summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/21946-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '21946-8.txt')
-rw-r--r--21946-8.txt12611
1 files changed, 12611 insertions, 0 deletions
diff --git a/21946-8.txt b/21946-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..c4c0043
--- /dev/null
+++ b/21946-8.txt
@@ -0,0 +1,12611 @@
+The Project Gutenberg EBook of Op Eigen Wieken, by Louisa May Alcott
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Op Eigen Wieken
+
+Author: Louisa May Alcott
+
+Editor: G. W. Elberts
+
+Illustrator: Daan de Vries
+
+Release Date: June 26, 2007 [EBook #21946]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP EIGEN WIEKEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ OP EIGEN WIEKEN
+
+
+ EEN VERHAAL
+
+ VAN
+
+ LOUISE M. ALCOTT
+
+ Schrijfster van: "Onder Moeders Vleugels"
+
+ NAAR HET ENGELSCH
+
+ (GOOD WIVES)
+
+
+ ELFDE DRUK
+
+ HERZIEN DOOR G. W. ELBERTS
+
+ ROTTERDAM--D. BOLLE
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+EEN PRAATJE.
+
+
+Om een goed begin te maken en met een vrij hart naar Meta's bruiloft te
+kunnen gaan, mogen wij eerst nog wel eens een praatje over de familie
+March houden. En dan moet ik al dadelijk zeggen, dat wanneer, sommige
+mijner oudere lezeressen mochten pruttelen: "Er wordt te veel over
+'liefdesgeschiedenissen' in dat verhaal gesproken," (ik ben niet bang,
+dat jonge menschen dit bezwaar zullen maken), ik hun slechts antwoorden
+kan met de woorden van mevrouw March: "Wat kan men anders verwachten,
+met vier vroolijke jonge meisjes in huis en een levenslustigen jongen
+buurman vlak naast de deur!"
+
+De drie jaren die voorbijgegaan zijn, hebben geen groote veranderingen
+in het stille gezin teweeg gebracht. De oorlog is geëindigd, en
+mijnheer March rustig thuis, verdiept in zijn boeken en zijn kleine
+gemeente, voor wie hij, zoowel door natuurlijken aanleg, als door
+hoogere geestesgaven, een uitmuntend herder is. Een kalm, werkzaam
+man, rijk in de wijsheid, die beter is dan geleerdheid, in de liefde,
+die alle menschen "broeders" noemt, en in die echte vroomheid, die
+den geheelen mensch heiligt en hem eerbiedwaardig en beminnelijk maakt.
+
+Hoewel hij onbemiddeld was, en zijn volslagen belangeloosheid
+hem verhinderde veel opgang in de wereld te maken, gevoelden toch
+vele achtenswaardige menschen zich door deze hoedanigheden tot hem
+aangetrokken, en zij vonden bij hem dan ook in ruime mate, wat zij
+zochten, want zelfs de langdurige moeilijkheden, waarmede hij te
+worstelen had gehad, bleken geen spoor van bitterheid in zijn ziel
+te hebben achtergelaten.
+
+Vurige jongemannen vonden den reeds grijzen geleerde even vurig
+en jong van hart als zij; nadenkende of bedroefde vrouwen kwamen
+onwillekeurig met hun twijfelingen en leed tot hem, daar zij zeker
+waren het vriendelijkst medegevoel en den besten raad bij hem te
+vinden; zondaars beleden hun zonden aan den kinderlijk eenvoudigen
+man, en werden bestraft, maar gesterkt tevens; talentvolle menschen
+vonden in hem een verwanten geest; eerzuchtigen ontdekten in hem een
+edeler streven dan het hunne, en zelfs wereldsche lieden gaven toe,
+dat zijn overtuigingen schoon en waar waren, hoewel "men er niet rijk
+door werd."
+
+Voor het oog van de buitenwereld scheen het alsof die vijf voortvarende
+vrouwen het heele huis regeerden, en dat deden zij ook in vele
+opzichten; maar toch was die stille, in zijne boeken verdiepte man
+het hoofd des gezins, de raadsman, het anker en de troost van allen;
+want in tijd van nood kwamen die drukke, bezige vrouwen altijd tot hem,
+en vonden in hem, in den vollen, heiligen zin des woords, echtgenoot
+en vader.
+
+In hartsaangelegenheden namen de meisjes de toevlucht tot hun moeder,
+in zielsaangelegenheden tot hun vader, en aan beide ouders, die zoo
+teeder voor hen zorgden, betoonden zij een liefde, die toenam met de
+jaren, en hen onderling vereenigde door dien hechtsten band, die het
+leven zoo innig gelukkig maakt, en den dood overleeft.
+
+Mevrouw March is nog altijd even frisch en bedrijvig, hoewel een
+weinig grijzer, dan toen wij haar de laatste maal zagen, en op het
+oogenblik zóó verdiept in Meta's aangelegenheden, dat de gewonden
+in de hospitalen, en de treurende weduwen der gevallen krijgslieden
+bepaald haar moederlijke bezoeken missen.
+
+John Brooke deed een jaar lang manmoedig zijn plicht en werd gewond
+naar huis gezonden; en toen hij eenmaal daar was, liet men hem niet
+weer vertrekken. Hij ontving geen eerekruisen of ridderorden, hoezeer
+hij ze ook verdiende, daar hij blijmoedig al wat hij bezat op het spel
+had gezet; want het volle leven en een jeugdige liefde zijn kostbare
+zaken. Volkomen verzoend met zijn ontslag, deed hij al het mogelijke
+om zijn gezondheid terug te krijgen, opdat hij aan het werk kon gaan
+om voor Meta een eigen huis te verdienen. Zijn gezond verstand en fier
+gevoel van onafhankelijkheid deden hem de edelmoedige aanbiedingen van
+den heer Laurence afslaan, en een betrekking van tweeden boekhouder
+aannemen, daar hij liever wilde beginnen met een eerlijk verdiend
+salaris, dan met een moeilijk af te lossen schuld.
+
+Meta had haar tijd niet alleen met wachten, maar ook met werken
+doorgebracht; haar karakter was meer gevormd, zij was volkomen op
+de hoogte van alle huishoudelijke bezigheden, en mooier dan ooit,
+want liefde is het beste schoonheids-elixer. Evenals alle meisjes,
+had zij haar droomen en idealen, en zij was wel wat teleurgesteld, dat
+haar nieuw leven op zoo'n bescheiden voet moest beginnen. Ned Moffat
+was onlangs met Sallie Gardiner getrouwd, en Meta kon niet nalaten hun
+prachtig huis en rijtuig, al hun cadeaux en Sallie's kostbaar uitzet
+met het hare te vergelijken, en heimelijk te wenschen, dat zij het
+ook zoo hebben kon. Maar toch verdwenen spoedig alle afgunstige en
+ontevreden gedachten, wanneer zij zich herinnerde, hoeveel geduld,
+liefde en moeite John had besteed, om het huisje, dat haar wachtte,
+in orde te brengen; en wanneer zij te zamen in het schemeruurtje al
+hun plannen bespraken, werd de toekomst zoo helder en liefelijk, dat
+zij Sallie's heerlijkheden vergat, en zich het rijkste en gelukkigste
+meisje van heel Amerika gevoelde.
+
+Jo ging niet weer terug naar tante March, want de oude dame had zoo'n
+voorliefde voor Amy opgevat, dat zij haar tot blijven wist te bewegen,
+door het aanbod van teekenlessen van een der beste meesters; en voor
+zulk een onverhoopt geluk zou Amy wel een veel harder meesteres willen
+dienen. Vielen de morgenuren haar soms moeilijk, des te meer genoot
+zij van haar vrije middagen, en ze maakte flinke vorderingen. Jo
+wijdde zich intusschen geheel aan de literatuur en aan Betsy,
+die nog bleef sukkelen, lang nadat het roodvonk tot het verleden
+behoorde. Zij was niet bepaald ziek, maar zij werd ook nooit weer het
+blozende, gezonde schepseltje van vroeger; toch was zij altijd vol
+hoop, gelukkig en opgeruimd, druk in de weer met haar stille plichten,
+door ieder bemind, en de goede genius van het gezin, lang voordat zij,
+die haar het meest liefhadden, dat inzagen.
+
+Zoolang "De Vliegende Adelaar" Jo een dollar betaalde voor elke kolom
+van haar "nonsens", zooals zij het noemde, gevoelde zij zich als een
+rijke dame, en schreef zij ijverig voort aan haar novelletjes. Maar
+groote plannen woelden in haar rusteloos brein en eerzuchtigen geest,
+en de oude blikken poppenkeuken op den zolder bevatte een langzaam
+aangroeienden stapel van gevlekte manuscripten, die eens den naam
+der familie March een plaats in het Boek der Faam zouden verschaffen.
+
+Laurie, plichtmatig naar de hoogeschool gegaan om zijn grootvader
+genoegen te doen, deed nu zijn best om zijn verblijf aldaar zooveel
+mogelijk naar zijn eigen genoegen in te richten. Hij was de algemeene
+lieveling, dank zij zijn geld, zijn aangename manieren, zijn talenten
+en het vriendelijkste hart van de wereld, zoodat hij gedurig in
+moeilijkheden geraakte, doordat hij anderen uit moeilijkheden wilde
+helpen. Hij liep dus groot gevaar bedorven te worden, evenals zoo
+menig veelbelovend jongmensch; en dat zou ook zeker het geval geweest
+zijn, indien hij niet een talisman tegen alle kwaad bezeten had in de
+herinnering aan zijn vriendelijken grootvader, wiens levensgeluk van
+zijn welslagen afhing, aan de moederlijke vriendin, die zoo bezorgd
+voor hem was, als ware hij haar zoon, en eindelijk, maar niet het
+minst, in de bewustheid, dat vier onschuldige meisjes hem van ganscher
+harte liefhadden, bewonderden en vertrouwden.
+
+Daar hij niets meer dan een "begaafd menschenkind" was, maakte hij
+natuurlijk plezier, was verliefd, fatterig of sentimenteel en volgde
+elke sport, al naar dat de mode van den dag eischte; hij liep groen
+en liet anderen groen loopen, was studentikoos in zijn uitdrukkingen
+en bracht zich zelfs eens in gevaar van de hoogeschool weggejaagd
+te worden. Maar daar zijn dwaasheden het gevolg waren van zijn
+vroolijkheid en neiging tot grappen maken, wist hij er zich altijd
+weer uit te redden door een openhartige schuldbekentenis, een eervolle
+boetedoening, of door die onweerstaanbare overredingskracht, die hij
+in zoo hooge mate bezat. Feitelijk was hij wel wat trotsch op al zijn
+ternauwernood ontkomen gevaren, en vond hij het heerlijk de meisjes
+van ontzetting te doen beven, door aanschouwelijke beschrijvingen van
+zijn overwinningen op verontwaardigde leermeesters, deftige professoren
+en verslagen vijanden. De "lui van mijn jaar" waren helden in de oogen
+der meisjes, die altijd met onverflauwde belangstelling luisterden naar
+de avonturen van "onze club" en die zich nu en dan mochten koesteren
+in den vriendelijken glimlach van deze verheven schepselen, wanneer
+Laurie hen met zich naar huis bracht.
+
+Amy vooral was met deze eer hoogelijk ingenomen, en zij werd bepaald de
+"belle" onder hen; want dit juffertje kende en gebruikte al heel gauw
+haar vermogen om te boeien en te behagen. Meta was te zeer verdiept
+in haar eigen, eenigen John, om veel belang te stellen in andere
+heeren der schepping, en Betsy bijna te verlegen om hen ook maar aan
+te kijken. Ze verwonderde er zich dan ook gedurig over, dat Amy ze
+zoo durfde commandeeren; Jo daarentegen was echt in haar element, en
+vond het heel moeilijk de jongensachtige houdingen, uitdrukkingen en
+heldenfeiten niet na te volgen, die haar veel natuurlijker afgingen
+dan het decorum, dat aan jonge dames past. Zij hielden allen bizonder
+veel van Jo, maar werden nooit verliefd op haar, terwijl slechts enkele
+der studenten ontkwamen aan het offer van eenige sentimenteele zuchten
+op Amy's altaar. En het spreken over deze "teedere" gevoelens brengt
+ons als vanzelf op de "Duiventil." Dit was de naam van het kleine,
+bruine huisje, dat John Brooke voor Meta had in orde gemaakt. Laurie
+had het zoo gedoopt, en vond dien naam bij uitstek geschikt voor
+de zachtaardige gelieven, "die als een paar tortelduifjes zaten te
+kirren en te trekkebekken". Het was een klein huisje met een klein
+tuintje er achter, en een heel klein grasperkje er voor. Meta was
+van plan hier een fontein, een boschje en verschillende bloemperkjes
+aan te leggen, hoewel voor 't oogenblik de fontein werd voorgesteld
+door een verweerde urn, die veel van een gebarsten spoelkom had; het
+boschje bestond uit een stuk of wat jonge sparreboompjes, die 't nog
+niet met zichzelf eens schenen te zijn, of zij wilden blijven leven,
+dan of ze maar liever zouden sterven; en de toekomstige bloemenweelde
+werd voorloopig aangekondigd door een regiment stokjes, de plaats
+aanduidende, waar gezaaid was. Maar binnenshuis was het wezenlijk
+alleraardigst, en de gelukkige bruid zag geen enkel gebrek, van den
+zolder af tot den kelder toe. Het is waar, de gang bleek zoo nauw,
+dat het maar goed was, dat zij geen piano hadden, want die zou
+men er onmogelijk in haar geheel door hebben kunnen krijgen. De
+eetkamer was zoo klein, dat zes personen er met moeite in konden,
+en de keukentrap scheen er wel expres op gebouwd, om meid en servies
+hals over kop in het kolenhok te doen buitelen. Maar eenmaal aan deze
+kleine ongerieflijkheden gewend, kon er niets "idealers" bedacht
+worden, want de inrichting was met gezond verstand en goeden smaak
+gekozen en de uitslag werkelijk heel gelukkig. Er waren geen tafels
+met ingelegde bladen, geen kostbare salonkastjes of kanten gordijnen
+in de kleine zitkamer, maar eenvoudige meubelen, heel veel boeken,
+een paar mooie platen, een bloemenmand in den erker, terwijl hier en
+daar de aardige geschenken, door vriendenhanden gezonden, een plaats
+hadden gekregen; geschenken, die des te aangenamer waren, omdat zij
+van zulke hartelijke wenschen vergezeld gingen.
+
+Ik geloof niet dat het mooie Psyche-beeldje, dat Laurie hun gaf,
+iets van zijn schoonheid verloor, omdat John de console er voor
+eigenhandig ophing; geen behanger kon de eenvoudige neteldoeksche
+gordijnen bevalliger geplooid hebben dan Amy's vaardige hand,
+en geen provisiekamer was ooit beter voorzien van goede wenschen,
+vroolijke woorden en blijde verwachtingen, dan die, waarmee Jo en haar
+moeder Meta's bescheiden voorraad flesschen, tonnetjes en trommels
+rangschikten; en ik ben vast overtuigd, dat de fonkelnieuwe keuken
+nooit zoo gezellig en netjes zou hebben kunnen worden, als Hanna
+niet iederen pot en pan wel twaalf keer verzet en een mooi vuurtje
+gebouwd had, klaar om aangemaakt te worden, zoodra "Mevrouw Brooke
+maar in huis zou komen."
+
+Ik geloof ook niet, dat eenige jonge huisvrouw ooit het leven
+inging met zoo'n schat van stof- en vaatdoeken en van prullemandjes;
+want Betsy maakte een hoeveelheid, groot genoeg om tot de zilveren
+bruiloft te strekken, en zij vond drie soorten van theedoeken uit, om
+het theeservies, dat op den trouwdag gebruikt zou worden, af te drogen.
+
+Menschen, die alles door betaalde krachten laten doen, weten niet
+hoeveel zij daardoor verliezen, want de eenvoudigste dingen zien er
+zoo anders uit, wanneer zij door liefhebbende handen gemaakt zijn,
+en Meta vond hiervan zoo menig bewijs, dat alles in haar nestje,
+van de deegrol in de keuken, tot de coupe op haar salontafeltje, haar
+één heerlijk verhaal te vertellen had van moeder- en zusterliefde en
+teedere voorzorg.
+
+Wat hadden zij prettige dagen met alles te overleggen; hoe plechtig
+gingen zij er op uit om te winkelen; wat maakten zij grappige
+vergissingen, en wat een hartelijk gelach ging er op over Laurie's
+bespottelijke inkoopen. Hoewel deze jonge heer zijn akademische
+loopbaan bijna achter zich had, was hij nog steeds even jolig en vol
+grappen. Zijn laatste inval was nu om bij zijn wekelijksche bezoeken
+altijd het een of ander nieuw, nuttig en vernuftig instrument voor
+de jonge huisvrouw mee te brengen. Nu eens was het een pak bizonder
+merkwaardige waschklampen, dan een zeldzaam practische nootmuskaatrasp,
+die bij de eerste proefneming in stukken viel; een messenslijper, die
+al de messen bedierf, een borstel die al de wol van het vloerkleed
+afschoor en al het stof in achterliet; zuinigheidszeep, die iemand
+het vel van de handen beet, onfeilbare lijm, die nergens aan wilde
+blijven kleven, dan aan de vingers van den ongelukkigen kooper,
+en allerlei soort van blikwerk, van een klein kinderspaarpotje af,
+tot een verwonderlijken waschketel toe, die door stoom linnengoed
+moest reinigen, met de grootst mogelijke kans op een ontploffing.
+
+Tevergeefs smeekte Meta hem er mee op te houden. John lachte hem uit,
+en Jo noemde hem "Mijnheer Toodles." Hij was geheel vervuld van de
+manie om alle vernuftige vindingen der Yankees te beschermen en zijn
+vrienden behoorlijk in hun huishouden te zetten. En zoo kwam er elke
+week een nieuwe dwaasheid voor den dag.
+
+Eindelijk was alles in de puntjes gereed; in de slaapkamers had Amy
+zelfs stukken zeep klaar gelegd van dezelfde kleur als de verschillende
+behangsels, en Betsy had de tafel al gedekt voor den eersten maaltijd.
+
+"Ben je tevreden? zul je je hier thuis kunnen gevoelen en gelukkig
+zijn?" vroeg mevrouw March, toen zij en haar dochter arm in arm het
+nieuwe koninkrijk doorwandelden;--juist nu gevoelden zij meer dan ooit,
+hoezeer zij aan elkander gehecht waren.
+
+"Ja, Moeder, volkomen tevreden, dank zij uw aller moeite, en ik ben
+_zoo_ gelukkig, dat ik er niet goed over spreken kan," antwoordde
+Meta met een blik, die meer zei dan woorden.
+
+"Als zij maar een paar dienstmeisjes had, dan zou alles in orde
+zijn," vond Amy, die uit de zitkamer kwam, waar zij bezig was geweest
+met proefnemingen, of de bronzen Mercurius beter zou staan op den
+schoorsteenmantel dan wel op de étagère.
+
+"Moeder en ik hebben daar lang en breed over gesproken en ik ben van
+plan het eerst eens op haar manier te probeeren. Er zal zoo weinig
+te doen zijn, dat ik, als ik Lot heb voor de boodschappen en om mij
+met enkele dingen te helpen, juist genoeg werk zal vinden, om niet
+lui of heimweeachtig te worden," antwoordde Meta kalm.
+
+"Sallie Moffat heeft er vier," begon Amy.
+
+"Als Meta er vier had, zouden zij niet in huis kunnen, of mijnheer
+en mevrouw dienden hun tenten in den tuin op te slaan," riep Jo,
+die met een grooten boezelaar voor, de laatste hand legde aan het
+poetsen van de deurknoppen.
+
+"Sallie is de vrouw van een rijk man, en zij heeft veel boden noodig
+in haar prachtig huis, maar Meta en John beginnen zachtjes aan, en
+ik heb een voorgevoel, dat er evenveel geluk zal te vinden zijn in
+dit kleine huis als in hun groote. Het is in 't geheel niet goed,
+wanneer jonge meisjes als Meta niets te doen hebben dan zich te
+kleeden, bevelen te geven, en te babbelen. Toen ik pas getrouwd was,
+verlangde ik, dat mijn nieuwe kleeren toch maar mochten verslijten
+of scheuren, om ze te kunnen verstellen, want ik had meer dan genoeg
+van borduurwerkjes en het spelen met mijn zakdoek."
+
+"Waarom ging u niet in de keuken om te probeeren of u een fijn
+schoteltje klaar kon maken, zooals Sallie zegt, dat zij wel eens voor
+de aardigheid doet? Maar het lukt nooit en de meiden lachen haar uit,"
+vertelde Meta.
+
+"Dat deed ik ook na een poosje; niet om te 'probeeren,' maar om goed
+van Hanna te leeren, hoe de dingen gedaan moeten worden, en te zorgen
+dat de meiden mij _niet_ zouden uitlachen. Het was toen maar voor de
+aardigheid; maar er kwam een tijd, waarin ik dankbaar was, dat ik niet
+alleen den wil, maar ook de bekwaamheid had om gezond voedsel voor
+mijn kleine meisjes te koken, en mijzelve te redden, toen ik geen
+geld meer had om dienstboden te betalen. Jij begint van den anderen
+kant, mijn lieve kind, maar de lessen, die je nu leert, zullen je
+naderhand te pas komen, als John rijker wordt; want een huisvrouw,
+hoe prachtig zij ook is ingericht, moet weten, hoe het werk _behoort_
+gedaan te worden, als zij goed en eerlijk gediend wil zijn."
+
+"Ja, Moeder, daarvan ben ik overtuigd," zei Meta, die aandachtig naar
+de kleine vermaning geluisterd had; want de beste vrouw ter wereld
+wordt wijdloopig, als zij op het onderwerp "huishouden" komt. "Weet
+u wel, dat van mijn heele poppenhuisje geen hoekje mij zoo dierbaar
+is als dit," ging Meta voort, toen zij, boven gekomen, welbehagelijk
+in haar goed gevulde linnenkast gluurde.
+
+Bets was daar bezig met de sneeuwwitte stapels netjes op de planken
+te leggen, terwijl zij met zusterlijken trots den degelijken voorraad
+bekeek. Zij begonnen alle drie te lachen, toen Meta dit zei; want aan
+die linnenkast was een heele geschiedenis verbonden. Zooals men weet,
+had tante March gezworen, dat als Meta "dien Brooke" trouwde, zij
+nooit een cent van haar geld zou zien; maar toen haar toorn bedaard
+was, en zij berouw kreeg over haar gelofte, was zij eigenlijk in
+een lastig parket. Zij brak nooit haar woord, en zij had heel wat
+zielekwellingen eer zij wist, hoe zij die moeilijkheid zou kunnen
+oplossen; maar eindelijk bedacht zij een plan dat haar volkomen
+tevreden stelde. Zij verzocht mevrouw Carrol, de mama van Florence,
+een voorraad bed- en tafellinnen te koopen, te laten naaien en merken,
+en het als _haar_ geschenk te zenden. Dit alles werd getrouw volbracht,
+maar het geheim lekte uit, tot groot vermaak van de heele familie;
+want tante March deed al haar best om heel onschuldig te kijken,
+en hield vol dat zij niets kon geven dan de ouderwetsche paarlen,
+die zij al zoo lang aan de eerste bruid beloofd had.
+
+"Dat is een huishoudelijke smaak, dien ik met blijdschap in je zie. Ik
+heb een vriendin gehad die haar huishouden begon met zes lakens,
+maar daarentegen kristallen vingerglazen bezat voor dineetjes; dat
+was haar genoeg," vertelde mevrouw March, de damasten tafellakens
+gladstrijkende, met een echt vrouwelijke waardeering van de fijne
+kwaliteit.
+
+"Ik heb geen enkel vingerglas, maar dit is een uitzet voor mijn heele
+leven, volgens Hanna," en Meta keek heel voldaan, zooals zij dan ook
+wezenlijk wel mocht doen.
+
+"Daar komt Teddy aan," riep Jo uit de gang, en allen liepen naar
+beneden om Laurie tegemoet te gaan, wiens wekelijksch bezoek een
+gewichtige gebeurtenis was in hun rustig leventje.
+
+Een lang, breedgeschouderd jongmensch met een gladgeschoren hoofd,
+een slappen vilten hoed, en een fladderende manteljas kwam met
+verbazende stappen den weg af, sprong over de lage heg, in plaats
+van behoorlijk het hek open te doen, en stevende recht op mevrouw
+March af, met uitgestrekte handen en een hartelijk-- "Daar ben ik,
+Moeder!--Ja, alles is in orde."
+
+De laatste woorden waren het antwoord op een vragenden blik van de oude
+dame, een vriendelijken, veelzeggenden blik, die door zijn stralende
+oogen zoo openhartig werd beantwoord, dat de kleine ceremonie, als
+naar gewoonte, met een moederlijken kus eindigde.
+
+"Dit is voor mevrouw John Brooke, met de complimenten en gelukwenschen
+van den maker. Mijn zegen Bets! Wel Jo, het doet een mensch goed
+je eens weer te zien! Amy, je wordt wezenlijk al te mooi voor een
+ongetrouwde jonge dame."
+
+Terwijl Laurie sprak, gaf hij Meta een bruin papieren pakje, trok
+Betsy aan haar haarlinten, zette groote oogen op over Jo's boezelaar,
+viel in een aanbiddende houding voor Amy neer, en schudde toen ieder
+de hand, terwijl allen tegelijk begonnen te praten.
+
+"Waar is John?" vroeg Meta ongerust.
+
+"Bezig met de papieren voor morgen te halen, mevrouw."
+
+"Wie heeft de laatste match gewonnen, Teddy?" informeerde Jo, die, in
+spijt van haar negentien jaren, nog steeds een vurige belangstelling
+koesterde voor alle mannelijke sport.
+
+"_Wij_ natuurlijk. Ik wou dat je 'r bij geweest was!"
+
+"Hoe is 't met de allerbekoorlijkste juffrouw Randal?" vroeg Amy met
+een veelbeteekenenden glimlach.
+
+"Wreeder dan ooit; zie je niet, hoe ik wegkwijn van smart?" en
+Laurie gaf een klinkenden slag op zijn breede borst en loosde een
+theatralen zucht.
+
+"Wat is de laatste verrassing? Maak het pakje toch open, en laat het
+ons eens zien, Meta," drong Betsy aan, nieuwsgierig het knobbelige
+pakje bekijkend.
+
+"Het is een goed ding om in huis te hebben, in geval van brand of
+dieven," merkte Laurie op, toen, onder het gelach van de meisjes,
+een kleine nachtwachtratel voor den dag kwam.
+
+"Als John soms eens van huis is, en jij bang wordt, mevrouw Meta,
+dan heb je er maar mee uit de ramen te zwaaien, en de heele buurt zal
+in een ommezien op de been zijn. Een aardig ding, vind je niet?" en
+Laurie gaf haar een proefje van het leven, dat er mee gemaakt kon
+worden, tot allen hun ooren vasthielden.
+
+"Ondankbare wezens! Maar van dankbaarheid gesproken, jullie mogen Hanna
+wel dankbaar zijn, dat zij de bruidstaart van een wissen ondergang
+gered heeft. Het pronkstuk werd juist thuis gebracht, toen ik voorbij
+kwam, en als zij het niet manmoedig verdedigd had, zou ik er eens
+even achter gezeten hebben, want het zag er overheerlijk uit."
+
+"Ik zou wel eens willen weten, of jij ooit volwassen zult worden,
+Laurie," zei Meta, op moederlijken toon.
+
+"Ik doe mijn best, mevrouw, maar ik vrees, dat ik het niet veel
+verder brengen zal; zes voet is ongeveer het maximum wat men in
+deze verbasterde tijden bereiken kan," antwoordde de jongeheer,
+wiens hoofd bijna aan de kleine gaskroon reikte.
+
+"Ik veronderstel, dat het heiligschennis zou zijn iets in dit
+fonkelnieuwe heiligdom te eten, en daar ik ongeveer uitgehongerd ben,
+stel ik voor te verhuizen," voegde hij er even later bij.
+
+"Moeder en ik zullen hier op John wachten. Er zijn nog een paar
+laatste dingen te regelen," antwoordde Meta met een gewichtig voorkomen
+wegdribbelend.
+
+"Bets en ik gaan naar Kitty Briant om nog wat bloemen voor morgen
+te halen," zei Amy, een flatteusen hoed op haar flatteus krulhaar
+zettende, en zelf minstens even voldaan over het effect als de anderen.
+
+"Kom Jo, laat jij mij tenminste niet in den steek. Ik ben zoo uitgeput,
+dat ik zonder bijstand niet naar huis kan komen. Maar doe om 's
+hemels wil je boezelaar niet af, hij staat je zoo bizonder goed,"
+zei Laurie, terwijl Jo het voorwerp van zijn antipathie oprolde, in
+haar diepen zak stopte, en hem haar arm aanbood om zijn wankelende
+schreden te ondersteunen.
+
+"Zeg Teddy, nu moet ik eens ernstig met je over morgen spreken,"
+begon Jo terwijl zij samen voortwandelden.
+
+"Je _moet_ je nu eens behoorlijk gedragen; geen dolle dingen doen,
+en onze plannen bederven."
+
+"Geen enkel dol ding."
+
+"En verkoop alstjeblieft geen aardigheden, als wij ernstig moeten
+zijn."
+
+"_Ik_ zeg nooit aardigheden, dat is meer speciaal _jouw_ taak."
+
+"En ik smeek je, onder de plechtigheid niet naar mij te kijken;
+ik begin stellig te lachen, als je me aankijkt."
+
+"Je zult mij in 't geheel niet zien; je zult natuurlijk zóó schreien,
+dat de dikke mist rondom je alle uitzicht zal benevelen."
+
+"Ik schrei nooit, dan wanneer ik erg bedroefd ben."
+
+"Bijvoorbeeld als goede vrienden naar de akademie gaan, hè?" plaagde
+Laurie met een veelbeteekenenden glimlach.
+
+"Verbeeld je! Ik treurde maar zoo'n beetje mee, om de anderen
+gezelschap te houden."
+
+"Natuurlijk. Maar zeg, Jo, hoe is Grootvader van de week? Nog al
+beminnelijk?"
+
+"Ja zeker. Heb je soms wat uitgevoerd, en ben je bang, hoe hij het
+zal opnemen?" vroeg Jo vrij scherp.
+
+"Denk je dat ik je moeder zou durven aankijken en zeggen, dat
+alles in orde was, als het niet waar was?" en Laurie bleef in zijn
+verontwaardiging stilstaan.
+
+"Neen, natuurlijk niet," bekende Jo gul.
+
+"Wees dan alstjeblieft niet weer zoo wantrouwend; ik heb alleen maar
+wat geld noodig," zei Laurie, weer voortstappend en verzoend door
+haar hartelijken toon.
+
+"Je geeft veel uit, Teddy."
+
+"_Ik_ geef het niet uit; het verdwijnt op de een of andere manier,
+en het is weg, eer ik het weet."
+
+"Je bent zoo edelmoedig en goedhartig, dat je het aan iedereen
+uitleent, en nooit iets weigeren kunt. We hebben die geschiedenis met
+Henshaw wel gehoord, en al wat je voor hem gedaan hebt! Als je je geld
+altijd op die manier besteedde, zou niemand er aanmerking op maken,"
+zei Jo met warmte.
+
+"O, hij heeft van een molshoop een berg gemaakt. Ik mocht toch niet
+aanzien, dat zoo'n flinke jongen zich dood werkte, alleen uit gebrek
+aan een beetje ondersteuning, terwijl hij meer waard is dan een dozijn
+zulke luie wezens als wij, is 't niet?"
+
+"Natuurlijk niet, maar ik zie niet in, waarom je zeventien vesten
+en een onnoemelijk aantal dassen moet hebben, en elken keer, als je
+thuis komt, een nieuwen hoed. Ik dacht, dat je de dandyperiode nu te
+boven was, maar telkens breekt de ziekte weer uit.
+
+"Nu schijnt het mode om je zoo afschuwelijk toe te takelen; je hoofd
+ziet er uit als een boender, en hoe bedenk je 't een jas als een
+dwangbuis, oranje handschoenen en lompe laarzen met vierkante punten
+te dragen? Als al die leelijke dingen nu nog maar goedkoop waren,
+zou ik er niets van zeggen, maar ze zijn even duur als iets anders,
+zoodat ik voor mij er het nut niet van kan inzien."
+
+Bij dezen aanval wierp Laurie het hoofd in den nek en begon
+zoo hartelijk te lachen, dat de vilten hoed afviel, waarop Jo er
+verachtelijk op trapte, welke beleedigende handelwijze geen andere
+uitwerking had, dan dat het hem de gelegenheid verschafte om uit te
+weiden over de voordeelen van een kostuum, dat overal tegen bestand
+was, terwijl hij het mishandelde hoofddeksel opvouwde en in zijn
+zak stak.
+
+"Preek nu maar niet meer, dan ben je een beste meid; ik hoor de heele
+week genoeg van dien aard, en verlang een beetje variatie, als ik
+thuis kom. Ik zal mij morgen poes-mooi maken, zonder op onkosten te
+letten, en al mijn vrienden tevreden stellen."
+
+"Ik zal je met rust laten, als je _alleen_ maar je haar wilt laten
+groeien. Ik ben niet aristocratisch, maar ik ben er toch niets op
+gesteld, gezien te worden met iemand, die er uitziet als een jeugdig
+bokser," zei Jo, op ernstigen toon.
+
+"Deze eenvoudige haardracht is hoogst bevorderlijk voor de studie,
+mejuffrouw, daarom hebben wij haar aangenomen," antwoordde Laurie,
+die zeker niet van overmatige ijdelheid beschuldigd kon worden, daar
+hij vrijwillig een mooien krullebol voor ruige stekels van een halven
+duim lengte had verwisseld.
+
+"Maar zeg, Jo, ik geloof, dat de kleine Parker heusch wanhopig verliefd
+is op Amy. Hij spreekt aanhoudend over haar, maakt verzen, en wandelt
+heel verdacht in den maneschijn. Hij moest zijn jeugdigen hartstocht
+eigenlijk maar in de kiem vernietigen," ging Laurie, na eenige
+oogenblikken zwijgens, op een vertrouwelijken oudste-broerachtigen
+toon voort.
+
+"Natuurlijk; in de eerstvolgende jaren verlangen wij geen trouwerij
+meer in deze familie. Lieve hemel, waar denken de schapen aan!" en
+Jo keek zoo verontwaardigd, alsof Amy en kleine Parker nog op de
+bewaarschool gingen.
+
+"Het is een wonderlijke tijd, en 't is niet te zeggen wat wij mogelijk
+nog zullen beleven, juffertje! Jij bent om zoo te zeggen ook nog
+maar pas aan de kinderschoenen ontwassen, maar jouw beurt zal ook
+gauw genoeg komen, Jo, en dan mogen wij staan treuren!" en Laurie
+schudde het hoofd over de algemeene ontaarding.
+
+"Ik? Wees maar niet bang; ik ben niet 'lieftallig' genoeg. Niemand
+zou mij willen hebben, en dat is ook maar goed, want er moet toch
+altijd éen oude vrijster in de familie zijn."
+
+"Jij wilt niemand een kans geven," zei Laurie met een zijdelingschen
+blik en wat meer kleur dan gewoonlijk op zijn door de zon verbrand
+gezicht. "Je wilt den zachten kant van je karakter nooit toonen; en
+wanneer iemand er bij toeval iets van te zien krijgt, dan behandel je
+hem, zooals juffrouw Gummidge [1] haar minnaar deed: jij gooit hem
+een emmer koud water over 't hoofd en zet al je stekels overeind,
+zoodat niemand je durft aanraken, of ook maar naar je kijken."
+
+"Ik houd er niet van; ik heb het ook veel te druk om mij door
+zulke nonsens te laten afleiden, en ik vind het verschrikkelijk als
+huisgezinnen zoo verbrokkeld worden. Laten wij er nu maar niet meer
+over spreken; Meta's huwelijk heeft al onze hoofden op hol gebracht,
+en wij praten van niets dan van minnaars en zulke gekheid. Ik heb
+geen zin mijn humeur te bederven; zullen we dus alsjeblieft van
+onderwerp veranderen?" en Jo zag er uit, alsof zij gereed was, hem
+bij de geringste aanleiding met koud water te gaan doopen.
+
+Wat Laurie's gevoelens ook mochten geweest zijn, hij gaf ze
+alleen lucht in een lang, zacht gefluit, en in de verschrikkelijke
+voorspelling, toen zij bij het hek scheidden: "Let op mijn woorden,
+Jo, nu komt de beurt aan jou."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+HET EERSTE HUWELIJK.
+
+
+Vroeg in den helderen Juni-morgen ontwaakten, vroolijk en blij, al de
+rozen, waarmee het huis der familie March begroeid was, en lachten
+allen vriendelijk in den onbewolkten zonneschijn. Zij bloosden van
+opgewondenheid, en als de wind hen heen en weer bewoog, fluisterden
+zij elkander toe, wat zij hadden gezien; want sommigen keken naar
+binnen in de eetkamer, waar het feestmaal was aangericht; anderen
+klommen naar boven, om de zusters toe te knikken, die bezig waren
+de bruid te kleeden; weer anderen wuifden een welkom toe aan allen,
+die om verschillende redenen de gang en den tuin in- en uitliepen,
+en allen, de schitterendst ontloken bloem tot het kleinste groene
+knopje, offerden blijmoedig de schatting van hun schoonheid en geur
+aan de vriendelijke meesteres, die ze zoo lang had verzorgd.
+
+Meta leek zelve wel een roos; want al wat schoon en liefelijk was in
+haar hart en ziel, scheen dien dag op haar gelaat te lezen te zijn, en
+gaf het een teedere, aandoenlijke bekoring, machtiger dan de zuiverste
+schoonheid. Zij wilde zijde noch kant, noch oranje-bloesem dragen. "Ik
+wil er vandaag niet vreemd of opgeschikt uitzien," zei zij, "en ik
+verlang ook geen modieuse bruiloft, alleen maar het bijzijn van allen,
+die ik liefheb, en voor hen wil ik natuurlijk en mij-zelve zijn." Zij
+had dus zelf haar trouwjapon gemaakt, met al de blijde verwachtingen
+en onschuldige illussies van een meisjeshart.
+
+De zusjes vlochten haar dik golvend haar, en de eenige versiering,
+die zij droeg, bestond uit een bouquetje lelietjes der dalen, die
+"haar John" boven alle bloemen ter wereld verkoos.
+
+"Je ziet er precies uit als onze eigen Meta, alleen maar zoo lief en
+mooi, dat ik je stellig eens zou knuffelen, als ik niet bang was je
+japon te verkreukelen," zei Amy, die haar met welgevallen stond te
+beschouwen nadat de kleedpartij was afgeloopen.
+
+"Daar ben ik blij om. Maar kus en knuffel mij gerust allemaal, en
+denk niet om mijn japon. Op die manier wil ik vandaag wel dikwijls
+verkreukeld worden," zeide Meta, haar zuster aan haar hart drukkende,
+en allen "knuffelden" haar een oogenblik met Aprilgezichtjes, en
+gevoelden, dat de nieuwe liefde de oude niet had verdrongen.
+
+"Nu ga ik John's das voor hem strikken, en dan moet ik een paar
+oogenblikjes stil met vader in de studeerkamer zijn," zei Meta, liep
+naar beneden om deze kleine ceremoniën te volbrengen, en volgde toen
+haar moeder overal waar deze heenging, daar zij voelde, hoe, ondanks
+de glimlachjes op het moederlijk gelaat, een verborgen droefheid
+aan het moederhart knaagde nu haar oudste lieveling van onder haar
+vleugelen uitvloog.
+
+Terwijl de jongere zusters bij elkander staan en de laatste hand
+leggen aan het eenvoudig toilet, is het een schoone gelegenheid al de
+veranderingen op te merken, door het verloop van tijd in hun uiterlijk
+teweeggebracht, want alle drie zien er nu op hun best uit.
+
+Jo's hoekige kanten zijn veel verzacht; zij heeft geleerd zich
+gemakkelijk, zij het dan ook niet met gratie, te bewegen. Haar
+krullebol is aangegroeid tot een dikke wrong, die beter past bij
+het kleine hoofd en de rijzige gestalte. Er licht een frissche blos
+op haar bruine wangen, een zachte glans in haar oogen, en vandaag
+spreekt haar soms zoo scherpe tong enkel vriendelijke woorden.
+
+Betsy is tenger en bleek geworden, en nu stiller dan ooit; de mooie
+zachte oogen lijken grooter, en er ligt een uitdrukking in, die,
+hoewel niet droevig op zich zelf, iemand toch droevig stemt. Het
+is de schaduw van pijn of smart die aan het jeugdig gezichtje zoo'n
+uitdrukking van pathetisch geduld bijzet; maar Betsy klaagt zelden
+en spreekt altijd vol hoop van "gauw beter te zullen worden."
+
+Amy wordt met recht beschouwd als "de bloem des huizes," want op
+haar zestiende jaar heeft zij reeds de houding en manieren van een
+volwassen jongedame; zij is niet bepaald mooi, maar zij bezit de
+onbeschrijfelijke bekoorlijkheid, van een bevallig, nog heel jong
+meisje. Men kan in de lijnen van haar sierlijk figuurtje, in den
+vorm en de beweging harer handen, de manier waarop ze haar japon,
+haar haar draagt,--iets onbewust harmonieus zien, voor velen nog
+aantrekkelijker dan schoonheid zelve. Amy's neus was nog steeds een
+groote kwelling voor haar, want hij _wou_ maar niet Grieksch worden;
+zij was ook niet voldaan over haar mond; ze vond hem te groot en haar
+onderlip te beslist. Deze "ergerlijke" trekjes gaven karakter aan
+haar heele gezichtje, maar daar had Amy nog geen oog voor, en zij
+troostte zich met haar buitengewoon blank teint, helderblauwe oogen
+en haar rijken goudblonden krullendos.
+
+Zij hadden alle drie dunne, zilvergrijze japonnetjes aan, (hun beste
+pakjes voor den zomer) met rozen in haar en ceintuur, en alle drie
+zagen zij er uit, wat zij ook werkelijk waren, als frissche gelukkige
+meisjes, die een oogenblik stilhielden in haar bezig leven, om met
+ernstige oogen het lieflijkst hoofdstuk in den roman van het vrouwelijk
+leven te lezen.
+
+Er hadden volstrekt geen plechtigheden plaats; alles zou zoo
+natuurlijk en huiselijk toegaan, als mogelijk was; toen dus tante March
+binnenkwam, raakte zij buiten zich zelve van verontwaardiging over
+'t feit, dat de bruid haar tegemoet vloog en haar naar binnen bracht,
+dat de bruidegom bezig was een afgevallen guirlande vast te maken,
+en dat zij door een reetje van de deur den predikant en vader de trap
+zag opgaan, met een hoogst ernstig gezicht en een wijnflesch onder
+iederen arm.
+
+"Op mijn woord, dat is hier een mooie vertooning," riep de oude
+dame uit, terwijl zij de eereplaats innam, die haar was toegedacht,
+en met veel waardigheid de plooien van haar ruischend lavendelkleurig
+zijden gewaad schikte. "Jij moest onzichtbaar zijn tot op het laatste
+oogenblik, kind."
+
+"Tantelief, ik ben geen vertooning, er komt niemand om naar mij te
+kijken, mijn toilet te critiseeren, of de kosten van ons feestmaal
+te berekenen. Ik ben te gelukkig dan dat ik er iets om geven kan,
+wat iemand zegt of denkt, en mijn trouwdag kan ik juist inrichten,
+zooals ik het graag heb. Hier John, hier is je hamer," en weg wipte
+Meta om, "dien man" in zijn zeer ongepaste werkzaamheden te helpen.
+
+Brooke zei niet eens "dank je", maar terwijl hij bukte om het prozaïsch
+werktuig aan te nemen, kuste hij zijn bruidje achter de porte-brisée,
+met een blik, die tante March haar zakdoek deed te voorschijn halen,
+met een plotseling opkomend floers voor haar scherpe oude oogen.
+
+Een slag, een kreet, en een lach van Laurie, vergezeld van den tegen
+alle decorum strijdenden uitroep: "Jupiter Ammon! Jo heeft wezenlijk
+weer de taart laten vallen!" veroorzaakte een oogenblikkelijke
+opschudding, die nauwelijks voorbij was, toen een schaar van neven
+en nichten binnenstroomde, en "de partij begon", zooals Bets als kind
+placht te zeggen.
+
+"Laat die jonge reus niet te dicht bij me komen; ik vind hem nog
+onverdragelijker dan muskieten," fluisterde de oude dame tot Amy,
+toen de kamer langzamerhand vol werd, en Laurie's zwartlokkig hoofd
+boven allen uitstak.
+
+"Hij heeft beloofd zich vandaag goed te zullen gedragen, en hij _kan_
+heel welgemanierd zijn, als hij wil," antwoordde Amy, terwijl zij
+wegsloop om Hercules te waarschuwen, dat hij "den draak" niet te na
+moest komen, welke waarschuwing hem bewoog met zoo'n volhardende
+devotie om de oude dame heen te zweven, dat zij buiten zich zelf
+geraakte.
+
+Er was geen plechtig ceremonieel, maar een plotselinge stilte vervulde
+de kamer, toen mijnheer March en het jonge paar hun plaatsen onder
+de guirlandes innamen. Moeder en zusters kwamen zoo dicht mogelijk
+om hen heen, alsof zij Meta moeilijk konden afstaan, meer dan eens
+stokte de stem van den vader, maar dit maakte den geheelen dienst
+slechts aangrijpender en ernstiger; de hand van den bruidegom beefde
+zichtbaar, en niemand kon zijn antwoord verstaan, maar Meta zag
+haar man zoo vertrouwend in de oogen, en sprak haar "ja" zoo zeker
+en blijmoedig uit, dat haar moeders hart van vreugde opsprong, en
+tante March hoorbaar "snufte".
+
+Jo schreide _niet_, ééns was zij op het punt te beginnen, maar
+ze bedwong haar aandoening, voelende dat Laurie haar onafgebroken
+fixeerde, met een mengeling van pret en aandoening in zijn ondeugende
+zwarte oogen. Betsy verborg haar gezichtje op haar moeders schouder,
+maar Amy stond als een bevallig beeld, terwijl een vriendelijke
+zonnestraal haar blank voorhoofd en de bloem in haar krullen heel
+voordeelig deed uitkomen.
+
+Ik vrees, dat het hoogst ongepast klonk, maar op hetzelfde oogenblik,
+dat zij goed en wel getrouwd was, riep Meta uit: "De eerste kus voor
+mijn Moedertje!" en zich omkeerende, omhelsde zij haar innig. Gedurende
+het volgend kwartier leek zij meer op een roos dan ooit te voren,
+want ieder maakte het volste gebruik van zijn privilege, van den
+ouden heer Laurence af, tot de oude Hanna toe, die, versierd met een
+vervaarlijke en veelkleurige muts, haar in de gang om den hals viel,
+terwijl zij snikkend en grinnikend riep: "Ik hoop dat je dan maar heel
+gelukkig zult worden, lieve meid. Er is niets aan de taart gekomen,
+en alles ziet er keurig uit."
+
+Dit bracht allen weer in een luchtiger stemming; ieder zei iets
+geestigs, of trachtte het te doen, wat op hetzelfde neer kwam, want
+als het hart vroolijk is, valt het lachen niet moeilijk. Er was
+geen uitstalling van cadeaux, want die waren reeds in het huisje,
+ook volgde er geen prachtig déjeuner, maar een overvloedig maal van
+gebak en vruchten, met bloemen versierd. Mijnheer Laurence en tante
+March haalden glimlachend de schouders tegen elkander op, toen bleek
+dat water, limonade en koffie de eenige soorten van nektar waren,
+die door de drie Hebe's werden rondgediend. Niemand zei evenwel
+iets, totdat Laurie, die er op stond de bruid te bedienen, voor haar
+verscheen met een zilveren schenkblad in de handen en een verlegen
+uitdrukking op zijn gezicht.
+
+"Heeft Jo al de flesschen bij ongeluk gebroken?" fluisterde hij,
+"of was het een gezichtsbegoocheling van mij, dat ik ze van morgen
+meende te zien?"
+
+"Neen, je grootvader was zoo vriendelijk ons van zijn besten wijn
+aan te bieden, en tante March stuurde ook verscheiden flesschen,
+maar Vader heeft er alleen een paar voor Betsy afgenomen en de rest
+naar het soldatenhospitaal gezonden. Hij vindt, zooals je weet, dat
+wijn alleen in geval van ziekte gebruikt moet worden, en Moeder zegt,
+dat noch zij, noch haar dochters ooit onder haar dak aan jonge menschen
+wijn mogen aanbieden."
+
+Meta sprak ernstig en verwachtte dat Laurie zijn wenkbrauwen zou
+samentrekken of lachen, maar hij deed geen van beide, want na haar
+vluchtig aangekeken te hebben, zei hij op zijn onstuimige manier:
+"Dat bevalt mij; ik heb er genoeg ellende van gezien, om te wenschen
+dat alle vrouwen er zoo over dachten als jullie."
+
+"Toch niet door eigen ondervinding, hoop ik?" vroeg Meta eenigszins
+angstig.
+
+"Neen, wees maar gerust! Dat is trouwens niets geen verdienste, want
+het is geen verzoeking voor mij. Wijn was bij ons even overvloedig
+als water, daarom geef ik er niet om; maar als hij door een aardig
+meisje aangeboden wordt, weiger je niet graag."
+
+"Maar dat zul je toch doen, al is het niet om je zelf, dan om
+onzentwil. Kom, Laurie, beloof mij dat; geef mij nóg een reden om
+dezen dag voor den gelukkigsten van mijn leven te houden."
+
+Zoo'n plotseling en ernstig verzoek deed den jongen man een oogenblik
+aarzelen, want belachelijk schijnen valt op dien leeftijd nog
+moeilijker dan onthouding. Meta wist, dat wanneer hij de belofte gaf,
+hij die, het kostte wat het wilde, zou houden; en daar zij haar macht
+als bruid gevoelde, gebruikte zij die, zooals elke vrouw dat mag
+doen, tot het welzijn van haar vriend. Zij zei niets, maar zag hem
+aan met een gezichtje, dat buitengewoon welsprekend gemaakt werd door
+haar innig geluk, en met een glimlach, die duidelijk zei: "Niemand
+kan mij vandaag iets weigeren." Laurie ten minste kon het niet; met
+een wederkeerigen glimlach gaf hij haar de hand, en zei van harte:
+"Ik beloof het u, mevrouw Brooke."
+
+"Dank je, Laurie, hartelijk dank."
+
+"En ik drink op je goed besluit, Teddy," riep Jo uit, hem met een
+scheut limonade besproeiende, terwijl zij met haar glas zwaaide en
+hem goedkeurend toeknikte.
+
+Dus werd de toast gedronken, de belofte gegeven en getrouw gehouden,
+ten spijt van vele verzoekingen; want als bij instinct hadden de
+meisjes een gelukkig oogenblik uitgekozen, om hun vriend een dienst
+te bewijzen, waarvoor hij haar zijn heele leven dankbaar bleef.
+
+Na den maaltijd drentelde het gezelschap bij tweeën en drieën door
+het huis en den tuin, en genoten van den zonneschijn binnens- en
+buitenshuis. Meta en John stonden toevallig samen midden op het
+grasperk, toen Laurie plotseling een ingeving kreeg, die de kroon
+opzette aan dezen buitenmodelschen trouwdag.
+
+"Laat al de getrouwde menschen elkaar de hand geven en in een kring
+om het jonge paar dansen, zooals de Duitschers doen, terwijl de
+ongetrouwden in paren er om heen springen," riep Laurie uit, terwijl
+hij zoo vlug en gracieus met Amy langs het pad voortgaloppeerde,
+dat al de anderen aangestoken werden en zonder tegenspreken hun
+voorbeeld volgden. Mijnheer en mevrouw March en oom en tante Carrol
+begonnen; anderen volgden spoedig, Sallie Moffat nam, na een oogenblik
+aarzelens, haar sleep over den arm en trok Ned mee in den kring. Maar
+'t grappigste paar vormden mijnheer Laurence en tante March, want toen
+de oude heer plechtig de oude dame naderde, nam zij plotseling haar
+stok onder den arm, en huppelde moedig voort, om de anderen bij de
+hand te nemen en rondom het bruidspaar te dansen, terwijl de jongelui
+als kapellen op een zomerdag door den tuin zweefden.
+
+Gebrek aan adem maakte een einde aan het geïmproviseerde bal, en toen
+begonnen de gasten te vertrekken.
+
+"Ik wensch je het beste, kindlief; ik wensch je van harte het beste,
+maar ik vrees dat het je berouwen zal," waarschuwde tante March Meta,
+en voegde er bij tot den bruidegom, toen hij haar naar het rijtuig
+geleidde: "Je hebt een schat ontvangen, jongeman--tracht haar waardig
+te zijn."
+
+"'t Was de aardigste trouwpartij, die ik in lang heb bijgewoond,
+Ned, en waarom begrijp ik niet, want feitelijk was niets, zooals het
+behoorde," zei mevrouw Moffat tot haar man, toen zij wegreden.
+
+"Laurie, mijn jongen, als je ooit zooiets in je hoofd haalt, zie dan
+een van die kleine meisjes te krijgen, dan zal ik volkomen tevreden
+zijn," beloofde de oude heer Laurence, zich op zijn gemak uitstrekkende
+in zijn leuningstoel, na de vermoeienissen van den morgen.
+
+"Ik zal trachten aan uw wensch te voldoen, Grootvader," was Laurie's
+plichtmatig antwoord, terwijl hij zorgvuldig het bouquetje losmaakte,
+dat Jo in zijn knoopsgat gestoken had.
+
+Het kleine huisje was niet ver weg, en de heele huwelijksreis van Meta
+bestond in de rustige wandeling met John van het oude huis naar het
+nieuwe. Toen zij beneden kwam, als een lief kwakerinnetje in haar grijs
+pakje en witten stroohoed, verdrongen allen zich rondom haar, om haar
+even teeder "vaarwel" te zeggen, alsof zij op een groote reis uitging.
+
+"Denk nu maar niet, dat ik heel ver weg ben, Moedertje, of dat ik u
+_iets_ minder liefheb, omdat ik zooveel van John houd," zei zij met
+oogen vol tranen haar moeder een oogenblik in haar armen klemmende. "Ik
+zal elken dag aankomen, Vader, en ik hoop, dat ik mijn oude plaats
+in uw aller harten zal behouden, hoewel ik getrouwd ben. Bets heeft
+beloofd heel veel bij mij te komen, en de andere meisjes zullen nu en
+dan wel eens in loopen, om mij over mijn huishoudelijke moeilijkheden
+uit te lachen. Ik dank u allemaal hartelijk voor mijn gelukkigen
+huwelijksdag. Tot morgen!"
+
+Toen zij wegging, staarden allen haar na met een uitdrukking van innige
+liefde, blijde hoop en familietrots. Zij wandelde voort, haar gelukkig
+gezichtje bestraald door de Juni-avondzon, geleund op den arm van haar
+echtgenoot en de handen vol bloemen--zoo begon Meta's huwelijksleven.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+ARTISTIEKE PROEFNEMINGEN.
+
+
+Het duurt lang, eer men het verschil leert kennen tusschen talent en
+genie, vooral voor eerzuchtige jonge menschen. Amy leerde dit door
+vele teleurstellingen inzien; want daar zij haar enthousiasme voor
+roeping aanzag, waagde zij zich met jeugdige stoutmoedigheid aan
+de beoefening van elken tak van haar geliefkoosde kunst. Gedurende
+langen tijd was er een stilstand in de "modderpasteitjes-woede",
+en wijdde zij zich geheel aan fijne teekeningen met de pen, waarin
+zij zooveel smaak aan den dag legde, dat haar keurige voortbrengselen
+haar vrij veel geldelijk voordeel aanbrachten. Maar dit werk vermoeide
+haar oogen te veel; daarom werd de pen terzijde gelegd en een moedige
+poging met een soort van brandschilderwerk gewaagd. Gedurende dezen
+aanval leefde de geheele familie in een aanhoudenden angst voor de
+noodlottige gevolgen, want ten allen tijde was het huis vervuld van
+den reuk van smeulend hout, onrustwekkende rookwolkjes stegen op uit
+zoldervenster of schuurdeur, gloeiende poken lagen zeer gevaarlijk
+voor de hand, en Hanna ging nooit naar bed, zonder een emmer water en
+de etensbel voor de deur te zetten, in geval van brand. Mevrouw March
+ontdekte een portret van Rafaël op den onderkant van de broodplank,
+en een dito van Bacchus op het biervat; een zingende cherub versierde
+het deksel van het suikertonnetje, en vruchtelooze pogingen om den
+beroemden tooneelspeler Garrick weer te geven, verschaften voor langen
+tijd spaanders om het vuur aan te maken.
+
+Van vuur tot olie was een natuurlijke overgang voor gebrande vingers,
+en Amy toog met onverminderden ijver aan het schilderen. Een
+kunstlievend vriend voorzag haar van zijn afgedankte paletten,
+penseelen en kleuren, en zij kladde er op los en vervaardigde tal van
+zeldzame landschappen en zeegezichten, zooals men ze nimmer te land of
+te zee zou kunnen aantreffen. Amy's bizonder welgedane koeien zouden
+stellig den prijs op alle landbouw-tentoonstellingen behalen en de
+gevaarlijke helling harer schepen zou den meest bevaren zeerob een
+aanval van zeeziekte bezorgd hebben, als hij ten minste niet eerst
+in lachen uitbarstte over de volslagen miskenning van alle regelen
+der scheepsbouwkunst. Kindertjes met negergezichten en zwartoogige
+Madonna's die u uit een hoek van haar atelier aanstaarden, deden _niet_
+precies aan Murillo denken; olieachtige, bruingeschaduwde gezichten
+met een lichtglans op de verkeerde plaats, verbeeldden studies naar
+Rembrandt; gezette dames en waterzuchtige kinderen, navolgingen van
+Rubens; en Turner verscheen in stormen, met blauw-grijze donderkoppen,
+oranje-kleurig weerlicht, bruinen regen en purperen wolken, terwijl
+een tomaatkleurige vlek in het midden, evengoed een zon als een baken,
+een zeemanshemd als een koningsmantel kon voorstellen, al naar dat
+het den toeschouwer beliefde.
+
+Hierop volgden houtskoolschetsen, en weldra zag men de heele familie op
+een rij hangen, met verwilderde en besmeerde gezichten, alsof zij zoo
+juist uit een kolenmijn waren te voorschijn gekomen. Zachtere copieën
+in crayon voldeden beter, want de gelijkenis was goed en Amy's haar,
+Jo's neus, Meta's mond en Laurie's oogen werden zelfs "bizonder mooi"
+gevonden. Nu kwam er weer een terugkeer tot klei en pleister, en
+spookachtige afgietsels van al haar bekenden grijnsden u tegen uit
+alle hoeken van het huis of vielen, van bovenste kastplanken op de
+hoofden der ongelukkige huisgenooten. Kinderen werden binnengelokt
+om voor modellen te dienen, totdat hun onsamenhangende verhalen
+van haar geheimzinnige handelingen juffrouw Amy voor een soort van
+kindervreetster deden uitmaken. Maar haar proefnemingen op dit gebied
+werden spoedig tot een einde gebracht door een ongelukkig toeval,
+dat haar ijver voor een tijd deed bekoelen. Bij tijdelijk gebrek aan
+andere modellen, beproefde zij een afgietsel van haar eigen welgevormd
+voetje te maken, en op zekeren dag werd de heele familie in opschudding
+gebracht door een geweldig gestamp en gegil in de schuur, en toen
+men te hulp schoot, zag men de jonge kunstenares in vertwijfeling
+rondhuppelen, den eenen voet vastgekleefd in een pan met pleister,
+die onverwacht stijf geworden was. Met veel moeite en eenig gevaar werd
+zij verlost, want Jo schudde zóó van het lachen, terwijl zij Amy's voet
+opdolf, dat haar mes te ver ging, en den armen voet wondde, zoodat van
+deze ééne kunstproef tenminste een blijvend aandenken bewaard bleef.
+
+Hierop bedaarde Amy een poos, totdat een nieuwe manie voor schetsen
+naar de natuur haar aandreef om overal door veld en bosch en langs de
+rivier rond te zwerven, op jacht naar schilderachtige plekjes. Dat
+er geen ruïnes in de nabijheid waren, bleef haar een voortdurende
+kwelling. Zij deed tallooze verkoudheden op, door het zitten op
+vochtig gras, om een "heerlijk punt," bestaande uit een steen, een
+boomstronk, een paddestoel, en een paar veldbloemen, te vereeuwigen,
+of om een "hemelsch wolkgevaarte" op het papier te brengen, dat er,
+als het af was, uitzag als een verzameling van keurig opgemaakte
+donzen bedden. Zij stelde haar "teint" in de waagschaal, door in de
+brandende zon op de rivier te drijven, om het effect van licht en
+schaduw te bestudeeren, en kreeg een rimpel boven haar neus, door al
+haar getuur om een goed gezichtspunt, het perspectief, en de juiste
+verhoudingen in 't oog te krijgen.
+
+Indien Michael Angelo's gezegde, "genie is een oneindig geduld"
+waarheid bevat, dan had Amy zeker recht om op die goddelijke eigenschap
+aanspraak te maken, want zij hield vol, in spijt van alle hinderpalen,
+mislukkingen en ontmoedigingen, en geloofde vast, mettertijd iets te
+zullen voortbrengen, dat den naam van kunstwerk verdiende.
+
+Ondertusschen leerde, deed en genoot zij ook andere dingen, want zij
+had vast besloten een aantrekkelijke, beschaafde vrouw te worden, al
+werd zij dan ook nooit een kunstenares. En hierin slaagde zij beter,
+want zij was een van die gelukkige wezens, die behagen, zonder er
+zich moeite voor te geven, die overal vrienden maken, en het leven
+zoo vroolijk en gemakkelijk opvatten, dat minder bevoorrechte zielen
+geneigd zijn te gelooven, dat zij onder een gelukkig gesternte zijn
+geboren.
+
+Iedereen hield van haar, want tact was een van haar kostbare gaven. Zij
+had een instinctmatig gevoel voor wat aangenaam aandeed en gepast
+was; zij vond altijd de rechte woorden voor den rechten persoon,
+deed alles wat het oogenblik en de omstandigheden eischte, en was zoo
+rustig zeker van zich zelve, dat haar zusters menigmaal beweerden:
+"Als Amy plotseling aan het hof moest verschijnen, zou zij, zonder
+eenige voorbereiding, precies weten wat zij doen moest."
+
+Een van haar zwakheden was haar begeerte om "in de beste kringen"
+uit te gaan, zonder precies te weten, wat eigenlijk de _beste_ kringen
+waren. Geld, een goede positie, talenten en bevallige manieren waren
+zeer begeerige dingen in haar oogen, en zij ging 't liefst om met
+hen, die er bezitters van waren; maar dikwijls zag zij schijn voor
+wezen aan en bewonderde, wat niet bewonderenswaardig was. Zij vergat
+nooit, dat zij door haar geboorte tot de hoogere kringen behoorde,
+en kweekte dus haar aristocratischen smaak en gevoelens aan, om,
+wanneer de gelegenheid zich voordeed, in staat te zijn de plaats in
+te nemen, waarvan haar beperkte middelen haar nu uitsloten.
+
+"De freule," zooals haar vrienden haar wel eens noemden, wenschte
+werkelijk een echte edelvrouw te zijn, en was het ook in haar hart,
+maar zij moest nog leeren, dat geld alleen geen ware beschaving
+koopen kan, dat een hooge rang niet altijd karakteradel met zich
+brengt, en dat een goede opvoeding altijd haar invloed doet gevoelen,
+niettegenstaande alle uitwendige ongunstige omstandigheden.
+
+"Ik zou u zoo graag eens iets willen vragen, Moeder," zeide Amy,
+op zekeren dag met een air van gewicht binnenkomende.
+
+"Wel kindje, wat is het?" vroeg haar moeder, in wier oogen de slanke
+jonge dame nog altijd "het kleintje" was.
+
+"Onze teekenles houdt de volgende week op, en voordat de meisjes
+voor den zomer uit elkaar gaan, zou ik ze zoo graag eens een middag
+hier vragen. Zij branden van verlangen om de rivier te zien, en de
+oude brug te schetsen, en sommige dingen, die zij in mijn schetsboek
+gezien hebben, na te teekenen. Zij zijn allemaal in veel opzichten
+heel vriendelijk voor mij geweest, en dat waardeerde ik erg, omdat
+zij allemaal rijk zijn, en weten, dat ik het niet ben. Maar toch
+hebben zij nooit eenig onderscheid gemaakt."
+
+"Waarom zouden ze dat ook doen?" Mevrouw March deed deze vraag,
+met wat de meisjes haar "Maria Theresia-air" noemden.
+
+"U weet even goed als ik, dat het voor bijna iedereen _wèl_ een
+verschil maakt; zet dus uw veeren maar niet op als een lieve oude
+klokhen, wanneer uw kuikentjes door voorname vogels gepikt worden,
+maar u weet, dat het leelijke eendje eindelijk bleek een zwaan te
+zijn," en Amy glimlachte zonder bitterheid, want zij had een goed
+humeur en een vroolijk, jong hart.
+
+Mevrouw March lachte en bedwong haar lichtgekwetsten moederlijken
+trots, terwijl zij vroeg:
+
+"Nu goed, mijn zwaantje, wat was je plan?"
+
+"Ik zou de meisjes zoo graag vragen hier de volgende week eens te
+komen koffiedrinken, een rit met hen doen naar de plekjes, die zij
+verlangen te zien--misschien een klein eindje roeien op de rivier--en
+hier thuis een klein artistiek feestje voor hen aanleggen."
+
+"Dat is te doen. Wat heb je noodig voor je feestmaal? Boterhammetjes
+met vleesch, gebakjes, vruchten en koffie zal voldoende zijn, denk ik?"
+
+"O neen! We moeten behalve dat, tong en koude kip en bijvoorbeeld
+chocolavla en ijs hebben. De meisjes zijn aan al die dingen gewend,
+moet u denken, en ik wil mijn partijtje in de puntjes hebben, al moet
+ik ook voor mijn onderhoud werken."
+
+"Hoeveel meisjes zijn er?" vroeg mevrouw March, die ernstig begon
+te kijken.
+
+"Er zijn er twaalf of veertien in mijn klasse, maar ik denk niet dat
+ze allemaal komen zullen."
+
+"Hemel kind, je zult een onnibus moeten afhuren om ze in rond te
+rijden!"
+
+"Hè, Moeder, hoe _kunt_ u aan zooiets denken? Er zullen er
+waarschijnlijk niet meer dan zes of acht komen; ik dacht dus één
+open wagentje te huren, en den landáuer (zooals Hanna altijd zegt)
+van mijnheer Laurence te leen vragen."
+
+"Dat alles zal nog al oploopen, Amy."
+
+"Niet zoo erg, ik heb de kosten berekend, en ik zal het zelf betalen."
+
+"Denk je niet, kindlief, nu al die meisjes aan die dingen gewend zijn,
+en het beste wat wij doen kunnen, toch niets nieuws voor hen wezen zal,
+dat een eenvoudiger plan, al was het alleen maar voor de verandering,
+hen meer pleizier zou doen, en zeker voor ons veel beter zou zijn,
+dan dat wij allerlei dingen koopen en leenen, die wij niet noodig
+hebben, en die met onze heele manier van leven niet overeenstemmen."
+
+"Als ik het niet krijgen kan, zooals ik graag wil, dan heb ik 't liever
+in 't geheel niet. Ik weet zeker, dat het heel best gaan zal, als u en
+de meisjes mij wat wilt helpen; en ik weet niet, wat u er tegen kunt
+hebben, als ik het toch zelf betaal," zei Amy, met een beslistheid,
+die door tegenspraak zeer licht in stijfhoofdigheid oversloeg.
+
+Mevrouw March wist, dat ondervinding de beste leermeesteres is,
+en liet haar kinderen zooveel mogelijk alleen de lessen leeren, die
+zij zoo graag gemakkelijker voor hen zou gemaakt hebben, wanneer zij
+maar niet even weinig geneigd waren om naar goeden raad te luisteren,
+als om levertraan of rhabarber in te nemen.
+
+"Heel goed Amy; als je je hart er op gezet hebt, en je mogelijkheid
+ziet het te doen, zonder al te veel geld en tijdverlies en zonder je
+je humeur te bederven, zal ik er niets meer tegen zeggen. Bepraat het
+met de meisjes, en hoe je het dan ook inricht, ik zal mijn best doen
+je te helpen."
+
+"Dank u, Moeder, u is een engel!" en Amy vloog weg, om haar plan aan
+de zusters mede te deelen.
+
+Meta was dadelijk bereid, beloofde haar hulp en bood alles aan,
+wat zij bezat, van haar huisje af tot haar allerbeste zoutlepeltje
+toe. Maar Jo keurde het heele plan ten sterkste af, en wilde er in
+het eerst niets mee te maken hebben.
+
+"Hoe haal je 't in je hoofd, je geld uit te geven, je familie te
+plagen en het huis onderste boven te keeren, voor een troepje meisjes,
+die geen oortje om je geven!
+
+"Ik dacht, dat je te veel gevoel van eigenwaarde en gezond verstand
+bezat om _iemand_ ter wereld na te loopen, alleen omdat zij Fransche
+laarzen draagt en in een coupé visites rijdt," zei Jo, die niet in
+de allerbeste stemming voor gezellige bijeenkomsten was, daar Amy
+haar middenuit de tragische ontknooping harer novelle had gehaald.
+
+"Ik _loop_ ze niet na, en ik haat alle neerbuigende vriendelijkheid
+evengoed als jij!" riep Amy verontwaardigd uit, want dit zuster-paar
+kon nog steeds niet te best met elkander overweg, wanneer zulke
+vraagstukken op het tapijt kwamen. "De meisjes houden van mij en ik
+van hen, en zij zijn heel vriendelijk en verstandig en talentvol,
+al hebben zij dan ook een zeker iets over zich, dat jij 'voorname
+aanstellerij' noemt. Jij geeft er niet om, of de menschen van je
+houden, en of je in goede kringen kunt komen, waar je je manieren en je
+smaak kunt beschaven. Ik wel, en ik ben van plan gebruik te maken van
+elke gelegenheid, die zich voordoet. Jij mag voor mijn part de wereld
+zien door te komen, met je armen in de zij en je neus in de lucht en
+dat onafhankelijk noemen, als je wilt, maar 't is mijn manier niet."
+
+Wanneer Amy haar tong den vrijen teugel liet, en haar gemoed lucht
+gaf, trok zij gewoonlijk aan het langste eind, want meestal had zij
+het gezond verstand aan haar zijde, terwijl Jo haar vrijheidszucht
+en afkeer van alle beleefdheidsvormen tot zulk een uiterste dreef,
+dat zij gewoonlijk in haar argumenten moest blijven steken.
+
+Amy's beschrijving van Jo's onafhankelijkheid was zóó raak, dat beiden
+in lachen uitbarstten en de discussie een meer vriendschappelijk
+karakter aannam. Zeer tegen haar zin stemde Jo er eindelijk in toe
+een dag aan de ijdelheid des levens te wijden, en haar zuster door
+"die belachelijke dwaasheid," zooals zij het noemde, heen te helpen.
+
+De invitaties werden rondgezonden en bijna alle aangenomen, terwijl
+de volgende Maandag werd bestemd voor het groote feest. Hanna was
+uit haar humeur, omdat haar werk voor die week in de war zou komen en
+voorspelde, dat "as de wasscherij en strijkerij niet op zen tijd klaar
+kwam, alles in 't honderd zou loopen." Deze spaak in het voornaamste
+wiel van de huishoudelijke machine had een nadeeligen invloed op de
+heele geschiedenis, maar Amy's motto was "Nil desperandum", en nu zij
+er eenmaal haar hart op gezet had, besloot zij, trots alle hinderpalen,
+haar plan te volvoeren. Om te beginnen: Hanna's kokerij viel in 't
+geheel niet goed uit; de kip was taai, de tong te zout en de vlâ te
+dun. Dan waren de taartjes en het ijs duurder dan Amy berekend had,
+en het rijtuig eveneens; en verscheiden andere uitgaven, die in
+het eerst maar een kleinigheid schenen, liepen later onrustbarend
+op. Betsy was verkouden en moest te bed blijven. Meta werd door een
+bezoek in huis gehouden, en Jo was in zoo'n afwisselende stemming,
+dat zij verschillende dingen brak, en haar ongelukken en vergissingen
+buitengewoon talrijk, ernstig en noodlottig waren.
+
+"Als Moeder er niet geweest was, zou ik er nooit door zijn gekomen,"
+verklaarde Amy later, en dacht hier nog dikwijs met dankbaarheid aan,
+toen "de beste grap die ze in lang beleefd hadden" al door iedereen
+vergeten was.
+
+Als het Maandag geen mooi weer was, zouden de jonge dames Dinsdag
+komen, welke schikking Jo en Hanna in de hoogste mate ergerde.
+
+Maandagsmorgens was het weer in dien onbestendigen toestand, die
+nog wanhopiger is dan een stevige regenbui. Het motregende eerst,
+toen brak de zon door, daarna woei het hard en betrok het opnieuw,
+en 't scheen geen besluit te kunnen nemen, eer het voor ieder ander
+te laat was om er een te nemen.
+
+Amy was op met het aanbreken van den dag, joeg iedereen uit bed,
+en haastte met het ontbijt, uit angst dat het huis niet bijtijds in
+orde mocht zijn.
+
+De zitkamer leek haar bizonder armzalig toe, maar zonder lang te
+zuchten over wat zij niet had, deed zij haar best om zoo goed mogelijk
+gebruik te maken van wat zij wél had; ze zette stoelen op de meest
+versleten plaatsen van het kleed, bedekte een paar vlekken in het
+behang met teekeningen in lijstjes van klimop, en vulde de leege
+hoeken aan met beelden van haar eigen maaksel, die met de bevallige
+bouquetten, door Jo overal neergezet, de kamer een artistiek aanzien
+gaven.
+
+De koffietafel zag er heerlijk uit; en toen zij die nog eens in
+oogenschouw nam, hoopte zij van harte, dat alles goed mocht smaken,
+en het geleende porcelein, kristal en zilver weer veilig en wel bij
+den eigenaar mocht aanlanden. De rijtuigen zouden voorkomen, Meta en
+haar moeder waren bereid de honneurs waar te nemen, Betsy was weer
+in staat Hanna, achter de schermen, te helpen, en Jo had beloofd zoo
+vroolijk en beminnelijk mogelijk te zijn, hoewel ze vervuld was met
+totaal andere dingen, zware hoofdpijn had en de heele onderneming
+beslist afkeurde; en toen de vermoeide Amy zich kleedde, troostte zij
+zich met het vooruitzicht van het gelukkig oogenblik als het feestmaal
+zou afgeloopen zijn, en ze met haar vriendinnen weg kon rijden om een
+middag vol kunstgenot te smaken; want de mooie "landáuer" en de oude
+brug waren haar glanspunten.
+
+Toen volgden er twee uren van onzekerheid, waarin zij gedurig tusschen
+de kamer- en de tuindeur heen en weer liep, terwijl de algemeene opinie
+met den weerhaan draaide. Een flinke bui om elf uur had blijkbaar de
+geestdrift bekoeld van de jonge dames, die om twaalf uur zouden komen,
+want niemand verscheen; en om twee uur zette de uitgeputte familie
+zich in een schitterenden zonneschijn aan tafel, om dat gedeelte van
+de heerlijkheden, dat zou kunnen bederven, te gebruiken, en niets
+verloren te doen gaan.
+
+"Nu, vandaag is het weer zoo goed, als het maar wezen kan; zij zullen
+nu zeker komen; wij moeten ons dus haasten om bijtijds klaar te zijn,"
+dacht Amy, toen de zon haar den volgenden morgen wekte. Zij sprak
+opgeruimd, maar in het diepst van haar ziel wenschte zij, dat zij
+maar niets van Dinsdag gezegd had, want haar geestdrift was, evenals
+haar taartjes, wel een weinig oudbakken geworden.
+
+"Ik kan nergens kreeften krijgen; jullie zult het dus vandaag zonder
+sla moeten doen," kondigde mijnheer March aan, toen hij een uur
+later, met een uitdrukking van kalme wanhoop op het gezicht het
+huis binnenkwam.
+
+"Neem de kip dan, Bets; in de sla komt het er niet zooveel op aan,
+of die wat taai is," raadde zijn vrouw.
+
+"Ja, maar Hanna heeft hem een oogenblik op de keukentafel laten staan,
+en toen zijn de katten er mee op den loop gegaan. Het spijt mij erg,
+Amy," zei Betsy, die er nog steeds een katten-familie op nahield.
+
+"Dan _moet_ ik een kreeft hebben, want tong alleen is niet genoeg,"
+verklaarde Amy beslist.
+
+"Zal ik naar de stad gaan en zien of ik er een bemachtigen kan?" vroeg
+Jo, met de grootmoedigheid van een martelaar.
+
+"Je zou met de kreeft onder je arm naar huis komen, zonder er zelfs
+een papier om te doen, alleen om mij te plagen. Ik zal zelf wel gaan,"
+antwoordde Amy, die uit haar humeur begon te raken.
+
+Zij vertrok met een dikke voile voor, voorzien van een net
+boodschappenmandje en in de hoop, dat een koel tramritje haar
+vermoeiden geest zou kalmeeren en haar in staat stellen tot de
+werkzaamheden van den dag. Na eenig oponthoud vond zij het voorwerp van
+haar verlangen, en kocht meteen een flesch saus, om verder tijdverlies
+thuis te voorkomen; en hoogst voldaan over haar doorzicht aanvaardde
+zij den terugtocht.
+
+Daar behalve zij, de eenige passagier in de tram een slaperige oude
+dame was, stak Amy haar voile in den zak en kortte zich den tijd met na
+te gaan, waar zij haar geld aan uitgegeven had. Zoo verdiept was zij
+in haar papiertje met onwillige cijfers, dat zij geen acht sloeg op
+den nieuwen medereiziger, die binnen was gekomen, zonder dat de wagen
+ophield, totdat een mannenstem zeide: "Morgen, juffrouw March," en
+opziende, zag zij een van Laurie's deftigste akademie-vrienden. Vurig
+hopende dat hij vóór haar mocht uitstappen, deed Amy alsof dat mandje
+op den grond haar volstrekt niet aanging, en zielsblij dat zij haar
+nieuwe pak aanhad, beantwoordde zij de begroeting van den jongen man
+met haar gewone levendigheid en vriendelijkheid.
+
+Zij voerden een zeer geanimeerd gesprek, want Amy's voornaamste
+ongerustheid was spoedig weggenomen door de mededeeling, dat het
+jongemensch het eerst moest uitstappen, en zij was juist verdiept
+in een zeer boeiend onderwerp, toen de oude dame de plaats harer
+bestemming had bereikt. Bij het uitstappen struikelde zij, stootte het
+mandje om, en o gruwel! daar lag de kreeft in al haar onfatsoenlijke
+grootte en kleur ten aanschouwe van de aristocratische oogen van
+een Tudor!
+
+"Bij Jupiter, zij vergeet haar diner!" riep de niets kwaads vermoedende
+jonge man uit, terwijl hij het vuurroode monster met zijn wandelstok
+weer op zijn plaats bracht, en het mandje opnam, om het aan de oude
+dame te geven.
+
+"Och, als 't je belieft niet--het--het is mijn mandje," fluisterde Amy,
+haar wangen even rood als haar kreeft.
+
+"O, neem me niet kwalijk; het is een prachtexemplaar geloof ik, is
+'t niet?" vroeg Tudor met veel tegenwoordigheid van geest, en een
+gezicht, dat onmiddellijk de grootste belangstelling teekende en zijn
+opvoeding alle eer aandeed.
+
+Amy kreeg in een oogenblik haar zelfbeheersching terug, zette haar
+mandje stoutmoedig op de bank, en zei lachend:
+
+"Zou je niet graag eens meeproeven van de sla, die wij er van gaan
+maken, en de bekoorlijke jonge dames zien, voor wie de tractatie
+bestemd is?"
+
+Nu, dàt was tact, want twee zwakke punten van den mannelijken
+aard waren aangeroerd; de kreeft wekte in een oogenblik allerlei
+tongstreelende herinneringen, en de nieuwsgierigheid om te weten wie
+"de bekoorlijke jonge dames waren," leidde zijn aandacht van het
+grappig ongeval af.
+
+"Ik wed dat hij er met Laurie over zal lachen en gekheid maken,
+maar daar zal ik niets van merken, dat is één troost," dacht Amy,
+toen Tudor boog en vertrok.
+
+Zij vertelde thuis niets van de ontmoeting (hoewel zij ontdekte, dat
+haar nieuwe rok door het omvallen van het mandje erg bevlekt was, daar
+de saus er in straaltjes overheen was geloopen) maar ging moedig voort
+met de toebereidselen, die nu nog onaangenamer schenen dan vroeger;
+om twaalf uur was alles ten tweedenmale gereed. Overtuigd dat de
+buren haar bewegingen gadesloegen, wenschte zij de herinnering aan de
+mislukking van gisteren door een schitterend contrast uit te wisschen;
+zij liet dus den landauer voorkomen, en reed in statie, uit om eenige
+vriendinnen af te halen en aan den feestdisch te geleiden.
+
+"Ik hoor geratel, daar komen ze aan! Ik zal maar naar de voordeur
+gaan om ze te ontvangen; dat staat gastvrij, en ik gun het kind van
+harte een prettigen middag na al haar moeite," zei mevrouw March,
+de daad bij het woord voegende. Maar na één blik trok zij zich met
+een onbeschrijfelijke uitdrukking op haar gezicht terug, want in het
+groote rijtuig zat Amy met één jonge dame.
+
+"Gauw, Betsy, help Hanna de helft van de tafel af te nemen; het is
+al te gek een enkel meisje een maal voor twaalf personen voor te
+zetten," riep Jo, naar de lagere gewesten afdalende, te gehaast zelfs
+om te lachen.
+
+Daar kwam Amy binnen, volmaakt kalm en de voorkomendheid zelve jegens
+de eenige gast, die haar woord gehouden had; de rest van de familie,
+die allen min of meer de gave van acteeren bezaten, speelden hun rollen
+even goed, en juffrouw Eliot vond Amy's familie bizonder onderhoudend
+en vroolijk, want het was Jo en de anderen onmogelijk de pret, die hen
+vervulde, geheel te verbergen. Het ingekrompen dejeuner werd opgewekt
+gebruikt, daarna bezochten de meisjes den tuin en het atelier en
+voerden levendige gesprekken over kunst. Ten slotte bestelde Amy een
+Victoria, (hoe jammer van den eleganten landauer!) en reed met haar
+vriendin langs de mooiste punten, tot de visite in den namiddag naar
+huis ging.
+
+Toen zij erg vermoeid, maar even kalm als altijd terug kwam, merkte
+ze op, dat ieder spoor van het ongelukkige feest verdwenen was,
+behalve een verdachte trek om Jo's mond.
+
+"Het was een heerlijke middag voor jullie ritje, kindlief," zei haar
+moeder, zoo ernstig alsof het heele twaalftal er geweest was.
+
+"Annie Eliot lijkt me een heel lief meisje en zij scheen zich goed
+te amuseeren," voegde Betsy er met buitengewone warmte bij.
+
+"Kun jullie mij wat van de taartjes meegeven? Ik kan ze zoo best
+gebruiken, want ik krijg vanavond bezoek," vroeg Meta dringend.
+
+"Neem alles; ik ben de eenige hier, die van zoetigheden houd en het
+zou maar bederven, voordat ik er weg mee wist," antwoordde Amy, met
+een zucht over den gullen voorraad dien zij opgedaan had, en dat voor
+zoo'n mislukten middag!
+
+"Jammer, dat Laurie niet hier is, om er ons door te helpen," begon
+Jo, toen zij voor de vierde maal, in de twee dagen aanzaten om sla
+en roomijs te eten.
+
+Een waarschuwende blik van haar moeder sneed alle verdere opmerkingen
+af, en de heele familie at voort, onder een heldhaftig stilzwijgen,
+totdat mijnheer March in zijn onschuld begon: "Sla was een geliefkoosde
+spijs bij de ouden, en Evelyn"--hier maakte eene geweldige uitbarsting
+van lachen een einde aan de "geschiedenis der saladen," tot groote
+verbazing van den geleerden heer.
+
+"Stop alles in een mand, en stuur het naar de Hummels,--Duitschers
+houden toch zoo van alles door elkander. Ik kan het niet langer
+_zien_, en ik weet niet, waarom jullie allemaal zouden sterven aan
+maagoverlading, omdat ik zoo dwaas geweest ben," barstte Amy uit,
+haar oogen afvegende.
+
+"Ik dacht, dat ik zou stikken van het lachen, toen ik jullie beidjes
+in dat groote rijtuig zag komen aanrijden, als twee kleine pitjes in
+een reuzen-notedop, terwijl Moeder daar in statie klaar stond om de
+schare te ontvangen," zuchtte Jo, geheel uitgeput van het lachen.
+
+"Het speet mij erg, dat je zoo teleurgesteld werd, kindlief, maar wij
+deden al wat wij konden om je genoegen te geven," zei mevrouw March,
+met moederlijke deelneming.
+
+"Ik _ben_ ook tevreden; ik heb gedaan, wat ik op mij genomen had,
+en het was niet mijn schuld, dat het mislukte; daar troost ik mij
+maar mee," antwoordde Amy, met een beverig stemmetje. "Ik dank jullie
+allemaal voor de hulp en ik zal jullie nog veel dankbaarder zijn, als
+je er tenminste in geen maand meer over spreken wilt." Niemand sprak
+er gedurende verscheiden maanden over; maar het woord "koffiepartij"
+riep altijd een algemeenen glimlach te voorschijn, en Laurie's
+verjaarsgeschenk aan Amy was een klein bloedkoralen kreeftje, om aan
+haar horlogeketting te hangen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+LETTERKUNDIGE ONDERVINDINGEN.
+
+
+De fortuin begon Jo plotseling toe te lachen en wierp haar een
+gelukspenning in den schoot. Niet bepaald een gouden penning, maar ik
+twijfel er aan, of een half millioen haar meer waar geluk verschaft
+zou hebben dan de kleine som, die op deze wijze tot haar kwam.
+
+Met tusschenpoozen van eenige weken sloot zij zich op in haar
+kamer, trok haar schrijfpak aan, "stortte zich in een maalstroom,"
+zooals zij het uitdrukte, en schreef met hart en ziel aan één
+stuk door aan haar roman, want voordat die voltooid was, had
+zij geen rust. Haar schrijfpak bestond uit een zwarten boezelaar,
+waaraan zij naar hartelust haar pen kon afvegen en uit een muts van
+dezelfde stof, versierd met een vroolijken rooden strik, waarin zij
+al haar haar wegstopte, als het "verdek voor den aanval werd gereed
+gemaakt." Deze muts was als een windwijzer voor de onderzoekende oogen
+harer familieleden, die gedurende Jo's aanvallen op een eerbiedigen
+afstand bleven, en slechts nu en dan het hoofd om de deur staken, om
+belangstellend te vragen: "Brandt het goddelijk vuur, Jo?" En zelfs
+dit durfden ze niet altijd doen; ze keken altijd eerst naar de muts,
+en regelden daarnaar hun gedrag. Als ze dit veelzeggend hoofdversiersel
+ver naar voren had getrokken, was het een teeken, dat de schrijfster
+zich in 't heetst van het vuur bevond; in opgewonden oogenblikken
+zat de muts op éen oor, en als Jo der wanhoop ten prooi was, werd
+zij geheel afgerukt en verachtelijk op den grond geworpen. Op zulke
+oogenblikken nam de binnengekomene maar stilletjes de vlucht, en
+niet voordat de strik weer vroolijk op het bezielde voorhoofd rustte,
+durfde iemand Jo aanspreken.
+
+Zij hield zichzelf volstrekt niet voor een genie, maar als de
+schrijfwoede haar overviel, gaf zij er zich geheel aan over, en leidde
+ze een zalig bestaan, ongevoelig voor behoeften, zorgen of slecht weer,
+veilig en gelukkig in een denkbeeldige wereld, vol van vrienden, die
+haar bijna even wezenlijk en dierbaar toeschenen als die van vleesch
+en bloed. Geen slaap kwam over haar oogen, eten kon zij bijna niet,
+dagen en nachten waren te kort om het geluk te bevatten, dat zij in
+deze oogenblikken gevoelde, en die reeds daarom alleen onschatbaar
+waren, al droegen zij ook nooit andere vrucht. De goddelijke ingeving
+duurde gewoonlijk veertien dagen, en dan dook zij hongerig, slaperig,
+knorrig of neerslachtig uit haar "maalstroom" op.
+
+Zij was juist bezig met van zulk een aanval te bekomen, toen zij
+zich liet overhalen om met juffrouw Crocker naar een lezing te gaan,
+en deze zelfopoffering werd met een nieuw denkbeeld beloond. Het was
+een volkslezing--over de Pyramiden--en Jo was eenigszins verbaasd
+over de keus van het onderwerp voor zulk een gehoor; maar ze nam op
+goed geloof aan, dat eenig groot sociaal kwaad voorkomen, of aan een
+dringende behoefte voldaan zou kunnen worden, door de heerlijkheden der
+Pharao's te ontvouwen, voor toehoorders, wier gedachten vervuld waren
+van den prijs van steenkolen en meel, en die in hun leven moeilijker
+raadselen dan die van de sphinx hadden op te lossen.
+
+Zij kwamen vroeg, en terwijl juffrouw Crocker den hiel van haar kous
+zette, vermaakte Jo zich met het bestudeeren van de menschen om haar
+heen. Links zaten twee stevige huisvrouwen met massieve voorhoofden en
+dito hoeden, bezig met het maken van pluksel en het bespreken van de
+rechten der vrouw. Verderop een paar nederige gelieven hand in hand,
+een sombere oude vrijster, die pepermuntjes uit een bruin papieren
+zakje knabbelde, en een oude heer, die achter een gele foulard een
+voorbereidend slaapje deed. Aan de rechterzijde was haar eenige
+buurman een leesgrage knaap, verdiept in een tijdschrift.
+
+Het was een geïllustreerd blad, en Jo beschouwde het kunstgewrocht met
+eene soort van slaperige verbazing, overwegende welke wonderlijke
+samenloop van omstandigheden de hoogst theatrale voorstelling
+vereischen kon van een Indiaan in vollen krijgsmansdos, die worstelend
+met een wolf, in de diepte stortte, en van twee woeste jongelingen
+met onnatuurlijk kleine voeten en groote oogen, die elkander op
+den voorgrond doorstaken, terwijl een vrouwelijke gedaante op den
+achtergrond wegvluchtte in doodelijken angst en met haar mond wijd
+open. Toen de knaap ophield om het blad om te slaan, zag hij, dat
+zij naar hem keek, en vroeg hij met jongensachtige goedhartigheid,
+terwijl hij haar de helft van zijn courant aanbood: "Wilt u 't soms
+ook eens lezen? Het is een prachtig verhaal!"
+
+Jo nam het met een glimlach aan, want zij hield nog steeds evenveel
+van jongens, en was spoedig verdiept in den gewonen doolhof van liefde,
+geheimzinnigheid, moord en doodslag, want het verhaal behoorde tot die
+soort van prikkelliteratuur, waarin aan de hartstochten vrij spel wordt
+gelaten, en waarin, als de verbeelding den schrijver in den steek laat,
+een groote catastrophe het tooneel van de helft der _dramatis personae_
+bevrijdt, en de andere helft juichend over hun ondergang overblijft.
+
+"Prachtig, hè?" vroeg de knaap, toen haar oog afgedaald was tot de
+laatste paragraaf van haar gedeelte.
+
+"Ik denk, dat jij en ik zooiets ook wel zouden kunnen schrijven,
+als wij het probeerden," zei Jo, glimlachend over zijn bewondering
+van het prullig verhaal.
+
+"'k Wou dat het waar was. Ze zeggen, dat zij met die verhalen
+een mooi fortuintje maakt," en hij wees op den naam van mevrouw
+S. L. A. N. G. Northbury, onder den titel van het verhaal.
+
+"Ken je haar?" vroeg Jo met plotselinge belangstelling.
+
+"Neen, maar ik lees al haar stukken, en ik ken een jongen, die op de
+drukkerij werkt, waar dit blad wordt uitgegeven."
+
+"En je zegt, dat zij een mooi fortuintje maakt met zulke verhalen?" Jo
+keek opeens met meer ontzag naar de tragische prentjes, en de dik
+gezaaide uitroepteekens, die de kolommen versierden.
+
+"Nou, óf ze! Ze weet precies, wat de menschen graag lezen, en ze
+wordt er goed voor betaald."
+
+Nu begon de lezing, maar Jo hoorde er weinig van, want terwijl
+professor Sands uitweidde over Belzoni, Cheops, scarabeeën [2] en
+hiëroglyphen, schreef zij stilletjes het adres van het blad op,
+en nam het stoute besluit naar den prijs van honderd dollars te
+gaan mededingen, die in een der kolommen was uitgeloofd voor het
+beste sensatie-verhaal. Toen de lezing eindigde, en de toehoorders
+ontwaakten, had Jo zich een prachtig luchtkasteel gebouwd (niet het
+eerste, dat op papier gegrond werd), en was ze reeds verdiept in
+de samenstelling van haar verhaal, hoewel zij nog niet zeker wist,
+of het duel vóór de schaking of na den moord moest plaats hebben.
+
+Zij vertelde thuis niets van haar plan, maar toog den volgenden morgen
+aan het werk, niet bepaald tot genoegen van haar moeder, die altijd
+eenigszins ongerust was, zoolang het "hemelsche vuur" brandde.
+
+Jo had nog nooit tevoren dit genre geprobeerd, maar zich altijd
+tevreden gesteld met zeer zachtzinnige novelletjes voor "De Vliegende
+Adelaar." Haar ondervinding als "actrice" en haar veelzijdige lectuur
+kwamen haar nu te pas, want zij gaven haar eenig begrip van dramatisch
+effect, en deden haar de intrige, de gesprekken en de costumes
+aan de hand. Haar verhaal was zoo vol vertwijfeling en wanhoop,
+als haar beperkte ondervinding van deze minder aangename gevoelens
+haar maar toeliet het te maken, en daar zij het tooneel in Lissabon
+geplaatst had, besloot zij met een aardbeving, als een schitterende
+en gepaste ontknooping. Het manuscript werd in het geheim verzonden,
+vergezeld door een briefje, met den bescheiden inhoud, dat, indien
+het verhaal den prijs niet mocht wegdragen, hetgeen de schrijfster
+nauwelijks durfde hopen, zij tevreden zou zijn, met elke som die men
+het waardig mocht keuren.
+
+Zes weken is voor een meisje een lange tijd om te wachten en een geheim
+te bewaren; maar Jo deed beide, en was juist op het punt alle hoop op
+te geven, ooit haar manuscript terug te zullen zien, toen zij een brief
+ontving, die haar bijna den adem benam, want bij het openen viel een
+banknoot van honderd dollars op haar schoot. Een oogenblik staarde zij
+er op, alsof het een slang was, toen las zij haar brief, en begon te
+schreien. Indien de beminnelijke heer, die dat vriendelijke episteltje
+schreef, kon weten, hoeveel innige vreugde hij een medeschepsel
+had verschaft, dan zou hij, denk ik, zijn vrije uurtjes, als hij
+die ten minste bezat, graag aan die uitspanning besteed hebben;
+want Jo stelde den brief op nog hooger prijs dan het geld, omdat hij
+haar hartelijk aanmoedigde; en na jaren van inspanning was het zoo
+heerlijk te ontdekken, dat zij werkelijk in staat was iets te doen,
+al was het dan ook maar het schrijven van een sensatie-verhaal!
+
+Geen fierder hart dan het hare, toen zij, na wat tot bedaren gekomen
+te zijn, haar familie een electrischen schok ging toedienen, door
+plotseling voor haar te verschijnen met den brief in de eene en de
+banknoot in de andere hand, uitroepende, dat zij den prijs gewonnen
+had. Natuurlijk was er groot gejuich, en toen het verhaal kwam, werd
+het door ieder gelezen en geroemd, hoewel haar vader, nadat hij haar
+geprezen had om den flinken stijl, de frissche intrige en de treffende
+ontknooping, het hoofd schudde en op zijn eenvoudige manier zei:
+
+"Je kunt iets beters leveren dan dit, Jo. Streef naar het hoogste,
+zonder om het geld te denken."
+
+"Ik vind juist, dat het geld het beste van de zaak is. Wat zul je
+met zoo'n fortuin doen?" vroeg Amy, het magische stukje papier met
+een eerbiedig oog bekijkende.
+
+"Moeder en Betsy voor een maand naar zee laten gaan," antwoordde
+Jo onmiddellijk.
+
+"O, wat heerlijk! maar neen, dat kan ik niet aannemen, lieve Jo,
+het zou al te zelfzuchtig zijn," riep Betsy uit, die eerst in haar
+vermagerde handen klapte en diep adem haalde, alsof zij naar den
+frisschen zeewind smachtte, maar zich daarop inhield en de banknoot
+afweerde, die haar zuster voor haar heen en weer wuifde.
+
+"Je _moet_ gaan, ik heb er mijn hart op gezet; daarom alleen probeerde
+ik het, en daarom is het mij gelukt. Het vlot nooit met mij, wanneer
+ik alleen aan mij zelve denk, dus je ziet, dat het beter voor me is,
+voor anderen te werken. Daarenboven, Moeder heeft behoefte aan een
+verandering, en zij zou niet van jou af willen, dus _moet_ je wel
+meegaan. Wat zal 't grappig zijn, je weer dik en blozend terug te
+zien komen! Hoera voor dokter Jo, die altijd haar patiënten geneest."
+
+Na veel heen en weer praten gingen zij werkelijk naar de zeekust, en
+hoewel Betsy niet zóó blozend en dik terugkwam, als men verlangen kon,
+was zij toch veel beter, terwijl Mevrouw March verklaarde, dat zij zich
+tien jaar jonger voelde; dus had Jo alle satisfactie van haar geld,
+en ging ze opnieuw met een vroolijk hart aan 't werk, vast besloten
+om meer zulke heerlijke banknoten te verdienen. En zij verdiende
+er dat jaar ook verscheiden, en begon zich bepaald een persoon van
+gewicht in huis te gevoelen; want door de tooverkracht van haar pen,
+veranderde haar "prulwerk" in aangename dingen voor allen. "De Dochter
+van den Hertog" betaalde de slagersrekening, "De Geestenhand" legde
+een nieuw vloerkleed, en "De Vloek der Coventrys" werd een zegen voor
+de Marches, wat kruidenierswaren en japonnen betrof.
+
+Rijkdom is zeker een begeerlijke zaak, maar ook armoede heeft haar
+zonnigen kant. Een der heerlijke lichtzijden van tegenspoed is de
+innige voldoening, die ingespannen arbeid van hoofd en hand met zich
+brengt; en aan den drang der noodzakelijkheid hebben wij de helft van
+al de wijze, schoone en nuttige dingen op de wereld te danken. Jo
+genoot iets van deze voldoening, en benijdde niet langer rijker
+meisjes, in de blijde bewustheid, dat zij in haar eigen behoeften
+kon voorzien, en van niemand een cent behoefde aan te nemen.
+
+Er werd niet veel over haar verhalen gesproken, maar zij werden goed
+verkocht; en aangemoedigd door dit feit, besloot zij een moedigen slag
+te slaan naar roem en fortuin. Nadat zij haar roman voor de vierde
+maal overgeschreven, hem aan al haar vertrouwde vrienden voorgelezen,
+en hem met vreezen en beven aan drie uitgevers gezonden had, vond
+zij ten laatste gelegenheid hem te plaatsen, onder voorwaarde, dat
+zij hem tot op twee derde zou bekorten, en al de gedeelten, die zij
+het meest bewonderde, zou schrappen.
+
+"Nu moet ik hem òf weer in de poppenkeuken opbergen om daar te
+vermolmen, òf hem op mijn eigen kosten laten drukken, òf hem besnoeien
+volgens den smaak van het publiek, en er voor aannemen, wat ik er
+voor krijgen kan. Roem is een heerlijk ding, maar geld in huis te
+hebben is soms nog heerlijker; dus verlang ik het algemeen gevoelen
+der vergadering omtrent dit belangrijk onderwerp te vernemen," zei Jo,
+een familieraad beleggende.
+
+"Bederf je boek niet, meisjelief, want er is meer in dan je meent, en
+de denkbeelden zijn goed uitgewerkt. Laat het rusten en rijp worden,"
+was haar vaders raad. Hij had zelf volgens dien raad gehandeld,
+gedurende dertig jaar geduldig gewacht op de vruchten van zijn eigen
+werk, en hij maakte zelfs nu nog geen haast om ze te plukken, hoewel
+zij volkomen rijp en eetbaar waren.
+
+"Ik geloof, dat Jo er meer bij zal winnen, wanneer zij hem uitgeeft,
+dan wanneer zij blijft wachten," zei mevrouw March. "De critiek is
+de beste vuurproef voor zulke boeken. Die zal haar op ongedachte
+verdiensten en gebreken opmerkzaam maken, en haar dus helpen, een
+volgenden keer nog iets beters te leveren. Wij zijn te partijdig,
+maar de lof en de blaam van de buitenwereld zal nuttig voor haar zijn,
+al verdient zij er ook weinig geld mee."
+
+"Ja," zei Jo, haar wenkbrauwen samentrekkende, "dat is het juist;
+ik heb nu zoolang over dit eene ding zitten suffen, dat ik niet meer
+weet of het goed, slecht, of middelmatig is. Het zal mij goed doen,
+als onbevooroordeelde, onpartijdige menschen er eens een blik in slaan,
+en mij zeggen, wat zij er van denken."
+
+"Ik zou er geen woord van schrappen; je bederft het boek als je dat
+doet, want de belangrijkheid van 't verhaal zit meer in de karakters
+dan in de daden van de personen, en het zal een warboel worden, als
+je alles niet gaandeweg opheldert," vond Meta, die vast geloofde dat
+deze roman de merkwaardigste was, die ooit werd geschreven.
+
+"Maar mijnheer Allen zegt: gooi de verklaringen er uit; maak het
+kort en dramatisch, en laat de karakters zich door daden openbaren,"
+hernam Jo, het briefje van den uitgever weer ter hand nemend.
+
+"Doe wat hij je zegt; hij weet wat gekocht zal worden, en dat weten
+wij niet. Schrijf een goed populair boek, en maak er zooveel geld
+van, als je kunt. Naderhand, als je naam gemaakt hebt, kun je naar
+hartelust uitweiden, en je romans met filosofische en metaphysische
+redeneeringen opvullen," raadde Amy, die de zaak van een volmaakt
+practisch standpunt beschouwde.
+
+"Nu," riep Jo lachend, "als mijn personen filosofische en metaphysische
+redeneeringen houden, is het zeker niet mijn schuld, want ik weet
+niets van die dingen af, behalve wat ik eens van Vader opvang nu
+en dan. Mochten er een paar van zijn verstandige gedachten in mijn
+roman verdwaald zijn geraakt, zooveel te beter voor mij. En jij Bets,
+wat zeg jij er van?"
+
+"Ik zou je boek heel graag _gauw_ gedrukt zien," was al wat Betsy
+glimlachend zei; maar ze legde onwillekeurig den nadruk op dat woordje
+"gauw" en er kwam een verlangende uitdrukking in de oogen, die niets
+van hun kinderlijke openhartigheid hadden verloren, waardoor Jo's
+hart voor een oogenblik van onbestemden angst ineenkromp, en zij
+besloot om haar proefneming in ieder geval "gauw" te wagen.
+
+Toen legde de jonge schrijfster met Spartaansche heldhaftigheid
+haar eerstgeborene op de tafel en sneed hem in stukken met de
+koelbloedigheid van een menscheneetster. In de hoop iedereen te
+behagen, volgde zij ieders raad op, en eindigde, als de man met den
+ezel, met het niemand naar den zin te maken.
+
+Haar vader was ingenomen met de metaphysische tint, die er
+onwillekeurig over verspreid lag, dus die mocht blijven, hoewel zij
+zelve er bedenkingen tegen had. Haar moeder dacht, dat er wel wat _te_
+veel beschrijvingen in voorkwamen; ergo werden zij alle geschrapt, en
+mét hen verscheiden noodige schakels in het verhaal. Meta bewonderde
+het tragische gedeelte; dus werkte Jo de zielsangsten nog wat verder
+uit om haar genoegen te doen, terwijl Amy aanmerking maakte op de
+grappen, waarom Jo met de grootste goedhartigheid van de wereld al de
+comische scènes doorhaalde, die aan de somberheid van het geheel eenige
+afwisseling gaven. Om de verwoesting te voltooien, bekortte zij het
+tot op twee derde, en zond toen in goed vertrouwen haar mishandeld
+boekje als een geplukte musch de groote, drukke wereld in, om zijn
+geluk te beproeven.
+
+Het werd gedrukt, en zij kreeg er driehonderd dollars voor, en
+tevens overvloed van lof en afkeuring; van beiden zóóveel meer dan
+zij verwachtte, dat zij in een staat van verwarring geraakte, zoodat
+er heel wat tijd noodig was, eer zij tot recht inzicht kwam.
+
+"U zei, Moeder, dat de critiek mij helpen zou; maar ik zie niet in hoe,
+want zij is zoo in tegenspraak met zich zelf, dat ik niet weet of ik
+een veelbelovend boek heb geschreven, dan of ik al de tien geboden
+overtreden heb," riep de arme Jo, met een stapel couranten voor zich,
+waarvan de lezing haar het eene oogenblik met trots en blijdschap,
+het volgende met toorn en diepe neerslachtigheid vervulde. "Deze
+man zegt: 'Een uitmuntend boek, vol waarheid, schoonheid en ernst;
+alles is liefelijk, rein en gezond,'" ging de verslagen schrijfster
+voort. "Een volgende beweert: 'De theorie van dit boek is slecht, vol
+zwartgallige droombeelden, spiritistisch bijgeloof, en onnatuurlijke
+karakters.' Maar ik houd er in 't geheel geen letterkundige theorieën
+op na, geloof niet aan spiritisme, en mijn karakters heb ik naar het
+leven geteekend. Hoe kan deze kritiek dan waar zijn! Een ander zegt:
+
+"'Het is een van de beste Amerikaansche romans, die in jaren is
+uitgekomen' (ik weet wel beter), en de volgende beweert: 'Hoewel
+oorspronkelijk en met veel vuur en gevoel geschreven, blijft het in
+ons oog een gevaarlijk boek.' Dàt is niet waar! Sommigen steken er den
+gek mee, anderen prijzen het meer dan het verdient, en bijna allen
+zijn het daarover eens, dat ik een diepzinnige theorie trachtte in
+'t licht te stellen, terwijl ik alleen voor mijn eigen plezier en om
+het geld schreef. Ik wou, dat ik het in zijn geheel had laten drukken,
+of in het geheel niet, want ik vind het onuitstaanbaar zoo absoluut
+verkeerd beoordeeld te worden."
+
+Haar familie en vrienden waren zeer mild met troost en lof; toch
+was het een moeilijke tijd voor de gevoelige, hooghartige Jo, die
+gemeend had zooiets goeds tot stand te brengen en die schijnbaar
+zooiets verkeerds geleverd had. Maar 't deed haar geen kwaad; want zij,
+wier oordeel zij waarlijk op prijs stelde, gaven haar de critiek, die
+het beste opvoedingsmiddel voor een schrijver is; en toen de eerste
+teleurstelling voorbij was, kon zij over haar arm boekje lachen, en
+er toch in blijven gelooven, en gevoelde zij zich wijzer en sterker,
+na de vuurproef die zij had doorstaan.
+
+"Daar ik geen genie ben, zooals Keats, zal ik er niet aan sterven,"
+zei ze moedig; "en per slot van rekening kom ik er toch nog goed
+af; want die gedeelten, die uit het werkelijke leven genomen zijn,
+worden als onmogelijk en onnatuurlijk veroordeeld, en de tooneelen,
+die ik uit mijn eigen dwaas hoofd heb voortgebracht, 'bekoorlijk,
+natuurlijk, teeder en waar' genoemd. Daar zal ik mij dus maar mee
+troosten, en als ik weer wat te zeggen heb, zal ik op nieuw beginnen
+en een beter boek schrijven."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+HUISELIJKE ONDERVINDINGEN.
+
+
+Evenals de meeste jonge vrouwen begon Meta haar huwelijksleven
+met het voornemen, om een model-huishoudster te zijn. John zou
+zijn woning een paradijs vinden, elken dag smullen, en niet weten,
+wat het was een knoop te missen. Zij begon haar taak met zooveel
+liefde, goeden wil en blijmoedigheid, dat zij wel moest slagen,
+in weerwil van sommige hinderpalen. Haar paradijs was niet zoo heel
+rustig, want het jonge vrouwtje maakte veel drukte, was te bezorgd
+om John genoegen te geven, en draafde rond als een ware Martha,
+gebukt onder al haar kleine zorgen. Soms was ze zelfs te vermoeid
+om te glimlachen. John's spijsvertering raakte in de war, na een
+opeenvolging van lekkere schoteltjes, en de ondankbare begon naar
+eenvoudiger spijzen te verlangen. Wat de knoopen betreft, het werd
+Meta spoedig een raadsel, waar zij toch bleven, en dikwijls schudde
+ze 't hoofd over de achteloosheid der mannen, met de bedreiging, dat
+hij ze op een goeden dag zelf zou mogen aanzetten, om te probeeren
+of _zijn_ werk beter dan het hare bestand zou zijn tegen ongeduldig
+rukken en onhandige vingers.
+
+Maar ze waren overgelukkig, zelfs nadat ze ontdekt hadden dat zij niet
+van liefde alleen konden leven. John vond Meta niet minder mooi, nu zij
+hem van achter de koffiekan toelachte, en Meta vond den dagelijkschen
+afscheidskus volstrekt niet minder poëtisch, al liet de echtgenoot dien
+ook vergezeld gaan van de teedere vraag: "Zal ik voor vanmiddag rund-
+of kalfsvleesch bestellen, lieveling?" Het kleine huisje was niet
+langer een tooverpriëel, maar het werd een _thuis_, en het jonge paar
+voelde weldra, dat deze verandering een verbetering was. Eerst speelden
+zij huishoudentje en maakten er evenveel plezier over als kinderen;
+toen verdiepte John zich in zijn werk, onder het volle besef van zijn
+verantwoordelijkheid als huisvader; en Meta borg haar neteldoeksch
+morgenjaponnetje op, deed een grooten boezelaar voor, en ging, zooals
+wij reeds zeiden, met meer ijver dan verstand aan het werk.
+
+Zoolang de kookmanie duurde, gebruikte zij haar receptenboek, alsof
+het een rekenboekje was, en werkte al de problemen met zorg en geduld
+uit. Soms werd de heele familie geïnviteerd om hen te helpen in het
+opeten van een àl te overvloedige, welgelukte lekkernij; dan weer
+werd Lotty stilletjes weggestuurd met een schaaltje misbaksels, die
+voor ieders oog verborgen werden in de alverterende magen der kleine
+Hummels. Een avond met John en het huishoudboek bracht gewoonlijk
+een staking in de culinaire proefnemingen teweeg, en dan volgde er
+een spaarzame bui, waarin de arme man voortdurend broodpudding, haché
+en opgewarmde koffie te genieten kreeg, een ware beproeving voor hem,
+die hij echter met lofwaardige lijdzaamheid verdroeg. Maar voordat de
+gulden middenweg was gevonden, ontstond er, waar weinig jonge paren
+lang buiten blijven: een huiselijke oneenigheid.
+
+Toegevende aan het huismoederlijk verlangen om de planken in haar
+provisiekast goed gevuld te zien met eigen inmaak, besloot Meta zelf
+haar bessengelei te maken. John werd verzocht ongeveer een dozijn
+kleine potjes en een grooten zak suiker te bestellen, want daar hun
+eigen bessen rijp waren, kon het werk dadelijk beginnen.
+
+John, die vast geloofde dat "mijn vrouw" alles kon en niet weinig
+trotsch was op haar handigheid, bleek onmiddellijk bereid haar verzoek
+in te willigen, zoodat hun eenige vruchtenoogst op de aangenaamste
+manier voor wintergebruik zou kunnen bewaard worden. Hij bezorgde haar
+dus vier dozijn "allergezelligste" potjes, tien kilo suiker en een
+kleinen jongen om bessen te plukken. Met een mutsje over haar haar,
+opgestroopte mouwen en een groot keukenschort voor, dat ondanks alles
+iets coquets had, ging de jonge huisvrouw, vol vertrouwen in haar
+succes, aan den arbeid, want--had zij het Hanna niet honderdmaal
+zien doen? Het groote aantal potjes deed haar op het eerste gezicht
+ontstellen, maar John hield zooveel van gelei, en de nette glazen
+potjes zouden zoo aardig staan op de bovenste plank, dat Meta besloot
+ze alle te vullen, en zij bracht een ganschen langen dag door met
+plukken, koken, filtreeren en tobben over haar inmaak. Ze deed haar
+best. Ze raadpleegde het kookboek, zij spande zich in om te bedenken
+wat Hanna toch deed, dat zij niet gedaan had; zij kookte alles nog
+eens over, deed er nog eens weer suiker bij, liet het nog eens door
+de zeef loopen, te vergeefs, het akelige goed wilde niet stijf worden.
+
+'t Liefst zou ze met boezelaar en al naar huis zijn geloopen om haar
+moeder om hulp te vragen, maar John en zij waren overeengekomen,
+dat zij nooit iemand met hun huiselijke moeilijkheden, proefnemingen
+of twisten zouden lastig vallen. Over dat laatste woord hadden ze
+gelachen, alsof de gedachte daaraan de grootste absurditeit was; maar
+zij hadden hun besluit volgehouden, en wanneer zij er maar eenigszins
+buiten konden, vroegen ze niet om hulp; dus bemoeide zich niemand met
+hun zaken, want mevrouw March had dit plan bizonder goedgekeurd. Zoo
+worstelde Meta op dien snikheeten zomerdag geheel alleen met haar
+weerspannige lekkernij, en om vijf uur viel zij moedeloos neer op
+een stoel in haar rommelige keuken, wrong haar kleverige handen en
+barstte in snikken uit.
+
+Nu had zij in de eerste weken van haar nieuwe leven dikwijls gezegd:
+"Mijn man zal altijd, wanneer hij maar wil, een vriend mee naar huis
+kunnen brengen. Ik zal er altijd op voorbereid zijn, zoodat er geen
+verwarring, gevlieg of gebrom behoeft te wezen, waar hij een net huis,
+een vroolijke vrouw en een goed middagmaal zal vinden. Johnlief,
+vraag maar nooit mijn goedkeuring, inviteer gerust wien je wilt,
+en wees er zeker van, dat hij welkom zal zijn."
+
+Dat klonk veelbelovend! John straalde van voldoening, toen hij haar
+dat hoorde zeggen, en voelde opnieuw, hoe 'n zegen het toch was zoo'n
+lief, verstandig vrouwtje te bezitten. Maar hoewel zij nu en dan
+wel gasten hadden ontvangen, was het nog nooit onverwachts gebeurd,
+en dus had Meta tot nog toe geen gelegenheid gevonden om zich in
+dat opzicht te onderscheiden. Zoo gaat het altijd in dit tranendal;
+er schijnt aan zulke dingen een zeker noodlot verbonden, waarover
+wij ons kunnen verwonderen, dat wij kunnen betreuren, doch waarin
+wij ons zoo goed mogelijk moeten zien te schikken.
+
+Als John niet alles omtrent de gelei vergeten had, zou het
+onvergeeflijk van hem geweest zijn, om op dien dag, uit al de dagen
+van het jaar, onverwachts een vriend mee ten eten te brengen. In de
+blijde bewustheid dat hij dien morgen een goed middagmaal besteld had,
+vast overtuigd dat het op de minuut af gereed zou zijn, en vervuld
+met aangename voorgevoelens over het bekoorlijk effect, dat zijn oog
+zou streelen, wanneer zijn mooi vrouwtje naar buiten kwam loopen
+om hem tegemoet te gaan, voerde hij zijn vriend naar zijn woning,
+met al de opgewektheid van een jong gastheer en echtgenoot.
+
+Maar de wereld is vol teleurstellingen, dat ondervond John, toen hij
+zijn "duiventil" naderde. De voordeur stond gewoonlijk heel gastvrij
+open; nu was zij niet alleen dicht, maar op slot, en de modder van
+den vorigen dag ontsierde nog de stoep. De gordijnen van de voorkamer
+waren neergelaten, zoodat er niets te zien was van het liefelijk
+tafereel, dat hij zich had voorgesteld: een mooi in 't wit gekleed
+huisvrouwtje dat, met een bloem in haar ceintuur, onder de veranda
+zat te naaien, of een helderoogige gastvrouw, die haar gast met een
+vriendelijk beschroomd lachje welkom heette. Niets van dien aard;
+geen levende ziel verscheen, alleen een jongen met bloedrooden mond
+en vingers lag tusschen de bessestruiken te slapen.
+
+"Ik vrees, dat er iets gebeurd is; ga zoolang in den tuin, Scott,
+terwijl ik mijn vrouw ga opzoeken," zei John, wien de stilte en
+eenzaamheid begon te benauwen.
+
+Hij haastte zich naar de achterzijde van het huis, geleid door een
+afschuwelijken reuk van aangebrande suiker, en Scott drentelde hem
+achterna met een spotachtige uitdrukking op het gezicht. Hij bleef,
+toen Brooke verdween, bescheiden op een afstand staan, maar toch kon
+hij alles hooren en zien en genoot hij, als vrijgezel, bizonder van
+het tooneel.
+
+In de keuken heerschte wanhoop en verwarring; één editie van de gelei
+was van potje tot potje overgezeefd; een tweede lag op den grond,
+en een derde stond lustig op het vuur aan te branden. Lotty zat
+met Teutonisch flegma kalm te genieten van brood met bessensap,
+want de gelei was nog steeds in een hopeloos vloeibaren staat,
+terwijl mevrouw Brooke, met het gezicht in haar boezelaar verborgen,
+wanhopig zat te snikken.
+
+"Mijn liefste meisje, wat scheelt er aan?" riep John naar binnen
+stormende, met verschrikkelijke visioenen van verbrande handen,
+plotselinge noodlottige tijdingen, en een heimelijken schrik, bij de
+gedachte aan den gast in den tuin.
+
+"O, John, ik ben zoo moe, en warm, en boos, en ellendig. O, o! help
+me toch, want ik ben doodop!" en de uitgeputte huisvrouw wierp zich
+in zijn armen en gaf hem een in alle opzichten zoete ontvangst,
+want haar boezelaar had ruimschoots gedeeld in de morspartij.
+
+"Wat maakt je ellendig, lieveling? Is er iets verschrikkelijks
+gebeurd?" vroeg de bezorgde John, terwijl hij teeder de kruin van
+het kleine mutsje kuste, dat geheel op één oor was gezakt.
+
+"Ja," snikte Meta wanhopig.
+
+"Vertel het mij dan gauw; schrei niet zoo; ik kan alles beter dragen
+dan dat. Voor den dag er mee, kind."
+
+"De--de gelei wil niet stijf worden, en ik weet niet wat ik beginnen
+moet."
+
+Toen barstte John uit in zoo'n vroolijk gelach, als hij later nooit
+weer bij een dergelijke gelegenheid durfde aanheffen, en de spotachtige
+Scott glimlachte onwillekeurig, toen hij het hartelijke geschater
+vernam, dat Meta's ellende de kroon opzette.
+
+"Is dat alles? Smijt den boel het raam uit en tob er niet langer
+over! Ik zal wel zooveel potten van dat goed voor je bestellen, als
+je noodig hebt, maar krijg het in 's hemelsnaam niet op je zenuwen,
+want ik heb Jack Scott mee ten eten gebracht, en--" John kon niet
+verder gaan, want Meta stiet hem terug, sloeg de handen tragisch inéén,
+terwijl zij op een stoel neerzonk, en op een toon van verontwaardiging,
+verwijt en wanhoop uitriep:
+
+"Een man ten eten, en alles in de war! John hoe _kon_ je zoo iets
+doen?"
+
+"Stil, hij is in den tuin; ik vergat die heele ongelukkige gelei,
+maar er is nu niets aan te veranderen," zei John, met klimmende onrust
+de naaste toekomst inziende.
+
+"Je had het mij moeten laten weten, of het mij van morgen moeten
+zeggen, en je had moeten bedenken, hoe wanhopig druk ik het had," ging
+Meta heftig voort; want zelfs tortelduiven pikken, als zij boos worden.
+
+"Ik wist het van morgen nog niet, en er was geen tijd om het je te
+laten weten, want ik ontmoette hem op mijn terugweg. Ik heb er ook
+geen oogenblik aan gedacht, je toestemming te vragen, omdat je me
+altijd gezegd hebt, dat ik doen kon, zooals ik wou. Ik heb het nog
+nooit geprobeerd, maar dit is voor 't eerst en voor 't laatst,"
+antwoordde John op een beleedigden toon.
+
+"Dat hoop ik! Stuur hem dadelijk weg. Ik kan hem niet ontvangen,
+en er is niets meer te eten."
+
+"Onzin! Waar is het rundvleesch dan en de groenten die ik bestelde,
+en de pudding, die je van plan was te maken?" vroeg John, op de
+glazenkast toesnellende.
+
+"Ik had geen tijd iets klaar te maken, ik was van plan met je bij
+Moeder te gaan eten. Het spijt mij erg, maar ik had het zoo druk--"
+en Meta's tranen begonnen opnieuw te vloeien.
+
+John was een zachtzinnig man, maar hij was menschelijk; en om, na
+een langen dag op het kantoor, vermoeid, hongerig en vol verwachting
+thuis te komen, en dan een ontredderd huis, een leege tafel en een
+knorrige vrouw te vinden, is niet bepaald geschikt om iemand kalm van
+humeur en manieren te maken. Hij bedwong zich evenwel, en de kleine
+kibbelarij zou afgedreven zijn, als hij maar niet één ongelukkig
+woord gebruikt had.
+
+"Het is een gek geval, dat beken ik, maar als je een handje helpen
+wilt, dan zullen wij het toch wel klaarspelen en nog een aardigen
+avond hebben. Schrei niet meer, best kind, maar span je een beetje in
+en scharrel wat bij elkaar om te eten. Wij zijn allebei zoo hongerig
+als wolven, en zullen er niet op zien, wat het is. Geef ons het koude
+vleesch maar, en wat brood en kaas; we zullen niet om gelei vragen."
+
+Hij bedoelde het als eene goedhartige grap, maar dit ééne woord
+besliste over zijn lot. Meta vond, dat het al te wreed was, nog met
+haar droevig ongeval den draak te steken, en haar laatste greintje
+geduld verdween terwijl hij sprak.
+
+"Je moet er je zelf maar zien uit te redden; ik ben veel te moe, om
+mij nog voor iemand 'in te spannen.' Echt iets voor een man, een gast
+koud vleesch en niets dan brood en kaas te willen voorzetten. Maar
+dat zal in mijn huis niet gebeuren! Neem Scott dan mee naar Moeder,
+en zeg hem, dat ik weg ben--ziek, dood, of wat je maar wilt. Ik wil
+hem niet zien, en jullie kunt met je beiden over mij en mijn gelei
+lachen, zooveel je maar wilt, maar hier krijg je niets anders," en
+nadat zij er deze uitdaging in één adem had uitgegooid, trok Meta
+haar boezelaar af, en verliet overhaast het veld, om haar droevig
+lot in haar kamer te gaan beweenen.
+
+Wat de twee mannen in haar afwezigheid uitvoerden, kwam zij nooit
+te weten, maar Scott werd "niet mee naar Moeder genomen," en toen
+Meta beneden verscheen, nadat zij samen weggewandeld waren, vond
+zij overblijfsels van een zeer gemengd maal, die haar met afgrijzen
+vervulden. Lotty verhaalde, dat zij "een heele boel" gegeten en erg
+gelachen hadden; en dat mijnheer haar gezegd had, dat zij al het
+zoete goed moest weggooien, en de potjes verstoppen.
+
+Meta verlangde vurig naar haar moeder te gaan en haar alles te
+vertellen; maar een gevoel van schaamte over haar eigen tekortkomingen
+en van eerlijkheid en trouw ten opzichte van John, (hij mocht dan
+wreed zijn, maar _niemand_ zou het ooit te weten komen) weerhield haar;
+en na een voorloopige opruiming kleedde zij zich netjes aan, en ging
+zitten wachten tot John thuis zou komen om alles weer goed te maken.
+
+Ongelukkigerwijze kwam John echter niet, en beschouwde hij de zaak
+ook niet in dat licht. Hij had het heele geval met Scott als een
+grap behandeld, zijn vrouw zoo goed mogelijk verontschuldigd, en
+was zoo'n gul en aangenaam gastheer geweest, dat zijn vriend het
+geïmproviseerd diner voor lief nam en beloofde eens gauw terug te
+zullen komen. Maar John was boos, al toonde hij het niet; hij voelde,
+hoe Meta hem eerst in een moeilijkheid had gebracht, en daarna in
+den steek gelaten had. "Wat een manier, iemand eerst te zeggen,
+dat hij volkomen vrij was, zijn vrienden mee thuis te brengen, en,
+zoodra je haar aan haar woord hield, op te stuiven, verwijten te
+doen, je een gek figuur te laten slaan en je er aan bloot te stellen
+uitgelachen of beklaagd te worden? 't Was gewoon onredelijk, en
+dat zou hij Meta ook wel eens aan haar verstand brengen!" Onder den
+maaltijd had hij inwendig gekookt; maar toen alles voorbij was, en
+hij langzaam huiswaarts keerde, nadat hij Scott had weggebracht, kwam
+hij in een zachtere stemming. "Arm klein ding! Het was toch ook wel
+verdrietig voor haar, terwijl zij zoo haar best deed om hem genoegen
+te geven. Zij had natuurlijk ongelijk, maar zij was nog zoo jong. Ik
+moet geduldig zijn en haar een beetje leiden." Hij hoopte maar, dat
+zij niet naar huis zou gegaan zijn; hij had het land aan veel heen
+en weer praten en bemoeiingen van anderen. Voor een oogenblik stoof
+hij weer op bij de enkele gedachte daaraan; maar toen verzachtte de
+vrees, dat Meta zich ziek zou schreien, zijn hart, en deed hem met
+versnelden pas huiswaarts keeren, vast besloten kalm en vriendelijk,
+maar ferm, héél ferm te zijn, en haar aan te toonen, in welk opzicht
+zij in haar plicht jegens haar Heer Gemaal was te kort geschoten.
+
+Meta besloot eveneens "kalm en vriendelijk, maar _ferm_" te zijn en
+John op zijn plicht te wijzen. Zij verlangde niets liever dan hem te
+gemoet te vliegen, hem vergeving te vragen, en gekust en vertroost
+te worden, zooals zij zeker wist, dat hij doen zou; maar natuurlijk
+deed zij niets van dien aard, en toen zij John zag aankomen, begon
+zij heel natuurlijk te neuriën, terwijl zij, als een dame, die niets
+omhanden had, in de voorkamer in haar schommelstoel zat te borduren.
+
+John was wel wat teleurgesteld geen teedere Niobe te vinden; maar
+gevoelende dat het zijn waardigheid te kort zou doen, wanneer hij begon
+met verontschuldigingen te maken, zei hij niets, kwam bedaard binnen,
+en strekte zich op de sofa uit met de zeldzaam belangrijke opmerking:
+
+"'t Is van avond nieuwe maan."
+
+"Mij best," was Meta's even interessant antwoord.
+
+Een paar andere onderwerpen van algemeen belang werden door mijnheer
+Brooke op het tapijt gebracht, doch doodgezwegen door mevrouw Brooke,
+en dus kwijnde het gesprek. John ging naar het eene raam, nam de
+courant, en begroef zich daarin, figuurlijk gesproken. Meta ging
+naar het andere en werkte, alsof mooie letters voor haar zakdoeken
+onder de eerste levensbehoeften behoorden. Geen van beiden sprak,
+maar beiden zagen er buitengewoon "kalm en ferm" uit, en beiden
+gevoelden zich dood-ongelukkig.
+
+"O hemel!" dacht Meta, "het huwelijksleven is toch wèl heel moeilijk en
+vereischt, zooals Moeder zegt, een _oneindig_ geduld zoowel als eene
+_oneindige_ liefde." Het woord "moeder" bracht haar andere moederlijke
+raadgevingen voor den geest, die indertijd met ongeloovige ooren
+waren aangehoord.
+
+"John is een beste man, maar hij heeft zijn gebreken, en je moet die
+leeren verdragen, door aan je eigene te denken. Hij is zeer beslist,
+maar zal nooit stijfhoofdig zijn, wanneer je vriendelijk met hem
+redeneert, en je niet ongeduldig verzet. Hij is erg accuraat, en
+eischt de stipte waarheid in alles--een uitstekende hoedanigheid,
+al noem jij hem 'wat al te precies'. Bedrieg hem nooit door blik of
+woord, Meta, en hij zal je het vertrouwen schenken dat je verdient,
+en al de teedere zorg, waaraan je behoefte hebt. Hij heeft een ander
+temperament dan het onze--bij ons is na een uitbarsting alles weer
+voorbij--maar is John's toorn, die zelden ontbrandt, eenmaal opgewekt,
+dan is die heel moeilijk tot bedaren te brengen. Draag vooral zorg dien
+toorn niet jegens jezelf gaande te maken, want je vrede en geluk zijn
+verloren, als hij zijn achting voor je verliest. Wees dus voorzichtig;
+vraag het eerst om vergeving, als jullie beiden gedwaald hebt, en
+wacht je voor kleine grieven, misverstanden en driftige woorden,
+die dikwijls den weg banen tot diepe droefheid en lang naberouw."
+
+Deze woorden kwamen Meta te binnen, terwijl zij in het schijnsel
+van de ondergaande zon zat te borduren, 't Was hun eerste ernstige
+oneenigheid; haar eigen heftige uitval scheen haar nu laf en onredelijk
+toe, nu zij zich dien weer voor den geest riep; haar boosheid leek
+opeens zoo kinderachtig, en de gedachte aan den armen John, die
+bij zijn thuiskomst met zoo'n scène verwelkomd werd, verteederde
+haar geheel. Met tranen in de oogen gluurde ze naar hem, maar hij
+zag het niet; toen legde zij haar werk neer en stond op, denkende:
+"Ik _zal_ de eerste zijn om te zeggen 'vergeef mij,'" maar hij scheen
+haar niet te hooren; zij liep langzaam de kamer door--want het viel
+haar heel moeilijk haar trots te onderdrukken--en bleef bij hem staan,
+maar hij keerde zijn hoofd niet om. Een minuut lang meende ze, dat ze
+het _onmogelijk_ doen kon; toen drong de gedachte naar boven: "Dit is
+het begin; ik zal het mijne doen, dan heb ik mij niets te verwijten,"
+en zich bukkende kuste zij haar man op het voorhoofd. Dit besliste de
+zaak natuurlijk; de berouwvolle kus was beter dan een zee van woorden,
+en in een oogenblik had John haar op zijn knie, terwijl hij teeder zei:
+
+"Het was ook onhebbelijk van me, om over die ongelukkige geleipotjes
+te lachen; vergeef mij, lieveling, ik zal het nooit weer doen."
+
+Maar hij deed het wel weer, o ja, wel honderdmaal en Meta ook, doch
+beiden waren 't er over eens, dat dit de beste gelei was, die zij
+ooit gemaakt hadden, want huiselijke vrede werd geboren uit dien
+kleinen huiselijken twist.
+
+Eenigen tijd daarna had Meta John's vriend op een speciale uitnoodiging
+ten eten, en zorgde ze voor een keurig dinertje, zonder een gekookte
+huisvrouw als eerste gerecht; en bij deze gelegenheid was zij zoo
+vroolijk en vriendelijk, en wist alles zoo aardig te regelen, dat
+Scott Brooke een overgelukkigen kerel noemde, en den heelen weg
+naar huis zijn hoofd liep te schudden over de ontberingen van het
+vrijgezellen-leven.
+
+In den herfst deed Meta nieuwe ondervindingen op. Sallie Moffat
+knoopte de vriendschap weer aan, en liep gedurig eens over om een
+praatje te maken in het kleine huisje, of "die arme lieve Meta" over
+te halen, den dag in het groote huis te komen doorbrengen. Dat was
+heel gezellig, want met somber weer voelde Meta zich dikwijls eenzaam;
+thuis waren allen bezig. John bleef tot den avond weg, en zij had niets
+te doen dan te handwerken, te lezen en wat rond te scharrelen. Het
+was dus niet meer dan natuurlijk, dat Meta in de gewoonte verviel,
+met haar vriendin uit te loopen en wat te babbelen. Het zien van
+Sallie's dingen deed haar verlangen ze ook zoo te bezitten, en zich
+zelve beklagen, omdat zij ze niet kon bekostigen. Sallie was heel
+vriendelijk, en bood haar dikwijls de begeerde kleinigheden aan,
+maar Meta sloeg ze af, overtuigd dat John 't niet graag zou hebben;
+en toch kwam dat dwaze ijdele schepseltje langzamerhand tot dingen,
+die John nog oneindig meer ergernis gaven.
+
+Zij wist precies hoeveel inkomen haar man had, en vond het een
+heerlijke gedachte dat hij haar niet alleen zijn geluk, maar
+ook, wat veel mannen nog hooger schijnen te schatten, zijn geld
+toevertrouwde. Zij wist, waar het lag, en zij kon te allen tijde nemen,
+zooveel zij wilde; al wat hij verlangde was, dat zij alles nauwkeurig
+zou opschrijven, eens in de maand haar rekeningen zou betalen, en in
+'t oog houden, dat zij de vrouw van een onbemiddeld man was. Tot nog
+toe had zij goed opgepast, was voorzichtig en nauwkeurig geweest,
+had haar huishoudboek netjes bijgehouden en het hem elke maand
+onbeschroomd laten zien.
+
+Maar in 't najaar sloop de slang in Meta's paradijs en verleidde
+haar, als zoo menige Eva uit den lateren tijd, niet met appels, maar
+met opschik. Meta vond het onuitstaanbaar beklaagd te worden en zich
+arm te voelen; het maakte haar knorrig; maar zij was te beschaamd om
+dat te erkennen, en trachtte zich te troosten, door nu en dan iets
+moois te koopen; zoodat Sallie niet hoefde te denken, dat zij zich
+moest bekrimpen. Zij gevoelde zich daarna altijd een beetje zondig,
+want de mooie dingen waren zelden noodig, maar ze waren immers toch
+zoo goedkoop! 't Was de moeite niet waard er over te tobben! Dus
+groeiden de kleinigheden onmerkbaar aan, en bij 't winkelen bleef
+Meta niet langer een werkeloos toeschouwster.
+
+Modesnufjes kosten evenwel meer, dan men zoo oppervlakkig zou denken,
+en toen Meta aan het einde der maand haar kasboek opmaakte, stond
+zij versteld over het bedrag. John had het die maand extra druk,
+en liet de rekeningen aan haar over; de volgende maand was hij van
+huis, maar de daarop volgende hield hij een groote driemaandelijksche
+afrekening, die Meta nooit weer vergat. Een paar dagen geleden had ze
+iets vreeslijks gedaan, dat als lood op haar geweten drukte. Sallie
+had pas een nieuwe zijden japon gekocht, waar Meta ook juist zoo
+naar smachtte--een mooi licht zijdje om in uit te gaan! Haar zwarte
+zijden stond zoo stemmig, en een dun stofje als avondtoilet was alleen
+goed voor jonge meisjes. Tante March gaf gewoonlijk ieder der zusters
+vijfentwintig dollar als Nieuwjaarsgift, daarop behoefde zij dus nog
+maar een maand te wachten, en nu was er juist een koopje van beeldige
+lila zijde, en zij had het geld er voor in handen. Als zij het er maar
+voor durfde gebruiken! John zei altijd wel, dat het zijne het hare was,
+maar zou hij het goed vinden, dat zij niet alleen die vijfentwintig
+dollar, die nog komen moesten, maar ook vijfentwintig dollar van
+het huishoudgeld gebruikte? Dat was de vraag. Sallie had haar erg
+gedrongen om het te doen, haar aangeboden het geld voor te schieten,
+en met de beste bedoelingen ter wereld Meta in een onweerstaanbare
+verzoeking gebracht. In een zwak oogenblik spreidde de winkelbediende
+de verleidelijke, glanzige stof uit, en zei: "Een koopje, mevrouw,
+dat verzeker ik u." Toen was Meta bezweken en had gezegd: "Ik neem
+het!" en het werd afgesneden en betaald, en Sallie had in de handen
+geklapt en Meta had gelachen, alsof het iets van geen beteekenis was,
+maar zij reed naar huis met een gevoel, alsof zij iets had gestolen
+en de politie haar op de hielen zat.
+
+Toen zij thuis kwam, trachtte zij haar gewetenswroegingen te stillen
+door de glanzige zijde uit te spreiden, maar zij leek nu niet half
+zoo zilverachtig en kleurde haar toch volstrekt niet zoo bizonder,
+en de woorden "vijftig dollar" schenen als een patroon op elken
+meter gedrukt te zijn. Zij borg het goed weg, maar de gedachte er
+aan vervolgde haar: niet op aangename wijze, zooals een nieuwe japon
+anders zou doen, maar benauwend als een spooksel. Toen John dien
+avond zijn boeken voor den dag haalde, ontzonk haar de moed, en voor
+de eerste maal sedert haar huwelijk was zij bang voor haar man. De
+vriendelijke bruine oogen zagen er uit, of zij streng konden zijn,
+en hoewel hij buitengewoon vroolijk leek, verbeeldde zij zich, dat
+hij haar misdaad op het spoor gekomen was, maar dit niet wilde laten
+merken. De huishoudelijke rekeningen waren alle betaald en alle posten
+in orde; John had haar geprezen, en wilde nu het oude zakboek, dat zij
+"de bank" noemden, openleggen, toen Meta, die wist, dat er niets op
+de creditzijde stond, zijn hand vast hield en op gejaagden toon zei:
+
+"Je hebt mijn kleedgeldboekje nog niet gezien." John vroeg daar nooit
+naar, maar zij stond er altijd op, dat hij het door zou kijken, en
+vermaakte zich dan met zijn mannelijke verbazing over de wonderlijke
+dingen die vrouwen noodig hadden, liet hem gissen wat een "pleureuse"
+was of zich verwonderen, hoe een klein prul, bestaande uit drie rozen,
+een beetje stroo en een paar el lint, bij mogelijkheid een hoed kon
+zijn, en vijf of zes dollar kostte. Dien avond zag hij er uit, alsof
+hij met het grootste plezier haar om haar cijfers zou uitlachen,
+of voorwenden dat hij versteld stond over haar buitensporigheid,
+hoewel hij bizonder trotsch was op zijn overlegzaam vrouwtje.
+
+Het kleine boekje werd langzaam voor den dag gehaald en voor hem
+neergelegd. Meta ging achter zijn stoel staan, onder voorwendsel,
+de rimpels van zijn vermoeid voorhoofd glad te strijken, en zoo als
+zij daar stond, zei zij, terwijl haar angst met ieder woord toenam:
+
+"John, beste man, ik schaam mij eigenlijk om je mijn boek te laten
+zien, want ik ben in den laatsten tijd zoo verkwistend geweest. Ik ga
+zooveel uit, en daarom begrijp je wel, dat ik allerlei dingen noodig
+heb. Sally raadde mij dikwijls aan iets te koopen, en dat deed ik
+dan wel eens meer dan verstandig was. Met mijn nieuwjaarsgeld kan ik
+er een gedeelte van betalen; maar het spijt mij toch erg, dat ik het
+gedaan heb, want ik wist, dat je het verkeerd van mij zou vinden."
+
+John lachte en trok haar naast zich, terwijl hij vriendelijk zei:
+"Wind er maar geen doekjes om; ik zal je geen pak slaag geven, als je
+een paar nuffige laarsjes gekocht hebt! Ik ben wel een beetje trotsch
+op de voetjes van mijn vrouw, en 't kan mij niet schelen, of zij drie
+of vier dollar voor haar laarzen betaalt, als het maar goede zijn."
+
+Dit was een van haar laatste "kleinigheden" geweest, en John's oog
+was er onder het spreken op gevallen.
+
+"O, wat _zal_ hij zeggen, als hij aan die vreeselijke vijftig dollar
+komt," dacht Meta met een rilling.
+
+"'t Is erger dan een paar laarzen--'t is een zijden japon," zei zij met
+de kalmte der wanhoop, want zij verlangde nu maar het ergste te hooren.
+
+"Wel kind, 'wat is het drommelsche totaal,' zooals mijnheer Mantalini
+[3] het noemde."
+
+Dit klonk in 't geheel niet als een gezegde van John en zij wist,
+dat hij haar aankeek met dien openhartigen blik, dien zij tot nu toe
+altijd even vrijmoedig had durven beantwoorden. Zij sloeg het blad
+om en wendde het hoofd af, terwijl ze op de som wees, die zonder
+de vijftig dollar al hoog genoeg geweest zou zijn, maar die mèt dat
+bijvoegsel eenvoudig verpletterend scheen. Gedurende een oogenblik
+was het doodstil in de kamer; toen zei John langzaam--maar zij voelde,
+dat het hem moeite kostte geen ongenoegen te toonen:
+
+"Ik weet natuurlijk niet, of vijftig dollar veel is voor een japon,
+met al de kanten en tirlantijnen, die er tegenwoordig bij noodig zijn."
+
+"Hij is nog niet gemaakt of gegarneerd," fluisterde Meta bijna
+onhoorbaar, want de plotselinge gedachte aan de onkosten, die dat
+nog met zich zou slepen, benam haar het laatste greintje moed.
+
+"Twintig el zij schijnt nog al veel om zoo'n slank persoontje
+te kleeden, maar ik twijfel niet, of mijn vrouw zal, als zij die
+japon aanheeft, even mooi zijn als mevrouw Ned Moffat," merkte John
+droogjes op.
+
+"Ik weet dat je boos bent, John, maar ik kan het heusch niet helpen;
+ik was niet van plan je geld zoo te verspillen, en ik dacht niet, dat
+al die kleinigheden zoo zouden oploopen. Ik kán het niet laten als ik
+Sallie, al wat zij noodig heeft, zie koopen, en als zij mij beklaagt,
+dat ik het niet doen kan! 'k Doe werkelijk mijn best tevreden te
+blijven, maar 't is zoo moeilijk, en het verveelt mij soms vreeselijk
+arm te zijn."
+
+De laatste woorden zei ze zóó zachtjes, dat zij meende, dat John ze
+niet verstaan kon, maar hij verstond ze wél, en ze kwetsten hem diep,
+daar hij zich om Meta's wil menig genoegen ontzegd had. Zij zou haar
+tong wel hebben willen afbijten, zoodra zij het geuit had, want John
+stond op, schoof de boeken van zich af, en zei met een eenigszins
+onvaste stem: "Daar ben ik wel bang voor geweest; ik doe mijn best,
+Meta." Als hij tegen haar was uitgevaren, of haar zelfs verwoed door
+elkaar had geschud, zou 't haar niet zóó getroffen hebben als die paar
+woorden. Zij liep op hem toe, sloot hem vast in haar armen, en riep
+onder berouwvolle tranen: "O, John! mijn lieve, goeie, ijverige jongen,
+ik meende het niet! Het was zoo slecht, zoo onwaar en zoo schandelijk
+ondankbaar! Hoe kon ik zoo iets zeggen! O, hoe kón ik zoo iets zeggen!"
+
+John was heel vriendelijk, vergaf het haar dadelijk en uitte geen enkel
+verwijt, maar Meta wist, dat zij iets had gedaan en gezegd, wat hij
+niet spoedig zou vergeten, hoewel hij er misschien nooit op terugkomen
+zou. Zij had beloofd hem in voor- en tegenspoed te zullen liefhebben,
+en nu verweet zij, zijn vrouw, hem zijn armoede, nadat zij zijn
+verdiend geld lichtzinnig had verspild! Hoe vreeselijk! en het ergste
+was nog, dat John daarna voortging, alsof er niets was gebeurd. Hij
+bleef alleen nog langer op zijn kantoor, en werkte tot in den nacht,
+nadat Meta zich al lang in slaap had geschreid. Een week van wroeging
+maakte haar bijna ziek, en de ontdekking, dat John zijn nieuwe overjas
+had afbesteld, bracht haar in een toestand van wanhoop, die tragisch
+was om aan te zien. In antwoord op haar verwonderde vraag naar de
+reden hiervan, zei hij enkel: "Ik kan het niet bekostigen, lieveling."
+
+Meta zei niets meer, maar even later vond hij haar in de gang, met
+haar gezicht in de oude overjas verborgen, schreiende, alsof haar
+hart zou breken. Zij hadden dien avond een lang gesprek, en Meta begon
+haar echtgenoot nog meer lief te krijgen, juist om zijn armoede, want
+die had hem een man gemaakt--had hem de kracht en den moed gegeven
+zich een eigen weg te banen--en hem dat vriendelijk geduld geleerd,
+waarmee hij al de natuurlijke verlangens en tekortkomingen van hen,
+die hij liefhad, wist te bevredigen en te verdragen.
+
+Den volgenden dag zette zij al haar hoogmoed op zij, ging naar Sallie,
+vertelde haar de volle waarheid, en verzocht haar als een gunst de
+zijde te willen overnemen.
+
+Het goedhartige mevrouwtje Moffat was hier dadelijk toe bereid,
+en had gelukkig zooveel fijn gevoel, dat zij ze haar vriendin niet
+dadelijk daarna cadeau deed. Toen liet Meta de overjas bezorgen en
+tegen dat John thuis kwam, trok zij die aan en vroeg hem, hoe hij
+haar nieuwe zijden japon vond. Iedereen begrijpt welk antwoord zij
+kreeg, hoe John het geschenk aannam, en hoe innig gelukkig zij daarna
+waren. John kwam weer vroeg thuis, Meta liep niet meer uit, en de
+overjas werd elken morgen door een zeer gelukkige echtgenoot aan-
+en elken avond door een zeer liefhebbende vrouw uitgetrokken. Zoo
+ging het jaar voorbij, en den volgenden zomer deed Meta een nieuwe
+ondervinding op, de diepste en teederste in het leven eener vrouw.
+
+Laurie kwam op zekeren Zaterdag met een geheimzinnig gezicht de keuken
+van "de duiventil" binnen sluipen en werd met cymbaalgeschal ontvangen,
+want Hanna klapte in de handen, met een pan in de eene en het deksel
+in de andere hand.
+
+"Hoe gaat het de jonge mama? Waar is iedereen? Waarom hebben ze het
+mij niet geschreven, voordat ik thuis kwam," vroeg Laurie op luid
+fluisterenden toon.
+
+"Zoo gelukkig als een koningin, de lieve engel! Zij zijn allemaal
+boven aan 't aanbidden, en we hadden geen wervelwinden noodig. Ga
+maar in de voorkamer en ik zal wel iemand bij u sturen," en na dit
+eenigszins ingewikkeld antwoord, verdween Hanna, vergenoegd grinnekend.
+
+Een oogenblik daarna verscheen Jo, met een klein flanellen pakje op
+een groot kussen. Jo's gezicht stond heel ernstig, maar haar oogen
+schitterden en aan haar stem kon men hooren, dat zij een aandoening
+trachtte te bedwingen.
+
+"Doe je oogen toe, en steek je armen uit," commandeerde zij.
+
+Laurie trok zich overhaast in een hoek terug, en hield zijn handen
+met een smeekend gebaar achter zich--"Neen, dankje, liever niet. Ik
+zal het zoo zeker als iets laten vallen of verpletteren."
+
+"Dan krijg je je neefje niet te zien," zei Jo, zich omkeerend om heen
+te gaan.
+
+"Neen, neen, ik zal het aannemen, maar jij bent verantwoordelijk
+voor alle ongelukken," en gehoorzaam aan de ontvangen bevelen,
+sloot Laurie heldhaftig de oogen, terwijl iets in zijn armen werd
+gelegd. Een luid gelach van Jo, Amy, mevrouw March, Hanna en John,
+deed hem een minuut later opzien, en daar zag hij in zijn armen twee
+zuigelingen in plaats van één.
+
+Geen wonder dat zij lachten, want de uitdrukking van zijn gezicht
+was dwaas genoeg om den ergsten druiloor te doen schateren, zooals
+hij daar stond en met zoo'n hulpelooze verslagenheid beurtelings de
+onschuldige schapen en de lachende toeschouwers aanstaarde, dat Jo
+op den grond neerviel, en het uitgilde.
+
+"Tweelingen, bij Jupiter!" was al, wat hij in de eerste oogenblikken
+kon uitbrengen; toen keerde hij zich tot de vrouwen met een smeekenden
+blik, die waarlijk treffend was, en voegde er bij: "Laat iemand ze
+overnemen, gauw! Ik moet lachen, en ik zal ze nog laten vallen!"
+
+John redde zijn kleintjes, en wandelde toen de kamer op en neer,
+met een kind in elken arm, alsof hij het zijn heele leven gewend
+was geweest, terwijl Laurie lachte, totdat hem de tranen langs de
+wangen rolden.
+
+"Dat is de beste grap, die wij in lang gehad hebben, is 't niet? Ik
+wou niet, dat iemand het je schreef; want ik wou je eens verrassen,
+en me dunkt, het is gelukt!" zei Jo, toen zij weer op adem gekomen was.
+
+"Ik ben nog nooit in mijn heele leven zóó geschrikt! Wat een
+toestand! Zijn het jongens? Hoe zullen ze heeten? Laat ze nog eens
+zien! Houd me vast, Jo, want op mijn woord, 't is één te veel voor
+mij," antwoordde Laurie en bekeek de kleintjes, zooals een goedige
+groote Newfoundlander een paar kleine poesjes zou bekijken.
+
+"Een jongen en een meisje. Zijn het geen prachtexemplaren?" vroeg de
+trotsche vader, de kleine roode, wringende schepseltjes zoo bewonderend
+aanstarende, alsof het vleugellooze engeltjes waren.
+
+"De merkwaardigste kinderen die ik ooit gezien heb! Maar hoe hou je
+ze uit elkander?"
+
+"Amy heeft het jongetje een blauw en het meisje een rose lint omgedaan,
+volgens de Fransche mode, dus daaraan kun je 't altijd zien. Bovendien
+heeft het eene blauwe en het andere bruine oogen. Geef ze een kus,
+Oom Teddy," zei de ondeugende Jo.
+
+"Ik vrees, dat ze het niet prettig zullen vinden," begon Laurie,
+met ongewone beschroomdheid op dit punt.
+
+"Natuurlijk wel; zij zijn er nu al aan gewend; doe het oogenblikkelijk,
+jongmensch," beval Jo, vreezend, dat hij een uitstel mocht voorslaan.
+
+Laurie trok zijn neus op, en gehoorzaamde door op ieder klein wangetje
+een behoedzaam pikje te geven, dat een nieuwe lachbui veroorzaakte
+en de kinderen aan het huilen maakte.
+
+"Daar nou! ik wist wel, dat zij het niet graag zouden hebben. Dat
+is de jongen natuurlijk! Kijk hem eens schoppen! hij steekt zijn
+vuisten al uit als een flinke bokser. Nu, hoor eens, jonge Brooke,
+val iemand van je eigen grootte aan, wil je?" riep Laurie uit, zeer
+in zijn schik met een duw in zijn gezicht van het kleine vuistje,
+dat doelloos rondschermde.
+
+"Hij zal John Laurence heeten, en het meisje Margaretha, naar haar
+moeder en grootmoeder. Wij zullen haar Daisy noemen, om geen twee
+Meta's in de familie te hebben, en ik denk, dat dit kleine baasje wel
+Jack zal heeten, of wij moesten nog een beteren naam voor hem vinden,"
+vertelde Amy, met tantelijke belangstelling.
+
+"Noem hem Demi-John, en bij verkorting Demi," stelde Laurie voor.
+
+"Daisy en Demy--_prachtig_! Ik _wist_ wel, dat Teddy er iets op zou
+vinden," riep Jo, in de handen klappende.
+
+Teddy had er dezen keer zeker iets op gevonden, want de kinderen bleven
+"Daisy en Demy" tot het eind van hun levensdagen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+VISITES MAKEN.
+
+
+"Kom Jo, het is tijd."
+
+"Waarvoor?"
+
+"Je meent toch niet, dat je je belofte vergeten hebt, om vandaag een
+stuk of zes visites met mij te gaan maken!"
+
+"Ik heb heel wat dolle dingen in mijn leven gedaan, maar ik geloof
+niet, dat ik ooit zoo gek geweest ben van te beloven, dat ik op één
+dag zes visites zou maken, terwijl één visite me al voor een heele
+week van de wijs brengt."
+
+"Je hebt het tóch beloofd. We hadden afgesproken dat ik die
+potloodschets van Bets zou afmaken, en jij dan behoorlijk met mij
+zou mee gaan, om de buurvisites te beantwoorden."
+
+"Als het mooi weer was; dat stond in het contract en ik houd mij aan
+de letter van het verdrag, Shylock. [4] Er zijn donderwolken in het
+oosten; het is géén mooi weer, en ik ga dus _niet_."
+
+"Dát is flauw van je! 't Is prachtig weer; geen kwestie van regen,
+en jij die er een eer in stelt altijd je beloften te houden, moest
+je nu ook eerlijk aan de afspraak houden. Toe, Jo, doe je plicht,
+dan zal ik je weer voor een half jaar met rust laten."
+
+Jo was juist op dat oogenblik zeer verdiept in haar naaiwerk, want
+zij was de japonnenmaakster voor de heele familie, en bizonder over
+zichzelve voldaan, dat zij de naald even goed hanteeren kon als de
+pen. Het was meer dan vervelend nu gestoord te worden, nu zij er
+juist aan toe was voor het eerst te passen. En dan in je beste plunje
+op een heeten Julidag uitgesleept te worden om visites te maken! Zij
+vond die plechtstatige bezoeken een gruwel, en deed ze nooit, zonder
+door Amy in de engte gedreven te zijn door een verdrag, een omkooping
+of een belofte. In dit bepaalde geval was geen uitvlucht mogelijk;
+en nadat zij knorrig haar schaar had neergegooid met de opmerking,
+dat zij een donderbui "rook", gaf zij toe, borg haar werk weg,
+nam met een onderworpen gezicht haar hoed en haar handschoenen op,
+en deelde Amy mee, dat het slachtoffer gereed was.
+
+"Jo March, jij zou een heilige uit zijn vel doen springen! Je bent
+toch niet van plan in dat costuum visites te gaan maken, hoop ik,"
+riep Amy, haar met verbazing aanstarend.
+
+"Waarom niet? Ik ben netjes en luchtig en op mijn gemak; juist goed
+voor een stoffige wandeling op een warmen dag. Als de menschen meer
+om mijn kleeren dan om mijzelf geven, begeer ik ze niet te zien. Jij
+kunt voor ons beiden toilet maken, en er zoo elegant uitzien als je
+maar wilt; jij hebt er eer van als je je mooi maakt; ik niet, en al
+die prullen vind ik maar last."
+
+"O, hemel!" zuchtte Amy, "nu is zij in de contramine, en zal me half
+dol maken, eer ik haar ordentelijk klaar kan krijgen.--'t Is voor
+mij ook geen plezier vandaag te gaan, maar het is een plicht, dien we
+aan de samenleving verschuldigd zijn, en jij en ik zijn de eenigen,
+die daarvoor op kunnen komen. Ik wil alles voor je doen, Jo, als je
+je netjes wilt aankleeden, en beleefd zijn. Je weet altijd zooveel
+te praten, en je kunt er zoo gedistingeerd uitzien, als je je beste
+mantelpak aan hebt; en als je maar wilt, weet je je zoo goed voor te
+doen, dat ik dikwijls trotsch op je ben. Ik ben te verlegen om alleen
+te gaan; toe, ga dus maar mee om mij te helpen!"
+
+"Je bent een slim poesje om je knorrige ouwe zuster op die manier te
+vleien en te bepraten. Verbeeld je! _Ik_ gedistingeerd en welgemanierd,
+en jij te verlegen om ergens alleen heen te gaan! Ik weet niet, wat
+belachelijker is. Nu, maar ik zal gaan, als het dan zoo wezen moet,
+en mijn best doen. Jij moet de aanvoerder van de expeditie zijn, en
+ik zal blindelings gehoorzamen: is het dan goed?" vroeg Jo, plotseling
+van weerbarstigheid tot de meest volmaakte onderwerping overslaande.
+
+"Je bent een engel! Trek nu al je netste dingen aan, en ik zal je
+zeggen, hoe je je bij iedere familie moet gedragen, om den besten
+indruk achter te laten. Ik wou zoo graag, dat de menschen van
+je hielden, en zij zouden het zeker doen, als je je maar wat wou
+inspannen en een beetje toeschietelijk zijn. Doe je haar op die
+aardige manier van laatst en steek een roode roos in je manteltje;
+die kleurt je goed, en je ziet er anders in je donkere pak wat al
+te stemmig uit. Krijg nu je lichte handschoenen en dat geborduurde
+zakdoekje. Wij zullen even bij Meta aangaan, om haar witte parasol
+te leen te vragen; dan kun jij mijn lichtgrijze gebruiken."
+
+Terwijl Amy zich kleedde, gaf zij haar bevelen, en Jo bracht ze
+ten uitvoer; evenwel niet zonder gedurig protest, want zij zuchtte
+onder het aantrekken van haar nieuwe pak, fronste haar wenkbrauwen,
+en worstelde wanhopig met spelden, toen zij haar nieuwe tulen jabot
+vóórdeed, trok een leelijk gezicht, terwijl zij het zakdoekje uit de
+plooien schudde, en vond het borduursel even onaangenaam voor haar
+neus, als de aanstaande expeditie voor haar gevoelens; en toen zij, als
+toppunt van élégance haar handen gewrongen had in nieuwe handschoenen,
+keerde zij zich met een onnoozel gezicht tot Amy en zei onderdanig:
+
+"Ik voel mij diep ellendig; maar als jij vindt, dat ik presentable ben,
+sterf ik gelukkig!"
+
+"Ik ben bizonder tevreden; draai je nu eens langzaam rond, en laat
+ik je eens goed opnemen."
+
+Jo draaide rond, en Amy trok eens hier en daar, en ging toen achteruit
+met het hoofd op zij, terwijl zij welgevallig aanmerkte:
+
+"Jo, 't is goed, je hoofd is perfect in orde, want die witte hoed
+staat je best. Trek je schouders wat naar achteren, en houd je handen
+niet zoo stijf; wat doet het er toe, of je handschoenen wat knellen,
+ik ben blij dat tante March je zulke mooie gegeven heeft. Zit mijn
+mantel recht, en heb ik mijn japon gelijk opgenomen? Ik laat graag
+mijn laarzen zien, want mijn voeten zijn mooi, al is mijn neus het
+dan ook niet."
+
+"Je bent een juweeltje, en het is een artistiek genot je te
+aanschouwen," verzekerde Jo, terwijl zij met het air van een kenner
+door haar hand het effect van den blauwen hoed tegen het goudblonde
+haar opnam. "Moet ik mijn besten rok door het stof slepen, of mag ik
+hem opnemen, mejuffrouw?"
+
+"Houd hem op onder het loopen; maar laat hem als je binnen komt
+vooral _onmiddellijk_ los, want dat vergat je laatst! Je hebt je
+eenen handschoen maar half toegeknoopt, doe het dadelijk even. Je
+kunt er nooit netjes uitzien, als je niet op de kleine détails let,
+want zij maken het nette geheel uit."
+
+Jo zuchtte, en had de voldoening, dat, onder het vastmaken van
+haar eenen handschoen, de knoopjes van den anderen lossprongen,
+maar eindelijk waren zij beiden gereed, en stevenden weg. "Net een
+paar schilderijtjes," vond Hanna, die boven uit het raam lag, om ze
+na te kijken.
+
+"Nu Jo, de Chesters zijn nogal aristocratisch, dus bij hen moet je je
+bizonder goed gedragen. Maak nu niet zulke wonderlijke opmerkingen en
+doen niets raars, hoor! Wees alleen maar kalm, gewoon en bedaard, dat
+is altijd veilig en lady-like, en dat kun je toch wel een kwartiertje
+uithouden," zei Amy, toen zij het eerste huis naderden, nadat zij de
+witte parasol hadden afgehaald, en door Meta, met een kind op elken
+arm, waren geïnspecteerd.
+
+"Laat eens kijken: kalm, gewoon en bedaard,--ja, dat kan ik wel op mij
+nemen. Ik heb eens de rol van een stemmige jonge dame moeten spelen,
+en die zal ik nu vertoonen. Mijn talent is groot, zooals je zult zien;
+wees dus volkomen gerust, mijn kind."
+
+Amy glimlachte tevreden, maar de ondeugende Jo hield haar aan haar
+woord; want gedurende het eerste bezoek zat zij daar in een keurige
+houding, met onberispelijke kleeren, kalm en effen als de zomerzee,
+koel als een ijsschots, en stom als een sphinx. Tevergeefs sprak
+mevrouw Chester over haar "interessanten roman"; tevergeefs brachten
+de jonge dames Chester partijen, pic-nics, de opera en de modes op het
+tapijt; alles werd beantwoord met een glimlach, een hoofdbuiging en
+een stemmig "ja" of "neen." Tevergeefs telegrafeerde Amy het woord
+"práát", tevergeefs trachtte zij haar in 't gesprek te mengen, of
+stootte ze haar ongemerkt met haar voet aan; Jo keek zoo onschuldig,
+alsof zij de beschrijving van Maud's [5] gelaat: "IJskoude schoonheid,
+prachtige nul," plastisch wilde voorstellen.
+
+"Wat een trotsch, onbehaaglijk wezen is die oudste juffrouw March," was
+de ongelukkig nog hoorbare opmerking van een der dames, toen de deur
+zich achter de bezoeksters sloot. Jo lachte stilletjes de heele gang
+door, maar Amy keek kwaad over de mislukking van haar raadgevingen,
+en gaf, zeer natuurlijk, de schuld aan Jo.
+
+"Hoe kón je me nu zóó verkeerd begrijpen? Ik meende alleen maar,
+dat je behoorlijk waardig en bedaard moest zijn, en nu doe je net
+of je een stok of een steen bent. Doe nu in vredesnaam je best om
+gezellig te wezen bij de Lambs; praat zooals de andere meisjes doen,
+en stel belang in modes en hofmakerijen, en welke nonsens er ook op
+het tapijt komt. Zij gaan in de beste kringen uit, en het is voor
+ons veel waard dat wij ze kennen, daarom zou ik hier niet graag een
+verkeerden indruk maken."
+
+"Ik zal voorkomend zijn, praten en grinneken en over elke kleinigheid
+gieren of mijn afschuw toonen, al naar je maar wilt. Ik vind het heusch
+nogal grappig, en zal nu voorstellen, wat men een '_allerliefst_
+meisje' noemt. Ik kan het best doen, want ik heb May Chester voor
+model, en dat zal ik nog wat uitwerken. Pas maar eens op, of de
+Lambs niet zullen zeggen: 'Wat een levendig, aardig schepseltje is
+die Jo March!'"
+
+Amy werd meer en meer ongerust, en dat mocht zij ook wel, want
+als Jo eens begon met haar dwaasheden, wist men niet waar zij zou
+ophouden. Het was de moeite waard Amy's gezicht te zien, toen zij
+haar zuster het volgend salon zag binnenwippen, al de jonge dames
+met de grootste hartelijkheid zag omhelzen, de jongeheeren minzaam
+toelachen, en zich zoo levendig in het gesprek mengen, dat ze er van
+versteld stond. Amy werd in beslag genomen door mevrouw Lamb, van wie
+zij een lievelingetje was, en moest een lang verslag aanhooren van
+Lucy's laatste ziekte, terwijl drie uitgaande jongelui om haar heen
+zweefden, en slechts op een pauze wachtten, om haar aan te spreken
+en te bevrijden. In deze positie was het haar volstrekt onmogelijk
+Jo te stuiten, die door een boozen geest bezeten scheen, en even
+levendig doorrammelde als de oude dame. Er vormde zich een kringetje
+rondom haar, en Amy spitste de ooren om te hooren, wat er verhandeld
+werd, want verbaasde uitroepen vervulden haar met angst, opengesperde
+oogen en opgeheven handen deden haar vergaan van nieuwsgierigheid en
+herhaalde uitbarstingen van lachen haar branden van verlangen om aan
+de vroolijkheid deel te nemen. Men kan zich een denkbeeld maken van
+haar lijden, daar zij fragmenten opving als:
+
+"Zij rijdt keurig--van wien heeft zij het geleerd?"
+
+"Van niemand; zij oefende zich in het opstijgen, het houden van den
+teugel en het rechtop zitten, op een oud zadel in een boom. Nu kan
+zij alle paarden berijden; ze kent geen angst, en de verhuurder
+geeft haar de paarden goedkoop, omdat zij ze zoo goed voor dames
+dresseert. Zij is er zoo'n hartstochtelijke liefhebster van, dat zij
+in tijd van nood een uitstekende paardentemster zou kunnen worden,
+en zoo den kost verdienen."
+
+Bij dit vreeselijke verhaal kon Amy zich slechts met moeite
+bedwingen. Het moest immers wel den indruk maken, alsof zij een
+bizonder mannelijke jonge dame was, iets waarvan zij juist den
+grootsten afkeer had! Maar wat kon zij er aan doen? De oude dame
+was in het midden van haar verhaal, en lang voordat dit uit was,
+zat Jo al weer op haar praatstoel, deed nog meer dwaze onthullingen
+en beging nog vreeselijker misslagen.
+
+"Ja, Amy was dien dag wanhopig, want al de goede paarden waren
+verhuurd, en van de drie, die er nog overbleven, was het eene lam,
+het andere blind en het derde zoo koppig, dat men zand in zijn mond
+moest stoppen, om hem voort te krijgen. Een aardig beest voor een
+plezierritje, hè?"
+
+"En welk nam zij?" vroeg een der lachende heeren, die zeer veel belang
+in dit onderwerp stelden.
+
+"Geen van de drie. Zij hoorde van een jong paard op een boerderij aan
+den overkant van de rivier, en hoewel er nooit een dame op gereden had,
+besloot zij het te probeeren, omdat het zoo mooi en dartel was. U weet
+niet hoeveel moeite ze zich getroostte! Er was niemand om het paard bij
+het zadel te brengen, en dus bracht zij het zadel bij het paard. Ja
+heusch, zij roeide het over de rivier, nam het op haar hoofd en liep
+er mee naar de schuur, tot groote verbazing van den ouden boer!"
+
+"En bereed zij dat paard?"
+
+"Natuurlijk, en zij had een heerlijken rit. Ik was bang, dat ik haar
+aan stukken naar huis zou zien brengen, maar zij wist het perfect in
+toom te houden, en was de ziel van de partij."
+
+"Nou, dat noem ik kranig!" en de jonge Lamb wierp een goedkeurenden
+blik op Amy, en begreep niet wat zijn moeder toch kon zeggen, dat
+haar zoo rood en verlegen maakte.
+
+Zij werd nog rooder en verlegener, toen door een plotselinge wending
+in het gesprek het toilet op het tapijt kwam. Een der jonge dames
+vroeg Jo, waar zij toch dien mooien grijzen hoed vandaan had, dien
+zij op den pic-nic ophad; en die domme Jo, in plaats van den winkel
+te noemen, waar hij twee jaar geleden gekocht was, antwoordde met
+geheel onnoodige openhartigheid: "O, Amy had hem geverfd; die zachte
+kleuren kun je dikwijls niet koopen, daarom verven wij onze hoeden
+in elke tint, die wij verlangen. Ja 't is een groot gemak als je een
+kunstenares tot zuster hebt!"
+
+"Hoe origineel!" riep juffrouw Lamb uit, die Jo erg grappig vond.
+
+"Sommige van haar meesterstukken zijn onvergelijkelijk. Er is niets,
+wat dat kind niet doen kan. Zoo had ze een paar blauwe schoentjes
+noodig voor Sallie's partij, en toen verfde zij eenvoudig haar vuile
+witte met het allerliefste hemelsblauw dat je ooit gezien hebt,
+en ze zagen er net uit, of zij nieuw waren," voegde Jo er bij, met
+een soort van trots op de handigheid van haar zuster, die Amy zoo
+radeloos maakte, dat het haar goed zou gedaan hebben, als zij Jo haar
+visiteboekje naar het hoofd had kunnen gooien.
+
+"Eenigen tijd geleden hebben wij met groot genoegen een verhaal van
+u gelezen," merkte de oudste juffrouw Lamb aan, om een compliment te
+maken aan de literarische jonge dame, die er, om de waarheid te zeggen,
+op dit oogenblik niet erg naar uitzag. Maar de minste vermelding van
+haar "werken" had altijd een slecht effect op Jo, die altijd òf stijf
+werd en beleedigd keek, òf, zooals nu, met een onvriendelijke opmerking
+van onderwerp veranderde. "Het spijt mij, dat u niets beters te lezen
+had. Ik schrijf die dingen, omdat zij goed betaald worden, en sommige
+menschen vinden ze mooi. Gaat u dezen winter weer naar New-York?"
+
+Daar juffrouw Lamb het verhaal "met groot genoegen" gelezen had,
+was dit gezegde niet bizonder aardig of complimenteus. Jo bemerkte
+haar misslag, zoodra zij de woorden uitgesproken had; maar uit vrees,
+dat zij de zaak nog verergeren zou, herinnerde zij zich plotseling,
+dat het aan haar was, het eerste sein tot vertrek te geven, en dit
+deed ze dan ook zoo overhaast, dat drie personen in een halven volzin
+bleven steken.
+
+"Amy, wij moeten _heusch_ gaan, dag Lucy, kom ons toch vooral eens
+_gauw_ opzoeken; wij verlangen _vreeselijk_ naar een bezoekje! Ik
+durf _u_ niet animeeren mijnheer Lamb, maar als u soms komen _mocht_,
+zult u _hartelijk_ welkom zijn!"
+
+Jo zei dit alles met zoo'n dwaze nabootsing van Mary Chester's
+overdreven spreekmanier, dat Amy zoo gauw mogelijk de kamer uitsnelde,
+niet wetende of zij lachen of huilen zou.
+
+"Heb ik mij nu niet goed gehouden?" vroeg Jo voldaan, onder het
+wegwandelen.
+
+"Het kón niet erger," was Amy's verpletterend antwoord. "Wat heeft
+je toch bezeten, om al die verhalen over mijn zadel en dien hoed en
+die schoenen en al die dingen te vertellen?"
+
+"Och, de menschen vinden het grappig, en lachen er om. Zij weten best,
+dat wij niet rijk zijn, dus hoeven wij niet te doen, of wij er een
+stalknecht op na houden, elk seizoen drie of vier hoeden koopen,
+en even gemakkelijk als zij aan mooie dingen kunnen komen."
+
+"Je hoeft hun niet al onze kleine hulpmiddelen te verklappen en onze
+armoede zoo noodeloos ten toon te stellen. Je hebt geen zier gepast
+gevoel van trots, en zult nooit leeren, wanneer je moet spreken of
+je mond houden," klaagde Amy wanhopig.
+
+De arme Jo keek verlegen, en wreef zwijgend met den stijven zakdoek
+langs haar neus, alsof zij op deze manier boete wilde doen voor
+haar wangedrag.
+
+"Hoe moet ik mij hier gedragen?" vroeg zij, toen zij de derde woning
+naderden.
+
+"Zooals je wilt; ik trek mijn handen van je af," antwoordde Amy kort.
+
+"Dan zal ik mijn eigen zin doen. De jongens zijn thuis, daar zal ik
+wel mee opschieten. De hemel weet, dat ik een variatie noodig heb, want
+deftigheid heeft altijd een slecht effect op mijn gemoedsgesteldheid,"
+antwoordde Jo barsch, teleurgesteld over de mislukking van haar
+pogingen om te behagen.
+
+Een opgewonden welkom van drie groote jongens en verscheiden
+aardige kinderen verzachtte spoedig haar gekwetste gevoelens, en
+de vrouw des huizes en den jongen Tudor, die daar juist een bezoek
+bracht, aan Amy overlatende, wijdde Jo zich aan de jeugd en vond de
+verandering zeer opwekkend. Zij luisterde met echte belangstelling
+naar schoolverhalen, streelde zonder tegenzin poedels en jachthonden,
+stemde van harte toe, dat "Tom Brown een bar leuke jongen was,"
+zonder op de eigenaardige lofspraak te letten; en toen een der knapen
+een bezoek aan de schildpaddenkom voorstelde, sprong zij met zooveel
+bereidwilligheid op, dat de mama haar toelachte, en tegelijk haar
+kapsel in orde bracht, dat in een wanhopigen toestand was geraakt
+door al de hartelijke maar wel wat beerachtige omhelzingen, waarmee
+haar kinderen bizonder gul waren. Amy liet haar zuster aan zichzelf
+over en genoot naar hartelust. De oom van Tudor was getrouwd met
+een Engelsche dame, die een achternicht was van een levenden lord,
+en Amy beschouwde de heele familie met diep ontzag. Want, in spijt
+van haar Amerikaansche geboorte en opvoeding, bezat zij dien eerbied
+voor titels, die de meesten onzer aangeboren is en hield ze in stilte
+vast aan het oude geloof in koningen, dat de meest democratische
+natie onder de zon nog steeds in rep en roer brengt bij de komst van
+een vorstelijken spruit,--waarschijnlijk nog een overblijfsel van de
+liefde, die het jonge land het moederland toedraagt. Maar zelfs de
+voldoening van met een verren bloedverwant van den Britschen adel te
+spreken, deed Amy den tijd niet vergeten, en toen het gepast aantal
+minuten was verstreken, rukte zij zich haars ondanks los uit dit
+aristocratisch gezelschap, en keek rond naar Jo,--vurig hopend, dat
+ze haar onverbeterlijke zuster niet in een toestand mocht aantreffen,
+die schande zou brengen over den naam der familie March.
+
+Het kon erger geweest zijn, maar Amy vond het al erg genoeg: want
+daar zat Jo in het gras, met een bende jongens om zich heen, en een
+hond met vuile pooten in rustigen sluimer op haar besten rok, terwijl
+zij een van Laurie's studentenstreken aan het bewonderend gehoor
+meedeelde. Een klein kind pikte de schildpadden met Amy's parasol, een
+ander knabbelde koekjes boven Jo's gekleeden hoed, en een derde had
+een bal gemaakt van haar handschoenen, en gooide er mee. Maar allen
+genoten, en toen Jo haar beschadigde bezittingen opzamelde om heen
+te gaan, deed het geheele gezelschap haar uitgeleide, en smeekte haar
+terug te komen.--Het was zoo éénig haar van Laurie te hooren vertellen!
+
+"Aardige jongens, hè? Nu ben ik weer opgefrischt!" zei Jo,
+voortstappend met de handen op den rug, gedeeltelijk om de bespatte
+parasol te verbergen.
+
+"Waarom ontwijk je Tudor altijd?" vroeg Amy, wijselijk geen
+aanmerkingen makende op Jo's ontredderd voorkomen.
+
+"Ik houd niet van hem; hij neemt airs aan, snauwt zijn zusters af, doet
+zijn vader verdriet en spreekt oneerbiedig over zijn moeder. Laurie
+zegt, dat hij een doordraaier is, en _ik_ verlang zijn kennismaking
+niet; dus houd ik mij op een afstand."
+
+"Je kon tenminste beleefd tegen hem zijn. Je gaf hem een opvallend
+koel knikje, en daarnet maakte je met den vriendelijksten glimlach
+ter wereld een buiging voor Tommy Chamberlain--zijn vader heeft een
+kruidenierswinkel. Als je het knikje en de buiging juist andersom
+had toegedeeld, zou het goed geweest zijn," zei Amy berispend.
+
+"Neen, dat zou het niet," antwoordde de weerbarstige Jo, "want ik
+bemin, bewonder, noch acht Tudor, ofschoon de nicht van den neef van
+den oom van zijn grootvader een achternicht van een Lord was. Tommy
+is arm en verlegen maar een brave jongen en heel knap; ik heb een
+hoogen dunk van hem, en dat verlang ik hem te toonen, want hij is
+een gentleman, ondanks zijn vaders bruin papieren zakjes."
+
+"Het geeft niets, of men jou al iets aan 't verstand zoekt te brengen,"
+begon Amy.
+
+"Neen, volstrekt niets, kindlief," viel Jo haar in de rede; "laten wij
+dus maar een vriendelijk gezicht zetten, en hier een kaartje afgeven,
+want de Kings zijn uit, waarvoor ik meer dan dankbaar ben."
+
+Nadat het visiteboekje zijn plicht had gedaan, wandelden de meisjes
+voort, en Jo uitte eene tweede dankzegging, toen zij het vijfde huis
+bereikten, en vernamen, dat de jonge dames belet hadden.
+
+"Laten we nu naar huis gaan, en ons vandaag niet nog met tante March
+ook plagen. Wij kunnen daar altijd wel eens aanloopen, en ik vind het
+een bezoeking ons nog langer in onze beste plunje voort te sleepen,
+nu wij al knorrig en moe zijn."
+
+"Spreek alleen voor jezelf, als 't jeblieft. Tante heeft graag,
+dat wij haar in statie een formeel bezoek komen brengen. 't Is maar
+een kleinigheid, maar het doet haar genoegen, en ik geloof niet,
+dat je kleeren er half zooveel door zullen lijden, als wanneer je
+ze door vuile honden en ruwe jongens laat bederven. Buk maar eens,
+dan zal ik de kruimels van je hoed afslaan."
+
+"Wat ben je toch een geduldig lam, Amy," zei Jo, met een berouwvollen
+blik van haar eigen beschadigd costuum naar dat van haar zuster,
+dat er nog zoo frisch en keurig uitzag. "Ik wou, dat het mij ook zoo
+gemakkelijk afging als jou, om met kleinigheden menschen plezier te
+doen. Ik denk er wel aan, maar het neemt mij te veel tijd, om ze te
+doen, ik wacht dan liever op een gelegenheid om ze een grooten dienst
+te bewijzen, en laat de kleine na; en toch kom je daar tenslotte nog
+verder mee, geloof ik."
+
+Amy glimlachte, was dadelijk verteederd, en zei op moederlijken toon:
+
+"Vrouwen moeten leeren zich aangenaam te maken, vooral wanneer
+zij niet rijk zijn, want zij kunnen dan op geen andere manier de
+vriendelijkheden, die men hen bewijst, vergelden. Als je dat in 't
+oog houdt en daarnaar handelt, zullen de menschen veel meer van jou
+houden dan van mij, omdat jij veel meer een persoonlijkheid bent."
+
+"Ik ben een knorrige ouwe zeurkous, en dat zal ik wel altijd blijven;
+maar ik moet erkennen, dat je gelijk hebt. 't Valt mij alleen maar
+gemakkelijker mijn leven voor iemand te wagen, dan vriendelijk
+jegens hem te zijn, wanneer ik er niet toe gestemd ben. 't Is heel
+lastig, wanneer je zulke sterke sympathieën en antipathieën hebt,
+vind je niet?"
+
+"'t Is nog lastiger, wanneer je ze niet kunt verbergen. Ik moet
+bekennen, dat ik geen greintje beter over Tudor denk, dan jij; maar
+ik ben niet geroepen hem dat te zeggen, en jij ook niet; en het is
+geen reden voor jou onaangenaam te zijn, omdat hij het is."
+
+"Maar ik vind, dat meisjes het moeten toonen, wanneer zij 't gedrag
+van jongelui afkeuren; en hoe kunnen zij dat doen, behalve door hun
+manieren. Preeken helpt niets, zooals ik tot mijn spijt ondervonden
+heb, sedert ik Teddy onder handen heb; maar door allerlei kleine
+manieren kan ik, zonder een enkel woord, invloed op hem uitoefenen; en
+ik vind, dat wij dat ook op anderen behooren te doen, als wij kunnen."
+
+"Teddy is een heel bizondere jongen, en kan niet als een voorbeeld van
+andere jongens aangehaald worden," zei Amy op een toon van stellige
+overtuiging, die den "zeer bizonderen jongen" zeker zou hebben doen
+schaterlachen, als hij 't gehoord had. "Wanneer we schoonheden waren,
+of rijk, of van hoogen rang, zouden wij misschien iets kunnen doen;
+maar of wij al onvriendelijk zijn tegen het eene clubje jongelui,
+omdat wij hun gedrag niet goedkeuren, en een ander clubje toelachen,
+omdat wij het hunne wel goedkeuren, zal geen zier invloed hebben,
+en ons maar den naam van 'raar' of 'preutsch' op den hals halen."
+
+"Dus moeten wij dingen en menschen, die wij verachten, goedkeuren,
+omdat wij geen belles of millionnaires zijn, vind-je? Een mooie soort
+van zedeleer!"
+
+"Ik kan daar niet over redeneeren, ik weet alleen maar, dat het zoo in
+de wereld toegaat, en dat de menschen, die zich er tegen verzetten,
+voor al hun moeite maar worden uitgelachen. Ik houd niet van
+hervormers, en ik hoop dat jij nooit zult probeeren er een te worden."
+
+"Ik houd wèl van ze, en ik hoop er wél een te worden, als 't mij
+mogelijk is; want niettegenstaande haar spottend gelach, kan de
+wereld het toch niet buiten hen stellen. Wij zullen het daar wel nooit
+over eens worden, want jij behoort tot het oude slag, en ik tot het
+nieuwe; jij zult het best vooruitkomen, maar ik zal meer van mijn
+leven genieten. Ik zou juist plezier hebben in die schermutselingen
+en dat uitlachen, denk ik."
+
+"Nou, wees nu maar bedaard, en erger Tante niet met je nieuwe
+denkbeelden."
+
+"Ik zal mijn best doen; maar een zeker iets dringt mij altijd, om bij
+haar met een bizonder kortaf gezegde of een revolutionair gevoelen voor
+den dag te komen; dat is mijn noodlot; ik kan er niets tegen doen!"
+
+Zij vonden Tante Carrol bij de oude dame, beiden naar het scheen
+verdiept in een zeer belangrijk gesprek; doch zij hielden plotseling
+op, toen de meisjes binnen kwamen, met een schuldigen blik, die
+verried, dat zij over hun nichtjes gesproken hadden. Jo was niet
+in een bijster goed humeur, en de weerbarstige bui kwam nu in volle
+kracht terug, maar Amy, die deugdzaam haar plicht betracht, iedereen
+genoegen gegeven en haar humeur in bedwang gehouden had, was in de
+engelachtigste stemming. Deze beminnelijke gemoedsgesteldheid deed
+zich dadelijk gevoelen, en beide tantes wedijverden in lieve woordjes
+om haar te verwelkomen, en gaven door hun blikken te kennen, wat zij
+later met zooveel woorden tot elkander zeiden: "Dat kind wordt met
+den dag liever."
+
+"Zul jij ook meedoen met den bazaar, lieve kind?" vroeg mevrouw
+Carrol, toen Amy zich naast haar zette met die vertrouwelijkheid,
+die oude menschen zoo graag in jongeren zien.
+
+"Ja, Tante, mevrouw Chester heeft me gevraagd, of ik wou helpen, en
+toen heb ik aangeboden een tafel te bedienen, omdat ik niets anders
+geven kan dan mijn tijd."
+
+"Ik doe niet mee," viel Jo op beslisten toon in, "ik kan dat
+gepatroniseerd-worden niet uitstaan, en de Chesters denken, dat het
+een heele eer voor ons is met hun aristocratischen bazaar te mogen
+meedoen. Ik begrijp niet, dat je het aangenomen hebt, Amy--het is
+alleen maar om je aan het werk te zetten."
+
+"Nu, ik wil wel werken--'t is even goed voor 't goede doel als voor
+de Chesters, en ik vind het heel vriendelijk van hen, dat zij mij
+in het werk en in de aardigheid willen laten deelen. Wanneer dat
+patroniseeren, zooals jij het noemt, vriendelijk gemeend is, heb ik
+er niets tegen."
+
+"Je hebt volkomen gelijk; ik hoor met blijdschap, dat je er zoo
+verstandig over denkt; het is een genoegen menschen te ontmoeten, die
+onze welgemeende pogingen waardeeren. Niet allen doen dat, en dat is
+heel treurig," merkte tante March op, terwijl zij over haar bril heen
+naar Jo keek, die zich, naast de sofa, met een knorrig gezicht op een
+schommelstoel zat te wiegelen. Als Jo geweten had welk een groot geluk
+op dat oogenblik voor een van hen beiden in de weegschaal lag, zou zij
+misschien plotseling in een lammetje veranderd zijn; maar ongelukkig
+hebben wij geen vensters in onze borst, en kunnen niet zien, wat er in
+het hart van onze vrienden omgaat. Door haar volgend gezegde beroofde
+Jo zich van een paar genotvolle jaren, en haalde zij zich een duchtige
+les op den hals--een les in de kunst om haar tong in toom te houden.
+
+"Ik houd niet van gunstbewijzen; zij drukken mij en geven me een
+gevoel, of ik een slavin ben; ik heb liever alles aan mezelf te danken,
+en wil volkomen onafhankelijk zijn."
+
+"Hm!" kuchte Tante Carrol zachtjes, met een blik naar tante March.
+
+"Ik heb het je wel gezegd," gaf deze door een gedecideerd knikje Tante
+Carrol ten antwoord. In gelukkige onbewustheid van wat zij misdreven
+had, zat Jo met een opgetrokken neus en een strijdlustig voorkomen,
+dat alles behalve innemend was, voor zich uit te kijken.
+
+"Spreek je Fransch, kindlief?" informeerde mevrouw Carrol, haar hand
+op die van Amy leggende.
+
+"Wel een beetje, dank zij Tante March, die mij zoo dikwijls als ik wil,
+gelegenheid geeft om met Esther te praten," antwoordde Amy, met een
+dankbaren blik, die de oude dame een vriendelijken glimlach ontlokte.
+
+"Hoe staat het in dit opzicht met jou?" vroeg mevrouw Carrol aan Jo.
+
+"Ik weet er geen woord van; ik ben heel dom in 't leeren; en Fransch
+kan ik niet uitstaan; het is zoo'n glibberige, onmogelijke taal,"
+was het ruwe antwoord.
+
+Opnieuw wisselden de tantes een blik, en Tante March hervatte tot Amy:
+
+"Je bent nu volkomen gezond en sterk, niet waar, kindlief? Je hebt
+geen last meer van je oogen, wel?"
+
+"Neen, dank u, Tante, volstrekt niet, ik voel me heel goed, en ben
+van plan dezen winter flink aan 't werk te gaan, om klaar te zijn
+voor Rome, wanneer die gelukkige tijd eens aanbreekt."
+
+"Je verdient er heen te gaan, beste meid, en ik ben er zeker van
+dat het wel eens gebeuren zal," zei Tante March, met een goedkeurend
+tikje op Amy's wang, terwijl deze haar zakdoek voor haar opraapte.
+
+"Knorrepot, sliep uit!" riep Polly, die als naar gewoonte op den rug
+van tante's stoel zat, en zich voorover boog om Jo aan te kijken,
+met zoo'n uitdrukking van onbeschaamde nieuwsgierigheid, dat het
+onmogelijk was niet te lachen.
+
+"Een zeldzaam schrander dier," vond de oude dame.
+
+"Uitgaan, liefje?" riep Polly, naar het buffet wippend, alsof hij
+een klontje suiker hoopte te krijgen.
+
+"Ja, dankje, dat is mijn plan. Kom, Amy," en Jo maakte een einde aan
+het bezoek, meer dan ooit gevoelende, dat visites een slechten invloed
+op haar humeur oefenden. Zij schudde haar tantes op mannelijke manier
+de hand, terwijl Amy beiden kuste, en toen de meisjes vertrokken waren,
+lieten zij een indruk achter van zonneschijn en schaduw, welke indruk
+Tante March de volgende woorden in den mond gaf:
+
+"Volg mijn raad, Maria; ik zal wel voor 't geld zorgen," waarop Tante
+Carrol vast besloten antwoordde: "Ik zal 't stellig doen, als haar
+vader en moeder het goed vinden."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+GEVOLGEN.
+
+
+De bazaar van mevrouw Chester was zoo chic en aristocratisch, dat de
+jonge dames uit den omtrek het een eer rekenden een uitnoodiging als
+verkoopster te ontvangen, en groot was aller belangstelling in de
+zaak. Amy was gevraagd, maar Jo niet, een geluk voor alle partijen,
+daar zij gedurende dit tijdperk van haar leven bepaald "met de
+armen in de zij" de wereld trachtte door te gaan, wat haar menigen
+onzachten stoot berokkende. Het "trotsche, oninteressante schepsel"
+werd aan haar lot overgelaten, maar het talent en de smaak van Amy
+werden erkend en vereerd door de aanbieding van de kunsttafel, en
+zij beijverde zich, daarvoor geschikte en kostbare voorwerpen te
+vervaardigen en te verzamelen.
+
+Alles ging voor den wind, tot er, den dag voor de opening van den
+bazaar, een van die schermutselingen plaats had, bijna onmogelijk te
+vermijden, wanneer omtrent vijf en twintig vrouwen, oude en jonge,
+met al hun bizondere antipathieën en vooroordeelen, gezamenlijk iets
+trachten tot stand te brengen. Mary Chester was eigenlijk jaloersch
+op Amy, omdat deze meer gefêteerd werd dan zij, en juist omtrent dezen
+tijd vielen er enkele kleinigheden voor, die dit gevoel versterkten. De
+fijne penteekeningen van Amy stelden de geschilderde vazen van Mary
+in de schaduw: dat was doorn nommer één; de alverwinnende Tudor had
+vier maal met Amy gedanst op de laatste partij en maar eens met Mary,
+dat was doorn nommer twee; maar wat haar het meest hinderde en een
+verontschuldiging kon zijn voor haar onvriendelijk gedrag was het
+gerucht, haar door een welmeenende babbelkous overgebracht, dat de
+meisjes March zich bij de Lambs over haar hadden vroolijk gemaakt. De
+blaam hiervan had op Jo moeten vallen, want haar ondeugende nabootsing
+was te getrouw geweest om niet ontdekt te worden, en de vroolijke
+Lambs hadden de aardigheid niet kunnen verzwijgen. De schuldigen hadden
+hiervan evenwel niets gemerkt, en men kan zich de teleurstelling van
+Amy begrijpen, toen mevrouw Chester--die natuurlijk boos was over
+de vermeende bespotting van haar dochter--op den laatsten avond,
+terwijl Amy bezig was de laatste hand te leggen aan haar mooie tafel,
+op vriendelijken maar koelen toon tot haar zei:
+
+"Ik merk, lieve kind, dat verscheiden jonge dames het niet goed van
+mij vinden, dat ik deze tafel aan iemand anders geef dan aan mijn
+dochters, omdat dit de voornaamste en volgens sommigen de mooiste
+tafel is, en daar mijn meisjes zich de meeste moeite hebben gegeven
+om den bazaar tot stand te brengen, is het feitelijk ook niet meer
+dan billijk dat zij deze plaats innemen. Het spijt mij, maar ik weet,
+dat je te veel belang stelt in het doel, dan dat je je een kleine
+persoonlijke teleurstelling zou aantrekken, en je kunt natuurlijk
+een van de andere tafels nemen."
+
+Mevrouw Chester had eerst gedacht, dat het haar gemakkelijk zou
+vallen deze kleine toespraak te houden; maar toen het moment daar was,
+vond zij het tamelijk moeilijk het op een natuurlijken toon te doen,
+terwijl Amy's oprechte oogen haar vol verbazing en droefheid aanzagen.
+
+Amy giste dat hier meer achter stak, maar kon niet raden wat, en
+antwoordde bedaard, hoewel zij zich gekrenkt voelde en dat ook toonde:
+
+"Misschien hebt u liever, dat ik in 't geheel geen tafel neem?"
+
+"Mijn lieve kind, wees maar niet boos, ik doe het alleen maar voor den
+vorm; mijn dochters moeten natuurlijk de hoofdrol spelen, en deze tafel
+wordt beschouwd als de plaats, die haar volgens recht en billijkheid
+toekomt. Ik zou je hier graag willen laten, en dank je zeer voor
+alles wat je hebt gedaan om ze zoo mooi te maken; maar wij moeten
+natuurlijk onze eigen wenschen opgeven, en ik zal er voor zorgen,
+dat je een ander goed plaatsje krijgt. Zou je de bloementafel willen
+hebben? De kleine meisjes hadden op zich genomen die te schikken, maar
+zij hebben den moed laten zakken. Jij zou er iets heel liefs van kunnen
+maken, en je weet, een bloementafel heeft altijd veel aantrekkelijks."
+
+"Voorál voor de heeren." voegde Mary er bij met een blik, waaruit
+Amy tenminste één oorzaak kon opmaken, waarom zij in ongenade was
+gevallen. Zij bloosde van drift, maar nam verder geen notitie van
+dien steek onder water, en antwoordde met onverwachte vriendelijkheid:
+"Zooals u wilt, mevrouw, ik zal mijn plaats hier dadelijk opgeven en
+die bij de bloemen nemen, als u dat beter vindt."
+
+"Je mag al wat van je zelf is, op je eigen tafel zetten, als je
+dat soms wilt," bood Mary aan, wier geweten haar wel wat begon te
+kwellen, toen zij de mooie étagère, de geschilderde potjes en de
+aardige teekeningen zag, die Amy met zooveel zorg gemaakt en met
+zooveel smaak gerangschikt had. Zij bedoelde het vriendelijk, maar
+Amy vatte haar gezegde verkeerd op, en antwoordde haastig:
+
+"O zeker, als het je in den weg staat," en nadat zij haar bijdragen
+bij elkaar had gepakt, verwijderde zij zich, met het gevoel, dat zij
+en haar kunstwerk onvergeeflijk beleedigd waren geworden.
+
+"Nu is zij voor altijd boos. O hemel! had ik u maar niet gevraagd
+er over te spreken, Mama," zei Mary, met een treurig gezicht naar de
+ledige plaatsen op de tafel ziende.
+
+"Meisjesgekibbel duurt nooit lang," antwoordde haar moeder, die met
+recht min of meer beschaamd was over het aandeel, dat zij in den
+twist had genomen.
+
+De kinderen ontvingen Amy en haar schatten met vreugde, en deze
+hartelijke ontvangst kalmeerde eenigszins haar geschokt gemoed;
+zij zette zich aan het werk, vast besloten den prijs weg te dragen
+met haar bloementafel, nu de kunsttafel haar ontnomen was. Maar
+alles scheen wel tegen te loopen; het werd laat en zij was moe;
+ieder had het te druk met eigen zaken om haar een handje te helpen,
+en de kleine meisjes maakten 't haar nog moeilijker en de verwarring
+nog grooter door hun luidruchtig gebabbel en hun onhandige pogingen
+om alles te regelen en te schikken.
+
+De boog van klimop wilde maar niet stevig blijven staan, toen zij
+was opgezet, maar waggelde bij 't minste stootje en dreigde op Amy's
+hoofd te vallen, toen de bloemenmandjes er aan gehangen waren; op
+haar mooiste teekening viel een waterdroppel, die een bruinen traan
+achterliet op de wang van een cupido; zij bezeerde haar handen aan
+den hamer, en vatte kou in den tocht, welke laatste tegenspoed haar
+met onrust vervulde voor den volgenden dag.
+
+Thuis heerschte groote verontwaardiging, toen Amy dien avond haar
+geschiedenis verhaalde. Haar moeder zei, dat het schande was, maar
+vond dat zij goed had gehandeld. Betsy verklaarde, dat zij in 't
+geheel niet naar dien gekken bazaar wilde gaan kijken, en Jo vroeg
+waarom zij al haar mooie dingen niet wegnam, en die kleingeestige
+menschen alleen voor den boel liet zitten.
+
+"Al zijn zij kleingeestig, dat is nog geen reden, waarom ik het ook
+zou zijn. Ik vind zoo'n manier van doen echt onbeschaafd, maar al
+meen ik reden te hebben om mij gegriefd te voelen, wil ik het niet
+toonen. Zij zullen dat dieper voelen, dan kleinzielige antwoorden en
+wraaknemingen, denkt u ook niet, Moeder?"
+
+"Zeker, kindlief! kwaad met goed vergelden is altijd het beste ofschoon
+het soms niet heel makkelijk is," zei haar moeder, met een uitdrukking
+op haar gelaat, die duidelijk deed zien, dat zij het verschil had
+leeren verstaan tusschen zeggen en doen.
+
+Hoewel Amy herhaaldelijk de natuurlijke verzoeking voelde opkomen,
+om zich gekrenkt te toonen en zich te wreken, volhardde zij den heelen
+volgenden dag in haar voornemen om haar vijanden door vriendelijkheid
+te winnen. Zij maakte een goed begin, dank zij een stilzwijgende
+vermaning, die zij ongezocht maar zeer van pas ontving. Toen zij
+dien morgen bezig was met het schikken van haar tafel, terwijl de
+kinderen in een zijkamer de mandjes vulden, nam zij een klein boekje
+met een antiek bandje op, dat haar vader onder zijn schatten had
+gevonden, en waarin zij op velijnpapier verschillende teksten had
+geïllustreerd. Terwijl zij met vergeeflijk zelfbehagen de blaadjes
+omsloeg, viel haar oog op een vers, dat haar tot nadenken bracht. Gevat
+in een smaakvol randje, las zij deze woorden: "Gij zult uwen naaste
+liefhebben als uzelven." "Ik moest het doen, maar ik doe het niet,"
+dacht Amy, terwijl haar oog dwaalde van de leerrijke bladzijde naar
+het ontevreden gezicht van Mary achter de groote vazen, die de leegten
+niet konden verbergen, door het wegnemen van Amy's "kunstvoorwerpen"
+ontstaan. Amy bleef een oogenblik nadenkend de bladzijden omslaan,
+waarin zij achtereenvolgens menig zacht verwijt las over elke opwelling
+van wrevel en onverdraagzaamheid. Vele verstandige en goede preeken
+worden ons dagelijks door allerlei onbewuste predikers op straat, op
+school, in het bureau, of thuis gehouden, zelfs een bazaarkraampje kan
+een preekstoel worden, als zij ons de woorden in 't hart zendt, waaraan
+wij juist behoefte hebben. Amy's geweten hield haar daar een klein
+betoog over dien tekst, en zij deed, wat velen van ons niet altijd
+doen, zij nam de les ter harte, en bracht haar dadelijk in praktijk.
+
+Een groep meisjes stond rondom Mary's tafel; zij bewonderden haar
+mooie voorwerpen en praatten over de verwisseling der verkoopsters. Al
+fluisterden zij, toch wist Amy heel goed dat zij over haar spraken,
+slechts één kant van de zaak hoorden en haar daarnaar beoordeelden. Het
+was niet aangenaam, maar een beter gevoel was in haar ontwaakt, en de
+gelegendheid bood zich weldra aan om daarvan een bewijs te geven. Zij
+hoorde Mary op teleurgestelden toon zeggen:
+
+"'t Is jammer, want de tijd is te kort om andere dingen te maken,
+en ik kan de leegten niet vullen met lorren en prullen. De tafel was
+zoo goed in orde, en nu is zij letterlijk bedorven."
+
+"Misschien zou Amy ze wel terug willen geven, als je 't haar vroeg,"
+deed een der meisjes aan de hand.
+
+"Hoe zou ik dat kunnen, na al de onaangenaamheden," begon Mary
+te zeggen, maar zij voltooide haar zin niet, want Amy's stem riep
+opgewekt van den anderen kant der zaal:
+
+"Je kunt ze met alle plezier krijgen, Mary, zonder er zelfs om te
+vragen, als je ze noodig hebt! Ik was juist van plan je voor te
+stellen ze weer op jouw tafel te zetten, want ze passen beter op de
+jouwe dan op de mijne. Hier zijn ze, neem ze maar terug; 't was niet
+aardig van me, dat ik ze gisterenavond zoo gauw meenam."
+
+Onderwijl had Amy haar bijdragen weer met een vriendelijken glimlach
+op de tafel gezet en liep toen haastig weg met het gevoel, dat het
+gemakkelijker is een goede daad te verrichten, dan er dank voor aan
+te nemen.
+
+"Dat is echt aardig van haar, vind je niet?" riep een der meisjes. Het
+antwoord van Mary was onverstaanbaar, maar een ander meisje, wier
+taak het geweest was, limonade te maken, en wier humeur daardoor
+misschien wat verzuurd was, antwoordde met een onaangenamen lach:
+"O, ja _echt_ aardig! ze wist natuurlijk wel, dat zij ze op haar
+eigen tafel toch niet zou kunnen verkoopen."
+
+Dat was wreed; wanneer we ons een opoffering getroosten, zien wij
+die tenminste graag gewaardeerd; en voor een oogenblik speet het Amy,
+dat zij zoo gehandeld had, maar haar ergernis week heel gauw voor een
+gevoel van voldoening. Haar werk begon beter te vlotten; de meisjes
+waren allen even vriendelijk, en de kleine daad van zelfverloochening
+scheen de lucht rondom haar eensklaps gezuiverd te hebben.
+
+De dag was lang en vervelend voor Amy; zij zat bijna den heelen tijd
+alleen achter haar tafel, want de kinderen lieten haar spoedig in
+den steek; slechts weinige bezoekers hadden geld over voor bloemen in
+den zomer en haar bouquetten begonnen lang voor den avond te verwelken.
+
+De kunsttafel oefende voortdurend de grootste aantrekkingskracht in de
+zaal; den geheelen dag verdrong men er zich, en de verkoopsters waren
+gedurig in de weer, en liepen af en aan met gewichtige gezichten en
+rammelende geldtaschjes, Amy keek ze dikwijls met droevige oogen na;
+ze verlangde ook te zijn, waar zij zich thuis gevoelde, in plaats van
+in een hoek, waar zij niets te doen had, en de gedachte, dat haar
+heele familie en Laurie en zijn vrienden haar 's avonds zoo zouden
+zien zitten, was een ware marteling voor haar.
+
+Zij ging eerst tegen den avond naar huis, zag toen zoo bleek en was zoo
+stil, dat allen begrepen, hoe 'n moeilijke dag het voor haar geweest
+was, ofschoon zij nergens over klaagde en zelfs niet vertelde, wat
+zij gedaan had. Haar moeder schonk haar een extra lekker kopje thee,
+Bets hielp haar zich kleeden, en maakte een beelderig bouquetje voor
+haar, terwijl Jo de familie verbaasde door zich met bizondere zorg
+op te sieren, terwijl zij allerlei geheimzinnige wenken gaf, dat het
+blaadje wel gauw zou omgekeerd worden.
+
+"Jo, ik bid je, doe niets onmogelijks; ik wil er volstrekt geen drukte
+over gemaakt hebben; laat dus alles over je kant gaan en gedraag je
+ordentelijk," smeekte Amy, die vroeg van huis ging, in de hoop een
+frisschen voorraad bloemen te vinden om haar ongelukkige tafel een
+beetje op te kunnen sieren.
+
+"Ik ben alleen van plan zoo betooverend mogelijk te zijn, tegen ieder
+dien ik ken, en ze zoo lang mogelijk in jouw hoekje te houden. Teddy
+en zijn club zullen ons wel een handje helpen, en je zult zien dat we
+nog plezier hebben!" antwoordde Jo, terwijl zij over het hek leunde
+om op Laurie te wachten. Na eenige oogenblikken hoorde zij in den
+schemer den welbekenden stap naderen, en liep hem tegemoet.
+
+"Is dat mijn jongen?"
+
+"Zoo zeker als dat mijn meisje is," en Laurie trok haar hand in zijn
+arm, met het genoeglijke gezicht van iemand, wiens hoogste wenschen
+vervuld zijn.
+
+"O, Teddy, je moet eens hooren wat er gebeurd is!" en Jo vertelde al
+Amy's grieven met zusterlijke warmte.
+
+"Verscheiden van mijn kennissen zijn van plan er heen te gaan,
+en ik laat mij hangen, als ik ze niet al Amy's bloemen zal laten
+opkoopen, en daarna post vatten voor haar tafel," riep Laurie, de
+zaak onmiddellijk met warmte omhelzende.
+
+"Amy zegt, dat haar bloemen in 't geheel niet mooi meer zijn, en de
+nieuwe zullen misschien niet bijtijds komen. Ik wil niet onrechtvaardig
+of ergdenkend wezen, maar 't zou mij toch niet verbazen, als zij in 't
+geheel niet kwamen. Als menschen tot één laagheid in staat zijn, kunnen
+zij ook wel eene tweede begaan," zei Jo op een toon vol verachting.
+
+"Heeft Hayes haar dan niet de mooiste bloemen uit onzen tuin
+gebracht? Ik had het hem toch gezegd."
+
+"Dat wist ik niet, hij heeft het zeker vergeten; en nu je grootvader
+niet heel wel is, wou ik hem niet lastig vallen met er om te vragen."
+
+"Hè, Jo, hoe kon je nu denken, dat je er om vragen moest? Zij
+zijn immers even goed van jou als van mij; wij deelen immers alles
+samen?" begon Laurie op een toon, die Jo al dadelijk "stekelig" maakte.
+
+"Goeie Hemel! Dat hoop ik niet! In sommige van jouw dingen zou ik in
+het geheel niet graag deelen. Maar wij moeten hier niet staan zeuren;
+ik moet Amy nog helpen; verdwijn dus maar gauw, en maak je netjes; en
+als je dan zoo goed wilt zijn om Hayes nog een mand met mooie bloemen
+naar de zaal te laten brengen, zal ik je mijn leven lang zegenen."
+
+"Zou je dat nu maar niet vast doen?" verzocht Laurie, zoo smeekend,
+dat Jo met alles behalve beleefden haast het hek voor zijn neus
+dichtgooide, en hem door de tralies toeriep: "Ga _alstjeblieft_ heen,
+Teddy, ik heb het druk."
+
+En het blaadje _werd_ dien avond omgekeerd, dank zij de samenzweerders,
+want Hayes bracht een massa bloemen, met een keurig mandje, dat hij
+naar zijn beste vermogen geschikt had, voor een middenstuk; en toen
+verscheen de familie March in haar geheel, en Jo deed niet tevergeefs
+haar best, want de menschen kwamen niet alleen, maar bleven ook,
+lachten om haar grappen, bewonderden Amy's smaak, en schenen zich
+bizonder goed te amuseeren. Daarna sprongen Laurie en zijn vrienden
+beleefd in de bres; zij kochten al de bouquetten, schaarden zich
+om de tafel, en maakten Amy's hoekje tot het vroolijkste plekje in
+de zaal. Amy raakte nu volkomen in haar element, en was, al ware het
+alleen maar uit dankbaarheid, zoo vroolijk en vriendelijk mogelijk, tot
+de conclusie komende, dat de deugd toch soms zich zelve wel eens loont.
+
+Jo gedroeg zich voorbeeldig; en toen Amy gelukkig door haar eerewacht
+omgeven was, drentelde haar zuster door de zaal, en ving hier en
+daar een paar gezegden op, die haar licht gaven omtrent het veranderd
+gedrag der Chesters. Zij betreurde haar aandeel in de onaangenaamheid,
+en besloot Amy zoo spoedig mogelijk vrij te pleiten; zij ontdekte ook
+wat Amy 's morgens met haar bijdragen gedaan had, en vond haar een
+toonbeeld van zelfverloochening. Toen zij de kunsttafel voorbijging,
+keek zij eens rond naar de bijdragen van haar zuster, maar kon er geen
+spoor van ontdekken. "Zeker ergens in een hoek gestopt," dacht Jo,
+die, verongelijkingen haar zelf aangedaan, kon vergeven, maar vuur
+en vlam was, als iemand haar familie beleedigde.
+
+"Dag juffrouw March, hoe gaat het Amy met het verkoopen?" vroeg
+Mary op verzoenenden toon--want zij verlangde te toonen, dat zij ook
+edelmoedig kon wezen.
+
+"Zij heeft alles verkocht wat de moeite waard was, en amuseert zich
+nu. De bloementafel heeft zooals u weet, altijd veel aantrekkelijks,
+_vooral_ voor heeren."
+
+Jo _kon_ zich niet weerhouden om haar dien kleinen steek te geven,
+maar Mary nam het zoo zachtzinnig op, dat zij er een oogenblik later
+spijt van had, en de groote vazen die nog steeds onverkocht stonden,
+begon te prijzen.
+
+"Is dat boekje met geïllustreerde teksten van Amy nog ergens hier? Ik
+zou dat graag voor Vader koopen," zei Jo, brandend van verlangen om
+te hooren, hoe het met het werk van haar zuster gegaan was.
+
+"O, alles van Amy is al láng verkocht; ik zorgde dat de rechte
+menschen het te zien kregen, en ze hebben ons een aardig sommetje
+opgebracht," antwoordde Mary, die, even goed als Amy, dien dag haar
+kleine verzoekingen had overwonnen.
+
+Zeer bevredigd snelde Jo terug om de goede tijding over te brengen,
+en Amy was zoowel getroffen als verwonderd over het verhaal aangaande
+Mary's woorden en toon.
+
+"Nu hoop ik, dat jullie even edelmoedig je plicht zult doen bij de
+andere tafels, als je het bij de mijne gedaan hebt, vooral bij de
+kunsttafel," verzocht Amy, die "Teddy's bende," zooals de meisjes de
+academievrienden noemden, graag een beetje commandeerde.
+
+"Val aan, Chester, val aan! is het motto voor die tafel. Doe manmoedig
+je plicht, en jullie zult de waarde van je geld aan _kunst_ in elke
+beteekenis van het woord ontvangen," riep de onbedwingbare Jo, toen
+de gehoorzame phalanx gereed stond om te velde te trekken.
+
+"Ik haast mij naar de bron der kunst, doch _enkel_ om te komen in _uw_
+gunst!" zei de kleine Parker met een wanhopige poging om tegelijk
+teeder en dichterlijk te zijn, maar hij werd onmiddellijk tot zwijgen
+gebracht door Laurie, met een: "Zeer verdienstelijk, mijn zoon, voor
+zoo'n kleinen jongen," terwijl hij hem vaderlijk op het hoofd tikte,
+en met hem weg stapte.
+
+"Koop de vazen," fluisterde Amy Laurie toe, als een laatste vurige
+kool op het hoofd harer vijandin.
+
+Tot Mary's groote vreugde kocht "de jonge Laurence" niet alleen de
+vazen, maar wandelde hij zelfs de zaal door met een prachtstuk onder
+elken arm. De andere jongelui vielen even begeerig aan op allerlei
+broze ornamenten, en dwaalden daarna hulpeloos rond, beladen met
+theewarmers, lucifers-doosjes, beschilderde waaiers, linialen en
+thermometers van houtsnijwerk en andere nuttige en gepaste aankoopen.
+
+Tante Carrol was er ook, hoorde het verhaal, keek heel vergenoegd,
+en fluisterde in een hoekje mevrouw March iets in het oor, dat de
+oogen van die dame van blijdschap deed schitteren, en haar Amy deed
+gadeslaan met een mengeling van trots en bezorgdheid, hoewel zij de
+oorzaak harer voldoening eerst eenige dagen later openhaarde.
+
+De bazaar was bizonder goed geslaagd, en toen Mary Amy goeden nacht
+wenschte, maakte zij niet zooveel beweging als anders, maar gaf haar
+een hartelijken kus met een blik, waarin "wil vergeven en vergeten"
+te lezen stond. Hiermee was Amy voldaan, en toen zij thuis kwam,
+vond zij de vazen met groote bouquetten er in te pronk staan op den
+schoorsteenmantel in de zitkamer. "Een belooning voor de verdiensten
+van een edelmoedige March," zooals Laurie met een buiging aankondigde.
+
+"Je bent veel vaster van karakter en opofferender en liever dan ik
+ooit gedacht had, Amy. Je hebt je kranig gehouden, en ik bewonder je
+met mijn heele hart," zei Jo gul, toen zij dien avond laat te zamen
+hun haar stonden te borstelen.
+
+"Ja, dat doen wij allemaal, het was verbazend aardig van je haar
+zoo gauw te vergeven, 't Leek me heel moeilijk nu je 'r zoo lang
+voor gewerkt en er je hart op gezet had zelf je mooie dingetjes
+te verkoopen. Ik geloof niet, dat _ik_ zoo vriendelijk zou geweest
+zijn!" riep Betsy van haar kussen.
+
+"Och, jullie hoeft mij niet zoo te prijzen. Ik deed alleen maar,
+wat ik graag zou willen dat anderen voor mij deden. Jullie lacht mij
+altijd uit, als ik zeg, dat ik een echte dame hoop te worden, maar
+daarmee meen ik een _echte_ beschaafde vrouw, en daar doe ik mijn best
+voor. Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik zou zoo graag verheven
+zijn boven al die kleine streken en bekrompenheden die vrouwen vaak
+onverdraaglijk maken. Ik ben er nog wel mijlen ver vandaan, maar ik
+doe mijn best, en ik hoop eenmaal te worden, zooals Moeder is."
+
+Amy sprak heel ernstig, en Jo zei met een hartelijken kus:
+
+"Nu begrijp ik, wat je meent, en ik zal je nooit weer uitlachen,
+hoor! Je maakt meer vorderingen dan je denkt, en ik zal van jou een
+lesje nemen in ware beleefdheid, want je hebt het geheim afgekeken,
+geloof ik. Doe je best maar, kindlief, den een of anderen dag zul je
+er wel voor beloond worden, en niemand zal er zich hartelijker over
+verblijden dan ik," eindigde ze moederlijk.
+
+Een week later _werd_ Amy er voor beloond, maar de arme Jo vond het
+heel moeilijk blij te zijn. Er kwam een brief van Tante Carrol, en het
+gezicht van mevrouw March straalde zoo onder het lezen, dat Jo en Bets,
+die er bij zaten, verlangend vroegen welk heugelijk nieuws er was.
+
+"Tante Carrol gaat de volgende week op reis, en vraagt...."
+
+"Of ik met haar mee wil gaan!" viel Jo haar in de rede, in blijde
+verrukking uit haar stoel opvliegende.
+
+"Neen, kindlief, jij niet, maar Amy."
+
+"O, Moeder, zij is nog zoo jong, ik kom het eerst aan de beurt; ik
+heb er zoo lang naar verlangd ... het zou mij zoo veel goed doen,
+en het zou zoo heerlijk zijn ... ik moet gaan!"
+
+"Ik vrees, dat het onmogelijk is, Jo. Tante spreekt bepaald van Amy,
+en wij kunnen haar de wet niet stellen, als zij ons zoo'n aanbod doet."
+
+"Zoo is het altijd; Amy heeft al de pret, en ik al het werk. Het is
+niet eerlijk, o, het is niet eerlijk!" riep Jo hartstochtelijk.
+
+"Ik vrees, dat het gedeeltelijk je eigen schuld is, kindlief. Toen
+ik Tante laatst sprak, klaagde zij over je onverschillige manieren
+en al te onafhankelijken geest, en hier schrijft zij, alsof zij
+iets, wat jij gezegd hebt, aanhaalt. Eerst meende ik Jo te vragen,
+maar daar 'gunstbewijzen haar drukken' en zij 'een afschuw heeft van
+vreemde talen,' durfde ik de invitatie niet wagen. Amy is zachter,
+zij zal prettig gezelschap voor Flo wezen, en dankbaar voor het nut,
+dat zij wellicht van deze reis trekken kan."
+
+"O, mijn tong, mijn afschuwelijke tong! O, waarom kan ik toch niet
+leeren zwijgen?" kreunde Jo, toen zij zich de woorden te binnen bracht,
+die over haar lot hadden beslist.
+
+Toen mevrouw March den uitleg van de aangehaalde woorden vernomen had,
+zei zij deelnemend:
+
+"Ik wou, dat jij had kunnen gaan, maar er is dezen keer geen kans op;
+tracht het dus blijmoedig te dragen, en bederf Amy's genot niet door
+verwijten en klachten."
+
+"Ik zal mijn best doen," beloofde Jo, met de oogen knippende, terwijl
+zij neerknielde om den inhoud van een werkmandje, dat zij in haar
+blijdschap had omgegooid, weer op te rapen. "Ik zal niet alleen
+trachten blij te schijnen, maar het ook werkelijk te zijn, en haar
+geen minuutje geluk te misgunnen, maar het zal mij niet gemakkelijk
+vallen, want het is een afschuwelijke teleurstelling," en de arme Jo
+besproeide het mollige speldenkussentje, dat zij in de hand hield,
+met vele bittere tranen.
+
+"Lieve Jo, 't is wel heel zelfzuchtig, maar ik zou je niet kunnen
+missen, en ik ben zoo blij, dat jij dezen keer nog niet gaat,"
+fluisterde Betsy, terwijl zij haar, met mandje en al, zoo hartelijk
+en met zoo'n liefdevol gezichtje omhelsde, dat Jo zich getroost
+voelde, niettegenstaande het knagend berouw, dat haar den lust gaf
+om zich zelve een stevige oorvijg te geven, en Tante Carrol nederig
+te smeeken haar met dit gunstbewijs te willen bezwaren, om te zien,
+hoe dankbaar zij het zou dragen.
+
+Tegen dat Amy thuis kwam, was Jo in staat haar aandeel in de
+familievreugde te nemen; misschien niet zóó hartelijk als gewoonlijk,
+maar toch zonder Amy haar geluk te benijden. De jonge dame zelve
+ontving de heerlijke tijding met innige blijdschap, liep in stille
+verrukking door het huis, en begon dienzelfden avond haar verf te
+sorteeren en haar penseelen in te pakken, terwijl zij de bezorging
+van zulke kleinigheden als kleeren, geld enz. overliet aan hen,
+die niet zoozeer als zij in kunstvisioenen verdiept waren.
+
+"Het is niet alleen een plezierreis voor mij, kinderen!" zei zij
+nadrukkelijk, terwijl zij haar beste palet afschrapte. "Deze reis
+zal over mijn loopbaan beslissen, want als ik eenig genie bezit,
+zal dat in Rome blijken, en dan zal ik iets doen om het te bewijzen."
+
+"En als je het niet bezit?" vroeg Jo, met roode oogen doorbordurend
+aan de nieuwe zakdoekjes, die Amy moest meenemen.
+
+"Dan kom ik weer naar huis, en ga teekenlessen geven," verklaarde
+de jeugdige artiste met wijsgeerige kalmte, maar zij trok een zuur
+gezicht bij het vooruitzicht, en schrapte haar palet, alsof zij
+van plan was krachtige pogingen in 't werk te stellen, eer zij haar
+aspiraties opgaf.
+
+"Neen, dat doe je toch niet; je houdt niet van hard werken, en je zult
+met een rijken man trouwen, en naar huis komen om je heele verdere
+leven in den schoot der weelde te zitten," voorspelde Jo.
+
+"Je voorspellingen komen wel eens uit, maar ik geloof niet, dat deze
+uit zal komen. Ik zou het wel willen, want als ik zelf geen kunstenares
+kan zijn, zou ik toch graag anderen voorthelpen, die het wel zijn,"
+antwoordde Amy glimlachend, alsof de rol van genadige beschermvrouwe
+haar veel meer toelachte dan die van teekenleerares.
+
+"Hm!" kwam Jo met een zucht, "als jij 't hoopt, dan zal het wel
+gebeuren ook, want jouw wenschen komen altijd uit--de mijne nooit."
+
+"Zou jij graag gaan?" vroeg Amy, nadenkend haar neus met haar mes
+platdrukkend.
+
+"Nou!"
+
+"Dan zal ik over een paar jaar om je schrijven, en zullen we in
+het Forum naar antiquiteiten zoeken, en al de plannen, die wij zoo
+dikwijls gemaakt hebben, ten uitvoer brengen."
+
+"Dank je, ik zal je aan je belofte herinneren, zoodra die blijde dag
+dáár is--als hij ten minste ooit komt," antwoordde Jo, dit nevelachtig
+maar schitterend aanbod zoo dankbaar mogelijk aannemend.
+
+Er was niet veel tijd voor toebereidselen, en het heele huis stond
+op stelten, totdat Amy vertrokken was. Jo hield zich goed, tot
+de laatste glimp van Amy's blauwen hoed verdween, toen vloog zij
+naar haar schuilplaats, den zolder, en schreide, tot zij niet meer
+kon. Amy was ook heel dapper, eer de boot van wal stak, maar juist
+toen de loopplank zou weggenomen worden, kwam het haar plotseling in
+de gedachte, dat weldra de wijde oceaan zou golven tusschen haar en
+allen, die zij het meest liefhad, en zij klemde zich vast aan Laurie,
+die het laatst bij haar was achtergebleven, en smeekte snikkend:
+
+"O, zorg toch goed voor hen, als er iets mocht gebeuren"--
+
+"Ja, ja, Amy, en _als_ er iets mocht gebeuren, dan zal ik overkomen
+om je te troosten," fluisterde Laurie, weinig denkende, hoe spoedig
+hij geroepen zou worden, deze belofte gestand te doen.
+
+Zoo stoomde Amy weg naar de oude wereld, die altijd nieuw en schoon
+is voor jonge oogen, terwijl haar vader en haar vriend haar van den
+oever natuurden, vurig hopende, dat niets dan geluk het deel mocht
+zijn van het blijmoedige kind, dat hen bleef toewuiven, tot zij niets
+meer zagen dan het glinsteren van den zomer-zonneschijn op de golven.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+ONZE BUITENLANDSCHE CORRESPONDENTE.
+
+
+Londen.
+
+_Liefste Allemaal!_
+
+
+Hier zit ik nu werkelijk voor het raam van een kamer in Bath-Hotel,
+Piccadilly. Het is geen voornaam hotel, maar Oom logeerde er jaren
+geleden, en wou nergens anders heen. Wij blijven hier niet lang, dus
+komt het er ook weinig op aan. O, ik weet niet waar ik zal beginnen
+met jullie te vertellen _hoe_ heerlijk alles is! 't Is eenvoudig
+onmogelijk; ik zal dus maar eindjes uit mijn aanteekeningboekje
+zenden, want ik heb niets gedaan dan schetsen en krabbelen, sedert
+ik van huis ging.
+
+Ik schreef al een paar regeltjes uit Halifax, toen ik mij zoo
+ellendig voelde, maar daarna genoot ik verder; 'k was bijna nooit
+ziek, en haast den heelen tijd op het dek, met allerlei aardige
+menschen om mee te praten. Iedereen was zoo vriendelijk voor mij,
+vooral de officieren! Lach maar niet, Jo; heeren zijn heusch heel
+nuttig aan boord, om je te helpen door kleine diensten te bewijzen,
+en daar zij niets te doen hebben, is het heel heilzaam, als je hun
+wat te doen geeft, anders zouden zij zich nog dood rooken, geloof ik.
+
+Tante en Flo waren de heele reis over ziek en liefst alleen, dus
+wanneer ik, al wat ik kon voor hen gedaan had, ging ik mij maar boven
+amuseeren. _Heerlijk_ waren die wandelingen op het dek, en dan die
+goddelijke zons-ondergangen, en die prachtige luchten en golven! Het
+was bijna even heerlijk als paardrijden, als wij zoo door de golven
+schoten. Ik wou dat Bets had kunnen meegaan, het zou haar zooveel goed
+gedaan hebben! Jo zou stellig dadelijk in den top van de fokkemast,
+of hoe dat hooge ding heeten mag, gevlogen zijn, zich bevriend gemaakt
+hebben met de machinisten, en getoeterd hebben op de spreektrompet
+van den kapitein, om lucht te geven aan haar opgewondenheid.
+
+Het was alles meer dan verrukkelijk! Maar toch was ik blij, toen ik
+de Iersche kust zag; alles zag er zoo lief en groen en zonnig uit,
+met bruine huisjes hier en daar, ruïnen op sommige heuveltoppen,
+en buitenplaatsen in de valleien, met herten die in de parken
+graasden. Het was nog heel vroeg in den morgen, maar ik had niets geen
+spijt, dat ik er voor was opgestaan, want de baai was vol bootjes,
+de kust zeldzaam schilderachtig, en de lucht vol rooskleurige wolkjes;
+ik zal het nooit vergeten!
+
+Te Queenstown ging een van mijn nieuwe kennissen, mijnheer Lennox,
+van boord en toen ik iets zei over de meren van Killarney, zuchtte hij,
+en neuriede, terwijl hij mij sentimenteel aankeek:
+
+
+ "Wie kent haar niet, Kate Kearny?
+ Zij woont aan het meer van Killarney;
+ Voor haar blik, vol van glans,
+ Taant de zon aan den trans;
+ Maar noodlottig is 't oog van Kate Kearny."
+
+
+Belachelijk, hè?
+
+Te Liverpool bleven wij maar eenige uren stil. Het is een morsige
+drukke plaats, en het speet mij niets, dat wij er weer vandaan
+gingen. Oom ging de stad in en kocht een paar handschoenen van
+hondeleer, een paar leelijke dikke laarzen en een parapluie, en voor
+alle dingen liet hij zich scheren "à la cotelette". Hij vleide zich
+toen, dat hij er als een echt Engelschman uitzag, maar den eersten
+keer, dat hij zijn schoenen liet poetsen, zag de kleine schoenpoetser,
+dat er een Amerikaan in stak, en zei grinnekend: "Klaar mijnheer,
+ik heb ze op zijn Yankeesch gepoetst!" Oom moest er vreeselijk om
+lachen.--O, maar ik _moet_ u vertellen, wat die malle Lennox deed! Hij
+liet door zijn vriend Ward, die met ons meeging, een bouquet bestellen,
+en het eerste wat ik zag, toen ik mijn kamer binnenkwam, waren die
+beelderige bloemen en een kaartje met "Robert Lennox' hartelijke
+groeten." Was dat niet grappig? O, ik ben dol op reizen!
+
+Ik zal _nooit_ met mijn beschrijving tot Londen komen, als ik
+niet voortmaak. De reis met den trein was als een wandeling door
+een schilderij-zaal, vol heerlijke landschappen. Ik was verrukt
+over de boerderijen met rieten daken, met klimop begroeide muren,
+openslaande vensters, en stevige vrouwen met blozende kinderen voor
+de deuren. Zelfs de koeien schenen rustiger dan de onze, zooals
+zij daar tot aan de knieën in de klaver stonden, en de kippen
+kakelden zoo tevreden, alsof zij nooit zenuwachtig werden, zooals
+Yankee-kuikens. Zulke frissche kleuren had ik nog nooit gezien; het
+gras zoo groen, de lucht zoo blauw, het koren zoo geel, de bosschen
+zoo donker--ik was den heelen weg over in één verrukking! Flo ook,
+en wij sprongen van den eenen kant naar den anderen om alles te
+zien, terwijl wij met een snelheid van tachtig mijlen in het uur
+voortvlogen. Tante was moe en viel in slaap, maar Oom las in zijn
+reisgids en wou zich over niets verbazen. Zoo ging het ongeveer: Amy
+vliegt op: "O, dat moet Kenilworth zijn; dat grijze huis tusschen de
+boomen!" Flo schiet naar het raampje: "O, ja, wat romantisch! Daar gaan
+we eens heen, is 't niet, Vader?" Oom bewondert kalm zijn laarzen en
+antwoordt onverstoorbaar: "Neen, kindlief, tenzij jullie dorst hebt;
+het is een bierbrouwerij."
+
+Een pauze--dan roept Flo uit: "O, _kijk_ eens; daar staat een galg,
+er wordt een man opgehangen!"
+
+"Waar? Waar?" gilt Amy, en tuurt naar twee stevige palen met een
+dwarsbalk en een paar afhangende kettingen. "Een mijn," merkt Oom
+op, met een ondeugend knipoogje.--"'k Zie een heele kudde lammetjes;
+zij liggen allemaal in 't gras," waarschuwt Amy. "O, kijk toch eens,
+Vader, zijn zij niet snoezig?" vraagt Flo sentimenteel. "Ganzen,
+jonge dames," zegt Oom op een toon, die ons enthousiasme kalmeert,
+zoodat Flo zich gaat verdiepen in een romannetje en ik rustig alleen
+van het natuurschoon kan genieten.
+
+Natuurlijk regende het, toen wij in Londen aankwamen, en er was niets
+te zien dan mist en parapluies. Wij rustten, pakten onze koffers uit,
+en deden tusschen de buien door een paar boodschappen. Tante Mary
+kocht het een en ander voor mij, want ik moest zoo overhaast van huis
+weg, dat ik niet half klaar was. Een _keurigen_ witten hoed met een
+veer, een schattig lichtblauw neteldoekje en den elegantsten mantel
+dien jullie ooit gezien hebt. Het is heerlijk boodschappen te doen
+in Regentstreet; alles lijkt zoo goedkoop; beelderig lint voor een
+halven shilling de el! Ik heb een goeden voorraad opgedaan, maar mijn
+handschoenen zal ik in Parijs koopen. Klinkt dat niet chic en rijk?
+
+Terwijl Oom en Tante uit waren, namen Flo en ik voor de grap een
+hansom en gingen een eindje rijden, hoewel wij later hoorden,
+dat het niet zoo heel _comme il faut_ was voor jonge dames om daar
+alleen in uit te gaan. Het was zoo dwaas! want zoodra wij onder de
+houten boezelaar waren opgesloten, begon de man zoo hard te rijden,
+dat Flo doodsbang werd en mij verzocht hem te vragen 't wat kalmer
+te doen. Maar hij zat ergens achterop aan den buitenkant en ik kon
+hem niet bereiken. Hij hoorde mij niet roepen, zag mij niet met mijn
+parasol wuiven, en daar zaten wij geheel hulpeloos, terwijl wij op
+een halsbrekende manier tusschen den rijtuigdrom voort--en allerlei
+hoeken omgesleurd werden. Eindelijk ontdekte ik in mijn wanhoop een
+klein deurtje in de kap, en toen ik het openstootte, verscheen er
+een rood oog, terwijl een borrelstem vroeg:
+
+"Nou, juffrouw?"
+
+Ik gaf mijn bevelen zoo ernstig als ik kon, en zoodra hij met een
+"Jawel juffrouw" het deurtje dichtsloeg, liet de akelige vent zijn
+paarden stappen, alsof wij naar een begrafenis gingen. Ik tikte weer
+en riep "Een beetje harder," en daar gingen we weer heen, in vliegenden
+ren, net als eerst, en toen onderwierpen wij ons maar aan ons lot.
+
+Vandaag was het mooi weer en wandelden we in Hyde-Park, dat hier niet
+ver vandaan is, want wij zijn in de aristocratische wijk gelogeerd. De
+hertog van Devonshire woont hier dicht bij. Ik zie zijn livreiknechten
+dikwijls bij het hek staan, en het huis van den hertog van Wellington
+is ook niet veraf.
+
+Je weet niet, lieve menschen, wat ik in 't Park gezien heb. Tooneelen
+gewoon! Een echte poppenkastvertooning! Allerlei dikke, oude dames
+in kostbare equipages, met deftige palfreniers met zijden kousen en
+fluweelen broeken achterop, en gepoeierde koetsiers op den bok. Nuffige
+kindermeisjes met de schattigste kinderen, die ik ooit heb gezien,
+mooie jonge meisjes, die er uitzagen, alsof zij van alles blasé waren,
+fatten met wonderlijke hooge hoeden en onberispelijke handschoenen,
+die langzaam ronddrentelden, en lange soldaten, met korte roode buizen
+en berenmutsen, die er zoo grappig uitzagen, dat ik ze dolgraag had
+willen schetsen.
+
+"Rotten Row" beteekent "Route de Roi" of koningsweg, maar het lijkt
+precies op een rijschool. De paarden zijn prachtig, en de mannen,
+vooral de rijknechten, rijden uitstekend, maar de vrouwen zijn stijf
+en wippen te veel op, wat tegen onze regels is. Ik had ze wel eens
+een Amerikaanschen galop willen laten zien, want zij draafden daar
+zoo plechtig op en neer in hun nauwe amazones en hooge hoeden, als
+de houten poppetjes uit een Noach's ark.
+
+Iedereen rijdt: oude mannen, dikke dames, kleine kinderen, en de
+jongelui flirten hier druk. Ik zag een paartje hun _buttonholes_
+omwisselen, want het is hier mode een bloem in het knoopsgat te dragen,
+en dat vond ik heusch een aardig idee.
+
+Vanmiddag zijn wij naar Westminster Abbey geweest; maar verwacht niet
+van mij, dat ik daarvan een beschrijving zal geven--ik kan alleen
+maar zeggen, dat het _meer_ dan prachtig was. Vanavond gaan wij naar
+een schouwburg, een waardig besluit voor den gelukkigsten dag van
+mijn leven.
+
+
+
+Middernacht.
+
+
+Het is laat, maar ik kan morgenochtend mijn brief niet laten weggaan,
+zonder te vertellen, wat er gisterenavond gebeurd is. Wie denkt u wel,
+dat binnenkwamen, toen wij aan de thee zaten? Lauries' Engelsche
+vrienden Fred en Frank Vaughn! Ik was _zoo_ verbaasd. Zonder hun
+kaartjes zou ik ze niet herkend hebben. Het zijn een paar lange
+jongens met kneveltjes; Fred is heel knap,--Engelsch type--en Frank
+is veel flinker geworden, want hij trekt alleen nog maar wat met
+zijn been en heeft geen krukken meer noodig. Zij hadden van Laurie
+gehoord, waar wij logeeren zouden, en kwamen ons vragen, of wij bij
+hen wilden komen, maar Oom wil niet, dus nu zullen wij er alleen maar
+een bezoek brengen, en hen nu en dan zien. Zij gingen met ons naar
+den schouwburg, en wij hadden dolveel plezier, want Frank wijdde zich
+aan Flo, en Fred en ik praatten over allerlei dwaas' en vroolijks in
+'t verleden, het tegenwoordige en de toekomst, alsof wij elkander ons
+heele leven intiem gekend hadden. Zeg aan Bets, dat Frank naar haar
+gevraagd heeft, en dat het hem erg speet, dat zij zoo sukkelt. Fred
+lachte, toen ik van Jo sprak, en zond zijn "onderdanige groeten aan
+den grooten hoed." Geen van beiden had Kamp Laurence en de pret,
+die wij daar hadden, vergeten. Wat een eeuw schijnt dat al geleden, hè?
+
+Tante tikt al voor de derde maal tegen den muur, dus ik moet
+eindigen. Ik heb een gevoel als een mondaine Londensche dame, nu ik
+hier zoo laat zit te schrijven, met mijn kamer vol mooie dingen, en
+mijn hoofd een mengelmoes van parken, schouwburgen, nieuwe japonnen
+en galante cavaliers, die "Ah" zeggen en hun blonde snorren op de
+echt Engelsche-Lords-manier opstrijken. Ik verlang ontzettend jullie
+allen weer te zien, en niettegenstaande al mijn malle praat ben ik
+
+
+Uw liefhebbende Amy.
+
+
+
+
+Parijs.
+
+Lieve Zusjes,
+
+
+In mijn laatsten brief vertelde ik van ons verblijf in Londen,
+hoe vriendelijk de Vaughn's waren, en wat prettige uitstapjes
+zij met ons maakten. Ik vond de tochtjes naar Hampton-Court en
+naar Kensington-Museum de allerheerlijkste--want in Hampton zag
+ik teekeningen van Rafaël en in het Museum zalen vol schilderijen
+van Turner, Lawrence, Reynolds, Hogarth, en andere beroemdheden. De
+dag in Richmond-Park was goddelijk--we hadden er een echt Engelschen
+pic-nic--en er waren zulke prachtige eiken en zooveel troepjes herten,
+te veel om te teekenen; wij hoorden ook een nachtegaal en zagen
+leeuweriken opstijgen. Wij genoten van Londen naar hartelust--dank
+zij Fred en Frank--en het speet ons erg weg te moeten, want hoewel
+Engelsche menschen niet gauw met iemand ingenomen zijn, als ze zich
+er eenmaal toe zetten, kan niemand hen in gastvrijheid overtreffen,
+geloof ik. De Vaughns hopen ons aanstaanden winter in Rome weer te
+zien, en het zou mij een groote teleurstelling zijn, als het niet
+gebeurde, want Grace en ik zijn vriendinnen geworden en de jongens
+zijn erg aardig en leuk--vooral Fred.
+
+Stel je voor, nauwelijks waren wij hier, of hij stond weer voor onze
+oogen, en zei, dat hij eens een poosje vacantie had genomen om een
+uitstapje naar Zwitserland te doen. Tante keek eerst wat strak, maar
+hij behandelde alles zoo kalm, dat zij er geen woord tegen zeggen kon;
+maar nu is alles in orde, en ik ben heel blij, dat hij gekomen is,
+want hij spreekt Fransch als een Franschman, en ik weet niet, wat wij
+zonder hem beginnen zouden. Oom weet geen tien woorden bij elkaar te
+krijgen en schreeuwt dan maar heel hard in het Engelsch, alsof de
+menschen hem daardoor beter begrijpen zouden. Tante's uitspraak is
+ouderwetsch, en hoewel Flo en ik ons vleiden, dat wij er nog al goed
+in thuis waren, zien wij nu in, dat we ons daar deerlijk in vergist
+hebben, en we zijn dikwijls heel blij, dat Fred al dat "geparlefransch"
+zooals Oom het noemt, op zich neemt.
+
+'t Is gewoon een ideaal leventje! Van den morgen tot den avond
+trekken wij er op uit om alles te bezien! nu en daarna zitten wij in
+de vroolijke café's om wat te gebruiken, en hebben telkens allerlei
+dwaze avonturen. De regenachtige dagen breng ik door in 't Louvre en
+haal mijn hart op aan de schilderijen. Jo zou voor een paar van de
+mooisten haar neus optrekken, omdat zij geen oog voor kunst heeft;
+maar ik heb het wel, en ik ben bezig mijn smaak zooveel mogelijk
+te ontwikkelen. Zij zou meer voelen voor de reliquieën van groote
+personen, want ik heb Napoleon's steek en overjas, zijn wieg en een oud
+tandenborsteltje gezien, ook was er een schoentje van Marie Antoinette,
+de ring van St. Denis, het zwaard van Karel den Groote, en een hoop
+andere interessante dingen. Ik zal er uren over kunnen praten, als
+ik thuis kom, maar ik heb geen tijd om er nu meer van te schrijven.
+
+Het Paleis Royal is _meer_ dan prachtig--zoo vol byouterieën en mooie
+dingen, dat het mij bijna hinderde ze niet te kunnen koopen. Fred
+wou mij een paar dingen cadeau doen, maar dat mocht ik natuurlijk
+niet toestaan.
+
+Dan zijn verder ook het Bois de Boulogne en de Champs Elysées
+_très-magnifiques_! en wandelen we dikwijls in de tuinen van
+de Tuilerieën, waar 't ook heerlijk is, hoewel de ouderwetsche
+Luxembourgtuinen mij _nog_ beter bevallen. Père la Chaise is heel
+eigenaardig; verscheiden graven zijn net kleine kamertjes, en als je
+'r inkijkt, zie je een tafel met photographieën of schilderijen van
+de overledenen, en stoelen voor de achtergeblevenen om op te zitten,
+als zij komen treuren. Echt Franschachtig _n'est-ce pas_?
+
+Onze kamers zijn in de Rue de Rivoli, en als wij op het balkon zitten,
+kunnen wij die prachtige straat heelemaal afkijken. Dat is zoo prettig,
+dat wij onze avonden daar dikwijls blijven verpraten, wanneer wij
+te vermoeid zijn van ons "dagwerk" om weer uit te gaan. Fred is
+bizonder onderhoudend en over 't geheel de aardigste en geschiktste
+jongen, dien ik ooit ontmoet heb--behalve Laurie! Die heeft nog iets
+innemenders. Ik wou dat Fred zwart haar had; want ik houd niet van
+blonde mannen; maar, de Vaughns zijn heel rijk en stammen van een
+voornaam geslacht af, daarom wil ik geen aanmerking maken op hun gele
+lokken; de mijne zijn altijd nòg geler.
+
+De volgende week gaan wij naar Duitschland en Zwitserland, en daar
+wij elken dag doorreizen, zal ik enkel een paar haastige krabbeltjes
+kunnen schrijven. Ik houd mijn dagboek aan, en tracht "al wat ik zie
+en bewonder mij duidelijk te herinneren en juist te beschrijven,"
+zooals Vader mij aanraadde. Het is een goede oefening voor mij, en
+'t zal jullie mét mijn schetsboek een beter denkbeeld van mijn reis
+geven, dan deze kattebelletjes.
+
+Adieu! ik omhels jullie allen in gedachten.
+
+
+_Votre Amy_.
+
+
+
+
+Heidelberg.
+
+Mijn lieve Mama,
+
+
+Daar ik nog een rustig uurtje heb, eer wij naar Bern vertrekken,
+zal ik trachten u te vertellen, wat ik verder ondervonden heb: want
+er is iets heel belangrijks gebeurd, zooals u zult zien.
+
+De vaart op den Rijn was heerlijk, en ik zat maar stil rond te kijken
+en te genieten, nam Vaders oude reisboeken en las daar alles in na. Ik
+heb geen woorden om alles te beschrijven. Te Coblentz hadden wij een
+aardig avontuurtje, want een troepje studenten uit Bonn, met wie Fred
+op de boot kennis had gemaakt, brachten ons een serenade. Het was een
+heldere maneschijn, en om één uur 's nachts werden Flo en ik gewekt
+door muziek onder onze vensters. Wij sprongen uit bed en verscholen
+ons achter de gordijnen, maar nu en dan gluurden wij door een reetje
+en zagen, hoe Fred en de studenten beneden stonden te zingen. Het
+was zoo romantisch; de rivier, de brug, de bootjes, Ehrenbreistein
+aan den overkant, maneschijn overal, en muziek, die een steenen hart
+zou doen smelten!
+
+Toen zij ophielden, wierpen wij een paar bloemen naar beneden, en zagen
+hen er om grabbelen, de onzichtbare schoonen kushanden toewerpen en
+eindelijk lachend verdwijnen--om te gaan rooken en bier te drinken,
+zeker! Den volgenden morgen liet Fred mij met een sentimenteel gezicht
+een paar verfrommelde bloemen zien, die hij in zijn vestzakje droeg. Ik
+lachte hem uit en zei, dat _ik_ ze niet uit het raam gegooid had,
+maar Flo--wat hem vreeselijk scheen te ergeren, want hij wierp ze op
+straat en werd weer gewoon. Ik vreesde toen al, dat ik last met dat
+jongemensch zou krijgen--het begon er naar uit te zien.
+
+De badplaatsen Nassau en Baden-Baden waren heel druk en vroolijk; Fred
+verspeelde er wat geld, waarover ik hem een beetje kapittelde. Hij
+heeft wel iemand noodig om een oogje op hem te houden, nu Frank niet
+bij hem is. Kate zei eens, dat zij hoopte, dat hij gauw zou trouwen,
+en ik ben met haar eens, dat het goed voor hem zijn zou. Frankfort
+beviel mij bizonder; ik zag Goethe's en Schillers standbeeld en
+Dannecker's beroemde Ariadne! het was prachtig mooi, maar ik zou
+er meer aan gehad hebben, als ik het verhaal beter gekend had. Ik
+durfde er niet naar vragen, omdat iedereen het scheen te weten,
+of althans deed, alsof hij het wist. Ik hoop, dat Jo er mij later
+alles van vertellen zal. Ik had meer moeten lezen, want ik zie nu,
+dat ik heel weinig weet, en dat hindert mij erg.
+
+Nu komt het ernstige gedeelte, want het is hier gebeurd, en Fred
+is juist vertrokken. Hij was zoo vriendelijk en prettig, dat wij
+allen wezenlijk veel van hem zijn gaan houden; maar ik dacht nooit
+aan iets anders dan aan een voorbijgaande vriendschap op reis, tot
+op den avond van de serenade. Sedert dien tijd begon ik te voelen,
+dat de wandelingen in den maneschijn, de gesprekken op het balkon,
+en de dagelijksche avonturen, voor hem meer dan een aardigheid
+waren. Ik heb niet met hem gecoquetteerd, Moeder, heusch niet,--maar
+ik heb mij telkens herinnerd, wat u mij gezegd hebt, en mijn uiterste
+best gedaan. Ik kan het niet helpen, als de menschen van mij houden,
+ik doe er geen moeite voor, en het spijt mij, als ik niet evenveel
+van hen houden kan, hoewel Jo zegt, dat ik geen hart heb. Nu weet ik,
+dat Moeder haar hoofd zal gaan schudden, en de meisjes zullen zeggen:
+"O, die kleine geldzuchtige heks," maar ik ben toch vast besloten Fred
+te accepteeren, als hij mij vraagt, hoewel ik niet tot over de ooren
+verliefd op hem ben. Ik houd van hem, en wij kunnen het best samen
+vinden. Hij heeft een gunstig uiterlijk, is jong, nog al ontwikkeld en
+heel rijk--veel rijker dan de Laurences. Ik denk niet, dat zijn familie
+er iets tegen zou hebben, en ik zou stellig wel gelukkig worden, want
+zij zijn allen aardige, beleefde, onbekrompen menschen, en zij houden
+van mij. Daar Fred de oudste van de tweelingen is, erft hij zeker het
+landgoed, denk ik, en het is zoo prachtig! Zij hebben ook een huis in
+de stad in een fashionable straat--het maakt niet zooveel vertooning
+als onze groote huizen, maar het is veel gemakkelijker ingericht, en
+vol soliede weeldeartikelen, waar de Engelschen zoo mee ophebben. Ik
+houd er ook van, want het is zoo echt degelijk. Op hun buitenplaats
+heb ik het zilverwerk, de familiejuweelen, de oude bedienden en de
+schilderijen gezien, en het park, de mooie tuinen en de prachtige
+paarden. O, het zou alles zijn, wat je maar wenschen kon! En ik zou
+liever die degelijke weelde hebben dan den een of anderen voornamen
+titel, waarmee meisjes soms zoo ingenomen zijn, maar waar dan ook
+dikwijls alles mee ophoudt. Misschien ben ik geldzuchtig, ik beken
+dat ik een hekel heb aan armoede, en ik wil dan ook geen oogenblik
+langer arm zijn, dan ik bepaald hoef. Een van ons _moet_ een goed
+huwelijk doen; Meta heeft het niet gedaan. Jo wil het niet doen, en
+Betsy kan het op 't oogenblik niet--daarom zal _ik_ het maar doen,
+en voor jullie allemaal zorgen. Ik zou geen man nemen aan wien ik een
+hekel had, of dien ik verachtte, daar kunt u zeker van zijn; en hoewel
+Fred niet precies mijn ideaal is, is hij toch heel goed, en mettertijd
+zou ik hem wezenlijk wel kunnen liefhebben, als hij erg veel van mij
+hield, en mij in alles mijn zin liet doen. Daarom heb ik deze week
+de zaak goed overlegd, want het was onmogelijk niet op te merken,
+dat Fred veel van mij houdt. Hij heeft het wel niet gezegd, maar hij
+toonde het in kleine dingen; hij wandelde nooit met Flo, zorgt altijd
+dat hij in het rijtuig, aan tafel of op straat naast mij komt, kijkt
+sentimenteel als wij alleen zijn, en woedend als iemand anders mij
+durft aanspreken. Gisteren aan tafel was er een Oostenrijksch officier,
+die ons fixeerde, en daarna iets zei tot zijn buurman--een verloopen
+soort van baron--over _ein wunderschönes Blöndchen_, en Fred keek zoo
+woedend als een leeuw, en sneed zijn vleesch met zoo'n heftigheid,
+dat het bijna van zijn bord vloog. Hij is niet zoo'n koele, stijve
+Engelschman, maar nog al opvliegend, want hij heeft Schotsch bloed
+in zijn aderen, wat je al wel kunt opmaken uit zijn helderblauwe oogen.
+
+Gisteravond gingen wij allemaal naar het slot om de zon te zien
+ondergaan, ten minste allen behalve Fred, die ons op den terugweg
+tegen zou komen, nadat hij naar het postkantoor was geweest, om te
+zien of er ook brieven voor ons waren. Wij dwaalden heerlijk door de
+ruïne, zagen de gewelven met het monstervat, en de schilderachtige
+tuinen, lang geleden door den keurvorst voor zijn Engelsche vrouw
+aangelegd. Mij beviel het terras het best, want het uitzicht is
+er goddelijk; dus terwijl de anderen de zalen van binnen gingen
+bekijken bleef ik daar zitten, om een grijzen leeuwenkop op den muur,
+met overhangende purperen kamperfoelieranken, te schetsen. Het was
+net iets uit een roman, zooals ik daar zat, en den Neckar door het
+dal zag stroomen, luisterend naar de muziek van het Oostenrijksche
+korps beneden, en wachtende op de komst van mijn aanbidder--want als
+een echte romanheldin had ik een voorgevoel van wat er gebeuren zou,
+en ik was er geheel op geprepareerd. Ik voelde me niets blozerig of
+beverig, maar heel kalm, alleen maar een beetje opgewonden.
+
+Na een poosje hoorde ik Fred's stem, en daar kwam hij aandraven
+door de groote poort om mij te zoeken. Hij zag er zoo ontdaan uit,
+dat ik mijzelf geheel vergat en hem vroeg wat er aan scheelde. Hij
+zei, dat hij juist een brief had ontvangen met het verzoek spoedig
+thuis te komen, want dat Frank gevaarlijk ziek lag; hij was dus van
+plan dadelijk met den nachttrein te gaan, en had alleen maar tijd om
+afscheid te nemen. Het speet mij erg voor hem, en ik was teleurgesteld
+voor mijzelf--maar dat duurde maar een minuut--omdat hij, terwijl
+hij mijn hand drukte, op een toon, die voor geen tweede uitlegging
+vatbaar was, zei: "Ik kom gauw terug--zul je mij niet vergeten, Amy?"
+
+Ik beloofde het niet, maar ik keek hem aan, en hij scheen tevreden--er
+was geen tijd meer om iets te zeggen dan groeten en afscheidswenschen,
+want in minder dan een uur was hij weg, en wij missen hem allen erg. Ik
+weet, dat hij graag gesproken zou hebben, maar ik maak uit een vluchtig
+gezegde van hem op, dat hij zijn vader beloofd had, vooreerst nog
+niets van dien aard te doen--want hij is nog al heet gebakerd, en de
+oude heer is bang voor een buitenlandsche schoondochter. Wij zullen
+elkander gauw in Rome weerzien; en als ik niet van gedachten verander,
+zal ik, als hij vraagt: "Wil je mijn vrouw worden?" antwoorden:
+"Ja, met alle genoegen."
+
+Dit alles natuurlijk onder de roos, maar ik verlangde dat u zou weten
+wat er aan de hand is. Wees niet ongerust over mij; bedenk, dat ik uw
+"voorzichtige Amy" ben, en dat ik niets overijld zal doen. Zend mij
+zooveel goeden raad als u wilt; als ik kan, zal ik er gebruik van
+maken. O, wat zou ik graag eens een rustig praatje met u hebben,
+Moedertje. Heb mij lief en vertrouw mij.
+
+
+Als altijd
+
+Uw Amy.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+VERBORGEN LEED.
+
+
+"Jo, ik ben ongerust over Betsy."
+
+"Hé, Moeder, zij heeft er toch bizonder goed uitgezien na de komst
+van de kleintjes."
+
+"Ik ben nu niet zoo zeer ongerust over haar gezondheid, als wel over
+haar zielstoestand. Ik geloof zeker, dat zij iets op het hart heeft,
+en ik wou zoo graag, dat jij probeerde te weten te komen, wat het is."
+
+"Waarom denkt u dat, Moeder?"
+
+"Zij zit zooveel alleen, en praat niet zooveel met Vader als
+vroeger. Laatst zat zij met een van de kinderen op schoot te
+schreien. Als zij zingt, zijn het altijd treurige liederen, en nu en
+dan heeft haar gezicht een uitdrukking, die ik niet begrijp. Dat is
+niets voor Bets, en het maakt mij ongerust."
+
+"Hebt u haar er naar gevraagd?"
+
+"Ik heb het een paar maal geprobeerd, maar zij ontweek mijn vragen,
+of keek zoo bedroefd, dat ik maar ophield. Ik dring mij nooit in het
+vertrouwen van mijn kinderen, en ik hoef er gewoonlijk niet lang op
+te wachten."
+
+Mevrouw March sloeg Jo gade terwijl zij sprak, maar het gezicht
+tegenover haar scheen geheel onbewust van geheime bekommernis, behalve
+over Betsy; en na eenige oogenblikken zwijgend voortgenaaid te hebben,
+hervatte Jo:
+
+"Ik denk, dat het komt omdat zij ouder wordt, en natuurlijk begint te
+droomen, te hopen, te vreezen, en onrustig te zijn, zonder dat zij
+weet waarom, en zonder dat zij het uitleggen kan. Wel, Moeder, Bets
+is achttien; maar wij kunnen ons dat niet voorstellen en behandelen
+haar nog steeds als een kind, hoewel zij een jonge vrouw is."
+
+"Het is waar, lieve kind, wat groeien jullie allemaal gauw op,"
+antwoordde haar moeder met een glimlach en een zucht.
+
+"Er is niets aan te doen, Moedertje; bereid u dus maar op allerlei
+tribulaties voor, en laat uw vogeltjes één voor één uit het nest
+vliegen. _Ik_ zal nooit ver weg vliegen als u dat kan troosten."
+
+"Dat is me zeker een groote troost, Jo; ik voel mij altijd sterk,
+als jij thuis bent, nu Meta weg is. Bets is te zwak en Amy te jong
+om op te vertrouwen; maar als het er op aankomt, ben jij altijd klaar."
+
+"Och, u weet dat ik niet veel om een moeilijk karweitje geef, en er
+moet toch altijd één sloof in de familie zijn. Amy is onverbeterlijk
+voor fijne werkjes, ik lang niet; maar ik ben in mijn element, als al
+de kleeden moeten opgenomen worden, of als de heele familie tegelijk
+ziek is. Amy maakt zich buitenslands beroemd, maar als er thuis iets
+te doen is, dan ben ik uw man."
+
+"Ik laat Betsy dan maar aan jou over; zij zal haar teeder hartje eerder
+voor haar Jo, dan voor iemand anders openen. Wees heel vriendelijk
+voor haar, en laat haar niet denken, dat iemand op haar let of over
+haar spreekt. Als zij maar weer sterk en vroolijk werd, zou ik niets
+ter wereld meer te wenschen hebben."
+
+"Gelukkige ziel! Ik wensch zooveel!"
+
+"Wel kind, wat dan?"
+
+"Eerst zal ik Betsy's bezwaren uit den weg zien te ruimen, en dan zal
+ik u de mijne vertellen. Zij zijn niet erg dringend, dus kan ik ze
+nog wel een poosje voor mij houden;" en Jo naaide voort met een wijs
+knikje, dat het hart van haar moeder, voor het oogenblik althans,
+volkomen omtrent haar geruststelde.
+
+Oogenschijnlijk in haar eigen bezigheden verdiept, hield Jo een oogje
+op Betsy; en na eenige elkander tegensprekende gissingen, kwam zij
+eindelijk op iets, dat de verandering volkomen scheen te verklaren.
+
+Een klein voorval gaf haar, naar zij meende, den sleutel van het
+geheim; en een levendige verbeelding en een liefhebbend hart deden
+het overige. Op zekeren Zaterdagmiddag toen zij en Betsy alleen bij
+elkander zaten, deed zij alsof zij geheel verdiept in haar schrijfwerk
+was; maar terwijl zij voortpende, lette zij telkens op haar zuster,
+die buitengewoon stil scheen te zijn. Zij zat aan het raam; en dikwijls
+liet zij haar werk op haar schoot zinken, en leunde in een mismoedige
+houding met het hoofd in de hand, terwijl haar oogen over het sombere
+herfstlandschap dwaalden. Plotseling ging iemand beneden voorbij onder
+het fluiten van een vroolijk operadeuntje, en een stem riep haar toe:
+
+"Alles in orde! Ik kom van avond!"
+
+Betsy schrikte op, leunde uit het venster, glimlachte en knikte,
+staarde den voorbijganger na, totdat het geluid van zijn vluggen
+voetstap wegstierf, en zei zachtjes, als tot zich zelve:
+
+"Wat ziet die goede jongen er toch sterk en gezond en gelukkig uit!"
+
+"Hm," kwam Jo, nog steeds aandachtig het gezichtje van haar zuster
+opnemende, want de blos verdween even spoedig als hij gekomen was,
+de glimlach stierf weg en een traan glinsterde op het kozijn. Betsy
+veegde hem af en keek schichtig naar Jo, maar deze krabbelde
+voort in wanhopige haast, schijnbaar geheel verdiept in "Olympia's
+Eed." Zoodra Betsy weer naar buiten staarde, sloeg Jo haar opnieuw
+gade, zag meer dan eens haar hand stilletjes naar haar oogen gaan,
+en las in haar half afgewend gelaat een onderworpen droefheid, die
+haar eigen oogen vol tranen deed schieten. Bevreesd zich te verraden
+sloop zij de kamer uit, iets mompelend over papier dat zij noodig had.
+
+"Lieve hemel, Bets is verliefd op Laurie!" zei zij, terwijl zij op een
+stoel in haar kamer neerviel, doodsbleek van schrik over de ontdekking,
+die zij meende gedaan te hebben. "Dat zou ik nooit gedroomd hebben! Wat
+zal Moeder zeggen! Ik wou wel eens weten of hij--" hier hield Jo op,
+en werd vuurrood bij een plotseling invallende gedachte. "Als hij
+haar eens niet liefhad, wat zou dat vreeselijk zijn. Maar hij _moet_,
+ik zal er hem wel toe dwingen," en zij schudde dreigend het hoofd
+tegen het portret van den ondeugend glimlachenden jongen aan den
+muur. "O heden, wat _schieten_ we in eens op! Meta getrouwd en mama,
+Amy aan het coquetteeren in Parijs, en onze Bets verliefd! Ik ben
+de eenige, die verstandig genoeg is, om zich niet met die gekheid
+in te laten." Jo stond een oogenblik in gedachten verzonken het
+portret aan te staren; toen ontplooide zich haar gefronst voorhoofd,
+en zei zij met een beslist knikje--"neen, dank u, mijnheer, u bent
+heel aardig, maar niet standvastiger dan een weerhaan; schrijf dus
+maar geen aandoenlijke briefjes, en glimlach maar niet zoo dierbaar,
+want het helpt je niets, en ik wil het niet hebben!"
+
+Ze zuchtte eens diep en verviel in ernstig gepeins, waaruit zij
+eerst ontwaakte bij het invallen van de vroege schemering. Toen ging
+ze naar beneden om nieuwe opmerkingen te maken, die haar vermoedens
+slechts bevestigden. Hoewel Laurie met Amy flirtte, en altijd gekheid
+maakte met Jo, was zijn gedrag tegenover Betsy steeds bizonder
+vriendelijk en zacht geweest, maar dat was het geval met iedereen;
+daarom kwam het in niemand op, dat hij meer om haar zou geven, dan
+om de anderen. Integendeel, in den laatsten tijd leefde de heele
+familie onder den indruk, dat "onze jongen" meer dan ooit van Jo ging
+houden, die evenwel geen woord over dit onderwerp wilde hooren, en
+hevig uitvoer tegen ieder, die er van durfde gewagen. Als zij iets
+geweten hadden van al de teedere episoden in het afgeloopen jaar,
+of liever van de pogingen tot teederheid, die in de kiem verstikt
+waren, zouden zij allen met innige voldoening hebben kunnen zeggen:
+"Ik heb het wel voorspeld!" Maar Jo had een hekel aan "sentimenteel
+gezeur", wilde het niet toestaan, en was altijd klaar met een grap
+of een snauw, als zij het minste gevaar van dien kant zag naderen.
+
+Toen Laurie pas aan de academie was, raakte hij zoowat elke maand
+verliefd; maar deze kleine vlammetjes waren even kort als hevig,
+schaadden niemand, en vermaakten Jo geweldig, die groot belang stelde
+in al de afwisselingen van hoop, wanhoop en gelatenheid, die haar in
+hun wekelijksche samenkomsten werden toevertrouwd. Maar er kwam een
+tijd, dat Laurie ophield met het offeren op verschillende altaren,
+geheimzinnige wenken gaf aangaande een verterenden hartstocht, en
+aanvallen had van Byroniaansche somberheid. Daarna vermeed hij het
+teeder onderwerp geheel en al, schreef wijsgeerige briefjes aan Jo,
+werkte hard, en verkondigde dat hij aan 't "pompen" ging, om in een
+stralenkrans van roem te promoveeren. Dit beviel de jonge dame beter
+dan schemer-avond-confidenties, teedere handdrukken en welsprekende
+blikken; want bij Jo was het hoofd eerder ontwikkeld dan het hart en
+zij verkoos denkbeeldige helden boven werkelijke, omdat de eerste,
+als zij haar verveelden, tot nader order in de blikken poppenkeuken
+konden opgesloten worden, en de laatste minder handelbaar waren.
+
+Zoo stonden de zaken, toen de groote ontdekking gedaan werd, en Jo
+nam Laurie dien avond oplettender waar, dan ooit tevoren. Wanneer
+zij dit nieuwe denkbeeld niet in 't hoofd gekregen had, zou zij niets
+bizonders gezien hebben in de omstandigheid, dat Betsy heel stil, en
+Laurie heel vriendelijk jegens haar was. Maar daar zij haar levendige
+verbeelding den vrijen teugel liet, draafde deze in snellen draf met
+haar voort, en daar haar gezond verstand wel wat scheen te lijden
+onder het vele romanschrijven kwam dit haar niet te hulp. Bets lag
+als naar gewoonte op de sofa; Laurie zat op een laag stoeltje dicht
+bij en amuseerde haar met allerlei verhalen. Ze verlangde altijd naar
+haar wekelijksch praatje, en Laurie stelde haar nooit te leur. Maar
+dien avond verbeeldde Jo zich, dat Betsy's oogen met bizonder
+welgevallen op het levendige, donkere gezicht naast haar rustten,
+en dat zij met gespannen aandacht luisterde naar een verhaal van een
+interessant cricketspel, hoewel de verschillende technische termen
+even onverstaanbaar voor haar waren als sanscrit. En, daar zij het
+zoo van harte wenschte, verbeeldde Jo zich ook, dat zij een toenemende
+innigheid in Laurie's gedrag opmerkte, dat hij nu en dan fluisterde,
+minder dan gewoonlijk lachte, een beetje afgetrokken was, en gedurig
+den shawl over Betsy's voeten goed legde, met een bezorgdheid, die
+werkelijk teeder genoemd kon worden.
+
+"Wie weet! er zijn wel vreemder dingen gebeurd!" dacht Jo, terwijl zij
+door de kamer drentelde. "Zij zal een engel van hem maken, en wat kan
+hij voor onze Bets het leven gemakkelijk en aangenaam doen zijn, als
+zij elkaar liefhebben! Ik zie niet in, hoe hij het zou kunnen laten,
+en ik geloof, dat hij haar _zeker_ lief zou krijgen, als wij anderen
+maar uit den weg waren."
+
+Daar iedereen uit den weg _was_, behalve zij zelve, begon Jo te
+begrijpen, dat zij zich zoo gauw mogelijk uit de voeten moest
+maken. Maar waar zou zij heengaan? Brandende van verlangen om zich
+op het altaar van zusterlijke liefde te offeren, zette zij zich neer
+om dit punt eens ernstig te overdenken.
+
+Nu was de oude sofa een wezenlijke patriarch van een sofa,--lang,
+breed, vol kussens en laag. Wel wat vaal en versleten, en geen wonder,
+want als zuigelingen hadden de meisjes er op geslapen en rondgekropen,
+als kinderen hadden zij over den rug gevischt, op de armen gereden,
+en menagerie er onder gespeeld, en als jonge meisjes hadden zij
+hun vermoeide hoofdjes er op neergelegd, droomen gedroomd, of naar
+teedere woorden geluisterd. Zij hadden allen die oude canapé lief,
+want zij was een familie-toevluchtsoord, en éen hoekje was altoos
+Jo's geliefkoosd rustplaatsje geweest. Onder de vele kussens, die
+de eerwaardige rustbank versierden, was er éen langwerpig rond,
+met stekelig paardenhaar bekleed, en versierd met een harden knoop
+aan de uiteinden; dit weinig uitlokkend kussen was haar particulier
+eigendom en werd door haar gebruikt als verdedigingswapen, barricade,
+of streng voorbehoedmiddel tegen al te grooten sluimerlust.
+
+Laurie kende dit kussen maar al te goed, en had reden om het met
+bizonderen afkeer te beschouwen, daar hij er in vroeger dagen, toen
+stoeien nog geoorloofd was, vaak onbarmhartig mee toegetakeld werd,
+en het hem nu dikwijls beroofde van het plaatsje, waarop hij het
+meest gesteld was, naast Jo, in het hoekje van de canapé. Als "de
+worst", zooals zij het noemden, overeind stond, was dit een teeken,
+dat hij mocht naderen en rusten, maar wee over man, vrouw en kind,
+die het durfde verleggen, wanneer het dwars over de sofa lag! Dien
+avond vergat Jo haar hoekje te barricadeeren, en ze zat nog geen vijf
+minuten, of een lange gedaante verscheen naast haar, en met beide
+armen uitgespreid over den rug van de canapé en beide lange beenen
+voor zich uitgestrekt, riep Laurie, met een zucht van voldoening:
+"_Dat_ is een tref."
+
+"Geen nonsens, alstjeblieft!" snauwde Jo, haar kussen zwaaiende. Maar
+het was al te laat, er was geen plaats meer voor; het kwam op den
+grond te land en verdween op de meest geheimzinnige manier.
+
+"Kom Jo, wees nu niet stekelig! Nadat een mensch zich de heele week
+tot een geraamte heeft afgesloofd, verdient hij wel eens een beetje
+verwend te worden."
+
+"Betsy zal je wel verwennen, ik heb het te druk!"
+
+"Neen, ik wil haar niet lastig vallen; maar jij houdt van zoo iets, of
+je moest er plotseling den smaak voor verloren hebben. Is dat zoo? heb
+je een hekel aan me gekregen en begeer je me met kussens te verjagen?"
+
+Iets meer verteederends dan deze treffende vraag kon moeilijk bedacht
+worden, maar Jo trachtte "haar jongen" te vernietigen door hem op
+het lijf te vallen met de grimmige vraag:
+
+"Hoeveel bouquetten heb je deze week aan juffrouw Randal gezonden?"
+
+"Geen een, op mijn woord. Zij is geëngageerd--dus!"
+
+"Daar ben ik blij om; dat is een van je vele dwaze geldverspillingen,
+bloemen en prullen te sturen aan meisjes, om wie je geen zier geeft,"
+zei Jo berispend.
+
+"Verstandige meisjes om wie ik _erg_ veel geef, willen niet hebben,
+dat ik hen 'bloemen en prullen' stuur, en wat moet ik dan doen? Mijn
+gevoelens _moeten_ een uitweg hebben!"
+
+"Moeder houdt niet van flirten, zelfs niet uit gekheid, en jij flirt
+vreeselijk, Teddy."
+
+"Ik zou alles willen geven, als ik kon antwoorden: jij ook. Maar nu
+ik dit niet kan, wil ik alleen maar zeggen, dat ik niets geen kwaad
+zie in dit vermakelijke spelletje, als beide partijen begrijpen,
+dat het maar gekheid is."
+
+"Het lijkt wel amusant, maar ik kan het eenvoudig niet leeren. Ik heb
+het geprobeerd, omdat het zoo stijf staat in gezelschap, als je niet
+doet zooals ieder ander; maar ik heb het er nog niet ver in gebracht,"
+bekende Jo, haar rol van mentor vergetende.
+
+"Neem les bij Amy; die heeft er goed slag van!"
+
+"Ja, zij doet het handig, en schijnt het nooit te ver te drijven. Ik
+geloof, dat het sommige menschen natuurlijk afgaat en dat zij zonder
+eenige moeite kunnen behagen, terwijl andere altijd op verkeerde
+plaatsen verkeerde dingen zeggen en doen."
+
+"Ik ben blij, dat jij niet kunt flirten; het is zoo'n verkwikking
+eens een verstandig, openhartig meisje te zien, dat vertrouwelijk
+en vriendelijk kan zijn, zonder zich gek aan te stellen. Onder ons
+gezegd, Jo, een paar van de meisjes, die ik ken, gaan er zoo ver mee,
+dat zij zich moesten schamen. Zij meenen niets kwaads, dat geloof
+ik wel; maar als zij wisten hoe er later over hen gesproken werd,
+zouden zij het stellig laten."
+
+"Zij bepraten jullie evengoed; en daar hun tongen het scherpst zijn,
+zijn jullie, jongens, er het ergst aan toe, want jullie zijn precies
+even coquet als zij. Wanneer jongelui zich gewoon gedroegen, zouden
+zij het ook doen; maar omdat zij weten, dat jullie van dien nonsens
+houdt, gaan ze er mee voort; en dan veroordeel je hen er later om!"
+
+"Je weet er nog niet veel van, jongejuffrouw," zei Laurie,
+beleerend. "Wij houden niet van die malle coquettes, al nemen wij
+er soms den schijn van aan. Over lieve, eenvoudige meisjes wordt
+onder jongelui nooit dan met achting gesproken. Heilige onschuld,
+als je eens voor een maand in mijn plaats was, zou je dingen hooren,
+die je stellig zouden verbazen. Op mijn woord, als ik een van die
+aanstellerige wezens zie, zou ik altijd wel willen zeggen, wat in
+dat kinderversje staat: 'Schaam u, poedel, schaam u wat!'"
+
+Het was onmogelijk niet te lachen over den potsierlijken strijd
+tusschen Laurie's ridderlijken afkeer om iets kwaads van het
+vrouwelijke geslacht te zeggen, en zijn zeer natuurlijke antipathie
+tegen de onvrouwelijke dwaasheden, waarvan hij in zijn studentenleven
+zoo menig voorbeeld aantrof. Jo wist, dat "de jonge Laurence"
+door berekenende moeders als een "hoogst verkieselijke partij" werd
+beschouwd, dat hun dochters hem toelachten, en dat hij genoeg gevleid
+werd door vrouwen van allerlei leeftijd, om een zotskap van hem te
+maken; zij hield dus naijverig de wacht over hem, vreezende, dat hij
+bedorven zou worden, en zij was nu veel meer verheugd, dan zij wilde
+toonen, toen zij hoorde, dat hij nog in eenvoudige, natuurlijke meisjes
+geloofde. Plotseling weer in haar vermanenden toon vervallende zei
+zij wat zachter: "Als je gevoelens bepaald een uitweg _moeten_ hebben,
+Teddy, wijd je dan aan een van die 'lieve, eenvoudige meisjes', voor
+wie je achting voelt, en verbeuzel je tijd niet met die laffe wezens."
+
+"Raad je mij dat in ernst aan?" en Laurie keek haar in de oogen met
+een dwaze mengeling van onrust en vroolijkheid.
+
+"Ja zeker; maar je zou beter doen met te wachten, tot je gepromoveerd
+was, en je onderwijl vast een beetje te verbeteren. Je bent niet
+half goed genoeg voor--nu, voor wie dat 'lieve, eenvoudige meisje'
+dan ook mag zijn;" en Jo keek ook een beetje eigenaardig want bijna
+was haar een naam ontsnapt.
+
+"Neen, dat ben ik ook niet," bekende Laurie, met een voor hem geheel
+nieuwe uitdrukking van nederigheid, terwijl hij de banden van Jo's
+schortje om zijn vinger wond.
+
+"Lieve hemel, zoo komen wij nooit verder," dacht Jo, en voegde er
+overluid bij: "Toe, ga eens wat zingen; ik snak naar wat muziek,
+en ik hoor je altijd zoo graag."
+
+"Ik blijf liever hier zitten, dank je."
+
+"Neen, dat kan niet, er is geen plaats. Kom, maak jezelf nu maar eens
+verdienstelijk, nu je te groot bent om voor ornament te dienen. Ik
+dacht, dat jij er zoo'n hekel aan had om aan den boezelaar van een
+vrouw te hangen," prikkelde Jo, een paar van zijn oproerige woorden
+aanhalende.
+
+"Dat hangt er heelemaal van af, wie den boezelaar voorheeft;" en
+Laurie gaf een brutalen ruk aan de banden.
+
+"Ga je haast?" vroeg Jo naar het kussen duikende.
+
+Laurie vloog op, en zoodra het eerste studentenlied weerklonk, sloop
+zij stil weg, en kwam niet terug, voordat de jonge heer in heftige
+verontwaardiging verdwenen was.
+
+Jo lag dien nacht lang wakker, en eindelijk, juist op het punt van
+in te slapen, deed een gesmoorde snik haar op eens naar Betsy's bed
+vliegen, met de bezorgde vraag: "Wat scheelt er aan, Bets?"
+
+"Ik dacht, dat je al sliep," snikte Betsy.
+
+"Is het de oude pijn, lieveling?"
+
+"Neen, het is iets nieuws, maar ik kan het wel dragen," en Betsy
+trachtte haar tranen te bedwingen.
+
+"Toe, vertel er mij eens alles van, en laat ik het genezen, zooals
+ik de andere pijn heb gedaan."
+
+"Dat kun je niet; hier helpt niets voor." Verder kon Betsy niet
+spreken, maar ze klemde zich aan haar zuster vast en schreide zoo
+wanhopend, dat Jo er van schrikte.
+
+"Waar zit het? zal ik Moeder gaan roepen?"
+
+Betsy antwoordde niet op de eerste vraag, maar in het donker ging
+de eene hand onwillekeurig naar haar hart, alsof zij de pijn daar
+voelde; met de andere hield zij Jo stijf vast, en fluisterde driftig:
+"Neen, neen, roep Moeder niet, vertel het haar niet! Ik zal wel gauw
+beter zijn, kom hier bij mij liggen, en strijk met je hand over
+mijn voorhoofd. Dan zal ik stil zijn en gauw gaan slapen; heusch,
+ik beloof het je."
+
+Jo gehoorzaamde, maar terwijl haar hand zachtjes heen en weer gleed
+over Betsy's gloeiend voorhoofd en vochtige oogleden, was haar hart
+overvol, en verlangde ze innig te mogen spreken. Maar, jong als zij
+was, zij had geleerd, dat harten, evenmin als bloemen tegen een
+ruwe behandeling kunnen, en zich van zelf moeten openen; daarom,
+hoewel zij de reden van Betsy's nieuwe droefheid meende te weten,
+zei zij enkel op teederen toon: "Is er iets, dat je hindert, Bets?"
+
+"Ja, Jo!" na een lange pauze.
+
+"Zou het je geen troost geven, als je mij vertelde wat het is?"
+
+"Nu niet--nog niet."
+
+"Dan zal ik er niet naar vragen, maar vergeet niet, Betslief, dat
+Moeder en Jo altijd klaar zijn om naar je te luisteren en je te helpen,
+als zij kunnen."
+
+"Dat weet ik. Ik zal het je later wel vertellen.
+
+"Is de pijn nu beter?"
+
+"O ja, veel beter; je bent zoo'n goede troost Jo."
+
+"Ga dan maar slapen, lieveling, ik zal bij je blijven."
+
+Zoo vielen zij in elkanders armen in slaap, en den volgenden morgen
+scheen Betsy weer geheel en al in orde te zijn; want als men achttien
+jaar is, duurt de pijn in hoofd noch hart lang, en kan een deelnemend
+woord de meeste kwalen genezen.
+
+Maar Jo had een besluit genomen, en na eenige dagen nadenkens deelde
+zij het haar moeder mee.
+
+"U vroeg mij laatst, wat mijn wenschen waren," begon zij, toen zij eens
+alleen bij elkander zaten. "Ik zal er u een van vertellen', Moeder; ik
+zou dezen winter zoo graag eens voor een verandering ergens heen gaan."
+
+"Waarom, Jo?" en haar Moeder keek plotseling op, alsof zij een
+verborgen meening in haar woorden zocht.
+
+Met haar oogen op haar werk antwoordde Jo ernstig: "Ik wou eens iets
+nieuws hebben; ik voel me zoo rusteloos, en verlang meer te zien,
+te doen en te leeren, dan tot nog toe. Ik denk te veel aan mijn eigen
+kleine wederwaardigheden, en ik heb een opfrisschinkje noodig; dus nu
+ik van den winter wel gemist kan worden, zou ik graag eens uitvliegen
+en op eigen wieken drijven."
+
+"En waar wil je heenvliegen?"
+
+"Naar New-York. Ik kreeg gisteren een gelukkigen inval. U herinnert
+zich wel, dat mevrouw Kirke u schreef over een beschaafd meisje om de
+kinderen te leeren en wat te naaien, 't Is moeilijk iets te vinden,
+dat mij in alle opzichten zou bevallen, maar ik denk dat ik dit wel
+zou kunnen, als ik mijn best doe."
+
+"Kind, wil je in betrekking gaan in dat groote pension?" en mevrouw
+March keek verwonderd, maar niet onvriendelijk.
+
+"Het is niet bepaald in betrekking, want mevrouw Kirke is uw
+vriendin--de vriendelijkste ziel, die ooit geleefd heeft--en zij zou
+alles zoo aangenaam mogelijk voor mij inrichten. Haar gezin leeft
+afgezonderd van die vreemde menschen en niemand kent mij daar. En
+daar zou ik toch ook niet om geven; het is eerlijk werk en ik schaam
+mij er niet voor."
+
+"Ik ook niet, maar je schrijverij?"
+
+"Daar zal een verandering ook goed voor zijn. Ik zal nieuwe dingen
+zien en hooren, en nieuwe denkbeelden opdoen, en al heb ik er daar
+niet veel tijd voor, ik zal overvloed van stof voor mijn verhalen
+mee naar huis brengen."
+
+"Daar twijfel ik niet aan; maar is dit de eenige reden voor dat
+plotselinge plan?"
+
+"Neen, moeder."
+
+"Mag ik de andere reden weten?"
+
+Jo keek naar boven en Jo keek naar beneden, bloosde en antwoordde
+toen zachtjes:
+
+"Misschien is het ijdel of verkeerd van mij, dat ik het zeg, maar--ik
+ben bang,--dat Laurie te veel van me gaat houden."
+
+"Dus geef jij niet om hem op de manier, waarop hij blijkbaar van jou
+houdt?" vroeg mevrouw March met een bezorgde uitdrukking op het gelaat.
+
+"O hemel, neen! ik houd evenveel van hem, als ik altijd gedaan heb,
+en ik ben heel trotsch op hem; maar van een dieper gevoel kan geen
+sprake zijn."
+
+"Daar ben ik blij om, Jo."
+
+"Waarom?"
+
+"Omdat ik niet geloof, lieve kind, dat jullie bij elkander zoudt
+passen. Als vrienden kun je het samen best vinden, en jullie telkens
+terugkeerende kibbelpartijtjes zijn gauw genoeg bijgelegd; maar ik
+vrees, dat je beiden in opstand zoudt komen als je voor je heele leven
+verbonden waart. Jullie zijn te veel van dezelfde natuur en te veel
+op je vrijheid gesteld--om niet eens van jullie opvliegendheid en
+onbuigzaamheid te spreken--dan dat je tezamen gelukkig zoudt kunnen
+zijn in een verhouding, die zoowel oneindig geduld en verdraagzaamheid,
+als liefde vordert."
+
+"Dat is juist, wat ik ook voelde, maar ik kon het niet zoo
+uitdrukken. Ik ben blij, dat u denkt, dat hij pas begonnen is van mij
+te houden. Het zou mij erg aan 't hart gaan hem ongelukkig te maken;
+maar ik kan toch niet alleen uit dankbaarheid en medelijden op den
+ouwen jongen verliefd worden, wel?"
+
+"Ben je zeker van zijn gevoelens omtrent jou?"
+
+Weer vloog Jo het bloed naar de wangen, en ze antwoordde met een
+blik van voldoening, trots en medelijden, eigen aan jonge meisjes,
+als zij van hun eersten aanbidder spreken:
+
+"Ik vrees van ja, Moeder; hij heeft wel niets gezegd met woorden,
+maar des te meer met zijn oogen. Ik geloof dat het maar beter is heen
+te gaan, eer het uitgesproken wordt."
+
+"Dat geloof ik ook, en als het geschikt kan worden, mag je gaan."
+
+Jo scheen verlicht en zei na eenige oogenblikken glimlachend:
+
+"Wat zou mevrouw Moffat versteld staan over uw gebrek aan overleg, als
+zij het wist; en wat zal ze blij zijn, dat Annie nu weer kan hopen."
+
+"Och, Jo, moeders mogen verschillen in de soort van overleg, maar hun
+begeerte is altijd dezelfde: hun kinderen recht gelukkig te zien. Meta
+is gelukkig en ik verheug mij daar innig over. Jij moogt je vrijheid
+genieten, totdat je er genoeg van hebt, want eerst dan zul je kunnen
+begrijpen, dat er iets nog beters bestaat. Amy veroorzaakt mij op
+'t oogenblik de meeste zorg, maar haar gezond verstand zal haar wel
+helpen. Wat Betsy betreft, voor haar durf ik niets hopen, dan dat
+zij gezond mag worden. Maar, zij scheen wat opgewekter in de laatste
+dagen. Heb je met haar gesproken?"
+
+"Ja, zij erkende, dat zij iets op het hart had, en beloofde het mij
+over een poos te zullen vertellen. Ik vroeg niets meer, want ik geloof,
+dat ik het wel weet," en Jo vertelde haar kleine geschiedenis.
+
+Mevrouw March schudde het hoofd, en beschouwde de zaak niet geheel uit
+zoo'n romantisch oogpunt, maar zij keek ernstig, en zei nogmaals, dat
+Jo, terwille van Laurie, maar voor eenigen tijd van huis moest gaan.
+
+"Laten wij er hem niets van zeggen, voordat het plan vastgesteld is;
+en dan zal ik verdwenen zijn, eer hij zijn gedachten bij elkander
+heeft en tragisch kan worden. Betsy moet in den waan blijven, dat ik
+voor mijn eigen plezier ga, want ik kan met haar niet over Laurie
+spreken; maar zij kan hem opbeuren en vertroosten als ik weg ben,
+en hem zoodoende die sentimenteele gedachten uit het hoofd jagen. Hij
+heeft al verscheiden van die kleine beproevingen achter den rug; hij is
+er aan gewoon, en zal zijn 'liefdesmart' dus wel gauw te boven komen."
+
+Jo sprak hoopvol, maar zij kon de vrees niet wegredeneeren, dat
+_deze_ "kleine beproeving" zwaarder zou blijken, dan de vorige, en
+dat Laurie niet zoo gemakkelijk als tot nog toe zijn "liefdesmart"
+te boven zou komen.
+
+Het plan werd in den familieraad besproken en goedgekeurd, want
+mevrouw Kirke was zeer ingenomen met Jo's aanbod, en beloofde haar
+een aangenaam tehuis.
+
+Haar salaris was voldoende om haar onafhankelijk te doen zijn, en
+den vrijen tijd, dien zij over had, kon zij aan schrijven besteden;
+bovendien zou de verandering van tooneel en omgeving zoowel nuttig
+als aangenaam voor haar wezen. Jo verheugde zich in het vooruitzicht
+en verlangde weg te komen, want het ouderlijk huis werd te eng voor
+haar rustelooze natuur en avontuurlijken geest. Toen alles bepaald
+was, vertelde zij het onder vreezen en beven aan Laurie; maar, tot
+haar verwondering, nam hij het heel kalm op. Hij was in den laatsten
+tijd ernstiger dan gewoonlijk geweest, maar "heel genoeglijk," vond
+Jo, en wanneer ze hem in scherts vroeg of hij een nieuw blaadje had
+omgeslagen, antwoordde hij rustig: "Dat heb ik, en ik ben van plan
+dit omgeslagen te laten blijven."
+
+Jo was bizonder in haar schik, dat nu juist een zijner deugdzame
+buien over hem gekomen was, en maakte haar toebereidselen met een
+verruimd gemoed--want Betsy scheen wat vroolijker--en zij hoopte,
+dat wat zij ondernam werkelijk voor allen het beste zou blijken.
+
+"Voor één ding hoop ik, dat je bizonder zorg zult dragen, Bets,"
+zei zij den avond voor haar vertrek.
+
+"Voor je papieren?" vroeg Betsy.
+
+"Neen--voor mijn jongen. Wees heel lief voor hem--wil je?"
+
+"Natuurlijk, ik zal 't probeeren; maar ik kan jouw plaats niet
+vervullen, en hij zal je erg missen."
+
+"Dat zal hem geen kwaad doen; onthoud dus, dat ik hem in jouw speciale
+zorg achterlaat, om hem te plagen, te bederven en in 't rechte spoor
+te houden."
+
+"Ik zal mijn best doen," beloofde Betsy, verwonderd dat Jo haar zoo
+vreemd aankeek.
+
+Toen Laurie afscheid kwam nemen, fluisterde hij veelbeteekenend:
+"'t Zal geen zier helpen, Jo. Mijn oog is op jou gevestigd, bedenk
+dus wel wat je doet, of ik kom je op een goeien dag naar huis halen."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+JO'S DAGBOEK.
+
+
+New-York, Nov.
+
+_Lieve Moeder en Betsy_.
+
+
+Ik ben van plan een boekdeel te schrijven, want ik heb een massa
+te vertellen, hoewel ik geen deftige dame ben, die een reis op het
+vasteland maakt. Toen ik Vaders lief oud gezicht uit het oog verloor,
+was ik wel wat aan den grond en zou zeker een paar zilte droppels
+geplengd hebben, als eene Iersche dame met vier kleine kinderen,
+die allen meer of min huilden, mijn aandacht niet afgeleid had;
+want ik amuseerde mij met chocolaadjes over de bank te laten rollen,
+zoodra zij hun mond opendeden om te schreeuwen.
+
+Al gauw kwam de zon door; ik nam dit aan als een gunstig voorteeken,
+klaarde eveneens op, en genoot van ganscher harte van mijn reis.
+
+Mevrouw Kirke verwelkomde mij zoo hartelijk, dat ik mij op eens
+thuis gevoelde, zelfs in dat groote huis vol vreemden. Zij gaf mij
+een grappig klein kamertje hoog in de lucht--het eenige, dat zij
+had, maar er staat een kachel en een flinke tafel voor een zonnig
+raam, zoodat ik hier altijd kan gaan zitten schrijven, wanneer ik
+wil. Een heerlijk uitzicht met een kerktoren in het verschiet is
+een vergoeding voor de vele trappen, en mijn nieuw hokje beviel mij
+dadelijk uitstekend. De kinderkamer, waar ik les geven en naaien moet,
+is een heel plezierige kamer, naast die van mevrouw Kirke, en de twee
+kleine meisjes zijn lieve kinderen--een beetje bedorven, dunkt me,
+maar ik stal hun hart door het verhaal van "De zeven Geitjes," en ik
+twijfel er niet aan, of ik zal eene model-gouvernante zijn.
+
+Als ik liever niet aan de algemeene tafel kom, kan ik met de kinderen
+eten, en voor 't oogenblik geef ik daaraan de voorkeur, want ik ben
+_heusch_ verlegen, al wil niemand het gelooven.
+
+"Nu kindlief, doe alsof je thuis bent," zei mevrouw Kirke op echt
+moederlijke manier, "ik ben van den morgen tot den avond op de been,
+zooals je kunt denken met zoo'n huishouden; maar het zal een pak
+van mijn hart zijn, nu ik weet, dat de kinderen veilig en wel bij
+jou zitten. Mijn kamers staan altijd voor je open, en de jouwe zal
+ik zoo gemakkelijk inrichten, als mij mogelijk is. Er zijn een paar
+heel aardige menschen hier in huis, als je gezelschap verlangt,
+en je avonden heb je altijd vrij. Kom bij mij als er iets verkeerd
+gaat, en tracht zoo gelukkig mogelijk te zijn. Daar gaat de theebel,
+ik moet gauw een andere japon aanschieten!" en weg draafde zij,
+en liet mij alleen om in mijn nieuw ooievaarsnest op orde te komen.
+
+Toen ik naar beneden ging, zag ik een aardig staaltje van echte
+goedhartigheid. De trappen zijn erg hoog in dit groote huis, en toen ik
+op de derde verdieping stond te wachten, tot een klein dienstmeisje
+naar boven zou zijn gestrompeld, zag ik een wonderlijk soort van
+heer achter haar aankomen, haar den zwaren kolenemmer uit de hand
+nemen, dien geheel naar boven dragen, bij de eerste deur neerzetten,
+en toen bedaard wegstappen, terwijl hij met een knikje en een vreemd
+accent zei:
+
+"Dat gaat beter zoo. Dat ruggetje is te jong voor zulke zware
+vrachten."
+
+Was dat niet vriendelijk? Ik houd van zulke dingen; want, zooals
+Vader zegt, kleinigheden doen het karakter uitkomen. Toen ik het aan
+mevrouw Kirke vertelde, lachte zij en zei:
+
+"Dat moet professor Bhaer geweest zijn; die doet altijd zulk soort
+van dingen."
+
+Mevrouw K. vertelde mij, dat hij uit Berlijn kwam, hij moet heel
+geleerd en goed zijn, maar zoo arm als een kerkrat, en hij geeft hier
+lessen om in het onderhoud te voorzien van zichzelf en twee weezen,
+de zoontjes van zijn zuster, die met een Amerikaan getrouwd was
+geweest, en daarom verlangde, dat haar kinderen in Amerika zouden
+opgevoed worden. Het is geen erg romantische geschiedenis, maar zij
+interesseerde mij, en het deed me plezier te hooren, dat mevrouw Kirke
+hem haar zitkamer leent, om daar aan sommige van zijn leerlingen les
+te geven. Er is een glazen deur tusschen die kamer en de kinderkamer,
+en ik ben van plan hem eens te begluren, dan kan ik u vertellen, hoe
+hij er uit ziet. Hij is om en bij de veertig, dus het kan geen kwaad,
+Moedertje! Na de thee en een stoeipartijtje onder het uitkleeden met
+de kleine meisjes, viel ik aan op de groote werkmand en had een rustig
+avondpraatje met mijn nieuwe vriendin. Ik zal een dagboek schrijven,
+en het eens in de week zenden; goeden nacht dus, morgen meer.
+
+
+
+Dinsdagavond.
+
+
+Ik had het van morgen druk in mijn schooltje, want de kinderen leken
+wel op Tijl Uilenspiegel, en op éen oogenblik kreeg ik werkelijk lust
+om ze eens flink door elkander te schudden. De een of andere goede
+engel blies mij in, ze een les in kamergymnastiek te geven, en ik
+hield ze er zoolang mee bezig, tot zij dol blij waren weer rustig te
+mogen gaan zitten. Na de koffie ging de kindermeid met hen wandelen,
+en trok ik met een gewillig hart aan mijn naaiwerk.
+
+Ik was juist bezig mijn goeden genius te danken, dat ik netjes
+knoopsgaten had leeren maken, toen de deur der voorkamer open en
+dicht ging, en iemand als een groote bromvlieg
+
+
+ "Kennst du das Land".
+
+
+begon te neuriën. Ik weet wel, dat het vreeselijk ongepast was, maar
+ik kon de verzoeking niet weerstaan; en een tipje van het gordijn
+voor de glazen deur oplichtende, gluurde ik naar binnen. Daar was
+professor Bhaer, en terwijl hij zijn boeken in orde bracht, nam ik
+hem eens goed op. Een echte Duitscher--nog al gezet, met bruin haar,
+een ruigen baard, een wonderlijken neus, de vriendelijkste oogen,
+die ik ooit gezien heb, en een heerlijke diepe stem, die iemands
+hart goeddoet, na ons scherp of valsch Amerikaansch gekrijsch. Zijn
+kleeren waren ouderwetsch, zijn handen groot en hij had geen enkelen
+echt zuiveren trek in zijn gezicht, alleen zijn tanden waren mooi;
+toch beviel hij mij, want hij heeft een goedgevormd hoofd, zijn linnen
+was hagelwit, en hij zag er uit als een gentleman, al had hij ook
+twee knoopen van zijn jas verloren, en een gelapte laars. Hij keek
+heel ernstig, hoewel hij neuriede, totdat hij naar het raam ging,
+de hyacinthenbollen in de zon zette en de kat streelde, die hem als
+een oud vriend ontving. Toen glimlachte hij, en toen er zacht aan de
+deur getikt werd, riep hij met een luide, heldere stem:
+
+"Herein!"
+
+Ik was juist van plan te verdwijnen, toen mijn oog op een klein
+dreumesje viel met een groot boek in de armen, en dit deed mij nog
+even wachten.
+
+"Ik zoek mijn Beertje," zei het alikruikje, haar boek met een slag
+op den grond gooiend en op hem toeloopende.
+
+"Gij zult uw Beertje hebben, kom maar, en laat hij u maar eens
+hartelijk pakken, mijn Tina," zei de professor, haar met een
+hartelijken lach opbeurende en zoo hoog boven zijn hoofd houdende,
+dat zij haar gezichtje bukken moest om hem te kussen.
+
+"Nou moet Tina les leeren," ging het kleine, grappige ding voort;
+hij zette haar dus aan de tafel, opende de groote dictionnaire, die
+zij had meegebracht, gaf haar papier en potlood, en zij krabbelde
+ijverig voort, terwijl zij nu en dan een blad omsloeg, en met haar
+klein, dik vingertje de bladzijde langs ging, alsof zij een woord
+opzocht, en dat alles zoo ernstig, dat ik mij bijna door een luiden
+lach had verraden, terwijl mijnheer Bhaer haar krulkopje streelde
+en zoo vaderlijk op haar neerzag, alsof zij zijn dochtertje was,
+hoewel zij eerder op een Fransch dan op een Duitsch kind leek.
+
+Weer werd er geklopt, en de komst van twee jonge dames deed mij tot
+mijn werk terugkeeren, waar ik heel deugdzaam mee voortging, ondanks
+al het leven en het gepraat, dat in de andere kamer in vollen gang
+was. Een van de meisjes lachte heel geaffecteerd en riep telkens
+op coquetten toon: "Neen, maar professor!" en de andere sprak haar
+Duitsch met zoo'n potsierlijk accent, dat hij moeite moet gehad hebben
+er ernstig onder te blijven.
+
+Beiden schenen zijn geduld bizonder op de proef te stellen, want meer
+dan eens hoorde ik hem op levendigen toon uitroepen: "Neen, neen, zoo
+is het _niet_, u luistert niet half naar wat ik zeg." En eens klonk er
+een harden slag, alsof hij met een boek op de tafel sloeg, gevolgd door
+den wanhopigen uitroep: "Potztausend, dat gaat alles verkeerd vandaag!"
+
+De arme man! ik had medelijden met hem, en toen de meisjes weg waren,
+nam ik nog eens even een kijkje om te zien hoe hij het overleefde. Hij
+scheen uitgeput in zijn stoel neergevallen te zijn, en zat daar met
+gesloten oogen, totdat de klok twee uur sloeg; toen sprong hij op,
+stak zijn boeken in zijn zak, alsof hij weer les moest gaan geven,
+en de kleine Tina, die op de sofa in slaap gevallen was, in zijn
+armen nemende, droeg hij haar zachtjes weg. Ik geloof, dat hij een
+zwaar leven heeft.
+
+Mevrouw Kirke vroeg mij of ik om zes uur niet mee aan tafel wilde
+dineeren. Ronduit gezegd voelde ik me erg heimweeachtig en ik dacht,
+misschien zal 't mij goed doen eens te kijken, wat voor menschen met
+mij onder hetzelfde dak wonen. Ik knapte me dus wat op en trachtte
+achter mevrouw Kirke binnen te sluipen; maar daar zij klein is,
+en ik lang ben, bleek deze poging vruchteloos. Zij liet mij naast
+haar zitten, en na een poosje raapte ik al mijn moed bijeen, en keek
+eens rond. De lange tafel was totaal vol, en ieder scheen enkel
+aan zijn middagmaal te denken, vooral de heeren, die op de minuut
+af schenen te eten, want zij _schrokten_ in den vollen zin van 't
+woord, en verdwenen zoodra zij klaar waren. Het gewone genre jongelui,
+verdiept in hun eigen belangrijke persoonlijkheid was aanwezig; verder
+jonge paren, verdiept in elkander, getrouwde dames, verdiept in hun
+kinderen, en oude heeren, verdiept in de politiek. Ik geloof niet,
+dat ik met een van hen zou verlangen in aanraking te komen, behalve
+met een vriendelijke, ongetrouwde, jonge dame, die er uitziet of zij
+iets meer dan alledaagsch is.
+
+Heel aan het uiteinde van de tafel zat de professor, aan den eenen kant
+zoo hard hij kon antwoorden uitschreeuwende op de vragen van een zeer
+weetgierig doof, oud heer, en aan den anderen kant met een Franschman
+een gesprek voerende over philosophie. Wanneer Amy hier geweest was,
+zou zij hem voor goed den rug hebben toegekeerd, want, o, treurige
+waarheid! hij had een goeden eetlust, en werkte zijn middagmaal naar
+binnen op een manier, die "Hare Hoogheid" ten zeerste geërgerd zou
+hebben. Het hinderde mij niets, want "ik zie graag menschen smakelijk
+eten," zooals Hanna zegt, en de goeie man had waarlijk wel wat voedsel
+noodig, na zoo'n heelen dag lesgeven aan idioten.
+
+Toen ik na het eten naar boven ging, waren twee jongeheeren bezig hun
+bonte mutsen voor den spiegel in de gang op te zetten, en ik hoorde
+den een tot den ander fluisteren: "Wie was die nieuweling?"
+
+"Een gouvernante of zooiets."
+
+"Wat drommel, waarom zit die dan bij ons aan tafel?"
+
+"Een vriendin van de oude vrouw."
+
+"Een flink gezicht, maar zonder eenige gratie."
+
+"Neen, geen zier. Geef me een vlammetje en laten we opstappen."
+
+Eerst was ik verontwaardigd, maar toen zette ik het van mij af,
+want een gouvernante is evengoed als een kantoorklerk, en bezit ik
+dan ook al geen gratie, ik heb gezond verstand, en dat is meer dan
+sommigen bezitten, ten minste te oordeelen naar de opmerkingen van
+die verwaande wezens, die als rookende schoorsteenen wegstapten. Ik
+heb een hekel aan alledaagsche menschen!
+
+
+
+Donderdag.
+
+
+De dag van gisteren ging heel rustig voorbij met les geven, naaien,
+en schrijven in mijn kamertje, dat er met vuur en licht bizonder
+gezellig uitziet. Ik hoorde een paar nieuwtjes, en werd aan den
+professor voorgesteld. Het schijnt dat Tina het kind is van een
+Fransche vrouw, die hier in de wachtkamer het fijne goed strijkt.
+
+Het kleine ding heeft haar hartje geheel aan mijnheer Bhaer verloren,
+en volgt hem, als hij thuis is, overal als een hondje, wat hem veel
+genoegen doet, daar hij, hoewel een oud vrijer, zeldzaam veel van
+kinderen houdt. Kitty en Minnie Kirke houden ook erg veel van hem, en
+vertellen gedurig van de spelletjes die hij verzint, de cadeautjes,
+die hij meebrengt, en de _prachtige_ verhalen, die hij kan doen. De
+jongelui schijnen hem wat te bespotten, noemen hem "ouwe Frits",
+"de groote Beer", en maken allerlei grappen over zijn naam. Maar
+mevrouw Kirke zegt, dat hij er zich als een jongen mee amuseert,
+en het zoo goedhartig opneemt, dat zij allemaal van hem houden,
+ondanks zijn wonderlijke manieren.
+
+De ongetrouwde jonge dame heet juffrouw Norton; zij is rijk,
+beschaafd en vriendelijk. Zij sprak mij vandaag aan tafel aan,
+(ik ging weer naar beneden, want het is zoo grappig de menschen te
+zien) en verzocht mij haar eens in haar kamer te komen opzoeken. Zij
+heeft mooie boeken en platen, kent interessante personen, en schijnt
+vriendschappelijk gezind; ik zal mij dus "aangenaam zien te maken,"
+want ik verlang wel degelijk in goede kringen te komen, al versta ik
+daaronder iets anders dan Amy.
+
+Gisterenavond zat ik in onze zitkamer, toen professor Bhaer binnenkwam
+met een paar couranten voor mevrouw Kirke. Zij was uit, maar Minnie,
+die een grappig, klein oud vrouwtje is, stelde mij heel aardig voor:
+"Dit is mama's vriendin, juffrouw March."
+
+"Ja, en ze is erg aardig, en we houden erg veel van haar," voegde
+Kitty, een echt "enfant terrible" er bij.
+
+Wij bogen beiden en glimlachten toen, want de deftige voorstelling
+en de ongebruikelijke bijvoeging vormden nog al een contrast.
+
+"Ach, ja; ik zie wel, dat deze schelmpjes u zullen kwellen, Fräulein
+March. Als het weer zoo is, roep mij, en ik kom," zei hij met een
+dreigenden blik, die de kleine deugnieten deed juichen.
+
+Ik beloofde het en hij vertrok; maar het schijnt mijn noodlot te
+zijn, dat ik hem dikwijls moet zien, want toen ik vandaag uitging
+en zijn deur voorbijkwam, stootte ik er bij ongeluk met mijn
+parapluie tegen. De deur sprong open en daar stond hij in zijn wijde
+chambercloack, met eene groote blauwe sok in de eene hand en een
+stopnaald in de andere; hij scheen er in het geheel niet verlegen mee,
+want toen ik excuses maakte en voorbij stoof, wuifde hij mij na met
+sok en al, terwijl hij op zijn luiden, opgeruimden toon riep:
+
+"Gij heeft schoon weder foor uwe Spaziergang. Bon voyage,
+mademoiselle."
+
+Ik lachte, terwijl ik naar beneden ging; maar het was toch aandoenlijk,
+dat die arme man zelf zijn kleeren moest verstellen. Ik heb wel eens
+gehoord, dat Duitsche heeren tapisseriewerk doen, maar kousenstoppen
+is heel wat anders, en lang zoo aardig niet.
+
+
+
+Zaterdag.
+
+
+Er is niets beschrijvenswaardigs voorgevallen, behalve een bezoek bij
+juffrouw Norton, die haar kamer vol mooie, smaakvolle dingen heeft,
+en allerbeminnelijkst was, want zij toonde mij al haar schatten,
+en vroeg mij, of ik tot haar gezelschap, nu en dan met haar naar
+lezingen of concerten wilde gaan, als ik er tenminste plezier in
+had. Zij deed het voorkomen, alsof ik haar daarmee een dienst deed,
+maar ik ben overtuigd, dat mevrouw Kirke haar over ons gesproken heeft,
+en dat zij het uit vriendelijkheid voor mij doet. Al ben ik ook zoo
+trotsch als Lucifer, toch bezwaren mij zulke gunstbewijzen van zulke
+menschen volstrekt niet, en ik nam het voorstel dankbaar aan.
+
+Toen ik in de kinderkamer terugkwam, was er zoo'n lawaai in de
+voorkamer, dat ik even naar binnen keek, en daar kroop Herr Bhaer op
+handen en knieën rond, met Tina op zijn rug, terwijl Kitty hem aan een
+springtouw voortsjorde, en Minnie de beide kleine jongens, die in van
+stoelen gebouwde hokken brulden en rondsprongen, met koekjes voederde.
+
+"Wij spelen _menazerie_," legde Kitty uit.
+
+"Dit is mijn olevant," voegde Tina er bij, terwijl zij zich aan het
+haar van den professor vast hield.
+
+"Als Franz en Emil 's Zaterdags komen, mogen we altijd doen wat wij
+willen, is 't niet, mijnheer Bhaer?" vroeg Minnie.
+
+De "olevant", die het spel even ernstig opnam als de anderen, kwam
+overeind en zei:
+
+"Ik geef mijn woord, dat het zoo is. Als wij te groot lawaai maken,
+zegt gij slechts 'st!' tot ons, en wij gaan zachter."
+
+Ik beloofde dat te zullen doen, maar liet de deur open, en genoot
+niet minder van de pret dan zij--want vroolijker spel heb ik nooit
+bijgewoond. Zij speelden wolf en schaap, en soldaatje, dansten en
+zongen, en toen het donker begon te worden, nestelden zij zich allen
+rondom den professor op de sofa, terwijl hij allerliefste sprookjes
+vertelde van ooievaars op de schoorsteenen en van de kleine kobolds,
+die op de dwarrelende sneeuwvlokken rijden. Ik wou dat Amerikanen
+net zoo natuurlijk en eenvoudig waren als Duitschers!
+
+Ik vind dit geschrijf zoo plezierig, dat ik wel altijd voort zou kunnen
+gaan, als de zuinigheid mij niet gebood op te houden; want hoewel ik
+dun papier heb gebruikt en zoo dicht in elkander heb geschreven als
+ik maar kon, sidder ik bij de gedachte aan al de postzegels, die deze
+lange brief zal kosten. Stuurt u mij Amy's brieven, zoodra u ze gelezen
+hebt? Mijn onbeteekenende nieuwtjes zullen wel wat afvallen na haar
+heerlijkheden, maar ik weet, dat u allen ze toch graag zult lezen. Is
+Teddy zóó hard aan de studie, dat hij geen tijd kan vinden eens aan
+zijn vrienden te schrijven? Beloof mij goed voor hem te zorgen, Bets,
+en vertel mij alles van de kinderen, en groet allen hartelijk van
+
+
+Uw ouwe trouwe
+
+Jo.
+
+
+P.S. Nu ik mijn brief overlees, komt hij mij erg "Bhaerachtig" voor,
+maar ik stel altijd belang in bizondere menschen, en had werkelijk
+niets anders om over te schrijven. Mijn zegen!
+
+
+
+
+Dec.
+
+_Mijn allerliefste Bets_,
+
+
+Daar dit een krabbel-brief zal worden, adresseer ik hem aan jou,
+omdat hij je denkelijk amuseeren zal, en je een denkbeeld kan geven
+van mijn leventje hier; want al is het rustig, het is toch nog
+al amusant--en daarom, o, verheug je met mij! Na, wat Amy vroeger
+"Herculanumsche" pogingen noemde, op 't gebied van geestelijke en
+zedelijke "agricultuur", beginnen mijn paedagogische begrippen zich
+te ontwikkelen, en mijn kleine pleegkinderen zich naar mijn wensch te
+buigen. Ik stel niet zooveel belang in hen als in Tina en de jongens,
+maar ik doe mijn plicht jegens hen, en zij houden van mij. Franz en
+Emil zijn aardige kleine guiten, jongens naar mijn hart; de vermenging
+van den Duitschen en Amerikaanschen geest houdt hen in een toestand
+van voortdurende beweeglijkheid. De Zaterdagmiddagen zijn tijden
+van oproer, hetzij binnen- of buitenshuis, want op mooie dagen gaan
+ze allen als een kostschool uit wandelen, met den professor en mij,
+om de orde te bewaren; je weet niet, hoe 'n pret we dan hebben!
+
+Wij zijn nu groote vrienden, en ik ben begonnen les bij hem te
+nemen. Ik kon er heusch niets tegen doen, en het kwam op zoo'n
+grappige manier, dat ik het je even vertellen moet. Ik zal bij het
+begin beginnen. Op een morgen riep mevrouw Kirke mij, toen ik mijnheer
+Bhaer's kamer voorbijging, waar zij aan het rondscharrelen was.
+
+"Heb je ooit zoo'n hol gezien, kindlief? Help me eens even deze boeken
+op hun plaats zetten, want ik heb alles ondersteboven gehaald om te
+weten te komen, wat hij met die zes nieuwe zakdoeken gedaan heeft,
+die ik hem niet lang geleden gegeven heb."
+
+Ik ging naar binnen, en terwijl wij bezig waren, keek ik eens
+rond, want het was wezenlijk een "hol." Overal boeken en papier;
+een gebroken meerschuim pijp en een oude fluit, beiden afgedankt
+en op den schoorsteenmantel geworpen; een oud dier van een vogel,
+zonder staart, tjilpte in de eene vensterbank, de andere was versierd
+met een stolp met witte muizen; half voltooide bootjes en eindjes
+touw lagen tusschen de papieren, vuile kinderlaarsjes stonden voor
+'t vuur te drogen, en sporen van de hartelijk geliefde jongens waren
+overal in de kamer te zien. Na een eindeloos geschommel kwamen drie
+van de verloren schapen voor den dag--één hing over de vogelkooi,
+één zat vol inkt en één vol geschroeide plekken, blijkbaar gebruikt
+om er een gloeiende pook mee aan te vatten.
+
+"Wat een man!" lachte de goedhartige mevrouw K., terwijl zij de
+overblijfselen in de prullemand stopte.
+
+"Ik denk, dat de andere verscheurd zijn voor zeilen van booten,
+verbanden voor gewonde vingers, en staarten voor vliegers. Het is
+verschrikkelijk, maar ik kan er hem niet hard over vallen; hij is zoo
+verstrooid en goedhartig, hij laat die jongens heelemaal den baas over
+hem spelen. Ik ben met hem overeengekomen, dat ik voor zijn wasch en
+verstelgoed zou zorgen, maar hij vergeet zijn dingen te geven, en ik
+vergeet ze na te zien, en zoo raakt hij soms geducht in verlegenheid."
+
+"Laat ik het verstelwerk maar op me nemen," stelde ik voor, "ik geef er
+niet om, en hij hoeft het niet te weten. Ik zou het met plezier doen;
+hij is altijd zoo vriendelijk voor mij om mijn brieven weg te brengen,
+en mij boeken te leenen."
+
+Zoo heb ik dan zijn goed in orde gebracht en in twee paar sokken hielen
+gebreid, want zij waren heelemaal uit het fatsoen geraakt door zijn
+wonderlijke stoppen. Er werd geen woord van gerept, en ik hoopte, dat
+hij het niet zou gewaar worden, maar verleden week betrapte hij mij
+op zekeren dag. Daar ik hem altijd zijn lessen hoorde geven, begon ik
+er plezier in te krijgen, en besloot mijn best te doen mee te leeren;
+want Tina loopt in en uit, en laat de deur open, zoodat ik alles kon
+verstaan. Ik was dicht bij de deur gaan zitten, en bezig de laatste
+sok af te maken, terwijl ik mijn best deed te verstaan, wat hij tot
+een nieuwe leerling zei, die even dom is in 't Duitsch als ik. Het
+meisje was weg en ik dacht dat hij ook weg was, want ik hoorde niets
+meer, en begon hardop een werkwoord op te zeggen, waarbij ik als een
+dwaas heen en weer zat te wiegelen, toen een zacht gegrinnik mij deed
+schrikken, en daar stond Herr Bhaer bedaard te kijken en te lachen,
+terwijl hij Tina wenkte hem niet te verraden.
+
+"Zoo," zei hij, terwijl ik ophield en hem als een gans aanstaarde. "U
+begluurt mij en ik begluur u, maar dat kan geen kwaad; maar zie,
+ik maak geen grap, als ik zeg: hebt gij lust Duitsch te leeren?"
+
+"Ja, maar u hebt het veel te druk, en ik ben te dom om te leeren,"
+stamelde ik, zoo rood als een pioen.
+
+"Wij zullen den tijd maken en het verstand wel vinden. In den avond
+zal ik u gaarne een klein uur geven, want zie, Fräulein March, ik
+heb deze rekening te betalen," terwijl hij op mijn werk wees. "Ja,
+zij zeggen tot een ander, deze lieve dames: hij is een domme oude
+kerel, hij zal niet zien, wat wij doen, hij zal nooit merken,
+dat zijn sokken niet meer zoo kapot gaan; hij zal denken, dat zijn
+knoopen weer aangroeien, als zij afgevallen zijn, en gelooven, dat
+banden zich zelf vastnaaien. Ach, maar ik heb een oog, en ik zie
+veel. Ik heb een hart, en ik voel den dank. Kom nu en dan een uur,
+of geen goede fee mag meer aan 't werk voor mij en het mijne."
+
+Natuurlijk kon ik niets meer zeggen, en daar het werkelijk een
+pracht-gelegenheid is, nam ik het aanbod aan, en wij begonnen. Ik
+kreeg vier lessen en bleef toen in een grammaticale moeilijkheid
+steken. De professor was uiterst geduldig met mij, maar het moet
+een ware kwelling voor hem geweest zijn, want hij keek mij met zoo'n
+uitdrukking van kalme wanhoop aan, dat ik niet wist of ik zou lachen
+of schreien. Ik viel van het eene uiterste in het andere, en toen
+het kwam tot een zacht gesnuf van schaamte en wanhoop, smeet hij
+de spraakkunst op den grond en stormde de kamer uit. Ik voelde mij
+voor altijd onteerd en verlaten, maar gaf hem volkomen gelijk, en
+was juist bezig om mijn paperassen bij elkaar te grabbelen met het
+plan naar boven te vluchten en mij zelf eens duchtig onder handen
+te nemen, toen hij naar binnen stapte, zoo vroolijk en vriendelijk,
+alsof ik mijn naam met roem had overladen.
+
+"Nu zullen wij een andere manier probeeren. Gij en ik zullen te zamen
+deze aardige Märchen lezen en niet meer in dat droge boek graven,
+dat in den hoek gaat, omdat het ons treurig en boos gemaakt heeft."
+
+Hij sprak zoo vriendelijk en sloeg Andersen's sprookjes zoo uitlokkend
+voor mij open, dat ik meer dan ooit beschaamd was, en aan het werk
+toog met een gevoel van "overwinnen of sterven," dat hem ontzaglijk
+scheen te amuseeren. Ik vergat mijn heele verlegenheid en viel er
+uit alle macht op aan, strompelde over lange woorden, sprak ze maar
+uit volgens de inspiratie van het oogenblik, en deed mijn uiterste
+best. Toen ik aan het einde van de eerste bladzijde was gekomen, en
+ophield om adem te scheppen, klapte hij in de handen, en riep op zijn
+hartelijke manier uit: "Das ist gut! Nu gaan wij goed!--Mijn beurt. Ik
+doe hem in Duitsch, geef mij uw oor!" En daar ging hij, terwijl hij
+met zijn heldere stem de lange woorden met zoo'n genot uitgalmde,
+dat het iemand goed deed hem te zien en te hooren. Gelukkig lazen
+wij de geschiedenis van het "Tinnen Soldaatje," die, zooals je weet,
+grappig is, zoodat ik lachen kon, wat ik ook telkens deed, hoewel ik
+de helft niet begreep van wat hij las; maar ik kon het niet helpen,
+hij was zoo in heiligen ernst, ik zoo opgewonden, en het geheel zoo
+onweerstaanbaar komisch.
+
+Naderhand schoten wij harder op, en nu lees ik mijn Duitsch al redelijk
+goed; want zijn manier van les geven bevalt mij best, en ik zie wel,
+dat hij de spraakkunst in de sprookjes en verzen verstopt, net als
+pillen in gelei. Ik vind het erg prettig, en het schijnt hem nog
+niet te vervelen; erg goedig van hem, hè? Ik ben van plan hem met
+Kerstmis iets te geven, want geld durf ik hem niet aanbieden. Doe
+mij eens iets aardigs aan de hand, Moeder!
+
+Wat ben ik blij, dat Laurie zoo opgewekt en druk aan 't werk schijnt
+te zijn, en dat hij niet meer rookt, en zijn hart laat groeien. Je
+ziet, Bets, dat jij beter met hem kunt omspringen dan ik. Ik ben niet
+jaloersch, hoor; ga je gang maar, als je maar geen heilige van hem
+maakt. Ik geloof, dat ik niet meer van hem zou houden, als hij geen
+greintje menschelijke zondigheid meer in zich had. Lees hem eindjes
+uit mijn brieven voor. Ik heb geen tijd om veel te schrijven, en dat
+is maar goed ook. Goddank, Betslief, dat je zoo wel blijft.
+
+
+
+Jan.
+
+
+Een gelukkig Nieuwjaar wensch ik mijn heele familie; mijnheer L. en
+een jongeling, met name Teddy, niet te vergeten! Ik kan u niet
+zeggen, hoe blij ik was met uw Kerstmispak, want ik kreeg het laat
+in den avond, en had de hoop al opgegeven. Uw brief kwam 's morgens,
+maar meldde niets van een pakje om de verrassing niet te bederven;
+ik was dus wel een beetje teleurgesteld, want ik had een soort van
+"gevoel" gehad, dat u mij niet zoudt vergeten. Toen ik na de thee
+alleen in de kamer zat, was ik diep in den put, en toen het groote,
+vochtige pak bij mij werd gebracht, drukte ik het aan mijn hart en
+maakte een luchtsprong. Het was zoo _thuis-achtig_ en heerlijk, dat
+ik er bij op den grond ging zitten en begon te lezen, te bekijken,
+te eten, te lachen en te schreien, op mijn gewone malle manier alles
+door elkaar. Het waren juist allemaal dingen, die ik noodig had,
+en zij leken mij zooveel beter, nu zij gemaakt waren in plaats van
+gekocht. Betsy's nieuwe "inktboezelaar" was kapitaal, en Hanna's
+trommeltje met zandkoekjes is een heerlijke traktatie. Zeker zal
+ik die mooie flanelletjes dragen, Moeder, die u mij gestuurd heeft,
+en heel zorgvuldig de boeken lezen, die Vader aangeschrapt heeft. Ik
+dank u allen duizend en duizendmaal!
+
+Van boeken gesproken; in dat opzicht werd ik rijk, want op
+Nieuwjaarsdag gaf mijnheer Bhaer mij een mooien Shakespeare. Het is
+een exemplaar dat hij zeer op prijs stelt, en ik heb het dikwijls
+bewonderd, zooals het daar op de eereplaats stond met zijn Duitschen
+bijbel, Plato, Homerus en Milton; u kunt dus denken, wat ik voelde,
+toen hij het zonder den omslag bij mij bracht, en mij mijn naam op
+het titelblad wees, met daaronder: "Van mijn vriend Friedrich Bhaer."
+
+"Gij zegt dikwijls, gij wenscht een bibliotheek; hier geef ik u een:
+want tusschen deze twee wanden (hij meende den band) zijn vele boeken
+in éen. Lees hem wel, en hij zal u veel helpen; want de karakterstudie
+in dit boek zal u leeren de levende karakters om u heen te verstaan,
+en ze met uw pen te teekenen."
+
+Ik dankte hem zoo hartelijk als ik kon, en spreek nu over mijn
+bibliotheek, alsof ik honderd boeken bezit. Ik heb vroeger nooit
+geweten, dat er zooveel in Shakespeare stak, maar ik had ook vroeger
+geen Bhaer om hem mij uit te leggen. Neen, lach nu niet om zijn
+leelijken naam, het is niet Baar en ook niet Beer, zooals de menschen
+het altijd willen zeggen, maar iets, tusschen beide in, dat alleen
+Duitschers kunnen weergeven. Ik ben blij, dat wat ik van hem schrijf
+u bevalt, en ik hoop, dat u hem eens zult leeren kennen; Moeder zou
+zijn warm hart, en Vader zijn verstandig hoofd bewonderen. Ik bewonder
+beide, en voel mij heel rijk met mijn nieuwen "vriend Friedrich Bhaer."
+
+Omdat ik niet veel geld had, en niet wist, wat hij graag zou hebben,
+gaf ik hem een paar kleinigheden, die ik hier en daar in zijn kamer
+neerzette, waar hij ze onverwachts zou vinden. Zij zijn nuttig, mooi,
+of grappig: een nieuw kaartenbakje op zijn tafel, een vaasje voor
+zijn bloem--want hij heeft altijd een bloem of een takje groen in een
+glas, om hem frisch te houden, zooals hij zegt--en een "aanpakkertje"
+voor zijn pook, zoodat hij niet meer zijn "mouchoirs" zooals Amy
+ze noemt, behoeft te verbranden. Ik had het gemaakt volgens Betsy's
+model--een groote kapel, met een dik lichaam, zwarte en gele vleugels,
+paardenharen voelsprieten, en glazen oogen. Hij vond het beest erg
+mooi, en heeft het als een ornament op den schoorsteen gezet, zoodat
+het per slot van rekening toch nutteloos is. Zoo arm als hij is,
+vergat hij toch geen enkele dienstbode of geen enkel kind in huis;
+en geen ziel, van de Fransche strijkster af, tot juffrouw Norton toe,
+vergat hém. Daar was ik zoo blij om!
+
+Op oudejaarsavond was er een maskerade, en hadden we echt plezier. Ik
+was eerst niet van plan naar beneden te gaan, omdat ik geen costuum
+had; maar op het laatste oogenblik bedacht mevrouw Kirke, dat zij nog
+een ouderwetsche zijden japon had liggen, en juffrouw Norton leende
+mij kant en veeren; ik tuigde mij dus op als mevrouw Malaprop [6],
+en zeilde naar binnen met mijn masker voor. Niemand herkende mij,
+want ik veranderde mijn stem, en niemand droomde, dat die stille,
+trotsche juffrouw March (want bijna allen denken, dat ik erg stijf
+en koel ben, en dat ben ik ook tegen uilskuikens) kon dansen, zich
+verkleeden, of losbarsten in een stortvloed van onzin en dwaasheden. Ik
+had dolle pret, en toen wij ons ontmaskerden, was het grappig te zien,
+hoe zij mij aanstaarden. Ik hoorde een van de jongelui tegen een ander
+zeggen, dat hij altijd wel gedacht had, dat ik een actrice was geweest;
+en dat hij zich nu wel meende te herinneren, mij in een van de mindere
+schouwburgen gezien te hebben. Meta zal zich met deze grap kostelijk
+amuseeren. Herr Bhaer was Nick Bottom [7], en Tina was Titania, in
+zijn armen werkelijk een allerliefste kleine fee. Hem te zien dansen
+was "een landschap", om een Teddyisme te gebruiken.
+
+Over 't geheel had ik dus een heel gelukkig Nieuwjaar, en toen ik
+in mijn kamertje alles nog eens overdacht, voelde ik, dat ik toch
+vooruitging, in weerwil van al mijn struikelingen, want ik ben
+nu altijd opgeruimd, werk met lust, en stel meer belang in andere
+menschen, dan ik vroeger deed, wat toch zeker bevredigend mag genoemd
+worden. God zegene u allen. Steeds uw liefhebbende
+
+
+Jo.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XI.
+
+EEN VRIEND.
+
+
+Hoewel Jo heel gelukkig was in haar gezellige omgeving, en druk met
+haar dagelijkschen arbeid, waardoor ze haar brood verdiende en kruidde,
+vond zij toch tijd voor haar letterkundige werkzaamheden. Het doel
+dat zij najoeg, lag voor de hand voor een arm en eerzuchtig meisje;
+maar de middelen, die zij in het werk stelde om het te bereiken, waren
+juist niet de beste. Zij zag, dat geld macht verschaft, en daarom
+besloot zij geld en macht te verwerven; niet alleen voor zichzelve,
+maar vooral voor hen, die zij meer dan zichzelve liefhad. De hoop,
+alles thuis aangenaam en gemakkelijk in te kunnen richten, Betsy
+alles te geven, wat zij verlangde, van aardbeien in den winter af,
+tot een serafineorgel in haar kamer toe; zelve op reis te gaan; en
+altijd _meer_ dan genoeg te hebben, zoodat zij zich het genot van
+_geven_ kon veroorloven, was jarenlang Jo's geliefkoosd ideaal geweest.
+
+De ondervinding, opgedaan met de bekroonde novelle, scheen haar een weg
+te hebben geopend, die, na een lange reis en het beklimmen van steile
+bergen, haar naar dit verrukkelijk luchtkasteel zou voeren. Maar de
+kwellingen van de roman-critiek hadden haar moed voor een tijdlang
+gefnuikt, want de publieke opinie is een reus, die wel moediger Jacks
+op hooger boonenstaken dan de hare, heeft afgeschrikt. Evenals die
+onsterfelijke held rustte zij wat uit na haar eerste poging, die in
+een nederploffing, en den minst begeerlijken van des reuzen schatten
+eindigde, als ik mij wel herinner. Maar de geest van opstaan en opnieuw
+beproeven, was even sterk in Jo als in Jack; zij klauterde dus dezen
+keer tegen den schaduwkant op, en behaalde meer buit, maar verloor
+bijna datgene, wat kostelijker is dan zakken vol goud.
+
+Zij begon sensatie-verhalen te schrijven--want in die duistere
+tijden las zelfs het volmaakte Amerika bombast. Zij sprak er met
+niemand over, maar stelde een "treffende geschiedenis" op, en bracht
+die stoutmoedig zelve naar den heer Dashwood, den uitgever van "De
+Wekelijksche Vulkaan". Zij had wel nooit Sartor Resartus [8] gelezen,
+maar haar vrouwelijk instinct leerde haar, dat kleederen dikwijls
+grooter invloed uitoefenen dan karakterdeugden of de toovermacht van
+goede manieren. Zij trok dus haar beste pakje aan, en terwijl zij zich
+trachtte wijs te maken, dat zij noch opgewonden, noch zenuwachtig
+was, klom zij moedig twee donkere vuile trappen op, en kwam in een
+wanordelijke kamer vol tabaksrook, en in tegenwoordigheid van drie
+heeren, wier hielen zich in hooger luchtstreken bevonden dan hun
+hoeden, welke laatste kleedingstukken door geen van allen bij haar
+verschijning werden afgenomen. Eenigszins afgeschrikt door deze
+ontvangst aarzelde Jo op den drempel, en fluisterde erg verlegen:
+
+"Neem me niet kwalijk, ik zocht naar het kantoor van 'De Wekelijksche
+Vulkaan'; ik wou mijnheer Dashwood graag spreken."
+
+Omlaag kwam het hoogste paar hielen, overeind rees de rookerigste
+heer, en zorvuldig en liefkoozend zijn sigaar in de hand houdende,
+naderde hij met een knikje en een gezicht, waarop niets dan slaap te
+lezen stond. Gevoelende dat zij op de een of andere manier de zaak
+ten einde moest brengen, haalde Jo haar manuscript voor den dag,
+en met wangen, die met elken zin rooder en rooder werden, stamelde
+zij brokstukken van de kleine toespraak, die zij zoo zorgvuldig voor
+deze gelegenheid had bedacht.
+
+"Een van mijn vriendinnen verzocht mij--u dit verhaal--alleen als een
+proefneming--aan te bieden--zij wilde graag uw oordeel weten--en als
+u dit beviel, zou zij wel meer willen schrijven."
+
+Terwijl zij bloosde en stamelde, had de heer Dashwood het manuscript
+ter hand genomen, en, het met een paar vuile vingers doorbladerend,
+een critischen blik over de net beschreven bladzijden laten dwalen.
+
+"Dit is geen eerste proefneming, denk ik?" vroeg de uitgever,
+bemerkende dat de pagina's genommerd, slechts aan éen zijde beschreven
+en niet met een lint (dat zeker teeken van een eerstbeginnende)
+waren samengebonden.
+
+"Neen, mijnheer; zij heeft eenige ondervinding, en behaalde al een
+prijs met een verhaal in de 'Blarneystone Banier.'"
+
+"Ah, zoo?" en de heer Dashwood wierp een haastigen blik langs Jo,
+die haar, met al wat zij aan had, van het lint op haar hoed, tot de
+knoopen van haar laarzen toe, scheen op te nemen. "U kunt het hier
+laten, als u wilt; wij hebben op 't oogenblik meer van dit soort
+van dingen liggen dan wij kunnen gebruiken, maar ik zal het eens
+doorloopen, en u de volgende week antwoord geven."
+
+Jo was volstrekt niet geneigd het achter te laten, want mijnheer
+Dashwood beviel haar in 't geheel niet; maar onder deze omstandigheden
+kon zij niet anders doen dan buigen en wegwandelen, waarbij zij
+bizonder lang en statig scheen, zooals gewoonlijk wanneer zij
+geraakt of verbluft was. Op dit oogenblik was zij beide; want
+de veelbeteekenende blikken, die de heeren wisselden, hadden haar
+duidelijk getoond, dat haar kleine draaierij van "de vriendin" als een
+uitmuntende grap beschouwd werd; en een gelach, veroorzaakt door een
+onverstaanbare opmerking van den uitgever, terwijl hij de deur sloot,
+voltooide haar nederlaag. Half besloten hier nooit terug te keeren
+ging zij naar huis, en joeg haar boosheid op de vlucht, door uit
+alle macht boezelaars te naaien; en na een paar uur was zij genoeg
+gekalmeerd, om over het heele tooneel te lachen, en naar de volgende
+week te verlangen.
+
+Toen zij voor de tweede maal ging, was de heer Dashwood tot haar groote
+vreugde alleen. Hij scheen ook nu niet zóo verdiept in zijn sigaar,
+dat hij zijn manieren vergat--zoodat de tweede ontmoeting Jo veel
+minder zwaar viel dan de eerste.
+
+"Wij zullen het verhaal opnemen (uitgevers spreken nooit van 'ik')
+als u geen bezwaar hebt tegen eenige veranderingen. Het is te lang,
+maar wanneer u de plaatsen die ik gemerkt heb, schrapt, zal het juist
+de vereischte lengte krijgen," zei hij op drogen toon.
+
+Jo herkende nauwelijks haar eigen manuscript, zoo verkreukeld en
+vol teekentjes waren de bladzijden en volzinnen; maar met een gevoel
+als van een teedere moeder, die men voorstelt de beentjes van haar
+zuigeling af te snijden, opdat hij in de nieuwe wieg moge passen, zag
+ze de aangestreepte passages na, en bemerkte met verbazing, dat al de
+zedekundige overwegingen, die zij er zoo zorgvuldig--als een tegenwicht
+voor het al te romantische--tusschen verspreid had, geschrapt waren.
+
+"Maar mijnheer, ik dacht dat ieder verhaal een soort van moreele
+strekking moest hebben, en daarom zorgde ik, dat ten minste een paar
+van mijn zondaren berouw kregen."
+
+De ernst, die den uitgever paste, maakte plaats voor een glimlach,
+want Jo had haar "vriendin" vergeten, en sprak zooals alleen een
+schrijfster zou kunnen spreken.
+
+"Ja, maar de menschen verlangen geamuseerd, niet bepreekt te worden,
+weet u. Zedeleer wordt tegenwoordig niet verkocht," hetgeen, tusschen
+twee haakjes, geen volkomen juiste opmerking was.
+
+"U meent dus, dat het met deze veranderingen bruikbaar zou zijn?"
+
+"Ja, de intrige is nieuw, en vrij aardig uitgewerkt--de stijl en dat
+is goed," antwoordde mijnheer Dashwood minzaam.
+
+"Wat is--ik meen, wat geeft u--" begon Jo, niet wetende, hoe zij zich
+'t best zou uitdrukken.
+
+"O, ja,--wel, wij geven van vijf en twintig tot dertig dollar voor
+dingen van dien aard, en betalen bij verschijning," antwoordde de
+heer Dashwood, alsof dit punt hem ontgaan was; men zegt, dat zulke
+kleinigheden dikwijls de aandacht van uitgevers ontsnappen.
+
+"Heel goed, u kunt het plaatsen," zei Jo, voldaan het verhaal
+teruggevende, want na al haar geschrijf voor een dollar de kolom,
+scheen zelfs vijf en twintig haar een mooi honorarium toe.
+
+"Mag ik mijn vriendin vertellen, dat u een volgend verhaal ook wel
+plaatsen wilt, als het beter is dan dit?" vroeg Jo, die haar kleine
+vergissing niet had bemerkt en stoutmoediger was geworden door
+haar succes.
+
+"Wel, wij zullen zien; kunnen het niet vast beloven. Zeg haar,
+dat zij het kort en piquant moet maken, en zich niet om de moraal
+bekommeren. Welken naam zou uw vriendin er onder willen plaatsen?" Dit
+laatste op achteloozen toon.
+
+"Geen naam, als 't u blieft; zij verlangt haar eigen naam niet bekend
+te maken, en zij heeft geen pseudoniem," antwoordde Jo, ondanks zich
+zelve blozende.
+
+"Zooals zij verkiest natuurlijk. Het verhaal zal de volgende week
+verschijnen; komt u het geld halen, of zal ik het zenden?" vroeg de
+uitgever, nieuwsgierig wie zijn nieuwe medewerkster was.
+
+"Ik zal er om komen; goeien morgen, mijnheer."
+
+Toen zij vertrokken was, stak de heer Dashwood de beenen in de lucht,
+met de vriendelijke opmerking: "arm en trotsch als naar gewoonte,
+maar zij is bruikbaar."
+
+Volgens de aanwijzingen van haar uitgever stortte Jo zich hals over
+kop in de troebele zee van sensatieromans, maar dank zij het reddend
+touw, dat haar door een vriend werd toegeworpen, kwam zij weer boven,
+en de duikeling deed haar geen kwaad.
+
+Evenals de meeste jonge schrijfsters zocht zij buitenslands naar
+karakters en tooneelen; bandieten, graven, zigeuners, nonnen en
+hertoginnen verschenen op haar tooneel, en speelden hun rollen
+met zooveel durf en bezieling, als de verslinders maar konden
+verlangen. Op zulke kleinigheden als taal, stijl, interpunctie, en
+waarschijnlijkheid, letten haar lezers al heel weinig, en mijnheer
+Dashwood vergunde haar genadig zijn kolommen tegen den laagsten
+prijs te vullen, het niet noodig keurende haar te vertellen, dat
+de ware reden van deze gastvrijheid het feit was, dat een zijner
+gewone werkpaarden, elders beter salaris gevonden en hem in den steek
+gelaten had.
+
+Weldra begon zij belang in het werk te stellen, want haar plat
+beursje werd dik en rond, en de kleine schat, die Betsy in staat zou
+stellen den volgenden zomer naar buiten te gaan, groeide langzaam
+maar zeker aan.
+
+Slechts één ding belette haar volkomen tevreden te zijn, en wel,
+dat zij het niet naar huis schreef. Zij vreesde, dat haar vader en
+moeder het niet zouden goedkeuren--en zij wilde maar liever eerst haar
+eigen gang gaan, en daarna vergeving vragen. Het was heel gemakkelijk
+haar geheim te bewaren, want haar verhalen verschenen naamloos;
+de uitgever had natuurlijk spoedig uitgevonden, wie zij was, maar
+beloofde te zwijgen; en o wonder, hij hield zijn woord.
+
+Zij meende, dat het haar geen kwaad zou doen, want zij nam zich ernstig
+voor, niets te schrijven, waarover zij zich zou moeten schamen, en
+zij stilde al de kloppingen van haar geweten door voorstellingen van
+het gelukkig oogenblik, waarop zij met haar verdiende schatten voor
+den dag komen en over haar welbewaard geheim lachen zou.
+
+Maar mijnheer Dashwood keurde alle verhalen af, die niet spannend
+en sensationeel waren; en daar die sensaties niet veroorzaakt konden
+worden, zonder de zielen van de lezers zooveel mogelijk te pijnigen,
+moesten geschiedenis en verdichting, land en zee, wetenschap en kunst,
+gerechtshoven en krankzinnigen-gestichten, voor dat doel geplunderd
+worden. Jo bemerkte spoedig, dat haar jeugdige ervaring haar slechts
+zelden een blik vergund had in de tragische wereld, die de maatschappij
+ondermijnt; en de zaak uit een materieel oogpunt beschouwende, zette
+zij zich met den haar eigen ijver aan het werk, om haar tekortkomingen
+in dezen aan te vullen. In haar vurig verlangen om onderwerpen voor
+haar verhalen te vinden, en ten minste de intriges oorspronkelijk
+te doen zijn, al liet dan ook de uitvoering wat te wenschen over,
+doorsnuffelde zij de dagbladen om ongelukken, wonderlijk-toevallige
+gebeurtenissen en misdaden op te zoeken; zij wekte de achterdocht op
+van houders van leesbibliotheken, door daar boeken over vergiften
+te vragen; zij bestudeerde aandachtig de boevengezichten, die zij
+op straat tegenkwam, en alle karakters, goede of slechte, die haar
+omringden; zij dolf van onder het stof der tijden, zulke oude verhalen
+en feiten op, dat zij even goed als nieuw waren, en zocht, voor zoover
+haar beperkte gelegenheden het toelieten, aanraking met dwaasheid,
+zonde en ellende. Hoewel Jo zich verbeeldde het zoo een heel eind te
+brengen, begon ze onbewust eenige van de meest teedere eigenaardigheden
+van het vrouwelijk karakter te ontheiligen. Al schrijvende leefde
+ze in slecht gezelschap, en hoewel dit slechts in haar verbeelding
+bestond, oefende het toch invloed op haar uit, want zij voedde hart
+en geest met schadelijk voedsel, en liep gevaar iets van haar reine
+natuur te verspelen, door een voorbarige kennismaking met de donkere
+zijde des levens, die maar al te vroeg ons aller deel wordt.
+
+Zij begon dit wel eenigszins te gevoelen zonder het nog helder
+in te zien, want het veelvuldig beschrijven van de hartstochten
+en gevoelens van anderen, deed haar haar eigene bestudeeren en
+ontleden--een ziekelijke gewoonte, waaraan gezonde jonge menschen
+zich niet licht overgeven. Maar het kwaad straft altijd zich zelf,
+en Jo's straf kwam juist op het rechte oogenblik.
+
+Ik weet niet, of het de studie van Shakespeare was, die haar een
+beter inzicht in het menschelijk karakter verschafte, of wel haar
+natuurlijk vrouwelijk instinct voor wat eerlijk, moedig en krachtig is,
+maar terwijl Jo haar denkbeeldige helden met alle mogelijke deugden
+en ondeugden toerustte, begon zij een levenden held te ontdekken,
+die haar, in weerwil van veel menschelijke onvolmaaktheden, sterk
+interesseerde.
+
+Mijnheer Bhaer had haar in een hunner gesprekken aangeraden,
+eenvoudige, ware en aantrekkelijke karakters te bestudeeren, als de
+beste oefening voor een schrijfster; Jo hield hem aan zijn woord door
+hemzelf tot het voorwerp van haar studie te maken--een handelwijze
+die hem ten hoogste verbaasd zou hebben, als hij het geweten had, want
+de waardige professor dacht zeer nederig over zijn eigen verdiensten.
+
+De vraag, waarom ieder van hem hield, trok eerst Jo's aandacht. Noch
+rijk, noch aanzienlijk, noch jong, noch knap van uiterlijk--volstrekt
+niet wat men begaafd, indrukwekkend, of schitterend noemt, bezat hij
+het aantrekkelijke van een helder brandend vuur, en het scheen even
+natuurlijk, dat de menschen zich om hem verzamelden als om een warmte
+uitstralenden haard. Hij was arm, maar scheen toch altijd iets te
+kunnen weggeven; hij was een vreemdeling, maar ieders vriend; hij was
+niet jong meer, maar zoo vroolijk als een schooljongen; niet knap en
+wat vreemd van uiterlijk,--en toch scheen zijn gelaat velen schoon toe,
+en vergaf ieder hem gaarne zijn eigenaardigheden. Jo sloeg hem dikwijls
+gade, om uit te vinden wàt het toch was, dat allen zoo aantrok, en ten
+laatste kwam zij tot het besluit, dat zijn groote welwillendheid dit
+wonder teweegbracht. Indien hij eenig verdriet mocht hebben, dat hem
+drukte, dan hield hij dit zorvuldig verborgen, en keerde hij de wereld
+alleen zijn zonnigen kant toe. Er waren rimpels op zijn voorhoofd;
+maar de Tijd scheen hem vriendelijk te behandelen, gedachtig aan zijn
+vriendelijkheid jegens anderen. De welwillende lijnen rondom zijn
+mond waren de sporen van vele vriendschappelijke woorden en opwekkende
+glimlachjes, zijn oogen keken nooit koud of ongevoelig, en zijn groote
+hand gaf een stevigen, warmen druk, die welsprekender was dan woorden.
+
+Zelfs zijn kleederen schenen iets van de gastvrije natuur van hun
+eigenaar te hebben overgenomen. Zij zagen er uit, alsof zij op
+hun gemak waren en hem gaarne op zijn gemak deden zijn; zijn wijd
+vest deed denken aan het ruime hart, dat er onder klopte; zijn oude
+jas had iets gezelligs, en de diepe zakken toonden duidelijk aan,
+dat kleine handjes er dikwijls ledig ingingen en vol weer uitkwamen;
+zelfs zijn laarzen waren rond goedhartig, en zijn boorden nooit stijf
+en schrijnend, zooals die van anderen dikwijls.
+
+"Dat is het," zei Jo tot zichzelf, toen zij ten laatste ontdekte,
+dat hartelijke welwillendheid jegens zijn medemenschen, zelfs een
+gezetten Duitschen leeraar, die zijn middagmaal gretig verorberde,
+zelf zijn kousen stopte, en den afschuwelijken naam van Bhaer droeg,
+in elks oogen schoon en waardig kon doen schijnen.
+
+Jo stelde goedheid wel op hoogen prijs, maar ze bezat ook een echt
+vrouwelijken eerbied voor kennis, en een kleine ontdekking die zij
+omtrent den professor deed, verhoogde sterk haar achting voor hem.
+
+Hij sprak nooit over zich zelf, en niemand wist, dat hij in zijn
+geboortestad algemeen geacht en geëerd was om zijn geleerdheid
+en rechtschapenheid, totdat een zijner landslieden hem eens kwam
+opzoeken en in een gesprek met juffrouw Norton dit feit aan den dag
+bracht. Jo vernam het van haar, en was er des te meer mee ingenomen,
+omdat mijnheer Bhaer er nimmer van gesproken had. Zij was er trotsch
+op, dat hij, hoewel in Amerika slechts een arm taalonderwijzer,
+in Berlijn een geacht professor was, en zijn nederig werkzaam leven
+ontleende aan deze ontdekking een lichtglans van schoonheid en poëzie.
+
+En nog een betere gave dan intellect openbaarde zich op de meest
+onverwachte wijze. Juffrouw Norton was lid van een letterkundigen
+kring, waar Jo zonder haar nooit toegang zou hebben gehad. Zij stelde
+belang in het werkzame jonge meisje, en overlaadde Jo, zoowel als den
+professor, met vele gunstbewijzen van dien aard. Op zekeren avond nam
+zij beiden mee naar een deftig diner, dat ter eere van verscheiden
+beroemde geleerden gegeven werd.
+
+Jo ging er heen in een stemming van nederig ontzag en aanbidding voor
+de sterren, die zij met jeugdig vuur van verre vereerd had. Maar
+haar eerbied voor het genie onderging dien avond een gevoeligen
+schok, en eerst na langen tijd kon zij bekomen van de ontdekking,
+dat die verheven schepselen bij slot van rekening toch slechts gewone
+stervelingen waren. Toen zij het waagde een beschroomd bewonderenden
+blik te werpen op den dichter, wiens regelen deden denken aan een
+wezen, gevoed met hemelsch vuur, dauw en ambrozijn, zag zij hem,
+o bittere ontgoocheling! de verschillende gerechten verslinden
+met een gretigheid en haast, die zijn intellectuëele wangen deden
+gloeien. Gegriefd wendde ze zich van hem af als van een gevallen
+godheid, om weldra tot andere ontdekkingen te komen, die haar
+romantische illusies in rook deden opgaan. De groote romanschrijver
+bewoog zich tusschen twee wijnflesschen, met de regelmatigheid van
+een slinger; de beroemde godgeleerde maakte openlijk het hof aan
+een der madame de Staëls van die dagen, die met oogen als messen
+een tweede Corinne gadesloeg, welke haar op de lieftalligste manier
+bespotte, nadat zij haar de loef had afgestoken in het betooveren van
+den diepzinnigen philosoof, die nu wijsgeerig thee zat te drinken,
+en naar allen schijn begon te dommelen--daar de spraakzaamheid der
+dame hem het antwoorden onmogelijk maakte. De wetenschappelijke
+celebriteiten vergaten hun schelpdieren en ijsperioden, en spraken
+over kunst, terwijl zij zich van ganscher harte wijdden aan oesters en
+ijsdranken; de jonge musicus, die als een tweede Orpheus de gansche
+stad in verrukking bracht, praatte over paarden, en de eenige daar
+aanwezige vertegenwoordiger van den Britschen adel was bij ongeluk
+de meest alledaagsche persoonlijkheid van de geheele partij.
+
+Eer de avond half om was, gevoelde Jo zich zoo gedésillusioneerd, dat
+zij in een hoekje ging zitten om wat te bekomen. Prof. Bhaer, die ook
+eenigszins uit zijn element scheen te zijn, voegde zich spoedig bij
+haar, en weldra kwamen verscheiden wijsgeeren, ieder op zijn bizonder
+stokpaardje, aandraven, om in dit afgezonderd hoekje een intellectueel
+steekspel te houden. Het gesprek ging Jo's begrip mijlen ver te boven;
+toch boeide het haar, hoewel Kant en Hegel vrijwel onbekende godheden,
+en het Subjective en Objective onverstaanbare termen voor haar waren,
+en het eenige, wat uit "haar innerlijk bewustzijn evolveerde", een
+vreeselijke hoofdpijn was, toen alles was afgeloopen. Langzamerhand
+werd het haar duidelijk, dat het heelal aan stukken was geplukt,
+en, volgens de sprekers, naar oneindig beter grondregelen weer in
+elkander gezet; dat het zoo goed als uitgemaakt was, dat godsdienst
+niets beteekende, en het verstand de eenige God moest zijn. Jo wist
+niets van philosophie of metaphysica, maar zij geraakte in een half
+aangename, half pijnlijke opwinding, en had een gevoel alsof zij in
+het oneindige rondzweefde, als een losgelaten luchtballonnetje.
+
+Zij keek eens naar den professor, om te zien, hoe het hem beviel en
+bemerkte, dat hij haar zoo grimmig aanstaarde, als zij hem nog nooit
+had zien kijken. Hij schudde het hoofd, en wenkte haar om met hem mee
+te gaan, maar zij was zoo verbaasd over de vrijheid van de speculatieve
+philosophie, dat zij bleef zitten, om zoo mogelijk te weten te komen,
+waaraan die wijze heeren van plan waren zich vast te houden, nadat
+zij al de oude geloofs-overtuigingen hadden weggecijferd.
+
+Nu was mijnheer Bhaer een bescheiden man, die niet spoedig met zijn
+eigen meeningen voor den dag kwam; niet omdat hij ze niet bezat, maar
+omdat zij hem te ernstig en te heilig waren, om er lichtvaardig over
+te spreken. Toen hij zag, hoe Jo en verscheiden andere jongelieden
+aangetrokken werden door dit schitterend intellectueel vuurwerk,
+fronste hij de wenkbrauwen, brandend van verlangen om te spreken,
+in zijn vrees dat de een of andere licht ontvlambare jeugdige ziel
+mocht betooverd worden door de vuurpijlen, om eerst, als het feest
+was afgeloopen, te ontdekken, dat zij niets overhielden dan een
+uitgebranden stok en een geschroeide hand.
+
+Hij verdroeg het, zoolang hij kon, maar toen zijn meening gevraagd
+werd, werd hij warm in eerlijke verontwaardiging en verdedigde
+den godsdienst met al de welsprekendheid der overtuiging--een
+welsprekendheid, die zijn gebroken Engelsch welluidend, en zijn
+alledaagsch gelaat schoon maakte. Hij had een harden strijd, want de
+wijze heeren redeneerden goed, maar hij liet zich niet afschrikken,
+wanneer hij geslagen was, en verdedigde zijn vaandel als een man.
+
+Terwijl hij sprak schoof alles weer op de rechte plaats voor Jo's
+geestesoog; en het oude geloof, dat reeds zoolang had stand gehouden,
+scheen haar beter toe dan het nieuwe. God was geen blinde kracht,
+en onsterfelijkheid geen aardig sprookje, maar een gezegende
+werkelijkheid. Het was haar, alsof zij weer vasten grond onder de
+voeten kreeg; en toen mijnheer Bhaer eindelijk ophield, tot zwijgen
+gebracht, maar geen haarbreed overtuigd, had Jo wel in haar handen
+willen klappen en hem bedanken.
+
+Zij deed geen van beide; doch zij onthield het gehoorde, en gevoelde
+de diepste achting voor den professor, want zij wist, hoeveel moeite
+het hem had gekost daar te spreken, maar dat zijn geweten hem verboden
+had te zwijgen. Zij begon in te zien, dat een vast karakter beter
+is dan geld, aanzien, verstand of schoonheid; en te gevoelen, dat
+indien grootheid, volgens de verklaring van een wijs man, bestaat uit
+"oprechtheid, eerbied en welwillendheid"--haar vriend Friedrich Bhaer
+niet alleen goed, maar groot was.
+
+En deze overtuiging werd dagelijks sterker. Zij stelde prijs op zijn
+achting, wenschte vurig, dat hij een goede opinie van haar mocht
+hebben, en verlangde zijn vriendschap waard te worden; doch juist
+toen die wensch het toppunt bereikt had, liep Jo gevaar alles te
+verliezen. Het was het ongelukkig gevolg van een papieren steek. Op
+zekeren avond kwam de professor namelijk binnen om Jo les te geven,
+met een papieren soldatenmuts op het hoofd, die Tina hem had opgezet,
+en die hij vergeten had af te nemen.
+
+"Het is duidelijk, dat hij niet in den spiegel kijkt, eer hij naar
+beneden komt," dacht Jo met een glimlach, terwijl hij "Guten Abend"
+zei, en bedaard ging zitten, zonder te weten hoe 'n belachelijk
+contrast er was tusschen zijn hoofddeksel en zijn onderwerp, want
+hij begon haar "De Dood van Wallenstein" voor te lezen.
+
+Ze zei eerst niets, want zij hoorde hem zoo graag in zijn hartelijken
+lach uitbarsten, wanneer er iets grappigs voorviel, daarom wachtte zij,
+tot hij het zou bemerken, en dacht er op het laatst zelf niet meer
+aan, want een Duitscher Schiller te hooren voordragen is iets, dat
+den hoorder geheel boeit. Op het lezen volgde een bizonder levendige
+les, want Jo was dien avond in een vroolijke bui, en de papieren
+muts deed haar oogen van pret glinsteren. De professor wist niet,
+wat hij van haar denken moest, en hield eindelijk op, terwijl hij met
+een onweerstaanbaar zachtzinnige verbazing vroeg: "Fräulein March,
+waarom lacht gij uwen leeraar in zijn gezicht uit? Hebt gij geen
+respect voor mij, dat gij zoo doet?"
+
+"Hoe kan ik respect voor u hebben, mijnheer, als u vergeet uw hoed
+af te nemen?" antwoordde Jo.
+
+De afgetrokken professor bracht ernstig de hand naar het hoofd, voelde
+den steek en nam dien af, keek Jo een oogenblik verbaasd aan, wierp
+toen zijn hoofd achterover, en lachte als een vroolijke bas-viool.
+
+"Ach, ik zie hem nu; dat is die ondeugd, Tina, die mij er zoo gek
+doet uitzien met mijn muts. Wel, het is niets, maar ziet gij, als
+deze les niet goed gaat, zult _gij_ hem ook dragen."
+
+Maar de les ging gedurende eenige minuten in het geheel niet, want
+zijn aandacht werd afgeleid door een plaatje op de muts; en terwijl
+hij het papier openvouwde, zei hij met diepen afkeer:
+
+"Ik wenschte, dat deze tijdschriften niet in het huis kwamen; zij
+zijn niet goed voor kinderen om te zien, en voor jonge lieden om te
+lezen. Het is niet goed, en ik heb geen geduld met hen, die kwaad
+veroorzaken."
+
+Jo keek naar het papier en zag een bekoorlijk plaatje van een
+waanzinnige, een lijk, een moordenaar en een adder. Ze kon het niet
+bewonderen, doch het gevoel, dat haar het blad deed omslaan was geen
+afkeer, maar vrees, want voor een oogenblik meende zij, dat het een
+exemplaar van "De Vulkaan" was. Gelukkig bleek dit niet het geval,
+en haar schrik bedaarde, toen zij zich herinnerde, dat, al had haar
+eigen verhaal er ingestaan, het haar toch niet kon verraden, daar
+het niet onderteekend was. Maar zij had zichzelve al verraden door
+haar schuldig gezicht, want hoewel de professor verstrooid heette,
+zag hij meer dan de meeste menschen wel dachten.
+
+Hij wist, dat Jo schreef, en hij was haar meer dan eens tegengekomen
+bij de uitgevers-kantoren; maar daar zij er nooit van sprak, vroeg
+hij er ook nooit naar, hoewel hij erg verlangend was haar werk eens
+te zien. Nu viel het hem in, dat zij er zich mogelijk voor schaamde,
+en dat deed hem leed. Hij zei niet tot zichzelf: "Het gaat mij niet
+aan; ik heb geen recht er mij mee te bemoeien," zooals vele menschen
+zouden gedaan hebben; hij bedacht alleen, dat zij jong en arm was,
+ver van de beschermende liefde harer moeder en de zorg haars vaders;
+en even snel en spontaan als hij zijn hand uitgestoken zou hebben om
+een kind van den rand eener sloot terug te trekken, trachtte hij haar
+te hulp te komen. Dit alles vloog door zijn ziel, maar hij verried
+het door geen enkelen trek van zijn gelaat; en toen de courant was
+omgekeerd, en Jo den draad in haar naald had gestoken, zei hij op
+heel natuurlijken toon, maar heel ernstig:
+
+"Ja, u heeft recht, dat u het wegschuift. Ik moet er niet aan denken,
+dat goede jonge meisjes zulke dingen lezen. Zij mogen sommigen
+bevallen, maar ik zou mijn jongens liever buskruit geven om mede te
+spelen dan zulk ontuig."
+
+"Misschien is niet alles slecht--alleen maar dwaas en onbeduidend;
+en wanneer er vraag naar is, zie ik er geen kwaad in daaraan te
+voldoen. Veel respectabele menschen maken een goed inkomen uit wat
+men sensatie-romans noemt," antwoordde Jo, haar inhaalsel zoo stevig
+inkrassende, dat haar speld overal kleine sleetjes achterliet.
+
+"Er is ook vraag naar jenever, maar ik denk toch niet, dat u of ik
+dien zou willen verkoopen. Als die respectabele menschen wisten,
+hoeveel kwaad zij deden, zouden zij hun inkomen niet goed noemen. Zij
+hebben geen recht, om vergif in de suikerboonen te doen, en ze door
+kinderen te laten opeten. Neen, zij behoorden een oogenblikje er over
+te denken, en liever de straat te gaan vegen, eer zij dit deden!"
+
+Mijnheer Bhaer sprak met nadruk, en liep naar de kachel, terwijl hij
+de courant in zijn hand verfrommelde. Jo zat onbeweeglijk, maar zag
+er uit alsof het vuur uit haar gezicht sprong, en haar wangen gloeiden
+nog, lang nadat de papieren muts in rook was opgegaan.
+
+"Ik zou graag al de rest denzelfden weg opjagen," zei de professor,
+terugkeerende met een gezicht, alsof hem een pak van het hart was
+genomen.
+
+Jo bedacht hoe 'n groote brandstapel gemaakt zou kunnen worden van al
+de exemplaren, die zij op haar kamer bewaarde, en haar zuur verdiend
+geld woog haar gedurende eenige oogenblikken zwaar op het hart. Toen
+troostte zij zich met de gedachte: "Mijn verhalen zijn niet zooals dat;
+zij zijn alleen maar onbeduidend, nooit slecht; ik hoef er dus niet
+langer over te tobben," en haar boek opnemende vroeg zij heel ijverig:
+
+"Zullen wij voortgaan, mijnheer? Ik zal nu goed oppassen."
+
+"Dat wil ik hopen," was al wat hij antwoordde, maar hij bedoelde
+meer dan zij dacht, en de ernstig vriendelijke blik, waarmee hij haar
+aankeek, gaf haar een gevoel, alsof de woorden "Wekelijksche Vulkaan"
+met groote letters op haar voorhoofd gedrukt stonden.
+
+Zoodra zij in haar kamer kwam, haalde zij de couranten voor den dag
+en las zorgvuldig al haar verhalen over. Daar mijnheer Bhaer wat
+zwak van gezicht was, gebruikte hij soms een lorgnet. Jo had het
+eens geprobeerd en met een glimlach gezien, hoe sterk het den fijnen
+druk van haar boek vergrootte; nu scheen zij ook den geestelijken
+of den zedelijken bril van den professor opgezet te hebben, want de
+gebreken van haar ongelukkige verhalen staarden haar grijnzend aan,
+en vervulden haar met verslagenheid.
+
+"Zij _zijn_ 'ontuig' en zij zullen gauw nog iets ergers worden, als
+ik er mee voortga, want het een is al schokkender dan het ander. Ik
+ben blindelings voortgegaan, en heb, alleen om het geld, mijzelve
+en anderen kwaad gedaan;--ik weet, dat het zoo is--want ik kan dat
+prulwerk niet in koelen bloede lezen, zonder er mij gruwelijk over
+te schamen; en wat zou ik beginnen, als zij ze thuis eens lazen of
+mijnheer Bhaer ze in handen kreeg?"
+
+Bij die gedachte werd Jo vuurrood, en stopte het heele pak in den
+haard, op gevaar af van door den fellen gloed brand in den schoorsteen
+te veroorzaken.
+
+"Ja, dat is de beste plaats voor zulken ontvlambaren onzin! Ik geloof,
+dat ik nog beter deed met het huis in brand te steken, dan toe te
+laten dat anderen door mijn buskruit in de lucht vliegen," dacht Jo,
+terwijl zij "De Demon van den Jura" als een klein zwart hoopje met
+vurige oogen zag wegschrompelen.
+
+Maar toen van al haar werk der drie laatste maanden niets was
+overgebleven dan een hoop asch en het geld in haar beurs, bleef Jo
+met een triest gezicht op den grond zitten, onzeker wat zij met haar
+honorarium moest beginnen.
+
+"Ik denk, dat ik _tot nog toe_ niet veel kwaad heb uitgericht, en dat
+ik het dus wel mag houden als een vergoeding voor mijn tijdverlies,"
+besloot zij na lang nadenken, terwijl zij er ongeduldig bijvoegde:
+"Ik zou haast wenschen maar geen geweten te hebben, het is zoo
+lastig! Als ik er niet om gaf, of ik goed handelde, en geen spijt had
+als ik iets verkeerds deed, zou ik heerlijk vooruit komen. Ik wou soms,
+dat Vader en Moeder niet altijd zoo verschrikkelijk precies op zulke
+dingen waren geweest."
+
+Jo schreef geen sensatie-verhalen meer, overtuigd dat het geld, wat zij
+er mee verdiende, niet opwoog tegen het kwaad, dat zij stichtte; maar
+verviel nu, zooals meer het geval is met menschen van haar karakter,
+in een ander uiterste. Zij bestudeerde de werken van langdradige,
+degelijke ouderwetsche schrijfsters, en schreef toen een verhaal,
+dat eigenlijk eerder een verhandeling of een preek mocht heeten,
+zoo vreeselijk zedekundig was het. Van het begin af aan was ze er
+niet bizonder gerust op; want haar levendig temperament en rijke
+phantasie gevoelden zich in dien nieuwen trant even weinig thuis, als
+zij zelf zich op een gemaskerd bal thuis zou voelen, in het stijve
+en lastige kostuum uit een vorige eeuw. Dit juweel van leerzame
+braafheid bracht zij op verscheiden plaatsen ter markt, zonder een
+kooper te vinden; zoodat zij er toe neigde, met den heer Dashwood
+te verklaren, dat zedepreeken niet verkocht worden. Toen probeerde
+zij een kinderverhaal, dat zij had kunnen plaatsen, als zij niet zoo
+geldzuchtig was geweest, om er een goede som voor te willen maken. De
+eenige uitgever, die haar genoeg bood, om het haar der moeite waard
+te doen zijn, in deze richting verder te gaan, was een waardig heer,
+die zich geroepen voelde de heele wereld tot zijn bizonder geloof te
+bekeeren. Maar hoe graag Jo ook voor kinderen schreef, kon zij er
+niet in toestemmen, al haar ondeugende jongens door beren te laten
+opeten, of door woedende stieren te laten verscheuren; evenmin om al
+de brave Hendrikken te beloonen met allerlei soort van zegeningen;
+van vergulde suikerboonen af tot een engelenwacht toe, als zij, met
+psalmen of gezangen op hun stamelende lipjes, dit leven verlieten. Deze
+proefnemingen liepen dus op niets uit, en Jo schoof haar inktkoker
+terzijde, en zei in een aanval van gezonde nederigheid:
+
+"Ik weet niets, ik zal dus dienen te wachten, tot ik een gelukkige
+ingeving krijg en onderwijl 'de straat vegen' als ik niets beter
+doen kan; dat is in ieder geval 'eerlijk' werk; en dit besluit was
+een duidelijk bewijs, dat haar tweede tuimeling van den boonenstaak
+haar goed had gedaan."
+
+Terwijl deze innerlijke omwentelingen plaats grepen was haar uitwendig
+leven even bezig en kalm als te voren, en wanneer zij soms ernstig en
+neerslachtig keek, was er niemand, die het opmerkte, dan professor
+Bhaer. Hij deed het zoo stil, dat Jo volstrekt niet gewaar werd,
+dat hij haar gadesloeg om te zien, of zij met zijn vermaning haar
+voordeel gedaan had; maar zij stond de proef door, en hij was voldaan,
+want hoewel er geen woord tusschen hen over gewisseld werd, begreep
+hij zeer goed, dat zij het schrijven er aan gegeven had. Hij giste
+het niet alleen uit het feit, dat haar rechtermiddenvinger niet
+langer een en al inkt was, maar zij bracht haar avonden beneden
+door, vertoonde zich niet meer in de buurt der uitgeverskantoren,
+en studeerde met een volharding en een geduld, die hem bewezen,
+dat zij van plan was haar geest, zij het al niet met aangename,
+dan ten minste met nuttige dingen bezig te houden.
+
+Hij hielp haar op allerlei manieren, betoonde zich een waar vriend,
+en Jo was gelukkig; want terwijl zij haar pen liet rusten, leerde
+zij nog wat anders behalve Duitsch, en legde ze den grondslag tot
+den sensatie-roman van haar eigen leven.
+
+Het was een prettige en een lange winter, want zij bleef tot Juni
+bij mevrouw Kirke. Iedereen was bedroefd toen die tijd aanbrak;
+de kinderen waren ontroostbaar, en al het haar van mijnheer Bhaer
+stond recht overeind, daar hij het altoos naar alle kanten opstreek,
+wanneer hem iets hinderde.
+
+"Gij gaat nu naar huis? Ach, gij zijt gelukkig, dat gij een tehuis
+hebt om heen te gaan," zei hij, toen zij het hem vertelde, en verder
+zat hij zwijgend in een hoekje aan zijn baard te plukken, terwijl
+zij dien laatsten avond haar kleine receptie hield.
+
+Zij zou vroeg in den morgen vertrekken; daarom nam zij des avonds
+van allen afscheid, en toen zijn beurt kwam, zei zij hartelijk:
+
+"Nu, mijnheer Bhaer, vergeet niet, wanneer gij ooit onzen kant uitkomt,
+ons te komen bezoeken. Ik zou het u nooit vergeven, als u het niet
+deed, want ik hoop, dat allen thuis mijn vriend zullen leeren kennen."
+
+"Waarlijk? zal ik komen?" vroeg hij, terwijl hij haar met een
+verlangenden blik aanzag, dien zij echter niet opmerkte.
+
+"Ja, toe, komt u in de volgende maand; dan promoveert Laurie, en
+het zou wel aardig voor u zijn, eens een Amerikaansche promotie bij
+te wonen."
+
+"Dat is uw beste vriend, van wien gij spreekt?" vroeg hij op
+veranderden toon.
+
+"Ja, mijn jongen, Teddy; ik ben heel trotsch op hem, en zou erg graag
+willen, dat u hem zag."
+
+Bij deze woorden keek Jo op, zonder aan iets anders te denken dan
+aan haar eigen genoegen, wanneer zij hen aan elkander zou voorstellen.
+
+Een zeker iets in de oogen van prof. Bhaer deed haar plotseling
+bedenken, dat zij mogelijk in Laurie iets meer dan een besten vriend
+zou vinden, en juist omdat zij wenschte niets bizonders te laten
+blijken, begon zij te blozen, en hoe meer zij probeerde dit niet te
+doen, hoe rooder zij werd. Als zij Tina niet op schoot had gehad,
+zou zij niet geweten hebben wat te beginnen. Gelukkig kreeg het kind
+den inval om haar te kussen, waardoor zij haar gezicht een oogenblik
+verbergen kon, in de hoop, dat de professor het niet zou zien. Maar
+hij zag het, en de voorbijgaande uitdrukking van smart op zijn gelaat
+maakte weer voor de gewone kalmte plaats, terwijl hij hartelijk zeide:
+
+"Ik vrees, dat ik daarvoor geen tijd zal vinden, maar ik wensch
+den vriend veel succes, en u alle mogelijk geluk; God zegene u!" en
+hiermee drukte hij haar hartelijk de hand, nam Tina op den schouder,
+en ging heen.
+
+Toen de jongens naar bed waren, zat hij nog lang voor het vuur, met een
+pijnlijken trek om zijn mond, en een drukkend gevoel van heimwee in het
+hart. Eén oogenblik, toen hij zich Jo weer voorstelde zooals zij daar
+zat, met het kind op haar schoot, en die ongewoon zachte uitdrukking
+in de oogen, verborg hij zijn gezicht in de handen, en dwaalde toen
+door de kamer, alsof hij iets zocht, wat hij niet vinden kon.
+
+"Het is niet voor mij; ik moet er niet meer op hopen," zei hij tot
+zichzelf met een zucht, die bijna een kreun mocht heeten; toen, alsof
+hij zich berispte over het verlangen, dat hij niet kon bedwingen,
+ging hij zacht de slaapkamer binnen, kuste de twee krulkopjes, haalde
+zijn zelden gebruikten meerschuimer voor den dag, en opende zijn Plato.
+
+Hij deed manmoedig zijn best; maar ik geloof niet, dat hij in een
+paar wilde jongens, een pijp, of zelfs in den goddelijken Plato, een
+voldoende vergoeding vond voor een vrouw, een kind en een eigen tehuis.
+
+Hoe vroeg het ook was, ging hij den volgenden morgen naar het station
+om Jo te zien vertrekken; en aan hem had zij het te danken, dat zij
+haar reis begon, met de herinnering aan een vriendelijk gelaat,
+dat haar een vaarwel toeknikte, met een bosje viooltjes om haar
+gezelschap te houden, en bovenal met de blijde gedachte in het hart:
+"Zie zoo, de winter is voorbij; ik heb geen boeken geschreven, geen
+fortuin gemaakt, maar ik heb een goed vriend gevonden, en ik zal mijn
+best doen hem levenslang te behouden."
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XII.
+
+HARTELEED.
+
+
+Wat Laurie's beweegreden ook mocht geweest zijn, het "pompen" van het
+laatste jaar bleek niet tevergeefs, want hij promoveerde met lof,
+en sprak zijn Latijnsche oratie uit "met de bevalligheid van een
+Philippo en de welsprekendheid van een Demosthenes," zooals zijn
+vrienden zeiden. Zij waren allen tegenwoordig--zijn grootvader, zoo
+trotsch en gelukkig! mijnheer en mevrouw March, John en Meta, Jo en
+Betsy, en allen verheugden zich over hem, met die oprechte bewondering,
+waarover jongelui op het oogenblik zelf zoo luchtig denken, maar die
+hun bij latere triomfen in de wereld niet licht te beurt valt.
+
+"Ik moet voor dat vervelende souper hier blijven, maar ik kom
+morgenavond vroeg thuis. Loopen jullie mij als naar gewoonte tegemoet,
+meisjes?" vroeg Laurie, toen hij 's avonds van dien blijden dag de
+zusters in het rijtuig hielp.
+
+Hij zei "meisjes" maar hij meende Jo,--want zij was de eenige die
+nog aan de oude gewoonte getrouw bleef; zij had het hart niet om haar
+knappen, gelauwerden jongen iets te weigeren, en antwoordde hartelijk:
+
+"Ik zal komen, Teddy, weer of geen weer, en voor je uit wandelen om
+'Ziet, hij komt, met eer gekroond' te spelen op een Davids-harp."
+
+Laurie dankte haar met een blik, die haar met een plotselingen schrik
+deed denken: "O, hemel! Ik vrees, dat hij iets zal zeggen, en wat
+moet ik dan beginnen?"
+
+Een avond-overdenking en een drukke morgen deden haar angst wat
+bedaren, en na zich onder het oog te hebben gebracht, dat zij niet zoo
+ijdel moest zijn te verwachten, dat menschen haar liefdesverklaringen
+zouden gaan doen, als zij hun alle reden gegeven had om te begrijpen,
+wat haar antwoord zou wezen, ging zij op den bepaalden tijd van
+huis, in de hoop, dat Teddy haar niet zou noodzaken zijn ongelukkige
+gevoelens te kwetsen. Een bezoek bij Meta en een verkwikkende omhelzing
+van Daisy en Demi-John, gaven haar nieuwe kracht voor het tête-à-tête,
+maar toen zij een rijzige gedaante in de verte zag aankomen, gevoelde
+zij toch een sterke begeerte om terug te keeren en weg te loopen.
+
+"Waar is de Davids-harp, Jo?" riep Laurie haar toe, zoodra hij dicht
+genoeg genaderd was om zich te doen verstaan.
+
+"Vergeten!" en Jo schepte nieuwen moed, want die begroeting kon
+moeilijk verliefd genoemd worden.
+
+Bij zulke bizondere gelegenheden als deze, nam ze vroeger altijd
+heel zusterlijk zijn arm, maar dezen keer deed zij het niet, en
+hij maakte er geen aanmerking over--wat een "veeg" teeken was--maar
+praatte gejaagd voort over allerlei gezochte onderwerpen, tot zij aan
+het smalle paadje kwamen, dat door het boschje naar huis leidde. Toen
+begon hij langzamer te loopen, verloor zijn welbespraaktheid, en trad
+er nu en dan een drukkende pauze in. Om de conversatie van een nieuwe
+bezwijming te redden, begon Jo haastig:
+
+"Nu mag je wel eens een flinke, lange vacantie nemen."
+
+"Dat ben ik ook van plan."
+
+Een zeker iets in zijn beslisten toon deed Jo haastig opzien, en
+bemerken dat zijn blik op haar rustte met een uitdrukking, die haar
+duidelijk aantoonde, dat het gevreesde oogenblik genaderd was. Zij
+hief de handen smeekend op en zei:
+
+"Neen, Teddy, _alsjeblieft_ niet!"
+
+"Ik wil het zeggen, en je _moet_ mij aanhooren. Het geeft niets, Jo;
+wij moeten er over spreken, en hoe eerder wij het doen, hoe beter
+het voor ons beiden is," antwoordde hij, plotseling aangedaan en
+opgewonden wordende.
+
+"Zeg dan maar wat je wilt; ik zal luisteren," zei Jo met wanhopige
+onderwerping.
+
+Laurie was nog een jeugdig minnaar, maar hij meende het ernstig,
+en hij was vast besloten het nu "uit te maken," al moest hij het
+ook met den dood bekoopen; daarom stortte hij zich met de hem eigene
+onstuimigheid in zijn onderwerp, en vervolgde met een bevende stem,
+die hij te vergeefs met alle macht in bedwang trachtte te houden:
+
+"Ik heb je altijd liefgehad, zoolang ik je gekend heb, Jo--ik kon er
+niets tegen doen, je bent zoo goed voor mij geweest; ik heb getracht
+het je te toonen, maar je wou het niet toelaten. Maar nu moet je
+naar mij luisteren, en mij antwoord geven, want ik _kan_ niet langer
+zoo voortleven!"
+
+"Ik had je dit zoo graag willen besparen; ik dacht, dat je wel zou
+begrijpen--" begon Jo, die het antwoorden nog moeilijker vond, dan
+zij gevreesd had.
+
+"Dat weet ik wel; maar meisjes zijn zoo wonderlijk, dat je nooit recht
+kunt weten, wat zij willen. Zij zeggen 'neen,' als zij 'ja' meenen, en
+zijn in staat iemand alleen voor de grap buiten zichzelf te brengen,"
+antwoordde Laurie, zich achter een onloochenbaar feit verschuilende.
+
+"_Ik_ niet. Ik heb niets gedaan om je zoo van mij te doen houden,
+en ik ben weggegaan om dit, zoo mogelijk, te voorkomen."
+
+"Dat dacht ik wel; het was net iets voor jou, maar 't heeft niets
+geholpen. Ik kreeg er je des te liever om, en deed al mijn best om 't
+je naar den zin te maken; ik gaf er het biljarten aan en alles waar jij
+maar iets tegen hadt, en wachtte, en klaagde nooit, omdat ik hoopte,
+dat je mij nog wel zou lief krijgen, hoewel ik niet half goed genoeg
+ben"--hier volgde een snik, die niet bedwongen had kunnen worden;
+daarom sloeg hij boterbloempjes stuk met zijn wandelstok, tot dat
+"drommelsche brok" in zijn keel wat gezakt zou wezen.
+
+"Ja, dat ben je wel, je bent veel te goed voor mij, en ik ben je
+zoo dankbaar, en zoo trotsch op je, en ik houd zooveel van je! 'k
+Begrijp eigenlijk niet, waarom ik je niet zoo lief kan hebben, als
+je verlangt. Ik heb mijn best gedaan, maar ik kan mijn gevoel niet
+veranderen, en het zou een leugen zijn, als ik zei, dat ik het deed,
+terwijl het niet zoo is."
+
+"_Wezenlijk_, Jo?"
+
+Hij stond stil en nam bij deze vraag haar beide handen in de zijne,
+met een blik, dien zij niet spoedig zou vergeten.
+
+"_Wezenlijk_, Teddylief."
+
+Zij waren nu in het boschje--dicht bij het hek: en toen de laatste
+woorden met moeite over Jo's lippen waren gekomen, liet Laurie haar
+handen los, en keerde zich om, alsof hij verder wilde gaan, maar voor
+de eerste maal in zijn leven was een teleurstelling hem te machtig;
+hij verborg zijn gezicht tegen den met mos begroeiden paal en stond
+zoo stil, dat het Jo angstig om 't hart werd.
+
+"O Teddy, het spijt mij zoo, het spijt mij zoo vrééselijk; ik zou
+mij zelf wel willen doodsteken, als dat iets helpen kon. Ik wou,
+dat je het niet zoo hoog opnam, ik kan het niet helpen; je weet,
+dat liefde zich niet dwingen laat!" riep Jo, bedroefd en berouwvol,
+terwijl zij hem zachtjes de hand op den schouder legde en aan dien
+lang verleden morgen dacht, toen hij haar zoo vertroost had.
+
+"Soms lukt het, als je 't probeert," klonk een gesmoorde stem van
+den paal.
+
+"Ik geloof niet, dat het dan de rechte soort van liefde is, en ik
+zou het liever niet probeeren," was het vastbesloten antwoord.
+
+Toen volgde een lange pauze, waarin de distelvink vroolijk zong en
+het lange gras in den wind ritselde. Daarna begon Jo zeer ernstig,
+terwijl zij ging zitten op een steen bij het hek.
+
+"Laurie, ik moet je iets zeggen."
+
+Hij schrikte, alsof hij door een schot getroffen werd, wierp het
+hoofd achterover en riep op woesten toon:
+
+"Vertel me _dat_ niet, Jo; ik zou het niet kunnen verdragen!"
+
+"Wat niet?" vroeg zij verbaasd over zijn heftigheid.
+
+"Dat je dien ouden man liefhebt."
+
+"Welken ouden man?" vroeg Jo, die dacht, dat hij zijn grootvader op
+het oog had.
+
+"Dien beroerden professor, waar je altijd over schreef. Als je zegt,
+dat je hem liefhebt, doe ik iets wanhopigs," en hij zag er uit, alsof
+hij zijn woord zou houden, toen hij met van woede glinsterende oogen
+zijn vuist balde.
+
+Jo was op het punt te lachen, maar bedwong zich en zei met warmte,
+want zij werd door al die emoties ook opgewonden:
+
+"Vloek niet, Teddy! hij is niet oud, of wat ook; alleen maar goed
+en vriendelijk, en de beste vriend, dien ik heb--na jou. Word nu
+als'tjeblieft niet driftig; ik wil niets onaardigs zeggen, maar
+ik wéét, dat ik boos zal worden, als je iets ten nadeele van mijn
+professor zegt. Ik heb niets geen plan om op hem of op iemand anders
+verliefd te raken."
+
+"Maar dat zul je na een poosje toch, en wat moet er dan van mij
+worden!"
+
+"Jij zult als een verstandige jongen, ook wel van iemand anders gaan
+houden, en al deze akeligheid vergeten."
+
+"Ik _kan_ niemand anders liefhebben, en ik zal jou nooit vergeten,
+Jo, nooit!" riep hij, op den grond stampend om zijn hartstochtelijke
+woorden kracht bij te zetten.
+
+"Wat _moet_ ik met hem beginnen?" zuchtte Jo, ziende dat gevoelszaken
+moeilijker te behandelen waren, dan zij gedacht had. "Je hebt nog
+niet gehoord, wat ik je wou vertellen. Toe, ga nu eens zitten en
+luister naar me, want ik wil werkelijk doen, wat het beste is en je
+gelukkig maken," zei zij, in de hoop hem door een verstandig woordje
+tot kalmte te brengen,--wat duidelijk bewees, dat zij niet het minste
+begrip had van liefde.
+
+Laurie, die een straal van hoop in de laatste toespraak meende te
+ontdekken, wierp zich op het gras aan haar voeten, leunde met zijn
+hoofd op zijn arm en keek vol verwachting naar haar op. Die schikking
+was echter, wat Jo betreft, niet bevorderlijk voor een kalm gesprek
+of de helderheid van haar geest; want hoe _kon_ zij harde dingen
+zeggen tegen haar jongen, als hij haar zoo met oogen vol liefde
+lag aan te kijken, terwijl zijn wimpers nog vochtig waren van de
+bittere tranen, die de hardheid haars harten hem ontperst had? Zij
+keerde zacht zijn hoofd af en zei, terwijl zij het krulhaar streelde,
+dat om harentwil had mogen groeien--wat de aandoenlijkheid van alles
+nog verhoogde!--"Ik ben het met Moeder eens, dat jij en ik niet bij
+elkander passen, omdat ons opvliegend temperament en onze vaste wil ons
+waarschijnlijk diep ongelukkig zouden maken, als wij zoo dwaas waren
+van te--" Jo zweeg een oogenblik, eer zij het laatste woord uitsprak,
+maar Laurie noemde het met de grootste verrukking: "trouwen,--neen
+dat zouden wij niet! Als jij me lief hadt, Jo, zou ik een volmaakte
+heilige worden,--want jij kunt van me maken, wat je wilt!"
+
+"Neen, dat kan ik niet. Ik heb het geprobeerd, en het is mislukt, en
+ik wil ons geluk niet wagen aan zoo'n ernstige proefneming. Wij passen
+niet bij elkaar, en zullen dat wel nooit doen; laat ons levenslang
+vrienden blijven, maar geen dwaasheid begaan."
+
+"Jawel, als wij er maar kans toezien," prevelde Laurie,
+tegenspartelend.
+
+"Kom, wees nu niet onredelijk, en beschouw de zaak verstandig,"
+smeekte Jo, bijna ten einde raad.
+
+"Ik wil onredelijk zijn; ik verlang de zaak niet verstandig te
+beschouwen; het kan mij niet helpen en het maakt jou maar kouder. Ik
+geloof niet, dat je een hart hebt."
+
+"Ik wou dat het waar was."
+
+Jo's stem beefde, en Laurie, die dit een goed teeken vond, keerde
+zich om en wendde al zijn overredingskracht aan, terwijl hij op zijn
+vleienden toon (nog nooit had die zoo gevaarlijk vleiend geklonken)
+zei:
+
+"Kom, lieveling, stel ons niet te leur: ze verwachten het
+allemaal. Grootvader heeft er zijn hart op gezet;--je familie vindt
+het goed, en ik kan niet zonder je leven. Zeg nu maar, dat je wilt,
+en laat ons gelukkig zijn! Toe, doe het maar!"
+
+Eerst vele maanden later begreep Jo, hoe zij genoeg geestkracht had
+gehad om trouw te blijven aan haar besluit, toen zij verklaarde,
+dat zij haar jongen niet beminde en het ook nooit zou kunnen. Het
+was een zware taak, maar zij volbracht die, wel wetende, dat uitstel
+zoowel noodeloos als wreed zou wezen.
+
+"Ik kan niet van harte ja zeggen, daarom zeg ik het ook stellig
+niet. Je zult na een poosje wel inzien, dat ik gelijk heb, en er mij
+dankbaar voor zijn," begon zij plechtig.
+
+"Dat zal lang duren!" en Laurie vloog overeind, gloeiend van
+verontwaardiging bij de enkele gedachte.
+
+"Ja, dat zul je toch wel!" begon Jo weer; "je zult er je na een poosje
+mee verzoenen, en een lief knap meisje vinden, dat je zult aanbidden,
+en die een mooie châtelaine voor je mooi huis zal zijn. Dat zou ik
+toch niet wezen; ik ben alledaagsch en onhandig, en raar en oud,
+en je zou je maar over mij schamen, en wij zouden kibbelen. Zelfs
+nu kunnen wij het al niet laten, zooals je ziet, en ik zou niet van
+deftig gezelschap houden, en jij wel, en jij zou een hekel hebben
+aan mijn gekrabbel, en ik zou er niet buiten kunnen, en wij zouden
+dood ongelukkig zijn en wenschen dat wij het maar niet gedaan hadden,
+en het zou een verschrikkelijk leven worden!"
+
+"Nog meer?" vroeg Laurie, die het moeilijk vond geduldig te luisteren
+naar deze profetische uitbarsting.
+
+"Niet meer, behalve dat ik niet geloof, dat ik ooit zal trouwen; ik
+ben gelukkig zooals ik ben, en heb mijn vrijheid te lief, dan dat ik
+me zou haasten die op te geven voor eenig sterfelijk man!
+
+"Dat weet ik wel beter!" viel Laurie uit. "Nu denk je zoo, maar er zal
+een tijd komen, wanneer ie wél van iemand zult houden, en dan zul je
+hem geweldig liefhebben en voor hem leven en sterven. Ik weet zeker,
+dat het zoo zijn zal, 't is net iets voor je, en dan zal ik mogen
+toekijken!" En de ongelukkige minnaar wierp zijn hoed op den grond
+met een gebaar, dat comisch zou geweest zijn, als zijn gezicht niet
+zoo droevig had gestaan.
+
+"Ja, ik _zal_ voor hem leven en sterven, als hij ooit komt en mij
+dwingt hem lief te hebben, tegen wil en dank, en jij moet zien er je
+doorheen te slaan!" riep Jo, die haar geduld verloor met den armen
+Teddy. "Ik heb gedaan wat ik kon, maar jij _wilt_ niet naar rede
+luisteren, en het is zelfzuchtig van je, te blijven vragen om iets,
+dat ik niet geven kan. Ik zal altijd veel van je houden, heel veel,
+als een vriendin, maar ik kan nooit met je trouwen; en hoe eer je
+dat gelooft, hoe beter voor ons beiden--dus--"
+
+Die toespraak werkte als vuur bij buskruit. Laurie keek haar een
+oogenblik aan, alsof hij niet recht wist, wat met zichzelven te doen,
+keerde zich toen eensklaps om en zei op wanhopigen toon: "Dit zal je
+eenmaal spijten, Jo!"
+
+"O, waar ga je heen?" riep zij, want de uitdrukking in zijn oogen
+maakte haar angstig.
+
+"Naar den duivel!" was het troostvol antwoord.
+
+Jo's hart stond een oogenblik stil, toen hij met een sprong den
+oever der rivier bereikte, maar er is veel dwaasheid, zonde of
+ellende noodig om een jongeman tot zelfmoord te brengen, en Laurie
+behoorde niet tot de zwakke soort, die zich gewonnen geeft na een
+enkele bittere teleurstelling. Hij dacht niet aan een tragische
+onderdompeling, maar een blind instinkt dreef hem om hoed en jas
+in zijn boot te werpen en uit alle macht weg te roeien, waarbij hij
+mooier tijd maakte dan bij menigen wedstrijd. Jo haalde diep adem,
+en liet haar armen langs haar lijf vallen, terwijl zij "haar jongen"
+nastaarde, die zijn verdriet trachtte te beheerschen.
+
+"Dat zal hem goed doen! Maar hij zal in zoo'n teeder berouwvolle
+stemming thuis komen, dat ik hem niet onder de oogen zal durven
+komen," voegde zij er bij, terwijl zij langzaam naar huis ging, met
+een gevoel, alsof zij een onschuldig wezentje vermoord en onder de
+bladeren begraven had.
+
+"Nu moet ik het maar aan mijnheer Laurence gaan zeggen, dan kan hij
+wat vriendelijk tegen mijn armen jongen zijn. Ik wou dat hij van Bets
+hield; misschien zal hij dat mettertijd wel gaan doen, maar ik geloof,
+dat ik mij op dat punt in haar vergist heb. Hoe is het toch mogelijk,
+dat meisjes het prettig vinden aanbidders te hebben, en ze dan af te
+wijzen? Ik vind het iets verschrikkelijkst."
+
+Overtuigd dat niemand er beter voor geschikt was dan zijzelve,
+ging zij regelrecht naar mijnheer Laurence, vertelde manmoedig
+de heele geschiedenis, en begon toen zoo wanhopig over haar eigen
+ongevoeligheid te schreien, dat de vriendelijke oude heer er niets
+tegen in wist te brengen, hoewel hij bitter teleurgesteld was. Hij kon
+maar niet begrijpen hoe een meisje laten kon Laurie lief te hebben,
+en hoopte, dat zij nog van gedachten veranderen zou, maar hij wist,
+zelfs nog beter dan Jo, dat liefde niet gedwongen kan worden; daarom
+schudde hij stilbedroefd het hoofd en besloot zijn kleinzoon buiten
+gevaar te brengen, want de afscheidswoorden van den jongen driftkop
+tegen Jo beangstigden hem meer, dan hij wilde bekennen.
+
+Toen Laurie doodmoe, maar heel bedaard thuis kwam, ontving zijn
+grootvader hem, alsof hij van niets wist, en hield gedurende een
+paar uren den schijn met goed gevolg op. Maar toen zij samen in
+de schemering zaten, dat uurtje, waarvan zij anders zoo genoten,
+viel het den ouden man zwaar als naar gewoonte door te praten,
+en den jongen man nóg zwaarder, te luisteren naar de loftuitingen
+over den goeden uitslag van het laatste studiejaar, dat hem nu een
+mislukt liefdewerk toescheen. Hij verdroeg het, zoolang hij kon,
+ging toen naar de piano en begon te spelen. De ramen stonden open,
+en Jo, die met Betsy in den tuin wandelde, begreep dezen keer de
+muziek beter dan haar zuster, want hij speelde de Sonate Pathétique,
+en speelde haar, zooals hij nog nooit gedaan had.
+
+"Dat is heel mooi, maar droevig genoeg om iemand aan het schreien te
+maken; speel eens iets vroolijkers, jongenlief," verzocht mijnheer
+Laurence, wiens vriendelijk oud hart vol was van een medegevoel,
+dat hij zoo gaarne wilde toonen, maar niet wist hoe.
+
+Laurie begon iets opgewekters, speelde een poosje woest door, en
+zou het er goed afgebracht hebben, indien hij niet in een kleine
+pauze mevrouw March had hooren roepen: "Jo, kom even binnen, ik heb
+je noodig."
+
+Juist wat Laurie zoo sterk voelde, in een anderen zin. Toen hij
+de woorden hoorde, raakte hij in de war, het spel eindigde met een
+gebroken akkoord, en de jonge musicus bleef roerloos in de duisternis
+zitten.
+
+"Dát is me te machtig!" mompelde de oude heer; hij stond op, zocht
+zijn weg naar de piano, legde zijn handen op Laurie's schouders, en
+zei, zoo zacht als een vrouw: "Ik weet alles mijn jongen, ik weet
+alles." Geen antwoord gedurende een oogenblik; toen vroeg Laurie
+scherp: "Wie heeft het u verteld?"
+
+"Jo zelf."
+
+"Dan is alles uit!" en hij schudde de hand van zijn grootvader met
+een ongeduldige beweging af; want hoewel hij dankbaar was voor de
+sympathie, kon toch zijn mannelijke trots het medelijden van een man
+niet verdragen.
+
+"Niet geheel, ik wou je nog iets zeggen, en dan zal alles uit zijn,"
+antwoordde de oude heer met ongewone zachtheid. "Je hebt nu zeker
+geen lust om hier te blijven?"
+
+"Ik ben niet van plan voor een meisje weg te loopen. Jo kan mij niet
+verhinderen haar te zien, en ik zal blijven en dat doen, zoolang ik
+verkies," antwoordde Laurie op hoogen toon.
+
+"Dat zul je niet, als je een gentlemen bent, waar ik je voor houd. Ik
+ben ook diep teleurgesteld, maar het meisje kan het niet helpen; en
+het eenige, wat jou te doen staat, is, voor een poos weg te gaan. Waar
+wil je heen?"
+
+"Dat is mij 't zelfde, ik geef er niets om, wat er van mij wordt,"
+en Laurie stond op met een onverschilligen lach, die zijn grootvader
+akelig in de ooren klonk.
+
+"Draag het als een man, en doe in 's hemels naam geen overijlde
+dingen! Ga buitenslands, en tracht het te vergeten."
+
+"Dat kán ik niet!"
+
+"En je verlangde er zoo naar, en ik had je beloofd, dat je gaan zou,
+als je promotie achter den rug was."
+
+"O ja! maar ik was niet van plan _alleen_ te gaan!" Laurie liep
+met groote stappen de kamer op en neer, met een uitdrukking op zijn
+gezicht, die zijn grootvader gelukkig niet zag.
+
+"Ik verg niet van je, dat je alleen gaat; er is wel iemand die met
+alle plezier, waarheen dan ook, wil meegaan."
+
+"Wie, Grootvader?" vroeg hij stilstaande.
+
+"Ik zelf."
+
+Laurie keerde zich af, maar draaide even gauw weer om, en zei met een
+heesche stem, terwijl hij zijn hand uitstak: "Ik ben een ellendige
+egoïst, maar--u weet--Grootvader,--"
+
+"Ja, mijn jongen, ja, ik weet er alles van, want ik heb dat alles
+vroeger zelf doorgemaakt in mijne jonge jaren, en later met je
+vader. Kom, kerel, ga eens rustig hier zitten, en luister naar mijn
+plan. Het is alles in orde en kan dadelijk uitgevoerd worden," zei
+de oude heer, zijn kleinzoon vasthoudende, alsof hij bang was, dat
+deze zich van hem zou losrukken, zooals zijn vader vóor hem gedaan had.
+
+"Nu, Grootvader, wat wilt u dan?" en Laurie liet zich neervallen,
+zonder eenig blijk van belangstelling in gelaat of stem.
+
+"Er zijn in Londen zaken te vereffenen; ik had gedacht, dat jij dat
+wel kon doen, maar het is nog beter, dat ik er zelf heen ga, en de
+boel hier zal heel goed marcheeren nu Brooke er voor kan zorgen. Mijn
+compagnons doen bijna alles, ik blijf er alleen nog maar in, tot jij in
+mijn plaats kunt komen, en ik kan er dus ieder oogenblik uittrekken."
+
+"Maar u hebt het land aan reizen, Grootvader; ik kan dat op uw leeftijd
+niet van u vergen," begon Laurie, die dankbaar was voor het offer,
+maar veel liever alleen ging, als hij dan toch moest gaan.
+
+De oude heer wist dat zeer goed, doch was vast besloten het te
+voorkomen, want de stemming waarin zijn kleinzoon verkeerde, bewees
+hem, dat het niet verstandig zou zijn den jongen aan zijn lot over te
+laten. Hij onderdrukte dus een opkomenden zucht bij de gedachte aan
+de huiselijke gemakken, die hij achter moest laten, en zei manmoedig:
+
+"Loop heen, ik ben nog geen oude sukkel! Ik vind het een alleraardigst
+plan; het zal mij goed doen, en mijn oude ribbekast zal er niets
+door lijden, want het reizen is tegenwoordig bijna even gemakkelijk,
+alsof je thuis in je stoel zit."
+
+Een ongeduldige beweging van Laurie gaf te kennen, dat _zijn_ stoel
+niet gemakkelijk was, en dat hij het voorstel niets aanlokkelijk vond,
+waarom de oude man er haastig bijvoegde:
+
+"Ik ben niet van plan een spelbreker of een lastpost te zijn; ik
+ga, omdat ik meen, dat je je gelukkiger zult voelen, dan wanneer je
+mij alleen achter laat. Ik zal ook niet overal met je rond zwerven,
+maar laat je vrij om te gaan, waarheen je wilt, terwijl ik me op mijn
+eigen manier amuseer. Ik heb vrienden in Londen en Parijs, en zou ze
+graag eens rustig bezoeken; in dien tusschentijd kun jij naar Indië,
+Duitschland of Zwitserland trekken, waarheen je maar wilt, en naar
+hartelust genieten van schilderijen, muziek, mooie vergezichten
+en avonturen."
+
+Nu had Laurie op dit oogenblik, heel begrijpelijk, een gevoel, alsof
+zijn hart gebroken en de heele wereld een troosteloos-eenzame woestijn
+was; maar enkele woorden, die de oude man behendig in zijn laatsten zin
+wist in te lasschen, deden het gebroken hart onverwachts opspringen,
+en plotseling een paar oasen in die woestijn opdoemen. Hij zuchtte
+en antwoordde toen op lusteloozen toon:
+
+"Zooals u wilt, Grootvader; het komt er niet op aan, waar ik heen ga,
+of wat ik doe."
+
+"Voor mij wel, onthoud dat mijn jongen; ik geef je volkomen vrijheid,
+maar ik reken er op, dat je die vrijheid goed zult gebruiken. Beloof
+mij dat, Laurie."
+
+"Alles wat u maar verlangt, Grootvader."
+
+"Goed!" dacht de oude heer, "hij geeft er nu niet om, maar de tijd
+zal eenmaal komen, dat die belofte hem voor veel kwaad kan bewaren,
+tenzij ik mij deerlijk vergis."
+
+Daar mijnheer Laurence een energieke natuur bezat, smeedde hij
+het ijzer, terwijl het heet was; en eer de geknakte geest zich in
+zooverre hersteld had, dat hij zich tegen iets kon verzetten, waren
+zij vertrokken.
+
+Gedurende de dagen, die nog verloopen moesten om de noodige
+toebereidselen te maken, gedroeg Laurie zich zooals jonge lieden in
+een dergelijk geval gewoonlijk doen. Hij was afwisselend somber,
+prikkelbaar en peinzend; verloor zijn eetlust, verwaarloosde zijn
+kleeding, en bracht een groot gedeelte van zijn tijd door met
+hartstochtelijk piano te spelen. Hij ontliep Jo, maar stelde zich
+schadeloos door haar van uit zijn venster te begluren, met zoo'n
+tragische uitdrukking op zijn gezicht, dat het haar 's nachts
+in haar droomen vervolgde en overdag een drukkend gevoel van
+schuld gaf. Anders dan sommige lijders sprak hij nooit over zijn
+onbeantwoorden hartstocht, en kon hij niet dulden, dat iemand, zelfs
+niet mevrouw March, hem een woordje van troost zocht toe te voegen of
+medegevoel toonde. Dit was in sommige opzichten een verlichting voor
+zijn vrienden, maar de weken voor zijn vertrek waren buitengewoon
+pijnlijk, en allen verblijdden zich, dat de "beste jongen" wegging
+om zijn verdriet te vergeten, en weer gelukkig thuis te komen. Hij
+glimlachte natuurlijk bitter over hun waan, maar liet dien voor wat
+hij was, met de droevige ongeloovigheid van een, die wist, dat zijn
+trouw even onveranderlijk was als zijn liefde.
+
+Toen het uur van scheiden aanbrak, wendde hij groote opgewektheid voor
+om sommige lastige gemoedsbewegingen te verbergen, die geneigd schenen
+zich te doen gelden. Zijn opgeschroefde vroolijkheid leidde niemand
+om den tuin, maar zij deden, alsof zij zich lieten verschalken, en
+hij bracht het er vrij goed af, totdat mevrouw March hem een kus gaf,
+en hem heel moederlijk iets toefluisterde. Toen voelde hij, dat het
+uit was met alle zelfbeheersching, en na een haastig afscheid van de
+anderen, de bedroefde Hanna niet te vergeten, rende hij de trappen af,
+alsof het zijn leven gold. Jo volgde hem een oogenblik later, om hem
+nog eens toe te wuiven, als hij soms om mocht kijken. Hij kéék om,
+kwam terug, sloeg de armen om haar heen, hoewel zij een trede hooger
+stond dan hij, en zag haar aan met een gezicht, dat zijn korte vraag
+even welsprekend als aandoenlijk maakte.
+
+"O, Jo, _kun_ je niet?"
+
+"Mijn beste Teddy, ik wou, dat ik kon!"
+
+Dat was alles, behalve een kleine pauze; toen richtte Laurie zich
+op en zei: "'t Is goed, denk er verder maar niet over," en ging,
+zonder nog een enkel woord te spreken. Maar het was _niet_ goed,
+en Jo dacht er wél verder over, want toen, na haar hard antwoord,
+de krullebol een oogenblik op haar arm rustte, kreeg zij een gevoel,
+alsof zij haar liefsten vriend doorboord had, en toen hij haar verliet,
+zonder nog eenmaal naar haar om te zien, wist zij, dat de oude Laurie
+nooit terug zou komen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIII.
+
+Betsy's Geheim.
+
+
+Toen Jo in 't voorjaar terugkwam, was zij getroffen door de
+verandering, die er met Betsy was voorgevallen. Niemand sprak er over,
+of scheen er acht op te slaan, want het was zoo trapsgewijze gekomen,
+dat diegenen die haar dagelijks zagen, er niet door verontrust werden;
+maar voor oogen, door afwezigheid gescherpt, was het duidelijk te zien,
+en een zware last viel op Jo's hart, toen zij het gezichtje van haar
+zuster waarnam. Het was niet bleeker en maar weinig magerder dan in
+den herfst; maar er lag een vreemd, doorzichtig waas over verspreid,
+alsof het sterfelijke zachtkens werd afgeschud, en het onsterfelijke
+zich met een onbeschrijfelijk roerende schoonheid in het zwakke
+lichaam openbaarde. Jo zag en gevoelde het, maar zei nog niets,
+en weldra verloor de eerste indruk zijn kracht, want Bets scheen
+gelukkig,--niemand scheen er aan te twijfelen, of zij wel beter
+was--en weldra vergat Jo, te midden van andere zorgen, tenminste voor
+een tijd haar vrees.
+
+Maar toen Laurie vertrokken, en de rust hersteld was, keerde die
+onbestemde angst terug en vervolgde haar onophoudelijk. Ze had
+haar zonden gebiecht en vergeving ontvangen; doch toen zij haar
+spaarpenningen voor den dag haalde, en voorstelde een uitstapje
+in de bergen te doen, bedankte Betsy haar hartelijk, maar verzocht
+vriendelijk niet zoo ver van huis te moeten gaan. Nog eens een poosje
+rustig aan zee zou haar beter bevallen, en daar "Oma" niet te bewegen
+was de kleintjes te verlaten, nam Jo Bets met zich naar een rustig
+plekje, waar zij veel in de open lucht kon zijn, en de frissche
+zeewind een blos kon tooveren op haar bleeke wangen.
+
+Het was geen mode-badplaats, maar zelfs onder de vriendelijke,
+eenvoudige bewoners maakten de meisjes slechts weinig kennissen;
+ze gaven er de voorkeur aan, alleen voor elkander te leven. Bets
+was te verlegen om veel van gezelschap te houden, en Jo te veel in
+de zorg voor haar verdiept, dan dat zij om iemand anders zou geven;
+zij waren dus alles voor elkander, en kwamen en gingen, onbewust van de
+belangstelling, welke zij aan de personen uit hun omgeving inboezemden,
+die met medelijden de oogen lieten rusten op de krachtige zoowel als op
+de zwakke zuster, zoo altijd samen, alsof zij instinctmatig gevoelden,
+dat een lange scheiding op handen was.
+
+En werkelijk voelden zij dat, hoewel zij er nooit over spraken;
+want er bestaat dikwijls tusschen ons en hen, die ons het naast
+en het liefst zijn, een zekere terughoudendheid, die moeilijk te
+overwinnen is. Jo had een gevoel, alsof er een sluier was neergelaten
+tusschen haar hart en dat van Betsy; maar als zij haar hand uitstak
+om dien op te lichten was het haar, alsof de stilte heilig was, en
+liet zij het aan Betsy over, het eerst het zwijgen te verbreken. Met
+dankbaarheid verbaasde zij zich, dat haar ouders niet schenen te zien,
+wat zij zag; en gedurende die rustige weken, toen de sombere schaduw
+haar steeds duidelijker werd, schreef zij er niets van naar huis,
+overtuigd, dat zij het zelf wel zouden begrijpen, als Betsy niet
+aangesterkt thuis kwam. Telkens vroeg ze zich af, of haar zuster
+de harde waarheid wel besefte, en welke gedachten haar vervulden,
+gedurende de lange uren, als zij, met het hoofd op Jo's schoot, op
+een warm plekje lag, terwijl de wind haar verfrisschend tegenwoei,
+en de zee haar lied zong aan den voet der rotsen.
+
+Op zekeren dag vertelde Betsy het haar. Jo dacht dat zij sliep; zij
+lag zoo stil, en haar boek wegschuivend beschouwde Jo haar lang en
+aandachtig, om een straal van hoop te vinden in het flauwe blosje
+op Betsy's wangen. Maar zij vond niet genoeg om gerust te zijn,
+want de wangen waren verontrustend ingevallen, en de handen schenen
+te zwak om ook maar de kleine rose schelpjes, die zij gezocht had,
+vast te houden. Toen kwam het bitterder dan ooit over haar, dat
+Betsy langzamerhand wegkwijnde, en haar armen omknelden instinctmatig
+inniger en vaster den liefsten schat, dien zij bezat. Gedurende een
+paar minuten werden haar oogen te veel door tranen beneveld om te
+kunnen zien, en toen zij opgeklaard waren, keek Betsy haar zoo teeder
+aan, dat haar: "Jo-lief, ik ben toch zóó blij, dat je 't weet; ik heb
+geprobeerd het je te zeggen, maar ik kón niet," bijna overbodig was.
+
+Er volgde geen ander antwoord, dan dat Jo haar hoofd tegen dat van
+haar zusje leunde; er kwamen zelfs geen tranen, want als Jo zeer
+aangedaan was, schreide zij niet. Nu was zij de zwakkere, en Betsy
+zocht haar te troosten en te ondersteunen, door haar armen om haar
+heen te slaan, en haar vriendelijke woordjes toe te fluisteren.
+
+"Ik heb het al heel lang geweten, mijn lieve Jo, en nu ik aan
+de gedachte gewend ben, is het niet zoo hard meer om het te
+dragen. Probeer het ook zoo in te zien, en kwel je niet om mij,
+want het is zóó het beste--werkelijk!"
+
+"Was dat het, wat je in 't najaar al zoo ongelukkig maakte, Bets? Je
+voelde het toen toch niet al en hield het voor jezelf, wel?" vroeg
+Jo, die niet toe kon geven, dat het zoo het beste was, maar zich toch
+verlicht voelde, dat Laurie geen deel had gehad aan Betsy's verdriet.
+
+"Ja, ik gaf toen de hoop al op, maar ik wou er liever niet voor
+uitkomen; ik deed mijn best het voor een ziekelijke inbeelding te
+houden, en wou niet, dat iemand er verdriet van zou hebben. Maar toen
+ik jullie allemaal zoo gezond en sterk en zoo vol vroolijke plannen
+zag, viel het mij hard te moeten denken, dat ik nooit meer kon zijn
+zooals jullie, en toen voelde ik mij wanhopig, Jo."
+
+"O, Bets, en je hebt het mij niet verteld, heb je niet door mij laten
+troosten en helpen! Hoe kon je mij zoo buitensluiten en alles zoo
+alleen dragen?"
+
+Jo's stem klonk teeder verwijtend, en het deed haar hart pijn, toen
+zij dacht aan den eenzamen strijd, dien Betsy moest hebben gestreden,
+eer zij had geleerd afstand te doen van gezondheid, liefde en leven,
+en haar kruis zoo blijmoedig op te nemen.
+
+"Het was misschien verkeerd van me, maar ik trachtte goed te doen;
+ik was er immers ook niet zeker van; niemand zei iets, en ik hoopte,
+dat ik mij vergiste. Het zou zoo zelfzuchtig geweest zijn jullie
+allen zoo'n schrik aan te jagen, vooral daar Moeder zoo bezorgd was
+over Meta, en Amy weg, en jij zoo gelukkig met Laurie,--ten minste,
+dat dacht ik toen."
+
+"En ik dacht, dat jij van hem hield, Bets, en ik ging weg, omdat ik
+hem niet kon liefhebben!" riep Jo, blij, dat zij de geheele waarheid
+eens kon uitspreken.
+
+Betsy keek zoo verbaasd bij dat denkbeeld, dat Jo in weerwil van haar
+verdriet moest glimlachen en er zachtjes bijvoegde:
+
+"Dat was dus niet zoo, lieveling? Ik had er zoo'n zorg om en dacht,
+dat je arm hartje al dien tijd van onbeantwoorde liefde versmachtte."
+
+"Maar Jo, hoe kon dat, terwijl hij zooveel van jou hield?" vroeg
+Betsy, zoo onschuldig als een kind. "Ik houd heel veel van hem, hij
+is zoo goed voor mij, dus hoe zou ik het kunnen laten? Maar hij zou
+nooit iets anders voor mij kunnen zijn dan mijn broer. En ik hoop,
+dat hij het mettertijd wezenlijk zal worden."
+
+"Niet door mij," zei Jo beslist. "Amy is voor hem weggelegd, en zij
+zouden heel goed bij elkander passen,--maar ik heb nu geen hart voor
+zulke dingen. Ik geef er niet om, wat er van iemand wordt, behalve
+van jou, Bets. Jij _moet_ beter worden."
+
+"Dat zou ik wel willen,--o, Jo zoo graag! Ik doe, wat ik kan, maar ik
+word elken dag een beetje minder, en voel meer en meer, dat ik mijn
+krachten nooit terugkrijg. Het is als het getij, wanneer het eb is,
+Jo, 't gaat langzaam, maar kan niet tegengehouden worden."
+
+"Het _moet_ tegengehouden worden,--jouw getij mág niet zoo gauw
+verloopen,--negentien is te jong. Bets, ik kan je niet laten gaan! Ik
+zal werken en bidden en er tegen strijden. Ik zal je behouden, ondanks
+alles; er moet nog een mogelijkheid zijn,--het kan nog niet te laat
+wezen! God zal niet zoo wreed zijn om je van mij weg te nemen!" riep
+de arme Jo weerbarstig,--want haar gemoed was veel minder onderworpen
+dan dat van Betsy. Eenvoudige, oprechte menschen spreken zelden veel
+over hun vroomheid; zij openbaart zich in daden meer dan in woorden,
+en heeft meer invloed dan preeken of betuigingen. Betsy kon geen
+rekenschap geven van, of veel spreken over het geloof, dat haar
+moed en geduld gaf om afstand te doen van het leven, en blijmoedig
+op den dood te wachten. Als een vertrouwend kind, vroeg zij niets,
+maar liet alles over aan God en de natuur, ons aller vader en moeder,
+in het vaste geloof, dat zij, en zij alleen, hart en geest konden
+onderrichten en sterken voor dit leven en het leven hiernamaals. Zij
+troostte Jo niet met vrome overwegingen, maar had haar des te liever
+om haar hartstochtelijke genegenheid, en klemde zich des te vaster
+aan die menschelijke liefde, waarvan onze Vader ons nooit verlangt
+te spenen, maar waardoor Hij ons dichter tot zichzelf zoekt te
+brengen. Zij kon niet zeggen: "Ik ben blij, dat ik sterven mag,"
+want het leven scheen haar zoo liefelijk toe; zij kon alleen maar
+snikkend uitroepen: "Ik zal mijn best doen het goed te vinden,"
+terwijl zij Jo vaster omhelsde, toen de eerste bittere golf van deze
+groote smart over hen beiden heensloeg.
+
+Toen Betsy na een poos haar bedaardheid herkregen had, vroeg zij:
+
+"Wil jij 't hun zeggen, als we weer thuis zijn?"
+
+"Ik denk, dat zij het wel zonder woorden zullen zien," zuchtte Jo;
+want nu scheen het haar toe, dat Betsy, met den dag verminderde.
+
+"Misschien niet; ik heb wel eens gehoord, dat de menschen, die
+iemand het meest liefhebben, dikwijls het blindst zijn voor zulke
+dingen. Als zij het niet zelf zien, zul jij het hun voor mij zeggen,
+is 't niet? Ik wil er geen geheim van maken, en het is beter hen
+voor te bereiden. Meta heeft John en de kinderen om haar te troosten,
+maar jij moet Vader en Moeder helpen, hè Jo?"
+
+"Als ik kan;--maar Bets, ik geef de hoop nog niet op; ik ben van plan
+te gaan gelooven, dat het werkelijk maar een ziekelijke inbeelding
+is, en er je van af zien te brengen," zei Jo, haar best doende om
+opgeruimd te spreken.
+
+Betsy lag een oogenblik stil in gedachten verzonken, en begon toen
+op haar gewone, kalme manier:
+
+"Ik weet mij niet goed uit te drukken, en zou het ook anders niet
+probeeren, dan tegen jou, omdat ik mij nooit tegen iemand kon uiten,
+behalve tegen mijn eigen Jo. Ik wou alleen maar zeggen, dat ik een
+gevoel heb, alsof ik nooit bestemd was om lang te leven. Ik ben nooit
+heelemaal geweest zooals jullie; ik heb nooit plannen gemaakt over wat
+ik doen zou, als ik groot was; ik heb nooit over trouwen gedacht. 't
+Was net alsof ik mij zelf nooit anders kon voorstellen dan als de
+onbeteekenende kleine Bets, die thuis zoowat heen en weer dribbelde,
+en ook nergens anders op haar plaats was. Ik heb ook nooit verlangd
+op reis te gaan, en wat mij nu zoo zwaar valt is, dat ik van jullie
+allen weg moet. Ik ben niet bang, maar ik geloof, dat ik zelfs in
+den hemel heimwee naar jullie zal hebben."
+
+Jo kon niet spreken; en gedurende verscheiden minuten werd er geen
+ander geluid gehoord dan het zuchten van den wind en het kabbelen van
+de golfjes. Een witgevleugelde zeemeeuw vloog voorbij--de zonnestralen
+beschenen haar zilverige borst; Betsy keek haar na, tot zij uit het
+gezicht was, en haar oogen namen een droevige uitdrukking aan. Toen
+kwam een klein grijs vogeltje langzaam aantrippelen, zachtkens
+tjilpende, alsof het genoot van den zonneschijn en de zee; het wipte
+tot vlak bij Betsy, keek haar met zijn vriendelijke oogjes aan, zette
+zich op een warmen steen neer, streek zijn veertjes glad, en kende
+blijkbaar geen schuwheid. Betsy glimlachte, en voelde zich getroost,
+want het kleine diertje scheen haar zijn nietige vriendschap aan te
+bieden, en bracht haar in herinnering, dat er nog veel goeds op de
+wereld te genieten viel.
+
+"Aardig diertje! kijk eens Jo, hoe mak het is. Ik houd nog meer van die
+kleine beestjes dan van meeuwen; zij zijn wel niet zoo wild en mooi,
+maar het lijken zulke vriendelijke, vertrouwelijke diertjes. Verleden
+zomer noemde ik ze altijd 'mijn vogels'; en Moeder zei, dat zij haar
+aan mij deden denken--bezige, kwakerachtige schepseltjes, altijd dicht
+aan de kust, en altijd hun tevreden liedje kweelend. Jij bent een
+meeuw, Jo, sterk en wild; storm en wind is je element, ver uitvliegen
+over de zee, en gelukkig in de eenzaamheid. Meta is een tortelduif,
+en Amy een leeuwerik, die altijd tracht tot in de wolken door te
+dringen, maar telkens weer in haar nest terug komt. Lieve, beste
+Amy! Zij is wel eerzuchtig, maar haar hart is goed en zacht, en hoe
+hoog zij ook vliegen mag, zij zal haar thuis nooit vergeten. Ik hoop,
+dat ik haar nog terug zal zien, maar zij lijkt me _zoo_ ver weg."
+
+"Zij komt in 't voorjaar thuis, en ik heb mij voorgenomen, dat jij in
+staat zult zijn haar te zien en van haar te genieten. Ik zal zorgen dat
+je tegen dien tijd gezond en frisch bent," begon Jo, met een gevoel,
+alsof van al de veranderingen in Betsy, haar spraakzaamheid de grootste
+was, want het praten scheen haar nu geen moeite te kosten, en zij dacht
+hardop, op een manier die heel buitengewoon was voor de verlegen Bets.
+
+"Lieve Jo, hoop niet langer; dat dient tot niets, daar ben ik zeker
+van. Laten we ons niet van streek maken, maar van elkanders bijzijn
+genieten en kalm afwachten. Dan kunnen we nog gelukkige dagen hebben,
+want ik lijd niet veel, en ik geloof, dat het getij zachtjes verloopen
+zal, als jij mij helpen wilt."
+
+Jo bukte zich om een kus te drukken op het vreedzame gezichtje; en
+met dien stillen kus wijdde zij zich met ziel en lichaam aan Betsy toe.
+
+Zij had gelijk--toen zij thuis kwamen, waren er geen woorden noodig,
+want Vader en Moeder zagen nu duidelijk, wat zij zoo gehoopt en
+gebeden hadden, dat hun bespaard mocht worden. Betsy ging, vermoeid
+door haar korte reis, dadelijk naar bed en zei telkens, dat zij
+toch zoo blij was weer thuis te zijn; en toen Jo beneden kwam, zag
+zij, dat de zware taak om Betsy's geheim te vertellen haar bespaard
+bleef. Haar vader stond met het hoofd tegen den schoorsteen geleund en
+keerde zich niet om toen zij binnenkwam; maar haar moeder strekte de
+armen uit naar haar, als om hulp smeekend, en Jo ging haar troosten,
+zonder een enkel woord te spreken.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIV.
+
+NIEUWE INDRUKKEN.
+
+
+Des namiddags vertoont zich heel de groote wereld te Nice op de
+Promenade des Anglais--een prachtige, ruime wandelplaats, omzoomd met
+palmen, bloemen en tropische gewassen, aan de eene zijde door de zee
+omgeven en aan den anderen kant door den grooten rijweg met hotels
+en villa's, terwijl men op den achtergrond boomgaarden en heuvelen
+ziet. Vele natiën zijn daar vertegenwoordigd, vele talen worden er
+gesproken, de grootste verscheidenheid van toiletten kan men er zien,
+en op een zonnigen dag is het tooneel, dat zich daar aan het oog
+vertoont, vroolijk en schitterend als een carnaval. Hooghartige
+Engelschen, levendige Franschen, eenvoudige Duitschers, knappe
+Spanjaarden, leelijke Russen, onderdanige Joden, vrije en losse
+Amerikanen,--allen rijden, zitten of wandelen hier en critiseeren
+de laatst aangekomen celebriteiten: tooneelspelers of schrijvers,
+Indische en Europeesche vorsten. De equipages zijn even afwisselend
+als het gezelschap, en trekken evenzeer de aandacht, vooral die, welke
+door dames bestuurd worden, met een paar vurige paarden bespannen,
+en met een onberispelijken kleinen groom achterop!
+
+Eersten Kerstdag wandelde een lang jongmensch deze promenade af,
+de handen op den rug en met een gezicht, alsof zijn gedachten ver
+weggedwaald waren. Hij had het donkere type van een Italiaan, was
+gekleed als een Engelschman, doch had die zekere onafhankelijkheid
+over zich, waardoor de Amerikaan zich kenmerkt--een combinatie,
+die de oorzaak was, dat menig vrouwenoog hem bewonderend nakeek,
+en menige dandy met fijne das, modieuse handschoenen en een kostbare
+bloem in zijn knoopsgat, noopte de schouders op te trekken, om hem
+daarna van harte zijn flinke gestalte te benijden. Er waren genoeg
+lieve gezichtjes te bewonderen, maar de jonge man lette er niet op,
+tenzij om nu en dan naar een slank blond meisje in 't blauw rond te
+kijken. Na een poos verliet hij de file en stond een oogenblik bij een
+kruispunt stil, alsof hij niet besluiten kon wat te doen--luisteren
+naar de muziek in den Jardin Publique of langs het strand wandelen naar
+Castle Hill. Het snelle geklikklak van ponyhoeven deed hem omzien naar
+een klein rijtuigje dat in volle vaart de straat af kwam. Er zat een
+dame in; zij was jong, blond en in 't blauw. Hij tuurde een oogenblik
+met alle aandacht; toen leefde zijn gezicht heelemaal op, en als een
+jongen zijn hoed zwaaiend, stoof hij op haar af om haar te begroeten.
+
+"O, Laurie, ben je 't heusch? Ik dacht, dat je _nooit_ komen zou!" riep
+Amy, en terwijl ze de teugels losliet, strekte ze beide handen uit,
+tot groote verontwaardiging van een Fransche mama, die haar stap
+verhaastte, ter wille van haar dochter, uit vrees, dat deze de
+ergerlijk vrije manieren zou zien van die "onmogelijke Engelschen."
+
+"Ik werd opgehouden, maar ik beloofde de Kerstdagen bij je door te
+brengen, en--hier ben ik."
+
+"Hoe gaat het met je grootvader? Wanneer ben je gekomen? Waar
+logeer je?"
+
+"Heel goed--gisterenavond--bij Chauvain. Ik trachtte je in je hotel
+op te zoeken, maar jullie waren allemaal uit."
+
+"Mon Dieu! Ik heb zooveel te zeggen, dat ik niet weet, waarmee te
+beginnen. Rijd mee, dan kunnen wij op ons gemak praten; ik had zoo'n
+lust om wat te gaan rijden, en verlangde juist naar gezelschap. Flo
+spaart zich voor vanavond."
+
+"Wat is er dan--een bal?"
+
+"Een kerstpartij in ons hôtel. Daar zijn verscheiden Amerikanen
+gelogeerd, en zij geven het feest ter eere van den dag. Je gaat zeker
+wel met ons mee, is 't niet? Tante zou het heel prettig vinden."
+
+"'t Is goed; waar gaan we nu heen?" vroeg Laurie, en leunde achterover
+met de armen over elkander, een houding, die zeer in Amy's smaak
+viel, daar zij liefst zelve mende, want haar parasol-zweep en blauwe
+leidsels kwamen tot haar groote voldoening zoo bizonder mooi uit
+tegen de witte ponies.
+
+"Ik ga eerst even naar het postkantoor om te kijken of er ook brieven
+zijn, en dan naar Castle Hill; het uitzicht is er zoo mooi, en ik
+voer de pauwen zoo graag. Ben je er wel eens geweest?"
+
+"Dikwijls, maar dat is al jaren geleden; ik heb er dus niets tegen
+om er nog eens heen te gaan."
+
+"Vertel mij nu eens alles van jezelf. Het laatste wat ik van je
+gehoord heb, is uit een brief van je grootvader, waarin hij schreef,
+dat hij je uit Berlijn terug verwachtte."
+
+"Ja, daar ben ik een maand geweest, en toen een poosje bij hem in
+Parijs, waar hij dezen winter denkt te blijven. Hij heeft daar nog
+al heel veel vrienden, en overvloed van dingen, waarmee hij zich
+kan bezighouden. Intusschen reis ik heen en weer, en dat gaat zoo
+uitstekend."
+
+"Prachtig bedacht," zei Amy, die Laurie anders vond dan gewoonlijk,
+hoewel zij niet kon zeggen, wat er precies aan scheelde.
+
+"Och, zie je, hij houdt niet van reizen, en ik heb een hekel aan
+stil zitten; we doen dus allebei waar we zin in hebben, en leven zoo
+in vrede. Ik ben dikwijls bij hem, en hij geniet van mijn avonturen,
+terwijl ik het een prettig gevoel vind, dat er iemand is, die blij is
+mij te zien, als ik van mijn zwerftochten terugkeer. Een smerig, oud
+hol, vind je niet?" voegde hij er met een gebaar van afschuw bij, toen
+zij langs de boulevard naar de Place Napoleon in de oude stad reden.
+
+"Dat smerige is schilderachtig, en daarom hindert het mij niet. De
+rivier en de heuvels zijn heerlijk, en die kijkjes in de nauwe
+dwarsstraatjes vind ik alleraardigst. Nu zullen we even moeten
+ophouden om die processie te laten passeeren; ze gaat naar de kerk
+van St. Jean."
+
+Terwijl Laurie met een overschillig gezicht naar den optocht keek
+van priesters onder hun troonhemels, nonnen met witte sluiers en
+brandende kaarsen in de hand, en van de een of andere monniksorde
+in blauwe gewaden, die al voortwandelend plechtig zongen, nam Amy
+hem eens goed op en gevoelde ze, dat een ongekende verlegenheid zich
+van haar meester maakte, want haar jeugdvriend was veranderd, en zij
+kon den vroolijken jongen dien zij verlaten had, niet terugvinden
+in den somber starenden man naast haar. Hij was veel knapper dan
+vroeger en er bizonder op vooruitgegaan, vond ze; maar nu de blos
+van genoegen door de ontmoeting gewekt, weer verdwenen was, zag hij
+er vermoeid en droefgeestig uit--niet ziek, niet bepaald ongelukkig,
+maar ouder en ernstiger dan een paar voorspoedige jaren hem moesten
+gemaakt hebben. Zij begreep het niet en durfde geen vragen doen;
+hoofdschuddend trok ze dus de teugels aan, daar de processie de
+Paglionibrug overtrok en in de kerk verdween.
+
+"_Que pensez-vous?_" vroeg zij, haar Fransch eens luchtende, dat
+sinds haar verblijf in het buitenland veel gewonnen had in quantiteit,
+al was 't misschien niet in qualiteit.
+
+"Dat mademoiselle een goed gebruik heeft gemaakt van haar tijd, en de
+uitslag betooverend is," antwoordde Laurie, terwijl hij met de hand
+op het hart en een bewonderenden blik, een buiging voor haar maakte.
+
+Zij bloosde van genoegen, maar toch voldeed het compliment haar niet
+zoo goed als de onbewimpelde loftuitingen, die hij haar thuis wel eens
+gaf, als hij bij feestelijke gelegenheden haar van alle kanten bekeek
+en zei, dat zij er "kranig" uitzag, met een hartelijken glimlach en
+een goedkeurend tikje op het hoofd. De nieuwe toon beviel haar niet;
+want hoewel deze niet bepaald _blasé_ klonk, was er toch, in weerwil
+van den bewonderenden blik, iets onverschilligs in.
+
+"Als hij zóó'n soort van man wordt, wou ik maar, dat hij een jongen
+bleef," dacht zij, met een vreemd gevoel van teleurstelling en spijt,
+hoewel zij haar best deed op haar gemak en vroolijk te schijnen.
+
+Aan het postkantoor vond zij de kostbare brieven van huis, en
+de teugels aan Laurie gevende, las zij ze met innig genot, op een
+schaduwrijken weg tusschen groene hagen, waar de theerozen zoo frisch
+bloeiden, alsof het Juni was.
+
+"Bets is heel zwak, schrijft Moeder. Ik denk dikwijls, dat ik eigenlijk
+liever naar huis zou gaan, maar zij roepen allemaal 'Blijf toch,'
+en dus blijf ik maar, omdat ik nooit weer zoo'n gelegenheid zal
+hebben als deze," zei Amy, en herlas toen de bladzijde nog eens met
+een ernstig gezicht.
+
+"Ik geloof, dat je gelijk hebt; je kunt thuis toch niets doen, en
+het geeft hun een rustig gevoel, dat jij hier zoo gelukkig bent,
+en zooveel geniet, kleintje."
+
+Hij schoof wat naderbij, en was weer volkomen de oude, toen hij
+dat zei; en de vrees, die nu en dan Amy's hart bezwaarde, werd
+veel minder, want de blik, de daad, het broederlijk "kleintje",
+gaven haar de verzekering, dat zij _indien_ er iets mocht gebeuren,
+niet alleen zou staan in het vreemde land. Een oogenblik later begon
+zij hartelijk te lachen, en liet hem een klein teekeningetje zien,
+dat Jo moest voorstellen in haar schrijftoilet met een roset recht
+overeind op haar muts, terwijl uit haar mond de woorden kwamen:
+"Het goddelijk vuur brandt!"
+
+Laurie glimlachte, nam het papiertje, stak het in zijn vestzakje
+"het mocht eens wegwaaien" en luisterde met belangstelling naar den
+levendigen brief, dien Amy hem voorlas.
+
+"Dit zal werkelijk een heerlijk Kerstfeest voor mij zijn; 's morgens
+cadeaux, 's middags jou en de brieven, en 's avonds een partij," zei
+Amy, toen zij bij de overblijfselen van het oude fort uitstapten,
+en er verscheiden prachtige pauwen naar hen toekwamen, geduldig
+wachtende tot zij gevoerd zouden worden.
+
+Terwijl Amy lachend stukjes brood kruimelde voor de schitterende
+vogels, nam Laurie haar ongeveer op dezelfde manier op, als zij hem
+gedaan had, met een zeer verklaarbare nieuwsgierigheid, om te zien
+welke veranderingen tijd en afwezigheid hadden teweeggebracht. Hij
+ontdekte niets bedroevends of teleurstellends, maar integendeel
+veel aantrekkelijks en bevredigends, want behalve enkele kleine
+gemaaktheidjes in spreekwijze en manieren, was Amy even levendig en
+bevallig als altijd, terwijl zij zich dat zeker onbeschrijfelijk
+iets in kleeding en houding had eigen gemaakt, dat wij "elegance"
+noemen. Zij was altijd oud geweest voor haar jaren, en had een zeker
+_aplomb_ in haar optreden gekregen, dat haar, meer dan zij was, een
+vrouw van de wereld deed schijnen; maar haar oude lichtgeraaktheid
+kwam nu en dan nog weer eens boven, haar krachtige wil uitte zich
+telkens even, en haar aangeboren oprechtheid had niets geleden door
+het buitenlandsch vernisje.
+
+Dat alles werd echter niet zoo onmiddellijk door Laurie opgemerkt,
+terwijl zij de pauwen voerde, maar hij zag genoeg wat hem bevredigde en
+belang inboezemde, en hij behield de herinnering aan een vriendelijk
+lachend meisje dat in den zonneschijn, die de teere tint van haar
+toiletje, den fijnen blos van haar wangen, en den gouden glans van
+haar lokken te beter deed uitkomen, de hoofdfiguur vormde in een
+alleraardigst tafreeltje.
+
+Toen zij het steenen plateau op den top van den heuvel bereikt hadden,
+heette Amy hem met een vriendelijke handbeweging welkom op haar
+lievelingsplekje, en vroeg, hem hier en daar enkele punten aanwijzend:
+
+"Herinner je je alles nog? de Kathedraal en het Corso, de visschers,
+die hun netten de baai insleepen, en den schilderachtigen weg naar
+Villa Franca; Schubert's toren, daar juist beneden ons, en niet te
+vergeten, dat stipje ver in zee, dat Corsica moet wezen?"
+
+"Ik herinner het mij best, het is hier niet veel veranderd," antwoordde
+Laurie, zonder de minste opgewektheid.
+
+"Wat zou Jo niet geven voor een kijkje op dat beroemde stipje!" zei
+Amy, die echt in haar schik was en hem ook zoo graag vroolijk wilde
+zien.
+
+"Ja," was het eenig antwoord, maar hij keerde zich om en tuurde strak
+naar het eiland, dat hem nu, ter wille van een nog grooter overweldiger
+dan zelfs Napoleon geweest was, belangrijk toescheen.
+
+"Neem het vooral eens goed op om het Jo te kunnen beschrijven en
+vertel mij dan eens, wat je den laatsten tijd al zoo gedaan hebt,"
+verzocht Amy, en ze ging zitten om een gezellig praatje te houden.
+
+Maar dat lukte niet, want hoewel hij naast haar neerviel en al haar
+vragen uitvoerig beantwoordde, kwam zij niet veel meer te weten, dan
+dat hij het vasteland rondgereisd had en naar Griekenland geweest
+was. Nadat zij zoo een uurtje hadden zoek gebracht, reden zij weer
+naar huis, en na zijn opwachting gemaakt te hebben bij mevrouw Carrol,
+verliet Laurie haar, met de belofte, 's avonds terug te zullen komen.
+
+IJdele Amy maakte dien avond bizonder veel werk van haar toilet.
+
+Tijd en afwezigheid hadden hun invloed op de beide jongelieden doen
+gelden; zij had haar ouden vriend in een nieuw licht gezien,--niet
+als "onze Laurie", maar als een knappe, aantrekkelijke jonge man,
+en zij voelde de zeer natuurlijke begeerte in zich opkomen, genade
+te mogen vinden in zijn oogen. Amy verstond de kunst, door smaak en
+handigheid zooveel mogelijk partij te trekken van haar uiterlijke
+gaven; een gelukkig talentje voor een onbemiddeld jong meisje.
+
+Dunne stofjes waren goedkoop te Nice, dus maakte zij daar bij zulke
+gelegenheden gebruik van, en door de verstandige Engelsche mode te
+volgen, die jonge meisjes eenvoud in kleeding voorschrijft, wist zij
+bekoorlijke toiletjes samen te flansen met als eenige garneering
+een paar frissche bloemen, een enkel kostbaar versiersel, of een
+paar aardige kleinigheden, die goedkoop waren en toch veel effect
+maakten. 't Is waar, soms overheerschte de kunstenares de vrouw en
+liet zij zich verleiden tot antieke _coiffures_, statige houdingen
+en klassieke draperieën. Maar och, wij hebben allen onze kleine
+zwakjes, en kunnen ze de jeugd gemakkelijk vergeven, daar zij ons hart
+vervroolijkt door haar onschuldige ijdelheid en haar frissche bekoring.
+
+"Ik wou zoo graag dat hij mij knap vond en dat thuis vertelde,"
+dacht Amy, toen zij een oud wit zijdje van Flo als onderjapon aandeed
+en daarover heen een wolk van voile liet glijden, die haar blanke
+schouders en goudlokkig hoofdje heel bevallig deed uitkomen. Zij was
+zoo wijs haar haar te laten zooals het was, en vergenoegde zich de
+blonde krullen in een dikken toet vast te steken à la Hebe.
+
+"Het is wel niet modieus, maar 't staat mij goed, en ik kan mijzelf
+niet leelijk maken," was gewoonlijk haar antwoord, als men haar
+aanraadde, haar haar te branden of rollen te dragen, zooals de laatste
+smaak voorschreef.
+
+Daar zij geen sieraden had, die mooi genoeg waren voor dezen
+gewichtigen avond, tooide Amy zich enkel met een paar rozeroode
+azalia's, bekeek met een blik van meisjesachtigen trots haar
+wit satijnen schoentjes (gedachtig aan de geverfde van vroeger),
+ruischte toen de kamer eens op en neer en bewonderde in haar eentje
+haar aristocratische voetjes.
+
+"Mijn nieuwe waaier kleurt goed bij mijn bloemen, mijn handschoenen
+zitten keurig, en die echte kant aan tante's zakdoek geeft iets fijns
+aan mijn heele toilet. Had ik nu nog maar een klassieken neus en mond,
+dan zou ik volmaakt gelukkig zijn," zei zij, terwijl ze zichzelf met
+een critisch oog voor den grooten spiegel beschouwde, een kaars in
+iedere hand. In weerwil van dat kruis, zag zij er bizonder vroolijk
+en lief uit, toen zij naar beneden zweefde; zij liep zelden hard,--zij
+vond, dat het niet bij haar persoonlijkheid paste; daar zij nog al lang
+was, stond het haar beter zich statig en Junoachtig te gedragen, dan
+dartel of piquant. Al wachtende op Laurie, liep ze de lange zaal op en
+neer, en bleef even onder de kroon staan, waardoor het licht zoo mooi
+op haar blond haar viel; maar zij bedacht zich en ging naar het andere
+eind der kamer,--alsof zij zich schaamde over den meisjesachtigen
+wensch, dat de eerste indruk een voordeelige mocht zijn. Zij had niet
+beter kunnen doen, want Laurie kwam zoo zachtjes binnen, dat zij hem
+niet hoorde; en zooals zij daar aan het achterste raam stond, met
+half afgewend hoofd, de eene hand bevallig haar waaier vasthoudend,
+maakte de slanke witte gedaante tegen de roode gordijnen het effect
+van een mooi beeld, dat men met opzet daar een plaats had aangewezen.
+
+"Goeien avond, Diana!" riep Laurie met den goedkeurenden blik, dien
+zij zoo gaarne op zich zag rusten.
+
+"Goeien avond, Apollo!" antwoordde zij met een glimlach,--want ook
+hij zag er "in de puntjes uit"--en het denkbeeld de balzaal binnen
+te komen aan den arm van zoo'n knap jongmensch deed Amy de vier
+alledaagsche juffrouwen Davis uit het diepst harer ziel beklagen.
+
+"Hier zijn je bloemen! Ik heb ze zelf geschikt, want ik herinnerde
+me, dat je niet houdt van wat Hanna een 'pracht van een boeket'
+noemt," zei Laurie en overhandigde haar een smaakvolle touffe, in
+een houder waarnaar zij al lang met begeerige oogen had gekeken,
+op haar dagelijksche wandeling langs Cardiglia's winkelramen.
+
+"Wat vreeselijk aardig van je!" riep zij dankbaar; "als ik geweten
+had, dat je komen zou, had ik vandaag ook voor een Kerstpresentje voor
+je gezorgd, hoewel ik vrees, dat het niet zoo mooi geweest zou zijn,
+als dit."
+
+"Dank je; het is nog wel niet, wat het moest zijn, maar jij verhoogt er
+de schoonheid van," voegde hij er bij, toen zij den zilveren bracelet,
+dien hij uit zijn zak had gehaald, aan haar arm deed.
+
+"Hè, toe, Laurie, zeg zulke dingen niet!"
+
+"Ik dacht dat je dat nogal aardig vond!"
+
+"Niet uit jouw mond; het klinkt zoo onnatuurlijk, ik houd meer van
+je oude rondheid."
+
+"Daar ben ik blij om," antwoordde hij met een gevoel van
+verluchting. Toen knoopte hij haar handschoenen voor haar dicht,
+en vroeg of zijn dasje wel recht zat, zooals hij gewoon was te doen,
+als zij thuis samen naar een partijtje gingen.
+
+Een cosmopolitisch gezelschap als dien avond bijeenkwam in de
+lange eetzaal, kan men nergens anders zien dan op het vasteland. De
+gastvrije Amerikanen hadden al hun bekenden uit Nice genoodigd, en
+daar zij niets hadden tegen een titel, waren er een paar geïnviteerd,
+ter opluistering van hun Kerstavondbal.
+
+Een Russische prins achtte het niet beneden zich een uur lang in een
+hoek te zitten praten met een kolossale dame, die, even als Hamlet's
+moeder, in zwart fluweel was gekleed met een paarlentoom onder haar
+kin. Een Poolsche graaf, achttien jaar oud, wijdde zich met hart en
+ziel aan de dames, die hem dan ook voor een "engel" verklaarden, en de
+een of andere Duitsche Hoogheid, alleen om het souper gekomen, dwaalde
+in den wilde rond, speurende naar wat hij zou kunnen verslinden. De
+geheim-sekretaris van baron von Rothschild, een jood met een zeer
+grooten neus en eng sluitende laarzen, keek met genadig welgevallen op
+de aanwezigen neer, alsof zijns meesters naam hem met een stralenkrans
+omgaf; een forsch Franschman, die den keizer wel kende, kwam om aan
+zijn hartstocht voor dansen te voldoen, en Lady de Jones, een Britsche
+matrone, luisterde met haar acht kinderen het feest op. Natuurlijk
+waren er veel Amerikaansche meisjes, licht van tred en schel van
+stem, mooie Engelsche wassen beeldjes, en een paar alledaagsche,
+maar piquante Fransche juffertjes. Zoo ook het gewone publiek van
+reislustige jongeheeren, die zich kostelijk amuseerden, terwijl
+mama's uit alle natiën langs de vier wanden zaten, en hen met een
+goedgunstigen glimlach nakeken, wanneer zij met hun dochters dansten.
+
+Ieder jong meisje kan zich voorstellen wat er in Amy omging, toen zij
+dien avond "ten tooneele trad", geleund op Laurie's arm. Zij wist, dat
+zij er goed uitzag, zij hield veel van dansen, zij voelde, dat haar
+voetjes thuis waren in een balzaal, en genoot van het machtsbesef,
+dat in jonge meisjes ontwaakt, wanneer zij voor het eerst het nieuw
+en heerlijk koninkrijk betreden, waarin zij, rechtens schoonheid,
+jeugd en geslacht, mogen heerschen. Zij beklaagde de meisjes Davis,
+die linksch en alledaagsch waren, en geen ander geleide hadden dan
+een grimmigen papa en drie nog grimmiger ongetrouwde tantes, en ze
+groette hen in het voorbijgaan met een allervriendelijkste buiging,
+wat heel lief van haar was, daar zij ze zoodoende in staat stelde om
+haar japon op te nemen, en van nieuwsgerigheid te branden om te weten,
+wie haar gedistingeerde vriend toch wel mocht zijn. Zoodra de muziek
+zich deed hooren steeg Amy's blos, haar oogen begonnen te schitteren,
+en haar voet sloeg ongeduldig de maat, want zij verlangde er naar
+Laurie eens te toonen hoe goed zij walste. 't Is dus duidelijk wat
+zij moest gevoelen, toen hij op doodkalmen toon vroeg:
+
+"Heb je soms lust om te dansen?"
+
+"Daar heeft iemand op een bal gewoonlijk lust in!"
+
+Haar verbaasde blik en kort antwoord noopten Laurie zijn misstap zoo
+spoedig mogelijk weer goed te maken.
+
+"Ik bedoelde den eersten dans. Mag ik de eer hebben?"
+
+"Ik kan je dien alleen geven, als ik den Poolschen graaf bedank. Hij
+danst goddelijk, maar hij zal het mij wel niet kwalijk nemen, omdat jij
+een oud vriend bent," zei Amy, in de hoop, dat de naam zijn uitwerking
+niet zou missen en Laurie doen zien, dat ze niet met zich liet spelen.
+
+"Een aardig jongetje, maar een wel wat kleine staf om de schreden te
+steunen van:
+
+
+ "Een godendochter, hemelsch schoon
+ En met een godd'lijk slanke leest,"
+
+
+was al de voldoening, die zij kreeg.
+
+Het clubje, waarin zij zich op dat oogenblik bevonden, bestond alleen
+uit Engelschen, en Amy zag zich genoodzaakt heel stemmig een cotillon
+te dansen, met een gevoel, alsof het haar een voldoening zou zijn
+geweest, de Tarantella door te vliegen. Laurie gaf haar over aan het
+"aardige jongetje," en ging zijn plicht vervullen bij Flo, zonder
+zich voor de volgende genotvolle oogenblikken van Amy verzekerd te
+hebben, welk schuldig verzuim behoorlijk gestraft werd, want zij
+engageerde zich onmiddellijk tot aan het souper, met het plan echter
+om inschikkelijk te zijn, als hij dan nog eenig teeken van berouw
+mocht geven. Zij liet hem niet zonder voldoening haar balboekje zien,
+toen hij heel bedaard kwam aanwandelen, in plaats van naar haar toe te
+vliegen om haar voor den volgenden dans, een heerlijke polka-redowa,
+te vragen; maar zijn beleefde betuigingen van spijt fopten haar niet,
+en toen zij met het graafje rondzweefde, zag zij Laurie, met een
+uitdrukking van verlichting op zijn gezicht, bij haar tante zitten.
+
+Dat was onvergeeflijk; en Amy nam geruimen tijd geen notitie van hem,
+behalve dat ze hem nu en dan een woordje gunde, als zij tusschen
+de dansen eens bij haar tante kwam om een speld of een oogenblik
+rust. Haar toorn had echter een goede uitwerking, want zij verborg
+dien onder een glimlachend gezicht en scheen buitengewoon vroolijk en
+geestig. Laurie's oogen volgden haar met genoegen, want zij vloog niet
+en sprong niet, maar danste rustig en bevallig, en liet het genoeglijk
+tijdverdrijf zijn, wat het behoort te wezen. Natuurlijkerwijze begon
+hij haar van uit dit nieuwe gezichtspunt te bestudeeren, en kwam hij,
+eer de avond half om was, tot de overtuiging, dat "kleine Amy een
+heel aantrekkelijke vrouw beloofde te worden."
+
+Het was een alleraardigste avond, want weldra kwam de echt gezellige
+kerstgeest over allen, en de kerstvermakelijkheden deden alle
+gezichten stralen, maakten alle harten vroolijk en alle voeten
+vlug. De muzikanten fiedelden, bliezen en floten, alsof zij er zelf
+plezier in hadden; ieder, die maar eenigszins kon, danste, en zij,
+die het niet konden, bewonderden de walsers met ongewone warmte. Het
+wemelde van Davisen, en de Jonesjes huppelden als een kudde jonge
+giraffen. De gouden sekretaris vloog als een meteoor door de zaal met
+een coquette Française, die den grond zweepte met haar rood satijnen
+sleep. De Duitsche Hoogheid vond de aangerichte soupertafel, en
+voelde zich volmaakt gelukkig, nu hij het geheele menu kon afwerken,
+terwijl hij de kellners grooten schrik aanjoeg door de bres die
+hij schoot. Maar de vriend des keizers overdekte zich met roem,
+want hij danste "alles", of hij het kende of niet, en voerde maar
+een inpromptu pirouette uit, als hij zich niet door de figuren kon
+heenredden. Het deed iemand goed, het jeugdig vuur van dien forschen
+man te zien, en hoewel hij heel wat mee te dragen had, danste hij
+als een elastieken bal. Hij trippelde, hij vloog, hij galoppeerde;
+zijn gezicht gloeide, zijn kaal hoofd glom, de panden van zijn jas
+fladderden wild om hem heen, en toen de muziek zweeg, wischte hij de
+droppels van zijn voorhoofd en keek met stralende oogen neer op zijn
+medemenschen, als een Fransche Pickwick zonder bril. Amy en haar Pool
+onderscheidden zich door evenveel enthousiasme, maar meer elegance,
+en Laurie hield onbewust maat met de witte schoentjes die hem telkens
+onvermoeid en als gevleugeld voorbij snelden. Toen de kleine Vladimir
+haar eindelijk verliet, met de verzekering, "dat hij _désolé_ was,
+zoo vroeg weg te moeten," bleek zij niet ongenegen wat rust te nemen,
+en te zien hoe haar ontrouwe ridder zijn straf gedragen had.
+
+De onwillekeurige afleiding had hem goed gedaan. Op drie en
+twintigjarigen leeftijd vindt een ongelukkige liefde nog balsem
+in vriendschappelijk verkeer, en jonge zenuwen trillen, en
+jong bloed danst, en gezonde jonge gemoederen luiken op, als zij
+worden overgelaten aan de bekoring van schoonheid, licht, muziek en
+beweging. Laurie zag er veel monterder uit, toen hij opstond om haar
+zijn plaats af te staan; en toen hij wegvloog om haar een versnapering
+te bezorgen, zei zij met een voldanen glimlach tot zichzelve:
+
+"Ja, ik dacht wel, dat het hem goed zou doen!"
+
+"Je lijkt op Balzac's 'Femme, peinte par elle-même,' zei hij, terwijl
+hij met de eene hand haar waaier en met de andere haar glas vasthield.
+
+"Mijn rouge zal er niet afgaan," en Amy wreef haar gloeiende wang
+en toonde hem haar witten handschoen met zoo'n ernstigen eenvoud,
+dat hij hardop begon te lachen.
+
+"Hoe noem je dit goed?" vroeg hij en wees op een plooi van haar japon,
+die over zijn knie gewaaid was.
+
+"Voile."
+
+"Een juiste naam, het flatteert--iets nieuws, zeker?"
+
+"Het is zoo oud als de weg naar Rome; je kunt het van honderd meisjes
+gezien hebben, en ziet nu eerst dat het goed staat--_stupide_!"
+
+"Ik heb het jou nog nooit zien dragen, en dat verklaart de vergissing
+volkomen!"
+
+"Zulke praatjes zijn verboden waar; ik zou op het oogenblik liever
+ijs hebben dan complimenten. Neen, hang niet zoo smachtend, dat maakt
+me zenuwachtig."
+
+Laurie schoot stijf rechtop, nam heel zachtzinnig haar leeg bordje
+aan en schepte er een eigenaardig soort van vermaak in, zich zoo
+door "kleine Amy" te laten commandeeren; want zij was nu niet langer
+verlegen en voelde een onweerstaanbare begeerte hem op de vingers te
+tikken, zooals meisjes zoo aardig kunnen doen, wanneer een heer der
+schepping eenig teeken geeft van onderworpenheid.
+
+"Waar heb je al die soort van dingen geleerd?" vroeg hij met een
+onderzoekenden blik.
+
+"Daar 'al die soort van dingen' nog al vaag klinkt, zul je misschien
+wel zoo goed willen zijn je nader te verklaren?" antwoordde Amy,
+die heel goed wist, wat hij bedoelde, maar hem ondeugend opdroeg te
+beschrijven, wat onbeschrijfbaar is.
+
+"Dat heele air: die maniertjes, dat zelfbewuste,
+dat--uitgaand-meisjes-achtige," zei Laurie lachend, toen hij niet
+verder kon en zich met dat nieuwe woord uit de verlegenheid zocht
+te helpen.
+
+Amy was voldaan, maar toonde dat natuurlijk niet en antwoordde effen:
+
+"Een verblijf in het buitenland polijst iemand, zonder dat hij het zelf
+weet, maar ik studeer toch ook, al amuseer ik mij; en wat dit betreft
+(met eene kleine handbeweging naar haar japon) och, voile is goedkoop,
+bloemen krijg je haast voor niets, en ik ben gewend zooveel mogelijk
+te maken van mijn arme kleine bezittingen." Amy had eigenlijk spijt
+van die laatste woorden, uit vrees, dat het niet _comme il faut_
+was, maar Laurie had er haar te liever om, en bewonderde en achtte
+het moedig geduld, dat van elke gelegenheid partij trok, en den
+veerkrachtigen geest, die armoede bedekte met bloemen. Amy begreep
+niet, waarom hij haar opeens zoo hartelijk aankeek, of waarom hij haar
+boekje invulde met zijn eigen naam en zich voor het overige van den
+avond op de plezierigste manier aan haar wijdde; maar de opwelling,
+die deze aangename verandering teweegbracht was het gevolg van een der
+nieuwe indrukken, die beiden, zonder het te weten, gaven en ontvingen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XV.
+
+OP ZIJ GEZET.
+
+
+In Frankrijk leiden de jonge meisjes een vrij vervelend leven,
+totdat zij in het huwelijk treden, wanneer "vive la liberté," hun leus
+wordt. In Amerika echter, teekenen, zooals ieder weet, de meisjes reeds
+vroeg een onafhankelijkheidsverklaring en genieten met republikeinschen
+ijver van hun vrijheid, maar de jonggehuwde vrouwen deden, in Meta's
+tijd, gewoonlijk afstand van de regeering, bij de geboorte van den
+troonopvolger, en trokken zich terug in een afzondering, die veel had
+van een Fransch nonnenklooster, hoewel ze dit, wat stilte betreft,
+volstrekt niet evenaarde. Of zij het plezierig vonden of niet, zij
+werden feitelijk, zoodra de drukte van de bruiloft voorbij was, op
+zij gezet, en de meesten konden gerust de woorden overnemen van een
+bizondere beauté uit die dagen: "Ik ben nog even mooi als altijd,
+maar niemand neemt meer eenige notitie van mij, omdat ik getrouwd ben."
+
+Daar Meta geen schoonheid of mondaine vrouw was, deed zij deze
+droevige ondervinding niet op, dan voordat haar kindertjes een jaar
+waren,--want in haar kleine wereld behielden de eenvoudige gewoonten
+nog de overhand, en zij zag zich meer dan ooit bewonderd en bemind. Ze
+was een huishoudelijk vrouwtje met een zeer sterk moederlijk instinct,
+en zij was zoo geheel verdiept in haar tweeling, dat zij buiten
+alles en allen leefde. Nacht en dag wijdde zij zich onvermoeid aan
+hen en liet John over aan de teedere zorg der dienstmaagd, want een
+Iersche vrouw zwaaide nu den schepter in het keukendepartement. John
+met zijn huiselijken aard, miste de kleine attenties erg, die zijn
+vrouw gewoon was hem te bewijzen; maar daar hij zijn kleintjes innig
+liefhad, offerde hij er voor een poosje met blijdschap genoegen en
+gemak aan op, in de veronderstelling, dat de rust spoedig hersteld
+zou zijn. Maar drie maanden gingen voorbij en de rust keerde niet
+weer; Meta zag er afgemat en zenuwachtig uit, de kinderen namen ieder
+oogenblik van haar tijd in beslag, het huishouden werd verwaarloosd,
+en Kitty, de keukenprinses, die het leven gemakkelijk opnam, hield
+John zeer kort. Als hij 's morgens uitging, werd hij beladen met
+allerlei boodschappen voor de gebonden mama; kwam hij 's avonds thuis,
+vol verlangen om de zijnen te omhelzen, dan werd hem dadelijk een
+domper opgezet met een: "st! zij slapen juist, na den gansenen dag
+lastig te zijn geweest!" Stelde hij een of ander pretje in huis voor:
+"Neen, het zou de kinderen wakker houden." Zinspeelde hij op een
+lezing of een concert, dan kreeg hij tot antwoord een verwijtenden
+blik en een beslist: "Mijn kinderen alleen laten, om plezier te
+gaan maken? nooit!" Zijn slaap werd gestoord door kindergeschrei en
+visioenen van een spookachtige gedaante, die in de nachtwake onhoorbaar
+de kamer op en neer wandelde: zijn maaltijden werden afgebroken
+door de gedurige vlucht van de tafelvoorzitster, die hem, al was
+hij maar half bediend, alleen liet, zoodra zij een gesmoord getjilp
+uit het nestje boven hoorde, en als hij 's avonds de courant las,
+raakte Demi's hoest wel eens tusschen de scheepstijdingen, en oefende
+Daisy's val invloed uit op het rijzen of dalen der effecten,--want
+mevrouw Brooke stelde in niets belang dan in huiselijk nieuws.
+
+De arme man voelde zich alles behalve gelukkig, want de kinderen
+hadden hem van zijn vrouw beroofd; zijn huis was niets anders dan een
+kinderkamer, en het onophoudelijk "st!" maakte, dat hij zich als een
+lompen indringer begon te beschouwen, zoodra hij den voet zette op den
+drempel van het Kinderrijk. Hij verdroeg het zes maanden lang met het
+grootste geduld, en toen zich geen teekenen van verbeteren vertoonden,
+deed hij, wat andere vaderlijke bannelingen doen, en trachtte elders
+eenigen troost te vinden. Scott was getrouwd en had niet ver vandaar
+zijn tenten opgeslagen, en John gewende er zich aan 's avonds een
+paar uurtjes over te loopen, als zijn eigen huiskamer toch leeg was,
+en zijn vrouw eindelooze wiegeliedjes zong. Mevrouw Scott was jong,
+levendig en mooi, had niets te doen dan zich aangenaam te maken, en
+zij kweet zich voortreffelijk van haar taak. De huiskamer was er altijd
+gezellig en aantrekkelijk, het schaakbord altijd bij de hand, de piano
+gestemd, overvloed van vroolijk gekeuvel, en een lekker soupeetje
+in een oogwenk klaar om iemand tot blijven te verleiden. John zou
+zijn eigen haard verkozen hebben, als hij zich niet zoo eenzaam had
+gevoeld, maar nu dat eenmaal zoo was, nam hij dankbaar het naastbij
+gelegen goede, en genoot het gezelschap van zijn buren.
+
+Meta keurde in het eerst die nieuwe schikking wel goed, en vond
+het een uitkomst, te weten, dat John een plezierigen avond had, in
+plaats van beneden te zitten dommelen of door het huis te stappen,
+waardoor de kinderen wakker werden. Maar toen, na verloop van tijd,
+de verdrietelijkheden van het tanden krijgen voorbij waren, en de
+afgodjes Mama tijd lieten om eens even uit te rusten, begon zij John te
+missen en haar werkmandje alles behalve opwekkend gezelschap te vinden,
+als hij niet tegenover haar zat in zijn oude huisjas en dood op zijn
+gemak zijn pantoffels schroeide voor den gloeienden haard. Zij wou
+hem niet vragen thuis te blijven, maar voelde zich gegriefd dat hij
+niet uit zichzelven begreep, hoe zij naar zijn gezelschap verlangde,
+daarbij geheel vergetende hoe menigen avond hij te vergeefs op _haar_
+gewacht had. Zenuwachtig en afgetobd door waken en zwoegen, raakte ze
+in de onredelijke gemoedsstemming waarin de beste moeder nu en dan wel
+eens kan verkeeren, wanneer huiselijke zorgen haar drukken, gebrek
+aan beweging haar van haar opgeruimdheid berooft, en ze een gevoel
+krijgt, alsof zij alleen uit zenuwen en niet ook uit spieren bestaat.
+
+"Ja," zei zij wel eens en keek in den spiegel, "ik word al oud en
+leelijk, John vindt niet veel bizonders meer aan mij; dus laat hij
+zijne verwelkte vrouw alleen, en gaat naar zijn mooi buurvrouwtje,
+dat geen zorgen heeft. Enfin, de kinderen hebben mij lief; die geven
+er niet om, of ik mager en bleek ben, en geen tijd heb om mijn haar
+te crêpeeren; zij zijn mijn troost, en eenmaal zal John inzien, wat
+ik met vreugde voor hen heb opgeofferd,--zal hij niet, mijn lieveling?"
+
+Op welke roerende toespraak Daisy gewoonlijk antwoordde met zacht
+gekir; en Demi met luid gekraai, waarna Meta een einde maakte aan
+haar klachten door een moederlijke stoeipartij, die voor het oogenblik
+haar eenzaamheid verzoette. Maar het verdriet werd grooter, naarmate
+John verdiept raakte in de politiek en altijd naar Scott overliep
+om belangrijke questies met hem te bespreken, terwijl het niet in
+zijn gedachten scheen op te komen, dat zijn vrouw hem miste. Ze zei
+er echter geen woord van, totdat haar moeder haar op zekeren dag
+in tranen vond en er op aandrong de reden te hooren--want Meta's
+gedruktheid was haar aandacht niet ontsnapt.
+
+"Ik zou het niemand willen zeggen dan aan u, Moeder, maar ik heb
+heusch raad noodig, want als John nog lang zoo doet, kon ik even
+goed een weduwe zijn," barstte mevrouw Brooke los en droogde met een
+gegriefd gezicht de tranen af aan Daisy's bavetje.
+
+"Nog lang zoo doet; hoe meen je dat, kindlief?" vroeg haar moeder
+bezorgd.
+
+"Hij is den heelen dag uit, en 's avonds, als ik naar hem verlang zit
+hij altijd bij de Scotts. Is 't niet onbillijk, dat ik het zwaarste
+werk moet hebben en nooit een verzetje? Mannen zijn _gruwelijk_
+zelfzuchtig, zelfs de besten onder hen."
+
+"Vrouwen niet minder; veroordeel John niet, voordat je weet, waar je
+zelf gedwaald hebt."
+
+"Maar het is toch niet goed van hem, dat hij mij veronachtzaamt?"
+
+"Veronachtzaam jij hem niet?"
+
+"Hè, Moeder, ik dacht dat _u_ mijn partij wel zou kiezen!"
+
+"Dat doe ik ook, wat mijn sympathie betreft, maar ik geloof dat de
+schuld bij jou ligt, Meta."
+
+"Dat zie ik niet in."
+
+"Laat ik het je dan eens duidelijk maken. Heeft John je ooit, zooals
+je het uitdrukt, veronachtzaamd, toen jij het je ten plicht stelde hem
+'s avonds gezelschap te houden--in zijn eenigen vrijen tijd?"
+
+"Neen, maar dat kan ik nu toch niet doen, nu ik twee kleine kinderen
+te verzorgen heb."
+
+"Ik geloof, dat je het wel zou kunnen, mijn kind, en ik geloof,
+dat je het doen moet. Mag ik eens vrij uit tot je spreken, en wil
+je dan bedenken, dat _Moeder_ iets in je afkeurt, evenals _Moeder_
+medelijden met je heeft?"
+
+"Graag! zeg mij maar alles, alsof ik weer uw kleine Meta was. Ik heb
+dikwijls een gevoel of ik meer dan ooit zelf onderricht noodig heb,
+sinds de kindertjes om alles tot mij moeten opzien."
+
+Meta trok haar lagen stoel dichter bij dien van haar moeder, en de
+beide vrouwen zaten gezellig en vertrouwelijk met elkander te praten,
+ieder met een kleinen rustverstoorder op den schoot, en met een gevoel,
+alsof de band van het moederschap hen nauwer dan ooit vereenigde.
+
+"Je hebt de fout begaan, die de meeste jonge vrouwen begaan: je
+plicht jegens je man vergeten door je liefde voor je kinderen. Een
+heel natuurlijke en vergeeflijke fout, Meta, maar een die hersteld
+moet worden, eer jullie beiden een verschillenden weg opgaat; want
+de kinderen moesten jullie juist nader tot elkander brengen, maar
+je niet scheiden, alsof ze enkel en alleen van jou waren, en John er
+niets anders mee te maken had, dan ze te onderhouden. Ik heb het al
+sinds verscheiden weken opgemerkt, maar niets gezegd, omdat ik vast
+geloofde, dat het wel weer in orde zou komen."
+
+"Ik vrees van neen. Als ik hem vraag, of hij bij me blijven wil, zal
+hij denken, dat ik jaloersch ben, en ik wil hem door zoo'n gedachte
+niet beleedigen. Hij ziet niet, dat ik naar hem verlang, en ik weet
+niet hoe ik hem dat zonder woorden moet laten gevoelen."
+
+"Maak het zoo gezellig, dat hij niet begeert weg te gaan. Geloof me,
+kind, hij smacht naar zijn eigen thuis, maar thuis is geen thuis
+zonder jou, en jij bent altijd in de kinderkamer."
+
+"Moet ik daar dan niet zijn?"
+
+"Niet altijd; te veel thuiszitten maakt je zenuwachtig, en daardoor
+ongeschikt voor alles. Daarenboven, je bent toch zoowel aan John
+als aan de kinderen iets verschuldigd; verwaarloos niet je man om
+de kinderen,--sluit hem niet buiten de kinderkamer, maar leer hem,
+hoe hij daar kan helpen. Hij heeft daar, evengoed als jij, een plaats,
+en de kleintjes hebben hem noodig; laat hem gevoelen, dat hij ook zijn
+deel aan de opvoeding moet hebben, en hij zal zijn plicht vroolijk
+en getrouw vervullen, tot voordeel van jullie allen."
+
+"Denkt u dat heusch, Moeder?"
+
+"Ik wéét het, Meta, want ik heb het zelf ondervonden; en ik geef zelden
+raad, tenzij ik eerst gezien heb, of hij uitvoerbaar is. Toen jij
+en Jo nog klein waren, deed ik precies, wat jij nu doet, en dacht,
+dat ik in mijn plicht te kort schoot, als ik mij niet geheel aan
+jullie wijdde. Je arme vader nam zijn toevlucht tot zijn boeken,
+nadat ik al zijn aanbiedingen van hulp had afgeslagen, en liet mij
+alleen begaan. Ik scharrelde zoo goed en zoo kwaad als het kon voort,
+maar Jo was mij de baas. Ik had haar door toegevendheid bijna voor
+goed bedorven. Jij was ziekelijk, en ik tobde met je, totdat ik
+zelf ziek werd. Toen kwam Vader mij te hulp, nam met bedaardheid
+de teugels in handen, en maakte zich zoo onmisbaar, dat ik mijn
+dwaling inzag en het in vervolg van tijd niet meer buiten hem kon
+stellen. Dat is het geheim van ons huiselijk geluk; hij laat niet toe,
+dat zijn bezigheden hem aftrekken van de kleine zorgen en plichten,
+die ons allen aangaan, en ik streef er naar, dat de huishoudelijke
+beslommeringen mijn belangstelling in zijn studiën niet dooden. Ieder
+onzer doet in verscheiden zaken zijn plicht alleen, maar thuis werken
+wij altijd samen."
+
+"U hebt gelijk, Moeder; en mijn grootste wensch is voor mijn man
+en kinderen datgene te zijn, wat u voor de uwen was. Zeg mij maar,
+hoe ik het moet aanleggen; ik zal alles doen, wat u mij aanraadt."
+
+"Je bent altijd mijn volgzaam dochtertje geweest! Zie, mijn kind, als
+ik jou was, zou ik John wat meer te zeggen geven over de opvoeding
+van Demi, want de jongen heeft leiding noodig, en men kan niet te
+vroeg beginnen. Dan zou ik doen, wat ik je reeds zoo dikwijls heb
+voorgesteld,--laat Hanna komen om je te helpen; zij is een uitstekende
+kinderverzorgster, en je kunt de kleintjes gerust aan haar overlaten,
+terwijl jij je meer aan het huishouden wijdt. Je hebt beweging noodig,
+Hanna zou van de rust genieten, en John zou zijn vrouw terugvinden. Ga
+meer uit, tracht zoowel opgeruimd als bezig te zijn, want de vrouw
+is de zonneschijn van het gezin, en als jij somber wordt, is 't uit
+met het mooie weer. Verder zou ik belang zien te stellen in alles
+wat John interesseert; praat met hem, laat hij je voorlezen, wisselt
+van gedachten en helpt elkander op die manier. Sluit jezelf niet in
+een naaidoos op, omdat je een vrouw bent, maar neem deel aan wat er
+buitenaf voorvalt, en maak jezelf geschikt om een plaats in te nemen
+op het groote wereldtooneel, want dat gaat de vrouw zoowel als den
+man aan."
+
+"John is zoo verstandig; ik ben bang, dat hij mij dom zal vinden,
+als ik vragen doe over politiek en zulk soort van dingen."
+
+"Dat denk ik niet; de liefde bedekt veel grootere zonden, en aan wien
+zou je vrijer iets kunnen vragen dan aan hem? Probeer het eens, en
+zie of hij jouw gezelschap niet veel verkieslijker vindt dan mevrouw
+Scott's soupeetjes."
+
+"Ik zal het doen. Arme John! Ik vrees, dat ik hem erg veronachtzaamd
+heb, maar ik dacht, dat ik goed handelde en hij klaagde nooit."
+
+"Hij trachtte niet zelfzuchtig te zijn, maar ik verbeeld mij, dat
+hij zich nog al eenzaam voelde. Dit is juist een periode, Meta,
+dat jonggehuwde menschen zoo licht van elkander vervreemden, en
+toch is het de tijd, waarin zij het nauwst vereenigd moesten zijn;
+want de eerste teederheid gaat er spoedig af, tenzij men zorgt die
+te bewaren, en geen tijdstip is voor ouders zoo schoon en heerlijk,
+als de eerste levensjaren van die lieve wezentjes, die hun ter
+opvoeding zijn toevertrouwd. Laat John geen vreemde blijven voor
+de kinderen, want zij zullen, meer dan iets anders, de middelen
+zijn om hem gelukkig en dankbaar gestemd te houden in deze wereld
+vol beproeving en verzoeking, en door hen zult gij elkander leeren
+kennen en liefhebben zooals het behoort. En nu, kindlief, tot ziens,
+denk maar eens na over Moeder's preekje, handel er naar, als 't je
+goeddunkt, en God zegene jullie allen!"
+
+Meta dacht er rustig over na, vond "het preekje" goed en handelde er
+naar, hoewel de eerste poging niet precies zoo werd uitgevoerd, als zij
+zich voorgenomen had. Natuurlijk speelden de kinderen den baas over
+haar en in huis, zoodra zij bemerkten dat schoppen en schreeuwen hun
+verschaften, wat zij begeerden. Mama was volkomen de slavin van hun
+grillen, maar Papa was niet zoo gemakkelijk onder het juk gebracht,
+en hij bedroefde nu en dan zijn teerhartige gade door zijn vaderlijk
+gezag te handhaven tegenover zijn weerspannigen zoon. Want Demi had een
+greintje overgeërfd van zijn vaders vastheid van karakter--wij willen
+het niet koppigheid noemen--en als hij in zijn kleinen bol besloten had
+het een of ander te hebben of te doen, kon niets ter wereld dat stijve
+hoofdje van gedachten doen veranderen. Mama vond den kleinen lieveling
+nog veel te jong, om hem te leeren zijn vooroordeelen op te geven,
+maar Papa meende, dat men nooit te vroeg gehoorzaamheid kon leeren,
+en dus ontdekte jongeheer Demi weldra, dat, als hij 't waagde het met
+"Paatje" aan den stok te krijgen, hij er het slechtst afkwam; maar
+het kind achtte den man, die hem overwon, en had den vader lief, wiens
+ernstig: "neen," meer indruk maakte dan al de liefkoozingen der moeder.
+
+Een paar dagen na het gesprek met haar moeder besloot Meta de
+proef te nemen met John een gezelligen avond te bereiden. Zij zette
+gezellig de thee klaar, ruimde de kamer op, kleedde zich netjes aan,
+en bracht de kinderen tijdig naar bed, opdat er niets in den weg
+zou kunnen komen. Maar ongelukkig was er niets, waartegen Demi zulk
+een onverwinlijken afkeer had opgevat dan juist tegen naar bed gaan,
+en dien avond had hij besloten oproerig te zijn, zoodat, hoe de arme
+Meta ook zong en verhaaltjes vertelde en alles probeerde wat den slaap
+maar kon opwekken--het was alles te vergeefs; de groote oogen wilden
+maar niet dichtvallen, en lang nadat Daisy als een zachtaardig klein
+engeltje onder zeil was gegaan, lag de ondeugende Demi in het licht
+te staren met een klaar wakker gezichtje.
+
+"Wil Demi wel een zoete jongen zijn, en stil blijven liggen, terwijl
+Mama naar beneden gaat om voor Papa thee te schenken?" vroeg Meta,
+toen de voordeur zachtjes toegedaan werd, en de welbekende stap bijna
+onhoorbaar naar de eetkamer ging.
+
+"Itte thee!" riep Demi, bereid om deel te nemen aan het feest.
+
+"Neen, maar ik zal wat koekjes voor je bewaren bij het ontbijt,
+als je nu net als Daisy gauw gaat slapen. Wil je, liefje?"
+
+"Ja!" en Demi kneep zijn oogjes dicht om den slaap te vatten en de
+komst van den morgen te verhaasten.
+
+Meta maakte gebruik van het gunstig oogenblik, sloop weg, en liep naar
+beneden om haar man te begroeten, met een glimlachend gezicht en het
+blauwe dasje aan, dat altijd zijn bizondere bewondering opwekte. Hij
+zag het dadelijk en vroeg met blijde verbazing:
+
+"Wel, Moedertje, wat zijn we mooi van avond, wordt er bezoek verwacht?"
+
+"Niemand dan jij, man."
+
+"Is het dan een verjaarfeest, een gedenkdag of iets van dien aard?"
+
+"Neen, maar het verveelt mij nog langer een sloof te zijn, daarom
+heb ik mij voor de verandering eens netjes gekleed. Jij knapt je
+ook altijd op, voordat wij aan tafel gaan, hoe vermoeid je ook bent;
+waarom zou ik het dan niet doen, als ik er den tijd voor heb?"
+
+"Ik doe het om jou," zei de ouderwetsche John.
+
+"Dito, dito, mijnheer Brooke," lachte Meta, die er weer jong en lief
+uitzag, terwijl ze hem over den trekpot toelachte.
+
+"Nu, ik vind het heerlijk, het doet mij aan den ouden tijd denken. Dat
+smaakt lekker, ik drink op je gezondheid!" en John dronk zijn kopje
+leeg met een uitdrukking van rustig genot op zijn gezicht, die echter
+van korten duur was, want toen hij zijn kopje neerzette werd er op
+geheimzinnige wijze aan den deurknop gerammeld, en een kinderstemmetje
+riep ongeduldig:
+
+"Deur open; itte tom!"
+
+"Die ondeugende jongen; ik heb hem gezegd, dat hij zonder mij moest
+gaan slapen, en daar is hij nu beneden gekomen en zal zich een
+doodelijke ziekte op den hals halen met zoo op zijn bloote voetjes
+te loopen," zei Meta, de deur openend.
+
+"Nu morgen," verklaarde Demi op vroolijken toon, en hij stapte de kamer
+binnen met zijn lang nachtjaponnetje bevallig over den arm opgenomen,
+en zijn krullebol vroolijk schuddende, terwijl hij om de tafel sprong
+en met verlangende blikken naar de koekjes keek.
+
+"Neen, het is nog geen morgen, je moet naar bed gaan en het Mama niet
+zoo lastig maken, dan krijg je dat kleine koekje met suiker er op."
+
+"Itte hou zooveel van Paatje," zei het slimme ventje en wilde op zijn
+vaders knie klimmen om daar van de verboden vrucht te genieten. Maar
+John schudde het hoofd en waarschuwde Meta:
+
+"Als je hem gezegd hebt boven te blijven en alleen te gaan slapen, dan
+moet je er hem toe dwingen, of hij zal nooit leeren je te gehoorzamen."
+
+"Ja natuurlijk; kom Demi!" en Meta voerde haar zoon mee, hoewel zij ter
+nauwernood de begeerte kon bedwingen om den kleinen spring-in-'t veld
+aan haar hart te drukken, die naast haar voorthuppelde, in het vaste
+geloof dat zijn wensch zou vervuld worden, zoodra hij de kinderkamer
+bereikt had.
+
+Hij werd dan ook niet teleurgesteld: want het kortzichtig moedertje
+gaf hem een groote klont suiker, stopte hem lekker weer onder de
+dekens en verbood alle verdere wandelingen tot den volgenden morgen.
+
+"Ja!" zei Demi, de belofteschenner, terwijl hij hoogst voldaan aan
+zijn suiker knabbelde en zijn eerste poging als volkomen geslaagd
+beschouwde. Meta ging weer naar beneden, en het theedrinken werd
+gezellig voortgezet, toen eensklaps de kleine kwelgeest nogmaals voor
+hen stond, en de moederlijke zwakheden openlijk ten toon stelde door
+stoutmoedig te vragen:
+
+"Meer suiter, Mammie."
+
+"Dat gáát zoo niet," zei John en verhardde zijn hart tegen den
+allerliefsten kleinen zondaar, "we zullen nooit rust hebben, tenzij
+dat kind leert behoorlijk naar bed te gaan. Je hebt je lang genoeg
+afgesloofd; geef hem één flinke les, en dan zal het uit zijn. Leg
+hem in bed, en laat hem dan alleen, Meta."
+
+"Hij wil er niet in blijven; hij doet het nooit, tenzij ik bij hem
+blijf zitten."
+
+"Dan zal _ik_ hem eens onder handen nemen. Demi ga naar boven en naar
+bed, zooals Mama gezegd heeft."
+
+"Wil niet!" antwoordde de kleine bengel en maakte zich meester van
+het begeerde koekje, dat hij met de grootste kalmte ging oppeuzelen.
+
+"Dat mag je nooit weer tegen Papa zeggen; ik zal je dragen, als je
+niet zelf gaat."
+
+"Ga weg; itte hou niet van Paatje," en Demi zocht bescherming achter
+de japon zijner moeder.
+
+Maar zelfs deze schuilplaats bleek onvoldoende, want hij werd aan
+den vijand overgeleverd, met een: "Wees zacht met hem, John," dat
+den schuldige den schrik om het hart deed slaan, want als Mama zich
+van hem afwendde, was de oordeelsdag nabij. Beroofd van zijn koekje,
+zijn genot verstoord en door een sterke hand weggedragen naar het
+verafschuwde bed, kon de arme Demi zijn toorn niet bedwingen, maar
+verzette zich openlijk, en schopte en schreeuwde uit alle macht, den
+ganschen weg over naar de slaapkamer. Zoodra was hij niet aan den
+eenen kant in bed gelegd, of hij liet er zich aan den anderen kant
+weer uitrollen en rende naar de deur, hetgeen echter tot niets anders
+leidde, dan dat hij bij de slippen van zijn kleine toga gegrepen en
+weer in bed gestopt werd. Dit levendige spelletje werd voortgezet, tot
+de jongeling geen kracht meer had, waarna hij uit volle borst begon
+te schreeuwen. Gewoonlijk behaalde dit vocaal concert de overwinning
+op Meta; maar John zat onbewegelijk als een stok, een voorwerp,
+dat algemeen als bizonder doof wordt aangemerkt. Geen troetelen,
+geen suiker, geen wiegeliedje, geen vertelseltje--zelfs het licht
+werd uitgedaan, zoodat niets dan de roode gloed van het vuur de
+"groote duisternis" verbrak, die door Demi met meer nieuwsgierigheid
+dan vrees beschouwd werd. Deze nieuwe orde van zaken stond hem niets
+aan, en hij begon droevig om "Maatje" te roepen, toen zijn booze
+hartstochten tot bedaren kwamen, en de herinnering aan zijn teedere
+bondgenoote bij den gevangen heerscher levendig werd.
+
+De hartroerende klaagtoonen, die op het driftig geschreeuw volgden,
+vonden den weg tot Meta's hart, en zij stoof naar boven met de bede:
+
+"Laat mij nu maar bij hem blijven; hij zal nu wel zoet zijn, John."
+
+"Neen, lieveling, ik heb hem gezegd dat hij moest gaan slapen, zooals
+jij bevolen had; en hij zal het doen, al moest ik hier ook den heelen
+nacht blijven zitten!"
+
+"Maar hij zal zich ziek schreeuwen," pleitte Meta, zich zelf
+verwijtende, dat zij haar jongen verlaten had.
+
+"Neen, dat zal hij niet, hij is zoo moe, dat hij gauw in slaap zal
+vallen, en dan is de zaak geschikt, want hij zal begrijpen, dat hij
+gehoorzaam moet zijn. Bemoei er je nu maar niet mee; ik zal het wel
+in orde brengen."
+
+"Het is _mijn_ kind, en ik kan niet hebben, dat zijn levendige geest
+gebroken wordt door hardheid."
+
+"Het is _mijn_ kind, en ik mag niet toelaten, dat zijn humeur bedorven
+wordt door toegevendheid. Ga naar beneden, mijn lieve Meta, en laat
+den jongen aan mij over."
+
+Als John op dien toon sprak, gehoorzaamde Meta altijd, en ze had
+nooit berouw over haar volgzaamheid.
+
+"Laat me hem dan één kus geven, John."
+
+"Zeker; Demi, zeg Mama goeien nacht, en laat haar dan naar beneden
+gaan uitrusten, want zij is erg moe, nadat ze den heelen dag voor je
+gezorgd heeft."
+
+Meta hield later altijd vol, dat die kus de overwinning behaalde;
+want nadat die gegeven was, begon Demi zachter te snikken en lag
+doodstil aan het voeteneinde van zijn bedje, waarheen hij in zijn
+baloorigheid gekropen was.
+
+"Arm stumperdje! hij is uitgeput van den slaap en 't schreeuwen;
+ik zal hem warm toedekken, en dan Meta's hart gerust gaan stellen,"
+dacht John en sloop naar het bedje, in de hoop, zijn oproerigen
+erfgenaam slapende te vinden.
+
+Maar dat was niet het geval, want op het oogenblik, dat zijn vader
+voorzichtig naar hem gluurde, deed Demi de oogen open, het kleine
+mondje begon te beven, hij stak de armpjes uit en zei met een berouwvol
+snikje: "Itte zal zoet zijn."
+
+Meta, die op de trap zat te wachten, begreep niets van de lange stilte,
+die op het rumoer volgde, en na zich alle mogelijke ongelukken te
+hebben voorgesteld, sloop zij zacht de kamer binnen, om te zien, wat
+er gaande was. Demi lag gerust te slapen, niet in zijn gewone houding
+als een vliegende arend, maar als een nederig hoopje in de armen zijns
+vaders, en zijn vaders vinger vast omklemmende, alsof hij gevoelde,
+dat rechtvaardigheid hier getemperd werd door genade, en hij zich ter
+ruste had gelegd als een bedroefde maar een wijzer geworden baby. John
+had, toen hij zich zoo gevangen voelde, met vrouwelijk geduld gewacht,
+tot de kleine hand van zelf losliet, en was onder het wachten in slaap
+gevallen, veel meer vermoeid door dien strijd met zijn kleinen jongen
+dan door zijn arbeid van den geheelen dag.
+
+Toen Meta de twee hoofden op hetzelfde kussen zag, glimlachte zij en
+verliet zachtjes de kamer, met voldoening tot zichzelf zeggende: "ik
+hoef nooit te vreezen, dat John te hard zal zijn voor onze kindertjes;
+hij weet, hoe hij met hen moet omgaan, en zal mij heerlijk kunnen
+helpen, want Demi _wordt_ me de baas!"
+
+Toen John eindelijk beneden kwam, in de stellige verwachting een
+peinzende en ontstemde vrouw te zullen vinden, werd hij aangenaam
+verrast, daar Meta met een opgeruimd gezicht een hoed zat op te
+maken en dadelijk voor den dag kwam met het verzoek of hij haar,
+zoo hij ten minste niet te moe was, iets wilde voorlezen over de
+verkiezingen. John begreep terstond, dat de een of andere ommekeer op
+handen was, maar liet wijselijk na, er naar te vragen, wel wetende,
+dat Meta een doorzichtig persoontje was, niet in staat een geheim te
+bewaren, al kon zij er haar leven ook door redden; hij zou dus den
+sleutel wel spoedig vinden. Met de grootste bereidwilligheid las
+hij haar een lang verslag voor, en verklaarde het haar daarna zoo
+duidelijk mogelijk, terwijl Meta haar best deed om zeer belangstellend
+te kijken, schrandere vragen te doen, en haar gedachten te bewaren
+voor een afdwalen van den toestand der natie naar den toestand van haar
+hoed. In het diepst van haar ziel echter kwam zij tot de overtuiging,
+dat politiek al even weinig aanlokkend was als wiskunde, en dat het
+de roeping van staatslieden scheen te zijn, elkander onaangenaamheden
+te zeggen, maar zij hield die vrouwelijke gedachten voor zichzelve,
+en toen John even zweeg, schudde zij haar hoofd en zei met wat zij
+voor diplomatieke dubbelzinnigheid hield:
+
+"Ik begrijp heusch niet, waar het heen moet!"
+
+John lachte en keek haar een oogenblik aan, zooals zij daar een mooien
+tak bloemen op haar hand heen en weer draaide dien beschouwende,
+met een belangstelling zoo innig, als zijn redevoering niet bij haar
+had kunnen wekken.
+
+"Zij doet haar best van politiek te houden om mijnentwil, dus zal
+ik wat belangstelling toonen in modeartikelen om harentwil--dat is
+niet meer dan billijk," dacht John, de rechtvaardige, en hij voegde
+er hardop bij:
+
+"Wat wordt dat voor een fraaiigheidje?"
+
+"Mijn beste man, die bloemen zijn voor op mijn hoed--mijn gekleeden
+hoed, om mee naar concerten en comedie's te gaan!"
+
+"Neem me niet kwalijk, het lijkt me zoo'n licht ding, dat ik me met
+eenige onrust afvraag, hoe het op je hoofd blijft vastzitten?"
+
+"Met een paar flinke pennen; kijk, zoo!" en Meta gaf er een illustratie
+van, door hem op te zetten, en keek haar John daarbij aan, met zoo'n
+uitdrukking van kalme opgewektheid, dat zij waarlijk onweerstaanbaar
+was.
+
+"Het is zeker een 'schat' van een hoed, maar ik geef de voorkeur
+aan het gezichtje er onder, want dat ziet er weer jong en gelukkig
+uit," en John kuste het lachende gezicht, tot groot gevaar voor de
+"gekleede" hoofdversiering.
+
+"Ik ben blij, dat je hem netjes vindt, want ik zou zoo graag willen,
+dat je mij eens meenam naar een van die nieuwe concerten; ik heb
+wezenlijk wat muziek noodig om weer op streek te komen. Wil je dat
+eens doen?"
+
+"Zeker wil ik dat! Overal heen, waar je maar wilt. Je bent zoo lang
+opgesloten geweest, dat het je verbazend veel goed zal doen, en ik
+vind het prettiger dan iets anders ter wereld. Wat heeft dat in je
+hoofd gebracht, Mamaatje?"
+
+"Och, ik had voor een paar dagen een gesprek met Moeder, en vertelde
+haar hoe zenuwachtig, prikkelbaar en onplezierig ik mij voelde, en zij
+vond dat ik eens een verandering noodig had en 't minder druk moest
+hebben: nu zal Hanna mij komen helpen met de kinderen, dan kan ik meer
+over het huishouden gaan, en nu en dan een verzetje zoeken, om niet
+vóór mijn tijd een kribberige, afgetobde oude vrouw te worden. Het
+is nog maar een proefneming, John, en ik wil het probeeren, zoowel
+om jou als om mezelf, want ik heb je in den laatsten tijd schandelijk
+veronachtzaamd, en ik zal zien, of ik ons thuis niet weer kan maken,
+wat het vroeger was. Je hebt er toch niets tegen, hoop ik?"
+
+'t Doet er niet toe wat John antwoordde, noch hoe weinig er aan
+scheelde, of de mooie hoed was totaal bedorven geweest; het eenige,
+wat wij noodig hebben te weten is, dat John geen bezwaren scheen te
+maken, te oordeelen naar de veranderingen, die langzamerhand plaats
+grepen in het huis en zijn bewoners. Het werd nog geen paradijs,
+maar allen bevonden zich beter bij de verdeeling van het werk;
+de kinderen gedijden onder de vaderlijke tucht, want John met zijn
+trouw, vast karakter bracht orde en gehoorzaamheid in de kinderkamer,
+terwijl Meta haar opgeruimdheid herkreeg, en haar zenuwgestel weer
+tot rust bracht door overvloed van gezonde beweging, af en toe een
+kleine uitspanning en menig vertrouwelijk gesprek met haar verstandigen
+echtgenoot. "Thuis" werd weer "thuis" zooals vroeger, en John had geen
+verlangen om uit te loopen, tenzij Meta meeging. De Scotts kwamen nu de
+Brookes bezoeken, en iedereen vond "de duiventil" een echt gezellige
+verblijfplaats, overvloeiend van geluk, tevredenheid en onderlinge
+liefde; zelfs de wereldsche Sallie Moffat ging er graag heen. "Het
+is hier altijd zoo rustig en gezellig; dat doet mij goed, Meta,"
+zei ze dikwijls, en keek dan met verlangende blikken in het rond,
+alsof zij wilde ontdekken, waar dat gezellige eigenlijk in bestond,
+opdat zij het mocht overbrengen naar haar groote woning, zoo vol van
+eenzame pracht; want daar waren geen dartele, zonnige kindertjes,
+en Ned leefde in een eigen wereld, waarin voor haar geen plaats scheen.
+
+Dit huiselijk geluk kwam niet in eens, maar John en Meta hadden er
+den sleutel toe gevonden, en elk jaar van hun huwelijksleven leerde
+hen beter, hoe dien te gebruiken, en de schatkamers te ontsluiten van
+ware onderlinge liefde en hulpvaardigheid, zegeningen die de armste
+kan bezitten en door den rijkste niet gekocht kunnen worden.
+
+Om dit geluk te veroveren kan iedere jonge vrouw en moeder gerust
+afstand doen van de zenuwvermoeiende amusementen, die in de "uitgaande
+kringen" aan de orde zijn. Vinden zij niet trouwe aanbidders in
+de zoontjes en dochtertjes, die zich aan haar vastklemmen en niet
+afgeschrikt worden door droefheid, armoede of ouderdom; leggen zij
+hun levensweg niet af, zoowel bij zonneschijn als bij stormweer,
+aan de zijde van een trouw vriend, die in den waren zin van het goede
+oude Saksische woord de "huis-band" [9] is, en leeren zij niet inzien,
+evenals Meta het leerde inzien, dat het gelukkigste rijk der vrouw haar
+tehuis is, haar hoogste eer de wijze, waarop zij het bestuurt--niet
+als een koningin, maar als een wijze echtgenoote en moeder?
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVI.
+
+LUIE LAURENCE.
+
+
+Laurie ging naar Nice, met het plan er een week te blijven, maar hij
+bleef er een maand. Hij had genoeg gekregen van het alleen reizen, en
+de vertrouwelijke omgang met Amy scheen een huiselijke bekoorlijkheid
+te geven aan de vreemde omgeving, waarvan zij deel uitmaakte. Hij
+had het eigenlijk gemist, dat er in den laatsten tijd geen werk van
+hem gemaakt werd, zooals hij gewoon was, en nu kreeg hij er weer
+een proefje van,--want geen vleierijen van vreemden, hoe aangenaam
+ook, waren hem half zoo welgevallig als de zusterlijke bewondering
+van de meisjes thuis. Amy had hem nooit zoo willen "bederven" als
+de anderen, maar zij was heel blij hem nu te zien, en klampte zich
+als 't ware aan hem vast, als de vertegenwoordiger van het dierbaar
+gezin, waarnaar zij meer verlangde, dan zij wel wilde bekennen. Zeer
+natuurlijk vonden ze troost in elkanders gezelschap en waren ze veel
+te zamen, reden, wandelden, dansten of verbeuzelden hun tijd--want
+niemand kan, tijdens het badseizoen te Nice, veel uitvoeren. Maar
+terwijl zij zich schijnbaar op de meest zorgelooze manier vermaakten,
+deden zij toch halfbewust allerlei ontdekkingen, en vormden zij een
+oordeel over elkander. Amy rees dagelijks in de schatting van haar
+vriend; maar hij daalde in de hare, en beiden gevoelden de waarheid,
+voordat er nog een woord over was uitgesproken. Amy zocht te behagen en
+slaagde er in,--want zij was dankbaar voor de vele vriendelijkheden,
+die hij haar bewees, en beloonde hem met die kleine dienstbewijzen,
+waaraan vrouwelijke vrouwen zulk een onbeschrijfelijke bekoorlijkheid
+weten bij te zetten. Laurie spande zich hoegenaamd niet in, maar liet
+zich zoo gemakkelijk mogelijk met den stroom voortdrijven, terwijl
+hij zijn best deed om het verleden te vergeten en een gevoel had,
+alsof alle vrouwen hem een vriendelijk woord schuldig waren, omdat
+éen meisje koel tegen hem geweest was. Het viel hem niet moeilijk gul
+te zijn; hij zou Amy graag alle aardigheden uit Nice gegeven hebben,
+als zij ze had willen aannemen,--maar onderwijl gevoelde hij, dat
+hij de meening, die zij omtrent hem koesterde, niet kon veranderen,
+en hij was eigenlijk min of meer bang voor de scherpe blauwe oogen,
+die hem met een half-droevige, half-verachtelijke verwondering schenen
+waar te nemen.
+
+"Al de anderen zijn vandaag naar Monaco gegaan, maar ik bleef liever
+thuis om brieven te schrijven. Ze zijn nu af, en ik ga naar Valrosa,
+schetsen; ga je soms mee?" vroeg Amy, op een mooien dag, toen Laurie
+als naar gewoonte tegen den middag aan kwam slenteren.
+
+"Och, ja; maar is het niet te warm voor zoo'n lange
+wandeling?" antwoordde hij dralend,--want het koele salon zag er
+uitlokkend uit na den gloeienden zonneschijn daarbuiten.
+
+"Ik was van plan het wagentje te nemen, en Baptiste kan rijden, zoodat
+je niets te doen zult hebben dan je parasol op te houden en te zorgen
+dat je handschoenen schoon blijven," antwoordde Amy, met een spottenden
+blik naar de vlekkelooze glaceetjes, die Laurie's zwakke punt waren.
+
+"Dan ga ik met alle genoegen mee," en hij stak zijn hand uit voor
+haar schetsboek. Maar zij nam het onder den arm met een scherp:
+"Vermoei je niet; het is volstrekt niet te zwaar voor mij, maar jij
+ziet er uit, alsof het je te veel zou zijn."
+
+Laurie trok de wenkbrauwen op en volgde dood op zijn gemak, terwijl zij
+naar beneden vloog; maar toen zij in het rijtuig zaten, nam hij zelf de
+teugels, zoodat er voor den kleinen Baptiste niets anders overbleef dan
+zijn armen over elkander te slaan en op zijn bankje in slaap te vallen.
+
+De twee kibbelden nooit; Amy was "te wel-opgevoed," en Laurie op dit
+oogenblik te lui; hij gluurde dus na een poosje met een onderzoekenden
+blik onder den rand van haar hoed; zij antwoordde met een glimlach
+en zij reden samen voort in de meest vriendschappelijke stemming.
+
+Het was een mooi ritje, langs kronkelende wegen, rijk aan
+schilderachtige kijkjes, die zoo'n genot zijn voor schoonheidlievende
+oogen. Hier een oud klooster, waaruit hun het plechtig gezang der
+monniken tegemoet kwam. Daar een schaapherder, die met een soort van
+houten schoenen aan, bloote beenen, een puntigen hoed, en zijn buis
+over den éénen schouder geworpen, op een steen zat fluit te spelen,
+terwijl zijn geiten tusschen de rotsen huppelden of aan zijn voeten
+lagen. Muiskleurige ezels, beladen met manden vol verschgesneden gras,
+trokken hen voorbij, begeleid door een aardig boerenmeisje met een
+_capaline_ over het hoofd, en gezeten tusschen de groene hoopen,
+of door een oude vrouw, die al voortgaande met haar spinrokken
+spon. Bruine, zachtoogige kinderen kwamen naar buiten loopen uit
+de vreemdsoortige steenen hutten, om hun ruikertjes of oranjeappels
+met tak en al aan te bieden. Knoestige olijfboomen beschaduwden de
+heuvels met hun donkergroen gebladerte, gouden vruchten prijkten
+in de boomgaarden, en groote vuurroode anemonen omzoomden de wegen,
+terwijl de Zee-Alpen zich, achter groene hellingen en spitse hoogten,
+scherp en wit afteekenden tegen den blauwen Italiaanschen hemel.
+
+Valrosa verdiende zijn naam wel, want in dat klimaat, waar voortdurend
+zomerwarmte heerscht, bloeiden de rozen overal. Zij hingen tusschen
+de staven van het groote ijzeren hek, waar zij den voorbijgangers een
+liefelijk welkom toeriepen, stonden aan beide zijden van de laan,
+die zich, tusschen citroenboomen en vederachtige palmen door, een
+weg baande naar de villa op den heuvel. Ieder schaduwrijk plekje,
+waar zitplaatsen den wandelaar tot rust uitnoodigden, was schier
+onder rozen bedolven, in iedere koele grot lachte een marmeren
+nimf u toe van uit haar bloemenpracht, en elke fontein weerkaatste
+donkere witte of rozeroode rozen, die zich in het water spiegelden,
+als verheugden ze zich over hun eigen schoonheid. Rozen bedekten de
+muren van het huis, versierden de kroonlijsten, slingerden zich om de
+pilaren, en tierden welig langs de balustrade van het ruime terras,
+vanwaar men het uitzicht had op de zonnige Middellandsche zee en de
+met witte muren omgeven stad aan de kust.
+
+"Wat een ideaal plekje, vind je niet? Heb je ooit zulke rozen
+gezien?" vroeg Amy, en bleef stilstaan op het terras, om van het
+uitzicht te genieten en den heerlijken bloemengeur, die een zacht
+windje haar toevoerde, in te ademen.
+
+"Neen, en 'k heb ook nooit zulke doorns gevoeld," antwoordde Laurie,
+met zijn duim in den mond, na een vergeefsche poging om een eenzame
+donkerroode roos te bemachtigen, die juist buiten zijn bereik hing.
+
+"Probeer het wat lager, en pluk die, waar geen doorns aan zitten,"
+zei Amy, behendig drie van de roomkleurige roosjes plukkende, die
+den muur achter haar bedekten. Zij stak ze in zijn knoopsgat als
+een vredesteeken, en hij bekeek ze een oogenblik met een vreemde
+uitdrukking op zijn gezicht, want in het Italiaansche deel van
+zijn natuur leefde een sprankje bijgeloovigheid, en hij bevond zich
+toen juist in dien staat van half zoete, half bittere melancholie,
+waarin jonge menschen aan alle mogelijke kleinigheden een diepere
+beteekenis hechten, en voedsel voor de verbeelding vinden, in al het
+hun omringende. Bij het grijpen naar de doornachtige roode roos had hij
+aan Jo gedacht, want levendige kleuren stonden haar goed, en zij had
+dikwijls zulke rozen gedragen, uit de broeikas thuis. De bleeke rozen,
+die Amy hem gaf, waren van de soort, die de Italianen in de handen
+hunner dooden leggen,--nooit in bruidskransen vlechten,--en gedurende
+een seconde vroeg hij zich af, of het soms een voorteeken voor Jo
+of voor hemzelf zou wezen. Maar het volgend oogenblik kreeg zijn
+Amerikaansch gezond verstand de overhand boven zijn sentimentaliteit,
+en hij lachte hartelijker dan Amy nog van hem gehoord had.
+
+"'t Is een goede raad,--je deed beter hem op te volgen en je vingers
+te sparen," zei zij, in de veronderstelling, dat hij om haar opmerking
+lachte.
+
+"Dank je, dat zal ik doen," antwoordde hij in gekheid--en een paar
+maanden later deed hij het in ernst.
+
+"Laurie, wanneer ga je weer naar je Grootvader?" vroeg ze na een
+poosje, terwijl ze op een rustieke bank ging zitten.
+
+"Heel gauw."
+
+"Dat heb je in de laatste drie weken al wel twaalf maal gezegd."
+
+"Wel mogelijk; korte antwoorden zijn 't gemakkelijkst."
+
+"Hij verwacht je, en je moest nu heusch eens gaan."
+
+"Bizonder gastvrij. Maar 'k weet wel dat ik gaan moet."
+
+"Waarom doe je 't dan niet?"
+
+"Natuurlijke verdorvenheid, denk ik."
+
+"Natuurlijke luiheid, meen je. Het is werkelijk verschrikkelijk!" en
+Amy keek verontwaardigd.
+
+"Niet zoo erg als het schijnt, want ik zou hem maar plagen, als ik
+bij hem was; ik kan dus even goed blijven en jou een beetje langer
+plagen--jij kunt het beter verdragen, en eigenlijk geloof ik, dat
+jij het wel prettig vindt!" Waarna Laurie over den breeden rand van
+de balustrade ging hangen.
+
+Amy schudde het hoofd, en opende haar schetsboek, met een uitdrukking
+van berusting op haar gezicht, maar nam zich toch voor "dien jongen"
+de les eens te lezen, en begon na een poosje opnieuw.
+
+"Waar ben je op 't oogenblik mee bezig?"
+
+"Ik kijk naar hagedissen."
+
+"Och neen! Ik bedoel natuurlijk wat heb je voor plannen; wat denk je
+te gaan doen?"
+
+"Een sigarette te rooken, als jij het toestaat."
+
+"Wat _ben_ je toch vervelend! Ik houd niet van rooken, en ik permitteer
+het je alleen op voorwaarde, dat ik je in mijn schets mag opnemen;
+ik heb een figuur noodig."
+
+"Met alle genoegen. Hoe wil je mij hebben? In mijn volle lengte,
+of drie kwart, op mijn hoofd, of op mijn voeten? Als ik zoo vrij mag
+zijn je een wenk te geven, zou ik je een liggende houding aanraden;
+neem er dan jezelf mee in op, en noem de schets 'Dolce far niente.'"
+
+"Blijf maar zoo zitten en ga slapen, als je er lust in hebt. _Ik_ ben
+van plan hard te werken," antwoordde Amy met den meest mogelijken klem.
+
+"Wat een heerlijk enthousiasme!" en hij leunde tegen een hooge urn,
+met een uitdrukking van volkomen tevredenheid op zijn gebruind gezicht.
+
+"Wat zou Jo zeggen, als zij je nu zag?" vroeg Amy ongeduldig, in de
+hoop, dat zij hem zou kunnen wakker schudden door den naam van haar
+nog energiekere zuster te noemen.
+
+"Als naar gewoonte: 'Ga toch heen, Teddy; ik heb het druk.'" Hij
+lachte, toen hij dit zei, maar de lach was niet natuurlijk, en er
+trok een schaduw over zijn gezicht, want het uitspreken van dien
+geliefden naam, deed de wond schrijnen, die nog niet was geheeld.
+
+Zoowel de toon als de schaduw trof Amy; zij had die reeds vroeger
+gehoord en gezien, en zij keek op, juist bijtijds om een nieuwe
+uitdrukking in Laurie's oogen waar te nemen--een harden bitteren blik,
+vol smart, onvoldaanheid en spijt. De blik was voorbijgegaan, eer
+zij dien goed kon bestudeeren, en zijn gezicht had weer de gewone
+onverschillige plooi aangenomen. Zij sloeg hem een oogenblik met
+kunstenaarsgenot gade, en dacht, hoeveel hij toch van een Italiaan
+had, zooals hij zich daar in de zon lag te koesteren, met ongedekt
+hoofd en de oogen zoo droomerig en donker van kleur; want hij scheen
+haar vergeten te hebben en in gepeins verzonken te zijn.
+
+"Je doet me denken aan de beeltenis van een jong ridder op zijn
+graftombe," zei zij, zorgvuldig het welbesneden profiel teekenend,
+dat zoo goed tegen den donkeren steen uitkwam.
+
+"Ik wou, dat ik het was!"
+
+"Dat is een dwaze wensch, tenzij je je leven bedorven hebt. Je bent
+zoo veranderd, dat ik soms wel eens denk--" hier zweeg Amy, met een
+half verlegen, half onderzoekenden blik, die meer zeide dan haar
+onvoltooiden zin.
+
+Laurie zag en begreep de hartelijke bezorgdheid, die zij aarzelde
+uit te spreken, en haar flink in de oogen ziende, antwoordde hij,
+zooals hij haar moeder zoo dikwijls geantwoord had:
+
+"Alles in orde, mejuffrouw!"
+
+Dat stelde haar tevreden, en maakte een einde aan de twijfelingen,
+die haar in den laatsten tijd dikwijls verontrust hadden. Het trof
+haar, en zij toonde dat, door op hartelijken toon te zeggen:
+
+"Daar ben ik blij om! Ik dacht wel niet, dat je een erge losbol zou
+zijn geweest, maar ik was bang, dat je veel geld verspeeld zou hebben
+in dat verdorven Baden-Baden, je hart verloren aan de een of andere
+mooie getrouwde Fransche vrouw, of een andere dwaasheid begaan had,
+iets wat jongelui blijkbaar beschouwen als een noodzakelijk onderdeel
+van een buitenlandsch reisje. Blijf daar niet zoo in de zon hangen,
+maar kom hier liever op het gras liggen, en 'laten w'eens vertrouwelijk
+zijn', zooals Jo altijd zei, wanneer wij gezellig in het hoekje van
+de canapé gingen zitten om geheimen te vertellen."
+
+Laurie wierp zich gehoorzaam in het gras, en begon zich te vermaken
+met madeliefjes te steken tusschen het lint van Amy's hoed, die op
+den grond lag.
+
+"Ik ben een en al gehoor voor je geheimen," zei hij met plotselinge
+belangstelling naar haar opkijkende.
+
+"Ik heb niets te vertellen, jij mag beginnen."
+
+"Het spijt mij, te moeten zeggen, dat ik er geen een rijk ben. Ik
+dacht, dat jij misschien groot nieuws van huis hadt."
+
+"Ik heb je alles verteld wat er in mijn laatste brieven stond. Krijg
+jij niet dikwijls bericht? Ik dacht, dat Jo je wel vellen vol zou
+schrijven."
+
+"Zij heeft het druk; ik ben dan hier en dan daar, dus is het
+niet mogelijk, geregeld te correspondeeren, zooals je wel
+kunt begrijpen. Wanneer begin je aan je groot kunstgewrocht,
+Raphaella?" vroeg hij, eensklaps van onderwerp veranderende, na een
+korte pauze, waarin hij er over gepeinsd had, of Amy zijn geheim wist
+en er over verlangde te praten.
+
+"Nooit!" antwoordde zij op droevigen maar beslisten toon. "Rome heeft
+alle ijdelheid uit mij verdreven, want na de wonderen die ik dáár
+gezien heb, voel ik mij te onbeteekenend om iets uit te richten,
+en heb ik in wanhoop al mijn dwaze luchtkasteelen laten varen."
+
+"Waarom; je hebt toch zooveel energie en talent?"
+
+"Dat is juist de reden; omdat talent geen genie is, en de grootst
+mogelijke hoeveelheid energie het niet tot genie maken kan. Ik wil
+groot zijn, of niets. Een alledaagsche kladschilderes begeer ik niet
+te worden, en dus heb ik alle pogingen opgegeven."
+
+"En wat ben je dan van plan verder met jezelf te doen, als ik vragen
+mag?"
+
+"Mijn andere talenten te polijsten en 'een sieraad van de maatschappij
+te worden,' als de gelegenheid mij daartoe ooit wordt geboden."
+
+Het was een karakteristiek gezegde en klonk overmoedig; maar
+vermetelheid hoort bij jonge menschen, en Amy's eerzucht had een
+goeden grond. Laurie glimlachte, maar hij bewonderde de geestkracht,
+waarmee zij, nu een lang geliefd plan in duigen viel, zich een nieuw
+doel voor oogen stelde, en geen tijd verspilde met nutteloos klagen.
+
+"Mooi! en hier komt nu, denk ik, Fred Vaughn in 't spel?"
+
+Amy zweeg bescheiden, maar een zekere uitdrukking op haar afgewend
+gezicht noopte Laurie te gaan zitten en ernstig te zeggen:
+
+"Nu wou ik eens graag voor broer spelen, en een paar vragen doen. Mag
+ik?"
+
+"Ik beloof niet, dat ik er op antwoorden zal."
+
+"Dat zal je gezicht wel doen, als je tong weigert. Je bent nog niet
+genoeg vrouw van de wereld om je gevoelens te verbergen, meisje! Ik heb
+verleden jaar praatjes gehoord over Fred en jou en ik voor mij geloof,
+dat, als hij niet zoo plotseling naar huis had moeten gaan, en zoo
+lang was opgehouden, er wel iets van zou gekomen zijn, is 't niet zoo?"
+
+"Dat kan ik moeilijk beantwoorden," zei Amy stijf; maar haar oogen
+glinsterden verraderlijk en deden voldoende zien, dat zij haar macht
+kende en behagen schepte in die wetenschap.
+
+"Je bent toch nog niet geëngageerd, hoop ik?" en Laurie keek eensklaps
+heel ernstig, zooals een ouderen broeder paste.
+
+"Neen."
+
+"Maar je zult hem aannemen, als hij terugkomt en heel behoorlijk een
+knieval doet, is 't niet?"
+
+"Best mogelijk!"
+
+"Je houdt dus heel veel van Fred?"
+
+"Ik zou het zeker kunnen doen, als ik het probeerde."
+
+"Maar je bent niet van plan het te probeeren, voordat het geschikte
+oogenblik is aangebroken? Lieve hemel, wat een bovenaardsche
+voorzichtigheid! Hij is een goeie jongen, Amy, maar niet de man,
+dien ik dacht, dat jij zou liefhebben."
+
+"Hij is rijk, een 'gentleman' en heeft bizonder innemende
+manieren,"--begon Amy en ze trachtte heel koel en waardig te spreken,
+maar voelde zich toch min of meer beschaamd, in weerwil van de
+zuiverheid harer bedoelingen.
+
+"Ik begrijp je--schoonheden, die in de wereld willen schitteren,
+hebben geld noodig, en dus ben je van plan een goed huwelijk te doen
+en er op die manier te komen? Heel juist en verstandig zeker, in de
+oogen van 'men', maar het klinkt vreemd uit den mond van een dochter
+van je moeder."
+
+"'t Is toch zoo!"
+
+De kalme beslistheid, waarmee dit korte gezegde geuit werd, was
+in vreemd contrast met de jonge spreekster. Laurie gevoelde dit
+instinctmatig, en ging weer liggen, met een gevoel van teleurstelling,
+waarvan hij geen verklaring kon geven. Zijn blik en stilzwijgen,
+gevoegd bij zekere inwendige zelfbeschuldiging, hinderden Amy, en
+deden haar het besluit opvatten, hem zonder uitstel de les te lezen.
+
+"Ik wou, dat je je eens wat aanpakte en je best deed wat levendiger
+te zijn," viel zij scherp uit.
+
+"Probeer jij me dan eens wakker te schudden, als een beste meid."
+
+"Ik zou het best kunnen, als ik wou," en zij zag er uit, alsof zij
+het op de kortste en bondigste manier zou willen aanpakken.
+
+"Probeer het maar gerust, ik geef mijn toestemming," antwoordde
+Laurie, die het heerlijk vond eens te kunnen plagen, nadat hij zich
+dat prettig tijdverdrijf zoo lang had moeten ontzeggen.
+
+"Je zou binnen vijf minuten boos zijn."
+
+"Ik ben nooit boos op jou. Om vuur te slaan zijn er twee vuursteenen
+noodig; jij bent zoo koel en zacht als sneeuw."
+
+"Je weet niet, wat ik doen kan--als sneeuw goed toegepast wordt,
+doet zij iemand gloeien en tintelen. Je onverschilligheid is voor de
+helft aanstellerij; en als je maar eens ferm door elkaar geschud werd,
+zou je zien dat ik gelijk had."
+
+"Schud mij dan eens ferm door elkaar! 't Zal mij geen pijn doen,
+en het is voor jou nog eens een pleziertje, zooals de reus zei, toen
+zijn kleine vrouw hem sloeg. Beschouw mij maar als een echtgenoot of
+een karpet, en sla, tot je er zelf moe van bent, als die soort van
+lichaamsoefening je goed doet."
+
+Daar zij nu werkelijk tot het uiterste geprikkeld was, en er hartelijk
+naar verlangde, dat hij die traagheid en onverschilligheid, die hem
+zoo totaal veranderd hadden, zou afschudden, scherpte Amy zoowel haar
+toon als haar potlood en begon:
+
+"Flo en ik hebben een nieuwen naam voor je bedacht: 'luie Laurence',
+hoe bevalt je die?" Zij dacht, dat het hem onaangenaam zou aandoen,
+maar hij sloeg zijn handen boven zijn hoofd in elkander en zei
+onverstoord:
+
+"Niet kwaad, ik dank de dames wel."
+
+"Wil ik je eens zeggen, hoe ik in alle oprechtheid over je denk?"
+
+"Ik smacht er naar het te hooren."
+
+"Nu, ik veràcht je."
+
+Al had zij gezegd: "Ik haat je," op een kregeligen of coquetten toon,
+hij zou gelachen en het wel aardig gevonden hebben; maar haar ernstige,
+bijna droevige stem deed hem de oogen opslaan en kortaf vragen:
+
+"Waarom, als ik 't weten mag?"
+
+"Omdat jij, met alle kansen om goed, nuttig en gelukkig te zijn,
+aan je gebreken toegeeft en lui en karakterloos bent."
+
+"Krachtige taal, mejuffrouw."
+
+"Als 't je bevalt, zal ik voortgaan."
+
+"Alstjeblieft, het is hoogst interessant."
+
+"Ik dacht wel, dat je er zoo over zou denken; zelfzuchtige menschen
+praten altijd graag over zichzelf."
+
+"Ben _ik_ zelfzuchtig?" de vraag ontsnapte hem onwillekeurig en werd
+op verwonderden toon gedaan, want de enkele deugd waarop hij aanspraak
+meende te mogen maken, was grootmoedigheid.
+
+"Ja, vreeselijk zelfzuchtig," antwoordde Amy op een kalmen, koelen
+toon, die op dat oogenblik tweemaal zooveel indruk maakte als een
+heftige. "Ik zal het je bewijzen, want ik heb je bestudeerd, terwijl
+wij onzen tijd zoo prettig doorbrachten, en ik ben volstrekt niet
+tevreden over je. Je bent nu bijna zes maanden op reis, en hebt niets
+uitgevoerd dan tijd en geld verspillen en je vrienden teleurstellen."
+
+"Mag iemand dan niet eens plezier maken, na vier jaren lang hard
+gewerkt te hebben?"
+
+"Je ziet er niet naar uit, of je veel plezier gehad hebt; in elk geval
+heeft het je, voor zoover ik kan nagaan, niet veel goed gedaan. Toen
+wij elkander voor het eerst zagen, zei ik, dat je er op vooruit
+was gegaan, maar nu neem ik dat terug, want ik vind je niet half
+zoo aardig, als toen ik van huis ging. Je bent verschrikkelijk lui
+geworden, houdt van babbelen, en verbeuzelt je tijd met onbeteekenende
+dingen. Je vindt het prettig je door nietsbeduidende menschen te
+laten fêteeren en bewonderen, in plaats van door verstandige menschen
+bemind en geacht te willen worden. Met geld, talent, een goede positie,
+gezondheid en schoonheid,--dat hoor je natuurlijk graag, ijdeltuit die
+je bent! maar het is de waarheid en dus moet ik het wel zeggen,--in
+'t bezit en 't genot van al die schatten, kun je geen andere bezigheid
+vinden dan lanterfanten, en in plaats van de man te zijn, dien je kon
+en moest zijn, ben je--" hier zweeg zij, met een blik, waarin zoowel
+teleurstelling als medelijden te lezen stonden.
+
+"De heilige Laurentius op een rooster," voegde Laurie er bij, den zin
+kalm voltooiend. Maar de vermaning bleef toch niet zonder uitwerking,
+want zijn oogen stonden nu klaar en wakker en begonnen te glinsteren,
+en een half knorrige, half beleedigde uitdrukking nam de plaats in
+van de vroegere onverschilligheid.
+
+"Ik dacht wel, dat je 't zoo zou opnemen. Jullie mannen vertelt ons,
+dat wij engelen zijn, en álles van jullie maken kunnen, wat wij maar
+willen; maar niet zoodra trachten wij je in alle oprechtheid van
+dienst te zijn, of jullie lacht ons uit en wilt niet luisteren. Wel
+een bewijs hoeveel die vleierij waard is!" Amy sprak bitter en draaide
+den ongelukkigen martelaar aan haar voeten den rug toe.
+
+Een oogenblik later kwam er een hand op haar papier, zoodat zij
+niet kon teekenen, en Laurie riep, met grappige nabootsing van een
+berouwvol kinderstemmetje:
+
+"Ik zal zoet zijn, héél zoet!"
+
+Maar Amy lachte niet, want zij meende het ernstig, en terwijl ze met
+haar potlood een tikje gaf op de hand die voor haar lag, zei zij strak:
+
+"Schaam je je niet over zoo'n hand? Zij is zoo zacht en wit als die van
+een vrouw, en ziet er uit, alsof zij nooit iets anders uitvoert, dan
+Jouvin's fijnste handschoenen dragen en bloemen voor dames plukken. Je
+bent, den hemel zij dank, geen fat, dus ben ik tenminste nog blij,
+dat er geen diamanten of groote zegelringen aan schitteren, alleen
+maar dat kleine oude ringetje, dat Jo je jaren geleden eens gaf. O,
+ik wou, dat zij hier was om mij te helpen."
+
+"Dàt wou ik ook!"
+
+De hand verdween even plotseling als zij gekomen was, en het vuur,
+waarmee hij met haar wensch instemde, voldeed zelfs Amy. Terwijl
+ze op hem neerkeek, viel haar een nieuwe gedachte in--maar hij had
+zijn hoed half over zijn gezicht getrokken, als om het te verbergen,
+en zijn knevel bedekte zijn mond. Zij zag alleen, hoe zijn borst
+op en neer ging door een diepe ademhaling, die wel een zucht had
+kunnen zijn, en de hand, die het ringetje droeg, woelde in het gras,
+alsof zij iets verbergen moest, dat te kostbaar of te teeder was om
+besproken te worden. In een oogwenk kregen verschillende zinspelingen
+en kleinigheden vorm en beteekenis in Amy's hoofd, en vertelden haar,
+wat haar zuster haar nooit had toevertrouwd. Zij herinnerde zich,
+dat Laurie nooit uit eigen beweging over Jo sprak; zij dacht aan
+de schaduw, die zooeven over zijn gezicht getrokken was, aan de
+verandering in zijn karakter, en het dragen van dat kleine oude
+ringetje--geen sieraad aan een flinke hand. Meisjes zijn vlug in
+het lezen van zulke teekenen en voelen, hoeveel zij zeggen. Daarbij
+had Amy zich al eens verbeeld, dat wellicht een liefdeshistorie
+de oorzaak was van die verandering, en nu was zij er zeker van;
+haar heldere oogen vulden zich met tranen, en toen zij weer sprak,
+was het op een zachten, vriendelijken toon.
+
+"Ik weet wel, dat ik geen recht heb zoo tot je te spreken, Laurie;
+en als je niet de best gehumeurde jongen van de wereld was, zou
+je woedend op mij worden. Maar we zijn allemaal trotsch op je en
+houden zóóveel van je, dat ik niet goed velen kan, dat zij thuis even
+teleurgesteld in je zouden zijn, als ik het ben geweest--hoewel zij
+daar de verandering misschien beter zouden begrijpen."
+
+"Dat denk ik zeker," klonk het van onder den hoed, op een grimmigen
+toon, maar die even roerend was als een half gesmoorde zou geweest
+zijn.
+
+"Zij hadden 't mij moeten schrijven, dan had ik je niet zoo hard
+toegesproken, terwijl ik juist meer dan ooit vriendelijk en geduldig
+had moeten zijn. Ik heb nooit van die juffrouw Randal gehouden, en
+nu haat ik haar!" zei slimme Amy, die zeker van haar zaak wilde zijn.
+
+"Juffrouw Randal?!" Laurie gaf een duw aan zijn hoed, zoodat hij van
+zijn gezicht vloog, met een uitdrukking, die geen twijfel overliet
+aangaande zijn gevoelens jegens die jonge dame.
+
+"O, neem me niet kwalijk, ik dacht--" hier zweeg zij diplomatisch.
+
+"Niet waar! dat dacht je _niet_! Je wist heel goed, dat ik nooit
+om iemand gegeven heb, dan om Jo." Laurie uitte dit op zijn ouden
+heftigen toon, zijn gezicht afkeerend terwijl hij sprak.
+
+"Dat dacht ik eerst ook wel, maar omdat zij er nooit iets over
+schreven, en jij op reis ging, meende ik, dat ik mij vergist had. En
+wou Jo niet? Hé, ik heb altijd gedacht, dat zij vreeselijk veel van
+je hield!"
+
+"Zij _houdt_ ook wel van me, maar niet op de manier, die ik verlang;
+en 't is maar gelukkig voor haar, dat zij mij niet liefhad, als
+ik dan toch zoo'n nietsbeteekenend, karakterloos wezen ben, als
+waarvoor jij me houdt. Maar dat is háár schuld, en dat kun je haar
+gerust vertellen."
+
+De harde, bittere uitdrukking kwam weer terug, toen hij dat zei, en het
+hinderde Amy, want zij wist niet welken balsem op de wond te leggen.
+
+"Ik had ongelijk; ik wist het niet, en het spijt mij erg, dat ik me
+zoo boos op je gemaakt heb; maar ik wou tóch dat je het beter droeg,
+Teddy."
+
+"Noem me niet zoo! dat is háár naam voor me," en Laurie hief
+de hand op, met een haastige beweging, om de woorden, op Jo's
+half vriendelijken, half verwijtenden toon gesproken, tegen te
+houden. "Wacht tot je 't zelf ondervonden hebt," voegde hij er zachtjes
+bij, handenvol gras uittrekkende.
+
+"Ik zou het manmoedig dragen, en mij in elk geval geacht maken, als
+ik niet bemind kon worden," riep Amy, met de beslistheid van iemand,
+die er niets van af weet.
+
+Nu vleide Laurie zich, dat hij het bizonder goed gedragen _had_,--hij
+had niet geklaagd, geen medelijden zoeken op te wekken, en was met
+zijn smart de wereld ingegaan, om die alléén de baas te worden. Amy's
+woorden stelden de zaak in een nieuw licht, en hij zag voor de
+eerste maal in, dat het zwak en zelfzuchtig was, bij de eerste groote
+teleurstelling reeds den moed te verliezen, en zich over te geven aan
+sombere onverschilligheid. Hij had een gevoel, alsof hij plotseling
+uit een droom werd wakker geschud en onmogelijk den slaap weer kon
+vatten. Na een poosje kwam hij overeind, en vroeg langzaam:
+
+"Denk je, dat Jo mij ook zou verachten?"
+
+"Ja, als zij je nu zag, zou zij dat zeker. Zij heeft een afkeer van
+luie menschen. Waarom doe je niet iets kranigs, en _dwing_ je haar
+niet, je lief te hebben?"
+
+"Ik heb mijn best gedaan, maar 't hielp niet."
+
+"Door te promoveeren, bedoel je? Dat was niets meer dan je plicht
+tegenover je grootvader. Het zou een schande zijn geweest, als je
+niet geslaagd was, na zooveel tijd en geld verspild te hebben, en
+terwijl iedereen wist, hoe goed je werken _kon_!"
+
+"Ik bén niet geslaagd; je kunt zeggen wat je wilt, want Jo wou mij
+niet liefhebben," begon Laurie, en liet mismoedig het hoofd op de
+hand rusten.
+
+"Dat ben je wel, en dat zul je later zelf moeten erkennen,--want het
+deed je goed, en bewees, dat je, als je 't maar probeerde, best iets
+ten uitvoer kon brengen. Als je je nu maar iets anders tot taak wou
+stellen, zou je gauw weer even opgewekt en gelukkig zijn als vroeger,
+en je verdriet vergeten."
+
+"Dat is onmogelijk!"
+
+"Probeer het eerst en zie dan eens. Je hoeft de schouders niet op
+te trekken en te denken: 'Wat weet zij van die dingen.' Ik doe mij
+niets wijzer voor dan ik ben, maar ik let goed op, en ik zie vrij wat
+meer, dan je je kunt voorstellen. Ik stel altijd veel belang in de
+ondervindingen en de veranderlijkheid van andere menschen, en al kan
+ik er dikwijls geen verklaring van geven, onthoud en gebruik ik ze
+toch tot mijn eigen nut. Heb Jo je leven lang lief, als je daar lust
+in hebt,--maar laat je er niet door ten onder brengen,--want het is
+slecht om zoo veel goede gaven te veronachtzamen, omdat je de eene,
+waarop je je zinnen gezet hebt, niet krijgen kunt. Maar kom--ik zal
+je niet langer de les lezen, want ik weet, dat je je zult aangrijpen,
+en een man zijn, in weerwil van die hardvochtige Jo!"
+
+Beiden zwegen een poosje. Laurie draaide het ringetje aan zijn
+vinger rond, en Amy legde de laatste hand aan de vluchtige schets,
+die zij al pratende gemaakt had. Daarna schoof zij die op zijn knie
+met de woorden:
+
+"Hoe vind je dit?"
+
+Hij keek en glimlachte--wat hij moeilijk laten kon, want het was
+uitstekend gedaan. De lange, luie gedaante op het gras, met het
+onverschillige gezicht, de half gesloten oogen, terwijl de eene hand
+een sigarette vasthield, waaruit een wolkje opsteeg, dat het hoofd
+van den droomer in rook hulde.
+
+"Wat teeken je toch goed!" riep hij uit, met ongeveinsde verbazing en
+bewondering over haar bekwaamheid, en voegde er toen half lachend bij:
+
+"Ja, dat bén ik."
+
+"Zooals je _nu_ bent--dit is, zooals je wás," en Amy legde een andere
+schets naast degene, die hij in de hand hield.
+
+Zij was niet half zoo goed gelukt, maar er zat leven en geest in,
+wat menige fout goed maakte, en zij riep het verleden zoo levendig in
+de herinnering terug, dat het gezicht van den jongen man plotseling
+veranderde, toen hij de teekening bekeek. Het was niets dan een ruwe
+schets, voorstellende, hoe Laurie een paard temde; hoed en jas waren
+neergeworpen, en iedere lijn van de vlugge gestalte, de vastgesloten
+mond en de bevelende houding, gaven wilskracht en durf te kennen. Het
+mooie dier, juist overwonnen, boog zijn nek onder de sterk aangehaalde
+teugels, krabde met den eenen poot den grond op, en stak de ooren op,
+alsof het luisterde naar de stem van zijn meester. De verwarde manen
+van het paard en de strakke houding van den ruiter spraken van een
+plotseling stilhouden, na snelle beweging; van kracht en moed, jeugdig
+vuur, hetgeen een scherpe tegenstelling vormde met de achtelooze
+bevalligheid van de "Dolce far niente"-schets. Laurie zei niets,
+maar Amy zag, hoe hij van de eene teekening naar de andere keek,
+kleurde, en zijn lippen op elkander klemde, alsof hij de les, die
+zij hem gegeven had, begreep en aannam. Dat voldeed haar; en zonder
+een antwoord af te wachten, zei zij op haar gewonen, levendigen toon:
+
+"Herinner je je dien dag nog, toen je het paard zou temmen, en wij
+er allemaal naar keken? Meta en Bets waren angstig, maar Jo danste,
+en klapte in de handen, en ik zat op het hek, en nam er een schets
+van. Ik vond die schets een paar dagen geleden in mijn portefeuille,
+werkte ze wat op, en bewaarde haar om ze je te laten zien."
+
+"Zeer verplicht! Je bent enorm veel vooruitgegaan, sedert dien tijd,
+en ik wensch er je geluk mee. Mag ik zoo vrij zijn je in dit 'paradijs'
+te herinneren, dat men om zes uren dineert in je hôtel?"
+
+Dit zeggende stond Laurie op, gaf de teekeningen terug met een glimlach
+en een buiging, en keek op zijn horloge, als om haar te beduiden,
+dat er zelfs aan zedelessen een einde moet komen. Hij trachtte zijn
+vroegere trage, onverschillige houding weer aan te nemen, maar nu
+_was_ het "aanstellerij",--want de vermaning had meer uitgewerkt,
+dan hij zelf wilde erkennen. Amy gevoelde een zekere koelheid in zijn
+manieren, en zei tot zich zelve: "Nu heb ik hem beleedigd. Enfin, als
+'t hem goed doet, ben ik er heel blij om; als hij nu 't land aan me
+krijgt, spijt het mij; maar het was de waarheid, en ik kan er geen
+woord van terugnemen."
+
+Zij lachten en keuvelden den geheelen weg over naar huis; en de
+kleine Baptiste, die op het achterbankje zat, vond, dat _monsieur_
+en _mademoiselle_ bizonder goed gehumeurd waren. Maar geen van beiden
+voelde zich recht op zijn gemak; de vriendschappelijke, openhartige
+toon was verstoord, er lag een schaduw over den zonneschijn,
+en er heerschte in beider hart een geheime ontstemming, in spijt
+van hun schijnbare vroolijkheid. "Zullen wij je van avond zien,
+_mon frère_?" vroeg Amy, toen zij aan de kamerdeur van haar tante
+afscheid namen.
+
+"Ik heb ongelukkig een afspraak. _Au revoir, mademoiselle_," en
+Laurie boog zich als om haar de hand te kussen op Fransche manier,
+hetgeen hem beter afging dan menig ander. Maar een zeker iets in zijn
+gezicht dwong Amy haastig te zeggen:
+
+"Neen, Laurie, wees gewoon tegen me, en neem op de goede oude manier
+afscheid van me. Ik krijg liever één hartelijken Engelschen handdruk,
+dan al die flauwe, sentimenteele Fransche complimenten."
+
+"Dag, Amy," en met deze woorden, gesproken op den toon dien zij
+graag hoorde, verliet Laurie haar, na een handdruk, bijna pijnlijk
+van hartelijkheid.
+
+Den volgenden morgen ontving ze, in plaats van het gewone bezoek,
+een briefje, dat haar bij den aanvang deed glimlachen, maar bij het
+einde zuchten:
+
+
+_Mijn lieve Mentor!_
+
+Wees zoo goed je tante van mij goeden dag te zeggen, en verheug je,
+want "luie Laurence" is naar zijn grootvader gegaan, zooals een braven
+jongen betaamt. Heb een plezierigen winter, en mogen de goden je
+gezegende wittebroodsweken geven te Valrosa. Ik denk, dat het Fred
+ook goed zou doen, als hij eens wakker geschud werd. Zeg hem dat,
+met mijn gelukwenschen.
+
+
+Steeds de uwe
+
+TELEMACHUS.
+
+
+
+"Beste jongen! Ik ben blij, dat hij gegaan is," zei Amy met een
+goedkeurenden glimlach, maar het volgende oogenblik betrok haar
+gezicht, toen zij de leege kamer rondkeek, en voegde zij er met een
+onwillekeurigen zucht bij:
+
+"Ja, ik _ben_ blij, maar wat zál ik hem missen!"
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVII.
+
+DE VALLEI DER SCHADUWEN DES DOODS.
+
+
+Toen de eerste bitterheid voorbij was, nam de familie March het
+onvermijdelijke aan en trachtte het blijmoedig te dragen, elkander
+steunende door die innige liefde, die gewoonlijk in tijden van druk,
+huisgenooten nauwer verbindt. Zij maakten het elkaar niet zwaarder
+door nuttelooze klachten, en ieder deed zijn best om dat laatste jaar
+nog een betrekkelijk gelukkig jaar te doen zijn.
+
+De vroolijkste kamer werd voor Bets in orde gemaakt, en alles daar
+bijeen gebracht, waar zij het meest zwak op had--bloemen, platen, haar
+piano, het kleine werktafeltje en de geliefde katjes. Vaders mooiste
+boeken vonden hun weg daarheen, en zoo ook Moeders gemakkelijke stoel,
+Jo's schrijftafel, Amy's beste schetsen; en elken dag bracht Meta haar
+kleintjes even, om een zonnestraaltje te werpen in de kamer van "Tante
+Bets". John legde, zonder iets te zeggen, een sommetje ter zijde, om de
+zieke van tijd tot tijd wat vruchten of andere versnaperingen te kunnen
+zenden, waarvan zij veel hield en waarnaar ze dikwijls verlangde; de
+oude Hanna werd nooit moede in het bedenken van nieuwe schoteltjes,
+om haar grilligen eetlust te prikkelen, en stortte onder het bereiden
+menigen traan; en van over de zee kwamen allerlei verrassinkjes en
+opgeruimde brieven, die weldadige warmte en liefelijke geuren schenen
+mee te brengen uit streken, waar men geen winter kent.
+
+Vereerd als een huisgod in zijn nis, zat Betsy, rustig en bezig als
+altijd, want niets kon haar lieve onzelfzuchtige natuur veranderen,
+en nu zelfs, nu zij op het punt stond uit dit leven te scheiden,
+trachtte zij het zoo gelukkig mogelijk te maken voor degenen,
+die achter zouden blijven. De zwakke vingers waren nooit ledig,
+en een van haar liefste bezigheden was, kleine presentjes te maken
+voor de schoolkinderen, die dagelijks voorbij gingen; om b.v. een
+paar wantjes uit het raam te laten vallen voor een paar verkleumde
+handjes, een naaldenboekje voor een kleine poppen-moeder, aardige
+inktlappen voor jeugdige schrijvers, die zich met moeite een weg
+baanden door dichte bosschen van hanepooten, of kleine plakboekjes voor
+kunstlievende oogen, en alle mogelijke, andere, aardige verzinsels,
+zoodat het jonge volkje, dat eigenlijk met tegenzin de ladder der
+geleerdheid beklom, zijn weg als het ware met bloemen bestrooid vond,
+en de lieve geefster ging beschouwen, als een soort van goede fee,
+die van haar troon allerlei gaven voor hun voeten strooide, gaven,
+die op wonderbare wijze juist beantwoordden aan hun smaak en hun
+behoeften. Indien Betsy eenige belooning verlangde, vond zij die
+in de vroolijke gezichtjes, die steeds naar haar venster opkeken,
+haar toeknikten en toelachten, en in de grappige, kleine briefjes,
+vol vlekken en dankbaarheid, die zij van hen kreeg.
+
+De eerste maanden waren werkelijk gelukkig, en Betsy keek gedurig om
+zich heen en zeide dan: "Wat is alles heerlijk!" als zij zoo gezellig
+bij elkander zaten in haar vroolijke kamer, de kinderen kraaiend en
+spelend op den grond, Moeder en de zusters bij het raam aan het werk,
+terwijl Vader met zijn welluidende stem iets voorlas uit de wijze
+oude boeken, die zoo rijk schenen aan goede, troostrijke woorden,
+en nog evenzeer van toepassing waren nu, als toen zij eeuwen geleden
+geschreven werden--een kleine tempel, waar een vaderlijk priester
+zijn kuddeke de harde lessen leerde, die allen moesten leeren; hen
+trachtte te doen inzien, dat hoop troost kan storten in liefhebbende
+harten, en dat geloof berusting mogelijk maakt. Het waren eenvoudige
+preeken, die dadelijk den weg vonden naar de harten der toehoordsters;
+want het hart des vaders sprak uit den godsdienst des leeraars,
+en de aandoening, meermalen merkbaar in het trillen zijner stem,
+zette dubbele welsprekendheid bij aan de woorden, die hij sprak of las.
+
+Het deed allen goed, dat deze rustige tijd hun gegeven was, als een
+voorbereiding voor de droevige uren, die komen zouden, want na een
+poosje klaagde Bets, dat de naald "zoo zwaar" werd, en legde zij haar
+voor altijd neer; praten vermoeide haar, het zien van verschillende
+menschen maakte haar onrustig, de pijn overmeesterde haar, en de
+vrede harer ziel werd droevig verstoord door het lijden, dat haar
+zwak lichaam teisterde. Ach! hoe moeilijk waren de dagen, hoe lang de
+nachten, hoe innig de smeekbeden, die de verslagen harten opzonden,
+wanneer zij, die haar zoo ziels liefhadden het moesten aanzien, hoe zij
+de uitgeteerde handen naar hen uitstak, met den hartroerenden kreet:
+"Help mij, o, toe help mij!" en zij geen hulp konden aanbrengen. Een
+donkere wolk over de kalme helderheid der ziel, een zware strijd
+tusschen het jonge leven en den dood, maar beide waren gelukkig van
+korten duur, en toen het zoo natuurlijk verzet plaats had gemaakt
+voor onderworpenheid, keerde de oude vrede lieflijker dan ooit
+terug. Naarmate het zwakke lichaam afnam in kracht, nam de ziel toe
+in sterkte, en hoewel Betsy weinig sprak, gevoelden allen in haar
+omgeving, dat zij zich gereed hield en zagen zij dat de pelgrim,
+die het eerst opgeroepen werd, ook het meest geschikt en het meest
+bereid was om te sterven.
+
+Jo verliet haar geen oogenblik, sedert Bets had gezegd: "Ik voel
+mij sterker, wanneer jij bij mij bent." Zij sliep op een rustbank
+in de kamer, stond dikwijls op om naar het vuur te zien, of om
+het geduldige schepseltje dat zoo zelden om iets vroeg, en haar
+best deed "om niemand tot last te zijn", te laven, goed te leggen,
+of eens toe te spreken. Den ganschen dag bleef zij in de kamer,
+naijverig op andere ziekenverpleegsters en trotscher op de voorkeur
+haar gegeven, dan zij in later tijd ooit was op eenige eer, die haar
+te beurt viel. Het waren voor Jo kostbare en nuttige uren, want haar
+hart doorliep een moeilijke school; lessen in geduld werden haar op
+zoo liefelijke wijze gegeven, dat het niet anders kon, of zij moest
+ze ter harte nemen; lessen in liefde tot alles; die zachte stemming,
+die onvriendelijkheid kan vergeven en waarlijk vergeten; het getrouw
+vervullen zelfs van den moeilijksten plicht, en het innige geloof,
+dat niets vreest, maar onwankelbaar vertrouwt.
+
+Het gebeurde meermalen, dat Jo, als zij 's nachts wakker werd, Betsy
+vond lezen in haar veel gebruikt boekje, of haar zacht hoorde neuriën
+om den slapeloozen nacht te bekorten, of zag, hoe zij het hoofd op de
+handen liet rusten, terwijl menige traan tusschen de doorschijnende
+vingers neerdroppelde; dan sloeg Jo haar gade, vervuld van allerlei
+gedachten, te diep voor tranen, daar zij begreep, dat Bets op haar
+eenvoudige, onzelfzuchtige wijze zichzelve zocht los te maken van
+het lieve oude leven, en zich voor te bereiden voor het volgende,
+door het herhalen van heilige troostwoorden, stille gebeden, en de
+muziek, die zij zoo liefhad.
+
+Dit alles werkte meer uit op Jo, dan de diepzinnigste preeken,
+de heiligste lofzangen, de hartstochtelijkste gebeden hadden
+kunnen teweegbrengen; want met oogen, door vele tranen helderziend
+geworden, en een hart, door de teederste droefheid verzacht, leerde
+zij de schoonheid beseffen van Betsy's leven--door niets bizonders
+gekenmerkt, zonder eerzucht, maar vol van die bescheiden deugden,
+die een liefelijken geur verspreiden, en bloeien in de schaduw, en
+van die zelfverloochening, welke hen, die op aarde tevreden waren met
+de minste te wezen, de eersten doet zijn in het koninkrijk der hemelen.
+
+Op zekeren nacht zocht Bets onder de boeken op haar tafeltje naar
+iets, dat haar de doodelijke vermoeidheid zou kunnen doen vergeten,
+die bijna even zwaar te dragen viel als pijn; zij doorbladerde haar
+ouden lieveling "De Reize naar de Eeuwigheid" [10] en vond een stukje,
+papier door Jo bekrabbeld. Het opschrift trok haar aandacht, en de
+doorgeloopen letters deden haar zien, dat er tranen op gevallen waren.
+
+"Arme Jo, zij is zoo vast in slaap; ik zal haar dus maar niet wakker
+maken om het haar te vragen; zij laat mij toch al haar dingen zien,
+en ik denk niet, dat zij knorrig zal zijn als ik dit lees," dacht
+Betsy, en wierp een blik naar haar zuster, die op het haardkleed lag
+te slapen met de tang naast zich, om, zoodra het hout uit elkander
+viel, bij de hand te zijn.
+
+
+ MIJN BETSY.
+
+ Stil, geduldig in de schaduw
+ Uitziend naar het Hemelsch licht,
+ Zit zij rustig af te wachten,
+ 't Vriendelijk oog omhoog gericht.
+ Aardsche hoop en vreugd en droefheid
+ Hebben welhaast afgedaan.
+ Nog maar kort en 't is geleden--
+ Dan breekt d'eeuwge morgen aan.
+
+ Hebt gij bijna uitgestreden,
+ Laat me een deel van uwen geest,
+ Waardoor uw kortstondig leven
+ Zoo aantreklijk is geweest;
+ Van 't geduld dat u bezielde,
+ En u, in de grootste pijn,
+ Altijd vriendlijk en blijmoedig,
+ Hoopvol en getroost deed zijn.
+
+ Geef mij--want ik heb 't zoo noodig--
+ Van uw nooit verflauwden moed,
+ Die den weg der plichtsbetrachting
+ Effen maakte voor uw voet.
+ Geef m'uw onbekrompen liefde
+ Die zoo godd'lijk schoon en vrij
+ 't Kwaad met liefde kon vergeven--
+ Waar 'k misdeed, vergeef ook mij!
+
+ Zoo verliest het afscheid daaglijks
+ Iets van d' al te bittre pijn;
+ Zoo zal, als 'k de les wil leeren,
+ Mijn verlies mijn winste zijn.
+ Droefheid toch zal zachter stemmen
+ Mijn nog ongetemd gemoed;
+ Hooger streven in mij wekken,
+ Streven naar het Hemelsch goed.
+
+ Voortaan zie 'k in mijn gedachten,
+ Veilig in het land der rust,
+ U, mijn liev'ling, die mij opwacht,
+ Toewenkt van de zaalge kust.
+ Hoop, geloof, uit smart geboren,
+ Doen mij stil zijn onder 't kruis;
+ En de zuster, die mij voorging,
+ Leidt mij aan haar hand naar huis.
+
+
+Gevlekt en half uitgewischt, niet uitmuntende door dichterlijke
+volmaaktheid, riep dit gedichtje toch een uitdrukking van
+onuitsprekelijke blijdschap op Betsy's gelaat te voorschijn, want het
+was haar grootste verdriet geweest, dat zij zoo weinig gedaan had,
+en Jo's versje scheen haar te verzekeren, dat haar leven niet onnut
+was voorbijgegaan--dat haar dood niet die wanhoop zou veroorzaken,
+waarvoor zij gevreesd had. Terwijl zij daar zoo zat te peinzen, met
+het papier in de hand, viel het verkoolde blok hout ineen. Jo schrikte
+wakker, pookte het vuur eens op, en sloop zachtjes naar het ledikant,
+in de hoop, dat Bets zou slapen.
+
+"Ik slaap niet, maar ik ben zoo gelukkig, Jo. Kijk's, ik heb dit
+gevonden en gelezen; ik wist, dat je er niet boos om zou zijn. Ben
+ik dat alles voor je geweest, Jo?" vroeg zij bescheiden en ernstig.
+
+"O Bets, zooveel, zooveel!" en Jo legde haar hoofd op het kussen
+naast haar zusje.
+
+"Dan behoef ik niet meer te tobben, dat mijn leven nutteloos is
+geweest. Ik ben lang niet zoo goed als jij mij voorstelt, Jolief,
+maar ik _heb_ mijn best gedaan om te doen wat goed is, en nu het
+te laat is om ook nog maar een begin te maken met het beter aan te
+vatten, is het mij zoo'n troost te weten, dat er iemand is, die mij
+innig liefheeft en denkt, dat ik haar in iets tot zegen ben geweest."
+
+"Meer dan iemand ter wereld, Bets. Vroeger dacht ik, dat ik je niet
+zou kunnen afstaan, maar ik begin in te zien, dat ik je niet verlies;
+dat je nóg meer voor me zult zijn dan vroeger, en dat de dood ons
+niet scheiden kan, al lijkt het ook zoo."
+
+"Ik weet, dat hij het niet kan, en ik ben er ook niet bang meer voor,
+want ik weet zeker, dat ik altijd je eigen Bets zal blijven, en je meer
+dan ooit zal kunnen liefhebben en helpen. Jij moet mijn plaats innemen,
+Jo, en alles voor Vader en Moeder zijn, als ik ben heengegaan. Zij
+zullen alles van jou verwachten; laat het niet tevergeefs zijn; en
+mocht het je soms moeilijk vallen, dat je zoo alleen moet werken,
+herinner je dan, dat ik je niet vergeet, en dat je je gelukkiger zult
+gevoelen, wanneer je Vader en Moeder helpt, dan wanneer je prachtige
+boeken schrijft, of de wereld rondreist; want liefde is het eenige,
+wat wij met ons kunnen nemen, wanneer wij van hier gaan, en zij maakt
+het einde zooveel gemakkelijker."
+
+"Ik zal mijn best doen, Bets," en in dat ernstig oogenblik besloot
+Jo haar zoo geliefd oud plan op te geven, en zich van nu af aan een
+nieuw en beter levensdoel voor oogen te stellen, inziende dat de
+bevrediging van haar eigen wenschen haar toch arm zou laten, en zij
+den heerlijken troost behoefde van een zich toewijden in liefde.
+
+Zoo kwamen en gingen de lentedagen, de lucht werd helderder, de aarde
+groener, de bloemen ontplooiden vroegtijdig hun blaadjes, en de vogels
+kwamen nog bijtijds terug om het vaarwel toe te roepen aan Bets, die
+als een vermoeid, maar vertrouwend kind zich vastklemde aan de handen,
+die haar haar gansche leven door geleid hadden--aan Vader en Moeder,
+die haar teederlijk ondersteunden tot aan de vallei der schaduwen
+des doods, waar zij haar overgaven aan God.
+
+Zelden, behalve in boeken, spreken stervenden bizonder treffende
+woorden, zien zij gezichten, of verlaten zij de aarde met verheerlijkt
+gelaat; en zij die er meermalen getuigen van waren, wanneer een ziel
+het stoffelijk omhulsel ontvlood, weten, dat voor de meesten het einde
+zoo natuurlijk en eenvoudig komt als de slaap. Wat Bets gehoopt had,
+gebeurde: het "getij" verliep zachtkens en rustig, en in het donkere
+uur, eer nog de schemering was aangebroken, blies zij zacht den
+laatsten adem uit aan de borst, waar zij het eerst gerust had, zonder
+eenig vaarwel, dan een laatsten blik vol liefde en een flauw zuchtje.
+
+Met tranen en gebeden en teedere handen maakten moeder en zusters haar
+gereed voor den langen slaap, die nooit meer door pijn zou gestoord
+worden--en zagen met dankbare oogen, hoe een liefelijke kalmte
+nu over de trekken verspreid lag, in plaats van de hartroerende
+onderworpenheid, die hen zoo lang pijnlijk had aangedaan, en zij
+gevoelden met innige blijdschap, dat de dood voor hun lieveling een
+weldoende engel was en niet een koning der verschrikking.
+
+Toen de morgen aanbrak, was voor het eerst sinds vele maanden, het
+vuur uit, Jo's plaats ledig, en de kamer doodstil. Maar een vogeltje
+zong lustig op een tak, dicht bij het raam, sneeuwklokjes bloeiden
+tierig in het kozijn, en de lentezon stroomde naar binnen en deelde
+van haar glans mede aan het lieve gelaat op het kussen, een gelaat zoo
+vol van ongestoorden vrede, dat zij, die het zoo teeder liefhadden,
+door hun tranen heen konden glimlachen, en God danken, dat eindelijk
+alles wel was met Bets.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XVIII.
+
+Laurie zoekt te vergeten.
+
+
+Amy's vermaning deed Laurie goed, hoewel hij dat natuurlijk eerst
+veel later erkende; mannen zijn daar nooit zeer vlug mee. Wanneer de
+vrouwen een raad geven, nemen de heeren der schepping dien niet aan,
+tenzij zij zichzelf in den waan gebracht hebben, dat het juist was, wat
+zij van plan waren te doen; dan handelen zij er naar, en geven, als het
+goed uitkomt, aan het zwakkere geslacht de helft van de eer; komt het
+echter verkeerd uit, dan geven zij haar edelmoedig de geheele schuld.
+
+Laurie ging naar zijn grootvader terug, en wijdde zich gedurende
+verscheiden weken zoo met hart en ziel aan hem, dat de oude heer
+verklaarde, dat de lucht van Nice hem verwonderlijk veel goed had
+gedaan, en hij niet beter kon doen, dan er nogeens heen te gaan. Het
+jongmensch had niets liever gedaan--maar geen macht ter wereld zou
+hem terug hebben kunnen drijven, na de ontvangen berisping; zijn
+trots verbood het hem,--en werd soms het verlangen zeer sterk, dan
+verlevendigde hij zijn besluit, door de woorden te herhalen, die den
+diepsten indruk op hem gemaakt hadden: "Ik veracht je", en, "Ga heen,
+en doe iets kranigs, dat haar zal _dwingen_ van je te houden."
+
+Laurie keerde de zaak zoo dikwijls in zijn gedachten rond, dat hij
+weldra tot het inzicht kwam, dat hij werkelijk lui en zelfzuchtig was
+geweest, maar als een man een leed met zich omdraagt, heeft hij toch
+immers recht op alle soorten van verzetjes, totdat hij zijn smart is te
+boven gekomen! Hij voelde, dat zijn verwoeste liefde nu geheel en al
+dood was, en hoewel hij haar zijn leven trouw beweenen zou, vond hij
+het toch niet bepaald noodzakelijk zijn rouw zoo openlijk te blijven
+dragen. Jo wilde hem niet liefhebben, maar hij zou haar toch dwingen
+hem te achten en te bewonderen, door iets te doen, wat ten bewijze
+kon strekken, dat het "neen" van een meisje zijn leven niet bedorven
+had. Hij was altijd van plan geweest het een of ander aan te pakken,
+Amy's raad kwam dus totaal overbodig. Hij had alleen maar gewacht,
+totdat bovengenoemde verwoeste liefde behoorlijk begraven zou zijn;
+zoodra dit gebeurd was, voelde hij zich in staat zijn gewond hart
+stil in zich om te dragen en den levensstrijd voort te zetten.
+
+Evenals Goethe, wanneer hij vreugde of droefheid ondervond, dit in
+een lied moest uitstorten, besloot Laurie nu om zijn liefdessmart te
+verheerlijken in een compositie, en een Requiem te vervaardigen, dat
+Jo's ziel zou verscheuren, en het hart van ieder die het hoorde, zou
+doen smelten. Toen dus de oude heer bemerkte, dat hij opnieuw rusteloos
+en somber begon te worden, en hem raadde de reisstaf weer ter hand te
+nemen, ging hij naar Weenen, waar hij muzikale vrienden had, en zette
+zich aan den arbeid, met het vaste plan zich te onderscheiden. Maar,
+hetzij zijn droefheid te groot was om zich te laten belichamen in
+muziek, hetzij muziek iets te etherisch is om er menschelijk leed
+in op te lossen, hij ontdekte weldra, dat het Requiem, ten minste
+vooralsnog, zijn krachten te boven ging. Ook bleek, dat zijn geest
+nog niet tot werken geschikt was, en zijn gedachten nog opklaring
+noodig hadden; want het gebeurde menigmaal, dat hij zich, midden in
+een droefgeestige passage, op het neuriën van een danswijsje betrapte,
+en het Kerstmisbal te Nice levendig voor zijn verbeelding trad--vooral
+die stevige Franschman,--die voor 't oogenblik krachtdadig een einde
+maakte aan elke tragische compositie.
+
+Toen probeerde hij het eens met een opera, want niets scheen hem
+in het begin onmogelijk, maar ook hier ontmoette hij allerlei
+onvoorziene moeilijkheden. Hij wilde Jo tot de heldin maken, en
+riep zijn geheugen te hulp, om hem eenige liefelijke tooneeltjes
+en romantische voorstellingen van zijn geliefde te binnen te
+brengen. Maar zijn geheugen speelde hem parten, en wilde, alsof het
+door den ondeugenden geest van het meisje zelve bezeten was, alleen
+Jo's dwaasheden, gebreken en grillen voor hem oproepen; deed hem haar
+alleen in de bespottelijkste houdingen zien--hoe zij b. v. matten
+uitklopte, het hoofd omwonden met een bonten zijden doek, of zich
+verschanste achter het canapékussen, of hem een stortbad toediende
+om zijn hartstocht te blusschen,--en een niet te bedwingen lach
+bedierf het aandoenlijke beeld, dat hij trachtte te schilderen. Zijn
+aangebedene was met geen mogelijkheid tot heldin te maken van een
+opera, en hij moest het opgeven met een: "Ze is de plaag van mijn
+leven!" en een ruk aan zijn kuif, zooals een wanhopig componist past.
+
+Toen hij daarna eens omzag naar een minder onhandelbare jonkvrouw,
+die hij in zijn toondicht zou kunnen vereeuwigen, deed zijn geheugen
+er hem met de vriendelijkste bereidwilligheid een aan de hand. Dit
+beeld kreeg telkens verschillende gelaatstrekken, maar het had altijd
+gouden lokken, was gehuld in eene doorzichtige wolk, en zweefde
+luchtig voorbij zijn geestesoog, in een liefelijken chaos van rozen,
+pauwen, witte ponies en blauwe linten. Zonder een naam te geven aan
+die bekoorlijke schim, maakte hij haar tot zijn heldin, en kreeg haar
+innig lief, hetgeen niet te verwonderen was, want hij kende haar alle
+mogelijke gaven en bevalligheden toe, en leidde haar veilig door een
+reeks van beproevingen heen, die elke andere sterfelijke vrouw zouden
+vernietigd hebben.
+
+Dank zij deze inspiratie schoot hij geruimen tijd uitstekend op,
+maar langzamerhand verloor het werk zijn aantrekkelijkheid; hij
+liet de pen rusten, en bleef zitten mijmeren met het papier voor
+zich, of dwaalde door de drukke straten, om nieuwe denkbeelden op
+te doen en zijn geest te verfrisschen, die dezen winter bizonder
+ongestadig scheen te zijn. Hij deed niet veel, maar hij dacht over
+velerlei dingen na, en voelde, dat er onwillekeurig de een of andere
+verandering met hem plaats vond. "Het is misschien het bruisen van
+het genie--ik zal het laten bruisen, en zien wat er van komt," zei
+hij, heimelijk vermoedende, dat het geen genie, maar iets anders,
+veel meer alledaagsch' was. Maar wat het dan ook mocht wezen, het
+werkte toch iets uit, want hij werd steeds meer ontevreden met zijn
+onbeteekenend leven, begon te verlangen naar een bepaalde taak,
+waarin hij zich met hart en ziel kon verdiepen, en kwam eindelijk
+tot het verstandige inzicht, dat iemand, die veel van muziek houdt,
+daarom nog geen componist is. Toen hij op zekeren avond terugkwam uit
+het koninklijk theater, waar een van Mozart's groote opera's prachtig
+was opgevoerd, keek hij de zijne nog eens in, speelde een paar van de
+beste eindjes, zat een poosje te staren naar de busten van Mendelssohn,
+Beethoven en Bach, die op hun beurt welwillend op hem neerkeken;
+scheurde toen eensklaps al zijn volgeschreven vellen muziekpapier
+een voor een in stukken, en de laatste snippers wegwerpende, zei hij
+bedaard tegen zichzelf:
+
+"Zij heeft gelijk! talent is nog geen genie, en je kunt het er niet van
+maken. Die muziek heeft alle ijdelheid uit mij weggevaagd, evenals Rome
+haar een openbaring is geweest, en ik wil niet langer zoo dwaas zijn,
+er mij nog iets van voor te stellen. Ziezoo, wat zal ik nu beginnen?"
+
+Dat scheen een moeilijke vraag om te beantwoorden, en Laurie wenschte
+bijna, dat hij werken moest om zijn dagelijksch brood te verdienen. Zoo
+ooit, dan deed zich nu de gelegenheid voor "om naar den duivel te
+loopen," zooals hij zich eens krachtig had uitgedrukt,--want hij had
+overvloed van geld, en niets te doen,--en Satan verschaft, zooals
+iedereen weet, graag bezigheid aan ledige handen.
+
+De arme jongen had verzoekingen genoeg van buiten en van binnen te
+bestrijden, maar hij weerstond ze vrij wel,--want hoe hoog hij zijn
+vrijheid ook mocht schatten, hij schatte 't in hem gestelde vertrouwen
+nog hooger,--en zoo hielden de belofte aan zijn grootvader gedaan,
+en zijn wensch om de vriendinnen, die hem liefhadden, eerlijk in
+de oogen te kunnen zien, en te kunnen zeggen: "alles in orde," hem
+op den goeden weg. Misschien zal de een of andere pessimist zeggen:
+"Dat geloof ik niet; jongens zijn jongens en jongelui moeten eerst hun
+wilde haren verliezen. Vrouwen moeten geen wonderen verwachten." Ik
+laat ieder vrij te gelooven, wat hij wil, maar houd vol, dat het toch
+waar is. Vrouwen kunnen heel wat wonderen teweegbrengen, en ik ben er
+van overtuigd, dat zij zelfs het groote wonder kunnen uitwerken: het
+peil der mannen te doen rijzen, door te weigeren dergelijke gezegden
+te herhalen. Laat jongens, jongens zijn,--hoe langer hoe beter,
+en laten de jongemannen hun wilde haren verliezen, maar moeders,
+zusters en vriendinnen kunnen hun de behulpzame hand reiken in dien
+moeilijken tijd, door te toonen, dat zij gelooven aan de mogelijkheid
+van hun trouw aan die deugden, die den man doen rijzen in de schatting
+van goede vrouwen. Zoo het inbeelding is, laat ons er dan toch van
+genieten, zoolang wij kunnen, want zonder haar is de schoonheid en
+poëzie van het leven voor de helft verloren, en droevige voorgevoelens
+zouden al de hoop vernietigen, die wij koesteren omtrent de flinke,
+teerhartige kleine jongens, die nog altijd hun moeders liever hebben
+dan zich zelven, en zich niet schamen dat te bekennen.
+
+Laurie dacht, dat hij gedurende verscheiden jaren alle krachten
+zou hebben in te spannen om zijn liefde voor Jo te boven te komen;
+maar hij ontdekte tot zijn groote verbazing, dat het hem met den
+dag gemakkelijker viel. Hij wilde het in het begin niet gelooven,
+werd boos op zichzelf, en kon het niet begrijpen; maar onze harten
+zijn vreemde, tegenstrijdige dingen, en de tijd en de natuur doen
+het hunne, in weerwil van ons zelven. Laurie's hart _wilde_ geen pijn
+meer doen; de wond deed haar best om te genezen, met een snelheid die
+hem verbaasde, en in plaats dat hij alle krachten moest inspannen om
+te leeren vergeten, ontdekte hij, dat hij zich inspannen moest om
+er aan te denken. Hij had dezen ommekeer van zaken niet verwacht,
+en was er niet op voorbereid. Hij kreeg een afschuw van zichzelf,
+was verwonderd over zijn eigen veranderlijkheid en over het vreemde
+mengelmoes van teleurstellingen en verruimdheid, waarmee hij zich
+zoo spoedig kon herstellen van zulk een zwaren slag. Hij rakelde
+de sintels van zijn verloren liefde met de meeste zorg op, maar zij
+weigerden in lichte laaie te ontbranden; er kwam niets anders dan een
+weldadige gloed, die hem verwarmde en goeddeed, zonder hem koortshitte
+te bezorgen, en hij zag zich, hoewel met tegenzin, genoodzaakt te
+erkennen, dat de jeugdige hartstocht langzamerhand overging in rustige
+genegenheid,--zeer teeder, en nog een weinig droevig en gevoelig--maar
+dat zou met den tijd zeker wel overgaan, en een broederlijke liefde
+achterlaten, die onveranderlijk zou blijven bestaan tot aan het einde.
+
+Toen hem bij een dezer overpeinzingen het woord "broederlijk" voor
+den geest kwam, glimlachte hij en keek op naar het portret van Mozart,
+dat tegenover hem hing.
+
+"Hij was een groot man, en toen hij de eene zuster niet krijgen kon,
+wendde hij zich tot de andere en was gelukkig."
+
+Laurie zei de woorden niet hardop, dácht ze alleen maar in stilte; en
+het volgend oogenblik kuste hij het kleine oude ringetje, fluisterend:
+
+"Neen, dat niet! Ik heb het niet vergeten, dat kan ik ook niet. Ik
+zal het nog eens probeeren, en als het dan weer mislukt, ja, dan--"
+
+Hij eindigde zijn zin niet, maar greep pen en papier en schreef aan Jo,
+dat hij niet in staat was zich tot iets te bepalen, zoolang er nog de
+geringste hoop bestond, dat zij van gedachten zou veranderen. Kon zij
+niet, wou zij niet,--zoodat hij thuis kon komen en gelukkig zijn? Hij
+voerde, terwijl hij op het antwoord zat te wachten, hoegenaamd niets
+uit, maar leefde in een koortsachtige spanning. Eindelijk kwam het,
+en bracht hem zekerheid op één punt,--want Jo schreef zeer bepaald,
+dat zij niet kon en niet wilde. Zij ging geheel en al op in Bets, en
+verlangde het woord "liefde" nooit weer te hooren. Daarop verzocht zij
+hem met iemand anders gelukkig te willen zijn, maar ten allen tijde
+in zijn hart een klein hoekje open te houden voor zijn liefhebbende
+zuster Jo. In een naschrift vroeg zij hem niet aan Amy te zeggen,
+dat Bets erger was; zij zou met het voorjaar thuiskomen, en het was
+niet noodig de laatste weken van haar verblijf in het buitenland te
+vergallen. Het zou later tijd genoeg zijn, maar Laurie moest haar maar
+dikwijls schrijven en zorgen, dat zij zich niet eenzaam of angstig
+gevoelde, of te veel naar huis verlangde.
+
+"Dat zal ik doen, en wel dadelijk. Arme, kleine meid, het zal eene
+treurige thuiskomst voor haar zijn, vrees ik," en Laurie opende zijn
+schrijftafel, alsof een brief aan Amy het passend slot was van den
+volzin, dien hij eenige weken geleden onvoltooid had gelaten.
+
+Maar hij schreef toch niet dien dag; want toen hij naar zijn
+mooiste papier zocht, kwam hij iets tegen, dat hem van gedachte deed
+veranderen. Tusschen rekeningen en papieren van allerlei aard zwierven
+verscheiden brieven van Jo rond, en in een ander vakje van zijn
+schrijftafel lagen de briefjes van Amy, zorgvuldig saamgebonden met
+een van haar blauwe linten, dat herinneringen wekte aan de verwelkte
+roosjes, die er bij bewaard waren gebleven. Met een half berouwvollen,
+half lachenden blik, legde Laurie al de brieven van Jo bij elkander,
+streek ze glad, vouwde ze toe, en borg ze netjes in een klein laatje
+van zijn lessenaar, draaide een oogenblik in gedachten verzonken het
+ringetje in de rondte, deed het langzaam af, legde het bij de brieven,
+sloot het laatje, en ging toen naar de Kathedraal om de Hoogmis te
+hooren uitvoeren, met een gevoel, alsof er een begrafenis plaats had;
+en hoewel hij niet overstelpt was door droefheid, scheen dit toch
+een geschikter manier om het overige van den dag door te brengen,
+dan het correspondeeren met bekoorlijke jonge dames.
+
+De brief werd echter toch gauw geschreven en aanstonds beantwoord,
+want Amy _had_ heimwee, en bekende hem dat met zeer vleiende
+vertrouwelijkheid. De briefwisseling bloeide ongeloofelijk,
+en de brieven vlogen die geheele lente door, met nooit missende
+regelmatigheid, heen en weer. Laurie verkocht zijn busten, stak met de
+proeven van zijn opera zijn sigarettes aan, en ging naar Parijs terug,
+in de hoop, dat zeker iemand daar ook zou komen. Hij zou dolgraag
+naar Nice zijn gegaan, maar wilde niet, tenzij hij uitgenoodigd
+werd; en Amy wilde het hem niet vragen, want zij deed juist op dat
+oogenblik een kleine ondervinding op, die de oorzaak was, dat zij de
+onderzoekende oogen van "onzen jongen" eigenlijk vreesde.
+
+Fred Vaughn was teruggekomen en had haar de vraag gedaan, waarop zij
+vroeger besloten had "ja" te antwoorden; maar nu zei zij "neen", wel
+vriendelijk, maar toch vast besloten, want toen het oogenblik daar was,
+ontzonk haar de moed, en bemerkte zij, dat er iets meer noodig was
+dan geld en een goede positie, om het nieuwe verlangen te bevredigen,
+dat haar hart met zooveel teedere hoop en vrees vervulde. De woorden
+"Fred is een goeie jongen, maar volstrekt niet de man, dien ik dacht,
+dat jij kiezen zou," en Laurie's gezicht, toen hij dat zei, kwamen
+met dezelfde hardnekkigheid voor haar geest als haar eigene, toen
+zij met blikken, zooal niet met woorden, gezegd had: "Ik ben van
+plan te trouwen om geld." Het hinderde haar nu; ze wou, dat zij ze
+terug kon nemen; ze klonken zoo onvrouwelijk, en ze wilde niet, dat
+Laurie haar zou houden voor een gevoelloos, wereldsch schepsel. Nu
+verlangde zij er veel meer naar om een beminnelijke vrouw te zijn
+dan te schitteren in de maatschappij; zij was zoo blij, dat hij
+haar den rug niet had toegekeerd, na al de vreeselijke dingen, die
+zij gezegd had, maar alles zoo goed opnam, en vriendelijker was dan
+ooit. Zijn brieven waren haar tot grooten troost--want de brieven van
+huis kwamen zoo ongeregeld en gaven niet half zooveel als de zijne,
+wanneer zij kwamen. Het beantwoorden was niet slechts een genoegen,
+maar ook een plicht, want de arme jongen voelde zich eenzaam, en
+moest wat afgeleid worden, nu Jo hardvochtig bleef. Zij had toch
+eens moeten probeeren, of zij hem niet kon liefhebben,--het kon
+niet zoo heel moeilijk zijn--menigeen zou trotsch en blij wezen,
+als zoo'n aardige jongeman van haar hield; maar Jo deed nu eenmaal
+nooit als andere meisjes, en dus schoot er niets over, dan maar heel
+vriendelijk te zijn en hem te behandelen als een broer.
+
+Als alle broers even lief behandeld werden als Laurie van nu af aan,
+zouden zij er veel gelukkiger aan toe wezen, dan zij nu zijn. Amy
+las hem nu nooit de les; zij vroeg zijn gevoelen op alle punten,
+stelde belang in al wat hij deed, maakte allerliefste cadeautjes
+voor hem, zond hem twee brieven per week, vol van allerlei levendige
+beschrijvingen, zusterlijk vertrouwelijke mededeelingen, en bekoorlijke
+schetsjes van al het moois, dat zij zag. Daar weinig broers zoo door
+hun zusters vereerd worden, dat ze hun brieven bij zich dragen om die
+telkens te lezen en te herlezen, die epistels hun tranen ontlokken,
+als zij kort, maar gekust worden, wanneer zij lang zijn, en als
+schatten bewaard worden, willen wij zelfs niet het vermoeden wekken,
+alsof Amy iets van die dwaze, teerhartige dingen deed. Maar zooveel is
+zeker, zij werd in dit voorjaar wel wat bleek en afgetrokken, verloor
+veel van haar lust voor allerlei uitgangetjes en ging dikwijls alleen
+schetsen. Zij had nooit veel te vertoonen bij haar tehuiskomst, maar
+bestudeerde vermoedelijk de natuur, als zij soms uren lang met gevouwen
+handen op het terras te Valrosa zat, of, zonder het zelf te weten,
+alles schetste wat haar voor den geest kwam--een dapper ridder op een
+graftombe, een jonge man slapend op het gras, met zijn hoed over de
+oogen getrokken, of een meisje met krulhaar, in een wit japonnetje, een
+balzaal doorwandelende, geleund op den arm van een lang heer, terwijl
+beider gezicht onherkenbaar was gemaakt door een groote vlek, hetgeen
+wel heel veilig, maar niet bepaald bevredigend kon genoemd worden.
+
+Haar tante dacht, dat zij berouw had over haar antwoord aan Fred,
+en toen Amy bevond, dat ontkenningen niets baatten, en open kaart
+spelen ondoenlijk was, liet zij haar denken, wat zij verkoos, maar
+droeg intusschen zorg, Laurie te doen weten, dat Fred naar Egypte
+was vertrokken. Dat was alles; maar hij begreep het en voelde zich
+verlucht, terwijl hij met een heel gewichtig gezicht tot zich zelf zei:
+
+"Ik wist wel, dat zij zich bedenken zou. Arme jongen, ik heb het ook
+doorgemaakt, en kan dus met hem meevoelen."
+
+Toen slaakte hij een diepen zucht, en alsof hij daarmee zijn plicht
+jegens het verledene vervuld had, vlijde hij zich gemakkelijk op de
+sofa, en genoot volop van Amy's brief.
+
+Terwijl deze veranderingen plaats vonden in het buitenland, had
+droefheid de achtergeblevenen thuis bezocht; maar den brief die
+Amy meldde, dat Bets achteruit ging, kreeg zij nooit in handen;
+en toen zij den volgenden ontving, was het gras reeds groen boven
+het graf harer zuster. Het droevig nieuws bereikte haar te Vevey,
+want de warmte had hen in Mei uit Nice verdreven, en zij hadden
+langzaam doorgereisd naar Zwitserland, over Genua en de Italiaansche
+meren. Zij droeg het gelaten, en onderwierp zich zonder tegenspraak
+aan den wensch der familie, dat zij haar bezoek niet zou bekorten,
+want nu het toch te laat was om afscheid te nemen van Bets, deed zij
+beter met te blijven, waar zij was, en door tijd en afwezigheid haar
+droefheid te laten verzachten. Maar ze voelde zich gedrukt, verlangde
+erg naar huis, en liet haar blikken elken dag over het meer gaan, of
+zij Laurie nog niet zag aankomen om haar te troosten. Hij kwam dan
+ook weldra; want dezelfde mail bracht brieven aan beiden, maar hij
+was toen in Duitschland, en er verliepen een paar dagen, eer hij den
+zijne kreeg. Zoodra hij dien gelezen had, pakte hij zijn valies, nam
+afscheid van zijn mede-voetreizigers, en ging op weg om zijn belofte
+te vervullen, het hart vol vreugde en droefheid, hoop en spanning.
+
+Hij was te Vevey goed bekend, en zoodra de boot had aangelegd, haastte
+hij zich langs het meer naar La Tour, waar de Carrols _en pension_
+waren. Het speet den knecht zeer, dat de heele familie een roeitochtje
+was gaan maken op het meer--maar neen, de blonde _mademoiselle_
+was misschien in den tuin. Als mijnheer zich de moeite wilde geven,
+zoolang te gaan zitten, zou hij haar in een oogwenk roepen. Maar
+mijnheer kon zelfs geen oogwenk wachten en liep midden in een volzin
+weg, ten einde _mademoiselle_ zelf op te zoeken.
+
+'t Was een mooie, oude tuin, aan den oever van het heerlijke meer,
+met zware kastanjeboomen en overal klimop, terwijl de toren zijn
+schaduw ver over het zonnig watervlak wierp. Aan den eenen hoek van
+den breeden lagen muur was een bank, en hier ging Amy dikwijls heen
+om te lezen of te werken, of zich te troosten met de schoonheid
+der haar omringende natuur. Nu zat zij daar weer, het hoofd op de
+hand geleund, met een bezwaard, naar huis verlangend hart en droeve
+oogen, mijmerend over Betsy, en zich afvragend waarom Laurie nog niet
+kwam. Zij hoorde niet hoe hij de plaats overstak, en zag niet hoe hij
+stil bleef staan onder de poort, die naar den tuin voerde. Hij stond
+daar een oogenblik en beschouwde haar in een nieuw licht, want hij
+zag, wat niemand nog ooit gezien had--den teederen kant van Amy's
+karakter. Alles aan haar getuigde van liefde en droefheid; de met
+tranen bevlekte brieven op haar schoot, de zwarte strik in haar haar,
+de uitdrukking van smart en geduld op haar bleek gezichtje, zelfs het
+kleine ivoren kruisje om haar hals scheen tot Laurie's hart te spreken,
+want hij had het haar gegeven, en zij droeg het als eenig sieraad. Als
+hij nog eenigen twijfel mocht hebben gekoesterd omtrent de ontvangst,
+die zij hem zou geven, werd deze weggenomen, zoodra zij opkeek en
+hem zag; want zij liet alles op den grond vallen, liep naar hem toe,
+en riep op een toon, die duidelijk haar liefde en verlangen verried:
+
+"O, Laurie, Laurie! Ik wist wel, dat je bij mij komen zou!"
+
+Ik geloof, dat alles toen wel een feit werd, want terwijl zij daar
+zoo stil bij elkander stonden, en het donkergelokte hoofd zich zoo
+beschermend boog over het blonde kopje, gevoelde Amy, dat niemand haar
+zoo goed kon troosten en ondersteunen als Laurie, en Laurie kwam tot de
+overtuiging, dat Amy de eenige vrouw ter wereld was, die Jo's plaats
+zou kunnen innemen en hem gelukkig maken. Hij zei het haar wel niet,
+maar dat stelde haar niet teleur, want beiden gevoelden hoe de zaken
+stonden, waren tevreden, en lieten met vreugde alles verder aan den
+tijd over.
+
+Na een oogenblik ging Amy weer naar haar plaats terug, en terwijl
+zij haar tranen droogde, raapte Laurie de gevallen papieren weer
+op en vond in het herkennen van verscheiden veel gelezen brieven en
+verraderlijke schetsjes goede voorteekens voor de toekomst. Toen hij
+naast haar ging zitten, werd Amy wat verlegen, en bloosde ze bij de
+herinnering aan haar onstuimige ontvangst.
+
+"Ik kon het niet helpen, ik voelde mij zoo eenzaam en ongelukkig en was
+zoo ontzettend blij, toen ik je weer zag. Het was zoo'n verrassing,
+toen ik opkeek en jou zag staan, en dat juist terwijl ik begon te
+vreezen, dat je niet komen zou," zei zij, zich te vergeefs inspannend
+om volkomen natuurlijk te spreken.
+
+"Ik kwam, zoodra ik het hoorde. Ik wou, dat ik iets zeggen kon om je
+te troosten over het verlies van onze lieve Bets, maar ik kan alleen
+met je mee voelen, en--" hier bleef hij steken, want hij werd ook
+plotseling verlegen en wist niet recht, wat hij zeggen zou. Liefst
+zou hij Amy's hoofd op zijn schouder getrokken hebben, om haar eens
+goed te laten uitschreien, maar hij durfde niet, en bepaalde er
+zich dus maar toe haar hand te vatten en die hartelijk te drukken,
+hetgeen beter was dan woorden.
+
+"Je hoeft niets te zeggen,--dit troost mij al," zei zij zacht,
+"Bets is tot rust en gelukkig, en ik mag haar niet terugwenschen;
+maar ik zie zoo op tegen het naar huis gaan, hoewel ik toch ook zoo
+vreeselijk naar allen verlang. We moeten er nu maar niet te veel
+over spreken, want het maakt mij aan het schreien, en ik wou graag
+van je genieten, zoolang je hier bent. Je hoeft toch niet dadelijk
+weer terug te gaan, wel?"
+
+"Niet, als jij mij noodig hebt, kleintje."
+
+"O, zoo erg! Tante en Flo zijn heel lief, maar jij bent toch nog
+meer dan zij éen van de onzen, en ik zou het zoo heerlijk vinden,
+als je een poosje hier bleef."
+
+Amy sprak en zag er uit als een bedroefd kind, dat erg naar huis
+verlangt, zoodat Laurie eensklaps al zijn schroom vergat, en haar
+gaf, wat zij noodig had, het vertroetelen, waaraan zij gewoon was,
+en het vertrouwelijk praatje, dat haar opfleurde.
+
+"Arm kleintje, je ziet er uit, of je half ziek bent van verdriet. Ik
+zal je wel eens verzorgen! Schrei nu maar niet langer, maar kom wat
+met me op- en neerloopen,--de wind is te schraal om hier stil te
+zitten," zei hij op den half teederen, half bevelenden toon, dien Amy
+zoo graag hoorde; daarop zette zij haar hoed op, legde haar hand op
+zijn arm en begon in den zonneschijn heen en weer te wandelen, onder
+de uitbottende kastanjeboomen. Hij voelde zich meer op zijn gemak,
+nu hij zijn lange beenen gebruiken kon, en Amy vond het heerlijk te
+kunnen steunen op zijn sterken arm, het welbekende gezicht, dat haar
+zoo opbeurend toelachte, weer te zien, en zijn vriendelijke stem nu
+eens voor haar alleen zoo hartelijk en gezellig te hooren praten. De
+oude tuin had al menig paar gelieven geherbergd, en scheen bepaald ten
+hunnen gerieve aangelegd, daar hij zoo zonnig en rustig was--niemand
+toch, die hen kon bespieden dan de oude toren en het blauwe meer,
+dat aan hun voeten zijn kabbelende golfjes deed spelen en de echo
+hunner woorden wegvoerde. Dit nieuwe paar wandelde en praatte
+wel een uur lang; soms ook rustten zij eens op het lage muurtje,
+met volle teugen genietende van de weemoedig-gelukkige indrukken,
+die zoo'n eigenaardige bekoring bijzetten aan tijd en plaats, en
+toen een prozaïsche etensbel hen waarschuwde, dat er een eind komt
+aan alle dingen, had Amy een gevoel alsof zij haar zwaren last van
+eenzaamheid en droefheid in den ouden tuin achterliet.
+
+Zoodra mevrouw Carrol het opgeklaarde gezichtje zag, viel haar een
+nieuw denkbeeld in, en zei zij tot zich zelf: "Nu begrijp ik alles;
+het kind treurde om den jongen Laurence. Wel, wel, dat is nog nooit
+in mij opgekomen!"
+
+De goede mevrouw hield met lofwaardige bescheidenheid al deze dingen
+voor zich, gaf door geen enkel teeken te kennen, dat zij iets merkte,
+maar drong er hartelijk bij Laurie op aan, dat hij zou blijven,
+en ried Amy toch maar veel van zijn bijzijn te genieten, daar dat
+haar meer goed zou doen dan die eenzame wandelingen. Amy was een
+toonbeeld van gehoorzaamheid, en daar haar tante nog al eens met
+Flo uit moest, liet ze het aan Amy over haar vriend bezig te houden,
+wat haar buitengewoon goed gelukte.
+
+Te Nice had Laurie zijn tijd verbeuzeld, en Amy moeten knorren;
+te Vevey was Laurie nooit lui, maar altijd druk bezig met wandelen,
+rijden, roeien of studeeren, terwijl Amy, al wat hij deed, bewonderde
+en zijn voorbeeld volgde, voor zoover dat kon. Hij zei, dat die
+verandering toe te schrijven was aan het klimaat, en zij sprak hem niet
+tegen, blij hetzelfde excuus te hebben voor haar eigen opgewektheid
+en herstelde gezondheid.
+
+De versterkende lucht deed beiden goed, en veel beweging bracht
+gunstige verandering aan, zoowel lichamelijk als geestelijk. Het was
+alsof zij op de eeuwenoude bergen een duidelijker inzicht kregen in het
+leven en zijn plichten; de frissche wind verdreef droeve twijfelingen,
+bedriegelijke inbeeldingen en sombere hersenschimmen. De warme lentezon
+riep alle mogelijke hoogerstrevende begeerten, teedere verlangens en
+gelukkige gedachten wakker,--het meer scheen de zorgen van het verleden
+weg te spoelen, en het was alsof de trotsche oude bergen vriendelijk
+op hen neerkeken en hun toefluisterden: "Kinderen, hebt elkander lief."
+
+In weerwil van het pas geleden verlies, waren het recht gelukkige
+dagen,--zoo gelukkig dat Laurie het niet van zich kon verkrijgen ze
+door een enkel woord te verstoren. Het duurde een poosje, eer hij van
+zijn verbazing bekwam over het spoedig genezen van zijn eerste, en
+naar hij stellig geloofd had, laatste en eenige liefde. Hij troostte
+zich over die schijnbare ontrouw, door de gedachte, dat Jo's zuster
+bijna op hetzelfde neerkwam als Jo-zelf, en de overtuiging, dat het
+onmogelijk zou geweest zijn iemand anders dan Amy zoo kort daarna en
+zoo innig lief te krijgen. Zijn eerste liefde was van stormachtigen
+aard geweest; hij zag er op terug, en met een gemengd gevoel van
+medelijden en spijt alsof zij reeds jaren lang achter hem lag. Hij
+schaamde er zich niet over, maar begroef haar als een der bitter-zoete
+ondervindingen zijns levens, waarvoor hij dankbaar kon zijn, nu de
+smart gelenigd was. In zijn tweede liefdesgeschiedenis zou hij zich
+zoo kalm en eenvoudig mogelijk gedragen, besloot hij; het was niet
+noodig er veel beweging van te maken, bijna overbodig Amy met ronde
+woorden te zeggen, dat hij haar liefhad; zij wist het toch wel, en
+had hem reeds lang haar antwoord gegeven. Alles ging zoo natuurlijk en
+als vanzelf, dat niemand zich kon beklagen, en hij wist dat iedereen
+er mee ingenomen zou zijn,--zelfs Jo. Maar als onze eerste liefde
+onbeantwoord is gebleven, zijn wij zoo licht geneigd voorzichtig en
+langzaam te werk te gaan, bij het wagen van een tweede poging; daarom
+liet Laurie de dagen voorbijglijden, genietende van ieder uur, en het
+aan 't toeval overlatende het woord uit te spreken, dat een eind zou
+maken aan het eerste en liefelijkste gedeelte van zijn nieuwen roman.
+
+Eigenlijk had hij zich voorgesteld, dat de ontknooping plaats zou
+vinden in den ouden tuin, bij maanlicht en op de meest poëtische en
+teedere manier, maar het viel heel anders uit,--want de zaak werd op
+het meer beslist, op klaarlichten dag, met enkele korte woorden. Zij
+hadden den ganschen morgen gedobberd op het water, van het sombere
+St. Gingolf naar het zonnige Montreux, de Savooische Alpen aan de
+eene, de St. Bernard en de Dent du Midi aan de andere zijde, het
+liefelijk Vevey in de vallei, en Lausanne in de verte heuvelopwaarts,
+met een wolkeloozen hemel boven hun hoofd, en het blauwe meer onder hun
+voeten, bezaaid met de schilderachtige bootjes, die zooveel gelijken
+op witgevleugelde zeemeeuwen.
+
+Zij hadden gesproken over Bonnivard, toen zij langs Chillon voeren,
+en over Rousseau, toen zij hun blik lieten gaan over Clarens, waar
+hij zijn Heloïse schreef. Geen van beiden had het verhaal gelezen,
+maar zij wisten, dat het een liefdesgeschiedenis was, en in stilte
+vroegen zij zich af, of die wel half zoo belangwekkend zou wezen
+als de hunne. Amy had, gedurende een kleine pauze in het gesprek,
+het water tegen haar hand laten kabbelen, en toen zij opkeek, zat
+Laurie op zijn riemen te leunen met een uitdrukking in zijn oogen,
+die haar haastig deed zeggen: (alleen om het stilzwijgen af te breken)
+"Je zult wel moe zijn; rust een poosje en laat ik eens roeien; het
+zal mij goed doen, want sedert jij gekomen bent, ben ik veel te lui
+en te gemakzuchtig geworden."
+
+"Ik ben niet moe, maar je kunt als je wilt, wel een riem krijgen. Er is
+plaats genoeg, hoewel ik wel bijna in het midden mag zitten, om de boot
+in evenwicht te houden," antwoordde Laurie, alsof hij die schikking
+wel aardig vond. Amy nam, ofschoon zij begreep, dat de zaak er niet
+beter op geworden was, het aangeboden derde gedeelte der bank in,
+zette haar hoed wat in haar gezicht, en pakte een riem. Zij roeide
+goed, zooals zij trouwens de meeste dingen goed deed, en hoewel zij
+beide handen gebruikte en Laurie slechts één, hielden de riemen maat,
+en gleed de boot zachtkens over het water.
+
+"Wat roeien wij samen gelijk, vind je niet," vroeg Amy, die op dat
+oogenblik liever geen nieuwe pauze zag intreden.
+
+"Zoo gelijk, dat ik wou, dat wij altijd in hetzelfde schuitje konden
+varen. Wil je, Amy?" vroeg hij op teederen toon.
+
+"Ja, Laurie!"--heel zachtjes.
+
+Toen lieten beiden de riemen rusten en voegden zonder het zelf te
+weten, een allerliefst tableau van menschelijke liefde en geluk, bij de
+weerspiegelingen van het schoone natuurtafereel in het heldere water.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XIX.
+
+ALLEEN.
+
+
+Het was gemakkelijk de belofte af te leggen, zichzelf te
+verloochenen, toen de gansche ziel vervuld was van een ander,
+en hart en gemoed geheiligd werden door een liefelijk voorbeeld;
+maar toen de moed-in-sprekende stem zweeg, de dagelijksche lessen
+opgehouden hadden, de beminde zieke was heengegaan, en er niets scheen
+overgebleven dan droefheid en eenzaamheid, vond Jo het heel moeilijk
+haar belofte te houden.
+
+Hoe kon zij "Vader en Moeder vertroosten," terwijl haar eigen hart pijn
+deed van het onophoudelijk verlangen naar haar zuster; hoe kon zij "het
+huis gezellig maken," nu alle licht en warmte en aantrekkelijkheid er
+uit geweken waren, nu Betsy haar oude thuis verwisseld had voor een
+nieuw; en waar ter wereld kon zij "eenig nuttig en aangenaam werk
+vinden," dat de plaats kon innemen van de liefdediensten, die hun
+eigen belooning met zich hadden gebracht? Zij trachtte haar plicht
+te doen, maar 't ging op een troostelooze wijze, in 't blinde weg en
+kwam er in stilte gedurig tegen in opstand, want het scheen haar zoo
+onrechtvaardig toe, dat het weinige genot, dat zij had, nog verminderd,
+haar lasten vermeerderd, en haar leven al moeilijker en moeilijker
+moest worden. Sommige menschen kregen niets dan zonneschijn, anderen
+daarentegen niets dan schaduw; het was niet billijk, want zij streefde,
+meer dan Amy misschien, naar volmaking, maar kreeg nooit een belooning,
+niets dan teleurstelling, leed en hard werk.
+
+Arme Jo, het waren donkere dagen voor haar, want een gevoel van
+wanhoop maakte zich van haar meester, als zij zich voorstelde, hoe
+zij haar leven zou moeten slijten in dat stille huis, opgaande in
+nietige zorgen, van tijd tot tijd een paar armzalige genoegens, en
+een plicht vóór zich, die nooit lichter scheen te zullen worden. "Ik
+kàn het niet, ik ben niet gemaakt voor zoo'n leven, en ik weet dat
+ik mij nog eens op een goeien dag van alles losruk en iets wanhopigs
+doe, als de een of ander mij niet komt helpen," zei zij tot zichzelf,
+toen haar eerste pogingen mislukten en zij in den somberen, ellendigen
+geestestoestand verviel, die zoo dikwijls intreedt, wanneer een sterke
+wil zich in het onvermijdelijke moet schikken.
+
+Maar er kwamen wel "iemanden" om haar te helpen, hoewel Jo niet
+dadelijk oog had voor haar goede engelen, omdat zij haar in zoo
+welbekenden vorm verschenen, en die eenvoudige middelen gebruikten,
+die het best geschikt zijn voor ons, arme menschenkinderen. Meermalen
+schrikte zij 's nachts op, meenende, dat Betsy haar riep, en als het
+zien van het ledige bed haar met niet te bedwingen droefheid deed
+uitroepen: "O, Bets! kom terug! kóm terug!" dan strekte zij haar
+smeekende armen niet te vergeefs uit; want evenmin als de geringste
+beweging van haar zusje ooit aan haar oor ontsnapt was, ontging
+een harer droeve klachten aan de moeder, die gereed stond hulp en
+troost te brengen, niet alleen met woorden, maar ook met de geduldige
+teederheid, die verzachting aanbrengt door een handdruk; met tranen,
+die de stomme getuigen waren van nóg dieper smart dan die van Jo, en
+met fluisterende woordjes, die meer zeiden dan gebeden, omdat hoopvolle
+onderwerping gepaard ging met natuurlijke droefheid. Onvergetelijke
+oogenblikken! wanneer zij in de stilte van den nacht van hart tot hart
+spraken en de droefheid tot een zegen werd, die hun smart heiligde en
+hun liefde versterkte. Toen Jo dit begon te gevoelen, scheen de last
+lichter te worden, de voorgeschreven plicht makkelijker te vervullen,
+en het leven leek minder zwaar te dragen, nu zij het beschouwde van
+uit de veilige schuilplaats in haar moeders armen.
+
+Toen het gewonde hart eenige vertroosting had gevonden, daagde er ook
+hulp op voor den afgetobden geest; want op zekeren dag ging zij naar de
+studeerkamer, sloeg haar arm om het dierbare grijze hoofd, opgeheven om
+haar met een zachten glimlach te verwelkomen en verzocht ze nederig:
+"Vader, spreek met mij, zooals u gewoon was met Bets te spreken. Ik
+heb er meer behoefte aan dan zij, want ik ben niet half zoo goed!"
+
+"Lieve kind, niets kan mij meer goed doen, dan dit," antwoordde
+hij met bevende stem, en sloeg zijn armen om haar heen, alsof hij
+ook hulp behoefde en niet aarzelde er om te vragen. Toen zette Jo
+zich op Betsy's kleine stoeltje dicht bij hem, en vertelde hem al
+haar bezwaren; hoe zij in opstand was geweest tegen God, hoe zij
+vruchteloos gestreden had en daardoor ontmoedigd was geworden, hoe
+klein haar geloof was, en hoe donker het leven haar dus toescheen, en
+hoe zij geheel en al in de war en bitter wanhopig gestemd raakte. Zij
+schonk hem haar heele vertrouwen, en hij schonk haar de hulp, die zij
+noodig had, en beiden vonden troost in die uitstorting des harten;
+want de tijd was gekomen, dat zij niet alleen samen spraken als
+vader en dochter, maar als vrienden, in staat elkander te helpen
+met wederkeerige sympathie en liefde. Dat waren gelukkige, ernstige
+uren in de oude studeerkamer, door Jo "de kerk voor één gemeentelid"
+genoemd: zij was daarna dan ook met nieuwen moed vervuld, opgeruimder
+van geest, en meer onderworpen van gemoed, want de ouders die een
+hunner kinderen geleerd hadden den dood zonder vrees tegemoet te
+gaan, deden nu al wat zij konden, om een tweede te leeren het leven
+te aanvaarden, zonder mismoedigheid of wantrouwen; met dankbaarheid
+te letten op de lichtzijden, en geen gelegenheid om nuttig te zijn,
+ongebruikt te laten voorbijgaan.
+
+Er waren nog meer dingen, die Jo hielpen: nederige maar heilzame
+plichten, die er het hunne toe bijbrachten om haar op te wekken,
+en die zij langzamerhand leerde zien en waardeeren. Stoffer en
+theedoek konden haar nooit meer afkeer inboezemen zooals vroeger,
+want Bets had beide gehanteerd, en iets van haar huishoudelijken geest
+scheen het kleine stoffer- en blikje, dat nooit werd weggeworpen,
+te omzweven. Als zij ze gebruikte, betrapte Jo er zich op, dat zij
+soms de liedjes neuriede, die Bets placht te neuriën, en onwillekeurig
+volgde zij Betsy's ordelijke gewoonten na, en liet ze haar oog gaan
+over al die kleinigheden, waardoor de kamers er netjes en frisch bleven
+uitzien, hetgeen een eerste stap was om het in huis wat vriendelijk en
+gezellig te maken. Ze besefte dit zelve niet, totdat Hanna haar hand
+eens een hartelijk drukje gaf en zei: "Goed, zorgzaam schepsel! je
+doet je best, dat we het lieve kind tenminste niet hoeven te missen,
+wat dat betreft. We zeggen er wel niks van, maar daarom zien we het
+toch wel, en onze lieve Heer zal je er voor zegenen; je zult zien,
+dat Hij het doet."
+
+Als zij zoo rustig samen zaten te naaien, merkte Jo telkens op, hoe
+haar zuster Meta zich ontwikkeld had; hoe degelijk zij kon praten,
+hoe goed zij thuis was in allerlei dingen, hoe echt vrouwelijk in
+gedachten en woorden, hoe gelukkig in man en kinderen, en hoeveel
+zij allen voor elkander waren.
+
+"Het huwelijk is, wel beschouwd, toch een voorbeeldig ding. Ik zou
+wel eens willen weten, of ik half zoo zou ontluiken, als jij gedaan
+hebt, wanneer ik het eens probeerde; natuurlijk als de gelegenheid
+zich aanbood," zei Jo, die een vlieger voor Demi zat te maken in de
+woelige kinderkamer.
+
+"Dat is juist, wat je noodig zou hebben om den zachten vrouwelijken
+kant van je karakter te voorschijn te roepen, Jo. Jij hebt veel van
+een kastanje, stekelig van buiten, maar van binnen zoo zacht als zij,
+en met een zoete kern, als iemand die maar bereiken kon. Liefde zal
+je eenmaal wel leeren, je hart te toonen, en dan zal de ruwe borstel
+er wel afvallen."
+
+"De vorst doet den bolster van de kastanjes barsten, mevrouw Brooke,
+en er moet heel wat geschud worden, eer ze afvallen. Jongens gaan
+uit kastanjeplukken, en ik ben er niets op gesteld door hen in een
+zak gestopt te worden," antwoordde Jo, met ijver voortplakkend aan
+den vlieger, die door geen wind ter wereld kon opgejaagd worden,
+want Daisy had er zichzelve bij wijze van staart aan vastgemaakt.
+
+Meta lachte, blij Jo's vroegere opgeruimdheid weer te zien herleven,
+maar zij achtte het haar plicht, haar meening alle mogelijke kracht
+bij te zetten; en de zusterlijke gesprekken bleven niet zonder vrucht,
+vooral daar twee van Meta's meest afdoende argumenten de kinderen
+waren, die Jo teeder liefhad. Sommige harten worden het best door
+droefheid ontsloten, en dat van Jo was bijna goed "voor den zak";
+nog een beetje zonneschijn om de kastanje volkomen te rijpen en
+dan zou niet een _jongen_ haar door ongeduldig schudden veroveren,
+maar een ernstig man de hand uitstrekken om haar zacht te ontdoen
+van den bolster, en den gaven, zoeten kern te bereiken. Had zij dit
+kunnen vermoeden, dan zou zij zich zeker teruggetrokken hebben en
+stekelachtiger dan ooit zijn geweest; gelukkig dacht zij niet veel
+over zichzelf, en viel ze, toen de tijd daar was, naar beneden.
+
+Was zij de heldin van een zedekundigen roman geweest, dan zou zij in
+deze periode van haar leven misschien streng vroom zijn geworden, de
+wereld verzaakt hebben, en goeddoende de huizen langs zijn gegaan,
+met een eenvoudig hoedje op en haar zak vol tractaatjes. Maar Jo
+was geen heldin; zij was niets meer dan een gewoon meisje, dat met
+allerlei moeilijkheden te worstelen had, zooals honderd anderen, en
+zich, volgens haar natuur, afwisselend droevig, knorrig, lusteloos
+of vol energie toonde, al naar dat haar stemming meebracht. Jo was
+zoover gekomen, dat zij haar plichten leerde vervullen, en zich
+onbevredigd voelde, als zij dit niet deed, maar ze _met blijdschap_
+te vervullen--zie, dat was een tweede! Dikwijls had ze gezegd,
+dat zij "iets grootsch" wenschte te doen, het kwam er niet op aan,
+hoe moeilijk het ook was; en nu had zij haar wensch bereikt,--want
+wat was heerlijker dan haar leven te wijden aan Vader en Moeder,
+en het thuis zoo gelukkig voor hen te maken, als zij het vroeger
+voor háár gemaakt hadden? En zoo er bezwaren en moeilijkheden noodig
+waren om de waarde van dat streven te verhoogen, wat was zwaarder
+voor een rusteloos, eerzuchtig meisje, dan om eigen luchtkasteelen,
+plannen en wenschen op te geven, en blijmoedig voor anderen te leven?
+
+De Voorzienigheid had haar aan haar woord gehouden; hier was de
+taak,--niet zooals ze die verwacht had, maar een betere, omdat het
+eigen ik er geen rol in speelde en--kon zij haar nu vervullen? Zij
+besloot het te beproeven; en bij haar eerste pogen vond zij al hulp,
+bij die haar liefhadden. Nog een andere werd haar toegezonden, en zij
+nam die aan,--niet als een belooning, maar als een vertroosting, zooals
+Christiaan met dankbaarheid genoot van de verfrissching, die het kleine
+boschje hem bood, toen hij den heuvel "Moeilijkheid" beklom [11].
+
+"Waarom schrijf je niet eens weer wat? dat deed je toch altijd zoo
+graag," zei haar moeder eens, toen Jo opnieuw een vlaag van groote
+moedeloosheid doorworstelde.
+
+"Ik heb geen lust om te schrijven, en al had ik dat, niemand geeft
+toch iets om mijn verhalen."
+
+"Wij toch wel! Toe, schrijf eens iets voor ons, en bekommer je niet
+om het verdere publiek. Probeer het eens, mijn kind, ik geloof zeker,
+dat het je goed zou doen, en _ons_ veel genoegen zou geven."
+
+"Ik geloof niet, dat het zal lukken." Maar Jo haalde toch haar
+lessenaar voor den dag, om haar half voltooide manuscripten nog eens
+door te zien.
+
+Een uur later keek haar moeder om het hoekje van de deur, en daar
+zat zij te schrijven, met haar zwarten boezelaar voor, en zoo geheel
+en al in haar bezigheid verdiept, dat mevrouw March glimlachte en
+stilletjes verdween, voldaan over de uitwerking van haar raad. Jo
+wist zelve niet, hoe het kwam, maar er was iets in het verhaal, dat
+aanstonds den weg vond tot het hart van hen, die het lazen; en toen
+de familie er over gelachen en geschreid had, zond haar vader het,
+zeer tegen haar zin, naar een der meest populaire tijdschriften. Tot
+haar groote verbazing werd het niet alleen betaald, maar er werd nog
+meer van haar hand verlangd. Brieven van verscheiden personen, wier
+lof eer was, volgden weldra; nieuwsbladen namen het verhaal over, en
+onbekenden zoowel als vrienden bewonderden het. Het maakte bizonder
+veel opgang voor zoo'n klein dingetje, en Jo was daar veel verbaasder
+over, dan toen haar roman tegelijkertijd geprezen en veroordeeld werd.
+
+"Ik begrijp het niet; wat steekt er toch in dat eenvoudige
+geschiedenisje, dat het door de menschen zoo geroemd wordt?" vroeg
+zij met de grootste verwondering.
+
+"Het bevat waarheid, Jo, dát is het geheim; humor en zuiver gevoel
+maken het boeiend, en je hebt eindelijk je genre gevonden, mijn kind;
+je hebt eerst het bittere gehad, nu volgt het zoete; doe je best,
+en wees even gelukkig over je succes als wij."
+
+"Als er iets goeds en waars is in hetgeen ik schrijf, dan heb ik dat
+niet uit mijzelf; ik heb het allemaal te danken aan u, en Moeder en
+Bets," zei Jo, dieper geroerd door haars vaders woorden, dan door
+eenigen lof van de buitenwereld.
+
+Zoo schreef Jo, geleerd door liefde en droefheid, haar kleine verhalen,
+en zond ze de wereld in, hopende er vrienden mee te maken voor hen en
+voor zich zelve. Zij ondervond, dat die bescheiden zwervelingen al heel
+vriendelijk ontvangen werden; zij werden hartelijk welkom geheeten,
+en zonden als rechtgeaarde, door de fortuin begunstigde kinderen,
+menig blijk daarvan aan hun moeder thuis.
+
+Toen Amy en Laurie hun engagement berichtten, vreesde mevrouw March,
+dat Jo het moeilijk zou vinden er zich in te verblijden, maar haar
+vrees werd spoedig weggenomen, want hoewel Jo eerst heel ernstig
+keek, nam zij het heel kalm op, en was reeds vol hoop en plannen
+voor "de kinderen", nog eer zij den brief tweemaal gelezen had. Het
+was een soort van geschreven duet, waarin ze elkaar om 't hardst
+verheerlijkten; grappig om te lezen en aangenaam om te overdenken,
+want niemand had iets tegen dit verbond.
+
+"U vindt het zeker wel plezierig, hè, Moeder?" vroeg Jo, de
+fijnbeschreven bladzijden neerleggend, terwijl zij haar moeder aankeek.
+
+"Ja, ik hoopte, dat het zoo zijn zou, van het oogenblik af, waarop
+Amy schreef dat zij Fred bedankt had. Ik was er toen zeker van, dat
+iets beters, dan wat jij 'de koopmansgeest' noemt, in haar hart was
+gekomen, en een uiting hier en daar in haar brieven deed mij vermoeden,
+dat liefde en Laurie den palm zouden wegdragen."
+
+"Wat ziet u toch scherp, Moeder, en wat kunt u toch goed zwijgen;
+u hebt er nooit een enkel woord van tegen mij gezegd."
+
+"Moeders hebben scherpe oogen en een bescheiden tong noodig, als zij
+dochters hebben op te voeden. Ik was half bevreesd je die gedachte
+in het hoofd te brengen, want je mocht hen eens zijn gaan schrijven,
+om hen geluk te wenschen, voordat de zaak nog goed en wel in orde was."
+
+"Ik ben niet meer de flap-uit, die ik was; u kunt mij vertrouwen, ik
+ben nu wel ernstig en verstandig genoeg om iemands confidente te zijn."
+
+"Dat is waar, mijn kind, en ik zou je zeker tot de mijne gemaakt
+hebben, als ik niet ongerust was geweest, dat het je verdriet zou doen,
+te hooren, dat je 'Teddy' iemand anders had lief gekregen."
+
+"Maar Moeder, dacht u dan werkelijk, dat ik zoo dwaas en zelfzuchtig
+zou zijn, nadat ik zijn liefde had afgeslagen, toen die pas ontwaakt,
+en misschien het zuiverst was?"
+
+"Ik wist, dat je het toen volkomen meende, Jo, maar in den laatsten
+tijd dacht ik wel eens, dat je hem, als hij terug kwam en je nog
+eens vroeg, misschien een ander antwoord zou geven. Vergeef het mij,
+kindlief, ik moet wel zien, dat je je heel eenzaam voelt, en er is
+soms een verlangende blik in je oogen, die mij tot in de ziel treft;
+daarom dacht ik, dat Laurie de ledige plaats wellicht zou kunnen
+vervullen, als hij het nu nog eens beproefde."
+
+"Neen, Moeder, het is beter zoo, en ik ben blij, dat Amy hem heeft
+leeren liefhebben; maar u hebt in één opzicht gelijk, ik voel mij
+eenzaam, en zou misschien als Teddy het weer gevraagd had, 'ja'
+gezegd hebben, niet omdat ik hem meer liefheb, dan toen hij wegging,
+maar omdat ik er meer om geef bemind te worden, dan toen."
+
+"Dat verheugt me, Jo, want het bewijst, dat je vooruitgaat. Er zijn
+er genoeg om je lief te hebben; doe dus je best tevreden te zijn met
+Vader en Moeder, zusters en broers, vrienden en kindertjes, totdat
+er iemand komt, die je meer dan iemand ter wereld liefheeft en je je
+belooning zal geven."
+
+"Moeders hebben op de allerbeste manier lief, maar ik wil het mijn
+moedertje wel in 't oor fluisteren, dat ik ook graag andere soorten
+zou leeren kennen. Het is heel vreemd, maar hoe meer ik mij tevreden
+zoek te stellen met alle mogelijke genegenheden, des te meer behoeften
+schijn ik te krijgen. Ik had nooit gedacht, dat een hart zooveel
+kon bevatten--het mijne is zoo elastisch; het is nooit te vullen,
+geloof ik, en ik had vroeger toch volkomen genoeg aan mijn familie;
+ik begrijp het niet."
+
+"Ik wel," en mevrouw March glimlachte veelbeteekenend, terwijl Jo
+den brief doorbladerde om nog eens te lezen wat Amy van Laurie schreef.
+
+"Het is zoo'n heerlijk besef, dat iemand je liefheeft zooals Laurie;
+hij is niet sentimenteel, praat er niet veel over, maar ik zie en
+voel het in al wat hij zegt en doet, en het maakt mij zoo gelukkig,
+en zoo klein, dat ik hetzelfde meisje van vroeger niet meer schijn te
+wezen. Ik wist niet hoe goed en edelmoedig en teeder hij was, maar nu
+laat hij mij in zijn hart lezen, en zie ik, hoe vol het is van nobele
+opwellingen en hoop en plannen, en ik ben er toch zóó trotsch op,
+dat het mij toebehoort! Hij zegt, dat hij een gevoel heeft, alsof
+hij nu een voorspoedige levensreis zal maken, met mij aan boord
+als stuurman, en overvloed van liefde tot ballast. Ik bid er om,
+dat het zoo zijn mag, en doe mijn best, om alles te worden, wat hij
+denkt dat ik ben, want ik heb mijn 'kapitein' met hart en ziel lief,
+en zal hem nooit verlaten, zoolang God ons te zamen laat. O, Moeder,
+ik wist niet, dat de aarde den hemel zoo nabij kon zijn, als twee
+menschen elkander liefhebben en voor elkander leven!"
+
+"En dat is onze koele, terughoudende, wereldsche Amy! Werkelijk, de
+liefde doet wonderen. Wat innig gelukkig moeten die twee zijn!" en
+Jo vouwde den brief met zorg dicht, zooals men een mooien roman zou
+dichtslaan, die den lezer geboeid heeft tot aan het einde, en hem
+dan weer alleen laat in de nuchtere werkelijkheid.
+
+Na een oogenblik dwaalde Jo naar boven, want het regende en zij kon
+niet gaan wandelen. Een rustelooze geest bezielde haar, en het oude
+droevige gevoel maakte zich weer van haar meester; niet zoo bitter
+als vroeger, maar zij vroeg zich toch met pijnlijke verwondering af,
+waarom de eene zuster alles mocht hebben, wat zij maar begeerde, en
+de andere niets. Het was niet waar; dat wist zij wel, en zij trachtte
+de opwelling op zij te zetten, maar het natuurlijk verlangen naar
+liefde was sterk, en Amy's geluk wekte den vurigen wensch in haar op,
+ook iemand met hart en ziel te kunnen liefhebben en haar leven aan
+hem te mogen wijden, zoolang God hen te zamen wilde laten.
+
+Op den zolder, waar Jo's doelloos omdwalen tot een einde kwam,
+stonden vier kleine kisten op een rij, alle geteekend met den
+naam der eigenares en alle gevuld met reliquien uit de kinder- en
+meisjesjaren, nu voor allen voorbij. Jo deed ze open en keek er eens
+in, en toen zij aan de hare kwam, leunde zij met de kin op den rand
+en staarde afgetrokken op den verwarden rommel, totdat een stapeltje
+oude leesboeken haar oog trof. Zij haalde ze te voorschijn, keek ze
+door, en leefde dien prettigen winter bij de vriendelijke mevrouw
+Kirke nog eens over. Eerst glimlachte ze, daarna keek zij peinzend,
+en toen zij een klein briefje tegenkwam van de hand van den professor,
+begonnen haar lippen te beven, de boeken gleden van haar schoot, en
+zij staarde op de vriendelijke woorden, alsof zij een nieuwe beteekenis
+voor haar kregen, en een teer plekje in haar hart aanraakten.
+
+"Gij kunt mij verwachten, lieve vriendin, het kan misschien wel wat
+laat worden, maar ik zal zeker komen."
+
+"O, kwam hij maar, hij was altijd zoo vriendelijk, zoo goed, zoo
+geduldig met mij; mijn lieve oude Frits, ik heb hem niet half genoeg
+gewaardeerd toen ik hem had, maar wat zou ik hem nu niet graag eens
+willen zien, want iedereen schijnt van mij weg te gaan en ik blijf
+heel alleen."
+
+Zij hield het papiertje vast, alsof het een belofte was, die
+nog vervuld moest worden, leunde met het hoofd op een groote
+prullemand en schreide, alsof zij den regen daarbuiten gezelschap
+wilde houden. Was het alleen uit medelijden met zichzelf, uit
+verlatenheid, of neerslachtigheid? of was 't het ontwaken van een
+gevoel, dat zijn tijd had afgewacht, met evenveel geduld als hij,
+die het inboezemde? Wie zal het zeggen?
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XX.
+
+VERRASSINGEN.
+
+
+Alleen in den schemer op de oude sofa, lag Jo naar het vuur te staren
+en te peinzen. Dat was haar geliefkoosde manier om het schemeruurtje
+door te brengen; niemand stoorde haar, en zij lag daar gewoonlijk,
+op Betsy's klein rood kussen, verhalen te phantaseeren, droomen te
+droomen, of met teedere liefde te denken aan de zuster, die haar nooit
+veraf scheen. Zij zag er vermoeid, ernstig en min of meer droevig uit,
+want morgen was zij jarig, en zij dacht er over hoe oud zij al werd,
+en hoe weinig zij nog gedaan had. Bijna vijf en twintig, en niets
+uitgevoerd, dat de moeite waard was!--Daar vergiste Jo zich in;
+ze had heel wat gedaan, en na een poosje erkende ze dat ook zelf,
+en was er dankbaar voor.
+
+"Een oude vrijster worden, dat zal mijn lot zijn. Een litteraire oude
+vrijster, met een pen tot echtgenoot, een hoop verhalen tot kinderen,
+en over twintig jaar een armzalig beetje roem en fortuin misschien;
+maar dan ben ik, evenals de arme Johnson, [12] natuurlijk te oud om
+er van te genieten, en heb ze dus niet meer noodig. Hoe het zij,
+ik behoef geen zure heilige of zelfzuchtige zondares te wezen; en
+ik geloof eigenlijk wel, dat oude vrijsters zich heel behagelijk
+voelen, als ze maar eerst aan den toestand gewend zijn; maar--"
+en hier zuchtte Jo, alsof het vooruitzicht toch niet uitlokkend was.
+
+Onder haar overpeinzingen scheen Jo in slaap gevallen te zijn, want
+eensklaps stond Laurie's geest voor haar. 't Was of een lichamelijk
+levende geest zich over haar heenboog, met denzelfden blik, die in
+zijn oogen placht te komen, als hij iets diep gevoelde en het liever
+niet wou toonen.
+
+Een oogenblik lag ze hem verschrikt aan te staren, zonder een enkel
+woord te zeggen, totdat hij bukte en haar een kus gaf. Toen kende
+zij hem, en vloog op met den blijden uitroep:
+
+"O, Teddy! O, mijn Teddy!"
+
+"Ben je dus blij mij weer te zien, Jo?"
+
+"Blij! mijn beste jongen, woorden kunnen mijn blijdschap niet
+uitdrukken. Waar is Amy?"
+
+"Je moeder heeft zich van haar meester gemaakt; zij zijn bij Meta. Wij
+gingen daar in het voorbijgaan even aan, en ik kon mijn vrouw niet
+uit hun handen krijgen."
+
+"Je wat?" riep Jo--want Laurie zei deze twee woorden met een onbewusten
+trots en zelfvoldoening, die hem verrieden.
+
+"Drommels! daar heb ik het nu toch verklapt!" en hij keek meer dan
+schuldig, terwijl Jo hem het mes op de keel zette.
+
+"Ben je heusch getrouwd?"
+
+"Ja, om u te dienen, maar ik zal het nooit weer doen," en hij viel
+voor haar op de knieën, de handen smeekend samengevouwen, en zijn
+gezicht een en al schalkschheid, vroolijkheid en triomf.
+
+"Wezenlijk getrouwd?"
+
+"_Wezenlijk!_"
+
+"Groote goedheid! wat voor verschrikkelijke dingen zul je nu verder
+uitrichten?" en Jo viel hijgend op haar plaats neer.
+
+"Een karakteristieke, maar niet complimenteuse gelukwensch", merkte
+Laurie op, nog steeds in zijn nederige houding, maar stralende van
+voldoening, en uiterst voldaan.
+
+"Wat kun je anders verwachten, als je iemand buiten adem brengt,
+door als een dief in huis te sluipen, en op die manier een schrik
+aan te jagen! Sta op, dwaze jongen, en vertel mij er alles van."
+
+"Geen woord, tenzij je mij weer op mijn oude plaats laat zitten,
+en me belooft, dat je geen barricade zult opwerpen."
+
+Jo begon te lachen, zooals zij in lang niet gelachen had, klopte
+uitlokkend op de sofa, en zei op hartelijken toon: "Het oude kussen
+ligt op zolder, wij hebben het nu niet meer noodig; kom dus maar gauw
+alles opbiechten, Teddy!"
+
+"Wat klinkt dat genoegelijk, je weer 'Teddy' te hooren zeggen; niemand
+dan jij noemt mij ooit zoo," en Laurie ging met een zeer vergenoegd
+gezicht zitten.
+
+"Hoe noemt Amy je?"
+
+"Mylord."
+
+"Net iets voor haar!--nu, je ziet er kranig genoeg vooruit," en Jo's
+oogen zeiden duidelijk, dat zij "haar jongen" knapper vond dan ooit.
+
+Het kussen was er niet meer, maar toch was er een barricade,
+een natuurlijke--opgeworpen door tijd, afwezigheid en veranderde
+gemoedsgesteldheid. Beiden gevoelden dit, en zagen elkander een
+oogenblikje aan, alsof die onzichtbare scheidsmuur een kleine schaduw
+tusschen hen deed vallen. Dat duurde echter maar een poosje, want
+Laurie vroeg, met een vergeefsche poging om een waardig gezicht te
+zetten: "Zie ik er niet uit als een getrouwd man, als het hoofd van
+een huisgezin?"
+
+"Geen zier, en dat zul je ook nooit. Je bent wat dikker en steviger
+geworden, maar anders nog dezelfde kwajongen als altijd."
+
+"Hoor eens, Jo, je moest mij met wat meer eerbied behandelen," begon
+Laurie, die erg van de ontvangst genoot.
+
+"Hoe is dat mogelijk, als het denkbeeld alleen, dat jij getrouwd en
+gevestigd bent, zoo onweerstaanbaar grappig is, dat ik niet ernstig kan
+blijven," antwoordde Jo, een en al glimlach, hetgeen zoo aanstekelijk
+bleek, dat zij samen in lachen uitbarstten, en toen rustig gingen
+zitten, om een vertrouwelijk praatje te houden op de oude manier.
+
+"Het zou je niets baten, of je al in de kou uitging om Amy te halen,
+want ze komen straks allemaal hier; ik kon niet langer wachten; ik
+wou je zoo graag het groote nieuws vertellen, en het bovenste laagje
+hebben, zooals wij zeiden, als wij over den room kibbelden."
+
+"Natuurlijk wou je dat, en bedierf je alles door met het slot te
+beginnen. Begin nu eens van voren af aan, en vertel mij _precies_
+hoe alles in zijn werk is gegaan. Ik brand van nieuwsgierigheid."
+
+"Nu dan: ik deed het eenvoudig om Amy plezier te doen," begon Laurie
+met een knipoogje, dat Jo deed uitroepen:
+
+"Leugen nommero een; Amy deed het om jou plezier te doen. Ga voort,
+maar spreek de waarheid, als ge kunt, mijnheer."
+
+"Nu begint zij mij al dadelijk de les te lezen; is 't niet
+allergenoeglijkst dat weer eens te hooren?" vroeg Laurie aan het
+vuur, en de vlammen flikkerden helder op, alsof ze 't er volkomen
+mee eens waren. "Het komt immers toch alles op hetzelfde neer,
+is 't niet? nu zij en ik toch één zijn. Wij waren van plan met de
+Carrols thuis te komen, dat was een maand of wat langer geleden,
+maar zij veranderden in eens van gedachten, en besloten nog een
+winter te Parijs te blijven. Maar Grootvader verlangde naar huis;
+hij was op reis gegaan voor mijn plezier, dus kon ik hem niet alleen
+laten terugtrekken, maar ik kon toch ook niet van Amy scheiden,
+en mevrouw Carrol had malle Engelsche ideeën opgedaan over gepast
+geleide en zulke gekheid meer, en wou Amy niet toestaan met ons mee
+te gaan. Daarom maakte ik een eind aan de moeilijkheid door te zeggen:
+'Laten wij trouwen, dan kunnen wij doen, wat wij willen.'"
+
+"Natuurlijk stelde jij dat voor! Jij richt altijd de dingen in naar
+je eigen plezier."
+
+"Niet _altijd_!" en iets in Laurie's stem deed Jo haastig vervolgen:
+"Hoe heb jullie Tante's toestemming gekregen?"
+
+"Dat was wel lastig, maar we wisten haar toch om te praten, want we
+hadden een massa goede argumenten aan onzen kant. Er was geen tijd
+meer om te schrijven en toestemming te vragen, maar jullie zoudt het
+toch allemaal _later_ goed hebben gevonden, en dus: 'we moesten de
+koe maar bij de horens pakken,' zooals mijn vrouw zegt."
+
+"Wat zijn we trotsch op die twee woorden, en wat vinden wij het
+prettig om ze te zeggen!" viel Jo hierop in, het vuur op haar beurt
+toesprekende en met genot den gelukkigen glans waarnemende die het
+scheen te wekken in de oogen, die zoo droevig en somber hadden gestaan,
+toen zij ze de laatste maal zag.
+
+"Wel een beetje! Ze is ook zoo'n mooi en lief vrouwtje, dat ik niet
+laten kan trotsch op haar te zijn. Nu maar--Oom en Tante waren er voor
+het decorum. We gingen zoo in elkander op, dat wij voor anderen niets
+waard waren, en deze plezierige schikking zou alles voor iedereen
+'t gemakkelijkst maken; dus besloten wij er dan ook maar toe."
+
+"Wanneer, waar, hoe?" vroeg Jo, een en al belangstelling, en brandend
+van nieuwsgierigheid, want zij kon het zich nog maar niet begrijpen.
+
+"Zes weken geleden, in het hôtel van den Amerikaanschen consul te
+Parijs--een heel rustige trouwerij natuurlijk; want zelfs in ons
+geluk vergaten wij onze lieve Betsy niet."
+
+Jo legde haar hand in de zijne, toen hij dat zei, en Laurie streek
+zachtjes over het kleine roode kussen, dat hij zich zoo goed
+herinnerde.
+
+"Waarom liet jullie 't ons daarna niet weten?" vroeg Jo op bedaarder
+toon, toen zij een poos heel stil hadden gezeten.
+
+"Wij wilden jullie verrassen; wij dachten eerst, dat wij dadelijk
+naar huis zouden gaan, maar mijn beste grootvader zag, zoodra we
+getrouwd waren, plotseling in, dat hij nog wel een maand noodig had,
+eer hij klaar kon komen, en zond ons weg om onze wittebroodsweken
+door te brengen, waar wij verkozen. Amy had vroeger eens gezegd,
+dat Valrosa daar zoo uitstekend voor geschikt was, dus gingen wij
+daarheen en waren er zoo gelukkig, als menschen maar eenmaal in hun
+leven zijn kunnen. Dat was daar met recht rozengeur en maneschijn!"
+
+Laurie scheen Jo voor een oogenblik te vergeten, en Jo verheugde
+zich er over; want het feit, dat hij haar al deze dingen zoo vrij en
+natuurlijk vertelde, bewees haar dat hij volkomen vergeven en vergeten
+had. Zij zocht haar hand weg te trekken; maar alsof Laurie raadde
+welke gedachte haar aanspoorde tot die half onwillekeurige beweging,
+hield hij ze vast, en zei met een manlijken ernst, dien zij nog nooit
+in hem had opgemerkt: "Jolief, ik wou je graag één ding zeggen, en dan
+zullen wij die zaak voor goed laten rusten. Zooals ik al in mijn brief
+schreef, toen ik vertelde, hoe lief Amy voor me geweest was, ik zal
+nooit ophouden jou ook lief te hebben; maar de liefde is veranderd,
+en ik heb leeren inzien, dat het beter is, zooals het is. Amy en jij
+veranderen van plaats in mijn hart, dat is al. Ik geloof, dat het zoo
+beschikt was, en zou dat zeker ook wel van zelf hebben leeren inzien,
+als ik gewacht had volgens jouw raad; maar ik kon niet geduldig zijn
+en werd dus wanhopig. Ik was toen een jongen, koppig en heftig, en ik
+had een harde les noodig om mijn vergissing te leeren inzien. Want het
+wás een vergissing, Jo, zooals jij ook zei, en ik merkte het, nadat
+ik mij als een gek had aangesteld. Ik raakte daarna zoo in de war,
+dat ik zelf niet wist, wie ik het meest liefhad--jou of Amy, en mijn
+best deed beiden even lief te hebben, maar dat kon ik niet, en toen
+ik haar in Zwitserland terug zag, scheen alles op eens tot klaarheid
+te komen. Je nam beiden je rechte plaats in, en ik wist zeker,
+dat de oude liefde afgedaan was, voordat de nieuwe begon te leven;
+dat ik mijn hart eerlijk kon deelen tusschen zuster Jo en vrouw Amy,
+en ze beiden hartelijk liefhebben. Wil je dat gelooven en terugkeeren
+naar den gelukkigen ouden tijd, toen wij elkander pas leerden kennen?"
+
+"Ik wil het van ganscher harte gelooven; maar Teddy, wij kunnen
+nooit weer jongen en meisje zijn--de gelukkige oude tijd kan nooit
+terugkomen, en wij moeten dat ook niet verwachten. Wij zijn nu
+volwassen man en volwassen vrouw, hebben ernstig werk te doen, want
+de speeltijd is over, en mogen niet langer gekheid maken. Ik geloof,
+dat jij dat ook wel voelt; ik zie de verandering in jou, en jij zult
+die in mij zien; ik zal 'mijn jongen' missen, maar ik zal den man
+even goed liefhebben en hem méér bewonderen, omdat hij zich voorneemt
+te zijn, wat ik hoopte, dat hij worden zou. We kunnen niet langer
+speelkameraden wezen, maar wij zullen broer en zuster zijn, om elkaar
+ons leven lang lief te hebben en te helpen; zullen we niet, Laurie?"
+
+Hij antwoordde niet, maar nam de hand, die zij hem aanbood, en legde er
+zijn gezicht voor een oogenblik op, gevoelende, dat uit het graf van
+een jongenshartstocht een schoone sterke vriendschap was verrezen,
+die hun beiden tot zegen zou zijn. Toen hernam Jo vroolijk, want
+zij wilde niet, dat zijn thuiskomst droevig zou worden: "Ik kan het
+mij nog maar niet begrijpen, dat jullie kinderen werkelijk getrouwd
+zijn en een huishouden gaan opzetten. Het lijkt mij net, of het pas
+gisteren was, dat ik Amy's boezelaar vastmaakte, en jou aan 't haar
+trok, als je mij plaagde. Och, och, wat vliegt de tijd toch om!"
+
+"Daar een van de 'kinderen' ouder is dan jijzelf, behoef je niet
+zoo grootmoederachtig te praten. Ik vlei mij, dat ik nu wel 'een
+opgeschoten meneer' ben, zooals Peggotty zei van David; [13] en als
+je Amy ziet zul je haar wel een bizonder voorspoedig kind vinden,"
+zei Laurie, lachende om haar moederlijken toon.
+
+"Jij mag wat ouder zijn in jaren, maar ik ben zooveel ouder in mijn
+gevoel, Teddy. Dat zijn vrouwen altijd, en dit laatste jaar is zoo
+moeilijk geweest, dat ik mij wel veertig jaar voel."
+
+"Arme Jo, we lieten het jou ook maar alleen dragen, terwijl wij plezier
+maakten. Je bent werkelijk ouder geworden; hier is een diepe rimpel, en
+daar nog een; behalve wanneer je glimlacht, staan je oogen droevig, en
+toen ik straks het kussen aanraakte, voelde ik er een traan op. Je hebt
+veel verdriet gehad en stond er alleen voor; wat ben ik een zelfzuchtig
+wezen geweest!" en Laurie trok met een berouwvol gezicht aan zijn haar.
+
+Maar Jo keerde het verraderlijke kussen om, en antwoordde op een
+toon, dien zij zoo vroolijk mogelijk deed klinken: "Neen, ik had
+Vader en Moeder om mij te helpen, en de kleintjes om mij te troosten,
+en de gedachte, dat jij en Amy gezond en gelukkig waren, deed mij de
+moeilijkheden hier gemakkelijker dragen. Ik voel mij soms eenzaam,
+maar ik geloof, dat dat wel goed voor mij is, en--"
+
+"Je zult het nooit weer zijn," viel Laurie haar in de rede, en sloeg
+zijn arm om haar heen, alsof hij alle mogelijke kwaad van haar wilde
+weren. "Amy en ik kunnen niet buiten jouw hulp; jij moet 'de kinderen'
+leeren huishouden, en in alles deelen, zooals vroeger, en toelaten,
+dat we je vertroetelen, dan zullen we allemaal óvergelukkig zijn."
+
+"Als ik niet overcompleet ben, zou ik het heel prettig vinden. Ik
+begin mij nu al verjongd te voelen; want toen jij kwam, schenen al
+mijn zorgen op de een of andere manier weg te vliegen. Jij bent mij
+altijd een troost geweest, Teddy," en Jo leunde met haar hoofd op
+zijn schouder, zooals zij dat jaren geleden gedaan had, toen Betsy
+ziek was, en Laurie haar zeide, dat zij maar op hem moest steunen.
+
+Hij keek haar aan om te zien, of zij aan die dagen terugdacht, maar
+Jo glimlachte, alsof haar zorgen werkelijk bij zijn komst waren
+weggevlogen.
+
+"Je bent nog altijd dezelfde, Jo, het eene oogenblik schreien, het
+volgende lachen. Nu kijk je wel wat ondeugend; waar denkt u aan,
+Grootma?"
+
+"Ik peinsde er over, hoe jij en Amy met elkander zouden omgaan."
+
+"Als engelen!"
+
+"Ja natuurlijk, in het begin--maar wie is de baas?"
+
+"Ik heb er geen bezwaar tegen, je te vertellen, dat zij op 't
+oogenblik het meest in te brengen heeft; ik laat haar ten minste in
+dien waan,--zij vindt dat plezierig, weet je. Maar we zullen daar
+gauw verandering in brengen, want zij zeggen, dat het huwelijk iemands
+rechten halveert en iemands plichten verdubbelt."
+
+"Je zult voortgaan, zooals je begonnen bent, en Amy zal je al je
+levensdagen regeeren."
+
+"Nu, zij doet het zoo onmerkbaar, dat ik niet denk, dat het mij veel
+zal kunnen schelen. Amy is een vrouw, die de kunst van regeeren goed
+verstaat; ik vind het, om je de waarheid te zeggen, zelfs wel aardig,
+want zij draait iemand zoo zacht en netjes om den vinger, alsof hij
+een strengetje zij was, en intusschen geeft ze je 't idee, dat ze je
+een gunst bewijst."
+
+"Dat ik dát nog beleven moet, jou onder den pantoffel te zien,
+terwijl je het nog aardig vindt op den koop toe!" riep Jo, de handen
+in elkaar slaande.
+
+Het was aardig om te zien, hoe Laurie de borst vooruitzette, en met
+mannelijken trots om die insinuatie lachte, terwijl hij "met zijn
+hooghartig air" antwoordde: "Amy is te wel opgevoed om zooiets te
+doen, en ik behoor niet tot de soort van mannen die zich daaraan
+onderwerpen. Mijn vrouw en ik hebben te veel achting voor ons zelven
+en voor elkaar, om ooit over elkander te heerschen, of met elkaar
+te kibbelen."
+
+Dat beviel Jo, en zij vond, dat de nieuwe waardigheid hem heel
+goed stond, maar de knaap scheen met reuzenschreden in een man te
+veranderen, en weemoed vermengde zich met haar blijdschap.
+
+"Dat geloof ik graag; Amy en jij kibbelden nooit, zooals wij samen. Zij
+is de zon, en ik ben de wind uit de fabel, en de zon maakte het meest
+van den man, zooals je je herinnert."
+
+"Zij kan hem zoowel wat 'opblazen' als 't noodig is, als hem
+beschijnen," verzekerde Laurie lachend. "Als ik nog aan de vermaning
+denk, die ik te Nice kreeg! Ik verzeker je, dat die nog vrij wat
+erger was, dan jij me ooit gegeven hebt. Die klonk als een klok;
+ik zal je er bij gelegenheid wel eens alles van vertellen,--_zij_
+zal het nooit doen, omdat zij--nadat zij mij gezegd had, dat zij mij
+verachtte en zich over mij schaamde--haar hart kwijt raakte aan dien
+verachtelijken persoon en den nietswaardige trouwde."
+
+"Hoe karakterloos! Maar mocht zij het soms te bont maken, kom dan
+maar bij mij, dan zal ik je wel verdedigen."
+
+"Ik zie er wel uit, of ik dat noodig had, hè?" vroeg Laurie, opstaande
+en een gebiedende houding aannemende, die plotseling in ongeveinsde
+verrukking overging, toen hij Amy hoorde roepen:
+
+"Waar zit zij? Waar is mijn lieve, oude Jo?"
+
+Daar kwam de heele familie binnen marcheeren, en allen kusten en
+pakten elkander nog eens weer van voren af aan, en eindelijk mochten
+de drie reizigers in vrede gaan zitten, en kon ieder zich ongestoord
+"aan hun aanblik vergasten." Mijnheer Laurence, gezond en flink als
+altijd, was door zijn buitenlandsche reis even zeer verkwikt als
+de anderen,--zijn barschheid scheen nagenoeg geheel verdwenen en
+de ouderwetsche hoffelijkheid had een kleine verfijning ondergaan,
+die haar aantrekkelijker maakte dan ooit. Het deed iemand goed op te
+merken, hoe hij "mijn kinderen", zooals hij het jonge paar noemde,
+toelachte; nog aardiger was het te zien, hoe Amy hem haar kinderlijke
+liefde bewees, waardoor zij zijn oud hart geheel en al won; en het
+best van alles was het Laurie gade te slaan, zooals hij om die twee
+heendraaide, alsof hij zich niet verzadigen kon aan het liefelijke
+tafreel.
+
+Meta had bij den eersten oogopslag dadelijk ontdekt, dat Amy er heel
+anders uitzag dan zijzelve, dat haar eigen japon niet de Parijsche
+"coupe" had en dat de jonge mevrouw Moffat geheel in de schaduw zou
+worden gesteld door de jonge mevrouw Laurence, die een echt elegante,
+gracieuse vrouw was geworden. Jo dacht, toen zij het paar nauwkeurig
+opnam: "wat komen ze toch goed bij elkander! Ik had gelijk, en Laurie
+heeft 'het mooie begaafde meisje' gevonden, dat zijn huis meer tot
+sieraad zal strekken dan de lompe oude Jo; zij zal zijn trots en
+niet zijn plaag zijn." Mevrouw March en haar echtgenoot glimlachten
+en knikten elkaar met een verheugd gezicht toe, want zij zagen,
+dat het hun jongste dochter naar wensch was gegaan, niet alleen in
+wereldsche dingen, maar dat ook het betere goed: liefde, vertrouwen
+en geluk haar deel was geworden.
+
+Want Amy's gelaat droeg die uitdrukking van zachte blijmoedigheid, die
+van vrede des harten spreekt, haar stem had een nieuwen teederen klank,
+en de koele, stijve houding was overgegaan in een zachte waardigheid,
+zoowel vrouwelijk als innemend. De indruk werd niet verstoord door
+kleine gemaaktheden, en haar hartelijke, lieve manieren waren nog
+bekoorlijker dan de nieuwe schoonheid of haar vroegere bevalligheid,
+en leverden het onmiskenbare bewijs, dat zij de echte "edelvrouw"
+was, die zij eens gehoopt had te zullen worden.
+
+"Liefde heeft veel gedaan voor ons dochtertje," zie de moeder zacht.
+
+"Zij heeft haar heele leven door altijd een goed voorbeeld gehad, mijn
+beste," fluisterde mijnheer March, terwijl hij zijn oogen vol liefde
+liet rusten op het vervallen gelaat en de vergrijsde haren naast zich.
+
+Daisy kon haar oogen maar niet afhouden van de mooie tante, en
+haar handjes niet van de kostbare châtelaine, die zooveel onbekende
+heerlijkheden bevatte. Demi moest eerst nog eens nadenken over de
+vreemde familieleden, eer hij zich liet vangen, door het ondoordacht
+aannemen van een geschenk, in den verleidelijken vorm van een familie
+houten beertjes uit Bern. Een zijwaartsche beweging van Laurie deed
+hem echter tot een onvoorwaardelijke overgave besluiten; de nieuwe
+oom wist blijkbaar, hoe hij het moest aanleggen. "Jongmensch, toen ik
+voor het eerst de eer had kennis met je te maken, gaf je me een slag
+in 't gezicht: nu eisch ik voldoening!" en daarmee pakte de lange
+oom het kleine neefje op, zwaaide hem in de lucht en hield hem boven
+zijn hoofd, op een manier, die zijn waardigheid evenzeer benadeelde
+als ze zijn jongenshart verblijdde.
+
+"Wel, heb ik van me leven, as ze niet van 't hoofd tot de voeten in
+'t zij steekt! 't Doet men ouwe oogen goed, as ik haar daar zoo
+mooi en lief zie zitten en as ze onze kleine Amy mevrouw Laurence
+noemen!" mompelde oude Hanna, die niet nalaten kon af en toe door
+een reetje van de deur te gluren, terwijl zij bezig was de tafel te
+dekken, en alles vrij wel door elkander opzette.
+
+Wat werd er druk geredeneerd! eerst de een, dan de ander, dan allen
+tegelijk,--want ze wilden allemaal de geschiedenis van drie jaren in
+een half uurtje vertellen. Het was een geluk dat het tijd werd om thee
+te drinken, zoodat er een kleine pauze intrad en ze zich wat verkwikken
+konden,--want zij zouden heesch en flauw geworden zijn, als zij nog
+langer zoo hadden doorgepraat! Wel was dat een gelukkige optocht,
+die later naar de kleine eetkamer trok! Mijnheer March geleidde met
+trots mevrouw Laurence; mevrouw March leunde even trots op den arm van
+"mijn zoon", de oude heer bood Jo den arm met een zacht en hartelijk:
+"Nu moet jij mijn meisje zijn," en een blik naar het ledige hoekje
+bij den haard, die Jo noopte met bevende lippen te fluisteren:
+"Ik doe mijn best haar plaats te vervullen, mijnheer."
+
+De tweelingen huppelden achteraan, in het idee, dat de gouden
+eeuw was aangebroken, want iedereen bleek zoo vervuld van de nieuw
+aangekomenen, dat zij zich naar hartelust vrij konden vermaken, en zij
+wisten van de gelegenheid zooveel mogelijk partij te trekken. Namen
+zij niet ongemerkt een teugje uit de verschillende kopjes, snoepten
+zij niet ad libitum van de koekjes, bemachtigden zij niet ieder een
+sneetje toast, en wisten zij niet, om alles de kroon op te zetten,
+ieder een verrukkelijk taartje weg te moffelen in hun kleine zakken,
+om daar verraderlijke sporen van kleverige kruimels achter te laten,
+hetgeen hun leeren kon, dat zoowel de menschelijke natuur als een
+taartje zwak is? Bezwaard door hun schuldig geweten en vreezende
+dat Dodo's scherpe oogen door den dunnen scheidsmuur van katoen en
+merinos, die den buit aan 't gezicht onttrok, zouden dringen, volgden
+de kleine zondaars "Opa" als zijn schaduw, daar hij zijn bril niet
+ophad. Amy, die van den een aan den ander werd overgedaan, alsof zij
+een schoteltje ververschingen was, keerde naar de zitkamer terug aan
+den arm van Vader Laurence; de anderen volgden twee aan twee als te
+voren, en deze schikking was oorzaak, dat Jo alleen overschoot. Op
+het oogenblik zelf gaf zij er niet om, want zij bleef even achter
+om Hanna's vraag te beantwoorden: "Zou juffrouw Amy nou in der eigen
+coupé rijden, en al dat mooie zilveren gerei gaan gebruiken, dat nou
+nog allemaal in de kasten staat in het groote huis?"
+
+"Het zou mij niets verwonderen, als zij met zes witte paarden reed,
+van gouden borden at, en elken dag juweelen en echte kant droeg. Teddy
+vindt niets te goed voor haar," antwoordde Jo met groote voldoening.
+
+"Dat is 't ook warempel niet!--Wilt u gehakt of visch voor 't ontbijt
+hebben?" liet Hanna er op volgen, die wijselijk poëzie met proza
+vermengde.
+
+"'t Is mij hetzelfde," en Jo deed de deur dicht, alsof het bedenken
+van eten op het oogenblik een al te triviaal onderwerp was. Zij keek
+even het verdwijnend gezelschap na, en toen Demi's korte beentjes
+de laatste tree der trap opklauterden, overviel haar plotseling
+een gevoel van eenzaamheid, zóó sterk, dat zij met betraande oogen
+rondzag, alsof zij iets zocht om op te steunen,--want zelfs Teddy
+had haar in den steek gelaten. Had zij geweten welk verjaarsgeschenk
+met iedere minuut nader en nader kwam, dan zou zij niet tot zichzelf
+gezegd hebben: "Ik zal in mijn bed wel een deuntje huilen, het zou
+nu al heel saai zijn, als ik treurig was." Toen veegde zij met de
+hand over haar oogen,--want een van haar jongensgebreken was nog,
+dat ze nooit haar zakdoek kon vinden--en was er juist in geslaagd
+een glimlach te voorschijn te roepen, toen er gebeld werd.
+
+Met gastvrijen haast deed ze gauw zelf even open en schrikte, alsof een
+tweede geest haar verrast had,--want daar stond een heer met bruinen
+baard, die haar in den donkeren avond zoo vriendelijk toelachte als
+een warme namiddagzon.
+
+"O, mijnheer Bhaer, wat ben ik blij u te zien!" riep Jo, en greep
+hem bij de hand, alsof zij vreesde, dat de nacht hem verzwelgen zou,
+eer zij hem nog in huis had gehaald.
+
+"En ik om juffrouw March weer te zien,--maar neen, u hebt een
+partijtje," en de professor stond stil, toen hij het geluid hoorde
+van zooveel stemmen en het getrappel van dansende voeten.
+
+"Neen, neen, alleen mijn familie. Mijn broer en zuster zijn juist
+thuis gekomen, en dat stemt ons allemaal zoo gelukkig. Komt u binnen
+en voeg u bij ons."
+
+Hoewel hij erg van de gezelligheid hield, zou mijnheer Bhaer stellig
+heel behoorlijk zijn heengegaan en op een anderen dag teruggekomen;
+maar hoe kon hij, nu Jo de deur achter hem sloot en hem zijn hoed
+afnam? Misschien had haar gezicht er ook een beetje schuld aan, want
+zij vergat haar vreugde over het weerzien te verbergen en toonde het
+met een oprechtheid, die onweerstaanbaar bleek voor den eenzamen man,
+wiens welkom zijn stoutste verwachtingen had overtroffen.
+
+"Als ik niet _Monsieur de Trop_ zal wezen, wil ik zeer gaarne allen
+zien. Gij zijt ziek geweest, mijn waarde vriendin?"
+
+Hij deed die vraag eensklaps, want toen Jo zijn jas ophing, viel het
+licht op haar gezicht en zag hij er een verandering in.
+
+"Niet ziek, maar vermoeid en bedroefd; wij hebben veel verdriet gehad,
+sedert ik u het laatst sprak."
+
+"Ach ja, dat weet ik. Mijn hart leed om uwentwil, toen ik dat hoorde,"
+en hij schudde nogmaals haar hand met zoo'n medelijdend gezicht,
+dat Jo bij zichzelf dacht, dat niets haar zoo troosten kon, als de
+blik dier vriendelijke oogen, de druk van die groote, warme hand.
+
+"Vader, Moeder, hier is mijn vriend, professor Bhaer," stelde Jo
+hem voor, met een gezicht en op een toon, die zoo duidelijk trots en
+innige blijdschap te kennen gaven, dat zij even goed de trompet had
+kunnen blazen en de deur met een zwaai had kunnen opendoen.
+
+Indien de vreemdeling eenigen twijfel gekoesterd had omtrent zijn
+ontvangst, werd die hem al zeer spoedig benomen door het hartelijk
+onthaal, dat hij vond. Allen begroetten hem even vriendelijk, ter wille
+van Jo, maar heel spoedig hielden zij van hem om zijns zelfswil. Zij
+konden het niet laten, want hij droeg den talisman bij zich, die
+alle harten opent, en de eenvoudige Marches schonken hem dadelijk hun
+genegenheid, en voelden zich bijna nog vriendschappelijker gestemd,
+omdat hij arm was,--want armoede verrijkt diegenen, die door hun
+leven toonen er boven verheven te zijn, en is een zeker paspoort tot
+waarlijk gastvrije gemoederen. Mijnheer Bhaer zat te glimlachen als
+een reiziger, die aan een vreemde deur heeft geklopt, en toen zij
+openging opeens bemerkte, dat hij thuis is. De kinderen voelden zich
+tot hem aangetrokken als de bijen naar de honig, klommen op zijn knie,
+en stalen zijn hart door zijn zakken te doorzoeken, aan zijn baard te
+trekken, en zijn horloge te bekijken met kinderlijke vrijmoedigheid. De
+dames telegrafeerden hun ingenomenheid naar elkander, en mijnheer
+March zag dadelijk in, dat hij een verwanten geest had gevonden,
+en opende de kostbare schatkamers van zijn geest ten bate van zijn
+gast, terwijl de niet zeer spraakzame John luisterde en genoot,
+hoewel hij geen woord zei, en mijnheer Laurence er niet aan dacht
+een middagslaapje te houden.
+
+Als Jo het niet te druk had gehad met andere zaken, zou Laurie's
+gedrag haar vermaakt hebben; want een aanvechting, niet van jaloezie,
+maar van iets, dat op argwaan geleek, drong hem, zich wat terug te
+trekken en den nieuw aangekomene met omzichtigheid gade te slaan. Maar
+het duurde niet lang; hij begon zijns ondanks belang te stellen in
+hetgeen er verhandeld werd, en was, eer hij het wist, meegetrokken in
+het discours, want mijnheer Bhaer sprak goed in dit hem sympathieke
+gezelschap, en kwam er volkomen tot zijn recht. Hij praatte weinig
+met Laurie, maar keek hem des te meer aan, en dan trok er een schaduw
+over zijn gezicht, alsof hij zijn eigen verloren jeugd betreurde, bij
+het aanschouwen van dien jongen man in de kracht zijns levens. Daarna
+dwaalde zijn oog soms zoo veelzeggend naar Jo, dat zij ongetwijfeld
+die stomme vraag zou beantwoord hebben, als zij het maar gezien had;
+maar Jo moest oppassen voor haar eigen oogen, en daar zij voelde,
+dat die niet te vertrouwen waren, hield zij ze voorzichtig gevestigd
+op het kleine kousje, dat zij, als een modeltante, zat te breien.
+
+Een steelsche blik nu en dan, verkwikte haar, als een teug frisch
+water na een stoffige wandeling, want die vluchtige kijkjes deden
+haar verscheiden gunstige verschijnselen opmerken. Mijnheer Bhaer's
+gezicht had zijn afgetrokken uitdrukking verloren en tintelde van
+leven en belangstelling; hij zag er wezenlijk jong en knap uit, vond
+zij, en ze vergat totaal, hem met Laurie te vergelijken, zooals zij
+gewoonlijk vreemde heeren--zeer in hun nadeel--deed. Daarbij scheen hij
+als meegesleept door zijn onderwerp, hoewel de begrafenis-gewoonten der
+ouden, waarheen het gesprek afgedwaald was, nu niet juist beschouwd
+kon worden als een opvroolijkend thema. Jo gloeide van voldoening,
+toen Teddy met een krachtig argument werd doodgeslagen, en dacht
+bij zichzelf, toen zij haar vaders bezield gelaat zag: "Wat zou het
+heerlijk voor hem zijn, als hij eens iemand als mijn professor had
+om elken dag mee te praten!" En om alles de kroon op te zetten, had
+mijnheer Bhaer een fonkelnieuw pak aan, waardoor hij er echt als een
+"gentleman" uitzag. Zijn zwaar haar was geknipt en netjes geborsteld,
+hoewel het niet lang in orde bleef, want in opgewonden oogenblikken
+streek hij het ouder gewoonte in de hoogte, en Jo gaf de voorkeur
+aan dien rechtovereindstaanden bos, boven de gladde lokken, omdat
+zij meende, dat zijn welgevormd voorhoofd dan iets Jupiter-achtigs
+kreeg. Arme Jo, wat verheerlijkte zij dien doodgewonen man, terwijl
+zij daar zoo kalmpjes zat te breien en toch niets aan haar oog
+liet ontsnappen--zelfs niet het feit, dat mijnheer Bhaer gouden
+manchetknoopen droeg in zijn smettelooze manchetten.
+
+"Die goede professor, hij had zich niet met meer zorg kunnen kleeden,
+als hij op een liefdesavontuur uitging," zei Jo bij zichzelf, waarop
+een plotseling invallende gedachte, uit die woorden voortgekomen, haar
+zoo'n vreeselijke kleur aanjoeg, dat zij haar kluwen moest laten vallen
+en bukken om het op te rapen, en zoo haar gezicht te kunnen verbergen.
+
+Die manoeuvre gelukte haar echter niet zoo goed, als zij wel hoopte;
+want hoewel de professor juist op het punt was een doodenbrandstapel
+aan te steken, liet hij zijn toorts, figuurlijk gesproken, vallen en
+dook naar het kleine, blauwe kluwen. Natuurlijk bonsden hun hoofden
+terdege tegen elkander, zoodat zij er sterretjes van voor de oogen
+kregen, en beiden kwamen weer boven, lachend en verlegen, zonder het
+kluwen, en namen hun plaatsen weer in, met den heimelijken wensch,
+dat zij die maar niet verlaten hadden.
+
+Niemand begreep, waar de tijd bleef, want Hanna wist de kinderen zeer
+behendig nog al bijtijds uit de kamer te lokken; ze knikkebolden dan
+ook als twee roode papavers, en mijnheer Laurence ging naar huis om
+uit te rusten. De anderen zaten om het vuur te praten en dachten er
+niet aan, dat de uren verstreken, totdat Meta, wier moederlijk hart
+tot de vaste overtuiging kwam, dat Daisy uit bed zou gevallen zijn,
+en Demi zijn nachtjaponnetje in brand zou steken, bij het bestudeeren
+van de samenstelling van lucifers, opstond om heen te gaan.
+
+"Laten wij van avond weer eens als vanouds zingen, nu wij weer voor
+het eerst allen bij elkaar zijn," stelde Jo voor, meenende, dat zij
+door een van harte gezongen lied veilig lucht zou kunnen geven aan
+de juichende stemming van haar ziel.
+
+Zij waren er niet _allen_, maar niemand vond de woorden gedachtenloos
+of onwaar, want Betsy leefde nog in hun midden--een vreedzame
+tegenwoordigheid--onzichtbaar, maar dierbaarder dan ooit, daar de dood
+den innigen band, door hechte liefde gesmeed, niet kon verbreken. De
+kleine stoel stond op zijn oude plaats; het nette werkmandje nog op
+dezelfde plank, met het laatste werkje, dat zij onder handen had, toen
+de naald zoo zwaar werd; de geliefde piano, nu zoo zelden bespeeld,
+was nooit verzet, en daarboven keek Betsy's gezichtje op hen neer,
+dat vreedzaam en glimlachend als in vroeger dagen scheen te zeggen:
+"Weest gelukkig, ik ben bij jullie."
+
+"Speel eens iets, Amy; laat hun eens hooren, hoe je bent
+vooruitgegaan," verzocht Laurie, met vergeeflijken trots op zijn
+veelbelovende leerling.
+
+Maar Amy fluisterde met oogen vol tranen, terwijl zij het oude krukje
+opdraaide: "Niet van avond, Laurie, ik kan van avond geen kunsten
+vertoonen."
+
+Maar zij deed beter dan dat, want zij zong Betsy's liederen, met een
+teeder pathos, dat de beste meester haar niet kon geleerd hebben,
+en roerde de harten der hoorders door die liefelijke macht, die
+slechts zuivere bezieling verleent. Het was doodstil in de kamer,
+toen de heldere stem eensklaps beefde en zweeg bij den laatsten regel
+van Betsy's lievelingsgezang. Het was zoo moeilijk te zeggen:
+
+
+ "Geen smart op aarde, of 't geloof kan haar verzachten."
+
+
+En Amy leunde het hoofd tegen haar man, die achter haar stond,
+diep gevoelende, dat haar welkom-thuis niet volmaakt was, zonder
+Betsy's kus.
+
+"Nu moeten wij eindigen met Mignon's lied, want dat zingt mijnheer
+Bhaer," zei Jo, voordat de pauze pijnlijk werd, en de professor
+kuchte eens en ging toen naar den hoek, waar Jo stond, zeggende: "Gij
+wilt wel met mij zingen; wij gaan bizonder goed tezamen." Dat was,
+in het voorbijgaan gezegd, pure verbeelding, want Jo had niet veel
+meer begrip van muziek dan een sprinkhaan; maar zij zou zijn voorstel
+aangenomen hebben, al had hij haar gevraagd een heele opera met hem
+te zingen, en kweelde er op los, zich in haar geluk niet om maat of
+toon bekommerend. Het kwam er niet veel op aan, want professor Bhaer
+zong als een echt Duitscher, flink, uit volle borst, en Jo verviel
+weldra in een zacht geneurie, om des te beter te kunnen luisteren
+naar de welluidende stem, die voor haar alleen scheen te zingen.
+
+
+ "Kennst du das Land, wo die Zitronen blühen,"
+
+
+placht de lievelingsregel van den professor te zijn; want 'das Land'
+was voor hem Duitschland; maar nu scheen het wel, alsof hij met
+buitengewone warmte en aandrang de woorden herhaalde:
+
+
+ ....dahin, dahin!
+ Möcht ich mit dir, o, mein Geliebte ziehn!
+
+
+en één toehoorster werd zoo geroerd door die teedere uitnoodiging,
+dat zij hem gaarne had willen toeroepen, dat zij het land kende,
+en er vol vreugde wilde heentrekken, wanneer hij maar verkoos.
+
+Het lied werd met grooten bijval ontvangen, en de zanger trok zich
+verlegen terug, overdekt met roem en eer. Maar een paar minuten
+later vergat hij zichzelf totaal en keek zijn oogen uit, toen Amy
+haar hoed opzette om heen te gaan, want zij was alleen maar aan hem
+voorgesteld als "mijn zuster," en niemand had haar nog bij haar nieuwen
+naam genoemd. Hij vergat zich nog meer, toen Laurie bij het afscheid
+nemen op hartelijken en beleefden toon tegen hem zei: "Mijn vrouw en
+ik zijn heel blij, u ontmoet te hebben, mijnheer Bhaer. U zoudt ons
+groot genoegen doen, met ons eens op te komen zoeken; wees overtuigd
+dat u altijd hartelijk welkom zult wezen."
+
+Toen dankte de professor hem zoo hartelijk, en zijn gezicht werd
+plotseling zoo verhelderd en opgetogen, dat Laurie hem den aardigsten,
+openhartigsten ouden heer vond, dien hij ooit gezien had.
+
+"Ik wil nu ook gaan, doch ik wil gaarne weerkomen, wanneer u het
+veroorlooft, lieve mevrouw, want ik heb hier eenige zaken te doen,
+en zal hier een paar dagen moeten blijven."
+
+Hij sprak tegen mevrouw March, maar keek Jo aan; en de stem der moeder
+gaf een even welgemeende toestemming, als de oogen der dochter; want
+mevrouw March was niet zoo blind voor het welzijn harer kinderen,
+als mevrouw Moffat dacht.
+
+"Ik geloof, dat dat een wijs man is," zei mijnheer March, uiterst
+voldaan voor den schoorsteen staande, nadat de laatste gast vertrokken
+was.
+
+"Ik weet, dat hij een _goed_ man is," antwoordde mevrouw March beslist,
+terwijl ze de klok opwond.
+
+"Ik dacht wel, dat u van hem zoudt houden," was alles, wat Jo zei,
+terwijl zij hen goeden nacht wenschte en naar haar kamer ging.
+
+Zij peinsde er over, wat toch wel die zaken konden zijn, die mijnheer
+Bhaer naar de stad riepen, en kwam eindelijk tot het besluit,
+dat hij de een of andere eervolle benoeming moest hebben ontvangen,
+maar te bescheiden was om dat zelf te vertellen. Had zij zijn gezicht
+kunnen zien, toen hij veilig op zijn kamer, het portret bekeek van een
+strenge, ernstige jonge dame met een massa haar, die met donkeren blik
+de toekomst scheen te willen doorboren, dan zou dit haar misschien
+eenig licht hebben gegeven, vooral toen hij het gas uitdraaide,
+en het portret in de duisternis kuste.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXI.
+
+MIJNHEER EN MEVROUW.
+
+
+"Madame Mère, kunt u mij als 't u belieft mijn vrouw ook een half
+uurtje afstaan? Het goed is gekomen, en ik heb Amy's Parijsche
+fraaiigheden wel wat door elkander gerommeld, want ik zocht iets, wat
+ik noodig heb," zei Laurie den volgenden dag, toen hij de huiskamer
+binnenstapte, en mevrouw Laurence op haar moeder's schoot zag zitten,
+alsof zij nog "het kleintje" was.
+
+"Zeker, ga maar gauw, kindlief. Ik vergeet, dat je nog een ander thuis
+hebt dan dit," en mevrouw March drukte de kleine hand, waaraan de
+trouwring prijkte, alsof zij vergiffenis vroeg voor haar moederlijke
+begeerigheid.
+
+"Ik zou haar niet zijn komen halen, als ik het had kunnen laten,
+maar ik kan evenmin buiten mijn vrouw als een--"
+
+"Weerhaan zonder wind kan," vulde Jo aan, toen hij zweeg om een
+vergelijking te vinden. Jo was weer even dwaas als vroeger, sinds
+Teddy's terugkomst.
+
+"Juist, want Amy zorgt er voor, dat ik meestal West wijs met nu en dan
+een streekje Zuid; ik heb nog geen oogenblik naar het Oosten gewezen,
+sinds ik getrouwd ben, weet zelfs niet wat het Noorden is, maar ben
+altijd even koel en zacht--niet waar, mevrouw?"
+
+"Allerliefst weer tot nu toe; ik weet niet hoelang het zal duren,
+maar ik ben niet erg bang voor stormen, want ik weet al wel een beetje
+hoe ik mijn schip moet besturen. Ga nu maar mee naar huis, dan zal ik
+wel eens naar je laarzentrekker zoeken; ik denk, dat je daarvoor mijn
+goed zoo overhoop hebt gehaald. Mannen zijn toch _zoo_ hulpbehoevend,
+Moeder," zei Amy beschermend, tot groot vermaak van haar echtgenoot.
+
+"Wat zijn jullie van plan te gaan doen, als alles op orde is?" vroeg
+Jo, terwijl ze Amy's mantel dichtknoopte, zooals zij het vroeger haar
+boezelaars deed.
+
+"Wij hebben wel plannen gemaakt, maar zullen er voorloopig maar niet
+over spreken, omdat wij nog zulke nieuwe bezems zijn, maar wij zijn
+niet van zins te gaan luieren. Ik zal mij met zooveel ijver aan de
+zaken wijden, dat Grootvader in verrukking komt, en hem eens bewijzen,
+dat ik niet bedorven ben. Ik heb genoeg van 't leegloopen, en ben
+van plan aan het werk te gaan als een man."
+
+"En wat gaat Amy doen?" informeerde mevrouw March, verheugd over
+Laurie's beslistheid en de energie, waarmee hij sprak.
+
+"Na overal beleefdheidsbezoeken te hebben afgelegd en onze elegante
+toiletten gelucht te hebben, zullen wij uw verbazing wekken door de
+ongedwongen gastvrijheid van ons huis, het schitterend gezelschap,
+dat wij om ons zullen verzamelen, en den weldadigen invloed, dien
+wij rechts en links zullen uitoefenen. Dat was immers _uw_ voornemen,
+madame Récamier?" vroeg Laurie met schijnbaren ernst naar Amy ziende.
+
+"De tijd zal het leeren. Kom maar mee, brutale plaaggeest en erger
+mijn familie maar niet door mij in hun bijzijn belachelijk te maken,"
+antwoordde Amy, vast besloten, dat zij een goede _huis_vrouw zou zijn,
+eer zij als _gast_vrouw haar salons opende.
+
+"Wat schijnen die kinderen samen gelukkig te wezen!" zei mijnheer
+March, wien het moeilijk viel, zich na het vertrek van het jonge paar
+weer te verdiepen in zijn Aristoteles.
+
+"Ja, en ik geloof, dat het duurzaam zal zijn," voegde mevrouw March
+er bij, met het rustige gevoel van een loods, die een schip veilig
+de haven heeft binnengeleid.
+
+"Daar ben ik zeker van. Gelukkige Amy!" zuchtte Jo, maar ze glimlachte
+vroolijk, toen professor Bhaer even later met een ongeduldigen ruk
+het hek openstootte.
+
+Later op den avond, toen zijn geest gerustgesteld was over den
+laarzentrekker, riep Laurie eensklaps zijn vrouw toe, die heen en
+weer liep om haar nieuwe kunstschatten te schikken:
+
+"Mevrouw Laurence."
+
+"Mylord?"
+
+"Die man is van plan onze Jo te trouwen."
+
+"Ik hoop het; jij ook niet?"
+
+"Wel, vrouwtje, ik vind hem 'een juweel' in den vollen zin des woords,
+maar ik wou dat hij wat jonger en flink wat rijker was."
+
+"Kom, Laurie, wees niet al te kieschkeurig en wereldschgezind. Als
+zij elkander liefhebben komt het er volstrekt niet op aan, hoe oud
+of hoe arm hij is. Vrouwen moeten _nooit_ om geld trouw--" hier hield
+Amy plotseling op en zag haar man aan, die plagend zei:
+
+"Zeker niet, hoewel heel aardige meisjes soms beweren, dat zij
+het _vast_ van plan zijn. Als mijn geheugen mij niet bedriegt,
+beschouwde jij het eenmaal je plicht een rijk huwelijk te doen; dat
+verklaart misschien, hoe het komt, dat je een nietswaardige als mij
+hebt genomen."
+
+"O, mijn liefste man, denk dat toch als 't je blieft niet! Ik vergat
+heelemaal dat je rijk was, toen ik 'ja' zei. Ik zou met je getrouwd
+zijn, al had je geen cent bezeten, en soms zou ik wel willen, dat
+je arm was, om je te kunnen toonen, hoe lief ik je heb," en Amy,
+die zich heel waardig gedroeg in gezelschap, maar heel teeder was,
+wanneer niemand het zag, gaf hem een overtuigend bewijs van de
+oprechtheid harer woorden.
+
+"Je gelooft toch niet _wezenlijk_, dat ik zoo'n geldzuchtig schepsel
+ben, als ik vroeger meende te zijn, wel? Het zou mijn hart breken, als
+je niet gelooven wou, dat ik even graag met je in 't zelfde bootje zou
+varen, al moest je je kost verdienen met roeier te zijn op het meer."
+
+"Neen, zoo'n idioot ben ik niet! Hoe zou ik dat kunnen denken, terwijl
+je een rijker man om mijnentwil afgewezen hebt, en mij niet toe wilt
+staan, je de helft te koopen van wat ik wel zou willen, nu ik er het
+recht toe heb? Meisjes doen het elken dag, arme stakkerds! en leeren
+in hun jeugd dikwijls al, dat het een uitkomst voor hen is, maar jij
+hadt beter onderwijs gehad, en hoewel ik wel eens voor je gebeefd heb,
+werd ik toch niet teleurgesteld,--want de dochter deed de opvoeding
+van haar moeder eer aan. Toen ik dat gisteren tegen Moeder zei, keek
+ze zoo blij en dankbaar, alsof ik haar een wissel van een millioen had
+gegeven, voor een liefdadig doel. Zeg, je luistert heelemaal niet naar
+mijn zedekundige opmerkingen, mevrouw Laurence,"--en Laurie zweeg,
+want Amy was blijkbaar afgetrokken, hoewel zij hem strak aanzag.
+
+"Jawel, en ik bewonder meteen het kuiltje in je kin. Ik wil je
+niet ijdel maken, maar ik moet bekennen, dat ik trotscher ben op
+mijn knappen echtgenoot, dan op al zijn geld. Lach niet--maar je
+neus is mij zoo'n groote troost," en Amy liefkoosde het welbesneden
+lichaamsdeel met een gevoel van artistieke voldoening.
+
+Laurie had al menig compliment gekregen in zijn leven, maar nooit
+een, dat zoo naar zijn genoegen was, zooals hij met daden toonde,
+hoewel hij om den bizonderen smaak van zijn vrouw lachte, terwijl ze
+langzaam vervolgde:
+
+"Mag ik je eens iets vragen, man?"
+
+"Natuurlijk wel."
+
+"Zou je het naar vinden, als Jo met mijnheer Bhaer trouwde?"
+
+"O, zit daar de knoop? Ik dacht wel, dat er iets in dat kuiltje was,
+wat je niet beviel. Daar ik de zon best in 't water kan zien schijnen
+en de gelukkigste kerel ter wereld ben, kan ik je eerlijk verklaren,
+dat ik op Jo's bruiloft zal dansen, met een hart zoo licht als een
+veertje. Twijfel je er aan, _mon mie_?"
+
+Amy keek hem aan en was voldaan; het laatste zweempje van naijverige
+vrees verdween voor altijd, en zij dankte hem met een van liefde en
+vertrouwen stralend gezicht.
+
+"Ik wou, dat wij iets konden doen voor dien besten, ouden
+professor. Zouden wij niet een rijk bloedverwant kunnen verzinnen,
+die wel zoo goed wou zijn om in Duitschland te sterven, en hem een
+aardig fortuintje naliet?" bedacht Laurie, toen het tweetal arm in
+arm de lange zitkamer op en neer wandelde, zooals zij zoo graag deden,
+in herinnering aan den ouden tuin te Vevey.
+
+"Jo zou er achter komen en alles bederven; zij is heel trotsch op hem,
+en zei gisteren, dat zij armoede iets moois vond."
+
+"Die lieve ziel, maar zij zal wel anders denken, als zij een geleerden
+echtvriend en een dozijn kleine professortjes of professorinnetjes
+heeft te onderhouden. Wij zullen ons er dan maar niet mee bemoeien,
+maar een goede kans afwachten, en ze een dienst bewijzen, zonder dat
+zij het weten. Ik heb aan Jo een deel van mijn opvoeding te danken,
+en zij vertrouwt altijd, dat menschen hun schulden eerlijk betalen;
+daar zal ik haar dus mee vangen."
+
+"Wat heerlijk toch, als je anderen kunt helpen! Dat was altijd een
+van mijn illusies: de macht te hebben om vrij te kunnen geven, en ik
+heb het aan jou te danken, dat die illusie werkelijkheid geworden is."
+
+"O, wij zullen een massa goed doen, hè, meisje? Er is een bepaalde
+soort van armoede, die ik bizonder graag help. De bedelaars op straat
+worden wel geholpen, maar arme, fatsoenlijke lui hebben het kwaad,
+omdat zij niet willen vragen en men hun niets durft aanbieden; toch
+zijn er wel duizend manieren om hen te helpen, als men het maar zoo
+kiesch weet te doen, dat ze er niet door beleedigd worden. Ik moet
+bekennen, dat ik liever een gentlemen help, die in 't achterschip
+is geraakt, dan een bedelenden mooiprater, hoewel het eerste veel
+moeilijker is."
+
+"Omdat je zelf een gentlemen zijn moet om het te kunnen doen,"
+antwoordde het andere lid van de huiselijke bewonderings-vereeniging.
+
+"Dank je, maar ik vrees, dat ik dat aardige complimentje niet
+verdien. Maar ik wou nog zeggen, dat ik, toen ik in het buitenland
+mijn tijd zoo verbeuzelde, veel talentvolle jongelui heb ontmoet, die
+zich alle mogelijke opofferingen getroostten en zware ontberingen
+verduurden, om eenmaal hun droomen verwezenlijkt te kunnen
+zien. Prachtige jongens waren sommige, die werkten als helden;
+zij waren wel arm en zonder vrienden, maar zoo vol moed, geduld en
+ambitie, dat ik mij over mezelf schaamde, en niets liever had gedaan
+dan ze eens goed voorthelpen. Zulke menschen te helpen is een genot,
+want hebben zij werkelijk talent, dan is het een eer ze te mogen
+steunen, opdat hun gaven niet verloren gaan, of uitdoven bij gebrek
+aan brandstof om het vuur levendig te houden; hebben zij het niet,
+dan nog is het een genot de arme jongens op te beuren, en ze, als
+zij het leeren inzien, voor wanhoop te bewaren."
+
+"Ja zeker; en er is nog een andere soort, die niet kan vragen,
+en in stilte lijdt; ik weet er iets van door ondervinding, want ik
+behoorde er toe, voordat jij me prinses maakte, zooals de koning in het
+sprookje het bedelmeisje. Eerzuchtige arme meisjes hebben een moeilijk
+leven, Laurie, en moeten dikwijls jeugd, gezondheid, en kostbare
+gelegenheden zien voorbijgaan, alleen omdat niemand ze helpt op het
+juiste oogenblik. De menschen zijn voor mij heel vriendelijk geweest,
+en als ik ooit meisjes zie tobben, zooals wij hebben moeten doen,
+zou ik graag mijn hand uitsteken en ze helpen, zooals ik geholpen ben."
+
+"Dat zul je, lieveling!" riep Laurie, en hij nam zich in 't
+vuur van zijn menschlievenden ijver voor om een inrichting
+te stichten, uitsluitend ten voordeele van jonge meisjes met
+kunstenaarsaanleg. "Rijke menschen hebben geen recht om rustig neer te
+zitten en te genieten, of hun geld op te stapelen, om het later door
+hun erfgenamen te laten verkwisten. Het is niet half zoo verstandig een
+reeks legaten te vermaken na je dood, als het geld nuttig te gebruiken
+bij je leven, en het genot te hebben er je medemenschen gelukkig door
+te maken. Wij zullen een prettig leven hebben, en een extraatje voegen
+bij ons eigen geluk, door anderen ook een proefje te geven. Wil jij een
+kleine Dorcas zijn en rondgaan met een groote mand vol verkwikkingen,
+die je ronddeelt, en ze doen volgen door je goede daden?"
+
+"Niets liever dan dat, als jij St. Maarten wilt zijn en ridderlijk
+je mantel deelen met den bedelaar."
+
+"Afgesproken! en wij zullen er zelf 't meest bij winnen."
+
+Het jonge paar gaf elkander er de hand op en wandelde voort in het
+bewustzijn, dat hun gelukkig tehuis nog gelukkiger zou zijn, omdat
+zij andere huisgezinnen in hun overvloed wilden doen deelen, vol
+vertrouwen, dat hun eigen voeten vaster zouden voortgaan op het met
+bloemen bestrooide pad vóór hen, als zij oneffen paden voor anderen
+effenden, en overtuigd, dat hun harten steeds nauwer vereenigd zouden
+worden door een liefde, die met medelijden kon denken aan hen, die
+minder bevoorrecht waren dan zij.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXII.
+
+DAISY EN DEMI.
+
+
+Ik vind niet, dat ik mijn plicht heb gedaan als nederig
+geschiedschrijfster van de familie March, als ik niet ten minste
+één hoofdstuk gewijd heb aan de twee kostbaarste en belangrijkste
+leden. Daisy en Demi hadden nu de jaren des onderscheids bereikt,
+want in dezen vluggen tijd staan kinderen van drie of vier jaar reeds
+op hun recht, en handhaven het ook, hetgeen meer is, dan menig ouder
+mensen kan.
+
+Indien ooit een tweelingpaar gevaar liep van bedorven te worden,
+waren het wel deze twee babbelende Brookesjes. Natuurlijk waren zij de
+merkwaardigste kinderen, die ooit geboren werden; hetgeen wel daaruit
+blijkt, dat zij liepen, toen zij acht maanden oud waren, vloeiend
+spraken, toen zij hun eerste jaar voltooid hadden, en op tweejarigen
+leeftijd hun plaats aan tafel innamen, en zich zoo ordentelijk
+gedroegen, dat allen, die het zagen, er verbaasd over stonden.
+
+Daisy vroeg toen zij drie jaar oud was reeds om een "naaiertje" en
+maakte met vier steken een zakje; ook begon zij een huishouding in 't
+buffet, en sprong zoo behendig om met een microscopisch kookkacheltje,
+dat Hanna's oogen zich vulden met tranen van trots en vreugde, terwijl
+Demi zijn letters leerde bij zijn grootvader, die een nieuwe methode
+had uitgevonden, om hem het alphabet te onderwijzen, en wel door de
+letters te vormen met zijn armen en beenen,--een vereeniging dus
+van hoofd- en lichaamsgymnastiek. De jongen ontwikkelde vroeg een
+werktuigkundig genie, dat zijn vader verrukte, en zijn moeder veel
+zorg veroorzaakte, want hij trachtte elke machine, die hij zag, na
+te bootsen, en hield de kinderkamer in een chaotische verwarring met
+zijn "naaimasine," een geheimzinnig samenstel van touwen, stoelen,
+spelden en klosjes, die de wieltjes moesten voorstellen. Een anderen
+keer hing hij een mand over den rug van een leuningstoel, waarin hij
+tevergeefs zijn al te goedhartig zusje trachtte op te hijschen, dat
+zich met vrouwelijke devotie op haar hoofdje liet stompen, totdat zij
+door haar moeder bevrijd werd, waarop de jonge uitvinder verontwaardigd
+riep: "Maar Moes, dat is mijn takel, en ik hijsch haar op."
+
+Hoewel de tweelingen zeer van karakter verschilden, konden zij
+toch uitmuntend met elkander overweg, en kibbelden zelden meer dan
+driemaal per dag. Natuurlijk speelde Demi den baas over Daisy en
+verdedigde haar ridderlijk tegen elken anderen aanrander, terwijl
+Daisy zich de rol van galeislaaf getroostte en haar broertje aanbad,
+als het eenig volmaakte schepsel ter wereld. Een rooskleurig, mollig,
+blijhartig zieltje was Daisy, die den weg vond tot ieders hart, en zich
+daar een plaatsje wist te veroveren. Een van die innemende kinderen,
+die gemaakt schijnen, om gekust en geknuffeld, als kleine afgodjes
+vereerd, en bij alle feestelijke gelegenheden tot ieders bewondering
+vertoond te worden. Haar kleine deugden waren zoo allerliefst, dat
+zij heusch engelachtig zou zijn geweest, zoo zij niet door een paar
+stoute trekjes nu en dan getoond had een echt natuurlijk menschenkind
+te zijn. In haar wereld was het altijd mooi weer, en elken morgen
+huppelde zij in haar nachtjaponnetje naar het raam om naar buiten te
+zien, en riep dan onveranderlijk, of het regende of de zon scheen:
+"Hoed! na buiten! na buiten!" Ieder, dien zij zag, beschouwde zij als
+vriend, en zij bood vreemden zoo vertrouwend een kusje, dat de meest
+hardnekkige oude vrijer verteederd werd, en kindervrienden volslagen
+kinderaanbidders werden.
+
+"Itte hou van ajjemaai," zei zij eens, en stak de armpjes uit, met
+haar lepel in de eene en haar kroesje in de andere hand, alsof zij
+de gansche wereld wilde omarmen en aan haar hartje drukken.
+
+Toen zij grooter werd, gevoelde haar moeder, dat de "Duiventil"
+bizonder gezegend was in het bezit van een kleine bewoonster, even
+opgeruimd en liefhebbend als die, welke zooveel zonneschijn in het
+ouderlijk huis had verspreid, en haar vurig gebed was, dat haar een
+verlies mocht bespaard worden als dat, hetwelk hen onlangs had leeren
+inzien, dat zij onwetend een engel geherbergd hadden. Haar grootvader
+noemde haar meermalen "Bets" en haar grootmoeder waakte over haar
+met een onvermoeide zorg, alsof zij eenig vroeger verzuim had goed
+te maken, dat geen ander oog dan het hare kon ontdekken.
+
+Demi was als een echt Yankee van onderzoekenden aard; hij verlangde
+alles te weten, en werd dikwijls boos, omdat hij niet altijd een
+voldoend antwoord kon krijgen op zijn aanhoudend: "Waarom?"
+
+Ook bleek hij min of meer philosophisch "aangelegd", tot groote vreugd
+van zijn grootvader, die socratische gesprekken met hem hield, waarbij
+het wijze ventje van tijd tot tijd vragen deed, die de vrouwelijke
+familieleden in de uiterste verbazing brachten.
+
+"Wat maakt mijn beenen aan het loopen, Opa?" vroeg de jonge wijsgeer,
+en bekeek op zekeren avond na een laatste stoeipartij met een peinzend
+gezicht die beweeglijke lichaamsdeelen.
+
+"Je kleine wilsvermogen, Demi," antwoordde de wijze, oude heer,
+het blonde kopje liefkoozend.
+
+"Wat is klein wilsvermogen?"
+
+"Dat is iets, dat je lichaam in beweging brengt, evenals de veer de
+radertjes in mijn horloge doet loopen, zooals ik je laatst gewezen
+heb."
+
+"Doe me eens open; ik wou me eens zien opwinden."
+
+"Dat kan ik niet, evenmin als jij het horloge kon openmaken. God
+windt je op, en je blijft in beweging, totdat hij je doet stilstaan."
+
+"Wat aardig!" en Demi's bruine oogen werden grooter en helderder bij
+die nieuwe gedachte: "Word ik opgewonden, net als je horloge."
+
+"Ja, maar ik kan je niet wijzen hoe; want dat is gebeurd, zonder dat
+iemand het kon zien."
+
+Demi betastte zijn rug, alsof hij verwachtte, dat die op een
+horlogekast zou gelijken, en zei toen ernstig: "Ik denk dat God het
+doet, als ik slaap."
+
+Hierop volgde een uiteenzetting, waar hij zoo aandachtig naar
+luisterde, dat zijn bezorgde grootmoeder waarschuwde:
+
+"Zeg eens man, vind je het wel verstandig over zulke dingen te
+spreken met zoo'n klein kind? Hij krijgt rimpels boven zijn oogen,
+en gaat de meest onmogelijke vragen doen."
+
+"Als hij oud genoeg is om de vragen te doen, is hij ook oud genoeg om
+er goede antwoorden op te krijgen. Ik breng hem de gedachten niet in
+het hoofd, maar tracht de denkbeelden die er in zijn, voor hem op te
+klaren. Die kinderen zijn wijzer dan wij, en ik twijfel er niet aan,
+of de jongen begrijpt ieder woord, dat ik hem gezegd heb. Zeg mij eens,
+Demi, waar zit je wilsvermogen?"
+
+Had de jongen evenals Alcibiades geantwoord: "Bij de goden, Socrates,
+ik kan het u niet zeggen," dan zou zijn grootvader niet verwonderd zijn
+geweest; maar toen hij, na een oogenblik op éen been gestaan te hebben
+als een peinzende jonge ooievaar, op een toon van vaste overtuiging
+antwoordde: "In mijn buikje," kon de oude heer niet anders doen dan
+hartelijk met Grootmama lachen, en een eind maken aan het onderwijs
+in de metaphysica.
+
+Er zou reden geweest zijn voor moederlijke bezorgdheid, zoo Demi
+niet overtuigende bewijzen had gegeven van zijn echten jongensaard,
+zoowel als van een philosophischen geest; want het gebeurde wel eens
+na een gesprek, (hetgeen Hanna met een bedenkelijk hoofdschudden deed
+profeteeren: "Dat kind is niet lang voor deze aarde,") dat hij een
+wilde bui kreeg, en haar vrees tot rust bracht, door een paar van
+die guitenstreken, waarmee lieve, vuile, ondeugende, kleine bengels
+het hart hunner ouders vervroolijken.
+
+Meta hield er een opvoedingsstelsel op na en trachtte er zich
+aan te houden; maar welke moeder was ooit bestand tegen de lieve
+glimlachjes, de schrandere uitvluchten, of de kalme brutaliteit van
+miniatuur-mannetjes en -vrouwtjes, die zoo vroeg reeds toonen, dat zij
+slimme rotjes zijn? "Geen rozijnen meer, Demi, je zoudt er ziek van
+worden," zei Mama tot het kereltje, dat met onverdroten ijver zijn
+diensten in de keuken aanbood, telkens wanneer er een plumpudding
+gemaakt moest worden.
+
+"Ik ben wel graag ziek."
+
+"Ja, maar ik ben er niets op gesteld; ga dus maar in den tuin, en
+help Daisy zandtaartjes maken."
+
+Hij vertrok met tegenzin, maar zijn grieven bleven hem kwellen, en
+toen er na een poosje gelegenheid was om ze te verhelpen, was hij
+Mama te slim af door een wel overlegd plan.
+
+"Ziezoo, nu zijn jullie zoete kinderen geweest, en zal ik met je
+spelen, wat je maar wilt," zei Meta, haar kleine helpers mee naar
+boven troonend, toen de pudding veilig in den ketel danste.
+
+"Heusch, Moes?" vroeg Demi met een heerlijke, invallende gedachte.
+
+"Ja, heusch, wat je maar wilt," antwoordde de kortzichtige moeder,
+terwijl zij zich gereed maakte "Drie jonge Eendjes" een keer of zes
+te zingen, of met het tweetal koekjes te gaan koopen, ondanks den
+harden wind. Maar Demi dreef haar in 't nauw door het kalme antwoord:
+"Dan zullen wij nu al de rozijnen gaan opeten."
+
+Tante Dodo was de geliefkoosde speelkameraad en vertrouwde der twee
+kinderen, en het drietal keerde het kleine huisje dikwijls onderste
+boven.
+
+Tante Amy was nog slechts een naam voor hen; van tante Betsy behielden
+zij een vriendelijke herinnering, maar tante Dodo was de levende
+werkelijkheid, en haar toonden ze een zeldzame aanhankelijkheid,--voor
+welke eer zij hun hoogst dankbaar was.
+
+Maar wanneer mijnheer Bhaer een bezoek bracht, verwaarloosde Jo haar
+speelmakkertjes, zoodat droefheid en teleurstelling hun kleine harten
+dan vervulden. Daisy, die het liefst speelde, dat zij zoentjes aan het
+gezelschap verkocht, verloor nu hare beste klant, en sloeg bankroet;
+Demi ontdekte weldra met kinderlijke scherpzinnigheid, dat Dodo veel
+liever "speelde" met den "beereman" dan met hem; maar hoe gegriefd ook,
+verborg hij zijn smart, want hij kon het niet over zich verkrijgen een
+mededinger te beleedigen, die zoo'n grooten voorraad chocola in zijn
+jaszak verborgen hield, en ook een horloge bezat, dat uit de buitenste
+kast genomen en door vurige bewonderaars vrij geschud mocht worden.
+
+Sommige menschen zouden deze heerlijke privilegiën als omkooping
+beschouwd hebben, maar Demi zag het niet in dat licht, en bleef met
+peinzende vriendelijkheid in de nabijheid van den "beereman", terwijl
+Daisy reeds bij zijn derde bezoek haar klein hartje voor hem opende,
+zijn schouder als haar troon, zijn arm als haar toevlucht, en zijn
+geschenken als schatten van onberekenbare waarde beschouwde.
+
+Somtijds worden heeren wel eens vervuld met een plotselinge bewondering
+voor de jeugdige familieleden van dames, die zij met hun opmerkzaamheid
+vereeren; maar die voorgewende vriendschap gaat hun niet natuurlijk af,
+en brengt niemand op het dwaalspoor. Mijnheer Bhaer's hartelijkheid
+evenwel was oprecht zoowel als doeltreffend,--want eerlijkheid duurt
+het langst, zoowel in liefdes- als in rechtszaken. Hij was een van
+die menschen, die zich dadelijk thuis gevoelen met kinderen, en zag
+er op zijn best uit, wanneer de kleine gezichtjes een aardig contrast
+vormden met zijn mannelijke trekken. Zijn bezigheden, welke die ook
+zijn mochten, hielden hem overdag vast, maar zelden ging de avond
+voorbij zonder dat hij aankwam,--en dan vroeg hij altijd naar mijnheer
+March; dus geloof ik wel, dat de oude heer de aantrekkingskracht
+moest wezen. Die voortreffelijke vader verbeeldde zich tenminste, dat
+hij het was, en genoot van lange discussies met den verwanten geest,
+totdat een toevallig gezegde van zijn scherper opmerkenden kleinzoon
+hem plotseling beter inlichtte.
+
+Op zekeren avond bleef mijnheer Bhaer verbaasd staan op den drempel
+van de huiskamer, door het onverwachte schouwspel, dat zich aan
+zijn oog vertoonde. Op den grond uitgestrekt, stak mijnheer March de
+eerbiedwaardige beenen in de lucht, en naast hem, eveneens op zijn
+rugje, lag Demi, dezelfde houding nabootsende, met zijn dikke, stevige
+kuiten, beide zoo ernstig verdiept, dat zij niets van hun toeschouwers
+bemerkten, totdat mijnheer Bhaer zijn welluidenden lach deed hooren,
+en Jo met een beschaamd gezicht uitriep: "Vader, Vader, hier is de
+professor!" De zwarte beenen gingen naar omlaag, en het grijze hoofd
+kwam boven, terwijl de onderwijzer met onverstoorbare waardigheid zei:
+
+"Goeien avond, mijnheer Bhaer. Excuseer mij voor een oogenblik; wij
+eindigen juist onze les. Nu, Demi, maak de letter, en noem hem eens."
+
+"Ik weet het!" en na eenige stuipachtige pogingen, namen de bruine
+beenen den vorm van een passer aan, en riep de schrandere leerling
+op zegevierenden toon: "'t is een V, Opa, 't is een V!"
+
+"Hij is een geboren Weller [14]," lachte Jo, terwijl haar vader
+overeind kwam, en haar neefje op zijn hoofd trachtte te gaan staan,
+als de eenige wijze, waarop hij zijn blijdschap kon uitdrukken,
+dat de les was afgeloopen.
+
+"Wat hebt gij vandaag gedaan, Bübchen?" vroeg mijnheer Bhaer, terwijl
+hij den buitelaar van den grond opnam.
+
+"Ikke ben na Marietje geweest."
+
+"En wat deed jij daar?"
+
+"Ik heb haar een zoentje gegeeft," vertelde Demi, met ongekunstelde
+openhartigheid.
+
+"Prut! jij vangt daarmede vroeg aan. Wat zeide het kleine Marietje
+daarvan?" informeerde mijnheer Bhaer, voortgaande den jeugdigen zondaar
+ter verantwoording te roepen, terwijl deze op zijn knie stond en zijn
+binnenzak doorzocht.
+
+"O, zij vond het best, en zoende mij ook, en ik vond het ook
+prettig. Kleine jongens houden wel veel van kleine meisjes!" betuigde
+Demi, met een vollen mond en een gezicht, dat de grootste voldoening
+teekende.
+
+"O, jou wijs aapje, wie heeft dat in je hoofd gebracht?" riep Jo,
+die over deze kinderlijke mededeeling even hartelijk lachte als
+de professor.
+
+"'t Is niet in mijn hoofd, 't is in mijn mond," antwoordde Demi,
+en stak zijn tong uit, waarop een chocolaadje lag,--in de meening,
+dat zij lekkernijen in plaats van gedachten bedoelde.
+
+"Jij moet iets voor jouw vriendinnetje bewaren; zoetigheid is voor
+meisjes, kereltje," en mijnheer Bhaer presenteerde Jo ook een paar
+flikken met een blik, die haar deed bepeinzen, of chocolade niet de
+nektar was geweest, dien de goden dronken. Demi zag dien vriendelijken
+blik ook, werd er blijkbaar door getroffen, en vroeg onschuldig:
+
+"Houden gróóte jongens ook van gróóte meisjes, 'fessor?"
+
+Evenmin als de jonge Washington, kon mijnheer Bhaer een onwaarheid
+zeggen; daarom gaf hij het eenigszins vage antwoord, dat hij wel
+geloofde, dat zij het somtijds deden; op een toon, die mijnheer March
+den kleerborstel deed wegleggen, hem naar Jo's afgewend gezicht deed
+kijken, en toen in zijn stoel neervallen; zoodat het er veel van had,
+alsof "het wijze aapje" in "Opa's" hoofd een gedachte had doen opkomen,
+die zoowel zoet als zuur was.
+
+Waarom Dodo, toen zij hem een half uur later in de provisiekast
+vond, hem bijna dooddrukte in een teedere omhelzing, in plaats van te
+knorren over die ongehoorzaamheid, en waarom zij deze nieuwe wijze van
+behandeling voortzette door de onverwachte gift van een beschuit met
+bessengelei, was een van de raadsels, waarover Demi's klein verstand
+bleef suffen, doch dat hij onopgelost moest laten.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIII.
+
+ONDER DE PARAPLUIE.
+
+
+Terwijl Laurie en Amy echtelijke wandelingen deden over fluweelige
+tapijten, hun huis in orde brachten, en een heerlijke toekomst
+bespraken, genoten mijnheer Bhaer en Jo wandelingen van een anderen
+aard, langs modderige wegen en doorweekte velden.
+
+"Ik doe altijd een loopje na het eten, en ik weet niet, waarom
+ik daarmee zou ophouden, alleen omdat ik zoo dikwijls toevallig
+den professor tegenkom," zei Jo bij zichzelven, na twee of drie
+ontmoetingen; want ofschoon zij langs twee verschillende wegen naar
+Meta kon gaan, was zij toch zeker hem, welken weg zij ook nam, in
+het gaan of in het terugkomen, te zullen ontmoeten. Hij liep altijd
+bizonder hard en scheen haar nooit te zien, voordat zij vlak bij was,
+waarna hij zich hield, alsof zijn kortzichtige oogen de naderende dame
+eerst op het laatste oogenblik herkend hadden. Wanneer zij dan naar
+Meta ging, had hij altijd iets voor de kinderen bij zich; was ze op den
+terugweg, dan had hij maar even een wandeling langs de rivier gedaan,
+en was hij juist op het punt om te keeren, en even bij hen te rusten,
+wanneer zijn vele visites hen tenminste niet verveelden.
+
+Wat kon Jo onder die omstandigheden anders doen, dan hem beleefd
+begroeten en verzoeken binnen te komen. Indien zijn bezoeken haar
+verveelden, wist zij haar ongeduld met volmaakten tact te verbergen;
+ook droeg ze altijd zorg dat er koffie was, "want Friedrich--ik wil
+zeggen mijnheer Bhaer--houdt niet van thee."
+
+Aan het einde der tweede week wist iedereen heel goed, wat er aan de
+hand was; toch hield iedereen zich alsof hij stekeblind was voor de
+veranderingen op Jo's gezicht--niemand vroeg waarom zij onder haar
+werk zong, driemaal daags haar haar opmaakte, en zoo blozend van
+haar avondwandeling terugkeerde; en het scheen in niemands ziel op
+te komen, dat mijnheer Bhaer, terwijl hij philosophische gesprekken
+met den vader hield, aan de dochter een lesje in de liefde gaf.
+
+Jo kon haar hart zelfs niet met het noodige decorum verliezen, maar
+trachtte toch ernstig haar gevoelens te onderdrukken; en toen haar dat
+mislukte, leidde zij een erg onrustig leven. Zij was doodelijk bang
+uitgelachen te zullen worden over haar overgave, na haar herhaalde en
+heftige betuigingen van onafhankelijkheid. Voor Laurie zat zij het
+meest in angst, maar dank zij "mevrouw Laurence" gedroeg hij zich
+met lofwaardige ingetogenheid, noemde nooit in gezelschap mijnheer
+Bhaer "een leuke baas", zinspeelde nooit in de verste verte op Jo's
+bloeiend voorkomen, of toonde de geringste verwondering, wanneer
+hij bijna elken avond den hoed van den professor aan den kapstok
+van de familie March zag hangen. Maar inwendig juichte hij er over,
+en verlangde hij naar het oogenblik, dat hij Jo een zeker zilveren
+tafelornament zou kunnen geven, waarop, zeer toepasselijk, een beer
+met een knoestigen stok gegraveerd was.
+
+Gedurende veertien dagen kwam en ging de professor met de
+regelmatigheid van een minnaar; toen bleef hij drie geheele dagen
+weg en liet niets van zich hooren--een wijze van handelen, die
+iedereen ernstig deed kijken en Jo eerst peinzend, en toen--bizonder
+onromantisch--erg knorrig maakte.
+
+"Hij heeft er genoeg van, wil ik wedden, en is naar huis gegaan, even
+plotseling als hij gekomen is. Het kan mij natuurlijk niet schelen;
+maar ik had toch gedacht, dat hij wel zoo beleefd zou zijn geweest om
+behoorlijk afscheid te nemen!" zei zij, met een wanhopigen blik naar
+buiten, terwijl zij op zekeren somberen namiddag zich aankleedde voor
+de gewone wandeling.
+
+"Je moest liever een parapluie meenemen, lieve kind; het ziet er uit,
+alsof het zal gaan regenen," zei haar moeder, die zag dat zij haar
+nieuwen hoed opzette, maar er wijselijk geen aanmerking op maakte.
+
+"Ja, Moeder; hebt u iets uit de stad noodig? Ik moet papier gaan
+koopen," antwoordde Jo, haar hoed voor den spiegel vaststekende,
+als een excuus om haar moeder niet aan te kijken.
+
+"Ja, ik moet linnen keper hebben, een pakje naalden van nommer negen,
+en twee el smal bruin lint. Heb je je dikke laarzen aangedaan en iets
+warms onder je mantel?"
+
+"Ik geloof het wel," antwoordde Jo afgetrokken.
+
+"Wanneer je soms toevallig mijnheer Bhaer tegenkomt, brengt hem dan
+mee op de thee; ik verlang bepaald den goeden man eens weer te zien,"
+voegde mevrouw March er bij.
+
+Jo hoorde dat laatste heel goed, maar gaf geen antwoord, behalve
+dat zij haar moeder kuste, en haastig heenging, terwijl zij,
+niettegenstaande de pijn in haar hart, met een warm gevoel van
+dankbaarheid dacht: "Wat is Moeder toch lief voor me! Och, wat beginnen
+meisjes toch, die geen moeder hebben om hen in verdrietelijkheden
+te helpen?"
+
+De manufactuurwinkels waren niet te vinden tusschen de verschillende
+kantoren en groote pakhuizen, waar meest heeren in- en uitgaan, maar
+Jo liep, alsof ze op iemand wachtte, in dat stadsgedeelte rond, eer
+zij een enkele van haar boodschappen gedaan had, en bezichtigde met
+zeer onvrouwelijke belangstelling eerst allerlei instrumenten voor het
+eene raam en toen monsters van schapewol voor het andere. Zij viel
+haast over vaten, werd half begraven onder neerdalende balen goed,
+en zonder plichtpleging op zijde geduwd door haastige mannen, die
+haar aanzagen, alsof zij dachten: "Wat heeft die hier te maken!" Een
+regendroppel op haar wang bracht haar gedachten van teleurgestelde
+hoop op bedorven lint, want er volgden nog meer regendroppels, en
+daar zij, hoewel in liefde ontstoken, toch vrouw bleef, begreep zij,
+dat zij haar hoed nog redden kon, hoewel het voor haar hart reeds te
+laat was. Nu eerst herinnerde zij zich de parapluie, die zij in haar
+jacht om weg te komen, vergeten had; maar 't berouw kwam te laat, en
+zij had de keus tusschen er een leenen of zich laten nat regenen. Zij
+keek eens naar de dreigende lucht, toen in een ruit naar het roode
+lint, dat reeds hier en daar vlekken vertoonde, daarna de morsige
+straat af; wierp eindelijk nog een laatsten, langen blik naar een
+zeker vuil pakhuis, waarboven met groote letters "Hoffman, Swartz &
+Co." te lezen stond, en zei ernstig verwijtend tot zichzelve:
+
+"Net een goede straf! waarvoor moest ik mijn beste goed aandoen
+en hier komen rondslenteren, in de hoop den professor te zien? Jo,
+ik schaam me over je! Neen, je zult daar géén parapluie gaan leenen,
+of van zijn vrienden trachten te weten te komen, waar hij is. Je zult
+voortbaggeren, en je boodschappen in den regen doen; en als je jezelf
+een ziekte op den hals haalt en je hoed bederft, is het niets meer dan
+je verdiende loon! Dit zeggende stak zij de straat zoo driftig over,
+dat zij bijna onder de wielen van een voorbijgaanden vrachtwagen kwam,
+en toen tegen een deftig oud heer aanbonsde, die hoogst beleedigd
+keek, en 'pardon!' zei. Wel wat geschrikt stond Jo nog even stil,
+maar alle verzoeking weerstand biedende, haastte zij zich eindelijk
+voort, terwijl haar laarzen meer en meer doorweekt werden, en de
+druipende parapluies boven en om haar steeds toenamen. Op eens werd
+haar aandacht getrokken door het feit, dat een oud vaal exemplaar
+voortdurend boven haar onbeschutten hoed bleef zweven, en opziende
+keek zij in de oogen van mijnheer Bhaer.
+
+"Ik voelde, dat ik die energieke jonge dame kende, die zoo dapper
+tusschen de paarden doorloopt en zoo haastig door de modder stapt,
+Wat doet gij hier, lieve vriendin?"
+
+"Ik doe boodschappen."
+
+Mijnheer Bhaer glimlachte en keek van een zeilmakerij aan den eenen
+kant, naar een huidenhandel aan de andere zijde der straat; maar hij
+zei slechts beleefd:
+
+"Gij hebt geen parapluie; mag ik mee gaan en de pakjes voor u dragen?"
+
+Jo's wangen waren zoo rood als haar linten, en zij zou wel eens
+hebben willen weten, wat hij wel van haar dacht; maar het volgend
+oogenblik liet het haar al onverschillig, want arm in arm wandelde
+zij met haar professor verder, en het scheen haar toe, dat de zon
+plotseling met buitengewonen glans was doorgebroken, dat alles weer
+terecht was gekomen, en dat een volmaakt gelukkige vrouw dien dag
+door de straten baggerde.
+
+"Wij dachten, dat u al weg was," begon ze zenuwachtig, want zij wist,
+dat hij haar aankeek. Haar hoed was niet groot genoeg om haar gezicht
+te bedekken, en zij was bang, dat hij de vreugde, die er op te lezen
+stond, onvrouwelijk zou vinden.
+
+"Dacht u, dat ik heen zou gaan, zonder vaarwel te zeggen aan hen,
+die zoo vriendelijk voor mij geweest zijn?" vroeg hij zoo verwijtend,
+dat zij een gevoel kreeg, alsof zij hem door die veronderstelling
+beleedigd had, en ze antwoordde dus op hartelijken toon:
+
+"Neen, ik dacht het eigenlijk niet; ik wist, dat u het druk had met
+uw eigen zaken, maar wij misten u wel een beetje,--Vader en Moeder
+vooral."
+
+"En u?"
+
+"Ik ben altijd blij u te zien, mijnheer Bhaer."
+
+In haar streven om haar stem volkomen kalm te houden, sprak Jo op
+koelen toon, en het min of meer plechtige slot scheen den professor
+te doen bevriezen, want zijn glimlach verdween, toen hij er ernstig
+op liet volgen:
+
+"Dank u, ik kom nog eenmaal, voor ik heenga."
+
+"Gaat u dan werkelijk weg?"
+
+"Ik heb niet langer eenige bezigheid hier; zij is afgedaan."
+
+"Naar uw zin, hoop ik?" vroeg Jo, want dat korte antwoord verried
+een bittere teleurstelling.
+
+"Ik moest dat zoo vinden, want ik zie mij een weg geopend, waardoor
+ik mijn brood kan verdienen en mijn jongens veel hulp kan geven."
+
+"Hoe dan? vertelt u 't mij eens, ik zou graag alles willen weten
+van--de jongens," zei Jo met warmte.
+
+"Dat is heel vriendelijk, ik wil u graag alles vertellen. Mijne
+vrienden hebben eene plaats voor mij gevonden aan een gymnasium, waar
+ik onderwijs kan geven, zooals ik dat thuis deed, en genoeg verdien
+om voor Franz en Emil te zorgen. Hiervoor moet ik dankbaar zijn,
+niet waar?"
+
+"Zeker! Wat heerlijk zal het wezen, als u doen kunt, wat u prettig
+vindt, en wij u en de jongens dikwijls kunnen zien--" riep Jo, zich
+verschuilende achter de jongens, als een excuus voor de vreugde,
+die zij niet goed kon verbergen.
+
+"Ja, maar wij zullen elkander niet dikwijls zien, vrees ik; deze
+plaats is in het Westen."
+
+"Zóó ver weg!" en Jo liet haar japon aan haar lot over, alsof het er
+nu niet meer op aan kwam, wat er van haar of haar kleeren werd.
+
+Mijnheer Bhaer kon verscheiden talen lezen, maar hij had nog
+niet geleerd een meisjesgezicht te ontraadselen. Hij vleide zich,
+dat hij Jo tamelijk goed kende, en was daarom zeer verbaasd door
+de tegenstrijdigheden van stem, uitdrukking en manieren, die zij
+dien middag in snelle opvolging vertoonde,--want zij doorliep zes
+verschillende stemmingen in den loop van een half uur. Toen zij
+hem ontmoette keek zij verwonderd, hoewel hij toch niet kon nalaten
+te vermoeden, dat zij met dat bepaalde doel daar gekomen was. Toen
+hij haar zijn arm aanbood, nam zij dien aan, met een blik, die zijn
+hart met vreugde vervulde; maar toen hij vroeg, of zij hem miste,
+gaf zij zoo'n koel deftig antwoord, dat zijn blijdschap wel voor
+wanhoop wijken moest. Toen zij van zijn aanstelling vernam, klapte
+zij bijna in de handen; was die blijdschap alleen om de jongens? Toen
+zij daarna de plaats van zijn bestemming hoorde, riep zij: "Zóó ver
+weg!" met zooveel teleurstelling in haar stem, dat zijn hoop haar
+toppunt bereikte, maar het volgend oogenblik deed zij die in duigen
+vallen, door, alsof zij over niets anders dacht, te zeggen:
+
+"Hier moet ik zijn; wilt u er even inkomen? 't Zal u niet lang
+ophouden."
+
+Jo was tamelijk trotsch op haar handigheid in het doen van
+boodschappen, en wenschte nu een gunstigen indruk op haar geleider
+te maken door de netheid en vlugheid, waarmee zij haar zaakjes
+behandelde. Maar alles ging verkeerd, omdat zij geagiteerd was; zij
+liet de doos met naalden omvallen, vergat dat het linnen gekeperd moest
+zijn, en herinnerde zich die eisch eerst, toen het al afgesneden was,
+gaf verkeerd geld terug, en bloosde ten laatste van ergernis, toen zij
+aan de toonbank voor katoentjes naar bruin lint vroeg. De heer Bhaer
+stond er bij en lette op haar blozen en stotteren; en toen hij dit zag,
+scheen zijn eigen verlegenheid te wijken, want nu eerst begon hij in te
+zien, dat bij sommige gelegenheden vrouwen niet altijd doen, wat men
+zou verwachten, en dat men hun gedragingen dikwijls, evenals droomen
+juist andersom moet uitleggen. Toen zij verder gingen, nam hij met een
+vroolijker gezicht het pakje onder den arm, en stapte door de plassen,
+alsof hij over 't geheel genomen de excursie nogal plezierig vond.
+
+"Zouden wij ook niet het een of ander voor de kinderen koopen, en
+van avond een afscheidsfeestje hebben, omdat ik nu voor het laatst in
+uw zeer aangenaam thuis een bezoek breng?" stelde hij voor en bleef
+stilstaan voor een winkel met bloemen en vruchten.
+
+"Wat zullen wij koopen?" vroeg Jo, niet lettende op zijn laatste
+woorden, en de verschillende geuren bij het binnentreden opsnuivende
+met voorgewende verrukking.
+
+"Mogen zij sinaasappelen en vijgen hebben?" vroeg mijnheer Bhaer
+vaderlijk.
+
+"Die eten zij, als zij ze maar krijgen kunnen."
+
+"Houdt u van hazelnoten?"
+
+"Als een eekhoorn."
+
+"Duitsche druiven--ja, zulke zullen wij op het welzijn van mijn
+vaderland kunnen eten."
+
+Jo fronste de wenkbrauwen over zoo'n buitensporigheid, en vroeg,
+waarom hij niet een pond gedroogde pruimen, een kistje rozijnen, en
+een zakje amandelen nam; dat was meer dan genoeg; waarop mijnheer
+Bhaer haar beurs in beslag nam, de zijne voor den dag haalde, en
+tot besluit een paar pond druiven, een pot roode madeliefjes, en een
+aardig fleschje honing kocht, het laatste tot een bizonder geschenk
+voor Demi bestemmende. Toen vulde hij zijn zakken met de knobbelige
+pakjes, verzocht Jo de bloemen te dragen, en stak de oude parapluie
+weer op, om de reis te vervolgen.
+
+"Juffrouw March, ik heb u een groote gunst te vragen," begon de
+professor, nadat zij eenige stappen waren voortgegaan.
+
+"Ja, mijnheer?" en Jo's hart bonsde zoo luid, dat zij bang was,
+dat hij het zou hooren.
+
+"Ik neem de vrijheid het u te vragen, niettegenstaande den regen,
+omdat mij nog slechts zoo weinig tijd overblijft."
+
+"Ja, mijnheer," en Jo vermorzelde het bloempotje bijna door de
+plotselinge kracht, waarmee zij het aan haar hart drukte.
+
+"Ik wilde een jurk voor mijn kleine Tina koopen, en ik ben te dom om
+dat alleen te doen. Wilt u zoo vriendelijk zijn mij met raad en daad
+te helpen?"
+
+"Jawel, mijnheer," en Jo werd plotseling zoo koel en kalm, alsof zij
+een stortbad gekregen had.
+
+"Misschien zou ook een doek voor Tina's moeder wel goed zijn, zij is
+zoo ziek en arm, en haar man is een groote zorg voor haar,--ja, ja,
+een dikke, warme doek zou een goed geschenk zijn voor die brave vrouw."
+
+"Ik wil u met genoegen helpen, mijnheer Bhaer." ("Daar ga ik, en met
+de minuut moet ik meer van hem houden,") voegde zij er bij zichzelve
+bij; toen vermande ze zich en pakte de zaak met hart en ziel aan.
+
+Mijnheer Bhaer liet het geheel aan haar over; zij zocht dus een aardig
+jurkje voor Tina uit, en vroeg toen naar omslagdoeken. De bediende,
+die een getrouwd man was, begon belang te stellen in het paar, dat
+klaarblijkelijk inkoopen voor de familie deed.
+
+"Mevrouw zal dezen misschien verkiezen; 't is een mooie stof, een
+nette kleur, eenvoudig en gedistingeerd," en met deze woorden ontvouwde
+hij een warmen, grijzen doek, en wierp dien over Jo's schouders.
+
+"Hoe bevalt deze u, mijnheer Bhaer?" vroeg zij, hem haar rug
+toedraaiende, meer dan dankbaar voor deze gelegenheid om haar gezicht
+te kunnen verbergen.
+
+"Uitmuntend, wij zullen dien nemen," antwoordde de professor, bij
+zich zelf glimlachende, toen hij er voor betaalde, en Jo ondertusschen
+den boel op de toonbank doorsnuffelde, alsof haar geluk er van afhing
+een koopje te doen.
+
+"Zullen wij nu naar huis gaan?" vroeg hij, alsof die woorden een
+aangenamen klank voor hem hadden.
+
+"Ja, 't is laat, en ik ben heel moe." Jo's stem was hartroerend,
+meer dan zij zelve wist, want nu scheen voor haar de zon weer
+plotseling onder te gaan; de wereld werd weer modderig en eenzaam,
+en nu eerst ontdekte zij, dat haar voeten nat waren, haar hoofd
+pijn deed, en haar hart kouder dan de eerste en pijnlijker dan het
+laatste was. Professor Bhaer ging weg; hij voelde slechts vriendschap
+voor haar; zij had zich vergist, en hoe eerder alles nu voorbij was,
+hoe beter. Met deze gedachte in het hoofd wenkte zij een naderenden
+omnibus, met zoo'n haastige beweging, dat de madeliefjes uit den pot
+vlogen en erg beschadigd werden.
+
+"Dat is niet onze omniboes," zei de professor, liet den vollen wagen
+doorrijden en bleef even staan om de bloemen op te rapen.
+
+"O, neem me niet kwalijk; ik zag den wagen niet heel goed. Maar het
+doet er niet toe, ik kan wel loopen, ik ben er aan gewend om door
+de modder te baggeren," antwoordde Jo, sterk knipoogende, omdat zij
+liever wilde sterven dan openlijk haar oogen afvegen.
+
+Mijnheer Bhaer zag de tranen op haar wangen, ofschoon zij het gelaat
+afwendde en dat gezicht scheen hem sterk te treffen, want zich
+plotseling over haar heen buigende, vroeg hij op een toon waarin
+alles lag opgesloten: "Liefste van mijn hart, waarom weent ge?"
+
+Als Jo nu aan die soort van dingen gewend was geweest, zou zij
+misschien gezegd hebben, dat zij niet schreide, maar verkouden in
+het hoofd was, of een ander vrouwelijk leugentje, gepast voor de
+gelegenheid, verzonnen hebben; maar in plaats daarvan antwoordde ze
+"heel onbetamelijk", half snikkend: "Omdat u weggaat!"
+
+"Omdat ik wegga? Ach Gott, dat is al te goed!" riep mijnheer Bhaer
+in verrukking, en niettegenstaande de pakjes en zijn parapluie sloeg
+hij zijn handen in elkaar. "Jo, ik heb u niets te geven dan heel veel
+liefde; ik kwam zien, of dat je genoeg kon schelen, en ik wachtte,
+om er zeker van te zijn, dat ik meer dan een vriend was. Is dat
+zoo? Kunt gij in uw hart een klein plaatsje voor den ouden Fritz
+inruimen?" voegde hij er in één adem bij.
+
+"O ja!" antwoordde Jo, en hij was volkomen tevreden, want zij vouwde
+haar handen om zijn arm, en keek naar hem op, met oogen, die duidelijk
+zeiden, hoe gelukkig zij zijn zou, als zij dit leven met hem kon
+doorwandelen, zelfs al had zij geen betere beschutting dan de oude
+parapluie--wanneer hij die maar droeg.
+
+Dit was zeker wel een huwelijksvoorstel onder moeilijke omstandigheden,
+want al had hij 't gewild, mijnheer Bhaer had toch onmogelijk voor haar
+kunnen neerknielen; de straat was er te modderig voor. Evenmin kon hij
+Jo zijn hand aanbieden, behalve in overdrachtelijken zin, want hij
+had beide handen vol; nog veel minder kon hij zijn hart lucht geven
+in teedere liefkoozingen op de publieke straat, hoewel hij er na aan
+toe was; dus bleef de eenige manier, waarop hij zijn blijdschap kon
+toonen, haar aan te kijken met een zoo zonnigen blik, dat er werkelijk
+kleine regenboogjes schenen te ontstaan in de droppels, die op zijn
+baard vonkelden. Indien hij Jo niet zoo innig had liefgehad, geloof
+ik niet, dat hij op dat oogenblik zijn hart aan haar zou hebben kunnen
+verliezen, want zij was een alles behalve bevallige verschijning--haar
+rokken in een betreurenswaardigen staat, haar overschoenen een en al
+modder, en haar hoed druipnat. Gelukkig beschouwde mijnheer Bhaer
+haar als de schoonste vrouw, die hij ooit gezien had, en vond zij
+hem meer "Jupiterachtig" dan ooit, hoewel de rand van zijn hoed
+heelemaal slap hing, door de kleine beekjes, die van daar op zijn
+schouders afstroomden, (want hij hield de parapluie alleen boven
+Jo) en iedere vinger van zijn handschoenen reparatie noodig had. De
+voorbijgangers zagen hen waarschijnlijk voor een paar onschadelijke
+krankzinnigen aan, want zij vergaten totaal een omnibus te wenken,
+en wandelden langzaam voort, zonder op de invallende duisternis en
+den mist te letten. Weinig bekommerden zij zich om de meening van
+anderen; zij genoten het gelukkige uur, dat zelden meer dan eens in
+een menschenleven voorkomt--het wondere oogenblik, dat den grijsaard
+jeugd, den alledaagsche schoonheid, den arme rijkdom schenkt, en het
+menschelijk hart een voorsmaak van den hemel geeft. De professor zag
+er uit, of hij een koninkrijk had veroverd, en deze wereld hem niets
+meer behoefde aan te bieden, terwijl Jo naast hem ging, met het gevoel,
+alsof haar plaats daar altijd geweest was, en vol verbazing, dat zij
+ooit naar iets anders verlangd had. Natuurlijk was zij de eerste, die
+sprak--ik bedoel die verstandig sprak, want de aandoenlijke uitingen
+die op haar onstuimig "o ja!" volgden, waren niet zeer samenhangend
+of voor overbrenging vatbaar.
+
+"Friedrich, waarom heb je me--"
+
+"Ach! daar geeft zij mij den naam, dien niemand meer noemde sinds
+Minna gestorven is!" riep de professor, en bleef midden in een plas
+stilstaan om haar met dankbare verrukking aan te kijken.
+
+"Ik noem je altijd zoo, als ik aan je denk--maar ik zal het niet meer
+doen, of je moest het liever hebben?"
+
+"Het liever hebben! Het klinkt mij lieflijker toe, dan ik kan
+uitdrukken," riep mijnheer Bhaer, meer als een romantisch student
+dan als een ernstig professor.
+
+"Maar--waarom heb je mij dat alles niet vroeger gezegd?" vroeg Jo,
+wel wat verlegen.
+
+"Nu zal ik je mijn heele hart moeten openleggen, en dat wil ik zoo
+gaarne, omdat gij er voortaan zorg voor moet dragen. Zie, mijn Jo--o,
+die lieve, aardige korte naam!--ik had je iets willen vragen dien dag,
+toen ik je in New-York vaarwel zeide; maar ik dacht, dat gij met den
+knappen jongen vriend verloofd waart, en daarom sprak ik niet. Indien
+ik toen had gesproken, zoudt gij dan 'ja' hebben gezegd?"
+
+"Ik weet het niet; ik vrees van neen, want ik had toen nog geen hart."
+
+"Prut! dat geloof ik niet. Het sliep, totdat de prins uit het sprookje
+door het bosch kwam, en het wakker maakte. Ach ja, 'die erste Liebe
+ist die beste', maar die mag ik niet verwachten."
+
+"Ja, de eerste liefde is de beste; wees dus maar tevreden, want ik
+heb nooit een andere gehad. Teddy was maar een jongen, en kwam gauw
+zijn verliefdheid te boven," zei Jo haastig, om den professor uit
+den droom te helpen.
+
+"Goed! dan ben ik gerust en gelukkig, dat gij mij alles geven kunt. Ik
+heb zoolang gewacht; nu ben ik zelfzuchtig geworden, zooals ge zult
+ondervinden, Professorin!"
+
+"Dat is best!" riep Jo, verrukt over haar nieuwen titel. "Vertel mij
+nu eens, wat je eigenlijk hier bracht, juist toen ik je het meest
+noodig had?"
+
+"Dit"--en mijnheer Bhaer haalde een versleten stukje papier uit
+zijn zak.
+
+Jo vouwde het open, en keek meer dan beschaamd; want het was een van
+haar eigen bijdragen aan een tijdschrift, dat poëzie opnam en waaraan
+zij nu en dan een proeve zond.
+
+"Hoe kon dat je hier brengen?" vroeg zij nieuwsgierig om te weten,
+wat hij bedoelde.
+
+"Ik vond het toevallig; ik herkende het aan de namen en de initialen,
+en éen klein versje scheen mij te roepen. Lees het, en zoek het
+gedeelte, dat ik bedoel; ik zal zorgen, dat je niet in de plassen
+trapt."
+
+Jo gehoorzaamde, en doorliep haastig de regels, die zij gedoopt had:
+
+
+ OP DEN ZOLDER.
+
+ Op den zolder staan vier kistjes,
+ Dik bestoven, half vergaan,
+ Die ze vulden zijn z' ontwassen,
+ Lieten lang reeds 't speelgoed staan.
+ Aan een lint vier kleine sleutels,
+ Lang geleên met blij gelach
+ Door de kindren opgehangen,
+ Op een sombren regendag.
+ Zie, een naam draagt ieder deksel,
+ Ingegrift voor zeven jaar,
+ Door den vriendelijken makker
+ Van de blijde kinderschaar,
+ Die zijn werk soms even staakte,
+ Om te luistren naar 't refrein
+ Van de zomerregendropplen
+ Tegen 't raam en op 't kozijn.
+
+ "Meta" staat op 't eerste deksel,
+ En daaronder, wel bewaard,
+ Ligt een gansche schat geborgen,
+ Door haar zachte hand vergaârd.
+ 't Zijn de blijken, dat haar leven
+ Kalm en effen henenvloog.
+ Bruidsjapon, een kinderschoentje,
+ Vallen dad'lijk al in 't oog.
+ Aardigheden, kleine giften,
+ Prijzen in haar jeugd behaald--
+ Maar geen speelgoed is gebleven;
+ Dat werd alles weggehaald.
+ Jonge moeder! wiegeliedjes
+ Hoort gij, wed ik, in 't refrein
+ Van de zomerregendropplen
+ Tegen 't raam en op 't kozijn.
+
+ "Jo" op 't volgend vol met krassen,
+ En daarin een lorrenboel:
+ Poppen zonder hoofd, wat tollen,
+ Knikkers, prullen zonder doel.
+ Uit het land der droomerijen,
+ Dat de jeugd alleen betreedt,
+ Allerlei herinneringen
+ Zoo van vreugd, als zieleleed;
+ Halve verzen en verhalen,
+ Brieven, koel en warm en koud,
+ Kinderdagboek, wijze wenken
+ Van een vrouw, te vroeg reeds oud.
+ "Allen hebben u verlaten,"
+ Is voor haar het droef refrein
+ Van de zomerregendropplen
+ Tegen 't raam en op 't kozijn.
+
+ "Bets", die naam is niet bestoven,
+ Daarvoor zorgt een teedre hand.
+ Alles wat haar toebehoorde
+ Houden wij in waarde; want
+ Z' is niet langer in ons midden,
+ En toen God haar tot zich nam
+ Bergden wij hier al haar schatten
+ Tot een "in memoriam."
+ 't Mutsje, 't laatst door haar gedragen,
+ En haar kleine zilveren schel,
+ Haar geliefkoosd schilderijtje,
+ En haar solitaire-spel.
+ En wij hooren liedren, psalmen,
+ Die zij zong in lichaamspijn,
+ In de zomerregendropplen
+ Als een liefelijk refrein.
+
+ 't Laatste deksel doet aanschouwen
+ Hoe een ridder fier en stout,
+ Op zijn schild den naam van "Amy"
+ Voert in letters, blauw en goud.
+ En in 't kistje, net geborgen:
+ Blauwe schoentjes van satijn,
+ Diadeemen, droge bloemen,
+ Waaiers, broches, groot en klein.
+ Allerlei gedachtenisjes.
+ Philippines, teêr van aard,
+ Vogeltjes van klei, een kransje
+ Heel zorgvuldig hier bewaard.
+ Klokken, die haar bruiloft melden
+ Hoort zij, denk ik, in 't refrein
+ Van de zomerregendropplen
+ Tegen 't raam en op 't kozijn.
+
+ Op den zolder staan vier kistjes,
+ Dik bestoven, half vergaan.
+ Van het viertal dat ze vulde
+ Kwam er éen reeds boven aan.
+ Slechts voor kort zijn wij gescheiden,
+ Weldra komt de blijde tijd,
+ Die ons allen dáar vereenigt,
+ Waar geen dood zelfs ons meer scheidt.
+ Mochten wij die achterbleven,
+ Leven tot des Vaders eer;
+ Moedig strijden, biddend waken,
+ Heilig worden, meer en meer.
+ Dan, dan zullen w' eens te zamen
+ Juichen en gelukkig zijn--
+ Waar geen storm- of regenvlagen
+ Zijn, maar eeuw'ge zonneschijn.
+
+ J. M.
+
+
+"Als gedichtje heeft het niet veel waarde, maar het kwam uit mijn
+hart, en ik schreef het, toen ik mij eens bitter eenzaam gevoeld,
+en uitgehuild had op de prullemand. Ik dacht niet, dat het mij nog
+eens zou verklappen," zei Jo, terwijl zij het versje verscheurde,
+dat de professor zoo zorgvuldig bewaard had.
+
+"Laat het gaan, het heeft zijn plicht gedaan, en ik zal een nieuw
+krijgen, wanneer ik het bruine boekje mag lezen, waarin zij al haar
+geheimen bewaart," dreigde mijnheer Bhaer glimlachend, en voegde
+er ernstig bij, toen hij de stukken door den wind zag verstrooien:
+"Ja, ik las dat, en ik dacht bij mijzelf: zij heeft droefheid, zij
+is eenzaam, zij zal troost vinden in ware liefde. Ik heb een heel
+hart vol voor haar; zal ik niet tot haar gaan en zeggen: 'Indien dit
+niet te gering is om in ruil te geven voor alles wat ik van u hoop
+te ontvangen, neem het, onder Gods zegen.'"
+
+"En toen heb je gezien, dat het niet te gering was, maar juist het
+eene kostbare, dat ik noodig had," antwoordde Jo zacht.
+
+"De moed ontbrak mij om dat in het begin te denken, hoewel uw ontvangst
+zoo zeldzaam vriendelijk was. Maar spoedig begon ik te hopen, en
+toen dacht ik: ik wil haar hebben, al moest ik er ook voor sterven,
+en dat wil ik ook!" riep de professor op uitdagenden toon, alsof
+de koude nevelen, die hen omgaven, even zooveel hinderpalen waren,
+die hij beklimmen of omverwerpen moest.
+
+Jo vond dat prachtig, en besloot zich haar ridder waardig te maken,
+al kwam hij dan ook niet in volle staatsie, te paard gezeten, uitgedost
+in een schitterende wapenrusting.
+
+"Waarom bleef je zoo lang weg?" vroeg zij na een oogenblik van
+stilzwijgen; want zij moest weer spreken--'t was zoo plezierig
+vertrouwelijke vragen te doen en zulke heerlijke antwoorden te
+ontvangen.
+
+"Het was niet gemakkelijk; maar ik kon het niet over mij verkrijgen je
+uit je gelukkig thuis weg te halen, voordat ik het vooruitzicht had je
+een ander te kunnen geven; misschien eerst na verloop van tijd en na
+hard werken. Hoe kon ik je vragen, zóóveel op te geven voor een arm,
+oud man, die geen ander vermogen bezit dan zijn kennis?"
+
+"Ik ben blij, dat je arm bent; ik zou geen rijken man willen
+hebben!" riep Jo op stelligen toon, en voegde er met zachter stem bij:
+"Wees maar niet bang voor armoede; ik ben het lang genoeg geweest,
+om mijn vrees te overwinnen, en mijn geluk te vinden in het werken
+voor hen, die ik liefheb. En je mag jezelf ook niet oud noemen--ik
+zou niet kunnen laten je lief te hebben, al was je zeventig."
+
+Deze woorden ontroerden den professor zoo, dat hij graag zijn zakdoek
+zou gebruikt hebben, als hij dien maar had kunnen uithalen; daar dit
+een absolute onmogelijkheid was, veegde Jo zijn oogen voor hem af,
+en zei lachend, terwijl zij hem van een paar pakjes ontlastte:
+
+"Ik mag dan energiek zijn, maar niemand kan zeggen, dat ik nu buiten
+mijn sfeer treed,--want de bijzondere roeping der vrouw wordt immers
+verondersteld te bestaan in het drogen van tranen, en het dragen
+van lasten. Ik moet mijn deel dragen, Friedrich, en ons huis mee
+helpen verdienen. Tracht je daaraan te onderwerpen, of ik ga geen
+stap verder," voegde zij er vastbesloten bij, toen hij de pakjes
+terugeischte.
+
+"Nu, wij zullen zien. Hebt gij geduld om een langen tijd te wachten,
+Jo? Ik moet weggaan en mijn werk alleen doen; ik moet mijn jongens
+eerst helpen; want zelfs om uwentwil mag ik mijn belofte aan Minna
+niet breken. Kunt gij dat vergeven en gelukkig zijn, terwijl wij
+wachten en hopen?"
+
+"Ja, ik weet, dat ik het kan; want wij hebben elkander lief, en dat
+maakt al het overige gemakkelijk te dragen. Ik heb ook mijn plichten en
+mijn werk. Ik zou niet gelukkig kunnen zijn, als ik alles verzuimde,
+zelfs voor jou,--dus behoeft er geen sprake te wezen van haast of
+ongeduld. Jij hebt je aangewezen werk--ik moet het mijne hier doen,
+en tezamen moeten wij geduldig zijn, het beste hopen, en de toekomst
+nemen, zooals God die ons geeft."
+
+"O, gij spreekt mij hoop en moed in, en ik kan je niets teruggeven
+dan een vol hart en deze leege handen," riep de professor, geheel
+overstuur.
+
+Jo zou nooit kunnen leeren zich betamelijk te gedragen; want toen
+hij dat zei, vlak voor de huisdeur, legde zij haar handen beide in de
+zijne, en fluisterde teeder: "Nu niet meer leeg;" en op dat gewichtig
+oogenblik kuste zij haar Friedrich onder de parapluie. Het was
+hóógst onwelvoegelijk, maar al waren de natte musschen op de tuinheg,
+menschelijke wezens geweest, dan zou zij het toch gedaan hebben,--want
+zij was onverschillig voor alles, behalve voor haar geluk.
+
+Ofschoon alles zoo heel eenvoudig toeging, was het volgend oogenblik
+toch het glanspunt van hun leven; toen Jo de deur achter zich en haar
+geliefde sloot en ze kou, storm en duisternis daar buiten, voor licht,
+warmte en rust daarbinnen verwisselden, en beiden werden opgewacht
+met een hartelijk: "Welkom thuis!"
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK XXIV.
+
+DE OOGST.
+
+
+Een jaar ging voorbij, gedurende welken tijd Jo en haar professor
+werkten en wachtten, hoopten en elkander liefhadden, elkaar een
+enkele maal zagen, en zulke lange brieven schreven, dat, volgens
+Laurie, de stijging in den prijs van het papier daaruit verklaard kon
+worden. Het tweede jaar begon vrij somber, want hun vooruitzichten
+werden niet schitterender, en tante March stierf plotseling. Toen de
+eerste droefheid echter voorbij was--want zij hadden de oude tante
+toch liefgehad, niettegenstaande haar scherpe tong--ontdekten zij,
+dat zij reden tot blijdschap hadden; zij had n.l. Plumfield aan Jo
+vermaakt, en hierdoor werden verschillende heerlijke dingen mogelijk.
+
+"'t Is een mooie plaats, die een goede som zal opbrengen, want je
+bent toch zeker van plan alles te verkoopen?" vroeg Laurie, toen zij
+eenige dagen later de zaak bespraken.
+
+"Neen, zeker niet," antwoordde Jo beslist, terwijl ze zachtjes den
+ouden poedel streelde, dien ze had aangenomen, uit piëteit voor zijn
+overleden meesteres.
+
+"Je bent toch niet van plan daar te gaan wonen?"
+
+"Zeker ben ik dat van plan."
+
+"Maar, beste meid, 't is een onmetelijk groot huis, en je zult een
+schat van geld moeten hebben, om het in orde te houden. Alleen voor
+den tuin en den boomgaard heb je twee of drie mannen noodig, en ik
+voor mij zie in Bhaer geen oeconoom."
+
+"Als ik het hem voorsla, zal hij zich wel op dat vak willen toeleggen."
+
+"En denk je te zullen kunnen leven van de opbrengst van de plaats? Op
+mijn woord, het klinkt paradijsachtig, maar je zult het ontzettend
+zwaar werk vinden."
+
+"De oogst, dien wij zullen binnenhalen, zal heel voordeelig blijken
+te zijn," lachte Jo.
+
+"En waaruit zal die heerlijke oogst bestaan, mevrouw?"
+
+"Uit jongens! Ik wil een school openen voor kleine jongens--een
+goede, prettige, huiselijke school--ik zal ze verzorgen, en Fritz
+moet ze leeren."
+
+"Nou, dát is een echt plan à la Jo! Is dat niet net iets voor
+haar?" riep Laurie uit, en keerde zich tot de familie, die even
+verbaasd keek als hij.
+
+"Ik vind het een aardig plan," zei mevrouw March terstond.
+
+"Ik ook," voegde haar man er bij, die dit een kostelijke gelegenheid
+achtte, om de socratische opvoedkunde op hedendaagsche jongens in
+toepassing te brengen.
+
+"Het zal een ontzettend groote zorg voor Jo zijn," vreesde Meta,
+en streelde het hoofdje van haar eenigen, zooveel tijd in beslag
+nemenden, kleinen jongen.
+
+"Jo kan het doen, en zal er gelukkig door wezen. 't Is een prachtig
+plan, vertel er ons eens alles van," verzocht de oude heer Laurence,
+die reeds lang verlangd had het paar te helpen, maar wel wist, dat
+zij toch alle hulp zouden weigeren.
+
+"Ik wist wel, dat u mij zoudt bijvallen, mijnheer. Amy vindt het
+ook goed, ik lees het in haar oogen, ofschoon zij heel voorzichtig
+wacht met haar oordeel uit te spreken, tot zij er eens goed over
+heeft nagedacht."
+
+"Nu, lieve menschen, begrijpt maar eerst, dat dit geen _nieuw_ plan
+van mij is, maar een, dat ik al lang gekoesterd heb. Voordat ik Fritz
+ontmoet had, stelde ik mij al dikwijls voor, hoe ik, wanneer ik mijn
+fortuin gemaakt zou hebben, en niemand mij thuis meer noodig had,
+een groot huis zou huren, en een paar arme moederlooze jongetjes
+zou opnemen, om hen het leven plezierig te maken, voordat het te
+laat was. Ik zie er zooveel, die verongelukken, omdat zij niet op
+het goede oogenblik geholpen worden; ik zou zoo dolgraag iets voor
+dergelijke jongens doen; ik weet, wat ze noodig hebben, en ik voel
+hun moeilijkheden; en o! ik wou zoo graag een moeder voor hen zijn!"
+
+Mevrouw March stak Jo haar hand toe, die deze met tranen in de oogen
+drukte, terwijl ze met haar vroegere opgewondenheid, die haar vrienden
+in zoo'n langen tijd niet van haar gezien hadden, voortging:
+
+"Ik sprak Fritz eens over mijn plan, en hij zei dat zooiets ook zijn
+wensch was, en stemde er in toe het te probeeren, wanneer wij eens
+rijk zouden zijn. Maar, die goeierd heeft het al zijn leven lang
+gedaan,--arme jongens helpen, bedoel ik, (niet rijk worden, dát zal
+hij wel nooit) het geld blijft niet lang genoeg in zijn zak om veel
+over te kunnen leggen. Maar nu, dank zij mijne goede, oude tante,
+die meer van mij hield, dan ik ooit verdiende, nu ben ik rijk--ten
+minste, ik _voel_ mij rijk, en wij kunnen best op Plumfield leven,
+als onze school een beetje wil opnemen. 't Is juist een geschikte
+plaats voor jongens--het huis is ruim, en de meubels zijn sterk
+en eenvoudig. Binnenshuis is overvloed van plaats voor een paar
+dozijn, en buitenshuis loopen zij elkander ook niet in den weg. Zij
+zouden in den tuin en den boomgaard kunnen helpen, uitstekend, gezond
+werk--Fritz zou hen op zijn eigen manier kunnen opvoeden en leeren, en
+Vader wil hem stellig wel helpen. Ik zal ze eten geven, en oppassen en
+vertroetelen en beknorren, en daarin zal Moeder mijn steun zijn. Ik heb
+altijd verlangd naar een massa jongens om me heen, maar heb nooit mijn
+zin gehad; nu kan ik het huis vol maken, en me aan de kleine bengels
+wijden, zooveel ik maar wil. Denk eens wat een genot! Plumfield mijn
+eigendom, en een bende jongens om er met mij van te genieten!"
+
+Toen Jo opgewonden gesticuleerde en een zucht van geluk slaakte,
+barstte de heele familie in een luid gelach uit, en mijnheer Laurence
+lachte zóó, dat zij voor een aanval van beroerte begonnen te vreezen.
+
+"Maar ik zie er niets belachelijks in," hernam Jo ernstig, zoodra
+zij zich verstaanbaar kon maken. "Niets is immers natuurlijker of
+geschikter voor mijn professor dan een school te openen, en voor mij,
+dan graag op mijn eigen plaats te willen wonen."
+
+"Kijk, zij neemt al airs aan," riep Laurie, die de zaak als een
+prachtige grap beschouwde. "Maar mag ik ook vragen, waarvan je
+van plan bent de inrichting te doen bestaan? Als al de leerlingen
+landloopertjes zijn, ben ik bang, dat je oogst niet heel voordeelig
+zal blijken, uit een wereldsch oogpunt beschouwd, mevrouw Bhaer."
+
+"Kom, ontneem mij nu niet mijne illusies, Teddy. Natuurlijk zullen
+er ook rijke jongens onder zijn; misschien begin ik wel met enkel
+betalende; als ik dan eenmaal goed op streek ben, kan ik voor
+mijn speciaal genoegen een paar arme tobbers aannemen. Kinderen
+van welgestelde menschen hebben dikwijls ook troost en zorg noodig,
+even goed als van arme. Ik heb meer dan eens gezien, hoe ongelukkige
+stumpertjes aan dienstboden overgelaten, en achterlijke kindertjes
+met geweld opgestoomd werden,--werkelijk wreed. Sommige jongens zijn
+lastig, door een verkeerde behandeling of door verwaarloozing, en
+anderen verliezen hun moeders al vroeg. Buitendien moeten toch ook
+de beste de vlegeljaren doormaken, en dat is de tijd, waarin zij het
+meest behoefte hebben aan geduld en vriendelijkheid. Iedereen lacht
+ze uit, of schudt ze door elkander, of tracht ze op den achtergrond
+te houden, en verwacht blijkbaar, dat mooie kindertjes eensklaps in
+flinke jongens zullen veranderen. Zij klagen niet veel--arme stumperds,
+maar zij voelen het daarom wel. Ik heb er iets van mee doorgemaakt,
+en weet er dus al wat van. Ik stel bijzonder veel belang in zulke
+jonge beertjes, en toon ze zoo graag, hoe ik hun warme, eerlijke,
+oprechte jongensharten op prijs stel, ondanks hun onhandige armen en
+beenen en hun slordige hoofden. Ik bezit heusch al wat ondervinding
+op dat gebied, want is er niet een jongen, dien ik heb opgevoed,
+en die nu de trots en de roem van zijn familie uitmaakt?"
+
+"Ik zal altijd getuigen, dat je er je best toe gedaan hebt," zei
+Laurie, haar dankbaar aanziende.
+
+"En ik ben boven verwachting geslaagd; want je bent nu een flink man
+van zaken, je doet ontzettend veel goed met je geld, en kapitaliseert
+de zegeningen der armen. Maar je leeft niet alleen voor je zaken,
+je houdt ook veel van al wat goed en mooi is, geniet er zelf van,
+en laat anderen mee genieten, zooals je vroeger in den ouden tijd ook
+deed. Hoor, Teddy, ik ben trotsch op je, want ieder jaar word je beter,
+en iedereen voelt het, al wil je niet dat iemand het uitspreekt. Ja,
+als ik later mijn kudde om mij heen heb, zal ik op jou wijzen en
+zeggen: 'Ziedaar jullie model, jongens!'"
+
+De arme Laurie wist niet, waar zich te bergen, want zoo oud als
+hij was, kwam nu toch iets van de vroegere verlegenheid over hem,
+toen na deze uitbundige lofspraak alle gezichten zich goedkeurend
+tot hem keerden.
+
+"Hoor eens Jo, dat is te veel," begon hij op zijn oude
+jongensmanier. "Jullie hebben allemaal meer voor mij gedaan, dan ik
+ooit kan vergelden, behalve door mijn best te doen, om je niet teleur
+te stellen. Je hebt mij in den laatsten tijd wel wat laten loopen,
+Jo, maar ik heb gelukkig toch een goede hulp gehad; dus, als ik
+vooruit ben gegaan, mag je er deze twee voor danken,"--en hij legde
+de eene hand op die van zijn grootvader en de andere in die van Amy,
+want die drie zaten altijd dicht bij elkaar.
+
+"Ik vind toch maar, dat familiekringen de mooiste dingen in de wereld
+zijn!" riep Jo uit, die dien avond in een bizonder blijde stemming was,
+"wanneer ik mijn eigen huishouden heb, hoop ik, dat ik zoo gelukkig
+zal zijn als de drie gezinnen, die ik ken, en het meest liefheb. Als
+John en Fritz nu nog maar hier waren, zou het hier heusch een hemel
+op aarde zijn," voegde zij er rustiger bij. En toen zij dien avond
+naar haar kamer ging, na een intiemen familieraad, waarin aller hoop
+en plannen besproken waren, was haar hart zoo vol van geluk, dat
+zij het slechts tot kalmte kon brengen, door bij het ledige bedje,
+dat op zijn oude plaats was blijven staan, neer te knielen en met
+teedere liefde aan Betsy te denken.
+
+Over 't geheel genomen was het een heel buitengewoon jaar, waarin
+alle dingen op een buitengewoon vlugge en plezierige manier schenen
+te gebeuren. Bijna voordat zij het goed besefte, was Jo getrouwd en
+woonde zij op Plumfield, waar weldra een troepje van zes of zeven
+jongens als paddestoelen rondom haar verrees, en er verwonderlijk
+goed gedijde. Arme jongens zoowel als rijke; want mijnheer Laurence
+vond telkens een hartbrekend geval van de grootste verlatenheid, en
+smeekte de Bhaers zich over het kind te ontfermen,--hij zou dan gaarne
+een kleinigheid voor zijn onderhoud betalen. Op die wijze verschalkte
+de slimme oude heer onze hooghartige Jo, en bezorgde haar die soort
+van jongens, die haar het meest aantrokken.
+
+In het begin was het natuurlijk zwaar werk, en Jo maakte allerlei
+dwaze vergissingen; maar de verstandige professor stuurde haar
+veilig in kalmer vaarwater, en de meest uitgelaten deugniet werd ten
+laatste getemd. Hoe genoot Jo van haar "bende," en hoe zou die goede
+tante March gekermd hebben, als zij had kunnen zien, hoe de heilige
+grenspalen van het stijve, welgeordende Plumfield overschreden werden
+door wilde Toms, Dicks en Harrys. Maar in dit alles was een soort van
+poëtische vergelding te zien, want de oude dame was de schrik van al
+de jongens uit den omtrek geweest; en nu smulden de kleine bannelingen
+naar hartelust van de verboden pruimen, schopten met hun ongewijde
+schoenen in het kiezel, zonder dat iemand hen beknorde, en speelden
+voetbal in de groote wei, waar de strijdlustige koe met de kromme
+horens gewoonlijk de brutale jeugd tot een kampstrijd placht uit te
+noodigen. De school werd als het ware een paradijs voor jongens,
+en Laurie wilde haar "Der Bhaergarten" doopen, als een compliment
+aan den eigenaar, en als zeer toepasselijk op de bewoners.
+
+Het werd nooit een modelschool, en de professor verdiende er geen
+schatten mee; maar het was juist, wat Jo gehoopt had--een gelukkig
+tehuis voor jongens, die onderwijs, zorg en liefde noodig hadden. Elke
+kamer in de groote villa had spoedig haar bestemming, elk plekje
+in den tuin weldra zijn eigenaar gevonden. Een complete menagerie
+verscheen in de schuur en het tuinhuis--want allerlei dieren werden
+toegelaten,--en driemaal per dag knikte Jo haar Fritz toe van het
+hoofd der lange tafel, aan beide zijden met gelukkige jonge gezichten
+versierd, die zich alle tot haar keerden met vriendelijk lachende
+oogen, vertrouwelijke woorden en dankbare harten, overvloeiende van
+liefde voor "Moeder Bhaer." Zij had nu zeker jongens genoeg om zich
+heen, maar kreeg er volstrekt nog niet genoeg van, ofschoon zij lang
+geen engelen waren, en sommigen hunner aan Professor en Professorin
+beiden, veel zorg en moeite veroorzaakten. Doch haar geloof aan
+het zachte plekje, dat in elk hart bestaat, zelfs in dat van den
+weerbarstigste en ondeugendste, gaf haar geduld en handigheid, en,
+na verloop van tijd, succes,--want geen enkele jongen kon zich lang
+verharden, wanneer Vader Bhaer hem met zijn goedige oogen door en
+door keek, en Moeder Bhaer hem zeventig maal zeven maal vergaf. De
+kostelijkste belooning was voor Jo de vriendschap der jongens, hun
+berouwvolle tranen en beloften van beterschap na kleine overtredingen,
+hun grappige of aandoenlijke geheimen, hun luchtkasteelen, vurige hoop,
+en plannen voor de toekomst; zelfs hun ongelukken,--want zij had hen
+daarom slechts te hartelijker lief. Er waren achterlijke jongens, en
+verlegen jongens, zwakke en baldadige jongens, jongens die lispelden,
+en jongens die stotterden, een paar kreupelen, en een vroolijke kleine
+mulat, die nergens een onderkomen kon vinden, maar in den "Bhaergarten"
+liefdevol werd opgenomen, ondanks de bewering van sommige menschen,
+dat zijn toelating den ondergang der school ten gevolge zou hebben.
+
+Jo was een echt gelukkige vrouw, hoewel zij hard moest werken, veel
+angst uitstond en onder een aanhoudend rumoer leefde. Zij genoot er
+met hart en ziel van, en geen lof voldeed haar meer dan de toejuiching
+van haar jongens,--want nu vertelde zij haar verhalen alleen nog
+aan haar geestdriftvolle bewonderaars en vereerders. Na verloop van
+tijd kwamen twee kleine _eigen_ jongetjes haar geluk nog verhoogen;
+Rob, naamgenoot van Grootpapa, en Teddy, een gelukskindje, dat zijn
+vaders zonnig humeur, zoowel als zijn moeders geest scheen geërfd te
+hebben. Hoe zij in het leven bleven en opgroeiden, in dien maalstroom
+van jongens, was een mysterie voor hun grootmoeder en tantes; maar zij
+bloeiden als paardebloemen in de lente, en hun onbeholpen kindermeisjes
+waren dol op hen en verzorgden ze goed.
+
+Er waren heel veel vacantiedagen op Plumfield, en een van de
+allerplezierigste was die, ter eere van den jaarlijkschen appeloogst;
+want dan kwamen de families March, Laurence, Brooke en Bhaer,
+om met vereende krachten dien dag te vieren. Vijf jaar na Jo's
+huwelijk vond er zoo'n oogstfeest plaats. 't Was een van die zachte
+koele Octoberdagen, waarop de lucht zoo opwekkend frisch is, dat
+alle levensgeesten wakker worden en het bloed vlugger door de aderen
+stroomt. De oude boomgaard scheen wel in feestdos gehuld; goudsbloemen
+en asters omzoomden de met mos begroeide muren; sprinkhanen wipten
+door het dorre gras, en krekeltjes piepten als muzikantjes bij een
+elfenmaaltijd. De eekhoorns waren druk bezig met het binnenhalen van
+hun wintervoorraad, de vogels tjilpten hun afscheidslied in de hooge
+elzen, en alle boomen zaten zoo vol, dat zij stellig bij de eerste
+schudding een regen van roode en gele appels op de hoofden der jongens
+zouden doen neerdalen. Allen waren op het appèl, iedereen lachte en
+zong, of klom in een boom en tuimelde naar beneden; allen verklaarden,
+dat zij nog nooit zoo'n verrukkelijken dag gehad hadden; ten minste
+niet in zulk vroolijk gezelschap,--en iedereen gaf zich geheel over
+aan het genot van het oogenblik, alsof zooiets, als zorg en droefheid,
+in de wereld niet bestond.
+
+De oude heer March wandelde kalm rond met den ouden heer Laurence,
+nu en dan genietende van
+
+
+ "De geur'ge, zachte appelwijn."
+
+
+De professor trok als een dapper ridder door de lanen, met een stok tot
+lans, aan het hoofd zijner jongens, die allerlei kunsten vertoonden,
+en wonderen verrichtten in het buitelen en springen. Laurie wijdde
+zich aan de kleintjes, trok zijn dochtertje voort in een schepelsmand,
+klom met Daisy in een boom, om naar een vogelnestje te kijken, en
+zorgde, dat de avontuurlijke Rob zijn hals niet brak. Mevrouw March
+en Meta zaten tusschen de hoopen appels, als een paar Pomona's en
+sorteerden de soorten, die nog steeds aangroeiden. Amy was bezig de
+verschillende groepjes te schetsen, en waakte met teedere zorg over
+een bleek ventje, dat haar, met zijn kruk naast zich, in bewonderende
+aanbidding aanstaarde.
+
+Jo was dien dag in haar element; ze vloog heen en weer, haar japon
+opgespeld, haar hoed overal, behalve op haar hoofd, en haar jongste
+kind onder den arm, gereed om de behulpzame hand te bieden, zoodra er
+het een of ander mocht gebeuren. Kleine Teddy's leven scheen als door
+tooverkracht beveiligd te zijn, want hij kreeg nooit een ongeluk,
+en Jo maakte zich nooit ongerust, wanneer hij door een der jongens
+op een boomtak gezet werd, weggaloppeerde op den rug van een ander,
+of een zure renet te eten kreeg van zijn toegevenden papa, die in
+den waan verkeerde, dat kleine kinderen alles kunnen verteeren, van
+zuurkool af tot knoopen, spijkers en hun eigen schoentjes toe. Zij
+wist dat kleine Teddy wel op zijn tijd weer boven water zou komen,
+gezond en blozend, vuil en vroolijk, en zij ontving hem altijd met
+een hartelijk welkom, want Jo had haar kinderen innig lief.
+
+Om vier uur werd er een oogenblik pauze gehouden, de manden bleven
+half gevuld, de appeldragers namen rust, en vergeleken elkaars scheuren
+en schrammen. Daarna zetten Jo en Meta, geholpen door een paar van de
+grootste jongens, het theegoed klaar op het gras,--want de theepartij
+buiten was altijd de grootste pret op den dag. Het land vloeide bij
+zulke gelegenheden letterlijk over van melk en honing, en de jongens
+behoefden niet om de tafel te zitten, maar mochten af en aan loopen,
+en eten en drinken als zij er lust in hadden, daar vrijheid toch de
+meest geliefde spijs is voor een jongensziel. In den ruimsten zin
+van het woord maakten ze gebruik van het zeldzame voorrecht, want
+enkelen probeerden de grap om, op hun hoofd staande, melk te drinken,
+anderen zetten het haasje-over dubbele bekoorlijkheid bij, door in de
+pauze tulband te eten; koekjes werden mild over het gras gestrooid
+en appelbollen mee in de boomen genomen, alsof de jongens eekhoorns
+waren. De kleine meisjes hielden een afzonderlijk theepartijtje,
+en Ted grabbelde naar welgevallen onder de eetbare waren.
+
+Toen niemand meer iets in zijn maag kon bergen, stelde de professor
+den eersten algemeenen toast in, die altijd bij zulke gelegenheden
+gedronken werd: "Tante March; God zegene haar!" Een toast, van harte
+gemeend door den goeden man, die nooit vergat, hoeveel hij aan haar
+verschuldigd was, en rustig gedronken door de jongens, die geleerd
+hadden haar nagedachtenis te eerbiedigen.
+
+"Nu op Grootma's zestigsten verjaardag! Lang leve zij, en driemaal
+drie hoera's!"
+
+Dat ging meer van harte, zooals men denken kan; en toen de hoera's
+eenmaal begonnen waren, bleek het moeilijk er een einde aan te
+maken. Ieders gezondheid werd daarop gedronken, van den ouden heer
+Laurence af, die als hun bizonderen beschermheer werd beschouwd,
+tot aan het verbaasde marmotje toe, dat uit zijn eigen gebied was
+komen aanwippen, om zijn jongen meester te zoeken. Demi bood toen, als
+oudste kleinkind, de koningin van den dag verscheiden geschenken aan,
+zoo talrijk, dat zij op een kruiwagen naar het feestterrein moesten
+gebracht worden. Sommige van die presenten waren allergrappigst,
+maar wat voor andere oogen van nul en geener waarde zou schijnen,
+bleek kostbaar in die van Grootma,--want de cadeautjes der kinderen
+waren hun eigen werk. De steken, waarmee Daisy's geduldige vingertjes
+den zakdoek gezoomd hadden, waren haar meer waard dan het mooiste
+borduursel; Demi's naaikistje was een wonder van handenarbeid,
+hoewel het deksel niet sluiten wou; Rob's voetenbankje wiegelde wel
+een beetje, omdat de pooten ongelijk waren, maar de jarige vond,
+dat zoo'n kleinigheid er niets op aan kwam, en geen bladzijde van
+het kostbare boek, dat Amy's kind haar aanbood was zoo schoon in haar
+oogen, als de eerste, waarop in dronken hoofdletters te lezen stond:
+"Aan de lieve Grootma van haar kleine Bets."
+
+Onder deze plechtigheid waren de jongens op een geheimzinnige wijze
+verdwenen; en toen mevrouw March haar kinderen had willen bedanken,
+maar ontroerd middenin was blijven steken, waarom Teddy haar oogen
+afdroogde met zijn morsboezelaar, hief de professor eensklaps een lied
+aan. En toen sloot, boven zijn hoofd, de eene stem voor en de andere
+na, zich bij hem aan, en van boom tot boom weergalmde de muziek van
+het onzichtbaar koor; want de jongens zongen uit volle borst het lied,
+dat door Jo gemaakt en door Laurie op muziek gezet was, en dat zij,
+met behulp van den professor, ingestudeerd hadden, om het met het
+grootst mogelijk effect te kunnen voordragen. Dat was iets geheel
+nieuws, en slaagde bizonder, want mevrouw March kon maar niet van haar
+verbazing bekomen, en wilde met ieder der vederlooze vogels handen
+schudden, van den langen Emil en Franz af, tot den kleinen mulat toe,
+die de welluidendste stem van allen had.
+
+Toen dat afgeloopen was, verspreidden de jongens zich om nog wat
+pret te maken, mevrouw March en haar dochters achterlatende om kalm
+te genieten onder den feestboom.
+
+"Ik vind dat ik mezelf nooit weer 'ongelukkige Jo,' mag noemen, nu
+mijn grootste wensch zoo heerlijk vervuld is," zei mevrouw Bhaer,
+en trok Teddy's vuistje uit de melkkan, waarin hij naar hartelust
+scheen te karnen.
+
+"En toch is je leven zoo heel anders, dan je je jaren geleden
+voorstelde. Herinner je je onze luchtkasteelen nog?" vroeg Amy,
+met een glimlach naar Laurie en John kijkende, die met de jongens
+cricket speelden.
+
+"Beste jongens! Het doet mijn hart goed te zien, hoe zij voor een
+dag hun drukke bezigheden eens aan den kant zetten en onbezorgd pret
+hebben," antwoordde Jo, die nu op moederlijken toon van het gansche
+menschdom sprak. "Ja, ik herinner het mij; maar het leven, dat ik
+toen voor mezelf begeerde, schijnt mij nu zelfzuchtig, eenzaam en
+koud toe. Ik heb de hoop nog niet opgegeven om eenmaal een goed boek
+te schrijven, maar ik kan wachten, en ik ben zeker, dat het nog beter
+zal worden door ondervindingen en illustraties als deze;" en Jo wees
+van de woelige jongens naar haar vader, die geleund op den arm van den
+professor, in den zonneschijn heen en weer wandelde, geheel verdiept
+in een van die gesprekken, waarvan beiden zoo genoten, en daarna op
+haar moeder, als een koningin te midden van haar dochters gezeten,
+met de kinderen aan haar voeten of op haar schoot, alsof allen hulp
+en geluk vonden in het gelaat, dat voor die liefhebbende oogen nooit
+oud kon worden.
+
+"Mijn kasteel is nog het meest werkelijkheid geworden. Ik vroeg
+wel om prachtige dingen, maar ik wist in mijn hart toch wel, dat
+ik tevreden zou zijn met een aardig klein huisje, en John, en een
+paar lieve kinderen. Ik heb dat alles gekregen, God zij gedankt,
+en ik ben de gelukkigste vrouw ter wereld," zuchtte Meta, terwijl ze
+haar hand op het hoofd van haar flinken zoon legde, met een gezicht,
+waarop volmaakt geluk en teedere liefde te lezen stonden.
+
+"Mijn kasteel is heel anders geworden dan ik gedacht had, maar ik
+zou het voor niets willen ruilen, hoewel ik, evenmin als Jo, al mijn
+kunstenaarshoop opgeef, of er mij alleen toe bepaal anderen te helpen
+hun droomen te verwezenlijken. Ik ben begonnen aan een beeldje van
+kleine Bets, en Laurie zegt, dat het 't beste is, wat ik nog ooit
+gemaakt heb. Ik vind dat zelf ook, en ben van plan het in marmer te
+laten uithouwen, zoodat ik, wat er ook gebeuren moge, ten minste het
+afbeeldsel heb van mijn lieve schat."
+
+Terwijl Amy sprak, viel er een groote traan op het goudlokkig hoofdje
+van het slapende kind in haar armen; want haar eenig dochtertje bleef
+een teer popje, en de angst, haar eens te kunnen verliezen, was de
+eenige schaduw over Amy's zonneschijn. Deze zorg werkte veel goeds
+uit voor vader en moeder beiden; die liefde en droefheid maakten hun
+verbond nog inniger. Amy's gemoed werd teederder, dieper en zachter,
+Laurie werd ernstiger, sterker en flinker; en beiden leerden, dat
+schoonheid, jeugd, voorspoed en liefde, zelfs den meest gezegende
+niet bewaren kunnen voor zorg, verlies en smart.
+
+"Ze zal wel sterker worden, daar ben ik zeker van; laat den moed
+niet zakken, maar hoop en wees gelukkig," zei mevrouw March, en de
+teerhartige Daisy bukte, om haar eigen rooskleurig wangetje te drukken
+tegen het bleeke gezichtje van haar nichtje.
+
+"Dat mag ik ook niet, zoolang ik u heb om mij te bemoedigen,
+Moederlief, en Laurie om meer dan de helft van elken last te dragen,"
+antwoordde Amy met warmte. "Hij laat mij nooit merken, hoe bezorgd
+hij zich maakt, maar is zoo lief en geduldig voor mij, zoo engelachtig
+voor Bets, en altijd zoo'n steun en troost bij alles, dat ik hem niet
+half genoeg kan liefhebben. En dus kan ik, ondanks mijn groote zorg,
+met Meta zeggen: 'Ik ben, God zij gedankt, een gelukkige vrouw.'"
+
+"Ik hoef het niet te zeggen, want iederen kan zien, dat ik veel
+gelukkiger ben, dan ik verdien," voegde Jo er bij, en liet den blik
+gaan over haar besten man en over de stevige kinderen, die naast
+haar in het gras stoeiden. "Fritz wordt grijs en gezet, ik zoo
+mager als een schim, en ik ben al over de dertig; wij zullen nooit
+rijk worden, en Plumfield zal misschien wel eens in brand vliegen,
+want die onverbeterlijke Tommy Bangs wil nu eenmaal sigaretten maken
+van Spaansche kervel, en die onder de dekens rooken, hoewel hij zich
+al driemaal deerlijk gebrand heeft. Maar ondanks die onromantische
+dingen, heb ik mij over niets te beklagen, en ben ik nog nooit in
+mijn leven zoo jolig geweest. Vergeef me die uitdrukking, maar nu ik
+zoo onder jongens leef, kan ik niet helpen, dat ik soms hun woorden
+wel eens overneem."
+
+"Ja, Jo, ik denk, dat jouw oogst heel groot zal zijn," begon mevrouw
+March, en verdreef een groote zwarte tor, die Teddy bang maakte.
+
+"Niet half zoo groot als de uwe, Moeder. Hier is hij, om u heen, en
+wij kunnen u nooit genoeg danken voor al het geduld, waarmee u gezaaid
+en gemaaid hebt," riep Jo, met haar oude onstuimige hartelijkheid.
+
+"Ik hoop, dat er jaarlijks meer tarwe en minder onkruid mag zijn,"
+zei Amy zacht.
+
+"Een groote schoof, maar ik weet, dat er plaats voor is in uw hart,
+Moederlief," voegde Meta's warme stem er bij. Tot in het diepst
+harer ziel geroerd kon mevrouw March niets anders doen dan de armen
+uitstrekken, alsof zij kinderen en kleinkinderen tegelijk aan haar
+hart wilde drukken, en met een gelaat en stem vol van moederliefde
+en nederige dankbaarheid, zei zij: "o, Kinderen, hoe lang jullie ook
+moogt leven, ik kan je nooit grooter geluk toewenschen, dan wat mij
+nu ten deel valt!"
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+HOOFDSTUK I. Een Praatje
+HOOFDSTUK II. Het eerste Huwelijk
+HOOFDSTUK III. Artistieke Proefnemingen
+HOOFDSTUK IV. Letterkundige Ondervindingen
+HOOFDSTUK V. Huiselijke Ondervindingen
+HOOFDSTUK VI. Visites maken
+HOOFDSTUK VII. Gevolgen
+HOOFDSTUK VIII. Onze buitenlandsche Correspondente
+HOOFDSTUK IX. Verborgen Leed
+HOOFDSTUK X. Jo's Dagboek
+HOOFDSTUK XI. Een Vriend
+HOOFDSTUK XII. Harteleed
+HOOFDSTUK XIII. Betsy's Geheim
+HOOFDSTUK XIV. Nieuwe Indrukken
+HOOFDSTUK XV. Op zij gezet
+HOOFDSTUK XVI. Luie Laurence
+HOOFDSTUK XVII. De Vallei der Schaduwen des Doods
+HOOFDSTUK XVIII. Laurie zoekt te vergeten
+HOOFDSTUK XIX. Alleen
+HOOFDSTUK XX. Verrassingen
+HOOFDSTUK XXI. Mijnheer en Mevrouw
+HOOFDSTUK XXII. Daisy en Demi
+HOOFDSTUK XXIII. Onder de Parapluie
+HOOFDSTUK XXIV. De Oogst
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Uit Dickens' _David Copperfield_.
+
+[2] _Scarabeeën_ (Keversteenen) zijn oude Egyptische, voor heilig
+gehouden steenen, die op den bollen kant den vorm van een kever,
+in hun holte een klein gedenkbeeld vertoonen. Vert.
+
+[3] Mantalini, een bekende figuur uit Dickens' _Nicholas Nickleby_,
+die steeds schulden maakt en op kosten van zijn vrouw leeft.
+
+[4] Uit Shakespeare's: _Koopman van Venetië_.
+
+[5] In Tennyson's gedicht van dien naam: "_Icily regular, splendidly
+null._"
+
+[6] Mrs. Malaprop (mal à propos) is een figuur uit Sheridan's blijspel
+_The Rivals_ (de Medeminnaars), bekend om de grappige manier waarop
+ze verschillende uitdrukkingen en personen dooreenhaspelt.
+
+[7] Een Atheensch wever, voorkomende in Shakespeare's:
+_Midzomernachtsdroom_, waarin Titania, de feeënkoningin, ook een
+hoofdrol vervult.
+
+[8] Beroemd boek van den Engelschen schrijver Thomas Carlyle.
+
+[9] 't Engelsche _husband_ = echtgenoot.
+
+[10] John Bunyan: _The Pilgrim's Progress_.
+
+[11] Uit Bunyan's "Reize naar de Eeuwigheid."
+
+[12] Beroemd Engelsch letterkundige.
+
+[13] In Dickens' _David Copperfield_.
+
+[14] De grappige knecht van Pickwick (Dickens).
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Op Eigen Wieken, by Louisa May Alcott
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK OP EIGEN WIEKEN ***
+
+***** This file should be named 21946-8.txt or 21946-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ https://www.gutenberg.org/2/1/9/4/21946/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at https://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+https://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at https://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at https://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit https://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including including checks, online payments and credit card
+donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ https://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.