summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/22773-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '22773-8.txt')
-rw-r--r--22773-8.txt4805
1 files changed, 4805 insertions, 0 deletions
diff --git a/22773-8.txt b/22773-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..22e485f
--- /dev/null
+++ b/22773-8.txt
@@ -0,0 +1,4805 @@
+Project Gutenberg's Reis door Nieuw-Grenada en Venezuela, by Dr. Crevaux
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Reis door Nieuw-Grenada en Venezuela
+ De Aarde en haar Volken, 1887
+
+Author: Dr. Crevaux
+
+Release Date: September 26, 2007 [EBook #22773]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS DOOR NIEUW-GRENADA EN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+REIS DOOR NIEUW-GRENADA EN VENEZUELA.
+
+Naar het Fransch van Dr. Crevaux.
+
+
+
+
+I
+
+
+Den zesden Augustus 1881 vertrokken wij met de transatlantische boot
+_Lafayette_ uit Saint-Nazaire en kwamen omstreeks veertien dagen
+later te La Guaira, de haven van Caracas, die ten gevolge van de
+hevige branding dikwijls zeer moeilijk te bereiken is. La Guaira,
+amphitheatersgewijze tegen de berghellingen gebouwd, is eene zeer
+schilderachtige stad met smalle onregelmatige straten, die slecht
+zijn geplaveid en door lage huizen omzoomd. De roode pannen der bijna
+platte uitstekende daken, de blauwe of groene tralies voor de vensters,
+de wit of geel gepleisterde muren brengen toon en kleur in de donkere
+massa van de in schaduw gedompelde straten. Een bergstroom, waarover
+zonderlinge bruggen zijn geslagen, loopt midden door de stad. Aan de
+zeezijde wordt La Guaira door wallen verdedigd; voorts heeft men nog
+een fort, op een heuvel gebouwd, dat de stad bestrijkt.
+
+Het volgende station is Puerto-Cabello, aldus genoemd omdat,
+zoo als men beweert, een schip zich daar met een haar zou kunnen
+vastmeeren. Zooveel is zeker, dat de haven volkomen veilig en tegen
+alle winden gedekt is. De straten zijn hier breeder en regelmatiger
+dan te La Guaira. Wij maken eene wandeling door een soort van park,
+waarvan het onderhoud veel te wenschen overlaat.
+
+Den zes-en-twintigsten Augustus komen wij eindelijk op de reede van
+Savanilla, en zien vergeefs uit naar eene veilige haven. Weldra steekt
+eene kleine stoomboot van wal en komt naast ons liggen om de reizigers
+en de goederen over te nemen. Onze bagage is niet zwaar of omvangrijk:
+nauwelijks weegt zij voor ons vieren driehonderd pond. Zij wordt
+in de boot overgeladen, en na afscheid genomen te hebben van onze
+medereizigers, dalen wij ook zelven in de boot af. De stoomfluit gilt:
+wij stoomen naar den columbiaanschen oever.
+
+De lucht is betrokken; er broeit een onweer; het is bladstil en
+ondragelijk heet. Volgens een aanplakbiljet aan boord van de boot, kan
+men hier plaatskaartjes nemen voor den spoorweg naar Barranquilla: van
+welke gelegenheid wij ons haasten gebruik te maken. Welhaast bereiken
+wij de haven van Salgar-Savanilla; de stoomboot stopt aan den steiger,
+waarop rails liggen die naar het station voeren. Wij hebben niet veel
+tijd noodig om een kijkje te nemen van het dorp Salgar-Savanilla,
+eene zeehaven en het aanvangspunt van den spoorweg naar Barranquilla:
+het gansche dorp bestaat uit acht hutten van planken en palmbladen. De
+spoorweg en eene smalle strook gronds met wortelboomen bezet scheiden
+dit dorp van de zee. Een soort van loods of schuur dient den reizigers
+tot wachtkamer. Wij moeten daar eenige eindelooze uren doorbrengen,
+wachtende op den trein die ons naar Barranquilla zal voeren.
+
+Onder de passagiers van de _Lafayette_ bevindt zich een jonge
+Columbiaan, de heer Villavécès, met wien wij aan boord kennis
+hebben gemaakt. Het is iemand van een vroolijk, aangenaam humeur,
+beminnelijk, voorkomend, ietwat grillig, eene kunstenaarsnatuur. Hij
+had eenige maanden te Parijs doorgebracht, om zich daar te bekwamen
+in zijn vak als lithograaf; hij doet ook wat aan het schilderen en
+teekenen in waterverf. Hij moet de Magdalena opvaren tot Honda; en
+daar wij dienzelfden weg moeten volgen, nemen wij met groot genoegen
+zijn voorstel aan, om ons tot die stad gezelschap te houden.
+
+Omstreeks half vijf worden de reizigers eindelijk gewaarschuwd
+en vertrekt de trein naar Barranquilla. De wagens zijn verre van
+gemakkelijk, maar op eene zoo weinig bezochte lijn kan men ook niet
+veel beters verwachten. Wij rijden door eene lage moerassige streek,
+vol plassen en poelen. De boomen, die deze plassen omringen, hebben
+groote, boven den grond uitstekende wortels, en vertoonen eenige
+gelijkenis met reusachtige spinnen, die haar pooten hoog oplichten
+om ze niet nat te maken. De plantengroei herinnert in het algemeen
+niet aan de heete luchtstreek: palmen zijn bij voorbeeld nergens
+te ontdekken.--De trein stopt drie of viermaal, vermoedelijk aan
+stations, waarvan echter geen spoor te zien is. Misschien moeten
+de op den grond liggende boomstammen het toekomstige stationsgebouw
+verbeelden. Inmiddels is de hemel al donkerder en donkerder geworden;
+juist als wij het station van Barranquilla binnenstoomen, begint het
+te weerlichten. Voor het station staan eenige lichte, open, zoogenaamde
+amerikaansche rijtuigjes. Nauwelijks hebben wij daarin plaats genomen,
+of het onweer barst los. Gelukkig zijn wij spoedig aan het hotel
+San-Nicolas, wel een beetje nat, maar overigens ongedeerd. Onze bagage,
+welke door de douane te Salgar-Savanilla is achtergehouden, zullen
+wij eerst morgen krijgen. Men geeft ons eene kamer met drie bedden,
+voor Villavécès, mijn reisgenoot Lejanne en mijn persoon. Behalve de
+drie bedden zijn er in de kamer nog drie waschtafels en een stoel:
+ziedaar het gansche ameublement.
+
+Den volgenden morgen zijn wij reeds ten zes uren op de been: wij
+betalen onze rekening en haasten ons naar het station om onze bagage in
+ontvangst te nemen. Het douanekantoor gaat eerst om acht uren open. Op
+het bepaalde uur komen wij terug. Onze koffers worden niet onderzocht,
+maar eenvoudig gewogen; elk reiziger heeft honderd pond bagage vrij;
+van ieder pond daarboven moet men drie francs betalen. Onze koffers
+blijven beneden het bepaald gewicht: ik kan dan ook niet begrijpen,
+hoe men ons toch twaalf francs in rekening kan brengen. Misschien
+is dat een soort van entréegeld. Gelukkig blijkt het, dat men onze
+bagage met zorg heeft behandeld en dat niets beschadigd is.
+
+Wij nemen nu onzen intrek in het hôtel Colombia, waar men ons eene
+ruime kamer geeft met eene breede veranda. Alles ziet er netjes uit,
+en ook het eten is goed. De tafel wordt naar landsgebruik bediend:
+men neemt van alle gerechten te gelijk. Lejanne kijkt wel wat vreemd,
+als hij op zijn bord eene aardige collectie bijeen ziet van vleesch,
+visch, eieren, groenten, sla, gebakken bananen. Nog meer verbaast
+hem het stuk kaas, dat ons, na afloop van den maaltijd, met een kop
+chocolade wordt toegediend.
+
+In den namiddag gaan wij eene wandeling doen door de stad, die op een
+lagen vlakken bodem is gebouwd. De straten zijn vrij breed; de rijweg
+is met zand bestrooid en door den regen met diepe geulen doorploegd;
+ter wederzijde loopen vrij hooge steenen voetpaden. De huizen zijn
+gelukkig niet allen aan elkander gelijk. De grooteren zijn met breede
+veranda's voorzien en schijnen hun pannen daken beschermend uit
+te strekken over hunne nederige buren, die slechts met palmbladen
+zijn gedekt. De kleurenwisseling van witte muren, blauwe tralies,
+roode pannen, maakt in de zon een aardig effect. Eene niet minder
+aardige vertooning zijn de waterdragers of aguadores, die het water
+uit de Magdalena door de stad rondventen. Men kan zich haast niets
+wonderlijkers denken dan hunne kleine ezels, bijna verdwijnende onder
+de twee vaten, ter wederzijde van het zadel bevestigd; terwijl de
+aguador zelf, meestal een flinke kerel, tusschen die twee vaten zit,
+met de beenen gekruist over den hals van het rustig voortdravende dier,
+dat den ganschen dag met dien zwaren arbeid bezig is. Des nachts is
+de ezel geheel vrij; dan mag hij, onder den regen, in de nachtelijke
+koelte, door de straten ronddolen en zich te slapen leggen waar het
+hem behaagt. Des morgens keert hij trouw naar zijn meester terug om
+zijn dagtaak te hervatten.
+
+De inwoners vertoonen zich weinig op straat, uitgezonderd de
+kleurlingen, wier aantal vrij groot is. Tegen den avond echter worden
+de voetpaden langs de tuinen met stoelen bezet, waarop koperkleurige
+vrouwen met lange gitzwarte hairen plaats nemen. In de veranda's
+ziet men, in gemakkelijke houdingen, meer aanzienlijke dames, wier
+matbleeke kleur en zwarte mantilles hare spaansche afkomst bewijzen. De
+mannen zijn mager, beenig, gebruind door de zon, ondanks hunne
+groote panamahoeden. Bijna allen dragen den poncho. In den laatsten
+tijd hebben zich eenige vreemdelingen te Barranquilla gevestigd;
+de handel is voornamelijk in handen van Engelschen en Duitschers;
+de hier woonachtige Franschen zijn voor het meerendeel kappers.
+
+Den negen-en-twintigsten Augustus nemen wij plaats op de stoomboot
+_Jose Maria Pino_, die ons naar Honda, op driehonderd-zestig mijlen
+afstand van Barranquilla, moet brengen. Van daar zullen wij ons
+vermoedelijk naar Bogota begeven. De _Jose Maria Pino_ is eene
+raderboot, met een diepgang van vijf voet: hetgeen veel is voor
+de vaart op deze rivier, welke op een aantal plaatsen aan diepte
+verliest wat zij aan breedte wint, en wier bedding bezaaid is met
+hoog liggende zandplaten, welke zich voortdurend verplaatsen. De
+vuren worden met hout gestookt. De boeren langs de oevers stapelen
+op geschikte punten het hout op, dat de booten, die er langs varen,
+medenemen. De vaartuigen varen niet anders dan bij dag, ten einde de
+zandbanken en de door den stroom medegevoerde boomen te vermijden. De
+meeste gezagvoerders dezer booten zijn Engelschen; een "contador" of
+hofmeester is belast met de zorg voor de koopwaren en voor het voedsel
+der reizigers. De bemanning mag een kort begrip van de bevolking
+des lands worden genoemd: zij bestaat uit eenige blanken, en voorts
+uit mestiezen en mulatten. De maaltijden zijn aldus geregeld. Bij
+het opstaan biedt men u een kop koffie met melk aan. Tegen tien
+uren wordt er geluid voor het ontbijt. De kapitein zit op de eerste
+plaats, aan het hoogereind der tafel; de contador zit aan het andere
+einde. De passagiers zetten zich naar welgevallen. Eerst dient
+men u een bord sancocho, eene nationale soep, gemaakt met gedroogd
+vleesch, bananen en rijst. De verschillende schotels worden midden
+op tafel gezet, ten dienste van iedereen. Slechts de biefstuk en het
+rundvleesch maken eene uitzondering: zij staan bij den gezagvoerder
+en bij den contador, die al de gasten daarvan bedienen. De tafel is
+overvloedig voorzien: het menu bevat bovendien nog eieren, visch,
+gebakken bananen, aardappelen, gekookte yuccas en uien. Het maal
+wordt besloten met de onvermijdelijke kop chocolade en het daarbij
+behoorende stuk kaas. Het tafellaken dient tevens tot servet. In
+plaats van wijn drinkt men het water uit de rivier, dat eerst in
+groote steenen potten wordt gefiltreerd. De kapitein wacht tot allen
+hunne chocolade gedronken hebben; dan staat hij op, welk voorbeeld
+aanstonds door alle passagiers wordt gevolgd. Tegen den avond zet men
+zich op nieuw aan tafel; het menu is ongeveer hetzelfde. Er wordt
+weinig wijn gedronken in Columbia; hetgeen niet te verwonderen is,
+als men denkt aan de hooge invoerrechten. Aan boord van de _Lafayette_
+hebben wij een kist met wijn en uitgezochte likeuren laten vullen,
+die vrij is binnengekomen, omdat niemand onze bagage heeft onderzocht.
+
+Omstreeks half een in den namiddag van den negen-en-twintigsten
+Augustus zette de _Jose Maria Pino_ zich langzaam in beweging. Wij
+hebben een half uur noodig om uit het kleine kanaal te komen, dat
+Barranquilla met de Magdalena verbindt: juist ten een uur stoomen
+wij de rivier op. Er gaat een sterke stroom, want de rivier is
+zeer gewassen. De Magdalena is hier zeer breed; de oevers zijn laag
+en vlak. In den omtrek van Barranquilla zien wij eenige sporen van
+bebouwing: weiland met hoog opgeschoten gras, eenige velden met maïs,
+suikerriet, bananen en palmen. Talrijke kokosboomen verheffen hunne
+bladerkronen, waaronder de groote gele noten hangen, hoog in de lucht.
+
+Den volgenden morgen word ik reeds vroegtijdig gewekt: de boot, die
+gedurende den nacht had stil gelegen, zet zich weer in beweging. Ten
+zeven ure kwamen wij te Calamar, aan den ingang van het kanaal
+naar Carthagena; wij houden hier een uur stil. De donkerkleurige
+inwoners volgen, van den oever, met nieuwsgierige blikken de
+vaart van de boot.--Negen dagen lang varen wij nu de rivier op,
+zonder eenige merkwaardige ontmoeting. Ik zal mijne lezers dan
+ook niet vermoeien met een verslag, dat geen recht zou hebben op
+hunne belangstelling; slechts enkele bijzonderheden verdienen meer
+opzettelijke vermelding. In de eerste dagen voeren wij langs een groot
+aantal eilanden, die pas waren gevormd of waarvan de vorming zelfs nog
+niet voltooid was; andere eilanden, door den stroom aan de eene zijde
+afgeknaagd, breiden zich aan de andere, door de nederzetting van slib,
+voortdurend uit; zij veranderen niet alleen van gedaante, maar ook van
+plaats. Deze vervorming is aan allerlei wisselvalligheden onderhevig:
+een plotselinge sterke was verandert de richting van den stroom en
+vernietigt in enkele uren den arbeid van vele jaren. Deze platen of
+eilanden zijn eerst met gras begroeid, dat vervolgens door biezen
+vervangen wordt; eerst later vertoonen zich, in bepaalde volgorde,
+struiken en boomen.
+
+Hoe verder wij komen, des te talrijker worden de kaimans; somwijlen
+zag ik er twintig en meer bijeen op eene enkele zandbank. Hun lange
+staart heeft ter wederzijde donkere strepen, even als de huid van een
+tijger. Weinig minder talrijk zijn de urubus, een soort van gieren,
+die meestal in troepen bij elkander leven, waarvan, naar men mij
+verhaalt, een der sterkste gieren het hoofd is; deze aanvoerder zou
+van elke prooi eerst zijn deel mogen nemen, waarna de anderen zich
+te goed doen aan hetgeen overblijft.--Langzamerhand wordt de rivier
+smaller: de eilanden worden zeldzamer en de oevers hooger. Hier en
+daar vertoonen zich enkele rotsen. Ook de flora verandert van karakter:
+wij varen door prachtige tropische bosschen, waarin reusachtige boomen
+hunne door lianen omslingerde stammen opheffen.
+
+Eindelijk, den zevenden September, komen wij aan de haven van Nare;
+het dorp zelf van dien naam ligt een half uur van den oever verwijderd.
+
+De _Jose Maria Pino_ moet hier hare lading lossen, en kiest eene
+ligplaats vlak bij eene andere stoomboot, de _General Trujillo_,
+die aan eene andere maatschappij behoort, en die, hoewel eerst twee
+dagen na ons van Barranquilla vertrokken, ons evenwel reeds heeft
+ingehaald. Deze boot heeft slechts een diepgang van drie voet, en
+heeft dus bijna nooit hinder van laag water. Zij zal den tienden
+te Honda zijn. Daar de _Jose Maria Pino_ waarschijnlijk eerst veel
+later daar komen zal, besluit ik op de _General Trujillo_ over te
+gaan. De voorwaarden, die men ons stelt, zijn bezwarend genoeg:
+ik moet voor de geheele reis van Barranquilla tot Honda betalen;
+maar op reis offer ik altijd, zoo veel ik kan, geld op om tijd te
+winnen. Aan boord van de nieuwe boot leeren wij bij ondervinding
+den bitteren naijver kennen tusschen de beide maatschappijen, wier
+booten de Magdalena bevaren: men kan het ons niet vergeven, dat wij
+ons eerst met de andere maatschappij hebben ingelaten. De contador
+weigert ons zelfs de hulp van matrozen om onze bagage over te brengen.
+
+Den tienden September bereiken wij de eerste watervallen of liever
+stroomversnellingen van de Magdalena, wier bedding steeds smaller
+en wier verval steeds grooter is geworden. Daar zijn drie zulke
+stroomversnellingen, zeer dicht bij elkaar, beneden Caraccoli,
+die voor de stoombooten zeer bezwaarlijk zijn. Onze boot arbeidt
+met volle kracht; hijgend, snuivend, stampend, sidderend in al
+hare leden, komt zij, na herhaalde inspanning, den slagboom te
+boven. De gezagvoerder heeft op dit gevaarlijk punt reeds twee booten
+verloren.--Zonder ongeval komen wij te Caraccoli, waar de stoomvaart
+op de Beneden-Magdalena ophoudt. Honda ligt op den linkeroever,
+op den afstand van ongeveer drie kilometers. Om Bogota, dat aan den
+rechteroever ligt, te bereiken, moet men een tocht van drie dagen
+door het gebergte doen.
+
+
+
+
+II
+
+
+Te Honda worden wij met de meest voorkomende vriendelijkheid ontvangen
+door den heer Whitney, die kamers tot onze beschikking stelt en
+ons in kennis brengt met de te Honda gevestigde Engelschen, zijne
+landgenooten, die ons mede zeer hartelijk ontvangen.
+
+Honda is een van de oudste steden van Columbia. Door hare ligging was
+zij volkomen beveiligd tegen invallen van de Indianen, want zij was
+voor zulke vijanden zoo goed als ongenaakbaar. De stad is namelijk
+op een heuvel gebouwd, omringd door de Magdalena, die vlak voor de
+stad eene sterke stroomversnelling vormt, en verder door twee beken
+of bergstroomen, die zich hier in de rivier uitstorten. De stad
+is dus bijna geheel omgeven door onstuimige snelvlietende wateren,
+wier aanhoudend geruisch de lucht vervult. De muren der huizen zien
+er, aan de zijde van de Magdalena, als oude vestingwerken uit. Twee
+bruggen, waarvan eene ijzeren, eerst onlangs gebouwd, voeren over
+de Guari, eene van de twee zoo evengenoemde beken, en vormen de
+verbinding van de stad met den weg naar Caraccoli. Ten zuidwesten
+verheffen zich kale en steile bergen, wier naakte wanden reusachtige
+muren schijnen. Andere bergen vormen bijna een krans om den heuvel,
+waarop Honda is gebouwd, dat alzoo in eene soort van kuil schijnt
+te liggen. Dankt de stad daaraan haar naam, welke diep beteekent,
+of aan de ravijnen, welke haar omgeven?
+
+Den volgenden dag begeven wij ons naar Caraccoli, waar wij den
+president Nuñez zullen ontmoeten, voor wien de heer de Lesseps mij
+een aanbevelingsbrief heeft mede gegeven. Een aantal _caballeros_
+zijn gekomen om den president te begroeten, allen gekleed met den
+nationalen poncho, den grooten sombrero of panamahoed en wijde losse
+broekspijpen, die tot de knie reiken en die zij uittrekken als zij
+van het paard stijgen. Zoodra de president verschijnt, snellen zij
+aan boord van de _Montoya_, om hem hunne hulde te brengen. Daar
+worden geweren afgeschoten en vuurpijlen opgelaten, terwijl een
+muziekkorps het volkslied speelt. Nadat de eerste drukte een weinig
+bedaard was, laten wij gehoor verzoeken. De president ontvangt ons
+zeer vriendelijk en belooft ons een brief van aanbeveling voor de
+verschillende ambtenaren en voor zijne persoonlijke vrienden.
+
+Sedert eenigen tijd is er eene maatschappij opgericht voor de
+stoomvaart op de Boven-Magdalena. Zij bezit nog slechts eene enkele
+boot, de _Tolima_, die haar derde reis gaat doen. De aanlegplaats
+bevindt zich boven de onoverkomelijke stroomversnelling van Honda. De
+rivier heeft op dat punt eene breedte van twee-en-negentig el.
+
+Wij vertrekken den zeventienden September. Het landschap draagt hier
+een geheel ander karakter dan langs de Beneden-Magdalena. Bergen
+verrijzen ter hoogte van vier- of vijfhonderd el; daartusschen
+strekken zich zoogenoemde llanos of open vlakten uit, waardoor de
+stroom zich een bed heeft gegraven. De hellingen der bergen, waarop de
+oude bosschen zijn uitgeroeid, zijn met hoog opgeschoten gras bedekt.
+
+Onze stoomboot is even als de _Trujillo_ ingericht; zij heeft
+slechts een rad aan den achtersteven en een diepgang van niet meer
+dan drie voet. De kapitein en de contador zijn zeer vriendelijk en
+voorkomend. De passagiers der eerste klasse zijn tamelijk gemengd. Wij
+ontmoeten daar een afgevaardigde, den heer Mutis, een zeer ontwikkeld
+jongmensch; voorts kolonel Blanco, doktor Lombana, een photograaf,
+en een goochelaar, die, zoo ik mij niet bedrieg, met het geld dat hij
+aan boord ophaalt zijn overtocht moet betalen. Hij stelt zich voor,
+vertooningen te geven in de steden en dorpen langs den oever, en zoo,
+door middel van zijne ontvangsten de kosten der reis bestrijdende,
+Neiva te bereiken.
+
+Den volgenden dag komen wij, tegen den avond, te Ambalema. Blijkbaar
+zag men daar met zekere spanning de komst van de boot te gemoet,
+die, daar zij eerst hare derde reis volbrengt, nog een voorwerp
+van nieuwsgierigheid is voor de bewoners van het stedeke. Toen
+wij aankwamen, stond bijna de geheele bevolking langs den oever
+geschaard. Ambalema is niet meer dan een dorp, op een lagen heuvel
+gebouwd. Een vrij ruim vierkant plein, dat den top van dien heuvel
+inneemt, is door enkele vrij steile, slecht geplaveide straten met
+de rivier verbonden.
+
+Omstreeks twee uren in den namiddag van den twintigsten September
+bereiken wij den salto del Gallinaso, dien wij niet zonder moeite en
+eerst na herhaalde vruchtelooze pogingen kunnen passeeren. Terwijl
+wij daarmede bezig waren, hadden de bewoners der omliggende hoeven
+en boerderijen zich langs de oevers verzameld, en sloegen ons met
+stomme verbazing gade. Vooral werd onze aandacht getrokken door
+eene breedgeschouderde indiaansche vrouw, die zich bijzonder druk
+maakte. Een laag uitgesneden hemd zonder mouwen, van blauwe stof,
+dat tot de knieën reikt, is haar eenige kleedingstuk. Wij hebben den
+val reeds achter den rug, en nog altijd loopt zij, als eene bezetene,
+langs den oever de boot na, haar lange zwarte haren en haar kleed
+fladderende in den wind.
+
+Het verval wordt voortdurend sterker; het land rijst meer en meer,
+doch het landschap blijft in hoofdzaak onveranderd. De eilanden en de
+lage aangespoelde oevers zijn bedekt met weelderige plantsoenen van
+bananen of plataneros. De bananen vormen een hoofdbestanddeel van de
+volksvoeding: van onrijpe maakt men sancocho; de rijpe vruchten worden
+gebakken of als beignets gegeten: zij zijn dan ook een belangrijk
+handelsartikel. De bezitters van plataneros maken van de stammen
+van bananen vlotten, waarop zij zich met hun produkten inschepen, om
+ze in het naburige dorp te gaan verkoopen. Even boven Purification
+zien wij zulk een vlot, waarop zich een gezin met een klein kind
+bevindt. Een ezel, achter op het vlot aan een paal vastgebonden,
+kijkt met droomerigen blik naar het geelachtige water in de rivier,
+dat voor zijne voeten wegstroomt, en schijnt in het minste niet
+verbaasd over deze wijze van beweging.
+
+Langs de oevers ziet men nog enkele boschjes van bamboe. De
+overblijfselen der oude bosschen, die nog hier en daar de berghellingen
+bekleedden, verminderen en verdwijnen met den dag. De inboorlingen
+schijnen het er op gesteld te hebben, tot den laatsten boom te
+verbranden, om weilanden aan te leggen. Overal stijgen reusachtige
+rookwolken in de lucht, hetgeen vooral des nachts een zonderling effect
+maakt. De hemel is rood gekleurd door deze tallooze branden. Indien
+dit uitroeien der bosschen ongehinderd wordt voortgezet, is het dan
+niet te vreezen, dat de regen zal ophouden en dit heerlijke land in
+eene woestijn worden herschapen? Maar de onmetelijke wouden van de
+reusachtige Andesketen zijn niet zoo gemakkelijk uit te roeien. De
+temperatuur is zeer hoog in deze vallei van de Boven-Magdalena:
+elken namiddag teekent de thermometer in mijne kamer vijf-en-dertig
+graden.--Wij maken eenige uitstapjes in den omtrek en bezoeken
+verschillende dorpen, die allen op elkander gelijken. De woningen
+of hutten zijn overal naar hetzelfde model gebouwd, en ook de
+kleederdracht is overal dezelfde. De mannen dragen voor het meerendeel
+kleederen van fransch maaksel; in plaats van een vest en een jacquette
+dragen zij echter den nationalen poncho. Hunne bloote voeten steken in
+eene soort van schoenen, bestaande uit een lederen zool en twee lappen
+doek, die den voet en den hiel omvatten. De vrouwen dragen hetzelfde
+schoeisel, een jurk van dun katoen en een dikken shawl. Op haar hoofd
+dragen zij een puntigen panamahoed, met breede randen, waarvan het
+breede lint van voren met een gesp of een strik is versierd. Dit
+is de gewone kleeding van de muchachos, de vrouwen en meisjes uit
+de volksklasse, die er over het algemeen niet onaardig uitzien. De
+boerinnen met haar platte hoeden zien er niet minder aardig uit. De
+vrouwen van meer gegoeden stand zijn op europeesche wijze gekleed,
+met uitzondering van den hoed.
+
+Den vier-en-twintigsten September komen wij op de hoogte van Natagaima,
+waar wij hout innemen. Overigens heeft de boot hier noch reizigers,
+noch goederen op te nemen of af te zetten, zoodat wij onze vaart
+vervolgen naar Aipé, het voorlaatste station van eenige beteekenis. Wij
+hadden geene gelegenheid om het dorp te bezoeken, dat op eenigen
+afstand van de rivier ligt, aan den voet van een steilen berg, de piek
+van Pacandé, die op grooten afstand langs de rivier zichtbaar is.--De
+vaart wordt uitermate bezwaarlijk; elk oogenblik raken wij aan den
+grond. Wij maken gebruik van den minsten was, om eenige kilometers
+vooruit te komen, en telkens stuiten wij op nieuwe hinderpalen,
+hetzij rotsen, die de bedding versperren, hetzij stroomversnellingen.
+
+Te Aipé, waar wij den derden October aankomen, huren wij
+muilezels en begeven wij ons over land naar Neiva, een afstand
+van zestig kilometers. De weg is een zeer oneffen, moeielijk pad,
+dat onophoudelijk rijst en daalt. Onze bagage volgt in eene prauw,
+onder opzicht van onzen bediende Apatou. Ten tien uren des avonds
+komen wij te Neiva.
+
+Wie eene stad van Columbia heeft gezien,--met uitzondering van
+de hoofdstad, waarvan ik niets zeggen kan,--kent al de andere. Het
+eenige verschil bestaat in de meerdere of mindere oneffenheid van den
+grond en in den meerderen of minderen welstand der woningen. De vorm
+der huizen en der openbare gebouwen is steeds dezelfde. Eigenlijk
+zien allen er even ellendig uit, en missen gelijkelijk alles wat,
+uit een historisch of uit een artistiek oogpunt, eenig belang zou
+kunnen inboezemen.--De bevolking van Neiva bedraagt tusschen de
+drie- en vierduizend zielen. Melaatschheid is hier zeer algemeen,
+en kropgezwellen komen zoo veelvuldig voor, dat het schijnt als
+of de meerderheid der inwoners door die afschuwelijke ziekte is
+aangetast. Naar het mij voorkomt, zijn de vrouwen daaraan meer
+onderhevig dan de mannen.--De stad en het omliggende land is zeer arm,
+hoewel er eene groote menigte panamahoeden worden vervaardigd en in
+den handel gebracht.
+
+De Magdalena heeft voor de stad eene breedte van
+honderd-negen-en-twintig el en eene gemiddelde diepte van
+drie el; de gemiddelde snelheid van den stroom bedraagt twee el
+honderd-vijf-en-vijftig streep. Neiva ligt vijfhonderd-zes-en-vijftig
+el boven de zee.
+
+De gouverneur van Neiva raadt mij af, om de bronnen van de rio Uaupes
+te gaan opsporen. Naar zijn zeggen, liggen die bronnen op grooten
+afstand van de Andes, en zijn zij bij de Indianen onbekend. Ik
+weet dat de vaart op deze rio, ten gevolge van de watervallen,
+zeer moeielijk is en dat de rivier voor een deel is onderzocht;
+maar de Goyabero of Guaviare is nog nimmer onderzocht. Te Columbia
+zal men ons omtrent deze rivier nadere inlichtingen kunnen geven:
+wij moeten dus naar Columbia gaan.
+
+Den zesden October, des morgens te elf uren, vertrekken wij van
+Neiva. Het is reeds donker als wij te Union aankomen; onze arrieros
+brengen ons naar hutten, waar wij een onderkomen vinden voor den nacht.
+
+Den volgenden morgen trekken wij het gebergte in; wij volgen
+steenachtige, ongebaande paden, die onze arrieros met den weidschen
+titel van _cumineos reales_, koninklijke wegen, aanduidden. Wij
+moeten ons een weg banen door zware bosschen, waar de boomen zoo
+dicht op elkander staan, dat onze kleederen aan de takken blijven
+haken. Voortdurend zitten wij voorovergebogen op onze zadels, of
+wel richten wij ons op in de stijgbeugels, om bij het afdalen langs
+loodrechte hellingen ons evenwicht niet te verliezen. Na een rit
+van elf uren, komen wij ten zeven uren des avonds te Las Aminas,
+eene boerderij toebehoorende aan den generaal Lucio Restrepo,
+directeur van de exploitatie-maatschappij van Colombia, voor wien
+wij een aanbevelingsbrief bij ons hebben. De generaal heeft op deze
+boerderij omstreeks vijfhonderd prachtige runderen.
+
+Hij geeft last om voor onze muildieren te zorgen en een maaltijd voor
+ons gereed te maken; vervolgens neemt hij kennis van onzen brief. De
+generaal is een man van tusschen de vijf-en-dertig en veertig jaren,
+met een zeer innemend voorkomen. Nadat wij hem met ons voornemen
+hadden bekend gemaakt, verklaart hij zich bereid om ons naar vermogen
+behulpzaam te zijn. Hij stelt ons voor, den nacht bij hem door te
+brengen en den volgenden dag naar Colombia te gaan.
+
+Den volgenden morgen ten zeven uren zijn wij dus op weg naar Colombia,
+steeds langs steile en moeielijke paden. Omstreeks twee uren in den
+namiddag krijgen wij het dorp in het gezicht, waarvan de woningen
+verspreid liggen op een soort van plateau, dat ongeveer tien el boven
+de rivier ligt. Met uitzondering van het huis, waarin het kantoor
+van de maatschappij is gevestigd en de woning van den directeur,
+zien alle overige hutten er even armoedig uit; gelukkig is het er
+zindelijk. Leemen, wit gepleisterde muren dragen het rieten dak, dat
+vooruitsteekt en eene soort van veranda vormt, die op eenige palen
+rust. Alle woningen zijn naar hetzelfde model gebouwd. De inwoners
+zijn allen in dienst van de maatschappij; zij zijn sterk en krachtig
+en zien er veel gezonder uit dan de bewoners van de Magdalena-vallei.
+
+Colombia ligt zevenhonderd-tachtig el boven de zee; onweders, met
+hevige stormen gepaard, komen hier veelvuldig voor.
+
+Don Lucio komt ons den volgenden dag bezoeken. Hij zegt dat wij langs
+twee wegen de Goyabero (Guaviare) kunnen bereiken: vooreerst kunnen
+wij de Areare afzakken, een van de zijrivieren van de Guaviare, die te
+San-Juan de los Llanos ontspringt. Wij hebben zes dagen noodig om deze
+rivier te bereiken, en nog vijf om aan hare uitmonding in de Guaviare
+te komen. Deze laatste rivier is nog door niemand bevaren; wij kunnen
+haar in drie dagen bereiken. Verdere inlichtingen kan men ons niet
+geven. Don Lucio weet alleen, dat zich even voor de samenvloeiing
+van de Goyabero met de Areare, een _raudal_, een gevaarlijke plaats,
+bevindt, waaromtrent hij ons echter geene verdere bijzonderheden kan
+mededeelen. Wij hebben dus tusschen twee wegen te kiezen, waarvan
+de een betrekkelijk gemakkelijk, de andere volslagen onbekend is:
+zonder aarzelen kiezen wij den laatsten.
+
+Wij zullen de Goyabero afzakken, en als wij slagen in onze onderneming,
+zullen wij aan deze rivier den naam geven van rio de Lesseps, ter
+eere van onzen doorluchtigen landgenoot, wiens aanbeveling ons alle
+deuren heeft geopend in Columbia, waar zijn naam even bekend is als
+die van den bevrijder Bolivar.
+
+Wij moeten ons nu bezig houden met de toebereidselen voor onze
+reis. Don Lucio bewijst ons een wezenlijken dienst, door ons muilezels
+en zadels te bezorgen, benevens de peons of drijvers, die wij noodig
+hebben. Zonder zijne tusschenkomst zouden wij er waarschijnlijk
+niet in zijn geslaagd, muildieren te krijgen om over de Andes te
+trekken. De wegen zijn bij uitnemendheid slecht, en men is niet zeer
+bereid om de dieren af te staan voor een tocht, die hen voor goed kan
+bederven. De generaal zendt ook boodschappers vooruit om als het ware
+kwartier voor ons te maken. Te Duda zullen wij levensmiddelen vinden
+en mannen, die ons den weg zullen wijzen van Yavia tot de Goyabero.
+
+Tegen den middag van den twaalfden October bezorgt men ons acht
+muildieren, waarvan vier bestemd zijn om door ons en onze bedienden
+bereden te worden, en vier de bagage moeten dragen. De twee péons, die
+bij de muildieren behooren, dragen aan hun lederen gordel een machete,
+een soort van hakmes of bijl, en een cuchillo, een dolkmes. Een uur
+later begeven wij ons op weg naar Totuma, waar wij zullen overnachten.
+
+Den volgenden morgen hervatten wij den tocht. Eene vrij bouwvallige
+brug voert ons over de rio Blanco, en wij trekken het gebergte
+in. Welk eene prachtige natuur, welk een rijkdom van planten van
+allerlei soort, van reusachtige boomen, van struiken en heesters,
+van orchideeën, bromeliaceeën, lianen, varens; welk een schat van
+bloemen en weelde van vormen. Bij de heerlijkheid der plantenwereld
+komt het bijna volslagen gemis aan dieren te meer uit: bijna nooit
+vernemen wij eenig ander geluid dan het gekraak van verdorde takken
+die afbreken, of den zwaren, doffen slag van eeuwenoude boomen,
+die soms met donderend gerucht ter aarde storten.
+
+In de laatste vallei, die wij doortrekken eer wij te San-Pedro komen,
+vinden wij eene brug over een bergstroom, die nu bijna geheel droog
+is en waarvan de bedding met geweldige rotsblokken is bezaaid. Aan
+de overzijde zien wij een kamp, bewoond door een landmeter en
+zijne helpers, die, naar ik meen, de grenzen moeten bepalen van het
+territoir, dat aan de maatschappij van Colombia ter exploitatie is
+afgestaan. Wij praten eenigen tijd met hen en koopen van hen een
+hond, naar men zegt een brak van echt ras, die ons op onze reis zal
+volgen. Hij zal voor ons op de jacht gaan, als hij kan, en zal ons
+van dreigende gevaren verwittigen, als hij durft. Hij ontvangt den
+naam van Toutou.
+
+Na nog een berg te zijn overgetrokken, komen wij aan eene open
+plek in het woud en bespeuren den rancho waar wij den nacht zullen
+doorbrengen. Wij bevinden ons op eene hoogte van dertienhonderd-zestig
+el. De rancho van San-Pedro bestaat uit eenige houten palen, die
+een dak van palmbladeren dragen. Andere palen, in de binnenruimte
+aangebracht, geven gelegenheid tot het bevestigen van hangmatten.
+
+Met het krieken van den dag begeven wij ons den volgenden dag weer
+op weg. De wegen, als men ze zoo noemen mag, worden al slechter en
+onbegaanbaarder; op sommige punten is er een begin van plaveisel,
+dat geheel los is geraakt. Nu en dan zien wij langs den weg het
+geraamte van een rund, overblijfsel van opgebroken kampementen van
+de Kineros-Indianen.
+
+Tegen den middag bereiken wij de kam van de Cordillera; de beken, die
+wij nu verder zullen ontmoeten, nemen haar weg naar den Orinoco. Wij
+bevinden ons op eene hoogte van negentienhonderd-tien el. Naar het
+oosten is het, zoo ver we zien kunnen, eene aaneenschakeling van
+met bosch begroeide bergen, die zich beneden ons in dichte rijen
+scharen. Ter linkerhand verrijzen eenige hoogere toppen, waarom witte
+wolken drijven. Wij gebruiken hier het middagmaal en beginnen daarna
+te dalen.
+
+Omstreeks twee uren komen wij aan de hacienda del Tigre, waar men
+van onze komst verwittigd is. Wij nemen een bad in de rio Tigre,
+die ongeveer een kilometer van de hacienda verwijderd is; het water,
+dat van de bergen afdaalt, is heerlijk koel. De hoeve ligt op eene
+hoogte van duizend el.
+
+In den morgen van den vijftienden gaan wij op weg naar Yavia, en
+moeten verschillende beken en stroompjes oversteken, die wel niet
+diep zijn, maar vrij breed en waarin een sterke stroom gaat. Sommigen
+kunnen wij op onze muilezels zittende doorwaden; anderen moeten
+wij overvaren. Wederom bestijgen wij eene hoogte, van waar wij
+een prachtig uitzicht hebben, aan de eene zijde op de keten der
+Andes, aan de andere op de golvende, met bosschen bedekte, door een
+heuvelreeks doorsneden vlakte. Eindelijk komen wij aan de boerderij
+van Yavia, waar wij niemand aantreffen dan eene zieke vrouw en een
+bediende. Het overige personeel is op de boerderij van Duda, waar
+wij de ons toegezegde mondbehoeften vinden en de noodige inkoopen doen.
+
+
+
+
+III
+
+
+De afstand van Yavia tot de Goyabero bedraagt niet meer dan zes
+mijlen. Het pad, dat op last van don Lucio, eenige jaren geleden
+gebaand werd, om de hoeve met de rivier te verbinden, is sedert lang
+weer toegegroeid. Wij zenden eenige manschappen van Duda vooruit,
+ten einde ons met hunne messen een pad te openen. Den negentienden
+October kwam een hunner ons berichten, dat wij ons den volgenden
+morgen op weg konden begeven, en dat wij het pad tot aan de rivier
+gebaand zouden vinden.
+
+Op het bepaalde uur stijgen wij in het zadel en slaan het zoogenoemde
+pad in. De tocht gaat met groote moeielijkheden gepaard: nu eens
+staan de boomen te dicht bij elkaar, zoodat onze muildieren met de
+bagage niet passeeren kunnen en een omweg moeten maken; dan weder
+worden wij opgehouden door lianen, die men vergeten heeft weg te
+kappen, en die onze peons moeten opruimen. Enkele malen moeten wij
+beken met hooge steile oevers doorwaden, hetgeen mede niet zonder
+bezwaren gaat. Omstreeks den middag barst een hevig onweder los;
+felle donderslagen knetteren boven onze hoofden, en de regen valt bij
+stroomen neder. Lejanne en ik zijn tegen dien zondvloed beschermd
+door twee ponchos van waterdichte stof, de eenigen van die soort,
+welke wij te Neiva konden vinden. Eindelijk, na over een met dicht
+bosch bedekt plateau te zijn getrokken, bereiken wij tegen vier uur de
+lage, met hoog gras begroeide vlakte, waardoor de rivier stroomt; het
+gras is zoo hoog dat het boven onze hoofden uitsteekt. Wij rijden door
+een drassigen poel, waarin onze beesten tot aan den buik wegzinken,
+en komen eenige oogenblikken daarna aan den rancho, die nog in goeden
+staat verkeert, maar te klein is voor ons gezelschap en bovendien zeer
+duf, vochtig en bedompt. Wij komen tot het besluit, dat het vóór alles
+noodig is, een anderen rancho te maken op eene meer geschikte plaats,
+want in dit hooge gras wemelt het waarschijnlijk van roofdieren en
+slangen. Wij laten een smal pad openhakken in de richting van de
+rivier, en bereiken na eenig tasten den oever, die zich ongeveer
+twintig el boven het water verheft en zeer steil is. Wij staan voor
+een arm van de rivier, die thans droog is.
+
+Bij onderzoek van het terrein bleek het, dat een eiland, ter lengte
+van ongeveer een kilometer, ons van den hoofdstroom scheidde. Dit
+eiland, dat maar even boven het water uitsteekt, is met struiken en
+heesters begroeid. Wij besluiten, hier ons kamp op te slaan; morgen
+ochtend zal een rancho worden getimmerd en eene tent opgeslagen,
+waarvoor wij het noodige doek te Duda hebben gekocht, en die ons als
+beveiliging tegen de zon en den regen te pas zal komen. Tevens zal
+Apatou met een der manschappen een boom uitzoeken en vellen, waarvan
+eene prauw kan worden gemaakt, ruim genoeg voor vier personen. De
+noodige gereedschappen voor dit werk ontbreken ons niet: wij hebben
+bijlen en messen en sabels, die nevens andere snuisterijen ons later
+van dienst zullen zijn als ruilmiddel bij de Indianen. De andere
+manschappen zullen van boomstammen en lianen een vlot samenstellen.
+
+In den morgen van den twee-en-twintigsten is onze nieuwe rancho
+gereed; twee dagen later worden de boomstammen, voor den bouw van het
+vlot noodig, behoorlijk op de bepaalde grootte gezaagd, naar de punt
+van het eiland gebracht, waar zij moeten drogen. De prauw is geheel
+uitgehold; zij wordt boven een groot vuur geplaatst en met bladeren
+bedekt. Nu wijkt de stam vaneen, en zoo ontstaat eene mooie prauw,
+vijf-en-dertig duim breed, zes el lang en omstreeks dertig duim diep.
+
+Op den middag van den vijf-en-twintigsten is alles gereed: de prauw
+is naar den oever gebracht; boven het vlot wordt, over gebogen
+bamboestengels, de tent uitgespannen. Wij gaan afscheid nemen van
+deze plek, ons laatste station in de zoogenaamde beschaafde wereld,
+waar wij, van 's morgens vroeg tot na zonsondergang, gruwelijk zijn
+mishandeld geworden door legioenen van pions, een insekt kleiner
+dan een muskiet, dat zich op alle ontbloote deelen van het lichaam
+hecht, het bloed uitzuigt en een wondje achterlaat dat weldra tot
+ontsteking overgaat. Op den vijfden dag waren het gelaat en de handen
+van Lejanne geheel gezwollen en ontstoken; Burban kan nauwelijks
+zijne oogen openen. Behalve door de pions, werden wij nog geplaagd
+door zwermen van gele wespen en groote groene vliegen, die ons het
+leven ondragelijk hadden gemaakt. Gelukkig werden wij 's nachts met
+rust gelaten: waar de pions zoo talrijk zijn, vindt men geen muskieten.
+
+De bagage wordt op het vlot gedragen, dat gelukkig niet te diep zinkt:
+slechts de onderste der twee rijen balken duikt onder; maar het
+vlot is niet breed genoeg en schijnt ook niet zeer stevig. Naarmate
+het oogenblik van het vertrek nadert, staren onze helpers ons met
+toenemende verbazing aan. Zij beschouwen ons als krankzinnigen en
+weigeren standvastig elk aanbod, dat wij doen om hen te bewegen met
+ons te gaan. De Goyabero is voor hen het onbekende, en dus iets
+verschrikkelijks. Volgens hun zeggen, heeft reeds vroeger iemand
+beproefd, de rivier af te zakken: reeds tegen den avond van den
+eersten dag keerde hij halfdood van schrik terug, na eene ontmoeting
+met woeste, bloeddorstige Indianen. En dan loopt er een verhaal,
+dat ergens in deze onbekende streken eene geheimzinnige stad ligt,
+omtrent wier bewoners men allerlei zonderlinge dingen vertelt....
+
+Ik heb bepaald, dat op het oogenblik van ons vertrek, als wij in de
+boot zullen stappen, wij onze laatste flesch champagne zullen ledigen
+en de rivier doopen. De flesch wordt tusschen twee steenen op den grond
+gelegd, in afwachting van het plechtige oogenblik. Ik doe eene laatste
+waarneming met het kompas, en stoot bij ongeluk met den voet tegen de
+flesch. O ramp! zij breekt, en het kostbare vocht vloeit over het zand
+om daarin spoorloos te verdwijnen. Aan den berg, die de onschuldige
+oorzaak van dit ongeluk is, geven wij met algemeene stemmen den naam
+van Champagneberg. Ik houd mij overtuigd, dat onze helpers in deze
+gebroken flesch eene ernstige waarschuwing voor ons zien: als wij op
+het vlot plaats nemen, vullen hunne oogen zich met tranen; wij zijn
+met elkander vrienden geworden, en gaarne zouden zij ons van deze
+noodlottige reis terughouden. Wij deelen hun angst volstrekt niet;
+en toch is het niet zonder aandoening, dat wij den strijd beginnen,
+waarin het inderdaad geldt, sterven of zegevieren.
+
+Het is twintig minuten over twaalven. Met Lejanne heb ik plaats genomen
+op den voorsteven, gezeten op onze kist met snuisterijen. Apatou
+staat voor ons, met eene lange pagaai in de hand; François staat
+evenzoo aan het andere einde; Toutou ligt rustig op de bagage. Een der
+helpers gooit het touw los. Wij roepen dezen braven lieden een laatst
+vaarwel toe, en beginnen den tocht. Weldra wordt het vlot door den
+stroom aangegrepen, en onze beide metgezellen hebben alle moeite om
+het recht te houden.--Wij komen aan de eerste stroomversnelling: het
+water stroomt met ongehoorde snelheid en kracht; de steentjes op den
+bodem rollen en botsen tegen elkander als noten in een zak. Wij kunnen
+het vlot, dat zich omdraait, niet meer sturen; wij bereiken weer een
+betrekkelijk kalm vaarwater; dan volgt weer een stroomversnelling;
+de rivier splitst zich en wij worden medegevoerd in den arm langs
+den rechter oever. Er is hier geene voldoende diepte; het water spat
+schuimend en kokend uiteen op de groote steenblokken; ons vlot raakt
+aan den grond; de lianen worden voor een deel verscheurd; twee balken
+raken los en worden medegevoerd; de aan het vlot bevestigde prauw staat
+hetzelfde lot te wachten. Wij springen allen in het water en duwen
+de ontredderde overblijfselen van onze flottille naar de zandbank
+ter linkerhand. Toutou bereikt het eerst den oever; men had hem met
+geweld op het vlot moeten drijven. Dit is een ramp: wij zullen het
+vlot weer in orde moeten brengen.
+
+Apatou kapt eenige nieuwe boomen op het eiland en op den rechter oever,
+dien hij ondanks den fellen stroom zonder moeite bereikt, uithoofde
+van de weinige diepte van het water. Tegen den avond moeten die nieuwe
+balken nog slechts van de schors ontdaan en stevig met de andere
+verbonden worden. Daar de zon de kim nadert, wordt deze arbeid tot den
+volgenden dag uitgesteld. Gelukkig heeft de ramp zich bepaald tot het
+nat worden van onze bagage en het verlies van enkele kleedingstukken;
+overigens is er niets van eenig belang verloren of ook maar beschadigd.
+
+Den volgenden dag houden wij ons onledig met de herstelling van het
+vlot: wij mogen ons vleien, dat het thans steviger in elkander zit
+dan bij ons vertrek. Omstreeks twee uren wordt de bagage, die wij in
+de zon hebben laten drogen, weer op het vlot geplaatst en steken wij
+van wal. Zonder ongelukken varen wij langs het eiland; wij vliegen
+over het onbegrijpelijk snelvlietende water, en stooten nu en dan
+tegen gestrande boomen. Het vlot draait, maar vervolgt zijn weg.
+
+Den zeven-en-twintigsten hervatten wij de reis, zoodra de zon
+den top van een naburigen heuvel verlicht. Wederom is het eene
+aaneenschakeling van stroomversnellingen en meer of minder belangrijke
+watervallen, nu en dan afgewisseld door versperringen van rotsen in
+de rivier. Dat de vaart dus met groote moeielijkheden gepaard gaat
+en ons vlot een en ander maal aan den grond raakt, behoef ik niet
+te zeggen. Omstreeks vijf uren zijn de meeste lianen, die de balken
+van het vlot samenhouden, gescheurd; alleen de middelsten bieden nog
+weerstand. Wij bevinden ons in een smal kanaal, waar een zeer sterke
+stroom gaat, maar kunnen niet vorderen, uithoofde van de tallooze
+hinderpalen. Wij worden eindelijk tegengehouden door een dam van
+verwarde, half met zand overdekte boomstammen en bamboestengels,
+en vreezen elk oogenblik de laatste koorden van het vlot te zien
+breken. De balken maken allerlei verdachte bewegingen; een daarvan
+steekt aan de achterzijde bijna over de geheele lengte buiten het
+vlot. Morgen zullen wij voor andere lianen hebben te zorgen.
+
+Wij brengen op den naburigen oever een slechten nacht door. De half
+onder het zand bedolven steenen en steentjes, waarmede de geheele
+oever is bedekt, vormen nu juist niet de aangenaamste rustplaats voor
+vermoeide reizigers.
+
+28 October.--Bij het krieken van den dag keert Apatou, langs denzelfden
+weg van gister avond, naar het woud terug, en komt weldra terug met
+een goeden voorraad buigbare lianen. François tijgt aan den arbeid om
+de balken met nieuwe lianen zoo stevig mogelijk te verbinden, waarbij
+ook van de nog beschikbare touwen wordt gebruik gemaakt. Om een uur
+gaan wij aan boord. Nauwelijks hebben wij honderd el afgelegd, of de
+stroom richt zich met groote hevigheid naar den linker oever. Vlak
+bij den kant steekt een reusachtige boom halverwege uit het kokende
+en wielende water. Met onweerstaanbaar geweld worden wij naar dien
+boomstam heengevoerd: onze prauw, welke juist aan die zijde is
+vastgemaakt, laat een hevig gekraak hooren en loopt vol water: zij
+is verbrijzeld. Apatou maakt haar haastig los en geeft haar aan den
+stroom over. Dit is voor ons een groot verlies; hoe zal het ons nu
+mogelijk zijn, als wij aan een gevaarlijken val komen, eene lijn aan
+den oever uit te brengen om het vlot te kunnen tegenhouden? Wij kunnen
+inderdaad ons vlot zoo weinig besturen, dat wij soms verscheidene
+mijlen afleggen, zonder den oever te kunnen naderen. Zou het niet
+geraden zijn, eene andere prauw te vervaardigen?
+
+De bamboes worden buitengewoon talrijk en vormen een wal langs de
+beide oevers; telkens en telkens moeten wij oppassen om niet in
+aanraking te komen met hunne over de rivier gebogen stengels, zoo
+zwaar en dik als ik ze nog nooit gezien heb. Lejanne verzekert mij,
+dat de bamboes van Cochinchina, hoewel even hoog als dezen, daarbij
+niet in vergelijking komen wat den omvang betreft. Op zeker punt wordt
+de stroom buitengewoon sterk. Een dezer monsterachtige bamboestengels
+steekt dwars over de rivier, omstreeks zestig duim boven het water. Het
+vlot moet onder door schieten: onze bagage zal ongetwijfeld tegen
+den hinderpaal stooten. Bezig met eene waarneming, let ik niet op
+het gevaar. Ik hoor een waarschuwend geroep, en voel op het eigen
+oogenblik eene geweldige drukking; gedurende eene minuut kan ik mij
+geen rekenschap geven van hetgeen er gebeurd is. De bamboestengel
+heeft mij tegen de bagage aangedrukt. Mijn borst en mijn kin zijn
+min of meer gekneusd, en mijn neus bloedt. Mijne reisgezellen zijn
+ongedeerd gebleven. Apatou is over den stengel heen gesprongen;
+Lejanne heeft zich achter de bagage verscholen, en François is te
+water gegaan en heeft zich aan het vlot vastgeklemd. Ook stuiten wij
+telkens op gestrande boomen, wier takken in wilde wanorde boven de
+schuimende wateren uitsteken.
+
+Omstreeks vier uren komen wij aan een vlakken oever, waarop eenige
+dorre boomstammen liggen, die ons van het noodige hout kunnen voorzien
+voor ons vuur, van palen voor onze hangmatten en ook tevens zullen
+dienen om ons vlot aan vast te leggen. Het is ook hoog noodig, eenig
+wild te schieten, want sedert twee dagen eten wij, bij onze rijst,
+niets dan _corned beef_, waarmede wij zuinig moeten zijn. Wij houden
+stil. Lejanne gaat op jacht; als het hem gelukt een stuk wild te
+vellen, zullen wij versch vleesch hebben en tevens aas voor onze
+hengels.
+
+Hij ziet op het zand de nog versche sporen van eene ree, die hij volgt
+tot aan het boschje, dat het open strand aan de landzijde begrenst. De
+hond is niet met hem gillen gaan. Hij treedt het boschje binnen, in de
+eene hand zijn geweer houdende, en met de andere zoo zacht mogelijk de
+takken verwijderende. Eensklaps voelt hij op zijne hand, waarmede hij
+het geweer vasthoudt, iets vochtigs en kouds: in de gedachte dat eene
+slang zijne hand heeft aangeraakt, laat hij onwillekeurig een uitroep
+hooren. Het was geen slang, maar de neus van Toutou, die ten slotte
+tot het besluit is gekomen om hem te volgen. Intusschen is de ree,
+door dien kreet verschrikt, opgesprongen en vlucht haastig door het
+kreupelhout. Hij wil nu den hond aansporen om het wild te vervolgen,
+maar Toutou kijkt hem verbaasd aan, en loopt zoo hard hij kan naar
+het vlot. Kort daarop doodt Lejanne een zwarten arend, dien de Bonis
+_pagani_ noemen. De ingewanden worden aan een haak bevestigd, die aan
+een stevig koord is vastgemaakt. François legt die lijn in het water,
+in de hoop dat wij den volgenden morgen daaraan een mapourito zullen
+vinden, een visch zonder schubben, en een eenigszins platten kop en
+zes vinnen. Wij allen vinden dien visch uitmuntend, behalve Apatou,
+die er een afschuw van heeft: vermoedelijk is dit een vooroordeel
+van zijn stam.
+
+Den volgenden morgen ten acht uur hervatten wij den tocht. Een uur
+later zien wij aan den oever een troepje cabiais, die rustig zich aan
+het hooge gras te goed doen; het gezelschap bestaat uit vier personen,
+vader, moeder en twee jongen. De cabiai is een knaagdier, ongeveer zoo
+groot als een varken, maar minder langwerpig van lijf. Zijn hair is
+lang, zeer dik en bruinachtig grijs; zijne ooren zijn klein en rond;
+zijn staart is zeer kort. Het is een volkomen weerloos dier, dat
+niemand kwaad doet, en uitmuntend zwemt en duikt. Het blanke en vette
+vleesch is voor Apatou eene uitgezochte lekkernij. Lejanne mikt op een
+der jongen: het dier valt getroffen neer, maar tracht nog het water
+te bereiken; een tweede schot doodt hem voor goed. De drie anderen
+zijn aanstonds onder gedoken, en na verloop van eenige oogenblikken,
+zien wij hunne koppen aan den anderen oever boven het water uitsteken.
+
+Wij spannen al onze krachten in om den oever te bereiken; het gelukt
+ons eerst tweehonderd ellen lager. François springt haastig aan wal,
+en bindt de lijn aan eenige jonge takken vast; maar door de hevigheid
+van den stroom breken de takken af, en worden wij medegevoerd,
+terwijl onze makker achter blijft. Eerst vijfhonderd el verder komen
+wij langs eenige struiken, die zich over de rivier heenbuigen en
+die wij uit alle macht aangrijpen. Eindelijk slaagt Apatou er in,
+de lijn vast te maken; maar het water stroomt over het vlot en maakt
+de bagage nat. De lijn is aan de voorzijde van het vlot vastgemaakt,
+en ik vrees dat de lianen daar zullen scheuren. Lejanne, die hetzelfde
+vreest, heeft zich naar achteren begeven, om eenige takken te grijpen,
+waaraan ook een touw kan worden bevestigd, om alzoo de spanning te
+verdeelen. Hij heeft zich achter de bagage neergezet, waartegen hij
+zijne voeten steunt om meer kracht te kunnen uitoefenen. Apatou,
+die aan land is gesprongen, hem niet langer ziende, denkt dat hij in
+het water gevallen is. In een oogwenk heeft hij de lijn losgegooid
+en is hij op het vlot gesprongen om hem te helpen. Als hij zijne
+vergissing bemerkt, is het reeds te laat: het vlot drijft weer met
+snelheid af, en eerst anderhalve kilometer verder kunnen wij voor
+goed stoppen. Links en rechts hebben wij zijtakken van de rivier
+achter ons gelaten, die ons van François scheiden. Deze doorleefde
+een bang oogenblik, toen hij met den gedooden cabiai terugkeerende,
+niets meer van het vlot bespeurde. Hij bevindt zich op een eiland;
+ten gevolge van den stroom kan hij alleen den linker oever bereiken;
+hij begeeft zich te water om daarheen te zwemmen, en loopt groot gevaar
+van te verdrinken. Hij bekomt een weinig van zijn schrik bij het zien
+van een hemd, dat Lejanne aan een stok bevestigd heeft, en waaruit
+hem blijkt, dat zijne makkers niet verre kunnen zijn. Intusschen is
+hij van ons gescheiden door twee zeer snelvlietende riviertakken;
+om weder bij ons te komen, schiet er niet anders over dan langs
+den oever te gaan tot hij benedenwaarts het punt bereikt, waar de
+ongedeelde rivier weder de geheele bedding vult. Wij zullen doen
+wat mogelijk is, om hem zoo dicht te naderen dat wij hem een lijn
+kunnen toewerpen. Het bedoelde punt is gelukkig niet meer dan twee-
+of driehonderd el verwijderd van de plaats waar wij ons bevinden. Wij
+wijzen het hem aan, zoo goed wij kunnen; en hij begeeft zich op weg,
+dwars door het ondoordringbaar kreupelhout langs den oever. Hij zal
+ons toeroepen en een teeken geven, zoodra hij ter bestemder plaatse
+is aangekomen. Daarmede zullen echter eenige uren van een uiterst
+vermoeienden marsch gemoeid zijn.
+
+Met het oog op de beletselen, die wij voortdurend op onze vaart
+ondervinden, hebben wij al onze bagage, stevig vastgebonden, onder de
+tent laten bergen. Een enkel geweer is uitgezonderd, dat van Lejanne;
+de anderen zijn uit elkaar genomen en met onze cartouches geborgen
+in onze snuisterijenkist.
+
+Daar wij den tijd hadden en de lucht helder was, deed ik eene
+meteorologische waarneming. Lejanne volgt aandachtig de bewegingen
+van François. Toutou zit bij mij; hij heeft zoo even, voor het eerst,
+geblaft. Het hoofd omwendende om mijn chronometer te raadplegen, zie
+ik een luipaard, die zich welbehagelijk in het heete zand wentelt,
+op ongeveer dertig meters afstands. "Lejanne, een tijger!" fluister
+ik hem toe. Lejanne neemt zijn geweer; hij heeft nog maar eene enkele
+cartouche, de anderen zijn in de kist en er is geen tijd meer om ze
+te gaan halen; hij gaat op het dier af: ik volg hem, gewapend met
+eene machete, terwijl Apatou zich van een grooten steen voorziet. Op
+tien el afstand, staat Lejanne stil: hij mikt op den schouder van het
+onvoorzichtige dier en geeft vuur. De luipaard maakt eene beweging om
+te springen, en valt daarna op zijde. Wij gaan voorzichtig verder:
+de luipaard, of liever de jaguar, is dood. Het is een mannetje,
+wiens tanden van ouderdom afgesleten zijn. De Indianen van Guyana
+noemen dit dier _macaraï_.
+
+Omstreeks kwart over twaalven heeft François de plaats bereikt, die
+wij hem hebben aangewezen. Wij trachten met kracht van riemen den
+tegenovergestelden oever te bereiken, en hebben de lijn aan een zwaren
+steen vastgebonden. Apatou werpt den steen: bij ongeluk raakt de lijn
+los, en valt slechts de steen op den oever neer. Het is een kritiek
+oogenblik. François begeeft zich te water; hij heeft het geluk de
+riem te grijpen, die Apatou hem toesteekt, en is weldra met ons op
+het vlot, na eene scheiding van drie uren.
+
+Een half uur later komen wij aan de monding eener niet onbelangrijke
+rivier, die zich hier in de Goyabero uitstort. Dit moet de Unilla
+zijn, wier wateren groenachtiger van kleur zijn dan die van de
+Goyabero. Volgens den barometer bevinden wij ons op eene hoogte van
+driehonderd-zeventig meters boven de zee. In zestien en een half
+uur zijn wij dus tweehonderd-tachtig el gedaald: men kan daarnaar de
+geweldige snelheid van den stroom afmeten.
+
+Tweehonderd el beneden de uitmonding van de Unilla, vindt men
+aan den rechter oever van de rio eene kleine vlakte, waarvan de
+achtergrond door een boschje van bamboe wordt ingenomen, dat ons eene
+verkwikkelijke schaduw biedt. De stroom hier is veel minder snel. Wij
+hebben allen honger, en zijn recht in onzen schik dat wij aan de
+gevaren van dezen morgen zoo gelukkig zijn ontsnapt. Wij hebben allen
+grond om te verwachten, dat de grootste moeielijkheden nu overwonnen
+zijn, en dat de vaart voortaan minder bezwaar zal opleveren. Na
+op ons gemak en in zeer pleizierige stemming ontbeten te hebben,
+hervatten wij den tocht. Zoo als wij verwacht hadden, wordt de rivier
+kalmer. De beide oevers zijn met dichte, ondoordringbare wouden bedekt;
+reusachtige stammen scharen zich ter wederzijde in dichte gelederen,
+waarboven de palmen hunne gevederde kruinen verheffen. Honderde lianen
+slingeren zich om de takken en stammen dezer koningen van het woud
+en ontplooien tot hoog in den top haar bloemen en vruchten. Dorre
+boomstammen, wegstervende van ouderdom, verdwijnen onder een woud
+van woekerplanten. Tallooze papegaaien verbergen zich in het dichte
+gebladerte. Prachtige aras vliegen bij paren boven onze hoofden en
+laten haar wanluidend geschreeuw hooren. Met haar rood en blauw
+gevederte, haar langen staart, schitterende in het zonnelicht,
+herinneren zij eenigszins aan de verschijning eener komeet. Toucans
+schijnen ons te vervolgen met hun eigenaardig geluid, dat het best bij
+het keffen van een jongen hond is te vergelijken. Somwijlen beproeven
+zij het over de rivier te vliegen; en lettende op hun moeielijke en
+zware vlucht, begin ik te gelooven, wat Apatou zegt, dat zij dikwijls
+in de rivier vallen.
+
+Omstreeks half vijf komen wij aan eene zandbank, waar wij den nacht
+zullen doorbrengen. Dit is eene oude bedding van de rivier; het zand
+heeft nog de indrukken bewaard van de schubben en nagels van een
+menigte kaaimans; ook de sporen van herten, van tapirs, van tallooze
+vogels zijn gemakkelijk te herkennen. Terwijl ik vuur aanleg, halen
+François en Apatou de hangmatten, de dekens en het keukengereedschap
+van het vlot. Lejanne neemt zijn geweer, en volgt de versche sporen
+van een tapir. Weldra hoor ik een schot, en even daarna keert onze
+vriend terug met een prachtigen eendvogel.
+
+31 October.--De rivier is breed en diep, de stroom gematigd. Wij hebben
+ons bijna niet meer bezig te houden met het vlot, dat wij gerust
+met den stroom kunnen laten afdrijven. Op den linker oever zien wij
+eenige cabiais; zoodra wij aanleggen, verschuilen zij zich tusschen
+het hout. Apatou zet ze na; er vallen twee schoten; en François
+wordt geroepen om het wild te helpen vervoeren. De jager keert terug
+met een cabiai van middelbare grootte, die ongeveer dertig pond zal
+wegen.--Ook ontmoeten wij eenige kaimans, die evenwel in het minst
+geene vijandelijke gezindheid aan den dag leggen.
+
+De zon is reeds vrij laag gedaald, en de hemel tooit zich met de rijke
+kleurenpracht van den avond, toen wij aan eene zandbank aanleggen,
+waar wij den nacht zullen doorbrengen. De cabiai is spoedig gevild;
+de kop en de ribben worden weggeworpen. Apatou laat de vier dijen
+boven het vuur drogen; en François bakt biefstuk van het vleesch
+van den buik. Terwijl wij ons maal nuttigen, hooren wij--noodlottig
+voorteeken!--het gegons van muskieten.
+
+Wij strekken ons uit in onze hangmatten: de afschuwelijke insekten
+worden van oogenblik tot oogenblik talrijker. Wij zijn te loom om
+op te staan, maar wij kunnen geen oog toedoen. Eindelijk kunnen
+wij het niet langer uithouden: wij nemen een brandend stuk hout en
+begeven ons naar het vlot, waar wij de toevlucht nemen achter onze
+muskietenschermen en weldra rustig slapen.
+
+1 November.--Des morgens ten half zeven zijn wij weer op weg. Voor
+ons strekt zich eene heuvelketen uit, wier omtrekken zich helder blauw
+afteekenen tegen het donkergroen van den oever: zij gelijken wel wallen
+met bosschen bedekt. Wij zijn niet ver van de heuvelreeks verwijderd,
+want wij kunnen duidelijk de begroeide plekken onderscheiden. De rivier
+maakt geweldige kronkelingen: wij houden den geheelen dag die heuvels
+in het gezicht, nu eens aan deze, dan weer aan die zijde. Zouden wij
+hier ook misschien de _randal_ hebben, die zich dicht bij de monding
+van de Areare bevindt en waarvan men ons gesproken heeft? Zoo ja,
+dan is het kritieke oogenblik gekomen, waarop wij al onzen moed
+zullen noodig hebben. Als wij maar iets wisten van de plaatselijke
+gesteldheid en van den aard van het gevaar dat ons dreigt. Maar
+zullen wij vooraf niet nog andere hinderpalen ontmoeten? Niemand kan
+het ons zeggen, want wij volgen een door niemand betreden weg. Mijne
+reisgezellen zijn vol moed, even als ik zelf, en vast besloten om het
+gevaar, wat het dan ook wezen moge, kalm onder de oogen te zien. Toch
+schijnt de Goyabero nu eene fatsoenlijke, bezadigde rivier, die met
+de dolle kuren en buitensporigheden harer ontstuimige jeugd heeft
+afgerekend. Zij vloeit rustig in haar bedding voort en de stroom is
+niet buitengewoon sterk. Maar het spreekwoord zegt niet zonder recht:
+Stille waters hebben diepe gronden.
+
+
+
+
+IV
+
+
+2 November.--Op den oever grazen een menigte cabiais, die hier en
+daar zelfs de rivier overzwemmen, zonder bij onze nadering eenige
+vrees te laten blijken. De kalme gerustheid van bijna alle dieren,
+welke wij ontmoeten, bewijst dat de mensch in deze streken nog eene
+onbekende verschijning is.
+
+Omstreeks elf uur komen wij aan eene stroomversnelling. De rivier is
+hier vierhonderd ellen breed; midden in den stroom ligt een zandbank,
+waarvan de hooge steile oever, dien wij dicht naderen, voortdurend
+afbrokkelt. Het verval is vrij sterk. Apatoe, die voor op het vlot
+staat, roept eensklaps François toe: "Geef acht! Pagaai uit al uw
+macht!". Wij komen aan de zandbank en gaan aan land. Het gelukt ons,
+niet zonder inspanning, het vlot aan de benedenpunt van de bank vast
+te meeren; daar kunnen wij zien, wat er eigenlijk gaande is. Voor ons,
+een weinig ter rechterhand, zien wij eene opeenstapeling van rotsen,
+een geweldigen rotsmuur, waarin slechts eene smalle bres of opening
+is gelaten, door welke de rivier zich schuimend en kokend een weg
+baant. De toestand is inderdaad ernstig genoeg. Het is niet mogelijk,
+met het vlot een der beide oevers te bereiken; lang voor wij zoo ver
+waren, zou de hevige stroom ons naar de bres hebben medegevoerd. Zullen
+wij onze bagage achterlaten? Er valt niet aan te denken: het doel
+van de reis zou zijn gemist, en wij zouden ellendig omkomen.
+
+Het is volstrekt noodig, de gesteldheid nauwkeuriger op
+te nemen. Misschien is de pas minder gevaarlijk dan zij ons
+toeschijnt. Apatoe neemt zijne pagaai, die hem tevens tot steun
+dient en om de diepte te peilen; dan begeeft hij zich te water om
+den linkeroever te bereiken. Niet zonder angst volgen wij met onze
+blikken onzen braven kameraad op den gevaarlijken tocht.
+
+Somwijlen reikt het water hem tot de schouders, en bekruipt ons de
+vrees dat hij zal worden medegesleept. Als hij van de been raakt,
+zal het hem vermoedelijk niet mogelijk zijn, aan den stroom weerstand
+te bieden. Ook denken wij onwillekeurig, en niet zonder huivering,
+aan de kaimans die zich in de rivier ophouden. Eindelijk heeft hij
+gelukkig den linkeroever bereikt, dien hij volgt tot aan de bres in
+den rotswand. Weldra keert hij langs denzelfden weg tot ons terug. Wat
+heeft hij gezien? Wij allen verkeeren in groote spanning.
+
+Het is eene lange, smalle opening dwars door den rotsigen heuvel;
+naar het betrekkelijk weinige, dat Apatoe er van heeft kunnen zien,
+vat hij zijn indruk in een paar, niet zeer geruststellende woorden
+samen: "Dat zeer slecht; kan misschien door komen."
+
+Wij zien elkander een oogenblik zwijgend aan. Ons besluit is
+genomen. In Gods naam, voorwaarts!
+
+Binnen vijf minuten zijn wij aan den ingang van de bres. Het vlot
+schiet door de smalle opening. Over eene lengte van twee kilometers
+wisselt de breedte van twaalf tot omstreeks vijf-en-twintig ellen. Wij
+hebben aan weerszijde een veertig el hoogen rotswand, bestaande uit
+reusachtige lagen zandsteen, waarvan sommigen vooruitsteken. Uit
+de spleten tusschen de rotsen schieten overal heesters en struiken
+omhoog. Hier en daar sijpelt langs de steile wanden een dunne
+waterstraal naar beneden. Nu en dan steken half overdolven rotsen
+langs de oevers omhoog en drijven het schuimende en wielende water
+terug. Het is of de rivier toornt over deze belemmering van haar
+vrijheid: brullend, kokend, wervelend, in ijlende vaart stormt zij
+voort. Nu eens glijden wij over den top der verdronken rotsen, om
+dan plotseling een meter te dalen. Op zeker oogenblik worden wij met
+onweerstaanbaar geweld heengevoerd naar eene vooruitstekende rots,
+die zich nauwelijks vijftig duim boven het water verheft. Het is
+gedaan: al wat zich op het vlot bevindt, zal zoo straks verpletterd
+of weggevaagd worden; de wervelende draaikolk zal ons allen in een
+oogwenk verslinden. Maar Apatoe, die nooit zijne koelbloedigheid
+verliest, heeft het gevaar reeds overzien. Met bovenmenschelijke
+inspanning duwt hij, met behulp van een ijzeren stang het vlot in
+den stroom terug. Wij zijn gered.
+
+Nu gaat verder alles goed. Bij den uitgang der bres verbreedt de
+rivier zich weer en wordt de stroom weer kalmer. Weldra bespeuren wij
+aan den rechteroever een frisschen waterval en een breede bank van
+zandsteen. Wij haasten ons, aan land te gaan; wij hebben er behoefte
+aan, eens even uit te rusten, en ons te verkwikken aan den aanblik der
+schoone weelderige natuur rondom ons. Wij verheugen ons van heeler
+harte, dat wij zoo gelukkig aan het dreigende gevaar ontsnapt zijn;
+en wenschen ons zelven geluk met het kloeke besluit om den doortocht
+te wagen, en niet, met achterlating van het vlot en beladen met
+onze bagage, te beproeven om over de rotsen te klimmen. En wie weet,
+misschien is dit wel de Raudal, waarvan men ons gesproken heeft; zoo
+ja, dan zullen wij weldra de Areare bereiken en Indianen ontmoeten,
+naar wier kennismaking Lejanne, die ze nog nooit gezien heeft,
+zeer verlangt.
+
+Na ontbeten te hebben, gaan wij weder scheep. Getrouw aan zijne
+ongelukkige gewoonte, heeft Toutou zich weer in het kreupelhout
+verscholen. Wij jagen hem langen tijd na zonder hem te kunnen
+inhalen. Hij zal de prooi worden van een jaguar of van honger
+sterven. Nauwelijks zijn wij honderd el van den oever verwijderd,
+of Toutou verschijnt en staat aan den waterkant te huilen. Het is te
+laat. Een goede hond zou ons nazwemmen: Toutou gaat niet te water en
+blijft achter.
+
+Wij komen zonder hinder over een tweeden val, die wel veel beweging
+maakt, maar niet gevaarlijk is. Even daarna nadert een reusachtige
+kaiman zoo dicht tot het vlot, dat Apatoe hem met de pagaai een
+geweldigen slag op den kop toebrengt, die hem doet afdeinzen. Weldra
+bespeuren wij nog andere kaimans; hun aantal neemt steeds toe. Wij
+varen dicht langs eene zandbank, waar drie of vier dezer monsters zich
+in de zon liggen te koesteren. Zij gaan te water en een van hen zwemt
+naar het vlot. Apatoe wil hem een poets spelen. Zijne bedoeling is,
+den kaiman zoo dicht mogelijk in de nabijheid te lokken, en hem dan
+met een ijzeren staaf de hersenen in te slaan: te dien einde laat
+hij zeker eigenaardig geluid hooren, waarmede de Roecoeyenne-Indianen
+gewoon zijn, de krokodillen te lokken.
+
+De kaiman zwemt uitmuntend; zijn kop alleen, met wezenloos starende
+oogen, steekt half boven het water uit. Op vijftien pas afstands
+duikt hij.
+
+"Let op!" roept Apatoe ons toe.
+
+Ieder verwacht het monster aan zijn kant. Eensklaps vertoont zich
+zijn snuit vlak bij Lejanne, die haastig terug wijkt en aldus aan
+een vreeselijk gevaar ontsnapt; want op het eigen oogenblik beurt de
+kaiman zijn geweldigen kop en een deel van zijn lichaam uit het water:
+vlak voor het gelaat van onzen vriend, slaat hij met een luiden slag
+zijn geduchte kaken op elkaar. Ik geef Apatoe den raad, zich voortaan
+liever van dergelijke grappen te onthouden.
+
+Inmiddels is de lucht betrokken. Welhaast klieven eenige bliksemstralen
+de zwarte wolken; de donder ratelt, en de regen valt bij stroomen
+neder. Wij verdragen deze beproeving met wijsgeerige kalmte en laten
+het vlot zijn weg volgen. Eindelijk vinden wij eene geschikte plaats,
+waar wij vuur kunnen maken en onze hangmatten ophangen, ter halver
+hoogte van een steilen oever.
+
+De vermoeienissen en emoties van dien dag hebben ons uitgeput. Wij
+vallen weldra in een zwaren, diepen slaap. Den volgenden morgen
+bemerken wij dat wij ons bivak hebben opgeslagen op den weg van een
+zwerm maniokmieren. Dit zijn vrij groote roode mieren, welke steeds
+vergezeld zijn van andere zwarte mieren, die nog veel grooter en met
+zeer scherpe en sterke kaken gewapend zijn. Deze vriendelijke diertjes
+hebben in onze bagage eene aardige verwoesting aangericht. Zij hebben
+de klep van mijn pet, mijn tabakszak en het garnituur van mijn hoed
+weggevreten, en bovendien de helft van het muskietenscherm van Lejanne.
+
+3 November.--Den geheelen dag zien wij caoutchoucboomen in groote
+menigte, en niet minder guarumos, wier blanke, licht paars getinte
+stammen overal den oever omzoomen. De breede, van onderen zilverachtig
+gekleurde bladeren dwarrelen naar beneden in de rivier en veroorzaken
+kleine knalletjes, die de indrukwekkende stilte van het middaguur
+breken. Deze stilte is inderdaad aangrijpend. Alles schijnt in diepen
+slaap gedompeld; men hoort geen enkel geluid: de vogels zwijgen; de
+wind is gaan liggen; de rivier is glad en effen als een spiegel. De
+weinige woorden, die wij met elkander wisselen, de zachte riemslagen
+met de pagaai, worden door de echoos van het woud met zeldzame kracht
+weerkaatst en herhaald.
+
+Slechts des morgens en des avonds ontwaken de dieren uit hunne
+verdooving en komen in beweging: de papegaaien, de toucans en aras
+maken dan spektakel genoeg. Enkele cabiais laten een vreemdsoortig
+geluid hooren, dat eenigszins overeenkomt met zeer luid niezen en
+dat ons in den beginne steeds in lachen deed uitbarsten.
+
+Aan den linkeroever zien wij den mond eener rivier. Zou dat de Areare
+zijn? Later bleek mij, dat het de Duda was, wier vermogen door het
+opnemen van verschillende stroompjes en beken belangrijk was versterkt.
+
+Gedurende dezen dag werden wij tot drie malen toe door kaimans
+verontrust, die naar ons vlot zwommen. Hunne oogen en hun snuit
+teekenden zich helder af op het door het lommer der boomen donker
+gekleurde water, zoodat wij zeer gemakkelijk hun spoor konden
+volgen. De eerste naderde tot op vijftien pas afstands en keerde toen
+terug. Een tweede, even dicht genaderd, dook onder en verscheen een
+oogenblik daarna, vlak naast het vlot, boven water. Lejanne en Apatoe
+zonden ieder een kogel op hem af. Hij duikt onder en verschijnt
+weer op vijftig pas afstands. Waarschijnlijk hebben onze makkers
+wat overhaast geschoten. In ieder geval is de kaiman bang geworden,
+want hij laat ons verder met vrede.
+
+De laatste eindelijk zwemt zonder aarzeling naar ons toe, tot Lejanne
+hem, op twintig pas afstands, met een kogel tegenhoudt. Het schot
+was raak, want wij zien hem niet weder.
+
+Tegen den avond barst een onweer los. Het regent nog hard, als wij
+ophouden om ons kamp voor den nacht in gereedheid te brengen. De
+plaats voor ons bivak is uitmuntend. De oever is steil, maar dikke
+lianen zenden haar sterke stengels tot aan den rand van het water uit,
+en verschaffen ons zoo de gelegenheid, naar boven te klimmen. Hooge,
+eeuwenoude boomen spreiden hun dicht gebladerte over ons uit als een
+beschermend gewelf, waaronder wij ons ter ruste vlijen.
+
+
+
+
+V
+
+
+4 November.--De caoutchoucboomen zijn eensklaps verdwenen: nadat
+wij ze gisteren in zoo grooten getale hadden ontmoet, zien wij er
+nu--vreemd genoeg--geen enkelen meer.
+
+Den geheelen dag moeten wij oorlog voeren tegen de kaimans. Wij
+schieten op hen op dertig pas: geen wonder dat zij eerbied krijgen
+voor onze kogels. Nu en dan zien wij reusachtige monsters zich op de
+zandbanken welbehagelijk koesterende in de brandende zon. Wanneer de
+stroom ons naar die zandbanken voert, dan gaan de geduchte gasten
+te water en zwemmen naar ons vlot, soms allen te gelijk, soms ook
+slechts een of twee.
+
+Een dezer dieren bezorgt ons eenige angstige oogenblikken. Voor ons
+ligt een niet hooge, maar steile zandplaat, die wij bijna rakelings
+zullen voorbijvaren. Een buitengewoon groote kaiman ligt roerloos op
+den oever uitgestrekt. Wat zal hij doen, als wij in zijne onmiddellijke
+nabijheid zullen zijn? Lejanne acht het raadzaam hem weg te jagen,
+en zendt een kogel op hem af. Bij het eerste schot spert het monster
+den muil open, en buigt zich een weinig ter zijde, terwijl zijn staart
+heftig in beweging is. Is hij dood of maakt hij zich tot tegenweer
+gereed? Op tien meters schiet Lejanne nogmaals: de kogel treft den
+kaiman in den buik. Hij stort zich in het water, dat hij in felle
+beroering brengt. Hij schijnt op ons af te komen, maar verdwijnt,
+slechts een weinig bloed achter latende.
+
+6 November.--Gister viel niets voor, der vermelding waardig,
+uitgezonderd de verschijning van dolfijnen, die ik hier, bijna aan
+den voet van de Andes, niet had gedacht te zullen ontmoeten.
+
+Heden morgen, bij het vertrek, viel een fijne regen, die overigens niet
+hinderlijk was. Ieder hield zich met het een of ander onledig: Lejanne
+maakte aanteekeningen; ik werkte aan mijne kaart. Het vlot drijft
+regelmatig met den niet te sterken stroom af; de rivier levert geen
+moeilijkheden op; wij kunnen ons gerust laten gaan. Onze bootslieden
+zijn bezig met het herstellen van de muskietenschermen, die natuurlijk
+op den tocht door de bosschen eenige schade hebben bekomen.
+
+Omstreeks tien uur verstrooien zich de wolken, slechts aan de toppen
+der hooge boomen eenige nevelvlokken achterlatende, die weldra onder
+den invloed der zonnestralen verdampen.
+
+Tegen twaalf uur laat Apatoe eensklaps een kreet hooren, die ons
+door merg en been dringt. Hij is verdwenen. Er is geen twijfel meer
+mogelijk: een kaiman heeft hem aangegrepen. Het rampzaligste is, dat
+wij buiten staat zijn, hem te hulp te komen. Huiverend, sprakeloos
+van ontzetting, staren wij elkander aan.
+
+Eensklaps bespeur ik een hand, krampachtig vastgeklemd om eene liane,
+welke achter aan het vlot hangt. Ik grijp die hand en trek haar
+met alle kracht naar mij toe. Het hoofd van Apatoe verschijnt boven
+water. Zijne oogen zijn rood, en op zijn gelaat ligt de uitdrukking
+van onuitsprekelijken doodsangst. Met zwakke stem herhaalt hij het
+woord: Kaiman! Kaiman!--Geholpen door François, trek ik hem bij de
+schouders omhoog, terwijl hij zich met alle kracht vastklemt aan
+de balken van het vlot. De kaiman laat hem nog niet los. Hoe zal de
+ongelukkige er uitzien?
+
+Lejanne, met zijn geweer in de hand, wacht het oogenblik af, dat ook
+het monster zelf verschijnt, om het dan een kogel toe te zenden en
+te noodzaken zijne prooi los te laten. Apatoe raakt eindelijk vrij,
+en het gulzige dier krijgt een schot juist toen het mijne pet, die
+in het water gevallen was, inslokte.
+
+Wij kunnen nu onderzoeken, wat er met onzen makker is geschied. Hij
+heeft eene niet gevaarlijke wonde ontvangen aan de buitenzijde van het
+rechter been, even beneden de knie. Hij is aan een afschuwelijken
+dood ontsnapt, en heeft zijne redding slechts aan schijnbaar
+onbeteekenende omstandigheden te danken. Juist toen hij in het water
+viel, ontmoette zijne hand eene gebroken liane, die achter aan het
+vlot hing: instinktmatig, door de zucht naar zelfbehoud gedreven,
+vatte hij die aan en omklemde haar met alle kracht. Gelukkig had het
+monster hem slechts met de voortanden gegrepen en wel aan het minst
+vleezige gedeelte van het been. Had de kaiman wat verder doorgebeten,
+zoodat hij ook het scheenbeen met zijn kaken had gevat, dan ware geene
+menschelijke macht in staat geweest, onzen vriend te redden. Nu is
+de zaak niet zoo erg; onverwijld leg ik het eerste verband aan.
+
+Wij zetten koers naar den rechteroever, waar wij bamboes zien; wij
+gaan aan land, en weldra heeft François met de lange stengels eene
+soort van leuning of borstwering rondom het vlot gemaakt, die ons
+tegen dergelijke verrassingen zal beveiligen en den tijd zal geven om
+ons tegen het gevaar te wapenen, wanneer de krokodillen de gewoonte
+mochten aannemen, ons aan te vallen.
+
+Wij hervatten onzen tocht. De gewonde is niet in staat om te
+pagaaien. Lejanne en ik, wij komen overeen, beurtelings te roeien,
+als François onze hulp mocht behoeven.
+
+Het verwondert ons zeer, nog geen Indianen te ontdekken. Indien zij
+zich hier in den omtrek ophielden, moest ons onophoudelijk schieten
+er toch eenigen naar den oever lokken. Wij leiden daaruit af, dat wij
+den mond van de Areare nog niet voorbij zijn, en dat wij dus ook den
+Raudal nog in het verschiet hebben. Dit laatste vooruitzicht is des
+te minder geruststellend, omdat onze schipper, tengevolge van zijne
+verwonding, half buiten gevecht is gesteld.
+
+Des avonds vonden wij eene zeer geschikte plaats voor ons bivak. Het
+kost ons eenige moeite, onzen gewonde tegen den steilen oever naar
+boven te dragen; hij verzekert ons echter dat hij niet veel pijn
+heeft.--Het muskietenscherm van Lejanne is voor verreweg het grootste
+gedeelte vernield. Tegen twee uur in den morgen heeft hij nog geen
+oog geloken, evenmin als in de beide vorige nachten. Ik bied hem mijn
+hangmat aan, opdat hij een weinig zou kunnen rusten. Hij is lijdende
+en vermagerd.
+
+9 November.--De kaimans laten ons sedert een paar dagen met rust. Zou
+dat de uitwerking zijn van onze broze borstwering? Sedert gisteren
+hebben wij een heuvelketen in het gezicht, volkomen gelijkende op
+die, door welke wij den tweeden November gevaren zijn. Voor mij is nu
+elke onzekerheid opgeheven: daar is de Raudal, en achter die heuvelen
+zullen wij den mond van de Areare vinden.
+
+Heden middag, ten twee uren, bevinden wij ons voor den ingang van eene
+tweede engte, geheel gelijk aan de eerste, Ditmaal voorzichtiger, door
+de ervaring geleerd, hebben wij den linkeroever gehouden, zoodat wij
+aan wal kunnen gaan om den toestand te overzien. De ingang is smal en
+vormt eene scherpe bocht, die eenige moeilijkheid zal opleveren. Verder
+op, is de vaart breeder; er zijn verschillende kolken en wielingen,
+maar wij kunnen geen eigenlijken val ontdekken. Intusschen overzien
+wij slechts een klein gedeelte van dit lange kanaal, doch dat gedeelte
+levert geene bijzondere bezwaren op.
+
+Op ons gelukkig gesternte vertrouwende, gaan wij vol moed het
+onbekende tegen. Bij den ingang der bocht worden wij door eene
+draaikolk aangegrepen. Het vlot schiet pijlsnel vooruit, naar den
+oever toe, en keert dan even snel terug: deze beweging herhaalt zich
+tot driemaal. Bij den derden draai zijn wij buiten de wieling; wij
+varen door de bocht en bevinden ons nu midden in den feilen stroom. De
+gemiddelde breedte van het kanaal is tusschen de veertig en vijftig
+meters. De rotswanden ter wederzijde bestaan ook hier uit lagen
+zandsteen, waarvan de onderste glimmend zwart zijn. Het water heeft
+allengs die zwarte steenblokken afgeschaafd, uitgehold, laat ik mogen
+zeggen gebeeldhouwd. Wij zien, tot onze uiterste verbazing, gansche
+rijen van wonderlijke figuren boven elkander, die aan chineesche
+of indische afgodsbeelden doen denken, en zoo als zij daar staan,
+een allerzonderlijksten indruk maken. Wij zijn een en al bewondering
+en vergeten voor een oogenblik ons vlot, dat weer door een draaikolk
+aangegrepen, naar eene overhangende rots wordt gevoerd, toen Apatoe,
+die, ondanks de pijn van zijne wonde, in deze omstandigheden de
+leiding van ons vaartuig heeft op zich genomen, ons nogmaals redde,
+door de roeispaan zoo krachtig tegen de rots te duwen, dat het hout in
+zijne hand brak. Zonder hem zouden wij verpletterd of verdronken zijn.
+
+Na den Raudal zonder verderen hinder te zijn doorgekomen, gaan wij aan
+den rechteroever aan land, waar wij eene uitstekende plaats vinden voor
+ons kamp. Hoewel het nog klaar dag is, besluiten wij hier te blijven
+om te overnachten.--Goddank! wij zullen weldra menschen ontmoeten. Wij
+zien de overblijfselen van een vuur, met drie regelmatige steenen,
+waartusschen verkoolde stukken hout. Sommige boomen vertoonen de
+versche sporen van bijlslagen. De Indianen zijn niet verre.
+
+Lejanne vuurt tot tweemaal toe zijn geweer af, om hen van onze
+nabijheid te verwittigen; daarop volgt hij de half uitgedroogde
+bedding eener beek, hopende eenig wild te zullen vinden. Deze beek
+vloeit over eene bedding van kalen zandsteen, waar hier en daar kommen
+of plassen zijn overgebleven, wemelende van kleine vischjes; zoo hij
+een mand of korf bij zich had, zou hij ze bij menigte hebben kunnen
+vangen. Nu keert hij zonder wild en zonder visch terug. Het is toch
+eigenlijk al te dwaas, dat men in eene zoo wildrijke streek evenwel
+gebrek aan versch vleesch kan hebben. Alle jagers hebben echter hun
+ongeluksdagen, waarop zij platzak huiswaarts komen. Misschien hebben
+onze schoten de dieren op de vlucht gejaagd.
+
+De avond is gedaald. Wij hebben nog geen bezoek van Indianen ontvangen,
+maar wij brengen een heerlijken nacht door, zonder door muskieten
+gekweld te worden.
+
+10 November.--Nadat wij in den morgen eenige waarnemingen gedaan
+en andere werkzaamheden verricht hadden, gingen wij weder op
+weg. Omstreeks vijf uur in den namiddag bespeurden wij een aantal
+couicouis op een boom langs den oever. Lejanne wil ons een dezer
+vogels bezorgen. Wij gaan dus aan land: het wordt ook tijd om ons kamp
+op te slaan. Ik ga vuur aanmaken; François is een zeer middelmatig
+schutter; Apatoe kan niet loopen; Lejanne moet dus voor ons diner
+zorgen. Hij gaat naar den boom, waarop wij ons wildbraad hebben zien
+zitten. Een oogenblik daarna hoor ik een schot en tevens het geroep:
+François! François! Het verwondert mij, dat Lejanne hulp noodig heeft
+om een couicoui te dragen. Maar hoe groot is mijne verbazing, toen zij
+beiden met een pecari komen aanslepen. De pecaris leven doorgaans
+in meer of minder groote troepen of kudden; zij verraden hunne
+tegenwoorheid door hun geknor en het geknars met hunne slagtanden;
+ook verspreiden zij eene sterke muskuslucht: Niets van dat alles
+heeft ons hier getroffen. Het dier, dat Lejanne geschoten heeft,
+was vermoedelijk van de kudde afgedwaald en liep nu zijne makkers te
+zoeken; zijn dood redde het leven van een couicoui. Deze wijziging in
+het menu is mij in het minst niet onaangenaam.--Wij maakten ons gereed,
+het varken te ontleden, toen Lejanne, wien het koude zweet uitbrak,
+in zwijm viel. Ik begin mij ongerust over hem te maken. Het is hoog
+tijd, dat wij de Indianen aantreffen en wat rust nemen.
+
+
+
+
+VI
+
+
+11 November.--Omstreeks elf uren varen wij langs de monding van eene
+vrij aanzienlijke rivier, die zich aan den linkeroever in de Goyabero
+uitstort. Ditmaal is het inderdaad de Areare, die van San-Juan de los
+Llaños afdaalt en door het dorp San-Martino vloeit. Eenige kooplieden
+van dit dorp zijn handel komen drijven met de Mitoeas-Indianen,
+die aan de uitmonding van de Areare wonen. Andere kooplieden uit
+San-Fernando de Atabapo hebben eens of tweemaal de Guaviare en de
+Areare opgevaren tot aan San-Martino.
+
+In zestien dagen hebben wij nu een afstand afgelegd van
+honderd-vijf-en-twintig mijlen door een geheel onbewoond land, waar
+nog nimmer, voor zoover bekend, een menschelijk wezen den voet had
+gezet, en waar zeer waarschijnlijk ook niet spoedig iemand ons spoor
+zal volgen.
+
+Weldra bespeuren wij achter ons, naar den kant van de Areare, een
+zwaren rook, die in koperkleurige wolken omhoog stijgt. Daar bevinden
+zich Indianen, die het hooge gras eener savane of een gedeelte van
+het woud in brand hebben gestoken, om ruimte te krijgen voor een dorp.
+
+Omstreeks een uur zien wij acht palen, in twee rijen in den grond
+gestoken, en die blijkbaar hebben gediend om hangmatten aan te
+bevestigen. Dicht in de nabijheid staan nog andere palen. Even daarna
+maakt de rivier eene kromming.
+
+"Eene hut!" roept François.
+
+Het is inderdaad zoo; wij naderen eene groote savane, waar de rivier
+midden door loopt. Een weinig achterwaarts van den hoogen steilen
+oever staat eene hut, die veel overeenkomst heeft met een breeden
+lagen hooiberg. Eer wij aan dit hooge weiland komen, moeten wij nog
+een kilometer ver langs het bosch varen.
+
+"Roode kinderen!" roept François voor de tweede maal.
+
+En ook nu is het waar. Op omgevallen of gestrande boomstammen zitten
+eenige kinderen, in verschillende houdingen neergehurkt, het hoofd
+een weinig voorover gebogen, en ons met vreesachtige en wantrouwende
+blikken gadeslaande. Vlak daarbij zien wij twee Indianen, staande in
+hunne prauw, met hun boog en pijlen in de hand. Wij binden een hemd aan
+een stok en wuiven met die geïmproviseerde parlementaire vlag. Tevens
+laat ik Apatoe, bij wijze van begroeting, eenige schoten met los kruit
+doen. Dit schieten moest den Indianen aan het verstand brengen, dat
+wij als vrienden in hun midden verschijnen: vijanden zouden immers niet
+op deze wijze kennis geven van hunne komst. Tevens kunnen zij bemerken
+dat wij goed gewapend zijn en dat het dus een roekeloos ondernemen zou
+wezen, ons kwalijk te bejegenen. Ook deze wetenschap kan geen kwaad.
+
+Dit gedaan zijnde, sturen wij naar hen toe. Naarmate wij dichter bij
+komen, verlaten zij hunne stelling en klauteren tegen den vrij steilen
+oever omhoog. Ik steek mijn revolver in mijn gordel en trek een vest
+aan om het wapen te verbergen. Lejanne neemt zijn patroontasch en doet
+twee patronen op zijn geweer. Eindelijk komen wij aan den oever. Ik
+gelast François en Apatoe goed op het vlot te passen, terwijl wij
+beiden, Lejanne en ik, op verkenning zullen uitgaan naar het dorp.
+
+Wij weten nog niet hoe wij ontvangen zullen worden, maar toch zijn
+wij zeer gelukkig eindelijk weer eens menschen te ontmoeten. Onze
+Indianen staan op den oever, dien wij vlug beklimmen. Zij gelijken op
+alle Indianen, die ik tot dusver gezien heb. Wij zien voor ons drie
+mannen van vijf-en-twintig à dertig jaar, een jongeling van zeventien
+of achttien jaar, en een meer bejaard man, die de vijftig achter den
+rug schijnt te hebben. Er is hier een kleine open plek in het woud;
+ter linkerhand staat een soort van afdak of hut van palmbladen;
+voor ons begint het pad, dat naar de savane voert. Wij onderscheiden
+daar eenige vrouwen, die manden vol visch dragen en zich haastig
+verwijderen. Midden op de open ruimte staan eenige kinderen, die,
+gedreven door nieuwsgierigheid en weerhouden door vrees, eerst zich
+achter hun vaders schijnen te willen verschuilen, maar die eindelijk,
+schuwe blikken achterwaarts werpende, zoo hard zij kunnen hunne
+moeders naloopen.
+
+Met uitgestoken hand treed ik op den oudsten der Indianen toe. Hij
+draagt een koord om den hals, waaraan vier hoektanden van een
+jaguar zijn bevestigd. Daar alleen de aanzienlijken--althans bij de
+mannen--de gewoonte hebben, halssnoeren te dragen, maak ik daaruit op,
+dat ik een dorpshoofd voor mij heb. Hij is iemand van ter nauwernood
+middelbare gestalte, met een zeer breede borst, een vooruitstekenden
+buik en magere beenen. Zijn aangezicht is rond en met rocou besmeerd;
+zijne ietwat rossige, zeer levendige oogen staan een weinig schuin;
+de wangbeenderen steken vooruit.
+
+Onderstellende dat deze Mitoeas-Indianen misschien de Areare zijn
+opgevaren tot San-Martino, en dat zij wellicht eenige woorden
+spaansch verstaan, spreek ik den hoofdman toe met een "Buenas dies,
+señor capitan"; daarbij, volgens gebruik, luidkeels lachende. Hij
+drukt mij de hand en lacht op zijne beurt. Lejanne geeft hem ook
+de hand, terwijl ik met de andere mannen, onder luid geschater,
+handdrukken wissel. Een hunner verstaat enkele woorden spaansch en
+zal ons bij zijne makkers tot tolk dienen. Wij geven hem te kennen,
+dat wij hunne hutten wenschen te bezoeken en bij hen een poosje willen
+uitrusten. Wij begeven ons op weg en slaan, voorafgegaan door onze
+Indianen, het pad in, dat dwars door een stuk bosch, naar de savane
+voert. Het pad is vrij breed, effen en ter wederzijde door laag hout
+en heesters omzoomd, waarachter zich het hoog geboomte verheft. Op de
+vlakte gekomen, zien wij drie hutten op onderlingen afstand van vijf-
+tot omstreeks achthonderd el geplaatst.
+
+Wij richten onze schreden naar de naaste hut. In het gras langs het
+pad liggen een aantal verkalkte schilden van schildpadden. Groote
+honden, gestreept als tijgers, met rechtopstaande ooren en lange
+snuit, beginnen bij onze nadering uit alle macht te blaffen. Zij
+schijnen stellig van plan, een aanval op onze beenen te doen;
+maar zij ontvangen van hunne meesters eene kastijding, die hen doet
+besluiten--zij het ook onwillig--eene meer vreedzame houding aan te
+nemen. Een haan en een paar kippen loopen te pikken in de nabijheid
+der hut, die, uit de verte gezien, heel veel weg heeft van een groote
+bijenkorf. Naderbij gekomen, zie ik dat zij bestaat uit latwerk,
+met palmbladen gedekt. Twee rijen houten palen, in de hut geplaatst,
+zijn onderling met lianen verbonden. Aan elke zijde is in den wand eene
+opening, die met een deur van palmbladen kan worden gesloten. Ook in
+het dak is eene opening gelaten, waardoor het licht binnendringt en
+de rook een uitweg vindt.
+
+Bij het binnentreden der hut kunnen wij, door de heerschende
+duisternis, eerst niets onderscheiden. Als wij eenigszins aan de
+schemering gewend zijn, bespeuren wij vier vrouwen, die op den grond
+zijn neergehurkt. Op nieuw worden, onder luid gelach, handdrukken
+gewisseld. De kinderen huilen van schrik; wij tikken hun vriendelijk
+op den wang, hetgeen ze een weinig tot bedaren brengt.
+
+Met behulp van onzen tolk geef ik aan de Indianen te kennen, dat ik
+gaarne mondbehoeften van hen koopen wil: bananen, cassave, visch,
+alles, in een woord, wat zij ons leveren kunnen. Bovendien zou ik
+gaarne eene prauw koopen en twee mannen huren om met ons te gaan tot
+het naaste dorp, nadat wij eerst een weinig bij hen gerust hebben.
+
+Ik deel hun tevens mede, dat Apatoe door een kaiman gewond is, en
+dat het wenschelijk ware, indien een hunner hem helpen wilde om
+naar het dorp te komen. Een ander kan François behulpzaam zijn,
+om onze bagage, die van het water te lijden heeft gehad, op den
+oever te brengen, ten einde ze te laten drogen. Inmiddels deel ik
+eenige kleine geschenken onder hen uit: vischhaken, scharen, messen,
+naalden, als belooning voor deze kleine diensten. Zij schijnen zeer
+in hun schik en behandelen ons vriendelijk.
+
+Lejanne merkt op, dat hij eene vrij sterke gelijkenis vindt tusschen
+deze Indianen en de inwoners van Indo-China; hunne oogen staan minder
+schuin en hun neus steekt meer vooruit. Maar overigens, hebben
+zij dezelfde gestalte, dezelfde bruingele kleur als de Annamiet,
+die met ontbloot bovenlijf op de rijstvelden arbeidt. Beiden hebben
+zwaar, zacht, zwart hair met een rosachtigen weerschijn; uitstekende
+wangbeenderen, eene breede borst, magere en ietwat gekromde beenen;
+de groote teen staat geheel afgezonderd van de andere, die kort en
+rond zijn. Doorgaans hebben deze Indianen donker rosachtige oogen. De
+mannen knippen hun hair op het voorhoofd af, tot omstreeks een vinger
+boven de wenkbrauwen; ter zijde en van achteren laten zij het langer
+groeien. Hunne kleeding bestaat uit de _calimbé_, een lap katoen,
+eertijds wit van kleur, die aan een om de heupen geknoopt koord is
+vastgemaakt en tusschen de beenen doorgaat, om vervolgens, van voren
+en van achteren, tot even over de knieën af te hangen. Verder dragen
+zij boven de kuiten en aan de enkels een soort van banden of ringen
+van palmbladen. Een dergelijk blad wordt ook als krans om het hoofd
+gewonden. Om den hals dragen zij snoeren van zwarte zaadkorrels,
+afgewisseld door blauwe en roode glaskoralen.
+
+De mannen hebben iets fiers en statigs in houding en gang; maar
+de vrouwen hebben zulk een voorkomen van bestialiteit en een
+zoo onbevalligen, waggelenden, slependen gang, dat zij inderdaad
+afschuwelijk mogen genoemd worden. Misschien is dit een gevolg van
+den zwaren arbeid, waartoe zij sinds hare jeugd veroordeeld zijn. Drie
+der hier aanwezige vrouwen, hoewel nog jong, zijn geheel verwelkt en
+afgeleefd. Haar hair is langer dan dat der mannen; zij maken eene soort
+van scheiding, maar gebruiken nimmer een kam. Hare kleeding bestaat
+uit een hemd, of liever een soort van zak, waarin gaten zijn gelaten
+om het hoofd en de armen door te steken. Dit kleedingstuk wordt door
+haar zelven gemaakt; het is vervaardigd van plantenvezels, die fijn
+gestampt en tot een soort van stijve watten gemaakt worden. Het spreekt
+van zelf, dat deze stof al zeer weinig plooibaar is en zich niet voegt
+naar de vormen van het lichaam. Zij dragen halssnoeren van glaskoralen.
+
+Al de bewoners van het dorp vereenigen zich in onze hut: wij hebben
+dus al spoedig met iedereen kennis gemaakt. Bij ons binnentreden was de
+bodem der hut bezaaid met allerlei soorten van visch, waarvan enkelen
+een meter lang waren. Ik koop er eenigen, die Lejanne uitteekent,
+eer zij gekookt worden. Onze makkers zijn inmiddels ook aangekomen, en
+weldra smullen wij aan gekookte en gebakken visschen, welke de vrouwen
+voor ons hebben klaargemaakt. De Indianen, op den grond neergehurkt
+of op kleine, uitgeholde, zeer lage bankjes gezeten, vormen een kring
+rondom groote aarden potten, waaruit zij met de rechterhand stukken
+visch halen, die zij vervolgens met de linker naar den mond brengen.
+
+Dan komt de beurt aan den gebakken visch. Van tijd tot tijd vullen zij
+een kalebas met water uit een aarden pot met een lange rechte tuit,
+niet onbevallig van vorm. Daar komt geen einde aan het maal. Hoopen
+visch verdwijnen in de magen der gasten en men gaat nog maar altijd
+met bakken voort.
+
+Ik tracht van de aanwezige mannen eenige inlichtingen te bekomen. Voor
+zoo ver ik uit hunne verklaringen wijs kan worden, kennen zij
+San-Martino, maar niet San-Fernando. Benedenwaarts langs de rivier
+zullen wij eenige indiaansche pueblos vinden; om het naaste dorp te
+bereiken, hebben wij een dag varens noodig. Twee mannen zijn bereid
+ons tot daar te vergezellen, en zullen daarvoor ieder als belooning
+een hakmes ontvangen. De hoofdman zal ons eene prauw afstaan, in ruil
+voor een bijl en een lap katoen.
+
+Geld is hier niet in zwang en wordt niet aangenomen; toch is het niet
+geheel onbekend, want om den hals van een jong meisje zie ik twee
+stukjes van vijftig centimes, een met het portret van Louis-Philippe
+en een met dat van Napoleon III. Hoe mogen die fransche geldstukjes
+hier verzeild zijn geraakt? Op die vraag is het niet mogelijk een
+antwoord te geven; maar zeker had ik niet verwacht, de beeltenissen
+van deze twee vorsten naast elkander te zien prijken op de borst van
+een indiaansch meisje in het hart der wouden van Zuid-Amerika.
+
+Het meubilair van onze Indianen bestaat uit hangmatten, eenig
+aardewerk, eenige kleine, lage, holle bankjes, schilden van
+schildpadden, die als zetels dienen, drie bijlen en een hakmes;
+als wapenen hebben zij pijl en boog; zij gebruiken geen sarbacanen
+(blaaspijp) en bedienen zich ook niet van gif.
+
+De avond is gedaald. De maan schijnt met volle pracht en helderen
+glans aan den wolkeloozen hemel. Er waait een zacht koeltje; de lucht
+is frisch en verkwikkend.
+
+Het dorpshoofd en zijn zoon zijn naar hunne woning teruggekeerd. Wij
+verzoeken den drie mannen, die achtergebleven zijn, ons een proefje
+te willen geven van hun nationale zangen en dansen. Aanvankelijk
+maken zij daartegen eenige bedenkingen, maar ik had opgemerkt dat
+zij geen tabak hadden en gretig onze weggeworpen eindjes sigaar
+oprookten. Ik haal drie sigaren uit mijn zak en bied hun die aan: nu
+veranderen zij van toon en verklaren zich bereid, aan ons verlangen te
+voldoen. Hun gezang is, hoewel zeer weemoedig, toch vrij welluidend,
+maar bij uitstek eentonig, want het bestaat slechts uit eene enkele
+frase, die eindeloos wordt herhaald. Een hunner geeft de maat aan,
+met behulp van een kalebas, waarin zaadkorrels verborgen zijn en
+die hij heen en weer beweegt; die kalebas is met figuren versierd
+even als het vaatwerk. De vrouwen hebben het te druk om aan den dans
+deel te nemen. De kinderen scharen zich, twee aan twee, op eene rij
+achter de mannen en bewegen zich, als zij, langzaam, met afgemeten
+schreden voort, daarbij met hun rechter voet de maat slaande. Iedereen
+schijnt zeer tevreden en gelukkig: trouwens, de behoeften dezer arme
+lieden zijn al zeer weinige en dus spoedig voldaan.--Omstreeks tien
+uren strekken wij ons uit in onze hangmatten; voor het eerst sedert
+zeventien dagen slapen wij rustig, met een dak boven ons hoofd.
+
+12 November.--Wij brengen den dag door met teekenen en photografeeren,
+met het doen van sterrekundige en meteorologische waarnemingen. Morgen
+zal onze bagage droog zijn; in den morgen van den veertienden zullen
+wij vertrekken.
+
+Na het middagmaal zijn alle bewoners van het dorp, mannen en vrouwen,
+grooten en kleinen, bij onze hut vereenigd. De mannen hervatten hun
+eentonig gezang en hun niet minder eentonigen dans, die ons niet kunnen
+boeien. De muskieten zijn zeer talrijk en hinderlijk; wij begeven
+ons dus spoedig ter ruste, na onze geweren onder onze hangmatten op
+den grond te hebben gelegd. Het duurt niet lang, of Apatoe bemerkt
+zekere beweging die hem verdacht voorkomt. Terwijl het gezang buiten
+wordt voortgezet, ruimen de vrouwen al het huisraad en de wapenen in
+de hut op. Hij maakt mij wakker en deelt mij zijne waarneming mede; ik
+denk dat de Indianen zich naar de andere hutten zullen begeven om deze
+geheel tot onze beschikking te laten. Zonder mij in het minst ongerust
+te maken, slaap ik weer in; maar even daarna wekt Apatoe mij op nieuw:
+hij vertrouwt de zaak niet. Het zingen heeft opgehouden. Wij springen
+uit onze hangmatten en treden naar buiten, met onze geweren in de hand.
+
+Er is niemand te zien. Ik zal met Lejanne mij gaan overtuigen, of de
+andere hutten ook verlaten zijn; François en Apatoe zullen inmiddels
+hier de wacht houden. Niet zonder een zeer onaangename gewaarwording,
+bemerken wij dat inderdaad de inwoners zijn verdwenen. Waarom hebben
+de Indianen zich verwijderd? Willen zij onze bagage stelen? Er
+valt geen oogenblik meer te verliezen: wij moeten trachten hen zoo
+spoedig mogelijk in te halen. Lejanne vuurt tweemaal zijn geweer af,
+ten teeken dat wij hunne vlucht bemerkt hebben; in de hoop dat zij
+zich dan zoo spoedig mogelijk uit de voeten zullen maken, zonder zich
+den tijd te gunnen onze bagage mede te nemen, die onder het afdak
+nabij den oever geborgen is. Wij gaan het bosch in en loopen zoo snel
+als de donkerheid toelaat; tevens zooveel mogelijk links en rechts
+uitkijkende, want niets zou gemakkelijker zijn, dan _à bout portant_
+eenige pijlen op ons af te zenden, en hebben de Indianen inderdaad het
+voornemen om ons te bestelen, dan zullen zij er ook wel geen been in
+vinden ons dood te schieten. Eindelijk komen wij aan den oever. De
+maan werpt haar helder licht op de open plek in het woud en op den
+kant der rivier. Daar staat onze bagage ongeschonden; daar ligt ons
+vlot rustig aan den oever. Daarentegen zijn alle prauwen verdwenen,
+ook die welke wij gekocht hebben. Wij halen ruimer adem, en Lejanne
+laat nogmaals twee schoten weerknallen, die de vluchtelingen in den
+waan zullen brengen, dat wij bij de bagage zijn en hen verhinderen,
+terug te komen.
+
+Weldra zijn wij weder bij onze makkers terug, wien wij de goede
+tijding mededeelen. Wij houden niettemin onze geweren gereed, ten
+einde op alles voorbereid te zijn, en blijven onder het rooken van
+eenige sigaren met elkander praten. Daarop begeven wij ons weer ter
+ruste en ontwaken eerst vrij laat in den morgen.
+
+13 November.--Wij vinden in een hoek de hakmessen, welke wij ten
+geschenke hadden gegeven aan de mannen die met ons mede zouden gaan,
+en ons linnengoed, dat wij aan de vrouwen gegeven hadden om te
+wasschen. Deze nauwgezette eerlijkheid verwondert ons. De hoofdman
+alleen is minder kiesch geweest: hij heeft de bijl en de lap katoen
+medegenomen, waarmede wij de prauw betaald hebben, die nu ook
+verdwenen is.
+
+Onze Indianen hebben hun haan en hunne kip vergeten: met hunne honden,
+vormden deze twee vogels hun geheelen rijkdom aan huisdieren. Wij
+vinden er hoegenaamd geen bezwaar in, de beide vogels mede te nemen,
+als vergoeding voor onze prauw.
+
+Ons vlot is een weinig gedroogd; het zinkt minder diep in het water
+en wij zullen ons nogmaals aan dat broze vaartuig toevertrouwen,
+dat ons toch reeds meer dan eens het leven heeft gered. Inderdaad,
+als ik denk aan de nog veel brozer prauwen van uitgeholde boomstammen,
+aan de gevaren, waarmede de vaart op de rivier gepaard gaat, aan de
+vermetele stoutmoedigheid der kaimans, dan zou ik mij bijna kunnen
+verheugen over de vlucht onzer Indianen. Alles wat ons tot dusverre
+aanvankelijk een ramp scheen, is naderhand gebleken een geluk te zijn.
+
+Tegen den middag wordt onze bagage, die nu weer geheel droog is, op
+het vlot geschikt, en wij hervatten onzen tocht. Aanvankelijk varen wij
+langs de savane, dan komen wij weder in de bosschen. Hier en daar wijst
+een verbrande boom de plaats aan van een verlaten kamp der Indianen.
+
+Groote zeemeeuwen vliegen schreeuwend boven onze hoofden heen en
+weer, zoodra wij eene zandbank naderen, waarop zij haar eieren
+hebben gelegd. Talrijke bruinvisschen duiken, snuivend en blazend,
+uit het water op en springen en dartelen overal rondom het vlot. Wij
+overnachten in het woud.
+
+14 November.--Lejanne en ik zijn telkens verplicht de plaats in
+te nemen van Apatoe, die nog altijd zijne rust moet houden, en ter
+vermijding van ongevallen, de pagaaien ter hand te nemen. Daar wij
+dit werk niet gewoon zijn, wordt de vaart voor ons vrij vermoeiend.
+
+In den namiddag zien wij een pas gevormd eilandje voor ons, waarvan
+het teedere frissche groen helder uitkomt tegen de donkere tinten der
+bosschen. Eene prauw steekt van den oever af. Met behulp van onzen
+kijker, onderscheiden wij een gezin van Indianen. Wij roepen hen uit de
+verte aan, maar zij spoeden zich naar den linker oever en verdwijnen
+in het woud, hunne prauw aan den oever achter latende. Weldra zijn
+wij in de nabijheid van dat vaartuig, hetwelk ons uitstekend te stade
+zou komen. Ik gevoel grooten lust, mij van de prauw meester te maken,
+en als betaling, op den oever een onzer fraaie amerikaansche bijlen
+achter te laten. Door de prauw, met behulp van vuur, wijder te maken en
+van eene verschansing te voorzien, zouden wij met onze bagage daarin
+plaats kunnen vinden, en zouden wij veel spoediger te San-Fernando
+kunnen zijn. En ook zoo als zij nu is, zou de prauw ons de grootste
+diensten kunnen bewijzen voor de jacht: op het stuk van vleeschspijzen,
+hebben wij niets meer dan een bus _corned beef_ en een doosje sardines.
+
+Maar Lejanne blijft bedenkingen opperen tegen dien gedwongen verkoop,
+die mij zoo sterk aantrok. Hij is van oordeel, dat wij ons verdiend
+loon zouden krijgen, indien de vertoornde eigenaar ons een of andere
+poets zou spelen, en, bij voorbeeld, 's nachts ons vlot wegnemen of
+vernielen. De prauw blijft alzoo waar zij is.
+
+15 November.--Met het krieken van den dag zijn wij weer op weg. Elken
+morgen, omstreeks vijf uren, wek ik François, die koffie voor ons zet
+en de rijst kookt, waaruit ons ontbijt bestaat en waarop wij tot den
+avond moeten teren. Omstreeks acht uur krijgen wij een Indiaan in het
+oog, die in zijne prauw zit te visschen, aan de uitmonding eener kreek,
+aan den linkeroever. Hij is de eerste om ons aan te roepen. Wij zetten
+koers naar den oever, en het gelukt ons te landen. De man heeft een
+knaap bij zich van omstreeks dertien jaren en een kind van zeven of
+acht jaar. Hij is van het hoofd tot de voeten met rocou besmeerd,
+maar spreekt vlot spaansch. Blijkbaar heeft hij eenigen tijd in
+de beschaafde wereld verkeerd. Hij heeft bereids eenige visschen
+gevangen; zijn dorp is niet verre en hij is bereid ons levensmiddelen
+te verkoopen. Wij komen bijna in verzoeking, den man te omhelzen,
+hoewel die rood geverfde Indiaan, die zoo zuiver spaansch spreekt,
+ons eigenlijk eenige achterdocht inboezemt. Lejanne neemt zijn geweer;
+ik steek mijn revolver in mijn gordel, en na onzen makkers te hebben
+aanbevolen, in onze afwezigheid goed de wacht te houden, vertrekken
+wij in gezelschap van onzen roodhuid. Zijne prauw is zeer lang, zeer
+smal en bij uitnemendheid onzeewaardig. Wij zitten op den bodem, met
+opgetrokken beenen, in eene zeer vermoeiende houding. Wij varen de
+kreek in; wij gaan snel voort, maar wij stooten elk oogenblik tegen
+verdronken stammen en overhangende takken; en het is inderdaad een
+wonder, dat wij op deze vaart van een kwartier niet zijn omgeslagen.
+
+Bij de aanlegplaats gekomen, ontmoeten wij een anderen Indiaan, die van
+het dorp komt, zijn boog en pijlen over den schouder; hij keert op zijn
+schreden terug om ons te vergezellen. Wij volgen midden door het woud
+een ter nauwernood gebaand pad, gaan over eene zeer primitieve brug,
+uit twee dunne stammen van palmboomen bestaande, met een dunne liane
+bij wijze van leuning; en komen eindelijk aan eene savane. Wij vinden
+daar slechts eene enkele hut, bestaande uit een op palen rustend dak,
+zonder muren. Wij gaan daarheen en ontmoeten er een derden Indiaan
+met twee vrouwen en eenige kinderen.
+
+De mannen zijn krachtig gebouwd, klein, maar welgevormd. De vrouwen
+zijn afschuwelijk leelijk. Eenige hangmatten, wat aardewerk, pijlen
+en bogen vormen het geheele ameublement van de hut. De vrouwen hebben
+zoo juist cassave klaar gemaakt: zij is nog een weinig week en moet,
+om goed te blijven, in de zon worden gedroogd. Wij koopen eenige
+cassavekoeken, alsmede een tros bananen, welke de mannen voor ons
+gaan plukken. Wij gebruiken wat gekookte visch met piment en bananen:
+deze schotel is voor ons bijna eene lekkernij. Maar het is tijd,
+naar onze makkers terug te keeren, die ons wachten met het ontbijt.
+
+Sedert eenige oogenblikken spreken de Indianen zeer luid onder
+elkander. Als wij gereed staan om te vertrekken, weigeren zij eenvoudig
+de gekochte levensmiddelen naar het vlot te brengen, en lachen ons in
+het gezicht uit. Zouden wij met schurken te doen hebben? Wij beginnen
+nu op onze beurt een ernstig woordje te spreken. Lejanne maakt zijn
+geweer gereed en ik haal mijn revolver voor den dag: wij bevelen hun
+aanstonds te doen wat wij verlangen. Dit helpt; zij nemen de manden
+met vruchten en koeken op en gaan op weg naar de aanlegplaats. Lejanne
+vestigt er mijne aandacht op, dat zij ons op de vaart naar het vlot
+zouden kunnen doen omkantelen. De opmerking is juist: wij zullen dus
+te voet naar den oever gaan, waar het vlot ligt.
+
+Wij noodzaken de Indianen voor ons uit te gaan, hetgeen blijkbaar
+niet naar hun zin is, want elk oogenblik staat een hunner onder
+een of ander voorwendsel stil; maar wij houden hem in het oog,
+en wachten tot hij weer voortgaat. Wij keeren naar de savane terug,
+gaan een eind ver langs het bosch, en treden het eindelijk binnen. Een
+pad is er niet; wij dwingen dus onze Indianen langzamer te loopen en
+volgen hen op de hielen. Eindelijk, na een zeer vermoeienden marsch,
+waarbij wij de kreek--ditmaal zonder brug--hebben moeten doorwaden,
+bereiken wij het vlot.
+
+De vrouwen en kinderen van het dorp hebben zich reeds aan den oever
+verzameld. In de nabijheid liggen drie prauwen, onder de overhangende
+takken verborgen; ik koop eene daarvan, in ruil voor een bijl. Wij
+maken de prauw aan het vlot vast en varen af, niet zonder zekere
+genoegdoening den spijt en de teleurstelling gadeslaande van de
+Indianen, die eerst een zoo hoogen toon hadden aangenomen.
+
+In den namiddag ontmoeten wij achtervolgens drie prauwen. De eerste
+maakt zich zoo spoedig mogelijk uit de voeten. In de tweede bevinden
+zich een man, een vrouw en een kind; ondanks onze verzekeringen
+van vriendschappelijke gezindheid, houden deze lieden zich op een
+afstand, en deelen ons alleen mede dat zij naar San-Martino gaan. In
+de laatste prauw bevindt zich mede een gezin; de man en de vrouw maken
+een gunstigen indruk. Zij komen vol vertrouwen tot ons, maar verstaan
+geen spaansch, zoodat wij niets van hen vernemen kunnen. Wij koopen
+eenige vruchten van hen, en drukken elkander de hand ten afscheid.
+
+Tegen den avond bespeuren wij eene ledige prauw, die aan den oever
+vastgebonden ligt. Zou er hier in de nabijheid eene hut staan? Morgen
+ochtend zullen wij onze geweren afschieten om de inlanders te
+waarschuwen en tot ons te roepen, want wij wenschen met zooveel
+Indianen als mogelijk is kennis te maken.
+
+Wij beginnen aan onze laatste bus met _corned beef_. Hoe heerlijk
+smaakt ons de versche cassave na onze eeuwige rijst. Wij brengen hier
+een uitmuntenden nacht door, bijna zonder muskieten.
+
+
+
+
+VII
+
+
+16 November.--Bij het ontwaken lossen wij een schot, om den eigenaar
+van de prauw te waarschuwen. Wij wachten een geruimen tijd; maar
+aangezien niemand komt opdagen, vervolgen wij onzen tocht. Juist
+toen wij ons hadden losgemaakt uit de saamgestrengelde takken en
+planten, die den bodem der rivier nabij den oever bedekken en in
+de ruimte kwamen, zagen wij twee Indianen in de prauw plaats nemen
+en naar ons toekomen. In voorkomen en kleeding gelijken zij op al
+hunne landgenooten, die wij reeds ontmoet hebben; zij verstaan een
+weinig spaansch, waaruit blijkt dat zij somwijlen met blanken in
+aanraking komen. Zij beweren noch San-Martino, noch San-Fernando
+te kennen, hetgeen mij ongeloofelijk voorkomt; ik houd het er eer
+voor, dat zij ons geene inlichtingen willen geven. Vermoedelijk
+zullen zij van hunne ontmoetingen met de blanken minder aangename
+herinneringen hebben overgehouden, en herhaaldelijk bedrogen en
+mishandeld zijn geworden. Immers, bij de aanrakingen van den wilde
+met de zoogenoemd beschaafden, is de eerste steeds de lijdende
+partij. De blanken treden op als heeren en meesters en maken van
+de onwetendheid van den wilde gebruik, om hem zooveel mogelijk te
+bedriegen en te berooven. Een koopman beroemde er zich tegen ons op,
+dat hij voor de stop van een karaf, waaraan hij groote tooverkracht
+toeschreef, tien manden met couac (gebrand maniokmeel), ter waarde
+van honderd francs, had gekregen. Het gezin van den inboorling wordt
+al even weinig geëerbiedigd als zijn eigendom. Het is dus inderdaad
+niet te verwonderen dat de Indiaan weinig sympathie voor de blanken
+gevoelt. Zoodra hij een bijl, een hakmes, een handvol kralen voor
+halssnoeren, en eenige stukken katoen bezit, houdt hij zich buiten
+bereik van de gewetenlooze handelaars, die hij veracht en verfoeit. En
+in de oogen der Indianen, met wie wij in aanraking komen, zijn wij
+niet anders dan handelaars.
+
+Onze twee roodhuiden zullen, tegen belooning van een mes, met ons gaan
+tot het naaste dorp, dat niet ver verwijderd is. Sedert een half uur
+varen wij naast elkander voort, toen wij nog eene andere prauw zagen
+aankomen, waarin een Indiaan met zijn gezin is gezeten. Wij roepen hem
+aan, en hij komt tot ons; zijn dorp ligt in de nabijheid, hij zal er
+ons heen geleiden. Ons gesprek wordt in het spaansch gevoerd. Terwijl
+wij met hem spreken, hebben de andere Indianen zich verwijderd,
+onzen vischhengel medenemende.
+
+Onze nieuwe vriend neemt ons op sleeptouw; zijne vrouw en hij pagaaien
+met alle kracht. Het verwondert mij, dat hunne zeer smalle en zeer
+onvaste prauw niet omkantelt. Eindelijk bereiken wij zonder ongeval
+eene kreek aan den rechter oever der rivier. Aan den ingang liggen
+twee reusachtige kaimans op de wacht, die in dit vischrijke water
+overvloedig voedsel kunnen vinden; met hunne ziellooze onbewegelijke
+oogen staren zij ons spookachtig aan. Bij de nadering van het vlot
+zijn zij even onder gedoken, om langzamerhand op dezelfde plaats weer
+te voorschijn te komen.
+
+Wij maken ons vlot vast aan den rechter oever van de kreek, en bekijken
+onze nieuwe makkers wat nauwkeuriger. De Indiaan is een jonkman
+van omstreeks vijf-en-twintig jaren, met een innemend voorkomen en
+welgemaakt van gestalte. Hij is daarbij zeer zindelijk. Zijne huid
+is bruinachtig geel van kleur, niet donker. Hij draagt den gewonen
+hoofdband en de kniebanden van palmbladeren; in zijne ooren heeft
+hij stukjes riet gestoken, waarvan het eene einde met roode vederen
+is versierd.
+
+Zijne vrouw heeft regelmatige trekken, en moet indertijd schoon
+zijn geweest, maar zij is reeds verwelkt, hoewel zij niet veel
+ouder kan zijn dan haar man. Zij draagt het hemd of liever den zak,
+waarvan ik reeds vroeger gesproken heb, en dat hier en daar rood is
+geworden. Ik koop dat hemd van haar voor een lap katoen. Zij toont
+besef van kieschheid: niet dan met moeite kan haar man haar bewegen,
+zich in onze tegenwoordigheid te ontkleeden.
+
+De vrouw zal met de prauw de kreek opvaren, terwijl haar man Lejanne
+en mij zal geleiden naar de plek, waar wij de kreek moeten oversteken,
+om zijne woning te bereiken, welke niet ver verwijderd is en in eene
+savane gelegen, waar een aantal Indianen zijn gevestigd. In blijde
+stemming en hoog gespannen verwachting, gaan wij op weg naar het
+dorp, waar zeker veel te zien en te leeren zal vallen. Geruimen
+tijd volgen wij den oever van de kreek; onze weg voert ons onder
+prachtige boomen, van wier stammen en takken weer krachtige wortels
+uitschieten, die in den grond doordringen. De lianen vormen als het
+ware een reusachtig netwerk, waardoor vooral Lejanne, uit hoofde van
+zijn geweer, zich niet dan met moeite een weg kan banen. De grond, die
+bij hoog water wordt overstroomd, is bedekt met eene laag vochtige klei
+en draagt geen gras. Wij zien talrijke sporen van tapirs.--Nadat wij
+ruim een kwartier geloopen hebben, staat de Indiaan eensklaps stil:
+"el tigre!" roept hij. Hij heeft het dier zien wegvluchten en wijst
+ons zijn spoor. Lejanne vuurt in die richting zijn geweer af, en wij
+vervolgen onzen marsch.
+
+Na verloop van drie kwartier komen wij aan het punt, waar wij de kreek
+moeten oversteken. De Indiaan roept zijne vrouw, die geen antwoord
+geeft. Wij wachten een kwartier: niemand verschijnt.
+
+Wij beginnen ons zelven af te vragen, of men ons ook bij den neus
+heeft gehad en of ons vlot in veiligheid is. Het schijnt ons vreemd,
+dat wij zoo ver moeten loopen om eene hut te bereiken, die, naar men
+zeide, vlak in de nabijheid lag. Ik besluit, naar onze makkers terug te
+keeren, maar de Indiaan zal ons daarbij weer tot gids moeten zijn: want
+tenzij wij de oevers van de kreek volgen, zullen wij onvermijdelijk
+verdwalen, maar de tallooze kronkelingen der kreek zullen den weg veel
+langer maken. Mitsdien geef ik hem last, ons naar het punt van uitgang
+terug te brengen: hij schijnt mij niet te begrijpen. Lejanne pakt
+hem bij de schouders en laat hem zoo onzacht rechts-om-keert maken,
+dat hij aanstonds onze bedoeling vat. Eindelijk komen wij bij onze
+kameraden, die in onze afwezigheid een heerlijk ragout van visch en
+bananen hebben gereed gemaakt. Zij hebben die visschen gekocht van
+een Indiaan, die in eene prauw voorbij voer. Onze gids is inmiddels
+verdwenen zonder afscheid te nemen.
+
+De Indianen van deze streek schijnen niet te vertrouwen; op hun
+gunstig uiterlijk valt blijkbaar niet te rekenen. Als zij in grooter
+getale bijeen waren, zouden wij het misschien hard te verantwoorden
+hebben. Trouwens wij zijn tegenover hen steeds op onze hoede en hebben
+onze wapenen altijd bij de hand.
+
+Na ontbeten te hebben verlaten wij de kreek en hervatten onze langzame
+vaart op de Guaviare.
+
+Omstreeks half vijf bespeuren wij op den rechteroever eene groote
+savane, die tot aan de rivier reikt; eene soortgelijke als die,
+waar wij de eerste Indianen hebben ontmoet. In de verte zien wij twee
+hutten; maar de dag is te ver gevorderd, om er nog heen te gaan. Wij
+slaan ons kamp op aan den hoek van het bosch, en verbergen ons vuur
+en onze hangmatten tusschen het hoog geboomte, want wij zijn in het
+minst niet gesteld op nachtelijke bezoeken. Wij hebben onzen laatsten
+voorraad vleesch verbruikt. Moge Diana ons gunstig zijn!
+
+17 November.--Om zes uur vuurt François een geweer af. Lejanne
+en ik komen uit het bosch te voorschijn en betreden de savane. Er
+hangt een dichte nevel, die ons verhindert tien pas voor ons uit te
+zien. Wij bepalen zoo goed mogelijk de richting der hutten en midden
+door het hooge gras voortstappende, vinden wij weldra een pad, dat
+er ons heenbrengen zal. Maar naar het schijnt, buigt ons pad naar de
+rivier af; wij verlaten het dus en betreden nu een terrein, waar men
+het gras eerst onlangs heeft verbrand. De zon is inmiddels opgegaan
+en kleurt den nevel met prachtige roode tinten. Half onzichtbaar,
+spookachtig, vertoonen zich de schemerende gestalten van enkele
+boomen, in de savane verspreid. Eindelijk, naarmate de zon hooger
+rijst, trekt de nevel weg. Wij bespeuren nu aan onze linkerhand een
+Indiaan, die met de pijlen over den schouder, langs de rivier gaat,
+in de richting van ons kamp, op eenigen afstand gevolgd door zijne
+vrouw en twee kleine kinderen. Wij roepen hem aan en zijn weldra aan
+zijne zijde. Het is een stevige kerel, de grootste van alle Indianen,
+die wij tot dusver ontmoet hebben; een krachtig gebouwd man, met
+breede schouders en gespierde armen en beenen. Hij is aanstonds
+bereid om ons naar de hutten te geleiden; maar toch is er iets, wat
+mij niet bevalt en weinig goeds schijnt te voorspellen. Onze vriend
+brengt ons naar de verst afgelegen hut, terwijl zijne vrouw zich zoo
+snel mogelijk naar de naast bij gelegene begeeft. Blijkbaar wil zij
+het een of ander verbergen voor dat de blanken komen, misschien wel
+den aanwezigen mondvoorraad. Wij loopen haar na, maar zij is te ver
+vooruit. Op onze beurt komen wij ook aan deze hut, die, even als in
+de dorpen van de Andes, leemen wanden en een vooruitstekend dak heeft,
+dat op palen rust. Deze zeer deftige hut wordt bewoond door een Indiaan
+met een vrij goedig voorkomen, die een kleinen ronden hoed met smallen
+rand bezit, waarmede hij zich bij onze verschijning aanstonds het
+hoofd dekt. De man, die zich zulk een weelde kan veroorloven, heeft
+ongetwijfeld onder de blanken verkeerd; hij zal in staat zijn ons
+inlichtingen te geven, welke ons van groote dienst zullen zijn. Op
+al onze vragen antwoordt hij: "Dat is er niet. Ik weet het niet." Wij
+staan op het punt, ons boos te maken en gaan heen.
+
+Wij begeven ons nu naar de andere hut, die zeer ruim is en geheel van
+takken en bladeren vervaardigd. Zij wordt bewoond door drie Indianen
+met hunne gezinnen, die ons met de uiterste koelheid ontvangen. Zij
+hebben, volgens hun zeggen, noch vleesch, noch visch, noch bananen,
+noch cassave. Daarentegen zijn zij in het bezit van een groot aantal
+bogen, pijlen en lansen, die zij in de hand houden.
+
+Wij keeren naar ons vlot terug, gansch niet gesticht over den
+uitslag van onze lange en vermoeiende wandeling. Wij volgen een pad
+dat langs de rivier loopt, en aan den oever op een aantal plaatsen
+is afgebrokkeld; maar op onzen tocht door de prairie worden wij
+geen enkel stuk wild gewaar. Wij hebben niets voor ons ontbijt:
+wij moeten ons althans eenige visschen verschaffen voor ons diner,
+en daartoe in de eerste plaats een vogel machtig worden om tot aas
+te dienen. Bevallige zwaluwen vliegen om ons heen, over het hooge
+gras heenstrijkende, onvermoeid op de insektenjacht. Wij hooren
+de scherpe kreten van eenige jonge arenden, die geheel buiten ons
+bereik zijn. Andere vogels zijn er niet, en reeds naderen wij ons
+kamp. Lejanne schiet en treft een zwaluw, wier staart met twee lange
+vederen is versierd. Toen onze makkers het schot hoorden, hebben zij
+zich zeker met de hoop gevleid, dat wij een pecari, een patrijs of
+eenig ander flink stuk wild zouden medebrengen: blijkbaar zijn zij dan
+ook teleurgesteld, als zij onze povere vangst aanschouwen. Onze kok
+stond al gereed, het wild te braden; nu kan hij niet anders doen dan
+rijst koken en bananen klaar maken, die wij onderweg zullen oppeuzelen
+en besproeien met water uit de Guaviare.
+
+Dit is zeker een weinig voedzaam menu, maar het heeft althans een
+voordeel: het jaagt u het bloed niet naar het hoofd, en is dus
+zeer gepast voor menschen, die uren lang aan de brandende zon zijn
+blootgesteld.
+
+Intusschen drijft ons vlot langs de savane, waarvan de loodrechte oever
+aan onze rechter hand een eindeloozen roodachtigen muur vormt van
+omstreeks zes ellen hoog. Op de hoogte der hutten gekomen, zien wij
+al de Indianen aan den rand der helling verzameld. Wij wenden zelfs
+het hoofd niet naar hen om, maar houden hen toch in het oog, vast
+besloten vuur te geven op het eerste blijk van vijandelijkheden, want
+zij zijn allen gewapend en hebben twee prauwen tot hunne beschikking.
+
+Het landschap is wanhopend eentonig langs deze rivier, die eene
+geheele reeks regelmatige krommingen maakt. Aan den eenen kant is de
+loodrechte holle oever bedekt met groote boomen en tallooze palmen,
+die zich boven een roodachtigen muur schijnen te verheffen; aan de
+andere zijde is de holle oever begroeid met laag hout en omzoomd
+door eene zandbank, waarop een menigte kaimans zich in de zon liggen
+te bakeren. De stroom loopt altijd langs den hollen oever, omgord
+met aangespoelde boomstammen en takken, waartusschen vreesachtige
+schildpadden huizen. Het water heeft eene vuile zwartachtig grauwe
+kleur. Op zeer stille plekken is het bedekt met eene dunne vetlaag,
+die metaalachtige tinten toont en waarboven vieze vlokken schuim
+drijven. Over dit alles giet de zon een geelachtig licht uit; vooral
+tegen den avond is de weerspiegeling van het zonlicht in het water
+bij uitstek hinderlijk. Gedurende tien uren per dag zijn wij aan de
+brandende stralen blootgesteld, zonder andere bescherming dan onze
+panamahoeden, waarom wij een doek gewonden hebben. Die verraderlijke
+stralen maken gebruik van het minste scheurtje in onze kleederen,
+om onze huid te verbranden. Van tijd tot tijd maken wij ons haar nat,
+om ons althans even te verfrisschen.
+
+Tegen den avond van dezen dag vangt Lejanne een mooien mapourito, die
+ons uitnemend te pas zal komen voor ons diner. Dan verbreedt zich de
+rivier en splitst zich in twee armen, waartusschen zich eene zandplaat
+verheft. De stroom voert ons naar den linkeroever, die met laag hout
+is begroeid. Een soort reiger heeft de onvoorzichtigheid, zijn langen
+hals uit te rekken en zijn kop uit de bladeren te steken. Apatoe
+schiet hem neder, en gaat met de prauw den vogel halen, die wel een
+zeer sterken onaangenamen stank verspreidt, maar waarmede wij toch,
+bij gebrek van beter, ons ontbijt zullen doen.
+
+20 November.--Sedert drie dagen komen wij bijna niet vooruit. Wij
+ontmoeten een aantal eenden, maar zij zijn uiterst moeilijk te naderen,
+en het gelukt ons niet dan na veel inspanning er vier te dooden. Met
+versche bananen gekookt, moeten zij ons gedurende twee dagen voeden.
+
+In den namiddag van den twintigsten barstte eensklaps een vrij
+hevig onweer, met storm en regen los, maar nog eer wij stilhielden
+om ons kamp voor den nacht op te slaan, was het op nieuw goed weer
+geworden. Wij sturen ons vlot naar den oever, maken het stevig vast,
+en beginnen de noodige toebereidselen te maken voor ons middagmaal en
+voor ons nachtverblijf. Terwijl ik het vuur aanmaak, brengt François
+het noodige gereedschap aan wal. Lejanne en Apatoe, die nu reeds eenige
+werkzaamheden verrichten kan, ruimen met hunne hakmessen de struiken en
+heesters op, zoodat wij de noodige ruimte krijgen voor ons kamp. Weldra
+staat de ketel te vuur, met een prachtigen eendvogel en eenige stukken
+van bananen. Het eenvoudig maal wordt gekruid door onzen honger.
+
+Een smalle strook van violetkleurige wolken, de laatste overblijfsels
+van de onweersbui in den namiddag, omzoomde den westelijken
+horizon. Daarboven heeft de hemel een groene tint, waardoor eenige
+rooskleurige strepen loopen. Niets evenaart de zuiverheid en fijnheid
+dezer kleuren, die ook door het meest geoefende penseel niet zijn weer
+te geven. Weldra valt de duisternis in; zooals men weet, duurt in de
+tropische landen de duisternis maar kort. Wij gebruiken haastig ons
+maal, want met den nacht komen de muskieten, die ons beletten na den
+maaltijd nog lang te blijven praten. Ieder zoekt zijne hangmat op en
+zoekt een veilig plaatsje achter zijn muskietenscherm.
+
+Wij vallen spoedig in slaap, maar worden gewekt door een hevigen
+donderslag. Welhaast valt de regen in stroomen neder. Lejanne en
+François verlaten hunne hangmatten, aan hooge boomen opgehangen,
+die den bliksem zouden kunnen aantrekken. Geen enkele stof, hoe
+waterdicht ook, is tegen zulke regens bestand. Wij zijn in een
+oogenblik doornat en rillen van de koude. Niemand spreekt een woord:
+in stompzinnige onverschilligheid laten wij ons door deze waterplassen
+overstelpen. Deze regen duurt, met geringe afwisseling in hevigheid,
+tot aan den morgen.
+
+21 November.--Wij ontmoeten langs de oevers zoogenoemde morichépalmen,
+waarvan Apatoe verzekert, dat zij alleen aan de mondingen der
+groote rivieren groeien. Is dat zoo, dan zouden wij niet verre van
+San-Fernando zijn. Maar de Angostura dan? De twee engten, die wij
+zijn doorgeworsteld, zouden dan toch de Raudal en de Angostura zijn
+geweest. Ik begin het inderdaad te gelooven, vooral toen, in den
+namiddag, Apatoe mij een groot aantal vogels wijst, sasa genaamd,
+die in een boschje aan den linkeroever een luid geschreeuw doen
+hooren. Men is zoo licht geneigd, te gelooven wat men hoopt.
+
+Lejanne is echter van eene andere meening. Wij hebben het groote eiland
+Amanaveni, dat op de kaart van Codazzi voorkomt, nog niet bereikt,
+en volgens hem staat de Angostura ons nog te wachten. Het gelukt mij
+niet, hem van meening te doen veranderen, ofschoon ik hem onder het
+oog breng, dat de italiaansche geograaf zijne kaart van de Goyabero
+niet naar eigen waarneming, maar naar inlichtingen van derden heeft
+vervaardigd.
+
+In den morgen van den twee-en-twintigsten bemerken wij een prachtigen
+jaguar, die rustig onder het kreupelhout langs den oever ligt. Ieder
+weet, dat op het water de voorwerpen veel dichter bij schijnen dan
+zij inderdaad zijn. Lejanne zendt op den jaguar een kogel af, die
+hem niet treft. Hoogstens heeft het schot hem eenigszins verschrikt;
+onbewegelijk blijft hij ons aanstaren. François schiet op zijn beurt,
+eveneens zonder vrucht. Het dier staat nu langzaam op en trekt zich
+in het hooge gras terug.
+
+In ons kamp hooren wij tot tweemaal toe het gebrul van een
+jaguar. François houdt niet van die muziek. Apatoe heeft er schik
+in hem nog banger te maken door allerlei verhalen van hetgeen de
+tijgers in zijn land al durven doen; hij vertelt van kinderen, die
+uit het dorp werden weggesleept, van honden, die in het kamp onder de
+hangmat van hun meester werden overvallen. Lejanne tracht hem gerust te
+stellen door de verzekering, dat de zoogenaamde amerikaansche tijger
+een volkomen onschadelijk dier is, vergeleken met zijn geduchten
+naamgenoot uit Achter-Indië. Gelukkig stelt François een onbegrensd
+vertrouwen in de koelbloedigheid en behendigheid van Lejanne; iederen
+avond hangt hij zijne mat in de nabijheid van die van dezen geoefenden
+schutter. Als voorzorgsmaatregel maken wij twee groote vuren aan,
+die wij beurtelings gedurende den nacht zullen onderhouden.
+
+23 November.--Bij het ontwaken worden wij gewaar, dat ons vuur sints
+lang is uitgedoofd; wij hebben geslapen als volmaakt rechtvaardigen. In
+den loop van den dag ontmoeten wij een onnoemelijk aantal schildpadden;
+in rijen van tien of twintig te gelijk liggen zij op de lage zandige
+oevers of op gestrande boomstammen. Deze schildpadden, bij de
+Venezuelanen onder den naam van térékaï bekend, zijn zeer schuw; bij
+onze nadering gaan zij in geregelde orde te water, en leggen daarbij
+eene vlugheid aan den dag, die men niet van haar verwachten zou.
+
+Die schildpadden smaken uitmuntend, maar om ze meester te worden,
+zouden wij pijlen moeten hebben, die gemakkelijk haar schild kunnen
+doorboren en waarvan de lange, boven het water uitstekende schacht
+tegelijk het spoor van het getroffen dier aanwijst. Met onze
+vuurwapenen kunnen wij ze zonder moeite dooden, maar als zij in
+het water vallen zijn zij voor ons verloren. Onze patronen zijn te
+kostbaar om ze te gebruiken voor eene jacht van zoo onzekeren uitslag.
+
+27 November.--Wij hebben sedert verscheidene dagen geen Indianen
+ontmoet. De vaart is wanhopend vervelend en eentonig; eerst heden
+komt daarin eenige afwisseling door den aanblik van eenige heuvelen,
+die zich in blauwe omtrekken tegen den hemel afteekenen. In den
+namiddag varen wij tusschen die heuvelen door. De rivier versmalt
+zich op dat punt en vormt meer benedenwaarts eenige draaikolken,
+waarvan de passage bij hoog water zeer bezwaarlijk moet zijn. Wij zien
+voor ons een heuvel van tweehonderd el hoog en vijf à zeshonderd el
+lang; na dien heuvel omgevaren te zijn, komen wij aan eene tweede
+versmalling der rivier, gevolgd door een sterker draaikolk dan de
+eerste was. Wij meenen ditmaal inderdaad, de Angostura van Codazzi
+te zijn gepasseerd. Dit was echter niet het geval.
+
+Omstreeks half zes bereiken wij haar werkelijk; wij weten nu ook voor
+goed waar wij ons bevinden. Wij varen wederom een nauw kanaal binnen,
+geheel overeenkomende met de twee andere, die wij reeds achter den rug
+hebben. Dit kanaal is even lang, maar breeder dan de vorigen. Aan
+iedere zijde is de rivier omzoomd door een bank van zandsteen,
+twee à drie ellen hoog en vijf à zes ellen breed, waarachter zich
+een zeer steile heuvel verheft, die op sommige plaatsen letterlijk
+een loodrechten wand vormt. Talrijke watervalletjes dalen van den
+heuvel naar beneden en hebben zich in den zandsteen een bedding
+uitgegraven. De plantengroei draagt het karakter van den rotsigen,
+steenachtigen bodem: de boomen zijn knoestig, gekromd en niet
+uitgegroeid. Vele dezer boomen staan in bloei en vormen met hunne
+paarse, rooskleurige, witte en gele bloesems als het ware een
+reusachtig bouquet ter wederzijde van de rivier.
+
+Het was donker, toen wij den uitgang van de Angostura bereikten. Wij
+bivakeeren op een groot rotsplateau, waarop geen enkele boom staat om
+onze hangmatten aan te bevestigen. Wij slapen dan ook op den harden
+grond. Het ontschepen van onze bagage vordert veel tijd en moet
+bij kaarslicht geschieden. Gelukkig vinden wij nog eenig brandhout,
+zoodat wij vuur kunnen aanleggen, waarop wij een eendvogel braden,
+dien wij zonder eenige toespijs gebruiken, want onze voorraad mais is
+opgeteerd. Na dien roofdierenmaaltijd wikkelen wij ons in onze dekens,
+en strekken ons op de rots uit, met de voeten naar het vuur gekeerd.
+
+28 November.--Ten zes ure gaan wij weder op weg. Het is ter nauwernood
+dag, want de hemel is bewolkt. De tusschen hooge boorden ingesloten
+rivier schijnt bijna zwart; groote vlokken geelachtig schuim drijven
+op het water. Wij ontdekken langs den oever prachtige maripapalmen:
+het komt mij voor, dat de kool van dien palm, gekookt, eene zeer
+geschikte spijs zal zijn. Apatoe en François wapenen zich met een bijl,
+gaan in de prauw en varen naar den oever om een dezer boomen van zijne
+kool te berooven. Middelerwijl zetten Lejanne en ik den tocht met het
+vlot voort: onze makkers zullen ons gemakkelijk kunnen inhalen. Na
+verloop van een half uur, zien wij op korten afstand voor ons groote
+ronde rotsen, die een dam in de rivier vormen, welke bijna de geheele
+breedte beslaat. Schuimend en kokend stroomt het geperste water langs
+beide zijden weg. Wij zijn ons onzer onbekwaamheid te goed bewust,
+om zonder onze makkers den doortocht te beproeven, en sturen het vlot
+naar den rechteroever, waar wij hunne komst afwachten.
+
+Met hunne hulp komen wij ook dien hinderpaal te boven. Dan worden
+wij door den stroom aangegrepen, en medegesleurd naar eene tweede
+Angostura, nog gevaarlijker dan de eerste. Zij is smaller; de oevers
+zijn hooger, en de snelheid van den stroom is grooter. Omstreeks
+halverwege bevindt zich een zeer gevaarlijke draaikolk, dien wij
+slechts met inspanning van alle krachten kunnen vermijden. Kwamen
+wij met ons vlot binnen zijn bereik, dan zie ik niet hoe wij zouden
+kunnen ontsnappen.
+
+Wij vorderen niet dan zeer langzaam en bereiken niet dan met moeite
+het uiteinde van het kanaal. Daar verbreedt de rivier zich weer. De
+wind is ons tegen en er gaat eene sterke branding; wij komen bijna
+niet vooruit. Om zes uren maken wij ons kampvuur aan onder den lommer
+van een reusachtigen boom, waarvan de zware wortels hoog boven den
+grond uitsteken en voor een deel tegen den stam zijn aangedrukt. Uit
+het dichte gebladerte daalt een regen van kleine vijgen op ons neer,
+losgewoeld door de rustelooze bewegingen van drommen van apen, aras
+en parkieten. De eersten springen van tak tot tak en nemen de wijk in
+het bosch, onder het uitstooten van snijdende, gillende kreten en het
+ruischen der bladeren. Lejanne doodt een couicoui en een parkiet. Wij
+doen ons maal met een gedroogden eendvogel en gekookte palmkool.
+
+29 November.--De rivier heeft, ter plaatse van ons bivak, eene breedte
+van zeshonderd-zeventig el, waarvan niet minder dan vijfhonderd el
+wordt ingenomen door eene zandbank, die bij hoog water onderduikt. Bij
+ons vertrek regent het een weinig. Omstreeks acht uur maakt Apatoe
+ons opmerkzaam op een plaats, waar boomen geveld zijn. Inderdaad
+strekt zich een open plek tot aan de rivier uit; naar het schijnt,
+wordt die plek ingenomen door bananen. Met kloppend hart zetten wij
+koers naar deze plek. Als wij eens teleurgesteld werden in onze
+verwachting, menschen te zullen ontmoeten? Ons vlot gaat veel te
+langzaam naar onzen zin: wij zouden het vleugelen willen aanbinden,
+en het beweegt zich ter nauwernood. Ik neem mijn kijker en bemerk
+een half verkoolden boomstronk, die deels over den oever hangt, en
+vervolgens een tros bananen. Hoezee! Daar is het beloofde land! Maar
+hoe zullen de bewoners des lands ons ontvangen? De ontberingen van
+de laatste dagen hebben ons zoozeer opgewonden, dat wij niet zouden
+aarzelen, ons met geweld het noodige te verschaffen, ingeval men
+mocht weigeren ons levensmiddelen te verkoopen. Gebrek is een slechte
+raadgever. Eendvogels walgen ons: de bedorven mais, die wij gedurende
+de laatste dagen gegeten hebben, heeft ons ziek gemaakt. Daar vóór ons
+is een bananenplantage.... Wij zullen betalen wat men ons wil vragen:
+maar tot iederen prijs moeten wij van die vruchten hebben.
+
+Wij varen langs eene zandbank, die aan de landzijde door kreupelhout
+is begrensd. Wij bespeuren op den grond eene mat van palmbladen, die
+over hoepels is gespannen en waarschijnlijk als bedekking moet dienen
+voor eene groote prauw; vervolgens eene hut, waarvan het overhangende
+dak te midden van het groen ons aan een chalet denken doet.
+
+Lejanne vuurt tweemaal zijn geweer af, terwijl Apatoe met mij in de
+prauw stapt en mij haastig naar de hut roeit. Wij volgen gedurende
+eenigen tijd eene kreek, die zich hier in de rivier uitstort. De
+Indianen zijn in het eerst verschrikt weggevlucht, maar zij keeren
+toch weldra terug; ik zend twee hunner met eene prauw, om ons vlot
+op sleeptouw te nemen, dat anders de kreek niet zou kunnen opvaren,
+hoe zwak de stroom ook moge zijn. Ik wacht mijne reisgenooten aan de
+aanlegplaats af.
+
+Weldra bereiken wij het dorp, dat Mapiripan heet, even als de kreek
+waaraan het gelegen is. Het bestaat uit drie hutten, waarvan slechts
+eene van de rivier zichtbaar is, en die door vier Indianen met hunne
+gezinnen worden bewoond. De oudste is een forsch gebouwd man met
+eene breede borst en een goedig voorkomen; zijne huid ziet geheel
+blauwachtig ten gevolge van eene in deze streken inheemsche huidziekte,
+carathes genoemd. Een ander, omstreeks vijf-en-twintig jaar oud,
+lijdt aan anderendaagsche koorts: ik win zijn vertrouwen, door hem
+wat kinine te geven. Een derde, klein van gestalte en met gekromden
+rug, schijnt mij toe zeer beperkt van geestvermogens te zijn. Hij
+draagt den zeer onpassenden naam van Narcissus. Met uitzondering van
+dezen laatste, dragen de mannen pantalons en hemden. De ongelukkige
+Narcissus heeft niets anders dan een ellendigen poncho van het bekende
+inlandsche fabrikaat.
+
+De handelaars van San-Fernando verschijnen hier telken jare eens of
+tweemaal. Zij worden nu elken dag verwacht, en onze Indianen hebben
+den noodigen voorraad van cassave en couac (gebrand maniokmeel)
+gereed gemaakt, dien zij aan hunne bezoekers moeten verkoopen.
+
+Zij staan ons eene mand met cassave en eene mand met couac af, benevens
+bananen, pompoenen, twee schildpadden en tabak: een en ander in ruil
+voor eenige hakmessen, scharen, messen, naalden en vischhaken. Wij
+koopen bovendien nog schildpadvet en suikerstroop: deze laatste zal
+ons uitstekend te pas komen, want wij hebben eene zekere hoeveelheid
+ongemalen koffie, die wij nu zullen kunnen gebruiken.
+
+Weldra smullen wij aan eene schildpad met in de asch gestoofde
+bananen. Onze Indianen geven ons cachiri van bananen te drinken. En wij
+kunnen ons de weelde veroorloven, gedroogde tabaksbladeren te rooken!
+
+30 November.--Met het aanbreken van den morgen zijn wij allen weder
+bijeen. Ik koop eene prauw, die groot genoeg is om ons op te nemen,
+zoodat wij ons vlot kunnen verlaten. Bovendien koopen wij nog eene
+hangmat, een boog, pijlen en vaatwerk, dat de Indianen van klei
+vervaardigen, die zij met de asch van zekere boomschors vermengen.
+
+Allen zijn op eene of andere wijze bezig. De eigenaar van de hut,
+waarin wij vertoeven, houdt zich onledig met het maken van een steel
+voor een bijl, die wij hem in ruil gegeven hebben. Hij werkt daaraan
+op zijn uiterste gemak, en wrijft en polijst het hout met al de
+behagelijke kalmte van iemand, voor wien de tijd hoegenaamd geene
+waarde heeft.
+
+De vrouwen zijn met huishoudelijken arbeid bezig. De eene, met een
+hakmes gewapend, maakt maniokwortels schoon, en weet daarbij het
+gevaarlijke instrument zeer behendig te hanteeren. Eene andere vrouw
+maakt de ontbolsterde bananen fijn. Op den grond zittende, neemt
+zij een banaan in elke hand en wrijft ze met groote snelheid over
+eene soort van rasp, die zij tusschen hare knieën houdt. Deze rasp
+bestaat uit een eenigszins hol plankje, waarop met een soort van lijm,
+scherpe stukjes kwartz zijn bevestigd, die als tanden dienst doen. Is
+deze arbeid afgeloopen, dan doet men de brei in eene lange buis of
+darm van fijn gevlochten riempjes, die in het spaansch den naam van
+_Couleuvra_ draagt. Het bovenste gedeelte van deze couleuvra wordt
+met een houten stop gesloten, en vervolgens wordt de worst--om ze zoo
+eens te noemen--aan een balk opgehangen. Aan het benedeneinde van de
+couleuvra is een ring bevestigd, waarin een hefboom gestoken wordt,
+die met het andere einde aan een naburigen pijler is vastgemaakt. Door
+den hefboom te bezwaren, wordt de couleuvra saamgeperst en daardoor
+het vergiftige sap uit de brei verwijderd. Vervolgens laat men de
+gelei gedurende vier-en-twintig uren gisten.
+
+Om cassave te maken, spreidt men de brei in lagen in eene schaal,
+die op een soort van oven wordt geplaatst, waarin een goed vuur wordt
+onderhouden, dat echter niet te heet mag zijn. Op deze wijze verkrijgt
+men koeken, die, om goed te blijven, in de zon moeten worden gedroogd
+en vervolgens op eene droge plaats bewaard.
+
+Onze Indianen geven ons een drank, gemaakt van zoete pataten en maniok,
+welke met water vermengd en tot gisting gebracht worden. Deze drank,
+couria genoemd, wordt niet gefiltreerd, is geelachtig, klonterig en
+zeer dik; hij ziet er zeer onsmakelijk uit, maar smaakt inderdaad
+zeer goed.
+
+Wij kunnen hier gelukkig inlichtingen bekomen, die ons ten zeerste
+van dienst zijn: San-Fernando ligt op veertien dagreizen afstands van
+Mapiripan. De Indianen, waarmede wij vroeger in aanraking zijn geweest,
+de Mitouas, staan hier niet hoog aangeschreven en worden als wilden
+(bravos) beschouwd. Onze vrienden deelen ons zonder aarzeling mede, dat
+zij zelven den naam dragen van Piapocos, hetgeen toucan beteekent. Het
+is eene zeldzaamheid, dat een Indiaan een vreemdeling den naam van zijn
+stam bekend maakt; doorgaans verneemt men dien naam eerst van de buren.
+
+In den namiddag brengt François onze bagage in de prauw over. Ons
+nieuw gekocht vaartuig heeft eene lengte van tien el zes palm,
+eene breedte van een el tien duim, en is van een enkelen boomstam
+gemaakt. De voor- en achtersteven, die een weinig oploopen, zijn
+met plankjes afgesloten. In het midden zijn, even boven den bodem,
+dwarsbalkjes aangebracht, waarop een bamboezen vloer of dek rust:
+onze bagage zal daar geen hinder hebben van het water, dat altijd
+in zulk eene prauw doordringt. Een gedeelte van dit dek blijft vrij:
+Lejanne en ik zullen daar, onder het dak van palmbladen, dat ongeveer
+een derde van ons vaartuig overdekt, eene schuilplaats kunnen vinden
+tegen de brandende zonnestralen. Deze prauw is wel wat zwaar voor
+twee roeiers; gaarne zouden wij een onzer kloeke Piapocos overhalen
+om met ons te gaan, maar zij zijn daartoe niet te bewegen.
+
+Even als den vorigen dag, begeven zich de Indianen des avonds naar
+het strand en laten de hutten tot onze beschikking.
+
+1 December.--Het regent den ganschen nacht; tegen het aanbreken van
+den dag houdt de regen wat op, en tot onze verbazing keeren onze
+Indianen terug met geheel droge kleederen.
+
+De ongelukkige Narcissus doet wat hij kan om zich aangenaam te maken;
+hij brengt ons zoete pataten en vervolgens zoete maniok. Wij beloonen
+zijn ijver en goeden wil door hem een hemd ten geschenke te geven, dat
+hij aanstonds aantrekt. Blijkbaar hebben wij hem gelukkig gemaakt: zijn
+onnoozel gelaat straalt van eene blijdschap, die ons zelven goed doet.
+
+Omstreeks tien uren nemen wij afscheid van onze vrienden, en werpen
+een laatsten blik op ons vlot, dat nu, ledig en onttakeld, een vrij
+treurige figuur maakt. Wij zullen het niet gauw vergeten, want het
+heeft ons onschatbare diensten bewezen en meer dan eens ons leven
+gered.
+
+Wij zijn nu op weg naar San-Fernando; wij vorderen goed en hebben
+levensmiddelen voor vele dagen.
+
+Tegen den avond komen wij aan de monding eener rivier, die zich aan
+den linkeroever in de Guaviare uitstort. Op den hoek tusschen de beide
+rivieren verrijst een heuvel, op welks top eene hut is gebouwd. Wij
+varen een eind weegs de rivier op, om ons van hare beteekenis
+rekenschap te kunnen geven. Hare breedte bedraagt honderd-vijftig el;
+de strooming is zeer sterk, en naar het schijnt, is de rivier buiten
+hare bedding getreden, want de struiken en heesters langs de oevers
+staan halverwege in het water. De aanlegplaats schijnt verlaten,
+want de grond is met hoog gras en struiken begroeid.
+
+Ongetwijfeld is de hut onbewoond, want ons roepen en onze geweerschoten
+blijven onbeantwoord. Zij is te ver van den oever verwijderd, om haar
+als nachtverblijf te kunnen gebruiken. Daar de diefachtige neiging der
+Indianen ons bij ondervinding bekend is, zou het zeer onvoorzichtig
+zijn, ons te ver van de prauw te verwijderen. Wij zakken de rivier weer
+af, en slaan ons kamp een weinig lager op, aan den linkeroever van
+de Guaviare. Ik heb de koorts; Lejanne is geheel uitgeput; François
+lijdt aan hevige buikpijnen; Apatoe alleen is in goeden welstand:
+zijne wond geneest.
+
+2 December.--Wij drinken koffie met suikerstroop, en vinden dat
+heerlijk: alles is betrekkelijk in deze wereld.
+
+Tegen half twee bespeuren wij op den zandigen oever een van takken
+gemaakt afdak. Wij gaan aan land, vermoedende dat de eigenaars van deze
+soort van hut niet verre zullen zijn; in dat vermoeden worden wij nog
+meer bevestigd bij het zien van eene kip en twee aarden kruiken. De
+Indianen nemen hunne hoenders op reis mede: zij eten die vogels niet,
+maar houden ze enkel voor hun vermaak, zooals men elders papegaaien
+en kanarievogels houdt. In de groote aarden kruiken bewaren zij
+het vet der schildpadden of de gom, die uit verschillende boomen
+in hunne bosschen vloeit. Ons roepen en schreeuwen blijft evenwel
+onbeantwoord; wij begeven ons weder op weg, na den kip eenig voedsel
+te hebben toegeworpen
+
+Kort daarop ruiken wij een sterke muskuslucht: Apatoe luistert: op
+den linkeroever bevindt zich eene kudde pecaris. Wij gaan aan land;
+Lejanne en Apatoe nemen hun geweer. Nauwelijks zijn zij een twintig pas
+in het woud doorgedrongen, of zij zien een dertigtal dezer dieren voor
+zich, die met groot gerucht hunne tanden op elkander slaan. Lejanne
+gaat voorop. De pecaris hebben hem in het oog gekregen, en scharen
+zich op eene rij tegenover hem. Apatoe, die met de gewoonten dezer
+dieren bekend is, weet dat zij somwijlen den jager aanvallen, wien
+in dat geval geene andere toevlucht overblijft, dan op een boom te
+klimmen, waar hij dan letterlijk belegerd wordt. "Geef acht!" roept
+hij eensklaps met luider stem; de verschrikte pecaris nemen de vlucht.
+
+Ten vijf uren kiezen wij eene plaats voor ons bivak. Het heeft hier
+geregend; de grond is doorweekt, en wij waden door de modder. Ik heb
+nog altijd koorts.
+
+3 December.--Er hangt een dichte nevel, die alle waarnemingen
+onmogelijk maakt. Wij vervolgen onze vaart op de eentonigste en
+vervelendste rivier der wereld. Het zijn altijd dezelfde regelmatige
+krommingen; dezelfde reigers en ooievaars; dezelfde zwarte ibissen,
+met deftige afgemeten stappen langs den zandigen oevers op en neer
+wandelende. Vlak langs den waterkant zitten zwermen van groote
+meeuwen op eene rij naast elkander, in de nabijheid van krokodillen,
+die in de zon liggen te slapen. Nu en dan vliegen zij eensklaps op en
+beschrijven in de lucht sierlijke kringen, het scherpziend oog en den
+puntigen snavel steeds naar het water gekeerd. Hun scherp onaangenaam
+geschreeuw is vaak het eenige geluid, dat de stilte breekt.
+
+4 December.--Bij het aanbreken van den dag maakt onze kok zich
+gereed om een eierstruif voor ons te bakken. Wij hebben een kleinen
+voorraad schildpadvet, dat voor deze gelegenheid als boter dienst
+moet doen. Helaas! deze eierstruif, die een monumentale, reusachtige
+eierstruif zou moeten zijn, slinkt haast tot niets weg: al onze
+meeuweneieren, met uitzondering van een half dozijn, blijken bedorven
+te zijn.
+
+Omstreeks acht uren houden wij stil aan de punt van een eiland,
+waar een breede vlakke oever is. Lejanne en Apatoe zenden een paar
+kogels af op eenige krokodillen, die op enkele meters afstands van
+ons eiland hunne koppen uit het water steken. Een hunner laat een
+luid geknor hooren, eenige overeenkomst hebbende met het brullen van
+een tijger. Dit is voor de eerste maal, dat wij deze dieren geluid
+hooren geven.
+
+Tegen den middag bespeuren wij eene prauw, die tegen den zandigen
+oever ligt. Eene indiaansche familie, bestaande uit vader, moeder en
+een zeven- of achtjarig kind, zit rustig onder de schaduw van het
+lage hout, dat verder landwaarts den oever bedekt. Wij gaan dicht
+bij hunne prauw aan land en zijn weldra bij hen. Zij hebben vuur
+aangelegd. Om dit te doen, beginnen zij met drie steenen, in den vorm
+van een driehoek, op den grond te leggen, waartusschen zij dan het
+brandhout schikken. Deze steenen dienen tevens om er hunne potten op
+te zetten. Wij koopen van hen eene met meeuweneieren gevulde kalebas.
+
+Toen wij in den namiddag ter plaatse waren aangekomen, waar wij zouden
+kampeeren, maakte Apatoe den eigenaardigen vischtoestel gereed, waarvan
+de Roucouyenne-Indianen zich bedienen. Deze toestel bestaat uit een
+stevigen zeer buigzamen rietstok, die in den grond gestoken wordt en
+waaraan eene korte lijn met eene vischhaak is bevestigd. Even voor dit
+riet slaat men een paal in den grond, aan welks boveneinde met een touw
+eene soort van losse kruk is vastgemaakt. Men buigt nu den rietstok
+en houdt dien met de kruk naar beneden, zoodat de haak met het aas
+in het water hangt. Bijt nu een visch aan dat aas, dan trekt hij het
+riet een weinig meer naar onder; de kruk valt en de rietstok springt
+omhoog, den onvoorzichtige, die zich aldus heeft laten verlokken,
+in de lucht slingerende. Nauwelijks is de toestel in orde, of een
+piraï of piranha komt in het aas bijten en wordt gevangen gemaakt.
+
+7 December.--Gisteren niets bijzonders. Wij ontmoeten nog
+geen Indianen, hoewel wij overal de sporen hunner aanwezigheid
+vinden. Doorgaans overnachten zij op den oever, en steken dan een
+palmblad of een boomtak in den grond, om zich tegen den dauw te
+beveiligen.
+
+Omstreeks vier uren in den namiddag van heden bespeuren wij mannen aan
+den oever. Wij gaan aan land en bevinden ons in tegenwoordigheid van
+bewoners van de lagune van Sapoara, die zich naar den oever begeven
+hebben om daar, beveiligd voor muskieten, den nacht door te brengen.
+
+De Indianen zijn gekleed met helder witte hemden en broeken. De vrouwen
+dragen japonnen, die den hals en een gedeelte van de schouders bloot
+laten; haar haar is verdeeld in twee zware, zorgvuldig gevlochten
+tressen. Met ons vuil linnengoed, onze gescheurde en gehavende
+kleederen, onze ongeschoren baarden en verwarde hairen, zou men ons
+veeleer voor wilden aanzien.
+
+Eenige andere inboorlingen zijn nog in het dorp. Wij laten ons
+daarheen brengen; het dorp ligt op ongeveer twee mijlen afstands,
+aan den linkeroever van de lagune van Sapoara. Wij ontmoeten daar
+twee grijsaards, waarvan de een, Juan de la Cruz genaamd, ons
+bovenal verbaast door zijne zwaarlijvigheid; hij lijkt sprekend
+op een Chinees en staat bij zijne stamgenooten als een piay of
+toovenaar bekend. Zijne oogen staan schuin; zijne wangbeenderen
+steken vooruit; zijn neus is plat; zijn dunne stijve knevel doet
+zijne gelijkenis met den chineeschen type nog sterker uitkomen. Wij
+vinden hier ook twee jonge mannen van omstreeks vijf-en-twintig jaren,
+door wier aderen blijkbaar gemengd indiaansch en europeaansch bloed
+stroomt. Hunne vrouwen zijn ouder dan hare echtgenooten; eene van
+haar heeft vroeger bij de blanken gediend. Hunne kinderen zijn zeer
+aardig en bevallig; hunne hutten zijn zindelijk en bevatten de meest
+heterogene voorwerpen. Nevens het gewone huisraad van de wilden,
+zoo als de lage holle bankjes, de uitgeholde boomstam, waarin de
+cachiri of couria bewaard wordt, de bogen, pijlen en andere dingen,
+zien wij porseleinen borden en kommen, en zelfs zakspiegeltjes.
+
+Wij vernemen van deze lieden, dat wij nog zeven dagreizen van
+San-Fernando verwijderd zijn.
+
+Wij hebben dringend behoefte aan twee roeiers, maar vergeefs bieden
+wij aan elk der beide jonge mannen tien piasters, indien zij met
+ons willen gaan. Zij staan te San-Fernando in schuld, en willen
+daar niet verschijnen, zoo lang zij de noodige koopwaren niet hebben
+bijeengebracht, die zij op zich hebben genomen te leveren. Uit hetgeen
+wij van hen vernemen, komen wij tot het besluit, dat deze arme lieden
+hunne schuld nooit zullen kunnen afbetalen. De gewetenlooze kooplieden
+leveren hun kleederen, werktuigen, gereedschappen, die zij bij hun
+arbeid noodig hebben, in ruil voor maniokmeel, schildpaddenvet en
+andere produkten, welke zij binnen een bepaalden tijd moeten leveren;
+maar de berekening wordt steeds zoo gemaakt, dat de inboorlingen altijd
+in schuld zijn en hun leven lang ten behoeve van hunne oneerlijke,
+woekerende schuldeischers moeten werken.
+
+8 December.--Des morgens komen de twee oudere mannen tot het besluit
+om met ons mede te gaan tot aan de lagune van Recifal, die wij binnen
+een dag kunnen bereiken.
+
+De avond brengt ons een weinig koelte. De hemel is onbewolkt; het
+is een prachtige maneschijn. Op den zandigen grond uitgestrekt,
+praten wij met onze Indianen, onder het rooken van tabaksbladeren,
+die wij als sigaretten oprollen. Wij verhalen hun wat ons al op reis
+gebeurd is, sedert wij op de Goyabero scheep zijn gegaan. Zij toonen
+niet de minste verwondering als wij uitweiden over den last, dien
+de kaimans ons hebben veroorzaakt. Zij deelen ons mede, dat nu vier
+jaar geleden, bij den mond van de rio Oua, een hunner makkers, die
+eene prauw bestuurde, door een krokodil werd aangegrepen en uit zijn
+vaartuig gesleept. Zijne metgezellen hoorden niets dan het geklapper
+der geduchte kaken van het monster, gevolgd door eene heftige beweging
+in het water. Kort daarop werd de oppervlakte der rivier hier en daar
+rood gekleurd--en alles was voorbij. Zij verhalen ons ook, dat de
+Mitoua-Indianen onlangs blanken hebben aangevallen, waarvan een met
+een pijl in het been werd verwond. Voor den verwonde was het een geluk,
+dat de Mitouas niet de gewoonte hebben hunne pijlen te vergiftigen.
+
+9 December.--Wij gaan reeds vroegtijdig aan boord. Even na ons vertrek
+hooren wij, op den linkeroever, het geluid van een hocco. Apatoe
+stapt in de kleine prauw, die wij op sleeptouw hebben, en vaart naar
+de plaats, waar wij het geluid hooren. Hij maakt zijn schuitje aan
+den kant vast en klimt tegen den steilen oever naar boven. Weldra
+hooren wij een schot, en zien Apatoe terugkeeren met een prachtigen
+hocco, die er eenigszins anders uitziet dan zijn naamgenoot van de
+Andes. De hocco van de Guaviare heeft bruinachtig roode vederen,
+waar de hocco der Andes witte vederen heeft; ook is zijn geschreeuw
+of geluid eenigszins anders. Het doet eenigermate denken aan het
+brullen van een jaguar.
+
+Omstreeks elf uur ontmoeten wij inboorlingen van de lagune van Recifal,
+die goede bekenden en vrienden zijn van onze Indianen en ons zeer
+hartelijk ontvangen. Wij praten eenige oogenblikken met hen, want zij
+zijn het spaansch volkomen meester, en begeven ons met de prauw naar
+de monding van de lagune, welke niet ver verwijderd is. Wij varen
+een smal kanaal binnen en komen weldra in het meer.
+
+Het opperhoofd van het dorp ontvangt ons voor zijne woning. Het is
+een nog jong man, die in den beginne vrij onvriendelijk is. Hij heeft
+grove, ruwe gelaatstrekken en schijnt vrij dom. Als teeken zijner
+waardigheid heeft hij een staf in de hand. Wij moeten trachten,
+door een geschenk zijne gunst te winnen, want hij zou mij de roeiers
+kunnen weigeren, die wij dringend noodig hebben. Ik bied hem een
+veelkleurigen gordel aan; een glans van genoegen straalt van zijn
+gelaat, en onverwijld tooit hij zich met het prachtstuk. Deze personage
+houdt er drie vrouwen op na. Hij laat de mooiste van de drie komen, om
+haar aan ons voor te stellen. Zij is nog zeer jong, heeft regelmatige
+gelaatstrekken, prachtig haar en zeer mooie zwarte oogen; zij draagt
+een japon van rood katoen. Blijkbaar is zij eenigszins verlegen en
+houdt zich dicht bij haar gemaal. Ik bied haar een halssnoer van roode
+koralen aan, dat haar echtgenoot haar aanstonds om den hals hangt.
+
+Na deze ceremonie begin ik hem het doel van onze komst mede te
+deelen. Wij zouden gaarne tot morgen in het dorp blijven om wat te
+rusten, en dan twee roeiers mede nemen, die tot San-Fernando bij ons
+zouden blijven. De kapitein geleidt ons naar de hut, waar de mannen
+bijeen zijn om couria te drinken. Wij vinden daar vijf flinke kerels,
+stomdronken, in hunne hangmatten uitgestrekt en ons met wezenlooze
+oogen aanstarende. Sedert den vroegen morgen drinken zij couria. De
+oudste, een zwaarlijvig man van gevorderden leeftijd, maar met een nog
+zeer krachtig voorkomen, waggelt van tijd tot tijd naar een uitgeholden
+boomstronk en schept daaruit met een kalebas den bedwelmenden drank,
+dien hij vervolgens een voor een zijn makkers aanbiedt. Dezen drinken,
+al hikkende, en spuwen de laatste droppels uit van het vocht, dat
+zij hebben ingezwolgen. Ook ons biedt men de kalebas aan. Willen
+wij niet onbeleefd zijn en deze mannen, wier hulp wij noodig hebben,
+niet ontstemmen, dan moeten wij onzen afkeer overwinnen en althans
+iets nemen van dezen drank, die met mate gebruikt, volstrekt niet
+schadelijk voor de gezondheid is.
+
+Wij begeven ons met den hoofdman of kapitein naar de aanlegplaats,
+om hem onze prauw te laten zien. Gaarne zouden wij haar ruilen voor
+eene andere, lichtere, die wij bij onze aankomst hebben ontdekt. Hij
+verlangt nog iets daarbij; wij laten hem sabels, bijlen, messen zien,
+maar niets van dat alles is van zijne gading. Geld wil hij niet
+aannemen. Ik begin de hoop op te geven, met hem den koop te sluiten,
+toen ik bij toeval uit een kist een lap rood katoen te voorschijn
+haal. Nu is de zaak in orde. De hoofdman is zoo belust op dat stuk
+katoen, dat hij, naar ik geloof, zijne hut met al wat daarin is,
+zou afstaan om in het bezit van dien lap te komen.
+
+De indiaansche vrouwen zijn natuurlijk nieuwsgierig: trouwens,
+anders zouden zij geene vrouwen zijn. Al de dames uit het dorp,
+de echtgenooten van den hoofdman uitgezonderd, zijn spoedig bijeen
+vergaderd in de hut waar wij onzen intrek hebben genomen. Het trekt
+onze aandacht, dat de vruchtbaarheid in dit dorp niets te wenschen
+schijnt over te laten. Twee vrouwen houden haar zuigelingen aan de
+borst; men roept ons om een der jonggeborenen van nabij te zien,
+een zwak, ziekelijk schepseltje. Daar ik verneem, dat er in het dorp
+wat rhum te krijgen is, geef ik den raad, het kind daarmede in te
+wrijven. Men verzoekt ons daarop, aan het andere jonggeboren kind een
+naam te willen geven. Apatoe heeft gedurende zijn verblijf te Parijs
+een van die onzinnige liedjes geleerd, die hij nu en dan zingt, als hij
+goed gehumeurd is, en waarin telkens den naam van Nicolas voorkomt. Die
+naam wordt nu aan den jeugdigen Indiaan gegeven, waarmede de ouders
+zeer in hun schik zijn. Uit vrees van het te vergeten, herhalen zij
+onophoudelijk dat woord, hetwelk zij zeer goed kunnen uitspreken.
+
+Lejanne gaat in den omtrek uit jagen. Hij ontmoet een inboorling,
+die met eene lange sabarcane (blaaspijp) gewapend is, waarmede hij
+een kleine pijl wegblaast, waarvan de punt vergiftigd is. Het vergif,
+waarvan hij zich bedient, is in een soort van matten flesch geborgen,
+en wordt door de Piaroa-Indianen geleverd: de Piapocas zijn met de
+bereiding daarvan onbekend.
+
+10 December.--Wij brengen den morgen door met het maken van schetsen en
+teekeningen, met photografeeren en andere bezigheden van verschillenden
+aard.
+
+Wij slagen er in, twee mannen over te halen om met ons naar
+San-Fernando te gaan. Zij zijn nog niet bekomen van hunne slemppartij
+van gisteren, en hoewel jonger, zijn zij minder vlug en spoediger
+vermoeid dan onze veel oudere roeiers van Sapoara. Maar onze prauw
+is niet zoo zwaar, en hoewel wij tweemaal ophouden om een hocco en
+een eend te schieten, leggen wij van elf uur tot half zes niet minder
+dan zes-en-veertig mijlen af.
+
+
+
+
+VIII
+
+
+11 December.--Onze Indianen, die nu geheel van hun roes bekomen zijn,
+roeien flinker dan gisteren. Ieder hunner heeft een kleinen lederen
+zak, waarin hij zijn tabak en andere kleinigheden bewaart. Toen ik
+een dezer zakjes nakeek, vond ik daarin een wonderlijk beeldje van
+klei, eene niet geheel onkenbare afbeelding van den kop van een aap
+met een stuk van den romp.
+
+"Maminaïmi!" zeide de Indiaan tot mij. Hij had dit beeldje gevonden
+aan den oever ergens in de buurt, op een plek, die door de maminaïmis
+bezocht wordt.
+
+Volgens hen, zijn deze maminaïmis een soort van watergeesten of
+duivels. Zij hebben de gestalte van een klein kind en het gelaat van
+een neger. Overdag houden zij zich onder water op; maar des nachts
+zwerven zij langs den oever en door de bosschen, daarbij een geluid
+makende dat volkomen op het schreeuwen van een kind gelijkt. Onze
+Indianen verzekeren ons, meermalen dat geluid gehoord te hebben,
+waarop zij alles behalve gesteld zijn. Al de Piapoco-Indianen gelooven
+vastelijk aan het bestaan van de maminaïmis.
+
+Omstreeks half twaalf houden wij stil aan den oever, om den stand
+der zon waar te nemen. Volgens mijne waarneming berekent Lejanne,
+dat wij ons op 3° 40' 93° noorderbreedte bevinden.
+
+Wij bespeuren even boven water de rugvin van een visch, die, naar het
+ons voorkomt, vrij groot moet zijn; wij naderen hem met onze boot,
+zonder dat hij eenige beweging maakt. Een der Indianen werpt zijn
+harpoen uit, en haalt een wentelaar op, grooter dan ik er nog ooit een
+gezien had. Hij is ongeveer zes palmen lang, waarvan ruim een derde
+door den kop wordt ingenomen, die zeer breed is en waarin de hersenen
+bijzonder sterk ontwikkeld zijn. Toen wij den visch gekookt hadden,
+was het weinige vleesch bijna geheel weggesmolten.
+
+Omstreeks vijf uren houden wij stil bij eene zandbank, waar wij ons
+bivak zullen opslaan. Voor ons middagmaal hebben wij apenvleesch, een
+eendebout en visch. Wij drinken een weinig koffie, hetgeen wij anders
+gewoonlijk alleen des morgens, voor ons vertrek doen. Na dat weelderige
+maal rollen wij eenige tabaksbladeren tot sigaren en keuvelen met
+elkander, al rookende, rondom het vuur op het zand uitgestrekt. Wij
+vernemen van de Indianen eenige bijzonderheden omtrent hunne zeden en
+gebruiken. Zoo vertellen zij ons dat eene vrouw, die hare bevalling
+wachtende is, zich naar eene daarvoor aangewezen hut begeeft, waar
+zij gedurende zeven dagen na hare verlossing blijft. Gedurende dien
+tijd blijft ook de man in zijne hangmat liggen; de beide echtgenooten
+gebruiken geen ander voedsel dan cassave en water. Men heeft hieruit
+ten onrechte opgemaakt, dat de man zich moet aanstellen als ware hij
+in de kraam gekomen. Bij de Piapoco-Indianen is dit althans niet
+het geval, en ik betwijfel zeer of zulk eene onzinnige vertooning
+ergens plaats vindt. Zoo de man in zijn hangmat gaat liggen en zich
+aan hetzelfde dieet als zijne vrouw onderwerpt, dan geschiedt dit om
+daardoor zekere ziekten van zijn kind af te wenden, door zich zelven,
+in zijne plaats, boete en onthouding op te leggen. Ik vermoed dat
+wij hier te doen hebben met een overblijfsel uit overoude tijden,
+eene flauwe herinnering aan de wet, die de jonggeboren kinderen aan
+de godheid wijdde. Om zijn kind los te koopen, legde dan de vader
+zich zelven zekere boete op.
+
+14 December.--Ten zes uren zijn wij reeds op de been: wij zijn niet
+ver meer van San-Fernando. Wij maken een weinig toilet, voor zoo ver
+ons dat mogelijk is: maar ondanks onze inspanning, blijven wij er
+als havelooze landloopers uitzien. Ik ben verzekerd, dat, althans in
+Frankrijk, niemand ons gaarne op eene eenzame plek in het bosch zou
+willen ontmoeten: men zou ons ongetwijfeld voor vagebonden houden;
+die aan de zorg der policie moesten worden toevertrouwd.
+
+Omstreeks tien uren komen wij aan de monding van de Ynirida, eene vrij
+belangrijke rivier, die zich aan den rechter oever in de Guaviare
+uitstort. Bij haar samenvloeiing met laatstgenoemde rivier heeft de
+Ynirida eene breedte van omstreeks zeshonderd meters; de kleur van het
+water is donkerbruin, het meest overeenkomende met die van koffiedik;
+het water van de Ynirida onderscheidt zich dan ook zeer duidelijk van
+het troebele geelachtig witte water van de Guaviare. Op de landpunt
+tusschen de beide rivieren vertoonen zich groote granietrotsen. Wij
+ontdekken twee hutten, eene op den linker en eene op den rechter oever,
+beiden door blanken bewoond. De laatste hut ligt op onzen weg. Wij
+bestijgen een soort van steile trap, in den weeken kleigrond van den
+zeven tot acht el hoogen oever uitgehouwen.
+
+Wij zijn bij Gregorio Garcia. Zijne vrouw, eene Indiaansche van den
+stam der Pouinavés, ontvangt ons. Volgens het gebruik des lands begroet
+ik haar met een _Ave Maria_, waarop zij _gratia plena_ antwoordt;
+vervolgens noodigt zij ons uit, hare woning binnen te treden. Haar
+echtgenoot is afwezig, maar zal zoo aanstonds terug keeren. Inmiddels
+koop ik verschillende voorwerpen: aardewerk, zeven en andere dingen,
+die zij zelve gemaakt heeft. Daarop vraag ik haar vergunning, om ons
+middagmaal in hare hut gereed te mogen maken; zij bewilligt daarin
+niet alleen, maar wil zich zelve met de zorg daarvoor belasten. Bij
+ons gerookt vleesch voegt zij nog eene jonge kip, gebakken bananen,
+pasteken en nog andere lekkernijen. Toen wij aan tafel zaten trad
+Gregorio binnen.
+
+Hij is een eenvoudig man, volstrekt ongeletterd, maar, zoo als wij
+later te San-Fernando vernamen, een goed en ijverig werkman, hetgeen
+trouwens ook bleek uit de groote hoeveelheid van allerlei produkten,
+in en nabij de hut opgestapeld. Niet dan met groote moeite kunnen wij
+hem bewegen, om in dank voor zijn vriendelijk en gastvrij onthaal, een
+sabel en een bijl aan te nemen. Zijne vrouw daarentegen is zeer in haar
+schik met eene halsketting van roode koralen, die wij haar aanbieden.
+
+Tegen een uur in den namiddag gaan wij weer op weg naar
+San-Fernando. Gregorio verzekert ons dat het eene "pueblo grande"
+is. Maar hij heeft niet veel gezien, en het waarschijnlijkste is dat
+wij een klein dorp zullen vinden.
+
+Om vier uur krijgen wij eindelijk San-Fernando in het gezicht: van
+verre gezien, herinnert het mij aan de dorpen langs de Amazone. Hutten
+met palmbladen bedekt, met leemen wit gepleisterde wanden, staan langs
+de helling van een lagen heuvel verspreid, en schijnen vrij talrijk,
+juist omdat zij zoo door en boven elkander zijn geplaatst. Weldra
+bereiken wij lage eilanden, door granietrotsen omzoomd, dan varen wij
+de donkere wateren van de Atabapo op. De oever, waarop het dorp ligt,
+is omzoomd door eene bank van graniet, die met zachte glooiing in
+de rivier afdaalt. Deze rivier heeft bij hare samenvloeiing met de
+Guaviare eene breedte van zes- tot achthonderd meters.
+
+In een glas ziet haar water grauw, rookkleurig: maar in de rivier zelve
+is het water, door de massa, volkomen zwart. Een wit voorwerp, in de
+rivier gedompeld, neemt op eene diepte van dertig duim eene goudgele
+tint aan; op negentig duim diepte is het oranjerood. Dit water is
+echter drinkbaar; te San-Fernando gebruikt men geen ander. Het vermengt
+zich zeer goed met zeep, en bezit twee voortreffelijke hoedanigheden:
+het houdt de muskieten en de kaimans op een afstand. Het verdient wel
+vermelding, dat men nooit een dezer laatste dieren in den omtrek van
+San-Fernando heeft aangetroffen, terwijl toch de Guaviare, die niet
+meer dan achthonderd meters van de plaats verwijderd is, van kaimans
+wemelt. Ik houd het voor zeker, dat de zwarte kleur van het water van
+de Atabapo door organische stoffen veroorzaakt wordt, waarvan de ware
+aard nog niet bekend is; al de visschen van deze rivier zijn eveneens
+zwart van kleur. In haar leeft eene bijzondere soort van schildpad,
+veel kleiner dan die van de Guaviare. De rio Atabapo komt van het
+zuiden; zij opent een veel korter weg dan de Cassiquiare om de rio
+Negro te bereiken. Na acht dagen varens en een marsch van nog twee
+dagen komt men aan de rio Guaïnia, die meer benedenwaarts den naam
+aanneemt van rio Negro.
+
+De vaart over de rivier valt ons lang. De zwarte kleur van het
+water geeft aan het landschap een eigenaardig vreemd karakter: de
+kleuren en tinten der naburige voorwerpen schijnen veel helderder
+en levendiger. Op den oever tegenover ons bevinden zich enkele
+vrouwen, wier gele of blauwe japonnen ons letterlijk in het oog
+steken.--Eindelijk bereiken wij den oever. Het gerucht onzer komst is
+spoedig verspreid, want de aankomst van eene prauw is voor dit dorp
+eene gebeurtenis van zeker gewicht. Is de prauw met Indianen bemand,
+dan komen de kooplieden zich spoedig vergewissen, welke koopwaren zij
+medebrengen. Maar wie kunnen deze blanken zijn, die van de Guaviare
+komen? Geen enkel van de inwoners van het dorp is dien kant uitgegaan
+om handel te drijven.
+
+Vier of vijf personen spreken ons zeer beleefd aan, blijkbaar brandende
+van begeerte om hunne nieuwsgierigheid bevredigd te zien. Hun kostuum
+perst François een glimlach af: zij dragen een pantalon en daarover
+heen een wijd loshangend hemd. Deze mannen zijn bleek, vermagerd, zwak,
+de koorts ziet hun de oogen uit. Een enkele, een mulat wiens haar
+reeds grijs begint te worden, ziet er gezond en welvarend uit. Zoo
+als ons later bleek, is hij iemand van een zeer vroolijk humeur,
+een pretmaker, die zeer tevreden is met zijn lot.
+
+De waarnemende gouverneur, don Manuel Fuentes, is een man van
+omstreeks vijftig jaar, bleek, uitgeteerd, met reeds grijzenden
+baard en haar, en groote zwarte schitterende oogen, door zware
+grijze wenkbrauwen overschaduwd. Hij spreekt goed en vlug, is zeer
+vriendelijk en voorkomend, maar gevoelt toch blijkbaar al het gewicht
+van zijne betrekking. Hij ziet onze papieren in, en wij deelen hem
+het een an ander nopens onze reis mede, waarnaar hij met groote
+belangstelling luistert. Hij spreekt ons breedvoerig over Michelena,
+een venezuelaansch reiziger, die een boek heeft uitgegeven over de reis
+van Humboldt, waarin hij, met zeer veel warmte, tracht te betoogen,
+dat deze beroemde reiziger niet tot de bronnen van den Orinoco is
+doorgedrongen. Mag men den hartstochtelijken kritikus gelooven, dan
+zou Humboldt niet verder zijn gegaan dan tot de Guapo, op een of twee
+mijlen afstands van Esmeralda en driehonderd mijlen boven den waterval
+van de Guaharibos. De Guaharibo-Indianen zijn, volgens de bewoners van
+San-Fernando, zeer vreemde wezens met een blanke huid en rood haar:
+zij schilderen hen af als zeer wild en bloeddorstig en beweren dat
+zij steeds ieder belet hebben, tot de bronnen van den Orinoco door te
+dringen. Eenige jaren geleden liet Michelena zich tot gouverneur van
+San-Fernando benoemen, uitsluitend met het doel om het onderzoek van
+die rivier ten einde te brengen. In een zijner tochten op de Atabapo
+werd hij door den val van een boom gedood. Hij was tachtig jaren oud,
+en men kan hem althans geen gebrek aan ijver en energie verwijten:
+in dat opzicht maakte hij vele jongeren beschaamd.
+
+Het dorp San-Fernando heeft geene herberg: gelukkig kunnen wij onzen
+intrek nemen in eene bouwvallige hut, die aan de voorzijde gestut
+wordt en waarvan wij hopen mogen dat zij, zonder onvoorziene toevallen,
+gedurende den tijd van ons verblijf overeind zal blijven staan. Onze
+naaste buurman is de heer Mirabal, koopman, die bijna alle Indianen
+uit de omstreken kent en die ons met hen in aanraking zal brengen,
+als zij voor ons vertrek te San-Fernando komen. Hij neemt op zich,
+het noodige voor onze tafel te leveren.
+
+Voor onze hut staan twee breedgetakte ceibos, waaronder banken zijn
+geplaatst: hier komen de aanzienlijken van het dorp des avond bijeen
+om te praten. Van daar overziet men de Atabapo en de Guaviare;
+zelfs kan men het punt onderscheiden waar de Guaviare zich met
+den Orinoco vereenigt. Van welken kant ook prauwen of vaartuigen
+mogen komen, steeds vallen ze hier aanstonds in het oog. Men praat
+en keuvelt hier over alles, zelfs, o goden, over politiek! en dat
+bij helderen maneschijn, en terwijl in den stillen plechtigen nacht,
+daar beneden langs de oevers, de fakkels flikkeren der visschers die
+op buit uitgaan.
+
+Het dorp San-Fernando was vroeger van meer beteekenis dan
+tegenwoordig. De ligging van het vlek is uitmuntend: juist op een punt
+waar de Orinoco, de Guaviare, de Atabapo en de Ynirada om zoo te zeggen
+elkander ontmoeten, en aan de twee wegen die naar de Amazone voeren,
+hetzij langs de Cassiquiare, hetzij langs de Atabapo.
+
+De bewoners vinden hun hoofdmiddel van bestaan in de exploitatie van
+caoutchouc, gutta-pertja, en copahu. Het was een Franschman, de heer
+Truchon, die eenige jaren geleden, den inboorlingen de exploitatie
+van de caoutchouc leerde. In December gaan de Baniva-Indianen van
+de Atabapo en de bewoners van San-Fernando naar de bosschen van
+den Orinoco, boven de Vichada, om de "gomma" in te zamelen, die zij
+vervolgens aan de voornaamste handelaren van het dorp verkoopen. Dezen
+verkoopen op hunne beurt de caoutchouc te Bolivar. De vrachtprijs naar
+deze stad is zeer hoog en bedraagt vijf-en-twintig percent van de
+waarde der koopwaren bij vaartuigen met een inhoud van driehonderd
+aroben, en vijftig percent bij kleinere vaartuigen.--Een arobe
+staat gelijk met vijf-en-twintig pond.--Van de Cassiquiare zou men
+gemakkelijker Manaos dan Bolivar kunnen bereiken; de vaart op den
+Orinoco gaat met meer gevaren gepaard dan die op de rio Negro; maar
+men zou dan met braziliaansch papier worden betaald en de handelaars
+zouden bij de inwisseling belangrijk daarop verliezen. De hooge
+vrachtprijs is niet alleen een gevolg van het lange traject, maar
+ook van de gevaren der reis van wege de watervallen van Maypoures en
+Atoure, die tusschen San-Fernando en de uitmonding van de Meta liggen.
+
+Volgens de waarnemingen van Lejanne ligt San-Fernando
+honderd-een-en-vijftig meter boven de zee. De wind waait uit alle
+hoeken van den horizon en gaat dikwijls tot storm over. Eigenlijk
+gezegde saizoenen heeft men hier niet. Het dorp is ongezond;
+bijna voortdurend heerschen er koortsen. Muskieten vindt men er
+weinig, maar des te meer vampyrs. De landbouw is hoogst gebrekkig en
+onvolkomen. Sommige bijzonder bevoorrechten bezitten in den omtrek
+plantages, die hun bananen opleveren; men rekent op de Indianen, om
+zich van cassave en maniokmeel te voorzien. Het dorp bezit niet meer
+dan vijf of zes koeien, die vrij in den omtrek loopen te grazen, voor
+zoo ver er gras te vinden is. Aan alle zijden wordt San-Fernando door
+het woud omgeven, dat zich van de Atabapo tot den Orinoco uitstrekt,
+en slechts hier en daar enkele, open plekken heeft, die met hoog gras
+en struiken zijn begroeid.
+
+De bewoners die thans in het dorp achtergebleven zijn brengen, naar
+het schijnt, hun tijd in volstrekte ledigheid door: hunne siësta duurt
+den ganschen namiddag. Veel tijd wordt aan het bad besteed. Uit onze
+hut kannen wij de baders gadeslaan, die hun hart ophalen in de zwarte
+wateren van de Atabapo. Op den tweeden dag na onze aankomst maakten
+wij eene interessante wandeling in den omtrek van het dorp, waarbij
+onze aandacht vooral getrokken werd door beeldwerk op granietrotsen
+tusschen San-Fernando en de Guaviare, blijkbaar het werk van Indianen.
+
+In den namiddag komen drie prauwen, door Baniva-Indianen bemand, te
+San-Fernando; zij komen van het dorp Samutsida aan de Atabapo en gaan
+den Orinoco opvaren om caoutchouc in te zamelen. Deze Indianen hebben
+hunne gezinnen medegebracht. Waarschijnlijk brengt de caoutchouc
+hun eene aardige winst op: althans zij dragen zeer nette en bijna
+nieuwe kleederen. De mannen dragen hun hemd los boven hun broek. De
+vrouwen zijn gedost in japonnen met schreeuwende kleuren; zij dragen
+gekleurde kousen en stoffen laarsjes met verlakte punten, waarop
+zij zeer trotsch zijn. In haar ooren prijken ringen van bijzonder
+groote afmeting. Weldra worden de nieuw aangekomenen door de kooplui
+in beslag genomen en rijkelijk op rhum onthaald: twee uren na hunne
+komst zijn de mannen stomdronken.
+
+Den trek der mannen naar alkohol en dien der vrouwen naar sieraden
+kennende, kostte het ons hoegenaamd geene moeite de Indianen tot
+ons te lokken. Lejanne maakte bijna aller portret. Wij onthalen de
+mannen op een weinig rhum en verblijden de vrouwen met roodkoralen
+halskettingen. Allen waren nu even begeerig om hun portret te
+laten maken; men zag ons algemeen voor groote heeren aan, die
+over schatten hadden te beschikken. Na de Baniva-Indianen kwam
+de beurt aan de inwoners van San-Fernando, die zich mede wilden
+laten conterfeiten. Wij kunnen onze verzameling nog vermeerderen
+met afbeeldingen van Pouynavé-Indianen, zoowel mannen als vrouwen,
+die langs de oevers van de rio Uaupés gevestigd zijn.
+
+Den 23sten December hebben wij eindelijk eene equipage gevonden,
+bestaande uit een schipper en twee roeiers, die, geholpen door Apatoe
+en François Burban, in staat zullen zijn om de overdekte prauw te
+besturen en te roeien, welke de heer Mirabal tot onze beschikking
+heeft gesteld. Deze prauw heeft geene kiel; zij is gemaakt van een
+hollen boomstam, dien men van een boord of borstwering en van een dak
+van palmbladen heeft voorzien. De prauw, waarmede wij van Recifal
+naar San-Fernando gekomen zijn, is niet geschikt voor de vaart op
+den Orinoco in dit jaargetijde, want voorbij Santa-Barbara zullen wij
+voortdurend met den wind en eene sterke strooming te worstelen hebben.
+
+De heer Mirabal kan eerst den 27sten vertrekken: wij brengen dus
+de Kerstdagen te San-Fernando door. De Kerstnacht wordt door een
+eigenaardig voorval gekenmerkt. De te San-Fernando vertoevende Indianen
+komen voor onze hut zingen en dansen, onder de telkens herhaalde kreten
+van: "_Vivan los retratistos!_" Leven de portretschilders!--Wij geven
+hun een flesch rhum.
+
+Onder meer dan een opzicht biedt San-Fernando de Atabapo de gelegenheid
+tot belangrijke waarnemingen en studiën, vooral ook op anthropologisch
+gebied. Bovendien zou men hier eene rijke verzameling kunnen bijeen
+brengen van visschen uit de Guaviare, den Orinoco, en de zwarte wateren
+van de Ynirida en de Atabapo. Voor den botanicus zou de oogst hier
+niet minder overvloedig zijn.
+
+Den 27sten December, des avonds tegen half zes, verscheen Lejanne,
+vergezeld van den heer Mirabal en van onze geheele equipage. Wij zijn
+nu ruim voorzien van cassave, suiker, koffie en ook van rhum.
+
+28 December.--Om zeven uur hebben wij onze koffie gebruikt, en zijn
+wij op weg gegaan. De morgen is donker en mistig. Het bed der rivier
+is bezaaid met groote rotsblokken in den vorm van bijenkorven, waarop
+de hooge waterstanden een spoor van slib hebben achtergelaten, die
+sedert verdroogd en verhard is. Een dier rotsen draagt den naam van
+Castillo, uit hoofde van hare gelijkenis met een fort; wij gaan op
+een naburig rotsblok aan wal, ten einde Lejanne gelegenheid te geven,
+van dit Castillo eene schets te maken. Omstreeks vijf uren bereiken
+wij den mond van de Mataveni, welke rivier wij opvaren. Wij zullen
+langs hare oevers de Piaroa-Indianen ontmoeten, die nog geheel in
+wilden toestand leven, en die ons zeer vermoedelijk beter zullen
+bevallen dan de half beschaafde en netjes gekleede Indianen, die wij
+te San-Fernando hebben leeren kennen.
+
+De Mataveni maakt op tweehonderd meters van hare uitmonding plotseling
+een scherpe bocht, veroorzaakt door groote vooruitspringende rotsen,
+waarop wij den nacht willen doorbrengen. Juist toen wij bij de rotsen
+kwamen, zagen wij twee prauwen naderen, met rotting geladen. Deze
+prauwen worden bestuurd door Indianen, die in het dorp eenige inkoopen
+hebben gedaan; wij roepen hen toe en noodigen hen uit, bij ons op de
+rotsen te komen, maar zij houden zich als hoorden zij ons niet. Te
+San-Fernando heeft men ons reeds gezegd, dat deze Piaroa-Indianen
+alle aanraking met blanken vermijden.
+
+Onze schipper zegt hun dat de heer Mirabal in eene tweede prauw
+achter ons volgt. Deze naam werkt als een tooverspreuk, en de
+beide vaartuituigen zetten onmiddellijk koers naar de rotsen. De
+twee Piaroas, die zich in de eerste prauw bevinden, komen naar
+ons toe, drukken ons de hand en vragen zelfs naar den staat onzer
+gezondheid. Beide mannen zijn slank en rijzig van gestalte en dragen
+niet zonder zekeren zwier hun hoogst eenvoudig kostuum, bestaande uit
+eene menigte zwarte koordjes, van haar gevlochten, twaalf tot vijftien
+duim breed en bij wijze van gordel om de lendenen geknoopt. Een schort
+van wit katoen, door dien gordel omvat, hangt van voren tot op de
+knieën, van achteren tot de kuiten. Zoowel van voren als van achteren
+is dit schort met drie kwasten versierd. Om hunne polsen en beneden
+hunne knieën dragen zij een koordje; in hunne ooren prijkt een schijfje
+hout, ongeveer vijftien duim lang en zoo dik als een ganzeveder; aan
+de achterste punt van dit schijfje of stokje hangt een kwastje van wit
+katoen, waaraan drie lange tressen van blauw katoen zijn bevestigd,
+die ieder weder met een wit kwastje versierd zijn. De haren zijn op
+het voorhoofd kort afgeknipt, maar hangen van achteren langer. Zij
+zijn behoorlijk gekamd. Een dezer Piaroas heeft op het voorhoofd en
+op de wangen een streep van zigzaglijnen, gevat tusschen twee rechte
+strepen, met _chica_ geschilderd. Deze barbaarsche versiering doet
+echter geen afbreuk aan de zachte uitdrukking zijner groote zwarte
+oogen; zijn geheele voorkomen teekent veeleer bescheidenheid en
+schroom dan boosaardigheid.
+
+Wij zijn niet enkel hier gekomen om Indianen te zien. Wij hebben
+te San-Fernando vernomen, dat vlak bij den mond van de rio Mataveni
+een aantal Indianen begraven liggen, en zeer gaarne zouden wij hunne
+schedels en beenderen bezitten. Maar waar zijn ze te vinden? Een toeval
+brengt ons op het rechte spoor. Een der Piaroas geleidt ons, Mirabal en
+mij, naar het naburige dorp, terwijl Lejanne den anderen beschilderden
+Indiaan uitteekent. De Piaroas zijn bezig met het braden van eene boa,
+waarmede zij hun maal zullen doen. Men ontvangt mij aanvankelijk met
+groote vriendelijkheid; maar het toeval wilde dat ik moest niezen,
+en eensklaps weken allen die mij omringden terug. De vreesachtigsten
+trokken zich tot een grooten afstand terug; de moedigsten houden
+zich den neus dicht. Ik weet dat deze Indianen, die aan tering en
+borstziekten onderhevig zijn, de blanken beschuldigen--en zeker niet
+zonder grond--dat zij hun deze ziekten op den hals halen. Men verhaalt
+mij van kooplieden, die eensklaps door hunne equipage verlaten werden,
+omdat zij het ongeluk hadden te niezen en te hoesten. Ik vertrouw
+deze Indianen maar half.--Wij keeren met onzen gids naar ons kamp
+terug. Onderweg maakt onze Indiaan, die geen woord spaansch verstaat,
+een gebaar, dat wij zeker allen meermalen door doofstommen hebben zien
+maken, als zij den dood of den slaap willen aanduiden: hij buigt het
+hoofd naar rechts, legt het op de vlakke rechterhand, en wijst met
+de andere naar eene rotsgroep op den berg. Ik begrijp aanstonds dat
+deze heuvel eene begraafplaats is. Ik spreek met Lejanne af, dat ik
+morgen, vergezeld van Apatoe, voorgevende op de tapirjacht te gaan, de
+graven zal gaan opsporen, terwijl hij de dorpsbewoners zal ontvangen,
+die ons een bezoek zullen komen brengen.
+
+Wij doen ons maal met gekookte en gebakken visch en met bananen in
+schildpad vet gebakken: het een en ander besproeid met water uit
+de Mataveni; vervolgens verkwikken wij ons met een kop koffie en een
+glaasje rhum. Na den maaltijd legeren wij ons rondom het vuur en rooken
+sigaren, waarvan wij de gaten met onze vingers moeten dichtstoppen. De
+drie Indianen hebben zich bij ons gevoegd en deelen ons het een en
+ander omtrent hun stam en hunne taal mede.
+
+Den volgenden morgen, met het opgaan der zon, begeef ik mij op weg,
+vergezeld van Apatoe; wij marcheeren uren achtereen zonder iets te
+vinden; wij verwonden onze bloote voeten bij het beklimmen van den
+rotsigen heuvel, dien wij op het nauwkeurigst onderzoeken. Op den top
+zien wij eindelijk een soort van hangenden steen, die ons op het hoofd
+dreigt te vallen: Apatoe zegt tot mij: "Daar moeten wij de lijken
+vinden." Eenige minuten later ontdekken wij onder de overhangende
+rots drie in boomschors gewikkelde voorwerpen: wij snijden de koorden
+door en zien nu drie fraaie mummies met halskettingen, sieraden en
+een hangmat. Naast elke mummie staat een aarden pot of kruik, die,
+zoo als ik later vernam, couria bevatte, opdat de doode zijn dorst
+zou kunnen lesschen. Apatoe wikkelt onzen schat in een korf of mand,
+die hij van palmbladeren vervaardigt, en wij keeren naar boord terug.
+
+Meer dan twintig Indianen hebben zich gedurende onze afwezigheid
+op den oever verzameld en koopen van den heer Mirabal verschillende
+dingen; bijna al die Indianen lijden aan huidziekten. Lejanne heeft
+er twee uitgeteekend. Maar eensklaps wordt hunne aandacht getrokken
+door de zonderlinge lading, die wij aan boord hebben, en die zij
+met achterdochtige blikken beschouwen. Het wordt hoog tijd om te
+vertrekken, hetgeen wij dan ook aanstonds doen.
+
+Omstreeks vijf uur bereiken wij eene granietrots aan den linker oever,
+waarop wij den nacht doorbrengen.
+
+30 December.--Mieren hebben het garneersel van mijn hoed weggevreten,
+en ook den hoed zelven niet ongeschonden gelaten. Zal hij het tot
+Bolivar uithouden? Ik hoop het: hij is een oude kameraad, op wien ik
+gesteld ben. Hij is de Andes overgetrokken, heeft de raudals van de
+Goyabero getrotseerd, en altijd trouw zijn plicht gedaan door mij
+voor zonnesteken te behoeden. Hij is niet mooi meer: maar een goed
+hart is meer waard dan een mooi gezicht.
+
+Tegen twee uren in den namiddag ontmoetten wij, dicht bij den mond
+van de rio Sipapo, eene prauw met Piaroa-Indianen, van wie wij eene
+levende iguane-hagedis koopen en een flesch met curare--het vergif
+waarmede zij hunne pijlen vergiftigen--die Apatoe te midden van
+hunne bagage ontdekt. Wij beginnen de heuvelreeks te onderscheiden,
+die den waterval of de stroomversnelling van Maypoures veroorzaakt,
+en waar wij omstreeks vijf uren aankomen. Wij bevinden ons in
+een doolhof van rotsige eilandjes; een daarvan is geheel uit zand
+gevormd, dat door verspreide granietblokken wordt opgehouden. Daar
+woont een onzer Indianen; zijne hut bestaat uit eenige palmbladen
+op stokken rustende. Wij laten een eend braden; Lejanne en Apatoe
+geven de voorkeur aan de iguane, die zij met zout en spaansche peper
+toebereiden. In het lichaam van de hagedis vinden zij, tot hunne groote
+blijdschap, niet minder dan drie-en-veertig eieren. Deze eieren zijn
+langwerpig en zoo groot als duiveneieren; de schaal is minder hard dan
+die van kippen- of schildpadeieren en laat zich met de hand eenigszins
+kneden. Gekookt, smaken deze eieren zeer lekker.
+
+31 December.--In den morgen laat ik mij met eene prauw naar eene
+naburige rots roeien, die omstreeks honderd el boven het water
+uitsteekt. Niet zonder moeite bereik ik den top, van waar ik de
+geheele stroomversnelling van Maypoures kan overzien. De rivier, door
+eene granietbank tegengehouden, heeft zich verschillende doorgangen
+geopend. Schuimend en kokend stroomt zij, in onstuimige vaart, over
+reusachtige trappen van graniet, waartusschen geweldige steenblokken
+oprijzen. Ik sta hier op een uitmuntenden observatiepost: geene
+enkele bijzonderheid ontgaat mijn blik. Na de plek goed bestudeerd en
+mijne waarnemingen gedaan te hebben, keer ik naar Lejanne terug, die
+inmiddels eene schets gemaakt heeft van de rivier boven den val. Wij
+spreken af dat wij in den namiddag een bezoek zullen gaan afleggen
+bij de Guahibo-Indianen aan den linker oever.
+
+De Guahibo-Indianen zijn zeer talrijk en worden daarom door hunne
+naburen ontzien en gevreesd. Hunne huid is donkerder van kleur dan bij
+de andere indiaansche stammen in het gebied van den Orinoco. Zij wonen
+langs de oevers van de Vichada en de Meta. Vooral de Guahibos langs de
+Meta zijn zeer woest en roofzuchtig; in 1878 hebben zij een blanke, die
+bij de monding van de Meta kampeerde, met zijn geheele gezin vermoord,
+en dat uitsluitend met het doel om hem te bestelen. Zij maakten zich
+meester van zijn geweer, dat hij in zijne prauw had achtergelaten,
+en sloegen hem met de kolf dood. De kooplieden vereenigen zich dan
+ook altijd tot eene kleine karavaan, wanneer zij bij hen handel
+komen drijven.
+
+Wij weten dat wij op den linker oever, omstreeks tien kilometers van de
+rivier verwijderd, een dorp van Guahibo-Indianen zullen aantreffen. In
+de nabijheid van dit dorp bevinden zich granietachtige heuvelen,
+samenhangende met de keten welke den waterval van Maypoures vormt,
+wier kale hellingen versierd zijn met beeldwerk, door de oude Indianen
+daarin gegriffeld en de maan voorstellende; van daar de naam van
+Cerro de la Luna, dien men aan deze heuvelen gegeven heeft.
+
+Tegen een uur in den namiddag ga ik met Lejanne op weg. Een onzer
+Indianen van gisteren zal ons tot gids dienen; nog een tweede gaat
+met ons mede om onze hangmatten te dragen.
+
+Na een zeer vermoeienden en bezwarenden tocht naderen wij het
+dorp. Even voor wij het bereiken, zien wij eensklaps twee Indianen,
+in hunne hangmatten gezeten, welke aan de boomen langs het pad zijn
+opgehangen. Uit hunne wijde neusgaten vloeien onophoudelijk twee
+zwarte walgelijk vieze beekjes. Zij komen naar ons toe en spreken
+tot ons, maar dit spreken gaat zoo ongeloofelijk snel, dat wij in de
+meening verkeeren dat zij slechts onzamenhangende woorden uitstooten,
+zonder eigenlijk iets te zeggen. Een kind dat van het dorp komt keert
+op zijne schreden terug, ongetwijfeld om kennis te geven van onze
+nadering. Wij laten ons naar de hut van den hoofdman of kapitein
+brengen. Deze kapitein, een mager man ondanks zijn vooruitstekenden
+buik, lijdt aan huidziekte; hij ziet er overigens vrij zachtzinnig
+uit. Hij ontvangt ons zeer vriendelijk, en biedt ons, bij gebrek van
+cachiri of couria, met water vermengde cassave aan.
+
+De bevolking van dit dorp, waarmede wij spoedig kennis maken, bestaat
+uit ruim een half dozijn mannen, evenveel vrouwen, en zeven of acht
+kinderen beneden de zestien jaren. De kleeding der mannen is dezelfde
+als die der Piaroas. De vrouwen dragen eene soort van hemd zonder
+mouwen; drie meisjes van veertien tot vijftien jaar hebben niets
+anders aan dan een lapje katoen, zoo groot als een hand.
+
+Naar het schijnt zijn deze lieden pas versch beschilderd. De mannen
+zijn over het geheele lichaam met allerlei figuren in roode kleur
+beschilderd; bij de vrouwen is alleen het gelaat op die wijze
+uitgemonsterd. Ik zie dat bij alle mannen datzelfde vuile zwarte
+vocht uit den neus vloeit. Elk oogenblik stoppen zij hunne neusgaten
+vol met een zeker donkerbruin poeder, in kleur en reuk zeer veel
+overeenkomende met zeer fijne snuif, en dat zij yopo noemen. Om dit
+poeder te verkrijgen roosteren zij de groene bladeren van eene zekere
+plant en maken die vervolgens met behulp van harde schelpen fijn.--De
+avond valt; de Indianen zijn in het bezit van versche cassave en
+van gedroogd vleesch: zij staan ons daarvan, in ruil tegen eenige
+snuisterijen, zooveel af als wij voor ons maal noodig hebben. Na
+gegeten te hebben, laten wij onze hangmatten aan de boomen ophangen
+in de nabijheid van de hut van den kapitein.
+
+
+
+
+IX
+
+
+1881.--Het is heden de eerste Januari. Wij wenschen elkander een
+gelukkig nieuwjaar, maar wij zijn niet feestelijk gestemd, want
+onwillekeurig denken wij aan onze betrekkingen en vrienden daar ginds,
+verre, verre weg, die sedert vele maanden niets van ons vernomen
+hebben, evenmin als wij iets van hen.
+
+Lejanne begint zijn dag met het portret te maken van een jong
+meisje. De vader, wiens toestemming met een stuk van vier _reales_
+is gekocht, slaat met geopenden mond aandachtig den arbeid gade. Hij
+staat verstomd over de gelijkenis, die dan ook inderdaad treffend is.
+
+Bij deze Indianen staan de oogen dikwijls min of meer schuin. Hun
+romp is forsch en breed gebouwd; hunne beenen zijn mager en staan
+krom; de wangbeenderen steken vooruit. Maar wanneer zij, naar
+europeesche wijze gekleed, door onze straten wandelden, zou ieder
+hen waarschijnlijk voor bewoners van oostelijk Azië aanzien. Zij
+gelijken in niets op die fantastische Indianen, wier afbeeldingen
+ik zoo vaak in geïllustreerde werken heb aangetroffen en die dan ook
+nergens bestaan dan in de verbeelding van den teekenaar.
+
+Bij de Guahibos bestaat de gewoonte, om bij zonsopgang uit hunne hutten
+te voorschijn te treden, voorzien met eene soort van pansfluit, en dan,
+op dat instrument blazende, een ommegang om het dorp te houden. Is
+dit eene hulde aan de zon, en vereeren zij die als hunne godheid?
+
+De kapitein brengt mij bij de gebeeldhouwde rotsen. Onder weg bemerk
+ik dat hij om den hals een stuk rotskristal draagt, dat in de holle
+tand van een kaaiman is geweest; zulk een halssieraad draagt den naam
+van guanare. Met behulp van deze guanares trachten de Guahibos hunne
+gehate naburen, de Piaroas, te betooveren en hun allerlei kwalen en
+rampen op den hals te halen. Hoe vele geslachten hebben niet aan dit
+stuk kristal gearbeid, om het aldus als een brillant te bewerken en
+te slijpen! Welke is wel de waarde van dit voorwerp, dat alleen door
+de wetenschap en de bekwaamheid van machtige toovenaars tot zoodanigen
+staat van volkomenheid kan zijn gebracht?
+
+De arme onwetende Indianen vermoeden zelfs niet, dat er voor
+onze glaswerkers maar een arbeid van weinige uren noodig is om de
+schoonste scheppingen der natuur op verwonderlijk getrouwe wijze na
+te bootsen; en evenmin dat deze kristallen, welke in zoo hooge mate
+hunne verbazing opwekken, op meer dan één punt in de ingewanden der
+aarde worden aangetroffen. Elk stuk mineraal, dat in zijne gedaante en
+zijne omtrekken zekere regelmatigheid vertoont, is in hunne schatting
+het werk van geesten of van toovenaars.
+
+Een uur na Lejanne kwam ik te Maypoures. Wij gebruiken het ontbijt
+en gaan daarop aan boord van onze prauw om de watervallen te
+passeeren. Bij twee van deze vallen of stroomversnellingen gaat dit
+zonder bezwaar; bij den derden, den val van Sardinel, moet de bagage
+worden ontscheept en over land vervoerd. Een uit Brazilië gevluchte
+neger, Sylvester genaamd, heeft zich hier als veerman neergezet. Hij
+voert de vaartuigen, die van boven of van beneden komen over den val,
+en belast zich ook met het vervoer der bagage over land. Wij gaan naar
+zijne hut om eene overeenkomst met hem te sluiten. Nadat wij het over
+de voorwaarden eens waren geworden spreken wij hem bij toeval over
+het curare.--"Mijne vrouw weet daar alles van", zegt hij. "Zij is de
+dochter van een toovenaar uit den stam der Piaroas en heeft dikwerf
+haar vader geholpen om dit vergif te bereiden."
+
+Juist terwijl hij dit zeide trad de vrouw de hut binnen. Wij halen
+uit onze prauw de kalebas met curare, die wij in den omtrek van
+San-Fernando gekocht hebben. Volgens haar, is dit niet het "curare
+fuerte" van de Piaroas. Zij kan daarvan het bewijs leveren, want op
+den boschrijken heuvel in de nabijheid der hut is de echte curare
+te vinden.
+
+"Volg mij," zegt zij tot mij.
+
+Weldra komen wij bij een braaknotenboom, waarvan de bladeren en
+de jonge twijgen met roodachtige haren zijn bezet.--Dit is de
+"curare fuerte". Professor Planchon, die de door ons medegebrachte
+exemplaren heeft onderzocht, houdt de bladeren en twijgen voor die
+van de _strygnos toxifera._--Men raspt de schors van deze liano en
+laat die gedurende eenige uren in het water koken en vervolgens het
+vocht door eene zeer fijne zeef loopen; het aldus gefiltreerde vocht
+verdikt zich en wordt daarna uitgeperst. Het aldus verkregen vocht
+wordt in kalebassen van tien duim in doorsnede bewaard. Men doopt de
+punten der pijlen eens of meermalen in dit vocht, dat in de kalebassen
+spoedig opdroogt en dan het voorkomen van drop aanneemt. Dit curare
+is een zeer sterk vergift. Al de Piaroa-Indianen, wien wij later onze
+twijgen lieten zien, erkenden daarin aanstonds het echte curare.
+
+Sylvester weet ook dat in den omtrek Piaroa-Indianen begraven
+liggen. Hij wil, natuurlijk tegen betaling, mij behulpzaam zijn om mij
+hunne geraamten te bezorgen. Morgen, bij het aanbreken van den dag,
+zullen wij op die expeditie uitgaan. Lejanne zal eene schets maken
+van den waterval van Sardinel; Mirabal, meer gewoon met Indianen om
+te gaan, zal voor het vervoer der bagage zorgen.
+
+Dit eenmaal afgesproken zijnde, keeren wij naar den anderen oever
+terug. Onderweg hebben wij met geweldige draaikolken en stroomingen
+te worstelen. Somwijlen wordt onze kano, als die onweerstaanbare
+stroomingen haar van ter zijde aanvallen, als eene veer op de
+golven medegevoerd. De schipper heeft al zijne bekwaamheid en al
+zijne tegenwoordigheid van geest noodig om te beletten dat het
+broze vaartuig omkantelt of medegesleept wordt naar den bruisenden
+waterval van Sardinel. Ter wederzijde liggen groote kaimans op de
+loer, uitziende naar de visschen en andere dieren, die met den snel
+voortschietenden stroom worden medegevoerd. Wij brengen onze bagage
+aan den anderen oever aan land, en vinden daar een Spanjaard, don
+Pedro genaamd, die na eerst in La Plata, vervolgens in Brazilië te
+hebben gewoond, zich eindelijk te Atures heeft nedergezet. Hij is
+op weg naar la Urbana, met een lading maniokmeel, dat hij van de
+Indianen van de Vichada gekocht heeft. Het was deze don Pedro, die
+bij de Guahibo-Indianen tien manden maniokmeel betaalde met de stop
+van een karaf. Maar in onze positie kunnen wij niet kieskeurig zijn:
+van iedereen kunnen wij nuttige inlichtingen inwinnen.
+
+Wij deelen ons maal met dit heerschap, voor wien wij zeer weinig
+sympathie gevoelen, en bieden hem koffie en sigaren aan. Dan leggen
+wij ons rustig in onze hangmatten, die heen en weer worden geslingerd
+door den sterken wind, wiens koude adem ons reeds voor den morgenstond
+doet ontwaken.
+
+2 Januari.--Terwijl de heer Mirabal onze bagage door Indianen laat
+vervoeren, Lejanne den waterval van Sardinel uitteekent en eenden
+schiet voor ons middagmaal, ga ik, met Sylvester als gids, eene lange
+wandeling ondernemen. Eerst tegen vier uren kom ik terug, vermoeid
+van onzen tocht over naakte rotsen, in de brandende zon. Maar ik acht
+mijne moeite rijkelijk beloond, want wij brengen een ongeschonden
+geraamte mede. Ik vond mijne makkers aan den oever beneden den val,
+bij eene soort van natuurlijke grot, die eene veilige schuilplaats
+aanbiedt. In de onmiddellijke nabijheid bevindt zich eene kleine
+inham, waar de prauwen kunnen aanleggen. De kaimans zijn hier nog
+zeer talrijk. Wee den reiziger, wiens prauw hier omkantelde: hij zou
+onfeilbaar den dood in de golven vinden.
+
+Wij strekken ons op den oever uit, want buiten het water hebben wij
+van de kaimans niets te duchten. Maar de wind steekt op en waait ons
+het zand in het gelaat; wij zijn nu wel gedwongen op de rotsen te
+gaan slapen.
+
+3 Januari.--Don Pedro vaart met zijne prauw voor ons uit. Deze zeer
+lange en zeer smalle prauw komt ons tamelijk gevaarlijk voor: daar de
+bagage slecht is verdeeld en slordig vastgemaakt, is er groote kans
+dat het vaartuig kantelt. Don Pedro, zijn stuurman Agapito en de twee
+Indianen in de prauw deelen onze beduchtheid volstrekt niet. Zij moeten
+nog een kleinen val passeeren. Daar halen wij hen in. Zij hebben hunne
+bagage ontladen om de prauw over den val heen te krijgen. Apatoe is
+van meening dat dit voor ons niet noodig is, en in twee minuten heeft
+onze geladen prauw den waterval doorsneden. Wij waren zelven aan wal
+gegaan en konden nu weer in ons vaartuig stappen; maar wij wachten
+tot ook don Pedro de reis kon hervatten--en dat was zijn geluk.
+
+Wij vertrekken te zamen. Het water is zeer woelig: de rivier, bij
+den waterval tusschen de rotsen saamgeperst, is nog niet tot hare
+gewone kalmte teruggekeerd, maar klotst en golft en maakt allerlei
+bewegingen. Onze prauw houdt het midden van den stroom en wordt door
+de golven gedragen. De Spanjaard is niet geheel zeker van zijn zaak
+en poogt den rechter oever te bereiken: zijn vaartuig wordt door de
+branding in de flank gegrepen en slaat op tweehonderd meter van den
+oever om. Wij hooren om hulp roepen, en zien de schipbreukelingen,
+die zich aan de omgekeerde prauw vastklemmen en door het woelige water
+op en neer worden geslingerd. Wij zetten aanstonds koers naar de plek
+des ongeluks; onze Indianen roeien uit alle macht. Deze vaart tegen
+stroom is gansch niet zonder gevaar: onze prauw wordt duchtig heen
+en weer geschud en schept telkens water. Eindelijk komen wij bij de
+schipbreukelingen. De manden met maniokmeel dansen om ons heen op
+de golven. Wij nemen don Pedro bij ons aan boord. Apatoe grijpt de
+omgekantelde kano, keert haar weer om, en laat, door ze heen en weer
+te wiegelen, het achtergebleven water wegvloeien. Een der Indianen
+klautert nu in de boot en ledigt haar verder met eene groote kalebas;
+inmiddels visschen de andere Indianen de manden met meel op, die wij
+aan land brengen. Kort daarop bereiken de schipbreukelingen behouden
+den oever. De schipper Agapito is er het ergste aan toe: hij had een
+kist met messen, bijlen, hakmessen enz. aan boord, die natuurlijk
+als een steen gezonken is. Het maniokmeel, zorgvuldig in palmbladen
+gewikkeld, heeft niet geleden.
+
+De oever, waar wij aan land zijn gegaan, is zeer steil; het zand
+is op verschillende plaatsen omgewoeld. De kaimans hebben er diepe
+in kuilen gegraven; in een daarvan vinden wij vijf-en-veertig
+eieren. Deze eieren zijn zeer langwerpig van gedaante en grooter
+dan eendeneieren. Lejanne, met een roeispaan gewapend, slaat al die
+eieren, waaruit vijf-en-veertig krokodillen te voorschijn moeten komen,
+stuk; terwijl hij daarmede bezig is, bespeuren wij nabij den oever de
+wijfjes-krokodil, die onbewegelijk deze slachting van haar aanstaand
+kroost aanschouwt. Haar onbewegelijk starende oogen hebben eene
+onbeschrijfelijke uitdrukking van woede en jagen mij eene huivering
+door de leden. Gelukkig zijn de schipbreukelingen in veiligheid!
+
+We slaan tegen den avond ons kamp op op eene groote rots, die met
+zachte glooiing in de rivier afdaalt. Langs de beide oevers van den
+Orinoco vindt men van afstand tot afstand dergelijke reusachtige
+rotsen, _lajas_ genoemd, waar de reizigers in den regel hun bivak
+opslaan, bij gebrek aan zandbanken, die, zoo zij minder hard zijn,
+in dezen tijd des jaars althans weer onder andere opzichten minder
+geriefelijk zijn. Immers, ge hebt dan voortdurend last van het zand,
+dat de vrij sterke nachtwind u onophoudelijk in het gezicht waait en
+waaronder ge bijna bedolven wordt.
+
+In den namiddag heeft Lejanne een zwarten ibis geschoten. Dat is een
+schraal hapje, want als die vogel geplukt is, is hij niet veel grooter
+dan een fiksche manshand. Daarom gaat Lejanne nu nog eens met Apatoe
+op de jacht, om te trachten iets voor ons diner te vinden. Zij keeren
+terug met eene eend en twee agoutis. Terwijl ons diner wordt gereed
+gemaakt, wordt onze aandacht getrokken door een dof geluid, dat zich
+met zeer korte tusschenpoozen herhaald, en dat nu eens van de rivier,
+dan weer van onder de rots schijnt te komen. Onze Indianen meenen
+dat dit geluid door een visch wordt veroorzaakt; ik zou het er eer
+voor houden, dat het veroorzaakt wordt door het water, dat in eene
+onzichtbare spleet van de rots doordringt.
+
+4 Januari.--Wij gaan reeds vroegtijdig op weg: omstreeks elf uur
+zijn we in de onmiddellijke nabijheid van Atures. De loodrechte
+en zeer hooge linker oever vormt een lange geelachtige, bank, met
+donkere strepen getijgerd. Midden in de rivier verheft zich een rond
+eiland, dat aan een versterkt kasteel doet denken, en waarop weleer
+het klooster der Jezuïeten van Atures stond. Om half twaalf loopen
+we de dusgenoemde haven binnen, op korten afstand van den eersten val.
+
+Terwijl ik eene meteorologische waarneming doe, bespeuren mijne
+reisgezellen, die onder den lommer der naburige boomen op mij wachten,
+eene prauw, waarin drie vrouwen gezeten zijn, wier jurken--wel
+louter toevallig--de drie kleuren vertoonen van de nationale vlag
+van Venezuela: geel, rood en blauw. Zij stappen in onze nabijheid
+aan land. Wij reiken haar de hand en groeten haar naar indiaansche
+wijze. Zij zijn nog jong en zien er niet onaardig uit; het prachtige
+zwarte hair golft vrij langs nek en schouders. Zij slaan onmiddellijk
+den weg naar het dorp in; eenige oogenblikken daarna begeven wij ons
+ook derwaarts. Het pad loopt door eene savane, met granietblokken
+bezaaid.
+
+Geen enkele boom beschermt ons met zijn schaduw tegen de felle
+zonnestralen op den twee kilometers langen weg, die ons van het
+dorp scheidt. Dit dorp bestaat uit acht hutten, met inbegrip van
+de kerk en van de dusgenoemde _casa real_. Het eenige wat de kerk
+van de andere hutten onderscheidt, is de klok die aan een balk voor
+de deur hangt. De casa real is ter beschikking van de reizigers en
+gelijkt op alle andere hutten: wanden of muren van pisé en een dak
+van palmbladeren. Het geheele ameublement bestaat uit krammen, die
+in den muur geslagen zijn om de hangmatten daaraan vast te maken.
+
+Even na onze aankomst krijgt François opnieuw een hevigen aanval van
+koorts, waaraan hij in den laatsten tijd telkens lijdende is. Wij
+maken het hem zoo gemakkelijk mogelijk, en begeven ons vervolgens
+naar den kapitein of hoofdman van het dorp. Deze kapitein is een vrij
+bejaard man van den stam der Atchagua-Indianen, terwijl de mannen,
+waaruit zijn pueblo bestaat, Guahibos zijn. Ik weet niet, door welk
+een samenloop van omstandigheden de Atchagua Agostino hun hoofdman
+geworden is; zijne moeder behoorde tot den stam der Atchaguas en
+zijn vader tot dien der Guahibos, maar het kind behoort altijd tot
+den stam zijner moeder.--De bewoners van Atures zijn katholiek en
+zoogenaamd beschaafd. Ongelukkig sterven zij langzamerhand uit, en
+zullen weldra geen voldoend aantal manschappen meer kunnen leveren
+voor het vervoer der bagage. "Al mijne mannen sterven", zegt de
+kapitein op weemoedigen toon. Zijne vrouw is ziek: sedert drie dagen
+heeft zij de _calentura_. Ik onderzoek haar en bevind dat zij aan
+longaandoening lijdt; ik deel den kapitein mede dat ik geneesheer
+ben en dat ik zijne vrouw zal behandelen. Hij antwoordt, dat hij mij
+daarvoor zeer dankbaar zal zijn. Toch geloof ik, dat hij liever de
+hulp zou inroepen van een of anderen indiaanschen toovenaar, want
+deze arme lieden zijn wel in naam katholiek, maar hebben metterdaad
+nog een goed deel van hunne vroegere bijgeloovigheid behouden.
+
+Men had mij te San-Fernando verteld, dat zich te Atures eenige _cuevas_
+of indiaansche knekelhuizen bevinden en dat de kapitein daarvan
+weet. Ik vraag hem dus, of hij mij zou willen behulpzaam zijn om die
+cuevas te zien: het is hem bekend, dat er zich op twee verschillende
+plaatsen bevinden. Wij zouden nog heden de naast bijgelegenen kunnen
+bezoeken. Vol vreugde neem ik dit voorstel aan, en beloof hem eene
+goede belooning, als hij mij wil helpen om eenige schedels machtig te
+worden; ik deel hem tevens mede met welke bedoeling ik dat verzoek doe,
+waardoor zijne aanvankelijke bezwaren uit den weg worden geruimd.
+
+Wij begeven ons aanstonds op weg, vergezeld door den zoon van
+den kapitein en door Apatoe. Wij gaan door eene savane, steken
+dan een arm van de rivier over en gaan aan land op een eilandje,
+dat den naam draagt van Cucurital. Achter eene rij boomen en
+hoog struikgewas verborgen, ligt een soort van natuurlijke grot,
+door eene opeenstapeling van geweldige rotsblokken gevormd. Wij
+klauteren naar den lagen ingang der grot en vinden daar een menigte
+potten van verschillende vormen, die elk een schedel van een Indiaan
+bevatten. Andere schedels en beenderen zijn eenvoudig in palmbladeren
+gewikkeld: zij zijn van de Guahibos afkomstig. Ik leg een vijftiental
+van de mooiste schedels ter zijde, en neem mij voor met Lejanne terug
+te keeren om een nieuwen voorraad op te doen.
+
+Wij keeren naar het dorp terug en nemen afscheid van elkander, na
+vooraf de afspraak gemaakt te hebben, dat wij morgen de andere cuevas
+zullen gaan zien.
+
+5 Januari.--Ten zeven uren 's morgens gaan wij op weg. Wij hebben
+eene zeer lange en zeer vermoeiende wandeling te doen, eer wij
+den granietberg bereiken, waarin de cuevas zich bevinden. Daar
+gekomen, stuiten wij op een schier onoverkomelijk bezwaar. Een
+zeer steil pad, nauwelijks een el breed en zeer glibberig, voert
+naar de grotten. Dit pad loopt op eene aanzienlijke hoogte langs
+den loodrechten bergwand. De minste misstap zou ons in den afgrond
+doen nederstorten. Met snellen stap loop ik zonder ongeval het pad
+af en kom aan de eerste grot, waar ik dezelfde voorwerpen vind als
+op het eiland Cucurital. Van een bezoek aan de tweede grot moet ik
+afzien. Toen ik mij gereed maakte om terug te keeren, werd ik door eene
+duizeling overvallen: ik moest gedurende eenige oogenblikken mijne
+oogen sluiten, en kon eerst toen naar beneden dalen. De kapitein had
+slechts eens in zijn leven, toen hij nog een kind was, deze grotten
+bezocht. Den indruk, dien dit tweede bezoek op hem maakte, vatte hij
+saam in de woorden: "Afschuwelijk! Ik kom hier nooit weer dan dood!"
+
+In het dorp teruggekeerd, verneem ik dat de Indianen heden avond zullen
+dansen. Natuurlijk zullen wij bij dat feest tegenwoordig zijn. Na
+afloop van het middagmaal begeven wij ons met den heer Mirabal naar de
+hut, waar het bal gegeven wordt. Het orkest bestaat uit eene mandoline,
+een halter met holle ballen waarin harde zaadkorrels zijn en dien
+men op de maat heen en weer beweegt, en eindelijk uit een jongen die
+beurtelings zingt en fluit. De dames hebben haar mooiste en kleurigste
+japonnen aangetrokken: maar deze sterk sprekende kleuren hinderen
+niet bij de kaneelkleurige huid dezer dames, Zij dragen bottines en
+versieren zich met reusachtige juweelen. De mannen zijn gekleed met
+een strooien hoed, een linnen broek en een loshangend hemd; zij zijn
+barrevoets. Daar de heeren in de minderheid zijn, dansen de dames
+met elkander. Blijkbaar hebben allen buitengewoon veel schik.
+
+De kapitein neemt geen deel aan deze wereldsche vermaken, die niet
+meer aan zijn leeftijd passen. Als een echte patriarch overweegt
+hij, terwijl zijne onderdanen zich vermaken, de belangen van den
+kleinen staat, waarvoor hij te zorgen heeft. Het dorpje vormt een
+vierkant, dat aan de eene zijde open ligt. Langs de hutten loopt
+eene breede straat, maar het midden van het vierkant is met hoog
+gras begroeid; welk gras nu is verdord. Het oogenblik is gekomen
+om het te verbranden. De wind blaast juist naar de open zijde van
+het vierkant. De daken zijn afgekoeld en door den dauw min of meer
+bevochtigd: de omstandigheden zijn dus zoo gunstig mogelijk. Met een
+harsachtigen fakkel gewapend, steekt de kapitein aan de windzijde
+het gras in brand. De vlammen verspreiden zich met groote snelheid:
+het is eene prachtige illuminatie, die ons het bal doet vergeten.
+
+
+
+
+X
+
+
+6 Januari.--Francois heeft nog altijd koorts, hetgeen ons noopt ons
+vertrek tot morgen uit te stellen. Wij maken van dezen dag oponthoud
+gebruik om met ons drieën, Lejanne, Apatoe en ik, nog eens naar de
+cueva van het eiland Cucurital te gaan, waar wij een nieuwen voorraad
+van anthropologische dokumenten opdoen. Lejanne maakt eene schets van
+de cueva en helpt mij de exemplaren te nummeren, terwijl Apatoe de
+wacht houdt. Wij verstoppen onzen buit in de struiken langs den oever,
+waar wij dien morgen, als wij daar langs varen, zullen wegnemen. Zoo
+zal niemand in het dorp, met uitzondering van den kapitein, kunnen
+bevroeden welke lading wij eigenlijk aan boord hebben. Men zal
+gemakkelijk begrijpen dat wij er het hoogste belang bij hebben, dat
+de zaak niet uitlekt. Wij zijn uiterst tevreden over het welslagen
+van onze reis, en houden ons overtuigd, dat wat wij nu nog verder te
+doen hebben geen bezwaar meer zal opleveren: over drie dagen zullen
+wij te Santa-Barbara zijn en in de beschaafde wereld terugkeeren.
+
+7 Januari.--De prauw zal te zwaar beladen zijn om de watervallen
+te passeeren. Twee van ons willen zich over land naar het haventje
+beneden den val begeven. De afstand van Atures naar dat haventje
+bedraagt zes kilometers; de weg loopt door eene uitgestrekte savane,
+welke door de rivier Cananeapo doorsneden wordt. Deze rivier heeft
+eene breedte van vijf-en-dertig el: er bestaat plan om eene brug over
+haar te bouwen. Nadat wij de noodige schikkingen hadden gemaakt, namen
+wij afscheid van den heer Mirabal, die nog eenigen tijd hier blijven
+moet om te wachten op Indianen, die hem koopwaren moeten leveren. Wij
+danken hem voor zijne onveranderlijke en voorkomende vriendelijkheid
+jegens ons, voor de vele kleine diensten, die hij ons bewezen heeft;
+daarna gaat ieder zijns weegs.
+
+Twee uren later bevinden wij ons aan het haventje beneden den val. Wij
+moeten nu nog een val passeeren. Even boven dezen val leggen wij
+tegen den linker oever aan, nadat wij ons gelukkig door zeer sterke en
+zeer gevaarlijke kolken hadden heengeworsteld. Onze stuurman is zeer
+bekwaam in zijn vak en volkomen bekend met dit lastige vaarwater. Wij
+moeten nu de bagage ontladen en die, even als de prauw zelve, over
+land vervoeren. Gedurende die operatie gebruiken wij ons ontbijt in
+eene soort van grot of spelonk tusschen de rotsen. Groote zwermen
+van vleermuizen hebben zich in de kloven en spleten genesteld; zij
+schreeuwen en piepen als jonge ratten. Behalve de schaduw, hebben
+wij in de grot ook nog een weinig koelte, dank zij een tochtje dat
+door eene onzichtbare spleet dringt: het een zoowel als het ander
+is eene onwaardeerbare weldaad te midden van deze zwarte rotsen,
+waarvan de zonnestralen brandend terugkaatsen. De dag is reeds half
+verstreken, eer wij den tocht hervatten kunnen. Wij kampeeren dien
+avond op een rots.
+
+9 Januari.--Wij begeven ons reeds vroegtijdig op weg; maar helaas! met
+zonsopgang is ook de wind opgestoken, en naar mate wij de rivier
+afzakken, neemt die wind al meer en meer in hevigheid toe. De rivier
+is breed en woelig: het water golft als eene onrustige zee. Sedert
+twee uren bespeuren wij de monding van de Meta, maar het is ons
+niet mogelijk die te bereiken. Wij houden ons aan den rechter oever,
+die door eene vrij breede zandbank is omzoomd, waarop wij aan land
+stappen om te ontbijten.
+
+Omstreeks een uur gaan wij weder scheep; eindelijk varen wij voorbij
+den mond van de Meta; nu gaat het beter tot vijf uren. Nog voor het
+vallen van den avond komen wij bij Caribeni; de bedding van de rivier
+is bezaaid met eilandjes, rotsen en zandplaten; op een dezer laatsten
+gaan wij aan land. Apatoe en de Indianen trachten te vergeefs met
+hunne pijlen eenige visschen te vangen, terwijl Lejanne eene schets
+maakt van het eiland, waar wij den nacht zullen doorbrengen en dat
+vroeger door blanken werd bewoond. Thans zijn er echter geen sporen
+meer van hun verblijf te vinden. Weldra bereiken wij dat eilandje,
+hetwelk den naam draagt van Caribeni en dat uit zand, klei en graniet
+is gevormd; het verheft zich twaalf el boven den tegenwoordigen
+waterstand. Gedeeltelijk is het eiland met struiken en kreupelhout
+begroeid; elders verheffen zich groote boomen, die hunne takken
+over den kalen grond uitspreiden: deze plek is uitnemend geschikt
+om er ons nachtleger op te slaan. Voor ons hebben wij de met rotsen
+bezaaide rivier; verder, eene met boomen bedekte vlakte; nog verder,
+eene keten van rotsachtige bergen, die door de stralen der ondergaande
+zon met violette tinten worden gekleurd. De licht-grijze rook wolkjes
+van drie vuren steken aardig af tegen den donkeren achtergrond van
+het geboomte en de bergen.
+
+Deze vuren wijzen het bivak aan van lieden, die zich bezig houden met
+het opsporen van sarrapia of zoogenaamde tonkaboontjes, waarin een vrij
+levendige handel gedreven wordt. De boomen waaraan deze bonen groeien,
+staan in het wild door het woud verspreid; ik geloof niet, dat tot
+dusverre iemand op de gedachte is gekomen, ze regelmatig aan te planten
+en te kweeken. Toch zou zoodanige plantage waarschijnlijk genoeg
+voordeel opleveren: in ieder geval ware de proef te nemen. Een enkele
+boom kan vijf-en-twintig pond bonen opleveren; in den loop van dit jaar
+werd een pond bonen te Bolivar voor tien francs verkocht. Telken jare
+gaan een aantal menschen de bosschen in om deze bonen in te zamelen. De
+eigenlijke vrucht is besloten in eene vleezige schil of peul, die in
+de maanden Februari en Maart, vóór den regentijd, van zelf afvalt. De
+sarrapia wordt met name naar Noord-Amerika verzonden, waar zij voor
+parfumerie wordt gebruikt en ook als surrogaat voor kinine.
+
+Na het middagmaal strekken wij ons in onze hangmatten uit; het is een
+heldere maneschijn. Wij zien eene rosse rookwolk aan den voet der
+bergen en twee hoog opvlammende vuren tegen hunne hellingen. Maar
+de muskieten maken het ons zoo lastig, dat wij onze hangmatten
+moeten verlaten; want wij hebben verzuimd, onze muskietenschermen
+mede te nemen. Wij haasten ons dat verzuim te herstellen en zijn nu
+veilig. Lejanne, die het touw van zijn scherm verloren heeft, moet
+op den steenachtigen grond slapen.
+
+10 Januari--Wij hadden eene vrij voorspoedige vaart tot omstreeks den
+middag, maar hebben, uit hoofde van tegenwind een grooten omweg moeten
+maken. Deze tijd des jaars is blijkbaar niet geschikt voor de reis
+naar Bolivar. De beste tijd is in de maand Augustus; dan is het water
+hoog, er gaat een fiksche stroom, en men heeft geen tegenwind. Wij
+steken de rivier, die vrij onstuimig is, dwars over, en leggen stil
+aan den voet van een kalen granietberg, die loodrecht aan den rechter
+oever opstijgt. Even als alle dergelijke rotsen, welke wij tot dusver
+ontmoet hebben, is ook deze doorboord met ronde, tamelijk ondiepe
+gaten: men zou zeggen, de gaten van reusachtige kanonkogels. De
+verschillende waterstanden der rivier hebben zich met lichtkleurige
+strepen op den roodachtig bruinen rotswand afgeteekend: de hoogste
+stand is ruim twaalf meter boven het tegenwoordige peil verheven. De
+rivier is op deze plaats ter wederzijde omzoomd door granietrotsen;
+hare breedte bedraagt niet veel meer dan een kilometer. Maar de massa
+water, die zij afvoert, is zeer aanzienlijk.
+
+Terwijl men ons ontbijt in gereedheid brengt, neem ik den stand der zon
+waar: middelerwijl raadpleegt Lejanne, die nog in de prauw gebleven is,
+zijne instrumenten. Juist was hij met zijn thermometer bezig, toen
+Apatoe hem toeriep: "Een kaiman!"--Hij springt haastig aan land en
+jaagt daardoor het afschuwelijke dier weg, dat nauwelijks een el van
+de prauw verwijderd zijn kop uit het water hief, maar nu in de diepte
+verdwijnt. Lejanne en de kaiman hadden elkander wederkeerig een schrik
+op het lijf gejaagd. Apatoe, met eene pijl gewapend, doorzocht de
+gaten, eerst onlangs door iguanen in den zandigen oever gemaakt. Niet
+zonder moeite haalt hij een dezer hagedissen levend te voorschijn;
+de scherpe pijlpunt heeft de huid van haar buik opengereten, en eene
+rits eieren hangt uit het lijf van het dier. Apatoe grijpt die eieren
+en wil de hagedis dooden; maar de iguane ontsnapt, gaat te water en
+kruipt op eene naburige rots, waar zij bleef, schijnbaar ongedeerd
+door de haar toegebrachte wonde.
+
+Omstreeks drie uren varen wij langs den Cerro Mogote, eene
+opeenstapeling van granietrotsen, die bijna de bedding der rivier
+versperren. Tusschen dien cerro en Santa-Barbara bevindt zich een
+zandige oever, dien de schildpadden bij voorkeur schijnen te hebben
+uitgekozen om er hare eieren te leggen. Men berekent dat niet minder
+dan vijftienduizend van deze dieren jaarlijks op deze plek hun
+eieren komen leggen. Verschillende personen hebben verzekerd, dat
+wanneer men een dezer schildpadden in het water werpt, zij aanstonds
+weer tegen den oever opklimt en haar arbeid hervat. De schildpad
+begint in Februari haar eieren te leggen, waarvan het aantal soms
+honderd-vier-en-veertig bedraagt. Eene menigte lieden van de oevers
+van den Orinoco begeven zich dan naar den oever van Santa-Barbara,
+om daar den noodigen voorraad eieren in te zamelen. Deze inzameling
+geschiedt volgens zekere regels. Op een bepaalden dag wordt er te
+Santa-Barbara eene klok geluid; zoodra die klok met luiden ophoudt,
+moet ook de inzameling der eieren worden gestaakt.
+
+De schildpad van den Orinoco (tortuga) komt in de Guaviare niet
+voor. De térékaï, die in de Guaviare zeer veel gevonden wordt,
+leeft ook wel in den Orinoco, maar is daar toch minder gewoon dan
+de tortuga. De térékaï legt ten hoogste acht-en-veertig eieren. De
+traan en het vleesch van deze schildpad zijn het meest gezocht. In
+de Guaviare begint zij tegen het einde van December te leggen, en in
+den Orinoco omstreeks den tiende Januari. In de zwarte wateren van
+de Atabapo en andere rivieren vindt men haar niet. De tortuga wordt
+somwijlen zoo groot en zoo zwaar, dat een volwassen man moeite heeft
+om haar van den grond te tillen.
+
+Tegen zes uren komen wij aan eene hut op een soort van voorgebergte
+aan den rechter oever, bewoond door zoogenoemde _Racionales_, dat
+zijn bekeerde en zoo als het heet beschaafde Indianen. De man is veel
+jonger dan zijne vrouw, hetgeen hier volstrekt geen zeldzaamheid
+is. Het schijnen brave, goedhartige lieden. Ik zou dit niet durven
+zeggen van een buurman, die, van onze komst vernomen hebbende, ons
+komt bezoeken en ons zeer verveelt met zijne eindeloos gebabbel en
+zijne meer dan onbescheiden vragen.
+
+11 Januari.--Met het aanbreken van den dag begeven wij ons op weg naar
+Santa-Barbara. Volgens de mededeelingen van den praatzieken buurman
+zullen wij daar dertien hutten vinden, benevens klein geld--wij hebben
+niets meer dan goudstukken--panela en misschien ook rhum. Blijft
+de wind zwak, dan zullen wij er om twaalf uren zijn; steekt de wind
+op, dan kan het wel vier uren worden; hij had er bij kunnen voegen,
+waait het al te hard, dan komt gij er nooit.
+
+Om half twaalf zijn wij reeds te Santa-Barbara. Wij voorzien ons hier
+van den noodigen voorraad, en daar het dorp verder hoegenaamd niets
+heeft dat onze belangstelling zou kunnen wekken, vervolgen wij al
+spoedig onze reis, ten einde zoo mogelijk nog vóór den avond eene plek
+te bereiken, die eenige kilometers verder ligt en waar wij een kamp
+zullen vinden van Yarouro-Indianen, wier dorp vier dagreizen verder
+in het gebergte ligt. Wij komen daar tegen vijf uren. De Yarouros, ten
+getale van omstreeks veertig, hebben op den wijden vlakken oever eenige
+kleine hutten opgeslagen. Boven ons welft zich een afrikaansche hemel;
+voor ons zien wij eene ruime zandvlakte, en een kamp van bronskleurige
+inlanders; er ontbreken slechts eenige kameelen, en wij zouden ons
+kunnen voorstellen in de Sahara te zijn. Toen wij aankwamen, keerden
+de mannen van de vischvangst terug. Zij hebben niet veel gevangen,
+ter nauwernood genoeg voor hun eigen avondmaaltijd. De verdeeling
+van den buit is spoedig afgeloopen; weldra zien wij, bij iedere hut,
+eene kleine groep rondom het vuur geschaard, waarop het maal wordt
+gekookt. Wij wandelen langs de groepen, en knoopen met ieder kennis
+aan. De Yarouros zijn zeer donker van kleur; zij wonen in groote
+savanen: het is dus niet vreemd dat hunne huid zwarter is dan die
+van de Indianen, welke in de bosschen verblijf houden en minder aan
+de zonnestralen zijn blootgesteld.
+
+Het haar der mannen is rondom het hoofd afgeknipt; dat der vrouwen
+hangt los over de schouders. De mannen dragen geene andere kleeding
+dan het dubbele, van voren en van achteren afhangende schort, dat
+door een dunnen gordel van hair wordt opgehouden; de vrouwen zijn
+gekleed met katoenen hemden zonder mouwen. Zij zijn niet beschilderd
+en dragen ook geen versiersels. Sommige oude vrouwen dragen vijf
+spelden in haar onderlip: een wonderlijk ornament, dat ik bij jonge
+vrouwen niet opmerkte. Moet men hieruit afleiden, dat wij hier met
+eene verouderde mode te doen hebben, die in onbruik zou zijn geraakt:
+iets wat overigens bij de Indianen niet voorkomt? De dames weigerden
+halstarrig mij de beteekenis en het doel van dezen zonderlingen tooi
+te verklaren.
+
+Een blanke, die met zijne vrouw en zijn zoon in de onmiddellijke
+nabijheid kampeert, treedt op ons toe. Hij drijft handel met de
+Indianen uit den omtrek; hij koopt in de dorpen cassave en verkoopt
+die weder langs de oevers van den Orinoco; hij heeft bovendien tabak
+en visch en allerlei andere snuisterijen, zoo als messen, bijlen,
+katoen en nog meer te koop.
+
+Ik zie dat eenige Yarouros cassave van hem koopen, die zij hem
+waarschijnlijk, eenige dagen geleden, zelven geleverd hebben. Ik
+durf zelfs niet gissen, welke winst hem deze handel oplevert: dat
+die winst zeer aanzienlijk is staat boven allen twijfel.
+
+Wij koopen van hem eenige stukken visch, althans van iets wat hij
+beweert visch te zijn, maar dat zoo sterk naar olie smaakt, dat
+wij er niets van kunnen gebruiken. Waarschijnlijk is het vleesch
+van den dolfijn, die in den Orinoco en in de Guaviare veelvuldig
+voorkomt. Wij doen, zoo goed en zoo kwaad als het kan, ons middagmaal
+met een weinig cassave in koffie geweekt, en strekken ons daarna in
+onze hangmatten uit, in afwachting dat de Indianen zullen gaan dansen,
+gelijk zij ons beloofd hebben.
+
+Een met Yarouros bemande prauw komt de rivier opvaren; de nieuw
+aangekomenen zijn zeer vroolijk, want reeds lang voor zij aan land
+stappen, hooren wij hen zingen en lachen. Na hunne verschijning
+heerscht er gedurende zekeren tijd leven en beweging in het kamp: dan
+wordt het weer stil. Dit is niet overeenkomstig de afspraak, en wij
+nemen daar geen genoegen mede. De koopman gaat uit onzen naam aan de
+Indianen mededeelen, dat, indien zij willen dansen, wij koffie, suiker
+en cassave te hunner beschikking zullen stellen. De onderhandelingen
+duren vrij lang; eindelijk verklaren een half dozijn mannen zich
+bereid, aan ons verlangen te voldoen. Met een lapje katoen hebben zij
+zich drie lange arasvederen op het hoofd gebonden: een dezer vederen
+verheft zich boven het voorhoofd, de twee anderen steken van achteren
+uit. Weldra zijn zij op gang; hun gezang, eerst wat dof en mat, wordt
+allengs levendiger. Verscheidene vrouwen treden naderbij, kijken een
+poosje toe en doen dan ook mede. Haar luidruchtig, eenigszins gillend
+gezang brengt al spoedig het geheele kamp op de been. Zelfs de kinderen
+beginnen mede te dansen. De bejaarde lieden, in verschillende houdingen
+neergehurkt, zien met belangstelling het schouwspel aan, waaraan zij
+geen deel meer kunnen nemen. Tusschen iederen dans drinken mannen en
+vrouwen koffie, en eten suiker en cassave, zoo veel zij maar kunnen.
+
+De lucht is eenigszins bewolkt; als door een lichten sluier werpt
+de maan haar schijnsel op het fantastisch tooneel. De schorten
+en hoofdbanden, wit van kleur, komen scherp uit tegen die donkere
+gestalten, waarboven de lange vuurroode arasvederen wiegelen, die als
+bajonnetten omhoog steken. De neergehurkte vrouwen schijnen heksen,
+die haar beurt afwachten, om aan den sabbath deel te nemen. Voeg
+daarbij den rossen gloed der vuren, waaromheen rood gekleurde gestalten
+zijn gegroept, die tooverdranken schijnen te bereiden.... Het geheel
+herinnert onwillekeurig aan eene of andere geheimzinnige fantasmagorie.
+
+De dans duurt zeer lang; de Indianen zijn onvermoeid, maar wij
+hebben behoefte om te gaan slapen. Wij wenschen hun goeden nacht
+en bedanken hen voor hunne vriendelijkheid, waarna zij zich in hun
+kamp terugtrekken.
+
+11 Januari.--Den volgenden morgen kochten wij van de Yarouros eenige
+voorwerpen, welke uit een ethnografisch oogpunt niet zonder belang
+waren. Lejanne maakt enkele schetsen, en wij tijgen weer op weg. De
+vaart, gaat van wege den sterken wind met groote moeilijkheden
+gepaard; wij houden ons aan den oever en moeten onze prauw met boomen
+voortduwen. Wij slaan tegen den avond ons kamp op eene zandbank op,
+en brengen daar een vrij rustigen nacht door, zonder te veel overlast
+te hebben van muskieten en andere insekten.
+
+13 Januari.--Eerst tegen negen uren des avonds komen wij aan La
+Urbana, dat gedurende het wintersaizoen slechts een dag reizens
+van Santa-Barbara is verwijderd. Wij wenschen hier niet langer
+te vertoeven dan volstrekt noodig is. Wij hebben te San-Fernando
+brieven mede genomen voor verschillende inwoners van het stadje,
+en laten ons nu den weg wijzen door den schipper van onze prauw,
+die de rivier reeds zeven- of achtmaal is afgevaren en de voornaamste
+inwoners van de dorpen langs den oever persoonlijk kent.
+
+La Urbana is eene arme, doodsche stad. Haar rechtlijnige straten
+loopen deels parallel met den oever en vormen daarmede deels een
+rechten hoek. Het aantal huizen is vrij groot, maar de meesten zijn
+onbewoond. De stad dagteekent eerst uit het jaar 1872; zij werd
+gebouwd voor lieden, die hier, bij de eindelooze omwentelingen en
+burger-oorlogen in deze rampzalige republieken, een rustig en veilig
+toevluchtsoord wenschten te vinden. Nadat de vrede, althans voor
+een poos, weer hersteld was, werd la Urbana door het meerendeel der
+bewoners verlaten. De eenige handel, welke hier gedreven wordt, is die
+in sarrapia. Wij worden te La Urbana zeer hartelijk ontvangen door
+den heer Fuentes, den broeder van den gouverneur van San-Fernando,
+die een zeer geschikt huis tot onze beschikking stelt. Maar ons
+besluit staat vast, om hier niet langer dan een nacht te blijven.
+
+15 Januari.--Het is van morgen betrekkelijk kalm. Omstreeks half twaalf
+komen wij aan de rio Cabullero, die zich aan den rechter oever in den
+Orinoco uitstort. Wij houden stil bij de landpunt door de samenvloeiing
+der beide rivieren gevormd. Lejanne doorkruist den omtrek en ontdekt
+eenige exemplaren van eene soort van strychnos; bloesems of vruchten
+van die plant kunnen wij evenwel niet ontdekken. Wij gebruiken in
+der haast een ontbijt en gaan aanstonds weer in de prauw: wij mogen,
+nu de wind zich vooralsnog stil houdt, deze gunstige gelegenheid niet
+laten ontsnappen.
+
+16 Januari.--Wij moeten weer met tegenwind worstelen. Wij varen
+langs eene zandbank, die geen einde schijnt te nemen. Twee van onze
+manschappen trekken langs den oever de prauw voort; de schipper en
+nog een andere Indiaan, met een langen stok gewapend, houden haar in
+de goede richting.
+
+Lejanne en ik geven er de voorkeur aan te wandelen: onze beenen worden
+stijf van het eindelooze zitten in die niet al te ruime schuit. Wij
+volgen den naasten weg en vinden het hooger gedeelte van den zandigen
+oever ingenomen door eene ontelbare menigte meeuwennesten; overal zien
+wij eieren en jonge vogels half overdekt door het zand, dat de wind
+opjaagt. Sommigen dezer jonge meeuwen zijn nog maar ter nauwernood met
+een grijsachtig dons bekleed; anderen, reeds wat ouder, hebben in hunne
+onmiddellijke nabijheid een kleinen visch, door de moeder zoo gelegd
+dat de jonge vogel zijne prooi bereiken kan. Ge kunt u voorstellen,
+welke eene opschudding onze onverwachte verschijning veroorzaakt! De
+oude vogels komen woedend op ons aanstormen; zij vliegen rakelings
+boven onze hoofden, bijten soms in onze hoeden, en verheffen zich dan,
+onder luid en snerpend geschreeuw, hoog in de lucht. Een oogenblik
+maken zij het ons zoo lastig, dat wij met een stok boven onze hoofden
+moeten zwaaien, om de verbitterde vogels op een afstand te houden.
+
+Wij bereiken eindelijk het andere uiteinde van deze zandbank en nemen
+een bad in eene kleine heldere kom, die met de rivier in verbinding
+staat. Na eenigen tijd wachtens verschijnt ook onze prauw. Allen
+gaan nu aan land om te ontbijten. Wij eten het koude vleesch van
+eene schildpad, die wij in de heete asch hebben laten braden, en die
+uitmuntend smaakt. Vervolgens varen wij langs de uitmonding van de
+Apoure, eene vrij belangrijke rivier, die zich ter linkerhand in den
+Orinoco uitstort.
+
+Het is avond geworden. Voor ons bespeuren wij den kleinen berg, aan
+welks voet Caïcara ligt: zijne donkere massa teekent zich af tegen den
+hemel, die rood gekleurd is door den gloed der vuren, welke in het
+hooge gras der savane ontstoken zijn. Ten zeven uren vertoont zich
+de oranjekleurige rand van de maanschijf boven den top des bergs:
+zij rijst snel omhoog in de heldere lucht en giet een stroom van
+zilverlicht op de breede rivier uit. De avond is zoo schoon en zoo
+helder, dat wij zonder eenig bezwaar onzen tocht kunnen vervolgen.
+
+Omstreeks acht uren komen wij te Caïcara. Wij gaan aan land nabij
+rotsen, waarachter zich een zandige, vrij hooge oever verheft. Het
+dorp ligt een weinig meer achterwaarts; van het punt waar wij aan land
+zijn gestapt, kunnen wij niet anders zien dan twee of drie daken met
+roode pannen belegd, die helder door de maan worden verlicht.
+
+Ik laat mij de hut of de woning wijzen van den vertegenwoordiger der
+regeering. Caïcara heeft het voorrecht, een commissaris van policie te
+bezitten; ongelukkig is de man een lomperd. Ik meld mij bij hem aan;
+ik zeg hem wie ik ben en wat ik verlang: hij verwaardigt zich zelfs
+niet, mij een stoel aan te bieden, maar verzoekt mij, hem morgen mijne
+papieren te laten zien. Weinig gesticht over deze ontvangst, antwoord
+ik hem kortaf, dat de vaart op den Orinoco vrij is; dat ik dus mijn
+verzoek om door zijne bemiddeling een ander vaartuig te verkrijgen,
+intrek; en dat, zoo hij mijne papieren wenscht te onderzoeken, hij
+zorgen moet morgen ochtend, met het krieken van den dag, bij mij aan
+boord te zijn. Ik keer naar den oever terug, en wandel daarop met
+Lejanne weer naar het dorp om eenige inkoopen te doen. Wij vermaken
+ons kostelijk met de onhandigheid van twee winkelbedienden, die tot
+drie malen toe het bedrag optellen en telkens eene andere uitkomst
+krijgen. De meester van den winkel moet hun eindelijk te hulp
+komen. Wij gaan naar den oever terug, beladen met onzen voorraad,
+en vleien ons op het zand tusschen de rotsen neder om te slapen.
+
+17 Januari.--Met het aanbreken van den dag varen wij af en vorderen
+goed tot omstreeks acht uren. Toen stak de wind weer met kracht op,
+en wordt de rivier opnieuw woelig en onstuimig. Onze jammerlijke prauw
+zonder kiel zal ongetwijfeld omslaan: wij sturen daarom op den oever
+aan en bergen ons in een kleinen inham. De oever is zeer hoog en door
+het water van de rivier bij wijze vin een trap ingeschaard. Tegen de
+helling liggen een aantal stammen van ontwortelde boomen.
+
+Ik laat aanstonds het ontbijt gereed maken, ten einde van de
+eerstvolgende windstilte te kunnen profiteeren. Inmiddels gaat
+Apatoe het bosch in, om te zien of hij eenig wild machtig kan
+worden. Hij keert zonder wild terug, maar hij heeft ook hier denzelfden
+strychnos gevonden, dien Lejanne aan de oevers van de Cabullero heeft
+aangetroffen; doch ook nu gelukt het ons niet, bloesems of vruchten
+van die plant op te sporen, hoewel wij er twee uren lang naar zoeken.
+
+Eerst tegen een uur kunnen wij onzen tocht hervatten. Omstreeks
+zonsondergang ontmoeten wij een zeilschip van ongeveer twintig ton,
+dat eenige booten op sleeptouw heeft. Onze prauw is niet meer dan een
+notendop in vergelijking met dit gevaarte, dat vlak langs ons heen
+vaart. Een der mannen aan boord van het schip, die Lejanne en mij niet
+gezien had--wij zaten in de overdekte hut--en die vermoedelijk onze
+Indianen eens bang wilde maken, riep hun op zoo gebiedenden toon toe,
+uit te wijken, dat wij hun verboden te antwoorden. Hij herhaalde zijn
+bevelen voegde er eenige bedreigingen bij. Nu sta ik op en breng hem
+aan het verstand dat wij voor zijne dreigementen niet bang zijn, en
+dat hij rustig zijn weg heeft te vervolgen, indien hij geene kennis
+wil maken met onze geweren. Wij zijn beiden uit de hut getreden en
+houden het geweer in de hand. De kerel kroop aanstonds achter de
+verschansing weg.
+
+Eerst tegen acht uur, bij helderen maneschijn, komen wij te Plagia
+Blanca, waar wij den nacht zullen doorbrengen.
+
+18 Januari.--Om vijf uur in den morgen gaan wij reeds op weg. Wij
+moeten van den morgen en van den avond gebruik maken om te varen,
+want op het midden van den dag is de wind te sterk.
+
+Tegen tien uren komen wij aan een dorp, Bonita--dat wil zeggen de
+Schoone--geheeten: een naam, waarop dit ellendig gehucht al zeer
+weinig aanspraak heeft. Dit zoogenoemde dorp bestaat uit een twintigtal
+smerige, bouwvallige, verwaarloosde hutten, die noch in haar voorkomen,
+noch in haar schikking iets schilderachtigs hebben. Zij zijn van den
+Orinoco gescheiden door een soort van grasperk, waarvan de opgedroogde
+modderige grond overal de sporen van voetstappen vertoont. Op dit
+ongelijke terrein bloeit en tiert alle mogelijke soort van onkruid;
+daartusschen groeit eenig schraal gras, dat gretig afgeschoren wordt
+door twee of drie ezels, wier luid gebalk door het dorp weergalmt.
+
+Het verbaast mij telkens, dat de bewoners van de oevers van den Orinoco
+zoo arm zijn, daar toch de grond zoo buitengewoon rijk en vruchtbaar
+is. Maar ook de vruchtbaarste en rijkste grond eischt althans eenige
+bebouwing, eenigen arbeid: en waar deze achterwege blijft, baten de
+gaven der natuur weinig of niets. De armoede dezer lieden is een
+natuurlijk gevolg van hunne onverwinlijke luiheid; en deze vindt
+op hare beurt, indien al niet hare verschooning, dan toch zeker hare
+verklaring in hunne zeer geringe behoeften. Gewoonlijk bezit ieder hier
+eene eigen hut, eene mandoline, een hangmat, een geweer en eene vrouw:
+daarmede is men tevreden en bekommert zich verder om niets. Daarbij
+komt dat de bijna altijd heerschende koortsen de krachten sloopen en
+de weinige energie dooven. Zoo droomt en soest men het leven door,
+zonder eenig begrip of vermoeden van een te vervullen plicht, van
+eene taak, die den mensch gesteld zou zijn. Voor hetgeen zij noodig
+hebben om te leven, zorgt de al te milddadige natuur haast van zelve;
+naar iets meer verlangen zij niet: waartoe zouden zij dan arbeiden en
+zich vermoeien? Lejanne vermoedt dat het enkel uit luiheid is, dat de
+mannen hun hemd los over hun broek laten hangen: voor het artistieke
+van deze eigenaardige gewoonte heeft mijn reismakker, helaas! geen oog.
+
+Ik doe eenige kleine inkoopen in het dorp en betaal ongetwijfeld
+tien maal de waarde. Wij zijn vreemdelingen: en naar de overoude,
+ongeschreven wet, die ook in andere meer beschaafde landen nog
+niet geheel vergeten is, meent dus ieder het recht te hebben ons
+te bestelen. De lieden hier schijnen te gelooven, dat onze zakken
+met goud gevuld zijn; een blik op onze havelooze kleeding moest,
+dunkt mij, voldoende zijn om elk vermoeden van rijkdom te onderdrukken.
+
+Voor ons ontbijt hebben wij een sancocho, door François voor ons
+klaar gemaakt, met eene kip en vruchten. De zandige oever strekt ons
+tot keuken en tot eetzaal. Wij maken onze hangmatten aan de takken
+der boomen vast, en zoo tegen de zonnestralen beveiligd, houden wij
+onze siësta tot vier uren. Dan gaan wij weer aan boord en roeien
+tot vijf uren. De hemel voor ons overdekt zich met donkere wolken:
+daar broeit een geweldig onweder, en wij haasten ons den rechter
+oever te bereiken. Even daarna barst de bui los: de regen valt bij
+stroomen neder; maar het plassen van het water wordt overstemd door
+de geweldige donderslagen. Evenwel de bui duurt niet lang; wij hebben
+gelukkig eene goede schuilplaats gevonden en worden dus niet al te
+nat. De ongelukkige François heeft op nieuw de koorts, als zoo vaak
+in den laatsten tijd. En hij is nu onze eenige zieke niet: Lejanne
+krijgt ook iederen morgen een aanval van koorts, gelukkig in minder
+hevige mate dan Burban.
+
+19 Januari.--Wij gaan tegen zes uren op weg en komen weldra nabij
+Altagracia. Hoewel dit dorp nog steeds op de kaarten voorkomt, is er
+in de werkelijkheid geen spoor meer van te vinden. De Orinoco, dien
+wij nu reeds sedert ons vertrek van San-Fernando bevaren, is hier
+buitengewoon breed, en bezaaid met grootere en kleinere eilanden,
+door zandbanken omgeven. Verscheidene armen van de geweldige rivier
+zijn nu droog of bijna droog, maar vullen zich in den winter met
+water: dan vormt de stroom eene bijna onoverzienbare watervlakte,
+waarboven de talrijke eilanden uitsteken. De plantengroei langs de
+oevers mist alle karakter: het is laag kreupelhout; nergens ziet men
+de trotsche reusachtige boomen die de oevers van de Guaviare sieren:
+de weinige boomen zijn klein en verschrompeld. Een dicht net van
+woekerplanten omvangt hen en schijnt hun groei te belemmeren. Palmen
+zijn hier niet meer te zien.
+
+Wij varen voort tot zeven uur in den avond; de maan is nog niet boven
+de kim en het kost ons eenige moeite om den vlakken zandigen oever te
+herkennen, waar wij aan land zijn gegaan. Langzamerhand gewennen wij
+aan dit schemerdonker en bespeuren nu eenig droog hout, waarmede wij
+vuur kunnen aanmaken. Apatoe neemt een fakkel en een pijl en volgt
+aandachtig den zoom van het water. Naar hij ons verzekert, bewegen
+de visschen zich gedurende den nacht zeer langzaam en schijnen zij
+te slapen. Wat hiervan wezen moge, zooveel is zeker dat hij weldra
+terugkeert met twee mooie visschen, die meer dan voldoende zijn voor
+ons diner. Wij wikkelen ons vervolgens in onze dekens en slapen rustig
+op het grove zand.
+
+20 Januari.--Omstreeks tien uren beklimmen wij den heuvel, waarop het
+dorp Mapire ligt. Wij hebben eenige inkoopen te doen en wenden ons
+tot den heer Donati, een eerlijk en nauwgezet koopman, bij wien wij
+een allervriendelijkst onthaal vinden en die ons van al het noodige
+voorziet. Hij begint met zijn huis tot onze beschikking te stellen:
+ons middagmaal zal in zijne keuken worden klaar gemaakt. Hij deelt
+ons mede, dat op den eersten Februari eene stoomboot van Bolivar naar
+Trinidad vertrekt. Twee dagen lang genieten wij zijne onbekrompen
+gastvrijheid, en worden zoowel door hem als door zijne huisgenooten
+met de meeste voorkomendheid behandeld.
+
+Bij onze aankomst troffen wij bij hem eene familie van Caraïbo-Indianen
+aan, die uit het binnenland waren gekomen om eenige inkoopen te
+doen. De man is kapitein en heeft niet minder dan drie vrouwen bij
+zich. De eene is reeds vrij bejaard, klein en zeer dik; de tweede
+is veel jonger en verkeert in gezegende omstandigheden; de derde
+eindelijk is een meisje van veertien à vijftien jaar. Lejanne maakt
+eene schets van deze interessante familie.
+
+Het dorp Mapire bestaat uit veertig à vijftig huizen, die allen
+naar hetzelfde model zijn gebouwd; de muren zijn van pisé en van
+binnen, soms ook van buiten, beschilderd met aangelengd leem van
+verschillende kleur, rood, geel, blauw, dat men in groote hoeveelheid
+in den omtrek vindt. Deze kleuren ontstaan door ijzeroxyde. Het van
+palmbladen gemaakte dak steekt een weinig vooruit. Achter ieder huis
+vindt men eene door paalwerk omsloten ruimte, die ook de keuken en
+dergelijke bijgebouwtjes bevat. Het ameublement bestaat uitsluitend
+uit hangmatten, die zoowel voor stoel als voor bed dienen.
+
+De ligging van het dorp op den top van een vijftig el hoogen heuvel,
+langs welks voet de reusachtige Orinoco stroomt, is bewonderenswaardig
+schoon. Er waait altijd eene verkwikkende koelte. Tusschen de
+huizen staan eenige vruchtboomen verspreid: mango's, sarrapia's,
+oranjeboomen. Aan den eenen kant heeft men een uitgestrekt gezicht
+over den breeden Orinoco; aan de andere zijde strekt zich, zoo ver
+de blik reikt, eene zacht golvende savane uit. In dezen tijd des
+jaars teekent zich iederen avond de omtrek van het dorp helder af
+tegen den hemel, die door de talrijke vuren in de savane vlammend
+rood is gekleurd. Men volgt hier namelijk nog altijd de gewoonte,
+om het hooge verdorde gras te verbranden.
+
+Dezen avond, den laatsten dien wij in hare woning zullen doorbrengen,
+heeft Mevrouw Donati een galadiner laten gereed maken, bestaande uit
+het beste wat te Mapire te vinden is. De heer Donati bezit voor zijn
+persoonlijk gebruik eene zekere hoeveelheid rooden franschen wijn,
+waarvan hij ons eenige flesschen wil afstaan. Ik noodig François
+Burban en Apatoe uit, aan het feestmaal deel te nemen. Burban, die
+vandaag geen aanval van koorts heeft gehad, is buitengewoon opgewekt
+en vroolijk. Wij verkeeren allen in de beste stemming, vooral ook omdat
+wij ons met de hoop mogen vleien, dat het einde van al onze inspanning
+en van al onze ontberingen nabij is. Na eene reis van vijf maanden,
+zoo als wij achter ons hadden, is het verlangen naar het einde zeker
+niet onverklaarbaar. Wij brachten met elkander een zeer aangenamen
+en gezelligen avond door.
+
+
+
+
+XI
+
+
+22 Januari.--Nog voor zonsopgang zijn wij op de been; François maakt
+zich gereed om koffie te zetten. Er is een weinig wind; het water der
+rivier is in golvende beweging en verontreinigt zich door de aanraking
+met de weeke klei langs den oever. Om zich zooveel mogelijk schoon
+water te verschaffen, moet François dus eenige schreden ver in de
+rivier gaan. Honderdmaal hebben wij hem reeds gewaarschuwd, nooit
+te water te gaan, zonder vooraf met een stok den bodem der rivier
+te hebben onderzocht; maar ook nu, als reeds zoo dikwijls, slaat
+hij geen acht op onze waarschuwing en stapt met zijne bloote voeten
+in het water. Eensklaps springt hij op den oever terug, roepende:
+"Wat is dat?"
+
+Geen sekonde daarna gaat hij op den grond zitten; hij omvat zijne
+voeten met de beide handen en kermt van pijn. Lejanne en Apatoe loopen
+aanstonds op hem toe: onze ongelukkige makker is door eenen rog in
+de beide voeten gestoken. Men ziet twee zwarte stippen: de eene aan
+de binnenzijde van den rechter hiel; de andere aan den bovenkant van
+den vierden teen aan den linkervoet. Uit dit laatste wondje vloeit
+een weinig bloed.
+
+Apatoe, die zeer goed weet welke gevaarlijke gevolgen dergelijke
+schijnbaar onbeduidende verwondingen kunnen hebben, aarzelt geen
+oogenblik en begint aanstonds de beide wondjes uit te zuigen. Lejanne
+bevochtigt de beide gekwetste plaatsen met een weinig phenol en laat
+mij onmiddellijk waarschuwen. Nog eer vijf minuten verloopen waren,
+bevond ik mij bij onzen gewonde: op het vernemen der boodschap
+had ik mij onmiddellijk tot hem gespoed. De ongelukkige François
+kermt van pijn; hevige stuiptrekkingen doen zijn lichaam schudden
+en trillen: de smart die hij tengevolge van deze verwonding lijdt,
+is inderdaad ondragelijk. Maar dit is nog het ergste niet: de steek
+van zulk een rog heeft dikwijls de noodlottigste gevolgen: daar kan
+koudvuur bijkomen. Wij maken ons ernstig ongerust over onzen kranke,
+wiens gestel sterk geleden heeft door koortsen en de malaria, en
+wiens toestand van inzinking zorgwekkend is. Ik pel de beide wonden
+los en wasch ze met citroensap. De pijn vermindert een weinig; de
+stuiptrekkingen houden op. Wij laten den zieke over aan de verzorging
+van Apatoe, en gelasten hem aanstonds te waarschuwen, zoodra zich eenig
+ongunstig verschijnsel voordoet. Daarna keeren wij naar het dorp terug,
+waar wij onze Caraïbo-Indianen nog aantreffen. Als de wind niet zoo
+sterk was, zouden wij nog heden vertrekken, want wij moeten nu zoo
+spoedig mogelijk te Bolivar aankomen; eerst daar toch kunnen wij onzen
+patiënt behoorlijk verplegen en hem geven wat tot genezing noodig is.
+
+23 Januari.--Wij varen reeds vroeg in den morgen af. François wordt
+in de met palmbladen overdekte hut nedergelegd, waar wij het hem
+zoo gemakkelijk mogelijk maken. Hij klaagt over hevige pijn in den
+teen, die een weinig opgezwollen en ontstoken is. Eerst nadat ik eene
+kleine insnijding gemaakt had, gevoelde hij eenige verlichting. In den
+namiddag heeft hij pijn in de beide voeten, die zichtbaar gezwollen
+zijn. Rondom de beide wondjes begint zich een zwarte kring te teekenen.
+
+Wij bivakeeren op eene zandbank, aan den ingang van een smallen
+rivierarm. De hangmat van François wordt aan palen opgehangen, die
+wij in den grond geslagen hebben; wij leggen ons op het zand naast
+hem neder. Hij heeft een weinig bouillon gebruikt en brengt een vrij
+rustigen nacht door.
+
+24 Januari.--Wij komen dezen dag flink vooruit. De smalle, door rotsen
+ingesloten arm, waar een zeer sterke stroom gaat, is, althans in dezen
+tijd des jaars, volstrekt niet zoo gevaarlijk als zijn naam zou doen
+vermoeden: hij heet namelijk de _Infierno_, de Hel. De stroom is ons
+gunstig en wij komen zonder eenig ongeval, zelfs zonder buitengewone
+inspanning, aan het andere einde van de engte.
+
+Tegen het vallen van den avond komen wij bij eene landpunt, die aan
+den linker oever in de rivier uitsteekt; wij zijn nog een à twee
+uren van Muitaco verwijderd, en besluiten hier te overnachten. Onze
+schipper is niet goed meer op de hoogte; blijkbaar is hij althans
+met dit gedeelte van den Orinoco zeer onvolledig bekend en weet hij
+niet juist waar wij eigenlijk zijn. Wij wilden gaarne te Muitaco
+stilhouden, met het oog op François, wiens toestand hand over hand
+verslimmerd is en op wiens herstel wij niet meer durven hopen.
+
+In den loop van den namiddag heeft het koudvuur zich uitgebreid. De
+beide beenen zijn tot aan de kuiten verstorven. François is zich zijn
+toestand niet bewust: hij ligt buiten kennis.
+
+De ongelukkige moet, even als wij, den nacht op den blooten grond
+doorbrengen, want er is geene gelegenheid om eene hangmat op te hangen.
+
+25 Januari.--Bij het aanbreken van den dag zie ik dat het einde
+nabij is: het is nog slechts eene kwestie van eenige uren. Wij moeten
+alle krachten inspannen om Muitaco te bereiken, waar wij, naar men
+ons verzekert, een priester kunnen vinden. Misschien kunnen wij daar
+nog komen, eer onze beklagenswaardige makker den laatsten adem heeft
+uitgeblazen.
+
+Het is een donkere droevige morgen. De hemel is zwaarbewolkt; er
+waait een zeer stijve koelte, die ons tegen is; de rivier is woelig
+met sterken golfslag.
+
+Wij leggen François zoo gemakkelijk mogelijk in de hut. Lejanne
+zet zich aan den achtersteven, bij den schipper. Ik zelf help de
+roeiers. Wij roeien uit al onze macht; Lejanne heeft de handen vol om
+het water uit te scheppen, dat van alle kanten naar binnen slaat. Wij
+hebben nog pas een derde van den afstand afgelegd; een blik op onzen
+patiënt werpende, zie ik dat zijn oog gebroken is: François Burban is
+dood. Hij stierf als een echte zeeman, op het water, bij het loeien
+van den storm. Het is toch even eervol in eene prauw te bezwijken,
+als aan boord van een linieschip, bij het donderen der kanonnen,
+in het barnen van het gevecht. Maar--en deze gedachte is dubbel
+pijnlijk--zijn dood is het gevolg van eene nietigheid; hij, die aan
+zoovele dreigende en schijnbaar onoverkomelijke gevaren is ontsnapt,
+hij sterft aan den beet van een visch; hij sterft bovendien als in het
+gezicht van de haven, zonder dat het ons vergund was, hem de laatste
+troostmiddelen der Kerk te doen toedienen. Door smart overweldigd,
+staren wij op zijn lijk, terwijl onze oogen zich met tranen vullen. In
+het midden van de rivier gekomen, wordt onze prauw door hooge golven,
+die dicht op elkander volgen, van ter zijde opgetild en als een kurk
+op en neer geworpen. Tien malen stonden wij op het punt van om te
+kantelen. Enkele monsterachtige kaimans beuren hun geschubden rug
+even boven het water op: hunne verschijning doet ons nog te meer
+het akelige van onzen toestand gevoelen. Hunkeren zij misschien naar
+het stoffelijk overschot van onzen vriend, dat daar roerloos in de
+hut ligt? Wij maken ons bovenal over één ding ongerust, namelijk dat
+onze Indianen van streek zullen raken en hunne tegenwoordigheid van
+geest verliezen. Zij zijn blijkbaar zeer zenuwachtig, maar houden
+zich toch goed.
+
+Om half tien bereiken wij eindelijk het dorp Muitaco. Wij begeven ons
+onmiddellijk naar het dorpshoofd en verzoeken hem, een behoorlijk
+bewijs van overlijden op te maken. Vervolgens maken wij met hem
+de noodige schikkingen voor de begrafenis. Er is in het dorp geen
+pastoor en evenmin een timmerman. Wij kunnen dus het lijk van onzen
+ongelukkigen kameraad niet eens in eene doodkist leggen. Wij wikkelen
+het ontzielde lichaam in een deken en de hangmat, en laten het uit
+de prauw naar den wal brengen, naar eene ledigstaande hut. Een van
+de dorpelingen is bereid, op het kerkhof een graf in gereedheid
+te brengen.
+
+Terwijl men hiermede bezig is, tracht Lejanne nog een portret te
+maken van den doode, wiens gelaat reeds veranderd is. Daarop zet de
+treurige stoet zich in beweging. De hangmat, aan een langen stok
+vastgemaakt, wordt door onze Indianen, bijgestaan door Apatoe,
+op de schouders gedragen. Lejanne en ik volgen. De hemel is weer
+geheel helder geworden; de zon schijnt met volle pracht; de lucht is
+warm. Wij volgen een smal steenachtig pad, door bloeiende heesters
+omzoomd, die een sterken geur verspreiden. Prachtig gekleurde vlinders
+fladderen boven onze hoofden; gonzende insekten omzweven ons: overal
+het volle, weelderige, overvloeiende leven der tropische natuur. Die
+feestelijke stemming hindert ons, als wij een blik slaan op de mannen
+daar vóór ons, die de hangmat torschen, waarin het lijk van onzen
+ongelukkigen reisgenoot rust. Maar wat deert der natuur onze smart;
+en hoe zouden wij kunnen verlangen dat ook zij rouw droeg om ons
+verlies? Schijnt zij niet de volstrekt onverschillige en ongevoelige,
+in wier zielloozen boezem geen hart het onze tegenklopt? En toch is die
+behoefte aan medelijden, aan deelneming in onze persoonlijke ervaringen
+van vreugde en smart, zoo diep in de menschelijke ziel geworteld;
+toch is het duister besef van eene levensgemeenschap tusschen ons en
+de ons omringende natuur zoo machtig, dat de mensch, liever dan zich
+van hare onaandoenlijkheid te troosten, haar zelve opnam binnen den
+kring zijner eigene gewaarwordingen. In vroeger eeuwen kon hij dat
+doen, met oprecht naïef geloof, zelf het eerste slachtoffer zijner
+fantazie, der onuitputtelijke, vindingrijke, der troosteres aller
+smarten, der zoete en liefelijke, die hem de heerlijkste beelden
+voortooverde. Maar voor ons, in dezen tijd van exacte wetenschap, nu
+alles meer en meer wordt herleid tot louter mechanische beweging, en
+de abstracte begrippen van stof en kracht--die wij telkens gebruiken
+zonder eigenlijk zelven te weten wat wij daaronder verstaan;--alle
+vroegere fantastische voorstellingen van leven en bewustzijn en
+persoonlijk handelen verdrongen hebben; wat kan voor ons de natuur te
+beteekenen hebben? En toch, vergeten ook wij het niet telkens, dat
+hetgeen wij de stem der natuur noemen metterdaad niet anders is dan
+de echo van onze eigene stem? Zoo machtig, zoo onuitroeibaar is dat
+duister besef, waarvan ik boven sprak en dat--wie weet het?--misschien
+op eene nog omsluierde werkelijkheid wijst.
+
+Wij zijn aan den grafkuil gekomen, waarin het stoffelijk overschot van
+François Burban wordt neergelaten. Wij werpen een weinig aarde in den
+kuil; roepen onzen vriend met gesmoorde stem een laatst vaarwel toe,
+en gaan heen van de plek, waar wij hem, in het verre vreemde land,
+ter ruste hebben gelegd.
+
+Wij geven eenig geld aan eene oude vrouw, die op zich neemt voor
+het graf te zorgen; wij verlangen, dat zij er bloemen op planten
+zal. Alvorens onze gift aan te nemen en de verplichting om voor het
+graf te zorgen te aanvaarden, vraagt zij of onze vriend katholiek
+was. Ondanks ons bevestigend antwoord schijnt zij daar aan te
+twijfelen, omdat wij verzuimd hebben, te zijner intentie negen
+waskaarsen te doen ontsteken. Dit is hier de gewoonte, waarmede wij
+evenwel volkomen onbekend waren. Wij haasten ons thans dat gebruik
+te volgen.
+
+Den zes-en-twintigsten Januari gaan wij op weg naar Bolivar, waar
+wij in den avond van den acht-en-twintigsten aankomen.
+
+Wij hebben geen duit meer op zak. Toch nemen wij onzen intrek in
+het voornaamste hotel der stad, hoewel wij er met onze havelooze
+kleeding alles behalve als groote heeren uitzien. Onze ongekamde
+haren en onze revolutionaire baarden zijn wel geschikt om rustigen
+burgers een schrik op het lijf te jagen.
+
+Morgen zullen wij eene herschepping ondergaan. Ik zou wel eens willen
+weten wat de gastwaard van ons denkt, terwijl wij ons te goed doen
+aan zijn besten bordeaux.
+
+Den volgenden morgen ga ik een bezoek afleggen bij den franschen
+consul, den heer Dallacosta, die mij met de meeste vriendelijkheid
+ontvangt en mij in aanraking brengt met verschillende hier gevestigde
+landgenooten, die allen met de grootste bereidwilligheid hunne beurs
+te mijner beschikking stellen.
+
+Ik laat mijn haar knippen en mijn baard in orde brengen; ik steek
+mij in een geheel nieuw pak kleeren en vertoon mij aldus, geheel
+gemetamorfoseerd en keurig netjes uitgedost, aan mijne verbaasde
+reismakkers, die bijna hunne oogen niet gelooven kunnen. Maar ook
+zij ondergaan op hunne beurt eene soortgelijke herschepping.
+
+Daarop pakken wij onze collecties in de kisten en laten die aan
+boord brengen van de _Heroe de Abril_, die den eersten Februari naar
+Port-of-Spain vertrekt.
+
+Wij brengen hier drie zeer aangename dagen door, in gezelschap
+van zeer vriendelijke en voorkomende landgenooten, die in deze
+venezuelaansche stad zoo wat de eerste viool spelen. Ciudad de Bolivar,
+vroeger Angostura genoemd, is eene stad van achtduizend inwoners,
+aan den rechter oever van den Orinoco: welke rivier, hoewel hier
+aanmerkelijk versmald, nog altijd eene breedte heeft van omstreeks
+een kilometer. De naam Angostura was aan de stad gegeven met het
+oog op hare ligging; dienzelfden naam droeg ook een zeer gezochte
+liqueur. De stad drijft een niet onaanzienlijken handel; vele van
+hare inwoners houden zich bezig met de exploitatie der goudmijnen
+van Venezuela. Caoutchouc en sarrapia, benevens koffie en cacao,
+zijn de voornaamste handelsartikelen.
+
+Bolivar is amphitheatersgewijze op en tegen een heuvel gebouwd,
+die door den Orinoco wordt bespoeld en ook door eene lagune,
+welke vroeger tot de rivier behoorde, maar nu het oostelijk deel
+der stad vrij ongezond maakt ten gevolge van de daar veelvuldig
+heerschende koortsen. De stad heeft--het behoeft eigenlijk niet
+gezegd--geen monumenten: tenzij men als zoodanig zou willen noemen een
+standbeeld--wel te verstaan, een amerikaansch standbeeld--van generaal
+Bolivar, den zoogenoemden bevrijder; en eene kathedraal, welke vooral
+de aandacht trekt door de afschuwelijke schreeuwende kleuren, waarmede
+men haar van buiten heeft beklad. Van binnen heb ik haar maar niet
+gezien. Verreweg de meeste huizen hebben platte daken en getraliede
+vensters. Die zware tralies geven aan de huizen iets gevangenisachtigs;
+maar zij hebben daarentegen ook dit groote voordeel, dat in het heete
+jaargetijde, de vensters des nachts geopend kunnen blijven.
+
+Eindelijk, op den eersten Februari, gaan wij aan boord van de _Heroe
+de Abril_ en vangen den tocht aan naar Port-of-Spain.
+
+Den volgenden morgen bevinden wij ons in de delta van den Orinoco. De
+tallooze armen en vertakkingen van den machtigen stroom vormen een net
+van wateren, die in het vlakke, met den weelderigsten plantengroei
+overdekte terrein, elkander in alle richtingen kruisen. Wij varen
+langs een zeer bevolkt dorp van Guaraouno-Indianen. Talrijke prauwen en
+kanos steken van den oever af en komen naar de stoomboot toe. Vrouwen
+en kinderen staan langs den oever geschaard, of zitten en liggen op
+boomstronken, welke langs den waterkant verspreid liggen, deels zelfs
+in de rivier gedompeld. Wij bespeuren aan deze Indianen niets wat
+aan de beschaafde wereld herinnert: de vrouwen dragen geene andere
+kleeding dan een lapje katoen zoo groot als eene hand. Het bevreemdt
+ons, aan deze plaats Indianen aan te treffen, die nog zoo volkomen in
+den natuurstaat leven en zoo weinig bekend zijn. Een weinig verder
+ontmoeten wij een jaguar, die de rivier overzwemt; de stoomboot
+vaart hem bijna rakelings voorbij. Wij hebben aan boord eenige
+miliciens van Venezuela, die het goud moeten eskorteeren, dat door
+de mijnmaatschappijen naar Port-of-Spain wordt gezonden om van daar
+naar Europa te worden vervoerd. Deze voortreffelijke schutters lossen
+zoo ongeveer een twintigtal schoten op het dier, dat met gestreken
+ooren, dol van angst, zoo snel mogelijk naar den linker oever zwemt,
+waar het aan land stapt en in het hooge gras verdwijnt. Natuurlijk
+had geen enkele kogel dezer geduchte helden den jaguar getroffen.
+
+Toen wij den volgenden morgen ontwaakten, waren wij in zee. De
+hemel is een weinig betrokken; over de eindelooze watervlakte
+hangt een lichte nevel. Met jubelende geestdrift begroeten wij den
+Atlantischen-oceaan, na een reis van honderd-een-en-zestig dagen dwars
+door het binnenland. De zee is kalm: hare nauw merkbare golfjes,
+zachtkens kabbelend, mogen ons eene gelukkige en voorspoedige reis
+voorspellen. In de verte zien wij enkele schepen, die met uitgespannen
+zeilen in den zilverachtigen nevel schijnen te drijven.
+
+Eindelijk komen wij op de reede. Een aantal bootjes en vaartuigen,
+door negers bemand, steken van den wal af en varen naar het stoomschip,
+waarlangs zij zich scharen.
+
+Die negers schreeuwen en gillen, dat hooren en zien vergaat: wij
+onderscheiden eenige spaansche en engelsche woorden en verder een
+aantal woorden aan het creolen-fransch ontleend. Wij nemen plaats
+in een dezer kanos en roeien naar den wal. Op de kaai aangekomen,
+maken minstens tien negers, ondanks ons tegenstribbelen en verzet,
+zich meester van onze bagage en brengen die naar het tolkantoor;
+dat geen tien stappen verwijderd is. Een rijtuig brengt ons naar het
+hôtel de France, waar al onze onbeschaamde negers fooien komen eischen,
+die niet minder dan een shilling moeten bedragen. Wij geven minstens
+een pond uit, en nog is niemand tevreden. De brutale onbeschaamdheid
+der negers gaat hier alle perken te buiten; en het is wel zonderling
+dat de policie zoo weinig of liever niets doet om de vreemdelingen,
+die hier aan wal stappen, tegen deze kerels te beschermen.
+
+Het hôtel de France wordt gehouden door voormalige bewoners van den
+Elzas, die na 1870 zijn uitgeweken. Met groote vreugde hervinden wij
+hier landgenooten, de fransche keuken en de fransche vriendelijkheid.
+
+Men deelt mij de namen en woonplaatsen mede van de alhier gevestigde
+photografen; weldra heb ik de noodige schikkingen getroffen met een
+hunner, den heer Félix Morin, een landgenoot, die zeer bekwaam is in
+zijn vak. Hij zal mij vergezellen bij mijn bezoek aan de Guaraounos.
+
+Den zevenden Februari vertrekt Lejanne naar Frankrijk; wij waren
+sedert lang met elkander bekend, maar nu zijn wij vrienden geworden.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Reis door Nieuw-Grenada en Venezuela, by
+Dr. Crevaux
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK REIS DOOR NIEUW-GRENADA EN ***
+
+***** This file should be named 22773-8.txt or 22773-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/2/7/7/22773/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.