diff options
Diffstat (limited to '21946-8.txt')
| -rw-r--r-- | 21946-8.txt | 12611 |
1 files changed, 12611 insertions, 0 deletions
diff --git a/21946-8.txt b/21946-8.txt new file mode 100644 index 0000000..c4c0043 --- /dev/null +++ b/21946-8.txt @@ -0,0 +1,12611 @@ +The Project Gutenberg EBook of Op Eigen Wieken, by Louisa May Alcott + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Op Eigen Wieken + +Author: Louisa May Alcott + +Editor: G. W. Elberts + +Illustrator: Daan de Vries + +Release Date: June 26, 2007 [EBook #21946] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP EIGEN WIEKEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + OP EIGEN WIEKEN + + + EEN VERHAAL + + VAN + + LOUISE M. ALCOTT + + Schrijfster van: "Onder Moeders Vleugels" + + NAAR HET ENGELSCH + + (GOOD WIVES) + + + ELFDE DRUK + + HERZIEN DOOR G. W. ELBERTS + + ROTTERDAM--D. BOLLE + + + + + + +HOOFDSTUK I. + +EEN PRAATJE. + + +Om een goed begin te maken en met een vrij hart naar Meta's bruiloft te +kunnen gaan, mogen wij eerst nog wel eens een praatje over de familie +March houden. En dan moet ik al dadelijk zeggen, dat wanneer, sommige +mijner oudere lezeressen mochten pruttelen: "Er wordt te veel over +'liefdesgeschiedenissen' in dat verhaal gesproken," (ik ben niet bang, +dat jonge menschen dit bezwaar zullen maken), ik hun slechts antwoorden +kan met de woorden van mevrouw March: "Wat kan men anders verwachten, +met vier vroolijke jonge meisjes in huis en een levenslustigen jongen +buurman vlak naast de deur!" + +De drie jaren die voorbijgegaan zijn, hebben geen groote veranderingen +in het stille gezin teweeg gebracht. De oorlog is geëindigd, en +mijnheer March rustig thuis, verdiept in zijn boeken en zijn kleine +gemeente, voor wie hij, zoowel door natuurlijken aanleg, als door +hoogere geestesgaven, een uitmuntend herder is. Een kalm, werkzaam +man, rijk in de wijsheid, die beter is dan geleerdheid, in de liefde, +die alle menschen "broeders" noemt, en in die echte vroomheid, die +den geheelen mensch heiligt en hem eerbiedwaardig en beminnelijk maakt. + +Hoewel hij onbemiddeld was, en zijn volslagen belangeloosheid +hem verhinderde veel opgang in de wereld te maken, gevoelden toch +vele achtenswaardige menschen zich door deze hoedanigheden tot hem +aangetrokken, en zij vonden bij hem dan ook in ruime mate, wat zij +zochten, want zelfs de langdurige moeilijkheden, waarmede hij te +worstelen had gehad, bleken geen spoor van bitterheid in zijn ziel +te hebben achtergelaten. + +Vurige jongemannen vonden den reeds grijzen geleerde even vurig +en jong van hart als zij; nadenkende of bedroefde vrouwen kwamen +onwillekeurig met hun twijfelingen en leed tot hem, daar zij zeker +waren het vriendelijkst medegevoel en den besten raad bij hem te +vinden; zondaars beleden hun zonden aan den kinderlijk eenvoudigen +man, en werden bestraft, maar gesterkt tevens; talentvolle menschen +vonden in hem een verwanten geest; eerzuchtigen ontdekten in hem een +edeler streven dan het hunne, en zelfs wereldsche lieden gaven toe, +dat zijn overtuigingen schoon en waar waren, hoewel "men er niet rijk +door werd." + +Voor het oog van de buitenwereld scheen het alsof die vijf voortvarende +vrouwen het heele huis regeerden, en dat deden zij ook in vele +opzichten; maar toch was die stille, in zijne boeken verdiepte man +het hoofd des gezins, de raadsman, het anker en de troost van allen; +want in tijd van nood kwamen die drukke, bezige vrouwen altijd tot hem, +en vonden in hem, in den vollen, heiligen zin des woords, echtgenoot +en vader. + +In hartsaangelegenheden namen de meisjes de toevlucht tot hun moeder, +in zielsaangelegenheden tot hun vader, en aan beide ouders, die zoo +teeder voor hen zorgden, betoonden zij een liefde, die toenam met de +jaren, en hen onderling vereenigde door dien hechtsten band, die het +leven zoo innig gelukkig maakt, en den dood overleeft. + +Mevrouw March is nog altijd even frisch en bedrijvig, hoewel een +weinig grijzer, dan toen wij haar de laatste maal zagen, en op het +oogenblik zóó verdiept in Meta's aangelegenheden, dat de gewonden +in de hospitalen, en de treurende weduwen der gevallen krijgslieden +bepaald haar moederlijke bezoeken missen. + +John Brooke deed een jaar lang manmoedig zijn plicht en werd gewond +naar huis gezonden; en toen hij eenmaal daar was, liet men hem niet +weer vertrekken. Hij ontving geen eerekruisen of ridderorden, hoezeer +hij ze ook verdiende, daar hij blijmoedig al wat hij bezat op het spel +had gezet; want het volle leven en een jeugdige liefde zijn kostbare +zaken. Volkomen verzoend met zijn ontslag, deed hij al het mogelijke +om zijn gezondheid terug te krijgen, opdat hij aan het werk kon gaan +om voor Meta een eigen huis te verdienen. Zijn gezond verstand en fier +gevoel van onafhankelijkheid deden hem de edelmoedige aanbiedingen van +den heer Laurence afslaan, en een betrekking van tweeden boekhouder +aannemen, daar hij liever wilde beginnen met een eerlijk verdiend +salaris, dan met een moeilijk af te lossen schuld. + +Meta had haar tijd niet alleen met wachten, maar ook met werken +doorgebracht; haar karakter was meer gevormd, zij was volkomen op +de hoogte van alle huishoudelijke bezigheden, en mooier dan ooit, +want liefde is het beste schoonheids-elixer. Evenals alle meisjes, +had zij haar droomen en idealen, en zij was wel wat teleurgesteld, dat +haar nieuw leven op zoo'n bescheiden voet moest beginnen. Ned Moffat +was onlangs met Sallie Gardiner getrouwd, en Meta kon niet nalaten hun +prachtig huis en rijtuig, al hun cadeaux en Sallie's kostbaar uitzet +met het hare te vergelijken, en heimelijk te wenschen, dat zij het +ook zoo hebben kon. Maar toch verdwenen spoedig alle afgunstige en +ontevreden gedachten, wanneer zij zich herinnerde, hoeveel geduld, +liefde en moeite John had besteed, om het huisje, dat haar wachtte, +in orde te brengen; en wanneer zij te zamen in het schemeruurtje al +hun plannen bespraken, werd de toekomst zoo helder en liefelijk, dat +zij Sallie's heerlijkheden vergat, en zich het rijkste en gelukkigste +meisje van heel Amerika gevoelde. + +Jo ging niet weer terug naar tante March, want de oude dame had zoo'n +voorliefde voor Amy opgevat, dat zij haar tot blijven wist te bewegen, +door het aanbod van teekenlessen van een der beste meesters; en voor +zulk een onverhoopt geluk zou Amy wel een veel harder meesteres willen +dienen. Vielen de morgenuren haar soms moeilijk, des te meer genoot +zij van haar vrije middagen, en ze maakte flinke vorderingen. Jo +wijdde zich intusschen geheel aan de literatuur en aan Betsy, +die nog bleef sukkelen, lang nadat het roodvonk tot het verleden +behoorde. Zij was niet bepaald ziek, maar zij werd ook nooit weer het +blozende, gezonde schepseltje van vroeger; toch was zij altijd vol +hoop, gelukkig en opgeruimd, druk in de weer met haar stille plichten, +door ieder bemind, en de goede genius van het gezin, lang voordat zij, +die haar het meest liefhadden, dat inzagen. + +Zoolang "De Vliegende Adelaar" Jo een dollar betaalde voor elke kolom +van haar "nonsens", zooals zij het noemde, gevoelde zij zich als een +rijke dame, en schreef zij ijverig voort aan haar novelletjes. Maar +groote plannen woelden in haar rusteloos brein en eerzuchtigen geest, +en de oude blikken poppenkeuken op den zolder bevatte een langzaam +aangroeienden stapel van gevlekte manuscripten, die eens den naam +der familie March een plaats in het Boek der Faam zouden verschaffen. + +Laurie, plichtmatig naar de hoogeschool gegaan om zijn grootvader +genoegen te doen, deed nu zijn best om zijn verblijf aldaar zooveel +mogelijk naar zijn eigen genoegen in te richten. Hij was de algemeene +lieveling, dank zij zijn geld, zijn aangename manieren, zijn talenten +en het vriendelijkste hart van de wereld, zoodat hij gedurig in +moeilijkheden geraakte, doordat hij anderen uit moeilijkheden wilde +helpen. Hij liep dus groot gevaar bedorven te worden, evenals zoo +menig veelbelovend jongmensch; en dat zou ook zeker het geval geweest +zijn, indien hij niet een talisman tegen alle kwaad bezeten had in de +herinnering aan zijn vriendelijken grootvader, wiens levensgeluk van +zijn welslagen afhing, aan de moederlijke vriendin, die zoo bezorgd +voor hem was, als ware hij haar zoon, en eindelijk, maar niet het +minst, in de bewustheid, dat vier onschuldige meisjes hem van ganscher +harte liefhadden, bewonderden en vertrouwden. + +Daar hij niets meer dan een "begaafd menschenkind" was, maakte hij +natuurlijk plezier, was verliefd, fatterig of sentimenteel en volgde +elke sport, al naar dat de mode van den dag eischte; hij liep groen +en liet anderen groen loopen, was studentikoos in zijn uitdrukkingen +en bracht zich zelfs eens in gevaar van de hoogeschool weggejaagd +te worden. Maar daar zijn dwaasheden het gevolg waren van zijn +vroolijkheid en neiging tot grappen maken, wist hij er zich altijd +weer uit te redden door een openhartige schuldbekentenis, een eervolle +boetedoening, of door die onweerstaanbare overredingskracht, die hij +in zoo hooge mate bezat. Feitelijk was hij wel wat trotsch op al zijn +ternauwernood ontkomen gevaren, en vond hij het heerlijk de meisjes +van ontzetting te doen beven, door aanschouwelijke beschrijvingen van +zijn overwinningen op verontwaardigde leermeesters, deftige professoren +en verslagen vijanden. De "lui van mijn jaar" waren helden in de oogen +der meisjes, die altijd met onverflauwde belangstelling luisterden naar +de avonturen van "onze club" en die zich nu en dan mochten koesteren +in den vriendelijken glimlach van deze verheven schepselen, wanneer +Laurie hen met zich naar huis bracht. + +Amy vooral was met deze eer hoogelijk ingenomen, en zij werd bepaald de +"belle" onder hen; want dit juffertje kende en gebruikte al heel gauw +haar vermogen om te boeien en te behagen. Meta was te zeer verdiept +in haar eigen, eenigen John, om veel belang te stellen in andere +heeren der schepping, en Betsy bijna te verlegen om hen ook maar aan +te kijken. Ze verwonderde er zich dan ook gedurig over, dat Amy ze +zoo durfde commandeeren; Jo daarentegen was echt in haar element, en +vond het heel moeilijk de jongensachtige houdingen, uitdrukkingen en +heldenfeiten niet na te volgen, die haar veel natuurlijker afgingen +dan het decorum, dat aan jonge dames past. Zij hielden allen bizonder +veel van Jo, maar werden nooit verliefd op haar, terwijl slechts enkele +der studenten ontkwamen aan het offer van eenige sentimenteele zuchten +op Amy's altaar. En het spreken over deze "teedere" gevoelens brengt +ons als vanzelf op de "Duiventil." Dit was de naam van het kleine, +bruine huisje, dat John Brooke voor Meta had in orde gemaakt. Laurie +had het zoo gedoopt, en vond dien naam bij uitstek geschikt voor +de zachtaardige gelieven, "die als een paar tortelduifjes zaten te +kirren en te trekkebekken". Het was een klein huisje met een klein +tuintje er achter, en een heel klein grasperkje er voor. Meta was +van plan hier een fontein, een boschje en verschillende bloemperkjes +aan te leggen, hoewel voor 't oogenblik de fontein werd voorgesteld +door een verweerde urn, die veel van een gebarsten spoelkom had; het +boschje bestond uit een stuk of wat jonge sparreboompjes, die 't nog +niet met zichzelf eens schenen te zijn, of zij wilden blijven leven, +dan of ze maar liever zouden sterven; en de toekomstige bloemenweelde +werd voorloopig aangekondigd door een regiment stokjes, de plaats +aanduidende, waar gezaaid was. Maar binnenshuis was het wezenlijk +alleraardigst, en de gelukkige bruid zag geen enkel gebrek, van den +zolder af tot den kelder toe. Het is waar, de gang bleek zoo nauw, +dat het maar goed was, dat zij geen piano hadden, want die zou +men er onmogelijk in haar geheel door hebben kunnen krijgen. De +eetkamer was zoo klein, dat zes personen er met moeite in konden, +en de keukentrap scheen er wel expres op gebouwd, om meid en servies +hals over kop in het kolenhok te doen buitelen. Maar eenmaal aan deze +kleine ongerieflijkheden gewend, kon er niets "idealers" bedacht +worden, want de inrichting was met gezond verstand en goeden smaak +gekozen en de uitslag werkelijk heel gelukkig. Er waren geen tafels +met ingelegde bladen, geen kostbare salonkastjes of kanten gordijnen +in de kleine zitkamer, maar eenvoudige meubelen, heel veel boeken, +een paar mooie platen, een bloemenmand in den erker, terwijl hier en +daar de aardige geschenken, door vriendenhanden gezonden, een plaats +hadden gekregen; geschenken, die des te aangenamer waren, omdat zij +van zulke hartelijke wenschen vergezeld gingen. + +Ik geloof niet dat het mooie Psyche-beeldje, dat Laurie hun gaf, +iets van zijn schoonheid verloor, omdat John de console er voor +eigenhandig ophing; geen behanger kon de eenvoudige neteldoeksche +gordijnen bevalliger geplooid hebben dan Amy's vaardige hand, +en geen provisiekamer was ooit beter voorzien van goede wenschen, +vroolijke woorden en blijde verwachtingen, dan die, waarmee Jo en haar +moeder Meta's bescheiden voorraad flesschen, tonnetjes en trommels +rangschikten; en ik ben vast overtuigd, dat de fonkelnieuwe keuken +nooit zoo gezellig en netjes zou hebben kunnen worden, als Hanna +niet iederen pot en pan wel twaalf keer verzet en een mooi vuurtje +gebouwd had, klaar om aangemaakt te worden, zoodra "Mevrouw Brooke +maar in huis zou komen." + +Ik geloof ook niet, dat eenige jonge huisvrouw ooit het leven +inging met zoo'n schat van stof- en vaatdoeken en van prullemandjes; +want Betsy maakte een hoeveelheid, groot genoeg om tot de zilveren +bruiloft te strekken, en zij vond drie soorten van theedoeken uit, om +het theeservies, dat op den trouwdag gebruikt zou worden, af te drogen. + +Menschen, die alles door betaalde krachten laten doen, weten niet +hoeveel zij daardoor verliezen, want de eenvoudigste dingen zien er +zoo anders uit, wanneer zij door liefhebbende handen gemaakt zijn, +en Meta vond hiervan zoo menig bewijs, dat alles in haar nestje, +van de deegrol in de keuken, tot de coupe op haar salontafeltje, haar +één heerlijk verhaal te vertellen had van moeder- en zusterliefde en +teedere voorzorg. + +Wat hadden zij prettige dagen met alles te overleggen; hoe plechtig +gingen zij er op uit om te winkelen; wat maakten zij grappige +vergissingen, en wat een hartelijk gelach ging er op over Laurie's +bespottelijke inkoopen. Hoewel deze jonge heer zijn akademische +loopbaan bijna achter zich had, was hij nog steeds even jolig en vol +grappen. Zijn laatste inval was nu om bij zijn wekelijksche bezoeken +altijd het een of ander nieuw, nuttig en vernuftig instrument voor +de jonge huisvrouw mee te brengen. Nu eens was het een pak bizonder +merkwaardige waschklampen, dan een zeldzaam practische nootmuskaatrasp, +die bij de eerste proefneming in stukken viel; een messenslijper, die +al de messen bedierf, een borstel die al de wol van het vloerkleed +afschoor en al het stof in achterliet; zuinigheidszeep, die iemand +het vel van de handen beet, onfeilbare lijm, die nergens aan wilde +blijven kleven, dan aan de vingers van den ongelukkigen kooper, +en allerlei soort van blikwerk, van een klein kinderspaarpotje af, +tot een verwonderlijken waschketel toe, die door stoom linnengoed +moest reinigen, met de grootst mogelijke kans op een ontploffing. + +Tevergeefs smeekte Meta hem er mee op te houden. John lachte hem uit, +en Jo noemde hem "Mijnheer Toodles." Hij was geheel vervuld van de +manie om alle vernuftige vindingen der Yankees te beschermen en zijn +vrienden behoorlijk in hun huishouden te zetten. En zoo kwam er elke +week een nieuwe dwaasheid voor den dag. + +Eindelijk was alles in de puntjes gereed; in de slaapkamers had Amy +zelfs stukken zeep klaar gelegd van dezelfde kleur als de verschillende +behangsels, en Betsy had de tafel al gedekt voor den eersten maaltijd. + +"Ben je tevreden? zul je je hier thuis kunnen gevoelen en gelukkig +zijn?" vroeg mevrouw March, toen zij en haar dochter arm in arm het +nieuwe koninkrijk doorwandelden;--juist nu gevoelden zij meer dan ooit, +hoezeer zij aan elkander gehecht waren. + +"Ja, Moeder, volkomen tevreden, dank zij uw aller moeite, en ik ben +_zoo_ gelukkig, dat ik er niet goed over spreken kan," antwoordde +Meta met een blik, die meer zei dan woorden. + +"Als zij maar een paar dienstmeisjes had, dan zou alles in orde +zijn," vond Amy, die uit de zitkamer kwam, waar zij bezig was geweest +met proefnemingen, of de bronzen Mercurius beter zou staan op den +schoorsteenmantel dan wel op de étagère. + +"Moeder en ik hebben daar lang en breed over gesproken en ik ben van +plan het eerst eens op haar manier te probeeren. Er zal zoo weinig +te doen zijn, dat ik, als ik Lot heb voor de boodschappen en om mij +met enkele dingen te helpen, juist genoeg werk zal vinden, om niet +lui of heimweeachtig te worden," antwoordde Meta kalm. + +"Sallie Moffat heeft er vier," begon Amy. + +"Als Meta er vier had, zouden zij niet in huis kunnen, of mijnheer +en mevrouw dienden hun tenten in den tuin op te slaan," riep Jo, +die met een grooten boezelaar voor, de laatste hand legde aan het +poetsen van de deurknoppen. + +"Sallie is de vrouw van een rijk man, en zij heeft veel boden noodig +in haar prachtig huis, maar Meta en John beginnen zachtjes aan, en +ik heb een voorgevoel, dat er evenveel geluk zal te vinden zijn in +dit kleine huis als in hun groote. Het is in 't geheel niet goed, +wanneer jonge meisjes als Meta niets te doen hebben dan zich te +kleeden, bevelen te geven, en te babbelen. Toen ik pas getrouwd was, +verlangde ik, dat mijn nieuwe kleeren toch maar mochten verslijten +of scheuren, om ze te kunnen verstellen, want ik had meer dan genoeg +van borduurwerkjes en het spelen met mijn zakdoek." + +"Waarom ging u niet in de keuken om te probeeren of u een fijn +schoteltje klaar kon maken, zooals Sallie zegt, dat zij wel eens voor +de aardigheid doet? Maar het lukt nooit en de meiden lachen haar uit," +vertelde Meta. + +"Dat deed ik ook na een poosje; niet om te 'probeeren,' maar om goed +van Hanna te leeren, hoe de dingen gedaan moeten worden, en te zorgen +dat de meiden mij _niet_ zouden uitlachen. Het was toen maar voor de +aardigheid; maar er kwam een tijd, waarin ik dankbaar was, dat ik niet +alleen den wil, maar ook de bekwaamheid had om gezond voedsel voor +mijn kleine meisjes te koken, en mijzelve te redden, toen ik geen +geld meer had om dienstboden te betalen. Jij begint van den anderen +kant, mijn lieve kind, maar de lessen, die je nu leert, zullen je +naderhand te pas komen, als John rijker wordt; want een huisvrouw, +hoe prachtig zij ook is ingericht, moet weten, hoe het werk _behoort_ +gedaan te worden, als zij goed en eerlijk gediend wil zijn." + +"Ja, Moeder, daarvan ben ik overtuigd," zei Meta, die aandachtig naar +de kleine vermaning geluisterd had; want de beste vrouw ter wereld +wordt wijdloopig, als zij op het onderwerp "huishouden" komt. "Weet +u wel, dat van mijn heele poppenhuisje geen hoekje mij zoo dierbaar +is als dit," ging Meta voort, toen zij, boven gekomen, welbehagelijk +in haar goed gevulde linnenkast gluurde. + +Bets was daar bezig met de sneeuwwitte stapels netjes op de planken +te leggen, terwijl zij met zusterlijken trots den degelijken voorraad +bekeek. Zij begonnen alle drie te lachen, toen Meta dit zei; want aan +die linnenkast was een heele geschiedenis verbonden. Zooals men weet, +had tante March gezworen, dat als Meta "dien Brooke" trouwde, zij +nooit een cent van haar geld zou zien; maar toen haar toorn bedaard +was, en zij berouw kreeg over haar gelofte, was zij eigenlijk in +een lastig parket. Zij brak nooit haar woord, en zij had heel wat +zielekwellingen eer zij wist, hoe zij die moeilijkheid zou kunnen +oplossen; maar eindelijk bedacht zij een plan dat haar volkomen +tevreden stelde. Zij verzocht mevrouw Carrol, de mama van Florence, +een voorraad bed- en tafellinnen te koopen, te laten naaien en merken, +en het als _haar_ geschenk te zenden. Dit alles werd getrouw volbracht, +maar het geheim lekte uit, tot groot vermaak van de heele familie; +want tante March deed al haar best om heel onschuldig te kijken, +en hield vol dat zij niets kon geven dan de ouderwetsche paarlen, +die zij al zoo lang aan de eerste bruid beloofd had. + +"Dat is een huishoudelijke smaak, dien ik met blijdschap in je zie. Ik +heb een vriendin gehad die haar huishouden begon met zes lakens, +maar daarentegen kristallen vingerglazen bezat voor dineetjes; dat +was haar genoeg," vertelde mevrouw March, de damasten tafellakens +gladstrijkende, met een echt vrouwelijke waardeering van de fijne +kwaliteit. + +"Ik heb geen enkel vingerglas, maar dit is een uitzet voor mijn heele +leven, volgens Hanna," en Meta keek heel voldaan, zooals zij dan ook +wezenlijk wel mocht doen. + +"Daar komt Teddy aan," riep Jo uit de gang, en allen liepen naar +beneden om Laurie tegemoet te gaan, wiens wekelijksch bezoek een +gewichtige gebeurtenis was in hun rustig leventje. + +Een lang, breedgeschouderd jongmensch met een gladgeschoren hoofd, +een slappen vilten hoed, en een fladderende manteljas kwam met +verbazende stappen den weg af, sprong over de lage heg, in plaats +van behoorlijk het hek open te doen, en stevende recht op mevrouw +March af, met uitgestrekte handen en een hartelijk-- "Daar ben ik, +Moeder!--Ja, alles is in orde." + +De laatste woorden waren het antwoord op een vragenden blik van de oude +dame, een vriendelijken, veelzeggenden blik, die door zijn stralende +oogen zoo openhartig werd beantwoord, dat de kleine ceremonie, als +naar gewoonte, met een moederlijken kus eindigde. + +"Dit is voor mevrouw John Brooke, met de complimenten en gelukwenschen +van den maker. Mijn zegen Bets! Wel Jo, het doet een mensch goed +je eens weer te zien! Amy, je wordt wezenlijk al te mooi voor een +ongetrouwde jonge dame." + +Terwijl Laurie sprak, gaf hij Meta een bruin papieren pakje, trok +Betsy aan haar haarlinten, zette groote oogen op over Jo's boezelaar, +viel in een aanbiddende houding voor Amy neer, en schudde toen ieder +de hand, terwijl allen tegelijk begonnen te praten. + +"Waar is John?" vroeg Meta ongerust. + +"Bezig met de papieren voor morgen te halen, mevrouw." + +"Wie heeft de laatste match gewonnen, Teddy?" informeerde Jo, die, in +spijt van haar negentien jaren, nog steeds een vurige belangstelling +koesterde voor alle mannelijke sport. + +"_Wij_ natuurlijk. Ik wou dat je 'r bij geweest was!" + +"Hoe is 't met de allerbekoorlijkste juffrouw Randal?" vroeg Amy met +een veelbeteekenenden glimlach. + +"Wreeder dan ooit; zie je niet, hoe ik wegkwijn van smart?" en +Laurie gaf een klinkenden slag op zijn breede borst en loosde een +theatralen zucht. + +"Wat is de laatste verrassing? Maak het pakje toch open, en laat het +ons eens zien, Meta," drong Betsy aan, nieuwsgierig het knobbelige +pakje bekijkend. + +"Het is een goed ding om in huis te hebben, in geval van brand of +dieven," merkte Laurie op, toen, onder het gelach van de meisjes, +een kleine nachtwachtratel voor den dag kwam. + +"Als John soms eens van huis is, en jij bang wordt, mevrouw Meta, +dan heb je er maar mee uit de ramen te zwaaien, en de heele buurt zal +in een ommezien op de been zijn. Een aardig ding, vind je niet?" en +Laurie gaf haar een proefje van het leven, dat er mee gemaakt kon +worden, tot allen hun ooren vasthielden. + +"Ondankbare wezens! Maar van dankbaarheid gesproken, jullie mogen Hanna +wel dankbaar zijn, dat zij de bruidstaart van een wissen ondergang +gered heeft. Het pronkstuk werd juist thuis gebracht, toen ik voorbij +kwam, en als zij het niet manmoedig verdedigd had, zou ik er eens +even achter gezeten hebben, want het zag er overheerlijk uit." + +"Ik zou wel eens willen weten, of jij ooit volwassen zult worden, +Laurie," zei Meta, op moederlijken toon. + +"Ik doe mijn best, mevrouw, maar ik vrees, dat ik het niet veel +verder brengen zal; zes voet is ongeveer het maximum wat men in +deze verbasterde tijden bereiken kan," antwoordde de jongeheer, +wiens hoofd bijna aan de kleine gaskroon reikte. + +"Ik veronderstel, dat het heiligschennis zou zijn iets in dit +fonkelnieuwe heiligdom te eten, en daar ik ongeveer uitgehongerd ben, +stel ik voor te verhuizen," voegde hij er even later bij. + +"Moeder en ik zullen hier op John wachten. Er zijn nog een paar +laatste dingen te regelen," antwoordde Meta met een gewichtig voorkomen +wegdribbelend. + +"Bets en ik gaan naar Kitty Briant om nog wat bloemen voor morgen +te halen," zei Amy, een flatteusen hoed op haar flatteus krulhaar +zettende, en zelf minstens even voldaan over het effect als de anderen. + +"Kom Jo, laat jij mij tenminste niet in den steek. Ik ben zoo uitgeput, +dat ik zonder bijstand niet naar huis kan komen. Maar doe om 's +hemels wil je boezelaar niet af, hij staat je zoo bizonder goed," +zei Laurie, terwijl Jo het voorwerp van zijn antipathie oprolde, in +haar diepen zak stopte, en hem haar arm aanbood om zijn wankelende +schreden te ondersteunen. + +"Zeg Teddy, nu moet ik eens ernstig met je over morgen spreken," +begon Jo terwijl zij samen voortwandelden. + +"Je _moet_ je nu eens behoorlijk gedragen; geen dolle dingen doen, +en onze plannen bederven." + +"Geen enkel dol ding." + +"En verkoop alstjeblieft geen aardigheden, als wij ernstig moeten +zijn." + +"_Ik_ zeg nooit aardigheden, dat is meer speciaal _jouw_ taak." + +"En ik smeek je, onder de plechtigheid niet naar mij te kijken; +ik begin stellig te lachen, als je me aankijkt." + +"Je zult mij in 't geheel niet zien; je zult natuurlijk zóó schreien, +dat de dikke mist rondom je alle uitzicht zal benevelen." + +"Ik schrei nooit, dan wanneer ik erg bedroefd ben." + +"Bijvoorbeeld als goede vrienden naar de akademie gaan, hè?" plaagde +Laurie met een veelbeteekenenden glimlach. + +"Verbeeld je! Ik treurde maar zoo'n beetje mee, om de anderen +gezelschap te houden." + +"Natuurlijk. Maar zeg, Jo, hoe is Grootvader van de week? Nog al +beminnelijk?" + +"Ja zeker. Heb je soms wat uitgevoerd, en ben je bang, hoe hij het +zal opnemen?" vroeg Jo vrij scherp. + +"Denk je dat ik je moeder zou durven aankijken en zeggen, dat +alles in orde was, als het niet waar was?" en Laurie bleef in zijn +verontwaardiging stilstaan. + +"Neen, natuurlijk niet," bekende Jo gul. + +"Wees dan alstjeblieft niet weer zoo wantrouwend; ik heb alleen maar +wat geld noodig," zei Laurie, weer voortstappend en verzoend door +haar hartelijken toon. + +"Je geeft veel uit, Teddy." + +"_Ik_ geef het niet uit; het verdwijnt op de een of andere manier, +en het is weg, eer ik het weet." + +"Je bent zoo edelmoedig en goedhartig, dat je het aan iedereen +uitleent, en nooit iets weigeren kunt. We hebben die geschiedenis met +Henshaw wel gehoord, en al wat je voor hem gedaan hebt! Als je je geld +altijd op die manier besteedde, zou niemand er aanmerking op maken," +zei Jo met warmte. + +"O, hij heeft van een molshoop een berg gemaakt. Ik mocht toch niet +aanzien, dat zoo'n flinke jongen zich dood werkte, alleen uit gebrek +aan een beetje ondersteuning, terwijl hij meer waard is dan een dozijn +zulke luie wezens als wij, is 't niet?" + +"Natuurlijk niet, maar ik zie niet in, waarom je zeventien vesten +en een onnoemelijk aantal dassen moet hebben, en elken keer, als je +thuis komt, een nieuwen hoed. Ik dacht, dat je de dandyperiode nu te +boven was, maar telkens breekt de ziekte weer uit. + +"Nu schijnt het mode om je zoo afschuwelijk toe te takelen; je hoofd +ziet er uit als een boender, en hoe bedenk je 't een jas als een +dwangbuis, oranje handschoenen en lompe laarzen met vierkante punten +te dragen? Als al die leelijke dingen nu nog maar goedkoop waren, +zou ik er niets van zeggen, maar ze zijn even duur als iets anders, +zoodat ik voor mij er het nut niet van kan inzien." + +Bij dezen aanval wierp Laurie het hoofd in den nek en begon +zoo hartelijk te lachen, dat de vilten hoed afviel, waarop Jo er +verachtelijk op trapte, welke beleedigende handelwijze geen andere +uitwerking had, dan dat het hem de gelegenheid verschafte om uit te +weiden over de voordeelen van een kostuum, dat overal tegen bestand +was, terwijl hij het mishandelde hoofddeksel opvouwde en in zijn +zak stak. + +"Preek nu maar niet meer, dan ben je een beste meid; ik hoor de heele +week genoeg van dien aard, en verlang een beetje variatie, als ik +thuis kom. Ik zal mij morgen poes-mooi maken, zonder op onkosten te +letten, en al mijn vrienden tevreden stellen." + +"Ik zal je met rust laten, als je _alleen_ maar je haar wilt laten +groeien. Ik ben niet aristocratisch, maar ik ben er toch niets op +gesteld, gezien te worden met iemand, die er uitziet als een jeugdig +bokser," zei Jo, op ernstigen toon. + +"Deze eenvoudige haardracht is hoogst bevorderlijk voor de studie, +mejuffrouw, daarom hebben wij haar aangenomen," antwoordde Laurie, +die zeker niet van overmatige ijdelheid beschuldigd kon worden, daar +hij vrijwillig een mooien krullebol voor ruige stekels van een halven +duim lengte had verwisseld. + +"Maar zeg, Jo, ik geloof, dat de kleine Parker heusch wanhopig verliefd +is op Amy. Hij spreekt aanhoudend over haar, maakt verzen, en wandelt +heel verdacht in den maneschijn. Hij moest zijn jeugdigen hartstocht +eigenlijk maar in de kiem vernietigen," ging Laurie, na eenige +oogenblikken zwijgens, op een vertrouwelijken oudste-broerachtigen +toon voort. + +"Natuurlijk; in de eerstvolgende jaren verlangen wij geen trouwerij +meer in deze familie. Lieve hemel, waar denken de schapen aan!" en +Jo keek zoo verontwaardigd, alsof Amy en kleine Parker nog op de +bewaarschool gingen. + +"Het is een wonderlijke tijd, en 't is niet te zeggen wat wij mogelijk +nog zullen beleven, juffertje! Jij bent om zoo te zeggen ook nog +maar pas aan de kinderschoenen ontwassen, maar jouw beurt zal ook +gauw genoeg komen, Jo, en dan mogen wij staan treuren!" en Laurie +schudde het hoofd over de algemeene ontaarding. + +"Ik? Wees maar niet bang; ik ben niet 'lieftallig' genoeg. Niemand +zou mij willen hebben, en dat is ook maar goed, want er moet toch +altijd éen oude vrijster in de familie zijn." + +"Jij wilt niemand een kans geven," zei Laurie met een zijdelingschen +blik en wat meer kleur dan gewoonlijk op zijn door de zon verbrand +gezicht. "Je wilt den zachten kant van je karakter nooit toonen; en +wanneer iemand er bij toeval iets van te zien krijgt, dan behandel je +hem, zooals juffrouw Gummidge [1] haar minnaar deed: jij gooit hem +een emmer koud water over 't hoofd en zet al je stekels overeind, +zoodat niemand je durft aanraken, of ook maar naar je kijken." + +"Ik houd er niet van; ik heb het ook veel te druk om mij door +zulke nonsens te laten afleiden, en ik vind het verschrikkelijk als +huisgezinnen zoo verbrokkeld worden. Laten wij er nu maar niet meer +over spreken; Meta's huwelijk heeft al onze hoofden op hol gebracht, +en wij praten van niets dan van minnaars en zulke gekheid. Ik heb +geen zin mijn humeur te bederven; zullen we dus alsjeblieft van +onderwerp veranderen?" en Jo zag er uit, alsof zij gereed was, hem +bij de geringste aanleiding met koud water te gaan doopen. + +Wat Laurie's gevoelens ook mochten geweest zijn, hij gaf ze +alleen lucht in een lang, zacht gefluit, en in de verschrikkelijke +voorspelling, toen zij bij het hek scheidden: "Let op mijn woorden, +Jo, nu komt de beurt aan jou." + + + + + +HOOFDSTUK II. + +HET EERSTE HUWELIJK. + + +Vroeg in den helderen Juni-morgen ontwaakten, vroolijk en blij, al de +rozen, waarmee het huis der familie March begroeid was, en lachten +allen vriendelijk in den onbewolkten zonneschijn. Zij bloosden van +opgewondenheid, en als de wind hen heen en weer bewoog, fluisterden +zij elkander toe, wat zij hadden gezien; want sommigen keken naar +binnen in de eetkamer, waar het feestmaal was aangericht; anderen +klommen naar boven, om de zusters toe te knikken, die bezig waren +de bruid te kleeden; weer anderen wuifden een welkom toe aan allen, +die om verschillende redenen de gang en den tuin in- en uitliepen, +en allen, de schitterendst ontloken bloem tot het kleinste groene +knopje, offerden blijmoedig de schatting van hun schoonheid en geur +aan de vriendelijke meesteres, die ze zoo lang had verzorgd. + +Meta leek zelve wel een roos; want al wat schoon en liefelijk was in +haar hart en ziel, scheen dien dag op haar gelaat te lezen te zijn, en +gaf het een teedere, aandoenlijke bekoring, machtiger dan de zuiverste +schoonheid. Zij wilde zijde noch kant, noch oranje-bloesem dragen. "Ik +wil er vandaag niet vreemd of opgeschikt uitzien," zei zij, "en ik +verlang ook geen modieuse bruiloft, alleen maar het bijzijn van allen, +die ik liefheb, en voor hen wil ik natuurlijk en mij-zelve zijn." Zij +had dus zelf haar trouwjapon gemaakt, met al de blijde verwachtingen +en onschuldige illussies van een meisjeshart. + +De zusjes vlochten haar dik golvend haar, en de eenige versiering, +die zij droeg, bestond uit een bouquetje lelietjes der dalen, die +"haar John" boven alle bloemen ter wereld verkoos. + +"Je ziet er precies uit als onze eigen Meta, alleen maar zoo lief en +mooi, dat ik je stellig eens zou knuffelen, als ik niet bang was je +japon te verkreukelen," zei Amy, die haar met welgevallen stond te +beschouwen nadat de kleedpartij was afgeloopen. + +"Daar ben ik blij om. Maar kus en knuffel mij gerust allemaal, en +denk niet om mijn japon. Op die manier wil ik vandaag wel dikwijls +verkreukeld worden," zeide Meta, haar zuster aan haar hart drukkende, +en allen "knuffelden" haar een oogenblik met Aprilgezichtjes, en +gevoelden, dat de nieuwe liefde de oude niet had verdrongen. + +"Nu ga ik John's das voor hem strikken, en dan moet ik een paar +oogenblikjes stil met vader in de studeerkamer zijn," zei Meta, liep +naar beneden om deze kleine ceremoniën te volbrengen, en volgde toen +haar moeder overal waar deze heenging, daar zij voelde, hoe, ondanks +de glimlachjes op het moederlijk gelaat, een verborgen droefheid +aan het moederhart knaagde nu haar oudste lieveling van onder haar +vleugelen uitvloog. + +Terwijl de jongere zusters bij elkander staan en de laatste hand +leggen aan het eenvoudig toilet, is het een schoone gelegenheid al de +veranderingen op te merken, door het verloop van tijd in hun uiterlijk +teweeggebracht, want alle drie zien er nu op hun best uit. + +Jo's hoekige kanten zijn veel verzacht; zij heeft geleerd zich +gemakkelijk, zij het dan ook niet met gratie, te bewegen. Haar +krullebol is aangegroeid tot een dikke wrong, die beter past bij +het kleine hoofd en de rijzige gestalte. Er licht een frissche blos +op haar bruine wangen, een zachte glans in haar oogen, en vandaag +spreekt haar soms zoo scherpe tong enkel vriendelijke woorden. + +Betsy is tenger en bleek geworden, en nu stiller dan ooit; de mooie +zachte oogen lijken grooter, en er ligt een uitdrukking in, die, +hoewel niet droevig op zich zelf, iemand toch droevig stemt. Het +is de schaduw van pijn of smart die aan het jeugdig gezichtje zoo'n +uitdrukking van pathetisch geduld bijzet; maar Betsy klaagt zelden +en spreekt altijd vol hoop van "gauw beter te zullen worden." + +Amy wordt met recht beschouwd als "de bloem des huizes," want op +haar zestiende jaar heeft zij reeds de houding en manieren van een +volwassen jongedame; zij is niet bepaald mooi, maar zij bezit de +onbeschrijfelijke bekoorlijkheid, van een bevallig, nog heel jong +meisje. Men kan in de lijnen van haar sierlijk figuurtje, in den +vorm en de beweging harer handen, de manier waarop ze haar japon, +haar haar draagt,--iets onbewust harmonieus zien, voor velen nog +aantrekkelijker dan schoonheid zelve. Amy's neus was nog steeds een +groote kwelling voor haar, want hij _wou_ maar niet Grieksch worden; +zij was ook niet voldaan over haar mond; ze vond hem te groot en haar +onderlip te beslist. Deze "ergerlijke" trekjes gaven karakter aan +haar heele gezichtje, maar daar had Amy nog geen oog voor, en zij +troostte zich met haar buitengewoon blank teint, helderblauwe oogen +en haar rijken goudblonden krullendos. + +Zij hadden alle drie dunne, zilvergrijze japonnetjes aan, (hun beste +pakjes voor den zomer) met rozen in haar en ceintuur, en alle drie +zagen zij er uit, wat zij ook werkelijk waren, als frissche gelukkige +meisjes, die een oogenblik stilhielden in haar bezig leven, om met +ernstige oogen het lieflijkst hoofdstuk in den roman van het vrouwelijk +leven te lezen. + +Er hadden volstrekt geen plechtigheden plaats; alles zou zoo +natuurlijk en huiselijk toegaan, als mogelijk was; toen dus tante March +binnenkwam, raakte zij buiten zich zelve van verontwaardiging over +'t feit, dat de bruid haar tegemoet vloog en haar naar binnen bracht, +dat de bruidegom bezig was een afgevallen guirlande vast te maken, +en dat zij door een reetje van de deur den predikant en vader de trap +zag opgaan, met een hoogst ernstig gezicht en een wijnflesch onder +iederen arm. + +"Op mijn woord, dat is hier een mooie vertooning," riep de oude +dame uit, terwijl zij de eereplaats innam, die haar was toegedacht, +en met veel waardigheid de plooien van haar ruischend lavendelkleurig +zijden gewaad schikte. "Jij moest onzichtbaar zijn tot op het laatste +oogenblik, kind." + +"Tantelief, ik ben geen vertooning, er komt niemand om naar mij te +kijken, mijn toilet te critiseeren, of de kosten van ons feestmaal +te berekenen. Ik ben te gelukkig dan dat ik er iets om geven kan, +wat iemand zegt of denkt, en mijn trouwdag kan ik juist inrichten, +zooals ik het graag heb. Hier John, hier is je hamer," en weg wipte +Meta om, "dien man" in zijn zeer ongepaste werkzaamheden te helpen. + +Brooke zei niet eens "dank je", maar terwijl hij bukte om het prozaïsch +werktuig aan te nemen, kuste hij zijn bruidje achter de porte-brisée, +met een blik, die tante March haar zakdoek deed te voorschijn halen, +met een plotseling opkomend floers voor haar scherpe oude oogen. + +Een slag, een kreet, en een lach van Laurie, vergezeld van den tegen +alle decorum strijdenden uitroep: "Jupiter Ammon! Jo heeft wezenlijk +weer de taart laten vallen!" veroorzaakte een oogenblikkelijke +opschudding, die nauwelijks voorbij was, toen een schaar van neven +en nichten binnenstroomde, en "de partij begon", zooals Bets als kind +placht te zeggen. + +"Laat die jonge reus niet te dicht bij me komen; ik vind hem nog +onverdragelijker dan muskieten," fluisterde de oude dame tot Amy, +toen de kamer langzamerhand vol werd, en Laurie's zwartlokkig hoofd +boven allen uitstak. + +"Hij heeft beloofd zich vandaag goed te zullen gedragen, en hij _kan_ +heel welgemanierd zijn, als hij wil," antwoordde Amy, terwijl zij +wegsloop om Hercules te waarschuwen, dat hij "den draak" niet te na +moest komen, welke waarschuwing hem bewoog met zoo'n volhardende +devotie om de oude dame heen te zweven, dat zij buiten zich zelf +geraakte. + +Er was geen plechtig ceremonieel, maar een plotselinge stilte vervulde +de kamer, toen mijnheer March en het jonge paar hun plaatsen onder +de guirlandes innamen. Moeder en zusters kwamen zoo dicht mogelijk +om hen heen, alsof zij Meta moeilijk konden afstaan, meer dan eens +stokte de stem van den vader, maar dit maakte den geheelen dienst +slechts aangrijpender en ernstiger; de hand van den bruidegom beefde +zichtbaar, en niemand kon zijn antwoord verstaan, maar Meta zag +haar man zoo vertrouwend in de oogen, en sprak haar "ja" zoo zeker +en blijmoedig uit, dat haar moeders hart van vreugde opsprong, en +tante March hoorbaar "snufte". + +Jo schreide _niet_, ééns was zij op het punt te beginnen, maar +ze bedwong haar aandoening, voelende dat Laurie haar onafgebroken +fixeerde, met een mengeling van pret en aandoening in zijn ondeugende +zwarte oogen. Betsy verborg haar gezichtje op haar moeders schouder, +maar Amy stond als een bevallig beeld, terwijl een vriendelijke +zonnestraal haar blank voorhoofd en de bloem in haar krullen heel +voordeelig deed uitkomen. + +Ik vrees, dat het hoogst ongepast klonk, maar op hetzelfde oogenblik, +dat zij goed en wel getrouwd was, riep Meta uit: "De eerste kus voor +mijn Moedertje!" en zich omkeerende, omhelsde zij haar innig. Gedurende +het volgend kwartier leek zij meer op een roos dan ooit te voren, +want ieder maakte het volste gebruik van zijn privilege, van den +ouden heer Laurence af, tot de oude Hanna toe, die, versierd met een +vervaarlijke en veelkleurige muts, haar in de gang om den hals viel, +terwijl zij snikkend en grinnikend riep: "Ik hoop dat je dan maar heel +gelukkig zult worden, lieve meid. Er is niets aan de taart gekomen, +en alles ziet er keurig uit." + +Dit bracht allen weer in een luchtiger stemming; ieder zei iets +geestigs, of trachtte het te doen, wat op hetzelfde neer kwam, want +als het hart vroolijk is, valt het lachen niet moeilijk. Er was +geen uitstalling van cadeaux, want die waren reeds in het huisje, +ook volgde er geen prachtig déjeuner, maar een overvloedig maal van +gebak en vruchten, met bloemen versierd. Mijnheer Laurence en tante +March haalden glimlachend de schouders tegen elkander op, toen bleek +dat water, limonade en koffie de eenige soorten van nektar waren, +die door de drie Hebe's werden rondgediend. Niemand zei evenwel +iets, totdat Laurie, die er op stond de bruid te bedienen, voor haar +verscheen met een zilveren schenkblad in de handen en een verlegen +uitdrukking op zijn gezicht. + +"Heeft Jo al de flesschen bij ongeluk gebroken?" fluisterde hij, +"of was het een gezichtsbegoocheling van mij, dat ik ze van morgen +meende te zien?" + +"Neen, je grootvader was zoo vriendelijk ons van zijn besten wijn +aan te bieden, en tante March stuurde ook verscheiden flesschen, +maar Vader heeft er alleen een paar voor Betsy afgenomen en de rest +naar het soldatenhospitaal gezonden. Hij vindt, zooals je weet, dat +wijn alleen in geval van ziekte gebruikt moet worden, en Moeder zegt, +dat noch zij, noch haar dochters ooit onder haar dak aan jonge menschen +wijn mogen aanbieden." + +Meta sprak ernstig en verwachtte dat Laurie zijn wenkbrauwen zou +samentrekken of lachen, maar hij deed geen van beide, want na haar +vluchtig aangekeken te hebben, zei hij op zijn onstuimige manier: +"Dat bevalt mij; ik heb er genoeg ellende van gezien, om te wenschen +dat alle vrouwen er zoo over dachten als jullie." + +"Toch niet door eigen ondervinding, hoop ik?" vroeg Meta eenigszins +angstig. + +"Neen, wees maar gerust! Dat is trouwens niets geen verdienste, want +het is geen verzoeking voor mij. Wijn was bij ons even overvloedig +als water, daarom geef ik er niet om; maar als hij door een aardig +meisje aangeboden wordt, weiger je niet graag." + +"Maar dat zul je toch doen, al is het niet om je zelf, dan om +onzentwil. Kom, Laurie, beloof mij dat; geef mij nóg een reden om +dezen dag voor den gelukkigsten van mijn leven te houden." + +Zoo'n plotseling en ernstig verzoek deed den jongen man een oogenblik +aarzelen, want belachelijk schijnen valt op dien leeftijd nog +moeilijker dan onthouding. Meta wist, dat wanneer hij de belofte gaf, +hij die, het kostte wat het wilde, zou houden; en daar zij haar macht +als bruid gevoelde, gebruikte zij die, zooals elke vrouw dat mag +doen, tot het welzijn van haar vriend. Zij zei niets, maar zag hem +aan met een gezichtje, dat buitengewoon welsprekend gemaakt werd door +haar innig geluk, en met een glimlach, die duidelijk zei: "Niemand +kan mij vandaag iets weigeren." Laurie ten minste kon het niet; met +een wederkeerigen glimlach gaf hij haar de hand, en zei van harte: +"Ik beloof het u, mevrouw Brooke." + +"Dank je, Laurie, hartelijk dank." + +"En ik drink op je goed besluit, Teddy," riep Jo uit, hem met een +scheut limonade besproeiende, terwijl zij met haar glas zwaaide en +hem goedkeurend toeknikte. + +Dus werd de toast gedronken, de belofte gegeven en getrouw gehouden, +ten spijt van vele verzoekingen; want als bij instinct hadden de +meisjes een gelukkig oogenblik uitgekozen, om hun vriend een dienst +te bewijzen, waarvoor hij haar zijn heele leven dankbaar bleef. + +Na den maaltijd drentelde het gezelschap bij tweeën en drieën door +het huis en den tuin, en genoten van den zonneschijn binnens- en +buitenshuis. Meta en John stonden toevallig samen midden op het +grasperk, toen Laurie plotseling een ingeving kreeg, die de kroon +opzette aan dezen buitenmodelschen trouwdag. + +"Laat al de getrouwde menschen elkaar de hand geven en in een kring +om het jonge paar dansen, zooals de Duitschers doen, terwijl de +ongetrouwden in paren er om heen springen," riep Laurie uit, terwijl +hij zoo vlug en gracieus met Amy langs het pad voortgaloppeerde, +dat al de anderen aangestoken werden en zonder tegenspreken hun +voorbeeld volgden. Mijnheer en mevrouw March en oom en tante Carrol +begonnen; anderen volgden spoedig, Sallie Moffat nam, na een oogenblik +aarzelens, haar sleep over den arm en trok Ned mee in den kring. Maar +'t grappigste paar vormden mijnheer Laurence en tante March, want toen +de oude heer plechtig de oude dame naderde, nam zij plotseling haar +stok onder den arm, en huppelde moedig voort, om de anderen bij de +hand te nemen en rondom het bruidspaar te dansen, terwijl de jongelui +als kapellen op een zomerdag door den tuin zweefden. + +Gebrek aan adem maakte een einde aan het geïmproviseerde bal, en toen +begonnen de gasten te vertrekken. + +"Ik wensch je het beste, kindlief; ik wensch je van harte het beste, +maar ik vrees dat het je berouwen zal," waarschuwde tante March Meta, +en voegde er bij tot den bruidegom, toen hij haar naar het rijtuig +geleidde: "Je hebt een schat ontvangen, jongeman--tracht haar waardig +te zijn." + +"'t Was de aardigste trouwpartij, die ik in lang heb bijgewoond, +Ned, en waarom begrijp ik niet, want feitelijk was niets, zooals het +behoorde," zei mevrouw Moffat tot haar man, toen zij wegreden. + +"Laurie, mijn jongen, als je ooit zooiets in je hoofd haalt, zie dan +een van die kleine meisjes te krijgen, dan zal ik volkomen tevreden +zijn," beloofde de oude heer Laurence, zich op zijn gemak uitstrekkende +in zijn leuningstoel, na de vermoeienissen van den morgen. + +"Ik zal trachten aan uw wensch te voldoen, Grootvader," was Laurie's +plichtmatig antwoord, terwijl hij zorgvuldig het bouquetje losmaakte, +dat Jo in zijn knoopsgat gestoken had. + +Het kleine huisje was niet ver weg, en de heele huwelijksreis van Meta +bestond in de rustige wandeling met John van het oude huis naar het +nieuwe. Toen zij beneden kwam, als een lief kwakerinnetje in haar grijs +pakje en witten stroohoed, verdrongen allen zich rondom haar, om haar +even teeder "vaarwel" te zeggen, alsof zij op een groote reis uitging. + +"Denk nu maar niet, dat ik heel ver weg ben, Moedertje, of dat ik u +_iets_ minder liefheb, omdat ik zooveel van John houd," zei zij met +oogen vol tranen haar moeder een oogenblik in haar armen klemmende. "Ik +zal elken dag aankomen, Vader, en ik hoop, dat ik mijn oude plaats +in uw aller harten zal behouden, hoewel ik getrouwd ben. Bets heeft +beloofd heel veel bij mij te komen, en de andere meisjes zullen nu en +dan wel eens in loopen, om mij over mijn huishoudelijke moeilijkheden +uit te lachen. Ik dank u allemaal hartelijk voor mijn gelukkigen +huwelijksdag. Tot morgen!" + +Toen zij wegging, staarden allen haar na met een uitdrukking van innige +liefde, blijde hoop en familietrots. Zij wandelde voort, haar gelukkig +gezichtje bestraald door de Juni-avondzon, geleund op den arm van haar +echtgenoot en de handen vol bloemen--zoo begon Meta's huwelijksleven. + + + + + +HOOFDSTUK III. + +ARTISTIEKE PROEFNEMINGEN. + + +Het duurt lang, eer men het verschil leert kennen tusschen talent en +genie, vooral voor eerzuchtige jonge menschen. Amy leerde dit door +vele teleurstellingen inzien; want daar zij haar enthousiasme voor +roeping aanzag, waagde zij zich met jeugdige stoutmoedigheid aan +de beoefening van elken tak van haar geliefkoosde kunst. Gedurende +langen tijd was er een stilstand in de "modderpasteitjes-woede", +en wijdde zij zich geheel aan fijne teekeningen met de pen, waarin +zij zooveel smaak aan den dag legde, dat haar keurige voortbrengselen +haar vrij veel geldelijk voordeel aanbrachten. Maar dit werk vermoeide +haar oogen te veel; daarom werd de pen terzijde gelegd en een moedige +poging met een soort van brandschilderwerk gewaagd. Gedurende dezen +aanval leefde de geheele familie in een aanhoudenden angst voor de +noodlottige gevolgen, want ten allen tijde was het huis vervuld van +den reuk van smeulend hout, onrustwekkende rookwolkjes stegen op uit +zoldervenster of schuurdeur, gloeiende poken lagen zeer gevaarlijk +voor de hand, en Hanna ging nooit naar bed, zonder een emmer water en +de etensbel voor de deur te zetten, in geval van brand. Mevrouw March +ontdekte een portret van Rafaël op den onderkant van de broodplank, +en een dito van Bacchus op het biervat; een zingende cherub versierde +het deksel van het suikertonnetje, en vruchtelooze pogingen om den +beroemden tooneelspeler Garrick weer te geven, verschaften voor langen +tijd spaanders om het vuur aan te maken. + +Van vuur tot olie was een natuurlijke overgang voor gebrande vingers, +en Amy toog met onverminderden ijver aan het schilderen. Een +kunstlievend vriend voorzag haar van zijn afgedankte paletten, +penseelen en kleuren, en zij kladde er op los en vervaardigde tal van +zeldzame landschappen en zeegezichten, zooals men ze nimmer te land of +te zee zou kunnen aantreffen. Amy's bizonder welgedane koeien zouden +stellig den prijs op alle landbouw-tentoonstellingen behalen en de +gevaarlijke helling harer schepen zou den meest bevaren zeerob een +aanval van zeeziekte bezorgd hebben, als hij ten minste niet eerst +in lachen uitbarstte over de volslagen miskenning van alle regelen +der scheepsbouwkunst. Kindertjes met negergezichten en zwartoogige +Madonna's die u uit een hoek van haar atelier aanstaarden, deden _niet_ +precies aan Murillo denken; olieachtige, bruingeschaduwde gezichten +met een lichtglans op de verkeerde plaats, verbeeldden studies naar +Rembrandt; gezette dames en waterzuchtige kinderen, navolgingen van +Rubens; en Turner verscheen in stormen, met blauw-grijze donderkoppen, +oranje-kleurig weerlicht, bruinen regen en purperen wolken, terwijl +een tomaatkleurige vlek in het midden, evengoed een zon als een baken, +een zeemanshemd als een koningsmantel kon voorstellen, al naar dat +het den toeschouwer beliefde. + +Hierop volgden houtskoolschetsen, en weldra zag men de heele familie op +een rij hangen, met verwilderde en besmeerde gezichten, alsof zij zoo +juist uit een kolenmijn waren te voorschijn gekomen. Zachtere copieën +in crayon voldeden beter, want de gelijkenis was goed en Amy's haar, +Jo's neus, Meta's mond en Laurie's oogen werden zelfs "bizonder mooi" +gevonden. Nu kwam er weer een terugkeer tot klei en pleister, en +spookachtige afgietsels van al haar bekenden grijnsden u tegen uit +alle hoeken van het huis of vielen, van bovenste kastplanken op de +hoofden der ongelukkige huisgenooten. Kinderen werden binnengelokt +om voor modellen te dienen, totdat hun onsamenhangende verhalen +van haar geheimzinnige handelingen juffrouw Amy voor een soort van +kindervreetster deden uitmaken. Maar haar proefnemingen op dit gebied +werden spoedig tot een einde gebracht door een ongelukkig toeval, +dat haar ijver voor een tijd deed bekoelen. Bij tijdelijk gebrek aan +andere modellen, beproefde zij een afgietsel van haar eigen welgevormd +voetje te maken, en op zekeren dag werd de heele familie in opschudding +gebracht door een geweldig gestamp en gegil in de schuur, en toen +men te hulp schoot, zag men de jonge kunstenares in vertwijfeling +rondhuppelen, den eenen voet vastgekleefd in een pan met pleister, +die onverwacht stijf geworden was. Met veel moeite en eenig gevaar werd +zij verlost, want Jo schudde zóó van het lachen, terwijl zij Amy's voet +opdolf, dat haar mes te ver ging, en den armen voet wondde, zoodat van +deze ééne kunstproef tenminste een blijvend aandenken bewaard bleef. + +Hierop bedaarde Amy een poos, totdat een nieuwe manie voor schetsen +naar de natuur haar aandreef om overal door veld en bosch en langs de +rivier rond te zwerven, op jacht naar schilderachtige plekjes. Dat +er geen ruïnes in de nabijheid waren, bleef haar een voortdurende +kwelling. Zij deed tallooze verkoudheden op, door het zitten op +vochtig gras, om een "heerlijk punt," bestaande uit een steen, een +boomstronk, een paddestoel, en een paar veldbloemen, te vereeuwigen, +of om een "hemelsch wolkgevaarte" op het papier te brengen, dat er, +als het af was, uitzag als een verzameling van keurig opgemaakte +donzen bedden. Zij stelde haar "teint" in de waagschaal, door in de +brandende zon op de rivier te drijven, om het effect van licht en +schaduw te bestudeeren, en kreeg een rimpel boven haar neus, door al +haar getuur om een goed gezichtspunt, het perspectief, en de juiste +verhoudingen in 't oog te krijgen. + +Indien Michael Angelo's gezegde, "genie is een oneindig geduld" +waarheid bevat, dan had Amy zeker recht om op die goddelijke eigenschap +aanspraak te maken, want zij hield vol, in spijt van alle hinderpalen, +mislukkingen en ontmoedigingen, en geloofde vast, mettertijd iets te +zullen voortbrengen, dat den naam van kunstwerk verdiende. + +Ondertusschen leerde, deed en genoot zij ook andere dingen, want zij +had vast besloten een aantrekkelijke, beschaafde vrouw te worden, al +werd zij dan ook nooit een kunstenares. En hierin slaagde zij beter, +want zij was een van die gelukkige wezens, die behagen, zonder er +zich moeite voor te geven, die overal vrienden maken, en het leven +zoo vroolijk en gemakkelijk opvatten, dat minder bevoorrechte zielen +geneigd zijn te gelooven, dat zij onder een gelukkig gesternte zijn +geboren. + +Iedereen hield van haar, want tact was een van haar kostbare gaven. Zij +had een instinctmatig gevoel voor wat aangenaam aandeed en gepast +was; zij vond altijd de rechte woorden voor den rechten persoon, +deed alles wat het oogenblik en de omstandigheden eischte, en was zoo +rustig zeker van zich zelve, dat haar zusters menigmaal beweerden: +"Als Amy plotseling aan het hof moest verschijnen, zou zij, zonder +eenige voorbereiding, precies weten wat zij doen moest." + +Een van haar zwakheden was haar begeerte om "in de beste kringen" +uit te gaan, zonder precies te weten, wat eigenlijk de _beste_ kringen +waren. Geld, een goede positie, talenten en bevallige manieren waren +zeer begeerige dingen in haar oogen, en zij ging 't liefst om met +hen, die er bezitters van waren; maar dikwijls zag zij schijn voor +wezen aan en bewonderde, wat niet bewonderenswaardig was. Zij vergat +nooit, dat zij door haar geboorte tot de hoogere kringen behoorde, +en kweekte dus haar aristocratischen smaak en gevoelens aan, om, +wanneer de gelegenheid zich voordeed, in staat te zijn de plaats in +te nemen, waarvan haar beperkte middelen haar nu uitsloten. + +"De freule," zooals haar vrienden haar wel eens noemden, wenschte +werkelijk een echte edelvrouw te zijn, en was het ook in haar hart, +maar zij moest nog leeren, dat geld alleen geen ware beschaving +koopen kan, dat een hooge rang niet altijd karakteradel met zich +brengt, en dat een goede opvoeding altijd haar invloed doet gevoelen, +niettegenstaande alle uitwendige ongunstige omstandigheden. + +"Ik zou u zoo graag eens iets willen vragen, Moeder," zeide Amy, +op zekeren dag met een air van gewicht binnenkomende. + +"Wel kindje, wat is het?" vroeg haar moeder, in wier oogen de slanke +jonge dame nog altijd "het kleintje" was. + +"Onze teekenles houdt de volgende week op, en voordat de meisjes +voor den zomer uit elkaar gaan, zou ik ze zoo graag eens een middag +hier vragen. Zij branden van verlangen om de rivier te zien, en de +oude brug te schetsen, en sommige dingen, die zij in mijn schetsboek +gezien hebben, na te teekenen. Zij zijn allemaal in veel opzichten +heel vriendelijk voor mij geweest, en dat waardeerde ik erg, omdat +zij allemaal rijk zijn, en weten, dat ik het niet ben. Maar toch +hebben zij nooit eenig onderscheid gemaakt." + +"Waarom zouden ze dat ook doen?" Mevrouw March deed deze vraag, +met wat de meisjes haar "Maria Theresia-air" noemden. + +"U weet even goed als ik, dat het voor bijna iedereen _wèl_ een +verschil maakt; zet dus uw veeren maar niet op als een lieve oude +klokhen, wanneer uw kuikentjes door voorname vogels gepikt worden, +maar u weet, dat het leelijke eendje eindelijk bleek een zwaan te +zijn," en Amy glimlachte zonder bitterheid, want zij had een goed +humeur en een vroolijk, jong hart. + +Mevrouw March lachte en bedwong haar lichtgekwetsten moederlijken +trots, terwijl zij vroeg: + +"Nu goed, mijn zwaantje, wat was je plan?" + +"Ik zou de meisjes zoo graag vragen hier de volgende week eens te +komen koffiedrinken, een rit met hen doen naar de plekjes, die zij +verlangen te zien--misschien een klein eindje roeien op de rivier--en +hier thuis een klein artistiek feestje voor hen aanleggen." + +"Dat is te doen. Wat heb je noodig voor je feestmaal? Boterhammetjes +met vleesch, gebakjes, vruchten en koffie zal voldoende zijn, denk ik?" + +"O neen! We moeten behalve dat, tong en koude kip en bijvoorbeeld +chocolavla en ijs hebben. De meisjes zijn aan al die dingen gewend, +moet u denken, en ik wil mijn partijtje in de puntjes hebben, al moet +ik ook voor mijn onderhoud werken." + +"Hoeveel meisjes zijn er?" vroeg mevrouw March, die ernstig begon +te kijken. + +"Er zijn er twaalf of veertien in mijn klasse, maar ik denk niet dat +ze allemaal komen zullen." + +"Hemel kind, je zult een onnibus moeten afhuren om ze in rond te +rijden!" + +"Hè, Moeder, hoe _kunt_ u aan zooiets denken? Er zullen er +waarschijnlijk niet meer dan zes of acht komen; ik dacht dus één +open wagentje te huren, en den landáuer (zooals Hanna altijd zegt) +van mijnheer Laurence te leen vragen." + +"Dat alles zal nog al oploopen, Amy." + +"Niet zoo erg, ik heb de kosten berekend, en ik zal het zelf betalen." + +"Denk je niet, kindlief, nu al die meisjes aan die dingen gewend zijn, +en het beste wat wij doen kunnen, toch niets nieuws voor hen wezen zal, +dat een eenvoudiger plan, al was het alleen maar voor de verandering, +hen meer pleizier zou doen, en zeker voor ons veel beter zou zijn, +dan dat wij allerlei dingen koopen en leenen, die wij niet noodig +hebben, en die met onze heele manier van leven niet overeenstemmen." + +"Als ik het niet krijgen kan, zooals ik graag wil, dan heb ik 't liever +in 't geheel niet. Ik weet zeker, dat het heel best gaan zal, als u en +de meisjes mij wat wilt helpen; en ik weet niet, wat u er tegen kunt +hebben, als ik het toch zelf betaal," zei Amy, met een beslistheid, +die door tegenspraak zeer licht in stijfhoofdigheid oversloeg. + +Mevrouw March wist, dat ondervinding de beste leermeesteres is, +en liet haar kinderen zooveel mogelijk alleen de lessen leeren, die +zij zoo graag gemakkelijker voor hen zou gemaakt hebben, wanneer zij +maar niet even weinig geneigd waren om naar goeden raad te luisteren, +als om levertraan of rhabarber in te nemen. + +"Heel goed Amy; als je je hart er op gezet hebt, en je mogelijkheid +ziet het te doen, zonder al te veel geld en tijdverlies en zonder je +je humeur te bederven, zal ik er niets meer tegen zeggen. Bepraat het +met de meisjes, en hoe je het dan ook inricht, ik zal mijn best doen +je te helpen." + +"Dank u, Moeder, u is een engel!" en Amy vloog weg, om haar plan aan +de zusters mede te deelen. + +Meta was dadelijk bereid, beloofde haar hulp en bood alles aan, +wat zij bezat, van haar huisje af tot haar allerbeste zoutlepeltje +toe. Maar Jo keurde het heele plan ten sterkste af, en wilde er in +het eerst niets mee te maken hebben. + +"Hoe haal je 't in je hoofd, je geld uit te geven, je familie te +plagen en het huis onderste boven te keeren, voor een troepje meisjes, +die geen oortje om je geven! + +"Ik dacht, dat je te veel gevoel van eigenwaarde en gezond verstand +bezat om _iemand_ ter wereld na te loopen, alleen omdat zij Fransche +laarzen draagt en in een coupé visites rijdt," zei Jo, die niet in +de allerbeste stemming voor gezellige bijeenkomsten was, daar Amy +haar middenuit de tragische ontknooping harer novelle had gehaald. + +"Ik _loop_ ze niet na, en ik haat alle neerbuigende vriendelijkheid +evengoed als jij!" riep Amy verontwaardigd uit, want dit zuster-paar +kon nog steeds niet te best met elkander overweg, wanneer zulke +vraagstukken op het tapijt kwamen. "De meisjes houden van mij en ik +van hen, en zij zijn heel vriendelijk en verstandig en talentvol, +al hebben zij dan ook een zeker iets over zich, dat jij 'voorname +aanstellerij' noemt. Jij geeft er niet om, of de menschen van je +houden, en of je in goede kringen kunt komen, waar je je manieren en je +smaak kunt beschaven. Ik wel, en ik ben van plan gebruik te maken van +elke gelegenheid, die zich voordoet. Jij mag voor mijn part de wereld +zien door te komen, met je armen in de zij en je neus in de lucht en +dat onafhankelijk noemen, als je wilt, maar 't is mijn manier niet." + +Wanneer Amy haar tong den vrijen teugel liet, en haar gemoed lucht +gaf, trok zij gewoonlijk aan het langste eind, want meestal had zij +het gezond verstand aan haar zijde, terwijl Jo haar vrijheidszucht +en afkeer van alle beleefdheidsvormen tot zulk een uiterste dreef, +dat zij gewoonlijk in haar argumenten moest blijven steken. + +Amy's beschrijving van Jo's onafhankelijkheid was zóó raak, dat beiden +in lachen uitbarstten en de discussie een meer vriendschappelijk +karakter aannam. Zeer tegen haar zin stemde Jo er eindelijk in toe +een dag aan de ijdelheid des levens te wijden, en haar zuster door +"die belachelijke dwaasheid," zooals zij het noemde, heen te helpen. + +De invitaties werden rondgezonden en bijna alle aangenomen, terwijl +de volgende Maandag werd bestemd voor het groote feest. Hanna was +uit haar humeur, omdat haar werk voor die week in de war zou komen en +voorspelde, dat "as de wasscherij en strijkerij niet op zen tijd klaar +kwam, alles in 't honderd zou loopen." Deze spaak in het voornaamste +wiel van de huishoudelijke machine had een nadeeligen invloed op de +heele geschiedenis, maar Amy's motto was "Nil desperandum", en nu zij +er eenmaal haar hart op gezet had, besloot zij, trots alle hinderpalen, +haar plan te volvoeren. Om te beginnen: Hanna's kokerij viel in 't +geheel niet goed uit; de kip was taai, de tong te zout en de vlâ te +dun. Dan waren de taartjes en het ijs duurder dan Amy berekend had, +en het rijtuig eveneens; en verscheiden andere uitgaven, die in +het eerst maar een kleinigheid schenen, liepen later onrustbarend +op. Betsy was verkouden en moest te bed blijven. Meta werd door een +bezoek in huis gehouden, en Jo was in zoo'n afwisselende stemming, +dat zij verschillende dingen brak, en haar ongelukken en vergissingen +buitengewoon talrijk, ernstig en noodlottig waren. + +"Als Moeder er niet geweest was, zou ik er nooit door zijn gekomen," +verklaarde Amy later, en dacht hier nog dikwijs met dankbaarheid aan, +toen "de beste grap die ze in lang beleefd hadden" al door iedereen +vergeten was. + +Als het Maandag geen mooi weer was, zouden de jonge dames Dinsdag +komen, welke schikking Jo en Hanna in de hoogste mate ergerde. + +Maandagsmorgens was het weer in dien onbestendigen toestand, die +nog wanhopiger is dan een stevige regenbui. Het motregende eerst, +toen brak de zon door, daarna woei het hard en betrok het opnieuw, +en 't scheen geen besluit te kunnen nemen, eer het voor ieder ander +te laat was om er een te nemen. + +Amy was op met het aanbreken van den dag, joeg iedereen uit bed, +en haastte met het ontbijt, uit angst dat het huis niet bijtijds in +orde mocht zijn. + +De zitkamer leek haar bizonder armzalig toe, maar zonder lang te +zuchten over wat zij niet had, deed zij haar best om zoo goed mogelijk +gebruik te maken van wat zij wél had; ze zette stoelen op de meest +versleten plaatsen van het kleed, bedekte een paar vlekken in het +behang met teekeningen in lijstjes van klimop, en vulde de leege +hoeken aan met beelden van haar eigen maaksel, die met de bevallige +bouquetten, door Jo overal neergezet, de kamer een artistiek aanzien +gaven. + +De koffietafel zag er heerlijk uit; en toen zij die nog eens in +oogenschouw nam, hoopte zij van harte, dat alles goed mocht smaken, +en het geleende porcelein, kristal en zilver weer veilig en wel bij +den eigenaar mocht aanlanden. De rijtuigen zouden voorkomen, Meta en +haar moeder waren bereid de honneurs waar te nemen, Betsy was weer +in staat Hanna, achter de schermen, te helpen, en Jo had beloofd zoo +vroolijk en beminnelijk mogelijk te zijn, hoewel ze vervuld was met +totaal andere dingen, zware hoofdpijn had en de heele onderneming +beslist afkeurde; en toen de vermoeide Amy zich kleedde, troostte zij +zich met het vooruitzicht van het gelukkig oogenblik als het feestmaal +zou afgeloopen zijn, en ze met haar vriendinnen weg kon rijden om een +middag vol kunstgenot te smaken; want de mooie "landáuer" en de oude +brug waren haar glanspunten. + +Toen volgden er twee uren van onzekerheid, waarin zij gedurig tusschen +de kamer- en de tuindeur heen en weer liep, terwijl de algemeene opinie +met den weerhaan draaide. Een flinke bui om elf uur had blijkbaar de +geestdrift bekoeld van de jonge dames, die om twaalf uur zouden komen, +want niemand verscheen; en om twee uur zette de uitgeputte familie +zich in een schitterenden zonneschijn aan tafel, om dat gedeelte van +de heerlijkheden, dat zou kunnen bederven, te gebruiken, en niets +verloren te doen gaan. + +"Nu, vandaag is het weer zoo goed, als het maar wezen kan; zij zullen +nu zeker komen; wij moeten ons dus haasten om bijtijds klaar te zijn," +dacht Amy, toen de zon haar den volgenden morgen wekte. Zij sprak +opgeruimd, maar in het diepst van haar ziel wenschte zij, dat zij +maar niets van Dinsdag gezegd had, want haar geestdrift was, evenals +haar taartjes, wel een weinig oudbakken geworden. + +"Ik kan nergens kreeften krijgen; jullie zult het dus vandaag zonder +sla moeten doen," kondigde mijnheer March aan, toen hij een uur +later, met een uitdrukking van kalme wanhoop op het gezicht het +huis binnenkwam. + +"Neem de kip dan, Bets; in de sla komt het er niet zooveel op aan, +of die wat taai is," raadde zijn vrouw. + +"Ja, maar Hanna heeft hem een oogenblik op de keukentafel laten staan, +en toen zijn de katten er mee op den loop gegaan. Het spijt mij erg, +Amy," zei Betsy, die er nog steeds een katten-familie op nahield. + +"Dan _moet_ ik een kreeft hebben, want tong alleen is niet genoeg," +verklaarde Amy beslist. + +"Zal ik naar de stad gaan en zien of ik er een bemachtigen kan?" vroeg +Jo, met de grootmoedigheid van een martelaar. + +"Je zou met de kreeft onder je arm naar huis komen, zonder er zelfs +een papier om te doen, alleen om mij te plagen. Ik zal zelf wel gaan," +antwoordde Amy, die uit haar humeur begon te raken. + +Zij vertrok met een dikke voile voor, voorzien van een net +boodschappenmandje en in de hoop, dat een koel tramritje haar +vermoeiden geest zou kalmeeren en haar in staat stellen tot de +werkzaamheden van den dag. Na eenig oponthoud vond zij het voorwerp van +haar verlangen, en kocht meteen een flesch saus, om verder tijdverlies +thuis te voorkomen; en hoogst voldaan over haar doorzicht aanvaardde +zij den terugtocht. + +Daar behalve zij, de eenige passagier in de tram een slaperige oude +dame was, stak Amy haar voile in den zak en kortte zich den tijd met na +te gaan, waar zij haar geld aan uitgegeven had. Zoo verdiept was zij +in haar papiertje met onwillige cijfers, dat zij geen acht sloeg op +den nieuwen medereiziger, die binnen was gekomen, zonder dat de wagen +ophield, totdat een mannenstem zeide: "Morgen, juffrouw March," en +opziende, zag zij een van Laurie's deftigste akademie-vrienden. Vurig +hopende dat hij vóór haar mocht uitstappen, deed Amy alsof dat mandje +op den grond haar volstrekt niet aanging, en zielsblij dat zij haar +nieuwe pak aanhad, beantwoordde zij de begroeting van den jongen man +met haar gewone levendigheid en vriendelijkheid. + +Zij voerden een zeer geanimeerd gesprek, want Amy's voornaamste +ongerustheid was spoedig weggenomen door de mededeeling, dat het +jongemensch het eerst moest uitstappen, en zij was juist verdiept +in een zeer boeiend onderwerp, toen de oude dame de plaats harer +bestemming had bereikt. Bij het uitstappen struikelde zij, stootte het +mandje om, en o gruwel! daar lag de kreeft in al haar onfatsoenlijke +grootte en kleur ten aanschouwe van de aristocratische oogen van +een Tudor! + +"Bij Jupiter, zij vergeet haar diner!" riep de niets kwaads vermoedende +jonge man uit, terwijl hij het vuurroode monster met zijn wandelstok +weer op zijn plaats bracht, en het mandje opnam, om het aan de oude +dame te geven. + +"Och, als 't je belieft niet--het--het is mijn mandje," fluisterde Amy, +haar wangen even rood als haar kreeft. + +"O, neem me niet kwalijk; het is een prachtexemplaar geloof ik, is +'t niet?" vroeg Tudor met veel tegenwoordigheid van geest, en een +gezicht, dat onmiddellijk de grootste belangstelling teekende en zijn +opvoeding alle eer aandeed. + +Amy kreeg in een oogenblik haar zelfbeheersching terug, zette haar +mandje stoutmoedig op de bank, en zei lachend: + +"Zou je niet graag eens meeproeven van de sla, die wij er van gaan +maken, en de bekoorlijke jonge dames zien, voor wie de tractatie +bestemd is?" + +Nu, dàt was tact, want twee zwakke punten van den mannelijken +aard waren aangeroerd; de kreeft wekte in een oogenblik allerlei +tongstreelende herinneringen, en de nieuwsgierigheid om te weten wie +"de bekoorlijke jonge dames waren," leidde zijn aandacht van het +grappig ongeval af. + +"Ik wed dat hij er met Laurie over zal lachen en gekheid maken, +maar daar zal ik niets van merken, dat is één troost," dacht Amy, +toen Tudor boog en vertrok. + +Zij vertelde thuis niets van de ontmoeting (hoewel zij ontdekte, dat +haar nieuwe rok door het omvallen van het mandje erg bevlekt was, daar +de saus er in straaltjes overheen was geloopen) maar ging moedig voort +met de toebereidselen, die nu nog onaangenamer schenen dan vroeger; +om twaalf uur was alles ten tweedenmale gereed. Overtuigd dat de +buren haar bewegingen gadesloegen, wenschte zij de herinnering aan de +mislukking van gisteren door een schitterend contrast uit te wisschen; +zij liet dus den landauer voorkomen, en reed in statie, uit om eenige +vriendinnen af te halen en aan den feestdisch te geleiden. + +"Ik hoor geratel, daar komen ze aan! Ik zal maar naar de voordeur +gaan om ze te ontvangen; dat staat gastvrij, en ik gun het kind van +harte een prettigen middag na al haar moeite," zei mevrouw March, +de daad bij het woord voegende. Maar na één blik trok zij zich met +een onbeschrijfelijke uitdrukking op haar gezicht terug, want in het +groote rijtuig zat Amy met één jonge dame. + +"Gauw, Betsy, help Hanna de helft van de tafel af te nemen; het is +al te gek een enkel meisje een maal voor twaalf personen voor te +zetten," riep Jo, naar de lagere gewesten afdalende, te gehaast zelfs +om te lachen. + +Daar kwam Amy binnen, volmaakt kalm en de voorkomendheid zelve jegens +de eenige gast, die haar woord gehouden had; de rest van de familie, +die allen min of meer de gave van acteeren bezaten, speelden hun rollen +even goed, en juffrouw Eliot vond Amy's familie bizonder onderhoudend +en vroolijk, want het was Jo en de anderen onmogelijk de pret, die hen +vervulde, geheel te verbergen. Het ingekrompen dejeuner werd opgewekt +gebruikt, daarna bezochten de meisjes den tuin en het atelier en +voerden levendige gesprekken over kunst. Ten slotte bestelde Amy een +Victoria, (hoe jammer van den eleganten landauer!) en reed met haar +vriendin langs de mooiste punten, tot de visite in den namiddag naar +huis ging. + +Toen zij erg vermoeid, maar even kalm als altijd terug kwam, merkte +ze op, dat ieder spoor van het ongelukkige feest verdwenen was, +behalve een verdachte trek om Jo's mond. + +"Het was een heerlijke middag voor jullie ritje, kindlief," zei haar +moeder, zoo ernstig alsof het heele twaalftal er geweest was. + +"Annie Eliot lijkt me een heel lief meisje en zij scheen zich goed +te amuseeren," voegde Betsy er met buitengewone warmte bij. + +"Kun jullie mij wat van de taartjes meegeven? Ik kan ze zoo best +gebruiken, want ik krijg vanavond bezoek," vroeg Meta dringend. + +"Neem alles; ik ben de eenige hier, die van zoetigheden houd en het +zou maar bederven, voordat ik er weg mee wist," antwoordde Amy, met +een zucht over den gullen voorraad dien zij opgedaan had, en dat voor +zoo'n mislukten middag! + +"Jammer, dat Laurie niet hier is, om er ons door te helpen," begon +Jo, toen zij voor de vierde maal, in de twee dagen aanzaten om sla +en roomijs te eten. + +Een waarschuwende blik van haar moeder sneed alle verdere opmerkingen +af, en de heele familie at voort, onder een heldhaftig stilzwijgen, +totdat mijnheer March in zijn onschuld begon: "Sla was een geliefkoosde +spijs bij de ouden, en Evelyn"--hier maakte eene geweldige uitbarsting +van lachen een einde aan de "geschiedenis der saladen," tot groote +verbazing van den geleerden heer. + +"Stop alles in een mand, en stuur het naar de Hummels,--Duitschers +houden toch zoo van alles door elkander. Ik kan het niet langer +_zien_, en ik weet niet, waarom jullie allemaal zouden sterven aan +maagoverlading, omdat ik zoo dwaas geweest ben," barstte Amy uit, +haar oogen afvegende. + +"Ik dacht, dat ik zou stikken van het lachen, toen ik jullie beidjes +in dat groote rijtuig zag komen aanrijden, als twee kleine pitjes in +een reuzen-notedop, terwijl Moeder daar in statie klaar stond om de +schare te ontvangen," zuchtte Jo, geheel uitgeput van het lachen. + +"Het speet mij erg, dat je zoo teleurgesteld werd, kindlief, maar wij +deden al wat wij konden om je genoegen te geven," zei mevrouw March, +met moederlijke deelneming. + +"Ik _ben_ ook tevreden; ik heb gedaan, wat ik op mij genomen had, +en het was niet mijn schuld, dat het mislukte; daar troost ik mij +maar mee," antwoordde Amy, met een beverig stemmetje. "Ik dank jullie +allemaal voor de hulp en ik zal jullie nog veel dankbaarder zijn, als +je er tenminste in geen maand meer over spreken wilt." Niemand sprak +er gedurende verscheiden maanden over; maar het woord "koffiepartij" +riep altijd een algemeenen glimlach te voorschijn, en Laurie's +verjaarsgeschenk aan Amy was een klein bloedkoralen kreeftje, om aan +haar horlogeketting te hangen. + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +LETTERKUNDIGE ONDERVINDINGEN. + + +De fortuin begon Jo plotseling toe te lachen en wierp haar een +gelukspenning in den schoot. Niet bepaald een gouden penning, maar ik +twijfel er aan, of een half millioen haar meer waar geluk verschaft +zou hebben dan de kleine som, die op deze wijze tot haar kwam. + +Met tusschenpoozen van eenige weken sloot zij zich op in haar +kamer, trok haar schrijfpak aan, "stortte zich in een maalstroom," +zooals zij het uitdrukte, en schreef met hart en ziel aan één +stuk door aan haar roman, want voordat die voltooid was, had +zij geen rust. Haar schrijfpak bestond uit een zwarten boezelaar, +waaraan zij naar hartelust haar pen kon afvegen en uit een muts van +dezelfde stof, versierd met een vroolijken rooden strik, waarin zij +al haar haar wegstopte, als het "verdek voor den aanval werd gereed +gemaakt." Deze muts was als een windwijzer voor de onderzoekende oogen +harer familieleden, die gedurende Jo's aanvallen op een eerbiedigen +afstand bleven, en slechts nu en dan het hoofd om de deur staken, om +belangstellend te vragen: "Brandt het goddelijk vuur, Jo?" En zelfs +dit durfden ze niet altijd doen; ze keken altijd eerst naar de muts, +en regelden daarnaar hun gedrag. Als ze dit veelzeggend hoofdversiersel +ver naar voren had getrokken, was het een teeken, dat de schrijfster +zich in 't heetst van het vuur bevond; in opgewonden oogenblikken +zat de muts op éen oor, en als Jo der wanhoop ten prooi was, werd +zij geheel afgerukt en verachtelijk op den grond geworpen. Op zulke +oogenblikken nam de binnengekomene maar stilletjes de vlucht, en +niet voordat de strik weer vroolijk op het bezielde voorhoofd rustte, +durfde iemand Jo aanspreken. + +Zij hield zichzelf volstrekt niet voor een genie, maar als de +schrijfwoede haar overviel, gaf zij er zich geheel aan over, en leidde +ze een zalig bestaan, ongevoelig voor behoeften, zorgen of slecht weer, +veilig en gelukkig in een denkbeeldige wereld, vol van vrienden, die +haar bijna even wezenlijk en dierbaar toeschenen als die van vleesch +en bloed. Geen slaap kwam over haar oogen, eten kon zij bijna niet, +dagen en nachten waren te kort om het geluk te bevatten, dat zij in +deze oogenblikken gevoelde, en die reeds daarom alleen onschatbaar +waren, al droegen zij ook nooit andere vrucht. De goddelijke ingeving +duurde gewoonlijk veertien dagen, en dan dook zij hongerig, slaperig, +knorrig of neerslachtig uit haar "maalstroom" op. + +Zij was juist bezig met van zulk een aanval te bekomen, toen zij +zich liet overhalen om met juffrouw Crocker naar een lezing te gaan, +en deze zelfopoffering werd met een nieuw denkbeeld beloond. Het was +een volkslezing--over de Pyramiden--en Jo was eenigszins verbaasd +over de keus van het onderwerp voor zulk een gehoor; maar ze nam op +goed geloof aan, dat eenig groot sociaal kwaad voorkomen, of aan een +dringende behoefte voldaan zou kunnen worden, door de heerlijkheden der +Pharao's te ontvouwen, voor toehoorders, wier gedachten vervuld waren +van den prijs van steenkolen en meel, en die in hun leven moeilijker +raadselen dan die van de sphinx hadden op te lossen. + +Zij kwamen vroeg, en terwijl juffrouw Crocker den hiel van haar kous +zette, vermaakte Jo zich met het bestudeeren van de menschen om haar +heen. Links zaten twee stevige huisvrouwen met massieve voorhoofden en +dito hoeden, bezig met het maken van pluksel en het bespreken van de +rechten der vrouw. Verderop een paar nederige gelieven hand in hand, +een sombere oude vrijster, die pepermuntjes uit een bruin papieren +zakje knabbelde, en een oude heer, die achter een gele foulard een +voorbereidend slaapje deed. Aan de rechterzijde was haar eenige +buurman een leesgrage knaap, verdiept in een tijdschrift. + +Het was een geïllustreerd blad, en Jo beschouwde het kunstgewrocht met +eene soort van slaperige verbazing, overwegende welke wonderlijke +samenloop van omstandigheden de hoogst theatrale voorstelling +vereischen kon van een Indiaan in vollen krijgsmansdos, die worstelend +met een wolf, in de diepte stortte, en van twee woeste jongelingen +met onnatuurlijk kleine voeten en groote oogen, die elkander op +den voorgrond doorstaken, terwijl een vrouwelijke gedaante op den +achtergrond wegvluchtte in doodelijken angst en met haar mond wijd +open. Toen de knaap ophield om het blad om te slaan, zag hij, dat +zij naar hem keek, en vroeg hij met jongensachtige goedhartigheid, +terwijl hij haar de helft van zijn courant aanbood: "Wilt u 't soms +ook eens lezen? Het is een prachtig verhaal!" + +Jo nam het met een glimlach aan, want zij hield nog steeds evenveel +van jongens, en was spoedig verdiept in den gewonen doolhof van liefde, +geheimzinnigheid, moord en doodslag, want het verhaal behoorde tot die +soort van prikkelliteratuur, waarin aan de hartstochten vrij spel wordt +gelaten, en waarin, als de verbeelding den schrijver in den steek laat, +een groote catastrophe het tooneel van de helft der _dramatis personae_ +bevrijdt, en de andere helft juichend over hun ondergang overblijft. + +"Prachtig, hè?" vroeg de knaap, toen haar oog afgedaald was tot de +laatste paragraaf van haar gedeelte. + +"Ik denk, dat jij en ik zooiets ook wel zouden kunnen schrijven, +als wij het probeerden," zei Jo, glimlachend over zijn bewondering +van het prullig verhaal. + +"'k Wou dat het waar was. Ze zeggen, dat zij met die verhalen +een mooi fortuintje maakt," en hij wees op den naam van mevrouw +S. L. A. N. G. Northbury, onder den titel van het verhaal. + +"Ken je haar?" vroeg Jo met plotselinge belangstelling. + +"Neen, maar ik lees al haar stukken, en ik ken een jongen, die op de +drukkerij werkt, waar dit blad wordt uitgegeven." + +"En je zegt, dat zij een mooi fortuintje maakt met zulke verhalen?" Jo +keek opeens met meer ontzag naar de tragische prentjes, en de dik +gezaaide uitroepteekens, die de kolommen versierden. + +"Nou, óf ze! Ze weet precies, wat de menschen graag lezen, en ze +wordt er goed voor betaald." + +Nu begon de lezing, maar Jo hoorde er weinig van, want terwijl +professor Sands uitweidde over Belzoni, Cheops, scarabeeën [2] en +hiëroglyphen, schreef zij stilletjes het adres van het blad op, +en nam het stoute besluit naar den prijs van honderd dollars te +gaan mededingen, die in een der kolommen was uitgeloofd voor het +beste sensatie-verhaal. Toen de lezing eindigde, en de toehoorders +ontwaakten, had Jo zich een prachtig luchtkasteel gebouwd (niet het +eerste, dat op papier gegrond werd), en was ze reeds verdiept in +de samenstelling van haar verhaal, hoewel zij nog niet zeker wist, +of het duel vóór de schaking of na den moord moest plaats hebben. + +Zij vertelde thuis niets van haar plan, maar toog den volgenden morgen +aan het werk, niet bepaald tot genoegen van haar moeder, die altijd +eenigszins ongerust was, zoolang het "hemelsche vuur" brandde. + +Jo had nog nooit tevoren dit genre geprobeerd, maar zich altijd +tevreden gesteld met zeer zachtzinnige novelletjes voor "De Vliegende +Adelaar." Haar ondervinding als "actrice" en haar veelzijdige lectuur +kwamen haar nu te pas, want zij gaven haar eenig begrip van dramatisch +effect, en deden haar de intrige, de gesprekken en de costumes +aan de hand. Haar verhaal was zoo vol vertwijfeling en wanhoop, +als haar beperkte ondervinding van deze minder aangename gevoelens +haar maar toeliet het te maken, en daar zij het tooneel in Lissabon +geplaatst had, besloot zij met een aardbeving, als een schitterende +en gepaste ontknooping. Het manuscript werd in het geheim verzonden, +vergezeld door een briefje, met den bescheiden inhoud, dat, indien +het verhaal den prijs niet mocht wegdragen, hetgeen de schrijfster +nauwelijks durfde hopen, zij tevreden zou zijn, met elke som die men +het waardig mocht keuren. + +Zes weken is voor een meisje een lange tijd om te wachten en een geheim +te bewaren; maar Jo deed beide, en was juist op het punt alle hoop op +te geven, ooit haar manuscript terug te zullen zien, toen zij een brief +ontving, die haar bijna den adem benam, want bij het openen viel een +banknoot van honderd dollars op haar schoot. Een oogenblik staarde zij +er op, alsof het een slang was, toen las zij haar brief, en begon te +schreien. Indien de beminnelijke heer, die dat vriendelijke episteltje +schreef, kon weten, hoeveel innige vreugde hij een medeschepsel +had verschaft, dan zou hij, denk ik, zijn vrije uurtjes, als hij +die ten minste bezat, graag aan die uitspanning besteed hebben; +want Jo stelde den brief op nog hooger prijs dan het geld, omdat hij +haar hartelijk aanmoedigde; en na jaren van inspanning was het zoo +heerlijk te ontdekken, dat zij werkelijk in staat was iets te doen, +al was het dan ook maar het schrijven van een sensatie-verhaal! + +Geen fierder hart dan het hare, toen zij, na wat tot bedaren gekomen +te zijn, haar familie een electrischen schok ging toedienen, door +plotseling voor haar te verschijnen met den brief in de eene en de +banknoot in de andere hand, uitroepende, dat zij den prijs gewonnen +had. Natuurlijk was er groot gejuich, en toen het verhaal kwam, werd +het door ieder gelezen en geroemd, hoewel haar vader, nadat hij haar +geprezen had om den flinken stijl, de frissche intrige en de treffende +ontknooping, het hoofd schudde en op zijn eenvoudige manier zei: + +"Je kunt iets beters leveren dan dit, Jo. Streef naar het hoogste, +zonder om het geld te denken." + +"Ik vind juist, dat het geld het beste van de zaak is. Wat zul je +met zoo'n fortuin doen?" vroeg Amy, het magische stukje papier met +een eerbiedig oog bekijkende. + +"Moeder en Betsy voor een maand naar zee laten gaan," antwoordde +Jo onmiddellijk. + +"O, wat heerlijk! maar neen, dat kan ik niet aannemen, lieve Jo, +het zou al te zelfzuchtig zijn," riep Betsy uit, die eerst in haar +vermagerde handen klapte en diep adem haalde, alsof zij naar den +frisschen zeewind smachtte, maar zich daarop inhield en de banknoot +afweerde, die haar zuster voor haar heen en weer wuifde. + +"Je _moet_ gaan, ik heb er mijn hart op gezet; daarom alleen probeerde +ik het, en daarom is het mij gelukt. Het vlot nooit met mij, wanneer +ik alleen aan mij zelve denk, dus je ziet, dat het beter voor me is, +voor anderen te werken. Daarenboven, Moeder heeft behoefte aan een +verandering, en zij zou niet van jou af willen, dus _moet_ je wel +meegaan. Wat zal 't grappig zijn, je weer dik en blozend terug te +zien komen! Hoera voor dokter Jo, die altijd haar patiënten geneest." + +Na veel heen en weer praten gingen zij werkelijk naar de zeekust, en +hoewel Betsy niet zóó blozend en dik terugkwam, als men verlangen kon, +was zij toch veel beter, terwijl Mevrouw March verklaarde, dat zij zich +tien jaar jonger voelde; dus had Jo alle satisfactie van haar geld, +en ging ze opnieuw met een vroolijk hart aan 't werk, vast besloten +om meer zulke heerlijke banknoten te verdienen. En zij verdiende +er dat jaar ook verscheiden, en begon zich bepaald een persoon van +gewicht in huis te gevoelen; want door de tooverkracht van haar pen, +veranderde haar "prulwerk" in aangename dingen voor allen. "De Dochter +van den Hertog" betaalde de slagersrekening, "De Geestenhand" legde +een nieuw vloerkleed, en "De Vloek der Coventrys" werd een zegen voor +de Marches, wat kruidenierswaren en japonnen betrof. + +Rijkdom is zeker een begeerlijke zaak, maar ook armoede heeft haar +zonnigen kant. Een der heerlijke lichtzijden van tegenspoed is de +innige voldoening, die ingespannen arbeid van hoofd en hand met zich +brengt; en aan den drang der noodzakelijkheid hebben wij de helft van +al de wijze, schoone en nuttige dingen op de wereld te danken. Jo +genoot iets van deze voldoening, en benijdde niet langer rijker +meisjes, in de blijde bewustheid, dat zij in haar eigen behoeften +kon voorzien, en van niemand een cent behoefde aan te nemen. + +Er werd niet veel over haar verhalen gesproken, maar zij werden goed +verkocht; en aangemoedigd door dit feit, besloot zij een moedigen slag +te slaan naar roem en fortuin. Nadat zij haar roman voor de vierde +maal overgeschreven, hem aan al haar vertrouwde vrienden voorgelezen, +en hem met vreezen en beven aan drie uitgevers gezonden had, vond +zij ten laatste gelegenheid hem te plaatsen, onder voorwaarde, dat +zij hem tot op twee derde zou bekorten, en al de gedeelten, die zij +het meest bewonderde, zou schrappen. + +"Nu moet ik hem òf weer in de poppenkeuken opbergen om daar te +vermolmen, òf hem op mijn eigen kosten laten drukken, òf hem besnoeien +volgens den smaak van het publiek, en er voor aannemen, wat ik er +voor krijgen kan. Roem is een heerlijk ding, maar geld in huis te +hebben is soms nog heerlijker; dus verlang ik het algemeen gevoelen +der vergadering omtrent dit belangrijk onderwerp te vernemen," zei Jo, +een familieraad beleggende. + +"Bederf je boek niet, meisjelief, want er is meer in dan je meent, en +de denkbeelden zijn goed uitgewerkt. Laat het rusten en rijp worden," +was haar vaders raad. Hij had zelf volgens dien raad gehandeld, +gedurende dertig jaar geduldig gewacht op de vruchten van zijn eigen +werk, en hij maakte zelfs nu nog geen haast om ze te plukken, hoewel +zij volkomen rijp en eetbaar waren. + +"Ik geloof, dat Jo er meer bij zal winnen, wanneer zij hem uitgeeft, +dan wanneer zij blijft wachten," zei mevrouw March. "De critiek is +de beste vuurproef voor zulke boeken. Die zal haar op ongedachte +verdiensten en gebreken opmerkzaam maken, en haar dus helpen, een +volgenden keer nog iets beters te leveren. Wij zijn te partijdig, +maar de lof en de blaam van de buitenwereld zal nuttig voor haar zijn, +al verdient zij er ook weinig geld mee." + +"Ja," zei Jo, haar wenkbrauwen samentrekkende, "dat is het juist; +ik heb nu zoolang over dit eene ding zitten suffen, dat ik niet meer +weet of het goed, slecht, of middelmatig is. Het zal mij goed doen, +als onbevooroordeelde, onpartijdige menschen er eens een blik in slaan, +en mij zeggen, wat zij er van denken." + +"Ik zou er geen woord van schrappen; je bederft het boek als je dat +doet, want de belangrijkheid van 't verhaal zit meer in de karakters +dan in de daden van de personen, en het zal een warboel worden, als +je alles niet gaandeweg opheldert," vond Meta, die vast geloofde dat +deze roman de merkwaardigste was, die ooit werd geschreven. + +"Maar mijnheer Allen zegt: gooi de verklaringen er uit; maak het +kort en dramatisch, en laat de karakters zich door daden openbaren," +hernam Jo, het briefje van den uitgever weer ter hand nemend. + +"Doe wat hij je zegt; hij weet wat gekocht zal worden, en dat weten +wij niet. Schrijf een goed populair boek, en maak er zooveel geld +van, als je kunt. Naderhand, als je naam gemaakt hebt, kun je naar +hartelust uitweiden, en je romans met filosofische en metaphysische +redeneeringen opvullen," raadde Amy, die de zaak van een volmaakt +practisch standpunt beschouwde. + +"Nu," riep Jo lachend, "als mijn personen filosofische en metaphysische +redeneeringen houden, is het zeker niet mijn schuld, want ik weet +niets van die dingen af, behalve wat ik eens van Vader opvang nu +en dan. Mochten er een paar van zijn verstandige gedachten in mijn +roman verdwaald zijn geraakt, zooveel te beter voor mij. En jij Bets, +wat zeg jij er van?" + +"Ik zou je boek heel graag _gauw_ gedrukt zien," was al wat Betsy +glimlachend zei; maar ze legde onwillekeurig den nadruk op dat woordje +"gauw" en er kwam een verlangende uitdrukking in de oogen, die niets +van hun kinderlijke openhartigheid hadden verloren, waardoor Jo's +hart voor een oogenblik van onbestemden angst ineenkromp, en zij +besloot om haar proefneming in ieder geval "gauw" te wagen. + +Toen legde de jonge schrijfster met Spartaansche heldhaftigheid +haar eerstgeborene op de tafel en sneed hem in stukken met de +koelbloedigheid van een menscheneetster. In de hoop iedereen te +behagen, volgde zij ieders raad op, en eindigde, als de man met den +ezel, met het niemand naar den zin te maken. + +Haar vader was ingenomen met de metaphysische tint, die er +onwillekeurig over verspreid lag, dus die mocht blijven, hoewel zij +zelve er bedenkingen tegen had. Haar moeder dacht, dat er wel wat _te_ +veel beschrijvingen in voorkwamen; ergo werden zij alle geschrapt, en +mét hen verscheiden noodige schakels in het verhaal. Meta bewonderde +het tragische gedeelte; dus werkte Jo de zielsangsten nog wat verder +uit om haar genoegen te doen, terwijl Amy aanmerking maakte op de +grappen, waarom Jo met de grootste goedhartigheid van de wereld al de +comische scènes doorhaalde, die aan de somberheid van het geheel eenige +afwisseling gaven. Om de verwoesting te voltooien, bekortte zij het +tot op twee derde, en zond toen in goed vertrouwen haar mishandeld +boekje als een geplukte musch de groote, drukke wereld in, om zijn +geluk te beproeven. + +Het werd gedrukt, en zij kreeg er driehonderd dollars voor, en +tevens overvloed van lof en afkeuring; van beiden zóóveel meer dan +zij verwachtte, dat zij in een staat van verwarring geraakte, zoodat +er heel wat tijd noodig was, eer zij tot recht inzicht kwam. + +"U zei, Moeder, dat de critiek mij helpen zou; maar ik zie niet in hoe, +want zij is zoo in tegenspraak met zich zelf, dat ik niet weet of ik +een veelbelovend boek heb geschreven, dan of ik al de tien geboden +overtreden heb," riep de arme Jo, met een stapel couranten voor zich, +waarvan de lezing haar het eene oogenblik met trots en blijdschap, +het volgende met toorn en diepe neerslachtigheid vervulde. "Deze +man zegt: 'Een uitmuntend boek, vol waarheid, schoonheid en ernst; +alles is liefelijk, rein en gezond,'" ging de verslagen schrijfster +voort. "Een volgende beweert: 'De theorie van dit boek is slecht, vol +zwartgallige droombeelden, spiritistisch bijgeloof, en onnatuurlijke +karakters.' Maar ik houd er in 't geheel geen letterkundige theorieën +op na, geloof niet aan spiritisme, en mijn karakters heb ik naar het +leven geteekend. Hoe kan deze kritiek dan waar zijn! Een ander zegt: + +"'Het is een van de beste Amerikaansche romans, die in jaren is +uitgekomen' (ik weet wel beter), en de volgende beweert: 'Hoewel +oorspronkelijk en met veel vuur en gevoel geschreven, blijft het in +ons oog een gevaarlijk boek.' Dàt is niet waar! Sommigen steken er den +gek mee, anderen prijzen het meer dan het verdient, en bijna allen +zijn het daarover eens, dat ik een diepzinnige theorie trachtte in +'t licht te stellen, terwijl ik alleen voor mijn eigen plezier en om +het geld schreef. Ik wou, dat ik het in zijn geheel had laten drukken, +of in het geheel niet, want ik vind het onuitstaanbaar zoo absoluut +verkeerd beoordeeld te worden." + +Haar familie en vrienden waren zeer mild met troost en lof; toch +was het een moeilijke tijd voor de gevoelige, hooghartige Jo, die +gemeend had zooiets goeds tot stand te brengen en die schijnbaar +zooiets verkeerds geleverd had. Maar 't deed haar geen kwaad; want zij, +wier oordeel zij waarlijk op prijs stelde, gaven haar de critiek, die +het beste opvoedingsmiddel voor een schrijver is; en toen de eerste +teleurstelling voorbij was, kon zij over haar arm boekje lachen, en +er toch in blijven gelooven, en gevoelde zij zich wijzer en sterker, +na de vuurproef die zij had doorstaan. + +"Daar ik geen genie ben, zooals Keats, zal ik er niet aan sterven," +zei ze moedig; "en per slot van rekening kom ik er toch nog goed +af; want die gedeelten, die uit het werkelijke leven genomen zijn, +worden als onmogelijk en onnatuurlijk veroordeeld, en de tooneelen, +die ik uit mijn eigen dwaas hoofd heb voortgebracht, 'bekoorlijk, +natuurlijk, teeder en waar' genoemd. Daar zal ik mij dus maar mee +troosten, en als ik weer wat te zeggen heb, zal ik op nieuw beginnen +en een beter boek schrijven." + + + + + +HOOFDSTUK V. + +HUISELIJKE ONDERVINDINGEN. + + +Evenals de meeste jonge vrouwen begon Meta haar huwelijksleven +met het voornemen, om een model-huishoudster te zijn. John zou +zijn woning een paradijs vinden, elken dag smullen, en niet weten, +wat het was een knoop te missen. Zij begon haar taak met zooveel +liefde, goeden wil en blijmoedigheid, dat zij wel moest slagen, +in weerwil van sommige hinderpalen. Haar paradijs was niet zoo heel +rustig, want het jonge vrouwtje maakte veel drukte, was te bezorgd +om John genoegen te geven, en draafde rond als een ware Martha, +gebukt onder al haar kleine zorgen. Soms was ze zelfs te vermoeid +om te glimlachen. John's spijsvertering raakte in de war, na een +opeenvolging van lekkere schoteltjes, en de ondankbare begon naar +eenvoudiger spijzen te verlangen. Wat de knoopen betreft, het werd +Meta spoedig een raadsel, waar zij toch bleven, en dikwijls schudde +ze 't hoofd over de achteloosheid der mannen, met de bedreiging, dat +hij ze op een goeden dag zelf zou mogen aanzetten, om te probeeren +of _zijn_ werk beter dan het hare bestand zou zijn tegen ongeduldig +rukken en onhandige vingers. + +Maar ze waren overgelukkig, zelfs nadat ze ontdekt hadden dat zij niet +van liefde alleen konden leven. John vond Meta niet minder mooi, nu zij +hem van achter de koffiekan toelachte, en Meta vond den dagelijkschen +afscheidskus volstrekt niet minder poëtisch, al liet de echtgenoot dien +ook vergezeld gaan van de teedere vraag: "Zal ik voor vanmiddag rund- +of kalfsvleesch bestellen, lieveling?" Het kleine huisje was niet +langer een tooverpriëel, maar het werd een _thuis_, en het jonge paar +voelde weldra, dat deze verandering een verbetering was. Eerst speelden +zij huishoudentje en maakten er evenveel plezier over als kinderen; +toen verdiepte John zich in zijn werk, onder het volle besef van zijn +verantwoordelijkheid als huisvader; en Meta borg haar neteldoeksch +morgenjaponnetje op, deed een grooten boezelaar voor, en ging, zooals +wij reeds zeiden, met meer ijver dan verstand aan het werk. + +Zoolang de kookmanie duurde, gebruikte zij haar receptenboek, alsof +het een rekenboekje was, en werkte al de problemen met zorg en geduld +uit. Soms werd de heele familie geïnviteerd om hen te helpen in het +opeten van een àl te overvloedige, welgelukte lekkernij; dan weer +werd Lotty stilletjes weggestuurd met een schaaltje misbaksels, die +voor ieders oog verborgen werden in de alverterende magen der kleine +Hummels. Een avond met John en het huishoudboek bracht gewoonlijk +een staking in de culinaire proefnemingen teweeg, en dan volgde er +een spaarzame bui, waarin de arme man voortdurend broodpudding, haché +en opgewarmde koffie te genieten kreeg, een ware beproeving voor hem, +die hij echter met lofwaardige lijdzaamheid verdroeg. Maar voordat de +gulden middenweg was gevonden, ontstond er, waar weinig jonge paren +lang buiten blijven: een huiselijke oneenigheid. + +Toegevende aan het huismoederlijk verlangen om de planken in haar +provisiekast goed gevuld te zien met eigen inmaak, besloot Meta zelf +haar bessengelei te maken. John werd verzocht ongeveer een dozijn +kleine potjes en een grooten zak suiker te bestellen, want daar hun +eigen bessen rijp waren, kon het werk dadelijk beginnen. + +John, die vast geloofde dat "mijn vrouw" alles kon en niet weinig +trotsch was op haar handigheid, bleek onmiddellijk bereid haar verzoek +in te willigen, zoodat hun eenige vruchtenoogst op de aangenaamste +manier voor wintergebruik zou kunnen bewaard worden. Hij bezorgde haar +dus vier dozijn "allergezelligste" potjes, tien kilo suiker en een +kleinen jongen om bessen te plukken. Met een mutsje over haar haar, +opgestroopte mouwen en een groot keukenschort voor, dat ondanks alles +iets coquets had, ging de jonge huisvrouw, vol vertrouwen in haar +succes, aan den arbeid, want--had zij het Hanna niet honderdmaal +zien doen? Het groote aantal potjes deed haar op het eerste gezicht +ontstellen, maar John hield zooveel van gelei, en de nette glazen +potjes zouden zoo aardig staan op de bovenste plank, dat Meta besloot +ze alle te vullen, en zij bracht een ganschen langen dag door met +plukken, koken, filtreeren en tobben over haar inmaak. Ze deed haar +best. Ze raadpleegde het kookboek, zij spande zich in om te bedenken +wat Hanna toch deed, dat zij niet gedaan had; zij kookte alles nog +eens over, deed er nog eens weer suiker bij, liet het nog eens door +de zeef loopen, te vergeefs, het akelige goed wilde niet stijf worden. + +'t Liefst zou ze met boezelaar en al naar huis zijn geloopen om haar +moeder om hulp te vragen, maar John en zij waren overeengekomen, +dat zij nooit iemand met hun huiselijke moeilijkheden, proefnemingen +of twisten zouden lastig vallen. Over dat laatste woord hadden ze +gelachen, alsof de gedachte daaraan de grootste absurditeit was; maar +zij hadden hun besluit volgehouden, en wanneer zij er maar eenigszins +buiten konden, vroegen ze niet om hulp; dus bemoeide zich niemand met +hun zaken, want mevrouw March had dit plan bizonder goedgekeurd. Zoo +worstelde Meta op dien snikheeten zomerdag geheel alleen met haar +weerspannige lekkernij, en om vijf uur viel zij moedeloos neer op +een stoel in haar rommelige keuken, wrong haar kleverige handen en +barstte in snikken uit. + +Nu had zij in de eerste weken van haar nieuwe leven dikwijls gezegd: +"Mijn man zal altijd, wanneer hij maar wil, een vriend mee naar huis +kunnen brengen. Ik zal er altijd op voorbereid zijn, zoodat er geen +verwarring, gevlieg of gebrom behoeft te wezen, waar hij een net huis, +een vroolijke vrouw en een goed middagmaal zal vinden. Johnlief, +vraag maar nooit mijn goedkeuring, inviteer gerust wien je wilt, +en wees er zeker van, dat hij welkom zal zijn." + +Dat klonk veelbelovend! John straalde van voldoening, toen hij haar +dat hoorde zeggen, en voelde opnieuw, hoe 'n zegen het toch was zoo'n +lief, verstandig vrouwtje te bezitten. Maar hoewel zij nu en dan +wel gasten hadden ontvangen, was het nog nooit onverwachts gebeurd, +en dus had Meta tot nog toe geen gelegenheid gevonden om zich in +dat opzicht te onderscheiden. Zoo gaat het altijd in dit tranendal; +er schijnt aan zulke dingen een zeker noodlot verbonden, waarover +wij ons kunnen verwonderen, dat wij kunnen betreuren, doch waarin +wij ons zoo goed mogelijk moeten zien te schikken. + +Als John niet alles omtrent de gelei vergeten had, zou het +onvergeeflijk van hem geweest zijn, om op dien dag, uit al de dagen +van het jaar, onverwachts een vriend mee ten eten te brengen. In de +blijde bewustheid dat hij dien morgen een goed middagmaal besteld had, +vast overtuigd dat het op de minuut af gereed zou zijn, en vervuld +met aangename voorgevoelens over het bekoorlijk effect, dat zijn oog +zou streelen, wanneer zijn mooi vrouwtje naar buiten kwam loopen +om hem tegemoet te gaan, voerde hij zijn vriend naar zijn woning, +met al de opgewektheid van een jong gastheer en echtgenoot. + +Maar de wereld is vol teleurstellingen, dat ondervond John, toen hij +zijn "duiventil" naderde. De voordeur stond gewoonlijk heel gastvrij +open; nu was zij niet alleen dicht, maar op slot, en de modder van +den vorigen dag ontsierde nog de stoep. De gordijnen van de voorkamer +waren neergelaten, zoodat er niets te zien was van het liefelijk +tafereel, dat hij zich had voorgesteld: een mooi in 't wit gekleed +huisvrouwtje dat, met een bloem in haar ceintuur, onder de veranda +zat te naaien, of een helderoogige gastvrouw, die haar gast met een +vriendelijk beschroomd lachje welkom heette. Niets van dien aard; +geen levende ziel verscheen, alleen een jongen met bloedrooden mond +en vingers lag tusschen de bessestruiken te slapen. + +"Ik vrees, dat er iets gebeurd is; ga zoolang in den tuin, Scott, +terwijl ik mijn vrouw ga opzoeken," zei John, wien de stilte en +eenzaamheid begon te benauwen. + +Hij haastte zich naar de achterzijde van het huis, geleid door een +afschuwelijken reuk van aangebrande suiker, en Scott drentelde hem +achterna met een spotachtige uitdrukking op het gezicht. Hij bleef, +toen Brooke verdween, bescheiden op een afstand staan, maar toch kon +hij alles hooren en zien en genoot hij, als vrijgezel, bizonder van +het tooneel. + +In de keuken heerschte wanhoop en verwarring; één editie van de gelei +was van potje tot potje overgezeefd; een tweede lag op den grond, +en een derde stond lustig op het vuur aan te branden. Lotty zat +met Teutonisch flegma kalm te genieten van brood met bessensap, +want de gelei was nog steeds in een hopeloos vloeibaren staat, +terwijl mevrouw Brooke, met het gezicht in haar boezelaar verborgen, +wanhopig zat te snikken. + +"Mijn liefste meisje, wat scheelt er aan?" riep John naar binnen +stormende, met verschrikkelijke visioenen van verbrande handen, +plotselinge noodlottige tijdingen, en een heimelijken schrik, bij de +gedachte aan den gast in den tuin. + +"O, John, ik ben zoo moe, en warm, en boos, en ellendig. O, o! help +me toch, want ik ben doodop!" en de uitgeputte huisvrouw wierp zich +in zijn armen en gaf hem een in alle opzichten zoete ontvangst, +want haar boezelaar had ruimschoots gedeeld in de morspartij. + +"Wat maakt je ellendig, lieveling? Is er iets verschrikkelijks +gebeurd?" vroeg de bezorgde John, terwijl hij teeder de kruin van +het kleine mutsje kuste, dat geheel op één oor was gezakt. + +"Ja," snikte Meta wanhopig. + +"Vertel het mij dan gauw; schrei niet zoo; ik kan alles beter dragen +dan dat. Voor den dag er mee, kind." + +"De--de gelei wil niet stijf worden, en ik weet niet wat ik beginnen +moet." + +Toen barstte John uit in zoo'n vroolijk gelach, als hij later nooit +weer bij een dergelijke gelegenheid durfde aanheffen, en de spotachtige +Scott glimlachte onwillekeurig, toen hij het hartelijke geschater +vernam, dat Meta's ellende de kroon opzette. + +"Is dat alles? Smijt den boel het raam uit en tob er niet langer +over! Ik zal wel zooveel potten van dat goed voor je bestellen, als +je noodig hebt, maar krijg het in 's hemelsnaam niet op je zenuwen, +want ik heb Jack Scott mee ten eten gebracht, en--" John kon niet +verder gaan, want Meta stiet hem terug, sloeg de handen tragisch inéén, +terwijl zij op een stoel neerzonk, en op een toon van verontwaardiging, +verwijt en wanhoop uitriep: + +"Een man ten eten, en alles in de war! John hoe _kon_ je zoo iets +doen?" + +"Stil, hij is in den tuin; ik vergat die heele ongelukkige gelei, +maar er is nu niets aan te veranderen," zei John, met klimmende onrust +de naaste toekomst inziende. + +"Je had het mij moeten laten weten, of het mij van morgen moeten +zeggen, en je had moeten bedenken, hoe wanhopig druk ik het had," ging +Meta heftig voort; want zelfs tortelduiven pikken, als zij boos worden. + +"Ik wist het van morgen nog niet, en er was geen tijd om het je te +laten weten, want ik ontmoette hem op mijn terugweg. Ik heb er ook +geen oogenblik aan gedacht, je toestemming te vragen, omdat je me +altijd gezegd hebt, dat ik doen kon, zooals ik wou. Ik heb het nog +nooit geprobeerd, maar dit is voor 't eerst en voor 't laatst," +antwoordde John op een beleedigden toon. + +"Dat hoop ik! Stuur hem dadelijk weg. Ik kan hem niet ontvangen, +en er is niets meer te eten." + +"Onzin! Waar is het rundvleesch dan en de groenten die ik bestelde, +en de pudding, die je van plan was te maken?" vroeg John, op de +glazenkast toesnellende. + +"Ik had geen tijd iets klaar te maken, ik was van plan met je bij +Moeder te gaan eten. Het spijt mij erg, maar ik had het zoo druk--" +en Meta's tranen begonnen opnieuw te vloeien. + +John was een zachtzinnig man, maar hij was menschelijk; en om, na +een langen dag op het kantoor, vermoeid, hongerig en vol verwachting +thuis te komen, en dan een ontredderd huis, een leege tafel en een +knorrige vrouw te vinden, is niet bepaald geschikt om iemand kalm van +humeur en manieren te maken. Hij bedwong zich evenwel, en de kleine +kibbelarij zou afgedreven zijn, als hij maar niet één ongelukkig +woord gebruikt had. + +"Het is een gek geval, dat beken ik, maar als je een handje helpen +wilt, dan zullen wij het toch wel klaarspelen en nog een aardigen +avond hebben. Schrei niet meer, best kind, maar span je een beetje in +en scharrel wat bij elkaar om te eten. Wij zijn allebei zoo hongerig +als wolven, en zullen er niet op zien, wat het is. Geef ons het koude +vleesch maar, en wat brood en kaas; we zullen niet om gelei vragen." + +Hij bedoelde het als eene goedhartige grap, maar dit ééne woord +besliste over zijn lot. Meta vond, dat het al te wreed was, nog met +haar droevig ongeval den draak te steken, en haar laatste greintje +geduld verdween terwijl hij sprak. + +"Je moet er je zelf maar zien uit te redden; ik ben veel te moe, om +mij nog voor iemand 'in te spannen.' Echt iets voor een man, een gast +koud vleesch en niets dan brood en kaas te willen voorzetten. Maar +dat zal in mijn huis niet gebeuren! Neem Scott dan mee naar Moeder, +en zeg hem, dat ik weg ben--ziek, dood, of wat je maar wilt. Ik wil +hem niet zien, en jullie kunt met je beiden over mij en mijn gelei +lachen, zooveel je maar wilt, maar hier krijg je niets anders," en +nadat zij er deze uitdaging in één adem had uitgegooid, trok Meta +haar boezelaar af, en verliet overhaast het veld, om haar droevig +lot in haar kamer te gaan beweenen. + +Wat de twee mannen in haar afwezigheid uitvoerden, kwam zij nooit +te weten, maar Scott werd "niet mee naar Moeder genomen," en toen +Meta beneden verscheen, nadat zij samen weggewandeld waren, vond +zij overblijfsels van een zeer gemengd maal, die haar met afgrijzen +vervulden. Lotty verhaalde, dat zij "een heele boel" gegeten en erg +gelachen hadden; en dat mijnheer haar gezegd had, dat zij al het +zoete goed moest weggooien, en de potjes verstoppen. + +Meta verlangde vurig naar haar moeder te gaan en haar alles te +vertellen; maar een gevoel van schaamte over haar eigen tekortkomingen +en van eerlijkheid en trouw ten opzichte van John, (hij mocht dan +wreed zijn, maar _niemand_ zou het ooit te weten komen) weerhield haar; +en na een voorloopige opruiming kleedde zij zich netjes aan, en ging +zitten wachten tot John thuis zou komen om alles weer goed te maken. + +Ongelukkigerwijze kwam John echter niet, en beschouwde hij de zaak +ook niet in dat licht. Hij had het heele geval met Scott als een +grap behandeld, zijn vrouw zoo goed mogelijk verontschuldigd, en +was zoo'n gul en aangenaam gastheer geweest, dat zijn vriend het +geïmproviseerd diner voor lief nam en beloofde eens gauw terug te +zullen komen. Maar John was boos, al toonde hij het niet; hij voelde, +hoe Meta hem eerst in een moeilijkheid had gebracht, en daarna in +den steek gelaten had. "Wat een manier, iemand eerst te zeggen, +dat hij volkomen vrij was, zijn vrienden mee thuis te brengen, en, +zoodra je haar aan haar woord hield, op te stuiven, verwijten te +doen, je een gek figuur te laten slaan en je er aan bloot te stellen +uitgelachen of beklaagd te worden? 't Was gewoon onredelijk, en +dat zou hij Meta ook wel eens aan haar verstand brengen!" Onder den +maaltijd had hij inwendig gekookt; maar toen alles voorbij was, en +hij langzaam huiswaarts keerde, nadat hij Scott had weggebracht, kwam +hij in een zachtere stemming. "Arm klein ding! Het was toch ook wel +verdrietig voor haar, terwijl zij zoo haar best deed om hem genoegen +te geven. Zij had natuurlijk ongelijk, maar zij was nog zoo jong. Ik +moet geduldig zijn en haar een beetje leiden." Hij hoopte maar, dat +zij niet naar huis zou gegaan zijn; hij had het land aan veel heen +en weer praten en bemoeiingen van anderen. Voor een oogenblik stoof +hij weer op bij de enkele gedachte daaraan; maar toen verzachtte de +vrees, dat Meta zich ziek zou schreien, zijn hart, en deed hem met +versnelden pas huiswaarts keeren, vast besloten kalm en vriendelijk, +maar ferm, héél ferm te zijn, en haar aan te toonen, in welk opzicht +zij in haar plicht jegens haar Heer Gemaal was te kort geschoten. + +Meta besloot eveneens "kalm en vriendelijk, maar _ferm_" te zijn en +John op zijn plicht te wijzen. Zij verlangde niets liever dan hem te +gemoet te vliegen, hem vergeving te vragen, en gekust en vertroost +te worden, zooals zij zeker wist, dat hij doen zou; maar natuurlijk +deed zij niets van dien aard, en toen zij John zag aankomen, begon +zij heel natuurlijk te neuriën, terwijl zij, als een dame, die niets +omhanden had, in de voorkamer in haar schommelstoel zat te borduren. + +John was wel wat teleurgesteld geen teedere Niobe te vinden; maar +gevoelende dat het zijn waardigheid te kort zou doen, wanneer hij begon +met verontschuldigingen te maken, zei hij niets, kwam bedaard binnen, +en strekte zich op de sofa uit met de zeldzaam belangrijke opmerking: + +"'t Is van avond nieuwe maan." + +"Mij best," was Meta's even interessant antwoord. + +Een paar andere onderwerpen van algemeen belang werden door mijnheer +Brooke op het tapijt gebracht, doch doodgezwegen door mevrouw Brooke, +en dus kwijnde het gesprek. John ging naar het eene raam, nam de +courant, en begroef zich daarin, figuurlijk gesproken. Meta ging +naar het andere en werkte, alsof mooie letters voor haar zakdoeken +onder de eerste levensbehoeften behoorden. Geen van beiden sprak, +maar beiden zagen er buitengewoon "kalm en ferm" uit, en beiden +gevoelden zich dood-ongelukkig. + +"O hemel!" dacht Meta, "het huwelijksleven is toch wèl heel moeilijk en +vereischt, zooals Moeder zegt, een _oneindig_ geduld zoowel als eene +_oneindige_ liefde." Het woord "moeder" bracht haar andere moederlijke +raadgevingen voor den geest, die indertijd met ongeloovige ooren +waren aangehoord. + +"John is een beste man, maar hij heeft zijn gebreken, en je moet die +leeren verdragen, door aan je eigene te denken. Hij is zeer beslist, +maar zal nooit stijfhoofdig zijn, wanneer je vriendelijk met hem +redeneert, en je niet ongeduldig verzet. Hij is erg accuraat, en +eischt de stipte waarheid in alles--een uitstekende hoedanigheid, +al noem jij hem 'wat al te precies'. Bedrieg hem nooit door blik of +woord, Meta, en hij zal je het vertrouwen schenken dat je verdient, +en al de teedere zorg, waaraan je behoefte hebt. Hij heeft een ander +temperament dan het onze--bij ons is na een uitbarsting alles weer +voorbij--maar is John's toorn, die zelden ontbrandt, eenmaal opgewekt, +dan is die heel moeilijk tot bedaren te brengen. Draag vooral zorg dien +toorn niet jegens jezelf gaande te maken, want je vrede en geluk zijn +verloren, als hij zijn achting voor je verliest. Wees dus voorzichtig; +vraag het eerst om vergeving, als jullie beiden gedwaald hebt, en +wacht je voor kleine grieven, misverstanden en driftige woorden, +die dikwijls den weg banen tot diepe droefheid en lang naberouw." + +Deze woorden kwamen Meta te binnen, terwijl zij in het schijnsel +van de ondergaande zon zat te borduren, 't Was hun eerste ernstige +oneenigheid; haar eigen heftige uitval scheen haar nu laf en onredelijk +toe, nu zij zich dien weer voor den geest riep; haar boosheid leek +opeens zoo kinderachtig, en de gedachte aan den armen John, die +bij zijn thuiskomst met zoo'n scène verwelkomd werd, verteederde +haar geheel. Met tranen in de oogen gluurde ze naar hem, maar hij +zag het niet; toen legde zij haar werk neer en stond op, denkende: +"Ik _zal_ de eerste zijn om te zeggen 'vergeef mij,'" maar hij scheen +haar niet te hooren; zij liep langzaam de kamer door--want het viel +haar heel moeilijk haar trots te onderdrukken--en bleef bij hem staan, +maar hij keerde zijn hoofd niet om. Een minuut lang meende ze, dat ze +het _onmogelijk_ doen kon; toen drong de gedachte naar boven: "Dit is +het begin; ik zal het mijne doen, dan heb ik mij niets te verwijten," +en zich bukkende kuste zij haar man op het voorhoofd. Dit besliste de +zaak natuurlijk; de berouwvolle kus was beter dan een zee van woorden, +en in een oogenblik had John haar op zijn knie, terwijl hij teeder zei: + +"Het was ook onhebbelijk van me, om over die ongelukkige geleipotjes +te lachen; vergeef mij, lieveling, ik zal het nooit weer doen." + +Maar hij deed het wel weer, o ja, wel honderdmaal en Meta ook, doch +beiden waren 't er over eens, dat dit de beste gelei was, die zij +ooit gemaakt hadden, want huiselijke vrede werd geboren uit dien +kleinen huiselijken twist. + +Eenigen tijd daarna had Meta John's vriend op een speciale uitnoodiging +ten eten, en zorgde ze voor een keurig dinertje, zonder een gekookte +huisvrouw als eerste gerecht; en bij deze gelegenheid was zij zoo +vroolijk en vriendelijk, en wist alles zoo aardig te regelen, dat +Scott Brooke een overgelukkigen kerel noemde, en den heelen weg +naar huis zijn hoofd liep te schudden over de ontberingen van het +vrijgezellen-leven. + +In den herfst deed Meta nieuwe ondervindingen op. Sallie Moffat +knoopte de vriendschap weer aan, en liep gedurig eens over om een +praatje te maken in het kleine huisje, of "die arme lieve Meta" over +te halen, den dag in het groote huis te komen doorbrengen. Dat was +heel gezellig, want met somber weer voelde Meta zich dikwijls eenzaam; +thuis waren allen bezig. John bleef tot den avond weg, en zij had niets +te doen dan te handwerken, te lezen en wat rond te scharrelen. Het +was dus niet meer dan natuurlijk, dat Meta in de gewoonte verviel, +met haar vriendin uit te loopen en wat te babbelen. Het zien van +Sallie's dingen deed haar verlangen ze ook zoo te bezitten, en zich +zelve beklagen, omdat zij ze niet kon bekostigen. Sallie was heel +vriendelijk, en bood haar dikwijls de begeerde kleinigheden aan, +maar Meta sloeg ze af, overtuigd dat John 't niet graag zou hebben; +en toch kwam dat dwaze ijdele schepseltje langzamerhand tot dingen, +die John nog oneindig meer ergernis gaven. + +Zij wist precies hoeveel inkomen haar man had, en vond het een +heerlijke gedachte dat hij haar niet alleen zijn geluk, maar +ook, wat veel mannen nog hooger schijnen te schatten, zijn geld +toevertrouwde. Zij wist, waar het lag, en zij kon te allen tijde nemen, +zooveel zij wilde; al wat hij verlangde was, dat zij alles nauwkeurig +zou opschrijven, eens in de maand haar rekeningen zou betalen, en in +'t oog houden, dat zij de vrouw van een onbemiddeld man was. Tot nog +toe had zij goed opgepast, was voorzichtig en nauwkeurig geweest, +had haar huishoudboek netjes bijgehouden en het hem elke maand +onbeschroomd laten zien. + +Maar in 't najaar sloop de slang in Meta's paradijs en verleidde +haar, als zoo menige Eva uit den lateren tijd, niet met appels, maar +met opschik. Meta vond het onuitstaanbaar beklaagd te worden en zich +arm te voelen; het maakte haar knorrig; maar zij was te beschaamd om +dat te erkennen, en trachtte zich te troosten, door nu en dan iets +moois te koopen; zoodat Sallie niet hoefde te denken, dat zij zich +moest bekrimpen. Zij gevoelde zich daarna altijd een beetje zondig, +want de mooie dingen waren zelden noodig, maar ze waren immers toch +zoo goedkoop! 't Was de moeite niet waard er over te tobben! Dus +groeiden de kleinigheden onmerkbaar aan, en bij 't winkelen bleef +Meta niet langer een werkeloos toeschouwster. + +Modesnufjes kosten evenwel meer, dan men zoo oppervlakkig zou denken, +en toen Meta aan het einde der maand haar kasboek opmaakte, stond +zij versteld over het bedrag. John had het die maand extra druk, +en liet de rekeningen aan haar over; de volgende maand was hij van +huis, maar de daarop volgende hield hij een groote driemaandelijksche +afrekening, die Meta nooit weer vergat. Een paar dagen geleden had ze +iets vreeslijks gedaan, dat als lood op haar geweten drukte. Sallie +had pas een nieuwe zijden japon gekocht, waar Meta ook juist zoo +naar smachtte--een mooi licht zijdje om in uit te gaan! Haar zwarte +zijden stond zoo stemmig, en een dun stofje als avondtoilet was alleen +goed voor jonge meisjes. Tante March gaf gewoonlijk ieder der zusters +vijfentwintig dollar als Nieuwjaarsgift, daarop behoefde zij dus nog +maar een maand te wachten, en nu was er juist een koopje van beeldige +lila zijde, en zij had het geld er voor in handen. Als zij het er maar +voor durfde gebruiken! John zei altijd wel, dat het zijne het hare was, +maar zou hij het goed vinden, dat zij niet alleen die vijfentwintig +dollar, die nog komen moesten, maar ook vijfentwintig dollar van +het huishoudgeld gebruikte? Dat was de vraag. Sallie had haar erg +gedrongen om het te doen, haar aangeboden het geld voor te schieten, +en met de beste bedoelingen ter wereld Meta in een onweerstaanbare +verzoeking gebracht. In een zwak oogenblik spreidde de winkelbediende +de verleidelijke, glanzige stof uit, en zei: "Een koopje, mevrouw, +dat verzeker ik u." Toen was Meta bezweken en had gezegd: "Ik neem +het!" en het werd afgesneden en betaald, en Sallie had in de handen +geklapt en Meta had gelachen, alsof het iets van geen beteekenis was, +maar zij reed naar huis met een gevoel, alsof zij iets had gestolen +en de politie haar op de hielen zat. + +Toen zij thuis kwam, trachtte zij haar gewetenswroegingen te stillen +door de glanzige zijde uit te spreiden, maar zij leek nu niet half +zoo zilverachtig en kleurde haar toch volstrekt niet zoo bizonder, +en de woorden "vijftig dollar" schenen als een patroon op elken +meter gedrukt te zijn. Zij borg het goed weg, maar de gedachte er +aan vervolgde haar: niet op aangename wijze, zooals een nieuwe japon +anders zou doen, maar benauwend als een spooksel. Toen John dien +avond zijn boeken voor den dag haalde, ontzonk haar de moed, en voor +de eerste maal sedert haar huwelijk was zij bang voor haar man. De +vriendelijke bruine oogen zagen er uit, of zij streng konden zijn, +en hoewel hij buitengewoon vroolijk leek, verbeeldde zij zich, dat +hij haar misdaad op het spoor gekomen was, maar dit niet wilde laten +merken. De huishoudelijke rekeningen waren alle betaald en alle posten +in orde; John had haar geprezen, en wilde nu het oude zakboek, dat zij +"de bank" noemden, openleggen, toen Meta, die wist, dat er niets op +de creditzijde stond, zijn hand vast hield en op gejaagden toon zei: + +"Je hebt mijn kleedgeldboekje nog niet gezien." John vroeg daar nooit +naar, maar zij stond er altijd op, dat hij het door zou kijken, en +vermaakte zich dan met zijn mannelijke verbazing over de wonderlijke +dingen die vrouwen noodig hadden, liet hem gissen wat een "pleureuse" +was of zich verwonderen, hoe een klein prul, bestaande uit drie rozen, +een beetje stroo en een paar el lint, bij mogelijkheid een hoed kon +zijn, en vijf of zes dollar kostte. Dien avond zag hij er uit, alsof +hij met het grootste plezier haar om haar cijfers zou uitlachen, +of voorwenden dat hij versteld stond over haar buitensporigheid, +hoewel hij bizonder trotsch was op zijn overlegzaam vrouwtje. + +Het kleine boekje werd langzaam voor den dag gehaald en voor hem +neergelegd. Meta ging achter zijn stoel staan, onder voorwendsel, +de rimpels van zijn vermoeid voorhoofd glad te strijken, en zoo als +zij daar stond, zei zij, terwijl haar angst met ieder woord toenam: + +"John, beste man, ik schaam mij eigenlijk om je mijn boek te laten +zien, want ik ben in den laatsten tijd zoo verkwistend geweest. Ik ga +zooveel uit, en daarom begrijp je wel, dat ik allerlei dingen noodig +heb. Sally raadde mij dikwijls aan iets te koopen, en dat deed ik +dan wel eens meer dan verstandig was. Met mijn nieuwjaarsgeld kan ik +er een gedeelte van betalen; maar het spijt mij toch erg, dat ik het +gedaan heb, want ik wist, dat je het verkeerd van mij zou vinden." + +John lachte en trok haar naast zich, terwijl hij vriendelijk zei: +"Wind er maar geen doekjes om; ik zal je geen pak slaag geven, als je +een paar nuffige laarsjes gekocht hebt! Ik ben wel een beetje trotsch +op de voetjes van mijn vrouw, en 't kan mij niet schelen, of zij drie +of vier dollar voor haar laarzen betaalt, als het maar goede zijn." + +Dit was een van haar laatste "kleinigheden" geweest, en John's oog +was er onder het spreken op gevallen. + +"O, wat _zal_ hij zeggen, als hij aan die vreeselijke vijftig dollar +komt," dacht Meta met een rilling. + +"'t Is erger dan een paar laarzen--'t is een zijden japon," zei zij met +de kalmte der wanhoop, want zij verlangde nu maar het ergste te hooren. + +"Wel kind, 'wat is het drommelsche totaal,' zooals mijnheer Mantalini +[3] het noemde." + +Dit klonk in 't geheel niet als een gezegde van John en zij wist, +dat hij haar aankeek met dien openhartigen blik, dien zij tot nu toe +altijd even vrijmoedig had durven beantwoorden. Zij sloeg het blad +om en wendde het hoofd af, terwijl ze op de som wees, die zonder +de vijftig dollar al hoog genoeg geweest zou zijn, maar die mèt dat +bijvoegsel eenvoudig verpletterend scheen. Gedurende een oogenblik +was het doodstil in de kamer; toen zei John langzaam--maar zij voelde, +dat het hem moeite kostte geen ongenoegen te toonen: + +"Ik weet natuurlijk niet, of vijftig dollar veel is voor een japon, +met al de kanten en tirlantijnen, die er tegenwoordig bij noodig zijn." + +"Hij is nog niet gemaakt of gegarneerd," fluisterde Meta bijna +onhoorbaar, want de plotselinge gedachte aan de onkosten, die dat +nog met zich zou slepen, benam haar het laatste greintje moed. + +"Twintig el zij schijnt nog al veel om zoo'n slank persoontje +te kleeden, maar ik twijfel niet, of mijn vrouw zal, als zij die +japon aanheeft, even mooi zijn als mevrouw Ned Moffat," merkte John +droogjes op. + +"Ik weet dat je boos bent, John, maar ik kan het heusch niet helpen; +ik was niet van plan je geld zoo te verspillen, en ik dacht niet, dat +al die kleinigheden zoo zouden oploopen. Ik kán het niet laten als ik +Sallie, al wat zij noodig heeft, zie koopen, en als zij mij beklaagt, +dat ik het niet doen kan! 'k Doe werkelijk mijn best tevreden te +blijven, maar 't is zoo moeilijk, en het verveelt mij soms vreeselijk +arm te zijn." + +De laatste woorden zei ze zóó zachtjes, dat zij meende, dat John ze +niet verstaan kon, maar hij verstond ze wél, en ze kwetsten hem diep, +daar hij zich om Meta's wil menig genoegen ontzegd had. Zij zou haar +tong wel hebben willen afbijten, zoodra zij het geuit had, want John +stond op, schoof de boeken van zich af, en zei met een eenigszins +onvaste stem: "Daar ben ik wel bang voor geweest; ik doe mijn best, +Meta." Als hij tegen haar was uitgevaren, of haar zelfs verwoed door +elkaar had geschud, zou 't haar niet zóó getroffen hebben als die paar +woorden. Zij liep op hem toe, sloot hem vast in haar armen, en riep +onder berouwvolle tranen: "O, John! mijn lieve, goeie, ijverige jongen, +ik meende het niet! Het was zoo slecht, zoo onwaar en zoo schandelijk +ondankbaar! Hoe kon ik zoo iets zeggen! O, hoe kón ik zoo iets zeggen!" + +John was heel vriendelijk, vergaf het haar dadelijk en uitte geen enkel +verwijt, maar Meta wist, dat zij iets had gedaan en gezegd, wat hij +niet spoedig zou vergeten, hoewel hij er misschien nooit op terugkomen +zou. Zij had beloofd hem in voor- en tegenspoed te zullen liefhebben, +en nu verweet zij, zijn vrouw, hem zijn armoede, nadat zij zijn +verdiend geld lichtzinnig had verspild! Hoe vreeselijk! en het ergste +was nog, dat John daarna voortging, alsof er niets was gebeurd. Hij +bleef alleen nog langer op zijn kantoor, en werkte tot in den nacht, +nadat Meta zich al lang in slaap had geschreid. Een week van wroeging +maakte haar bijna ziek, en de ontdekking, dat John zijn nieuwe overjas +had afbesteld, bracht haar in een toestand van wanhoop, die tragisch +was om aan te zien. In antwoord op haar verwonderde vraag naar de +reden hiervan, zei hij enkel: "Ik kan het niet bekostigen, lieveling." + +Meta zei niets meer, maar even later vond hij haar in de gang, met +haar gezicht in de oude overjas verborgen, schreiende, alsof haar +hart zou breken. Zij hadden dien avond een lang gesprek, en Meta begon +haar echtgenoot nog meer lief te krijgen, juist om zijn armoede, want +die had hem een man gemaakt--had hem de kracht en den moed gegeven +zich een eigen weg te banen--en hem dat vriendelijk geduld geleerd, +waarmee hij al de natuurlijke verlangens en tekortkomingen van hen, +die hij liefhad, wist te bevredigen en te verdragen. + +Den volgenden dag zette zij al haar hoogmoed op zij, ging naar Sallie, +vertelde haar de volle waarheid, en verzocht haar als een gunst de +zijde te willen overnemen. + +Het goedhartige mevrouwtje Moffat was hier dadelijk toe bereid, +en had gelukkig zooveel fijn gevoel, dat zij ze haar vriendin niet +dadelijk daarna cadeau deed. Toen liet Meta de overjas bezorgen en +tegen dat John thuis kwam, trok zij die aan en vroeg hem, hoe hij +haar nieuwe zijden japon vond. Iedereen begrijpt welk antwoord zij +kreeg, hoe John het geschenk aannam, en hoe innig gelukkig zij daarna +waren. John kwam weer vroeg thuis, Meta liep niet meer uit, en de +overjas werd elken morgen door een zeer gelukkige echtgenoot aan- +en elken avond door een zeer liefhebbende vrouw uitgetrokken. Zoo +ging het jaar voorbij, en den volgenden zomer deed Meta een nieuwe +ondervinding op, de diepste en teederste in het leven eener vrouw. + +Laurie kwam op zekeren Zaterdag met een geheimzinnig gezicht de keuken +van "de duiventil" binnen sluipen en werd met cymbaalgeschal ontvangen, +want Hanna klapte in de handen, met een pan in de eene en het deksel +in de andere hand. + +"Hoe gaat het de jonge mama? Waar is iedereen? Waarom hebben ze het +mij niet geschreven, voordat ik thuis kwam," vroeg Laurie op luid +fluisterenden toon. + +"Zoo gelukkig als een koningin, de lieve engel! Zij zijn allemaal +boven aan 't aanbidden, en we hadden geen wervelwinden noodig. Ga +maar in de voorkamer en ik zal wel iemand bij u sturen," en na dit +eenigszins ingewikkeld antwoord, verdween Hanna, vergenoegd grinnekend. + +Een oogenblik daarna verscheen Jo, met een klein flanellen pakje op +een groot kussen. Jo's gezicht stond heel ernstig, maar haar oogen +schitterden en aan haar stem kon men hooren, dat zij een aandoening +trachtte te bedwingen. + +"Doe je oogen toe, en steek je armen uit," commandeerde zij. + +Laurie trok zich overhaast in een hoek terug, en hield zijn handen +met een smeekend gebaar achter zich--"Neen, dankje, liever niet. Ik +zal het zoo zeker als iets laten vallen of verpletteren." + +"Dan krijg je je neefje niet te zien," zei Jo, zich omkeerend om heen +te gaan. + +"Neen, neen, ik zal het aannemen, maar jij bent verantwoordelijk +voor alle ongelukken," en gehoorzaam aan de ontvangen bevelen, +sloot Laurie heldhaftig de oogen, terwijl iets in zijn armen werd +gelegd. Een luid gelach van Jo, Amy, mevrouw March, Hanna en John, +deed hem een minuut later opzien, en daar zag hij in zijn armen twee +zuigelingen in plaats van één. + +Geen wonder dat zij lachten, want de uitdrukking van zijn gezicht +was dwaas genoeg om den ergsten druiloor te doen schateren, zooals +hij daar stond en met zoo'n hulpelooze verslagenheid beurtelings de +onschuldige schapen en de lachende toeschouwers aanstaarde, dat Jo +op den grond neerviel, en het uitgilde. + +"Tweelingen, bij Jupiter!" was al, wat hij in de eerste oogenblikken +kon uitbrengen; toen keerde hij zich tot de vrouwen met een smeekenden +blik, die waarlijk treffend was, en voegde er bij: "Laat iemand ze +overnemen, gauw! Ik moet lachen, en ik zal ze nog laten vallen!" + +John redde zijn kleintjes, en wandelde toen de kamer op en neer, +met een kind in elken arm, alsof hij het zijn heele leven gewend +was geweest, terwijl Laurie lachte, totdat hem de tranen langs de +wangen rolden. + +"Dat is de beste grap, die wij in lang gehad hebben, is 't niet? Ik +wou niet, dat iemand het je schreef; want ik wou je eens verrassen, +en me dunkt, het is gelukt!" zei Jo, toen zij weer op adem gekomen was. + +"Ik ben nog nooit in mijn heele leven zóó geschrikt! Wat een +toestand! Zijn het jongens? Hoe zullen ze heeten? Laat ze nog eens +zien! Houd me vast, Jo, want op mijn woord, 't is één te veel voor +mij," antwoordde Laurie en bekeek de kleintjes, zooals een goedige +groote Newfoundlander een paar kleine poesjes zou bekijken. + +"Een jongen en een meisje. Zijn het geen prachtexemplaren?" vroeg de +trotsche vader, de kleine roode, wringende schepseltjes zoo bewonderend +aanstarende, alsof het vleugellooze engeltjes waren. + +"De merkwaardigste kinderen die ik ooit gezien heb! Maar hoe hou je +ze uit elkander?" + +"Amy heeft het jongetje een blauw en het meisje een rose lint omgedaan, +volgens de Fransche mode, dus daaraan kun je 't altijd zien. Bovendien +heeft het eene blauwe en het andere bruine oogen. Geef ze een kus, +Oom Teddy," zei de ondeugende Jo. + +"Ik vrees, dat ze het niet prettig zullen vinden," begon Laurie, +met ongewone beschroomdheid op dit punt. + +"Natuurlijk wel; zij zijn er nu al aan gewend; doe het oogenblikkelijk, +jongmensch," beval Jo, vreezend, dat hij een uitstel mocht voorslaan. + +Laurie trok zijn neus op, en gehoorzaamde door op ieder klein wangetje +een behoedzaam pikje te geven, dat een nieuwe lachbui veroorzaakte +en de kinderen aan het huilen maakte. + +"Daar nou! ik wist wel, dat zij het niet graag zouden hebben. Dat +is de jongen natuurlijk! Kijk hem eens schoppen! hij steekt zijn +vuisten al uit als een flinke bokser. Nu, hoor eens, jonge Brooke, +val iemand van je eigen grootte aan, wil je?" riep Laurie uit, zeer +in zijn schik met een duw in zijn gezicht van het kleine vuistje, +dat doelloos rondschermde. + +"Hij zal John Laurence heeten, en het meisje Margaretha, naar haar +moeder en grootmoeder. Wij zullen haar Daisy noemen, om geen twee +Meta's in de familie te hebben, en ik denk, dat dit kleine baasje wel +Jack zal heeten, of wij moesten nog een beteren naam voor hem vinden," +vertelde Amy, met tantelijke belangstelling. + +"Noem hem Demi-John, en bij verkorting Demi," stelde Laurie voor. + +"Daisy en Demy--_prachtig_! Ik _wist_ wel, dat Teddy er iets op zou +vinden," riep Jo, in de handen klappende. + +Teddy had er dezen keer zeker iets op gevonden, want de kinderen bleven +"Daisy en Demy" tot het eind van hun levensdagen. + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +VISITES MAKEN. + + +"Kom Jo, het is tijd." + +"Waarvoor?" + +"Je meent toch niet, dat je je belofte vergeten hebt, om vandaag een +stuk of zes visites met mij te gaan maken!" + +"Ik heb heel wat dolle dingen in mijn leven gedaan, maar ik geloof +niet, dat ik ooit zoo gek geweest ben van te beloven, dat ik op één +dag zes visites zou maken, terwijl één visite me al voor een heele +week van de wijs brengt." + +"Je hebt het tóch beloofd. We hadden afgesproken dat ik die +potloodschets van Bets zou afmaken, en jij dan behoorlijk met mij +zou mee gaan, om de buurvisites te beantwoorden." + +"Als het mooi weer was; dat stond in het contract en ik houd mij aan +de letter van het verdrag, Shylock. [4] Er zijn donderwolken in het +oosten; het is géén mooi weer, en ik ga dus _niet_." + +"Dát is flauw van je! 't Is prachtig weer; geen kwestie van regen, +en jij die er een eer in stelt altijd je beloften te houden, moest +je nu ook eerlijk aan de afspraak houden. Toe, Jo, doe je plicht, +dan zal ik je weer voor een half jaar met rust laten." + +Jo was juist op dat oogenblik zeer verdiept in haar naaiwerk, want +zij was de japonnenmaakster voor de heele familie, en bizonder over +zichzelve voldaan, dat zij de naald even goed hanteeren kon als de +pen. Het was meer dan vervelend nu gestoord te worden, nu zij er +juist aan toe was voor het eerst te passen. En dan in je beste plunje +op een heeten Julidag uitgesleept te worden om visites te maken! Zij +vond die plechtstatige bezoeken een gruwel, en deed ze nooit, zonder +door Amy in de engte gedreven te zijn door een verdrag, een omkooping +of een belofte. In dit bepaalde geval was geen uitvlucht mogelijk; +en nadat zij knorrig haar schaar had neergegooid met de opmerking, +dat zij een donderbui "rook", gaf zij toe, borg haar werk weg, +nam met een onderworpen gezicht haar hoed en haar handschoenen op, +en deelde Amy mee, dat het slachtoffer gereed was. + +"Jo March, jij zou een heilige uit zijn vel doen springen! Je bent +toch niet van plan in dat costuum visites te gaan maken, hoop ik," +riep Amy, haar met verbazing aanstarend. + +"Waarom niet? Ik ben netjes en luchtig en op mijn gemak; juist goed +voor een stoffige wandeling op een warmen dag. Als de menschen meer +om mijn kleeren dan om mijzelf geven, begeer ik ze niet te zien. Jij +kunt voor ons beiden toilet maken, en er zoo elegant uitzien als je +maar wilt; jij hebt er eer van als je je mooi maakt; ik niet, en al +die prullen vind ik maar last." + +"O, hemel!" zuchtte Amy, "nu is zij in de contramine, en zal me half +dol maken, eer ik haar ordentelijk klaar kan krijgen.--'t Is voor +mij ook geen plezier vandaag te gaan, maar het is een plicht, dien we +aan de samenleving verschuldigd zijn, en jij en ik zijn de eenigen, +die daarvoor op kunnen komen. Ik wil alles voor je doen, Jo, als je +je netjes wilt aankleeden, en beleefd zijn. Je weet altijd zooveel +te praten, en je kunt er zoo gedistingeerd uitzien, als je je beste +mantelpak aan hebt; en als je maar wilt, weet je je zoo goed voor te +doen, dat ik dikwijls trotsch op je ben. Ik ben te verlegen om alleen +te gaan; toe, ga dus maar mee om mij te helpen!" + +"Je bent een slim poesje om je knorrige ouwe zuster op die manier te +vleien en te bepraten. Verbeeld je! _Ik_ gedistingeerd en welgemanierd, +en jij te verlegen om ergens alleen heen te gaan! Ik weet niet, wat +belachelijker is. Nu, maar ik zal gaan, als het dan zoo wezen moet, +en mijn best doen. Jij moet de aanvoerder van de expeditie zijn, en +ik zal blindelings gehoorzamen: is het dan goed?" vroeg Jo, plotseling +van weerbarstigheid tot de meest volmaakte onderwerping overslaande. + +"Je bent een engel! Trek nu al je netste dingen aan, en ik zal je +zeggen, hoe je je bij iedere familie moet gedragen, om den besten +indruk achter te laten. Ik wou zoo graag, dat de menschen van +je hielden, en zij zouden het zeker doen, als je je maar wat wou +inspannen en een beetje toeschietelijk zijn. Doe je haar op die +aardige manier van laatst en steek een roode roos in je manteltje; +die kleurt je goed, en je ziet er anders in je donkere pak wat al +te stemmig uit. Krijg nu je lichte handschoenen en dat geborduurde +zakdoekje. Wij zullen even bij Meta aangaan, om haar witte parasol +te leen te vragen; dan kun jij mijn lichtgrijze gebruiken." + +Terwijl Amy zich kleedde, gaf zij haar bevelen, en Jo bracht ze +ten uitvoer; evenwel niet zonder gedurig protest, want zij zuchtte +onder het aantrekken van haar nieuwe pak, fronste haar wenkbrauwen, +en worstelde wanhopig met spelden, toen zij haar nieuwe tulen jabot +vóórdeed, trok een leelijk gezicht, terwijl zij het zakdoekje uit de +plooien schudde, en vond het borduursel even onaangenaam voor haar +neus, als de aanstaande expeditie voor haar gevoelens; en toen zij, als +toppunt van élégance haar handen gewrongen had in nieuwe handschoenen, +keerde zij zich met een onnoozel gezicht tot Amy en zei onderdanig: + +"Ik voel mij diep ellendig; maar als jij vindt, dat ik presentable ben, +sterf ik gelukkig!" + +"Ik ben bizonder tevreden; draai je nu eens langzaam rond, en laat +ik je eens goed opnemen." + +Jo draaide rond, en Amy trok eens hier en daar, en ging toen achteruit +met het hoofd op zij, terwijl zij welgevallig aanmerkte: + +"Jo, 't is goed, je hoofd is perfect in orde, want die witte hoed +staat je best. Trek je schouders wat naar achteren, en houd je handen +niet zoo stijf; wat doet het er toe, of je handschoenen wat knellen, +ik ben blij dat tante March je zulke mooie gegeven heeft. Zit mijn +mantel recht, en heb ik mijn japon gelijk opgenomen? Ik laat graag +mijn laarzen zien, want mijn voeten zijn mooi, al is mijn neus het +dan ook niet." + +"Je bent een juweeltje, en het is een artistiek genot je te +aanschouwen," verzekerde Jo, terwijl zij met het air van een kenner +door haar hand het effect van den blauwen hoed tegen het goudblonde +haar opnam. "Moet ik mijn besten rok door het stof slepen, of mag ik +hem opnemen, mejuffrouw?" + +"Houd hem op onder het loopen; maar laat hem als je binnen komt +vooral _onmiddellijk_ los, want dat vergat je laatst! Je hebt je +eenen handschoen maar half toegeknoopt, doe het dadelijk even. Je +kunt er nooit netjes uitzien, als je niet op de kleine détails let, +want zij maken het nette geheel uit." + +Jo zuchtte, en had de voldoening, dat, onder het vastmaken van +haar eenen handschoen, de knoopjes van den anderen lossprongen, +maar eindelijk waren zij beiden gereed, en stevenden weg. "Net een +paar schilderijtjes," vond Hanna, die boven uit het raam lag, om ze +na te kijken. + +"Nu Jo, de Chesters zijn nogal aristocratisch, dus bij hen moet je je +bizonder goed gedragen. Maak nu niet zulke wonderlijke opmerkingen en +doen niets raars, hoor! Wees alleen maar kalm, gewoon en bedaard, dat +is altijd veilig en lady-like, en dat kun je toch wel een kwartiertje +uithouden," zei Amy, toen zij het eerste huis naderden, nadat zij de +witte parasol hadden afgehaald, en door Meta, met een kind op elken +arm, waren geïnspecteerd. + +"Laat eens kijken: kalm, gewoon en bedaard,--ja, dat kan ik wel op mij +nemen. Ik heb eens de rol van een stemmige jonge dame moeten spelen, +en die zal ik nu vertoonen. Mijn talent is groot, zooals je zult zien; +wees dus volkomen gerust, mijn kind." + +Amy glimlachte tevreden, maar de ondeugende Jo hield haar aan haar +woord; want gedurende het eerste bezoek zat zij daar in een keurige +houding, met onberispelijke kleeren, kalm en effen als de zomerzee, +koel als een ijsschots, en stom als een sphinx. Tevergeefs sprak +mevrouw Chester over haar "interessanten roman"; tevergeefs brachten +de jonge dames Chester partijen, pic-nics, de opera en de modes op het +tapijt; alles werd beantwoord met een glimlach, een hoofdbuiging en +een stemmig "ja" of "neen." Tevergeefs telegrafeerde Amy het woord +"práát", tevergeefs trachtte zij haar in 't gesprek te mengen, of +stootte ze haar ongemerkt met haar voet aan; Jo keek zoo onschuldig, +alsof zij de beschrijving van Maud's [5] gelaat: "IJskoude schoonheid, +prachtige nul," plastisch wilde voorstellen. + +"Wat een trotsch, onbehaaglijk wezen is die oudste juffrouw March," was +de ongelukkig nog hoorbare opmerking van een der dames, toen de deur +zich achter de bezoeksters sloot. Jo lachte stilletjes de heele gang +door, maar Amy keek kwaad over de mislukking van haar raadgevingen, +en gaf, zeer natuurlijk, de schuld aan Jo. + +"Hoe kón je me nu zóó verkeerd begrijpen? Ik meende alleen maar, +dat je behoorlijk waardig en bedaard moest zijn, en nu doe je net +of je een stok of een steen bent. Doe nu in vredesnaam je best om +gezellig te wezen bij de Lambs; praat zooals de andere meisjes doen, +en stel belang in modes en hofmakerijen, en welke nonsens er ook op +het tapijt komt. Zij gaan in de beste kringen uit, en het is voor +ons veel waard dat wij ze kennen, daarom zou ik hier niet graag een +verkeerden indruk maken." + +"Ik zal voorkomend zijn, praten en grinneken en over elke kleinigheid +gieren of mijn afschuw toonen, al naar je maar wilt. Ik vind het heusch +nogal grappig, en zal nu voorstellen, wat men een '_allerliefst_ +meisje' noemt. Ik kan het best doen, want ik heb May Chester voor +model, en dat zal ik nog wat uitwerken. Pas maar eens op, of de +Lambs niet zullen zeggen: 'Wat een levendig, aardig schepseltje is +die Jo March!'" + +Amy werd meer en meer ongerust, en dat mocht zij ook wel, want +als Jo eens begon met haar dwaasheden, wist men niet waar zij zou +ophouden. Het was de moeite waard Amy's gezicht te zien, toen zij +haar zuster het volgend salon zag binnenwippen, al de jonge dames +met de grootste hartelijkheid zag omhelzen, de jongeheeren minzaam +toelachen, en zich zoo levendig in het gesprek mengen, dat ze er van +versteld stond. Amy werd in beslag genomen door mevrouw Lamb, van wie +zij een lievelingetje was, en moest een lang verslag aanhooren van +Lucy's laatste ziekte, terwijl drie uitgaande jongelui om haar heen +zweefden, en slechts op een pauze wachtten, om haar aan te spreken +en te bevrijden. In deze positie was het haar volstrekt onmogelijk +Jo te stuiten, die door een boozen geest bezeten scheen, en even +levendig doorrammelde als de oude dame. Er vormde zich een kringetje +rondom haar, en Amy spitste de ooren om te hooren, wat er verhandeld +werd, want verbaasde uitroepen vervulden haar met angst, opengesperde +oogen en opgeheven handen deden haar vergaan van nieuwsgierigheid en +herhaalde uitbarstingen van lachen haar branden van verlangen om aan +de vroolijkheid deel te nemen. Men kan zich een denkbeeld maken van +haar lijden, daar zij fragmenten opving als: + +"Zij rijdt keurig--van wien heeft zij het geleerd?" + +"Van niemand; zij oefende zich in het opstijgen, het houden van den +teugel en het rechtop zitten, op een oud zadel in een boom. Nu kan +zij alle paarden berijden; ze kent geen angst, en de verhuurder +geeft haar de paarden goedkoop, omdat zij ze zoo goed voor dames +dresseert. Zij is er zoo'n hartstochtelijke liefhebster van, dat zij +in tijd van nood een uitstekende paardentemster zou kunnen worden, +en zoo den kost verdienen." + +Bij dit vreeselijke verhaal kon Amy zich slechts met moeite +bedwingen. Het moest immers wel den indruk maken, alsof zij een +bizonder mannelijke jonge dame was, iets waarvan zij juist den +grootsten afkeer had! Maar wat kon zij er aan doen? De oude dame +was in het midden van haar verhaal, en lang voordat dit uit was, +zat Jo al weer op haar praatstoel, deed nog meer dwaze onthullingen +en beging nog vreeselijker misslagen. + +"Ja, Amy was dien dag wanhopig, want al de goede paarden waren +verhuurd, en van de drie, die er nog overbleven, was het eene lam, +het andere blind en het derde zoo koppig, dat men zand in zijn mond +moest stoppen, om hem voort te krijgen. Een aardig beest voor een +plezierritje, hè?" + +"En welk nam zij?" vroeg een der lachende heeren, die zeer veel belang +in dit onderwerp stelden. + +"Geen van de drie. Zij hoorde van een jong paard op een boerderij aan +den overkant van de rivier, en hoewel er nooit een dame op gereden had, +besloot zij het te probeeren, omdat het zoo mooi en dartel was. U weet +niet hoeveel moeite ze zich getroostte! Er was niemand om het paard bij +het zadel te brengen, en dus bracht zij het zadel bij het paard. Ja +heusch, zij roeide het over de rivier, nam het op haar hoofd en liep +er mee naar de schuur, tot groote verbazing van den ouden boer!" + +"En bereed zij dat paard?" + +"Natuurlijk, en zij had een heerlijken rit. Ik was bang, dat ik haar +aan stukken naar huis zou zien brengen, maar zij wist het perfect in +toom te houden, en was de ziel van de partij." + +"Nou, dat noem ik kranig!" en de jonge Lamb wierp een goedkeurenden +blik op Amy, en begreep niet wat zijn moeder toch kon zeggen, dat +haar zoo rood en verlegen maakte. + +Zij werd nog rooder en verlegener, toen door een plotselinge wending +in het gesprek het toilet op het tapijt kwam. Een der jonge dames +vroeg Jo, waar zij toch dien mooien grijzen hoed vandaan had, dien +zij op den pic-nic ophad; en die domme Jo, in plaats van den winkel +te noemen, waar hij twee jaar geleden gekocht was, antwoordde met +geheel onnoodige openhartigheid: "O, Amy had hem geverfd; die zachte +kleuren kun je dikwijls niet koopen, daarom verven wij onze hoeden +in elke tint, die wij verlangen. Ja 't is een groot gemak als je een +kunstenares tot zuster hebt!" + +"Hoe origineel!" riep juffrouw Lamb uit, die Jo erg grappig vond. + +"Sommige van haar meesterstukken zijn onvergelijkelijk. Er is niets, +wat dat kind niet doen kan. Zoo had ze een paar blauwe schoentjes +noodig voor Sallie's partij, en toen verfde zij eenvoudig haar vuile +witte met het allerliefste hemelsblauw dat je ooit gezien hebt, +en ze zagen er net uit, of zij nieuw waren," voegde Jo er bij, met +een soort van trots op de handigheid van haar zuster, die Amy zoo +radeloos maakte, dat het haar goed zou gedaan hebben, als zij Jo haar +visiteboekje naar het hoofd had kunnen gooien. + +"Eenigen tijd geleden hebben wij met groot genoegen een verhaal van +u gelezen," merkte de oudste juffrouw Lamb aan, om een compliment te +maken aan de literarische jonge dame, die er, om de waarheid te zeggen, +op dit oogenblik niet erg naar uitzag. Maar de minste vermelding van +haar "werken" had altijd een slecht effect op Jo, die altijd òf stijf +werd en beleedigd keek, òf, zooals nu, met een onvriendelijke opmerking +van onderwerp veranderde. "Het spijt mij, dat u niets beters te lezen +had. Ik schrijf die dingen, omdat zij goed betaald worden, en sommige +menschen vinden ze mooi. Gaat u dezen winter weer naar New-York?" + +Daar juffrouw Lamb het verhaal "met groot genoegen" gelezen had, +was dit gezegde niet bizonder aardig of complimenteus. Jo bemerkte +haar misslag, zoodra zij de woorden uitgesproken had; maar uit vrees, +dat zij de zaak nog verergeren zou, herinnerde zij zich plotseling, +dat het aan haar was, het eerste sein tot vertrek te geven, en dit +deed ze dan ook zoo overhaast, dat drie personen in een halven volzin +bleven steken. + +"Amy, wij moeten _heusch_ gaan, dag Lucy, kom ons toch vooral eens +_gauw_ opzoeken; wij verlangen _vreeselijk_ naar een bezoekje! Ik +durf _u_ niet animeeren mijnheer Lamb, maar als u soms komen _mocht_, +zult u _hartelijk_ welkom zijn!" + +Jo zei dit alles met zoo'n dwaze nabootsing van Mary Chester's +overdreven spreekmanier, dat Amy zoo gauw mogelijk de kamer uitsnelde, +niet wetende of zij lachen of huilen zou. + +"Heb ik mij nu niet goed gehouden?" vroeg Jo voldaan, onder het +wegwandelen. + +"Het kón niet erger," was Amy's verpletterend antwoord. "Wat heeft +je toch bezeten, om al die verhalen over mijn zadel en dien hoed en +die schoenen en al die dingen te vertellen?" + +"Och, de menschen vinden het grappig, en lachen er om. Zij weten best, +dat wij niet rijk zijn, dus hoeven wij niet te doen, of wij er een +stalknecht op na houden, elk seizoen drie of vier hoeden koopen, +en even gemakkelijk als zij aan mooie dingen kunnen komen." + +"Je hoeft hun niet al onze kleine hulpmiddelen te verklappen en onze +armoede zoo noodeloos ten toon te stellen. Je hebt geen zier gepast +gevoel van trots, en zult nooit leeren, wanneer je moet spreken of +je mond houden," klaagde Amy wanhopig. + +De arme Jo keek verlegen, en wreef zwijgend met den stijven zakdoek +langs haar neus, alsof zij op deze manier boete wilde doen voor +haar wangedrag. + +"Hoe moet ik mij hier gedragen?" vroeg zij, toen zij de derde woning +naderden. + +"Zooals je wilt; ik trek mijn handen van je af," antwoordde Amy kort. + +"Dan zal ik mijn eigen zin doen. De jongens zijn thuis, daar zal ik +wel mee opschieten. De hemel weet, dat ik een variatie noodig heb, want +deftigheid heeft altijd een slecht effect op mijn gemoedsgesteldheid," +antwoordde Jo barsch, teleurgesteld over de mislukking van haar +pogingen om te behagen. + +Een opgewonden welkom van drie groote jongens en verscheiden +aardige kinderen verzachtte spoedig haar gekwetste gevoelens, en +de vrouw des huizes en den jongen Tudor, die daar juist een bezoek +bracht, aan Amy overlatende, wijdde Jo zich aan de jeugd en vond de +verandering zeer opwekkend. Zij luisterde met echte belangstelling +naar schoolverhalen, streelde zonder tegenzin poedels en jachthonden, +stemde van harte toe, dat "Tom Brown een bar leuke jongen was," +zonder op de eigenaardige lofspraak te letten; en toen een der knapen +een bezoek aan de schildpaddenkom voorstelde, sprong zij met zooveel +bereidwilligheid op, dat de mama haar toelachte, en tegelijk haar +kapsel in orde bracht, dat in een wanhopigen toestand was geraakt +door al de hartelijke maar wel wat beerachtige omhelzingen, waarmee +haar kinderen bizonder gul waren. Amy liet haar zuster aan zichzelf +over en genoot naar hartelust. De oom van Tudor was getrouwd met +een Engelsche dame, die een achternicht was van een levenden lord, +en Amy beschouwde de heele familie met diep ontzag. Want, in spijt +van haar Amerikaansche geboorte en opvoeding, bezat zij dien eerbied +voor titels, die de meesten onzer aangeboren is en hield ze in stilte +vast aan het oude geloof in koningen, dat de meest democratische +natie onder de zon nog steeds in rep en roer brengt bij de komst van +een vorstelijken spruit,--waarschijnlijk nog een overblijfsel van de +liefde, die het jonge land het moederland toedraagt. Maar zelfs de +voldoening van met een verren bloedverwant van den Britschen adel te +spreken, deed Amy den tijd niet vergeten, en toen het gepast aantal +minuten was verstreken, rukte zij zich haars ondanks los uit dit +aristocratisch gezelschap, en keek rond naar Jo,--vurig hopend, dat +ze haar onverbeterlijke zuster niet in een toestand mocht aantreffen, +die schande zou brengen over den naam der familie March. + +Het kon erger geweest zijn, maar Amy vond het al erg genoeg: want +daar zat Jo in het gras, met een bende jongens om zich heen, en een +hond met vuile pooten in rustigen sluimer op haar besten rok, terwijl +zij een van Laurie's studentenstreken aan het bewonderend gehoor +meedeelde. Een klein kind pikte de schildpadden met Amy's parasol, een +ander knabbelde koekjes boven Jo's gekleeden hoed, en een derde had +een bal gemaakt van haar handschoenen, en gooide er mee. Maar allen +genoten, en toen Jo haar beschadigde bezittingen opzamelde om heen +te gaan, deed het geheele gezelschap haar uitgeleide, en smeekte haar +terug te komen.--Het was zoo éénig haar van Laurie te hooren vertellen! + +"Aardige jongens, hè? Nu ben ik weer opgefrischt!" zei Jo, +voortstappend met de handen op den rug, gedeeltelijk om de bespatte +parasol te verbergen. + +"Waarom ontwijk je Tudor altijd?" vroeg Amy, wijselijk geen +aanmerkingen makende op Jo's ontredderd voorkomen. + +"Ik houd niet van hem; hij neemt airs aan, snauwt zijn zusters af, doet +zijn vader verdriet en spreekt oneerbiedig over zijn moeder. Laurie +zegt, dat hij een doordraaier is, en _ik_ verlang zijn kennismaking +niet; dus houd ik mij op een afstand." + +"Je kon tenminste beleefd tegen hem zijn. Je gaf hem een opvallend +koel knikje, en daarnet maakte je met den vriendelijksten glimlach +ter wereld een buiging voor Tommy Chamberlain--zijn vader heeft een +kruidenierswinkel. Als je het knikje en de buiging juist andersom +had toegedeeld, zou het goed geweest zijn," zei Amy berispend. + +"Neen, dat zou het niet," antwoordde de weerbarstige Jo, "want ik +bemin, bewonder, noch acht Tudor, ofschoon de nicht van den neef van +den oom van zijn grootvader een achternicht van een Lord was. Tommy +is arm en verlegen maar een brave jongen en heel knap; ik heb een +hoogen dunk van hem, en dat verlang ik hem te toonen, want hij is +een gentleman, ondanks zijn vaders bruin papieren zakjes." + +"Het geeft niets, of men jou al iets aan 't verstand zoekt te brengen," +begon Amy. + +"Neen, volstrekt niets, kindlief," viel Jo haar in de rede; "laten wij +dus maar een vriendelijk gezicht zetten, en hier een kaartje afgeven, +want de Kings zijn uit, waarvoor ik meer dan dankbaar ben." + +Nadat het visiteboekje zijn plicht had gedaan, wandelden de meisjes +voort, en Jo uitte eene tweede dankzegging, toen zij het vijfde huis +bereikten, en vernamen, dat de jonge dames belet hadden. + +"Laten we nu naar huis gaan, en ons vandaag niet nog met tante March +ook plagen. Wij kunnen daar altijd wel eens aanloopen, en ik vind het +een bezoeking ons nog langer in onze beste plunje voort te sleepen, +nu wij al knorrig en moe zijn." + +"Spreek alleen voor jezelf, als 't jeblieft. Tante heeft graag, +dat wij haar in statie een formeel bezoek komen brengen. 't Is maar +een kleinigheid, maar het doet haar genoegen, en ik geloof niet, +dat je kleeren er half zooveel door zullen lijden, als wanneer je +ze door vuile honden en ruwe jongens laat bederven. Buk maar eens, +dan zal ik de kruimels van je hoed afslaan." + +"Wat ben je toch een geduldig lam, Amy," zei Jo, met een berouwvollen +blik van haar eigen beschadigd costuum naar dat van haar zuster, +dat er nog zoo frisch en keurig uitzag. "Ik wou, dat het mij ook zoo +gemakkelijk afging als jou, om met kleinigheden menschen plezier te +doen. Ik denk er wel aan, maar het neemt mij te veel tijd, om ze te +doen, ik wacht dan liever op een gelegenheid om ze een grooten dienst +te bewijzen, en laat de kleine na; en toch kom je daar tenslotte nog +verder mee, geloof ik." + +Amy glimlachte, was dadelijk verteederd, en zei op moederlijken toon: + +"Vrouwen moeten leeren zich aangenaam te maken, vooral wanneer +zij niet rijk zijn, want zij kunnen dan op geen andere manier de +vriendelijkheden, die men hen bewijst, vergelden. Als je dat in 't +oog houdt en daarnaar handelt, zullen de menschen veel meer van jou +houden dan van mij, omdat jij veel meer een persoonlijkheid bent." + +"Ik ben een knorrige ouwe zeurkous, en dat zal ik wel altijd blijven; +maar ik moet erkennen, dat je gelijk hebt. 't Valt mij alleen maar +gemakkelijker mijn leven voor iemand te wagen, dan vriendelijk +jegens hem te zijn, wanneer ik er niet toe gestemd ben. 't Is heel +lastig, wanneer je zulke sterke sympathieën en antipathieën hebt, +vind je niet?" + +"'t Is nog lastiger, wanneer je ze niet kunt verbergen. Ik moet +bekennen, dat ik geen greintje beter over Tudor denk, dan jij; maar +ik ben niet geroepen hem dat te zeggen, en jij ook niet; en het is +geen reden voor jou onaangenaam te zijn, omdat hij het is." + +"Maar ik vind, dat meisjes het moeten toonen, wanneer zij 't gedrag +van jongelui afkeuren; en hoe kunnen zij dat doen, behalve door hun +manieren. Preeken helpt niets, zooals ik tot mijn spijt ondervonden +heb, sedert ik Teddy onder handen heb; maar door allerlei kleine +manieren kan ik, zonder een enkel woord, invloed op hem uitoefenen; en +ik vind, dat wij dat ook op anderen behooren te doen, als wij kunnen." + +"Teddy is een heel bizondere jongen, en kan niet als een voorbeeld van +andere jongens aangehaald worden," zei Amy op een toon van stellige +overtuiging, die den "zeer bizonderen jongen" zeker zou hebben doen +schaterlachen, als hij 't gehoord had. "Wanneer we schoonheden waren, +of rijk, of van hoogen rang, zouden wij misschien iets kunnen doen; +maar of wij al onvriendelijk zijn tegen het eene clubje jongelui, +omdat wij hun gedrag niet goedkeuren, en een ander clubje toelachen, +omdat wij het hunne wel goedkeuren, zal geen zier invloed hebben, +en ons maar den naam van 'raar' of 'preutsch' op den hals halen." + +"Dus moeten wij dingen en menschen, die wij verachten, goedkeuren, +omdat wij geen belles of millionnaires zijn, vind-je? Een mooie soort +van zedeleer!" + +"Ik kan daar niet over redeneeren, ik weet alleen maar, dat het zoo in +de wereld toegaat, en dat de menschen, die zich er tegen verzetten, +voor al hun moeite maar worden uitgelachen. Ik houd niet van +hervormers, en ik hoop dat jij nooit zult probeeren er een te worden." + +"Ik houd wèl van ze, en ik hoop er wél een te worden, als 't mij +mogelijk is; want niettegenstaande haar spottend gelach, kan de +wereld het toch niet buiten hen stellen. Wij zullen het daar wel nooit +over eens worden, want jij behoort tot het oude slag, en ik tot het +nieuwe; jij zult het best vooruitkomen, maar ik zal meer van mijn +leven genieten. Ik zou juist plezier hebben in die schermutselingen +en dat uitlachen, denk ik." + +"Nou, wees nu maar bedaard, en erger Tante niet met je nieuwe +denkbeelden." + +"Ik zal mijn best doen; maar een zeker iets dringt mij altijd, om bij +haar met een bizonder kortaf gezegde of een revolutionair gevoelen voor +den dag te komen; dat is mijn noodlot; ik kan er niets tegen doen!" + +Zij vonden Tante Carrol bij de oude dame, beiden naar het scheen +verdiept in een zeer belangrijk gesprek; doch zij hielden plotseling +op, toen de meisjes binnen kwamen, met een schuldigen blik, die +verried, dat zij over hun nichtjes gesproken hadden. Jo was niet +in een bijster goed humeur, en de weerbarstige bui kwam nu in volle +kracht terug, maar Amy, die deugdzaam haar plicht betracht, iedereen +genoegen gegeven en haar humeur in bedwang gehouden had, was in de +engelachtigste stemming. Deze beminnelijke gemoedsgesteldheid deed +zich dadelijk gevoelen, en beide tantes wedijverden in lieve woordjes +om haar te verwelkomen, en gaven door hun blikken te kennen, wat zij +later met zooveel woorden tot elkander zeiden: "Dat kind wordt met +den dag liever." + +"Zul jij ook meedoen met den bazaar, lieve kind?" vroeg mevrouw +Carrol, toen Amy zich naast haar zette met die vertrouwelijkheid, +die oude menschen zoo graag in jongeren zien. + +"Ja, Tante, mevrouw Chester heeft me gevraagd, of ik wou helpen, en +toen heb ik aangeboden een tafel te bedienen, omdat ik niets anders +geven kan dan mijn tijd." + +"Ik doe niet mee," viel Jo op beslisten toon in, "ik kan dat +gepatroniseerd-worden niet uitstaan, en de Chesters denken, dat het +een heele eer voor ons is met hun aristocratischen bazaar te mogen +meedoen. Ik begrijp niet, dat je het aangenomen hebt, Amy--het is +alleen maar om je aan het werk te zetten." + +"Nu, ik wil wel werken--'t is even goed voor 't goede doel als voor +de Chesters, en ik vind het heel vriendelijk van hen, dat zij mij +in het werk en in de aardigheid willen laten deelen. Wanneer dat +patroniseeren, zooals jij het noemt, vriendelijk gemeend is, heb ik +er niets tegen." + +"Je hebt volkomen gelijk; ik hoor met blijdschap, dat je er zoo +verstandig over denkt; het is een genoegen menschen te ontmoeten, die +onze welgemeende pogingen waardeeren. Niet allen doen dat, en dat is +heel treurig," merkte tante March op, terwijl zij over haar bril heen +naar Jo keek, die zich, naast de sofa, met een knorrig gezicht op een +schommelstoel zat te wiegelen. Als Jo geweten had welk een groot geluk +op dat oogenblik voor een van hen beiden in de weegschaal lag, zou zij +misschien plotseling in een lammetje veranderd zijn; maar ongelukkig +hebben wij geen vensters in onze borst, en kunnen niet zien, wat er in +het hart van onze vrienden omgaat. Door haar volgend gezegde beroofde +Jo zich van een paar genotvolle jaren, en haalde zij zich een duchtige +les op den hals--een les in de kunst om haar tong in toom te houden. + +"Ik houd niet van gunstbewijzen; zij drukken mij en geven me een +gevoel, of ik een slavin ben; ik heb liever alles aan mezelf te danken, +en wil volkomen onafhankelijk zijn." + +"Hm!" kuchte Tante Carrol zachtjes, met een blik naar tante March. + +"Ik heb het je wel gezegd," gaf deze door een gedecideerd knikje Tante +Carrol ten antwoord. In gelukkige onbewustheid van wat zij misdreven +had, zat Jo met een opgetrokken neus en een strijdlustig voorkomen, +dat alles behalve innemend was, voor zich uit te kijken. + +"Spreek je Fransch, kindlief?" informeerde mevrouw Carrol, haar hand +op die van Amy leggende. + +"Wel een beetje, dank zij Tante March, die mij zoo dikwijls als ik wil, +gelegenheid geeft om met Esther te praten," antwoordde Amy, met een +dankbaren blik, die de oude dame een vriendelijken glimlach ontlokte. + +"Hoe staat het in dit opzicht met jou?" vroeg mevrouw Carrol aan Jo. + +"Ik weet er geen woord van; ik ben heel dom in 't leeren; en Fransch +kan ik niet uitstaan; het is zoo'n glibberige, onmogelijke taal," +was het ruwe antwoord. + +Opnieuw wisselden de tantes een blik, en Tante March hervatte tot Amy: + +"Je bent nu volkomen gezond en sterk, niet waar, kindlief? Je hebt +geen last meer van je oogen, wel?" + +"Neen, dank u, Tante, volstrekt niet, ik voel me heel goed, en ben +van plan dezen winter flink aan 't werk te gaan, om klaar te zijn +voor Rome, wanneer die gelukkige tijd eens aanbreekt." + +"Je verdient er heen te gaan, beste meid, en ik ben er zeker van +dat het wel eens gebeuren zal," zei Tante March, met een goedkeurend +tikje op Amy's wang, terwijl deze haar zakdoek voor haar opraapte. + +"Knorrepot, sliep uit!" riep Polly, die als naar gewoonte op den rug +van tante's stoel zat, en zich voorover boog om Jo aan te kijken, +met zoo'n uitdrukking van onbeschaamde nieuwsgierigheid, dat het +onmogelijk was niet te lachen. + +"Een zeldzaam schrander dier," vond de oude dame. + +"Uitgaan, liefje?" riep Polly, naar het buffet wippend, alsof hij +een klontje suiker hoopte te krijgen. + +"Ja, dankje, dat is mijn plan. Kom, Amy," en Jo maakte een einde aan +het bezoek, meer dan ooit gevoelende, dat visites een slechten invloed +op haar humeur oefenden. Zij schudde haar tantes op mannelijke manier +de hand, terwijl Amy beiden kuste, en toen de meisjes vertrokken waren, +lieten zij een indruk achter van zonneschijn en schaduw, welke indruk +Tante March de volgende woorden in den mond gaf: + +"Volg mijn raad, Maria; ik zal wel voor 't geld zorgen," waarop Tante +Carrol vast besloten antwoordde: "Ik zal 't stellig doen, als haar +vader en moeder het goed vinden." + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +GEVOLGEN. + + +De bazaar van mevrouw Chester was zoo chic en aristocratisch, dat de +jonge dames uit den omtrek het een eer rekenden een uitnoodiging als +verkoopster te ontvangen, en groot was aller belangstelling in de +zaak. Amy was gevraagd, maar Jo niet, een geluk voor alle partijen, +daar zij gedurende dit tijdperk van haar leven bepaald "met de +armen in de zij" de wereld trachtte door te gaan, wat haar menigen +onzachten stoot berokkende. Het "trotsche, oninteressante schepsel" +werd aan haar lot overgelaten, maar het talent en de smaak van Amy +werden erkend en vereerd door de aanbieding van de kunsttafel, en +zij beijverde zich, daarvoor geschikte en kostbare voorwerpen te +vervaardigen en te verzamelen. + +Alles ging voor den wind, tot er, den dag voor de opening van den +bazaar, een van die schermutselingen plaats had, bijna onmogelijk te +vermijden, wanneer omtrent vijf en twintig vrouwen, oude en jonge, +met al hun bizondere antipathieën en vooroordeelen, gezamenlijk iets +trachten tot stand te brengen. Mary Chester was eigenlijk jaloersch +op Amy, omdat deze meer gefêteerd werd dan zij, en juist omtrent dezen +tijd vielen er enkele kleinigheden voor, die dit gevoel versterkten. De +fijne penteekeningen van Amy stelden de geschilderde vazen van Mary +in de schaduw: dat was doorn nommer één; de alverwinnende Tudor had +vier maal met Amy gedanst op de laatste partij en maar eens met Mary, +dat was doorn nommer twee; maar wat haar het meest hinderde en een +verontschuldiging kon zijn voor haar onvriendelijk gedrag was het +gerucht, haar door een welmeenende babbelkous overgebracht, dat de +meisjes March zich bij de Lambs over haar hadden vroolijk gemaakt. De +blaam hiervan had op Jo moeten vallen, want haar ondeugende nabootsing +was te getrouw geweest om niet ontdekt te worden, en de vroolijke +Lambs hadden de aardigheid niet kunnen verzwijgen. De schuldigen hadden +hiervan evenwel niets gemerkt, en men kan zich de teleurstelling van +Amy begrijpen, toen mevrouw Chester--die natuurlijk boos was over +de vermeende bespotting van haar dochter--op den laatsten avond, +terwijl Amy bezig was de laatste hand te leggen aan haar mooie tafel, +op vriendelijken maar koelen toon tot haar zei: + +"Ik merk, lieve kind, dat verscheiden jonge dames het niet goed van +mij vinden, dat ik deze tafel aan iemand anders geef dan aan mijn +dochters, omdat dit de voornaamste en volgens sommigen de mooiste +tafel is, en daar mijn meisjes zich de meeste moeite hebben gegeven +om den bazaar tot stand te brengen, is het feitelijk ook niet meer +dan billijk dat zij deze plaats innemen. Het spijt mij, maar ik weet, +dat je te veel belang stelt in het doel, dan dat je je een kleine +persoonlijke teleurstelling zou aantrekken, en je kunt natuurlijk +een van de andere tafels nemen." + +Mevrouw Chester had eerst gedacht, dat het haar gemakkelijk zou +vallen deze kleine toespraak te houden; maar toen het moment daar was, +vond zij het tamelijk moeilijk het op een natuurlijken toon te doen, +terwijl Amy's oprechte oogen haar vol verbazing en droefheid aanzagen. + +Amy giste dat hier meer achter stak, maar kon niet raden wat, en +antwoordde bedaard, hoewel zij zich gekrenkt voelde en dat ook toonde: + +"Misschien hebt u liever, dat ik in 't geheel geen tafel neem?" + +"Mijn lieve kind, wees maar niet boos, ik doe het alleen maar voor den +vorm; mijn dochters moeten natuurlijk de hoofdrol spelen, en deze tafel +wordt beschouwd als de plaats, die haar volgens recht en billijkheid +toekomt. Ik zou je hier graag willen laten, en dank je zeer voor +alles wat je hebt gedaan om ze zoo mooi te maken; maar wij moeten +natuurlijk onze eigen wenschen opgeven, en ik zal er voor zorgen, +dat je een ander goed plaatsje krijgt. Zou je de bloementafel willen +hebben? De kleine meisjes hadden op zich genomen die te schikken, maar +zij hebben den moed laten zakken. Jij zou er iets heel liefs van kunnen +maken, en je weet, een bloementafel heeft altijd veel aantrekkelijks." + +"Voorál voor de heeren." voegde Mary er bij met een blik, waaruit +Amy tenminste één oorzaak kon opmaken, waarom zij in ongenade was +gevallen. Zij bloosde van drift, maar nam verder geen notitie van +dien steek onder water, en antwoordde met onverwachte vriendelijkheid: +"Zooals u wilt, mevrouw, ik zal mijn plaats hier dadelijk opgeven en +die bij de bloemen nemen, als u dat beter vindt." + +"Je mag al wat van je zelf is, op je eigen tafel zetten, als je +dat soms wilt," bood Mary aan, wier geweten haar wel wat begon te +kwellen, toen zij de mooie étagère, de geschilderde potjes en de +aardige teekeningen zag, die Amy met zooveel zorg gemaakt en met +zooveel smaak gerangschikt had. Zij bedoelde het vriendelijk, maar +Amy vatte haar gezegde verkeerd op, en antwoordde haastig: + +"O zeker, als het je in den weg staat," en nadat zij haar bijdragen +bij elkaar had gepakt, verwijderde zij zich, met het gevoel, dat zij +en haar kunstwerk onvergeeflijk beleedigd waren geworden. + +"Nu is zij voor altijd boos. O hemel! had ik u maar niet gevraagd +er over te spreken, Mama," zei Mary, met een treurig gezicht naar de +ledige plaatsen op de tafel ziende. + +"Meisjesgekibbel duurt nooit lang," antwoordde haar moeder, die met +recht min of meer beschaamd was over het aandeel, dat zij in den +twist had genomen. + +De kinderen ontvingen Amy en haar schatten met vreugde, en deze +hartelijke ontvangst kalmeerde eenigszins haar geschokt gemoed; +zij zette zich aan het werk, vast besloten den prijs weg te dragen +met haar bloementafel, nu de kunsttafel haar ontnomen was. Maar +alles scheen wel tegen te loopen; het werd laat en zij was moe; +ieder had het te druk met eigen zaken om haar een handje te helpen, +en de kleine meisjes maakten 't haar nog moeilijker en de verwarring +nog grooter door hun luidruchtig gebabbel en hun onhandige pogingen +om alles te regelen en te schikken. + +De boog van klimop wilde maar niet stevig blijven staan, toen zij +was opgezet, maar waggelde bij 't minste stootje en dreigde op Amy's +hoofd te vallen, toen de bloemenmandjes er aan gehangen waren; op +haar mooiste teekening viel een waterdroppel, die een bruinen traan +achterliet op de wang van een cupido; zij bezeerde haar handen aan +den hamer, en vatte kou in den tocht, welke laatste tegenspoed haar +met onrust vervulde voor den volgenden dag. + +Thuis heerschte groote verontwaardiging, toen Amy dien avond haar +geschiedenis verhaalde. Haar moeder zei, dat het schande was, maar +vond dat zij goed had gehandeld. Betsy verklaarde, dat zij in 't +geheel niet naar dien gekken bazaar wilde gaan kijken, en Jo vroeg +waarom zij al haar mooie dingen niet wegnam, en die kleingeestige +menschen alleen voor den boel liet zitten. + +"Al zijn zij kleingeestig, dat is nog geen reden, waarom ik het ook +zou zijn. Ik vind zoo'n manier van doen echt onbeschaafd, maar al +meen ik reden te hebben om mij gegriefd te voelen, wil ik het niet +toonen. Zij zullen dat dieper voelen, dan kleinzielige antwoorden en +wraaknemingen, denkt u ook niet, Moeder?" + +"Zeker, kindlief! kwaad met goed vergelden is altijd het beste ofschoon +het soms niet heel makkelijk is," zei haar moeder, met een uitdrukking +op haar gelaat, die duidelijk deed zien, dat zij het verschil had +leeren verstaan tusschen zeggen en doen. + +Hoewel Amy herhaaldelijk de natuurlijke verzoeking voelde opkomen, +om zich gekrenkt te toonen en zich te wreken, volhardde zij den heelen +volgenden dag in haar voornemen om haar vijanden door vriendelijkheid +te winnen. Zij maakte een goed begin, dank zij een stilzwijgende +vermaning, die zij ongezocht maar zeer van pas ontving. Toen zij +dien morgen bezig was met het schikken van haar tafel, terwijl de +kinderen in een zijkamer de mandjes vulden, nam zij een klein boekje +met een antiek bandje op, dat haar vader onder zijn schatten had +gevonden, en waarin zij op velijnpapier verschillende teksten had +geïllustreerd. Terwijl zij met vergeeflijk zelfbehagen de blaadjes +omsloeg, viel haar oog op een vers, dat haar tot nadenken bracht. Gevat +in een smaakvol randje, las zij deze woorden: "Gij zult uwen naaste +liefhebben als uzelven." "Ik moest het doen, maar ik doe het niet," +dacht Amy, terwijl haar oog dwaalde van de leerrijke bladzijde naar +het ontevreden gezicht van Mary achter de groote vazen, die de leegten +niet konden verbergen, door het wegnemen van Amy's "kunstvoorwerpen" +ontstaan. Amy bleef een oogenblik nadenkend de bladzijden omslaan, +waarin zij achtereenvolgens menig zacht verwijt las over elke opwelling +van wrevel en onverdraagzaamheid. Vele verstandige en goede preeken +worden ons dagelijks door allerlei onbewuste predikers op straat, op +school, in het bureau, of thuis gehouden, zelfs een bazaarkraampje kan +een preekstoel worden, als zij ons de woorden in 't hart zendt, waaraan +wij juist behoefte hebben. Amy's geweten hield haar daar een klein +betoog over dien tekst, en zij deed, wat velen van ons niet altijd +doen, zij nam de les ter harte, en bracht haar dadelijk in praktijk. + +Een groep meisjes stond rondom Mary's tafel; zij bewonderden haar +mooie voorwerpen en praatten over de verwisseling der verkoopsters. Al +fluisterden zij, toch wist Amy heel goed dat zij over haar spraken, +slechts één kant van de zaak hoorden en haar daarnaar beoordeelden. Het +was niet aangenaam, maar een beter gevoel was in haar ontwaakt, en de +gelegendheid bood zich weldra aan om daarvan een bewijs te geven. Zij +hoorde Mary op teleurgestelden toon zeggen: + +"'t Is jammer, want de tijd is te kort om andere dingen te maken, +en ik kan de leegten niet vullen met lorren en prullen. De tafel was +zoo goed in orde, en nu is zij letterlijk bedorven." + +"Misschien zou Amy ze wel terug willen geven, als je 't haar vroeg," +deed een der meisjes aan de hand. + +"Hoe zou ik dat kunnen, na al de onaangenaamheden," begon Mary +te zeggen, maar zij voltooide haar zin niet, want Amy's stem riep +opgewekt van den anderen kant der zaal: + +"Je kunt ze met alle plezier krijgen, Mary, zonder er zelfs om te +vragen, als je ze noodig hebt! Ik was juist van plan je voor te +stellen ze weer op jouw tafel te zetten, want ze passen beter op de +jouwe dan op de mijne. Hier zijn ze, neem ze maar terug; 't was niet +aardig van me, dat ik ze gisterenavond zoo gauw meenam." + +Onderwijl had Amy haar bijdragen weer met een vriendelijken glimlach +op de tafel gezet en liep toen haastig weg met het gevoel, dat het +gemakkelijker is een goede daad te verrichten, dan er dank voor aan +te nemen. + +"Dat is echt aardig van haar, vind je niet?" riep een der meisjes. Het +antwoord van Mary was onverstaanbaar, maar een ander meisje, wier +taak het geweest was, limonade te maken, en wier humeur daardoor +misschien wat verzuurd was, antwoordde met een onaangenamen lach: +"O, ja _echt_ aardig! ze wist natuurlijk wel, dat zij ze op haar +eigen tafel toch niet zou kunnen verkoopen." + +Dat was wreed; wanneer we ons een opoffering getroosten, zien wij +die tenminste graag gewaardeerd; en voor een oogenblik speet het Amy, +dat zij zoo gehandeld had, maar haar ergernis week heel gauw voor een +gevoel van voldoening. Haar werk begon beter te vlotten; de meisjes +waren allen even vriendelijk, en de kleine daad van zelfverloochening +scheen de lucht rondom haar eensklaps gezuiverd te hebben. + +De dag was lang en vervelend voor Amy; zij zat bijna den heelen tijd +alleen achter haar tafel, want de kinderen lieten haar spoedig in +den steek; slechts weinige bezoekers hadden geld over voor bloemen in +den zomer en haar bouquetten begonnen lang voor den avond te verwelken. + +De kunsttafel oefende voortdurend de grootste aantrekkingskracht in de +zaal; den geheelen dag verdrong men er zich, en de verkoopsters waren +gedurig in de weer, en liepen af en aan met gewichtige gezichten en +rammelende geldtaschjes, Amy keek ze dikwijls met droevige oogen na; +ze verlangde ook te zijn, waar zij zich thuis gevoelde, in plaats van +in een hoek, waar zij niets te doen had, en de gedachte, dat haar +heele familie en Laurie en zijn vrienden haar 's avonds zoo zouden +zien zitten, was een ware marteling voor haar. + +Zij ging eerst tegen den avond naar huis, zag toen zoo bleek en was zoo +stil, dat allen begrepen, hoe 'n moeilijke dag het voor haar geweest +was, ofschoon zij nergens over klaagde en zelfs niet vertelde, wat +zij gedaan had. Haar moeder schonk haar een extra lekker kopje thee, +Bets hielp haar zich kleeden, en maakte een beelderig bouquetje voor +haar, terwijl Jo de familie verbaasde door zich met bizondere zorg +op te sieren, terwijl zij allerlei geheimzinnige wenken gaf, dat het +blaadje wel gauw zou omgekeerd worden. + +"Jo, ik bid je, doe niets onmogelijks; ik wil er volstrekt geen drukte +over gemaakt hebben; laat dus alles over je kant gaan en gedraag je +ordentelijk," smeekte Amy, die vroeg van huis ging, in de hoop een +frisschen voorraad bloemen te vinden om haar ongelukkige tafel een +beetje op te kunnen sieren. + +"Ik ben alleen van plan zoo betooverend mogelijk te zijn, tegen ieder +dien ik ken, en ze zoo lang mogelijk in jouw hoekje te houden. Teddy +en zijn club zullen ons wel een handje helpen, en je zult zien dat we +nog plezier hebben!" antwoordde Jo, terwijl zij over het hek leunde +om op Laurie te wachten. Na eenige oogenblikken hoorde zij in den +schemer den welbekenden stap naderen, en liep hem tegemoet. + +"Is dat mijn jongen?" + +"Zoo zeker als dat mijn meisje is," en Laurie trok haar hand in zijn +arm, met het genoeglijke gezicht van iemand, wiens hoogste wenschen +vervuld zijn. + +"O, Teddy, je moet eens hooren wat er gebeurd is!" en Jo vertelde al +Amy's grieven met zusterlijke warmte. + +"Verscheiden van mijn kennissen zijn van plan er heen te gaan, +en ik laat mij hangen, als ik ze niet al Amy's bloemen zal laten +opkoopen, en daarna post vatten voor haar tafel," riep Laurie, de +zaak onmiddellijk met warmte omhelzende. + +"Amy zegt, dat haar bloemen in 't geheel niet mooi meer zijn, en de +nieuwe zullen misschien niet bijtijds komen. Ik wil niet onrechtvaardig +of ergdenkend wezen, maar 't zou mij toch niet verbazen, als zij in 't +geheel niet kwamen. Als menschen tot één laagheid in staat zijn, kunnen +zij ook wel eene tweede begaan," zei Jo op een toon vol verachting. + +"Heeft Hayes haar dan niet de mooiste bloemen uit onzen tuin +gebracht? Ik had het hem toch gezegd." + +"Dat wist ik niet, hij heeft het zeker vergeten; en nu je grootvader +niet heel wel is, wou ik hem niet lastig vallen met er om te vragen." + +"Hè, Jo, hoe kon je nu denken, dat je er om vragen moest? Zij +zijn immers even goed van jou als van mij; wij deelen immers alles +samen?" begon Laurie op een toon, die Jo al dadelijk "stekelig" maakte. + +"Goeie Hemel! Dat hoop ik niet! In sommige van jouw dingen zou ik in +het geheel niet graag deelen. Maar wij moeten hier niet staan zeuren; +ik moet Amy nog helpen; verdwijn dus maar gauw, en maak je netjes; en +als je dan zoo goed wilt zijn om Hayes nog een mand met mooie bloemen +naar de zaal te laten brengen, zal ik je mijn leven lang zegenen." + +"Zou je dat nu maar niet vast doen?" verzocht Laurie, zoo smeekend, +dat Jo met alles behalve beleefden haast het hek voor zijn neus +dichtgooide, en hem door de tralies toeriep: "Ga _alstjeblieft_ heen, +Teddy, ik heb het druk." + +En het blaadje _werd_ dien avond omgekeerd, dank zij de samenzweerders, +want Hayes bracht een massa bloemen, met een keurig mandje, dat hij +naar zijn beste vermogen geschikt had, voor een middenstuk; en toen +verscheen de familie March in haar geheel, en Jo deed niet tevergeefs +haar best, want de menschen kwamen niet alleen, maar bleven ook, +lachten om haar grappen, bewonderden Amy's smaak, en schenen zich +bizonder goed te amuseeren. Daarna sprongen Laurie en zijn vrienden +beleefd in de bres; zij kochten al de bouquetten, schaarden zich +om de tafel, en maakten Amy's hoekje tot het vroolijkste plekje in +de zaal. Amy raakte nu volkomen in haar element, en was, al ware het +alleen maar uit dankbaarheid, zoo vroolijk en vriendelijk mogelijk, tot +de conclusie komende, dat de deugd toch soms zich zelve wel eens loont. + +Jo gedroeg zich voorbeeldig; en toen Amy gelukkig door haar eerewacht +omgeven was, drentelde haar zuster door de zaal, en ving hier en +daar een paar gezegden op, die haar licht gaven omtrent het veranderd +gedrag der Chesters. Zij betreurde haar aandeel in de onaangenaamheid, +en besloot Amy zoo spoedig mogelijk vrij te pleiten; zij ontdekte ook +wat Amy 's morgens met haar bijdragen gedaan had, en vond haar een +toonbeeld van zelfverloochening. Toen zij de kunsttafel voorbijging, +keek zij eens rond naar de bijdragen van haar zuster, maar kon er geen +spoor van ontdekken. "Zeker ergens in een hoek gestopt," dacht Jo, +die, verongelijkingen haar zelf aangedaan, kon vergeven, maar vuur +en vlam was, als iemand haar familie beleedigde. + +"Dag juffrouw March, hoe gaat het Amy met het verkoopen?" vroeg +Mary op verzoenenden toon--want zij verlangde te toonen, dat zij ook +edelmoedig kon wezen. + +"Zij heeft alles verkocht wat de moeite waard was, en amuseert zich +nu. De bloementafel heeft zooals u weet, altijd veel aantrekkelijks, +_vooral_ voor heeren." + +Jo _kon_ zich niet weerhouden om haar dien kleinen steek te geven, +maar Mary nam het zoo zachtzinnig op, dat zij er een oogenblik later +spijt van had, en de groote vazen die nog steeds onverkocht stonden, +begon te prijzen. + +"Is dat boekje met geïllustreerde teksten van Amy nog ergens hier? Ik +zou dat graag voor Vader koopen," zei Jo, brandend van verlangen om +te hooren, hoe het met het werk van haar zuster gegaan was. + +"O, alles van Amy is al láng verkocht; ik zorgde dat de rechte +menschen het te zien kregen, en ze hebben ons een aardig sommetje +opgebracht," antwoordde Mary, die, even goed als Amy, dien dag haar +kleine verzoekingen had overwonnen. + +Zeer bevredigd snelde Jo terug om de goede tijding over te brengen, +en Amy was zoowel getroffen als verwonderd over het verhaal aangaande +Mary's woorden en toon. + +"Nu hoop ik, dat jullie even edelmoedig je plicht zult doen bij de +andere tafels, als je het bij de mijne gedaan hebt, vooral bij de +kunsttafel," verzocht Amy, die "Teddy's bende," zooals de meisjes de +academievrienden noemden, graag een beetje commandeerde. + +"Val aan, Chester, val aan! is het motto voor die tafel. Doe manmoedig +je plicht, en jullie zult de waarde van je geld aan _kunst_ in elke +beteekenis van het woord ontvangen," riep de onbedwingbare Jo, toen +de gehoorzame phalanx gereed stond om te velde te trekken. + +"Ik haast mij naar de bron der kunst, doch _enkel_ om te komen in _uw_ +gunst!" zei de kleine Parker met een wanhopige poging om tegelijk +teeder en dichterlijk te zijn, maar hij werd onmiddellijk tot zwijgen +gebracht door Laurie, met een: "Zeer verdienstelijk, mijn zoon, voor +zoo'n kleinen jongen," terwijl hij hem vaderlijk op het hoofd tikte, +en met hem weg stapte. + +"Koop de vazen," fluisterde Amy Laurie toe, als een laatste vurige +kool op het hoofd harer vijandin. + +Tot Mary's groote vreugde kocht "de jonge Laurence" niet alleen de +vazen, maar wandelde hij zelfs de zaal door met een prachtstuk onder +elken arm. De andere jongelui vielen even begeerig aan op allerlei +broze ornamenten, en dwaalden daarna hulpeloos rond, beladen met +theewarmers, lucifers-doosjes, beschilderde waaiers, linialen en +thermometers van houtsnijwerk en andere nuttige en gepaste aankoopen. + +Tante Carrol was er ook, hoorde het verhaal, keek heel vergenoegd, +en fluisterde in een hoekje mevrouw March iets in het oor, dat de +oogen van die dame van blijdschap deed schitteren, en haar Amy deed +gadeslaan met een mengeling van trots en bezorgdheid, hoewel zij de +oorzaak harer voldoening eerst eenige dagen later openhaarde. + +De bazaar was bizonder goed geslaagd, en toen Mary Amy goeden nacht +wenschte, maakte zij niet zooveel beweging als anders, maar gaf haar +een hartelijken kus met een blik, waarin "wil vergeven en vergeten" +te lezen stond. Hiermee was Amy voldaan, en toen zij thuis kwam, +vond zij de vazen met groote bouquetten er in te pronk staan op den +schoorsteenmantel in de zitkamer. "Een belooning voor de verdiensten +van een edelmoedige March," zooals Laurie met een buiging aankondigde. + +"Je bent veel vaster van karakter en opofferender en liever dan ik +ooit gedacht had, Amy. Je hebt je kranig gehouden, en ik bewonder je +met mijn heele hart," zei Jo gul, toen zij dien avond laat te zamen +hun haar stonden te borstelen. + +"Ja, dat doen wij allemaal, het was verbazend aardig van je haar +zoo gauw te vergeven, 't Leek me heel moeilijk nu je 'r zoo lang +voor gewerkt en er je hart op gezet had zelf je mooie dingetjes +te verkoopen. Ik geloof niet, dat _ik_ zoo vriendelijk zou geweest +zijn!" riep Betsy van haar kussen. + +"Och, jullie hoeft mij niet zoo te prijzen. Ik deed alleen maar, +wat ik graag zou willen dat anderen voor mij deden. Jullie lacht mij +altijd uit, als ik zeg, dat ik een echte dame hoop te worden, maar +daarmee meen ik een _echte_ beschaafde vrouw, en daar doe ik mijn best +voor. Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik zou zoo graag verheven +zijn boven al die kleine streken en bekrompenheden die vrouwen vaak +onverdraaglijk maken. Ik ben er nog wel mijlen ver vandaan, maar ik +doe mijn best, en ik hoop eenmaal te worden, zooals Moeder is." + +Amy sprak heel ernstig, en Jo zei met een hartelijken kus: + +"Nu begrijp ik, wat je meent, en ik zal je nooit weer uitlachen, +hoor! Je maakt meer vorderingen dan je denkt, en ik zal van jou een +lesje nemen in ware beleefdheid, want je hebt het geheim afgekeken, +geloof ik. Doe je best maar, kindlief, den een of anderen dag zul je +er wel voor beloond worden, en niemand zal er zich hartelijker over +verblijden dan ik," eindigde ze moederlijk. + +Een week later _werd_ Amy er voor beloond, maar de arme Jo vond het +heel moeilijk blij te zijn. Er kwam een brief van Tante Carrol, en het +gezicht van mevrouw March straalde zoo onder het lezen, dat Jo en Bets, +die er bij zaten, verlangend vroegen welk heugelijk nieuws er was. + +"Tante Carrol gaat de volgende week op reis, en vraagt...." + +"Of ik met haar mee wil gaan!" viel Jo haar in de rede, in blijde +verrukking uit haar stoel opvliegende. + +"Neen, kindlief, jij niet, maar Amy." + +"O, Moeder, zij is nog zoo jong, ik kom het eerst aan de beurt; ik +heb er zoo lang naar verlangd ... het zou mij zoo veel goed doen, +en het zou zoo heerlijk zijn ... ik moet gaan!" + +"Ik vrees, dat het onmogelijk is, Jo. Tante spreekt bepaald van Amy, +en wij kunnen haar de wet niet stellen, als zij ons zoo'n aanbod doet." + +"Zoo is het altijd; Amy heeft al de pret, en ik al het werk. Het is +niet eerlijk, o, het is niet eerlijk!" riep Jo hartstochtelijk. + +"Ik vrees, dat het gedeeltelijk je eigen schuld is, kindlief. Toen +ik Tante laatst sprak, klaagde zij over je onverschillige manieren +en al te onafhankelijken geest, en hier schrijft zij, alsof zij +iets, wat jij gezegd hebt, aanhaalt. Eerst meende ik Jo te vragen, +maar daar 'gunstbewijzen haar drukken' en zij 'een afschuw heeft van +vreemde talen,' durfde ik de invitatie niet wagen. Amy is zachter, +zij zal prettig gezelschap voor Flo wezen, en dankbaar voor het nut, +dat zij wellicht van deze reis trekken kan." + +"O, mijn tong, mijn afschuwelijke tong! O, waarom kan ik toch niet +leeren zwijgen?" kreunde Jo, toen zij zich de woorden te binnen bracht, +die over haar lot hadden beslist. + +Toen mevrouw March den uitleg van de aangehaalde woorden vernomen had, +zei zij deelnemend: + +"Ik wou, dat jij had kunnen gaan, maar er is dezen keer geen kans op; +tracht het dus blijmoedig te dragen, en bederf Amy's genot niet door +verwijten en klachten." + +"Ik zal mijn best doen," beloofde Jo, met de oogen knippende, terwijl +zij neerknielde om den inhoud van een werkmandje, dat zij in haar +blijdschap had omgegooid, weer op te rapen. "Ik zal niet alleen +trachten blij te schijnen, maar het ook werkelijk te zijn, en haar +geen minuutje geluk te misgunnen, maar het zal mij niet gemakkelijk +vallen, want het is een afschuwelijke teleurstelling," en de arme Jo +besproeide het mollige speldenkussentje, dat zij in de hand hield, +met vele bittere tranen. + +"Lieve Jo, 't is wel heel zelfzuchtig, maar ik zou je niet kunnen +missen, en ik ben zoo blij, dat jij dezen keer nog niet gaat," +fluisterde Betsy, terwijl zij haar, met mandje en al, zoo hartelijk +en met zoo'n liefdevol gezichtje omhelsde, dat Jo zich getroost +voelde, niettegenstaande het knagend berouw, dat haar den lust gaf +om zich zelve een stevige oorvijg te geven, en Tante Carrol nederig +te smeeken haar met dit gunstbewijs te willen bezwaren, om te zien, +hoe dankbaar zij het zou dragen. + +Tegen dat Amy thuis kwam, was Jo in staat haar aandeel in de +familievreugde te nemen; misschien niet zóó hartelijk als gewoonlijk, +maar toch zonder Amy haar geluk te benijden. De jonge dame zelve +ontving de heerlijke tijding met innige blijdschap, liep in stille +verrukking door het huis, en begon dienzelfden avond haar verf te +sorteeren en haar penseelen in te pakken, terwijl zij de bezorging +van zulke kleinigheden als kleeren, geld enz. overliet aan hen, +die niet zoozeer als zij in kunstvisioenen verdiept waren. + +"Het is niet alleen een plezierreis voor mij, kinderen!" zei zij +nadrukkelijk, terwijl zij haar beste palet afschrapte. "Deze reis +zal over mijn loopbaan beslissen, want als ik eenig genie bezit, +zal dat in Rome blijken, en dan zal ik iets doen om het te bewijzen." + +"En als je het niet bezit?" vroeg Jo, met roode oogen doorbordurend +aan de nieuwe zakdoekjes, die Amy moest meenemen. + +"Dan kom ik weer naar huis, en ga teekenlessen geven," verklaarde +de jeugdige artiste met wijsgeerige kalmte, maar zij trok een zuur +gezicht bij het vooruitzicht, en schrapte haar palet, alsof zij +van plan was krachtige pogingen in 't werk te stellen, eer zij haar +aspiraties opgaf. + +"Neen, dat doe je toch niet; je houdt niet van hard werken, en je zult +met een rijken man trouwen, en naar huis komen om je heele verdere +leven in den schoot der weelde te zitten," voorspelde Jo. + +"Je voorspellingen komen wel eens uit, maar ik geloof niet, dat deze +uit zal komen. Ik zou het wel willen, want als ik zelf geen kunstenares +kan zijn, zou ik toch graag anderen voorthelpen, die het wel zijn," +antwoordde Amy glimlachend, alsof de rol van genadige beschermvrouwe +haar veel meer toelachte dan die van teekenleerares. + +"Hm!" kwam Jo met een zucht, "als jij 't hoopt, dan zal het wel +gebeuren ook, want jouw wenschen komen altijd uit--de mijne nooit." + +"Zou jij graag gaan?" vroeg Amy, nadenkend haar neus met haar mes +platdrukkend. + +"Nou!" + +"Dan zal ik over een paar jaar om je schrijven, en zullen we in +het Forum naar antiquiteiten zoeken, en al de plannen, die wij zoo +dikwijls gemaakt hebben, ten uitvoer brengen." + +"Dank je, ik zal je aan je belofte herinneren, zoodra die blijde dag +dáár is--als hij ten minste ooit komt," antwoordde Jo, dit nevelachtig +maar schitterend aanbod zoo dankbaar mogelijk aannemend. + +Er was niet veel tijd voor toebereidselen, en het heele huis stond +op stelten, totdat Amy vertrokken was. Jo hield zich goed, tot +de laatste glimp van Amy's blauwen hoed verdween, toen vloog zij +naar haar schuilplaats, den zolder, en schreide, tot zij niet meer +kon. Amy was ook heel dapper, eer de boot van wal stak, maar juist +toen de loopplank zou weggenomen worden, kwam het haar plotseling in +de gedachte, dat weldra de wijde oceaan zou golven tusschen haar en +allen, die zij het meest liefhad, en zij klemde zich vast aan Laurie, +die het laatst bij haar was achtergebleven, en smeekte snikkend: + +"O, zorg toch goed voor hen, als er iets mocht gebeuren"-- + +"Ja, ja, Amy, en _als_ er iets mocht gebeuren, dan zal ik overkomen +om je te troosten," fluisterde Laurie, weinig denkende, hoe spoedig +hij geroepen zou worden, deze belofte gestand te doen. + +Zoo stoomde Amy weg naar de oude wereld, die altijd nieuw en schoon +is voor jonge oogen, terwijl haar vader en haar vriend haar van den +oever natuurden, vurig hopende, dat niets dan geluk het deel mocht +zijn van het blijmoedige kind, dat hen bleef toewuiven, tot zij niets +meer zagen dan het glinsteren van den zomer-zonneschijn op de golven. + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +ONZE BUITENLANDSCHE CORRESPONDENTE. + + +Londen. + +_Liefste Allemaal!_ + + +Hier zit ik nu werkelijk voor het raam van een kamer in Bath-Hotel, +Piccadilly. Het is geen voornaam hotel, maar Oom logeerde er jaren +geleden, en wou nergens anders heen. Wij blijven hier niet lang, dus +komt het er ook weinig op aan. O, ik weet niet waar ik zal beginnen +met jullie te vertellen _hoe_ heerlijk alles is! 't Is eenvoudig +onmogelijk; ik zal dus maar eindjes uit mijn aanteekeningboekje +zenden, want ik heb niets gedaan dan schetsen en krabbelen, sedert +ik van huis ging. + +Ik schreef al een paar regeltjes uit Halifax, toen ik mij zoo +ellendig voelde, maar daarna genoot ik verder; 'k was bijna nooit +ziek, en haast den heelen tijd op het dek, met allerlei aardige +menschen om mee te praten. Iedereen was zoo vriendelijk voor mij, +vooral de officieren! Lach maar niet, Jo; heeren zijn heusch heel +nuttig aan boord, om je te helpen door kleine diensten te bewijzen, +en daar zij niets te doen hebben, is het heel heilzaam, als je hun +wat te doen geeft, anders zouden zij zich nog dood rooken, geloof ik. + +Tante en Flo waren de heele reis over ziek en liefst alleen, dus +wanneer ik, al wat ik kon voor hen gedaan had, ging ik mij maar boven +amuseeren. _Heerlijk_ waren die wandelingen op het dek, en dan die +goddelijke zons-ondergangen, en die prachtige luchten en golven! Het +was bijna even heerlijk als paardrijden, als wij zoo door de golven +schoten. Ik wou dat Bets had kunnen meegaan, het zou haar zooveel goed +gedaan hebben! Jo zou stellig dadelijk in den top van de fokkemast, +of hoe dat hooge ding heeten mag, gevlogen zijn, zich bevriend gemaakt +hebben met de machinisten, en getoeterd hebben op de spreektrompet +van den kapitein, om lucht te geven aan haar opgewondenheid. + +Het was alles meer dan verrukkelijk! Maar toch was ik blij, toen ik +de Iersche kust zag; alles zag er zoo lief en groen en zonnig uit, +met bruine huisjes hier en daar, ruïnen op sommige heuveltoppen, +en buitenplaatsen in de valleien, met herten die in de parken +graasden. Het was nog heel vroeg in den morgen, maar ik had niets geen +spijt, dat ik er voor was opgestaan, want de baai was vol bootjes, +de kust zeldzaam schilderachtig, en de lucht vol rooskleurige wolkjes; +ik zal het nooit vergeten! + +Te Queenstown ging een van mijn nieuwe kennissen, mijnheer Lennox, +van boord en toen ik iets zei over de meren van Killarney, zuchtte hij, +en neuriede, terwijl hij mij sentimenteel aankeek: + + + "Wie kent haar niet, Kate Kearny? + Zij woont aan het meer van Killarney; + Voor haar blik, vol van glans, + Taant de zon aan den trans; + Maar noodlottig is 't oog van Kate Kearny." + + +Belachelijk, hè? + +Te Liverpool bleven wij maar eenige uren stil. Het is een morsige +drukke plaats, en het speet mij niets, dat wij er weer vandaan +gingen. Oom ging de stad in en kocht een paar handschoenen van +hondeleer, een paar leelijke dikke laarzen en een parapluie, en voor +alle dingen liet hij zich scheren "à la cotelette". Hij vleide zich +toen, dat hij er als een echt Engelschman uitzag, maar den eersten +keer, dat hij zijn schoenen liet poetsen, zag de kleine schoenpoetser, +dat er een Amerikaan in stak, en zei grinnekend: "Klaar mijnheer, +ik heb ze op zijn Yankeesch gepoetst!" Oom moest er vreeselijk om +lachen.--O, maar ik _moet_ u vertellen, wat die malle Lennox deed! Hij +liet door zijn vriend Ward, die met ons meeging, een bouquet bestellen, +en het eerste wat ik zag, toen ik mijn kamer binnenkwam, waren die +beelderige bloemen en een kaartje met "Robert Lennox' hartelijke +groeten." Was dat niet grappig? O, ik ben dol op reizen! + +Ik zal _nooit_ met mijn beschrijving tot Londen komen, als ik +niet voortmaak. De reis met den trein was als een wandeling door +een schilderij-zaal, vol heerlijke landschappen. Ik was verrukt +over de boerderijen met rieten daken, met klimop begroeide muren, +openslaande vensters, en stevige vrouwen met blozende kinderen voor +de deuren. Zelfs de koeien schenen rustiger dan de onze, zooals +zij daar tot aan de knieën in de klaver stonden, en de kippen +kakelden zoo tevreden, alsof zij nooit zenuwachtig werden, zooals +Yankee-kuikens. Zulke frissche kleuren had ik nog nooit gezien; het +gras zoo groen, de lucht zoo blauw, het koren zoo geel, de bosschen +zoo donker--ik was den heelen weg over in één verrukking! Flo ook, +en wij sprongen van den eenen kant naar den anderen om alles te +zien, terwijl wij met een snelheid van tachtig mijlen in het uur +voortvlogen. Tante was moe en viel in slaap, maar Oom las in zijn +reisgids en wou zich over niets verbazen. Zoo ging het ongeveer: Amy +vliegt op: "O, dat moet Kenilworth zijn; dat grijze huis tusschen de +boomen!" Flo schiet naar het raampje: "O, ja, wat romantisch! Daar gaan +we eens heen, is 't niet, Vader?" Oom bewondert kalm zijn laarzen en +antwoordt onverstoorbaar: "Neen, kindlief, tenzij jullie dorst hebt; +het is een bierbrouwerij." + +Een pauze--dan roept Flo uit: "O, _kijk_ eens; daar staat een galg, +er wordt een man opgehangen!" + +"Waar? Waar?" gilt Amy, en tuurt naar twee stevige palen met een +dwarsbalk en een paar afhangende kettingen. "Een mijn," merkt Oom +op, met een ondeugend knipoogje.--"'k Zie een heele kudde lammetjes; +zij liggen allemaal in 't gras," waarschuwt Amy. "O, kijk toch eens, +Vader, zijn zij niet snoezig?" vraagt Flo sentimenteel. "Ganzen, +jonge dames," zegt Oom op een toon, die ons enthousiasme kalmeert, +zoodat Flo zich gaat verdiepen in een romannetje en ik rustig alleen +van het natuurschoon kan genieten. + +Natuurlijk regende het, toen wij in Londen aankwamen, en er was niets +te zien dan mist en parapluies. Wij rustten, pakten onze koffers uit, +en deden tusschen de buien door een paar boodschappen. Tante Mary +kocht het een en ander voor mij, want ik moest zoo overhaast van huis +weg, dat ik niet half klaar was. Een _keurigen_ witten hoed met een +veer, een schattig lichtblauw neteldoekje en den elegantsten mantel +dien jullie ooit gezien hebt. Het is heerlijk boodschappen te doen +in Regentstreet; alles lijkt zoo goedkoop; beelderig lint voor een +halven shilling de el! Ik heb een goeden voorraad opgedaan, maar mijn +handschoenen zal ik in Parijs koopen. Klinkt dat niet chic en rijk? + +Terwijl Oom en Tante uit waren, namen Flo en ik voor de grap een +hansom en gingen een eindje rijden, hoewel wij later hoorden, +dat het niet zoo heel _comme il faut_ was voor jonge dames om daar +alleen in uit te gaan. Het was zoo dwaas! want zoodra wij onder de +houten boezelaar waren opgesloten, begon de man zoo hard te rijden, +dat Flo doodsbang werd en mij verzocht hem te vragen 't wat kalmer +te doen. Maar hij zat ergens achterop aan den buitenkant en ik kon +hem niet bereiken. Hij hoorde mij niet roepen, zag mij niet met mijn +parasol wuiven, en daar zaten wij geheel hulpeloos, terwijl wij op +een halsbrekende manier tusschen den rijtuigdrom voort--en allerlei +hoeken omgesleurd werden. Eindelijk ontdekte ik in mijn wanhoop een +klein deurtje in de kap, en toen ik het openstootte, verscheen er +een rood oog, terwijl een borrelstem vroeg: + +"Nou, juffrouw?" + +Ik gaf mijn bevelen zoo ernstig als ik kon, en zoodra hij met een +"Jawel juffrouw" het deurtje dichtsloeg, liet de akelige vent zijn +paarden stappen, alsof wij naar een begrafenis gingen. Ik tikte weer +en riep "Een beetje harder," en daar gingen we weer heen, in vliegenden +ren, net als eerst, en toen onderwierpen wij ons maar aan ons lot. + +Vandaag was het mooi weer en wandelden we in Hyde-Park, dat hier niet +ver vandaan is, want wij zijn in de aristocratische wijk gelogeerd. De +hertog van Devonshire woont hier dicht bij. Ik zie zijn livreiknechten +dikwijls bij het hek staan, en het huis van den hertog van Wellington +is ook niet veraf. + +Je weet niet, lieve menschen, wat ik in 't Park gezien heb. Tooneelen +gewoon! Een echte poppenkastvertooning! Allerlei dikke, oude dames +in kostbare equipages, met deftige palfreniers met zijden kousen en +fluweelen broeken achterop, en gepoeierde koetsiers op den bok. Nuffige +kindermeisjes met de schattigste kinderen, die ik ooit heb gezien, +mooie jonge meisjes, die er uitzagen, alsof zij van alles blasé waren, +fatten met wonderlijke hooge hoeden en onberispelijke handschoenen, +die langzaam ronddrentelden, en lange soldaten, met korte roode buizen +en berenmutsen, die er zoo grappig uitzagen, dat ik ze dolgraag had +willen schetsen. + +"Rotten Row" beteekent "Route de Roi" of koningsweg, maar het lijkt +precies op een rijschool. De paarden zijn prachtig, en de mannen, +vooral de rijknechten, rijden uitstekend, maar de vrouwen zijn stijf +en wippen te veel op, wat tegen onze regels is. Ik had ze wel eens +een Amerikaanschen galop willen laten zien, want zij draafden daar +zoo plechtig op en neer in hun nauwe amazones en hooge hoeden, als +de houten poppetjes uit een Noach's ark. + +Iedereen rijdt: oude mannen, dikke dames, kleine kinderen, en de +jongelui flirten hier druk. Ik zag een paartje hun _buttonholes_ +omwisselen, want het is hier mode een bloem in het knoopsgat te dragen, +en dat vond ik heusch een aardig idee. + +Vanmiddag zijn wij naar Westminster Abbey geweest; maar verwacht niet +van mij, dat ik daarvan een beschrijving zal geven--ik kan alleen +maar zeggen, dat het _meer_ dan prachtig was. Vanavond gaan wij naar +een schouwburg, een waardig besluit voor den gelukkigsten dag van +mijn leven. + + + +Middernacht. + + +Het is laat, maar ik kan morgenochtend mijn brief niet laten weggaan, +zonder te vertellen, wat er gisterenavond gebeurd is. Wie denkt u wel, +dat binnenkwamen, toen wij aan de thee zaten? Lauries' Engelsche +vrienden Fred en Frank Vaughn! Ik was _zoo_ verbaasd. Zonder hun +kaartjes zou ik ze niet herkend hebben. Het zijn een paar lange +jongens met kneveltjes; Fred is heel knap,--Engelsch type--en Frank +is veel flinker geworden, want hij trekt alleen nog maar wat met +zijn been en heeft geen krukken meer noodig. Zij hadden van Laurie +gehoord, waar wij logeeren zouden, en kwamen ons vragen, of wij bij +hen wilden komen, maar Oom wil niet, dus nu zullen wij er alleen maar +een bezoek brengen, en hen nu en dan zien. Zij gingen met ons naar +den schouwburg, en wij hadden dolveel plezier, want Frank wijdde zich +aan Flo, en Fred en ik praatten over allerlei dwaas' en vroolijks in +'t verleden, het tegenwoordige en de toekomst, alsof wij elkander ons +heele leven intiem gekend hadden. Zeg aan Bets, dat Frank naar haar +gevraagd heeft, en dat het hem erg speet, dat zij zoo sukkelt. Fred +lachte, toen ik van Jo sprak, en zond zijn "onderdanige groeten aan +den grooten hoed." Geen van beiden had Kamp Laurence en de pret, +die wij daar hadden, vergeten. Wat een eeuw schijnt dat al geleden, hè? + +Tante tikt al voor de derde maal tegen den muur, dus ik moet +eindigen. Ik heb een gevoel als een mondaine Londensche dame, nu ik +hier zoo laat zit te schrijven, met mijn kamer vol mooie dingen, en +mijn hoofd een mengelmoes van parken, schouwburgen, nieuwe japonnen +en galante cavaliers, die "Ah" zeggen en hun blonde snorren op de +echt Engelsche-Lords-manier opstrijken. Ik verlang ontzettend jullie +allen weer te zien, en niettegenstaande al mijn malle praat ben ik + + +Uw liefhebbende Amy. + + + + +Parijs. + +Lieve Zusjes, + + +In mijn laatsten brief vertelde ik van ons verblijf in Londen, +hoe vriendelijk de Vaughn's waren, en wat prettige uitstapjes +zij met ons maakten. Ik vond de tochtjes naar Hampton-Court en +naar Kensington-Museum de allerheerlijkste--want in Hampton zag +ik teekeningen van Rafaël en in het Museum zalen vol schilderijen +van Turner, Lawrence, Reynolds, Hogarth, en andere beroemdheden. De +dag in Richmond-Park was goddelijk--we hadden er een echt Engelschen +pic-nic--en er waren zulke prachtige eiken en zooveel troepjes herten, +te veel om te teekenen; wij hoorden ook een nachtegaal en zagen +leeuweriken opstijgen. Wij genoten van Londen naar hartelust--dank +zij Fred en Frank--en het speet ons erg weg te moeten, want hoewel +Engelsche menschen niet gauw met iemand ingenomen zijn, als ze zich +er eenmaal toe zetten, kan niemand hen in gastvrijheid overtreffen, +geloof ik. De Vaughns hopen ons aanstaanden winter in Rome weer te +zien, en het zou mij een groote teleurstelling zijn, als het niet +gebeurde, want Grace en ik zijn vriendinnen geworden en de jongens +zijn erg aardig en leuk--vooral Fred. + +Stel je voor, nauwelijks waren wij hier, of hij stond weer voor onze +oogen, en zei, dat hij eens een poosje vacantie had genomen om een +uitstapje naar Zwitserland te doen. Tante keek eerst wat strak, maar +hij behandelde alles zoo kalm, dat zij er geen woord tegen zeggen kon; +maar nu is alles in orde, en ik ben heel blij, dat hij gekomen is, +want hij spreekt Fransch als een Franschman, en ik weet niet, wat wij +zonder hem beginnen zouden. Oom weet geen tien woorden bij elkaar te +krijgen en schreeuwt dan maar heel hard in het Engelsch, alsof de +menschen hem daardoor beter begrijpen zouden. Tante's uitspraak is +ouderwetsch, en hoewel Flo en ik ons vleiden, dat wij er nog al goed +in thuis waren, zien wij nu in, dat we ons daar deerlijk in vergist +hebben, en we zijn dikwijls heel blij, dat Fred al dat "geparlefransch" +zooals Oom het noemt, op zich neemt. + +'t Is gewoon een ideaal leventje! Van den morgen tot den avond +trekken wij er op uit om alles te bezien! nu en daarna zitten wij in +de vroolijke café's om wat te gebruiken, en hebben telkens allerlei +dwaze avonturen. De regenachtige dagen breng ik door in 't Louvre en +haal mijn hart op aan de schilderijen. Jo zou voor een paar van de +mooisten haar neus optrekken, omdat zij geen oog voor kunst heeft; +maar ik heb het wel, en ik ben bezig mijn smaak zooveel mogelijk +te ontwikkelen. Zij zou meer voelen voor de reliquieën van groote +personen, want ik heb Napoleon's steek en overjas, zijn wieg en een oud +tandenborsteltje gezien, ook was er een schoentje van Marie Antoinette, +de ring van St. Denis, het zwaard van Karel den Groote, en een hoop +andere interessante dingen. Ik zal er uren over kunnen praten, als +ik thuis kom, maar ik heb geen tijd om er nu meer van te schrijven. + +Het Paleis Royal is _meer_ dan prachtig--zoo vol byouterieën en mooie +dingen, dat het mij bijna hinderde ze niet te kunnen koopen. Fred +wou mij een paar dingen cadeau doen, maar dat mocht ik natuurlijk +niet toestaan. + +Dan zijn verder ook het Bois de Boulogne en de Champs Elysées +_très-magnifiques_! en wandelen we dikwijls in de tuinen van +de Tuilerieën, waar 't ook heerlijk is, hoewel de ouderwetsche +Luxembourgtuinen mij _nog_ beter bevallen. Père la Chaise is heel +eigenaardig; verscheiden graven zijn net kleine kamertjes, en als je +'r inkijkt, zie je een tafel met photographieën of schilderijen van +de overledenen, en stoelen voor de achtergeblevenen om op te zitten, +als zij komen treuren. Echt Franschachtig _n'est-ce pas_? + +Onze kamers zijn in de Rue de Rivoli, en als wij op het balkon zitten, +kunnen wij die prachtige straat heelemaal afkijken. Dat is zoo prettig, +dat wij onze avonden daar dikwijls blijven verpraten, wanneer wij +te vermoeid zijn van ons "dagwerk" om weer uit te gaan. Fred is +bizonder onderhoudend en over 't geheel de aardigste en geschiktste +jongen, dien ik ooit ontmoet heb--behalve Laurie! Die heeft nog iets +innemenders. Ik wou dat Fred zwart haar had; want ik houd niet van +blonde mannen; maar, de Vaughns zijn heel rijk en stammen van een +voornaam geslacht af, daarom wil ik geen aanmerking maken op hun gele +lokken; de mijne zijn altijd nòg geler. + +De volgende week gaan wij naar Duitschland en Zwitserland, en daar +wij elken dag doorreizen, zal ik enkel een paar haastige krabbeltjes +kunnen schrijven. Ik houd mijn dagboek aan, en tracht "al wat ik zie +en bewonder mij duidelijk te herinneren en juist te beschrijven," +zooals Vader mij aanraadde. Het is een goede oefening voor mij, en +'t zal jullie mét mijn schetsboek een beter denkbeeld van mijn reis +geven, dan deze kattebelletjes. + +Adieu! ik omhels jullie allen in gedachten. + + +_Votre Amy_. + + + + +Heidelberg. + +Mijn lieve Mama, + + +Daar ik nog een rustig uurtje heb, eer wij naar Bern vertrekken, +zal ik trachten u te vertellen, wat ik verder ondervonden heb: want +er is iets heel belangrijks gebeurd, zooals u zult zien. + +De vaart op den Rijn was heerlijk, en ik zat maar stil rond te kijken +en te genieten, nam Vaders oude reisboeken en las daar alles in na. Ik +heb geen woorden om alles te beschrijven. Te Coblentz hadden wij een +aardig avontuurtje, want een troepje studenten uit Bonn, met wie Fred +op de boot kennis had gemaakt, brachten ons een serenade. Het was een +heldere maneschijn, en om één uur 's nachts werden Flo en ik gewekt +door muziek onder onze vensters. Wij sprongen uit bed en verscholen +ons achter de gordijnen, maar nu en dan gluurden wij door een reetje +en zagen, hoe Fred en de studenten beneden stonden te zingen. Het +was zoo romantisch; de rivier, de brug, de bootjes, Ehrenbreistein +aan den overkant, maneschijn overal, en muziek, die een steenen hart +zou doen smelten! + +Toen zij ophielden, wierpen wij een paar bloemen naar beneden, en zagen +hen er om grabbelen, de onzichtbare schoonen kushanden toewerpen en +eindelijk lachend verdwijnen--om te gaan rooken en bier te drinken, +zeker! Den volgenden morgen liet Fred mij met een sentimenteel gezicht +een paar verfrommelde bloemen zien, die hij in zijn vestzakje droeg. Ik +lachte hem uit en zei, dat _ik_ ze niet uit het raam gegooid had, +maar Flo--wat hem vreeselijk scheen te ergeren, want hij wierp ze op +straat en werd weer gewoon. Ik vreesde toen al, dat ik last met dat +jongemensch zou krijgen--het begon er naar uit te zien. + +De badplaatsen Nassau en Baden-Baden waren heel druk en vroolijk; Fred +verspeelde er wat geld, waarover ik hem een beetje kapittelde. Hij +heeft wel iemand noodig om een oogje op hem te houden, nu Frank niet +bij hem is. Kate zei eens, dat zij hoopte, dat hij gauw zou trouwen, +en ik ben met haar eens, dat het goed voor hem zijn zou. Frankfort +beviel mij bizonder; ik zag Goethe's en Schillers standbeeld en +Dannecker's beroemde Ariadne! het was prachtig mooi, maar ik zou +er meer aan gehad hebben, als ik het verhaal beter gekend had. Ik +durfde er niet naar vragen, omdat iedereen het scheen te weten, +of althans deed, alsof hij het wist. Ik hoop, dat Jo er mij later +alles van vertellen zal. Ik had meer moeten lezen, want ik zie nu, +dat ik heel weinig weet, en dat hindert mij erg. + +Nu komt het ernstige gedeelte, want het is hier gebeurd, en Fred +is juist vertrokken. Hij was zoo vriendelijk en prettig, dat wij +allen wezenlijk veel van hem zijn gaan houden; maar ik dacht nooit +aan iets anders dan aan een voorbijgaande vriendschap op reis, tot +op den avond van de serenade. Sedert dien tijd begon ik te voelen, +dat de wandelingen in den maneschijn, de gesprekken op het balkon, +en de dagelijksche avonturen, voor hem meer dan een aardigheid +waren. Ik heb niet met hem gecoquetteerd, Moeder, heusch niet,--maar +ik heb mij telkens herinnerd, wat u mij gezegd hebt, en mijn uiterste +best gedaan. Ik kan het niet helpen, als de menschen van mij houden, +ik doe er geen moeite voor, en het spijt mij, als ik niet evenveel +van hen houden kan, hoewel Jo zegt, dat ik geen hart heb. Nu weet ik, +dat Moeder haar hoofd zal gaan schudden, en de meisjes zullen zeggen: +"O, die kleine geldzuchtige heks," maar ik ben toch vast besloten Fred +te accepteeren, als hij mij vraagt, hoewel ik niet tot over de ooren +verliefd op hem ben. Ik houd van hem, en wij kunnen het best samen +vinden. Hij heeft een gunstig uiterlijk, is jong, nog al ontwikkeld en +heel rijk--veel rijker dan de Laurences. Ik denk niet, dat zijn familie +er iets tegen zou hebben, en ik zou stellig wel gelukkig worden, want +zij zijn allen aardige, beleefde, onbekrompen menschen, en zij houden +van mij. Daar Fred de oudste van de tweelingen is, erft hij zeker het +landgoed, denk ik, en het is zoo prachtig! Zij hebben ook een huis in +de stad in een fashionable straat--het maakt niet zooveel vertooning +als onze groote huizen, maar het is veel gemakkelijker ingericht, en +vol soliede weeldeartikelen, waar de Engelschen zoo mee ophebben. Ik +houd er ook van, want het is zoo echt degelijk. Op hun buitenplaats +heb ik het zilverwerk, de familiejuweelen, de oude bedienden en de +schilderijen gezien, en het park, de mooie tuinen en de prachtige +paarden. O, het zou alles zijn, wat je maar wenschen kon! En ik zou +liever die degelijke weelde hebben dan den een of anderen voornamen +titel, waarmee meisjes soms zoo ingenomen zijn, maar waar dan ook +dikwijls alles mee ophoudt. Misschien ben ik geldzuchtig, ik beken +dat ik een hekel heb aan armoede, en ik wil dan ook geen oogenblik +langer arm zijn, dan ik bepaald hoef. Een van ons _moet_ een goed +huwelijk doen; Meta heeft het niet gedaan. Jo wil het niet doen, en +Betsy kan het op 't oogenblik niet--daarom zal _ik_ het maar doen, +en voor jullie allemaal zorgen. Ik zou geen man nemen aan wien ik een +hekel had, of dien ik verachtte, daar kunt u zeker van zijn; en hoewel +Fred niet precies mijn ideaal is, is hij toch heel goed, en mettertijd +zou ik hem wezenlijk wel kunnen liefhebben, als hij erg veel van mij +hield, en mij in alles mijn zin liet doen. Daarom heb ik deze week +de zaak goed overlegd, want het was onmogelijk niet op te merken, +dat Fred veel van mij houdt. Hij heeft het wel niet gezegd, maar hij +toonde het in kleine dingen; hij wandelde nooit met Flo, zorgt altijd +dat hij in het rijtuig, aan tafel of op straat naast mij komt, kijkt +sentimenteel als wij alleen zijn, en woedend als iemand anders mij +durft aanspreken. Gisteren aan tafel was er een Oostenrijksch officier, +die ons fixeerde, en daarna iets zei tot zijn buurman--een verloopen +soort van baron--over _ein wunderschönes Blöndchen_, en Fred keek zoo +woedend als een leeuw, en sneed zijn vleesch met zoo'n heftigheid, +dat het bijna van zijn bord vloog. Hij is niet zoo'n koele, stijve +Engelschman, maar nog al opvliegend, want hij heeft Schotsch bloed +in zijn aderen, wat je al wel kunt opmaken uit zijn helderblauwe oogen. + +Gisteravond gingen wij allemaal naar het slot om de zon te zien +ondergaan, ten minste allen behalve Fred, die ons op den terugweg +tegen zou komen, nadat hij naar het postkantoor was geweest, om te +zien of er ook brieven voor ons waren. Wij dwaalden heerlijk door de +ruïne, zagen de gewelven met het monstervat, en de schilderachtige +tuinen, lang geleden door den keurvorst voor zijn Engelsche vrouw +aangelegd. Mij beviel het terras het best, want het uitzicht is +er goddelijk; dus terwijl de anderen de zalen van binnen gingen +bekijken bleef ik daar zitten, om een grijzen leeuwenkop op den muur, +met overhangende purperen kamperfoelieranken, te schetsen. Het was +net iets uit een roman, zooals ik daar zat, en den Neckar door het +dal zag stroomen, luisterend naar de muziek van het Oostenrijksche +korps beneden, en wachtende op de komst van mijn aanbidder--want als +een echte romanheldin had ik een voorgevoel van wat er gebeuren zou, +en ik was er geheel op geprepareerd. Ik voelde me niets blozerig of +beverig, maar heel kalm, alleen maar een beetje opgewonden. + +Na een poosje hoorde ik Fred's stem, en daar kwam hij aandraven +door de groote poort om mij te zoeken. Hij zag er zoo ontdaan uit, +dat ik mijzelf geheel vergat en hem vroeg wat er aan scheelde. Hij +zei, dat hij juist een brief had ontvangen met het verzoek spoedig +thuis te komen, want dat Frank gevaarlijk ziek lag; hij was dus van +plan dadelijk met den nachttrein te gaan, en had alleen maar tijd om +afscheid te nemen. Het speet mij erg voor hem, en ik was teleurgesteld +voor mijzelf--maar dat duurde maar een minuut--omdat hij, terwijl +hij mijn hand drukte, op een toon, die voor geen tweede uitlegging +vatbaar was, zei: "Ik kom gauw terug--zul je mij niet vergeten, Amy?" + +Ik beloofde het niet, maar ik keek hem aan, en hij scheen tevreden--er +was geen tijd meer om iets te zeggen dan groeten en afscheidswenschen, +want in minder dan een uur was hij weg, en wij missen hem allen erg. Ik +weet, dat hij graag gesproken zou hebben, maar ik maak uit een vluchtig +gezegde van hem op, dat hij zijn vader beloofd had, vooreerst nog +niets van dien aard te doen--want hij is nog al heet gebakerd, en de +oude heer is bang voor een buitenlandsche schoondochter. Wij zullen +elkander gauw in Rome weerzien; en als ik niet van gedachten verander, +zal ik, als hij vraagt: "Wil je mijn vrouw worden?" antwoorden: +"Ja, met alle genoegen." + +Dit alles natuurlijk onder de roos, maar ik verlangde dat u zou weten +wat er aan de hand is. Wees niet ongerust over mij; bedenk, dat ik uw +"voorzichtige Amy" ben, en dat ik niets overijld zal doen. Zend mij +zooveel goeden raad als u wilt; als ik kan, zal ik er gebruik van +maken. O, wat zou ik graag eens een rustig praatje met u hebben, +Moedertje. Heb mij lief en vertrouw mij. + + +Als altijd + +Uw Amy. + + + + + +HOOFDSTUK IX. + +VERBORGEN LEED. + + +"Jo, ik ben ongerust over Betsy." + +"Hé, Moeder, zij heeft er toch bizonder goed uitgezien na de komst +van de kleintjes." + +"Ik ben nu niet zoo zeer ongerust over haar gezondheid, als wel over +haar zielstoestand. Ik geloof zeker, dat zij iets op het hart heeft, +en ik wou zoo graag, dat jij probeerde te weten te komen, wat het is." + +"Waarom denkt u dat, Moeder?" + +"Zij zit zooveel alleen, en praat niet zooveel met Vader als +vroeger. Laatst zat zij met een van de kinderen op schoot te +schreien. Als zij zingt, zijn het altijd treurige liederen, en nu en +dan heeft haar gezicht een uitdrukking, die ik niet begrijp. Dat is +niets voor Bets, en het maakt mij ongerust." + +"Hebt u haar er naar gevraagd?" + +"Ik heb het een paar maal geprobeerd, maar zij ontweek mijn vragen, +of keek zoo bedroefd, dat ik maar ophield. Ik dring mij nooit in het +vertrouwen van mijn kinderen, en ik hoef er gewoonlijk niet lang op +te wachten." + +Mevrouw March sloeg Jo gade terwijl zij sprak, maar het gezicht +tegenover haar scheen geheel onbewust van geheime bekommernis, behalve +over Betsy; en na eenige oogenblikken zwijgend voortgenaaid te hebben, +hervatte Jo: + +"Ik denk, dat het komt omdat zij ouder wordt, en natuurlijk begint te +droomen, te hopen, te vreezen, en onrustig te zijn, zonder dat zij +weet waarom, en zonder dat zij het uitleggen kan. Wel, Moeder, Bets +is achttien; maar wij kunnen ons dat niet voorstellen en behandelen +haar nog steeds als een kind, hoewel zij een jonge vrouw is." + +"Het is waar, lieve kind, wat groeien jullie allemaal gauw op," +antwoordde haar moeder met een glimlach en een zucht. + +"Er is niets aan te doen, Moedertje; bereid u dus maar op allerlei +tribulaties voor, en laat uw vogeltjes één voor één uit het nest +vliegen. _Ik_ zal nooit ver weg vliegen als u dat kan troosten." + +"Dat is me zeker een groote troost, Jo; ik voel mij altijd sterk, +als jij thuis bent, nu Meta weg is. Bets is te zwak en Amy te jong +om op te vertrouwen; maar als het er op aankomt, ben jij altijd klaar." + +"Och, u weet dat ik niet veel om een moeilijk karweitje geef, en er +moet toch altijd één sloof in de familie zijn. Amy is onverbeterlijk +voor fijne werkjes, ik lang niet; maar ik ben in mijn element, als al +de kleeden moeten opgenomen worden, of als de heele familie tegelijk +ziek is. Amy maakt zich buitenslands beroemd, maar als er thuis iets +te doen is, dan ben ik uw man." + +"Ik laat Betsy dan maar aan jou over; zij zal haar teeder hartje eerder +voor haar Jo, dan voor iemand anders openen. Wees heel vriendelijk +voor haar, en laat haar niet denken, dat iemand op haar let of over +haar spreekt. Als zij maar weer sterk en vroolijk werd, zou ik niets +ter wereld meer te wenschen hebben." + +"Gelukkige ziel! Ik wensch zooveel!" + +"Wel kind, wat dan?" + +"Eerst zal ik Betsy's bezwaren uit den weg zien te ruimen, en dan zal +ik u de mijne vertellen. Zij zijn niet erg dringend, dus kan ik ze +nog wel een poosje voor mij houden;" en Jo naaide voort met een wijs +knikje, dat het hart van haar moeder, voor het oogenblik althans, +volkomen omtrent haar geruststelde. + +Oogenschijnlijk in haar eigen bezigheden verdiept, hield Jo een oogje +op Betsy; en na eenige elkander tegensprekende gissingen, kwam zij +eindelijk op iets, dat de verandering volkomen scheen te verklaren. + +Een klein voorval gaf haar, naar zij meende, den sleutel van het +geheim; en een levendige verbeelding en een liefhebbend hart deden +het overige. Op zekeren Zaterdagmiddag toen zij en Betsy alleen bij +elkander zaten, deed zij alsof zij geheel verdiept in haar schrijfwerk +was; maar terwijl zij voortpende, lette zij telkens op haar zuster, +die buitengewoon stil scheen te zijn. Zij zat aan het raam; en dikwijls +liet zij haar werk op haar schoot zinken, en leunde in een mismoedige +houding met het hoofd in de hand, terwijl haar oogen over het sombere +herfstlandschap dwaalden. Plotseling ging iemand beneden voorbij onder +het fluiten van een vroolijk operadeuntje, en een stem riep haar toe: + +"Alles in orde! Ik kom van avond!" + +Betsy schrikte op, leunde uit het venster, glimlachte en knikte, +staarde den voorbijganger na, totdat het geluid van zijn vluggen +voetstap wegstierf, en zei zachtjes, als tot zich zelve: + +"Wat ziet die goede jongen er toch sterk en gezond en gelukkig uit!" + +"Hm," kwam Jo, nog steeds aandachtig het gezichtje van haar zuster +opnemende, want de blos verdween even spoedig als hij gekomen was, +de glimlach stierf weg en een traan glinsterde op het kozijn. Betsy +veegde hem af en keek schichtig naar Jo, maar deze krabbelde +voort in wanhopige haast, schijnbaar geheel verdiept in "Olympia's +Eed." Zoodra Betsy weer naar buiten staarde, sloeg Jo haar opnieuw +gade, zag meer dan eens haar hand stilletjes naar haar oogen gaan, +en las in haar half afgewend gelaat een onderworpen droefheid, die +haar eigen oogen vol tranen deed schieten. Bevreesd zich te verraden +sloop zij de kamer uit, iets mompelend over papier dat zij noodig had. + +"Lieve hemel, Bets is verliefd op Laurie!" zei zij, terwijl zij op een +stoel in haar kamer neerviel, doodsbleek van schrik over de ontdekking, +die zij meende gedaan te hebben. "Dat zou ik nooit gedroomd hebben! Wat +zal Moeder zeggen! Ik wou wel eens weten of hij--" hier hield Jo op, +en werd vuurrood bij een plotseling invallende gedachte. "Als hij +haar eens niet liefhad, wat zou dat vreeselijk zijn. Maar hij _moet_, +ik zal er hem wel toe dwingen," en zij schudde dreigend het hoofd +tegen het portret van den ondeugend glimlachenden jongen aan den +muur. "O heden, wat _schieten_ we in eens op! Meta getrouwd en mama, +Amy aan het coquetteeren in Parijs, en onze Bets verliefd! Ik ben +de eenige, die verstandig genoeg is, om zich niet met die gekheid +in te laten." Jo stond een oogenblik in gedachten verzonken het +portret aan te staren; toen ontplooide zich haar gefronst voorhoofd, +en zei zij met een beslist knikje--"neen, dank u, mijnheer, u bent +heel aardig, maar niet standvastiger dan een weerhaan; schrijf dus +maar geen aandoenlijke briefjes, en glimlach maar niet zoo dierbaar, +want het helpt je niets, en ik wil het niet hebben!" + +Ze zuchtte eens diep en verviel in ernstig gepeins, waaruit zij +eerst ontwaakte bij het invallen van de vroege schemering. Toen ging +ze naar beneden om nieuwe opmerkingen te maken, die haar vermoedens +slechts bevestigden. Hoewel Laurie met Amy flirtte, en altijd gekheid +maakte met Jo, was zijn gedrag tegenover Betsy steeds bizonder +vriendelijk en zacht geweest, maar dat was het geval met iedereen; +daarom kwam het in niemand op, dat hij meer om haar zou geven, dan +om de anderen. Integendeel, in den laatsten tijd leefde de heele +familie onder den indruk, dat "onze jongen" meer dan ooit van Jo ging +houden, die evenwel geen woord over dit onderwerp wilde hooren, en +hevig uitvoer tegen ieder, die er van durfde gewagen. Als zij iets +geweten hadden van al de teedere episoden in het afgeloopen jaar, +of liever van de pogingen tot teederheid, die in de kiem verstikt +waren, zouden zij allen met innige voldoening hebben kunnen zeggen: +"Ik heb het wel voorspeld!" Maar Jo had een hekel aan "sentimenteel +gezeur", wilde het niet toestaan, en was altijd klaar met een grap +of een snauw, als zij het minste gevaar van dien kant zag naderen. + +Toen Laurie pas aan de academie was, raakte hij zoowat elke maand +verliefd; maar deze kleine vlammetjes waren even kort als hevig, +schaadden niemand, en vermaakten Jo geweldig, die groot belang stelde +in al de afwisselingen van hoop, wanhoop en gelatenheid, die haar in +hun wekelijksche samenkomsten werden toevertrouwd. Maar er kwam een +tijd, dat Laurie ophield met het offeren op verschillende altaren, +geheimzinnige wenken gaf aangaande een verterenden hartstocht, en +aanvallen had van Byroniaansche somberheid. Daarna vermeed hij het +teeder onderwerp geheel en al, schreef wijsgeerige briefjes aan Jo, +werkte hard, en verkondigde dat hij aan 't "pompen" ging, om in een +stralenkrans van roem te promoveeren. Dit beviel de jonge dame beter +dan schemer-avond-confidenties, teedere handdrukken en welsprekende +blikken; want bij Jo was het hoofd eerder ontwikkeld dan het hart en +zij verkoos denkbeeldige helden boven werkelijke, omdat de eerste, +als zij haar verveelden, tot nader order in de blikken poppenkeuken +konden opgesloten worden, en de laatste minder handelbaar waren. + +Zoo stonden de zaken, toen de groote ontdekking gedaan werd, en Jo +nam Laurie dien avond oplettender waar, dan ooit tevoren. Wanneer +zij dit nieuwe denkbeeld niet in 't hoofd gekregen had, zou zij niets +bizonders gezien hebben in de omstandigheid, dat Betsy heel stil, en +Laurie heel vriendelijk jegens haar was. Maar daar zij haar levendige +verbeelding den vrijen teugel liet, draafde deze in snellen draf met +haar voort, en daar haar gezond verstand wel wat scheen te lijden +onder het vele romanschrijven kwam dit haar niet te hulp. Bets lag +als naar gewoonte op de sofa; Laurie zat op een laag stoeltje dicht +bij en amuseerde haar met allerlei verhalen. Ze verlangde altijd naar +haar wekelijksch praatje, en Laurie stelde haar nooit te leur. Maar +dien avond verbeeldde Jo zich, dat Betsy's oogen met bizonder +welgevallen op het levendige, donkere gezicht naast haar rustten, +en dat zij met gespannen aandacht luisterde naar een verhaal van een +interessant cricketspel, hoewel de verschillende technische termen +even onverstaanbaar voor haar waren als sanscrit. En, daar zij het +zoo van harte wenschte, verbeeldde Jo zich ook, dat zij een toenemende +innigheid in Laurie's gedrag opmerkte, dat hij nu en dan fluisterde, +minder dan gewoonlijk lachte, een beetje afgetrokken was, en gedurig +den shawl over Betsy's voeten goed legde, met een bezorgdheid, die +werkelijk teeder genoemd kon worden. + +"Wie weet! er zijn wel vreemder dingen gebeurd!" dacht Jo, terwijl zij +door de kamer drentelde. "Zij zal een engel van hem maken, en wat kan +hij voor onze Bets het leven gemakkelijk en aangenaam doen zijn, als +zij elkaar liefhebben! Ik zie niet in, hoe hij het zou kunnen laten, +en ik geloof, dat hij haar _zeker_ lief zou krijgen, als wij anderen +maar uit den weg waren." + +Daar iedereen uit den weg _was_, behalve zij zelve, begon Jo te +begrijpen, dat zij zich zoo gauw mogelijk uit de voeten moest +maken. Maar waar zou zij heengaan? Brandende van verlangen om zich +op het altaar van zusterlijke liefde te offeren, zette zij zich neer +om dit punt eens ernstig te overdenken. + +Nu was de oude sofa een wezenlijke patriarch van een sofa,--lang, +breed, vol kussens en laag. Wel wat vaal en versleten, en geen wonder, +want als zuigelingen hadden de meisjes er op geslapen en rondgekropen, +als kinderen hadden zij over den rug gevischt, op de armen gereden, +en menagerie er onder gespeeld, en als jonge meisjes hadden zij +hun vermoeide hoofdjes er op neergelegd, droomen gedroomd, of naar +teedere woorden geluisterd. Zij hadden allen die oude canapé lief, +want zij was een familie-toevluchtsoord, en éen hoekje was altoos +Jo's geliefkoosd rustplaatsje geweest. Onder de vele kussens, die +de eerwaardige rustbank versierden, was er éen langwerpig rond, +met stekelig paardenhaar bekleed, en versierd met een harden knoop +aan de uiteinden; dit weinig uitlokkend kussen was haar particulier +eigendom en werd door haar gebruikt als verdedigingswapen, barricade, +of streng voorbehoedmiddel tegen al te grooten sluimerlust. + +Laurie kende dit kussen maar al te goed, en had reden om het met +bizonderen afkeer te beschouwen, daar hij er in vroeger dagen, toen +stoeien nog geoorloofd was, vaak onbarmhartig mee toegetakeld werd, +en het hem nu dikwijls beroofde van het plaatsje, waarop hij het +meest gesteld was, naast Jo, in het hoekje van de canapé. Als "de +worst", zooals zij het noemden, overeind stond, was dit een teeken, +dat hij mocht naderen en rusten, maar wee over man, vrouw en kind, +die het durfde verleggen, wanneer het dwars over de sofa lag! Dien +avond vergat Jo haar hoekje te barricadeeren, en ze zat nog geen vijf +minuten, of een lange gedaante verscheen naast haar, en met beide +armen uitgespreid over den rug van de canapé en beide lange beenen +voor zich uitgestrekt, riep Laurie, met een zucht van voldoening: +"_Dat_ is een tref." + +"Geen nonsens, alstjeblieft!" snauwde Jo, haar kussen zwaaiende. Maar +het was al te laat, er was geen plaats meer voor; het kwam op den +grond te land en verdween op de meest geheimzinnige manier. + +"Kom Jo, wees nu niet stekelig! Nadat een mensch zich de heele week +tot een geraamte heeft afgesloofd, verdient hij wel eens een beetje +verwend te worden." + +"Betsy zal je wel verwennen, ik heb het te druk!" + +"Neen, ik wil haar niet lastig vallen; maar jij houdt van zoo iets, of +je moest er plotseling den smaak voor verloren hebben. Is dat zoo? heb +je een hekel aan me gekregen en begeer je me met kussens te verjagen?" + +Iets meer verteederends dan deze treffende vraag kon moeilijk bedacht +worden, maar Jo trachtte "haar jongen" te vernietigen door hem op +het lijf te vallen met de grimmige vraag: + +"Hoeveel bouquetten heb je deze week aan juffrouw Randal gezonden?" + +"Geen een, op mijn woord. Zij is geëngageerd--dus!" + +"Daar ben ik blij om; dat is een van je vele dwaze geldverspillingen, +bloemen en prullen te sturen aan meisjes, om wie je geen zier geeft," +zei Jo berispend. + +"Verstandige meisjes om wie ik _erg_ veel geef, willen niet hebben, +dat ik hen 'bloemen en prullen' stuur, en wat moet ik dan doen? Mijn +gevoelens _moeten_ een uitweg hebben!" + +"Moeder houdt niet van flirten, zelfs niet uit gekheid, en jij flirt +vreeselijk, Teddy." + +"Ik zou alles willen geven, als ik kon antwoorden: jij ook. Maar nu +ik dit niet kan, wil ik alleen maar zeggen, dat ik niets geen kwaad +zie in dit vermakelijke spelletje, als beide partijen begrijpen, +dat het maar gekheid is." + +"Het lijkt wel amusant, maar ik kan het eenvoudig niet leeren. Ik heb +het geprobeerd, omdat het zoo stijf staat in gezelschap, als je niet +doet zooals ieder ander; maar ik heb het er nog niet ver in gebracht," +bekende Jo, haar rol van mentor vergetende. + +"Neem les bij Amy; die heeft er goed slag van!" + +"Ja, zij doet het handig, en schijnt het nooit te ver te drijven. Ik +geloof, dat het sommige menschen natuurlijk afgaat en dat zij zonder +eenige moeite kunnen behagen, terwijl andere altijd op verkeerde +plaatsen verkeerde dingen zeggen en doen." + +"Ik ben blij, dat jij niet kunt flirten; het is zoo'n verkwikking +eens een verstandig, openhartig meisje te zien, dat vertrouwelijk +en vriendelijk kan zijn, zonder zich gek aan te stellen. Onder ons +gezegd, Jo, een paar van de meisjes, die ik ken, gaan er zoo ver mee, +dat zij zich moesten schamen. Zij meenen niets kwaads, dat geloof +ik wel; maar als zij wisten hoe er later over hen gesproken werd, +zouden zij het stellig laten." + +"Zij bepraten jullie evengoed; en daar hun tongen het scherpst zijn, +zijn jullie, jongens, er het ergst aan toe, want jullie zijn precies +even coquet als zij. Wanneer jongelui zich gewoon gedroegen, zouden +zij het ook doen; maar omdat zij weten, dat jullie van dien nonsens +houdt, gaan ze er mee voort; en dan veroordeel je hen er later om!" + +"Je weet er nog niet veel van, jongejuffrouw," zei Laurie, +beleerend. "Wij houden niet van die malle coquettes, al nemen wij +er soms den schijn van aan. Over lieve, eenvoudige meisjes wordt +onder jongelui nooit dan met achting gesproken. Heilige onschuld, +als je eens voor een maand in mijn plaats was, zou je dingen hooren, +die je stellig zouden verbazen. Op mijn woord, als ik een van die +aanstellerige wezens zie, zou ik altijd wel willen zeggen, wat in +dat kinderversje staat: 'Schaam u, poedel, schaam u wat!'" + +Het was onmogelijk niet te lachen over den potsierlijken strijd +tusschen Laurie's ridderlijken afkeer om iets kwaads van het +vrouwelijke geslacht te zeggen, en zijn zeer natuurlijke antipathie +tegen de onvrouwelijke dwaasheden, waarvan hij in zijn studentenleven +zoo menig voorbeeld aantrof. Jo wist, dat "de jonge Laurence" +door berekenende moeders als een "hoogst verkieselijke partij" werd +beschouwd, dat hun dochters hem toelachten, en dat hij genoeg gevleid +werd door vrouwen van allerlei leeftijd, om een zotskap van hem te +maken; zij hield dus naijverig de wacht over hem, vreezende, dat hij +bedorven zou worden, en zij was nu veel meer verheugd, dan zij wilde +toonen, toen zij hoorde, dat hij nog in eenvoudige, natuurlijke meisjes +geloofde. Plotseling weer in haar vermanenden toon vervallende zei +zij wat zachter: "Als je gevoelens bepaald een uitweg _moeten_ hebben, +Teddy, wijd je dan aan een van die 'lieve, eenvoudige meisjes', voor +wie je achting voelt, en verbeuzel je tijd niet met die laffe wezens." + +"Raad je mij dat in ernst aan?" en Laurie keek haar in de oogen met +een dwaze mengeling van onrust en vroolijkheid. + +"Ja zeker; maar je zou beter doen met te wachten, tot je gepromoveerd +was, en je onderwijl vast een beetje te verbeteren. Je bent niet +half goed genoeg voor--nu, voor wie dat 'lieve, eenvoudige meisje' +dan ook mag zijn;" en Jo keek ook een beetje eigenaardig want bijna +was haar een naam ontsnapt. + +"Neen, dat ben ik ook niet," bekende Laurie, met een voor hem geheel +nieuwe uitdrukking van nederigheid, terwijl hij de banden van Jo's +schortje om zijn vinger wond. + +"Lieve hemel, zoo komen wij nooit verder," dacht Jo, en voegde er +overluid bij: "Toe, ga eens wat zingen; ik snak naar wat muziek, +en ik hoor je altijd zoo graag." + +"Ik blijf liever hier zitten, dank je." + +"Neen, dat kan niet, er is geen plaats. Kom, maak jezelf nu maar eens +verdienstelijk, nu je te groot bent om voor ornament te dienen. Ik +dacht, dat jij er zoo'n hekel aan had om aan den boezelaar van een +vrouw te hangen," prikkelde Jo, een paar van zijn oproerige woorden +aanhalende. + +"Dat hangt er heelemaal van af, wie den boezelaar voorheeft;" en +Laurie gaf een brutalen ruk aan de banden. + +"Ga je haast?" vroeg Jo naar het kussen duikende. + +Laurie vloog op, en zoodra het eerste studentenlied weerklonk, sloop +zij stil weg, en kwam niet terug, voordat de jonge heer in heftige +verontwaardiging verdwenen was. + +Jo lag dien nacht lang wakker, en eindelijk, juist op het punt van +in te slapen, deed een gesmoorde snik haar op eens naar Betsy's bed +vliegen, met de bezorgde vraag: "Wat scheelt er aan, Bets?" + +"Ik dacht, dat je al sliep," snikte Betsy. + +"Is het de oude pijn, lieveling?" + +"Neen, het is iets nieuws, maar ik kan het wel dragen," en Betsy +trachtte haar tranen te bedwingen. + +"Toe, vertel er mij eens alles van, en laat ik het genezen, zooals +ik de andere pijn heb gedaan." + +"Dat kun je niet; hier helpt niets voor." Verder kon Betsy niet +spreken, maar ze klemde zich aan haar zuster vast en schreide zoo +wanhopend, dat Jo er van schrikte. + +"Waar zit het? zal ik Moeder gaan roepen?" + +Betsy antwoordde niet op de eerste vraag, maar in het donker ging +de eene hand onwillekeurig naar haar hart, alsof zij de pijn daar +voelde; met de andere hield zij Jo stijf vast, en fluisterde driftig: +"Neen, neen, roep Moeder niet, vertel het haar niet! Ik zal wel gauw +beter zijn, kom hier bij mij liggen, en strijk met je hand over +mijn voorhoofd. Dan zal ik stil zijn en gauw gaan slapen; heusch, +ik beloof het je." + +Jo gehoorzaamde, maar terwijl haar hand zachtjes heen en weer gleed +over Betsy's gloeiend voorhoofd en vochtige oogleden, was haar hart +overvol, en verlangde ze innig te mogen spreken. Maar, jong als zij +was, zij had geleerd, dat harten, evenmin als bloemen tegen een +ruwe behandeling kunnen, en zich van zelf moeten openen; daarom, +hoewel zij de reden van Betsy's nieuwe droefheid meende te weten, +zei zij enkel op teederen toon: "Is er iets, dat je hindert, Bets?" + +"Ja, Jo!" na een lange pauze. + +"Zou het je geen troost geven, als je mij vertelde wat het is?" + +"Nu niet--nog niet." + +"Dan zal ik er niet naar vragen, maar vergeet niet, Betslief, dat +Moeder en Jo altijd klaar zijn om naar je te luisteren en je te helpen, +als zij kunnen." + +"Dat weet ik. Ik zal het je later wel vertellen. + +"Is de pijn nu beter?" + +"O ja, veel beter; je bent zoo'n goede troost Jo." + +"Ga dan maar slapen, lieveling, ik zal bij je blijven." + +Zoo vielen zij in elkanders armen in slaap, en den volgenden morgen +scheen Betsy weer geheel en al in orde te zijn; want als men achttien +jaar is, duurt de pijn in hoofd noch hart lang, en kan een deelnemend +woord de meeste kwalen genezen. + +Maar Jo had een besluit genomen, en na eenige dagen nadenkens deelde +zij het haar moeder mee. + +"U vroeg mij laatst, wat mijn wenschen waren," begon zij, toen zij eens +alleen bij elkander zaten. "Ik zal er u een van vertellen', Moeder; ik +zou dezen winter zoo graag eens voor een verandering ergens heen gaan." + +"Waarom, Jo?" en haar Moeder keek plotseling op, alsof zij een +verborgen meening in haar woorden zocht. + +Met haar oogen op haar werk antwoordde Jo ernstig: "Ik wou eens iets +nieuws hebben; ik voel me zoo rusteloos, en verlang meer te zien, +te doen en te leeren, dan tot nog toe. Ik denk te veel aan mijn eigen +kleine wederwaardigheden, en ik heb een opfrisschinkje noodig; dus nu +ik van den winter wel gemist kan worden, zou ik graag eens uitvliegen +en op eigen wieken drijven." + +"En waar wil je heenvliegen?" + +"Naar New-York. Ik kreeg gisteren een gelukkigen inval. U herinnert +zich wel, dat mevrouw Kirke u schreef over een beschaafd meisje om de +kinderen te leeren en wat te naaien, 't Is moeilijk iets te vinden, +dat mij in alle opzichten zou bevallen, maar ik denk dat ik dit wel +zou kunnen, als ik mijn best doe." + +"Kind, wil je in betrekking gaan in dat groote pension?" en mevrouw +March keek verwonderd, maar niet onvriendelijk. + +"Het is niet bepaald in betrekking, want mevrouw Kirke is uw +vriendin--de vriendelijkste ziel, die ooit geleefd heeft--en zij zou +alles zoo aangenaam mogelijk voor mij inrichten. Haar gezin leeft +afgezonderd van die vreemde menschen en niemand kent mij daar. En +daar zou ik toch ook niet om geven; het is eerlijk werk en ik schaam +mij er niet voor." + +"Ik ook niet, maar je schrijverij?" + +"Daar zal een verandering ook goed voor zijn. Ik zal nieuwe dingen +zien en hooren, en nieuwe denkbeelden opdoen, en al heb ik er daar +niet veel tijd voor, ik zal overvloed van stof voor mijn verhalen +mee naar huis brengen." + +"Daar twijfel ik niet aan; maar is dit de eenige reden voor dat +plotselinge plan?" + +"Neen, moeder." + +"Mag ik de andere reden weten?" + +Jo keek naar boven en Jo keek naar beneden, bloosde en antwoordde +toen zachtjes: + +"Misschien is het ijdel of verkeerd van mij, dat ik het zeg, maar--ik +ben bang,--dat Laurie te veel van me gaat houden." + +"Dus geef jij niet om hem op de manier, waarop hij blijkbaar van jou +houdt?" vroeg mevrouw March met een bezorgde uitdrukking op het gelaat. + +"O hemel, neen! ik houd evenveel van hem, als ik altijd gedaan heb, +en ik ben heel trotsch op hem; maar van een dieper gevoel kan geen +sprake zijn." + +"Daar ben ik blij om, Jo." + +"Waarom?" + +"Omdat ik niet geloof, lieve kind, dat jullie bij elkander zoudt +passen. Als vrienden kun je het samen best vinden, en jullie telkens +terugkeerende kibbelpartijtjes zijn gauw genoeg bijgelegd; maar ik +vrees, dat je beiden in opstand zoudt komen als je voor je heele leven +verbonden waart. Jullie zijn te veel van dezelfde natuur en te veel +op je vrijheid gesteld--om niet eens van jullie opvliegendheid en +onbuigzaamheid te spreken--dan dat je tezamen gelukkig zoudt kunnen +zijn in een verhouding, die zoowel oneindig geduld en verdraagzaamheid, +als liefde vordert." + +"Dat is juist, wat ik ook voelde, maar ik kon het niet zoo +uitdrukken. Ik ben blij, dat u denkt, dat hij pas begonnen is van mij +te houden. Het zou mij erg aan 't hart gaan hem ongelukkig te maken; +maar ik kan toch niet alleen uit dankbaarheid en medelijden op den +ouwen jongen verliefd worden, wel?" + +"Ben je zeker van zijn gevoelens omtrent jou?" + +Weer vloog Jo het bloed naar de wangen, en ze antwoordde met een +blik van voldoening, trots en medelijden, eigen aan jonge meisjes, +als zij van hun eersten aanbidder spreken: + +"Ik vrees van ja, Moeder; hij heeft wel niets gezegd met woorden, +maar des te meer met zijn oogen. Ik geloof dat het maar beter is heen +te gaan, eer het uitgesproken wordt." + +"Dat geloof ik ook, en als het geschikt kan worden, mag je gaan." + +Jo scheen verlicht en zei na eenige oogenblikken glimlachend: + +"Wat zou mevrouw Moffat versteld staan over uw gebrek aan overleg, als +zij het wist; en wat zal ze blij zijn, dat Annie nu weer kan hopen." + +"Och, Jo, moeders mogen verschillen in de soort van overleg, maar hun +begeerte is altijd dezelfde: hun kinderen recht gelukkig te zien. Meta +is gelukkig en ik verheug mij daar innig over. Jij moogt je vrijheid +genieten, totdat je er genoeg van hebt, want eerst dan zul je kunnen +begrijpen, dat er iets nog beters bestaat. Amy veroorzaakt mij op +'t oogenblik de meeste zorg, maar haar gezond verstand zal haar wel +helpen. Wat Betsy betreft, voor haar durf ik niets hopen, dan dat +zij gezond mag worden. Maar, zij scheen wat opgewekter in de laatste +dagen. Heb je met haar gesproken?" + +"Ja, zij erkende, dat zij iets op het hart had, en beloofde het mij +over een poos te zullen vertellen. Ik vroeg niets meer, want ik geloof, +dat ik het wel weet," en Jo vertelde haar kleine geschiedenis. + +Mevrouw March schudde het hoofd, en beschouwde de zaak niet geheel uit +zoo'n romantisch oogpunt, maar zij keek ernstig, en zei nogmaals, dat +Jo, terwille van Laurie, maar voor eenigen tijd van huis moest gaan. + +"Laten wij er hem niets van zeggen, voordat het plan vastgesteld is; +en dan zal ik verdwenen zijn, eer hij zijn gedachten bij elkander +heeft en tragisch kan worden. Betsy moet in den waan blijven, dat ik +voor mijn eigen plezier ga, want ik kan met haar niet over Laurie +spreken; maar zij kan hem opbeuren en vertroosten als ik weg ben, +en hem zoodoende die sentimenteele gedachten uit het hoofd jagen. Hij +heeft al verscheiden van die kleine beproevingen achter den rug; hij is +er aan gewoon, en zal zijn 'liefdesmart' dus wel gauw te boven komen." + +Jo sprak hoopvol, maar zij kon de vrees niet wegredeneeren, dat +_deze_ "kleine beproeving" zwaarder zou blijken, dan de vorige, en +dat Laurie niet zoo gemakkelijk als tot nog toe zijn "liefdesmart" +te boven zou komen. + +Het plan werd in den familieraad besproken en goedgekeurd, want +mevrouw Kirke was zeer ingenomen met Jo's aanbod, en beloofde haar +een aangenaam tehuis. + +Haar salaris was voldoende om haar onafhankelijk te doen zijn, en +den vrijen tijd, dien zij over had, kon zij aan schrijven besteden; +bovendien zou de verandering van tooneel en omgeving zoowel nuttig +als aangenaam voor haar wezen. Jo verheugde zich in het vooruitzicht +en verlangde weg te komen, want het ouderlijk huis werd te eng voor +haar rustelooze natuur en avontuurlijken geest. Toen alles bepaald +was, vertelde zij het onder vreezen en beven aan Laurie; maar, tot +haar verwondering, nam hij het heel kalm op. Hij was in den laatsten +tijd ernstiger dan gewoonlijk geweest, maar "heel genoeglijk," vond +Jo, en wanneer ze hem in scherts vroeg of hij een nieuw blaadje had +omgeslagen, antwoordde hij rustig: "Dat heb ik, en ik ben van plan +dit omgeslagen te laten blijven." + +Jo was bizonder in haar schik, dat nu juist een zijner deugdzame +buien over hem gekomen was, en maakte haar toebereidselen met een +verruimd gemoed--want Betsy scheen wat vroolijker--en zij hoopte, +dat wat zij ondernam werkelijk voor allen het beste zou blijken. + +"Voor één ding hoop ik, dat je bizonder zorg zult dragen, Bets," +zei zij den avond voor haar vertrek. + +"Voor je papieren?" vroeg Betsy. + +"Neen--voor mijn jongen. Wees heel lief voor hem--wil je?" + +"Natuurlijk, ik zal 't probeeren; maar ik kan jouw plaats niet +vervullen, en hij zal je erg missen." + +"Dat zal hem geen kwaad doen; onthoud dus, dat ik hem in jouw speciale +zorg achterlaat, om hem te plagen, te bederven en in 't rechte spoor +te houden." + +"Ik zal mijn best doen," beloofde Betsy, verwonderd dat Jo haar zoo +vreemd aankeek. + +Toen Laurie afscheid kwam nemen, fluisterde hij veelbeteekenend: +"'t Zal geen zier helpen, Jo. Mijn oog is op jou gevestigd, bedenk +dus wel wat je doet, of ik kom je op een goeien dag naar huis halen." + + + + + +HOOFDSTUK X. + +JO'S DAGBOEK. + + +New-York, Nov. + +_Lieve Moeder en Betsy_. + + +Ik ben van plan een boekdeel te schrijven, want ik heb een massa +te vertellen, hoewel ik geen deftige dame ben, die een reis op het +vasteland maakt. Toen ik Vaders lief oud gezicht uit het oog verloor, +was ik wel wat aan den grond en zou zeker een paar zilte droppels +geplengd hebben, als eene Iersche dame met vier kleine kinderen, +die allen meer of min huilden, mijn aandacht niet afgeleid had; +want ik amuseerde mij met chocolaadjes over de bank te laten rollen, +zoodra zij hun mond opendeden om te schreeuwen. + +Al gauw kwam de zon door; ik nam dit aan als een gunstig voorteeken, +klaarde eveneens op, en genoot van ganscher harte van mijn reis. + +Mevrouw Kirke verwelkomde mij zoo hartelijk, dat ik mij op eens +thuis gevoelde, zelfs in dat groote huis vol vreemden. Zij gaf mij +een grappig klein kamertje hoog in de lucht--het eenige, dat zij +had, maar er staat een kachel en een flinke tafel voor een zonnig +raam, zoodat ik hier altijd kan gaan zitten schrijven, wanneer ik +wil. Een heerlijk uitzicht met een kerktoren in het verschiet is +een vergoeding voor de vele trappen, en mijn nieuw hokje beviel mij +dadelijk uitstekend. De kinderkamer, waar ik les geven en naaien moet, +is een heel plezierige kamer, naast die van mevrouw Kirke, en de twee +kleine meisjes zijn lieve kinderen--een beetje bedorven, dunkt me, +maar ik stal hun hart door het verhaal van "De zeven Geitjes," en ik +twijfel er niet aan, of ik zal eene model-gouvernante zijn. + +Als ik liever niet aan de algemeene tafel kom, kan ik met de kinderen +eten, en voor 't oogenblik geef ik daaraan de voorkeur, want ik ben +_heusch_ verlegen, al wil niemand het gelooven. + +"Nu kindlief, doe alsof je thuis bent," zei mevrouw Kirke op echt +moederlijke manier, "ik ben van den morgen tot den avond op de been, +zooals je kunt denken met zoo'n huishouden; maar het zal een pak +van mijn hart zijn, nu ik weet, dat de kinderen veilig en wel bij +jou zitten. Mijn kamers staan altijd voor je open, en de jouwe zal +ik zoo gemakkelijk inrichten, als mij mogelijk is. Er zijn een paar +heel aardige menschen hier in huis, als je gezelschap verlangt, +en je avonden heb je altijd vrij. Kom bij mij als er iets verkeerd +gaat, en tracht zoo gelukkig mogelijk te zijn. Daar gaat de theebel, +ik moet gauw een andere japon aanschieten!" en weg draafde zij, +en liet mij alleen om in mijn nieuw ooievaarsnest op orde te komen. + +Toen ik naar beneden ging, zag ik een aardig staaltje van echte +goedhartigheid. De trappen zijn erg hoog in dit groote huis, en toen ik +op de derde verdieping stond te wachten, tot een klein dienstmeisje +naar boven zou zijn gestrompeld, zag ik een wonderlijk soort van +heer achter haar aankomen, haar den zwaren kolenemmer uit de hand +nemen, dien geheel naar boven dragen, bij de eerste deur neerzetten, +en toen bedaard wegstappen, terwijl hij met een knikje en een vreemd +accent zei: + +"Dat gaat beter zoo. Dat ruggetje is te jong voor zulke zware +vrachten." + +Was dat niet vriendelijk? Ik houd van zulke dingen; want, zooals +Vader zegt, kleinigheden doen het karakter uitkomen. Toen ik het aan +mevrouw Kirke vertelde, lachte zij en zei: + +"Dat moet professor Bhaer geweest zijn; die doet altijd zulk soort +van dingen." + +Mevrouw K. vertelde mij, dat hij uit Berlijn kwam, hij moet heel +geleerd en goed zijn, maar zoo arm als een kerkrat, en hij geeft hier +lessen om in het onderhoud te voorzien van zichzelf en twee weezen, +de zoontjes van zijn zuster, die met een Amerikaan getrouwd was +geweest, en daarom verlangde, dat haar kinderen in Amerika zouden +opgevoed worden. Het is geen erg romantische geschiedenis, maar zij +interesseerde mij, en het deed me plezier te hooren, dat mevrouw Kirke +hem haar zitkamer leent, om daar aan sommige van zijn leerlingen les +te geven. Er is een glazen deur tusschen die kamer en de kinderkamer, +en ik ben van plan hem eens te begluren, dan kan ik u vertellen, hoe +hij er uit ziet. Hij is om en bij de veertig, dus het kan geen kwaad, +Moedertje! Na de thee en een stoeipartijtje onder het uitkleeden met +de kleine meisjes, viel ik aan op de groote werkmand en had een rustig +avondpraatje met mijn nieuwe vriendin. Ik zal een dagboek schrijven, +en het eens in de week zenden; goeden nacht dus, morgen meer. + + + +Dinsdagavond. + + +Ik had het van morgen druk in mijn schooltje, want de kinderen leken +wel op Tijl Uilenspiegel, en op éen oogenblik kreeg ik werkelijk lust +om ze eens flink door elkander te schudden. De een of andere goede +engel blies mij in, ze een les in kamergymnastiek te geven, en ik +hield ze er zoolang mee bezig, tot zij dol blij waren weer rustig te +mogen gaan zitten. Na de koffie ging de kindermeid met hen wandelen, +en trok ik met een gewillig hart aan mijn naaiwerk. + +Ik was juist bezig mijn goeden genius te danken, dat ik netjes +knoopsgaten had leeren maken, toen de deur der voorkamer open en +dicht ging, en iemand als een groote bromvlieg + + + "Kennst du das Land". + + +begon te neuriën. Ik weet wel, dat het vreeselijk ongepast was, maar +ik kon de verzoeking niet weerstaan; en een tipje van het gordijn +voor de glazen deur oplichtende, gluurde ik naar binnen. Daar was +professor Bhaer, en terwijl hij zijn boeken in orde bracht, nam ik +hem eens goed op. Een echte Duitscher--nog al gezet, met bruin haar, +een ruigen baard, een wonderlijken neus, de vriendelijkste oogen, +die ik ooit gezien heb, en een heerlijke diepe stem, die iemands +hart goeddoet, na ons scherp of valsch Amerikaansch gekrijsch. Zijn +kleeren waren ouderwetsch, zijn handen groot en hij had geen enkelen +echt zuiveren trek in zijn gezicht, alleen zijn tanden waren mooi; +toch beviel hij mij, want hij heeft een goedgevormd hoofd, zijn linnen +was hagelwit, en hij zag er uit als een gentleman, al had hij ook +twee knoopen van zijn jas verloren, en een gelapte laars. Hij keek +heel ernstig, hoewel hij neuriede, totdat hij naar het raam ging, +de hyacinthenbollen in de zon zette en de kat streelde, die hem als +een oud vriend ontving. Toen glimlachte hij, en toen er zacht aan de +deur getikt werd, riep hij met een luide, heldere stem: + +"Herein!" + +Ik was juist van plan te verdwijnen, toen mijn oog op een klein +dreumesje viel met een groot boek in de armen, en dit deed mij nog +even wachten. + +"Ik zoek mijn Beertje," zei het alikruikje, haar boek met een slag +op den grond gooiend en op hem toeloopende. + +"Gij zult uw Beertje hebben, kom maar, en laat hij u maar eens +hartelijk pakken, mijn Tina," zei de professor, haar met een +hartelijken lach opbeurende en zoo hoog boven zijn hoofd houdende, +dat zij haar gezichtje bukken moest om hem te kussen. + +"Nou moet Tina les leeren," ging het kleine, grappige ding voort; +hij zette haar dus aan de tafel, opende de groote dictionnaire, die +zij had meegebracht, gaf haar papier en potlood, en zij krabbelde +ijverig voort, terwijl zij nu en dan een blad omsloeg, en met haar +klein, dik vingertje de bladzijde langs ging, alsof zij een woord +opzocht, en dat alles zoo ernstig, dat ik mij bijna door een luiden +lach had verraden, terwijl mijnheer Bhaer haar krulkopje streelde +en zoo vaderlijk op haar neerzag, alsof zij zijn dochtertje was, +hoewel zij eerder op een Fransch dan op een Duitsch kind leek. + +Weer werd er geklopt, en de komst van twee jonge dames deed mij tot +mijn werk terugkeeren, waar ik heel deugdzaam mee voortging, ondanks +al het leven en het gepraat, dat in de andere kamer in vollen gang +was. Een van de meisjes lachte heel geaffecteerd en riep telkens +op coquetten toon: "Neen, maar professor!" en de andere sprak haar +Duitsch met zoo'n potsierlijk accent, dat hij moeite moet gehad hebben +er ernstig onder te blijven. + +Beiden schenen zijn geduld bizonder op de proef te stellen, want meer +dan eens hoorde ik hem op levendigen toon uitroepen: "Neen, neen, zoo +is het _niet_, u luistert niet half naar wat ik zeg." En eens klonk er +een harden slag, alsof hij met een boek op de tafel sloeg, gevolgd door +den wanhopigen uitroep: "Potztausend, dat gaat alles verkeerd vandaag!" + +De arme man! ik had medelijden met hem, en toen de meisjes weg waren, +nam ik nog eens even een kijkje om te zien hoe hij het overleefde. Hij +scheen uitgeput in zijn stoel neergevallen te zijn, en zat daar met +gesloten oogen, totdat de klok twee uur sloeg; toen sprong hij op, +stak zijn boeken in zijn zak, alsof hij weer les moest gaan geven, +en de kleine Tina, die op de sofa in slaap gevallen was, in zijn +armen nemende, droeg hij haar zachtjes weg. Ik geloof, dat hij een +zwaar leven heeft. + +Mevrouw Kirke vroeg mij of ik om zes uur niet mee aan tafel wilde +dineeren. Ronduit gezegd voelde ik me erg heimweeachtig en ik dacht, +misschien zal 't mij goed doen eens te kijken, wat voor menschen met +mij onder hetzelfde dak wonen. Ik knapte me dus wat op en trachtte +achter mevrouw Kirke binnen te sluipen; maar daar zij klein is, +en ik lang ben, bleek deze poging vruchteloos. Zij liet mij naast +haar zitten, en na een poosje raapte ik al mijn moed bijeen, en keek +eens rond. De lange tafel was totaal vol, en ieder scheen enkel +aan zijn middagmaal te denken, vooral de heeren, die op de minuut +af schenen te eten, want zij _schrokten_ in den vollen zin van 't +woord, en verdwenen zoodra zij klaar waren. Het gewone genre jongelui, +verdiept in hun eigen belangrijke persoonlijkheid was aanwezig; verder +jonge paren, verdiept in elkander, getrouwde dames, verdiept in hun +kinderen, en oude heeren, verdiept in de politiek. Ik geloof niet, +dat ik met een van hen zou verlangen in aanraking te komen, behalve +met een vriendelijke, ongetrouwde, jonge dame, die er uitziet of zij +iets meer dan alledaagsch is. + +Heel aan het uiteinde van de tafel zat de professor, aan den eenen kant +zoo hard hij kon antwoorden uitschreeuwende op de vragen van een zeer +weetgierig doof, oud heer, en aan den anderen kant met een Franschman +een gesprek voerende over philosophie. Wanneer Amy hier geweest was, +zou zij hem voor goed den rug hebben toegekeerd, want, o, treurige +waarheid! hij had een goeden eetlust, en werkte zijn middagmaal naar +binnen op een manier, die "Hare Hoogheid" ten zeerste geërgerd zou +hebben. Het hinderde mij niets, want "ik zie graag menschen smakelijk +eten," zooals Hanna zegt, en de goeie man had waarlijk wel wat voedsel +noodig, na zoo'n heelen dag lesgeven aan idioten. + +Toen ik na het eten naar boven ging, waren twee jongeheeren bezig hun +bonte mutsen voor den spiegel in de gang op te zetten, en ik hoorde +den een tot den ander fluisteren: "Wie was die nieuweling?" + +"Een gouvernante of zooiets." + +"Wat drommel, waarom zit die dan bij ons aan tafel?" + +"Een vriendin van de oude vrouw." + +"Een flink gezicht, maar zonder eenige gratie." + +"Neen, geen zier. Geef me een vlammetje en laten we opstappen." + +Eerst was ik verontwaardigd, maar toen zette ik het van mij af, +want een gouvernante is evengoed als een kantoorklerk, en bezit ik +dan ook al geen gratie, ik heb gezond verstand, en dat is meer dan +sommigen bezitten, ten minste te oordeelen naar de opmerkingen van +die verwaande wezens, die als rookende schoorsteenen wegstapten. Ik +heb een hekel aan alledaagsche menschen! + + + +Donderdag. + + +De dag van gisteren ging heel rustig voorbij met les geven, naaien, +en schrijven in mijn kamertje, dat er met vuur en licht bizonder +gezellig uitziet. Ik hoorde een paar nieuwtjes, en werd aan den +professor voorgesteld. Het schijnt dat Tina het kind is van een +Fransche vrouw, die hier in de wachtkamer het fijne goed strijkt. + +Het kleine ding heeft haar hartje geheel aan mijnheer Bhaer verloren, +en volgt hem, als hij thuis is, overal als een hondje, wat hem veel +genoegen doet, daar hij, hoewel een oud vrijer, zeldzaam veel van +kinderen houdt. Kitty en Minnie Kirke houden ook erg veel van hem, en +vertellen gedurig van de spelletjes die hij verzint, de cadeautjes, +die hij meebrengt, en de _prachtige_ verhalen, die hij kan doen. De +jongelui schijnen hem wat te bespotten, noemen hem "ouwe Frits", +"de groote Beer", en maken allerlei grappen over zijn naam. Maar +mevrouw Kirke zegt, dat hij er zich als een jongen mee amuseert, +en het zoo goedhartig opneemt, dat zij allemaal van hem houden, +ondanks zijn wonderlijke manieren. + +De ongetrouwde jonge dame heet juffrouw Norton; zij is rijk, +beschaafd en vriendelijk. Zij sprak mij vandaag aan tafel aan, +(ik ging weer naar beneden, want het is zoo grappig de menschen te +zien) en verzocht mij haar eens in haar kamer te komen opzoeken. Zij +heeft mooie boeken en platen, kent interessante personen, en schijnt +vriendschappelijk gezind; ik zal mij dus "aangenaam zien te maken," +want ik verlang wel degelijk in goede kringen te komen, al versta ik +daaronder iets anders dan Amy. + +Gisterenavond zat ik in onze zitkamer, toen professor Bhaer binnenkwam +met een paar couranten voor mevrouw Kirke. Zij was uit, maar Minnie, +die een grappig, klein oud vrouwtje is, stelde mij heel aardig voor: +"Dit is mama's vriendin, juffrouw March." + +"Ja, en ze is erg aardig, en we houden erg veel van haar," voegde +Kitty, een echt "enfant terrible" er bij. + +Wij bogen beiden en glimlachten toen, want de deftige voorstelling +en de ongebruikelijke bijvoeging vormden nog al een contrast. + +"Ach, ja; ik zie wel, dat deze schelmpjes u zullen kwellen, Fräulein +March. Als het weer zoo is, roep mij, en ik kom," zei hij met een +dreigenden blik, die de kleine deugnieten deed juichen. + +Ik beloofde het en hij vertrok; maar het schijnt mijn noodlot te +zijn, dat ik hem dikwijls moet zien, want toen ik vandaag uitging +en zijn deur voorbijkwam, stootte ik er bij ongeluk met mijn +parapluie tegen. De deur sprong open en daar stond hij in zijn wijde +chambercloack, met eene groote blauwe sok in de eene hand en een +stopnaald in de andere; hij scheen er in het geheel niet verlegen mee, +want toen ik excuses maakte en voorbij stoof, wuifde hij mij na met +sok en al, terwijl hij op zijn luiden, opgeruimden toon riep: + +"Gij heeft schoon weder foor uwe Spaziergang. Bon voyage, +mademoiselle." + +Ik lachte, terwijl ik naar beneden ging; maar het was toch aandoenlijk, +dat die arme man zelf zijn kleeren moest verstellen. Ik heb wel eens +gehoord, dat Duitsche heeren tapisseriewerk doen, maar kousenstoppen +is heel wat anders, en lang zoo aardig niet. + + + +Zaterdag. + + +Er is niets beschrijvenswaardigs voorgevallen, behalve een bezoek bij +juffrouw Norton, die haar kamer vol mooie, smaakvolle dingen heeft, +en allerbeminnelijkst was, want zij toonde mij al haar schatten, +en vroeg mij, of ik tot haar gezelschap, nu en dan met haar naar +lezingen of concerten wilde gaan, als ik er tenminste plezier in +had. Zij deed het voorkomen, alsof ik haar daarmee een dienst deed, +maar ik ben overtuigd, dat mevrouw Kirke haar over ons gesproken heeft, +en dat zij het uit vriendelijkheid voor mij doet. Al ben ik ook zoo +trotsch als Lucifer, toch bezwaren mij zulke gunstbewijzen van zulke +menschen volstrekt niet, en ik nam het voorstel dankbaar aan. + +Toen ik in de kinderkamer terugkwam, was er zoo'n lawaai in de +voorkamer, dat ik even naar binnen keek, en daar kroop Herr Bhaer op +handen en knieën rond, met Tina op zijn rug, terwijl Kitty hem aan een +springtouw voortsjorde, en Minnie de beide kleine jongens, die in van +stoelen gebouwde hokken brulden en rondsprongen, met koekjes voederde. + +"Wij spelen _menazerie_," legde Kitty uit. + +"Dit is mijn olevant," voegde Tina er bij, terwijl zij zich aan het +haar van den professor vast hield. + +"Als Franz en Emil 's Zaterdags komen, mogen we altijd doen wat wij +willen, is 't niet, mijnheer Bhaer?" vroeg Minnie. + +De "olevant", die het spel even ernstig opnam als de anderen, kwam +overeind en zei: + +"Ik geef mijn woord, dat het zoo is. Als wij te groot lawaai maken, +zegt gij slechts 'st!' tot ons, en wij gaan zachter." + +Ik beloofde dat te zullen doen, maar liet de deur open, en genoot +niet minder van de pret dan zij--want vroolijker spel heb ik nooit +bijgewoond. Zij speelden wolf en schaap, en soldaatje, dansten en +zongen, en toen het donker begon te worden, nestelden zij zich allen +rondom den professor op de sofa, terwijl hij allerliefste sprookjes +vertelde van ooievaars op de schoorsteenen en van de kleine kobolds, +die op de dwarrelende sneeuwvlokken rijden. Ik wou dat Amerikanen +net zoo natuurlijk en eenvoudig waren als Duitschers! + +Ik vind dit geschrijf zoo plezierig, dat ik wel altijd voort zou kunnen +gaan, als de zuinigheid mij niet gebood op te houden; want hoewel ik +dun papier heb gebruikt en zoo dicht in elkander heb geschreven als +ik maar kon, sidder ik bij de gedachte aan al de postzegels, die deze +lange brief zal kosten. Stuurt u mij Amy's brieven, zoodra u ze gelezen +hebt? Mijn onbeteekenende nieuwtjes zullen wel wat afvallen na haar +heerlijkheden, maar ik weet, dat u allen ze toch graag zult lezen. Is +Teddy zóó hard aan de studie, dat hij geen tijd kan vinden eens aan +zijn vrienden te schrijven? Beloof mij goed voor hem te zorgen, Bets, +en vertel mij alles van de kinderen, en groet allen hartelijk van + + +Uw ouwe trouwe + +Jo. + + +P.S. Nu ik mijn brief overlees, komt hij mij erg "Bhaerachtig" voor, +maar ik stel altijd belang in bizondere menschen, en had werkelijk +niets anders om over te schrijven. Mijn zegen! + + + + +Dec. + +_Mijn allerliefste Bets_, + + +Daar dit een krabbel-brief zal worden, adresseer ik hem aan jou, +omdat hij je denkelijk amuseeren zal, en je een denkbeeld kan geven +van mijn leventje hier; want al is het rustig, het is toch nog +al amusant--en daarom, o, verheug je met mij! Na, wat Amy vroeger +"Herculanumsche" pogingen noemde, op 't gebied van geestelijke en +zedelijke "agricultuur", beginnen mijn paedagogische begrippen zich +te ontwikkelen, en mijn kleine pleegkinderen zich naar mijn wensch te +buigen. Ik stel niet zooveel belang in hen als in Tina en de jongens, +maar ik doe mijn plicht jegens hen, en zij houden van mij. Franz en +Emil zijn aardige kleine guiten, jongens naar mijn hart; de vermenging +van den Duitschen en Amerikaanschen geest houdt hen in een toestand +van voortdurende beweeglijkheid. De Zaterdagmiddagen zijn tijden +van oproer, hetzij binnen- of buitenshuis, want op mooie dagen gaan +ze allen als een kostschool uit wandelen, met den professor en mij, +om de orde te bewaren; je weet niet, hoe 'n pret we dan hebben! + +Wij zijn nu groote vrienden, en ik ben begonnen les bij hem te +nemen. Ik kon er heusch niets tegen doen, en het kwam op zoo'n +grappige manier, dat ik het je even vertellen moet. Ik zal bij het +begin beginnen. Op een morgen riep mevrouw Kirke mij, toen ik mijnheer +Bhaer's kamer voorbijging, waar zij aan het rondscharrelen was. + +"Heb je ooit zoo'n hol gezien, kindlief? Help me eens even deze boeken +op hun plaats zetten, want ik heb alles ondersteboven gehaald om te +weten te komen, wat hij met die zes nieuwe zakdoeken gedaan heeft, +die ik hem niet lang geleden gegeven heb." + +Ik ging naar binnen, en terwijl wij bezig waren, keek ik eens +rond, want het was wezenlijk een "hol." Overal boeken en papier; +een gebroken meerschuim pijp en een oude fluit, beiden afgedankt +en op den schoorsteenmantel geworpen; een oud dier van een vogel, +zonder staart, tjilpte in de eene vensterbank, de andere was versierd +met een stolp met witte muizen; half voltooide bootjes en eindjes +touw lagen tusschen de papieren, vuile kinderlaarsjes stonden voor +'t vuur te drogen, en sporen van de hartelijk geliefde jongens waren +overal in de kamer te zien. Na een eindeloos geschommel kwamen drie +van de verloren schapen voor den dag--één hing over de vogelkooi, +één zat vol inkt en één vol geschroeide plekken, blijkbaar gebruikt +om er een gloeiende pook mee aan te vatten. + +"Wat een man!" lachte de goedhartige mevrouw K., terwijl zij de +overblijfselen in de prullemand stopte. + +"Ik denk, dat de andere verscheurd zijn voor zeilen van booten, +verbanden voor gewonde vingers, en staarten voor vliegers. Het is +verschrikkelijk, maar ik kan er hem niet hard over vallen; hij is zoo +verstrooid en goedhartig, hij laat die jongens heelemaal den baas over +hem spelen. Ik ben met hem overeengekomen, dat ik voor zijn wasch en +verstelgoed zou zorgen, maar hij vergeet zijn dingen te geven, en ik +vergeet ze na te zien, en zoo raakt hij soms geducht in verlegenheid." + +"Laat ik het verstelwerk maar op me nemen," stelde ik voor, "ik geef er +niet om, en hij hoeft het niet te weten. Ik zou het met plezier doen; +hij is altijd zoo vriendelijk voor mij om mijn brieven weg te brengen, +en mij boeken te leenen." + +Zoo heb ik dan zijn goed in orde gebracht en in twee paar sokken hielen +gebreid, want zij waren heelemaal uit het fatsoen geraakt door zijn +wonderlijke stoppen. Er werd geen woord van gerept, en ik hoopte, dat +hij het niet zou gewaar worden, maar verleden week betrapte hij mij +op zekeren dag. Daar ik hem altijd zijn lessen hoorde geven, begon ik +er plezier in te krijgen, en besloot mijn best te doen mee te leeren; +want Tina loopt in en uit, en laat de deur open, zoodat ik alles kon +verstaan. Ik was dicht bij de deur gaan zitten, en bezig de laatste +sok af te maken, terwijl ik mijn best deed te verstaan, wat hij tot +een nieuwe leerling zei, die even dom is in 't Duitsch als ik. Het +meisje was weg en ik dacht dat hij ook weg was, want ik hoorde niets +meer, en begon hardop een werkwoord op te zeggen, waarbij ik als een +dwaas heen en weer zat te wiegelen, toen een zacht gegrinnik mij deed +schrikken, en daar stond Herr Bhaer bedaard te kijken en te lachen, +terwijl hij Tina wenkte hem niet te verraden. + +"Zoo," zei hij, terwijl ik ophield en hem als een gans aanstaarde. "U +begluurt mij en ik begluur u, maar dat kan geen kwaad; maar zie, +ik maak geen grap, als ik zeg: hebt gij lust Duitsch te leeren?" + +"Ja, maar u hebt het veel te druk, en ik ben te dom om te leeren," +stamelde ik, zoo rood als een pioen. + +"Wij zullen den tijd maken en het verstand wel vinden. In den avond +zal ik u gaarne een klein uur geven, want zie, Fräulein March, ik +heb deze rekening te betalen," terwijl hij op mijn werk wees. "Ja, +zij zeggen tot een ander, deze lieve dames: hij is een domme oude +kerel, hij zal niet zien, wat wij doen, hij zal nooit merken, +dat zijn sokken niet meer zoo kapot gaan; hij zal denken, dat zijn +knoopen weer aangroeien, als zij afgevallen zijn, en gelooven, dat +banden zich zelf vastnaaien. Ach, maar ik heb een oog, en ik zie +veel. Ik heb een hart, en ik voel den dank. Kom nu en dan een uur, +of geen goede fee mag meer aan 't werk voor mij en het mijne." + +Natuurlijk kon ik niets meer zeggen, en daar het werkelijk een +pracht-gelegenheid is, nam ik het aanbod aan, en wij begonnen. Ik +kreeg vier lessen en bleef toen in een grammaticale moeilijkheid +steken. De professor was uiterst geduldig met mij, maar het moet +een ware kwelling voor hem geweest zijn, want hij keek mij met zoo'n +uitdrukking van kalme wanhoop aan, dat ik niet wist of ik zou lachen +of schreien. Ik viel van het eene uiterste in het andere, en toen +het kwam tot een zacht gesnuf van schaamte en wanhoop, smeet hij +de spraakkunst op den grond en stormde de kamer uit. Ik voelde mij +voor altijd onteerd en verlaten, maar gaf hem volkomen gelijk, en +was juist bezig om mijn paperassen bij elkaar te grabbelen met het +plan naar boven te vluchten en mij zelf eens duchtig onder handen +te nemen, toen hij naar binnen stapte, zoo vroolijk en vriendelijk, +alsof ik mijn naam met roem had overladen. + +"Nu zullen wij een andere manier probeeren. Gij en ik zullen te zamen +deze aardige Märchen lezen en niet meer in dat droge boek graven, +dat in den hoek gaat, omdat het ons treurig en boos gemaakt heeft." + +Hij sprak zoo vriendelijk en sloeg Andersen's sprookjes zoo uitlokkend +voor mij open, dat ik meer dan ooit beschaamd was, en aan het werk +toog met een gevoel van "overwinnen of sterven," dat hem ontzaglijk +scheen te amuseeren. Ik vergat mijn heele verlegenheid en viel er +uit alle macht op aan, strompelde over lange woorden, sprak ze maar +uit volgens de inspiratie van het oogenblik, en deed mijn uiterste +best. Toen ik aan het einde van de eerste bladzijde was gekomen, en +ophield om adem te scheppen, klapte hij in de handen, en riep op zijn +hartelijke manier uit: "Das ist gut! Nu gaan wij goed!--Mijn beurt. Ik +doe hem in Duitsch, geef mij uw oor!" En daar ging hij, terwijl hij +met zijn heldere stem de lange woorden met zoo'n genot uitgalmde, +dat het iemand goed deed hem te zien en te hooren. Gelukkig lazen +wij de geschiedenis van het "Tinnen Soldaatje," die, zooals je weet, +grappig is, zoodat ik lachen kon, wat ik ook telkens deed, hoewel ik +de helft niet begreep van wat hij las; maar ik kon het niet helpen, +hij was zoo in heiligen ernst, ik zoo opgewonden, en het geheel zoo +onweerstaanbaar komisch. + +Naderhand schoten wij harder op, en nu lees ik mijn Duitsch al redelijk +goed; want zijn manier van les geven bevalt mij best, en ik zie wel, +dat hij de spraakkunst in de sprookjes en verzen verstopt, net als +pillen in gelei. Ik vind het erg prettig, en het schijnt hem nog +niet te vervelen; erg goedig van hem, hè? Ik ben van plan hem met +Kerstmis iets te geven, want geld durf ik hem niet aanbieden. Doe +mij eens iets aardigs aan de hand, Moeder! + +Wat ben ik blij, dat Laurie zoo opgewekt en druk aan 't werk schijnt +te zijn, en dat hij niet meer rookt, en zijn hart laat groeien. Je +ziet, Bets, dat jij beter met hem kunt omspringen dan ik. Ik ben niet +jaloersch, hoor; ga je gang maar, als je maar geen heilige van hem +maakt. Ik geloof, dat ik niet meer van hem zou houden, als hij geen +greintje menschelijke zondigheid meer in zich had. Lees hem eindjes +uit mijn brieven voor. Ik heb geen tijd om veel te schrijven, en dat +is maar goed ook. Goddank, Betslief, dat je zoo wel blijft. + + + +Jan. + + +Een gelukkig Nieuwjaar wensch ik mijn heele familie; mijnheer L. en +een jongeling, met name Teddy, niet te vergeten! Ik kan u niet +zeggen, hoe blij ik was met uw Kerstmispak, want ik kreeg het laat +in den avond, en had de hoop al opgegeven. Uw brief kwam 's morgens, +maar meldde niets van een pakje om de verrassing niet te bederven; +ik was dus wel een beetje teleurgesteld, want ik had een soort van +"gevoel" gehad, dat u mij niet zoudt vergeten. Toen ik na de thee +alleen in de kamer zat, was ik diep in den put, en toen het groote, +vochtige pak bij mij werd gebracht, drukte ik het aan mijn hart en +maakte een luchtsprong. Het was zoo _thuis-achtig_ en heerlijk, dat +ik er bij op den grond ging zitten en begon te lezen, te bekijken, +te eten, te lachen en te schreien, op mijn gewone malle manier alles +door elkaar. Het waren juist allemaal dingen, die ik noodig had, +en zij leken mij zooveel beter, nu zij gemaakt waren in plaats van +gekocht. Betsy's nieuwe "inktboezelaar" was kapitaal, en Hanna's +trommeltje met zandkoekjes is een heerlijke traktatie. Zeker zal +ik die mooie flanelletjes dragen, Moeder, die u mij gestuurd heeft, +en heel zorgvuldig de boeken lezen, die Vader aangeschrapt heeft. Ik +dank u allen duizend en duizendmaal! + +Van boeken gesproken; in dat opzicht werd ik rijk, want op +Nieuwjaarsdag gaf mijnheer Bhaer mij een mooien Shakespeare. Het is +een exemplaar dat hij zeer op prijs stelt, en ik heb het dikwijls +bewonderd, zooals het daar op de eereplaats stond met zijn Duitschen +bijbel, Plato, Homerus en Milton; u kunt dus denken, wat ik voelde, +toen hij het zonder den omslag bij mij bracht, en mij mijn naam op +het titelblad wees, met daaronder: "Van mijn vriend Friedrich Bhaer." + +"Gij zegt dikwijls, gij wenscht een bibliotheek; hier geef ik u een: +want tusschen deze twee wanden (hij meende den band) zijn vele boeken +in éen. Lees hem wel, en hij zal u veel helpen; want de karakterstudie +in dit boek zal u leeren de levende karakters om u heen te verstaan, +en ze met uw pen te teekenen." + +Ik dankte hem zoo hartelijk als ik kon, en spreek nu over mijn +bibliotheek, alsof ik honderd boeken bezit. Ik heb vroeger nooit +geweten, dat er zooveel in Shakespeare stak, maar ik had ook vroeger +geen Bhaer om hem mij uit te leggen. Neen, lach nu niet om zijn +leelijken naam, het is niet Baar en ook niet Beer, zooals de menschen +het altijd willen zeggen, maar iets, tusschen beide in, dat alleen +Duitschers kunnen weergeven. Ik ben blij, dat wat ik van hem schrijf +u bevalt, en ik hoop, dat u hem eens zult leeren kennen; Moeder zou +zijn warm hart, en Vader zijn verstandig hoofd bewonderen. Ik bewonder +beide, en voel mij heel rijk met mijn nieuwen "vriend Friedrich Bhaer." + +Omdat ik niet veel geld had, en niet wist, wat hij graag zou hebben, +gaf ik hem een paar kleinigheden, die ik hier en daar in zijn kamer +neerzette, waar hij ze onverwachts zou vinden. Zij zijn nuttig, mooi, +of grappig: een nieuw kaartenbakje op zijn tafel, een vaasje voor +zijn bloem--want hij heeft altijd een bloem of een takje groen in een +glas, om hem frisch te houden, zooals hij zegt--en een "aanpakkertje" +voor zijn pook, zoodat hij niet meer zijn "mouchoirs" zooals Amy +ze noemt, behoeft te verbranden. Ik had het gemaakt volgens Betsy's +model--een groote kapel, met een dik lichaam, zwarte en gele vleugels, +paardenharen voelsprieten, en glazen oogen. Hij vond het beest erg +mooi, en heeft het als een ornament op den schoorsteen gezet, zoodat +het per slot van rekening toch nutteloos is. Zoo arm als hij is, +vergat hij toch geen enkele dienstbode of geen enkel kind in huis; +en geen ziel, van de Fransche strijkster af, tot juffrouw Norton toe, +vergat hém. Daar was ik zoo blij om! + +Op oudejaarsavond was er een maskerade, en hadden we echt plezier. Ik +was eerst niet van plan naar beneden te gaan, omdat ik geen costuum +had; maar op het laatste oogenblik bedacht mevrouw Kirke, dat zij nog +een ouderwetsche zijden japon had liggen, en juffrouw Norton leende +mij kant en veeren; ik tuigde mij dus op als mevrouw Malaprop [6], +en zeilde naar binnen met mijn masker voor. Niemand herkende mij, +want ik veranderde mijn stem, en niemand droomde, dat die stille, +trotsche juffrouw March (want bijna allen denken, dat ik erg stijf +en koel ben, en dat ben ik ook tegen uilskuikens) kon dansen, zich +verkleeden, of losbarsten in een stortvloed van onzin en dwaasheden. Ik +had dolle pret, en toen wij ons ontmaskerden, was het grappig te zien, +hoe zij mij aanstaarden. Ik hoorde een van de jongelui tegen een ander +zeggen, dat hij altijd wel gedacht had, dat ik een actrice was geweest; +en dat hij zich nu wel meende te herinneren, mij in een van de mindere +schouwburgen gezien te hebben. Meta zal zich met deze grap kostelijk +amuseeren. Herr Bhaer was Nick Bottom [7], en Tina was Titania, in +zijn armen werkelijk een allerliefste kleine fee. Hem te zien dansen +was "een landschap", om een Teddyisme te gebruiken. + +Over 't geheel had ik dus een heel gelukkig Nieuwjaar, en toen ik +in mijn kamertje alles nog eens overdacht, voelde ik, dat ik toch +vooruitging, in weerwil van al mijn struikelingen, want ik ben +nu altijd opgeruimd, werk met lust, en stel meer belang in andere +menschen, dan ik vroeger deed, wat toch zeker bevredigend mag genoemd +worden. God zegene u allen. Steeds uw liefhebbende + + +Jo. + + + + + +HOOFDSTUK XI. + +EEN VRIEND. + + +Hoewel Jo heel gelukkig was in haar gezellige omgeving, en druk met +haar dagelijkschen arbeid, waardoor ze haar brood verdiende en kruidde, +vond zij toch tijd voor haar letterkundige werkzaamheden. Het doel +dat zij najoeg, lag voor de hand voor een arm en eerzuchtig meisje; +maar de middelen, die zij in het werk stelde om het te bereiken, waren +juist niet de beste. Zij zag, dat geld macht verschaft, en daarom +besloot zij geld en macht te verwerven; niet alleen voor zichzelve, +maar vooral voor hen, die zij meer dan zichzelve liefhad. De hoop, +alles thuis aangenaam en gemakkelijk in te kunnen richten, Betsy +alles te geven, wat zij verlangde, van aardbeien in den winter af, +tot een serafineorgel in haar kamer toe; zelve op reis te gaan; en +altijd _meer_ dan genoeg te hebben, zoodat zij zich het genot van +_geven_ kon veroorloven, was jarenlang Jo's geliefkoosd ideaal geweest. + +De ondervinding, opgedaan met de bekroonde novelle, scheen haar een weg +te hebben geopend, die, na een lange reis en het beklimmen van steile +bergen, haar naar dit verrukkelijk luchtkasteel zou voeren. Maar de +kwellingen van de roman-critiek hadden haar moed voor een tijdlang +gefnuikt, want de publieke opinie is een reus, die wel moediger Jacks +op hooger boonenstaken dan de hare, heeft afgeschrikt. Evenals die +onsterfelijke held rustte zij wat uit na haar eerste poging, die in +een nederploffing, en den minst begeerlijken van des reuzen schatten +eindigde, als ik mij wel herinner. Maar de geest van opstaan en opnieuw +beproeven, was even sterk in Jo als in Jack; zij klauterde dus dezen +keer tegen den schaduwkant op, en behaalde meer buit, maar verloor +bijna datgene, wat kostelijker is dan zakken vol goud. + +Zij begon sensatie-verhalen te schrijven--want in die duistere +tijden las zelfs het volmaakte Amerika bombast. Zij sprak er met +niemand over, maar stelde een "treffende geschiedenis" op, en bracht +die stoutmoedig zelve naar den heer Dashwood, den uitgever van "De +Wekelijksche Vulkaan". Zij had wel nooit Sartor Resartus [8] gelezen, +maar haar vrouwelijk instinct leerde haar, dat kleederen dikwijls +grooter invloed uitoefenen dan karakterdeugden of de toovermacht van +goede manieren. Zij trok dus haar beste pakje aan, en terwijl zij zich +trachtte wijs te maken, dat zij noch opgewonden, noch zenuwachtig +was, klom zij moedig twee donkere vuile trappen op, en kwam in een +wanordelijke kamer vol tabaksrook, en in tegenwoordigheid van drie +heeren, wier hielen zich in hooger luchtstreken bevonden dan hun +hoeden, welke laatste kleedingstukken door geen van allen bij haar +verschijning werden afgenomen. Eenigszins afgeschrikt door deze +ontvangst aarzelde Jo op den drempel, en fluisterde erg verlegen: + +"Neem me niet kwalijk, ik zocht naar het kantoor van 'De Wekelijksche +Vulkaan'; ik wou mijnheer Dashwood graag spreken." + +Omlaag kwam het hoogste paar hielen, overeind rees de rookerigste +heer, en zorvuldig en liefkoozend zijn sigaar in de hand houdende, +naderde hij met een knikje en een gezicht, waarop niets dan slaap te +lezen stond. Gevoelende dat zij op de een of andere manier de zaak +ten einde moest brengen, haalde Jo haar manuscript voor den dag, +en met wangen, die met elken zin rooder en rooder werden, stamelde +zij brokstukken van de kleine toespraak, die zij zoo zorgvuldig voor +deze gelegenheid had bedacht. + +"Een van mijn vriendinnen verzocht mij--u dit verhaal--alleen als een +proefneming--aan te bieden--zij wilde graag uw oordeel weten--en als +u dit beviel, zou zij wel meer willen schrijven." + +Terwijl zij bloosde en stamelde, had de heer Dashwood het manuscript +ter hand genomen, en, het met een paar vuile vingers doorbladerend, +een critischen blik over de net beschreven bladzijden laten dwalen. + +"Dit is geen eerste proefneming, denk ik?" vroeg de uitgever, +bemerkende dat de pagina's genommerd, slechts aan éen zijde beschreven +en niet met een lint (dat zeker teeken van een eerstbeginnende) +waren samengebonden. + +"Neen, mijnheer; zij heeft eenige ondervinding, en behaalde al een +prijs met een verhaal in de 'Blarneystone Banier.'" + +"Ah, zoo?" en de heer Dashwood wierp een haastigen blik langs Jo, +die haar, met al wat zij aan had, van het lint op haar hoed, tot de +knoopen van haar laarzen toe, scheen op te nemen. "U kunt het hier +laten, als u wilt; wij hebben op 't oogenblik meer van dit soort +van dingen liggen dan wij kunnen gebruiken, maar ik zal het eens +doorloopen, en u de volgende week antwoord geven." + +Jo was volstrekt niet geneigd het achter te laten, want mijnheer +Dashwood beviel haar in 't geheel niet; maar onder deze omstandigheden +kon zij niet anders doen dan buigen en wegwandelen, waarbij zij +bizonder lang en statig scheen, zooals gewoonlijk wanneer zij +geraakt of verbluft was. Op dit oogenblik was zij beide; want +de veelbeteekenende blikken, die de heeren wisselden, hadden haar +duidelijk getoond, dat haar kleine draaierij van "de vriendin" als een +uitmuntende grap beschouwd werd; en een gelach, veroorzaakt door een +onverstaanbare opmerking van den uitgever, terwijl hij de deur sloot, +voltooide haar nederlaag. Half besloten hier nooit terug te keeren +ging zij naar huis, en joeg haar boosheid op de vlucht, door uit +alle macht boezelaars te naaien; en na een paar uur was zij genoeg +gekalmeerd, om over het heele tooneel te lachen, en naar de volgende +week te verlangen. + +Toen zij voor de tweede maal ging, was de heer Dashwood tot haar groote +vreugde alleen. Hij scheen ook nu niet zóo verdiept in zijn sigaar, +dat hij zijn manieren vergat--zoodat de tweede ontmoeting Jo veel +minder zwaar viel dan de eerste. + +"Wij zullen het verhaal opnemen (uitgevers spreken nooit van 'ik') +als u geen bezwaar hebt tegen eenige veranderingen. Het is te lang, +maar wanneer u de plaatsen die ik gemerkt heb, schrapt, zal het juist +de vereischte lengte krijgen," zei hij op drogen toon. + +Jo herkende nauwelijks haar eigen manuscript, zoo verkreukeld en +vol teekentjes waren de bladzijden en volzinnen; maar met een gevoel +als van een teedere moeder, die men voorstelt de beentjes van haar +zuigeling af te snijden, opdat hij in de nieuwe wieg moge passen, zag +ze de aangestreepte passages na, en bemerkte met verbazing, dat al de +zedekundige overwegingen, die zij er zoo zorgvuldig--als een tegenwicht +voor het al te romantische--tusschen verspreid had, geschrapt waren. + +"Maar mijnheer, ik dacht dat ieder verhaal een soort van moreele +strekking moest hebben, en daarom zorgde ik, dat ten minste een paar +van mijn zondaren berouw kregen." + +De ernst, die den uitgever paste, maakte plaats voor een glimlach, +want Jo had haar "vriendin" vergeten, en sprak zooals alleen een +schrijfster zou kunnen spreken. + +"Ja, maar de menschen verlangen geamuseerd, niet bepreekt te worden, +weet u. Zedeleer wordt tegenwoordig niet verkocht," hetgeen, tusschen +twee haakjes, geen volkomen juiste opmerking was. + +"U meent dus, dat het met deze veranderingen bruikbaar zou zijn?" + +"Ja, de intrige is nieuw, en vrij aardig uitgewerkt--de stijl en dat +is goed," antwoordde mijnheer Dashwood minzaam. + +"Wat is--ik meen, wat geeft u--" begon Jo, niet wetende, hoe zij zich +'t best zou uitdrukken. + +"O, ja,--wel, wij geven van vijf en twintig tot dertig dollar voor +dingen van dien aard, en betalen bij verschijning," antwoordde de +heer Dashwood, alsof dit punt hem ontgaan was; men zegt, dat zulke +kleinigheden dikwijls de aandacht van uitgevers ontsnappen. + +"Heel goed, u kunt het plaatsen," zei Jo, voldaan het verhaal +teruggevende, want na al haar geschrijf voor een dollar de kolom, +scheen zelfs vijf en twintig haar een mooi honorarium toe. + +"Mag ik mijn vriendin vertellen, dat u een volgend verhaal ook wel +plaatsen wilt, als het beter is dan dit?" vroeg Jo, die haar kleine +vergissing niet had bemerkt en stoutmoediger was geworden door +haar succes. + +"Wel, wij zullen zien; kunnen het niet vast beloven. Zeg haar, +dat zij het kort en piquant moet maken, en zich niet om de moraal +bekommeren. Welken naam zou uw vriendin er onder willen plaatsen?" Dit +laatste op achteloozen toon. + +"Geen naam, als 't u blieft; zij verlangt haar eigen naam niet bekend +te maken, en zij heeft geen pseudoniem," antwoordde Jo, ondanks zich +zelve blozende. + +"Zooals zij verkiest natuurlijk. Het verhaal zal de volgende week +verschijnen; komt u het geld halen, of zal ik het zenden?" vroeg de +uitgever, nieuwsgierig wie zijn nieuwe medewerkster was. + +"Ik zal er om komen; goeien morgen, mijnheer." + +Toen zij vertrokken was, stak de heer Dashwood de beenen in de lucht, +met de vriendelijke opmerking: "arm en trotsch als naar gewoonte, +maar zij is bruikbaar." + +Volgens de aanwijzingen van haar uitgever stortte Jo zich hals over +kop in de troebele zee van sensatieromans, maar dank zij het reddend +touw, dat haar door een vriend werd toegeworpen, kwam zij weer boven, +en de duikeling deed haar geen kwaad. + +Evenals de meeste jonge schrijfsters zocht zij buitenslands naar +karakters en tooneelen; bandieten, graven, zigeuners, nonnen en +hertoginnen verschenen op haar tooneel, en speelden hun rollen +met zooveel durf en bezieling, als de verslinders maar konden +verlangen. Op zulke kleinigheden als taal, stijl, interpunctie, en +waarschijnlijkheid, letten haar lezers al heel weinig, en mijnheer +Dashwood vergunde haar genadig zijn kolommen tegen den laagsten +prijs te vullen, het niet noodig keurende haar te vertellen, dat +de ware reden van deze gastvrijheid het feit was, dat een zijner +gewone werkpaarden, elders beter salaris gevonden en hem in den steek +gelaten had. + +Weldra begon zij belang in het werk te stellen, want haar plat +beursje werd dik en rond, en de kleine schat, die Betsy in staat zou +stellen den volgenden zomer naar buiten te gaan, groeide langzaam +maar zeker aan. + +Slechts één ding belette haar volkomen tevreden te zijn, en wel, +dat zij het niet naar huis schreef. Zij vreesde, dat haar vader en +moeder het niet zouden goedkeuren--en zij wilde maar liever eerst haar +eigen gang gaan, en daarna vergeving vragen. Het was heel gemakkelijk +haar geheim te bewaren, want haar verhalen verschenen naamloos; +de uitgever had natuurlijk spoedig uitgevonden, wie zij was, maar +beloofde te zwijgen; en o wonder, hij hield zijn woord. + +Zij meende, dat het haar geen kwaad zou doen, want zij nam zich ernstig +voor, niets te schrijven, waarover zij zich zou moeten schamen, en +zij stilde al de kloppingen van haar geweten door voorstellingen van +het gelukkig oogenblik, waarop zij met haar verdiende schatten voor +den dag komen en over haar welbewaard geheim lachen zou. + +Maar mijnheer Dashwood keurde alle verhalen af, die niet spannend +en sensationeel waren; en daar die sensaties niet veroorzaakt konden +worden, zonder de zielen van de lezers zooveel mogelijk te pijnigen, +moesten geschiedenis en verdichting, land en zee, wetenschap en kunst, +gerechtshoven en krankzinnigen-gestichten, voor dat doel geplunderd +worden. Jo bemerkte spoedig, dat haar jeugdige ervaring haar slechts +zelden een blik vergund had in de tragische wereld, die de maatschappij +ondermijnt; en de zaak uit een materieel oogpunt beschouwende, zette +zij zich met den haar eigen ijver aan het werk, om haar tekortkomingen +in dezen aan te vullen. In haar vurig verlangen om onderwerpen voor +haar verhalen te vinden, en ten minste de intriges oorspronkelijk +te doen zijn, al liet dan ook de uitvoering wat te wenschen over, +doorsnuffelde zij de dagbladen om ongelukken, wonderlijk-toevallige +gebeurtenissen en misdaden op te zoeken; zij wekte de achterdocht op +van houders van leesbibliotheken, door daar boeken over vergiften +te vragen; zij bestudeerde aandachtig de boevengezichten, die zij +op straat tegenkwam, en alle karakters, goede of slechte, die haar +omringden; zij dolf van onder het stof der tijden, zulke oude verhalen +en feiten op, dat zij even goed als nieuw waren, en zocht, voor zoover +haar beperkte gelegenheden het toelieten, aanraking met dwaasheid, +zonde en ellende. Hoewel Jo zich verbeeldde het zoo een heel eind te +brengen, begon ze onbewust eenige van de meest teedere eigenaardigheden +van het vrouwelijk karakter te ontheiligen. Al schrijvende leefde +ze in slecht gezelschap, en hoewel dit slechts in haar verbeelding +bestond, oefende het toch invloed op haar uit, want zij voedde hart +en geest met schadelijk voedsel, en liep gevaar iets van haar reine +natuur te verspelen, door een voorbarige kennismaking met de donkere +zijde des levens, die maar al te vroeg ons aller deel wordt. + +Zij begon dit wel eenigszins te gevoelen zonder het nog helder +in te zien, want het veelvuldig beschrijven van de hartstochten +en gevoelens van anderen, deed haar haar eigene bestudeeren en +ontleden--een ziekelijke gewoonte, waaraan gezonde jonge menschen +zich niet licht overgeven. Maar het kwaad straft altijd zich zelf, +en Jo's straf kwam juist op het rechte oogenblik. + +Ik weet niet, of het de studie van Shakespeare was, die haar een +beter inzicht in het menschelijk karakter verschafte, of wel haar +natuurlijk vrouwelijk instinct voor wat eerlijk, moedig en krachtig is, +maar terwijl Jo haar denkbeeldige helden met alle mogelijke deugden +en ondeugden toerustte, begon zij een levenden held te ontdekken, +die haar, in weerwil van veel menschelijke onvolmaaktheden, sterk +interesseerde. + +Mijnheer Bhaer had haar in een hunner gesprekken aangeraden, +eenvoudige, ware en aantrekkelijke karakters te bestudeeren, als de +beste oefening voor een schrijfster; Jo hield hem aan zijn woord door +hemzelf tot het voorwerp van haar studie te maken--een handelwijze +die hem ten hoogste verbaasd zou hebben, als hij het geweten had, want +de waardige professor dacht zeer nederig over zijn eigen verdiensten. + +De vraag, waarom ieder van hem hield, trok eerst Jo's aandacht. Noch +rijk, noch aanzienlijk, noch jong, noch knap van uiterlijk--volstrekt +niet wat men begaafd, indrukwekkend, of schitterend noemt, bezat hij +het aantrekkelijke van een helder brandend vuur, en het scheen even +natuurlijk, dat de menschen zich om hem verzamelden als om een warmte +uitstralenden haard. Hij was arm, maar scheen toch altijd iets te +kunnen weggeven; hij was een vreemdeling, maar ieders vriend; hij was +niet jong meer, maar zoo vroolijk als een schooljongen; niet knap en +wat vreemd van uiterlijk,--en toch scheen zijn gelaat velen schoon toe, +en vergaf ieder hem gaarne zijn eigenaardigheden. Jo sloeg hem dikwijls +gade, om uit te vinden wàt het toch was, dat allen zoo aantrok, en ten +laatste kwam zij tot het besluit, dat zijn groote welwillendheid dit +wonder teweegbracht. Indien hij eenig verdriet mocht hebben, dat hem +drukte, dan hield hij dit zorvuldig verborgen, en keerde hij de wereld +alleen zijn zonnigen kant toe. Er waren rimpels op zijn voorhoofd; +maar de Tijd scheen hem vriendelijk te behandelen, gedachtig aan zijn +vriendelijkheid jegens anderen. De welwillende lijnen rondom zijn +mond waren de sporen van vele vriendschappelijke woorden en opwekkende +glimlachjes, zijn oogen keken nooit koud of ongevoelig, en zijn groote +hand gaf een stevigen, warmen druk, die welsprekender was dan woorden. + +Zelfs zijn kleederen schenen iets van de gastvrije natuur van hun +eigenaar te hebben overgenomen. Zij zagen er uit, alsof zij op +hun gemak waren en hem gaarne op zijn gemak deden zijn; zijn wijd +vest deed denken aan het ruime hart, dat er onder klopte; zijn oude +jas had iets gezelligs, en de diepe zakken toonden duidelijk aan, +dat kleine handjes er dikwijls ledig ingingen en vol weer uitkwamen; +zelfs zijn laarzen waren rond goedhartig, en zijn boorden nooit stijf +en schrijnend, zooals die van anderen dikwijls. + +"Dat is het," zei Jo tot zichzelf, toen zij ten laatste ontdekte, +dat hartelijke welwillendheid jegens zijn medemenschen, zelfs een +gezetten Duitschen leeraar, die zijn middagmaal gretig verorberde, +zelf zijn kousen stopte, en den afschuwelijken naam van Bhaer droeg, +in elks oogen schoon en waardig kon doen schijnen. + +Jo stelde goedheid wel op hoogen prijs, maar ze bezat ook een echt +vrouwelijken eerbied voor kennis, en een kleine ontdekking die zij +omtrent den professor deed, verhoogde sterk haar achting voor hem. + +Hij sprak nooit over zich zelf, en niemand wist, dat hij in zijn +geboortestad algemeen geacht en geëerd was om zijn geleerdheid +en rechtschapenheid, totdat een zijner landslieden hem eens kwam +opzoeken en in een gesprek met juffrouw Norton dit feit aan den dag +bracht. Jo vernam het van haar, en was er des te meer mee ingenomen, +omdat mijnheer Bhaer er nimmer van gesproken had. Zij was er trotsch +op, dat hij, hoewel in Amerika slechts een arm taalonderwijzer, +in Berlijn een geacht professor was, en zijn nederig werkzaam leven +ontleende aan deze ontdekking een lichtglans van schoonheid en poëzie. + +En nog een betere gave dan intellect openbaarde zich op de meest +onverwachte wijze. Juffrouw Norton was lid van een letterkundigen +kring, waar Jo zonder haar nooit toegang zou hebben gehad. Zij stelde +belang in het werkzame jonge meisje, en overlaadde Jo, zoowel als den +professor, met vele gunstbewijzen van dien aard. Op zekeren avond nam +zij beiden mee naar een deftig diner, dat ter eere van verscheiden +beroemde geleerden gegeven werd. + +Jo ging er heen in een stemming van nederig ontzag en aanbidding voor +de sterren, die zij met jeugdig vuur van verre vereerd had. Maar +haar eerbied voor het genie onderging dien avond een gevoeligen +schok, en eerst na langen tijd kon zij bekomen van de ontdekking, +dat die verheven schepselen bij slot van rekening toch slechts gewone +stervelingen waren. Toen zij het waagde een beschroomd bewonderenden +blik te werpen op den dichter, wiens regelen deden denken aan een +wezen, gevoed met hemelsch vuur, dauw en ambrozijn, zag zij hem, +o bittere ontgoocheling! de verschillende gerechten verslinden +met een gretigheid en haast, die zijn intellectuëele wangen deden +gloeien. Gegriefd wendde ze zich van hem af als van een gevallen +godheid, om weldra tot andere ontdekkingen te komen, die haar +romantische illusies in rook deden opgaan. De groote romanschrijver +bewoog zich tusschen twee wijnflesschen, met de regelmatigheid van +een slinger; de beroemde godgeleerde maakte openlijk het hof aan +een der madame de Staëls van die dagen, die met oogen als messen +een tweede Corinne gadesloeg, welke haar op de lieftalligste manier +bespotte, nadat zij haar de loef had afgestoken in het betooveren van +den diepzinnigen philosoof, die nu wijsgeerig thee zat te drinken, +en naar allen schijn begon te dommelen--daar de spraakzaamheid der +dame hem het antwoorden onmogelijk maakte. De wetenschappelijke +celebriteiten vergaten hun schelpdieren en ijsperioden, en spraken +over kunst, terwijl zij zich van ganscher harte wijdden aan oesters en +ijsdranken; de jonge musicus, die als een tweede Orpheus de gansche +stad in verrukking bracht, praatte over paarden, en de eenige daar +aanwezige vertegenwoordiger van den Britschen adel was bij ongeluk +de meest alledaagsche persoonlijkheid van de geheele partij. + +Eer de avond half om was, gevoelde Jo zich zoo gedésillusioneerd, dat +zij in een hoekje ging zitten om wat te bekomen. Prof. Bhaer, die ook +eenigszins uit zijn element scheen te zijn, voegde zich spoedig bij +haar, en weldra kwamen verscheiden wijsgeeren, ieder op zijn bizonder +stokpaardje, aandraven, om in dit afgezonderd hoekje een intellectueel +steekspel te houden. Het gesprek ging Jo's begrip mijlen ver te boven; +toch boeide het haar, hoewel Kant en Hegel vrijwel onbekende godheden, +en het Subjective en Objective onverstaanbare termen voor haar waren, +en het eenige, wat uit "haar innerlijk bewustzijn evolveerde", een +vreeselijke hoofdpijn was, toen alles was afgeloopen. Langzamerhand +werd het haar duidelijk, dat het heelal aan stukken was geplukt, +en, volgens de sprekers, naar oneindig beter grondregelen weer in +elkander gezet; dat het zoo goed als uitgemaakt was, dat godsdienst +niets beteekende, en het verstand de eenige God moest zijn. Jo wist +niets van philosophie of metaphysica, maar zij geraakte in een half +aangename, half pijnlijke opwinding, en had een gevoel alsof zij in +het oneindige rondzweefde, als een losgelaten luchtballonnetje. + +Zij keek eens naar den professor, om te zien, hoe het hem beviel en +bemerkte, dat hij haar zoo grimmig aanstaarde, als zij hem nog nooit +had zien kijken. Hij schudde het hoofd, en wenkte haar om met hem mee +te gaan, maar zij was zoo verbaasd over de vrijheid van de speculatieve +philosophie, dat zij bleef zitten, om zoo mogelijk te weten te komen, +waaraan die wijze heeren van plan waren zich vast te houden, nadat +zij al de oude geloofs-overtuigingen hadden weggecijferd. + +Nu was mijnheer Bhaer een bescheiden man, die niet spoedig met zijn +eigen meeningen voor den dag kwam; niet omdat hij ze niet bezat, maar +omdat zij hem te ernstig en te heilig waren, om er lichtvaardig over +te spreken. Toen hij zag, hoe Jo en verscheiden andere jongelieden +aangetrokken werden door dit schitterend intellectueel vuurwerk, +fronste hij de wenkbrauwen, brandend van verlangen om te spreken, +in zijn vrees dat de een of andere licht ontvlambare jeugdige ziel +mocht betooverd worden door de vuurpijlen, om eerst, als het feest +was afgeloopen, te ontdekken, dat zij niets overhielden dan een +uitgebranden stok en een geschroeide hand. + +Hij verdroeg het, zoolang hij kon, maar toen zijn meening gevraagd +werd, werd hij warm in eerlijke verontwaardiging en verdedigde +den godsdienst met al de welsprekendheid der overtuiging--een +welsprekendheid, die zijn gebroken Engelsch welluidend, en zijn +alledaagsch gelaat schoon maakte. Hij had een harden strijd, want de +wijze heeren redeneerden goed, maar hij liet zich niet afschrikken, +wanneer hij geslagen was, en verdedigde zijn vaandel als een man. + +Terwijl hij sprak schoof alles weer op de rechte plaats voor Jo's +geestesoog; en het oude geloof, dat reeds zoolang had stand gehouden, +scheen haar beter toe dan het nieuwe. God was geen blinde kracht, +en onsterfelijkheid geen aardig sprookje, maar een gezegende +werkelijkheid. Het was haar, alsof zij weer vasten grond onder de +voeten kreeg; en toen mijnheer Bhaer eindelijk ophield, tot zwijgen +gebracht, maar geen haarbreed overtuigd, had Jo wel in haar handen +willen klappen en hem bedanken. + +Zij deed geen van beide; doch zij onthield het gehoorde, en gevoelde +de diepste achting voor den professor, want zij wist, hoeveel moeite +het hem had gekost daar te spreken, maar dat zijn geweten hem verboden +had te zwijgen. Zij begon in te zien, dat een vast karakter beter +is dan geld, aanzien, verstand of schoonheid; en te gevoelen, dat +indien grootheid, volgens de verklaring van een wijs man, bestaat uit +"oprechtheid, eerbied en welwillendheid"--haar vriend Friedrich Bhaer +niet alleen goed, maar groot was. + +En deze overtuiging werd dagelijks sterker. Zij stelde prijs op zijn +achting, wenschte vurig, dat hij een goede opinie van haar mocht +hebben, en verlangde zijn vriendschap waard te worden; doch juist +toen die wensch het toppunt bereikt had, liep Jo gevaar alles te +verliezen. Het was het ongelukkig gevolg van een papieren steek. Op +zekeren avond kwam de professor namelijk binnen om Jo les te geven, +met een papieren soldatenmuts op het hoofd, die Tina hem had opgezet, +en die hij vergeten had af te nemen. + +"Het is duidelijk, dat hij niet in den spiegel kijkt, eer hij naar +beneden komt," dacht Jo met een glimlach, terwijl hij "Guten Abend" +zei, en bedaard ging zitten, zonder te weten hoe 'n belachelijk +contrast er was tusschen zijn hoofddeksel en zijn onderwerp, want +hij begon haar "De Dood van Wallenstein" voor te lezen. + +Ze zei eerst niets, want zij hoorde hem zoo graag in zijn hartelijken +lach uitbarsten, wanneer er iets grappigs voorviel, daarom wachtte zij, +tot hij het zou bemerken, en dacht er op het laatst zelf niet meer +aan, want een Duitscher Schiller te hooren voordragen is iets, dat +den hoorder geheel boeit. Op het lezen volgde een bizonder levendige +les, want Jo was dien avond in een vroolijke bui, en de papieren +muts deed haar oogen van pret glinsteren. De professor wist niet, +wat hij van haar denken moest, en hield eindelijk op, terwijl hij met +een onweerstaanbaar zachtzinnige verbazing vroeg: "Fräulein March, +waarom lacht gij uwen leeraar in zijn gezicht uit? Hebt gij geen +respect voor mij, dat gij zoo doet?" + +"Hoe kan ik respect voor u hebben, mijnheer, als u vergeet uw hoed +af te nemen?" antwoordde Jo. + +De afgetrokken professor bracht ernstig de hand naar het hoofd, voelde +den steek en nam dien af, keek Jo een oogenblik verbaasd aan, wierp +toen zijn hoofd achterover, en lachte als een vroolijke bas-viool. + +"Ach, ik zie hem nu; dat is die ondeugd, Tina, die mij er zoo gek +doet uitzien met mijn muts. Wel, het is niets, maar ziet gij, als +deze les niet goed gaat, zult _gij_ hem ook dragen." + +Maar de les ging gedurende eenige minuten in het geheel niet, want +zijn aandacht werd afgeleid door een plaatje op de muts; en terwijl +hij het papier openvouwde, zei hij met diepen afkeer: + +"Ik wenschte, dat deze tijdschriften niet in het huis kwamen; zij +zijn niet goed voor kinderen om te zien, en voor jonge lieden om te +lezen. Het is niet goed, en ik heb geen geduld met hen, die kwaad +veroorzaken." + +Jo keek naar het papier en zag een bekoorlijk plaatje van een +waanzinnige, een lijk, een moordenaar en een adder. Ze kon het niet +bewonderen, doch het gevoel, dat haar het blad deed omslaan was geen +afkeer, maar vrees, want voor een oogenblik meende zij, dat het een +exemplaar van "De Vulkaan" was. Gelukkig bleek dit niet het geval, +en haar schrik bedaarde, toen zij zich herinnerde, dat, al had haar +eigen verhaal er ingestaan, het haar toch niet kon verraden, daar +het niet onderteekend was. Maar zij had zichzelve al verraden door +haar schuldig gezicht, want hoewel de professor verstrooid heette, +zag hij meer dan de meeste menschen wel dachten. + +Hij wist, dat Jo schreef, en hij was haar meer dan eens tegengekomen +bij de uitgevers-kantoren; maar daar zij er nooit van sprak, vroeg +hij er ook nooit naar, hoewel hij erg verlangend was haar werk eens +te zien. Nu viel het hem in, dat zij er zich mogelijk voor schaamde, +en dat deed hem leed. Hij zei niet tot zichzelf: "Het gaat mij niet +aan; ik heb geen recht er mij mee te bemoeien," zooals vele menschen +zouden gedaan hebben; hij bedacht alleen, dat zij jong en arm was, +ver van de beschermende liefde harer moeder en de zorg haars vaders; +en even snel en spontaan als hij zijn hand uitgestoken zou hebben om +een kind van den rand eener sloot terug te trekken, trachtte hij haar +te hulp te komen. Dit alles vloog door zijn ziel, maar hij verried +het door geen enkelen trek van zijn gelaat; en toen de courant was +omgekeerd, en Jo den draad in haar naald had gestoken, zei hij op +heel natuurlijken toon, maar heel ernstig: + +"Ja, u heeft recht, dat u het wegschuift. Ik moet er niet aan denken, +dat goede jonge meisjes zulke dingen lezen. Zij mogen sommigen +bevallen, maar ik zou mijn jongens liever buskruit geven om mede te +spelen dan zulk ontuig." + +"Misschien is niet alles slecht--alleen maar dwaas en onbeduidend; +en wanneer er vraag naar is, zie ik er geen kwaad in daaraan te +voldoen. Veel respectabele menschen maken een goed inkomen uit wat +men sensatie-romans noemt," antwoordde Jo, haar inhaalsel zoo stevig +inkrassende, dat haar speld overal kleine sleetjes achterliet. + +"Er is ook vraag naar jenever, maar ik denk toch niet, dat u of ik +dien zou willen verkoopen. Als die respectabele menschen wisten, +hoeveel kwaad zij deden, zouden zij hun inkomen niet goed noemen. Zij +hebben geen recht, om vergif in de suikerboonen te doen, en ze door +kinderen te laten opeten. Neen, zij behoorden een oogenblikje er over +te denken, en liever de straat te gaan vegen, eer zij dit deden!" + +Mijnheer Bhaer sprak met nadruk, en liep naar de kachel, terwijl hij +de courant in zijn hand verfrommelde. Jo zat onbeweeglijk, maar zag +er uit alsof het vuur uit haar gezicht sprong, en haar wangen gloeiden +nog, lang nadat de papieren muts in rook was opgegaan. + +"Ik zou graag al de rest denzelfden weg opjagen," zei de professor, +terugkeerende met een gezicht, alsof hem een pak van het hart was +genomen. + +Jo bedacht hoe 'n groote brandstapel gemaakt zou kunnen worden van al +de exemplaren, die zij op haar kamer bewaarde, en haar zuur verdiend +geld woog haar gedurende eenige oogenblikken zwaar op het hart. Toen +troostte zij zich met de gedachte: "Mijn verhalen zijn niet zooals dat; +zij zijn alleen maar onbeduidend, nooit slecht; ik hoef er dus niet +langer over te tobben," en haar boek opnemende vroeg zij heel ijverig: + +"Zullen wij voortgaan, mijnheer? Ik zal nu goed oppassen." + +"Dat wil ik hopen," was al wat hij antwoordde, maar hij bedoelde +meer dan zij dacht, en de ernstig vriendelijke blik, waarmee hij haar +aankeek, gaf haar een gevoel, alsof de woorden "Wekelijksche Vulkaan" +met groote letters op haar voorhoofd gedrukt stonden. + +Zoodra zij in haar kamer kwam, haalde zij de couranten voor den dag +en las zorgvuldig al haar verhalen over. Daar mijnheer Bhaer wat +zwak van gezicht was, gebruikte hij soms een lorgnet. Jo had het +eens geprobeerd en met een glimlach gezien, hoe sterk het den fijnen +druk van haar boek vergrootte; nu scheen zij ook den geestelijken +of den zedelijken bril van den professor opgezet te hebben, want de +gebreken van haar ongelukkige verhalen staarden haar grijnzend aan, +en vervulden haar met verslagenheid. + +"Zij _zijn_ 'ontuig' en zij zullen gauw nog iets ergers worden, als +ik er mee voortga, want het een is al schokkender dan het ander. Ik +ben blindelings voortgegaan, en heb, alleen om het geld, mijzelve +en anderen kwaad gedaan;--ik weet, dat het zoo is--want ik kan dat +prulwerk niet in koelen bloede lezen, zonder er mij gruwelijk over +te schamen; en wat zou ik beginnen, als zij ze thuis eens lazen of +mijnheer Bhaer ze in handen kreeg?" + +Bij die gedachte werd Jo vuurrood, en stopte het heele pak in den +haard, op gevaar af van door den fellen gloed brand in den schoorsteen +te veroorzaken. + +"Ja, dat is de beste plaats voor zulken ontvlambaren onzin! Ik geloof, +dat ik nog beter deed met het huis in brand te steken, dan toe te +laten dat anderen door mijn buskruit in de lucht vliegen," dacht Jo, +terwijl zij "De Demon van den Jura" als een klein zwart hoopje met +vurige oogen zag wegschrompelen. + +Maar toen van al haar werk der drie laatste maanden niets was +overgebleven dan een hoop asch en het geld in haar beurs, bleef Jo +met een triest gezicht op den grond zitten, onzeker wat zij met haar +honorarium moest beginnen. + +"Ik denk, dat ik _tot nog toe_ niet veel kwaad heb uitgericht, en dat +ik het dus wel mag houden als een vergoeding voor mijn tijdverlies," +besloot zij na lang nadenken, terwijl zij er ongeduldig bijvoegde: +"Ik zou haast wenschen maar geen geweten te hebben, het is zoo +lastig! Als ik er niet om gaf, of ik goed handelde, en geen spijt had +als ik iets verkeerds deed, zou ik heerlijk vooruit komen. Ik wou soms, +dat Vader en Moeder niet altijd zoo verschrikkelijk precies op zulke +dingen waren geweest." + +Jo schreef geen sensatie-verhalen meer, overtuigd dat het geld, wat zij +er mee verdiende, niet opwoog tegen het kwaad, dat zij stichtte; maar +verviel nu, zooals meer het geval is met menschen van haar karakter, +in een ander uiterste. Zij bestudeerde de werken van langdradige, +degelijke ouderwetsche schrijfsters, en schreef toen een verhaal, +dat eigenlijk eerder een verhandeling of een preek mocht heeten, +zoo vreeselijk zedekundig was het. Van het begin af aan was ze er +niet bizonder gerust op; want haar levendig temperament en rijke +phantasie gevoelden zich in dien nieuwen trant even weinig thuis, als +zij zelf zich op een gemaskerd bal thuis zou voelen, in het stijve +en lastige kostuum uit een vorige eeuw. Dit juweel van leerzame +braafheid bracht zij op verscheiden plaatsen ter markt, zonder een +kooper te vinden; zoodat zij er toe neigde, met den heer Dashwood +te verklaren, dat zedepreeken niet verkocht worden. Toen probeerde +zij een kinderverhaal, dat zij had kunnen plaatsen, als zij niet zoo +geldzuchtig was geweest, om er een goede som voor te willen maken. De +eenige uitgever, die haar genoeg bood, om het haar der moeite waard +te doen zijn, in deze richting verder te gaan, was een waardig heer, +die zich geroepen voelde de heele wereld tot zijn bizonder geloof te +bekeeren. Maar hoe graag Jo ook voor kinderen schreef, kon zij er +niet in toestemmen, al haar ondeugende jongens door beren te laten +opeten, of door woedende stieren te laten verscheuren; evenmin om al +de brave Hendrikken te beloonen met allerlei soort van zegeningen; +van vergulde suikerboonen af tot een engelenwacht toe, als zij, met +psalmen of gezangen op hun stamelende lipjes, dit leven verlieten. Deze +proefnemingen liepen dus op niets uit, en Jo schoof haar inktkoker +terzijde, en zei in een aanval van gezonde nederigheid: + +"Ik weet niets, ik zal dus dienen te wachten, tot ik een gelukkige +ingeving krijg en onderwijl 'de straat vegen' als ik niets beter +doen kan; dat is in ieder geval 'eerlijk' werk; en dit besluit was +een duidelijk bewijs, dat haar tweede tuimeling van den boonenstaak +haar goed had gedaan." + +Terwijl deze innerlijke omwentelingen plaats grepen was haar uitwendig +leven even bezig en kalm als te voren, en wanneer zij soms ernstig en +neerslachtig keek, was er niemand, die het opmerkte, dan professor +Bhaer. Hij deed het zoo stil, dat Jo volstrekt niet gewaar werd, +dat hij haar gadesloeg om te zien, of zij met zijn vermaning haar +voordeel gedaan had; maar zij stond de proef door, en hij was voldaan, +want hoewel er geen woord tusschen hen over gewisseld werd, begreep +hij zeer goed, dat zij het schrijven er aan gegeven had. Hij giste +het niet alleen uit het feit, dat haar rechtermiddenvinger niet +langer een en al inkt was, maar zij bracht haar avonden beneden +door, vertoonde zich niet meer in de buurt der uitgeverskantoren, +en studeerde met een volharding en een geduld, die hem bewezen, +dat zij van plan was haar geest, zij het al niet met aangename, +dan ten minste met nuttige dingen bezig te houden. + +Hij hielp haar op allerlei manieren, betoonde zich een waar vriend, +en Jo was gelukkig; want terwijl zij haar pen liet rusten, leerde +zij nog wat anders behalve Duitsch, en legde ze den grondslag tot +den sensatie-roman van haar eigen leven. + +Het was een prettige en een lange winter, want zij bleef tot Juni +bij mevrouw Kirke. Iedereen was bedroefd toen die tijd aanbrak; +de kinderen waren ontroostbaar, en al het haar van mijnheer Bhaer +stond recht overeind, daar hij het altoos naar alle kanten opstreek, +wanneer hem iets hinderde. + +"Gij gaat nu naar huis? Ach, gij zijt gelukkig, dat gij een tehuis +hebt om heen te gaan," zei hij, toen zij het hem vertelde, en verder +zat hij zwijgend in een hoekje aan zijn baard te plukken, terwijl +zij dien laatsten avond haar kleine receptie hield. + +Zij zou vroeg in den morgen vertrekken; daarom nam zij des avonds +van allen afscheid, en toen zijn beurt kwam, zei zij hartelijk: + +"Nu, mijnheer Bhaer, vergeet niet, wanneer gij ooit onzen kant uitkomt, +ons te komen bezoeken. Ik zou het u nooit vergeven, als u het niet +deed, want ik hoop, dat allen thuis mijn vriend zullen leeren kennen." + +"Waarlijk? zal ik komen?" vroeg hij, terwijl hij haar met een +verlangenden blik aanzag, dien zij echter niet opmerkte. + +"Ja, toe, komt u in de volgende maand; dan promoveert Laurie, en +het zou wel aardig voor u zijn, eens een Amerikaansche promotie bij +te wonen." + +"Dat is uw beste vriend, van wien gij spreekt?" vroeg hij op +veranderden toon. + +"Ja, mijn jongen, Teddy; ik ben heel trotsch op hem, en zou erg graag +willen, dat u hem zag." + +Bij deze woorden keek Jo op, zonder aan iets anders te denken dan +aan haar eigen genoegen, wanneer zij hen aan elkander zou voorstellen. + +Een zeker iets in de oogen van prof. Bhaer deed haar plotseling +bedenken, dat zij mogelijk in Laurie iets meer dan een besten vriend +zou vinden, en juist omdat zij wenschte niets bizonders te laten +blijken, begon zij te blozen, en hoe meer zij probeerde dit niet te +doen, hoe rooder zij werd. Als zij Tina niet op schoot had gehad, +zou zij niet geweten hebben wat te beginnen. Gelukkig kreeg het kind +den inval om haar te kussen, waardoor zij haar gezicht een oogenblik +verbergen kon, in de hoop, dat de professor het niet zou zien. Maar +hij zag het, en de voorbijgaande uitdrukking van smart op zijn gelaat +maakte weer voor de gewone kalmte plaats, terwijl hij hartelijk zeide: + +"Ik vrees, dat ik daarvoor geen tijd zal vinden, maar ik wensch +den vriend veel succes, en u alle mogelijk geluk; God zegene u!" en +hiermee drukte hij haar hartelijk de hand, nam Tina op den schouder, +en ging heen. + +Toen de jongens naar bed waren, zat hij nog lang voor het vuur, met een +pijnlijken trek om zijn mond, en een drukkend gevoel van heimwee in het +hart. Eén oogenblik, toen hij zich Jo weer voorstelde zooals zij daar +zat, met het kind op haar schoot, en die ongewoon zachte uitdrukking +in de oogen, verborg hij zijn gezicht in de handen, en dwaalde toen +door de kamer, alsof hij iets zocht, wat hij niet vinden kon. + +"Het is niet voor mij; ik moet er niet meer op hopen," zei hij tot +zichzelf met een zucht, die bijna een kreun mocht heeten; toen, alsof +hij zich berispte over het verlangen, dat hij niet kon bedwingen, +ging hij zacht de slaapkamer binnen, kuste de twee krulkopjes, haalde +zijn zelden gebruikten meerschuimer voor den dag, en opende zijn Plato. + +Hij deed manmoedig zijn best; maar ik geloof niet, dat hij in een +paar wilde jongens, een pijp, of zelfs in den goddelijken Plato, een +voldoende vergoeding vond voor een vrouw, een kind en een eigen tehuis. + +Hoe vroeg het ook was, ging hij den volgenden morgen naar het station +om Jo te zien vertrekken; en aan hem had zij het te danken, dat zij +haar reis begon, met de herinnering aan een vriendelijk gelaat, +dat haar een vaarwel toeknikte, met een bosje viooltjes om haar +gezelschap te houden, en bovenal met de blijde gedachte in het hart: +"Zie zoo, de winter is voorbij; ik heb geen boeken geschreven, geen +fortuin gemaakt, maar ik heb een goed vriend gevonden, en ik zal mijn +best doen hem levenslang te behouden." + + + + + +HOOFDSTUK XII. + +HARTELEED. + + +Wat Laurie's beweegreden ook mocht geweest zijn, het "pompen" van het +laatste jaar bleek niet tevergeefs, want hij promoveerde met lof, +en sprak zijn Latijnsche oratie uit "met de bevalligheid van een +Philippo en de welsprekendheid van een Demosthenes," zooals zijn +vrienden zeiden. Zij waren allen tegenwoordig--zijn grootvader, zoo +trotsch en gelukkig! mijnheer en mevrouw March, John en Meta, Jo en +Betsy, en allen verheugden zich over hem, met die oprechte bewondering, +waarover jongelui op het oogenblik zelf zoo luchtig denken, maar die +hun bij latere triomfen in de wereld niet licht te beurt valt. + +"Ik moet voor dat vervelende souper hier blijven, maar ik kom +morgenavond vroeg thuis. Loopen jullie mij als naar gewoonte tegemoet, +meisjes?" vroeg Laurie, toen hij 's avonds van dien blijden dag de +zusters in het rijtuig hielp. + +Hij zei "meisjes" maar hij meende Jo,--want zij was de eenige die +nog aan de oude gewoonte getrouw bleef; zij had het hart niet om haar +knappen, gelauwerden jongen iets te weigeren, en antwoordde hartelijk: + +"Ik zal komen, Teddy, weer of geen weer, en voor je uit wandelen om +'Ziet, hij komt, met eer gekroond' te spelen op een Davids-harp." + +Laurie dankte haar met een blik, die haar met een plotselingen schrik +deed denken: "O, hemel! Ik vrees, dat hij iets zal zeggen, en wat +moet ik dan beginnen?" + +Een avond-overdenking en een drukke morgen deden haar angst wat +bedaren, en na zich onder het oog te hebben gebracht, dat zij niet zoo +ijdel moest zijn te verwachten, dat menschen haar liefdesverklaringen +zouden gaan doen, als zij hun alle reden gegeven had om te begrijpen, +wat haar antwoord zou wezen, ging zij op den bepaalden tijd van +huis, in de hoop, dat Teddy haar niet zou noodzaken zijn ongelukkige +gevoelens te kwetsen. Een bezoek bij Meta en een verkwikkende omhelzing +van Daisy en Demi-John, gaven haar nieuwe kracht voor het tête-à-tête, +maar toen zij een rijzige gedaante in de verte zag aankomen, gevoelde +zij toch een sterke begeerte om terug te keeren en weg te loopen. + +"Waar is de Davids-harp, Jo?" riep Laurie haar toe, zoodra hij dicht +genoeg genaderd was om zich te doen verstaan. + +"Vergeten!" en Jo schepte nieuwen moed, want die begroeting kon +moeilijk verliefd genoemd worden. + +Bij zulke bizondere gelegenheden als deze, nam ze vroeger altijd +heel zusterlijk zijn arm, maar dezen keer deed zij het niet, en +hij maakte er geen aanmerking over--wat een "veeg" teeken was--maar +praatte gejaagd voort over allerlei gezochte onderwerpen, tot zij aan +het smalle paadje kwamen, dat door het boschje naar huis leidde. Toen +begon hij langzamer te loopen, verloor zijn welbespraaktheid, en trad +er nu en dan een drukkende pauze in. Om de conversatie van een nieuwe +bezwijming te redden, begon Jo haastig: + +"Nu mag je wel eens een flinke, lange vacantie nemen." + +"Dat ben ik ook van plan." + +Een zeker iets in zijn beslisten toon deed Jo haastig opzien, en +bemerken dat zijn blik op haar rustte met een uitdrukking, die haar +duidelijk aantoonde, dat het gevreesde oogenblik genaderd was. Zij +hief de handen smeekend op en zei: + +"Neen, Teddy, _alsjeblieft_ niet!" + +"Ik wil het zeggen, en je _moet_ mij aanhooren. Het geeft niets, Jo; +wij moeten er over spreken, en hoe eerder wij het doen, hoe beter +het voor ons beiden is," antwoordde hij, plotseling aangedaan en +opgewonden wordende. + +"Zeg dan maar wat je wilt; ik zal luisteren," zei Jo met wanhopige +onderwerping. + +Laurie was nog een jeugdig minnaar, maar hij meende het ernstig, +en hij was vast besloten het nu "uit te maken," al moest hij het +ook met den dood bekoopen; daarom stortte hij zich met de hem eigene +onstuimigheid in zijn onderwerp, en vervolgde met een bevende stem, +die hij te vergeefs met alle macht in bedwang trachtte te houden: + +"Ik heb je altijd liefgehad, zoolang ik je gekend heb, Jo--ik kon er +niets tegen doen, je bent zoo goed voor mij geweest; ik heb getracht +het je te toonen, maar je wou het niet toelaten. Maar nu moet je +naar mij luisteren, en mij antwoord geven, want ik _kan_ niet langer +zoo voortleven!" + +"Ik had je dit zoo graag willen besparen; ik dacht, dat je wel zou +begrijpen--" begon Jo, die het antwoorden nog moeilijker vond, dan +zij gevreesd had. + +"Dat weet ik wel; maar meisjes zijn zoo wonderlijk, dat je nooit recht +kunt weten, wat zij willen. Zij zeggen 'neen,' als zij 'ja' meenen, en +zijn in staat iemand alleen voor de grap buiten zichzelf te brengen," +antwoordde Laurie, zich achter een onloochenbaar feit verschuilende. + +"_Ik_ niet. Ik heb niets gedaan om je zoo van mij te doen houden, +en ik ben weggegaan om dit, zoo mogelijk, te voorkomen." + +"Dat dacht ik wel; het was net iets voor jou, maar 't heeft niets +geholpen. Ik kreeg er je des te liever om, en deed al mijn best om 't +je naar den zin te maken; ik gaf er het biljarten aan en alles waar jij +maar iets tegen hadt, en wachtte, en klaagde nooit, omdat ik hoopte, +dat je mij nog wel zou lief krijgen, hoewel ik niet half goed genoeg +ben"--hier volgde een snik, die niet bedwongen had kunnen worden; +daarom sloeg hij boterbloempjes stuk met zijn wandelstok, tot dat +"drommelsche brok" in zijn keel wat gezakt zou wezen. + +"Ja, dat ben je wel, je bent veel te goed voor mij, en ik ben je +zoo dankbaar, en zoo trotsch op je, en ik houd zooveel van je! 'k +Begrijp eigenlijk niet, waarom ik je niet zoo lief kan hebben, als +je verlangt. Ik heb mijn best gedaan, maar ik kan mijn gevoel niet +veranderen, en het zou een leugen zijn, als ik zei, dat ik het deed, +terwijl het niet zoo is." + +"_Wezenlijk_, Jo?" + +Hij stond stil en nam bij deze vraag haar beide handen in de zijne, +met een blik, dien zij niet spoedig zou vergeten. + +"_Wezenlijk_, Teddylief." + +Zij waren nu in het boschje--dicht bij het hek: en toen de laatste +woorden met moeite over Jo's lippen waren gekomen, liet Laurie haar +handen los, en keerde zich om, alsof hij verder wilde gaan, maar voor +de eerste maal in zijn leven was een teleurstelling hem te machtig; +hij verborg zijn gezicht tegen den met mos begroeiden paal en stond +zoo stil, dat het Jo angstig om 't hart werd. + +"O Teddy, het spijt mij zoo, het spijt mij zoo vrééselijk; ik zou +mij zelf wel willen doodsteken, als dat iets helpen kon. Ik wou, +dat je het niet zoo hoog opnam, ik kan het niet helpen; je weet, +dat liefde zich niet dwingen laat!" riep Jo, bedroefd en berouwvol, +terwijl zij hem zachtjes de hand op den schouder legde en aan dien +lang verleden morgen dacht, toen hij haar zoo vertroost had. + +"Soms lukt het, als je 't probeert," klonk een gesmoorde stem van +den paal. + +"Ik geloof niet, dat het dan de rechte soort van liefde is, en ik +zou het liever niet probeeren," was het vastbesloten antwoord. + +Toen volgde een lange pauze, waarin de distelvink vroolijk zong en +het lange gras in den wind ritselde. Daarna begon Jo zeer ernstig, +terwijl zij ging zitten op een steen bij het hek. + +"Laurie, ik moet je iets zeggen." + +Hij schrikte, alsof hij door een schot getroffen werd, wierp het +hoofd achterover en riep op woesten toon: + +"Vertel me _dat_ niet, Jo; ik zou het niet kunnen verdragen!" + +"Wat niet?" vroeg zij verbaasd over zijn heftigheid. + +"Dat je dien ouden man liefhebt." + +"Welken ouden man?" vroeg Jo, die dacht, dat hij zijn grootvader op +het oog had. + +"Dien beroerden professor, waar je altijd over schreef. Als je zegt, +dat je hem liefhebt, doe ik iets wanhopigs," en hij zag er uit, alsof +hij zijn woord zou houden, toen hij met van woede glinsterende oogen +zijn vuist balde. + +Jo was op het punt te lachen, maar bedwong zich en zei met warmte, +want zij werd door al die emoties ook opgewonden: + +"Vloek niet, Teddy! hij is niet oud, of wat ook; alleen maar goed +en vriendelijk, en de beste vriend, dien ik heb--na jou. Word nu +als'tjeblieft niet driftig; ik wil niets onaardigs zeggen, maar +ik wéét, dat ik boos zal worden, als je iets ten nadeele van mijn +professor zegt. Ik heb niets geen plan om op hem of op iemand anders +verliefd te raken." + +"Maar dat zul je na een poosje toch, en wat moet er dan van mij +worden!" + +"Jij zult als een verstandige jongen, ook wel van iemand anders gaan +houden, en al deze akeligheid vergeten." + +"Ik _kan_ niemand anders liefhebben, en ik zal jou nooit vergeten, +Jo, nooit!" riep hij, op den grond stampend om zijn hartstochtelijke +woorden kracht bij te zetten. + +"Wat _moet_ ik met hem beginnen?" zuchtte Jo, ziende dat gevoelszaken +moeilijker te behandelen waren, dan zij gedacht had. "Je hebt nog +niet gehoord, wat ik je wou vertellen. Toe, ga nu eens zitten en +luister naar me, want ik wil werkelijk doen, wat het beste is en je +gelukkig maken," zei zij, in de hoop hem door een verstandig woordje +tot kalmte te brengen,--wat duidelijk bewees, dat zij niet het minste +begrip had van liefde. + +Laurie, die een straal van hoop in de laatste toespraak meende te +ontdekken, wierp zich op het gras aan haar voeten, leunde met zijn +hoofd op zijn arm en keek vol verwachting naar haar op. Die schikking +was echter, wat Jo betreft, niet bevorderlijk voor een kalm gesprek +of de helderheid van haar geest; want hoe _kon_ zij harde dingen +zeggen tegen haar jongen, als hij haar zoo met oogen vol liefde +lag aan te kijken, terwijl zijn wimpers nog vochtig waren van de +bittere tranen, die de hardheid haars harten hem ontperst had? Zij +keerde zacht zijn hoofd af en zei, terwijl zij het krulhaar streelde, +dat om harentwil had mogen groeien--wat de aandoenlijkheid van alles +nog verhoogde!--"Ik ben het met Moeder eens, dat jij en ik niet bij +elkander passen, omdat ons opvliegend temperament en onze vaste wil ons +waarschijnlijk diep ongelukkig zouden maken, als wij zoo dwaas waren +van te--" Jo zweeg een oogenblik, eer zij het laatste woord uitsprak, +maar Laurie noemde het met de grootste verrukking: "trouwen,--neen +dat zouden wij niet! Als jij me lief hadt, Jo, zou ik een volmaakte +heilige worden,--want jij kunt van me maken, wat je wilt!" + +"Neen, dat kan ik niet. Ik heb het geprobeerd, en het is mislukt, en +ik wil ons geluk niet wagen aan zoo'n ernstige proefneming. Wij passen +niet bij elkaar, en zullen dat wel nooit doen; laat ons levenslang +vrienden blijven, maar geen dwaasheid begaan." + +"Jawel, als wij er maar kans toezien," prevelde Laurie, +tegenspartelend. + +"Kom, wees nu niet onredelijk, en beschouw de zaak verstandig," +smeekte Jo, bijna ten einde raad. + +"Ik wil onredelijk zijn; ik verlang de zaak niet verstandig te +beschouwen; het kan mij niet helpen en het maakt jou maar kouder. Ik +geloof niet, dat je een hart hebt." + +"Ik wou dat het waar was." + +Jo's stem beefde, en Laurie, die dit een goed teeken vond, keerde +zich om en wendde al zijn overredingskracht aan, terwijl hij op zijn +vleienden toon (nog nooit had die zoo gevaarlijk vleiend geklonken) +zei: + +"Kom, lieveling, stel ons niet te leur: ze verwachten het +allemaal. Grootvader heeft er zijn hart op gezet;--je familie vindt +het goed, en ik kan niet zonder je leven. Zeg nu maar, dat je wilt, +en laat ons gelukkig zijn! Toe, doe het maar!" + +Eerst vele maanden later begreep Jo, hoe zij genoeg geestkracht had +gehad om trouw te blijven aan haar besluit, toen zij verklaarde, +dat zij haar jongen niet beminde en het ook nooit zou kunnen. Het +was een zware taak, maar zij volbracht die, wel wetende, dat uitstel +zoowel noodeloos als wreed zou wezen. + +"Ik kan niet van harte ja zeggen, daarom zeg ik het ook stellig +niet. Je zult na een poosje wel inzien, dat ik gelijk heb, en er mij +dankbaar voor zijn," begon zij plechtig. + +"Dat zal lang duren!" en Laurie vloog overeind, gloeiend van +verontwaardiging bij de enkele gedachte. + +"Ja, dat zul je toch wel!" begon Jo weer; "je zult er je na een poosje +mee verzoenen, en een lief knap meisje vinden, dat je zult aanbidden, +en die een mooie châtelaine voor je mooi huis zal zijn. Dat zou ik +toch niet wezen; ik ben alledaagsch en onhandig, en raar en oud, +en je zou je maar over mij schamen, en wij zouden kibbelen. Zelfs +nu kunnen wij het al niet laten, zooals je ziet, en ik zou niet van +deftig gezelschap houden, en jij wel, en jij zou een hekel hebben +aan mijn gekrabbel, en ik zou er niet buiten kunnen, en wij zouden +dood ongelukkig zijn en wenschen dat wij het maar niet gedaan hadden, +en het zou een verschrikkelijk leven worden!" + +"Nog meer?" vroeg Laurie, die het moeilijk vond geduldig te luisteren +naar deze profetische uitbarsting. + +"Niet meer, behalve dat ik niet geloof, dat ik ooit zal trouwen; ik +ben gelukkig zooals ik ben, en heb mijn vrijheid te lief, dan dat ik +me zou haasten die op te geven voor eenig sterfelijk man! + +"Dat weet ik wel beter!" viel Laurie uit. "Nu denk je zoo, maar er zal +een tijd komen, wanneer ie wél van iemand zult houden, en dan zul je +hem geweldig liefhebben en voor hem leven en sterven. Ik weet zeker, +dat het zoo zijn zal, 't is net iets voor je, en dan zal ik mogen +toekijken!" En de ongelukkige minnaar wierp zijn hoed op den grond +met een gebaar, dat comisch zou geweest zijn, als zijn gezicht niet +zoo droevig had gestaan. + +"Ja, ik _zal_ voor hem leven en sterven, als hij ooit komt en mij +dwingt hem lief te hebben, tegen wil en dank, en jij moet zien er je +doorheen te slaan!" riep Jo, die haar geduld verloor met den armen +Teddy. "Ik heb gedaan wat ik kon, maar jij _wilt_ niet naar rede +luisteren, en het is zelfzuchtig van je, te blijven vragen om iets, +dat ik niet geven kan. Ik zal altijd veel van je houden, heel veel, +als een vriendin, maar ik kan nooit met je trouwen; en hoe eer je +dat gelooft, hoe beter voor ons beiden--dus--" + +Die toespraak werkte als vuur bij buskruit. Laurie keek haar een +oogenblik aan, alsof hij niet recht wist, wat met zichzelven te doen, +keerde zich toen eensklaps om en zei op wanhopigen toon: "Dit zal je +eenmaal spijten, Jo!" + +"O, waar ga je heen?" riep zij, want de uitdrukking in zijn oogen +maakte haar angstig. + +"Naar den duivel!" was het troostvol antwoord. + +Jo's hart stond een oogenblik stil, toen hij met een sprong den +oever der rivier bereikte, maar er is veel dwaasheid, zonde of +ellende noodig om een jongeman tot zelfmoord te brengen, en Laurie +behoorde niet tot de zwakke soort, die zich gewonnen geeft na een +enkele bittere teleurstelling. Hij dacht niet aan een tragische +onderdompeling, maar een blind instinkt dreef hem om hoed en jas +in zijn boot te werpen en uit alle macht weg te roeien, waarbij hij +mooier tijd maakte dan bij menigen wedstrijd. Jo haalde diep adem, +en liet haar armen langs haar lijf vallen, terwijl zij "haar jongen" +nastaarde, die zijn verdriet trachtte te beheerschen. + +"Dat zal hem goed doen! Maar hij zal in zoo'n teeder berouwvolle +stemming thuis komen, dat ik hem niet onder de oogen zal durven +komen," voegde zij er bij, terwijl zij langzaam naar huis ging, met +een gevoel, alsof zij een onschuldig wezentje vermoord en onder de +bladeren begraven had. + +"Nu moet ik het maar aan mijnheer Laurence gaan zeggen, dan kan hij +wat vriendelijk tegen mijn armen jongen zijn. Ik wou dat hij van Bets +hield; misschien zal hij dat mettertijd wel gaan doen, maar ik geloof, +dat ik mij op dat punt in haar vergist heb. Hoe is het toch mogelijk, +dat meisjes het prettig vinden aanbidders te hebben, en ze dan af te +wijzen? Ik vind het iets verschrikkelijkst." + +Overtuigd dat niemand er beter voor geschikt was dan zijzelve, +ging zij regelrecht naar mijnheer Laurence, vertelde manmoedig +de heele geschiedenis, en begon toen zoo wanhopig over haar eigen +ongevoeligheid te schreien, dat de vriendelijke oude heer er niets +tegen in wist te brengen, hoewel hij bitter teleurgesteld was. Hij kon +maar niet begrijpen hoe een meisje laten kon Laurie lief te hebben, +en hoopte, dat zij nog van gedachten veranderen zou, maar hij wist, +zelfs nog beter dan Jo, dat liefde niet gedwongen kan worden; daarom +schudde hij stilbedroefd het hoofd en besloot zijn kleinzoon buiten +gevaar te brengen, want de afscheidswoorden van den jongen driftkop +tegen Jo beangstigden hem meer, dan hij wilde bekennen. + +Toen Laurie doodmoe, maar heel bedaard thuis kwam, ontving zijn +grootvader hem, alsof hij van niets wist, en hield gedurende een +paar uren den schijn met goed gevolg op. Maar toen zij samen in +de schemering zaten, dat uurtje, waarvan zij anders zoo genoten, +viel het den ouden man zwaar als naar gewoonte door te praten, +en den jongen man nóg zwaarder, te luisteren naar de loftuitingen +over den goeden uitslag van het laatste studiejaar, dat hem nu een +mislukt liefdewerk toescheen. Hij verdroeg het, zoolang hij kon, +ging toen naar de piano en begon te spelen. De ramen stonden open, +en Jo, die met Betsy in den tuin wandelde, begreep dezen keer de +muziek beter dan haar zuster, want hij speelde de Sonate Pathétique, +en speelde haar, zooals hij nog nooit gedaan had. + +"Dat is heel mooi, maar droevig genoeg om iemand aan het schreien te +maken; speel eens iets vroolijkers, jongenlief," verzocht mijnheer +Laurence, wiens vriendelijk oud hart vol was van een medegevoel, +dat hij zoo gaarne wilde toonen, maar niet wist hoe. + +Laurie begon iets opgewekters, speelde een poosje woest door, en +zou het er goed afgebracht hebben, indien hij niet in een kleine +pauze mevrouw March had hooren roepen: "Jo, kom even binnen, ik heb +je noodig." + +Juist wat Laurie zoo sterk voelde, in een anderen zin. Toen hij +de woorden hoorde, raakte hij in de war, het spel eindigde met een +gebroken akkoord, en de jonge musicus bleef roerloos in de duisternis +zitten. + +"Dát is me te machtig!" mompelde de oude heer; hij stond op, zocht +zijn weg naar de piano, legde zijn handen op Laurie's schouders, en +zei, zoo zacht als een vrouw: "Ik weet alles mijn jongen, ik weet +alles." Geen antwoord gedurende een oogenblik; toen vroeg Laurie +scherp: "Wie heeft het u verteld?" + +"Jo zelf." + +"Dan is alles uit!" en hij schudde de hand van zijn grootvader met +een ongeduldige beweging af; want hoewel hij dankbaar was voor de +sympathie, kon toch zijn mannelijke trots het medelijden van een man +niet verdragen. + +"Niet geheel, ik wou je nog iets zeggen, en dan zal alles uit zijn," +antwoordde de oude heer met ongewone zachtheid. "Je hebt nu zeker +geen lust om hier te blijven?" + +"Ik ben niet van plan voor een meisje weg te loopen. Jo kan mij niet +verhinderen haar te zien, en ik zal blijven en dat doen, zoolang ik +verkies," antwoordde Laurie op hoogen toon. + +"Dat zul je niet, als je een gentlemen bent, waar ik je voor houd. Ik +ben ook diep teleurgesteld, maar het meisje kan het niet helpen; en +het eenige, wat jou te doen staat, is, voor een poos weg te gaan. Waar +wil je heen?" + +"Dat is mij 't zelfde, ik geef er niets om, wat er van mij wordt," +en Laurie stond op met een onverschilligen lach, die zijn grootvader +akelig in de ooren klonk. + +"Draag het als een man, en doe in 's hemels naam geen overijlde +dingen! Ga buitenslands, en tracht het te vergeten." + +"Dat kán ik niet!" + +"En je verlangde er zoo naar, en ik had je beloofd, dat je gaan zou, +als je promotie achter den rug was." + +"O ja! maar ik was niet van plan _alleen_ te gaan!" Laurie liep +met groote stappen de kamer op en neer, met een uitdrukking op zijn +gezicht, die zijn grootvader gelukkig niet zag. + +"Ik verg niet van je, dat je alleen gaat; er is wel iemand die met +alle plezier, waarheen dan ook, wil meegaan." + +"Wie, Grootvader?" vroeg hij stilstaande. + +"Ik zelf." + +Laurie keerde zich af, maar draaide even gauw weer om, en zei met een +heesche stem, terwijl hij zijn hand uitstak: "Ik ben een ellendige +egoïst, maar--u weet--Grootvader,--" + +"Ja, mijn jongen, ja, ik weet er alles van, want ik heb dat alles +vroeger zelf doorgemaakt in mijne jonge jaren, en later met je +vader. Kom, kerel, ga eens rustig hier zitten, en luister naar mijn +plan. Het is alles in orde en kan dadelijk uitgevoerd worden," zei +de oude heer, zijn kleinzoon vasthoudende, alsof hij bang was, dat +deze zich van hem zou losrukken, zooals zijn vader vóor hem gedaan had. + +"Nu, Grootvader, wat wilt u dan?" en Laurie liet zich neervallen, +zonder eenig blijk van belangstelling in gelaat of stem. + +"Er zijn in Londen zaken te vereffenen; ik had gedacht, dat jij dat +wel kon doen, maar het is nog beter, dat ik er zelf heen ga, en de +boel hier zal heel goed marcheeren nu Brooke er voor kan zorgen. Mijn +compagnons doen bijna alles, ik blijf er alleen nog maar in, tot jij in +mijn plaats kunt komen, en ik kan er dus ieder oogenblik uittrekken." + +"Maar u hebt het land aan reizen, Grootvader; ik kan dat op uw leeftijd +niet van u vergen," begon Laurie, die dankbaar was voor het offer, +maar veel liever alleen ging, als hij dan toch moest gaan. + +De oude heer wist dat zeer goed, doch was vast besloten het te +voorkomen, want de stemming waarin zijn kleinzoon verkeerde, bewees +hem, dat het niet verstandig zou zijn den jongen aan zijn lot over te +laten. Hij onderdrukte dus een opkomenden zucht bij de gedachte aan +de huiselijke gemakken, die hij achter moest laten, en zei manmoedig: + +"Loop heen, ik ben nog geen oude sukkel! Ik vind het een alleraardigst +plan; het zal mij goed doen, en mijn oude ribbekast zal er niets +door lijden, want het reizen is tegenwoordig bijna even gemakkelijk, +alsof je thuis in je stoel zit." + +Een ongeduldige beweging van Laurie gaf te kennen, dat _zijn_ stoel +niet gemakkelijk was, en dat hij het voorstel niets aanlokkelijk vond, +waarom de oude man er haastig bijvoegde: + +"Ik ben niet van plan een spelbreker of een lastpost te zijn; ik +ga, omdat ik meen, dat je je gelukkiger zult voelen, dan wanneer je +mij alleen achter laat. Ik zal ook niet overal met je rond zwerven, +maar laat je vrij om te gaan, waarheen je wilt, terwijl ik me op mijn +eigen manier amuseer. Ik heb vrienden in Londen en Parijs, en zou ze +graag eens rustig bezoeken; in dien tusschentijd kun jij naar Indië, +Duitschland of Zwitserland trekken, waarheen je maar wilt, en naar +hartelust genieten van schilderijen, muziek, mooie vergezichten +en avonturen." + +Nu had Laurie op dit oogenblik, heel begrijpelijk, een gevoel, alsof +zijn hart gebroken en de heele wereld een troosteloos-eenzame woestijn +was; maar enkele woorden, die de oude man behendig in zijn laatsten zin +wist in te lasschen, deden het gebroken hart onverwachts opspringen, +en plotseling een paar oasen in die woestijn opdoemen. Hij zuchtte +en antwoordde toen op lusteloozen toon: + +"Zooals u wilt, Grootvader; het komt er niet op aan, waar ik heen ga, +of wat ik doe." + +"Voor mij wel, onthoud dat mijn jongen; ik geef je volkomen vrijheid, +maar ik reken er op, dat je die vrijheid goed zult gebruiken. Beloof +mij dat, Laurie." + +"Alles wat u maar verlangt, Grootvader." + +"Goed!" dacht de oude heer, "hij geeft er nu niet om, maar de tijd +zal eenmaal komen, dat die belofte hem voor veel kwaad kan bewaren, +tenzij ik mij deerlijk vergis." + +Daar mijnheer Laurence een energieke natuur bezat, smeedde hij +het ijzer, terwijl het heet was; en eer de geknakte geest zich in +zooverre hersteld had, dat hij zich tegen iets kon verzetten, waren +zij vertrokken. + +Gedurende de dagen, die nog verloopen moesten om de noodige +toebereidselen te maken, gedroeg Laurie zich zooals jonge lieden in +een dergelijk geval gewoonlijk doen. Hij was afwisselend somber, +prikkelbaar en peinzend; verloor zijn eetlust, verwaarloosde zijn +kleeding, en bracht een groot gedeelte van zijn tijd door met +hartstochtelijk piano te spelen. Hij ontliep Jo, maar stelde zich +schadeloos door haar van uit zijn venster te begluren, met zoo'n +tragische uitdrukking op zijn gezicht, dat het haar 's nachts +in haar droomen vervolgde en overdag een drukkend gevoel van +schuld gaf. Anders dan sommige lijders sprak hij nooit over zijn +onbeantwoorden hartstocht, en kon hij niet dulden, dat iemand, zelfs +niet mevrouw March, hem een woordje van troost zocht toe te voegen of +medegevoel toonde. Dit was in sommige opzichten een verlichting voor +zijn vrienden, maar de weken voor zijn vertrek waren buitengewoon +pijnlijk, en allen verblijdden zich, dat de "beste jongen" wegging +om zijn verdriet te vergeten, en weer gelukkig thuis te komen. Hij +glimlachte natuurlijk bitter over hun waan, maar liet dien voor wat +hij was, met de droevige ongeloovigheid van een, die wist, dat zijn +trouw even onveranderlijk was als zijn liefde. + +Toen het uur van scheiden aanbrak, wendde hij groote opgewektheid voor +om sommige lastige gemoedsbewegingen te verbergen, die geneigd schenen +zich te doen gelden. Zijn opgeschroefde vroolijkheid leidde niemand +om den tuin, maar zij deden, alsof zij zich lieten verschalken, en +hij bracht het er vrij goed af, totdat mevrouw March hem een kus gaf, +en hem heel moederlijk iets toefluisterde. Toen voelde hij, dat het +uit was met alle zelfbeheersching, en na een haastig afscheid van de +anderen, de bedroefde Hanna niet te vergeten, rende hij de trappen af, +alsof het zijn leven gold. Jo volgde hem een oogenblik later, om hem +nog eens toe te wuiven, als hij soms om mocht kijken. Hij kéék om, +kwam terug, sloeg de armen om haar heen, hoewel zij een trede hooger +stond dan hij, en zag haar aan met een gezicht, dat zijn korte vraag +even welsprekend als aandoenlijk maakte. + +"O, Jo, _kun_ je niet?" + +"Mijn beste Teddy, ik wou, dat ik kon!" + +Dat was alles, behalve een kleine pauze; toen richtte Laurie zich +op en zei: "'t Is goed, denk er verder maar niet over," en ging, +zonder nog een enkel woord te spreken. Maar het was _niet_ goed, +en Jo dacht er wél verder over, want toen, na haar hard antwoord, +de krullebol een oogenblik op haar arm rustte, kreeg zij een gevoel, +alsof zij haar liefsten vriend doorboord had, en toen hij haar verliet, +zonder nog eenmaal naar haar om te zien, wist zij, dat de oude Laurie +nooit terug zou komen. + + + + + +HOOFDSTUK XIII. + +Betsy's Geheim. + + +Toen Jo in 't voorjaar terugkwam, was zij getroffen door de +verandering, die er met Betsy was voorgevallen. Niemand sprak er over, +of scheen er acht op te slaan, want het was zoo trapsgewijze gekomen, +dat diegenen die haar dagelijks zagen, er niet door verontrust werden; +maar voor oogen, door afwezigheid gescherpt, was het duidelijk te zien, +en een zware last viel op Jo's hart, toen zij het gezichtje van haar +zuster waarnam. Het was niet bleeker en maar weinig magerder dan in +den herfst; maar er lag een vreemd, doorzichtig waas over verspreid, +alsof het sterfelijke zachtkens werd afgeschud, en het onsterfelijke +zich met een onbeschrijfelijk roerende schoonheid in het zwakke +lichaam openbaarde. Jo zag en gevoelde het, maar zei nog niets, +en weldra verloor de eerste indruk zijn kracht, want Bets scheen +gelukkig,--niemand scheen er aan te twijfelen, of zij wel beter +was--en weldra vergat Jo, te midden van andere zorgen, tenminste voor +een tijd haar vrees. + +Maar toen Laurie vertrokken, en de rust hersteld was, keerde die +onbestemde angst terug en vervolgde haar onophoudelijk. Ze had +haar zonden gebiecht en vergeving ontvangen; doch toen zij haar +spaarpenningen voor den dag haalde, en voorstelde een uitstapje +in de bergen te doen, bedankte Betsy haar hartelijk, maar verzocht +vriendelijk niet zoo ver van huis te moeten gaan. Nog eens een poosje +rustig aan zee zou haar beter bevallen, en daar "Oma" niet te bewegen +was de kleintjes te verlaten, nam Jo Bets met zich naar een rustig +plekje, waar zij veel in de open lucht kon zijn, en de frissche +zeewind een blos kon tooveren op haar bleeke wangen. + +Het was geen mode-badplaats, maar zelfs onder de vriendelijke, +eenvoudige bewoners maakten de meisjes slechts weinig kennissen; +ze gaven er de voorkeur aan, alleen voor elkander te leven. Bets +was te verlegen om veel van gezelschap te houden, en Jo te veel in +de zorg voor haar verdiept, dan dat zij om iemand anders zou geven; +zij waren dus alles voor elkander, en kwamen en gingen, onbewust van de +belangstelling, welke zij aan de personen uit hun omgeving inboezemden, +die met medelijden de oogen lieten rusten op de krachtige zoowel als op +de zwakke zuster, zoo altijd samen, alsof zij instinctmatig gevoelden, +dat een lange scheiding op handen was. + +En werkelijk voelden zij dat, hoewel zij er nooit over spraken; +want er bestaat dikwijls tusschen ons en hen, die ons het naast +en het liefst zijn, een zekere terughoudendheid, die moeilijk te +overwinnen is. Jo had een gevoel, alsof er een sluier was neergelaten +tusschen haar hart en dat van Betsy; maar als zij haar hand uitstak +om dien op te lichten was het haar, alsof de stilte heilig was, en +liet zij het aan Betsy over, het eerst het zwijgen te verbreken. Met +dankbaarheid verbaasde zij zich, dat haar ouders niet schenen te zien, +wat zij zag; en gedurende die rustige weken, toen de sombere schaduw +haar steeds duidelijker werd, schreef zij er niets van naar huis, +overtuigd, dat zij het zelf wel zouden begrijpen, als Betsy niet +aangesterkt thuis kwam. Telkens vroeg ze zich af, of haar zuster +de harde waarheid wel besefte, en welke gedachten haar vervulden, +gedurende de lange uren, als zij, met het hoofd op Jo's schoot, op +een warm plekje lag, terwijl de wind haar verfrisschend tegenwoei, +en de zee haar lied zong aan den voet der rotsen. + +Op zekeren dag vertelde Betsy het haar. Jo dacht dat zij sliep; zij +lag zoo stil, en haar boek wegschuivend beschouwde Jo haar lang en +aandachtig, om een straal van hoop te vinden in het flauwe blosje +op Betsy's wangen. Maar zij vond niet genoeg om gerust te zijn, +want de wangen waren verontrustend ingevallen, en de handen schenen +te zwak om ook maar de kleine rose schelpjes, die zij gezocht had, +vast te houden. Toen kwam het bitterder dan ooit over haar, dat +Betsy langzamerhand wegkwijnde, en haar armen omknelden instinctmatig +inniger en vaster den liefsten schat, dien zij bezat. Gedurende een +paar minuten werden haar oogen te veel door tranen beneveld om te +kunnen zien, en toen zij opgeklaard waren, keek Betsy haar zoo teeder +aan, dat haar: "Jo-lief, ik ben toch zóó blij, dat je 't weet; ik heb +geprobeerd het je te zeggen, maar ik kón niet," bijna overbodig was. + +Er volgde geen ander antwoord, dan dat Jo haar hoofd tegen dat van +haar zusje leunde; er kwamen zelfs geen tranen, want als Jo zeer +aangedaan was, schreide zij niet. Nu was zij de zwakkere, en Betsy +zocht haar te troosten en te ondersteunen, door haar armen om haar +heen te slaan, en haar vriendelijke woordjes toe te fluisteren. + +"Ik heb het al heel lang geweten, mijn lieve Jo, en nu ik aan +de gedachte gewend ben, is het niet zoo hard meer om het te +dragen. Probeer het ook zoo in te zien, en kwel je niet om mij, +want het is zóó het beste--werkelijk!" + +"Was dat het, wat je in 't najaar al zoo ongelukkig maakte, Bets? Je +voelde het toen toch niet al en hield het voor jezelf, wel?" vroeg +Jo, die niet toe kon geven, dat het zoo het beste was, maar zich toch +verlicht voelde, dat Laurie geen deel had gehad aan Betsy's verdriet. + +"Ja, ik gaf toen de hoop al op, maar ik wou er liever niet voor +uitkomen; ik deed mijn best het voor een ziekelijke inbeelding te +houden, en wou niet, dat iemand er verdriet van zou hebben. Maar toen +ik jullie allemaal zoo gezond en sterk en zoo vol vroolijke plannen +zag, viel het mij hard te moeten denken, dat ik nooit meer kon zijn +zooals jullie, en toen voelde ik mij wanhopig, Jo." + +"O, Bets, en je hebt het mij niet verteld, heb je niet door mij laten +troosten en helpen! Hoe kon je mij zoo buitensluiten en alles zoo +alleen dragen?" + +Jo's stem klonk teeder verwijtend, en het deed haar hart pijn, toen +zij dacht aan den eenzamen strijd, dien Betsy moest hebben gestreden, +eer zij had geleerd afstand te doen van gezondheid, liefde en leven, +en haar kruis zoo blijmoedig op te nemen. + +"Het was misschien verkeerd van me, maar ik trachtte goed te doen; +ik was er immers ook niet zeker van; niemand zei iets, en ik hoopte, +dat ik mij vergiste. Het zou zoo zelfzuchtig geweest zijn jullie +allen zoo'n schrik aan te jagen, vooral daar Moeder zoo bezorgd was +over Meta, en Amy weg, en jij zoo gelukkig met Laurie,--ten minste, +dat dacht ik toen." + +"En ik dacht, dat jij van hem hield, Bets, en ik ging weg, omdat ik +hem niet kon liefhebben!" riep Jo, blij, dat zij de geheele waarheid +eens kon uitspreken. + +Betsy keek zoo verbaasd bij dat denkbeeld, dat Jo in weerwil van haar +verdriet moest glimlachen en er zachtjes bijvoegde: + +"Dat was dus niet zoo, lieveling? Ik had er zoo'n zorg om en dacht, +dat je arm hartje al dien tijd van onbeantwoorde liefde versmachtte." + +"Maar Jo, hoe kon dat, terwijl hij zooveel van jou hield?" vroeg +Betsy, zoo onschuldig als een kind. "Ik houd heel veel van hem, hij +is zoo goed voor mij, dus hoe zou ik het kunnen laten? Maar hij zou +nooit iets anders voor mij kunnen zijn dan mijn broer. En ik hoop, +dat hij het mettertijd wezenlijk zal worden." + +"Niet door mij," zei Jo beslist. "Amy is voor hem weggelegd, en zij +zouden heel goed bij elkander passen,--maar ik heb nu geen hart voor +zulke dingen. Ik geef er niet om, wat er van iemand wordt, behalve +van jou, Bets. Jij _moet_ beter worden." + +"Dat zou ik wel willen,--o, Jo zoo graag! Ik doe, wat ik kan, maar ik +word elken dag een beetje minder, en voel meer en meer, dat ik mijn +krachten nooit terugkrijg. Het is als het getij, wanneer het eb is, +Jo, 't gaat langzaam, maar kan niet tegengehouden worden." + +"Het _moet_ tegengehouden worden,--jouw getij mág niet zoo gauw +verloopen,--negentien is te jong. Bets, ik kan je niet laten gaan! Ik +zal werken en bidden en er tegen strijden. Ik zal je behouden, ondanks +alles; er moet nog een mogelijkheid zijn,--het kan nog niet te laat +wezen! God zal niet zoo wreed zijn om je van mij weg te nemen!" riep +de arme Jo weerbarstig,--want haar gemoed was veel minder onderworpen +dan dat van Betsy. Eenvoudige, oprechte menschen spreken zelden veel +over hun vroomheid; zij openbaart zich in daden meer dan in woorden, +en heeft meer invloed dan preeken of betuigingen. Betsy kon geen +rekenschap geven van, of veel spreken over het geloof, dat haar +moed en geduld gaf om afstand te doen van het leven, en blijmoedig +op den dood te wachten. Als een vertrouwend kind, vroeg zij niets, +maar liet alles over aan God en de natuur, ons aller vader en moeder, +in het vaste geloof, dat zij, en zij alleen, hart en geest konden +onderrichten en sterken voor dit leven en het leven hiernamaals. Zij +troostte Jo niet met vrome overwegingen, maar had haar des te liever +om haar hartstochtelijke genegenheid, en klemde zich des te vaster +aan die menschelijke liefde, waarvan onze Vader ons nooit verlangt +te spenen, maar waardoor Hij ons dichter tot zichzelf zoekt te +brengen. Zij kon niet zeggen: "Ik ben blij, dat ik sterven mag," +want het leven scheen haar zoo liefelijk toe; zij kon alleen maar +snikkend uitroepen: "Ik zal mijn best doen het goed te vinden," +terwijl zij Jo vaster omhelsde, toen de eerste bittere golf van deze +groote smart over hen beiden heensloeg. + +Toen Betsy na een poos haar bedaardheid herkregen had, vroeg zij: + +"Wil jij 't hun zeggen, als we weer thuis zijn?" + +"Ik denk, dat zij het wel zonder woorden zullen zien," zuchtte Jo; +want nu scheen het haar toe, dat Betsy, met den dag verminderde. + +"Misschien niet; ik heb wel eens gehoord, dat de menschen, die +iemand het meest liefhebben, dikwijls het blindst zijn voor zulke +dingen. Als zij het niet zelf zien, zul jij het hun voor mij zeggen, +is 't niet? Ik wil er geen geheim van maken, en het is beter hen +voor te bereiden. Meta heeft John en de kinderen om haar te troosten, +maar jij moet Vader en Moeder helpen, hè Jo?" + +"Als ik kan;--maar Bets, ik geef de hoop nog niet op; ik ben van plan +te gaan gelooven, dat het werkelijk maar een ziekelijke inbeelding +is, en er je van af zien te brengen," zei Jo, haar best doende om +opgeruimd te spreken. + +Betsy lag een oogenblik stil in gedachten verzonken, en begon toen +op haar gewone, kalme manier: + +"Ik weet mij niet goed uit te drukken, en zou het ook anders niet +probeeren, dan tegen jou, omdat ik mij nooit tegen iemand kon uiten, +behalve tegen mijn eigen Jo. Ik wou alleen maar zeggen, dat ik een +gevoel heb, alsof ik nooit bestemd was om lang te leven. Ik ben nooit +heelemaal geweest zooals jullie; ik heb nooit plannen gemaakt over wat +ik doen zou, als ik groot was; ik heb nooit over trouwen gedacht. 't +Was net alsof ik mij zelf nooit anders kon voorstellen dan als de +onbeteekenende kleine Bets, die thuis zoowat heen en weer dribbelde, +en ook nergens anders op haar plaats was. Ik heb ook nooit verlangd +op reis te gaan, en wat mij nu zoo zwaar valt is, dat ik van jullie +allen weg moet. Ik ben niet bang, maar ik geloof, dat ik zelfs in +den hemel heimwee naar jullie zal hebben." + +Jo kon niet spreken; en gedurende verscheiden minuten werd er geen +ander geluid gehoord dan het zuchten van den wind en het kabbelen van +de golfjes. Een witgevleugelde zeemeeuw vloog voorbij--de zonnestralen +beschenen haar zilverige borst; Betsy keek haar na, tot zij uit het +gezicht was, en haar oogen namen een droevige uitdrukking aan. Toen +kwam een klein grijs vogeltje langzaam aantrippelen, zachtkens +tjilpende, alsof het genoot van den zonneschijn en de zee; het wipte +tot vlak bij Betsy, keek haar met zijn vriendelijke oogjes aan, zette +zich op een warmen steen neer, streek zijn veertjes glad, en kende +blijkbaar geen schuwheid. Betsy glimlachte, en voelde zich getroost, +want het kleine diertje scheen haar zijn nietige vriendschap aan te +bieden, en bracht haar in herinnering, dat er nog veel goeds op de +wereld te genieten viel. + +"Aardig diertje! kijk eens Jo, hoe mak het is. Ik houd nog meer van die +kleine beestjes dan van meeuwen; zij zijn wel niet zoo wild en mooi, +maar het lijken zulke vriendelijke, vertrouwelijke diertjes. Verleden +zomer noemde ik ze altijd 'mijn vogels'; en Moeder zei, dat zij haar +aan mij deden denken--bezige, kwakerachtige schepseltjes, altijd dicht +aan de kust, en altijd hun tevreden liedje kweelend. Jij bent een +meeuw, Jo, sterk en wild; storm en wind is je element, ver uitvliegen +over de zee, en gelukkig in de eenzaamheid. Meta is een tortelduif, +en Amy een leeuwerik, die altijd tracht tot in de wolken door te +dringen, maar telkens weer in haar nest terug komt. Lieve, beste +Amy! Zij is wel eerzuchtig, maar haar hart is goed en zacht, en hoe +hoog zij ook vliegen mag, zij zal haar thuis nooit vergeten. Ik hoop, +dat ik haar nog terug zal zien, maar zij lijkt me _zoo_ ver weg." + +"Zij komt in 't voorjaar thuis, en ik heb mij voorgenomen, dat jij in +staat zult zijn haar te zien en van haar te genieten. Ik zal zorgen dat +je tegen dien tijd gezond en frisch bent," begon Jo, met een gevoel, +alsof van al de veranderingen in Betsy, haar spraakzaamheid de grootste +was, want het praten scheen haar nu geen moeite te kosten, en zij dacht +hardop, op een manier die heel buitengewoon was voor de verlegen Bets. + +"Lieve Jo, hoop niet langer; dat dient tot niets, daar ben ik zeker +van. Laten we ons niet van streek maken, maar van elkanders bijzijn +genieten en kalm afwachten. Dan kunnen we nog gelukkige dagen hebben, +want ik lijd niet veel, en ik geloof, dat het getij zachtjes verloopen +zal, als jij mij helpen wilt." + +Jo bukte zich om een kus te drukken op het vreedzame gezichtje; en +met dien stillen kus wijdde zij zich met ziel en lichaam aan Betsy toe. + +Zij had gelijk--toen zij thuis kwamen, waren er geen woorden noodig, +want Vader en Moeder zagen nu duidelijk, wat zij zoo gehoopt en +gebeden hadden, dat hun bespaard mocht worden. Betsy ging, vermoeid +door haar korte reis, dadelijk naar bed en zei telkens, dat zij +toch zoo blij was weer thuis te zijn; en toen Jo beneden kwam, zag +zij, dat de zware taak om Betsy's geheim te vertellen haar bespaard +bleef. Haar vader stond met het hoofd tegen den schoorsteen geleund en +keerde zich niet om toen zij binnenkwam; maar haar moeder strekte de +armen uit naar haar, als om hulp smeekend, en Jo ging haar troosten, +zonder een enkel woord te spreken. + + + + + +HOOFDSTUK XIV. + +NIEUWE INDRUKKEN. + + +Des namiddags vertoont zich heel de groote wereld te Nice op de +Promenade des Anglais--een prachtige, ruime wandelplaats, omzoomd met +palmen, bloemen en tropische gewassen, aan de eene zijde door de zee +omgeven en aan den anderen kant door den grooten rijweg met hotels +en villa's, terwijl men op den achtergrond boomgaarden en heuvelen +ziet. Vele natiën zijn daar vertegenwoordigd, vele talen worden er +gesproken, de grootste verscheidenheid van toiletten kan men er zien, +en op een zonnigen dag is het tooneel, dat zich daar aan het oog +vertoont, vroolijk en schitterend als een carnaval. Hooghartige +Engelschen, levendige Franschen, eenvoudige Duitschers, knappe +Spanjaarden, leelijke Russen, onderdanige Joden, vrije en losse +Amerikanen,--allen rijden, zitten of wandelen hier en critiseeren +de laatst aangekomen celebriteiten: tooneelspelers of schrijvers, +Indische en Europeesche vorsten. De equipages zijn even afwisselend +als het gezelschap, en trekken evenzeer de aandacht, vooral die, welke +door dames bestuurd worden, met een paar vurige paarden bespannen, +en met een onberispelijken kleinen groom achterop! + +Eersten Kerstdag wandelde een lang jongmensch deze promenade af, +de handen op den rug en met een gezicht, alsof zijn gedachten ver +weggedwaald waren. Hij had het donkere type van een Italiaan, was +gekleed als een Engelschman, doch had die zekere onafhankelijkheid +over zich, waardoor de Amerikaan zich kenmerkt--een combinatie, +die de oorzaak was, dat menig vrouwenoog hem bewonderend nakeek, +en menige dandy met fijne das, modieuse handschoenen en een kostbare +bloem in zijn knoopsgat, noopte de schouders op te trekken, om hem +daarna van harte zijn flinke gestalte te benijden. Er waren genoeg +lieve gezichtjes te bewonderen, maar de jonge man lette er niet op, +tenzij om nu en dan naar een slank blond meisje in 't blauw rond te +kijken. Na een poos verliet hij de file en stond een oogenblik bij een +kruispunt stil, alsof hij niet besluiten kon wat te doen--luisteren +naar de muziek in den Jardin Publique of langs het strand wandelen naar +Castle Hill. Het snelle geklikklak van ponyhoeven deed hem omzien naar +een klein rijtuigje dat in volle vaart de straat af kwam. Er zat een +dame in; zij was jong, blond en in 't blauw. Hij tuurde een oogenblik +met alle aandacht; toen leefde zijn gezicht heelemaal op, en als een +jongen zijn hoed zwaaiend, stoof hij op haar af om haar te begroeten. + +"O, Laurie, ben je 't heusch? Ik dacht, dat je _nooit_ komen zou!" riep +Amy, en terwijl ze de teugels losliet, strekte ze beide handen uit, +tot groote verontwaardiging van een Fransche mama, die haar stap +verhaastte, ter wille van haar dochter, uit vrees, dat deze de +ergerlijk vrije manieren zou zien van die "onmogelijke Engelschen." + +"Ik werd opgehouden, maar ik beloofde de Kerstdagen bij je door te +brengen, en--hier ben ik." + +"Hoe gaat het met je grootvader? Wanneer ben je gekomen? Waar +logeer je?" + +"Heel goed--gisterenavond--bij Chauvain. Ik trachtte je in je hotel +op te zoeken, maar jullie waren allemaal uit." + +"Mon Dieu! Ik heb zooveel te zeggen, dat ik niet weet, waarmee te +beginnen. Rijd mee, dan kunnen wij op ons gemak praten; ik had zoo'n +lust om wat te gaan rijden, en verlangde juist naar gezelschap. Flo +spaart zich voor vanavond." + +"Wat is er dan--een bal?" + +"Een kerstpartij in ons hôtel. Daar zijn verscheiden Amerikanen +gelogeerd, en zij geven het feest ter eere van den dag. Je gaat zeker +wel met ons mee, is 't niet? Tante zou het heel prettig vinden." + +"'t Is goed; waar gaan we nu heen?" vroeg Laurie, en leunde achterover +met de armen over elkander, een houding, die zeer in Amy's smaak +viel, daar zij liefst zelve mende, want haar parasol-zweep en blauwe +leidsels kwamen tot haar groote voldoening zoo bizonder mooi uit +tegen de witte ponies. + +"Ik ga eerst even naar het postkantoor om te kijken of er ook brieven +zijn, en dan naar Castle Hill; het uitzicht is er zoo mooi, en ik +voer de pauwen zoo graag. Ben je er wel eens geweest?" + +"Dikwijls, maar dat is al jaren geleden; ik heb er dus niets tegen +om er nog eens heen te gaan." + +"Vertel mij nu eens alles van jezelf. Het laatste wat ik van je +gehoord heb, is uit een brief van je grootvader, waarin hij schreef, +dat hij je uit Berlijn terug verwachtte." + +"Ja, daar ben ik een maand geweest, en toen een poosje bij hem in +Parijs, waar hij dezen winter denkt te blijven. Hij heeft daar nog +al heel veel vrienden, en overvloed van dingen, waarmee hij zich +kan bezighouden. Intusschen reis ik heen en weer, en dat gaat zoo +uitstekend." + +"Prachtig bedacht," zei Amy, die Laurie anders vond dan gewoonlijk, +hoewel zij niet kon zeggen, wat er precies aan scheelde. + +"Och, zie je, hij houdt niet van reizen, en ik heb een hekel aan +stil zitten; we doen dus allebei waar we zin in hebben, en leven zoo +in vrede. Ik ben dikwijls bij hem, en hij geniet van mijn avonturen, +terwijl ik het een prettig gevoel vind, dat er iemand is, die blij is +mij te zien, als ik van mijn zwerftochten terugkeer. Een smerig, oud +hol, vind je niet?" voegde hij er met een gebaar van afschuw bij, toen +zij langs de boulevard naar de Place Napoleon in de oude stad reden. + +"Dat smerige is schilderachtig, en daarom hindert het mij niet. De +rivier en de heuvels zijn heerlijk, en die kijkjes in de nauwe +dwarsstraatjes vind ik alleraardigst. Nu zullen we even moeten +ophouden om die processie te laten passeeren; ze gaat naar de kerk +van St. Jean." + +Terwijl Laurie met een overschillig gezicht naar den optocht keek +van priesters onder hun troonhemels, nonnen met witte sluiers en +brandende kaarsen in de hand, en van de een of andere monniksorde +in blauwe gewaden, die al voortwandelend plechtig zongen, nam Amy +hem eens goed op en gevoelde ze, dat een ongekende verlegenheid zich +van haar meester maakte, want haar jeugdvriend was veranderd, en zij +kon den vroolijken jongen dien zij verlaten had, niet terugvinden +in den somber starenden man naast haar. Hij was veel knapper dan +vroeger en er bizonder op vooruitgegaan, vond ze; maar nu de blos +van genoegen door de ontmoeting gewekt, weer verdwenen was, zag hij +er vermoeid en droefgeestig uit--niet ziek, niet bepaald ongelukkig, +maar ouder en ernstiger dan een paar voorspoedige jaren hem moesten +gemaakt hebben. Zij begreep het niet en durfde geen vragen doen; +hoofdschuddend trok ze dus de teugels aan, daar de processie de +Paglionibrug overtrok en in de kerk verdween. + +"_Que pensez-vous?_" vroeg zij, haar Fransch eens luchtende, dat +sinds haar verblijf in het buitenland veel gewonnen had in quantiteit, +al was 't misschien niet in qualiteit. + +"Dat mademoiselle een goed gebruik heeft gemaakt van haar tijd, en de +uitslag betooverend is," antwoordde Laurie, terwijl hij met de hand +op het hart en een bewonderenden blik, een buiging voor haar maakte. + +Zij bloosde van genoegen, maar toch voldeed het compliment haar niet +zoo goed als de onbewimpelde loftuitingen, die hij haar thuis wel eens +gaf, als hij bij feestelijke gelegenheden haar van alle kanten bekeek +en zei, dat zij er "kranig" uitzag, met een hartelijken glimlach en +een goedkeurend tikje op het hoofd. De nieuwe toon beviel haar niet; +want hoewel deze niet bepaald _blasé_ klonk, was er toch, in weerwil +van den bewonderenden blik, iets onverschilligs in. + +"Als hij zóó'n soort van man wordt, wou ik maar, dat hij een jongen +bleef," dacht zij, met een vreemd gevoel van teleurstelling en spijt, +hoewel zij haar best deed op haar gemak en vroolijk te schijnen. + +Aan het postkantoor vond zij de kostbare brieven van huis, en +de teugels aan Laurie gevende, las zij ze met innig genot, op een +schaduwrijken weg tusschen groene hagen, waar de theerozen zoo frisch +bloeiden, alsof het Juni was. + +"Bets is heel zwak, schrijft Moeder. Ik denk dikwijls, dat ik eigenlijk +liever naar huis zou gaan, maar zij roepen allemaal 'Blijf toch,' +en dus blijf ik maar, omdat ik nooit weer zoo'n gelegenheid zal +hebben als deze," zei Amy, en herlas toen de bladzijde nog eens met +een ernstig gezicht. + +"Ik geloof, dat je gelijk hebt; je kunt thuis toch niets doen, en +het geeft hun een rustig gevoel, dat jij hier zoo gelukkig bent, +en zooveel geniet, kleintje." + +Hij schoof wat naderbij, en was weer volkomen de oude, toen hij +dat zei; en de vrees, die nu en dan Amy's hart bezwaarde, werd +veel minder, want de blik, de daad, het broederlijk "kleintje", +gaven haar de verzekering, dat zij _indien_ er iets mocht gebeuren, +niet alleen zou staan in het vreemde land. Een oogenblik later begon +zij hartelijk te lachen, en liet hem een klein teekeningetje zien, +dat Jo moest voorstellen in haar schrijftoilet met een roset recht +overeind op haar muts, terwijl uit haar mond de woorden kwamen: +"Het goddelijk vuur brandt!" + +Laurie glimlachte, nam het papiertje, stak het in zijn vestzakje +"het mocht eens wegwaaien" en luisterde met belangstelling naar den +levendigen brief, dien Amy hem voorlas. + +"Dit zal werkelijk een heerlijk Kerstfeest voor mij zijn; 's morgens +cadeaux, 's middags jou en de brieven, en 's avonds een partij," zei +Amy, toen zij bij de overblijfselen van het oude fort uitstapten, +en er verscheiden prachtige pauwen naar hen toekwamen, geduldig +wachtende tot zij gevoerd zouden worden. + +Terwijl Amy lachend stukjes brood kruimelde voor de schitterende +vogels, nam Laurie haar ongeveer op dezelfde manier op, als zij hem +gedaan had, met een zeer verklaarbare nieuwsgierigheid, om te zien +welke veranderingen tijd en afwezigheid hadden teweeggebracht. Hij +ontdekte niets bedroevends of teleurstellends, maar integendeel +veel aantrekkelijks en bevredigends, want behalve enkele kleine +gemaaktheidjes in spreekwijze en manieren, was Amy even levendig en +bevallig als altijd, terwijl zij zich dat zeker onbeschrijfelijk +iets in kleeding en houding had eigen gemaakt, dat wij "elegance" +noemen. Zij was altijd oud geweest voor haar jaren, en had een zeker +_aplomb_ in haar optreden gekregen, dat haar, meer dan zij was, een +vrouw van de wereld deed schijnen; maar haar oude lichtgeraaktheid +kwam nu en dan nog weer eens boven, haar krachtige wil uitte zich +telkens even, en haar aangeboren oprechtheid had niets geleden door +het buitenlandsch vernisje. + +Dat alles werd echter niet zoo onmiddellijk door Laurie opgemerkt, +terwijl zij de pauwen voerde, maar hij zag genoeg wat hem bevredigde en +belang inboezemde, en hij behield de herinnering aan een vriendelijk +lachend meisje dat in den zonneschijn, die de teere tint van haar +toiletje, den fijnen blos van haar wangen, en den gouden glans van +haar lokken te beter deed uitkomen, de hoofdfiguur vormde in een +alleraardigst tafreeltje. + +Toen zij het steenen plateau op den top van den heuvel bereikt hadden, +heette Amy hem met een vriendelijke handbeweging welkom op haar +lievelingsplekje, en vroeg, hem hier en daar enkele punten aanwijzend: + +"Herinner je je alles nog? de Kathedraal en het Corso, de visschers, +die hun netten de baai insleepen, en den schilderachtigen weg naar +Villa Franca; Schubert's toren, daar juist beneden ons, en niet te +vergeten, dat stipje ver in zee, dat Corsica moet wezen?" + +"Ik herinner het mij best, het is hier niet veel veranderd," antwoordde +Laurie, zonder de minste opgewektheid. + +"Wat zou Jo niet geven voor een kijkje op dat beroemde stipje!" zei +Amy, die echt in haar schik was en hem ook zoo graag vroolijk wilde +zien. + +"Ja," was het eenig antwoord, maar hij keerde zich om en tuurde strak +naar het eiland, dat hem nu, ter wille van een nog grooter overweldiger +dan zelfs Napoleon geweest was, belangrijk toescheen. + +"Neem het vooral eens goed op om het Jo te kunnen beschrijven en +vertel mij dan eens, wat je den laatsten tijd al zoo gedaan hebt," +verzocht Amy, en ze ging zitten om een gezellig praatje te houden. + +Maar dat lukte niet, want hoewel hij naast haar neerviel en al haar +vragen uitvoerig beantwoordde, kwam zij niet veel meer te weten, dan +dat hij het vasteland rondgereisd had en naar Griekenland geweest +was. Nadat zij zoo een uurtje hadden zoek gebracht, reden zij weer +naar huis, en na zijn opwachting gemaakt te hebben bij mevrouw Carrol, +verliet Laurie haar, met de belofte, 's avonds terug te zullen komen. + +IJdele Amy maakte dien avond bizonder veel werk van haar toilet. + +Tijd en afwezigheid hadden hun invloed op de beide jongelieden doen +gelden; zij had haar ouden vriend in een nieuw licht gezien,--niet +als "onze Laurie", maar als een knappe, aantrekkelijke jonge man, +en zij voelde de zeer natuurlijke begeerte in zich opkomen, genade +te mogen vinden in zijn oogen. Amy verstond de kunst, door smaak en +handigheid zooveel mogelijk partij te trekken van haar uiterlijke +gaven; een gelukkig talentje voor een onbemiddeld jong meisje. + +Dunne stofjes waren goedkoop te Nice, dus maakte zij daar bij zulke +gelegenheden gebruik van, en door de verstandige Engelsche mode te +volgen, die jonge meisjes eenvoud in kleeding voorschrijft, wist zij +bekoorlijke toiletjes samen te flansen met als eenige garneering +een paar frissche bloemen, een enkel kostbaar versiersel, of een +paar aardige kleinigheden, die goedkoop waren en toch veel effect +maakten. 't Is waar, soms overheerschte de kunstenares de vrouw en +liet zij zich verleiden tot antieke _coiffures_, statige houdingen +en klassieke draperieën. Maar och, wij hebben allen onze kleine +zwakjes, en kunnen ze de jeugd gemakkelijk vergeven, daar zij ons hart +vervroolijkt door haar onschuldige ijdelheid en haar frissche bekoring. + +"Ik wou zoo graag dat hij mij knap vond en dat thuis vertelde," +dacht Amy, toen zij een oud wit zijdje van Flo als onderjapon aandeed +en daarover heen een wolk van voile liet glijden, die haar blanke +schouders en goudlokkig hoofdje heel bevallig deed uitkomen. Zij was +zoo wijs haar haar te laten zooals het was, en vergenoegde zich de +blonde krullen in een dikken toet vast te steken à la Hebe. + +"Het is wel niet modieus, maar 't staat mij goed, en ik kan mijzelf +niet leelijk maken," was gewoonlijk haar antwoord, als men haar +aanraadde, haar haar te branden of rollen te dragen, zooals de laatste +smaak voorschreef. + +Daar zij geen sieraden had, die mooi genoeg waren voor dezen +gewichtigen avond, tooide Amy zich enkel met een paar rozeroode +azalia's, bekeek met een blik van meisjesachtigen trots haar +wit satijnen schoentjes (gedachtig aan de geverfde van vroeger), +ruischte toen de kamer eens op en neer en bewonderde in haar eentje +haar aristocratische voetjes. + +"Mijn nieuwe waaier kleurt goed bij mijn bloemen, mijn handschoenen +zitten keurig, en die echte kant aan tante's zakdoek geeft iets fijns +aan mijn heele toilet. Had ik nu nog maar een klassieken neus en mond, +dan zou ik volmaakt gelukkig zijn," zei zij, terwijl ze zichzelf met +een critisch oog voor den grooten spiegel beschouwde, een kaars in +iedere hand. In weerwil van dat kruis, zag zij er bizonder vroolijk +en lief uit, toen zij naar beneden zweefde; zij liep zelden hard,--zij +vond, dat het niet bij haar persoonlijkheid paste; daar zij nog al lang +was, stond het haar beter zich statig en Junoachtig te gedragen, dan +dartel of piquant. Al wachtende op Laurie, liep ze de lange zaal op en +neer, en bleef even onder de kroon staan, waardoor het licht zoo mooi +op haar blond haar viel; maar zij bedacht zich en ging naar het andere +eind der kamer,--alsof zij zich schaamde over den meisjesachtigen +wensch, dat de eerste indruk een voordeelige mocht zijn. Zij had niet +beter kunnen doen, want Laurie kwam zoo zachtjes binnen, dat zij hem +niet hoorde; en zooals zij daar aan het achterste raam stond, met +half afgewend hoofd, de eene hand bevallig haar waaier vasthoudend, +maakte de slanke witte gedaante tegen de roode gordijnen het effect +van een mooi beeld, dat men met opzet daar een plaats had aangewezen. + +"Goeien avond, Diana!" riep Laurie met den goedkeurenden blik, dien +zij zoo gaarne op zich zag rusten. + +"Goeien avond, Apollo!" antwoordde zij met een glimlach,--want ook +hij zag er "in de puntjes uit"--en het denkbeeld de balzaal binnen +te komen aan den arm van zoo'n knap jongmensch deed Amy de vier +alledaagsche juffrouwen Davis uit het diepst harer ziel beklagen. + +"Hier zijn je bloemen! Ik heb ze zelf geschikt, want ik herinnerde +me, dat je niet houdt van wat Hanna een 'pracht van een boeket' +noemt," zei Laurie en overhandigde haar een smaakvolle touffe, in +een houder waarnaar zij al lang met begeerige oogen had gekeken, +op haar dagelijksche wandeling langs Cardiglia's winkelramen. + +"Wat vreeselijk aardig van je!" riep zij dankbaar; "als ik geweten +had, dat je komen zou, had ik vandaag ook voor een Kerstpresentje voor +je gezorgd, hoewel ik vrees, dat het niet zoo mooi geweest zou zijn, +als dit." + +"Dank je; het is nog wel niet, wat het moest zijn, maar jij verhoogt er +de schoonheid van," voegde hij er bij, toen zij den zilveren bracelet, +dien hij uit zijn zak had gehaald, aan haar arm deed. + +"Hè, toe, Laurie, zeg zulke dingen niet!" + +"Ik dacht dat je dat nogal aardig vond!" + +"Niet uit jouw mond; het klinkt zoo onnatuurlijk, ik houd meer van +je oude rondheid." + +"Daar ben ik blij om," antwoordde hij met een gevoel van +verluchting. Toen knoopte hij haar handschoenen voor haar dicht, +en vroeg of zijn dasje wel recht zat, zooals hij gewoon was te doen, +als zij thuis samen naar een partijtje gingen. + +Een cosmopolitisch gezelschap als dien avond bijeenkwam in de +lange eetzaal, kan men nergens anders zien dan op het vasteland. De +gastvrije Amerikanen hadden al hun bekenden uit Nice genoodigd, en +daar zij niets hadden tegen een titel, waren er een paar geïnviteerd, +ter opluistering van hun Kerstavondbal. + +Een Russische prins achtte het niet beneden zich een uur lang in een +hoek te zitten praten met een kolossale dame, die, even als Hamlet's +moeder, in zwart fluweel was gekleed met een paarlentoom onder haar +kin. Een Poolsche graaf, achttien jaar oud, wijdde zich met hart en +ziel aan de dames, die hem dan ook voor een "engel" verklaarden, en de +een of andere Duitsche Hoogheid, alleen om het souper gekomen, dwaalde +in den wilde rond, speurende naar wat hij zou kunnen verslinden. De +geheim-sekretaris van baron von Rothschild, een jood met een zeer +grooten neus en eng sluitende laarzen, keek met genadig welgevallen op +de aanwezigen neer, alsof zijns meesters naam hem met een stralenkrans +omgaf; een forsch Franschman, die den keizer wel kende, kwam om aan +zijn hartstocht voor dansen te voldoen, en Lady de Jones, een Britsche +matrone, luisterde met haar acht kinderen het feest op. Natuurlijk +waren er veel Amerikaansche meisjes, licht van tred en schel van +stem, mooie Engelsche wassen beeldjes, en een paar alledaagsche, +maar piquante Fransche juffertjes. Zoo ook het gewone publiek van +reislustige jongeheeren, die zich kostelijk amuseerden, terwijl +mama's uit alle natiën langs de vier wanden zaten, en hen met een +goedgunstigen glimlach nakeken, wanneer zij met hun dochters dansten. + +Ieder jong meisje kan zich voorstellen wat er in Amy omging, toen zij +dien avond "ten tooneele trad", geleund op Laurie's arm. Zij wist, dat +zij er goed uitzag, zij hield veel van dansen, zij voelde, dat haar +voetjes thuis waren in een balzaal, en genoot van het machtsbesef, +dat in jonge meisjes ontwaakt, wanneer zij voor het eerst het nieuw +en heerlijk koninkrijk betreden, waarin zij, rechtens schoonheid, +jeugd en geslacht, mogen heerschen. Zij beklaagde de meisjes Davis, +die linksch en alledaagsch waren, en geen ander geleide hadden dan +een grimmigen papa en drie nog grimmiger ongetrouwde tantes, en ze +groette hen in het voorbijgaan met een allervriendelijkste buiging, +wat heel lief van haar was, daar zij ze zoodoende in staat stelde om +haar japon op te nemen, en van nieuwsgerigheid te branden om te weten, +wie haar gedistingeerde vriend toch wel mocht zijn. Zoodra de muziek +zich deed hooren steeg Amy's blos, haar oogen begonnen te schitteren, +en haar voet sloeg ongeduldig de maat, want zij verlangde er naar +Laurie eens te toonen hoe goed zij walste. 't Is dus duidelijk wat +zij moest gevoelen, toen hij op doodkalmen toon vroeg: + +"Heb je soms lust om te dansen?" + +"Daar heeft iemand op een bal gewoonlijk lust in!" + +Haar verbaasde blik en kort antwoord noopten Laurie zijn misstap zoo +spoedig mogelijk weer goed te maken. + +"Ik bedoelde den eersten dans. Mag ik de eer hebben?" + +"Ik kan je dien alleen geven, als ik den Poolschen graaf bedank. Hij +danst goddelijk, maar hij zal het mij wel niet kwalijk nemen, omdat jij +een oud vriend bent," zei Amy, in de hoop, dat de naam zijn uitwerking +niet zou missen en Laurie doen zien, dat ze niet met zich liet spelen. + +"Een aardig jongetje, maar een wel wat kleine staf om de schreden te +steunen van: + + + "Een godendochter, hemelsch schoon + En met een godd'lijk slanke leest," + + +was al de voldoening, die zij kreeg. + +Het clubje, waarin zij zich op dat oogenblik bevonden, bestond alleen +uit Engelschen, en Amy zag zich genoodzaakt heel stemmig een cotillon +te dansen, met een gevoel, alsof het haar een voldoening zou zijn +geweest, de Tarantella door te vliegen. Laurie gaf haar over aan het +"aardige jongetje," en ging zijn plicht vervullen bij Flo, zonder +zich voor de volgende genotvolle oogenblikken van Amy verzekerd te +hebben, welk schuldig verzuim behoorlijk gestraft werd, want zij +engageerde zich onmiddellijk tot aan het souper, met het plan echter +om inschikkelijk te zijn, als hij dan nog eenig teeken van berouw +mocht geven. Zij liet hem niet zonder voldoening haar balboekje zien, +toen hij heel bedaard kwam aanwandelen, in plaats van naar haar toe te +vliegen om haar voor den volgenden dans, een heerlijke polka-redowa, +te vragen; maar zijn beleefde betuigingen van spijt fopten haar niet, +en toen zij met het graafje rondzweefde, zag zij Laurie, met een +uitdrukking van verlichting op zijn gezicht, bij haar tante zitten. + +Dat was onvergeeflijk; en Amy nam geruimen tijd geen notitie van hem, +behalve dat ze hem nu en dan een woordje gunde, als zij tusschen +de dansen eens bij haar tante kwam om een speld of een oogenblik +rust. Haar toorn had echter een goede uitwerking, want zij verborg +dien onder een glimlachend gezicht en scheen buitengewoon vroolijk en +geestig. Laurie's oogen volgden haar met genoegen, want zij vloog niet +en sprong niet, maar danste rustig en bevallig, en liet het genoeglijk +tijdverdrijf zijn, wat het behoort te wezen. Natuurlijkerwijze begon +hij haar van uit dit nieuwe gezichtspunt te bestudeeren, en kwam hij, +eer de avond half om was, tot de overtuiging, dat "kleine Amy een +heel aantrekkelijke vrouw beloofde te worden." + +Het was een alleraardigste avond, want weldra kwam de echt gezellige +kerstgeest over allen, en de kerstvermakelijkheden deden alle +gezichten stralen, maakten alle harten vroolijk en alle voeten +vlug. De muzikanten fiedelden, bliezen en floten, alsof zij er zelf +plezier in hadden; ieder, die maar eenigszins kon, danste, en zij, +die het niet konden, bewonderden de walsers met ongewone warmte. Het +wemelde van Davisen, en de Jonesjes huppelden als een kudde jonge +giraffen. De gouden sekretaris vloog als een meteoor door de zaal met +een coquette Française, die den grond zweepte met haar rood satijnen +sleep. De Duitsche Hoogheid vond de aangerichte soupertafel, en +voelde zich volmaakt gelukkig, nu hij het geheele menu kon afwerken, +terwijl hij de kellners grooten schrik aanjoeg door de bres die +hij schoot. Maar de vriend des keizers overdekte zich met roem, +want hij danste "alles", of hij het kende of niet, en voerde maar +een inpromptu pirouette uit, als hij zich niet door de figuren kon +heenredden. Het deed iemand goed, het jeugdig vuur van dien forschen +man te zien, en hoewel hij heel wat mee te dragen had, danste hij +als een elastieken bal. Hij trippelde, hij vloog, hij galoppeerde; +zijn gezicht gloeide, zijn kaal hoofd glom, de panden van zijn jas +fladderden wild om hem heen, en toen de muziek zweeg, wischte hij de +droppels van zijn voorhoofd en keek met stralende oogen neer op zijn +medemenschen, als een Fransche Pickwick zonder bril. Amy en haar Pool +onderscheidden zich door evenveel enthousiasme, maar meer elegance, +en Laurie hield onbewust maat met de witte schoentjes die hem telkens +onvermoeid en als gevleugeld voorbij snelden. Toen de kleine Vladimir +haar eindelijk verliet, met de verzekering, "dat hij _désolé_ was, +zoo vroeg weg te moeten," bleek zij niet ongenegen wat rust te nemen, +en te zien hoe haar ontrouwe ridder zijn straf gedragen had. + +De onwillekeurige afleiding had hem goed gedaan. Op drie en +twintigjarigen leeftijd vindt een ongelukkige liefde nog balsem +in vriendschappelijk verkeer, en jonge zenuwen trillen, en +jong bloed danst, en gezonde jonge gemoederen luiken op, als zij +worden overgelaten aan de bekoring van schoonheid, licht, muziek en +beweging. Laurie zag er veel monterder uit, toen hij opstond om haar +zijn plaats af te staan; en toen hij wegvloog om haar een versnapering +te bezorgen, zei zij met een voldanen glimlach tot zichzelve: + +"Ja, ik dacht wel, dat het hem goed zou doen!" + +"Je lijkt op Balzac's 'Femme, peinte par elle-même,' zei hij, terwijl +hij met de eene hand haar waaier en met de andere haar glas vasthield. + +"Mijn rouge zal er niet afgaan," en Amy wreef haar gloeiende wang +en toonde hem haar witten handschoen met zoo'n ernstigen eenvoud, +dat hij hardop begon te lachen. + +"Hoe noem je dit goed?" vroeg hij en wees op een plooi van haar japon, +die over zijn knie gewaaid was. + +"Voile." + +"Een juiste naam, het flatteert--iets nieuws, zeker?" + +"Het is zoo oud als de weg naar Rome; je kunt het van honderd meisjes +gezien hebben, en ziet nu eerst dat het goed staat--_stupide_!" + +"Ik heb het jou nog nooit zien dragen, en dat verklaart de vergissing +volkomen!" + +"Zulke praatjes zijn verboden waar; ik zou op het oogenblik liever +ijs hebben dan complimenten. Neen, hang niet zoo smachtend, dat maakt +me zenuwachtig." + +Laurie schoot stijf rechtop, nam heel zachtzinnig haar leeg bordje +aan en schepte er een eigenaardig soort van vermaak in, zich zoo +door "kleine Amy" te laten commandeeren; want zij was nu niet langer +verlegen en voelde een onweerstaanbare begeerte hem op de vingers te +tikken, zooals meisjes zoo aardig kunnen doen, wanneer een heer der +schepping eenig teeken geeft van onderworpenheid. + +"Waar heb je al die soort van dingen geleerd?" vroeg hij met een +onderzoekenden blik. + +"Daar 'al die soort van dingen' nog al vaag klinkt, zul je misschien +wel zoo goed willen zijn je nader te verklaren?" antwoordde Amy, +die heel goed wist, wat hij bedoelde, maar hem ondeugend opdroeg te +beschrijven, wat onbeschrijfbaar is. + +"Dat heele air: die maniertjes, dat zelfbewuste, +dat--uitgaand-meisjes-achtige," zei Laurie lachend, toen hij niet +verder kon en zich met dat nieuwe woord uit de verlegenheid zocht +te helpen. + +Amy was voldaan, maar toonde dat natuurlijk niet en antwoordde effen: + +"Een verblijf in het buitenland polijst iemand, zonder dat hij het zelf +weet, maar ik studeer toch ook, al amuseer ik mij; en wat dit betreft +(met eene kleine handbeweging naar haar japon) och, voile is goedkoop, +bloemen krijg je haast voor niets, en ik ben gewend zooveel mogelijk +te maken van mijn arme kleine bezittingen." Amy had eigenlijk spijt +van die laatste woorden, uit vrees, dat het niet _comme il faut_ +was, maar Laurie had er haar te liever om, en bewonderde en achtte +het moedig geduld, dat van elke gelegenheid partij trok, en den +veerkrachtigen geest, die armoede bedekte met bloemen. Amy begreep +niet, waarom hij haar opeens zoo hartelijk aankeek, of waarom hij haar +boekje invulde met zijn eigen naam en zich voor het overige van den +avond op de plezierigste manier aan haar wijdde; maar de opwelling, +die deze aangename verandering teweegbracht was het gevolg van een der +nieuwe indrukken, die beiden, zonder het te weten, gaven en ontvingen. + + + + + +HOOFDSTUK XV. + +OP ZIJ GEZET. + + +In Frankrijk leiden de jonge meisjes een vrij vervelend leven, +totdat zij in het huwelijk treden, wanneer "vive la liberté," hun leus +wordt. In Amerika echter, teekenen, zooals ieder weet, de meisjes reeds +vroeg een onafhankelijkheidsverklaring en genieten met republikeinschen +ijver van hun vrijheid, maar de jonggehuwde vrouwen deden, in Meta's +tijd, gewoonlijk afstand van de regeering, bij de geboorte van den +troonopvolger, en trokken zich terug in een afzondering, die veel had +van een Fransch nonnenklooster, hoewel ze dit, wat stilte betreft, +volstrekt niet evenaarde. Of zij het plezierig vonden of niet, zij +werden feitelijk, zoodra de drukte van de bruiloft voorbij was, op +zij gezet, en de meesten konden gerust de woorden overnemen van een +bizondere beauté uit die dagen: "Ik ben nog even mooi als altijd, +maar niemand neemt meer eenige notitie van mij, omdat ik getrouwd ben." + +Daar Meta geen schoonheid of mondaine vrouw was, deed zij deze +droevige ondervinding niet op, dan voordat haar kindertjes een jaar +waren,--want in haar kleine wereld behielden de eenvoudige gewoonten +nog de overhand, en zij zag zich meer dan ooit bewonderd en bemind. Ze +was een huishoudelijk vrouwtje met een zeer sterk moederlijk instinct, +en zij was zoo geheel verdiept in haar tweeling, dat zij buiten +alles en allen leefde. Nacht en dag wijdde zij zich onvermoeid aan +hen en liet John over aan de teedere zorg der dienstmaagd, want een +Iersche vrouw zwaaide nu den schepter in het keukendepartement. John +met zijn huiselijken aard, miste de kleine attenties erg, die zijn +vrouw gewoon was hem te bewijzen; maar daar hij zijn kleintjes innig +liefhad, offerde hij er voor een poosje met blijdschap genoegen en +gemak aan op, in de veronderstelling, dat de rust spoedig hersteld +zou zijn. Maar drie maanden gingen voorbij en de rust keerde niet +weer; Meta zag er afgemat en zenuwachtig uit, de kinderen namen ieder +oogenblik van haar tijd in beslag, het huishouden werd verwaarloosd, +en Kitty, de keukenprinses, die het leven gemakkelijk opnam, hield +John zeer kort. Als hij 's morgens uitging, werd hij beladen met +allerlei boodschappen voor de gebonden mama; kwam hij 's avonds thuis, +vol verlangen om de zijnen te omhelzen, dan werd hem dadelijk een +domper opgezet met een: "st! zij slapen juist, na den gansenen dag +lastig te zijn geweest!" Stelde hij een of ander pretje in huis voor: +"Neen, het zou de kinderen wakker houden." Zinspeelde hij op een +lezing of een concert, dan kreeg hij tot antwoord een verwijtenden +blik en een beslist: "Mijn kinderen alleen laten, om plezier te +gaan maken? nooit!" Zijn slaap werd gestoord door kindergeschrei en +visioenen van een spookachtige gedaante, die in de nachtwake onhoorbaar +de kamer op en neer wandelde: zijn maaltijden werden afgebroken +door de gedurige vlucht van de tafelvoorzitster, die hem, al was +hij maar half bediend, alleen liet, zoodra zij een gesmoord getjilp +uit het nestje boven hoorde, en als hij 's avonds de courant las, +raakte Demi's hoest wel eens tusschen de scheepstijdingen, en oefende +Daisy's val invloed uit op het rijzen of dalen der effecten,--want +mevrouw Brooke stelde in niets belang dan in huiselijk nieuws. + +De arme man voelde zich alles behalve gelukkig, want de kinderen +hadden hem van zijn vrouw beroofd; zijn huis was niets anders dan een +kinderkamer, en het onophoudelijk "st!" maakte, dat hij zich als een +lompen indringer begon te beschouwen, zoodra hij den voet zette op den +drempel van het Kinderrijk. Hij verdroeg het zes maanden lang met het +grootste geduld, en toen zich geen teekenen van verbeteren vertoonden, +deed hij, wat andere vaderlijke bannelingen doen, en trachtte elders +eenigen troost te vinden. Scott was getrouwd en had niet ver vandaar +zijn tenten opgeslagen, en John gewende er zich aan 's avonds een +paar uurtjes over te loopen, als zijn eigen huiskamer toch leeg was, +en zijn vrouw eindelooze wiegeliedjes zong. Mevrouw Scott was jong, +levendig en mooi, had niets te doen dan zich aangenaam te maken, en +zij kweet zich voortreffelijk van haar taak. De huiskamer was er altijd +gezellig en aantrekkelijk, het schaakbord altijd bij de hand, de piano +gestemd, overvloed van vroolijk gekeuvel, en een lekker soupeetje +in een oogwenk klaar om iemand tot blijven te verleiden. John zou +zijn eigen haard verkozen hebben, als hij zich niet zoo eenzaam had +gevoeld, maar nu dat eenmaal zoo was, nam hij dankbaar het naastbij +gelegen goede, en genoot het gezelschap van zijn buren. + +Meta keurde in het eerst die nieuwe schikking wel goed, en vond +het een uitkomst, te weten, dat John een plezierigen avond had, in +plaats van beneden te zitten dommelen of door het huis te stappen, +waardoor de kinderen wakker werden. Maar toen, na verloop van tijd, +de verdrietelijkheden van het tanden krijgen voorbij waren, en de +afgodjes Mama tijd lieten om eens even uit te rusten, begon zij John te +missen en haar werkmandje alles behalve opwekkend gezelschap te vinden, +als hij niet tegenover haar zat in zijn oude huisjas en dood op zijn +gemak zijn pantoffels schroeide voor den gloeienden haard. Zij wou +hem niet vragen thuis te blijven, maar voelde zich gegriefd dat hij +niet uit zichzelven begreep, hoe zij naar zijn gezelschap verlangde, +daarbij geheel vergetende hoe menigen avond hij te vergeefs op _haar_ +gewacht had. Zenuwachtig en afgetobd door waken en zwoegen, raakte ze +in de onredelijke gemoedsstemming waarin de beste moeder nu en dan wel +eens kan verkeeren, wanneer huiselijke zorgen haar drukken, gebrek +aan beweging haar van haar opgeruimdheid berooft, en ze een gevoel +krijgt, alsof zij alleen uit zenuwen en niet ook uit spieren bestaat. + +"Ja," zei zij wel eens en keek in den spiegel, "ik word al oud en +leelijk, John vindt niet veel bizonders meer aan mij; dus laat hij +zijne verwelkte vrouw alleen, en gaat naar zijn mooi buurvrouwtje, +dat geen zorgen heeft. Enfin, de kinderen hebben mij lief; die geven +er niet om, of ik mager en bleek ben, en geen tijd heb om mijn haar +te crêpeeren; zij zijn mijn troost, en eenmaal zal John inzien, wat +ik met vreugde voor hen heb opgeofferd,--zal hij niet, mijn lieveling?" + +Op welke roerende toespraak Daisy gewoonlijk antwoordde met zacht +gekir; en Demi met luid gekraai, waarna Meta een einde maakte aan +haar klachten door een moederlijke stoeipartij, die voor het oogenblik +haar eenzaamheid verzoette. Maar het verdriet werd grooter, naarmate +John verdiept raakte in de politiek en altijd naar Scott overliep +om belangrijke questies met hem te bespreken, terwijl het niet in +zijn gedachten scheen op te komen, dat zijn vrouw hem miste. Ze zei +er echter geen woord van, totdat haar moeder haar op zekeren dag +in tranen vond en er op aandrong de reden te hooren--want Meta's +gedruktheid was haar aandacht niet ontsnapt. + +"Ik zou het niemand willen zeggen dan aan u, Moeder, maar ik heb +heusch raad noodig, want als John nog lang zoo doet, kon ik even +goed een weduwe zijn," barstte mevrouw Brooke los en droogde met een +gegriefd gezicht de tranen af aan Daisy's bavetje. + +"Nog lang zoo doet; hoe meen je dat, kindlief?" vroeg haar moeder +bezorgd. + +"Hij is den heelen dag uit, en 's avonds, als ik naar hem verlang zit +hij altijd bij de Scotts. Is 't niet onbillijk, dat ik het zwaarste +werk moet hebben en nooit een verzetje? Mannen zijn _gruwelijk_ +zelfzuchtig, zelfs de besten onder hen." + +"Vrouwen niet minder; veroordeel John niet, voordat je weet, waar je +zelf gedwaald hebt." + +"Maar het is toch niet goed van hem, dat hij mij veronachtzaamt?" + +"Veronachtzaam jij hem niet?" + +"Hè, Moeder, ik dacht dat _u_ mijn partij wel zou kiezen!" + +"Dat doe ik ook, wat mijn sympathie betreft, maar ik geloof dat de +schuld bij jou ligt, Meta." + +"Dat zie ik niet in." + +"Laat ik het je dan eens duidelijk maken. Heeft John je ooit, zooals +je het uitdrukt, veronachtzaamd, toen jij het je ten plicht stelde hem +'s avonds gezelschap te houden--in zijn eenigen vrijen tijd?" + +"Neen, maar dat kan ik nu toch niet doen, nu ik twee kleine kinderen +te verzorgen heb." + +"Ik geloof, dat je het wel zou kunnen, mijn kind, en ik geloof, +dat je het doen moet. Mag ik eens vrij uit tot je spreken, en wil +je dan bedenken, dat _Moeder_ iets in je afkeurt, evenals _Moeder_ +medelijden met je heeft?" + +"Graag! zeg mij maar alles, alsof ik weer uw kleine Meta was. Ik heb +dikwijls een gevoel of ik meer dan ooit zelf onderricht noodig heb, +sinds de kindertjes om alles tot mij moeten opzien." + +Meta trok haar lagen stoel dichter bij dien van haar moeder, en de +beide vrouwen zaten gezellig en vertrouwelijk met elkander te praten, +ieder met een kleinen rustverstoorder op den schoot, en met een gevoel, +alsof de band van het moederschap hen nauwer dan ooit vereenigde. + +"Je hebt de fout begaan, die de meeste jonge vrouwen begaan: je +plicht jegens je man vergeten door je liefde voor je kinderen. Een +heel natuurlijke en vergeeflijke fout, Meta, maar een die hersteld +moet worden, eer jullie beiden een verschillenden weg opgaat; want +de kinderen moesten jullie juist nader tot elkander brengen, maar +je niet scheiden, alsof ze enkel en alleen van jou waren, en John er +niets anders mee te maken had, dan ze te onderhouden. Ik heb het al +sinds verscheiden weken opgemerkt, maar niets gezegd, omdat ik vast +geloofde, dat het wel weer in orde zou komen." + +"Ik vrees van neen. Als ik hem vraag, of hij bij me blijven wil, zal +hij denken, dat ik jaloersch ben, en ik wil hem door zoo'n gedachte +niet beleedigen. Hij ziet niet, dat ik naar hem verlang, en ik weet +niet hoe ik hem dat zonder woorden moet laten gevoelen." + +"Maak het zoo gezellig, dat hij niet begeert weg te gaan. Geloof me, +kind, hij smacht naar zijn eigen thuis, maar thuis is geen thuis +zonder jou, en jij bent altijd in de kinderkamer." + +"Moet ik daar dan niet zijn?" + +"Niet altijd; te veel thuiszitten maakt je zenuwachtig, en daardoor +ongeschikt voor alles. Daarenboven, je bent toch zoowel aan John +als aan de kinderen iets verschuldigd; verwaarloos niet je man om +de kinderen,--sluit hem niet buiten de kinderkamer, maar leer hem, +hoe hij daar kan helpen. Hij heeft daar, evengoed als jij, een plaats, +en de kleintjes hebben hem noodig; laat hem gevoelen, dat hij ook zijn +deel aan de opvoeding moet hebben, en hij zal zijn plicht vroolijk +en getrouw vervullen, tot voordeel van jullie allen." + +"Denkt u dat heusch, Moeder?" + +"Ik wéét het, Meta, want ik heb het zelf ondervonden; en ik geef zelden +raad, tenzij ik eerst gezien heb, of hij uitvoerbaar is. Toen jij +en Jo nog klein waren, deed ik precies, wat jij nu doet, en dacht, +dat ik in mijn plicht te kort schoot, als ik mij niet geheel aan +jullie wijdde. Je arme vader nam zijn toevlucht tot zijn boeken, +nadat ik al zijn aanbiedingen van hulp had afgeslagen, en liet mij +alleen begaan. Ik scharrelde zoo goed en zoo kwaad als het kon voort, +maar Jo was mij de baas. Ik had haar door toegevendheid bijna voor +goed bedorven. Jij was ziekelijk, en ik tobde met je, totdat ik +zelf ziek werd. Toen kwam Vader mij te hulp, nam met bedaardheid +de teugels in handen, en maakte zich zoo onmisbaar, dat ik mijn +dwaling inzag en het in vervolg van tijd niet meer buiten hem kon +stellen. Dat is het geheim van ons huiselijk geluk; hij laat niet toe, +dat zijn bezigheden hem aftrekken van de kleine zorgen en plichten, +die ons allen aangaan, en ik streef er naar, dat de huishoudelijke +beslommeringen mijn belangstelling in zijn studiën niet dooden. Ieder +onzer doet in verscheiden zaken zijn plicht alleen, maar thuis werken +wij altijd samen." + +"U hebt gelijk, Moeder; en mijn grootste wensch is voor mijn man +en kinderen datgene te zijn, wat u voor de uwen was. Zeg mij maar, +hoe ik het moet aanleggen; ik zal alles doen, wat u mij aanraadt." + +"Je bent altijd mijn volgzaam dochtertje geweest! Zie, mijn kind, als +ik jou was, zou ik John wat meer te zeggen geven over de opvoeding +van Demi, want de jongen heeft leiding noodig, en men kan niet te +vroeg beginnen. Dan zou ik doen, wat ik je reeds zoo dikwijls heb +voorgesteld,--laat Hanna komen om je te helpen; zij is een uitstekende +kinderverzorgster, en je kunt de kleintjes gerust aan haar overlaten, +terwijl jij je meer aan het huishouden wijdt. Je hebt beweging noodig, +Hanna zou van de rust genieten, en John zou zijn vrouw terugvinden. Ga +meer uit, tracht zoowel opgeruimd als bezig te zijn, want de vrouw +is de zonneschijn van het gezin, en als jij somber wordt, is 't uit +met het mooie weer. Verder zou ik belang zien te stellen in alles +wat John interesseert; praat met hem, laat hij je voorlezen, wisselt +van gedachten en helpt elkander op die manier. Sluit jezelf niet in +een naaidoos op, omdat je een vrouw bent, maar neem deel aan wat er +buitenaf voorvalt, en maak jezelf geschikt om een plaats in te nemen +op het groote wereldtooneel, want dat gaat de vrouw zoowel als den +man aan." + +"John is zoo verstandig; ik ben bang, dat hij mij dom zal vinden, +als ik vragen doe over politiek en zulk soort van dingen." + +"Dat denk ik niet; de liefde bedekt veel grootere zonden, en aan wien +zou je vrijer iets kunnen vragen dan aan hem? Probeer het eens, en +zie of hij jouw gezelschap niet veel verkieslijker vindt dan mevrouw +Scott's soupeetjes." + +"Ik zal het doen. Arme John! Ik vrees, dat ik hem erg veronachtzaamd +heb, maar ik dacht, dat ik goed handelde en hij klaagde nooit." + +"Hij trachtte niet zelfzuchtig te zijn, maar ik verbeeld mij, dat +hij zich nog al eenzaam voelde. Dit is juist een periode, Meta, +dat jonggehuwde menschen zoo licht van elkander vervreemden, en +toch is het de tijd, waarin zij het nauwst vereenigd moesten zijn; +want de eerste teederheid gaat er spoedig af, tenzij men zorgt die +te bewaren, en geen tijdstip is voor ouders zoo schoon en heerlijk, +als de eerste levensjaren van die lieve wezentjes, die hun ter +opvoeding zijn toevertrouwd. Laat John geen vreemde blijven voor +de kinderen, want zij zullen, meer dan iets anders, de middelen +zijn om hem gelukkig en dankbaar gestemd te houden in deze wereld +vol beproeving en verzoeking, en door hen zult gij elkander leeren +kennen en liefhebben zooals het behoort. En nu, kindlief, tot ziens, +denk maar eens na over Moeder's preekje, handel er naar, als 't je +goeddunkt, en God zegene jullie allen!" + +Meta dacht er rustig over na, vond "het preekje" goed en handelde er +naar, hoewel de eerste poging niet precies zoo werd uitgevoerd, als zij +zich voorgenomen had. Natuurlijk speelden de kinderen den baas over +haar en in huis, zoodra zij bemerkten dat schoppen en schreeuwen hun +verschaften, wat zij begeerden. Mama was volkomen de slavin van hun +grillen, maar Papa was niet zoo gemakkelijk onder het juk gebracht, +en hij bedroefde nu en dan zijn teerhartige gade door zijn vaderlijk +gezag te handhaven tegenover zijn weerspannigen zoon. Want Demi had een +greintje overgeërfd van zijn vaders vastheid van karakter--wij willen +het niet koppigheid noemen--en als hij in zijn kleinen bol besloten had +het een of ander te hebben of te doen, kon niets ter wereld dat stijve +hoofdje van gedachten doen veranderen. Mama vond den kleinen lieveling +nog veel te jong, om hem te leeren zijn vooroordeelen op te geven, +maar Papa meende, dat men nooit te vroeg gehoorzaamheid kon leeren, +en dus ontdekte jongeheer Demi weldra, dat, als hij 't waagde het met +"Paatje" aan den stok te krijgen, hij er het slechtst afkwam; maar +het kind achtte den man, die hem overwon, en had den vader lief, wiens +ernstig: "neen," meer indruk maakte dan al de liefkoozingen der moeder. + +Een paar dagen na het gesprek met haar moeder besloot Meta de +proef te nemen met John een gezelligen avond te bereiden. Zij zette +gezellig de thee klaar, ruimde de kamer op, kleedde zich netjes aan, +en bracht de kinderen tijdig naar bed, opdat er niets in den weg +zou kunnen komen. Maar ongelukkig was er niets, waartegen Demi zulk +een onverwinlijken afkeer had opgevat dan juist tegen naar bed gaan, +en dien avond had hij besloten oproerig te zijn, zoodat, hoe de arme +Meta ook zong en verhaaltjes vertelde en alles probeerde wat den slaap +maar kon opwekken--het was alles te vergeefs; de groote oogen wilden +maar niet dichtvallen, en lang nadat Daisy als een zachtaardig klein +engeltje onder zeil was gegaan, lag de ondeugende Demi in het licht +te staren met een klaar wakker gezichtje. + +"Wil Demi wel een zoete jongen zijn, en stil blijven liggen, terwijl +Mama naar beneden gaat om voor Papa thee te schenken?" vroeg Meta, +toen de voordeur zachtjes toegedaan werd, en de welbekende stap bijna +onhoorbaar naar de eetkamer ging. + +"Itte thee!" riep Demi, bereid om deel te nemen aan het feest. + +"Neen, maar ik zal wat koekjes voor je bewaren bij het ontbijt, +als je nu net als Daisy gauw gaat slapen. Wil je, liefje?" + +"Ja!" en Demi kneep zijn oogjes dicht om den slaap te vatten en de +komst van den morgen te verhaasten. + +Meta maakte gebruik van het gunstig oogenblik, sloop weg, en liep naar +beneden om haar man te begroeten, met een glimlachend gezicht en het +blauwe dasje aan, dat altijd zijn bizondere bewondering opwekte. Hij +zag het dadelijk en vroeg met blijde verbazing: + +"Wel, Moedertje, wat zijn we mooi van avond, wordt er bezoek verwacht?" + +"Niemand dan jij, man." + +"Is het dan een verjaarfeest, een gedenkdag of iets van dien aard?" + +"Neen, maar het verveelt mij nog langer een sloof te zijn, daarom +heb ik mij voor de verandering eens netjes gekleed. Jij knapt je +ook altijd op, voordat wij aan tafel gaan, hoe vermoeid je ook bent; +waarom zou ik het dan niet doen, als ik er den tijd voor heb?" + +"Ik doe het om jou," zei de ouderwetsche John. + +"Dito, dito, mijnheer Brooke," lachte Meta, die er weer jong en lief +uitzag, terwijl ze hem over den trekpot toelachte. + +"Nu, ik vind het heerlijk, het doet mij aan den ouden tijd denken. Dat +smaakt lekker, ik drink op je gezondheid!" en John dronk zijn kopje +leeg met een uitdrukking van rustig genot op zijn gezicht, die echter +van korten duur was, want toen hij zijn kopje neerzette werd er op +geheimzinnige wijze aan den deurknop gerammeld, en een kinderstemmetje +riep ongeduldig: + +"Deur open; itte tom!" + +"Die ondeugende jongen; ik heb hem gezegd, dat hij zonder mij moest +gaan slapen, en daar is hij nu beneden gekomen en zal zich een +doodelijke ziekte op den hals halen met zoo op zijn bloote voetjes +te loopen," zei Meta, de deur openend. + +"Nu morgen," verklaarde Demi op vroolijken toon, en hij stapte de kamer +binnen met zijn lang nachtjaponnetje bevallig over den arm opgenomen, +en zijn krullebol vroolijk schuddende, terwijl hij om de tafel sprong +en met verlangende blikken naar de koekjes keek. + +"Neen, het is nog geen morgen, je moet naar bed gaan en het Mama niet +zoo lastig maken, dan krijg je dat kleine koekje met suiker er op." + +"Itte hou zooveel van Paatje," zei het slimme ventje en wilde op zijn +vaders knie klimmen om daar van de verboden vrucht te genieten. Maar +John schudde het hoofd en waarschuwde Meta: + +"Als je hem gezegd hebt boven te blijven en alleen te gaan slapen, dan +moet je er hem toe dwingen, of hij zal nooit leeren je te gehoorzamen." + +"Ja natuurlijk; kom Demi!" en Meta voerde haar zoon mee, hoewel zij ter +nauwernood de begeerte kon bedwingen om den kleinen spring-in-'t veld +aan haar hart te drukken, die naast haar voorthuppelde, in het vaste +geloof dat zijn wensch zou vervuld worden, zoodra hij de kinderkamer +bereikt had. + +Hij werd dan ook niet teleurgesteld: want het kortzichtig moedertje +gaf hem een groote klont suiker, stopte hem lekker weer onder de +dekens en verbood alle verdere wandelingen tot den volgenden morgen. + +"Ja!" zei Demi, de belofteschenner, terwijl hij hoogst voldaan aan +zijn suiker knabbelde en zijn eerste poging als volkomen geslaagd +beschouwde. Meta ging weer naar beneden, en het theedrinken werd +gezellig voortgezet, toen eensklaps de kleine kwelgeest nogmaals voor +hen stond, en de moederlijke zwakheden openlijk ten toon stelde door +stoutmoedig te vragen: + +"Meer suiter, Mammie." + +"Dat gáát zoo niet," zei John en verhardde zijn hart tegen den +allerliefsten kleinen zondaar, "we zullen nooit rust hebben, tenzij +dat kind leert behoorlijk naar bed te gaan. Je hebt je lang genoeg +afgesloofd; geef hem één flinke les, en dan zal het uit zijn. Leg +hem in bed, en laat hem dan alleen, Meta." + +"Hij wil er niet in blijven; hij doet het nooit, tenzij ik bij hem +blijf zitten." + +"Dan zal _ik_ hem eens onder handen nemen. Demi ga naar boven en naar +bed, zooals Mama gezegd heeft." + +"Wil niet!" antwoordde de kleine bengel en maakte zich meester van +het begeerde koekje, dat hij met de grootste kalmte ging oppeuzelen. + +"Dat mag je nooit weer tegen Papa zeggen; ik zal je dragen, als je +niet zelf gaat." + +"Ga weg; itte hou niet van Paatje," en Demi zocht bescherming achter +de japon zijner moeder. + +Maar zelfs deze schuilplaats bleek onvoldoende, want hij werd aan +den vijand overgeleverd, met een: "Wees zacht met hem, John," dat +den schuldige den schrik om het hart deed slaan, want als Mama zich +van hem afwendde, was de oordeelsdag nabij. Beroofd van zijn koekje, +zijn genot verstoord en door een sterke hand weggedragen naar het +verafschuwde bed, kon de arme Demi zijn toorn niet bedwingen, maar +verzette zich openlijk, en schopte en schreeuwde uit alle macht, den +ganschen weg over naar de slaapkamer. Zoodra was hij niet aan den +eenen kant in bed gelegd, of hij liet er zich aan den anderen kant +weer uitrollen en rende naar de deur, hetgeen echter tot niets anders +leidde, dan dat hij bij de slippen van zijn kleine toga gegrepen en +weer in bed gestopt werd. Dit levendige spelletje werd voortgezet, tot +de jongeling geen kracht meer had, waarna hij uit volle borst begon +te schreeuwen. Gewoonlijk behaalde dit vocaal concert de overwinning +op Meta; maar John zat onbewegelijk als een stok, een voorwerp, +dat algemeen als bizonder doof wordt aangemerkt. Geen troetelen, +geen suiker, geen wiegeliedje, geen vertelseltje--zelfs het licht +werd uitgedaan, zoodat niets dan de roode gloed van het vuur de +"groote duisternis" verbrak, die door Demi met meer nieuwsgierigheid +dan vrees beschouwd werd. Deze nieuwe orde van zaken stond hem niets +aan, en hij begon droevig om "Maatje" te roepen, toen zijn booze +hartstochten tot bedaren kwamen, en de herinnering aan zijn teedere +bondgenoote bij den gevangen heerscher levendig werd. + +De hartroerende klaagtoonen, die op het driftig geschreeuw volgden, +vonden den weg tot Meta's hart, en zij stoof naar boven met de bede: + +"Laat mij nu maar bij hem blijven; hij zal nu wel zoet zijn, John." + +"Neen, lieveling, ik heb hem gezegd dat hij moest gaan slapen, zooals +jij bevolen had; en hij zal het doen, al moest ik hier ook den heelen +nacht blijven zitten!" + +"Maar hij zal zich ziek schreeuwen," pleitte Meta, zich zelf +verwijtende, dat zij haar jongen verlaten had. + +"Neen, dat zal hij niet, hij is zoo moe, dat hij gauw in slaap zal +vallen, en dan is de zaak geschikt, want hij zal begrijpen, dat hij +gehoorzaam moet zijn. Bemoei er je nu maar niet mee; ik zal het wel +in orde brengen." + +"Het is _mijn_ kind, en ik kan niet hebben, dat zijn levendige geest +gebroken wordt door hardheid." + +"Het is _mijn_ kind, en ik mag niet toelaten, dat zijn humeur bedorven +wordt door toegevendheid. Ga naar beneden, mijn lieve Meta, en laat +den jongen aan mij over." + +Als John op dien toon sprak, gehoorzaamde Meta altijd, en ze had +nooit berouw over haar volgzaamheid. + +"Laat me hem dan één kus geven, John." + +"Zeker; Demi, zeg Mama goeien nacht, en laat haar dan naar beneden +gaan uitrusten, want zij is erg moe, nadat ze den heelen dag voor je +gezorgd heeft." + +Meta hield later altijd vol, dat die kus de overwinning behaalde; +want nadat die gegeven was, begon Demi zachter te snikken en lag +doodstil aan het voeteneinde van zijn bedje, waarheen hij in zijn +baloorigheid gekropen was. + +"Arm stumperdje! hij is uitgeput van den slaap en 't schreeuwen; +ik zal hem warm toedekken, en dan Meta's hart gerust gaan stellen," +dacht John en sloop naar het bedje, in de hoop, zijn oproerigen +erfgenaam slapende te vinden. + +Maar dat was niet het geval, want op het oogenblik, dat zijn vader +voorzichtig naar hem gluurde, deed Demi de oogen open, het kleine +mondje begon te beven, hij stak de armpjes uit en zei met een berouwvol +snikje: "Itte zal zoet zijn." + +Meta, die op de trap zat te wachten, begreep niets van de lange stilte, +die op het rumoer volgde, en na zich alle mogelijke ongelukken te +hebben voorgesteld, sloop zij zacht de kamer binnen, om te zien, wat +er gaande was. Demi lag gerust te slapen, niet in zijn gewone houding +als een vliegende arend, maar als een nederig hoopje in de armen zijns +vaders, en zijn vaders vinger vast omklemmende, alsof hij gevoelde, +dat rechtvaardigheid hier getemperd werd door genade, en hij zich ter +ruste had gelegd als een bedroefde maar een wijzer geworden baby. John +had, toen hij zich zoo gevangen voelde, met vrouwelijk geduld gewacht, +tot de kleine hand van zelf losliet, en was onder het wachten in slaap +gevallen, veel meer vermoeid door dien strijd met zijn kleinen jongen +dan door zijn arbeid van den geheelen dag. + +Toen Meta de twee hoofden op hetzelfde kussen zag, glimlachte zij en +verliet zachtjes de kamer, met voldoening tot zichzelf zeggende: "ik +hoef nooit te vreezen, dat John te hard zal zijn voor onze kindertjes; +hij weet, hoe hij met hen moet omgaan, en zal mij heerlijk kunnen +helpen, want Demi _wordt_ me de baas!" + +Toen John eindelijk beneden kwam, in de stellige verwachting een +peinzende en ontstemde vrouw te zullen vinden, werd hij aangenaam +verrast, daar Meta met een opgeruimd gezicht een hoed zat op te +maken en dadelijk voor den dag kwam met het verzoek of hij haar, +zoo hij ten minste niet te moe was, iets wilde voorlezen over de +verkiezingen. John begreep terstond, dat de een of andere ommekeer op +handen was, maar liet wijselijk na, er naar te vragen, wel wetende, +dat Meta een doorzichtig persoontje was, niet in staat een geheim te +bewaren, al kon zij er haar leven ook door redden; hij zou dus den +sleutel wel spoedig vinden. Met de grootste bereidwilligheid las +hij haar een lang verslag voor, en verklaarde het haar daarna zoo +duidelijk mogelijk, terwijl Meta haar best deed om zeer belangstellend +te kijken, schrandere vragen te doen, en haar gedachten te bewaren +voor een afdwalen van den toestand der natie naar den toestand van haar +hoed. In het diepst van haar ziel echter kwam zij tot de overtuiging, +dat politiek al even weinig aanlokkend was als wiskunde, en dat het +de roeping van staatslieden scheen te zijn, elkander onaangenaamheden +te zeggen, maar zij hield die vrouwelijke gedachten voor zichzelve, +en toen John even zweeg, schudde zij haar hoofd en zei met wat zij +voor diplomatieke dubbelzinnigheid hield: + +"Ik begrijp heusch niet, waar het heen moet!" + +John lachte en keek haar een oogenblik aan, zooals zij daar een mooien +tak bloemen op haar hand heen en weer draaide dien beschouwende, +met een belangstelling zoo innig, als zijn redevoering niet bij haar +had kunnen wekken. + +"Zij doet haar best van politiek te houden om mijnentwil, dus zal +ik wat belangstelling toonen in modeartikelen om harentwil--dat is +niet meer dan billijk," dacht John, de rechtvaardige, en hij voegde +er hardop bij: + +"Wat wordt dat voor een fraaiigheidje?" + +"Mijn beste man, die bloemen zijn voor op mijn hoed--mijn gekleeden +hoed, om mee naar concerten en comedie's te gaan!" + +"Neem me niet kwalijk, het lijkt me zoo'n licht ding, dat ik me met +eenige onrust afvraag, hoe het op je hoofd blijft vastzitten?" + +"Met een paar flinke pennen; kijk, zoo!" en Meta gaf er een illustratie +van, door hem op te zetten, en keek haar John daarbij aan, met zoo'n +uitdrukking van kalme opgewektheid, dat zij waarlijk onweerstaanbaar +was. + +"Het is zeker een 'schat' van een hoed, maar ik geef de voorkeur +aan het gezichtje er onder, want dat ziet er weer jong en gelukkig +uit," en John kuste het lachende gezicht, tot groot gevaar voor de +"gekleede" hoofdversiering. + +"Ik ben blij, dat je hem netjes vindt, want ik zou zoo graag willen, +dat je mij eens meenam naar een van die nieuwe concerten; ik heb +wezenlijk wat muziek noodig om weer op streek te komen. Wil je dat +eens doen?" + +"Zeker wil ik dat! Overal heen, waar je maar wilt. Je bent zoo lang +opgesloten geweest, dat het je verbazend veel goed zal doen, en ik +vind het prettiger dan iets anders ter wereld. Wat heeft dat in je +hoofd gebracht, Mamaatje?" + +"Och, ik had voor een paar dagen een gesprek met Moeder, en vertelde +haar hoe zenuwachtig, prikkelbaar en onplezierig ik mij voelde, en zij +vond dat ik eens een verandering noodig had en 't minder druk moest +hebben: nu zal Hanna mij komen helpen met de kinderen, dan kan ik meer +over het huishouden gaan, en nu en dan een verzetje zoeken, om niet +vóór mijn tijd een kribberige, afgetobde oude vrouw te worden. Het +is nog maar een proefneming, John, en ik wil het probeeren, zoowel +om jou als om mezelf, want ik heb je in den laatsten tijd schandelijk +veronachtzaamd, en ik zal zien, of ik ons thuis niet weer kan maken, +wat het vroeger was. Je hebt er toch niets tegen, hoop ik?" + +'t Doet er niet toe wat John antwoordde, noch hoe weinig er aan +scheelde, of de mooie hoed was totaal bedorven geweest; het eenige, +wat wij noodig hebben te weten is, dat John geen bezwaren scheen te +maken, te oordeelen naar de veranderingen, die langzamerhand plaats +grepen in het huis en zijn bewoners. Het werd nog geen paradijs, +maar allen bevonden zich beter bij de verdeeling van het werk; +de kinderen gedijden onder de vaderlijke tucht, want John met zijn +trouw, vast karakter bracht orde en gehoorzaamheid in de kinderkamer, +terwijl Meta haar opgeruimdheid herkreeg, en haar zenuwgestel weer +tot rust bracht door overvloed van gezonde beweging, af en toe een +kleine uitspanning en menig vertrouwelijk gesprek met haar verstandigen +echtgenoot. "Thuis" werd weer "thuis" zooals vroeger, en John had geen +verlangen om uit te loopen, tenzij Meta meeging. De Scotts kwamen nu de +Brookes bezoeken, en iedereen vond "de duiventil" een echt gezellige +verblijfplaats, overvloeiend van geluk, tevredenheid en onderlinge +liefde; zelfs de wereldsche Sallie Moffat ging er graag heen. "Het +is hier altijd zoo rustig en gezellig; dat doet mij goed, Meta," +zei ze dikwijls, en keek dan met verlangende blikken in het rond, +alsof zij wilde ontdekken, waar dat gezellige eigenlijk in bestond, +opdat zij het mocht overbrengen naar haar groote woning, zoo vol van +eenzame pracht; want daar waren geen dartele, zonnige kindertjes, +en Ned leefde in een eigen wereld, waarin voor haar geen plaats scheen. + +Dit huiselijk geluk kwam niet in eens, maar John en Meta hadden er +den sleutel toe gevonden, en elk jaar van hun huwelijksleven leerde +hen beter, hoe dien te gebruiken, en de schatkamers te ontsluiten van +ware onderlinge liefde en hulpvaardigheid, zegeningen die de armste +kan bezitten en door den rijkste niet gekocht kunnen worden. + +Om dit geluk te veroveren kan iedere jonge vrouw en moeder gerust +afstand doen van de zenuwvermoeiende amusementen, die in de "uitgaande +kringen" aan de orde zijn. Vinden zij niet trouwe aanbidders in +de zoontjes en dochtertjes, die zich aan haar vastklemmen en niet +afgeschrikt worden door droefheid, armoede of ouderdom; leggen zij +hun levensweg niet af, zoowel bij zonneschijn als bij stormweer, +aan de zijde van een trouw vriend, die in den waren zin van het goede +oude Saksische woord de "huis-band" [9] is, en leeren zij niet inzien, +evenals Meta het leerde inzien, dat het gelukkigste rijk der vrouw haar +tehuis is, haar hoogste eer de wijze, waarop zij het bestuurt--niet +als een koningin, maar als een wijze echtgenoote en moeder? + + + + + +HOOFDSTUK XVI. + +LUIE LAURENCE. + + +Laurie ging naar Nice, met het plan er een week te blijven, maar hij +bleef er een maand. Hij had genoeg gekregen van het alleen reizen, en +de vertrouwelijke omgang met Amy scheen een huiselijke bekoorlijkheid +te geven aan de vreemde omgeving, waarvan zij deel uitmaakte. Hij +had het eigenlijk gemist, dat er in den laatsten tijd geen werk van +hem gemaakt werd, zooals hij gewoon was, en nu kreeg hij er weer +een proefje van,--want geen vleierijen van vreemden, hoe aangenaam +ook, waren hem half zoo welgevallig als de zusterlijke bewondering +van de meisjes thuis. Amy had hem nooit zoo willen "bederven" als +de anderen, maar zij was heel blij hem nu te zien, en klampte zich +als 't ware aan hem vast, als de vertegenwoordiger van het dierbaar +gezin, waarnaar zij meer verlangde, dan zij wel wilde bekennen. Zeer +natuurlijk vonden ze troost in elkanders gezelschap en waren ze veel +te zamen, reden, wandelden, dansten of verbeuzelden hun tijd--want +niemand kan, tijdens het badseizoen te Nice, veel uitvoeren. Maar +terwijl zij zich schijnbaar op de meest zorgelooze manier vermaakten, +deden zij toch halfbewust allerlei ontdekkingen, en vormden zij een +oordeel over elkander. Amy rees dagelijks in de schatting van haar +vriend; maar hij daalde in de hare, en beiden gevoelden de waarheid, +voordat er nog een woord over was uitgesproken. Amy zocht te behagen en +slaagde er in,--want zij was dankbaar voor de vele vriendelijkheden, +die hij haar bewees, en beloonde hem met die kleine dienstbewijzen, +waaraan vrouwelijke vrouwen zulk een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid +weten bij te zetten. Laurie spande zich hoegenaamd niet in, maar liet +zich zoo gemakkelijk mogelijk met den stroom voortdrijven, terwijl +hij zijn best deed om het verleden te vergeten en een gevoel had, +alsof alle vrouwen hem een vriendelijk woord schuldig waren, omdat +éen meisje koel tegen hem geweest was. Het viel hem niet moeilijk gul +te zijn; hij zou Amy graag alle aardigheden uit Nice gegeven hebben, +als zij ze had willen aannemen,--maar onderwijl gevoelde hij, dat +hij de meening, die zij omtrent hem koesterde, niet kon veranderen, +en hij was eigenlijk min of meer bang voor de scherpe blauwe oogen, +die hem met een half-droevige, half-verachtelijke verwondering schenen +waar te nemen. + +"Al de anderen zijn vandaag naar Monaco gegaan, maar ik bleef liever +thuis om brieven te schrijven. Ze zijn nu af, en ik ga naar Valrosa, +schetsen; ga je soms mee?" vroeg Amy, op een mooien dag, toen Laurie +als naar gewoonte tegen den middag aan kwam slenteren. + +"Och, ja; maar is het niet te warm voor zoo'n lange +wandeling?" antwoordde hij dralend,--want het koele salon zag er +uitlokkend uit na den gloeienden zonneschijn daarbuiten. + +"Ik was van plan het wagentje te nemen, en Baptiste kan rijden, zoodat +je niets te doen zult hebben dan je parasol op te houden en te zorgen +dat je handschoenen schoon blijven," antwoordde Amy, met een spottenden +blik naar de vlekkelooze glaceetjes, die Laurie's zwakke punt waren. + +"Dan ga ik met alle genoegen mee," en hij stak zijn hand uit voor +haar schetsboek. Maar zij nam het onder den arm met een scherp: +"Vermoei je niet; het is volstrekt niet te zwaar voor mij, maar jij +ziet er uit, alsof het je te veel zou zijn." + +Laurie trok de wenkbrauwen op en volgde dood op zijn gemak, terwijl zij +naar beneden vloog; maar toen zij in het rijtuig zaten, nam hij zelf de +teugels, zoodat er voor den kleinen Baptiste niets anders overbleef dan +zijn armen over elkander te slaan en op zijn bankje in slaap te vallen. + +De twee kibbelden nooit; Amy was "te wel-opgevoed," en Laurie op dit +oogenblik te lui; hij gluurde dus na een poosje met een onderzoekenden +blik onder den rand van haar hoed; zij antwoordde met een glimlach +en zij reden samen voort in de meest vriendschappelijke stemming. + +Het was een mooi ritje, langs kronkelende wegen, rijk aan +schilderachtige kijkjes, die zoo'n genot zijn voor schoonheidlievende +oogen. Hier een oud klooster, waaruit hun het plechtig gezang der +monniken tegemoet kwam. Daar een schaapherder, die met een soort van +houten schoenen aan, bloote beenen, een puntigen hoed, en zijn buis +over den éénen schouder geworpen, op een steen zat fluit te spelen, +terwijl zijn geiten tusschen de rotsen huppelden of aan zijn voeten +lagen. Muiskleurige ezels, beladen met manden vol verschgesneden gras, +trokken hen voorbij, begeleid door een aardig boerenmeisje met een +_capaline_ over het hoofd, en gezeten tusschen de groene hoopen, +of door een oude vrouw, die al voortgaande met haar spinrokken +spon. Bruine, zachtoogige kinderen kwamen naar buiten loopen uit +de vreemdsoortige steenen hutten, om hun ruikertjes of oranjeappels +met tak en al aan te bieden. Knoestige olijfboomen beschaduwden de +heuvels met hun donkergroen gebladerte, gouden vruchten prijkten +in de boomgaarden, en groote vuurroode anemonen omzoomden de wegen, +terwijl de Zee-Alpen zich, achter groene hellingen en spitse hoogten, +scherp en wit afteekenden tegen den blauwen Italiaanschen hemel. + +Valrosa verdiende zijn naam wel, want in dat klimaat, waar voortdurend +zomerwarmte heerscht, bloeiden de rozen overal. Zij hingen tusschen +de staven van het groote ijzeren hek, waar zij den voorbijgangers een +liefelijk welkom toeriepen, stonden aan beide zijden van de laan, +die zich, tusschen citroenboomen en vederachtige palmen door, een +weg baande naar de villa op den heuvel. Ieder schaduwrijk plekje, +waar zitplaatsen den wandelaar tot rust uitnoodigden, was schier +onder rozen bedolven, in iedere koele grot lachte een marmeren +nimf u toe van uit haar bloemenpracht, en elke fontein weerkaatste +donkere witte of rozeroode rozen, die zich in het water spiegelden, +als verheugden ze zich over hun eigen schoonheid. Rozen bedekten de +muren van het huis, versierden de kroonlijsten, slingerden zich om de +pilaren, en tierden welig langs de balustrade van het ruime terras, +vanwaar men het uitzicht had op de zonnige Middellandsche zee en de +met witte muren omgeven stad aan de kust. + +"Wat een ideaal plekje, vind je niet? Heb je ooit zulke rozen +gezien?" vroeg Amy, en bleef stilstaan op het terras, om van het +uitzicht te genieten en den heerlijken bloemengeur, die een zacht +windje haar toevoerde, in te ademen. + +"Neen, en 'k heb ook nooit zulke doorns gevoeld," antwoordde Laurie, +met zijn duim in den mond, na een vergeefsche poging om een eenzame +donkerroode roos te bemachtigen, die juist buiten zijn bereik hing. + +"Probeer het wat lager, en pluk die, waar geen doorns aan zitten," +zei Amy, behendig drie van de roomkleurige roosjes plukkende, die +den muur achter haar bedekten. Zij stak ze in zijn knoopsgat als +een vredesteeken, en hij bekeek ze een oogenblik met een vreemde +uitdrukking op zijn gezicht, want in het Italiaansche deel van +zijn natuur leefde een sprankje bijgeloovigheid, en hij bevond zich +toen juist in dien staat van half zoete, half bittere melancholie, +waarin jonge menschen aan alle mogelijke kleinigheden een diepere +beteekenis hechten, en voedsel voor de verbeelding vinden, in al het +hun omringende. Bij het grijpen naar de doornachtige roode roos had hij +aan Jo gedacht, want levendige kleuren stonden haar goed, en zij had +dikwijls zulke rozen gedragen, uit de broeikas thuis. De bleeke rozen, +die Amy hem gaf, waren van de soort, die de Italianen in de handen +hunner dooden leggen,--nooit in bruidskransen vlechten,--en gedurende +een seconde vroeg hij zich af, of het soms een voorteeken voor Jo +of voor hemzelf zou wezen. Maar het volgend oogenblik kreeg zijn +Amerikaansch gezond verstand de overhand boven zijn sentimentaliteit, +en hij lachte hartelijker dan Amy nog van hem gehoord had. + +"'t Is een goede raad,--je deed beter hem op te volgen en je vingers +te sparen," zei zij, in de veronderstelling, dat hij om haar opmerking +lachte. + +"Dank je, dat zal ik doen," antwoordde hij in gekheid--en een paar +maanden later deed hij het in ernst. + +"Laurie, wanneer ga je weer naar je Grootvader?" vroeg ze na een +poosje, terwijl ze op een rustieke bank ging zitten. + +"Heel gauw." + +"Dat heb je in de laatste drie weken al wel twaalf maal gezegd." + +"Wel mogelijk; korte antwoorden zijn 't gemakkelijkst." + +"Hij verwacht je, en je moest nu heusch eens gaan." + +"Bizonder gastvrij. Maar 'k weet wel dat ik gaan moet." + +"Waarom doe je 't dan niet?" + +"Natuurlijke verdorvenheid, denk ik." + +"Natuurlijke luiheid, meen je. Het is werkelijk verschrikkelijk!" en +Amy keek verontwaardigd. + +"Niet zoo erg als het schijnt, want ik zou hem maar plagen, als ik +bij hem was; ik kan dus even goed blijven en jou een beetje langer +plagen--jij kunt het beter verdragen, en eigenlijk geloof ik, dat +jij het wel prettig vindt!" Waarna Laurie over den breeden rand van +de balustrade ging hangen. + +Amy schudde het hoofd, en opende haar schetsboek, met een uitdrukking +van berusting op haar gezicht, maar nam zich toch voor "dien jongen" +de les eens te lezen, en begon na een poosje opnieuw. + +"Waar ben je op 't oogenblik mee bezig?" + +"Ik kijk naar hagedissen." + +"Och neen! Ik bedoel natuurlijk wat heb je voor plannen; wat denk je +te gaan doen?" + +"Een sigarette te rooken, als jij het toestaat." + +"Wat _ben_ je toch vervelend! Ik houd niet van rooken, en ik permitteer +het je alleen op voorwaarde, dat ik je in mijn schets mag opnemen; +ik heb een figuur noodig." + +"Met alle genoegen. Hoe wil je mij hebben? In mijn volle lengte, +of drie kwart, op mijn hoofd, of op mijn voeten? Als ik zoo vrij mag +zijn je een wenk te geven, zou ik je een liggende houding aanraden; +neem er dan jezelf mee in op, en noem de schets 'Dolce far niente.'" + +"Blijf maar zoo zitten en ga slapen, als je er lust in hebt. _Ik_ ben +van plan hard te werken," antwoordde Amy met den meest mogelijken klem. + +"Wat een heerlijk enthousiasme!" en hij leunde tegen een hooge urn, +met een uitdrukking van volkomen tevredenheid op zijn gebruind gezicht. + +"Wat zou Jo zeggen, als zij je nu zag?" vroeg Amy ongeduldig, in de +hoop, dat zij hem zou kunnen wakker schudden door den naam van haar +nog energiekere zuster te noemen. + +"Als naar gewoonte: 'Ga toch heen, Teddy; ik heb het druk.'" Hij +lachte, toen hij dit zei, maar de lach was niet natuurlijk, en er +trok een schaduw over zijn gezicht, want het uitspreken van dien +geliefden naam, deed de wond schrijnen, die nog niet was geheeld. + +Zoowel de toon als de schaduw trof Amy; zij had die reeds vroeger +gehoord en gezien, en zij keek op, juist bijtijds om een nieuwe +uitdrukking in Laurie's oogen waar te nemen--een harden bitteren blik, +vol smart, onvoldaanheid en spijt. De blik was voorbijgegaan, eer +zij dien goed kon bestudeeren, en zijn gezicht had weer de gewone +onverschillige plooi aangenomen. Zij sloeg hem een oogenblik met +kunstenaarsgenot gade, en dacht, hoeveel hij toch van een Italiaan +had, zooals hij zich daar in de zon lag te koesteren, met ongedekt +hoofd en de oogen zoo droomerig en donker van kleur; want hij scheen +haar vergeten te hebben en in gepeins verzonken te zijn. + +"Je doet me denken aan de beeltenis van een jong ridder op zijn +graftombe," zei zij, zorgvuldig het welbesneden profiel teekenend, +dat zoo goed tegen den donkeren steen uitkwam. + +"Ik wou, dat ik het was!" + +"Dat is een dwaze wensch, tenzij je je leven bedorven hebt. Je bent +zoo veranderd, dat ik soms wel eens denk--" hier zweeg Amy, met een +half verlegen, half onderzoekenden blik, die meer zeide dan haar +onvoltooiden zin. + +Laurie zag en begreep de hartelijke bezorgdheid, die zij aarzelde +uit te spreken, en haar flink in de oogen ziende, antwoordde hij, +zooals hij haar moeder zoo dikwijls geantwoord had: + +"Alles in orde, mejuffrouw!" + +Dat stelde haar tevreden, en maakte een einde aan de twijfelingen, +die haar in den laatsten tijd dikwijls verontrust hadden. Het trof +haar, en zij toonde dat, door op hartelijken toon te zeggen: + +"Daar ben ik blij om! Ik dacht wel niet, dat je een erge losbol zou +zijn geweest, maar ik was bang, dat je veel geld verspeeld zou hebben +in dat verdorven Baden-Baden, je hart verloren aan de een of andere +mooie getrouwde Fransche vrouw, of een andere dwaasheid begaan had, +iets wat jongelui blijkbaar beschouwen als een noodzakelijk onderdeel +van een buitenlandsch reisje. Blijf daar niet zoo in de zon hangen, +maar kom hier liever op het gras liggen, en 'laten w'eens vertrouwelijk +zijn', zooals Jo altijd zei, wanneer wij gezellig in het hoekje van +de canapé gingen zitten om geheimen te vertellen." + +Laurie wierp zich gehoorzaam in het gras, en begon zich te vermaken +met madeliefjes te steken tusschen het lint van Amy's hoed, die op +den grond lag. + +"Ik ben een en al gehoor voor je geheimen," zei hij met plotselinge +belangstelling naar haar opkijkende. + +"Ik heb niets te vertellen, jij mag beginnen." + +"Het spijt mij, te moeten zeggen, dat ik er geen een rijk ben. Ik +dacht, dat jij misschien groot nieuws van huis hadt." + +"Ik heb je alles verteld wat er in mijn laatste brieven stond. Krijg +jij niet dikwijls bericht? Ik dacht, dat Jo je wel vellen vol zou +schrijven." + +"Zij heeft het druk; ik ben dan hier en dan daar, dus is het +niet mogelijk, geregeld te correspondeeren, zooals je wel +kunt begrijpen. Wanneer begin je aan je groot kunstgewrocht, +Raphaella?" vroeg hij, eensklaps van onderwerp veranderende, na een +korte pauze, waarin hij er over gepeinsd had, of Amy zijn geheim wist +en er over verlangde te praten. + +"Nooit!" antwoordde zij op droevigen maar beslisten toon. "Rome heeft +alle ijdelheid uit mij verdreven, want na de wonderen die ik dáár +gezien heb, voel ik mij te onbeteekenend om iets uit te richten, +en heb ik in wanhoop al mijn dwaze luchtkasteelen laten varen." + +"Waarom; je hebt toch zooveel energie en talent?" + +"Dat is juist de reden; omdat talent geen genie is, en de grootst +mogelijke hoeveelheid energie het niet tot genie maken kan. Ik wil +groot zijn, of niets. Een alledaagsche kladschilderes begeer ik niet +te worden, en dus heb ik alle pogingen opgegeven." + +"En wat ben je dan van plan verder met jezelf te doen, als ik vragen +mag?" + +"Mijn andere talenten te polijsten en 'een sieraad van de maatschappij +te worden,' als de gelegenheid mij daartoe ooit wordt geboden." + +Het was een karakteristiek gezegde en klonk overmoedig; maar +vermetelheid hoort bij jonge menschen, en Amy's eerzucht had een +goeden grond. Laurie glimlachte, maar hij bewonderde de geestkracht, +waarmee zij, nu een lang geliefd plan in duigen viel, zich een nieuw +doel voor oogen stelde, en geen tijd verspilde met nutteloos klagen. + +"Mooi! en hier komt nu, denk ik, Fred Vaughn in 't spel?" + +Amy zweeg bescheiden, maar een zekere uitdrukking op haar afgewend +gezicht noopte Laurie te gaan zitten en ernstig te zeggen: + +"Nu wou ik eens graag voor broer spelen, en een paar vragen doen. Mag +ik?" + +"Ik beloof niet, dat ik er op antwoorden zal." + +"Dat zal je gezicht wel doen, als je tong weigert. Je bent nog niet +genoeg vrouw van de wereld om je gevoelens te verbergen, meisje! Ik heb +verleden jaar praatjes gehoord over Fred en jou en ik voor mij geloof, +dat, als hij niet zoo plotseling naar huis had moeten gaan, en zoo +lang was opgehouden, er wel iets van zou gekomen zijn, is 't niet zoo?" + +"Dat kan ik moeilijk beantwoorden," zei Amy stijf; maar haar oogen +glinsterden verraderlijk en deden voldoende zien, dat zij haar macht +kende en behagen schepte in die wetenschap. + +"Je bent toch nog niet geëngageerd, hoop ik?" en Laurie keek eensklaps +heel ernstig, zooals een ouderen broeder paste. + +"Neen." + +"Maar je zult hem aannemen, als hij terugkomt en heel behoorlijk een +knieval doet, is 't niet?" + +"Best mogelijk!" + +"Je houdt dus heel veel van Fred?" + +"Ik zou het zeker kunnen doen, als ik het probeerde." + +"Maar je bent niet van plan het te probeeren, voordat het geschikte +oogenblik is aangebroken? Lieve hemel, wat een bovenaardsche +voorzichtigheid! Hij is een goeie jongen, Amy, maar niet de man, +dien ik dacht, dat jij zou liefhebben." + +"Hij is rijk, een 'gentleman' en heeft bizonder innemende +manieren,"--begon Amy en ze trachtte heel koel en waardig te spreken, +maar voelde zich toch min of meer beschaamd, in weerwil van de +zuiverheid harer bedoelingen. + +"Ik begrijp je--schoonheden, die in de wereld willen schitteren, +hebben geld noodig, en dus ben je van plan een goed huwelijk te doen +en er op die manier te komen? Heel juist en verstandig zeker, in de +oogen van 'men', maar het klinkt vreemd uit den mond van een dochter +van je moeder." + +"'t Is toch zoo!" + +De kalme beslistheid, waarmee dit korte gezegde geuit werd, was +in vreemd contrast met de jonge spreekster. Laurie gevoelde dit +instinctmatig, en ging weer liggen, met een gevoel van teleurstelling, +waarvan hij geen verklaring kon geven. Zijn blik en stilzwijgen, +gevoegd bij zekere inwendige zelfbeschuldiging, hinderden Amy, en +deden haar het besluit opvatten, hem zonder uitstel de les te lezen. + +"Ik wou, dat je je eens wat aanpakte en je best deed wat levendiger +te zijn," viel zij scherp uit. + +"Probeer jij me dan eens wakker te schudden, als een beste meid." + +"Ik zou het best kunnen, als ik wou," en zij zag er uit, alsof zij +het op de kortste en bondigste manier zou willen aanpakken. + +"Probeer het maar gerust, ik geef mijn toestemming," antwoordde +Laurie, die het heerlijk vond eens te kunnen plagen, nadat hij zich +dat prettig tijdverdrijf zoo lang had moeten ontzeggen. + +"Je zou binnen vijf minuten boos zijn." + +"Ik ben nooit boos op jou. Om vuur te slaan zijn er twee vuursteenen +noodig; jij bent zoo koel en zacht als sneeuw." + +"Je weet niet, wat ik doen kan--als sneeuw goed toegepast wordt, +doet zij iemand gloeien en tintelen. Je onverschilligheid is voor de +helft aanstellerij; en als je maar eens ferm door elkaar geschud werd, +zou je zien dat ik gelijk had." + +"Schud mij dan eens ferm door elkaar! 't Zal mij geen pijn doen, +en het is voor jou nog eens een pleziertje, zooals de reus zei, toen +zijn kleine vrouw hem sloeg. Beschouw mij maar als een echtgenoot of +een karpet, en sla, tot je er zelf moe van bent, als die soort van +lichaamsoefening je goed doet." + +Daar zij nu werkelijk tot het uiterste geprikkeld was, en er hartelijk +naar verlangde, dat hij die traagheid en onverschilligheid, die hem +zoo totaal veranderd hadden, zou afschudden, scherpte Amy zoowel haar +toon als haar potlood en begon: + +"Flo en ik hebben een nieuwen naam voor je bedacht: 'luie Laurence', +hoe bevalt je die?" Zij dacht, dat het hem onaangenaam zou aandoen, +maar hij sloeg zijn handen boven zijn hoofd in elkander en zei +onverstoord: + +"Niet kwaad, ik dank de dames wel." + +"Wil ik je eens zeggen, hoe ik in alle oprechtheid over je denk?" + +"Ik smacht er naar het te hooren." + +"Nu, ik veràcht je." + +Al had zij gezegd: "Ik haat je," op een kregeligen of coquetten toon, +hij zou gelachen en het wel aardig gevonden hebben; maar haar ernstige, +bijna droevige stem deed hem de oogen opslaan en kortaf vragen: + +"Waarom, als ik 't weten mag?" + +"Omdat jij, met alle kansen om goed, nuttig en gelukkig te zijn, +aan je gebreken toegeeft en lui en karakterloos bent." + +"Krachtige taal, mejuffrouw." + +"Als 't je bevalt, zal ik voortgaan." + +"Alstjeblieft, het is hoogst interessant." + +"Ik dacht wel, dat je er zoo over zou denken; zelfzuchtige menschen +praten altijd graag over zichzelf." + +"Ben _ik_ zelfzuchtig?" de vraag ontsnapte hem onwillekeurig en werd +op verwonderden toon gedaan, want de enkele deugd waarop hij aanspraak +meende te mogen maken, was grootmoedigheid. + +"Ja, vreeselijk zelfzuchtig," antwoordde Amy op een kalmen, koelen +toon, die op dat oogenblik tweemaal zooveel indruk maakte als een +heftige. "Ik zal het je bewijzen, want ik heb je bestudeerd, terwijl +wij onzen tijd zoo prettig doorbrachten, en ik ben volstrekt niet +tevreden over je. Je bent nu bijna zes maanden op reis, en hebt niets +uitgevoerd dan tijd en geld verspillen en je vrienden teleurstellen." + +"Mag iemand dan niet eens plezier maken, na vier jaren lang hard +gewerkt te hebben?" + +"Je ziet er niet naar uit, of je veel plezier gehad hebt; in elk geval +heeft het je, voor zoover ik kan nagaan, niet veel goed gedaan. Toen +wij elkander voor het eerst zagen, zei ik, dat je er op vooruit +was gegaan, maar nu neem ik dat terug, want ik vind je niet half +zoo aardig, als toen ik van huis ging. Je bent verschrikkelijk lui +geworden, houdt van babbelen, en verbeuzelt je tijd met onbeteekenende +dingen. Je vindt het prettig je door nietsbeduidende menschen te +laten fêteeren en bewonderen, in plaats van door verstandige menschen +bemind en geacht te willen worden. Met geld, talent, een goede positie, +gezondheid en schoonheid,--dat hoor je natuurlijk graag, ijdeltuit die +je bent! maar het is de waarheid en dus moet ik het wel zeggen,--in +'t bezit en 't genot van al die schatten, kun je geen andere bezigheid +vinden dan lanterfanten, en in plaats van de man te zijn, dien je kon +en moest zijn, ben je--" hier zweeg zij, met een blik, waarin zoowel +teleurstelling als medelijden te lezen stonden. + +"De heilige Laurentius op een rooster," voegde Laurie er bij, den zin +kalm voltooiend. Maar de vermaning bleef toch niet zonder uitwerking, +want zijn oogen stonden nu klaar en wakker en begonnen te glinsteren, +en een half knorrige, half beleedigde uitdrukking nam de plaats in +van de vroegere onverschilligheid. + +"Ik dacht wel, dat je 't zoo zou opnemen. Jullie mannen vertelt ons, +dat wij engelen zijn, en álles van jullie maken kunnen, wat wij maar +willen; maar niet zoodra trachten wij je in alle oprechtheid van +dienst te zijn, of jullie lacht ons uit en wilt niet luisteren. Wel +een bewijs hoeveel die vleierij waard is!" Amy sprak bitter en draaide +den ongelukkigen martelaar aan haar voeten den rug toe. + +Een oogenblik later kwam er een hand op haar papier, zoodat zij +niet kon teekenen, en Laurie riep, met grappige nabootsing van een +berouwvol kinderstemmetje: + +"Ik zal zoet zijn, héél zoet!" + +Maar Amy lachte niet, want zij meende het ernstig, en terwijl ze met +haar potlood een tikje gaf op de hand die voor haar lag, zei zij strak: + +"Schaam je je niet over zoo'n hand? Zij is zoo zacht en wit als die van +een vrouw, en ziet er uit, alsof zij nooit iets anders uitvoert, dan +Jouvin's fijnste handschoenen dragen en bloemen voor dames plukken. Je +bent, den hemel zij dank, geen fat, dus ben ik tenminste nog blij, +dat er geen diamanten of groote zegelringen aan schitteren, alleen +maar dat kleine oude ringetje, dat Jo je jaren geleden eens gaf. O, +ik wou, dat zij hier was om mij te helpen." + +"Dàt wou ik ook!" + +De hand verdween even plotseling als zij gekomen was, en het vuur, +waarmee hij met haar wensch instemde, voldeed zelfs Amy. Terwijl +ze op hem neerkeek, viel haar een nieuwe gedachte in--maar hij had +zijn hoed half over zijn gezicht getrokken, als om het te verbergen, +en zijn knevel bedekte zijn mond. Zij zag alleen, hoe zijn borst +op en neer ging door een diepe ademhaling, die wel een zucht had +kunnen zijn, en de hand, die het ringetje droeg, woelde in het gras, +alsof zij iets verbergen moest, dat te kostbaar of te teeder was om +besproken te worden. In een oogwenk kregen verschillende zinspelingen +en kleinigheden vorm en beteekenis in Amy's hoofd, en vertelden haar, +wat haar zuster haar nooit had toevertrouwd. Zij herinnerde zich, +dat Laurie nooit uit eigen beweging over Jo sprak; zij dacht aan +de schaduw, die zooeven over zijn gezicht getrokken was, aan de +verandering in zijn karakter, en het dragen van dat kleine oude +ringetje--geen sieraad aan een flinke hand. Meisjes zijn vlug in +het lezen van zulke teekenen en voelen, hoeveel zij zeggen. Daarbij +had Amy zich al eens verbeeld, dat wellicht een liefdeshistorie +de oorzaak was van die verandering, en nu was zij er zeker van; +haar heldere oogen vulden zich met tranen, en toen zij weer sprak, +was het op een zachten, vriendelijken toon. + +"Ik weet wel, dat ik geen recht heb zoo tot je te spreken, Laurie; +en als je niet de best gehumeurde jongen van de wereld was, zou +je woedend op mij worden. Maar we zijn allemaal trotsch op je en +houden zóóveel van je, dat ik niet goed velen kan, dat zij thuis even +teleurgesteld in je zouden zijn, als ik het ben geweest--hoewel zij +daar de verandering misschien beter zouden begrijpen." + +"Dat denk ik zeker," klonk het van onder den hoed, op een grimmigen +toon, maar die even roerend was als een half gesmoorde zou geweest +zijn. + +"Zij hadden 't mij moeten schrijven, dan had ik je niet zoo hard +toegesproken, terwijl ik juist meer dan ooit vriendelijk en geduldig +had moeten zijn. Ik heb nooit van die juffrouw Randal gehouden, en +nu haat ik haar!" zei slimme Amy, die zeker van haar zaak wilde zijn. + +"Juffrouw Randal?!" Laurie gaf een duw aan zijn hoed, zoodat hij van +zijn gezicht vloog, met een uitdrukking, die geen twijfel overliet +aangaande zijn gevoelens jegens die jonge dame. + +"O, neem me niet kwalijk, ik dacht--" hier zweeg zij diplomatisch. + +"Niet waar! dat dacht je _niet_! Je wist heel goed, dat ik nooit +om iemand gegeven heb, dan om Jo." Laurie uitte dit op zijn ouden +heftigen toon, zijn gezicht afkeerend terwijl hij sprak. + +"Dat dacht ik eerst ook wel, maar omdat zij er nooit iets over +schreven, en jij op reis ging, meende ik, dat ik mij vergist had. En +wou Jo niet? Hé, ik heb altijd gedacht, dat zij vreeselijk veel van +je hield!" + +"Zij _houdt_ ook wel van me, maar niet op de manier, die ik verlang; +en 't is maar gelukkig voor haar, dat zij mij niet liefhad, als +ik dan toch zoo'n nietsbeteekenend, karakterloos wezen ben, als +waarvoor jij me houdt. Maar dat is háár schuld, en dat kun je haar +gerust vertellen." + +De harde, bittere uitdrukking kwam weer terug, toen hij dat zei, en het +hinderde Amy, want zij wist niet welken balsem op de wond te leggen. + +"Ik had ongelijk; ik wist het niet, en het spijt mij erg, dat ik me +zoo boos op je gemaakt heb; maar ik wou tóch dat je het beter droeg, +Teddy." + +"Noem me niet zoo! dat is háár naam voor me," en Laurie hief +de hand op, met een haastige beweging, om de woorden, op Jo's +half vriendelijken, half verwijtenden toon gesproken, tegen te +houden. "Wacht tot je 't zelf ondervonden hebt," voegde hij er zachtjes +bij, handenvol gras uittrekkende. + +"Ik zou het manmoedig dragen, en mij in elk geval geacht maken, als +ik niet bemind kon worden," riep Amy, met de beslistheid van iemand, +die er niets van af weet. + +Nu vleide Laurie zich, dat hij het bizonder goed gedragen _had_,--hij +had niet geklaagd, geen medelijden zoeken op te wekken, en was met +zijn smart de wereld ingegaan, om die alléén de baas te worden. Amy's +woorden stelden de zaak in een nieuw licht, en hij zag voor de +eerste maal in, dat het zwak en zelfzuchtig was, bij de eerste groote +teleurstelling reeds den moed te verliezen, en zich over te geven aan +sombere onverschilligheid. Hij had een gevoel, alsof hij plotseling +uit een droom werd wakker geschud en onmogelijk den slaap weer kon +vatten. Na een poosje kwam hij overeind, en vroeg langzaam: + +"Denk je, dat Jo mij ook zou verachten?" + +"Ja, als zij je nu zag, zou zij dat zeker. Zij heeft een afkeer van +luie menschen. Waarom doe je niet iets kranigs, en _dwing_ je haar +niet, je lief te hebben?" + +"Ik heb mijn best gedaan, maar 't hielp niet." + +"Door te promoveeren, bedoel je? Dat was niets meer dan je plicht +tegenover je grootvader. Het zou een schande zijn geweest, als je +niet geslaagd was, na zooveel tijd en geld verspild te hebben, en +terwijl iedereen wist, hoe goed je werken _kon_!" + +"Ik bén niet geslaagd; je kunt zeggen wat je wilt, want Jo wou mij +niet liefhebben," begon Laurie, en liet mismoedig het hoofd op de +hand rusten. + +"Dat ben je wel, en dat zul je later zelf moeten erkennen,--want het +deed je goed, en bewees, dat je, als je 't maar probeerde, best iets +ten uitvoer kon brengen. Als je je nu maar iets anders tot taak wou +stellen, zou je gauw weer even opgewekt en gelukkig zijn als vroeger, +en je verdriet vergeten." + +"Dat is onmogelijk!" + +"Probeer het eerst en zie dan eens. Je hoeft de schouders niet op +te trekken en te denken: 'Wat weet zij van die dingen.' Ik doe mij +niets wijzer voor dan ik ben, maar ik let goed op, en ik zie vrij wat +meer, dan je je kunt voorstellen. Ik stel altijd veel belang in de +ondervindingen en de veranderlijkheid van andere menschen, en al kan +ik er dikwijls geen verklaring van geven, onthoud en gebruik ik ze +toch tot mijn eigen nut. Heb Jo je leven lang lief, als je daar lust +in hebt,--maar laat je er niet door ten onder brengen,--want het is +slecht om zoo veel goede gaven te veronachtzamen, omdat je de eene, +waarop je je zinnen gezet hebt, niet krijgen kunt. Maar kom--ik zal +je niet langer de les lezen, want ik weet, dat je je zult aangrijpen, +en een man zijn, in weerwil van die hardvochtige Jo!" + +Beiden zwegen een poosje. Laurie draaide het ringetje aan zijn +vinger rond, en Amy legde de laatste hand aan de vluchtige schets, +die zij al pratende gemaakt had. Daarna schoof zij die op zijn knie +met de woorden: + +"Hoe vind je dit?" + +Hij keek en glimlachte--wat hij moeilijk laten kon, want het was +uitstekend gedaan. De lange, luie gedaante op het gras, met het +onverschillige gezicht, de half gesloten oogen, terwijl de eene hand +een sigarette vasthield, waaruit een wolkje opsteeg, dat het hoofd +van den droomer in rook hulde. + +"Wat teeken je toch goed!" riep hij uit, met ongeveinsde verbazing en +bewondering over haar bekwaamheid, en voegde er toen half lachend bij: + +"Ja, dat bén ik." + +"Zooals je _nu_ bent--dit is, zooals je wás," en Amy legde een andere +schets naast degene, die hij in de hand hield. + +Zij was niet half zoo goed gelukt, maar er zat leven en geest in, +wat menige fout goed maakte, en zij riep het verleden zoo levendig in +de herinnering terug, dat het gezicht van den jongen man plotseling +veranderde, toen hij de teekening bekeek. Het was niets dan een ruwe +schets, voorstellende, hoe Laurie een paard temde; hoed en jas waren +neergeworpen, en iedere lijn van de vlugge gestalte, de vastgesloten +mond en de bevelende houding, gaven wilskracht en durf te kennen. Het +mooie dier, juist overwonnen, boog zijn nek onder de sterk aangehaalde +teugels, krabde met den eenen poot den grond op, en stak de ooren op, +alsof het luisterde naar de stem van zijn meester. De verwarde manen +van het paard en de strakke houding van den ruiter spraken van een +plotseling stilhouden, na snelle beweging; van kracht en moed, jeugdig +vuur, hetgeen een scherpe tegenstelling vormde met de achtelooze +bevalligheid van de "Dolce far niente"-schets. Laurie zei niets, +maar Amy zag, hoe hij van de eene teekening naar de andere keek, +kleurde, en zijn lippen op elkander klemde, alsof hij de les, die +zij hem gegeven had, begreep en aannam. Dat voldeed haar; en zonder +een antwoord af te wachten, zei zij op haar gewonen, levendigen toon: + +"Herinner je je dien dag nog, toen je het paard zou temmen, en wij +er allemaal naar keken? Meta en Bets waren angstig, maar Jo danste, +en klapte in de handen, en ik zat op het hek, en nam er een schets +van. Ik vond die schets een paar dagen geleden in mijn portefeuille, +werkte ze wat op, en bewaarde haar om ze je te laten zien." + +"Zeer verplicht! Je bent enorm veel vooruitgegaan, sedert dien tijd, +en ik wensch er je geluk mee. Mag ik zoo vrij zijn je in dit 'paradijs' +te herinneren, dat men om zes uren dineert in je hôtel?" + +Dit zeggende stond Laurie op, gaf de teekeningen terug met een glimlach +en een buiging, en keek op zijn horloge, als om haar te beduiden, +dat er zelfs aan zedelessen een einde moet komen. Hij trachtte zijn +vroegere trage, onverschillige houding weer aan te nemen, maar nu +_was_ het "aanstellerij",--want de vermaning had meer uitgewerkt, +dan hij zelf wilde erkennen. Amy gevoelde een zekere koelheid in zijn +manieren, en zei tot zich zelve: "Nu heb ik hem beleedigd. Enfin, als +'t hem goed doet, ben ik er heel blij om; als hij nu 't land aan me +krijgt, spijt het mij; maar het was de waarheid, en ik kan er geen +woord van terugnemen." + +Zij lachten en keuvelden den geheelen weg over naar huis; en de +kleine Baptiste, die op het achterbankje zat, vond, dat _monsieur_ +en _mademoiselle_ bizonder goed gehumeurd waren. Maar geen van beiden +voelde zich recht op zijn gemak; de vriendschappelijke, openhartige +toon was verstoord, er lag een schaduw over den zonneschijn, +en er heerschte in beider hart een geheime ontstemming, in spijt +van hun schijnbare vroolijkheid. "Zullen wij je van avond zien, +_mon frère_?" vroeg Amy, toen zij aan de kamerdeur van haar tante +afscheid namen. + +"Ik heb ongelukkig een afspraak. _Au revoir, mademoiselle_," en +Laurie boog zich als om haar de hand te kussen op Fransche manier, +hetgeen hem beter afging dan menig ander. Maar een zeker iets in zijn +gezicht dwong Amy haastig te zeggen: + +"Neen, Laurie, wees gewoon tegen me, en neem op de goede oude manier +afscheid van me. Ik krijg liever één hartelijken Engelschen handdruk, +dan al die flauwe, sentimenteele Fransche complimenten." + +"Dag, Amy," en met deze woorden, gesproken op den toon dien zij +graag hoorde, verliet Laurie haar, na een handdruk, bijna pijnlijk +van hartelijkheid. + +Den volgenden morgen ontving ze, in plaats van het gewone bezoek, +een briefje, dat haar bij den aanvang deed glimlachen, maar bij het +einde zuchten: + + +_Mijn lieve Mentor!_ + +Wees zoo goed je tante van mij goeden dag te zeggen, en verheug je, +want "luie Laurence" is naar zijn grootvader gegaan, zooals een braven +jongen betaamt. Heb een plezierigen winter, en mogen de goden je +gezegende wittebroodsweken geven te Valrosa. Ik denk, dat het Fred +ook goed zou doen, als hij eens wakker geschud werd. Zeg hem dat, +met mijn gelukwenschen. + + +Steeds de uwe + +TELEMACHUS. + + + +"Beste jongen! Ik ben blij, dat hij gegaan is," zei Amy met een +goedkeurenden glimlach, maar het volgende oogenblik betrok haar +gezicht, toen zij de leege kamer rondkeek, en voegde zij er met een +onwillekeurigen zucht bij: + +"Ja, ik _ben_ blij, maar wat zál ik hem missen!" + + + + + +HOOFDSTUK XVII. + +DE VALLEI DER SCHADUWEN DES DOODS. + + +Toen de eerste bitterheid voorbij was, nam de familie March het +onvermijdelijke aan en trachtte het blijmoedig te dragen, elkander +steunende door die innige liefde, die gewoonlijk in tijden van druk, +huisgenooten nauwer verbindt. Zij maakten het elkaar niet zwaarder +door nuttelooze klachten, en ieder deed zijn best om dat laatste jaar +nog een betrekkelijk gelukkig jaar te doen zijn. + +De vroolijkste kamer werd voor Bets in orde gemaakt, en alles daar +bijeen gebracht, waar zij het meest zwak op had--bloemen, platen, haar +piano, het kleine werktafeltje en de geliefde katjes. Vaders mooiste +boeken vonden hun weg daarheen, en zoo ook Moeders gemakkelijke stoel, +Jo's schrijftafel, Amy's beste schetsen; en elken dag bracht Meta haar +kleintjes even, om een zonnestraaltje te werpen in de kamer van "Tante +Bets". John legde, zonder iets te zeggen, een sommetje ter zijde, om de +zieke van tijd tot tijd wat vruchten of andere versnaperingen te kunnen +zenden, waarvan zij veel hield en waarnaar ze dikwijls verlangde; de +oude Hanna werd nooit moede in het bedenken van nieuwe schoteltjes, +om haar grilligen eetlust te prikkelen, en stortte onder het bereiden +menigen traan; en van over de zee kwamen allerlei verrassinkjes en +opgeruimde brieven, die weldadige warmte en liefelijke geuren schenen +mee te brengen uit streken, waar men geen winter kent. + +Vereerd als een huisgod in zijn nis, zat Betsy, rustig en bezig als +altijd, want niets kon haar lieve onzelfzuchtige natuur veranderen, +en nu zelfs, nu zij op het punt stond uit dit leven te scheiden, +trachtte zij het zoo gelukkig mogelijk te maken voor degenen, +die achter zouden blijven. De zwakke vingers waren nooit ledig, +en een van haar liefste bezigheden was, kleine presentjes te maken +voor de schoolkinderen, die dagelijks voorbij gingen; om b.v. een +paar wantjes uit het raam te laten vallen voor een paar verkleumde +handjes, een naaldenboekje voor een kleine poppen-moeder, aardige +inktlappen voor jeugdige schrijvers, die zich met moeite een weg +baanden door dichte bosschen van hanepooten, of kleine plakboekjes voor +kunstlievende oogen, en alle mogelijke, andere, aardige verzinsels, +zoodat het jonge volkje, dat eigenlijk met tegenzin de ladder der +geleerdheid beklom, zijn weg als het ware met bloemen bestrooid vond, +en de lieve geefster ging beschouwen, als een soort van goede fee, +die van haar troon allerlei gaven voor hun voeten strooide, gaven, +die op wonderbare wijze juist beantwoordden aan hun smaak en hun +behoeften. Indien Betsy eenige belooning verlangde, vond zij die +in de vroolijke gezichtjes, die steeds naar haar venster opkeken, +haar toeknikten en toelachten, en in de grappige, kleine briefjes, +vol vlekken en dankbaarheid, die zij van hen kreeg. + +De eerste maanden waren werkelijk gelukkig, en Betsy keek gedurig om +zich heen en zeide dan: "Wat is alles heerlijk!" als zij zoo gezellig +bij elkander zaten in haar vroolijke kamer, de kinderen kraaiend en +spelend op den grond, Moeder en de zusters bij het raam aan het werk, +terwijl Vader met zijn welluidende stem iets voorlas uit de wijze +oude boeken, die zoo rijk schenen aan goede, troostrijke woorden, +en nog evenzeer van toepassing waren nu, als toen zij eeuwen geleden +geschreven werden--een kleine tempel, waar een vaderlijk priester +zijn kuddeke de harde lessen leerde, die allen moesten leeren; hen +trachtte te doen inzien, dat hoop troost kan storten in liefhebbende +harten, en dat geloof berusting mogelijk maakt. Het waren eenvoudige +preeken, die dadelijk den weg vonden naar de harten der toehoordsters; +want het hart des vaders sprak uit den godsdienst des leeraars, +en de aandoening, meermalen merkbaar in het trillen zijner stem, +zette dubbele welsprekendheid bij aan de woorden, die hij sprak of las. + +Het deed allen goed, dat deze rustige tijd hun gegeven was, als een +voorbereiding voor de droevige uren, die komen zouden, want na een +poosje klaagde Bets, dat de naald "zoo zwaar" werd, en legde zij haar +voor altijd neer; praten vermoeide haar, het zien van verschillende +menschen maakte haar onrustig, de pijn overmeesterde haar, en de +vrede harer ziel werd droevig verstoord door het lijden, dat haar +zwak lichaam teisterde. Ach! hoe moeilijk waren de dagen, hoe lang de +nachten, hoe innig de smeekbeden, die de verslagen harten opzonden, +wanneer zij, die haar zoo ziels liefhadden het moesten aanzien, hoe zij +de uitgeteerde handen naar hen uitstak, met den hartroerenden kreet: +"Help mij, o, toe help mij!" en zij geen hulp konden aanbrengen. Een +donkere wolk over de kalme helderheid der ziel, een zware strijd +tusschen het jonge leven en den dood, maar beide waren gelukkig van +korten duur, en toen het zoo natuurlijk verzet plaats had gemaakt +voor onderworpenheid, keerde de oude vrede lieflijker dan ooit +terug. Naarmate het zwakke lichaam afnam in kracht, nam de ziel toe +in sterkte, en hoewel Betsy weinig sprak, gevoelden allen in haar +omgeving, dat zij zich gereed hield en zagen zij dat de pelgrim, +die het eerst opgeroepen werd, ook het meest geschikt en het meest +bereid was om te sterven. + +Jo verliet haar geen oogenblik, sedert Bets had gezegd: "Ik voel +mij sterker, wanneer jij bij mij bent." Zij sliep op een rustbank +in de kamer, stond dikwijls op om naar het vuur te zien, of om +het geduldige schepseltje dat zoo zelden om iets vroeg, en haar +best deed "om niemand tot last te zijn", te laven, goed te leggen, +of eens toe te spreken. Den ganschen dag bleef zij in de kamer, +naijverig op andere ziekenverpleegsters en trotscher op de voorkeur +haar gegeven, dan zij in later tijd ooit was op eenige eer, die haar +te beurt viel. Het waren voor Jo kostbare en nuttige uren, want haar +hart doorliep een moeilijke school; lessen in geduld werden haar op +zoo liefelijke wijze gegeven, dat het niet anders kon, of zij moest +ze ter harte nemen; lessen in liefde tot alles; die zachte stemming, +die onvriendelijkheid kan vergeven en waarlijk vergeten; het getrouw +vervullen zelfs van den moeilijksten plicht, en het innige geloof, +dat niets vreest, maar onwankelbaar vertrouwt. + +Het gebeurde meermalen, dat Jo, als zij 's nachts wakker werd, Betsy +vond lezen in haar veel gebruikt boekje, of haar zacht hoorde neuriën +om den slapeloozen nacht te bekorten, of zag, hoe zij het hoofd op de +handen liet rusten, terwijl menige traan tusschen de doorschijnende +vingers neerdroppelde; dan sloeg Jo haar gade, vervuld van allerlei +gedachten, te diep voor tranen, daar zij begreep, dat Bets op haar +eenvoudige, onzelfzuchtige wijze zichzelve zocht los te maken van +het lieve oude leven, en zich voor te bereiden voor het volgende, +door het herhalen van heilige troostwoorden, stille gebeden, en de +muziek, die zij zoo liefhad. + +Dit alles werkte meer uit op Jo, dan de diepzinnigste preeken, +de heiligste lofzangen, de hartstochtelijkste gebeden hadden +kunnen teweegbrengen; want met oogen, door vele tranen helderziend +geworden, en een hart, door de teederste droefheid verzacht, leerde +zij de schoonheid beseffen van Betsy's leven--door niets bizonders +gekenmerkt, zonder eerzucht, maar vol van die bescheiden deugden, +die een liefelijken geur verspreiden, en bloeien in de schaduw, en +van die zelfverloochening, welke hen, die op aarde tevreden waren met +de minste te wezen, de eersten doet zijn in het koninkrijk der hemelen. + +Op zekeren nacht zocht Bets onder de boeken op haar tafeltje naar +iets, dat haar de doodelijke vermoeidheid zou kunnen doen vergeten, +die bijna even zwaar te dragen viel als pijn; zij doorbladerde haar +ouden lieveling "De Reize naar de Eeuwigheid" [10] en vond een stukje, +papier door Jo bekrabbeld. Het opschrift trok haar aandacht, en de +doorgeloopen letters deden haar zien, dat er tranen op gevallen waren. + +"Arme Jo, zij is zoo vast in slaap; ik zal haar dus maar niet wakker +maken om het haar te vragen; zij laat mij toch al haar dingen zien, +en ik denk niet, dat zij knorrig zal zijn als ik dit lees," dacht +Betsy, en wierp een blik naar haar zuster, die op het haardkleed lag +te slapen met de tang naast zich, om, zoodra het hout uit elkander +viel, bij de hand te zijn. + + + MIJN BETSY. + + Stil, geduldig in de schaduw + Uitziend naar het Hemelsch licht, + Zit zij rustig af te wachten, + 't Vriendelijk oog omhoog gericht. + Aardsche hoop en vreugd en droefheid + Hebben welhaast afgedaan. + Nog maar kort en 't is geleden-- + Dan breekt d'eeuwge morgen aan. + + Hebt gij bijna uitgestreden, + Laat me een deel van uwen geest, + Waardoor uw kortstondig leven + Zoo aantreklijk is geweest; + Van 't geduld dat u bezielde, + En u, in de grootste pijn, + Altijd vriendlijk en blijmoedig, + Hoopvol en getroost deed zijn. + + Geef mij--want ik heb 't zoo noodig-- + Van uw nooit verflauwden moed, + Die den weg der plichtsbetrachting + Effen maakte voor uw voet. + Geef m'uw onbekrompen liefde + Die zoo godd'lijk schoon en vrij + 't Kwaad met liefde kon vergeven-- + Waar 'k misdeed, vergeef ook mij! + + Zoo verliest het afscheid daaglijks + Iets van d' al te bittre pijn; + Zoo zal, als 'k de les wil leeren, + Mijn verlies mijn winste zijn. + Droefheid toch zal zachter stemmen + Mijn nog ongetemd gemoed; + Hooger streven in mij wekken, + Streven naar het Hemelsch goed. + + Voortaan zie 'k in mijn gedachten, + Veilig in het land der rust, + U, mijn liev'ling, die mij opwacht, + Toewenkt van de zaalge kust. + Hoop, geloof, uit smart geboren, + Doen mij stil zijn onder 't kruis; + En de zuster, die mij voorging, + Leidt mij aan haar hand naar huis. + + +Gevlekt en half uitgewischt, niet uitmuntende door dichterlijke +volmaaktheid, riep dit gedichtje toch een uitdrukking van +onuitsprekelijke blijdschap op Betsy's gelaat te voorschijn, want het +was haar grootste verdriet geweest, dat zij zoo weinig gedaan had, +en Jo's versje scheen haar te verzekeren, dat haar leven niet onnut +was voorbijgegaan--dat haar dood niet die wanhoop zou veroorzaken, +waarvoor zij gevreesd had. Terwijl zij daar zoo zat te peinzen, met +het papier in de hand, viel het verkoolde blok hout ineen. Jo schrikte +wakker, pookte het vuur eens op, en sloop zachtjes naar het ledikant, +in de hoop, dat Bets zou slapen. + +"Ik slaap niet, maar ik ben zoo gelukkig, Jo. Kijk's, ik heb dit +gevonden en gelezen; ik wist, dat je er niet boos om zou zijn. Ben +ik dat alles voor je geweest, Jo?" vroeg zij bescheiden en ernstig. + +"O Bets, zooveel, zooveel!" en Jo legde haar hoofd op het kussen +naast haar zusje. + +"Dan behoef ik niet meer te tobben, dat mijn leven nutteloos is +geweest. Ik ben lang niet zoo goed als jij mij voorstelt, Jolief, +maar ik _heb_ mijn best gedaan om te doen wat goed is, en nu het +te laat is om ook nog maar een begin te maken met het beter aan te +vatten, is het mij zoo'n troost te weten, dat er iemand is, die mij +innig liefheeft en denkt, dat ik haar in iets tot zegen ben geweest." + +"Meer dan iemand ter wereld, Bets. Vroeger dacht ik, dat ik je niet +zou kunnen afstaan, maar ik begin in te zien, dat ik je niet verlies; +dat je nóg meer voor me zult zijn dan vroeger, en dat de dood ons +niet scheiden kan, al lijkt het ook zoo." + +"Ik weet, dat hij het niet kan, en ik ben er ook niet bang meer voor, +want ik weet zeker, dat ik altijd je eigen Bets zal blijven, en je meer +dan ooit zal kunnen liefhebben en helpen. Jij moet mijn plaats innemen, +Jo, en alles voor Vader en Moeder zijn, als ik ben heengegaan. Zij +zullen alles van jou verwachten; laat het niet tevergeefs zijn; en +mocht het je soms moeilijk vallen, dat je zoo alleen moet werken, +herinner je dan, dat ik je niet vergeet, en dat je je gelukkiger zult +gevoelen, wanneer je Vader en Moeder helpt, dan wanneer je prachtige +boeken schrijft, of de wereld rondreist; want liefde is het eenige, +wat wij met ons kunnen nemen, wanneer wij van hier gaan, en zij maakt +het einde zooveel gemakkelijker." + +"Ik zal mijn best doen, Bets," en in dat ernstig oogenblik besloot +Jo haar zoo geliefd oud plan op te geven, en zich van nu af aan een +nieuw en beter levensdoel voor oogen te stellen, inziende dat de +bevrediging van haar eigen wenschen haar toch arm zou laten, en zij +den heerlijken troost behoefde van een zich toewijden in liefde. + +Zoo kwamen en gingen de lentedagen, de lucht werd helderder, de aarde +groener, de bloemen ontplooiden vroegtijdig hun blaadjes, en de vogels +kwamen nog bijtijds terug om het vaarwel toe te roepen aan Bets, die +als een vermoeid, maar vertrouwend kind zich vastklemde aan de handen, +die haar haar gansche leven door geleid hadden--aan Vader en Moeder, +die haar teederlijk ondersteunden tot aan de vallei der schaduwen +des doods, waar zij haar overgaven aan God. + +Zelden, behalve in boeken, spreken stervenden bizonder treffende +woorden, zien zij gezichten, of verlaten zij de aarde met verheerlijkt +gelaat; en zij die er meermalen getuigen van waren, wanneer een ziel +het stoffelijk omhulsel ontvlood, weten, dat voor de meesten het einde +zoo natuurlijk en eenvoudig komt als de slaap. Wat Bets gehoopt had, +gebeurde: het "getij" verliep zachtkens en rustig, en in het donkere +uur, eer nog de schemering was aangebroken, blies zij zacht den +laatsten adem uit aan de borst, waar zij het eerst gerust had, zonder +eenig vaarwel, dan een laatsten blik vol liefde en een flauw zuchtje. + +Met tranen en gebeden en teedere handen maakten moeder en zusters haar +gereed voor den langen slaap, die nooit meer door pijn zou gestoord +worden--en zagen met dankbare oogen, hoe een liefelijke kalmte +nu over de trekken verspreid lag, in plaats van de hartroerende +onderworpenheid, die hen zoo lang pijnlijk had aangedaan, en zij +gevoelden met innige blijdschap, dat de dood voor hun lieveling een +weldoende engel was en niet een koning der verschrikking. + +Toen de morgen aanbrak, was voor het eerst sinds vele maanden, het +vuur uit, Jo's plaats ledig, en de kamer doodstil. Maar een vogeltje +zong lustig op een tak, dicht bij het raam, sneeuwklokjes bloeiden +tierig in het kozijn, en de lentezon stroomde naar binnen en deelde +van haar glans mede aan het lieve gelaat op het kussen, een gelaat zoo +vol van ongestoorden vrede, dat zij, die het zoo teeder liefhadden, +door hun tranen heen konden glimlachen, en God danken, dat eindelijk +alles wel was met Bets. + + + + + +HOOFDSTUK XVIII. + +Laurie zoekt te vergeten. + + +Amy's vermaning deed Laurie goed, hoewel hij dat natuurlijk eerst +veel later erkende; mannen zijn daar nooit zeer vlug mee. Wanneer de +vrouwen een raad geven, nemen de heeren der schepping dien niet aan, +tenzij zij zichzelf in den waan gebracht hebben, dat het juist was, wat +zij van plan waren te doen; dan handelen zij er naar, en geven, als het +goed uitkomt, aan het zwakkere geslacht de helft van de eer; komt het +echter verkeerd uit, dan geven zij haar edelmoedig de geheele schuld. + +Laurie ging naar zijn grootvader terug, en wijdde zich gedurende +verscheiden weken zoo met hart en ziel aan hem, dat de oude heer +verklaarde, dat de lucht van Nice hem verwonderlijk veel goed had +gedaan, en hij niet beter kon doen, dan er nogeens heen te gaan. Het +jongmensch had niets liever gedaan--maar geen macht ter wereld zou +hem terug hebben kunnen drijven, na de ontvangen berisping; zijn +trots verbood het hem,--en werd soms het verlangen zeer sterk, dan +verlevendigde hij zijn besluit, door de woorden te herhalen, die den +diepsten indruk op hem gemaakt hadden: "Ik veracht je", en, "Ga heen, +en doe iets kranigs, dat haar zal _dwingen_ van je te houden." + +Laurie keerde de zaak zoo dikwijls in zijn gedachten rond, dat hij +weldra tot het inzicht kwam, dat hij werkelijk lui en zelfzuchtig was +geweest, maar als een man een leed met zich omdraagt, heeft hij toch +immers recht op alle soorten van verzetjes, totdat hij zijn smart is te +boven gekomen! Hij voelde, dat zijn verwoeste liefde nu geheel en al +dood was, en hoewel hij haar zijn leven trouw beweenen zou, vond hij +het toch niet bepaald noodzakelijk zijn rouw zoo openlijk te blijven +dragen. Jo wilde hem niet liefhebben, maar hij zou haar toch dwingen +hem te achten en te bewonderen, door iets te doen, wat ten bewijze +kon strekken, dat het "neen" van een meisje zijn leven niet bedorven +had. Hij was altijd van plan geweest het een of ander aan te pakken, +Amy's raad kwam dus totaal overbodig. Hij had alleen maar gewacht, +totdat bovengenoemde verwoeste liefde behoorlijk begraven zou zijn; +zoodra dit gebeurd was, voelde hij zich in staat zijn gewond hart +stil in zich om te dragen en den levensstrijd voort te zetten. + +Evenals Goethe, wanneer hij vreugde of droefheid ondervond, dit in +een lied moest uitstorten, besloot Laurie nu om zijn liefdessmart te +verheerlijken in een compositie, en een Requiem te vervaardigen, dat +Jo's ziel zou verscheuren, en het hart van ieder die het hoorde, zou +doen smelten. Toen dus de oude heer bemerkte, dat hij opnieuw rusteloos +en somber begon te worden, en hem raadde de reisstaf weer ter hand te +nemen, ging hij naar Weenen, waar hij muzikale vrienden had, en zette +zich aan den arbeid, met het vaste plan zich te onderscheiden. Maar, +hetzij zijn droefheid te groot was om zich te laten belichamen in +muziek, hetzij muziek iets te etherisch is om er menschelijk leed +in op te lossen, hij ontdekte weldra, dat het Requiem, ten minste +vooralsnog, zijn krachten te boven ging. Ook bleek, dat zijn geest +nog niet tot werken geschikt was, en zijn gedachten nog opklaring +noodig hadden; want het gebeurde menigmaal, dat hij zich, midden in +een droefgeestige passage, op het neuriën van een danswijsje betrapte, +en het Kerstmisbal te Nice levendig voor zijn verbeelding trad--vooral +die stevige Franschman,--die voor 't oogenblik krachtdadig een einde +maakte aan elke tragische compositie. + +Toen probeerde hij het eens met een opera, want niets scheen hem +in het begin onmogelijk, maar ook hier ontmoette hij allerlei +onvoorziene moeilijkheden. Hij wilde Jo tot de heldin maken, en +riep zijn geheugen te hulp, om hem eenige liefelijke tooneeltjes +en romantische voorstellingen van zijn geliefde te binnen te +brengen. Maar zijn geheugen speelde hem parten, en wilde, alsof het +door den ondeugenden geest van het meisje zelve bezeten was, alleen +Jo's dwaasheden, gebreken en grillen voor hem oproepen; deed hem haar +alleen in de bespottelijkste houdingen zien--hoe zij b. v. matten +uitklopte, het hoofd omwonden met een bonten zijden doek, of zich +verschanste achter het canapékussen, of hem een stortbad toediende +om zijn hartstocht te blusschen,--en een niet te bedwingen lach +bedierf het aandoenlijke beeld, dat hij trachtte te schilderen. Zijn +aangebedene was met geen mogelijkheid tot heldin te maken van een +opera, en hij moest het opgeven met een: "Ze is de plaag van mijn +leven!" en een ruk aan zijn kuif, zooals een wanhopig componist past. + +Toen hij daarna eens omzag naar een minder onhandelbare jonkvrouw, +die hij in zijn toondicht zou kunnen vereeuwigen, deed zijn geheugen +er hem met de vriendelijkste bereidwilligheid een aan de hand. Dit +beeld kreeg telkens verschillende gelaatstrekken, maar het had altijd +gouden lokken, was gehuld in eene doorzichtige wolk, en zweefde +luchtig voorbij zijn geestesoog, in een liefelijken chaos van rozen, +pauwen, witte ponies en blauwe linten. Zonder een naam te geven aan +die bekoorlijke schim, maakte hij haar tot zijn heldin, en kreeg haar +innig lief, hetgeen niet te verwonderen was, want hij kende haar alle +mogelijke gaven en bevalligheden toe, en leidde haar veilig door een +reeks van beproevingen heen, die elke andere sterfelijke vrouw zouden +vernietigd hebben. + +Dank zij deze inspiratie schoot hij geruimen tijd uitstekend op, +maar langzamerhand verloor het werk zijn aantrekkelijkheid; hij +liet de pen rusten, en bleef zitten mijmeren met het papier voor +zich, of dwaalde door de drukke straten, om nieuwe denkbeelden op +te doen en zijn geest te verfrisschen, die dezen winter bizonder +ongestadig scheen te zijn. Hij deed niet veel, maar hij dacht over +velerlei dingen na, en voelde, dat er onwillekeurig de een of andere +verandering met hem plaats vond. "Het is misschien het bruisen van +het genie--ik zal het laten bruisen, en zien wat er van komt," zei +hij, heimelijk vermoedende, dat het geen genie, maar iets anders, +veel meer alledaagsch' was. Maar wat het dan ook mocht wezen, het +werkte toch iets uit, want hij werd steeds meer ontevreden met zijn +onbeteekenend leven, begon te verlangen naar een bepaalde taak, +waarin hij zich met hart en ziel kon verdiepen, en kwam eindelijk +tot het verstandige inzicht, dat iemand, die veel van muziek houdt, +daarom nog geen componist is. Toen hij op zekeren avond terugkwam uit +het koninklijk theater, waar een van Mozart's groote opera's prachtig +was opgevoerd, keek hij de zijne nog eens in, speelde een paar van de +beste eindjes, zat een poosje te staren naar de busten van Mendelssohn, +Beethoven en Bach, die op hun beurt welwillend op hem neerkeken; +scheurde toen eensklaps al zijn volgeschreven vellen muziekpapier +een voor een in stukken, en de laatste snippers wegwerpende, zei hij +bedaard tegen zichzelf: + +"Zij heeft gelijk! talent is nog geen genie, en je kunt het er niet van +maken. Die muziek heeft alle ijdelheid uit mij weggevaagd, evenals Rome +haar een openbaring is geweest, en ik wil niet langer zoo dwaas zijn, +er mij nog iets van voor te stellen. Ziezoo, wat zal ik nu beginnen?" + +Dat scheen een moeilijke vraag om te beantwoorden, en Laurie wenschte +bijna, dat hij werken moest om zijn dagelijksch brood te verdienen. Zoo +ooit, dan deed zich nu de gelegenheid voor "om naar den duivel te +loopen," zooals hij zich eens krachtig had uitgedrukt,--want hij had +overvloed van geld, en niets te doen,--en Satan verschaft, zooals +iedereen weet, graag bezigheid aan ledige handen. + +De arme jongen had verzoekingen genoeg van buiten en van binnen te +bestrijden, maar hij weerstond ze vrij wel,--want hoe hoog hij zijn +vrijheid ook mocht schatten, hij schatte 't in hem gestelde vertrouwen +nog hooger,--en zoo hielden de belofte aan zijn grootvader gedaan, +en zijn wensch om de vriendinnen, die hem liefhadden, eerlijk in +de oogen te kunnen zien, en te kunnen zeggen: "alles in orde," hem +op den goeden weg. Misschien zal de een of andere pessimist zeggen: +"Dat geloof ik niet; jongens zijn jongens en jongelui moeten eerst hun +wilde haren verliezen. Vrouwen moeten geen wonderen verwachten." Ik +laat ieder vrij te gelooven, wat hij wil, maar houd vol, dat het toch +waar is. Vrouwen kunnen heel wat wonderen teweegbrengen, en ik ben er +van overtuigd, dat zij zelfs het groote wonder kunnen uitwerken: het +peil der mannen te doen rijzen, door te weigeren dergelijke gezegden +te herhalen. Laat jongens, jongens zijn,--hoe langer hoe beter, +en laten de jongemannen hun wilde haren verliezen, maar moeders, +zusters en vriendinnen kunnen hun de behulpzame hand reiken in dien +moeilijken tijd, door te toonen, dat zij gelooven aan de mogelijkheid +van hun trouw aan die deugden, die den man doen rijzen in de schatting +van goede vrouwen. Zoo het inbeelding is, laat ons er dan toch van +genieten, zoolang wij kunnen, want zonder haar is de schoonheid en +poëzie van het leven voor de helft verloren, en droevige voorgevoelens +zouden al de hoop vernietigen, die wij koesteren omtrent de flinke, +teerhartige kleine jongens, die nog altijd hun moeders liever hebben +dan zich zelven, en zich niet schamen dat te bekennen. + +Laurie dacht, dat hij gedurende verscheiden jaren alle krachten +zou hebben in te spannen om zijn liefde voor Jo te boven te komen; +maar hij ontdekte tot zijn groote verbazing, dat het hem met den +dag gemakkelijker viel. Hij wilde het in het begin niet gelooven, +werd boos op zichzelf, en kon het niet begrijpen; maar onze harten +zijn vreemde, tegenstrijdige dingen, en de tijd en de natuur doen +het hunne, in weerwil van ons zelven. Laurie's hart _wilde_ geen pijn +meer doen; de wond deed haar best om te genezen, met een snelheid die +hem verbaasde, en in plaats dat hij alle krachten moest inspannen om +te leeren vergeten, ontdekte hij, dat hij zich inspannen moest om +er aan te denken. Hij had dezen ommekeer van zaken niet verwacht, +en was er niet op voorbereid. Hij kreeg een afschuw van zichzelf, +was verwonderd over zijn eigen veranderlijkheid en over het vreemde +mengelmoes van teleurstellingen en verruimdheid, waarmee hij zich +zoo spoedig kon herstellen van zulk een zwaren slag. Hij rakelde +de sintels van zijn verloren liefde met de meeste zorg op, maar zij +weigerden in lichte laaie te ontbranden; er kwam niets anders dan een +weldadige gloed, die hem verwarmde en goeddeed, zonder hem koortshitte +te bezorgen, en hij zag zich, hoewel met tegenzin, genoodzaakt te +erkennen, dat de jeugdige hartstocht langzamerhand overging in rustige +genegenheid,--zeer teeder, en nog een weinig droevig en gevoelig--maar +dat zou met den tijd zeker wel overgaan, en een broederlijke liefde +achterlaten, die onveranderlijk zou blijven bestaan tot aan het einde. + +Toen hem bij een dezer overpeinzingen het woord "broederlijk" voor +den geest kwam, glimlachte hij en keek op naar het portret van Mozart, +dat tegenover hem hing. + +"Hij was een groot man, en toen hij de eene zuster niet krijgen kon, +wendde hij zich tot de andere en was gelukkig." + +Laurie zei de woorden niet hardop, dácht ze alleen maar in stilte; en +het volgend oogenblik kuste hij het kleine oude ringetje, fluisterend: + +"Neen, dat niet! Ik heb het niet vergeten, dat kan ik ook niet. Ik +zal het nog eens probeeren, en als het dan weer mislukt, ja, dan--" + +Hij eindigde zijn zin niet, maar greep pen en papier en schreef aan Jo, +dat hij niet in staat was zich tot iets te bepalen, zoolang er nog de +geringste hoop bestond, dat zij van gedachten zou veranderen. Kon zij +niet, wou zij niet,--zoodat hij thuis kon komen en gelukkig zijn? Hij +voerde, terwijl hij op het antwoord zat te wachten, hoegenaamd niets +uit, maar leefde in een koortsachtige spanning. Eindelijk kwam het, +en bracht hem zekerheid op één punt,--want Jo schreef zeer bepaald, +dat zij niet kon en niet wilde. Zij ging geheel en al op in Bets, en +verlangde het woord "liefde" nooit weer te hooren. Daarop verzocht zij +hem met iemand anders gelukkig te willen zijn, maar ten allen tijde +in zijn hart een klein hoekje open te houden voor zijn liefhebbende +zuster Jo. In een naschrift vroeg zij hem niet aan Amy te zeggen, +dat Bets erger was; zij zou met het voorjaar thuiskomen, en het was +niet noodig de laatste weken van haar verblijf in het buitenland te +vergallen. Het zou later tijd genoeg zijn, maar Laurie moest haar maar +dikwijls schrijven en zorgen, dat zij zich niet eenzaam of angstig +gevoelde, of te veel naar huis verlangde. + +"Dat zal ik doen, en wel dadelijk. Arme, kleine meid, het zal eene +treurige thuiskomst voor haar zijn, vrees ik," en Laurie opende zijn +schrijftafel, alsof een brief aan Amy het passend slot was van den +volzin, dien hij eenige weken geleden onvoltooid had gelaten. + +Maar hij schreef toch niet dien dag; want toen hij naar zijn +mooiste papier zocht, kwam hij iets tegen, dat hem van gedachte deed +veranderen. Tusschen rekeningen en papieren van allerlei aard zwierven +verscheiden brieven van Jo rond, en in een ander vakje van zijn +schrijftafel lagen de briefjes van Amy, zorgvuldig saamgebonden met +een van haar blauwe linten, dat herinneringen wekte aan de verwelkte +roosjes, die er bij bewaard waren gebleven. Met een half berouwvollen, +half lachenden blik, legde Laurie al de brieven van Jo bij elkander, +streek ze glad, vouwde ze toe, en borg ze netjes in een klein laatje +van zijn lessenaar, draaide een oogenblik in gedachten verzonken het +ringetje in de rondte, deed het langzaam af, legde het bij de brieven, +sloot het laatje, en ging toen naar de Kathedraal om de Hoogmis te +hooren uitvoeren, met een gevoel, alsof er een begrafenis plaats had; +en hoewel hij niet overstelpt was door droefheid, scheen dit toch +een geschikter manier om het overige van den dag door te brengen, +dan het correspondeeren met bekoorlijke jonge dames. + +De brief werd echter toch gauw geschreven en aanstonds beantwoord, +want Amy _had_ heimwee, en bekende hem dat met zeer vleiende +vertrouwelijkheid. De briefwisseling bloeide ongeloofelijk, +en de brieven vlogen die geheele lente door, met nooit missende +regelmatigheid, heen en weer. Laurie verkocht zijn busten, stak met de +proeven van zijn opera zijn sigarettes aan, en ging naar Parijs terug, +in de hoop, dat zeker iemand daar ook zou komen. Hij zou dolgraag +naar Nice zijn gegaan, maar wilde niet, tenzij hij uitgenoodigd +werd; en Amy wilde het hem niet vragen, want zij deed juist op dat +oogenblik een kleine ondervinding op, die de oorzaak was, dat zij de +onderzoekende oogen van "onzen jongen" eigenlijk vreesde. + +Fred Vaughn was teruggekomen en had haar de vraag gedaan, waarop zij +vroeger besloten had "ja" te antwoorden; maar nu zei zij "neen", wel +vriendelijk, maar toch vast besloten, want toen het oogenblik daar was, +ontzonk haar de moed, en bemerkte zij, dat er iets meer noodig was +dan geld en een goede positie, om het nieuwe verlangen te bevredigen, +dat haar hart met zooveel teedere hoop en vrees vervulde. De woorden +"Fred is een goeie jongen, maar volstrekt niet de man, dien ik dacht, +dat jij kiezen zou," en Laurie's gezicht, toen hij dat zei, kwamen +met dezelfde hardnekkigheid voor haar geest als haar eigene, toen +zij met blikken, zooal niet met woorden, gezegd had: "Ik ben van +plan te trouwen om geld." Het hinderde haar nu; ze wou, dat zij ze +terug kon nemen; ze klonken zoo onvrouwelijk, en ze wilde niet, dat +Laurie haar zou houden voor een gevoelloos, wereldsch schepsel. Nu +verlangde zij er veel meer naar om een beminnelijke vrouw te zijn +dan te schitteren in de maatschappij; zij was zoo blij, dat hij +haar den rug niet had toegekeerd, na al de vreeselijke dingen, die +zij gezegd had, maar alles zoo goed opnam, en vriendelijker was dan +ooit. Zijn brieven waren haar tot grooten troost--want de brieven van +huis kwamen zoo ongeregeld en gaven niet half zooveel als de zijne, +wanneer zij kwamen. Het beantwoorden was niet slechts een genoegen, +maar ook een plicht, want de arme jongen voelde zich eenzaam, en +moest wat afgeleid worden, nu Jo hardvochtig bleef. Zij had toch +eens moeten probeeren, of zij hem niet kon liefhebben,--het kon +niet zoo heel moeilijk zijn--menigeen zou trotsch en blij wezen, +als zoo'n aardige jongeman van haar hield; maar Jo deed nu eenmaal +nooit als andere meisjes, en dus schoot er niets over, dan maar heel +vriendelijk te zijn en hem te behandelen als een broer. + +Als alle broers even lief behandeld werden als Laurie van nu af aan, +zouden zij er veel gelukkiger aan toe wezen, dan zij nu zijn. Amy +las hem nu nooit de les; zij vroeg zijn gevoelen op alle punten, +stelde belang in al wat hij deed, maakte allerliefste cadeautjes +voor hem, zond hem twee brieven per week, vol van allerlei levendige +beschrijvingen, zusterlijk vertrouwelijke mededeelingen, en bekoorlijke +schetsjes van al het moois, dat zij zag. Daar weinig broers zoo door +hun zusters vereerd worden, dat ze hun brieven bij zich dragen om die +telkens te lezen en te herlezen, die epistels hun tranen ontlokken, +als zij kort, maar gekust worden, wanneer zij lang zijn, en als +schatten bewaard worden, willen wij zelfs niet het vermoeden wekken, +alsof Amy iets van die dwaze, teerhartige dingen deed. Maar zooveel is +zeker, zij werd in dit voorjaar wel wat bleek en afgetrokken, verloor +veel van haar lust voor allerlei uitgangetjes en ging dikwijls alleen +schetsen. Zij had nooit veel te vertoonen bij haar tehuiskomst, maar +bestudeerde vermoedelijk de natuur, als zij soms uren lang met gevouwen +handen op het terras te Valrosa zat, of, zonder het zelf te weten, +alles schetste wat haar voor den geest kwam--een dapper ridder op een +graftombe, een jonge man slapend op het gras, met zijn hoed over de +oogen getrokken, of een meisje met krulhaar, in een wit japonnetje, een +balzaal doorwandelende, geleund op den arm van een lang heer, terwijl +beider gezicht onherkenbaar was gemaakt door een groote vlek, hetgeen +wel heel veilig, maar niet bepaald bevredigend kon genoemd worden. + +Haar tante dacht, dat zij berouw had over haar antwoord aan Fred, +en toen Amy bevond, dat ontkenningen niets baatten, en open kaart +spelen ondoenlijk was, liet zij haar denken, wat zij verkoos, maar +droeg intusschen zorg, Laurie te doen weten, dat Fred naar Egypte +was vertrokken. Dat was alles; maar hij begreep het en voelde zich +verlucht, terwijl hij met een heel gewichtig gezicht tot zich zelf zei: + +"Ik wist wel, dat zij zich bedenken zou. Arme jongen, ik heb het ook +doorgemaakt, en kan dus met hem meevoelen." + +Toen slaakte hij een diepen zucht, en alsof hij daarmee zijn plicht +jegens het verledene vervuld had, vlijde hij zich gemakkelijk op de +sofa, en genoot volop van Amy's brief. + +Terwijl deze veranderingen plaats vonden in het buitenland, had +droefheid de achtergeblevenen thuis bezocht; maar den brief die +Amy meldde, dat Bets achteruit ging, kreeg zij nooit in handen; +en toen zij den volgenden ontving, was het gras reeds groen boven +het graf harer zuster. Het droevig nieuws bereikte haar te Vevey, +want de warmte had hen in Mei uit Nice verdreven, en zij hadden +langzaam doorgereisd naar Zwitserland, over Genua en de Italiaansche +meren. Zij droeg het gelaten, en onderwierp zich zonder tegenspraak +aan den wensch der familie, dat zij haar bezoek niet zou bekorten, +want nu het toch te laat was om afscheid te nemen van Bets, deed zij +beter met te blijven, waar zij was, en door tijd en afwezigheid haar +droefheid te laten verzachten. Maar ze voelde zich gedrukt, verlangde +erg naar huis, en liet haar blikken elken dag over het meer gaan, of +zij Laurie nog niet zag aankomen om haar te troosten. Hij kwam dan +ook weldra; want dezelfde mail bracht brieven aan beiden, maar hij +was toen in Duitschland, en er verliepen een paar dagen, eer hij den +zijne kreeg. Zoodra hij dien gelezen had, pakte hij zijn valies, nam +afscheid van zijn mede-voetreizigers, en ging op weg om zijn belofte +te vervullen, het hart vol vreugde en droefheid, hoop en spanning. + +Hij was te Vevey goed bekend, en zoodra de boot had aangelegd, haastte +hij zich langs het meer naar La Tour, waar de Carrols _en pension_ +waren. Het speet den knecht zeer, dat de heele familie een roeitochtje +was gaan maken op het meer--maar neen, de blonde _mademoiselle_ +was misschien in den tuin. Als mijnheer zich de moeite wilde geven, +zoolang te gaan zitten, zou hij haar in een oogwenk roepen. Maar +mijnheer kon zelfs geen oogwenk wachten en liep midden in een volzin +weg, ten einde _mademoiselle_ zelf op te zoeken. + +'t Was een mooie, oude tuin, aan den oever van het heerlijke meer, +met zware kastanjeboomen en overal klimop, terwijl de toren zijn +schaduw ver over het zonnig watervlak wierp. Aan den eenen hoek van +den breeden lagen muur was een bank, en hier ging Amy dikwijls heen +om te lezen of te werken, of zich te troosten met de schoonheid +der haar omringende natuur. Nu zat zij daar weer, het hoofd op de +hand geleund, met een bezwaard, naar huis verlangend hart en droeve +oogen, mijmerend over Betsy, en zich afvragend waarom Laurie nog niet +kwam. Zij hoorde niet hoe hij de plaats overstak, en zag niet hoe hij +stil bleef staan onder de poort, die naar den tuin voerde. Hij stond +daar een oogenblik en beschouwde haar in een nieuw licht, want hij +zag, wat niemand nog ooit gezien had--den teederen kant van Amy's +karakter. Alles aan haar getuigde van liefde en droefheid; de met +tranen bevlekte brieven op haar schoot, de zwarte strik in haar haar, +de uitdrukking van smart en geduld op haar bleek gezichtje, zelfs het +kleine ivoren kruisje om haar hals scheen tot Laurie's hart te spreken, +want hij had het haar gegeven, en zij droeg het als eenig sieraad. Als +hij nog eenigen twijfel mocht hebben gekoesterd omtrent de ontvangst, +die zij hem zou geven, werd deze weggenomen, zoodra zij opkeek en +hem zag; want zij liet alles op den grond vallen, liep naar hem toe, +en riep op een toon, die duidelijk haar liefde en verlangen verried: + +"O, Laurie, Laurie! Ik wist wel, dat je bij mij komen zou!" + +Ik geloof, dat alles toen wel een feit werd, want terwijl zij daar +zoo stil bij elkander stonden, en het donkergelokte hoofd zich zoo +beschermend boog over het blonde kopje, gevoelde Amy, dat niemand haar +zoo goed kon troosten en ondersteunen als Laurie, en Laurie kwam tot de +overtuiging, dat Amy de eenige vrouw ter wereld was, die Jo's plaats +zou kunnen innemen en hem gelukkig maken. Hij zei het haar wel niet, +maar dat stelde haar niet teleur, want beiden gevoelden hoe de zaken +stonden, waren tevreden, en lieten met vreugde alles verder aan den +tijd over. + +Na een oogenblik ging Amy weer naar haar plaats terug, en terwijl +zij haar tranen droogde, raapte Laurie de gevallen papieren weer +op en vond in het herkennen van verscheiden veel gelezen brieven en +verraderlijke schetsjes goede voorteekens voor de toekomst. Toen hij +naast haar ging zitten, werd Amy wat verlegen, en bloosde ze bij de +herinnering aan haar onstuimige ontvangst. + +"Ik kon het niet helpen, ik voelde mij zoo eenzaam en ongelukkig en was +zoo ontzettend blij, toen ik je weer zag. Het was zoo'n verrassing, +toen ik opkeek en jou zag staan, en dat juist terwijl ik begon te +vreezen, dat je niet komen zou," zei zij, zich te vergeefs inspannend +om volkomen natuurlijk te spreken. + +"Ik kwam, zoodra ik het hoorde. Ik wou, dat ik iets zeggen kon om je +te troosten over het verlies van onze lieve Bets, maar ik kan alleen +met je mee voelen, en--" hier bleef hij steken, want hij werd ook +plotseling verlegen en wist niet recht, wat hij zeggen zou. Liefst +zou hij Amy's hoofd op zijn schouder getrokken hebben, om haar eens +goed te laten uitschreien, maar hij durfde niet, en bepaalde er +zich dus maar toe haar hand te vatten en die hartelijk te drukken, +hetgeen beter was dan woorden. + +"Je hoeft niets te zeggen,--dit troost mij al," zei zij zacht, +"Bets is tot rust en gelukkig, en ik mag haar niet terugwenschen; +maar ik zie zoo op tegen het naar huis gaan, hoewel ik toch ook zoo +vreeselijk naar allen verlang. We moeten er nu maar niet te veel +over spreken, want het maakt mij aan het schreien, en ik wou graag +van je genieten, zoolang je hier bent. Je hoeft toch niet dadelijk +weer terug te gaan, wel?" + +"Niet, als jij mij noodig hebt, kleintje." + +"O, zoo erg! Tante en Flo zijn heel lief, maar jij bent toch nog +meer dan zij éen van de onzen, en ik zou het zoo heerlijk vinden, +als je een poosje hier bleef." + +Amy sprak en zag er uit als een bedroefd kind, dat erg naar huis +verlangt, zoodat Laurie eensklaps al zijn schroom vergat, en haar +gaf, wat zij noodig had, het vertroetelen, waaraan zij gewoon was, +en het vertrouwelijk praatje, dat haar opfleurde. + +"Arm kleintje, je ziet er uit, of je half ziek bent van verdriet. Ik +zal je wel eens verzorgen! Schrei nu maar niet langer, maar kom wat +met me op- en neerloopen,--de wind is te schraal om hier stil te +zitten," zei hij op den half teederen, half bevelenden toon, dien Amy +zoo graag hoorde; daarop zette zij haar hoed op, legde haar hand op +zijn arm en begon in den zonneschijn heen en weer te wandelen, onder +de uitbottende kastanjeboomen. Hij voelde zich meer op zijn gemak, +nu hij zijn lange beenen gebruiken kon, en Amy vond het heerlijk te +kunnen steunen op zijn sterken arm, het welbekende gezicht, dat haar +zoo opbeurend toelachte, weer te zien, en zijn vriendelijke stem nu +eens voor haar alleen zoo hartelijk en gezellig te hooren praten. De +oude tuin had al menig paar gelieven geherbergd, en scheen bepaald ten +hunnen gerieve aangelegd, daar hij zoo zonnig en rustig was--niemand +toch, die hen kon bespieden dan de oude toren en het blauwe meer, +dat aan hun voeten zijn kabbelende golfjes deed spelen en de echo +hunner woorden wegvoerde. Dit nieuwe paar wandelde en praatte +wel een uur lang; soms ook rustten zij eens op het lage muurtje, +met volle teugen genietende van de weemoedig-gelukkige indrukken, +die zoo'n eigenaardige bekoring bijzetten aan tijd en plaats, en +toen een prozaïsche etensbel hen waarschuwde, dat er een eind komt +aan alle dingen, had Amy een gevoel alsof zij haar zwaren last van +eenzaamheid en droefheid in den ouden tuin achterliet. + +Zoodra mevrouw Carrol het opgeklaarde gezichtje zag, viel haar een +nieuw denkbeeld in, en zei zij tot zich zelf: "Nu begrijp ik alles; +het kind treurde om den jongen Laurence. Wel, wel, dat is nog nooit +in mij opgekomen!" + +De goede mevrouw hield met lofwaardige bescheidenheid al deze dingen +voor zich, gaf door geen enkel teeken te kennen, dat zij iets merkte, +maar drong er hartelijk bij Laurie op aan, dat hij zou blijven, +en ried Amy toch maar veel van zijn bijzijn te genieten, daar dat +haar meer goed zou doen dan die eenzame wandelingen. Amy was een +toonbeeld van gehoorzaamheid, en daar haar tante nog al eens met +Flo uit moest, liet ze het aan Amy over haar vriend bezig te houden, +wat haar buitengewoon goed gelukte. + +Te Nice had Laurie zijn tijd verbeuzeld, en Amy moeten knorren; +te Vevey was Laurie nooit lui, maar altijd druk bezig met wandelen, +rijden, roeien of studeeren, terwijl Amy, al wat hij deed, bewonderde +en zijn voorbeeld volgde, voor zoover dat kon. Hij zei, dat die +verandering toe te schrijven was aan het klimaat, en zij sprak hem niet +tegen, blij hetzelfde excuus te hebben voor haar eigen opgewektheid +en herstelde gezondheid. + +De versterkende lucht deed beiden goed, en veel beweging bracht +gunstige verandering aan, zoowel lichamelijk als geestelijk. Het was +alsof zij op de eeuwenoude bergen een duidelijker inzicht kregen in het +leven en zijn plichten; de frissche wind verdreef droeve twijfelingen, +bedriegelijke inbeeldingen en sombere hersenschimmen. De warme lentezon +riep alle mogelijke hoogerstrevende begeerten, teedere verlangens en +gelukkige gedachten wakker,--het meer scheen de zorgen van het verleden +weg te spoelen, en het was alsof de trotsche oude bergen vriendelijk +op hen neerkeken en hun toefluisterden: "Kinderen, hebt elkander lief." + +In weerwil van het pas geleden verlies, waren het recht gelukkige +dagen,--zoo gelukkig dat Laurie het niet van zich kon verkrijgen ze +door een enkel woord te verstoren. Het duurde een poosje, eer hij van +zijn verbazing bekwam over het spoedig genezen van zijn eerste, en +naar hij stellig geloofd had, laatste en eenige liefde. Hij troostte +zich over die schijnbare ontrouw, door de gedachte, dat Jo's zuster +bijna op hetzelfde neerkwam als Jo-zelf, en de overtuiging, dat het +onmogelijk zou geweest zijn iemand anders dan Amy zoo kort daarna en +zoo innig lief te krijgen. Zijn eerste liefde was van stormachtigen +aard geweest; hij zag er op terug, en met een gemengd gevoel van +medelijden en spijt alsof zij reeds jaren lang achter hem lag. Hij +schaamde er zich niet over, maar begroef haar als een der bitter-zoete +ondervindingen zijns levens, waarvoor hij dankbaar kon zijn, nu de +smart gelenigd was. In zijn tweede liefdesgeschiedenis zou hij zich +zoo kalm en eenvoudig mogelijk gedragen, besloot hij; het was niet +noodig er veel beweging van te maken, bijna overbodig Amy met ronde +woorden te zeggen, dat hij haar liefhad; zij wist het toch wel, en +had hem reeds lang haar antwoord gegeven. Alles ging zoo natuurlijk en +als vanzelf, dat niemand zich kon beklagen, en hij wist dat iedereen +er mee ingenomen zou zijn,--zelfs Jo. Maar als onze eerste liefde +onbeantwoord is gebleven, zijn wij zoo licht geneigd voorzichtig en +langzaam te werk te gaan, bij het wagen van een tweede poging; daarom +liet Laurie de dagen voorbijglijden, genietende van ieder uur, en het +aan 't toeval overlatende het woord uit te spreken, dat een eind zou +maken aan het eerste en liefelijkste gedeelte van zijn nieuwen roman. + +Eigenlijk had hij zich voorgesteld, dat de ontknooping plaats zou +vinden in den ouden tuin, bij maanlicht en op de meest poëtische en +teedere manier, maar het viel heel anders uit,--want de zaak werd op +het meer beslist, op klaarlichten dag, met enkele korte woorden. Zij +hadden den ganschen morgen gedobberd op het water, van het sombere +St. Gingolf naar het zonnige Montreux, de Savooische Alpen aan de +eene, de St. Bernard en de Dent du Midi aan de andere zijde, het +liefelijk Vevey in de vallei, en Lausanne in de verte heuvelopwaarts, +met een wolkeloozen hemel boven hun hoofd, en het blauwe meer onder hun +voeten, bezaaid met de schilderachtige bootjes, die zooveel gelijken +op witgevleugelde zeemeeuwen. + +Zij hadden gesproken over Bonnivard, toen zij langs Chillon voeren, +en over Rousseau, toen zij hun blik lieten gaan over Clarens, waar +hij zijn Heloïse schreef. Geen van beiden had het verhaal gelezen, +maar zij wisten, dat het een liefdesgeschiedenis was, en in stilte +vroegen zij zich af, of die wel half zoo belangwekkend zou wezen +als de hunne. Amy had, gedurende een kleine pauze in het gesprek, +het water tegen haar hand laten kabbelen, en toen zij opkeek, zat +Laurie op zijn riemen te leunen met een uitdrukking in zijn oogen, +die haar haastig deed zeggen: (alleen om het stilzwijgen af te breken) +"Je zult wel moe zijn; rust een poosje en laat ik eens roeien; het +zal mij goed doen, want sedert jij gekomen bent, ben ik veel te lui +en te gemakzuchtig geworden." + +"Ik ben niet moe, maar je kunt als je wilt, wel een riem krijgen. Er is +plaats genoeg, hoewel ik wel bijna in het midden mag zitten, om de boot +in evenwicht te houden," antwoordde Laurie, alsof hij die schikking +wel aardig vond. Amy nam, ofschoon zij begreep, dat de zaak er niet +beter op geworden was, het aangeboden derde gedeelte der bank in, +zette haar hoed wat in haar gezicht, en pakte een riem. Zij roeide +goed, zooals zij trouwens de meeste dingen goed deed, en hoewel zij +beide handen gebruikte en Laurie slechts één, hielden de riemen maat, +en gleed de boot zachtkens over het water. + +"Wat roeien wij samen gelijk, vind je niet," vroeg Amy, die op dat +oogenblik liever geen nieuwe pauze zag intreden. + +"Zoo gelijk, dat ik wou, dat wij altijd in hetzelfde schuitje konden +varen. Wil je, Amy?" vroeg hij op teederen toon. + +"Ja, Laurie!"--heel zachtjes. + +Toen lieten beiden de riemen rusten en voegden zonder het zelf te +weten, een allerliefst tableau van menschelijke liefde en geluk, bij de +weerspiegelingen van het schoone natuurtafereel in het heldere water. + + + + + +HOOFDSTUK XIX. + +ALLEEN. + + +Het was gemakkelijk de belofte af te leggen, zichzelf te +verloochenen, toen de gansche ziel vervuld was van een ander, +en hart en gemoed geheiligd werden door een liefelijk voorbeeld; +maar toen de moed-in-sprekende stem zweeg, de dagelijksche lessen +opgehouden hadden, de beminde zieke was heengegaan, en er niets scheen +overgebleven dan droefheid en eenzaamheid, vond Jo het heel moeilijk +haar belofte te houden. + +Hoe kon zij "Vader en Moeder vertroosten," terwijl haar eigen hart pijn +deed van het onophoudelijk verlangen naar haar zuster; hoe kon zij "het +huis gezellig maken," nu alle licht en warmte en aantrekkelijkheid er +uit geweken waren, nu Betsy haar oude thuis verwisseld had voor een +nieuw; en waar ter wereld kon zij "eenig nuttig en aangenaam werk +vinden," dat de plaats kon innemen van de liefdediensten, die hun +eigen belooning met zich hadden gebracht? Zij trachtte haar plicht +te doen, maar 't ging op een troostelooze wijze, in 't blinde weg en +kwam er in stilte gedurig tegen in opstand, want het scheen haar zoo +onrechtvaardig toe, dat het weinige genot, dat zij had, nog verminderd, +haar lasten vermeerderd, en haar leven al moeilijker en moeilijker +moest worden. Sommige menschen kregen niets dan zonneschijn, anderen +daarentegen niets dan schaduw; het was niet billijk, want zij streefde, +meer dan Amy misschien, naar volmaking, maar kreeg nooit een belooning, +niets dan teleurstelling, leed en hard werk. + +Arme Jo, het waren donkere dagen voor haar, want een gevoel van +wanhoop maakte zich van haar meester, als zij zich voorstelde, hoe +zij haar leven zou moeten slijten in dat stille huis, opgaande in +nietige zorgen, van tijd tot tijd een paar armzalige genoegens, en +een plicht vóór zich, die nooit lichter scheen te zullen worden. "Ik +kàn het niet, ik ben niet gemaakt voor zoo'n leven, en ik weet dat +ik mij nog eens op een goeien dag van alles losruk en iets wanhopigs +doe, als de een of ander mij niet komt helpen," zei zij tot zichzelf, +toen haar eerste pogingen mislukten en zij in den somberen, ellendigen +geestestoestand verviel, die zoo dikwijls intreedt, wanneer een sterke +wil zich in het onvermijdelijke moet schikken. + +Maar er kwamen wel "iemanden" om haar te helpen, hoewel Jo niet +dadelijk oog had voor haar goede engelen, omdat zij haar in zoo +welbekenden vorm verschenen, en die eenvoudige middelen gebruikten, +die het best geschikt zijn voor ons, arme menschenkinderen. Meermalen +schrikte zij 's nachts op, meenende, dat Betsy haar riep, en als het +zien van het ledige bed haar met niet te bedwingen droefheid deed +uitroepen: "O, Bets! kom terug! kóm terug!" dan strekte zij haar +smeekende armen niet te vergeefs uit; want evenmin als de geringste +beweging van haar zusje ooit aan haar oor ontsnapt was, ontging +een harer droeve klachten aan de moeder, die gereed stond hulp en +troost te brengen, niet alleen met woorden, maar ook met de geduldige +teederheid, die verzachting aanbrengt door een handdruk; met tranen, +die de stomme getuigen waren van nóg dieper smart dan die van Jo, en +met fluisterende woordjes, die meer zeiden dan gebeden, omdat hoopvolle +onderwerping gepaard ging met natuurlijke droefheid. Onvergetelijke +oogenblikken! wanneer zij in de stilte van den nacht van hart tot hart +spraken en de droefheid tot een zegen werd, die hun smart heiligde en +hun liefde versterkte. Toen Jo dit begon te gevoelen, scheen de last +lichter te worden, de voorgeschreven plicht makkelijker te vervullen, +en het leven leek minder zwaar te dragen, nu zij het beschouwde van +uit de veilige schuilplaats in haar moeders armen. + +Toen het gewonde hart eenige vertroosting had gevonden, daagde er ook +hulp op voor den afgetobden geest; want op zekeren dag ging zij naar de +studeerkamer, sloeg haar arm om het dierbare grijze hoofd, opgeheven om +haar met een zachten glimlach te verwelkomen en verzocht ze nederig: +"Vader, spreek met mij, zooals u gewoon was met Bets te spreken. Ik +heb er meer behoefte aan dan zij, want ik ben niet half zoo goed!" + +"Lieve kind, niets kan mij meer goed doen, dan dit," antwoordde +hij met bevende stem, en sloeg zijn armen om haar heen, alsof hij +ook hulp behoefde en niet aarzelde er om te vragen. Toen zette Jo +zich op Betsy's kleine stoeltje dicht bij hem, en vertelde hem al +haar bezwaren; hoe zij in opstand was geweest tegen God, hoe zij +vruchteloos gestreden had en daardoor ontmoedigd was geworden, hoe +klein haar geloof was, en hoe donker het leven haar dus toescheen, en +hoe zij geheel en al in de war en bitter wanhopig gestemd raakte. Zij +schonk hem haar heele vertrouwen, en hij schonk haar de hulp, die zij +noodig had, en beiden vonden troost in die uitstorting des harten; +want de tijd was gekomen, dat zij niet alleen samen spraken als +vader en dochter, maar als vrienden, in staat elkander te helpen +met wederkeerige sympathie en liefde. Dat waren gelukkige, ernstige +uren in de oude studeerkamer, door Jo "de kerk voor één gemeentelid" +genoemd: zij was daarna dan ook met nieuwen moed vervuld, opgeruimder +van geest, en meer onderworpen van gemoed, want de ouders die een +hunner kinderen geleerd hadden den dood zonder vrees tegemoet te +gaan, deden nu al wat zij konden, om een tweede te leeren het leven +te aanvaarden, zonder mismoedigheid of wantrouwen; met dankbaarheid +te letten op de lichtzijden, en geen gelegenheid om nuttig te zijn, +ongebruikt te laten voorbijgaan. + +Er waren nog meer dingen, die Jo hielpen: nederige maar heilzame +plichten, die er het hunne toe bijbrachten om haar op te wekken, +en die zij langzamerhand leerde zien en waardeeren. Stoffer en +theedoek konden haar nooit meer afkeer inboezemen zooals vroeger, +want Bets had beide gehanteerd, en iets van haar huishoudelijken geest +scheen het kleine stoffer- en blikje, dat nooit werd weggeworpen, +te omzweven. Als zij ze gebruikte, betrapte Jo er zich op, dat zij +soms de liedjes neuriede, die Bets placht te neuriën, en onwillekeurig +volgde zij Betsy's ordelijke gewoonten na, en liet ze haar oog gaan +over al die kleinigheden, waardoor de kamers er netjes en frisch bleven +uitzien, hetgeen een eerste stap was om het in huis wat vriendelijk en +gezellig te maken. Ze besefte dit zelve niet, totdat Hanna haar hand +eens een hartelijk drukje gaf en zei: "Goed, zorgzaam schepsel! je +doet je best, dat we het lieve kind tenminste niet hoeven te missen, +wat dat betreft. We zeggen er wel niks van, maar daarom zien we het +toch wel, en onze lieve Heer zal je er voor zegenen; je zult zien, +dat Hij het doet." + +Als zij zoo rustig samen zaten te naaien, merkte Jo telkens op, hoe +haar zuster Meta zich ontwikkeld had; hoe degelijk zij kon praten, +hoe goed zij thuis was in allerlei dingen, hoe echt vrouwelijk in +gedachten en woorden, hoe gelukkig in man en kinderen, en hoeveel +zij allen voor elkander waren. + +"Het huwelijk is, wel beschouwd, toch een voorbeeldig ding. Ik zou +wel eens willen weten, of ik half zoo zou ontluiken, als jij gedaan +hebt, wanneer ik het eens probeerde; natuurlijk als de gelegenheid +zich aanbood," zei Jo, die een vlieger voor Demi zat te maken in de +woelige kinderkamer. + +"Dat is juist, wat je noodig zou hebben om den zachten vrouwelijken +kant van je karakter te voorschijn te roepen, Jo. Jij hebt veel van +een kastanje, stekelig van buiten, maar van binnen zoo zacht als zij, +en met een zoete kern, als iemand die maar bereiken kon. Liefde zal +je eenmaal wel leeren, je hart te toonen, en dan zal de ruwe borstel +er wel afvallen." + +"De vorst doet den bolster van de kastanjes barsten, mevrouw Brooke, +en er moet heel wat geschud worden, eer ze afvallen. Jongens gaan +uit kastanjeplukken, en ik ben er niets op gesteld door hen in een +zak gestopt te worden," antwoordde Jo, met ijver voortplakkend aan +den vlieger, die door geen wind ter wereld kon opgejaagd worden, +want Daisy had er zichzelve bij wijze van staart aan vastgemaakt. + +Meta lachte, blij Jo's vroegere opgeruimdheid weer te zien herleven, +maar zij achtte het haar plicht, haar meening alle mogelijke kracht +bij te zetten; en de zusterlijke gesprekken bleven niet zonder vrucht, +vooral daar twee van Meta's meest afdoende argumenten de kinderen +waren, die Jo teeder liefhad. Sommige harten worden het best door +droefheid ontsloten, en dat van Jo was bijna goed "voor den zak"; +nog een beetje zonneschijn om de kastanje volkomen te rijpen en +dan zou niet een _jongen_ haar door ongeduldig schudden veroveren, +maar een ernstig man de hand uitstrekken om haar zacht te ontdoen +van den bolster, en den gaven, zoeten kern te bereiken. Had zij dit +kunnen vermoeden, dan zou zij zich zeker teruggetrokken hebben en +stekelachtiger dan ooit zijn geweest; gelukkig dacht zij niet veel +over zichzelf, en viel ze, toen de tijd daar was, naar beneden. + +Was zij de heldin van een zedekundigen roman geweest, dan zou zij in +deze periode van haar leven misschien streng vroom zijn geworden, de +wereld verzaakt hebben, en goeddoende de huizen langs zijn gegaan, +met een eenvoudig hoedje op en haar zak vol tractaatjes. Maar Jo +was geen heldin; zij was niets meer dan een gewoon meisje, dat met +allerlei moeilijkheden te worstelen had, zooals honderd anderen, en +zich, volgens haar natuur, afwisselend droevig, knorrig, lusteloos +of vol energie toonde, al naar dat haar stemming meebracht. Jo was +zoover gekomen, dat zij haar plichten leerde vervullen, en zich +onbevredigd voelde, als zij dit niet deed, maar ze _met blijdschap_ +te vervullen--zie, dat was een tweede! Dikwijls had ze gezegd, +dat zij "iets grootsch" wenschte te doen, het kwam er niet op aan, +hoe moeilijk het ook was; en nu had zij haar wensch bereikt,--want +wat was heerlijker dan haar leven te wijden aan Vader en Moeder, +en het thuis zoo gelukkig voor hen te maken, als zij het vroeger +voor háár gemaakt hadden? En zoo er bezwaren en moeilijkheden noodig +waren om de waarde van dat streven te verhoogen, wat was zwaarder +voor een rusteloos, eerzuchtig meisje, dan om eigen luchtkasteelen, +plannen en wenschen op te geven, en blijmoedig voor anderen te leven? + +De Voorzienigheid had haar aan haar woord gehouden; hier was de +taak,--niet zooals ze die verwacht had, maar een betere, omdat het +eigen ik er geen rol in speelde en--kon zij haar nu vervullen? Zij +besloot het te beproeven; en bij haar eerste pogen vond zij al hulp, +bij die haar liefhadden. Nog een andere werd haar toegezonden, en zij +nam die aan,--niet als een belooning, maar als een vertroosting, zooals +Christiaan met dankbaarheid genoot van de verfrissching, die het kleine +boschje hem bood, toen hij den heuvel "Moeilijkheid" beklom [11]. + +"Waarom schrijf je niet eens weer wat? dat deed je toch altijd zoo +graag," zei haar moeder eens, toen Jo opnieuw een vlaag van groote +moedeloosheid doorworstelde. + +"Ik heb geen lust om te schrijven, en al had ik dat, niemand geeft +toch iets om mijn verhalen." + +"Wij toch wel! Toe, schrijf eens iets voor ons, en bekommer je niet +om het verdere publiek. Probeer het eens, mijn kind, ik geloof zeker, +dat het je goed zou doen, en _ons_ veel genoegen zou geven." + +"Ik geloof niet, dat het zal lukken." Maar Jo haalde toch haar +lessenaar voor den dag, om haar half voltooide manuscripten nog eens +door te zien. + +Een uur later keek haar moeder om het hoekje van de deur, en daar +zat zij te schrijven, met haar zwarten boezelaar voor, en zoo geheel +en al in haar bezigheid verdiept, dat mevrouw March glimlachte en +stilletjes verdween, voldaan over de uitwerking van haar raad. Jo +wist zelve niet, hoe het kwam, maar er was iets in het verhaal, dat +aanstonds den weg vond tot het hart van hen, die het lazen; en toen +de familie er over gelachen en geschreid had, zond haar vader het, +zeer tegen haar zin, naar een der meest populaire tijdschriften. Tot +haar groote verbazing werd het niet alleen betaald, maar er werd nog +meer van haar hand verlangd. Brieven van verscheiden personen, wier +lof eer was, volgden weldra; nieuwsbladen namen het verhaal over, en +onbekenden zoowel als vrienden bewonderden het. Het maakte bizonder +veel opgang voor zoo'n klein dingetje, en Jo was daar veel verbaasder +over, dan toen haar roman tegelijkertijd geprezen en veroordeeld werd. + +"Ik begrijp het niet; wat steekt er toch in dat eenvoudige +geschiedenisje, dat het door de menschen zoo geroemd wordt?" vroeg +zij met de grootste verwondering. + +"Het bevat waarheid, Jo, dát is het geheim; humor en zuiver gevoel +maken het boeiend, en je hebt eindelijk je genre gevonden, mijn kind; +je hebt eerst het bittere gehad, nu volgt het zoete; doe je best, +en wees even gelukkig over je succes als wij." + +"Als er iets goeds en waars is in hetgeen ik schrijf, dan heb ik dat +niet uit mijzelf; ik heb het allemaal te danken aan u, en Moeder en +Bets," zei Jo, dieper geroerd door haars vaders woorden, dan door +eenigen lof van de buitenwereld. + +Zoo schreef Jo, geleerd door liefde en droefheid, haar kleine verhalen, +en zond ze de wereld in, hopende er vrienden mee te maken voor hen en +voor zich zelve. Zij ondervond, dat die bescheiden zwervelingen al heel +vriendelijk ontvangen werden; zij werden hartelijk welkom geheeten, +en zonden als rechtgeaarde, door de fortuin begunstigde kinderen, +menig blijk daarvan aan hun moeder thuis. + +Toen Amy en Laurie hun engagement berichtten, vreesde mevrouw March, +dat Jo het moeilijk zou vinden er zich in te verblijden, maar haar +vrees werd spoedig weggenomen, want hoewel Jo eerst heel ernstig +keek, nam zij het heel kalm op, en was reeds vol hoop en plannen +voor "de kinderen", nog eer zij den brief tweemaal gelezen had. Het +was een soort van geschreven duet, waarin ze elkaar om 't hardst +verheerlijkten; grappig om te lezen en aangenaam om te overdenken, +want niemand had iets tegen dit verbond. + +"U vindt het zeker wel plezierig, hè, Moeder?" vroeg Jo, de +fijnbeschreven bladzijden neerleggend, terwijl zij haar moeder aankeek. + +"Ja, ik hoopte, dat het zoo zijn zou, van het oogenblik af, waarop +Amy schreef dat zij Fred bedankt had. Ik was er toen zeker van, dat +iets beters, dan wat jij 'de koopmansgeest' noemt, in haar hart was +gekomen, en een uiting hier en daar in haar brieven deed mij vermoeden, +dat liefde en Laurie den palm zouden wegdragen." + +"Wat ziet u toch scherp, Moeder, en wat kunt u toch goed zwijgen; +u hebt er nooit een enkel woord van tegen mij gezegd." + +"Moeders hebben scherpe oogen en een bescheiden tong noodig, als zij +dochters hebben op te voeden. Ik was half bevreesd je die gedachte +in het hoofd te brengen, want je mocht hen eens zijn gaan schrijven, +om hen geluk te wenschen, voordat de zaak nog goed en wel in orde was." + +"Ik ben niet meer de flap-uit, die ik was; u kunt mij vertrouwen, ik +ben nu wel ernstig en verstandig genoeg om iemands confidente te zijn." + +"Dat is waar, mijn kind, en ik zou je zeker tot de mijne gemaakt +hebben, als ik niet ongerust was geweest, dat het je verdriet zou doen, +te hooren, dat je 'Teddy' iemand anders had lief gekregen." + +"Maar Moeder, dacht u dan werkelijk, dat ik zoo dwaas en zelfzuchtig +zou zijn, nadat ik zijn liefde had afgeslagen, toen die pas ontwaakt, +en misschien het zuiverst was?" + +"Ik wist, dat je het toen volkomen meende, Jo, maar in den laatsten +tijd dacht ik wel eens, dat je hem, als hij terug kwam en je nog +eens vroeg, misschien een ander antwoord zou geven. Vergeef het mij, +kindlief, ik moet wel zien, dat je je heel eenzaam voelt, en er is +soms een verlangende blik in je oogen, die mij tot in de ziel treft; +daarom dacht ik, dat Laurie de ledige plaats wellicht zou kunnen +vervullen, als hij het nu nog eens beproefde." + +"Neen, Moeder, het is beter zoo, en ik ben blij, dat Amy hem heeft +leeren liefhebben; maar u hebt in één opzicht gelijk, ik voel mij +eenzaam, en zou misschien als Teddy het weer gevraagd had, 'ja' +gezegd hebben, niet omdat ik hem meer liefheb, dan toen hij wegging, +maar omdat ik er meer om geef bemind te worden, dan toen." + +"Dat verheugt me, Jo, want het bewijst, dat je vooruitgaat. Er zijn +er genoeg om je lief te hebben; doe dus je best tevreden te zijn met +Vader en Moeder, zusters en broers, vrienden en kindertjes, totdat +er iemand komt, die je meer dan iemand ter wereld liefheeft en je je +belooning zal geven." + +"Moeders hebben op de allerbeste manier lief, maar ik wil het mijn +moedertje wel in 't oor fluisteren, dat ik ook graag andere soorten +zou leeren kennen. Het is heel vreemd, maar hoe meer ik mij tevreden +zoek te stellen met alle mogelijke genegenheden, des te meer behoeften +schijn ik te krijgen. Ik had nooit gedacht, dat een hart zooveel +kon bevatten--het mijne is zoo elastisch; het is nooit te vullen, +geloof ik, en ik had vroeger toch volkomen genoeg aan mijn familie; +ik begrijp het niet." + +"Ik wel," en mevrouw March glimlachte veelbeteekenend, terwijl Jo +den brief doorbladerde om nog eens te lezen wat Amy van Laurie schreef. + +"Het is zoo'n heerlijk besef, dat iemand je liefheeft zooals Laurie; +hij is niet sentimenteel, praat er niet veel over, maar ik zie en +voel het in al wat hij zegt en doet, en het maakt mij zoo gelukkig, +en zoo klein, dat ik hetzelfde meisje van vroeger niet meer schijn te +wezen. Ik wist niet hoe goed en edelmoedig en teeder hij was, maar nu +laat hij mij in zijn hart lezen, en zie ik, hoe vol het is van nobele +opwellingen en hoop en plannen, en ik ben er toch zóó trotsch op, +dat het mij toebehoort! Hij zegt, dat hij een gevoel heeft, alsof +hij nu een voorspoedige levensreis zal maken, met mij aan boord +als stuurman, en overvloed van liefde tot ballast. Ik bid er om, +dat het zoo zijn mag, en doe mijn best, om alles te worden, wat hij +denkt dat ik ben, want ik heb mijn 'kapitein' met hart en ziel lief, +en zal hem nooit verlaten, zoolang God ons te zamen laat. O, Moeder, +ik wist niet, dat de aarde den hemel zoo nabij kon zijn, als twee +menschen elkander liefhebben en voor elkander leven!" + +"En dat is onze koele, terughoudende, wereldsche Amy! Werkelijk, de +liefde doet wonderen. Wat innig gelukkig moeten die twee zijn!" en +Jo vouwde den brief met zorg dicht, zooals men een mooien roman zou +dichtslaan, die den lezer geboeid heeft tot aan het einde, en hem +dan weer alleen laat in de nuchtere werkelijkheid. + +Na een oogenblik dwaalde Jo naar boven, want het regende en zij kon +niet gaan wandelen. Een rustelooze geest bezielde haar, en het oude +droevige gevoel maakte zich weer van haar meester; niet zoo bitter +als vroeger, maar zij vroeg zich toch met pijnlijke verwondering af, +waarom de eene zuster alles mocht hebben, wat zij maar begeerde, en +de andere niets. Het was niet waar; dat wist zij wel, en zij trachtte +de opwelling op zij te zetten, maar het natuurlijk verlangen naar +liefde was sterk, en Amy's geluk wekte den vurigen wensch in haar op, +ook iemand met hart en ziel te kunnen liefhebben en haar leven aan +hem te mogen wijden, zoolang God hen te zamen wilde laten. + +Op den zolder, waar Jo's doelloos omdwalen tot een einde kwam, +stonden vier kleine kisten op een rij, alle geteekend met den +naam der eigenares en alle gevuld met reliquien uit de kinder- en +meisjesjaren, nu voor allen voorbij. Jo deed ze open en keek er eens +in, en toen zij aan de hare kwam, leunde zij met de kin op den rand +en staarde afgetrokken op den verwarden rommel, totdat een stapeltje +oude leesboeken haar oog trof. Zij haalde ze te voorschijn, keek ze +door, en leefde dien prettigen winter bij de vriendelijke mevrouw +Kirke nog eens over. Eerst glimlachte ze, daarna keek zij peinzend, +en toen zij een klein briefje tegenkwam van de hand van den professor, +begonnen haar lippen te beven, de boeken gleden van haar schoot, en +zij staarde op de vriendelijke woorden, alsof zij een nieuwe beteekenis +voor haar kregen, en een teer plekje in haar hart aanraakten. + +"Gij kunt mij verwachten, lieve vriendin, het kan misschien wel wat +laat worden, maar ik zal zeker komen." + +"O, kwam hij maar, hij was altijd zoo vriendelijk, zoo goed, zoo +geduldig met mij; mijn lieve oude Frits, ik heb hem niet half genoeg +gewaardeerd toen ik hem had, maar wat zou ik hem nu niet graag eens +willen zien, want iedereen schijnt van mij weg te gaan en ik blijf +heel alleen." + +Zij hield het papiertje vast, alsof het een belofte was, die +nog vervuld moest worden, leunde met het hoofd op een groote +prullemand en schreide, alsof zij den regen daarbuiten gezelschap +wilde houden. Was het alleen uit medelijden met zichzelf, uit +verlatenheid, of neerslachtigheid? of was 't het ontwaken van een +gevoel, dat zijn tijd had afgewacht, met evenveel geduld als hij, +die het inboezemde? Wie zal het zeggen? + + + + + +HOOFDSTUK XX. + +VERRASSINGEN. + + +Alleen in den schemer op de oude sofa, lag Jo naar het vuur te staren +en te peinzen. Dat was haar geliefkoosde manier om het schemeruurtje +door te brengen; niemand stoorde haar, en zij lag daar gewoonlijk, +op Betsy's klein rood kussen, verhalen te phantaseeren, droomen te +droomen, of met teedere liefde te denken aan de zuster, die haar nooit +veraf scheen. Zij zag er vermoeid, ernstig en min of meer droevig uit, +want morgen was zij jarig, en zij dacht er over hoe oud zij al werd, +en hoe weinig zij nog gedaan had. Bijna vijf en twintig, en niets +uitgevoerd, dat de moeite waard was!--Daar vergiste Jo zich in; +ze had heel wat gedaan, en na een poosje erkende ze dat ook zelf, +en was er dankbaar voor. + +"Een oude vrijster worden, dat zal mijn lot zijn. Een litteraire oude +vrijster, met een pen tot echtgenoot, een hoop verhalen tot kinderen, +en over twintig jaar een armzalig beetje roem en fortuin misschien; +maar dan ben ik, evenals de arme Johnson, [12] natuurlijk te oud om +er van te genieten, en heb ze dus niet meer noodig. Hoe het zij, +ik behoef geen zure heilige of zelfzuchtige zondares te wezen; en +ik geloof eigenlijk wel, dat oude vrijsters zich heel behagelijk +voelen, als ze maar eerst aan den toestand gewend zijn; maar--" +en hier zuchtte Jo, alsof het vooruitzicht toch niet uitlokkend was. + +Onder haar overpeinzingen scheen Jo in slaap gevallen te zijn, want +eensklaps stond Laurie's geest voor haar. 't Was of een lichamelijk +levende geest zich over haar heenboog, met denzelfden blik, die in +zijn oogen placht te komen, als hij iets diep gevoelde en het liever +niet wou toonen. + +Een oogenblik lag ze hem verschrikt aan te staren, zonder een enkel +woord te zeggen, totdat hij bukte en haar een kus gaf. Toen kende +zij hem, en vloog op met den blijden uitroep: + +"O, Teddy! O, mijn Teddy!" + +"Ben je dus blij mij weer te zien, Jo?" + +"Blij! mijn beste jongen, woorden kunnen mijn blijdschap niet +uitdrukken. Waar is Amy?" + +"Je moeder heeft zich van haar meester gemaakt; zij zijn bij Meta. Wij +gingen daar in het voorbijgaan even aan, en ik kon mijn vrouw niet +uit hun handen krijgen." + +"Je wat?" riep Jo--want Laurie zei deze twee woorden met een onbewusten +trots en zelfvoldoening, die hem verrieden. + +"Drommels! daar heb ik het nu toch verklapt!" en hij keek meer dan +schuldig, terwijl Jo hem het mes op de keel zette. + +"Ben je heusch getrouwd?" + +"Ja, om u te dienen, maar ik zal het nooit weer doen," en hij viel +voor haar op de knieën, de handen smeekend samengevouwen, en zijn +gezicht een en al schalkschheid, vroolijkheid en triomf. + +"Wezenlijk getrouwd?" + +"_Wezenlijk!_" + +"Groote goedheid! wat voor verschrikkelijke dingen zul je nu verder +uitrichten?" en Jo viel hijgend op haar plaats neer. + +"Een karakteristieke, maar niet complimenteuse gelukwensch", merkte +Laurie op, nog steeds in zijn nederige houding, maar stralende van +voldoening, en uiterst voldaan. + +"Wat kun je anders verwachten, als je iemand buiten adem brengt, +door als een dief in huis te sluipen, en op die manier een schrik +aan te jagen! Sta op, dwaze jongen, en vertel mij er alles van." + +"Geen woord, tenzij je mij weer op mijn oude plaats laat zitten, +en me belooft, dat je geen barricade zult opwerpen." + +Jo begon te lachen, zooals zij in lang niet gelachen had, klopte +uitlokkend op de sofa, en zei op hartelijken toon: "Het oude kussen +ligt op zolder, wij hebben het nu niet meer noodig; kom dus maar gauw +alles opbiechten, Teddy!" + +"Wat klinkt dat genoegelijk, je weer 'Teddy' te hooren zeggen; niemand +dan jij noemt mij ooit zoo," en Laurie ging met een zeer vergenoegd +gezicht zitten. + +"Hoe noemt Amy je?" + +"Mylord." + +"Net iets voor haar!--nu, je ziet er kranig genoeg vooruit," en Jo's +oogen zeiden duidelijk, dat zij "haar jongen" knapper vond dan ooit. + +Het kussen was er niet meer, maar toch was er een barricade, +een natuurlijke--opgeworpen door tijd, afwezigheid en veranderde +gemoedsgesteldheid. Beiden gevoelden dit, en zagen elkander een +oogenblikje aan, alsof die onzichtbare scheidsmuur een kleine schaduw +tusschen hen deed vallen. Dat duurde echter maar een poosje, want +Laurie vroeg, met een vergeefsche poging om een waardig gezicht te +zetten: "Zie ik er niet uit als een getrouwd man, als het hoofd van +een huisgezin?" + +"Geen zier, en dat zul je ook nooit. Je bent wat dikker en steviger +geworden, maar anders nog dezelfde kwajongen als altijd." + +"Hoor eens, Jo, je moest mij met wat meer eerbied behandelen," begon +Laurie, die erg van de ontvangst genoot. + +"Hoe is dat mogelijk, als het denkbeeld alleen, dat jij getrouwd en +gevestigd bent, zoo onweerstaanbaar grappig is, dat ik niet ernstig kan +blijven," antwoordde Jo, een en al glimlach, hetgeen zoo aanstekelijk +bleek, dat zij samen in lachen uitbarstten, en toen rustig gingen +zitten, om een vertrouwelijk praatje te houden op de oude manier. + +"Het zou je niets baten, of je al in de kou uitging om Amy te halen, +want ze komen straks allemaal hier; ik kon niet langer wachten; ik +wou je zoo graag het groote nieuws vertellen, en het bovenste laagje +hebben, zooals wij zeiden, als wij over den room kibbelden." + +"Natuurlijk wou je dat, en bedierf je alles door met het slot te +beginnen. Begin nu eens van voren af aan, en vertel mij _precies_ +hoe alles in zijn werk is gegaan. Ik brand van nieuwsgierigheid." + +"Nu dan: ik deed het eenvoudig om Amy plezier te doen," begon Laurie +met een knipoogje, dat Jo deed uitroepen: + +"Leugen nommero een; Amy deed het om jou plezier te doen. Ga voort, +maar spreek de waarheid, als ge kunt, mijnheer." + +"Nu begint zij mij al dadelijk de les te lezen; is 't niet +allergenoeglijkst dat weer eens te hooren?" vroeg Laurie aan het +vuur, en de vlammen flikkerden helder op, alsof ze 't er volkomen +mee eens waren. "Het komt immers toch alles op hetzelfde neer, +is 't niet? nu zij en ik toch één zijn. Wij waren van plan met de +Carrols thuis te komen, dat was een maand of wat langer geleden, +maar zij veranderden in eens van gedachten, en besloten nog een +winter te Parijs te blijven. Maar Grootvader verlangde naar huis; +hij was op reis gegaan voor mijn plezier, dus kon ik hem niet alleen +laten terugtrekken, maar ik kon toch ook niet van Amy scheiden, +en mevrouw Carrol had malle Engelsche ideeën opgedaan over gepast +geleide en zulke gekheid meer, en wou Amy niet toestaan met ons mee +te gaan. Daarom maakte ik een eind aan de moeilijkheid door te zeggen: +'Laten wij trouwen, dan kunnen wij doen, wat wij willen.'" + +"Natuurlijk stelde jij dat voor! Jij richt altijd de dingen in naar +je eigen plezier." + +"Niet _altijd_!" en iets in Laurie's stem deed Jo haastig vervolgen: +"Hoe heb jullie Tante's toestemming gekregen?" + +"Dat was wel lastig, maar we wisten haar toch om te praten, want we +hadden een massa goede argumenten aan onzen kant. Er was geen tijd +meer om te schrijven en toestemming te vragen, maar jullie zoudt het +toch allemaal _later_ goed hebben gevonden, en dus: 'we moesten de +koe maar bij de horens pakken,' zooals mijn vrouw zegt." + +"Wat zijn we trotsch op die twee woorden, en wat vinden wij het +prettig om ze te zeggen!" viel Jo hierop in, het vuur op haar beurt +toesprekende en met genot den gelukkigen glans waarnemende die het +scheen te wekken in de oogen, die zoo droevig en somber hadden gestaan, +toen zij ze de laatste maal zag. + +"Wel een beetje! Ze is ook zoo'n mooi en lief vrouwtje, dat ik niet +laten kan trotsch op haar te zijn. Nu maar--Oom en Tante waren er voor +het decorum. We gingen zoo in elkander op, dat wij voor anderen niets +waard waren, en deze plezierige schikking zou alles voor iedereen +'t gemakkelijkst maken; dus besloten wij er dan ook maar toe." + +"Wanneer, waar, hoe?" vroeg Jo, een en al belangstelling, en brandend +van nieuwsgierigheid, want zij kon het zich nog maar niet begrijpen. + +"Zes weken geleden, in het hôtel van den Amerikaanschen consul te +Parijs--een heel rustige trouwerij natuurlijk; want zelfs in ons +geluk vergaten wij onze lieve Betsy niet." + +Jo legde haar hand in de zijne, toen hij dat zei, en Laurie streek +zachtjes over het kleine roode kussen, dat hij zich zoo goed +herinnerde. + +"Waarom liet jullie 't ons daarna niet weten?" vroeg Jo op bedaarder +toon, toen zij een poos heel stil hadden gezeten. + +"Wij wilden jullie verrassen; wij dachten eerst, dat wij dadelijk +naar huis zouden gaan, maar mijn beste grootvader zag, zoodra we +getrouwd waren, plotseling in, dat hij nog wel een maand noodig had, +eer hij klaar kon komen, en zond ons weg om onze wittebroodsweken +door te brengen, waar wij verkozen. Amy had vroeger eens gezegd, +dat Valrosa daar zoo uitstekend voor geschikt was, dus gingen wij +daarheen en waren er zoo gelukkig, als menschen maar eenmaal in hun +leven zijn kunnen. Dat was daar met recht rozengeur en maneschijn!" + +Laurie scheen Jo voor een oogenblik te vergeten, en Jo verheugde +zich er over; want het feit, dat hij haar al deze dingen zoo vrij en +natuurlijk vertelde, bewees haar dat hij volkomen vergeven en vergeten +had. Zij zocht haar hand weg te trekken; maar alsof Laurie raadde +welke gedachte haar aanspoorde tot die half onwillekeurige beweging, +hield hij ze vast, en zei met een manlijken ernst, dien zij nog nooit +in hem had opgemerkt: "Jolief, ik wou je graag één ding zeggen, en dan +zullen wij die zaak voor goed laten rusten. Zooals ik al in mijn brief +schreef, toen ik vertelde, hoe lief Amy voor me geweest was, ik zal +nooit ophouden jou ook lief te hebben; maar de liefde is veranderd, +en ik heb leeren inzien, dat het beter is, zooals het is. Amy en jij +veranderen van plaats in mijn hart, dat is al. Ik geloof, dat het zoo +beschikt was, en zou dat zeker ook wel van zelf hebben leeren inzien, +als ik gewacht had volgens jouw raad; maar ik kon niet geduldig zijn +en werd dus wanhopig. Ik was toen een jongen, koppig en heftig, en ik +had een harde les noodig om mijn vergissing te leeren inzien. Want het +wás een vergissing, Jo, zooals jij ook zei, en ik merkte het, nadat +ik mij als een gek had aangesteld. Ik raakte daarna zoo in de war, +dat ik zelf niet wist, wie ik het meest liefhad--jou of Amy, en mijn +best deed beiden even lief te hebben, maar dat kon ik niet, en toen +ik haar in Zwitserland terug zag, scheen alles op eens tot klaarheid +te komen. Je nam beiden je rechte plaats in, en ik wist zeker, +dat de oude liefde afgedaan was, voordat de nieuwe begon te leven; +dat ik mijn hart eerlijk kon deelen tusschen zuster Jo en vrouw Amy, +en ze beiden hartelijk liefhebben. Wil je dat gelooven en terugkeeren +naar den gelukkigen ouden tijd, toen wij elkander pas leerden kennen?" + +"Ik wil het van ganscher harte gelooven; maar Teddy, wij kunnen +nooit weer jongen en meisje zijn--de gelukkige oude tijd kan nooit +terugkomen, en wij moeten dat ook niet verwachten. Wij zijn nu +volwassen man en volwassen vrouw, hebben ernstig werk te doen, want +de speeltijd is over, en mogen niet langer gekheid maken. Ik geloof, +dat jij dat ook wel voelt; ik zie de verandering in jou, en jij zult +die in mij zien; ik zal 'mijn jongen' missen, maar ik zal den man +even goed liefhebben en hem méér bewonderen, omdat hij zich voorneemt +te zijn, wat ik hoopte, dat hij worden zou. We kunnen niet langer +speelkameraden wezen, maar wij zullen broer en zuster zijn, om elkaar +ons leven lang lief te hebben en te helpen; zullen we niet, Laurie?" + +Hij antwoordde niet, maar nam de hand, die zij hem aanbood, en legde er +zijn gezicht voor een oogenblik op, gevoelende, dat uit het graf van +een jongenshartstocht een schoone sterke vriendschap was verrezen, +die hun beiden tot zegen zou zijn. Toen hernam Jo vroolijk, want +zij wilde niet, dat zijn thuiskomst droevig zou worden: "Ik kan het +mij nog maar niet begrijpen, dat jullie kinderen werkelijk getrouwd +zijn en een huishouden gaan opzetten. Het lijkt mij net, of het pas +gisteren was, dat ik Amy's boezelaar vastmaakte, en jou aan 't haar +trok, als je mij plaagde. Och, och, wat vliegt de tijd toch om!" + +"Daar een van de 'kinderen' ouder is dan jijzelf, behoef je niet +zoo grootmoederachtig te praten. Ik vlei mij, dat ik nu wel 'een +opgeschoten meneer' ben, zooals Peggotty zei van David; [13] en als +je Amy ziet zul je haar wel een bizonder voorspoedig kind vinden," +zei Laurie, lachende om haar moederlijken toon. + +"Jij mag wat ouder zijn in jaren, maar ik ben zooveel ouder in mijn +gevoel, Teddy. Dat zijn vrouwen altijd, en dit laatste jaar is zoo +moeilijk geweest, dat ik mij wel veertig jaar voel." + +"Arme Jo, we lieten het jou ook maar alleen dragen, terwijl wij plezier +maakten. Je bent werkelijk ouder geworden; hier is een diepe rimpel, en +daar nog een; behalve wanneer je glimlacht, staan je oogen droevig, en +toen ik straks het kussen aanraakte, voelde ik er een traan op. Je hebt +veel verdriet gehad en stond er alleen voor; wat ben ik een zelfzuchtig +wezen geweest!" en Laurie trok met een berouwvol gezicht aan zijn haar. + +Maar Jo keerde het verraderlijke kussen om, en antwoordde op een +toon, dien zij zoo vroolijk mogelijk deed klinken: "Neen, ik had +Vader en Moeder om mij te helpen, en de kleintjes om mij te troosten, +en de gedachte, dat jij en Amy gezond en gelukkig waren, deed mij de +moeilijkheden hier gemakkelijker dragen. Ik voel mij soms eenzaam, +maar ik geloof, dat dat wel goed voor mij is, en--" + +"Je zult het nooit weer zijn," viel Laurie haar in de rede, en sloeg +zijn arm om haar heen, alsof hij alle mogelijke kwaad van haar wilde +weren. "Amy en ik kunnen niet buiten jouw hulp; jij moet 'de kinderen' +leeren huishouden, en in alles deelen, zooals vroeger, en toelaten, +dat we je vertroetelen, dan zullen we allemaal óvergelukkig zijn." + +"Als ik niet overcompleet ben, zou ik het heel prettig vinden. Ik +begin mij nu al verjongd te voelen; want toen jij kwam, schenen al +mijn zorgen op de een of andere manier weg te vliegen. Jij bent mij +altijd een troost geweest, Teddy," en Jo leunde met haar hoofd op +zijn schouder, zooals zij dat jaren geleden gedaan had, toen Betsy +ziek was, en Laurie haar zeide, dat zij maar op hem moest steunen. + +Hij keek haar aan om te zien, of zij aan die dagen terugdacht, maar +Jo glimlachte, alsof haar zorgen werkelijk bij zijn komst waren +weggevlogen. + +"Je bent nog altijd dezelfde, Jo, het eene oogenblik schreien, het +volgende lachen. Nu kijk je wel wat ondeugend; waar denkt u aan, +Grootma?" + +"Ik peinsde er over, hoe jij en Amy met elkander zouden omgaan." + +"Als engelen!" + +"Ja natuurlijk, in het begin--maar wie is de baas?" + +"Ik heb er geen bezwaar tegen, je te vertellen, dat zij op 't +oogenblik het meest in te brengen heeft; ik laat haar ten minste in +dien waan,--zij vindt dat plezierig, weet je. Maar we zullen daar +gauw verandering in brengen, want zij zeggen, dat het huwelijk iemands +rechten halveert en iemands plichten verdubbelt." + +"Je zult voortgaan, zooals je begonnen bent, en Amy zal je al je +levensdagen regeeren." + +"Nu, zij doet het zoo onmerkbaar, dat ik niet denk, dat het mij veel +zal kunnen schelen. Amy is een vrouw, die de kunst van regeeren goed +verstaat; ik vind het, om je de waarheid te zeggen, zelfs wel aardig, +want zij draait iemand zoo zacht en netjes om den vinger, alsof hij +een strengetje zij was, en intusschen geeft ze je 't idee, dat ze je +een gunst bewijst." + +"Dat ik dát nog beleven moet, jou onder den pantoffel te zien, +terwijl je het nog aardig vindt op den koop toe!" riep Jo, de handen +in elkaar slaande. + +Het was aardig om te zien, hoe Laurie de borst vooruitzette, en met +mannelijken trots om die insinuatie lachte, terwijl hij "met zijn +hooghartig air" antwoordde: "Amy is te wel opgevoed om zooiets te +doen, en ik behoor niet tot de soort van mannen die zich daaraan +onderwerpen. Mijn vrouw en ik hebben te veel achting voor ons zelven +en voor elkaar, om ooit over elkander te heerschen, of met elkaar +te kibbelen." + +Dat beviel Jo, en zij vond, dat de nieuwe waardigheid hem heel +goed stond, maar de knaap scheen met reuzenschreden in een man te +veranderen, en weemoed vermengde zich met haar blijdschap. + +"Dat geloof ik graag; Amy en jij kibbelden nooit, zooals wij samen. Zij +is de zon, en ik ben de wind uit de fabel, en de zon maakte het meest +van den man, zooals je je herinnert." + +"Zij kan hem zoowel wat 'opblazen' als 't noodig is, als hem +beschijnen," verzekerde Laurie lachend. "Als ik nog aan de vermaning +denk, die ik te Nice kreeg! Ik verzeker je, dat die nog vrij wat +erger was, dan jij me ooit gegeven hebt. Die klonk als een klok; +ik zal je er bij gelegenheid wel eens alles van vertellen,--_zij_ +zal het nooit doen, omdat zij--nadat zij mij gezegd had, dat zij mij +verachtte en zich over mij schaamde--haar hart kwijt raakte aan dien +verachtelijken persoon en den nietswaardige trouwde." + +"Hoe karakterloos! Maar mocht zij het soms te bont maken, kom dan +maar bij mij, dan zal ik je wel verdedigen." + +"Ik zie er wel uit, of ik dat noodig had, hè?" vroeg Laurie, opstaande +en een gebiedende houding aannemende, die plotseling in ongeveinsde +verrukking overging, toen hij Amy hoorde roepen: + +"Waar zit zij? Waar is mijn lieve, oude Jo?" + +Daar kwam de heele familie binnen marcheeren, en allen kusten en +pakten elkander nog eens weer van voren af aan, en eindelijk mochten +de drie reizigers in vrede gaan zitten, en kon ieder zich ongestoord +"aan hun aanblik vergasten." Mijnheer Laurence, gezond en flink als +altijd, was door zijn buitenlandsche reis even zeer verkwikt als +de anderen,--zijn barschheid scheen nagenoeg geheel verdwenen en +de ouderwetsche hoffelijkheid had een kleine verfijning ondergaan, +die haar aantrekkelijker maakte dan ooit. Het deed iemand goed op te +merken, hoe hij "mijn kinderen", zooals hij het jonge paar noemde, +toelachte; nog aardiger was het te zien, hoe Amy hem haar kinderlijke +liefde bewees, waardoor zij zijn oud hart geheel en al won; en het +best van alles was het Laurie gade te slaan, zooals hij om die twee +heendraaide, alsof hij zich niet verzadigen kon aan het liefelijke +tafreel. + +Meta had bij den eersten oogopslag dadelijk ontdekt, dat Amy er heel +anders uitzag dan zijzelve, dat haar eigen japon niet de Parijsche +"coupe" had en dat de jonge mevrouw Moffat geheel in de schaduw zou +worden gesteld door de jonge mevrouw Laurence, die een echt elegante, +gracieuse vrouw was geworden. Jo dacht, toen zij het paar nauwkeurig +opnam: "wat komen ze toch goed bij elkander! Ik had gelijk, en Laurie +heeft 'het mooie begaafde meisje' gevonden, dat zijn huis meer tot +sieraad zal strekken dan de lompe oude Jo; zij zal zijn trots en +niet zijn plaag zijn." Mevrouw March en haar echtgenoot glimlachten +en knikten elkaar met een verheugd gezicht toe, want zij zagen, +dat het hun jongste dochter naar wensch was gegaan, niet alleen in +wereldsche dingen, maar dat ook het betere goed: liefde, vertrouwen +en geluk haar deel was geworden. + +Want Amy's gelaat droeg die uitdrukking van zachte blijmoedigheid, die +van vrede des harten spreekt, haar stem had een nieuwen teederen klank, +en de koele, stijve houding was overgegaan in een zachte waardigheid, +zoowel vrouwelijk als innemend. De indruk werd niet verstoord door +kleine gemaaktheden, en haar hartelijke, lieve manieren waren nog +bekoorlijker dan de nieuwe schoonheid of haar vroegere bevalligheid, +en leverden het onmiskenbare bewijs, dat zij de echte "edelvrouw" +was, die zij eens gehoopt had te zullen worden. + +"Liefde heeft veel gedaan voor ons dochtertje," zie de moeder zacht. + +"Zij heeft haar heele leven door altijd een goed voorbeeld gehad, mijn +beste," fluisterde mijnheer March, terwijl hij zijn oogen vol liefde +liet rusten op het vervallen gelaat en de vergrijsde haren naast zich. + +Daisy kon haar oogen maar niet afhouden van de mooie tante, en +haar handjes niet van de kostbare châtelaine, die zooveel onbekende +heerlijkheden bevatte. Demi moest eerst nog eens nadenken over de +vreemde familieleden, eer hij zich liet vangen, door het ondoordacht +aannemen van een geschenk, in den verleidelijken vorm van een familie +houten beertjes uit Bern. Een zijwaartsche beweging van Laurie deed +hem echter tot een onvoorwaardelijke overgave besluiten; de nieuwe +oom wist blijkbaar, hoe hij het moest aanleggen. "Jongmensch, toen ik +voor het eerst de eer had kennis met je te maken, gaf je me een slag +in 't gezicht: nu eisch ik voldoening!" en daarmee pakte de lange +oom het kleine neefje op, zwaaide hem in de lucht en hield hem boven +zijn hoofd, op een manier, die zijn waardigheid evenzeer benadeelde +als ze zijn jongenshart verblijdde. + +"Wel, heb ik van me leven, as ze niet van 't hoofd tot de voeten in +'t zij steekt! 't Doet men ouwe oogen goed, as ik haar daar zoo +mooi en lief zie zitten en as ze onze kleine Amy mevrouw Laurence +noemen!" mompelde oude Hanna, die niet nalaten kon af en toe door +een reetje van de deur te gluren, terwijl zij bezig was de tafel te +dekken, en alles vrij wel door elkander opzette. + +Wat werd er druk geredeneerd! eerst de een, dan de ander, dan allen +tegelijk,--want ze wilden allemaal de geschiedenis van drie jaren in +een half uurtje vertellen. Het was een geluk dat het tijd werd om thee +te drinken, zoodat er een kleine pauze intrad en ze zich wat verkwikken +konden,--want zij zouden heesch en flauw geworden zijn, als zij nog +langer zoo hadden doorgepraat! Wel was dat een gelukkige optocht, +die later naar de kleine eetkamer trok! Mijnheer March geleidde met +trots mevrouw Laurence; mevrouw March leunde even trots op den arm van +"mijn zoon", de oude heer bood Jo den arm met een zacht en hartelijk: +"Nu moet jij mijn meisje zijn," en een blik naar het ledige hoekje +bij den haard, die Jo noopte met bevende lippen te fluisteren: +"Ik doe mijn best haar plaats te vervullen, mijnheer." + +De tweelingen huppelden achteraan, in het idee, dat de gouden +eeuw was aangebroken, want iedereen bleek zoo vervuld van de nieuw +aangekomenen, dat zij zich naar hartelust vrij konden vermaken, en zij +wisten van de gelegenheid zooveel mogelijk partij te trekken. Namen +zij niet ongemerkt een teugje uit de verschillende kopjes, snoepten +zij niet ad libitum van de koekjes, bemachtigden zij niet ieder een +sneetje toast, en wisten zij niet, om alles de kroon op te zetten, +ieder een verrukkelijk taartje weg te moffelen in hun kleine zakken, +om daar verraderlijke sporen van kleverige kruimels achter te laten, +hetgeen hun leeren kon, dat zoowel de menschelijke natuur als een +taartje zwak is? Bezwaard door hun schuldig geweten en vreezende +dat Dodo's scherpe oogen door den dunnen scheidsmuur van katoen en +merinos, die den buit aan 't gezicht onttrok, zouden dringen, volgden +de kleine zondaars "Opa" als zijn schaduw, daar hij zijn bril niet +ophad. Amy, die van den een aan den ander werd overgedaan, alsof zij +een schoteltje ververschingen was, keerde naar de zitkamer terug aan +den arm van Vader Laurence; de anderen volgden twee aan twee als te +voren, en deze schikking was oorzaak, dat Jo alleen overschoot. Op +het oogenblik zelf gaf zij er niet om, want zij bleef even achter +om Hanna's vraag te beantwoorden: "Zou juffrouw Amy nou in der eigen +coupé rijden, en al dat mooie zilveren gerei gaan gebruiken, dat nou +nog allemaal in de kasten staat in het groote huis?" + +"Het zou mij niets verwonderen, als zij met zes witte paarden reed, +van gouden borden at, en elken dag juweelen en echte kant droeg. Teddy +vindt niets te goed voor haar," antwoordde Jo met groote voldoening. + +"Dat is 't ook warempel niet!--Wilt u gehakt of visch voor 't ontbijt +hebben?" liet Hanna er op volgen, die wijselijk poëzie met proza +vermengde. + +"'t Is mij hetzelfde," en Jo deed de deur dicht, alsof het bedenken +van eten op het oogenblik een al te triviaal onderwerp was. Zij keek +even het verdwijnend gezelschap na, en toen Demi's korte beentjes +de laatste tree der trap opklauterden, overviel haar plotseling +een gevoel van eenzaamheid, zóó sterk, dat zij met betraande oogen +rondzag, alsof zij iets zocht om op te steunen,--want zelfs Teddy +had haar in den steek gelaten. Had zij geweten welk verjaarsgeschenk +met iedere minuut nader en nader kwam, dan zou zij niet tot zichzelf +gezegd hebben: "Ik zal in mijn bed wel een deuntje huilen, het zou +nu al heel saai zijn, als ik treurig was." Toen veegde zij met de +hand over haar oogen,--want een van haar jongensgebreken was nog, +dat ze nooit haar zakdoek kon vinden--en was er juist in geslaagd +een glimlach te voorschijn te roepen, toen er gebeld werd. + +Met gastvrijen haast deed ze gauw zelf even open en schrikte, alsof een +tweede geest haar verrast had,--want daar stond een heer met bruinen +baard, die haar in den donkeren avond zoo vriendelijk toelachte als +een warme namiddagzon. + +"O, mijnheer Bhaer, wat ben ik blij u te zien!" riep Jo, en greep +hem bij de hand, alsof zij vreesde, dat de nacht hem verzwelgen zou, +eer zij hem nog in huis had gehaald. + +"En ik om juffrouw March weer te zien,--maar neen, u hebt een +partijtje," en de professor stond stil, toen hij het geluid hoorde +van zooveel stemmen en het getrappel van dansende voeten. + +"Neen, neen, alleen mijn familie. Mijn broer en zuster zijn juist +thuis gekomen, en dat stemt ons allemaal zoo gelukkig. Komt u binnen +en voeg u bij ons." + +Hoewel hij erg van de gezelligheid hield, zou mijnheer Bhaer stellig +heel behoorlijk zijn heengegaan en op een anderen dag teruggekomen; +maar hoe kon hij, nu Jo de deur achter hem sloot en hem zijn hoed +afnam? Misschien had haar gezicht er ook een beetje schuld aan, want +zij vergat haar vreugde over het weerzien te verbergen en toonde het +met een oprechtheid, die onweerstaanbaar bleek voor den eenzamen man, +wiens welkom zijn stoutste verwachtingen had overtroffen. + +"Als ik niet _Monsieur de Trop_ zal wezen, wil ik zeer gaarne allen +zien. Gij zijt ziek geweest, mijn waarde vriendin?" + +Hij deed die vraag eensklaps, want toen Jo zijn jas ophing, viel het +licht op haar gezicht en zag hij er een verandering in. + +"Niet ziek, maar vermoeid en bedroefd; wij hebben veel verdriet gehad, +sedert ik u het laatst sprak." + +"Ach ja, dat weet ik. Mijn hart leed om uwentwil, toen ik dat hoorde," +en hij schudde nogmaals haar hand met zoo'n medelijdend gezicht, +dat Jo bij zichzelf dacht, dat niets haar zoo troosten kon, als de +blik dier vriendelijke oogen, de druk van die groote, warme hand. + +"Vader, Moeder, hier is mijn vriend, professor Bhaer," stelde Jo +hem voor, met een gezicht en op een toon, die zoo duidelijk trots en +innige blijdschap te kennen gaven, dat zij even goed de trompet had +kunnen blazen en de deur met een zwaai had kunnen opendoen. + +Indien de vreemdeling eenigen twijfel gekoesterd had omtrent zijn +ontvangst, werd die hem al zeer spoedig benomen door het hartelijk +onthaal, dat hij vond. Allen begroetten hem even vriendelijk, ter wille +van Jo, maar heel spoedig hielden zij van hem om zijns zelfswil. Zij +konden het niet laten, want hij droeg den talisman bij zich, die +alle harten opent, en de eenvoudige Marches schonken hem dadelijk hun +genegenheid, en voelden zich bijna nog vriendschappelijker gestemd, +omdat hij arm was,--want armoede verrijkt diegenen, die door hun +leven toonen er boven verheven te zijn, en is een zeker paspoort tot +waarlijk gastvrije gemoederen. Mijnheer Bhaer zat te glimlachen als +een reiziger, die aan een vreemde deur heeft geklopt, en toen zij +openging opeens bemerkte, dat hij thuis is. De kinderen voelden zich +tot hem aangetrokken als de bijen naar de honig, klommen op zijn knie, +en stalen zijn hart door zijn zakken te doorzoeken, aan zijn baard te +trekken, en zijn horloge te bekijken met kinderlijke vrijmoedigheid. De +dames telegrafeerden hun ingenomenheid naar elkander, en mijnheer +March zag dadelijk in, dat hij een verwanten geest had gevonden, +en opende de kostbare schatkamers van zijn geest ten bate van zijn +gast, terwijl de niet zeer spraakzame John luisterde en genoot, +hoewel hij geen woord zei, en mijnheer Laurence er niet aan dacht +een middagslaapje te houden. + +Als Jo het niet te druk had gehad met andere zaken, zou Laurie's +gedrag haar vermaakt hebben; want een aanvechting, niet van jaloezie, +maar van iets, dat op argwaan geleek, drong hem, zich wat terug te +trekken en den nieuw aangekomene met omzichtigheid gade te slaan. Maar +het duurde niet lang; hij begon zijns ondanks belang te stellen in +hetgeen er verhandeld werd, en was, eer hij het wist, meegetrokken in +het discours, want mijnheer Bhaer sprak goed in dit hem sympathieke +gezelschap, en kwam er volkomen tot zijn recht. Hij praatte weinig +met Laurie, maar keek hem des te meer aan, en dan trok er een schaduw +over zijn gezicht, alsof hij zijn eigen verloren jeugd betreurde, bij +het aanschouwen van dien jongen man in de kracht zijns levens. Daarna +dwaalde zijn oog soms zoo veelzeggend naar Jo, dat zij ongetwijfeld +die stomme vraag zou beantwoord hebben, als zij het maar gezien had; +maar Jo moest oppassen voor haar eigen oogen, en daar zij voelde, +dat die niet te vertrouwen waren, hield zij ze voorzichtig gevestigd +op het kleine kousje, dat zij, als een modeltante, zat te breien. + +Een steelsche blik nu en dan, verkwikte haar, als een teug frisch +water na een stoffige wandeling, want die vluchtige kijkjes deden +haar verscheiden gunstige verschijnselen opmerken. Mijnheer Bhaer's +gezicht had zijn afgetrokken uitdrukking verloren en tintelde van +leven en belangstelling; hij zag er wezenlijk jong en knap uit, vond +zij, en ze vergat totaal, hem met Laurie te vergelijken, zooals zij +gewoonlijk vreemde heeren--zeer in hun nadeel--deed. Daarbij scheen hij +als meegesleept door zijn onderwerp, hoewel de begrafenis-gewoonten der +ouden, waarheen het gesprek afgedwaald was, nu niet juist beschouwd +kon worden als een opvroolijkend thema. Jo gloeide van voldoening, +toen Teddy met een krachtig argument werd doodgeslagen, en dacht +bij zichzelf, toen zij haar vaders bezield gelaat zag: "Wat zou het +heerlijk voor hem zijn, als hij eens iemand als mijn professor had +om elken dag mee te praten!" En om alles de kroon op te zetten, had +mijnheer Bhaer een fonkelnieuw pak aan, waardoor hij er echt als een +"gentleman" uitzag. Zijn zwaar haar was geknipt en netjes geborsteld, +hoewel het niet lang in orde bleef, want in opgewonden oogenblikken +streek hij het ouder gewoonte in de hoogte, en Jo gaf de voorkeur +aan dien rechtovereindstaanden bos, boven de gladde lokken, omdat +zij meende, dat zijn welgevormd voorhoofd dan iets Jupiter-achtigs +kreeg. Arme Jo, wat verheerlijkte zij dien doodgewonen man, terwijl +zij daar zoo kalmpjes zat te breien en toch niets aan haar oog +liet ontsnappen--zelfs niet het feit, dat mijnheer Bhaer gouden +manchetknoopen droeg in zijn smettelooze manchetten. + +"Die goede professor, hij had zich niet met meer zorg kunnen kleeden, +als hij op een liefdesavontuur uitging," zei Jo bij zichzelf, waarop +een plotseling invallende gedachte, uit die woorden voortgekomen, haar +zoo'n vreeselijke kleur aanjoeg, dat zij haar kluwen moest laten vallen +en bukken om het op te rapen, en zoo haar gezicht te kunnen verbergen. + +Die manoeuvre gelukte haar echter niet zoo goed, als zij wel hoopte; +want hoewel de professor juist op het punt was een doodenbrandstapel +aan te steken, liet hij zijn toorts, figuurlijk gesproken, vallen en +dook naar het kleine, blauwe kluwen. Natuurlijk bonsden hun hoofden +terdege tegen elkander, zoodat zij er sterretjes van voor de oogen +kregen, en beiden kwamen weer boven, lachend en verlegen, zonder het +kluwen, en namen hun plaatsen weer in, met den heimelijken wensch, +dat zij die maar niet verlaten hadden. + +Niemand begreep, waar de tijd bleef, want Hanna wist de kinderen zeer +behendig nog al bijtijds uit de kamer te lokken; ze knikkebolden dan +ook als twee roode papavers, en mijnheer Laurence ging naar huis om +uit te rusten. De anderen zaten om het vuur te praten en dachten er +niet aan, dat de uren verstreken, totdat Meta, wier moederlijk hart +tot de vaste overtuiging kwam, dat Daisy uit bed zou gevallen zijn, +en Demi zijn nachtjaponnetje in brand zou steken, bij het bestudeeren +van de samenstelling van lucifers, opstond om heen te gaan. + +"Laten wij van avond weer eens als vanouds zingen, nu wij weer voor +het eerst allen bij elkaar zijn," stelde Jo voor, meenende, dat zij +door een van harte gezongen lied veilig lucht zou kunnen geven aan +de juichende stemming van haar ziel. + +Zij waren er niet _allen_, maar niemand vond de woorden gedachtenloos +of onwaar, want Betsy leefde nog in hun midden--een vreedzame +tegenwoordigheid--onzichtbaar, maar dierbaarder dan ooit, daar de dood +den innigen band, door hechte liefde gesmeed, niet kon verbreken. De +kleine stoel stond op zijn oude plaats; het nette werkmandje nog op +dezelfde plank, met het laatste werkje, dat zij onder handen had, toen +de naald zoo zwaar werd; de geliefde piano, nu zoo zelden bespeeld, +was nooit verzet, en daarboven keek Betsy's gezichtje op hen neer, +dat vreedzaam en glimlachend als in vroeger dagen scheen te zeggen: +"Weest gelukkig, ik ben bij jullie." + +"Speel eens iets, Amy; laat hun eens hooren, hoe je bent +vooruitgegaan," verzocht Laurie, met vergeeflijken trots op zijn +veelbelovende leerling. + +Maar Amy fluisterde met oogen vol tranen, terwijl zij het oude krukje +opdraaide: "Niet van avond, Laurie, ik kan van avond geen kunsten +vertoonen." + +Maar zij deed beter dan dat, want zij zong Betsy's liederen, met een +teeder pathos, dat de beste meester haar niet kon geleerd hebben, +en roerde de harten der hoorders door die liefelijke macht, die +slechts zuivere bezieling verleent. Het was doodstil in de kamer, +toen de heldere stem eensklaps beefde en zweeg bij den laatsten regel +van Betsy's lievelingsgezang. Het was zoo moeilijk te zeggen: + + + "Geen smart op aarde, of 't geloof kan haar verzachten." + + +En Amy leunde het hoofd tegen haar man, die achter haar stond, +diep gevoelende, dat haar welkom-thuis niet volmaakt was, zonder +Betsy's kus. + +"Nu moeten wij eindigen met Mignon's lied, want dat zingt mijnheer +Bhaer," zei Jo, voordat de pauze pijnlijk werd, en de professor +kuchte eens en ging toen naar den hoek, waar Jo stond, zeggende: "Gij +wilt wel met mij zingen; wij gaan bizonder goed tezamen." Dat was, +in het voorbijgaan gezegd, pure verbeelding, want Jo had niet veel +meer begrip van muziek dan een sprinkhaan; maar zij zou zijn voorstel +aangenomen hebben, al had hij haar gevraagd een heele opera met hem +te zingen, en kweelde er op los, zich in haar geluk niet om maat of +toon bekommerend. Het kwam er niet veel op aan, want professor Bhaer +zong als een echt Duitscher, flink, uit volle borst, en Jo verviel +weldra in een zacht geneurie, om des te beter te kunnen luisteren +naar de welluidende stem, die voor haar alleen scheen te zingen. + + + "Kennst du das Land, wo die Zitronen blühen," + + +placht de lievelingsregel van den professor te zijn; want 'das Land' +was voor hem Duitschland; maar nu scheen het wel, alsof hij met +buitengewone warmte en aandrang de woorden herhaalde: + + + ....dahin, dahin! + Möcht ich mit dir, o, mein Geliebte ziehn! + + +en één toehoorster werd zoo geroerd door die teedere uitnoodiging, +dat zij hem gaarne had willen toeroepen, dat zij het land kende, +en er vol vreugde wilde heentrekken, wanneer hij maar verkoos. + +Het lied werd met grooten bijval ontvangen, en de zanger trok zich +verlegen terug, overdekt met roem en eer. Maar een paar minuten +later vergat hij zichzelf totaal en keek zijn oogen uit, toen Amy +haar hoed opzette om heen te gaan, want zij was alleen maar aan hem +voorgesteld als "mijn zuster," en niemand had haar nog bij haar nieuwen +naam genoemd. Hij vergat zich nog meer, toen Laurie bij het afscheid +nemen op hartelijken en beleefden toon tegen hem zei: "Mijn vrouw en +ik zijn heel blij, u ontmoet te hebben, mijnheer Bhaer. U zoudt ons +groot genoegen doen, met ons eens op te komen zoeken; wees overtuigd +dat u altijd hartelijk welkom zult wezen." + +Toen dankte de professor hem zoo hartelijk, en zijn gezicht werd +plotseling zoo verhelderd en opgetogen, dat Laurie hem den aardigsten, +openhartigsten ouden heer vond, dien hij ooit gezien had. + +"Ik wil nu ook gaan, doch ik wil gaarne weerkomen, wanneer u het +veroorlooft, lieve mevrouw, want ik heb hier eenige zaken te doen, +en zal hier een paar dagen moeten blijven." + +Hij sprak tegen mevrouw March, maar keek Jo aan; en de stem der moeder +gaf een even welgemeende toestemming, als de oogen der dochter; want +mevrouw March was niet zoo blind voor het welzijn harer kinderen, +als mevrouw Moffat dacht. + +"Ik geloof, dat dat een wijs man is," zei mijnheer March, uiterst +voldaan voor den schoorsteen staande, nadat de laatste gast vertrokken +was. + +"Ik weet, dat hij een _goed_ man is," antwoordde mevrouw March beslist, +terwijl ze de klok opwond. + +"Ik dacht wel, dat u van hem zoudt houden," was alles, wat Jo zei, +terwijl zij hen goeden nacht wenschte en naar haar kamer ging. + +Zij peinsde er over, wat toch wel die zaken konden zijn, die mijnheer +Bhaer naar de stad riepen, en kwam eindelijk tot het besluit, +dat hij de een of andere eervolle benoeming moest hebben ontvangen, +maar te bescheiden was om dat zelf te vertellen. Had zij zijn gezicht +kunnen zien, toen hij veilig op zijn kamer, het portret bekeek van een +strenge, ernstige jonge dame met een massa haar, die met donkeren blik +de toekomst scheen te willen doorboren, dan zou dit haar misschien +eenig licht hebben gegeven, vooral toen hij het gas uitdraaide, +en het portret in de duisternis kuste. + + + + + +HOOFDSTUK XXI. + +MIJNHEER EN MEVROUW. + + +"Madame Mère, kunt u mij als 't u belieft mijn vrouw ook een half +uurtje afstaan? Het goed is gekomen, en ik heb Amy's Parijsche +fraaiigheden wel wat door elkander gerommeld, want ik zocht iets, wat +ik noodig heb," zei Laurie den volgenden dag, toen hij de huiskamer +binnenstapte, en mevrouw Laurence op haar moeder's schoot zag zitten, +alsof zij nog "het kleintje" was. + +"Zeker, ga maar gauw, kindlief. Ik vergeet, dat je nog een ander thuis +hebt dan dit," en mevrouw March drukte de kleine hand, waaraan de +trouwring prijkte, alsof zij vergiffenis vroeg voor haar moederlijke +begeerigheid. + +"Ik zou haar niet zijn komen halen, als ik het had kunnen laten, +maar ik kan evenmin buiten mijn vrouw als een--" + +"Weerhaan zonder wind kan," vulde Jo aan, toen hij zweeg om een +vergelijking te vinden. Jo was weer even dwaas als vroeger, sinds +Teddy's terugkomst. + +"Juist, want Amy zorgt er voor, dat ik meestal West wijs met nu en dan +een streekje Zuid; ik heb nog geen oogenblik naar het Oosten gewezen, +sinds ik getrouwd ben, weet zelfs niet wat het Noorden is, maar ben +altijd even koel en zacht--niet waar, mevrouw?" + +"Allerliefst weer tot nu toe; ik weet niet hoelang het zal duren, +maar ik ben niet erg bang voor stormen, want ik weet al wel een beetje +hoe ik mijn schip moet besturen. Ga nu maar mee naar huis, dan zal ik +wel eens naar je laarzentrekker zoeken; ik denk, dat je daarvoor mijn +goed zoo overhoop hebt gehaald. Mannen zijn toch _zoo_ hulpbehoevend, +Moeder," zei Amy beschermend, tot groot vermaak van haar echtgenoot. + +"Wat zijn jullie van plan te gaan doen, als alles op orde is?" vroeg +Jo, terwijl ze Amy's mantel dichtknoopte, zooals zij het vroeger haar +boezelaars deed. + +"Wij hebben wel plannen gemaakt, maar zullen er voorloopig maar niet +over spreken, omdat wij nog zulke nieuwe bezems zijn, maar wij zijn +niet van zins te gaan luieren. Ik zal mij met zooveel ijver aan de +zaken wijden, dat Grootvader in verrukking komt, en hem eens bewijzen, +dat ik niet bedorven ben. Ik heb genoeg van 't leegloopen, en ben +van plan aan het werk te gaan als een man." + +"En wat gaat Amy doen?" informeerde mevrouw March, verheugd over +Laurie's beslistheid en de energie, waarmee hij sprak. + +"Na overal beleefdheidsbezoeken te hebben afgelegd en onze elegante +toiletten gelucht te hebben, zullen wij uw verbazing wekken door de +ongedwongen gastvrijheid van ons huis, het schitterend gezelschap, +dat wij om ons zullen verzamelen, en den weldadigen invloed, dien +wij rechts en links zullen uitoefenen. Dat was immers _uw_ voornemen, +madame Récamier?" vroeg Laurie met schijnbaren ernst naar Amy ziende. + +"De tijd zal het leeren. Kom maar mee, brutale plaaggeest en erger +mijn familie maar niet door mij in hun bijzijn belachelijk te maken," +antwoordde Amy, vast besloten, dat zij een goede _huis_vrouw zou zijn, +eer zij als _gast_vrouw haar salons opende. + +"Wat schijnen die kinderen samen gelukkig te wezen!" zei mijnheer +March, wien het moeilijk viel, zich na het vertrek van het jonge paar +weer te verdiepen in zijn Aristoteles. + +"Ja, en ik geloof, dat het duurzaam zal zijn," voegde mevrouw March +er bij, met het rustige gevoel van een loods, die een schip veilig +de haven heeft binnengeleid. + +"Daar ben ik zeker van. Gelukkige Amy!" zuchtte Jo, maar ze glimlachte +vroolijk, toen professor Bhaer even later met een ongeduldigen ruk +het hek openstootte. + +Later op den avond, toen zijn geest gerustgesteld was over den +laarzentrekker, riep Laurie eensklaps zijn vrouw toe, die heen en +weer liep om haar nieuwe kunstschatten te schikken: + +"Mevrouw Laurence." + +"Mylord?" + +"Die man is van plan onze Jo te trouwen." + +"Ik hoop het; jij ook niet?" + +"Wel, vrouwtje, ik vind hem 'een juweel' in den vollen zin des woords, +maar ik wou dat hij wat jonger en flink wat rijker was." + +"Kom, Laurie, wees niet al te kieschkeurig en wereldschgezind. Als +zij elkander liefhebben komt het er volstrekt niet op aan, hoe oud +of hoe arm hij is. Vrouwen moeten _nooit_ om geld trouw--" hier hield +Amy plotseling op en zag haar man aan, die plagend zei: + +"Zeker niet, hoewel heel aardige meisjes soms beweren, dat zij +het _vast_ van plan zijn. Als mijn geheugen mij niet bedriegt, +beschouwde jij het eenmaal je plicht een rijk huwelijk te doen; dat +verklaart misschien, hoe het komt, dat je een nietswaardige als mij +hebt genomen." + +"O, mijn liefste man, denk dat toch als 't je blieft niet! Ik vergat +heelemaal dat je rijk was, toen ik 'ja' zei. Ik zou met je getrouwd +zijn, al had je geen cent bezeten, en soms zou ik wel willen, dat +je arm was, om je te kunnen toonen, hoe lief ik je heb," en Amy, +die zich heel waardig gedroeg in gezelschap, maar heel teeder was, +wanneer niemand het zag, gaf hem een overtuigend bewijs van de +oprechtheid harer woorden. + +"Je gelooft toch niet _wezenlijk_, dat ik zoo'n geldzuchtig schepsel +ben, als ik vroeger meende te zijn, wel? Het zou mijn hart breken, als +je niet gelooven wou, dat ik even graag met je in 't zelfde bootje zou +varen, al moest je je kost verdienen met roeier te zijn op het meer." + +"Neen, zoo'n idioot ben ik niet! Hoe zou ik dat kunnen denken, terwijl +je een rijker man om mijnentwil afgewezen hebt, en mij niet toe wilt +staan, je de helft te koopen van wat ik wel zou willen, nu ik er het +recht toe heb? Meisjes doen het elken dag, arme stakkerds! en leeren +in hun jeugd dikwijls al, dat het een uitkomst voor hen is, maar jij +hadt beter onderwijs gehad, en hoewel ik wel eens voor je gebeefd heb, +werd ik toch niet teleurgesteld,--want de dochter deed de opvoeding +van haar moeder eer aan. Toen ik dat gisteren tegen Moeder zei, keek +ze zoo blij en dankbaar, alsof ik haar een wissel van een millioen had +gegeven, voor een liefdadig doel. Zeg, je luistert heelemaal niet naar +mijn zedekundige opmerkingen, mevrouw Laurence,"--en Laurie zweeg, +want Amy was blijkbaar afgetrokken, hoewel zij hem strak aanzag. + +"Jawel, en ik bewonder meteen het kuiltje in je kin. Ik wil je +niet ijdel maken, maar ik moet bekennen, dat ik trotscher ben op +mijn knappen echtgenoot, dan op al zijn geld. Lach niet--maar je +neus is mij zoo'n groote troost," en Amy liefkoosde het welbesneden +lichaamsdeel met een gevoel van artistieke voldoening. + +Laurie had al menig compliment gekregen in zijn leven, maar nooit +een, dat zoo naar zijn genoegen was, zooals hij met daden toonde, +hoewel hij om den bizonderen smaak van zijn vrouw lachte, terwijl ze +langzaam vervolgde: + +"Mag ik je eens iets vragen, man?" + +"Natuurlijk wel." + +"Zou je het naar vinden, als Jo met mijnheer Bhaer trouwde?" + +"O, zit daar de knoop? Ik dacht wel, dat er iets in dat kuiltje was, +wat je niet beviel. Daar ik de zon best in 't water kan zien schijnen +en de gelukkigste kerel ter wereld ben, kan ik je eerlijk verklaren, +dat ik op Jo's bruiloft zal dansen, met een hart zoo licht als een +veertje. Twijfel je er aan, _mon mie_?" + +Amy keek hem aan en was voldaan; het laatste zweempje van naijverige +vrees verdween voor altijd, en zij dankte hem met een van liefde en +vertrouwen stralend gezicht. + +"Ik wou, dat wij iets konden doen voor dien besten, ouden +professor. Zouden wij niet een rijk bloedverwant kunnen verzinnen, +die wel zoo goed wou zijn om in Duitschland te sterven, en hem een +aardig fortuintje naliet?" bedacht Laurie, toen het tweetal arm in +arm de lange zitkamer op en neer wandelde, zooals zij zoo graag deden, +in herinnering aan den ouden tuin te Vevey. + +"Jo zou er achter komen en alles bederven; zij is heel trotsch op hem, +en zei gisteren, dat zij armoede iets moois vond." + +"Die lieve ziel, maar zij zal wel anders denken, als zij een geleerden +echtvriend en een dozijn kleine professortjes of professorinnetjes +heeft te onderhouden. Wij zullen ons er dan maar niet mee bemoeien, +maar een goede kans afwachten, en ze een dienst bewijzen, zonder dat +zij het weten. Ik heb aan Jo een deel van mijn opvoeding te danken, +en zij vertrouwt altijd, dat menschen hun schulden eerlijk betalen; +daar zal ik haar dus mee vangen." + +"Wat heerlijk toch, als je anderen kunt helpen! Dat was altijd een +van mijn illusies: de macht te hebben om vrij te kunnen geven, en ik +heb het aan jou te danken, dat die illusie werkelijkheid geworden is." + +"O, wij zullen een massa goed doen, hè, meisje? Er is een bepaalde +soort van armoede, die ik bizonder graag help. De bedelaars op straat +worden wel geholpen, maar arme, fatsoenlijke lui hebben het kwaad, +omdat zij niet willen vragen en men hun niets durft aanbieden; toch +zijn er wel duizend manieren om hen te helpen, als men het maar zoo +kiesch weet te doen, dat ze er niet door beleedigd worden. Ik moet +bekennen, dat ik liever een gentlemen help, die in 't achterschip +is geraakt, dan een bedelenden mooiprater, hoewel het eerste veel +moeilijker is." + +"Omdat je zelf een gentlemen zijn moet om het te kunnen doen," +antwoordde het andere lid van de huiselijke bewonderings-vereeniging. + +"Dank je, maar ik vrees, dat ik dat aardige complimentje niet +verdien. Maar ik wou nog zeggen, dat ik, toen ik in het buitenland +mijn tijd zoo verbeuzelde, veel talentvolle jongelui heb ontmoet, die +zich alle mogelijke opofferingen getroostten en zware ontberingen +verduurden, om eenmaal hun droomen verwezenlijkt te kunnen +zien. Prachtige jongens waren sommige, die werkten als helden; +zij waren wel arm en zonder vrienden, maar zoo vol moed, geduld en +ambitie, dat ik mij over mezelf schaamde, en niets liever had gedaan +dan ze eens goed voorthelpen. Zulke menschen te helpen is een genot, +want hebben zij werkelijk talent, dan is het een eer ze te mogen +steunen, opdat hun gaven niet verloren gaan, of uitdoven bij gebrek +aan brandstof om het vuur levendig te houden; hebben zij het niet, +dan nog is het een genot de arme jongens op te beuren, en ze, als +zij het leeren inzien, voor wanhoop te bewaren." + +"Ja zeker; en er is nog een andere soort, die niet kan vragen, +en in stilte lijdt; ik weet er iets van door ondervinding, want ik +behoorde er toe, voordat jij me prinses maakte, zooals de koning in het +sprookje het bedelmeisje. Eerzuchtige arme meisjes hebben een moeilijk +leven, Laurie, en moeten dikwijls jeugd, gezondheid, en kostbare +gelegenheden zien voorbijgaan, alleen omdat niemand ze helpt op het +juiste oogenblik. De menschen zijn voor mij heel vriendelijk geweest, +en als ik ooit meisjes zie tobben, zooals wij hebben moeten doen, +zou ik graag mijn hand uitsteken en ze helpen, zooals ik geholpen ben." + +"Dat zul je, lieveling!" riep Laurie, en hij nam zich in 't +vuur van zijn menschlievenden ijver voor om een inrichting +te stichten, uitsluitend ten voordeele van jonge meisjes met +kunstenaarsaanleg. "Rijke menschen hebben geen recht om rustig neer te +zitten en te genieten, of hun geld op te stapelen, om het later door +hun erfgenamen te laten verkwisten. Het is niet half zoo verstandig een +reeks legaten te vermaken na je dood, als het geld nuttig te gebruiken +bij je leven, en het genot te hebben er je medemenschen gelukkig door +te maken. Wij zullen een prettig leven hebben, en een extraatje voegen +bij ons eigen geluk, door anderen ook een proefje te geven. Wil jij een +kleine Dorcas zijn en rondgaan met een groote mand vol verkwikkingen, +die je ronddeelt, en ze doen volgen door je goede daden?" + +"Niets liever dan dat, als jij St. Maarten wilt zijn en ridderlijk +je mantel deelen met den bedelaar." + +"Afgesproken! en wij zullen er zelf 't meest bij winnen." + +Het jonge paar gaf elkander er de hand op en wandelde voort in het +bewustzijn, dat hun gelukkig tehuis nog gelukkiger zou zijn, omdat +zij andere huisgezinnen in hun overvloed wilden doen deelen, vol +vertrouwen, dat hun eigen voeten vaster zouden voortgaan op het met +bloemen bestrooide pad vóór hen, als zij oneffen paden voor anderen +effenden, en overtuigd, dat hun harten steeds nauwer vereenigd zouden +worden door een liefde, die met medelijden kon denken aan hen, die +minder bevoorrecht waren dan zij. + + + + + +HOOFDSTUK XXII. + +DAISY EN DEMI. + + +Ik vind niet, dat ik mijn plicht heb gedaan als nederig +geschiedschrijfster van de familie March, als ik niet ten minste +één hoofdstuk gewijd heb aan de twee kostbaarste en belangrijkste +leden. Daisy en Demi hadden nu de jaren des onderscheids bereikt, +want in dezen vluggen tijd staan kinderen van drie of vier jaar reeds +op hun recht, en handhaven het ook, hetgeen meer is, dan menig ouder +mensen kan. + +Indien ooit een tweelingpaar gevaar liep van bedorven te worden, +waren het wel deze twee babbelende Brookesjes. Natuurlijk waren zij de +merkwaardigste kinderen, die ooit geboren werden; hetgeen wel daaruit +blijkt, dat zij liepen, toen zij acht maanden oud waren, vloeiend +spraken, toen zij hun eerste jaar voltooid hadden, en op tweejarigen +leeftijd hun plaats aan tafel innamen, en zich zoo ordentelijk +gedroegen, dat allen, die het zagen, er verbaasd over stonden. + +Daisy vroeg toen zij drie jaar oud was reeds om een "naaiertje" en +maakte met vier steken een zakje; ook begon zij een huishouding in 't +buffet, en sprong zoo behendig om met een microscopisch kookkacheltje, +dat Hanna's oogen zich vulden met tranen van trots en vreugde, terwijl +Demi zijn letters leerde bij zijn grootvader, die een nieuwe methode +had uitgevonden, om hem het alphabet te onderwijzen, en wel door de +letters te vormen met zijn armen en beenen,--een vereeniging dus +van hoofd- en lichaamsgymnastiek. De jongen ontwikkelde vroeg een +werktuigkundig genie, dat zijn vader verrukte, en zijn moeder veel +zorg veroorzaakte, want hij trachtte elke machine, die hij zag, na +te bootsen, en hield de kinderkamer in een chaotische verwarring met +zijn "naaimasine," een geheimzinnig samenstel van touwen, stoelen, +spelden en klosjes, die de wieltjes moesten voorstellen. Een anderen +keer hing hij een mand over den rug van een leuningstoel, waarin hij +tevergeefs zijn al te goedhartig zusje trachtte op te hijschen, dat +zich met vrouwelijke devotie op haar hoofdje liet stompen, totdat zij +door haar moeder bevrijd werd, waarop de jonge uitvinder verontwaardigd +riep: "Maar Moes, dat is mijn takel, en ik hijsch haar op." + +Hoewel de tweelingen zeer van karakter verschilden, konden zij +toch uitmuntend met elkander overweg, en kibbelden zelden meer dan +driemaal per dag. Natuurlijk speelde Demi den baas over Daisy en +verdedigde haar ridderlijk tegen elken anderen aanrander, terwijl +Daisy zich de rol van galeislaaf getroostte en haar broertje aanbad, +als het eenig volmaakte schepsel ter wereld. Een rooskleurig, mollig, +blijhartig zieltje was Daisy, die den weg vond tot ieders hart, en zich +daar een plaatsje wist te veroveren. Een van die innemende kinderen, +die gemaakt schijnen, om gekust en geknuffeld, als kleine afgodjes +vereerd, en bij alle feestelijke gelegenheden tot ieders bewondering +vertoond te worden. Haar kleine deugden waren zoo allerliefst, dat +zij heusch engelachtig zou zijn geweest, zoo zij niet door een paar +stoute trekjes nu en dan getoond had een echt natuurlijk menschenkind +te zijn. In haar wereld was het altijd mooi weer, en elken morgen +huppelde zij in haar nachtjaponnetje naar het raam om naar buiten te +zien, en riep dan onveranderlijk, of het regende of de zon scheen: +"Hoed! na buiten! na buiten!" Ieder, dien zij zag, beschouwde zij als +vriend, en zij bood vreemden zoo vertrouwend een kusje, dat de meest +hardnekkige oude vrijer verteederd werd, en kindervrienden volslagen +kinderaanbidders werden. + +"Itte hou van ajjemaai," zei zij eens, en stak de armpjes uit, met +haar lepel in de eene en haar kroesje in de andere hand, alsof zij +de gansche wereld wilde omarmen en aan haar hartje drukken. + +Toen zij grooter werd, gevoelde haar moeder, dat de "Duiventil" +bizonder gezegend was in het bezit van een kleine bewoonster, even +opgeruimd en liefhebbend als die, welke zooveel zonneschijn in het +ouderlijk huis had verspreid, en haar vurig gebed was, dat haar een +verlies mocht bespaard worden als dat, hetwelk hen onlangs had leeren +inzien, dat zij onwetend een engel geherbergd hadden. Haar grootvader +noemde haar meermalen "Bets" en haar grootmoeder waakte over haar +met een onvermoeide zorg, alsof zij eenig vroeger verzuim had goed +te maken, dat geen ander oog dan het hare kon ontdekken. + +Demi was als een echt Yankee van onderzoekenden aard; hij verlangde +alles te weten, en werd dikwijls boos, omdat hij niet altijd een +voldoend antwoord kon krijgen op zijn aanhoudend: "Waarom?" + +Ook bleek hij min of meer philosophisch "aangelegd", tot groote vreugd +van zijn grootvader, die socratische gesprekken met hem hield, waarbij +het wijze ventje van tijd tot tijd vragen deed, die de vrouwelijke +familieleden in de uiterste verbazing brachten. + +"Wat maakt mijn beenen aan het loopen, Opa?" vroeg de jonge wijsgeer, +en bekeek op zekeren avond na een laatste stoeipartij met een peinzend +gezicht die beweeglijke lichaamsdeelen. + +"Je kleine wilsvermogen, Demi," antwoordde de wijze, oude heer, +het blonde kopje liefkoozend. + +"Wat is klein wilsvermogen?" + +"Dat is iets, dat je lichaam in beweging brengt, evenals de veer de +radertjes in mijn horloge doet loopen, zooals ik je laatst gewezen +heb." + +"Doe me eens open; ik wou me eens zien opwinden." + +"Dat kan ik niet, evenmin als jij het horloge kon openmaken. God +windt je op, en je blijft in beweging, totdat hij je doet stilstaan." + +"Wat aardig!" en Demi's bruine oogen werden grooter en helderder bij +die nieuwe gedachte: "Word ik opgewonden, net als je horloge." + +"Ja, maar ik kan je niet wijzen hoe; want dat is gebeurd, zonder dat +iemand het kon zien." + +Demi betastte zijn rug, alsof hij verwachtte, dat die op een +horlogekast zou gelijken, en zei toen ernstig: "Ik denk dat God het +doet, als ik slaap." + +Hierop volgde een uiteenzetting, waar hij zoo aandachtig naar +luisterde, dat zijn bezorgde grootmoeder waarschuwde: + +"Zeg eens man, vind je het wel verstandig over zulke dingen te +spreken met zoo'n klein kind? Hij krijgt rimpels boven zijn oogen, +en gaat de meest onmogelijke vragen doen." + +"Als hij oud genoeg is om de vragen te doen, is hij ook oud genoeg om +er goede antwoorden op te krijgen. Ik breng hem de gedachten niet in +het hoofd, maar tracht de denkbeelden die er in zijn, voor hem op te +klaren. Die kinderen zijn wijzer dan wij, en ik twijfel er niet aan, +of de jongen begrijpt ieder woord, dat ik hem gezegd heb. Zeg mij eens, +Demi, waar zit je wilsvermogen?" + +Had de jongen evenals Alcibiades geantwoord: "Bij de goden, Socrates, +ik kan het u niet zeggen," dan zou zijn grootvader niet verwonderd zijn +geweest; maar toen hij, na een oogenblik op éen been gestaan te hebben +als een peinzende jonge ooievaar, op een toon van vaste overtuiging +antwoordde: "In mijn buikje," kon de oude heer niet anders doen dan +hartelijk met Grootmama lachen, en een eind maken aan het onderwijs +in de metaphysica. + +Er zou reden geweest zijn voor moederlijke bezorgdheid, zoo Demi +niet overtuigende bewijzen had gegeven van zijn echten jongensaard, +zoowel als van een philosophischen geest; want het gebeurde wel eens +na een gesprek, (hetgeen Hanna met een bedenkelijk hoofdschudden deed +profeteeren: "Dat kind is niet lang voor deze aarde,") dat hij een +wilde bui kreeg, en haar vrees tot rust bracht, door een paar van +die guitenstreken, waarmee lieve, vuile, ondeugende, kleine bengels +het hart hunner ouders vervroolijken. + +Meta hield er een opvoedingsstelsel op na en trachtte er zich +aan te houden; maar welke moeder was ooit bestand tegen de lieve +glimlachjes, de schrandere uitvluchten, of de kalme brutaliteit van +miniatuur-mannetjes en -vrouwtjes, die zoo vroeg reeds toonen, dat zij +slimme rotjes zijn? "Geen rozijnen meer, Demi, je zoudt er ziek van +worden," zei Mama tot het kereltje, dat met onverdroten ijver zijn +diensten in de keuken aanbood, telkens wanneer er een plumpudding +gemaakt moest worden. + +"Ik ben wel graag ziek." + +"Ja, maar ik ben er niets op gesteld; ga dus maar in den tuin, en +help Daisy zandtaartjes maken." + +Hij vertrok met tegenzin, maar zijn grieven bleven hem kwellen, en +toen er na een poosje gelegenheid was om ze te verhelpen, was hij +Mama te slim af door een wel overlegd plan. + +"Ziezoo, nu zijn jullie zoete kinderen geweest, en zal ik met je +spelen, wat je maar wilt," zei Meta, haar kleine helpers mee naar +boven troonend, toen de pudding veilig in den ketel danste. + +"Heusch, Moes?" vroeg Demi met een heerlijke, invallende gedachte. + +"Ja, heusch, wat je maar wilt," antwoordde de kortzichtige moeder, +terwijl zij zich gereed maakte "Drie jonge Eendjes" een keer of zes +te zingen, of met het tweetal koekjes te gaan koopen, ondanks den +harden wind. Maar Demi dreef haar in 't nauw door het kalme antwoord: +"Dan zullen wij nu al de rozijnen gaan opeten." + +Tante Dodo was de geliefkoosde speelkameraad en vertrouwde der twee +kinderen, en het drietal keerde het kleine huisje dikwijls onderste +boven. + +Tante Amy was nog slechts een naam voor hen; van tante Betsy behielden +zij een vriendelijke herinnering, maar tante Dodo was de levende +werkelijkheid, en haar toonden ze een zeldzame aanhankelijkheid,--voor +welke eer zij hun hoogst dankbaar was. + +Maar wanneer mijnheer Bhaer een bezoek bracht, verwaarloosde Jo haar +speelmakkertjes, zoodat droefheid en teleurstelling hun kleine harten +dan vervulden. Daisy, die het liefst speelde, dat zij zoentjes aan het +gezelschap verkocht, verloor nu hare beste klant, en sloeg bankroet; +Demi ontdekte weldra met kinderlijke scherpzinnigheid, dat Dodo veel +liever "speelde" met den "beereman" dan met hem; maar hoe gegriefd ook, +verborg hij zijn smart, want hij kon het niet over zich verkrijgen een +mededinger te beleedigen, die zoo'n grooten voorraad chocola in zijn +jaszak verborgen hield, en ook een horloge bezat, dat uit de buitenste +kast genomen en door vurige bewonderaars vrij geschud mocht worden. + +Sommige menschen zouden deze heerlijke privilegiën als omkooping +beschouwd hebben, maar Demi zag het niet in dat licht, en bleef met +peinzende vriendelijkheid in de nabijheid van den "beereman", terwijl +Daisy reeds bij zijn derde bezoek haar klein hartje voor hem opende, +zijn schouder als haar troon, zijn arm als haar toevlucht, en zijn +geschenken als schatten van onberekenbare waarde beschouwde. + +Somtijds worden heeren wel eens vervuld met een plotselinge bewondering +voor de jeugdige familieleden van dames, die zij met hun opmerkzaamheid +vereeren; maar die voorgewende vriendschap gaat hun niet natuurlijk af, +en brengt niemand op het dwaalspoor. Mijnheer Bhaer's hartelijkheid +evenwel was oprecht zoowel als doeltreffend,--want eerlijkheid duurt +het langst, zoowel in liefdes- als in rechtszaken. Hij was een van +die menschen, die zich dadelijk thuis gevoelen met kinderen, en zag +er op zijn best uit, wanneer de kleine gezichtjes een aardig contrast +vormden met zijn mannelijke trekken. Zijn bezigheden, welke die ook +zijn mochten, hielden hem overdag vast, maar zelden ging de avond +voorbij zonder dat hij aankwam,--en dan vroeg hij altijd naar mijnheer +March; dus geloof ik wel, dat de oude heer de aantrekkingskracht +moest wezen. Die voortreffelijke vader verbeeldde zich tenminste, dat +hij het was, en genoot van lange discussies met den verwanten geest, +totdat een toevallig gezegde van zijn scherper opmerkenden kleinzoon +hem plotseling beter inlichtte. + +Op zekeren avond bleef mijnheer Bhaer verbaasd staan op den drempel +van de huiskamer, door het onverwachte schouwspel, dat zich aan +zijn oog vertoonde. Op den grond uitgestrekt, stak mijnheer March de +eerbiedwaardige beenen in de lucht, en naast hem, eveneens op zijn +rugje, lag Demi, dezelfde houding nabootsende, met zijn dikke, stevige +kuiten, beide zoo ernstig verdiept, dat zij niets van hun toeschouwers +bemerkten, totdat mijnheer Bhaer zijn welluidenden lach deed hooren, +en Jo met een beschaamd gezicht uitriep: "Vader, Vader, hier is de +professor!" De zwarte beenen gingen naar omlaag, en het grijze hoofd +kwam boven, terwijl de onderwijzer met onverstoorbare waardigheid zei: + +"Goeien avond, mijnheer Bhaer. Excuseer mij voor een oogenblik; wij +eindigen juist onze les. Nu, Demi, maak de letter, en noem hem eens." + +"Ik weet het!" en na eenige stuipachtige pogingen, namen de bruine +beenen den vorm van een passer aan, en riep de schrandere leerling +op zegevierenden toon: "'t is een V, Opa, 't is een V!" + +"Hij is een geboren Weller [14]," lachte Jo, terwijl haar vader +overeind kwam, en haar neefje op zijn hoofd trachtte te gaan staan, +als de eenige wijze, waarop hij zijn blijdschap kon uitdrukken, +dat de les was afgeloopen. + +"Wat hebt gij vandaag gedaan, Bübchen?" vroeg mijnheer Bhaer, terwijl +hij den buitelaar van den grond opnam. + +"Ikke ben na Marietje geweest." + +"En wat deed jij daar?" + +"Ik heb haar een zoentje gegeeft," vertelde Demi, met ongekunstelde +openhartigheid. + +"Prut! jij vangt daarmede vroeg aan. Wat zeide het kleine Marietje +daarvan?" informeerde mijnheer Bhaer, voortgaande den jeugdigen zondaar +ter verantwoording te roepen, terwijl deze op zijn knie stond en zijn +binnenzak doorzocht. + +"O, zij vond het best, en zoende mij ook, en ik vond het ook +prettig. Kleine jongens houden wel veel van kleine meisjes!" betuigde +Demi, met een vollen mond en een gezicht, dat de grootste voldoening +teekende. + +"O, jou wijs aapje, wie heeft dat in je hoofd gebracht?" riep Jo, +die over deze kinderlijke mededeeling even hartelijk lachte als +de professor. + +"'t Is niet in mijn hoofd, 't is in mijn mond," antwoordde Demi, +en stak zijn tong uit, waarop een chocolaadje lag,--in de meening, +dat zij lekkernijen in plaats van gedachten bedoelde. + +"Jij moet iets voor jouw vriendinnetje bewaren; zoetigheid is voor +meisjes, kereltje," en mijnheer Bhaer presenteerde Jo ook een paar +flikken met een blik, die haar deed bepeinzen, of chocolade niet de +nektar was geweest, dien de goden dronken. Demi zag dien vriendelijken +blik ook, werd er blijkbaar door getroffen, en vroeg onschuldig: + +"Houden gróóte jongens ook van gróóte meisjes, 'fessor?" + +Evenmin als de jonge Washington, kon mijnheer Bhaer een onwaarheid +zeggen; daarom gaf hij het eenigszins vage antwoord, dat hij wel +geloofde, dat zij het somtijds deden; op een toon, die mijnheer March +den kleerborstel deed wegleggen, hem naar Jo's afgewend gezicht deed +kijken, en toen in zijn stoel neervallen; zoodat het er veel van had, +alsof "het wijze aapje" in "Opa's" hoofd een gedachte had doen opkomen, +die zoowel zoet als zuur was. + +Waarom Dodo, toen zij hem een half uur later in de provisiekast +vond, hem bijna dooddrukte in een teedere omhelzing, in plaats van te +knorren over die ongehoorzaamheid, en waarom zij deze nieuwe wijze van +behandeling voortzette door de onverwachte gift van een beschuit met +bessengelei, was een van de raadsels, waarover Demi's klein verstand +bleef suffen, doch dat hij onopgelost moest laten. + + + + + +HOOFDSTUK XXIII. + +ONDER DE PARAPLUIE. + + +Terwijl Laurie en Amy echtelijke wandelingen deden over fluweelige +tapijten, hun huis in orde brachten, en een heerlijke toekomst +bespraken, genoten mijnheer Bhaer en Jo wandelingen van een anderen +aard, langs modderige wegen en doorweekte velden. + +"Ik doe altijd een loopje na het eten, en ik weet niet, waarom +ik daarmee zou ophouden, alleen omdat ik zoo dikwijls toevallig +den professor tegenkom," zei Jo bij zichzelven, na twee of drie +ontmoetingen; want ofschoon zij langs twee verschillende wegen naar +Meta kon gaan, was zij toch zeker hem, welken weg zij ook nam, in +het gaan of in het terugkomen, te zullen ontmoeten. Hij liep altijd +bizonder hard en scheen haar nooit te zien, voordat zij vlak bij was, +waarna hij zich hield, alsof zijn kortzichtige oogen de naderende dame +eerst op het laatste oogenblik herkend hadden. Wanneer zij dan naar +Meta ging, had hij altijd iets voor de kinderen bij zich; was ze op den +terugweg, dan had hij maar even een wandeling langs de rivier gedaan, +en was hij juist op het punt om te keeren, en even bij hen te rusten, +wanneer zijn vele visites hen tenminste niet verveelden. + +Wat kon Jo onder die omstandigheden anders doen, dan hem beleefd +begroeten en verzoeken binnen te komen. Indien zijn bezoeken haar +verveelden, wist zij haar ongeduld met volmaakten tact te verbergen; +ook droeg ze altijd zorg dat er koffie was, "want Friedrich--ik wil +zeggen mijnheer Bhaer--houdt niet van thee." + +Aan het einde der tweede week wist iedereen heel goed, wat er aan de +hand was; toch hield iedereen zich alsof hij stekeblind was voor de +veranderingen op Jo's gezicht--niemand vroeg waarom zij onder haar +werk zong, driemaal daags haar haar opmaakte, en zoo blozend van +haar avondwandeling terugkeerde; en het scheen in niemands ziel op +te komen, dat mijnheer Bhaer, terwijl hij philosophische gesprekken +met den vader hield, aan de dochter een lesje in de liefde gaf. + +Jo kon haar hart zelfs niet met het noodige decorum verliezen, maar +trachtte toch ernstig haar gevoelens te onderdrukken; en toen haar dat +mislukte, leidde zij een erg onrustig leven. Zij was doodelijk bang +uitgelachen te zullen worden over haar overgave, na haar herhaalde en +heftige betuigingen van onafhankelijkheid. Voor Laurie zat zij het +meest in angst, maar dank zij "mevrouw Laurence" gedroeg hij zich +met lofwaardige ingetogenheid, noemde nooit in gezelschap mijnheer +Bhaer "een leuke baas", zinspeelde nooit in de verste verte op Jo's +bloeiend voorkomen, of toonde de geringste verwondering, wanneer +hij bijna elken avond den hoed van den professor aan den kapstok +van de familie March zag hangen. Maar inwendig juichte hij er over, +en verlangde hij naar het oogenblik, dat hij Jo een zeker zilveren +tafelornament zou kunnen geven, waarop, zeer toepasselijk, een beer +met een knoestigen stok gegraveerd was. + +Gedurende veertien dagen kwam en ging de professor met de +regelmatigheid van een minnaar; toen bleef hij drie geheele dagen +weg en liet niets van zich hooren--een wijze van handelen, die +iedereen ernstig deed kijken en Jo eerst peinzend, en toen--bizonder +onromantisch--erg knorrig maakte. + +"Hij heeft er genoeg van, wil ik wedden, en is naar huis gegaan, even +plotseling als hij gekomen is. Het kan mij natuurlijk niet schelen; +maar ik had toch gedacht, dat hij wel zoo beleefd zou zijn geweest om +behoorlijk afscheid te nemen!" zei zij, met een wanhopigen blik naar +buiten, terwijl zij op zekeren somberen namiddag zich aankleedde voor +de gewone wandeling. + +"Je moest liever een parapluie meenemen, lieve kind; het ziet er uit, +alsof het zal gaan regenen," zei haar moeder, die zag dat zij haar +nieuwen hoed opzette, maar er wijselijk geen aanmerking op maakte. + +"Ja, Moeder; hebt u iets uit de stad noodig? Ik moet papier gaan +koopen," antwoordde Jo, haar hoed voor den spiegel vaststekende, +als een excuus om haar moeder niet aan te kijken. + +"Ja, ik moet linnen keper hebben, een pakje naalden van nommer negen, +en twee el smal bruin lint. Heb je je dikke laarzen aangedaan en iets +warms onder je mantel?" + +"Ik geloof het wel," antwoordde Jo afgetrokken. + +"Wanneer je soms toevallig mijnheer Bhaer tegenkomt, brengt hem dan +mee op de thee; ik verlang bepaald den goeden man eens weer te zien," +voegde mevrouw March er bij. + +Jo hoorde dat laatste heel goed, maar gaf geen antwoord, behalve +dat zij haar moeder kuste, en haastig heenging, terwijl zij, +niettegenstaande de pijn in haar hart, met een warm gevoel van +dankbaarheid dacht: "Wat is Moeder toch lief voor me! Och, wat beginnen +meisjes toch, die geen moeder hebben om hen in verdrietelijkheden +te helpen?" + +De manufactuurwinkels waren niet te vinden tusschen de verschillende +kantoren en groote pakhuizen, waar meest heeren in- en uitgaan, maar +Jo liep, alsof ze op iemand wachtte, in dat stadsgedeelte rond, eer +zij een enkele van haar boodschappen gedaan had, en bezichtigde met +zeer onvrouwelijke belangstelling eerst allerlei instrumenten voor het +eene raam en toen monsters van schapewol voor het andere. Zij viel +haast over vaten, werd half begraven onder neerdalende balen goed, +en zonder plichtpleging op zijde geduwd door haastige mannen, die +haar aanzagen, alsof zij dachten: "Wat heeft die hier te maken!" Een +regendroppel op haar wang bracht haar gedachten van teleurgestelde +hoop op bedorven lint, want er volgden nog meer regendroppels, en +daar zij, hoewel in liefde ontstoken, toch vrouw bleef, begreep zij, +dat zij haar hoed nog redden kon, hoewel het voor haar hart reeds te +laat was. Nu eerst herinnerde zij zich de parapluie, die zij in haar +jacht om weg te komen, vergeten had; maar 't berouw kwam te laat, en +zij had de keus tusschen er een leenen of zich laten nat regenen. Zij +keek eens naar de dreigende lucht, toen in een ruit naar het roode +lint, dat reeds hier en daar vlekken vertoonde, daarna de morsige +straat af; wierp eindelijk nog een laatsten, langen blik naar een +zeker vuil pakhuis, waarboven met groote letters "Hoffman, Swartz & +Co." te lezen stond, en zei ernstig verwijtend tot zichzelve: + +"Net een goede straf! waarvoor moest ik mijn beste goed aandoen +en hier komen rondslenteren, in de hoop den professor te zien? Jo, +ik schaam me over je! Neen, je zult daar géén parapluie gaan leenen, +of van zijn vrienden trachten te weten te komen, waar hij is. Je zult +voortbaggeren, en je boodschappen in den regen doen; en als je jezelf +een ziekte op den hals haalt en je hoed bederft, is het niets meer dan +je verdiende loon! Dit zeggende stak zij de straat zoo driftig over, +dat zij bijna onder de wielen van een voorbijgaanden vrachtwagen kwam, +en toen tegen een deftig oud heer aanbonsde, die hoogst beleedigd +keek, en 'pardon!' zei. Wel wat geschrikt stond Jo nog even stil, +maar alle verzoeking weerstand biedende, haastte zij zich eindelijk +voort, terwijl haar laarzen meer en meer doorweekt werden, en de +druipende parapluies boven en om haar steeds toenamen. Op eens werd +haar aandacht getrokken door het feit, dat een oud vaal exemplaar +voortdurend boven haar onbeschutten hoed bleef zweven, en opziende +keek zij in de oogen van mijnheer Bhaer. + +"Ik voelde, dat ik die energieke jonge dame kende, die zoo dapper +tusschen de paarden doorloopt en zoo haastig door de modder stapt, +Wat doet gij hier, lieve vriendin?" + +"Ik doe boodschappen." + +Mijnheer Bhaer glimlachte en keek van een zeilmakerij aan den eenen +kant, naar een huidenhandel aan de andere zijde der straat; maar hij +zei slechts beleefd: + +"Gij hebt geen parapluie; mag ik mee gaan en de pakjes voor u dragen?" + +Jo's wangen waren zoo rood als haar linten, en zij zou wel eens +hebben willen weten, wat hij wel van haar dacht; maar het volgend +oogenblik liet het haar al onverschillig, want arm in arm wandelde +zij met haar professor verder, en het scheen haar toe, dat de zon +plotseling met buitengewonen glans was doorgebroken, dat alles weer +terecht was gekomen, en dat een volmaakt gelukkige vrouw dien dag +door de straten baggerde. + +"Wij dachten, dat u al weg was," begon ze zenuwachtig, want zij wist, +dat hij haar aankeek. Haar hoed was niet groot genoeg om haar gezicht +te bedekken, en zij was bang, dat hij de vreugde, die er op te lezen +stond, onvrouwelijk zou vinden. + +"Dacht u, dat ik heen zou gaan, zonder vaarwel te zeggen aan hen, +die zoo vriendelijk voor mij geweest zijn?" vroeg hij zoo verwijtend, +dat zij een gevoel kreeg, alsof zij hem door die veronderstelling +beleedigd had, en ze antwoordde dus op hartelijken toon: + +"Neen, ik dacht het eigenlijk niet; ik wist, dat u het druk had met +uw eigen zaken, maar wij misten u wel een beetje,--Vader en Moeder +vooral." + +"En u?" + +"Ik ben altijd blij u te zien, mijnheer Bhaer." + +In haar streven om haar stem volkomen kalm te houden, sprak Jo op +koelen toon, en het min of meer plechtige slot scheen den professor +te doen bevriezen, want zijn glimlach verdween, toen hij er ernstig +op liet volgen: + +"Dank u, ik kom nog eenmaal, voor ik heenga." + +"Gaat u dan werkelijk weg?" + +"Ik heb niet langer eenige bezigheid hier; zij is afgedaan." + +"Naar uw zin, hoop ik?" vroeg Jo, want dat korte antwoord verried +een bittere teleurstelling. + +"Ik moest dat zoo vinden, want ik zie mij een weg geopend, waardoor +ik mijn brood kan verdienen en mijn jongens veel hulp kan geven." + +"Hoe dan? vertelt u 't mij eens, ik zou graag alles willen weten +van--de jongens," zei Jo met warmte. + +"Dat is heel vriendelijk, ik wil u graag alles vertellen. Mijne +vrienden hebben eene plaats voor mij gevonden aan een gymnasium, waar +ik onderwijs kan geven, zooals ik dat thuis deed, en genoeg verdien +om voor Franz en Emil te zorgen. Hiervoor moet ik dankbaar zijn, +niet waar?" + +"Zeker! Wat heerlijk zal het wezen, als u doen kunt, wat u prettig +vindt, en wij u en de jongens dikwijls kunnen zien--" riep Jo, zich +verschuilende achter de jongens, als een excuus voor de vreugde, +die zij niet goed kon verbergen. + +"Ja, maar wij zullen elkander niet dikwijls zien, vrees ik; deze +plaats is in het Westen." + +"Zóó ver weg!" en Jo liet haar japon aan haar lot over, alsof het er +nu niet meer op aan kwam, wat er van haar of haar kleeren werd. + +Mijnheer Bhaer kon verscheiden talen lezen, maar hij had nog +niet geleerd een meisjesgezicht te ontraadselen. Hij vleide zich, +dat hij Jo tamelijk goed kende, en was daarom zeer verbaasd door +de tegenstrijdigheden van stem, uitdrukking en manieren, die zij +dien middag in snelle opvolging vertoonde,--want zij doorliep zes +verschillende stemmingen in den loop van een half uur. Toen zij +hem ontmoette keek zij verwonderd, hoewel hij toch niet kon nalaten +te vermoeden, dat zij met dat bepaalde doel daar gekomen was. Toen +hij haar zijn arm aanbood, nam zij dien aan, met een blik, die zijn +hart met vreugde vervulde; maar toen hij vroeg, of zij hem miste, +gaf zij zoo'n koel deftig antwoord, dat zijn blijdschap wel voor +wanhoop wijken moest. Toen zij van zijn aanstelling vernam, klapte +zij bijna in de handen; was die blijdschap alleen om de jongens? Toen +zij daarna de plaats van zijn bestemming hoorde, riep zij: "Zóó ver +weg!" met zooveel teleurstelling in haar stem, dat zijn hoop haar +toppunt bereikte, maar het volgend oogenblik deed zij die in duigen +vallen, door, alsof zij over niets anders dacht, te zeggen: + +"Hier moet ik zijn; wilt u er even inkomen? 't Zal u niet lang +ophouden." + +Jo was tamelijk trotsch op haar handigheid in het doen van +boodschappen, en wenschte nu een gunstigen indruk op haar geleider +te maken door de netheid en vlugheid, waarmee zij haar zaakjes +behandelde. Maar alles ging verkeerd, omdat zij geagiteerd was; zij +liet de doos met naalden omvallen, vergat dat het linnen gekeperd moest +zijn, en herinnerde zich die eisch eerst, toen het al afgesneden was, +gaf verkeerd geld terug, en bloosde ten laatste van ergernis, toen zij +aan de toonbank voor katoentjes naar bruin lint vroeg. De heer Bhaer +stond er bij en lette op haar blozen en stotteren; en toen hij dit zag, +scheen zijn eigen verlegenheid te wijken, want nu eerst begon hij in te +zien, dat bij sommige gelegenheden vrouwen niet altijd doen, wat men +zou verwachten, en dat men hun gedragingen dikwijls, evenals droomen +juist andersom moet uitleggen. Toen zij verder gingen, nam hij met een +vroolijker gezicht het pakje onder den arm, en stapte door de plassen, +alsof hij over 't geheel genomen de excursie nogal plezierig vond. + +"Zouden wij ook niet het een of ander voor de kinderen koopen, en +van avond een afscheidsfeestje hebben, omdat ik nu voor het laatst in +uw zeer aangenaam thuis een bezoek breng?" stelde hij voor en bleef +stilstaan voor een winkel met bloemen en vruchten. + +"Wat zullen wij koopen?" vroeg Jo, niet lettende op zijn laatste +woorden, en de verschillende geuren bij het binnentreden opsnuivende +met voorgewende verrukking. + +"Mogen zij sinaasappelen en vijgen hebben?" vroeg mijnheer Bhaer +vaderlijk. + +"Die eten zij, als zij ze maar krijgen kunnen." + +"Houdt u van hazelnoten?" + +"Als een eekhoorn." + +"Duitsche druiven--ja, zulke zullen wij op het welzijn van mijn +vaderland kunnen eten." + +Jo fronste de wenkbrauwen over zoo'n buitensporigheid, en vroeg, +waarom hij niet een pond gedroogde pruimen, een kistje rozijnen, en +een zakje amandelen nam; dat was meer dan genoeg; waarop mijnheer +Bhaer haar beurs in beslag nam, de zijne voor den dag haalde, en +tot besluit een paar pond druiven, een pot roode madeliefjes, en een +aardig fleschje honing kocht, het laatste tot een bizonder geschenk +voor Demi bestemmende. Toen vulde hij zijn zakken met de knobbelige +pakjes, verzocht Jo de bloemen te dragen, en stak de oude parapluie +weer op, om de reis te vervolgen. + +"Juffrouw March, ik heb u een groote gunst te vragen," begon de +professor, nadat zij eenige stappen waren voortgegaan. + +"Ja, mijnheer?" en Jo's hart bonsde zoo luid, dat zij bang was, +dat hij het zou hooren. + +"Ik neem de vrijheid het u te vragen, niettegenstaande den regen, +omdat mij nog slechts zoo weinig tijd overblijft." + +"Ja, mijnheer," en Jo vermorzelde het bloempotje bijna door de +plotselinge kracht, waarmee zij het aan haar hart drukte. + +"Ik wilde een jurk voor mijn kleine Tina koopen, en ik ben te dom om +dat alleen te doen. Wilt u zoo vriendelijk zijn mij met raad en daad +te helpen?" + +"Jawel, mijnheer," en Jo werd plotseling zoo koel en kalm, alsof zij +een stortbad gekregen had. + +"Misschien zou ook een doek voor Tina's moeder wel goed zijn, zij is +zoo ziek en arm, en haar man is een groote zorg voor haar,--ja, ja, +een dikke, warme doek zou een goed geschenk zijn voor die brave vrouw." + +"Ik wil u met genoegen helpen, mijnheer Bhaer." ("Daar ga ik, en met +de minuut moet ik meer van hem houden,") voegde zij er bij zichzelve +bij; toen vermande ze zich en pakte de zaak met hart en ziel aan. + +Mijnheer Bhaer liet het geheel aan haar over; zij zocht dus een aardig +jurkje voor Tina uit, en vroeg toen naar omslagdoeken. De bediende, +die een getrouwd man was, begon belang te stellen in het paar, dat +klaarblijkelijk inkoopen voor de familie deed. + +"Mevrouw zal dezen misschien verkiezen; 't is een mooie stof, een +nette kleur, eenvoudig en gedistingeerd," en met deze woorden ontvouwde +hij een warmen, grijzen doek, en wierp dien over Jo's schouders. + +"Hoe bevalt deze u, mijnheer Bhaer?" vroeg zij, hem haar rug +toedraaiende, meer dan dankbaar voor deze gelegenheid om haar gezicht +te kunnen verbergen. + +"Uitmuntend, wij zullen dien nemen," antwoordde de professor, bij +zich zelf glimlachende, toen hij er voor betaalde, en Jo ondertusschen +den boel op de toonbank doorsnuffelde, alsof haar geluk er van afhing +een koopje te doen. + +"Zullen wij nu naar huis gaan?" vroeg hij, alsof die woorden een +aangenamen klank voor hem hadden. + +"Ja, 't is laat, en ik ben heel moe." Jo's stem was hartroerend, +meer dan zij zelve wist, want nu scheen voor haar de zon weer +plotseling onder te gaan; de wereld werd weer modderig en eenzaam, +en nu eerst ontdekte zij, dat haar voeten nat waren, haar hoofd +pijn deed, en haar hart kouder dan de eerste en pijnlijker dan het +laatste was. Professor Bhaer ging weg; hij voelde slechts vriendschap +voor haar; zij had zich vergist, en hoe eerder alles nu voorbij was, +hoe beter. Met deze gedachte in het hoofd wenkte zij een naderenden +omnibus, met zoo'n haastige beweging, dat de madeliefjes uit den pot +vlogen en erg beschadigd werden. + +"Dat is niet onze omniboes," zei de professor, liet den vollen wagen +doorrijden en bleef even staan om de bloemen op te rapen. + +"O, neem me niet kwalijk; ik zag den wagen niet heel goed. Maar het +doet er niet toe, ik kan wel loopen, ik ben er aan gewend om door +de modder te baggeren," antwoordde Jo, sterk knipoogende, omdat zij +liever wilde sterven dan openlijk haar oogen afvegen. + +Mijnheer Bhaer zag de tranen op haar wangen, ofschoon zij het gelaat +afwendde en dat gezicht scheen hem sterk te treffen, want zich +plotseling over haar heen buigende, vroeg hij op een toon waarin +alles lag opgesloten: "Liefste van mijn hart, waarom weent ge?" + +Als Jo nu aan die soort van dingen gewend was geweest, zou zij +misschien gezegd hebben, dat zij niet schreide, maar verkouden in +het hoofd was, of een ander vrouwelijk leugentje, gepast voor de +gelegenheid, verzonnen hebben; maar in plaats daarvan antwoordde ze +"heel onbetamelijk", half snikkend: "Omdat u weggaat!" + +"Omdat ik wegga? Ach Gott, dat is al te goed!" riep mijnheer Bhaer +in verrukking, en niettegenstaande de pakjes en zijn parapluie sloeg +hij zijn handen in elkaar. "Jo, ik heb u niets te geven dan heel veel +liefde; ik kwam zien, of dat je genoeg kon schelen, en ik wachtte, +om er zeker van te zijn, dat ik meer dan een vriend was. Is dat +zoo? Kunt gij in uw hart een klein plaatsje voor den ouden Fritz +inruimen?" voegde hij er in één adem bij. + +"O ja!" antwoordde Jo, en hij was volkomen tevreden, want zij vouwde +haar handen om zijn arm, en keek naar hem op, met oogen, die duidelijk +zeiden, hoe gelukkig zij zijn zou, als zij dit leven met hem kon +doorwandelen, zelfs al had zij geen betere beschutting dan de oude +parapluie--wanneer hij die maar droeg. + +Dit was zeker wel een huwelijksvoorstel onder moeilijke omstandigheden, +want al had hij 't gewild, mijnheer Bhaer had toch onmogelijk voor haar +kunnen neerknielen; de straat was er te modderig voor. Evenmin kon hij +Jo zijn hand aanbieden, behalve in overdrachtelijken zin, want hij +had beide handen vol; nog veel minder kon hij zijn hart lucht geven +in teedere liefkoozingen op de publieke straat, hoewel hij er na aan +toe was; dus bleef de eenige manier, waarop hij zijn blijdschap kon +toonen, haar aan te kijken met een zoo zonnigen blik, dat er werkelijk +kleine regenboogjes schenen te ontstaan in de droppels, die op zijn +baard vonkelden. Indien hij Jo niet zoo innig had liefgehad, geloof +ik niet, dat hij op dat oogenblik zijn hart aan haar zou hebben kunnen +verliezen, want zij was een alles behalve bevallige verschijning--haar +rokken in een betreurenswaardigen staat, haar overschoenen een en al +modder, en haar hoed druipnat. Gelukkig beschouwde mijnheer Bhaer +haar als de schoonste vrouw, die hij ooit gezien had, en vond zij +hem meer "Jupiterachtig" dan ooit, hoewel de rand van zijn hoed +heelemaal slap hing, door de kleine beekjes, die van daar op zijn +schouders afstroomden, (want hij hield de parapluie alleen boven +Jo) en iedere vinger van zijn handschoenen reparatie noodig had. De +voorbijgangers zagen hen waarschijnlijk voor een paar onschadelijke +krankzinnigen aan, want zij vergaten totaal een omnibus te wenken, +en wandelden langzaam voort, zonder op de invallende duisternis en +den mist te letten. Weinig bekommerden zij zich om de meening van +anderen; zij genoten het gelukkige uur, dat zelden meer dan eens in +een menschenleven voorkomt--het wondere oogenblik, dat den grijsaard +jeugd, den alledaagsche schoonheid, den arme rijkdom schenkt, en het +menschelijk hart een voorsmaak van den hemel geeft. De professor zag +er uit, of hij een koninkrijk had veroverd, en deze wereld hem niets +meer behoefde aan te bieden, terwijl Jo naast hem ging, met het gevoel, +alsof haar plaats daar altijd geweest was, en vol verbazing, dat zij +ooit naar iets anders verlangd had. Natuurlijk was zij de eerste, die +sprak--ik bedoel die verstandig sprak, want de aandoenlijke uitingen +die op haar onstuimig "o ja!" volgden, waren niet zeer samenhangend +of voor overbrenging vatbaar. + +"Friedrich, waarom heb je me--" + +"Ach! daar geeft zij mij den naam, dien niemand meer noemde sinds +Minna gestorven is!" riep de professor, en bleef midden in een plas +stilstaan om haar met dankbare verrukking aan te kijken. + +"Ik noem je altijd zoo, als ik aan je denk--maar ik zal het niet meer +doen, of je moest het liever hebben?" + +"Het liever hebben! Het klinkt mij lieflijker toe, dan ik kan +uitdrukken," riep mijnheer Bhaer, meer als een romantisch student +dan als een ernstig professor. + +"Maar--waarom heb je mij dat alles niet vroeger gezegd?" vroeg Jo, +wel wat verlegen. + +"Nu zal ik je mijn heele hart moeten openleggen, en dat wil ik zoo +gaarne, omdat gij er voortaan zorg voor moet dragen. Zie, mijn Jo--o, +die lieve, aardige korte naam!--ik had je iets willen vragen dien dag, +toen ik je in New-York vaarwel zeide; maar ik dacht, dat gij met den +knappen jongen vriend verloofd waart, en daarom sprak ik niet. Indien +ik toen had gesproken, zoudt gij dan 'ja' hebben gezegd?" + +"Ik weet het niet; ik vrees van neen, want ik had toen nog geen hart." + +"Prut! dat geloof ik niet. Het sliep, totdat de prins uit het sprookje +door het bosch kwam, en het wakker maakte. Ach ja, 'die erste Liebe +ist die beste', maar die mag ik niet verwachten." + +"Ja, de eerste liefde is de beste; wees dus maar tevreden, want ik +heb nooit een andere gehad. Teddy was maar een jongen, en kwam gauw +zijn verliefdheid te boven," zei Jo haastig, om den professor uit +den droom te helpen. + +"Goed! dan ben ik gerust en gelukkig, dat gij mij alles geven kunt. Ik +heb zoolang gewacht; nu ben ik zelfzuchtig geworden, zooals ge zult +ondervinden, Professorin!" + +"Dat is best!" riep Jo, verrukt over haar nieuwen titel. "Vertel mij +nu eens, wat je eigenlijk hier bracht, juist toen ik je het meest +noodig had?" + +"Dit"--en mijnheer Bhaer haalde een versleten stukje papier uit +zijn zak. + +Jo vouwde het open, en keek meer dan beschaamd; want het was een van +haar eigen bijdragen aan een tijdschrift, dat poëzie opnam en waaraan +zij nu en dan een proeve zond. + +"Hoe kon dat je hier brengen?" vroeg zij nieuwsgierig om te weten, +wat hij bedoelde. + +"Ik vond het toevallig; ik herkende het aan de namen en de initialen, +en éen klein versje scheen mij te roepen. Lees het, en zoek het +gedeelte, dat ik bedoel; ik zal zorgen, dat je niet in de plassen +trapt." + +Jo gehoorzaamde, en doorliep haastig de regels, die zij gedoopt had: + + + OP DEN ZOLDER. + + Op den zolder staan vier kistjes, + Dik bestoven, half vergaan, + Die ze vulden zijn z' ontwassen, + Lieten lang reeds 't speelgoed staan. + Aan een lint vier kleine sleutels, + Lang geleên met blij gelach + Door de kindren opgehangen, + Op een sombren regendag. + Zie, een naam draagt ieder deksel, + Ingegrift voor zeven jaar, + Door den vriendelijken makker + Van de blijde kinderschaar, + Die zijn werk soms even staakte, + Om te luistren naar 't refrein + Van de zomerregendropplen + Tegen 't raam en op 't kozijn. + + "Meta" staat op 't eerste deksel, + En daaronder, wel bewaard, + Ligt een gansche schat geborgen, + Door haar zachte hand vergaârd. + 't Zijn de blijken, dat haar leven + Kalm en effen henenvloog. + Bruidsjapon, een kinderschoentje, + Vallen dad'lijk al in 't oog. + Aardigheden, kleine giften, + Prijzen in haar jeugd behaald-- + Maar geen speelgoed is gebleven; + Dat werd alles weggehaald. + Jonge moeder! wiegeliedjes + Hoort gij, wed ik, in 't refrein + Van de zomerregendropplen + Tegen 't raam en op 't kozijn. + + "Jo" op 't volgend vol met krassen, + En daarin een lorrenboel: + Poppen zonder hoofd, wat tollen, + Knikkers, prullen zonder doel. + Uit het land der droomerijen, + Dat de jeugd alleen betreedt, + Allerlei herinneringen + Zoo van vreugd, als zieleleed; + Halve verzen en verhalen, + Brieven, koel en warm en koud, + Kinderdagboek, wijze wenken + Van een vrouw, te vroeg reeds oud. + "Allen hebben u verlaten," + Is voor haar het droef refrein + Van de zomerregendropplen + Tegen 't raam en op 't kozijn. + + "Bets", die naam is niet bestoven, + Daarvoor zorgt een teedre hand. + Alles wat haar toebehoorde + Houden wij in waarde; want + Z' is niet langer in ons midden, + En toen God haar tot zich nam + Bergden wij hier al haar schatten + Tot een "in memoriam." + 't Mutsje, 't laatst door haar gedragen, + En haar kleine zilveren schel, + Haar geliefkoosd schilderijtje, + En haar solitaire-spel. + En wij hooren liedren, psalmen, + Die zij zong in lichaamspijn, + In de zomerregendropplen + Als een liefelijk refrein. + + 't Laatste deksel doet aanschouwen + Hoe een ridder fier en stout, + Op zijn schild den naam van "Amy" + Voert in letters, blauw en goud. + En in 't kistje, net geborgen: + Blauwe schoentjes van satijn, + Diadeemen, droge bloemen, + Waaiers, broches, groot en klein. + Allerlei gedachtenisjes. + Philippines, teêr van aard, + Vogeltjes van klei, een kransje + Heel zorgvuldig hier bewaard. + Klokken, die haar bruiloft melden + Hoort zij, denk ik, in 't refrein + Van de zomerregendropplen + Tegen 't raam en op 't kozijn. + + Op den zolder staan vier kistjes, + Dik bestoven, half vergaan. + Van het viertal dat ze vulde + Kwam er éen reeds boven aan. + Slechts voor kort zijn wij gescheiden, + Weldra komt de blijde tijd, + Die ons allen dáar vereenigt, + Waar geen dood zelfs ons meer scheidt. + Mochten wij die achterbleven, + Leven tot des Vaders eer; + Moedig strijden, biddend waken, + Heilig worden, meer en meer. + Dan, dan zullen w' eens te zamen + Juichen en gelukkig zijn-- + Waar geen storm- of regenvlagen + Zijn, maar eeuw'ge zonneschijn. + + J. M. + + +"Als gedichtje heeft het niet veel waarde, maar het kwam uit mijn +hart, en ik schreef het, toen ik mij eens bitter eenzaam gevoeld, +en uitgehuild had op de prullemand. Ik dacht niet, dat het mij nog +eens zou verklappen," zei Jo, terwijl zij het versje verscheurde, +dat de professor zoo zorgvuldig bewaard had. + +"Laat het gaan, het heeft zijn plicht gedaan, en ik zal een nieuw +krijgen, wanneer ik het bruine boekje mag lezen, waarin zij al haar +geheimen bewaart," dreigde mijnheer Bhaer glimlachend, en voegde +er ernstig bij, toen hij de stukken door den wind zag verstrooien: +"Ja, ik las dat, en ik dacht bij mijzelf: zij heeft droefheid, zij +is eenzaam, zij zal troost vinden in ware liefde. Ik heb een heel +hart vol voor haar; zal ik niet tot haar gaan en zeggen: 'Indien dit +niet te gering is om in ruil te geven voor alles wat ik van u hoop +te ontvangen, neem het, onder Gods zegen.'" + +"En toen heb je gezien, dat het niet te gering was, maar juist het +eene kostbare, dat ik noodig had," antwoordde Jo zacht. + +"De moed ontbrak mij om dat in het begin te denken, hoewel uw ontvangst +zoo zeldzaam vriendelijk was. Maar spoedig begon ik te hopen, en +toen dacht ik: ik wil haar hebben, al moest ik er ook voor sterven, +en dat wil ik ook!" riep de professor op uitdagenden toon, alsof +de koude nevelen, die hen omgaven, even zooveel hinderpalen waren, +die hij beklimmen of omverwerpen moest. + +Jo vond dat prachtig, en besloot zich haar ridder waardig te maken, +al kwam hij dan ook niet in volle staatsie, te paard gezeten, uitgedost +in een schitterende wapenrusting. + +"Waarom bleef je zoo lang weg?" vroeg zij na een oogenblik van +stilzwijgen; want zij moest weer spreken--'t was zoo plezierig +vertrouwelijke vragen te doen en zulke heerlijke antwoorden te +ontvangen. + +"Het was niet gemakkelijk; maar ik kon het niet over mij verkrijgen je +uit je gelukkig thuis weg te halen, voordat ik het vooruitzicht had je +een ander te kunnen geven; misschien eerst na verloop van tijd en na +hard werken. Hoe kon ik je vragen, zóóveel op te geven voor een arm, +oud man, die geen ander vermogen bezit dan zijn kennis?" + +"Ik ben blij, dat je arm bent; ik zou geen rijken man willen +hebben!" riep Jo op stelligen toon, en voegde er met zachter stem bij: +"Wees maar niet bang voor armoede; ik ben het lang genoeg geweest, +om mijn vrees te overwinnen, en mijn geluk te vinden in het werken +voor hen, die ik liefheb. En je mag jezelf ook niet oud noemen--ik +zou niet kunnen laten je lief te hebben, al was je zeventig." + +Deze woorden ontroerden den professor zoo, dat hij graag zijn zakdoek +zou gebruikt hebben, als hij dien maar had kunnen uithalen; daar dit +een absolute onmogelijkheid was, veegde Jo zijn oogen voor hem af, +en zei lachend, terwijl zij hem van een paar pakjes ontlastte: + +"Ik mag dan energiek zijn, maar niemand kan zeggen, dat ik nu buiten +mijn sfeer treed,--want de bijzondere roeping der vrouw wordt immers +verondersteld te bestaan in het drogen van tranen, en het dragen +van lasten. Ik moet mijn deel dragen, Friedrich, en ons huis mee +helpen verdienen. Tracht je daaraan te onderwerpen, of ik ga geen +stap verder," voegde zij er vastbesloten bij, toen hij de pakjes +terugeischte. + +"Nu, wij zullen zien. Hebt gij geduld om een langen tijd te wachten, +Jo? Ik moet weggaan en mijn werk alleen doen; ik moet mijn jongens +eerst helpen; want zelfs om uwentwil mag ik mijn belofte aan Minna +niet breken. Kunt gij dat vergeven en gelukkig zijn, terwijl wij +wachten en hopen?" + +"Ja, ik weet, dat ik het kan; want wij hebben elkander lief, en dat +maakt al het overige gemakkelijk te dragen. Ik heb ook mijn plichten en +mijn werk. Ik zou niet gelukkig kunnen zijn, als ik alles verzuimde, +zelfs voor jou,--dus behoeft er geen sprake te wezen van haast of +ongeduld. Jij hebt je aangewezen werk--ik moet het mijne hier doen, +en tezamen moeten wij geduldig zijn, het beste hopen, en de toekomst +nemen, zooals God die ons geeft." + +"O, gij spreekt mij hoop en moed in, en ik kan je niets teruggeven +dan een vol hart en deze leege handen," riep de professor, geheel +overstuur. + +Jo zou nooit kunnen leeren zich betamelijk te gedragen; want toen +hij dat zei, vlak voor de huisdeur, legde zij haar handen beide in de +zijne, en fluisterde teeder: "Nu niet meer leeg;" en op dat gewichtig +oogenblik kuste zij haar Friedrich onder de parapluie. Het was +hóógst onwelvoegelijk, maar al waren de natte musschen op de tuinheg, +menschelijke wezens geweest, dan zou zij het toch gedaan hebben,--want +zij was onverschillig voor alles, behalve voor haar geluk. + +Ofschoon alles zoo heel eenvoudig toeging, was het volgend oogenblik +toch het glanspunt van hun leven; toen Jo de deur achter zich en haar +geliefde sloot en ze kou, storm en duisternis daar buiten, voor licht, +warmte en rust daarbinnen verwisselden, en beiden werden opgewacht +met een hartelijk: "Welkom thuis!" + + + + + +HOOFDSTUK XXIV. + +DE OOGST. + + +Een jaar ging voorbij, gedurende welken tijd Jo en haar professor +werkten en wachtten, hoopten en elkander liefhadden, elkaar een +enkele maal zagen, en zulke lange brieven schreven, dat, volgens +Laurie, de stijging in den prijs van het papier daaruit verklaard kon +worden. Het tweede jaar begon vrij somber, want hun vooruitzichten +werden niet schitterender, en tante March stierf plotseling. Toen de +eerste droefheid echter voorbij was--want zij hadden de oude tante +toch liefgehad, niettegenstaande haar scherpe tong--ontdekten zij, +dat zij reden tot blijdschap hadden; zij had n.l. Plumfield aan Jo +vermaakt, en hierdoor werden verschillende heerlijke dingen mogelijk. + +"'t Is een mooie plaats, die een goede som zal opbrengen, want je +bent toch zeker van plan alles te verkoopen?" vroeg Laurie, toen zij +eenige dagen later de zaak bespraken. + +"Neen, zeker niet," antwoordde Jo beslist, terwijl ze zachtjes den +ouden poedel streelde, dien ze had aangenomen, uit piëteit voor zijn +overleden meesteres. + +"Je bent toch niet van plan daar te gaan wonen?" + +"Zeker ben ik dat van plan." + +"Maar, beste meid, 't is een onmetelijk groot huis, en je zult een +schat van geld moeten hebben, om het in orde te houden. Alleen voor +den tuin en den boomgaard heb je twee of drie mannen noodig, en ik +voor mij zie in Bhaer geen oeconoom." + +"Als ik het hem voorsla, zal hij zich wel op dat vak willen toeleggen." + +"En denk je te zullen kunnen leven van de opbrengst van de plaats? Op +mijn woord, het klinkt paradijsachtig, maar je zult het ontzettend +zwaar werk vinden." + +"De oogst, dien wij zullen binnenhalen, zal heel voordeelig blijken +te zijn," lachte Jo. + +"En waaruit zal die heerlijke oogst bestaan, mevrouw?" + +"Uit jongens! Ik wil een school openen voor kleine jongens--een +goede, prettige, huiselijke school--ik zal ze verzorgen, en Fritz +moet ze leeren." + +"Nou, dát is een echt plan à la Jo! Is dat niet net iets voor +haar?" riep Laurie uit, en keerde zich tot de familie, die even +verbaasd keek als hij. + +"Ik vind het een aardig plan," zei mevrouw March terstond. + +"Ik ook," voegde haar man er bij, die dit een kostelijke gelegenheid +achtte, om de socratische opvoedkunde op hedendaagsche jongens in +toepassing te brengen. + +"Het zal een ontzettend groote zorg voor Jo zijn," vreesde Meta, +en streelde het hoofdje van haar eenigen, zooveel tijd in beslag +nemenden, kleinen jongen. + +"Jo kan het doen, en zal er gelukkig door wezen. 't Is een prachtig +plan, vertel er ons eens alles van," verzocht de oude heer Laurence, +die reeds lang verlangd had het paar te helpen, maar wel wist, dat +zij toch alle hulp zouden weigeren. + +"Ik wist wel, dat u mij zoudt bijvallen, mijnheer. Amy vindt het +ook goed, ik lees het in haar oogen, ofschoon zij heel voorzichtig +wacht met haar oordeel uit te spreken, tot zij er eens goed over +heeft nagedacht." + +"Nu, lieve menschen, begrijpt maar eerst, dat dit geen _nieuw_ plan +van mij is, maar een, dat ik al lang gekoesterd heb. Voordat ik Fritz +ontmoet had, stelde ik mij al dikwijls voor, hoe ik, wanneer ik mijn +fortuin gemaakt zou hebben, en niemand mij thuis meer noodig had, +een groot huis zou huren, en een paar arme moederlooze jongetjes +zou opnemen, om hen het leven plezierig te maken, voordat het te +laat was. Ik zie er zooveel, die verongelukken, omdat zij niet op +het goede oogenblik geholpen worden; ik zou zoo dolgraag iets voor +dergelijke jongens doen; ik weet, wat ze noodig hebben, en ik voel +hun moeilijkheden; en o! ik wou zoo graag een moeder voor hen zijn!" + +Mevrouw March stak Jo haar hand toe, die deze met tranen in de oogen +drukte, terwijl ze met haar vroegere opgewondenheid, die haar vrienden +in zoo'n langen tijd niet van haar gezien hadden, voortging: + +"Ik sprak Fritz eens over mijn plan, en hij zei dat zooiets ook zijn +wensch was, en stemde er in toe het te probeeren, wanneer wij eens +rijk zouden zijn. Maar, die goeierd heeft het al zijn leven lang +gedaan,--arme jongens helpen, bedoel ik, (niet rijk worden, dát zal +hij wel nooit) het geld blijft niet lang genoeg in zijn zak om veel +over te kunnen leggen. Maar nu, dank zij mijne goede, oude tante, +die meer van mij hield, dan ik ooit verdiende, nu ben ik rijk--ten +minste, ik _voel_ mij rijk, en wij kunnen best op Plumfield leven, +als onze school een beetje wil opnemen. 't Is juist een geschikte +plaats voor jongens--het huis is ruim, en de meubels zijn sterk +en eenvoudig. Binnenshuis is overvloed van plaats voor een paar +dozijn, en buitenshuis loopen zij elkander ook niet in den weg. Zij +zouden in den tuin en den boomgaard kunnen helpen, uitstekend, gezond +werk--Fritz zou hen op zijn eigen manier kunnen opvoeden en leeren, en +Vader wil hem stellig wel helpen. Ik zal ze eten geven, en oppassen en +vertroetelen en beknorren, en daarin zal Moeder mijn steun zijn. Ik heb +altijd verlangd naar een massa jongens om me heen, maar heb nooit mijn +zin gehad; nu kan ik het huis vol maken, en me aan de kleine bengels +wijden, zooveel ik maar wil. Denk eens wat een genot! Plumfield mijn +eigendom, en een bende jongens om er met mij van te genieten!" + +Toen Jo opgewonden gesticuleerde en een zucht van geluk slaakte, +barstte de heele familie in een luid gelach uit, en mijnheer Laurence +lachte zóó, dat zij voor een aanval van beroerte begonnen te vreezen. + +"Maar ik zie er niets belachelijks in," hernam Jo ernstig, zoodra +zij zich verstaanbaar kon maken. "Niets is immers natuurlijker of +geschikter voor mijn professor dan een school te openen, en voor mij, +dan graag op mijn eigen plaats te willen wonen." + +"Kijk, zij neemt al airs aan," riep Laurie, die de zaak als een +prachtige grap beschouwde. "Maar mag ik ook vragen, waarvan je +van plan bent de inrichting te doen bestaan? Als al de leerlingen +landloopertjes zijn, ben ik bang, dat je oogst niet heel voordeelig +zal blijken, uit een wereldsch oogpunt beschouwd, mevrouw Bhaer." + +"Kom, ontneem mij nu niet mijne illusies, Teddy. Natuurlijk zullen +er ook rijke jongens onder zijn; misschien begin ik wel met enkel +betalende; als ik dan eenmaal goed op streek ben, kan ik voor +mijn speciaal genoegen een paar arme tobbers aannemen. Kinderen +van welgestelde menschen hebben dikwijls ook troost en zorg noodig, +even goed als van arme. Ik heb meer dan eens gezien, hoe ongelukkige +stumpertjes aan dienstboden overgelaten, en achterlijke kindertjes +met geweld opgestoomd werden,--werkelijk wreed. Sommige jongens zijn +lastig, door een verkeerde behandeling of door verwaarloozing, en +anderen verliezen hun moeders al vroeg. Buitendien moeten toch ook +de beste de vlegeljaren doormaken, en dat is de tijd, waarin zij het +meest behoefte hebben aan geduld en vriendelijkheid. Iedereen lacht +ze uit, of schudt ze door elkander, of tracht ze op den achtergrond +te houden, en verwacht blijkbaar, dat mooie kindertjes eensklaps in +flinke jongens zullen veranderen. Zij klagen niet veel--arme stumperds, +maar zij voelen het daarom wel. Ik heb er iets van mee doorgemaakt, +en weet er dus al wat van. Ik stel bijzonder veel belang in zulke +jonge beertjes, en toon ze zoo graag, hoe ik hun warme, eerlijke, +oprechte jongensharten op prijs stel, ondanks hun onhandige armen en +beenen en hun slordige hoofden. Ik bezit heusch al wat ondervinding +op dat gebied, want is er niet een jongen, dien ik heb opgevoed, +en die nu de trots en de roem van zijn familie uitmaakt?" + +"Ik zal altijd getuigen, dat je er je best toe gedaan hebt," zei +Laurie, haar dankbaar aanziende. + +"En ik ben boven verwachting geslaagd; want je bent nu een flink man +van zaken, je doet ontzettend veel goed met je geld, en kapitaliseert +de zegeningen der armen. Maar je leeft niet alleen voor je zaken, +je houdt ook veel van al wat goed en mooi is, geniet er zelf van, +en laat anderen mee genieten, zooals je vroeger in den ouden tijd ook +deed. Hoor, Teddy, ik ben trotsch op je, want ieder jaar word je beter, +en iedereen voelt het, al wil je niet dat iemand het uitspreekt. Ja, +als ik later mijn kudde om mij heen heb, zal ik op jou wijzen en +zeggen: 'Ziedaar jullie model, jongens!'" + +De arme Laurie wist niet, waar zich te bergen, want zoo oud als +hij was, kwam nu toch iets van de vroegere verlegenheid over hem, +toen na deze uitbundige lofspraak alle gezichten zich goedkeurend +tot hem keerden. + +"Hoor eens Jo, dat is te veel," begon hij op zijn oude +jongensmanier. "Jullie hebben allemaal meer voor mij gedaan, dan ik +ooit kan vergelden, behalve door mijn best te doen, om je niet teleur +te stellen. Je hebt mij in den laatsten tijd wel wat laten loopen, +Jo, maar ik heb gelukkig toch een goede hulp gehad; dus, als ik +vooruit ben gegaan, mag je er deze twee voor danken,"--en hij legde +de eene hand op die van zijn grootvader en de andere in die van Amy, +want die drie zaten altijd dicht bij elkaar. + +"Ik vind toch maar, dat familiekringen de mooiste dingen in de wereld +zijn!" riep Jo uit, die dien avond in een bizonder blijde stemming was, +"wanneer ik mijn eigen huishouden heb, hoop ik, dat ik zoo gelukkig +zal zijn als de drie gezinnen, die ik ken, en het meest liefheb. Als +John en Fritz nu nog maar hier waren, zou het hier heusch een hemel +op aarde zijn," voegde zij er rustiger bij. En toen zij dien avond +naar haar kamer ging, na een intiemen familieraad, waarin aller hoop +en plannen besproken waren, was haar hart zoo vol van geluk, dat +zij het slechts tot kalmte kon brengen, door bij het ledige bedje, +dat op zijn oude plaats was blijven staan, neer te knielen en met +teedere liefde aan Betsy te denken. + +Over 't geheel genomen was het een heel buitengewoon jaar, waarin +alle dingen op een buitengewoon vlugge en plezierige manier schenen +te gebeuren. Bijna voordat zij het goed besefte, was Jo getrouwd en +woonde zij op Plumfield, waar weldra een troepje van zes of zeven +jongens als paddestoelen rondom haar verrees, en er verwonderlijk +goed gedijde. Arme jongens zoowel als rijke; want mijnheer Laurence +vond telkens een hartbrekend geval van de grootste verlatenheid, en +smeekte de Bhaers zich over het kind te ontfermen,--hij zou dan gaarne +een kleinigheid voor zijn onderhoud betalen. Op die wijze verschalkte +de slimme oude heer onze hooghartige Jo, en bezorgde haar die soort +van jongens, die haar het meest aantrokken. + +In het begin was het natuurlijk zwaar werk, en Jo maakte allerlei +dwaze vergissingen; maar de verstandige professor stuurde haar +veilig in kalmer vaarwater, en de meest uitgelaten deugniet werd ten +laatste getemd. Hoe genoot Jo van haar "bende," en hoe zou die goede +tante March gekermd hebben, als zij had kunnen zien, hoe de heilige +grenspalen van het stijve, welgeordende Plumfield overschreden werden +door wilde Toms, Dicks en Harrys. Maar in dit alles was een soort van +poëtische vergelding te zien, want de oude dame was de schrik van al +de jongens uit den omtrek geweest; en nu smulden de kleine bannelingen +naar hartelust van de verboden pruimen, schopten met hun ongewijde +schoenen in het kiezel, zonder dat iemand hen beknorde, en speelden +voetbal in de groote wei, waar de strijdlustige koe met de kromme +horens gewoonlijk de brutale jeugd tot een kampstrijd placht uit te +noodigen. De school werd als het ware een paradijs voor jongens, +en Laurie wilde haar "Der Bhaergarten" doopen, als een compliment +aan den eigenaar, en als zeer toepasselijk op de bewoners. + +Het werd nooit een modelschool, en de professor verdiende er geen +schatten mee; maar het was juist, wat Jo gehoopt had--een gelukkig +tehuis voor jongens, die onderwijs, zorg en liefde noodig hadden. Elke +kamer in de groote villa had spoedig haar bestemming, elk plekje +in den tuin weldra zijn eigenaar gevonden. Een complete menagerie +verscheen in de schuur en het tuinhuis--want allerlei dieren werden +toegelaten,--en driemaal per dag knikte Jo haar Fritz toe van het +hoofd der lange tafel, aan beide zijden met gelukkige jonge gezichten +versierd, die zich alle tot haar keerden met vriendelijk lachende +oogen, vertrouwelijke woorden en dankbare harten, overvloeiende van +liefde voor "Moeder Bhaer." Zij had nu zeker jongens genoeg om zich +heen, maar kreeg er volstrekt nog niet genoeg van, ofschoon zij lang +geen engelen waren, en sommigen hunner aan Professor en Professorin +beiden, veel zorg en moeite veroorzaakten. Doch haar geloof aan +het zachte plekje, dat in elk hart bestaat, zelfs in dat van den +weerbarstigste en ondeugendste, gaf haar geduld en handigheid, en, +na verloop van tijd, succes,--want geen enkele jongen kon zich lang +verharden, wanneer Vader Bhaer hem met zijn goedige oogen door en +door keek, en Moeder Bhaer hem zeventig maal zeven maal vergaf. De +kostelijkste belooning was voor Jo de vriendschap der jongens, hun +berouwvolle tranen en beloften van beterschap na kleine overtredingen, +hun grappige of aandoenlijke geheimen, hun luchtkasteelen, vurige hoop, +en plannen voor de toekomst; zelfs hun ongelukken,--want zij had hen +daarom slechts te hartelijker lief. Er waren achterlijke jongens, en +verlegen jongens, zwakke en baldadige jongens, jongens die lispelden, +en jongens die stotterden, een paar kreupelen, en een vroolijke kleine +mulat, die nergens een onderkomen kon vinden, maar in den "Bhaergarten" +liefdevol werd opgenomen, ondanks de bewering van sommige menschen, +dat zijn toelating den ondergang der school ten gevolge zou hebben. + +Jo was een echt gelukkige vrouw, hoewel zij hard moest werken, veel +angst uitstond en onder een aanhoudend rumoer leefde. Zij genoot er +met hart en ziel van, en geen lof voldeed haar meer dan de toejuiching +van haar jongens,--want nu vertelde zij haar verhalen alleen nog +aan haar geestdriftvolle bewonderaars en vereerders. Na verloop van +tijd kwamen twee kleine _eigen_ jongetjes haar geluk nog verhoogen; +Rob, naamgenoot van Grootpapa, en Teddy, een gelukskindje, dat zijn +vaders zonnig humeur, zoowel als zijn moeders geest scheen geërfd te +hebben. Hoe zij in het leven bleven en opgroeiden, in dien maalstroom +van jongens, was een mysterie voor hun grootmoeder en tantes; maar zij +bloeiden als paardebloemen in de lente, en hun onbeholpen kindermeisjes +waren dol op hen en verzorgden ze goed. + +Er waren heel veel vacantiedagen op Plumfield, en een van de +allerplezierigste was die, ter eere van den jaarlijkschen appeloogst; +want dan kwamen de families March, Laurence, Brooke en Bhaer, +om met vereende krachten dien dag te vieren. Vijf jaar na Jo's +huwelijk vond er zoo'n oogstfeest plaats. 't Was een van die zachte +koele Octoberdagen, waarop de lucht zoo opwekkend frisch is, dat +alle levensgeesten wakker worden en het bloed vlugger door de aderen +stroomt. De oude boomgaard scheen wel in feestdos gehuld; goudsbloemen +en asters omzoomden de met mos begroeide muren; sprinkhanen wipten +door het dorre gras, en krekeltjes piepten als muzikantjes bij een +elfenmaaltijd. De eekhoorns waren druk bezig met het binnenhalen van +hun wintervoorraad, de vogels tjilpten hun afscheidslied in de hooge +elzen, en alle boomen zaten zoo vol, dat zij stellig bij de eerste +schudding een regen van roode en gele appels op de hoofden der jongens +zouden doen neerdalen. Allen waren op het appèl, iedereen lachte en +zong, of klom in een boom en tuimelde naar beneden; allen verklaarden, +dat zij nog nooit zoo'n verrukkelijken dag gehad hadden; ten minste +niet in zulk vroolijk gezelschap,--en iedereen gaf zich geheel over +aan het genot van het oogenblik, alsof zooiets, als zorg en droefheid, +in de wereld niet bestond. + +De oude heer March wandelde kalm rond met den ouden heer Laurence, +nu en dan genietende van + + + "De geur'ge, zachte appelwijn." + + +De professor trok als een dapper ridder door de lanen, met een stok tot +lans, aan het hoofd zijner jongens, die allerlei kunsten vertoonden, +en wonderen verrichtten in het buitelen en springen. Laurie wijdde +zich aan de kleintjes, trok zijn dochtertje voort in een schepelsmand, +klom met Daisy in een boom, om naar een vogelnestje te kijken, en +zorgde, dat de avontuurlijke Rob zijn hals niet brak. Mevrouw March +en Meta zaten tusschen de hoopen appels, als een paar Pomona's en +sorteerden de soorten, die nog steeds aangroeiden. Amy was bezig de +verschillende groepjes te schetsen, en waakte met teedere zorg over +een bleek ventje, dat haar, met zijn kruk naast zich, in bewonderende +aanbidding aanstaarde. + +Jo was dien dag in haar element; ze vloog heen en weer, haar japon +opgespeld, haar hoed overal, behalve op haar hoofd, en haar jongste +kind onder den arm, gereed om de behulpzame hand te bieden, zoodra er +het een of ander mocht gebeuren. Kleine Teddy's leven scheen als door +tooverkracht beveiligd te zijn, want hij kreeg nooit een ongeluk, +en Jo maakte zich nooit ongerust, wanneer hij door een der jongens +op een boomtak gezet werd, weggaloppeerde op den rug van een ander, +of een zure renet te eten kreeg van zijn toegevenden papa, die in +den waan verkeerde, dat kleine kinderen alles kunnen verteeren, van +zuurkool af tot knoopen, spijkers en hun eigen schoentjes toe. Zij +wist dat kleine Teddy wel op zijn tijd weer boven water zou komen, +gezond en blozend, vuil en vroolijk, en zij ontving hem altijd met +een hartelijk welkom, want Jo had haar kinderen innig lief. + +Om vier uur werd er een oogenblik pauze gehouden, de manden bleven +half gevuld, de appeldragers namen rust, en vergeleken elkaars scheuren +en schrammen. Daarna zetten Jo en Meta, geholpen door een paar van de +grootste jongens, het theegoed klaar op het gras,--want de theepartij +buiten was altijd de grootste pret op den dag. Het land vloeide bij +zulke gelegenheden letterlijk over van melk en honing, en de jongens +behoefden niet om de tafel te zitten, maar mochten af en aan loopen, +en eten en drinken als zij er lust in hadden, daar vrijheid toch de +meest geliefde spijs is voor een jongensziel. In den ruimsten zin +van het woord maakten ze gebruik van het zeldzame voorrecht, want +enkelen probeerden de grap om, op hun hoofd staande, melk te drinken, +anderen zetten het haasje-over dubbele bekoorlijkheid bij, door in de +pauze tulband te eten; koekjes werden mild over het gras gestrooid +en appelbollen mee in de boomen genomen, alsof de jongens eekhoorns +waren. De kleine meisjes hielden een afzonderlijk theepartijtje, +en Ted grabbelde naar welgevallen onder de eetbare waren. + +Toen niemand meer iets in zijn maag kon bergen, stelde de professor +den eersten algemeenen toast in, die altijd bij zulke gelegenheden +gedronken werd: "Tante March; God zegene haar!" Een toast, van harte +gemeend door den goeden man, die nooit vergat, hoeveel hij aan haar +verschuldigd was, en rustig gedronken door de jongens, die geleerd +hadden haar nagedachtenis te eerbiedigen. + +"Nu op Grootma's zestigsten verjaardag! Lang leve zij, en driemaal +drie hoera's!" + +Dat ging meer van harte, zooals men denken kan; en toen de hoera's +eenmaal begonnen waren, bleek het moeilijk er een einde aan te +maken. Ieders gezondheid werd daarop gedronken, van den ouden heer +Laurence af, die als hun bizonderen beschermheer werd beschouwd, +tot aan het verbaasde marmotje toe, dat uit zijn eigen gebied was +komen aanwippen, om zijn jongen meester te zoeken. Demi bood toen, als +oudste kleinkind, de koningin van den dag verscheiden geschenken aan, +zoo talrijk, dat zij op een kruiwagen naar het feestterrein moesten +gebracht worden. Sommige van die presenten waren allergrappigst, +maar wat voor andere oogen van nul en geener waarde zou schijnen, +bleek kostbaar in die van Grootma,--want de cadeautjes der kinderen +waren hun eigen werk. De steken, waarmee Daisy's geduldige vingertjes +den zakdoek gezoomd hadden, waren haar meer waard dan het mooiste +borduursel; Demi's naaikistje was een wonder van handenarbeid, +hoewel het deksel niet sluiten wou; Rob's voetenbankje wiegelde wel +een beetje, omdat de pooten ongelijk waren, maar de jarige vond, +dat zoo'n kleinigheid er niets op aan kwam, en geen bladzijde van +het kostbare boek, dat Amy's kind haar aanbood was zoo schoon in haar +oogen, als de eerste, waarop in dronken hoofdletters te lezen stond: +"Aan de lieve Grootma van haar kleine Bets." + +Onder deze plechtigheid waren de jongens op een geheimzinnige wijze +verdwenen; en toen mevrouw March haar kinderen had willen bedanken, +maar ontroerd middenin was blijven steken, waarom Teddy haar oogen +afdroogde met zijn morsboezelaar, hief de professor eensklaps een lied +aan. En toen sloot, boven zijn hoofd, de eene stem voor en de andere +na, zich bij hem aan, en van boom tot boom weergalmde de muziek van +het onzichtbaar koor; want de jongens zongen uit volle borst het lied, +dat door Jo gemaakt en door Laurie op muziek gezet was, en dat zij, +met behulp van den professor, ingestudeerd hadden, om het met het +grootst mogelijk effect te kunnen voordragen. Dat was iets geheel +nieuws, en slaagde bizonder, want mevrouw March kon maar niet van haar +verbazing bekomen, en wilde met ieder der vederlooze vogels handen +schudden, van den langen Emil en Franz af, tot den kleinen mulat toe, +die de welluidendste stem van allen had. + +Toen dat afgeloopen was, verspreidden de jongens zich om nog wat +pret te maken, mevrouw March en haar dochters achterlatende om kalm +te genieten onder den feestboom. + +"Ik vind dat ik mezelf nooit weer 'ongelukkige Jo,' mag noemen, nu +mijn grootste wensch zoo heerlijk vervuld is," zei mevrouw Bhaer, +en trok Teddy's vuistje uit de melkkan, waarin hij naar hartelust +scheen te karnen. + +"En toch is je leven zoo heel anders, dan je je jaren geleden +voorstelde. Herinner je je onze luchtkasteelen nog?" vroeg Amy, +met een glimlach naar Laurie en John kijkende, die met de jongens +cricket speelden. + +"Beste jongens! Het doet mijn hart goed te zien, hoe zij voor een +dag hun drukke bezigheden eens aan den kant zetten en onbezorgd pret +hebben," antwoordde Jo, die nu op moederlijken toon van het gansche +menschdom sprak. "Ja, ik herinner het mij; maar het leven, dat ik +toen voor mezelf begeerde, schijnt mij nu zelfzuchtig, eenzaam en +koud toe. Ik heb de hoop nog niet opgegeven om eenmaal een goed boek +te schrijven, maar ik kan wachten, en ik ben zeker, dat het nog beter +zal worden door ondervindingen en illustraties als deze;" en Jo wees +van de woelige jongens naar haar vader, die geleund op den arm van den +professor, in den zonneschijn heen en weer wandelde, geheel verdiept +in een van die gesprekken, waarvan beiden zoo genoten, en daarna op +haar moeder, als een koningin te midden van haar dochters gezeten, +met de kinderen aan haar voeten of op haar schoot, alsof allen hulp +en geluk vonden in het gelaat, dat voor die liefhebbende oogen nooit +oud kon worden. + +"Mijn kasteel is nog het meest werkelijkheid geworden. Ik vroeg +wel om prachtige dingen, maar ik wist in mijn hart toch wel, dat +ik tevreden zou zijn met een aardig klein huisje, en John, en een +paar lieve kinderen. Ik heb dat alles gekregen, God zij gedankt, +en ik ben de gelukkigste vrouw ter wereld," zuchtte Meta, terwijl ze +haar hand op het hoofd van haar flinken zoon legde, met een gezicht, +waarop volmaakt geluk en teedere liefde te lezen stonden. + +"Mijn kasteel is heel anders geworden dan ik gedacht had, maar ik +zou het voor niets willen ruilen, hoewel ik, evenmin als Jo, al mijn +kunstenaarshoop opgeef, of er mij alleen toe bepaal anderen te helpen +hun droomen te verwezenlijken. Ik ben begonnen aan een beeldje van +kleine Bets, en Laurie zegt, dat het 't beste is, wat ik nog ooit +gemaakt heb. Ik vind dat zelf ook, en ben van plan het in marmer te +laten uithouwen, zoodat ik, wat er ook gebeuren moge, ten minste het +afbeeldsel heb van mijn lieve schat." + +Terwijl Amy sprak, viel er een groote traan op het goudlokkig hoofdje +van het slapende kind in haar armen; want haar eenig dochtertje bleef +een teer popje, en de angst, haar eens te kunnen verliezen, was de +eenige schaduw over Amy's zonneschijn. Deze zorg werkte veel goeds +uit voor vader en moeder beiden; die liefde en droefheid maakten hun +verbond nog inniger. Amy's gemoed werd teederder, dieper en zachter, +Laurie werd ernstiger, sterker en flinker; en beiden leerden, dat +schoonheid, jeugd, voorspoed en liefde, zelfs den meest gezegende +niet bewaren kunnen voor zorg, verlies en smart. + +"Ze zal wel sterker worden, daar ben ik zeker van; laat den moed +niet zakken, maar hoop en wees gelukkig," zei mevrouw March, en de +teerhartige Daisy bukte, om haar eigen rooskleurig wangetje te drukken +tegen het bleeke gezichtje van haar nichtje. + +"Dat mag ik ook niet, zoolang ik u heb om mij te bemoedigen, +Moederlief, en Laurie om meer dan de helft van elken last te dragen," +antwoordde Amy met warmte. "Hij laat mij nooit merken, hoe bezorgd +hij zich maakt, maar is zoo lief en geduldig voor mij, zoo engelachtig +voor Bets, en altijd zoo'n steun en troost bij alles, dat ik hem niet +half genoeg kan liefhebben. En dus kan ik, ondanks mijn groote zorg, +met Meta zeggen: 'Ik ben, God zij gedankt, een gelukkige vrouw.'" + +"Ik hoef het niet te zeggen, want iederen kan zien, dat ik veel +gelukkiger ben, dan ik verdien," voegde Jo er bij, en liet den blik +gaan over haar besten man en over de stevige kinderen, die naast +haar in het gras stoeiden. "Fritz wordt grijs en gezet, ik zoo +mager als een schim, en ik ben al over de dertig; wij zullen nooit +rijk worden, en Plumfield zal misschien wel eens in brand vliegen, +want die onverbeterlijke Tommy Bangs wil nu eenmaal sigaretten maken +van Spaansche kervel, en die onder de dekens rooken, hoewel hij zich +al driemaal deerlijk gebrand heeft. Maar ondanks die onromantische +dingen, heb ik mij over niets te beklagen, en ben ik nog nooit in +mijn leven zoo jolig geweest. Vergeef me die uitdrukking, maar nu ik +zoo onder jongens leef, kan ik niet helpen, dat ik soms hun woorden +wel eens overneem." + +"Ja, Jo, ik denk, dat jouw oogst heel groot zal zijn," begon mevrouw +March, en verdreef een groote zwarte tor, die Teddy bang maakte. + +"Niet half zoo groot als de uwe, Moeder. Hier is hij, om u heen, en +wij kunnen u nooit genoeg danken voor al het geduld, waarmee u gezaaid +en gemaaid hebt," riep Jo, met haar oude onstuimige hartelijkheid. + +"Ik hoop, dat er jaarlijks meer tarwe en minder onkruid mag zijn," +zei Amy zacht. + +"Een groote schoof, maar ik weet, dat er plaats voor is in uw hart, +Moederlief," voegde Meta's warme stem er bij. Tot in het diepst +harer ziel geroerd kon mevrouw March niets anders doen dan de armen +uitstrekken, alsof zij kinderen en kleinkinderen tegelijk aan haar +hart wilde drukken, en met een gelaat en stem vol van moederliefde +en nederige dankbaarheid, zei zij: "o, Kinderen, hoe lang jullie ook +moogt leven, ik kan je nooit grooter geluk toewenschen, dan wat mij +nu ten deel valt!" + + + + + +INHOUD. + + +HOOFDSTUK I. Een Praatje +HOOFDSTUK II. Het eerste Huwelijk +HOOFDSTUK III. Artistieke Proefnemingen +HOOFDSTUK IV. Letterkundige Ondervindingen +HOOFDSTUK V. Huiselijke Ondervindingen +HOOFDSTUK VI. Visites maken +HOOFDSTUK VII. Gevolgen +HOOFDSTUK VIII. Onze buitenlandsche Correspondente +HOOFDSTUK IX. Verborgen Leed +HOOFDSTUK X. Jo's Dagboek +HOOFDSTUK XI. Een Vriend +HOOFDSTUK XII. Harteleed +HOOFDSTUK XIII. Betsy's Geheim +HOOFDSTUK XIV. Nieuwe Indrukken +HOOFDSTUK XV. Op zij gezet +HOOFDSTUK XVI. Luie Laurence +HOOFDSTUK XVII. De Vallei der Schaduwen des Doods +HOOFDSTUK XVIII. Laurie zoekt te vergeten +HOOFDSTUK XIX. Alleen +HOOFDSTUK XX. Verrassingen +HOOFDSTUK XXI. Mijnheer en Mevrouw +HOOFDSTUK XXII. Daisy en Demi +HOOFDSTUK XXIII. Onder de Parapluie +HOOFDSTUK XXIV. De Oogst + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Uit Dickens' _David Copperfield_. + +[2] _Scarabeeën_ (Keversteenen) zijn oude Egyptische, voor heilig +gehouden steenen, die op den bollen kant den vorm van een kever, +in hun holte een klein gedenkbeeld vertoonen. Vert. + +[3] Mantalini, een bekende figuur uit Dickens' _Nicholas Nickleby_, +die steeds schulden maakt en op kosten van zijn vrouw leeft. + +[4] Uit Shakespeare's: _Koopman van Venetië_. + +[5] In Tennyson's gedicht van dien naam: "_Icily regular, splendidly +null._" + +[6] Mrs. Malaprop (mal à propos) is een figuur uit Sheridan's blijspel +_The Rivals_ (de Medeminnaars), bekend om de grappige manier waarop +ze verschillende uitdrukkingen en personen dooreenhaspelt. + +[7] Een Atheensch wever, voorkomende in Shakespeare's: +_Midzomernachtsdroom_, waarin Titania, de feeënkoningin, ook een +hoofdrol vervult. + +[8] Beroemd boek van den Engelschen schrijver Thomas Carlyle. + +[9] 't Engelsche _husband_ = echtgenoot. + +[10] John Bunyan: _The Pilgrim's Progress_. + +[11] Uit Bunyan's "Reize naar de Eeuwigheid." + +[12] Beroemd Engelsch letterkundige. + +[13] In Dickens' _David Copperfield_. + +[14] De grappige knecht van Pickwick (Dickens). + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Op Eigen Wieken, by Louisa May Alcott + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP EIGEN WIEKEN *** + +***** This file should be named 21946-8.txt or 21946-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/1/9/4/21946/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
