maar ook gedeeltelijk volgens de bevelen van den Moquaddem Sidi Hassan waakzaam waren, +en zelfs als schildwachten op post stonden. Dat was nog al gunstig uitgevallen. + +</p> +<p>Men begrijpt, dat Pescadospunt onmogelijk eenig plan had kunnen beramen. Zulk een plan zou toch door zooveel onvoorziene omstandigheden +herhaaldelijk gewijzigd moeten worden, dat het geen waarde zou gehad hebben. De innerlijke indeeling van het huis van Sidi +Hassan was hem toch geheel onbekend, en hij wist niet en kon ook niet weten, waar het jonge meisje opgesloten was, ook niet +of zij van nabij bewaakt werd, en nog minder, of haar in het gewichtige oogenblik de ziels- en lichaamskracht niet zou ontbreken, +om daadwerkelijk op te treden en tot hare ontvoering mede te werken. + +</p> +<p>Daarom moest de stoutmoedige kerel noodzakelijk geheel en al op goed geluk te werk gaan. + +</p> +<p>Ziehier, wat hij zichzelf voorgespiegeld had, alvorens dien luchtsprong te ondernemen: + +</p> +<p>“Vóór alles moet ik,” zoo mompelde hij in zich zelven, “hetzij door geweld, hetzij door list, bij Sava Sandorf zien te geraken. +Indien zij mij niet dadelijk volgen kan, indien ik haar gedurende dezen nacht niet ontvoeren kan, moet zij ten minste vernemen, +dat Piet Bathory levend is, dat hij zich in hare nabijheid, aan den voet van de omheiningsmuren bevindt, dat dokter <span id="d0e4431" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> en zijne makkers gereed staan, om haar te hulp te komen, en eindelijk moet haar aan het verstand gebracht worden, dat, wanneer +hare ontvoering eenige vertraging mocht ondervinden, zij voor geene bedreiging moet bezwijken!... In geen geval mag zij hare +toestemming tot dat schandelijk huwelijk geven!... Het is waar, ik kan ontdekt worden, vóórdat ik haar gevonden en bereikt +zal hebben!... Maar.... komt tijd, komt raad!... Gebeurt dat onverhoopt, dan is het oogenblik daar, om de noodige middelen +ter ontkoming te beramen.” + +</p> +<p>Hij klom nu over den parapetmuur, die een dik witachtig steenkussen vormde, hetwelk met schietgaten ingesneden was. Hierbij +was de eerste zorg van Pescadospunt geweest, een dun maar sterk touw, van knoopen voorzien, dat hij onder zijn licht clownspak +had kunnen verbergen, te ontwikkelen, en wel zoodanig, dat het naar buiten hing en den bodem bereikte. Dat was een voorzorgsmaatregel, +die gebiedend noodzakelijk was. Toen hij daarmede klaar was, legde de wakkere kleine kerel zich, alvorens verder te schrijden, +plat op den buik langs den parapetmuur. In die houding, die hem door de voorzichtigheid geboden werd, wachtte hij, zonder +ook maar de geringste beweging uit te voeren. Wanneer hij toch bespeurd was geworden, zou het terras weldra door de lieden +van Sidi Hassan bestormd en overweldigd <a id="d0e4436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4436">181</a>]</span>zijn, en in dat geval zou hem niets meer overblijven, dan van het touw gebruik te maken, waarop hij zijne hoop bouwde als +op het reddingsmiddel voor Sava Sandorf. Dat alles doorkruiste in die oogenblikken zijn schrander brein. + +</p> +<p>Eene diepe stilte heerschte allerwege in de woning van den Moquaddem Sidi Hassan. Daar noch hij, noch Sarcany, noch iemand +anders hunner lieden deel aan het Ooievaarsfeest hadden genomen, was de deur van de zaouya sedert zonsopgang niet geopend +geweest, en zou dat ook niet na zonsondergang worden. + +</p> +<p>Na eenige minuten wachtens, sloop Pescadospunt, steeds op den buik liggende en kruipende, naar den hoek der woning, waar het +meest nabij zijnde minarettorentje verrees. De trap, welke van het bovenste van dat torentje neerdaalde, moest klaarblijkelijk +uitkomen op den vloer der eerste patio. En, inderdaad, hij vond deze deur, die op het terras uitkwam en die toegang tot de +beneden-binnenplaatsen verleende. Dat was een aanvankelijk gunstige uitslag zijner pogingen. + +</p> +<p>Maar die deur was gesloten, niet met een sleutelslot, maar door middel van een grendel, die onmogelijk terug te schuiven was, +tenzij men een gat in het paneel boorde. Dat werk had Pescadospunt zeer goed kunnen verrichten, want hij had een mes in den +zak met verscheidene lemmeten en dus tot verschillende doeleinden geschikt, hetwelk hij van dokter <span id="d0e4444" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> ten geschenke had ontvangen en waarvan hij behendig gebruik wist te maken. Maar dat zou een tijdroovende arbeid zijn, die +ook niet in alle stilte zou kunnen uitgevoerd worden, en waaraan hij dan ook niet verder dacht. Waarlijk, zijne oogenblikken +waren thans te kostbaar. + +</p> +<p>Het was daarenboven niet noodig. Drie voeten boven het terras was een opening in den vorm van een schietgat in den muur van +het minaret gebroken. Dat gat was wel een beetje nauw, maar onze Pescadospunt was niet dik. Daarenboven had hij wel iets van +een kat, die zich uitrekken kan en door openingen glijdt, die aanvankelijk geen doortocht schijnen te kunnen verleenen. Hij +probeerde, en ... weldra bevond hij zich in het minaret, evenwel niet zonder zijne schouders eenigszins geschaafd, niet zonder +zijne knieën wat ontwricht en zijne scheenbeenen ontveld te hebben. Maar zoo iets deerde hem weinig. Dat kwam bij hem niet +in aanmerking. + +</p> +<p>“Ziet, dat zou Kaap Matifou met al zijne kracht onmogelijk hebben kunnen uitvoeren,” dacht hij niet zonder grond. + +</p> +<p>En hij lachte bij de gedachte aan de dikke zware gestalte van Kaap Matifou in dat nauwe schietgat. + +</p> +<p>Toen keerde hij op den tast af naar de deur, waarvan hij thans den grendel terugschoof, ten einde gebruik van dien doortocht +te kunnen <a id="d0e4455"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4455">182</a>]</span>maken, wanneer hij denzelfden weg terug moest. En zoo iets was toch zeer goed mogelijk, niet waar? Hij moest in zijne omstandigheden +op alles bedacht zijn. + +</p> +<p>Terwijl hij de wenteltrap afdaalde, liet Pescadospunt zich meer omlaag glijden, dan dat hij steun op de treden zocht, die +door de drukking zijner voeten konden kraken. Zoo iets moest in de eerste plaats vermeden worden. + +</p> +<p>Beneden vond hij andermaal eene deur; maar hij had slechts noodig, om tegen haar te duwen, om die op hare hengsels te zien +draaien. Dat ging gemakkelijk genoeg. + +</p> +<p>Die deur gaf toegang tot eene galerij, die op zuiltjes rustte en de eerste patio omgaf, en waarop een zeker getal vertrekken +uitkwamen. Op de trap had eene dikke duisternis geheerscht; die galerij bevond zich in een schemerdonker, dat minder somber +was. Hier kon hij ten minste met behulp zijner oogen voortschrijden, terwijl dat op de trap slechts op den tast had kunnen +geschieden. + +</p> +<p>Overigens werd er nergens licht en ook nergens eenig geluid hoegenaamd waargenomen. + +</p> +<p>In het midden van de patio bevond zich een bekken, gevuld met helder frisch water, en omgeven door tuinbeddingen, waarin fraaie +sierplanten, zooals peperstruiken, dwergpalmen, lauriersoorten, cactussen, enz. groeiden, welker weelderig groen als een dicht +boschje rondom den oever vormde. + +</p> +<p>Pescadospunt sloop die galerij, zoo zacht hem maar mogelijk was, rond, terwijl hij voor iedere kamer stilhield, om te luisteren. +Het was, alsof die onbewoond waren. Allen evenwel niet, want achter een der deuren vernam hij stemmen, die hij duidelijk kon +onderscheiden. Ja, daarin kon hij zich niet vergissen. Hij hoorde spreken. + +</p> +<p>Aanvankelijk stoof Pescadospunt eenige passen achteruit; want hij had de stem van Sarcany herkend. Dwaling was onmogelijk; +want die stem had hij te Ragusa meermalen gehoord. Hij trad weer naderbij; maar hoewel hij zijn oor tegen het paneel der deur +hield, kon hij toch onmogelijk verstaan, wat in die kamer gesproken werd. + +</p> +<p>Er kwam een oogenblik, dat een ander en een harder geluid vernomen werd. Pescadospunt had nauwelijks tijd, om achteruit te +springen, en achter een der grootste struiken, die rondom het waterbekken stonden, te schuilen. + +</p> +<p>Sarcany trad de kamer uit. Een Arabier van groote gestalte vergezelde hem. Beiden vervolgden hun gesprek, terwijl zij onder +de galerij van de patio rondwandelden. Drommels, een oogenblik vroeger, dan ware de bespieder onvermijdelijk ontdekt geweest. + +</p> +<p>Ongelukkiglijk kon Pescadospunt onmogelijk verstaan, wat Sarcany en zijn makker spraken; want zij bezigden bij hun onderhoud +de Arabische taal, waarvan de schrandere kerel, helaas! niets verstond. <a id="d0e4477"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4477">183</a>]</span>Twee woorden evenwel troffen hem, of beter gezegd, twee namen, die van Sidi Hassan—het was inderdaad de Moquaddem, die met +Sarcany praatte,—daarna de naam van <span id="d0e4479" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span>, die herhaaldelijk in het gesprek voorkwam. + +</p> +<p>“Dat is op zijn minst genomen vreemd,” mompelde Pescadospunt natuurlijk onhoorbaar, “waarom spreken zij over ons eiland, over +Antekirrta?.... Zou de Moquaddem Sidi Hassan, Sarcany en al die Tripolitaansche zeeschuimers een aanslag op ons dierbaar eiland +smeden?... Duizend duivels!...<span id="d0e4484" class="corr" title="Bron: ”"></span> En dan niets van die taal, die door die twee schoften gebezigd werd, te kunnen verstaan!... Het was inderdaad, om wanhopig +te worden!<span id="d0e4486" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Pescadospunt spitste de ooren en trachtte nog een ander verdacht woord op te vangen. Hij zorgde evenwel nauwlettend, dat hij +in het groen verborgen bleef, wanneer Sarcany en Sidi Hassan het waterbekken nabij kwamen. Maar de nacht was donker genoeg, +zoodat zij hem onmogelijk ontwaren konden. + +</p> +<p>“Als Sarcany maar alleen in die galerij ronddoolde,” sprak Pescadospunt bij zich zelven, “dan kon ik hem bij de keel grijpen +en buiten staat stellen, om verder schadelijk of gevaarlijk te zijn! Maar... daarmede zou Sava Sandorf niet geholpen zijn. +En het is om haar te redden, dat ik dien gevaarlijken sprong over den omheiningsmuur volbracht heb!... Geduld!... Ja, geduld! +Wij moeten wachten!... Sarcanyʼs beurt zal ook wel komen, dat beloof ik hem, en wat ik beloof, volbreng ik; want... belofte +maakt schuld.” + +</p> +<p>Het gesprek en de wandeling van den Moquaddem Sidi Hassan met Sarcany duurden ongeveer twintig minuten. Savaʼs naam werd ook +herhaaldelijk uitgesproken met de aanwijzende bijvoeging van “arouch” Pescadospunt herinnerde zich dat woord meer gehoord +te hebben, dat “bruid” of “verloofde” in het Arabisch beteekent. De Moquaddem was klaarblijkelijk met de plannen van Sarcany +bekend en leende er de hand toe. + +</p> +<p>Eindelijk verlieten die twee mannen de patio door een der hoekdeuren van de galerij, die toegang verleende tot de overige +bijgebouwen van de ruime woning. Een zucht van verlichting ontsnapte aan de borst van den koenen bespieder. + +</p> +<p>Zoodra zij verdwenen waren, kwam Pescadospunt weer te voorschijn en sloop door de galerij tot bij die deur. Zij was niet gesloten. +Hij behoefde haar slechts open te duwen, om zich in een smalle gang te bevinden, waarvan hij den muur, met de hand betastende, +behoedzaam volgde. Aan het einde van die gang rondde zich een dubbel booggewelf af, dat door een middenzuil gedragen werd. +Dat gewelf verleende toegang tot een tweede binnenplaats of patio. Hier moest onze verspieder met verdubbelde omzichtigheid +tewerk gaan. +<a id="d0e4499"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4499">184</a>]</span></p> +<p>Vrij levendige lichtstralen drongen toch tusschen de zuilen door, waarlangs de skiffa lucht en licht van uit die patio ontving, +en vormden breede lichtsectors op den vloer. Het ware uiterst gevaarlijk geweest die in dit oogenblik te overschrijden. Het +geluid van talrijke stemmen liet zich toch vernemen van achter de deur van een der zalen, welke op die tweede patio uitkwamen. +Het begon er voor onzen Pescadospunt inderdaad bedenkelijk uit te zien. + +</p> +<p>Hij aarzelde dan ook een oogenblik, maar ook slechts één enkel; want aarzelen kwam met zijne geaardheid weinig overeen. + +</p> +<p>Wat hij zocht, was de kamer, waarin de rampzalige Sava opgesloten was. Hij mocht op niets anders dan op het toeval rekenen, +om dat vertrek te ontdekken. Of hem dat toeval dienen zou? Dat zullen wij zien. + +</p> +<p>Een licht verscheen eensklaps aan het andere uiteinde van die binnenplaats. Eene vrouw, die eene rijk met gedreven koperwerk +versierde Arabische lantaarn droeg, trad eene kamer uit, die in den tegenovergestelden hoek der patio gelegen was, en volgde +de galerij, waarop de deur der skiffa uitkwam. + +</p> +<p>Pescadospunt herkende die vrouw dadelijk.... Neen, maar hierbij was dwaling onmogelijk! + +</p> +<p>Het was Namir. Ja, Namir! Dat was toch al eene zeer gunstige uitkomst, niet waar? + +</p> +<p>Daar het mogelijk was, dat de Marokkaansche vrouw zich naar het vertrek begaf, waar het jonge meisje zich bevond, moest het +middel uitgedacht worden, om haar te kunnen volgen. En om haar te kunnen volgen, moest onze verspieder haar vooraf doortocht +verleenen, zonder dat hij ontdekt werd. Dat was in de eerste plaats noodzakelijk, dat moest Pescadospunt erkennen. + +</p> +<p>Dit oogenblik zou beslissend zijn omtrent het welslagen van de stoutmoedige poging van Pescadospunt, ook omtrent het lot van +Sava Sandorf. Ziedaar, wat het brein van den stoutmoedigen acrobaat in een ondeelbaar oogenblik doorkruiste. + +</p> +<p>Namir kwam naderbij. Hare lantaarn, die zij laag bij den grond droeg, liet het bovengedeelte der galerij in eene duisternis, +te zwarter naarmate de mozaïek-vloer te scherper verlicht werd. Daar zij nu onder het booggewelf moest voorbijgaan, wist Pescadospunt +waarachtig niet, hoe het aan te leggen, om niet bespeurd te worden, toen eene lichtstraal der lantaarn hem liet bemerken, +dat het bovengedeelte van dat booggewelf uit arabesken bestond, die <i lang="fr">à jour</i> of doorzichtig volgens den Moorschen bouwtrant opgetrokken waren. Toen had hij inderdaad een kostelijken inval. + +</p> +<p>Langs de middenzuil opklouteren, zich aan een dier arabesken vastklemmen, zich aan zijne handen optillen, zich verschuilen +in het middenogief, en daar als een heiligenbeeld in zijne nis onbewegelijk <a id="d0e4523"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4523">185</a>]</span><a id="d0e4524"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4524">186</a>]</span>blijven, was voor onzen Pescadospunt het werk van een oogenblik. Met de vlugheid van een aap en de lenigheid eener kat was +hij naar boven gevlogen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p185.jpg" alt="Pescadospunt spitste de ooren. (Bladz. 183.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Pescadospunt spitste de ooren. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4477" class="typeref">183</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Namir vervolgde haren weg, trad onder het booggewelf voort, zonder erg en natuurlijk zonder den indringer te bespeuren, ging +langs de andere zijde der galerij recht op de deur af der skiffa en opende die met den sleutel, dien zij in de hand hield. + +</p> +<p>Een bundel lichtstralen schoot dadelijk naar buiten, maar doofde onmiddellijk weer uit, toen die deur achter haar gesloten +werd. Alles was weer zwart als de nacht onder dat sombere booggewelf. + +</p> +<p>Pescadospunt dacht na. En waarlijk, waar kon hij beter zitten dan in die nis, om aan zijne overpeinzingen bot te vieren? Het +was inderdaad, of die nis er voor bestemd was. Hij zat daar ineen gedoken met de handen onder de kin en de ellebogen op de +knie gesteund. + +</p> +<p>“Ja, het is Namir, die daar dat vertrek binnengetreden is,” mompelde hij. “Daaraan valt niet te twijfelen! Het is dus klaarblijkelijk, +dat zij zich niet naar de kamer van Sava Sandorf begaf!... Maar zij kwam er wellicht vandaan?... En als dat zoo is, dan ligt +die kamer aan het andere uiteinde van de binnenplaats.... Daaromtrent moet ik zekerheid hebben! Het oude wijf kwam daar vandaan, +als ik mij niet vergis.” + +</p> +<p>In gedachte wees Pescadospunt op dat gedeelte der galerij, waar Namir het eerst verschenen was. + +</p> +<p>Hij wachtte nog eenige oogenblikken, alvorens zijn post te verlaten. Het licht scheen in het binnenste der skiffa langzamerhand +te verminderen, terwijl het stemgeluid nog slechts als een eenvoudig en verwijderd gemurmel vernomen werd. Hij wilde nog wachten, +om niets in de waagschaal te stellen. Als het moest, was hij de voorzichtigheid in persoon. + +</p> +<p>Het oogenblik zou ongetwijfeld aanbreken, dat het geheele personeel van den Moquaddem Sidi Hassan weldra in diepe rust gedompeld +zou zijn. Dan zouden de omstandigheden meer gunstig zijn, om te handelen, daar alsdan dit gedeelte dier woning geheel eenzaam +zoude zijn, al werd dan ook het laatste licht niet uitgebluscht. + +</p> +<p>Zoo gebeurde het inderdaad. De meest gewenschte stilte trad weldra in, die door niets verbroken werd. + +</p> +<p>Pescadospunt liet zich toen langs de middenzuil, die het booggewelf torschte, naar beneden glijden, sloop kruipende over de +marmervloersteenen der galerij, de deur der skiffa voorbij, sloeg den uitersten hoek der patio om, en bereikte weldra het +vertrek, waaruit Namir straks getreden was. Het hart bonsde hem in het lijf, van aandoening en gespannen verwachting. + +</p> +<p>Pescadospunt opende die deur, welke niet op slot gesloten was, <a id="d0e4556"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4556">187</a>]</span>en kon toen bij het zwakke schijnsel van eene Arabische lamp, die aan de zoldering hing en als nachtlicht dienst moest doen, +en derhalve van een witmatten ballon voorzien was, met een blik het innerlijke van die kamer in oogenschouw nemen. Hetgeen +hij ontwaarde, was verre van ongunstig voor zijne plannen. + +</p> +<p>De wanden waren versierd met Oostersche tapijten; hier en daar stonden zetels in Moorschen stijl, terwijl in de hoeken van +het vertrek kussens opgestapeld lagen, en een dik Perzisch kleed den mozaïek-vloer bedekte. Op eene tafel bevonden zich nog +de overblijfselen van het avondmaal en aan het uiterste einde van de kamer stond een divan, die met wollen stof bekleed was. +Het was in één woord een kostbaar gemeubeld vertrek. + +</p> +<p>Ziedaar, wat Pescadospunt met één oogopslag zag. Hij was gewoon alles wat hij zag, goed in zich op te nemen. + +</p> +<p>Hij trad binnen en sloot zacht de deur achter zich. Daarop trad hij behoedzaam vooruit. + +</p> +<p>Eene vrouw lag op den divan uitgestrekt. Zij scheen niet ingeslapen, maar verkeerde in dien dommelenden toestand, die van +den slaap niet veel verschilt. Hare ledematen waren bedekt met een soort burnous, waarmede de Arabieren zich gewoonlijk van +het hoofd tot de voeten weten te dekken. Haar hoofd lag achterover gebogen en rustte op een rijkbewerkt kussen. + +</p> +<p>Dat was Sava. Daar lag de rampzalige dochter van graaf Mathias Sandorf. + +</p> +<p>Neen, Pescadospunt kon zich niet vergissen. Hij herkende haar dadelijk. Vroeger had hij haar toch verscheidene malen in de +straten van Ragusa ontmoet. + +</p> +<p>Maar hoe scheen het arme meisje veranderd te zijn! Waarlijk, er was een geoefend oog noodig, om haar te herkennen. + +</p> +<p>Zij was nog steeds doodsbleek als in het oogenblik, toen hare huwelijkskoets op den lijkstoet van Piet Bathory stuitte. Maar +haar geheele uiterlijk, hare lijdensvolle houding, haar weemoedig gelaat, alles, alles verkondigde, hoezeer zij geleden had! + +</p> +<p>Er was geen oogenblik te verliezen. Dat begreep Pescadospunt terstond. Hier moest gehandeld worden! + +</p> +<p>Inderdaad, de deur was niet op slot gesloten, eene omstandigheid, die het vermoeden rechtvaardigde, dat Namir ongetwijfeld +bij Sava zou wederkeeren. Misschien bewaakte de Marokkaansche vrouw haar dag en nacht. Dat was inderdaad waarschijnlijk. + +</p> +<p>Maar..., al zou het jonge meisje dat vertrek kunnen verlaten, hoe zou zij kunnen ontvluchten, wanneer geen hulp van buiten +daarbij verleend werd? Was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan niet ommuurd als een gevangenis? Was zij niet aan eene +ware vesting gelijk, die zonder verkregen verlof niet verlaten kon worden? +<a id="d0e4580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4580">188</a>]</span></p> +<p>Pescadospunt boog het hoofd over den divan en dacht diep na, terwijl hij het jonge meisje beschouwde. + +</p> +<p>Mijn God! hoe was hij verbaasd, toen hij de gelijkenis opmerkte, die hem tot nu toe ontgaan was, de gelijkenis van Sava Sandorf +met dokter Antekirrt! En die gelijkenis was niet te loochenen! Neen, dat was zij inderdaad niet! + +</p> +<p>Hij stond een oogenblik als getroffen. Hij wreef zich het voorhoofd. Het was, alsof een denkbeeld daarin ontkiemde. + +</p> +<p>Het jonge meisje opende de oogen. Zij was op het punt een kreet te slaken. En toch... + +</p> +<p>Toen zij daar een vreemdeling vóór haar zag staan, met den rechter wijsvinger op de lippen, met smeekenden blik op haar gevestigd +en in het zonderlinge hansworstenpak van den acrobaat gestoken, gevoelde zij eerder verbazing dan wel schrik. Snel sprong +zij op, maar had toch den goeden geest, of beter de koelbloedigheid, om ieder geluid te bedwingen. + +</p> +<p>“Shut!... ” zei Pescadospunt fluisterend en steeds met den wijsvinger op den mond. “Shut!... Laat niemand ons hooren!” + +</p> +<p>Het meisje keek hem ten uiterste verbaasd aan en opende de lippen om te spreken. + +</p> +<p>“Shut!... Stil!...” herhaalde Pescadospunt. “Van mij hebt gij niets te vreezen.” + +</p> +<p>Zij ondervroeg hem met de oogen. Zij gevoelde zich, in weerwil van alles, in de nabijheid van dien man gerustgesteld. + +</p> +<p>“Ik ben hier, om u te redden<span id="d0e4601" class="corr" title="Bron: ”....">....”</span> fluisterde Pescadospunt schier onhoorbaar. “Shut!...” + +</p> +<p>De vragende uitdrukking van ʼs meisjes oogen werd nog dringender. Zij wachtte eene nadere verklaring. + +</p> +<p>“Achter die muren,” ging Pescadospunt voort, “wachten u vrienden, om u aan de handen van Sarcany te ontrukken.” + +</p> +<p>“Wie?” vroeg de blik. “Wie toch kan in dit akelig land eenig belang in mij stellen?” + +</p> +<p>“Piet Bathory is niet dood!” was het fluisterende antwoord van den acrobaat.<span id="d0e4612" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>“Piet... niet dood?”... kreet het meisje met bedwongen stem, terwijl zij de hand op haar hart legde, om er het gebons van +te bedwingen. + +</p> +<p>“Neen, niet dood!” bevestigde Pescadospunt. “Maar wees in Godsnaam bedaard!” + +</p> +<p>“Gij schertst wreed. Ik heb toch den lijkstoet van den armen jongeling met mijne eigene oogen gezien.” + +</p> +<p>“Lees!” + +</p> +<p>En Pescadospunt reikte een briefje aan het jonge meisje over, dat slechts deze weinige woorden bevatte: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Sava, vertrouw den man, die zijn leven gewaagd heeft, om bij <a id="d0e4627"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4627">189</a>]</span>u te komen!.... Ik ben levend!... Ik ben dicht bij u! Vertrouw hem. Vertrouw op God! + + +</p> +<p>Piet Bathory.”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Piet levend!... Piet in de nabijheid!... Aan den voet van den omheiningsmuur!... Maar gebeurden er dan wonderen?... O, dat +zou Sava later vernemen!... Zij zou later vernemen, hoe hij aan den dood ontrukt was. Voor het oogenblik was het genoeg te +weten, dat Piet Bathory haar nabij was! Ja, zeker, dat was voor het oogenblik genoeg. Meer wilde zij, meer verlangde zij thans +niet te vernemen. + +</p> +<p>“Kom, laten wij vluchten!” zei zij. “Kom, laten wij maken uit die nare woning te komen!” + +</p> +<p>“Ja, laten wij vluchten,” antwoordde Pescadospunt. “Dat is goed en wel, maar...” + +</p> +<p>“Maar?...” vroeg Sava ongeduldig. “Ik geloof niet, dat het raadzaam is, zich lang te bezinnen.” + +</p> +<p>“Wij moeten alle kansen aan onze zijde hebben. Eene mislukking, zou den toestand nog gevaarlijker maken.” + +</p> +<p>“Welke kansen?” vroeg het jonge meisje, dat de redeneering van den acrobaat moest beamen. + +</p> +<p>“Luister. Eene vraag slechts: Is Namir gewoon den nacht in dit vertrek door te brengen?” + +</p> +<p>“Neen,” antwoordde Sava. “Zij slaapt gewoonlijk in haar eigen vertrek, nimmer hier.” + +</p> +<p>“Neemt zij de voorzorg, om u hier op te sluiten, wanneer zij voor eenigen tijd afwezig moet zijn?” + +</p> +<p>“Ja.” + +</p> +<p>“Waarom heeft zij dat thans niet gedaan?” + +</p> +<p>“Dat weet ik niet.” + +</p> +<p>“Zij kan dus terugkomen. Dunkt u dat ook niet?... Anders zou zij de deur wel gesloten hebben.” + +</p> +<p>“Ja!... Laten wij vluchten!” sprak Sava Sandorf gejaagd. “Kom, dan toch. Wij hebben geen tijd te verliezen.” + +</p> +<p>“Dadelijk!” antwoordde Pescadospunt. “Maar luister eerst naar mij.” + +</p> +<p>Hij ontwikkelde toen het plan, dat zijn schrander brein uitgedacht had. Het was zeer eenvoudig. + +</p> +<p>Zij moesten de trap op van den minarettoren, die tevens toegang verleende tot het terras, dat uitzicht op de vlakte had. + +</p> +<p>Eenmaal daar aangekomen, zou de ontsnapping met het touw, dat daar hing en tot aan den grond reikte, gemakkelijk te volvoeren +zijn. Daartoe had men weldra besloten. + +</p> +<p>“Kom!” zei Pescadospunt, terwijl hij Sava Sandorf de hand reikte. “Kom, het is nu tijd.” + +</p> +<p>“Kom!” zei het jonge meisje, die onbeschroomd hare hand in de zijne legde. “Ik ga met u mede.” +<a id="d0e4672"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4672">190</a>]</span></p> +<p>Hij was op het punt, om de deur van het vertrek te openen toen eensklaps voetstappen op de marmeren vloersteenen van de galerij +vernomen werden. Ter zelfder tijd weerklonk eene stem, die eenige woorden op gebiedende wijs uitsprak. + +</p> +<p>Pescadospunt had de stem van Sarcany herkend. Ja, hij was het die in allerijl naar Savaʼs kamer toetrad. + +</p> +<p>Bewegingloos bleef de acrobaat een poos op den drempel van de deur staan. + +</p> +<p>“Hij is het”... fluisterde het jonge meisje. “Hij is het!... God zij ons genadig!...<span id="d0e4681" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>“Ja, dat hoor ik,” antwoordde Pescadospunt eveneens fluisterend. “Maar wat te doen?” + +</p> +<p>“Als hij u hier vindt...” + +</p> +<p>Het meisje aarzelde. + +</p> +<p>“Nu, wat dan?” + +</p> +<p>“Dan zijt gij verloren! Reddeloos verloren! O God, wat zal hier gebeuren?” + +</p> +<p>“Ja, maar hij zal mij niet vinden!” + +</p> +<p>“Hoe wilt gij doen?... Ontkomen is thans niet meer mogelijk”, was Savaʼs meening. + +</p> +<p>Maar Pescadospunt antwoordde op die vraag niet. + +</p> +<p>De vlugge acrobaat had zich op den grond uitgestrekt en toen, met eene rappe en behendige beweging, die hij zoo dikwijls op +de kermissen, bij het verrichten zijner meesterstukken volvoerd had, wikkelde hij zich in een van de tapijten, die op den +vloer uitgestrekt lagen, en waarvan hij een punt met vlugge hand <span id="d0e4702" class="corr" title="Bron: gegreden">gegrepen</span> had, en rolde zich toen tot in den donkersten hoek van het vertrek. Niemand zou daar in dat pak een menschelijk wezen vermoed +hebben. + +</p> +<p>Juist was hij daarmede klaar, toen de deur vrij luidruchtig open ging, waardoor Sarcany en Namir binnentraden. Eenmaal binnen, +sloten zij de deur achter zich toe. + +</p> +<p>Sava had middelerwijl weer plaats op den divan genomen. Zij hield zich zoo bedaard mogelijk en geen van beide nieuwaangekomenen +bemerkten <span id="d0e4709" class="corr" title="Bron: niets">iets</span>. + +</p> +<p>Met welk oogmerk kwam haar Sarcany thans opzoeken?... Dat was de vraag, die Sava bezig hield. + +</p> +<p>Zou hij weer moeite komen doen, om hare weigering tot dat gehate huwelijk te overwinnen? + +</p> +<p>Om het even! Sava Sandorf gevoelde zich thans sterk! Zij wist, dat Piet Bathory levend was, dat hij haar buiten wachtte! + +</p> +<p>Pescadospunt lag, steeds in het tapijt gerold, in den hoek, en al kon hij niets zien, zoo kon hij toch alles hooren, wat er +gezegd werd. Niets zou hem ontsnappen. +<a id="d0e4720"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4720">191</a>]</span></p> +<p>“Sava,” begon Sarcany, “morgen ochtend zullen wij dit huis verlaten, om ons elders te vestigen.” + +</p> +<p>Het jonge meisje antwoordde niet. Het was alsof tot haar niet gesproken werd. + +</p> +<p>“Ik wil evenwel niet van hier gaan,” vervolgde Sarcany, “zonder dat gij in ons huwelijk toegestemd zult hebben, ja, zonder +dat het voltrokken zal zijn...” + +</p> +<p>Hij wachtte een oogenblik. Maar geen antwoord liet zich hooren. Sava zat slechts te luisteren. + +</p> +<p>“Alles is gereed.” ging hij kalm en bedaard voort, “en gij zult dadelijk moeten...” + +</p> +<p>“Moeten!... Noch nu, noch later!” antwoordde het jonge meisje op koelen en vastbesloten toon. + +</p> +<p>“Sava,” hernam Sarcany, alsof hij dat antwoord niet gehoord had, “Sava, in ons beider belang is het noodig, dat uwe bewilliging +vrij geschiede. Begrijpt gij?” + +</p> +<p>“Wij kunnen nimmer gemeenschappelijke belangen hebben!” antwoordde zij trotsch en fier. + +</p> +<p>“Pas op!... Ik waarschuw u. Trotseer mij niet! Dat is een gevaarlijk spel.” + +</p> +<p>En toen het jonge meisje slechts met een verachtelijk glimlachje op die bedreiging antwoordde, vervolgde Sarcany: + +</p> +<p>“Ik meen u te moeten herinneren, dat gij uwe bewilliging reeds te Ragusa gegeven hebt”... + +</p> +<p>“Zoo, meent gij dat?” vroeg Sava hoonend. “Mijne bewilliging te Ragusa?... Durft gij daarop nog zinspelen?” + +</p> +<p>“Ja, die bewilliging hebt gij gegeven.” + +</p> +<p>“De redenen daartoe bestaan niet meer.” + +</p> +<p>“Luister, Sava,” hernam Sarcany, wiens gemoed kookte van drift, terwijl hij alle moeite deed, om uiterlijk kalm te blijven, +zonder dat hem dit gelukte, “thans vraag ik voor de laatste maal uwe bewilliging...” + +</p> +<p>“Onnoodig!” + +</p> +<p>“Wat is onnoodig?... Maak toch niet zooveel praatjes,” antwoordde hij kortaf. + +</p> +<p>“Ja, onnoodig. Die bewilliging zal ik, zoolang een ademtocht mij bezielt, weigeren.” + +</p> +<p>Sarcany glimlachte smadelijk. Hij meende zeker te zijn, haar te kunnen dwingen. + +</p> +<p>“O, wees verzekerd, ik zal er de kracht toe hebben!” + +</p> +<p>“Welnu, die kracht zal ik u ontnemen! Daar is reeds voor gezorgd, daar kunt gij op rekenen.” + +</p> +<p>Thans was het aan Sava, om een gebaar te maken. Zij was zich van hare kracht bewust. + +</p> +<p>“Breng mij niet tot het uiterste!” brulde Sarcany. “Ja, die kracht <a id="d0e4767"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4767">192</a>]</span>zal men u ontnemen, die gij tegen mij aanwendt. Namir zal haar wel weten te temmen, en dat uws ondanks, met geweld zelfs, +als het moet. Weersta mij niet, Sava!... Hoort gij mij? Ik dreig zelden, maar als ik dreig, is de uitvoering steeds nabij. +Vergeet dat niet.” + +</p> +<p>Steeds diezelfde tergende glimlach. De Tripolitaan stond te trillen van woede. Hij hernam evenwel zoo bedaard mogelijk: + +</p> +<p>“De Imam staat gereed, om ons huwelijk volgens de gebruiken van dit land, dat mijn vaderland is, te voltrekken.... Volg mij +dus! Wilt gij niet goedschiks, dan zal ik u met geweld dwingen.” + +</p> +<p>Bij die woorden trad Sarcany op het jonge meisje toe, dat vlug van den divan opsprong en in allerijl naar het uiteinde van +het vertrek vluchtte. + +</p> +<p>“Ellendeling!” zei zij, terwijl een waas van verachting hare schoone lippen krulde. + +</p> +<p>“Gij zult met mij meegaan!... O, gij kunt mij onmogelijk ontkomen! Uw lot is beslist.” + +</p> +<p>“Met u meegaan?... dat nooit!” sprak het jonge meisje vastberaden uit. “Dat nooit! Hoort ge?” + +</p> +<p>“Gij zult mij volgen!” brulde Sarcany, die zichzelven niet meer meester was. “Gij zult!” + +</p> +<p>“Nooit! Nooit!... Ik herhaal het u tot walgens toe. Nooit! Nooit!” + +</p> +<p>“Pas op! Ik waarschuw u nogmaals. Dwing mij niet tot gewelddadigheden.” + +</p> +<p>Sarcany had den arm van het jonge meisje gegrepen om haar, geholpen door Namir, naar de skiffa te sleepen, waar de Moquaddem +Sidi Hassan en de Imam hen beiden wachtten. + +</p> +<p>“Help!... help!” riep Sava verbijsterd uit. “Help!... Help!...” + +</p> +<p>“Ja, roep maar om hulp!” grinnikte de ellendeling. + +</p> +<p>“Help!... help!... Piet Bathory, te hulp!” + +</p> +<p>De arme Sava wrong zich de handen. + +</p> +<p>“Piet Bathory!...” riep Sarcany spottend uit. “Roept ge de dooden te hulp?” + +</p> +<p>“Neen, Piet Bathory is niet dood!” kreet het jonge meisje in hare overspanning. “Hij is levend!... Piet Bathory! te hulp! +te hulp! Ik smeek u. Help!” + +</p> +<p>Dat antwoord trof Sarcany en verschrikte hem meer dan de verschijning van zijn slachtoffer zou hebben kunnen teweeg brengen. +Maar hij herstelde zich spoedig. + +</p> +<p>Piet Bathory levend! Piet Bathory, dien hij met vaste hand getroffen had en wiens lijk hij naar het kerkhof te Ragusa had +zien dragen!... Inderdaad, dat kon slechts in het brein eener krankzinnige opkomen. + +</p> +<p>En, was het niet mogelijk, dat Sava onder den invloed der wanhoop krankzinnig was geworden? + +<a id="d0e4807"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4807">193</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p193.jpg" alt="Toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf tegenhield.
(Bladz. 194.)" width="506" height="720"><p class="figureHead">Toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf tegenhield. +(<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4819" class="typeref">194</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e4819"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4819">194</a>]</span></p> +<p>Pescadospunt had intusschen dat geheele gesprek gehoord. Door Sarcany mede te deelen, dat Piet Bathory niet dood was, had +Sava haar leven in groot gevaar gebracht. Dat was buiten twijfel. Onze acrobaat hield zich dan ook gereed, om met zijn mes +in de hand te voorschijn te treden, wanneer de ellendeling tot verdere gewelddadigheid zou willen overgaan. Niemand zal hem +verdenken, dat hij zou aarzelen, om toe te stooten, en wie dat zou willen doen, zou waarlijk Pescadospunt niet gekend hebben! +Hij was in dat oogenblik tot alles in staat, ja, zelfs tot een moord! + +</p> +<p>Maar het zou zoover, Goddank, niet komen. Uitkomst was inderdaad nabij. + +</p> +<p>Plotseling sleurde Sarcany Namir mede. Hij sloot de deur met geweld toe en draaide den sleutel om, ten einde over het lot +van het jonge meisje te gaan beraadslagen. + +</p> +<p>Pescadospunt ontrolde zich uit zijn tapijt, toen hij de deur hoorde toeslaan, en was met één sprong op de been. + +</p> +<p>“Kom,” zei hij tot Sava. “Kom, nu mag er geen enkel oogenblik verloren gaan!” + +</p> +<p>Deze keek hem verbijsterd aan. “Zijn wij dan niet opgesloten?” vroeg zij. + +</p> +<p>Daar het slot zich aan den binnenkant der deur bevond, beijverde de behendige kerel zich de schroeven met den schroevendraaier +van zijn zakmes los te maken. Dat was slechts kinderspel voor hem! Dat was volstrekt niet moeielijk en veroorzaakte geen gedruisch. +In weinige oogenblikken was hij daarmede dan ook gereed, en stak hij zijn mes weer in den zak. + +</p> +<p>Toen de deur geopend was en zij naar buiten gestapt waren, sloot hij haar weer. Daarna schreed Pescadospunt vooruit en sloop +door de galerij langs den muur der patio. + +</p> +<p>Het kon toen zoo ongeveer half twaalf in den nacht zijn. Eenige lichtstralen ontsnapten nog door de muurversieringen der skiffa. +Pescadospunt vermeed dan ook zorgvuldig om die zaal voorbij te gaan, en richtte zich daarentegen naar den tegenovergestelden +hoek der binnenplaats, om langs dien de patio te bereiken. + +</p> +<p>Toen beiden aan de deur van die gang aangekomen waren, volgden zij die tot aan het andere uiteinde. Zij hadden nog slechts +eenige weinige passen af te leggen, om de trap van het minarettorentje te bereiken, toen Pescadospunt plotseling bleef staan +en Sava Sandorf, wier hand de zijne niet losgelaten had, tegenhield. Ook het jonge meisje stond toen verschrikt stil. + +</p> +<p>Drie mannen liepen in de eerste binnenplaats rondom het beschreven waterbekken op en neer. De Moquaddem Sidi Hassan—want deze +was een hunner,—gaf een bevel aan beide anderen. Deze verdwenen bijna onmiddellijk daarop langs de trap van het minarettorentje, +<a id="d0e4842"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4842">195</a>]</span>terwijl hun heer een der zijvertrekken binnentrad. + +</p> +<p>Pescadospunt begreep, dat Sidi Hassan er aan dacht, om den omtrek zijner woning te doen bewaken. Dus het was te voorzien, +dat wanneer het jonge meisje en hij het terras zouden bereiken, dit niet verlaten, maar wel degelijk bewaakt zoude zijn. Dat +zou wel de noodlottigste teleurstelling wezen, die zij zouden kunnen ondervinden. Dat viel niet te ontkennen. + +</p> +<p>“Wij moeten evenwel alles er aan wagen!” zei Pescadospunt vastberaden. + +</p> +<p>“Ja..... alles!” antwoordde Sava Sandorf, niet minder kloekmoedig. + +</p> +<p>Beiden bereikten weldra, na de galerij doorgeslopen te zijn, de trap, die zij met de meeste voorzichtigheid en zonder eenig +gekraak te veroorzaken, bestegen. Toen Pescadospunt op de bovenste trede aangekomen was, bleef hij staan en keek scherp rondom +zich. + +</p> +<p>Geen gerucht hoegenaamd werd vernomen, zelfs niet de eentonige pas van de een of andere schildwacht. + +</p> +<p>Pescadospunt opende zachtkens de deur en, gevolgd door Sava Sandorf, sloop hij langs de schietgaten van den borstweringsmuur. + +</p> +<p>Plotseling weerklonk nu uit het bovenste gedeelte van het minarettorentje een alarmkreet, die door een der wachthebbende manschappen +geslaakt werd. In hetzelfde oogenblik sprong de andere op Pescadospunt toe, terwijl Namir het terras opvloog en het overige +personeel van den Moquaddem Sidi Hassan zich over de binnenplaatsen der woning verspreidde. + +</p> +<p>Zou Sava Sandorf zich weer laten vatten?... Zou zij weer in handen van hare belagers vallen? + +</p> +<p>Neen!... Wanneer zij andermaal in de macht van Sarcany geraakte, dan was zij verloren!... Zij verkoos den dood boven die wisselvalligheid! +Ja, liever den dood! + +</p> +<p>Het jonge meisje ijlde, na Gode hare ziel aanbevolen te hebben, naar den borstweringsmuur en sprong, zonder een oogenblik +te aarzelen, van boven het terras naar beneden. + +</p> +<p>Pescadospunt had den tijd en de gelegenheid niet gehad, om haar te weerhouden. Hij velde den man, die hem wilde grijpen, met +een stomp onder de korte ribben ter neder, daarop greep hij ijlings het touw, dat buiten het kanteel werk hing, en eene seconde +later was hij buiten en aan den voet van de muuromheining aangekomen. Een angstig gevoel maakte zich evenwel onmeedoogend +van hem meester. + +</p> +<p>Hij keek rondom zich en huiverde bij de vreeselijke gedachte, die bij hem opkwam. + +</p> +<p>“Sava!... Sava!...” riep hij, terwijl hij zich woest aan de haren <span id="d0e4870" class="corr" title="Bron: rok">trok</span>. “Sava!” +<a id="d0e4873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4873">196</a>]</span></p> +<p>En toen hij niet dadelijk antwoord kreeg, herhaalde hij: + +</p> +<p>“Sava!... Sava!... Och, zou het arme meisje een ongeluk overkomen zijn?” + +</p> +<p>“Hier is de juffer!...” antwoordde hem eene bekende stem. “Schreeuw toch zoo niet. Hier is zij!” + +</p> +<p>“En?...” vroeg Pescadospunt aarzelend. + +</p> +<p>Hij durfde niet verder. + +</p> +<p>“En niets gebroken!...” vervolgde de bekende stem. “Neen, haar deert niets. Daar heb ik voor gezorgd.” + +</p> +<p>“Niets?” + +</p> +<p>“Neen!... Ik bevond mij daar juist van pas, om... Maar, pas op!... Wat is dat?” + +</p> +<p>Een kreet van woede, gevolgd door een dof gerucht, brak den volzin van Kaap Matifou af. + +</p> +<p>Namir, door een gevoel van razernij vervoerd, had hare prooi, die haar ontsnapte, niet willen verlaten. Zij had ook den sprong +gewaagd, maar had zich het hoofd op den grond verbrijzeld, zooals dat Sava Sandorf ook wedervaren zoude zijn, wanneer de sterke +armen van Kaap Matifou haar niet opgevangen en in haren val weerhouden hadden. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren toegeijld en hadden zich bij Kaap Matifou en Pescadospunt aangesloten. +Deze vluchtten toen terstond naar den kant van het strand. Sava Sandorf woog, hoewel zij haar bewustzijn verloren had, niet +meer dan eene veer voor de stevige armen van haren redder. Hij zou er wel drie zulke hebben kunnen dragen. + +</p> +<p>Toen die kleine bende de kreek bereikte, waar de <i>Elektriek</i> wachtte, bevond dokter Antekirrt zich met zijne makkers reeds aan boord, en na eenige weinige omwentelingen van de schroef, +waren allen buiten het bereik hunner vijanden. Het vaartuig stevende de kreek uit en de buitenhaven voorbij, en was in weinige +oogenblikken in het ruime sop en buiten gevaar. + +</p> +<p>Sava werd in het salon gebracht. Toen zij daar met dokter Antekirrt en Piet Bathory alleen was, keerde het bewustzijn weder. +Zij vernam toen, natuurlijk met veel aandoening, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was!... Zij bevond zich weldra +in de armen en aan de borst van haren vader. Welke aandoeningen die man toen ondervond, zal de lezer waarschijnlijk wel bevroeden. +Eene menschelijke pen is onbekwaam die naar eisch weer te geven. + + + +<a id="d0e4903"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4903">197</a>]</span></p> +</div> +<div id="d0e4904" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label"><span id="d0e4906" class="corr" title="Bron: V">X</span>. +</h2> +<h2 class="normal">ANTEKIRRTA.</h2> +<p>Vijftien uren nadat zij de kust van Tripoli verlaten had, werd de <i>Elektriek 2</i> door den uitkijk van Antekirrta geseind. Het vaartuig was toen nog maar ter nauwernood zichtbaar, maar in den namiddag lag +het in de binnenhaven van het eiland ten anker. Dokter Antekirrt was tevreden, en moest erkennen, dat die overtocht binnen +den kortst mogelijken tijd volvoerd was. + +</p> +<p>De lezer zal gemakkelijk kunnen gissen, welke ontvangst het geachte hoofd van het eiland en zijne wakkere tochtgenoten ten +deel viel. + +</p> +<p>Hoewel Sava zich nu geheel en al buiten gevaar bevond, werd er toch besloten, dat de banden, die haar aan dokter Antekirrt +verbonden, stipt geheim zouden gehouden worden. Daar bestonden redenen voor, en ieder die met de ware toedracht bekend was, +verbond er zich toe. Die waren trouwens niet veel, namelijk: Piet Bathory, zijne moeder, Luigi en Maria Ferrato, Kaap Matifou +en Pescadospunt. + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf wilde onbekend blijven, totdat hij volledig de taak zou vervuld hebben, die hij op zich genomen had. +Maar het was voldoende, dat Piet Bathory, die voor hem een zoon was,—zoo veel hield hij van hem,—verloofd was met Sava Sandorf, +om overal en van alle kanten de vreugde te ontwaren, die dan ook door allen, op werkelijk aandoenlijke wijze aan den dag gelegd +werd, zoowel op het stadhuis als in Artenak, de kleine hoofdplaats van het eiland Antekirrta. + +</p> +<p>De lezer zal zich gewis ook kunnen voorstellen, wat mevrouw Bathory moest ondervinden, toen Sava na zooveel beproevingen teruggevonden +en haar weergegeven was! Die goede vrouw gevoelde zich inderdaad zoo gelukkig mogelijk. + +</p> +<p>Het jonge meisje herstelde spoedig. Weinige dagen van geluk waren voldoende, om haar de volle gezondheid weer te geven. + +</p> +<p>Wat Pescadospunt betreft, die brave kerel had zijn leven gewaagd; dat was ontwijfelbaar en dat viel niet te ontkennen, maar +volgens hem was dat zeer natuurlijk, en er bestond geen mogelijkheid om hem daarover althans in woorden erkentelijkheid te +betuigen. Piet Bathory had hem zoo innig aan zijn hart gedrukt en dokter Antekirrt had hem met zulk een goedaardigen blik +aangekeken, dat hij verder niets <a id="d0e4928"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4928">198</a>]</span>hooren wilde. Volgens zijne gewoonte daarenboven, kende hij de geheele verdienste van de redding aan Kaap Matifou toe. Ja, +aan Kaap Matifou, zijn tweeling-broeder als het ware. + +</p> +<p>“Ziet ge,” herhaalde hij telkens, “dat is de man, dien gij moet bedanken. Niet mij!...” + +</p> +<p>“Loop heen,” sprak de reus, half lachende, half gebelgd. “Loop heen met je praatjes!” + +</p> +<p>“Hij heeft alles gedaan,” ging Pescadospunt voort. “Hij alleen, die sterke vent.” + +</p> +<p>“Ik? Neen, hij!” + +</p> +<p>“Ja, hij, die Kaap van mijn hart! Als hij er niet geweest was, dan waarachtig ...” + +</p> +<p>“Nogmaals, loop heen! Je brengt mij waarlijk uit mijn humeur!” zei de Hercules blozend. + +</p> +<p>“Als die goede Kaap niet zooveel behendigheid bij de oefening met dien staak aan den dag had gelegd, dan zou ik niet met een +sprong binnen het huis van dien akeligen Moquaddem Sidi Hassan hebben kunnen dringen....” + +</p> +<p>“Schei uit! Je maakt mij inderdaad zeeziek! Je bent een nare kerel! Hoor je?” + +</p> +<p>“En Sava Sandorf”, ging Pescadospunt voort, zonder op de onderbreking van Kaap Matifou te letten, “zou den dood gevonden hebben, +wanneer mijn dierbare Kaap niet daar geweest was, om haar in zijn armen op te vangen!” + +</p> +<p>“Dat is waar,” sprak het jonge meisje met een schalkschen glimlach. “Dat is ontwijfelbaar waar, mijnheer Matifou!” + +</p> +<p>“Zal je nu eindigen!” sprak Kaap Matifou half gebelgd tot Pescadospunt. + +</p> +<p>“Waarom? Waarom zou ik eindigen? Ik spreek slechts de waarheid, dat kan niemand ontkennen.” + +</p> +<p>“Gij gaat te ver, want het denkbeeld, om...” + +</p> +<p>“Zwijg, Kaaplief!” viel hem Pescadospunt in de rede. + +</p> +<p>“Waarom zou ik nu moeten zwijgen? Ik wil en zal thans spreken! Hoort ge? Niemand zal mij dat beletten.” + +</p> +<p>“Drommels, ik ben niet sterk genoeg, om complimenten van dat gehalte in ontvangst te nemen, terwijl gij...” + +</p> +<p>“Nu terwijl ik?” vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijne mouwen opstroopte en zijne Hercules-armen met welgevallen beschouwde. +“Nu, ga voort, terwijl ik?...” + +</p> +<p>“Kom, laten wij onzen tuin gaan bebouwen en verzorgen”, zei Pescadospunt lachende. “Daar zullen die cyclopen-armen te pas +komen. Wij hebben onze plantage te lang verwaarloosd.” + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p199.jpg" alt="De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht. (Bladz. 202.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5016" class="typeref">202</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Cyclopen-armen!...” pruttelde Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend volgde. “Gij zoudt willen, dat gij uwe magere asperges +tegen <a id="d0e4978"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4978">199</a>]</span><a id="d0e4979"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4979">200</a>]</span>die cyclopen-armen kondet verruilen. Wacht maar... die cyclopen-armen zullen je die plagerijen wel betaald zetten!...” + +</p> +<p>Pescadospunt schaterde het uit, maar antwoordde niet en trok zijn vriend met zich voort. + +</p> +<p>Kaap Matifou zweeg verder; maar eindigde met zich alle gelukwenschen te laten aanleunen, alleen “om zijn kleinen Pescadospunt +niet te ontstemmen.” Dat duidde op een goedig karakter. Maar ieder was dat van den zachtaardigen reus gewoon. + +</p> +<p>Er werd besloten, dat het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf al zeer spoedig, namelijk op den 9<sup>den</sup> November zoude voltrokken worden. Wanneer onze jonge vriend de echtgenoot van Sava geworden zou zijn, zou hij dadelijk beginnen, +om de rechten zijner vrouw op de erfenis van graaf Mathias Sandorf te doen erkennen. De brief van mevrouw Toronthal liet omtrent +de geboorte en de afkomst van het jonge meisje geen twijfel bestaan. Wanneer het daarenboven noodig zoude zijn, dan zou men +wel eene gelijkluidende verklaring van den bankier verwerven. Het behoeft niet verzekerd te worden, dat de noodige formaliteiten +daarbij betracht werden, vooral omdat Sava Sandorf nog niet meerderjarig was en derhalve den leeftijd nog niet bereikt had, +om hare rechten te doen eerbiedigen. Inderdaad, zij zou haar achttiende jaar eerst over zes weken bereiken. + +</p> +<p>Er moet bovendien bij verteld worden, dat in dat verloopen tijdvak van vijftien jaren, een wijziging in de staatkunde plaats +had gegrepen, geheel ten voordeele van de Hongaarsche kwestie, en waaruit een betere toestand geboren was, vooral ten opzichte +van de herinnering, die de zoo plotseling bedwongen onderneming van graaf Mathias Sandorf bij eenige staatslieden achtergelaten +had. Mildere gevoelens zaten bij hen voor en zouden hunnen invloed niet missen. + +</p> +<p>Wat den Spanjaard Carpena en den bankier Silas Toronthal betreft, omtrent hun lot zou later afdoend beslist worden, evenwel +niet vóórdat Sarcany op zijne beurt een plaatsje in de kasematten van Antekirrta zoude erlangd hebben. Eerst dan zou de taak +van gerechtigheid, die dokter <span id="d0e4994" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> ondernomen had, volvoerd mogen heeten. Ja, eerst dan zou de deugd beloond en de misdaad gestraft mogen heeten. + +</p> +<p>Maar terzelfdertijd, dat de dokter de middelen beraamde, om zijn doel te bereiken, gebood de noodzakelijkheid ernstig om maatregelen +van voorzorg voor de veiligheid der kolonie te treffen. Zijne agenten in de Cyrenaïsche streken en in het Tripolitaansche +Regentschap meldden hem toch, dat de Senousistische beweging in belangrijkheid buitengewoon toenam, vooral in het villayetschap +van Ben Ghazi, dat zich het meest in de nabijheid van het eiland Antekirrta <a id="d0e4999"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4999">201</a>]</span>bevond. Speciale loopers stelden zich onafgebroken in betrekking tot Jerhboub, dat nieuwe brandpunt van de Islamitische beweging, +zooals de heer Duveyrier dat tweede metropolitaansche Mekka noemde, waar toen Sidi Mohammed El Mahedi tegenwoordige Grootmeester +der Broederschap met zijne hem ondergeschikte hoofden van de geheele provincie resideerde. Daar nu die Senousisten de waardige +nakomelingen zijn van de oude Barbarijsche zeeschuimers, dragen zij derhalve een ingekankerden en doodelijken haat toe aan +een ieder, die tot het Europeesche ras behoort. Dokter Antekirrt begreep dan ook, dat hij zeer op zijne hoede moest zijn en +dat voor het eiland Antekirrta inderdaad zeer gevaarvolle dagen aanbreken konden. + +</p> +<p>En werkelijk, moeten niet aan de Senousisten toegeschreven worden de veelvuldige moorden, die sedert twintig jaren op de Afrikaansche +sterftelijst hebben moeten ingeschreven worden? Als wij Beurman in 1863 te Kanem hebben zien omkomen, Van der Decken met zijne +makkers in 1865 op de rivier Djouba, mejuffrouw Alexina Tinne en hare volgelingen in 1865 in de Ouadj Abedjouch, Dournaux +Duperré en Joubert in 1874 bij den waterput van In Azhar, de paters Paulmier, Bouchard en Menored in 1876 in de omstreken +van In Calah, de paters Richard Morat en Pouplard van den zendingspost Ghadames in het noorden van de Azdjer-streek, den kolonel +Flatters, de kapiteins Masson en De Dianous, den dokter Guiard, de ingenieurs Beringer en Roche in 1881 op den openbaren weg +naar Warglâ, dan moeten alle die moorden toegeschreven worden aan die bloeddorstige geaffilieerden, die er toe gedwongen worden +de Senousistische leer ten opzichte van stoutmoedige landonderzoekers ten uitvoer te leggen. Onbedwingbare dweepzucht komt +daarbij voornamelijk in het spel. Dat is niet te betwisten. + +</p> +<p>Omtrent dit onderwerp onderhield dokter <span id="d0e5005" class="corr" title="Bron: Antekirrtt">Antekirrt</span> zich zeer dikwijls met Piet Bathory, met Luigi Ferrato, met de gezagvoerders zijner flottilje, met de hoofden zijner militie +en met de voornaamste notabelen van zijn klein eiland. + +</p> +<p>Zou Antekirrta een aanval van die schrikkelijke zeeschuimers kunnen weerstaan? + +</p> +<p>Ja, ongetwijfeld, hoewel het geheele versterkingsplan nog niet geheel ontworpen, en sommige vestingwerken nog niet voltooid +waren, zeker zou Antekirrta zich kunnen verdedigen, evenwel in het geval dat de aanvallers niet te talrijk zouden zijn. + +</p> +<p>Van eene andere zijde beschouwd, zouden de Senousisten er eenig belang bij hebben, het eiland te bemachtigen? + +</p> +<p>Voorzeker, daar het de geheele Sidragolf beheerschte, die door de kusten van de Cyrenaïsche en Tripolitaansche streken omzoomd +en gevormd werd. Voor hen vormde dat eiland als het ware een strategische knoop en was dus zeer belangrijk. +<a id="d0e5016"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5016">202</a>]</span></p> +<p>De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat ten zuidwesten van Antekirrta het eilandje Kenkrof op een afstand van ongeveer +twee mijlen gelegen was. Nu had men den tijd niet gehad, om dat eilandje te versterken, en dat dreigde gevaarlijk te worden, +in het waarschijnlijk geval, dat eene vloot daarvan hare operatiebasis wilde maken. Dokter Antekirrt had het dan ook, zooals +wij weten, bij wijze van voorzorgsmaatregel laten ondermijnen, en thans werd eene schrikkelijke ontplofbare stof, de penkrastiet, +in de mijngangen, die te midden van de rotsachtige massa aangelegd waren, geladen. Verdere voorzorgen waren voorloopig niet +te nemen. + +</p> +<p>Er was maar eene electrische vonk noodig, die langs een onderzeeschen metaaldraad, die het eilandje met Antekirrta verbond, +afgezonden kon worden, om Kenkrof, met alles wat zich op zijne oppervlakte bevond, in de lucht te doen vliegen en te vernietigen. + +</p> +<p>Ziehier, wat omtrent de andere verdedigingswerken van het eiland verricht was. + +</p> +<p>De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht en wachtten slechts dat de aangewezen bedieningsmanschappen der militie hunne +posten kwamen innemen. Het centraal conisch fortje was gereed om vuur te kunnen geven met zijne stukken, die zeer ver droegen. +Talrijke torpedoʼs, die in het vaarwater gezonken lagen, verdedigden den toegang der haven. Ook de <i>Ferrato</i> en de beide <i>Elektrieks</i> waren tot handelen gereed, hetzij om den aanval verdedigenderwijze tegen te gaan, hetzij om bij den uitval op de aanvallende +vloot in te loopen. Inderdaad, de verdedigingsmiddelen van het kleine eiland Antekirrta waren niet gering te schatten. + +</p> +<p>Toch had het eiland eene kwetsbare plaats, namelijk de zuidwestelijke kust. Daar was eene strook, die niet door het vuur der +strandbatterijen en door dat van het fortje bestreken werd, en waar dus gemakkelijk troepen konden ontscheept worden. Men +had nog geen tijd gehad, om daar het versterkingsplan te voltooien. Dat was wel te betreuren. + +</p> +<p>Daar bestond het gevaar, en misschien was het reeds te laat, om afdoende verdedigingswerken te ontwerpen en daar te stellen. +Maar daaraan was nu in de gegeven omstandigheden niets meer te doen. Maar was het, alles wel beschouwd, onwraakbaar zeker, +dat de Senousisten plan hadden, om het eiland Antekirrta aan te tasten? + +</p> +<p>Dat was toch, bij eenig nadenken, eene zaak van belang, ja eene gevaarlijke onderneming, die daarenboven een belangrijk materiëel +vorderde. Luigi Ferrato kon aan dat plan niet gelooven en twijfelde nog. Dat gaf hij eens te kennen bij gelegenheid dat dokter +Antekirrt, Piet Bathory en hij de versterkingswerken van het eiland in oogenschouw namen. + +</p> +<p>“Wat zouden zij hier komen doen?” vroeg hij. “Neen, op Antekirrta hebben zij het oog niet gevestigd.” +<a id="d0e5039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5039">203</a>]</span></p> +<p>“Dat ʼs mijne meening niet,” antwoordde dokter Antekirrt. “Het eiland is rijk, het beheerscht de streken, die aan de Syrtische +Zee gelegen zijn. Al bestonden ook slechts die redenen, geloof mij, dan zou het eiland toch vroeg of laat aangevallen worden; +want de Senousisten hebben er zeer groot belang bij, er zich van te bemachtigen!” + +</p> +<p>“Meent gij?” vroeg Luigi Ferrato hoofdschuddende en nog steeds ongeloovig. + +</p> +<p>“Niets is zekerder dan dat,” vulde Piet Bathory aan. “En mij dunkt, dat dit eene gebeurlijkheid is, die ons zeer op onze hoede +moet doen zijn!” + +</p> +<p>“Nu, dat zullen wij!... Maar, intusschen wil het bij mij er nog maar niet in...” + +</p> +<p>“Wat mij vooral aan een aanstaanden aanval doet gelooven,” hernam dokter Antekirrt, “dat is, dat Sarcany tot de geaffilieerden +van de Khouâns behoort, en het is mij bekend, dat hij vroeger steeds voor hen als agent in het buitenland werkzaam is geweest... +Hij was het, die wapens, kruit en lood voor hen opkocht.” + +</p> +<p>“Dat is zoo, maar...” + +</p> +<p>“Herinnert u nu, mijne vrienden, dat Pescadospunt in het huis van den Moquaddem een onderhoud tusschen Sarcany en Sidi Hassan +afgeluisterd heeft. In dat onderhoud werd de naam van het eiland Antekirrta herhaaldelijk uitgesproken... Mij dunkt, dat dit +zijne beteekenis moet hebben. Zijt gij ook niet van die meening?” + +</p> +<p>“Ja, maar...” + +</p> +<p>“Sarcany weet,” ging de dokter onverstoorbaar voort, “dat het eiland mij toebehoort, dat wil zeggen aan den man, die een schrik +voor hem is, aan den man die Zirone op de hellingen van den Etna deed aanvallen...” + +</p> +<p>“Jawel, maar welke...” + +</p> +<p>“Dus, omdat hij daarginds op het eiland Sicilië niet geslaagd is, zal hij ongetwijfeld hier trachten te slagen en dat met +veel meer kansen in zijn voordeel. Mij dunkt toch, Luigi, dat die redeneering steek houdt.” + +</p> +<p>“Heeft hij een persoonlijken haat jegens u, heer dokter?” vroeg Luigi Ferrato. + +</p> +<p>Antekirrt trok onverschillig de schouders op. De haat van zooʼn aterling scheen hem niet te deeren. + +</p> +<p>“Kent hij u ten minste?” vroeg de jonge zeeman, die zich zoo gauw niet gewonnen gaf, met aandrang. + +</p> +<p>“Het is mogelijk, dat hij mij te Ragusa gezien heeft,” antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Maar dat is niet voldoende om...” + +</p> +<p>“In ieder geval,” ging de dokter voort, “kan het hem niet onbekend gebleven zijn, dat ik in die stad in aanraking gekomen +ben met de familie Bathory...” +<a id="d0e5074"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5074">204</a>]</span></p> +<p>“Dat is te zeggen....” + +</p> +<p>“Daarenboven moet hem op het oogenblik, toen Pescadospunt Sava uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan ontvoerde, bekend +geworden zijn, dat Piet Bathory nog leefde. Dat alles moet in zijn geest eenig verband gezocht hebben, en hij kan er niet +aan twijfelen, dat èn Piet èn Sava eene schuilplaats op het eiland Antekirrta gevonden hebben. Die gedachte alleen is meer +dan genoeg, om er hem toe te brengen, het geheele Senousistische hondenpak tegen ons aan te voeren. En van die hebben wij +geene genade te verwachten, wanneer zij er in slaagden, ons eiland te overweldigen.” + +</p> +<p>Die redeneering was volstrekt niet zonder grond. Het was meer dan zeker, dat Sarcany nog niet wist, dat dokter Antekirrt en +Graaf Mathias Sandorf slechts één persoon uitmaakten. Hij wist evenwel genoeg, om alles in het werk te stellen, ten einde +de erfgename van het domein Artenak weer in handen te krijgen. Niemand zal er zich dus over verwonderen, dat hij den Kalief +aangezet had, om een krijgstocht tegen de Antekirrtsche volksplanting uit te rusten! Hij had zelfs aangeboden, den aanval +te besturen en te geleiden. Een lafaard was Sarcany niet. + +</p> +<p>Men bereikte evenwel eindelijk den 3<sup>en</sup> December, zonder dat iets geschied was, hetgeen op een aanstaanden aanval kon duiden. Het was tot dien datum in den omtrek +van het eiland Antekirrta volkomen rustig gebleven. + +</p> +<p>Er mag niet uit het oog verloren worden, dat de vreugde over het weerzien en het geluk, om zich eindelijk allen te zamen vereenigd +te vinden, allen, behalve den dokter, als in eene betoovering besloot, die voor de gedachten aan eene ernstige toekomst weinig, +zeer weinig overliet. Het aanstaande huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf vervulde aller harten en aller hoofden. Iedereen +trachtte zich zelven de overtuiging op te dringen, dat de ongeluksdagen voorbij waren en dat zij niet meer wederkeeren zouden. +Hoe zou men zich intusschen daarin vergissen! + +</p> +<p>Het moet ten volle erkend worden, dat Pescadospunt en Kaap Matifou de algemeene gerustheid volmaakt deelden. Zij gevoelden +zich zoo overgelukkig over het geluk der anderen, dat zij als het ware in een voortdurenden staat van verrukking verkeerden. +Zij betrachtten dat geluk, hetwelk zij toch teweeg gebracht hadden, voortaan als onverstoorbaar. + +</p> +<p>“Het is om, bij mijn ziel, niet aan te gelooven,” herhaalde Pescadospunt voortdurend. + +</p> +<p>Waarop Kaap Matifou, steeds onbevattelijk, onveranderlijk antwoordde met de vraag: + +</p> +<p>“Waaraan valt niet te gelooven? Op het vraagstuk omtrent geloof ben ik nog al gemakkelijk.” + +<a id="d0e5096"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5096">205</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p205.jpg" alt="Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede linie het eiland. (Bladz. 208.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend<span id="d0e5101" class="corr" title="Bron: ">,</span> naderden in breede linie het eiland. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5185" class="typeref">208</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e5111"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5111">206</a>]</span></p> +<p>“Wel,” antwoordde Pescadospunt dan lachende, “dat gij een dikke, vette rentenier gaat worden, en dat....” + +</p> +<p>“En dat?” vroeg Kaap Matifou dan ongeduldig. “Waarom gaat gij niet voort? Zeg?” + +</p> +<p>“En, dat ik er aan denk, om je te laten trouwen!” + +</p> +<p>“Mij?” riep de reus verbouwereerd uit. “Kom, ge houdt mij voor den gek!” + +</p> +<p>“Ja, gij trouwen! Gij in eigen persoon!” + +</p> +<p>“Ik, trouwen?... Het is inderdaad, om het uit te gieren van lachen,” hernam Kaap Matifou, die inderdaad zijn buik vasthield. + +</p> +<p>“Ja,... en met een lief klein vrouwtje!” ging Pescadospunt met een onverstoorbaar ernstig gelaat voort. + +</p> +<p>“Houdt ge me voor den gek! Zeg het dan bijtijds, dan kan ik de plaat poetsen.” + +</p> +<p>“Komaan, komaan, een lief klein vrouwtje... Is je dat nu voor den gek houden?” + +</p> +<p>“Waarom moet ze klein zijn?” vroeg Kaap Matifou plotseling nurksch geworden. “Mij dunkt, dat ik niet zoo heel klein ben.” + +</p> +<p>“Verduiveld, ja... Je bemerking is juist... Een klein vrouwtje zou niet bij je passen!...” + +</p> +<p>“Welnu?” + +</p> +<p>“Ge moet eene mooie vrouw hebben, maar onmetelijk van omvang... Mevrouw Kaap Matifou moet iets kolossaals zijn, niet waar?... +Zoo iets als een klokketoren! Wat denkt ge er van?” + +</p> +<p>“Dat ge andermaal spot!” + +</p> +<p>“Neen, Kaap van mijn hart, wij zullen je zooʼn vrouw bij de Patagoniers gaan zoeken!” + +</p> +<p>“Loop naar den duivel! Dan ben je met je plagerijen een eind uit de buurt! Goede reis!” + +</p> +<p>Maar in afwachting, dat men voor Kaap Matifou eene wederhelft zou vinden, die hem en ook zijner gestalte waardig zoude zijn, +hield Pescadospunt zich voornamelijk met het huwelijk van Piet Bathory en Sava Sandorf bezig. Hij beraamde en overwoog, natuurlijk +met toestemming van dokter Antekirrt, de openbare feestelijkheden, welke bij die gelegenheid, waarbij kermisspelen toegelaten, +waarbij gezangen voorgedragen en danspartijen georganiseerd zouden worden, plaats zouden hebben. Dat daarbij saluutschoten +uit alle stukken geschut van het eiland niet zouden vergeten worden, alsook niet een monsterachtig feestmaal in de open lucht, +met eene serenade aan de jonggehuwden, waarna een solemneele taptoe met fakkellicht, bekroond door een prachtig vuurwerk, +zal wel niet behoeven vermeld te worden. Hij, hij Pescadospunt, zou voor dat alles zorgen. Bij zoo iets was hij in zijn waar +element. Het feest zou prachtig, zou schitterend wezen! Men zou er lang, zeer lang over praten! Het zou eeuwig in de <a id="d0e5146"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5146">207</a>]</span>herinnering der bewoners blijven! Leve! Leve de jonggehuwden! + +</p> +<p>De vreugde zou echter van korten duur zijn. Een flikkervlam, niets anders. Een waar stroovuur! + +</p> +<p>Al die plannen zouden door de gebeurtenissen in hunne geboorte verstikt, althans uitgesteld worden. + +</p> +<p>In den nacht van den 3<sup>den</sup> op den 4<sup>den</sup> December,—een uiterst kalme nacht, die evenwel door een dik wolkendak verduisterd werd—weerklonk plotseling een electrische +schel op het Stadhuis in het vertrek van dokter Antekirrt. Dat was een afgesproken alarmsignaal. + +</p> +<p>Het was toen ongeveer tien uur in den avond. De bewoners van het Stadhuis zaten gezellig bij elkander. + +</p> +<p>De dokter en Piet verlieten op dat sein het salon, waarin zij den avond met mevrouw Bathory en met Sava Sandorf doorgebracht +hadden. De dames bleven, door een soort van voorgevoel vervoerd, wel eenigermate ongerust achter. + +</p> +<p>Toen de heeren in het kabinet gekomen waren, ontwaarden zij dat het signaal kwam van den observatie-post, die op den top van +den centraalheuvel van het eiland Antekirrta geplaatst was. Vandaar had men een ruim uitzicht. + +</p> +<p>Vragen en antwoorden werden natuurlijk onmiddellijk gewisseld. Men zou niet lang in twijfel verkeeren. + +</p> +<p>De strandwachters en uitkijkers seinden de nadering eener flottilje aan den zuidwestkant van het eiland. Het aantal en de +aard van de vaartuigen, waaruit die flottilje bestond, was door de heerschende duisternis nog niet aan te geven. Maar dat +zij talrijk waren, werd door alle waarnemers op het nadrukkelijkst bevestigd. + +</p> +<p>“Wat denkt gij er van?” vroeg Piet Bathory aan dokter Antekirrt, die als in gedachten verzonken stond. + +</p> +<p>“Wij moeten den Raad bij elkander roepen,” antwoordde deze, na een oogenblik peinzen. + +</p> +<p>“Juist!” zeide Piet; “maar mij dunkt, dat er haast bij is.” + +</p> +<p>In minder dan tien minuten waren, behalve de dokter en Piet, ook Luigi Ferrato en de gezagvoerders Narsos en <span id="d0e5178" class="corr" title="Bron: Ködric">Ködrik</span> en de hoofden van de militie op het Stadhuis vergaderd. + +</p> +<p>Onmiddellijk werd hen mededeeling gedaan van de waarschuwingen, die van de kustwachters en uitkijkers ingekomen waren. Een +kwartier later waren allen, na een bezoek aan de haven gebracht te hebben, op het uiteinde van de lange pier, waarboven het +kustlicht helder brandde, vergaderd. + +</p> +<p>Van dit punt, dat slechts zeer weinig boven de oppervlakte der zee verheven was, was het onmogelijk de flottilje te ontwaren, +die door de kustwachters, op den top van den centraalheuvel geplaatst, ontdekt was. Maar wanneer men den gezichteinder <a id="d0e5185"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5185">208</a>]</span>schel verlichtte, zou het ongetwijfeld mogelijk zijn het aantal dier vaartuigen te weten te komen, alsook waar en onder welke +omstandigheden zij de kusten meenden te kunnen naderen en bereiken. De meeste stemmen waren voor die verkenning. + +</p> +<p>De vraag werd evenwel door eenigen geopperd, of het niet onvoorzichtig was zoo de ware ligging van het eiland te kennen te +geven? De dokter meende van neen. Als het de lang verwachte vijand was, dan kwam die niet blindelings. Die kende de ligging +van het eiland Antekirrta zeer goed, en dan zou niets hem kunnen beletten het te bereiken. + +</p> +<p>De galvanische stroom werd dus in werking gesteld en weldra, dank zij der kracht van twee <span id="d0e5191" class="corr" title="Bron: elektrische">electrische</span> stralenbundels, die de zee verlichtten, lag een breede sector van den gezichteinder bloot voor het onderzoekende oog van +de bewoners van Antekirrta, die den gezichteinder angstvallig en zorgvuldig peilden. + +</p> +<p>De kustwachters hadden zich helaas! niet vergist. Dat bleek al heel spoedig. + +</p> +<p>Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede linie het eiland. Het waren voornamelijk chebekken, polacres, +trabacolos, sacolieven, en eene menigte anderen van minder gehalte. Dat was zonder eenigen twijfel de flottilje der Senousisten, +die deze zeeschuimers van uit alle havens der Afrikaansche kuststreek van heinde en verre hadden bij elkander gehaald, en +die thans herwaarts stevende. + +</p> +<p>Daar er volkomen windstilte heerschte en geen briesje de zeilen deed zwellen, moesten de opvarenden noodzakelijk roeien. Dat +had te minder bezwaar, daar de kustbewoners aan zulk werk gewoon waren, en de afstand tusschen de Cyrenaïsche kust en het +eiland betrekkelijk kort was, zoodat de overtocht gevoegelijk zonder wind kon geschieden. De kalmte der zee begunstigde zelfs +hunne plannen, daar de verscheping nu niet door eene altijd gevaarlijke branding bemoeielijkt zou worden. Daarenboven, een +zeilend vaartuig is nimmer zoo van zijne bewegingen zeker, als een vaartuig dat geroeid wordt. + +</p> +<p>De flottilje bevond zich in dat oogenblik nog op een afstand van ruim vier of vijf mijlen ten zuidwesten van het eiland. Zij +zoude dus niet voor zonsopgang den oever kunnen bereiken. Dat scheen in de plannen der opvarenden te liggen; want het zou +zeer onvoorzichtig te noemen zijn, voordat het dag was, hetzij den aanval te ondernemen, hetzij om te pogen om gewelddadig +den ingang van de haven binnen te dringen, hetzij om eene ontscheping op het zuidelijk gedeelte der kust van Antekirrta te +bewerkstelligen, hetwelk, zooals wij weten, in onvoldoend verdedigbaren toestand verkeerde. Het was dan ook voor een ieder +duidelijk, dat de opvarenden geen haast maakten en den dag wilden afwachten. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p209.jpg" alt="Stormden de Elektrieks op de flottilje los. (Bladz. 214.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Stormden de <i>Elektrieks</i> op de flottilje los. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5301" class="typeref">214</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Toen de naderende flottilje behoorlijk verkend was, werden de <a id="d0e5217"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5217">209</a>]</span><a id="d0e5218"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5218">210</a>]</span>electrische lichtbronnen uitgedoofd, waardoor de gezichteinder weer in het duister gehuld werd. Dit geschiedde <span id="d0e5220" class="corr" title="Bron: bijwijze">bij wijze</span> van voorzichtigheidsmaatregel. Men wilde zien, zonder gezien te worden. + +</p> +<p>Er bleef dus niets anders over, dan het aanbreken van den dag af te wachten. + +</p> +<p>Inmiddels evenwel betrokken alle manschappen der militie, op bevel van dokter Antekirrt, de hun reeds vroeger aangewezen posten. +Het kon toch zijn, dat de flottilje niet vereenigd was, en een afgezonderd gedeelte elders trachtte te landen. + +</p> +<p>Men moest gereed zijn, om eerste slagen toe te brengen. Daarvan hangt veelal de uitslag van eene krijgsonderneming af. Hij +die den eersten slag toebrengt, heeft in den regel veel, zeer veel voor. + +</p> +<p>Het was thans zoo goed als zeker, dat de aanvallers er niet meer aan konden denken, het eiland te overvallen, daar de bundels +lichtstralen, die de waakzaamheid der opgezetenen wel is waar verraden hadden, dezen tevens gelegenheid gegeven hadden, om +het aantal der aanvallers en de algemeene richting, welke zij namen, waar te nemen. + +</p> +<p>Men waakte gedurende de laatste nachtelijke uren met de grootste zorgvuldigheid en nauwgezetheid. Herhaaldelijk verlichtte +men nog den gezichteinder, hetgeen voornamelijk ten doel had, om het punt, waar de flottilje zich bevond, meer nauwkeurig +waar te nemen, en zoo haren voortgang en de richting, die zij nam, oplettend te volgen. Men bleef in de overtuiging, dat men, +alvorens het dag was, voor geene vijandelijkheden te vreezen had. + +</p> +<p>Dat de aanvallers talrijk waren, daaromtrent kon hoegenaamd geen twijfel bestaan. + +</p> +<p>Of zij voldoend materiëel met zich voerden, om opgewassen te zijn tegen de <span id="d0e5237" class="corr" title="Bron: batterijën">batterijen</span> van Antekirrta, en dezen tot zwijgen te kunnen brengen, was minder zeker en natuurlijk niet uit te maken. Misschien ontbrak +het hun wel geheel en al aan vesting- of positie-geschut. Maar al kon zoo iets aangenomen worden, zoo waren toch de Senousisten +door hunne overgroote getalsterkte, waardoor de hoofden zich in staat gesteld zagen, het eiland op verschillende punten tegelijk +te laten aantasten, zeer gevaarlijk en zeer te vreezen. Daarenboven, dokter Antekirrt was van meening, dat men zijn vijand +nimmer te licht moet achten. + +</p> +<p>Eindelijk brak de dag aan, en de eerste zonnestralen verdreven in weinige oogenblikken de laatste nevelbanken, die bij den +horizon op de oppervlakte der zee waren blijven hangen. + +</p> +<p>Aller blikken wendden zich toen met eene zekere spanning naar de zee ten oosten en ten zuiden van het eiland Antekirrta. Wat +men toen ontwaarde, was verre van geruststellend. + +</p> +<p>De vaartuigen der flottilje ontwikkelden zich toen in eene lange <a id="d0e5246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5246">211</a>]</span>linie, die zich bij hare uiteinden eenigermate omboog, om zoo het eiland te omsluiten. En dat was eene uiterst gevaarlijke +beweging, dat moesten de bewoners van Antekirrta erkennen. + +</p> +<p>Inderdaad, daar waren meer dan tweehonderd vaartuigen in het gezicht, waaronder er waren van een laadvermogen van dertig tot +veertig tonnen. Ongetwijfeld konden die te zamen eene macht van vijftienhonderd tot tweeduizend gewapenden aan boord hebben. +Met een weinig goeden wil, waren er veel meer te bergen. + +</p> +<p>Het was ongeveer vijf uren in den morgen, toen de flottilje ter hoogte van het eiland Kenkrof aangekomen was. + +</p> +<p>Zouden de aanvallers dat eilandje aandoen en daarop post vatten, alvorens het hoofdeiland direct aan te tasten? Als ze dat +deden, zou dat een zeer gelukkige omstandigheid zijn; want dan zouden de mijnwerken, door dokter Antekirrt aangelegd, al dadelijk +in werking kunnen komen en, zoo niet de oplossing en het einde van het vraagstuk daarstellen, dan toch reeds bij het begin +van den aanval den uitslag voor de aanvallende Senousisten hachelijk maken. Hunne gelederen zouden dan zoo gedund kunnen worden, +dat verslagenheid niet zoude uitblijven. + +</p> +<p>Een half uur kroop in de grootste spanning voorbij. Het was, alsof de minuten uren waren. + +</p> +<p>Een oogenblik kon de meening gelden, dat de vaartuigen, die het eilandje langzamerhand genaderd waren, zouden landen en daar +eene ontscheping bewerkstelligen... Men tuurde... men wachtte... + +</p> +<p>Daar kwam evenwel niets van. Het was, alsof de aanvallers het gevaarlijke dier plek roken. + +</p> +<p>Geen enkele sloep legde daar aan, en de vijandelijke aanvals-linie boog meer zuidwaarts af, terwijl zij het eilandje rechts +liet liggen. De opvarenden maakten daarbij alle haast, en repten hunne roeiriemen zoo krachtig zij maar konden. + +</p> +<p>De uitgevoerd wordende beweging was duidelijk. Het was nu voor allen begrijpelijk, dat het eiland Antekirrta direct aangevallen, +of beter gezegd, door de Senousisten overstroomd zoude worden. Overstroomd is het ware woord, want nu de flottilje naderbij +kwam, ontwaarde men, dat zij zeer sterk bemand was. + +</p> +<p>“Thans blijft ons niets anders over, dan ons te verdedigen!” zei dokter Antekirrt tot de hoofden der militie. “Is dat ook +niet uw oordeel? Spreek onbewimpeld!” + +</p> +<p>“Ja! ja!” riepen allen. “En wij zullen ons verdedigen! Als het moet, tot den laatsten man!” + +</p> +<p>Een sein werd oogenblikkelijk gegeven. Het geheele personeel, dat buiten verspreid was, spoedde zich in allerijl naar de stad, +waar iedereen den post innam, die hem bij voorbaat aangewezen was. Dat was in <a id="d0e5270"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5270">212</a>]</span>weinige minuten geschied. De versterkte punten waren nu behoorlijk bezet en de omstreken geheel verlaten. Vrouwen en kinderen +hadden zich in de hoofdplaats teruggetrokken. + +</p> +<p>Op bevel van dokter Antekirrt, nam Piet Bathory het commando op zich over het zuidelijk gedeelte van de vestingwerken. Luigi +Ferrato kreeg het bevel over het oostelijk gedeelte. Zoo konden zij behoorlijk hunne manschappen overzien. + +</p> +<p>De verdedigers van het eiland—bestaande uit hoogstens vijf honderd militieplichtigen—werden zoodanig verdeeld, dat zij overal +tegen den vijand konden optreden, waar deze pogen mocht den walgang der stad aan te tasten. Wat den dokter betrof, die bleef +het opperbevel voeren, en hield zich gereed daar op te treden, waar hij meenen mocht, dat zijne tegenwoordigheid het meest +vereischt werd. Dat was niet de gemakkelijkste betrekking, die hij voor zich behouden had. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory en Sava Sandorf moesten in de middenzaal van het Stadhuis verblijven. Wat de andere vrouwen betrof, die moesten, +in het geval de stad bestormd zoude worden, volgens de getroffen beschikkingen met hare kinderen een toevlucht in de bomvrije +kazematten zoeken, waar zij niets te vreezen hadden, zelfs wanneer de belegeraars eenige stukken, ter ontscheping geschikt, +ter hunner beschikking hadden. + +</p> +<p>Nu het vraagstuk omtrent het eilandje Kenkrof ongelukkiglijk ten nadeele van het hoofdeiland beslist was, moest de aandacht +aan de haven gewijd worden. Wanneer de flottilje daarin gewelddadig zoude pogen binnen te dringen, dan zouden de fortjes op +de beide pieren, welker vuurmonden een kruisvuur op den ingang daarstelden, en de kanonnen van de <i>Ferrato</i>, met de <i>Elektrieks</i>, die als torpedo-dragers dienst deden, alsook de slapende torpedoʼs in de geul een overkomelijke hinderpaal daarstellen, +die niet gering te achten was. Het zou zelfs een voordeeligen kans opleveren, wanneer de aanval aan dien kant ondernomen mocht +worden. De deskundigen hoopten dan ook, dat zulks geschieden mocht. Evenwel,—en dat was voor een ieder maar al te duidelijk,—het +opperhoofd der Senousisten scheen maar al te wel de verdedigings-middelen van het eiland Antekirrta te kennen; ook scheen +hij niet onbekend gebleven te zijn omtrent de kwetsbaarheid van het zuidelijk gedeelte van het eiland en de gemakkelijkheid +eener landing aldaar. Eene poging, om een onvoorbereiden aanval op de haven te bewerkstelligen, zou blootstellen aan een onmiddellijke +en volkomen vernietiging. Daarentegen leende zich eene ontscheping in het zuidelijk gedeelte van het eiland veel beter tot +het bereiken van het beoogde doel. Tot dat plan werd dan ook besloten. Na dus zorgvuldig vermeden te hebben, om in de toegangswateren +van de haven te geraken, zooals ook <a id="d0e5286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5286">213</a>]</span>vermeden was geworden, vasten voet op het eilandje Kenkrof te nemen, wendde de vijand, met de meeste inspanning voortroeiende, +zijne talrijke flottilje naar de zwakke punten, die de zuidelijke kust van het eiland Antekirrta aanbood. Had men hem nu nog +maar met de strandbatterijen kunnen teisteren!... Maar neen, de flottilje bleef op een eerbiedigen afstand buiten het werkzame +vuur der kanonnen en der mortieren. + +</p> +<p>In weerwil, dat de afstand geschat werd te groot te zijn, werden toch eenige schoten van de forten gelost. Onder den grootsten +elevatiehoek bereikten de kanonkogels bij den eersten boogaanslag niet eens het derde gedeelte van den afstand, terwijl de +projectielen, na hare verdere aanslagen volbracht te hebben, de meest naastbijzijnde vaartuigen niet eens bereikten, maar +in de diepte verdwenen. + +</p> +<p>Met de bommen en granaten was het niet beter gesteld. Hoewel de blokken der <span id="d0e5292" class="corr" title="Bron: motieren">mortieren</span> aan het achtereinde omhoog getild waren, om zoo minder valhoogte, maar meer afstand te verkrijgen, werd ter nauwernood de +helft van den af te leggen afstand bereikt, waar evenwel de projectielen in zee ploften, zonder aanslagen op de wateroppervlakte +te maken. + +</p> +<p>Het leverde evenwel een prachtig tafereel op, die volkogels op de oppervlakte der zee te zien aanslaan, hen onder het opwerpen +van eene hooge waterzuil, die zich als een onmetelijke Geyzer sneeuwwit in het zonlicht voordeed, te zien opspringen, een +boog vormen, andermaal aanslaan, opspringen en een waterstraal opwerpen, en zoo voortgaande, terwijl de bogen en de waterzuilen +allengskens kleiner en kleiner werden, totdat het projectiel over de watervlakte een eind weegs scheen te rollen, en daarbij +eene diepe vore te ploegen, die evenwel langzamerhand vervloot, totdat de aanleidende oorzaak in de diepte verdween. + +</p> +<p>Het was ook een trotsch gezicht, een bom of granaat van eene betrekkelijk aanmerkelijke valhoogte plomp verloren in zee te +zien storten, waarbij het water met geweld omhoog spatte, en de oppervlakte door tallooze kringen bewogen werd, die zich tot +aan den horizon uitstrekten. Het geluid van zulk een plomp werd in een ruimen kring vernomen. Soms sprong zooʼn hol projectiel +juist bij de aanraking van de wateroppervlakte. Dan waren het wilde waterstralen, die in alle richtingen voortgeschoten werden, +dan waren het schuimmassaʼs en fijne, waterstofdeeltjes, die met woest geweld opgeslingerd werden, niet op eene eenige plaats, +maar rondom het centraalpunt op ontelbare plekken, alwaar de scherven van de uiteengesprongen ijzermassa het water onder de +meest verschillende hoeken scheerden. + +</p> +<p>Maar de bewoners van het eiland hadden voor die tafereelen in die oogenblikken weinig aandacht. Zij staakten weldra hun nutteloos +vuur <a id="d0e5301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5301">214</a>]</span>en volgden met angstige oogen de richting der vijandelijke flottilje, die al meer naar de zuidelijke kust van het eiland afhield. + +</p> +<p>Zoodra deze beweging onmiskenbaar gebleken was, meende dokter Antekirrt de maatregelen te moeten nemen, die door de omstandigheden +geboden werden. Men mocht den vijand daar niet ongehinderd laten landen. + +</p> +<p>De gezagvoerders <span id="d0e5307" class="corr" title="Bron: Ködric">Ködrik</span> en Narsos bestegen met eenige kloekmoedige zeelieden ieder een der torpedobooten en verlieten in allerijl de haven door een +der toegangen, die geen gevaar van wege de slapende watermijnen opleverden. + +</p> +<p>Een kwartier later stormden de beide <i>Elektrieks</i> als het ware op de flottilje los; zij verbraken er de linie van, deden met hunne torpedoʼs vijf of zes vaartuigen in de lucht +vliegen en ramden een dozijn anderen zoodanig, dat zij in zinkenden toestand verkeerden. + +</p> +<p>Dat was een schoon succes! Had dat maar vervolgd kunnen worden, dan ware de aanval bij zijn begin gestuit geworden! + +</p> +<p>Evenwel was de overmacht der aanvallende Senousisten zoo groot, dat de beide gezagvoerders er op bedacht moesten zijn en ook +inderdaad bedreigd werden, om geënterd te worden. Zij waren derhalve genoodzaakt om hunne schuilplaats achter de havendammen +met den meesten spoed op te zoeken. Een der <i>Elektrieks</i> had door den schok ernstige schade aan den boeg bekomen, zoodat hij in allerijl op het strand gezet moest worden, om hem +voor zinken te behoeden. + +</p> +<p>Intusschen was de <i>Ferrato</i> niet werkeloos gebleven, maar had stelling genomen en begon de flottilje met haar geschut te beschieten. Maar hoewel de kustbatterijen +haar vuur aan dat van het kloeke vaartuig paarden, was men toch onmachtig, om te beletten, dat de groote massa der zeeschuimers +hunne ontscheping volbrachten. Hoewel een groot getal der aanvallers gesneuveld was, en hoewel een twintigtal vaartuigen reeds +in den grond geschoten of in de lucht gesprongen waren, gelukte het toch aan meer dan duizend Senousisten, om voet aan wal +te zetten op de rotsen van den zuidelijken oever, waarvan de nadering door de te kalme zee in geenendeele bemoeilijkt werd. + +</p> +<p>Toen kon men zien, dat de kanonstukken aan de dwepende aanvallers niet ontbraken. De grootste Chebekken voerden eenige veldstukken, +die op veldaffuiten, behoorlijk van raderen voorzien, lagen. De aanvallers konden hen ontschepen op dat gedeelte der kust, +hetwelk buiten het bereik van het vuur der stad<span id="d0e5329" class="corr" title="Bron: "> gelegen was,</span> en zelfs buiten dat der kanonnen, waarmede het fortje op den centraalheuvel bewapend was<span id="d0e5332" class="corr" title="Bron: , gelegen was"></span>. + +</p> +<p>Van den post, dien dokter Antekirrt op den naastbijzijnden uitspringenden hoek der versterkingen ingenomen had, had hij een +volledig overzicht, en kon hij de operatiën der ontscheping volkomen volgen. Het was hem onmogelijk geweest, zich er tegen +te verzetten. <a id="d0e5336"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5336">215</a>]</span><a id="d0e5337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5337">216</a>]</span>Dat liet hem de geringe sterkte van zijn personeel niet toe. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p215.jpg" alt="Het schot ging af. (Bladz. 219.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">Het schot ging af. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5431" class="typeref">219</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar daar hij achter zijne muren betrekkelijk veel sterker was, zou de taak der belegeraars, hoe talrijk zij ook waren, uiterst +moeielijk worden. Dat zouden zij al dadelijk ondervinden. + +</p> +<p>Dezen hadden zich, terwijl zij hunne lichte artillerie voortsleepten, in twee kolonnes verdeeld. Zij marcheerden voorwaarts, +zonder eenige dekking te zoeken, en met die zorgelooze koelbloedige dapperheid, den Arabier zoo eigen, met die stoutmoedigheid +der dweepziekte, die bij hen door de hoop op buit en den haat tegen de Christenen en Europeanen, eene ware doodsverachting +doet geboren worden. + +</p> +<p>Toen zij goed en wel onder schot gekomen waren, braakten de <span id="d0e5355" class="corr" title="Bron: batterijën">batterijen</span> met hunne kogels, granaten en kartetsen, dood en verderf uit. Dat weerhield hen niet. Integendeel, zij beijverden zich al +meer en meer op te dringen, al meer en meer veld te winnen. + +</p> +<p>Hunne veldstukken namen stelling en begonnen bres te schieten in een muurvak, dat den hoek uitmaakte van de onvoltooide courtine +van het zuider-vestingfront. Die muur kon niet veel weerstand bieden en was dan ook spoedig in puin gelegd. + +</p> +<p>Het opperhoofd der aanvallers stond steeds kalm en moedig te midden van hen, die onder het moorddadig geschut der belegerden +aan zijne zijde vielen, en bestuurde met beleid den aanval<span id="d0e5362" class="corr" title="Bron: ">.</span> Sarcany bevond zich bij hem en hitste hem voortdurend op, om storm te doen loopen, door eenige honderd strijders op de gevormde +bres te werpen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en ook Piet Bathory herkenden hem zeer goed. Meermalen gaven zij een schot op hem af, zonder hem evenwel +te raken. De afstand daartoe was te groot. + +</p> +<p>Hij van zijn kant had hen ook herkend en hield hen goed in het oog, maar beantwoordde hun vuur met een uittartend gebaar. + +</p> +<p>De groote massa der belegeraars begon zich middelerwijl in de richting van den muur in beweging te stellen, die ingestort +was en thans doorgang kon verleenen. Wanneer zij er in slaagden, die bres te bekronen, te overschrijden, en wanneer zij zich +in de stad konden verspreiden, dan waren de belegerden te zwak om krachtigen wederstand te kunnen bieden. Dan waren dezen +genoodzaakt, om de plaats te ontruimen. En met de bloeddorstige geaardheid van die zeeschuimers, zou de overwinning dadelijk +door een algemeenen moord gevolgd worden. Wee dan, de arme vrouwen en kinderen! + +</p> +<p>Er moest dus op leven en dood gevochten worden! Hier zou dus het pleit beslecht worden! + +</p> +<p>De strijd, die hier man tegen man gevoerd werd, was dan ook schrikkelijk te noemen. Gelukkig, dat om de bres te kunnen beklimmen, +de aanvallers zich slechts over een smal punt konden uitbreiden. +<a id="d0e5375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5375">217</a>]</span></p> +<p>Onder de bevelen van den dokter, die kalm en bedaard in het grootste gevaar, en als onkwetsbaar te midden van den kogelregen +pal stond, verrichtte Piet Bathory en zijne makkers wonderen van dapperheid. Pescadospunt en Kaap Matifou sprongen hen bij +met eene stoutmoedigheid, die zijne weerga niet had, en alleen geëvenaard werd door hunne behendigheid, om de gevaarlijke +slagen te ontwijken. + +</p> +<p>De stevige Hercules had in de eene hand een mes en in de andere eene bijl, waarmede hij op verwonderlijke wijze ruimbaan rondom +zich maakte. Ware er tijd toe geweest, dan zou zich een kring toeschouwers rondom hem gevormd hebben, en die zouden zeker +in de handen geklapt hebben. + +</p> +<p>“En hier!” + +</p> +<p>“En daar!” riep de reus, terwijl hij met de eene hand zijn wapen in eene borst stiet, en met de andere een schedel kloofde. +Hij miste nooit! De heuvel gesneuvelden hoopte zich rondom hem op. + +</p> +<p>“Flink zoo, dierbare Kaap!” riep Pescadospunt, die zich ook repte. “Stoot toe! Sla toe!” + +</p> +<p>“Wat willen ze?” schreeuwde Kaap Matifou woedend. “Laat ze maar opkomen!” + +</p> +<p>“Sla ze dood!” antwoordde zijn makker, wiens revolver, voortdurend herladen en afgeschoten, het geknetter van een vuurwerk +liet hooren. + +</p> +<p>Maar de vijand week niet. Hij hield met een bewonderenswaardigen moed stand. + +</p> +<p>Na herhaaldelijk uit de bres verdreven te zijn, hervatten nieuwe drommen telkens en telkens de bestorming en waren eindelijk +op het punt, om haar te beklimmen en de stad in te snellen, toen er eindelijk van achteren eene afleiding uitgevoerd werd. + +</p> +<p>Wat was er gebeurd? Vanwaar kwam die onverwachte hulp? O, wij zullen het dadelijk vernemen. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> had op minder dan drie kabellengten afstand van den oever postgevat, alwaar hij, met zijne schepraderen voor en achterwaarts +slaande, onder stoom bleef. Van dat punt begon hij met zijne kanonnaden, die allen langs stuurboord gehaald waren, met zijn +lang jaagstuk, met zijne Hotchkiss-revolverkanons, met zijne Gattling mitrailleuses te vuren, en maaide de aanvallers als +het koren onder de zeis weg. Het vaartuig viel hen in den rug aan, het beschoot ze op het strand, terwijl het terzelfder tijd +de vaartuigen vernielde, die aan den voet der rotsen vastgemaakt lagen. + +</p> +<p>Dat was een schrikkelijke en onverwachte slag voor de Senousisten. Niet alleen werden zij in den rug beschoten, maar ieder +middel ter ontvluchting werd hen ontnomen, wanneer, wel te verstaan, hunne vaartuigen door de projectielen van de <i>Ferrato</i> verbrijzeld werden. En dat lag bij den gang van het gevecht voor de hand. +<a id="d0e5406"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5406">218</a>]</span></p> +<p>Voor Oostersche volkeren bestaat er—hoe moedig ze ook zijn—niets verschrikkelijkers, dan wanneer hunne terugtochtslijn bedreigd +wordt. + +</p> +<p>De aanvallers hielden toen halt voor de bres, die door de militieplichtigen hardnekkig verdedigd werd. Reeds meer dan vijfhonderd +Senousisten hadden den dood op het strand gevonden, terwijl het getal der belegerden niet merkbaar geslonken was. Er ontstond +aarzeling en weifeling. Een achterwaartsche beweging werd weldra merkbaar. + +</p> +<p>De aanvoerder van de Senousistische benden begreep, dat hij zoo spoedig mogelijk zee moest kiezen, wanneer hij ten minste +zijne makkers niet aan een onvermijdelijken ondergang wilde blootstellen. Te vergeefs wilde Sarcany de dwepers aansporen, +zich andermaal op de bres te werpen. Het mocht niet baten. De poging mislukte, toen zij zonder geestdrift volvoerd werd. De +aanvallers werden met bebloede koppen teruggeslagen. + +</p> +<p>Eindelijk werd bevel gegeven, om naar het strand terug te trekken, en—het moet erkend worden—de Senousisten volvoerden hunne +terugtochts-beweging even gehoorzaam als zij zich tot den laatsten man zouden hebben laten neerhouwen, wanneer zij het bevel +hadden gekregen, om te sterven. + +</p> +<p>Maar het was noodzakelijk die zeeschuimers eene les toe te dienen, die hun onuitwischbaar in het geheugen zoude blijven. De +lust om terug te keeren, moest hen voor goed ontnomen worden. + +</p> +<p>“Vooruit!... vrienden!... Voorwaarts!” riep dokter Antekirrt “Er op in!... En geen genade of medelijden!” + +</p> +<p>En onder aanvoering van Piet Bathory en van Luigi Ferrato stormden een honderdtal militieplichtigen naar buiten, ter vervolging +der vluchtelingen, die het strand met den meesten spoed trachtten te bereiken. Maar dezen bevonden zich daar tusschen twee +vuren, dat van de <i>Ferrato</i> en dat van de stad, zoodat van standhouden geen sprake kon zijn. Toen begon er wanorde in hunne gelederen te heerschen, en +weldra zag men hen in woeste vaart naar de zeven of acht inschepings-vaartuigen stormen, die door de losbrandingen van de +<i>Ferrato</i> min of meer onbeschadigd gelaten waren. Toen ontspon zich een vreeselijke strijd, waarbij mededoogen onbekend was. + +</p> +<p>Piet Bathory en Luigi Ferrato trachtten, bij het handgemeen worden, vooral één man te kunnen vatten. Behoeft het nog gezegd +te worden: die man was Sarcany. Maar zij wilden hem levend in handen krijgen, hoewel hij hen niet ontzag, en het waarlijk +een wonder te noemen was, dat zij telkens aan zijne revolverschoten ontkwamen. + +</p> +<p>En toch, in weerwil van hunne inspanning, scheen het noodlot zich tot taak te stellen, dien man nogmaals aan hunne gerechtigheid +te onttrekken. Waarlijk, het had er veel van, of de hel tusschenbeiden trad. +<a id="d0e5431"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5431">219</a>]</span></p> +<p>Sarcany en het opperhoofd der Senousisten, omgeven door een tiental hunner meest dappere en meest te vertrouwen strijdmakkers, +waren er in geslaagd, om een kleine polacre te bereiken, waarvan de meertouwen reeds losgegooid waren, en die reeds manoeuvreerde +om zee te kiezen. De <i>Ferrato</i> was van dat punt te ver verwijderd, om haar sein te kunnen geven, ten einde dat vaartuig, hetwelk zou ontsnappen, te vervolgen +en in den grond te boren. + +</p> +<p>In dat oogenblik ontwaarde Kaap Matifou een veldstuk, dat in de hitte van den strijd van zijn affuit afgerold was, en op het +zand in de nabijheid der zee lag. + +</p> +<p>Naar dat stuk, hetwelk nog geladen was, heenvliegen, het met bovenmenschelijke kracht op een der rondomliggende rotsen optillen, +zich schrap zetten, om het met de tappen in den noodigen stand en de vereischte richting te houden, dat alles was voor den +reus het werk van een oogenblik. Daarop riep hij met hijgende, maar toch krachtvolle stem: + +</p> +<p>“Hierheen, Pescadospunt, hierheen!... Gauw! Gauw toch!... Hierheen! Er is geen minuut te verliezen!” + +</p> +<p>Pescadospunt hoorde dien kreet van Kaap Matifou. Hij ijlde toe en begreep met een oogopslag, wat er gaande was. Hij verbeterde +de richting van het kanonstuk, gelegen op zijn levend affuit, en mikte nauwkeurig op de polacre. Daarop bracht hij de brandende +lont bij het zundgat. + +</p> +<p>Het schot ging af. De kogel trof den romp van het vaartuig en verbrijzelde dien... maar de reus trilde zelfs niet onder den +terugstoot van het stuk geschut. + +</p> +<p>Het Senousisten-hoofd geraakte met zijne makkers te water. Het meerendeel hunner verdronk en kwam in de golven om. Zij, die +zich uit het water redden, werden aan wal onbarmhartig doodgeslagen. + +</p> +<p>Wat Sarcany betrof, deze spartelde in de branding. Toen Luigi Ferrato dat zag, sprong hij onmiddellijk in zee. En een oogenblik +later was de fielt overgeleverd in de handen van Kaap Matifou, die hem als in eene schroef omklemden en hem door middel van +een sterk touw armen en beenen stevig knevelde. + +</p> +<p>De zegepraal was zoo volkomen mogelijk. Op een zoodanige had men niet durven hopen. + +</p> +<p>Van de twee duizend aanvallers, die op het eiland ontscheept waren, ontsnapten ter nauwernood eenige honderden aan de algemeene +ramp. Zij konden de tijding van hun bloedig wedervaren op de Cyrenaïsche kust gaan mededeelen. + +</p> +<p>In langen tijd, zoo hoopte men althans, zou het eiland Antekirrta geen overlast meer ondervinden van die zeeschuimers. De +indruk van de ontvangen les zoude onuitwischbaar zijn. + + +<a id="d0e5457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5457">220</a>]</span></p> +</div> +<div id="d0e5458" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">XI.</h2> +<h2 class="normal">GERECHTIGHEID.</h2> +<p>Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie +villa gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen waren. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, +bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest voldaan worden. + +</p> +<p>Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, was het personeel van het eiland Antekirrta druk in +de weer geweest, om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de geleden schade te herstellen, en alles +weer in orde te brengen. Eenige weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt +en Kaap Matifou,—dat wil zeggen al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van dit drama betrokken waren,—er +heelhuids afgekomen. Dat zij zich in de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer overtuigd wezen. Welke +vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden dienaar +Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter +gevoelen dan onder woorden brengen. + +</p> +<p>Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen +waren, hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag +toch, door de Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen +geleden, dat zulk een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven +was Sarcany, die hen tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers door zijne gevoelens van haat en +zijn dorst naar wraak te bezielen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p221.jpg" alt="Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz. 227.)" width="497" height="720"><p class="figureHead">Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5641" class="typeref">227</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel +van het <a id="d0e5483"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5483">221</a>]</span><a id="d0e5484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5484">222</a>]</span>eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling +beveiligd werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke +macht ongestraft zou kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen rust werd gegund, voordat zij voleindigd +waren. + +</p> +<p>Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door +de zeldzame vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat +zoo moeielijk niet. + +</p> +<p>Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon leggen. +De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9<sup>den</sup> December bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. +De geheele bevolking deelde in hun geluk. + +</p> +<p>Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. +Hij was daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de +volvoering zijner taak vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen. + +</p> +<p>Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te beëindigen. + +</p> +<p>Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en van Carpena beslist worden. + +</p> +<p>Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij +zich alle drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook verteld hebben? + +</p> +<p>Den 6<sup>den</sup> December, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij +zich met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen. + +</p> +<p>Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt +door een gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij +ieder hunner, naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar. + +</p> +<p>Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze +blikken, doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet +voor hem innam. +<a id="d0e5510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5510">223</a>]</span></p> +<p>Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere +aanraking met zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon. + +</p> +<p>Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen +was. Die gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen op te merken. + +</p> +<p>Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste magistraten en notabelen van het eiland samengesteld +was, gebracht waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het woord en wendde zich tot den Spanjaard: + +</p> +<p>“Carpena,” zei hij, “kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig +verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig gestorven is!” + +</p> +<p>Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten +en schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria Ferrato, die hij in de steegjes van het <span id="d0e5521" class="corr" title="Bron: Manderragio-kwartier">Manderaggio-kwartier</span> te Malta had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. +Verdoemenis! hij had zijne toekomst in handen gehad! + +</p> +<p>Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den bankier uit. + +</p> +<p>“Silas Toronthal”, sprak hij, “ik ben Piet Bathory, de zoon van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in +gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig hebt verraden aan de Oostenrijksche politie te <span id="d0e5528" class="corr" title="Bron: Triest">Triëst</span>, en wiens dood gij dientengevolge berokkend hebt.” + +</p> +<p>En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede aanstaarde, wendende: + +</p> +<p>“Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter +van graaf Mathias Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak hebt doen ontvoeren!” + +</p> +<p>Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien +hij sedert lang dood waande. + +</p> +<p>Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen +spier van zijn gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen. + +</p> +<p>Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf +verrezen <a id="d0e5541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5541">224</a>]</span>was, om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen? + +</p> +<p>En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige +stem zeide: + +</p> +<p>“En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting +van Pisino doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om u van haar vermogen meester te maken!... +Ellendelingen, ziet mij aan!” + +</p> +<p>“Maar wie zijt gij dan?” vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna tegelijkertijd. + +</p> +<p>“Ik?... Ik ben graaf Mathias Sandorf!” + +</p> +<p>Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; +terwijl Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde. + +</p> +<p>Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren +van dien aard, dat op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde Sarcany, dat de aanslag op het eiland, +die voor zijn persoonlijk belang ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland gekost had, en dat het +bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde. + +</p> +<p>“Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten,” sprak hij plechtig, “gij zijt des doods schuldig!” + +</p> +<p>Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid gegeven, om zich te verdedigen. + +</p> +<p>Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die +rechtbank uitoefende. + +</p> +<p>“Silas Toronthal, Sarcany, Carpena,” zei hij, “gij hebt wetens en willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van +Ladislas Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!” + +</p> +<p>“Zooals gij het goedvindt!” antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid weer de overhand verkreeg. + +</p> +<p>“Genade!” smeekte Carpena met lafhartig gebaar. “Mijne heeren, ik smeek om genade!” + +</p> +<p>Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te verwachten was. + +</p> +<p>Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een enkel woord te uiten. + +</p> +<p>Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij +bewaakt werden. Elk hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de geopende deur op post staande, hen niet +<a id="d0e5573"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5573">225</a>]</span>uit het oog verliezen mocht, en zelf onder strenge controle van een der militie-officieren stond. + +</p> +<p>Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen zou laten ondergaan? + +</p> +<p>Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem van <span id="d0e5579" class="corr" title="Bron: Antekirtta">Antekirrta</span> verontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het +eiland Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het ware niet tot Antekirrta. + +</p> +<p>Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een der <i>Elektrieks</i>, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje +over, waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis te ondergaan. + +</p> +<p>Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen +zij dan ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe. + +</p> +<p>“Moeten wij er van avond aan gelooven?” vroeg hij op onbeschaamden sarcastischen toon. + +</p> +<p>Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten en de nacht was reeds ingetreden, toen de <i>Elektriek</i> in de haven van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp. + +</p> +<p>Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof +betrof, die was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, scheidde het van het vaste land. De misdadigers +bevonden er zich zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den zeearm over te zwemmen. + +</p> +<p>“Weet ge wat ik denk?” vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap Matifou. “Zeg, weet gij dat?” + +</p> +<p>De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de +zijnen niet altijd onder woorden brengen. + +</p> +<p>“Drommels!” antwoordde hij, “dat is niet gemakkelijk te raden!... Ik geef het op!” + +</p> +<p>Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker. + +</p> +<p>“Volgens mij,” vervolgde hij, “zullen die ellendelingen, voordat morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden +hebben! Meent gij dat ook niet?” + +</p> +<p>“Pouah!” riep Kaap Matifou met walging uit. “Een onsmakelijk beafstuk! Nog erger dan levende slangen!” + +</p> +<p>Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden doorgebracht. +<a id="d0e5612"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5612">226</a>]</span></p> +<p>Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, +en liep dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag +aangebroken was, begaf hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato dadelijk bij zich liet komen. +Het was voor hem geen kleinigheid, over drie menschenlevens te beschikken. + +</p> +<p>Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om +op het eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het executie-peloton zijn. + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep hen ieder bij eene hand. + +</p> +<p>“Piet Bathory, Luigi Ferrato,” vroeg hij met van aandoening bewogen stem, “niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de +meest uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders ter dood veroordeeld werden?” + +</p> +<p>“Ja!” antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. “Dat getuig ik volgaarne!” + +</p> +<p>“Ja!” herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. “Ook ik ben gereed dat te getuigen!” + +</p> +<p>“Zij hebben den dood ten volle verdiend!” vervolgde de eerste plechtig en ernstig. + +</p> +<p>“En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!” beaamde de andere. + +</p> +<p>“Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?” vroeg de graaf. + +</p> +<p>“Ja, dat is zij!” antwoordde Piet. “Volgens mijne overtuiging, volgens mijn geweten!” + +</p> +<p>“Ja!” knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn gebaar de hand drukte. + +</p> +<p>“Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers +niet kunnen verleenen!... Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!..” + +</p> +<p>Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, +die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving +de aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste dag aangebroken was! + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste +verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen ontvlood. +<a id="d0e5641"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5641">227</a>]</span></p> +<p>Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met +een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, +kletterend als hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl +eene dikke wolk als een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene akelige loodkleur en verdween eerst +langzamerhand. + +</p> +<p>Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. +De golven der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende +van overgebleven mocht zijn. + +</p> +<p>Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen. + +</p> +<p>De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, +geheel en al ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische kabelgeleiding, die het met Antekirrta +in verbinding stelde, onklaar werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen in den bodem begraven waren, +die men slechts met den voet had aan te raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen teweeg te brengen. + +</p> +<p>Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping +bedacht was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning +in zee kon dienen; maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk +gevolgd. + +</p> +<p>“God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen besparen!” sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. “Wij +allen moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!” + +</p> +<p>Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven. +</p> +<p class="tb"></p><p> + +</p> +<p>Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid +teekende dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid +voldaan was. + +</p> +<p>Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd +verklaarde goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, alsook eene verklaring, die men bijtijds van +den bankier <a id="d0e5662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5662">228</a>]</span>had bekomen, waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen achttien jaren oud was, werd haar alles, +wat van het vorstelijk domein in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, overgebleven was, teruggegeven, +hetgeen nog een groot vermogen daarstelde. + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch +eene amnestie ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al had hij ook openlijk zijn naam van Mathias +Sandorf weer aangenomen, zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie van Antekirrta. Daar zou hij +zijn leven te midden van hen, die hem beminden, doorbrengen. + +</p> +<p>De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde +in minder dan een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen +in praktijk brengen, die anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, waarover hij beschikte, onvruchtbaar +zouden gebleven zijn. Het eiland Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de Syrtische zee. Toen daarenboven +het verdedigingstelsel van het eiland beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde niemand afgeschrikt +te worden, zich daar metterwoon te vestigen. + +</p> +<p>Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter +hun geluk kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven. + +</p> +<p>Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? +Als die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, +of zich op te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had! + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, +professor Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig geweest zijn, als een edelmoedig mensch op +dit ondermaansche wezen kan, wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt. + +</p> +<p>Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige +eilanden, geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou +willen opzoeken, zou vergeefsche moeite doen. + +</p> +<p>Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, meende hij te moeten zeggen: +<a id="d0e5678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5678">229</a>]</span></p> +<p>“Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt verdienen wij dat inderdaad?” + +</p> +<p>“Neen, dierbare Kaap, neen!” antwoordde de trouwe makker van den reus. “Maar wat er aan te doen?... Wij zijn verplicht ons +te onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!” + +</p> +<p>Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met volkomen onderwerping zijn geluk te genieten. + + + +</p> +<p class="aligncenter">EINDE. + + + + + +</p> +</div> +</div> +<div class="back"><a id="d0e5688"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5688">230</a>]</span><div id="d0e5689" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">INHOUD.</h2> +<ul> +<li><a href="#d0e115">I. Het Presidio van Ceuta</a> 1 + +</li> +<li><a href="#d0e746">II. Eene proefneming van Dokter Antekirrt</a> 26 + +</li> +<li><a href="#d0e1606">III. Zeventien malen!</a> 56 + +</li> +<li><a href="#d0e2081">IV. De laatste inzet</a> 76 + +</li> +<li><a href="#d0e2675">V. Aan Gods goede zorgen overgelaten</a> 100 + +</li> +<li><a href="#d0e3076">VI. De geestverschijning</a> 117 + +</li> +<li><a href="#d0e3488">VII. Een handdruk van Kaap Matifou</a> 134 + +</li> +<li><a href="#d0e3984">VIII. Het Ooievaars-feest</a> 156 + +</li> +<li><a href="#d0e4398">IX. Het huis van Sidi Hassan</a> 179 + +</li> +<li><a href="#d0e4904">X. Antekirrta</a> 197 + +</li> +<li><a href="#d0e5458">XI. Gerechtigheid</a> 220 +</li> +</ul></div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p><span class="letterspaced">Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen</span>: + + +</p> +<ul> +<li><span class="smallcaps">DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN</span>. Met 52 houtgravuren ƒ 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN</span>. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT</span>. Zuid-Amerika. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT</span>. Australië. Met 50 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT</span>. Stille Zuid-Zee. Met 52 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">20.000 MIJLEN ONDER ZEE</span>. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">20.000 MIJLEN ONDER ZEE</span>. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON</span>. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden van Afrika. Met 75 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54 houtgr. ” 1.50 + +</li> +<li>HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. Met 54 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">NAAR het MIDDELPUNT der AARDE</span>. Met 53 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HEKTOR SERVADAC De Terugtocht naar de aarde. Met 74 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN</span>. Gevolgd door “De Blokkadebrekers”. Met 64 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">EEN KAPITEIN van 15 JAAR</span><span id="d0e5800" class="corr" title="Bron: ">.</span> De Walvischjagers. Met 51 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">EEN KAPITEIN van 15 JAAR</span>. In Slavernij. Gevolgd door “Een overwintering in het ijs”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR</span>. Gevolgd door “Martin Paz”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES</span>. Gevolgd door “Muiterij aan boord der Bounty”. Met 54 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD</span>. Gevolgd door “Meester Zacharias”. Met 51 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS</span>. De Pelterijhandel. Met 56 houtgr ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS</span>. Het Drijvende Eiland. Gevolgd door “Een treurspel in de Wolken”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. Met 57 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door “Dokter Ox”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS</span>. De Engelschen aan de Noordpool. Met 128 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS</span>. De IJswoestijn. Met 127 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>EENE VLOTREIS. Acht honderd mijlen op de Amazone. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door “Een Drijvende Stad”. Met 53 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">EEN LEERSCHOOL voor ROBINSONS</span>. Gevolgd door “Van Rotterdam naar Kopenhagen”. Met 69 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door “Tien uren op jacht”. Met 91 houtgrav. ” 1.50 + +</li> +<li>KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48 houtgr. ” 1.50 + +</li> +<li>KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. Met 51 houtgrav. ” 1.50 + +</li> +<li>DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE VONDELING van het FREGAT CYNTHIA</span>. Met 24 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. Dokter Antekirrt. Met 39 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. Met 36 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren ” 1.50</li> +</ul><p> + + +</p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="488" height="720"></div><p> + + +</p> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>24-SEP-2007 begonnen. + +</li> +</ul> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e125">Bladzijde 1</a></td> +<td width="40%">Midellandsche</td> +<td width="40%">Middellandsche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e177">Bladzijde 4</a></td> +<td width="40%">Andalousie</td> +<td width="40%">Andalusië</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e210">Bladzijde 6</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e430">Bladzijde 15</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e687">Bladzijde 23</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e728">Bladzijde 24</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1023">Bladzijde 37</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1497">Bladzijde 53</a></td> +<td width="40%">re</td> +<td width="40%">te</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1933">Bladzijde 71</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2152">Bladzijde 79</a></td> +<td width="40%">Triester</td> +<td width="40%">Triëster</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2179">Bladzijde 80</a></td> +<td width="40%">Triester</td> +<td width="40%">Triëster</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2348">Bladzijde 87</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2451">Bladzijde 92</a></td> +<td width="40%">Herkules</td> +<td width="40%">Hercules</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2496">Bladzijde 93</a></td> +<td width="40%">Maroccaansche</td> +<td width="40%">Marokkaansche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2583">Bladzijde 96</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">kon </td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2617">Bladzijde 98</a></td> +<td width="40%">!”...</td> +<td width="40%">!...”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2692">Bladzijde 101</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2717">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2722">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2729">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2759">Bladzijde 104</a></td> +<td width="40%">Herkules</td> +<td width="40%">Hercules</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2818">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%">, hij</td> +<td width="40%">. Hij</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2837">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%">in</td> +<td width="40%">de</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2852">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%">werdt</td> +<td width="40%">werd</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2863">Bladzijde 108</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2913">Bladzijde 110</a></td> +<td width="40%">Aristuppus</td> +<td width="40%">Aristippus</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2916">Bladzijde 110</a></td> +<td width="40%">Annyceris</td> +<td width="40%">Anniceris</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2926">Bladzijde 111</a></td> +<td width="40%">Aristuppus</td> +<td width="40%">Aristippus</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2935">Bladzijde 111</a></td> +<td width="40%">villayschap</td> +<td width="40%">villayetschap</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3209">Bladzijde 124</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">van </td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3277">Bladzijde 126</a></td> +<td width="40%">éen</td> +<td width="40%">een</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3310">Bladzijde 127</a></td> +<td width="40%">beduidenis</td> +<td width="40%">beteekenis</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3533">Bladzijde 136</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3633">Bladzijde 140</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3689">Bladzijde 142</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3804">Bladzijde 146</a></td> +<td width="40%">ontwaad</td> +<td width="40%">ontwaard</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3853">Bladzijde 149</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3860">Bladzijde 150</a></td> +<td width="40%">o vertouwen</td> +<td width="40%">over touwen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3867">Bladzijde 150</a></td> +<td width="40%">Marrokkanen</td> +<td width="40%">Marokkanen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3876">Bladzijde 150</a></td> +<td width="40%">Marrokkaansche</td> +<td width="40%">Marokkaansche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4026">Bladzijde 158</a></td> +<td width="40%">Algiërs</td> +<td width="40%">Algiers</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4065">Bladzijde 162</a></td> +<td width="40%">Lybysche</td> +<td width="40%">Lybische</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4148">Bladzijde 166</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4183">Bladzijde 168</a></td> +<td width="40%">bevrij-beding</td> +<td width="40%">bevrijding</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4349">Bladzijde 176</a></td> +<td width="40%">kermispellen</td> +<td width="40%">kermisspellen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4407">Bladzijde 179</a></td> +<td width="40%">Menehie-oase</td> +<td width="40%">Menehié-oase</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4412">Bladzijde 179</a></td> +<td width="40%">villajet</td> +<td width="40%">villayet</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4431">Bladzijde 180</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4444">Bladzijde 181</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4479">Bladzijde 183</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4484">Bladzijde 183</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4486">Bladzijde 183</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4601">Bladzijde 188</a></td> +<td width="40%">”....</td> +<td width="40%">....”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4612">Bladzijde 188</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4681">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4702">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%">gegreden</td> +<td width="40%">gegrepen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4709">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%">niets</td> +<td width="40%">iets</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4870">Bladzijde 195</a></td> +<td width="40%">rok</td> +<td width="40%">trok</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4906">Bladzijde 197</a></td> +<td width="40%">V</td> +<td width="40%">X</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4994">Bladzijde 200</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5005">Bladzijde 201</a></td> +<td width="40%">Antekirrtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5101">Bladzijde 204</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5178">Bladzijde 207</a></td> +<td width="40%">Ködric</td> +<td width="40%">Ködrik</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5191">Bladzijde 208</a></td> +<td width="40%">elektrische</td> +<td width="40%">electrische</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5220">Bladzijde 210</a></td> +<td width="40%">bijwijze</td> +<td width="40%">bij wijze</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5237">Bladzijde 210</a></td> +<td width="40%">batterijën</td> +<td width="40%">batterijen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5292">Bladzijde 213</a></td> +<td width="40%">motieren</td> +<td width="40%">mortieren</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5307">Bladzijde 214</a></td> +<td width="40%">Ködric</td> +<td width="40%">Ködrik</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5329">Bladzijde 214</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%"> gelegen was,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5332">Bladzijde 214</a></td> +<td width="40%">, gelegen was</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5355">Bladzijde 216</a></td> +<td width="40%">batterijën</td> +<td width="40%">batterijen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5362">Bladzijde 216</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5521">Bladzijde 223</a></td> +<td width="40%">Manderragio-kwartier</td> +<td width="40%">Manderaggio-kwartier</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5528">Bladzijde 223</a></td> +<td width="40%">Triest</td> +<td width="40%">Triëst</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5579">Bladzijde 225</a></td> +<td width="40%">Antekirtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5800">Bladzijde </a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + +***** This file should be named 22908-h.htm or 22908-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/2/9/0/22908/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/old/20071007-22908-h.htm~ b/old/20071007-22908-h.htm~ new file mode 100644 index 0000000..05ae4c5 --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-h.htm~ @@ -0,0 +1,10835 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Mathias Sandorf: Een model-volksplanting</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="Jules Verne"> +<meta name="DC.Creator" content="Jules Verne"> +<meta name="DC.Title" content="Mathias Sandorf: Een model-volksplanting"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument, p.note, p.tocArgument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument, p.tocArgument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +p.tocChapter +{ +margin:1.58em 0%; +} + +p.tocSection +{ +margin:0.7em 5%; +} + + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +span.parnum +{ +font-weight: bold; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + + +.displayfootnote +{ +display: none; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +.poem .stanza +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + +/* Supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Mathias Sandorf + Een Model-volksplanting + +Author: Jules Verne + +Release Date: October 7, 2007 [EBook #22908] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="499" height="720"></div><p> + +</p> +</div> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">WONDERREIZEN.</h1> +<h2 class="byline"><span class="docAuthor">JULES VERNE</span></h2> +<h1 class="docTitle">Mathias Sandorf</h1> +<h1 class="docTitle">EEN MODEL-VOLKSPLANTING.</h1> +<h2 class="docImprint">ROTTERDAM.—JAC<sup>S</sup>. G. ROBBERS. +</h2> +</div><div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Zuid-Hollandsche Boek- en Handelsdrukkerij.</span> + + + +</p> +</div> +</div> +<div class="body"><a id="d0e114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e114">1</a>]</span><div id="d0e115" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">I.</h2> +<h2 class="normal">Het Presidio van Ceuta.</h2> +<p>Drie weken na de schrikkelijke gebeurtenissen, welke wij in het vorige deel verhaalden, en waarvan de provincie Catania, op +het eiland Sicilië, het tooneel was geweest—drie weken later, zeggen wij, dus op 9 October, stevende een snelvarend stoomjacht—de +<i>Ferrato</i>, onze oude bekende—geholpen door een stevige noordoosterbries, tusschen de zuiderpunt van Europa, die eigenaardig genoeg +op het Spaansche schiereiland Engelsch is, en kaap Almina, de noordelijkste punt van Afrika, die daarentegen, op het Marokkaansch +gebied gelegen, Spaansch is. De vier mijlen afstand, welke van de eene landspits tot de andere gerekend worden, zouden, wanneer +men op mythologische gronddenkbeelden zou mogen afgaan, of daaraan slechts eenige waarde mocht schenken, door wijlen Hercules, +een waardigen voorganger van den heer Ferdinand de Lesseps, de moderne landengte-doorsteker, daargesteld en toegang aan de +wateren van de Mare Mediterranea of Middellandsche zee tot die van den Atlantischen Oceaan verleend zijn, door met een enkelen +knodsslag de rotsachtige omdijking van het <span id="d0e125" class="corr" title="Bron: Midellandsche">Middellandsche</span> meerbekken daar ter plaatse te verbrijzelen, hetgeen, zooals ieder lezer zal moeten bekennen, eene vrij aardige krachtsontwikkeling +zou vereischt hebben. Jammer, dat dergelijke halfgoden in onze eeuw niet meer aangetroffen worden. De doorgraving van de landengte +van Suez zou zooveel geld niet gekost hebben, en de landengten van Panama en van Corinthe zouden zooveel schatten niet verslinden. +Met drie zulke knodsslagen waren dan de Andes in de Nieuwe Wereld, de Dioikos in Griekenland en de drempel van Serapeum in +Egypte verbrijzeld geweest, om de Middellandsche zee met de <a id="d0e128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e128">2</a>]</span>Roode zee, de golf van Corinthe met die van Egina, en den Mexicaanschen zeeboezem met de Groote Stille Zuidzee in verbinding +te stellen. Nogmaals jammer, doodjammer! + +</p> +<p>Ziedaar, wat Pescadospunt voorzeker aan zijn vriend Kaap Matifou zou medegedeeld hebben, terwijl hij hem daarbij tegelijkertijd +de rots van Gibraltar in het noorden, en den Hachoberg in het zuiden zoude aangewezen hebben. + +</p> +<p>En, inderdaad, Calpé en Abyla zijn nog steeds de beide bekende rotsmassaʼs, de beide zuilen, die als de “Zuilen van Hercules,” +den naam van den beroemden Griekschen held dragen. + +</p> +<p>Kaap Matifou zou ongetwijfeld dat “kunststuk van krachtsinspanning” bewonderd en naar waarde geschat hebben, en dat nog wel, +zonder dat de nijd zijne eenvoudige en bescheiden ziel zoude verontreinigd, zonder dat zijn edel hart door eene onwaardige +gedachte zoude bezoedeld zijn. Nogmaals, Kaap Matifou zou bewonderd en gewaardeerd hebben. + +</p> +<p>De Provençaalsche Hercules zou voor den Griekschen held, voor den zoon van Jupiter en Alcmene, eerbiedig het groote hoofd +gebogen hebben. + +</p> +<p>Maar Pescadospunt kon zijnen vriend dat verhaal niet opdisschen, en Kaap Matifou kon zijn Titanshoofd niet buigen, om de eenvoudige +reden, dat noch de een noch de andere zich aan boord bevond. Beiden waren op bevel van dokter Antekirrt te Antekirrta achtergebleven, +de eerste, omdat hij, zooals wij weten, vrij ernstig gekwetst was, en de andere, om zijn vriend op te passen en te verplegen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord van de <i>Ferrato</i>, die door kapitein Köstrik gekommandeerd werd; terwijl Luigi-Ferrato nog steeds als eerste officier aan boord van het stoomjacht +dienst deed. Van bevordering was nog geen sprake geweest. Maar er was nog tijd. + +</p> +<p>De expeditie, laatstelijk op het eiland Sicilië ondernomen, met het doel om Sarcany en Silas Toronthal op te sporen en op +te lichten, als daar mogelijkheid toe bestond, had volstrekt geen resultaat gehad, daar zij den dood van Zirone tengevolge +had gehad. Men moest dus andermaal trachten, die twee booswichten op het spoor te komen, door den Spanjaard Carpena te noodzaken +mede te deelen, alles wat hij omtrent Sarcany en diens medeplichtige moest weten en ook wist; daarvan waren dokter Antekirrt +en Piet Bathory overtuigd. + +</p> +<p>Daar de Spanjaard nu tot de galeien veroordeeld en naar het Presidio van Ceuta verwezen was, zou men hem daar moeten gaan +opzoeken. Want daar alleen kon men in aanraking met hem komen, en daarom was tot die reis besloten. + +</p> +<p>Ceuta, in het Spaansch als Ce Veta en in het Arabisch als Septa <a id="d0e151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e151">3</a>]</span>uitgesproken, is eene kleine, maar zeer versterkte stad, een ware vesting, een soort van Spaansch Gibraltar op de Oostelijke +hellingen van den Hacho-berg en op de Marokkaansche kust gelegen, op eene landtong ten westen van Tanger, waarachter de Apenberg, +een der Zuilen van Hercules verrijst. De stad bestaat uit drie deelen, namelijk: de reeds genoemde berg Hacho, waarop een +zeer sterk fort, hetwelk de geheele landtong en den ingang der zeeëngte bestrijkt; de Citadel, aan het uiteinde van de landtong +gelegen en alleen over een ophaalbrug toegankelijk; en eindelijk de eigenlijke stad of Almena, waar de burgers en handelaren +wonen. Hier bevinden zich ook de hoofdkerk, twee kloosters, een hospitaal en onderscheidene scholen, waaronder eene voor de +zeevaart. Langs den zeeoever voert eene kade, vanwaar men een verrukkelijk uitzicht op Spanje heeft. Aan de andere zijde der +stad ligt de Alameda of openbare wandelplaats, vanwaar men het oog kan laten rondwaren, langs de Marokkaansche kust tot aan +de bergen van het Riff. Het aantal inwoners bedraagt bijna 12,000 en deze vormen een mengelmoes van Spanjaarden, Engelschen, +Franschen, Italianen, Mooren, Negers, Mulatten, Israëlieten en Marokkanen. Ceuta is de zetel van een bisschop, gesteld onder +den aartsbisschop van Sevilla; de Spaansche Regeering bezigt de stad voornamelijk als ballingsoord en bagno. + +</p> +<p>Ceuta is het oude Septa of Septum of Ad Septem fratres: In de zeven broeders. + +</p> +<p>Het wordt door sommigen voor Abyla, door anderen voor het Esilissa van koning Ptolomeus gehouden, en was weleer de hoofdstad +van Mauritania Tingitana. Na den val van het Romeinsche rijk werd de stad achtereenvolgens door de Vandalen, Gothen en Arabieren +overweldigd. Laatstbedoelden gaven haar den naam van Septa, en verhieven haar tijdens hunne heerschappij over Zuid-Spanje, +tot een gewichtig oord. Later viel zij ten deel aan de Hamoedieten en daarna aan de Almoravieden; en in 1409 werd zij veroverd +door den Portugeeschen koning Joào I, nadat ook de Genueezen er reeds korten tijd heerschappij hadden gevoerd. + +</p> +<p>In 1580 kwam zij tegelijk met Portugal aan Spanje en bleef hieraan onderworpen,—ook na de scheiding van die twee rijken in +1640. + +</p> +<p>Vruchteloos belegerden haar de Marokkanen bijna 23 jaren, van 1697 tot 1720, en te vergeefs trokken zij in 1732, onder aanvoering +van den bekenden renegaat Ripperda, nogmaals met een groote krijgsmacht derwaarts. De stad werd dapper verdedigd, en is ook +nu nog het belangrijkste steunpunt der Spanjaarden in Noord-Afrika. + +</p> +<p>Er bestaat niets levendiger ter wereld dan die beroemde zeeëngte van Gibraltar, die als het ware de monding der Middellandsche +zee vormt. Het is langs dat smalle kanaal, dat de heerlijke en overschoone Amphytrite water-verversching uit de wereldzee, +uit den <a id="d0e163"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e163">4</a>]</span>Atlantischen Oceaan erlangt. Daarlangs ontvangt zij ook duizenden vaartuigen, die van Noordelijk Europa en van de beide Amerikaʼs +komen, om de honderden havens aan te doen, die langs haren onmetelijken omtrek aangetroffen worden. Daarlangs stoomen, naar +binnen en naar buiten, die prachtige en groote pakketbooten, die oorlogschepen van alle natiën, aan wie het genie van een +Franschman, van Ferdinand de Lesseps, eene deur ontsloten heeft, toegang verleenende tot de Roode zee, tot de Golf van Bengalen, +tot den Indischen Oceaan, tot de Chineesche zee en tot de Groote Stille Zuidzee. + +</p> +<p>Die Straat, door de Ouden <i lang="la">Fretum Herculeum</i> geheeten, heeft eene diepte van 16 meters<a id="d0e170src" href="#d0e170" class="noteref">1</a>, doch bezit in haar vaarwater geen banken of klippen. Toch levert zij voor de schepen, die uit de Middellandsche zee komen, +wel eens gevaar op, wegens den sterken stroom, die er van den kant van den Atlantischen Oceaan doorheen trekt. Bij dezen is +de ingang der Straat—tusschen Kaap Trafalgar en Kaap Spartel—vijf geographische mijlen, en aan den anderen kant—tusschen Punta +de Europa en Punta de Afrika—ruim half zoo breed. Het smalste gedeelte is 1⅔ geographische mijl breed en bevindt zich tusschen +Punta del Frayle, ten noorden, en Punta de Ciris ten zuiden. + +</p> +<p>Aan de Afrikaansche kust is de Straat begrensd door een effen rotswand; doch de oever aan de Europeesche zijde vormt onderscheidene +inhammen, bepaaldelijk ten oosten in de golf van Gibraltar, die ook, vanwege de daartegenover gelegen stad, Golf van Algesiras +geheeten wordt. + +</p> +<p>Niets schilderachtiger bestaat er dan die smalle zeeëngte, die door hoog gebergte van zeer verschillend uitzicht omlijst is. +In het noorden strekken zich de Sierraʼs van <span id="d0e177" class="corr" title="Bron: Andalousie">Andalusië</span> uit. In het zuiden steigeren langs die zoo heerlijk ingesneden kust, van Kaap Spartel af tot aan de punt van dʼAlmina, de +zwarte toppen van de Bullonen, van den Apenberg en de nokken van de <i lang="la">Septem fratres</i>, de Zeven Gebroeders omhoog. Rechts en links vertoonen zich in de diepte der baaien en der kreeken, of als neergevlijd aan +den voet en op de eerste hellingen, welke zich langs de lagere kuststreek uitstrekken en door een reusachtigen achtergrond +beheerscht worden, schilderachtig gelegen steden, als Tarifa, Algesiras, Tanger en Ceuta. Dan tusschen die beide romantische +oevers vertoont zich voor den scherpen boeg der stoomschepen, die noch door de zee, noch door den wind weerhouden worden, +of voor den steden der zeilschepen, die soms bij honderden door den westenwind in die monding naar den Atlantischen Oceaan +weerhouden worden, eene zeer bewegelijke wateroppervlakte, die uiterst veranderlijk van kleurtinten is, die zich hier grijs +en met machtige kuiven getooid voordoet, elders aangenaam blauw en kalm, hier <a id="d0e183"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e183">5</a>]</span>weer geheele strepen van kleine krullende golfjes en maalkolkjes vormt die de grenzen der stroomen en tegenstroomingen met +hunnen getanden rand zoo duidelijk mogelijk aangeven. + +</p> +<p>Niemand die zulk een tafereel onder de oogen krijgt, kan ongevoelig blijven voor de bekoorlijkheden van die verheven schoonheden, +die door twee tegenover elkander gelegen werelddeelen als een dubbel panorama langs de oevers van de zeeëngte van Gibraltar +ten toon gespreid worden, en de reizigers in den volsten zin des woords in verrukking brengen. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> naderde inmiddels vlug de Afrikaansche kust. De diep ingesneden baai, aan welker uiteinde Tanger zich als het ware verbergt, +begon zich voor het oog der opvarenden te sluiten, terwijl de rotsmassa van Ceuta des te meer zichtbaar werd, daar de kust +daar ter plaatse eene haaksgewijze verandering van richting naar het zuiden vormt. Men zag dien steenklomp langzamerhand zich +van de achtergelegen massa afscheiden en alleen vooruitkomen als een schiereiland, dat aan den voet van eene kaap gelegen, +en daaraan door een smalle landengte verbonden is, die het aan den vasten wal vasthecht. + +</p> +<p>Hoog daarboven, dicht bij den top van den Hachoberg, werd een fortje bespeurd dat op de plek verrezen was, waar vroeger eene +Romeinsche citadel gestaan had. Daarin zijn steeds uitkijken op wacht, die in opdracht hebben, de zeeëngte scherp gade te +slaan, maar vooral het Marokkaansche grondgebied waardoor Ceuta, behalve aan de zeezijde, geheel omsloten wordt. Die geheele +streek vertoont nagenoeg eene zelfde bergachtige terreingesteldheid, evenals het kleine vorstendom Monaco te midden van het +Fransche grondgebied. + +</p> +<p>Het sloeg tien uren in den morgen, toen de <i>Ferrato</i> eindelijk het anker liet vallen in de haven, op twee kabellengten afstand van de ontschepingskade, die door de deininggolven +uit volle zee met ongetemde kracht gebeukt werd. Daar bestaat echter slechts eene vluchthaven, die bij frisschen en stevig +doorstaanden wind voor de branding uit de Middellandsche zee weinig beschutting aanbiedt, en dus nog al gevaarlijk is. + +</p> +<p>Zeer gelukkig dat wanneer de schepen niet ten westen van Ceuta kunnen ankeren, zij eene tweede ligplaats aan den anderen kant +der rots vinden, waar zij voor de westenwinden behoorlijk gedekt liggen. + +</p> +<p>Toen “de geneeskundige dienst” aan boord was gekomen, en toen de scheepspapieren van de <i>Ferrato</i> in orde bevonden waren, stapten dokter Antekirrt en Piet Bathory tegen een uur des namiddags in de sloep en lieten zich naar +den wal roeien. Zij ontscheepten op eene kleine kade, die zich dicht langs den voet der walmuren van de vesting uitstrekte. + +</p> +<p>Dat de dokter het ernstige voornemen opgevat had, om zich van Carpena meester te maken, daaromtrent bestond hoegenaamd geen +<a id="d0e208"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e208">6</a>]</span>twijfel. Maar hoe zou hij dat uitvoeren? Dat zou hij eerst beslissen, nadat hij de plaats en hare omgeving in oogenschouw +had genomen. Daarna zou hij naar omstandigheden te werk gaan, hetzij door geweld te gebruiken, om den Spanjaard te ontvoeren, +hetzij hij diens ontsnapping uit het Presidio van Ceuta in de hand zou werken. In ieder geval, hij rekende er op, dat hij +den Spanjaard in handen kreeg. Zijne maatregelen zouden goed getroffen worden. Ditmaal was de dokter er niet op uit, om het +incognito te bewaren. Integendeel, reeds hadden zijn agenten, die aan boord verschenen waren en hem weer verlaten hadden, +het gerucht van de aankomst van zoo een beroemd persoon allerwege verbreid. Wie toch in dat geheele Arabische land, van Suez +af tot aan Kaap Spartel, kende dien geleerden taleb niet bij naam<span id="d0e210" class="corr" title="Bron: ">,</span> die zich thans op het eiland Antekirrta teruggetrokken had en daar in het binnenste gedeelte der Syrtische zee verblijf hield? + +</p> +<p>De beste ontvangst viel hem dan ook, zoowel van den kant der Spanjaarden, als van dien der Marokkanen ten deel. + +</p> +<p>Daarenboven was het niet verboden de <i>Ferrato</i> te bezoeken en te bezichtigen, zoodat weldra een groot aantal vaartuigen het stoomjacht omringden en men aan boord kwam. + +</p> +<p>Dat alles kwam waarschijnlijk met de plannen van dokter Antekirrt overeen. Zijne beroemdheid moest zijne voornemens te hulp +komen. Piet Bathory en hij poogden dan ook niet, zich aan de algemeene aandacht te onttrekken. Een open rijtuig, dat in het +voornaamste hôtel van Ceuta gehuurd was, veroorloofde hen, om in de stad rond te toeren en haar te bezichtigen. Die rijtoer +was een ware zegetocht door het stadje. + +</p> +<p>Zij bevonden, dat de straten smal, ja nauw en omgeven waren door droefgeestig uitziende huizen, waaraan iedere eigenaardigheid +of lokale kleur ontbrak. Hier en daar bespeurden zij kleine pleinen met teringachtige boomen, welker takken en bladeren met +een grauw stof overdekt waren, en hunne spaarzame schaduw verleenden aan eene armzalige kroeg of aan een of twee openbare +gebouwen, die veel op kazernes geleken. In één woord, er bestond niets oorspronkelijks, tenzij het Moorsche kwartier, dat +zijn bijzonderen stempel niet verloren had. + +</p> +<p>Tegen drie uren gaf dokter Antekirrt aan den koetsier bevel, om hem naar den Gouverneur van Ceuta te rijden, wien hij een +bezoek wilde brengen,—een eenvoudig beleefdheidsbezoek, dat van den kant van een zoo aanzienlijk vreemdeling niet anders dan +natuurlijk moest voorkomen. Onmiddellijk werd in die richting voortgereden. + +</p> +<p>Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat die gouverneur onmogelijk een civiel ambtenaar kon zijn. Ceuta is boven alles +een militaire kolonie. Men telt er ongeveer tien duizend zielen, alles bij <a id="d0e228"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e228">7</a>]</span>elkaar gerekend: officieren en soldaten, handelaren, visschers en matrozen van de kustvaart, die zoowel in de stad wonen, +als op de terreinstrook, die zich oostwaarts van de vesting uitstrekt, en zoo de omgeving van het Spaansche grondgebied vormt. + +</p> +<p>Ceuta werd in die dagen bestuurd en gekommandeerd door den Kolonel Guyara. + +</p> +<p>Die hoofdofficier had onder zijne bevelen drie bataillons infanterie, die van het landleger van Spanje gedetacheerd waren, +en die daar den garnizoens-dienst waarnamen; verder had hij een regiment van aan de strengere krijgstucht onderworpen militairen, +die bestendig in de kleine kolonie gevestigd waren; dan nog twee batterijen vestingartillerie, eene kompagnie pontonniers, +en eindelijk nog eene kompagnie Mooren, wier gezinnen een bijzonder kwartier bewoonden. Het garnizoen was dus vrij sterk, +zooals men ziet. Ongeveer drie duizend vijfhonderd man. + +</p> +<p>Wat de tot de galeien veroordeelden betrof, hun getal bedroeg nagenoeg twee duizend. + +</p> +<p>Om zich van de stad naar den zetel van den gouverneur te begeven, moest het rijtuig den bedekten weg of ronde-weg volgen, +die buiten den walgang der stad liep. Dat was een gemaccadamiseerde heirbaan, die niet alleen rondom het geheele territoir, +maar ook tot aan het oostelijkste uiteinde daarvan voerde. + +</p> +<p>Aan beide kanten van die baan was de smalle strook tusschen haar en den voet der bergen aan de eene zijde, en tusschen haar +en den zeeoever aan de andere zijde, die, dank zij der onbezweken vlijt en arbeid der inwoners, goed bebouwd was. Deze hebben +de slechte hoedanigheden van den grond weten te overwinnen. Noch groenten van allerlei soort, noch vruchtboomen, die heerlijk +dragen, ontbreken er. Maar er mag ook niet verzwegen worden, dat aan handen en armen om te arbeiden geen gebrek is, en dat +de teelaarde, evenals dit voor Sint Helena gebeurde, van Europa aangevoerd werd. + +</p> +<p>Inderdaad, de gedeporteerden worden niet alleen voor of vanwege den Staat gebezigd, hetzij in bijzondere werkplaatsen, hetzij +aan de vestingwerken, hetzij aan de wegen, welker onderhoud voortdurende voorzorgen vereischt, hetzij bij de stedelijke politie, +wanneer hun voortdurend goed gedrag aanleiding geeft, om er agenten van te maken, die het toezicht voeren, maar tevens onder +opzicht staan. Die mannen, die hetzij voor twintig jaren, hetzij voor levenslang naar het Presidio van Ceuta gezonden werden, +kunnen ook door particulieren gebezigd worden, evenwel slechts onder zekere voorwaarden, die door het gouvernement in het +belang der openbare veiligheid gesteld zijn, en waaraan natuurlijk streng de hand gehouden wordt, hetgeen noodzakelijk is, +zooals ieder moet beamen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt had bij zijn bezoek te Ceuta verscheidene van <a id="d0e244"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e244">8</a>]</span>die ellendelingen ontmoet, die vrij en frank door de straten van de stad zich bewogen, voornamelijk diegenen, die voor huishoudelijken +arbeid gebezigd werden. Maar hij zou een veel grooter aantal te zien krijgen, wanneer hij buiten den versterkten walgang met +voorliggende verdedigingswerken gekomen zou zijn, daar buiten op de wegen en op het veld, in de voorwerken of op den akker. + +</p> +<p>Tot welke categorie van het personeel van dat Presidio behoorde nu Carpena? Dat was in de eerste plaats belangrijk om te weten +te komen. Want het plan van dokter Antekirrt kon toch slechts in algemeene trekken vastgesteld zijn, en moest natuurlijk gewijzigd +worden, naarmate de bestaande omstandigheden, dat wil zeggen: naar gelang de Spanjaard vrij rondliep of opgesloten zat, of +hij bij particulieren arbeidde, of in de werkplaatsen van den Staat. Dat diende dus in de eerste plaats uitgevischt te worden. + +</p> +<p>“Maar”, zeide de dokter tot Piet Bathory, “daar die Carpena nog niet lang geleden veroordeeld is, is het meer dan waarschijnlijk, +dat hij nog niet die voordeelen geniet, welke den ouderen veroordeelden, vanwege hun goed gedrag, toegestaan zijn.” + +</p> +<p>“Dat ʼs waar,” antwoordde Piet, “hoewel het toch zou kunnen zijn, dat hij reeds buiten kwam.” + +</p> +<p>“Jawel, wij kunnen daarop toch eenigermate rekenen, ja wij moeten het zelfs.” + +</p> +<p>“Maar als hij opgesloten zit?” vroeg de jonge werktuigkundige. “Dan dunkt mij....” + +</p> +<p>“Dan wordt het vraagstuk veel lastiger,” antwoordde dokter Antekirrt droog. + +</p> +<p>“Dat meen ik ook. Het zal goed zijn, dit bij onze ontwerpen niet uit het oog te verliezen.” + +</p> +<p>“Maar, om het even: die kerel moet ontvoerd worden, en hij zal ontvoerd worden!” + +</p> +<p>Het rijtuig reed gedurende dat gesprek zachtkens voort, terwijl de paarden in een matigen korten draf liepen. + +</p> +<p>Op twee honderd meter afstand buiten den kring der vestingwerken, was een zeker getal gedeporteerden onder opzicht van ettelijke +gevangenbewaarders van het Presidio bezig met keien en steenen als verhardings-materiaal op den weg te brengen. Er waren daar +een goede vijftig aanwezig, waarvan een gedeelte de keien in kleine stukken sloeg, een ander gedeelte die stukken over den +weg uitstortte, en een derde gedeelte hen onder een kolossale welrol verbrijzelde en schier fijnmaalde. + +</p> +<p>Het rijtuig had dat gedeelte van den weg, waar die herstelling plaats had, stapvoets, ja zelfs gedeeltelijk langs een zijweg +moeten volgen, waarop het werk nog niet aangevangen was. Dat was onzen reizigers evenwel niet aangenaam. + +<a id="d0e268"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e268">9</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p009.jpg" alt="Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord. (Bladz. 2.)" width="507" height="720"><p class="figureHead">Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren alleen aan boord. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e128" class="typeref">2</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e280"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e280">10</a>]</span></p> +<p>Plotseling greep dokter Antekirrt Piet Bathory bij den arm. + +</p> +<p>“Hij!” zeide hij met gedempte stem, terwijl hij zijn makker gevoelig kneep. + +</p> +<p>“Waar?” vroeg Piet Bathory, overal rondkijkende. “Waar toch? Ik zie hem niet.” + +</p> +<p>De dokter trok Piet naar zich toe en wees met den vinger in zekere richting. + +</p> +<p>“Daar! Daar!” sprak hij steeds fluisterend. + +</p> +<p>Een man stond daar, op twintig passen afstand van zijne makkers en leunde op den steel zijner schop. + +</p> +<p>Dat was Carpena. + +</p> +<p>Aan zijne oude geaardheid getrouw, nam hij er zijn gemak van en arbeidde zoo min mogelijk. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt had, hoewel hij dien man in twintig jaren niet gezien had, den zoutvervaardiger van Istrië, in weerwil van +zijne tegenwoordige kleeding als galeiboef, dadelijk herkend, zooals Maria Ferrato hem ook, in weerwil van zijn Maltezer kleeding, +in de straten van het Manderaggio-kwartier zonder aarzelen herkend had. + +</p> +<p>Dien misdadiger, die door zijne aangeboren luiheid, niets geleerd had in het leven en dan ook tot eenig vak, welk ook, geheel +en al ongeschikt was, had men in de werkplaatsen van het Presidio niet kunnen gebruiken. Keien stuk slaan op den weg, dat +was alles, waartoe hij gebezigd kon worden. Tot iets anders was hij onmogelijk in staat. + +</p> +<p>Maar had dokter Antekirrt hem ook al herkend, Carpena kon onmogelijk in dien man daar in dat rijtuig den graaf Mathias Sandorf +herkennen, dien hij zoo snood verraden had. Ternauwernood had hij hem toen eventjes gezien in het huis van den visscher Andreas +Ferrato te Rovigno, op het oogenblik, dat hij tot gids strekte van het detachement politie-agenten, die de woning zouden omsingelen, +om de vluchtelingen gevangen te nemen. + +</p> +<p>Echter, evenals iedereen had hij de aankomst van dokter Antekirrt te Ceuta vernomen. + +</p> +<p>Nu was die zoo beroemde dokter—en dat was Carpena niet onbekend—dezelfde persoon, waarvan hem Zirone gedurende hun onderhoud +bij de rotsen van Polyphemus, op het zeestrand van het eiland Sicilië, gesproken had. Dat was de man, waarvoor hij zich, volgens +de aanbeveling van Sarcany, vooral wachten moest. Dat was de millioenen-bezitter tegen wien de bende van Zirone den vergeefschen +aanslag bij de Casa Inglese op de hellingen van den Etna uitgevoerd, en waarbij ze het onderspit gedolven had. Ja, zeker, +dat alles wist hij. + +</p> +<p>Wat ging er in Carpenaʼs brein om, toen hij zich zoo plotseling in tegenwoordigheid van dokter Antekirrt bevond? +<a id="d0e309"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e309">11</a>]</span></p> +<p>Welke waren de indrukken, die zijne hersenen met die gevoeligheid en die oogenblikkelijkheid opvingen, welke sommige photografische +bewerkingen kenmerken? + +</p> +<p>Dat zou zeer moeielijk te zeggen zijn. De lezer zal dat wel begrijpen, hopen wij. + +</p> +<p>Wat evenwel de Spanjaard in werkelijkheid ondervond, dat was: dat hij plotseling gevoelde, dat de dokter zich door een soort +van moreel overwicht van zijn geheel wezen meester maakte; dat zijne verpersoonlijking te niet ging tegenover die van dien +vreemden man; dat eene vreemde wilskracht, sterker dan de zijne, hem beheerschte en vermeesterde. + +</p> +<p>Te vergeefs poogde hij zich tegen dien invloed te verzetten. Hij bezweek er voor en vermocht niets anders te doen, dan voor +die overheersching lijdelijk te bukken. + +</p> +<p>Intusschen had dokter Antekirrt zijn rijtuig doen stilstaan en ging voort den galeiboef met een doordringenden blik aan te +staren. De schitterende uitstraling van dien blik bracht op de hersenen van Carpena een vreemdsoortig en onweerstaanbaar effect +teweeg. De zinnen van den Spanjaard werden als door een soort van verdooving verlamd. Zijne oogleden knipten en sloten zich +eindelijk, daar hij onmachtig was ze open te houden; terwijl hij geene andere beweging dan eene trillende beving in de oogleden +en wenkbrauwen ondervond. Toen viel hij, zoodra de gevoelloosheid de overhand genomen had en derhalve volkomen was, aan den +rand van den weg neer, zonder dat zijne makkers of lotgenooten er iets van bespeurden, daar hunne aandacht op de zoo rijke +reizigers gevestigd was. Hij was in een diepen magnetischen slaap gedompeld, waaruit niemand hem zou hebben kunnen wekken, +welke middelen ook aangewend werden. + +</p> +<p>Toen het zoover gekomen was, gaf dokter Antekirrt bevel, om den rijtoer te vervolgen en gebood den koetsier zich naar het +verblijf van den gouverneur te richten. + +</p> +<p>Dat geheele tooneel had hem niet meer dan eene halve minuut oponthoud gekost. Niemand had kunnen waarnemen, wat tusschen hem +en dien Spaanschen galeiboef voorgevallen was,—niemand tenzij Piet Bathory, die de zaak daarenboven niet begrepen had. + +</p> +<p>“Thans behoort die man mij”, zei dokter Antekirrt tot Piet, “hij is in mijne macht en ik kan hem tot alles noodzaken.” + +</p> +<p>“Ook om u alles mede te deelen wat hij weet?” vroeg Piet Bathory vrij ongeloovig. + +</p> +<p>“Neen, dat niet,” antwoordde dokter Antekirrt met een geheimzinnigen glimlach. + +</p> +<p>“Niet?... Dat is jammer!” meende de jeugdige werktuigkundige teleurgesteld. +<a id="d0e332"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e332">12</a>]</span></p> +<p>“Neen, maar ik kan hem wel noodzaken, alles te doen, wat ik wil, dat hij uitvoeren zal.” + +</p> +<p>“Zonder dat hij dit weet?... Zonder dat hij dit zal willen?” + +</p> +<p>“Ja, maar niet alleen dat, maar zelfs geheel onbewust,” antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Hoe weet gij dat?” vroeg Piet Bathory, die, als ingenieur, het hoe en waarom gaarne vernam. + +</p> +<p>“Bij den eersten blik, dien ik op den ellendeling wierp, gevoelde ik, dat ik hem in mijne macht had, dat ik zijn wil door +den mijnen kon vervangen.” + +</p> +<p>“Die man is toch niet ziek, niet waar? Zijn uiterlijk verraadde daarvan niets.” + +</p> +<p>“Neen, hij is volstrekt niet ziek. Hij is integendeel zoo gezond als gij en ik”, antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Hoe verklaart gij dan...?” + +</p> +<p>“Denkt gij dan, dat die zenuwuitwerkselen alleen bij ziekelijke zenuwlijders teweeg kunnen gebracht worden?” + +</p> +<p>“Mij dunkt, dat een gezond mensch aan dergelijke invloeden weerstand kan bieden.” + +</p> +<p>“Neen, Piet. Zij, die nog het meeste weerstand bieden, zijn juist de hersenzieken, de waanzinnigen.” + +</p> +<p>“Maar...” + +</p> +<p>“Een goed en gevoelig sujet moet juist een eigen wil hebben, om behoorlijk gedomineerd te worden, en ik ben uitermate door +de omstandigheden begunstigd geworden, daar ik in dien Carpena juist eene geaardheid aangetroffen heb, geheel en al geschikt, +om mijn invloed te ondervinden...” + +</p> +<p>“Maar wat helpt dat thans?” vroeg Piet Bathory. “Al hebt gij hem ook al onder uwen zedelijken invloed, dan hebt gij hem nog +niet in uwe physieke macht.” + +</p> +<p>“Neen, maar die galeiboef zal in slaap gedompeld blijven, en zonder mijne tusschenkomst zal die slaap niet wijken.” + +</p> +<p>“Aangenomen”, zei Piet; “maar waartoe zal dat dienen? Ik zie daar geen uitkomst in.” + +</p> +<p>“Waartoe dat zal dienen, vraagt ge? Welke uitkomst dat zal hebben?” + +</p> +<p>“Voorzeker vraag ik dat, daar het onmogelijk is, om hem in den toestand, waarin hij zich bevindt, te doen zeggen, wat wij +zooveel belang hebben te weten te komen.” + +</p> +<p>“Dat is ontwijfelbaar waar,” antwoordde dokter Antekirrt. “Ik kan hem wel in mijne gedachten doen lezen; maar ik kan hem onmogelijk +doen zeggen, wat ik zelf niet weet.” + +</p> +<p>“Welnu, dan herhaal ik mijne vraag: waartoe zal dat dienen, welke uitkomst zal dat opleveren?” + +<a id="d0e373"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e373">13</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p013.jpg" alt="Bracht hij de hielen op dezelfde lijn, sloot het dikke der kuiten tegen elkander en bracht de rechterhand aan de klep zijner politiemuts. (Bladz. 21.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Bracht hij de hielen op dezelfde lijn, sloot het dikke der kuiten tegen elkander en bracht de rechterhand aan de klep zijner +politiemuts. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e589" class="typeref">21</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e385"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e385">14</a>]</span></p> +<p>“Maar wat ik wel in mijne macht heb”, ging dokter Antekirrt onverstoorbaar voort, alsof hij die vraag niet gehoord had, “is +hem te noodzaken te doen, wat mij in mijn kraam te pas komt, wat ik zal willen, dat hij doen zal, en dat zonder dat zijn wil +er zich tegen verzetten kan.” + +</p> +<p>“Ja, maar wat?” vroeg Piet Bathory ongeduldig. “Ja, maar wat? Zeg mij.” + +</p> +<p>“Wanneer ik bijvoorbeeld zal willen, dat hij morgen of overmorgen, over acht dagen of over drie of zes maanden, zelfs wanneer +hij in wakenden toestand is, het Presidio zal verlaten, dan zal hij dat ongetwijfeld doen.” + +</p> +<p>“Het Presidio verlaten!... Kom, gij gekscheert met mij!... Hoe zou dat mogelijk zijn?” + +</p> +<p>“Ja! het Presidio verlaten!... Piet, ik ben te ernstig, om mij eene grap te veroorloven!” + +</p> +<p>“Het Presidio verlaten?... Vrij en ongehinderd?...” vroeg Piet Bathory steeds ongeloovig. “Dan zouden de bewakers dat toch +moeten veroorloven! De invloed van uwe wilskracht kan zoo ver niet reiken, om hem zijne ketenen te doen verbreken, om hem +de deur van het bagno te doen verbrijzelen, om hem een onoverkomelijken muur te doen overklimmen, ... waarbij de gevangenbewaarders +hem dan nog behulpzaam zouden moeten zijn.” + +</p> +<p>“Neen, Piet,” antwoordde dokter Antekirrt, “gij hebt gelijk; ik kan hem niet noodzaken te doen, wat ik zelf niet uitrichten +kan... Maar ik kan...” + +</p> +<p>“Maar wat dan? Wat is uw plan?” vroeg de jonge werktuigkundige vrij opgewonden. + +</p> +<p>“Mijn plan? Juist om dat uit te voeren, begeven wij ons thans naar den gouverneur van Ceuta, ten einde dien hoofd-officier +een officiëel bezoek te brengen. En let nu maar op de verdere ontwikkeling van de zaak, die ik mij gesteld heb.” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt overdreef niet. Dat zou Piet Bathory spoedig genoeg ondervinden. + +</p> +<p>Die daadzaken omtrent den invloed der wilskracht op iemand in den hypnotischen toestand, zijn thans algemeen erkend. De werken +en nasporingen van Charcot, van Brown Sequard, van Azam, van Richet, van Dumontpallier, van Maudsley, van Bernheim, van Hack +Tuke, van Rieger, en van zooveel andere geleerden, kunnen daaromtrent geen twijfel laten bestaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt had gedurende zijne reizen in Oostersche landen zeer merkwaardige gevallen daaromtrent kunnen bestudeeren +en aan dien tak der physiologie een rijken schat van nieuwe en belangrijke waarnemingen toevoegen, en zijne reeds zoo rijke +ondervinding zeer kunnen vermeerderen. + +</p> +<p>Hij was dus uitnemend op de hoogte van die verschijnselen en <a id="d0e412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e412">15</a>]</span>van de resultaten, die er van te erlangen zijn. Hij was zelf begaafd niet eene groote mate van zich opdringende wilskracht, +die hij dikwijls gelegenheid had gehad in Klein-Azië uit te oefenen. En het was op die wilskracht, dat hij rekende, om zich +van Carpena meester te maken,—daar toch het toeval het zoo gewild had, dat de Spanjaard aan haren invloed volkomen onderhevig +was. + +</p> +<p>Maar al was dokter Antekirrt voortaan meester over de wilskracht van Carpena; al kon hij hem ook doen handelen, zooals en +wanneer hij wilde, door hem zijn eigen wil op te dringen, zoo was het toch noodzakelijk, om tot eene afdoende handeling te +kunnen overgaan, dat de gevangene vrij in zijne bewegingen was, wanneer het oogenblik gekomen zou zijn om hem deze of gene +daad te doen uitvoeren. Daarvoor was de vergunning van den gouverneur noodig, en die vergunning hoopte hij wel van den kolonel +Guyara, een uiterst welwillend en goedaardig mensch, te verkrijgen, om daardoor de ontvluchting van den Spanjaard uit het +Presidio mogelijk te maken. + +</p> +<p>Tien minuten later kwam het rijtuig van dokter Antekirrt bij den ingang der groote kazernes aan, die bij de grens van het +geënclaveerde grondgebied opgetrokken zijn, en hield bij het verblijf van den gouverneur, dat in de nabijheid gebouwd is, +stil. + +</p> +<p>De kolonel Guyara had reeds kennis bekomen van de aankomst van dokter Antekirrt te Ceuta. Die beroemde persoon was, dank zij +zijn algemeen door zijne rijkdommen en zijne bekwaamheden bekenden naam, als een soort souverein op reis. Nadat hij dan ook +in het salon van het gouvernements-paleis was binnengeleid, ontving de gouverneur hem, alsook zijnen jeugdigen reisgenoot, +op de meest innemende wijze. Al dadelijk wilde die kolonel zich geheel en al ter hunner beschikking stellen, om het kleine +geënclaveerde grondgebied te bezoeken, dat kleine stuk van Spanje, zoo zonderling in het Marokkaansche rijk ingesneden. + +</p> +<p>“Gaarne nemen wij uw aanbod aan, heer gouverneur,” antwoordde dokter Antekirrt in het Spaansch,—eene taal, die ook door Piet +Bathory goed verstaan en vlug gesproken werd.—“Maar ik weet niet, of wij wel den tijd zullen hebben, om uwe dienstvaardigheid +te kunnen benuttigen.” + +</p> +<p>“O, de kolonie is niet groot, dokter Antekirrt”, antwoordde de gouverneur. “In een halven dag kan men den geheelen omtrek +er van afleggen.” + +</p> +<p>“Dat is zoo, maar ... onze tijd is nog al beperkt, heer gouverneur,” antwoordde de dokter. + +</p> +<p>“Denkt gij dan niet eenigen tijd hier te vertoeven, zooals het gerucht zich verbreid heeft?” + +</p> +<p>“Hoogstens vier of vijf uren,<span id="d0e430" class="corr" title="Bron: ">”</span> antwoordde de dokter. “Langer kan ik inderdaad niet.” +<a id="d0e433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e433">16</a>]</span></p> +<p>“Zoo kort? Maar, heer dokter, dan zult gij niets kunnen bezichtigen. En dat is toch jammer.” + +</p> +<p>“Ik moet heden avond nog naar Gibraltar vertrekken, waar ik morgen in de ochtenduren verwacht word.” + +</p> +<p>“Heden avond nog vertrekken!” riep de gouverneur uit. “Hoe is dat toch mogelijk?” + +</p> +<p>“Het moet! heer gouverneur, het moet! Geloof intusschen, dat het mij geweldig spijt.” + +</p> +<p>“O, veroorloof mij te beproeven, u van dat voornemen af te brengen.” zei kolonel Guyara. + +</p> +<p>“Dat zou vergeefsche moeite zijn, heer gouverneur. Volkomen vergeefsche moeite, geloof mij.” + +</p> +<p>“Ik verzeker u, dokter Antekirrt, dat onze militaire volksplanting inderdaad waard is van nabij bestudeerd te worden,” drong +kolonel Guyara levendig aan. + +</p> +<p>“Ik twijfel er niet aan, heer gouverneur. Ik weet het trouwens, want ik heb er veel van gelezen.” + +</p> +<p>“Gij hebt ongetwijfeld veel gezien, veel waargenomen, heer dokter, gedurende uwe veelvuldige reizen; maar uit het oogpunt +van verbeterings-kolonie of beter strafkolonie, verdient Ceuta, ik verzeker het u, de geheele opmerkzaamheid zoowel van geleerden, +als van staathuishoudkundigen!” + +</p> +<p>Natuurlijk dreef de eigenliefde kolonel Guyara wel eenigermate om zijn kleine volksplanting zoodanig te prijzen en te verheffen. +Toch overdreef hij niet; want het administratief bestuur van het Presidio van Ceuta, wat geheel gelijk is aan dat der Presidios +van Sevilla, wordt beschouwd als een van de besten, zoowel van het Oude als van het Nieuwe halfrond. En, dat niet alleen wat +betreft den materieelen toestand der gedeporteerden, maar ook hunne zedelijke verbetering, waarbij beoogd wordt, gelouterde +sujetten aan de maatschappij weer te geven. + +</p> +<p>De gouverneur drong er dan ook op aan, dat een zoo voornaam man als dokter Antekirrt was, zijn vertrek zou willen uitstellen, +om de verschillende lokalen en inrichtingen van de strafkolonie met een bezoek te vereeren. + +</p> +<p>“Het is onmogelijk, dat ik langer blijf, heer gouverneur,” verzekerde de dokter, en ging met een glimlach voort; “maar heden +behoor ik u toe, en wanneer gij wilt, dan is het weinigje tijd, dat mij rest, nog wel te benutten, dunkt mij.” + +</p> +<p>“Het is reeds vier uren,” hernam kolonel Guyara, terwijl hij een blik op de pendule wierp. + +</p> +<p>“Reeds zoo laat?” vroeg de dokter, terwijl hij zijn horloge met het salon-uurwerk vergeleek. + +</p> +<p>“Voorzeker. En gij ziet, er blijft ons slechts weinig tijd over, om Ceuta te bezichtigen.” + +<a id="d0e464"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e464">17</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p017.jpg" alt="Waren onze oude kennissen, Sarcany en de Marokkaansche vrouw Namir. (Bladz. 31.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">Waren onze oude kennissen, Sarcany en de Marokkaansche vrouw Namir. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e823" class="typeref">31</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e476"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e476">18</a>]</span></p> +<p>“Inderdaad,” antwoordde de dokter, “en dat hindert mij te meer, daar ik er prijs op gesteld zoude hebben, om u, na uwe gastvrijheid +genoten te hebben, aan boord van mijn stoomjacht te ontvangen.” + +</p> +<p>“Dokter Antekirrt, zoudt gij uw vertrek naar Gibraltar niet een dag, een enkelen dag kunnen uitstellen?” + +</p> +<p>“Dat deed ik zeker, heer gouverneur, als ik geen samenkomst bepaald had voor morgen, zooals ik u reeds gezegd heb. Inderdaad, +ik ben verplicht, om nog heden avond zee te kiezen!” + +</p> +<p>“Dat is waarlijk betreurenswaardig,” hernam de gouverneur, “en niets zal mij kunnen troosten, dat ik u niet langer hier heb +kunnen houden! Maar ... pas op...” + +</p> +<p>“Waarop moet ik passen, heer gouverneur?” vroeg dokter Antekirrt met een glimlach. + +</p> +<p>“Het vaartuig ligt onder het bereik mijner kanonnen en mijner mortieren ten anker....” + +</p> +<p>“Ho, ho!” riep de dokter lachende uit. “Dat is eene internationale bedreiging!” + +</p> +<p>“En ik kan u op de plaats in den grond boren!” vervolgde kolonel Guyara schertsende. + +</p> +<p>“En de represailles dan, heer gouverneur?” vroeg dokter Antekirrt lachende. + +</p> +<p>“Welke represailles? Zijn er represailles mogelijk, als uw scheepje in den grond geschoten is?” + +</p> +<p>“Zoudt gij denken dat Antekirrta die schending van het volkenrecht ongewroken zou laten?” + +</p> +<p>“Wat, Antekirrta?...” riep kolonel Guyara schaterlachende uit. + +</p> +<p>“Zoudt gij in staat van oorlog met het machtige rijk van Antekirrta willen geraken?” + +</p> +<p>“Ik weet, dat ik groot gevaar zou loopen,” antwoordde de gouverneur op denzelfden toon van gekscheren. + +</p> +<p>“Dat geloof ik ook... Zijt derhalve zeer op uw hoede, want Antekirrta is machtig!” + +</p> +<p>“Maar, wat zou men niet willen wagen, om u vier en twintig uren langer te mogen behouden!” + +</p> +<p>“Ja, maar het is toch beter dat gevaar niet te trotseeren,” antwoordde dokter Antekirrt met een beleefden glimlach. + +</p> +<p>Piet Bathory, die geen deel aan dit gesprek genomen had, vroeg zich af, of dokter Antekirrt al of niet het doel, dat hij wenschte +te bereiken, nader was gekomen. Het besluit, om denzelfden avond nog Ceuta te willen verlaten, hoorde hij voor het eerst, +en het bevreemdde hem niet weinig. + +</p> +<p>“Te drommel”, dacht hij, “hoe zullen in zoo weinig tijd de noodige maatregelen te nemen zijn, om de ontsnapping van Carpena, +met <a id="d0e515"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e515">19</a>]</span>hoop op goeden uitslag, te kunnen bewerkstelligen. Dat zal inderdaad een tooverstuk zijn!” + +</p> +<p>Hij overdacht dat weinige uren later de gedeporteerden in het Presidio wedergekeerd en achter slot gesteld zouden zijn. Onder +die omstandigheden werd het zeer onwaarschijnlijk, dat iemand de vergunning verkrijgen zou, dat de Spanjaard zich buiten de +gevangenismuren zoude mogen begeven. Waarlijk, het vraagstuk werd uiterst belangwekkend. + +</p> +<p>Maar Piet begreep, dat de dokter een vastgesteld plan volgde, toen hij hem hoorde antwoorden: + +</p> +<p>“Waarlijk, heer gouverneur, het spijt mij zeer, dat ik aan uw zoo vriendelijk geuit verlangen niet voldoen kan.” + +</p> +<p>“Het spijt mij nog meer. Maar kunt gij waarlijk niet?” vroeg kolonel Guyara met plichtpleging. + +</p> +<p>“Neen, althans heden niet. Maar toch is het mogelijk, dat ik aan uw wensch zal kunnen voldoen.” + +</p> +<p>“Hoe dat?... Spreek spoedig!... Ik ben inderdaad zeer verlangend, heer dokter...” + +</p> +<p>“Luister.” + +</p> +<p>“Spreek, dokter Antekirrt, spreek dan toch!” hernam de gouverneur ongeduldig. + +</p> +<p>“Daar ik morgen ochtend noodzakelijk te Gibraltar moet wezen, moet ik heden avond vertrekken. Daaraan valt niets te veranderen. +Maar ik reken, dat mijn verblijf op die Engelsche rots niet langer dan twee of drie dagen zal duren. Het zou mij zeer tegenvallen, +wanneer het anders ware en ik er langer zou moeten blijven.” + +</p> +<p>“Des te beter! Want geloof mij, daar op dat Britsche grondgebied is niet veel te zien.” + +</p> +<p>“Neen, ik wil er niet langer verwijlen dan noodig is. Het is heden Donderdag, niet waar?” + +</p> +<p>“Inderdaad.” + +</p> +<p>“Welnu, in plaats van mijne reis langs de noordkust der Middellandsche zee te vervolgen, zal mij niets gemakkelijker vallen, +dan Zondagmorgen naar Ceuta terug te keeren....” + +</p> +<p>“Juist, niets gemakkelijker dan dat, inderdaad,” antwoordde de gouverneur, “en ook niets aangenamer en verplichtender voor +mij! Ik betoon waarschijnlijk wel wat te veel eigenliefde, niet waar, heer dokter?” + +</p> +<p>“Laten wij daarvan niet spreken, heer gouverneur.” + +</p> +<p>“Och, wie heeft zijne ijdelheids-beweegredenen niet in deze wereld, niet waar? Dat is dus afgesproken, dokter Antekirrt, tot +Zondag! Niet vergeten, hoor!” + +</p> +<p>“Jawel, maar op eene voorwaarde, hoort gij op uwe beurt, heer gouverneur?” +<a id="d0e551"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e551">20</a>]</span></p> +<p>“Voorzeker, ik hoor. En die voorwaarde is, heer dokter?.. Kom laat hooren!” + +</p> +<p>“Maar neemt gij ze aan? Dat dien ik vooraf te weten, heer gouverneur. Neemt gij ze aan?” + +</p> +<p>“Blindelings! Welke zij ook moge zijn!” antwoordde kolonel Guyara galant. + +</p> +<p>“Ook dat gij met uw adjudant aan boord van de <i>Ferrato</i> zult komen ontbijten?” + +</p> +<p>“Aangenomen, heer dokter, aangenomen! Maar...” + +</p> +<p>Kolonel Guyara scheen te aarzelen. + +</p> +<p>“Maar wat? Trekt ge terug, heer gouverneur? Dat zou ik niet mooi vinden.” + +</p> +<p>“Maar, ook op mijne beurt, op eene voorwaarde, heer dokter,” ging de kolonel voort. + +</p> +<p>“Evenals gij, neem ik haar blindelings aan. Laat hooren, heer gouverneur.” + +</p> +<p>“Dat is, dat gij met den heer Bathory op het gouvernementshuis zult komen dineeren.” + +</p> +<p>“Dat is afgesproken, heer gouverneur. Zoodat tusschen het ontbijt en het middagmaal...” + +</p> +<p>“Ik van mijn gezag en mijne macht misbruik zal maken...” antwoordde kolonel Guyara lachende. + +</p> +<p>“Brr! Misbruik van gezag en macht! Het is om kippenvel te krijgen! Om er van te ontstellen!” + +</p> +<p>“Om u al de heerlijkheid van mijn rijk te doen bewonderen,” voleindigde kolonel Guyara, terwijl hij de hand van dokter Antekirrt +drukte. + +</p> +<p>Piet Bathory had evenzeer de uitnoodiging, die hem gedaan was, aangenomen, en bedankte voor de welwillendheid van den gouverneur +van Ceuta met eene beleefde buiging. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt nam afscheid, en Piet kon toen reeds in zijne oogen lezen, dat hij zijn doelwit bereikt had. Maar de gouverneur +wilde zijne toekomstige gasten tot in de stad vergezellen. Alle drie namen toen plaats in het rijtuig en volgden den eenigen +weg, die het gouvernements-hôtel met het stedeke Ceuta in verbinding stelt. + +</p> +<p>Het was van dien Spaanschen gouverneur niet te verwonderen, dat hij de gelegenheid te baat nam, om de beide bezoekers de min +of meer betwistbare schoonheden van de kleine volksplanting te doen bewonderen, dat hij met eene zekere voorliefde sprak over +de verbeteringen, die hij zich voorgenomen had in te voeren, zoowel in het militair als in het civiel bestuur der nederzetting; +dat hij de meening verkondigde en verdedigde, dat de ligging van het oude Abyla niet minder was dan die van Calpi aan de andere +zijde van de zeeëngte; dat hij beweerde, dat het mogelijk was er een waar Gibraltar van te maken, even onneembaar als zijn +Britsche tegenhanger; <a id="d0e589"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e589">21</a>]</span>dat hij protesteerde tegen de onbeschofte woorden van master Ford: dat Ceuta aan Engeland moest toebehooren, omdat Spanje +er niets van weet te maken en onbekwaam is om het te behouden indien het aangevallen werd; dat hij zich zeer vertoornd betoonde +over die halsstarrige Engelschen, die nergens den voet aan wal kunnen zetten, zonder dat die voet dadelijk wortel schiet. +Neen waarlijk, dat was niet te verwonderen. + +</p> +<p>“Inderdaad”, riep hij vrij opgewonden uit, “voordat zij er aan denken, om zich van Ceuta meester te maken, moeten zij er voor +waken, dat zij Gibraltar behouden! Er bestaat daar een berg, die Spanje op hun hoofd zou kunnen neerstorten!” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, zonder te vragen op welke wijze de Spanjaarden een zoodanig gewelddadig geologisch verschijnsel in het leven +zouden kunnen roepen, wachtte zich wel die bewering tegen te spreken, die met al de opgewondenheid, een hidalgo zoo eigen, +geuit was. Daarenboven werd het gesprek door het plotseling stil houden van het rijtuig afgebroken. De koetsier had zich genoodzaakt +gezien zijne paarden te moeten inhouden bij eene verzameling van gedeporteerden, die als het ware den weg afsloten. Het was +eene bepaalde opstopping, zooals men wel in groote steden, maar niet in eene verbeteringsplaats kon verwachten. + +</p> +<p>De gouverneur werd ongeduldig, wenkte met een enkel gebaar een der brigadiers van het bewakings-detachement, om tot hem te +komen. Die agent naderde hem dadelijk met den voorgeschreven versnelden militairen pas. Bij het rijtuig aangekomen, bracht +hij de hielen op dezelfde lijn, sloot het dikke der kuiten tegen elkander, bracht de rechterhand aan de klep zijner politiemuts, +en wachtte in die voorschriftmatige houding, totdat de gouverneur het woord tot hem zoude richten. + +</p> +<p>Al de andere aanwezigen, zoowel bewakers als gevangenen, hadden zich op een gelid aan weerszijden van den weg geschaard en +keken eerbiedig toe, zonder een vin te durven verroeren. + +</p> +<p>“Wat is er aan de hand?” vroeg de gouverneur. “Waarom die versperring van den weg?” + +</p> +<p>“Excellentie,” antwoordde de brigadier, “wij hebben een veroordeelde op de helling van het talud van den weg vinden liggen. +Hij schijnt slechts ingeslapen te zijn...” + +</p> +<p>“Welnu, brigadier? Wat heeft dat te beduiden?” ging kolonel Guyara met vragen voort. + +</p> +<p>“Men is er niet in geslaagd hem wakker te kunnen maken, Excellentie,” was het antwoord. + +</p> +<p>“Sinds hoelang is die man in dien toestand, brigadier?” + +</p> +<p>“Sedert een uur ongeveer, Excellentie,” was het eerbiedige antwoord van den ondergeschikte. +<a id="d0e611"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e611">22</a>]</span></p> +<p>“En slaapt hij steeds door? Het is, alsof gij mij een sprookje vertelt.” + +</p> +<p>“Steeds, Excellentie.” + +</p> +<p>“Hoe weet gij dat, brigadier? Hebt gij u daarvan overtuigd? Zeg?” + +</p> +<p>“Ja, Excellentie. Hij is zoo ongevoelig, alsof hij dood ware. Men heeft hem geschud, men heeft hem geprikt....” + +</p> +<p>“Wat verder?” + +</p> +<p>“Men heeft hem geroepen, zelfs een pistoolschot vlak bij het oor gelost.” + +</p> +<p>“Welnu?” + +</p> +<p>“Excellentie, hij voelt niets en hij hoort niets! Hij blijft ongevoelig en bewusteloos liggen.” + +</p> +<p>“Waarom heeft men den geneesheer van het Presidio niet gehaald?” vroeg de gouverneur. “Dat is eene nalatigheid.” + +</p> +<p>“Ik heb hem laten halen, Excellentie; maar men trof hem niet te huis” + +</p> +<p>“En?” + +</p> +<p>“In afwachting dat hij komt, weten wij niet, wat wij met dien man moeten uitvoeren.” + +</p> +<p>“Welnu, laat hem naar het hospitaal dragen! Mij dunkt, dat is nog al eenvoudig.” + +</p> +<p>De brigadier was op het punt dat bevel te doen uitvoeren, toen dokter Antekirrt tusschenbeide kwam. + +</p> +<p>“Heer gouverneur,” sprak hij, “wilt gij mij in mijne hoedanigheid van geneesheer veroorloven, dien hardnekkigen slaper te +onderzoeken. Ik wenschte hem wel van nabij gade te slaan.” + +</p> +<p>“Waarachtig, dat ʼs waar ook,” zei de gouverneur, “dat behoort tot uw departement!... Een boef, die door dokter Antekirrt +behandeld zal worden!... Waarlijk, de kerel zal zich niet te beklagen hebben, dunkt me.” + +</p> +<p>Het drietal stapte uit het rijtuig en de dokter naderde den veroordeelde, die op het talud van den weg uitgestrekt lag. Het +leven vertoonde zich bij dien man, die in diepen slaap gedompeld was, niet anders meer dan door eene ietwat hijgende ademhaling +en door eene snellere beweging van den pols. Dat was alles. + +</p> +<p>De dokter wenkte, dat de omstanders meer achteruit zouden wijken, om de toetreding van meer lucht mogelijk te maken. Toen +dat gebeurd was, bukte hij zich over dat schijnbaar levenlooze lichaam, en sprak tot Carpena, maar met een zachte stem. Daarna +bekeek hij hem een lange poos, alsof hij een zijner wilsuitingen in de hersenen van den galeiboef wilde doen doordringen. + +</p> +<p>En zich toen oprichtende, zeide hij kalm en bedaard, alsof het geheele voorval niets te beduiden had: + +</p> +<p>“Het is niets! Die man is slechts door een aanval van magnetischen slaap overvallen geworden!” +<a id="d0e652"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e652">23</a>]</span></p> +<p>“Waarlijk?” vroeg de gouverneur. “Niets anders dan dat?” + +</p> +<p>“Niets anders,” antwoordde de dokter met een schier onmerkbaren glimlach op de lippen. + +</p> +<p>“Dat is inderdaad zonderling,” meende de gouverneur. “Vindt gij niet, dokter Antekirrt?” + +</p> +<p>“Toch niet,” antwoordde deze ernstig en afgemeten in toon en gebaren. “Zoo iets komt meer voor.” + +</p> +<p>“En kunt gij hem uit dien slaap wakker maken? Dat zou ik wel eens willen zien.” + +</p> +<p>“Niets gemakkelijker dan dat!” antwoordde dokter Antekirrt meesmuilend. “Kijk goed toe, kolonel.” + +</p> +<p>En na het voorhoofd van Carpena met de vingertoppen aangeraakt te hebben, opende hij met vaardige en lichte hand de oogleden +van den lijder, en zeide toen: + +</p> +<p>“Word wakker! ... ik wil het! Hoort ge?... Ik wil het... word wakker!” + +</p> +<p>Carpena bewoog zich, eerst onmerkbaar schier, daarna meer duidelijk, keerde zich om, opende de oogen, hoewel hij toch nog +in een staat van slaapdronkenheid en verdooving bleef. De dokter bewoog toen verscheidene malen en in schuine richting de +hand voor het gelaat van den gedeporteerde, alsof hij ten doel had de hem omringende luchtlaag in beweging te brengen. Langzamerhand +verdween de verdooving. Toen stond Carpena op en ging, evenwel loom en traag, en zonder dat hij eenig bewustzijn scheen te +hebben van hetgeen er voorgevallen was, plaats tusschen zijne makkers nemen. + +</p> +<p>De gouverneur Guyara, dokter Antekirrt en Piet Bathory stegen weer in het rijtuig, dat de weg naar de stad vervolgde in vollen +draf, om het tijdverlies van het oponthoud in te halen. + +</p> +<p>“Was de kerel, alles wel beschouwd, niet ietwat onder den invloed van sterken drank?” vroeg de gouverneur met een spotachtigen +glimlach. “Het kwam mij zoo voor.” + +</p> +<p>“Dat geloof ik niet,” antwoordde dokter Antekirrt ernstig. “Neen, dat was het niet.” + +</p> +<p>“Vooreerst ontbrak geheel en al de alcohollucht,” zei Piet Bathory, die den dokter te hulp kwam. + +</p> +<p>“Meent ge? Ik moet erkennen, dat ik daar niet op gelet heb,” zei kolonel Guyara. + +</p> +<p>“En dan valt hier slechts eene eenvoudige uitwerking van het somnambulisme te constateeren.” + +</p> +<p>“Maar hoe kan die uitwerking te voorschijn geroepen zijn?” vroeg de gouverneur. + +</p> +<p>“Daarop kan ik niet antwoorden, heer gouverneur. Misschien is die man onderhevig aan dergelijke aanvallen<span id="d0e687" class="corr" title="Bron: ">.</span>” + +</p> +<p>“Maar hij is nu op de been, verdere zorgen mijnerzijds zijn <a id="d0e692"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e692">24</a>]</span>nu overbodig en deze aanval zal hem geen kwaad doen.” + +</p> +<p>“Mijnentwege,” dacht de gouverneur. “Zooʼn boef! Alsof ik mij daarom bekommeren zou.” + +</p> +<p>Het rijtuig bereikte weldra den gordel der vestingwerken, reed de stad in en dwars door en hield stil op een klein plein, +waarbij de verschillende inschepings-kaden van Ceuta uitkwamen. + +</p> +<p>Daar nam dokter Antekirrt hartelijk afscheid van den kolonel Guyara. + +</p> +<p>“Ziet, daar ligt de <i>Ferrato</i>,” sprak de eerstgenoemde, terwijl hij naar het sierlijk stoomjacht wees, dat op de open reede bevallig door de deining heen +en weer bewogen werd. “Vergeef mij, dat ik u uwe belofte herinner. Gij zult niet vergeten, heer gouverneur, dat gij aangenomen +hebt, om aanstaanden Zondag-ochtend aan boord te komen ontbijten?” + +</p> +<p>“Zeker niet, dokter Antekirrt. Evenmin als gij vergeten zult, dat gij Zondag-avond op het gouvernementshuis dineeren zult! +Denk daar ook om; want ik reken er op.” + +</p> +<p>“Ik zal woord houden, heer gouverneur, dat verzeker ik u,” zei dokter Antekirrt met plichtpleging. + +</p> +<p>“En ik ook, wees daar verzekerd van,” was het wederantwoord van den kolonel. + +</p> +<p>Beiden scheidden en de gouverneur verliet de kade niet, dan nadat hij de sloep had zien afsteken. + +</p> +<p>“Een merkwaardig man!” zei hij bij het heengaan tot zijn adjudant. “Bepaald een merkwaardig man.” + +</p> +<p>De jonge officier knikte toestemmend, zooals dat een goed ondergeschikte betaamt. + +</p> +<p>Toen de sloep aan boord gekomen was, antwoordde dokter Antekirrt op de vraag van Piet Bathory, of alles volmaakt naar zijn +wensch was afgeloopen en of hij de uitvoering zijner plannen meer nabij gekomen was: + +</p> +<p>“Ja!” + +</p> +<p>“Meent gij dat wezenlijk?” vroeg Piet Bathory, niet zonder ietwat verbazing te laten blijken. + +</p> +<p>“Zeker! Want Zondag-avond zal Carpena met of zonder vergunning van den gouverneur aan boord van de <i>Ferrato</i> zijn.<span id="d0e728" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Tegen acht uren verliet het stoomjacht zijne ankerplaats, wendde den steven noordwaarts en weldra verdween de berg Hacho, +die deze Afrikaansche kusten beheerscht, in den nevel, die zich bij het vallen van den avond uit den Atlantischen Oceaan en +uit de Middellandsche zee verhief. + +<a id="d0e733"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e733">25</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p025.jpg" alt="Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur hem op de kade af te wachten. (Bladz. 40.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur hem op de kade af te wachten. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1091" class="typeref">40</a>.) +</p> +</div><p> + + + +<a id="d0e745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e745">26</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e170" href="#d0e170src" class="noteref">1</a></span> De werkelijke diepte van de straat van Gibraltar is 300 tot 900 meter.—J.H. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e746" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">II.</h2> +<h2 class="normal">EENE PROEFNEMING VAN DOKTER ANTEKIRRT.</h2> +<p>Een passagier, wien men niets omtrent de bestemming van het vaartuig, waarop hij zich bevindt, medegedeeld heeft, kan onmogelijk +raden op welk gedeelte van den aardbol hij aanlandt, wanneer hij te Gibraltar voet aan wal zet. + +</p> +<p>Vooreerst is het eene kade, die men ziet, welke van kleine inhammen voorzien is, om het aanleggen der sloepen van de zeekasteelen +gemakkelijk te maken; daarna krijgt men een bastion te zien, dat gevormd wordt door den walgang, waaronder een poort doorvoert, +welke geheel zonder karakter of bouwstijl is. Vervolgens komt men op een onregelmatig plein, dat allerwege door hooge kazernes +omgeven is, die zich terrasgewijze langs de heuvelhelling verheffen; en eindelijk bevindt men zich in eene lange, smalle en +bochtige straat, die den naam van Mainstreet voert. Eigenaardig, de macadam van die straat blijft steeds vochtig, welk weer +het ook zijn moge. Daarin komen en gaan, te midden van de pakkendragers, van de sluikhandelaars, van de schoenpoetsers, van +de sigaren- en lucifers-verkoopers, tusschen de kruiwagens, de draagmanden en de karretjes, met groenten en vruchten beladen, +tusschen de draaiorgels en liedjeszangers, als een cosmopolitisch mengelmoes, Maltezers, Marokkanen, Spanjaarden, Italianen, +Arabieren, Franschen, Portugezen, Duitschers—dus zoowat van alles, zelfs inboorlingen van het Vereenigd Koninkrijk, die hoofdzakelijk +door infanteristen vertegenwoordigd worden, die met hun eigenaardigen rooden uniformjas, terwijl de artilleristen een licht +blauwen dragen, eene bonte afwisseling daarstellen, vooral met hunne gaarkeuken-petjes op het hoofd, die den vorm eener kleine +taart hebben, en slechts op een oor door een evenwichts-kunststuk gedragen worden. + +</p> +<p>Toch bevindt men zich in weerwil van dat alles te Gibraltar, en die zoogenaamde Mainstreet strekt zich door de geheele stad +uit, van de Zeepoort af tot aan de Alamedapoort. + +</p> +<p>Van dit laatste punt af verlengt zij zich naar de zuidelijke punt van Europa en voert langs veelkleurige villaʼs en groenende +squares, onder het lommer van hoog plantsoen en te midden van prachtige bloemperken, die afgewisseld worden met kanonbatterijen +van ieder stelsel en met kogelstapels van ieder kaliber, langs boschjes van sierplanten, die in iedere luchtstreek tehuis +behooren, en dat zoo over <a id="d0e759"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e759">27</a>]</span>eene lengte van vier duizend drie honderd meters. Dat is ongeveer de maat van de rots van Gibraltar, die den vorm van een +hoofdeloozen drommedaris vrij wel nabij komt, welke gehurkt zou liggen op de zandvlakte van San Roqua en wiens staart zich +met een weinig verbeeldingskracht tot in de Middellandsche zee zoude uitstrekken. Waarlijk, een merkwaardige verschijning, +van uit zee gezien. + +</p> +<p>Die kolossale rotsklomp verheft zich op vier honderd vijf en twintig meters loodrecht boven de oppervlakte van den Oceaan +en bedreigt met zijne kanonnen, met zijne “oude besjestanden” zooals de Spanjaarden ze noemen, het vasteland van weerszijden, +zoowel Afrika als Europa. Van die kanonnen bevinden zich daar ruim achthonderd stuks, wier mondingen door de schietgaten in +de borstweringen en schildmuren der bomvrije kasematten ingesneden, te ontwaren zijn, en het alles een uiterst somber aanzien +verleenen. + +</p> +<p>Twintig duizend ingezetenen en zes duizend militairen der bezetting wonen als het ware op de eerste verdieping van die rots, +waarvan de voet door de zee bespoeld wordt, zonder de vierhandige bewoners te rekenen, die beruchte “monos”, een soort van +staartelooze apen, Simia Ecaudato genaamd, die als de nakomelingen van de oudste familiën van de streek, maar in waarheid +als de ware grondbezitters te beschouwen zijn van de hellingen en hoogten van het oude Calpé. Dit zijn de eenige apen, die +op Europeesch grondgebied aangetroffen worden, de menschelijke apen natuurlijk uitgezonderd. + +</p> +<p>Die apen zijn de sierlijkste exemplaren van het geheele geslacht der vierhandigen. Zij zijn over den rug en aan de zijden +kastanjebruin met uiterst fijne leikleurige stipjes aan de armen en het onderlijf, maar met sneeuwwitte stipjes aan de beide +zijden van den staartwortel. Het hoofd dier dieren schittert met eene geelachtig groene kleur met zwarte stippen, het aangezicht +is purperblauw en de baard geel met een zwarte streep tusschen het oog en het oor. Deze apen worden dikwijls naar andere landen +overgebracht, hoewel men hun vaderland niet met juistheid weet aan te geven en men aangenomen heeft, dat zij op de rotsen +van Gibraltar in den natuurstaat voorkomen. Zooveel is zeker, dat hun vaderland binnen den noorder keerkring en in het westelijk +gedeelte van Afrika gelegen is, vanwaar zij, daar de apen over het algemeen goede zwemmers zijn, naar Europa overgestoken +kunnen zijn. Deze apensoort weet zich zeer goed aan de gematigde luchtgesteldheid te gewennen; zij kunnen in gevangen staat +lang leven en worden zeer mak. Zij verloochenen evenwel nimmer hunnen grappigen aard en verwerven daardoor veler gunst. + +</p> +<p>Van den top van de rots van Gibraltar beheerscht de bezoeker de geheele zeeëngte, kan hij het Marokkaansche strand gade slaan +<a id="d0e769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e769">28</a>]</span>en heeft aan de eene zijde een vergezicht over de Middellandsche zee en aan den anderen kant op den vollen Atlantischen Oceaan, +die, wanneer het weder helder is, een prachtigen aanblik oplevert. + +</p> +<p>De Engelschen bespieden van die hoogte met hunne uitstekende teleskopen en verrekijkers, een omtrek van ruim twee honderd +kilometers, en laten niet na, nauwgezet gade te slaan, wat in dien kring voorvalt, ten einde steeds op hunne hoede te zijn. + +</p> +<p>Gibraltar, eigenlijk een voorgebergte, is sedert 1704 eene aan Engeland toebehoorende rotsvesting met een stad. Deze ligt +in de Spaansche provincie Cadix, in Andalusië, op drie geografische mijlen ten noordoosten van kaap Tarifa, de zuidelijkste +punt van Europa. De rots met hare vestingwerken, is door eene strook neutralen grond, eene lage door lagunen of haften doorsneden +landtong, met het vasteland verbonden en schijnt derhalve in zee te liggen. Die rots is tien duizend meter lang, vijftien +honderd meter breed en vier honderd meter hoog, bestaat uit fijnkorrelige Jurakalk, welke op Silurisch gesteente rust, en +bevat onderscheidene grotten en druipsteenholen, onder anderen de Cueva de Miquel. De bergkam heeft eene dakvormige gedaante +en telt drie kruinen. Op de middelste van deze bevindt zich het Signaalhuis (Signalhouse) en een uitmuntend hôtel. Aan den +zeekant gaat de rots over in een terras, dat allengs lager wordt, maar eindelijk steil, ja schier loodrecht in zee afdaalt. +Op zijn sterk bevestigden zuidelijken rand, op de Punta dʼEuropa, verheft zich een vuurtoren op 36° 6′ 42″ Noorderbreedte. +De westelijke helling, hoewel ook rotsachtig en steil, heeft gelegenheid gegeven tot stichting der stad Gibraltar. Daarentegen +vormen de oostelijke en noordelijke zijden nagenoeg loodrechte muren. Aan de andere zijde van den aarden wal, op de reeds +vermelde landtong opgeworpen, verheft zich op eene rots de Spaansche stad Santa Roqua. + +</p> +<p>Natuur en kunst hebben Gibraltar tot eene onoverwinnelijke vesting gemaakt en deze is in handen der Engelschen de sleutel +tot de Middellandsche zee. Behalve aan de loodrechte oostzijde is zij overal bevestigd door batterijen, forten, redouten, +wallen, gecreneleerde muren en ver uitspringende bastions. Zooals reeds verhaald is, bedraagt de bewapening der vesting ruim +acht honderd vuurmonden, welker aantal gemakkelijk tot twee duizend kan vermeerderd worden. Deze metalen vuurmonden staan +steeds gereed, om alle nadering van den vijand te verhinderen. De vestingwerken zijn voor het grootste gedeelte in de rots +uitgehouwen. Merkwaardig zijn vooral de hooggewelfde breede rotsgaanderijen, gedurende de laatste belegering der Spanjaarden +van 1779–1781, ter hoogte van twee honderd en drie honderd meters en twee honderd en zestig meters diepte in het gesteente +aangebracht—twee boven elkander gelegen gangen, die met honderden zware stukken geschut bewapend zijn. +<a id="d0e777"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e777">29</a>]</span></p> +<p>Er is eene veilige en voldoende bomvrije wijkplaats voor het gewone garnizoen, hetwelk, zooals reeds medegedeeld werd, uit +drie duizend man bestaat. Acht ontzettend groote bomvrije waterbakken en een kolossaal diepe put leveren genoegzame waarborgen +tegen mogelijk watergebrek. Nergens in Europa is het klimaat zoo warm; maar het is er toch zeer gezond. Alle zuidelijke gewassen +willen er gaarne tieren. De berg is trouwens geen kale rots; runderen, schapen en geiten vinden er een weelderigen plantengroei. + +</p> +<p>Terrasvormig verheft zich de stad Gibraltar, aan de westzijde der indrukwekkende rots. Bij bovenbedoelde belegering door de +Spanjaarden, werd zij in de asch gelegd, doch later weer opgebouwd. Het hoogste gedeelte der stad ligt veel, zeer veel hooger +dan het laagste; de straten zijn er zeer eng en de huizen geheel in Engelschen trant gebouwd, doch meestal donkerkleurig geverfd, +zoodat ze van de donkergrijze kleur der rots nauwelijks te onderscheiden zijn. + +</p> +<p>Slechts hier en daar zijn er woningen door tuinen omgeven. Voor de stad vindt men een prachtig park, Alameda-garden genaamd, +met sierlijke gewassen beplant. Van hier loopt langs de helling van den berg tusschen vestingwerken, forten, kazernes, magazijnen, +villaʼs en tuinen, een weg naar Punta dʼEuropa. + +</p> +<p>Merkwaardige openbare gebouwen zoekt men er te vergeefs. Het gouvernements-gebouw, door een fraaien tuin omgeven, was voorheen +een Franciskaner klooster, en van de vroeger zoo prachtige kerk is een gedeelte in een balzaal en het andere in een Engelsch +bedehuis herschapen. Van de voormalige Roomsch-Katholieke kerken, die meest in magazijnen werden veranderd, is alleen de Maria-kerk +overgebleven. + +</p> +<p>Voorts bevinden zich te Gibraltar drie synagogen, eene moskee; uitmuntende scholen, goede hôtels en koffiehuizen en fraaie +winkels; maar geen schouwburg. Op eene hoogte, aan de noordzijde der stad; heeft men de artillerie-kazerne en de militaire +gevangenis in het oude Moorsche kasteel, hetwelk uit de VIIIe eeuw dagteekent. Het Britsche grondgebied heeft eene oppervlakte +van slechts O.69 <span class="abbr" title="vierkante"><abbr title="vierkante">vierk.</abbr></span> geografische mijlen. Hoewel alle levensmiddelen te Gibraltar aangevoerd moeten worden, heerscht er steeds overvloed, en de +vele schepen, die er ten anker komen,—jaarlijks ongeveer tienduizend,—geven aanleiding tot een levendig handelsverkeer. Ook +wordt er een aanmerkelijke sluikhandel gedreven met Spanje. + +</p> +<p>Karel V liet de oude Moorsche vestingwerken door den beroemden ingenieur Spreekel uit Straatsburg, naar de beginselen der +nieuwere Europeesche vestingbouwkunde veranderen. Gedurende den Spaanschen Successie-oorlog werd de vesting door de Engelschen +aan de Spanjaarden ontrukt. Eene Engelsche vloot onder Admiraal Rook verscheen <a id="d0e793"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e793">30</a>]</span>den 21<sup>sten</sup> Juli 1704 in de wateren van Gibraltar en zette een klein maar dapper korps Britsche en Nederlandsche krijgslieden aan den +wal, die reeds den 4<sup>en</sup> Augustus onder aanvoering van den Keizerlijken luitenant-veldmaarschalk Prins George van Hessen Darmstadt de vesting bij +overrompeling innamen. Philippus V liet toen de stad den 12<sup>en</sup> daaropvolgende met tienduizend man van de landzijde aantasten en de vesting aan de zeezijde door vier en twintig schepen +onder admiraal Poyer insluiten, doch zijne pogingen werden zoowel door de batterijen der rotsvesting, als door den bijstand +der Nederlandsch-Engelsche vloot verijdeld. Eene herhaling dier pogingen in 1705 had geen ander gevolg, dan dat de admiraal +Pontis in de haven van Gibraltar de nederlaag leed. In 1714 bij den vrede van Utrecht werd Engeland uitsluitend in het bezit +van Gibraltar bevestigd en na dien tijd heeft dat Rijk alle hulpmiddelen aangewend om Gibraltar, het bolwerk van zijnen handel +in de Middellandsche zee, onoverwinnelijk te maken. Dit was tevens oorzaak van den klimmenden naijver van Spanje, dat den +7<sup>en</sup> Maart 1727 het beleg voor Gibraltar sloeg, hetwelk echter, na de komst van den Britschen admiraal Wager met elf oorlogschepen, +opgebroken moest worden. + +</p> +<p>Te vergeefs bood Spanje twee millioen pond sterling voor de vesting; het moest volgens het verdrag van Sevilla, in 1729 gesloten, +van alle aanspraken op Gibraltar afzien. + +</p> +<p>In 1779 werd Gibraltar opnieuw te water en te land door de Spanjaarden ingesloten; maar de Britsche admiraal Rodney wist middelen +te vinden, om de bedreigde vesting van versterking en munitie te voorzien. De bezetting deed op den 27<sup>sten</sup> November 1781 een gelukkigen uitval naar de landzijde onder de generaals Elliot en Ross, waarbij zij door haar vuur al de +belegeringswerken, die door de Spanjaarden waren aangelegd, vernielden. Het plan der Spanjaarden, om door middel van drijvende +batterijen de vesting van de zeezijde te veroveren, leed schipbreuk op de uitstekende maatregelen van Lord Elliot. + +</p> +<p>De vrede van 1783 liet eindelijk Gibraltar in het bezit der Engelschen, nadat de belegering van 1779 tot 1782 aan de oorlogvoerende +Mogendheden meer dan honderd tachtig millioen gulden gekost had. + +</p> +<p>Na die uitwijding over de voornaamste vesting, die in Europa aangetroffen wordt, hervatten wij ons verhaal. + +</p> +<p>Wanneer de <i>Ferrato</i>, door een gelukkig gesternte geleid, twee dagen vroeger op de reede van Gibraltar ware aangekomen, wanneer dokter Antekirrt +en Piet Bathory alsdan tusschen zonsopgang en ondergang op de smalle kade ontscheept, de Zeepoort ingestapt en de Mainstreet +tot buiten de Alamedapoort gevolgd waren, om zich naar de fraaie tuinen te begeven, die zich tot nagenoeg ter halverhoogte +van den rotsheuvel aan de linkerzijde verheffen, dan zouden <a id="d0e823"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e823">31</a>]</span>wellicht de gebeurtenissen, die wij te vertellen hebben, een sneller en ongetwijfeld een geheel ander verloop hebben gehad. + +</p> +<p>Inderdaad zaten in den achtermiddag van den 19<sup>en</sup> September op een dier hooge houten banken, die gewoonlijk in de Engelsche Squares te vinden zijn, onder beschutting van het +hooge geboomte en met den rug naar de kanonbatterijen gekeerd, die met hun vuur de geheele reede kunnen bestrijken, twee personen +met elkander te praten, waarbij zij er evenwel nauwkeurig voor zorgden, dat zij niet door de wandelaars konden worden beluisterd. + +</p> +<p>Die twee personen waren onze oude kennissen, Sarcany en de Marokkaansche vrouw Namir. + +</p> +<p>De lezer zal, hopen wij, de bijzonderheid wel niet vergeten hebben, dat de Tripolitaan Sarcany zich op het eiland Sicilië +bij Namir moest vervoegen, terzelfder tijd dat de medegedeelde rooftocht naar de Case Inglese ondernomen zoude worden, waarbij +Zirone evenwel zooʼn vreeselijken dood vond. + +</p> +<p>Sarcany, die bijtijds van dien noodlottigen afloop onderricht werd, veranderde toen dadelijk zijne plannen, waaruit noodzakelijk +volgde, dat dokter Antekirrt hem natuurlijk gedurende acht volle dagen, die hij ter reede van Catania doorbracht, te vergeefs +wachtte. + +</p> +<p>De Marokkaansche had van haren kant, luidens de bevelen, die zij ontvangen had, dadelijk Sicilië verlaten, om naar Tetuan +op de Marokkaansche kust terug te keeren, alwaar zij destijds woonde. + +</p> +<p>Van Tetuan vertrok zij naar Gibraltar, alwaar Sarcany haar verzocht had te komen. + +</p> +<p>Hij was den vorigen dag reeds aangekomen en rekende er op den volgenden dag te kunnen vertrekken. + +</p> +<p>Namir, de halfwilde gezellin van Sarcany, was hem met ziel en lichaam toegedaan. Zij was het, die hem in de douars van het +Tripolitaansche rijk, als ware zij zijne moeder opgevoed had. Zij had hem nimmer verlaten, zelfs gedurende dat tijdperk, toen +hij makelaar in het Regentschap was, waar hij geheimzinnige aanrakingen had met de vreeselijke sektegenooten van het Senousisme, +die met hunne plannen het eiland Antekirrta bedreigden, zooals hiervoren reeds met enkele woorden verhaald werd. + +</p> +<p>Namir kende alle zijne gedachten, zoowel als al zijne daden, zelfs de meest laakbare. Ja, in het ontwerpen en in de uitvoering +had zij bijna altijd haar deel. Zij was door eene soort van moederlijke liefde aan Sarcany verbonden, en was wellicht meer +aan hem gehecht dan Zirone, zijn makker in lief en leed, het ooit was. Op een teeken, op een gebaar van hem, zou zij ongetwijfeld +eene misdaad begaan hebben, zou zij den dood zonder aarzeling tegemoet gesneld zijn. +<a id="d0e846"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e846">32</a>]</span></p> +<p>Sarcany kon dus een onbeperkt vertrouwen in Namir stellen, en dat hij haar naar Gibraltar had doen komen, was om haar te spreken +over Carpena, van wien hij thans alles te vreezen had. + +</p> +<p>Dat onderhoud was evenwel het eerste, dat zij sedert de aankomst van Sarcany te Gibraltar te zamen hadden. Het zou ook het +eenige zijn en het werd in de Arabische taal gevoerd. + +</p> +<p>Sarcany begon het gesprek met eene vraag en ontving daarop een antwoord, dat beiden ongetwijfeld als het meest belangwekkende +beschouwden, daar hunne toekomst er van afhing. + +</p> +<p>“Sava?...” vroeg Sarcany met uiterst levendige stem en gebaar. “Waar is Sava?” + +</p> +<p>“Die bevindt zich te Tetuan in zekerheid,” antwoordde het oude wijf, met een grijnslach. + +</p> +<p>“Dus ik kan daaromtrent gerust zijn? Gij staat mij voor het meisje in?” vroeg de Tripolitaan. + +</p> +<p>“Volkomen. Wees daaromtrent geheel gerust,” was het antwoord van de oude feeks. + +</p> +<p>“Maar gedurende uwe afwezigheid! Dan zou van de gelegenheid gebruik kunnen gemaakt worden....” + +</p> +<p>“Geen nood! Ik heb mijn maatregelen te goed getroffen, om dienaangaande iets te vreezen te hebben.” + +</p> +<p>“Verklaar u nader, Namir. Gij weet welke belangen met dat meisje op het spel staan.” + +</p> +<p>“Gedurende mijne afwezigheid staat het huis onder opzicht eener oude jodin, die het jonge meisje geen oogenblik zal verlaten. +Op die vrouw kan ik volkomen vertrouwen.” + +</p> +<p>“Is dat zeker?” + +</p> +<p>“Alsof Sava in eene gevangenis zat, waarin niemand kan binnendringen dan gij. Daarenboven...” + +</p> +<p>“Ga voort... Ga dan toch voort... Ik brand van ongeduld. Dat ziet gij.” + +</p> +<p>“Daarenboven, Sava weet niet, dat zij te Tetuan is, zij weet niet wie ik ben en zij weet nog minder, dat zij zich in uwe macht +bevindt. Wees dus volkomen gerust.” + +</p> +<p>“Spreekt gij haar nog steeds over dat huwelijk?... Gij weet, dat dit van belang is.” + +</p> +<p>“Voorzeker, Sarcany,” antwoordde Namir. “Ik laat haar niet van het denkbeeld vervreemden, dat zij uwe vrouw moet worden. En +dat zal zij! Dat heb ik gezworen!” + +</p> +<p>“Ja, het moet, Namir, het moet! En te meer, daar van het vermogen van Toronthal nog maar weinig meer overblijft... Waarlijk, +die arme Silas heeft weinig geluk bij het spel.” + +</p> +<p>“Gij zult hem niet noodig hebben, Sarcany, om rijker te worden, dan gij ooit geweest zijt!” + +<a id="d0e885"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e885">33</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p033.jpg" alt="Gibraltar." width="509" height="720"><p class="figureHead">Gibraltar.</p> +</div><p> + +<a id="d0e891"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e891">34</a>]</span></p> +<p>“Dat weet ik, Namir, dat weet ik. Maar het laatste tijdstip, waarop mijn huwelijk met Sava voltrokken moet wezen, nadert! +En gij weet, dan heb ik hare vrijwillige toestemming noodig, en wanneer zij mocht weigeren... Dat ware dan al zeer noodlottig. +Want dan ontgaat dat vermogen mij.” + +</p> +<p>“Ik zal haar wel noodzaken toe te geven,” antwoordde Namir gemelijk. “Ja, ik zal haar die toestemming ontweldigen!... Laat +dat maar aan mij over, Sarcany!” + +</p> +<p>Het was moeielijk zich een meer vastberaden en woester gelaat voor te stellen, dan dat, hetwelk de Marokkaansche vertoonde, +toen zij zoo sprak. + +</p> +<p>“Goed, Namir, zeer goed!” antwoordde Sarcany, geheel en al gerustgesteld. + +</p> +<p>“O, gij kunt op mij rekenen! Daarvan zijt gij te goed verzekerd, niet waar, Sarcany?” + +</p> +<p>“Ga voort met goed op te passen. Weldra zal ik mij bij u vervoegen,” antwoordde deze. + +</p> +<p>“Komt het met uwe plannen nog niet overeen, om Tetuan weldra te verlaten?” vroeg de Marokkaansche. + +</p> +<p>“Neen, zoolang ik er niet toe genoodzaakt zal zijn,” antwoordde Sarcany met een glimlach. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk,” zei de Marokkaansche, op diepzinnigen en peinzenden toon. + +</p> +<p>“Niet waar? Niemand kent noch kan daar Sava Toronthal kennen. Intusschen, wanneer de loop der gebeurtenissen mij noopte, om +haar te doen vertrekken, zal ik u bijtijds waarschuwen. Dat is goed afgesproken, niet waar?” + +</p> +<p>“Zoo is het goed, Sarcany,” hernam Namir. “Maar zeg mij nu, waarom gij mij naar Gibraltar hebt laten komen?” + +</p> +<p>“Omdat ik u over zekere zaken te spreken heb, die het beter is te zeggen dan te schrijven.” + +</p> +<p>“Spreek, Sarcany. En wanneer gij mij een bevel te geven hebt, spreek het gerust uit. Wat het ook zij, ik neem op mij, om het +uit te voeren, al ware het ook een moord!” + +</p> +<p>“Zoo erg is het niet; maar ziehier, Namir, de zaak. Luister goed,” antwoordde Sarcany: “Mevrouw Bathory is verdwenen en haar +zoon is dood! Van die familie heb ik dus volstrekt niets meer te vreezen. Mevrouw Toronthal is dood en Sava is in mijne macht. +Van dien kant beschouwd, kan ik dus gerust zijn. Van de andere personen, die mijne geheimen kennen of daarin betrokken zijn, +is de eene Silas Toronthal, mijn medeplichtige, geheel en al in mijne macht. De andere, Zirone, is ellendig omgekomen bij +zijn laatsten tocht op Sicilië. Zoodat van die allen, die ik zooeven genoemd heb, niemand kan praten en ook niemand zal praten!” +<a id="d0e920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e920">35</a>]</span></p> +<p>“Welnu, mij dunkt, dat is geruststellend,” zei Namir met haren leelijken grijnslach. + +</p> +<p>“Ja, maar ...” hernam Sarcany nog meer fluisterend en met aarzelende stem. “Ja maar....” + +</p> +<p>“Wat is er nog? Wien of wat hebt gij nog meer te vreezen?” vroeg Namir, terwijl zij hem met onderzoekenden blik aankeek. + +</p> +<p>“Ik vrees alleen nog maar de tusschenkomst van twee personen, waarvan de eene een gedeelte van mijn verleden weet, en de andere +zich in mijne tegenwoordige plannen meer mengt dan mij inderdaad lief is.” + +</p> +<p>“Wie zijn dat?” vroeg Namir heftig en woest, terwijl zij opsprong. + +</p> +<p>“De eene is Carpena,” antwoordde Sarcany. “Gij weet wel, de Spanjaard Carpena!” + +</p> +<p>“Zoo!” gromde de Marokkaansche met sombere stem. “En wie is de andere?” + +</p> +<p>“De andere... dat is die dokter Antekirrt, wiens verhouding tot de familie Bathory mij vroeger te Ragusa al zeer verdacht +voorkwam, en mij nu ernstige ongerustheid inboezemt!” + +</p> +<p>De oogen van het oude wijf flikkerden gedurende een ondeelbaar oogenblik. + +</p> +<p>“Ik heb bovendien van Benito, den kastelein van Santa Grotta vernomen, dat die laatstgenoemde, die millioenen rijk is, Zirone +door tusschenkomst van een zekeren Pescados een loozen strik gespannen heeft. Indien dat waar is, dan heeft hij dat gedaan +om zich van zijn persoon, daar ik niet in de nabijheid was, meester te maken, natuurlijk met het doel om hem zijne geheimen +te ontwringen!” + +</p> +<p>“Mij dunkt, dat dit duidelijk genoeg is,” antwoordde Namir. “Meer dan ooit moet gij u voor dien dokter Antekirrt in acht nemen... +Ik heb u vroeger reeds voor dien persoon gewaarschuwd.” + +</p> +<p>“Dat is goed en wel; maar in de eerste plaats dien ik intusschen steeds te weten, wat hij uitvoert...” + +</p> +<p>“Dat is waar. En dat zal lang zoo gemakkelijk niet gaan, als gij wel zoudt meenen.” + +</p> +<p>“Maar vooral waar hij zich bevindt. Dat moet en dat zal ik weten,” sprak de Tripolitaan. + +</p> +<p>“Dat is zeer moeielijk, nog moeielijker dan het andere, Sarcany,” antwoordde Namir. + +</p> +<p>“Waarom dat?” + +</p> +<p>“Ik heb te Ragusa hooren vertellen, dat hij zich den eenen dag in dit gedeelte der Middellandsche zee bevindt en den volgenden +weer aan het andere uiteinde!” +<a id="d0e955"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e955">36</a>]</span></p> +<p>“Ja, die man schijnt de gave der alomtegenwoordigheid te bezitten!” riep Sarcany met een zucht uit. “Maar het zal niet gezegd +worden, dat ik hem zal veroorloven, mij spaken in het wiel te steken, zonder dat ik een woordje meegepraat zal hebben. Dat +die dokter zich ernstig in acht neme!” + +</p> +<p>“Voorzichtig, Sarcany!” vermaande de oude. “Voorzichtig toch! Als gij met vuur omgaat...” + +</p> +<p>“En al moest ik hem tot op zijn eiland Antekirrta gaan opzoeken,” ging Sarcany hartstochtelijk voort, “ik zal hem...” + +</p> +<p>“Als dat huwelijk voltrokken is,” suste hem Namir, “dan zult gij van hem en van niemand meer iets te vreezen hebben. Niet +waar, Sarcany? Van niemand meer?” + +</p> +<p>“Ongetwijfeld, Namir; ... maar intusschen ... is dat huwelijk nog niet voltrokken.” + +</p> +<p>“Middelerwijl moeten wij oppassen, moeten wij zorgvuldig uitkijken! Daarenboven, wij zullen steeds een voordeel boven hem +hebben! Gij verstaat mij, hoop ik?” + +</p> +<p>“Welk, Namir? Neen, ik begrijp u niet geheel en al. Welk voordeel?” + +</p> +<p>“Wij zullen kunnen vernemen, waar hij is, zonder dat hij weten kan, waar wij ons bevinden.” + +</p> +<p>“Dat is waar.” + +</p> +<p>“Laten wij nu over Carpena spreken, Sarcany. Wat hebt gij van dien man te vreezen?” + +</p> +<p>“Carpena kent mijne verhouding tot Zirone. Hij weet, dat wij trouwe makkers en vrienden waren.” + +</p> +<p>“Zoo!” + +</p> +<p>“Sedert verscheidene jaren maakte hij deel uit van enkele rooversexpedities, waarin ik de hand had. Hij kan praten en dan +... dan zou ik verloren zijn.” + +</p> +<p>“Accoord, maar Carpena bevindt zich thans in het Presidio van Ceuta, veroordeeld tot levenslange galeistraf, wegens gepleegden +moord, niet waar?” + +</p> +<p>“Ja, Namir, en het is juist dat, hetgeen mij verontrust. Dat wil ik u niet verbergen.” + +</p> +<p>“Spreek, Sarcany. Spreek op, en ontvouw mij uwe geheimste gedachten. Zeer waarschijnlijk kan ik helpen.” + +</p> +<p>“Carpena kan, om zijn toestand te verbeteren, om eene verzachting van straf te erlangen, aan het verraden gaan.” + +</p> +<p>“Och, kom!... Zou hij daartoe in staat zijn? Dat geloof ik nog zoo gauw niet.” + +</p> +<p>“Zoowel als wij weten, dat hij naar Ceuta gedeporteerd is, weten dat anderen ook.” + +</p> +<p>“Dat is zoo. Ik moet erkennen, dat dit voor wederlegging niet vatbaar is.” +<a id="d0e996"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e996">37</a>]</span></p> +<p>“Anderen kennen hem persoonlijk. Bijvoorbeeld die Pescados, die hem te Malta zoo beet gehad heeft. Nu zal dokter Antekirrt +door dien man wel middel weten te vinden, om tot hem te genaken.” + +</p> +<p>“Dat is niet onmogelijk,” zei Namir peinzende. “En in dat geval is inderdaad het gevaar groot.” + +</p> +<p>“Die man kan zijne geheimen door kracht van goud willen koopen. Daartoe bezit hij de middelen.” + +</p> +<p>“Wat zou Carpena in het bagno van Ceuta met goud kunnen uitvoeren? Men zou hem dat daar toch maar afnemen.” + +</p> +<p>“Hij kan hem willen doen ontsnappen, Namir. En dan kan Carpena altijd goud gebruiken.” + +</p> +<p>“Ja, zoo beschouwd... Maar dat zou geld kosten. Veel, zeer veel geld!” zei de Marokkaansche. + +</p> +<p>“Daarvoor zal de dokter wel niet terugdeinzen. En inderdaad, het verwondert mij, dat hij het nog niet gedaan heeft!” + +</p> +<p>Sarcany, die trouwens schrander genoeg was, gaf hier blijken van zeer scherpziende te zijn; want hij raadde inderdaad, welke +de plannen des dokters ten opzichte van den Spanjaard waren. Hij begreep als bij instinct, alles wat hij van hem te vreezen +had. + +</p> +<p>Namir moest toegeven, dat Carpena, bij den thans bestaanden toestand, zeer gevaarlijk kon worden. + +</p> +<p>“Waarom,” riep Sarcany uit, “is hij niet in stede van Zirone daar ginds verdwenen! Hij ware beter in den krater van den Etna +terecht gekomen!” + +</p> +<p>“Wat niet in Sicilië gebeurd is,” antwoordde Namir kalm en op ijskouden toon, “kan nog te Ceuta geschieden, hoewel ik bekennen +moet, dat hier geen krater ter beschikking staat.” + +</p> +<p>Met dat woord was het vraagstuk zuiver gesteld. Die twee begrepen elkander. + +</p> +<p>Namir verklaarde toen, dat haar niets gemakkelijker zoude vallen, dan van Tetuan naar Ceuta te gaan, zoo dikwijls als zij +zulks noodig zou kunnen oordeelen. Hoogstens een twintigtal mijlen zijn die twee steden van elkander gescheiden. Tetuan bevindt +zich iets voorbij de strafkolonie, ten zuiden van de Marokkaansche kust gelegen. Daar nu de veroordeelden aan de wegen of +in de stad te werk zijn gesteld, zou het zeer gemakkelijk zijn met Carpena, die haar kende, in aanraking te komen, en hem +dan te doen gelooven, dat Sarcany zich onledig hield met een plan, om hem te doen ontsnappen. Zij zou hem dan eenig geld kunnen +geven, ook eenige levensmiddelen, als toevoegsel aan het schrale maal der gevangenen. Wanneer het nu gebeurde, dat een stuk +brood of wel eene vrucht vergiftigd was, wie zou zich dan om den dood van Carpena bekommeren? Wie zou er de oorzaken van opsporen? +Niemand, niet waar? Een galeiboef is geen mensch meer. Wie bekommert zich over zijne verdwijning?<span id="d0e1023" class="corr" title="Bron: ”"></span> +<a id="d0e1025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1025">38</a>]</span></p> +<p>Een schoft minder in het Presidio, dat zou geen voorval zijn, om den gouverneur van Ceuta bovenmate te verontrusten! Dan zou +Sarcany niets meer van den Spanjaard te vreezen hebben, ook niet van de pogingen van dokter Antekirrt, die er belang bij had, +om Carpenaʼs geheimen te doorgronden. Een moord! Eenvoudiger kon het niet. + +</p> +<p>Alles wel beschouwd, was het gevolg van dat onderhoud dit: terwijl van de eene zijde alles klaar gemaakt werd voor de ontsnapping +van Carpena, werd van de andere zijde alles beproefd om die ontvluchting onmogelijk te maken, door hem naar die strafkolonie +der andere wereld te zenden, vanwaar niemand ontvluchten kan. + +</p> +<p>Toen alles behoorlijk overeengekomen was, wandelden Sarcany en Namir weer naar de stad terug en namen daar een hartelijk afscheid +van elkander. + +</p> +<p>Dienzelfden avond verliet Sarcany Spanje, om Silas Toronthal te gaan opzoeken; terwijl Namir den volgenden ochtend, na de +baai van Gibraltar overgestoken te zijn, zich te Algesiras inscheepte aan boord van de pakketboot, die geregeld den dienst +tusschen Europa en Afrika verricht. + +</p> +<p>Juist toen die pakketboot de haven verliet, kruiste zij een pleizierjacht, dat spelevarende, de baai van Gibraltar rondstoomde, +alvorens in de Engelsche wateren het anker te laten vallen. + +</p> +<p>Dat was de <i>Ferrato</i>. Namir, die het vaartuig gezien had, toen het Catania aandeed, herkende het dadelijk. + +</p> +<p>“Dokter Antekirrt hier!” prevelde zij binnensmonds. “Sarcany heeft gelijk! Er is gevaar; en dat gevaar is wellicht reeds meer +nabij dan iemand onzer zelfs vermoedt.” + +</p> +<p>Weinige uren later ontscheepte de Marokkaansche vrouw te Ceuta. Alvorens evenwel naar Tetuan terug te keeren, nam zij hare +maatregelen, om in aanraking met den Spanjaard te komen. + +</p> +<p>Haar plan was eenvoudig, zoo eenvoudig zelfs, dat het slagen moest, als haar ten minste de tijd gegund werd, om het ten uitvoer +te brengen. En dat zou slechts van de gelegenheid afhangen. + +</p> +<p>Eene verwikkeling verrees evenwel, waarop Namir onmogelijk verdacht kon geweest zijn. Carpena had zich namelijk, ten gevolge +van de tusschenkomst van dokter Antekirrt tijdens zijn eerste bezoek, ziek gemeld; en hoewel hij dat niet was, was hij er +in geslaagd, voor eenige dagen in het hospitaal van de strafkolonie opgenomen te worden. Namir bleef dus niets over, dan rondom +het hospitaal te drentelen, zonder dat het haar evenwel gelukte tot hem door te dringen. Wat haar evenwel geruststelde, was, +dat al kon zij Carpena niet te zien krijgen, dat dit dokter Antekirrt, of zijne agenten evenmin gelukken zou. + +</p> +<p>“Dus,” dacht zij, “er bestaat geen onmiddellijk gevaar. Waarlijk, een geluk bij een ongeluk!” +<a id="d0e1051"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1051">39</a>]</span></p> +<p>En inderdaad, geene ontsnapping scheen te vreezen, zoolang de veroordeelde zijn arbeid op de wegen der kolonie niet hervat +had. + +</p> +<p>Toch vergiste zich Namir bij die vooronderstelling. De opname van Carpena in het hospitaal van de strafkolonie zou integendeel +de plannen des dokters begunstigen en het welslagen daarvan waarschijnlijk verzekeren. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> kwam in den avond van den 22<sup>sten</sup> September in het binnenste gedeelte der baai van Gibraltar ten anker. Die baai werd dikwijls door de westen- en zuidwestenwinden +geteisterd, zoodat oppassen de boodschap was. Maar het stoomjacht zou er niet lang vertoeven, hoogstens gedurende den dag +van den 23<sup>sten</sup>, dat wil zeggen: den geheelen Zaterdag. Dokter Antekirrt en Piet Bathory begaven zich dan ook, na aan wal gegaan te zijn, +naar het <span lang="en">Post Office</span> in de Mainstreet, waar zij post-restant brieven hoopten te vinden. + +</p> +<p>Die hoop werd verwezenlijkt. Een door een der agenten op Sicilië aan den dokter gerichte brief meldde hem, dat Sarcany, sedert +het vertrek der <i>Ferrato</i>, noch te Catania, noch te Syracuse, noch te Messina, zich had laten zien. In één woord, dat hij spoorloos verdwenen was. + +</p> +<p>Een andere brief, die door Pescadospunt aan Piet Bathory geadresseerd was, berichtte, dat hij veel beter ging en dat geen +spoor zijner wond weldra zou overblijven. Dokter Antekirrt kon hem, zoodra hij verkoos, zijn dienst doen hervatten. Natuurlijk +ook Kaap Matifou, die aan beiden de eerbiedige groeten van een rustend Hercules aanbood. + +</p> +<p>De derde brief eindelijk was aan Luigi Ferrato gericht en kwam van Maria. Deze was, en dat valt wel te begrijpen, meer een +brief van eene moeder dan wel van eene zuster. + +</p> +<p>Wanneer dokter Antekirrt en Piet Bathory zes en dertig uren vroeger in de openbare tuinen van Gibraltar rondgewandeld hadden, +zouden zij voorzeker Sarcany en Namir ontmoet hebben. + +</p> +<p>Die dag werd gebezigd, om de kolenruimen van de <i>Ferrato</i> te vullen met behulp der gabaraʼs, eene soort van lichters, die de steenkolen gingen halen bij de kolenschepen, die vlottende +magazijnen, welke op de reede ten anker lagen. Men vulde ook den zoetwatervoorraad aan, benoodigd zoowel voor de stoomketels, +als voor de waterkisten en watervaten van het stoomjacht. In het voornaamste werd dus dadelijk voorzien. + +</p> +<p>Alles was dus aangevuld en in orde, toen de dokter en Piet, die in een hôtel op de Commercial Square gedineerd hadden, aan +boord terugkwamen, op het oogenblik dat het “<span lang="en">first gun fire</span>”, het eerste kanonschot, de sluiting verkondigde der poorten van die stad, waarin de krijgstucht even streng en voorbeeldeloos +gehandhaafd werd, als <a id="d0e1091"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1091">40</a>]</span>in eene strafkolonie van Norfolk of van Cajenne, of in eene Duitsche vesting als Mainz of Coblenz. + +</p> +<p>Toch lichtte de <i>Ferrato</i> niet dienzelfden avond het anker. Daar het vaartuig slechts kleine twee uren noodig had, om de zeeëngte over te steken, ging +het eerst den volgenden ochtend tegen acht uren onder stoom. Toen stoomde het met volle kracht in de richting van Ceuta, na +onder het vuur der Engelsche batterijen voortgestevend te zijn, die hunne excercitie-vuren wel wilden staken, om het bevallige +pleiziervaartuig niet in den vollen romp te treffen en in den grond te boren. + +</p> +<p>Om half tien kwam het aan den voet van den berg Hacho aan; maar daar de bries uit het noordwesten blies, zouden de ankers +op dezelfde plaats waar het stoomjacht drie dragen te voren ter reede gelegen had, niet gehouden hebben. De kapitein ging +dus aan de andere zijde der stad ankeren in eene kleine kreek, welke door hare ligging tegen de zeewinden gedekt was. Daar +liet de <i>Ferrato</i> op twee kabellengten afstand van den oever het anker vallen. Het vaartuig zwenkte voor de aanrollende zee om, met den boeg +in den wind, en bleef toen onbewegelijk liggen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt ontscheepte twee uren later op een kleinen pier, die in zee uitgebouwd was. + +</p> +<p>Namir, die hem bespiedde, had geen enkele der wendingen en bewegingen van het stoomjacht uit het oog verloren. De dokter herkende +haar natuurlijk niet; hij had haar ter nauwernood bij het vallen van den avond op den bazaar van Cattaro ontmoet, en haar +toen waarschijnlijk niet eens opgemerkt. Zij daarentegen, had hem dikwijls te Gravosa en te Ragusa ontmoet. Zij herkende hem +dan ook dadelijk, en besloot, gedurende al den tijd dat het stoomjacht te Ceuta zou doorbrengen, uiterst voorzichtig en zeer +nauwgezet op hare hoede te zijn. + +</p> +<p>Toen de dokter ontscheepte, stond de gouverneur van de kolonie, vergezeld van een zijner adjudanten, hem op de kade af te +wachten. Dat was inderdaad een eerbetoon, hetwelk niet iedereen gegund werd. + +</p> +<p>“Goeden dag, waarde gast! en welkom hier!” riep kolonel Guyara uit. “Gij zijt een man van uw woord. En, nu gij mij voor den +geheelen dag toebehoort..., zult gij mij niet ontsnappen.” + +</p> +<p>“Heer gouverneur, ik zal u eerst dan toebehooren, wanneer gij mijn gast zult geweest zijn. Vergeet niet...” + +</p> +<p>“Wat, dokter Antekirrt? Als ik u vriendelijk bidden mag...!” vroeg kolonel Guyara. + +</p> +<p>“Ik moet u herinneren, dat het ontbijt aan boord van de <i>Ferrato</i> gereed staat.” + +</p> +<p>“Datʼs waar ook! Welnu, wanneer het ontbijt gereed staat, zou het niet beleefd zijn, mij te laten wachten!” + +<a id="d0e1122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1122">41</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p041.jpg" alt="En viel, toen hij hem op twee passen genaderd was, op de knieën. (Bladz. 52.)" width="506" height="720"><p class="figureHead">En viel, toen hij hem op twee passen genaderd was, op de knieën. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1452" class="typeref">52</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e1134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1134">42</a>]</span></p> +<p>De sloep bracht den dokter met zijne genoodigden naar boord terug. De tafel was weelderig voorzien, en allen deden het maal, +hetwelk in het salon van het stoomjacht klaar stond, alle eer aan. + +</p> +<p>Gedurende het ontbijt liep het gesprek voornamelijk over het bestuur der kolonie, over de zeden en gebruiken harer bewoners, +over de betrekkingen, die bestonden tusschen de Spaansche bevolking en de inboorlingen. Als bij toeval, kwam dokter Antekirrt +er toe, om over dien veroordeelde te spreken, dien hij twee of drie dagen te voren op den weg naar het gouvernementshuis uit +een magnetischen slaap gewekt had. + +</p> +<p>“Hij herinnert zich ongetwijfeld niets meer?” vroeg hij niet zonder belangstelling. + +</p> +<p>“Niets,” antwoordde de gouverneur. “Ten minste, zooals mij is gerapporteerd geworden.” + +</p> +<p>“Dat verwondert mij niet,” opperde dokter Antekirrt zoo ernstig mogelijk. + +</p> +<p>“Maar,” ging kolonel Guyara voort, “hij is niet meer ten arbeid gesteld aan de verharding der wegen.” + +</p> +<p>“Niet? Waarom niet? Hebt gij daar bijzondere redenen voor, heer gouverneur?” + +</p> +<p>“Neen, dokter Antekirrt,” antwoordde de kolonel. “Volstrekt niet.” + +</p> +<p>“Waar is hij dan?” vroeg dokter Antekirrt, met een schakeering van ongerustheid in zijne stem, die Piet Bathory alleen vermocht +waar te nemen. + +</p> +<p>“Hij is in het hospitaal,” antwoordde de gouverneur. “Het schijnt dat dit toeval zijne kostbare gezondheid geschokt heeft, +en, niet waar, die moet hersteld worden?” + +</p> +<p>“Wat is het voor een landsman? Is het een Franschman, een Duitscher of een Italiaan?” + +</p> +<p>“Neen, het is een Spanjaard, die Carpena heet,” antwoordde kolonel Guyara. “Hij is voor levenslang hier.” + +</p> +<p>“Is het een erge booswicht? Wat heeft hij voor streken uitgevoerd, die hem hier gebracht hebben?” + +</p> +<p>“Het is een gewone moordenaar, die hoegenaamd geene belangstelling verdient, dokter Antekirrt. Als die kerel overleed, zou +het waarlijk geen verlies voor het Presidio zijn!” + +</p> +<p>Daarna ging het gesprek op iets anders over. Waarschijnlijk wenschte de dokter niet te laten blijken, dat hij eenigermate +belang stelde in dien gedeporteerde, die na weinige dagen, als hersteld, het hospitaal zou verlaten. + +</p> +<p>Toen het ontbijt ten einde geloopen was, werd koffie op het dek rondgediend, en werd die met smaak verorberd, terwijl de blauwe +rookwolkjes der Manilla-sigaren van de gasten onder de zonnetent van het achterschip bevallig omhoog kronkelden. +<a id="d0e1167"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1167">43</a>]</span></p> +<p>Nadat die uitspanning een poos geduurd had, bood dokter Antekirrt den gouverneur aan, om zonder verwijl naar den wal te gaan. +Hij stelde zich thans geheel ter beschikking en was gereed het geënclaveerde Spaansche grondgebied in Afrika in alle zijne +bijzonderheden te bezichtigen. + +</p> +<p>Dat aanbod werd natuurlijk dadelijk aangenomen, en de gouverneur zou tot het diner tijd te over hebben, om zijn beroemden +gast rond te geleiden en hem alles te laten bezichtigen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en Piet Bathory werden dan ook met zorg rondgeleid door het geheele Spaansche grondgebied, zoowel door de +stad, als door de omstreken. Geen enkele bijzonderheid werd overgeslagen, noch in de strafkolonie, noch in de kazernes der +bezetting, noch daarbuiten. Dien dag—het was op een Zondag—waren de gedeporteerden niet aan hunnen gewonen arbeid gezet, zoodat +de dokter hen in dien nieuwen toestand kon waarnemen. + +</p> +<p>Wat Carpena betreft, dien zag hij slechts ter loops, terwijl hij door het hospitaal kwam, en hij scheen zijne aandacht niet +te trekken. + +</p> +<p>De dokter dacht dienzelfden nacht van Ceuta te vertrekken, om naar Antekirrta terug te keeren, evenwel niet zonder het grootste +gedeelte van dien avond aan den gouverneur gewijd te hebben. Tegen zes uren ongeveer kwam hij dan ook in het Gouvernementshuis +terug, waar hem een keurig diner wachtte, dat tot tegenhanger moest dienen van het ontbijt, des ochtends aan boord van het +stoomjacht de <i>Ferrato</i> genoten. + +</p> +<p>Het zal wel niet behoeven verteld te worden, dat de dokter gedurende die wandeling <i>intra et extra muros</i>, binnen en buiten de stad, door Namir gevolgd was. Hij kon niet bevroeden, dat hij het voorwerp was van zulk eene hardnekkige +bespieding. Maar al had hij het geweten, wat zou hij er tegen hebben kunnen doen? Niets, niet waar? + +</p> +<p>Het ging vroolijk aan tafel toe. Eenige notabelen der kolonie, verscheidene officieren met hunne echtgenooten, twee of drie +rijke handelaren waren genoodigd geworden, en die lieten vrij uit het genoegen blijken, dat zij smaakten, zoo in de nabijheid +te zijn van den beroemden dokter Antekirrt en hem te kunnen zien en hooren. + +</p> +<p>De dokter verhaalde gaarne van zijne reizen in het Oosten, door Syrië, door Palestina, door Arabië, door Nubië, door Egypte, +door Noord-Afrika. Daarna bracht hij het gesprek weer op Ceuta. Hij kon niets anders dan den gouverneur zijn compliment maken, +die met zooveel verdiensten het Spaansche geënclaveerde grondgebied bestuurde. Het was volgens hem bewonderenswaardig. + +</p> +<p>“Maar,” liet hij er op volgen, “het toezicht over de veroordeelden moet u toch soms zorgen veroorzaken, niet waar?” + +</p> +<p>“Waarom zou het dat, waarde dokter? Ik trek mij de wereldsche zaken zoo zeer niet aan. Ik volvoer mijn plicht...” +<a id="d0e1194"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1194">44</a>]</span></p> +<p>“Maar die boeven zullen toch wel pogingen aanwenden, om te ontsnappen, denk ik. En daartegen dient gewaakt te worden.” + +</p> +<p>De kolonel glimlachte minachtend, maar antwoordde niet dadelijk, alsof hij nadacht. + +</p> +<p>“Daar nu de gevangenen,” ging de dokter voort, “er meer aan denken om te ontvluchten, dan hunne bewakers om hun dat te beletten, +volgt daaruit, dat het voordeel aan den kant der gevangenen is. En het zou mij niet verwonderen, wanneer nu en dan eenigen +op het avondappèl mankeerden.” + +</p> +<p>“Nooit!” riep de gouverneur uit. “Nooit! Ik zou wel eens willen zien, dat zoo iets zou gebeuren!” + +</p> +<p>“Evenwel, heer gouverneur... Er bestaan legenden van beroemde ontsnappingen.” + +</p> +<p>“Waarheen zouden die vluchtelingen gaan? Vraag u dat eerst eens af! Daarin zit de groote moeilijkheid.” + +</p> +<p>“Maar, mij dunkt, dat alle wegen voor hen open staan, en zij derhalve maar te kiezen hebben.” + +</p> +<p>“Maar, dokter Antekirrt. Over zee is de ontsnapping onmogelijk! Over land zou zij te midden van die woeste, onbeschaafde bevolking +van Marokko zeer gevaarlijk zijn. Onze gedeporteerden blijven dan ook stil in het Presidio, zoo niet voor hun genoegen, dan +toch uit voorzichtigheid. Zij vinden, dat een levende galeiboef beter is dan een doode ontsnapte.” + +</p> +<p>“Als dat zoo is,” antwoordde de dokter, “dan kan ik u gelukwenschen, heer gouverneur; want het is te vreezen, dat de bewaking +der gevangenen in de toekomst allengs moeielijker zal worden.” + +</p> +<p>“Om welke reden, als het u belieft?” vroeg een der genoodigden, die te meer belang in het gesprokene stelde, dewijl hij directeur +der strafkolonie was. + +</p> +<p>“Welnu, mijnheer,” antwoordde de dokter, “omdat de studie der magnetische verschijnselen bij het menschdom zeer groote vorderingen +heeft gemaakt....” + +</p> +<p>“Wat hebben magnetische verschijnselen met de bewaking der gevangenen te maken?” vroeg de verblufte directeur. + +</p> +<p>Maar dokter Antekirrt liet zich niet uit het veld slaan, en vervolgde, alsof hij niet gestoord ware: + +</p> +<p>“Omdat de toepassing dier magnetische verschijnselen door iedereen kan geschieden; omdat eindelijk de uitwerking of gevolgen +der gedachtenopdringing meer en meer algemeen worden zal en dat die niets minder beoogen dan den eenen persoon in de plaats +van den anderen te stellen. Ik meen, dat onder zulke omstandigheden het bewaken moeielijk wordt.” + +</p> +<p>“En, in dat geval?” ... vroeg de gouverneur nieuwsgierig, maar zonder achterdocht. +<a id="d0e1225"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1225">45</a>]</span></p> +<p>“In dat geval, heer kolonel, meen ik, dat het verstandig zal zijn, niet alleen de gevangenen, maar ook hunne bewakers te bewaken. +Dat zult gij moeten toegeven!” + +</p> +<p>“Hé, hé!” riep de directeur geërgerd uit. “Dat is sterk. Als de bewakers bewaakt zullen moeten worden!” + +</p> +<p>“Gedurende mijne reizen, heer gouverneur,” ging dokter Antekirrt voort, “ben ik getuige geweest van zoo buitengewone voorvallen, +dat ik voor mij geloof, dat in die reeks van verschijnselen alles mogelijk is.” + +</p> +<p>“Dus gij meent?...” vroeg kolonel Guyara uiterst nieuwsgierig. + +</p> +<p>“Ik meen dus, heer gouverneur, dat gij in uw belang niet moet vergeten, dat wanneer een gevangene zijns onbewust, zijns ondanks +zelfs, onder den invloed van een vreemden wil kan ontvluchten, eveneens een bewaker, aan denzelfden invloed onderworpen, hem +even onbewust kan laten ontsnappen.” + +</p> +<p>“Zoudt gij ons kunnen uitleggen, waarin dat verschijnsel bestaat?” vroeg de directeur der strafkolonie ernstig. + +</p> +<p>“Zeker, mijnheer, kan ik dit uitleggen, wanneer gij zulks verlangt. Spreek maar een woord.” + +</p> +<p>“Mag ik u dan om die uitlegging verzoeken? Gij zult mij daarmede zeer verplichten.” + +</p> +<p>“Leeringen wekken, maar voorbeelden trekken en ... zijn beter. Een enkel voorbeeld zal u beter doen begrijpen dan iedere uitleg,” +antwoordde de dokter. + +</p> +<p>“Wij zijn nieuwsgierig, dokter Antekirrt,” zei de gouverneur. “En wachten met ongeduld uw voorbeeld.” + +</p> +<p>“Veronderstelt, dat een bewaker eene natuurlijke voorbeschikking heeft tot onderwerping aan den magnetischen of hypnotischen +invloed; want dat is hetzelfde, en laten wij aannemen, dat een gevangene dien invloed op hem uitoefent... Welnu, van het oogenblik +af dat deze laatste van zijn invloed of zijne macht kennis zal dragen, zal hij baas over den bewaker zijn, zal hij hem alles +doen verrichten wat hij wil, zal hij hem doen gaan, waarheen hij verlangt, zal hij hem noodzaken de deur der gevangenis te +openen, wanneer hij hem die gedachte zal opdringen.” + +</p> +<p>“Ongetwijfeld, heer dokter,” antwoordde de directeur, “maar op eene voorwaarde, niet waar?” + +</p> +<p>“En die is?” vroeg dokter Antekirrt, met een goedkeurenden hoofdknik. + +</p> +<p>“Dat de gevangene zijn bewaker eerst in slaap zal gemaakt hebben, meen ik?” + +</p> +<p>“Daarin vergist gij u, mijnheer,” antwoordde de dokter hoogst ernstig. + +</p> +<p>“Zou ik?” +<a id="d0e1258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1258">46</a>]</span></p> +<p>“Ja, gij vergist u. Al die daden kunnen volvoerd worden in wakenden toestand, zonder dat de bewaker er eenig bewustzijn van +heeft of ondervindt.” + +</p> +<p>“Wat, gij beweert...?” + +</p> +<p>“Ik beweer en verzeker, dat de gevangene aan den bewaker, die onder zijn invloed is, kan zeggen: op dien dag, op dat uur, +zult gij dit of dat uitvoeren. Op dien dag zult gij mij de sleutels mijner cel brengen, en hij zal gehoorzamen! Op dien dag +zult gij de poort van het Presidio openen, en hij zal het doen! Op dien dag zal ik u voorbijgaan en gij zult mij niet zien!... +Mij dunkt, heeren, dat is duidelijk.” + +</p> +<p>“Dat alles, wanneer hij wakker is?” vroeg de directeur steeds uiterst ongeloovig. + +</p> +<p>“Juist wanneer hij volkomen wakker is!” bevestigde de dokter op een toon, die geen tegenspraak duldde. + +</p> +<p>Toch werd hij, in weerwil van die bevestiging, een gebaar van ongeloof gewaar, dat enkelen genoodigden, in weerwil zijner +verzekering, als huns ondanks ontsnapte. Zij allen waren onder den invloed van den dokter en spraken en dachten, zooals hij +verlangde. Op hen nam hij de proefneming, om te ervaren, hoe ver hij gaan kon. + +</p> +<p>“Niets is toch zekerder evenwel,” zei toen Piet Bathory; “en ik zelf ben getuige geweest van daadzaken ...” + +</p> +<p>“Zoodat,” zei de gouverneur, “men de stoffelijkheid van een persoon aan den blik van een andere kan onttrekken?” + +</p> +<p>“Geheel en al, heer gouverneur,” antwoordde dokter Antekirrt, “evenals men sommige sujetten zoodanig biologeeren kan, zoodanige +wijzigingen in hunne zinnen, in hun waarnemingsvermogen kan teweeg brengen, dat zij zout voor suiker zullen aannemen, melk +voor azijn, of gewoon water voor geneeskundige afdrijvende middelen, waarvan zij zelfs de gevolgen zullen ondervinden. Niets +is op het gebied der verbeelding of der halucinaties onmogelijk, want de hersens zijn aan dien invloed onderworpen.” + +</p> +<p>“Dokter Antekirrt” zei toen de gouverneur, “ik meen het gevoelen van alle mijne genoodigden uit te drukken, door u te zeggen, +dat men die zaken moet gezien hebben, om ze te kunnen gelooven!” + +</p> +<p>“En, zelfs dan nog! ...” meende een der tegenwoordige personen bij wijze van voorbehoud te moeten doen hooren. + +</p> +<p>“Het is dus zeer betreurenswaardig,” hernam de gouverneur, “dat de weinige tijdruimte, die gij ons wijden kunt hier te Ceuta, +u niet veroorlooft, ons proefondervindelijk te overtuigen.” + +</p> +<p>“Maar... met uw verlof, heer gouverneur,” zei de dokter tot den gouverneur. + +</p> +<p>“Wat wilt gij zeggen, dokter Antekirrt?” vroeg kolonel Guyara. “Gij wildet iets zeggen.” +<a id="d0e1287"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1287">47</a>]</span></p> +<p>“Dat kan ik, als gij er uwe toestemming slechts toe wilt geven.” + +</p> +<p>“Mijne toestemming? Dadelijk,” sprak de gouverneur opgewonden uit. + +</p> +<p>“Dadelijk, wanneer gij zulks verkiest!” antwoordde dokter Antekirrt bescheiden. + +</p> +<p>“Ja, wat mij betreft,” antwoordde de gouverneur. “Zult gij willen? Zult gij kunnen?” + +</p> +<p>“Gij hebt slechts te spreken. Gij, heer gouverneur, zijt hier te te Ceuta de baas.” + +</p> +<p>“Welnu, uit naam van het geheele gezelschap, verzoek ik u onze weetgierigheid te bevredigen.” + +</p> +<p>“Het zij zoo,” antwoordde dokter Antekirrt met eene buiging. “Gij zult voorzeker niet vergeten hebben, heer gouverneur, dat +een der veroordeelden van het Presidio, drie dagen geleden, bewusteloos op den weg van het gouvernements-hôtel naar Ceuta +gevonden werd. Die man was, zooals ik u toen reeds zeide, in een diepen magnetischen slaag gedompeld. Herinnert gij u dat +nog?” + +</p> +<p>“Inderdaad,” zei de directeur der strafkolonie, “en die man bevindt zich thans in het hospitaal.” + +</p> +<p>“Gij herinnert u ook, niet waar,” ging de dokter voort tot den gouverneur, “dat ik hem toen wakker gemaakt heb, nadat geen +der bewakers daarin geslaagd was?” + +</p> +<p>“Voorzeker herinner ik mij dat,” antwoordde kolonel Guyara levendig. + +</p> +<p>“Welnu, dat is voldoende geweest,” ging de dokter kalm en bedaard voort. + +</p> +<p>“Voldoende voor wat, dokter Antekirrt?” vroeg de gouverneur. “Voldoende voor wat?” + +</p> +<p>“Om tusschen mij en dien... Hoe heet die gedeporteerde, heer kolonel?” + +</p> +<p>“Carpena.” + +</p> +<p>“...Om tusschen mij en dien Carpena een band van gedachtenopdringing te scheppen, die hem geheel en al in mijne macht stelt.” + +</p> +<p>“Ha!” riep de directeur ongeloovig. “Dat zal te bewijzen vallen, dokter Antekirrt!” + +</p> +<p>“Zoodat... gij hier in het gouvernements-hôtel ... en hij daar ginds in het hospitaal!...” vroeg de gouverneur nieuwsgierig. + +</p> +<p>“Ongeloofelijk!” zei de directeur hoofdschuddend. “Dat is niet mogelijk!” + +</p> +<p>“Wanneer gij bevelen wilt geven, heer gouverneur,” vroeg de dokter, “om dien Carpena vrij te laten, om de deuren van het hospitaal +en van de strafkolonie voor hem te openen, weet gij wat hij dan doen zal?” + +</p> +<p>“Jawel, hij zal wegloopen!” antwoordde kolonel Guyara met een gullen lach. +<a id="d0e1328"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1328">48</a>]</span></p> +<p>Het moet erkend worden, dat zijne lachbui zoo aanstekelijk was, dat de geheele vergadering er mede instemde. Inderdaad, men +proestte het uit. + +</p> +<p>“Neen, heeren,” hernam dokter Antekirrt zeer ernstig, “die Carpena zal niet wegloopen, wanneer ik dat niet wil. Hij zal niets +ter wereld doen, dan wat ik zal willen!” + +</p> +<p>“Maar wat, als ʼt u blieft?” vroeg kolonel Guyara met aandrang. + +</p> +<p>“Bij voorbeeld, wanneer hij buiten de gevangenis zal zijn, kan ik hem gelasten, om den weg op te gaan van het gouvernements-hôtel, +heer gouverneur.” + +</p> +<p>“En hier te komen? Kom, dat meent gij niet. Dat is immers onmogelijk.” + +</p> +<p>“Onmogelijk, heer gouverneur? Het hangt van u alleen af. Wilt ge? Spreek slechts.” + +</p> +<p>“Mij wel,” antwoordde de gouverneur. “Ik geef ten volle permissie, heer directeur.” + +</p> +<p>“Ook dat hij zal vragen om u te spreken, heer gouverneur?” zeide dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Mij?” + +</p> +<p>“Ja, u! U in persoon. En als gij er niets tegen zult hebben,—en dat zult gij moeielijk kunnen, daar hij aan mijn wil zal gehoorzamen,—zal +ik hem het denkbeeld opdringen, om u voor een anderen persoon te houden.” + +</p> +<p>“Voor wien, als ʼt u belieft, heer dokter? Daar ben ik benieuwd naar! Voor wien?” + +</p> +<p>“Ja, voor wien?... Laat zien... Bij voorbeeld... voor den Koning Alphonsus XII.” + +</p> +<p>“Voor zijne Majesteit, den Koning van Spanje?” vroeg kolonel Guyara ongeloovig. + +</p> +<p>“Ja, heer gouverneur, en hij zal u daarenboven vragen...” + +</p> +<p>“Gratie? Dat is de gewone vraag van alle galeiboeven.” + +</p> +<p>“Ja, gratie, en wanneer gij er geen bezwaar in zult zien, daarenboven nog...” + +</p> +<p>“Wat?” + +</p> +<p>“Het Isabella-kruis!” + +</p> +<p>Een algemeen gelach begroette die laatste woorden van dokter Antekirrt. Het was een jool van belang! + +</p> +<p>“En die man zal dat volkomen wakker doen?” vroeg de directeur van de strafkolonie. + +</p> +<p>“Zoo wakker als wij thans zijn, heer directeur! Gij zult u in persoon van de zaak kunnen overtuigen.” + +</p> +<p>“Neen!... Neen!... Dat is ongeloofelijk, dat is onmogelijk!” riep kolonel Guyara uit. + +</p> +<p>“Meent gij, heer gouverneur?” vroeg de dokter met een glimlach. “Wacht de uitkomst af.” + +<a id="d0e1375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1375">49</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p049.jpg" alt="Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan. (Bladz. 54.)" width="511" height="720"><p class="figureHead">Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1511" class="typeref">54</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e1387"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1387">50</a>]</span></p> +<p>“Ik herhaal het, dokter Antekirrt, het is onmogelijk! Nimmer zult gij mij kunnen overtuigen.” + +</p> +<p>“Welnu, neem de proef. Niets gemakkelijker dan dat, niet waar?” + +</p> +<p>“Hoe kan dat?” + +</p> +<p>“Geef bevelen, dat men dien Carpena geheele vrijheid van handelen late!” + +</p> +<p>“Opdat hij wegloope! Drommels, dat is voor mij een gevaarlijke proef.” + +</p> +<p>“Laat hem voor alle zekerheid, zoodra hij de strafkolonie zal verlaten hebben, door twee bewakers van verre volgen, dan zal +hij alles doen, wat ik zoo even gezegd heb.” + +</p> +<p>“Welnu, dat is afgesproken,” zei de gouverneur. “En wanneer gij slechts zult willen...” + +</p> +<p>“Het is thans acht uren.” zei de dokter, terwijl hij zijn horloge raadpleegde. “Welnu, te negen uren. Is dat goed?” + +</p> +<p>“Zeer goed. Maar....” + +</p> +<p>“Spreek vrij uit, heer gouverneur. Wat wilt gij dat ik nog zal toelichten.” + +</p> +<p>“Na de proef?...” + +</p> +<p>“Na de proef zal Carpena gerust naar het hospitaal terugkeeren, zonder dat eenige herinnering bij hem achterblijft, van hetgeen +hij verricht zal hebben.” + +</p> +<p>“Is dat zeker? Staat gij daarvoor in?” vroeg de directeur van het bagno onthutst. + +</p> +<p>“Daar kunt gij op rekenen. Ik herhaal,—en dat is de eenige uitleg, die van het verschijnsel te geven is,—Carpena zal van nu +af geheel en al onder den gedachtengang staan, die van mij uitgaat; en in werkelijkheid zal <i>hij</i> dat alles niet verrichten, maar <i>ik</i>! Ik, die hem mijn wil opdring en hem noodzaak te handelen naar mijne inzichten.” + +</p> +<p>De gouverneur, wiens ongeloof ten opzichte van die magnetische verschijnselen, onomstootbaar was, schreef een briefje, waarin +hij aan den eersten bewaker van het Presidio de noodige bevelen gaf, om den veroordeelden Carpena geheele vrijheid van handelen +te geven, daarbij evenwel voegende, dat hij op een afstand moest gevolgd worden. Dat briefje werd terstond door een der bereden +ordonnancen, aan den gouverneur toegevoegd, naar de strafkolonie overgebracht. In gedachten volgden al de gasten den hoefslag +van het paard, die in de verte wegstierf. + +</p> +<p>Toen het diner afgeloopen was, stonden de gasten van tafel op en gingen op uitnoodiging van den gouverneur, naar het groote +salon, om daar een kop koffie te gebruiken en een sigaar te rooken. + +</p> +<p>Het onderhoud liep, zooals zich gemakkelijk denken laat, voornamelijk over de verschillende verschijnselen van het magnetisme +<a id="d0e1428"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1428">51</a>]</span>of van het hypnotisme, die zooveel aanleiding geven tot tegenstrijdige gedachtenwisselingen, die zoovele geloovigen, maar +ook zoovele tegenstanders tellen. Dat de gedachtenwisseling levendig was, kan de lezer nagaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt verhaalde, terwijl de koffie in keurige kopjes aangeboden werd, terwijl de blauwe rook der manilla-sigaren +en der donna-cigaretten, welke laatsten zelfs door de Spaansche schoonen niet versmaad werden, in bevallige spiralen omhoog +kronkelde, twintig verschillende feiten, waarvan hij getuige, of waarvan hij de bewerker geweest was bij de uitoefening van +zijn geneesheersambt, feiten die hij allen staven kon, die onbetwistbaar waren, maar toch niet in staat schenen, om iemand +van het gezelschap te overtuigen. Neen, men wachtte op de komst van Carpena. + +</p> +<p>Hij beweerde ook dat die macht van gedachte-opdringing de wetgevers, de rechters der lijfstraffelijke rechtspleging en de +overige magistraten ernstig moest bezighouden, daar zij toch met een misdadig doel kon aangewend worden. Het was toch niet +te loochenen, dat met behulp van die nog onverklaarbare verschijnselen, zich gevallen konden voordoen, waarbij vele misdaden +konden gepleegd worden, waarvan de ware schuldigen onmogelijk te ontdekken zouden zijn, terwijl de daders voor niet toerekenbaar +gehouden moesten worden. + +</p> +<p>Terwijl hij zoo nog sprak, keek de directeur op zijn horloge, stuitte de rede en wilde spreken. Maar alvorens hij aan het +woord kon komen, zei eensklaps dokter Antekirrt: + +</p> +<p>“Het is thans drie minuten vóór half negen.” + +</p> +<p>“Wat wilt gij daarmede zeggen?” vroeg kolonel Guyara, die ook zijn horloge raadpleegde. + +</p> +<p>“Niets minder, heer gouverneur, dan dat Carpena op dit oogenblik het hospitaal verlaat.” + +</p> +<p>Allen keken elkander met een glimlach aan. Men meende met een kwakzalver te doen te hebben. + +</p> +<p>Een minuut later evenwel, vervolgde de dokter hoogst ernstig en bedaard als altijd: + +</p> +<p>“Hij gaat thans de poort door van de strafkolonie. Hij stapt flink door.” + +</p> +<p>De toon, waarop die woorden gesproken werden, maakte toch eenigermate indruk op de genoodigden in het gouvernementshuis. Alleen +kolonel Guyara bleef ongeloovig het hoofd schudden. + +</p> +<p>Het gesprek hernam zijne rechten. Er werd voor en tegen gepleit en het moet erkend worden: allen spraken wel een weinig tegelijkertijd, +tot op het oogenblik,—het was vijf minuten vóór negen,—dat de dokter andermaal de algemeene opmerkzaamheid trok door overluid +te zeggen: +<a id="d0e1452"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1452">52</a>]</span></p> +<p>“Carpena is thans reeds tot bij de deur van het gouvernements-hôtel genaderd!” + +</p> +<p>“Och, kom!” zei de gouverneur, steeds ongeloovig en met een glimlach. “Is hij reeds zoo nabij?” + +</p> +<p>Bijna terzelfder tijd ging de deur van het salon open en trad een bediende binnen, die den gouverneur mededeelde, dat een +persoon, die gekleed was als een gedeporteerde, met aandrang vroeg om hem te spreken. + +</p> +<p>Alle aanwezigen keken uiterst verbaasd op. Hoe voorbereid ook, hadden zij toch gemeend, te mogen twijfelen. + +</p> +<p>“Laat dien persoon binnen komen,” antwoordde kolonel Guyara, wiens ongeloof nu toch begon te wankelen, tegenover de niet te +loochenen feiten. + +</p> +<p>Juist sloeg de klok negen uren, toen Carpena in de omlijsting der deur van het salon verscheen. Zijne oogen waren geheel open +en keken helder rond. Toch scheen hij niemand der aanwezige personen te ontwaren. Hij stapte regelrecht op den gouverneur +toe en viel, toen hij hem op twee passen afstands genaderd was, op de knieën voor hem neder, terwijl hij de handen tot een +smeekend gebaar samenvouwde. + +</p> +<p>“Sire!” zei hij met heldere stembuiging, “ik vraag gratie van Uwe Koninklijke Majesteit!” + +</p> +<p>De gouverneur was, zooals zich wel denken laat, geheel uit het veld geslagen en verkeerde thans zelf in een toestand, alsof +hij onder den invloed van een benauwenden droom was. Hij wist in het eerst niet wat te antwoorden. + +</p> +<p>“Gij kunt hem gerust gratie verleenen,” zei de dokter glimlachende; “want bij hem zal geen enkele herinnering aan het gebeurde +overblijven.” + +</p> +<p>“Ik verleen ze u!” antwoordde de gouverneur met eene waardigheid, alsof hij werkelijk Koning was van geheel Spanje, zoowel +van het rijk in Europa, als van dat in West-Indië en Oost Indië. + +</p> +<p>“Ja, maar...” zei Carpena aarzelend. “Ik wenschte nog een verzoek te doen.” + +</p> +<p>“Wat wilt ge nog meer?” vroeg kolonel Guyara, hem goedaardig aanziende. + +</p> +<p>“Dat ge die gratie aanvult,” ging de veroordeelde steeds geknield voort, “met het eerekruis van de Isabella-orde.” + +</p> +<p>“Ik schenk het u! Zijt gij nu tevreden, Carpena? Hebt gij nog iets te verzoeken?” + +</p> +<p>Carpena wenkte neen met het hoofd en volvoerde toen een gebaar, alsof hij een voorwerp uit de hand van den gouverneur aannam, +hetwelk deze hem zoude aangeboden hebben; hij hechtte dat denkbeeldige kruis eerbiedig op zijne borst, stond daarna op en +trad, steeds <a id="d0e1483"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1483">53</a>]</span>met het gelaat naar den persoon, die voor hem de Koning was, gekeerd, de zaal uit. + +</p> +<p>Ditmaal waren alle aanwezigen overtuigd en volgden Carpena tot aan de deur van het gouvernements-hôtel. + +</p> +<p>“Ik wil hem begeleiden, ik wil hem naar het hospitaal zien terugkeeren!” riep de gouverneur uit, die in zijn binnenste een +heftigen strijd voerde, alsof hij weigerde geloof te slaan aan hetgeen zijne eigene oogen toch waargenomen hadden, maar daarbij +aan geheel andere invloeden gehoorzaamde. Hij stond geheel en al onder den invloed van zijn gast. + +</p> +<p>“Gelooft gij mij nog niet?” vroeg dokter Antekirrt met een ietwat schamperen glimlach. + +</p> +<p>“Ik kan niet!” antwoordde kolonel Guyara. “Het gaat totaal mijn begrip te boven.” + +</p> +<p>“Welnu, kom dan!” zei de dokter, terwijl hij van zijn stoel oprees. “Kom dan!” + +</p> +<p>De gouverneur, Piet Bathory en dokter Antekirrt, vergezeld van nog eenige andere personen, sloegen denzelfden weg in als Carpena, +die reeds zijne schreden naar de stad richtte. Namir, die hem van het oogenblik af, dat hij de strafkolonie verlaten had, +bespied had, sloop in de donkere schaduw der boomen langs den weg voort, en verloor hem geen oogenblik uit het oog. Het kon +toch zijn, dat het oogenblik gunstig kon worden, om een lastig getuige uit den weg <span id="d0e1497" class="corr" title="Bron: re">te</span> ruimen. + +</p> +<p>De nacht was vrij donker. De Spanjaard stapte met regelmatigen pas zonder aarzeling langs den weg voort. De gouverneur en +de personen van zijn gevolg hielden zich op een afstand van hem, met twee bewakers van het Presidio bij zich, die bevel hadden, +den gevangene niet uit het oog te verliezen. + +</p> +<p>De weg omgeeft, terwijl hij naar de stad voert, de kreek, die de tweede haven aan dezen kant van de rots van de Ceuta vormt. +Op het onbewegelijke en zwartschijnend water der zee, schitterde de weerschijn van twee of drie lichten. Dat waren de seinlantaarns +en het toplicht van de <i>Ferrato</i>, welker vormen ijl en nevelachtig, maar door de duisternis zeer vergroot, ontwaard werden. + +</p> +<p>Toen hij dit punt genaderd was, verliet Carpena den weg en sloeg rechts in naar eene opeenhooping van rotsblokken, die ter +hoogte van twaalf voeten ongeveer de zee beheerschten. Voorzeker had een gebaar van den dokter, dat door niemand opgemerkt +was, wellicht slechts eene eenvoudige gedachtenuiting als overbrenger van zijn wil, den Spanjaard genoopt in dier voege zijn +richting te wijzigen. + +</p> +<p>De bewakers wilden toen den pas versnellen, om Carpena in te halen, ten einde hem te noodzaken den rechten weg te hernemen; +maar de gouverneur, die zeer goed wist, dat van dien kant eene <a id="d0e1511"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1511">54</a>]</span>ontsnapping tot de onmogelijkheden behoorde, beval hem vrij en ongemoeid te laten. + +</p> +<p>Carpena was intusschen op een der rotsen blijven stilstaan, alsof hij daar ter plaatse door eene onweerstaanbare macht tot +onbewegelijkheid gedoemd was. Al had hij de voeten willen optillen, al had hij de beenen in beweging willen stellen, dan zou +hij het toch niet gekund hebben. Dokter Antekirrtʼs wil, die hem beheerschte, nagelde hem aan den bodem vast, en hij stond +daar als een standbeeld, maar als een zeer leelijk standbeeld. + +</p> +<p>De gouverneur sloeg hem gedurende eenige oogenblikken gade en wendde zich toen tot zijn gast: + +</p> +<p>“Welnu, waarde dokter, of ik wil of niet, ik moet aan de waarheid hulde doen!...” + +</p> +<p>“Zijt gij thans overtuigd, maar inderdaad overtuigd, heer gouverneur?” vroeg dokter Antekirrt zegevierend. + +</p> +<p>“Ja, ik ben overtuigd, dat er zaken bestaan, die men gelooven moet, al begrijpt men ze niet.” + +</p> +<p>“Datʼs nog al gelukkig. Ik ben dus in mijne proefneming volkomen geslaagd?” + +</p> +<p>“Ja, dokter Antekirrt; maar als ik u bidden mag, dring nu dien man de gedachte op...” + +</p> +<p>“Welke, heer gouverneur?... Gij hebt slechts te bevelen. Welke gedachte wilt gij dat hij ten uitvoer zal leggen?” + +</p> +<p>“Om dadelijk naar het Presidio terug te keeren! Alphonsus XII beveelt u dat!” + +</p> +<p>Nauwelijks had de gouverneur dien volzin uitgesproken, toen Carpena zich oogenblikkelijk, zonder een kreet te slaken, in de +wateren van de haven stortte. + +</p> +<p>Was dat een ongeval? Was dat een willekeurige daad zijnerzijds. Ontsnapte hij door eene onvoorziene omstandigheid aan de macht +en den invloed des dokters? + +</p> +<p>Dat kan niemand zeggen. Dat was voor alle aanwezigen totaal onverklaarbaar. + +</p> +<p>Allen liepen dadelijk zoo gezwind mogelijk naar de rotsen, terwijl de bewakers naar een smal strand afdaalden, hetwelk zich +langs de zee uitstrekte... + +</p> +<p>Na lang zoeken was geen spoor van Carpena gevonden. Eenige visschers-vaartuigen kwamen met allen spoed toeschieten, ook de +sloepen van het stoomjacht... Alles was overbodig... Men vond zelfs het lijk van den veroordeelde niet terug. De stroom, die +naar buiten zette, had het voorzeker naar volle zee gedreven. + +</p> +<p>“Heer gouverneur,” zei dokter Antekirrt, “ik betreur inderdaad levendig, dat mijne proefneming dien tragischen uitslag, waarop +niemand verdacht kon zijn, heeft gehad.” +<a id="d0e1543"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1543">55</a>]</span></p> +<p>“Maar hoe verklaart gij, hetgeen plaats heeft gehad?” vroeg de gouverneur belangstellend. + +</p> +<p>“Niet anders dan daardoor,” antwoordde dokter Antekirrt, “dat bij de uitoefening van die gedachten-opdringing, waarvan gij +het bestaan en de gevolgen niet meer kunt ontkennen, er nog leemten bestaan, nog onderbrekingen te constateeren zijn. Die +man is een oogenblik aan mijne macht ontsnapt, dat is niet twijfelachtig; en, hetzij dat hij door eene duizeling overvallen +is, hetzij dat eene andere oorzaak in het spel is, gij hebt het gezien: hij is van boven die rotsen neergestort! Dat is zeer +betreurenswaardig...” + +</p> +<p>“Och kom!” zei kolonel Guyara lachende. “Wat is er bij zooʼn geval betreurenswaardig!” + +</p> +<p>“Neen, laat mij uitspreken, heer gouverneur,” hernam dokter Antekirrt op zeer ernstigen toon. “Dat is zeer betreurenswaardig, +omdat wij werkelijk een kostbaar sujet voor onze proefnemingen verloren hebben!” + +</p> +<p>“Wij zijn een schoft kwijt, anders niet!” antwoordde de gouverneur wijsgeerig. + +</p> +<p>Dat was de geheele en eenige grafrede op Carpena. Trouwens hij was geen andere waard. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en Piet Bathory namen toen afscheid van den gouverneur van Ceuta. Zij wenschten vóór het aanbreken van den +dag naar Antekirrta te vertrekken, en zij haastten zich, om hunnen gastheer te bedanken voor het aangename onthaal, hetwelk +zij in de Spaansche volksplanting genoten hadden. + +</p> +<p>De gouverneur drukte den dokter met warmte de hand en wenschte hem een voorspoedigen overtocht toe; maar deed hem alvorens +beloven, dat hij hem bij gelegenheid weer zou komen opzoeken. Eerst toen hij daarop des dokters toezegging vernomen had, nam +hij den terugtocht naar het gouvernements-hôtel aan. + +</p> +<p>Misschien zal de lezer vinden, dat dokter Antekirrt wel eenigermate misbruik van het goede geloof en van het vertrouwen van +kolonel Guyara, den gouverneur van Ceuta gemaakt heeft. Dat men hem veroordeele, dat men zijn gedrag bij die gelegenheid afkeure, +het zij zoo, wij mogen er niets tegen hebben; want werkelijk, aan de loyauteit was eenigermate te kort gedaan. Maar de lezer +mag evenwel daarbij niet uit het oog verliezen, aan welke taak graaf Mathias Sandorf zijn leven toegewijd had, ook niet dat +hij eens verkondigd had: “duizend wegen... maar één doel!”<a id="d0e1562src" href="#d0e1562" class="noteref">1</a> + +</p> +<p>Hier was het één van die duizend wegen, dien hij ingeslagen had, en die had hem naar zijn doel gevoerd. +<a id="d0e1573"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1573">56</a>]</span></p> +<p>Weinig tijds later had een van de sloepen van de <i>Ferrato</i> den dokter en Piet Bathory aan boord overgevoerd. Luigi wachtte hen aan de valreep en ontving hen hartelijk. + +</p> +<p>“En die man?...” vroeg de dokter met de uiterste belangstelling. “Is die man aan boord?” + +</p> +<p>“De vlet, die hem volgens uwe bevelen aan den voet der rotsen bespiedde,” antwoordde de jeugdige zeeman, “heeft hem na zijn +val dadelijk opgenomen en ter sluiks aan boord gebracht. Ik heb hem in de kajuit van het voorschip doen opsluiten.” + +</p> +<p>“Heeft hij niets gezegd, toen hij uit het water gehaald werd?...” vroeg Piet Bathory. + +</p> +<p>“Niets,” antwoordde Luigi. + +</p> +<p>“In het geheel niets?” + +</p> +<p>“Wat zou hij hebben kunnen zeggen? Hij kon niet spreken... Hij schijnt stom te zijn.” + +</p> +<p>“Waarom kan hij niet spreken?” + +</p> +<p>“Wel, hij is in diepen slaap gedompeld en heeft volstrekt geen bewustzijn zijner handelingen.” + +</p> +<p>“Goed,” zei dokter Antekirrt. + +</p> +<p>De beide jongelieden keken hem ietwat verwonderd aan, maar waagden het niet eene vraag te uiten. + +</p> +<p>“Het was mijn wil,” ging de dokter voort, “dat Carpena van boven die rots neerstortte en... hij is er afgestort.... Het was +mijn wil, dat hij sliep en... hij slaapt!... Wanneer ik zal willen dat hij ontwaakt, zal hij ontwaken!... En nu, Luigi, anker +op, en onder stoom! Ik hoop, dat gij daartoe geen uwer maatregelen zult uit het oog verloren hebben.” + +</p> +<p>De jonge zeeman knikte glimlachend van neen; de stoomketel had zijne volle spanning, het anker winden was spoedig geschied, +en weinige minuten later had de <i>Ferrato</i> de open Middellandsche zee bereikt en stevende oostwaarts op naar Antekirrta. + + + + +</p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1562" href="#d0e1562src" class="noteref">1</a></span> Een zeer afkeurenswaardige leer; want dat is de leer van: <i>het doel heiligt de middelen</i> huldigen. <span class="smallcaps">Vert</span>. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e1606" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">III.</h2> +<h2 class="normal">ZEVENTIEN MALEN</h2> +<p>“Zeventien malen?...” + +</p> +<p>“Ja, zeventien malen!” + +</p> +<p>“Onmogelijk!” + +<a id="d0e1617"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1617">57</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p057.jpg" alt="En thans blijft mij nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over. (Bladz. 59.)" width="501" height="720"><p class="figureHead">En thans blijft mij nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1667" class="typeref">59</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e1629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1629">58</a>]</span></p> +<p>“Wel mogelijk!... Rood is zeventien malen achter elkander uitgekomen!” + +</p> +<p>“Ongeloofelijk! Ik herhaal, dat het volstrekt onmogelijk is. En ik houd dat vol!” + +</p> +<p>“Het mag onmogelijk, het mag ongeloofelijk schijnen; maar het is zóó en niet anders!” + +</p> +<p>“En hebben de spelers daar tegen in volgehouden?” + +</p> +<p>“Ja!” + +</p> +<p>“Die domooren! Die ezels! die ganzen! Hadden zij dan hun verstand verloren?” + +</p> +<p>“De bank heeft meer dan negen maal honderd duizend franken gewonnen!” + +</p> +<p>“Zeventien malen?... Zeventien malen?... Achter elkander?...” + +</p> +<p>“Ja, zeventien malen! en achter elkander!” + +</p> +<p>“Met de roulette of met het trente et quarante?... Zeg mij, met welke dier beiden?” + +</p> +<p>“Met het trente et quarante!” + +</p> +<p>“Dat is voorzeker binnen het tijdperk van vijftien jaren niet voorgekomen.” + +</p> +<p>“Vijftien jaren, drie maanden en veertien dagen geleden, is het nog eens gebeurd!” antwoordde koelbloedig een oude speler, +die tot de eerbiedwaardige klasse der ongelukkige dobbelaars behoorde. “Ja, mijnheer, en het was toen zomer—wat zeer opmerkelijk +is.—Ik ben betaald, om er iets van te weten.” + +</p> +<p>Zoodanig waren de praatjes of beter de uitroepen, welke in het voorportaal en tot op het bordes van den Club der Vreemdelingen +te Monte Carlo in den avond van den 3<sup>den</sup> October, dus acht dagen na de ontsnapping van Carpena uit de Spaansche strafkolonie, gehoord werden. + +</p> +<p>En toen ontstond te midden van die opeengedrongen menigte van spelers, zoowel uit vrouwen als uit mannen van iedere nationaliteit, +van iederen leeftijd, van iederen rang of klasse bestaande, eene uitbarsting van geestdrift. Het was of hooren en zien moest +vergaan. + +</p> +<p>Men zou de roode kleur wel hebben willen toejuichen, zooals men een paard zou gedaan hebben, dat den grooten prijs bij de +wedrennen van Longchamps of van Epsom zoude behaald hebben. + +</p> +<p>En, inderdaad, voor die wel eenigszins gemengde bevolking, welke dagelijks daar in dat kleine vorstendom Monaco uit de Oude +en Nieuwe wereld samenstroomt, had dat hardnekkig uitkomen der roode kleur in eene serie van zeventien malen de belangrijkheid +van eene staatkundige gebeurtenis, die de wetten van het Europeesche evenwicht zou verbroken of gewijzigd hebben. Erger dan +dat! Want wat gaat het Europeesche evenwicht een rechtgeaarden speler aan? +<a id="d0e1667"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1667">59</a>]</span></p> +<p>Gemakkelijk zal door den lezer aangenomen worden, dat die wel wat zonderlinge hardnekkigheid van de roode kleur niet had kunnen +plaats hebben zonder veelvuldige slachtoffers gemaakt te hebben, vooral als medegedeeld wordt, dat de winst der bank belangrijke +sommen beliep. + +</p> +<p>“Bijna een millioen!” mompelde men in de verschillende groepjes. “Bijna een millioen!” + +</p> +<p>En die winst sproot voornamelijk daaruit voort, dat de groote meerderheid der spelers koppig tegen zulk eene onwaarschijnlijke +uitkomst gestreden hadden. + +</p> +<p>Onder die allen hadden voornamelijk twee vreemdelingen het grootste deel betaald aan dat, wat door de ridders van de groene +tafel de “déveine” genoemd wordt. + +</p> +<p>De eene koel van uiterlijk, was zeer teruggetrokken, hoewel hij groote aandoeningen bij het spel ondervonden had, waarvan +trouwens zijn bleek gelaat nog de sporen droeg. De andere vertoonde een ontsteld gelaat, had de haren in wanorde, terwijl +zijn oogen rondkeken als die van een waanzinnige of van een wanhopige. + +</p> +<p>Beiden waren de trappen van het perron afgedaald en verdwenen in het duister naar den kant van de Duivenschietbaan. + +</p> +<p>“Dat is op meer dan viermaal honderd duizend francs, dat die vervloekte serie ons te staan komt!” riep de oudste dier twee +uit. “Het is verschrikkelijk!” + +</p> +<p>“Gij kunt zeggen viermaal honderd en dertien duizend,” verbeterde de jongste op den toon van een kassier, die de som eener +optelling controleert. + +</p> +<p>“En thans blijft mij....” + +</p> +<p>“Hoeveel?... Kom, zeg op, en wees niet achterhoudend! Het kan je toch niets baten!” + +</p> +<p>“Nauwelijks tweemaal honderd duizend francs over!” jammerde de eerste speler op treurigen toon. + +</p> +<p>“Denkt ge dat?” vroeg de andere snijdend spottend. “Ik geloof, dat gij u vergist!” + +</p> +<p>“Meent ge meer?” + +</p> +<p>“Het mocht wat!... Slechts honderd zeven en negentig duizend!” antwoordde de jongste op niet te verstoren flegmatischen toon. + +</p> +<p>“Slechts dat?” + +</p> +<p>“Ja, kijk maar!” ging de jongste voort, terwijl hij zijn makker een met cijfers bekrabbeld papier vertoonde. + +</p> +<p>“Dat is dus alles, wat mij van de twee millioenen overblijft, die ik nog had, toen gij mij genoodzaakt hebt u te volgen.” + +</p> +<p>“Een millioen, zeven honderd vijf en zeventig duizend francs! Niets meer of minder dan dat!” + +</p> +<p>“En dat in minder dan twee maanden!...” +<a id="d0e1706"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1706">60</a>]</span></p> +<p>“In een maand en zestien dagen!” + +</p> +<p>“Sarcany!...” riep de oudste, die door de koelbloedigheid zijns makkers, maar niet minder door de bijtende juistheid der cijfers, +die deze opsomde, buiten zich zelven geraakte, verbitterd uit. + +</p> +<p>“Welnu, Silas! Wat wilt ge? Ik dien u op de hoogte te brengen en te houden. Effen rekeningen onderhouden de vriendschap.” + +</p> +<p>“Ga zoo niet voort!” sprak de andere dreigend. + +</p> +<p>“Ah bah!” zei de ander met een luchtig gebaar. “Gij zijt heden in een booze bui.” + +</p> +<p>Ja, het waren Silas Toronthal en Sarcany, welke dat gesprek met elkander voerden. Sedert zij Ragusa verlaten hadden, in dat +kort tijdsbestek van drie maanden, hadden zij het verzwendelen van hun vermogen nagenoeg voltooid. Daaraan ontbrak waarlijk +nog maar weinig aan. Nadat hij zijn geheel aandeel, hetwelk hij tot prijs voor zijne schandelijke verklikking genoten had, +opgemaakt en verbrast had, was Sarcany zijn ouden medeplichtige te Ragusa komen opzoeken. Daarop hadden beiden met Sava die +stad verlaten. + +</p> +<p>Toen was Silas Toronthal, die steeds door Sarcany in die doolhoven van het dobbelspel voortgesleurd werd, niet veel tijd meer +gegund om tot verademing te komen. Zijn vermogen was spoedig te gronde gericht. Er moet bijgevoegd worden om der rechtvaardigheids +wille, dat het Sarcany niet veel moeite gekost had, om van den ouden bankier, die steeds een doldriftig speculant was geweest, +die meer dan eens zijn naam en bestaan in finantiëele ondernemingen, waarvan het blind geluk de gids was, ergerlijk gewaagd +had, een speler, een getrouwe van kroegen en speelholen te maken. De geaardheid zat er in en had slechts op de gelegenheid +gewacht, om tot ontwikkeling te komen. + +</p> +<p>Daarenboven, hoe zou Silas Toronthal hierbij weerstand hebben kunnen bieden? + +</p> +<p>Was hij niet meer dan ooit in de macht van zijn ouden makelaar bij zijne Tripolitaansche handelsondernemingen? + +</p> +<p>Wel is waar, kwam zijn gemoed meermalen in opstand, maar dat baatte hem weinig; want Sarcany hield hem door zijne onweerstaanbare +meerderheid in onverbreekbare boeien gekluisterd; en de ellendeling was zoo diep gezonken, dat hem de geestkracht ontbrak, +zich uit zijne vernedering op te richten. + +</p> +<p>Sarcany verontrustte zich dan ook geenszins over die vlagen van weerstand, welke zijn medeplichtige soms aan den dag legde, +alsof hij het juk van zijn noodlottigen invloed wilde afschudden. De onbeschoftheid zijner antwoorden, de onwrikbaarheid zijner +logica deden Silas Toronthal ras den nek weer buigen. + +</p> +<p>De eerste zorg der beide medeplichtigen was geweest, toen zij Ragusa onder de omstandigheden, die de lezer voorzeker niet +vergeten heeft, verlaten hadden, om Sava onder bewaking van Namir in verzekerde <a id="d0e1731"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1731">61</a>]</span>bewaring te stellen. En inderdaad, in die schuilplaats te Tetuan, als het ware een verloren plekje op de grenzen van het Marokkaansche +rijk, zou het moeielijk geweest zijn haar weer te vinden. + +</p> +<p>Daar had de onverbiddelijke bondgenoote van Sarcany op zich genomen, de wilskracht van het jonge meisje te verbrijzelen, ten +einde haar te noodzaken hare toestemming tot dat gehaatte huwelijk te geven. Sava evenwel was tot nu toe onverzettelijk in +haar besluit geweest en had zich daarbij gesterkt gevoeld door hare herinneringen aan Piet Bathory. Maar, ... zou zij—die +vraag mocht wel rijzen: altijd kunnen weerstand bieden? + +</p> +<p>Intusschen had Sarcany zijn makker steeds opgehitst, om voort te gaan met dwaasheden aan de speeltafel uit te voeren, hoewel +hij zelf daarbij zijn eigen vermogen verkwist had. Hij scheen daar een doel mede te hebben. + +</p> +<p>In Frankrijk, in Italië, in Duitschland, in een woord in alle de groote bevolkings-centra, waar de blinde godin van het spel +hare altaren opgeslagen had, op de beurs, bij de wedrennen en in de speelzalen der groote hoofdsteden, der badplaatsen, enz. +had Silas Toronthal aan de stem der verleiding van Sarcany gehoor gegeven; en weldra was zijn vermogen tot op een paar honderd +duizend francs ingeslonken En dat kon niet anders, want terwijl de bankier slechts zijn eigen geld op het spel zette, waagde +Sarcany dat van den bankier. En langs dat dubbel hellend vlak spoedden beiden zich met dubbele snelheid naar het verderf. + +</p> +<p>Daarenboven wat de spelers de “déveine” noemen,—een naam waarachter zij hunne domme verblindheid verbergen,—verklaarde zich +werkelijk in hun nadeel. En toch geschiedde dat niet zonder dat zij alle kansen beproefd hadden. Zij waren zelfs uitermate +vindingrijk geweest, om nieuwe speelwijzen te volgen; maar te vergeefs. + +</p> +<p>Om kort te gaan, het was het baccarat-spel, dat het grootste gedeelte der millioenen verslond, die van de goederen van graaf +Mathias Sandorf afkomstig waren, zoodat Silas Toronthal er toe was moeten overgaan, om het fraaie huis in de Stradona-laan +te Ragusa te verkoopen. Dat was een zware slag voor den bankier geweest. + +</p> +<p>Eindelijk, walgend van die verdachte huizen en bijeenkomsten, alwaar het “rien ne va plus” der “croupiers” in de Peloponesische +taal, in de zoogenaamde dieventaal, uitgesproken moest worden, waren zij ten langen laatste een weinig meer eerlijkheid komen +afbedelen aan de roulette en aan het “trente et quarante” te Monte Carlo. Dat zij nu letterlijk uitgeschud waren, hadden zij +thans slechts aan hunne stijfhoofdigheid te wijten, die hen er toe aangezet had, om den strijd bij zoo ongelijke kansen hardnekkig +vol te houden en voort te zetten. +<a id="d0e1745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1745">62</a>]</span></p> +<p>En, ziedaar de redenen, waarom die twee mannen zich thans sedert drie weken te Monte Carlo bevonden. + +</p> +<p>Monte Carlo maakt een onderdeel uit van het vorstendom Monaco, en daar het <i lang="fr">à tout Seigneur tout honneur</i> ook hier betracht dient te worden, zullen wij, hoe bescheiden dat landje ook is, ons eerst met het Rijk en daarna met de +onderhoorigheid bezighouden. + +</p> +<p>Monaco is een zelfstandig, onder de beschermheerschappij van den koning van Italië gesteld vorstendom, hetwelk aan den westelijken +oever van de golf van Genua gelegen en door het Fransche departement des Alpes Maritimes ingesloten wordt. Vroeger was het +iets meer uitgebreid dan thans, maar in 1871 stond Vorst Karel Honorius, nadat in 1860 Nizza door Frankrijk ingelijfd was +geworden, de gemeenten Mentone en Roccabruna tegen eene vergoeding van vier millioen francs aan laatstgenoemd rijk af. + +</p> +<p>Het tegenwoordige vorstendom, dat bijna O,5 <span class="abbr" title="vierkante"><abbr title="vierkante">□</abbr></span> geograpische mijl beslaat en ongeveer dertig minuten lang en op sommige plaatsen slechts honderd vijftig meter breed is, +telt ongeveer 10,200 inwoners en vormt eene erfelijke monarchie in het bezit van het Genueesche Huis Grimaldi. + +</p> +<p>Volgens de geleerden, zoude de naam Monaco afgeleid worden van een tempel aan Hercules Monoecus gewijd. Het rijkje bezit een +staatsraad, die uit vijf leden bestaat, en eene bezetting van een bataillon nationale militie. + +</p> +<p>Het stedeke Monaco is gelegen op een in zee uitspringend terras, en zoowel deze uitnemende ligging als het ongemeen gunstig +klimaat en het voortbestaan van de eenige speelbank in Europa, lokt vele vreemdelingen derwaarts. Men ziet er een vorstelijk +kasteel, omringd door fraaie wandelparken en vestingwerken. De stad telt nagenoeg drie duizend inwoners; heeft eene haven +voor niet diepgaande schepen en eene katoenfabriek, die nog al verkeer verschaft. Door hare breede en stevige muren heeft +de stad een krijgshaftig en zelfs een sterk aanzien, en herinnert er weer aan, hoe deze muren weleer tot schuilplaats van +zeeroovers dienden. + +</p> +<p>Aan de andere zijde der baai, vlak tegenover, ligt Monte Carlo met zijn Casino, waarheen een prachtige en uitstekend onderhouden +rijweg heen voert, te midden van berken- en pijnboomen, cypressen en ceders. + +</p> +<p>De ingang van het Casino, hetwelk op een open plein staat, is met fraaie marmeren beelden versierd. Dat plein geeft toegang +tot de rijk gemeubelde voorzalen, waarin danspartijen en concerten gegeven worden. Daarachter bevindt zich een heerlijk ingerichte +leeszaal, waarin men de dagbladen en de tijdschriften van de geheele beschaafde wereld vindt. + +</p> +<p>Naast de eetzaal zijn de inderdaad smaakvolle en weelderig ingerichte <i>Salons de jeu</i> te vinden. +<a id="d0e1773"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1773">63</a>]</span></p> +<p>Het geheele Casino is op Franschen voet ingericht, wat zich door de onmiddellijke nabijheid der grenzen wel verklaren laat. + +</p> +<p>Men ziet er slechts Fransch geld op de groene tafel. + +</p> +<p>De toegang tot de speelzalen wordt niet aan een ieder verleend. Zij, die tot den dienstbaren stand behooren, en personen, +die niet net genoeg gekleed zijn, worden stelselmatig geweerd. In de eerste plaats wordt er een vernis van goede manieren +geëischt. De edelman, die zich aan de groene tafel ruïneert, doet dat in de meest verfijnde vormen. + +</p> +<p>Toch kan op gebeurtenissen gewezen worden, dat een ongelukkige speler zich in het midden der zaal, ten aanschouwe van een +ieder, door een pistoolschot het leven benam. + +</p> +<p>De contrôle, op de gasten der speelzalen uitgeoefend, is zeer streng, ook op hen die, wat hunne kleeding en manieren betreft, +niets te wenschen overlaten. Niemand kan er binnen komen zonder eene entrée- of beter eene introductie-kaart, die door den +<i lang="fr">Commissaire Spécial</i> onderteekend moet zijn. Die kaart wordt slechts tegen nauwkeurige opgave van naam, woonplaats en stand in de maatschappij +afgegeven, terwijl op iedere kaart duidelijk uitgedrukt staat, dat zij slechts voor één dag geldig is. + +</p> +<p>Door de veelvuldige zalen, gangen en galerijen zwerven tallooze lakeien met gegalonneerde rokken en met gladgeschoren vervelende +gezichten. + +</p> +<p>In den regel wordt het spel tegen den avond met meer opgewondenheid voortgezet dan over dag. De geheele zaal is dan door duizenden +waskaarsen schitterend verlicht en verdringt zich dan eene dichte menigte rondom de groene tafel, zoodat de voorste rij, waar +gewoonlijk de vaste spelers zitten, onwillekeurig angstig omkijkt. Er wordt nimmer toegejuicht; maar evenmin wordt er eene +klacht vernomen. Men hoort slechts het gerinkel of beter het metaalachtig geriktik van het goud. Hier mogen slechts de oogen, +niet de lippen spreken. Ook dat is door de almachtige “<span lang="fr">Administration</span>” bepaald. + +</p> +<p>Maar hoe duidelijk zijn die blikken, hoe begrijpelijk is dat gebarenspel! + +</p> +<p>In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. Zij verlieten de speeltafels niet meer, waarbij zij de onfeilbaarste +en de nieuwste kunstgrepen probeerden, die hen evenwel al verder en verder in het verderf dompelden. IJverig bestudeerden +zij de omwentelingen der roulette, wanneer de hand des croupiers in het laatste kwartieruur van haren dienst vermoeid raakte; +zij stapelden maximum sommen op de nummers, die maar niet uit wilden komen; zij verwarden de meest eenvoudige combinatiën +met de meest samengestelde; zij hoorden de raadgevingen aan van oude ongeluksvogels bij het spel, die zich thans voor professoren +in de edele kunst uitgaven, en volgden die blindelings; zij wendden de domste pogingen aan en <a id="d0e1798"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1798">64</a>]</span>pleegden de meest bijgeloovige handelingen, die den speler tusschen het kind, dat zijn verstand nog niet heeft, en den idioot, +die het voor altijd verloren heeft, eene plaats aanwijzen. En nog, wanneer men slechts zijn geld bij het spel verloor, dan +was het betrekkelijk nog niets; maar men raakt er zijne verstandelijke vermogens tevens zoodanig kwijt, dat men er toe komt +de meest bespottelijke combinatiën uit te denken; men geeft er zijne persoonlijke waardigheid prijs bij de aanraking dier +wereld, welker gemengdheid zich aan allen, die er zich in wagen, opdringt. + +</p> +<p>Om kort te gaan, ten gevolge van de gebeurtenissen op dien avond, die berucht werden in de annalen van het wereldberoemde +Monte Carlo, door de hardnekkigheid, ja de stijfhoofdigheid om vol te houden tegen eene serie van zeventien keeren, dat de +roode kleur bij het <i lang="fr">trente et quarante</i> uitkwam, bleven aan de twee medeplichtigen nog niet eens meer tweemaal honderd duizend francs over. + +</p> +<p>Dat was de ellende en de bedelstaf binnen een zeer beperkt verschiet, vooral voor mannen als deze. + +</p> +<p>Maar al hadden zij ook al hun vermogen verloren, zoo waren zij toch nog hun verstand niet geheel en al kwijt; want terwijl +zij daar op het terras stonden te praten, konden zij een speler zien voorbijsnellen, die met het hoofd op hol, door de tuinen +van het Casino rondliep en uitriep: + +</p> +<p>“Kijk!... Kijk!... Hij draait steeds!... Hij draait steeds!... En zal altijd draaien!...” + +</p> +<p>Allen, die hem zagen, lachten hartelijk; en toch was daar zeer weinig reden om te lachen. + +</p> +<p>De ongelukkige verbeeldde zich, dat hij juist gezet had op het nummer, hetwelk voorbeschikt was, om uit te komen; maar dat +de cilinder, door eene spookachtige omwentelingskracht verward, draaide, draaide, draaide, en was blijven draaien tot het +einde der eeuwen en der wereld!... + +</p> +<p>De arme kerel was krankzinnig! Geheel en al onherstelbaar krankzinnig! + +</p> +<p>“Zijt gij thans weer kalm geworden, Silas Toronthal?” vroeg Sarcany aan zijnen medeplichtige, die geheel buiten zichzelven +van ontsteltenis was. + +</p> +<p>“Kalm, kalm!” bromde de bankier binnensmonds. “Gij hebt goed praten! Ik wilde u wel in mijne plaats zien.” + +</p> +<p>“Dat die waanzinnige u tot voorbeeld strekke, wat het zeggen wil, in zulke omstandigheden het hoofd te verliezen.” + +</p> +<p>“Ik herhaal het, en zal het steeds herhalen: gij hebt mooi praten; maar ik wilde u wel in mijne plaats zien.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p065.jpg" alt="In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. (Bladz. 63.)" width="502" height="720"><p class="figureHead">In die vertrekken vinden wij Silas Toronthal en Sarcany terug. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1773" class="typeref">63</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Wij zijn niet geslaagd, dat is zoo,” vervolgde Sarcany; “maar <a id="d0e1838"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1838">65</a>]</span><a id="d0e1839"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1839">66</a>]</span>het lot zal keeren, omdat het daartoe gedwongen zal worden, ook zonder dat wij er iets voor doen.” + +</p> +<p>Silas Toronthal, in de meest onbevredigde stemming verkeerende, knorde steeds binnensmonds. + +</p> +<p>“Neen, wij moeten en wij mogen niets ondernemen, om het lot gunstiger te stemmen!” ging Sarcany voort. “Dat is gevaarlijk, +en daarenboven geheel overbodig.... Men slaagt er nimmer in, het lot te wijzigen, wanneer het ongunstig is. En niets kan het +storen, wanneer het in ons voordeel is!... Laten wij wachten, totdat het ongeluk afgewend zal zijn, en laten wij dan niet +aarzelen, om ons spel, wanneer wij de veine hebben, hoog op te voeren.” + +</p> +<p>Luisterde Silas Toronthal naar die trouwelooze raadgevingen, die evenals alle redeneeringen, welke hasardspelen betreffen, +slecht, zeer slecht waren? Neen, voorzeker niet! Hij gevoelde zich diep ter neergedrukt en had toen slechts eene overheerschende +gedachte, namelijk: om aan de macht, welke Sarcany zoo noodlottig op hem uitoefende, te ontsnappen, om zoover weg te vluchten, +dat zijn verleden achter bleef en hem niet zou kunnen volgen, om op een gegeven oogenblik tegen hem op te staan! Maar zulke +aanvallen van beslissende wilskracht konden onmogelijk lang duren in die verweekte ziel, waarvan al de veerkracht gebroken +was. Daarenboven werd hij van nabij bewaakt en bespied door zijn medeplichtige. Sarcany, alvorens hem aan zich zelven over +te laten, alvorens hem als een uitgeperste citroen weg te werpen, had hem nog noodig, totdat zijn huwelijk met Sava voltrokken +zoude zijn. Daarna zou hij zich van Silas Toronthal wel weten te ontdoen. Hij zou hem dan vergeten, hij zou zich dat zwakke +wezen niet meer herinneren, alsof hij nimmer bestaan had, hij zou niet meer willen weten, dat zij te zamen zaken gedaan hadden! +Maar tot dat oogenblik moest de bankier in zijne afhankelijkheid blijven! Zoo had Sarcany het besloten en zoo meende hij dat +het moest geschieden. + +</p> +<p>“Silas Toronthal,” hernam Sarcany, “wij zijn heden zoo ongelukkig geweest, dat het ongunstige lot in ons voordeel moet keeren!... +Morgen zal het ons gunstig zijn!” + +</p> +<p>“En als ik het weinige wat mij overblijft verlies!” antwoordde de bankier, die te vergeefs tegen die verkeerde raadgevingen +trachtte op te komen. “Zeg, wat dan?” + +</p> +<p>“Dan blijft ons Sava Toronthal over!” was het antwoord, dat Sarcany vrij driftig gaf. + +</p> +<p>“En dan?” vroeg de bankier op geheel ter neder geslagen toon. “En dan?...” + +</p> +<p>“Dat is eene bovenste beste troef in ons spel. Die kan onmogelijk overgetroefd worden!” + +</p> +<p>“Ja, morgen!... Gij denkt slechts, die dan leeft, die dan zorgt, niet waar?” +<a id="d0e1859"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1859">67</a>]</span></p> +<p>“Zeker morgen!” bevestigde Sarcany. “Morgen zal het mijn geluksdag zijn, wees daarvan verzekerd.” + +</p> +<p>“Ja, morgen! ... morgen!” herhaalde de bankier, die zich in die gemoedsstemming bevond, waarin een speler zijn hoofd als inzet +zou stellen. “Morgen!... Morgen!... Welaan, het zij zoo!” + +</p> +<p>Beiden keerden naar hun hôtel terug, dat halverwege van de laan gelegen was, die van Monte Carlo naar La Condamine voert. + +</p> +<p>De haven van Monaco, die begrepen ligt tusschen de kaap Focinana en het fort Antonius, vormt een vrije open kreek of kleine +baai, die toegang aan de noordwestelijke en zuidwestelijke winden verleent. Zij buigt zich landwaarts in van de rotsmassa +af, die de hoofdstad van den Monacoschen staat torscht, tot aan het hoogvlak, waarop de hôtels, de villaʼs en het speelhuis +van Monte Carlo verrijzen, aan den voet van den prachtigen Mont-Ayel, wiens top elf honderd meters hoog is en het schilderachtige +panorama van de kusten van Ligurië beheerscht. + +</p> +<p>De stad, die zooals gezegd is drie duizend inwoners telt, gelijkt op een dischversiersel, hetwelk op die prachtige tafel geplaatst +zoude zijn, die door de rots van Monaco gevormd en langs drie zijden door de zee bespoeld wordt, en die zelve onzichtbaar +is onder het eeuwige groen der palmboomen, der granaatboomen, der sycomoren, der peperboomen, der oranje- en citroenboomen, +der eucalyptussen, der boomachtige varens en struikgewassen, zooals geraniums, aloëssen, myrten, palmachristiʼs en zoovele +anderen, die in eene bevallige wanorde naast en tusschen elkander groeien. + +</p> +<p>Aan de andere zijde van de havenkom ligt, vlak tegenover de hoofdplaats Monaco, Monte Carlo met zijne zonderlinge gebouwen +en massaʼs, die zich op alle bergwrongen verheffen, die zigzagsgewijze nauwe en klimmende straten vormen, die tot bij den +weg van La Corniche stijgen, welke weg halverwege den berg, als in de lucht hangende, aangetroffen wordt. Dat Monte Carlo +vertoont als het ware een schaakbord van tuinen, waarin de gewassen steeds in bloei zijn, van bevallige woningen in alle vormen, +van villaʼs in alle bouwstijlen, en waarvan er ettelijke als zwevende boven de heldere wateren der Middellandsche zee gebouwd +zijn. Het is inderdaad een bekoorlijk oord, een der fraaiste, hetwelk het schoone Italië oplevert. + +</p> +<p>Tusschen Monaco en Monte Carlo, heel diep in de bocht der haven, van het strand af tot aan de vernauwing van het grillig toeloopend +dal, dat de berggroepen scheidt, ontwikkelt zich eene derde stad: dat is La Condamine. + +</p> +<p>Daarboven ter rechterzijde verrijst een grootsche berg, wiens profiel, naar de zeezijde gekeerd, hem den naam van den Hondenkop +heeft verleend. Op dien kop ontwaart men thans ter hoogte van vijfhonderd twee en veertig meters boven de oppervlakte der +zee, een fort, dat <a id="d0e1876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1876">68</a>]</span>gezegd kan worden onneembaar te zijn, en de eer heeft tot het Fransche grondgebied te behooren. Aan dien kant bevindt zich +de grens van het Monacosche rijkje. + +</p> +<p>Van La Condamine naar Monte Carlo kunnen de rijtuigen langs een prachtigen hellenden weg naar boven komen. Op het hoogste +gedeelte daarvan verrijzen de particuliere woningen en de hôtels, waarvan een door Sarcany en Silas Toronthal betrokken was. +Van uit de vensters hunner vertrekken, die naast elkander gelegen waren, genoot men een vergezicht, hetwelk zich tot La Condamine, +ja tot over Monaco uitstrekte en slechts door den Hondenkop begrensd werd, door dat dogsgelaat, hetwelk de Middellandsche +zee schijnt te ondervragen, zooals de Sfinx dat met de Lybische woestijn deed. + +</p> +<p>Sarcany en Silas Toronthal hadden zich na hunne teleurstellingen in hunne kamers teruggetrokken en onderzochten en overpeinsden +daar den toestand, natuurlijk ieder van zijn standpunt. Zouden thans de banden der gemeenschappelijke belangen, die hen gedurende +vijftien jaren te zamen gebonden hadden, door de fortuinswisselingen verbroken worden? + +</p> +<p>Bij zijne thuiskomst had Sarcany een brief gevonden, die van Tetuan aangebracht was en dien hij dadelijk geopend had. Hij +wierp er in alle haast een blik in. + +</p> +<p>In weinige regels deelde hem Namir twee tijdingen mede, die voor hem zeer belangrijk waren. Vooreerst den dood van Carpena, +die in de haven van Ceuta, tengevolge van zeer zonderlinge omstandigheden verdronken was. Dan de verschijning van dokter Antekirrt +op dat punt van de Marokkaansche kust, alsmede de aanrakingen die deze met den Spanjaard gehad had, waarna hij dadelijk weer +verdwenen was. + +</p> +<p>Toen hij dien brief gelezen had, opende Sarcany het venster van zijne kamer. En daar, geleund op den rand van het balkon, +gaf hij zich, terwijl zijn blik doelloos en verstrooid over het landschap en over de blauwe golven der Middellandsche zee +waarde, aan zijne overpeinzingen over. Die waren verre van rooskleurig. + +</p> +<p>“Carpena dood!... Dat kon waarlijk niet beter te pas komen!... Komaan, dan waren zijne geheimen met hem verdronken en in de +diepte op den bodem van den Oceaan begraven!... Van dien kant kan ik dus gerust zijn!.. Daaromtrent heb ik niets meer te vreezen!” + +</p> +<p>Toen met alle nieuwsgierigheid tot het tweede gedeelte van den brief overgaande: + +</p> +<p>“Wat de verschijning van dien dokter Antekirrt te Ceuta betreft, dat komt mij ernstiger voor!... Wie is die man toch?... Dat +zou mij, alles wel beschouwd, bitter weinig kunnen schelen, wanneer ik hem niet sedert eenigen tijd min of meer daadwerkelijk +gemengd <a id="d0e1894"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1894">69</a>]</span>vond in alles wat mij betreft! ... Te Ragusa, zijne bezoeken aan de familie Bathory! ... Te Catania, die strik, welken hij +aan Zirone gespannen heeft! ... Te Ceuta, die tusschenkomst, die evenwel Carpena het leven gekost heeft! ... Hij was daar +dicht bij Tetuan! ... Maar het schijnt niet, dat hij er heen gegaan is, ook niet, dat hij weet, dat daar de schuilplaats van +Sava te vinden is. Dat zou een verschrikkelijke slag zijn, die evenwel nog gebeuren kan! ... Wij zullen zien, of die niet +voorkomen kan worden, niet alleen voor het toekomstige maar zelfs voor het tegenwoordige! ... De Senousisten zullen weldra +meester zijn van de geheele Cyrenaïsche kuststrook; ... zij zullen dan slechts een zeearm over te steken hebben, om Antekirrta +aan te kunnen vallen! ... Als zij in dat spoor voortgedreven moeten worden ... welnu, dan zal ik wel ...” + +</p> +<p>Het is klaarblijkelijk, dat alle die feiten donkere vlekken aan Sarcanyʼs gezichteinder vormden. In de sombere verwikkelingen, +die hij pas voor pas ontwierp, om zijn doelwit te bereiken, en hetwelk hij schier met de hand aanraakte, kon het kleinste +steentje een struikelblok worden, die hem zou kunnen doen vallen en vernietigen. En van dien val zou hij waarschijnlijk niet +meer opstaan. Nu was die tusschenkomst van dokter Antekirrt in zijne plannen wel geschikt om hem te verontrusten; maar wat +hem nog meer zorgen baarde, en ernstige zorgen, was de tegenwoordige toestand van Silas Toronthal. Die was het krankzinnig +worden nabij. + +</p> +<p>“Ja,” zoo sprak hij tot zich zelven, “wij zijn, inderdaad, zonder uitweg tegen den muur gedrongen! ... Morgen wordt alles +op één worp, op één dobbelsteen gezet! ... Of de bank zal springen, of ... wij! Dat ik geruïneerd zal zijn door zijn val ... +wat kan dat schelen? Ik kan mij herstellen ... Maar Silas Toronthal? Dat is iets anders ... Dan zal hij gevaarlijk worden, +... dan kan hij geneigd zijn te praten, ... dan kan hij het geheim openbaren, waarop mijn geheele toekomst rust! ... Dan zou +hij, nadat hij zoolang in mijne macht geweest is, macht over mij krijgen!” + +</p> +<p>En, inderdaad, de toestand was zoodanig, als Sarcany hem inzag. Hij kon zich deswege geen droombeelden maken, ook niet over +de moreele waarde van zijn medeplichtige. Hij had hem vroeger onderwijs in onrecht en laaghartigheid gegeven, en Silas Toronthal +zou niet nalaten die lessen op te volgen, wanneer hij niets meer te verliezen zou hebben. + +</p> +<p>Sarcany vroeg zich toen af, hoe hij te handelen had in zooʼn benauwend uiterste. + +</p> +<p>Terwijl hij zoo in gedachten verzonken zat, zag hij niet, wat bij den ingang der haven van Monaco, die eenige honderden voeten +beneden hem gelegen was, plaats vond. + +</p> +<p>Op den afstand van eene kabellengte van dien ingang gleed een <a id="d0e1908"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1908">70</a>]</span>lang spoelvormig lichaam in volle zee voorwaarts, dat noch mast noch schoorsteen vertoonde, en waarvan de romp slechts twee +of drie voeten boven de wateroppervlakte uitstak. Dat vaartuig kwam weldra, na langzamerhand de Focicana-kaap tot vlak onder +het duiven-schietterrein van Monte Carlo genaderd te zijn, eene meer gunstige ankerplaats, voor de branding beveiligd, zoeken. +Toen die gevonden en het anker in den zeebodem gevallen was, stak eene lichte jol, van plaatijzer vervaardigd, die als in +de flanken van dat schier onzichtbare schip verscholen was geweest, van boord af, nadat drie mannen daarin plaats hadden genomen. +Weinige riemslagen waren voldoende, om het nabijgelegen strand te bereiken, waar twee der opvarenden aan wal stapten, terwijl +de derde de jol naar boord terugroeide. Weinige minuten later was het geheimzinnige vaartuigje, dat zijne tegenwoordigheid +noch door een licht noch door eenig gedruisch verraden had, zonder eenig spoor na te laten, in de duisternis verdwenen. + +</p> +<p>Wat de beide ontscheepte mannen betrof, deze volgden, nadat zij de strandstrook overgestoken waren, den voet der rotsen en +richtten hunne schreden naar het station van den spoorweg van Monaco, daarna sloegen zij de Spelugualaan in, die sierlijk +en bevallig om de tuinen van Monte Carlo voert. + +</p> +<p>Sarcany had daarvan niets gezien. Zijne gedachten voerden hem in dit oogenblik ver, zeer ver van Monaco, naar den kant van +Tetuan... Maar hij dwaalde er niet alleen heen. Hij noodzaakte zijn medeplichtige die denkbeeldige reis mede te maken. Die +was waarachtig in geene stemming om denkbeeldige reizen te volvoeren. + +</p> +<p>“Silas! ... ik in de macht van Silas Toronthal!..” zoo herhaalde hij al prevelend in zich zelven. “Silas, die met één woord +mij zou kunnen beletten, mijn doel te bereiken! ... Dat nooit! ... Als wij morgen het geld niet teruggewonnen hebben, wat +het spel ons ontnomen heeft, dan zal ik hem wel noodzaken mij te volgen! ... Ja, dat zal ik ... mij te volgen tot Tetuan toe +... en wie zal zich daar op de Marokkaansche kust om Silas Toronthal bekommeren, wanneer hij eensklaps kwam te verdwijnen? +Niemand ter wereld, niemand, niet waar?” + +</p> +<p>De lezer weet het: Sarcany was er de man niet naar, om voor eene misdaad meer of minder terug te deinzen, vooral wanneer de +omstandigheden, zooals de onbekendheid van de landstreek, de woestheid harer inwoners, de onmogelijkheid om den schuldige +op te sporen en uit te vinden, de volvoering zoo gemakkelijk zouden maken. + +</p> +<p>Toen zoo zijn plan vastgesteld was, sloot Sarcany het venster, ging naar bed en was weldra in een diepen slaap gedompeld, +zonder dat zijn geweten die rust stoorde, zonder dat zelfs eenige wroeging zich deed gevoelen. +<a id="d0e1920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1920">71</a>]</span></p> +<p>Met Silas Toronthal was het niet zoo gesteld. De bankier bracht een schrikkelijken nacht door. En niet zonder reden! Wat bleef +hem van zijn vermogen van weleer nog over? Ter nauwernood tweemaal honderd duizend franken, die door het spel niet verzwolgen +waren. En dan nog: die behoorden hem niet eens. Dat was de inzet van de laatste partij! De laatste kans, die te wagen was! +De toestand was in zijn oogen ontzettend netelig. + +</p> +<p>Dat was de wil van zijn medeplichtige; dat was zijn eigen wil! Zijne verzwakte, verweekte hersenen, die met dwaze berekeningen +vervuld waren, gedoogden hem niet meer om kalm en juist te redeneeren. Hij was zelfs onbekwaam—in dit oogenblik althans—om +zich rekenschap van zijn toestand te kunnen geven, om dien te kunnen overzien, zooals Sarcany niet zonder sluwheid gedaan +had. Hij begreep volstrekt niet, dat de rollen verwisseld waren, dat hij den man nu in zijne macht had, die hem zoo lang het +dwangjuk had doen gevoelen. Hij had slechts oogen voor het tegenwoordige, dat hem zijn onmiddellijken ondergang deed aanschouwen, +en dacht slechts aan den dag van morgen, die hem redden zou, of hem tot de laagste sport van de ladder der menschelijke ellende +zou doen afdalen. + +</p> +<p>Zoo ging die nacht voor de beide vennooten zeer ongelijk, zooals men ziet, voorbij. + +</p> +<p>Gunde hij den eenen eenige uren rust, zoo liet hij den anderen zich slechts wanhopig wentelen in angstige pijnlijkheid en +volslagen slapeloosheid. + +</p> +<p>Den volgenden morgen tegen tien uren vervoegde Sarcany zich bij Silas Toronthal. De bankier was voor zijne tafel gezeten en +hield zich halsstarrig bezig met eenige vellen papier met cijfers en formulen te bekladden. Blijkbaar had hij den nacht met +dien arbeid doorgebracht. Hij zag er uit als het beeld der verpersoonlijkte wanhoop. + +</p> +<p>“Welnu, Silas Toronthal,” begon de Siciliaan op dien luchtigen toon, die aan de ellende in dit tranendal niet meer gewicht +schenkt, dan zij waard is.<span id="d0e1933" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>De bankier antwoordde niet, hij scheen te zeer in zijne formulen en berekeningen verdiept. + +</p> +<p>“Hebt gij eindelijk de voorkeur aan de roode of aan de zwarte kleur geschonken?” vervolgde Sarcany. + +</p> +<p>“Ik heb geen enkel oogenblik geslapen!” siste Silas Toronthal meer dan hij sprak. + +</p> +<p>“Niet?” + +</p> +<p>“Neen, geen enkel. Hebt gij kunnen slapen?” vroeg de bankier woest, terwijl een zweem van afgunst zijn gelaat ontroerde. + +</p> +<p>“Zeker heb ik kunnen slapen. Maar ... des te erger, Silas Toronthal, des te erger voor u.” +<a id="d0e1947"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1947">72</a>]</span></p> +<p>“Waarom? Zeg mij, waarom des te erger voor mij en niet voor u? Dat wil en moet ik weten.” + +</p> +<p>“Heden moet gij noodzakelijk koelbloedig wezen en zouden een paar uren rust u goed gedaan hebben.” + +</p> +<p>“Och, wat! Bah!... Wat beteekent rust?... Heb ik rust noodig?.. En toch....” + +</p> +<p>“Kijk mij... Ik heb heerlijk geslapen, en ik bevind mij in den gewenschten toestand om den kamp met de fortuin te aanvaarden. +Ik wilde, dat gij zoo kalm waart als ik.” + +</p> +<p>“De fortuin?... De fortuin?...” herhaalde Silas Toronthal nadenkend en met de hand voor het voorhoofd geslagen. + +</p> +<p>“Ja, de fortuin! Zij is, wel beschouwd, vrouw en als zoodanig deelt zij hare gunsten uit aan hen, die sterk genoeg zijn, om +haar te beheerschen en haar onder den duim te houden,” + +</p> +<p>“Zij heeft ons toch verraden! Ja, verraden, zooals dat slechts eene vrouw doen kan!” + +</p> +<p>“Bah!... Een eenvoudige gril!... Als die gril over is, keert zij tot ons terug! Zijt gij daaromtrent niet ten innigste overtuigd? +Gij zult zien, zij komt tot ons terug!” + +</p> +<p>Silas Toronthal antwoordde niet. Had hij wel gehoord, wat Sarcany tot hem zeide, terwijl zijn blik het vel papier niet verliet, +dat voor hem lei en waarop hij zijne vrij nuttelooze combinatiën uitgerekend had? Dat was voorzeker te betwijfelen. Hij bleef +het oog op de cijferreeksen gevestigd houden en scheen overigens niets te zien of te hooren. + +</p> +<p>“Wat deedt gij dan toch, toen ik binnentrad?” vroeg Sarcany, terwijl hij het papier greep. + +</p> +<p>“Ik?” hernam de bankier als verschrikt... “Ik?... Geef mij dat papier terug, Sarcany.” + +</p> +<p>“Berekeningen, ... onfeilbare martingalen om te winnen?.. Drommels, waarde Silas, het komt mij voor, dat gij zeer ongesteld +zijt. Het begint u waarlijk in het hoofd te schelen!” + +</p> +<p>“Kom, loop heen, ik... Maar geef mij dat papier terug, Sarcany, ik bid er u om.” + +</p> +<p>“De fortuin, of beter het toeval, de kans laat zich niet door berekeningen onderwerpen. En het is die fortuin, dat toeval, +die kans alleen, die heden uitspraak zal doen: voor of tegen ons!” + +</p> +<p>“Welnu?” vroeg Silas Toronthal, terwijl hij hem het papier uit de handen trok, het opvouwde en in zijne portefeuille opborg. + +</p> +<p>“Ik ken maar eene manier, Silas, om dat toeval te leiden, te dwingen,” hernam Sarcany op spotzieken toon. + +</p> +<p>“Welnu?” herhaalde de bankier vragend: “Zeg mij die manier, Sarcany, als zij goed is.” + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p073.jpg" alt="Ingang der haven van Monaco. (Bladz. 69.)" width="505" height="720"><p class="figureHead">Ingang der haven van Monaco. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e1894" class="typeref">69</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Ja, maar daarvoor moet men bijzondere studiën gemaakt hebben <a id="d0e1995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1995">73</a>]</span><a id="d0e1996"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1996">74</a>]</span> ... en op dat gebied—dit moet gij erkennen—is onze opvoeding onvoltooid gebleven. Van studie hebben wij beiden niet veel +willen weten.” + +</p> +<p>“Maar, wat verder? Spreek dan toch, Sarcany. Wat verder?” vroeg Silas Toronthal stampvoetende. + +</p> +<p>“Laten wij het derhalve geheel, aan het toeval overlaten. Gisteren had de bank de veine, het is niet onmogelijk, dat zij heden +déveine zal hebben. En als dat zoo is, dan”... Sarcanyʼs oogen glinsterden... “heb ik u niets meer te zeggen.” + +</p> +<p>“Dan?...” + +</p> +<p>“Dan zal het spel ons alles weergeven, wat wij verloren hebben! Zult gij dan tevreden zijn?” + +</p> +<p>“Alles?...” + +</p> +<p>“Ja, alles, Silas Toronthal! Alles! Verstaat gij mij? Alles! Alles! Verlaat u op mij.” + +</p> +<p>“God geve het!” zuchtte de bankier zoo weemoedig, alsof het eerlijk verdiende penningen gold. + +</p> +<p>“Maar, nu geene zwakheid, geene ontmoediging meer! Integendeel stoutheid en koelbloedigheid!” + +</p> +<p>“En als wij hedenavond geruïneerd zullen zijn?” hernam de bankier, die voor Sarcany ging staan en hem strak in de oogen keek. +“Zeg, als wij hedenavond niets meer hebben zullen?” + +</p> +<p>“Welnu, dan verlaten wij Monaco! Dat is afgesproken, Silas Toronthal, niet waar?” + +</p> +<p>“Monaco verlaten? Waarom Monaco verlaten? En waarheen dan?... Zoo zonder geld?” + +</p> +<p>“Voorzeker. Wat zouden wij hier uitrichten? Zonder de speelzalen is te Monaco niets uit te richten.” + +</p> +<p>“Monaco verlaten?... Om waarheen te gaan? Daarop antwoordt gij niet, dunkt mij.” + +</p> +<p>Neen, Sarcany antwoordde niet, daarin had Silas Toronthal volkomen gelijk. + +</p> +<p>“O, gevloekt zij de dag, waarop ik u leerde kennen, Sarcany, de dag, toen ik uwe diensten verzocht!” + +</p> +<p>De Siciliaan grinnikte van de pret. Het gesprek werd nu eerst interessant voor hem. + +</p> +<p>“Ik zou niet zoo diep gevallen zijn, als ik thans ben!” ging de bankier kermend voort. + +</p> +<p>“Het is een beetje laat, om thans dergelijke verwijten als oude koeien uit de sloot te halen!” antwoordde de schaamtelooze +kerel. “Dat moest ge toch zelf inzien.” + +</p> +<p>“Zwijg!” riep de bankier uiterst vertoornd. “Zwijg, of ik zal u...” + +</p> +<p>“Het is ook al te gemakkelijk, de menschen ten laatste met verwijten te overladen, wanneer men zich eerst van hen bediend +heeft. <a id="d0e2038"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2038">75</a>]</span>Dat is de meest gebruikelijke manier, om zijne dankbaarheid te toonen!” + +</p> +<p>“Pas op!” riep de bankier verbolgen uit. “Ik waarschuw u ernstig. Pas op!” + +</p> +<p>“Ja!... ik zal oppassen!” mompelde Sarcany onverstaanbaar. “Daar kunt ge staat op maken.” + +</p> +<p>Die soort bedreiging van Silas Toronthal moest den ellendeling in het voornemen sterken, om zijn medeplichtige buiten staat +te stellen, hem te kunnen benadeelen. + +</p> +<p>Daarna hernam hij met luider stem, alsof er hoegenaamd niets gebeurd was: + +</p> +<p>“Waarde Silas,” zei hij honigzoet, “laten wij toch niet boos op elkander worden!... Waartoe zou dat dienen?... Dat overspant +slechts de zenuwen, en, geloof mij, wij mogen heden niet zenuwachtig zijn!... Schep vertrouwen en kijk naar mij: ik wanhoop +niet!... Gij zult zien, heden zal het de dag onzer zegepraal zijn!” + +</p> +<p>“Maar, intusschen.... Als dat nu eens niet gebeurt? Wat dan? is de vraag.” + +</p> +<p>“Mocht bij ongeluk de déveine ons nogmaals teisteren.... Dan ... ja dan....” + +</p> +<p>“Welnu?...” + +</p> +<p>“Vergeet dan niet, dat ik nog andere millioenen in het verschiet heb, waarvan gij uw deel zult hebben.” + +</p> +<p>“Ja!... Ja!...” riep Silas Toronthal uit, bij wien de spelersgeaardheid, die een oogenblik afgeleid was, weer de bovenhand +kreeg. “Ja!... Ja!... ik moet mijne revanche hebben! De bank is te gelukkig geweest!” + +</p> +<p>“Juist, zoo! Zie, nu wordt ge weer de oude fideele kerel! Nu herken ik u weer.” + +</p> +<p>“Te gelukkig geweest!” herhaalde Silas Toronthal, “en dezen avond nog.... Ja, dezen avond!...” + +</p> +<p>“Dezen avond zullen wij rijk, zeer rijk zijn!” riep Sarcany uit, “en ik beloof u, dat wij dan niet meer verliezen zullen, +wat wij teruggewonnen zullen hebben! Wat er ook heden gebeuren moge ... wij zullen dan het spelen staken.” + +</p> +<p>“Heden?...” vroeg de bankier in gespannen verwachting. “Het spelen staken?... Heden reeds?” + +</p> +<p>“Morgen verlaten wij Monte Carlo!... Morgen stevenen wij naar Tetuan.” + +</p> +<p>“Naar Tetuan?... Monte Carlo verlaten?... Waarom, als ik u bidden mag?” + +</p> +<p>“Ja, wij zullen vertrekken.... En deze noodlottige plaats ontvlieden, waar men slechts zijn geld kan verliezen.” + +</p> +<p>“Waarheen?... Maar, waarheen dan toch?” +<a id="d0e2076"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2076">76</a>]</span></p> +<p>“Zooals ik zeide, naar Tetuan, waar wij eene laatste partij te spelen hebben, waarlijk eene allerlaatste partij! Maar daar +niet met leelijke croupiers, maar integendeel met een allerliefst aanvallig meisje.” + +</p> +<p>Silas Toronthal grinnikte, maar antwoordde niet. Hij verdiepte zich weer in zijne kansberekeningen. Eene gedachte aan de arme +Sava kwam niet bij hem op. Het was inderdaad een kerel zonder ziel. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e2081" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">IV.</h2> +<h2 class="normal">DE LAATSTE INZET.</h2> +<p>De salons van den Vreemdelingen-Kring—gewoonlijk Casino geheeten—waren sedert elf uren geopend. Hoewel het getal spelers nog +zeer beperkt was, waren toch reeds eenige roulette-tafels ter wille van de ongeduldigen aan den gang. En het was daar rondom, +dat thans die weinige aanwezigen gezeten of gegroepeerd waren. + +</p> +<p>De stand dezer tafels was vooraf nagegaan en zoo noodig hersteld geworden; want het is van het uiterste belang dat zij volkomen +waterpas staan. En inderdaad, het geringste gebrek te dien opzichte zou toch invloed kunnen hebben op den knikker, die langs +de ronddraaiende schijf voortloopt. Dat zou opgemerkt worden en de arglistige spelers zouden dat spoedig in de gaten hebben +en daarmede zeer ten nadeele van de bank hun voordeel kunnen doen. + +</p> +<p>Op ieder der zes roulette-tafels waren zestig duizend franken, zoowel in goud als in zilverspecie en in papiergeld nedergelegd. +Op ieder der twee trente et quarante-tafels honderd vijftig duizend franken. Dat is de gewone inzet der bank, in afwachting +dat het gunstige seizoen geopend wordt, en het is zeer zeldzaam, dat het bestuur der inrichting genoopt wordt, die eerste +fondsen-verstrekking aan te vullen. Met hare zoo gunstige kansen moet zij steeds winnen. Is dus het spel op zich zelf reeds +als onzedelijk te beschouwen, het is daarenboven dom, want de speler staat tegenover de bank met zeer ongelijke kansen. Hij +wordt als het ware opgelicht en afgezet. + +</p> +<p>Rondom ieder der roulette-tafels hadden reeds acht croupiers, met hunne harken in de hand, de plaatsen ingenomen, die voor +hen bestemd waren. Naast hen zaten of stonden de spelers, of de toeschouwers in gespannen verwachting. +<a id="d0e2094"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2094">77</a>]</span></p> +<p>In de salons wandelden de inspecteurs en de opzichters op en neer en hielden het oog zoowel op de croupiers als op hunne slachtoffers, +terwijl talrijke kellners heen en weer liepen, om het publiek te bedienen. Om een denkbeeld te geven van het gewemel, dat +hier plaats kan hebben, valt mede te deelen, dat niet minder dan honderd en vijftig geëmployeerden in de speelzalen van Monte +Carlo heen en weder drentelen. Een ware legermacht inderdaad. + +</p> +<p>Tegen half een in den namiddag bracht de trein van Nizza zijn gewoon contingent van spelers aan. Zij waren dien dag wellicht +talrijker dan anders. Die serie van zeventien malen de roode kleur van daags te voren, had haren natuurlijken invloed niet +gemist. Een ieder wilde een kijkje komen nemen, of zich zoo iets niet zou herhalen. + +</p> +<p>Dit werkte als eene nieuwe aantrekkingskracht, en een ieder, die van het toeval des spels leefde of daaraan offerde, was gekomen +om met belangstelling het vervolg van zooʼn serie te zien en op te merken. + +</p> +<p>De salons waren een uur later gevuld. Men koutte natuurlijk over die zonderlinge uitkomst, evenwel met zachte stem. Niets +stemt meer akelig dan dat gefluister in die onmetelijke zalen, welker versieringen met verguldsel overladen zijn, die weelderig +gemeubeld en door prachtige kronen en kandelabres verlicht zijn, zonder nog de olielampen te vermelden, die van groene oogenschermen +voorzien zijn, en voornamelijk boven de speeltafels aangebracht zijn. + +</p> +<p>Wat hier, in weerwil van de menigte, die er zich verdringt, den boventoon voert, is niet het geluid der gesprekken, maar wel +het metaalachtige gerinkel der gouden of zilveren muntstukken, die geteld, of op het groene kleed geworpen worden, ook het +geritsel van de bankbiljetten, alsmede het voortdurende: “rood wint en kleur” of “zeventien, zwart, oneven,” door de eentonige +en onverschillige stem des speldrijvers uitgegalmd. + +</p> +<p>Dat alles levert een treurig gezicht op, dat een diepen blik in den afgrond der menschelijke hartstochten gunt. + +</p> +<p>Evenwel twee der voornaamste verliezers van den vorigen dag waren nog niet in de speelsalons verschenen. Reeds waren eenige +spelers op het punt om verschillende kansen te volgen en te wagen, om de veine te grijpen, hetzij bij de roulette, hetzij +bij de trente et quarante-tafel. Maar de afwisselingen van winst en verlies wogen tegen elkander op, en niets duidde er op, +dat het verschijnsel van den vorigen dag zich weer zou voordoen. + +</p> +<p>Tegen drie uren eerst traden Sarcany en Silas Toronthal het Casino binnen. + +</p> +<p>Voordat zij in de speelzalen verschenen, wandelden zij de ruime zaal op en neer, waarin zij weldra de algemeene nieuwsgierigheid +<a id="d0e2113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2113">78</a>]</span>tot zich trokken. Men bekeek hen, men bespiedde hen, men vroeg zich af of zij den strijd weer zouden aanbinden met het noodlot, +dat hun den vorigen dag zoo vijandig, zoo noodlottig was geweest. + +</p> +<p>Eenige zoogenaamde professoren hadden van de gelegenheid wel willen gebruik maken om hun onfeilbare martingalen of kunstgrepen +om te winnen, aan den man te brengen, indien de nieuw aangekomenen maar genaakbaar geweest waren. Maar de bankier Silas Toronthal +zag er zeer verstrooid uit, en merkte niet op, hetgeen rondom hem voorviel. Sarcany was meer koelbloedig, meer gesloten dan +ooit. Het was, alsof hij beider lot in handen had en, van zekere zijde beschouwd, was dat ook zoo. + +</p> +<p>Beiden waren, als het ware, in zich zelven gekeerd, nu zij den laatsten inzet gingen wagen. + +</p> +<p>Onder de vele personen, die hen met die bijzondere nieuwsgierigheid hadden gadegeslagen, welke men aan ernstige lijders of +aan veroordeelden verleent, bevond zich een vreemdeling, die vast besloten scheen, om hen geen oogenblik uit het oog te verliezen. + +</p> +<p>Dat was een jonge man, twee en twintig of drie en twintig jaren oud, met een fijn besneden gelaat en schrander uiterlijk en +spitse neus—een van die neuzen, die, als het ware, meer toekijken dan ruiken.—Zijne oogen waren bijzonder doordringend, maar +verscholen zich achter een bril met eenvoudige beschermende glazen. Hij scheen zeer levendig en het was alsof hij kwikzilver +in de aderen had. Hij hield dan ook de handen angstvallig in de zakken van zijn overjas, om hen te beletten gebaren te maken, +terwijl hij zijne voeten noodzaakte om met de hielen op dezelfde lijn aan elkander gesloten te zijn, om des te zekerder te +zijn, dat zij zoodoende op de plaats bleven. Hij was zeer fatsoenlijk gekleed, hoewel er aan zijn kleeding niets ten offer +gebracht was, om de overdreven eischen van de modedwaasheid te bevredigen. Er was dan ook niets in zijne houding op te merken, +dat naar gezochte voornaamheid zweemde, hoewel hij zich waarschijnlijk niet zeer op zijn gemak voelde in die nauwsluitende +kleedingstukken, die den glans der nieuwheid nog bezaten. + +</p> +<p>Zoo iets zal wel niemand bevreemden, want dat jonge mensch was niemand anders dan Pescadospunt in eigen persoon. + +</p> +<p>Buiten in den tuin stond hem Kaap Matifou geduldig te wachten. Beide vrienden waren dus te Monte Carlo weer vereenigd. + +</p> +<p>Wie zal er aan twijfelen, dat zij voor rekening van dokter Antekirrt in dit paradijs, of in deze hel, door het Monacosche +gebied gevormd, gekomen waren? + +</p> +<p>Zij waren daags te voren door de vlet van de <i lang="en">Electric 2</i>, behoorende tot de vloot van het eiland Antekirrta, op de kaap van Monte Carlo zonder meer ontscheept. Bagage hadden zij +niet noodig geacht. +<a id="d0e2134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2134">79</a>]</span></p> +<p>Met welk doel waren zij hier gekomen? Wat voerde hen hier heen, in die plaats des verderfs? + +</p> +<p>Wij zullen het straks vernemen. De ontwikkeling van het verhaal zal ons wel tot de ontknooping voeren. + +</p> +<p>Twee dagen nadat Carpena aan boord van de <i>Ferrato</i> gebracht was geworden, was hij, in weerwil van zijn protest en zijne tegenspartelingen, in een der onderaardsche casematten +van het eiland Antekirrta gekerkerd geworden. Daar begreep die ontsnapte van het Spaansche presidio al heel spoedig, dat hij +slechts de eene gevangenis tegen eene andere verwisseld had. In plaats van te behooren tot het personeel van veroordeelden +onder het juk van den gouverneur van Ceuta, was hij, evenwel zonder dat hij het wist, in de macht van dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Waar bevond hij zich? Dat wist hij niet. Dat kon hij onmogelijk raden, hoezeer hij zijn brein ook aftobde. + +</p> +<p>Had hij bij de verandering gewonnen? Dat vroeg hij zich niet zonder ongerustheid af. Hij was besloten om alles te doen, alles +in het werk te stellen, om zijn toestand te verbeteren. + +</p> +<p>Hij aarzelde dan ook geen oogenblik, om op de eerste aanmaning, die hem door den dokter zelven gedaan werd, met de grootste +openhartigheid te antwoorden. + +</p> +<p>Of hij den <span id="d0e2152" class="corr" title="Bron: Triester">Triëster</span> bankier Silas Toronthal al dan niet kende? + +</p> +<p>Daarop antwoordde hij ontkennend. + +</p> +<p>Sarcany dan? + +</p> +<p>Ja, dien kende hij, hoewel hij hem slechts zelden en dan nog met groote tusschenpoozen gezien had. + +</p> +<p>Of Sarcany met Zirone en zijne bende in betrekking stond, sedert deze op het eiland Sicilië werkzaam was en de omstreken van +Catania onveilig maakte? + +</p> +<p>Carpena antwoordde daarop bevestigend, daar Sarcany op Sicilië verwacht werd, en hij daar zeer zeker aangekomen zou zijn, +wanneer hij geen bericht had bekomen van den ongelukkigen afloop van den tocht, waarbij Zirone omgekomen was. + +</p> +<p>Waar was Sarcany thans? luidde vervolgens de vraag van dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Te Monte Carlo, wanneer hij ten minste die stad niet binnen kort verlaten had. Daar had hij sedert eenigen tijd zijn verblijf +gevestigd en was daar waarschijnlijk in gezelschap van den bankier Silas Toronthal. + +</p> +<p>Meer wist Carpena niet en meer kon hij dus ook niet vertellen. Maar het medegedeelde was voldoende voor dokter Antekirrt, +om den veldtocht te beginnen. + +</p> +<p>Het is buiten kijf, dat de Spanjaard de drijfveer niet kende, waarom hem de dokter van Ceuta had doen ontsnappen, waarom hij +zich van zijn persoon had meester gemaakt. Ook kon Carpena <a id="d0e2173"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2173">80</a>]</span>niet gissen, dat zijn verraad jegens Andreas Ferrato gekend was door hem, die hem ondervroeg. Daarenboven wist hij ook niet, +dat Luigi de zoon was van den visscher van Rovigno. + +</p> +<p>Carpena werd in eene donkere casemat opgesloten, waarin hij nog strenger bewaakt werd dan dat ooit in de gevangenis van Ceuta +geschied was. Hij zou met niemand in aanraking komen, totdat zijn lot beslist zoude zijn. + +</p> +<p>Zoo was dan een der drie verraders, die de bloedige ontknooping van de <span id="d0e2179" class="corr" title="Bron: Triester">Triëster</span> samenzwering veroorzaakt hadden, in handen van dokter Antekirrt. Dezen bleef dus nog de taak over, om de twee anderen te +achterhalen, wat niet moeielijk meer kon zijn, daar Carpena thans medegedeeld had, waar ze gevonden konden worden. + +</p> +<p>Daar evenwel de dokter en Piet Bathory door Silas Toronthal en Sarcany herkend konden worden, scheen het hun geraden niet +eerder persoonlijk op te treden, dan wanneer zulks met zekerheid van te zullen slagen kon geschieden. Maar nu men het spoor +der beide medeplichtigen teruggevonden had, kwam het er voornamelijk op aan, hen, in afwachting dat de gelegenheid zich zou +voor doen om daadwerkelijk te handelen, niet meer uit het oog te verliezen. + +</p> +<p>Daarom werd Pescadospunt naar Monaco gezonden met opdracht om hen overal te volgen, waarheen zij gaan zouden. Kaap Matifou +vergezelde hem, om hem des vereischt met zijne stevige vuisten bij te springen, terwijl dokter Antekirrt, Piet Bathory en +Luigi ook derwaarts met de <i>Ferrato</i> zouden vertrekken, wanneer het gunstige oogenblik aangebroken zou zijn. Zooals men ziet, werden de mazen van het net al meer +en meer om de schuldigen dichtgetrokken. + +</p> +<p>De beide akrobaten waren midden in den nacht te Monte Carlo aangekomen en waren des morgens dadelijk aan den arbeid getogen. +Het was hen niet moeielijk gevallen, het hôtel uit te vinden, waar Silas Toronthal en zijn medeplichtige Sarcany hun intrek +genomen hadden. Terwijl Kaap Matifou, in afwachting dat de avond viel, in den omtrek van Monte Carlo rondwandelde, zag Pescadospunt, +die zorgvuldig de wacht hield en niets liet ontglippen, de beide vennooten tegen een uur in den namiddag naar buiten treden. +Het scheen den wakkeren verspieder toe, dat de bankier Silas Toronthal zeer neerslachtig was en bitter weinig sprak, hoewel +Sarcany zijn best deed om het onderhoud levendig te houden. In de morgenuren had Pescadospunt hooren verhalen, wat daags te +voren in de speelzalen van Monte Carlo plaats gevonden had, namelijk die ongeloofelijke reeks van de roode kleur, die zoovele +slachtoffers gemaakt had en waaronder voornamelijk Sarcany en Silas Toronthal aangehaald werden. Met zijne aangeboren schranderheid +besloot de wakkere kerel daaruit, dat hun onderhoud daarover moest loopen, en in het bijzonder over het kwade gesternte, dat +hen vervolgd had. <a id="d0e2191"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2191">81</a>]</span><a id="d0e2192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2192">82</a>]</span>Bovendien vernam hij, dat die beide spelers niet alleen ten gevolge van die noodlottige reeks, maar ook vroeger en vooral +in de laatste dagen groote sommen verloren hadden, waaruit hij alweer met niet minder schranderheid de gevolgtrekking maakte, +dat hunne laatste hulpmiddelen nagenoeg uitgeput moesten zijn, en dat het oogenblik naderde, waarop dokter Antekirrt daadwerkelijk +en met vrucht zou kunnen optreden. Waarlijk, de dokter had een meesterlijke greep gedaan, toen hij de beide akrobaten voor +zijn dienst aanwierf. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p081.jpg" alt="Pescadospunt volgde hen van verre. (Bladz. 84.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Pescadospunt volgde hen van verre. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2242" class="typeref">84</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Die mededeelingen werden des morgens dadelijk door Pescadospunt, evenwel zonder iemand te noemen, aan een bekend adres te +La Valetta op het eiland Malta getelegrafeerd, vanwaar zij langs een particulieren draad snel naar het eiland Antekirrta overgeseind +werden. + +</p> +<p>Toen Sarcany en Silas Toronthal het gebouw van het Casino van Monte Carlo binnentraden, stapte Pescadospunt achter hen aan. +Toen zij de salons van de roulette en van het trente-et-quarante binnengingen, volgde hij hen ook. + +</p> +<p>Het was toen juist drie uren in den namiddag. De heldere metalen klok van het torentje van het Casino verkondigde dat luid +genoeg, terwijl de nagalm over de watervlakte van de Middellandsche zee wegstierf. + +</p> +<p>Het spel begon toen levendiger te worden, hoewel er nog geen groote geestdrift heerschte. + +</p> +<p>De bankier en zijn makker wandelden eerst de zalen rond. Hier en daar bleven zij gedurende eenige oogenblikken bij sommige +speeltafels staan, sloegen den gang van het spel gade, maar onthielden zich blijkbaar stelselmatig er deel aan te nemen. + +</p> +<p>Pescadospunt verloor hen niet uit het oog, terwijl hij als een onbedreven nieuwsgierige op en neder slenterde. Hij meende +zelfs, om hunne aandacht niet te trekken, hier en daar een paar vijf francstukken op de kolommen of op de nummers der roulette +te moeten wagen. Die verloor hij natuurlijk; het moet evenwel erkend worden, hij deed dat met de meest mogelijke onverschilligheid. +Maar waarom had hij ook niet den uitmuntenden raad gevolgd, die hem een professor, een beunhaas in het spel, in vertrouwen +gegeven had? Ja, waarom niet? Was het betweterij? + +</p> +<p>“Om te slagen in het spel,” had deze gezegd, “moet men er zich op toeleggen, om de kleine inzetten te verliezen en de groote +te winnen! Daarin bestaat het geheele geheim, mijnheer!” + +</p> +<p>Pescadospunt knikte den raadgever gedachteloos toe; maar drentelde verder. + +</p> +<p>Het sloeg vier uren op de groote pendule in de speelzaal, waarin zij zich bevonden, toen Silas Toronthal en Sarcany het geschikte +oogenblik gekomen achtten, om de veine “den tand te voelen”, zooals <a id="d0e2222"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2222">83</a>]</span>zij dat uitdrukten. Verscheidene plaatsen waren nog onbezet bij eene der roulette-tafels. Beiden namen daaraan plaats en wel +tegenover elkander, en weldra zag de roulettehouder zich niet alleen door spelers omringd, maar ook door eene talrijke menigte +toeschouwers, die begeerig waren den revanche-strijd te aanschouwen, dien de twee ongelukkige spelers van den vorigen dag +te leveren hadden. Aller aandacht was natuurlijk ten hoogste geprikkeld. Men verdrong zich als het ware. + +</p> +<p>Pescadospunt had natuurlijk gezorgd in de eerste rij der nieuwsgierigen plaats te nemen, en was, zooals wel te bedenken is, +niet een der minsten van hen, die belangstelling in de lotswisselingen van de begonnen partij stelden. + +</p> +<p>Gedurende het eerste uur wogen de kansen nagenoeg tegen elkander op. Winst en verlies stonden gelijk. + +</p> +<p>Om die kansen des te beter te verdeelen, volgden Silas Toronthal en Sarcany natuurlijk niet hetzelfde spel. Zij zetten ieder +afzonderlijk op en maakten zoo verscheidene belangrijke winsten, zoowel op de eenvoudige als op de meer samengestelde combinatiën, +die bij de roulette gebruikelijk zijn. Maar het lot besliste niet voor en niet tegen hen. + +</p> +<p>Maar tusschen vier en zes uren scheen het lot te keeren en hen zeer te begunstigen. + +</p> +<p>Het maximum van inzet, dat bij de roulette zes duizend franken bedraagt, werd herhaaldelijk door hen op volle nummers gewonnen. +De gelaatstrekken der bankhouders waren nog strakker dan gewoonlijk. + +</p> +<p>De handen en vingers van Silas Toronthal beefden koortsachtig, wanneer hij ze over het groene laken uitstrekte, hetzij om +zijn inzet ter gewilde plaatse bij te schuiven, hetzij om de goudstukken en de bankbiljetten van onder de harken der croupiers +naar zich toe te halen. + +</p> +<p>Sarcany integendeel was zichzelven steeds meester. Hij liet geen enkele der gewaarwordingen, die zijne ziel bestormden, op +zijn gelaat bespeuren. Hij vergenoegde zich zijnen medeplichtige met den blik aan te moedigen; want het was Silas Toronthal, +die, alles wel beschouwd, de gunstige kansen van het oogenblik in zijn voordeel had. + +</p> +<p>Hoewel Pescadospunt als in een halven roes verkeerde, door het heen en weer geschuif van al die goudstukken, en door het geritsel +van al die bankbiljetten veroorzaakt, verzuimde hij geen oogenblik die beide mannen met de grootste aandacht gade te slaan, +Hij vroeg zich af, of zij voorzichtig genoeg zouden zijn, om bij tijds met spelen op te houden, ten einde het vermogen, dat +zij bezig waren te verwerven, te behouden. + +</p> +<p>Toen kwam de gedachte bij hem op, dat wanneer Silas Toronthal <a id="d0e2242"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2242">84</a>]</span>en Sarcany verstandig genoeg waren, om zoo te handelen, wat hij echter betwijfelde, zij geneigd konden wezen om Monte Carlo +te verlaten, ten einde naar een anderen hoek van Europa te vluchten, waar zij dan weer opgespoord moesten worden. En als zij +geen geldgebrek zouden hebben, zouden zij moeielijk in de macht van dokter Antekirrt vallen. + +</p> +<p>“Het zal, alles wel beschouwd, beter zijn,” mompelde hij in zich zelven, “dat zij alles, ja alles verliezen. Ik geloof niet, +dat ik mij vergis, maar die schoft van een Sarcany is er de man niet naar om het spel te midden van de gunsten der veine te +staken. Enfin, wij zullen zien en geheel naar omstandigheden handelen.” + +</p> +<p>Wat ook dienaangaande de meeningen en het hopen van Pescadospunt waren, de gelukkige kansen verlieten onze twee medeplichtigen +voorloopig niet. Zij zouden inderdaad de bank drie malen reeds hebben doen springen, wanneer de speelchef niet telkenmale +toevoeging aan het aanwezige kasgeld van twintig duizend franken bewerkstelligd had. + +</p> +<p>Dat was waarlijk eene buitengewone gebeurtenis voor de toeschouwers van dien strijd, waarvan het meerendeel de beide spelers +zeer genegen scheen. Was dat niet als eene soort weerwraak, genomen op die onbeschofte reeks van de roode kleur, waarvan de +administratie der bank den vorigen dag zoo ruimschoots geprofiteerd had. + +</p> +<p>Toen Silas Toronthal en Sarcany eindelijk tegen half zeven met spelen ophielden, hadden zij, toen de rekening nauwkeurig opgemaakt +werd, eene winst gemaakt, die ruim twintig duizend louis dʼor te boven ging. Zij stonden toen op en verlieten de roulette +tafel. Silas Toronthal liep met wankelende schreden, alsof hij een weinig dronken was. Dat was hij evenwel niet van sterken +drank of van zware wijnen, maar wel van opgewondenheid, ook van vermoeienis der hersenen. Hij zag bleek van aandoening en +was genoodzaakt herhaalde malen te blazen, alsof de lucht zijner longen hem benauwde. + +</p> +<p>Zijn makker was kalm, ja gevoelloos gebleven; maar die bewaakte den bankier en vreesde niets meer of minder, dan dat deze +trachten zou te ontvluchten met de eenige honderd duizend franken, die met zooveel moeite terug gewonnen waren, om zich zoo +aan zijne heerschappij te onttrekken. Nu hij meer geld had, was dit niet geheel onmogelijk. + +</p> +<p>Beiden verlieten de speelzaal en het Casino, daalden daarna de trap van het hooge bordes af en richtten hunne schreden naar +hun hôtel, alwaar zij eenige uren wenschten uit te rusten van die aandoeningen. + +</p> +<p>Pescadospunt volgde hen van verre, evenwel zoo dat zij hem niet bespeuren konden. +<a id="d0e2258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2258">85</a>]</span></p> +<p>Toen hij buiten kwam, ontwaarde hij bij een der kiosken van den tuin Kaap Matifou, die heel gemakkelijk op een bank gezeten +was en in wijsgeerige beschouwingen verdiept scheen. + +</p> +<p>Wijsgeerige beschouwingen van een Hercules? Welken omvang zouden die wel gehad hebben? + +</p> +<p>Pescadospunt ging tot hem en nam op zijne aanwijzing geen plaats naast zijn vriend op de bank. + +</p> +<p>“Kom,” zeide hij integendeel met eenigszins gejaagde en kort afgebroken stem. + +</p> +<p>“Is het oogenblik gekomen?” vroeg Kaap Matifou, die dadelijk opstond en mede wilde gaan. + +</p> +<p>“Welk oogenblik?” + +</p> +<p>“Hou je me voor den gek?” vroeg de reus gemelijk. “Pescadospunt zou mij niet begrijpen?” + +</p> +<p>“Neen, waarachtig niet. Ik begrijp je niet. Welk oogenblik?” vroeg de kleine man ongeduldig. + +</p> +<p>“Het oogenblik van ... van ... je weet wel.... Och, je wilt mij niet verstaan....” + +</p> +<p>“O, van ten tooneele te verschijnen?” riep Pescadospunt uit, wien een licht plotseling opging. + +</p> +<p>“Juist!” + +</p> +<p>“Neen, mijn waarde Kaap!... Nog niet!... Blijf nog maar wat ter zijde!...” was het antwoord. + +</p> +<p>“Drommels!” pruttelde de reus. “Ik beken het volgaarne, ik begin mij gruwelijk met dat niets-doen te vervelen.” + +</p> +<p>“Hebt ge al gegeten?” vroeg zijn vriend hem met alle belangstelling. “Ik hoop van ja.” + +</p> +<p>“Ja, Pescadospunt, en goed ook! Daaraan schort het mij niet,” antwoordde Kaap Matifou met een zucht. + +</p> +<p>“Ik feliciteer je wel! Ik heb de maag bij mijne hielen zitten, zoo laag is zij gezakt.” + +</p> +<p>“Dat is laag! Maar, Pescadospunt, dan zit dat lichaamsdeel bij jou niet op zʼn plaats.” + +</p> +<p>“Niet waar? Want dat is de plaats van een fatsoenlijke maag niet.” + +</p> +<p>“Dat dunkt me ook. Maar, vertel mij. Hoe komt dat zoo? Gij hebt toch zoovele behoeften niet.” + +</p> +<p>“Wees gerust, ik zal mijn maag wel weer naar boven werken, als ik tijd heb. Intusschen....” + +</p> +<p>“Intusschen? Gij spreekt er van, of gij bij dat werk eene domme-kracht wilt bezigen.” + +</p> +<p>“Ga hier niet van de plaats, voordat ge me terug gezien hebt, Kaap Matifou! Begrepen?” + +</p> +<p>“Daar kunt ge op aan!” bromde de athleet. “Maar het begint knapjes saai te worden.” +<a id="d0e2305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2305">86</a>]</span></p> +<p>Pescadospunt ijlde naar den hellenden weg, dien Sarcany en Silas Toronthal thans afdaalden. + +</p> +<p>Toen hij de verzekering bekomen had, dat de beide medeplichtigen zich het diner in hunne vertrekken hadden laten voordienen, +nam Pescadospunt den tijd om plaats te nemen aan de table dʼhôte van het hôtel. Het was tijd, want de arme kerel had werkelijk +honger. Maar in een half uur tijd had hij, zooals hij Kaap Matifou verzekerd had, zijn maag weer omhoog en op de normale plaats +gebracht, welke dat orgaan in het menschelijke lichaam moet innemen. Hij veegde zijn lippen met zijn servet af, en loosde +een zucht van voldaanheid.... + +</p> +<p>Daarna stak hij een overheerlijke sigaar, een echte Panatella op, ging naar buiten en stelde zich vóór het hôtel verdekt op, +om zijn bespieden voort te zetten. Hij was een onbetaalbare kerel voor dengeen, die hem wist te gebruiken. + +</p> +<p>“Waarachtig, ik ben in de wieg gelegd om schildwacht te spelen!” mompelde hij. “Ik ben mijn loopbaan misgeloopen. Maar, wat +er aan te doen? Het is thans geen tijd meer om soldaat te gaan worden. Daartoe is het te laat.” + +</p> +<p>Hij wandelde achter een perk sierstruiken op en neer, en peinsde over de aangelegenheden, die hij te behartigen had. + +</p> +<p>De eenige vraag, die hij zich in het onderhavige geval inderdaad stellen kon, was: + +</p> +<p>“Zouden de heeren Sarcany en Toronthal heden avond naar het Casino terugkeeren of niet?” + +</p> +<p>Tegen tien uren verschenen Silas Toronthal en Sarcany in de omlijsting van de deur van het hôtel. Pescadospunt meende te hooren +en te begrijpen, dat zij vrij levendig met elkander kibbelden. + +</p> +<p>Klaarblijkelijk poogde de bankier voor de laatste maal weerstand te bieden aan de verleidingen en aan het lastige aandringen +van zijn medeplichtige. Deze ging zelfs verder; want hij eindigde met op bevelenden toon te zeggen: + +</p> +<p>“Het moet, Silas!... Ik wil het!... Zoo gij niet naar mij hoort ... dan blijven de gevolgen voor uwe rekening.” + +</p> +<p>Het overige ging door den afstand voor Pescadospunt verloren. + +</p> +<p>De beide medeplichtigen stapten daarop den hellenden weg weer op, die naar den tuin van het Casino Monte Carlo voert. Pescadospunt +volgde hen onmiddellijk, zonder evenwel tot zijn grooten spijt, verder iets van hun onderhoud te kunnen vernemen. + +</p> +<p>Ziehier evenwel wat Sarcany, op een toon die geen tegenspraak duldde, zeide tot den bankier, die in zijn tegenstand dadelijk +merkbaar verflauwde. + +</p> +<p>“Thans ophouden, Silas Toronthal, nu de veine teruggekomen is, dat zou dwaasheid zijn!... Het is, of gij het hoofd kwijt zijt!... +<a id="d0e2334"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2334">87</a>]</span>Wat, wij zouden bij de ongelukkigste kansen, het spel als gekken doorgezet hebben, en nu de kans gekeerd is, zouden wij het +spel niet als wijzen forceeren?... Wat, wij hebben eene eenige gelegenheid misschien, eene gelegenheid, die wellicht zich +niet meer aanbieden zal, om het lot te overmeesteren, om de fortuin te bemachtigen, en wij zouden haar door onze schuld laten +ontsnappen?... Dat zou al te dwaas zijn, niet waar?” + +</p> +<p>“Maar,...” poogde de ongelukkige te zeggen. “Als wij alles eens verloren?... Denk daar toch aan.” + +</p> +<p>Sarcany liet hem evenwel niet verder aan het woord, maar hernam oogenblikkelijk: + +</p> +<p>“Silas, voelt gij dan niet dat de veine!...” + +</p> +<p>“Als zij maar niet uitgeput is!” mompelde Silas Toronthal uiterst neerslachtig. “Ik heb zooʼn voorgevoel.” + +</p> +<p>“Neen! honderdmaal neen! Zij is niet uitgeput!” hernam Sarcany met drift. “Dat is, bij God, zoo niet uit te leggen, maar dat +gevoelt men; zoo iets doordringt iemand tot in het merg der beenderen!... Een millioen wacht ons heden avond op de speeltafels +van het Casino!... Ja, een millioen!... hoort ge, een millioen! En ik zal die laten ontsnappen!... Bij den duivel! dat moogt +gij ook niet, Silas Toronthal. Neen, dat moogt gij niet!” + +</p> +<p>“Speel gij dan, Sarcany!... Ik voel dat ik zeer ongelukkig zal wezen,” stamelde de bankier.<span id="d0e2348" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>“Ik?” + +</p> +<p>“Ja, gij!” + +</p> +<p>“Ik!... Ik alleen spelen?... Neen, waarachtig niet!... Wij spelen samen!... Ja!... En als ik moest kiezen tusschen ons tweeën, +dan zou ik aan u mijn plaats inruimen. De fortuin gaat persoonlijk te werk en het is buiten kijf, dat zij u heden toelacht!... +Speel dus en gij zult winnen....” + +</p> +<p>“Maar....” + +</p> +<p>“Zwijg!... ik wil het!... Er valt hier niet meer op terug te komen,” sprak de verleider op kort afgebroken toon. + +</p> +<p>Wat Sarcany wilde, was in het kort, dat Silas Toronthal zich niet zou vergenoegen met de eenige honderd duizend franken, die +hem veroorloofd zouden hebben aan zijne heerschappij te ontsnappen. Wat hij wilde, was, dat zijn medeplichtige weer de millionnair +van weleer of straatarm zou worden. Was hij rijk, dan kon hij voortgaan te leven, zooals hij gedaan had; arm, dan zou hij +Sarcany wel moeten volgen, overal waar die hem voeren wilde. In beide gevallen zou hij niets meer van hem te vreezen hebben. +Neen, niets! Niets! + +</p> +<p>Daarenboven, hoewel Silas Toronthal poogde weerstand te bieden, was dat geheel te vergeefs; want hij gevoelde thans al de +hartstochten <a id="d0e2364"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2364">88</a>]</span>van den speler ongeketend in zich woelen. Te midden van den ellendigen toestand, waartoe hij vervallen was, ondervond hij +tegelijkertijd zoowel vrees als aandrang om naar de speelzalen van het Casino te Monte Carlo terug te keeren. De woorden van +Sarcany goten vloeiend vuur in zijne aderen. Ja, hij zag het, hij begreep het, de fortuin had zich naar hem gewend en wel +met zoodanige standvastigheid gedurende de laatste uren, welke hij aan de speeltafel doorbracht, dat het onvergeeflijk, ja +onverantwoordelijk zoude zijn om thans de partij op te geven! Neen, dat kon, dat mocht niet! Hij was dan ook weldra vast besloten +te doen, wat Sarcany verlangde. + +</p> +<p>Die dwaas! + +</p> +<p>Evenals alle spelers, zijne evenbeelden, stelde Silas Toronthal op rekening van het tegenwoordige, wat niet anders dan tot +het verledene kan behooren! In plaats van te zeggen: het geluk <i>heeft</i> mij toegelachen,—wat inderdaad waar was,—prevelde hij: het geluk <i>lacht</i> mij toe—wat onwaar was! En toch, in het brein van allen, die plaats rondom de speeltafels nemen, wordt geene andere redeneering +gevoerd! Zij allen vergeten maar al te zeer, wat een der grootste wiskunstenaars van Frankrijk nog kort geleden zoo schrander +en zoo juist ter snede zeide: + +</p> +<p>“Het toeval heeft slechts grillen, geene gewoonten!” + +</p> +<p>Intusschen waren Sarcany en Silas Toronthal, steeds gevolgd door Pescadospunt, tot voor het Casino genaderd. Daar stonden +zij nog een oogenblik stil. Het was inderdaad alsof zij voor de poorten des tempels andermaal weifelden. + +</p> +<p>“Silas,” vermaande Sarcany toen, “Silas, geene aarzeling!... Gij zijt vast besloten om te spelen, niet waar?” + +</p> +<p>“Ja!” antwoordde de bankier, die zijn moed als ʼt ware met beide handen greep. “Ja, ik ben vast besloten!” + +</p> +<p>“Ja, maar bepaald besloten? Denk er om, geen aarzelen, geen weifelen! Vast besloten!” + +</p> +<p>“Bepaald en vast besloten ... om alles te wagen, ten einde alles te winnen!” ging Silas Toronthal, wiens aarzelingen als nachtschimmen +verdwenen, zoodra zijn voet de eerste trede van de trap van het bordes, dat tot de speelzalen toegang verleende, aangeraakt +had, koortsachtig voort: “Ik zal het noodlot tarten! Ik zal de fortuin dwingen!” + +</p> +<p>“Ik wil geen invloed op u uitoefenen!” hernam Sarcany met zachte stem en teemend. + +</p> +<p>“Dat hoeft ook niet,” antwoordde Silas Toronthal kort af, maar met hartstochtelijke stem. + +</p> +<p>“Gij moet niet mijne ingeving, maar de uwe volgen. Gij zijt het gelukskind, niet ik.” + +</p> +<p>“Juist.” + +<a id="d0e2396"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2396">89</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p089.jpg" alt="Eza, een adelaarsnest. (Bladz. 96.)" width="508" height="720"><p class="figureHead">Eza, een adelaarsnest. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2554" class="typeref">96</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e2408"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2408">90</a>]</span></p> +<p>“Die ingeving kan u niet misleiden. Wees daarvan ten volle overtuigd. Die zal u op geen dwaalspoor brengen.” + +</p> +<p>“Dat denk ik ook.” + +</p> +<p>“Zult ge weer plaats aan de roulette-tafel nemen? Of hebt gij een ander voornemen?” + +</p> +<p>“Neen,... ik wensch bij het trente-et-quarante-spel op te zetten!” antwoordde Silas Toronthal, terwijl zij het gebouw binnentraden. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk, Silas! Hoor slechts naar uwe ingeving!... De roulette heeft u bijna een vermogen verschaft, het trente-et-quarante +zal het overige wel verrichten!” + +</p> +<p>Beiden traden de salons binnen en wandelden eerst een poos op en neer. Tien minuten later zag Pescadospunt hen plaats nemen +aan een der trente-et-quarante-tafels, waaromheen zich dadelijk het meerendeel der spelers schaarden. + +</p> +<p>Daar kunnen inderdaad meer stoutmoedige zetten gedaan worden. Daar zijn de kansen van het spel meer eenvoudig, daar is ook +het maximum van inzet twaalf duizend franken, en in weinige oogenblikken kan de speler groote verliezen, maar ook groote winsten +maken. Rondom die tafels is het dan ook, dat de groote spelers bij voorkeur plaats nemen. Daar eindelijk ontluiken groote +vermogens of worden die met zulk eene duizelingwekkende snelheid verspeeld, dat de Beurzen te Parijs, te New-York, te Londen +of te Amsterdam er jaloersch op zouden kunnen zijn. + +</p> +<p>Toen hij eenmaal aan de trente-et-quarante-tafel had plaats genomen, was Silas Toronthal alle zijne vroegere angsten vergeten. +Hij speelde nu niet angstig, maar met eene soort van razernij, of wat juister is, als een man, die weldra het hoofd kwijt +zal zijn. Kon men daarenboven ernstig meenen, dat er eene manier van spelen bestaat, eene manier om zijn geld op te offeren? +Klaarblijkelijk neen, hoewel de beunhazen en de hartstochtelijke spelers het tegendeel beweren. Men is en blijft, wanneer +men speelt, de slaaf van het toeval. En dat willen of wenschen die verblinden niet in te zien. + +</p> +<p>Silas Toronthal speelde dus, terwijl Sarcany, wiens belang bij die laatste partij dubbel gold en die steeds winner was, welke +ook de afloop zou zijn, hem nauwkeurig op de vingers keek en van iedere winst of verlies aanteekening hield. + +</p> +<p>In de eerste uren, wogen de afwisselingen van winst en verlies tegen elkander op. Toch scheen de fortuin naar den kant van +Silas Toronthal te willen overhellen. Dat was uit de laatste uitkomsten, meenden zij, duidelijk op te maken. + +</p> +<p>Toen meenden hij en Sarcany zeker van den goeden uitslag te zijn. Hunne oogen schitterden van begeerlijkheid. + +</p> +<p>Zij hitsten elkander op, zooals men dat noemt; zij moedigden elkander aan en plaatsten niet anders meer dan de hoogst toegestane +<a id="d0e2433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2433">91</a>]</span>inzetten op het groene kleed. De lezer weet dat dat inzetten van twaalf duizend franken zijn. + +</p> +<p>Maar weldra hernam de bank, die over eene onwrikbare koelbloedigheid beschikt, die zich niet laat medeslepen door de dwaasheden +van eene krankzinnige vervoering, en welker belangen door het vastgestelde maximum, den speler opgelegd, beschermd wordt, +geheel en al het voordeel. + +</p> +<p>Toen leden de medeplichtigen achtereenvolgens schrikkelijke verliezen. Het was alsof het geld langs een hellend vlak wegstroomde! + +</p> +<p>Al de winst, die Silas Toronthal in den namiddag behaald had, vervloog voor en na. + +</p> +<p>De bankier was schrikkelijk om aan te zien. Zijn gelaat was verwrongen en vuurrood en toonde aan, hoedanig het bloed hem naar +het hoofd steeg. Zijne oogen stonden verwilderd en schier uitpuilend. Hij klemde zich vast aan de tafelranden, aan zijn stoel, +aan de pakjes bankbiljetten, aan de rolletjes goudstukken, die zijne hand niet kon loslaten. En dat alles geschiedde met stuipachtige +bewegingen, met zenuwachtige trillingen, met spiertrekkingen, met schokken evenals een man zou overkomen, die op ʼt punt is +van te verdrinken! Er was niemand om hem op den rand van den afgrond te weerhouden! Geene hand, die hem toegestoken werd, +om hem te redden! Sarcany deed geen enkele poging, om hem van die noodlottige plek te sleuren, om hem heen te voeren, alvorens +zijn ondergang volkomen was, voor dat zijn hoofd verdwenen was onder de toeijlende golf van het verderf! + +</p> +<p>Het was omstreeks tien uren, toen Silas Toronthal zijn laatsten inzet, zijn laatste maximum waagde. Hij won ... won nog eens, +verloor daarna ... verloor nogmaals en was toen alles kwijt! Toen hij met berooid hoofd opstond, werd hij bestormd door dien +afschuwelijk wreedaardigen wensch, dat de bovenverdiepingen der Salons van het Casino mochten instorten, om hem en met hem +al diegenen te verpletteren, die zich daarin bewogen. Hij bezat niets meer—niets meer van de millioenen, die hij met zijn +bankiershuis verdiend had, niets meer van de millioenen, die hem als uitslag van zijn afschuwelijk verraad van het vermogen +van graaf Mathias Sandorf ten deel waren gevallen! Het noodlot had onverbiddelijk uitspraak gedaan. De bankier was doodarm. + +</p> +<p>Silas Toronthal, vergezeld van Sarcany, die toen zijn gevangenbewaarder scheen te zijn, verliet de speelzalen, stapte het +gebouw door en ijlde buiten het Casino. Beiden vluchtten vervolgens als het ware langs de square naar de voetpaden, die naar +La Turbia opklommen. Het was, alsof zij vreesden achtervolgd te worden. + +</p> +<p>Pescadospunt was hen evenwel reeds op het spoor. Maar hij spoedde zich in het voorbijgaan naar zijn vriend Kaap Matifou en +sleurde dien <a id="d0e2449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2449">92</a>]</span>van zijne bank af, waarop de <span id="d0e2451" class="corr" title="Bron: Herkules">Hercules</span> half ingedommeld lag, en schreeuwde hem toe: + +</p> +<p>“Op! en spoedig!... De oogen open en de beenen gebruikt! Drommels, het oogenblik is daar!” + +</p> +<p>“Wat is daar?” riep de reus, zoo uit den dommel wakker geschud, onthutst uit. “Wat is daar?” + +</p> +<p>“Kom maar, wij hebben geen tijd om te babbelen,” antwoordde Pescadospunt gejaagd. + +</p> +<p>En beiden ijlden op het spoor voort, dat zij niet meer wilden verliezen. Het was tijd ook. + +</p> +<p>Sarcany en Silas Toronthal bleven intusschen in allerijl naast elkander voortstappen en stegen steeds, terwijl zij de kronkelende +en klimmende paden volgden, die langs de hellingen van het bergterrein te midden van olijf- en oranje-boschjes voerden. Die +grillige kronkelingen en wendingen veroorloofden aan Pescadospunt en aan Kaap Matifou, om hen niet uit het oog te verliezen, +hoewel zij geen woord konden verstaan van hetgeen de beide medeplichtigen spraken. + +</p> +<p>“Keer naar het hôtel terug, Silas Toronthal,” herhaalde Sarcany onophoudelijk met bevelende stem, “keer terug ... en herneem +uwe koelbloedigheid.... Het is alsof gij krankzinnig zijt.” + +</p> +<p>“Neen!... Ik keer niet naar het hôtel terug,” kreet Silas Toronthal, met onaangenaam klinkende stem. + +</p> +<p>“Kom, het moet!... Laat u door mij raden.... Laat u door mij geleiden.... Er is nog herstel mogelijk.” + +</p> +<p>“Neen, zeg ik u.... Wij zijn tot den bedelstaf gebracht.... En dat alles is uwe, uwe schuld, Sarcany!” + +</p> +<p>“Kom, wees nu niet dwaas.... Anders zijt gij zoo verstandig.... Hoe is het mogelijk zich zoo op te winden?” + +</p> +<p>“Wij moeten scheiden, Sarcany.... Ik wil u niet meer zien!... Ik wil.... Ik wil verre van hier ... ver, zeer ver!” + +</p> +<p>“Scheiden?... Waarom?... Zeg mij!... Is dat nu niet het dwaaste denkbeeld, dat bij u opkomen kan?” + +</p> +<p>“Ik wil.... Hoort gij, Sarcany.... Ik wil.... Ik ben uwe tegenwoordigheid moede. U heb ik alles te danken.” + +</p> +<p>“Gij zult mij volgen, Silas Toronthal. Morgen zullen wij Monte Carlo verlaten!... Er blijft ons geld genoeg over om Tetuan +te bereiken, en daar zullen wij onze taak voleindigen. Gij weet wel, dat wij daar niet zonder middelen zullen zijn.” + +</p> +<p>“Neen!... Neen!... Duizendmaal neen!... Ik wil niet ... en daarmee uit!” kreet de rampzalige. + +</p> +<p>“Maar, waarom niet?” + +</p> +<p>“Laat mij, Sarcany, laat mij!” riep Silas Toronthal uit. “Laat mij, of ik bega een ongeluk!” + +</p> +<p>En hij stootte zijn makker gewelddadig terug, toen deze hem wilde <a id="d0e2490"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2490">93</a>]</span>grijpen. Daarna stoof hij met zooveel vaart vooruit, dat Sarcany moeite had, om hem weer in te halen. Geheel onbewust van +hetgeen hij deed of omtrent hetgeen rondom hem voorviel, liep Silas Toronthal veel kans in de steile ravijnen te storten, +waarboven en waarlangs zich het net der tuinpaden uitspreidde. Eene enkele gedachte huisde nog in het brein van den ongelukkigen +bankier tot bedwelmens toe, dat was: Monte Carlo te ontvluchten, waar hij zijn ondergang gevonden had, en Sarcany te ontvluchten, +wiens raadgevingen hem zoo verderfelijk geweest waren en zoo ellendig gemaakt hadden. Hij wilde in één woord vluchten, en +het aan het toeval overlaten, waarheen hij zich zoude wenden, zonder te weten, wat van hem worden zou. + +</p> +<p>Sarcany gevoelde wel, dat hij geen macht meer op zijn medeplichtige zou kunnen uitoefenen, dat die op het punt was aan zijn +invloed te ontsnappen! O! wanneer de bankier niet bekend was met geheimen, die hem in het verderf konden storten, of hem voor +het allerminst de laatste partij, die hij nog spelen wilde, kon doen verliezen, dan zou hij zich al zeer weinig bekommerd +hebben over dien man, dien hij tot aan den rand van den afgrond gesleurd had! Maar, alvorens in dien afgrond te storten, kon +Silas Toronthal een laatsten gevaarlijken kreet slaken, en die kreet moest vermeden, moest verstikt worden, al moest dat ook +door middel van eene misdaad geschieden! + +</p> +<p>Toen, in dat oogenblik was er van de gedachte aan die misdaad, waartoe hij in zijn binnenste besloten was, tot de daadwerkelijke +uitvoering slechts een pas te maken en Sarcany aarzelde geen oogenblik dien pas uit te voeren. Wat hij op weg naar Tetuan, +in de eenzaamheid der <span id="d0e2496" class="corr" title="Bron: Maroccaansche">Marokkaansche</span> velden wilde uitvoeren, zou hij dat niet, dezen zelfden nacht op deze plek, die weldra geheel eenzaam en verlaten zoude zijn, +kunnen doen? Die gedachte bestormde wild en woest zijn misdadig brein. + +</p> +<p>Maar op dit uur werden toch nog te veel menschen, die zich verlaat hadden, op dien weg tusschen Monte Carlo en la Turbia ontmoet. +Nog te veel wezens bewogen zich op die hellingen en klommen haar op of daalden haar af. Een kreet, een schreeuw van Silas +Toronthal zou hen kunnen doen te hulp schieten, en de moordenaar wilde, dat de moord onder zoodanige omstandigheden geschiedde, +dat nimmer eenige achterdocht hem zoude kunnen bereiken. Dat noodzaakte hem gebiedend te wachten. Hooger, daar ginds la Turbia +voorbij, over de Monacosche grenzen, op dien bergachtigen weg, die zich op meer dan twee duizend voeten boven de oppervlakte +der zee, aan de flanken van het eerste voorgebergte der Zeealpen vastklemde, zou Sarcany zeker en zonder gevaar kunnen toestooten. +Wie zou daar zijn slachtoffer te hulp komen? Hoe zou <a id="d0e2501"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2501">94</a>]</span>daar het lijk van Silas Toronthal in de diepte van die peillooze, sombere ravijnen, die langs den weg aangetroffen werden, +weer gevonden worden? + +</p> +<p>Evenwel wilde Sarcany een laatste maal zijn medeplichtige weerhouden en een laatste poging aanwenden, hem naar Monte Carlo +naar het hôtel terug te voeren. Die poging zou evenwel deerlijk mislukken. + +</p> +<p>“Kom, Silas Toronthal, kom!” zei hij, terwijl hij zijn makker bij den arm greep. “Kom dan toch, zeg ik u!” + +</p> +<p>“Neen!... Laat mij! Laat mij!...” kreet de bankier; terwijl hij zijn makker met verbeten woede terugstootte. + +</p> +<p>“Morgen zullen wij het spel hervatten!... Ik heb nog eenig geld.... Morgen kunnen wij alles terugwinnen.” + +</p> +<p>“Neen, neen! Laat mij...” riep Silas Toronthal met eene van razernij trillende stem uit. + +</p> +<p>Wanneer hij bij machte geweest ware, om met Sarcany te worstelen; wanneer hij met dolk of revolver gewapend geweest ware, +dan zou hij voorzeker niet geaarzeld hebben, om zich over al het kwaad, dat hem zijn vroegere Tripolitaansche agent berokkend +had, te wreken. Hij zou dan toegestooten hebben, al had hij daarna ook het hoofd op het schavot moeten brengen. + +</p> +<p>Met een woest handgebaar, waaraan de toorn nog meer spierkracht verleende, stootte Silas Toronthal Sarcany terug; daarna ijlde +hij voort naar den laatsten draai van het pad en daalde langs eenige trappen af, die den weg vormden in den rotswand waartusschen +kleine terrasvormige tuinen uitgehouwen waren. Hij had weldra de voornaamste straat van Turbia bereikt, die op den smallen +zadelrug uitkomt, die den Hondskop van de bergmassa van Ayel afscheidt, en de vroegere grensscheiding tusschen Italië en Frankrijk +uitmaakt. + +</p> +<p>“Welnu, als gij het dan zoo wilt, ga dan, Silas,” riep Sarcany hem voor de laatste maal achterna. “Ga, maar ge zult niet ver +loopen. Dat verzeker ik u!” + +</p> +<p>En daarna rechts wendende, overschreed hij eene kleine omheining, uit losse steenen opgetrokken, stak een schuinhellenden +tuin dwars over, regelde zijne schreden dermate, dat hij voor Silas Toronthal op den grooten weg zoude uitkomen. Daar wilde +hij zijn vroegeren medeplichtige opwachten, om met hem af te rekenen. + +</p> +<p>Al hadden Pescadospunt en Kaap Matifou ook al niets van die woordenwisseling kunnen hooren, zoo hadden zij toch duidelijk +waargenomen met hoeveel geweld de bankier Sarcany had teruggestooten en hadden zij gezien, hoe de laatstgenoemde in de schaduw +der boomgroepen verdween. + +</p> +<p>“De duivel mengt zich in het spel,” riep Pescadospunt uit. “Gauw, gauw!” +<a id="d0e2525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2525">95</a>]</span></p> +<p>“Denkt ge?” vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend met verwonderde blikken poogde aan te kijken, wat bij de heerschende +duisternis mislukte. + +</p> +<p>“Waarachtig!... De voornaamste ontsnapt ons waarschijnlijk.... Gauw!... Gauw! Wij moeten ons haasten!” + +</p> +<p>“Och kom, die kerels kunnen toch niet vliegen!” sprak Kaap Matifou gemelijk. + +</p> +<p>“Dat moest er nog maar bij komen ...” hijgde Pescadospunt schier wanhopig. + +</p> +<p>“Wat?” + +</p> +<p>“Dat de andere ons ook ontsnapte! Dat zou iets moois voor ons zijn! Wat zou Dokter Antekirrt wel zeggen?” + +</p> +<p>“Dat kan niet.” + +</p> +<p>“Gelukkig ook. Die Toronthal zal weldra onze krijgsgevangene zijn!... Opgepast, Kaap!” + +</p> +<p>“Dat meen ik ook. Wees intusschen gerust, ik zal oppassen, Pescadospunt.” + +</p> +<p>“Daarenboven, er valt hier niet te kiezen... Kom vooruit, waarde Kaap, vooruit!” + +</p> +<p>En voortspoedende hadden zij Silas Toronthal weldra ingehaald. Dat merkten zij weldra. + +</p> +<p>Deze besteeg snel de straat van Turbia. Nadat hij de kleine verhevenheid, waarop de Augustustoren verrijst, voorbij geijld +was, liep hij met vlugge schreden langs de huizen, welker deuren reeds gesloten waren, en bevond zich weldra op den weg der +Kroonlijst. + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou volgden hem op een afstand van ongeveer vijftig passen en verloren hem niet uit het oog. + +</p> +<p>De weg der Corniche of der Kroonlijst is het overblijfsel van eene oude Romeinsche heerbaan. Van Turbia af daalt zij langs +de berghellingen, te midden van prachtige rotspartijen, van alleen staande kegelheuvels, van diepe afgronden, die zich tot +bij de spoorbaan uitstrekken, welke langs de kuststrook aangelegd is, naar Nizza af. Over den spoorweg heen, waren bij den +helderen sterrenhemel en bij het zachte licht der maan, die in het oosten opkwam, in het nevelig verschiet zes baaien te ontwaren, +alsmede het Hospitaaleiland, de monding van de Var, de golf van Juan, de Lerinische eilanden, de golf van Napocila, het schiereiland +van Garoupa, de kaap van Antibes en daarachter als een verheven achtergrond: het Esterelgebergte. Hier en daar schitterden +havenlichten, zooals dat van Beaulieu, hetwelk aan den voet der steile oevers van Klein-Afrika opgericht is, dat van Villafranca, +hetwelk door den Leuzaberg beheerscht wordt. Vervolgens werden nog eenige signaallichten van visschersvaartuigen ontwaard, +die zich in de kalme wateroppervlakte spiegelden. +<a id="d0e2554"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2554">96</a>]</span></p> +<p>Het was toen iets later dan middernacht. In de verte stierf het metalen geluid van een klokkentoren weg. + +</p> +<p>Op dit oogenblik was Silas Toronthal aan het einde der Turbiastraat gekomen en verliet thans den weg der Kroonlijst en spoedde +zich op een pad voort, dat rechtstreeks naar Eza voert, hetwelk een adelaarsnest genoemd moet worden, alwaar een half barbaarsche +bevolking, boven op dien rotsblok, te midden van woeste pijnboomen en wild struikgewas, huist. Dat pad was volmaakt eenzaam. +De waanzinnige bankier volgde het gedurende een poos, zonder den pas te vertragen, zonder het hoofd om te keeren, ten einde +achterwaarts te zien. Plotseling wendde hij zich ter linkerzijde langs een smal padje, dat den hoogen rotsmuur van de kuststrook, +waarlangs de spoorbaan en de rijweg onder een tunnel aangelegd zijn, scheidde en schier raakte. + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou volgden den radelooze op den voet en verloren hem niet uit het oog. + +</p> +<p>Op honderd passen verder ongeveer bleef Silas Toronthal eindelijk stilstaan. Hij was op eene rots gesprongen, die loodrecht +boven een afgrond hing, waarvan de zool eenige honderd meter lager door de deininggolven der Middellandsche zee, die er donderend +tegen brak, gezweept werd. + +</p> +<p>Wat wilde Silas Toronthal daar doen? Dat vroegen de twee vrienden zich met ontzetting af. + +</p> +<p>Was eene gedachte aan zelfmoord in dat ziekelijke brein opgekomen? Zou hij zich willen van kant maken? + +</p> +<p>Wilde hij, door in dien afgrond te springen, een einde aan zijn ellendig bestaan maken? + +</p> +<p>“Duizend duivels!” riep Pescadospunt uit. “Dat zou onze geheele rekening in de war sturen!” + +</p> +<p>“Ik doe er evenveel duivels bij,” antwoordde Kaap Matifou. “Maar wat moeten die duivels? Wat is er aan de hand?” + +</p> +<p>“Wij moeten hem levend hebben! Kaap, wij moeten dien kerel levend aan dokter Antekirrt overleveren.” + +</p> +<p>“Dat ʼs waar ook,” beaamde Kaap Matifou beteuterd. “Drommels ja, dat is waar ook!” + +</p> +<p>“Grijp hem,” riep Pescadospunt, “en houd hem goed vast! Grijp hem, maar verworg hem niet!” + +</p> +<p>Maar nauwelijks hadden beiden ongeveer twintig passen afgelegd, toen zij een man ter rechterzijde van het pad zagen verschijnen. +Deze gleed als het ware langs de helling tusschen mastiek- en mirten-struiken door en sloop blijkbaar naar de rots, waarop +Silas Toronthal zich bevond. Het was alsof een verscheurend gedierte naderde. + +</p> +<p>Dat was Sarcany. De beide acrobaten herkenden hem dadelijk. Men <span id="d0e2583" class="corr" title="Bron: ">kon </span>zich trouwens daarin niet vergissen. + +<a id="d0e2586"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2586">97</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p097.jpg" alt="Waar Kaap Matifou, vanuit zee gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus. (Bladz. 100.)" width="499" height="720"><p class="figureHead">Waar Kaap Matifou, vanuit zee gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2663" class="typeref">100</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e2598"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2598">98</a>]</span></p> +<p>“Drommels!” mompelde Pescadospunt tusschen de tanden. “Daar is die andere nu ook!” + +</p> +<p>“Wie is er nu weer?” vroeg de reus, die eensklaps stil bleef staan. “Zeg, wie is er nu weer?” + +</p> +<p>“Het is niet onmogelijk, dat die schurk zijn makker een handje wil helpen, dat hij hem een duwtje wil geven, om hem van deze +wereld naar de andere te zenden....” + +</p> +<p>“Dat is zelfs zeer waarschijnlijk.... Dat bespaart ons de moeite, dunkt me.” + +</p> +<p>“Welnu, Kaap Matifou, gij den eenen en ik den anderen. Dan hebben wij ze beiden.” + +</p> +<p>Maar Sarcany was stil blijven staan.... Hij had iets gehoord ... en wilde niet herkend worden.... + +</p> +<p>Plotseling ontsnapte een ijselijke vloek aan zijne lippen. Daarna ijlde hij rechts af en verdween, alvorens Pescadospunt hem +had kunnen bereiken, te midden van het struikgewas. + +</p> +<p>Toen Silas Toronthal een oogenblik later in den afgrond wilde springen, werd hij door Kaap Matifou gegrepen en op den weg +teruggebracht. + +</p> +<p>“Laat mij<span id="d0e2617" class="corr" title="Bron: !”...">!...”</span> riep hij. “Laat mij!... Wat moet gij van mij hebben?... Wilt gij geld?... Ik heb het niet.” + +</p> +<p>“Wij zouden u een misstap laten doen, die u het leven zou kunnen kosten, mijnheer Toronthal,” antwoordde Pescadospunt. “Dat +nooit!” + +</p> +<p>“Dat nooit!” herhaalde Kaap Matifou. “Geloof ons, inderdaad, dat nooit!” + +</p> +<p>De slimme Pescadospunt was op dit voorval, hetwelk zijne instructiën niet voorzien konden, natuurlijk niet voorbereid geweest. +Maar al was Sarcany ook al ontsnapt, zoo was toch Silas Toronthal in den val, en er bleef thans slechts over, om hem naar +Antekirrta over te voeren, alwaar hij met al de eerbetuigingen, die hem rechtens toekwamen, zoude ontvangen worden. Dat was +de eindbeslissing, waartoe onze beide akrobaten besloten. + +</p> +<p>“Wilt ge u tegen verminderden prijs met den vervoer van mijnheer belasten?” vroeg Pescadospunt aan Kaap Matifou. + +</p> +<p>“Volgaarne,” antwoordde deze. “Hij zal het bij mij goed hebben. Hij zal niets te betalen hebben en daarentegen goed eten en +drinken krijgen.” + +</p> +<p>Silas Toronthal had zelfs geen besef meer van hetgeen met hem voorviel, en kon dan ook geen weerstand bieden. Pescadospunt +stapte vooruit en daalde langs een steil voetpad, dat langs een afgrond naar het strand leidde. Hij werd onmiddellijk door +Kaap Matifou gevolgd, die het bewustelooze lichaam van den bankier nu eens voortsleepte, dan weer eens op zijne schouders +torschte, zoo als hij met een stout kind zoude gedaan hebben. +<a id="d0e2632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2632">99</a>]</span></p> +<p>Die afdaling was uiterst moeielijk, en inderdaad, zonder de buitengewone behendigheid van Pescadospunt, en zonder de buitengewone +lichaamskracht van Kaap Matifou, zoude een ongeluk onvermijdelijk gebeurd zijn, en zouden twee van die drie mannen naar beneden +gestort zijn, waar zij een oogenblikkelijken dood zouden gevonden hebben. + +</p> +<p>Eindelijk evenwel bereikten zij, na zeker twintig malen hun leven gewaagd te hebben, de laatste rotslagen, die met de oppervlakte +der zee gelijk waren. Daar bestond de kuststrook uit eene aaneenschakeling van kleine inhammen, die grillig in de rotswanden +ingesneden waren. De wanden dier kleine baaien waren steil en hoog en hadden eene roode kleur, afkomstig van ijzerverbindingen, +waaruit het gesteente bestond, maar waardoor zij aan de golfjes van de branding eene akelige bloedkleur verleenden. + +</p> +<p>De dag begon juist aan te breken, toen Pescadospunt eene schuilplaats in een van die uithollingen van den oever ontdekte, +die voorzeker door een der geologische beroeringen in vroegere eeuwen gevormd was. Daarin werd Silas Toronthal op den oever +neergelegd, om onder bewaking van Kaap Matifou een poos te verwijlen. + +</p> +<p>Toen deze den bankier, die er niets van scheen te bemerken en zich ook niet verontrustte, daarheen gebracht had, zei Pescadospunt +tot Kaap Matifou: + +</p> +<p>“Ge blijft bij hem, niet waar, Kaap? Luister als je blieft goed naar mij”. + +</p> +<p>“Ja, ik luister. Ik zal bij hem blijven, zoolang als ge wilt, Pescadospunt.” + +</p> +<p>“Ook al blijf ik twaalf uren weg? Dat is lang, niet waar, Kaap Matifou?” + +</p> +<p>“Zeker.... Maar, wees gerust, ik zal bij hem blijven. Als ik dat beloof, gebeurt het ook.” + +</p> +<p>“Zonder te eten?”... + +</p> +<p>“Drommels, zonder eten?... Maar alles wel beschouwd, wat zal dat er toe doen?” + +</p> +<p>“Zoo zonder ontbijt?” + +</p> +<p>“Bah, als ik hedenochtend niet ontbijt”, antwoordde de reus, “zal ik van avond bij het diner mijn schade inhalen. Ik zal dan +voor twee eten.” + +</p> +<p>“En als gij niet dineert, Kaap Matifou? Hoort ge, dat wordt ernstiger!” + +</p> +<p>“Bah!... Dan zal ik voor vier soupeeren”, antwoordde de edele kerel kalm en gelaten. + +</p> +<p>Kaap Matifou nam toen zoodanig plaats op een rots, dat hij zijn gevangene geen seconde uit het oog verloor. Pescadospunt volgde +van zijn kant den zeeoever van baai tot baai en richtte zijn schreden naar den kant van Monaco. Het was geen gemakkelijke +weg, die hier <a id="d0e2663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2663">100</a>]</span>over dat rotsachtig strand met zijne scherpe punten te volgen was. + +</p> +<p>Pescadospunt zou evenwel zoo langen tijd niet behoeven weg te blijven, als hij eerst berekend had. In minder dan twee uren +had hij de <i>Elektriek</i> opgespoord. Deze lag ten anker in een van die eenzame kreken, die door een aaneenschakeling van rotsen tegen de deininggolven +uit volle zee beveiligd waren. Een uur later kwam het vlugge vaartuig voor de monding der smalle baai aan, waar Kaap Matifou, +van uit zee gezien, zich voordeed als een mythologische Proteus, die de kudden van Neptunus weidde. Hij was van de plaats +niet afgeweest en had den bankier niet uit het oog verloren. + +</p> +<p>Het duurde niet lang, of Silas Toronthal en Kaap Matifou waren aan boord ingescheept. Men had daarbij noch kustbewakers, noch +ambtenaren van de in- en uitgaande rechten, noch zelfs kustvisschers ontwaard. Zoodra de inscheping volbracht was, sloeg de +<i>Elektriek</i> met volle kracht vooruit, verliet de golf van Genua, stevende de Tyrrheensche zee in en richtte den boeg naar het eiland +Antekirrta in de Syrtische zee. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e2675" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">V.</h2> +<h2 class="normal">AAN GODS GOEDE ZORGEN OVERGELATEN.</h2> +<p>Dat het ons thans vergund zij een algemeen overzicht van de volkplanting te Antekirrta te leveren. + +</p> +<p>Silas Toronthal en Carpena waren thans in de macht van dokter Antekirrt of beter van graaf Mathias Sandorf, en deze wachtte +slechts op een gunstige gelegenheid, om het spoor van Sarcany te vervolgen. Aan den anderen kant beijverden zijne zaakgelastigden +zich om te ontdekken, waar mevrouw Bathory zich ophield. Tot nu toe was hun dat slecht gelukt. Sedert zijne moeder, in gezelschap +van den ouden Borik, die haar eenige steun was, spoorloos verdwenen was, had eene ware wanhoop, die zich ieder uur, iedere +minuut deed gevoelen, zich van Piet Bathory meester gemaakt. Zichtbaar leed hij daaronder. Het zou dan ook voor dokter Antekirrt +een groot geluk geweest zijn, wanneer hij eenige verzachting aan dat hart, hetwelk tweemaal gebroken was, had kunnen schenken. +Wanneer de jonge man toch van zijne moeder sprak, dan voelde de dokter <a id="d0e2684"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2684">101</a>]</span>dat hij dan aan Sava Toronthal dacht, hoewel die naam in hunne gesprekken nimmer uitgesproken werd. + +</p> +<p>In het stedeke, dat de hoofdplaats van het eiland Antekirrta uitmaakte, bewoonde Maria Ferrato niet verre van het stadhuis +een der fraaiste woningen van Artenak. De dankbaarheid van dokter Antekirrt had daarin alle voorwerpen vereenigd, die de meeste +gemakken aanbieden en het leven kunnen veraangenamen. Haar broeder woonde daar bij haar, wanneer hij niet op zee was, of wanneer +hij niet met den een of anderen transportdienst of eenig opzicht belast was. Dan ging er geen dag voorbij, zonder dat die +twee jonge lieden een bezoek bij dokter Antekirrt aflegden, of dat deze hen opzocht. Zijne toegenegenheid voor de kinderen +van den visscher van Rovigno vermeerderde aanmerkelijk, naarmate hij hen beter leerde kennen. Dat was natuurlijk, want beiden +bezaten eene edele geaardheid. + +</p> +<p>“Hoe gelukkig zouden wij zijn,” herhaalde Maria meermalen, “wanneer Piet het ook kon wezen.” + +</p> +<p>“Ja zeker,” zuchtte Luigi, “maar dat kan eerst, wanneer hij zijne moeder weergevonden zal hebben. Daaromtrent, Maria, heb +ik nog niet alle hoop opgegeven. Met de middelen, waarover dokter <span id="d0e2692" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> te beschikken heeft, moet den een of anderen dag het oord ontdekt worden, waarheen Borik bij het verlaten van Ragusa mevrouw +Bathory vervoerd heeft.” + +</p> +<p>“Die hoop koester ik ook, Luigi, maar...” + +</p> +<p>Hier zweeg het meisje als ware zij beschroomd. + +</p> +<p>“Maar, wat? Nu, spreek op, zusjelief. Wat wildet gij mij zeggen, Maria?” + +</p> +<p>“Zou Piet geheel getroost wezen, wanneer hij alleen zijne moeder weer gevonden had?...” + +</p> +<p>“Mij dunkt van neen.” + +</p> +<p>“Waarom niet, Luigi? Mij dunkt, dat hem dat al zeer gelukkig moest maken.” + +</p> +<p>“Omdat het niet mogelijk is, Maria, dat Sava Toronthal ooit zijne vrouw wordt.” + +</p> +<p>“Luigi,” antwoordde Maria, “wat den mensch onmogelijk toeschijnt, is dat onmogelijk voor God?” + +</p> +<p>Toen Piet aan Luigi de verzekering had gegeven, dat zij beide broeders voor elkander zouden zijn, kende hij Maria Ferrato +nog niet en kon hij dus nog niet weten, welke teedere, toegenegene en liefderijke zuster hij in haar zoude aantreffen! Toen +hij dan ook gelegenheid had gehad, haar naar eisch te kunnen waardeeren, aarzelde hij geen oogenblik, om haar zijne smarten +en zijne droefheden toe te vertrouwen. Dat verlichtte hem een weinig, wanneer zij te zamen praatten. Wat hij aan dokter Antekirrt +niet had willen zeggen, wat hij zich zelven verbood hem mede te deelen, dat vertrouwde <a id="d0e2713"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2713">102</a>]</span>hij Maria toe. Hij vond in haar een liefhebbend hart, dat voor het medelijden geheel en al geopend was, een hart, dat hem +begreep, dat hem troostte; hij vond in haar een vertrouwvolle ziel, die de wanhoop niet kende. Wanneer Piet Bathory buitengewoon +veel leed, wanneer zijn hart ten boorden toe overvuld was, wanneer zijne smart hem dreigde te overweldigen, dan ijlde hij +naar haar, en wie weet hoe menigmaal Maria er in slaagde, hem troost en vertrouwen in de toekomst in te boezemen. + +</p> +<p>Intusschen bevond zich thans een man in de kasematten van <span id="d0e2717" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span>, die weten moest, waar Sava Toronthal zich bevond, of ook zij nog steeds in de macht van Sarcany was. Dat was hij, die haar +voor zijne dochter had laten doorgaan, dat was de bankier Silas Toronthal. Maar uit eerbied voor de nagedachtenis van haren +vader, zou hij nimmer gepoogd hebben, hem over dit onderwerp aan het praten te krijgen. + +</p> +<p>Silas Toronthal bevond zich daarenboven sedert zijne gevangenneming in een zoodanigen geestestoestand, in een zoodanige lichamelijke +en zedelijke neerslachtigheid, dat hij niets zou hebben kunnen mededeelen, al had zijn eigen belang gevergd, dat hij zulks +deed. Maar hij had integendeel in het geheel geen belang er bij om mede te deelen, wat hij van Sava wist, omdat hij onkundig +was dat hij de gevangene van dokter Antekirrt was, ook dat Piet Bathory niet dood maar levend op het eiland <span id="d0e2722" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span> aanwezig was, een eiland waarvan hij den naam zelfs niet kende, en dus nog veel minder wist, waar dat ergens ter wereld gelegen +was. + +</p> +<p>Inderdaad, slechts God, zooals Maria Ferrato zeide, kon dien toestand ontwikkelen. + +</p> +<p>De werkelijke staat der kleine volkplanting zou slechts onvolkomen in het licht gesteld zijn, wanneer vergeten werd melding +te maken van Pescadospunt en van Kaap Matifou. Die behoorden toch in het kader van het personeel van het eiland <span id="d0e2729" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span> te huis. Die twee behoorden tot de notabelen van de kleine volkplanting, en dat verdienden zij ook. + +</p> +<p>Hoewel het Sarcany gelukt was te ontsnappen, hoewel men zelfs zijn spoor bijster geraakt was, zoo was de gevangenneming van +Silas Toronthal zoo belangrijk, dat de dankbetuigingen van dokter Antekirrt en van Piet Bathory aan Pescadospunt niet ontbraken. +Geheel aan zijn eigen gedachtenloop overgelaten, had die brave kerel juist gedaan, wat in de gegeven omstandigheden moest +verricht worden. Niemand had het kunnen verbeteren. Daar nu dokter Antekirrt zich tevreden betoonde, zou het den beiden vrienden +niet gepast hebben, het ook niet te zijn. Zij hadden derhalve hunne lieve en fraaie woning weer betrokken, in afwachting dat +men andermaal hunne diensten noodig zoude hebben. Hunne vurigste hoop was, <a id="d0e2734"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2734">103</a>]</span><a id="d0e2735"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2735">104</a>]</span>dat zij meermalen voor de goede zaak nuttig zouden kunnen zijn. + + +</p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p103.jpg" alt="Daarom kregen de Elektrieks bevel om in de buurt der Syrtische zee te kruisen. (Bladz. 112)." width="508" height="720"><p class="figureHead">Daarom kregen de <i>Elektrieks</i> bevel om in de buurt der Syrtische zee te kruisen. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2946" class="typeref">112</a>). +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou hadden dadelijk na hunne aankomst te Antekirrta, een bezoek afgelegd bij Maria en Luigi Ferrato, +daarna hadden zij hunne opwachting gemaakt bij eenigen der notabelen van Artenak. Overal werden zij uitstekend ontvangen; +want zij hadden zich bij iedereen bemind weten te maken. Men had dan Kaap Matifou bij die plechtige gelegenheden moeten zien. +Hij schitterde dan inderdaad, hoewel hij zich een weinig verlegen met zijn kolossalen omvang betoonde, waarmede hij alleen +een zaal vulde. + +</p> +<p>“Ik ben evenwel dun,” merkte Pescadospunt op, “dat maakt evenwicht, en herstelt de ongelijkheid.” + +</p> +<p>Wat dien kleinen behendigen akrobaat aangaat, hij was de vreugde van de geheele volkplanting, die hij met zijne vroolijke +geaardheid verlevendigde. Hij stelde zijne schranderheid en behendigheid ten dienste van allen. O! als hij de zaken naar het +algemeen welbehagen mocht regelen, welk program van vermakelijkheden zou hij dan niet zoowel voor de stad als voor de omstreken +ontwerpen. Ja, als het moest, dan zou hij, Pescadospunt en Kaap Matifou geen oogenblik aarzelen, om hun beroep van kunstenmakers +te hervatten, ten einde de Antekirrtsche bevolking in opgetogenheid te brengen. + +</p> +<p>In afwachting dat die fraaie dag zoude aanbreken, hielden Pescadospunt en Kaap Matifou zich onledig met hun tuin, die door +prachtige boomen beschaduwd was, te verfraaien, alsook hunne villa, die waarlijk onder de bloemen bedolven scheen. Bij die +werken aan de kleine havenkom verleenden zij krachtige en nuttige hulp. Wanneer men Kaap Matifou kolossale rotsbrokken zag +loswringen en vervoeren, dan moest betuigd worden, dat onze Provençaalsche <span id="d0e2759" class="corr" title="Bron: Herkules">Hercules</span> niets van zijne krachten verloren had. + +</p> +<p>Slaagden de lasthebbers van dokter Antekirrt niet in hunne pogingen om mevrouw Bathory op te sporen, anderen, die Sarcany +opzochten, waren niet gelukkiger. Geen hunner had kunnen ontdekken, waar die ellendeling een schuilplaats had gevonden, nadat +hij Monte Carlo verlaten had. + +</p> +<p>Kende Silas Toronthal het geheim van die schuilplaats? Dat was op zijn minst genomen aan twijfel onderhevig, wanneer men de +omstandigheden in aanmerking neemt, waaronder die twee op den weg naar Nizza van elkander gescheiden waren. Daarenboven, al +was de bankier met de verblijfplaats van zijn medeplichtige bekend, dan was het nog de vraag, of hij die zou willen aanwijzen. +Het meest waarschijnlijke was dat hij zou weigeren. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt wachtte dan ook uiterst ongeduldig het tijdstip <a id="d0e2768"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2768">105</a>]</span>af, dat Silas Toronthal in staat zoude zijn te kunnen antwoorden, om alsdan de proef te nemen. + +</p> +<p>Het was in een fortje, dat bij den noordwestelijken hoek aangelegd was, dat Silas Toronthal en Carpena ieder in eene cel opgesloten +waren, waarin zij hoegenaamd niemand te zien kregen. Zij kenden elkander niet anders dan van naam; want de bankier had zich +nimmer met de zaken van Sarcany op Sicilië ingelaten. Er was dan ook een streng bevel uitgevaardigd, namelijk: dat men hen +zelfs niet mocht laten gissen, dat zij te zamen dat fortje bewoonden. Zij waren in twee gekasematteerde vertrekken opgesloten, +die van elkander verwijderd lagen en die zij slechts verlieten, om een poos op afzonderlijke pleintjes lucht te scheppen. +Zij werden bewaakt door twee sergeanten van de Antekirrtsche militie, van welker trouw dokter Antekirrt verzekerd was. Het +was dan ook onmogelijk, dat de twee gevangenen gemeenschap met elkander konden hebben, of dat zij afspraken met elkander hadden +kunnen houden. + +</p> +<p>Ook was geen onbescheidenheid te vreezen. Op alle vragen, die Silas Toronthal en Carpena tot hunne bewakers richtten omtrent +de plaats hunner gevangenschap, hadden zij nimmer antwoord ontvangen. Niets kon hen dus doen vooronderstellen, dat zij in +de macht van dien geheimzinnigen dokter Antekirrt geraakt waren, dien de bankier kende, omdat hij hem te Ragusa verscheidene +malen ontmoet had, en voor wien hij een instinctmatigen angst had voelen ontgloren. + +</p> +<p>De eenige en voortdurende gedachte van den dokter was thans, om Sarcany uit te vinden, om hem te kunnen bemachtigen, zooals +dat met zijne twee medeplichtigen reeds geschied was. Toen Silas Toronthal dan ook tegen den 16<sup>n</sup> October zoover in beterschap toegenomen was, dat hij in staat was om de vragen te kunnen beantwoorden, die hem gesteld zouden +worden, besloot de dokter hem aan een onderzoek te onderwerpen. + +</p> +<p>Maar alvorens werd een raad belegd, bestaande uit dokter Antekirrt, uit Piet Bathory en Luigi Ferrato, waarin ook Pescadospunt +geroepen werd, wiens adviezen niet te versmaden waren. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt bracht hen op de hoogte van zijne voornemens met betrekking tot de gevangenen. + +</p> +<p>“Wat denkt gij er van?” vroeg hij, toen hij daarmee geëindigd had. + +</p> +<p>“Zou Silas Toronthal,” merkte Luigi Ferrato op, “bij het vernemen dat men verlangt te weten, waar zich Sarcany ophoudt, niet +gissen kunnen, dat men het er op toelegt om ook zijn medeplichtige in handen te krijgen?” + +</p> +<p>“Welnu,” vroeg de dokter, “welk bezwaar zou daarin gelegen zijn, nu hij ons toch niet ontsnappen kan?” + +</p> +<p>“Toch meen ik, dat er een is, heer dokter,” antwoordde Luigi. +<a id="d0e2791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2791">106</a>]</span></p> +<p>“Silas Toronthal kan meenen, dat het in zijn belang is, om niets te zeggen, wat ten nadeele van Sarcany kan uitgelegd worden. +Dat zou hem den mond kunnen snoeren.” + +</p> +<p>“Maar waarom?” vroeg dokter Antekirrt. “Welk belang zou hij kunnen hebben, om niets te zeggen?” + +</p> +<p>“Ja, waarom?” herhaalde Piet Bathory. “Welk belang?... Waarlijk, ik kan aan mijn gedachte geen vorm geven.” + +</p> +<p>“Omdat hij zich zelven daarmede kan benadeelen.” antwoordde Luigi. “Mij dunkt dat dat eene reden is.” + +</p> +<p>“Mag ik mij eene bemerking veroorloven?” vroeg Pescadospunt, die zich uit bescheidenheid een weinig ter zijde hield. + +</p> +<p>“Voorzeker, mijn vriend,” antwoordde de dokter. “Wat wildet gij ons zeggen?” + +</p> +<p>“Heeren,” hernam Pescadospunt, “ga ik af op de omstandigheden, waaronder die twee boezemvrienden afscheid van elkander genomen +hebben, dan meen ik het er voor te moeten houden, dat zij elkander niet meer te ontzien hebben. De bankier Silas Toronthal +moet Sarcany, die hem tot den bedelstaf bracht, uit den grond van zijn hart haten. Wanneer onze gevangene dus weet, waar zijn +medeplichtige zich thans bevindt, dan zal hij geen oogenblik aarzelen,—zoo denk ik ten minste,—om dat mede te deelen. Vertelt +hij niets, dan is dat volgens mij het bewijs, dat hij niets weet, dus dat hij niets te zeggen heeft.” + +</p> +<p>Die redeneering was niet van juistheid ontbloot. Het was meer dan waarschijnlijk dat wanneer de bankier Silas Toronthal met +de plaats bekend was, waarheen Sarcany gevlucht kon zijn en waar hij zich zou kunnen ophouden, hij zich niet verplicht zoude +rekenen geheimhouding te betrachten, vooral wanneer zijn eigen belang mede zoude brengen om haar te verbreken. + +</p> +<p>“Wij zullen heden nog vernemen, waaraan wij ons te houden hebben,” antwoordde de dokter, “en ik zal zien wat mij verder te +doen staat, wanneer Silas Toronthal niets weet of niets wil mededeelen. Maar, daar hij nog onkundig moet blijven, dat hij +in de macht van dokter Antekirrt is, daar hij evenzeer nog niet mag weten, dat Piet Bathory in leven is, zoo zal Luigi Ferrato +de taak op zich willen nemen, om hem te ondervragen.” + +</p> +<p>“Ik stel mij geheel tot uwen dienst, heer dokter,” antwoordde de jonge zeeman. + +</p> +<p>Luigi begaf zich ten gevolge van dit gesprek naar het fortje, alwaar hem toegang verleend werd tot de kasemat, die Silas Toronthal +tot gevangenis diende. + +</p> +<p>De bankier was op dat oogenblik in een hoek bij eene tafel gezeten. Hij had juist zijn bed verlaten. Naar zijn uiterlijk te +oordeelen, was zijn gemoedstoestand veel verbeterd. Hij hield zich toen <a id="d0e2816"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2816">107</a>]</span>niet met de gedachte bezig, dat hij zijn vermogen verloren had<span id="d0e2818" class="corr" title="Bron: , hij">. Hij</span> dacht zelfs niet aan Sarcany. Er was iets wat hem bovenmate verontrustte, en dat was de zucht om te weten de reden waarom, +en de plaats waar hij opgesloten was, en wie toch wel de machtige persoon kon zijn, die er belang bij kon hebben, zich van +zijn persoon te verzekeren. Dat was het wat hem bezig hield, maar waaromtrent hij geen oplossing kon vinden. Zoo veel was +zeker, dat hij begreep alles te vreezen te hebben. + +</p> +<p>Toen hij Luigi Ferrato zijne cel zag binnentreden, stond hij op; maar op een teeken van dezen ging hij weder onmiddellijk +zitten. Het onderhoud, dat plaats had, was slechts van korten duur en ziehier de vragen, die hem gesteld werden: + +</p> +<p>“Gij zijt Silas Toronthal, voorheen te Triëst en laatstelijk te Ragusa woonachtig, niet waar?” + +</p> +<p>“Op die vraag heb ik niet te antwoorden. Zij die mij gevangen hebben, moeten weten wie ik ben, dunkt mij.” + +</p> +<p>“Dat weten zij. Wees daaromtrent onbekommerd, heer Toronthal! Op zijn tijd zult gij alles te weten komen.” + +</p> +<p>“Maar wie zijn zij, als ik u bidden mag? Zijn het machtige mannen? Dat zou ik wel willen weten.” + +</p> +<p>“Dat zult gij later vernemen. Niet te nieuwsgierig, heer bankier. Dat is eene ongepaste ondeugd hier.” + +</p> +<p>“En wie zijt gij?” + +</p> +<p>“Alweer te nieuwsgierig. Maar ik wil daarop wel antwoorden, dat ik een man ben, die <span id="d0e2837" class="corr" title="Bron: in">de</span> opdracht heeft u te ondervragen.” + +</p> +<p>“Opdracht van wien? Gij spreekt steeds in onbegrijpelijke raadselen.” + +</p> +<p>“Van hem, wien gij rekening en verantwoording verschuldigd zijt, die recht over leven en dood over u heeft.” + +</p> +<p>“Maar nogmaals, wie is dat? Gij zoudt mij inderdaad beangst kunnen maken.” + +</p> +<p>“Dat is niet aan mij om het u te zeggen. Misschien zal hij het u later zelf zeggen.” + +</p> +<p>“Welnu, in dat geval weiger ik te antwoorden. Vertrouwen tegenover vertrouwen.” + +</p> +<p>“Zoo als ge verkiest! Ge waart te Monte Carlo in gezelschap van een man, dien gij sedert lang kent en die u, sedert gij van +Ragusa vertrokken zijt, niet verlaten heeft. Die man is van Tripolitaansche afkomst en heet Sarcany. Hij is ontsnapt op het +oogenblik, dat gij op den weg naar Nizza in hechtenis genomen <span id="d0e2852" class="corr" title="Bron: werdt">werd</span>. Ziehier nu wat mij opgedragen is u te vragen: Weet gij waar die man zich thans bevindt en zoo ja, zijt gij genegen dat mede +te deelen?” + +</p> +<p>Silas Toronthal wachtte zich er wel voor om te antwoorden. Wanneer men verlangde om te weten waar Sarcany zich bevond, dan +was daarvan klaarblijkelijk het doel om zich van zijn persoon <a id="d0e2857"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2857">108</a>]</span>meester te maken, zooals men met hem gedaan had. En waarom wilde men dat doen? Had dat betrekking op gebeurtenissen van het +verleden, waarin zij beiden gezamenlijk de hand hadden gehad? Stond dat in verband met de kuiperijen, die zij zich ter zake +van de Triëster samenzwering veroorloofd hadden? Maar hoe zouden die feiten bekend geraakt zijn? En wie kon er belang bij +hebben, om als wreker van graaf Mathias Sandorf en van zijne twee vrienden, die reeds sedert vijftien jaren overleden waren, +op te treden? Dat alles zweefde den ellendeling in een ondeelbaar oogenblik voor den geest. + +</p> +<p>Dat waren de vragen, die Silas Toronthal zich in de eerste plaats stelde. Hij begreep al spoedig, dat hij zich niet in handen +van een wettig ingestelde rechtbank bevond, wier macht zich over hem en zijn medeplichtige dreigde uit te strekken. Dat moest +hem evenwel nog ongeruster maken. Hoewel het voor hem niet twijfelachtig was, dat Sarcany eene schuilplaats te Tetuan in het +huis van de oude Namir gezocht had, waar de laatste inzet van de partij, die hij speelde, zelfs binnen een zeer begrensd tijdvak +moest gewonnen worden, besloot hij dadelijk zich niets daarvan te laten ontvallen. Wanneer later zijn belang mocht medebrengen +om openhartig te zijn, welnu, dan zou hij spreken; maar totdat hem dat gebleken zoude zijn, zou hij zeer gesloten spel spelen. +Na hem een kort oogenblik van beraad gelaten te hebben, vervolgde Luigi: + +</p> +<p>“Welnu...?<span id="d0e2863" class="corr" title="Bron: ”"></span> Zijt gij van zins te spreken? Of weigert gij?” + +</p> +<p>“Ik zou u kunnen antwoorden,” hernam Silas Toronthal, “dat ik weet waar die Sarcany, waarvan gij spreekt, zich ophoudt, dat +ik het evenwel niet wil zeggen. Maar inderdaad, ik weet het niet.” + +</p> +<p>“Is dat uw eenig antwoord, Silas Toronthal?” vroeg Luigi Ferrato zeer ernstig. + +</p> +<p>“Ja, het eenige en het waarachtige. Ge behoeft mij niet te gelooven, als gij niet wilt. Toch zult gij geen ander antwoord +erlangen.” + +</p> +<p>“Bedenk u wel.... Uw stilzwijgen zou u kunnen berouwen, heer bankier.” + +</p> +<p>Silas Toronthal trok de schouders op. Hij was thans vast besloten. Hij wilde en zou niet spreken. + +</p> +<p>Luigi Ferrato verliet hem toen en deelde dokter Antekirrt den uitslag van dat onderhoud mede. Ofschoon het antwoord van den +bankier, alles wel beschouwd, niet onaanneembaar was, was men wel verplicht zich er mede te vergenoegen. Er bleef dus niets +anders te doen over om de schuilplaats van Sarcany te ontdekken, dan de nasporingen ijverig voort te zetten, ja, te verdubbelen +en daartoe noch moeite noch geld te sparen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p109.jpg" alt="Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. (Bladz. 114.)" width="501" height="720"><p class="figureHead">Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e2966" class="typeref">114</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar terwijl intusschen gewacht werd, dat de een of andere tijding <a id="d0e2889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2889">109</a>]</span><a id="d0e2890"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2890">110</a>]</span>aanleiding kon geven om de vervolging te hervatten, moest dokter Antekirrt zich met andere kwestiën bezig houden, die ernstig +waren en waarbij de veiligheid van het eiland Antekirrta zeer betrokken was. Die kwestiën zouden weldra uitsluitend beslag +op zijne aandacht leggen. + +</p> +<p>Hij had geheime berichten uit de Cyrenaïsche provinciën ontvangen. + +</p> +<p>Cyrenaïca, in het Grieksch Kyrenaikeh, was in den voortijd een belangrijk Noord-Afrikaansch landschap, door Grieken gesticht +en bewoond, en op de hoogvlakte Barca gelegen. + +</p> +<p>De Grieksche volkplanting werd er omstreeks het jaar 631 vóór de geboorte van Christus op bevel van het orakel van Delphi, +door inwoners van het eiland Thera en doof eenige Spartanen onder aanvoering van Battus gesticht. + +</p> +<p>Het landschap ontleende zijn naam aan de stad Cyrene, terwijl er voorts nog vier andere Grieksche steden verrezen, weshalve +dat gewest ook wel Pentapolis (vijfstad) genoemd werd. De nakomelingen van Battus hadden er als vorsten een onbeperkt gezag, +en onder Acceulaus III verviel het aan de Perzen. + +</p> +<p>Omtrent het jaar 440 vóór Christus, werd er de republikeinsche regeeringsvorm ingevoerd, terwijl handel, scheepvaart, nijverheid, +kunsten en wetenschappen er toen buitengewoon bloeiden. Weldra ontstond er echter verdeeldheid, en tyrannen maakten zich meester +van de heerschappij. + +</p> +<p>Na den dood van Alexander de Groote werd het veroverd door Ptolomeus III Psycon, die het in 96 vóór Christus aan de Romeinen +naliet, welke het eerst onafhankelijk verklaarden, maar het 30 jaren later met het eiland Creta tot een Romeinsch wingewest +vereenigden. Later werd Cyrenaïca door Barbaarsche horden uit de binnenlanden van Afrika geteisterd, en in de VII<sup>de</sup> eeuw onzer jaartelling voltooiden de Saraceenen het werk der verwoesting. + +</p> +<p>De grond leverde in de dagen der oudheid een overvloed van kostelijke vruchten op. + +</p> +<p>Het land was vóór de geboorte van Christus de zetel der Cyrenaïsche wijsbegeerte, wier aanhangers ook Hedonici genoemd werden, +omdat zij vrijelijk hunne hartstochten en lusten opvolgden. Die wijsbegeerte stond tegenover die der Cynici, bloeide omstreeks +eene eeuw in en buiten Griekenland en werd door die der Epicuristen verdrongen. Zij versmaadde alle bespiegeling en bepaalde +zich tot het tastbare en zinnelijke, zoodat zij tevens tot atheïsme verviel. + +</p> +<p>Tot de meest beroemde volgelingen van <span id="d0e2913" class="corr" title="Bron: Aristuppus">Aristippus</span> behoorden, behalve zijne dochter Areta, zijn kleinzoon Aristippus Metrodoctus, Antipater, <span id="d0e2916" class="corr" title="Bron: Annyceris">Anniceris</span>, Theodorus en Hesegius. + +</p> +<p>Voorts was Cyrenaïca tot in de Vde eeuw na Christus de hoofdzetel der Gnostische wijsgeeren. Het geheele gewest bevat een +overgrooten schat van merkwaardige overblijfselen der oudheid. +<a id="d0e2921"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2921">111</a>]</span></p> +<p>De hoofdstad des lands was Cyrene, gelegen aan de waterbron Kyra, thans Aim-ej-Shedah of Eeuwige bron. Zij lag op eene hoogvlakte, +vier uren gaans van de kust, tusschen twee bergtoppen, van welke de oostelijke waarschijnlijk de Akropolis of Citadel torschte. +Aan de noordelijke helling van den anderen ontsprong de reeds genoemde bron, waarbij zich een tempel van Apollo verhief, en +wat verder westwaarts was een schouwburg in de rotsen uitgehouwen. Voorts blijkt het uit de trotsche bouwvallen, dat de stad +weleer in het bezit was van een groot aantal prachtige tempels en andere openbare gebouwen. + +</p> +<p>Ook werd de wetenschap er ijverig beoefend; want zij was de vaderstad van <span id="d0e2926" class="corr" title="Bron: Aristuppus">Aristippus</span>, Anniceris, en Carnéades, van den dichter Callimachus en van den geleerden Erasthothenes. + +</p> +<p>De agenten, welke dokter Antekirrt in dat nabij gelegen land had, beveelden hem aan om de omstreken van de golf van Sidra +uiterst nauwkeurig te doen gadeslaan. Volgens hen was het geduchte bondgenootschap der Senousisten bezig hare strijdkrachten +op de grenzen van Tripoli te zamen te trekken. Een algemeene beweging bracht de benden langzamerhand al meer en meer in de +nabijheid van het Syrtische kustland. + +</p> +<p>Vlugge boden brachten voortdurend zendbrieven over van den Grootmeester naar de verschillende zaouiyias van Noordelijk en +Oostelijk Afrika. + +</p> +<p>Vuur- en blanke wapens, uit het buitenland afkomstig, waren afgeleverd en door het bondgenootschap in ontvangst genomen. Eindelijk, +en dat was wel het meest gewichtige van die tijdingen, was het blijkbaar dat eene aanzienlijke macht in het <span id="d0e2935" class="corr" title="Bron: villayschap">villayetschap</span> van Ben Gaza, derhalve in de onmiddellijke nabijheid van het eiland Antekirrta bijeengetrokken werd. Waarlijk, de toestand +begon zich wel te ontwikkelen. + +</p> +<p>Met het vooruitzicht op die gevaarlijke nabijheid, die weldra dreigend kon worden, was dokter Antekirrt verplicht die maatregelen +te treffen, welke hem de voorzichtigheid gebood. + +</p> +<p>Piet Bathory en Luigi Ferrato stonden hem gedurende de drie laatste weken van de maand October volijverig bij die werkzaamheden +ter zijde, en alle bewoners der volkplanting brachten volgaarne alles bij, wat de weerbaarheid van het eiland kon verhoogen. + +</p> +<p>Pescadospunt werd herhaaldelijk maar zoo geheim mogelijk naar de Cyrenaïsche kust gezonden, om zich daar in betrekking met +de agenten te stellen, en weldra had die schrandere kleine kerel zich overtuigd, dat het gevaar, hetwelk het eiland Antekirrta +bedreigde, niet hersenschimmig, niet denkbeeldig genoemd mocht worden. + +</p> +<p>De zeeschuimers toch van de provincie Ben Ghâzi, versterkt en aangevuld door eene ware te wapen oproeping van de geaffilieerden +<a id="d0e2946"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2946">112</a>]</span>en bondgenooten der geheele kuststreek, hielden zich volijverig onledig met het uitrusten van een krijgstocht, die het eiland +Antekirrta tot doelwit had. + +</p> +<p>Zou die tocht binnen betrekkelijk korten tijd ondernomen worden, of zou hij nog uitgesteld worden? + +</p> +<p>Daaromtrent was niets te vernemen. + +</p> +<p>Toch kreeg men te weten, dat de hoofden der Senousisten zich nog in de zuidelijke districten ophielden, waaruit men de gevolgtrekking +mocht opmaken, dat geene belangrijke operatiën in de eerste dagen ondernomen zouden worden. Die hoofden toch zouden haar moeten +besturen en aanvoeren. + +</p> +<p>Daarom kregen de <i>Elektrieks</i> van Antekirrta bevel om in de buurt van de Syrtische zee te kruisen, zoowel om de kuststrook van het Cyrenaïsche en van het +Tripolitaansche gebied als de kust van geheel het Tunische rijk tot aan Kaap Bon in het oog te houden. Voor zulke kleine vaartuigen +was dat een belangrijke dienst. Hunne bewonderenswaardige snelheid vergoedde evenwel veel. + +</p> +<p>De lezer weet dat de verdedigingswerken van het eiland Antekirrta nog niet volgens de ontworpen plannen voltooid waren. Maar +al mocht het ook niet mogelijk heeten om dien arbeid ter gewenschter tijd te kunnen beëindigen, zoo had men zich toch beijverd +om den voorraad van levensmiddelen, munitiën en verdere krijgsbehoeften in de magazijnen en arsenalen van Antekirrta zoo rijkelijk +mogelijk aan te vullen. + +</p> +<p>Het eiland Antekirrta, dat door een zeearm ter breedte van ongeveer twintig mijlen van de Cyrenaïsche kust gescheiden was, +zou geheel eenzaam in den Syrtischen zeeboezem liggen, wanneer niet een klein eiland, algemeen bekend onder den naam van het +Kencraf eilandje, hetwelk een omtrek van ongeveer driehonderd meters bezat, in de nabijheid van zijn zuidoostelijke punt gelegen +ware. Volgens den gedachtegang van dokter Antekirrt, zou dit eilandje later tot verbanningsoord moeten dienen, namelijk wanneer +een der kolonisten die straf ooit zoude verdienen en zij door de ingestelde rechtsmacht op het hoofdeiland uitgesproken zoude +worden, een geval dat zich gelukkig nog niet voorgedaan had. Men had er evenwel bij wijze van voorzorg eenige barakken tot +dat doeleinde opgericht. + +</p> +<p>Maar in weerwil daarvan was het eilandje Kencraf niet versterkt en—het mocht niet verbloemd worden—wanneer eene vijandelijke +vloot een aanval op Antekirrta in het schild voerde, dan stelde de ligging daarvan een daadwerkelijk gevaar voor de hoofdvestiging +daar. Want eene vijandelijke macht had niets anders te doen dan daar te ontschepen en van dat eilandje eene degelijke operatie-basis +te maken. Het bood alle gemakken aan om er levensmiddelen en munitiën te debarkeeren men kon er eene batterij opwerpen en +derhalve <a id="d0e2965"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2965">113</a>]</span><a id="d0e2966"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2966">114</a>]</span>zou het een aanvaller een stevig steunpunt verschaffen. Het ware beter geweest, dat het eilandje in het geheel niet bestond, +vooral omdat de tijd ontbrak, om het behoorlijk in staat van verdediging te stellen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p113.jpg" alt="De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van twee honderd voeten hoog. (Bladz. 123.)" width="507" height="720"><p class="figureHead">De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van twee honderd voeten hoog. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3193" class="typeref">123</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De ligging van het eilandje Kencraf en de voordeelen, die een vijand er van trekken kon, moesten dan ook dokter Antekirrt +ongerust maken. Nadat hij alles rijpelijk overwogen had, besloot hij het te vernietigen, maar die vernietiging tevens te doen +dienen, om de honderden zeeschuimers, die het wagen zouden er bezit van te nemen, om te brengen, zonder er een van te laten +ontsnappen. Hij dacht er zeer ernstig over na en kwam toen tot een vrij goed uitgewerkt plan. + +</p> +<p>Dat plan werd dadelijk ten uitvoer gelegd. Onmiddellijk werden loopgraven en mijngangen aangelegd, die mijngangen werden behoorlijk +geladen, zoodat weldra het geheele eilandje Kencraf aan een grooten mijnoven gelijk was, die door een onderzeeschen geleiddraad +met het eiland Antekirrta in verbinding gebracht werd. Een zwakke electrische stroom langs dien geleiddraad was voldoende, +om eene uitbarsting te weeg te brengen, die geen spoor van het eilandje aan de oppervlakte der zee zoude achterlaten. En waarlijk, +het was geen gewoon buskruit, ook geen schietkatoen, zelfs geen dynamiet, hetwelk dokter Antekirrt zoude bezigen, om die vreeselijke +ontploffing teweeg te brengen. Neen, hij kende de samenstelling van een ontploffende stof, die kort geleden uitgevonden werd, +en welker verbrijzelende kracht zoo aanmerkelijk was, dat men van haar kon zeggen dat zij in verhouding tot het dynamiet stond +zooals deze laatste stof tot het gewone buskruit van Barthold Schwarz. Zij was veel handelbaarder dan de nitroglycerine, ook +gemakkelijker vervoerbaar, daar zij slechts het bezigen van twee onafhankelijke vloeistoffen behoefde, welker vermenging niet +vroeger dan op het oogenblik van gebruik bewerkstelligd moest worden. Die vloeistoffen bevroren niet, terwijl het dynamiet +reeds bij vijf of zes graden bevriest, en zij konden slechts ontploffen door het aanbrengen van een geweldigen schok, zooals +de aanvuring van een slaghoedje, met slagkwik gevuld, kan teweeg brengen. Zooals men ziet, was dat een gemakkelijk en eenvoudig +maar verschrikkelijk middel. + +</p> +<p>Hoe wordt dat verkregen? + +</p> +<p>Eenvoudig door de inwerking van het zuivere en watervrije protoxyd van stikstof in vloeibaren toestand op verschillende lichamen, +rijk aan koolstof, zooals op minerale, plantaardige, dierlijke oliën of andere vloeibare voortbrengselen van vetstoffen. Die +beide vochten, die afzonderlijk geheel onschuldig en in elkander oplosbaar zijn, worden in zekere verhouding gemengd, zooals +men water met wijn zou mengen, zonder dat er gevaar bij de behandeling bestaat. <a id="d0e2986"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2986">115</a>]</span>Zoo wordt de “panklastiet” vervaardigd, een woord dat: “alles verbrijzelend” beteekent, een inderdaad juiste naam, want die +nieuw verkregen vloeistof is in staat alles te verbrijzelen, en overtreft in kracht verre alle overige bekende ontploffingsmiddelen. + +</p> +<p>Dit scheikundig schrikmiddel werd dus in talrijke mijngangen onder de oppervlakte van het maaiveld van het eilandje geladen. +Met een onderzeeschen telegraafdraad stond die lading in verbinding met het eiland Antekirrta. Langs dien draad zou de electrische +vonk voortspoeden naar de aanvuringen van slagkwik, waarvan iedere mijngang voorzien was, en het kon niet missen, of de algemeene +ontploffing zou alsdan onmiddellijk volgen. Daar het evenwel zoude kunnen gebeuren, dat de draad door de eene of andere omstandigheid +onbruikbaar werd, zoo werden er nog twee uitgebracht, onafhankelijk van elkander, en werden bovendien bij wijze van voorzorgsmaatregel +nog andere electrische batterijen op verschillende plekken van het eiland onder de oppervlakte van den bodem ingegraven en +door onderaardsche geleidingsdraden met de mijngangen verbonden. Het was voldoende de plaatjes van een dier batterijen, die +met de oppervlakte van den grond gelijk gelegd waren, met den voet eventjes aan te raken, om den stroom af te sluiten, den +benoodigden schok op het slagkwik en zoo de ontploffing te veroorzaken. Het zou dus onmogelijk genoemd worden, dat wanneer +talrijke aanvallers op het eilandje Kencraf ontscheepten, er een aan de totale vernietiging zoude ontsnappen. + +</p> +<p>Die verschillende werkzaamheden waren in de eerste dagen van November tamelijk gevorderd, toen er een ongeval plaats greep, +dat dokter Antekirrt noodzaakte zijn eiland gedurende eenige dagen te verlaten. + +</p> +<p>In den ochtend van den 3<sup>den</sup> November kwam het stoomvaartuig, dat bestemd was om de steenkolen van Cardiff over te voeren, in de haven van Antekirrta +ten anker. Gedurende den overtocht was het door slecht weder genoodzaakt geworden Gibraltar aan te doen. Daar vond de kapitein +der boot op het postkantoor een brief, die aan dokter Antekirrt gericht was. Die brief was door de verschillende postdiensten +her- en derwaarts gezonden geworden, zonder dat hij den geadresseerde had kunnen bereiken. De menigvuldige postmerken op den +omslag, gaven daar de meest afdoende getuigenis van. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt nam dien brief in ontvangst, bekeek den omslag, die de postmerken van Malta, Catania, Ragusa, Ceuta, Otranto, +Malaga en Gibraltar droeg. + +</p> +<p>Het adres, hetwelk een zwaar beverig schrift vertoonde, was klaarblijkelijk door iemand ter neder gesteld, die de gewoonte +niet meer had om de pen te voeren, wien het ook misschien aan kracht ontbroken <a id="d0e3001"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3001">116</a>]</span>had, om die weinige woorden ter neer te schrijven. De omslag voerde slechts één naam, den naam van den dokter, met die roerende +aanbeveling: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Aan dokter Antekirrt. + + +</p> +<p>“Aan Gods goede zorgen overgelaten.” + +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De dokter scheurde den omslag open, ontvouwde den brief, die op een vel papier geschreven was, dat door den tijd reeds geel +geworden was, en las het navolgende: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Heer dokter! + + + +</p> +<p>“Dat God u dezen brief toch in handen voere!... Ik ben reeds zeer bejaard!... Ik kan sterven.... Dan zal zij alleen op de +wereld zijn!... Och, heb medelijden met de laatste dagen van mevrouw Bathory!... Zij is gedurende haar geheele leven zoo zeer +beproefd geweest!... Kom haar te hulp! Dat is de bede van + + + +</p> +<p>Uwen ootmoedigen dienaar +<br><span class="smallcaps">Borik</span>.” + +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Verder stond er in een hoek: “Carthago” en daaronder deze woorden: “Regentschap Tunis.” + +</p> +<p>De dokter bevond zich alleen op het Stadhuis, toen hij van dien brief kennis nam. Een kreet van vreugde en van wanhoop te +gelijkertijd ontsnapte hem,—van vreugde, omdat hij ʼt spoor van mevrouw Bathory wedervond,—van wanhoop of beter van vrees, +want de postmerken op den omslag van dien brief duidden aan, dat hij reeds langer dan een maand geleden geschreven was. + +</p> +<p>Luigi Ferrato werd dadelijk geroepen. Hij kwam terstond aangeloopen en meldde zich op het Stadhuis aan. + +</p> +<p>“Luigi,” zei dokter Antekirrt, “geef kapitein Ködrik de noodige bevelen, dat de <i>Ferrato</i> binnen twee uren stoom op heeft en in staat zij om te kunnen vertrekken.” + +</p> +<p>“Het vaartuig zal gereed zijn, om op den opgegeven tijd zee te kunnen kiezen,” antwoordde Luigi. + +</p> +<p>“Goed zoo.” + +</p> +<p>“Maar vergeef mij eene onbescheidene vraag: moet het vaartuig ter uwer beschikking zijn, heer dokter?” + +</p> +<p>“Ja, Luigi. Daarop dient gerekend te worden,” antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Zal het een lange reis gelden? Ook dat dien ik te weten, heer dokter,” was Luigiʼs tweede vraag. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt raadpleegde eene kaart. + +</p> +<p>“Slechts drie of vier dagen. Meer niet, denk ik,” was zijn antwoord. + +</p> +<p>“Vertrekt gij alleen?” + +</p> +<p>“Neen! Zoek Piet Bathory op, en zeg hem zich gereed te houden mij te vergezellen.” + +</p> +<p>“Piet is op dit oogenblik afwezig, heer dokter....” antwoordde <a id="d0e3054"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3054">117</a>]</span>Luigi Ferrato. “Maar ik zal hem seinen.” + +</p> +<p>“Afwezig?” + +</p> +<p>“Ja, maar binnen een uur zal hij van het eilandje Kencraf terug zijn, alwaar hij de werkzaamheden bestuurt.” + +</p> +<p>“O, zoo is het goed.” + +</p> +<p>“Ik ga dus uwe bevelen volbrengen en kapitein Ködrik waarschuwen, heer dokter.” + +</p> +<p>“Wacht even. Ik heb nog iets ... ik verlang ook dat uwe zuster dat tochtje medemaakt, Luigi,” ging dokter Antekirrt voort, +“laat haar daartoe dadelijk alle voorbereidingen treffen. Maar spoedig, niet waar?” + +</p> +<p>“Dadelijk, heer dokter.” + +</p> +<p>Luigi ijlde heen, om de bevelen, die hij van dokter Antekirrt ontvangen had, ten uitvoer te brengen. Hij seinde dadelijk naar +het eilandje Kencraf en spoedde zich naar zijn zuster en naar kapitein Ködrik. + +</p> +<p>Een uur later vertoonde Piet Bathory zich op het Stadhuis. Hij had de depêche van Luigi ontvangen. + +</p> +<p>“Lees,” zei de dokter. + +</p> +<p>En hij reikte hem Boriks brief over. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e3076" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">VI.</h2> +<h2 class="normal">DE GEESTVERSCHIJNING.</h2> +<p>Het stoomjacht lichtte weinige minuten na het middaguur het anker. Het had kapitein Ködrik tot gezagvoerder en Luigi Ferrato +tot eersten officier. Als passagiers waren slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Maria Ferrato aan boord. Deze laatste +werd medegenomen om mevrouw Bathory hare zorgen te kunnen wijden, wanneer het onmogelijk zoude blijken haar onmiddellijk van +Karthago naar Antekirrta te vervoeren. + +</p> +<p>Zonder dat daarop in ʼt bijzonder gewezen behoeft te worden, zal de lezer beseffen, welke gewaarwordingen, welke angsten het +hart van Piet Bathory bestormden. Hij wist thans waar zijne moeder <a id="d0e3085"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3085">118</a>]</span>was, hij ging naar haar toe!... Maar waarom had Borik haar zoo onverwachts en zoo spoedig uit Ragusa weggevoerd en dat nog +wel om haar naar dat verre kustland van Tunis te brengen? In welken toestand van ellende en armoede zou hij beiden terugvinden? +Bij die gedachte ijsde hij. Bij die gedachte durfde hij niet verwijlen, uit vrees te zeer door zijne aandoeningen overmeesterd +te worden. + +</p> +<p>Op al dat leed, hetwelk Piet Bathory aan Maria toevertrouwde, antwoordde deze slechts met hoopvolle en troostvolle woorden. +Zij herkende in den brief, dien de dokter ontvangen had, de zichtbare tusschenkomst der Voorzienigheid. Dat was volgens het +vrome en brave meisje niet te miskennen. Hier was de vinger Gods! + +</p> +<p>Natuurlijk waren bevelen verstrekt, om de <i>Ferrato</i> hare meest mogelijke snelheid te doen bereiken. Door de stoomkleppen te bezwaren, werd weldra eene vaart van gemiddeld vijftien +mijlen in het uur overschreden. Nu bedraagt de afstand van de golf van Sidra tot kaap Bon, aan het noordoostelijk uiteinde +van het Tunische vasteland gelegen, hoogstens duizend kilometers. Verder van kaap Bon tot aan de Goulet, die de haven van +Tunis vormt, duurt het slechts anderhalf uur voor een vlug stoomjacht, om dien afstand af te leggen. Ongerekend slecht weder +of andere wederwaardigheden, kon de <i>Ferrato</i> in twee en dertig uren tijds op hare bestemming aankomen. + +</p> +<p>De zee was buiten de Sidragolf effen en glad. Er woei een zachte noord-westen bries, die evenwel niet scheen te zullen aanwakkeren. +De kapitein liet recht op kaap Bon aansturen, om dicht daarbij iets af te vallen, ten einde des te sneller de beschuttende +strook te bereiken, die de vaste wal zoude aanbieden, wanneer de wind mocht aanwakkeren. Hij zou dus het eiland Pantellaria, +dat halfweg tusschen kaap Bon en Malta gelegen is, niet in het gezicht loopen, daar hij de gezegde kaap zoo dichtbij mogelijk +wilde voorbij stevenen. + +</p> +<p>Terwijl de kust zich buiten de Sidrabaai afrondt, wordt zij westwaarts diep ingesneden en beschrijft daar een bocht met zeer +grooten straal. Daar langs ontwikkelt zich voornamelijk het kustland van het regentschap Tripoli, dat zich tot aan de golf +van Gabes tusschen het eiland Dscherba en de stad Sfax uitstrekt. Daarna buigt de kust weer eenigermate oostwaarts naar kaap +Dinias toe, om de baai Hammamet te vormen, en ontwikkelt zich verder van zuid naar noord tot aan kaap Bon. + +</p> +<p>Eenmaal bij die kaap aangekomen, stevende de <i>Ferrato</i> naar die Hammamet baai. Daarin zou het vaartuig langs den wal loopen, om dien niet weer uit het gezicht te verliezen tot +bij de Goulet. + +</p> +<p>Hoewel de bries niet sterk genoemd mocht worden, verhieven de golven zich toch aanmerkelijk gedurende den dag van den derden +November en den daaropvolgenden nacht. Er is slechts weinig wind <a id="d0e3108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3108">119</a>]</span>noodig om die Syrtische zee, waarin de meest grillige stroomingen en tegenstroomingen van de geheele Middellandsche zee te +zamen komen, in beroering te brengen. Maar reeds den volgenden ochtend werd land verkend, juist ter hoogte van kaap Dinias. +Eenmaal onder dien hoogen oever gekomen, werd de vaart van het jacht aangenaam en voorspoedig. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> stevende op ongeveer twee mijlen van de kust, waarvan men al de bijzonderheden nauwkeurig kon opmerken. Buiten de Hammamet-baai +op de hoogte van Kelibiah, stevende het stoomjacht nog dichter langs de kust, om een blik in de kleine kreek Sidi Youssouf, +die ten noorden door eene aaneenschakeling van klippen en rotsen gedekt is, te kunnen werpen. Eigenlijk kon deze laatste beweging +van de <i>Ferrato</i> eene verkenning van het vijandelijke strand heeten. + +</p> +<p>Bij de inbuiging der kust strekte zich een prachtig zandig strand voor het oog uit. Naar achteren vertoonde zich eene reeks +van lage heuvelen, die met klein struikgewas bekleed waren, hetwelk met moeite ontkiemd was in dien bodem, die meer overvloed +aan steenen heeft dan aan teelaarde. Verder af werden hoogere heuvels ontwaard, die als uitloopers van de nog verder gelegen +“djebels”, die het gebergte in het het binnenland uitmaakten, konden beschouwd worden. Hier en daar werd een verlaten marabout +ontwaard, die zich als een soort witte vlek te midden van het groen der struiken voordeed. Op den voorgrond verrees een kleine +verschansing, die er bouwvallig uitzag, en hooger-op een grooter fort, dat in beteren staat verkeerde en dat zich op den heuvel +verhief, die de Sidi Youssouf-kreek ten noorden afsloot. + +</p> +<p>Intusschen was die kreek niet verlaten. Door de rotsblokken beschut, lagen verscheidene Levantsche vaartuigen, als chebekken, +polacres enz. op eene halve kabellengte der kust op eene diepte van vijf of zes vademen ten anker. Maar de helderheid en doorzichtigheid +van het groene water dier kreek was zoo volmaakt, dat men den bodem, uit zwarte steenen en uit lichtgestreept zand bestaande, +waarin de lepels der ankers grepen, en waaraan de weerkaatsing van het licht wonderlijke vormen verleende, duidelijk ontwaren +kon. + +</p> +<p>Langs het strand, aan den voet der lage duinen, die met mastiek- en tamarinde stuiken bezaaid waren, bemerkte men een douar, +die uit een twintigtal goubiʼs bestond en zijne tenten van vuil geel gestreept linnen vertoonde. Men kon dat vergelijken met +een grooten Arabischen mantel, die achteloos op het strand geworpen was. Buiten de plooien van dien mantel graasden schapen +en geiten, die in de verte er uitzagen als zwarte raven, wier schreeuwende bende door een geweerschot opgejaagd had kunnen +worden. Een tiental kameelen lagen òf uitgestrekt op het zand, òf stonden onbeweeglijk, <a id="d0e3124"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3124">120</a>]</span>alsof zij in steen uitgebeiteld waren en herkauwden in de nabijheid van eene rotsachtige omheining, die als ontschepingskade +kon dienen. + +</p> +<p>Terwijl men de monding der Sidi Youssouf-kreek voorbijstevende, kon men er een blik in werpen en merkte dokter Antekirrt op, +dat men munitiekisten, wapenen en zelfs eenige kleine kanonstukken, die tot het veldgeschut behoorden, ontscheepte. De Sidi +Youssouf-kreek leende zich door hare verwijderde ligging op de buitenste grenskuststrook van het regentschap Tunis, maar al +te gemakkelijk tot deze soort van smokkelhandel. + +</p> +<p>Luigi Ferrato vestigde de aandacht van dokter Antekirrt op de lossing dier oorlogscontrabande, welke toen daar op dat strand, +zonder eenige contrôle hoegenaamd, gedreven werd. + +</p> +<p>“Ja, Luigi,” antwoordde hij, “ik zie het wel. Dat is inderdaad bedenkelijk genoeg.” + +</p> +<p>“En wat denkt gij er over?” + +</p> +<p>“Dat het Arabieren zijn, welke die oorlogs-wapenen en munitiën in ontvangst komen nemen.” + +</p> +<p>“Maar voor wie die wapens.” + +</p> +<p>“Wie weet het? Wellicht om ze aan de bergbewoners te verstrekken, ten einde daarmede de Fransche troepen zoowel in Tunis als +in Algiers te bevechten.” + +</p> +<p>“Denkt gij dat?” vroeg dokter Antekirrt met een bitteren glimlach om de lippen. + +</p> +<p>“Ik weet niet wat te denken. Dat oorlogstuig kan ook aangekocht zijn voor rekening der talrijke geaffilieerden aan het Senousisme, +die aan wal struikroovers en aan boord zeeschuimers zijn, en die zich tegenwoordig in de Cyrenaïsche provinciën met een bepaald +doel al meer en meer te zamen trekken.” + +</p> +<p>“Zou zoo iets kunnen geschieden?” + +</p> +<p>“Inderdaad, en ik meen zelfs onder die Arabieren eenige typen te herkennen, die eerder uit de binnenlanden van Afrika dan +wel uit de Tunische provinciën afkomstig zijn.” + +</p> +<p>“Maar,” vroeg Luigi, “waarom verzetten de autoriteiten van het regentschap of ten minste de Fransche autoriteiten zich niet +ernstig tegen die ontscheping van wapenen en munitiën?” + +</p> +<p>“Waarom? Omdat men te Tunis zelfs niet gist wat aan de andere zijde van kaap Bon voorvalt,” antwoordde dokter Antekirrt, “en +wanneer de Franschen eindelijk meester van Tunisië zullen zijn, dan zullen deze oostelijke hellingen van de djebels nog voor +langen tijd aan hunne macht ontsnappen. Hoe het ook zij, dat lossen van wapentuig en krijgsbehoeften komt mij zeer verdacht +voor.” + +</p> +<p>“Het is gelukkig, dat ons stoomjacht een snel varend vaartuig is,” merkte Luigi gekscherend op. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p121.jpg" alt="Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor die deur. (Bladz. 124.)" width="498" height="720"><p class="figureHead">Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor die deur. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3205" class="typeref">124</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Zeker is dat gelukkig, want had de <i>Ferrato</i> hare snelheid niet in <a id="d0e3169"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3169">121</a>]</span><a id="d0e3170"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3170">122</a>]</span>haar voordeel, dan zou de flottilje, die wij daar ontwaren, geen oogenblik aarzelen om haar aan te tasten.” + +</p> +<p>Hadden de Arabieren werkelijk die gedachte gekoesterd, zoo als dokter Antekirrt vermoedde, dan had het stoomjacht toch niets +te vreezen. In minder dan een half uur was het de kleine reede van Sidi Youssouf voorbij gestevend. Nadat kaap Bon, die zich +zoo ver buiten het Tunische vasteland uitstrekt, genaderd was, stevende de <i>Ferrato</i> met volle kracht den vuurtoren voorbij, die op haar uiterste uiteinde, dat geheel met rotsen, die in prachtige lagen gelegerd +zijn, bedekt is, verrijst. + +</p> +<p>Het stoomjacht doorsneed nu, steeds niet volle kracht stoomende, de Tunische golf, die zich tusschen kaap Bon en kaap Karthago +uitstrekt. Ter linkerzijde van de <i>Ferrato</i> verhief zich de reeks van steile hellingen van den djebel Bon-Karnin, van den djebel Rossas en van den djebel Zaghouan, met +eenige dorpen hier en daar in de bergplooien verscholen. Ter rechter zijde verscheen in het volle licht, in al hare heerlijkheid +als eene andere Arabische Kasbah, de heilige stad Sidi-Bon-Saïd, die zeer waarschijnlijk een der voorsteden was van het oude +Carthago. Op den achtergrond verhief zich Tunis, geheel wit in het schitterende zonlicht boven het meer van Bahira, een weinig +achter dien arm, welke de Goulet aan alle de ontscheepten uit de pakketbooten van Europa als het ware toesteekt. + +</p> +<p>Op een afstand van drie mijlen van de haven lag een smaldeel van Fransche oorlogschepen ten anker, terwijl een weinig dichter +bij den kant eenige handelsvaartuigen voor hunne ankerkettingen lagen te dobberen, die door de groote verscheidenheid hunner +nationale vlaggen eene groote levendigheid aan die reede bijzetten. + +</p> +<p>Het was ongeveer één uur, toen de <i>Ferrato</i> op een afstand van drie kabellengten van de haven van Goulet haar anker liet vallen. Nadat de formaliteiten van den geneeskundigen +dienst vervuld waren, werd de vrije toegang aan de passagiers van het stoomjacht verleend. Dokter Antekirrt, Piet Bathory, +Luigi Ferrato en zijne zuster Maria namen plaats in de sloep, die dadelijk van boord afstak. + +</p> +<p>Na de havenpier omgeroeid te zijn, gleed zij door dat smalle kanaal, hetwelk steeds overvuld is met barkassen, sloepen, vletten +en andere ontschepingsvaartuigen, die aan beide kaden vastgemeerd waren, en legde dicht bij een onregelmatig gevormd plein +aan, hetwelk met boomen beplant, en met villaʼs, handelskantoren, koffiehuizen enz. omgeven was. Op dat plein wemelde het +van Malthezers, Joden, Arabieren, Fransche en inlandsche soldaten, die daar bij den ingang van de voornaamste straat der havenbuurt +drentelden. + +</p> +<p>De brief van Borik gaf Karthago tot adres op en die naam van <a id="d0e3193"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3193">123</a>]</span>eenige bouwvallen, die ter nauwernood op de oppervlakte van den bodem ontwaard worden, is alles wat van de geboortestad van +Hannibal overbleef. + +</p> +<p>Om zich naar het strand van Karthago te begeven, is het niet noodig gebruik te maken van het klein eindje Italiaanschen spoorweg, +dat den dienst verricht tusschen de Gouleta en Tunis en daarbij langs het meer van Bahira loopt. Hetzij men het strand volgt, +dat met zijn hard en fijn zand een uitnemend wandelpad voor de voetgangers oplevert, hetzij men den stofachtigen weg kiest, +die meer landwaarts in, de vlakte doorsnijdt, langs beide wegen bereikt men gemakkelijk den voet van den heuvel, waarop de +kapel van den Heiligen Lodewijk en het klooster der Algerijnsche zendelingen verrijzen. + +</p> +<p>Toen dokter Antekirrt en zijne reisgenooten ontscheepten, stonden verscheidene rijtuigen, met kleine paarden bespannen, te +wachten. In een oogwenk had men een rijtuig bestegen en was den koetsier bevel gegeven, om zoo spoedig mogelijk naar Karthago +te rijden. + +</p> +<p>Het rijtuig, na eerst de voornaamste straat van de Gouleta in flinken draf gevolgd te hebben, reed tusschen twee rijen prachtige +villaʼs door, die door de rijke Tunisiërs gedurende de warme maanden bewoond worden, daarna langs de paleizen van Keredina +en Mustapha, die op de kust in de nabijheid van de oude havenkommen der Karthaagsche stad verrijzen. Het is meer dan twee +duizend jaren geleden toen de mededingster van Rome dat geheele strand innam, van de punt der Goulet af tot aan de kaap, die +haren naam behouden heeft. + +</p> +<p>De kapel van den Heiligen Lodewijk, gebouwd op een heuvel van twee honderd voeten hoog, is opgericht op dezelfde plaats, waar +men beweert, dat die koning van Frankrijk in 1270 gestorven zou zijn. Dat gebouwtje is te midden van eene omheining gelegen, +die meer oudheidkundige brokstukken, deelen van bouwwerken, stukken van standbeelden, van vazen, kommen, zuilen, kapiteelen +en architraven, dan boomen of struiken bevat. Het klooster der zendelingen, waarvan pater Delattre, een zeer geleerd archeoloog, +toen prior was, is meer achterwaarts gelegen. Van de hoogte van dien heuvel, waarop die omheinde plek staat, beheerscht men +geheel en al het zandige strand, van kaap Karthago af tot aan de eerste huizen der Goulet. + +</p> +<p>Aan den voet van dien heuvel verrijzen eenige paleizen van Arabische bouworde, die evenwel van pieren naar Engelsche mode +voorzien zijn, alsook van bevallige staketsels, die zich tot ver in zee uitstrekken en waaraan de sloepen en jollen der reede +kunnen aanleggen. Verder-op strekt zich de baai met alle hare voorgebergten, alle hare <a id="d0e3205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3205">124</a>]</span>uitstekende punten, alle hare inhammen, die bij afwezigheid van bouwvallen, hunne geschiedkundige herinneringen behouden hebben, +in hare geheele heerlijkheid uit. + +</p> +<p>Maar wanneer er paleizen en villaʼs aangetroffen werden tot op de plaats, waar voorheen de oude oorlogs- en handelshavens +van het machtige Karthago zich bevonden, dan vindt men er ook hier en daar tusschen de plooien van het heuvelland, te midden +van het in puin liggend gesteente, op een grijsachtigen bodem, die bijna ongeschikt ter bebouwing is, kleine huizen, ware +stulpen, waarin de armen der streek wonen. De meesten <span id="d0e3209" class="corr" title="Bron: ">van </span>de laatstbedoelde bewoners oefenen geen ander handwerk uit dan op de oppervlakte of in de eerste lagen des bodems naar min +of meer kostbare voortbrengselen van het Karthaagsche tijdperk, zooals bronzen, steenen voorwerpen, aardewerk, medailles, +munten, enz. te zoeken. Dat alles wordt door de kloosterlingen voor hun archeologisch museum opgekocht. Zij doen dat evenwel +veel meer uit medelijden, dan dat zij tuk op die zaken zouden zijn. + +</p> +<p>Eenige dier ellendige stulpen bezitten slechts twee of drie muurvlakken. Men zou ze met bouwvallen van marabouts kunnen vergelijken, +die in dit klimaat van hevigen zonneschijn, wit gebleekt zijn. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en zijne tochtgenooten gingen van de eene hut naar de andere. Zij bezochten ze in de hoop er mevrouw Bathory +aan te treffen. Toch konden ze niet gelooven, dat zij tot dien trap van ellende vervallen zoude zijn. + +</p> +<p>Plotseling hield het rijtuig stil voor eene nog ellendiger stulp, waarvan de deur slechts een gat vertoonde, dat in den muur +gebroken was. De muur zelf lag half in puin en was gedeeltelijk met struiken en ruig overdekt. + +</p> +<p>Eene oude vrouw, die in een donkeren mantel gehuld was, zat voor die deur. + +</p> +<p>Piet had haar herkend!... Hij stiet een wilden kreet uit!... Hij sprong uit het rijtuig.... + +</p> +<p>“Moeder!... Moeder!...” riep hij. + +</p> +<p>Ja.... dat was zijne moeder!... Hij ijlde naar haar toe, knielde voor haar neder, sloot haar in zijne armen.... + +</p> +<p>Maar zij beantwoordde die liefkozingen niet. Zij zag hem met strakken blik aan. + +</p> +<p>Zij scheen hem niet te herkennen.... Neen ... dat oog stond levenloos ... dof.... + +</p> +<p>“Moeder!... Moeder!...” riep hij uit, terwijl de dokter met Luigi en zijne zuster naderden en zich bij hem voegden. + +</p> +<p>“Bedaar, bedaar, Piet,” sprak dokter Antekirrt. “In Gods naam bedaar. Uwe hartstochtelijkheid kan alles bederven.” + +</p> +<p>In dit oogenblik verscheen bij den hoek der hut een grijsaard, die zij nog niet bemerkt hadden. +<a id="d0e3236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3236">125</a>]</span></p> +<p>Dat was Borik. + +</p> +<p>Borik de trouwe dienstknecht! + +</p> +<p>Dadelijk herkende hij dokter Antekirrt. Zijne knieën knikten nu reeds en dat was wel te begrijpen. + +</p> +<p>Maar toen hij Piet herkende.... Piet, wiens begrafenisstoet hij tot op het kerkhof van Ragusa gevolgd was! Dat was te veel +voor den ouden man! Hij stortte bewegingloos neer, terwijl hij naar mevrouw Bathory wees en zijne lippen nog prevelden: + +</p> +<p>“Zij is krankzinnig!” + +</p> +<p>Krankzinnig! Dus op het oogenblik, dat die zoon zijne moeder wedervond, was alles wat haar overbleef, slechts een wezenloos +lichaam! En het zien van haar kind, dat zij dood moest wanen en dat daar plotseling voor hare oogen verschenen was, was niet +voldoende om haar de herinnering aan het verledene te hergeven! + +</p> +<p>Mevrouw Bathory was opgestaan met verwilderde, maar toch nog heldere oogen. Daarna trad zij de stulp binnen, zonder iets gezien, +zonder een enkel woord gesproken te hebben. Maria volgde haar op een teeken van dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Piet stond onbewegelijk bij de deur, zonder den moed, ja zonder de macht te hebben een pas te doen. + +</p> +<p>Borik had intusschen, dank zij de goede zorgen van den dokter, zijn bewustzijn herkregen. Toen hij een poos rondgekeken en +zijne verwarde gedachten verzameld had, riep hij uit: + +</p> +<p>“Gij, mijnheer Piet!... Gij!... Levend!... Hoe is het bij God mogelijk? Gij!... Levend!” + +</p> +<p>“Ja,” antwoordde Piet Bathory, “ja, levend!... En toch ware het beter, dat ik dood was!” + +</p> +<p>In korte trekken stelde dokter Antekirrt den ouden dienaar op de hoogte van hetgeen te Ragusa gebeurd was. Daarna deed Borik +op zijn beurt en niet zonder moeite het verhaal van de laatste twee maanden van armoede en ellende, die de arme vrouw doorstaan +had. Het was inderdaad een schrikkelijk verhaal, schrikkelijk vooral voor den zoon om aan te hooren. + +</p> +<p>“Maar,” vroeg dokter Antekirrt, zoodra hij de gelegenheid daartoe vond, “is het de dood van haren zoon, die de geestvermogens +van mevrouw Bathory gekrenkt heeft? Heeft zij zich dat verlies zoozeer aangetrokken?” + +</p> +<p>“Neen, mijnheer Antekirrt, neen,” antwoordde Borik. “Er is heel wat anders. Ik zal het u vertellen.” + +</p> +<p>“Wat dan?... Spreek, o spreek!” kreet Piet Bathory onstuimig, terwijl hij den ouden man bij de handen greep. + +</p> +<p>Ziehier, wat de trouwe dienaar toen in beknopte trekken, maar met horten en stooten verhaalde. + +</p> +<p>Toen mevrouw Bathory, na den dood van haren zoon, alleen <a id="d0e3271"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3271">126</a>]</span>op de wereld achterbleef, had zij Ragusa verlaten en zich in het dorpje Vinticello gevestigd, waar zij nog eenige bloedverwanten +bezat. Gedurende dat tijdperk zou men het weinige, dat zij in haar bescheiden woning bezat, te gelde maken, daar het haar +voornemen was, het huis in de Marinella-straat niet meer te betrekken. + +</p> +<p>Zes weken later keerde zij in gezelschap van Borik naar Ragusa terug, om de laatste hand aan de regeling harer zaken te leggen, +en toen zij in de Marinella-straat aankwam, vond zij een brief, die in de bus van het huis gestoken was. + +</p> +<p>Bij het lezen van dien brief was het reeds alsof hare geestvermogens geschokt werden. Zij las hem evenwel ten einde toe, stiet +toen <span id="d0e3277" class="corr" title="Bron: éen">een</span> kreet uit en stoof in ijlende vaart de straat op. Zij liep naar de Stradona-laan, stak die over en klopte aan de poort van +het hôtel Toronthal, die dadelijk geopend werd. + +</p> +<p>“Het hôtel Toronthal!...” riep Piet Bathory uit. “Mijn God, wat moet dat beteekenen?” + +</p> +<p>“Ja, het hôtel Toronthal,” antwoordde de oude Borik, “en toen ik mevrouw Bathory eindelijk ingehaald had, herkende zij mij +niet meer.... O God ... Piet, Piet, zij was krankzinnig! Volslagen krankzinnig!” + +</p> +<p>“Maar waarom ging mijne moeder naar het hôtel Toronthal” vroeg Piet Bathory onstuimig. + +</p> +<p>Borik keek hem met nieuwsgierigen blik aan, maar antwoordde niet dadelijk. + +</p> +<p>“Waarom ging zij naar het hôtel Toronthal?” herhaalde de jonge man, die den ouden dienaar met een verbijsterd oog aanzag, +alsof hij niets van het gesprokene begreep. “Wat had mijne moeder in Gods naam daar te doen?” + +</p> +<p>“Zij wenschte waarschijnlijk mijnheer Toronthal te spreken,” antwoordde Borik. + +</p> +<p>“Wat had zij toch met mijnheer Toronthal te maken?” vroeg de jonge man afgetrokken... “Maar... verder? Verder?” + +</p> +<p>“Mijnheer Toronthal had evenwel sedert twee dagen met zijne dochter die fraaie woning van de Stradona-laan verlaten, zonder +dat iemand wist, waarheen zij gegaan waren. Ziedaar alles wat ik op mijne pogingen om inlichtingen te verwerven, kon vernemen.” + +</p> +<p>“O, noodlot!” riep dokter Antekirrt uit. “Zonder dat iemand wist waarheen zij gegaan waren?...” + +</p> +<p>“Ja, heer dokter.” + +</p> +<p>“En die brief... die brief?...” vroeg Piet Bathory zoo hartstochtelijk mogelijk. “Die brief?...” + +</p> +<p>“Dien heb ik niet kunnen weervinden, mijnheer Piet,” antwoordde de grijsaard,” en hetzij mevrouw Bathory hem verloren of verscheurd +heeft, hetzij iemand haar dien afhandig gemaakt heeft, ik heb nimmer kunnen vernemen, wat hij inhield, hoeveel pogingen ik +daartoe <a id="d0e3304"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3304">127</a>]</span>ook heb aangewend, wanneer ik meende, dat de arme vrouw in meer heldere oogenblikken verkeerde.” + +</p> +<p>Die brief spoorloos verdwenen! Dat was inderdaad iets geheimzinnigs! + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, die dat verhaal opmerkzaam gevolgd had, wist geen <span id="d0e3310" class="corr" title="Bron: beduidenis">beteekenis</span> aan de handeling van mevrouw Bathory te verleenen. Welke kracht had haar naar dat hôtel van de Stradona-laan geleid, waarvan +haar juist alles verwijderd had moeten houden? En waarom had zij zulk een hevigen schok ondervonden, dat zij er krankzinnig +van was geworden, toen zij het verdwijnen van Silas Toronthal vernam? Inderdaad, dat alles kwam allen belanghebbenden zeer +raadselachtig voor. + +</p> +<p>Het verhaal van den ouden bediende, hoe dikwijls ook afgebroken door tranen, was nu spoedig geëindigd. + +</p> +<p>Het gelukte hem den ongelukkigen toestand van mevrouw Bathory geheim te houden, terwijl hij zich onledig hield met hare verdere +zaken te regelen en het weinige dat overbleef te gelde te maken. De aard van den waanzin van de ongelukkige vrouw was zacht +en kalm, en daardoor was het hem mogelijk geweest te kunnen handelen zonder argwaan te wekken. + +</p> +<p>Hij had slechts één wensch, namelijk Ragusa te verlaten en eene schuilplaats te zoeken, onverschillig waar, mits dat zij slechts +ver van die gevloekte stad gevonden werd. + +</p> +<p>Hij slaagde er eenige dagen later in, zich met mevrouw Bathory in te schepen op een der pakketbooten, die de kustvaart in +de Middellandsche zee uitoefenen, en zoo kwam hij te Tunis of beter bij de Gouleta aan. + +</p> +<p>Die streek kwam hem afgelegen genoeg voor en daar besloot hij zich te vestigen. + +</p> +<p>En hier in die vervallen stulp, wijdde de grijsaard zich geheel en al aan de verzorging, die de gekrenkte geestestoestand +van mevrouw Bathory noodzakelijk maakte. Zij scheen zelfs het gebruik der spraak terzelfder tijd met de rede verloren te hebben. +Maar hare bezitting was zoo armzalig, dat hij het oogenblik zag naderen, dat zij beiden tot de uiterste ellende zouden gedoemd +zijn. En dat op zooʼn leeftijd! Het was verschrikkelijk. + +</p> +<p>Onder die noodlottige omstandigheden herinnerde de oude zich dokter Antekirrt en de belangstelling, die hij immer omtrent +het gezin van Stephanus Bathory had laten blijken. Maar Borik wist niet, waar de dokter zich gewoonlijk ophield. Hij schreef +evenwel, en de brief, die zulk een hartverscheurenden wanhoopskreet inhield, had hij aan de goede zorgen van de Voorzienigheid +toevertrouwd. Het schijnt, dat de Voorzienigheid nog al goed den dienst der posterij uitoefent, daar de brief, in weerwil +van alles, aan zijn adres terecht gekomen was. +<a id="d0e3327"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3327">128</a>]</span></p> +<p>Wat thans te doen viel, was als het ware aangewezen. Mevrouw Bathory werd, zonder dat zij den geringsten wederstand bood, +naar het rijtuig gevoerd, waarin zij met haren zoon, Borik en Maria Ferrato, welke laatste haar niet meer verlaten zou, plaats +nam. Terwijl zij naar de Goulet reden, volgden dokter Antekirrt en Luigi Ferrato te voet het strand. Dat was, zooals wij weten, +niet ver. En die lichamelijke inspanning zou hen een gewenschte afleiding bezorgen. + +</p> +<p>Allen waren een uur later aan boord van het stoomjacht, dat onder volle stoomspanning gebleven was, ingescheept. Het anker +werd dadelijk gelicht en zoodra de <i>Ferrato</i> kaap Bon gerond had, stevende zij op den vuurtoren van Pantellaria aan. In den ochtend van den tweeden dag daarna, kwam het +stoomjacht in de haven van Antekirrta aan, en lag weldra met zijn kostbaren last aan boord aan de veilige kade gemeerd. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory werd dadelijk ontscheept en naar Artenak vervoerd en daar in een der beste kamers van het Stadhuis gehuisvest. +Maria Ferrato verliet hare woning om haren intrek bij de ongelukkige weduwe te nemen. + +</p> +<p>Welke nieuwe oorzaak van verdriet en smart die toestand zijner moeder voor Piet Bathory was, is wel na te gaan. + +</p> +<p>Die moeder krankzinnig, die moeder in hare geestvermogens gekrenkt onder omstandigheden, die waarschijnlijk onopgelost zouden +blijven. Als men nu maar de oorzaak dier waanzinnigheid kende, dan ware de eene of andere heilzame reactie te beproeven! Maar +men wist niets; men kon niets weten! En dat maakte allen nog radeloozer. + +</p> +<p>“Ik moet haar genezen!...” had de dokter, die zich geheel en al aan haar wijdde, meermalen in zich zelven gepreveld. “Ja!... +ik moet! ik zal slagen! In dien strijd moet ik overwinnen!” + +</p> +<p>Dat was evenwel eene uiterst moeielijke taak; want mevrouw Bathory bleef voortdurend volkomen bewusteloos, omtrent hetgeen +met haar en rondom haar voorviel. + +</p> +<p>Maar zou die machtige gedachten-opdringing, die dokter Antekirrt in zoo hooge mate bezat, en waarvan hij zoo onbetwistbare +bewijzen geleverd had, niet kunnen aangewend worden? Was het nu geen zaak om haar toe te passen, ten einde den geestestoestand +van mevrouw Bathory te wijzigen? Zou men niet door magnetische invloeden het geschokte hersenvermogen kunnen herstellen en +de rede kunnen vastketenen totdat de reactie, die toch niet uitblijven kon, ingetreden zoude zijn? Bedenkelijk schudde de +geleerde het hoofd. Hij wanhoopte aan den uitslag. + +</p> +<p>Piet Bathory smeekte den dokter, bezwoer hem als het ware, om toch schier het onmogelijke te beproeven tot genezing zijner +arme moeder. Het was te vergeefsch. + +</p> +<p>“Neen,” antwoordde dokter Antekirrt op diep bedroefden toon, “zelfs dat kan niet slagen.” + +<a id="d0e3351"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3351">129</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p129.jpg" alt="Toen knielde zij op de eerste trede en boog het hoofd voorover. (Bladz. 133.)" width="502" height="720"><p class="figureHead">Toen knielde zij op de eerste trede en boog het hoofd voorover. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3433" class="typeref">133</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e3363"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3363">130</a>]</span></p> +<p>“Waarom toch niet?” snikte de arme jongen wanhopig. “Waarom toch niet?” + +</p> +<p>“Omdat de krankzinnigen juist de sujetten zijn, die het meest weerstand aan het gedachten-opdringen bieden.” + +</p> +<p>“Maar... zeg mij, ware het toch niet te beproeven? O, dat er toch iets gedaan worde!” + +</p> +<p>“Neen, ik mag dat niet beproeven, Piet. Om den invloed der gedachten-opdringing te kunnen ondervinden,” ging de dokter onverstoorbaar +voort, “zou het noodig zijn, dat uwe moeder nog een persoonlijken onafhankelijken wil had, in wiens plaats ik den mijnen zou +kunnen stellen. Maar, ik herhaal het, dat zou zonder invloed op haar blijken. Daarenboven, zou zoo iets haar zenuwgestel zeer +aandoen.” + +</p> +<p>“Neen...! die uitspraak kan ik niet voor onwederlegbaar aannemen!” hernam Piet, die er maar niet toe komen kon, om toe te +geven. “Ik kan, ik wil niet aannemen, dat niet den een of anderen dag mijn moeders brein helder genoeg zal wezen, om haren +zoon te herkennen ... haren zoon, dien zij dood waant...!” + +</p> +<p>“Ja!... dien zij dood waant!” herhaalde dokter Antekirrt, als in gedachten verzonken “Maar,... wellicht,... wanneer zij u +levend waande,... of... wanneer zij, voor uw graf gebracht,... u zag verschijnen....” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt bleef bij dat denkbeeld verwijlen. Wat werkte hij in zijn brein uit? + +</p> +<p>Waarom zou zulk een moreele schok, die onder de meest gunstige omstandigheden aangebracht kon worden, geen invloed op mevrouw +Bathory hebben? In ieder geval zouden er geen nadeelige gevolgen van te vreezen zijn. + +</p> +<p>“Ik zal er de proef van nemen!” riep hij uit. “En... o, dat ik mocht slagen! Dat zou mij veel vergoeden!” + +</p> +<p>Van nu af werd het tafereel, dat opgevoerd moest worden, en het welslagen der proefneming kon verzekeren, eene ware studie, +de eenige gedachte van die mannen. Het gold toch niets minder dan bij mevrouw Bathory de uitwerkselen der herinnering, die +in haren tegenwoordigen toestand vernietigd of verdoofd schenen, te verlevendigen en dat onder zulke aangrijpende omstandigheden, +dat eene reactie in haar brein kon geboren worden. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt riep de hulp in van Borik en van Pescadospunt, om de plaatselijke gesteldheid van het kerkhof te Ragusa en +den vorm van het gedenkteeken, hetwelk op den grafkelder der familie Bathory stond, met genoegzame nauwkeurigheid weer te +geven. + +</p> +<p>Nu verrees er op het kerkhof van het eiland, ongeveer op een mijl afstand van Artenak gelegen, onder een groep van groenende +boomen eene kleine kapel, welke aan die van Ragusa niet ongelijk was. Men had slechts de omgeving een weinig te rangschikken, +om <a id="d0e3388"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3388">131</a>]</span>de gelijkenis der twee monumenten te treffender te maken. Toen dat geschied was, werd op den muur van den achtergrond een +zwart marmeren steen geplaatst, waarop: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p class="aligncenter">STEPHANUS BATHORY +<br>1867. + +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>te lezen stond. Dat jaartal was het tijdstip van den dood van den martelaar voor de vrijheid van Hongarijë. + +</p> +<p>Den 13<sup>den</sup> November scheen het oogenblik gekomen te zijn, om met de voorbereidende proefnemingen tot opwekking der verstandelijke vermogens +van mevrouw Bathory door eene langzame en nagenoeg onmerkbare opklimming te beginnen. + +</p> +<p>Zoo omstreeks zeven uur des avonds nam Maria Ferrato, die daarbij door Borik bijgestaan werd, de weduwe onder den arm en bracht +haar buiten het Stadhuis. Daarna geleidde zij haar door het veld naar het kerkhof. Voor den ingang der kleine kapel gekomen, +bleef mevrouw Bathory zoo als zij steeds was, wezenloos, en sprak geen woord, hoewel zij door het heldere schijnsel eener +lamp, die in het gebouwtje brandde, den naam van Stephanus Bathory op de marmeren plaat had kunnen lezen. Alleen toen Maria +Ferrato en de grijsaard op de trappen der kapel knielden, was het alsof een bliksemstraal, die evenwel dadelijk verdween, +haren wezenloozen blik verlevendigde. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory was ongeveer een uur later op het Stadhuis terug, alsook zij, die haar nabij geweest waren, of haar gedurende +die eerste proefneming van verre gevolgd hadden. + +</p> +<p>Den volgenden dag en de verdere dagen hervatte men die proefnemingen, die evenwel geen resultaat schenen op te leveren. Piet +Bathory had ze met beklemde gemoedsaandoening gevolgd, en verkeerde inderdaad in volslagen wanhoop door den geringen uitslag, +hoewel dokter Antekirrt hem toch herhaaldelijk verzekerde dat de tijd hun eenige helper, hun beste bondgenoot moest zijn. +Hij wilde dan ook eerst den laatsten slag slaan, wanneer mevrouw Bathory genoegzaam voorbereid zou zijn, om er den geweldigen +schok van te kunnen doorstaan, niet eerder. Intusschen viel het niet te ontkennen, dat bij ieder bezoek op het kerkhof, toch +eene zekere verandering in den geestestoestand van de arme vrouw waar te nemen was. Zoo gebeurde het op een avond, dat mevrouw +Bathory, die eerst achteraf gebleven was, langzamerhand naderbij trad, en terwijl de oude Borik en Maria Ferrato op de treden +der kapel geknield lagen, het ijzeren hekwerk met hare handen omvatte, den achterwand, die door de lamp helder verlicht was, +scherp aankeek, en daarop met spoed achterwaarts ijlde. +<a id="d0e3409"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3409">132</a>]</span></p> +<p>Toen Maria haar ingehaald had, hoorde zij haar herhaaldelijk een naam mompelen. + +</p> +<p>Dat was wel de eerste maal, dat de lippen van de beklagenswaardige waanzinnige zich openden om te spreken. + +</p> +<p>Maar hoe groot was de verwondering,—neen meer dan verwondering,—de verstomming van allen, die haar toen omringden en het gesprokene +verstaan konden. + +</p> +<p>Die naam was dien van haren zoon niet. Het was het woord: “Piet” niet, dat aan hare lippen ontgleden was, maar het woord: +“Sava.” Hoe kwam die naam in deze oogenblikken haar te ontvallen? + +</p> +<p>De lezer zal bevroeden, wat Piet Bathory toen moest ondervinden. En wie zou kunnen beschrijven, wat bij die onverwachte oproeping +van den naam van Sava Toronthal in de ziel van dokter Antekirrt omging? Hij sprak evenwel geen woord, en liet in niets merken, +wat hij bij het hooren van dien naam moest lijden. + +</p> +<p>Op een anderen avond, dat de proefneming ook herhaald werd, kwam mevrouw Bathory, alsof zij door eene onzichtbare hand geleid +werd, uit eigen aandrang op den drempel der kleine kapel knielen. Zij boog haar hoofd toen voorover, een zucht welde uit hare +borst op, een traan ontsnapte aan hare oogleden. Maar dien avond ontglipte geen woord, geen naam aan hare lippen, en men zou +hebben kunnen meenen, dat zij den naam van Sava vergeten had. + +</p> +<p>Toen mevrouw Bathory op het Stadhuis teruggebracht werd, was zij ten prooi aan eene zenuwachtige opgewondenheid, die haar +anders vreemd was. De kalmte, die tot heden de karakteristieke aanduiding van haren gemoedstoestand was, had plaats gemaakt +voor eene zonderlinge inspanning. In dat brein werd voorzeker toen eene levenwekkende arbeid volbracht, die wel geschikt was, +om de opmerkers met hoop te vervullen. Dokter Antekirrt sloeg haar met alle aandacht gade. + +</p> +<p>Inderdaad, de lijderes bracht een naren en onrustigen nacht door. Zij prevelde herhaaldelijk woorden, die Maria Ferrato niet +vatten kon. Het was alsof zij droomde. Maar als zij werkelijk droomde, dan was dat het bewijs, dat het verstand begon weder +te keeren. Dat duidde op genezing, vooral wanneer de rede haar zou bijblijven bij het wakker worden. De hoop keerde in aller +harten weder, nu men het tijdstip van den einduitslag zag naderen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt besloot dan ook den volgenden dag eene nieuwe proefneming te wagen, waarbij het opgevoerde tafereel nog aangrijpender +zoude wezen. + +</p> +<p>Gedurende dien geheelen dag van den 18<sup>den</sup> was mevrouw Bathory onophoudelijk onder den invloed van eene zeer sterke hersen-overspanning. Dat trof Maria Ferrato zeer, +terwijl Piet, die bijna den geheelen tijd bij zijne moeder doorbracht, er een bijzonder gunstig <a id="d0e3433"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3433">133</a>]</span>voorgevoel van ondervond. De arme jongen was evenwel zelf onrustiger en zenuwachtiger dan de lijderes. + +</p> +<p>De nacht brak aan,—een zwarte nacht, zonder dat zich een koeltje, na een dag, die zelfs onder de lage breedte van Antekirrta +zeer warm was geweest, had laten gevoelen. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory verliet, geleid door Maria Ferrato en door Borik, tegen half negen het Stadhuis. Dokter Antekirrt volgde, +eenigszins op een afstand blijvende, met Luigi Ferrato en Pescadospunt. + +</p> +<p>De geheele kleine volkplanting verkeerde in eene angstige spanning omtrent de verschijnselen, die te wachten waren. Eenige +toortsen, die onder het hooge geboomte van het kerkhof ontstoken waren, wierpen met hunnen dikken rook een spookachtig schijnsel +op de naaste omgeving der kapel. In de verte werd met regelmatige tusschenpoozen het luiden der klok van de kerk te Artenak +vernomen, hetwelk weerklonk, alsof eene begrafenis plaats had. + +</p> +<p>Piet Bathory ontbrak alleen aan de groep, die langzaam door het veld het kerkhof naderde. Hij was de overigen evenwel vooruit +gesneld, om in het gewichtige oogenblik van die uiterste proefneming op te treden. + +</p> +<p>Het was ongeveer negen uren, toen mevrouw Bathory op het kerkhof aankwam. Plotseling liet zij den arm van Maria Ferrato los +en stapte naar de kleine kapel toe. + +</p> +<p>Men liet haar geheel vrijheid van handelen onder den indruk van het nieuwe gevoel, hetwelk haar geheel en al scheen te beheerschen. +Een ieder ging uit den weg voor haar, maakte plaats voor haar. + +</p> +<p>Te midden eener doodsche stilte, die slechts afgebroken werd door het eentonige klokkengelui, bleef mevrouw Bathory een poos +stil en bewegingloos staan. Toen knielde zij op de eerste trede, en boog het hoofd voorover, terwijl men haar duidelijk hoorde +weenen.... Dat was eene handeling, die volgens dokter Antekirrt een zeer gunstig voorteeken opleverde. + +</p> +<p>In dit oogenblik ging het hek van de kapel langzaam open en verscheen Piet Bathory, in een wit lijklaken gehuld, alsof hij +uit zijn graf opstond, in het volle licht.... + +</p> +<p>“Mijn zoon!... mijn zoon!...” riep mevrouw Bathory, de handen naar Piet toestekende uit, terwijl zij daarbij in zwijm viel. +Gelukkig dat zij bijtijds door liefderijke armen werd opgevangen. + +</p> +<p>Die val was niets! Maar de herinnering en de gedachten waren bij haar herboren! En dat was alles! + +</p> +<p>De moeder had zich in dien kreet geopenbaard! Zij had haren zoon herkend! Dat was het voornaamste! + +</p> +<p>Door de zorgen van dokter Antekirrt was zij weldra weder bijgebracht en toen zij tot bewustzijn wedergekeerd was en hare oogen +den blik van haren zoon ontmoetten, riep zij: +<a id="d0e3459"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3459">134</a>]</span></p> +<p>“Levend!... mijn Piet,... levend! O, God! is dat toch waar?... Levend!... Mijn Piet!” + +</p> +<p>“Ja, zeker levend, moeder! levend voor u, levend om u, dierbare, dierbare moeder te beminnen!” + +</p> +<p>“En om haar ... ook te beminnen ... haar ... Piet, gij weet wel ... gij herinnert u toch nog?” + +</p> +<p>“Haar?...” riep Piet Bathory ten hoogste verwonderd uit. “Haar?...” + +</p> +<p>“Ja, haar!...” + +</p> +<p>“Wie haar? Moeder, spreek. Wie haar? Spreek dan toch, wat ik u bidden mag.” + +</p> +<p>“Zij!... Sava!...” + +</p> +<p>“Sava Toronthal?...” riep dokter Antekirrt op zijne beurt ten hoogste verbaasd uit. + +</p> +<p>“Neen, niet Sava Toronthal, maar Sava Sandorf!” antwoordde de arme moeder haastig. + +</p> +<p>Bij die woorden tastte mevrouw Bathory in haren zak en bracht daaruit den verkreukelden brief te voorschijn, die door de stervende +mevrouw Toronthal geschreven was, en reikte hem den dokter over. + +</p> +<p>De regels, die deze las, lieten geen den minsten twijfel omtrent de geboorte van Sava over! + +</p> +<p>Sava was het kind, hetwelk van het kasteel van Artenak opgelicht was! Dat was onwraakbaar duidelijk. + +</p> +<p>Sava was de dochter van graaf Mathias Sandorf! + +</p> +<p>Wat er in dat oogenblik in het hart van dien vader omging, zullen de lezers wel beseffen. + + + + +</p> +</div> +<div id="d0e3488" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">VII.</h2> +<h2 class="normal">EEN HANDDRUK VAN KAAP MATIFOU.</h2> +<p>Graaf Mathias Sandorf was, zooals de lezer weet, behalve voor Piet Bathory, voor het geheele personeel van de volkplanting +van zijn klein eiland dokter Antekirrt gebleven. Het strookte met zijne plannen, om tot de geheele volbrenging van de taak, +die hij ondernomen had, die rol te blijven vervullen. Toen dan ook de naam zijner dochter daar zoo plotseling en onverwacht +door mevrouw Bathory genoemd <a id="d0e3495"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3495">135</a>]</span>werd, had hij geestkracht en zelfbeheersching genoeg, om zijne aandoeningen niet te laten blijken. Toch had zijn hart een +oogenblik opgehouden te kloppen en wanneer hij zich minder krachtig had betoond, dan zou hij op den drempel der kapel neergestort +zijn, alsof hij door den bliksem ware getroffen. Maar daar klopte een ijzeren hart, zooveel malen door het lijden gelouterd, +in die fiere borstkas. + +</p> +<p>Dus zijne dochter was niet dood! Dat was boven allen twijfel verheven. Het bewijsstuk lag daar. + +</p> +<p>Dus zij was onder de levenden! O! welke vreugdekreet juichte in het vaderhart. + +</p> +<p>Dus zij beminde Piet Bathory en werd wederbemind! Dokter Antekirrt wierp een schuchteren blik op den jongeling. Want hij... +hij, Mathias Sandorf had alles in het werk gesteld, om de vereeniging der beide jongelieden te beletten! + +</p> +<p>En dat geheim, waardoor hem Sava weergegeven werd, zou nimmer geopenbaard zijn, wanneer mevrouw Bathory haar verstand niet +als door een wonder terugbekomen had! + +</p> +<p>Maar wat was er toch vijftien jaren geleden op het kasteel Artenak gebeurd? + +</p> +<p>O, de lezer weet dat thans! Dat kind, de eenige erfgename der goederen van graaf Mathias Sandorf, dat kind, wiens overlijden +nimmer wettelijk gestaafd werd, was ontvoerd en daarna aan Silas Toronthal overgeleverd geworden. Toen de bankier zich eenigen +tijd later te Ragusa vestigde, had hij van zijne echtgenoote gevergd Sava als hare dochter op te voeden. + +</p> +<p>Die kuiperijen waren uitgedacht door Sarcany, maar door Namir zijne medeplichtige uitgevoerd. + +</p> +<p>Sarcany was niet onkundig, dat Sava, wanneer zij achttien jaren oud zoude zijn, in het bezit zoude komen van een zeer groot +vermogen; en hij rekende er op, dat, wanneer zij zijne echtgenoote geworden zoude zijn, hij haar wel als de erfgename der +familie Sandorf zou weten te doen erkennen. Dat zou de bekroning moeten zijn van zijn schandelijk bestaan. Hij zou dan heer +en meester der domeinen van Artenak zijn! Een ware belooning voor zooveel miskende deugd. + +</p> +<p>Maar kon er inderdaad gezegd worden, dat dit plan tot heden mislukt was, het was toch voortreffelijk beraamd. + +</p> +<p>Ja, voortreffelijk was het voorzeker, maar mislukt was het totaal. Want wanneer het huwelijk voltrokken ware, dan zou Sarcany +zich wel gehaast hebben, er al de mogelijke voordeden uit te trekken. + +</p> +<p>Welke smarten, welke teleurstellingen moest dokter Antekirrt thans ondervinden? + +</p> +<p>Was hij het niet, die deze betreurenswaardige aaneenschakeling <a id="d0e3521"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3521">136</a>]</span>van feiten had in het leven geroepen, eerst door zijn medewerking aan Piet Bathory te weigeren; verder door Sarcany in de +gelegenheid te stellen zijne plannen te vervolgen en ten uitvoer te leggen, terwijl hij hem bij hunne ontmoeting te Cattaro +reeds onschadelijk had kunnen maken; eindelijk door mevrouw Bathory haren zoon niet weer te geven, toen hij dezen aan den +dood ontrukt had? En, inderdaad, hoeveel rampen zouden niet vermeden zijn, wanneer Piet Bathory zijne moeder nabij geweest +ware, toen de brief van mevrouw Toronthal door deze zelve in de Marinella-straat aan huis bezorgd werd! Het was waarlijk een +samenloop van noodlottige omstandigheden. En als Piet eens geweten had, dat Sava de dochter van graaf Sandorf was, zou hij +er dan niet in geslaagd zijn, haar aan de gewelddadigheden van Sarcany en Silas Toronthal te ontrukken? Dat was meer dan waarschijnlijk, +dat moet erkend worden. + +</p> +<p>Waar was Sava thans? Die vraag beheerschte bij dokter Antekirrt alles. + +</p> +<p>O, voorzeker in de macht van Sarcany! Dat antwoord maakte den rampzaligen vader radeloos. + +</p> +<p>Maar waar hield die ellendeling haar thans verscholen? Eene tweede vraag, die in belangrijkheid voor de eerste niet onderdeed. + +</p> +<p>Hoe zou men het moeten aanleggen om haar aan dien snoodaard te ontrukken? + +</p> +<p>Dat moest snel beraamd worden, want binnen weinige weken zou de dochter van graaf Sandorf haar achttiende jaar bereikt hebben, +het tijdstip, waarop zij als erfgename zoude moeten optreden, op gevaar af anders hare rechten te zullen verliezen.—Sarcany +wist dat, en deze omstandigheid moest hem het uiterste doen beproeven, om Savaʼs toestemming tot dit gehate huwelijk te verwerven. +De tijd was dus kort, en er moest uiterst spoedig gehandeld worden, dat gevoelde dokter <span id="d0e3533" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span>. + +</p> +<p>In een ondeelbaar oogenblik, als het ware, had die opvolging van gedachten het brein van den rampzaligen vader doorkruist. +Na dat verleden, evenals mevrouw Bathory en haar zoon gedaan hadden, in gedachten opgebouwd te hebben, gevoelde hij de verwijtingen +die de echtgenoote en de zoon van Stephanus Bathory hem, onverdiend wel is waar, konden doen! En toch, wanneer de zaken bestaan +hadden, zoo als hij ze zich voorgesteld had, zou dan eene vereeniging mogelijk geweest zijn tusschen Piet Bathory en haar, +die voor allen, ook voor hemzelven, Sava Toronthal genoemd werd? + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p137.jpg" alt="Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (Bladz. 143.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3710" class="typeref">143</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Het was nu zaak, het koste wat het wilde, om zijne dochter Sava uit te vinden,—wiens naam, gevoegd aan dien van de gravin +Rena, zijn echtgenoote, gegeven was aan de goelet <i>Savarena</i>, zooals de naam van Luigiʼs vader aan het stoomjacht <i>Ferrato</i> verleend was.—Waarlijk, geene geringe taak, dat moet erkend <a id="d0e3556"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3556">137</a>]</span><a id="d0e3557"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3557">138</a>]</span>worden. Maar er was geen dag, geen uur, geen oogenblik meer te verliezen. Alle krachten moesten ingespannen worden, om tot +het doel te geraken. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory was reeds naar het Stadhuis teruggevoerd, toen dokter Antekirrt er ook binnentrad in gezelschap van Piet, +die zich aan de grootste afwisselingen van blijdschap en wanhoop overgaf, evenwel daarbij geen woord sprak. Op zijn gelaat +was nochtans te ontwaren, aan welke aandoening hij ten prooi was. + +</p> +<p>De brave moeder was genezen. Zij was evenwel zeer verzwakt en uitgeput door de geweldige reactie, die zij ondergaan had. Zij +was in haar kamer gezeten, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory haar daar opzochten. + +</p> +<p>Maria Ferrato had, met de scherpzinnigheid der vrouwen eigen, begrepen, dat die drie menschen alleen bij elkander gelaten +moesten worden. Derhalve was zij zacht, en zonder dat iemand het merkte, naar de groote zaal in het Stadhuis gegaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt naderde, met de hand op den schouder van Piet geleund, mevrouw Bathory. + +</p> +<p>“Mevrouw,” sprak hij, “ik had reeds van uwen zoon den mijnen gemaakt. Maar dat was hij nog maar krachtens vriendschapsbanden; +geloof mij, ik zal alles doen, om te bewerken, dat hij het ook door de banden van het bloed wordt. Als ik daarin slaag, zal +ik, dat kan ik u betuigen, de gelukkigste aller stervelingen zijn. Sava mijne dochter! en Piet mijn zoon!” + +</p> +<p>Mevrouw Bathory keek hem verbaasd aan. Zij kon hem onmogelijk begrijpen, dat was haar wel aan te zien. + +</p> +<p>“Ja,” ging dokter Antekirrt voort, “dat hij in mij een waren vader, ik een waren zoon in hem vond...” + +</p> +<p>De arme vrouw wist niet wat te denken en keek beteuterd beide mannen beurtelings aan. + +</p> +<p>“Door hem Sava... mijne dochter... te laten trouwen!” lichte de dokter eindelijk toe. + +</p> +<p>“Uwe dochter?...” kreet mevrouw Bathory, terwijl zij de hand aan het voorhoofd bracht... “Sava uwe dochter?” + +</p> +<p>“Ja, mijne dochter! Deel toch in mijn geluk, waarde mevrouw. Sava is mijne dochter!” + +</p> +<p>“Maar... wie zijt ge dan?” vroeg de ontstelde moeder, terwijl zij haar gelaat met de beide handen bedekte. + +</p> +<p>“Wie ik ben?... Ik ben graaf Mathias Sandorf! Ik ben de beste vriend van Stephanus, uwen echtgenoot!” + +</p> +<p>Mevrouw Bathory sprong van haren stoel op, strekte de handen uit, en viel schier onmachtig in de armen van haren zoon. Maar +al kon zij van aandoening niet spreken, zoo kon zij toch hooren. In weinige woorden deelde Piet haar mede, wat zij niet wist; +hoe <a id="d0e3587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3587">139</a>]</span>graaf Mathias Sandorf door de toewijding en opoffering van den visscher Andreas Ferrato gered was geworden; waarom deze gedurende +vijftien jaren onbekend en voor dood had willen blijven doorgaan en hoe hij eindelijk onder den naam van dokter Antekirrt +te Ragusa gekomen was. Hij verhaalde, wat Sarcany en Silas Toronthal met betrekking tot het verraad van de Triëster samenzwering +gedaan hadden; daarna het verraad van Carpena, waarvan zijn vader het slachtoffer geweest was, hoe eindelijk dokter Antekirrt +hem levend aan het graf op het kerkhof te Ragusa ontrukt had, om hem deelgenoot te maken van de rechtspleging, die hij wenschte +ten uitvoer te leggen. Hij eindigde zijn verhaal met de mededeeling, dat twee der ellendelingen: de bankier Silas Toronthal +en de Spanjaard Carpena, reeds in hunne macht waren; maar dat de derde nog ontbrak, de derde, namelijk Sarcany, dezelfde schaamtelooze +kerel, die van Sava Sandorf zijne vrouw wilde maken, van Sava, de dochter van zijn slachtoffer. + +</p> +<p>Gedurende meer dan een uur zaten dokter Antekirrt, mevrouw Bathory en haar zoon, een drietal dat in de toekomst door een zoo +innigen band van toegenegenheid zoude verbonden worden, bij elkander, om nog de daadzaken betreffende het ongelukkige jonge +meisje in bijzonderheden te behandelen en te bespreken. Het was voor hen allen helder als de dag, dat Sarcany voor niets zou +terugdeinzen, om Sava tot dat huwelijk, hetwelk hem het vermogen van graaf Sandorf moest in handen spelen, te nopen. Zij vestigden +in het bijzonder hunne aandacht op dien toestand, die, al waren ook al de vroegere plannen van den ellendeling verijdeld, +toch nog voor het tegenwoordige angstverwekkend genoeg was. Dus voor en boven alles: Sava moest weergevonden worden, al moest +ook hemel en aarde bewogen worden. Dat was de eerst voor de hand liggende taak. Dat begrepen allen. + +</p> +<p>Men kwam overeen, dat mevrouw Bathory en Piet voorloopig de eenigen zouden blijven, die weten zouden, dat graaf Mathias Sandorf +zich achter den naam van dokter Antekirrt verborg. Wanneer men dat geheim prijs gaf, zou het bekend worden, dat Sava zijne +dochter was, en het was in het belang van de nasporingen, die ondernomen moesten worden, dat dit nog niet geweten werd. Dus +het diepste geheim werd daaromtrent aanbevolen. + +</p> +<p>“Maar waar is Sava?” vroeg mevrouw Bathory, toen zij hare gedachte weer eenigermate verzameld had. + +</p> +<p>En toen zij daarop van niemand, noch van haren zoon, noch van dokter Antekirrt antwoord ontving, vervolgde zij: + +</p> +<p>“Waar haar te zoeken?... Waar haar te vinden? Zeg, zal dat te ontdekken zijn?” + +</p> +<p>“O, dat zullen wij wel te weten krijgen!” antwoordde Piet, bij <a id="d0e3601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3601">140</a>]</span>wien de wanhoop vervangen was door eene geestkracht, die niet meer tanen zoude. “Dat zullen wij wel uitvinden!” + +</p> +<p>“Ja!... dat zullen wij!” hernam dokter Antekirrt vastberaden. + +</p> +<p>“En al kan ook aangenomen worden, dat Silas Toronthal niet weet, waarheen Sarcany eene schuilplaats gezocht heeft, zoo zal +hij toch niet kunnen ontkennen, dat hij weet, waar die ellendeling mijne dochter opgesloten houdt. En dat zal hij, dat moet +hij ons zeggen, al moet ook geweld gepleegd worden!” + +</p> +<p>“Ja, als hij het weet,... dan zal hij het moeten zeggen!” riep Piet Bathory woest uit. + +</p> +<p>“Ja!... dat moet!” zei de dokter. “Ik herhaal het, al zou geweld moeten gebruikt worden.” + +</p> +<p>“Onmiddellijk!” riep Piet Bathory uit. “Laten wij geen oogenblik verliezen.” + +</p> +<p>“Ja, onmiddellijk!” + +</p> +<p>Noch dokter Antekirrt, noch mevrouw Bathory, noch haar zoon Piet zouden langer in dien staat van onzekerheid hebben kunnen +verblijven. Er moest naar eene uitkomst getracht worden. + +</p> +<p>Luigi Ferrato, die zich met Pescadospunt en Kaap Matifou in de groote zaal van het Stadhuis bevond, alwaar Maria zich bij +hen gevoegd had, werd dadelijk geroepen. + +</p> +<p>Hij kreeg bevel, om zich naar het fortje te begeven, zich daarbij door Kaap Matifou te doen vergezellen, en Silas Toronthal +naar het Stadhuis over te brengen. + +</p> +<p>De bankier verliet een kwartier later het gekasematteerde vertrek, dat hem tot gevangenislokaal diende, waarbij Kaap Matifou +met zijne breede hand de vuist van den misdadiger als in een schroef geklemd hield, en volgde gedwee zijn geleider door de +groote straat van Artenak, naar de Raadzaal. + +</p> +<p>De bankier had aan Luigi gevraagd, waarheen men hem voerde, maar had daarop geen antwoord bekomen. Dit maakte hem te meer +ongerust, daar hij steeds niet wist in handen van welk machtig persoon hij zich sedert zijne gevangenneming bevond. + +</p> +<p>Silas Toronthal, die steeds door Kaap Matifou vastgehouden werd, trad, voorafgegaan door Luigi Ferrato, de zaal binnen. + +</p> +<p>Wel zag hij terstond Pescadospunt, echter niet mevrouw Bathory noch haren zoon, die zich beiden ter zijde hielden. Maar plotseling +bevond hij zich tegenover dokter Antekirrt, met wien hij te Ragusa te vergeefsch getracht had in aanraking te komen. Nu scheen +hem plotseling een vreeselijk licht op te gaan. Nu eerst scheen hij te begrijpen. + +</p> +<p>“Gij!... Gij!”... riep hij ontzet en ten uiterste verbaasd uit. “Gij!... Gij, dokter Antekirrt!” + +</p> +<p>Maar zijne zelfbeheersching, evenwel niet zonder inspanning, hernemende<span id="d0e3633" class="corr" title="Bron: ">.</span> +<a id="d0e3636"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3636">141</a>]</span></p> +<p>“Zoo, zoo!” zeide hij. “Het is dokter Antekirrt, die mij op Fransch grondgebied heeft laten gevangen nemen! Hij is het, die +mij wederrechtelijk van mijne vrijheid beroofd heeft?” + +</p> +<p>“Wederrechtelijk? Durft Silas Toronthal, die in zijn leven zooveel wederrechtelijke daden pleegde, dat woord gebruiken?” + +</p> +<p>“Ja, wederrechtelijk!” herhaalde de bankier, terwijl hij zijn toespreker onbeschaamd aankeek. + +</p> +<p>“Maar, toch niet onrechtvaardig!” antwoordde de dokter met indrukwekkende stem. + +</p> +<p>“Wat heb ik met u te maken? Wat heb ik u gedaan? Zeg, wat heb ik u gedaan?” vroeg de bankier. + +</p> +<p>“Mij?” ... + +</p> +<p>“Ja, u?” + +</p> +<p>“Gij zult het vernemen, Silas Toronthal, en dat wel vroeger dan u wellicht lief zal zijn.” + +</p> +<p>“Wanneer? Spreek! Wanneer?” + +</p> +<p>De bankier bleef in zijn onbeschaamde rol volharden. Hij meende van dokter Antekirrt niets te vreezen te hebben. + +</p> +<p>“Wanneer gij geantwoord zult hebben op deze vraag: wat hebt gij deze ongelukkige vrouw gedaan?” + +</p> +<p>“Mevrouw Bathory!” riep de bankier uit, terwijl hij een paar stappen achteruit deed, toen hij de weduwe ontwaarde, die op +hem toetrad. “Mevrouw Bathory! O God!” + +</p> +<p>“En haar zoon!” vulde dokter Antekirrt aan. “Zeg, wat hebt gij haren zoon gedaan?” + +</p> +<p>“Piet!” ... + +</p> +<p>“Ja, Piet!” + +</p> +<p>“Piet Bathory?” stamelde Silas Toronthal. “Geeft het graf dan zijn prooi terug?” + +</p> +<p>Hij zou voorzeker van ontsteltenis omver gevallen zijn, wanneer Kaap Matifou hem niet onwrikbaar overeind en op zijne plaats +vastgehouden had. Die kolossus verwrikte niet. + +</p> +<p>Dus Piet Bathory, dien hij dood waande, de man wiens lijkstatie hij had zien voorbij trekken, Piet Bathory die op het kerkhof +te Ragusa begraven was, diezelfde Piet Bathory stond daar voor hem als een geest, die uit het graf verrezen was! Silas Toronthal +gevoelde zich in zijne tegenwoordigheid hevig beangst.... Hij begon te begrijpen, dat hij de straf zijner misdaden niet zou +kunnen ontloopen.... Hij voelde, dat hij verloren was. Hij keek rond, alsof hij een hoek zocht, waar hij zich voor aller oogen +kon verbergen. + +</p> +<p>“Waar is Sava?” vroeg eensklaps dokter Antekirrt. “Waar is dat jonge meisje, dat ...” + +</p> +<p>“Mijne dochter?” + +</p> +<p>“Sava is uwe dochter niet!” antwoordde dokter Antekirrt gestreng <a id="d0e3679"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3679">142</a>]</span>en met indrukwekkend gebaar. + +</p> +<p>“Sava, mijne dochter niet?” vroeg Silas Toronthal geheel en al onthutst. “Wie heeft u dat gezegd?” + +</p> +<p>“Neen! Sava is de dochter van graaf Mathias Sandorf, dien gij, door hem en zijne beide makkers, Stephanus Bathory en Ladislas +Zathmar, laaghartig te verraden, aan den dood hebt overgeleverd! Verstaat gij mij? Dat is duidelijk!” + +</p> +<p>Bij die zoo formeele beschuldiging gevoelde zich de bankier Silas Toronthal vernietigd. + +</p> +<p>Dokter <span id="d0e3689" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> wist toch niet alleen, dat Sava zijne dochter niet was, maar hij wist ook, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was! +Hij wist hoe en door wien de samenzweerders van Triëst verraden waren! Dat walgelijke verleden verhief zich in zijne geheele +schrikkelijkheid tegen Silas Toronthal. Hij wenschte in den grond te kunnen verzinken, om die beschuldigende oogen te kunnen +ontgaan. + +</p> +<p>“Waar is Sava,” hernam de dokter, die zijn toorn slechts door zeer veel wilskracht bedwong. + +</p> +<p>Geen antwoord. Silas Toronthal gluurde met gebogen hoofd rond en scheen zich te beraden. + +</p> +<p>“Waar is Sava, die door Sarcany, uwen medeplichtige bij al uwe misdaden, van het kasteel te Artenak opgelicht is geworden? +Zult gij spreken?” + +</p> +<p>En toen de ellendeling steeds zweeg, vervolgde Antekirrt somber en schrikkelijk in stem en gebaren: + +</p> +<p>“Waar is Sava, die door dien ellendeling op eene plaats, die gij kent en kennen moet, opgesloten gehouden wordt, om haar hare +toestemming af te dwingen tot een huwelijk, dat haar afschuw inboezemt ... tot een huwelijk met een der verraders van haren +vader!” + +</p> +<p>Andermaal geen antwoord. In het brein van Silas Toronthal begon. een denkbeeld te gloren. Hij glimlachte onmerkbaar. + +</p> +<p>“Voor de laatste maal: waar is Sava?” brulde dokter Antekirrt buiten zich zelven. + +</p> +<p>Hoe schrikverwekkend het uiterlijke van den dokter zich ook voordeed, hoe dreigend zijne woorden ook klonken, dat alles kon +Silas Toronthal niet bewegen om te antwoorden. De aterling had begrepen, dat de tegenwoordige toestand van het jonge meisje +hem tot schild, tot dekmantel kon dienen. Hij voelde, dat zijn leven geen gevaar liep, zoolang hij dat geheim niet geopenbaard +had. Ziedaar, wat hem eenigermate gerustgesteld had, en wat dien glimlach te voorschijn getooverd had. + +</p> +<p>“Luister,” hernam de dokter, wien het gelukt was zijne zelfbeheersching en koelbloedigheid te herwinnen, “hoor naar mij, Silas +Toronthal! Misschien meent gij verplicht te zijn, uwen medeplichtige te sparen! Gij vreest misschien hem te benadeelen door +te spreken! <a id="d0e3710"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3710">143</a>]</span>Welnu, weet dit dan: Sarcany, na uw vermogen verkwist te hebben, heeft, om zich van uwe stilzwijgendheid te verzekeren, gepoogd +u te vermoorden, zoo als hij Piet Bathory te Ragusa vermoord heeft... Ja... twijfelt gij? Op hetzelfde oogenblik, toen mijne +lasthebbers de hand op u legden, en zich van uw persoon op den straatweg naar Nizza, meester maakten, stond hij gereed met +zijn dolk toe te stooten... En zult gij, nu gij dat weet, blijven zwijgen? Zult gij dien man willen blijven sparen, die ook +jegens u voor geen moord terugdeinsde? Komaan, spreek.” + +</p> +<p>Silas Toronthal bleef bij het denkbeeld volharden, dat zijn stilzwijgen zijne tegenstanders nopen moest, om hem te ontzien. +Hij gaf dan ook geen antwoord. + +</p> +<p>“Waar is Sava?” herhaalde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>Niets, geen woord! Dat zwijgen was tergend, was uitdagend. Piet Bathory stond te knarsetanden van woede. + +</p> +<p>“Waar is Sava?” herhaalde de dokter, die ditmaal zijn geduld begon te verliezen. + +</p> +<p>“Ik weet het niet!...” antwoordde Silas Toronthal, vast besloten zijn geheim zorgvuldig te bewaren. + +</p> +<p>Eensklaps stiet hij echter een gil uit en poogde, terwijl hij zich van pijn kromde en spartelde, Kaap Matifou, die zijne hand +steeds in de zijne omklemd hield, achteruit te duwen. Hij had eerder kunnen proberen een granietblok van zijne plaats te brengen. + +</p> +<p>“Genade... Genade!” riep hij, terwijl hij zich van pijn kromde. “Genade! ik smeek u!” + +</p> +<p>Kaap Matifou kneep die hand, waarschijnlijk onbewust, alsof hij ze verbrijzelen wilde. + +</p> +<p>“Genade!” kreet de bankier, “zooʼn pijn heb ik nog nooit ondervonden! Mijne hand is verpletterd.” + +</p> +<p>“Zult ge spreken?... Of...” + +</p> +<p>En hij gaf een teeken aan Kaap Matifou, die dadelijk de klemschroef aanzette. + +</p> +<p>“Ja... Ja...” kreet de ongelukkige misdadiger. “Ja... ja!... ik zal spreken!” + +</p> +<p>“Welnu dan, haast u! Waar is Sava?” + +</p> +<p>“Sava... Sava...” stamelde Silas Toronthal, die slechts met afgebroken woorden kon antwoorden. + +</p> +<p>“Welnu, Sava?... Waar is zij? Geen omwegen, geen onwaarheden. Ik waarschuw u ten beste.” + +</p> +<p>“Sava.. in het huis... van Namir... de verspiedster van... Sarcany... Daar is zij opgesloten.” + +</p> +<p>“Maar waar is dat huis? Nogmaals waarschuw ik u tegen misleiding. De waarheid, niets dan de waarheid!” + +</p> +<p>“Te... Tetuan! in Marokko!...” kreet de gemartelde. “Daar zult gij haar vinden.” +<a id="d0e3748"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3748">144</a>]</span></p> +<p>Kaap Matifou liet, nadat die woorden den bankier ontvallen waren, diens hand eerst los, en die hand viel machteloos langs +zijne zijde neder. Ja, een handdruk wisselen met dien reus, mocht voorwaar ongeraden heeten. + +</p> +<p>“Breng den gevangene naar zijne cel terug!” zei dokter Antekirrt; “wij weten, wat wij verlangden te vernemen.” + +</p> +<p>Luigi Ferrato trok Silas Toronthal met zich voort, het Stadhuis uit en sloot hem in zijn kasemat op. + +</p> +<p>Sava te Tetuan! Sava in Marokko! Sava in de macht van dat afzichtelijk wijf! + +</p> +<p>Dus, toen dokter Antekirrt en Piet Bathory twee maanden geleden te Ceuta aangekomen waren, om den Spanjaard Carpena aan dat +boevenverblijf te ontvoeren, scheidden hen slechts eenige weinige mijlen van de plaats, waar dat Marokkaansche vrouwmensch +het jonge meisje opgesloten hield! En dat hadden zij niet geweten! Het was om te vertwijfelen! + +</p> +<p>“Dezen nacht nog vertrekken wij naar Tetuan, Piet,” zei de dokter op kalmen toon. + +</p> +<p>Toen ten tijde bestond nog geen spoorweg, die rechtstreeks van Tunis naar de Marokkaansche grenzen voerde. Om dan ook binnen +den kortst mogelijken tijd te Tetuan te kunnen aankomen, viel niets beters te doen, dan zich in te schepen op een van die +snelvarende vervoermiddelen, tot de flottilje van Antekirrta behoorende. + +</p> +<p>Voor dat de scheepsbel de acht glazen had laten weerklinken, die het middernachtsuur moesten aangeven, had de <i>Elektriek</i> 2 haar anker gelicht en stoomde de Syrtische zee uit en de volle Middellandsche zee in. + +</p> +<p>Aan boord bevonden zich slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou. + +</p> +<p>Van die allen was Piet Bathory slechts aan Sarcany bekend. De anderen had hij nimmer gezien. + +</p> +<p>Wanneer men te Tetuan zou aangekomen zijn, dan zou men zien, hoe te handelen. Want het was nog niet uitgemaakt, of men met +list of gewelddadig zou te werk gaan. Dat zou van de omstandigheden afhangen, waarin Sarcany zich te midden van die geheel +Marokkaansche stad zoude bevinden. Dat zou ook afhangen van den aard van het verblijf van dien man in de woning van Namir +en van het personeel, waarover hij kon beschikken. + +</p> +<p>Maar, voor alles moest men te Tetuan aankomen! Ja, dat ging voor alles. En daarom moest spoed gemaakt worden. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p145.jpg" alt="Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (Bladz. 147.)" width="501" height="720"><p class="figureHead">Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand, naar buiten, om met den gids te spreken. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3813" class="typeref">147</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Van Antekirrta af tot aan de Marokkaansche grenzen wordt gerekend een afstand van twee duizend vijfhonderd kilometers te bedragen, +hetgeen ongeveer met dertien honderd vijftig zeemijlen overeenkomt. Wanneer nu de <i>Elektriek 2</i> zich met volle kracht voorwaarts <a id="d0e3791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3791">145</a>]</span><a id="d0e3792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3792">146</a>]</span>bewoog, dan kon zij om en nabij zeven en twintig mijlen in het uur afleggen. Hoeveel sneltreinen op de spoorwegen van het +vasteland bereiken die snelheid? Dus dat lange stalen spilvormige lichaam, waarop de wind geen vat had, dat door de deininggolven +heenschoof, zonder er vertraging door te ondervinden, of weerstand te bieden, dat om geen brekers scheen te geven, zou niet +eens vijftig uren noodig hebben, om ter gewilder plaatse te komen. + +</p> +<p>De <i>Elektriek 2</i> was den volgenden ochtend, reeds vóórdat de dag aanbrak, kaap Bon genaderd. Van dat punt af zou het vaartuig, na de monding +van de golf van Tunis voorbijgestevend te zijn, slechts weinige uren noodig hebben om kaap Bizerta uit het gezicht te verliezen. +La Calle, Bône, de IJzeren Kaap, wier metaalmassa, zooals men beweert, de kompasnaald doet afwijken, de Algerijnsche kust, +Stora, Bougie, Dellys, Algiers, Cherchell, Montanagem, Oran, Nemours, daarna de Rifsche kuststreken, kaap Melilla, die evenals +Ceuta aan Spanje toebehoort, kaap Tres Forcas, vanwaar het vasteland zich tot bij kaap Negro afrondt, dat geheele panorama +van de Afrikaansche kust ontrolde zich, terwijl het scheepje zich voortspoedde gedurende de dagen van 20 en 21 November voor +de oogen der opvarenden, zonder dat een oponthoud of een ongemak de vaart kwam vertragen. Nooit was de machine, door de accumulatoren +bewogen, in de gelegenheid geweest, dergelijke diensten te presteeren. Maar zij hield zich goed. + +</p> +<p>Werd de <i>Elektriek</i> ook al <span id="d0e3804" class="corr" title="Bron: ontwaad">ontwaard</span>, nu eens langs en evenwijdig aan de kust stevenende, dan weer eens in volle zee buiten de baaien, die zij van kaap tot kaap +doorsneed, dan moesten de kustwachters wel aan de verschijning van een bovennatuurlijk vaartuig of wel aan een buitengewoon +grooten visch van het geslacht der walvisschen gelooven, die door geen stoomboot, de wateren der Middellandsche zee beploegende, +ingehaald zoude kunnen worden. Men keek er naar uit. Men wees elkander dat vreemdsoortig voorwerp aan, maar daar bleef het +ook bij. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou ontscheepten zoo omstreeks tegen acht uren in +den avond bij de uitwatering van de kleine Tetuan-rivier, waarin de sloep eene aanlegplaats gezocht had. Die rivier, door +de aardrijkskundigen Martil genaamd, heeft twee forten, die hare nadering beschermen. + +</p> +<p>Op ongeveer honderd passen van den rivier-oever verwijderd, bestond een soort van caravanserail, waar onze reizigers muildieren +en een Arabischen gids aantroffen, die aanbood hen naar de stad te brengen. De prijs, dien hij vroeg, werd zonder afdingen +aangenomen, zoodat zij dadelijk konden vertrekken. + +</p> +<p>In dit gedeelte van de Rifsche kuststreek, hebben de Europeanen <a id="d0e3813"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3813">147</a>]</span>noch van de inheemsche bevolking, noch van de zwervende volksstammen, die het land afloopen, iets te vreezen. Het land is +bovendien zeer slecht bewoond en nog slechter bebouwd. De weg kronkelt door eene vlakte, die met schrale boompjes en struiken +bezaaid is. De lezer moet zich niet verbeelden, dat die weg een aangelegd gemeenschapsmiddel was; neen, het was slechts een +pad, dat eer aan de hoeven der paarden of muilezels, dan wel aan eenige menschenhand te danken was. Aan de eene zijde vloot +de rivier binnen hare modderige oevers, waar het gekwaak der padden en kikvorschen en het schrille gepiep der sprinkhanen +zich lieten hooren. Op de watervlakte dobberden eenige visschersschuiten, die midden op stroom ten anker lagen, terwijl er +ook op het droge gehaald waren. Aan de andere zijde rechts van den weg ontwikkelde zich eene reeks van kale heuvels, die zich +in de verte bij het zuidelijk gebergte aansloten. + +</p> +<p>De nacht was prachtig, de maan scheen heerlijk en overgoot de omstreken met haar zacht licht. Door de terugkaatsing harer +bleeke stralen in den spiegel der rivier, veroorzaakte zij, dat de omtrekken der hoogten van den noorder-gezichteinder zich +minder nauwkeurig afteekenden. In de verte ontwaarde men de witte gebouwen van Tetuan, en deed zich de stad voor als eene +onmetelijke witte vlek op den somberen nevelachtigen achtergrond. + +</p> +<p>De Arabische gids geleidde zijn troepje met vluggen pas; twee of drie malen moest men stil blijven houden bij eenige alleenstaande +wachthuizen, wier eenig venster, uitziende op dat gedeelte van het gebouw, hetwelk niet door de maan verlicht werd, een geelachtig +licht te ontwaren gaf. Dan traden een of twee Marokkanen met eene smokende lantaarn in de hand naar buiten, om met den gids +te spreken. Na eenige woorden gewisseld te hebben, die tot herkenning moesten dienen, werd de weg vervolgd. Klinkende munt +was hierbij het hoofdmiddel om vlug vooruit te komen, en het herkenningsteeken naar eisch te doen slagen. + +</p> +<p>Noch de dokter, noch zijne tochtgenooten spraken een woord. Stilzwijgend schreden zij naast elkander voort. + +</p> +<p>Zij waren afgetrokken, in gedachten verzonken, en lieten de muildieren, die met dien vlakken weg, welke hier en daar een ravijn +vertoonde, goed bekend waren en de veelvuldige steenen, boomstronken en wortels, waarmede hij bezaaid was, behendig wisten +te mijden, rustig voortstappen. Het stevigste en sterkste van die dieren bleef evenwel somwijlen achter. Toch moest het daarom +niet minder geacht worden dan de anderen: want het droeg Kaap Matifou en die woog inderdaad op zijn minst voor twee. + +</p> +<p>Dat wekte de goede luim van Pescadospunt op, die de opmerking niet weerhouden kon: +<a id="d0e3825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3825">148</a>]</span></p> +<p>“Het zou wenschelijk zijn dat Kaap Matifou eerder het muildier, dan dat het muildier Kaap Matifou droeg!” + +</p> +<p>Zoo omstreeks half tien liet de Arabische gids stilhouden bij een grooten witten walmuur, die met torens en schietgaten bekroond, +de stad aan dezen kant moest beschermen en verdedigen. In dien muur opende zich een lage poort, die op Marokkaansche wijze +met allerlei arabesken versierd was. Daarenboven gluurden door talrijke schietgaten de mondingen van kanonnen, niet oneigenaardig +aan die groote kaaimannen gelijk, die in het maanlicht op de modder uitgestrekt liggen te slapen. + +</p> +<p>De poort was gesloten en men moest alweer met de beurs in de hand onderhandelen, om haar geopend te krijgen. Eindelijk gelukte +dat ook, en toen stapten allen naar binnen en verloren zich te midden der smalle, bochtige, soms verwulfde straten, die door +andere poorten van elkander gescheiden werden, welke niet anders dan door hetzelfde tooverwoord geopend konden worden. + +</p> +<p>Tetuan is eene stad, die dertig duizend zielen telt, en vele moskeeën bezit. + +</p> +<p>Na een goed kwartieruur ronddoolens, kwamen de dokter en zijne makkers bij eene herberg aan,—eene fonda, zooals zij plaatselijk +genoemd wordt,—de eenige trouwens van de geheele stad, die door eene Jodin gehouden werd, terwijl eene eenoogige meid den +dienst van kellner waarnam. Aanlokkelijk zag het er niet uit. + +</p> +<p>Het gebrek aan comfort dezer fonda, welker schamele vertrekken zich rondom eene binnenplaats uitstrekten, laat zich verklaren +door het gering getal vreemdelingen, die de reis naar Tetuan ondernemen. Daar ter stede bevindt zich zelfs slechts één vertegenwoordiger +der Europeesche mogendheden, namelijk de consul van Spanje, die te midden van eenige duizenden inwoners verblijf houdt, waarvan +verreweg het grootste getal inboorlingen en dus geen Spanjaarden zijn. + +</p> +<p>Hoe ongeduldig dokter Antekirrt ook was om zijne nasporingen en ondervragingen nopens de woning van Namir te beginnen, en +hoe hij ook haakte, om er dadelijk heen te ijlen, zoo bedwong hij zich toch. Hier moest immers noodzakelijk met de uiterste +voorzichtigheid gehandeld worden. In de omstandigheden, waarin Sava geplaatst was, kon eene ontvoering ernstige moeielijkheden +ondervinden en opleveren. Het voor en het tegen moest zeer ernstig gewikt en gewogen worden. Misschien was het raadzaam, om +onverschillig welken losprijs voor de vrijheid van het jonge meisje te bieden. Maar in geen geval mochten dokter Antekirrt +of Piet Bathory zich althans aan Sarcany bekend maken, die waarschijnlijk te Tetuan aanwezig was. In zijne handen was Sava +een vrijgeleide, eene zekerheid voor de toekomst, die hij niet licht zoude laten glippen. En dan moest bedacht worden, dat +men zich hier niet in een beschaafd land van <a id="d0e3840"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3840">149</a>]</span>Europa bevond, waar justitie en politie hunne tusschenkomst, hunnen bijstand hadden kunnen verleenen. In dat brandpunt van +slavenhandel zou het betoog niet te leveren zijn, dat Sava niet het wettige eigendom van de Marokkaansche vrouw was. Hoe zou +bewezen kunnen worden, anders dan door den brief van mevrouw Toronthal en door de bekentenis van den bankier, dat zij de dochter +was van graaf Mathias Sandorf? Daarenboven, hoe bij haar te geraken? Die Arabische huizen zijn gewoonlijk goed gesloten en +weinig toegankelijk. Men kan er zoo gemakkelijk niet indringen. De tusschenkomst van een Kadi kon zelfs vruchteloos blijken, +in de vooronderstelling altijd, dat die bekomen kon worden, hetgeen meer dan twijfelachtig mocht heeten. + +</p> +<p>Er werd dan ook besloten, dat voorshands het huis van Namir ten nauwkeurigste zoude gadegeslagen worden, evenwel zoo, dat +geen achterdocht opgewekt zoude worden. Pescadospunt zou iederen ochtend bij het krieken van den dag met Luigi Ferrato op +kondschap uitgaan. Deze laatste had gedurende zijn verblijf op het zoo cosmopolitische eiland Malta eenigermate de Arabische +taal geleerd. Beiden zouden trachten op te sporen in welk kwartier en in welke straat die Namir woonde, wier naam toch bekend +moest zijn. Dan zou men eerst naar omstandigheden kunnen handelen. + +</p> +<p>In afwachting had de <i>Elektriek</i> 2 eene schuilplaats gezocht in een der smalle en kleine kreeken van de kust bij de monding van de Tetuan-rivier, alwaar dat +vaartuig gereed moest blijven, om op het eerste sein te kunnen vertrekken. Dat punt was niet moeielijk te vinden en weldra +lag het vaartuig daar zoo rustig als in een haven van het vasteland. + +</p> +<p>Zoo ging in de fonda die eerste nacht, die dokter Antekirrt en Piet Bathory zoo lang toescheen, voorbij. Wat Pescadospunt +en Kaap Matifou betreft, wanneer die ooit gehoopt hadden in bedden te slapen, die met porselein ingelegd waren, dan hadden +zij thans redenen te over om tevreden te zijn. Zij sliepen daarom niet minder goed. + +</p> +<p>Luigi Ferrato en Pescadospunt begonnen den volgenden ochtend hunnen onderzoekingstocht, door zich naar den bazaar te begeven, +waarheen reeds een gedeelte der Tetuansche bevolking zich verzameld had<span id="d0e3853" class="corr" title="Bron: ">.</span> Pescadospunt kende Namir, die hij wel twintigmalen gelegenheid had gehad in de straten van Ragusa op te merken, toen zij +daar de rol van verspiedster ten behoeve van Sarcany vervulde. Het kon dus gebeuren, dat hij haar ontmoette; maar daar zij +hem niet kende, zou dat geen nadeelige gevolgen hebben. En in dat geval zou hij haar slechts te volgen hebben. + +</p> +<p>De voornaamste bazaar van Tetuan bestaat uit eene verzameling van keeten, winkels en kramen, allen lang, smal, vuil en <a id="d0e3858"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3858">150</a>]</span>smerig, waartusschen vochtige en glibberige toegangen voeren. Eenige linnen lappen van verschillende tint en kleur, <span id="d0e3860" class="corr" title="Bron: o vertouwen">over touwen</span> gespannen, beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. Overal zag men sombere winkels en uitstallingen, waar +geborduurde zijden stoffen verkocht werden, schel gekleurde passementwerken, babouchen, een soort van sloffen, geldtaschjes, +burnous, aardewerk, juweelen, halssnoeren, armbanden, ringen, gesmeed en gedreven koperwerk, kandelaars, wierookvaten, lantaarns,—in +één woord alles, wat zich in de bijzondere magazijnen van de groote steden in Europa bevindt en wat hier als het ware op de +straat te koop aangeboden wordt. + +</p> +<p>Er was reeds eene groote menigte op den bazaar aanwezig, zoodat het moeite kostte, om zijn weg te vervolgen. + +</p> +<p>Iedereen genoot van de frischheid der ochtend-uren. Mauresken, die tot aan de oogen gesluierd waren, Jodinnen met ongedekt +gelaat, Arabieren, Kabylen, <span id="d0e3867" class="corr" title="Bron: Marrokkanen">Marokkanen</span>, Negers kwamen en gingen in dien bazaar, waar de vreemdelingen waarlijk ook niet ontbraken; zoodat de tegenwoordigheid van +Luigi Ferrato en van Pescadospunt geene bevreemding kon baren en dat ook niet deed. Het eenige, waarop zij te letten hadden, +was om in dat gedrang bij elkander te blijven. + +</p> +<p>Gedurende ruim een uur poogden zij in die menigte Namir te ontwaren. Maar te vergeefs. De Marokkaansche vrouw was niet te +bespeuren. + +</p> +<p>En Sarcany evenmin. Beiden waren en bleven onzichtbaar. Dat was inderdaad eene teleurstelling. + +</p> +<p>Luigi Ferrato besloot toen eenige dier jongens te ondervragen, die daar half naakt rondliepen, en als eene staalkaart konden +gelden van al de Afrikaansche rassen, welker vermenging van de Rifsche kustplaatsen af tot aan de grenzen van de Sahara geschiedt +en waarvan de produkten op al de <span id="d0e3876" class="corr" title="Bron: Marrokkaansche">Marokkaansche</span> bazaars rondkrioelen. Hij riep den eerste den besten tot zich en begon met het weinige Arabisch, dat hij kende, uit te kramen. + +</p> +<p>De eersten dier bengels, tot wie de zeeman zich wendde, wisten op zijne vragen geen antwoord te geven. Eindelijk was er een, +een Kabylische jongen, ongeveer twaalf jaar oud, met het schalksche gezicht van een Parijzer straatjongen, die verzekerde +dat hij de Marokkaansche kende en aanbood de beide Europeanen, tegen eene belooning van eenige geldstukken, naar hare woning +te geleiden. Dat was een lichtpunt, dat in de duisternis scheen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p151.jpg" alt="Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (Bldz. 150.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Eenige linnen lappen beschermden die holen tegen de brandende stralen der zon. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bldz.</abbr></span> <a href="#d0e3858" class="typeref">150</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Natuurlijk werd dat aanbod dadelijk aangenomen en stapte het drietal weldra door een schier onuitwarbaar netwerk van straten, +die naar de vestingwerken der stad uitstralen. Binnen tien minuten hadden zij een bijna eenzaam kwartier bereikt, waarin de +laaggebouwde en <a id="d0e3893"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3893">151</a>]</span><a id="d0e3894"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3894">152</a>]</span>spaarzame huizen geen enkel raam in den voorgevel vertoonden. Het zag er akelig en somber uit. Intusschen wachtten dokter +Antekirrt en Piet Bathory de terugkomst van Luigi Ferrato en Pescadospunt met koortsachtig ongeduld af. Wel twintig malen +waren zij op het punt om zelf heen te gaan en de nasporingen te leiden. Zij werden evenwel door de gedachte weerhouden, dat +zoowel Sarcany als de Marokkaansche hen beide kenden. Dat was waarschijnlijk alles op het spel zetten, wanneer een dier twee +hen ontmoette. Dit dwong hen derhalve tot oppassen, ja tot vluchten, om buiten het bereik hunner vijanden te zijn. Zij bleven +dus ten prooi aan de hevigste onrust te huis en wisten niet om met den tijd hun ongeduld te dooden. + +</p> +<p>Het was negen uur, toen Luigi Ferrato en Pescadospunt in de fonda terugkeerden. + +</p> +<p>Hun betrokken gelaat verkondigde genoegzaam, dat zij slechts ongunstige tijdingen mede te deelen hadden. + +</p> +<p>En inderdaad, Sarcany en Namir hadden in gezelschap van een jong meisje, dat niemand kende, reeds sedert vijf weken Tetuan +verlaten, terwijl een oude vrouw tot bewaakster van het huis achtergebleven was. + +</p> +<p>Op dien slag waren noch dokter Antekirrt noch Piet Bathory voorbereid. Zij waren dan ook vernietigd. + +</p> +<p>“En toch is dat vertrek heel natuurlijk,” merkte Luigi Ferrato na het verhaal hunner nasporing op. + +</p> +<p>En dokter Antekirrt en Piet Bathory keken hem vragend aan. + +</p> +<p>“Wat bedoelt gij?” vroegen beiden tegelijk. + +</p> +<p>“Moest Sarcany niet vreezen,” ging Luigi voort, “dat Silas Toronthal uit wraakzucht of door eenige andere reden gedrongen, +zijne schuilplaats zou openbaren?” + +</p> +<p>Dat moest beaamd worden; maar dat veranderde de zaak hoegenaamd niet. + +</p> +<p>Zoolang het slechts gold misdadigers en verraders op te sporen, had dokter Antekirrt nimmer aan zijn taak getwijfeld, en was +nimmer teruggedeinsd om haar te volbrengen. Nu het evenwel gold om zijne eigene dochter uit de handen van Sarcany te redden, +voelde hij datzelfde zelfvertrouwen in zijne te treffen maatregelen niet meer. + +</p> +<p>Intusschen kwam hij met Piet overeen, dat men dadelijk het huis van Namir moest bezoeken. Misschien zou men daar meer dan +eene enkele herinnering aan Sava aantreffen. Misschien zou de een of andere bijzonderheid hen openbaren, wat van haar geworden +was. Misschien ook zoude de oude Jodin, dier ter bewaking van het huis achtergelaten was, hen uiterst nuttige inlichtingen +voor hunne verdere nasporingen kunnen geven of verkoopen. +<a id="d0e3918"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3918">153</a>]</span></p> +<p>Luigi Ferrato geleidde hen dadelijk derwaarts. Het was niet ver. Binnen een half uur waren zij er. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, die het Arabisch sprak alsof hij in Arabia Petrea geboren was, gaf zich uit voor een vriend van Sarcany. +Hij was zoo even te Tetuan aangekomen en zoude slechts doortrekkend zijn. Hij zou zich gelukkig gevoeld hebben, wanneer hij +zijn vriend had mogen ontmoeten. Nu dat niet kon, vroeg hij zijn huis te mogen bezichtigen. + +</p> +<p>Eerst maakte de oude Jodin eenige moeielijkheden. Maar een handvol seechinen maakte haar veel leniger en handelbaarder. Al +dadelijk weigerde zij niet om de vragen van dokter Antekirrt te beantwoorden, die, dat moet erkend worden, de grootste belangstelling +voor haren meester ademden. + +</p> +<p>Het meisje, door de Marokkaansche vrouw aangebracht, was bestemd om de echtgenoote van Sarcany te worden. Dat was reeds sedert +lang beslist en misschien zou, zonder hun overhaast vertrek, het huwelijk reeds te Tetuan voltrokken zijn. Dat jonge meisje +had, sedert hare aankomst alhier, dat wil zeggen sedert drie maanden ongeveer, nimmer de woning verlaten. Men verhaalde dat +zij van Arabische afkomst was, maar de oude Jodin meende redenen te hebben, om te gelooven, dat zij eene Europeesche moest +zijn. Heel zeker daaromtrent was zij niet, want zij had haar slechts weinig gezien en dat nog wel gedurende de afwezigheid +van de Marokkaansche vrouw. Meer wist zij er niet van te vertellen. + +</p> +<p>Ook het land, waarheen Sarcany zoowel Namir als Sava gevoerd had, wist de oude Jodin niet te noemen. Alles wat zij wist, was +dat zij ongeveer vijf weken geleden vertrokken waren met eene karavaan, die naar het oosten trok. Sedert dien dag stond de +woning onder hare bewaking en zij moest er oppassen, totdat Sarcany gelegenheid zoude gevonden hebben om haar te verkoopen—waaruit +de gevolgtrekking was af te leiden, dat het zijn plan niet was naar Tetuan weer te keeren. Verder wist dat vrouwmensch niet +te vertellen. Het nieuws wat zij medegedeeld had, was uiterst schraal. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt hoorde die antwoorden koelbloedig aan en vertaalde ze, naarmate ze gegeven werden, voor Piet Bathory. Wat, +alles goed beschouwd, als zeker kon gerekend worden, was dat Sarcany het niet geraden geoordeeld had, zich in te schepen op +een van die pakketbooten, die Tanger aandoen, of om in den spoortrein plaats te nemen, die bij Oran een aanvang neemt. Dat +reeds duidde op plannen, die het daglicht niet mochten zien, en vermeerderde de onrust onzer vrienden niet weinig. + +</p> +<p>Sarcany had zich bij eene karavaan aangesloten, die van Tetuan vertrokken was, om te gaan.... Ja, waarheen? Naar de een of +andere oase in de woestijn?... Of nog verder, naar een van die <a id="d0e3933"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3933">154</a>]</span>streken, welke door halfwilden bewoond worden en waar Sava geheel en al in zijne macht zoude zijn en van zijne genade zou +afhangen? Hoe dat te weten te komen? Want het is in Noord-Afrika al even moeielijk om het spoor eener karavaan als van een +persoon alleen weer te vinden! Het spoor eener karavaan verdwijnt in het zand der woestijn evenals het kielzog van een vaartuig +zich verliest in de wateren van den Oceaan. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt hield dan ook bij de oude Jodin aan. Hij herhaalde, dat hij belangrijke berichten, die Sarcany ter zeerste +golden, mede te deelen had, en die juist dat huis betroffen, waarvan hij zich ontdoen wilde. Maar hoe hij ook praatte, en +hoe hij het ook verder aanlegde, het was hem onmogelijk iets verder te weten te komen. + +</p> +<p>Klaarblijkelijk was die vrouw onbekend met de nieuwe schuilplaats, waarheen Sarcany gevlucht was, om de ontknooping van het +drama te bespoedigen. Die teleurstelling was nog wel de grootste, die dokter Antekirrt en Piet Bathory konden ondervinden. + +</p> +<p>Beide mannen en Luigi Ferrato verzochten toen de woning, die naar Arabischen stijl gebouwd was, en welker vertrekken hun daglicht +ontvingen van een patio of binnenplein, dat met eene rechthoekige galerij omgeven was, te mogen bezichtigen. Hoe zwak ook +hunne hoop hierbij was, meenden zij dat de een of andere aanwijzing hun hierbij den weg zou kunnen wijzen. + +</p> +<p>Dat werd hun toegestaan, en weldra hadden zij de kamer bereikt, die door Sava bewoond was geweest. Dat was eene ware gevangeniscel. +Hoe veel uren had het rampzalige jonge meisje daar in dat vertrek ten prooi aan de diepste wanhoop, zonder dat zij op hulp +en verlossing kon rekenen, doorgebracht? Zonder een woord te spreken, doorsnuffelden dokter Antekirrt en Piet Bathory die +kamer en zochten het geringste merk of teeken, dat hen op het spoor, hetwelk zij zochten, kon brengen. + +</p> +<p>Eensklaps naderde de dokter een klein koperen brasero of komfoor, dat in een hoek van de kamer op den drievoet rustte. In +dat komfoor bewogen zich eenige overblijfselen van papieren, die door de vlam verbrand, maar niet volkomen verteerd waren. + +</p> +<p>Zou Sava geschreven hebben? Dat was niet geheel en al onwaarschijnlijk. + +</p> +<p>Zou zij, door dat plotselinge vertrek overvallen, er toe besloten hebben dien brief, vóórdat zij Tetuan verliet, te verbranden? + +</p> +<p>Of, wat ook mogelijk was, werd die brief bij Sava gevonden en door Sarcany of Namir vernietigd? + +</p> +<p>Piet Bathory had den blik van dokter Antekirrt, die over dien brasero gebogen stond, gevolgd. + +</p> +<p>“Wat is er toch?” vroeg hij, met een angstig voorgevoel. “Wat ziet gij toch in dat komfoor?” +<a id="d0e3955"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3955">155</a>]</span></p> +<p>Antekirrt wees op de papierasch. + +</p> +<p>En inderdaad, op die asch, die door een windzuchtje in fijn poeder kon vernietigd worden, waren eenige letters zichtbaar en +staken zwart af op dien lichtgrijzen grond. Onder anderen stond daarop duidelijk, hoewel de woorden onvolkomen waren: “mev... +Bath...” Ja, dat stond er heel duidelijk op. Daarin kon men zich niet vergissen. + +</p> +<p>Sava wist niet en kon niet weten, dat mevrouw Bathory uit Ragusa verdwenen was. Had zij gepoogd haar te schrijven als aan +de eenige persoon op deze wereld, van wien zij hulp verwachten kon? + +</p> +<p>Maar achter den naam van mevrouw Bathory was nog een andere te lezen: namelijk die van haren zoon... + +</p> +<p>Piet hield den adem in, om die asch niet te doen verstuiven, en poogde eenig ander woord te ontdekken, dat nog leesbaar was... +Maar zijn blik was beneveld!... Het was hem onmogelijk iets meer te ontwaren!... + +</p> +<p>En toch stond er nog een woord, dat hem op het spoor van het jonge meisje kon brengen,... een woord dat dokter Antekirrt in +staat was bijna ongeschonden waar te nemen: + +</p> +<p>“Tripoli!”... riep hij uit. En na nogmaals gekeken te hebben: “Ja, dat staat er duidelijk... Zie maar... Tripoli!” + +</p> +<p>Het was dus in het Regentschap Tripoli, in zijn geboorteland, waar hij eene volkomene veiligheid moest vinden, dat Sarcany +eene toevlucht gezocht had! + +</p> +<p>Het was naar die landstreek dat de karavaan zich begaf, waarbij Sarcany zich vijf weken geleden aangesloten had. + +</p> +<p>“Naar Tripoli!” zei de dokter. “En zonder een dag, zonder een uur, zonder eene minuut te verliezen!” + +</p> +<p>“Naar Tripoli!” herhaalde Piet in de grootste opgewondenheid. “Gij hebt gelijk, wij mogen geen tijd verloren laten gaan!” + +</p> +<p>Dienzelfden dag waren allen weer op de <i>Elektriek 2</i> ingescheept en had dat vaartuig zee gekozen. Men kon uitrekenen, dat Sarcany op het punt was, om aldaar aan te komen. En +mocht hij reeds aangekomen zijn, dan hoopten de opvarenden, dat dit slechts weinige dagen vóór hen zou geschied zijn. + + +<a id="d0e3983"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3983">156</a>]</span></p> +</div> +<div id="d0e3984" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">VIII.</h2> +<h2 class="normal">HET OOIEVAARS-FEEST.</h2> +<p>Tripoli, in het Turksch <i>Tarablus Giharb</i>, ook Tripolitanië geheeten, is de meest Oostelijke der Berberijsche Staten en ligt aan de Middellandsche zee tusschen Tunis +en Egypte en beslaat met de daartoe behoorende landstreken Fezzan en Barka, eene oppervlakte van ruim zestien duizend twee +honderd vierkante geografische mijlen. Tripoli vormt eene vlakte, waarover slechts hier en daar uitloopers van het Atlasgebergte +zich uitstrekken, en is vooral langs de kust zeer zandig. Terwijl de westelijke kustlanden vrij goed besproeid en vruchtbaar +zijn, is het landschap Sort, hetwelk woestijn beteekent, ten oosten van kaap Mesurata, aan de Golf van Sidra gelegen, zeer +onvruchtbaar en bedekt met duinen en moerassen, welke laatsten met zout water gedrenkt zijn. In het binnenland strekt de vlakte +Westwaarts zich uit tot aan de Zwarte Bergen, die ongeveer 2700 voet hoog zijn en de noordelijke grenzen van Fezzan vormen +en daar door diepe ouaddiʼs of rivieren doorsneden zijn, welke hier en daar aan een weligen plantengroei het aanschijn verleenen. + +</p> +<p>Het klimaat is in Tripoli over het algemeen gezond en de winter wordt er vervangen door den regentijd. + +</p> +<p>Tripoli is bevolkt door 1,550,000 inwoners, die in de steden tot de Mooren en op het land tot de Arabische Bedouinen en de +Berbers behooren. Allen zijn natuurlijk belijders van den Mohammedaanschen godsdienst. Daarenboven zijn er ook veel Israëlieten, +terwijl er in de stad Tripoli ook nog een paar honderd Europeanen, meest Italianen, aangetroffen worden. + +</p> +<p>De Bedouinen houden zich vooral bezig met de veeteelt, en de Mooren met den handel, vooral met den karavaanhandel. De nijverheid +is in dat rijk weinig ontwikkeld; maar levert toch fraaie zijden, wollen en katoenen stoffen, wapens, lederen en metalen voorwerpen. +De Tripolitaansche Staat vormt een ejalect of onderhoorigheid van het Turksche rijk en wordt namens den Sultan van Constantinopel +bestuurd door een gouverneur-generaal. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p157.jpg" alt="“Wat ziet gij toch in dat komfoor?” (Bladz. 154.)" width="498" height="720"><p class="figureHead">“Wat ziet gij toch in dat komfoor?” (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e3933" class="typeref">154</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>De stad Tripoli, in het Arabisch Tarabolus geheeten, is op eene landtong aan de Middellandsche Zee gelegen. Zij wordt beschermd +door hooge muren, bezit een fraai paleis voor den gouverneur-generaal, heeft nauwe maar zindelijke straten en eene door flinke +batterijen <a id="d0e4012"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4012">157</a>]</span><a id="d0e4013"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4013">158</a>]</span>gedekte haven voor den zeehandel met Europa en den binnenlandschen handel met Afrika. In de stad telt men twaalf moskeeën, +onderscheidene synagogen, eene Roomsch-Katholieke kapel, vele openbare baden, bazaars, karavanceraʼs, scholen, hôtels, enz. +Er bestaat een levendige handel in corduaanleder, in wollen en zijden stoffen en zij telt eene bevolking van dertig duizend +zielen. + +</p> +<p>Deze stad is het aloude Oea en in haren onmiddellijken omtrek vindt men nog vele oudheden. + +</p> +<p>Zij behoorde weleer tot het naburige Karthago en vormde daarvan de Regio Syrtica of de Syrtische landstreek. Na den tweeden +Punischen oorlog werd zij door de Romeinen ten prooi gelaten aan de Numidische koningen, en na de onderwerping van dezen, +bij de Romeinsche provincie Afrika gevoegd. + +</p> +<p>Nadat in de derde eeuw na Christus, het gebied der drie steden Oea, Sabrata en Groot Deptis tot ééne provincie verheven was, +ontstond de Grieksche naam Tripolis of Drie Steden. Na den inval der Arabieren in de VII<sup>de</sup> eeuw, deelde de stad het lot van het overige Barbarije. + +</p> +<p>In 1509 werd de stad Tripoli door de Spanjaarden onder graaf Pietro van Navarra veroverd en aan het gezag van een Spaanschen +stadhouder onderworpen. Keizer Karel V gaf haar in 1530 in leen aan de ridders van Sint Jan, maar reeds in 1551 werd zij door +de Turken heroverd en was na dien tijd de hoofdzetel der zeerovers aan de Afrikaansche kust. In 1681 deed Koning Lodewijk XIV +de Tripolitaansche zeeschuimers door den admiraal Duquesne in de haven van Seios aantasten, waarbij vele hunner schepen in +den grond geboord werden. In 1685 bombardeerde de maarschalk dʼEstrées de stad met zoo goed gevolg, dat de Dey den vrede met +een half millioen livres koopen moest. In 1714 maakte de Turksche Pacha Hamed Bey zich nagenoeg onafhankelijk van de Porte, +doordien hij aan deze enkel een jaarlijksche schatting betaalde en de dynastie der Karamanli stichtte. In 1728 ondernamen +de Franschen eene expeditie tegen Tripoli, die met de verwoesting der stad eindigde. Evenwel vernietigde eerst de verovering +van <span id="d0e4026" class="corr" title="Bron: Algiërs">Algiers</span> door de Franschen in 1830 de te Tripoli gevestigde zeeschuimers. In 1835 eindelijk ontzette de Porte het Huis Karamanli van +zijne heerschappij en voegde Tripoli als een ejalect aan het Turksche rijk. + +</p> +<p>Die aardrijks- en geschiedkundige bijzonderheden zullen den lezer gewis niet onwelkom geweest zijn, en kunnen wij thans ons +verhaal vervolgen. + +</p> +<p>Het uitgestreke plein van Soung Ettelati, dat zich ten oosten buiten de muren van Tripoli uitspreidt, leverde op den 23<sup>sten</sup> November een zonderlingen aanblik op. Dien dag zou men onmogelijk hebben kunnen zeggen, of dat plein woest of wel vruchtbaar +was. Op zijne <a id="d0e4036"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4036">159</a>]</span>oppervlakte wemelde het toch inderdaad van veelkleurige tenten, die met roode kwasten uitgemonsterd en met vlaggen versierd +waren en de meest schelle kleuren te zien gaven, van gourbis, welks tentlinnen versleten en veelvuldig versteld, den bewoners +daarvan slechts onvolkomen beschutting kon verleenen tegen den invloed van den “gibly,” een drogen en heeten wind, die uit +het zuiden waait. Hier en daar werden groepen van paarden ontwaard, die op oostersche wijze getuigd waren, van kameelen, die +op het zand uitgestrekt lagen en wier hoofd veel op een half geledigd vat geleek, van kleine ezels, die niet veel grooter +waren dan groote honden, van muildieren met die overgroote zadels getuigd, welker lepel en zadelknop als een bult van een +kameel uitsteekt. Verder waren daar ruiters, met het geweer op den rug, met de knieën ter hoogte van de borst, met de voeten +in stijgbeugels, die wel eenigermate op sloffen gelijken, met een dubbele sabel aan den koppel, die dan te midden van eene +groote menigte van mannen, vrouwen en kinderen rond galoppeerden, zonder zich te bekreunen, of zij ook iemand in het voorbijgaan +overrijden en verpletteren konden. Eindelijk werden daar ook nog inboorlingen aangetroffen, die bijna eenvormig met de Barbarijsche +“haouly” gekleed waren, waaronder men geen man van eene vrouw zou kunnen onderscheiden, wanneer de mannen namelijk de plooien +van dat kleed of die soort deken niet ter hoogte hunner borst met een koperen knoop vastmaakten, terwijl de vrouwen de voorslip +zoodanig over het gelaat trekken, dat slechts het linker oog zichtbaar is. De onderkleeding van die haouly, die slechts een +soort wollen mantel is, verschilt volgens de klasse, waartoe de drager behoort. De armen dragen haar over de naakte huid, +de welgestelden dragen daaronder het vest en de breede broek der Arabieren; de rijken hebben prachtige kleedingstukken, geruit +wit met blauw, waaronder zij een tweede haouly van gaas dragen, die uit wol met zijde doorweven bestaat en op een hemd, dat +met gouden koortjes versierd is, gedragen wordt. + +</p> +<p>Waren het alleen Tripolitanen, die daar op dat plein verzameld waren? + +</p> +<p>Zeker niet. In den omtrek van de hoofdstad verdrongen zich kooplieden van Ghadamès en Sohna en werden gevolgd door eene escorte +van zwarte slaven. Dan waren daar Joden en Jodinnen uit de omliggende provinciën. De laatstbedoelden hadden het gelaat ongesluierd, +waren volgens hunne geaardheid vet en droegen zeer onsmaakvolle broeken. Verder wemelden daar negers uit de naburige plaatsen +die hunne ellendige dorpen verlaten hadden, om hier de feestelijkheden te komen bijwonen. Deze droegen zeer weinig linnengoed, +daarentegen veel sieraden bestaande uit ruwe koperen armbanden, halssnoeren van schelpen, reeksen van dierentanden, <a id="d0e4042"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4042">160</a>]</span>zilveren ringen in de ooren en in het neusbeen. Dan nog werden daar ontwaard Benoulienen, Awagairren, die den omtrek der Syrtische +baai bewonen en die uit den dadelboom, die in hun land groeit, wijn, vruchten, brood en confituren trekken. En eindelijk te +midden van die opeenhooping van Mooren, Berbers, Turken, Bedouïnen en zelfs Moucafirs, zooals de Europeanen genoemd worden, +paradeerden pachaʼs, cheiksʼs, kadiʼs, kaidʼs, in één woord al de voornamen van die buurt, die door de menigte van rajaʼs +drongen, welke laatsten nederig en voorzichtig uitweken voor de ontbloote sabel der soldaten of voor den politiestok der rapties, +wanneer de gouverneur-generaal van dat Afrikaansche bewind van die Turksche provincie, welker administratie—zooals wij weten—van +den Sultan van Constantinopel afhankelijk is, in zijne voorname en verheven onverschilligheid voorbijging. + +</p> +<p>Men telt, zooals reeds gezegd werd, meer dan vijftienhonderdduizend bewoners in het Regentschap Tripoli, met een garnizoen +van duizend soldaten. Hierbij dient gevoegd te worden een duizendtal voor de Djebel-, en vijfhonderd voor de Cyrenaïsche streken. +De hoofdplaats Tripoli, alleen in de bevolkingstelling opgenomen, bevat niet meer dan dertig of hoogstens vijf en dertig duizend +zielen. Dien dag kon evenwel gerekend worden, dat het aantal dier bevolking minstens verdubbeld was, door den toevloed van +nieuwsgierigen, die van het geheele regentschap samengestroomd waren. Die landbewoners hadden evenwel geen onderkomen in de +hoofdstad des rijks gezocht. Want een zoo groote menigte zou noch tusschen de weinig rekbare walmuren van de versterkte omheining, +noch in de woningen, die door het slechte gehalte der gebezigde bouwmaterialen, weldra in een staat van puinhoopen verkeeren, +noch in de nauwe en smalle ongeplaveide straten en stegen, waarin voor het meerendeel zelfs de vrije toetreding van lucht +ontzegd is, noch in de havenvoorstad, alwaar zich de consulaten bevinden, noch in het westerkwartier, waar de Joodsche volksstam +krioelt, noch in het overige gedeelte der stad, dat ter beschikking van het Muzelmansche ras is gebleven, een beschikbare +ruimte tot onderkomen aangetroffen hebben. Dat ware inderdaad eene volkomen onmogelijkheid geweest. + +</p> +<p>Maar het plein Soung-Ettelâtch was uitgestrekt genoeg, om de vele vreemdelingen te bevatten, die samengekomen waren, om het +Ooievaars-feest bij te wonen, dat eene legende tot grondslag heeft, welke steeds eenstemmig in de oostelijke landen van Afrika +herdacht wordt. Wij zullen straks wel zien waarin dat Ooievaars-feest bestaat. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p161.jpg" alt="Hier en daar sprongen ruiters rond en schoten hunne lange geweren en ruiterpistolen af. (Bladz. 172.)" width="497" height="720"><p class="figureHead">Hier en daar sprongen ruiters rond en schoten hunne lange geweren en ruiterpistolen af. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4236" class="typeref">172</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Die vlakte met haar geel zand, die door de zee bij langdurige oostewinden somtijds overstroomd wordt, kan beschouwd worden +als een stukje van de Sahara-woestijn. Zij omgeeft de stad langs drie <a id="d0e4060"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4060">161</a>]</span><a id="d0e4061"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4061">162</a>]</span>kanten en heeft eene breedte van nagenoeg een kilometer. Als eene tegenstelling, die schril afsteekt, ontwikkelt zich aan +hare zuidelijke grensscheiding de oase Menehié, met hare gebouwen, welker muren van witheid schitteren; met hare tuinen, die +met behulp van magere koeien, die het water met een lederen drijfriem uit de diepe putten te voorschijn halen, besproeid worden; +met hare bosschen van dadelpalmen, oranje- en citroenboomen; met hare steeds groene struiken, met bloemen overdekt; met hare +antilopen, hare gazellen, hare flamingoʼs. Die oase is een uitgestrekt afgesloten geheel, waarin eene zeer nijvere bevolking +leeft, die niet minder dan dertig duizend zielen telt en grootendeels van de veeteelt, den akkerbouw en karavaanhandel bestaat. + +</p> +<p>Daarachter wordt de eigenlijke woestijn aangetroffen, die op geen enkel punt van het uitgestrekte Afrika de kust van de Middellandsche +zee zoo nabij komt. De woestijn, met hare beweeglijke duinvormingen, met hare onmetelijke uitgestrektheid van zand, waarvan +de baron de Krafft zoo juist gezegd heeft, “dat de wind daarop even gemakkelijk golven veroorzaakt als op de zee”; een ware +<span id="d0e4065" class="corr" title="Bron: Lybysche">Lybische</span> oceaan, waarop zelfs de nevel niet ontbreekt, die evenwel uit onvoelbare stof bestaat. + +</p> +<p>Het Tripolitaansche rijk—een grondgebied bijna zoo groot als dat van Frankrijk—strekt zich tusschen het Regentschap Tunis, +Egypte en de Sahara uit, en heeft eene kustlijn van ruim drie honderd kilometer langs de Middellandsche zee. + +</p> +<p>Het was in deze provincie dat Sarcany, na Tetuan verlaten te hebben, eene schuilplaats gezocht had. Die streek kon gerekend +worden te behooren tot de minst bekende van Noord-Afrika, waar iemand zich dus gevoegelijk kon verbergen, zonder de vrees +te koesteren, althans van wege Europeesche autoriteiten ontdekt te zullen worden. Hij was in Tripoli geboren en dat land was +het tooneel zijner eerste heldendaden geweest. Hij deed dus niets meer dan naar zijn bakermat terugkeeren. Daarenboven was +hij, zooals de lezer zich ongetwijfeld herinneren zal, geaffilieerd aan het zoo gevreesde bondgenootschap van Noord-Afrika +en kon hij daar op werkelijke hulp van de Senousisten rekenen, welker belangen hij steeds in den vreemde ijverig had voorgestaan +en voor wie hij steeds inkoopen van wapenen en munitiën had verricht. Het was vooral als agent dier dweepers, dat hij indertijd +Silas Toronthal zeer veel geld had laten verdienen. + +</p> +<p>Toen hij dan ook te Tripoli aankwam, had hij huisvesting gevonden in de woning van den Moquaddem Sidi Hassan, het erkende +opperhoofd van de Sectegenooten in het district. Bij dien man was hij volkomen te huis. + +</p> +<p>Na de ontvoering van Silas Toronthal op den weg naar Nizza, <a id="d0e4076"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4076">163</a>]</span>eene ontvoering die voor Sarcany onverklaarbaar was gebleven, had deze Monte Carlo verlaten. Eenige duizenden franken, de +laatste van vroegere winsten, die hij niet als laatsten inzet gewaagd had, hadden hem veroorloofd, om in de onkosten zijner +reis te voorzien en aan de overige mogelijke gebeurlijkheden het hoofd te bieden. En onder die gebeurlijkheden behoorde de +mogelijkheid, dat Silas Toronthal, inderdaad door de wanhoop vervoerd, er toe besloten kon hebben, zich op hem te willen wreken, +hetzij door het verleden aan het licht te brengen, hetzij door den toestand van Sava bloot te leggen. Want de bankier wist +maar al te goed, dat het jonge meisje zich te Tetuan in de macht van Namir bevond. Die overwegingen waren oorzaak, dat Sarcany +besloot Marokko zoo spoedig mogelijk te verlaten. Want daar gevoelde hij zich niet meer veilig. + +</p> +<p>Dat was voorwaar zeer voorzichtig handelen; want zooals de lezer reeds weet, had Silas Toronthal niet lang gedraald met de +mededeeling in welk land en in welke stad het rampzalige jonge meisje zich onder het toezicht van het Marokkaansche wijf bevond. +Een enkele handdruk van Kaap Matifou was voldoende geweest, om hem tot die mededeeling over te halen; meer niet! + +</p> +<p>Sarcany had dus het besluit genomen, om in het Regentschap Tripoli eene schuilplaats te zoeken, alwaar hem de aanvals- en +verdedigingsmiddelen niet zouden ontbreken. Maar hij begreep,—en dat zag dokter Antekirrt zeer goed in,—dat het reizen derwaarts +met een der pakketbooten, die de kustvaart uitoefenen, of met de Algerijnsche spoorbaan te veel gevaren voor hem zou opleveren. +Hij gaf er dan ook de voorkeur aan, zich bij eene karavaan van Senousisten te voegen, die naar de Cyrenaïsche landstreek op +weg was, en van de gelegenheid gebruik te maken, om in de voornaamste villayets van Marokko, Algiers en het Tunische grondgebied +nieuwe geaffiliëerden voor het eedgenootschap aan te werven. Zijn reis had dus, zooals men ziet, een dubbel doel. + +</p> +<p>Die karavaan, die zeer wel de vijfhonderd uren afstand tusschen Tetuan en Tripoli zou afleggen, en daarbij de noorder-zoom +der woestein dacht zou volgen, vertrok op den 12<sup>den</sup> October van eerstgenoemde plaats. + +</p> +<p>Sava was thans geheel aan de genade of ongenade van hem, die haar ontvoerde, overgeleverd; maar hare standvastigheid, haar +zelfvertrouwen was daarom niet geschokt. Noch de bedreigingen van Namir, noch de toorn van Sarcany scheen haar te deren. Het +jonge meisje ontwikkelde eene wilskracht, die een ieder ongelooflijk moet voorkomen. + +</p> +<p>Bij haar vertrek telde de karavaan reeds een vijftigtal Khouâns of geaffiliëerden, die onder de leiding van een imam, een +geestelijke, die hen op militairen voet organiseerde, ingedeeld waren. Er was <a id="d0e4091"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4091">164</a>]</span>daarbij geen kwestie, om de provinciën door te trekken, die aan het Fransche gezag onderworpen zijn en waar hun doortocht +moeielijkheden zou kunnen ondervinden. Zij zou die langs de zuidelijke grenzen geheel en al ontwijken. + +</p> +<p>Het Afrikaansche vasteland vormt, door de gedaante van het kustland van Algiers en Tunis, een grooten boog tot aan de westkust +van de Groote Syrtische zee, die plotseling naar het zuiden insnijdt. Daaruit volgt natuurlijk, dat de kortste weg van Tetuan +naar Tripoli is de koorde welke dezen boog onderspant. En die weg voert niet noordelijker dan Lagouât, een der laatste Fransche +steden op de grenzen der Sahara gelegen. + +</p> +<p>De karavaan trok, na het Marokkaansche keizerrijk verlaten te hebben, langs de grenzen van die rijke Algerijnsche provinciën, +welke men voorgesteld heeft “Nieuw Frankrijk” te heeten, en die inderdaad wel Frankrijk zelf mogen heeten, met meer recht +dan Nieuw Caledonië, Nieuw-Holland, Nieuw-Schotland, die veel minder op Schotland, Holland en Caledonië, dan Algiers op Frankrijk +gelijken. Daarenboven, eene zee van slechts dertig uren breedte, scheidt dat land van het Fransche grondgebied, en met onze +tegenwoordige gemeenschapsmiddelen mag die zee geen scheidsmuur heeten. + +</p> +<p>In het Beni-Matansche, zoowel als in de Oulad Nail en de Charfat-El-Hamal-streken, vermeerderde de karavaan nog met een zeker +getal geaffiliëerden. Hare sterkte was dan ook tot ruim drie honderd man gestegen, toen zij het Tunische kustland, op de grens +der Syrtische zee bereikte. Zij had toen slechts den oever te volgen, terwijl zij andermaal nieuwe leden onder de Khouâns +in de vele dorpen dier provincie aanwierf, en waarbij Sarcany al zijn invloed en schranderheid bezigde. + +</p> +<p>De karavaan kwam op den 20<sup>sten</sup> November bij de grenzen van het regentschap aan, na eene reis van ruim zes weken. + +</p> +<p>Dus op het oogenblik, toen dat Ooievaarsfeest met groote plechtigheid en omhaal zou gevierd worden, waren Sarcany en Namir +nog slechts sedert drie dagen de gasten van den Moquaddem Sidi Hassan, wiens woning thans tot gevangenis van Sava Sandorf +strekte. Waarlijk, de karavaan had zich wel gehaast, want zij had gedurende de negen en dertig dagen, die zij tot de reis +besteed had, een groot traject afgelegd. + +</p> +<p>De woning van den Moquaddem, welke door een slanken minarettoren beheerscht werd, had met hare witgekalkte muren, waarin volstrekt +geen vensters, maar wel hier en daar schietgaten gebroken waren, met hare gecreneleerde terrassen, met hare smalle en lage +deur, wel eenigszins het uiterlijk van eene kleine vesting, of beter van een zeer sterk blokhuis. Het was ook inderdaad een +ware zaoaiya, welke buiten de stad gelegen was, op de grens tusschen de <a id="d0e4108"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4108">165</a>]</span>zandvlakte en de aanplantingen van Menehié, welker akkers, omgeven door een hoog staketsel, tot bij het grondgebied der oase +voortdrongen. + +</p> +<p>Het innerlijke dier woning vertoonde den gewonen bouwtrant der Arabische huizen, met dien verstande dat die bouwtrant hier +als het ware verdriedubbeld was, hetgeen te beduiden heeft, dat er drie patioʼs of binnenplaatsen te tellen waren. Rondom +elk dier patioʼs ontwikkelde zich een vierkant van galerijen met hare zuiltjes en kanteelbogen, waarop de verschillende vertrekken +van de woning, die voor het meerendeel zeer rijk gemeubeld waren, uitkwamen. De vloeren dier galerijen waren met kostbare +marmersteenen ingelegd, en de zuilen daarvan kunstig gebeeldhouwd. + +</p> +<p>Op het tweede binnenplein vonden de bezoekers of de gasten van den Moquaddem eene ruime “stufa”, een soort van vestibule of +van hall, waarin reeds meer dan eene raadbelegging onder de leiding van Sidi Hassan door de Senousisten had plaats gehad. +Dat was eigenlijk het vertrek, waarin de saamgezworenen krijgsraad hielden. + +</p> +<p>Maar behalve dat die woning eene natuurlijke bescherming in hare hooge en doelmatig aangelegde muren vond, bevatte zij bovendien +een zeer talrijk personeel, dat tot hare verdediging veel kon bijbrengen, ingeval van aanval van den kant der zwervende Barbaresken, +die steeds mogelijk was, of zelfs van den kant der Tripolitaansche autoriteiten, die steeds poogden de Senousisten der provincie +aan zich te onderwerpen, hetgeen tot heden niet gelukt was. + +</p> +<p>Die woning bezat een garnizoen van ruim vijftig geaffiliëerden, die, uitmuntend bewapend, niet alleen ter verdediging, maar +ook tot aanval konden dienen. Die mannen, gekozen onder de meest dweepzieken, waren uitmuntend geoefend. + +</p> +<p>Slechts een enkele deur verleende toegang tot die zaoaiya; die deur was daarenboven uitermate dik en stevig met ijzerwerk +beslagen. Men zou haar niet gemakkelijk opengebroken hebben, en slaagde dat ook al, dan zou haar drempel nog niet zoo gemakkelijk +te overschrijden zijn; want dan eerst begon het ernstige gevecht. + +</p> +<p>Sarcany had dus bij den Moquaddem eene veilige schuilplaats gevonden. + +</p> +<p>Daar hoopte hij zijne heillooze plannen tot een goed einde te voeren. + +</p> +<p>Zijn huwelijk met Sava moest hem een zeer aanzienlijk vermogen verzekeren, en hij kon desnoods op den bijstand van het eedgenootschap +rekenen, wiens belangen bij zijn welslagen direct betrokken waren. Die dweepers zouden niet aarzelen, hem bij zijne snoode +plannen bij te staan. + +</p> +<p>Wat de geaffiliëerden betrof, die van Tunis aangekomen of in de villayets aangenomen waren, deze hadden zich in de Menehié-oase +verspreid; maar waren toch gereed, om op het eerste sein te zamen te komen. +<a id="d0e4128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4128">166</a>]</span></p> +<p>Dat Ooievaars-feest zou, zonder dat de Tripolitaansche politie zulks gissen kon, juist de plannen der Senousisten in de hand +werken. Daar op die vlakte van Soung-Ettélaté zouden de Khouâns van noordelijk Afrika het wachtwoord der muftiʼs komen ontvangen, +om hunne concentratie op Cyrenaïsch gondgebied te bewerkstelligen en een waar rijk van zeeschuimers onder de machtige bevelen +van een kalief te stichten, hetgeen met de overoude neigingen van die strandbewoners maar al te zeer strookte. + +</p> +<p>Daartoe waren de omstandigheden zeer gunstig, wijl het eedgenootschap juist in de villayet Ben Ghazi, de voornaamste der Cyrenaïsche +streken, reeds het grootste ledental telde, hetwelk geheel tot handelen gereed was. + +</p> +<p>Den dag, waarop het Ooievaars-feest in het Tripolitaansche rijk gevierd zou worden, drentelden drie vreemdelingen op de vlakte +van Soung-Ettélaté, tusschen de menigte, welke zich daar bevond, rond. + +</p> +<p>Niemand zou die vreemdelingen, onder hunne Arabische kleeding, voor Moucafirs, voor Europeanen herkend hebben. De oudste der +drie droeg daarenboven zijn kostuum met eene gemakkelijkheid, die slechts door eene langdurige gewoonte kon verkregen worden. +Men zag het hem aan, dat hij den tulband en de Chlamyde (bovenkleed) meer gedragen had. + +</p> +<p>Dat was dokter Antekirrt, die van Piet Bathory en Luigi Ferrato vergezeld was. + +</p> +<p>Pescadospunt en Kaap Matifou waren in de stad gebleven, waar zij zich met zekere voorbereidende werkzaamheden bezighielden. +Ongetwijfeld zouden zij ten tooneele verschijnen, wanneer daartoe het oogenblik gekomen zou zijn. Zij beiden zouden toch in +de beraamde plannen de voornaamste rol te vervullen hebben, zooals de lezer wel zien zal. + +</p> +<p>Het was ter nauwernood vier en twintig uren geleden, sedert de <i>Elektriek</i> 2 in den namiddag onder beschutting van die uitgestrekte rotsen, welke voor de haven van Tripoli een natuurlijken dam vormen, +ten anker gekomen was. + +</p> +<p>De overtocht was, zoowel bij de heen- als bij de terugreis, voorspoedig geweest<span id="d0e4148" class="corr" title="Bron: ">.</span> Men had zich slechts drie uren opgehouden te Philippeville, aan de kleine kreek Filfila gelegen; overigens niet. En dat oponthoud +was nog geschied, om zich Arabische kleeding aan te schaffen. Daarna was de <i>Elektriek</i> onmiddellijk vertrokken, zonder dat hare aanwezigheid in de Numidische golf de aandacht getrokken had. Hare geringe verhevenheid +boven de oppervlakte van het water had haar daarbij uitnemend gediend. + +</p> +<p>Dus, toen de dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren,—niet op de kaden van Tripoli, maar op de rotsen der buitenhaven—waren +het geen vijf Europeanen, die voet aan wal <a id="d0e4156"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4156">167</a>]</span>gezet hadden op den bodem van het Tripolitaansche grondgebied, maar waren het vijf Oosterlingen, wiens kleeding de aandacht +niet kon trekken. Misschien zouden Piet Bathory en Luigi Ferrato zich, in die kleeding gestoken, door de ongewoonte voor scherpziende +toeschouwers verraden hebben; maar Pescadospunt en Kaap Matifou, gewoon aan de veelvuldige gedaanteverwisselingen en verkleedingen +der kermispotsenmakers, waren er geheel op hun gemak in, en bewogen zich als volbloed Arabieren. Die beide grappenmakers konden +evenwel een glimlach niet verbergen, wanneer zij elkander aankeken. + +</p> +<p>Toen de nacht ingevallen was, ging de <i>Elektriek</i> zich verschuilen aan de andere zijde van de haven in eene der veelvuldige kreeken van die slecht bewaakte kust. Daar moest +dat vaartuig zich gereed houden, om op ieder uur van den nacht of van den dag zee te kunnen kiezen. Aan die opdracht werd +natuurlijk stipt voldaan. + +</p> +<p>Zoodra dokter Antekirrt en zijne metgezellen ontscheept waren, stapten zij langs den rotsachtigen oever voort en volgden daarna +den van groote rotsblokken vervaardigden kadedam, die naar Bab-el-Bahr voerde, traden de zeepoort binnen en bevonden zich +weldra te midden van de nauwe straten der stad. + +</p> +<p>Het eerste hôtel, dat zij op hunnen weg ontmoetten,—en de keus was niet moeielijk, want er waren er niet veel,—scheen hun +voldoende toe, om er ettelijke dagen, misschien slechts weinige uren door te brengen. Zij toonden zich daar als bescheiden +lieden, en gaven voor eenvoudige Tunische kooplieden te zijn, die bij hunne doorreis te Tripoli van de gelegenheid wilden +gebruik maken, om het Ooievaars-feest bij te wonen. Daar dokter Antekirrt het Arabisch even zuiver en juist sprak als de overige +taaleigens van de Middellandsche zee, zoo kon zijne spraak hem niet verraden. + +</p> +<p>De kastelein ontving de vijf reizigers, die hem de eer wilden aandoen in zijne inrichting af te stappen, uiterst voorkomend. +Het was een dik man, die zeer praatziek was. Daarvan maakte dokter Antekirrt behendig gebruik, en vernam zoodoende zaken, +die hem bijzonder belang inboezemden. Al dadelijk wist hij, dat eene karavaan kort geleden van Marokko in het Tripolitaansche +rijk was aangekomen. Daarna vernam hij, dat Sarcany, die in het Regentschap zeer bekend was, van die karavaan deel had uitgemaakt +en dat hij thans de gastvrijheid genoot in de woning van den beroemden Moquaddem Sidi Hassan in de zaouiya op de vlakte van +Soung Ettélaté. + +</p> +<p>Dat was de reden, waarom dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato, na de meest mogelijke voorzorgen genomen te hebben, +zich dienzelfden avond nog begeven hadden te midden der menigte van nomaden op de vlakte van Soung Ettélaté. Zij bespiedden +<a id="d0e4171"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4171">168</a>]</span>al wandelende de woning van den Moquaddem Si-Hassan, op den zoom van de Oase Menehié gelegen. + +</p> +<p>Daar was dus Sava Sandorf opgesloten! In die sterke woning bevond zich dus het eenige kind van den graaf. + +</p> +<p>Sedert het verblijf van dokter Antekirrt te Ragusa, waren nimmer vader en dochter dichter bij elkander geweest dan thans! +En toch, door hoeveel hinderpalen waren zij niet gescheiden! + +</p> +<p>Het was niet alleen een schier onoverkomelijke muur, die het grootste beletsel daarstelde! + +</p> +<p>Inderdaad, Piet Bathory was in die oogenblikken tot alles in staat, zelfs om met Sarcany te onderhandelen, om Sava maar aan +zijne macht te ontrukken. Graaf Mathias Sandorf en hij waren bereid, om hem die wenschen te laten verwezenlijken, welke de +ellendeling begeerde! En toch, zij konden en mochten niet vergeten, dat zij recht moesten uitoefenen over den verrader van +professor Stephanus Bathory en van graaf Ladislas Zathmar! + +</p> +<p>Intusschen moesten zij in de omstandigheden, waarin zij zich vonden, erkennen, dat de bemachtiging van Sarcany en de <span id="d0e4183" class="corr" title="Bron: bevrij-beding">bevrijding</span> van Sava Sandorf uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan eene bijna onuitvoerbare taak was. De moeielijkheden waren schier +onoverkomelijk, dat kon onmogelijk ontveinsd worden. + +</p> +<p>Zou men in plaats van geweld, dat toch geen kans van welslagen aanbood, list moeten gebruiken? En zou het feest, dat den volgenden +dag gevierd zou worden, daartoe gelegenheid geven? Ja, dat zou het zonder twijfel. Pescadospunt had daaromtrent een plan ontworpen, +en het was met dit plan, dat dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zich dien avond onledig hielden. Ieders rol moest +goed besproken worden, om in het gewichtigste oogenblik geene teleurstelling, die alles verijdelen kon, te ondervinden. + +</p> +<p>Bij de uitvoering van dat plan zou de moedige ontwerper zijn leven wagen; maar gelukte het hem de woning van den Moquaddem +Sidi Hassan binnen te dringen, dan was er veel kans, dat hij er in slagen zou, Sava Sandorf te ontvoeren. Niets scheen voor +den moed en de behendigheid van Pescadospunt onuitvoerbaar. + +</p> +<p>Het was dus ter uitvoering van het vastgestelde plan, hetwelk wij bij zijne ontwikkeling vernemen zullen, dat dokter Antekirrt, +Piet Bathory en Luigi Ferrato zich daags daarna, tegen drie uren des namiddags, ter bespieding op de vlakte van Soung Ettélaté +bevonden, terwijl Pescadospunt en Kaap Matifou zich intusschen voorbereidden voor de rol, die zij te midden van het bedrijvigste +gedeelte van het feest te vervullen zouden hebben. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p169.jpg" alt="Maar Kaap Matifou kende geen aanvallen van zwakte. (Bladz. 176)." width="500" height="720"><p class="figureHead">Maar Kaap Matifou kende geen aanvallen van zwakte. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4348" class="typeref">176</a>). +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Op dat uur bestond er nog niets, dat een voorgevoel kon geven <a id="d0e4204"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4204">169</a>]</span><a id="d0e4205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4205">170</a>]</span>van het leven, van het spektakel en van de beweging, waarvan de vlakte het schouwspel ging leveren, wanneer zij bij het vallen +van den avond door ontelbare fakkels zoude verlicht worden. Ter nauwernood kon te midden van die dicht opeengepakte menigte +het komen en gaan opgemerkt worden van de Senousistische saamgezworenen, die, zeer eenvoudig gekleed, elkander slechts door +een soort van vrijmetselaarsteeken de bevelen hunner opperhoofden mededeelden. + +</p> +<p>Het is evenwel hier de plaats, om eene Oostersche of beter Afrikaansche legende mede te deelen, waarvan de voornaamste bijzonderheden +bij dat Ooievaars-feest, hetwelk eene groote aantrekkingskracht voor de Muselmansche bevolking heeft, in herinnering gebracht +zouden worden. + +</p> +<p>Op het Afrikaansche Vasteland bestond in vroeger tijden een ras van Djins. Die Djins bewoonden onder den naam van Bou-lhebers +een uitgestrekt grondgebied, hetwelk op de grens van de Hamada-woestijn tusschen de Tripolitaansche en de Fezzaansche rijken +gelegen was. Het was een machtige volkstam, die zeer woest en dus ook uitermate gevreesd was. Hij was oneerlijk, trouweloos, +twistziek en onmenschelijk wreed. Geen Afrikaansche souverein had er nog terecht mede kunnen komen. Zij hadden weerstand weten +te bieden aan iedere poging, om hen aan tucht te gewennen. + +</p> +<p>Het gebeurde eens, dat de profeet Soeleyman eene poging aanwendde, niet om de Djins aan te vallen of te onderwerpen, maar +om hen tot het goede te bekeeren. Te dien einde zond hij hen een zijner apostelen, om hun de liefde tot het goede en den haat +voor het kwade te prediken. Het was verloren moeite! Die woeste horden grepen den zendeling en brachten hem wreedaardig ter +dood. Zij ontzagen zich niet den heiligen man eerst te spietsen en hem verder, alvorens hij dood was, langzaam te verbranden. + +</p> +<p>Dat de Djins zooveel stoutmoedigheid aan den dag legden, vond daarin zijn oorzaak, dat hun land afgelegen en zeer moeielijk +te bereiken was. Zij wisten, dat geen naburig vorst zijne legerscharen in die streken durfde wagen. Zij meenden daarenboven, +dat niemand den profeet Soeleyman zou gaan overbrieven, welk onthaal zijn zendeling ten deel gevallen was. + +</p> +<p>Daarin vergisten zij zich evenwel. Allah waakte er over, dat de misdaad gestraft zoude worden. + +</p> +<p>Een groot aantal ooievaars was, daar het winter in Noordelijk Europa was, in het land aanwezig. Zooals de lezer wel weten +zal, zijn dat vogels, tot het geslacht der steltloopers behoorende, van zeer kuische zeden, die eene buitengewone schranderheid +gepaard aan eene groote opmerkingsgave bezitten. De legende beweert toch, dat zij nimmer eene landstreek bewonen, welker naam +op een <a id="d0e4219"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4219">171</a>]</span>geldstuk voorkomt<a id="d0e4221src" href="#d0e4221" class="noteref">1</a>, omdat het geld de bron is van alle kwaad en de machtigste hefboom is, die den mensch in den afgrond zijner bedorven hartstochten +drijft. + +</p> +<p>Nu hadden die ooievaars de verdorvenheid, waarin de Djins leefden, opgemerkt. Zij hadden den gruwelijken moord gezien en kwamen +in eene groote vergadering bij elkander, om te beraadslagen en besloten daarin een hunner naar den profeet Soeleyman af te +vaardigen, ten einde zijnen gerechten toorn over de moordenaars van den zendeling te doen ontbranden. + +</p> +<p>De profeet riep dadelijk zijne “hiep” of lievelingskoeriers tot zich en gaf hen bevel al de ooievaars van de geheele wereld +in de bovenstreken van Afrika bijeen te brengen. + +</p> +<p>Dat geschiedde natuurlijk, en toen de ontelbare scharen van die vogels voor den profeet Soeleyman vergaderd waren,—zooals +de legende woordelijk verhaalt,—vormden zij eene wolk, welker schaduw de geheele landstreek, tusschen Mezda en Morseug, had +kunnen bedekken. + +</p> +<p>Toen greep op bevel van den profeet ieder dier langsnavels een steen in den bek en vloog naar het land der Djins. En terwijl +zij daarboven zweefden, steenigden zij dat slechte ras, welker zielen voor de eeuwigheid in het binnenste der Hamada-woestijn +opgesloten zitten. Waarlijk, eene gerechte straf voor zulk een snoode daad! + +</p> +<p>Dat is de fabel, die als het ware ten tooneele zoude gevoerd worden, en welker voorstelling het eigenlijke feest zou vormen. +Eenige honderden ooievaars waren onder onmetelijke netten, die op de vlakte van Soung Ettélaté uitgespannen waren, verzameld. +Daar wachtten zij, voor het meerendeel zooals gewoonlijk op één poot rustende, het uur der bevrijding af, terwijl zij door +het geklepper met hunne lange snavels soms een gerommel in de lucht veroorzaakten, hetwelk wel iets van het geroffel van een +menigte tamboers op hunne trommen had. Op een gegeven teeken moesten de netten plotseling verdwijnen en de vogels in de ruimte +opstijgen, om gevaarlooze en nagemaakte steenen van weeke klei te midden van het gehuil der toeschouwers, het getoet der blaasinstrumenten +en de losbranding van ontelbare geweren en verlicht door eene menigte fakkels met veelkleurige vlammen, op de opeengepakte +geloovigen te laten neervallen. + +</p> +<p>Pescadospunt was met het program van dat feest bekend, en dat was het, hetwelk hem op de gedachte gebracht had, er eene rol +in te vervullen. Wellicht zou hij onder de gegeven omstandigheden, <a id="d0e4236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4236">172</a>]</span>die veel verwarring zouden daarstellen, gelegenheid vinden in het huis van den Moquaddem Sidi Hassan te dringen. + +</p> +<p>Op het oogenblik toen de zon onderging, werd op het fort of kasteel van Tripoli een zwaar kanonschot gelost, dat het sein +was, hetwelk door het publiek op de vlakte van Soung Ettélaté zoo lang en ongeduldig verbeid was. Statig rolde het zware geluid +voort, wekte al de echoʼs der omstreken op, en stierf eindelijk als een ver verwijderde donder weg. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren eerst als het ware verdoofd door het vreeselijke spektakel, dat zich +in het eerste oogenblik van alle kanten hooren deed; vervolgens werden zij verblind door de duizenden lichtjes die op de vlakte +schitterden. Het was, of de geheele Soung Ettélaté met al de sterren des firmaments getooid was. + +</p> +<p>Toen dat kanonschot losbrandde, was die menigte van Nomaden nog bezig met hun avondmaal te nuttigen. Hier zag men er zich +te goed doen aan gebraden schapenvleesch. Elders werd pilau met kippenvleesch er bij verorberd door hen, die Turk waren of +daarvoor wenschten door te gaan; op eene andere plek ontwaarde men bij vermogende Arabieren couscoussou; verder zag men een +eenvoudige “bazina,” eene soort pap van gruttemeel met olie gekookt, die het gewone voedsel uitmaakte van die arme drommels, +evenals elders het meest talrijk, die meer koperen “mehbouhs” dan gouden “mictals” op zak hadden; eindelijk ontwaarde men +overal en inderdaad met stroomen, de “lagby,” een soort vruchtensap, afkomstig van den dadelpalm, dat wanneer het evenals +het bier gegist heeft, zooveel alcohol bevat, dat het meer dan smoordronken, ja, dat het stapelgek maakt.<a id="d0e4244src" href="#d0e4244" class="noteref">2</a> + +</p> +<p>Eenige minuten nadat het kanonschot gedreund had, waren allen, mannen, vrouwen, kinderen, Turken, Arabieren, Khouans en Negers +reeds als buiten zich zelven van opgewondenheid. Het was waarlijk noodig, dat de koperen blaasinstrumenten van die barbaarsche +orchesten buitengewoon geluidmakend waren, om zich te midden van dat menschelijk spektakel te kunnen doen vernemen. Hier en +daar sprongen ruiters met hunne paarden rond en schoten hunne lange geweren en hunne ruiterpistolen af, terwijl vuurwerk afgestoken +werd en moorslagen knalden, alsof het geschut was, dat losgebrand werd te midden van een leven, hetwelk onmogelijk te beschrijven +zoude zijn. + +</p> +<p>Hier was een negerhoofd, dat, potsierlijk aangekleed, met rammelende beentjes aan zijn buikgordel, terwijl zijn gelaat door +een <a id="d0e4251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4251">173</a>]</span>duivelsch mombakkes bedekt was, en bij het licht van walmende toortsen, en aangevuurd door het geroffel op houten trommen +en door het klagend opdreunen van een eentonig gezang, een dertigtal zwarte kroeskoppen, die te midden van een kring van stuiptrekkende +vrouwen, welke in de handen klapten, hunne vertooning opvoerden, tot den dans aanmoedigde. + +</p> +<p>Elders waren er wilde Aïssassouas, die tot het uiterste door godsdienstige en alcoholische<a id="d0e4255src" href="#d0e4255" class="noteref">3</a> opgewondenheid vervoerd waren en met opgespoten gelaatstrekken en met uitpuilende oogen, hout tusschen de tanden maalden, +op ijzer kauwden, zich diepe insnijdingen in de huid maakten, met gloeiende kolen goochelden, zich door afgrijselijke slangen +lieten omwikkelen, die hen aan de handen, aan de wangen, aan de lippen beten, en die zij met gelijke munt betaalden door hun +bloedige staarten te verorberen. + +</p> +<p>Maar in weerwil van dat aanlokkelijke schouwspel, drong de menigte weldra volijverig op naar den kant van het huis van den +Moquaddem Sidi Hassan, alsof eene nieuwe en meer belangwekkende vertooning haar daarheen getrokken had. + +</p> +<p>En inderdaad, daar bevonden zich twee mannen, de een buitengewoon groot en dik, de andere buitengewoon klein en slank. Het +waren twee akrobaten, wier opmerkenswaardige krachts- en behendigheidsoefeningen, die te midden van eene vierdubbele rij toeschouwers +uitgevoerd werden, de meest levendige toejuichingen, die door een Tripolitaanschen mond konden uitgestoten worden, verwierven. +Het was daar om hooren en zien te doen vergaan. + +</p> +<p>Het waren Pescadospunt en Kaap Matifou, die waarlijk geheel en al op dreef waren. + +</p> +<p>Zij hadden eene plek uitgekozen, om hunne kermisvertooning op te voeren, welke slechts op weinige passen afstand van de woning +van den Moquaddem Sidi Hassan gelegen was. Beiden hadden voor deze bijzondere gelegenheid hun baantje van voorheen, hun baantje +van kenniskunstenaars ter hand genomen. Zij waren behoorlijk gekleed in een gelegenheidspakje, dat zij van Arabische stoffen +vervaardigd hadden, en hoopten op daverende toejuichingen. + +</p> +<p>“Je zult toch niet te zeer verroest wezen?” had Pescadospunt alvorens te beginnen aan Kaap Matifou gevraagd. + +</p> +<p>“Verroest?... Wat meen je?” had de reus gevraagd. “Ik ben toch geen oude spijker, denk ik?” +<a id="d0e4270"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4270">174</a>]</span></p> +<p>“Neen, dat weet ik wel; maar ik vraag je, of je soms stijf in de gewrichten geworden bent?” + +</p> +<p>“Neen, volstrekt niet,” antwoordde Kaap Matifou. “Dat zul je wel ondervinden.” + +</p> +<p>“En je deinst voor geene oefening terug... Voor geen enkele? Bedenk je wel.” + +</p> +<p>“Neen, voor geen enkele. Maar wat zal het doel van die oefening wezen? Zeg mij toch.” + +</p> +<p>“Het doel moet wezen om die lummels in vervoering te brengen. Zul je daarvoor niet terugdeinzen?” + +</p> +<p>“Ik!... ooit terugdeinzen!... Kom, je houdt mij voor den gek,” sprak Kaap Matifou verstoord. + +</p> +<p>“Zelfs, wanneer je ...” + +</p> +<p>Pescadospunt scheen te aarzelen. + +</p> +<p>“Wat? Ga toch voort. Je bent anders zoo spraakzaam en thans sta je te kieskauwen.” + +</p> +<p>“Nu ja, zelfs wanneer je keisteenen met de tanden moet fijnmalen?” vroeg de kleine man. + +</p> +<p>“Is dat alles?” was de ietwat kleinachtende wedervraag van den reus. + +</p> +<p>“Of slangen oppeuzelen?” + +</p> +<p>“Slangen?” + +</p> +<p>Thans scheen Kaap Matifou te aarzelen. + +</p> +<p>“Ja, slangen!” + +</p> +<p>“Gekookt?” vroeg Kaap Matifou. “Gekookt of rauw, daarin bestaat onderscheid.” + +</p> +<p>“Neen, rauw! waarde Kaap. Geheel rauw.” + +</p> +<p>“Rauw?... Br! br!” + +</p> +<p>“En nog wel levend!” + +</p> +<p>Kaap Matifou had een leelijk gezicht getrokken; maar als het moest zijn, dan was hij besloten om slangen te eten, evenals +een eenvoudige Aïssasoua. Hij pruttelde evenwel nog iets tegen. + +</p> +<p>“Moeten wij dat voor ons pleizier doen?” vroeg hij na een poos bedenkens. + +</p> +<p>“Voor ons pleizier neen,” antwoordde Pescadospunt met een guitigen glimlach op de lippen. + +</p> +<p>“Maar waartoe dan die gekheid?” + +</p> +<p>“Zooals ik je gezegd heb, om die lummels in vervoering te brengen.” + +</p> +<p>“Loop heen!” had de reus geantwoord. “Voor die schoeljes eet ik geen slangen. Als het nog Europeanen, als het nog Franschen +waren! Dan was het wat anders.” + +</p> +<p>“Och, die kerels kunnen ons ook niet schelen,” antwoordde Pescadospunt, hartelijk lachende. +<a id="d0e4323"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4323">175</a>]</span></p> +<p>“Maar, waarom dan?” + +</p> +<p>“Kaaplief, je schijnt maar niet te kunnen begrijpen.” + +</p> +<p>“Maar, wat dan?” + +</p> +<p>“Dat we eene rol spelen. Wij moeten het groote doel bevorderen. Wij moeten de bevrijding van juffrouw Sava bewerken.” + +</p> +<p>“Met levende slangen te eten?” vroeg de reus hoofdschuddend. “Als ik dat er mee bewerken kan, ben ik bereid een frikadel van +alle slangen der wereld te maken en die op te peuzelen.” + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato bevonden zich onder de menigte van toeschouwers en verloren hunne makkers +niet uit het oog, hoewel zij zich te midden van dien ontzaglijken menschendrom de grootste inspanning daartoe moesten getroosten. + +</p> +<p>Neen, Kaap Matifou was niet verroest! Hij had niets van zijne buitengewone kracht verloren. Vijf of zes Arabieren, en nog +wel van de stevigsten uit een geheelen hoop, hadden een kans gewaagd door met hem te worstelen. Maar zij lagen al heel spoedig +op den grond uitgestrekt, met de schouders in aanraking met het maaiveld, zooals de akrobatische uitdrukking luidt. + +</p> +<p>Daarna volvoerden beide kunstenaars te zamen goocheltoeren, die de Arabieren, daar verzameld, in verrukking brachten, vooral +toen zij elkander behendig brandende fakkels toewierpen, die overgaande van de hand van Pescadospunt in die van Kaap Matifou, +hare vurige zigzags kruisten. Dat verwekte algemeene verbazing. + +</p> +<p>En toch kon dat publiek, waarvoor zij werkten, terecht moeielijk te bevredigen zijn. + +</p> +<p>Er bevonden zich toch onder die menigte een vrij groot aantal van hen, die de half wilde Touaregs hadden leeren bewonderen, +welker lenigheid en behendigheid aan die der vlugste diersoorten mag gelijk gesteld worden, zooals weleer met veel ophef in +het bewonderingwekkend program van den beroemden kermistroep van Bracca aangekondigd werd. Die kenners en bewonderaars hadden +toch gelegenheid gehad den stoutmoedigen Mustapha, den Samson der woestijn, het kanonmensch toe te juichen, “wien de koningin +van Groot Brittanje en Ierland door haren kamerdienaar, bij gelegenheid van dergelijke voorstellingen te Londen, had laten +verzoeken, niet meer zijne oefeningen te herhalen, bevreesd als de vorstin was, dat er een ongeluk zoude gebeuren!” + +</p> +<p>Maar Kaap Matifou was onvergelijkelijk bij zijne krachtsvertooningen en hij behoefde voor geen mededinger bevreesd te zijn. +Neen, voor niemand ter wereld, al ware het Hercules, de goddelijke zoon van Alcmene, in eigen persoon geweest. + +</p> +<p>Eindelijk kwam er eene laatste oefening, die de geestdrift van die cosmopolitische menigte, welke de Europeesche kunstenaars +omgaf, ten top voerde. En hoewel die oefening voor de Europeesche <a id="d0e4348"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4348">176</a>]</span><span id="d0e4349" class="corr" title="Bron: kermispellen">kermisspellen</span> oud en versleten mocht heeten, scheen zij hier voor de Tripolitaansche nieuwsgierigen nog de aantrekkelijkheid der nieuwheid +te hebben. + +</p> +<p>De toeschouwers verdrongen dan ook elkander, ja verpletterden zich schier rondom de beide kunstenaars, die bij afwezigheid +der zon in dit uur bij fakkellicht werkten. + +</p> +<p>Kaap Matifou had een staak gegrepen, die vijf en twintig of dertig voet lang was en hield hem met beide handen, die op zijne +borst rustten, loodrecht omhoog. Pescadospunt klom met een behendigheid van een aap langs dien staak naar boven, en bij het +uiteinde gekomen, nam hij daar, terwijl hij den staak onrustbarend deed buigen, de meest bevallige houdingen aan. Inderdaad, +het was een verrukkelijk maar uiterst moeielijk kunststuk. Een zwak oogenblik bij hem, die den staak torste, en een val kon +niet uitblijven. En die val moest voor den armen Pescadospunt noodlottig zijn. + +</p> +<p>Maar Kaap Matifou kende geene aanvallen van zwakte. Hij stond daar, met achterover gebogen hoofd en vooruitgestrekte borst, +onwrikbaar stevig als de rots, waarvan hij den naam voerde, hoewel hij bij zijne pogingen om den staak met den daarop kunsten-vertoonenden +Pescadospunt in evenwicht te houden, trappelde, zich keerde en draaide en langzamerhand van plaats veranderde. + +</p> +<p>Toen hij eindelijk in de onmiddellijke nabijheid van den heiningmuur van Sidi Hassanʼs woning gekomen was, dreef hij de vermetelheid +zoo ver en ontwikkelde zooveel kracht, om den staak van zijne borst op te tillen, in de rechterhand te nemen en dien arm uit +te strekken, terwijl Pescadospunt daarboven den stand aannam van den Roem en evenals die wufte godin kushandjes aan de menigte +toezond. Het was inderdaad eene bevallige vertooning. + +</p> +<p>De saamgepakte Arabieren en Negers waren buiten zich zelven van bewondering. Zij stieten schelle kreten uit, klapten woest +met de voeten. Gelukkig, dat het geen planken vloer was, waarop zij stonden. Neen, waarlijk, dat moest erkend worden; zoo +iets had de Samson der woestijn, de koene Mustapha, de stoutmoedigste der Touaregs, niet durven ten uitvoer leggen. De geestdrift +was dan ook ten top; want zulke krachtsontwikkeling was inderdaad nog nooit waargenomen. + +</p> +<p>In dit oogenblik dreunde op het onverwachtst een kanonschot van de wallen der citadel van Tripoli. + +</p> +<p>Op dat sein vlogen de honderden ooievaars op, die eensklaps bevrijd werden van de onmetelijke netten, die hen gevangen hielden, +stegen in de lucht op, terwijl zij, onder het uitvoeren van een klepperend concert, waarop met een onmetelijk geschreeuw, +door de menschen aangeheven, geantwoord werd, eene hagelbui van nagemaakte steenen lieten neervallen, die natuurlijk niemand +konden <a id="d0e4366"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4366">177</a>]</span><a id="d0e4367"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4367">178</a>]</span>deeren, daar zij, zooals gezegd werd, van weeke klei vervaardigd waren. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p177.jpg" alt="Maar die deur was gesloten. (Bladz. 181.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Maar die deur was gesloten. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4436" class="typeref">181</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Dat was het glanspunt van het feest. De vogels van den profeet Soleyman leidden evenwel de aandacht zeer af. + +</p> +<p>Men zou gezegd hebben, dat al de krankzinnigen-gestichten van Europa, Azië en Afrika plotseling ontruimd waren, en dat hunne +bewoners op eens op de vlakte van Soung-Ettélaté in het Tripolitaansche Regentschap bij elkander gebracht waren; zulk een +vreeselijk spektakel werd daar door die saamgeschoolde en opgewonden menigte aangeheven. Evenwel, alsof hare bewoners doof +en stom waren, nog erger, alsof zij uitgestorven waren, was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan hardnekkig gesloten gebleven +gedurende die uren van algemeene vroolijkheid, en geen enkele bediende of huisgenoot was aan de deur of op de terrassen verschenen. +Het was alsof daarin geen nieuwsgierigen, geen belangstellenden in het feest behoorden. + +</p> +<p>Maar ziet! In hetzelfde oogenblik, toen al de fakkels, die het feest verlicht hadden, na de opstijging der ooievaars, plotseling +uitgebluscht waren, was ook Pescadospunt eensklaps verdwenen, alsof hij met de getrouwe vogels van den profeet Soleyman hemelwaarts +gevlogen was. Dat was inderdaad uiterst merkwaardig. + +</p> +<p>Waar was hij heen gevaren?... + +</p> +<p>Wat was er van hem geworden? + +</p> +<p>Ja, wat? Dat wist niemand te verklaren. Daarop was geen antwoord te geven. + +</p> +<p>Toch scheen Kaap Matifou zich omtrent die verdwijning niet veel te bekommeren. Nadat hij zijn staak in de lucht opgeworpen +en hem vele buitelingen had laten maken, ving hij hem behendig bij het andere einde op, liet hem ronddraaien en bogen beschrijven, +zooals de meest ervaren tamboer-majoor met zijn dikgeknopten stok zoude gedaan hebben. Het wegmoffelen van Pescadospunt scheen +voor hem de natuurlijkste zaak der wereld te zijn. Hij keek met eene zelfvoldaanheid rond, alsof die goochelpartij tot het +program behoorde. + +</p> +<p>De bewondering der toeschouwers was intusschen ten top gestegen en hunne geestdrift uitte zich dan ook door een ontzaglijk +hoerah, dat tot voorbij de uiterste grenzen der oase moest gehoord worden. Niemand hunner twijfelde er aan, of de behendige +acrobaat was door de ruimte naar het rijk der Ooievaars vertrokken en was bij den profeet Soleyman aangeland. + +</p> +<p>Het onverklaarbare bekoort in den regel de menigte het meest. Daarmede is zij steeds te verschalken. + + + +<a id="d0e4397"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4397">179</a>]</span></p> +<div class="footnotes"> +<hr class="fnsep"> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4221" href="#d0e4221src" class="noteref">1</a></span> En Nederland, waar vele Ooievaars wonen en welks naam toch op de muntstukken voorkomt? Vert. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4244" href="#d0e4244src" class="noteref">2</a></span> In Ned. Indië heeft men denzelfden drank, Sagoeweer genaamd, afkomstig van de Arenga saccharifera. Vert. +</p> +<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e4255" href="#d0e4255src" class="noteref">3</a></span> Zou hier wel van alcoholische opgewondenheid kunnen gesproken worden? Mahommedaansche bevolkingen gebruiken uiterst zeldzaam +alcoholische dranken, daarentegen geven zij zich te meer aan het gebruik of beter het misbruik van opium, van haschich of +dergelijke narcotische verdoovingsmiddelen over. Jules Verne schijnt zich vergist te hebben. Vert. +</p> +</div> +</div> +<div id="d0e4398" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">IX.</h2> +<h2 class="normal">HET HUIS VAN SIDI HASSAN.</h2> +<p>Het was ongeveer negen uren, toen het kanonschot gevallen was en de ooievaars opgestegen waren. + +</p> +<p>Vuurwerk, geweerschoten, muziek, geschreeuw, gehuil, dat alles had eensklaps opgehouden. De menigte begon langzamerhand te +verdwijnen. De meesten keerden naar Tripoli terug, anderen begaven zich naar de <span id="d0e4407" class="corr" title="Bron: Menehie-oase">Menehié-oase</span> en naar de naburige dorpen van de provincie. Vóórdat het een uur later zoude zijn, zou de vlakte van Soung Ettélaté stil +en ledig geworden, zijn. Zij zou dan eene verbazende tegenstelling vormen met de levendigheid en drukte van straks. + +</p> +<p>De tenten waren opgerold, de kampementen opgebroken. Berbers en Negers waren reeds op weg naar de verschillende streken van +het Tripolitaansche Regentschap, terwijl de Senousisten zich naar de Cyrenaïsche provincie wendden en daar voornamelijk de +<span id="d0e4412" class="corr" title="Bron: villajet">villayet</span> Ben Ghazi opzochten, ten einde er al de strijdkrachten van den kalief bij elkander te brengen. Zoo had het feest het zijne +er toe bij gebracht, om ongemerkt eene aanmerkelijke verplaatsing van menschendrommen te bewerkstelligen. + +</p> +<p>Slechts dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato zouden de vlakte gedurende den geheelen nacht niet verlaten. Zij moesten +zich na de verdwijning van Pescadospunt op iedere gebeurlijkheid voorbereid houden, en ieder hunner had zich dadelijk een +observatiepost onder aan den voet van den omheiningsmuur van de woning van den Moquaddem Sidi Hassan uitgekozen. Daar zouden +zij evenwel een paar vervelende uren door te brengen hebben. + +</p> +<p>Pescadospunt intusschen, die op het oogenblik, dat Kaap Matifou zijn staak met uitgestrekten arm omhoog hield, met een verbazenden +sprong over den muur wipte, was op de parapet-helling van een der terrassen, aan den voet van den minarettoren, die de verschillende +binnenplaatsen dier woning beheerschte, neergekomen. Door de veerkracht zijner lenige beenen had hij de zwaarte van den val +gebroken, zoodat binnenshuis daarvan niets bemerkt was. + +</p> +<p>Niemand had hem te midden van dien somberen nacht kunnen zien, noch van buiten, noch van binnen, en niemand had hem kunnen +hooren. Hij was zelfs niet uit de skiffa bemerkt, die te midden van de patio gelegen was, en waar binnen zich een zeker getal +khouans <a id="d0e4421"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4421">180</a>]</span>bevonden, die gedeeltelijk sliepen, maar ook gedeeltelijk volgens de bevelen van den Moquaddem Sidi Hassan waakzaam waren, +en zelfs als schildwachten op post stonden. Dat was nog al gunstig uitgevallen. + +</p> +<p>Men begrijpt, dat Pescadospunt onmogelijk eenig plan had kunnen beramen. Zulk een plan zou toch door zooveel onvoorziene omstandigheden +herhaaldelijk gewijzigd moeten worden, dat het geen waarde zou gehad hebben. De innerlijke indeeling van het huis van Sidi +Hassan was hem toch geheel onbekend, en hij wist niet en kon ook niet weten, waar het jonge meisje opgesloten was, ook niet +of zij van nabij bewaakt werd, en nog minder, of haar in het gewichtige oogenblik de ziels- en lichaamskracht niet zou ontbreken, +om daadwerkelijk op te treden en tot hare ontvoering mede te werken. + +</p> +<p>Daarom moest de stoutmoedige kerel noodzakelijk geheel en al op goed geluk te werk gaan. + +</p> +<p>Ziehier, wat hij zichzelf voorgespiegeld had, alvorens dien luchtsprong te ondernemen: + +</p> +<p>“Vóór alles moet ik,” zoo mompelde hij in zich zelven, “hetzij door geweld, hetzij door list, bij Sava Sandorf zien te geraken. +Indien zij mij niet dadelijk volgen kan, indien ik haar gedurende dezen nacht niet ontvoeren kan, moet zij ten minste vernemen, +dat Piet Bathory levend is, dat hij zich in hare nabijheid, aan den voet van de omheiningsmuren bevindt, dat dokter <span id="d0e4431" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> en zijne makkers gereed staan, om haar te hulp te komen, en eindelijk moet haar aan het verstand gebracht worden, dat, wanneer +hare ontvoering eenige vertraging mocht ondervinden, zij voor geene bedreiging moet bezwijken!... In geen geval mag zij hare +toestemming tot dat schandelijk huwelijk geven!... Het is waar, ik kan ontdekt worden, vóórdat ik haar gevonden en bereikt +zal hebben!... Maar.... komt tijd, komt raad!... Gebeurt dat onverhoopt, dan is het oogenblik daar, om de noodige middelen +ter ontkoming te beramen.” + +</p> +<p>Hij klom nu over den parapetmuur, die een dik witachtig steenkussen vormde, hetwelk met schietgaten ingesneden was. Hierbij +was de eerste zorg van Pescadospunt geweest, een dun maar sterk touw, van knoopen voorzien, dat hij onder zijn licht clownspak +had kunnen verbergen, te ontwikkelen, en wel zoodanig, dat het naar buiten hing en den bodem bereikte. Dat was een voorzorgsmaatregel, +die gebiedend noodzakelijk was. Toen hij daarmede klaar was, legde de wakkere kleine kerel zich, alvorens verder te schrijden, +plat op den buik langs den parapetmuur. In die houding, die hem door de voorzichtigheid geboden werd, wachtte hij, zonder +ook maar de geringste beweging uit te voeren. Wanneer hij toch bespeurd was geworden, zou het terras weldra door de lieden +van Sidi Hassan bestormd en overweldigd <a id="d0e4436"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4436">181</a>]</span>zijn, en in dat geval zou hem niets meer overblijven, dan van het touw gebruik te maken, waarop hij zijne hoop bouwde als +op het reddingsmiddel voor Sava Sandorf. Dat alles doorkruiste in die oogenblikken zijn schrander brein. + +</p> +<p>Eene diepe stilte heerschte allerwege in de woning van den Moquaddem Sidi Hassan. Daar noch hij, noch Sarcany, noch iemand +anders hunner lieden deel aan het Ooievaarsfeest hadden genomen, was de deur van de zaouya sedert zonsopgang niet geopend +geweest, en zou dat ook niet na zonsondergang worden. + +</p> +<p>Na eenige minuten wachtens, sloop Pescadospunt, steeds op den buik liggende en kruipende, naar den hoek der woning, waar het +meest nabij zijnde minarettorentje verrees. De trap, welke van het bovenste van dat torentje neerdaalde, moest klaarblijkelijk +uitkomen op den vloer der eerste patio. En, inderdaad, hij vond deze deur, die op het terras uitkwam en die toegang tot de +beneden-binnenplaatsen verleende. Dat was een aanvankelijk gunstige uitslag zijner pogingen. + +</p> +<p>Maar die deur was gesloten, niet met een sleutelslot, maar door middel van een grendel, die onmogelijk terug te schuiven was, +tenzij men een gat in het paneel boorde. Dat werk had Pescadospunt zeer goed kunnen verrichten, want hij had een mes in den +zak met verscheidene lemmeten en dus tot verschillende doeleinden geschikt, hetwelk hij van dokter <span id="d0e4444" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> ten geschenke had ontvangen en waarvan hij behendig gebruik wist te maken. Maar dat zou een tijdroovende arbeid zijn, die +ook niet in alle stilte zou kunnen uitgevoerd worden, en waaraan hij dan ook niet verder dacht. Waarlijk, zijne oogenblikken +waren thans te kostbaar. + +</p> +<p>Het was daarenboven niet noodig. Drie voeten boven het terras was een opening in den vorm van een schietgat in den muur van +het minaret gebroken. Dat gat was wel een beetje nauw, maar onze Pescadospunt was niet dik. Daarenboven had hij wel iets van +een kat, die zich uitrekken kan en door openingen glijdt, die aanvankelijk geen doortocht schijnen te kunnen verleenen. Hij +probeerde, en ... weldra bevond hij zich in het minaret, evenwel niet zonder zijne schouders eenigszins geschaafd, niet zonder +zijne knieën wat ontwricht en zijne scheenbeenen ontveld te hebben. Maar zoo iets deerde hem weinig. Dat kwam bij hem niet +in aanmerking. + +</p> +<p>“Ziet, dat zou Kaap Matifou met al zijne kracht onmogelijk hebben kunnen uitvoeren,” dacht hij niet zonder grond. + +</p> +<p>En hij lachte bij de gedachte aan de dikke zware gestalte van Kaap Matifou in dat nauwe schietgat. + +</p> +<p>Toen keerde hij op den tast af naar de deur, waarvan hij thans den grendel terugschoof, ten einde gebruik van dien doortocht +te kunnen <a id="d0e4455"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4455">182</a>]</span>maken, wanneer hij denzelfden weg terug moest. En zoo iets was toch zeer goed mogelijk, niet waar? Hij moest in zijne omstandigheden +op alles bedacht zijn. + +</p> +<p>Terwijl hij de wenteltrap afdaalde, liet Pescadospunt zich meer omlaag glijden, dan dat hij steun op de treden zocht, die +door de drukking zijner voeten konden kraken. Zoo iets moest in de eerste plaats vermeden worden. + +</p> +<p>Beneden vond hij andermaal eene deur; maar hij had slechts noodig, om tegen haar te duwen, om die op hare hengsels te zien +draaien. Dat ging gemakkelijk genoeg. + +</p> +<p>Die deur gaf toegang tot eene galerij, die op zuiltjes rustte en de eerste patio omgaf, en waarop een zeker getal vertrekken +uitkwamen. Op de trap had eene dikke duisternis geheerscht; die galerij bevond zich in een schemerdonker, dat minder somber +was. Hier kon hij ten minste met behulp zijner oogen voortschrijden, terwijl dat op de trap slechts op den tast had kunnen +geschieden. + +</p> +<p>Overigens werd er nergens licht en ook nergens eenig geluid hoegenaamd waargenomen. + +</p> +<p>In het midden van de patio bevond zich een bekken, gevuld met helder frisch water, en omgeven door tuinbeddingen, waarin fraaie +sierplanten, zooals peperstruiken, dwergpalmen, lauriersoorten, cactussen, enz. groeiden, welker weelderig groen als een dicht +boschje rondom den oever vormde. + +</p> +<p>Pescadospunt sloop die galerij, zoo zacht hem maar mogelijk was, rond, terwijl hij voor iedere kamer stilhield, om te luisteren. +Het was, alsof die onbewoond waren. Allen evenwel niet, want achter een der deuren vernam hij stemmen, die hij duidelijk kon +onderscheiden. Ja, daarin kon hij zich niet vergissen. Hij hoorde spreken. + +</p> +<p>Aanvankelijk stoof Pescadospunt eenige passen achteruit; want hij had de stem van Sarcany herkend. Dwaling was onmogelijk; +want die stem had hij te Ragusa meermalen gehoord. Hij trad weer naderbij; maar hoewel hij zijn oor tegen het paneel der deur +hield, kon hij toch onmogelijk verstaan, wat in die kamer gesproken werd. + +</p> +<p>Er kwam een oogenblik, dat een ander en een harder geluid vernomen werd. Pescadospunt had nauwelijks tijd, om achteruit te +springen, en achter een der grootste struiken, die rondom het waterbekken stonden, te schuilen. + +</p> +<p>Sarcany trad de kamer uit. Een Arabier van groote gestalte vergezelde hem. Beiden vervolgden hun gesprek, terwijl zij onder +de galerij van de patio rondwandelden. Drommels, een oogenblik vroeger, dan ware de bespieder onvermijdelijk ontdekt geweest. + +</p> +<p>Ongelukkiglijk kon Pescadospunt onmogelijk verstaan, wat Sarcany en zijn makker spraken; want zij bezigden bij hun onderhoud +de Arabische taal, waarvan de schrandere kerel, helaas! niets verstond. <a id="d0e4477"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4477">183</a>]</span>Twee woorden evenwel troffen hem, of beter gezegd, twee namen, die van Sidi Hassan—het was inderdaad de Moquaddem, die met +Sarcany praatte,—daarna de naam van <span id="d0e4479" class="corr" title="Bron: Antekirrtta">Antekirrta</span>, die herhaaldelijk in het gesprek voorkwam. + +</p> +<p>“Dat is op zijn minst genomen vreemd,” mompelde Pescadospunt natuurlijk onhoorbaar, “waarom spreken zij over ons eiland, over +Antekirrta?.... Zou de Moquaddem Sidi Hassan, Sarcany en al die Tripolitaansche zeeschuimers een aanslag op ons dierbaar eiland +smeden?... Duizend duivels!...<span id="d0e4484" class="corr" title="Bron: ”"></span> En dan niets van die taal, die door die twee schoften gebezigd werd, te kunnen verstaan!... Het was inderdaad, om wanhopig +te worden!<span id="d0e4486" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>Pescadospunt spitste de ooren en trachtte nog een ander verdacht woord op te vangen. Hij zorgde evenwel nauwlettend, dat hij +in het groen verborgen bleef, wanneer Sarcany en Sidi Hassan het waterbekken nabij kwamen. Maar de nacht was donker genoeg, +zoodat zij hem onmogelijk ontwaren konden. + +</p> +<p>“Als Sarcany maar alleen in die galerij ronddoolde,” sprak Pescadospunt bij zich zelven, “dan kon ik hem bij de keel grijpen +en buiten staat stellen, om verder schadelijk of gevaarlijk te zijn! Maar... daarmede zou Sava Sandorf niet geholpen zijn. +En het is om haar te redden, dat ik dien gevaarlijken sprong over den omheiningsmuur volbracht heb!... Geduld!... Ja, geduld! +Wij moeten wachten!... Sarcanyʼs beurt zal ook wel komen, dat beloof ik hem, en wat ik beloof, volbreng ik; want... belofte +maakt schuld.” + +</p> +<p>Het gesprek en de wandeling van den Moquaddem Sidi Hassan met Sarcany duurden ongeveer twintig minuten. Savaʼs naam werd ook +herhaaldelijk uitgesproken met de aanwijzende bijvoeging van “arouch” Pescadospunt herinnerde zich dat woord meer gehoord +te hebben, dat “bruid” of “verloofde” in het Arabisch beteekent. De Moquaddem was klaarblijkelijk met de plannen van Sarcany +bekend en leende er de hand toe. + +</p> +<p>Eindelijk verlieten die twee mannen de patio door een der hoekdeuren van de galerij, die toegang verleende tot de overige +bijgebouwen van de ruime woning. Een zucht van verlichting ontsnapte aan de borst van den koenen bespieder. + +</p> +<p>Zoodra zij verdwenen waren, kwam Pescadospunt weer te voorschijn en sloop door de galerij tot bij die deur. Zij was niet gesloten. +Hij behoefde haar slechts open te duwen, om zich in een smalle gang te bevinden, waarvan hij den muur, met de hand betastende, +behoedzaam volgde. Aan het einde van die gang rondde zich een dubbel booggewelf af, dat door een middenzuil gedragen werd. +Dat gewelf verleende toegang tot een tweede binnenplaats of patio. Hier moest onze verspieder met verdubbelde omzichtigheid +tewerk gaan. +<a id="d0e4499"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4499">184</a>]</span></p> +<p>Vrij levendige lichtstralen drongen toch tusschen de zuilen door, waarlangs de skiffa lucht en licht van uit die patio ontving, +en vormden breede lichtsectors op den vloer. Het ware uiterst gevaarlijk geweest die in dit oogenblik te overschrijden. Het +geluid van talrijke stemmen liet zich toch vernemen van achter de deur van een der zalen, welke op die tweede patio uitkwamen. +Het begon er voor onzen Pescadospunt inderdaad bedenkelijk uit te zien. + +</p> +<p>Hij aarzelde dan ook een oogenblik, maar ook slechts één enkel; want aarzelen kwam met zijne geaardheid weinig overeen. + +</p> +<p>Wat hij zocht, was de kamer, waarin de rampzalige Sava opgesloten was. Hij mocht op niets anders dan op het toeval rekenen, +om dat vertrek te ontdekken. Of hem dat toeval dienen zou? Dat zullen wij zien. + +</p> +<p>Een licht verscheen eensklaps aan het andere uiteinde van die binnenplaats. Eene vrouw, die eene rijk met gedreven koperwerk +versierde Arabische lantaarn droeg, trad eene kamer uit, die in den tegenovergestelden hoek der patio gelegen was, en volgde +de galerij, waarop de deur der skiffa uitkwam. + +</p> +<p>Pescadospunt herkende die vrouw dadelijk.... Neen, maar hierbij was dwaling onmogelijk! + +</p> +<p>Het was Namir. Ja, Namir! Dat was toch al eene zeer gunstige uitkomst, niet waar? + +</p> +<p>Daar het mogelijk was, dat de Marokkaansche vrouw zich naar het vertrek begaf, waar het jonge meisje zich bevond, moest het +middel uitgedacht worden, om haar te kunnen volgen. En om haar te kunnen volgen, moest onze verspieder haar vooraf doortocht +verleenen, zonder dat hij ontdekt werd. Dat was in de eerste plaats noodzakelijk, dat moest Pescadospunt erkennen. + +</p> +<p>Dit oogenblik zou beslissend zijn omtrent het welslagen van de stoutmoedige poging van Pescadospunt, ook omtrent het lot van +Sava Sandorf. Ziedaar, wat het brein van den stoutmoedigen acrobaat in een ondeelbaar oogenblik doorkruiste. + +</p> +<p>Namir kwam naderbij. Hare lantaarn, die zij laag bij den grond droeg, liet het bovengedeelte der galerij in eene duisternis, +te zwarter naarmate de mozaïek-vloer te scherper verlicht werd. Daar zij nu onder het booggewelf moest voorbijgaan, wist Pescadospunt +waarachtig niet, hoe het aan te leggen, om niet bespeurd te worden, toen eene lichtstraal der lantaarn hem liet bemerken, +dat het bovengedeelte van dat booggewelf uit arabesken bestond, die <i lang="fr">à jour</i> of doorzichtig volgens den Moorschen bouwtrant opgetrokken waren. Toen had hij inderdaad een kostelijken inval. + +</p> +<p>Langs de middenzuil opklouteren, zich aan een dier arabesken vastklemmen, zich aan zijne handen optillen, zich verschuilen +in het middenogief, en daar als een heiligenbeeld in zijne nis onbewegelijk <a id="d0e4523"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4523">185</a>]</span><a id="d0e4524"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4524">186</a>]</span>blijven, was voor onzen Pescadospunt het werk van een oogenblik. Met de vlugheid van een aap en de lenigheid eener kat was +hij naar boven gevlogen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p185.jpg" alt="Pescadospunt spitste de ooren. (Bladz. 183.)" width="504" height="720"><p class="figureHead">Pescadospunt spitste de ooren. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4477" class="typeref">183</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Namir vervolgde haren weg, trad onder het booggewelf voort, zonder erg en natuurlijk zonder den indringer te bespeuren, ging +langs de andere zijde der galerij recht op de deur af der skiffa en opende die met den sleutel, dien zij in de hand hield. + +</p> +<p>Een bundel lichtstralen schoot dadelijk naar buiten, maar doofde onmiddellijk weer uit, toen die deur achter haar gesloten +werd. Alles was weer zwart als de nacht onder dat sombere booggewelf. + +</p> +<p>Pescadospunt dacht na. En waarlijk, waar kon hij beter zitten dan in die nis, om aan zijne overpeinzingen bot te vieren? Het +was inderdaad, of die nis er voor bestemd was. Hij zat daar ineen gedoken met de handen onder de kin en de ellebogen op de +knie gesteund. + +</p> +<p>“Ja, het is Namir, die daar dat vertrek binnengetreden is,” mompelde hij. “Daaraan valt niet te twijfelen! Het is dus klaarblijkelijk, +dat zij zich niet naar de kamer van Sava Sandorf begaf!... Maar zij kwam er wellicht vandaan?... En als dat zoo is, dan ligt +die kamer aan het andere uiteinde van de binnenplaats.... Daaromtrent moet ik zekerheid hebben! Het oude wijf kwam daar vandaan, +als ik mij niet vergis.” + +</p> +<p>In gedachte wees Pescadospunt op dat gedeelte der galerij, waar Namir het eerst verschenen was. + +</p> +<p>Hij wachtte nog eenige oogenblikken, alvorens zijn post te verlaten. Het licht scheen in het binnenste der skiffa langzamerhand +te verminderen, terwijl het stemgeluid nog slechts als een eenvoudig en verwijderd gemurmel vernomen werd. Hij wilde nog wachten, +om niets in de waagschaal te stellen. Als het moest, was hij de voorzichtigheid in persoon. + +</p> +<p>Het oogenblik zou ongetwijfeld aanbreken, dat het geheele personeel van den Moquaddem Sidi Hassan weldra in diepe rust gedompeld +zou zijn. Dan zouden de omstandigheden meer gunstig zijn, om te handelen, daar alsdan dit gedeelte dier woning geheel eenzaam +zoude zijn, al werd dan ook het laatste licht niet uitgebluscht. + +</p> +<p>Zoo gebeurde het inderdaad. De meest gewenschte stilte trad weldra in, die door niets verbroken werd. + +</p> +<p>Pescadospunt liet zich toen langs de middenzuil, die het booggewelf torschte, naar beneden glijden, sloop kruipende over de +marmervloersteenen der galerij, de deur der skiffa voorbij, sloeg den uitersten hoek der patio om, en bereikte weldra het +vertrek, waaruit Namir straks getreden was. Het hart bonsde hem in het lijf, van aandoening en gespannen verwachting. + +</p> +<p>Pescadospunt opende die deur, welke niet op slot gesloten was, <a id="d0e4556"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4556">187</a>]</span>en kon toen bij het zwakke schijnsel van eene Arabische lamp, die aan de zoldering hing en als nachtlicht dienst moest doen, +en derhalve van een witmatten ballon voorzien was, met een blik het innerlijke van die kamer in oogenschouw nemen. Hetgeen +hij ontwaarde, was verre van ongunstig voor zijne plannen. + +</p> +<p>De wanden waren versierd met Oostersche tapijten; hier en daar stonden zetels in Moorschen stijl, terwijl in de hoeken van +het vertrek kussens opgestapeld lagen, en een dik Perzisch kleed den mozaïek-vloer bedekte. Op eene tafel bevonden zich nog +de overblijfselen van het avondmaal en aan het uiterste einde van de kamer stond een divan, die met wollen stof bekleed was. +Het was in één woord een kostbaar gemeubeld vertrek. + +</p> +<p>Ziedaar, wat Pescadospunt met één oogopslag zag. Hij was gewoon alles wat hij zag, goed in zich op te nemen. + +</p> +<p>Hij trad binnen en sloot zacht de deur achter zich. Daarop trad hij behoedzaam vooruit. + +</p> +<p>Eene vrouw lag op den divan uitgestrekt. Zij scheen niet ingeslapen, maar verkeerde in dien dommelenden toestand, die van +den slaap niet veel verschilt. Hare ledematen waren bedekt met een soort burnous, waarmede de Arabieren zich gewoonlijk van +het hoofd tot de voeten weten te dekken. Haar hoofd lag achterover gebogen en rustte op een rijkbewerkt kussen. + +</p> +<p>Dat was Sava. Daar lag de rampzalige dochter van graaf Mathias Sandorf. + +</p> +<p>Neen, Pescadospunt kon zich niet vergissen. Hij herkende haar dadelijk. Vroeger had hij haar toch verscheidene malen in de +straten van Ragusa ontmoet. + +</p> +<p>Maar hoe scheen het arme meisje veranderd te zijn! Waarlijk, er was een geoefend oog noodig, om haar te herkennen. + +</p> +<p>Zij was nog steeds doodsbleek als in het oogenblik, toen hare huwelijkskoets op den lijkstoet van Piet Bathory stuitte. Maar +haar geheele uiterlijk, hare lijdensvolle houding, haar weemoedig gelaat, alles, alles verkondigde, hoezeer zij geleden had! + +</p> +<p>Er was geen oogenblik te verliezen. Dat begreep Pescadospunt terstond. Hier moest gehandeld worden! + +</p> +<p>Inderdaad, de deur was niet op slot gesloten, eene omstandigheid, die het vermoeden rechtvaardigde, dat Namir ongetwijfeld +bij Sava zou wederkeeren. Misschien bewaakte de Marokkaansche vrouw haar dag en nacht. Dat was inderdaad waarschijnlijk. + +</p> +<p>Maar..., al zou het jonge meisje dat vertrek kunnen verlaten, hoe zou zij kunnen ontvluchten, wanneer geen hulp van buiten +daarbij verleend werd? Was de woning van den Moquaddem Sidi Hassan niet ommuurd als een gevangenis? Was zij niet aan eene +ware vesting gelijk, die zonder verkregen verlof niet verlaten kon worden? +<a id="d0e4580"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4580">188</a>]</span></p> +<p>Pescadospunt boog het hoofd over den divan en dacht diep na, terwijl hij het jonge meisje beschouwde. + +</p> +<p>Mijn God! hoe was hij verbaasd, toen hij de gelijkenis opmerkte, die hem tot nu toe ontgaan was, de gelijkenis van Sava Sandorf +met dokter Antekirrt! En die gelijkenis was niet te loochenen! Neen, dat was zij inderdaad niet! + +</p> +<p>Hij stond een oogenblik als getroffen. Hij wreef zich het voorhoofd. Het was, alsof een denkbeeld daarin ontkiemde. + +</p> +<p>Het jonge meisje opende de oogen. Zij was op het punt een kreet te slaken. En toch... + +</p> +<p>Toen zij daar een vreemdeling vóór haar zag staan, met den rechter wijsvinger op de lippen, met smeekenden blik op haar gevestigd +en in het zonderlinge hansworstenpak van den acrobaat gestoken, gevoelde zij eerder verbazing dan wel schrik. Snel sprong +zij op, maar had toch den goeden geest, of beter de koelbloedigheid, om ieder geluid te bedwingen. + +</p> +<p>“Shut!... ” zei Pescadospunt fluisterend en steeds met den wijsvinger op den mond. “Shut!... Laat niemand ons hooren!” + +</p> +<p>Het meisje keek hem ten uiterste verbaasd aan en opende de lippen om te spreken. + +</p> +<p>“Shut!... Stil!...” herhaalde Pescadospunt. “Van mij hebt gij niets te vreezen.” + +</p> +<p>Zij ondervroeg hem met de oogen. Zij gevoelde zich, in weerwil van alles, in de nabijheid van dien man gerustgesteld. + +</p> +<p>“Ik ben hier, om u te redden<span id="d0e4601" class="corr" title="Bron: ”....">....”</span> fluisterde Pescadospunt schier onhoorbaar. “Shut!...” + +</p> +<p>De vragende uitdrukking van ʼs meisjes oogen werd nog dringender. Zij wachtte eene nadere verklaring. + +</p> +<p>“Achter die muren,” ging Pescadospunt voort, “wachten u vrienden, om u aan de handen van Sarcany te ontrukken.” + +</p> +<p>“Wie?” vroeg de blik. “Wie toch kan in dit akelig land eenig belang in mij stellen?” + +</p> +<p>“Piet Bathory is niet dood!” was het fluisterende antwoord van den acrobaat.<span id="d0e4612" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>“Piet... niet dood?”... kreet het meisje met bedwongen stem, terwijl zij de hand op haar hart legde, om er het gebons van +te bedwingen. + +</p> +<p>“Neen, niet dood!” bevestigde Pescadospunt. “Maar wees in Godsnaam bedaard!” + +</p> +<p>“Gij schertst wreed. Ik heb toch den lijkstoet van den armen jongeling met mijne eigene oogen gezien.” + +</p> +<p>“Lees!” + +</p> +<p>En Pescadospunt reikte een briefje aan het jonge meisje over, dat slechts deze weinige woorden bevatte: + + +</p> +<div class="blockquote"> +<p>“Sava, vertrouw den man, die zijn leven gewaagd heeft, om bij <a id="d0e4627"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4627">189</a>]</span>u te komen!.... Ik ben levend!... Ik ben dicht bij u! Vertrouw hem. Vertrouw op God! + + +</p> +<p>Piet Bathory.”</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Piet levend!... Piet in de nabijheid!... Aan den voet van den omheiningsmuur!... Maar gebeurden er dan wonderen?... O, dat +zou Sava later vernemen!... Zij zou later vernemen, hoe hij aan den dood ontrukt was. Voor het oogenblik was het genoeg te +weten, dat Piet Bathory haar nabij was! Ja, zeker, dat was voor het oogenblik genoeg. Meer wilde zij, meer verlangde zij thans +niet te vernemen. + +</p> +<p>“Kom, laten wij vluchten!” zei zij. “Kom, laten wij maken uit die nare woning te komen!” + +</p> +<p>“Ja, laten wij vluchten,” antwoordde Pescadospunt. “Dat is goed en wel, maar...” + +</p> +<p>“Maar?...” vroeg Sava ongeduldig. “Ik geloof niet, dat het raadzaam is, zich lang te bezinnen.” + +</p> +<p>“Wij moeten alle kansen aan onze zijde hebben. Eene mislukking, zou den toestand nog gevaarlijker maken.” + +</p> +<p>“Welke kansen?” vroeg het jonge meisje, dat de redeneering van den acrobaat moest beamen. + +</p> +<p>“Luister. Eene vraag slechts: Is Namir gewoon den nacht in dit vertrek door te brengen?” + +</p> +<p>“Neen,” antwoordde Sava. “Zij slaapt gewoonlijk in haar eigen vertrek, nimmer hier.” + +</p> +<p>“Neemt zij de voorzorg, om u hier op te sluiten, wanneer zij voor eenigen tijd afwezig moet zijn?” + +</p> +<p>“Ja.” + +</p> +<p>“Waarom heeft zij dat thans niet gedaan?” + +</p> +<p>“Dat weet ik niet.” + +</p> +<p>“Zij kan dus terugkomen. Dunkt u dat ook niet?... Anders zou zij de deur wel gesloten hebben.” + +</p> +<p>“Ja!... Laten wij vluchten!” sprak Sava Sandorf gejaagd. “Kom, dan toch. Wij hebben geen tijd te verliezen.” + +</p> +<p>“Dadelijk!” antwoordde Pescadospunt. “Maar luister eerst naar mij.” + +</p> +<p>Hij ontwikkelde toen het plan, dat zijn schrander brein uitgedacht had. Het was zeer eenvoudig. + +</p> +<p>Zij moesten de trap op van den minarettoren, die tevens toegang verleende tot het terras, dat uitzicht op de vlakte had. + +</p> +<p>Eenmaal daar aangekomen, zou de ontsnapping met het touw, dat daar hing en tot aan den grond reikte, gemakkelijk te volvoeren +zijn. Daartoe had men weldra besloten. + +</p> +<p>“Kom!” zei Pescadospunt, terwijl hij Sava Sandorf de hand reikte. “Kom, het is nu tijd.” + +</p> +<p>“Kom!” zei het jonge meisje, die onbeschroomd hare hand in de zijne legde. “Ik ga met u mede.” +<a id="d0e4672"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4672">190</a>]</span></p> +<p>Hij was op het punt, om de deur van het vertrek te openen toen eensklaps voetstappen op de marmeren vloersteenen van de galerij +vernomen werden. Ter zelfder tijd weerklonk eene stem, die eenige woorden op gebiedende wijs uitsprak. + +</p> +<p>Pescadospunt had de stem van Sarcany herkend. Ja, hij was het die in allerijl naar Savaʼs kamer toetrad. + +</p> +<p>Bewegingloos bleef de acrobaat een poos op den drempel van de deur staan. + +</p> +<p>“Hij is het”... fluisterde het jonge meisje. “Hij is het!... God zij ons genadig!...<span id="d0e4681" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>“Ja, dat hoor ik,” antwoordde Pescadospunt eveneens fluisterend. “Maar wat te doen?” + +</p> +<p>“Als hij u hier vindt...” + +</p> +<p>Het meisje aarzelde. + +</p> +<p>“Nu, wat dan?” + +</p> +<p>“Dan zijt gij verloren! Reddeloos verloren! O God, wat zal hier gebeuren?” + +</p> +<p>“Ja, maar hij zal mij niet vinden!” + +</p> +<p>“Hoe wilt gij doen?... Ontkomen is thans niet meer mogelijk”, was Savaʼs meening. + +</p> +<p>Maar Pescadospunt antwoordde op die vraag niet. + +</p> +<p>De vlugge acrobaat had zich op den grond uitgestrekt en toen, met eene rappe en behendige beweging, die hij zoo dikwijls op +de kermissen, bij het verrichten zijner meesterstukken volvoerd had, wikkelde hij zich in een van de tapijten, die op den +vloer uitgestrekt lagen, en waarvan hij een punt met vlugge hand <span id="d0e4702" class="corr" title="Bron: gegreden">gegrepen</span> had, en rolde zich toen tot in den donkersten hoek van het vertrek. Niemand zou daar in dat pak een menschelijk wezen vermoed +hebben. + +</p> +<p>Juist was hij daarmede klaar, toen de deur vrij luidruchtig open ging, waardoor Sarcany en Namir binnentraden. Eenmaal binnen, +sloten zij de deur achter zich toe. + +</p> +<p>Sava had middelerwijl weer plaats op den divan genomen. Zij hield zich zoo bedaard mogelijk en geen van beide nieuwaangekomenen +bemerkten <span id="d0e4709" class="corr" title="Bron: niets">iets</span>. + +</p> +<p>Met welk oogmerk kwam haar Sarcany thans opzoeken?... Dat was de vraag, die Sava bezig hield. + +</p> +<p>Zou hij weer moeite komen doen, om hare weigering tot dat gehate huwelijk te overwinnen? + +</p> +<p>Om het even! Sava Sandorf gevoelde zich thans sterk! Zij wist, dat Piet Bathory levend was, dat hij haar buiten wachtte! + +</p> +<p>Pescadospunt lag, steeds in het tapijt gerold, in den hoek, en al kon hij niets zien, zoo kon hij toch alles hooren, wat er +gezegd werd. Niets zou hem ontsnappen. +<a id="d0e4720"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4720">191</a>]</span></p> +<p>“Sava,” begon Sarcany, “morgen ochtend zullen wij dit huis verlaten, om ons elders te vestigen.” + +</p> +<p>Het jonge meisje antwoordde niet. Het was alsof tot haar niet gesproken werd. + +</p> +<p>“Ik wil evenwel niet van hier gaan,” vervolgde Sarcany, “zonder dat gij in ons huwelijk toegestemd zult hebben, ja, zonder +dat het voltrokken zal zijn...” + +</p> +<p>Hij wachtte een oogenblik. Maar geen antwoord liet zich hooren. Sava zat slechts te luisteren. + +</p> +<p>“Alles is gereed.” ging hij kalm en bedaard voort, “en gij zult dadelijk moeten...” + +</p> +<p>“Moeten!... Noch nu, noch later!” antwoordde het jonge meisje op koelen en vastbesloten toon. + +</p> +<p>“Sava,” hernam Sarcany, alsof hij dat antwoord niet gehoord had, “Sava, in ons beider belang is het noodig, dat uwe bewilliging +vrij geschiede. Begrijpt gij?” + +</p> +<p>“Wij kunnen nimmer gemeenschappelijke belangen hebben!” antwoordde zij trotsch en fier. + +</p> +<p>“Pas op!... Ik waarschuw u. Trotseer mij niet! Dat is een gevaarlijk spel.” + +</p> +<p>En toen het jonge meisje slechts met een verachtelijk glimlachje op die bedreiging antwoordde, vervolgde Sarcany: + +</p> +<p>“Ik meen u te moeten herinneren, dat gij uwe bewilliging reeds te Ragusa gegeven hebt”... + +</p> +<p>“Zoo, meent gij dat?” vroeg Sava hoonend. “Mijne bewilliging te Ragusa?... Durft gij daarop nog zinspelen?” + +</p> +<p>“Ja, die bewilliging hebt gij gegeven.” + +</p> +<p>“De redenen daartoe bestaan niet meer.” + +</p> +<p>“Luister, Sava,” hernam Sarcany, wiens gemoed kookte van drift, terwijl hij alle moeite deed, om uiterlijk kalm te blijven, +zonder dat hem dit gelukte, “thans vraag ik voor de laatste maal uwe bewilliging...” + +</p> +<p>“Onnoodig!” + +</p> +<p>“Wat is onnoodig?... Maak toch niet zooveel praatjes,” antwoordde hij kortaf. + +</p> +<p>“Ja, onnoodig. Die bewilliging zal ik, zoolang een ademtocht mij bezielt, weigeren.” + +</p> +<p>Sarcany glimlachte smadelijk. Hij meende zeker te zijn, haar te kunnen dwingen. + +</p> +<p>“O, wees verzekerd, ik zal er de kracht toe hebben!” + +</p> +<p>“Welnu, die kracht zal ik u ontnemen! Daar is reeds voor gezorgd, daar kunt gij op rekenen.” + +</p> +<p>Thans was het aan Sava, om een gebaar te maken. Zij was zich van hare kracht bewust. + +</p> +<p>“Breng mij niet tot het uiterste!” brulde Sarcany. “Ja, die kracht <a id="d0e4767"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4767">192</a>]</span>zal men u ontnemen, die gij tegen mij aanwendt. Namir zal haar wel weten te temmen, en dat uws ondanks, met geweld zelfs, +als het moet. Weersta mij niet, Sava!... Hoort gij mij? Ik dreig zelden, maar als ik dreig, is de uitvoering steeds nabij. +Vergeet dat niet.” + +</p> +<p>Steeds diezelfde tergende glimlach. De Tripolitaan stond te trillen van woede. Hij hernam evenwel zoo bedaard mogelijk: + +</p> +<p>“De Imam staat gereed, om ons huwelijk volgens de gebruiken van dit land, dat mijn vaderland is, te voltrekken.... Volg mij +dus! Wilt gij niet goedschiks, dan zal ik u met geweld dwingen.” + +</p> +<p>Bij die woorden trad Sarcany op het jonge meisje toe, dat vlug van den divan opsprong en in allerijl naar het uiteinde van +het vertrek vluchtte. + +</p> +<p>“Ellendeling!” zei zij, terwijl een waas van verachting hare schoone lippen krulde. + +</p> +<p>“Gij zult met mij meegaan!... O, gij kunt mij onmogelijk ontkomen! Uw lot is beslist.” + +</p> +<p>“Met u meegaan?... dat nooit!” sprak het jonge meisje vastberaden uit. “Dat nooit! Hoort ge?” + +</p> +<p>“Gij zult mij volgen!” brulde Sarcany, die zichzelven niet meer meester was. “Gij zult!” + +</p> +<p>“Nooit! Nooit!... Ik herhaal het u tot walgens toe. Nooit! Nooit!” + +</p> +<p>“Pas op! Ik waarschuw u nogmaals. Dwing mij niet tot gewelddadigheden.” + +</p> +<p>Sarcany had den arm van het jonge meisje gegrepen om haar, geholpen door Namir, naar de skiffa te sleepen, waar de Moquaddem +Sidi Hassan en de Imam hen beiden wachtten. + +</p> +<p>“Help!... help!” riep Sava verbijsterd uit. “Help!... Help!...” + +</p> +<p>“Ja, roep maar om hulp!” grinnikte de ellendeling. + +</p> +<p>“Help!... help!... Piet Bathory, te hulp!” + +</p> +<p>De arme Sava wrong zich de handen. + +</p> +<p>“Piet Bathory!...” riep Sarcany spottend uit. “Roept ge de dooden te hulp?” + +</p> +<p>“Neen, Piet Bathory is niet dood!” kreet het jonge meisje in hare overspanning. “Hij is levend!... Piet Bathory! te hulp! +te hulp! Ik smeek u. Help!” + +</p> +<p>Dat antwoord trof Sarcany en verschrikte hem meer dan de verschijning van zijn slachtoffer zou hebben kunnen teweeg brengen. +Maar hij herstelde zich spoedig. + +</p> +<p>Piet Bathory levend! Piet Bathory, dien hij met vaste hand getroffen had en wiens lijk hij naar het kerkhof te Ragusa had +zien dragen!... Inderdaad, dat kon slechts in het brein eener krankzinnige opkomen. + +</p> +<p>En, was het niet mogelijk, dat Sava onder den invloed der wanhoop krankzinnig was geworden? + +<a id="d0e4807"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4807">193</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p193.jpg" alt="Toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf tegenhield.
(Bladz. 194.)" width="506" height="720"><p class="figureHead">Toen Pescadospunt plotseling bleef staan en Sava Sandorf tegenhield. +(<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e4819" class="typeref">194</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e4819"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4819">194</a>]</span></p> +<p>Pescadospunt had intusschen dat geheele gesprek gehoord. Door Sarcany mede te deelen, dat Piet Bathory niet dood was, had +Sava haar leven in groot gevaar gebracht. Dat was buiten twijfel. Onze acrobaat hield zich dan ook gereed, om met zijn mes +in de hand te voorschijn te treden, wanneer de ellendeling tot verdere gewelddadigheid zou willen overgaan. Niemand zal hem +verdenken, dat hij zou aarzelen, om toe te stooten, en wie dat zou willen doen, zou waarlijk Pescadospunt niet gekend hebben! +Hij was in dat oogenblik tot alles in staat, ja, zelfs tot een moord! + +</p> +<p>Maar het zou zoover, Goddank, niet komen. Uitkomst was inderdaad nabij. + +</p> +<p>Plotseling sleurde Sarcany Namir mede. Hij sloot de deur met geweld toe en draaide den sleutel om, ten einde over het lot +van het jonge meisje te gaan beraadslagen. + +</p> +<p>Pescadospunt ontrolde zich uit zijn tapijt, toen hij de deur hoorde toeslaan, en was met één sprong op de been. + +</p> +<p>“Kom,” zei hij tot Sava. “Kom, nu mag er geen enkel oogenblik verloren gaan!” + +</p> +<p>Deze keek hem verbijsterd aan. “Zijn wij dan niet opgesloten?” vroeg zij. + +</p> +<p>Daar het slot zich aan den binnenkant der deur bevond, beijverde de behendige kerel zich de schroeven met den schroevendraaier +van zijn zakmes los te maken. Dat was slechts kinderspel voor hem! Dat was volstrekt niet moeielijk en veroorzaakte geen gedruisch. +In weinige oogenblikken was hij daarmede dan ook gereed, en stak hij zijn mes weer in den zak. + +</p> +<p>Toen de deur geopend was en zij naar buiten gestapt waren, sloot hij haar weer. Daarna schreed Pescadospunt vooruit en sloop +door de galerij langs den muur der patio. + +</p> +<p>Het kon toen zoo ongeveer half twaalf in den nacht zijn. Eenige lichtstralen ontsnapten nog door de muurversieringen der skiffa. +Pescadospunt vermeed dan ook zorgvuldig om die zaal voorbij te gaan, en richtte zich daarentegen naar den tegenovergestelden +hoek der binnenplaats, om langs dien de patio te bereiken. + +</p> +<p>Toen beiden aan de deur van die gang aangekomen waren, volgden zij die tot aan het andere uiteinde. Zij hadden nog slechts +eenige weinige passen af te leggen, om de trap van het minarettorentje te bereiken, toen Pescadospunt plotseling bleef staan +en Sava Sandorf, wier hand de zijne niet losgelaten had, tegenhield. Ook het jonge meisje stond toen verschrikt stil. + +</p> +<p>Drie mannen liepen in de eerste binnenplaats rondom het beschreven waterbekken op en neer. De Moquaddem Sidi Hassan—want deze +was een hunner,—gaf een bevel aan beide anderen. Deze verdwenen bijna onmiddellijk daarop langs de trap van het minarettorentje, +<a id="d0e4842"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4842">195</a>]</span>terwijl hun heer een der zijvertrekken binnentrad. + +</p> +<p>Pescadospunt begreep, dat Sidi Hassan er aan dacht, om den omtrek zijner woning te doen bewaken. Dus het was te voorzien, +dat wanneer het jonge meisje en hij het terras zouden bereiken, dit niet verlaten, maar wel degelijk bewaakt zoude zijn. Dat +zou wel de noodlottigste teleurstelling wezen, die zij zouden kunnen ondervinden. Dat viel niet te ontkennen. + +</p> +<p>“Wij moeten evenwel alles er aan wagen!” zei Pescadospunt vastberaden. + +</p> +<p>“Ja..... alles!” antwoordde Sava Sandorf, niet minder kloekmoedig. + +</p> +<p>Beiden bereikten weldra, na de galerij doorgeslopen te zijn, de trap, die zij met de meeste voorzichtigheid en zonder eenig +gekraak te veroorzaken, bestegen. Toen Pescadospunt op de bovenste trede aangekomen was, bleef hij staan en keek scherp rondom +zich. + +</p> +<p>Geen gerucht hoegenaamd werd vernomen, zelfs niet de eentonige pas van de een of andere schildwacht. + +</p> +<p>Pescadospunt opende zachtkens de deur en, gevolgd door Sava Sandorf, sloop hij langs de schietgaten van den borstweringsmuur. + +</p> +<p>Plotseling weerklonk nu uit het bovenste gedeelte van het minarettorentje een alarmkreet, die door een der wachthebbende manschappen +geslaakt werd. In hetzelfde oogenblik sprong de andere op Pescadospunt toe, terwijl Namir het terras opvloog en het overige +personeel van den Moquaddem Sidi Hassan zich over de binnenplaatsen der woning verspreidde. + +</p> +<p>Zou Sava Sandorf zich weer laten vatten?... Zou zij weer in handen van hare belagers vallen? + +</p> +<p>Neen!... Wanneer zij andermaal in de macht van Sarcany geraakte, dan was zij verloren!... Zij verkoos den dood boven die wisselvalligheid! +Ja, liever den dood! + +</p> +<p>Het jonge meisje ijlde, na Gode hare ziel aanbevolen te hebben, naar den borstweringsmuur en sprong, zonder een oogenblik +te aarzelen, van boven het terras naar beneden. + +</p> +<p>Pescadospunt had den tijd en de gelegenheid niet gehad, om haar te weerhouden. Hij velde den man, die hem wilde grijpen, met +een stomp onder de korte ribben ter neder, daarop greep hij ijlings het touw, dat buiten het kanteel werk hing, en eene seconde +later was hij buiten en aan den voet van de muuromheining aangekomen. Een angstig gevoel maakte zich evenwel onmeedoogend +van hem meester. + +</p> +<p>Hij keek rondom zich en huiverde bij de vreeselijke gedachte, die bij hem opkwam. + +</p> +<p>“Sava!... Sava!...” riep hij, terwijl hij zich woest aan de haren <span id="d0e4870" class="corr" title="Bron: rok">trok</span>. “Sava!” +<a id="d0e4873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4873">196</a>]</span></p> +<p>En toen hij niet dadelijk antwoord kreeg, herhaalde hij: + +</p> +<p>“Sava!... Sava!... Och, zou het arme meisje een ongeluk overkomen zijn?” + +</p> +<p>“Hier is de juffer!...” antwoordde hem eene bekende stem. “Schreeuw toch zoo niet. Hier is zij!” + +</p> +<p>“En?...” vroeg Pescadospunt aarzelend. + +</p> +<p>Hij durfde niet verder. + +</p> +<p>“En niets gebroken!...” vervolgde de bekende stem. “Neen, haar deert niets. Daar heb ik voor gezorgd.” + +</p> +<p>“Niets?” + +</p> +<p>“Neen!... Ik bevond mij daar juist van pas, om... Maar, pas op!... Wat is dat?” + +</p> +<p>Een kreet van woede, gevolgd door een dof gerucht, brak den volzin van Kaap Matifou af. + +</p> +<p>Namir, door een gevoel van razernij vervoerd, had hare prooi, die haar ontsnapte, niet willen verlaten. Zij had ook den sprong +gewaagd, maar had zich het hoofd op den grond verbrijzeld, zooals dat Sava Sandorf ook wedervaren zoude zijn, wanneer de sterke +armen van Kaap Matifou haar niet opgevangen en in haren val weerhouden hadden. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt, Piet Bathory en Luigi Ferrato waren toegeijld en hadden zich bij Kaap Matifou en Pescadospunt aangesloten. +Deze vluchtten toen terstond naar den kant van het strand. Sava Sandorf woog, hoewel zij haar bewustzijn verloren had, niet +meer dan eene veer voor de stevige armen van haren redder. Hij zou er wel drie zulke hebben kunnen dragen. + +</p> +<p>Toen die kleine bende de kreek bereikte, waar de <i>Elektriek</i> wachtte, bevond dokter Antekirrt zich met zijne makkers reeds aan boord, en na eenige weinige omwentelingen van de schroef, +waren allen buiten het bereik hunner vijanden. Het vaartuig stevende de kreek uit en de buitenhaven voorbij, en was in weinige +oogenblikken in het ruime sop en buiten gevaar. + +</p> +<p>Sava werd in het salon gebracht. Toen zij daar met dokter Antekirrt en Piet Bathory alleen was, keerde het bewustzijn weder. +Zij vernam toen, natuurlijk met veel aandoening, dat zij de dochter van graaf Mathias Sandorf was!... Zij bevond zich weldra +in de armen en aan de borst van haren vader. Welke aandoeningen die man toen ondervond, zal de lezer waarschijnlijk wel bevroeden. +Eene menschelijke pen is onbekwaam die naar eisch weer te geven. + + + +<a id="d0e4903"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4903">197</a>]</span></p> +</div> +<div id="d0e4904" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label"><span id="d0e4906" class="corr" title="Bron: V">X</span>. +</h2> +<h2 class="normal">ANTEKIRRTA.</h2> +<p>Vijftien uren nadat zij de kust van Tripoli verlaten had, werd de <i>Elektriek 2</i> door den uitkijk van Antekirrta geseind. Het vaartuig was toen nog maar ter nauwernood zichtbaar, maar in den namiddag lag +het in de binnenhaven van het eiland ten anker. Dokter Antekirrt was tevreden, en moest erkennen, dat die overtocht binnen +den kortst mogelijken tijd volvoerd was. + +</p> +<p>De lezer zal gemakkelijk kunnen gissen, welke ontvangst het geachte hoofd van het eiland en zijne wakkere tochtgenoten ten +deel viel. + +</p> +<p>Hoewel Sava zich nu geheel en al buiten gevaar bevond, werd er toch besloten, dat de banden, die haar aan dokter Antekirrt +verbonden, stipt geheim zouden gehouden worden. Daar bestonden redenen voor, en ieder die met de ware toedracht bekend was, +verbond er zich toe. Die waren trouwens niet veel, namelijk: Piet Bathory, zijne moeder, Luigi en Maria Ferrato, Kaap Matifou +en Pescadospunt. + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf wilde onbekend blijven, totdat hij volledig de taak zou vervuld hebben, die hij op zich genomen had. +Maar het was voldoende, dat Piet Bathory, die voor hem een zoon was,—zoo veel hield hij van hem,—verloofd was met Sava Sandorf, +om overal en van alle kanten de vreugde te ontwaren, die dan ook door allen, op werkelijk aandoenlijke wijze aan den dag gelegd +werd, zoowel op het stadhuis als in Artenak, de kleine hoofdplaats van het eiland Antekirrta. + +</p> +<p>De lezer zal zich gewis ook kunnen voorstellen, wat mevrouw Bathory moest ondervinden, toen Sava na zooveel beproevingen teruggevonden +en haar weergegeven was! Die goede vrouw gevoelde zich inderdaad zoo gelukkig mogelijk. + +</p> +<p>Het jonge meisje herstelde spoedig. Weinige dagen van geluk waren voldoende, om haar de volle gezondheid weer te geven. + +</p> +<p>Wat Pescadospunt betreft, die brave kerel had zijn leven gewaagd; dat was ontwijfelbaar en dat viel niet te ontkennen, maar +volgens hem was dat zeer natuurlijk, en er bestond geen mogelijkheid om hem daarover althans in woorden erkentelijkheid te +betuigen. Piet Bathory had hem zoo innig aan zijn hart gedrukt en dokter Antekirrt had hem met zulk een goedaardigen blik +aangekeken, dat hij verder niets <a id="d0e4928"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4928">198</a>]</span>hooren wilde. Volgens zijne gewoonte daarenboven, kende hij de geheele verdienste van de redding aan Kaap Matifou toe. Ja, +aan Kaap Matifou, zijn tweeling-broeder als het ware. + +</p> +<p>“Ziet ge,” herhaalde hij telkens, “dat is de man, dien gij moet bedanken. Niet mij!...” + +</p> +<p>“Loop heen,” sprak de reus, half lachende, half gebelgd. “Loop heen met je praatjes!” + +</p> +<p>“Hij heeft alles gedaan,” ging Pescadospunt voort. “Hij alleen, die sterke vent.” + +</p> +<p>“Ik? Neen, hij!” + +</p> +<p>“Ja, hij, die Kaap van mijn hart! Als hij er niet geweest was, dan waarachtig ...” + +</p> +<p>“Nogmaals, loop heen! Je brengt mij waarlijk uit mijn humeur!” zei de Hercules blozend. + +</p> +<p>“Als die goede Kaap niet zooveel behendigheid bij de oefening met dien staak aan den dag had gelegd, dan zou ik niet met een +sprong binnen het huis van dien akeligen Moquaddem Sidi Hassan hebben kunnen dringen....” + +</p> +<p>“Schei uit! Je maakt mij inderdaad zeeziek! Je bent een nare kerel! Hoor je?” + +</p> +<p>“En Sava Sandorf”, ging Pescadospunt voort, zonder op de onderbreking van Kaap Matifou te letten, “zou den dood gevonden hebben, +wanneer mijn dierbare Kaap niet daar geweest was, om haar in zijn armen op te vangen!” + +</p> +<p>“Dat is waar,” sprak het jonge meisje met een schalkschen glimlach. “Dat is ontwijfelbaar waar, mijnheer Matifou!” + +</p> +<p>“Zal je nu eindigen!” sprak Kaap Matifou half gebelgd tot Pescadospunt. + +</p> +<p>“Waarom? Waarom zou ik eindigen? Ik spreek slechts de waarheid, dat kan niemand ontkennen.” + +</p> +<p>“Gij gaat te ver, want het denkbeeld, om...” + +</p> +<p>“Zwijg, Kaaplief!” viel hem Pescadospunt in de rede. + +</p> +<p>“Waarom zou ik nu moeten zwijgen? Ik wil en zal thans spreken! Hoort ge? Niemand zal mij dat beletten.” + +</p> +<p>“Drommels, ik ben niet sterk genoeg, om complimenten van dat gehalte in ontvangst te nemen, terwijl gij...” + +</p> +<p>“Nu terwijl ik?” vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijne mouwen opstroopte en zijne Hercules-armen met welgevallen beschouwde. +“Nu, ga voort, terwijl ik?...” + +</p> +<p>“Kom, laten wij onzen tuin gaan bebouwen en verzorgen”, zei Pescadospunt lachende. “Daar zullen die cyclopen-armen te pas +komen. Wij hebben onze plantage te lang verwaarloosd.” + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p199.jpg" alt="De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht. (Bladz. 202.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5016" class="typeref">202</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>“Cyclopen-armen!...” pruttelde Kaap Matifou, terwijl hij zijn vriend volgde. “Gij zoudt willen, dat gij uwe magere asperges +tegen <a id="d0e4978"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4978">199</a>]</span><a id="d0e4979"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4979">200</a>]</span>die cyclopen-armen kondet verruilen. Wacht maar... die cyclopen-armen zullen je die plagerijen wel betaald zetten!...” + +</p> +<p>Pescadospunt schaterde het uit, maar antwoordde niet en trok zijn vriend met zich voort. + +</p> +<p>Kaap Matifou zweeg verder; maar eindigde met zich alle gelukwenschen te laten aanleunen, alleen “om zijn kleinen Pescadospunt +niet te ontstemmen.” Dat duidde op een goedig karakter. Maar ieder was dat van den zachtaardigen reus gewoon. + +</p> +<p>Er werd besloten, dat het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf al zeer spoedig, namelijk op den 9<sup>den</sup> November zoude voltrokken worden. Wanneer onze jonge vriend de echtgenoot van Sava geworden zou zijn, zou hij dadelijk beginnen, +om de rechten zijner vrouw op de erfenis van graaf Mathias Sandorf te doen erkennen. De brief van mevrouw Toronthal liet omtrent +de geboorte en de afkomst van het jonge meisje geen twijfel bestaan. Wanneer het daarenboven noodig zoude zijn, dan zou men +wel eene gelijkluidende verklaring van den bankier verwerven. Het behoeft niet verzekerd te worden, dat de noodige formaliteiten +daarbij betracht werden, vooral omdat Sava Sandorf nog niet meerderjarig was en derhalve den leeftijd nog niet bereikt had, +om hare rechten te doen eerbiedigen. Inderdaad, zij zou haar achttiende jaar eerst over zes weken bereiken. + +</p> +<p>Er moet bovendien bij verteld worden, dat in dat verloopen tijdvak van vijftien jaren, een wijziging in de staatkunde plaats +had gegrepen, geheel ten voordeele van de Hongaarsche kwestie, en waaruit een betere toestand geboren was, vooral ten opzichte +van de herinnering, die de zoo plotseling bedwongen onderneming van graaf Mathias Sandorf bij eenige staatslieden achtergelaten +had. Mildere gevoelens zaten bij hen voor en zouden hunnen invloed niet missen. + +</p> +<p>Wat den Spanjaard Carpena en den bankier Silas Toronthal betreft, omtrent hun lot zou later afdoend beslist worden, evenwel +niet vóórdat Sarcany op zijne beurt een plaatsje in de kasematten van Antekirrta zoude erlangd hebben. Eerst dan zou de taak +van gerechtigheid, die dokter <span id="d0e4994" class="corr" title="Bron: Antekirtt">Antekirrt</span> ondernomen had, volvoerd mogen heeten. Ja, eerst dan zou de deugd beloond en de misdaad gestraft mogen heeten. + +</p> +<p>Maar terzelfdertijd, dat de dokter de middelen beraamde, om zijn doel te bereiken, gebood de noodzakelijkheid ernstig om maatregelen +van voorzorg voor de veiligheid der kolonie te treffen. Zijne agenten in de Cyrenaïsche streken en in het Tripolitaansche +Regentschap meldden hem toch, dat de Senousistische beweging in belangrijkheid buitengewoon toenam, vooral in het villayetschap +van Ben Ghazi, dat zich het meest in de nabijheid van het eiland Antekirrta <a id="d0e4999"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4999">201</a>]</span>bevond. Speciale loopers stelden zich onafgebroken in betrekking tot Jerhboub, dat nieuwe brandpunt van de Islamitische beweging, +zooals de heer Duveyrier dat tweede metropolitaansche Mekka noemde, waar toen Sidi Mohammed El Mahedi tegenwoordige Grootmeester +der Broederschap met zijne hem ondergeschikte hoofden van de geheele provincie resideerde. Daar nu die Senousisten de waardige +nakomelingen zijn van de oude Barbarijsche zeeschuimers, dragen zij derhalve een ingekankerden en doodelijken haat toe aan +een ieder, die tot het Europeesche ras behoort. Dokter Antekirrt begreep dan ook, dat hij zeer op zijne hoede moest zijn en +dat voor het eiland Antekirrta inderdaad zeer gevaarvolle dagen aanbreken konden. + +</p> +<p>En werkelijk, moeten niet aan de Senousisten toegeschreven worden de veelvuldige moorden, die sedert twintig jaren op de Afrikaansche +sterftelijst hebben moeten ingeschreven worden? Als wij Beurman in 1863 te Kanem hebben zien omkomen, Van der Decken met zijne +makkers in 1865 op de rivier Djouba, mejuffrouw Alexina Tinne en hare volgelingen in 1865 in de Ouadj Abedjouch, Dournaux +Duperré en Joubert in 1874 bij den waterput van In Azhar, de paters Paulmier, Bouchard en Menored in 1876 in de omstreken +van In Calah, de paters Richard Morat en Pouplard van den zendingspost Ghadames in het noorden van de Azdjer-streek, den kolonel +Flatters, de kapiteins Masson en De Dianous, den dokter Guiard, de ingenieurs Beringer en Roche in 1881 op den openbaren weg +naar Warglâ, dan moeten alle die moorden toegeschreven worden aan die bloeddorstige geaffilieerden, die er toe gedwongen worden +de Senousistische leer ten opzichte van stoutmoedige landonderzoekers ten uitvoer te leggen. Onbedwingbare dweepzucht komt +daarbij voornamelijk in het spel. Dat is niet te betwisten. + +</p> +<p>Omtrent dit onderwerp onderhield dokter <span id="d0e5005" class="corr" title="Bron: Antekirrtt">Antekirrt</span> zich zeer dikwijls met Piet Bathory, met Luigi Ferrato, met de gezagvoerders zijner flottilje, met de hoofden zijner militie +en met de voornaamste notabelen van zijn klein eiland. + +</p> +<p>Zou Antekirrta een aanval van die schrikkelijke zeeschuimers kunnen weerstaan? + +</p> +<p>Ja, ongetwijfeld, hoewel het geheele versterkingsplan nog niet geheel ontworpen, en sommige vestingwerken nog niet voltooid +waren, zeker zou Antekirrta zich kunnen verdedigen, evenwel in het geval dat de aanvallers niet te talrijk zouden zijn. + +</p> +<p>Van eene andere zijde beschouwd, zouden de Senousisten er eenig belang bij hebben, het eiland te bemachtigen? + +</p> +<p>Voorzeker, daar het de geheele Sidragolf beheerschte, die door de kusten van de Cyrenaïsche en Tripolitaansche streken omzoomd +en gevormd werd. Voor hen vormde dat eiland als het ware een strategische knoop en was dus zeer belangrijk. +<a id="d0e5016"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5016">202</a>]</span></p> +<p>De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat ten zuidwesten van Antekirrta het eilandje Kenkrof op een afstand van ongeveer +twee mijlen gelegen was. Nu had men den tijd niet gehad, om dat eilandje te versterken, en dat dreigde gevaarlijk te worden, +in het waarschijnlijk geval, dat eene vloot daarvan hare operatiebasis wilde maken. Dokter Antekirrt had het dan ook, zooals +wij weten, bij wijze van voorzorgsmaatregel laten ondermijnen, en thans werd eene schrikkelijke ontplofbare stof, de penkrastiet, +in de mijngangen, die te midden van de rotsachtige massa aangelegd waren, geladen. Verdere voorzorgen waren voorloopig niet +te nemen. + +</p> +<p>Er was maar eene electrische vonk noodig, die langs een onderzeeschen metaaldraad, die het eilandje met Antekirrta verbond, +afgezonden kon worden, om Kenkrof, met alles wat zich op zijne oppervlakte bevond, in de lucht te doen vliegen en te vernietigen. + +</p> +<p>Ziehier, wat omtrent de andere verdedigingswerken van het eiland verricht was. + +</p> +<p>De kustbatterijen waren in goeden staat gebracht en wachtten slechts dat de aangewezen bedieningsmanschappen der militie hunne +posten kwamen innemen. Het centraal conisch fortje was gereed om vuur te kunnen geven met zijne stukken, die zeer ver droegen. +Talrijke torpedoʼs, die in het vaarwater gezonken lagen, verdedigden den toegang der haven. Ook de <i>Ferrato</i> en de beide <i>Elektrieks</i> waren tot handelen gereed, hetzij om den aanval verdedigenderwijze tegen te gaan, hetzij om bij den uitval op de aanvallende +vloot in te loopen. Inderdaad, de verdedigingsmiddelen van het kleine eiland Antekirrta waren niet gering te schatten. + +</p> +<p>Toch had het eiland eene kwetsbare plaats, namelijk de zuidwestelijke kust. Daar was eene strook, die niet door het vuur der +strandbatterijen en door dat van het fortje bestreken werd, en waar dus gemakkelijk troepen konden ontscheept worden. Men +had nog geen tijd gehad, om daar het versterkingsplan te voltooien. Dat was wel te betreuren. + +</p> +<p>Daar bestond het gevaar, en misschien was het reeds te laat, om afdoende verdedigingswerken te ontwerpen en daar te stellen. +Maar daaraan was nu in de gegeven omstandigheden niets meer te doen. Maar was het, alles wel beschouwd, onwraakbaar zeker, +dat de Senousisten plan hadden, om het eiland Antekirrta aan te tasten? + +</p> +<p>Dat was toch, bij eenig nadenken, eene zaak van belang, ja eene gevaarlijke onderneming, die daarenboven een belangrijk materiëel +vorderde. Luigi Ferrato kon aan dat plan niet gelooven en twijfelde nog. Dat gaf hij eens te kennen bij gelegenheid dat dokter +Antekirrt, Piet Bathory en hij de versterkingswerken van het eiland in oogenschouw namen. + +</p> +<p>“Wat zouden zij hier komen doen?” vroeg hij. “Neen, op Antekirrta hebben zij het oog niet gevestigd.” +<a id="d0e5039"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5039">203</a>]</span></p> +<p>“Dat ʼs mijne meening niet,” antwoordde dokter Antekirrt. “Het eiland is rijk, het beheerscht de streken, die aan de Syrtische +Zee gelegen zijn. Al bestonden ook slechts die redenen, geloof mij, dan zou het eiland toch vroeg of laat aangevallen worden; +want de Senousisten hebben er zeer groot belang bij, er zich van te bemachtigen!” + +</p> +<p>“Meent gij?” vroeg Luigi Ferrato hoofdschuddende en nog steeds ongeloovig. + +</p> +<p>“Niets is zekerder dan dat,” vulde Piet Bathory aan. “En mij dunkt, dat dit eene gebeurlijkheid is, die ons zeer op onze hoede +moet doen zijn!” + +</p> +<p>“Nu, dat zullen wij!... Maar, intusschen wil het bij mij er nog maar niet in...” + +</p> +<p>“Wat mij vooral aan een aanstaanden aanval doet gelooven,” hernam dokter Antekirrt, “dat is, dat Sarcany tot de geaffilieerden +van de Khouâns behoort, en het is mij bekend, dat hij vroeger steeds voor hen als agent in het buitenland werkzaam is geweest... +Hij was het, die wapens, kruit en lood voor hen opkocht.” + +</p> +<p>“Dat is zoo, maar...” + +</p> +<p>“Herinnert u nu, mijne vrienden, dat Pescadospunt in het huis van den Moquaddem een onderhoud tusschen Sarcany en Sidi Hassan +afgeluisterd heeft. In dat onderhoud werd de naam van het eiland Antekirrta herhaaldelijk uitgesproken... Mij dunkt, dat dit +zijne beteekenis moet hebben. Zijt gij ook niet van die meening?” + +</p> +<p>“Ja, maar...” + +</p> +<p>“Sarcany weet,” ging de dokter onverstoorbaar voort, “dat het eiland mij toebehoort, dat wil zeggen aan den man, die een schrik +voor hem is, aan den man die Zirone op de hellingen van den Etna deed aanvallen...” + +</p> +<p>“Jawel, maar welke...” + +</p> +<p>“Dus, omdat hij daarginds op het eiland Sicilië niet geslaagd is, zal hij ongetwijfeld hier trachten te slagen en dat met +veel meer kansen in zijn voordeel. Mij dunkt toch, Luigi, dat die redeneering steek houdt.” + +</p> +<p>“Heeft hij een persoonlijken haat jegens u, heer dokter?” vroeg Luigi Ferrato. + +</p> +<p>Antekirrt trok onverschillig de schouders op. De haat van zooʼn aterling scheen hem niet te deeren. + +</p> +<p>“Kent hij u ten minste?” vroeg de jonge zeeman, die zich zoo gauw niet gewonnen gaf, met aandrang. + +</p> +<p>“Het is mogelijk, dat hij mij te Ragusa gezien heeft,” antwoordde dokter Antekirrt. + +</p> +<p>“Maar dat is niet voldoende om...” + +</p> +<p>“In ieder geval,” ging de dokter voort, “kan het hem niet onbekend gebleven zijn, dat ik in die stad in aanraking gekomen +ben met de familie Bathory...” +<a id="d0e5074"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5074">204</a>]</span></p> +<p>“Dat is te zeggen....” + +</p> +<p>“Daarenboven moet hem op het oogenblik, toen Pescadospunt Sava uit het huis van den Moquaddem Sidi Hassan ontvoerde, bekend +geworden zijn, dat Piet Bathory nog leefde. Dat alles moet in zijn geest eenig verband gezocht hebben, en hij kan er niet +aan twijfelen, dat èn Piet èn Sava eene schuilplaats op het eiland Antekirrta gevonden hebben. Die gedachte alleen is meer +dan genoeg, om er hem toe te brengen, het geheele Senousistische hondenpak tegen ons aan te voeren. En van die hebben wij +geene genade te verwachten, wanneer zij er in slaagden, ons eiland te overweldigen.” + +</p> +<p>Die redeneering was volstrekt niet zonder grond. Het was meer dan zeker, dat Sarcany nog niet wist, dat dokter Antekirrt en +Graaf Mathias Sandorf slechts één persoon uitmaakten. Hij wist evenwel genoeg, om alles in het werk te stellen, ten einde +de erfgename van het domein Artenak weer in handen te krijgen. Niemand zal er zich dus over verwonderen, dat hij den Kalief +aangezet had, om een krijgstocht tegen de Antekirrtsche volksplanting uit te rusten! Hij had zelfs aangeboden, den aanval +te besturen en te geleiden. Een lafaard was Sarcany niet. + +</p> +<p>Men bereikte evenwel eindelijk den 3<sup>en</sup> December, zonder dat iets geschied was, hetgeen op een aanstaanden aanval kon duiden. Het was tot dien datum in den omtrek +van het eiland Antekirrta volkomen rustig gebleven. + +</p> +<p>Er mag niet uit het oog verloren worden, dat de vreugde over het weerzien en het geluk, om zich eindelijk allen te zamen vereenigd +te vinden, allen, behalve den dokter, als in eene betoovering besloot, die voor de gedachten aan eene ernstige toekomst weinig, +zeer weinig overliet. Het aanstaande huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf vervulde aller harten en aller hoofden. Iedereen +trachtte zich zelven de overtuiging op te dringen, dat de ongeluksdagen voorbij waren en dat zij niet meer wederkeeren zouden. +Hoe zou men zich intusschen daarin vergissen! + +</p> +<p>Het moet ten volle erkend worden, dat Pescadospunt en Kaap Matifou de algemeene gerustheid volmaakt deelden. Zij gevoelden +zich zoo overgelukkig over het geluk der anderen, dat zij als het ware in een voortdurenden staat van verrukking verkeerden. +Zij betrachtten dat geluk, hetwelk zij toch teweeg gebracht hadden, voortaan als onverstoorbaar. + +</p> +<p>“Het is om, bij mijn ziel, niet aan te gelooven,” herhaalde Pescadospunt voortdurend. + +</p> +<p>Waarop Kaap Matifou, steeds onbevattelijk, onveranderlijk antwoordde met de vraag: + +</p> +<p>“Waaraan valt niet te gelooven? Op het vraagstuk omtrent geloof ben ik nog al gemakkelijk.” + +<a id="d0e5096"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5096">205</a>]</span></p> +<p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p205.jpg" alt="Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede linie het eiland. (Bladz. 208.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend<span id="d0e5101" class="corr" title="Bron: ">,</span> naderden in breede linie het eiland. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5185" class="typeref">208</a>.) +</p> +</div><p> + +<a id="d0e5111"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5111">206</a>]</span></p> +<p>“Wel,” antwoordde Pescadospunt dan lachende, “dat gij een dikke, vette rentenier gaat worden, en dat....” + +</p> +<p>“En dat?” vroeg Kaap Matifou dan ongeduldig. “Waarom gaat gij niet voort? Zeg?” + +</p> +<p>“En, dat ik er aan denk, om je te laten trouwen!” + +</p> +<p>“Mij?” riep de reus verbouwereerd uit. “Kom, ge houdt mij voor den gek!” + +</p> +<p>“Ja, gij trouwen! Gij in eigen persoon!” + +</p> +<p>“Ik, trouwen?... Het is inderdaad, om het uit te gieren van lachen,” hernam Kaap Matifou, die inderdaad zijn buik vasthield. + +</p> +<p>“Ja,... en met een lief klein vrouwtje!” ging Pescadospunt met een onverstoorbaar ernstig gelaat voort. + +</p> +<p>“Houdt ge me voor den gek! Zeg het dan bijtijds, dan kan ik de plaat poetsen.” + +</p> +<p>“Komaan, komaan, een lief klein vrouwtje... Is je dat nu voor den gek houden?” + +</p> +<p>“Waarom moet ze klein zijn?” vroeg Kaap Matifou plotseling nurksch geworden. “Mij dunkt, dat ik niet zoo heel klein ben.” + +</p> +<p>“Verduiveld, ja... Je bemerking is juist... Een klein vrouwtje zou niet bij je passen!...” + +</p> +<p>“Welnu?” + +</p> +<p>“Ge moet eene mooie vrouw hebben, maar onmetelijk van omvang... Mevrouw Kaap Matifou moet iets kolossaals zijn, niet waar?... +Zoo iets als een klokketoren! Wat denkt ge er van?” + +</p> +<p>“Dat ge andermaal spot!” + +</p> +<p>“Neen, Kaap van mijn hart, wij zullen je zooʼn vrouw bij de Patagoniers gaan zoeken!” + +</p> +<p>“Loop naar den duivel! Dan ben je met je plagerijen een eind uit de buurt! Goede reis!” + +</p> +<p>Maar in afwachting, dat men voor Kaap Matifou eene wederhelft zou vinden, die hem en ook zijner gestalte waardig zoude zijn, +hield Pescadospunt zich voornamelijk met het huwelijk van Piet Bathory en Sava Sandorf bezig. Hij beraamde en overwoog, natuurlijk +met toestemming van dokter Antekirrt, de openbare feestelijkheden, welke bij die gelegenheid, waarbij kermisspelen toegelaten, +waarbij gezangen voorgedragen en danspartijen georganiseerd zouden worden, plaats zouden hebben. Dat daarbij saluutschoten +uit alle stukken geschut van het eiland niet zouden vergeten worden, alsook niet een monsterachtig feestmaal in de open lucht, +met eene serenade aan de jonggehuwden, waarna een solemneele taptoe met fakkellicht, bekroond door een prachtig vuurwerk, +zal wel niet behoeven vermeld te worden. Hij, hij Pescadospunt, zou voor dat alles zorgen. Bij zoo iets was hij in zijn waar +element. Het feest zou prachtig, zou schitterend wezen! Men zou er lang, zeer lang over praten! Het zou eeuwig in de <a id="d0e5146"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5146">207</a>]</span>herinnering der bewoners blijven! Leve! Leve de jonggehuwden! + +</p> +<p>De vreugde zou echter van korten duur zijn. Een flikkervlam, niets anders. Een waar stroovuur! + +</p> +<p>Al die plannen zouden door de gebeurtenissen in hunne geboorte verstikt, althans uitgesteld worden. + +</p> +<p>In den nacht van den 3<sup>den</sup> op den 4<sup>den</sup> December,—een uiterst kalme nacht, die evenwel door een dik wolkendak verduisterd werd—weerklonk plotseling een electrische +schel op het Stadhuis in het vertrek van dokter Antekirrt. Dat was een afgesproken alarmsignaal. + +</p> +<p>Het was toen ongeveer tien uur in den avond. De bewoners van het Stadhuis zaten gezellig bij elkander. + +</p> +<p>De dokter en Piet verlieten op dat sein het salon, waarin zij den avond met mevrouw Bathory en met Sava Sandorf doorgebracht +hadden. De dames bleven, door een soort van voorgevoel vervoerd, wel eenigermate ongerust achter. + +</p> +<p>Toen de heeren in het kabinet gekomen waren, ontwaarden zij dat het signaal kwam van den observatie-post, die op den top van +den centraalheuvel van het eiland Antekirrta geplaatst was. Vandaar had men een ruim uitzicht. + +</p> +<p>Vragen en antwoorden werden natuurlijk onmiddellijk gewisseld. Men zou niet lang in twijfel verkeeren. + +</p> +<p>De strandwachters en uitkijkers seinden de nadering eener flottilje aan den zuidwestkant van het eiland. Het aantal en de +aard van de vaartuigen, waaruit die flottilje bestond, was door de heerschende duisternis nog niet aan te geven. Maar dat +zij talrijk waren, werd door alle waarnemers op het nadrukkelijkst bevestigd. + +</p> +<p>“Wat denkt gij er van?” vroeg Piet Bathory aan dokter Antekirrt, die als in gedachten verzonken stond. + +</p> +<p>“Wij moeten den Raad bij elkander roepen,” antwoordde deze, na een oogenblik peinzen. + +</p> +<p>“Juist!” zeide Piet; “maar mij dunkt, dat er haast bij is.” + +</p> +<p>In minder dan tien minuten waren, behalve de dokter en Piet, ook Luigi Ferrato en de gezagvoerders Narsos en <span id="d0e5178" class="corr" title="Bron: Ködric">Ködrik</span> en de hoofden van de militie op het Stadhuis vergaderd. + +</p> +<p>Onmiddellijk werd hen mededeeling gedaan van de waarschuwingen, die van de kustwachters en uitkijkers ingekomen waren. Een +kwartier later waren allen, na een bezoek aan de haven gebracht te hebben, op het uiteinde van de lange pier, waarboven het +kustlicht helder brandde, vergaderd. + +</p> +<p>Van dit punt, dat slechts zeer weinig boven de oppervlakte der zee verheven was, was het onmogelijk de flottilje te ontwaren, +die door de kustwachters, op den top van den centraalheuvel geplaatst, ontdekt was. Maar wanneer men den gezichteinder <a id="d0e5185"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5185">208</a>]</span>schel verlichtte, zou het ongetwijfeld mogelijk zijn het aantal dier vaartuigen te weten te komen, alsook waar en onder welke +omstandigheden zij de kusten meenden te kunnen naderen en bereiken. De meeste stemmen waren voor die verkenning. + +</p> +<p>De vraag werd evenwel door eenigen geopperd, of het niet onvoorzichtig was zoo de ware ligging van het eiland te kennen te +geven? De dokter meende van neen. Als het de lang verwachte vijand was, dan kwam die niet blindelings. Die kende de ligging +van het eiland Antekirrta zeer goed, en dan zou niets hem kunnen beletten het te bereiken. + +</p> +<p>De galvanische stroom werd dus in werking gesteld en weldra, dank zij der kracht van twee <span id="d0e5191" class="corr" title="Bron: elektrische">electrische</span> stralenbundels, die de zee verlichtten, lag een breede sector van den gezichteinder bloot voor het onderzoekende oog van +de bewoners van Antekirrta, die den gezichteinder angstvallig en zorgvuldig peilden. + +</p> +<p>De kustwachters hadden zich helaas! niet vergist. Dat bleek al heel spoedig. + +</p> +<p>Tweehonderd vaartuigen, op zijn minst gerekend, naderden in breede linie het eiland. Het waren voornamelijk chebekken, polacres, +trabacolos, sacolieven, en eene menigte anderen van minder gehalte. Dat was zonder eenigen twijfel de flottilje der Senousisten, +die deze zeeschuimers van uit alle havens der Afrikaansche kuststreek van heinde en verre hadden bij elkander gehaald, en +die thans herwaarts stevende. + +</p> +<p>Daar er volkomen windstilte heerschte en geen briesje de zeilen deed zwellen, moesten de opvarenden noodzakelijk roeien. Dat +had te minder bezwaar, daar de kustbewoners aan zulk werk gewoon waren, en de afstand tusschen de Cyrenaïsche kust en het +eiland betrekkelijk kort was, zoodat de overtocht gevoegelijk zonder wind kon geschieden. De kalmte der zee begunstigde zelfs +hunne plannen, daar de verscheping nu niet door eene altijd gevaarlijke branding bemoeielijkt zou worden. Daarenboven, een +zeilend vaartuig is nimmer zoo van zijne bewegingen zeker, als een vaartuig dat geroeid wordt. + +</p> +<p>De flottilje bevond zich in dat oogenblik nog op een afstand van ruim vier of vijf mijlen ten zuidwesten van het eiland. Zij +zoude dus niet voor zonsopgang den oever kunnen bereiken. Dat scheen in de plannen der opvarenden te liggen; want het zou +zeer onvoorzichtig te noemen zijn, voordat het dag was, hetzij den aanval te ondernemen, hetzij om te pogen om gewelddadig +den ingang van de haven binnen te dringen, hetzij om eene ontscheping op het zuidelijk gedeelte der kust van Antekirrta te +bewerkstelligen, hetwelk, zooals wij weten, in onvoldoend verdedigbaren toestand verkeerde. Het was dan ook voor een ieder +duidelijk, dat de opvarenden geen haast maakten en den dag wilden afwachten. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p209.jpg" alt="Stormden de Elektrieks op de flottilje los. (Bladz. 214.)" width="503" height="720"><p class="figureHead">Stormden de <i>Elektrieks</i> op de flottilje los. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5301" class="typeref">214</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Toen de naderende flottilje behoorlijk verkend was, werden de <a id="d0e5217"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5217">209</a>]</span><a id="d0e5218"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5218">210</a>]</span>electrische lichtbronnen uitgedoofd, waardoor de gezichteinder weer in het duister gehuld werd. Dit geschiedde <span id="d0e5220" class="corr" title="Bron: bijwijze">bij wijze</span> van voorzichtigheidsmaatregel. Men wilde zien, zonder gezien te worden. + +</p> +<p>Er bleef dus niets anders over, dan het aanbreken van den dag af te wachten. + +</p> +<p>Inmiddels evenwel betrokken alle manschappen der militie, op bevel van dokter Antekirrt, de hun reeds vroeger aangewezen posten. +Het kon toch zijn, dat de flottilje niet vereenigd was, en een afgezonderd gedeelte elders trachtte te landen. + +</p> +<p>Men moest gereed zijn, om eerste slagen toe te brengen. Daarvan hangt veelal de uitslag van eene krijgsonderneming af. Hij +die den eersten slag toebrengt, heeft in den regel veel, zeer veel voor. + +</p> +<p>Het was thans zoo goed als zeker, dat de aanvallers er niet meer aan konden denken, het eiland te overvallen, daar de bundels +lichtstralen, die de waakzaamheid der opgezetenen wel is waar verraden hadden, dezen tevens gelegenheid gegeven hadden, om +het aantal der aanvallers en de algemeene richting, welke zij namen, waar te nemen. + +</p> +<p>Men waakte gedurende de laatste nachtelijke uren met de grootste zorgvuldigheid en nauwgezetheid. Herhaaldelijk verlichtte +men nog den gezichteinder, hetgeen voornamelijk ten doel had, om het punt, waar de flottilje zich bevond, meer nauwkeurig +waar te nemen, en zoo haren voortgang en de richting, die zij nam, oplettend te volgen. Men bleef in de overtuiging, dat men, +alvorens het dag was, voor geene vijandelijkheden te vreezen had. + +</p> +<p>Dat de aanvallers talrijk waren, daaromtrent kon hoegenaamd geen twijfel bestaan. + +</p> +<p>Of zij voldoend materiëel met zich voerden, om opgewassen te zijn tegen de <span id="d0e5237" class="corr" title="Bron: batterijën">batterijen</span> van Antekirrta, en dezen tot zwijgen te kunnen brengen, was minder zeker en natuurlijk niet uit te maken. Misschien ontbrak +het hun wel geheel en al aan vesting- of positie-geschut. Maar al kon zoo iets aangenomen worden, zoo waren toch de Senousisten +door hunne overgroote getalsterkte, waardoor de hoofden zich in staat gesteld zagen, het eiland op verschillende punten tegelijk +te laten aantasten, zeer gevaarlijk en zeer te vreezen. Daarenboven, dokter Antekirrt was van meening, dat men zijn vijand +nimmer te licht moet achten. + +</p> +<p>Eindelijk brak de dag aan, en de eerste zonnestralen verdreven in weinige oogenblikken de laatste nevelbanken, die bij den +horizon op de oppervlakte der zee waren blijven hangen. + +</p> +<p>Aller blikken wendden zich toen met eene zekere spanning naar de zee ten oosten en ten zuiden van het eiland Antekirrta. Wat +men toen ontwaarde, was verre van geruststellend. + +</p> +<p>De vaartuigen der flottilje ontwikkelden zich toen in eene lange <a id="d0e5246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5246">211</a>]</span>linie, die zich bij hare uiteinden eenigermate omboog, om zoo het eiland te omsluiten. En dat was eene uiterst gevaarlijke +beweging, dat moesten de bewoners van Antekirrta erkennen. + +</p> +<p>Inderdaad, daar waren meer dan tweehonderd vaartuigen in het gezicht, waaronder er waren van een laadvermogen van dertig tot +veertig tonnen. Ongetwijfeld konden die te zamen eene macht van vijftienhonderd tot tweeduizend gewapenden aan boord hebben. +Met een weinig goeden wil, waren er veel meer te bergen. + +</p> +<p>Het was ongeveer vijf uren in den morgen, toen de flottilje ter hoogte van het eiland Kenkrof aangekomen was. + +</p> +<p>Zouden de aanvallers dat eilandje aandoen en daarop post vatten, alvorens het hoofdeiland direct aan te tasten? Als ze dat +deden, zou dat een zeer gelukkige omstandigheid zijn; want dan zouden de mijnwerken, door dokter Antekirrt aangelegd, al dadelijk +in werking kunnen komen en, zoo niet de oplossing en het einde van het vraagstuk daarstellen, dan toch reeds bij het begin +van den aanval den uitslag voor de aanvallende Senousisten hachelijk maken. Hunne gelederen zouden dan zoo gedund kunnen worden, +dat verslagenheid niet zoude uitblijven. + +</p> +<p>Een half uur kroop in de grootste spanning voorbij. Het was, alsof de minuten uren waren. + +</p> +<p>Een oogenblik kon de meening gelden, dat de vaartuigen, die het eilandje langzamerhand genaderd waren, zouden landen en daar +eene ontscheping bewerkstelligen... Men tuurde... men wachtte... + +</p> +<p>Daar kwam evenwel niets van. Het was, alsof de aanvallers het gevaarlijke dier plek roken. + +</p> +<p>Geen enkele sloep legde daar aan, en de vijandelijke aanvals-linie boog meer zuidwaarts af, terwijl zij het eilandje rechts +liet liggen. De opvarenden maakten daarbij alle haast, en repten hunne roeiriemen zoo krachtig zij maar konden. + +</p> +<p>De uitgevoerd wordende beweging was duidelijk. Het was nu voor allen begrijpelijk, dat het eiland Antekirrta direct aangevallen, +of beter gezegd, door de Senousisten overstroomd zoude worden. Overstroomd is het ware woord, want nu de flottilje naderbij +kwam, ontwaarde men, dat zij zeer sterk bemand was. + +</p> +<p>“Thans blijft ons niets anders over, dan ons te verdedigen!” zei dokter Antekirrt tot de hoofden der militie. “Is dat ook +niet uw oordeel? Spreek onbewimpeld!” + +</p> +<p>“Ja! ja!” riepen allen. “En wij zullen ons verdedigen! Als het moet, tot den laatsten man!” + +</p> +<p>Een sein werd oogenblikkelijk gegeven. Het geheele personeel, dat buiten verspreid was, spoedde zich in allerijl naar de stad, +waar iedereen den post innam, die hem bij voorbaat aangewezen was. Dat was in <a id="d0e5270"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5270">212</a>]</span>weinige minuten geschied. De versterkte punten waren nu behoorlijk bezet en de omstreken geheel verlaten. Vrouwen en kinderen +hadden zich in de hoofdplaats teruggetrokken. + +</p> +<p>Op bevel van dokter Antekirrt, nam Piet Bathory het commando op zich over het zuidelijk gedeelte van de vestingwerken. Luigi +Ferrato kreeg het bevel over het oostelijk gedeelte. Zoo konden zij behoorlijk hunne manschappen overzien. + +</p> +<p>De verdedigers van het eiland—bestaande uit hoogstens vijf honderd militieplichtigen—werden zoodanig verdeeld, dat zij overal +tegen den vijand konden optreden, waar deze pogen mocht den walgang der stad aan te tasten. Wat den dokter betrof, die bleef +het opperbevel voeren, en hield zich gereed daar op te treden, waar hij meenen mocht, dat zijne tegenwoordigheid het meest +vereischt werd. Dat was niet de gemakkelijkste betrekking, die hij voor zich behouden had. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory en Sava Sandorf moesten in de middenzaal van het Stadhuis verblijven. Wat de andere vrouwen betrof, die moesten, +in het geval de stad bestormd zoude worden, volgens de getroffen beschikkingen met hare kinderen een toevlucht in de bomvrije +kazematten zoeken, waar zij niets te vreezen hadden, zelfs wanneer de belegeraars eenige stukken, ter ontscheping geschikt, +ter hunner beschikking hadden. + +</p> +<p>Nu het vraagstuk omtrent het eilandje Kenkrof ongelukkiglijk ten nadeele van het hoofdeiland beslist was, moest de aandacht +aan de haven gewijd worden. Wanneer de flottilje daarin gewelddadig zoude pogen binnen te dringen, dan zouden de fortjes op +de beide pieren, welker vuurmonden een kruisvuur op den ingang daarstelden, en de kanonnen van de <i>Ferrato</i>, met de <i>Elektrieks</i>, die als torpedo-dragers dienst deden, alsook de slapende torpedoʼs in de geul een overkomelijke hinderpaal daarstellen, +die niet gering te achten was. Het zou zelfs een voordeeligen kans opleveren, wanneer de aanval aan dien kant ondernomen mocht +worden. De deskundigen hoopten dan ook, dat zulks geschieden mocht. Evenwel,—en dat was voor een ieder maar al te duidelijk,—het +opperhoofd der Senousisten scheen maar al te wel de verdedigings-middelen van het eiland Antekirrta te kennen; ook scheen +hij niet onbekend gebleven te zijn omtrent de kwetsbaarheid van het zuidelijk gedeelte van het eiland en de gemakkelijkheid +eener landing aldaar. Eene poging, om een onvoorbereiden aanval op de haven te bewerkstelligen, zou blootstellen aan een onmiddellijke +en volkomen vernietiging. Daarentegen leende zich eene ontscheping in het zuidelijk gedeelte van het eiland veel beter tot +het bereiken van het beoogde doel. Tot dat plan werd dan ook besloten. Na dus zorgvuldig vermeden te hebben, om in de toegangswateren +van de haven te geraken, zooals ook <a id="d0e5286"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5286">213</a>]</span>vermeden was geworden, vasten voet op het eilandje Kenkrof te nemen, wendde de vijand, met de meeste inspanning voortroeiende, +zijne talrijke flottilje naar de zwakke punten, die de zuidelijke kust van het eiland Antekirrta aanbood. Had men hem nu nog +maar met de strandbatterijen kunnen teisteren!... Maar neen, de flottilje bleef op een eerbiedigen afstand buiten het werkzame +vuur der kanonnen en der mortieren. + +</p> +<p>In weerwil, dat de afstand geschat werd te groot te zijn, werden toch eenige schoten van de forten gelost. Onder den grootsten +elevatiehoek bereikten de kanonkogels bij den eersten boogaanslag niet eens het derde gedeelte van den afstand, terwijl de +projectielen, na hare verdere aanslagen volbracht te hebben, de meest naastbijzijnde vaartuigen niet eens bereikten, maar +in de diepte verdwenen. + +</p> +<p>Met de bommen en granaten was het niet beter gesteld. Hoewel de blokken der <span id="d0e5292" class="corr" title="Bron: motieren">mortieren</span> aan het achtereinde omhoog getild waren, om zoo minder valhoogte, maar meer afstand te verkrijgen, werd ter nauwernood de +helft van den af te leggen afstand bereikt, waar evenwel de projectielen in zee ploften, zonder aanslagen op de wateroppervlakte +te maken. + +</p> +<p>Het leverde evenwel een prachtig tafereel op, die volkogels op de oppervlakte der zee te zien aanslaan, hen onder het opwerpen +van eene hooge waterzuil, die zich als een onmetelijke Geyzer sneeuwwit in het zonlicht voordeed, te zien opspringen, een +boog vormen, andermaal aanslaan, opspringen en een waterstraal opwerpen, en zoo voortgaande, terwijl de bogen en de waterzuilen +allengskens kleiner en kleiner werden, totdat het projectiel over de watervlakte een eind weegs scheen te rollen, en daarbij +eene diepe vore te ploegen, die evenwel langzamerhand vervloot, totdat de aanleidende oorzaak in de diepte verdween. + +</p> +<p>Het was ook een trotsch gezicht, een bom of granaat van eene betrekkelijk aanmerkelijke valhoogte plomp verloren in zee te +zien storten, waarbij het water met geweld omhoog spatte, en de oppervlakte door tallooze kringen bewogen werd, die zich tot +aan den horizon uitstrekten. Het geluid van zulk een plomp werd in een ruimen kring vernomen. Soms sprong zooʼn hol projectiel +juist bij de aanraking van de wateroppervlakte. Dan waren het wilde waterstralen, die in alle richtingen voortgeschoten werden, +dan waren het schuimmassaʼs en fijne, waterstofdeeltjes, die met woest geweld opgeslingerd werden, niet op eene eenige plaats, +maar rondom het centraalpunt op ontelbare plekken, alwaar de scherven van de uiteengesprongen ijzermassa het water onder de +meest verschillende hoeken scheerden. + +</p> +<p>Maar de bewoners van het eiland hadden voor die tafereelen in die oogenblikken weinig aandacht. Zij staakten weldra hun nutteloos +vuur <a id="d0e5301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5301">214</a>]</span>en volgden met angstige oogen de richting der vijandelijke flottilje, die al meer naar de zuidelijke kust van het eiland afhield. + +</p> +<p>Zoodra deze beweging onmiskenbaar gebleken was, meende dokter Antekirrt de maatregelen te moeten nemen, die door de omstandigheden +geboden werden. Men mocht den vijand daar niet ongehinderd laten landen. + +</p> +<p>De gezagvoerders <span id="d0e5307" class="corr" title="Bron: Ködric">Ködrik</span> en Narsos bestegen met eenige kloekmoedige zeelieden ieder een der torpedobooten en verlieten in allerijl de haven door een +der toegangen, die geen gevaar van wege de slapende watermijnen opleverden. + +</p> +<p>Een kwartier later stormden de beide <i>Elektrieks</i> als het ware op de flottilje los; zij verbraken er de linie van, deden met hunne torpedoʼs vijf of zes vaartuigen in de lucht +vliegen en ramden een dozijn anderen zoodanig, dat zij in zinkenden toestand verkeerden. + +</p> +<p>Dat was een schoon succes! Had dat maar vervolgd kunnen worden, dan ware de aanval bij zijn begin gestuit geworden! + +</p> +<p>Evenwel was de overmacht der aanvallende Senousisten zoo groot, dat de beide gezagvoerders er op bedacht moesten zijn en ook +inderdaad bedreigd werden, om geënterd te worden. Zij waren derhalve genoodzaakt om hunne schuilplaats achter de havendammen +met den meesten spoed op te zoeken. Een der <i>Elektrieks</i> had door den schok ernstige schade aan den boeg bekomen, zoodat hij in allerijl op het strand gezet moest worden, om hem +voor zinken te behoeden. + +</p> +<p>Intusschen was de <i>Ferrato</i> niet werkeloos gebleven, maar had stelling genomen en begon de flottilje met haar geschut te beschieten. Maar hoewel de kustbatterijen +haar vuur aan dat van het kloeke vaartuig paarden, was men toch onmachtig, om te beletten, dat de groote massa der zeeschuimers +hunne ontscheping volbrachten. Hoewel een groot getal der aanvallers gesneuveld was, en hoewel een twintigtal vaartuigen reeds +in den grond geschoten of in de lucht gesprongen waren, gelukte het toch aan meer dan duizend Senousisten, om voet aan wal +te zetten op de rotsen van den zuidelijken oever, waarvan de nadering door de te kalme zee in geenendeele bemoeilijkt werd. + +</p> +<p>Toen kon men zien, dat de kanonstukken aan de dwepende aanvallers niet ontbraken. De grootste Chebekken voerden eenige veldstukken, +die op veldaffuiten, behoorlijk van raderen voorzien, lagen. De aanvallers konden hen ontschepen op dat gedeelte der kust, +hetwelk buiten het bereik van het vuur der stad<span id="d0e5329" class="corr" title="Bron: "> gelegen was,</span> en zelfs buiten dat der kanonnen, waarmede het fortje op den centraalheuvel bewapend was<span id="d0e5332" class="corr" title="Bron: , gelegen was"></span>. + +</p> +<p>Van den post, dien dokter Antekirrt op den naastbijzijnden uitspringenden hoek der versterkingen ingenomen had, had hij een +volledig overzicht, en kon hij de operatiën der ontscheping volkomen volgen. Het was hem onmogelijk geweest, zich er tegen +te verzetten. <a id="d0e5336"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5336">215</a>]</span><a id="d0e5337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5337">216</a>]</span>Dat liet hem de geringe sterkte van zijn personeel niet toe. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p215.jpg" alt="Het schot ging af. (Bladz. 219.)" width="500" height="720"><p class="figureHead">Het schot ging af. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5431" class="typeref">219</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Maar daar hij achter zijne muren betrekkelijk veel sterker was, zou de taak der belegeraars, hoe talrijk zij ook waren, uiterst +moeielijk worden. Dat zouden zij al dadelijk ondervinden. + +</p> +<p>Dezen hadden zich, terwijl zij hunne lichte artillerie voortsleepten, in twee kolonnes verdeeld. Zij marcheerden voorwaarts, +zonder eenige dekking te zoeken, en met die zorgelooze koelbloedige dapperheid, den Arabier zoo eigen, met die stoutmoedigheid +der dweepziekte, die bij hen door de hoop op buit en den haat tegen de Christenen en Europeanen, eene ware doodsverachting +doet geboren worden. + +</p> +<p>Toen zij goed en wel onder schot gekomen waren, braakten de <span id="d0e5355" class="corr" title="Bron: batterijën">batterijen</span> met hunne kogels, granaten en kartetsen, dood en verderf uit. Dat weerhield hen niet. Integendeel, zij beijverden zich al +meer en meer op te dringen, al meer en meer veld te winnen. + +</p> +<p>Hunne veldstukken namen stelling en begonnen bres te schieten in een muurvak, dat den hoek uitmaakte van de onvoltooide courtine +van het zuider-vestingfront. Die muur kon niet veel weerstand bieden en was dan ook spoedig in puin gelegd. + +</p> +<p>Het opperhoofd der aanvallers stond steeds kalm en moedig te midden van hen, die onder het moorddadig geschut der belegerden +aan zijne zijde vielen, en bestuurde met beleid den aanval<span id="d0e5362" class="corr" title="Bron: ">.</span> Sarcany bevond zich bij hem en hitste hem voortdurend op, om storm te doen loopen, door eenige honderd strijders op de gevormde +bres te werpen. + +</p> +<p>Dokter Antekirrt en ook Piet Bathory herkenden hem zeer goed. Meermalen gaven zij een schot op hem af, zonder hem evenwel +te raken. De afstand daartoe was te groot. + +</p> +<p>Hij van zijn kant had hen ook herkend en hield hen goed in het oog, maar beantwoordde hun vuur met een uittartend gebaar. + +</p> +<p>De groote massa der belegeraars begon zich middelerwijl in de richting van den muur in beweging te stellen, die ingestort +was en thans doorgang kon verleenen. Wanneer zij er in slaagden, die bres te bekronen, te overschrijden, en wanneer zij zich +in de stad konden verspreiden, dan waren de belegerden te zwak om krachtigen wederstand te kunnen bieden. Dan waren dezen +genoodzaakt, om de plaats te ontruimen. En met de bloeddorstige geaardheid van die zeeschuimers, zou de overwinning dadelijk +door een algemeenen moord gevolgd worden. Wee dan, de arme vrouwen en kinderen! + +</p> +<p>Er moest dus op leven en dood gevochten worden! Hier zou dus het pleit beslecht worden! + +</p> +<p>De strijd, die hier man tegen man gevoerd werd, was dan ook schrikkelijk te noemen. Gelukkig, dat om de bres te kunnen beklimmen, +de aanvallers zich slechts over een smal punt konden uitbreiden. +<a id="d0e5375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5375">217</a>]</span></p> +<p>Onder de bevelen van den dokter, die kalm en bedaard in het grootste gevaar, en als onkwetsbaar te midden van den kogelregen +pal stond, verrichtte Piet Bathory en zijne makkers wonderen van dapperheid. Pescadospunt en Kaap Matifou sprongen hen bij +met eene stoutmoedigheid, die zijne weerga niet had, en alleen geëvenaard werd door hunne behendigheid, om de gevaarlijke +slagen te ontwijken. + +</p> +<p>De stevige Hercules had in de eene hand een mes en in de andere eene bijl, waarmede hij op verwonderlijke wijze ruimbaan rondom +zich maakte. Ware er tijd toe geweest, dan zou zich een kring toeschouwers rondom hem gevormd hebben, en die zouden zeker +in de handen geklapt hebben. + +</p> +<p>“En hier!” + +</p> +<p>“En daar!” riep de reus, terwijl hij met de eene hand zijn wapen in eene borst stiet, en met de andere een schedel kloofde. +Hij miste nooit! De heuvel gesneuvelden hoopte zich rondom hem op. + +</p> +<p>“Flink zoo, dierbare Kaap!” riep Pescadospunt, die zich ook repte. “Stoot toe! Sla toe!” + +</p> +<p>“Wat willen ze?” schreeuwde Kaap Matifou woedend. “Laat ze maar opkomen!” + +</p> +<p>“Sla ze dood!” antwoordde zijn makker, wiens revolver, voortdurend herladen en afgeschoten, het geknetter van een vuurwerk +liet hooren. + +</p> +<p>Maar de vijand week niet. Hij hield met een bewonderenswaardigen moed stand. + +</p> +<p>Na herhaaldelijk uit de bres verdreven te zijn, hervatten nieuwe drommen telkens en telkens de bestorming en waren eindelijk +op het punt, om haar te beklimmen en de stad in te snellen, toen er eindelijk van achteren eene afleiding uitgevoerd werd. + +</p> +<p>Wat was er gebeurd? Vanwaar kwam die onverwachte hulp? O, wij zullen het dadelijk vernemen. + +</p> +<p>De <i>Ferrato</i> had op minder dan drie kabellengten afstand van den oever postgevat, alwaar hij, met zijne schepraderen voor en achterwaarts +slaande, onder stoom bleef. Van dat punt begon hij met zijne kanonnaden, die allen langs stuurboord gehaald waren, met zijn +lang jaagstuk, met zijne Hotchkiss-revolverkanons, met zijne Gattling mitrailleuses te vuren, en maaide de aanvallers als +het koren onder de zeis weg. Het vaartuig viel hen in den rug aan, het beschoot ze op het strand, terwijl het terzelfder tijd +de vaartuigen vernielde, die aan den voet der rotsen vastgemaakt lagen. + +</p> +<p>Dat was een schrikkelijke en onverwachte slag voor de Senousisten. Niet alleen werden zij in den rug beschoten, maar ieder +middel ter ontvluchting werd hen ontnomen, wanneer, wel te verstaan, hunne vaartuigen door de projectielen van de <i>Ferrato</i> verbrijzeld werden. En dat lag bij den gang van het gevecht voor de hand. +<a id="d0e5406"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5406">218</a>]</span></p> +<p>Voor Oostersche volkeren bestaat er—hoe moedig ze ook zijn—niets verschrikkelijkers, dan wanneer hunne terugtochtslijn bedreigd +wordt. + +</p> +<p>De aanvallers hielden toen halt voor de bres, die door de militieplichtigen hardnekkig verdedigd werd. Reeds meer dan vijfhonderd +Senousisten hadden den dood op het strand gevonden, terwijl het getal der belegerden niet merkbaar geslonken was. Er ontstond +aarzeling en weifeling. Een achterwaartsche beweging werd weldra merkbaar. + +</p> +<p>De aanvoerder van de Senousistische benden begreep, dat hij zoo spoedig mogelijk zee moest kiezen, wanneer hij ten minste +zijne makkers niet aan een onvermijdelijken ondergang wilde blootstellen. Te vergeefs wilde Sarcany de dwepers aansporen, +zich andermaal op de bres te werpen. Het mocht niet baten. De poging mislukte, toen zij zonder geestdrift volvoerd werd. De +aanvallers werden met bebloede koppen teruggeslagen. + +</p> +<p>Eindelijk werd bevel gegeven, om naar het strand terug te trekken, en—het moet erkend worden—de Senousisten volvoerden hunne +terugtochts-beweging even gehoorzaam als zij zich tot den laatsten man zouden hebben laten neerhouwen, wanneer zij het bevel +hadden gekregen, om te sterven. + +</p> +<p>Maar het was noodzakelijk die zeeschuimers eene les toe te dienen, die hun onuitwischbaar in het geheugen zoude blijven. De +lust om terug te keeren, moest hen voor goed ontnomen worden. + +</p> +<p>“Vooruit!... vrienden!... Voorwaarts!” riep dokter Antekirrt “Er op in!... En geen genade of medelijden!” + +</p> +<p>En onder aanvoering van Piet Bathory en van Luigi Ferrato stormden een honderdtal militieplichtigen naar buiten, ter vervolging +der vluchtelingen, die het strand met den meesten spoed trachtten te bereiken. Maar dezen bevonden zich daar tusschen twee +vuren, dat van de <i>Ferrato</i> en dat van de stad, zoodat van standhouden geen sprake kon zijn. Toen begon er wanorde in hunne gelederen te heerschen, en +weldra zag men hen in woeste vaart naar de zeven of acht inschepings-vaartuigen stormen, die door de losbrandingen van de +<i>Ferrato</i> min of meer onbeschadigd gelaten waren. Toen ontspon zich een vreeselijke strijd, waarbij mededoogen onbekend was. + +</p> +<p>Piet Bathory en Luigi Ferrato trachtten, bij het handgemeen worden, vooral één man te kunnen vatten. Behoeft het nog gezegd +te worden: die man was Sarcany. Maar zij wilden hem levend in handen krijgen, hoewel hij hen niet ontzag, en het waarlijk +een wonder te noemen was, dat zij telkens aan zijne revolverschoten ontkwamen. + +</p> +<p>En toch, in weerwil van hunne inspanning, scheen het noodlot zich tot taak te stellen, dien man nogmaals aan hunne gerechtigheid +te onttrekken. Waarlijk, het had er veel van, of de hel tusschenbeiden trad. +<a id="d0e5431"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5431">219</a>]</span></p> +<p>Sarcany en het opperhoofd der Senousisten, omgeven door een tiental hunner meest dappere en meest te vertrouwen strijdmakkers, +waren er in geslaagd, om een kleine polacre te bereiken, waarvan de meertouwen reeds losgegooid waren, en die reeds manoeuvreerde +om zee te kiezen. De <i>Ferrato</i> was van dat punt te ver verwijderd, om haar sein te kunnen geven, ten einde dat vaartuig, hetwelk zou ontsnappen, te vervolgen +en in den grond te boren. + +</p> +<p>In dat oogenblik ontwaarde Kaap Matifou een veldstuk, dat in de hitte van den strijd van zijn affuit afgerold was, en op het +zand in de nabijheid der zee lag. + +</p> +<p>Naar dat stuk, hetwelk nog geladen was, heenvliegen, het met bovenmenschelijke kracht op een der rondomliggende rotsen optillen, +zich schrap zetten, om het met de tappen in den noodigen stand en de vereischte richting te houden, dat alles was voor den +reus het werk van een oogenblik. Daarop riep hij met hijgende, maar toch krachtvolle stem: + +</p> +<p>“Hierheen, Pescadospunt, hierheen!... Gauw! Gauw toch!... Hierheen! Er is geen minuut te verliezen!” + +</p> +<p>Pescadospunt hoorde dien kreet van Kaap Matifou. Hij ijlde toe en begreep met een oogopslag, wat er gaande was. Hij verbeterde +de richting van het kanonstuk, gelegen op zijn levend affuit, en mikte nauwkeurig op de polacre. Daarop bracht hij de brandende +lont bij het zundgat. + +</p> +<p>Het schot ging af. De kogel trof den romp van het vaartuig en verbrijzelde dien... maar de reus trilde zelfs niet onder den +terugstoot van het stuk geschut. + +</p> +<p>Het Senousisten-hoofd geraakte met zijne makkers te water. Het meerendeel hunner verdronk en kwam in de golven om. Zij, die +zich uit het water redden, werden aan wal onbarmhartig doodgeslagen. + +</p> +<p>Wat Sarcany betrof, deze spartelde in de branding. Toen Luigi Ferrato dat zag, sprong hij onmiddellijk in zee. En een oogenblik +later was de fielt overgeleverd in de handen van Kaap Matifou, die hem als in eene schroef omklemden en hem door middel van +een sterk touw armen en beenen stevig knevelde. + +</p> +<p>De zegepraal was zoo volkomen mogelijk. Op een zoodanige had men niet durven hopen. + +</p> +<p>Van de twee duizend aanvallers, die op het eiland ontscheept waren, ontsnapten ter nauwernood eenige honderden aan de algemeene +ramp. Zij konden de tijding van hun bloedig wedervaren op de Cyrenaïsche kust gaan mededeelen. + +</p> +<p>In langen tijd, zoo hoopte men althans, zou het eiland Antekirrta geen overlast meer ondervinden van die zeeschuimers. De +indruk van de ontvangen les zoude onuitwischbaar zijn. + + +<a id="d0e5457"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5457">220</a>]</span></p> +</div> +<div id="d0e5458" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="label">XI.</h2> +<h2 class="normal">GERECHTIGHEID.</h2> +<p>Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie +villa gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen waren. + +</p> +<p>Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, +bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest voldaan worden. + +</p> +<p>Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, was het personeel van het eiland Antekirrta druk in +de weer geweest, om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de geleden schade te herstellen, en alles +weer in orde te brengen. Eenige weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt +en Kaap Matifou,—dat wil zeggen al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van dit drama betrokken waren,—er +heelhuids afgekomen. Dat zij zich in de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer overtuigd wezen. Welke +vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden dienaar +Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter +gevoelen dan onder woorden brengen. + +</p> +<p>Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen +waren, hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag +toch, door de Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen +geleden, dat zulk een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven +was Sarcany, die hen tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers door zijne gevoelens van haat en +zijn dorst naar wraak te bezielen. + + +</p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/p221.jpg" alt="Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz. 227.)" width="497" height="720"><p class="figureHead">Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (<span class="abbr" title="Bladzijde"><abbr title="Bladzijde">Bladz.</abbr></span> <a href="#d0e5641" class="typeref">227</a>.) +</p> +</div><p> + + +</p> +<p>Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel +van het <a id="d0e5483"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5483">221</a>]</span><a id="d0e5484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5484">222</a>]</span>eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling +beveiligd werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke +macht ongestraft zou kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen rust werd gegund, voordat zij voleindigd +waren. + +</p> +<p>Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door +de zeldzame vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat +zoo moeielijk niet. + +</p> +<p>Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon leggen. +De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9<sup>den</sup> December bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. +De geheele bevolking deelde in hun geluk. + +</p> +<p>Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. +Hij was daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de +volvoering zijner taak vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen. + +</p> +<p>Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te beëindigen. + +</p> +<p>Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en van Carpena beslist worden. + +</p> +<p>Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij +zich alle drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook verteld hebben? + +</p> +<p>Den 6<sup>den</sup> December, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij +zich met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen. + +</p> +<p>Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt +door een gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij +ieder hunner, naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar. + +</p> +<p>Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze +blikken, doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet +voor hem innam. +<a id="d0e5510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5510">223</a>]</span></p> +<p>Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere +aanraking met zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon. + +</p> +<p>Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen +was. Die gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen op te merken. + +</p> +<p>Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste magistraten en notabelen van het eiland samengesteld +was, gebracht waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het woord en wendde zich tot den Spanjaard: + +</p> +<p>“Carpena,” zei hij, “kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig +verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig gestorven is!” + +</p> +<p>Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten +en schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria Ferrato, die hij in de steegjes van het <span id="d0e5521" class="corr" title="Bron: Manderragio-kwartier">Manderaggio-kwartier</span> te Malta had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. +Verdoemenis! hij had zijne toekomst in handen gehad! + +</p> +<p>Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den bankier uit. + +</p> +<p>“Silas Toronthal”, sprak hij, “ik ben Piet Bathory, de zoon van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in +gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig hebt verraden aan de Oostenrijksche politie te <span id="d0e5528" class="corr" title="Bron: Triest">Triëst</span>, en wiens dood gij dientengevolge berokkend hebt.” + +</p> +<p>En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede aanstaarde, wendende: + +</p> +<p>“Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter +van graaf Mathias Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak hebt doen ontvoeren!” + +</p> +<p>Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien +hij sedert lang dood waande. + +</p> +<p>Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen +spier van zijn gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen. + +</p> +<p>Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf +verrezen <a id="d0e5541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5541">224</a>]</span>was, om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen? + +</p> +<p>En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige +stem zeide: + +</p> +<p>“En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting +van Pisino doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om u van haar vermogen meester te maken!... +Ellendelingen, ziet mij aan!” + +</p> +<p>“Maar wie zijt gij dan?” vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna tegelijkertijd. + +</p> +<p>“Ik?... Ik ben graaf Mathias Sandorf!” + +</p> +<p>Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; +terwijl Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde. + +</p> +<p>Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren +van dien aard, dat op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde Sarcany, dat de aanslag op het eiland, +die voor zijn persoonlijk belang ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland gekost had, en dat het +bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde. + +</p> +<p>“Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten,” sprak hij plechtig, “gij zijt des doods schuldig!” + +</p> +<p>Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid gegeven, om zich te verdedigen. + +</p> +<p>Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die +rechtbank uitoefende. + +</p> +<p>“Silas Toronthal, Sarcany, Carpena,” zei hij, “gij hebt wetens en willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van +Ladislas Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!” + +</p> +<p>“Zooals gij het goedvindt!” antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid weer de overhand verkreeg. + +</p> +<p>“Genade!” smeekte Carpena met lafhartig gebaar. “Mijne heeren, ik smeek om genade!” + +</p> +<p>Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te verwachten was. + +</p> +<p>Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een enkel woord te uiten. + +</p> +<p>Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij +bewaakt werden. Elk hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de geopende deur op post staande, hen niet +<a id="d0e5573"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5573">225</a>]</span>uit het oog verliezen mocht, en zelf onder strenge controle van een der militie-officieren stond. + +</p> +<p>Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen zou laten ondergaan? + +</p> +<p>Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem van <span id="d0e5579" class="corr" title="Bron: Antekirtta">Antekirrta</span> verontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het +eiland Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het ware niet tot Antekirrta. + +</p> +<p>Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een der <i>Elektrieks</i>, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje +over, waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis te ondergaan. + +</p> +<p>Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen +zij dan ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe. + +</p> +<p>“Moeten wij er van avond aan gelooven?” vroeg hij op onbeschaamden sarcastischen toon. + +</p> +<p>Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten en de nacht was reeds ingetreden, toen de <i>Elektriek</i> in de haven van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp. + +</p> +<p>Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof +betrof, die was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, scheidde het van het vaste land. De misdadigers +bevonden er zich zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den zeearm over te zwemmen. + +</p> +<p>“Weet ge wat ik denk?” vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap Matifou. “Zeg, weet gij dat?” + +</p> +<p>De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de +zijnen niet altijd onder woorden brengen. + +</p> +<p>“Drommels!” antwoordde hij, “dat is niet gemakkelijk te raden!... Ik geef het op!” + +</p> +<p>Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker. + +</p> +<p>“Volgens mij,” vervolgde hij, “zullen die ellendelingen, voordat morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden +hebben! Meent gij dat ook niet?” + +</p> +<p>“Pouah!” riep Kaap Matifou met walging uit. “Een onsmakelijk beafstuk! Nog erger dan levende slangen!” + +</p> +<p>Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden doorgebracht. +<a id="d0e5612"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5612">226</a>]</span></p> +<p>Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, +en liep dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag +aangebroken was, begaf hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato dadelijk bij zich liet komen. +Het was voor hem geen kleinigheid, over drie menschenlevens te beschikken. + +</p> +<p>Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om +op het eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het executie-peloton zijn. + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep hen ieder bij eene hand. + +</p> +<p>“Piet Bathory, Luigi Ferrato,” vroeg hij met van aandoening bewogen stem, “niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de +meest uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders ter dood veroordeeld werden?” + +</p> +<p>“Ja!” antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. “Dat getuig ik volgaarne!” + +</p> +<p>“Ja!” herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. “Ook ik ben gereed dat te getuigen!” + +</p> +<p>“Zij hebben den dood ten volle verdiend!” vervolgde de eerste plechtig en ernstig. + +</p> +<p>“En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!” beaamde de andere. + +</p> +<p>“Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?” vroeg de graaf. + +</p> +<p>“Ja, dat is zij!” antwoordde Piet. “Volgens mijne overtuiging, volgens mijn geweten!” + +</p> +<p>“Ja!” knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn gebaar de hand drukte. + +</p> +<p>“Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers +niet kunnen verleenen!... Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!..” + +</p> +<p>Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, +die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving +de aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste dag aangebroken was! + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste +verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen ontvlood. +<a id="d0e5641"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5641">227</a>]</span></p> +<p>Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met +een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, +kletterend als hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl +eene dikke wolk als een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene akelige loodkleur en verdween eerst +langzamerhand. + +</p> +<p>Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. +De golven der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende +van overgebleven mocht zijn. + +</p> +<p>Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen. + +</p> +<p>De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, +geheel en al ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische kabelgeleiding, die het met Antekirrta +in verbinding stelde, onklaar werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen in den bodem begraven waren, +die men slechts met den voet had aan te raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen teweeg te brengen. + +</p> +<p>Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping +bedacht was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning +in zee kon dienen; maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk +gevolgd. + +</p> +<p>“God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen besparen!” sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. “Wij +allen moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!” + +</p> +<p>Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven. +</p> +<p class="tb"></p><p> + +</p> +<p>Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid +teekende dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid +voldaan was. + +</p> +<p>Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd +verklaarde goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, alsook eene verklaring, die men bijtijds van +den bankier <a id="d0e5662"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5662">228</a>]</span>had bekomen, waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen achttien jaren oud was, werd haar alles, +wat van het vorstelijk domein in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, overgebleven was, teruggegeven, +hetgeen nog een groot vermogen daarstelde. + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch +eene amnestie ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al had hij ook openlijk zijn naam van Mathias +Sandorf weer aangenomen, zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie van Antekirrta. Daar zou hij +zijn leven te midden van hen, die hem beminden, doorbrengen. + +</p> +<p>De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde +in minder dan een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen +in praktijk brengen, die anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, waarover hij beschikte, onvruchtbaar +zouden gebleven zijn. Het eiland Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de Syrtische zee. Toen daarenboven +het verdedigingstelsel van het eiland beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde niemand afgeschrikt +te worden, zich daar metterwoon te vestigen. + +</p> +<p>Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter +hun geluk kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven. + +</p> +<p>Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? +Als die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, +of zich op te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had! + +</p> +<p>Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, +professor Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig geweest zijn, als een edelmoedig mensch op +dit ondermaansche wezen kan, wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt. + +</p> +<p>Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige +eilanden, geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou +willen opzoeken, zou vergeefsche moeite doen. + +</p> +<p>Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, meende hij te moeten zeggen: +<a id="d0e5678"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5678">229</a>]</span></p> +<p>“Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt verdienen wij dat inderdaad?” + +</p> +<p>“Neen, dierbare Kaap, neen!” antwoordde de trouwe makker van den reus. “Maar wat er aan te doen?... Wij zijn verplicht ons +te onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!” + +</p> +<p>Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met volkomen onderwerping zijn geluk te genieten. + + + +</p> +<p class="aligncenter">EINDE. + + + + + +</p> +</div> +</div> +<div class="back"><a id="d0e5688"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5688">230</a>]</span><div id="d0e5689" class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><h2 class="normal">INHOUD.</h2> +<ul> +<li><a href="#d0e115">I. Het Presidio van Ceuta</a> 1 + +</li> +<li><a href="#d0e746">II. Eene proefneming van Dokter Antekirrt</a> 26 + +</li> +<li><a href="#d0e1606">III. Zeventien malen!</a> 56 + +</li> +<li><a href="#d0e2081">IV. De laatste inzet</a> 76 + +</li> +<li><a href="#d0e2675">V. Aan Gods goede zorgen overgelaten</a> 100 + +</li> +<li><a href="#d0e3076">VI. De geestverschijning</a> 117 + +</li> +<li><a href="#d0e3488">VII. Een handdruk van Kaap Matifou</a> 134 + +</li> +<li><a href="#d0e3984">VIII. Het Ooievaars-feest</a> 156 + +</li> +<li><a href="#d0e4398">IX. Het huis van Sidi Hassan</a> 179 + +</li> +<li><a href="#d0e4904">X. Antekirrta</a> 197 + +</li> +<li><a href="#d0e5458">XI. Gerechtigheid</a> 220 +</li> +</ul></div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p><span class="letterspaced">Bij den Uitgever dezes zijn mede verschenen</span>: + + +</p> +<ul> +<li><span class="smallcaps">DE REIS om de WERELD in 80 DAGEN</span>. Met 52 houtgravuren ƒ 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE REIS naar de MAAN in 28 DAGEN en 12 UREN</span>. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT</span>. Zuid-Amerika. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT</span>. Australië. Met 50 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE KINDEREN van KAPITEIN GRANT</span>. Stille Zuid-Zee. Met 52 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">20.000 MIJLEN ONDER ZEE</span>. Oost. Halfrond. Met 50 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">20.000 MIJLEN ONDER ZEE</span>. West. Halfrond. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">VIJF WEKEN in een LUCHTBALLON</span>. Ontdekkingsreis in de Binnenlanden van Afrika. Met 75 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. Met 54 houtgr. ” 1.50 + +</li> +<li>HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. Met 54 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">NAAR het MIDDELPUNT der AARDE</span>. Met 53 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>MICHAEL STROGOFF. De Koerier van den Czaar. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET ZWARTE GOUD. Met 55 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HEKTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. Met 51 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HEKTOR SERVADAC De Terugtocht naar de aarde. Met 74 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">AVONTUREN van DRIE RUSSEN en DRIE ENGELSCHEN</span>. Gevolgd door “De Blokkadebrekers”. Met 64 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">EEN KAPITEIN van 15 JAAR</span><span id="d0e5800" class="corr" title="Bron: ">.</span> De Walvischjagers. Met 51 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">EEN KAPITEIN van 15 JAAR</span>. In Slavernij. Gevolgd door “Een overwintering in het ijs”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE SCHIPBREUK van de CHANCELLOR</span>. Gevolgd door “Martin Paz”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">WONDERLIJKE AVONTUREN van een CHINEES</span>. Gevolgd door “Muiterij aan boord der Bounty”. Met 54 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">ELDORADO en het MONSTERKANON van STAALSTAD</span>. Gevolgd door “Meester Zacharias”. Met 51 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS</span>. De Pelterijhandel. Met 56 houtgr ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">HET LAND der BUITENSTE DUISTERNIS</span>. Het Drijvende Eiland. Gevolgd door “Een treurspel in de Wolken”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. Met 57 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. Gevolgd door “Dokter Ox”. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS</span>. De Engelschen aan de Noordpool. Met 128 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">REIZEN en LOTGEVALLEN van KAPITEIN HATTERAS</span>. De IJswoestijn. Met 127 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>EENE VLOTREIS. Acht honderd mijlen op de Amazone. Met 56 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. Gevolgd door “Een Drijvende Stad”. Met 53 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">EEN LEERSCHOOL voor ROBINSONS</span>. Gevolgd door “Van Rotterdam naar Kopenhagen”. Met 69 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>DE WONDERSTRAAL. Gevolgd door “Tien uren op jacht”. Met 91 houtgrav. ” 1.50 + +</li> +<li>KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de klem. Met 48 houtgr. ” 1.50 + +</li> +<li>KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. Met 51 houtgrav. ” 1.50 + +</li> +<li>DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. Met 60 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. Met 46 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li><span class="smallcaps">DE VONDELING van het FREGAT CYNTHIA</span>. Met 24 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. Dokter Antekirrt. Met 39 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. Met 36 houtgravuren ” 1.50 + +</li> +<li>HET LOTERIJBRIEFJE. Met 36 houtgravuren ” 1.50</li> +</ul><p> + + +</p> +</div> +<div class="div1"><span class="pagenum"> +[<a href="#d0e5689">Inhoud</a>] +</span><p></p> +<div class="figure"><img border="0" src="images/back.jpg" alt="Oorspronkelijke achterkant." width="488" height="720"></div><p> + + +</p> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>24-SEP-2007 begonnen. + +</li> +</ul> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e125">Bladzijde 1</a></td> +<td width="40%">Midellandsche</td> +<td width="40%">Middellandsche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e177">Bladzijde 4</a></td> +<td width="40%">Andalousie</td> +<td width="40%">Andalusië</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e210">Bladzijde 6</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e430">Bladzijde 15</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e687">Bladzijde 23</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e728">Bladzijde 24</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1023">Bladzijde 37</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1497">Bladzijde 53</a></td> +<td width="40%">re</td> +<td width="40%">te</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1933">Bladzijde 71</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2152">Bladzijde 79</a></td> +<td width="40%">Triester</td> +<td width="40%">Triëster</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2179">Bladzijde 80</a></td> +<td width="40%">Triester</td> +<td width="40%">Triëster</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2348">Bladzijde 87</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2451">Bladzijde 92</a></td> +<td width="40%">Herkules</td> +<td width="40%">Hercules</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2496">Bladzijde 93</a></td> +<td width="40%">Maroccaansche</td> +<td width="40%">Marokkaansche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2583">Bladzijde 96</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">kon </td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2617">Bladzijde 98</a></td> +<td width="40%">!”...</td> +<td width="40%">!...”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2692">Bladzijde 101</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2717">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2722">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2729">Bladzijde 102</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2759">Bladzijde 104</a></td> +<td width="40%">Herkules</td> +<td width="40%">Hercules</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2818">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%">, hij</td> +<td width="40%">. Hij</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2837">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%">in</td> +<td width="40%">de</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2852">Bladzijde 107</a></td> +<td width="40%">werdt</td> +<td width="40%">werd</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2863">Bladzijde 108</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2913">Bladzijde 110</a></td> +<td width="40%">Aristuppus</td> +<td width="40%">Aristippus</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2916">Bladzijde 110</a></td> +<td width="40%">Annyceris</td> +<td width="40%">Anniceris</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2926">Bladzijde 111</a></td> +<td width="40%">Aristuppus</td> +<td width="40%">Aristippus</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2935">Bladzijde 111</a></td> +<td width="40%">villayschap</td> +<td width="40%">villayetschap</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3209">Bladzijde 124</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">van </td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3277">Bladzijde 126</a></td> +<td width="40%">éen</td> +<td width="40%">een</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3310">Bladzijde 127</a></td> +<td width="40%">beduidenis</td> +<td width="40%">beteekenis</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3533">Bladzijde 136</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3633">Bladzijde 140</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3689">Bladzijde 142</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3804">Bladzijde 146</a></td> +<td width="40%">ontwaad</td> +<td width="40%">ontwaard</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3853">Bladzijde 149</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3860">Bladzijde 150</a></td> +<td width="40%">o vertouwen</td> +<td width="40%">over touwen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3867">Bladzijde 150</a></td> +<td width="40%">Marrokkanen</td> +<td width="40%">Marokkanen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3876">Bladzijde 150</a></td> +<td width="40%">Marrokkaansche</td> +<td width="40%">Marokkaansche</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4026">Bladzijde 158</a></td> +<td width="40%">Algiërs</td> +<td width="40%">Algiers</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4065">Bladzijde 162</a></td> +<td width="40%">Lybysche</td> +<td width="40%">Lybische</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4148">Bladzijde 166</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4183">Bladzijde 168</a></td> +<td width="40%">bevrij-beding</td> +<td width="40%">bevrijding</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4349">Bladzijde 176</a></td> +<td width="40%">kermispellen</td> +<td width="40%">kermisspellen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4407">Bladzijde 179</a></td> +<td width="40%">Menehie-oase</td> +<td width="40%">Menehié-oase</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4412">Bladzijde 179</a></td> +<td width="40%">villajet</td> +<td width="40%">villayet</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4431">Bladzijde 180</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4444">Bladzijde 181</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4479">Bladzijde 183</a></td> +<td width="40%">Antekirrtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4484">Bladzijde 183</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4486">Bladzijde 183</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4601">Bladzijde 188</a></td> +<td width="40%">”....</td> +<td width="40%">....”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4612">Bladzijde 188</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4681">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4702">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%">gegreden</td> +<td width="40%">gegrepen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4709">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%">niets</td> +<td width="40%">iets</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4870">Bladzijde 195</a></td> +<td width="40%">rok</td> +<td width="40%">trok</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4906">Bladzijde 197</a></td> +<td width="40%">V</td> +<td width="40%">X</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4994">Bladzijde 200</a></td> +<td width="40%">Antekirtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5005">Bladzijde 201</a></td> +<td width="40%">Antekirrtt</td> +<td width="40%">Antekirrt</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5101">Bladzijde 204</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5178">Bladzijde 207</a></td> +<td width="40%">Ködric</td> +<td width="40%">Ködrik</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5191">Bladzijde 208</a></td> +<td width="40%">elektrische</td> +<td width="40%">electrische</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5220">Bladzijde 210</a></td> +<td width="40%">bijwijze</td> +<td width="40%">bij wijze</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5237">Bladzijde 210</a></td> +<td width="40%">batterijën</td> +<td width="40%">batterijen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5292">Bladzijde 213</a></td> +<td width="40%">motieren</td> +<td width="40%">mortieren</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5307">Bladzijde 214</a></td> +<td width="40%">Ködric</td> +<td width="40%">Ködrik</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5329">Bladzijde 214</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%"> gelegen was,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5332">Bladzijde 214</a></td> +<td width="40%">, gelegen was</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5355">Bladzijde 216</a></td> +<td width="40%">batterijën</td> +<td width="40%">batterijen</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5362">Bladzijde 216</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5521">Bladzijde 223</a></td> +<td width="40%">Manderragio-kwartier</td> +<td width="40%">Manderaggio-kwartier</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5528">Bladzijde 223</a></td> +<td width="40%">Triest</td> +<td width="40%">Triëst</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5579">Bladzijde 225</a></td> +<td width="40%">Antekirtta</td> +<td width="40%">Antekirrta</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5800">Bladzijde </a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** + +***** This file should be named 22908-h.htm or 22908-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/2/9/0/22908/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/old/20071007-22908-h.zip b/old/20071007-22908-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3ce8e24 --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-h.zip diff --git a/old/20071007-22908-h.zip~ b/old/20071007-22908-h.zip~ Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3ce8e24 --- /dev/null +++ b/old/20071007-22908-h.zip~ |
