diff options
Diffstat (limited to '22580-8.txt')
| -rw-r--r-- | 22580-8.txt | 10577 |
1 files changed, 10577 insertions, 0 deletions
diff --git a/22580-8.txt b/22580-8.txt new file mode 100644 index 0000000..0c33f20 --- /dev/null +++ b/22580-8.txt @@ -0,0 +1,10577 @@ +The Project Gutenberg EBook of Het Geheimzinnige Eiland, by Jules Verne + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Het Geheimzinnige Eiland + De Verlatene + +Author: Jules Verne + +Release Date: September 11, 2007 [EBook #22580] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET GEHEIMZINNIGE EILAND *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + WONDERREIZEN. + + + JULES VERNE + + + HET GEHEIMZINNIGE EILAND. + DE VERLATENE. + + + NAAR DE 20STE FRANSCHE UITGAVE DOOR + + GERARD KELLER. + + + + AMSTERDAM + UITGEVERS-MAATSCHAPPY "ELSEVIER" + 1915. + + + + + + + +I. + + De winter.--Bereiding van de wol.--De molen.--Een plan van + Pencroff.--De baleinen.--Waartoe een albatros kan dienen.--De + brandstof der toekomst.--Top en Jup.--Stormen.--Verwoesting + onder het pluimgedierte.--Een uitstapje naar het moeras.--Cyrus + Smith alleen.--Onderzoek van de put. + + +Met de maand Juni, die in de zuidpoolstreken gelijk staat met onze +maand December, brak de winter aan en de voornaamste bezigheid was +het vervaardigen van ferme, warme kleederen. + +De muffeldieren van de kraal waren van hun wol ontdaan, en nu men deze +kostelijke weefbare stof bezat, moest men ze nog slechts bereiden, +om warmer kleederen te verkrijgen. + +Het spreekt van zelf dat Cyrus Smith kaarden noch wolkam, glanzer noch +trekker, scheerder noch andere werktuigen had om de wol te spinnen +en geen ramen om ze te weven; hij moest dus op eenvoudiger wijze te +werk gaan om het spinnen en weven te vervangen. Hij stelde zich dan +ook voor gebruik te maken van de eigenschap der wol, die, wanneer men +ze zeer sterk perst, alleen door het in elkander warren zich hecht, +een geheel uitmaakt en de stof vormt, welke men vilt noemt. Dit vilt +kon men dus verkrijgen door de wol samen te drukken, een bewerking, +die wel is waar veel van de lenigheid doet verloren gaan, maar de +eigenschap van de warmte te behouden zeer vermeerdert. De wol, die +door de muffeldieren verschaft werd, bestond juist uit die korte haren, +welke voor het vilt zoo geschikt zijn. + +De ingenieur begon, bijgestaan door zijn lotgenooten, waaronder +ook Pencroff--deze moest nog eenmaal zijn scheepsarbeid staken!--de +voorafgaande bewerking die leidde tot het zuiveren van de wol van +die vette, olieachtige bestanddeelen, waarvan zij doortrokken is +en die men wolvet noemt. Deze ontvetting had plaats in kuipen, die +met water, van een temperatuur van zeventig graden, gevuld waren, en +waarin men de wol gedurende vier en twintig uur laat staan; zij wordt +vervolgens ten tweeden male gewasschen in soda-water. Toen de wol +eindelijk genoegzaam door persing gedroogd was, was zij in staat om +gevuld te worden, dat is te zeggen, er een vaste stof van te maken, +die wel is waar grof was en voor de Europeesche en Amerikaansche +beschaving van geen waarde zou zijn, maar die op de markt van het +eiland Lincoln een grooten aftrek had. + +Men begrijpt dat deze stof reeds in de vroegste tijden bekend heeft +moeten zijn, en de eerste kleedingstukken zijn dan ook op dezelfde +wijze vervaardigd als Cyrus Smith nu volgde. + +Zijn kennis als ingenieur kwam toen uitmuntend te pas bij het +vervaardigen van de machine om de wol samen te persen, want hij wist +gebruik te maken van de kracht van het water uit de beek, die tot +nog toe niet aangewend was, om een persmolen in beweging te brengen. + +De bewerking, door Cyrus Smith geleid, slaagde naar wensch. De wol, +vooraf bestreken met een oplossing van zeep, die eensdeels bestemd +was om het glijden en het zachter worden te bevorderen en anderdeels +om te voorkomen, dat het door het stampen uiteengerukt werd, kwam +uit den molen te voorschijn in den vorm van een dik vilten kleed. + +De oneffenheden, die aan de wolvezels eigen zijn, hadden zich zoo +goed gehecht en geward dat zij een effen stof vormden waarvan men +kleederen en dekens maken kon. Het was wel is waar noch merinos, +noch neteldoek, noch cachemir, noch rips, noch satijn, noch alpaca, +noch laken, noch flanel maar het was "Lincolnsch vilt" en het eiland +Lincoln telde een industrie meer. + +De kolonisten hadden nu goede kleederen en dikke dekens en konden +zonder vrees den winter van 1866-67 te gemoet gaan. + +Tegen den 20sten Juni deed zich dan ook reeds de groote koude gevoelen +en Pencroff moest tot zijn spijt het bouwen van zijn schip staken, +dat nochtans voor de volgende lente gereed zou zijn. + +Het vaste plan van den zeeman was een ontdekkingstocht naar het +eiland Tabor te doen, hoewel Cyrus Smith niet vóór deze reis was, +die geheel uit nieuwsgierigheid zou geschieden, want er was immers +toch geen hulp te vinden op die verlaten, onvruchtbare rots. Een +reis van honderd vijftig mijlen, op een betrekkelijk klein schip, +door onbekende stroomen, moest hem wel eenige vrees inboezemen. Wat +zou er van hen worden te midden van die Stille Zee, waarop zoo menig +schip verging, wanneer hun vaartuig in het volle sop was, Tabor niet +kon bereiken en evenmin naar het eiland Lincoln kon terugkeeren? + +Cyrus Smith sprak dikwijls met Pencroff over dit plan en hij vond +bij hem een zonderlinge hardnekkigheid om deze reis te maken, een +hardnekkigheid, waarvan hij zichzelf misschien niet bewust was. + +"Beste vriend, ik moet je toch eens doen opmerken," zeide de ingenieur +op een morgen tot hem, "dat gij, na zooveel goed van het eiland Lincoln +gezegd te hebben en zoo dikwijls te hebben verklaard dat het u spijten +zou dit eiland te verlaten, nu de eerste zijt die het verlaten wilt." + +"Slechts voor eenige dagen verlaten," antwoordde Pencroff, "voor eenige +dagen slechts, mijnheer Cyrus! De tijd om te gaan en terug te komen, +en te zien wat dat voor een eiland is." + +"Maar het kan niet zoo goed zijn als het eiland Lincoln!" + +"Daar ben ik van overtuigd!" + +"Waarom u dan zoo bloot te stellen!" + +"Om te weten wat er op Tabor voorvalt." + +"Maar er valt niets voor! er kan niets voorvallen!" + +"Wie weet?" + +"En indien gij door storm overvallen wordt!" + +"Die is in het goede jaargetijde niet te vreezen!" antwoordde +Pencroff. "Maar mijnheer Cyrus, daar men steeds op het ergste moet +bedacht zijn, zal ik uw toestemming vragen om slechts Harbert met +mij op die reis mede te nemen." + +"Pencroff," antwoordde de ingenieur, terwijl hij zijn hand op den +schouder van den zeeman legde, "wanneer u of dit kind, dat het toeval +tot onzen zoon gemaakt heeft, een ongeluk overkwam, gelooft gij dat +wij er ons ooit over zouden troosten?" + +"Mijnheer Cyrus," antwoordde Pencroff vol vertrouwen, "wij zullen +u dat verdriet niet berokkenen. Wij zullen nog wel eens nader over +deze reis spreken, wanneer de tijd daartoe gekomen is. Ik stel mij +overigens voor, dat wanneer gij ons schip geheel gereed en opgetuigd +zult gezien hebben, wanneer gij bemerkt hebt hoe flink het zee bouwt, +wanneer wij ons eiland omgezeild zullen hebben--want dat zullen +wij te zamen doen--dan stel ik mij voor, zeg ik, dat gij niet zult +aarzelen om mij te laten vertrekken! Ik zeg niet eens dat uw schip +een prachtstuk zal zijn!" + +"Laten wij ten minste zeggen: ons schip, Pencroff!" antwoordde de +ingenieur, die voor het oogenblik ontwapend was. + +Dit gesprek eindigde toen om eenigen tijd later weder te beginnen +zonder den zeeman noch den ingenieur te overtuigen. + +Op het einde van Juni begon de sneeuw te vallen. De kraal was van te +voren van alles ruim voorzien en eischte niet dat men er dagelijks +heen ging, maar men besloot nooit een week te laten voorbijgaan zonder +ze te bezoeken. + +De vallen werden opnieuw gezet en men beproefde de toestellen, door +Cyrus Smith vervaardigd. De gebogen baleinen, door een buis van ijs +omsloten en onder een dikke laag vet verborgen, werden aan den zoom +van het bosch gelegd op de plaats waar de dieren in troepen voorbij +kwamen om naar het meer te gaan. + +Tot groote voldoening van den ingenieur slaagde deze uitvinding +uitmuntend. Een twaalftal vossen, eenige wilde zwijnen, en zelfs een +jaguar werden gevangen en men vond ze dood en de maag doorboord van +de ontdooide baleinen. + +Er werd thans een poging gedaan, die verdient vermeld te worden, +omdat het de eerste was welke door de kolonisten gedaan werd om met +hun medemenschen in betrekking te komen. + +Gideon Spilett had er reeds verscheidene malen aan gedacht om, +hetzij in een flesch het bericht te sluiten en die aan de golven +toe te vertrouwen in de hoop dat de golven haar op een bewoonde kust +zouden werpen, of wel duiven er mede te belasten. Maar hoe kon men +hopen dat duiven of een flesch den afstand zouden afleggen die het +eiland van elk land scheidde en twaalfhonderd mijlen bedroeg? Dat +ware een dwaasheid geweest. + +Maar den 30sten Juni ving men, niet zonder moeite, een reiger die door +een geweerschot van Harbert licht aan zijn poot gewond was. Het was een +prachtige vogel van die soort hoogvliegers, waarvan de vlucht tien voet +bedroeg en die zeeën even breed als de Stille Zee kunnen oversteken. + +Harbert had gaarne dien prachtigen vogel, wiens wond spoedig genas, +willen behouden en tam maken, maar Gideon Spilett bracht hem aan +het verstand, dat men de gelegenheid, om door dien koerier bericht +te geven aan een der vastelanden aan de Stille Zee, niet mocht laten +voorbijgaan, en Harbert moest toegeven, want indien de stormvogel uit +bewoonde streken was gekomen, zou hij er voorzeker weder terugkeeren +wanneer hij in vrijheid gesteld was. + +Mogelijk speet het Gideon Spilett niet, bij wien de reporter nu en +dan boven kwam, om op goed geluk af een boeiend artikel betreffende de +lotgevallen van de kolonisten op het eiland Lincoln af te zenden! Welk +een succes voor den correspondent van den _New-York-Herald_ en voor +het nommer, waarin het verslag zou gedrukt staan, indien het ooit +aan het adres mocht terecht komen van zijn directeur, den bekenden +John Bennett! + +Gideon Spilett stelde een beknopt verslag op, dat in een geolieden +linnen zak werd gesloten, met het dringende verzoek, aan dengeen, +die het mocht vinden, het te doen toekomen aan het bureel van den +_New-York-Herald_. Dit pakje werd aan den hals van den stormvogel +gebonden, en niet aan zijn poot, want deze vogels hebben de gewoonte om +op de oppervlakte van de zee te rusten; vervolgens werd dien vluggen +koerier de vrijheid gegeven, en niet zonder eenige aandoening zagen +de kolonisten hem in de nevels van het westen verdwijnen. + +"Waar gaat hij thans heen?" vroeg Pencroff. + +"Naar Nieuw-Zeeland," antwoordde Harbert. + +"Goede reis!" riep de zeeman uit, die, wat hem betreft, niet veel +van deze nieuwe soort correspondentie verwachtte. + +Met den winter was ook de arbeid binnen het Rotshuis weder begonnen, +het verstellen der kleederen, het maken van de noodige nieuwe en +onder anderen ook het vervaardigen der zeilen voor het schip, die +uit den reusachtigen ballon gemaakt werden. + +Gedurende de maand Juni was het vinnig koud, maar men spaarde hout +noch steenkolen. Cyrus Smith had een tweeden schoorsteen gebouwd in +de groote zaal, en daar bracht men de lange avonden door. Onder het +werken praatte men en in de vrije uren werd er gewoonlijk gelezen; +de tijd snelde voorbij. + +Het was een waar genot voor de kolonisten om, 's avonds na een +diné, wanneer zij, in de helder verlichte en goed verwarmde zaal +zaten, met een warme kop koffie en onder het rooken van een pijp, +den storm daar buiten hoorden loeien! Zij zouden volmaakt gelukkig +zijn geweest, indien dit mogelijk geweest ware voor hen, die, ver +van hun medemenschen verwijderd, met dezen geen gemeenschap konden +hebben! Zij spraken altijd over hun vaderland, over de vrienden die zij +achter gelaten hadden, over de grootheid der Amerikaansche republiek, +waarvan de macht steeds moest vermeerderen, en Cyrus Smith, die zeer +van nabij betrokken was geweest bij de politieke zaken der Unie, +boezemde zijn hoorders groot belang er voor in door zijn verhalen, +opmerkingen en voorspellingen. + +Gideon Spilett vroeg eens met betrekking daartoe aan hem: + +"Maar, mijn waarde Cyrus, loopt deze vooruitgang op het gebied van +handel en nijverheid, waaraan gij zulk een groote toekomst voorspelt, +geen gevaar om vroeg of laat geheel gestaakt te worden?" + +"Gestaakt? En waardoor?" + +"Maar door gebrek aan die kolen, die men terecht de kostbaarste +delfstof kan noemen!" + +"Ja, wel de kostbaarste," antwoordde de ingenieur, "en het schijnt +dat de natuur er het bewijs van heeft willen geven, door den diamant +voort te brengen, die slechts zuiver gekristalliseerde kool is." + +"Gij wilt toch niet beweren, mijnheer Cyrus, dat men diamant kan +branden in plaats van steenkolen om ovens te verwarmen?" + +"Neen, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith. + +"Toch beweer ik dit," hernam Gideon Spilett. "Gij ontkent toch niet +dat de bron van steenkolen eenmaal geheel uitgeput zal zijn?" + +"O! er zijn nog een menigte kolenlagen en de honderd duizend arbeiders, +die er jaarlijks honderd millioen quintalen uit putten, zijn nog niet +aan het eind." + +"Met het toenemend verbruik van steenkolen," antwoordde Gideon Spilett, +"kan men voorzien dat die honderd duizend arbeiders weldra twee honderd +duizend zullen zijn en de opbrengst tweemaal grooter zal worden." + +"Zeker; maar na de kolenlagen van Europa, waarin nieuwe werktuigen +weldra nog dieper zullen dringen, zullen de steenkool-aderen van +Amerika en Australië nog langen tijd voorraad verschaffen aan de +behoefte der nijverheid." + +"Hoe lang?" vroeg de reporter. + +"Minstens twee honderd vijftig of drie honderd jaar." + +"Dat is voor ons voldoende," antwoordde Pencroff, "maar verontrustend +voor onze achter-kleinkinderen!" + +"Men zal dan iets anders vinden," zeide Harbert. + +"Men moet het hopen," antwoordde Gideon Spilett, "want zonder +steenkolen geen machines, zonder machines geen spoorwegen, geen +stoombooten, geen fabrieken, niets van dat alles, dat door den +vooruitgang van den tegenwoordigen tijd vereischt wordt!" + +"Maar wat zal men dan gebruiken?" vroeg Pencroff. "Kunt gij het u +voorstellen, mijnheer Cyrus?" + +"Ten naasten bij, mijn vriend." + +"Wat zal men dan in plaats van steenkolen branden?" + +"Water," antwoordde Cyrus Smith. + +"Water!" riep Pencroff uit. "Water om stoombooten en locomotieven te +stoken. Water om water te verwarmen!" + +"Ja, maar water dat in zijn bestanddeelen ontbonden is," antwoordde +Cyrus Smith, "en waarschijnlijk ontbonden door electriciteit, +die dan een groote en leidbare kracht zal zijn geworden, want alle +groote ontdekkingen schijnen door een onverklaarbare wet, op het +geschikte oogenblik te komen en volmaakt te worden. Ja, vrienden, +ik geloof dat het water eenmaal tot brandstof zal dienen, dat +waterstof en zuurstof, waaruit het bestaat, alleen of verbonden, +een onuitputtelijke bron van warmte en licht zullen verschaffen, +van grooter kracht dan steenkolen. Niets is dus te vreezen. Zoolang +deze aarde bewoond zal zijn, zal zij in de behoefte van hare bewoners +voorzien en het zal hun nooit aan licht noch warmte ontbreken, evenmin +als het hun zal ontbreken aan voortbrengselen van het planten-, dieren- +of delfstoffenrijk. Ik geloof dus dat, wanneer de kolenlagen uitgeput +zullen zijn, men water zal stoken en er zich mede verwarmen. Het +water is de steenkool der toekomst!" + +"Dat zou ik wel eens willen beleven," zeide de zeeman. + +"Gij zijt te vroeg opgestaan, Pencroff," antwoordde Nab, die slechts +door een dergelijk gezegde aan het gesprek deel nam. + +Het waren echter niet de woorden van Nab, die het gesprek afbraken, +maar het blaffen van Top, die weder op dezelfde zonderlinge wijze +jankte, waarop reeds meermalen de aandacht van den ingenieur gevallen +was. Top draaide ter zelfder tijd om de opening van den put heen. + +"Waarom blaft Top toch zoo?" vroeg Pencroff. + +"En waarom bromt Jup zoo?" voegde Harbert er bij. + +De aap had zich inderdaad bij den hond gevoegd en legde zeer duidelijk +zijn onrust aan den dag en, wat vooral merkwaardig was, de beide +dieren schenen eer ongerust dan nijdig. + +"Het is zeer duidelijk," merkte Gideon Spilett op, "dat deze put +onmiddellijk in verband staat met de zee en dat het een of andere +zeemonster van tijd tot tijd aan den bodem van den put verschijnt." + +"Zeer duidelijk," antwoordde de zeeman, "er is geen andere uitlegging +aan te geven...." + +"Stil, Top," voegde Pencroff er bij, "en Jup naar je kamer!" + +De aap en de hond zwegen. Jup ging slapen, maar Top bleef in de kamer +en liet den geheelen avond zijn dof gebrom hooren. + +Er werd niet meer over het voorval gesproken, maar blijkbaar was de +ingenieur er geheel mede vervuld. + +Het bleef de maand Juli regenachtig en koud. De temperatuur daalde +niet zoo sterk als den vorigen winter en het laagste was acht graden +Fahrenheit, maar was het dien winter al minder koud, de stormen en +windvlagen waren heviger. + +Gedurende die stormen was het moeielijk zich op de wegen van het eiland +te wagen, zelfs gevaarlijk, want er vielen onophoudelijk boomen. De +kolonisten lieten echter nooit een week voorbijgaan zonder de kraal te +bezoeken. Gelukkig werd deze door den berg Franklin beschut en leed +zij weinig van de stormen. Het pluimgedierte op de bergvlakte was +echter minder veilig, daar het blootgesteld was aan den oostenwind; +het dak van de duiventil werd afgerukt door een windvlaag en een +muur neergeslagen. Alles moest hersteld worden, maar steviger, want +men zag wel in, dat Lincoln in een van de meest woeste streken der +Stille Zee gelegen was. + +In de eerste week van Augustus bedaarde de storm en de dampkring +herkreeg die kalmte, welke zij voor altijd scheen verloren te +hebben. De temperatuur werd echter tegelijkertijd lager, het werd +vinnig koud en de thermometer wees acht graden onder nul. + +Op den 3den Augustus ondernam men een tocht, waarvan reeds lang sprake +was geweest, naar het zuidoosten van het eiland. Een groot aantal +watervogels, die daar hun winterverblijf hielden, lokten de jagers +tot de jacht uit, en men besloot daar een geheelen dag aan te geven. + +Niet alleen Gideon Spilett en Harbert, maar ook Pencroff en Nab +namen aan den tocht deel. Cyrus Smith was alleen thuis gebleven, +onder voorwendsel van werk en voegde zich niet bij hen; hij bleef in +het Rotshuis achter. + +Zoodra de jagers met Top en Jup over de brug van de Mercy waren, +trok de ingenieur haar op en keerde terug, met het voornemen om een +plan ten uitvoer te brengen, waarvoor hij alleen wilde zijn. + +Dit plan was om nauwkeurig dien onderaardschen put te onderzoeken, +waarvan de opening in het Rotshuis uitkwam, en die met de zee in +verband stond, omdat hij vroeger diende tot uitweg van het water uit +het meer. + +Waarom draaide Top zoo dikwijls om deze opening? Waarom liet hij zulk +een zonderling gekef hooren, wanneer zekere onrust hem naar dien put +dreef? Waarom voegde Jup zich bij Top? Had deze put andere vertakkingen +dan de loodrechte gemeenschap met de zee? Ziedaar hetgeen Cyrus Smith +vooreerst slechts wilde weten. Hij had dus besloten, om gedurende de +afwezigheid van zijn lotgenooten, een poging aan te wenden om de put +te onderzoeken en de gelegenheid bood zich er toe aan. + +Het was gemakkelijk er in af te dalen door de touwladder te +gebruiken, die geen dienst meer deed en lang genoeg was. Dit deed de +ingenieur. Hij sleepte de ladder naar de opening, waarvan de middellijn +zes voet bedroeg, liet haar afzakken na ze vooraf van boven stevig +vastgemaakt te hebben. Hij daalde de eerste treden van de ladder af +nadat hij een lantaarn aangestoken had en tot wapens een revolver en +een kort mes bij zich had gestoken. + +De muur was overal vlak; maar van afstand tot afstand staken eenige +rotsblokken uit en door middel van deze blokken kon het een vlug en +behendig man inderdaad gelukt zijn tot aan de opening van den put +te klimmen. + +Dit merkte de ingenieur op; hij bekeek met zijn lantaarn elke rotspunt, +maar zag geen enkel spoor, geen indruk, waaruit men zou kunnen opmaken +dat ze in vroeger of later tijd tot trap hadden gediend. + +Cyrus Smith daalde dieper af en liet zijn lantaarn overal rondgaan. + +Hij zag niets dat hem verdacht voorkwam. + +Toen de ingenieur op de laatste sport stond raakte hij de oppervlakte +van het water, dat toen volkomen kalm was; noch op den bodem noch +in een ander gedeelte van den put bevond zich een pad. De muur, +waartegen Cyrus Smith met het heft van zijn mes sloeg klonk dof. De +vraag waar dit kanaal uitkwam, aan welke zijde van de kust en hoe +diep onder het vlak der zee, kon niet beantwoord worden. + +Cyrus Smith had zijn onderzoek volbracht, klom naar boven, trok de +ladder op, bedekte de opening van den put en keerde, in gedachten +verzonken, naar de groote zaal van het Rotshuis terug, bij zich +zelven mompelende: + +"Ik heb niets gezien, en toch is er iets!" + + + + + +II. + + Het schip wordt getuigd.--Een aanval van chilische + honden.--Jup gewond.--Het schip wordt voltooid.--Overwinning + van Pencroff.--De Bonadventure.--Eerste tocht ten zuiden van + het eiland.--Een onverwacht stuk. + + +Dienzelfden avond kwamen de jagers terug met een groote vangst, en +letterlijk met wild beladen, zij droegen zooveel als vier man konden +dragen. Top had een krans van eenden om zijn hals en Jup zijn gordel +vol snippen. + +"Zie eens mijnheer," riep Nab uit, "nu kunnen wij onzen tijd +besteden! Konserf en pâté! Wat zullen wij een heerlijken voorraad +krijgen! Maar iemand moet mij helpen. Ik reken op u, Pencroff." + +"Neen, Nab," antwoordde de zeeman. "Ik moet bij mijn schip zijn, +en gij zult het zonder mij moeten doen." + +"En gij, mijnheer Harbert?" + +"Ik, Nab? Ik moet morgen naar de kraal," antwoordde de knaap. + +"Zult gij mij dan helpen, mijnheer Spilett?" + +"Om je te dienen, Nab," antwoordde de reporter, "maar ik waarschuw je, +wanneer gij mij met uwe recepten bekend maakt, dat ik ze uitgeef." + +"Zooals gij wilt, mijnheer Spilett," antwoordde Nab, "zooals gij wilt!" + +En zoo werd Gideon Spilett, als helper van Nab, den volgenden morgen, +in diens werkplaats gebracht. De ingenieur had hem echter eerst den +uitslag medegedeeld van zijn ontdekkingstocht, dien hij den vorigen +dag gemaakt had, en de reporter deelde in dit opzicht de meening van +Cyrus Smith, dat er, hoewel hij niets gevonden had, toch een geheim +te ontdekken bleef. + +De koude hield nog een week aan en de kolonisten verlieten het Rotshuis +slechts om voor hun gevogelte te zorgen. Een heerlijke geur steeg +uit de keuken op door de spijzen die Nab en de reporter bereidden; +maar niet al het wild dat den vorigen dag gevangen was werd tot pâté +gemaakt, en daar het gedurende die koude zich goed hield, werden de +wilde eenden en andere op de oude manier toebereid, en volgens de +kolonisten waren het de fijnste watervogels ter wereld. + +Die week werkte Pencroff, bijgestaan door Nab, die handig de zeilen +naaide, met zulk een ijver dat deze geheel gereed kwamen. Eenigen +tijd later was het schip getuigd en zeevaardig. Pencroff heesch zelf +de vlag van blauw, rood en wit, waarvan de kleuren verschaft waren +door verfplanten, die zeer overvloedig op het eiland groeiden. Hij +had slechts bij de zeven en dertig sterren, die de zeven en dertig +Vereenigde Staten vertegenwoordigden een acht en dertigste gevoegd, +de ster van "Staat Lincoln," want hij beschouwde zijn eiland als +reeds aan de groote republiek gehecht. + +"En het is het van harte, zoo het dit nog niet feitelijk is." + +De vlag werd intusschen voor het middelste raam van het Rotshuis +geplant en de kolonisten begroetten haar met een driedubbel hoezee. + +Het koude jaargetijde zou spoedig achter den rug zijn en het scheen +dat deze tweede winter voorbij zou gaan zonder gewichtige gebeurtenis, +toen in den nacht van 11 Augustus de bergvlakte door een algeheele +verwoesting bedreigd werd. + +Na een drukken dag sliepen de kolonisten gerust, toen zij tegen vier +uur in den morgen plotseling door het blaffen van Top gewekt werden. + +Deze keer blafte de hond niet bij de opening van den put, maar op +den drempel van de deur, waartegen hij opsprong als wilde hij haar +openstooten. Ook Jup uitte schelle kreten. + +"Wat is er, Top!" riep Nab, die het eerste wakker werd. + +Maar de hond blafte nog harder. + +"Wat is er dan?" vroeg Cyrus Smith. + +En allen snelden in haast gekleed naar de vensters van hun kamer, +die zij openden. + +Voor zich hadden zij een dikke laag sneeuw, nauwelijks zichtbaar in +dezen stikdonkeren nacht. De kolonisten zagen niets, maar zij hoorden +een zonderling gehuil in de duisternis. Blijkbaar waren er een groot +aantal dieren aan de kust, die men nu niet zien kon. + +"Wat is dat?" riep Pencroff uit. + +"Wolven, jaguars of apen!" antwoordde Nab. + +"Te drommel! Maar zij kunnen toch niet op de bergvlakte komen!" zeide +de correspondent. + +"En ons gevogelte," riep Harbert, "en onze planten?..." + +"Hoe zijn zij daar dan gekomen?" vroeg Pencroff. + +"Zij zullen over de brug zijn gegaan," antwoordde de ingenieur, +"die een van ons waarschijnlijk vergeten heeft op te halen." + +"'t Is waar ook," riep Spilett uit, "ik herinner mij haar open gelaten +te hebben." + +"Dat is een mooie trek, dien gij ons daar gespeeld hebt, mijnheer +Spilett!" zeide de zeeman. + +"Wat gebeurd is, is gebeurd," antwoordde Cyrus Smith. "Laten wij +liever nagaan wat ons te doen staat." + +Dit waren de vragen en antwoorden die tusschen Cyrus Smith en zijn +lotgenooten gewisseld werden. Het was zeker, dat de dieren over de +brug gekomen waren en dat zij, door den linkeroever van de Mercy te +houden, bij de bergvlakte konden komen. Men moest hun dus den pas +afsnijden en des noods ze aanvallen. + +"Maar wat zijn het voor dieren?" werd ten tweede male gevraagd, +toen zich nogmaals dat vreemde geluid deed hooren. + +Harbert verschrikte toen hij dat geluid hoorde en herinnerde zich het +reeds gehoord te hebben de eerste maal dat zij bij de bronnen van de +Roode Beek waren. + +"Dat zijn chilische honden, dat zijn vossen!" zeide hij. + +"Voorwaarts!" riep de zeeman. + +En allen stoven voorwaarts met bijlen, karabijnen en revolvers +gewapend. + +De chilische honden zijn gevaarlijke dieren wanneer zij in grooten +getale en uitgehongerd zijn. De kolonisten aarzelden echter niet +hen aan te vallen, en hunne eerste revolverschoten verlichtten de +duisternis en deden de bende terugdeinzen. + +Het was vooral van belang om deze stroopers in de eerste plaats +te verhinderen de bergvlakte te bereiken, want het bouwland +en het gevogelte zou dan in hun macht zijn en zij zouden daar +groote, misschien onherstelbare schade, vooral aan het korenveld, +veroorzaken. Maar daar zij niet dan langs den linkeroever van de Mercy +de vlakte konden bereiken, was het voldoende om een onoverkomelijken +hinderpaal aan deze vossen te stellen op dat smalle gedeelte van den +oever tusschen de rivier en de rots. + +Allen begrepen dit, en op bevel van Cyrus Smith, gingen zij naar de +aangewezen plaats, terwijl de vossen in de duisternis voortsnelden. + +Cyrus Smith, Gideon Spilett, Harbert, Pencroff en Nab stelden zich +naast elkander om den weg te versperren. Top ging, met open bek, +vooruit en werd door Jup gevolgd, met een dikken knuppel gewapend, +dien hij als een knots rondzwaaide. + +Het was stikdonker. Slechts bij het afvuren der revolvers kon men de +roofdieren zien, welke minstens honderd in getal moesten zijn en wier +oogen als kolen vuur gloeiden. + +"Zij mogen er niet door!" riep Pencroff uit. + +"En zij zullen er niet door!" antwoordde de ingenieur. + +Dat zij er niet doorkwamen, was niet omdat zij er geen pogingen +toe hadden aangewend De achterste rijen drongen de voorste vooruit, +en het was een onophoudelijke strijd met revolvers en bijlen. Vele +lijken van vossen moesten reeds over den grond verspreid liggen, +maar de troep verminderde niet merkbaar en men zou gezegd hebben, +dat zij steeds van achter aangroeide. + +Weldra moesten de kolonisten lijf tegen lijf strijden en zij kregen +verscheiden wonden, die gelukkig niet van ernstigen aard waren. Harbert +had met een revolverschot Nab bevrijd, op wiens rug een van die +honden zich als een tijgerkat vastgeklampt had. Top streed met woede, +sprong den vossen naar de keel en worgde ze onmiddellijk. Jup sloeg +met zijn stok als een razende rond en men trachtte te vergeefs hem +tegen te houden. Waarschijnlijk was hij met zulk een scherp gezicht +begaafd, dat hij in deze duisternis kon zien, en hij bleef steeds +in het dichtst van het gevecht, uitte van tijd tot tijd een schellen +kreet, die bij hem het teeken van groote vreugde was. Op een gegeven +oogenblik waagde hij zich zelfs zoo ver, dat men hem bij het licht +van een revolverschot door vijf of zes groote vossen omringd zag, +waartegen hij met onbegrijpelijke koelbloedigheid worstelde. + +De strijd zou echter een gunstigen afloop hebben voor de kolonisten +maar eerst nadat zij twee uur gevochten hadden! Waarschijnlijk trokken +de vossen wegens het aanbreken van den dag af; zij richtten zich naar +het noorden om de brug over te trekken, die Nab onmiddellijk ophaalde. + +Toen het licht genoeg was om het terrein op te nemen, telden de +kolonisten een vijftigtal lijken die langs den oever verspreid lagen. + +"En Jup!" riep Pencroff uit. "Waar is Jup dan?" + +Jup was verdwenen. Zijn vriend Nab riep hem en voor de eerste maal +antwoordde Jup niet op het roepen van zijn vriend. + +Allen begonnen naar Jup te zoeken, vreezende hem dood te zullen +vinden. De lijken wier bloed de sneeuw roodkleurde, werden weggeruimd, +en Jup gevonden te midden van een hoop vossen, wier gekneusde ledematen +en gebroken lendenen genoeg aanduidden dat zij met den vreeselijken +knuppel van het onverschrokken dier te doen hadden gehad. De arme +Jup hield nog een stuk van zijn gebroken knuppel vast; maar van zijn +wapen beroofd, kon hij zijn tegenpartij niet meer aan en had diepe +wonden in zijn borst ontvangen. + +"Hij leeft nog!" riep Nab uit, die zich over hem heen gebogen had. + +"En wij zullen hem redden," antwoordde de zeeman, "wij zullen hem +als een der onzen verzorgen!" + +Het scheen dat Jup hem begreep, want hij boog zijn kop naar den +schouder van Pencroff, als om hem te danken. De zeeman was zelf gewond, +maar zijn wonden waren, even als die zijner metgezellen, onbeduidend; +want, dank zij hunne vuurwapens, hadden zij die bloeddorstige dieren +altijd op zekeren afstand kunnen houden. Slechts de toestand van den +aap was van bedenkelijken aard. + +Jup werd door Nab en Pencroff naar huis gedragen en nu en dan +ontsnapte hem een nauwelijks hoorbare kreet. Men bracht hem zoo +voorzichtig mogelijk in het Rotshuis. Daar werd hij op een matras +uit een der bedden neergelegd, en zijn wonden werden met de grootste +zorg gewasschen. Geen der edele organen scheen getroffen, maar Jup +was zeer verzwakt door bloedverlies en de koorts kwam hevig op. + +Nadat hij verbonden was bracht men hem in bed en legde hem streng +dieet op, "evenals aan een heuzig mensch" zooals Nab zeide. Hij dronk +eenige kopjes van een verfrisschenden drank, die door de genezende +kruiden van het Rotshuis verschaft werd. + +Jup sliep eerst onrustig in; maar zijn ademhaling werd langzamerhand +geregeld en eindelijk sliep hij kalm. Van tijd tot tijd kwam Top +als het ware "op zijn teenen" binnen, om zijn vriend te bezoeken en +scheen dankbaar voor de zorg die men aan zijn vriend besteedde. Een +hand van Jup hing buiten zijn bed en Top lekte hem zachtjes. + +Dien zelfden morgen begon men de lijken op te ruimen, zij werden +naar het Verre Westen van het bosch gesleept en diep onder den grond +begraven. + +Deze aanval, die ernstiger gevolgen had kunnen hebben, was een goede +les voor de kolonisten, en voortaan begaf men zich niet te rusten, +voordat een van hen zich overtuigd had dat alle bruggen opgehaald +waren en geen inval mogelijk was. + +Slechts weinige dagen had men voor het leven van Jup gevreesd, maar +diens krachtige natuur behield de overhand. De koorts verminderde +langzamerhand en Gideon Spilett, die een weinig dokter was, verklaarde +hem spoedig buiten gevaar. Den 16den Augustus kon Jup weder eten. Nab +maakte lekkere zoete kostjes voor hem klaar, waaraan de zieke smulde, +want als hij een gebrek had, dan was het dat van een lekkerbek te +zijn en Nab had nooit pogingen aangewend om hem daarvan te genezen. + +"Och, ziet gij," antwoordde hij aan Gideon Spilett, die hem dikwijls +verweet dat hij den aap bedierf, "hij heeft geen ander genot dan +zijn smaak, die arme Jup en ik ben maar al te blij op deze wijs zijn +diensten eenigszins te kunnen vergoeden." + +Tien dagen nadat hij zijn wonden bekomen had, mocht Jup het bed +verlaten. Als alle herstellenden, had hij een verslindenden honger en +de reporter liet hem eten zooveel hij verkoos. Nab was buiten zichzelf +van vreugde, toen hij den eetlust van zijn leerling terug zag komen. + +"Eet maar, Jup," zeide hij tot hem, "en laat het u aan niets +ontbreken! Je hebt je bloed voor ons vergoten en het minste wat ik +voor je doen kan is wel je te helpen om het terug te krijgen." + +Den 25sten Augustus hoorde men Nab zijn metgezellen toeroepen: + +"Mijnheer Cyrus, mijnheer Gideon, mijnheer Harbert, Pencroff, komt +eens hier! komt eens hier!" + +De kolonisten die in de groote zaal bijeen waren, stonden op en gingen +naar Nab, die in de voor Jup ingerichte kamer was. + +"Wat is er?" vroeg de reporter. + +"Zie eens!" antwoordde Nab, terwijl hij in lachen uitbarstte. + +Wat zag men? Jup, die kalm en ernstig als een Turk zat te rooken op +den drempel van het Rotshuis? + +"Mijn pijp!" riep Pencroff. "Hij heeft mijn pijp genomen! Mijn beste +Jup, ik geef je ze present! Rook, mijn jongen, rook maar!" + +En Jup blies dikke rookwolken uit en scheen daarin het grootste genot +te vinden. + +Cyrus Smith toonde zich in het minst niet verwonderd over dit feit, +en hij haalde verscheiden voorbeelden aan van tamme apen, die aan +het gebruik van tabak gewoon waren. + +Maar van dat oogenblik af had Jup zijn eigen pijp, de afgedankte +van Pencroff, die in zijn kamer opgehangen werd, bij zijn voorraad +tabak. Hij stopte ze zelf, stak ze aan een kooltje vuur aan en scheen +het gelukkigste vierhandige wezen ter wereld te zijn. Men begrijpt +dat deze overeenkomst van smaak den vriendschapsband tusschen Jup en +Pencroff nog nauwer toehaalde. + +"Het is misschien een mensch," zeide Pencroff soms tegen Nab. "Zou +het je verwonderen als hij op een mooien dag met ons begon te praten?" + +"Waarachtig niet," antwoordde Nab. "Het verwondert mij juist dat hij +nog niet spreekt, want er ontbreekt hem anders niets!" + +"Ik zou het toch drommels aardig vinden," hernam de zeeman, "als hij +op een mooien dag tot mij zeide: "Als we eens van pijp verwisselden, +Pencroff?" + +"Ja," beaamde Nab. "Wat een ongeluk dat hij stom geboren is." + +Met de maand September was de winter voorbij en men hervatte met +ijver den arbeid. + +Het schip vorderde snel. Het was reeds geheel getuigd en alleen het +inwendige moest nog afgemaakt worden. + +Daar het niet aan hout ontbrak, stelde Pencroff den ingenieur voor +om den romp met een tweede laag hout te voeren, die de hechtheid van +het schip zou verhoogen. + +Cyrus Smith, die niet wist wat er kon gebeuren, was het met den zeeman +eens om het schip zoo sterk mogelijk te bouwen. + +Den 15den September was het binnenwerk en het dek gereed. + +Het tusschendek was in tweeën verdeeld en vormde twee hutten, waarin +twee banken stonden, die tevens tot koffers dienden. + +Pencroff koos in het bosch een jongen den uit, die als mast zou +gebruikt worden. Verder werd alles wat gesmeed moest worden naar de +smederij van de Schoorsteenen gebracht. In de eerste week van October +was alles gereed en men kwam overeen het schip op een reis om het +eiland te probeeren, ten einde te weten te komen hoe het zich in zee +hield en in hoeverre men er op kon vertrouwen. + +Het overige werk werd echter in dien tusschentijd niet verzuimd. De +kraal was vergroot, want onder de muffeldieren en geiten telde men +een zeker aantal jongen die een hok en voedsel moesten hebben. De +kolonisten waren zoowel in het kamp als bij de oesterbank geweest, +zij hadden evenmin de konijnenfokkerij als de steenkolen- en ijzerlaag +vergeten en waren zelfs gaan jagen in een nog onbezocht gedeelte van +het bosch, waar zeer veel wild was. + +Er werden nog eenige inheemsche planten gevonden, die, hoewel nog niet +van onmiddellijk belang, toch zouden bijdragen om in de groenten van +het Rotshuis een weinig afwisseling te brengen. + +Den 10den October liep het schip van stapel. Pencroff was +verrukt. Alles ging naar wensch. Het schip was geheel getuigd op rollen +naar de kust gebracht, het werd door den vloed opgenomen en danste +op de golven onder het gejuich der kolonisten, vooral van Pencroff, +die op dat oogenblik zijn gewaarwordingen niet bedwingen kon. Maar +voor zijn ijdelheid was nog een schooner oogenblik weggelegd; na zijn +schip gebouwd te hebben, zou hij als gezagvoerder optreden. De rang +van kapitein werd hem met algemeene stemmen toegekend. + +Om kapitein Pencroff te voldoen moest men in de eerste plaats het schip +een naam geven en na lang beraad, stemden allen voor Bonadventure, +den doopnaam van den braven zeeman. + +Zoodra de Bonadventure door den vloed in het ruime sop gebracht was, +kon men zien dat zij zeer goed zee hield en naar alle bewegingen van +het roer stipt luisterde. + +Dienzelfden dag zou men er de proef van nemen op een reisje rondom het +eiland. Het was prachtig weer, de wind was gunstig, de zee kalm, vooral +aan de zuidkust, want reeds een uur lang was het noord-westen wind. + +"Aan boord! aan boord!" riep kapitein Pencroff. + +Maar men moest eerst flink ontbijten en het kwam den kolonisten zelfs +niet onraadzaam voor om provisie aan boord te nemen, voor het geval +dat de tocht tot den avond mocht duren. + +Cyrus Smith wilde eveneens spoedig het vaartuig probeeren, waarvan hij +het ontwerp had gemaakt, maar dat gebouwd was op raad van den zeeman; +hij stelde er echter niet het vertrouwen in dat Pencroff had en daar +deze niet meer van de reis naar Tabor sprak, hoopte Cyrus Smith zelfs, +dat de zeeman dit voornemen had opgegeven. Het zou hem inderdaad leed +gedaan hebben twee of drie van zijn metgezellen zich op dat vaartuig +te zien wagen, dat toch maar zwak was en slechts vijftien ton meette. + +Tegen half elf waren allen aan boord, zelfs Jup en Top. Nab en Harbert +lichtten het anker, dat bij den mond van de Mercy in het zand lag; +de zeilen werden geheschen, en de Lincolnsche vlag wapperde van den +mast! De Bonadventure, door Pencroff bestuurd, koos zee. + +Om de Unie-baai uit te komen moest men eerst voor den wind zeilen +en bij deze beweging kwam men tot de overtuiging, dat het schip een +voldoende snelheid had. + +Toen de passagiers op drie à vier mijlen van de kust verwijderd waren +en langs de Ballonhaven voeren, kregen zij een geheel nieuw overzicht +van hun eiland. + +"Dat is prachtig!" riep Harbert uit. + +"Ja, ons eiland is mooi en goed," antwoordde Pencroff. "Ik houd er +van als van mijn goede moeder. Het heeft ons arm en van alles ontbloot +ontvangen, en wat ontbreekt er nu nog aan zijn vijf kinderen die uit +de lucht zijn gevallen?" + +"Niets!" antwoordde Nab, "niets, kapitein!" + +En er ging een luid hoezee ter eere van het eiland op! + +Gideon Spilett teekende onderwijl aan den voet van den mast het +panorama dat zich voor hem ontrolde. + +Cyrus Smith stond peinzend voor zich uit te staren. + +"Welnu, mijnheer Cyrus," zeide Pencroff, "wat zegt ge van ons schip?" + +"Het schijnt in alle opzichten voldoende," antwoordde de ingenieur. + +"Goed! En gelooft gij nu ook dat het een reis van langen duur zou +kunnen ondernemen?" + +"Welke reis, Pencroff?" + +"Naar het eiland Tabor, bijvoorbeeld?" + +"Vriendlief," antwoordde Cyrus Smith, "ik geloof dat wij in een +dringend geval niet moeten aarzelen ons op de Bonadventure te +vertrouwen, zelfs voor een langeren duur; maar gij weet, het zou mij +leed doen u naar het eiland Tabor te zien vertrekken, daar niets er +u toe noodzaakt." + +"Men kent gaarne zijn buren," antwoordde Pencroff, die bij zijn +denkbeeld bleef. "Het eiland Tabor is onze naaste buur, het is onze +eenige! De beleefdheid eischt, dat men er ten minste een bezoek +brengt!" + +"Drommels!" zeide Gideon Spilett, "vriend Pencroff is op zijn +stokpaardje als hij over de vormen begint!" + +"Ik ben nergens over op mijn stokpaardje," zeide de zeeman, die door +den tegenstand van den ingenieur knorrig was geworden, maar die hem +toch niet wilde grieven. + +"Vergeet niet," antwoordde Cyrus Smith, "dat gij niet alleen naar +het eiland Tabor kunt gaan." + +"Eén metgezel is voldoende." + +"Goed," antwoordde de ingenieur. "Maar gij stelt de kolonie van het +eiland Lincoln bloot, twee van de vijf kolonisten te verliezen." + +"Van de zes!" antwoordde Pencroff. "Gij vergeet Jup." + +"Van de zeven!" voegde Nab er bij. "Top rekent even goed als een +ander!" + +"Maar er is geen gevaar, mijnheer Cyrus," hernam Pencroff. + +"Dat is wel mogelijk, Pencroff; maar ik herhaal het, het is zonder +noodzaak zich blootstellen." + +De koppige zeeman antwoordde niet en bracht het gesprek op een ander +onderwerp, hoewel hij zich vast voorgenomen had, er weer op terug te +komen. Maar hij was er in het minst niet van bewust dat er iets zou +gebeuren, dat hem te hulp kwam, en hetgeen slechts een gril was in +een menschlievend werk zou veranderen. + +Nadat men in volle zee had rondgedobberd, richtte men de Bonadventure +naar de Ballonhaven. + +Zij waren nog slechts een halve mijl van de kust verwijderd en moesten +laveeren om wind te krijgen. De Bonadventure liep met halve snelheid, +omdat de bries gedeeltelijk terug gehouden werd door het hoogland, +en de zeilen hingen slap; slechts nu en dan rimpelde de zee zich, +maar overigens was zij spiegelglad. + +Harbert stond op den steven, toen hij eensklaps uitriep: + +"Loeven, Pencroff, loeven!" + +"Wat is er dan?" vroeg de zeeman, terwijl hij opstond. "Een rots?" + +"Neen.... wacht eens," zeide Harbert.... "ik kan niet goed +zien.... loef nog meer.... goed.... haal bij...." + +Dit zeggende dompelde Harbert, die over boord hing, zijn arm in het +water, haalde hem er uit en zeide: + +"Een flesch!" + +Hij hield een gesloten flesch in zijn hand, die hij op een paar +kabellengten van de kust gegrepen had. + +Cyrus Smith nam de flesch. Zonder een woord te zeggen deed hij +er de kurk af en haalde er een vochtig papier uit waarop stond: +Schipbreukeling... Eiland Tabor: 153° w.-lengte--37° 11' z.-breedte. + + + + + +III. + + Tot het vertrek wordt + besloten.--Onderstellingen.--Toebereidselen.--De + drie passagiers.--Eerste nacht.--Tweede nacht.--Het + eiland Tabor.--Onderzoek van de kust.--Het bosch wordt + doorzocht.--Niemand.--Dieren.--Planten.--Een verlaten hut. + + +"Een schipbreukeling!" riep Pencroff uit, "op eenige honderden mijlen +van ons, op het eiland Tabor! O! mijnheer Cyrus, nu zult gij u toch +niet meer tegen mijn reisplan verzetten!" + +"Neen, Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "en gij moet zoo spoedig +mogelijk vertrekken." + +"Morgen?" + +"Morgen." + +De ingenieur hield het papier, dat hij uit de flesch gehaald had, +in zijn hand. Hij dacht eenige oogenblikken na en zeide toen: + +"Uit dit papier, vooral uit den vorm waarin het gesteld is, kan men +opmaken: in de eerste plaats, dat de schipbreukeling van het eiland +Tabor een man is, die genoegzame kennis heeft van de zeevaart, omdat +hij dezelfde lengte en breedte van het eiland opgeeft, welke wij +gevonden hebben; in de tweede plaats is hij Engelschman of Amerikaan, +daar het stuk in de Engelsche taal geschreven is." + +"Dat is zeer waar," antwoordde Gideon Spilett, "en de tegenwoordigheid +van den schipbreukeling verklaart ook het aanspoelen van de kist op de +kust van het eiland. Er is een schipbreukeling, alzoo moet er ook een +schipbreuk geweest zijn. Wat deze laatste betreft, het is gelukkig +voor hem, dat Pencroff op het denkbeeld is gekomen om een schip te +bouwen en het juist vandaag te probeeren, want een dag later had de +flesch op de klippen verbrijzeld kunnen worden." + +"Het is inderdaad bijzonder gelukkig," zeide Harbert, "dat de +Bonadventure hier passeerde juist toen de flesch nog dreef!" + +"Komt u dat niet zonderling voor?" vroeg Cyrus Smith aan Pencroff. + +"Het komt mij gelukkig voor, ziedaar alles," antwoordde de +zeeman. "Ziet gij hier iets buitengewoons in, mijnheer Cyrus? Die +flesch moest toch ergens heen en waarom niet hier en wel ergens +anders." + +"Gij hebt misschien gelijk, Pencroff," antwoordde de ingenieur, +"en toch...." + +"Maar," merkte Harbert op, "bewijst niets dat deze flesch reeds lang +op zee drijft?" + +"Niets," antwoordde Gideon Spilett, "en zelfs het stuk komt mij voor +nog maar kort geleden geschreven te zijn. Wat denkt gij daarvan, +Cyrus?" + +"Dat is moeilijk uit te maken, en wij zullen het bovendien spoedig +te weten komen!" antwoordde Cyrus Smith. + +Pencroff had intusschen de Bonadventure gewend. Ieder dacht aan +den schipbreukeling van het eiland Tabor. Was het nog tijd om +hem te redden? Het was een groote gebeurtenis in het leven van de +kolonisten. Zij zelf waren slechts schipbreukelingen, maar het was +te vreezen, dat anderen het minder gunstig getroffen hadden, en het +was hun plicht om den ongelukkige te hulp te komen. + +Tegen vier uur lag de Bonadventure aan den mond van de Mercy. + +Dienzelfden avond werd alles geregeld voor de nieuwe onderneming. Het +kwam allen het best voor, dat Pencroff en Harbert, die met het besturen +van een schip bekend waren, alleen de reis zouden ondernemen. Als +zij den volgenden morgen, 11 October, vertrokken, konden zij in +den loop van den 13den Tabor bereiken, want met den heerschenden +wind had men slechts acht en veertig uur noodig om dezen tocht van +honderd vijftig mijlen af te leggen. Een dag op het eiland, drie of +vier dagen voor de heen en terugreis, maken vier of vijf dagen zoodat +men den 17den op het eiland Lincoln terug kon zijn. Het was prachtig +weer; de barometer steeg geregeld; de wind scheen gunstig te zullen +blijven; alle kansen waren dus in het voordeel dezer moedige mannen, +die door een menschlievenden plicht zich genoopt voelden zich ver +van hun eiland te wagen. + +Het was eerst bepaald dat Cyrus Smith, Nab en Gideon Spilett in het +Rotshuis zouden blijven; maar Gideon Spilett die zijn betrekking van +reporter van de _New-York-Herald_ niet kon vergeten, kwam er tegen +op en verklaarde, dat hij eer het schip zou nazwemmen, dan zulk een +mooie gelegenheid voorbij te laten gaan; hem werd dan ook toegestaan +om aan de reis deel te nemen. + +In den avond bracht men bedden, werktuigen, wapenen, munitie, een +kompas en voor acht dagen levensmiddelen aan boord. + +Den volgenden morgen om vijf uur nam men niet zonder aandoening van +weerszijden afscheid. Pencroff heesch de zeilen en richtte zijn weg +naar het zuidwesten. + +De Bonadventure was reeds een kwart mijl van de kust verwijderd, toen +de passagiers op de hoogte van het Rotshuis twee mannen bemerkten, +die hun een afscheidsgroet toewuifden. Het waren Cyrus Smith en Nab. + +"Onze vrienden!" riep Gideon Spilett uit. "Dat is onze eerste scheiding +sedert vijftien maanden!...." + +Pencroff, de reporter en Harbert beantwoordden het laatst vaarwel +van hunne lotgenooten en het Rotshuis verdween weldra achter de +hooge bergen. + +Harbert verving Pencroff nu en dan aan het roer, en de hand van den +jongeling was zoo vast, dat de zeeman er niets op had aan te merken. + +Gideon Spilett sprak dan met den een dan met den ander en zelfs +hielp hij somtijds, wanneer dit noodig was. Kapitein Pencroff was +bijzonder ingenomen met zijn bemanning en beloofde niets minder dan +een "extra oorlam." + +De nacht was donker, maar vol sterren en beloofde nog een prachtigen +dag. + +Voorzichtigheidshalve liet Pencroff de bramzeilen strijken, daar hij +niet door een windvlaag overvallen wilde worden met bovenzeilen op. Het +was misschien te veel voorzorg voor een kalmen nacht, maar Pencroff +was een voorzichtig zeeman, en men kon het hem niet ten kwade duiden. + +De reporter sliep een deel van den nacht. Pencroff en Harbert +wisselden elkander om de twee uur aan het roer af. De zeeman stelde +evenveel vertrouwen in Harbert als in zich zelven en dat vertrouwen +werd gerechtvaardigd door de koelbloedigheid en het verstand van den +knaap. Pencroff gaf hem het roer in handen als een commandant aan +zijn roerganger en Harbert liet de Bonadventure geen steek uit haar +richting loopen. + +De zee, waarop het vaartuig dreef, was geheel verlaten. Nu en dan kwam +er een groote stormvogel of een fregatvogel binnen het bereik van +het geweer en Gideon Spilett vroeg zich af of hij mogelijk niet aan +een van deze hoogvliegers zijn bericht aan den _New-York-Herald_ had +toevertrouwd. Deze vogels waren de eenige wezens, welke dit gedeelte +van den Oceaan, tusschen het eiland Tabor en het eiland Lincoln, +schenen te bezoeken. + +"En toch," merkte Harbert op, "zijn wij nu juist in den tijd dat +de walvischvaarders gewoonlijk hunne vaartuigen naar het zuidelijk +gedeelte van de Stille Zee richten. Ik geloof werkelijk dat er geen +zee zoo verlaten is als deze." + +"Zij is niet zoo geheel verlaten!" antwoordde Pencroff. + +"Hoe meent gij dat?" vroeg de correspondent. + +"Maar wij zijn er toch. Houdt gij ons schip dan voor een wrak en ons +zelven voor bruinvisschen?" + +Dien avond schatten zij dat de Bonadventure een afstand van honderd +twintig mijlen had afgelegd, sedert haar vertrek van het eiland +Lincoln, dat is te zeggen in zes en dertig uur, hetgeen een snelheid +van drie en een derde mijl in het uur gaf. De wind was zwak en zou +weldra geheel gaan liggen. Men mocht in ieder geval hopen, indien men +goed gerekend had en de richting juist was geweest, bij het aanbreken +van den volgenden dag het eiland Tabor te zullen bereiken. + +Gideon Spilett, noch Harbert, noch Pencroff sliepen dien nacht. In +afwachting van den volgenden morgen konden zij hunne aandoening niet +meester blijven. Er was zooveel onzekerheid in de onderneming, die zij +gewaagd hadden! Waren zij dicht bij het eiland Tabor? Was dat eiland +nog door dien schipbreukeling bewoond, dien zij nu te hulp kwamen? Wat +was deze voor een man? Zou zijn tegenwoordigheid, de kleine kolonie, +die tot nog toe zoo eensgezind was geweest, niet storen? Zou hij +er in toestemmen zijn gevangenis voor een andere te ruilen? Al deze +vragen, die zeker den volgenden dag beantwoord zouden worden, hielden +hen uit hun slaap en bij de eerste ochtendschemering richtten zij +achtereenvolgens hun blik naar elk punt van den westelijken horizon. + +"Land!" riep Pencroff tegen zes uur in den morgen. + +En daar het niet aan te nemen was, dat Pencroff zich vergiste, was +men zeker land voor zich te hebben. + +Men oordeele over de vreugde van de kleine bemanning van de +Bonadventure! + +Binnen weinige uren zouden zij op de kust van het eiland zijn! + +Men was nog slechts vijftien mijlen van het eiland Tabor verwijderd, +dat een lage kust had, welke nauwelijks boven de golven uitstak. + +De steven van de Bonadventure, die een weinig ten zuiden van het eiland +wees, werd nu daarheen gericht en naarmate de zon in het oosten steeg, +kreeg men ook hier en daar eenige toppen in het gezicht. + +"Het is een eilandje van veel minder belang dan het eiland Lincoln," +merkte Harbert op. "Het is waarschijnlijk eveneens ontstaan door een +onderzeesche beweging." + +Om elf uur was de Bonadventure er nog slechts twee mijlen van +verwijderd en Pencroff zocht een plaats om te landen, maar ging in +deze onbekende streken uiterst voorzichtig te werk. + +Men kon toen het eiland in zijn geheel overzien, waarop eenige +groenende struiken wiesen en enkele groote boomen van dezelfde soort +als op Lincoln groeiden. + +Maar zonderling genoeg, nergens zag men een rookwolk opstijgen, die +aantoonde dat het eiland was bewoond; geen spoor hiervan was er op +eenig punt van de kust te zien. + +Het stuk was nochtans duidelijk geweest; er was een schipbreukeling +en die schipbreukeling moest toch op den uitkijk zijn! + +De Bonadventure waagde zich echter in de grillige passen, die +tusschen de klippen stroomden, en Pencroff nam de onbeduidendste +bochten nauwkeurig op. Hij had Harbert aan het roer gezet en aan den +voorsteven nam hij het water waar, gereed om zeil te reven, waarvan hij +het touw in de handen hield. Gideon Spilett ging met zijn verrekijker +de geheele kust na, zonder dat hij iets bespeurde. + +Eindelijk tegen twaalf uur, stootte de Bonadventure met haar voorsteven +op de zandkust. Het anker werd geworpen, de zeilen werden gestreken +en de bemanning van het kleine vaartuig ging aan wal. + +Er viel niet te twijfelen of het was het eiland Tabor, omdat er, +volgens de laatst uitgegeven kaarten, geen ander eiland in dit +gedeelte van de Stille Zee tusschen Nieuw-Zeeland en de Amerikaansche +kust bestond. + +Het schip werd stevig vastgemeerd om te voorkomen dat het door den +vloed meegenomen werd; en na zich goed gewapend te hebben, begaf +Pencroff zich met zijn beide metgezellen op weg naar een kleinen +bergtop van ongeveer twee honderd vijftig à drie honderd voet hoogte, +op een halve mijl afstands. + +"Van den top van dezen heuvel," zeide Gideon Spilett, "zullen wij +zonder twijfel het eiland kunnen overzien, hetgeen onze nasporingen +veel gemakkelijker zal maken." + +"Wij moeten hier doen," antwoordde Harbert, "wat mijnheer Cyrus het +eerst op het eiland Lincoln gedaan heeft, toen hij den berg Franklin +besteeg." + +"Precies hetzelfde," antwoordde de reporter, "en dit is de beste +manier om te beginnen." + +Al pratende volgden zij den zoom van een grasvlakte, die zich tot +aan den voet van den heuvel uitstrekte. Een groot aantal rotsduiven +en zeezwaluwen, van dezelfde soort als op Lincoln vlogen bij hun +nadering op. In het bosch, aan de linkerzijde van de weide, hoorden +zij ritselen in het kreupelhout en zagen zij het gras bewegen, +hetgeen wel bewees dat er zeer schuwe beesten verblijf hielden; +maar nog niets duidde aan dat het eiland bewoond was. + +Pencroff, Harbert en Gideon waren weldra op den top van den berg en +hun blik kon vrij langs alle punten van den horizon weiden. + +Zij waren op een eiland, dat niet meer dan zes mijlen omtrek had en +langwerpig rond van vorm was. Rondom was de zee geheel verlaten en +smolt aan den horizon met de lucht samen. Er was geen land, geen zeil +in het gezicht. + +Dit eiland, dat geheel begroeid was, leverde niet zulk een afwisseling +op als Lincoln, waarvan een gedeelte onvruchtbaar en wild was en een +ander vruchtbaar en weelderig. Hier was het een onafgebroken massa +groen, waarboven twee of drie heuvels uitstaken. Dwars door een groote +weide liep een kleine beek, die zich aan de westkust door een nauwen +mond in zee stortte. + +"Het is een zeer beperkt gebied," zeide Harbert. + +"Ja," antwoordde Pencroff, "het zou voor ons wel wat te klein zijn +geweest." + +"En erger," zeide de reporter, "het schijnt onbewoond." + +"Waarlijk," antwoordde Harbert, "niets duidt de aanwezigheid van +menschen aan." + +"Laten wij naar beneden gaan en zoeken," gaf Pencroff te raad. + +De zeeman en zijn beide metgezellen keerden naar de kust terug, naar +de plaats waar zij de Bonadventure hadden achtergelaten. Zij hadden +besloten om te voet een tocht om het eiland te maken, vóor zich in het +binnengedeelte te wagen, zoodat er niets aan hun onderzoek kon ontgaan. + +Men kon gemakkelijk de kust volgen, welke op enkele punten slechts +door groote rotsen afgebroken werd, die men echter kon omtrekken. De +verkenners richtten zich naar het zuiden; een groot aantal watervogels +en zeehonden vluchtten bij hun nadering, reeds wanneer zij hen van +verre zagen komen. + +"Het is niet voor de eerste maal," merkte de reporter op, "dat deze +dieren menschen zien. Zij vreezen hen en dus kennen zij hen." + +Een uur na hun vertrek kwamen zij bij de zuidelijke punt van het eiland +en keerden zij langs de westkust naar het noorden terug. Ook deze +kust bestond uit zand en rotsen en was door dichte bosschen begrensd. + +Nergens was een spoor te ontdekken van bewoners, nergens over de +geheele oppervlakte van het eiland, dat zij in vier uur geheel +doorkruist hadden, was de indruk van een voetstap te vinden. + +Het was zeer zonderling en men moest gelooven dat het eiland Tabor +niet of niet meer bewoond was. + +Misschien was het geschrift in de flesch reeds maanden of jaren oud +en was het in dit geval mogelijk, dat de schipbreukeling naar zijn +land teruggekeerd of van ellende omgekomen was. + +Pencroff, Gideon Spilett en Harbert gebruikten onder druk gesprek +hun middagmaal aan boord van de Bonadventure, om zoo mogelijk hun +verkenning tot den nacht voort te zetten. + +Tegen vijf uur in den avond waagden zij zich in het bosch. + +Ook daar jaagden zij menig dier op, maar vooral, men zou zelfs kunnen +zeggen, uitsluitend geiten en varkens, die men aanstonds als van +europeesch ras herkende. + +Een walvischvaarder had ze ongetwijfeld op het eiland ontscheept, +waar zij zich spoedig vermenigvuldigd hadden. Harbert nam zich voor +eenigen daarvan levend te vangen om ze naar Lincoln over te brengen. + +Het viel dus niet meer te betwijfelen, dat te eeniger tijd menschen +dit eiland bezocht hadden. Men was er nog meer van overtuigd, toen +men dwars door het bosch gebaande wegen zag en zelfs boomstammen, +die met een bijl geveld waren, en overal sporen van menschenarbeid; +maar deze boomen, die reeds tot vermolmen overgingen, waren vele jaren +geleden geveld: de inkervingen van de bijl waren met mos overdekt, +en het lange gras groeide in overvloed op de paden, zoodat men ze +nauwelijks terug kon vinden. + +"Maar," merkte Gideon Spilett op, "dit bewijst dat hier niet alleen +menschen aan wal zijn geweest, maar dat zij het zelfs gedurende +eenigen tijd bewoond hebben." + +Wie waren deze menschen? Hoeveel waren er? Hoeveel zijn er nog? + +"Het geschrift," zeide Harbert, "spreekt slechts van één +schipbreukeling." + +"Welnu, indien er nog éen is," antwoordde Pencroff, "dan moeten wij +hem ook volstrekt vinden!" + +Men zette dus de verkenning voort. + +De zeeman en zijn metgezellen volgden natuurlijk den weg, die het +eiland dwars doorsneed, en hielden dus den oever van de rivier, +welke naar zee voerde. + +Gaven dieren van Europeeschen oorsprong en eenige sporen van +menschenarbeid reeds onbetwistbaar te kennen, dat er menschen op dit +eiland geweest waren, verscheiden eigenaardigheden in het plantenrijk +bewezen dit niet minder. Op enkele open plaatsen in het bosch zag +men dat er moeskruiden geplant waren geweest in een waarschijnlijk +lang verleden tijdperk. + +De vreugde van Harbert was onbeschrijfelijk, toen hij aardappelen, +cichorei, zuring, wortelen, kool en knollen vond, waarvan hij het +zaad slechts behoefde te nemen om er den bodem van Lincoln mede +te verrijken! + +"Goed zoo, goed!" zeide Pencroff. "Dat is iets voor Nab. Vinden +wij den schipbreukeling niet, dan zal onze reis ten minste niet te +vergeefs zijn geweest en God zal ons beloond hebben!" + +"Voorzeker," antwoordde Gideon Spilett; "maar te oordeelen naar den +staat, waarin deze moestuinen verkeeren, moet men vreezen dat het +eiland sedert lang niet meer bewoond is." + +"Waarlijk," antwoordde Harbert, "een bewoner, wie hij ook zij, zou +zulke onmisbare planten niet zoo verwaarloosd hebben!" + +"Ja," zeide Pencroff, "die schipbreukeling is weg!... Dat moeten +wij aannemen...." + +"Men moet dus aannemen dat het papier in de flesch reeds van ouden +datum is?" + +"Natuurlijk." + +"En dat deze flesch het eiland Lincoln eerst bereikt heeft na langen +tijd op zee te hebben rondgezworven?" + +"Waarom niet?" antwoordde Pencroff.--"Maar de nacht valt in," voegde +hij er bij, "en ik geloof, dat het beter is ons onderzoek te schorsen." + +"Laten wij aan boord gaan; morgen kunnen wij weer beginnen," zeide +de reporter. + +Dit was het verstandigste en zijn raad werd opgevolgd, toen Harbert +op een verwarde massa tusschen de boomen wees en uitriep: + +"Een woning!" + +Allen richtten zich onmiddellijk naar de aangewezen plaats. Bij de +schemering kon men nog zien dat de woning uit planken bestond en door +een dik geteerd zeil overtrokken was. + +De deur, die aanstond, werd door Pencroff opengestooten, die snel +binnentrad.... De woning was ledig! + + + + + +VI. + + Inventaris.--De nacht.--Eenige letters.--Voortzetting van + het onderzoek.--Planten en dieren.--Harbert in gevaar.--Aan + boord.--Vertrek.--Slecht weer.--Een vonk van instinct verdoold + op zee.--Een vuur te rechter tijd. + + +Pencroff, Harbert en Gideon Spilett stonden sprakeloos te midden +der duisternis. + +Pencroff riep met luider stem. + +Geen antwoord. + +De zeeman sloeg vuur en stak een tak in zijn nabijheid aan. Dit +licht verspreidde gedurende korten tijd zijn gloed in een klein +vertrek, dat geheel verlaten scheen. Op den achtergrond was een ruwe +stookplaats, met eenige koude asch, waarbij nog een kleine voorraad +hout lag. Pencroff wierp er den brandenden tak op; het hout vatte +vlam en gaf een helder licht. + +De zeeman en zijn metgezellen zagen toen een ordeloos bed, waarvan de +gele en vochtige dekens bewezen, dat het sedert lang niet gebruikt +was; in een hoek bij den schoorsteen twee verroeste ketels en een +omvergeworpen pan; een kast met eenige half vergane zeemanskleederen; +op tafel lag een tinnen lepel en vork en een bijbel, die van vocht +doortrokken was; in een hoek zagen zij werktuigen, een schop, een +houweel, een pook, twee jachtgeweren, waarvan een was gebroken; op +een plank stond een ongeschonden vaatje kruit, kogels en een doos +percussies; alles was met een laag stof bedekt, die jaren noodig had +gehad om zulk een dikte te verkrijgen. + +"Er is niemand," zeide de reporter. + +"Niemand!" herhaalde Pencroff. + +"Het is lang geleden, dat deze kamer bewoond werd," merkte Harbert op. + +"Zeer lang!" beaamde de reporter. + +"Mijnheer Spilett," zeide Pencroff, "ik geloof, dat het beter is den +nacht in deze woning door te brengen, in plaats van naar boord terug +te keeren." + +"Gij hebt gelijk, Pencroff," antwoordde Gideon Spilett, "en indien +de eigenaar terugkomt, welnu! hij zal zich misschien niet beklagen +zijn plaats ingenomen te vinden!" + +"Hij zal niet terugkomen!" zeide de zeeman, het hoofd schuddende. + +"Gelooft gij dat hij het eiland verlaten heeft?" vroeg de reporter. + +"Wanneer hij het eiland verlaten heeft, had hij zijn wapens +en werktuigen meegenomen," zeide Pencroff. "Gij weet hoezeer +schipbreukelingen aan deze voorwerpen hechten, die de laatste +overblijfsels van een schipbreuk zijn. Neen! neen!" herhaalde de zeeman +op stelligen toon, "neen! hij heeft het eiland niet verlaten! Indien +hij op een door hem vervaardigde boot gevlucht was, dan zou hij zeker +deze onmisbare voorwerpen niet achtergelaten hebben! Neen, hij is op +het eiland!" + +"Levend?...." vroeg Harbert. + +"Levend of dood. Maar als hij gestorven is dan heeft hij zich zelf +niet begraven, denk ik," antwoordde Pencroff; "en wij zullen ten +minste zijn geraamte vinden!" + +Men besloot dus den nacht in de verlaten woning door te brengen, die +voldoende verwarmd zou worden door den voorraad hout, welke nog in een +hoek lag. Toen de deur gesloten was bleven Pencroff, Harbert en Gideon +Spilett op een bank zitten; soms spraken zij, maar meestal waren zij +in gepeins verzonken. Zij bevonden zich in een toestand waarin zij +zich alles konden voorstellen, evenals zij alles konden verwachten, +en zij luisterden gretig naar elk geluid daar buiten. Was de deur +plotseling opengegaan, had er een man voor hen gestaan, het zou hen +niet verwonderd hebben, niettegenstaande alles in de hut genoeg bewees, +dat zij verlaten was, en hunne handen waren gereed de handen te drukken +van dien man, van dien schipbreukeling, van dien onbekenden vriend, +die door vrienden verwacht werd! + +Maar zij hoorden niets; de deur bleef gesloten en de uren gingen +alzoo voorbij. + +Wat scheen die nacht lang voor den zeeman en zijn metgezellen! Alleen +Harbert had twee uur geslapen, want op zijn jaren is slaap een +behoefte. Zij verlangden alle drie hun onderzoek van den vorigen +avond voort te zetten en dat eiland tot in de kleinste hoeken te +onderzoeken! Hetgeen Pencroff verondersteld had, was volkomen juist +en het was bijna zeker, dat de bewoner van de hut, daar deze verlaten +was en het huisraad, het gereedschap en de wapenen daar nog gevonden +werden, moest zijn omgekomen. Men moest zijn overschot dus zoeken om +het althans te begraven. + +De dag brak aan, Pencroff en zijn metgezellen begonnen onmiddellijk +met het onderzoek in de hut. + +Zij was waarlijk onder gunstige omstandigheden gebouwd, tegen een +kleinen heuvel, die door vijf of zes prachtige gomboomen beschut +werd. Voor de hut waren de boomen met een bijl omgehakt, zoodat men +vrij in zee kon zien. Een klein grasperk, dat door een houten heining +was omgeven, leidde naar de kust, nabij de monding van de beek. + +De hut zelf bestond uit planken en men kon gemakkelijk zien dat deze +planken van de kiel of van het dek van een schip afkomstig waren. Het +was dus waarschijnlijk dat een onttakeld schip op de kust van het +eiland was geworpen, dat er minstens één man van de bemanning gered +was en dat die man met behulp van het wrak deze woning gebouwd had, +daar hij werktuigen tot zijn beschikking had. + +Zij werden in deze meening nog meer overtuigd toen Gideon Spilett bij +het omloopen van de hut een plank zag--waarschijnlijk een, die tot +den voorsteven van het schip behoord had--waarop deze nog nauwelijks +leesbare letters stonden: + + + _BR.TAN..A_. + + +"Britannia!" riep Pencroff uit, die door den reporter geroepen was, +"dat is de naam van vele schepen, en ik zou niet kunnen zeggen of +dit een Engelsche of een Amerikaansche bodem geweest is!" + +"Het doet er weinig toe, Pencroff." + +"Dat is waar," antwoordde de zeeman, "en wij zullen den overgeblevene +van de bemanning redden, indien hij nog leeft, tot welk land hij +ook behoore! Maar laten wij, voordat wij ons onderzoek voortzetten, +eerst naar boord van de Bonadventure terugkeeren!" + +Zekere onrust omtrent zijn schip had zich van Pencroff meester +gemaakt. Wanneer het eiland toch eens bewoond ware en wanneer een van +zijn bewoners zich eens meester had gemaakt.... Maar hij haalde zijn +schouders op over zulk eene onwaarschijnlijke veronderstelling. + +In ieder geval verlangde de zeeman aan boord te gaan ontbijten. De +gebaande weg was niet lang,--nauwelijks een mijl. Men ging dus op +weg en keek ondershands in het bosch en tusschen het kreupelhout, +waarin geiten en varkens bij honderden de vlucht namen. + +Twintig minuten, nadat zij de hut verlaten hadden, kregen Pencroff +en zijn metgezellen de kust in het gezicht en de Bonadventure, die +door haar anker, dat diep in het zand lag, werd vastgehouden. + +Pencroff kon een zucht van voldoening niet onderdrukken. Dit schip +toch was zijn kind, en het is het recht van den vader dikwijls zonder +reden ongerust te zijn. + +Men ging aan boord en nam een goed ontbijt, zoodat men eerst zeer laat +een middagmaal behoefde te gebruiken; toen men genoeg versterkt was, +werd de verkenning met de meeste nauwgezetheid hervat en voortgezet. + +Het zou toch zeer natuurlijk zijn dat de eenige bewoner van het +eiland omgekomen was. Pencroff en zijne gezellen zochten ook eer naar +een lijk, dan naar een levend mensch. Maar hunne nasporingen waren +vruchteloos en er ging een halve dag voorbij, dat zij te vergeefs +tusschen het dicht geboomte van het eiland zochten. Men moest toen +wel aannemen dat, indien de schipbreukeling gestorven was en nu geen +spoor van zijn lijk meer overbleef, het een of ander verscheurend +dier het tot de laatste beenderen had verslonden. + +"Wij zullen morgen met het aanbreken van den dag vertrekken," zeide +Pencroff tot Harbert en Gideon Spilett, die zich tegen twee uur in +den middag in de schaduw van een boschje te slapen legden, om eenige +oogenblikken uit te rusten. + +"Ik geloof dat wij gerust de werktuigen en wapens kunnen medenemen, +die aan den schipbreukeling behoord hebben," zeide Harbert. + +"Ik geloof het ook," antwoordde Gideon Spilett, "en deze wapens en +gereedschappen zullen het materiaal van het Rotshuis aanvullen. Als +ik mij niet vergis is de voorraad kruit en lood vrij aanzienlijk." + +"Ja," antwoordde Pencroff, "maar laten wij niet vergeten een of +twee paar van die zwijnen mede te nemen, die hier op het eiland in +overvloed zijn." + +"En eenige van die zaden eveneens," voegde Harbert er bij, "waardoor +wij alle groenten van het oude en nieuwe vasteland zullen verkrijgen." + +"Het zou dan misschien niet kwaad zijn om een dag langer op het eiland +Tabor te vertoeven, om alles te verzamelen, wat ons van dienst zou +kunnen zijn." + +"Neen, mijnheer Spilett," antwoordde Pencroff, "ik moet u verzoeken +morgen bij het aanbreken van den dag te vertrekken. Het komt mij voor, +dat de wind naar het westen zal omslaan en nadat wij een gunstige +bries hebben gehad om hierheen te komen, zullen wij een niet minder +gunstigen wind hebben om terug te keeren." + +"Laten wij dan geen tijd verloren laten gaan!" zeide Harbert terwijl +hij opstond. + +"Ja, laten wij geen tijd verloren laten gaan," herhaalde +Pencroff. "Harbert, gij kent de kruiden beter dan wij, gij moet ze +dus verzamelen. In dien tijd zullen mijnheer Spilett en ik op de +zwijnenjacht gaan, en zelfs zonder Top, hoop ik mij toch van eenige +stuks meester te maken!" + +Harbert nam het pad, dat naar het bebouwde gedeelte van het eiland +leidde, terwijl de zeeman en de reporter het bosch ingingen. + +Menig zwijn sprong voor hunne voeten op en die dieren, die bijzonder +vlug waren, schenen er niets op gesteld, dat men hen naderde. Na +een half uur gejaagd te hebben, hadden de beide mannen zich meester +gemaakt van een paar dat tusschen het kreupelhout gedoken zat, +toen zij eensklaps luide noodkreten hoorden op een paar honderd pas +afstand in het noordelijk gedeelte van het eiland. Bij deze kreten +vernam men nog een rauw brullen, dat niets menschelijks had. + +Pencroff en Gideon Spilett sprongen op en de zwijnen maakten van die +beweging gebruik om te ontvluchten, juist op het oogenblik dat de +zeeman touwen gereed maakte om hen te binden. + +"Dat is de stem van Harbert!" zeide de reporter. + +"Spoedig naar hem toe," riep Pencroff. + +De zeeman en Gideon Spilett begaven zich, zoo snel hunne beenen hen +dragen konden, naar de plaats vanwaar zij de kreten gehoord hadden. + +En het was hoog tijd dat zij kwamen, want op een open plek in het +bosch zagen zij den knaap op den grond liggen onder een wild schepsel, +een reusachtige aap ongetwijfeld, die hem geheel in zijne macht had. + +Op het dier toe te springen, het op zijn beurt op den grond te +werpen, Harbert te verlossen en hun vijand stevig vast te houden, +was voor Pencroff en Gideon Spilett het werk van een oogenblik. De +zeeman was een Herkules en de reporter had ook spieren van ijzer, en +hoewel het monster krachtig tegenstand bood, werd het vastgebonden, +zoodat het geen beweging meer kon maken. + +"Zijt gij niet gewond, Harbert?" vroeg Gideon Spilett. + +"Neen, neen!" + +"Als hij u eens gewond had, die aap!...." riep Pencroff uit. + +"Maar het is geen aap!" antwoordde Harbert. + +Pencroff en Spilett namen toen het zonderlinge wezen dat op den grond +lag, nauwkeuriger op. + +Inderdaad, het was geen aap! Het was een menschelijk wezen, het was +een man! Maar welk een man! Een wilde, in de vreeselijkste beteekenis +van het woord, daar hij tot den laatsten graad van verdierlijking +vervallen scheen! + +Ordelooze haren, langen baard, die tot op zijn borst neerviel, bijna +geheel naakt lichaam, behalve een oud kleedingstuk dat zijn lendenen +bedekte, woeste oogen, groote handen, met onnatuurlijk lange nagels, +donkere huid en voeten die even hard als hoorn waren geworden: ziedaar +een schets van het ellendige schepsel, dat men toch een mensch moest +noemen! Maar men had wel recht zich af te vragen of er nog een ziel +in dat lichaam huisde of dat het dierlijk instinct alleen daarin +was overgebleven! + +"Zijt gij wel zeker dat het een mensch is of geweest is?" vroeg; +Pencroff aan den reporter. + +"Het valt, helaas, niet meer te betwijfelen," antwoordde deze. + +"Zou dit dan de schipbreukeling zijn?" vroeg Harbert. + +"Ja," antwoordde Gideon Spilett, "maar de ongelukkige heeft niets +menschelijks meer!" + +Wat de correspondent zeide was waar. Mocht de schipbreukeling ooit +een beschaafd wezen geweest zijn, hij was door volkomen afzondering +een wilde, ja erger misschien, een boschjesman geworden. Rauwe +kreten stegen er uit zijn keel op, tusschen zijn tanden, die even +scherp waren geworden als van vleeschetende dieren, die slechts rauw +voedsel eten. Zijn geheugen moest hem ook sedert lang begeven hebben +en langen tijd had hij zich niet meer kunnen bedienen van zijn wapenen +en werktuigen en kon hij geen vuur meer maken! Men zag dat hij sterk +en lenig was, maar dat alle lichamelijke hoedanigheden zich bij hem +ontwikkeld hadden ten koste van zijn geestelijke vermogens. + +Gideon Spilett sprak tot hem. Hij scheen hem niet te begrijpen, zelfs +niet te verstaan.... En toch meende de reporter te bemerken toen hij +hem goed in de oogen zag, dat niet alle verstand in hem was uitgedoofd. + +De gevangene verweerde zich intusschen niet en trachtte evenmin zijn +boeien te verbreken. Was hij vernietigd door de tegenwoordigheid van +menschen, wier gelijke hij was geweest? Vond hij in zijn hersens een +vluchtige herinnering die hem tot de menschheid terugbracht? Indien +hij vrij ware geweest, zou hij dan getracht hebben te ontvluchten +of zou hij gebleven zijn? Men wist het niet, maar nam er ook niet +de proef van, en na de ellendige nauwkeurig opgenomen te hebben, +zeide Gideon Spilett: + +"Wie hij zij, wie hij geweest mag zijn en wat hij moge worden, het +is onze plicht hem met ons mede te nemen naar het eiland Lincoln!" + +"Ja! ja!" antwoordde Harbert, "en misschien zal men door zorgvuldige +verpleging nog een weinig verstand in hem opwekken!" + +"De ziel sterft niet," zeide de reporter, "en het zou voor ons een +groote voldoening zijn dit schepsel van God aan de verdierlijking +te ontrukken!" + +Pencroff schudde ongeloovig het hoofd. + +"Men moet het in ieder geval beproeven," antwoordde de reporter, +"en de liefde voor onze naasten gebiedt het ons." + +Het was inderdaad hun plicht als beschaafde christenen. Alle drie +begrepen dit en zij wisten wel dat Cyrus Smith het goed zou vinden, +wanneer zij aldus handelden. + +"Zullen wij hem geboeid laten?" vroeg de zeeman. + +"Misschien loopt hij, wanneer men zijn voeten vrij laat," zeide +Harbert. + +"Laten wij het beproeven." + +De touwen, die om de voeten van den gevangene waren, werden losgemaakt, +maar zijn armen bleven stevig gebonden. Hij stond zelf op en legde +niet het minste verlangen aan den dag om te ontvluchten. Hij wierp +een doordringenden blik op de drie mannen, die naast hem liepen en +niets duidde aan, dat hij zich herinnerde hun gelijke te zijn of ten +minste het geweest te zijn. Een aanhoudend fluiten kwam over zijn +lippen en zijn uiterlijk was woest, maar hij bood geen weerstand. + +Op raad van den reporter bracht men den ongelukkige in zijn +woning. Mogelijk zou het gezicht van voorwerpen, die hem toebehoorden, +eenigen indruk op hem maken! Mogelijk was éen vonkje voldoende om zijn +beneveld verstand te doen herleven, om zijn verdoofde ziel weder op +te wekken! + +De woning was niet ver af. Binnen weinige minuten hadden zij haar +bereikt; maar daar herkende de gevangene niets, en hij scheen het +besef van alles verloren te hebben. + +Wat kon men nog afleiden uit dezen lagen graad van verdierlijking +waartoe deze ongelukkige vervallen was? Niets dan dat zijn +gevangenschap op het eiland reeds van langen duur moest zijn geweest, +en dat hij door afzondering tot dien toestand vervallen was, nadat +hij als een redelijk wezen op het eiland was gekomen? + +De reporter kwam toen op het denkbeeld, dat vuur misschien eenigen +indruk op hem zou maken, en binnen weinige oogenblikken knapperde in +den haard een van die heldere vuren, die zelfs dieren tot zich lokken. + +Het gezicht van vlammen scheen eerst de aandacht van den ongelukkige +te trekken; maar weldra trok hij zich terug en zijn blik verdoofde. + +Op dit oogenblik kon men niets anders met hem doen, dan hem aan boord +van de Bonadventure brengen, hetgeen geschiedde en waar hij onder +toezicht van Pencroff bleef. + +Harbert en Gideon Spilett keerden naar het eiland terug om hun +inzameling voort te zetten en eenige uren later scheepten ook zij +zich in met de wapenen en gereedschappen, een voorraad zaad, eenige +stukken wild en twee paar zwijnen. + +Alles was gereed en de Bonadventure zou het anker lichten zoodra de +vloed den volgenden morgen opkwam. + +De gevangene was in een der hutten gebracht, waar hij kalm, +onbeweeglijk, doof en stom tegelijk, bleef zitten. + +Pencroff bood hem te eten, maar hij wees het gebraden vleesch af +dat hem aangeboden was en dat zeker niet in zijn smaak viel. Toen +de zeeman hem een van de eenden voorhield, die Harbert gedood had, +wierp hij er zich op als een dier en verslond haar. + +"Gelooft gij dat hij ooit veranderen zal?" zeide Pencroff, terwijl +hij het hoofd schudde. + +"Misschien," antwoordde de reporter. "Het is niet onmogelijk dat wij er +door groote zorg in slagen hem te veranderen, want hij is zoo geworden +door de eenzaamheid en voortaan zal hij niet meer alleen zijn!" + +"Die arme man verkeert zeker sedert langen tijd in dezen +toestand!" zeide Harbert. + +"Misschien," antwoordde Gideon Spilett. + +"Hoe oud zou hij zijn?" + +"Dat is moeilijk te bepalen," antwoordde de reporter, "want men +kan zijn gelaatstrekken niet zien onder den zwaren baard, die zijn +gezicht bedekt, maar hij is niet jong meer, en ik veronderstel, +dat hij minstens vijftig jaar moet zijn." + +"Hebt gij wel opgemerkt, mijnheer Spilett, hoe diep zijn oogen in +hunne kassen verborgen zijn?" vroeg Harbert. + +"Ja, Harbert, maar ik zag ook dat zij menschelijker zijn dan men wel +zou verwachten bij het zien van zijn lichaam." + +"Wij moeten afwachten," zeide Pencroff, "en ik ben nieuwsgierig het +oordeel van mijnheer Smith omtrent onzen wilde te vernemen. Wij gingen +een menschelijk wezen halen en wij brengen een monster te huis! Maar +men doet wat men kan!" + +De nacht ging voorbij en de gevangene sliep of waakte, men wist +het niet, maar in ieder geval hij bewoog zich niet, ofschoon men +zijn boeien had losgemaakt. Hij was als de gevangen wilde dieren, +die onder den indruk zijn van den eersten tijd hunner opsluiting en +later weder wild worden. + +Bij het aanbreken van den volgenden dag--15 October--was het +weer veranderd, zooals Pencroff voorzien had. De wind was naar +het noordwesten gedraaid, en begunstigde den terugtocht van de +Bonadventure; maar hij stak ter zelfder tijd heftiger op en maakte +de vaart moeielijker. + +Tegen vijf uur in den morgen werd het anker gelicht. + +De eerste dag van den overtocht ging voorbij zonder dat er iets van +belang voorviel. + +Den volgenden dag werd de wind sterker en keerde nog meer naar +het noorden en kreeg bijgevolg een minder gunstige richting voor de +Bonadventure, die op de golven danste. Wanneer de wind niet veranderde, +zou men langer tijd noodig hebben om Lincoln te bereiken, dan voor +de reis naar Tabor. + +17 en 18 October gingen voorbij zonder dat men land in het gezicht +kreeg. De zee was onstuimig en eenmaal werd de Bonadventure zelfs +voor een oogenblik onder een golf bedolven. + +De toestand bleef hachelijk en de zeeman begon zelfs te gelooven +dat hij op dezen onmetelijken oceaan verdwaald was, zonder dat er +mogelijkheid bestond den weg terug te vinden. + +De nacht van 18 op 19 October was donker en koud. Tegen elf uur +bedaarde de wind en werd de zee kalmer; de Bonadventure werd minder +geslingerd en ging zeer snel vooruit. Zij had overigens uitmuntend +zee gehouden. + +Noch Pencroff, noch Gideon Spilett, noch Harbert dachten er aan om te +gaan slapen. Zij waakten met de grootste oplettendheid, want óf Lincoln +kon niet ver verwijderd zijn en men zou het bij het aanbreken van +den dag in het gezicht hebben, òf de Bonadventure was door den stroom +medegesleept en door den wind uit haar koers geraakt, zoodat het bijna +onmogelijk was geworden haar weder in de goede richting te brengen. + +Pencroff, hoewel ongerust, wanhoopte niet; aan zijn beproefden moed +was dat gevoel vreemd; aan het roer gezeten, trachtte hij onafgebroken +de dichte duisternis die hem omhulde te doordringen. + +Tegen twee uur in den morgen stond hij plotseling op en riep: + +"Een vuur! een vuur!" + +Men zag inderdaad op twintig mijlen in het noordoosten een helder +vuur. Daar lag het eiland Lincoln en dit vuur, waarschijnlijk door +Cyrus Smith ontstoken, gaf hun den weg aan, dien zij moesten volgen. + +Pencroff, die te veel naar het noorden had aangehouden, veranderde +van koers en wendde den steven naar dat vuur, dat als een ster van +de eerste grootte aan den horizon schitterde. + + + + + +V. + + De terugkomst.--Onderling overleg.--Cyrus Smith en de + onbekende.--De ballonhaven.--Tranen.--De derde oogst.--Een + windmolen.--Het eerste meel en het eerste brood.--Opoffering + van den ingenieur.--Een treffende ontdekking. + + +Den volgenden dag--20 October--tegen zeven uur in den morgen liep de +Bonadventure, na een reis van vier dagen, den mond van de Mercy binnen. + +Cyrus Smith en Nab waren reeds vroeg in den morgen naar de bergvlakte +gegaan, daar zij zeer ongerust waren over het ongunstige weer en het +lang uitblijven van hunne makkers; eindelijk hadden zij het vaartuig +in het gezicht gekregen waarnaar zij zoo lang hadden uitgezien! + +"God zij gedankt! Daar zijn zij!" riep Cyrus Smith uit. + +Nab sprong, draaide op zijn hielen rond en klapte in zijn handen van +plezier onder het roepen van: "O! mijn meester!" deze pantomime was +welsprekender dan het mooiste betoog! + +De eerste gedachte van den ingenieur, toen hij de personen telde die +hij op het dek van de Bonadventure bespeurde, was dat Pencroff den +schipbreukeling van het eiland Tabor niet had kunnen vinden of dat +deze ongelukkige geweigerd had zijn eiland te verlaten en en zijn +gevangenis met een andere te verwisselen. + +Pencroff, Gideon Spilett en Harbert stonden inderdaad alleen op het +dek van de Bonadventure. + +De ingenieur en Nab wachtten aan de kust toen het vaartuig landde en +nog voordat de passagiers voet aan wal hadden, zeide Cyrus Smith: + +"Wat zijn wij ongerust over uw lang uitblijven geweest, vrienden! Is +u een ongeluk overkomen?" + +"Neen," antwoordde Gideon Spilett, "alles is integendeel goed +afgeloopen. Wij zullen u alles vertellen." + +"Gij zijt echter niet geslaagd in uwe nasporingen, daar er slechts, +evenals bij het uitzeilen, drie man aan boord zijn?" + +"Neem mij niet kwalijk, mijnheer Cyrus, wij zijn met ons +vieren!" antwoordde de zeeman. + +"Gij hebt den schipbreukeling dus gevonden?" + +"Ja." + +"En gij hebt hem meegebracht?" + +"Ja." + +"Levend?" + +"Ja." + +"Waar is hij? Wie is hij?" + +"Het is, of liever het was een man!" antwoordde de reporter. "Dit is +alles wat wij u kunnen zeggen, Cyrus!" + +De ingenieur werd spoedig op de hoogte gebracht van alles wat er +gedurende de reis was voorgevallen. Men vertelde hem onder welke +omstandigheden de nasporingen hadden plaats gehad, hoe de eenige +woning van het eiland sedert lang verlaten was, hoe men eindelijk +een schipbreukeling had gevonden, die niet meer tot het menschelijk +geslacht scheen te behooren." + +"En ik weet zelfs niet," voegde Pencroff er bij, "of wij goed gehandeld +hebben met hem hierheen te voeren. + +"Zeer zeker hebt gij goed gehandeld, Pencroff," antwoordde de +ingenieur levendig. + +"Maar deze ongelukkige is van zijn verstand beroofd." + +"Dat is wel mogelijk," antwoordde Cyrus Smith, "maar nauwelijks +eenige maanden geleden was hij een mensch, zooals gij en ik. En wie +weet wat er van de laatstoverlevende van ons zal worden, na een lange +afzondering op dit eiland? Wee hem! die alleen is, vrienden. Gelooft +vrij, dat de eenzaamheid spoedig het verstand uitdooft. Dit blijkt +weder uit den ongelukkige, dien gij in zulk een toestand gevonden +hebt!" + +"Maar, mijnheer Cyrus," vroeg Harbert, "waarom gelooft gij dat de +verdierlijking van dit rampzalige wezen slechts van eenige maanden is?" + +"Omdat het bericht, dat wij gevonden hebben, eerst kort geleden +geschreven was," antwoordde de ingenieur, "en dat alleen de +schipbreukeling dit stuk heeft kunnen schrijven." + +"Wanneer het ten minste niet opgesteld is door een lotgenoot van dien +man, welke na dien tijd gestorven is," merkte Gideon Spilett op. + +"Dat is niet mogelijk, mijn waarde Spilett." + +"Waarom?" vroeg de reporter. + +"Omdat het stuk van twee schipbreukelingen gesproken zou hebben," +hernam Cyrus Smith, "en er wordt slechts van éen melding gemaakt." + +Harbert verhaalde in weinige woorden wat er gedurende den tocht was +voorgevallen. + +De schipbreukeling van het eiland Tabor werd vervolgens uit de hut +van de Bonadventure gehaald en toen hij aan wal stond, toonde hij +groote neiging om te ontvluchten. + +Cyrus Smith naderde hem en legde de hand op zijn schouder, met een +gebaar van gezag, terwijl hij hem vriendelijk in de oogen blikte. De +ongelukkige werd, onder den indruk dier plotselinge overmacht, +langzamerhand kalmer; hij sloeg de oogen neder, boog het hoofd en +verzette zich niet meer. + +"Arme verlatene!" mompelde de ingenieur. + +Er werd besloten, dat de onbekende--want met dezen naam duidden zijn +lotgenooten hem voortaan aan--een van de kamers van het Rotshuis +krijgen zou, waaruit hij niet kon ontsnappen. Hij liet er zich zonder +tegenstand heen brengen en wanneer men hem met groote zorg behandelde, +misschien zou men dan eenmaal een kolonist meer mogen tellen op het +eiland Lincoln. + +Onder een flink ontbijt, dat Nab spoedig gereed had gemaakt,--de +reporter, Harbert en Pencroff waren uitgehongerd,--liet Cyrus Smith +zich de reis naar het eiland tot in de kleinste bijzonderheden +vertellen. Hij was het met zijn vrienden op dat punt eens, +dat de onbekende een Engelschman of een Amerikaan moest zijn, +want de naam Britannia gaf alle reden dit te vermoeden en onder +dien verwaarloosden baard en dat verwarde haar meende de ingenieur +overigens het Anglo-Saxische type te herkennen. + +"Maar gij hebt ons nog niet verteld, Harbert," zeide Gideon Spilett, +"op welke manier gij dezen wilde ontmoet hebt en wij weten niet anders, +dan dat hij u geworgd zou hebben, wanneer wij niet bij tijds waren +gekomen om je te verlossen!" + +"Dat is zoo," antwoordde Harbert, "maar ik weet waarlijk zelf niet +goed meer hoe alles is toegegaan. Ik was, geloof ik, bezig planten +te verzamelen toen ik geluid hoorde als van een sneeuwklomp die uit +een zeer hoogen boom viel.... Die ongelukkige, die waarschijnlijk +in een boom verscholen zat, had zich op mij geworpen, binnen korter +tijd dan ik noodig heb het te vertellen en zonder mijnheer Spilett +en Pencroff...." + +"Jongenlief!" zeide Cyrus Smith, "gij hebt daar inderdaad een groot +gevaar geloopen, maar zonder dat zou dit arme wezen misschien nooit +door u gevonden zijn en zouden wij niet een metgezel meer kunnen +tellen." + +"Gij hoopt dus, Cyrus, er in te slagen weer een mensch van hem te +maken?" vroeg de reporter. + +"Ja," antwoordde de ingenieur. + +De geheele lading van de Bonadventure werd aan wal gebracht. De +vaatjes kruit en lood waren zeer welkom. Men besloot zelfs een klein +kruitmagazijn aan te leggen, hetzij buiten het Rotshuis hetzij in +een van de kelders waar geen ontploffing te vreezen was. + +Toen alles ontladen was zeide Pencroff: + +"Mijnheer Cyrus, ik geloof dat het voorzichtig zou zijn onze +Bonadventure op een veilige plaats te brengen." + +"Is zij dan niet goed in den mond van de Mercy?" vroeg Cyrus Smith. + +"Neen, mijnheer Cyrus," antwoordde de zeeman. "Zij wordt bijna +onophoudelijk op het zand heen en weer geworpen, en dat schaadt haar +te veel. Het is een goed schip, ziet u, dat zich uitmuntend gehouden +heeft in den storm, waartegen wij op onze terugkomst hevig te kampen +hebben gehad." + +"Zou men haar niet in de rivier kunnen laten liggen?" + +"Zeker zou dat kunnen, mijnheer Cyrus, maar die mond levert in het +minst geen schuilplaats, en bij oostenwind zou de Bonadventure veel +van de golven te lijden hebben." + +"Maar waar wilt gij haar dan brengen, Pencroff?" + +"Naar de Ballonhaven," antwoordde hij. "Die kleine kreek, rondom +door rotsen besloten, komt mij voor juist de haven te zijn, die wij +noodig hebben." + +"Is zij niet wat te ver af?" + +"Kom, niet meer dan drie mijlen van het Rotshuis, en wij hebben een +rechten weg om er haar naar toe te voeren!" + +"Het is goed, Pencroff, breng uw Bonadventure er heen," antwoordde +de ingenieur, "en toch had ik haar liever meer in onze nabijheid om +haar in het oog te houden. Wanneer wij tijd hebben moesten wij er +een kleine haven voor trachten te maken. + +"Lieve Hemel!" riep Pencroff uit. "Een haven met een baak, een hoofd +en een dok! Met u wordt alles gemakkelijk!" + +Harbert en de zeeman scheepten zich opnieuw in, het anker van de +Bonadventure werd gelicht, de zeilen geheschen en een goede bries +bracht hen binnen twee uur in de Ballonhaven. + +De schipbreukeling toonde zich in het begin onwillig en soms vreesde +men, dat hij door een van de vensters van het Rotshuis naar het strand +zou vluchten. Maar hij werd langzamerhand bedaarder en men kon hem +meer vrijheid laten. + +Men kreeg reeds meer en meer hoop. Hij legde zelfs zijn instinct +van vleeschetend dier af en nam ook minder het dierlijk voedsel aan, +dat hij op het eiland gebruikte; hij had niet zulk een afkeer meer +van gebraden vleesch dan hij aan boord van de Bonadventure getoond had. + +Cyrus Smith had gebruik gemaakt van des vreemdelings slaap om hem zijn +haren en zijn ordeloozen baard af te snijden, die als manen om zijn +hoofd hingen. Hij had hem ook beter gekleed, nadat hij hem de lompen, +waarmede hij bedekt was, had afgenomen. Het gevolg van die zorgen was, +dat de onbekende er menschelijker uitzag, en het scheen zelfs, dat +zijn blik zachter werd. Het was zeker, dat het gelaat van dien man +schoon moest zijn geweest toen het nog door verstand verhelderd werd. + +Cyrus Smith bracht iederen dag eenige uren in zijn gezelschap door. Hij +kwam bij hem werken en deed allerlei dingen om zijn aandacht te +trekken. Een vonk, een herinnering kon inderdaad voldoende zijn om +deze ziel te doen herleven, om het verstand weder op te wekken! + +De ingenieur sprak ook dikwijls zeer luid om ter zelfder tijd +door de organen van het gehoor en van het gezicht dat verdoofde +verstand te treffen. Nu en dan voegde er een van zijn metgezellen, +soms ook allen zich bij hem. Zij spraken dan meestal over de zee +en de zeevaart, die in de eerste plaats de aandacht van een zeeman +moesten trekken. Soms luisterde de onbekende vaag naar hetgeen er +gesproken werd en de kolonisten kwamen weldra tot de overtuiging, +dat hij hen gedeeltelijk begreep. Enkele keeren was de uitdrukking +van zijn gelaat zeer somber en kon men zien, dat hij innerlijk leed; +maar hij sprak niet, hoewel men verscheiden malen meende te bespeuren, +dat er woorden over zijn lippen zouden komen. + +De kolonisten volgden met ware belangstelling elke vordering van Cyrus +Smith op dezen ongelukkige. Ook hielpen zij hem in dit menschlievend +werk en allen, behalve misschien de ongeloovige Pencroff, deelden +weldra zijn hoop en geloof. + +De onbekende was zeer kalm en had voor den ingenieur, onder wiens +invloed hij zichtbaar stond, een soort van gehechtheid. Cyrus Smith +wilde hem op de proef stellen door hem in een andere omgeving te +brengen, bij dien Oceaan, waarop hij vroeger altijd had gestaard en +aan den zoom van de bosschen, die hem moesten herinneren aan die, +waarin hij zooveel jaren zijn leven had doorgebracht! + +"Maar," zeide Gideon Spilett, "mogen wij hopen dat hij niet ontvluchten +zal, zoodra hij vrij is?" + +"Dat moeten wij afwachten," antwoordde de ingenieur. + +"Goed!" zeide Pencroff. "Wanneer die snuiter zich vrij gevoelt en die +groote ruimte voor zich ziet, dan zal hij zoo hard mogelijk wegloopen!" + +"Ik geloof het niet," antwoordde Cyrus Smith. + +"Laten wij het beproeven." + +"Wij zullen het beproeven." + +Dit gesprek werd gehouden op den 30sten October en bij gevolg negen +dagen nadat de schipbreukeling van het eiland Tabor in het Rotshuis +gevangen was. Het was warm en de zon scheen helder op het eiland. + +Cyrus Smith en Pencroff gingen naar de kamer van den onbekende, dien +zij naast zijn venster vonden liggen, terwijl hij naar de lucht keek. + +"Ga mede, mijn vriend," zeide de ingenieur tot hem. + +De onbekende stond oogenblikkelijk op. Zijn blik richtte zich op +Cyrus Smith en hij volgde hem, terwijl de zeeman achter hem liep, +die weinig vertrouwen stelde in den uitslag van deze proef. + +Weldra was men aan de kust, waar Nab, Harbert en Gideon Spilett +wachtten. + +De kolonisten verwijderden zich een weinig van den onbekende om hem +eenige vrijheid te laten. + +Hij deed eenige stappen naar de zee en zijn blik schitterde +met buitengewonen glans, maar hij trachtte volstrekt niet te +ontsnappen. Hij sloeg de kleine golfjes gade die op het land +wegstierven. + +"Dit is nog slechts de zee," merkte Gideon Spilett op, "en het schijnt +dat deze hem niet op de gedachte brengt om te vluchten." + +"Ja," antwoordde Cyrus Smith, "wij moeten hem naar de bergvlakte, +bij den zoom van het bosch brengen. Daar zullen wij duidelijker +bewijzen krijgen." + +"Hij kan ook niet ontsnappen," merkte Nab op, "want al de bruggen +zijn opgehaald." + +"Nu," zeide Pencroff, "hij is er wel de man naar, om zich aan een +beek, zoo als de Glycerine-rivier is, te storen! In een sprong was +hij er over!" + +"Wij zullen zien," antwoordde Cyrus Smith slechts, wiens blik den +krankzinnige niet verlaten had. + +Deze werd vervolgens naar den mond van de Mercy gebracht en allen +bereikten langs den linkeroever van de rivier de bergvlakte. + +Op de plek gekomen, waar de eerste prachtige boomen van het bosch +groeiden, wier bladeren zachtkens, door den wind bewogen werden, +scheen de onbekende den doordringenden geur, waarmede de dampkring +vervuld was, met genot in te ademen en een diepe zucht ontsnapte aan +zijn borst! + +De kolonisten bleven een weinig achter, gereed om hem te vatten, +indien hij een beweging maakte om te ontvluchten! + +Het arme wezen was inderdaad op het punt om zich in de rivier te +werpen, die hem van het bosch scheidde, en hij boog de knieën als stond +hij gereed een sprong te nemen. Maar bijna terzelfder tijd bedwong +hij zich, zonk ineen en groote tranen biggelden langs zijn wangen. + +"O!" riep Cyrus Smith uit, "gij zijt weder mensch geworden, daar gij +tranen hebt gestort!" + + + + + +VI. + + Een geheim, dat moet ontraadseld worden.--De eerste woorden van + den onbekende.--Twaalf jaar op het eiland.--Bekentenissen.--De + verdwijning.--Vertrouwen van Cyrus Smith.--De molen.--Het + eerste brood.--Een opoffering.--De eerlijke handen. + + +Ja, de rampzalige had geschreid! Waarschijnlijk was er eene herinnering +in hem opgekomen en volgens de uitdrukking van Cyrus Smith was hij +weder mensch geworden door de tranen die hij gestort had. + +De kolonisten lieten hem eenigen tijd op de bergvlakte en verwijderden +zich zelfs een weinig, opdat hij zich nog meer vrij zou gevoelen, +maar hij dacht er niet aan om van deze vrijheid misbruik te maken, en +Cyrus Smith besloot weldra hem weder naar het Rotshuis terug te voeren. + +Twee dagen na dit voorval scheen de onbekende meer en meer aan het +gemeenschappelijke leven te willen deelnemen. Hij hoorde en begreep +blijkbaar, maar bleef er bij volharden om niet tot de kolonisten te +spreken, want eens, dat Pencroff 's avonds aan de deur van zijn kamer +luisterde, hoorde hij deze woorden over zijn lippen komen. + +"Neen! hier! ik! nooit!" + +De zeeman bracht deze woorden aan zijn metgezellen over. + +"Daar schuilt eenig treurig geheim achter!" zeide Cyrus Smith. + +De onbekende was gebruik gaan maken van de werktuigen en arbeidde +in den moestuin. Als hij met zijn arbeid ophield, hetgeen dikwijls +gebeurde, dan bleef hij in gedachten verzonken; maar op aanraden van +den ingenieur eerbiedigde men de afzondering waarin hij scheen te +willen blijven. Indien een van de kolonisten hem naderde, week hij +ter zijde en een zucht ontvlood aan zijn borst, alsof zijn gemoed +vol was. Was het berouw dat hem zoo deed handelen? Dit zou men bijna +gelooven, en Gideon Spilett maakte zeer terecht deze opmerking: + +"Indien hij niet spreekt, is dit, geloof ik, omdat hij ernstige dingen +te zeggen heeft!" + +Men moest geduld hebben en wachten. + +Toen de onbekende eenige dagen later, 3 November, op de bergvlakte +werkte, liet hij plotseling zijn bijl op den grond vallen; Cyrus Smith, +die hem van ter zijde gade sloeg, zag ten tweeden male groote tranen +over zijn wangen biggelen. Een onwederstaanbaar medelijden voerde +hem tot den ongelukkige en, diens arm licht aanrakende, zeide hij: + +"Vriend!" + +De blik van den onbekende trachtte hem te ontwijken, en toen Cyrus +Smith zijn hand wilde vatten trad hij plotseling terug. + +"Zie mij aan," zei Cyrus Smith op gebiedenden toon, "ik eisch het!" + +De onbekende zag den ingenieur aan en scheen geheel onder diens +invloed, even als een gemagnetiseerde onder den invloed van zijn +magnetiseur. Maar toen had er eensklaps een geheele verandering in +zijn gelaat plaats. Zijn blik schoot vlammen. De woorden trachten zijn +lippen te ontsnappen. Hij kon zich niet langer inhouden!.... Eindelijk +kruiste hij zijn armen en zeide op doffen toon: + +"Wie zijt gij?" + +"Schipbreukelingen evenals gij," antwoordde de ingenieur diep +ontroerd. "Wij hebben u hierheen gevoerd, onder uw gelijken." + +"Mijn gelijken!.... Ik heb er geen!" + +"Gij zijt te midden van vrienden...." + +"Vrienden!.... ik! vrienden!" riep de onbekende uit, het hoofd in zijn +beide handen verbergende.... "Neen.... nooit.... laat mij! laat mij!" + +Met deze woorden ontvluchtte hij en bleef langen tijd onbeweeglijk +op de vlakte die uitzicht gaf op de zee. + +Cyrus Smith was naar zijn metgezellen gegaan en vertelde hun hetgeen +voorgevallen was. + +"Ja! er is een geheim in het leven van dien man," zeide Gideon Spilett, +"en het schijnt dat hij niet dan door de stem des berouws tot de +menschheid is teruggekeerd." + +"Ik begrijp niet recht, welk soort van mensch wij hebben meegebracht," +zeide de zeeman. "Hij heeft geheimen...." + +"Die wij zullen eerbiedigen," antwoordde Cyrus Smith levendig. "Heeft +hij een misdaad begaan, dan heeft hij er wel voor geboet, en in onze +oogen is hij vergeven." + +Twee uur lang bleef de onbekende alleen op het strand, zichtbaar onder +den invloed der herinneringen, die hem zijn geheele verleden voor +den geest riepen,--voorzeker een vreeselijk verleden--en zonder hem +uit het oog te verliezen, stoorden de kolonisten zijn afzondering niet. + +Na twee uur scheen hij echter een besluit genomen te hebben en kwam +hij bij Cyrus Smith. + +Zijn oogen waren rood door de tranen die hij had gestort, maar hij +weende niet meer. Zijn gelaat drukte de grootste onderwerping uit. Hij +scheen bevreesd, beschaamd, gedrukt en zijn blik bleef onafgebroken +op den grond gericht. + +"Mijnheer," zeide hij tot Cyrus Smith, "zijt gij en uwe metgezellen +Engelschen?" + +"Neen," antwoordde de ingenieur, "wij zijn Amerikanen." + +"O!" zeide de onbekende, en hij mompelde: + +"Dat is mij ook liever!" + +"En gij, vriend?" vroeg de ingenieur. + +"Engelschman," antwoordde hij snel. + +En alsof deze woorden hem benauwd hadden, verwijderde hij zich en +liep vervolgens heen en weer onder de grootste gemoedsbeweging. + +Toen hij in de nabijheid van Harbert kwam, stond hij stil en vroeg +hem met gesmoorde stem: + +"Welke maand?" + +"December," antwoordde Harbert. + +"Welk jaar?" + +"1866." + +"Twaalf jaar! twaalf jaar!" riep hij uit. + +Toen verliet hij hem plotseling. + +Harbert vertelde aan zijn metgezellen wat de onbekende gevraagd had. + +"Die ongelukkige wist dus niet in welk jaar en in welke maand wij +waren," merkte Gideon Spilett op. + +"Ja," voegde Harbert er bij, "en hij bracht reeds twaalf jaar door +op het eiland, waar wij hem gevonden hebben!" + +"Twaalf jaar!" herhaalde Cyrus Smith. "Twaalf jaar van afzondering, +misschien na een ellendig leven, kunnen het verstand van een mensch +wel verwoesten!" + +"Ik zou bijna gelooven," zeide Pencroff, "dat deze man niet op het +eiland Tabor is gekomen door een schipbreuk, maar dat hij ten gevolge +van een misdaad, daarop is achtergelaten." + +"Gij kunt gelijk hebben, Pencroff," antwoordde de reporter, "en indien +het waar is, dan is het niet onmogelijk dat zij, die hem op het eiland +hebben achtergelaten, hem eenmaal terug komen halen!" + +"En zij zullen hem niet meer vinden!" merkte Harbert op. + +"Maar," zeide Pencroff, "dan moeten wij terugkeeren en...." + +"Vrienden," viel Cyrus Smith in, "laten wij dit punt niet behandelen +voor wij weten waaraan wij ons te houden hebben. Ik geloof dat deze +ongelukkige geleden heeft, dat hij voor zijn fouten geboet heeft, welke +deze ook wezen mogen, en dat hij groote behoefte heeft om zijn gemoed +lucht te geven. Laten wij hem niet dwingen zijn levensgeschiedenis +te verhalen! Hij zal ons die ongetwijfeld vertellen, en wanneer wij +alles weten, dan zullen wij zien wat ons te doen staat. Hij alleen +kan ons overigens zeggen of hij nog hoop, of hij zekerheid heeft om +eenmaal naar zijn vaderland terug te keeren, maar ik twijfel er aan!" + +"En waarom?" vroeg de reporter. + +"Omdat, ingeval hij zeker was van te eeniger tijd verlost te worden, +hij het uur zijner bevrijding zou hebben afgewacht en niet dat stuk in +zee zou hebben geworpen. Neen, het is eerder waarschijnlijk, dat hij +veroordeeld was om op het eiland te sterven en zijn gelijken nooit +weder te zien!" + +"Maar," merkte de zeeman op, "er is nog iets dat ik niet begrijp." + +"Wat dan?" + +"Als het twaalf jaar geleden is dat deze man op het eiland Tabor is +achtergebleven, kan men toch veronderstellen dat hij reeds verscheiden +jaren in den verwilderden toestand verkeert, waarin wij hem hebben +gevonden!" + +"Dat is waarschijnlijk," zeide Cyrus Smith. + +"Dan zouden er bijgevolg ook verscheiden jaren verstreken zijn, +dat hij dit stuk geschreven heeft!" + +"Zeker.... en toch scheen het kort geleden geschreven!...." + +"Hoe wil men ook aannemen dat de flesch, waarin het stuk gesloten was, +verscheiden jaren noodig zou hebben gehad om van het eiland Tabor +naar het eiland Lincoln te komen." + +"Dat is niet geheel onmogelijk," zeide de reporter. "Kon zij niet +reeds lang in de nabijheid van het eiland drijven?" + +"Neen," zeide Pencroff, "want zij dreef nog. Men kan niet +veronderstellen, dat zij, na langen tijd op de kust te hebben gelegen, +weder door de zee is opgenomen, want de zuidkust bestaat geheel uit +rotsen en zij zou zonder twijfel daarop zijn verbrijzeld!" + +Gedurende de volgende dagen sprak de onbekende geen woord en verliet +evenmin de bergvlakte. Hij werkte op het land, zonder een oogenblik +verloren te laten gaan, zonder eenige rust te nemen, maar altijd +buiten het gezicht van zijn redders. Bij het middagmaal kwam hij niet +in het Rotshuis terug, hoewel het hem dikwijls gevraagd was, en hij at +slechts rauwe groenten. 's Nachts ging hij niet naar de kamer, welke +voor hem bestemd was, maar bleef onder eenige boomen, of wanneer het +slecht weer was, schuilde hij onder uitstekende rotsen. Zoo leefde +hij voort als in den tijd, toen hij nog geen ander onderkomen had +dan de bosschen van het eiland Tabor, en daar alle pogingen om hem +zijn leven te doen veranderen vruchteloos waren geweest, besloten de +kolonisten geduldig te wachten. Maar eindelijk zou het oogenblik komen, +dat zijn geweten hem dwingen zou een vreeselijke bekentenis te doen. + +In den avond van 10 November, toen de duisternis reeds begon te vallen, +vertoonde de onbekende zich plotseling bij de kolonisten, die onder +hun veranda zaten. Zijn oogen schitterden zonderling, en zijn geheele +uiterlijk was weder even verwilderd als in de eerste dagen. + +Cyrus Smith en zijn metgezellen waren verbaasd, toen zij zagen dat +zijn tanden koortsachtig op elkander klapperden als onder den invloed +van een heftige aandoening. Wat deerde hem? Was het gezicht van zijn +gelijken hem ondraaglijk? Had hij genoeg van dit bestaan te midden +van eerlijke lieden? Had hij heimwee naar dien vroegeren toestand van +verdierlijking? Men moest het wel gelooven, toen men hem de volgende +onsamenhangende zinnen hoorde uitbrengen: + +"Waarom ben ik hier?.... Met welk recht hebt gij mij van mijn eiland +gehaald?... Kan er een band tusschen u en mij bestaan?... Weet gij wie +ik ben.... wat ik gedaan heb.... waarom ik daar was.... alleen? En +wie zegt u dat men er mij niet heeft achtergelaten.... dat +ik niet veroordeeld was om daar te sterven?.... Kent gij mijn +verleden?.... weet gij zeker dat ik niet gestolen of gemoord +heb.... dat ik geen ellendeling ben.... geen vervloekte.... goed om als +een wild dier te leven.... verre van allen.... zeg!.... weet gij dat?" + +De kolonisten luisterden zonder den onbekende te storen, aan wien deze +halve bekentenis als het ware onwillekeurig ontsnapte. Cyrus Smith +wilde hem toen gerust stellen en naderde hem, maar de ongelukkige +deinsde snel terug. + +"Neen! neen!" riep hij uit. "Een enkel woord slechts.... Ben ik vrij?" + +"Gij zijt vrij," antwoordde de ingenieur. + +"Vaartwel dan!" riep hij uit en hij ontvluchtte als een razende. + +Nab, Pencroff en Harbert snelden oogenblikkelijk naar den zoom van +het bosch.... maar zij kwamen alleen terug. + +"Men moet hem laten begaan!" zeide Cyrus Smith. + +"Hij zal nooit terugkomen!...." riep Pencroff uit. + +"Hij zal terugkomen," antwoordde de ingenieur. + +Er verliepen vele dagen; maar Cyrus Smith--was het een +voorgevoel?--bleef bij zijne meening, dat de ongelukkige vroeg of +laat terug zou komen. + +"Het is de laatste maal dat deze ruwe natuur in opstand komt," zeide +hij, "hij heeft berouw gekregen; hij zou een tweede afzondering niet +kunnen doorstaan." + +Alle werken werden intusschen voortgezet, zoowel op de bergvlakte +als in de kraal, waar Cyrus Smith een boerderij wilde aanleggen. De +zaden die Harbert van Tabor had medegebracht, werden gezaaid. De +bergvlakte was een groote moestuin, goed onderhouden en verzorgd en +die den kolonisten onophoudelijk werk gaf. + +Den 15den November had de derde oogst plaats. De vrienden hadden nu +in overvloed koren, en de laatste helft van de maand werd besteed +om brood te maken. Men had wel koren maar nog geen meel en er moest +dus een molen vervaardigd worden. Den 1sten December was men er mede +gereed en men wachtte slechts een gunstigen wind af om te beginnen. + +Eenige dagen later riep Harbert uit: + +"Nu is de wind uitmuntend, hij is noordoost en komt ons goed van pas!" + +Dien dag werden de eerste maten koren in den molen gebracht en den +volgenden morgen stond er bij het ontbijt een heerlijk brood op de +tafel van het Rotshuis. + +De onbekende was intusschen nog niet teruggekomen. Gideon Spilett en +Harbert hadden reeds verscheiden malen het bosch in den omtrek van het +Rotshuis doorkruist, zonder hem te zien, zonder een spoor van hem te +ontdekken. Zij waren zeer ongerust over deze plotselinge verdwijning; +Cyrus Smith bleef echter volhouden dat de vluchteling zou terugkeeren. + +"Ja! hij zal terugkeeren!" herhaalde hij met een vertrouwen dat +zijn metgezellen niet konden deelen. "Toen deze ongelukkige op het +eiland Tabor was, wist hij dat hij alleen was! Hier weet hij dat zijn +gelijken hem wachten! Hij heeft een gedeelte van zijn leven verraden; +die berouwvolle zondaar zal het overige komen mededeelen, en van dien +dag af zal hij tot de onzen behooren!" + +De woorden van Cyrus Smith werden bewaarheid. + +Harbert had op 3 December de bergvlakte verlaten en was op weg naar +het meer om te gaan visschen. Hij was ongewapend en had tot nog toe +geen reden gehad die voorzorg te nemen, omdat er geen gevaarlijke +dieren op dat gedeelte van het eiland verschenen. + +Pencroff en Nab werkten bij het gevogelte, terwijl Cyrus Smith en de +reporter bezig waren in de schoorsteenen soda te bereiden, daar de +voorraad zeep uitgeput raakte. + +Plotseling hoorde men roepen: + +"Hulp! hulp!" + +Cyrus Smith en de reporter waren te ver verwijderd om dit geroep te +vernemen. Pencroff en Nab snelden in allerijl naar het meer. + +Maar vóór hen was de onbekende wiens aanwezigheid niemand bemerkt had, +over de beek gesprongen, die de bergvlakte van het bosch scheidde en +snelde van den anderen kant op Harbert toe. + +Harbert stond tegenover een grooten jaguar, die veel overeenkomst had +met dien, welken zij kort geleden gedood hadden. Daar hij plotseling +overvallen was stond hij roerloos voor een boom, terwijl het beest +gedoken zat en gereed was hem aan te vallen... Maar de onbekende +wierp zich, zonder ander wapen dan zijn mes, op het geduchte roofdier, +dat zich toen tegen zijn nieuwen tegenstander keerde. + +De strijd was kort. De onbekende, die meer dan menschelijke kracht en +behendigheid bezat, had den jaguar bij de keel gegrepen en zonder zich +te bekommeren om diens klauwen, die zijn vleesch verscheurden, woelde +hij met zijn mes in het hart van het dier. Toen hij het gedood had, +schopte hij het van zich weg en wilde ontvluchten op het oogenblik, +dat de kolonisten op de plaats van het onheil kwamen; maar Harbert +hield hem vast en riep uit: + +"Neen! neen! ga niet weg!" + +Cyrus Smith ging naar den onbekende, die zijn wenkbrauwen fronste +toen hij hem zag naderen. Het bloed liep langs zijn schouders onder +zijn gescheurde jas, maar hij lette daar niet op. + +"Vriend," zeide Cyrus Smith, "door deze daad hebt gij aanspraak +op onze dankbaarheid verkregen. Om ons kind te redden, hebt gij uw +leven gewaagd!" + +"Mijn leven!" mompelde de onbekende. "Wat is dat waard? Minder +dan niets!" + +"Zijt gij gewond?" + +"Wat doet dat er toe?" + +"Wilt gij mij de hand reiken." + +Toen Harbert de hand wilde vatten die hem gered had, kruiste de +onbekende zijn armen; zijn borst hijgde, zijn blik verduisterde en +hij scheen te willen vluchten; maar een krachtige poging op zich zelf +doende, zeide hij op norschen toon: + +"Wie zijt gij? en wat beweert gij voor mij te zijn?" + +Hij vroeg voor de eerste maal de geschiedenis der kolonisten. Mogelijk +zou hij zijn levensloop verhalen wanneer die geschiedenis verteld was. + +Cyrus Smith deelde in weinige woorden alles mede wat er gebeurd was +sedert hun vertrek van Richmond, hoe zij zich gered hadden en welke +middelen nu tot hun dienst stonden. + +De onbekende luisterde met onafgebroken aandacht. + +Toen verhaalde de ingenieur wie Gideon Spilett, Harbert, Pencroff, +Nab en hij waren, en voegde er bij dat het hun gelukkigste oogenblik +gedurende hun verblijf op Lincoln was geweest toen zij van het eiland +Tabor terugkeerden en hoopten een metgezel meer te kunnen tellen. + +Bij deze woorden boog de ongelukkige het hoofd; het bloed steeg naar +zijn wangen en zijn geheele persoon gaf de grootste verlegenheid +te kennen. + +"En nu gij ons kent," voegde Cyrus Smith er bij, "wilt gij ons nu de +hand reiken?" + +"Neen," antwoordde de onbekende op doffen toon, "neen! Gij zijt +eerlijke lieden! En ik!...." + + + + + +VII. + + Altijd afgezonderd.--Een verzoek van den onbekende.--De + hut in de kraal.--Twaalf jaar geleden.--De bootsman van de + Britannia.--Op het eiland Tabor gezet.--De hand van Cyrus + Smith.--Het geheimzinnige bericht. + + +Deze laatste woorden rechtvaardigden het vermoeden van de +kolonisten. Hij had een treurig verleden, was mogelijk in het oog van +anderen vergeven, maar zijn geweten liet hem nog niet met rust. Maar de +schuldige had in ieder geval berouw en zijn nieuwe vrienden zouden de +hand, die zij hem vroegen, hartelijk gedrukt hebben, maar hij achtte +zich niet waardig haar aan eerlijke lieden te reiken! Hij keerde +echter na de ontmoeting met den jaguar niet meer naar het bosch terug, +en van dien dag af verliet hij zijn medemenschen niet. + +Wat was het geheim van zijn leven? Zou de onbekende eenmaal +spreken? Dat zou de toekomst leeren. In ieder geval werd er besloten +dat men hem nooit zijn geheim zou vragen en dat men met hem zou omgaan +alsof men nooit iets vermoed had. + +Gedurende eenige dagen ging het leven op denzelfden voet voort. Cyrus +Smith en Gideon Spilett werkten samen, nu als scheikundigen, dan weer +als werktuigkundigen. De reporter verliet den ingenieur niet dan om +met Harbert te jagen, want het zou niet voorzichtig zijn geweest om den +knaap alleen in het bosch rond te laten dwalen, en men moest op alles +bedacht zijn. Nab en Pencroff hadden, behalve het werk in het Rotshuis, +nog vele bezigheden in den stal, bij het gevogelte of in de kraal. + +De onbekende werkte in afzondering; hij had zijn vroegere gewoonten +weder aangenomen, woonde het middagmaal niet bij, sliep onder de boomen +en voegde zich nooit bij zijn metgezellen. Het scheen inderdaad dat +de nabijheid van zijn redders hem ondraaglijk was! + +"Maar waarom heeft hij dan de hulp van zijn medemenschen +ingeroepen?" merkte Pencroff op. "Waarom heeft hij die flesch in +zee geworpen?" + +"Hij zal het ons zeggen," zeide Cyrus Smith overtuigd. + +"Wanneer?" + +"Misschien eerder dan gij denkt, Pencroff." + +Inderdaad de dag, waarop hij tot volledige bekentenis zou komen, +was nabij. + +Den 10den December, een week nadat hij in het Rotshuis terug was +gekomen, kwam de onbekende naar Cyrus Smith toe en zeide op kalmen +onderworpen toon: + +"Mijnheer, ik heb u iets te vragen." + +"Spreek," antwoordde de ingenieur; "maar laat mij u eerst een vraag +doen." + +Bij deze woorden bloosde de onbekende en was hij op het punt om te +ontvluchten. Cyrus Smith begreep echter wat er in de ziel van den +schuldige omging, die waarschijnlijk vreesde dat men hem over zijn +verleden zou ondervragen; hij hield hem bij de hand terug en zeide: + +"Vriend, wij zijn niet alleen metgezellen voor u, maar wij zijn +vrienden. Dit wilde ik u slechts zeggen; nu luister ik naar hetgeen +gij mij wilt vragen." + +De onbekende streek met zijn hand over zijn oogen. Hij beefde en liet +eenige oogenblikken voorbijgaan zonder te kunnen spreken. + +"Mijnheer," zeide hij eindelijk, "ik kom u verzoeken mij een gunst +toe te staan." + +"Welke?" + +"Gij hebt op vier of vijf mijlen van hier, aan den voet van den berg, +een kraal voor uwe huisdieren. Deze dieren moeten verzorgd worden. Wilt +gij mij toestaan daar met hen te leven?" + +Cyrus Smith zag den ongelukkige eenige oogenblikken met diep medelijden +aan. Toen zeide hij: + +"Vriend, in de kraal zijn slechts stallen, die nauwelijks voor die +beesten goed zijn...." + +"Zij zijn goed genoeg voor mij, mijnheer." + +"Vriend," hernam Cyrus Smith, "wij zullen u nooit in iets +tegenwerken. Gij wilt in de kraal leven. Het zij zoo. Gij zult +echter altijd welkom zijn in het Rotshuis. Maar daar gij in de kraal +wilt leven, zullen wij alles regelen, opdat zij goed voor u worde +ingericht." + +"Het zal daar in ieder geval goed voor mij zijn." + +"Vriend," antwoordde Cyrus Smith, die hem opzettelijk met dit woord +aansprak, "gij moet het aan ons overlaten hoe wij in dit opzicht +zullen handelen!" + +"Dank u, mijnheer," antwoordde de onbekende, terwijl hij heenging. + +De ingenieur deelde zijn metgezellen mede wat hem was gevraagd en +er werd besloten, dat men in de kraal een houten huis zou bouwen, +dat dan zoo gemakkelijk mogelijk zou worden ingericht. + +Binnen een week was het huis gereed om zijn bewoner te ontvangen. Er +werden meubels, een bed, een tafel, een bank, een kast gemaakt en +men bracht er wapenen, munitie en werktuigen in. + +De onbekende was niet naar zijn nieuwe woning gaan zien maar had op +de bergvlakte gearbeid, zoodat het land op nieuw bezaaid kon worden, +zoodra het tijd daartoe zou zijn. + +Den 20sten deelde de ingenieur den onbekende mede, dat hij zijn woning +kon betrekken en deze antwoordde, dat hij nog dienzelfden nacht er +wilde slapen. + +Dien avond waren de kolonisten in de zaal van het Rotshuis bijeen. Het +was acht uur--het uur waarop hun metgezel hen zou verlaten. Om het +hem niet lastig te maken, hadden zij hem alleen gelaten en waren zij +naar het Rotshuis teruggekeerd. + +Reeds eenigen tijd zaten zij daar, toen er aan de deur geklopt +werd. Bijna oogenblikkelijk daarna trad de onbekende binnen en zeide: + +"Mijne heeren, voor dat ik u verlaat, is het goed dat gij mijn +geschiedenis kent." + +Deze weinige woorden maakten een diepen indruk op Cyrus Smith en +zijn lotgenooten. + +De ingenieur was opgestaan. + +"Wij vragen u niets, mijn vriend," zeide hij. "Het is uw recht te +zwijgen...." + +"Het is mijn plicht te spreken." + +"Ga dan zitten." + +"Ik zal blijven staan." + +"Wij zijn gereed u aan te hooren," antwoordde Cyrus Smith. + +De onbekende stond in een hoek van de zaal, een weinig in de +schaduw. Zijn hoofd was ontbloot, zijn armen had hij over zijn borst +gekruist, en in deze houding sprak hij op doffen toon, als iemand +die zich geweld aandoet om te spreken. Hij deed het volgende verhaal, +waarin hij geen enkel maal door zijn hoorders gestoord werd: + +"Den 20sten December 1854, wierp een plezierjacht, de Duncan geheeten, +het anker voor kaap Bernouilli; het behoorde aan een schotsch +edelman, lord Glenarvan. Aan boord van dit jacht bevonden zich lord +Glenarvan, zijn vrouw, een majoor van het engelsche leger, een fransch +aardrijkskundige, een jong meisje en een knaap. Deze laatsten waren +de kinderen van kapitein Grant, wiens schip, de Britannia, een jaar +te voren geheel vergaan was. De Duncan stond onder bevel van kapitein +John Mangles en had een bemanning van vijftien koppen. + +"Dit jacht bevond zich in dien tijd op de kust van Australië om de +volgende reden. + +"Zes maanden geleden had men in de Iersche Zee een flesch gevonden +waarin een stuk besloten was dat in het Engelsch, Fransch en Duitsch +was gesteld; de Duncan had deze flesch opgevischt. In dit stuk werd +medegedeeld, dat nog drie personen in leven waren van de schipbreuk der +Britannia; dat die overlevenden waren de kapitein Grant en twee van +zijn manschappen, en dat zij een schuilplaats hadden gevonden in een +land, waarvan de breedtegraad in het stuk vermeld stond, maar waarvan +de lengte door het zeewater uitgewischt en niet meer leesbaar was. + +"De breedte was 37° 11' ten zuiden. De lengte was dus onbekend, maar +volgde men den zeven en dertigsten zuider-breedtegraad over land en +zee, dan was men zeker op de plek te komen die door kapitein Grant +en zijn lotgenooten bewoond werd. + +"Toen de engelsche admiraliteit aarzelde dit onderzoek te ondernemen, +besloot lord Glenarvan alles te beproeven om den kapitein terug te +vinden. Mary en Robert Grant waren met hem in kennis gebracht. Het +jacht de Duncan werd voor een langen tocht uitgerust, waaraan de +familie van den lord en de kinderen van den kapitein wilden deelnemen; +de Duncan verliet Glasgow, richtte zich naar den Atlantischen Oceaan, +zeilde door straat Magelaan en kwam vervolgens door de Stille Zee in +Patagonië, waar men door het stuk kon veronderstellen, dat de kapitein +gevangen was door de inboorlingen. + +"De Duncan ontscheepte hare passagiers op de westkust van Patagonië +en vertrok om hen op de oostkust weder in te nemen. + +"Lord Glenarvan trok dwars door Patagonië en volgde daarbij den zeven +en dertigsten graad; toen hij geen spoor van den kapitein gevonden +had, ging hij den 18den November weder aan boord om zijn onderzoek +op den Oceaan weder voort te zetten. + +"Het voornemen van lord Glenarvan was om Australië door te trekken even +als hij Amerika had gedaan, en hij verliet weder zijn schip. Op eenige +mijlen van de kust bevond zich een hut, die aan een Ier behoorde; +deze bood den reizigers een onderkomen. Lord Glenarvan deelde den +Ier mede waarom hij in deze streken gekomen was en vroeg hem, of +hij niet gehoord had dat een Engelsche driemaster, de Britannia, +nog geen twee jaar geleden op de westkust van Australië was vergaan. + +"De Ier had nooit van deze schipbreuk hooren spreken; maar tot groote +verwondering van de omstanders zeide een van zijn ondergeschikten: + +""Mylord, loof en dank den Heer. Indien kapitein Grant nog leeft dan +leeft hij op Australischen bodem." + +""Wie zijt gij?" vroeg lord Glenarvan. + +""Een Schot, evenals gij, mylord," antwoordde deze man, "en ik ben een +van de lotgenooten van kapitein Grant, een van de schipbreukelingen +van de Britannia." + +"Die man heette Ayrton. Hij was inderdaad de bootsman van de Britannia, +zooals zijn papieren ook getuigden. Maar, van den kapitein gescheiden, +op het oogenblik dat het schip op de klippen verbrijzelde, had hij +tot nog toe gedacht, dat zijn kapitein met de geheele bemanning was +omgekomen en dat hij, Ayrton, de eenige overlevende van de Britannia +was. + +"Het is echter niet op de westkust maar op de oostkust van Australië +dat de Britannia verging en indien kapitein Grant nog leeft, zooals +het stuk beweert, dan is hij gevangen door de inboorlingen en moet +gij hem op de andere kust zoeken." + +"Deze man scheen oprecht en met kennis van zaken te spreken. Men +kon aan zijn woorden niet twijfelen. De Ier, die hem sedert een +jaar in dienst had, stond voor hem in. Lord Glenarvan geloofde +aan de eerlijkheid van dien man en besloot om, volgens zijn raad, +Australië door te trekken en daarbij steeds den zeven en dertigsten +graad te volgen. Lord Glenarvan, zijn vrouw, de twee kinderen, de +majoor, de Franschman, kapitein Mangles en eenige matrozen stelden +zich onder het geleide van Ayrton; terwijl de Duncan, onder bevel +van den eersten stuurman Tom Austin, naar Melbourne zou stevenen, +waar zij op nadere bevelen van lord Glenarvan moest wachten. + +"Zij vertrokken den 23sten December 1854. + +"Deze Ayrton was echter een schurk. + +"Hij was wel is waar bootsman van de Britannia geweest, maar +tengevolge van oneenigheid met zijn kapitein, had hij getracht de +bemanning in opstand te brengen en zich van het schip meester te +maken; kapitein Grant had hem den 8sten April 1852 op de westkust +van Australië ontscheept, was vertrokken en had hem achtergelaten, +hetgeen rechtvaardig was. + +"Deze ellendeling wist dus niets van de schipbreuk van de +Britannia. Hij vernam die slechts door het verhaal van lord +Glenarvan! Sedert men hem achtergelaten had, was hij, onder den naam +van Ben Joyce, opperhoofd geworden der ontsnapte gedeporteerden, +en indien hij onbeschaamd volhield dat de schipbreuk op de oostkust +plaats had gehad en lord Glenarvan noopte die richting te volgen, +was dit slechts, omdat hij hoopte hem van zijn schip te scheiden, +zich van de Duncan meester te maken en van dit jacht een kaperschip +in de Stille Zee te maken." + +Hier zweeg de onbekende een oogenblik. Zijn stem beefde, maar hij +hervatte: + +"De expeditie begaf zich op weg en trok Australië door. Zij slaagde +natuurlijk niet, daar Ayrton of Ben Joyce, hoe men hem noemen wil, +haar leidde, dan eens voorgegaan, dan weder gevolgd door zijn bende +ontsnapte veroordeelden, die met het plan in kennis waren gesteld. + +"De Duncan lag intusschen voor Melbourne. Men moest nu van lord +Glenarvan het bevel zien te verkrijgen, dat de Duncan naar de oostkust +van Australië terug zou keeren, waar men er zich dan gemakkelijk van +kon meester maken. Na de expeditie dicht bij deze kust te hebben +gebracht, dwars door ondoordringbare bosschen, nam Ayrton op zich +een brief te bezorgen aan den eersten stuurman van de Duncan, waarin +lord Glenarvan aan het jacht bevel gaf zich onmiddellijk naar de +oostkust te begeven, naar de baai van Twofold, dat is te zeggen, een +paar dagreizen van de plaats waar de expeditie halt gemaakt had. Daar +was het dat Ayrton zich met zijn medeplichtigen zou vereenigen. + +"Op het oogenblik dat hij den brief zou ontvangen, werd de schurk +ontmaskerd en bleef hem slechts de vlucht over. Maar hij zou tot +elken prijs dien brief weten te verkrijgen waardoor hij de Duncan +kon vermeesteren. Ayrton slaagde daarin en twee dagen later kwam hij +te Melbourne. + +"Tot nog toe was de ellendeling in al zijn misdadige plannen +geslaagd. Hij zou de Duncan naar de baai van Twofold kunnen brengen, +waar het aan zijn bende niet moeielijk zou vallen het vaartuig te +bemachtigen en wanneer de bemanning omgebracht zou zijn, was Ben +Joyce meester op zee. Maar God zou het ten uitvoer brengen van deze +heillooze plannen beletten. + +"Toen Ayrton te Melbourne kwam gaf hij den brief aan den eersten +stuurman, Tom Austin, die aanstonds de bevelen nakwam. + +"Men stelle zich echter de teleurstelling en woede van Ayrton voor +toen hij den volgenden morgen vernam, dat de stuurman zijn schip niet +naar de oostkust van Australië, naar de baai van Twofold voerde, maar +naar de oostkust van Nieuw-Zeeland. Hij wilde er zich tegen verzetten, +Austin toonde hem den brief!.... En, inderdaad door een vergissing +van den franschen aardrijkskundige, die den brief gesteld had, was +de oostkust van Nieuw-Zeeland aangegeven als bestemmingsplaats. + +"Alle plannen van Ayrton vielen in duigen. Hij wilde zich +verzetten. Men sloot hem op. Hij werd medegenomen naar de kust van +Nieuw-Zeeland, niet wetende wat er van zijn medeplichtigen zou worden, +noch hoe lord Glenarvan zich zou redden. + +"De Duncan bleef tot den 3den Maart op de kust kruisen. Dien dag hoorde +Ayrton kanonschoten. Het waren de kanonnen van de Duncan, die vuur +gaven, en weldra bevonden lord Glenarvan en de zijnen zich aan boord. + +"Ziehier wat er gebeurd was. + +"Na duizend gevaren en vermoeienissen te hebben doorstaan kwam +lord Glenarvan eindelijk op de oostkust van Australië in de baai van +Twofold. Geen Duncan! Hij telegrafeerde naar Melbourne. Men antwoordde: +"Duncan sedert den 18den vertrokken, bestemmingsplaats onbekend. + +"Lord Glenarvan dacht niet anders dan dat het jacht in handen van +Ben Joyce gevallen en een kaperschip geworden was! + +De lord wilde zijn voornemen echter niet opgeven. Hij was een dapper +en ondernemend man. Hij scheepte zich op een koopvaardijschip in en +liet zich naar de westkust van Nieuw-Zeeland brengen, volgde weder +den zeven en dertigsten graad, zonder een spoor van kapitein Grant +te vinden; maar tot zijn groote verwondering vond hij op de oostkust +de Duncan onder bevel van den eersten stuurman, die sedert vijf weken +op hem wachtte! + +"Het was 3 Maart 1855. Lord Glenarvan was aan boord van de Duncan, +maar Ayrton was er ook. Hij verscheen voor den lord, die alles van +hem te weten wilde komen wat hij van kapitein Grant wist. Ayrton +weigerde te spreken. Lord Glenarvan dreigde toen, dat men hem bij +de eerstvolgende landingsplaats, aan de engelsche autoriteiten zou +overleveren. Ayrton bleef zwijgen. + +"De Duncan volgde weder den zeven en dertigsten graad. Lady +Glenarvan nam intusschen op zich den weerstand van den bandiet te +overwinnen. Ayrton werd door haar toedoen overgehaald te spreken +en stelde lord Glenarvan voor, hem niet aan de engelsche autoriteit +over te leveren, maar op een der eilanden in de Stille Zee achter te +laten in ruil voor hetgeen hij hem zou kunnen zeggen. Lord Glenarvan, +die alles wilde aanwenden om iets omtrent kapitein Grant te vernemen, +stemde er in toe. + +"Ayrton vertelde zijn geheelen levensloop en daarbij ook, dat hij +niets van kapitein Grant wist van den dag af dat deze hem op de kust +van Australië had ontscheept. + +"Lord Glenarvan hield echter zijn eens gegeven woord. De Duncan +vervolgde haar weg en kwam bij het eiland Tabor. Daar zou Ayrton worden +achtergelaten en daar vond men ook, door een wonder, kapitein Grant en +zijn lotgenooten juist op den zeven en dertigsten graad. De misdadiger +zou hen op het verlaten eiland vervangen, en op het oogenblik dat +Ayrton het jacht verliet sprak lord Glenarvan: + +""Ayrton, hier zult gij van elk land verwijderd zijn, en elke +gemeenschap met uw gelijken is hier onmogelijk. Gij zult niet kunnen +vluchten van dit eiland, waar de Duncan u achterlaat. Gij zult er +alleen zijn, onder het oog van God, die tot in het diepst der harten +leest, maar gij zult er niet zijn even als kapitein Grant zonder dat +iemand het weet. Hoe onwaardig gij ook zijn moogt om in de herinnering +der menschen te leven, toch zullen zij zich uwer herinneren. Ik +weet waar gij zijt, Ayrton, ik weet waar u te vinden. Ik zal het +nooit vergeten!" + +"En de Duncan koos weder zee en verdween weldra. + +"Het was den 18den Maart 1855. + +"Ayrton was alleen, maar het ontbrak hem noch aan munitie, noch aan +wapenen, noch aan werktuigen, noch aan zaad. Het huis van kapitein +Grant stond tot zijn beschikking. Hij moest slechts voortleven en +door zijn eenzaamheid voor de misdaden boeten, die hij bedreven had. + +"Hij had berouw, hij schaamde zich over zijn misdaden en was zeer +ongelukkig! Hij nam zich voor om, wanneer men hem eenmaal van het +eiland mocht komen verlossen, waardig te zijn onder de menschen te +leven! Wat leed hij, die rampzalige! Hoe werkte hij, om zich door +arbeid te veredelen! Hoe vurig bad hij om herboren te worden door +het gebed. + +"Zoo ging het voort gedurende twee, drie jaar; maar Ayrton werd door +de afzondering ondermijnd, hij keek altijd uit of nog geen schip +zijn eiland naderde en vroeg zich af of zijn tijd van boete nog niet +verloopen was; hij leed zooals men nog nooit geleden had! O! hoe hard +viel die eenzaamheid voor een ziel die door berouw gekweld werd! + +"Maar de hemel achtte hem voorzeker nog niet genoeg gestraft, want hij +voelde meer en meer dat hij aan een wilde gelijk werd! Hij bemerkte +dat hij meer en meer verdierlijkte! Hij zou u niet kunnen zeggen of +het na twee dan wel na vier jaar afzondering was, maar eindelijk werd +hij de rampzalige, dien gij gevonden hebt! + +"Ik behoef u niet te zeggen dat Ayrton, Ben Joyce en ik dezelfde zijn!" + +Cyrus Smith en zijn metgezellen waren bij het eind van het verhaal +opgestaan. Zij waren allen diep getroffen! Zij hadden zooveel ellende, +zooveel smart en zooveel wanhoop voor zich! + +"Ayrton," zeide Cyrus Smith, "gij zijt een groot misdadiger geweest, +maar de hemel heeft u voorzeker vergeven! Hij heeft het bewezen door +u weder onder uw gelijken te brengen. Ayrton, gij zijt vergeven! Wilt +gij nu onze metgezel zijn?" + +Ayrton was teruggedeinsd. + +"Daar is mijn hand!" zeide de ingenieur. + +Ayrton greep hartstochtelijk de hand die hem was toegestoken, en +groote tranen biggelden langs zijn wangen. + +"Wilt gij met ons leven?" vroeg Cyrus Smith. + +"Mijnheer Smith, laat mij nog eenigen tijd alleen," antwoordde Ayrton, +"laat mij alleen in die woning in de kraal!" + +"Zooals gij wilt, Ayrton," antwoordde Cyrus Smith. + +Ayrton wilde zich verwijderen toen de ingenieur hem nog een vraag +wilde doen. + +"Een woord nog, mijn vriend. Daar uw plan was alleen te leven, waarom +hebt gij dan die flesch met dat bericht in zee geworpen, dat ons uw +spoor heeft doen kennen?" + +"Een bericht?" antwoordde Ayrton, die niet scheen te weten wat men +bedoelde. + +"Ja, dat bericht in die flesch, die wij gevonden hebben en dat de +juiste ligging aangaf van het eiland Tabor?" + +Ayrton streek met zijn hand over het voorhoofd. Na een oogenblik te +hebben nagedacht, zeide hij: + +"Ik heb nooit een bericht in zee geworpen!" + +"Nooit?" riep Pencroff uit. + +"Nooit!" + +Ayrton groette, ging naar de deur en verdween. + + + + + +VIII. + + Een gesprek.--Cyrus Smith en Gideon Spilett.--Een + plan van den ingenieur.--De electrische telegraaf.--De + draden.--De palen.--Het schoone jaargetijde.--Welvaart der + kolonie.--Photographie.--Een uitwerking van de sneeuw.--Twee + jaar op het eiland Lincoln. + + +"De arme man," zeide Harbert, die, nadat hij naar de deur was gesneld, +terug kwam en Ayrton langs de koord naar beneden zag glijden en te +midden der duisternis verdwijnen. + +"Hij zal wel terugkomen," zeide Cyrus Smith. + +"Wat wil dat zeggen, mijnheer Cyrus?" riep Pencroff uit. "Wat! Zou +het Ayrton niet wezen, die de flesch in zee had geworpen? Maar, +wie dan anders?" + +Ongetwijfeld was deze vraag, zoo ooit een vraag gedaan moest worden, +de eenig mogelijke. + +"Hij was het," antwoordde Nab, "maar de ongelukkige was reeds half +krankzinnig." + +"Ja," antwoordde Harbert, "en hij wist volstrekt niet meer wat +hij deed." + +"Wij kunnen het alleen op die wijze verklaren, vrienden," viel Cyrus +Smith hun levendig in de rede, "en ik begrijp thans hoe Ayrton de +juiste ligging van het eiland Tabor heeft kunnen aanduiden, daar de +gebeurtenissen zelf, die zijn komst op het eiland zijn voorafgegaan, +hem er mede bekend maakten." + +"Toch," merkte Pencroff op, "zoo hij nog niet krankzinnig was op het +oogenblik toen hij zijn brief opstelde, en zoo het zeven of acht jaar +geleden is dat hij die in zee geworpen heeft, hoe is het dan mogelijk +dat die papieren niets van de vocht geleden hebben?" + +"Dat bewijst," antwoordde Cyrus Smith, "dat Ayrton zijn verstand nog +niet sinds zoolang, als hij zelf zegt, verloren heeft." + +"Het moet wel zoo wezen," zeide Pencroff, "want anders zou de zaak +onverklaarbaar zijn." + +"Onverklaarbaar inderdaad," antwoordde de ingenieur, die dit gesprek +niet gaarne scheen voort te zetten. + +"Maar heeft Ayrton waarheid gesproken?" vroeg de matroos. + +"Ja," antwoordde de reporter. "Hetgeen hij verteld heeft is volkomen +waar. Ik herinner mij zeer goed dat de dagbladen de poging van lord +Glenarvan en den uitslag dien hij verkreeg, hebben medegedeeld." + +"Ayrton heeft waarheid gesproken," voegde Cyrus Smith er bij, "daar +behoeft ge niet aan te twijfelen, Pencroff, want het kostte hem genoeg +moeite. Men spreekt waarheid, wanneer men zich zelf zoo beschuldigt!" + +Den anderen dag--21 December--gingen de kolonisten naar het strand, +maar toen zij de vlakte overstaken, was er niets meer van Ayrton te +vinden. Deze had dien nacht zijn kraal betrokken, en de kolonisten +achtten het beter hem niet met hun tegenwoordigheid lastig te +vallen. De tijd zou ongetwijfeld doen wat hun opbeurende woorden niet +hadden kunnen bewerken. + +Harbert, Pencroff en Nab begonnen toen hun dagelijksch werk weer. Juist +dien dag hadden Cyrus Smith en de reporter denzelfden arbeid in de +schoorsteenen te verrichten. + +"Weet ge wel, Cyrus," zeide Gideon Spilett, "dat ik met de verklaring, +die gij gisteren van die flesch gegeven hebt, het volstrekt niet eens +ben! Hoe kunt gij aannemen dat die ongelukkige kon schrijven en die +flesch daarop in zee heeft geworpen, zonder eenige herinnering daarvan +behouden te hebben?" + +"Hij is het ook niet, die haar in zee heeft geworpen, beste Spilett." + +"Dus, gij gelooft nog...." + +"Ik geloof niets en ik weet niets!" antwoordde Cyrus Smith, den +reporter in de rede vallende. "Ik stel mij tevreden, met deze +gebeurtenis te rangschikken onder die, welke mij tot nog toe +onverklaarbaar zijn gebleken!" + +"Wezenlijk, Cyrus," zeide Gideon Spilett, "die dingen zijn +ongeloofelijk. Uw redding, de kist die wij op het strand vonden, de +avonturen van Top en eindelijk die flesch.... Zullen wij dan nooit +den sleutel vinden, om die raadsels op te lossen?" + +"Zeker!" antwoordde de ingenieur op levendigen toon, "zoo ik dit +eiland tot in zijn ingewanden kon onderzoeken." + +"Het toeval zal ons misschien eenmaal den sleutel geven." + +"Het toeval! Spilett! Ik geloof volstrekt niet aan het toeval, evenmin +als ik aan geheimen in deze wereld geloof. Er is een oorzaak voor deze +onverklaarbare dingen, en die oorzaak zal ik ontdekken. Maar laten +wij intusschen alles aandachtig gadeslaan en onzen arbeid voortzetten." + +De maand Januari brak aan. Het was het jaar 1867 dat nu begon. Zij +gingen met hun zomerwerk ijverig voort. Gedurende de dagen, die +nu volgden, begaven zich Harbert en Gideon Spilett naar de kraal, +en overtuigden zich dat Ayrton van de woning, die zij hem gemaakt +hadden, bezit had genomen. Hij was den ganschen dag bezig met de +dieren, welke zij onder zijn hoede hadden gesteld, te verzorgen, +en hij bespaarde dus aan zijn makkers de moeite om elke twee of +drie dagen de kraal te komen bezoeken. Maar toch moesten zij, om +Ayrton niet te lang alleen te laten, hem menigmaal gezelschap gaan +houden. Het was bovendien van belang--in verband met het vermoeden, +hetwelk Gideon Spilett met den ingenieur deelde--dat dit gedeelte van +het eiland beschermd werd, en Ayrton, wanneer hem iets overkwam, niet +verzuimen zou de bewoners van het Rotshuis er mede bekend te maken. + +Maar het geval kon zich voordoen dat de ingenieur er ten spoedigste +mede bekend moest gemaakt worden. Zelfs buiten die zaken, welke op +het geheimzinnige van het eiland Lincoln betrekking hadden, konden +er zich andere voordoen, zoodat een spoedige hulp der kolonisten +van het grootste belang zou wezen, wanneer er bijvoorbeeld een schip +voorbijkwam of in het gezicht der westelijke kust was, een schipbreuk +of een landing van zeeroovers, enz. enz. + +Cyrus Smith besloot dan ook om de kraal in onmiddellijke verbinding +te brengen met het Rotshuis. + +Het was de 10de Januari dat hij dit plan aan zijn vrienden mededeelde. + +"Zoo, zoo, hoe wilt gij dat dan doen, mijnheer Cyrus?" vroeg +Pencroff. "Denkt ge er misschien aan om een telegraaf te maken?" + +"Juist," antwoordde de ingenieur. + +"Een electrische?" riep Harbert uit. + +"Een electrische," antwoordde Cyrus Smith. "Wij bezitten alle noodige +elementen om een batterij te maken, maar moeielijker zal het wezen +om het ijzerdraad te trekken; maar dat zullen we ook wel klaar spelen." + +"Eerlijk gezegd," merkte Pencroff op, "nu twijfel ik er niet meer +aan of eenmaal zal er ook een spoorweg loopen!" + +Zij gingen dus aan het werk, en begonnen met het moeielijkste, +dus met het ijzerdraad, want zoo dit mislukte, was het onnoodig +de batterij en de andere benoodigdheden te vervaardigen. Gelukkig +werden hun pogingen met een goeden uitslag bekroond en verkregen zij +ijzerdraden van veertig à vijftig voet lengte, die zij gemakkelijk +aan elkander konden hechten en tusschen een afstand van vijf mijlen +spannen, welke de kraal van het Rotshuis scheidde. + +Slechts eenige dagen hadden zij noodig om dit ten uitvoer te brengen, +en zelfs zoodra de machine klaar was, liet Cyrus Smith aan zijn +vrienden het draadtrekken over en zorgde zelf voor het maken der +batterij. + +Zij moesten een batterij hebben met een onafgebroken stroom. Men weet +dat de elementen der tegenwoordige batterijen gewoonlijk samengesteld +zijn uit kool, zink en koper. Het koper ontbrak den ingenieur geheel, +die ondanks zijn vele onderzoekingen geen enkel spoor er van op het +eiland Lincoln gevonden had; hij moest dit dus vervangen. De kool, +dat is te zeggen, die harde stof, graphiet geheeten, die men vindt in +de gasbuizen, wanneer de steenkool van haar waterdeelen bevrijd is, +had men kunnen verkrijgen, maar dan zou men bijzondere toestellen +daartoe noodig hebben gehad, en dit ware een zware taak geweest. + +Wat het zink betreft, men herinnert zich dat de kist, welke zij op +de kust gevonden hadden, van een deksel van dat metaal voorzien was, +die hun bij deze gelegenheid zeer goed te stade kwam. + +Cyrus Smith besloot dus, nadat hij alles ernstig overwogen had, een +zeer eenvoudige batterij te maken, welke veel geleek op die welke +in 1820 door Becquerel werd uitgevonden, en waarin slechts het zink +gebruikt werd. Wat de andere zelfstandigheden betrof, als salpeterzuur +en potasch, dat alles was ter zijner beschikking. + +Den 6den Februari werden de palen opgericht, voorzien van glazen +isolators en bestemd om den draad te steunen, die den weg naar +de kraal volgen moest. Eenige dagen later was de draad gespannen +en gereed om met een snelheid van honderd duizend kilometers in de +seconde den electrischen stroom voort te planten, terwijl de aarde +zich belastte hem terug te brengen naar zijn uitgangspunt. + +Twee batterijen hadden zij gemaakt, de eene voor het Rotshuis en de +andere voor de kraal, want de kraal moest in verbinding staan met +het Rotshuis, maar ook kon het omgekeerde hen van veel nut wezen. + +Den 12den Februari was alles gereed. Dien dag bracht Cyrus Smith +den stroom door den draad en vroeg of alles in de kraal in orde was; +eenige oogenblikken later kwam er een bevestigend antwoord van Ayrton. + +Pencroff was buiten zich zelf van geluk, en iederen ochtend en avond +zond hij een telegram naar de kraal, waarop hij steeds een antwoord +ontving. + +Deze wijs van met elkander gemeenschap te hebben, had twee wezenlijke +voordeelen, in de eerste plaats konden zij zich overtuigen dat Ayrton +aanwezig was, en in de tweede plaats was hij nu niet geheel van hen +afgezonderd. Toch liet Cyrus Smith nooit een week voorbijgaan zonder +Ayrton te bezoeken, en deze kwam van tijd tot tijd in het Rotshuis, +waar hem steeds een hartelijke ontvangst wachtte. + +Het mooie jaargetijde spoedde onder dit drukke werk ten einde. Hun +voorraad levensmiddelen groeide met den dag aan en de planten, welke +zij van het eiland Tabor hadden overgebracht waren zeer weelderig +opgekomen. De vlakte het Verre Uitzicht leverde een aangenaam +schouwspel op. De vierde korenoogst was prachtig en zooals men +begrijpen kan, viel het niemand in om de vier honderd milliarden +graantjes van dien oogst te tellen. Toch kwam Pencroff op de gedachte +om dit te doen, maar Cyrus Smith zeide hem, dat al telde hij drie +honderd graantjes in de minuut, of achttien duizend in het uur, hij +toch ruim twee duizend vijf honderd jaar noodig zou hebben om zijn +telling te volbrengen, en de zeeman besloot dus zijn plan op te geven. + +In dien tijd was de kleine kolonie zeer gelukkig. Het pluimgedierte +vermeerderde zeer en men voedde zich met hetgeen te veel was, want men +moest het getal tot een zekere hoeveelheid beperken. Er waren reeds +een menigte biggen en, zooals men denken kan, vergden deze dieren +veel tijd aan Nab en Pencroff. De onagga's hadden ook twee jongen +ter wereld gebracht, die meestal door Gideon Spilett en Harbert +bereden werden, want de laatste was onder leiding van den reporter +een uitstekend ruiter geworden. Ook spande men ze voor den wagen, +hetzij om hout en steenkolen naar het Rotshuis te brengen, of om de +verschillende delfstoffen te halen, welke de ingenieur noodig had. + +Gedurende hun onderzoekingstochten zorgden de kolonisten steeds +gewapend te zijn, want dikwijls ontmoetten zij wilde zwijnen waartegen +zij duchtig moesten strijden. + +In dien tijd hadden zij ook menigmaal met de tijgerkatten oorlog +te voeren. Gideon Spilett had hun een onverzoenlijken haat +gezworen, en zijn leerling Harbert stond hem altijd dapper ter +zijde. Gewapend zooals zij waren, behoefden zij een ontmoeting +met wilde dieren volstrekt niet te vreezen. De stoutmoedigheid +van Harbert was bewonderenswaardig, en de koelbloedigheid van den +reporter verbazend. Ook versierden eenige prachtige huiden de groote +zaal van het Rotshuis, en indien dit zoo voortging, zou het ras der +jaguars spoedig geheel op het eiland uitgeroeid zijn, en naar dit +doel streefden allen. + +Soms nam de ingenieur deel aan die tochten, welke gewoonlijk in +een onbekend oord van het eiland plaats hadden, en welke hij dan +met aandacht volgde. Andere sporen dan die van dieren zocht hij in +de dichtste wouden, maar nooit trof eenig verdacht voorwerp zijn +opmerkzaamheid. Noch Top, noch Jup, die hem vergezelden, verrieden +door hun houding dat zij een besef van iets buitengewoons hadden en +toch meer dan eens blafte de hond aan de opening van den put, dien de +ingenieur zonder eenig gevolg onderzocht had. Het was in dien tijd +dat Gideon Spilett, bijgestaan door Harbert, de schilderachtigste +landschappen opnam door middel van zijn photographischen toestel +die ook in de kist was gevonden, maar dien zij tot nog toe nooit +gebruikt hadden. + +De reporter en zijn medestanders werden dus in weinig tijd volmaakte +photografen en zij verkregen de prachtigste gezichten; ook hadden zij +het geheele overzicht van het eiland op het Verre Uitzicht genomen, +waarvan de horizon, door den berg Franklin gevormd werd; voorts de +monding der Mercy, welke zoo schilderachtig omlijst werd door de hooge +rotsen, de open plaats en de kraal, waarachter de eerste bergen zich +verhieven, de zoo merkwaardige vorm van kaap Klauw en het uiteinde +van de Wrakkust. Ook vergaten de photografen niet om de portretten +van alle bewoners van het eiland, niemand uitgezonderd, te maken. + +"Dat vult!" zeide Pencroff. + +Den matroos deed het genoegen zijn eigen beeld, zoo getrouw +weergegeven, tegen den muur van het Rotshuis te zien hangen, en hij +stond gaarne daar tegenover stil, zooals hij voor de prachtigste +winkels van Broadway zou gedaan hebben. Maar het moet gezegd worden, +het best gelijkend portret was dat van Jup. De heer Jup had met den +meesten ernst geposeerd en zijn beeltenis was sprekend! + +"Men zou zeggen dat hij op het punt stond een zijner kluchtige sprongen +te doen!" riep Pencroff uit. + +Als Jup niet tevreden geweest was, moest hij wel zeer moeielijk wezen, +maar hij was het en hij beschouwde zijn portret met een gevoelvollen +blik, die niet geheel vrij was van zekere verwaandheid. + +Den 21sten Maart waren de eerste sneeuwvlokken gevallen. Harbert +stond dien ochtend aan het venster en riep: + +"Zie eens, het eilandje is met sneeuw bedekt!" + +"Nu reeds sneeuw!" antwoordde de reporter, en voegde zich bij den +knaap. + +Spoedig kwamen de anderen ook naderbij en zagen dat niet alleen het +eilandje, maar het geheele strand beneden het Rotshuis met een laag +sneeuw bedekt waren. + +"Het is sneeuw!" zeide Pencroff. + +"Ja, het heeft er tenminste veel van," antwoordde Nab. + +"Maar de thermometer wijst acht en vijftig graden!" merkte Gideon +Spilett op. + +Cyrus Smith uitte bij het zien van deze witte vlakte geen enkel +woord, want hij wist niet op welke wijs dit natuurverschijnsel in +dit jaargetijde en met zulk een temperatuur te verklaren. + +"Duizend duivels!" riep Pencroff uit, "onze planten zullen bevriezen!" + +De matroos maakte zich gereed om naar beneden te gaan, maar Jup, +die zich tot op den grond liet neerglijden, was hem voor. + +De aap had echter den grond nog niet aangeraakt, of de geheele +sneeuwvlaag vloog in de lucht en verspreidde zich in tallooze vlokken, +zoodat voor een oogenblik het licht der zon verduisterd werd. + +"Het zijn vogels!" riep Harbert. + +Het waren inderdaad een zwerm zeevogels, met prachtig witte veeren. Zij +waren bij duizenden op het eilandje en de kust neergestreken, +en verdwenen spoedig in de verte, de verbaasde kolonisten achter +latende, alsof zij van een _dissolving view_ getuigen waren +geweest; alsof de winter door den zomer was opgevolgd, evenals in +een toovervoorstelling. Ongelukkig genoeg had die verandering zoo +plotseling plaats gegrepen, dat noch de reporter, noch de knaap er +in slaagden een dezer vogels te dooden, waarvan zij onmogelijk het +soort konden herkennen. + +Eenige dagen later, den 26sten Maart, was het twee jaar geleden dat +de luchtschipbreukelingen op het eiland Lincoln waren geworpen. + + + + + +IX. + + Herinnering aan het vaderland.--Kansen der toekomst.--Plan + tot een verkenning.--Vertrek op 16 April.--Het + schiereiland.--Hagedis in zee gezien.--Het basalt op de + westkust.--Slecht weer.--De nacht valt.--Een nieuw voorval. + + +Reeds twee jaar! En in die twee jaar hadden de kolonisten geen +omgang gehad met hun gelijken! Zij wisten niets van hetgeen er in de +beschaafde wereld plaats had gegrepen, en leefden geheel verlaten op +dit eiland alsof zij zich op een der onbekende planeten bevonden. + +Gedurende die twee jaar was er op het eiland geen schip in het gezicht +geweest; geen zeil hadden zij kunnen ontdekken. Het was duidelijk dat +het eiland Lincoln niet in den koers lag die gewoonlijk gevolgd werd, +en zelfs dat het geheel onbekend was--hetgeen de kaarten bovendien ook +bewezen--want ofschoon het geen haven bezat, zou zijn water de schepen +hebben aangetrokken, die hun voorraad daarvan wilden vernieuwen. Maar +de zee, die het omringde, was altijd, zoo ver men zien kon, geheel +verlaten en de kolonisten hadden slechts op zich zelven te rekenen, +zoo zij naar hun vaderland mochten willen terugkeeren. Toch bleef +hun nog een kans over, en die werd juist in de eerste week van April +besproken, toen zij met elkander in het Rotshuis gezeten waren. + +"Wij hebben bepaald maar één middel," zeide Gideon Spilett, "een +enkel slechts waardoor wij het eiland Lincoln kunnen verlaten, en dat +bestaat hierin: zulk een groot schip te bouwen, dat het gedurende +eenige honderden mijlen zee kan houwen. Mij dunkt, wanneer men een +sloep gemaakt heeft, dat men dan ook een schip klaar zal krijgen." + +"En dat wij wel naar Pomotou kunnen gaan," voegde Harbert er bij, +"nu wij eenmaal op het eiland Tabor geweest zijn." + +"Ik zeg geen neen," antwoordde Pencroff, die altijd een beslissende +stem had in de zaken die zijn vak betroffen, "ik zeg geen neen, +hoewel het volstrekt niet hetzelfde is om naar een dichtbijzijnde +of verafgelegen plaats over te steken! Zoo onze sloep, toen wij naar +Tabor voeren, door de een of andere windvlaag bedreigd ware geworden, +dan wisten wij, dat de haven aan beide zijden niet ver verwijderd was; +maar om twaalf honderd mijlen af te leggen, dat is geen kleinigheid, +en het naaste land is toch op zulk een afstand!" + +"Maar wanneer het nu eens een dringende noodzakelijkheid was, Pencroff, +zoudt ge het dan nog niet wagen?" vroeg de reporter. + +"Ik zal alles ondernemen wat ge maar wilt, mijnheer Spilett," +antwoordde de matroos, "en ge weet wel, dat ik nu juist de man niet +ben, die ergens tegen opziet!" + +"Bedenk ook wel, dat wij op een zeeman méer kunnen rekenen," merkte +Nab op. + +"Wie dan?" vroeg Pencroff. + +"Ayrton." + +"Dat is waar," antwoordde Harbert. + +"Zoo hij er in toestemt om hier te komen," zeide Pencroff. + +"Ei, ei," antwoordde de correspondent, "gelooft ge dan, dat wanneer +het jacht van lord Glenarvan op het eiland Tabor was gekomen, Ayrton +geweigerd zou hebben mede te gaan?" + +"Gij vergeet, vrienden," merkte Cyrus Smith op, "dat Ayrton gedurende +de laatste jaren van zijn verblijf op het eiland krankzinnig was. Maar +dat is nu de vraag niet. Het komt er op aan, of we ook kunnen rekenen +op de terugkomst van het Schotsche vaartuig. Daar lord Glenarvan +aan Ayrton beloofd heeft, hem van het eiland Tabor te komen halen, +wanneer hij meent dat zijn misdaden genoeg vergeten zijn, geloof ik +wel, dat hij terug zal keeren." + +"Ja," zeide de reporter, "en ik voeg er bij, dat hij weldra terug +zal wezen, want het is reeds twaalf jaar geleden dat hij Ayrton hier +achtergelaten heeft." + +"Ja, ik ben het ook met u eens," zeide Pencroff, "dat hij zal +terugkeeren en wel spoedig ook. Maar waar zal hij ankeren? Op het +eiland Tabor, en niet op Lincoln." + +"Dat is zooveel te zekerder, daar het eiland Lincoln niet eens op de +kaart vermeld is," zeide Harbert. + +"Daarom, vrienden, moeten wij de noodige maatregelen nemen," was de +meening van den ingenieur, "dat ons verblijf en dat van Ayrton op +het eiland Lincoln geweten wordt op het eiland Tabor." + +"Zeker," antwoordde de reporter, "en niets is gemakkelijker dan om in +de hut, die kapitein Grant en Ayrton bewoond hebben, een bericht te +plaatsen, waar de ligging van ons eiland op aangegeven is, een bericht +dat lord Glenarvan of een zijner mannen terstond vinden moeten." + +"Het is zelfs jammer," merkte de matroos op, "dat wij niet reeds bij +ons eerste bezoek, op het eiland Tabor, die voorzorg genomen hebben." + +"En waarom zouden wij dat gedaan hebben?" vroeg Harbert. "Wij kenden +toen de geschiedenis van Ayrton niet; wij wisten niet dat men hem +ooit weer zou komen afhalen, en al hadden wij dat alles geweten, +het jaargetijde was toch reeds te ver gevorderd om toen nog naar +Tabor terug te kunnen keeren." + +"Ja," antwoordde Cyrus Smith, "het was reeds te laat, en wij moeten +dien tocht tot het voorjaar uitstellen." + +"Maar zoo het Schotsche jacht eens in dien tusschentijd kwam?" vroeg +Pencroff. + +"Dat is niet waarschijnlijk," antwoordde de ingenieur, "want +lord Glenarvan zal juist den winter niet uitkiezen om zich op die +uitgestrekte zeeën te wagen. Of hij is reeds op het eiland Tabor +geweest in den tijd dat Ayrton zich bij ons bevindt, dat is te zeggen, +in die vijf maanden en hij is weer vertrokken; of hij komt eerst later +en dan is het in de eerste helft van October tijds genoeg het eiland +Tabor te bezoeken en daar ons bericht te plaatsen." + +"Ik moet toch bekennen," zeide Nab, "dat het jammer zou wezen als de +Duncan eenige maanden geleden zich in deze zeeën bevonden had." + +"Ik hoop dat het niet gebeurd is," antwoordde Cyrus Smith. + +"Ik geloof," sprak Gideon Spilett, "dat wij in elk geval zullen +weten wat ons te doen staat wanneer wij weder op het eiland Tabor +zijn teruggekeerd, want zoo de Schotten het bezocht hebben, moeten +zij noodzakelijk eenig spoor hebben achtergelaten." + +"Dat is zeer waarschijnlijk," antwoordde de ingenieur. "Dus vrienden, +nu wij die kans nog over hebben om naar ons vaderland terug te keeren, +is het best die geduldig af te wachten, en zoo zij ons ook mocht +ontsnapt zijn, dan zullen we verder zien wat ons te doen staat." + +"In elk geval," zeide Pencroff nog, "wanneer wij op de een of andere +wijs het eiland Lincoln verlaten, zal het niet wezen, omdat wij het +hier slecht hebben!" + +"Neen, Pencroff," gaf de ingenieur ten antwoord, "dan zal het +wezen omdat we verre zijn van alles wat de mensch liefheeft, zijn +bloedverwanten, vrienden en geboorteland!" + +Nu zij eenmaal hiertoe besloten hadden, was er ook geen sprake meer +van om een schip te bouwen dat zich op de golven zou durven wagen, +en zij hielden zich thans slechts bezig met hun gewone werk daar +zij nu een derden winter in het Rotshuis zouden doorbrengen. In elk +geval kwamen zij overeen dat de sloep gebruikt zou worden om nog, +voor het slechte weer inviel, een tocht om het eiland te doen. De +kust was hun nog niet geheel bekend en de kolonisten konden zich nog +maar een onvolledig denkbeeld vormen van de west- tot de noordkust; +van den mond der Valrivier tot aan de kapen Mandibule, even als van de +enge baai, die zich daar tusschen uitstrekte als de bek van een haai. + +Dit plan werd door Pencroff het eerst geopperd, en Cyrus Smith was +er zeer mede ingenomen, want hij wilde met eigen oogen dat geheele +gedeelte van zijn bezitting aanschouwen. + +Den 16den April zou de reis ondernomen worden met de Bonadventure, +die geheel tot zulk een tocht werd uitgerust. + +Ook hadden zij Ayrton met hun plan bekend gemaakt en hem voorgesteld +met hen mede te gaan, maar deze wilde liever op het eiland blijven; +zij besloten dus, dat hij, gedurende hun afwezigheid, met Jup het +Rotshuis zou bewonen. + +Tegen den nacht hadden zij het Voorgebergte bereikt. De passagiers, +uitgezonderd Pencroff, sliepen dien nacht, misschien minder goed aan +boord van de Bonadventure dan in hun slaapkamers in het Rotshuis, +maar toch genoten zij eenigen tijd rust. + +Zij bereikten tegen den middag de zuidkust van het eiland. Cyrus Smith +en zijn vrienden stonden verbaasd over de geheel verschillende natuur, +welke deze kust hun te aanschouwen gaf. In plaats van de weelderige +streek, waarin zij zich gevestigd hadden, bevonden zij zich hier te +midden der meest woeste natuur, van alle zijden omringd door rotsen, +die de grilligste vormen vertoonden. Sprakeloos stonden zij bij +het gezicht dier ontzagwekkende steenmassa, maar zoo allen zwegen, +ontzag Top zich toch niet, om zijn luid geblaf te doen hooren, dat +de duizenden echo's van den basaltmuur weerkaatsten. De ingenieur +merkte zelfs op dat zijn geblaf anders klonk dan gewoonlijk en veel +geleek op het geluid dat hij bij de opening van den put hooren liet. + +"Laten wij hier aan wal gaan," zeide hij. + +Misschien was er in den omtrek een grot die zij moesten +onderzoeken. Maar Cyrus Smith zag niets, geen grot, geen enkel hol +dat tot schuilplaats van een of ander wezen zou kunnen dienen, want +de voet der rotsen werd hier door het water bespoeld. Spoedig zweeg +ook Top en zij staken weder van wal. + +Toen de avond inviel had de Bonadventure een kleinen inham der kust +bereikt, waar zij het raadzaam achtten den nacht door te brengen. + +Den anderen ochtend konden zij gemakkelijk de kust bereiken en gingen +Gideon Spilett en Harbert eenige uren op jacht. Zij keerden met een +goeden voorraad gevogelte terug. Top had zijn best gedaan en geen +enkel stuk wild was hem ontsnapt, dank zij zijn vlugheid en ijver. + +Ten acht ure 's morgens stevende de Bonadventure naar de kapen +Mandibule; zij hadden den wind achter en een frissche bries versnelde +haar gang. + +"Het zou mij niet verwonderen," zeide Pencroff, "zoo er een storm uit +het westen kwam opzetten. Gisteren is de zon zeer rood ondergegaan +en wanneer de zeemeeuwen zoo vliegen, voorspellen zij weinig goeds." + +"Welnu," zeide Cyrus Smith toen, "laten wij alle zeilen bijzetten en +een schuilplaats zoeken in de Haaiengolf. Ik denk dat de Bonadventure +daar wel veilig zal wezen." + +"Heel goed," antwoordde Pencroff, "bovendien is de noordkust ook +slechts door kale duinen gevormd die niets bijzonders opleveren." + +"Het zal mij ook niet spijten, om niet alleen den nacht, maar ook den +volgenden dag in die baai door te brengen, want die is wel de moeite +waard nauwkeuriger te worden onderzocht," voegde de ingenieur er bij. + +"Ik geloof dat wij er wel toe genoodzaakt zullen zijn, of we willen of +niet," antwoordde Pencroff, "want reeds heeft de horizon een dreigend +aanzien in het westen. Zie eens hoe de wolken zich daar samenpakken!" + +"In elk geval hebben we nu een goeden wind om kaap Mandibule te +bereiken," merkte de reporter op. + +"Een zeer goede wind," antwoordde de matroos, "maar toch om de golf +binnen te loopen moeten wij laveeren, en ik wil in die onbekende +streken goed uitzien." + +"Ja, want er moeten daar veel klippen zijn, te oordeelen naar de +zuidkust bij de Haaiengolf." + +"Pencroff," zeide toen de ingenieur, "wij verlaten ons op u." + +"Hoe laat is het?" vroeg Pencroff. + +"Tien uur," antwoordde Gideon Spilett. + +"Hoe ver zijn wij van de kaap verwijderd, mijnheer Cyrus?" + +"Ongeveer vijf mijlen." + +"Binnen twee uur zullen wij de kaap bereikt hebben. Ongelukkig hebben +wij wind en stroom tegen en zullen wij moeite hebben te landen." + +"Te meer," zeide Harbert, "omdat wij nieuwe maan hebben." + +"Was er maar een vuurbaak op deze kust; dit zou voor ons zeevaarders +van grooten dienst zijn." + +"En ditmaal is er ook geen ingenieur die een vuur op de rots aanlegt." + +"Dat is waar ook, Cyrus," riep Spilett uit, "daar hebben we u nog +nooit voor bedankt, want zonder het vuur zouden we niet gemakkelijk +de kust bereikt hebben." + +"Een vuur?" vroeg Cyrus Smith, zeer verwonderd over die woorden van +den reporter. + +"Wel ja," hernam Pencroff, "zonder die voorzorg, die gij in den nacht +van 19 op 20 October genomen hebt, om op het Rotshuis een vuur te +maken, zouden wij dit niet hebben gezien." + +"Ja, ja.... dat was een goede inval, dien ik toen gehad heb," sprak +de ingenieur. + +"Ditmaal zou er niemand zijn om ons dien kleinen dienst te bewijzen, +of het moest Ayrton zijn." + +"Neen, niemand," herhaalde Cyrus Smith. + +Eenige oogenblikken daarna toen hij zich op de plecht van het vaartuig +met den reporter alleen bevond, fluisterde hij hem in het oor: + +"Als er één ding hier op aarde zeker is, Spilett, dan is het dit, +dat ik nooit in den nacht van 19 op 20 October een vuur heb aangelegd, +noch bij het Rotshuis, noch in eenig ander gedeelte van het eiland." + + + + + +X. + + Een nacht op zee.--De haaiengolf.--Vertrouwelijk + gesprek.--Toebereidselen voor den winter.--Vroege + winter.--Groote koude.--Werk binnen 's huis.--Na zes + maanden.--Een photographische proef.--Een onverwachte + gebeurtenis. + + +Het gebeurde zooals Pencroff voorzien had, want zijn voorgevoel kon +hem niet bedriegen. De wind stak op, en de boot liep met een snelheid +van veertig à vijf en veertig mijlen in het uur. Toch kon Pencroff, hoe +gaarne hij het ook gewild had, de monding der Mercy niet binnenloopen +en wachtte dus geduldig den dag af. + +Gedurende dien nacht hadden Cyrus Smith en Gideon Spilett geen +gelegenheid eenige woorden met elkaar te wisselen, en toch waren de +woorden, die den ingenieur de reporter influisterde, van genoegzaam +belang om nogmaals den geheimzinnigen invloed, die het eiland Lincoln +scheen te beheerschen, te bespreken. Gideon Spilett dacht gedurig +aan die onverklaarbare gebeurtenis, een vuur op de kust gezien te +hebben. Hij had dit vuur bepaald gezien! Zijn vrienden, Harbert en +Pencroff hadden het met hem aanschouwd! Dat vuur was hun behulpzaam +geweest om in dien stikdonkeren nacht de ligging van het eiland te +verkennen, en zij twijfelden toen niet of het was de hand van den +ingenieur die het aangestoken had, en nu verklaarde Cyrus Smith toch +plechtig, dat hij dit niet gedaan had! + +Gideon Spilett was voornemens om zoodra de Bonadventure was +teruggekeerd, op deze gebeurtenis terug te komen en Cyrus Smith aan +te sporen om zijn vrienden met deze zonderlinge gebeurtenissen bekend +te maken. Misschien zouden zij dan besluiten om gemeenschappelijk +een volledig onderzoek van het eiland Lincoln in te stellen. + +Hoe het ook zij, dien avond was er geen vuur op de onbekende plaats +zichtbaar, die den ingang van de baai vormde, en het kleine vaartuig +bleef den geheelen nacht op een afstand van de kust. + +Bij het aanbreken van den dag waagden zij zich weder op die wateren, +welke door die merkwaardige lava-kusten omsloten waren. + +"Wat vooral zonderling is," merkte Cyrus Smith op, "is dat de golf +gevormd wordt door twee lava-oevers, door den vulkaan uitgeworpen, +en die door onophoudelijke uitbarstingen zijn opeen gehoopt." + +Tegen vier uur in den middag liet Pencroff de punt van het eilandje +links liggen, en liep het kanaal binnen, dat het van de kust scheidde, +en ten vijf ure liet de Bonadventure het anker vallen bij de monding +der Mercy. + +Drie dagen was het geleden dat de kolonisten hun woning verlaten +hadden. Ayrton wachtte hen op het strand en Jup liep hen tegemoet, +terwijl hij een zacht gebrom liet hooren dat zijn blijdschap te kennen +moest geven. + +Zij hadden dus de geheele kust van het eiland onderzocht, maar niets +verdachts had hun aandacht getroffen. Zoo een geheimzinnig wezen er +zich op bevond, kon het slechts in die ondoordringbare wouden wezen +van het Slangen-schiereiland; tot zoover hadden de kolonisten hun +onderzoek nog niet uitgestrekt. + +Gideon Spilett onderhield zich hierover met den ingenieur, en er werd +besloten dat zij ook de aandacht van hun metgezellen zouden vestigen +op die vreemde voorvallen die nu en dan op het eiland plaats grepen, +en waarvan het laatste vooral een der onverklaarbaarste was. + +Cyrus Smith kon niet nalaten, toen zij het onderwerp weder bespraken +dat een vuur door een onbekende hand zou zijn aangestoken, voor de +twintigste maal tot den reporter te herhalen: + +"Hebt ge inderdaad dat vuur gezien? Was het geen uitwerping van een +vulkaan, of een meteoor?" + +"Neen, Cyrus," antwoordde de reporter, "het was een vuur door een +menschenhand aangestoken. Vraag het Pencroff en Harbert. Zij hebben +het gezien evenals ik, en zullen mijn woorden bevestigen." + +Cyrus Smith besloot eindelijk eenige dagen later, den 25sten April, +toen allen in de zaal van het Rotshuis bijeen waren, het woord op +te nemen: + +"Vrienden," zeide hij, "ik moet uw aandacht vestigen op eenige +feiten die hier op het eiland hebben plaats gegrepen, en waarover +ik gaarne uw oordeel zou vernemen. Die feiten zijn om zoo te zeggen +bovennatuurlijk...." + +"Bovennatuurlijk!" riep de matroos uit en blies een breede wolk rook +uit. "Zou het kunnen zijn, dat ons eiland bovennatuurlijk is?" + +"Neen Pencroff, maar wel geheimzinnig," gaf de ingenieur ten antwoord; +"zoo gij ons ten minste geen verklaring kunt geven van datgene, +waarvan Spilett en ik ons geen denkbeeld kunnen vormen!" + +"Spreek, mijnheer Cyrus," antwoordde de matroos. + +"Welnu, hebt gij het dan begrepen," zeide toen de ingenieur, "hoe +het gebeurd is, dat ik na in zee gevallen te zijn, een vierde mijl +landwaarts in ben teruggevonden, en dat zonder dat ik eenig bewustzijn +van mijn verplaatsing heb gehad?" + +"Zoo gij ten minste niet buiten kennis waart...." zeide Pencroff. + +"Dat is niet denkbaar," antwoordde de ingenieur. "Maar laten wij +verder gaan. Hebt gij begrepen hoe Top uw schuilplaats heeft ontdekt, +op vijf mijl afstands van de grot waarin ik lag?" + +"Het instinct van een hond...." antwoordde Harbert. + +"Een zonderling instinct!" merkte de reporter op, "daar, ondanks +regen en wind, Top dien nacht droog in de schoorsteenen aankwam!" + +"Laten wij ook dit onderwerp verder onaangeroerd. Hebt gij begrepen +hoe onze hond zoo zonderling uit het meer werd geworpen, na dien +strijd met de zeekoe?" + +"Neen, niet goed, dat erken ik," antwoordde Pencroff, en de wond die +de koe in de zijde vertoonde, had den schijn alsof zij met een scherp +wapen was toegebracht en dat begrijp ik nog veel minder." + +"Nog iets," hernam Cyrus Smith. "Hebt gij begrepen, beste vrienden, +hoe dat hageltje in het lichaam van het konijn gekomen is, zonder dat +wij eenig spoor van een schipbreuk gevonden hebben; hoe die flesch, +waarin die documenten lagen, ons juist bijtijds in handen is gekomen; +hoe onze boot, nadat zij zich van haar touwen had losgerukt op het +goede oogenblik de Mercy afzakte; hoe na de bestorming der apen, de +ladder op een geschikt oogenblik weder boven uit het Rotshuis kwam, +en eindelijk hoe het bericht dat Ayrton beweert nooit geschreven te +hebben, in onze handen is gevallen." + +Cyrus Smith noemde ze allen op, zonder een enkel te vergeten van de +feiten die op het eiland hadden plaats gegrepen. Harbert, Pencroff +en Nab zagen elkaar aan, en wisten niet wat te antwoorden, want de +reeks dezer gebeurtenissen, voor de eerste maal aldus gerangschikt, +verbaasde hen in de hoogste mate. + +"Op mijn woord," zeide Pencroff eindelijk, "gij hebt gelijk, mijnheer +Cyrus, en het is moeielijk die zaken te verklaren." + +"Welnu, mijn vrienden," hernam de ingenieur, "er is nog een derde +feit bijgekomen, en dat is niet minder onverklaarbaar." + +"Welk dan, mijnheer Cyrus?" vroeg Harbert levendig. + +"Toen gij van het eiland Tabor terug zijt gekomen, Pencroff," zeide +de ingenieur, "hebt ge een vuur op het eiland Lincoln gezien?" + +"Zeker," antwoordde de matroos. + +"Gij zijt vast overtuigd het gezien te hebben?" + +"Even zeker als ik u nu zie." + +"Gij ook, Harbert?" + +"Wel, mijnheer Cyrus!" riep Harbert uit, "het vuur schitterde als +een ster in haar volle pracht." + +"Maar was het geen ster?" vroeg de ingenieur dringend. + +"Neen," antwoordde Pencroff, "want het was een bewolkte hemel, en +een ster zou in elk geval niet zoo laag kunnen staan. Maar mijnheer +Spilett heeft het evenals wij gezien en kan onze woorden bevestigen." + +"Ik voeg er bij," zeide de reporter, "dat het een helder vuur was en +dat electrieke stralen wierp." + +"Ja juist...." riep Harbert, "en het was boven het Rotshuis." + +"Welnu, mijne vrienden," antwoordde Cyrus Smith, "in dien nacht van 19 +op 20 October hebben noch Nab, noch ik een vuur op de kust aangelegd." + +"Hebt gij niet?...." riep Pencroff uit, ten toppunt van verbazing, +zoodat hij zelfs den zin niet kon voleinden. + +"Wij hebben het Rotshuis niet verlaten," antwoordde de ingenieur, +"en zoo gij een vuur op de kust gezien hebt, dan heeft een andere +hand dan de onze het aangestoken!" + +Pencroff, Harbert en Nab stonden hierover versteld. Het kon geen +verbeelding geweest zijn, en zeer zeker hadden zij in dien nacht van +19 en 20 October een vuur gezien. + +Ja, zij moesten het wel erkennen dat er een geheim bestond! Een +onverklaarbare invloed, die de kolonisten zeer gunstig was, maar +die in de hoogste mate hun nieuwsgierigheid opwekte, beheerschte het +eiland Lincoln. Was er dan eenig wezen verborgen in de meest afgelegen +schuilplaatsen? Dit moesten zij weten, het mocht kosten wat het wilde. + +Cyrus Smith herinnerde ook zijn vrienden aan het zonderlinge gedrag +van Top en Jup, toen zij bij de opening van den put kwamen, die het +Rotshuis in gemeenschap brengt met de zee, en deelde hun mede dat +hij dien put onderzocht had, maar niets verdachts had ontdekt. Zij +eindigden met het voornemen om het geheele eiland weer te onderzoeken, +zoodra het goede seizoen was aangebroken. + +Pencroff was dien dag telkens in gepeins verzonken. Het eiland dat +hij dacht met zijn vrienden te bezitten, scheen hem niet meer geheel +te behooren en het was of hij het met een ander moest deelen, aan wien +hij, of hij wilde of niet, zich onderworpen moest gevoelen. Nab en hij +spraken menigmaal over die onverklaarbare dingen; beiden geloofden +gaarne aan wonderen, en aarzelden dus niet lang om te verklaren dat +het eiland door een bovennatuurlijke macht beheerscht werd. + +Het slechte weer brak met de maand Mei aan--die de Novembermaand +in het noorden is. Het scheen een strenge en lange winter te zullen +worden. Zij begonnen dan ook spoedig met hun winter-arbeid. + +De kolonisten waren echter op dien winter voorbereid, hoe streng hij +ook wezen mocht. Het ontbrak hun niet aan vilten kleeren en de schapen +hadden hen van de noodige wol voorzien, waarvan zij warme kleeren +konden vervaardigen. Het spreekt van zelf, dat zij ook Ayrton niet +vergeten hadden. Cyrus Smith bood hem aan om het koude jaargetij in +het Rotshuis te komen doorbrengen, waar hij een beter verblijf zou +vinden dan in de kraal, en Ayrton beloofde dit te doen, zoodra zijn +werk in de kraal zou zijn afgeloopen. + +Hij kwam die belofte dan ook spoedig na. Sedert dien tijd maakte +Ayrton een deel van het gezin uit en was hij hun in vele opzichten +behulpzaam; maar hij bleef altijd onderworpen en somber en nam nooit +deel aan de kleine genoegens die de kolonisten zich verschaften. + +Het grootste gedeelte van dien derden winter, welken zij op het +eiland Lincoln doorbrachten, sleten de kolonisten in het Rotshuis. Er +waren hevige stormen en regenbuien, die de rotsen deden schudden +op hun grondvesten. Gedurende dien tijd waagden zich tot tweemaal +toe een paar jaguars en andere viervoetige dieren tot aan de grens +der bergvlakte, en het was altijd te vreezen, dat de vlugsten en de +moedigsten, door den honger gedreven, de gracht zouden oversteken, die +bovendien, wanneer zij bevroren was, hun een gemakkelijken overtocht +zou aanbieden. De planten en huisdieren zouden, zonder hun goede +zorg, dan ook veel kans geloopen hebben geheel vernield te worden, +en dikwijls moesten zij een schot lossen om die gevaarlijke bezoekers +op een eerbiedigen afstand te houden. + +Aan werk ontbrak het den kolonisten overigens niet, want behalve +hetgeen zij buiten te verrichten hadden, leverde het meubelen van +het Rotshuis hun een voortdurenden arbeid op. + +Het jagen werd gedurende de vier strenge wintermaanden niet +vergeten. Maar het Rotshuis had weinig van die koude te lijden, +evenals de kraal, daar beiden niet zoo open lagen als de vlakte en +voor een groot gedeelte door den berg Franklin beschut werden. Er +werd daar dus weinig schade aangericht en de vlugge hand van Ayrton +was voldoende om alles weder te herstellen, toen hij in de tweede +helft van October eenige dagen in de kraal ging doorbrengen. + +Gedurende dien winter had er geen enkel onverklaarbaar feit +plaats. Niets vreemds gebeurde er, hoewel Pencroff en Nab er op uit +waren om aan de meest onbeteekenende zaak een geheimzinnig tintje te +geven. Top en Jup dwaalden niet meer om den put en gaven ook geen enkel +bewijs van ongerustheid. Het scheen dus, dat er een einde was gekomen +aan die bovennatuurlijke voorvallen, hoewel zij 's avonds, wanneer ze +allen in het Rotshuis vereenigd waren, nog menigmaal er over spraken, +en het hun plan nog altijd was om het eiland in zijn meest afgelegen +gedeelten weer te onderzoeken. Maar een zeer gewichtige gebeurtenis, +die noodlottige gevolgen kon hebben, deed alle plannen van Cyrus +Smith en zijn vrienden plotseling in duigen vallen. + +Men was in de maand October. Spoedig zou het goede jaargetij weer +aanbreken. Men herinnert zich dat Gideon Spilett en Harbert dikwijls +een photographie genomen hadden van verschillende punten van het eiland +Lincoln. Het was den 17den October, en tegen drie uur 's middags kwam +Harbert op het denkbeeld, daar het zulk een heldere hemel was, een +photographie van de Uniebaai te gaan nemen, die tegenover de vlakte +het Verre Uitzicht lag, van kaap Mandibule tot kaap Klauw. + +Hij plaatste zijn toestel aan een der vensters van de groote zaal in +het Rotshuis, zoodat het strand en de baai vlak voor hem lagen. Harbert +ging hiermede zooals gewoonlijk te werk, en toen hij zijn negatief had +verkregen, ging hij dit fixeeren door middel van de chemische stoffen, +welke in een donker vertrek van het Rotshuis bewaard werden. Toen hij +weder in het licht kwam, bezag hij het aandachtig. Harbert ontdekte op +zijn beeld een bijna onzichtbaar vlekje aan den horizon der zee. Hij +beproefde dit uit te wisschen, maar slaagde daarin niet. + +"Zeker zit het in het glas," dacht hij. + +Hij wilde toen door een lens zien, wat er aan het glas faalde. + +Maar nauwelijks had hij het bekeken of hij uitte een kreet en liet +bijna de photographie uit zijn handen vallen. + +Terstond snelde hij naar de kamer van Cyrus Smith, liet hem zijn +photographie door de lens zien, en wees hem het vlekje. + +De ingenieur beschouwde het aandachtig; daarop greep hij zijn +verrekijker en snelde naar het venster. + +Nadat hij langzaam met zijn verrekijker den geheelen horizon was +afgeloopen, hield hij hem eindelijk bij dat punt stil en uitte slechts +één woord: "Een schip!" + +En inderdaad een schip was in het gezicht van het eiland Lincoln. + + + + + +XI. + + Verloren of gered.--Ayrton ontboden.--Gewichtig onderhoud.--Het + is de Duncan niet.--Een verdacht vaartuig.--Voorzorgen.--Het + schip nadert.--Een kanonschot.--De brik laat het anker + vallen.--De nacht breekt aan. + + +Het was twee en een half jaar geleden dat de luchtschipbreukelingen +op het eiland Lincoln waren geworpen en tot nog toe hadden zij niets +van de beschaafde wereld gehoord. Eens had de reporter gepoogd om +eenige gemeenschap aan te knoopen, door aan een vogel het papier toe +te vertrouwen, dat het verhaal van hun toestand bevatte; maar dit was +een zeer gewaagd middel, waarop zij toch niet konden rekenen. Ayrton +alleen, en in welke omstandigheden weet men, had zich bij de kleine +kolonie gevoegd. En dien dag nu--den 17den October--waren onverwachts +andere menschen in het gezicht van het eiland, op die zee, die tot +nog toe altijd verlaten was geweest! + +Zij konden er niet meer aan twijfelen! Er lag daar een schip! Maar +zou het voorbijgaan of het anker laten vallen. Binnen weinige uren +zouden de kolonisten weten wat hun te doen stond. + +Cyrus Smith en Harbert riepen terstond Gideon Spilett, Pencroff en Nab +in de groote zaal van het Rotshuis, en stelden hen op de hoogte van +het gebeurde. Pencroff greep den verrekijker, doorliep den geheelen +horizon, hield hem op het aangeduide punt stil, dat is te zeggen, +daar waar het vlekje op de photographie zichtbaar was, en riep: + +"Duizend duivels! Het is een schip!" Hij zeide dit op een toon, +die zijn groote vreugde verried. + +"Komt het hierheen?" vroeg Gideon Spilett. + +"Ik kan het nog niet met zekerheid zeggen," gaf Pencroff ten antwoord; +"want alleen zijn mast is pas zichtbaar, en men ziet niets van +den romp." + +"Wat moeten wij doen?" vroeg de knaap. + +"Wachten," antwoordde Cyrus Smith. + +Eenige oogenblikken heerschte er een diepe stilte in de zaal; allen +waren met hun eigen gedachten, aandoeningen, vrees en hoop, die uit +deze gebeurtenis moesten voortspruiten, te zeer vervuld; het was het +gewichtigste voorval dat sedert hun verblijf op het eiland Lincoln +had plaats gegrepen. + +De kolonisten bevonden zich niet in dien toestand, waarmede +schipbreukelingen welke op een onvruchtbaar eiland geworpen zijn, +te kampen hebben, en die hun ellendig bestaan betwisten aan een +woeste natuur en voortdurend gekweld worden door de behoefte om de +bewoonde landen terug te zien. Pencroff en Nab vooral, die zich hier +zoo gelukkig en rijk gevoelden, zouden niet dan met spijt het eiland +verlaten. Zij waren gewend aan dit nieuwe leven, te midden van het +grondgebied dat, als het ware door hun eigen verstand, gevormd was +geworden! Maar in elk geval bracht dit schip hun toch eenig nieuws +van het vasteland; misschien was het een deel van hun vaderland, dat +hun hier tegemoet kwam! Het bracht hun menschen als zij, en men kan +begrijpen dat hun hart, bij het gezicht hiervan, van genot sidderde! + +Van tijd tot tijd ging Pencroff met den verrekijker voor het venster +staan. Hij beschouwde dan met aandacht het schip, dat twintig mijlen +oostwaarts van hen verwijderd was. De kolonisten hadden dus nog geen +enkel middel om de opvarenden met hun verblijf bekend te maken. Een +vlag zouden zij niet bespeuren; een geweerschot zou niet gehoord +worden, en een vuur zouden zij niet zien. + +Toch kon het eiland met zijn berg Franklin niet aan de bemanning +ontgaan zijn. Maar waarom zou het schip hier ankeren? Was het niet het +toeval dat hen in dit gedeelte van den Stillen Oceaan bracht? Geen +enkele kaart toch gewaagde in deze streek van een land, behalve het +eiland Tabor, dat zelfs buiten de richting der scheepvaart in den +Polynesischen Archipel lag. Op deze vraag die een ieder aan zichzelven +deed, gaf Harbert plotseling het antwoord: + +"Zou het de Duncan niet wezen?" + +De Duncan, men zal het zich herinneren, was het jacht van lord +Glenarvan, die Ayrton op het eilandje had achtergelaten en die hem +nu misschien kwam afhalen. Het eilandje was nu zoover niet van het +eiland Lincoln verwijderd, dat een schip, welks koers daarheen was, +niet in het gezicht kon komen van het andere eiland. Honderd vijftig +mijlen slechts was het in de lengte verwijderd en vijf en zeventig +mijlen in de breedte. + +"Wij moeten Ayrton waarschuwen," zeide Gideon Spilett, "en hem +onmiddellijk hier laten komen. Hij alleen kan ons zeggen of het de +Duncan is." + +Dit was ook de meening der overigen, en de reporter ging naar de +telegraaf, en zond het volgende telegram: + +"Kom terstond!" + +Eenige oogenblikken later kreeg hij het antwoord: + +"Ik kom." + +Nu gingen de kolonisten weder voort met het schip gade te slaan. + +"Als het de Duncan is," zeide Harbert, "zal Ayrton haar terstond +herkennen, daar hij eenigen tijd aan boord geweest is." + +"En zoo hij haar herkent," antwoordde Pencroff, "dan zal dat een +hevige aandoening bij hem opwekken." + +"Ja," zeide Cyrus Smith, "maar thans is Ayrton waardig om weder +aan boord van de Duncan te komen, en ik hoop dat 't het jacht van +lord Glenarvan wezen zal; want elk ander schip zou mij verdacht +toeschijnen! Deze zeeën worden weinig bezocht, en ik vrees altijd +nog dat ons eiland door maleische zeeroovers overvallen zal worden." + +"Wij zouden het verdedigen!" riep Harbert uit. + +"Zeker, beste jongen," antwoordde de ingenieur glimlachend, "maar +beter is het, wanneer we het niet behoeven te verdedigen." + +"Een eenvoudige opmerking," zeide Gideon Spilett. "Het eiland Lincoln +is aan de zeelieden niet bekend, daar het zelfs niet op de laatste +kaarten is aangegeven. Vindt gij dus niet, Cyrus, dat dit juist een +reden is dat een schip, zich zoo plotseling in het gezicht bevindende +van een nieuw land, dit eerder zal bezoeken, dan ontvluchten?" + +"Zeker," antwoordde Pencroff. + +"Ik geloof het ook," zeide Cyrus Smith. "Men kan zelfs beweren dat +het de plicht van een kapitein is om elk land, dat nog niet bekend is, +te bezoeken, en het eiland Lincoln bevindt zich in dat geval." + +"Welnu," zeide Pencroff toen, "dat dit schip hier zijn anker late +vallen, maar wat zullen wij dan doen?" + +Die vraag bleef eerst onbeantwoord. Maar toen antwoordde Cyrus Smith, +nadat hij een oogenblik had nagedacht, op zijn gewonen kalmen toon: + +"Wat wij doen zullen, mijn vrienden, is dit: Wij zullen onze +tegenwoordigheid melden, aan boord gaan en het eiland verlaten, nadat +wij er bezit van hebben genomen in naam der Vereenigde Staten. Daarop +zullen wij, met ieder die ons volgen wil, terugkeeren om het te +koloniseeren, en wij zullen de amerikaansche Republiek deze nuttige +haven in dit gedeelte van den Stillen Oceaan bezorgen." + +"Hoezee!" riep Pencroff, "en het is geen klein geschenk dat wij ons +land geven! De kolonisatie is bijna geheel voltooid; aan elk gedeelte +van het eiland hebben wij reeds een naam gegeven; er is een haven, +een waterleiding, wegen, een telegraaflijn, een timmerwerf en een +gasfabriek; er is dus niets anders te doen, dan het eiland Lincoln +op de kaarten te teekenen!" + +"Maar zoo anderen het gedurende onze afwezigheid in bezit nemen," +merkte Gideon Spilett op. + +"Duizend duivels," riep de matroos uit, "liever blijf ik dan hier +geheel alleen om het te bewaren; zoo waar ik Pencroff heet, zal men +het mij niet ontrooven, zoo min als mijn horloge." + +Een uur lang was het hun onmogelijk te zeggen of het schip zijn koers +al dan niet naar het eiland richtte. Wel was het naderbij gekomen, +maar onder welke vlag voer het? Dat kon Pencroff niet ontdekken. Maar +daar de wind uit het noordoosten woei, was het wel waarschijnlijk +dat het schip over stuurboord lag; de wind was bovendien zoo, dat +het schip het land kon naderen, zonder het nog te zien, en met zulk +een kalme zee bestond niet het minste gevaar om te ankeren, hoewel +de diepte der zee nog niet op de kaarten aangegeven was. + +Tegen vier uur--een uur nadat zij geseind hadden--kwam Ayrton in het +Rotshuis. Hij trad de zaal binnen, met de woorden: + +"Ik ben tot uw orders, mijne heeren!" + +Cyrus Smith stak hem, zooals altijd, de hand toe en geleidde hem naar +het venster. + +"Ayrton," zeide hij, "wij lieten u hier komen, omdat we een zeer +ernstig onderwerp te bespreken hadden. Er is een schip in het gezicht." + +Een oogenblik verbleekte Ayrton en sloot hij zijn oogen. Daarop keek +hij uit het venster; doorliep den horizon, maar hij zag niets. + +"Neem den verrekijker," zeide Gideon Spilett, "en let dan goed op, +Ayrton, want het zou mogelijk kunnen wezen dat het de Duncan was, +die in deze zeeën gekomen is om u weder naar uw vaderland te brengen." + +"De Duncan," mompelde Ayrton, "nu reeds!" + +De laatste woorden ontsnapten hem onwillekeurig, en Ayrton liet het +hoofd in de handen zakken. + +Twaalf jaar op een verlaten eiland te hebben doorgebracht, schenen +hem dus nog geen voldoend tijdsverloop toe? De berouwvolle misdadiger +scheen zich dus nog geen vergiffenis waardig te keuren, zoo min in +zijn eigen oogen, als in die van anderen. + +"Neen," zeide hij, "neen! het kan de Duncan niet zijn." + +"Zie goed, Ayrton," zeide toen de ingenieur, "want het is van het +hoogste belang dat wij weten, waaraan we ons te houden hebben." + +Ayrton nam den verrekijker en hield hem in de aangewezen +richting. Eenige oogenblikken beschouwde hij roerloos den horizon, +zonder een woord te uiten. Daarop antwoordde hij: + +"Waarlijk, het is een schip; maar ik geloof niet dat het de Duncan is." + +"Waarom zou zij het niet wezen?" vroeg Gideon Spilett. + +"Omdat de Duncan een stoomjacht is, en ik volstrekt geen rook bespeur, +noch boven noch in den omtrek van het schip." + +"Misschien voert het thans enkel zeilen?" merkte Pencroff op. "De wind +is goed naar het schijnt voor de richting, die het schip volgen wil, +en het heeft er belang bij, dunkt me, zijn kolen te sparen, daar het +zoover van elk land verwijderd is." + +"Het is mogelijk dat ge gelijk hebt, Pencroff," antwoordde Ayrton, +"en dat het schip zijn vuren heeft gebluscht. Laten wij dus wachten +tot het de kust genaderd is, en spoedig zullen wij dan weten waaraan +wij ons te houden hebben." + +Bij deze woorden ging Ayrton in een hoek der zaal zitten, zonder +verder een woord te uiten. De kolonisten spraken nog een tijd lang +over het onbekende schip, maar Ayrton nam aan het gesprek geen deel. + +Allen bevonden zich in een toestand, waarin zij onmogelijk tot +werken geschikt zouden zijn. Gideon Spilett en Pencroff waren +bijzonder zenuwachtig, zij liepen heen en weer en konden onmogelijk +op dezelfde plaats blijven. Harbert kon zijn nieuwsgierigheid niet +beheerschen. Nab alleen behield zijn gewone kalmte. Was zijn vaderland +niet daar, waar zijn meester was? Wat den ingenieur betrof, deze was +in gepeins verzonken en in zijn binnenste was hij meer met vrees, +dan met hoop vervuld. + +Het schip was in dien tusschentijd het eiland een weinig genaderd. Met +behulp van den verrekijker was het hun mogelijk geweest te ontdekken +dat het een koopvaardijschip was, en niet een van die maleische +prauwen welke de zeeroovers uitrusten wanneer zij den Stillen Oceaan +bevaren. Het was dus te voorzien dat de vrees van den ingenieur niet +verwezenlijkt zou worden, en dat de komst van een schip bij het eiland +Lincoln geen gevaar voor hen zou opleveren. Pencroff was, nadat hij +nogmaals den horizon aandachtig had gadegeslagen, van oordeel dat het +een brik was en dat het rechtstreeks op de kust aankwam, hetgeen door +Ayrton ook bevestigd werd. + +"Wat zullen wij doen wanneer de avond invalt?" vroeg Gideon +Spilett. "Zullen wij een vuur aansteken zoodat men met onze +tegenwoordigheid op deze kust bekend worde?" + +Dit was een gewichtige vraag, en toch, hoewel de ingenieur altijd +nog van zijn voorgevoel geen afstand had kunnen doen, werd deze vraag +bevestigend beantwoord. Gedurende den nacht kon het schip verdwijnen, +voor altijd zich verwijderen, en wanneer dit gebeurde, zou er dan +ooit weer een ander in de nabijheid van Lincoln komen? Maar wie kon +voorzien wat de toekomst hun nog zou opleveren? + +"Ja," zeide de reporter, "wij moeten dat schip laten weten, op welke +wijs ook, dat het eiland bewoond is. Wanneer we die goede gelegenheid +thans voorbij lieten gaan, zouden we ons misschien veel verdriet +berokkenen!" + +Er werd dus besloten dat Nab en Pencroff naar de Ballonhaven zouden +gaan, en zoodra de nacht was aangebroken een groot vuur zouden +aanleggen, dat ongetwijfeld de aandacht der bemanning van de brik +moest trekken. + +Maar op het oogenblik dat Nab en de matroos op het punt stonden het +Rotshuis te verlaten, veranderde het schip zijn koers en maakte zich +gereed de Uniebaai binnen te loopen. De brik was een goede zeiler, +want zij naderde snel. Pencroff en Nab zagen dus van hun vertrek af, +en overhandigden den verrekijker aan Ayrton, zoodat hij zich terstond +kon overtuigen of het al dan niet de Duncan was. Het schotsche jacht +was ook als brik getuigd. De vraag was nu, of zich tusschen de twee +masten van het schip, dat nog slechts twee mijlen verwijderd was, +een schoorsteen verhief. + +De horizon was nog helder. Zij konden dus alles gemakkelijk +onderscheiden, en Ayrton legde spoedig zijn verrekijker neer met +de woorden: + +"Het is de Duncan niet! Zij kon het niet wezen!...." + +"Een half uur later zullen we weten welk schip het dan is," antwoordde +de reporter. "Bovendien is het zeer waarschijnlijk, dat de kapitein +van plan is hier te ankeren, en dus zoo niet van daag, zullen wij +morgen toch met hem kennis maken." + +"Het doet er niet toe!" zeide Pencroff. "Het is beter dat wij weten +met wien we te doen hebben, en ik wil gaarne weten, onder welke vlag +het vaart!" + +Zoo pratende, hield de matroos steeds zijn verrekijker op het schip +gericht. + +"Het is geen amerikaansche vlag," zeide Pencroff van tijd tot tijd, +"noch een engelsche, want het rood zouden wij gemakkelijk kunnen +onderscheiden, noch zijn het de fransche of duitsche kleuren en evenmin +is het de witte vlag der Russen, noch de gele der Spanjaarden.... Men +zou zeggen dat het één kleur is.... Laat eens zien.... in deze +zeeën.... wat zou het dan wezen?.... de chilische vlag?.... maar die is +driekleurig.... braziliaansche?.... die is groen.... japaneesche? die +is wit met een roode schijf.... terwijl deze...." + +Op dit oogenblik deed een koeltje de onbekende vlag uitwaaien. + +Ayrton greep den verrekijker dien de matroos had nedergelegd, keek +er door en sprak toen op somberen toon: + +"Het is de zwarte vlag!" + +Inderdaad woei deze doodsche kleur boven de brik, en men kon nu met +alle recht zeggen dat het een verdacht schip was. De ingenieur was dus +in zijn voorgevoel niet bedrogen. Was het een schip met zeeroovers? Wat +kwam dit op de kust van het eiland Lincoln zoeken? Zag het daarin een +onbekend land, dat zeer goed tot bewaarplaats van hun gestolen goederen +kon dienen? Kwam men hier gedurende de wintermaanden een schuilplaats +zoeken? Was dus die bezitting der kolonisten bestemd om een schandelijk +toevluchtsoord te worden--een soort van hoofdplaats--der zeeroovers +van den Stillen Oceaan? + +Al deze gedachten maakten zich van de kolonisten meester. Er viel niet +meer aan te twijfelen, daar zij de vlag geheschen hadden. Het was die +der zeeschuimers! Het was die, welke de Duncan zou gevoerd hebben, +zoo de misdadigers in hun slechte plannen waren geslaagd! + +Zij verloren geen tijd met hierover te praten. + +"Vrienden," zeide Cyrus Smith, "misschien wil dit schip slechts de +kust van het eiland verkennen? Misschien zal de bemanning niet aan +wal gaan? Dat is de eenigste kans. Hoe het ook zij, wij moeten alles +beproeven om onze tegenwoordigheid te verbergen. De molen, welke +op het Verre Uitzicht staat, is te gemakkelijk te bespeuren. Laten +Ayrton en Nab de wieken er af nemen. Laten wij ook de vensters van +het Rotshuis met takkenbossen verbergen. Laten alle vuren worden +uitgedoofd. Dat niets de tegenwoordigheid van den mensch verrade!" + +"En ons vaartuig?" vroeg Harbert. + +"O," antwoordde Pencroff, "dat ligt goed in de Ballonhaven bezorgd, +en ik twijfel er aan of de roovers het ooit kunnen vinden." + +De bevelen van den ingenieur werden onmiddellijk ten uitvoer +gebracht. Nab en Ayrton begaven zich naar de vlakte en namen daar +de noodige maatregelen, opdat hun verblijf niet zou ontdekt kunnen +worden. Terwijl zij hiermede bezig waren, gingen hun metgezellen naar +den zoom van het boomkruipersbosch en brachten vandaar een aantal +slingerplanten en takken mede, die voorloopig hun verblijfplaats +moesten verbergen. Ook brachten zij hun wapenen in orde, zoodat zij, +wanneer het noodig was, die terstond bij de hand zouden hebben. + +Toen al deze voorzorgen genomen waren, zeide Cyrus Smith: + +"Vrienden," en men bespeurde aan den toon waarop hij deze woorden +sprak, dat hij aangedaan was, "zoo die ellendelingen zich van het +eiland Lincoln willen meester maken, zullen wij ons verdedigen, +niet waar?" + +"Ja, Cyrus," antwoordde de reporter, "en zoo het moet, zullen wij +ons leven geven om het te verdedigen!" + +De ingenieur stak zijn vrienden de hand toe, die hem met hartelijkheid +drukten. + +Ayrton was in zijn hoek gebleven en had zich dus niet bij de kolonisten +gevoegd. Misschien gevoelde hij, de voormalige balling, zich nog niet +waardig daartoe. + +Cyrus Smith begreep wat er in de ziel van Ayrton moest omgaan, hij +ging dus naar hem toe met de woorden: + +"En gij, Ayrton, wat zult gij doen?" + +"Mijn plicht," antwoordde deze. + +Daarop plaatste hij zich bij het venster en keek naar buiten. Het was +toen half acht. De zon was reeds eenigen tijd achter het Rotshuis +ondergegaan. De brik naderde steeds meer en meer. Nog slechts acht +mijlen was zij van het land verwijderd. + +Nu was de vraag: zou het schip de baai binnenloopen, en zoo het dit +al deed, zou het dan zijn anker laten vallen? Of zou het misschien +zich tevreden stellen de kust in oogenschouw te nemen, en daarop weder +zee kiezen? Binnen het uur zouden zij dit alles weten. De kolonisten +moesten dus tot zoolang geduld hebben. + +Cyrus Smith had niet zonder angst het verdachte schip zijn zwarte vlag +zien hijschen. Was dit niet een bepaalde bedreiging tegen het werk dat +zijn vrienden en hij hadden tot stand gebracht? De zeeroovers--men +kon er niet meer aan twijfelen of de bemanning der brik bestond uit +die wezens--hadden dit eiland dus reeds meermalen bezocht, daar zij, +toen ze in het gezicht waren gekomen, hun vlag geheschen hadden? Hadden +zij vroeger een landing hier gedaan, wat verscheidene bijzonderheden, +die tot nog onverklaarbaar schenen, zouden hebben opgelost? Leefde +er in die gedeelten, welke zij nog niet doorzocht hadden, een wezen, +dat gereed was zich met hen in betrekking te stellen? Op al deze +vragen, die zij zich zelven onwillekeurig deden, wist Cyrus niet wat +te antwoorden; maar wel begreep hij dat de toestand der kolonie door +de komst van de brik in groot gevaar verkeerde. + +Het was nacht geworden. Men kon niets meer van het schip onderscheiden. + +"Wel, wie weet," zeide Pencroff eensklaps, "of dat ellendige schip +misschien zijn koers gedurende den nacht niet verandert en wij het +bij het aanbreken van den dag niet weder zullen zien." + +Maar plotseling, alsof het een antwoord was op de woorden van den +matroos, zagen zij een hel licht en hoorden zij een kanonschot. + +Het schip was er dus nog altijd en men had geschut aan boord. + +Zes seconden waren er verstreken tusschen het zien van het licht en +het geluid van het schot. De brik was dus op een en een kwart mijl +van de kust verwijderd. + +En op hetzelfde oogenblik hoorden zij het rinkelen van kettingen die +door de kluisgaten liepen. Het schip ankerde dus voor het Rotshuis. + + + + + +XII. + + Beraad.--Voorgevoel.--Een voorstel van Ayrton.--Men neemt + het aan.--Ayrton en Pencroff op het eilandje.--Boeven uit + Norfolk.--Hun plannen.--Heldhaftige pogingen van Ayrton.--Zijn + terugkomst.--Zes tegen vijftig. + + +Er viel dus niet meer te twijfelen aan de plannen der zeeroovers. Zij +hadden het anker op korten afstand van het eiland geworpen, en het +was blijkbaar, dat zij den anderen morgen met hun sloepen zich aan +wal zouden begeven. + +Cyrus Smith en zijn metgezellen stonden dus gereed om te handelen, +maar, hoe vast besloten zij ook waren, moesten zij de voorzichtigheid +toch niet uit het oog verliezen. + +Misschien konden zij hun tegenwoordigheid nog verbergen, ingeval de +zeeroovers zich mochten bepalen de kust te onderzoeken, zonder tot +het binnengedeelte van het eiland door te dringen. Het kon inderdaad +zeer goed wezen, dat zij geen ander plan hadden dan water in te nemen, +en het was niet onmogelijk dat de brug, op ongeveer anderhalve mijl +afstand van de monding, en de verschillende werkplaatsen bij de +schoorsteenen aan hun oog ontsnapten. + +Maar waarom hadden zij die vlag geheschen? Waartoe dat +kanonschot? Niets dan bluf, zoo het ten minste niet het teeken was van +het inbezitnemen van het eiland! Cyrus Smith wist thans, dat het schip +goed gewapend was. En wat hadden de kolonisten van het eiland Lincoln +om het kanonschot der zeeschuimers te kunnen beantwoorden? Niets dan +eenige geweren. + +"In elk geval," merkte Cyrus Smith op, "bevinden wij ons in +een onoverwinlijke positie. De vijand kan de opening van de +uitloozingsplaats niet ontdekken, daar die thans onder takkenbossen +en groen verborgen is, en dientengevolge is het hem ook onmogelijk +het Rotshuis binnen te dringen." + +"Maar onze tuinen! ons pluimgedierte, onze kraal, ja alles!" riep +Pencroff uit, terwijl hij met den voet stampte. "Zij kunnen alles +verwoesten, en alles in weinige uren vernielen!" + +"Alles, Pencroff, en wij kunnen het hun volstrekt niet +verhinderen!" antwoordde de ingenieur. + +"Zijn er veel? Dit is nu nog de vraag," merkte de reporter op. "Zoo +het slechts een dozijn is, kunnen wij ze wel weerhouden, maar veertig, +vijftig, misschien wel meer....!" + +"Mijnheer Cyrus," zeide Ayrton toen tot den ingenieur, "wilt ge mij +één ding toestaan?" + +"Wat dan, mijn vriend?" + +"Dat ik naar het schip ga en zie hoe sterk zijn bemanning is." + +"Maar, Ayrton...." antwoordde de ingenieur aarzelend, "gij waagt +uw leven...." + +"Waarom, mijnheer Cyrus?" + +"Het is meer dan uw plicht." + +"Ik moet ook meer dan mijn plicht doen," antwoordde Ayrton. + +"Gij wilt met onze prauw naar het schip gaan?" vroeg Gideon Spilett. + +"Neen, mijnheer, ik zal er heen zwemmen. De prauw kan niet daar komen, +waarheen een mensch zijn weg vindt." + +"Weet ge wel dat de brik een en een kwart mijl van de kust verwijderd +is," merkte Harbert op. + +"Ik ben een goed zwemmer, Harbert." + +"Gij zet uw leven op het spel," hernam de ingenieur. + +"Het doet er niet toe," antwoordde Ayrton. "Mijnheer Cyrus het is een +weldaad, die ik u verzoek. Misschien is het een middel om mij in mijn +eigen oog een weinig te verheffen!" + +"Ga, Ayrton," gaf de ingenieur ten antwoord, die gevoelde dat, zoo +hij weigerde, dit den vroegeren misdadiger, die thans eerlijk man +was geworden, zou grieven. + +"Ik zal u vergezellen," zeide Pencroff. + +"Gij vertrouwt mij niet!" riep Ayrton getroffen uit; daarop voegde +hij er onderworpen bij: "Helaas!" + +"Neen, neen Ayrton," sprak Cyrus Smith levendig, "neen Ayrton, +Pencroff wantrouwt u niet, gij hebt zijn woorden verkeerd begrepen." + +"Inderdaad," zeide de matroos, "ik stel Ayrton slechts voor hem +tot het eilandje te vergezellen, het kan zijn, hoewel het niet +waarschijnlijk is, dat eenige van die schelmen op de kust zwerven, +en twee mannen zijn dan niet te veel, om te waarschuwen. Ik zal dus +op het eilandje wachten en hem alleen naar het schip laten gaan, +daar, hij zelf aangeboden heeft dit te doen." + +Toen de zaak alzoo geschikt was, nam Ayrton de noodige maatregelen tot +zijn vertrek. Zijn plan was gevaarlijk, maar hij kon slagen, daar het +een zeer donkere nacht was. Wanneer hij eenmaal het schip had bereikt, +zou hij wel een middel vinden om het aantal zeeschuimers te verkennen, +en misschien ook wel iets omtrent hunne plannen te vernemen. + +Ayrton en Pencroff begaven zich naar de kust, gevolgd door hun +vrienden. Ayrton ontkleedde zich, wreef zijn lichaam met vet in, +waardoor hij minder van de temperatuur, die toch nog vrij koud was, +zou te lijden hebben. Het was zeer wel mogelijk, dat hij verscheidene +uren in het water zou moeten doorbrengen. + +Pencroff en Nab gingen in dien tusschentijd de prauw halen, die +eenige honderden schreden hooger lag en toen zij terug kwamen, was +Ayrton gereed. + +Zij wierpen een deken over zijn schouders en de kolonisten drukten +hem de hand. + +Ayrton scheepte zich met Pencroff in. + +Het was toen half elf; hun makkers begaven zich naar de Schoorsteenen +om daar hun terugkomst af te wachten. + +Zij hadden spoedig het kanaal overgestoken en de prauw had nu den +tegenovergestelden oever van het eilandje bereikt. Zij moesten +nu voorzichtig te werk gaan, want het kon zeer wel wezen dat de +roovers zich in dit gedeelte bevonden. Maar toen zij alles aandachtig +hadden gadegeslagen, bleek het duidelijk dat het eilandje verlaten +was. Ayrton en Pencroff legden snel den weg af, daarop wierp de eerste +zich zonder aarzelen in zee, en zwom onhoorbaar in de richting van +het schip, hetwelk hij, doordat zij licht ontstoken hadden, goed kon +zien. Pencroff verborg zich tusschen een der klippen en wachtte daar +de terugkomst van zijn makker af. Ayrton zwom flink door. Zijn hoofd +was ternauwernood zichtbaar, en zijn oogen waren steeds op de brik +gevestigd, waarvan de lichten zich in de golven weerkaatsten. Hij +dacht aan niets dan aan den plicht, dien hij beloofd had te vervullen, +en geenszins aan het gevaar dat hij liep, niet alleen aan boord van +het schip, maar ook in deze wateren, waarin het wemelde van haaien. De +stroom voerde hem mede, en hij verwijderde zich snel van de kust. + +Een half uur later had Ayrton, zonder gehoord noch gezien te zijn, +den boegspriet bereikt. Hij haalde toen diep adem, hief zich tusschen +de kettingen op, en slaagde er zoo in het uiteinde van de plecht te +naderen. Daar hingen eenige broeken van de matrozen te drogen. Hij +trok er een aan en luisterde toen met ingehouden adem. Men sliep nog +niet aan boord van de brik. Integendeel. Hij hoorde praten, zingen +en lachen. Vooral de volgende woorden, die met menigen vloek gepaard +gingen, trokken zijn aandacht. + +"Onze brik is een goede aanwinst!" + +"De Speedy loopt goed. Zij doet haar naam eer aan!" + +"Alle matrozen van Norfolk kunnen ons gerust nazetten! Zij komen toch +te laat!" + +"Hoezee voor onzen kapitein Bob Harvey!" + +Men kan zich voorstellen welk een gevoel zich van Ayrton meester +maakte bij het hooren van dit gesprek, toen hij in Bob Harvey een +zijner oude makkers uit Australië herkende, een stoutmoedig zeeman, +die met zijn misdadige plannen was voortgegaan. Bob Harvey had zich, +terwijl hij zich op het eiland Norfolk bevond, meester gemaakt +van de brik, die goed voorzien was van wapenen, krijgsvoorraad en +nog andere voorwerpen en op het punt stond haar koers naar een der +Sandwich-eilanden te richten. De geheele bende was aan boord gekomen. + +De zeeschuimers spraken op luiden toon; zij vertelden van hun +rooverijen, terwijl zij overmatig dronken, en ziehier wat Ayrton er +van begreep: + +De bemanning van de Speedy bestond geheel uit engelsche gevangenen, +die te Norfolk ontsnapt waren. + +Dit eiland Norfolk, in het oosten van Australië gelegen, is +het verblijf van de grootste en meest onhandelbare engelsche +misdadigers. Er wonen er daar ongeveer vijf honderd, die onder de +strengste discipline staan, en bewaakt worden door honderd vijftig +soldaten en honderd vijftig ambtenaren, welke onder een gouverneur +staan. Het is onmogelijk zich een vereeniging voor te stellen die uit +grooter boeven is samengesteld dan deze. Soms, hoewel zeer zelden en +ondanks het toezicht, maken zij zich van schepen meester, waarmede +zij dan den Polynesischen Archipel doorkruisen. Dit was aan Bob +Harvey en zijn makkers ook gelukt. Dit had Ayrton vroeger ook willen +doen. Bob Harvey had zich van de Speedy meester gemaakt, en een jaar +lang was dit het schip der zeeschuimers, onder bevel van Bob Harvey, +die Ayrton uit vroeger dagen kende. + +De roovers waren voor het grootste gedeelte vereenigd in de kajuit, +het achterste gedeelte van het schip, maar sommigen lagen nog op het +dek te praten. De gesprekken gingen altijd gepaard met schreeuwen +en de ruwste vloeken. Ayrton vernam dat het toeval de Speedy in de +nabijheid van Lincoln gevoerd had. Bob Harvey had er nog nooit den +voet gezet, maar het voorgevoel van Cyrus Smith werd bewaarheid: +nu zij dit onbekende land, waarvan geen kaart melding maakte, +op hun weg ontmoetten, hadden zij het plan gevormd dit eiland te +bezoeken, en ingeval het hun beviel zouden zij de brik in de haven +laten liggen. Maar wat het hijschen van de vlag en het lossen van +een kanonschot betrof, dit hadden zij uit louter pocherij gedaan, +uit zucht tot navolging der oorlogsschepen. Het was geen signaal en +geen gemeenschap bestond er tusschen de ontsnapten van Norfolk en +het eiland Lincoln. + +De woonplaats der kolonisten verkeerde dus in groot gevaar. Het eiland +met zijn haven, zijn verschillende werkplaatsen en levensbehoeften, +het Rotshuis eindelijk waren een uitmuntende schuilplaats voor de +misdadigers. Zeker zouden zij het leven van de kolonisten niet ontzien, +en zou de eerste zorg van Bob Harvey en zijn makkers wezen hen om te +brengen. Cyrus Smith en de zijnen hadden dus niet eens de kans om te +kunnen ontvluchten of zich in het binnengedeelte van het eiland te +verbergen, daar de roovers er hun zetel wilden vestigen, en zoo de +Speedy al vertrok om op buit uit te gaan, zouden toch zeker eenigen +van de bemanning achterblijven, ten einde alles in orde te maken. Zij +moesten dus strijden, zij moesten al die schelmen tot den laatsten +toe dooden, geen medelijden hebben, en elk middel zou goed wezen, +waardoor dit doel kon worden bereikt. Zoo dacht Ayrton en hij wist +dat Cyrus Smith van dezelfde meening was. + +Maar de tegenstand, en in het laatste geval, de overwinning, waren +die mogelijk? Dit hing af van de wapenen, die de brik tot haar dienst +had en van het aantal koppen, die zij voerde. + +Dit besloot Ayrton, het mocht kosten wat het wilde, te weten te komen, +en toen zij, nadat er een uur verstreken was, langzamerhand kalmer +werden en de meeste bandieten in slaap waren gevallen, waagde Ayrton +het tot het dek van de Speedy door te dringen, maar daar de lichten +waren uitgegaan, heerschte er diepe duisternis. + +Hij klom dus over de verschansing, langs den boeg, en bereikte toen +het voordek. Daar sloop hij tusschen de slapende roovers door en deed +zoo de ronde van het schip; hij ontdekte spoedig dat het gewapend +was met vier kanonnen, die kogels van acht à tien pond konden schieten. + +Een tiental mannen lagen op het dek te slapen, maar het was zeer wel +mogelijk, dat zich een grooter aantal in de kajuit bevond. Bovendien +had Ayrton gemeend te verstaan, dat zij met hun vijftigen waren. Dit +was zeer veel tegenover de zes kolonisten! Maar gelukkig zou Cyrus +Smith, dank zij de toewijding van Ayrton, niet onverhoeds overvallen +worden; hij zou weten, hoe sterk zijn vijanden waren en zou in verband +hiermede de noodige maatregelen kunnen nemen. + +Er bleef nu voor Ayrton niets anders over dan terug te keeren en zijn +vrienden in kennis te stellen met hetgeen hij gehoord en gezien had, +en hij stond op het punt weder naar het voorste gedeelte van het +schip te gaan, om weer weg te zwemmen. Maar toen nam de man, die +besloten had meer dan zijn plicht te doen, plotseling een heldhaftig +besluit. Hij wilde zijn leven opofferen, om dat der kolonisten te +redden. Cyrus Smith zou zeker aan vijftig man geen weerstand kunnen +bieden. Toen kwamen zijn redders hem voor den geest, zij die van hem +weder een eerlijk man hadden gemaakt, aan wie hij alles verplicht +was; zij zouden zonder mededoogen gedood worden, hun werk vernield, +en hun eiland veranderd worden in een roofnest! Hij zeide tot zich +zelf, dat hij, Ayrton, de oorzaak van al deze rampen was, daar zijn +oude makker Bob Harvey slechts zijn eigen plannen had verwezenlijkt, +en een gevoel vol afschuw maakte zich van hem meester. Toen kwam een +onwederstaanbare lust bij hem op, om de brik en allen die er op waren +in de lucht te doen springen. Ayrton zou wel is waar hierbij ook zijn +leven verliezen, maar hij zou zijn plicht doen. + +Hij aarzelde dus niet. Het ruim te bereiken waar het kruit geborgen +lag, was zeer gemakkelijk. Kruit zou er op zulk een schip stellig in +overvloed wezen en hij had slechts een lont noodig om het schip in een +oogwenk te vernietigen. Ayrton sloop behoedzaam naar het tusschendek, +waar velen lagen te slapen, of liever in een roes gedompeld waren. Er +brandde een licht aan den voet van den grooten mast, waaraan een +wapenrek was bevestigd, dat een aantal vuurwapenen bevatte. + +Ayrton nam een revolver en overtuigde zich dat deze goed geladen +was. Meer had hij niet noodig om zijn verdelgingsplan te volvoeren. Hij +begaf zich dus naar het achtergedeelte, waar zich de kruitkamer +bevond. Toch was het moeilijk om zich in dat gedeelte een weg te +banen, zonder een enkele half ingeslapen zeeroover te raken. Nu +eens kreeg hij een vloek, dan een trap. Ayrton was meer dan eens +genoodzaakt stil te staan. Maar eindelijk bereikte hij de deur van +de achterkajuit en vond hij den toegang tot de kruitkamer. Hij moest +die open breken. Hij kon de deur niet openen zonder eenig gedruisch +te maken. Maar met zijn krachtige hand slaagde hij er in; het slot +sprong.... de deur was geopend.... + +Op hetzelfde oogenblik voelde Ayrton een hand op zijn schouder. + +"Wat doet gij daar?" vroeg op ruwen toon een man van reusachtige +gestalte, die plotseling uit de schaduw te voorschijn trad en het +licht van een lantaarn op Ayrton's gelaat deed schijnen. + +Ayrton sprong achteruit. Plotseling had hij bij het schijnsel van +den lantaarn zijn ouden medegevangene Bob Harvey herkend, maar deze +had zich zijner zeker niet herinnerd, daar hij dacht dat Ayrton reeds +sedert lang dood was. + +"Wat doet gij daar?" zeide Bob Harvey en greep hem bij den riem dien +hij om zijn middel had. + +Maar Ayrton gaf geen antwoord, rukte zich van den hoofdman los en +wierp zich in de kajuit. Eén pistoolschot onder die vaten kruit, +en alles was geschied.... + +"Overal mannen!" schreeuwde Bob Harvey. + +Twee of drie roovers waren op dit geroep ontwaakt, snelden naar +Ayrton en trachtten hem op den grond te werpen. De krachtige Ayrton +rukte zich los. Tweemaal loste hij een schot en twee roovers stortten +neder, maar een stoot met een mes, dien hij niet had kunnen ontwijken, +trof hem in den schouder. + +Ayrton begreep thans dat hij zijn besluit niet kon volvoeren. + +Bob Harvey had de deur gesloten, en hij hoorde reeds op het +tusschendek een luid gestommel, veroorzaakt door het ontwaken der +overige roovers. Hij moest zich zelf sparen om aan de zijde van Cyrus +Smith te kunnen strijden. Er schoot hem dus niets anders over dan te +vluchten! Maar was dit nog mogelijk? Dit was zeer onzeker, hoewel +hij tot het uiterste in staat was om zich weder bij zijn vrienden +te voegen. + +Nog viermaal kon hij schieten. Twee keer loste hij een schot, +beiden op Bob Harvey gemikt, maar geen een trof hem, althans niet +ernstig. Ayrton maakte dus gebruik van een oogenblik rust, snelde naar +de trap en bereikte op die wijze het dek. Toen hij het licht genaderd +was, sloeg hij dit uit en een volslagen duisternis omringde hem, +waardoor zijn vlucht begunstigd werd. Twee of drie roovers, ontwaakt +door het gedruisch, kwamen op dit oogenblik de trap af. Een vijfde +pistoolschot van Ayrton wierp een van hen naar beneden; de andere +hierdoor verschrikt, deinsde terug, niets begrijpende van hetgeen er +gebeurde. Ayrton was in twee sprongen op het dek, en drie seconden +later, nadat hij eerst nog zijn revolver gelost had op een der roovers, +die hem bij den hals greep, sprong hij over de borstwering en wierp +zich in zee. + +Hij had nog geen zes slagen gedaan, of reeds regende het kogels om +hem heen. + +Welke aandoening moest zich van Pencroff meester maken, die verlaten +op een rots zat, en van Cyrus Smith, den reporter, Harbert en Nab +in de Schoorsteenen, toen zij die schoten aan boord van het schip +hoorden. Zij waren naar het strand gesneld, hielden hun geweren gereed, +om elken aanval af te weren. Voor hen bestond er niet de minste twijfel +meer! Ayrton, overvallen door de roovers, was door hen omgebracht, +en misschien zouden die ellendelingen van den nacht gebruik maken om +een aanval op het eiland te wagen! + +Een half uur verliep er. Het schieten was geëindigd, maar noch +Ayrton noch Pencroff keerden terug. Had de landing dan reeds plaats +gehad? Moesten zij Ayrton en Pencroff niet ter hulp snellen? Maar +hoe? De zee was op dit oogenblik hoog; het kanaal konden zij dus niet +oversteken. Zij hadden de prauw niet tot hunne beschikking. Men kan +dus begrijpen in welk een stemming de kolonisten verkeerden. + +Tegen half een bereikte een prauw den oever. Het was Ayrton, die +licht gewond en Pencroff, die heelhuids bij hun vrienden terugkeerden. + +Terstond begaven allen zich naar de Schoorsteenen. Daar vertelde Ayrton +het voorgevallene en verborg ook zijn plan niet om de brik in de lucht +te doen springen. Allen drukten Ayrton de hand, die niet ontveinsde +dat hun toestand van zeer ernstigen aard was. De roovers waren nu +gewaarschuwd. Zij wisten dat het eiland Lincoln bewoond was. Zij +zouden nu in grooter getale en beter gewapend aan wal gaan. Zij +zouden niets ontzien. Wanneer de kolonisten in hun macht vielen, +hadden zij niet het minste medelijden te verwachten! + +"Welnu, wij zullen weten hoe te sterven," zeide de reporter. + +"Laten wij naar binnen gaan en op onze hoede wezen," antwoordde +de ingenieur. + +"Bestaat er eenige kans om ons er uit te redden, mijnheer Cyrus?" vroeg +de matroos. + +"Ja, Pencroff." + +"Zoo, zoo; zes tegen vijftig." + +"Ja! zes!.... zonder te rekenen op...." + +"Waarop?" vroeg Pencroff. + +Cyrus antwoordde niet, maar hij hief zijn hand ten hemel. + + + + + +XIII. + + De nevel trekt op.--Maatregelen van den ingenieur.--Drie + posten.--Ayrton en Pencroff.--De eerste stap.--Twee + landingssloepen.--Op het eilandje.--Zes veroordeelden + aan land.--De brik licht het anker.--De kogels der + Speedy.--Wanhopende toestand.--Onverwachte ontknooping. + + +De nacht ging verder rustig voorbij. De kolonisten waren op hun hoede +en verlieten hun post bij de Schoorsteenen niet. De roovers schenen +geen poging tot ontscheping te doen. Nadat zij het laatste schot, +hetwelk op Ayrton gericht was, hadden gelost, vernamen zij niet het +minste geraas, dat de tegenwoordigheid van het schip in den omtrek +van het eiland verraadde. Des noods zou men zelfs kunnen denken dat +men het anker gelicht had, omdat men met een te sterke tegenpartij +meende te doen te hebben, en dat men zich uit deze streken had +verwijderd. Maar dit was toch niet zoo: toen de dageraad aanbrak, +konden de kolonisten door den optrekkenden nevel duidelijk een dichte +massa onderscheiden. Het was de Speedy. + +"Luistert, mijne vrienden," zeide de ingenieur. "Naar hetgeen mij +het best toeschijnt te doen, moeten wij vooral zorgen de roovers +in de meening te brengen, dat dit eiland vrij talrijk bevolkt is, +en dus natuurlijk in staat weerstand te bieden. Ik stel dus voor om +ons in drieën te verdeelen; de eerste groep zal bij de Schoorsteenen +de wacht houden, de tweede aan den mond van de Mercy. Wat de derde +betreft, ik geloof dat het goed zal wezen, als deze dan op het eilandje +post vat, zoodat zij elke poging tot ontscheping verhinderen of ten +minste voor het oogenblik tegenhouden kan. Wij hebben twee karabijnen +en vier geweren tot onzen dienst. Allen zijn dus gewapend en aan +kruit ontbreekt het ons niet. Wij worden door de rotsen beschut, +dus hebben wij van hun kogels, zelfs niet van hun kanonnen iets te +duchten. Alleen moeten wij zorgen, dat wij niet man tegen man met hen +strijden moeten, want de roovers zijn veel talrijker. Dus moeten wij +zorgen, dat zij zich niet ontschepen, maar tevens, dat wij ons niet +blootgeven; sparen wij dus ons kruit en lood niet. Laat ons schieten, +zoo vaak wij kunnen, maar altijd zorgen dat we raken. Elk van ons +heeft acht of tien vijanden te dooden!" + +Cyrus Smith had hen met de grootste kalmte op de hoogte van hun +toestand gesteld, en hij had alles geregeld alsof hij eenigen arbeid +bestuurde, in plaats van een veldslag. Allen keurden dan ook zonder +tegenspraak, zijn raad goed. Het kwam er slechts op aan, voordat de +nevel geheel was opgetrokken, hun posten in te nemen. Nab en Pencroff +begaven zich terstond naar het Rotshuis om daar kruit en wapenen +te halen. Gideon Spilett en Ayrton, beiden goede schutters namen de +juistheids-karabijnen. De vier geweren werden verdeeld tusschen Cyrus +Smith, Nab, Pencroff en Harbert. + +Cyrus en Harbert bleven bij de Schoorsteenen, en hadden dus ook +het toezicht over het strand. Gideon Spilett en Nab moesten bij de +Mercy waken. + +Ayrton en Pencroff gingen met de prauw naar het eilandje waar zij +elk een post in namen. + +Ingeval zij een ontscheping niet konden verhinderen, zouden Pencroff +en Ayrton terstond met de prauw terugkeeren en dat gedeelte hetwelk +het meest bedreigd werd, helpen verdedigen. + +Vóór elk zich naar zijn post begaf, drukten de kolonisten elkaar +de hand. + +Zij konden nog onmogelijk ontdekt worden, daar het geen helder dag +was. Maar weldra lag de brik voor hen en konden zij den zwarten wimpel +duidelijk onderscheiden. + +De Speedy vertoonde zich nu in haar geheel. Cyrus Smith kon door +zijn verrekijker zien dat een dertigtal matrozen op het dek heen +en weer gingen, en dat twee anderen, op den bezaansmast zittende, +met de meeste aandacht het eiland beschouwden. + +Eindelijk bespeurden de kolonisten tegen acht uur eenige beweging +aan boord van de Speedy. Een bootje werd in zee gelaten met zeven +man. Hun doel was ongetwijfeld om een nader onderzoek in te stellen; +maar zeker hadden de boeven geen plan te ontschepen, want dan zouden +zij talrijker wezen. + +Pencroff en Ayrton achter een der rotsen verborgen, zagen de roovers +recht op zich aankomen. De boot naderde zeer voorzichtig. Nog slechts +twee kabellengten was zij van het eilandje verwijderd. + +Plotseling werden er twee schoten gelost. Een licht rookwolkje steeg +boven de rotsen van het eiland. De man aan het roer en de man met +het dieplood, stortten neder. Twee mannen vielen. Ayrton en Pencroff +hadden, tegelijkertijd, er elk een getroffen. + +Bijna op hetzelfde oogenblik dreunde een kanonschot, een vurige vlam +schoot uit de wanden der brik en een kogel trof slechts de rotsen; +de beide schutters bleven ongedeerd. + +De boot keerde intusschen niet, zooals zij verwacht hadden, naar het +schip terug; de matrozen roeiden uit alle macht de zuidelijke punt +van het eilandje om, ten einde buiten het bereik der kogels te komen. + +Thans volgden zij de richting naar den mond van de Mercy; zeker +wilden zij van die zijde het kanaal binnenloopen, en de kolonisten +die op het eilandje wacht hielden in den rug aanvallen, zoodat deze +dan tusschen twee vuren kwamen, namelijk van de sloep en van de brik, +wat voor hen een hoogst ongunstige toestand zou zijn. Een kwartier +verliep er, terwijl de boot de richting volgde. Alles bleef doodstil +in de lucht en op de wateren. Pencroff en Ayrton verlieten hun post +nog niet, hetzij dat ze zich nog niet aan de belegeraars wilden +vertoonen en dus blootgesteld zouden zijn aan de kanonnen van de +Speedy; ofwel omdat zij op Nab en Gideon Spilett rekenden, die aan +de monding van de Mercy waakten, op Cyrus Smith en Harbert, die in de +Schoorsteenen op wacht waren. Twintig minuten na het eerste kanonschot, +was de boot op twee kabellengten van de Mercy verwijderd. Daar het +water op kwam zetten, voelden de roovers zich hoe langer hoe meer +naar den oever getrokken en konden zij met moeite in het midden +van het kanaal blijven. Maar toen zij vlak voor de monding waren, +werden zij begroet met twee kogels, en twee mannen vielen weder in +de boot. Nab en Spilett hadden goed geraakt. Spoedig daarop zond de +brik een tweeden kogel, maar deze had weder geen andere uitwerking, +dan dat hij eenige rotsblokken verbrijzelde. + +Er waren thans slechts drie ongekwetste mannen meer in de boot. Door +den stroom meegevoerd, schoot zij het kanaal met de snelheid van +een pijl binnen, vloog voorbij Cyrus Smith en Harbert, die hen nog +niet genoeg in de nabijheid achtten om een schot te lossen; daarop +roeiden de boeven de noordpunt van het eiland om, met de twee riemen, +die hun restten, ten einde de brik te bereiken. + +Tot nog toe hadden de kolonisten zich niet te beklagen. De kansen +stonden slecht voor de tegenpartij. Deze had reeds vier gewonden, +misschien wel dooden; zij, daarentegen, waren niet gewond, en +geen kogels waren er verloren gegaan. Zoo de roovers op deze wijs +voortgingen, en met de boot wilden beproeven aan wal te komen, zouden +zij ze een voor een kunnen neerschieten. + +Cyrus Smith had dus goed gezien. Een half uur verliep er eer de boot +de Speedy was genaderd. Men hoorde een oorverdoovend geschreeuw toen +de gewonden aan boord kwamen en twee à drie kanonschoten werden er +gelost, maar die niet de minste uitwerking hadden. + +Maar thans sprongen een twaalftal matrozen, dronken van woede en +misschien ook tengevolge van de buitensporigheden van den vorigen +nacht, in de sloep. Een tweede sloep werd uitgezet, waarin anderen +plaats namen, en terwijl de een recht op het eilandje afging, trachtte +de ander de Mercy binnen te varen, om er de kolonisten uit te drijven. + +De toestand werd voor Pencroff en Ayrton onhoudbaar en zij begrepen +thans dat ze zich bij hun vrienden moesten voegen. Toch wachtten zij +nog totdat de eerste sloep binnen hun bereik was, om twee kogels, +die goed gemikt waren, af te schieten, wat opnieuw wanorde bij de +bemanning deed ontstaan. Daarop verlieten Pencroff en Ayrton hun +post, wierpen zich in de prauw en hadden spoedig de Schoorsteenen +bereikt, op het oogenblik dat de tweede boot aan de zuidelijke punt +was. Ternauwernood hadden zij Cyrus Smith en Harbert bereikt of het +eiland was in de macht der zeeroovers en de matrozen uit de eerste +sloep doorkruisten het eilandje in alle richtingen. + +Op hetzelfde oogenblik knalden er opnieuw schoten van den post bij +de Mercy, waar thans de tweede sloep was genaderd. Twee van de acht +matrozen werden doodelijk gewond door de kogels van Gideon Spilett en +Nab; en de boot zelf werd tegen de klippen verbrijzeld. Maar de zes +overigen hielden hun wapenen boven het hoofd, zorgende dat die niet +vochtig werden, en slaagden er eindelijk in aan wal te komen. Toen zij +bemerkten te dicht onder het vuur te zijn, vluchtten zij in allerijl +naar het Wrakpunt, buiten het bereik der kogels. + +Hun toestand was dus deze: op het eilandje twaalf bandieten, +waarvan verscheidene gewond waren, maar die toch nog een sloep tot +hun beschikking hadden; op het eiland zes roovers, maar deze konden +het Rotshuis niet naderen, want zij konden de rivier niet oversteken +daar de bruggen weggenomen waren. + +"Dat gaat goed!" had Pencroff gezegd, terwijl hij naar de Schoorsteenen +ijlde, "wat denkt gij er van, mijnheer Cyrus?" + +"Ik denk," gaf de ingenieur ten antwoord, "dat de strijd een anderen +vorm gaat aannemen, want men kan niet veronderstellen dat de boeven +in zulk een ongunstigen toestand op deze wijs zullen handelen!" + +"Zij zullen het kanaal niet oversteken. De karabijnen van Ayrton +en Spilett zijn daar om hun dat te verhinderen. Gij weet wel dat ze +verder dan een mijl dragen." + +"Zeker," antwoordde Harbert, "maar wat vermogen twee karabijnen tegen +de kanonnen van de brik?" + +"Wel de brik is nog niet in het kanaal!" riep Pencroff. + +"Maar wanneer zij er in komt?" vroeg Cyrus Smith. + +"Dat is onmogelijk, want zij zou daar verbrijzeld worden!" + +"Het is zeer wel mogelijk," antwoordde Ayrton. "De misdadigers kunnen +van het hooge water gebruik maken, om het kanaal binnen te loopen!" + +"Duizend duivels!" riep Pencroff, "het schijnt waarlijk dat de schurken +het anker lichten!" + +"Misschien zullen we wel genoodzaakt zijn om in het Rotshuis de wijk +te nemen?" merkte Harbert op. + +"Laten wij wachten!" antwoordde Cyrus Smith. + +"Maar Nab en mijnheer Spilett?...." zeide Pencroff. + +"Zij zullen in tijds bij ons wezen. Houd u gereed, Ayrton. Thans +komen uw karabijn en die van Spilett aan de beurt." + +Het was maar al te waar! De Speedy begon haar anker te lichten en +scheen het eilandje te willen naderen. De roovers waren slechts met +geweren gewapend en konden dus niet het minste kwaad doen aan de +kolonisten, of deze verborgen waren in de Schoorsteenen, dan wel +bij de monding der Mercy; maar zij, van hun kant, wisten niet dat +de kolonisten ook voorzien waren van karabijnen die ver droegen en +achtten zich dus in veiligheid. Daarom stelden zij zich dus ook niet +verdekt op, toen zij op het eilandje geland waren. + +De waan was slechts van korten duur. De karabijnen van Ayrton en +Spilett lieten zich spoedig hooren en hadden voor de boeven een +noodlottige uitwerking. Twee vielen ter aarde. De overigen vluchtten +aan boord van het schip. + +"Acht minder!" riep Pencroff uit. "Waarlijk, men zou zeggen dat +Spilett en Ayrton elkander waarschuwden als ze vuur wilden geven." + +"Mannen!" antwoordde Ayrton, "de brik komt hierheen." + +Eenige oogenblikken later riep Pencroff uit: + +"Daar komen de roovers!" + +Thans hadden Spilett en Nab zich bij de overigen gevoegd. Zij hadden +niet het minste letsel bekomen; maar allen achtten het nu raadzamer +den post bij de Mercy te verlaten. + +"Hebt gij eenig plan gemaakt, Cyrus?" vroeg de reporter. + +"Wij moeten, terwijl wij nog tijd daartoe hebben, ons in het Rotshuis +bergen." + +Zij moesten geen oogenblik verloren laten gaan; want de Speedy was nog +slechts op korten afstand en de kogels vlogen in alle richtingen. Zij +wierpen zich in den heischtoestel en bereikten den ingang van her +Rotshuis, waar Top en Jup den vorigen dag waren opgesloten. Weldra +waren zij in de groote zaal. Het was tijd. De kolonisten zagen reeds +de Speedy in kruitdamp gehuld door het kanaal stoomen. Zij moesten +zich zelfs verschuilen, want het eene schot volgde het andere en de +kogels der vier kanonnen troffen in den blinde zoowel den post aan +de Mercy als de Schoorsteenen. De rotsen werden verbrijzeld en bij +elk schot steeg er een luid gejuich op. + +Toch was het te voorzien, dank zij de voorzorgen van Cyrus Smith, +dat het Rotshuis vrij zou blijven, toen plotseling een kogel door de +deur drong in den voorgang. + +"Vervloekt! Wij zijn ontdekt!" riep Pencroff. + +Hun toestand was hopeloos, want weldra regende het kogels in het +Rotshuis. Hun schuilplaats was ontdekt. Zij konden geen weerstand +bieden. Er schoot hun niets over dan zich in het bovenste gedeelte +van het Rotshuis te bergen, en hun woning aan de verwoesting prijs +te geven, toen plotseling een doffe dreun hun ooren trof, die door +een vreeselijken gil gevolgd werd. + +Cyrus Smith en zijn makkers snelden naar het venster.... De brik +onweerstaanbaar opgeheven door een waterzuil, was in tweeën gespleten +en binnen tien minuten was er niets meer van het geheele vaartuig +te bespeuren. + + + + + +XIV. + + De kolonisten op de kust.--Ayrton en Pencroff redden de + overblijfselen.--Gesprek onder het ontbijt.--De redeneering + van Pencroff.--Bezoek aan den romp van de brik.--De kruitkamer + ongedeerd.--Nieuwe rijkdom.--De laatste overblijfselen. + + +"Zij zijn in de lucht gesprongen!" + +"Ja, het is alsof Ayrton de lont in het kruit had geworpen!" antwoordde +Pencroff, terwijl hij, gevolgd door Nab en Harbert, naar de opening +snelde. + +"Maar wat is er gebeurd?" vroeg Gideon Spilett, nog ten hoogste +verbaasd over deze onverwachte ontknooping. + +"Ditmaal zullen wij het weten!...." antwoordde de ingenieur opgewonden. + +"Wat zullen wij weten?" + +"Later! later! Kom Spilett." + +"Het voornaamste is thans dat de zeeroovers uitgeroeid worden!" + +Cyrus Smith voerde met deze woorden den reporter en Ayrton mede naar +het strand, waar Pencroff, Nab en Harbert reeds stonden. + +Men zag niets meer van de brik, zelfs geen mast. Eenige overblijfselen +kwamen langzamerhand bovendrijven, maar geen planken van het dek noch +andere voorwerpen waaruit het schip was samengesteld. Dit was oorzaak, +dat zij die plotselinge verdwijning van de Speedy moeilijk konden +verklaren. Maar toch zag men spoedig daarop de twee masten met de +zeilen boven komen. Zij haastten zich om deze schatten in hun bezit +te krijgen. Ayrton en Pencroff sprongen in de prauw om de kostbare +voorwerpen aan wal te brengen. + +Op het oogenblik dat zij van wal zouden steken, riep Gideon Spilett +hen terug met de woorden: + +"En de zes boeven die op den rechteroever der Mercy geland zijn?" + +Zij hadden waarlijk de zes mannen vergeten, wier sloep tegen de +klippen was verbrijzeld. + +Niets was er in die richting van de vluchtelingen te bespeuren. Het +was zeer waarschijnlijk dat zij, toen de brik uiteen was geslagen, +naar het binnengedeelte van het eiland waren gevlucht. + +"Later zullen wij ons met hen bezighouden," zeide Cyrus Smith +toen. "Zij kunnen nog gevaarlijk wezen, daar ze gewapend zijn, maar wij +zijn zes tegen zes, de kansen staan dus gelijk. Alzoo spoed gemaakt!" + +Pencroff en Ayrton slaagden er in om door middel van touwen alles wat +dreef op het strand vóor het Rotshuis te halen; daarna brachten zij +de kooien met vogels, kisten en vaten in de Schoorsteenen. Ook vonden +zij nog eenige lijken, Ayrton herkende dat van Bob Harvey terstond +en zeide op fluisterenden toon tot zijn makker: + +"Zoo ben ik geweest, Pencroff." + +"Maar gij zijt het niet meer, beste Ayrton!" antwoordde de matroos. + +Toen alles zoo goed mogelijk geborgen was, besloten zij bij de +Schoorsteenen hun ontbijt te gebruiken. Natuurlijk was het gebeurde +steeds het onderwerp van hun gesprek. + +"Het is toch een wonder," herhaalde Pencroff, "dat die schurken juist +op het geschiktste oogenblik in de lucht gesprongen zijn! Want het +Rotshuis werd voor ons onhoudbaar!" + +"Maar kunt ge u begrijpen," vroeg de reporter, "hoe het gebeurd is, +en waardoor het springen van de brik teweeg is gebracht?" + +"Wel niets is natuurlijker, mijnheer," antwoordde Pencroff. "Een +zeerooversschip is geen oorlogsschip! Zeeschuimers zijn geen +matrozen! Zeker was de deur der kruitkamer geopend; daar zij +onophoudelijk vuurden is, door de een of andere onvoorzichtigheid of +onhandigheid, de kast gesprongen." + +Er waren echter verschijnselen die met de onderstelling van Pencroff +volkomen in strijd waren, en langen tijd hielden de kolonisten zich +bezig met gissingen naar de oorzaak van het onheil, dat voor hen zulk +een groot geluk was. + +Tegen half twee besloten de kolonisten om met hun prauw naar de +plaats te gaan, waar de brik gesprongen was. Het was jammer dat de +beide sloepen niet behouden waren gebleven; maar de eene was, zooals +men weet, bij de monding der Mercy stukgeslagen en geheel ongeschikt; +de andere was tegelijk met de brik verdwenen. + +De kolonisten bezagen nu den romp van de Speedy, en naarmate de zee +afnam konden zij ontdekken, zoo niet de oorzaak van dit ongeval, +dan toch de uitwerking. + +"Duizend duivels!" riep Pencroff, "dat schip zal moeilijk te kalefaten +zijn!" + +"Het is zelfs onmogelijk," meende Ayrton. + +"In elk geval," merkte Gideon Spilett op, "heeft het springen, zoo er +een uitbarsting geweest is, een zeer zonderlinge uitwerking gehad. De +romp van het schip is van binnen uit elkander gesprongen, in plaats +van het dek! Die groote openingen schijnen eer te weeg gebracht te +zijn door het stooten tegen een klip dan wel door het springen van +de kruitkamer!" + +"Er zijn geen klippen in het kanaal!" hernam de matroos. "Ik neem +alles aan wat ge wilt, behalve het stooten op een klip." + +"Laten wij tot in het binnenste van de brik trachten door te dringen," +zeide de ingenieur. "Misschien zullen wij dan iets meer van die +verwoesting te weten komen." + +Dit was het beste wat hun te doen stond; zij besloten verder alle +schatten, die aan boord waren, bij elkander te voegen en alles wat +hun mogelijk was te redden. + +Het was een waar fortuin. Wat zij vonden, was voor hen inderdaad +een schat; een schip toch is een kleine wereld op zich zelf, en +het magazijn der kolonisten zou met een rijken voorraad van nuttige +voorwerpen vermeerderd worden. + +Cyrus Smith en zijn makkers begaven zich met de bijl in de hand op +het dek. Allerlei kisten vonden zij er, en daar ze slechts korten tijd +onder water hadden gestaan zou de inhoud nog wel niet beschadigd wezen; +zij slaagden er dan ook in alles in de prauw in veiligheid te brengen. + +Met vreugde ontdekten de kolonisten, dat de lading van de brik van +alles bevatte: een volledige voorraad van werktuigen en kleederen was +er voorhanden. Het was zeer waarschijnlijk, dat zij daar van alles +zouden vinden en dit zou den kolonisten van het eiland Lincoln zeer +goed te stade komen. + +Eindelijk konden zij ook het achtergedeelte van de brik bereiken. Hier +moesten zij volgens Ayrton de kruitkamer vinden. Cyrus Smith, die van +meening was dat het springen niet hierdoor teweeg was gebracht, achtte +het zeer wel mogelijk, dat nog eenige vaten gespaard waren gebleven, +daar het kruit gewoonlijk in metalen omhulsels wordt geborgen en dus +weinig van het water zou geleden hebben. + +Dit was inderdaad het geval. Zij vonden te midden van een menigte +projectielen een twintigtal vaten, die van binnen met koper bekleed +waren. Pencroff overtuigde zich met eigen oogen, dat het uiteenbarsten +van de Speedy niet aan het springen van de kruitkamer was toe te +schrijven. Dat gedeelte van het vaartuig had juist het minst geleden. + +"Het is mogelijk!" antwoordde de koppige zeeman, "maar tegen een rots, +neen, er zijn geen rotsen in het kanaal!" + +"Wat is er dan gebeurd?" vroeg Harbert. + +"Ik weet het niet," antwoordde Pencroff, "mijnheer Cyrus weet het niet +en niemand weet er iets van en zal er ooit iets van te weten komen." + +Het was vijf uur en de zee kwam weder opzetten. Zij moesten zich dus +haasten om de weinige overblijfselen van het schip nog in veiligheid +te brengen. Het was een vermoeiende dag voor hen geweest; toch kwamen +zij overeen, dat, na het eten, de kisten nog onderzocht zouden worden. + +Voor het grootste gedeelte bevatten zij gemaakte kleederen, die, +zooals men denken kan, hun goed te pas kwamen. Zij konden nu een +groote kolonie van kleederen voorzien, van linnen dat tot alles +gebruikt kon worden en van de noodige schoenen. + +"Nu zijn wij te rijk!" riep Pencroff uit. "Maar, wat zullen wij er +mede doen?" + +Het ontbrak hun niet aan plaats in het magazijn van het Rotshuis; +maar het was dien dag zeer slecht weer, zoodat zij niet alles naar +binnen konden brengen. Toch moesten zij niet vergeten, dat er nog +zes boeven van de Speedy op het eiland waren en zij wel op hun +hoede mochten wezen. De brug over de Mercy en andere hekken waren +opgeheschen of gesloten, maar die roovers waren de mannen niet om +vervaard te zijn voor een riviertje of een beek, en wanneer zij tot +het uiterste gedreven werden, waren zij zeer te vreezen. + +De nacht ging evenwel voorbij zonder dat de roovers een aanval +waagden. Jup en Top hielden wacht aan de trap van het Rotshuis en +zouden wel spoedig gewaarschuwd hebben. + +De drie volgende dagen, 19, 20 en 21 October, werden besteed aan het in +orde brengen van alles wat eenige waarde had. Zij doorzochten nogmaals +de brik en vonden nog verschillende voorwerpen. Het eenige wat zij +niet ontdekken konden, waren de scheepspapieren. Blijkbaar hadden de +boeven deze vernietigd, evenals al datgene wat den oorspronkelijken +eigenaar van het vaartuig kon doen kennen. Uit den bouw van het +schip maakten Pencroff en Ayrton echter op, dat het een Engelsch +schip moest zijn geweest. + +Acht dagen na het ongeval of liever na die gelukkige, maar +onbegrijpelijke gebeurtenis, waaraan de kolonisten hun behoud te +danken hadden, zagen zij niets meer van het schip, zelfs bij laag +water. De overblijfselen waren verspreid geraakt en het Rotshuis +was goed voorzien van al het mogelijke. En toch zou het geheim dier +oorzaak van verwoesting nooit opgelost zijn, zoo Nab den 30sten October +niet op het strand was gaan zwerven en daar een stuk van een ijzeren +cylinder had gevonden, dat de sporen van een uitbarsting droeg. + +Nab bracht dit stukje metaal aan zijn meester, die juist met zijn +vrienden in de Schoorsteenen werkte. Cyrus Smith beschouwde het +aandachtig; daarop wendde hij zich tot Pencroff. + +"Gij houdt nog vol, mijn vriend, dat de Speedy niet tengevolge van +een schok in de lucht is gesprongen?" + +"Ja, mijnheer Cyrus," antwoordde de matroos. "Gij weet even goed als +ik dat er geen rotsen in het kanaal zijn!" + +"Maar zoo hij tegen dat stuk ijzer is gestooten," vroeg de ingenieur, +terwijl hij hem den gebroken cylinder toonde. + +"Wat! dat stuk pijp?" riep Pencroff op ongeloovigen toon uit. + +"Vrienden," hernam Cyrus Smith, "gij herinnert u dat vóor het schip +zonk, de brik eerst als door een hoos in de hoogte werd geworpen?" + +"Ja, mijnheer Cyrus," gaf Harbert ten antwoord. + +"Welnu, wilt ge weten wie haar in de hoogte wierp? Deze," zeide de +ingenieur, terwijl hij op den cylinder wees. + +"Die," herhaalde Pencroff. + +"Ja, die cylinder is alles wat er van de torpedo is overgebleven." + +"Een torpedo!" riepen zijn vrienden. + +"En wie heeft dien er ingebracht?" vroeg Pencroff, die zich nog niet +gewonnen wilde geven. + +"Alles wat ik u zeggen kan, is dat ik het niet gedaan heb!" antwoordde +Cyrus Smith, "maar hij was er, en gij kunt zelf over de ontzaglijke +kracht oordeelen." + + + + + +XV. + + De bewering van den ingenieur.--De grootsche onderstellingen + van Pencroff.--Een batterij in de hoogte.--De vier kogels.--De + overlevende boeven.--Ayrton aarzelt.--Edele gedachten van + Cyrus Smith.--Pencroff heeft berouw. + + +Alles verklaarde zich thans door de uitbarsting van dezen onderzeeschen +torpedo, waarvan Cyrus Smith in den burgeroorlog de kracht had +leeren kennen. + +Ja, alles was opgehelderd.... behalve hoe dit helsche werktuig in +het kanaal was gekomen. + +"Vrienden," zeide de ingenieur toen, "wij behoeven niet meer aan de +tegenwoordigheid van een of ander geheimzinnig wezen te twijfelen, +aan een schipbreukeling zooals wij misschien, geheel verlaten op dit +eiland, en ik herhaal dit nogmaals, opdat Ayrton van de zonderlinge +gebeurtenissen, die sedert de laatste twee jaren plaats hebben +gegrepen, op de hoogte zal wezen. Wie is de onbekende weldoener wiens +tusschenkomst zoo heilzaam voor ons was, en die verscheidene malen +een reddende engel voor ons geweest is? ik kan het mij onmogelijk +voorstellen. Maar hij heeft ons wezenlijk diensten bewezen, en wel +zulke, waarover enkel een man die een wonderbaarlijke macht bezit, +beschikken kan. Ayrton is evenals wij veel aan hem verschuldigd, +want indien hij de man is, die mij redde, nadat ik in de golven was +geworpen, is hij het waarschijnlijk ook, die den brief geschreven +heeft en ons op de hoogte heeft gebracht van den treurigen toestand van +onzen makker. Ik voeg er nog bij dat hij ons dan ook in het bezit van +die rijke kist heeft gesteld en het vuur aangestoken heeft; dat hij +de oorzaak is van het hageltje dat wij in het lichaam van het konijn +gevonden hebben; dat hij den torpedo in het kanaal heeft gebracht; +kortom, dat al deze onverklaarbare feiten, waarvan wij ons geen +rekenschap kunnen geven, aan dat geheimzinnige wezen moeten worden +toegeschreven. Maar, hoe het ook zij, schipbreukeling of balling, +wij zouden ondankbaar wezen, zoo wij meenden dat we hem geen dank +schuldig waren. Wij hebben een rekening met hem te vereffenen, en ik +koester de hoop dat wij eenmaal in staat zullen zijn hem zijn diensten +te vergelden." + +"Maar, indien hij dit alles gedaan heeft, dan bezit deze man een macht, +die hem over de elementen doet heerschen," zeide Gideon Spilett. De +opmerking van den reporter was juist en allen gevoelden het. + +"Wanneer wij den persoon vinden," vervolgde Cyrus Smith, "is het +geheim ook opgelost. De vraag is dus: moeten wij de onbekendheid van +dit edelmoedige wezen eerbiedigen, of moeten wij alles in het werk +stellen om hem te vinden? Wat is uw oordeel hierover?" + +"Mijn meening is," antwoordde Pencroff, "dat wie hij ook zij, hij +een edel mensch is, die op mijne achting rekenen kan." + +"Goed," hernam Cyrus Smith, "maar dat is geen antwoord, Pencroff." + +"Meester," zeide Nab toen, "ik geloof dat wij zoo hard kunnen zoeken +als we willen, maar dien heer toch niet vinden zullen, zoolang hij +het nog geen tijd daartoe acht." + +"Dat is zoo dom niet, Nab, wat ge daar zegt," gaf Pencroff ten +antwoord. + +"Ik ben van dezelfde meening als Nab," zeide Gideon Spilett, "maar +toch zie ik geen reden, waarom wij het niet zouden beproeven. Of wij +dit geheimzinnige wezen vinden of niet, wij hebben dan toch onzen +plicht jegens hem vervuld." + +"En gij, Harbert," vroeg Cyrus Smith, "wat is uw meening! Spreek, +mijn jongen." + +"Mijnheer Smith, ik geloof dat wij alles moeten aanwenden om den +weldoener weder te vinden, die eerst u gered heeft en ons daarna." + +Op zijn beurt sprak Ayrton: + +"Misschien is hij alleen? Misschien lijdt hij? Misschien heeft ook +hij zijn leven te veranderen? Ik ben hem, zooals gij gezegd hebt, +veel verschuldigd. Hij is het, niemand anders kan het geweest zijn, +die op het eiland Tabor gekomen is, die den ongelukkige gevonden heeft, +dien gij gekend hebt, die u heeft doen weten dat er een rampzalige +gered moest worden!.... Aan hem heb ik het dus te danken, dat ik +weder mensch geworden ben. Neen, dat zal ik nooit vergeten!" + +"Dit staat dus vast," zeide Cyrus Smith toen. "Wij zullen zoo +spoedig mogelijk onze onderzoekingen hervatten. Geen stukje van het +eiland zullen wij vergeten. Tot in het binnenste gedeelte zullen +we doordringen, en dat onze vriend het ons vergeve ter wille van +onze bedoeling!" + +Gedurende eenige dagen hadden de kolonisten de handen vol met het +inhalen van den oogst. Vóor zij hun plan ten uitvoer brachten, wilden +ze alles in orde hebben. Ook de tijd, waarop zij de groenten van het +eiland Tabor moesten binnenbrengen, was aangebroken. Maar er was nog +een belangrijk overblijfsel van de brik, dat eveneens geborgen moest +worden: de vier kanonnen. Door middel van katrollen brachten zij die +in het Rotshuis, waar zij tusschen de vensters geplaatst werden. Het +huis der kolonisten werd nu een klein Gibraltar en elk schip dat +het wagen mocht, het eiland aan te tasten, zou voortaan aan het vuur +eener geduchte batterij zijn blootgesteld. + +Toen alles gereed was, zeide Pencroff--het was de 8ste November--tot +Cyrus Smith: + +"Mijnheer, nu onze sterkte gereed is, moesten wij toch de kracht van +onze stukken eens beproeven." + +"Gelooft ge dat dit van eenig nut is?" vroeg de ingenieur. + +"Het is niet alleen nuttig, maar noodig! Want, hoe zouden wij anders +weten hoe ver ons geschut draagt." + +"Laat ons het dan beproeven," zeide Cyrus Smith. + +Het sprak van zelf dat de vier kanonnen in den besten toestand +waren. Zoodra zij ze uit het water hadden gehaald, was de eerste zorg +van den matroos geweest ze nauwkeurig na te zien. Hoeveel uren had hij +niet besteed aan het schoonmaken en poetsen van deze vuurmonden! Thans +blonken deze stukken geschut dan ook of ze aan boord waren van een +fregat der Vereenigde Staten. + +In tegenwoordigheid van het geheele personeel der kolonie, Jup en +Top daaronder begrepen, werden de vier kanonnen achtereenvolgens +beproefd. Men gebruikte daarbij schietkatoen, waarvan de kracht +viermaal grooter is dan van het buskruit, terwijl de stukken geladen +werden met puntkogels. Pencroff loste het eerste schot; de kogel +in de richting der zee geschoten, snorde over het eilandje en viel +op een afstand, dien men niet met juistheid berekenen kon. Het +tweede schot was gericht op de uiterste rots van het Wrakpunt; een +uitstekende steen, drie mijlen van het Rotshuis werd er door tot +puin geslagen. Het was Harbert, die het stuk gericht had. De derde +kogel werd afgeschoten op de duinen der Uniebaai en sprong door den +weerslag in zee: de afstand was vier mijlen. Voor het vierde schot +had Cyrus Smith de lading wat sterker genomen om te zien, hoe groot +de draagkracht in een uiterst geval zou kunnen wezen. Allen weken op +zijde, daar er kans was dat het stuk sprong. Een lange lont werd aan +het zundgat bevestigd, een geweldige slag volgde, maar het kanon had +weerstand geboden, en toen de kolonisten naar het venster ijlden, +zagen zij hoe de kogel de rotsen had getroffen van kaap Mandibule, +op vijf mijlen afstands van het Rotshuis en in de Haaiengolf verdween. + +"Welnu, mijnheer Cyrus," riep Pencroff uit, wiens hoezee's in kracht +met de schoten wedijverden, "wat zegt gij nu van onze batterij? Laten +nu alle zeeschuimers uit de Stille zee zich voor het Rotshuis +vertoonen; zonder onze toestemming zullen zij niet kunnen ontschepen." + +"Het zou toch altijd het beste zijn, Pencroff," antwoordde de +ingenieur, "dat wij nooit in zulk een geval komen." + +"Hé," zeide Pencroff, "wat zullen wij met de zes schelmen doen, +die nog op het eiland rondzwerven? Zullen wij ze maar stil onze +bosschen, velden en weiden laten doorkruisen? Het zijn ware jaguars, +die zeeroovers! en ik geloof dat wij ons niet behoeven te bedenken om +ze als zoodanig te behandelen. Wat dunkt gij er van Ayrton?" voegde +Pencroff er bij, terwijl hij zich tot zijn makker wendde. + +Ayrton gaf eerst geen antwoord, en Cyrus Smith speet het dat Pencroff +dezen zoo plotseling die vraag had gedaan. Hij was zelfs getroffen +toen Ayrton op zachtmoedigen toon antwoordde: + +"Ik heb ook eenmaal tot die jaguars behoort, mijnheer Pencroff, +en ik heb dus geen recht daarover te oordeelen." + +Langzaam verwijderde hij zich. + +Pencroff had het begrepen. + +"Domoor, die ik ben!" riep hij uit. "Arme Ayrton! hij heeft toch +evenveel recht als wij om hier te spreken!" + +"Ja," zeide Gideon Spilett, "maar zijn bescheidenheid doet hem eer aan, +en wij moeten deze herinnering aan zijn vroeger leven eerbiedigen." + +"Gij hebt gelijk," antwoordde de matroos, "en ik zal voortaan +oppassen. Maar laten wij tot onze vraag terugkeeren? Het schijnt mij +toe, dat die boeven niet de minste aanspraak hebben op ons medelijden +en dat wij ze zoo spoedig mogelijk van het eiland moeten verwijderen." + +"Is dat uw meening, Pencroff?" vroeg de ingenieur. + +"Geheel en al." + +"En zijt ge niet van plan, voor wij ze zonder eenig mededoogen +vervolgen, te wachten tot ze ons opnieuw aanvallen?" + +"Hetgeen zij ons gedaan hebben, is dus niet voldoende?" vroeg Pencroff, +die niets van deze aarzeling begreep. + +"Zij kunnen tot andere gevoelens komen," zeide Cyrus Smith, "zij +kunnen berouw gevoelen...." + +"Zij berouw gevoelen!" riep de matroos uit, terwijl hij zijn schouders +optrok. + +"Pencroff, denk aan Ayrton!" zeide Harbert toen en vatte de hand van +den matroos. "Hij is ook een eerlijk man geworden." + +Pencroff zag zijn makkers beurtelings aan. Hij had nooit gedacht dat +zijn voorstel eenigen tegenstand zou ondervinden. Zijn ruw gemoed +kon niet aannemen dat men eenige inschikkelijkheid betoonde tegenover +de schelmen, die op het eiland waren, met de medeplichtigen van Bob +Harvey, de moordenaars van de Speedy, en hij beschouwde ze als wilde +dieren, die zonder aarzelen gedood moesten worden. + +"Nu nog mooier, ik heb ze allen tegen mij. Wilt gij nog edelmoedig +zijn en tegenover die schelmen met zachtheid te werk gaan? Ik hoop +dat wij er later geen berouw van hebben!" + +"Pencroff," zeide toen de ingenieur, "gij hebt dikwijls veel waarde +gehecht aan mijn raadgevingen. Wilt ge thans ook naar mij luisteren?" + +"Ik zal doen, zooals u goeddunkt, mijnheer Smith," antwoordde de +matroos, die nog in het geheel niet overtuigd was. + +"Welnu, laten wij dan wachten en niet eer aanvallen vóor wij zelven +aangevallen worden." + +Zij besloten zich op deze wijs tegenover de zeeschuimers te gedragen, +hoewel Pencroff er weinig goeds van voorspelde. Zij zouden niet +aanvallen maar wel op hun hoede blijven. Het eiland was groot en +vruchtbaar. En zoo er nog eenig gevoel van eerlijkheid in het diepst +hunner ziel was overgebleven, zouden die ellendelingen zich misschien +nog beteren kunnen. Was het hun belang niet om in de omstandigheden, +waarin zij thans verkeerden, een ander leven te beginnen. + +De kolonisten zouden nu echter niet geheel en al vrij in hun doen en +laten zijn. Tot nog toe hadden zij slechts te waken tegen de wilde +dieren en thans zwierven er zes boeven, misschien van de ergste soort, +op hun eiland. Dat was ongetwijfeld van ernstiger aard, en minder +dappere mannen zouden gelooven dat alle veiligheid verloren was. + +Het doet er niet toe! Voor het oogenblik hadden zij tegen Pencroff +gelijk. Zouden zij in de toekomst ook gelijk hebben? Dit zal blijken. + + + + + +XVI. + + Plan eener expeditie.--Ayrton in de kraal.--Bezoek aan + de Ballonhaven.--Wat Pencroff denkt aan boord van de + Bonadventure.--Depêche naar de kraal.--Geen antwoord van + Ayrton.--Op weg naar de kraal.--Waarom de telegraaf niet + werkt.--Een ontploffing. + + +De dringendste bezigheid voor de kolonisten was een volledig onderzoek +van het eiland en dit onderzoek zou thans meer dan éen doel hebben; +in de eerste plaats zouden zij dat geheimzinnige wezen ontdekken, +aan welks bestaan zij thans niet meer twijfelden en tegelijkertijd +konden zij te weten komen wat er van de zeeroovers geworden was, +waar dezen een schuilplaats gevonden hadden, welk leven zij leidden +en of men voor hen beducht moest wezen. + +Cyrus Smith wilde hoe eer hoe liever vertrekken; maar die tocht zou +verscheidene dagen duren en hij had het dus raadzaam geacht om den +wagen van al het noodige te voorzien, ook van de benoodigdheden om +een tent ineen te zetten, die voor hen van het grootste nut zou wezen +wanneer zij halt hielden. Maar ongelukkig had een van de onagga's een +wond aan zijn poot bekomen, zoodat het dier eenige dagen rust moest +hebben, en allen oordeelden het dus beter om den tocht nog acht dagen +uit te stellen, dus tot den 20sten November. Zij ondernamen hun reis +in het gunstige jaargetijde, en al bereikten zij nu hun hoofddoel +niet, deze tocht zou hun toch, wat de grondgesteldheid betrof, van +zeer veel nut wezen. + +Gedurende deze acht dagen besloten zij nog de laatste hand te leggen +aan de werken op de vlakte het Verre Uitzicht. Ayrton moest ook naar +de kraal terugkeeren, daar de huisdieren zijn zorg vereischten. Er +werd dus overeengekomen, dat hij er twee dagen zou gaan doorbrengen +en niet eer in het Rotshuis zou terugkeeren, vóor alle stallen in +overvloed van het noodige voorzien waren. + +Toen hij op het punt stond hen te verlaten, vroeg Cyrus Smith hem, +of hij wenschte dat een hunner met hem mede ging, daar het eiland +tegenwoordig minder veilig was dan vroeger. Ayrton achtte dit onnoodig, +en zeide, dat hij het alleen wel af kon; bovendien was hij volstrekt +niet bang. Zoo er eenig ongeval in de kraal of in den omtrek plaats +greep, zou hij de kolonisten onmiddellijk per telegraaf waarschuwen. + +Den 9den vertrok Ayrton dus met den wagen, waarvoor slechts een +onagga gespannen was, en twee uur later zond hij hun het bericht van +zijn goede overkomst en dat hij alles in de kraal in de beste orde +had gevonden. + +Deze twee dagen besteedde Cyrus Smith met een plan ten uitvoer +te brengen om het Rotshuis tegen elken aanval te beveiligen. Hij +bedekte de geheele bovenopening van de vroegere uitloozingsplaats, +die reeds voor een gedeelte toegemetseld was en verborgen lag onder +planten en kruiden. Niets was gemakkelijker, daar het voldoende was +de oppervlakte van het water twee of drie voet te verhoogen; dan was +de geheele opening onder water. + +Spoedig was deze arbeid voltooid en Pencroff, Gideon Spilett en Harbert +wilden nu een uitstapje maken naar de Ballonhaven. De matroos was +zeer nieuwsgierig om te weten of de beek, waarin de Bonadventure lag, +ook door de boeven was bezocht. + +De matroos vertrok dus met zijn vrienden in den namiddag van 10 +November. Allen waren goed gewapend. Pencroff schudde, terwijl hij +zijn geweer met een paar kogels laadde, het hoofd, hetgeen weinig +goeds voorspelde voor hem die te na kwam, "dier of mensch," zeide +hij. Gideon Spilett en Harbert namen ook hun geweer en tegen drie uur +verlieten zij het Rotshuis. Nab vergezelde hen tot aan de bocht van de +Mercy, en toen die was overgestoken, haalde hij de brug op. Zij waren +overeengekomen, dat een geweerschot de terugkomst van de kolonisten +zou aankondigen, en dat Nab op dat sein de gemeenschap zou herstellen +tusschen de twee oevers der rivier. + +De drie vrienden volgden eerst den weg naar de haven in het zuidelijk +gedeelte van het eiland. Het was slechts een afstand van drie en +een halve mijl, maar zij besteedden daar twee uur aan. Zij hadden +den geheelen zoom van het bosch onderzocht, maar geen spoor der +vluchtelingen ontdekt. Deze wisten ongetwijfeld nog niet het aantal +der kolonisten en hun middelen ter verdediging, en hadden daarom de +meestafgelegen kust van het eiland tot schuilplaats gekozen. + +Pencroff zag, toen zij de Ballonhaven bereikten, met een +onuitsprekelijk groot genoegen dat de Bonadventure nog vast lag. + +"Zie zoo," zeide hij, "die schelmen zijn toch nog niet hier +geweest. Dat hooge gras is beter voor de kruipende dieren en zeker +zullen wij ze in het bosch van het Verre Westen moeten zoeken." + +"Dat is maar goed ook," sprak Harbert, "want zoo zij de Bonadventure +hier gevonden hadden, zouden zij er zich stellig meester van hebben +gemaakt, en er mede gevlucht zijn, hetgeen ons verhinderd zou hebben +om in den eersten tijd naar het eiland Tabor terug te keeren." + +"Waarlijk," antwoordde de reporter, "het is van het grootste belang +om daar eenig bericht te plaatsen waarin de ligging van het eiland +Lincoln en de nieuwe woonplaats van Ayrton vermeld is, voor het geval +dat het Schotsche jacht hem weder kwam halen." + +"Welnu, mijnheer Spilett, de Bonadventure is daar nog," zeide de +matroos. "Haar bemanning en zij zelve is op het eerste teeken gereed." + +"Ik geloof, Pencroff, dat het beter was, zoo wij dien tocht uitstelden +tot onze onderzoekingsreis afgeloopen is. Het is zeer wel mogelijk +dat die onbekende, zoo het ons gelukken mocht hem te vinden, alles +weet van de eilanden Lincoln en Tabor. Laten wij niet vergeten dat +hij het is, die den brief geschreven heeft, en misschien weet hij +wel iets van de terugkomst van het jacht af." + +Terwijl zij zoo spraken, hadden Pencroff, Harbert en Gideon +Spilett zich ingescheept en liepen zij over het dek van de +Bonadventure. Plotseling riep de matroos uit, terwijl hij aandachtig +de kabel beschouwde, welke op de beting lag. + +"O, zie eens! Dat is toch sterk!" + +"Wat is er Pencroff?" + +"Wel, ik heb dien knoop niet gelegd." + +En Pencroff toonde een knoop die in het touw was gelegd op de beting +zelve, om de boot te verhinderen af te drijven. + +"Wat, hebt gij het niet gedaan?" vroeg Gideon Spilett. + +"Neen, daar kan ik op zweren. Dit is een platte knoop en ik maak +altijd een dubbelen." + +"Gij zult u vergist hebben, Pencroff." + +"Ik heb mij niet vergist!" verzekerde de matroos. "Dat zit in de hand, +en de hand vergist zich niet." + +"Dan zijn de boeven aan boord geweest?" vroeg Harbert. + +"Ik weet het niet," antwoordde Pencroff, "maar zeker is het, dat +de Bonadventure het anker gelicht heeft, en men haar opnieuw heeft +vastgelegd. Want zie, een ander bewijs! Zij is van het touw losgemaakt +en het stuk zeildoek is niet meer op dezelfde plaats. Ik herhaal het u, +men heeft ons vaartuig gebruikt!" + +"Maar zoo de roovers het gebruikt hebben, dan zouden zij het òf +gestolen hebben, òf wel er mede gevlucht zijn." + +"Gevlucht?... "Waarheen?... naar het eiland Tabor?..." hernam +Pencroff. "Gelooft gij dan, dat zij zich op zoo'n zwak bootje zouden +gewaagd hebben?" + +"Het moet wel, daar zij bovendien met het eilandje bekend waren," +antwoordde de reporter. + +"Hoe het ook zij," meende de matroos, "even waar als ik ben +Bonadventure Pencroff, van Vineyard, is onze Bonadventure zonder ons +in zee geweest." + +De matroos sprak op zulk een stelligen toon dat noch Spilett, noch +Harbert hem konden tegenspreken. Het was dus waarschijnlijk dat het +vaartuig meer of min verplaatst was, sedert dat Pencroff het in de +Ballonhaven had vastgemeerd. Voor den matroos bestond er geen twijfel +of het anker was gelicht. + +"Maar zouden wij de Bonadventure dan niet voorbij het eiland hebben +zien gaan?" merkte de reporter op, die alle mogelijke tegenwerpingen +wilde maken. + +"Wel, mijnheer Spilett," antwoordde de matroos, "als zij 's nachts +met een goede bries vertrekken, zijn zij binnen twee uur buiten het +gezicht van het eiland." + +"Welnu," hernam Gideon Spilett, "ik vraag het nogmaals, met welk +doel zouden de boeven gebruik hebben gemaakt van de Bonadventure, +en waarom zouden zij, na haar gebruikt te hebben, haar weder in de +Ballonhaven hebben teruggebracht?" + +"Och, mijnheer Spilett," antwoordde de matroos, "laten wij dit +bij het aantal onverklaarbare feiten voegen en er niet meer over +denken. Het belangrijkste is dat de Bonadventure daar lag en er nog +ligt. Ongelukkiger zou het wezen, wanneer de roovers zich voor een +tweede maal er van meester maakten; dan kon het wel eens gebeuren +dat wij haar niet terug vonden." + +"Dus, Pencroff, zou het misschien voorzichtig wezen de Bonadventure +voor het Rotshuis te leggen," zeide Harbert. + +"Ja en neen," antwoordde Pencroff, "of liever neen. De monding van +de Mercy is een slechte plaats voor een schip, en de zee is daar +zeer onstuimig." + +"Maar wanneer we haar op het strand halen, tot aan den voet der +Schoorsteenen...." + +"Misschien.... ja...." antwoordde Pencroff. "In elk geval, aangezien +we het Rotshuis voor vrij langen tijd moeten verlaten, geloof ik dat +de Bonadventure beter daar in veiligheid zal zijn gedurende onze +afwezigheid, en wij er goed aan zullen doen het vaartuig daar te +laten totdat de schelmen van het eiland zijn verdwenen." + +"Dat is ook mijn meening en thans voorwaarts!" + +Toen zij thuis waren gekomen, deelden zij het gebeurde aan den +ingenieur mede, die volkomen van hetzelfde gevoelen was. Dien avond +zonden zij een telegram aan Ayrton, waarin zij hem verzochten een paar +geiten mede te brengen die Nab op de weide van het Verre Uitzicht wilde +doen gewennen. Zonderling, Ayrton meldde hun niet, zooals gewoonlijk, +de goede ontvangst. Dit verwonderde ook den ingenieur. Maar het kon +wezen dat Ayrton op dit oogenblik niet in de kraal was of misschien +op den terugweg naar het Rotshuis. Want twee dagen waren er verloopen +sedert zijn vertrek en men was overeengekomen dat den 10den 's avonds, +of op zijn laatst, den 11den 's morgens, Ayrton terug zou wezen. + +De kolonisten verwachtten hem dus op de hoogte van het Verre Uitzicht +te zien verschijnen. Nab en Harbert waakten zelf reeds bij de brug, +om zoodra hun makker aankwam, die te laten vallen. Maar tegen tien uur +'s avonds was Ayrton er nog niet. Zij oordeelden het raadzaam nogmaals +een telegram te zenden en vroegen een onmiddellijk antwoord. + +Geen antwoord kwam er echter. De onrust der kolonisten werd hoe langer +hoe grooter. Wat was er gebeurd? Ayrton was dus niet meer in de kraal, +of zoo hij er nog was, kon hij zich niet vrij meer bewegen? Moesten +zij in dien stikdonkeren nacht er heen gaan? De een wilde vertrekken, +de ander niet. + +"Maar," zeide Harbert, "misschien is er iets gebroken aan de telegraaf +zoodat zij niet meer werkt." + +"Dat kan," zeide de reporter. + +"Laten wij tot morgen wachten," antwoordde Cyrus Smith. "Het is +mogelijk, dat Ayrton ons telegram niet ontvangen heeft en ook dat +wij het zijne niet gekregen hebben." + +Bij het aanbreken van den dag, 11 November, zond Cyrus nog een +telegram, maar ontving weder geen antwoord. + +Hij beproefde het nogmaals maar met denzelfden uitslag. + +"Naar de kraal!" zeide hij toen. + +"En goed gewapend ook!" voegde Pencroff er bij. + +Terstond werd er besloten dat niet allen het Rotshuis zouden +verlaten; Nab zou achterblijven. Toen hij zijn vrienden tot aan de +Glycerine-rivier vergezeld had, haalde hij de brug op en verscholen +achter een boom, wachtte hij de terugkomst van hen of van Ayrton af. + +Ingeval de zeeroovers zich zouden vertoonen of beproeven de rivier +over te steken, zou hij eerst trachten hen door geweerschoten tegen +te houden, maar zoo hem dit niet gelukte, zou hij naar het Rotshuis +kunnen vluchten en wanneer de hijschtoestel opgehaald was, verkeerde +hij in volkomen veiligheid. + +Cyrus Smith, Gideon Spilett, Harbert en Pencroff zouden zich terstond +naar de kraal begeven, en, zoo zij Ayrton onderweg niet aan het werk +vonden, den omtrek onderzoeken. Ten zes ure in den morgen hadden zij +de Glycerine-rivier overgestoken en Nab begaf zich op den linkeroever +der beek. Aan beide zijden van den weg was een dicht begroeid bosch, +een zeer goede schuilplaats voor de boeven, die, daar zij geheel +gewapend waren, zeer te duchten waren. De kolonisten liepen zonder +een woord te spreken, voort. Top snelde hen vooruit, en scheen niets +verdachts te bespeuren. En zij konden op het getrouwe dier staat +maken en zeker zijn dat het bij den eersten onraad blaffen zou. + +Cyrus Smith volgde met zijn vrienden de telegraaflijn, die de kraal met +het Rotshuis verbond. Toen zij ongeveer twee mijlen afgelegd hadden, +hadden zij nog niets ontdekt. De palen waren in de beste orde; maar +toen zij bij paal 74 kwamen, riep Harbert, die hen voor was, uit: + +"De draad is gebroken!" + +Zijn makkers versnelden hun tred en kwamen op de plaats waar de +knaap stond. + +Daar was de paal omvergeworpen en lag hij op den grond; het was dus +natuurlijk, dat noch de telegrammen uit het Rotshuis in de kraal +waren ontvangen, noch omgekeerd. + +"Maar niet door den wind is deze paal omvergeworpen," merkte +Pencroff op. + +"Neen," antwoordde Gideon Spilett. "De aarde is weggegraven en een +menschenhand heeft hem uitgerukt." + +"Bovendien is de draad gebroken," voegde Harbert er bij, terwijl hij +de twee uiteinden van het ijzerdraad, die met geweld vernield waren, +beschouwde. + +"Is het nog pas gebeurd?" vroeg Cyrus Smith. + +"Ja," antwoordde Harbert, "nog korten tijd geleden heeft het plaats +gehad." + +"Naar de kraal! naar de kraal!" riep de matroos. + +De kolonisten waren toen juist halfweg. Zij moesten dus nog twee mijlen +afleggen. Zij gingen nu met versnelden pas. Inderdaad moesten zij wel +gelooven dat er iets van ernstigen aard in de kraal gebeurd was. Zeker +had Ayrton een telegram gezonden, dat niet ontvangen was, maar dit +verontrustte de kolonisten nu niet meer; er waren onbegrijpelijker +zaken voorgevallen. Ayrton, die beloofd had den vorigen avond terug te +zullen komen, was niet verschenen. Eindelijk, zou het ook niet zonder +reden wezen, dat de gemeenschap tusschen de kraal en het Rotshuis +verbroken was, en wie anders dan de boeven konden dat gedaan hebben? + +Eindelijk naderden zij de woning. Maar geen spoor van eenige +verwoesting was er te bespeuren. De deur was, zooals gewoonlijk, +gesloten. Een diepe stilte heerschte er in de kraal. Noch het blaten +van de schapen, noch de stem van Ayrton deed zich hooren. + +"Naar binnen!" zeide Cyrus Smith. + +De ingenieur ging vooruit, terwijl zijn makkers hem volgden, met de +geweren gereed om vuur te geven. + +Cyrus Smith lichtte de klink van de deur op en wilde binnentreden, toen +Top plotseling vervaarlijk begon te blaffen. Er werd een geweerschot +gelost, dat door een smartelijken gil werd beantwoord. Harbert stortte +door een kogel getroffen op den grond. + + + + + +XVII. + + De reporter en Pencroff in de kraal.--Harbert wordt + vervoerd.--Wanhoop van den zeeman.--Overleg tusschen den + reporter en den ingenieur.--Heelkundige behandeling.--De hoop + herleeft.--Hoe Nab te waarschuwen.--Een zekere bode.--Antwoord + van Nab.--Tegenspoed. + + +Toen Pencroff den kreet van Harbert hoorde, liet hij zijn wapen vallen +en snelde naar hem toe. + +"Zij hebben hem gedood!" riep hij. "Mijn kind! Zij hebben het gedood!" + +Cyrus Smith en Gideon Spilett waren ook naderbij gekomen. De reporter +luisterde aandachtig of het hart van den armen knaap nog klopte. + +"Hij leeft," zeide. "Maar wij moeten hem overbrengen...." + +"Naar het Rotshuis is onmogelijk," merkte de ingenieur op. + +"Naar de kraal dan!" riep Pencroff. + +"Een oogenblik!" zeide Smith. + +Hij sloeg een zijpad in. Daar bevond hij zich plotseling tegenover +een der boeven, die op hem aanlegde en een kogel doorboorde zijn +hoed. Eenige oogenblikken later, vóor hij zelfs nog den tijd gehad +had een tweede schot te lossen, viel deze, in het hart getroffen door +den dolk van Cyrus Smith, die dit wapen met meer zekerheid hanteerde +dan zijn geweer. In dien tijd klommen Gideon Spilett en de matroos +over het hek, wierpen de deuren omver en sprongen in de verlaten +woning. Weldra rustte Harbert op het bed van Ayrton. + +Eenige oogenblikken later was Cyrus Smith bij hem. + +De smart van den matroos was groot, toen hij Harbert daar wezenloos +zag liggen. Hij snikte, weende en wilde zich tegen den muur +verpletteren. Noch de ingenieur, noch de reporter konden hem tot +bedaren brengen. De smart overweldigde ook hen. Het was hun onmogelijk +een woord te uiten. + +Alles werd aangewend om het kind, dat als het ware onder hun oogen +lag te sterven, van den dood te redden. Gideon Spilett, wiens leven +zoo rijk aan lotgevallen geweest was, had ook nog eenige kennis van +heelkunde verkregen. Hij wist van alles wat en honderden omstandigheden +hadden zich reeds voorgedaan waarin hij de wonden, hetzij veroorzaakt +door een degen of vuurwapen, genezen had. Bijgestaan door Cyrus Smith +nam hij dus ook de zorg, die de toestand van Harbert vereischte, +op zich. + +De knaap was doodsbleek en zijn pols zeer zwak, zoodat Gideon +Spilett hem niet dan bij zeer lange tusschenpoozen voelde kloppen, +alsof hij zoo aanstonds zou ophouden te slaan. Tegelijkertijd was er +een volkomen stilstand van gevoel en bewustzijn. Deze verschijnselen +waren van zeer ernstigen aard. + +Zij ontblootten de borst van Harbert en het bloed dat door behulp +van zakdoeken was gestelpt, werd nu met koud water afgewasschen. + +De kneuzing, of liever de wond kwam toen te voorschijn. Een langwerpig +gat tusschen de derde en vierde rib. + +Cyrus Smith en Gideon Spilett keerden den knaap om, die zulk een +zwakke zucht slaakte, alsof hij den laatsten adem uitblies. + +Een andere wond bevond zich op zijn rug en de kogel die hem getroffen +had, kwam daar terstond uit. + +"God zij dank!" zeide de reporter, "de kogel is niet in het lichaam +gebleven, en wij behoeven er hem niet uit te halen." + +"Maar het hart?...." vroeg Cyrus Smith. + +"Het hart is niet getroffen, want anders zou Harbert dood zijn +geweest!" + +"Dood!" riep Pencroff en hij brulde van woede. + +De matroos had slechts de laatste woorden door den reporter gesproken, +gehoord. + +"Neen Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "neen! Hij is niet dood. Zijn +pols slaat nog! Wij hooren hem zelfs zacht kreunen. Maar, in het belang +van uw kind, bedaar wat. Wij hebben thans al onze koelbloedigheid +noodig. Laat ons die niet verliezen, mijn vriend." + +Pencroff zweeg, terwijl dikke tranen langs zijn wangen biggelden. Van +het grootste gewicht was thans dat de beide wonden verbonden werden, +om een nieuwe bloedstorting te voorkomen. De reporter achtte het +raadzaamste om den knaap maar met koud water te wasschen. Zij lagen +nu linnen kompressen op de wonden van den armen Harbert, die gedurig +vernieuwd moesten worden. + +De matroos had, daar het onmogelijk was den knaap naar het Rotshuis +over te brengen, vuur onder de schoorsteenen aangelegd, en ook de +noodige levensbehoeften gevonden. Suiker en kruiden--die Harbert +zelf geplukt had bij het meer Grant--waren er in overvloed en stelden +hen in staat om een verfrisschenden drank te bereiden, dien de knaap +werktuiglijk gebruikte. Hij kreeg een hevige koorts, en den geheelen +dag en nacht bleef hij buiten kennis. Zijn leven hing aan een zijden +draad, en die draad kon ieder oogenblik afgesneden worden. + +Den anderen dag, 12 November, mochten Cyrus Smith en zijn vrienden +weer eenige hoop voeden. Harbert was uit zijn lange bedwelming +ontwaakt. Hij opende de oogen en herkende Cyrus Smith, den reporter +en Pencroff. Hij sprak twee of drie woorden. Hij herinnerde zich +niets van het gebeurde. Men deelde hem alles mede en Gideon Spilett +verzocht hem zich rustig te houden, hem verzekerende, dat hij volstrekt +niet in gevaar verkeerde en zijn wonden binnen weinige dagen weder +genezen zouden zijn. Harbert leed weinig en het voortdurend betten +met koud water deed hem goed. De zuivering ging regelmatig voort, de +koorts nam niet toe en men kon hopen, dat die vreeselijke wond geen +verdere gevolgen zou hebben. Pencroff's hart bonsde van vreugde. Hij +was een liefde-zuster gelijk, een moeder die aan het bed van haar +kind waakte. Harbert geraakte nogmaals in dien vorigen dommelenden +toestand, maar zijn slaap was rustiger. + +Zooals men denken kan, hadden de kolonisten gedurende de vier en +twintig uren, die zij in de kraal doorbrachten, geen andere gedachten +dan Harbert te verzorgen. Zij hadden er niet aan gedacht, dat ze in +eenig gevaar verkeerden wanneer de boeven terugkeerden, en hadden +ook verzuimd eenige maatregelen van voorzorg te nemen. + +Maar dien dag, terwijl Pencroff bij den zieke waakte, spraken Cyrus +Smith en de reporter over hetgeen hun te doen stond. Eerst onderzochten +zij de kraal. Er was geen spoor van Ayrton te vinden. Was de +ongelukkige in de macht van zijn vroegere medeplichtigen geraakt? Was +hij door hen in de kraal overvallen? Had hij gestreden en was hij +in den strijd bezweken? Dit laatste was het waarschijnlijkst. Gideon +Spilett had op het oogenblik, toen hij het hek overklom, zeer goed een +der roovers gezien, die naar den berg Franklin vluchtte en waarheen +Top ook gesneld was. Hij was een van hen, wier sloep tegen de rotsen +bij den mond der Mercy was stuk geslagen. Bovendien, hij dien Cyrus +Smith gedood had, maakte deel uit van de bende van Bob Harvey. + +Wat de kraal betrof, deze had niet de minste verwoesting ondergaan. De +deuren waren gesloten en de dieren hadden zich dus niet in het bosch +kunnen verspreiden. Geen spoor was er ook te vinden van eenigen +strijd; noch de woning, noch de tuin had iets geleden. De wapenen +slechts waren verdwenen. + +"De ongelukkige is zeker overvallen," zeide Cyrus Smith, "en daar +hij een man was om zich te verdedigen, zal hij zeker bezweken zijn." + +"Ja, daar vrees ik ook voor," zeide de reporter. "Zeker hebben zij +toen bezit genomen van de kraal, waar zij alles in overvloed vonden, +en zijn zij eerst op de vlucht gegaan, toen zij ons zagen naderen. Het +is ook zeer waarschijnlijk dat Ayrton op dit oogenblik, levend of dood, +niet meer hier is." + +"Wij moeten het bosch doorzoeken," hernam de ingenieur, "en het eiland +van die schelmen bevrijden. Het voorgevoel van Pencroff bedroog hem +niet, toen hij verlangde dat wij ze als wilde dieren verjoegen. Dan +waren wij voor veel ongelukken gespaard gebleven!" + +"Ja," antwoordde de reporter, "maar nu hebben wij het recht om ze +zonder eenig medelijden te behandelen." + +"In elk geval," zeide de ingenieur, "zijn wij toch genoodzaakt +eenigen tijd te wachten en in de kraal te blijven tot wij Harbert +zonder gevaar naar het Rotshuis kunnen overbrengen." + +"Maar Nab?" vroeg de reporter. + +"Nab is in veiligheid." + +"En zoo hij, ongerust over ons wegblijven, zich hier naar toe waagde?" + +"Hij moet niet komen!" antwoordde Cyrus Smith levendig. "Hij zou op +weg vermoord worden." + +"Het is toch zeer waarschijnlijk dat hij trachten zal bij ons te +komen." + +"Zoo de telegraaf maar in orde was, dan konden wij hem +waarschuwen! Maar dat is thans onmogelijk! Wij kunnen Pencroff en +Harbert hier niet alleen laten!... Welnu, ik zal alleen naar het +Rotshuis gaan." + +"Neen, neen Cyrus!" riep de reporter, "gij moogt u niet aan zulk een +gevaar blootstellen. Uw moed zou niets helpen. Die schelmen bespieden +zeker de kraal, zij zijn in het bosch verscholen, en zoo gij vertrekt, +dan zouden wij spoedig twee onheilen in plaats van éen betreuren. + +"Maar Nab?" hernam de ingenieur. "Er zijn nu reeds vier en twintig +uren verloopen sedert hij iets van ons gehoord heeft. Hij zal stellig +komen!" + +"En nog minder op zijn hoede wezen dan wij waren," antwoordde Gideon +Spilett. + +"Bestaat er dan geen middel om hem te waarschuwen?" + +Toen de ingenieur hierover nadacht viel zijn oog op Top, die heen en +weer liep alsof hij wilde zeggen: + +"Ben ik er dan ook niet?" + +"Top!" riep Cyrus Smith. + +Het dier sprong bij het hooren van zijn naam tegen zijn meester op. + +"Ja, Top, gij zult gaan!" zeide de reporter, die den ingenieur begrepen +had. "Top kan gaan, waar wij onmogelijk zouden doorkomen! Hij zal +in het Rotshuis berichten van de kraal brengen, en ons weder op de +hoogte stellen van hetgeen in het Rotshuis gebeurt!" + +"Spoedig!" antwoordde Cyrus Smith, "spoedig!" + +Gideon Spilett had snel een blad uit zijn opschrijfboekje gescheurd +en schreef het volgende: + +"Harbert gewond. Wij zijn in de kraal. Wees op uw hoede. Verlaat +het Rotshuis niet. Zijn de boeven in den omtrek verschenen? Antwoord +door Top." + +Dit eenvoudige briefje bevatte alles wat Nab moest weten en vroeg +tegelijkertijd alles waarbij de kolonisten belang hadden mede bekend +te zijn. Hij vouwde het samen, bond het aan den halsband van Top, +zoodat het terstond in het oog moest vallen. + +"Top! mijn goede hond," zeide toen de ingenieur en liefkoosde het dier, +"Nab, Top! Nab! Ga! Gauw!" + +Top sprong bij deze woorden op. Hij begreep, hij raadde wat men van +hem verlangde. De weg naar de kraal was hem bekend. Binnen een half +uur kon hij hem hebben afgelegd en men mocht hopen, dat daar waar +noch Cyrus Smith noch de reporter zich zonder gevaar durfden wagen, +Top, verscholen tusschen het hooge gras, onbemerkt zou doorkomen. + +De ingenieur ging naar de deur van de kraal, stiet die open en +herhaalde toen nogmaals: + +"Nab! Top, Nab!" en wees met zijn hand in de richting van het Rotshuis. + +Top snelde heen en was spoedig verdwenen. + +"Hij zal er komen en terugkeeren!" zeide de reporter. + +De kolonisten wachtten de terugkomst van Top niet zonder angst +af. Een weinig voor elf uur gingen Cyrus Smith en de reporter met +hun karabijnen achter de deur staan, gereed om bij het eerste geblaf +van den hond te openen. Zij twijfelden er niet aan dat, wanneer Top +gelukkig het Rotshuis bereikt had, Nab hem terstond zou terugzenden. + +Tien minuten later knalde er een geweerschot, en terstond daarop +hoorden zij het blaffen van een hond. De ingenieur opende de deur, +zag nog op een honderd pas afstands in het bosch den rook en vuurde +in die richting. Oogenblikkelijk daarop snelde Top de kraal binnen, +terwijl zij de deur terstond achter hem sloten. + +"Top, Top!" riep Cyrus Smith en nam den kop van het goedige dier +tusschen zijn handen. + +Een briefje was aan zijn halsband bevestigd, en Cyrus las de volgende +woorden, met de groote en grove hand van Nab geschreven: + +"Geen roovers in den omtrek van het Rotshuis. Ik zal mij niet +verwijderen. Arme mijnheer Harbert!" + +De boeven bevonden zich dus nog in den omtrek van de kraal, en met +het doel om den eenen kolonist na den andere te dooden. Er schoot hun +dus niets anders over dan ze als wilde dieren te behandelen. Maar +hierbij moest de noodige behoedzaamheid in acht worden genomen, +want die ellendelingen hadden op dit oogenblik een groot voordeel op +de kolonisten, daar zij alles konden zien, zonder gezien te worden, +en hen plotseling konden overvallen, zonder zelf overvallen te worden. + +Cyrus Smith richtte dus alles in om in de kraal te kunnen leven, +die overigens voldoende voorzien was om hen gedurende langen tijd +te onderhouden. + +De boeven, waarvan er slechts vijf waren overgebleven, maar allen +goed gewapend--zwierven nu door het bosch, en zich daarin te wagen, +zou het leven der kolonisten in gevaar hebben gebracht; zij zouden +zich blootstellen aan hun geweerschoten, zonder die te kunnen ontwijken +noch te voorkomen. + +"Wij kunnen niet anders doen dan wachten!" herhaalde Cyrus +Smith. "Wanneer Harbert genezen is, kunnen wij een onderzoek op het +eiland instellen en zien wat met deze boeven is aan te vangen. Dit +zal dan tegelijkertijd het doel uitmaken van onzen grooten tocht..." + +"Het spoor te vinden van onzen geheimzinnigen beschermer," voegde +Gideon Spilett er bij. "Maar ik moet toch bekennen, Cyrus, dat ditmaal +zijn bescherming ons ontbroken heeft en juist op het oogenblik dat +wij die het meest noodig hadden!" + +"Wie weet!" antwoordde de ingenieur. + +"Hoe meent ge dat?" vroeg de reporter. + +"Wij zijn nog niet aan het einde van onze tegenspoeden gekomen, beste +Spilett, en misschien zal de gelegenheid zich wel weder voordoen, +waarop hij ons zijn machtige tusschenkomst kan doen gevoelen. Maar +thans behoeven we daar niet over te denken. Het leven van Harbert +vóór alles." + +Den tienden dag, 22 November, waren er aanmerkelijke verschijnselen +van beterschap bij den knaap te bespeuren. Hij had eenig voedsel +gebruikt. Er kwam weder kleur op zijn bleeke wangen en zijn oogen +stonden weder helder. Hij sprak nu en dan met zijn vrienden, ondanks +de pogingen van Pencroff, die onophoudelijk tot hem sprak, om hem +zelven het spreken te beletten en die hem de onmogelijkste verhalen +vertelde. Harbert had ook naar Ayrton gevraagd, daar hij verwonderd +was dezen niet in de kraal te zien. Maar de matroos wilde Harbert +geen verdriet geven en stelde zich tevreden met te zeggen dat Ayrton +naar Nab was gegaan om het Rotshuis te helpen verdedigen. + +Het ging van dag tot dag beter met den knaap. Maar in welk een toestand +zouden de kolonisten verkeerd hebben, zoo hij erger was geworden, +zoo de kogel in zijn lichaam was gebleven of zoo een arm of been had +moeten worden afgezet. + +Het kwam Cyrus Smith dikwijls voor dat hij en zijn vrienden, tot nog +toe zoo gelukkig, een moeielijken tijd tegemoet gingen. Gedurende meer +dan twee en een half jaar, sedert zij uit Richmond ontsnapt waren, was +alles naar hun wensch gegaan. Het eiland had hen overvloedig voorzien, +en door hun wetenschappelijke kennis waren zij in staat geweest van +alles partij te trekken. Het stoffelijk welzijn van de kolonie was +als het ware volmaakt. Bovendien was hun, in sommige gevallen, een +geheimzinnige macht te hulp gekomen!.... Maar dit alles had zijn tijd +gehad. Kortom, Cyrus Smith meende te bespeuren dat de kans tegen hen +was gekeerd. + +Men meene daarom evenwel niet dat Cyrus Smith en zijn vrienden, omdat +zij veel over hun toestand spraken, mannen waren om aan hun lot te +wanhopen! Verre van daar. Zij waren volkomen op de hoogte van hun +toestand, overwogen de kansen en bereidden zich op alle mogelijke +gebeurtenissen voor; zij verloren de toekomst niet uit het oog en +zoo eenig ongeluk hen trof; zouden zij gereed zijn er tegen te kampen. + + + + + +XVIII. + + De boeven in den omtrek der kraal.--Voorloopige + vestiging.--Voortzetting van Harberts verpleging.--De eerste + juichtonen van Pencroff.--Terugkeer tot het verleden.--Wat + de toekomst geven zal.--Meening van Cyrus Smith daaromtrent. + + +Harbert genas langzaam; men kon hem echter nog niet naar het Rotshuis +vervoeren. + +Van Nab kreeg men geen tijding maar men verontrustte zich niet over +hem. De wakkere neger zou, in het Rotshuis verborgen, zich niet +laten overvallen. Top was niet weder naar hem toegezonden, daar men +het onnoodig achtte den trouwen hond opnieuw aan een kogel bloot +te stellen. + +Men moest dus wachten, maar de kolonisten verlangden weder in het +Rotshuis te zijn. Het speet den ingenieur dat hij zijn macht zag +verdeelen, want dit was in het voordeel van de zeeroovers. Sedert +het verdwijnen van Ayrton waren zij nog slechts vier tegen vijf, +want Harbert kon men niet meer meerekenen, hetgeen den knaap zeer +verdriette, daar hij begreep, dat hij de schuld van alles was. + +Den 24sten November werd door Cyrus Smith en Gideon Spilett de quaestie +behandeld, hoe men tegen de bandieten te werk moest gaan. + +"Ik geloof," zeide Gideon Spilett, nadat er gesproken was over de +onmogelijkheid om met Nab gemeenschap te hebben, "dat, wanneer wij +ons op weg waagden, wij gevaar zouden loopen een kogel te ontvangen, +zonder dien te kunnen beantwoorden. Maar gelooft gij niet, dat het +nu het beste is om een bepaalde jacht op deze ellendelingen te maken!" + +"Dat meen ik ook," zeide Pencroff. "Wij zijn, geloof ik, niet bang +voor een kogel, en als mijnheer Cyrus het toe wil staan, ben ik gereed +mij in het bosch te begeven. "Een man kan een man staan!" + +"Maar kan hij er vijf staan?" vroeg de ingenieur. + +"Ik voeg mij bij Pencroff," zeide de reporter, "en wij beiden goed +gewapend en van Top vergezeld...." + +"Beste Spilett en gij, Pencroff," hernam Cyrus Smith, "redeneert +toch kalm. Zijn de boeven ergens op het eiland verborgen, en was +hunne schuilplaats ons bekend, dan behoefden wij hen slechts te +overvallen. Maar moeten wij integendeel niet vreezen dat zij het +eerste schot zullen doen?" + +"O, mijnheer Cyrus, een kogel treft niet altijd waar men hem heen +zendt!" + +"Die, welke Harbert getroffen heeft, miste geen streep, Pencroff," +antwoordde de ingenieur. "Maar wanneer gij beiden de kraal verlaat, +blijf ik hier immers alleen om haar te verdedigen. Staat gij er voor +in dat de boeven niet zullen zien dat gij u verwijdert, dat zij u +in het bosch zullen laten ronddolen en in uwe afwezigheid de kraal +aanvallen, wel wetende dat er zich slechts een gewond kind en één +man in bevinden." + +"Gij hebt gelijk, mijnheer Cyrus," antwoordde Pencroff, "gij hebt +gelijk. Zij zullen alles in het werk stellen om de kraal weder meester +te worden, daar zij weten dat zij goed voorzien is! En alleen zoudt +gij het niet tegen hen kunnen volhouden! Waren wij toch maar in +het Rotshuis!" + +"Wanneer wij in het Rotshuis waren zou de toestand geheel anders +zijn," zeide Cyrus Smith. "Ik zou daar niet vreezen Harbert met +een van ons achter te laten, en de drie anderen konden de bosschen +doorkruisen. Maar wij zijn in de kraal, en moeten er blijven tot op +het oogenblik dat wij haar gezamenlijk zullen kunnen verlaten!" + +Cyrus Smith had gelijk en zijn metgezellen begrepen het. + +"Was Ayrton maar bij ons!" zeide Gideon Spilett. "Arme kerel! Zijn +terugkeer tot het maatschappelijk leven zal van korten duur geweest +zijn!" + +"Als hij dood is?...." voegde Pencroff er op zonderlingen toon bij. + +"Hoopt gij dan nog, Pencroff, dat die schurken hem gespaard +hebben?" vroeg Gideon Spilett. + +"Ja, als zij er belang bij hadden om hem te sparen!" + +"Wat! zoudt gij dan veronderstellen dat Ayrton, bij het vinden van +zijn vroegere metgezellen, alles vergeten zou hebben wat hij ons +verplicht is?" + +"Wie weet!" antwoordde de zeeman, die niet zonder aarzelen deze +meening uitte. + +"Pencroff," zeide Cyrus Smith, terwijl hij diens arm vatte, "dat is +een leelijke gedachte van u, en het zou mij hinderen u nog langer +zoo te hooren spreken. Ik sta in voor de trouw van Ayrton!" + +"Ik ook," voegde de reporter er levendig bij. + +"Ja.... ja.... mijnheer Cyrus.... ik heb ongelijk," antwoordde +Pencroff. "Het was inderdaad een slechte gedachte, die ik daar had en +zij wordt door niets gerechtvaardigd. Maar, ziet gij! Ik weet soms +zelf niet meer wat ik zeg; die gevangenschap in de kraal hindert +mij vreeselijk, en ik ben nooit zoo overspannen geweest als op dit +oogenblik." + +De reporter troostte Pencroff met de belofte, dat Harbert binnen acht +dagen zoover genezen zou zijn, dat men hem zou kunnen vervoeren. + +Een paar maal intusschen waagde de reporter zich goed gewapend buiten +de kraal, vergezeld van Top. + +De eerste maal ontmoette hij niemand en vond hij niets, dat hem +verdacht voorkwam. + +Den 27sten November waagde Gideon Spilett zich een kwart mijl in +het bosch en bemerkte dat Top onrustig werd; de hond liep heen en +weer tusschen het kreupelhout, alsof hij iets rook, dat hem verdacht +voorkwam. + +Gideon Spilett volgde Top, moedigde hem aan, maar hield zijn +karabijn gereed en zorgde door boomen gedekt te zijn. Het was niet +waarschijnlijk, dat Top de nabijheid van een mensch rook, want in dat +geval zou hij dat doffe, halfgesmoorde blaffen hebben doen hooren. Nu +hij niet knorde, kon men zeker zijn, dat het gevaar niet nabij was, +noch nader kwam. + +Vijf minuten verliepen. Top bleef rondsnuffelen en de reporter +volgde hem behoedzaam; plotseling wierp de hond zich echter in een +dicht kreupelbosch en haalde er een lap van een kleedingstuk uit +te voorschijn. + +Gideon Spilett bracht het onmiddellijk naar de kraal. + +De kolonisten bekeken het en herkenden het als een stuk van het +buis van Ayrton, een stuk van dat vilt, dat alleen in het Rotshuis +verwerkt werd. + +"Gij ziet het, Pencroff," merkte Cyrus Smith op, "de ongelukkige +Ayrton heeft tegenstand geboden. De boeven hebben hem tegen zijn wil +medegesleept! Twijfelt gij nog aan zijn trouw?" + +"Neen, mijnheer Cyrus," antwoordde de zeeman, "en reeds lang heb ik +mijn wantrouwen afgelegd! Maar men kan hieruit iets opmaken." + +"Wat dan?" vroeg de reporter. + +"Dat Ayrton niet in de kraal gedood is. Dat men hem levend van hier +heeft gesleept, daar hij weerstand heeft geboden! Misschien leeft +hij dus nog!" + +"Misschien," antwoordde de ingenieur, die in gedachten verzonken bleef. + +Dit was nog eene hoop voor de metgezellen van Ayrton. Was deze in +de kraal overvallen, dan zou men hem even als Harbert door een kogel +gedood hebben gevonden. Maar hadden de boeven hem niet onmiddellijk +van kant gemaakt, hem levend naar een ander gedeelte van het eiland +gesleept, mocht men dan niet hopen, dat hij nog hun gevangene +was? Mogelijk had een van hun in Ayrton een vroegeren metgezel uit +Australië gevonden: Ben Joyce, het hoofd der ontsnapte boeven? En +wie weet of zij de dwaze hoop niet gekoesterd hadden Ayrton weder +over te halen? Hij zou hen zoo nuttig kunnen zijn, als zij van hem +een verrader hadden kunnen maken!.... + +Deze gebeurtenis werd in de kraal als gunstig beschouwd en men achtte +het niet onmogelijk Ayrton terug te vinden. Was hij gevangen, dan +zou hij van zijn kant alles aanwenden om uit de handen der boeven +te ontkomen, en hij zou een krachtige steun voor de kolonisten zijn +geweest! + +"Mocht het Ayrton gelukken te ontsnappen," merkte Gideon Spilett op, +"dan zal hij in ieder geval de wijk nemen naar het Rotshuis, want +hij weet niets van de verwonding van Harbert, en bijgevolg kan hij +niet weten dat wij in de kraal gevangen zijn." + +"O! ik zou wenschen dat hij in het Rotshuis was!" riep Pencroff uit, +"en dat wij er ook waren!" + +Pencroff drong menigmaal bij Gideon Spilett op het vervoeren van +Harbert aan, maar deze vreesde met recht, dat de wonden onder weg +misschien zouden open gaan en hij gaf nog geen bevel om te vertrekken. + +Er viel echter iets voor, waardoor Cyrus Smith en zijn twee vrienden +besloten om aan het verlangen van den knaap gehoor te geven, en de +hemel weet hoeveel verdriet en berouw zij nog van dezen stap hadden +kunnen hebben! + +Den 29sten November, ongeveer zeven uur in den morgen, toen de drie +kolonisten bij elkander zaten in de kamer bij Harbert, hoorden zij +Top op eens luid blaffen. + +Cyrus Smith, Pencroff en Gideon Spilett grepen hunne geweren die +altijd geladen waren en gingen naar buiten. + +Top, die vooruit gehold was, kwam terug, sprong op en blafte, maar +het was van blijdschap en niet uit woede. + +"Er komt iemand!" + +"Ja!" + +"Het is een vijand!" + +"Nab, misschien?" + +"Of Ayrton?" + +Nauwelijks waren deze woorden gewisseld of er sprong iemand over de +omheining en kwam in de kraal terecht. + +Het was Jup, Jup zelf, die met groote hartelijkheid door Top ontvangen +werd! + +"Jup!" riep Pencroff uit. + +"Nab zendt hem ons," zeide de reporter. + +"Dan moet hij een bericht bij zich hebben," antwoordde de ingenieur. + +Pencroff snelde op den aap toe. Wanneer Nab iets gewichtigs aan +zijn meester had mede te deelen, had hij geen zekerder en vlugger +boodschapper kunnen kiezen; hij kon zijn weg vinden daar waar noch +de kolonisten noch Top er mogelijkheid toe zou hebben gezien. Cyrus +Smith had zich niet vergist. Er hing een zakje om den hals van Jup +en daarin bevond zich een briefje van Nab. + +Men oordeele over de wanhoop van Cyrus Smith en zijn lotgenooten, +toen zij de volgende woorden lazen: + + + "Vrijdag, 6 uur in den morgen. + + "De boeven meester van de bergvlakte. + + "Nab." + + +Zij zagen elkander aan, zonder een woord te spreken en keerden in het +huis terug. Wat moesten zij doen? Nu de boeven op de bergvlakte waren, +zou alles daar verwoest en vernield zijn. + +Toen Harbert den ingenieur, den reporter en Pencroff weder zag +binnenkomen, begreep hij dat de toestand verergerd was, nog meer werd +hij overtuigd dat het Rotshuis een gevaar dreigde toen hij Jup zag. + +"Mijnheer Cyrus," zeide hij, "ik wil vertrekken. Ik kan de reis +doorstaan! Ik wil weg!" + +Gideon Spilett naderde Harbert. Na een vorschenden blik op het gelaat +van den knaap geworpen te hebben, zeide hij: + +"Laat ons dan gaan." + +Er werd besloten dat Harbert op matrassen in het wagentje zou liggen +en door de onagga zou worden getrokken, daar men voor een baar twee +dragers noodig zou hebben en er dus minder handen beschikbaar zouden +zijn, als men aangevallen werd. Het was prachtig weer. De zon scheen +helder door de boomen. + +"Zijn de wapenen gereed?" vroeg Cyrus Smith. + +Zij waren allen in orde. De ingenieur en Pencroff waren beiden met +een geweer met dubbelen loop gewapend en Gideon Spilett had zijn +karabijn op schouder. + +"Ligt gij goed, Harbert?" vroeg de ingenieur. + +"O! mijnheer Cyrus," antwoordde de knaap, "wees gerust, ik zal onderweg +niet sterven." + +Men zag echter, dat de arme knaap alle inspanning noodig had om +zijn krachten, die op het punt stonden hem te begeven, bij elkander +te houden. + +De ingenieur aarzelde nog het bevel tot vertrekken te geven. Maar +het zou Harbert radeloos gemaakt en misschien zijn toestand verergerd +hebben. + +"Voorwaarts!" zeide Cyrus Smith. + +De deur van de kraal werd geopend. Jup en Top sprongen vooruit. Het +rijtuigje met de onagga, door Pencroff gemend, vertrok langzaam en +de deur van de kraal werd weder gesloten. + +Cyrus Smith en Gideon Spilett liepen elk aan een kant van Harbert +en waren gereed om elken aanval af te weren. Met eenig recht mocht +men echter hopen, dat de weg veilig zou zijn, daar de boeven zich +nog wel op de bergvlakte zouden bevinden. Moest men nog vuur geven, +dan zou het waarschijnlijk eerst bij het naderen van het Rotshuis zijn. + +De kolonisten waren echter op hun hoede. Top en Jup, die met zijn stok +gewapend nu eens voor dan ter zijde van den weg den stoet vergezelde, +gaven geen teeken, dat er eenig gevaar in aantocht was. + +Ten half acht had men de kraal verlaten en een uur later vier mijlen +van de vijf afgelegd, zonder dat er iets was voorgevallen. + +Men naderde reeds de bergvlakte. Eindelijk kreeg men de zee in het +gezicht. De tocht ging zwijgend voorwaarts, toen Pencroff plotseling +de onagga stil hield en woedend uitriep: + +"O! die ellendelingen!" + +Hij wees daarbij naar een dikke rookwolk, die boven den molen, de +stallen en andere gebouwen opsteeg. + +Te midden van dien rook zag men een man. + +Het was Nab. + +Zijn lotgenooten uitten een kreet. Hij hoorde het en snelde naar +hen toe. + +Ongeveer een half uur geleden hadden de boeven de bergvlakte verlaten, +na haar verwoest te hebben! + +"En mijnheer Harbert?" vroeg Nab. + +Gideon Spilett ging naar het wagentje. + +Harbert lag buiten kennis! + + + + + +XIX. + + Harbert in het Rotshuis.--Nab verhaalt wat er heeft plaats + gehad.--Bezoek van Cyrus Smith aan de vlakte.--Verwoesting.--De + kolonisten weerloos tegen de ziekte.--De schors van den + wilg.--Een doodelijke koorts.--Top blaft weder. + + +Noch aan de boeven, noch aan het gevaar dat het Rotshuis dreigde, +noch aan de verwoesting van de bergvlakte, werd meer gedacht. De +toestand van Harbert eischte op dat oogenblik ieders aandacht. Zou +het vervoeren noodlottig voor hem geweest zijn en zijn wonden zich +weder geopend hebben? De reporter kon het nog niet zeggen, maar hij +en zijn lotgenooten waren wanhopend. + +Harbert werd zoo voorzichtig mogelijk binnen het Rotshuis +gebracht. Door de goede zorgen kwam hij weldra weder bij. Hij +glimlachte even, toen hij zag, dat hij weer in zijn eigen kamer lag, +maar was zoo verzwakt, dat hij nauwelijks een woord kon uiten. + +Gideon Spilett onderzocht zijn wonden. Zij waren niet weder opengegaan, +zooals hij gevreesd had, daar zij nog niet voldoende geheeld +waren. Vanwaar dan die instorting? Waardoor was Harbert verergerd? + +De reporter en Pencroff bleven bij het bed, terwijl de knaap +koortsachtig insliep. + +Cyrus Smith vertelde intusschen aan Nab, wat er in de kraal was +voorgevallen en Nab verhaalde zijn meester wederkeerig hetgeen op de +bergvlakte gebeurd was. + +Eerst den vorigen nacht hadden de boeven zich aan den zoom van het +bosch vertoond. Nab, die bij het gevogelte waakte, had niet geaarzeld +op een van die zeeroovers, die de beek wilde oversteken, vuur te +geven; maar in dien stikdonkeren nacht, had hij niet geweten of de +ellendeling getroffen was. Het was in ieder geval niet voldoende +geweest om de bende af te weren en Nab had nog maar juist den tijd +gehad om naar het Rotshuis terug te keeren, waar hij zich ten minste +in veiligheid bevond. + +Maar wat te doen? Hoe de verwoesting te beletten, waarmede de boeven +de bergvlakte bedreigden? Had Nab een middel om zijn meester te +waarschuwen? En in welken toestand bevonden zich de bewoners van de +kraal op dat oogenblik? + +De ingenieur was op 11 November vertrokken en nu was het den +29sten. Negentien dagen lang had Nab dus geen ander bericht gehad, +dan dat hetwelk hem door Top gebracht was. Ayrton verdwenen, Harbert +ernstig gewond, de ingenieur, de reporter en de zeeman, als het ware +in de kraal gevangen! + +Nab was radeloos en wist niet wat te doen, toen hij eindelijk op de +gedachte kwam Jup te gebruiken, en deze een bericht toe te vertrouwen. + +Jup begreep het woord "kraal" en kende den weg. Het was nog geen +dag. De vlugge aap zou wel onopgemerkt door het bosch komen en de +boeven zouden in ieder geval meenen dat hij daar in thuis hoorde. + +Nab aarzelde niet. Hij schreef het briefje en bond het aan den hals +van Jup, bracht den aap buiten het Rotshuis en herhaalde een paar +maal de woorden: + +"Jup! Jup! kraal! kraal!" + +Het dier begreep het, liet zich langs het koord afglijden en verdween +binnen weinige oogenblikken in de duisternis, zonder dat het de +aandacht der boeven getrokken had. + +"Gij hebt goed gehandeld, Nab," zeide Cyrus Smith, "maar gij hadt +misschien nog beter gedaan met ons niet te waarschuwen." + +Cyrus Smith dacht bij deze woorden aan Harbert, wiens toestand zeer +verergerd scheen door het vervoeren. + +Nab vertelde vervolgens, dat de boeven zich niet weer vertoond +hadden. Daar zij het aantal bewoners van het eiland niet kenden, +dachten zij misschien dat het Rotshuis door een aanzienlijken troep +verdedigd werd. De bergvlakte lag echter buiten de geweerschoten van +het Rotshuis en daarop konden zij zich derhalve wagen. Daar richtten +zij de vreeselijke verwoesting aan, die Pencroff schier tot wanhoop +had gebracht en verlieten de bergvlakte slechts een half uur vóor de +komst der kolonisten, welke zij nog in de kraal gevangen waanden. + +Nab had zijn schuilplaats verlaten. Hij was naar de bergvlakte gegaan, +op gevaar af door een kogel getroffen te worden, om te trachten +den brand te blusschen; hij had, maar tevergeefs, tegen de vlammen +gestreden, tot op het oogenblik, dat zijn metgezellen zich aan den +zoom van het bosch vertoonden. + +De tegenwoordigheid der boeven was een bestendige bedreiging voor +de kolonisten van het eiland Lincoln, die tot nog toe zoo gelukkig +geleefd hadden, maar nog op grooter rampen bedacht moesten zijn! + +Gideon Spilett bleef in het Rotshuis bij Harbert en Pencroff, terwijl +Cyrus Smith, vergezeld van Nab, zelf wilde gaan zien welken omvang +de verwoesting had. + +De beide mannen volgden de Mercy, maar zagen niets dat hun verdacht +voorkwam. + +Mogelijk wisten de boeven, dat de kolonisten weder in het Rotshuis +waren, daar zij hen wellicht hadden zien aankomen van de kraal; +of wel, zij waren na de verwoesting van de bergvlakte in het bosch +gevlucht en hadden niets van de terugkomst bemerkt. + +In het eerste geval zouden de roovers naar de kraal gaan, die nu +onverdedigd was en die zulk een kostbare prooi voor hen bevatte. + +In het tweede geval zouden zij waarschijnlijk naar hun kampplaats +terugkeeren en een goede gelegenheid afwachten om nogmaals den aanval +te wagen. + +Het beste ware hen te voorkomen; maar elke onderneming om het eiland +van die schurken te bevrijden, hing geheel af van den toestand van +Harbert. Cyrus Smith had inderdaad al zijn krachten wel noodig, +en niemand mocht op dit oogenblik het Rotshuis verlaten. + +De ingenieur en Nab kwamen op de bergvlakte. De velden waren +platgetrapt en de oogst was verwoest. Gelukkig bezat men zaad genoeg +om deze schade te herstellen. + +De molen, de stal en andere gebouwen waren allen door de vlammen +verteerd. Enkele dieren, die gevlucht waren, dwaalden nog over de +bergvlakte. De vogels, die gedurende den brand naar het meer de wijk +hadden genomen, keerden reeds weder naar hun woning terug. Alles zou +daar opnieuw gebouwd moeten worden. + +Cyrus Smith zag bleeker dan gewoonlijk; inwendig ziedde zijn toorn, +die hij met moeite bedwong, maar hij sprak geen woord. Hij wierp een +laatsten blik op zijn verwoeste velden, op de rookwolken, die nog +uit de bouwvallen opstegen en keerde toen naar het Rotshuis terug. + +De volgende dagen waren treuriger dan de kolonisten nog op het eiland +beleefd hadden. De toestand van Harbert werd slimmer, hij begon reeds +te ijlen en men had geen andere geneesmiddelen dan verfrisschende +dranken. De koorts was nog niet hevig, maar zij keerde weldra op +bepaalde tijden terug. + +Den 6den December zeide Gideon Spilett tot Cyrus Smith: + +"Men moet haar tegengaan, wij moeten iets hebben dat de koorts doet +afnemen, maar wij bezitten geen kina." + +"Neen," hernam Gideon Spilett, "maar aan den oever van het meer staan +wilgen, en de bast van den wilgeboom kan somtijds de kina vervangen." + +"Laten wij dit onmiddellijk beproeven!" antwoordde de ingenieur. + +Cyrus Smith ging zelf de schors halen; hij stampte haar vervolgens +fijn en nog denzelfden avond gaf men Harbert het poeder in. + +Dien nacht en den volgenden dag bleef de koorts weg. Pencroff kreeg +weder eenige hoop. Gideon Spilett echter zeide niets. + +Er vertoonden zich andere verschijnselen, die de reporter ten hoogste +verontrustten. Het verstand van Harbert werd meer en meer beneveld +en hij begon erger te ijlen. + +Gideon Spilett riep den ingenieur ter zijde. + +"Het is een zenuwkoorts!" + +"Een zenuwkoorts!" riep Cyrus Smith uit. "Gij vergist u, Spilett. Een +zenuwkoorts komt niet plotseling op...." + +"Ik vergis mij niet," antwoordde de reporter. "Harbert heeft de +kiem er van reeds in het bosch gekregen. Hij heeft toen den eersten +aanval er van gehad. Komt er een tweede en voorkomen wij een derde +niet.... dan is hij verloren!...." + +"Maar de schors van den wilgeboom." + +"Die is niet krachtig genoeg," antwoordde de reporter, "en voorkomt +men hem niet, dan is een derde aanval van die koorts altijd doodelijk!" + +Pencroff had dit gesprek gelukkig niet gehoord. Hij zou krankzinnig +zijn geworden. + +Men begrijpt in welke onrust de ingenieur en de reporter den 7den +December en den volgenden nacht doorbrachten. + +Midden op den dag herhaalde zich de aanval. De crisis was +vreeselijk. Harbert voelde dat hij verloren was! Hij strekte zijn +armen uit naar Cyrus Smith, naar Spilett, naar Pencroff!.... Hij wilde +niet sterven!.... Het was een hartverscheurend schouwspel! Men moest +Pencroff verwijderen. + +Deze aanval duurde vijf uur. Harbert zou blijkbaar een derden niet +kunnen doorstaan. Hij ijlde den ganschen nacht.... verviel dan weder +in een toestand van verdooving, zoodat Gideon Spilett verscheiden +malen dacht dat hij bezweken was; hij zeide tot Cyrus Smith: + +"Als wij hem vóor morgen niet een krachtiger tegenmiddel geven, +dan is Harbert dood!" + +De nacht brak aan,--waarschijnlijk de laatste nacht van dat moedige, +verstandige, goede kind, van wien allen evenveel hielden! Het eenige +geneesmiddel tegen die vreeselijke koorts, het eenige kruid, waardoor +men haar tegen kon gaan, was op het eiland Lincoln niet te vinden. Den +nacht van 8 op 9 December bracht hij ijlende door. Zijn brein was +geheel beneveld, zijn hersens waren aangetast, hij kon reeds niemand +meer herkennen. + +Zou hij in het leven blijven tot den volgenden dag, tot dien +derden aanval, die hem in ieder geval zou dooden? het was niet +waarschijnlijk. Zijn krachten waren uitgeput, en wanneer hij zonder +koorts was, lag hij, als het ware, bewusteloos. + +Tegen drie uur in den morgen uitte Harbert een schellen kreet. Hij +scheen aan een vreeselijk zenuwtoeval ten prooi. Nab, die bij +hem waakte, snelde verschrikt naar de aangrenzende kamer, om zijn +metgezellen te wekken. + +Op dat oogenblik blafte Top op zonderlinge wijze.... + +Allen gingen onmiddellijk naar binnen en hielden den stervenden knaap +vast, die uit zijn bed wilde springen. Gideon Spilett vatte zijn arm +en voelde dat zijn pols zich langzamerhand herstelde.... + +Het was vijf uur in den morgen. De eerste stralen der opkomende zon +drongen door de vensters van het Rotshuis. Het zou een prachtige dag +worden.... de laatste levensdag van den armen Harbert!.... + +Er viel een zonnestraal op de tafel naast het bed. + +Pencroff uitte een kreet en wees op iets dat op die tafel stond.... + +Het was een langwerpig doosje, op welks deksel stond: + + + Sulphas quinine. + + + + + +XX. + + Onoplosbaar geheim.--Beterschap van Harbert.--Nog onbezochte + streken.--Toebereidselen voor het vertrek.--Eerste dag.--De + nacht.--Tweede dag.--Voetstappen in het bosch.--Aankomst op + kaap Hagedis. + + +Gideon Spilett nam het doosje en opende het. Het bevatte twee honderd +grein van een wit poeder, dat hij aan de lippen bracht. De scherp +bittere smaak van deze zelfstandigheid liet hem geen oogenblik in +twijfel. Het was de kostbare quinine, het geneesmiddel der koorts +bij uitnemendheid. + +Men moest zonder dralen dit poeder aan Harbert ingeven. Men kon later +bespreken hoe het er gekomen kon zijn. + +"Koffie!" vroeg Gideon Spilett. + +Nab bediende hem zoo snel mogelijk; de reporter wierp ongeveer 10 +gram van de quinine in de koffie, die hij vervolgens aan Harbert +liet drinken. + +Het was nog niet te laat, want de derde aanval van koorts had zich +nog niet herhaald! + +En tot geruststelling kan gezegd worden, dat deze derde aanval zich +niet voordeed. + +Allen hadden weder hoop gekregen. De geheimzinnige macht had zich +weder geopenbaard, en op een oogenblik waarop men aan haar wanhoopte! + +Na verloop van eenige uren sliep Harbert rustiger in. De kolonisten +konden toen over dit voorval spreken. De tusschenkomst van den +onbekende was nu duidelijker dan ooit. Maar hoe had hij in den nacht +tot binnen het Rotshuis kunnen dringen? Dit was onverklaarbaar, en +de wijze waarop de "Genius van het eiland" te werk ging, was even +wonderbaarlijk als de Genius zelf. + +Om de drie uur werd Harbert de quinine ingegeven. + +Reeds den volgenden dag bemerkte men verbetering in den toestand. Hij +was wel is waar nog niet genezen en de koorts zou zich nog wel +herhalen, maar het ontbrak hem niet aan hulp. Het geneesmiddel was +immers bij de hand en waarschijnlijk hij, die het gegeven had, niet +ver verwijderd! In éen woord, ieders hart was weder met hoop vervuld! + +Deze hoop werd niet teleurgesteld. Tien dagen later begon Harbert +te herstellen. Pencroff was buiten zich zelf van vreugde en wist +niet op welke wijze zijn dankbaarheid te toonen aan Gideon Spilett, +dien hij van nu af dokter Spilett noemde. + +Nu moest men echter den waren geneesheer ontdekken. + +"Wij zullen hem wel vinden," zeide de zeeman. + +En deze man kon rekenen op een omhelzing, zooals Pencroff alleen in +staat was die te geven. + +De maand December verliep en met deze het jaar 1867, waarin de +kolonisten van het eiland Lincoln zoo zwaar beproefd werden. + +Gedurende al dien tijd waren de boeven niet weder in den omtrek van +het Rotshuis verschenen. Van Ayrton hoorde men niets, en hoopten +ook de ingenieur en Harbert hem terug te vinden, hun metgezellen +twijfelden niet of de ongelukkige was omgekomen. Men kon echter niet +in die onzekerheid blijven, en zoodra Harbert voldoende hersteld zou +zijn, wilde men een verkenning ondernemen, waarvan de uitslag van +het hoogste gewicht moest zijn. + +De maand Januari werd besteed om de bergvlakte weder in orde te +brengen; Cyrus Smith wilde echter nog wachten met het hernieuwen van +den molen, den stal en de andere gebouwen, daar een tweede bezoek +van de roovers op de vlakte niet onmogelijk was. + +Harbert was in de laatste helft der maand in zoover hersteld, dat +hij op de bergvlakte mocht wandelen. Eenige zeebaden, die hij met +Pencroff en Nab had genomen, hadden niet weinig tot zijn herstel +bijgebracht. Cyrus Smith bepaalde den dag van hun vertrek op 15 +Februari. + +Er werden reeds de noodige maatregelen voor deze reis genomen, want +de kolonisten waren vast besloten het Rotshuis niet meer te betreden, +voordat hun doel bereikt was: zij wilden vooreerst de boeven verjagen +en Ayrton vinden, indien hij nog leefde; in de tweede plaats hem +ontdekken, die zoo blijkbaar een beslissenden invloed op het lot der +kolonisten uitoefende. + +Bij het aanbreken van den dag van 15 Februari begaven zich allen, +behalve Pencroff, die zou sluiten, buiten het Rotshuis. + +Er was overeengekomen, dat niemand in de woning zou achterblijven. Jup +en Top maakten alzoo deel uit van de expeditie. De ladders van het +Rotshuis, die vroeger gebruikt waren, werden naar de Schoorsteenen +gebracht en diep onder het zand begraven, zoodat men ze bij de +terugkomst kon gebruiken, want de hijschmachine was geheel afgenomen +en elke inval in het Rotshuis dus schier onmogelijk. + +Daarna liet Pencroff zich door middel van een touw op den grond zakken. + +Het was prachtig weer. + +"Het zal een warm dagje worden!" zeide de reporter vroolijk. + +"Kom, kom! dokter Spilett!" antwoordde Pencroff, "wij loopen in de +schaduw en zullen zelfs de zon niet te zien krijgen!" + +"Voorwaarts!" zeide de ingenieur. + +Op de kust, bij de Schoorsteenen, wachtte het wagentje met de onagga's +bespannen, waarin zich levensmiddelen, verschillende werktuigen, +wapenen en munitie bevonden. Nab had voor een draagbare keuken gezorgd +en de reporter voor alles wat noodig was om in korten tijd een kamp +op te slaan. + +Gideon Spilett had er op aangedrongen, dat Harbert, ten minste +gedurende de eerste uren van den tocht zou rijden, en de jongeling +moest zich wel aan het voorschrift van zijn geneesheer onderwerpen. + +Nab ging naast de onagga's. Cyrus Smith, de reporter en de zeeman +stapten vooruit. Top sprong van den een naar den ander. Harbert had Jup +een plaats naast hem aangeboden, die deze zonder aarzelen aannam. De +ingenieur herhaalde zijn bevel en de stoet zette zich in beweging. + +Nadat men den linkeroever van de Mercy een mijl gevolgd had, begaven +zij zich in het dichte bosch van het Verre Westen. + +In het bosch zagen zij weder die viervoetige en gevleugelde dieren, die +zij ook op hun eersten tocht ontmoet hadden en Cyrus Smith merkte op: + +"Ik geloof, dat zoowel de viervoetige als gevleugelde dieren +vreesachtiger zijn dan vroeger. Die bosschen zijn kort geleden door +de boeven doorkruist en wij zullen er zeker hun spoor vinden." + +Men zag inderdaad op verscheiden plaatsen sporen van een aantal +menschen: hier was een tak van een boom afgebroken, misschien met het +doel om den weg te herkennen; daar lag asch van een uitgedoofd vuur, +en de indruk van voeten in een vochtig gedeelte van den grond. Maar +niets duidde aan, dat ergens een langdurig kamp was opgeslagen. + +De ingenieur had zijn metgezellen verboden om te jagen. De +geweerschoten zouden de aandacht der boeven getrokken hebben, die +misschien in het bosch ronddoolden. Bovendien als men op wild jacht +maakte, zou men allicht afdwalen en het was streng verboden zich van +den gemeenschappelijken stoet te verwijderen. + +Toen men ongeveer zes mijlen van het Rotshuis verwijderd was, werd het +bosch dichter en het voortgaan moeilijker. Men moest boomen vellen +om zich een weg te banen. Cyrus Smith zond echter vooraf Top en Jup +in dat dikke kreupelhout, en kwamen zij terug zonder dat zij iets te +kennen gaven, dan had men ook niets te vreezen, noch van de boeven, +noch van wilde dieren. + +Dien avond kampeerden de kolonisten op ongeveer negen mijlen van het +Rotshuis, aan den oever van een kleinen zijtak van de Mercy. + +Men gebruikte een flink maal, want de kolonisten waren uitgehongerd en +daarop werden de noodige maatregelen genomen, opdat de nacht rustig +zou voorbijgaan. Wanneer de ingenieur slechts te doen had gehad met +wilde dieren, jaguars of anderen, dan zou hij rondom zijn kamp vuren +hebben aangelegd, hetgeen voldoende verdediging geweest ware; maar de +boeven zouden er eerder door aangetrokken dan teruggehouden worden, +en daarom was het beter dat men in de diepste duisternis bleef. + +Twee kolonisten zouden samen waken en om de twee uur hun makkers +wekken. Daar Harbert, ondanks zijn verzet, uitgesloten werd, hadden +Pencroff en Gideon Spilett en de ingenieur met Nab beurtelings +de wacht. + +De nacht ging voorbij zonder dat er iets voorviel en de tocht door +het bosch werd voortgezet. + +Dien dag kon men slechts zes mijlen afleggen daar men zich letterlijk +met de bijl een weg moest banen. + +Hier en daar vond men nog sporen van de boeven. Bij een vuur dat kort +geleden scheen uitgebluscht, zagen de kolonisten voetstappen die zij +aandachtig opnamen. Door van alle de lengte en breedte te meten vond +men gemakkelijk de indrukken van vijf menschen terug. De vijf boeven +hadden daar waarschijnlijk gekampeerd, maar--en dit werd nauwkeurig +onderzocht--men kon den zesden voetstap niet vinden, die in dat geval +van Ayrton moest geweest zijn. + +"Ayrton was niet bij hen!" zeide Harbert. + +"Neen," antwoordde Pencroff, "en dat hij niet bij hen was, is omdat +die schurken hem reeds gedood hebben! Maar hebben die ellendelingen +dan geen hol, dat men ze als tijgers kan vervolgen!" + +"Neen," zeide de reporter. "Het is zeer waarschijnlijk, dat zij +rondzwerven en het is hun belang om zoo lang rond te dwalen tot op +het oogenblik dat zij meester van het eiland zijn." + +"Meester van het eiland!" riep de zeeman uit. "Meester van het +eiland!...." herhaalde hij, en zijn stem was gesmoord alsof zijn keel +met een ijzeren vuist werd toegeknepen. Toen zeide hij kalmer: + +"Weet gij, mijnheer Cyrus, welken kogel ik in mijn geweer heb?" + +"Neen, Pencroff." + +"De kogel, die de borst van Harbert doorboord heeft, en ik verzeker u, +dat deze zijn doel niet zal missen!" + +Maar deze rechtvaardige wraak kon het leven niet aan Ayrton teruggeven +en door het onderzoek der voetstappen moest men wel tot de overtuiging +komen, dat er geen hoop meer bestond hem ooit terug te zien. + +Dien avond werd het kamp op veertien mijlen van het Rotshuis opgeslagen +en Cyrus Smith meende dat men niet meer dan vijf mijlen van kaap +Hagedis kon verwijderd zijn. + +Den volgenden dag bereikte men dan ook het schiereiland; het bosch was +in zijn geheele lengte doorsneden, maar men had geen spoor gevonden +van de schuilplaats der boeven, noch van de plek waar de geheimzinnige +onbekende verblijf hield. + + + + + +XXI. + + Onderzoek van het slangen-schiereiland.--Kamp aan den + mond der waterval-rivier.--Zes honderd schreden van de + kraal.--Verkenning door Gideon Spilett en Pencroff.--Hun + terugkomst.--Allen vooruit.--Een open deur.--Een verlicht + venster.--Bij het maanlicht. + + +Den 18den Februari bracht men weder door met vergeefs te zoeken naar +een spoor van de indringers. + +"Het verwondert mij niet," zeide Cyrus Smith tot zijn lotgenooten. "Zij +hebben bij hun ontschepen aan Wrakpunt ongeveer denzelfden weg gevolgd, +dien wij nu gehouden hebben. Dit verklaart ook de voetstappen, welke +wij in het bosch hebben bespeurd. Maar op de kust gekomen begrepen +zij weldra, dat er geen goede schuilplaats te vinden was, toen zijn +zij noordelijk gegaan en hebben de kraal ontdekt...." + +"Waar zij nu misschien zijn teruggekeerd...." zeide Pencroff. + +"Ik geloof het niet," antwoordde de ingenieur, "want zij kunnen +toch licht begrijpen, dat wij ons onderzoek ook derwaarts zullen +uitstrekken. De kraal is voor hen slechts een magazijn en geen vaste +verblijfplaats." + +"Ik ben het met Cyrus eens," zeide de reporter, "en de boeven zullen +te midden van de rotsen bij den Franklinberg een schuilplaats gezocht +hebben." + +"Dan regelrecht naar de kraal, mijnheer Cyrus!" riep Pencroff. "Wij +moeten er een eind aan maken en wij hebben tot nog toe slechts tijd +laten verloren gaan!" + +"Neen, vriend," antwoordde de ingenieur. "Gij vergeet dat wij er +belang bij hadden te weten of er niet ergens een woning in het bosch +van het Verre Westen verborgen was. Onze verkenning leidde tot een +dubbel doel, Pencroff. Moesten wij van den eenen kant de misdaad +straffen, van de andere zijde moesten wij onze dankbaarheid betoonen!" + +"Dat is goed gesproken, mijnheer Cyrus," antwoordde de zeeman. "Ik +geloof echter, dat wij dien heer niet zullen vinden tenzij hij dit +zelf verlangen mocht!" + +Pencroff uitte slechts de gedachte, die allen daaromtrent +hadden. Waarschijnlijk zou de woning van den onbekende even +geheimzinnig zijn als hij zelf was. + +Den 19den Februari volgden de kolonisten de rivier langs den +linkeroever en bevonden zij zich op zes mijlen van den berg Franklin. + +Het plan van den ingenieur was om de vallei waardoor de rivier liep +nauwkeurig te onderzoeken en voorzichtig den omtrek van de kraal +te bereiken; was de kraal bewoond, dan zou men haar overrompelen, +bevond er zich niemand in, dan zou men er het hoofdkwartier van maken, +vanwaar alle verkenningen zouden uitgaan. + +Tegen vijf uur in den avond hield de stoet op ongeveer zes honderd +pas van de kraal stil. + +Men moest dus de kraal verkennen, om te weten of zij bewoond was. Ging +men er op klaarlichten dag heen, dan zou men zich blootstellen aan +een schot, zooals Harbert ontvangen had. Men zou dus wachten tot de +nacht inviel. + +Gideon Spilett wilde onmiddellijk op verkenning uitgaan en Pencroff +zou hem gaarne vergezeld hebben. + +"Neen, vrienden," zeide de ingenieur. "Wacht tot van nacht. Ik wil +niet, dat een van u zich op klaarlichten dag blootstelt." + +"Maar, mijnheer Cyrus...." begon de zeeman, die weinig genegen was +om te gehoorzamen. + +"Ik verzoek het u, Pencroff," zeide de ingenieur. + +"In vredes naam dan!" antwoordde de zeeman, die aan zijn toorn lucht +gaf door zijn ganschen voorraad zeemansvloeken over de boeven uit +te storten. + +Tegen acht uur in den avond was het donker genoeg om de verkenning +te beginnen. Gideon Spilett verklaarde zich bereid om met Pencroff +te vertrekken. Cyrus Smith keurde het goed. Top en Jup zouden bij +den ingenieur, Harbert en Nab blijven, want zij zouden hun meesters +wellicht hebben verraden, door ter ongelegener tijd, te blaffen of +te schreeuwen. + +"Waag u niet onvoorzichtig," beval Cyrus Smith den zeeman en den +reporter aan. "Gij behoeft de kraal niet te vermeesteren, gij moet +slechts ontdekken of zij bewoond is, ja dan neen." + +"Wij beloven het," zeide Pencroff. + +Beiden vertrokken. + +Langzaam schreden de reporter en Pencroff voort; zij hielden stil bij +elk geluid dat hun verdacht voorkwam en bleven op eenigen afstand +van elkander, waardoor zij beter tegen kogels waren beveiligd. Elk +oogenblik verwachtten zij een schot te zullen hooren. + +Vijf minuten later hadden zij den zoom van het bosch bereikt. + +Zij stonden stil. Op dertig passen bevond zich de deur van de kraal, +die gesloten scheen. Tusschen die deur en den zoom van het bosch lag +de gevaarlijke streek, want een kogel, van achter de omheining der +kraal geschoten, moest ieder treffen, die zich in deze open vlakte +van het bosch waagde. + +De nacht was nog niet geheel ingevallen en in de schemering kon men +alles nog vrij duidelijk onderscheiden. + +Gideon Spilett en Pencroff waren de mannen niet om licht terug te +deinzen, maar zij wisten dat een onvoorzichtigheid van hun kant, +waarvan zij de eerste slachtoffers zouden zijn, ook hun metgezellen +zou treffen. Wat zou er van Cyrus Smith, Nab en Harbert worden, +als zij dood waren? + +Toch wilde Pencroff, die weder driftig werd, toen hij zoo dicht bij de +kraal kwam, waar hij dacht dat de roovers waren, voorwaarts snellen; +de reporter hield hem echter met krachtige hand terug. + +"Binnen weinige oogenblikken zal het geheel nacht zijn," fluisterde +hij hem in het oor. + +Pencroff bedwong zich met weerzin, maar luisterde toch naar den raad +van Gideon Spilett. + +Eindelijk was het oogenblik gekomen. + +De reporter had de kraal niet uit het oog verloren; zij scheen geheel +verlaten. Indien de boeven er waren, zouden zij toch een van hen op +wacht gezet hebben, om te voorkomen dat zij overvallen werden. + +Gideon Spilett drukte de hand van zijn metgezel en beiden slopen naar +de kraal, terwijl zij hun geweren gereed hielden. + +Zij kwamen bij de deur zonder dat de duisternis door een lichtstraal +verhelderd werd. + +Pencroff trachtte haar te openen, daar hij evenals de reporter vermoed +had, dat zij gesloten was. De zeeman zag echter dat van buiten de +grendels er niet voor waren geschoven. + +Daaruit kon men dus opmaken dat de boeven de kraal bewoonden, en dat +zij de deur zoo gesloten hadden, dat men haar niet kon open breken. + +Gideon Spilett en Pencroff luisterden. + +Geen geluid kwam er van binnen. De schapen en geiten, die +waarschijnlijk in hun stallen sliepen, stoorden de kalmte van den +nacht niet. + +Toen de reporter en de zeeman niets hoorden, vroegen zij zich zelven +af of zij niet over de omheining zouden klimmen en op die wijze in +de kraal dringen. Dit was tegen het bevel van Cyrus Smith. + +De poging kon slagen, maar zij kon ook mislukken. Waren de boeven +op niets bedacht, waren zij niet met de expeditie tegen hen bekend, +in een woord, was er op dit oogenblik een kans om hen te overvallen, +mocht men dan die kans verloren laten gaan, door onbedacht over de +heining te klimmen? + +De reporter achtte het beter te wachten, om de kraal binnen te dringen +tot alle kolonisten vereenigd waren. Zeker was het dat men zonder +gezien te worden bij de deur kon komen en dat de omheining niet bewaakt +scheen. Voor het oogenblik moest men dus slechts trachten spoedig de +andere kolonisten weder te bereiken en met hen te beraadslagen. + +De ingenieur was weldra van alles op de hoogte gebracht. + +"Welnu," zeide hij na een oogenblik te hebben nagedacht, "ik geloof +nu dat de boeven niet in de kraal zijn." + +"Wij zouden het zeker weten," antwoordde Pencroff, "wanneer wij over +de omheining waren geklommen." + +"Naar de kraal, vrienden!" zeide Cyrus Smith. + +"Zullen wij den wagen achterlaten?" vroeg Nab. + +"Neen," antwoordde de ingenieur, "daarin zijn onze munitie en de +levensmiddelen; zoo noodig zal zij ons tot verschansing dienen. + +"Voorwaarts dan!" zeide Gideon Spilett. + +Alles was nog even stil. De kolonisten waren gereed vuur te geven. Op +bevel van Pencroff bleef Jup achter. Nab hield Top vast opdat hij +niet vooruit zou snellen. + +Weldra waren zij bij de kraal. Er was geen schot gevallen. De onagga's +hielden met Nab voor de omheining stil. De ingenieur, de reporter, +Harbert en Pencroff gingen naar de deur, om te zien of zij van binnen +gebarricadeerd was.... + +Zij stond half open! + +"Maar wat hebt gij dan gezegd?" vroeg de ingenieur aan den zeeman en +Gideon Spilett. + +Beiden waren verstomd. + +"Op mijn woord," zeide Pencroff, "die deur was zoo even gesloten!" + +Toen aarzelden de kolonisten. Waren de boeven dan in de kraal +toen Pencroff en Spilett hun verkenning deden? Men kon er niet aan +twijfelen, omdat de deur, welke toen gesloten was, slechts door hen +kon geopend zijn! Waren zij er nog, of was er een van hen uitgegaan? + +Deze vragen rezen allen tegelijk bij de kolonisten op, maar hoe ze +te beantwoorden. + +Op dat oogenblik kwam Harbert terug, die zich een paar schreden in +de omheining had gewaagd en vatte verschrikt de hand van Cyrus Smith. + +"Wat is er?" vroeg de ingenieur. + +"Een licht!" + +"In het huis?" + +"Ja!" + +Alle vijf drongen zij naar voren, en inderdaad zagen zij door het +venster een zwak licht. + +Cyrus Smith nam spoedig een besluit. + +"Het is een goede kans," zeide hij tot zijn metgezellen, "de +boeven zijn in dit huis gesloten en op niets bedacht! Zij zijn +ons! Voorwaarts!" + +De kolonisten slopen vervolgens binnen de omheining met hun geweren +gereed om vuur te geven. De wagen was buiten gelaten onder hoede van +Jup en Top, die er voorzichtigheidshalve aan vastgebonden waren. + +De kraal was overigens donker en verlaten. + +Binnen weinige oogenblikken waren allen bij het huis, voor de deur, +die gesloten was. + +Cyrus Smith gaf met zijn hand een teeken, dat niemand zich zou bewegen, +en hij naderde het venster, dat van binnen zwak verlicht was. + +Hij wierp een blik in de kamer. + +Op tafel stond een lantaarn te branden. Bij die tafel was het bed +dat voor Ayrton gediend had. + +Op dat bed lag een man. + +Plotseling deinsde Cyrus Smith ter zijde en riep met gesmoorde stem: + +"Ayrton!" + +Aanstonds werd de deur opengedrongen en allen wierpen zich in het +vertrek. + +Ayrton scheen te slapen. Zijn uiterlijk bewees dat hij lang en veel +geleden had. Hij had diepe wonden aan handen en voeten. + +Cyrus Smith boog zich over hem. + +"Ayrton!" riep de ingenieur, terwijl hij den arm vatte van hem, +dien hij zoo onverwacht terugvond. + +Ayrton opende zijn oogen, en zag Cyrus Smith en de anderen aan: + +"Zijt gij het!" riep hij uit. "Gij?" + +"Ayrton! Ayrton!" herhaalde Cyrus Smith. + +"Waar ben ik?" + +"In de kraal!" + +"Alleen?" + +"Ja." + +"Maar zij zullen komen!" riep Ayrton uit. "Verdedig u! Verdedig u!" + +En hij zonk uitgeput achterover. + +"Spilett," zeide de ingenieur, "wij kunnen elk oogenblik aangevallen +worden. Laat den wagen binnen de kraal komen. Versper de deur en komt +allen hier." + +Pencroff, Nab en de reporter brachten de bevelen van den ingenieur +zoo snel mogelijk ten uitvoer. Men mocht geen minuut verloren laten +gaan. Misschien was de wagen reeds in handen der boeven. + +In een oogwenk waren zij bij Jup en Top, die een dof gebrom liet +hooren. + +De ingenieur verliet Ayrton en ging buiten het huis, gereed om vuur +te geven. Harbert volgde hem. + +Op dat oogenblik verscheen de maan boven het bosch en verspreidde +haar wit licht over de kraal. + +Weldra kwam een zwarte massa nader bij. Het was de wagen met de +onagga's en Cyrus Smith hoorde de deur goed sluiten. + +Maar Top rukte zich op hetzelfde oogenblik los, snelde naar de kraal +en blafte woedend. + +"Geeft acht, vrienden, houdt u gereed...." riep Cyrus Smith. + +De kolonisten verbeidden het oogenblik om vuur te geven. Top blafte +nog steeds, en Jup, welke naar den hond geloopen was, liet een scherp +sissend geluid hooren. + +De kolonisten volgden hen en kwamen bij den oever van de beek door +zware boomen beschaduwd. + +En wat zagen zij daar in het volle maanlicht? + +Vijf lijken op den grond uitgestrekt! + +Het waren die der boeven, die vier maanden geleden op het eiland +Lincoln ontscheept waren! + + + + + +XXII. + + Ayrton's verhaal.--Het plan zijner vroegere makkers.--Hun + vestiging in de kraal.--De hooge rechter van het eiland.--De + Bonadventure.--Onderzoek bij den Franklinberg.--Onderaardsch + gebrom.--Een antwoord van Pencroff.--Op den bodem van den + krater.--Terugkeer. + + +Wat was er gebeurd? Wie had de boeven verslagen? Was het Ayrton? Neen, +want een oogenblik te voren vreesde hij door hen overvallen te worden! + +Ayrton verkeerde echter in een toestand van verdooving, waaruit men +hem niet kon wekken. + +De kolonisten wachtten den ganschen nacht, zonder Ayrton te verlaten, +zonder naar de plaats terug te keeren waar de vijf lijken lagen. Ayrton +zou waarschijnlijk niets weten van de wijze waarop zij waren omgekomen, +omdat hij zelf niet wist dat hij in het huis van de kraal was; maar +hij zou ten minste datgene weten te vertellen wat aan deze vreeselijke +gebeurtenis was vooraf gegaan. + +Den volgenden dag ontwaakte hij uit zijn verdooving en de kolonisten +toonden hem hoe gelukkig zij waren, nu zij hem bijna ongedeerd weder +terugvonden, na honderd en vier dagen gescheiden te zijn geweest. + +Ayrton vertelde hun in weinig woorden hetgeen voorgevallen was, +of ten minste hetgeen hij wist. + +Daags nadat hij in de kraal gekomen was, dus den 10den November, +waren de boeven over de omheining geklommen en hadden hem gedurende +den nacht overvallen. Zij bonden hem; en hij werd meegevoerd naar +een donker hol, aan den voet van den Franklinberg waar de roovers +hun schuilplaats hadden. + +Men had zijn dood besloten, en men zou hem den volgenden morgen +ombrengen, toen een der boeven hem herkende en aansprak met den naam, +dien hij in Australië gevoerd had. Deze ellendelingen zouden Ayrton +hebben vermoord! Zij spaarden Ben Joyce. + +Zijn vroegere metgezellen wilden hem overhalen om weder een der hunnen +te worden; zij rekenden op hem om zich van het Rotshuis meester te +maken, om in die onbereikbare woning te dringen en meester van het +eiland te worden, na de kolonisten er van te hebben omgebracht! + +Ayrton weigerde. Hij zou liever sterven dan zijn metgezellen verraden. + +Bijna vier maanden bleef hij geboeid en bewaakt in dat hol. + +De boeven hadden de kraal kort na hun aankomst op het eiland ontdekt +en leefden in den omtrek er van, maar woonden er niet. + +Den 11den November gaven twee der hunnen vuur op Harbert, toen zij +onverwachts door de twee kolonisten overvallen werden, maar een +keerde slechts terug daar zijn makker onder den dolk van Cyrus Smith +gevallen was. + +Men oordeele over de onrust en wanhoop van Ayrton, toen hij dit hoorde +vertellen. Hij meende dat Harbert dood was, dat er nog slechts vier +kolonisten leefden die als het ware aan de genade der boeven waren +overgeleverd! + +Gedurende al den tijd dat de kolonisten wegens de ziekte van Harbert +in de kraal bleven, verlieten de zeeroovers hun hol niet en zelfs na +de bergvlakte verwoest te hebben, achtten zij het nog niet voorzichtig +het te verlaten. + +Ayrton werd intusschen mishandeld en verwachtte elken dag den dood, +dien hij overtuigd was, niet te kunnen ontkomen. + +De derde week van Februari verliep. + +Ayrton hoorde niets van zijn vrienden en hij mocht niet meer hopen hen +weder te zien! Toen verviel hij in den toestand van verdooving, waarin +hij niets kon zien, noch hooren. Van dat oogenblik af, dat is te zeggen +sedert twee dagen, kon hij niet meer zeggen wat er voorgevallen was. + +"Maar, mijnheer Cyrus," voegde hij er bij, "hoe is het mogelijk dat +ik in de kraal ben, daar ik in het hol gevangen zat?" + +"Hoe komt het dat de boeven daar midden in de kraal dood liggen +uitgestrekt?" was de wedervraag van Cyrus Smith. + +"Dood!" riep Ayrton uit, terwijl hij, ondanks zijn zwakte, half +overeind rees. + +Zijn metgezellen steunden hem. Hij wilde opstaan, zij lieten hem +begaan en allen richtten zich naar de beek. + +Het was helder dag. + +Op den oever lagen nog de vijf lijken, die plotseling door den dood +getroffen moesten zijn. + +Ayrton stond verpletterd. Cyrus Smith en zijn lotgenooten staarden +hem aan zonder een woord te zeggen. + +Op een teeken van den ingenieur onderzochten Nab en Pencroff deze +lijken die reeds verstijfd waren door de kou. + +Zij droegen geen spoor van verwonding. + +Na een nauwkeurig onderzoek vond Pencroff echter aan het voorhoofd +van den eenen, op de borst van den ander, op den schouder van den +derde en op den rug van den vierde een klein rood vlekje, een soort +van buil waarvan men den oorsprong onmogelijk kon bepalen. + +"Daar zijn zij getroffen!" zeide Cyrus Smith. + +"Maar met welk wapen?" vroeg de reporter. + +"Een wapen, dat werkt als de bliksem en waarvan wij het geheim niet +kennen?" + +"En wie heeft hen op die wijze gedood?" vroeg Pencroff. + +"De hooge rechter van het eiland," antwoordde Cyrus Smith, "hij die +Ayrton hier heeft gebracht; hij, wiens macht zich nogmaals heeft +geopenbaard, hij, die alles voor ons doet wat wij zelf niet kunnen +doen, en die zich vervolgens voor ons verbergt." + +"Laten wij hem dan zoeken," zeide Pencroff. + +"Ja, laten wij hem zoeken," antwoordde Cyrus Smith, "maar dat verheven +wezen, dat zulke wonderen verricht zullen wij niet vinden, dan wanneer +het hem behaagt ons tot zich te roepen." + +Deze onzichtbare beschermer, die hunne eigen daden tot niets maakte, +ergerde en trof den ingenieur tegelijkertijd. De betrekkelijke +minderheid, waarin zij daardoor gebracht werden moest zijn hooghartig +gemoed wel pijnlijk aandoen. Een edelmoedige, die te werk ging op +eene wijze die elk blijk van dankbaarheid uitsloot, gaf een soort +van minachting te kennen voor hen, die de weldaden ontvingen, en +verminderde, volgens Cyrus Smith, in zeker opzicht de waarde van +de weldaad. + +"Laten wij zoeken," zeide hij, "en God geve dat wij eenmaal aan onzen +hoogen beschermer mogen toonen dat hij niet met ondankbaren te doen +heeft! Wat zou ik niet geven om hem toch te kunnen vergelden wat hij +voor ons deed, en hem op onze beurt, ware het ook ten koste van ons +leven, een dienst te kunnen bewijzen!" + +Van dien dag af was dit onderzoek de eenige bezigheid der bewoners +van het eiland Lincoln. Alles noopte hen het woord te ontdekken dat +het raadsel zou oplossen en dat woord kon slechts de naam zijn van +een man, die begaafd was met een waarlijk onverklaarbare en zelfs +bovennatuurlijke macht. + +De kolonisten keerden weder in het huis terug waar Ayrton door hun +zorg zijn lichamelijke en geestelijke krachten herkreeg. + +Nab en Pencroff brachten de lijken naar het bosch, waar zij ze diep +onder den grond begroeven. + +Ayrton werd vervolgens op de hoogte gesteld van hetgeen er gedurende +zijn afwezigheid was voorgevallen. + +"Maar nu," zeide Cyrus Smith toen zijn verhaal geëindigd was. "De +helft van onze taak is vervuld, maar indien de boeven niet meer zijn +te vreezen, hebben wij het niet aan ons zelven te danken dat wij +meester van het eiland zijn." + +"Welnu!" antwoordde Gideon Spilett, "laten wij den doolhof in den +berg Franklin verkennen! Laten wij geen hoekje ondoorzocht laten! Als +ooit een reporter tegenover een treffend geheim gestaan heeft, ben +ik het wel." + +"En wij zullen niet naar het Rotshuis terugkeeren, voordat wij onzen +weldoener gevonden hebben," voegde Harbert er bij. + +"Ja!" zeide de ingenieur, "wij zullen alles doen wat in onze macht +is.... maar ik herhaal het, wij zullen hem niet vinden of hij zelf +moet het toestaan!" + +"Zullen wij in de kraal blijven?" vroeg Pencroff. + +"Laten wij er blijven," antwoordde Cyrus Smith, "er is provisie +genoeg, en wij zijn in het middelpunt van onze verkenningen. Wanneer +het noodig is kan de wagen snel genoeg naar het Rotshuis rijden. + +"Goed," zeide de zeeman. "Eén opmerking slechts." + +"Welke?" + +"Het goede jaargetijde loopt ten einde, en wij moeten niet vergeten +dat wij nog een tocht op zee te doen hebben." + +"Op zee?" vroeg Gideon Spilett. + +"Ja, naar het eiland Tabor," antwoordde Pencroff. "Wij moeten er een +bericht brengen, dat de ligging van ons eiland aangeeft, opdat men +wete waar Ayrton zich bevindt voor het geval dat het Schotsche jacht +terug mocht komen om hem te halen." + +"Maar, Pencroff," vroeg Ayrton, "hoe zult gij deze reis maken?" + +"Met de Bonadventure!" + +"De Bonadventure!" riep Ayrton uit.... "Die bestaat niet meer." + +"Bestaat mijn Bonadventure niet meer!" schreeuwde Pencroff terwijl +hij opvloog. + +"Neen," antwoordde Ayrton. "De boeven hebben haar in de kleine haven +ontdekt, nu ongeveer acht dagen geleden, zij hebben zee gekozen, +en...." + +"En?" vroeg Pencroff ademloos. + +"En daar zij Bob Harvey niet meer hadden om te sturen, zijn zij tegen +de rotsen geslagen en het schip werd geheel verbrijzeld!" + +"O! die ellendelingen! die roovers! die schurken!" barstte Pencroff +uit. + +"Pencroff," zeide Harbert, terwijl hij de hand van den zeeman vatte, +"wij zullen een andere Bonadventure maken, een grootere! Wij hebben +al het ijzer en touwwerk van de brik tot onze beschikking!" + +"Maar weet gij wel," antwoordde Pencroff, "dat wij minstens vijf of zes +maanden noodig hebben om een schip van dertig à veertig ton te bouwen?" + +"Wij hebben den tijd voor ons," antwoordde de reporter, "en wij zullen +dit jaar van onze reis naar het eiland Tabor afzien." + +"Wat wilt gij, Pencroff, wij moeten er in berusten," zeide de +ingenieur, "en ik hoop dat dit uitstel voor ons geen kwade gevolgen +zal hebben." + +"O! mijn Bonadventure! mijn arme Bonadventure!" riep Pencroff wanhopend +onder het verlies van zijn vaartuig, waarop hij zoo trotsch was! + +Het verlies van de Bonadventure was inderdaad een vreeselijke slag +voor de kolonisten, en er werd besloten dien zoo snel mogelijk te +herstellen. Vooreerst moest men echter de geheimzinnigste plaatsen +van het eiland verkennen. + +Nog denzelfden dag, 19 Februari, begon men er mee. De geheele week +zocht men tevergeefs; nergens hoorde of zag men iets, tot eindelijk de +ingenieur, vergezeld van Gideon Spilett, in een van die onderaardsche +holen kwamen, die zich tot op honderd voet in den berg uitstrekten; +daar hoorden zij een dof gerommel, dat door de echo der rotsen nog +sterker klonk. + +Cyrus Smith meende dat het de werking was van onderaardsch vuur. + +"Is de vulkaan dan niet geheel uitgedoofd?" vroeg de reporter. + +"Het is mogelijk dat, na ons onderzoek van den krater, er van binnen +weder werking is ontstaan. Elke vulkaan, al meent men dat hij is +uitgedoofd, kan weder gaan werken." + +"Maar, wanneer er een uitbarsting van den Franklin-berg op handen is," +vroeg Gideon Spilett, "is er dan geen gevaar voor het eiland Lincoln?" + +"Ik geloof het niet," antwoordde de ingenieur. "De krater, dat is te +zeggen, de veiligheidsklep, bestaat, en de overvloedige damp en lava +zal, zooals vroeger, ontsnappen door den gewonen uitweg." + +"Wanneer de lava zich maar niet een nieuwen weg baant naar het +vruchtbare gedeelte van het eiland!" + +"Waarom, mijn waarde Spilett," vroeg Cyrus Smith, "waarom zou zij +den weg niet volgen, die haar door de natuur gebaand is?" + +"O! de vulkanen zijn wispelturig!" antwoordde de reporter. + +Toen Gideon Spilett en de ingenieur weder uit de grot kwamen, vertelden +zij hun metgezellen hetgeen zij hadden waargenomen. + +"Goed!" zeide Pencroff, "laat die vulkaan maar begaan! Maar als hij +het waagt! Hij zal zijn meester vinden!...." + +"In wien?" vroeg Nab. + +"In onzen genius, Nab, in onzen genius, die hem zijn krater zal +sluiten, als hij het waagt dien te openen!" + +Het vertrouwen van Pencroff in den genius van het eiland was +onbegrensd, en diens macht scheen waarlijk eindeloos door de vele +onverklaarbare daden, welke hij volbracht had; maar hij wist aan de +nasporingen der kolonisten te ontkomen, want ondanks al hun pogingen, +al hun ijver, ja meer dan ijver, en de volharding die zij bij hun +onderzoek aan den dag legden, werd de geheimzinnige schuilplaats +niet ontdekt. + +Tot den 25sten Februari doorzocht men het geheele noordelijke gedeelte +van het eiland; duinen en rotsen werden beklommen, zij daalden in de +donkerste holen en geheimzinnigste spelonken af. + +Niemand! Niets. + +Men moest er nu aan gaan denken om terug te keeren, daar het onderzoek +niet altijd door kon duren. De kolonisten hadden waarlijk recht te +gelooven dat het geheimzinnige wezen niet op het eiland verblijf +hield, en vooral Pencroff en Nab begonnen aan bovennatuurlijke dingen +te denken. + +Den 25sten Februari betraden de kolonisten weder het Rotshuis. En +door middel van een dubbele koord die door een pijl op het portaal +voor de deur werd geworpen, herstelden zij de gemeenschap tusschen +hun woning en den bodem. + +Den 25sten Maart vierden zij den derden verjaardag van hun komst op +het eiland. + + + + + +XXIII. + + Drie jaren zijn verloopen.--Een nieuw schip.--Het + besluit.--Voorspoed der kolonie.--De scheepswerf.--De koude + van het zuidelijk halfrond.--Pencroff onderwerpt zich.--De + Franklin-berg. + + +Drie jaren waren er voorbijgegaan sedert de gevangenen van Richmond +ontvlucht waren, en hoe menigmaal hadden zij gedurende die drie jaren +over hun vaderland gesproken, dat hun altijd voor den geest zweefde! + +Zij twijfelden niet of de burgerkrijg was geëindigd, en het scheen +hun onmogelijk, dat de rechtvaardige zaak van het Noorden niet zou +hebben gezegepraald. Maar wat was er in dien vreeselijken oorlog +gebeurd? Hoeveel bloed had hij gekost? Welke vrienden van hen waren +in dien strijd omgekomen? Daarover spraken zij dikwijls, zonder nog de +dag te zien aanlichten, dat het hun gegeven zou zijn in hun vaderland +terug te keeren. Was dit dan een droom, die niet te verwezenlijken was? + +Slechts op twee wijzen kon die vurige wensch bewaarheid worden: +of er zou op den een of anderen dag een schip in de nabijheid van +Lincoln komen, of de kolonisten zouden zelf een vaartuig bouwen, +dat sterk genoeg was, om tot de meest nabij gelegen kust zee te houden. + +"Wanneer onze genius ons ten minste geen middel geeft om naar ons +vaderland terug te keeren!" zeide Pencroff. + +En waarlijk, had men Pencroff en Nab gezegd, dat er een schip van +drie honderd ton in de Ballonhaven op hen wachtte, het zou hun +niet verwonderd hebben. Zij waren in een toestand, dat niets hen +kon verrassen. + +Maar Cyrus Smith was minder vertrouwend en raadde hen aan zich bij de +werkelijkheid te houden; hij deed dit vooral met het oog op het schip, +dat gebouwd moest worden. Dit was inderdaad een dringende behoefte, +daar men zoo spoedig mogelijk een bericht naar het eiland Tabor moest +brengen, waarin de nieuwe verblijfplaats van Ayrton werd vermeld. + +De Bonadventure bestond niet meer; er zouden dus minstens zes maanden +verloopen, voordat een nieuw schip gereed was. De winter nu was op +handen en de reis zou dus niet voor de volgende lente ondernomen +kunnen worden. + +"Wij hebben dus al den tijd om voor het gunstige jaargetijde gereed +te zijn," zeide de ingenieur, die met Pencroff er over sprak. "Ik +geloof, vriend, dat wij nu het beste doen, nu wij toch een ander schip +moeten maken, er een grootere afmeting aan te geven. De komst van het +Schotsche jacht naar het eiland Tabor is niet zeker. Het is zelfs +mogelijk, dat het er verscheiden maanden geleden geweest en weder +vertrokken is, na te vergeefs naar een spoor van Ayrton te hebben +gezocht. Zou het daarom niet beter zijn een vaartuig te bouwen, dat +ons, zoo noodig, naar den polynesischen archipel of naar Nieuw-Zeeland +kan brengen? Hoe denkt gij daar over?" + +"Ik denk, mijnheer Cyrus, ik denk, dat gij even goed een groot, +als een klein schip kunt bouwen. Het ontbreekt ons aan hout noch aan +gereedschappen. Het is slechts een quaestie van tijd." + +"Hoeveel tijd zou er noodig zijn voor een schip van twee honderd +vijftig à drie honderd ton?" vroeg Cyrus Smith. + +"Minstens zeven of acht maanden," antwoordde Pencroff. "Maar gij moet +niet vergeten, dat de winter nadert en dat het hout bij strenge kou +moeilijk te bewerken is. Laten wij dus rekenen op eenige weken staking, +en wij mogen blijde zijn indien ons schip dan met November gereed is." + +"Welnu," antwoordde Cyrus Smith, "dat is juist een goede tijd om +een reis van eenig belang, hetzij naar Tabor, hetzij naar een meer +verwijderde kust, te ondernemen." + +"Dat is waar, mijnheer Cyrus," antwoordde de zeeman. "Maak dus uw plan, +de werklieden zijn gereed, en ik geloof dat wij aan Ayrton een goede +hulp zullen hebben." + +Cyrus Smith deelde zijn plan aan zijn metgezellen mede, die het allen +met hem eens waren. + +Cyrus Smith maakte het ontwerp, terwijl de anderen de noodige boomen +uit het bosch van het Verre Westen velden en naar de Schoorsteenen +brachten, waar men de werf zou inrichten. + +Het spreekt van zelf dat er op de bergvlakte weldra geen spoor +meer te vinden was van die vreeselijke verwoesting, door de boeven +teweeggebracht. De molen was weder hersteld, evenals de stal en de +andere gebouwen. De hokken voor het gevogelte moesten grooter dan de +eerste maal gemaakt worden, daar het aantal zeer was toegenomen. + +Er waren nu vijf onagga's, waarvan vier bereden werden en in het tuig +liepen; het vijfde was nog te jong. + +Bij het bewerken van het land gebruikte men nu ook een ploeg die door +de onagga's getrokken werd. + +Ayrton deelde voortaan geheel het gemeenschappelijk leven; hij bleef +wel is waar altijd stil en treurig, sprak weinig en deelde meer den +arbeid dan de genoegens zijner metgezellen. Hij was echter geacht en +bemind door alle kolonisten en zij konden met recht zeggen dat het +oogenblik, dat Ayrton op Lincoln kwam, voor hen het gelukkigste was +geweest van hun leven sedert zij Richmond verlieten. + +Den 15den Mei zag men de kiel van het nieuwe vaartuig op de werf +liggen; deze kiel was honderd en tien voet lang, daardoor zou men +het schip een breedte van vijf en twintig voet kunnen geven. De +timmerlieden konden echter niet meer vorderen, want met den 10den +Juni viel de strenge koude en het slechte weer in. De arbeid werd +dus gestaakt. + +De laatste dagen van die maand waren stormachtig, zoo zelfs dat de +ingenieur verscheiden malen vreesde voor zijn werf,--waaraan hij toch +geen andere plaats in de nabijheid van het Rotshuis had kunnen geven. + +Zijn vrees werd gelukkig niet bewaarheid. De wind keerde naar het +zuidoosten, zoodat het Rotshuis niet van zijn aanvallen te lijden had. + +Cyrus Smith en zijn metgezellen hadden wel ondervonden dat in den +winter de temperatuur op Lincoln zeer laag kon zijn. De koude was +te vergelijken met die, welke zich in de Staten van Nieuw-Engeland +doet gevoelen, dat ongeveer op denzelfden afstand van den evenaar +ligt. Indien op het noordelijk halfrond, of althans op dat gedeelte, +waarin Nieuw-Engeland en het noorden der Vereenigde Staten is gelegen, +dit verschijnsel verklaard wordt door de gesteldheid van den grond, die +zich tot aan de noordpool uitstrekt en waarop geen enkele verhevenheid +beschutting aanbiedt tegen de noordenwinden, voor het eiland Lincoln +kon die verklaring niet gelden. + +"Men heeft zelfs opgemerkt," zeide Cyrus Smith eens tot zijn +metgezellen, "dat eilanden en kustlanden op dien breedtegraad minder +van de kou te lijden hebben, dan de binnenlanden. Ik heb dikwijls +hooren verzekeren, dat de winters, in Lombardije bijvoorbeeld, strenger +zijn dan die in Schotland, de oorzaak daarvan zou zijn, dat de zee in +den winter de warmte teruggeeft, die zij des zomers in zich opgenomen +heeft. Dit zal men dus het sterkst op de eilanden ondervinden. + +"Maar, mijnheer Cyrus," zeide Harbert, "waarom schijnt het eiland +Lincoln aan deze algemeene wet te ontkomen?" + +"Dat is moeilijk te verklaren," antwoordde de ingenieur. "Ik voor mij +zoek de oorzaak van deze uitzondering in de ligging van het eiland +op het zuidelijk halfrond, dat, zooals gij weet, kouder is dan het +noordelijk halfrond." + +"Ja," zeide Harbert, "en de ijsschotsen ontmoetten elkander op lager +breedten in het zuiden dan in het noorden van de Stille zee." + +"Dat is waar," stemde Pencroff in, "en toen ik nog walvischvaarder was, +heb ik zelfs bij kaap Hoorn menigmaal ijsbergen ontmoet." + +"Men zou de strenge koude van Lincoln ook kunnen toeschrijven aan +ijsschotsen of sneeuwklompen, die misschien niet zoo ver verwijderd +zijn als men wel meent," merkte Gideon Spilett op. + +De ingenieur was het met Gideon Spilett eens en beiden verdiepten +zich nog langen tijd in dit zonderlinge verschijnsel, zoodat Pencroff +eindelijk aanleiding vond om te zeggen: + +"Mijnheer Cyrus, wat zou het een dik boek worden als ge alles eens +wildet opschrijven wat ge wist!" + +"En hoeveel dikker boek zou dat worden, waarin ik alles opschreef +wat ik niet wist, Pencroff!" antwoordde Cyrus Smith. + +De maand Juni was zeer koud en de kolonisten waren meestal verplicht +binnen het Rotshuis te blijven. + +Deze afzondering was geen van allen aangenaam, maar vooral Gideon +Spilett niet, die ook tot Nab zeide: + +"Ja Nab, ik zou je bij notarieele akte, al de erfenissen willen geven, +die mij nog te wachten staan, als je mij maar een courant kondt +bezorgen! Wat het meest aan mijn geluk ontbreekt, is 's morgens niet +te weten, wat er den vorigen avond elders is voorgevallen!" + +Nab lachte. + +"Ik stel in niets belang dan in mijn dagelijksch werk," zeide hij. + +De wintermaanden Juni, Juli en Augustus gingen op Lincoln niet onbenut +voorbij. Er was altijd werk in overvloed. Jup was daarbij niet de +minst ijverige. Zijn grootste fout was dat hij erg kouwelijk was; +daarom had men een warm pak voor hem gemaakt. + +Pencroff meende dat, wanneer men vier handen tot zijn dienst had +gekregen, men die ook waardig gebruiken en dubbel hard werken moest! + +Gedurende de zeven maanden, die verloopen waren, sedert het onderzoek +op het eiland en in den berg, had men niets meer van den genius +van het eiland vernomen. Diens macht openbaarde zich geen enkele +maal. Trouwens het was ook niet noodig, want de kolonisten werden +door niets in hun vreedzaam leven gestoord. + +Cyrus Smith merkte zelfs op, dat, zoo er door de rotsmassa heen +gemeenschap had bestaan tusschen den onbekende en de bewoners van het +Rotshuis en zoo Top die als het ware vermoed had, deze gemeenschap +althans in dezen tijd niet bestond. + +Nooit bromde de hond meer, evenmin legde de aap eenige onrust aan +den dag. De twee vrienden--want dit waren zij--snuffelden niet meer +om de opening van den put; zij blaften en knorden niet meer op die +zonderlinge wijze, die reeds in het begin de aandacht van den ingenieur +getrokken had. Maar kon deze verzekeren dat dit raadsel uit was en +dat het nooit opgelost zou worden? Kon hij verklaren dat er niet +weder iets zou voorvallen, dat deze geheimzinnige persoon nogmaals +op het tooneel bracht? Wie weet wat er nog voor de toekomst overbleef? + +De winter liep ten einde, maar in de eerste lentedagen viel er iets +voor dat ernstige gevolgen kon hebben. + +Toen Cyrus Smith den 7den September den top van den berg Franklin +opnam, zag hij eenige rookwolken uit den krater opstijgen, die zich +in de lucht verspreidden! + + + + + +XIV. + + De vulkaan ontwaakt.--Het zachtere jaargetijde.--Hervatting + van het werk.--De avond van 15 October.--Een telegram.--Een + verzoek.--Een antwoord.--Vertrek naar de kraal.--Het + bericht.--Een nieuwe lijn.--De basaltkust.--Bij hooge zee.--Bij + lage zee.--De grot.--Een schitterend licht.--Hij is gevonden. + + +De kolonisten, die door Cyrus Smith gewaarschuwd waren, staakten hun +arbeid en aanschouwden zwijgend den top van den Franklinberg. + +De vulkaan was dan weder in werking gekomen, en de dampen waren door +de laag erts op den bodem van den krater gedrongen. Maar zou het +onderaardsche vuur tot een hevige uitbarsting komen? Dit kon men +niet verhoeden. + +Maar al gebeurde het, dan was het nog niet waarschijnlijk dat het +eiland Lincoln in zijn geheel er onder zou lijden. De uitbarstingen +van vulkanen zijn niet altijd noodlottig. Zooals de lavastroomen langs +de noordelijke berghelling getuigden, was het eiland reeds aan zulk +een beproeving onderhevig geweest. + +Cyrus Smith sprak er met zijn metgezellen over en, zonder den toestand +te overdrijven, deelde hij hun het voor en tegen er van mede. + +Men kon er in ieder geval niets tegen doen. Wanneer de grond ten minste +niet door een aardbeving vaneen gescheurd werd, scheen het Rotshuis +nog geen gevaar te loopen. Maar de kraal werd ernstig bedreigd, wanneer +zich aan de zuidelijke helling van den berg een nieuwe krater opende. + +Van dien dag af bleef er steeds een rookwolk uit den top van den +berg opstijgen, en men zag zelfs dat zij grooter en breeder werd, +zonder dat er zich echter nog vlammen vertoonden. + +Het werk was intusschen weder voortgezet. Men haastte zich zooveel +mogelijk met het bouwen van het vaartuig. + +Tegen het eind van de maand September was de romp van het +schip gereed. Het ijzerwerk van de oude brik was grootendeels +behouden. Pencroff en Ayrton hadden er een groot aantal ijzeren bouten +en koperen spijkers uitgehaald. Dit bespaarde werk aan de smeden, +maar de timmerlieden moesten niettemin hard voortwerken. + +De arbeid aan de werf moest nogmaals gestaakt worden wegens het +oogsten, hooien en inhalen van hetgeen het bouwland op de bergvlakte +opleverde. + +'s Avonds waren de ijverige werklieden dikwijls zeer moe. Om geen tijd +noodeloos verloren te laten gaan had men het uur van den maaltijd op +den middag gesteld en zij gebruikten slechts hun avondmaal wanneer +de schemering ingevallen was. Dan keerden zij naar het Rotshuis terug +om zich zoo spoedig mogelijk ter rust te begeven. + +Soms, wanneer er een belangrijk onderwerp behandeld werd, bleef men +menigmaal langer op dan gewoonlijk. De kolonisten spraken over de +toekomst en over de verandering, die er in hun toestand zou komen, +wanneer zij een reis naar de meest nabij gelegen kust met hun vaartuig +ondernamen. + +Maar met al die plannen bleven zij toch bij de gedachte om later weer +naar Lincoln terug te keeren. Nooit zouden zij die kolonie verlaten, +die met zooveel moeite gesticht was en die zoozeer in bloei zou +toenemen wanneer zij in gemeenschap was met Amerika. + +Pencroff en Nab hoopten er hun leven te eindigen. + +"Harbert," zeide de zeeman, "zult gij nooit het eiland Lincoln +verlaten?" + +"Nooit, Pencroff, en vooral niet als gij er blijft!" + +"Dan is het in orde, mijn jongen," antwoordde Pencroff, "ik zal +u wachten! Gij brengt mij uw vrouw en kinderen, en van de kleine +jongens zal ik wakkere kerels maken!" + +"Aangenomen!" antwoordde Harbert lachend. + +"En gij, mijnheer Cyrus," ging Pencroff opgewonden voort, "gij moet +altijd de gouverneur van het eiland blijven! Hoeveel inwoners zou +het kunnen bevatten? Tien duizend minstens!" + +Zoo keuvelde men voort, en de reporter ging zelfs zoover dat hij een +courant oprichtte, de _New-Lincoln-Herald_ getiteld. + +Zoo is de mensch nu eenmaal. De behoefte om iets te doen dat +blijft bestaan, dat hem overleeft is het krachtigst bewijs van +zijn meerderheid boven alles wat op aarde bestaat. Daardoor is +zijn heerschappij gevestigd, en wordt zij door de geheele wereld +gerechtvaardigd. + +En wie kon zeggen of Jup en Top zich ook niet een toekomst droomden? + +Ayrton hoopte in stilte, dat hij lord Glenarvan terug mocht zien en +zich aan allen mocht vertoonen, zooals hij nu was: zedelijk geheel +verbeterd. + +Den avond van 15 October was men langer blijven praten dan +gewoonlijk. Het was negen uur. Hier en daar merkte men aan een moeilijk +bedwongen geeuwen dat het uur om naar bed te gaan gekomen was en +Pencroff stond juist op toen het klokje der telegraaf plotseling het +signaal gaf en luide in de zaal weerklonk. + +Allen waren aanwezig. Cyrus Smith, Gideon Spilett, Harbert, Ayrton, +Pencroff en Nab. Geen der kolonisten waren dus in de kraal. + +Cyrus Smith was opgestaan. Zijn metgezellen zagen elkander aan, +meenende dat zij niet goed gehoord hadden. + +"Wat beteekent dat!" riep Nab uit. "Is dat de duivel die seint!" + +Niemand antwoordde. + +"Er is onweer aan de lucht," merkte Harbert op. "Kan de invloed van +de electriciteit?...." + +Harbert voleinde zijn zin niet. De ingenieur, op wien aller blikken +gericht waren, schudde ontkennend het hoofd. + +"Laten wij wachten," zeide Gideon Spilett. "Wanneer het een sein is, +zal het herhaald worden, wie het dan ook moge gegeven hebben." + +"Maar wie zou het geven?" riep Nab uit. + +"Wel!" antwoordde Pencroff, "hij die...." + +De zeeman had nog niet uitgesproken toen wederom de telegraaf het +klokje in beweging bracht. + +Cyrus Smith ging naar den toestel en vroeg langs de lijn: + +"Wat verlangt gij?" + +Eenige oogenblikken later bewoog de wijzer zich over de wijzerplaat +en gaf hij het volgende antwoord aan de bewoners van het Rotshuis: + +"Kom zoo spoedig mogelijk naar de kraal." + +"Eindelijk," zeide Cyrus Smith. + +Ja! Eindelijk! Het geheim zou ontsluierd worden! + +Alle behoefte aan rust had voor de kolonisten opgehouden bij de +gewichtige zaak, die hen naar de kraal dreef. Zonder een woord te +wisselen, waren zij binnen weinige oogenblikken buiten het Rotshuis op +de kust. Jup en Top waren alleen achter gebleven. Men kon hen missen. + +De nacht was donker. Het was dien dag nieuwe maan en zij was gelijk +met de zon verdwenen. Zooals Harbert reeds opgemerkt had, hingen er +zware donderwolken, waardoor de sterren onzichtbaar waren. Reeds werd +de horizon verlicht door den bliksem van een verwijderd onweder. + +Waarschijnlijk zou, eenige uren later, de donder over het eiland +rollen. Het was een onheilspellende nacht. + +Maar hoe diep de duisternis ook ware, zij kon de kolonisten niet +weerhouden, die met den weg naar de kraal genoeg bekend waren om +hem in donker te volgen. Zij volgden den linkeroever van de Mercy, +bereikten de bergvlakte en gingen, dwars door het bosch, naar de kraal. + +Zij stapten flink door, ten prooi aan de levendigste +aandoening. Niemand twijfelde of zij zouden eindelijk de oplossing +van het raadsel vernemen, den naam van dat geheimzinnige wezen, dat +van zoo beslissend belang in hun leven was geweest, zoo edelmoedig +in zijne bemoeiingen, zoo machtig in zijn daden! Daar de onbekende +zich in hun lotgevallen gemengd had, konden hem ook de kleinste +bijzonderheden er van niet verborgen zijn en moest hij alles hebben +kunnen hooren wat in het Rotshuis gesproken werd om altijd te juister +tijd te hebben kunnen handelen. + +Allen waren in gedachten verzonken. Onder die zware boomen was de +duisternis zóo dicht, dat men zelfs het einde van den weg niet +kon zien. Het bosch was doodstil. Vogels en andere dieren zaten +onbeweeglijk en gedrukt door de zwaarte der atmosfeer. Geen blad +bewoog zich. Alleen hoorde men de stappen van de kolonisten op den +harden grond weerklinken. + +Het stilzwijgen werd slechts afgebroken door de opmerking van Pencroff. + +"Wij hadden een lantaarn mee moeten nemen." + +Het antwoord van den ingenieur luidde: + +"Wij zullen er in de kraal een vinden." + +Cyrus Smith en zijn metgezellen hadden ten negen uur twaalf minuten +het Rotshuis verlaten. Ten negen uur zeven en veertig minuten hadden +zij drie mijlen afgelegd van de vijf die de monding der Mercy van de +kraal scheidde. + +Op dat oogenblik schoten helle bliksemschichten over het eiland en +verlichtten de scherpe, donkere omtrekken van het gebladerte. Die +felle stralen verblindden de voetgangers; het onweder kon niet ver +af zijn. De bliksem werd al feller en feller: in de verte rolde de +donder door het zwerk. Loodzwaar drukte de dampkring. + +De kolonisten gingen voort als door een onweerstaanbare kracht +gedreven. + +Eindelijk zagen zij bij het felle licht van een bliksemstraal de +omheining van de kraal, en nauwelijks waren zij er binnen of de bui +barstte hevig los. + +Snel begaven allen zich naar de woning. + +Mogelijk was het huis door den onbekende bewoond, daar het telegram +van daar was uitgegaan. Het venster was echter niet verlicht. + +De ingenieur klopte aan. + +Geen antwoord. + +Hij opende de deur en de kolonisten traden de donkere kamer binnen. + +Nab maakte vuur, en een oogenblik later doorzocht men met de lantaarn +alle hoeken van het vertrek.... + +Er was niemand. Alles was zooals men het verlaten had. + +"Zijn wij dan door zinsverbijstering misleid?" mompelde Cyrus Smith. + +Neen! dat was niet mogelijk! Het telegram luidde: + +"Kom zoo spoedig mogelijk naar de kraal." + +Men ging naar het tafeltje dat uitsluitend voor den telegraafdienst +bestemd was. Alles was op zijn plaats. + +"Wie is hier het laatst geweest?" vroeg de ingenieur. + +"Ik, mijnheer Smith," antwoordde Ayrton. + +"Dat was?...." + +"Vier dagen geleden." + +"Een briefje!" riep Harbert uit, terwijl hij naar een papier op +tafel wees. + +Op dat papier stonden in het Engelsch de woorden: + +"Volgt de nieuwe lijn." + +"Voorwaarts!" beval Cyrus Smith, die aanstonds begreep, dat het +telegram niet van de kraal was afgezonden, maar van de geheimzinnige +schuilplaats die door een zijlijn in onmiddellijk verband stond met +het Rotshuis. + +Nab nam de lantaarn en allen verlieten de kraal. + +Het onweder woedde vreeselijk. De seconden die verliepen tusschen +den bliksem en het invallen van den donder werden elk oogenblik +minder. Weldra zou de bui den berg Franklin en het geheele eiland +omhullen. Bij het licht zag men den top van den vulkaan door een +rookwolk omringd. + +Van het huis naar de omheining vond men geen zijlijn; maar Cyrus Smith +volgde de lijn en bij den eersten paal zag hij den nieuwen draad van +den isolator naar den grond loopen. + +"Daar is hij!" zeide hij. + +De lijn liep over den grond, maar was geheel door een isoleerende +zelfstandigheid omkleed, als een onderzeesche kabel, zoodat de stroom +niet verbroken werd. De zijlijn liep naar het westen. + +"Laten wij haar volgen!" zeide Cyrus Smith. + +Dan eens geleid door het licht van den lantaarn dan weder door de +bliksemstralen hielden de kolonisten den weg, welken de lijn aangaf. + +De donder rolde nu zonder ophouden en was zoo hevig dat men geen +woord verstaan kon. Men behoefde ook niet te spreken; men moest +slechts voorwaarts, de lijn volgende. + +De ingenieur had gemeend, dat de draad in de vallei zou eindigen en +dat daar de schuilplaats van den onbekende zou wezen. + +Hij had zich vergist. Men ging steeds voort in zuidwestelijke +richting, over de basalt-rotsen heen. Van tijd tot tijd tastte +een van de kolonisten naar den draad om zoo noodig de richting aan +te geven. Maar het leed geen twijfel meer of deze liep recht naar +zee. Daar, verborgen in de een of andere rots, zou de woning zijn, +die men tot nog toe te vergeefs gezocht had. + +De hemel was geheel en al vuur. De eene bliksemstraal volgde +onmiddellijk op den andere. Menigmaal werd de top van den vulkaan +getroffen en schoot de bliksem dwars door de dikke rookwolk in +den krater. Soms had men kunnen meenen dat er vlammen uit den berg +opstegen. + +Na een uur kwamen de kolonisten op de westkust van den Oceaan. De +wind was opgestoken; de stroom bruischte op een diepte van vijf +honderd voet. + +Cyrus Smith berekende, dat hij en zijn metgezellen een afstand van +anderhalve mijl hadden afgelegd sedert zij de kraal verlaten hadden. + +Op dat oogenblik verdween de lijn tusschen de rotsen en volgde de +steile helling van een enge en kronkelende kloof. + +Ook daar volgden de kolonisten den hun aangegeven weg op gevaar af, +dat de rotsen afbrokkelden en zij in zee zouden storten. Het was een +gevaarlijk pad, maar zij telden geen gevaar, zij waren zich zelven niet +meer meester, en werden even onwederstaanbaar naar dat geheimzinnige +punt getrokken als het ijzer naar den magneet. + +Zij daalden de helling af, die zelfs bij dag bijna onbegaanbaar was. De +steenen rolden en schitterden als gloeiende kolen wanneer zij verlicht +werden. Cyrus Smith liep aan de spits, Ayrton sloot den stoet. Zij +gingen nu langzaam voort, dan eens gleden zij over gladde rotsen, +dan weder stonden zij op en volgden voorzichtig den weg. + +Plotseling maakte de lijn een bocht, raakte tegen de rotsen van de +kust, die bijna geheel uit klippen bestond waarop de golven beukten. De +kolonisten hadden het laagste gedeelte van den basaltmuur bereikt. + +Honderd schreden gingen zij nog voorwaarts; toen stonden zij voor +de zee. + +De ingenieur greep den draad en bemerkte dat deze in de golven +verdween. + +Zijn metgezellen stonden sprakeloos naast hem. + +Een kreet van teleurstelling, schier van wanhoop ontsnapte aan hun +lippen! Moest men zich dan in de golven werpen en een onderzeesch hol +zoeken? In den overspannen toestand, waarin zij zich zoo naar geest als +naar lichaam bevonden, zouden zij niet geaarzeld hebben dit te doen. + +De ingenieur hield hen terug. + +Cyrus Smith bracht zijn metgezellen onder een vooruitstekende rots, +en zeide: + +"Laten wij wachten. Het is vloed. Bij eb zal de weg open zijn." + +"Maar waarom gelooft gij?...." begon Pencroff. + +"Hij zou ons niet hebben geroepen, wanneer de middelen ontbraken om +bij hem te komen!" + +Cyrus Smith had met zulk een overtuiging gesproken, dat niemand meer +een aanmerking maakte. Zijn opmerking was ook zeer juist. Men moest +wel aannemen dat er een opening aan den voet van den berg was, die nu +door de golven verborgen werd, maar die bij eb toegankelijk zou zijn. + +Eenige uren moesten verloopen. De kolonisten bleven zwijgend onder +een uitstekende rots. Het begon te regenen en weldra ontlastten zich +de wolken in een zwaren stortvloed. De echo herhaalde het rollen van +den donder en somber en lang dreunden de slagen. + +De kolonisten verkeerden in groote spanning. Duizenden zonderlinge +bovennatuurlijke gedachten rezen in hun geest op en zij verwachtten +een groote bovenmenschelijke verschijning, want deze alleen had kunnen +beantwoorden aan de voorstelling, welke zij zich van den geheimzinnigen +genius van het eiland gevormd hadden. + +Tegen middernacht daalde Cyrus Smith tot de kust af om de rotsen te +verkennen. Reeds voor twee uur was de eb begonnen. + +De ingenieur had gelijk gehad. Het gewelf van een groot hol teekende +zich reeds boven de oppervlakte. Daar boog de lijn zich in een rechten +hoek en verdween in een gapenden muil. + +Cyrus Smith keerde naar zijn lotgenooten terug en zeide kalm: + +"Binnen een uur kunnen wij door de opening." + +"Zij bestaat dus?" vroeg Pencroff. + +"Hebt gij er aan getwijfeld?" antwoordde Cyrus Smith. + +"Maar dat hol zal tot op zekere hoogte met water gevuld zijn," merkte +Harbert op. + +"Of dat hol loopt geheel droog," sprak de ingenieur, "en in dat geval +kunnen wij er te voet ingaan; loopt het niet droog, dan zal er het +een of andere middel van vervoer tot onze beschikking zijn." + +Weder verliep er een uur. Onder een stortregen begaven zij zich naar +zee. In drie uur was de vloed vijftien voet gedaald. Reeds stak +het bovenste gedeelte van het gewelf minstens acht voet boven het +water uit. + +Toen de ingenieur zich voorover boog, zag hij een zwart voorwerp op +de oppervlakte der zee drijven. Hij trok het naar zich toe. + +Het was een boot, waaraan een touw was vastgemaakt. Deze boot was +van plaatijzer. Onder de banken lagen twee riemen. + +"Laten wij ons inschepen," zeide hij. + +Een oogenblik later bevonden de kolonisten zich in het vaartuig. Nab +en Ayrton hadden de riemen gegrepen. Pencroff vatte het roer. Cyrus +Smith stond vooraan en verlichtte den weg door de lantaarn boven den +voorsteven te houden. + +Het gewelf, waaronder de boot verdween, verhief zich plotseling, maar +de duisternis was te dicht en het licht der lantaarn te onvoldoende +dan dat men de breedte, hoogte en diepte van de grot kon berekenen. De +stilte werd door niets verbroken. Geen gedruisch drong tot hen door; +geen bliksemstraal verlichtte dit hol. + +Op sommige plaatsen van den aardbol bestaan van die onmetelijke +holen, een soort van onderaardsche gaanderijen, die van de schepping +dagteekenen. Sommigen zijn in de macht van de golven, anderen +bevatten geheele meren binnen hare wanden. Voorbeelden daarvan zijn: +de Fingal-grot op het eiland Staffa, de Morgat-grotten in de baai van +Douarnenez in Bretagne; de Bonifacio-grotten op Corsica, de grotten +van Lyse-Fjord in Noorwegen en eindelijk het onmetelijke Mammouth-hol +in Kentucky, dat een hoogte van vijfhonderd voet heeft en langer is +dan twintig mijlen. + +Strekte het hol, waarin de kolonisten voortgleden zich dan tot midden +onder het eiland uit? Reeds een kwartier lang volgde de boot den +koers dien Cyrus Smith Pencroff aangaf, toen hij plotseling beval: + +"Meer rechts houden!" + +Het vaartuig veranderde van richting en naderde den rechterwand. De +ingenieur wilde zich overtuigen of de lijn nog steeds langs dien +wand liep. + +Het was zoo. + +"Vooruit!" zei Cyrus Smith. + +De riemen plasten weder in de donkere golven en stuwden de boot voort. + +Nog verliep er een kwartier en men moest den afstand van een halve mijl +hebben afgelegd, toen Cyrus Smith opnieuw zijn stem verhief en zeide: + +"Halt!" + +De boot hield stil en de kolonisten zagen een helder schijnsel, dat +de galerij, die zoo diep onder het eiland doordrong, geheel verlichtte. + +Toen kon men dit gewelf opnemen waarvan men het bestaan nooit +vermoed had. + +Op een hoogte van honderd voet rustte een gewelf op zuilen van +basalt, die allen in denzelfden vorm schenen gegoten; onregelmatige +rotsblokken, schachten van den grilligsten omtrek verhieven zich op +deze kolommen, die de natuur bij duizenden had opgericht toen de wereld +ontstond. De basaltzuilen, waarvan de eene voortsproot uit de andere, +waren veertig en vijftig voet hoog en de golven zoo woelig en onstuimig +daar buiten, bespoelden kabbelend hare grondvesten. De schitterende +glans van het licht dat de ingenieur had ontdekt, deed elk prisma +uitkomen, dat schitterde in den gloed en drong als het ware door de +wanden heen, alsof deze doorschijnend waren, terwijl hij de geringste +uitstekende punten van dit onderaardsch gebouw deed flikkeren. Door de +weerkaatsing gaf het water al die vormen en lichtpunten weer, zoodat de +boot scheen te drijven tusschen twee gordels van oogverblindend licht. + +Omtrent de natuur van het licht, dat uit het midden voortsproot en +de scherpe rechte stralen, die op de hoeken en op de aderen Van het +gewelf braken, kon geen onzekerheid bestaan. Dat licht moest teweeg +gebracht zijn door electriciteit en zijn witte kleur duidde dien +oorsprong aan. Dat was de zon van de onmetelijke grot, waardoor deze +geheel verlicht werd. + +Op een teeken van Cyrus Smith daalden de riemen weder in het water; +vonkelend spatte het schuim omhoog en het vaartuig richtte zich naar +het licht, waarvan het weldra slechts eene kabellengte was verwijderd. + +Op dat punt had de watervlakte eene breedte van ongeveer drie honderd +vijftig voet; men kon aan gene zijde van het verlichte gedeelte +een grooten basaltmuur onderscheiden, welke den toegang van die +zijde afsloot. De zee vormde hier een meer; te midden van dat meer +zag men een voorwerp op het water drijven; het lag daar zwijgend en +onbeweeglijk. Het licht, dat zich verspreidde scheen voort te komen +uit zijne zijde als uit twee ovens, die gloeiend gestookt waren. Deze +toestel, waarvan de vorm eenige overeenkomst had met dien van een +walvisch, had eene lengte van twee honderd vijftig voet en verhief +zich tien à twaalf voet boven de oppervlakte der zee. + +De boot naderde hem langzaam. Op den voorsteven stond Cyrus Smith. Hij +staarde voor zich, ten prooi aan de hevigste aandoening. Toen zeide +hij eensklaps, terwijl hij den arm van den reporter greep: + +"Maar dat is hij! Dat kan niemand anders zijn dan hij! hij!...." + +Toen zonk hij op de bank neder en mompelde een naam, dien Gideon +Spilett alleen verstond. + +Het leed geen twijfel of de reporter kende dien naam, want hij had +een zonderlinge uitwerking op hem, en hij antwoordde op doffen toon: + +"Hij! een man buiten de wet!" + +"Hij!" zeide Cyrus Smith. + +Op bevel van den ingenieur naderde de boot den drijvenden toestel. Zij +bereikte een venster met dikke glazen ruiten, waardoor een helder +licht straalde. + +Cyrus Smith en zijn metgezellen stapten op het dek. Daar was een +geopend luik. Allen daalden er in neder. + +Onder aan de trap was een electrisch verlichte gang. Aan het eind +van die gang een deur, die Cyrus Smith openstootte. + +Een rijk gemeubeld vertrek, dat de kolonisten doorliepen, kwam uit +in een soort van bibliotheek, die door het plafond haar licht ontving. + +In deze bibliotheek was een groote deur, die eveneens door den +ingenieur geopend werd. + +De kolonisten zagen een ruime zaal, een soort van museum, voor zich, +waarin zich met een aantal schatten uit het delfstoffenrijk, de +prachtigste kunstwerken en de fijnste voortbrengselen der nijverheid +bevonden; zij meenden in een tooverwereld te zijn verplaatst. + +Op een prachtig rustbed zagen zij een man, die hunne tegenwoordigheid +niet scheen te bemerken. + +Toen verhief Cyrus Smith zijn stem en sprak, tot groote verwondering +van zijn metgezellen, de volgende woorden: + +"Kapitein Nemo, gij hebt ons geroepen. Hier zijn wij." + + + + + +XXV. + + Kapitein Nemo.--Zijn eerste woorden.--Geschiedenis van een + held der onafhankelijkheid.--De haat der vijanden.--Zijn + metgezellen.--Het onderzeesche leven.--Alleen.--De laatste + schuilplaats van de Nautilus op het eiland Lincoln.--De + geheimzinnige geest van het eiland. + + +Bij deze woorden richtte de man zich van zijn rustbed op en het +volle licht viel op zijn gelaat; het was een prachtige kop met hoog +voorhoofd, fieren blik, witten baard en weelderig haar, dat naar +achteren gestreken was. + +Hij steunde met zijn hand op de leuning van het rustbed. Zijn blik was +kalm. Men zag dat een slepende ziekte hem langzaam ondermijnd had, maar +zijn stem scheen nog krachtig, toen hij op een toon, die verwondering +aan den dag legde, de volgende woorden in het engelsch sprak: + +"Ik heb geen naam, mijnheer." + +"Ik ken u!" antwoordde Cyrus Smith. + +Kapitein Nemo wierp een doordringenden blik op den ingenieur, alsof +hij hem wilde vernietigen. + +Toen zonk hij in de kussens van zijn rustbed neer en mompelde: + +"Wat doet het er nu ook toe! Ik ga sterven!" + +Cyrus Smith naderde kapitein Nemo en Gideon Spilett vatte diens hand, +die brandend heet was. Ayrton, Pencroff, Harbert en Nab bleven +eerbiedig op een afstand in een hoek van het prachtige vertrek, +dat eveneens electrisch verlicht was. + +Kapitein Nemo had echter zijn hand snel terug getrokken en verzocht +den ingenieur en den reporter plaats te nemen. + +Allen staarden hem diep ontroerd aan. Daar lag hij dan, dien zij +den "genius van het eiland" noemden, het machtige wezen, welks +tusschenkomst hen in zooveel omstandigheden gered had, die weldoener, +wien zij zooveel verplicht waren! Zij hadden slechts een man voor +oogen, waar Pencroff en Nab gemeend hadden een god te vinden, en die +man was stervende. + +Maar hoe kende Cyrus Smith kapitein Nemo? Waarom was deze zoo +plotseling opgerezen toen hij dien naam hoorde, dien hij waande dat +aan niemand bekend was?... + +De kapitein lag weder op zijn rustbed en op zijn arm leunende zag +hij den ingenieur aan, welke naast hem plaats had genomen. + +"Gij kent den naam, dien ik gedragen heb, mijnheer?" vroeg hij. + +"Ja," antwoordde Cyrus Smith, "evenals ik den naam ken van dien +bewonderenswaardigen onderzeeschen toestel..." + +"De Nautilus?" vroeg de kapitein glimlachende. + +"De Nautilus." + +"Maar weet gij... weet gij wie ik ben?" + +"Ik weet het." + +"Sedert dertig jaren heb ik toch geen gemeenschap meer gehad met +de bewoonde wereld; dertig jaar leef ik reeds in de diepte der zee, +de eenige omgeving, waar ik de onafhankelijkheid gevonden heb! Wie +kan mijn geheim dan verraden hebben?" + +"Een man, die u zijn woord nooit gegeven had, kapitein Nemo, en die +bijgevolg niet van verraad beschuldigd kan worden." + +"Die Franschman, die tien jaar geleden toevallig bij mij aan boord +kwam?" + +"Dezelfde." + +"Die man en zijn beide metgezellen zijn dus niet in den maalstroom +omgekomen, waarin de Nautilus geraakt was?" + +"Zij zijn niet omgekomen, en onder den naam van "_Twintig duizend +mijlen onder zee_" verscheen er een werk, dat uw geschiedenis bevat." + +"Mijn geschiedenis gedurende eenige maanden slechts, +mijnheer!" antwoordde de kapitein levendig. + +"Dat is waar," hernam Cyrus Smith, "maar eenige maanden van dat +zonderlinge leven zijn voldoende geweest om u bekend te maken..." + +"Als een groot schuldige waarschijnlijk?" antwoordde kapitein Nemo, +met een fieren glimlach op zijn lippen. "Ja, een opstandeling, die +misschien uit het menschdom verbannen is!" + +De ingenieur antwoordde niet. + +"Welnu, mijnheer?" + +"Het betaamt mij niet, kapitein Nemo te beoordeelen," antwoordde Cyrus +Smith, "ten minste wat zijn vroeger leven betreft. Ik ben, evenals +iedereen, onbekend met de beweegredenen van dit zonderlinge bestaan, en +ik kan niet oordeelen over de gevolgen, zonder de oorzaken te kennen; +maar wat ik wel weet is, dat een weldadige hand onophoudelijk over ons +gewaakt heeft sedert onze aankomst op het eiland Lincoln, dat wij allen +ons leven te danken hebben aan een goed, edelmoedig en machtig wezen en +dat gij, kapitein Nemo, dat machtige, edelmoedige en goede wezen zijt!" + +"Dat ben ik," zeide de kapitein op eenvoudigen toon. + +De ingenieur en de reporter waren opgestaan. Hun metgezellen waren +eveneens nader getreden en de dankbaarheid, waarvan hun hart vol was, +zou zich in woorden uiten... + +Kapitein Nemo legde hun door een beweging met de hand het zwijgen op +en zeide met ontroerde stem: + +"Wanneer gij mij zult hebben aangehoord." + +De kapitein deelde in weinige woorden zijn levensgeschiedenis [1] mede. + +Deze geschiedenis was kort en toch eischte het al de geestkracht, +die hem nog was overgebleven om haar ten einde te brengen. Hij streed +zichtbaar tegen groote zwakheid. Verscheidene malen drong Cyrus Smith +er op aan, dat hij eenige rust zou nemen, maar hij schudde het hoofd, +als iemand, wien de volgende dag niet meer zou toebehooren, en toen +de reporter hem zijn hulp aanbood, zeide hij: + +"Die is niet meer noodig, mijn uren zijn geteld." + +Kapitein Nemo was een Oosterling, prins Dakkar, de zoon van een rajah +van het toen onafhankelijke grondgebied van Bundelkund, en de neef +van den Indischen held Tippo-Saïb. Op tienjarigen leeftijd zond zijn +vader hem naar Europa, om er zijn opvoeding te ontvangen en met het +geheime voornemen dat hij eens met gelijke wapenen zou kunnen strijden +tegen hen, die hij als de verdrukkers van zijn vaderland beschouwde. + +Van zijn tiende tot zijn dertigste jaar legde prins Dakkar, die +bijzonder begaafd en even groot naar geest als naar hart was, zich +op allerlei vakken toe; hij studeerde in de stellige wetenschappen, +in de letteren en in de fraaie kunsten, en dat alles met ongekende +ijver en volharding. + +Prins Dakkar doorreisde geheel Europa. Door zijn geboorte en fortuin +was hij overal gezocht, maar nooit liet hij zich door de ijdelheden +der wereld meeslepen. Niettegenstaande hij jong en schoon was, bleef +hij ernstig en somber; hij dorstte naar kennis, daar een onverzoenlijke +haat in zijn hart geworteld was. + +Prins Dakkar haatte. Hij haatte het eenige land, waar hij nooit een +voet had willen zetten, het eenige volk waarmede hij hardnekkig +weigerde in aanraking te komen: hij haatte Engeland en te erger, +daar hij het in meer dan een opzicht bewonderde. + +In dien Oosterling was de felle haat geworteld van den overwonnene +tegen den overwinnaar. De overweldiger vond geen genade bij den +overweldigde. De zoon van een van die vorsten, die zich slechts in +naam aan Engeland onderworpen hadden, de prins uit het geslacht van +Tippo-Saïb, opgevoed om zijn land te heroveren en zich te wreken; die +een onuitwischbare liefde koesterde voor zijn dichterlijk vaderland, +dat zwoegde onder de ketenen der Britten, wilde nooit den voet zetten +op het gevloekte land, waaraan Indië zijne slavernij had te wijten. + +Prins Dakkar werd een kunstenaar, vol bewondering voor de gewrochten +der kunst, een geleerde, aan wien niets van de hooge wetenschappen +vreemd was, een staatsman, die zich te midden der europeesche hoven +vormde. In de oogen van hen, die hem slechts ten halve kenden, ging +hij misschien door voor een van die wereldburgers, die weetgierig zijn, +maar het beneden zich achten te handelen; voor een van die schatrijke +reizigers met fieren en wijsgeerigen geest die de wereld doorkruisen +en tot geen land behooren. + +Dit was echter niet het geval. Die kunstenaar, die geleerde, was in +zijn hart Oosterling gebleven; Oosterling door de dorst naar wraak, +Oosterling door de hoop die hij voerde, om eenmaal de rechten van +zijn land te herwinnen, de vreemdelingen te verdrijven en het zijn +onafhankelijkheid weder te geven. + +In 1849 keerde prins Dakkar naar Bundelkund terug. Hij huwde met +een voorname Indische, wier hart, evenals het zijne, bloedde onder +de rampspoeden van haar vaderland. Zij kregen twee kinderen. Maar +het huiselijk geluk kon hun de onderdrukking van Indië niet doen +vergeten. Hij wachtte op een goede gelegenheid. Deze deed zich +spoedig voor. + +Het engelsche juk was misschien te zwaar bevonden voor de hindoesche +bevolking. Prins Dakkar was het met de ontevredenen eens. Hij deed +hun zijn haat tegen den vreemdeling deelen. Hij doorreisde niet alleen +de nog onafhankelijke streken van het Indische Schiereiland, maar ook +de staten die rechtstreeks aan de Engelsche heerschappij onderworpen +waren. Hij herinnerde hen aan de grootsche dagen van Tippo-Saïb, +die te Seringapatnam den heldendood voor de verdediging van zijn +vaderland gestorven was. + +In 1857 brak de groote opstand der Cipayers uit. Prins Dakkar was +er de ziel van. Hij organiseerde die ontzaglijke volksbeweging, en +stelde zijn kennis en rijkdom aan deze zaak ten dienste. Hij betaalde +alles; hij streed in de voorste gelederen; hij waagde zijn leven als +de minste dezer helden, die opgestaan waren voor de bevrijding van +hun vaderland; hij werd tienmaal in twintig ontmoetingen gewond, +en had den dood niet kunnen vinden, toen de laatste strijders der +onafhankelijkheid onder de engelsche kogels vielen. + +Nooit liep de Engelsche macht zulk een gevaar in Indië, en hadden de +Cipayers in het buitenland hulp gevonden, zooals zij gehoopt hadden, +dan zou het in Azië misschien gedaan zijn geweest met den invloed en +de heerschappij van het Vereenigd Koninkrijk. + +De naam van prins Dakkar was toen beroemd. De held, die hem droeg, +verborg zich niet, maar streed openlijk. Er werd een prijs op zijn +hoofd gesteld, en, zoo er al geen verrader was te vinden om hem over +te leveren, boetten zijn ouders, vrouw en kinderen voor hem, nog +voordat hij het gevaar kende, waarin zij, om zijnentwil, verkeerden.... + +Ook ditmaal deed het recht onder voor de overmacht. De Cipayers werden +overwonnen en het aloude gebied der Rajahs kwam weder onder de strenge +heerschappij van Engeland. + +Prins Dakkar keerde naar de bergen van Bundelkund terug. + +Daar, ten prooi aan een onoverwinlijken afkeer van alles wat +den naam van mensch droeg, vervuld van haat en afschuw voor de +beschaafde wereld, die hij voor altijd wilde ontvluchten, maakte hij +zijn bezittingen te gelde, vereenigde twintig van zijn getrouwste +metgezellen om zich en verdween met hen. + +Waar was Prins Dakkar die onafhankelijkheid gaan zoeken, die hij op +de bewoonde aarde niet kon vinden? Onder water, in de diepte der zee, +waar niemand hem volgen kon. + +De geleerde trad in de plaats van den krijgsman. Op een verlaten +eiland in de Stille Zee sloeg hij zijn werf op, en daar werd een +onderzeesch schip volgens zijn plan gebouwd. De electriciteit, waarvan +hij, door middelen, die eenmaal ook anderen bekend zullen worden, de +onmetelijke mechanische kracht had weten te gebruiken en die hij uit +onuitputtelijke bronnen verkreeg, werd op allerhande wijzen voor zijn +drijvenden toestel aangewend, nu eens als beweegkracht, dan weder als +warmte- of lichtgevende kracht. De zee met hare oneindige schatten, +haar myriaden visschen, haar varens en gewassen, haar reusachtige +zoogdieren, en niet alleen wat de natuur er onderhield, maar ook alles +wat de menschen er verloren hadden, voorzag ruimschoots in de behoeften +van den prins en zijn metgezellen,--en dit was de vervulling van zijn +vurigste wenschen, daar hij geenerlei gemeenschap met de aarde meer +wilde hebben. Hij doopte zijn onderzeeschen toestel met den naam van +Nautilus, noemde zich zelf kapitein Nemo en verdween onder zee. + +Jaren lang bezocht de kapitein alle oceanen, van de eene pool naar +de andere. De paria van de bewoonde aarde verzamelde in die onbekende +wereld de grootste schatten. De millioenen, welke in 1702 in de baai +van Vigo met de spaansche galjoenen verloren waren gegaan, leverden +hem een onuitputtelijke bron van rijkdom, dien hij, altijd en zonder +zich te doen kennen, aanwendde ten voordeele van de volken, die voor +de onafhankelijkheid van hun vaderland streden. + +Hij had dan ook langen tijd geen gemeenschap met zijn evenmenschen +gehad, toen, in den nacht van 6 November 1866 drie mannen op zijn +schip werden geworpen. Het was een fransch professor, zijn bediende +en een visscher uit Canada. Deze drie mannen waren in zee gestort, +door de botsing van de Nautilus en een fregat der Vereenigde Staten, +de Abraham Lincoln, dat haar nazette. + +Kapitein Nemo vernam van den professor, dat de Nautilus, die nu eens +voor een reusachtig zoogdier van het geslacht der walvisschen gehouden +werd, dan weder voor een onderzeeschen toestel, die een schuilplaats +aan de zeeroovers verleende, op alle zeeën vervolgd werd. + +Kapitein Nemo had die drie menschen, welke door een toeval met zijn +geheimzinnig bestaan in aanraking kwamen, aan den oceaan kunnen +overleveren. Hij deed dit niet; hij hield hen gevangen, en gedurende +zeven maanden konden zij getuigen zijn van al het wonderlijke en +verrassende van een reis, die twintig duizend mijlen onder zee werd +voortgezet. + +Deze drie mannen, die niets wisten van het verleden van kapitein +Nemo, ontsnapten door zich van de boot van de Nautilus meester te +maken. Maar daar de Nautilus toen op de kusten van Noorwegen, in +den Maalstroom lag, meende de kapitein, dat de vluchtelingen in die +woelende kolk een zekeren dood hadden gevonden. Hij wist niet, dat de +Franschman en zijn beide metgezellen als door een wonder op de kust +werden geworpen; dat visschers van de Lofodden hen opgenomen hadden +en dat de professor, bij zijn terugkeer in Frankrijk, een werk had +uitgegeven, waarin zeven maanden van die zonderlinge en avontuurlijke +reis van de Nautilus beschreven werden en aan de nieuwsgierigheid +van het publiek overgeleverd. + +Langen tijd nog leefde de kapitein op dezelfde wijze voort. Maar +langzamerhand stierven zijn metgezellen, en werden in hun graven +van koraal op den bodem der Stille Zee te rusten gelegd. De Nautilus +werd verlaten, en eindelijk bleef kapitein Nemo alleen over van al +degenen, die met hem een schuilplaats in de diepte van den oceaan +hadden gezocht. + +Kapitein Nemo was zestig jaar oud. Toen hij alleen was, gelukte het +hem de Nautilus naar een van die onderzeesche havens te brengen, +die hem soms tot rustplaats hadden gediend. Een dier havens was +onder het eiland Lincoln. Reeds zes jaren woonde de kapitein daar, +reisde niet meer, maar wachtte zijn dood af, dat is te zeggen, het +oogenblik, waarop hij met zijn lotgenooten vereenigd zou worden, +toen het toeval hem den val van den ballon deed bijwonen, waarin de +gevangenen der zuidelijken gevlucht waren. Hij ging langzaam in zijn +toestel onder zee voort, toen op eenige kabellengten van de kust van +het eiland, de ingenieur in zee stortte. De kapitein gaf toe aan een +goede opwelling.... en hij redde Cyrus Smith. + +Eerst wilde hij die vijf schipbreukelingen aan hun lot overlaten, maar +zijn toevluchtshaven was gesloten, en ten gevolge van een ophooging +van basalt, ontstaan door den invloed van vulkanische uitbarstingen, +kon hij den toegang tot de galerij niet meer bereiken. Daar, waar water +genoeg was voor een licht vaartuig, was niet genoeg voor de Nautilus, +die betrekkelijk grooten diepgang had. + +Kapitein Nemo bleef dus, en sloeg die mannen gade, welke hulpeloos +op een verlaten eiland geworpen waren; maar hij zelf wilde niet +gezien worden. Toen hij bemerkte, dat zij eerlijk, volhardend en door +broederlijke liefde aan elkander gehecht waren, stelde hij belang in +hun pogingen. Hij kende de minste geheimen van hun bestaan. Met zijn +vaartuig kon hij gemakkelijk den bodem van den put in het Rotshuis +bereiken en langs de rotsblokken tot de oppervlakte klimmen. Hij +hoorde de kolonisten hun verleden vertellen en over het tegenwoordige +en de toekomst spreken. Hij vernam van hen de poging van het eene +deel van Amerika tegen het andere, om een einde aan de slavernij te +maken! Ja! die mannen waren in staat om kapitein Nemo te verzoenen +met de menschheid, die zij op het eiland vertegenwoordigden! + +Kapitein Nemo had Cyrus Smith gered. Hij was het, die den hond naar de +Schoorsteenen terugvoerde, die Top naar de oppervlakte van het meer +wierp, die de kist met zooveel nuttige voorwerpen voor de kolonisten +op het strand deed spoelen, die hun de boot in de Mercy terug gaf, +die het touw uit het Rotshuis had geworpen bij den aanval van de apen, +die de aanwezigheid van Ayrton op het eiland Tabor bekend maakte door +middel van een briefje, dat hij in eene flesch sloot. Ook door zijn +toedoen sprong de brik door het ontploffen van een torpedo, welke hij +op den bodem van het kanaal had gebracht; hij redde Harbert van een +zekeren dood door de quinine te brengen; hij was het eindelijk die +de zeeroovers gedood had door electrische kogels, waarvan hij het +geheim bezat en die hij op zijn onderzeesche jachten gebruikte. Op +deze wijze werden velerlei voorvallen verklaard, die tot nog toe +bovennatuurlijk schenen, en die allen door de edelmoedigheid en de +macht van den kapitein geschied waren. + +Die groote menschenhater had behoefte om wel te doen. Hij kon +nog nuttigen raad aan zijne beschermelingen geven, en daar hij tot +betere gedachten was gekomen, nu hij den dood voelde naderen, ontbood +hij, gelijk verhaald is, de kolonisten uit het Rotshuis bij zich, +door middel van een telegraaflijn, welke de kraal met de Nautilus +verbond.... Mogelijk had hij dit niet gedaan, zoo hij geweten had +dat Cyrus Smith zijn geschiedenis voldoende kende om hem met den naam +van Nemo aan te spreken. + +De kapitein had het verhaal van zijn levensgeschiedenis +geëindigd. Cyrus Smith nam toen het woord; hij herinnerde aan alle +weldaden, die de kolonie, door zulk een heilzamen invloed genoten +had, en in naam van zijn metgezellen en van hem zelf dankte hij het +edelmoedige wezen, wien zij zooveel verschuldigd waren. + +Maar kapitein Nemo vorderde niets voor de diensten, welke hij bewezen +had. Een laatste gedachte vervulde hem, en voordat hij de hand drukte, +die de ingenieur hem aanbood, sprak hij: + +"En thans, mijnheer, nu gij mijn leven kent, beoordeel het nu!" + +De kapitein zinspeelde bij deze woorden op een ernstig voorval, +waarvan de drie vreemdelingen, die bij hem aan boord waren geworpen, +getuigen waren geweest,--een voorval, dat de Fransche professor, +zonder twijfel in zijn werk had medegedeeld en dat iedereen gruwelijk +moest zijn voorgekomen. + +Eenige dagen namelijk voordat de professor en zijn metgezellen +ontvluchtten, werd de Nautilus door een fregat, in het noorden van +den Atlantischen Oceaan vervolgd; zij wierp zich als een stormram op +dat fregat en liet het zonder genade zinken. + +Cyrus Smith begreep de toespeling en antwoordde niet. + +"Het was een Engelsch fregat, mijnheer," riep kapitein Nemo uit, +die voor een oogenblik weder prins Dakkar was geworden, "een Engelsch +fregat, begrijpt gij!? Het viel mij aan! Ik was in een nauwe, ondiepe +baai terug gedrongen!.... Ik moest voorbij, en.... ik ging voorbij!" + +Op kalmen toon vervolgde hij: + +"Ik was in mijn recht, ik had gelijk. Overal waar ik kon heb ik +welgedaan, maar ook kwaad deed ik waar ik het moest doen. Genade is +niet het hoogste recht!" + +Er volgden eenige oogenblikken van stilte na dit antwoord en kapitein +Nemo vroeg voor de tweede maal: + +"Wat denkt gij van mij, mijne heeren?" + +Cyrus Smith stak den kapitein zijn hand toe en antwoordde op ernstigen +toon: + +"Kapitein, gij hebt verkeerd gehandeld door te gelooven dat men +het verleden kon doen herleven en gij hebt gestreden tegen den +onvermijdelijken vooruitgang. Het is een van die dwalingen, die door +sommigen bewonderd, door anderen gelaakt worden, waarover God alleen +kan oordeelen en die het menschelijke verstand moet vrijspreken. Men +kan hem, die dwaalt met een welgemeende bedoeling, bestrijden zonder +op te houden hem te achten. Uwe dwaling is van dien aard, dat zij +bewondering niet uitsluit, en uw naam heeft niets te vreezen van +het oordeel der geschiedenis. Zij buigt zich voor die heldhaftige +dwaasheden, hoewel zij de gevolgen er van veroordeelt." + +De borst van kapitein Nemo ging onrustig op en neder, en hij hief +zijn hand ten hemel. + +"Heb ik verkeerd, heb ik goed gehandeld?" mompelde hij. + +Cyrus Smith hernam: + +"Alle groote daden keeren tot God terug, want zij komen van +Hem! Kapitein Nemo, de brave lieden, hier vereenigd, dien gij hebt +bijgestaan, zullen u hun leven lang betreuren!" + +Harbert was den kapitein genaderd. Hij knielde, vatte zijn hand en +bracht die aan zijn lippen. + +Een traan welde in het oog van den stervende, en hij zeide: + +"Wees gezegend, mijn kind!..." + + + + + +XXVI. + + De laatste uren van kapitein Nemo.--De wil van den + stervende.--Een herinnering aan zijn vrienden van een + dag.--Het graf van kapitein Nemo.--Eenige raadgevingen aan + de kolonisten.--Het laatste oogenblik.--Op den bodem der zee. + + +De dag was aangebroken. Geen lichtstraal drong in die onderaardsche +galerij door. De vloed had elke opening versperd. Maar het kunstlicht, +dat in breede bundels uit de wanden van de Nautilus ontsprong, +verzwakte niet. + +Kapitein Nemo was uitgeput van vermoeienis op zijn rustbed +neergezonken. Men kon er niet aan denken hem naar het Rotshuis +te vervoeren, want hij had den wensch te kennen gegeven om in die +Nautilus te blijven, die met geen millioenen te betalen was, en daarin +den dood te verbeiden, welke niet ver meer verwijderd kon zijn. + +Cyrus Smith en Gideon Spilett sloegen den zieke aandachtig gade, +terwijl hij schier bewusteloos lag. Men zag duidelijk dat de kapitein +al zwakker en zwakker werd. + +De kracht zou weldra ontzinken aan dat lichaam, dat eenmaal zoo forsch +was en nu slechts het brooze omhulsel was van een ziel, die weldra +zou ontvlieden. + +De ingenieur en de reporter spraken eenige oogenblikken fluisterend +met elkander. Kon men dezen stervende nog van dienst zijn? Kon men +zijn leven, zoo niet redden, dan toch eenige dagen verlengen? Hij +zelf had gezegd, dat er geen geneesmiddel meer was en hij wachtte +geduldig den dood, dien hij niet vreesde. + +"Wij vermogen niets," zeide Gideon Spilett. + +"Maar waaraan sterft hij?" vroeg Pencroff. + +"Hij dooft uit," antwoordde de reporter. + +"Maar als wij hem in de lucht, in de zon brachten, dan zou hij +misschien weer bijkomen?" zeide de zeeman. + +"Neen, Pencroff," antwoordde de ingenieur, "er is niets meer aan te +doen! Kapitein Nemo zou er bovendien niet in toestemmen zijn schip +te verlaten. Sedert jaren leeft hij op de Nautilus en op de Nautilus +wil hij sterven." + +Kapitein Nemo hoorde waarschijnlijk het antwoord van Cyrus Smith, +want hij richtte zich een weinig op en op zwakken, maar duidelijken +toon zeide hij: + +"Gij hebt gelijk, mijnheer. Ik moet en ik wil hier sterven. Ik heb +u nog een verzoek te doen." + +Cyrus Smith en zijn metgezellen naderden het rustbed en zij schikten +de kussens zoo gemakkelijk mogelijk voor hem. + +Men zag toen hoe zijn blik al de schatten in zijn zaal gadesloeg. Een +voor een beschouwde hij de schilderijen aan den rijk versierden wand, +die meesterstukken van italiaansche, vlaamsche, fransche en spaansche +meesters, die marmeren en bronzen beelden op hun voetstukken, het +prachtige orgel, de glazen kasten, die rondom een bekken gerangschikt +stonden, waarin de schoonste voortbrengselen der zee verzameld waren; +zeedieren en planten, paarlschelpen van onschatbare waarde en eindelijk +vestigden zijn oogen zich op het opschrift, dat boven het museum te +lezen stond, het devies van de Nautilus. + + + _Mobilis in mobilo._ + + + +Het scheen dat hij nog eenmaal die gewrochten der kunst en der natuur +wilde bewonderen, die zijn omgeving hadden uitgemaakt gedurende de +vele jaren, welke hij op den bodem der zeeën had doorgebracht. + +Cyrus Smith had de stilte geëerbiedigd. Hij wachtte tot de stervende +het woord zou nemen. + +Na eenige oogenblikken, waarin hij waarschijnlijk zijn geheele leven +voor zich zag, wendde kapitein Nemo zich tot de kolonisten en zeide: + +"Gelooft gij, mijn vrienden, dat gij mij iets verschuldigd zijt?...." + +"Kapitein, wij zouden ons leven geven om het uwe te verlengen!" + +"Goed," hernam kapitein Nemo, "goed!... Beloof mij mijn laatsten wil na +te komen, en gij zult mij alles, wat ik voor u gedaan heb, vergelden." + +"Wij beloven het u," antwoordde Cyrus Smith. + +"Vrienden," hernam de kapitein, "morgen zal ik dood zijn." + +Hij legde Harbert, die hem in de rede wilde vallen, door een teeken +het zwijgen op. + +"Morgen zal ik dood zijn en ik wil geen ander graf dan de Nautilus. Dit +is mijn graf. Al mijne vrienden rusten op den bodem der zee, ook ik +wil daar rusten." + +Diepe stilte volgde op de woorden van den kapitein. + +"Luister wel," vervolgde hij. "De Nautilus is in deze grot gevangen, +waarvan de ingang versperd is. Maar zij kan haar gevangenis niet +verlaten, zij kan door den afgrond verzwolgen worden en er mijn +stoffelijk overschot bewaren." + +De kolonisten luisterden eerbiedig naar de woorden van den stervende. + +"Morgen, na mijn dood, zult gij, mijnheer Smith en uwe metgezellen de +Nautilus verlaten, want alle schatten, die zij bevat, moeten met mij +verdwijnen. Een enkel aandenken zult gij behouden aan prins Dakkar, +wiens levensgeschiedenis gij nu kent. Die koffer... daar... bevat +millioenen diamanten, grootendeels herinneringen aan den tijd, +dat ik als vader en echtgenoot, bijna aan het geluk geloofd heb, +en een aantal paarlen, door mijne vrienden en mij uit de diepte der +zee verzameld. Met die schatten zult gij eenmaal veel goeds kunnen +verrichten. Aan handen als de uwe, mijnheer Smith, en die uwer +metgezellen, is het geld wel vertrouwd. Ik zal dan hierboven deel +hebben aan uw werken, en ik ben er niet bevreesd voor!" + +Na eenige oogenblikken rust ging kapitein Nemo voort: + +"Morgen kunt gij dien koffer nemen, en moet gij deze zaal verlaten +en de deur sluiten; vervolgens moet gij naar het dek van de Nautilus +gaan door het luik, dat gij eveneens moet sluiten." + +"Wij zullen het doen, kapitein," antwoordde Cyrus Smith. + +"Goed. Gij kunt u vervolgens op de boot inschepen, die u hier +heeft gebracht. Maar ga, voordat gij de Nautilus verlaat, naar den +achtersteven, en open twee groote kranen, die zich boven de lastlijn +bevinden. Het water zal in het waterruim dringen en de Nautilus zal +langzaam zinken om op den bodem der zee te gaan rusten." + +Toen Cyrus Smith hem in de rede wilde vallen, voegde de kapitein +er bij: + +"Vrees niets! Gij zult slechts een lijk in de diepte doen zinken!" + +Noch Cyrus Smith, noch zijn metgezellen konden iets daar tegen +inbrengen. Het was zijn laatste wil, dien hij hun meedeelde, en zij +moesten dien ten uitvoer brengen. + +"Ik heb u woord, vrienden?" vroeg kapitein Nemo. + +"Gij hebt het, kapitein," antwoordde de ingenieur. + +Kapitein Nemo dankte hen en verzocht hem eenige uren alleen te +laten. Gideon Spilett drong er op aan, dat hij bij hem zou blijven, +ingeval zich een crisis mocht voordoen, maar de stervende weigerde +en zeide: + +"Ik zal nog tot morgen leven, mijnheer!" + +Allen verlieten de zaal, gingen door de bibliotheek en de eetzaal, +kwamen bij den achtersteven in de machinekamer, waar de electrische +toestellen geplaatst waren, die tegelijk met lucht en warmte ook +beweegkracht aan de Nautilus gaven. + +De Nautilus was een meesterstuk, dat meesterstukken bevatte en de +ingenieur was vol bewondering; hij sidderde bij de gedachte, dat +hij, wiens arm hen zoo krachtig ondersteund had, dat die beschermer, +dien zij slechts eenige uren kenden, gereed was het tijdelijke met +het eeuwige te verwisselen. + +Welk oordeel de nakomelingschap ook moge vellen over de daden van dit, +als het ware, bovenmenschelijke bestaan, prins Dakkar zou altijd een +van die zonderlinge verschijnselen blijven, waarvan de herinnering +niet wordt uitgewischt. + +"Dat is een man," zeide Pencroff. "Zou men wel gelooven, dat hij +zoo op den bodem van den Oceaan geleefd heeft! En als ik bedenk, +dat hij er misschien evenmin rust heeft gevonden als ergens anders!" + +"De Nautilus," merkte Ayrton op, "zou ons misschien hebben kunnen +dienen om het eiland Lincoln te verlaten en een bewoond land te +bereiken!" + +"Drommels!" riep Pencroff uit, "ik zou het niet gewaagd hebben zulk +een schip te sturen. Op zee varen, goed! maar onder zee, dank je!" + +"Ik geloof," zeide de reporter, "dat het besturen van een onderzeesch +schip als de Nautilus zeer gemakkelijk is, Pencroff, en dat wij er +spoedig aan gewoon zouden zijn. Geen stormen, geen strandingen zijn +te vreezen! Eenige voeten onder de oppervlakte is de zee even kalm +als een meer." + +"Wel mogelijk!" hernam de zeeman, "maar ik houd meer van een fiksche +bries aan boord van een goed getuigden bodem. Een schip is gemaakt +om op en niet onder zee te varen." + +"Vrienden," zeide de ingenieur, "het is onnoodig om, ten minste wat de +Nautilus betreft, over onderzeesche toestellen te spreken. De Nautilus +is niet van ons, wij hebben het recht niet er over te beschikken. Zij +zou ons in geen geval van dienst kunnen zijn. Behalve dat zij niet uit +deze grot kan, die door een verschuiving der basaltrotsen versperd is, +wil kapitein Nemo, dat zij met hem, na zijn dood zal verdwijnen. Zijn +wil is ons heilig en wij zullen hem nakomen." + +Na eenigen tijd verlieten Cyrus Smith en zijn metgezellen de +machinekamer van de Nautilus; zij gebruikten eenig voedsel en keerden +naar de zaal terug. + +Kapitein Nemo was uit zijne verdooving ontwaakt en zijn oogen stonden +niet meer zoo dof als te voren. Er speelde een glimlach om zijn lippen. + +De kolonisten naderden hem. + +"Vrienden," sprak hij, "gij zijt dappere, edele, goede mannen. Gij hebt +u met hart en ziel aan den gemeenschappelijken arbeid gewijd. Ik heb +u dikwijls gadegeslagen. Ik heb van u gehouden, ik houd van u!... Uw +hand, mijnheer Cyrus!" + +Cyrus Smith reikte den kapitein zijn hand, die deze hartelijk drukte. + +"Dat doet mij goed," mompelde hij. + +Toen hernam de kapitein: + +"Maar genoeg van mij zelf. Ik moet met u over allen spreken, en over +het eiland Lincoln, waarop gij een schuilplaats hebt gevonden.... Denkt +gij het te verlaten?" + +"Om er terug te komen, kapitein!" antwoordde Pencroff levendig. + +"Er terugkomen? Ja, Pencroff," zeide de kapitein glimlachend, "ik +weet hoezeer gij aan dit eiland gehecht zijt. Het is door uw zorg +verbeterd en het behoort u toe!" + +"Ons plan is, kapitein," zeide Cyrus Smith, "om het aan de Vereenigde +Staten te schenken, en er voor onze marine een toevluchtsoord aan +te leggen, dat in dit gedeelte van den Stillen Oceaan niet geheel +misplaatst zal zijn." + +"Gij denkt aan uw vaderland," antwoordde de kapitein. "Gij werkt voor +zijn welzijn, voor zijn roem. Gij hebt gelijk. Het vaderland!... daar +moest men altijd terugkeeren. Daar moet men sterven!.... En ik, +ik sterf verre van alles, wat ik heb liefgehad!" + +"Hebt gij nog een laatste wensch," vroeg de ingenieur levendig, "een +aandenken voor uw vrienden, die gij in de bergen hebt achtergelaten?" + +"Neen, mijnheer Smith, ik heb geen vrienden meer! Ik ben de laatste van +mijn geslacht... en sedert lang ben ik dood voor allen, die ik gekend +heb... Maar laten wij over u spreken. Eenzaamheid en afzondering, +zijn treurige dingen, die boven de menschelijke kracht gaan.... Ik +sterf, omdat ik dacht alleen te kunnen leven!... Gij moet dus alles +beproeven om Lincoln te verlaten, en den grond terug te zien, waar +gij geboren zijt. Ik weet dat die ellendelingen het vaartuig vernield +hebben dat gij gebouwd hadt...." + +"Wij bouwen nu een schip," zeide Gideon Spilett, "een schip dat groot +genoeg is om ons naar een bewoonde kust te brengen; maar verlaten wij +het ook vroeg of laat, wij zullen altijd weer naar het eiland Lincoln +terugkeeren. Er zijn te veel herinneringen voor ons aan verbonden, +dan dat wij het ooit zouden kunnen vergeten." + +"Hier hebben wij kapitein Nemo leeren kennen," zeide Cyrus Smith. + +"Hier vinden wij alles weer wat ons aan u herinnert!" voegde Harbert +er bij. + +"En hier zal ik in der eeuwigheid rusten, indien...." antwoordde +de kapitein. + +Hij aarzelde en in plaats van zijn volzin te eindigen, zeide hij +slechts: + +"Mijnheer Cyrus, ik wenschte u te spreken.... u alleen!" + +De metgezellen van den ingenieur eerbiedigden het verlangen van den +stervende en verlieten de zaal. + +Cyrus Smith bleef eenigen tijd met kapitein Nemo alleen, riep +vervolgens zijn metgezellen terug, maar zeide hun niets van hetgeen +de grijsaard hem had toevertrouwd. + +Gideon Spilett sloeg den zieke aandachtig gade. De kapitein leefde nog +slechts met zijn geest, die weldra niet meer tegen zijn lichamelijke +zwakte zou kunnen strijden. + +De dag liep ten einde zonder dat zich eenige verandering openbaarde. De +kolonisten verlieten de Nautilus niet. De nacht was ingevallen, +hoewel men dit in de rots niet bemerkte. + +Kapitein Nemo leed niet, maar verzwakte meer en meer. Zijn edel +gelaat, verbleekt door den naderenden dood, was kalm. Aan zijn +lippen ontsnapten nu en dan onverstaanbare woorden. Men zag het leven +langzaam uit dat lichaam verdwijnen, waarvan de uiterste deelen reeds +koud werden. + +Een paar maal richtte hij nog het woord tot de kolonisten, die om +hem geschaard stonden, en glimlachte met dien laatsten glimlach, +die zelfs door den dood niet wordt uitgewischt. + +Tegen middernacht deed kapitein Nemo een laatste poging; hij slaagde +er in zijn armen over de borst te kruisen, alsof hij in die houding +wilde sterven. + +Een uur later was er nog slechts leven in zijn blik. Een laatste vuur +schitterde in die oogen, die vroeger vlammen schoten. Hij mompelde +de woorden: "God en Vaderland!" en stierf zachtkens. + +Cyrus Smith boog zich over hem heen, drukte de oogen toe van hem die +prins Dakkar geweest was en nu zelfs kapitein Nemo niet meer scheen. + +Harbert en Pencroff weenden. Ayrton wischte ter sluiks een traan +weg. Nab lag geknield naast den reporter, die in een beeld veranderd +was. + +Cyrus Smith legde zijn hand op het hoofd van den doode en zeide: + +"God zij zijner ziel genadig." + +Hij wendde zich tot zijn vrienden en zeide: + +"Laten wij bidden voor hem, dien wij verloren hebben!" + + + +Eenige uren later vervulden de kolonisten de belofte, welke zij den +kapitein gedaan hadden, den laatsten wil van den doode. + +Cyrus Smith en zijn lotgenooten verlieten de Nautilus, na het eenige +aandenken genomen te hebben, dat hun weldoener hun gelaten had, +dien koffer, welke een fortuin voor honderden bevatte. + +De prachtige zaal, die nog steeds helder verlicht was, werd met zorg +gesloten. De kolonisten maakten het luik dicht, zoodat er geen droppel +water in de vertrekken van de Nautilus kon dringen. + +Zij scheepten zich vervolgens op de boot in, die naast het onderzeesche +vaartuig lag. + +De boot werd naar den achtersteven gestuurd, waar men de twee groote +kranen openzette, waardoor het water in de ruimen liep, en het schip +moest zinken. + +De Nautilus zonk inderdaad en verdween langzaam. + +De kolonisten konden haar echter nog in de diepte volgen. Het +felle licht scheen onder water, terwijl de rotsholte donkerder +werd. Eindelijk verdwenen ook die krachtige electrische stralen en +weldra rustte de Nautilus, nu het graf van kapitein Nemo, op den +bodem der zee. + + + + + +XXVII. + + Hervatting van den arbeid op de werf.--De 1ste Januari + 1869.--Een rookkolom op den top van den vulkaan.--Eerste + verschijnselen eener uitbarsting.--Ayrton en Cyrus Smith in + de kraal.--Onderzoek van de grot Dakkar.--Wat kapitein Nemo + aan den ingenieur gezegd had. + + +Bij het aanbreken van den dag hadden de kolonisten de rotsholte +verlaten, die zij voortaan de "grot van Dakkar" noemden, ter +herinnering aan kapitein Nemo. + +Pencroff, Nab en Ayrton haalden de boot op het strand, op een plaats +waar zij veilig lag. + +Van de galerij volgden Cyrus Smith en de zijnen het pad naar de +kraal. Onderweg namen Harbert en Nab den telegraafdraad weg, dien +kapitein Nemo tusschen de kraal en de Nautilus gespannen had, en dien +men later misschien nog kon gebruiken. + +Allen vervolgden zwijgend hun weg. Het scheen hun toe, dat zij nu +meer dan ooit verlaten waren. Vroeger rekenden zij als het ware op +dien krachtigen steun, die hen voortaan ontbrak; zelfs Gideon Spilett +en Cyrus Smith waren onder den indruk daarvan. + +Tegen negen uur in den morgen betraden de kolonisten het Rotshuis. + +Cyrus Smith wijdde zich meer dan ooit aan het bouwen van het schip. Men +kon niet weten wat de toekomst zou baren. En gebruikten de kolonisten +het vaartuig al niet om, hetzij den polynesischen archipel, hetzij +de kust van Nieuw-Zeeland te bereiken, zij moesten in ieder geval +trachten zoo spoedig mogelijk naar het eiland Tabor te gaan, om er +een bericht omtrent Ayrton te brengen. Deze voorzorg was noodzakelijk +voor het geval, dat het Schotsche jacht weder in deze wateren mocht +komen en men moest in dit opzicht niets verzuimen. + +Het jaar 1868 verliep en bijna zonder ophouden werkten nu allen op +de werf; Gideon Spilett en Harbert zonderden zich nu en dan eens af +voor de jacht, want de winter-provisie mocht niet vergeten worden. + +De zomer was ondraaglijk heet en zelden ging er een dag voorbij dat +men niet, hetzij van dichtbij of van verre, den donder hoorde rollen. + +Den 1sten Januari 1869 woedde er een vreeselijk onweer. Stond dit +natuurverschijnsel in eenig verband met hetgeen er in het binnenste +der aarde voorviel? Cyrus Smith was wel geneigd dit te gelooven, want +het toenemen van die onweersbuien ging gepaard met eene vermeerdering +van vulkanische verschijnselen. + +Toen Harbert den 3den Januari naar de oppervlakte ging om een der +onagga's te zadelen, zag hij, dat groote rookwolken den top van den +vulkaan omringden. + +Harbert waarschuwde onmiddellijk de andere kolonisten, die allen naar +den top van den Franklinberg kwamen zien. + +"Wel!" riep de zeeman uit, "het is geen damp! Het komt mij voor dat +de reus zich nu niet bepaalt tot ademen, maar dat hij nu ook rookt!" + +Deze woorden van den zeeman drukten met juistheid uit, wat er op den +Franklinberg voorviel. Reeds sedert drie maanden stegen er dampen uit +den krater op, maar ze kwamen nog slechts voort uit het gloeien der +delfstoffen in den vuurspuwenden berg. Ditmaal was de damp in rook +veranderd, die zich als een grijze kolom verhief, waarvan de basis +meer dan drie honderd voet breed was en die, als een reusachtige +paddenstoel, tot zeven à acht honderd voet boven den berg opsteeg. + +"Er is brand in den schoorsteen," zeide Gideon Spilett. + +"En wij kunnen dien niet blusschen!" antwoordde Harbert. + +"Men moest die vulkanen kunnen vegen," merkte Nab op, die met den +grootsten ernst scheen te spreken. + +"Goed Nab," riep Pencroff uit. "Wilt gij de schoorsteenveger zijn?" + +Pencroff barstte in een hartelijk lachen los. + +Cyrus Smith keek aandachtig naar de dikke rookwolk en luisterde zelfs +of hij geen verwijderd geraas hoorde. + +Toen keerde hij naar zijn metgezellen terug, waarvan hij zich eenige +schreden verwijderd had en zeide: + +"Inderdaad, vrienden, er heeft een gewichtige verandering plaats +gehad. De vulkanische stoffen zijn niet slechts in werking, zij +hebben ook vlam gevat en wij worden binnen kort door een uitbarsting +bedreigd!" + +"Welnu, mijnheer Cyrus, wij zullen die uitbarsting zien," riep Pencroff +uit. "Wij zullen haar bewonderen en toejuichen! Ik geloof niet dat +wij ons daarover behoeven te bekommeren!" + +"Neen, Pencroff, want de vroegere lavaweg is nog altijd vrij en dank +zij zijn ligging heeft de krater zijne uitwerpselen tot nog toe naar +het noorden uitgestort. En toch...." + +"En toch, daar wij geen voordeel kunnen hebben bij een uitbarsting, +ware het maar beter als die niet plaats had," merkte de reporter op. + +"Wie weet?" antwoordde de zeeman. "Misschien is er in dezen vulkaan +een nuttige en kostbare stof, die hij nu uit zal werpen en waarvan +wij een goed gebruik kunnen maken!" + +"Het komt mij voor," zeide Ayrton, die met zijn oor op den grond +was gaan liggen, "het komt mij voor, dat ik een dof geraas hoor, +evenals een kar maakt, die met ijzeren staven beladen is." + +De kolonisten luisterden en bevonden dat Ayrton gelijk had. Soms +klonk het rollen harder om vervolgens weder zacht weg te sterven, +maar er deed zich nog geen slag hooren. Men kon hieruit opmaken, +dat de damp en rook een vrijen uitweg vonden door den middelsten +schoorsteen en dat, daar de veiligheidsklep groot genoeg was, er nog +geen uitbarsting te vreezen was. + +"Maar zullen wij dan nooit naar ons werk terugkeeren!" riep Pencroff +ongeduldig uit. "Laat de Franklinberg dampen, rooken, sissen en +vuurspuwen, zooveel hij wil, dat is geen reden voor ons om niets te +doen! Kom, Ayrton, Nab, Harbert, mijnheer Cyrus en mijnheer Spilett, +vandaag moet iedereen aan het werk! Binnen twee maanden moet onze +nieuwe Bonadventure gereed zijn--want dien naam mag zij dragen, +niet waar?--Laten wij dan geen tijd verliezen." + +Dien dag werd er hard gewerkt, want het was nu van het grootste belang +om het vaartuig zoo spoedig mogelijk gereed te hebben. Wie weet of +dat schip niet hun eenig toevluchtsoord zou worden? + +Na het avondeten begaven Cyrus Smith, Gideon Spilett en Harbert +zich naar de bergvlakte. De nacht begon reeds te vallen en door de +duisternis zou men kunnen zien of er zich onder den damp en de rook +ook vlammen of gloeiende stoffen mengden. + +"De krater staat in vuur!" riep Harbert uit, die vlugger dan zijn +metgezellen het eerst op de vlakte was. + +De Franklinberg, die ongeveer zes mijlen verwijderd was, scheen +een reusachtige toorts, die aan het boveneinde met donkere vlammen +brandde. Er was misschien zooveel rook, asch en puin onder gemengd +dat de gloed daardoor zeer verminderde en niet zoo sterk afstak tegen +het donkere zwerk. + +"De uitbarsting vordert snel!" zeide de ingenieur. + +"Dat is niet te verwonderen," antwoordde de reporter. "De vulkaan +is reeds sedert geruimen tijd in werking. Herinnert gij u, Cyrus, +dat wij de eerste dampen reeds zagen toen wij den berg doorzochten +om de schuilplaats te vinden van kapitein Nemo? Dat was, geloof ik +15 October?" + +"Ja," antwoordde Harbert, "dat is twee en een halve maand geleden!" + +"Dat onderaardsche vuur heeft dus zestien weken gebroeid," hernam +Gideon Spilett, "en het is geen wonder, dat het nu snel in kracht +toeneemt." + +"Voelt gij geen trillingen van den grond?" vroeg Cyrus Smith. + +"Ja, inderdaad; maar dit is nog geen aardbeving..." antwoordde Spilett. + +"Ik zeg niet, dat wij door een aardbeving bedreigd worden, God +beware ons daarvoor! Neen. De trillingen worden veroorzaakt door de +krachtige werking van het vuur. De aardkorst is niets dan de wand van +een stoomketel, en gij weet dat de wand van een stoomketel onder de +drukking van het gas trilt, als een zware plaat. Hier is hetzelfde +verschijnsel." + +"Welke prachtige vlammen!" riep Harbert uit. + +Na een uur keerden de ingenieur, Gideon Spilett en Harbert naar het +Rotshuis terug. Cyrus Smith was in gedachte verzonken, hetgeen Gideon +Spilett aanleiding gaf tot de vraag, of hij meende dat de uitbarsting +voor hen noodlottige gevolgen kon hebben. + +"Ja en neen," antwoordde Cyrus Smith. + +"Het grootste ongeluk, dat ons zou kunnen overkomen, zou een aardbeving +zijn, die het eiland verwoestte, niet waar? En ik geloof niet dat +dit te vreezen is, daar de rook en de lava een vrijen uitweg hebben +gevonden om te ontsnappen." + +"Ik vrees juist geen aardbeving, in den zin, dien men gewoonlijk +geeft aan de trillingen, veroorzaakt door de werking van onderaardsche +dampen. Maar uit andere oorzaken kunnen groote rampen voortspruiten." + +"Welke, mijn beste Cyrus?" + +"Ik weet het niet zeker.... ik moet den berg +zien.... onderzoeken.... Binnen weinige dagen zal ik zekerheid hebben +omtrent dit punt." + +Gideon Spilett drong niet verder bij hem aan. Alle bewoners van het +Rotshuis begaven zich weldra ter ruste en sliepen in, niettegenstaande +het geraas in den vulkaan sterker en door de echo van het eiland +luider weerkaatst werd. + +Drie dagen verliepen. De top van den Franklin-berg bleef door een +dikke rookwolk omhuld; maar de lava scheen de opening van den krater +nog niet bereikt te hebben, althans op de noordelijke helling, die +voor een gedeelte zichtbaar was, bespeurde men nog geen verschijnselen +van een uitstorting. + +De arbeid op de werf moest nu en dan gestaakt worden, omdat de zorg +der kolonisten ook op andere plaatsen vereischt werd. Vooreerst +moest de kraal niet vergeten worden, waar men het voedsel voor de +muffeldieren en geiten ververschen moest. Er werd besloten dat Ayrton +in den morgen van 7 Januari derwaarts zou gaan, en daar een persoon +voor dezen arbeid voldoende was, waren Pencroff en de overigen zeer +verwonderd, toen zij den ingenieur tot Ayrton hoorden zeggen: + +"Als gij morgen naar de kraal gaat, zal ik u vergezellen." + +"Mijnheer Cyrus!" riep de zeeman uit, "onze werkdagen zijn geteld, +en wanneer gij ook heengaat, hebben wij vier armen minder! + +"Wij komen den volgenden morgen terug," antwoordde Cyrus Smith, +"maar ik moet noodzakelijk naar de kraal.... Ik wil weten hoe het +met de uitbarsting gesteld is." + +"De uitbarsting! de uitbarsting!" bromde Pencroff. "Die uitbarsting, +dat is me ook iets van gewicht; ik bekommer er mij volstrekt niet om!" + +Den volgenden morgen deed de ingenieur zooals hij gezegd had. Harbert +had hem gaarne vergezeld, maar hij wilde Pencroff niet te veel +tegenwerken, door ook heen te gaan. + +Voor het aanbreken van den dag zaten Cyrus Smith en Ayrton in het +wagentje, met twee onagga's bespannen, en begaven zij zich naar +de kraal. + +Boven het bosch hingen groote wolken, die steeds aangroeiden door de +dampen, welke uit den krater opstegen. Gewoonlijk vallen deze wolken +neer in kleine stofdeeltjes, en dit was ook nu het geval. Toen Cyrus +Smith en Ayrton bij de kraal kwamen, viel er een soort van zwarte +sneeuw evenals jachtkruit, dat oogenblikkelijk den grond een geheel +ander voorkomen gaf. Boomen, weiden, alles verdween onder een zwarte +laag van eenige duimen dikte. Maar gelukkig was de wind noordoost en +ontlastte zich de wolk grootendeels boven zee. + +"Dat is zeer zonderling, mijnheer Smith," zeide Ayrton. + +"Dat is zeer ernstig," antwoordde de ingenieur. "Die vulkanische +tufsteen, die fijne puimsteen, in éen woord, al die minerale stoffen +bewijzen, dat in de onderste lagen van den vulkaan een groote beroering +ontstaan is." + +"Maar is er dan niets aan te doen?" + +"Niets, dan de vorderingen van dit verschijnsel waar te nemen. Doe dus +wat gij in de kraal te doen hebt, Ayrton. Ik zal in dien tusschentijd +naar de bronnen van de Roode Beek gaan en de noordelijke berghelling +opnemen. Dan...." + +"Dan.... mijnheer Cyrus?" + +"Dan zullen wij de galerij van Dakkar bezoeken.... Ik wil zien.... In +ieder geval kom ik u over twee uur halen." + +Ayrton ging in de kraal en verzorgde, in afwachting dat de ingenieur +terugkwam, de muffeldieren en geiten, die ook onder den indruk schenen +der eerste verschijnselen eener uitbarsting. + +Cyrus Smith begaf zich intusschen naar de Roode Beek en kwam bij de +plaats waar hij en zijn metgezellen een zwavelbron hadden ontdekt, +toen zij die voor de eerste maal onderzochten. + +Daar was alles veranderd! In plaats van éen rookkolom telde hij +er dertien, die uit den grond opstegen, alsof zij met geweld naar +boven gestuwd werden. De aardkorst was hier zichtbaar aan een sterke +persing onderhevig. + +Aan de noordelijke helling van den Franklinberg zag Cyrus Smith dikke +rookwolken en vlammen uit den vulkaan opstijgen; een hagel van stukken +metaal viel op den grond, maar nergens nog stroomde de lava uit den +krater, hetgeen bewees dat de vulkanische stoffen de opening van den +middelsten schoorsteen nog niet bereikt hadden. + +"Toch had ik liever, dat het zoo gebeurde," zeide Cyrus Smith bij zich +zelf. "Dan had ik ten minste de zekerheid dat de lava haar gewonen +loop had genomen. Wie weet of ze nu niet door een nieuwe opening een +uitgang vindt? Maar daar is het gevaar nog niet in gelegen! Kapitein +Nemo heeft het wel voorzien! Neen! Daarin ligt het gevaar niet!" + +Tegen negen uur was hij weder in de kraal teruggekeerd. + +Ayrton wachtte hem daar. + +"De dieren zijn van alles voorzien, mijnheer Smith," zeide deze. + +"Goed Ayrton." + +"Zij schijnen onrustig, mijnheer." + +"Ja, het instinct spreekt in hen en het instinct bedriegt zich niet." + +"Wanneer ge wilt...." + +"Neem een lantaarn en een vuurslag, Ayrton," antwoordde de ingenieur, +"en laten wij vertrekken." + +Ayrton deed wat hem gezegd was. De onagga's liepen uitgespannen in +de kraal. De buitendeur werd gesloten, en Cyrus Smith, gevolgd door +Ayrton, volgde nu in westelijke richting het smalle pad, dat naar de +kust leidde. + +Zij konden niet snel vooruitgaan. De lucht was zwaar, alsof de deelen +zuurstof verbrand en niet meer tot inademen geschikt waren. Bij elke +honderd schreden moesten zij stil staan en adem scheppen. Het was +dus over tienen toen de ingenieur en zijn metgezel den top van dien +reusachtigen basaltklomp bereikten, die de noord-westkust van het +eiland vormde. + +Ayrton en Cyrus Smith daalden nu langs deze steile kust neder en +volgden ongeveer denzelfden onbegaanbaren weg als in dien stormachtigen +nacht, toen zij naar de grot van Dakkar waren gegaan. Op klaarlichten +dag was die weg niet minder gevaarlijk, ofschoon de laag asch, die +de rotsen bedekte, oorzaak was dat zij hun voet nu met zekerheid op +dien glibberigen weg konden neerzetten. + +Zij vonden spoedig de opening van grot Dakkar terug, en stonden stil +onder de laatste rots, die een soort van trap vormde. + +"Is de sloep er nog?" vroeg de ingenieur. + +"Ja, mijnheer." + +"Laten wij er ingaan." + +Spoedig waren zij dieper binnengedrongen, en daar stak Ayrton zijn +lantaarn aan. Daarop nam hij de riemen en nadat zij de lantaarn in +den top hadden geheschen, zoodat zij haar lichtstralen naar voren +wierp, nam Cyrus het roer en stuurde de boot te midden der diepste +duisternis door de grot. + +De Nautilus lag daar niet meer om dit sombere hol met haar stralen +te verlichten. + +Toch was het zwakke licht van de lantaarn voldoende om voort te +stevenen en den rechterwand van het gewelf te volgen. + +Eindelijk zeide Cyrus: "Ik hoor den vulkaan." + +Weldra ging het rommelen in het inwendige van den berg vergezeld +van een scherpe lucht; zwaveldampen deden den ingenieur en Ayrton +bijna stikken. + +"Dat was hetgeen kapitein Nemo vreesde!" mompelde Cyrus Smith, terwijl +hij een weinig bleek werd. "Toch moeten wij tot het einde toe gaan." + +"Vooruit dus," zeide Ayrton en richtte de boot naar het uiteinde van +het gewelf. + +Vijf en twintig minuten later, nadat zij de opening waren +voorbijgegaan, bereikte de sloep den eindmuur. Hier hield zij stil. + +Cyrus Smith klom nu op de bank, doorzocht met zijn lantaarn alle +gedeelten van den muur, die de grot van den middelschoorsteen van +den vulkaan scheidde. Hoe dik was die muur? Was hij honderd of tien +voet? Men kon het niet zeggen. Maar het onderaardsch gerommel was te +duidelijk hoorbaar dan dat hij zeer dik kon wezen. + +De ingenieur bevestigde daarop de lantaarn aan een der riemen en +onderzocht nu een hooger gedeelte van den basaltmuur. + +Daar ontsnapte, door nauw zichtbare spleten, die zwaveldamp, welke +zich in de grot verspreidde. Scheuren waren hier en daar in den muur +en sommigen, een weinig grooter, waren nog slechts twee of drie voet +verwijderd van het water in de grot. + +Cyrus Smith bleef een oogenblik in gepeins verzonken staan. + +Toen mompelde hij weder deze woorden: + +"Ja, de kapitein had gelijk! Daar is het gevaar! Daarin schuilt dat +ontzettend gevaar!" + +Ayrton zeide niets; maar op een teeken van Cyrus Smith nam hij weder +de riemen op en een half uur later kwamen de ingenieur en hij uit +het onderaardsche gewelf weder te voorschijn. + + + + + +XXVIII. + + Het verhaal van Cyrus Smith omtrent zijn verkenningstocht.--Men + haast zich met het schip.--Een laatste bezoek aan de + kraal.--Strijd tusschen vuur en water.--Wat van het eiland + overbleef.--Men besluit het schip van stapel te laten + loopen.--De nacht van 8 op 9 Maart. + + +Den anderen morgen, 8 Januari, nadat zij een dag en een nacht in de +kraal hadden doorgebracht, was alles in de beste orde en keerde Cyrus +Smith met Ayrton naar het Rotshuis terug. + +Terstond riep de ingenieur zijn vrienden bij elkander en deelde +hun mede, dat het eiland Lincoln in groot gevaar verkeerde en geen +menschelijke macht dat gevaar kon bezweren. + +"Vrienden," zeide hij--en zijn stem verried de diepste ontroering--"het +eiland Lincoln behoort niet tot die eilanden, welke zoolang zullen +bestaan als de aarde zelf. Het is bestemd voor een min of meer spoedige +geheele verwoesting, waarvan het zelf de oorzaak is, en die wij niet +in staat zijn te verhinderen!" + +"Spreek duidelijker, Cyrus," zeide Gideon Spilett. + +"Ik ben bereid," antwoordde Cyrus Smith, "u het geheim onderhoud, +dat ik met kapitein Nemo gehad heb, mede te deelen." + +"Met kapitein Nemo!" riepen de kolonisten. + +"Ja, het was de laatste dienst, die hij mij, voor hij stierf, wilde +bewijzen." + +"De laatste dienst!" herhaalde Pencroff. + +"De laatste dienst! Gij zult zien, dat al is hij dood, hij er ons +nog menigeen zal bewijzen." + +"Maar wat heeft kapitein Nemo u gezegd?" vroeg de reporter. + +"Weet dan, vrienden, dat het eiland Lincoln niet in denzelfden +toestand verkeert als de andere eilanden in den Stillen Oceaan, en +een bijzondere toestand, dien kapitein Nemo mij heeft doen kennen, +moet oorzaak zijn dat vroeg of laat zijn onderzeesche grondvesten +uiteenbarsten." + +"Uiteenbarsten! Het eiland Lincoln! Kom!" riep Pencroff uit, die +ondanks den eerbied, dien hij voor Cyrus Smith koesterde, toch niet +nalaten kon om hierover zijn schouders op te halen. + +"Luister, Pencroff," hernam de ingenieur. "Ziehier wat kapitein Nemo +bemerkt heeft, en ik zelf gisteren ook, toen ik het onderaardsche +gewelf Dakkar bezocht. Dit gewelf strekt zich onder het eiland tot +aan den vulkaan uit, en is van den middelschoorsteen gescheiden door +een muur, die tegen het gewelf sluit. Deze muur is gespleten en hier +en daar zijn openingen waardoor het zwavelachtig gas, dat zich in +den vulkaan ontwikkelt, kan ontsnappen." + +"Welnu?" vroeg Pencroff, wiens voorhoofd zich rimpelde. + +"Welnu, ik heb ontdekt dat die openingen door de inwendige drukking +steeds grooter worden, dat de basaltmuur langzamerhand zal splijten en +in korter of langer tijd een doorgang zal verschaffen aan de wateren +uit de zee, waarmede de grot gevuld is." + +"Goed!" antwoordde Pencroff, die het nog niet gewonnen wilde geven. "De +zee zal den vulkaan uitdooven en alles zal gedaan wezen." + +"Ja, alles zal gedaan wezen!" hernam Cyrus Smith. "Den dag waarop +de zee door den muur heendringt, door den middelschoorsteen tot in +het diepst van het eiland, waar de bestanddeelen zich bevinden, +die vatbaar voor ontploffing zijn, dien dag, Pencroff, zal het +eiland Lincoln springen, zooals Sicilië springen zou, wanneer de +Middellandsche zee zich in de Etna wierp!" + +De kolonisten gaven geen antwoord op deze woorden, welke de ingenieur +op overtuigenden toon sprak. Zij hadden het gevaar, dat hen dreigde +begrepen. + +Bovendien moet gezegd worden, dat Cyrus Smith volstrekt niet +overdreef. Velen zijn van meening geweest dat men de vulkanen zou +kunnen blusschen, die voor het meerendeel aan den oever der zee of +van een meer liggen, wanneer men de golven er in deed stroomen. Maar +zij bedachten niet, dat men op die wijze gevaar liep om een gedeelte +van de aarde te doen springen, gelijk een stoomketel, waarvan de +stoom plotseling een hoogere spanning erlangt, door een schot. Het +water zich werpende in een gesloten kom, waar de temperatuur eenige +duizenden graden bedraagt, zou verdampen met zulk een plotseling zich +ontwikkelende kracht, dat geen wanden, hoe sterk ook, weerstand bieden. + +Zij mochten er dus niet meer op hopen dat het eiland langer zou +bestaan dan de muur van het gewelf Dakkar zou duren. Het was zelfs +geen quaestie van maanden, noch van weken, maar een quaestie van dagen, +van uren misschien! + +Het eerste gevoel dat zich van de kolonisten meester maakte, was +diepe smart! Zij dachten niet aan het oogenblikkelijke gevaar, dat +hen dreigde, maar aan de verwoesting van dien grond, die hun een +schuilplaats had geboden, aan dat eiland, dat zij hadden ontgonnen, +aan het eiland, dat zij liefhadden, dat zij zoo gaarne hadden zien +bloeien. Zooveel vermoeienissen nutteloos doorstaan! zooveel arbeid +verloren! + +Pencroff kon een traan niet weerhouden, die over zijn wang biggelde, +en hij trachtte ook niet dien te verbergen. + +Nog eenigen tijd spraken zij over dit onderwerp. De verschillende +kansen werden overwogen, maar allen waren van oordeel dat zij geen +uur te verliezen hadden, dat de bouw en de uitrusting van het schip +met den uitersten spoed moesten voortgezet worden en dat de eenige +hoop op redding voor de bewoners van Lincoln daarin gelegen was! + +Alle handen werden dus aan het werk geslagen. Den 23sten Januari was +het schip half gereed. Tot nog toe had er geen verandering aan den top +van den vulkaan plaats gegrepen. Rook vermengd met vlammen en steenen +waren uit den krater voortdurend ontsnapt. Maar gedurende den nacht +van 23 op 24 Januari werd de kegel, die een soort van hoed vormde, +er afgeworpen door de kracht van de lava, die tot aan den rand van de +eerste verdieping van den vulkaan reikte. Een oorverdoovend geraas +dreunde door het eiland! De kolonisten dachten dat het verging. Zij +snelden uit het Rotshuis. + +Het was ongeveer twee uur 's nachts. De hemel was als vuur. Het +bovenste gedeelte van den kegel, een klomp van duizend voet hoogte +en milliarden wegende, was op het eiland geworpen, welks bodem +dreunde. Uit den krater, nu veel wijder van opening, straalde een hel +licht en door de afkaatsing scheen de gansche dampkring te gloeien, +terwijl tegelijkertijd een stroom van lava als een breede waterval +zich uitstortte en duizend vurige slangen langs de helling van den +berg voortschoten. + +"De kraal! de kraal!" riep Ayrton. + +Het was inderdaad in de richting van de kraal dat de lava stroomde. + +Op dezen kreet van Ayrton waren de kolonisten naar den stal van de +onagga's gesneld. De wagen was ingespannen. Allen hadden slechts éen +gedachte! Naar de kraal rijden en de dieren, die daar waren opgesloten, +in vrijheid stellen. + +Vóór drie uur waren zij in de kraal. Een vreeselijk gebrul gaf +hun reeds te kennen in welk een toestand de schapen en geiten +verkeerden. Ayrton opende terstond de deur en de beangste dieren +snelden in alle richtingen er uit. + +Een uur later was er niets meer van de kraal te zien. + +De kolonisten hadden de geheele verwoesting willen te keer gaan, maar +alle pogingen waren vergeefs geweest, want de mensch is machteloos +tegenover zulke natuurverschijnselen. + +De dag brak aan--24 Januari--Cyrus Smith en zijn vrienden wilden, +voordat zij naar het Rotshuis terugkeerden, de juiste richting die +deze lava-overstrooming nemen zou, gadeslaan. De helling van den grond +werd bij den Franklinberg aan de oostzijde geringer, en het was te +vreezen dat, ondanks het bosch van het Verre Westen, de stroom zich +zelfs tot de vlakte het Verre Uitzicht zou verspreiden. + +"Het meer zal ons beschermen," zeide Gideon Spilett. + +"Ik hoop het!" was het eenige antwoord van Cyrus Smith. + +Tegen zeven uur 's morgens was de toestand van de kolonisten niet +langer houdbaar. Zij hadden een schuilplaats gezocht aan den zoom +van het bosch Jacamar. Niet alleen regende het steenen rondom hen, +maar de lava die uit de bedding van de Roode Beek vloeide, dreigde +hun den weg van de kraal te versperren. De eerste rijen boomen hadden +reeds vlam gevat, en hunne vruchten waren spoedig in rook verteerd; +zij barsten als vuurwerk uiteen, terwijl anderen, minder vochtig, +onbeschadigd te midden der overstrooming bleven. + +De kolonisten hadden den weg naar de kraal weder ingeslagen. Zij +liepen langzaam en schier meer achter dan voorwaarts. Maar, tengevolge +van de grondgesteldheid had de stroom spoedig het oosten bereikt, +en zoodra de inwendige lagen van de lava verhard waren, kwamen er +anderen die ze terstond bedekten. + +Intusschen werd de hoofdstroom van het dal de Roode Beek al +dreigender. Dit heele gedeelte van het bosch was ingesloten en groote +wolken rook dreven er boven de boomen, waarvan de wortels reeds door +de lava verteerd waren. + +De kolonisten stonden bij het meer stil, op een halve mijl afstands +van den mond der Roode Beek. Nu zou er over leven of dood voor hen +beslist worden. + +Cyrus Smith die gewoon was om de ernstige toestanden te berekenen, +en wist dat hij tot mannen sprak, die de waarheid wilden vernemen, +welke zij ook zijn mocht, zeide toen: + +"Of het meer zal dien stroom tegenhouden, en een gedeelte van het +eiland zal aan de geheele verwoesting ontsnappen, of de stroom zal de +bosschen van het Verre Westen met zich nemen en geen boom, geen plant +zal er op dezen grond blijven. Wij hebben op deze kale rotsen slechts +den dood in het vooruitzicht, waarop het vergaan van het eiland ons +niet lang zal doen wachten!" + +"Dan," riep Pencroff, zijn armen over de borst kruisende en met +zijn voet op den grond stampende, "dan is het onnoodig, niet waar, +dat wij langer aan de boot werken?" + +"Pencroff," antwoordde Cyrus Smith, "wij moeten onzen plicht vervullen +tot het einde toe." + +Op dit oogenblik bereikte de lava-stroom het meer, nadat hij zich een +weg had gebaand door de prachtige boomen, die hij verzwolgen had. Daar +vormde de grond een ondiep dal en zoo dit breeder ware geweest, +zou het misschien voldoende zijn geweest om den stroom in te perken. + +"Aan het werk!" riep Cyrus Smith. + +Allen begrepen de gedachte van den ingenieur. Zij haalden spaden, +bijlen en houweelen, en eindelijk gelukte het hun met steenen en +boomstammen binnen weinige uren een dijk gereed te hebben van drie +voet hoog en eenige honderden passen lang. Het scheen hun toe alsof +zij niet langer dan eenige minuten hadden gewerkt! + +Het was tijd. De stroom zwol op als een wassende rivier, die haar +oevers wil overschrijden, en dreigde den eenigen hinderpaal te +vernielen, welke haar verhinderen kon om het bosch van het Verre +Westen te verwoesten.... Maar de dijk was er tegen bestand, en na +een oogenblik aarzelen, een vreeselijk oogenblik, wierp hij zich in +het meer Grant, van een hoogte van twintig voet. + +De kolonisten aanschouwden met ingehouden adem, zonder zich te +verroeren, zonder een woord te spreken, dezen strijd tusschen de +beide elementen. + +Welk een tooneel was die worsteling tusschen het water en het vuur! De +eerste lava die in het meer viel versteende terstond en hoopte zich +opeen, zoodat zij weldra boven het water zou uitsteken. Boven de +oppervlakte dreef nog andere lava, die zich op hare beurt tot steen +vormde, maar het midden bereikte. + +Hierdoor ontstond er een steenmassa, die het geheele meer dreigde +te vullen, dat niet buiten zijn oevers kon treden, want het water +dat te veel was, werd damp. Het sissen en knarsen der steenen +vervulde de lucht met een oorverdoovend geraas, en de loog door den +wind voortgesleept viel als regen in de zee neder. De steenstroom +werd langer en de versteende blokken lava klemden zich aan elkaar +vast. Daar, waar vroeger het kalme water kabbelde, verhief zich +thans een reusachtige klomp rookende rotsen, alsof een verheffing +van den bodem duizenden klippen had doen ontstaan. Wanneer men zich +deze wateren voorstelt door een orkaan in beweging gebracht, en dan +plotseling door een koude van twintig graden tot een vast lichaam +gemaakt, dan heeft men een denkbeeld van het meer, drie uur nadat die +onwederstaanbare stroom er inviel. Ditmaal moest het water door het +vuur overwonnen worden. Toch was het zeer gelukkig voor de kolonisten, +dat de lavastroom zich in het meer Grant had geworpen. Zij hadden nu +nog eenige dagen gewonnen. De vlakte het Verre Uitzicht, het Rotshuis, +de werf waren voor het oogenblik gespaard gebleven. Die dagen moesten +besteed worden om het schip met zorg te kalfaten. Dan zouden zij het +in zee brengen en zouden zij daar tenminste een wijkplaats vinden, +al konden zij het eerst optuigen wanneer het zich eenmaal in het +ruime sop bewoog. Daar zij vreesden voor een nieuwe uitbarsting, +die het geheele eiland dreigde te verwoesten, was er op de kust voor +hen geen veiligheid meer. Het Rotshuis tot hiertoe zulk een goede +schuilplaats, kon elk oogenblik zijn muren voor hen sluiten! + +Gedurende de zes dagen, die nu volgden, van 25 tot 30 Januari arbeidden +zij met den ijver van twintig man aan het schip. Nauwelijks gunden +zij zich eenige rust, en bij het schijnsel der vlammen waren zij in +staat nacht en dag door te werken. De uitstorting van den vulkaan +ging steeds voort, maar misschien met minder grooten toevloed. Het +was gelukkig, want het meer Grant was bijna gevuld en zoo nieuwe lava +weder op de vroeger gevormde laag stortte, zou het onvermijdelijk +over de vlakte het Verre Uitzicht en het strand zijn gestroomd. Maar +zoo dit gedeelte van het eiland beschermd werd, in het westen was +het slechter gesteld. De brand, die in het bosch van het Verre Westen +woedde, nam geen einde. Het scheen dat de toppen der boomen nog eerder +vuur vatten dan dat de lava de wortels verteerde. + +Alle dieren, zoowel wilde als andere, kwamen een toevluchtsoord +zoeken bij de Mercy en in de moerassen boven de Ballonhaven. Maar de +kolonisten waren te zeer met hun werk vervuld, dan dat zij eenige acht +sloegen, zelfs op de meest gevreesde onder hen. Zij hadden bovendien +het Rotshuis verlaten en zelfs geen onderkomen in de Schoorsteenen +willen zoeken; zij overnachtten onder een tent, die zij bij de monding +der Mercy hadden opgeslagen. + +Iederen dag beklommen Cyrus Smith en Gideon de vlakte het Verre +Uitzicht. Soms vergezelde Harbert hen, maar nooit Pencroff, want deze +wilde het eiland niet in dien staat van verwoesting aanschouwen. + +"Het is om het hart te doen breken," zeide Gideon Spilett eens, +bij het aanschouwen van de vreeselijke verwoesting, welke het eiland +had ondergaan. + +"Ja, Spilett," gaf de ingenieur ten antwoord. "Dat de hemel ons ten +minste den tijd geve om ons schip te voltooien, dat thans ons eenige +toevluchtsoord is!" + +"Schijnt het u niet toe, Cyrus, alsof de vulkaan tot bedaren komt? Wel +werpt hij nog lava uit, maar toch is de toevoer geringer, zoo ik mij +niet bedrieg!" + +"Het doet er weinig toe," antwoordde Cyrus Smith. "Het vuur is in +het inwendige van den berg toch nog even hevig, en de zee kan elk +oogenblik daarin stroomen. Wij verkeeren in den toestand van reizigers +wier schip verwoest is door een brand, dien zij niet konden stuiten, +en die weten dat het vuur vroeg of laat de kruitkamer zal bereiken! Kom +Spilett, ga mede, wij mogen geen uur verliezen." + +Het was thans 20 Februari. Nog een maand hadden zij noodig om het schip +te voltooien. Zou het eiland zoolang bestaan? Cyrus Smith en Pencroff +waren van plan om het schip in zee te brengen, zoodra de romp gereed +was. Het overige konden zij later doen, maar het belangrijkste was +dat de kolonisten een toevlucht hadden buiten het eiland. Misschien +was het goed het schip in de Ballonhaven te leggen, namelijk, zoover +mogelijk verwijderd van den vulkaan; want bij de monding der Mercy, +tusschen het eilandje en den granietmuur, liep het gevaar vernield +te worden bij een nieuwe uitbarsting. Alle krachten werden dus in +het werk gesteld om den romp te voltooien. + +De 3de Maart brak aan en zij konden er op rekenen dat zij binnen tien +dagen het vaartuig in zee konden brengen. + +De hoop keerde dus terug in de harten der kolonisten, die dit +vierde jaar van hun verblijf op het eiland aan zooveel beproevingen +waren blootgesteld. Pencroff zelf scheen weer moed te vatten en de +somberheid, waarin de verwoesting van zijn eiland hem gestort had, te +verliezen. Hij dacht wel is waar aan niets anders dan aan het schip, +waarop hij thans alle hoop gevestigd had. + +Gedurende de eerste week van Maart kreeg de berg Franklin weder een +dreigender aanzien. De krater vulde zich weder met lava, en verdelgde +nog hetgeen tegen de eerste uitbarsting bestand was gebleven. De +stroom volgde ditmaal den zuidwestelijken oever van het meer Grant, +strekte zich tot aan de Glycerine-rivier uit en verwoestte de geheele +vlakte het Verre Uitzicht. Die laatste slag, welke aan de schepping +der kolonisten werd toegebracht, was verpletterend. + +Zij waren tot in hun laatste verschansing teruggedrongen, en, hoewel +het bovengedeelte van het schip nog niet gekalfaterd was, zoo besloten +zij het toch in zee te laten. + +Pencroff en Ayrton hadden zich belast met de maatregelen hiertoe te +nemen, die den volgenden dag, den 9de Maart zouden plaats hebben. + +Maar, gedurende den nacht van 8 op 9 Maart ontsnapte er een ontzaglijke +kolom damp uit den krater, en steeg onder een oorverdoovend geraas +tot een hoogte van drie duizend voet. De muur van de Dakkar-grot +had blijkbaar moeten zwichten onder de drukking van het gas, en de +zee stroomde nu den middelschoorsteen binnen, in den vuurspuwenden +afgrond, doch verdampte daar terstond. Maar de krater was tot het +ontsnappen dezer dampen niet groot genoeg. Een uiteenbarsting, die +op honderd mijlen afstand gehoord had kunnen worden, deed de lucht +daveren. Stukken van bergen stortten zich in den Stillen Oceaan, en +in weinige oogenblikken stroomde die onafzienbare zee over de plaats +waar eenmaal het eiland Lincoln geweest was. + + + + + +XXIX. + + Een eenzame rots.--Het laatste toevluchtsoord der kolonisten + van Lincoln.--De dood voor oogen.--Onverwachte hulp.--Waarom + en hoe zij komt.--De laatste weldaad.--Een eiland op vasten + grond.--Het graf van kapitein Nemo. + + +Een verlaten rots van dertig voet lang, vijftig breed en nauwelijks +tien voet uitstekende boven de oppervlakte, was het eenige vaste punt +dat niet door de golven van den Oceaan verzwolgen was geworden. Dat +was al, wat er van het Rotshuis was overgebleven. De muur was omver +geworpen, daarna uiteengerukt, en eenige rotsen van de groote zaal +hadden zich opeen gestapeld, zoodat ze dit verheven punt hadden +gevormd. Al het andere was verdwenen in den afgrond, die hen omgaf: +het inwendige van den Franklin-berg, door de uiteenbarsting van elkaar +gereten, de steenen kieuwen van de Haaiengolf, de vlakte van het Verre +Uitzicht, het Veiligheidseilandje, de rotsen van den Ballonhaven, +de basaltmuren van het gewelf Dakkar, zelfs het Slangenschiereiland, +dat toch zoo ver van den vulkaan verwijderd was! Van het eiland +Lincoln zag men niets meer dan die kleine rots, die nu het eenige +toevluchtsoord was van de zes kolonisten en hun hond Top. + +De dieren waren in die verwoesting omgekomen; de vogels zoowel als de +andere vertegenwoordigers der dierenwereld waren allen verpletterd +of verdronken, en de ongelukkige Jup zelfs had den dood gevonden in +een der spleten van den grond. + +Dat Cyrus Smith, Gideon Spilett, Harbert, Pencroff, Nab en Ayrton +dit overleefd hadden, was slechts daaraan toe te schrijven dat zij +allen bijeen waren onder hun tent, toen zij in zee werden geworpen, +op het oogenblik dat de stukken van het eiland naar alle kanten +zich verspreidden. + +Toen zij weder bovenkwamen, zagen zij niets op een halve kabellengte +afstand dan die eene massa rotsen, waar zij allen heen zwommen, +en waarop zij gelukkig vasten voet konden zetten. + +Het was op die naakte rots dat zij negen dagen lang leefden! Een +weinig voedsel, dat zij nog gelukkig hadden kunnen redden, een kleine +hoeveelheid zoet water, dat door den regen tusschen de rotsen was +gevallen, dat was al, wat die ongelukkigen bezaten. Hun laatste hoop, +hun schip, was verbrijzeld. Zij hadden geen enkel middel in hun macht +om die klip te verlaten. Geen vuur, en niets om vuur te maken. Zij +waren gedoemd hier om te komen! + +Dien dag, 18 Maart, hadden zij nog slechts voedsel voor twee dagen, +hoewel zij slechts het hoog noodige gebruikten. Al hun kennis, al +hun vernuft kon in dezen toestand hun niets verschaffen! + +Cyrus Smith was kalm, Gideon Spilett zenuwachtig en Pencroff ter +prooi aan den heftigsten toorn; hij liep gedurig heen en weer op de +rots. Harbert verliet den ingenieur niet en zag hem nu en dan aan +alsof hij hem om hulp smeekte, die dezen toch niet kon verleenen. Nab +en Ayrton berustten in hun lot. + +"Ellendig, ellendig!" herhaalde Pencroff dikwijls. "Hadden wij maar een +notedopje, om ons naar het eiland Tabor te brengen! Maar niets, niets!" + +"Kapitein Nemo had gelijk dat hij stierf," zeide Nab eens. + +Gedurende de vijf volgende dagen, leefden de kolonisten uiterst +zuinig, en gebruikten slechts het hoognoodige, om niet van honger +om te komen. Zij waren uiterst zwak. Harbert en Nab gaven reeds +teekenen van waanzin. Bleef hun in dezen toestand nog een straaltje +hoop over? Neen! Wat was hun eenige kans? Dat een schip voorbij de +klip kwam? Maar zij wisten bij ondervinding dat de schepen nooit dit +gedeelte van den Stillen Oceaan bezochten! Konden zij nog op het jacht +van Lord Glenarvan hopen? Dat was onwaarschijnlijk, en zoo dit al kwam, +daar zij geen bericht op het eiland Tabor hadden kunnen achterlaten, +in welken toestand Ayrton verkeerde, zou de kapitein van het jacht, +na het eiland vruchteloos te hebben doorzocht, wel weder het ruime +sop kiezen. + +Neen! er was geen hoop op redding, en een vreeselijke dood, de +hongerdood stond hun op deze rots te wachten! + +Reeds lagen zij als levenloos op die klip en hadden niet het minste +bewustzijn meer van hetgeen om hen heen gebeurde. Ayrton alleen kon, +door een schier bovenmenschelijke poging, het hoofd nog optillen en +een wanhopenden blik op die verlaten zee werpen!... + +Eensklaps op den morgen van 24 Maart strekten de armen van Ayrton +zich naar een punt uit; hij richtte zich op, wierp zich op de knieën, +en stond eindelijk op zijn beenen, en met bevende hand gaf hij een +teeken.... + +Een schip was er in het gezicht van het eiland! Dat schip bevond zich +niet doelloos in de zee. De klip was voor hem het doel waarheen het +zich in snelle vaart richtte, en de ongelukkigen zouden het reeds +sedert eenige uren gezien kunnen hebben, zoo zij nog de kracht hadden +gehad den horizon waar te nemen. + +"De Duncan!" mompelde Ayrton, en hij viel weder in onmacht. + + + +Toen Cyrus Smith en zijn vrienden weder tot bewustzijn kwamen, dank +zij de zorgen, waarmede zij nu overladen werden, bevonden zij zich +in een kajuit van de stoomboot, zonder zich te kunnen begrijpen, +op welke wijze zij den dood ontsnapt waren. + +Eén woord van Ayrton was voldoende om hun alles te doen begrijpen. + +"De Duncan!" mompelde hij. + +"De Duncan!" antwoordde Cyrus Smith. + +Het was inderdaad de Duncan, het jacht van lord Glenarvan, waarover +Robert, de zoon van kapitein Grant, bevel voerde, dat naar het eiland +Tabor was gezonden om Ayrton te halen, en hem weder na een twaalfjarige +afwezigheid in zijn land terug te brengen! + +De kolonisten waren gered, zij waren reeds op hun terugweg! + +"Kapitein Robert," vroeg Cyrus Smith, "wie heeft u op de gedachte +gebracht om, toen gij het eiland Tabor verlaten hadt en Ayrton niet +weder hadt gevonden, nog honderd mijlen noordwestelijk te stevenen?" + +"Mijnheer Smith," antwoordde Robert, "het was niet alleen om Ayrton +te gaan zoeken, maar ook u en uw vrienden!" + +"Mij en mijn vrienden?" + +"Zeker! Op het eiland Lincoln!" + +"Het eiland Lincoln!" riepen allen ten hoogste verbaasd uit. + +"Hoe kent gij het eiland Lincoln?" vroeg Cyrus Smith, "daar dit eiland +zelfs op geen kaarten vermeld is?" + +"Ik kende het, door het bericht dat gij op het eiland Tabor hadt +achter gelaten," antwoordde Robert Grant. + +"Een bericht!" riep Gideon Spilett. + +"Zeker, en hier is het," zeide Robert hem het document overhandigende, +waarop de ligging van het eiland Lincoln vermeld stond: "tegenwoordige +verblijfplaats van Ayrton en vijf amerikaansche kolonisten!" + +"Kapitein Nemo!...." zeide Cyrus Smith, toen hij dit gelezen en +dezelfde hand herkend had, die het bericht had geschreven dat zij in +de kraal gevonden hadden. + +"O," zeide Pencroff, hij had dus onze Bonadventure genomen, hij had +zich dus alleen gewaagd naar het eiland Tabor!...." + +"Om er ons bericht neer te leggen!" antwoordde Harbert. + +"Ik had dus wel gelijk," riep de matroos uit, "toen ik zeide, dat, +zelfs na zijn dood, de kapitein ons nog een laatste weldaad zou +bewijzen!" + +"Waar moet ik dit kistje zetten?" vroeg Ayrton op dit oogenblik den +ingenieur naderende. + +Het was het kistje dat Ayrton, op gevaar af van zijn leven te +verliezen, nog gered had op het oogenblik dat het eiland overstroomde, +en dat hij nu weder aan den ingenieur teruggaf. + +"Ayrton! Ayrton!" zeide Cyrus Smith op ontroerden toon. + +Daarop wendde hij zich tot Robert Grant met de woorden: + +"Mijnheer, gij hadt een misdadige achtergelaten, gij vindt een eerlijk +man terug, wien ik trotsch ben de hand te mogen drukken!" + +Zij stelden toen Robert Grant op de hoogte van de merkwaardige +geschiedenis van kapitein Nemo en de kolonisten van het eiland +Lincoln. Daarop, nadat zij de ligging van die klip hadden opgenomen, +welke voortaan op de kaarten zou te vinden zijn, gaf hij bevel het +schip te wenden. + +Veertien dagen later stapten de kolonisten in Amerika aan wal en vonden +zij in hun vaderland de rust hersteld na dien vreeselijken oorlog, +waarin toch de overwinning aan rechtvaardigheid en recht was gebleven. + +De schatten, welke in het kistje waren, dat kapitein Nemo had +vermaakt aan de kolonisten van het eiland Lincoln, werden voor +het grootste gedeelte besteed tot het aankoopen van grond in den +Staat Iowa. Een enkele paarl echter werd er uit gehouden en aan +lady Glenarvan gezonden, uit naam der schipbreukelingen die door de +Duncan in hun vaderland waren teruggebracht. Op die gronden lieten +de kolonisten allen, aan wie zij een woonplaats op het eiland Lincoln +hadden toegedacht, werken om er hun fortuin en geluk te zoeken. Daar +werd een groote kolonie gesticht, waaraan zij den naam gaven van het +eiland, dat door den Stillen Oceaan verzwolgen was. Ook stroomde daar +een rivier, die zij de Mercy noemden, een berg welke den naam van +Franklin kreeg, een meer dat hen aan het meer Grant zou herinneren, +en bosschen die voor hen de bosschen van het Verre Westen werden. Het +was als een eiland op het Vasteland. + +Daar bloeide alles onder de verstandige leiding van den ingenieur +en van zijn vrienden. Geen van de oude kolonisten van het eiland +Lincoln ontbrak er, want zij hadden gezworen altijd bij elkaar te +blijven. Nab, steeds daar waar zijn meester was, Ayrton altijd bereid +zich op te offeren, Pencroff meer boer dan hij ooit zeeman was geweest, +Harbert, die zijn studiën onder het oog van Cyrus Smith voltooide, +en Gideon Spilett, die de _New-Lincoln-Herald_ oprichtte, een blad, +dat het best van de geheele wereld op de hoogte van alles was. Daar +ontvingen Cyrus Smith en zijn vrienden menigmaal een bezoek van Lord +en Lady Glenarvan, van kapitein John Mangles, Robert Grant en majoor +Mac Nabbs, van allen die eenig deel hadden aan de geschiedenis van +kapitein Grant en kapitein Nemo. + +Daar, eindelijk, leefden allen gelukkig, vereenigd in het +tegenwoordige, gelijk zij in het verledene vereenigd waren geweest; +maar nooit konden zij het eiland vergeten, waar zij arm en naakt waren +aangeland; dat eiland hetwelk gedurende vier jaren in hun behoeften +had voorzien en waarvan nu slechts een stukje rots overgebleven was, +dat door de golven van den Stillen Oceaan bespoeld wordt en dat het +graf was van kapitein Nemo! + + + + + +INHOUD. + + +I. Bereiding van de wol.--Een vast plan van Pencroff.--De +baleinen.--Waartoe een albatros kan dienen.--De brandstof der +toekomst.--Top en Jup.--Stormen.--Cyrus Smith alleen.--Onderzoek van +de put + +II. Het schip wordt getuigd.--Een aanval van chilische honden.--Jup +gewond.--Het schip wordt voltooid.--De Bonadventure.--Eerste tocht +om de Zuid.--Een onverwacht stuk + +III. Tot het werk wordt besloten.--De drie passagiers.--Eerste +nacht.--Tweede nacht.--Het eiland Tabor.--Het bosch wordt +doorzocht.--Niemand.--Een verlaten hut + +IV. De nacht.--Eenige letters.--Voortzetting van het +onderzoek.--Harbert in gevaar.--Aan boord.--Slecht weer.--Een vuur +te rechter tijd + +V. Onderling overleg.--Cyrus Smith en de onbekende.--De +ballonhaven.--Tranen + +VI. De eerste woorden van den onbekende.--Twaalf jaar op het +eiland.--Bekentenissen.--Het eerste brood.--Een opoffering.--De +eerlijke handen + +VII. Een verzoek van den onbekende.--De hut in de kraal.--Twaalf +jaar geleden.--De bootsman van de Britannia.--Op het eiland Tabor +gezet.--De hand van Cyrus Smith.--Het geheimzinnige bericht + +VIII. Een gesprek.--Cyrus Smith en Gideon Spilett.--Een plan van den +ingenieur.--De electrische telegraaf.--Welvaart der kolonie.--Een +uitwerking van de sneeuw.--Twee jaar op het eiland Lincoln + +IX. Kansen der toekomst.--Plan tot een verkenning.--Slecht weer.--Een +nieuw voorval + +X. Een nacht op zee.--Vertrouwelijk gesprek.--Werk binnen 's huis.--Een +photographische proef + +XI. Verloren of gered.--Ayrton ontboden.--Gewichtig onderhoud.--Het +is de Duncan niet.--Een verdacht vaartuig.--Het schip nadert.--De +brik laat het anker vallen + +XII. Een voorstel van Ayrton.--Men neemt het aan.--Ayrton en Pencroff +op het eilandje.--Boeven uit Norfolk.--Hun plannen.--Heldhaftige +pogingen van Ayrton.--Zijn terugkomst.--Zes tegen vijftig + +XIII. Maatregelen van den ingenieur.--De eerste stap.--Twee +landingssloepen.--Zes veroordeelden aan land.--De brik licht het +anker.--Onverwachte ontknooping + +XIV. Ayrton en Pencroff redden de overblijfselen.--Gesprek onder +het ontbijt.--De kruitkamer ongedeerd.--Nieuwe rijkdom.--De laatste +overblijfselen + +XV. De bewering van den ingenieur.--De grootsche onderstellingen +van Pencroff.--Een batterij in de hoogte.--De vier kogels.--Ayrton +aarzelt.--Edele gedachten van Cyrus Smith + +XVI. Plan eener expeditie.--Ayrton in de kraal.--Bezoek aan de +Ballonhaven.--Wat Pencroff denkt aan boord van de Bonadventure.--Geen +antwoord van Ayrton.--Op weg naar de kraal.--Waarom de telegraaf niet +werkt + +XVII. Wanhoop van den zeeman.--Heelkundige behandeling.--De hoop +herleeft.--Hoe Nab te waarschuwen.--Een zekere bode.--Antwoord van +Nab.--Tegenspoed + +XVIII. De boeven in den omtrek der kraal.--Voorloopige vestiging.--Een +lap stof.--Een boodschap.--Verhaast vertrek.--Aankomst op de vlakte + +XIX. Harbert in het Rotshuis.--Nab verhaalt wat er heeft plaats +gehad.--Bezoek van Cyrus Smith aan de vlakte.--Verwoesting.--De +kolonisten weerloos tegen de ziekte.--Top blaft weder + +XX. Onoplosbaar geheim.--Beterschap van Harbert.--Toebereidselen voor +het vertrek.--Voetstappen in het bosch + +XXI. Onderzoek van het Slangen-schiereiland.--Kamp aan den mond der +waterval-rivier.--Zes honderd schreden van de kraal.--Verkenning +door Gideon Spilett en Pencroff.--Allen vooruit.--Een open deur.--Een +verlicht venster.--Bij het maanlicht + +XXII. Ayrton's verhaal.--Het plan zijner vroegere makkers.--De +hooge rechter van het eiland.--De Bonadventure.--Onderzoek bij den +Franklinberg + +XXIII. Drie jaren zijn verloopen.--Een nieuw schip.--Het besluit.--De +scheepswerf.--De koude van het zuidelijk halfrond.--De Franklinberg + +XXIV. De vulkaan ontwaakt.--Hervatting van het werk.--Een +telegram.--Vertrek naar de kraal.--Een nieuwe lijn.--De basaltkust.--De +grot.--Een schitterend licht.--Hij is gevonden + +XXV. Kapitein Nemo.--Geschiedenis van een held.--Het onderzeesche +leven.--Alleen.--De geheimzinnige geest van het eiland + +XXVI. De laatste uren van kapitein Nemo.--De wil van den +stervende.--Eenige raadgevingen aan de kolonisten.--Het laatste +oogenblik.--Op den bodem der zee + +XXVII. Hervatting van den arbeid op de werf.--De 1ste Januari +1869.--Een wolk op den top van den vulkaan.--Eerste verschijnselen +eener uitbarsting.--Ayrton en Cyrus Smith in de kraal.--Onderzoek +van de grot Dakkar.--Wat kapitein Nemo aan den ingenieur gezegd +had + +XXVIII. Het verhaal van Cyrus Smith omtrent zijn verkenningstocht.--Men +haast zich met het schip.--Een laatste bezoek aan de kraal.--Strijd +tusschen vuur en water.--Wat van het eiland overbleef.--De nacht van +8 op 9 Maart + +XXIX. Een eenzame rots.--De dood voor oogen.--De laatste weldaad.--Een +eiland op vasten grond + + + + + +AANTEEKENING + + +[1] Die geschiedenis is verhaald in het werk _Twintig duizend mijlen +onder zee_. + + + + + + + + +JULES VERNE'S GEÏLLUSTREERDE WONDERREIZEN. + +Prijs per deel: 75 cts. ingen., f 1.- geb. + + + 1 DE REIS OM DE WERELD IN 80 DAGEN. + 2 DE REIS NAAR DE MAAN IN 28 DAGEN. + 3 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Zuid-Amerika. + 4 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Australië. + 5 DE KINDEREN VAN KAPITEIN GRANT. Stille Zuidzee. + 6 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Oostelijk Halfrond. + 7 20.000 MIJLEN ONDER ZEE. Westelijk Halfrond. + 8 VIJF WEKEN IN EEN LUCHTBALLON. Ontdekkingsreis in de + Binnenlanden van Afrika. + 9 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Luchtschipbreukelingen. +10 HET GEHEIMZINNIGE EILAND. De Verlatene. +11 NAAR HET MIDDELPUNT DER AARDE. +12 MICHAEL STROGOFF, DE KOERIER VAN DEN CZAAR. +13 HET ZWARTE GOUD. +14 HECTOR SERVADAC. De Vulkaanbewoners. +15 HECTOR SERVADAC. De Terugtocht naar de Aarde. +16 AVONTUREN VAN DRIE RUSSEN EN DRIE ENGELSCHEN. Gevolgd door +"De Blokkadebrekers." +17 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. De Walvischjagers. +18 EEN KAPITEIN VAN 15 JAAR. In Slavernij. +19 DE SCHIPBREUK VAN DE CHANCELLOR. +20 WONDERLIJKE AVONTUREN VAN EEN CHINEES. +21 ELDORADO EN HET MONSTERKANON VAN STAALSTAD. Gevolgd door +"Meester Zacharias". +22 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. De Pelterijhandel. +23 HET LAND DER BUITENSTE DUISTERNIS. Het drijvende Eiland. +24 HET STOOMHUIS. De IJzeren Reus. +25 HET STOOMHUIS. De Waanzinnige der Nerbudda. +26 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De Engelschen +aan de Noordpool. +27 REIZEN EN LOTGEVALLEN VAN KAPITEIN HATTERAS. De IJswoestijn. +28 EENE VLOTREIS. 800 Mijlen op de Amazone. +29 EENE VLOTREIS. Het Raadselschrift. +30 EEN LEERSCHOOL VOOR ROBINSONS. +31 DE WONDERSTRAAL. +32 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Een Hollander in de Klem. +33 KERABAN DE STIJFHOOFDIGE. Schipbreuk en Redding. +34 DE ZUIDSTER. Het Land der Diamanten. +35 DE ARCHIPEL IN VUUR EN VLAM. +36 DE VONDELING VAN HET FREGAT CYNTHIA. +37 MATHIAS SANDORF. Een verijdelde Samenzwering. +38 MATHIAS SANDORF. De Middellandsche Zee. +39 MATHIAS SANDORF. Een Model-Volkplanting. +40 HET LOTERIJBRIEFJE. +41 ROBUR DE VEROVERAAR. +42 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. Overrompeling eener Plantage. +43 DE STRIJD TUSSCHEN NOORD EN ZUID. De Zwarte kreek van Texas. +44 1792. OP WEG NAAR FRANKRIJK. +45 TWEE JAAR VACANTIE. De mislukte Pleiziertocht. +46 TWEE JAAR VACANTIE. Een Knapenkolonie. +47 DE FAMILIE ZONDER NAAM. Het Verraad van Simon Morgaz. +48 DE FAMILIE ZONDER NAAM. De Opstand van 1837. +49 EEN SCHOT IN DE LUCHT. +50 CESAR CASCABEL. De schoone Zwerfster. +51 CESAR CASCABEL. Over het IJs en door de Steppen. + + + +Boek- en Kunstdrukkerij P. A. Geurts, Nijmegen. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het Geheimzinnige Eiland, by Jules Verne + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HET GEHEIMZINNIGE EILAND *** + +***** This file should be named 22580-8.txt or 22580-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/2/5/8/22580/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
