diff options
Diffstat (limited to '21409-8.txt')
| -rw-r--r-- | 21409-8.txt | 11793 |
1 files changed, 11793 insertions, 0 deletions
diff --git a/21409-8.txt b/21409-8.txt new file mode 100644 index 0000000..a5cd654 --- /dev/null +++ b/21409-8.txt @@ -0,0 +1,11793 @@ +The Project Gutenberg EBook of De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van +Santillano, by Alain René Le Sage + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano + De Spaansche Avonturier, Deel 1 van 2 + +Author: Alain René Le Sage + +Illustrator: Jean Gigoux + +Release Date: May 9, 2007 [EBook #21409] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZONDERLINGE LOTGEVALLEN *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + WERELD BIBLIOTHEEK + + Onder leiding van L. Simons. + +UITGEGEVEN DOOR: DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR + AMSTERDAM + + + + + + Alain René Le Sage + + De Zonderlinge Lotgevallen van + Gil Blas van Santillano, + De Spaansche Avonturier + + Met Illustraties van Jean Gigoux + + Eerste Deel + + + + + + + GEDRUKT TER DRUKKERIJ "DE DEGEL," AMSTERDAM + + + + + + + + + +LE SAGE EN ZIJN "GIL BLAS" + +(1668-1745) + + +ALS "klassiek" beteekenen mag: het eeuwig menschelijke in den +hoogsten vorm van den eigen tijd, dan plaatsen de Franschen terecht +den avonturen-roman van hun 17e-18e eeuwschen schrijver Le Sage: _Gil +Blas_ in die rij hunner klassieke werken. Zoo goed als de Spanjaarden +hun _Don Quichotte_ en de Engelschen Fieldings _Tom Jones_; wij onze +_Sara Burgerhart_ en _Willem Leevend_. + +_Le Sage_ heeft zich, evenals Molière vóor hem, aangesloten aan de +Spaansche romanlitteratuur van de 16e en 17e eeuw. Zijn Gil Blas +heeft het uiterlijke van den Spaanschen dolenden ridder en beleeft +evenals deze een eindelooze reeks van avonturen. Maar het doel van +den schrijver, als hij zijn held aldus door den mallemolen van het +leven heenzendt, is niet maar den lezer een boeiende afwisseling +te brengen. Op dit zich ontrollende doek wil hij heel het leven +schilderen, en in zijn hoofdfiguren den mensch, gelijk die er door +wordt aangedaan. "Zijn drama heeft honderd verschillende bedrijven +en duizend personen,"--zegt de Fransche criticus Charles Nodier in +zijn voorrede tot het werk bij de geïllustreerde uitgaaf van 1836, +waaraan wij ook de geestige en fraaie houtsneden voor ònze illustraties +ontleend hebben. "Gil Blas"--aldus karakteriseert hij dan verder--"is +de mensch in al zijn lotswissel, zijn zwakheden en de hulpbronnen van +zijn natuur; in al de illusies van zijn geest; al de verknoopingen +van zijn denkvermogen; de universeele mensch van Terentius, geplaatst +te midden van een samenloop van gebeurtenissen, die er vermaak in +schijnen te vinden den draad van zijn droomgespin te volgen. In de +_Misanthrope_ had Molière de hoogere kringen ten tooneele gevoerd; +_Gil Blas_ brengt er heel de maatschappij op; van dien bandiet die +zijn brood bedelt met den mond van zijn buks, tot de hoveling die de +vruchten van 's volks arbeid onder de willekeurige goedkeuring van +den vorst uitzuigt. En niet alleen zijn al de sprekende typen van +de menschheid in dit werk te vinden, zij staan er ook in, van alle +kanten belicht, onder al de afglansingen van het wisselend leven, in +zijn omstandigheden, tijd en plaats. Aldus wordt deze roman meer dan +een verhaal: een wereldbeschrijving, een ontkleeding van den mensch +in zijn zedelijke ontwikkeling." + + + +De lezer, die deze beide deelen, waarin wij het werk splitsen moesten, +gaat aanbijten, weet dus wat hem wacht: meer dan een aangename +tijdpasseering; ook een levenskijk op den mensch, zijn handelingen, +drijfveeren, in de 18e eeuwsche Fransche samenleving, gelijk een +geestig menschenkenner uit die eeuw ze gezien heeft. Wie Rousseau +wil leeren begrijpen, en de na hem gekomen Revolutie, vindt in dezen +roman van Le Sage een goede inwijding. Mogen velen ervan genieten! + +De vertaling van dit werk, vroeger bij een ander uitgever verschenen, +hebben wij vanwege onze Redactie aan een grondige herziening doen +onderwerpen. Hoe wij aan de illustraties gekomen zijn, die den tekst +fleurig onderbreken, hebben wij al verklapt. De lezer zal het met +ons eens zijn, dat zij heel wat beter tusschen een tekst passen, dan +moderne "gewasschen" en in halftoon gereproduceerde teekeningen. Zij +zijn uit den goeden tijd van Gavarnie. + +REDACTIE W. B. + + + + + + +VERKLARING VAN DEN SCHRIJVER + + +Daar er menschen zijn, die bij het lezen van dit boek, niet zouden +kunnen nalaten de ondeugende of belachelijke karaktertrekken, die +erin voorkomen, op den een of ander toepasselijk te achten, verklaar +ik aan deze slechtgezinde lezers, dat ze daarin verkeerd zouden doen. + +Ik stel er prijs op, mijn bedoeling openlijk te belijden; ik heb +mij slechts tot taak gesteld het leven der menschen weer te geven +zooals het is. Ik roep God tot getuige, dat het niet mijn bedoeling +is geweest iemand in het bijzonder af te beelden. Laat geen lezer +zich dus iets aantrekken van wat evengoed op een ander kan slaan als +op hemzelf; anders zal hij zich leelijk hebben blootgegeven (stultè +nudabit animi conscientiam). + +Men vindt in Castilië, evenals in Frankrijk, geneesheeren, wier +methode het is hun patiënten wat te veel bloed af te tappen. Dezelfde +ondeugden en dezelfde deugnieten komen in alle landen voor. Ik kom +er rond voor uit, dat ik niet steeds met dezelfde nauwkeurigheid de +Spaansche zeden heb beschreven en zij, die op de hoogte zijn van het +ordelooze leven der tooneelspeelsters in Madrid, zouden mij voor de +voeten kunnen werpen, dat ik harer lieden ongeregelde bestaan in te +weinig felle kleuren heb afgeschilderd, maar ik vond het beter ze +wat meer getemperd voor te stellen en ze aldus in overeenstemming te +brengen met onze zeden. + + + + + + + + + + +EERSTE BOEK + + + + + + + +HOOFDSTUK I + +Over de geboorte van Gil Blas en zijne opvoeding. + + +Na lange jaren de wapenen te hebben gedragen in dienst van de +Spaansche monarchie, trok mijn vader, Blas de Santillano, zich terug +in de stad waar hij geboren was; daar huwde hij een meisje uit den +kleinen burgerstand, die haar eerste jeugd reeds achter den rug had, +en tien maanden na hun huwelijk kwam ik ter wereld. Vervolgens gingen +zij in Oviédo wonen, waar zij genoodzaakt waren eene betrekking te +zoeken: mijn moeder werd kamenier en mijn vader koetsier. Daar zij +niets anders bezaten dan hun loon, zou er waarschijnlijk van mijn +opvoeding niet veel zijn terecht gekomen, indien ik in die stad niet +een oom had gehad, die kanunnik was. Hij heette Gil Perez. Hij was +de oudste broer van mijn moeder en mijn peet. Stel u voor een kleinen +man van drie en 'n halven voet hoog, buitengewoon dik, met een hoofd +dat wegzonk tusschen zijn schouders, dan weet ge hoe mijn oom er uit +zag. Verder was het een patertje goedleven en hield hij van goeden +sier maken, en zijne gemeente, die lang niet tot de kwaadste behoorde, +verschafte hem daartoe de middelen. + +In mijn kindsheid nam hij mij reeds tot zich en belastte hij zich met +mijne opvoeding. Ik kwam hem zoo bevattelijk voor, dat hij besloot +mijn verstand te ontwikkelen. Hij kocht een alfabet voor mij en begon +zelf mij het lezen te leeren, iets wat niet minder nuttig was voor +hemzelf dan voor mij; want door mij de letters te leeren, begon hij +zelf weer eens te lezen, iets dat hij altijd sterk verwaarloosd had; +en daar hij zich ernstig op de zaak toelegde, slaagde hij erin vlot +zijn gebedenboek te lezen, wat hij tevoren nooit gedaan had. Hij had +mij ook nog wel latijn willen leeren, dat was weer zooveel uitgespaard; +maar helaas! de arme Gil Perez had er van zijn leven nooit meer dan +de allereerste beginselen van geweten; misschien (want stellig wil +ik dat niet beweren) was hij wel de domste kanunnik van het heele +bisdom. Ook heb ik hooren zeggen dat hij zijn post niet gekregen had om +zijn vroomheid; hij dankte deze uitsluitend aan de erkentelijkheid van +eenige goede zusters, wier discrete helper hij was geweest en die er in +geslaagd waren hem zonder examen in den priesterstand te doen opnemen. + +Hij was dus genoodzaakt mij een meester te geven en zond mij naar +dokter Godinez, die voor de bekwaamste man van Oviédo doorging. Ik +trok zoo goed partij van zijne lessen, dat ik na een jaar of vijf, +zes iets begon te begrijpen van de grieksche schrijvers en tamelijk +veel van de latijnsche dichters. Ook legde ik mij toe op de logica, +die mij leerde veel te argumenteeren. Ik was zoo verzot op een +dispuut, dat ik de voorbijgangers aanhield, onverschillig of ik ze +kende of niet, om hun mijn argumenten voor te leggen. Soms trof ik +personen aan, die daar wel van gediend waren en dan had men ons eens +moeten zien disputeeren! welke gebaren, wat een grimassen, wat een +verdraaiingen! Onze oogen schitterden van woede en het schuim stond +op onze monden; wij leken meer op bezetenen dan op philosofen. + +In elk geval kreeg ik daardoor in de stad den naam van een +geleerde. Mijn oom was daarover in de wolken, omdat hij dacht dat ik +hem dan spoedig niet meer tot last zou zijn. "Gil Blas," zeide hij +mij eens, "de tijd van je jeugd is voorbij. Je bent zeventien jaar +en een knappe jongen geworden; wij moeten er op bedacht zijn, dat je +vooruit moet komen in de wereld. Ik vind dat je de universiteit van +Salamanca moet bezoeken; met het verstand, dat ik in je zie, kan het +niet missen of je zult er een goede betrekking vinden. Ik zal je een +paar dukaten geven voor de reis, en mijn muilezel, die wel een stuk of +tien, twaalf pistolen waard is; je kunt die in Salamanca verkoopen en +het geld gebruiken voor je onderhoud totdat je eene betrekking hebt." + +Hij had mij niets aangenamers kunnen voorstellen, want ik brandde van +verlangen om wat meer van de wereld te zien. Nochtans had ik genoeg +kracht in mij om mijne vreugde te verbergen; en toen ik vertrekken +moest, scheen ik zoo bedroefd een oom te moeten verlaten aan wien ik +zoovele verplichtingen had, dat ik den goeden man zoo verteederde, +dat hij mij meer geld gaf, dan hij gedaan zou hebben, had hij op den +bodem van mijn ziel kunnen lezen. Voor mijn vertrek ging ik mijn vader +en moeder omhelzen, die mij geene vermaningen spaarden. Zij smeekten +mij vooral God te bidden voor mijn oom, als eerlijk mensch te leven, +mij niet in kwade zaken te begeven, en vooral niet het goed van +anderen te nemen. Na mij verschrikkelijk lang en vervelend te hebben +toegesproken, gaven zij mij hun zegen, wat ook het eenige cadeau was +dat ik van hen verwachtte. Dadelijk daarop besteeg ik mijn muilezel +en trok uit de stad. + + + + + + + + +HOOFDSTUK II + +Wat er gebeurde op weg naar Pegnaflor, wat hij deed toen hij daar +aankwam en met wien hij soupeerde. + + +Daar was ik dus buiten Oviédo, op weg naar Pegnaflor, in het vrije +veld meester van mijzelven, van een slechten ezel en van veertig goede +dukaten, ongerekend eenige realen die ik van mijn zeer geachten oom +gestolen had. Het eerste wat ik deed, was mijn ezel zijn gang te +laten gaan, d. w. z. voetje voor voetje. Ik legde den teugel over +zijn hals en de dukaten uit mijn zak halend, begon ik ze in mijn +hoed te tellen en over te tellen. Ik was buiten mezelf van vreugde; +nooit had ik zooveel geld gezien; ik werd niet moe het te bekijken +en te bevoelen. Ik telde het misschien voor de twintigste maal, toen +eensklaps mijn ezel midden op den weg bleef stilstaan met de ooren +in den wind. Ik dacht dat iets hem aan het schrikken had gebracht, ik +keek wat dat zijn kon en zag op den weg een omgekeerden hoed liggen, +waarop een rozenkrans met dikke kralen lag, en hoorde tegelijkertijd +een huilerige stem roepen: "Edele heer, heb medelijden met een armen +kreupelen soldaat; werp als het u belieft een paar zilverstukken in +dien hoed, in de andere wereld zult ge er voor beloond worden." Ik +keek naar den kant waar de stem vandaan kwam en zag aan den voet van +een struik op een pas of twintig van mij af een soort soldaat, die op +twee gekruisde stokken het uiteinde van een musket liet rusten, dat +mij nog langer scheen dan een piek, en dat op mijn gelaat gericht was. + +Op dit gezicht, dat mij deed beven voor het welzijn der kerk, +bleef ik staan, drukte mijn dukaten stevig tegen mijn borst, nam er +een paar realen van en terwijl ik den hoed, die bestemd was om de +aalmoezen van de bevreesde geloovigen in ontvangst te nemen, naderde, +wierp ik ze er één voor één in, om den soldaat duidelijk te toonen, +dat ik er erg royaal mee was. Hij was dan ook zeer voldaan over +mijn edelmoedigheid en gaf mij zooveel zegeningen als ik schoppen +gaf aan mijn muilezel om snel van hem af te komen. Het vervloekte +beest stoorde zich er echter niet aan en ging geen stap vlugger; +de langdurige gewoonte voetje voor voetje te gaan met mijn oom had +hem het galoppeeren geheel doen verleeren. + +Ik beschouwde dit als een niet al te best voorteeken voor mijn reis, +want ik bedacht dat ik nog lang niet in Salamanca was en dat ik dus +nog wel slechtere ontmoetingen zou kunnen hebben. Het leek mij dan +ook zeer onvoorzichtig van mijn oom, dat hij mij niet onder de hoede +van een muilezeldrijver had gesteld. Hij had dit zeker moeten doen, +maar hij had bij zichzelf gedacht dat de reis hem minder zou kosten +als hij mij den muilezel gaf en hieraan had hij meer gedacht dan aan +het gevaar dat ik misschien op reis zou kunnen loopen. Ik besloot dan +ook als ik het geluk mocht hebben Pegnaflor te bereiken, mijn muilezel +daar te verkoopen en met een muilezeldrijver naar Astorga te gaan en +vandaar naar Salamanca. Hoewel ik nooit van Oviédo was weggeweest, +kende ik toch zeer goed de namen der steden die ik passeeren moest, +daar ik mij daarvan vóór mijn vertrek op de hoogte had gesteld. + +Ik kwam goed en wel te Pegnaflor en hield stil voor een herberg, die er +nogal goed uitzag. Nauwelijks was ik afgestapt of de herbergier kwam +mij zeer netjes ontvangen, nam zelf mijn valies op zijn schouder en +bracht mij naar een kamer, terwijl een van de knechts intusschen mijn +muilezel op stal bracht. De herbergier, een zekere Andreas Corcuelo, +was de grootste kletskous van heel Asturie en vertelde even graag +zijn eigen zaken als hij begeerig was die van anderen te hooren. Hij +vertelde mij zonder de minste noodzakelijkheid dan ook al heel spoedig +dat hij lang als sergeant gediend had in dienst van den koning en +dat hij nu vijftien maanden den dienst had verlaten en getrouwd was +met een meisje uit Castropol, die er wel een beetje bazig uitzag, +doch uitstekend voor zijn zaak was. Verder vertelde hij mij nog een +menigte andere dingen, die mij in 't minst niet interesseerden en +vroeg mij daarna, meenende daartoe nu het volste recht te hebben, +vanwaar ik kwam, waar ik heenging en wie ik was. + +Hierop moest ik nu punt voor punt antwoorden, omdat hij iedere +vraag zeer gewichtig deed. Hij vroeg mij zoo onderdanig zijne +nieuwsgierigheid te willen verontschuldigen, dat ik zijne +weetgierigheid wel moest tevreden stellen. Hierdoor geraakte ik in +een lang gesprek met hem, vertelde hem mijn plan om den muilezel te +verkoopen en waarom ik dat doen wilde. Ik vertelde hem, dat ik met een +muilezeldrijver verder wilde gaan, iets wat hij dadelijk zeer goed +keurde, mij er op wijzende aan hoeveel gevaren ik nog bloot stond +en mij allerlei vreeselijk treurige geschiedenissen van reizigers +verhalende. Ik dacht, dat er geen eind aan zijn vertellingen zou +komen, maar toch hield hij eindelijk op, mij zeggende, dat, als ik den +muilezel wilde verkoopen, hij een eerlijken paardenkooper kende, die +hem wel van mij zou willen koopen. Ik zeide hem, dat ik gaarne met dien +man kennis zou willen maken en hij ging hem terstond voor mij halen. + +Hij kwam spoedig met den man terug, stelde hem aan mij voor en prees +vooral zeer zijn eerlijkheid. Wij gingen daarna met ons drieën naar +de binnenplaats en mijn muilezel werd voorgebracht. Men liet het dier +voor den paardenkooper op en neer draven en deze monsterde het beest +van top tot teen. Hij begon met er zeer veel slechts van te zeggen. Ik +moest toegeven, dat men er niet veel goeds van kon vertellen, maar +al ware hij van den paus geweest, dan zou hij er nog iets op hebben +aangemerkt. Hij verklaarde, dat hij alle mogelijke gebreken had, en +om mij beter te overtuigen bevestigde hij dit ook tegen den waard, die +ongetwijfeld er zijn goede redenen voor had het te beamen. "Wel", zei +daarop de paardenkooper, "hoeveel moet je voor dat beest hebben?" Na +den lof dien hij ervan had gezongen en na de bevestiging van Corcuela, +dien ik voor een eerlijk man en deskundige hield, zou ik geneigd +zijn geweest het dier voor niets te geven. Ik antwoordde daarom, +dat ik het geheel aan hem overliet, dat hij het beest dus maar +moest schatten en dat ik mij bij die schatting zou neerleggen. Hij +antwoordde daarop dat, als ik zijn geweten er bij haalde, ik hem in +zijn zwak tastte. Inplaats van echter den prijs te verhoogen tot tien +of twaalf pistolen, schaamde hij zich niet mij drie dukaten te bieden, +die ik zoo verheugd aannam alsof ik nog bij dien handel had gewonnen. + +Na mij zoo voordeelig van den muilezel ontdaan te hebben, bracht +mijn waard mij bij een muilezeldrijver, die den volgenden dag naar +Astorga vertrok. Deze man vertelde mij, dat hij voor dag en dauw +ging vertrekken en dat hij zorg zou dragen mij te wekken. Wij werden +het over den prijs van den muilezel en mijn voedsel eens en toen +alles tusschen ons geregeld was, keerde ik terug naar de herberg met +Corcuelo, die mij onderweg de geschiedenis van dien ezeldrijver begon +te vertellen. Hij vertelde mij alles wat men in het stadje van dien +man wist. Hij begon mij al tamelijk te vervelen met zijn onbelangrijk +gepraat, toen gelukkig iemand hem in de rede kwam vallen. Deze man +was vrij goed gekleed en sprak zeer beschaafd. Ik liet die twee dus +samen achter en vervolgde mijn weg, zonder eraan te denken dat ik +het onderwerp van hun gesprek werd. + +Zoodra ik in de herberg kwam, bestelde ik mijn avondeten en daar het +vastendag was, bracht men mij eieren. Terwijl men deze klaarmaakte, +begon ik een gesprek met de waardin, die ik tot nu toe niet gezien +had. Zij zag er nogal aardig uit en haar bewegingen waren zoo levendig, +dat ik uit mijzelf wel de gevolgtrekking kon maken, dat de herberg goed +beklant was, ook al had de waard mij dit niet gezegd. Toen de omelette +klaar was, ging ik alleen aan een tafel zitten. Nauwelijks had ik +het eerste hapje in den mond, of de waard kwam binnen, gevolgd door +den man die hem op straat had staande gehouden. Hij was als ruiter +gekleed, droeg een lang rapier en kon ongeveer dertig jaar zijn. Hij +kwam haastig op mij toeloopen en sprak mij aldus aan: "Mijn waarde heer +student, ik heb daareven gehoord, dat gij Gil Blas de Santillano zijt, +het sieraad van Oviédo en de ster der philosophie! Zijt gij waarlijk +die geleerde heldere geest, waarvan de roep zoo groot is hier in +het land? Gij moet weten," zoo richtte hij zich tot den waard en de +waardin, "welk een schat gij herbergt, gij ziet in dezen jongeling het +achtste wereldwonder." Vervolgens kwam hij naar mij toe, omhelsde mij +en riep uit: "Vergeef mij mijn vervoering, ik ben mij niet meer meester +door de vreugde, die gij mij door uw tegenwoordigheid veroorzaakt." + +Ik kon hem niet terstond antwoorden, daar hij mij zoo vastgeklemd +hield, dat ik bijna niet kon ademen. Toen ik eindelijk mijn hoofd +vrij had, zei ik: "Ik dacht niet, mijnheer, dat mijn naam in Pegnaflor +bekend was." + +"Hoe," antwoordde hij, "niet bekend? wij houden boek van alle +gewichtige personen twintig mijlen in het rond. Gij gaat hier door +voor een wonderkind en ik twijfel er geenszins aan, of Spanje zal +eens even trotsch op u zijn, als Griekenland op zijn wijzen." Deze +woorden werden gevolgd door een nieuwe omarming, die ik mij nog moest +getroosten op gevaar af het lot van Antëus te ondergaan. Als ik maar +wat meer ondervinding had gehad, zou ik niet het slachtoffer geworden +zijn van deze vertooning en van dezen overdreven lof. Ik zou dan +wel begrepen hebben, dat ik te doen had met een van die parasieten, +die men in alle steden aantreft en die zich bij iederen vreemdeling +weten in te dringen om op diens kosten hun buik te vullen; mijn jeugd +en mijn gestreelde ijdelheid deden mij echter anders oordeelen. Ik +beschouwde mijn vereerder als een hoogst eerlijk man en noodigde hem +uit het souper met mij te gebruiken. + +"Met zeer veel genoegen," riep hij uit, "ik ben mijn goed gesternte +zoo dankbaar, dat het mij den beroemden Gil Blas de Santillano heeft +doen ontmoeten, dat ik natuurlijk zoolang mogelijk van mijn geluk +hoop te genieten. Ik heb weliswaar niet veel trek, maar zal mij toch +bij u neerzetten om u gezelschap te houden en ik zal dan een paar +stukjes eten om u een genoegen te doen." + +Zoo sprekende ging mijn bewonderaar tegenover mij zitten, terwijl +men een bord voor hem op tafel plaatste. Allereerst wierp hij zich +op de omelet en dat met zulk een gulzigheid, alsof hij in geen drie +dagen een stukje had gegeten. Te oordeelen naar de wijze waarop hij +er mee omsprong, zag ik wel dat zij spoedig naar binnen gewerkt zou +zijn. Ik bestelde een tweede die zoo snel werd gemaakt, dat men hem +ons voorzette juist toen wij de eerste op hadden of beter gezegd +toen mijn overbuur met eten ophield. Hij werkte al even handig met +de tweede, doch vond toch nog tusschen het eten door den tijd mij +allerlei lof toe te zwaaien, wat mij erg trotsch op mijn persoontje +deed zijn. Intusschen dronk hij terdege, nu eens op mijne gezondheid +dan weer op de gezondheid van mijne ouders, die hij gelukkig prees +zulk een zoon te hebben. Tegelijkertijd schonk hij mijn glas dan vol +en noodigde mij uit met hem te klinken. Ik voldeed hieraan en goed +gebuid door zijn lof en den wijn, vroeg ik aan den waard of hij ons +geen visch kon bezorgen, daar de omelette bijna half op was. Corcuelo, +die zooals blijkt onder een hoedje speelde met den kwartjesvinder, +antwoordde mij: "Ik heb nog een heerlijke forel maar zij is zeer +duur en veel te lekker voor u."--"Wat noemt gij te lekker?" zeide +toen mijn vleier op verbaasden toon; "hoe komt ge daarbij. Niets is +te goed voor mijnheer Gil Blas de Santillano die ten volle verdient +als een vorst behandeld te worden". + +Ik was zeer voldaan, dat hij de laatste woorden van den waard boos +opnam en hij voorkwam slechts mijn eigen aanmerking. Ik voelde mij +beleedigd en zei trotsch tot Corcuelo: "Breng ons uw forel en bekommer +je maar niet om de rest". De waard, die niets liever wilde, ging haar +klaarmaken en diende 'r spoedig op. Op het zien van dezen schotel zag +ik een innige vreugde blinken in de oogen van den parasiet, die mij +natuurlijk weer een groot genoegen wilde doen door op den visch aan +te vallen zooals hij het op de eieren had gedaan. Ten slotte moest hij +echter ophouden, daar hij tot aan zijn keel vol was. Na zijn genoegen +te hebben gegeten en gedronken, wilde hij eindelijk een einde maken +aan de comedie: "Mijnheer Gil Blas", zei hij opstaande van tafel, "ik +ben te zeer tevreden over uw goed onthaal om u niet voor mijn vertrek +een goeden raad te geven, dien gij naar 't mij schijnt wel noodig +hebt. Pas in het vervolg op voor loftuitingen en wantrouw personen +die gij niet kent. Gij zoudt nog anderen kunnen ontmoeten, die zich +evenals ik zouden willen vermaken ten koste van uwe lichtgeloovigheid, +en die de grap nog verder zouden kunnen drijven. Pas op, dat gij niet +hun slachtoffer wordt en denk niet dat gij het achtste wereldwonder +bent, al zeggen ze het nog zoo vaak." + +Hierop lachte hij mij in mijn gezicht uit en ging heen. + +Zooals licht te begrijpen valt, was ik zeer uit mijn humeur over +deze beetnemerij, meer dan ik ooit later door eenigen tegenspoed ben +geweest. Ik kon het mezelf maar niet vergeven, dat ik mij zoo leelijk +had laten beetnemen of beter gezegd dat mijn trots zoo vernederd +was. "Wat" riep ik uit, "de schurk heeft dus met mij gespeeld en +den waard eerst uitgehoord. Misschien ook verstaan zij elkaar in dit +opzicht. Arme Gil Blas, je moet sterven van schaamte dat ge jezelf zoo +leelijk hebt laten foppen en belachelijk maken. Zij gaan natuurlijk +hiervan een heel verhaal maken dat zeker tot Oviédo zal doordringen +en dat je daar ook in een mal daglicht zal plaatsen. Je ouders zullen +er spijt van hebben een dwaas zulke goede lessen te hebben gegeven: +inplaats van mij te vermanen niemand te bedriegen, hadden zij mij +liever moeten waarschuwen mijzelf niet te laten bedriegen." Heftig +bewogen door deze kwellende gedachten, verteerd van spijt, ging ik +naar mijn kamer en naar bed, maar ik kon niet slapen en nauwelijks +had ik den slaap gevat of de muilezeldrijver liet mij zeggen, dat hij +gereed was en slechts op mij wachtte om te vertrekken. Ik stond direct +op en terwijl ik mij kleedde, kwam Corcuelo met de rekening waarop de +forel vooral niet was vergeten; en niet alleen moest ik alles tot den +laatsten cent toe betalen wat hij mij vroeg, maar bovendien rakelde +hij het geval van den vorigen avond nog eens op toen ik hem voldaan +had. Na het souper betaald te hebben dat mij zoo slecht was bekomen, +ging ik met mijn valies naar den muilezeldrijver en wenschte den +oplichter, den waard en de herberg naar den duivel. + + + + + + + +HOOFDSTUK III + +Van de verleiding waaraan de ezeldrijver onderweg was blootgesteld, +de gevolgen hiervan en hoe Gil Blas van Scylla in Charybdis viel. + + +Ik was niet alleen met den ezeldrijver; er waren twee kinderen van een +familie te Pennaflor, een kleine straatzanger en een jonge burgerman +van Astorga die met zijn vrouw, met wie hij juist te Verco getrouwd +was, huiswaarts keerde. Wij maakten al spoedig kennis met elkaar en in +minder dan geen tijd had ieder gezegd waar hij vandaan kwam en waar hij +heenging. De jonggehuwde vrouw was zoo zwart en zoo weinig mooi dat ik +er niet veel pleizier in had haar aan te kijken, maar haar jeugd en +haar molligheid maakten blijkbaar wel indruk op den ezeldrijver, die +besloot zijn best te doen om een wit voetje bij haar te krijgen. Den +geheelen dag peinsde hij over een gunstig plan daarvoor en tegen den +avond begon hij met de uitvoering ervan. Wij kwamen toen te Cacabelas, +waar hij ons terstond bij de eerste herberg deed afstappen. Deze +herberg lag buiten de stad en hij kende den waard als een bescheiden +en inschikkelijk man. Hij bezorgde ons een afzonderlijke kamer, waar +hij ons rustig het avondeten liet gebruiken. Aan het einde daarvan +kwam hij echter woedend binnenstormen, roepende: "Voor den duivel, +ik ben bestolen! Ik had honderd pistolen in een lederen zak en ik zal +ze terugvinden. Ik ga op staanden voet naar den rechtercommissaris +van deze wijk, die op dit punt geen scherts verstaat en die u allen +zoolang zal ondervragen totdat de schuldige bekend heeft en het geld +terug geeft!" Dit zeide hij op een zeer natuurlijk verontwaardigden +toon, ging het vertrek uit en liet ons stom van verbazing achter. + +Wij dachten hier niet aan een list omdat wij elkander nog niet +voldoende kenden om voor elkaars eerlijkheid te kunnen instaan. Ik +verdacht den kleinen straatzanger van de misdaad en deze dacht +het waarschijnlijk van mij. Bovendien waren wij allemaal jeugdige +dwazen. Wij kenden geen van allen de formaliteiten, die in zulk een +geval in acht moeten worden genomen en wij geloofden dat wij allen +gearresteerd zouden worden. Bevreesd vluchtten wij dan ook de kamer +uit, sommigen de straat op, anderen den tuin in. Ieder zocht zijn +heil in de vlucht en de jonge man uit Astorga, al even bevreesd door +de gedachte aan het onderzoek, ging aan den haal zonder zich om zijne +vrouw te bekommeren, evenals eertijds Eneas. De drijver die, zooals ik +later vernam, hartstochtelijker van natuur was dan zijn beestjes, ging +hierop zijn goed bedachte list aan de jonggetrouwde vrouw vertellen, +zoodoende profiteerende van de hem gunstige gelegenheid. Deze +Asturische Lucretia, niet erg ingenomen met de boeventronie van haar +verleider, verzamelde al haar krachten, bood hardnekkig tegenstand en +begon luidkeels te schreeuwen. De patrouille, die toevallig dicht bij +de herberg was, waar overigens haar hulp wel meer ingeroepen werd, +ging naar binnen en vroeg naar de oorzaak van dat hulpgeschreeuw. De +waard, die in zijn keuken aan het zingen was en net deed of hij niets +hoorde, was gedwongen den commandant en zijn mannen naar de kamer te +brengen, waaruit de kreten kwamen. Juist op tijd, want de Asturische +kon niet langer tegenstand bieden. De commandant, een ruw man, zag +nauwelijks wat er gaande was, of hij gaf de verliefden drijver eenige +slagen met zijn hellebaard, hem daarbij uitscheldend in woorden, +die het schaamtegevoel zeker niet minder kwetsten dan de handeling +zelve, welke hem deze woorden in den mond legde. Maar dat was nog niet +alles, hij greep den schuldige en bracht hem voor den rechter tegelijk +met de aanklaagster, die, niettegenstaande haar gehavende kleeding, +zelve straf voor deze aanranding wilde gaan vragen. De rechter hoorde +haar aan en na haar nauwlettend te hebben gadegeslagen, oordeelde hij, +dat de beschuldigde geen genade kon erlangen. Hij deed hem op staanden +voet ontkleeden en in hare tegenwoordigheid geeselen; verder beval hij, +dat indien de man van de Asturische vrouw den volgenden morgen niet +terug zou zijn, twee boogschutters haar naar Astorga zouden brengen +op kosten van den beschuldigde. + +Wat mij betreft, die misschien het bangst van allen was, ik liep het +veld in, over bouwlanden en door heidestruiken, sprong over greppels +en slooten, die op mijn weg lagen, en kwam eindelijk in een bosch +aan. Ik wilde me juist tusschen dicht struikgewas verbergen, toen +twee mannen te paard mij den weg versperden. "Werda", riepen zij en +daar ik door mijn schrik niet terstond kon antwoorden, kwamen zij +op mij toe, hielden me ieder een pistool voor en eischten, dat ik +zou zeggen wie ik was, waar ik vandaan kwam en wat ik in dit bosch +wilde doen, waarschuwende niets voor hen te verbergen. Op deze wijze +van ondervragen, die mij dezelfde scheen als het ondervragen van den +rechter, waarop de muilezeldrijver ons getracteerd had, antwoordde +ik, dat ik een jonge man was uit Oviédo en naar Salamanca reisde. Ik +vertelde hem verder aan welk een schrik men ons had blootgesteld en +dat ik uit vrees daarvoor op de vlucht was gegaan. Zij barstten in +lachen uit op het hooren van mijn verhaal, dat mijn onnoozelheid +duidelijk aan den dag legde en een van hen zei mij: "Wees gerust, +vriendje, kom met ons mee en vrees niets, we zullen je in veiligheid +brengen." Bij deze woorden deed hij mij achter op het paard stijgen +en wij drongen dieper het bosch in. + +Ik wist niet, wat van deze ontmoeting te denken, doch stelde er +mij geen kwaad van voor. "Als deze lieden dieven waren," dacht ik +bij mijzelf, "zouden ze mij bestolen en misschien vermoord hebben, +'t zullen dus een paar goede jongelieden zijn uit deze streek, +die medelijden met mij hebben en mij naar hun huis brengen." Ik +verkeerde niet lang in het onzekere, want na een tijdje gereden te +hebben, zonder dat er een woord gesproken werd, hielden we stil aan +den voet van een heuvel en stegen af. "Hier wonen wij nu," zei een +van de ruiters, maar hoe ik ook keek, ik zag nergens een huis of +hut of iets, dat op eene woning geleek. Intusschen opende een van de +mannen een houten valluik, dat bedekt was met kreupelhout en dat den +ingang van een lange onderaardsche, afdalende gang verborg. De paarden +gingen hier uit eigen beweging in, alsof zij eraan gewend waren. De +ruiters namen mij mee naar binnen en lieten het valluik door middel +van daartoe aangebrachte touwen neer en zoo zat de waardige neef van +oom Perez gevangen als een rat in een rattenval. + + + + + + + +HOOFDSTUK IV + +Beschrijving van het onderaardsche hol en welke zaken Gil Blas er zag. + + +Ik zag nu met wat voor lieden ik te doen had en men kan begrijpen dat +mijn vroegere vrees door deze kennismaking verdween om plaats te maken +voor een veel grooteren angst. Ik vreesde mijn leven en mijn dukaten +te zullen verliezen en beschouwde mijzelf al als een offerdier, dat +men naar het altaar voert. Meer dood dan levend liep ik tusschen mijn +geleiders, die, ziende dat ik beefde, mij tevergeefs trachtten gerust +te stellen. Toen wij ongeveer tweehonderd pas gedaan hadden, steeds +hoeken omslaande en naar beneden loopende, traden wij een soort van +stal binnen, verlicht door twee aan het gewelf hangende lampen. Er +lag een goede voorraad stroo en verscheidene tonnen gierst. Twintig +paarden zouden hier best gestald kunnen worden, maar er waren slechts +de twee paarden die wij medebrachten. Een oude neger, die er intusschen +nog tamelijk krachtig uitzag, bond ze vast aan de ruif. + +Wij verlieten daarop den stal en gingen naar een keuken, bijgelicht +op onzen weg door eenige lampen, die juist genoeg licht gaven om +het lugubere van deze plaatsen te laten zien. Een oude vrouw was +bezig stukken vleesch waarschijnlijk bestemd voor het avondeten, in +pannen te bakken. De keuken was behangen met het gewone keukengerei en +dichtbij zag men een bergplaats ruim voorzien van allerlei voorraad. De +keukenmeid was even over de zestig en in haar jeugd zeker erg blond +geweest, want hoewel zij nu wit was, hadden hare haren toch nog eenige +nuancen van de vorige kleur behouden. Haar gelaat was olijfkleurig, +zij had een puntige opgewipte kin en erg invallende lippen; een groote +arendsneus boog zich tot op haar mond en hare oogen waren rood met +purperen glans. + +"Hier brengen wij je een jongeling," zei een van de ruiters tot deze +schoone engel der duisternis en zich vervolgens tot mij wendende en +ziende dat ik geheel bleek en ontdaan was van schrik, zeide hij: +"Vriendje, je behoeft voor niets bang te zijn, er zal je geen +leed hoegenaamd geschieden. Wij hadden een knechtje noodig om onze +keukenmeid een beetje te helpen; wij hebben jou ontmoet en dat is een +buitenkansje voor je. Gij komt hier in de plaats van een jongen, die +voor veertien dagen gestorven is. Hij had een zeer zwak gestel, maar +gij lijkt flinker en zult niet zoo gauw sterven. Weliswaar zult gij +het daglicht niet meer zien, maar ter vergoeding daarvoor zal het je +hier aan niets ontbreken. Gij zult je leven slijten met Leonarda, die +een goede vrouw is en gij zult alles hebben wat je hartje begeert. Ik +zal je eens laten zien, dat je hier niet bij arme lui bent." Daarop +nam hij een fakkel en gebood mij hem te volgen. + +Hij bracht mij naar een kelder, waarin ik een groote menigte +flesschen zag en aarden potten, alle goed gesloten en vol uitmuntenden +wijn. Vervolgens leidde hij mij door verschillende vertrekken. In +enkele ervan waren stukken linnen opgestapeld, in andere stukken zijde. + +Verder zag ik heel veel goud en zilver en allerlei vaatwerk met +wapens erop. Daarna bracht hij mij in een groot vertrek, dat verlicht +werd door drie vensters van gedreven koper en dat toegang gaf tot +verschillende andere kamers. Hier deed mijn geleider mij opnieuw +allerlei vragen, hoe ik heette, waarom ik Oviédo verlaten had en meer +van dien aard en toen ik ze alle beantwoord had, zeide hij tot mij: +"Je bent een zondagskind, Gil Blas, dat je juist ons getroffen hebt, +nu je toch uit je vaderstad waart vertrokken om eene goede betrekking +te vinden. Ik heb het je al gezegd, gij zult hier een heerenleventje +leiden in weelde en overvloed. Gij zult rollen door het goud en +zilver. Bovendien zijt gij hier absoluut veilig, want dit hol is zóó +verborgen, dat de speurhonden van de politie het wel nooit zullen +ontdekken. Ik en mijn kameraden alleen kennen den toegang. Ik ben +kapitein Rolando en aanvoerder van de geheele bende; de man dien gij +bij mij hebt gezien, was een van de manschappen." + + + + + + + +HOOFDSTUK V + +Waarom verscheidene andere dieven op het tooneel verschijnen en welk +aangenaam gesprek zij voerden. + + +Toen Rolando dit alles verteld had, verschenen er zes andere mannen +in de zaal. Het was de luitenant met vijf manschappen, allen beladen +met buit. Zij droegen twee groote draagkorven vol suiker, kaneel, +peper, vijgen, amandelen en rozijnen. + +De luitenant begon te spreken tot den kapitein en zeide hem, dat hij +die manden met buit weggenomen had van een kruidenier van Benavente +en dat hij diens muilezel ook gestolen had. Na aldus rekening en +verantwoording van zijn tocht te hebben gegeven, werd de buit naar +de provisiekamers gebracht. Daarna dacht men slechts aan vreugde +en vermaak, men plaatste een groote tafel in het salon en zond mij +naar de keuken, waar Leonarda mij op de hoogte bracht van wat ik te +doen had. Ik boog voor de noodzakelijkheid, daar mijn noodlot het van +mij eischte, begroef mijn smart diep in mijn binnenste en begon deze +eerlijke, brave menschen te bedienen. + +Ik bracht eerst het buffet in orde, plaatste er zilveren kopjes op +en verscheidene flesschen van dien heerlijken wijn, dien Rolando +zoo geprezen had. Vervolgens zette ik twee schotels ragoût klaar en +terstond gingen de roovers aan tafel. Zij begonnen met een flinken +eetlust te eten, terwijl ik achter hen bleef staan om hen te bedienen +en wijn in te schenken. Ik deed dit zoo naar hun genoegen, dat zij +mij allerlei complimentjes maakten, terwijl de kapitein hun mijne +geschiedenis vertelde, wat hen blijkbaar zeer vermaakte. Vervolgens +vertelde hij allerlei lof van mij, doch ik was voorgoed van ijdelheid +genezen en ik hoorde het dan ook onverschillig aan. Toen begonnen zij +mij allen te prijzen en zeiden dat ik geknipt was voor schenker en +honderdmaal beter was dan mijn voorganger. En daar Senora Leonarda +dat ambt na zijn dood had waargenomen, ontnamen zij haar van nu af +die waardigheid om mij er mede te bekleeden. Zoo volgde ik deze oude +Hebe op als een tweede Ganymedes. + +Een groote schotel met wild, die na de ragoût werd opgediend, +verzadigde verder de roovers, die onderwijl een stevig glaasje dronken +en spoedig in een vroolijke stemming kwamen en veel lawaai maakten. Zij +begonnen allen tegelijk te praten, deze vertelde een geschiedenis, +gene tapte een ui, weer een ander schreeuwde of zong, zoodat men +elkaar niet kon verstaan. Eindelijk had Rolando dit tooneel lang +genoeg geduurd en met een stentorstem gebood hij het gezelschap stilte. + +"Mijne heeren," zeide hij op bevelenden toon, "luister naar hetgeen +ik u te zeggen heb. Inplaats van elkander doof te schreeuwen, zouden +wij beter doen als verstandige menschen te praten. Er valt mij iets +in. Zoolang wij elkander kennen, zijn wij nog nooit zoo nieuwsgierig +geweest te vragen van welke familiën wij zijn en door welke lotgevallen +wij ons beroep hebben gekozen. Het komt mij voor, dat dit wel de moeite +waard is bekend te maken. Laten wij elkaar dus vermaken met dit te +verhalen." Met vele buigingen van vreugde begroetten de luitenant en +de anderen dit voorstel, alsof zij iets moois te vertellen hadden, +en de kapitein begon aldus: + +"Mijne heeren, gij moet weten dat ik de eenige zoon ben van een rijk +burger uit Madrid. De dag van mijn geboorte werd door de familie +gevierd met onbeperkte vreugd. Mijn vader, die reeds bejaard was, was +buitengewoon verheugd bij het zien van zijn erfgenaam en mijne moeder +voedde mij zelf. Mijn grootvader van moederszijde leefde toen nog; het +was een goedaardige grijsaard, die zich nergens meer mee bezighield +als met zijn rozenkrans en het vertellen van zijn krijgsdaden, want +hij had lang de wapenen gedragen en beroemde er zich dikwijls op, +in het vuur te zijn geweest. Ongemerkt werd ik de afgod van deze +drie menschen; onophoudelijk hadden ze mij in hun armen. Uit vrees +dat de studie mij in de eerste jaren te veel zou vermoeien, liet men +mij dien tijd doorbrengen met allerlei genoegens. Mijn vader zeide, +dat kinderen zich eerst in den tijd dat hun verstand wat gerijpt is, +ernstig aan iets moeten gaan wijden. In afwachting van die rijpheid, +leerde ik lezen noch schrijven, maar daarom verkwistte ik mijn tijd +toch niet. Mijn vader leerde mij honderd soorten van spelen. Ik was +volleerd in kaartspel, kon de steenen werpen en mijn grootvader +leerde mij liederen over de militaire expedities, die hij had +medegemaakt. Elken dag zong hij mij dezelfde coupletten voor en +wanneer hij drie maanden lang tien of twaalf verzen had herhaald, +kon ik ze zonder fouten opzeggen en bewonderden mijne ouders mijn +geheugen. Niet minder tevreden schenen zij over mijn verstand, +als ik, profiteerend van de vrijheid die ik had om te zeggen wat +ik wilde, een van hen in de rede viel, om tegen alles en allen in +te praten. 'Och, wat is het een lieve jongen!' riep mijn vader dan +uit, mij ontroerd aanziende. Mijne moeder overlaadde mij dan ook met +liefkoozingen en mijn grootvader schreide van genoegen. Ook deed ik +waar zij bij waren de onbeschaamdste dingen; zij vergaven mij alles, +zij aanbaden mij. Intusschen was ik twaalf jaar geworden en had ik +nog geen onderwijzer gehad. Men gaf mij er een; maar tegelijk ontving +hij nauwkeurige bevelen mij te onderwijzen zonder hardhandigheid; +men vergunde hem alleen mij af en toe te bedreigen om mij een beetje +vrees in te boezemen. Deze vergunning was niet erg heilzaam, want +òf ik lachte om de bedreigingen van mijn onderwijzer, òf ik ging +met tranen in de oogen mijn leed klagen bij mijn moeder of mijn +grootvader en maakte hen wijs dat hij mij erg mishandeld had. En al +ontmaskerde de arme drommel mij ook, dan was hij er nog niet beter +aan toe, maar ging door voor een woesteling, men geloofde mij toch +altijd eerder dan hem. Zelfs schramde ik mijzelf eens; ik ging toen +schreeuwen alsof ik vermoord werd; mijn moeder liep toe en joeg den +meester onmiddellijk weg, hoewel hij den hemel tot getuige riep, +dat hij mij niet had aangeraakt. + +Zoo ontdeed ik mij van al mijne leeraren, totdat er een kwam, van +de soort, die ik noodig had. Dat was een student van Alkala. Een +uitmuntend mensch voor huisleeraar. Hij hield van vrouwen, het spel +en de kroeg, in betere handen kon ik niet vallen. Hij begon eerst mijn +verstand met zachtheid te bewerken, daarin slaagde hij en won daardoor +het vertrouwen van mijn ouders, die mij aan hem overlieten. Zij +hadden geen reden daarover berouw te hebben; vroegtijdig maakte +hij mij volleerd in wereldkennis. Door mij mede te nemen naar alle +plaatsen waar hij gaarne kwam, wekte hij zulk een leerlust bij mij op, +dat ik op het latijn na, bijna een alwetend jongmensch werd. Zoodra +hij zag dat ik zijn voorbeeld niet meer noodig had, ging hij zich +ergens anders aanbieden. + +Had ik in mijn kindsheid thuis erg vrij geleefd, zoo werd dit heel +anders toen ik begon meester te worden over mijne daden. In den kring +van het gezin nam ik de proef met mijne onbeschaamdheid. Ik bespotte +elk oogenblik mijn vader en mijn moeder. Zij lachten slechts om mij; +en hoe grievender ik hen beleedigde, hoe aangenamer zij het vonden, +Intusschen gaf ik mij over aan allerlei uitspattingen met jongelieden +van mijn slag en daar onze ouders niet genoeg geld gaven om zulk een +heerlijk leven voort te zetten, stal elkeen thuis, wat hij krijgen +kon en daar dit nog niet voldoende was, begonnen wij des nachts te +stelen, wat niet weinig méer inbracht. Ongelukkig kreeg de politie er +de lucht van. Zij wilde ons laten arresteeren, maar men waarschuwde +ons voor dit booze plan, wij vluchtten en begonnen de groote wegen +te exploiteeren. Van dien tijd af, mijne heeren, is God zoo genadig +geweest, mij in mijn beroep oud te laten worden, ondanks de gevaren +die er aan verbonden zijn." + +De kapitein zweeg en de luitenant nam het woord. "Mijne Heeren," +zeide hij, "eene opvoeding, die precies het tegenovergestelde was +van die van signor Rolando, heeft het zelfde resultaat gehad. Mijn +vader was slager in Toledo; met recht ging hij door voor den grootsten +woesteling in de buurt en mijn moeder was niet zachter van aard. In +mijn jeugd wedijverden zij als het ware in het afrossen van mij. De +minste fout, die ik beging, werd door de ruwste straffen gevolgd. Al +vroeg ik hen vergiffenis met tranen in de oogen en had ik berouw over +hetgeen ik gedaan had, men vergaf mij niets en sloeg mij meestal zonder +reden. Wanneer mijn vader mij sloeg, dan ging mijn moeder meedoen, +inplaats van tusschenbeide te komen. Deze behandeling vervulde mij met +zulk een afkeer van het ouderlijke huis, dat ik het verliet vóór ik +veertien jaar was. Ik ging den weg naar Aragon op en trok al bedelende +naar Saragossa; daar voegde ik mij bij een troep landloopers, die een +tamelijk gelukkig leven leidden. Zij leerden mij voor blind doorgaan, +mank te schijnen, op de beenen zweeren en gezwellen aan te brengen, +enzoovoorts. Als tooneelspelers, die zich voorbereiden, maakten wij +ons des morgens klaar verschillende karakters voor te stellen. Ieder +betrok zijn post en na ons des avonds vereenigd te hebben, maakten wij +'s nachts pleizier ten koste van hen, die medelijden met ons hadden +gehad. Nochtans verveelde ik mij bij deze lieden en wilde met eerlijker +menschen leven; ik voegde mij bij eenige fortuinzoekers. Zij leerden +mij goede slagen te doen, maar wij moesten spoedig Saragossa verlaten, +omdat wij ongenoegen kregen met een rechter, die ons altijd beschermd +had. Elk ging zijn eigen weg. Wat mij betreft, ik voelde in mij den +lust tot gewaagd spel en voegde mij bij een troep moedige mannen, +die de reizigers schatting lieten betalen en ik bevond mij zoo wel +bij hunne manier van leven, dat ik sedert geen andere bezigheid heb +willen zoeken. Ik ben mijne ouders dus zeer dankbaar, mijne heeren, +dat zij mij zoo mishandeld hebben, want wanneer zij mij wat zachter +hadden opgevoed, dan zou ik thans ongetwijfeld niet meer zijn dan +een ongelukkige slager, inplaats waarvan ik de eer heb uw luitenant +te zijn." + +"Mijne heeren," zei nu een jonge dief, die tusschen den kapitein en den +luitenant zat, "zonder verwaandheid mag ik zeggen dat de verhalen, die +wij zooeven gehoord hebben, niet zoo ingewikkeld noch zoo zonderling +zijn als het mijne; ik ben zeker, dat dit u zal bevallen. Ik dank +het levenslicht aan eene boerin uit de buurt van Sevilla. Drie weken +nadat zij mij ter wereld had gebracht (zij was jong, flink en een goede +voedster), stelde men haar voor min te worden bij een voornaam kind, +een eenigen zoon die pas in Sevilla geboren was. Mijne moeder nam het +voorstel gaarne aan; zij ging het kind halen. Men vertrouwde het haar +toe en eenige gelijkenis tusschen hem en mij vindende, vatte zij het +plan op mij voor het voorname kind in de plaats te schuiven, in de +hoop dat ik dezen goeden dienst te eeniger tijd wel zou erkennen. Mijn +vader, die niet nauwgezetter was dan een ander boer, vond het goed, +zoodat na van luiers te hebben verwisseld, de zoon van don Rodriges +de Herrera onder mijn naam naar een andere min werd gezonden en mijne +moeder mij voedde als de zijne. + +Wat men ook zeggen moge over het instinkt en de kracht van het bloed, +zoo slikten de ouders van den kleinen edelman toch gemakkelijk +de verwisseling. Hun voornemen was een volmaakt edelman van mij +te maken, maar ik deed mijne onderwijzeres weinig eer aan: ik had +weinig lust in de oefeningen en nog minder smaak in de kennis die +men mij wilde bijbrengen. Ik speelde veel liever met de lakeien, +die ik steeds in den stal of in de keuken opzocht. Het spel was niet +lang mijn overheerschende passie; reeds toen ik zeventien jaar was, +verveelde ik mij elken dag. Ik viel ook alle vrouwen in huis lastig. Ik +hechtte mij vooral aan een keukenmeid, die ik mijne eerste zorgen wel +waard achtte. Dat was een groote boerenmeid, wier dikke wangen en +omvangrijk middel mij zeer bevielen. Ik maakte haar met zoo weinig +omslag het hof, dat don Rodriges het zelfs bemerkte. Hij berispte +mij daar bitter over en verweet mij de laagheid mijner neigingen, +en uit vrees dat het gezicht van het beminde wezen zijne berispingen +te niet zouden doen, zette hij mijne prinses buiten de deur. + +Dat mishaagde mij en ik besloot mij te wreken. Ik stal de juweelen +van de vrouw van don Rodriges en na mijne schoone Helena te hebben +opgezocht, die naar een waschvrouw in de buurt was gegaan, schaakte +ik haar op klaarlichten dag, opdat iedereen ervan hooren zou. Ik ging +verder, ik bracht haar naar haar land, waar ik haar plechtig trouwde, +zoowel om Herrera nog meer te grieven als om aan deftige kinderen +een mooi voorbeeld te geven. Drie maanden later hoorde ik, dat don +Rodriges gestorven was. Dit liet mij niet onverschillig, want direct +begaf ik mij naar Sevilla om mijn erfgoed op te eischen, maar daar +vond ik alles veranderd. Mijne moeder was overleden en stervende had +zij de indiscretie begaan alles te bekennen in tegenwoordigheid van +den pastoor en andere getuigen. De zoon van don Rodriges had reeds +mijn plaats, of liever de zijne, ingenomen en hij was met des te +meer genoegen erkend, waar men ontevredener was over mij; toen ik +dus niets meer van dien kant te hopen en geen pleizier meer in mijn +dikke vrouw had, voegde ik mij bij eenige fortuinzoekers, met wie ik +mijne strooptochten begon." + +Toen de jonge dief zijn geschiedenis verteld had, zeide een ander, +dat hij de zoon van een koopman uit Burgos was; dat hij in zijn jeugd +gedreven door eene vrome devotie, de soutane had aangenomen en in een +zeer heilige orde was getreden. Nu begon men over andere dingen te +spreken. Zij bespraken allerlei plannen voor een volgenden strooptocht +en na het eindelijk over een bepaald plan te zijn eens geworden, +stonden allen van tafel op en gingen ter ruste. Ieder van hen stak een +kaars op en ging naar zijn eigen kamer, terwijl ik kapitein Rolando +volgde om hem bij het ontkleeden behulpzaam te zijn. "Wel, Gil Blas," +zeide hij, "gij ziet nu hoe wij leven. Wij zijn altijd vroolijk en +blij en haat en afgunst kennen wij niet; wij hebben nooit ruzie met +elkaar en zijn onderling inniger verbonden dan kloosterlingen. Zooals +ge dus ziet, zult ge hier een heerlijk leventje krijgen, want gij +zult wel geen gewetensbezwaren hebben bij dieven te zijn. Ziet men +eigenlijk wel iets anders dan dieven in de maatschappij? Neen, mijn +beste jongen, alle menschen houden ervan zich het goed van anderen +toe te eigenen; dit is allen ingeboren, alleen de wijzen waarop +men het doet, verschillen. De veroveraars bijvoorbeeld nemen den +grond van hun buren, voorname personen leenen geld en geven het niet +terug. Bankiers, rentmeesters, wisselhandelaars, beambten, zoowel +groote als kleine, zijn niet erg nauw van geweten. Wat de heeren van +het gerecht aangaat, daarover spreek ik maar liever niet; het is maar +al te goed bekend waartoe zij in staat zijn. Toch moet ik bekennen, +dat zij menschelijker zijn dan wij, want wij ontnemen vaak het leven +aan onschuldigen, terwijl zij vaak dat van een schuldige redden." + + + + + + + + +HOOFDSTUK VI + +Gil Blas beproeft te ontvluchten en wat daar het gevolg van is. + + +Na op deze wijze zijn beroep verdedigd te hebben, ging de kapitein +naar bed, terwijl ik naar het salon terugkeerde om de tafel af te +nemen en alles op te bergen. + +Vervolgens ging ik naar de keuken, waar Domingo (dit was de naam van +den ouden neger) en Signora Leonarda mij met het souper wachtten, +Hoewel ik niet den minsten eetlust had, ging ik toch bij hen +zitten. Ik kon echter geen hapje door mijn keel krijgen en daar ik +er erg bedroefd en terneergeslagen uitzag, begonnen deze twee oudjes +mij te troosten, echter op een wijze, die beter geschikt was om mij +wanhopig te maken, dan om mijn smart te verlichten. "Waarom ben je +zoo bedroefd, mijn jongen?" zei de oude vrouw. "Je moest je eerder +verheugen hier te zijn. Je bent nog jong en onervaren en zoudt +spoedig in de wereld verloren zijn geweest; gij zoudt er vast en +zeker losbandige jongelieden hebben aangetroffen, die je tot allerlei +uitspattingen zouden verleiden, terwijl je onschuld hier in veilige +haven is." "Leonarda heeft gelijk," zeide de oude neger met een zware +stem, "en men zou er nog bij kunnen voegen, dat er slechts moeiten +en smarten in de wereld zijn. Je moogt den hemel wel danken dat je +zoo ineens verlost bent van al die gevaren en ellenden der wereld." + +Ik duldde dit gesprek zonder eenige tegenspraak, daar het toch niets +zou gebaat hebben mij er boos om te maken. Zelfs geloof ik, dat zij om +mij gelachen zouden hebben als ik kwaad was geworden. Eindelijk ging +Domingo, na goed gegeten te hebben, naar zijn stal en Leonarda nam een +lamp en leidde mij naar een soort gewelfde kelder, die dienst deed als +kerkhof voor de overleden roovers, die hun natuurlijken dood stierven +en waar ik een soort krib zag, die meer op een doodkist geleek dan op +een bed, "Dit is nu jou kamer, mijn beste jongen," zei zij mij met de +hand onder de kin streelend; "de jongen die hier vóór jou diende, heeft +er zijn heele leven in gehuisd en ligt er nu ook nog begraven. Hij +is in den bloei van zijn jeugd gestorven, maar jij moet verstandiger +zijn en zijn voorbeeld niet volgen." Toen gaf zij mij de lamp en +keerde weer naar haar keuken terug. Ik zette de lamp op den grond en +wierp mij op het bed, niet zoozeer om te rusten als wel om mijzelf +geheel aan mijn overpeinzingen over te geven. "O, mijn God," zei ik, +"is er een lot zoo droevig als het mijne? Men verlangt van mij dat ik +afstand zal doen van het zonnelicht en alsof het nog niet genoeg was +op achttienjarigen leeftijd levend begraven te worden, vernedert men +mij nog tot het dienen van roovers en moet ik 's nachts bij de dooden +verblijven!" Bij deze gedachten, die mij vreeselijk mistroostig schenen +en het inderdaad ook waren, begon ik hevig te snikken. Ik vloekte +den inval van mijn oom om mij naar Salamanca te sturen en verweet +mijzelf bevreesd te zijn geweest voor het gerecht van Cacabelos; ik +wilde dat ik op 't oogenblik erdoor ondervraagd werd. Maar bedenkende +dat al dat gejammer niets baatte, begon ik over middelen te peinzen +om te ontvluchten en ik begon mijzelf moed in te spreken, zeggende: +"Is het dan volstrekt onmogelijk van hier te ontvluchten? De roovers +slapen en de oude keukenmeid en de neger zullen ook spoedig in diepe +rust zijn. Zou ik nu met behulp van deze lamp den uitgang niet kunnen +vinden, waarlangs ze mij binnenbrachten? Intusschen ben ik misschien +niet sterk genoeg om alleen het valluik op te lichten, maar komaan ik +kan het probeeren, dan heb ik mij ten minste niets te verwijten. Mijn +wanhoop zal mij kracht geven en misschien slaag ik er in." + +Ik vormde dus een groot plan. Toen ik meende dat Leonarda en +Domingo sliepen, stond ik stilletjes op, nam de lamp en verliet het +onderaardsche hol, terwijl ik mij aan alle heiligen van het Paradijs +aanbeval. Eerst na veel moeite gelukte het mij, den weg te vinden +in dit doolhof van gangen, maar ik kwam eindelijk toch aan den stal +en aan den weg, dien ik zocht. Langzaam ging ik vooruit naar het +valluik, terwijl mijn hart van vreugde en vrees tegelijk heftig +kloppen. Halverwege de gang echter, stuitte ik op een ijzeren hek, +dat stevig gesloten was en waarvan de staven zóó dicht bij elkaar +waren, dat men nauwelijks de hand er doorheen kon steken. Ik had +dit beletsel niet gezien bij het binnenkomen omdat het hek toen open +was. Intusschen beproefde ik de stangen, bekeek het slot nauwkeurig, +trachtte het zelfs te forceeren, toen ik plotseling eenige krachtige +slagen tusschen mijn schouders ontving. Ik gaf een luiden gil zoodat +het onderaardsch gewelf ervan weergalmde, en mij omdraaiende zag ik +den ouden neger, die in de eene hand een dievenlantaarn had en in +de andere een bullepees, waarmee hij mij had geslagen. "Arme kleine +schelm," zei hij, "wou je ontvluchten? Je behoeft er niet aan te denken +mij te verschalken, want ik had je heel goed gehoord. Je dacht zeker +het ijzeren hek open te vinden, is 't niet? Maar ge kunt er van opaan, +dat het voortaan altijd gesloten is. Wanneer wij hier iemand tegen zijn +zin houden, moet hij geslepener zijn dan gij om ons te ontsnappen." + +Op mijn geschreeuw waren twee of drie van de roovers wakker geworden +en opgesprongen. En denkende, dat het de dienaren van den heiligen +Hermandad waren, die hen overvielen, riepen ze in allerijl hun +kameraden. In minder dan geen tijd waren allen op de been, grepen +hun degens en karabijnen en snelden naar de plaats waar Domingo +en ik stonden. Toen zij echter de reden van het gerucht vernamen, +maakte hun onrust plaats voor uitbundig gelach. "Hoe nu, Gil Blas," +zei een van hen, "je bent nauwelijks een paar uur bij ons en wil je ons +nu reeds verlaten? Gij schijnt wel een vreeselijken afkeer te hebben +van afzondering en ge moet er maar nooit aan denken Karthuizer monnik +te worden. Ga nu maar gauw slapen, voor dezen keer komt ge er af met +de slagen, die Domingo je gegeven heeft, maar als je 't ooit in den +zin krijgt weer zoo iets te probeeren, kun je er staat op maken dat +we je levend villen." Hierop ging hij heen en ook de andere roovers +trokken zich in hun kamers terug, nog hartelijk lachende over mijn +poging tot ontsnappen. Ook de oude neger keerde zeer voldaan naar +den stal terug en ik ging weer naar mijn kerkhof, waar ik den nacht +verder met zuchten en huilen doorbracht. + + + + + + + +HOOFDSTUK VII + +Wat Gil Blas deed bij gebrek aan beter. + + +Ik dacht de eerste dagen van verdriet te zullen sterven. Ik leidde +een treurig bestaan, maar gelukkig vermaande mijn goede genius mij +voortaan te veinzen. Ik deed dus juist of ik minder bedroefd was en +begon te lachen en te zingen, hoewel ik er in 't minst niet den lust +toe had. Ik huichelde echter zoo goed, dat Leonarda en Domingo erdoor +verschalkt werden en dachten dat de gevangen vogel aan zijn kooi +wende. Ook de roovers dachten hetzelfde daar ik mij zeer opgewekt +toonde als ik hen bediende en mij in hun gesprekken mengde door een +of andere aardigheid te tappen als er gelegenheid toe was. Mijn +vrijmoedigheid, verre van hun te vervelen, vermaakte hen zeer, +"Gil Blas," zei de kapitein mij op een avond toen ik weer vroolijk +was, "gij doet zeer verstandig door die zwaarmoedigheid te bannen; +ik houd veel van je opgewektheid en je grappen. Men kent iemand niet +terstond op het eerste gezicht en ik had je waarlijk niet zoo geestig +en vroolijk gedacht als ge nu blijkt te zijn." + +Ook de anderen prezen mij om het hardst en spoorden mij aan zoo voort +te gaan met hen vroolijk tegemoet te komen; ten slotte schenen zij +mij toe zoo tevreden over mij te zijn dat ik, gebruik makende van hun +goede stemming, hen aldus toesprak: "Veroorlooft mij, mijne heeren, +dat ik u den bodem van mijn ziel blootleg. Sedert ik hier ben gevoel +ik mij een geheel ander mensch dan vroeger. Gij hebt mij verlost +van de vooroordeelen van mijn opvoeding en ik heb onmerkbaar mij uwe +zienswijze eigen gemaakt. Ik gevoel veel lust in uw beroep en ik sterf +bijna van verlangen om een van de uwen te zijn en alle gevaren van +uwe tochten te deelen." Het geheele gezelschap juichte deze toespraak +toe. Men prees mijn goeden wil; daarna werd er met algemeene stemmen +besloten, dat men mij nog eenigen tijd hen zou laten bedienen om mijne +roeping op de proef te stellen en dat men mij vervolgens de plaats zou +geven die ik vroeg en die men niet kon weigeren aan een jongmensch, +dat toonde zulk een goeden wil te hebben. + +Ik moest dus voortgaan met mijn rol van huichelaar en mijn ambt van +schenker nog eenigen tijd uit te oefenen. Ik leed natuurlijk vreeselijk +onder dien toestand want ik verlangde slechts roover te worden om uit +te kunnen gaan zooals zij en vleide mij ook met de hoop, dat ik hen +vroeg of laat zou kunnen ontsnappen. Deze hoop hield den moed er bij +mij in, doch het wachten viel mij ontzettend lang en meermalen trachtte +ik Domingo te verschalken. Hiertoe was echter geen kans want hij was +veel te waakzaam; geen honderd Orpheussen zouden dezen Cerberus hebben +bekoord. Bovendien was ik steeds bang ontdekt te worden zoodat ik niet +al het mogelijke deed om hem te bedriegen. Hij hield mij voortdurend +in het oog en ik moest veel te voorzichtig zijn om mijzelf niet te +verraden. Ik wachtte dus den tijd af waarop de roovers mij bij hun +troep zouden inlijven en ik wachtte er met zooveel ongeduld op alsof +het mijne benoeming tot een hoog ambt gold. + +Gelukkig brak dat gelukkige oogenblik na zes maanden aan. Kapitein +Rolando sprak op zekeren avond tot de roovers: "Kameraden, wij moeten +het aan Gil Blas gegeven woord gestand doen. Die knaap bevalt mij, +hij schijnt mij geschikt onze voetstappen te drukken en ik geloof dat +wij er een flink medelid van zullen maken. Wij moesten hem morgen met +ons medenemen om lauweren te verwerven op onze tochten. Wij moeten +zorgen hem tot onzen eigen roem op te voeden." De roovers waren het +allen eens met hun kapitein; en om te toonen, dat ze mij reeds als +een der hunnen beschouwden, behoefde ik van dit oogenblik af hen niet +meer te bedienen. Zij herstelden juffrouw Leonarda in de betrekking, +die men haar ontnomen had om er mij mee te belasten. Ze lieten mij van +mijn kleeding ontdoen, die uit een eenvoudige, versleten priesterrok +bestond, en ze tooiden me met de achtergelaten kleederen van een +edelman, kort tevoren bestolen. Na dit alles hield ik mij gereed voor +mijn eersten veldtocht. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII + +Gil Blas vergezelt de dieven. Welke heldendaad hij verricht op den +openbaren weg. + + +'t Was op het einde van een Septembernacht, dat ik met de roovers +het onderaardsche gewelf verliet. Ik was evenals zij gewapend met +een karabijn, twee pistolen, een zwaard en een bajonet en ik bereed +een vrij goed paard, dat men aan denzelfden edelman ontnomen had, +wiens kleeren ik aan had. Ik had zóó lang in de duisternis geleefd, +dat de aanbrekende dag me in den beginne verblindde; maar langzamerhand +begonnen mijn oogen zich aan het daglicht te gewennen. We gingen langs +Pont-Ferrada, en legden ons in hinderlaag in een klein bosch, dat aan +den grooten weg naar Léon grensde en in een gedeelte waar wij zonder +zelf gezien te worden, alle voorbijgangers konden bespieden. Daar +wachtten we tot het fortuin ons een goeden slag te slaan gaf, toen +wij eensklaps een geestelijke van de orde der Dominikanen bemerkten, +die, tegen de gewoonte dier goede paters in, een slechten muilezel +bereed. "God zij geprezen," riep de kapitein lachende, "daar is het +meesterstuk voor Gil Blas. Hij moet dien monnik berooven; nu zullen +we eens zien hoe hij er dat afbrengt." Alle roovers oordeelden, dat +ongetwijfeld deze zending mij toekwam en maanden mij aan er mij goed +van te kwijten. "Heeren," zei ik tot hen, "gij zult tevreden zijn; +ik zal dien priester zóó berooven tot hij zoo naakt is als mijn hand +en ik zal u zijn muilezel hier brengen." + +"Neen, neen," zei Rolando, "dat is de moeite niet waard; breng ons +slechts de beurs van Zijne Eerwaarde; dat is alles wat we van je +eischen." + +"Ik zal dus," hernam ik, "onder de oogen mijner meesters mijn proefstuk +leveren; ik hoop, dat ze mij met hun goedkeuring zullen vereeren." + +Daarop verliet ik het bosch en stuurde op den geestelijke af, den +hemel smeekende mij de daad te vergeven, die ik ging verrichten, want +ik was nog niet lang genoeg bij de roovers om dit zonder tegenzin +te bedrijven. Ik had op dat oogenblik wel graag willen ontsnappen, +maar het meerendeel der roovers was nog beter bereden dan ik; als ze +mij hadden zien vluchten zouden ze mij dadelijk achtervolgd hebben +en spoedig ingehaald of misschien zouden ze hun karabijnen op mij +gelost hebben, waarbij ik me zeer slecht zou hebben bevonden. Zoo'n +roekeloosheid mocht ik dus niet wagen; ik ging naar den pater toe +en vroeg hem zijn beurs, terwijl ik den loop van mijn pistool voor +zijn neus hield. Dadelijk bleef hij staan en nam me van het hoofd +tot de voeten op, hij was niet erg geschrokken, maar voegde mij toe: +"Mijn kind, gij zijt nog erg jong; je begint reeds vroeg een slecht +bedrijf uit te oefenen." + +"Pater", antwoordde ik, "hoe slecht het ook moge zijn, zou ik willen +het reeds vroeger te zijn begonnen." + +"O mijn zoon," hernam de goede geestelijke, die zich wel wachtte de +eigenlijke beteekenis mijner woorden te begrijpen, "wat zegt gij? welk +een verblindheid! laat ik u eens duidelijk den ongelukkigen toestand +uitleggen.... " + +"O, pater," hernam ik haastig, "geen zedepreeken als het u belieft, +ik kom hier niet om sermoenen aan te hooren; daar is het trouwens +niet om begonnen: ik wil geld."--"Geld?" vroeg hij verwonderd; "gij +schijnt een slecht oordeel te hebben van de Spaansche weldadigheid +als gij meent, dat menschen van mijn stand geld noodig hebben +om door Spanje te reizen. Bedrieg u niet. Men ontvangt ons overal +vriendelijk; men herbergt en voedt ons, en men vraagt slechts gebeden +in ruil. Daarom hebben wij nooit geld bij ons; wij geven ons over aan +de Voorzienigheid." "O, neen," viel ik hem in de rede, daar geeft ge +u niet aan over; ge hebt altijd van die lieve goudstukjes bij u om +nog zekerder van de Voorzienigheid te zijn. Maar, mijn vader," ging ik +verder, "laat ons eindigen, mijn kameraden, die daar in het bosch zijn, +worden ongeduldig; gooi dadelijk uw beurs op den grond, of ik dood u." + +Bij deze dreigende woorden, scheen de geestelijke toch voor zijn +leven bevreesd te zijn. "Wacht", zij hij, "ik zal je tevreden +stellen als het dan toch eenmaal moet. Ik zie wel, dat bij jullie de +welsprekendheid nutteloos is." Dit zeggende trok hij van onder zijn +kleed een groote kemelsleeren beurs te voorschijn, die hij op den +grond liet vallen. Daarop zei ik hem, dat hij zijn weg kon vervolgen, +wat hij mij niet tweemaal zeggen liet. Hij drukte de flanken van +zijn muilezel die mijn oordeel over hem, (want ik vond hem niet +beter dan die van mijn oom) logenstrafte door eensklaps een goeden +draf er in te zetten. Terwijl hij zich verwijderde, steeg ik af; ik +raapte de beurs op, die mij heel zwaar leek, daarna steeg ik weer op +en bereikte snel het bosch, waar de roovers me met ongeduld wachtten +om me te feliciteeren, alsof de overwinning die ik behaald had, mij +veel had gekost. Ternauwernood lieten ze mij den tijd van het paard +af te komen, zóó haastten zij zich mij te omhelzen, "Goed, Gil Blas," +zei Rolando, "gij hebt daar iets buitengewoons verricht. Ik heb je +gedurende je tocht voortdurend gade geslagen, ik heb op je houding +gelet; ik voorspel je, dat je een uitstekende straatroover zult worden, +of ik weet er niets meer van." De luitenant en de anderen juichten deze +voorspelling toe en verzekerden mij, dat ik haar zeker een of anderen +dag tot waarheid zou maken. Ik bedankte hen voor de goede opinie, die +ze van mij hadden en beloofde hun alles te doen om deze te handhaven. + +Nadat zij mij te meer hadden geprezen waar ik het minder verdiende +kwam het hun opeens in den zin den buit te bezichtigen, waarmede +ik was terug gekeerd. "Laten we eens zien, wat er in de beurs van +den geestelijke is," zeiden zij. "Zij zal wel goed gevuld zijn," +vervolgde een hunner, "want die goede paters reizen niet als pelgrims," +De kapitein wikkelde de beurs los, opende haar en haalde er twee +of drie handenvol kleine koperen medailles uit, waartusschem eenige +scapuliers. Op het gezicht van zulk een vreemdsoortigen buit, barstten +de roovers in een onbedaarlijk gelach uit. + +"Lieve God", riep de luitenant uit, "wij zijn wel veel verplicht aan +Gil Blas, die als proefstuk een zoo heilzamen roof voor ons heeft +gedaan." Deze aardigheid wekte andere op van hetzelfde allooi. De +booswichten begonnen zich over dit onderwerp vroolijk te maken. Meer +dan één pijl schoten ze af, die ik hier niet kan herhalen, maar die ten +volle de laagheid hunner zeden kenmerkte. Ik alleen lachte niet. 't +Is waar, dat die spotters mij er den lust toe benamen, door zich +ten mijnen koste te vermaken. Ieder gaf me een steek en de kapitein +voegde me toe: "Mijn hemel, Gil Blas, ik raad je in gemoede je niet +meer met monniken in te laten; zij zijn te slim, te sluw voor jou". + + + + + + + + +HOOFDSTUK IX + +Welke ernstige gebeurtenis op dit avontuur volgde. + + +Wij bleven het grootste gedeelte van den dag in dat bosch zonder +een enkelen reiziger te zien, die voor den geestelijke zou kunnen +betalen. Eindelijk gingen wij er uit om naar het onderaardsche gewelf +terug te keeren, onze heldendaden besprekende en het belachelijk +geval, dat nog steeds het onderwerp van ons onderhoud uitmaakte, +toen we in de verte een koets ontdekten met vier muilezels bespannen. + +Het rijtuig kwam in flinken draf op ons af en werd begeleid +door drie mannen te paard, die mij goed gewapend schenen en goed +voorbereid ons te ontvangen indien we moedig genoeg waren hen aan te +vallen. Rolando liet de troep stilhouden om daarover te beraadslagen +en de uitslag was, dat tot den aanval werd besloten. Dadelijk stelde +hij ons op, zooals hij dat goedvond en we gingen slagvaardig op de +koets af. Niettegenstaande de toejuichingen die ik in het bosch +had ontvangen, voelde ik mij geweldig beven en weldra werd mijn +geheele lichaam zóó door koud zweet bedekt, dat ik me niets goeds +voorspelde. Tot overmaat van geluk liep ik aan het hoofd der troep, +tusschen den kapitein en den luitenant, die mij daar hadden geplaatst +om mij maar dadelijk aan het vuur te gewennen. Rolando, die mijn +angst bemerkte, keek me van terzijde aan, en zei op kwaden toon: +"Luister, Gil Blas, denk er aan je plicht te doen, ik waarschuw je, +als je terugwijkt jaag ik je een kogel door je hoofd." + +Ik was te zeer ervan overtuigd, dat hij zou doen wat hij zei, om die +waarschuwing in den wind te slaan; daarom beval ik slechts mijn ziel +aan God, daar ik nu den eenen kant niet minder had te vreezen dan +den andere. Intusschen kwamen de koets en de ruiters al dichterbij; +zij zagen welk soort lui wij waren, en daar zij ons plan aan onze +houding raadden, hielden zij op geweerschotsafstand stil. Zij hadden +evengoed als wij, karabijnen en pistolen bij zich. Terwijl zij zich +gereed maakten ons het hoofd te bieden, stapte er uit de koets een +welgemaakt, rijk gekleed man. Hij steeg op een los paard door een +der ruiters bij den teugel gehouden en stelde zich aan het hoofd der +anderen; tot wapen had hij slechts zijn zwaard en twee pistolen. Hoewel +ze slechts vier tegen negen waren, want de koetsier bleef op den bok, +gingen zij met een zekerheid vooruit, die mijn angst nog verergerde. Ik +liet echter niet na, hoewel over alle leden bevend, mij gereed te +houden tot vuren; maar om de dingen te vertellen, zooals ze zijn, +moet ik bekennen, dat ik mijn oogen sloot en mijn hoofd afwendde, +toen ik mijn karabijn afvuurde, zoodat de manier waarop ik aftrok, +mij die daad niet op het geweten laadde. + +Ik zal niet uitweiden over die handeling: hoewel ik er bij +tegenwoordig was, zag ik niets en mijn angst, die mijn verbeelding +benevelde, verborg mij het vreeselijke van het schouwspel zelve, +dat mij schrik aanjoeg. Alles wat ik ervan weet, is, dat na een groot +gerucht van geweervuur, ik mijn metgezellen luidkeels hoorde roepen: +"Victorie! Victorie!" Bij dien uitroep verdween de verstijving, die +zich van mijn zinnen had meester gemaakt, en zag ik de vier ruiters +levenloos op het slagveld liggen. Van onze zijde hadden we slechts +één doode; een onzer ruiters had een kogel in de rechterknieschijf +gekregen. Ook de luitenant was gewond, doch slechts heel licht, +daar de kogel slechts de huid had geschaafd. + +Rolando rende eerst naar het portier van de koets, waarin eene dame +was van vier- à vijfentwintig jaar, die hem heel mooi toescheen, +niettegenstaande den treurigen toestand, waarin hij haar zag. Ze +was tijdens het gevecht flauw gevallen en verkeerde nog in dien +toestand. Terwijl hij er slechts aan dacht haar aan te kijken, dachten +wij aan den buit. Wij begonnen met ons van de paarden der gestorven +ruiters te verzekeren, want die dieren, door het geluid der schoten +geschrokken, waren van den weg afgegaan na hun geleiders te hebben +verloren. Wat de muilezels betreft, deze waren pal blijven staan, +al had de koetsier gedurende het gevecht zijn zetel verlaten om zich +te redden. Wij stegen af om ze uit te spannen en wij belastten ze +met verschillende koffers, die we voor en achter de koets vonden +vastgesjord. Daarna nam men op order van den kapitein, de dame, +die nog niet tot zich zelve was gekomen en zette haar te paard, +ondersteund door een roover, die een der sterksten was en het best +bereden; toen namen wij de dame, de muilezels en de paarden mee en +lieten de koets en de beroofde dooden op den weg liggen. + + + + + + + + +HOOFDSTUK X + +Wat de roovers met de dame deden. Van het groote plan dat Gil Blas +vormde en wat er de uitslag van was. + + +Het was reeds langer dan een uur donker toen we aan het gewelf +kwamen. Allereerst brachten wij de dieren op stal, waar we genoodzaakt +waren ze zelf aan de ruif vast te binden en ze te verzorgen, daar +de oude neger reeds drie dagen het bed moest houden. Niet alleen dat +het pootje hem hevig had aangegrepen, maar ook de rheumatiek had zich +aan al zijn ledematen meegedeeld. Niets bleef hem over dan zijn tong, +die hij dan ook gebruikte om zijn ongeduld door allerlei vloeken te +kennen te geven. Wij lieten den ellendeling vloeken en schelden en +gingen naar de keuken, waar we al onze aandacht wijdden aan de dame, +die reeds omgeven scheen door de schaduwen des doods. Wij deden alles +om haar uit haar bewusteloosheid te doen ontwaken en we hadden het +geluk hierin te slagen. Maar toen ze weer bij kennis was en zich in +de armen van verscheidene onbekende mannen bevond, voelde zij haar +ongeluk en huiverde. Haar oogen drukten de hevigste smart en wanhoop +uit en zij sloeg ze ten hemel als om zich daar te beklagen over +de schandelijke daden, waarmee zij werd bedreigd; toen, plotseling +overweldigd voor de verschrikkelijke beelden, viel zij opnieuw flauw +en haar oogleden sloten zich, waarop de roovers dachten, dat de dood +hun prooi ging ontrukken. De kapitein achtte het beter haar aan haar +zelf over te laten inplaats van haar met nieuwe hulpbetuigingen te +plagen en liet haar toen naar het bed van Leonarda dragen, waar hij +haar op goed geluk alleen liet. + +Wij gingen toen naar het salon, waar een der roovers, die chirurg was +geweest, de wonden van den luitenant en den ruiter onderzocht en ze +met zalf insmeerde. Hierna wilde men zien wat er alzoo in de koffers +was. Eenige waren met kant en linnengoed gevuld, andere met kleeren; +maar de laatste die men opende, bevatte eenige zakken geld, wat den +heeren belanghebbenden bijster beviel. Na dit onderzoek dekte de meid +de tafel, schepte op en bediende. Wij praatten eerst over de groote +overwinning, die we hadden behaald, waarop Rolando tot mij het woord +richtte: "Beken, Gil Blas, dat je erg bang bent geweest." Ik antwoordde +dat ik dat graag wilde toestemmen, maar dat ik als een dolend ridder +zou strijden als ik slechts twee of drie tochten had meegemaakt. Daarop +nam het geheele gezelschap het voor mij op, zeggende, dat men het +mij moest vergeven, dat de handeling zoo plotseling was geweest, +en ik me nog niet zoo slecht van mijn taak had gekweten. + +Vervolgens ging het gesprek over op de muilezels en paarden, welke +we juist in het gewelf hadden meegevoerd. Er werd besloten, dat we +den volgenden morgen nog vóór het aanbreken van den dag, allen naar +Mansilla zouden gaan, waar men waarschijnlijk nog niet van onzen +aanslag had hooren spreken, om daar de dieren te verkoopen. Na dit +besluit genomen te hebben, zetten we ons avondeten voort; daarna +gingen we weer naar de keuken om de dame te zien, die we nog in +denzelfden toestand vonden, zoodat we dachten, dat zij den nacht +niet zou halen. Niettegenstaande zij ternauwernood scheen te leven, +waren er toch nog enkele roovers, die niet nalieten een wellustigen +blik op haar te werpen en blijk gaven van een brutale begeerte, die zij +stellig zouden voldaan hebben, indien niet Rolando er hen van had terug +gehouden, door hen er op te wijzen, dat ze tenminste moesten wachten +tot de dame bijkwam uit haar neerslachtige bewusteloosheid, die haar +elk gevoel benam. Het respect, dat ze voor hun kapitein hadden, hield +hun wulpschheid in bedwang; zonder dat zou niets de dame kunnen redden; +zelfs haar dood zou misschien nog niet haar eer verzekerd hebben. + +Wij lieten die ongelukkige vrouw in den toestand waarin ze was, +terwijl Rolando zich tevreden stelde met Leonarda haar verzorging +op te dragen, waarna ieder zich in zijne kamer terugtrok. Wat mij +betreft, inplaats van in te slapen zoodra ik in bed lag, hield ik +me voortdurend met het ongeluk der dame bezig. Ik twijfelde niet of +zij was eene voorname persoonlijkheid, en dat deed mij haar lot nog +treuriger schijnen. Ik stelde mij sidderend de verschrikkelijke dingen +voor, die haar wachtten, en ik voelde er mij even hevig door getroffen +alsof bloedverwantschap of vriendschap mij aan haar hadden verbonden. + +Eindelijk, na haar lot beklaagd te hebben, droomde ik over de middelen +om haar eer te beschermen tegen het gevaar waarmee deze werd bedreigd, +en mij uit het hol te redden. Ik bedacht, dat de neger zich niet kon +verroeren en dat sinds zijn ziekte, de keukenmeid den sleutel van het +hek had. Deze gedachte prikkelde mijn verbeelding, en deed bij mij +een plan rijzen, dat ik goed overdacht; daarna ondernam ik dadelijk +de uitvoering ervan op de volgende wijze: + +Ik veinsde kolieken te hebben, door eerst te klagen en te kermen; +daarna begon ik te schreeuwen. De roovers ontwaakten en waren weldra +bij me; ze vroegen wat me scheelde om zoo te schreeuwen, waarop ik hun +antwoordde, dat ik een verschrikkelijke koliek had, en om hen beter +te overtuigen, begon ik te tandenknarsen, grimassen te maken, ineen +te krimpen en op een vreemde wijze me om en om te wentelen. Daarna +hield ik me plotseling bedaard alsof mijn pijnen mij een oogenblik +met rust lieten; een oogenblik later begon ik opnieuw in mijn armoedig +bed te springen en mijn armen heen en weer te zwaaien. In één woord, +ik speelde zóó goed komedie, dat de roovers, hoe slim ook, zich lieten +foppen en werkelijk dachten, dat ik hevige krampen gevoelde. Maar +daar ik mijn rol zoo goed speelde, werd ik op vreemde wijze gekweld; +want van het oogenblik dat mijn liefdadige makkers zich verbeeldden +dat ik leed, kwamen ze allen erbij en haastten zich mij eenige +verlichting te brengen: de een brengt me een flesch brandewijn en +laat er mij de helft van uitdrinken, een ander geeft me tegen mijn +zin een lavement van zoete amandelolie en weer een ander gaat een +doek warmen en komt hem dan heet op mijn buik leggen. Al riep ik ook +om genade, zij schreven mijn kreten aan mijn koliek toe en gingen +door me te doen lijden door werkelijke pijnen, om mij te ontdoen +van een, die ik niet had. Eindelijk kon ik het niet meer uithouden, +was genoodzaakt hun te zeggen, dat ik geen krampen meer voelde en +dat ik hun smeekte mij alleen te laten. Zij hielden op mij met hun +middeltjes te vermoeien en ik wachtte me wel mij nog meer te beklagen, +uit angst nogmaals hun hulp te moeten ondergaan. + +Dit tooneel duurde bijna drie uur. + +Daarna maakten de roovers, ziende, dat de morgenstond niet meer ver +was, zich gereed om naar Mansilla te gaan. Ik nam een nieuwe list te +baat: ik wilde opstaan om hun te doen gelooven, dat ik grooten lust +gevoelde mee te gaan: maar zij beletten mij dat, terwijl Rolando mij +toevoegde: "Neen, neen, Gil Blas, blijf hier, mijn jongen, de koliek +zou kunnen terugkomen. Je zult een volgenden keer met ons meegaan; +voor vandaag moet je den heelen dag rust houden; je hebt het noodig." + +Ik durfde niet langer aandringen uit vrees, dat men dan aan mijn +verzoek zou voldoen; ik scheen dus alleen teleurgesteld niet van de +partij te kunnen zijn, wat ik zoo natuurlijk deed, dat ze allen het hol +verlieten zonder het minste vermoeden van mijn plan. Na hun vertrek, +hield ik het volgende gesprek met mijzelf: "Zoo, Gil Blas, nu komt +het er op aan door te zetten. Schep moed om te voltooien, wat ge zoo +gelukkig zijt begonnen. Deze zaak schijnt me niet lastig toe: Domingo +is niet in staat zich tegen je onderneming te verzetten en Leonarda +kan je niet beletten haar uit te voeren. Vat deze gelegenheid aan om +te ontsnappen, gij zult misschien nooit meer een gunstiger vinden." + +Deze overwegingen gaven me vertrouwen: ik stond op, nam mijn degen en +mijne pistolen en ging eerst naar de keuken; maar alvorens er binnen +te gaan, bleef ik staan om te luisteren, want ik hoorde Leonarda +praten. Zij sprak tot de onbekende dame, die weer was bijgekomen, +en die haar ongeluk ziende, wanhopig was geworden en schreide. "Ween +maar, mijn kind, stort maar tranen en spaar je zuchten niet," zei de +oude tot haar. "Je ontsteltenis was gevaarlijk; maar nu is er niets +meer te vreezen, nu je gehuild hebt. Je smart zal wel langzamerhand +verdwijnen en ge zult u gewennen hier met die heeren te leven, die +nette lieden zijn. Gij zult beter behandeld worden dan een prinses; +zij zullen vol attenties voor je zijn en je elken dag hun genegenheid +doen blijken. Veel vrouwen zouden in je plaats willen zijn." + +Ik gaf Leonarda geen tijd meer iets te zeggen, maar ik trad binnen, +hield haar het pistool voor en dwong haar door bedreigingen den +sleutel van het hek te geven. Zij was door mijn handelwijze ontsteld +en daar zij, hoewel reeds op leeftijd, nog voldoende aan het leven +was gehecht, durfde zij mij het gevraagde niet weigeren. Toen ik +den sleutel in handen had, richtte ik het woord tot de bedroefde +dame, en zei: "Mevrouw, de hemel heeft u een bevrijder gezonden, +sta op en volg mij, ik zal u geleiden tot waar gij naar toe wilt +gaan." De dame had daar wel ooren naar en mijn woorden maakten zoo +'n indruk op haar, dat zij al haar moed bij elkaar raapte, opstond, +zich aan mijn voeten wierp en me smeekte haar eer te beschermen. Ik +hief haar op en verzekerde haar, dat ze op mij rekenen kon. Daarna nam +ik een touw, dat ik in de keuken vond en met behulp van de dame bond +ik Leonarda aan den voet van een zware tafel en dreigde met den dood, +indien zij den minsten gil slaakten. De goede Leonarda, overtuigd dat +ik woord zou houden als ze me durfde weerstreven, koos de partij van +me te laten doen wat ik wilde. Ik stak een kaars aan en ging met de +onbekende naar de kamer waar het goud en zilver lag. Ik stak zooveel +geldstukken in mijn zakken, als deze slechts konden bevatten; en om +de dame te noodzaken er ook van te nemen, overtuigde ik haar, dat ze +slechts haar eigendom terugnam, wat ze dan ook zonder gewetenswroeging +deed. Toen we een goeden voorraad hadden, gingen we naar den stal, +waar ik alleen met geladen pistool binnentrad. Ik rekende er op, +dat de oude neger, niettegenstaande pootje en rheumatiek, mij niet +rustig mijn paard zou laten zadelen en optuigen en ik had het besluit +genomen hem voor goed van zijn kwalen te genezen indien hij kwaad +wilde, maar gelukkig was hij zoo afgemat van de pijnen, die hij had +doorstaan en nog doorstond, dat ik mijn paard uit den stal haalde, +zonder dat hij 't zelfs scheen te bemerken. De dame wachtte mij aan +de deur. Wij gingen snel de gang door, die uit het hol leidde, kwamen +aan het hek, openden het en kwamen eindelijk aan het valluik. Wij +hadden veel moeite het op te lichten, of liever, het verlangen ons +te redden gaf ons kracht, en wij slaagden. + +De dag brak reeds aan toen we uit dien afgrond waren. Wij wilden er +zoo spoedig mogelijk vandaan en daartoe steeg ik te paard, de dame +ging achter mij zitten en we sloegen in galop het eerste weggetje, +dat we zagen, in; zoo waren wij weldra buiten het bosch. Wij kwamen +op een open vlakte, die verschillende wegen doorsneed; wij namen er +een op goed geluk. Ik stierf van angst, dat hij naar Mansilla zou +leiden en we dan Rolando en zijn makkers zouden ontmoeten, wat best +kon gebeuren. Gelukkig werd mijn vrees niet bewaarheid, want we kwamen +aan de stad Astorga te twee uur 's middags. Ik zag menschen, die ons +met bijzondere aandacht gadesloegen, als ware 't voor hen nieuw een +vrouw te paard achter een man te zien zitten. Wij stapten af aan het +eerste het beste hotel, waar ik allereerst een patrijs en een konijn +aan het spit liet braden. Terwijl men mijn bestelling uitvoerde en +ons middagmaal gereed maakte, geleidde ik de dame naar een kamer om +wat met elkaar te praten, wat we onderweg niet hadden kunnen doen, +daar we ons te veel hadden moeten haasten. Zij heette dona Mencia +de Mosquera, betuigde mij haar dankbaarheid voor den dienst, dien +ik haar had bewezen en zei mij, dat ze mij niet voor een metgezel +der roovers kon houden, na de edelmoedige daad, waardoor ik haar van +hen verlost had. Om haar die goede opinie over mij te doen behouden, +vertelde ik haar mijne geschiedenis. Daardoor won ik haar vertrouwen +en zij vertelde mij welke ongelukken haar getroffen hadden, zooals +ik dit in het volgend hoofdstuk zal mededeelen. + + + + + + + +HOOFDSTUK XI + +Geschiedenis van dona Mencia de Mosquera. + + +Ik ben geboren in Valladolid en heet dona Mencia de Mosquera. Don +Martin, mijn vader, werd in Portugal aan het hoofd van een regiment +gedood. Hij liet mij zoo weinig na, dat ik, hoewel eenige dochter, +een tamelijk arme partij was. Nochtans ontbrak het mij niet aan +minnaars. Verscheidene van de aanzienlijkste edelen van Spanje vroegen +mij ten huwelijk. Hij, die mijn aandacht trok, was don Alvares de +Mello. Hij was werkelijk beter dan zijne mededingers. Bovendien had +hij geest, was bescheiden, moedig en eerlijk. Ook kon hij doorgaan +voor den meest galanten man ter wereld. + +Eenige dagen na ons huwelijk ontmoette hij op een afgelegen plaats don +André de Baëza, die een van zijn mededingers was geweest. Zij kregen +twist met elkander en vochten het uit met den degen. Dit kostte don +André het leven; en daar deze de neef was van den vrederechter van +Valladolid, een bruusk man en doodsvijand van het huis Mello, meende +don Alvares niet spoedig genoeg de stad te kunnen verlaten. Hij +kwam direct naar huis, waar hij mij vertelde wat er gebeurd was, +terwijl er een paard werd gereed gemaakt. "Waarde Mencia," zeide hij +vervolgens, "wij moeten scheiden, dit is helaas noodzakelijk. Gij +kent den vrederechter; laten wij ons nergens mede vleien, hij zal +mij krachtig vervolgen." Hij was zoo bedroefd, dat hij niets meer +kon zeggen. Ik deed hem geld en edelsteenen medenemen, vervolgens +omhelsde hij mij en een kwartier lang schreiden wij samen. Eindelijk +kwam men zeggen dat het paard gereed was. Hij rukte zich van mij los, +vertrok en liet mij achter in een onbeschrijfelijken toestand; ik zou +gelukkig zijn geweest als ik van droefenis was gestorven, wat een leed +en moeiten zou de dood mij bespaard hebben. Eenige uren later vernam +de rechter zijn vlucht. Hij liet hem door de gerechtsdienaren van +Valladolid vervolgen en spaarde niets om hem in handen te krijgen. Mijn +echtgenoot wist echter veilig te ontkomen, zoodat de rechter zich +genoodzaakt zag zijn wraak te beperken en zich tevreden te stellen +met de goederen van den man, wiens bloed hij had gewild. Hij deed +dit zoo goed, dat alles wat don Alvares bezat, verbeurd verklaard werd. + +Ik bleef in een zeer treurigen toestand achter; en had nauwelijks +genoeg om van te leven. Ik verminderde mijn leefwijze en hield +slechts één dienstbode. Den geheelen dag weende ik om de afwezigheid +van mijn dierbaren echtgenoot van wien ik geen enkele tijding +ontving. Hij had mij toch beloofd bij ons droevig afscheid omtrent +zijn lot te onderrichten, waar ter wereld zijn slecht gesternte +hem ook leiden mocht. Zoo gingen zeven jaren voorbij zonder dat ik +over hem hoorde spreken. De onzekerheid omtrent zijn lot maakte +mij zeer droevig. Eindelijk hoorde ik, dat hij gevallen was bij +een veldslag in het rijk van Fez. Een man die kort geleden uit +Afrika teruggekeerd was, deelde mij dit mede, en verzekerde mij, +dat hij don Alvares de Mello uitstekend gekend had. Hij had met +hem in het Portugeesche leger gediend en hem zien vallen in den +strijd. Dit verergerde slechts mijne droefheid en deed mij besluiten +nimmer weder te huwen. In dien tijd kwam don Ambrosio Mesio Carillo, +markies Guardia, in Valladolid. Hij was een van die oude heeren, die +door hunne galante en beleefde manieren hun leeftijd doen vergeten +en de vrouwen weten te behagen. Eens vertelde men hem bij toeval de +geschiedenis van don Alvares en de beschrijving, die men hem van mij +gaf maakte hem verlangend mij te zien. Om zijne nieuwsgierigheid te +bevredigen, haalde hij een van mijne bloedverwanten over mij bij haar +te noodigen. Hij was daar, zag mij en ik behaagde hem ondanks de droeve +uitdrukking van mijn gelaat; doch wat zeg ik, ondanks? misschien was +hij wel getroffen door mijn treurig en verlangend uitzien, die hem +een bewijs van mijn trouw waren; mijne melancholie wekte misschien +zijne liefde op. Ook zeide hij mij dikwijls dat hij mij als een +wonder van standvastigheid beschouwde en zelfs dat hij het lot van +mijn echtgenoot benijdde, hoe betreurenswaardig dit ook was. In een +woord, hij was getroffen toen hij mij zag en behoefde mij geen twee +maal te zien om te besluiten mij te trouwen. + +Hij riep de bemiddeling in van mijn bloedverwante om mij zijn plan te +doen aannemen. Zij trachtte mij te overreden, dat ik nu niet langer +mijne bekoorlijkheden moest begraven, dat ik lang genoeg getreurd had +over een man met wien ik slechts enkele oogenblikken vereenigd was +geweest en dat ik partij moest trekken van de gelegenheid die zich +aanbood, dan zou ik de gelukkigste vrouw ter wereld zijn. Hoe zij ook +sprak over zijn edel karakter en zijn groote goederen, zij kon mij +niet overtuigen, de weinige neiging of liever de tegenzin dien ik +in een tweede huwelijk voelde, na al de ongelukken van het eerste, +was het eenige dat mij terughield. Mijn bloedverwante betrok mijne +geheele familie er in en mijne armoede, die dag aan dag nijpender werd, +droeg er niet weinig toe bij om mijn tegenstand te doen overwinnen. + +Eindelijk bezweek ik voor den aanhoudenden drang en huwde den markies +van Guardia, die mij medenam naar een zeer mooi kasteel bij Burgos. Hij +vatte voor mij een zeer hevige liefde op; in alles bespeurde ik den +lust om mij te behagen, hij voorkwam mijne geringste wenschen. Nooit +heeft een echtgenoot zooveel oplettendheid voor zijn vrouw gehad, +nooit was een minnaar zooveel inschikkelijk voor zijn maitresse. Ware +ik in staat geweest iemand lief te hebben na don Alvares dan zou ik +hem hartstochtelijk hebben bemind. Ik kon zijn teederheid slechts +vergelden met de reine gevoelens van erkentelijkheid. + +Ik verkeerde in dien gemoedstoestand, toen ik eens vanuit het +raam mijner kamer in den tuin een soort van boer bemerkte, die mij +oplettend aankeek. Ik dacht dat het een tuinjongen was en lette weinig +op hem. Maar toen ik den volgenden morgen weer aan het venster ging +zitten, zag ik hem op dezelfde plaats en hij scheen mij weder scherp +aan te kijken. Dit trof mij. Op mijn beurt keek ik hem nauwlettend +aan en na eenigen tijd meende ik de trekken van den ongelukkigen +don Alvares te herkennen. Deze gelijkenis bracht in mijn zinnen een +onbegrijpelijke verwarring en ik slaakte een luiden kreet. Gelukkig +was ik toen alleen met Inès, de vrouw die het meeste mijn vertrouwde +was. Ik zeide haar welk vermoeden mijn verstand verbijsterde. Zij +lachte er slechts om en meende dat een lichte gelijkenis mij bedrogen +had. "Stel u gerust, mevrouw, wat kan doen vermoeden dat hij hier is +als boer, is het zelfs wel waarschijnlijk dat hij nog leeft? Om u +gerust te stellen, zal ik in den tuin gaan en met dien man spreken +en u dadelijk komen vertellen wie hij is." Kort daarna kwam zij +zeer ontroerd binnen en zeide: "Mevrouw, uw vermoeden is maar al te +gegrond. Gij hebt don Alvares in eigen persoon gezien; hij heeft zich +bekend gemaakt en vraagt u om een geheim onderhoud." + +Daar ik don Alvares dadelijk kon ontvangen aangezien de markies naar +Burgos was, gelastte ik de dienstbode hem in mijn kamer te brengen +langs een geheime trap. Bedenk hoe groot mijn ontroering was. Ik +kon het gezicht van een mensch, die recht had mij te overstelpen met +verwijten niet verdragen en viel flauw zoodra hij binnenkwam. Hij en +Inès hielpen mij dadelijk en toen zij mij weder bijgebracht hadden, zei +Alvares mij: "Mevrouw, stel u toch gerust, laat mijne tegenwoordigheid +geene marteling zijn, ik ben niet voornemens u het minste leed te +doen. Ik kom niet als vertoornd echtgenoot u rekenschap vragen van +de eens gezworen trouw en uw tweede huwelijk als een misdaad aan te +schrijven. Ik weet dat dit het werk is van uwe familie. Ook heeft men +in Valladolid het gerucht van mijn dood verspreid en dit hebt ge met +te meer grond kunnen gelooven daar geen enkele brief van mij u van +het tegendeel overtuigd heeft. Ten slotte weet ik hoe gij sedert onze +wreede scheiding geleefd hebt en dat de noodzakelijkheid, eerder dan +de liefde u in de armen van den markies heeft geworpen." "Mijnheer", +viel ik hem weenend in de rede, "waarom wilt gij uwe echtgenoote +verontschuldigen, daar gij leeft is zij schuldig. Waarom ben ik niet +meer in den ellendigen toestand van vroeger, ik zou dan tenminste in +mijne ellende de troost hebben u weder te zien zonder te blozen." + +"Mijn waarde Mencia", hernam don Alvares, "ik beklaag mij niet over +u; en verre van u den schitterenden staat te verwijten, waarin ik u +wedervind, zweer ik, dat ik er den hemel voor dank. Sedert den dag +van mijn vertrek uit Valladolid, heb ik steeds de fortuin tegen mij +gehad, mijn leven is een aaneenschakeling geweest van ongelukken en +tot overmaat van ramp heb ik u nooit tijding kunnen zenden. Al te +zeker van uwe liefde, stelde ik mij onophoudelijk den toestand voor, +waarin mijne noodlottige teederheid u gebracht had; ik stelde mij donna +Mencia voor in tranen; gij waart mijne grootste bekommering. Nochtans +heb ik u na zeven jaren van lijden, u meer dan ooit beminnend, willen +terugzien. Ik heb dezen lust niet kunnen bedwingen en ben vermomd +naar Valladolid gegaan, op gevaar af herkend te worden. Daar heb ik +alles vernomen. Maar geloof niet dat ik van plan ben uw geluk door +mijne tegenwoordigheid hier te verstoren; ik eerbiedig uwe rust en +nu ga ik verre van u de treurige dagen van mijn leven doorbrengen." + +"Neen, don Alvares, neen," riep ik bij deze woorden uit, "de hemel +heeft u niet voor niets hierheen gevoerd en ik zou eene tweede +scheiding niet te boven komen; ik vertrek met u, alleen de dood kan +ons scheiden." "Geloof mij," hernam hij, "blijf met don Ambrosis +leven; maak u geen deelgenoot van mijne ongelukken; laat mij ze +alleen dragen." + +Hij zeide mij nog vele dergelijke dingen, maar hoe meer hij zich +van mijn geluk scheen te willen scheiden, hoe minder ik genegen +was er in toe te stemmen. Toen hij mij vastbesloten zag hem te +volgen, veranderde hij eensklaps. "Mevrouw", zeide hij, "is het +mogelijk dat gij mij nog genoeg bemint om de ellende te verkiezen +boven den welstand van thans? Laat ons dan in Bétancos gaan wonen, +in het rijk van Galicië, daar ben ik veilig. Al zijn mij al mijne +goederen ontnomen, toch heb ik mijne vrienden nog niet verloren; +er zijn nog getrouwen overgebleven die mij in staat hebben gesteld u +te ontvoeren. Ik heb een karos laten komen naar Zamara, heb ezels en +paarden gekocht en ben vergezeld van drie vastberaden Galiciërs. Laat +ons van de afwezigheid van don Ambrosis profiteeren; ik zal de karos +laten voorrijden en wij vertrekken onmiddellijk." Ik stemde toe. Don +Alvares snelde naar Zamara, kwam binnenkort terug met zijne drie +ruiters en ontvoerde mij te midden mijner vrouwen, die niet wetend wat +te denken van deze ontvoering, verschrikt vluchtten. Alleen Inès wist +er alles van, doch zij weigerde haar lot aan het mijne te verbinden, +daar zij een kamerdienaar van Don Ambrosius liefhad, wat wel bewijst +dat de gehechtheid van onze getrouwste bedienden niet bestand is +tegen de liefde. + +Ik steeg dus met don Alvarez in den karos, nam alleen mijne kleederen +mee en eenige juweelen, die ik voor mijn tweede huwelijk reeds +bezat. Wij reisden twee dagen en nachten door om niet door Ambrosius +en zijne lieden te worden achterhaald en ontmoetten niemand. Reeds +waren wij geruster en hoopten dat de derde dag eveneens zoo zou +voorbijgaan. Don Alvarez vertelde mij het treurig ongeval dat +aanleiding had gegeven tot het gerucht van zijn dood en hoe hij na +vijf jaren slavernij de vrijheid had herkregen, toen wij gisteren de +dieven ontmoetten, waar gij bij waart. Hem met zijne lieden hebben +zij gedood en om hem zijn de tranen, die ge mij ziet weenen. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XII + +Op welke onaangename wijze Gil Blas en de dame werden gestoord. + + +Na dit verhaal barstte donna Mencia in tranen uit. Verre van haar +te willen troosten door gesprekken in den geest van Seneca, liet ik +haar den vrijen loop geven aan haar verdriet; ik schreide zelf ook, +zoo natuurlijk is het dat men meegevoelt met de ongelukkigen en vooral +met eene bedroefde schoone. Ik wilde haar juist vragen welke houding +zij dacht aan te nemen in den toestand, waarin zij zich bevond en +wellicht zou ze mij daarover hebben geraadpleegd, indien ons onderhoud +niet ware onderbroken; we hoorden in het logement zooveel leven, +dat dit onwillekeurig onze aandacht trok. + +Dit gerucht werd veroorzaakt door de komst van den baljuw, gevolgd door +twee gerechtsdienaars en verscheidene boogschutters. Ze traden de kamer +binnen, waar wij ons bevonden. Een jongeman, die hen vergezelde, kwam +het eerst op mij toe en begon van nabij mijn kleeding te monsteren. Hij +had niet veel tijd noodig haar te bekijken. "Bij Sint Jacob!" riep +hij uit, "ziedaar mijn wambuis; het is even gemakkelijk te herkennen +als mijn paard. Gij kunt dien vent op mijn woord gevangen nemen; +ik ben er niet bang voor mij aan een herstelling van zijn eer bloot +te stellen; ik ben er van overtuigd, dat het een der roovers is, +die hier een onbekende schuilplaats hebben." + +Bij dit gesprek, waardoor ik vernam dat die jonge man de bestolen +edelman was, van wien ik ongelukkigerwijze de geheele plunje aan +had, bleef ik verstomd, verlegen en uit het veld geslagen staan. De +baljuw, die door zijn ambt uit mijn verlegenheid eerder eene slechte +gevolgtrekking moest afleiden dan een goede, vond dat de beschuldiging +niet zonder grond was; en veronderstellende, dat de dame eene +medeplichtige kon zijn, liet hij ons beiden afzonderlijk gevangen +zetten. Die rechter was niet een dergenen, die schrik aanjagen door +hun uiterlijk: hij zag er zacht en lachend uit. God weet, of hij +daarom beter was! Zoodra ik in de gevangenis zat, kwam hij er ook +met zijn twee fretten, d. w. z. zijn gerechtdienaars; zij kwamen met +een vroolijk gezicht binnen als hadden zij er een voorgevoel van, dat +zij goede zaken gingen doen. Zij vergaten hun goede gewoonte niet en +begonnen met me te fouilleeren. Wat een buitenkansje voor die heeren; +zij hadden misschien nog nooit zoo 'n goeden slag geslagen. Bij elke +handvol geldstukken, die ze te voorschijn haalden, zag ik hun oogen +van vreugde schitteren. Vooral de baljuw scheen buiten zichzelf. "Mijn +jongen," zij hij tot me op een toon vol zachtzinnigheid, "wij doen +onzen plicht; maar vrees niet, indien ge niet schuldig zijt, zal +men u geen kwaad doen," Ondertusschen ledigden ze zachtjesaan al +mijn zakken en namen me zelfs af, wat de roovers me gelaten hadden, +nl. de veertig dukaten van mijn oom. Maar daar bleef het niet bij: +hun gretige, onvermoeide handen betastten me van het hoofd tot de +voeten; ze draaiden mij naar alle kanten en ontkleedden me geheel +om te zien of ik geen geld onder mijn hemd had zitten. Ik geloof, +dat ze me graag mijn buik hadden geopend om te zien of daar niets +meer in was. Nadat ze zich zoo goed van hun taak gekweten hadden, +ondervroeg de baljuw mij. Ik vertelde onomwonden alles wat mij was +overkomen. Hij liet mijn verklaring opschrijven; daarna vertrok hij +met zijn lieden en mijn geld en liet me spiernaakt op het stroo achter. + +"O menschenleven!" riep ik uit, toen ik me alleen en in dien +toestand zag, "wat zijt ge vervuld van vreemde avonturen en +teleurstellingen! Van dat ik uit Oviédo ben gegaan, ondervind ik +slechts tegenspoeden: nauwelijks ben ik aan het eene gevaar ontsnapt +of ik val in een ander. Toen ik in deze stad kwam, dacht ik niet, +dat ik zoo spoedig kennis met den baljuw zou maken." Terwijl ik deze +nuttelooze beschouwingen hield, deed ik dat vervloekt wambuis en de +rest der kleeding, die me zooveel ongeluk had gebracht, weer aan; +daarna zei ik tot mezelf om me moed in te spreken: "Kom, Gil Blas, +wees ferm, denk er aan, dat na dezen tijd er wellicht een gelukkiger +aanbreekt. Past het je wel in een gewone gevangenis te gaan wanhopen, +na zoo 'n pijnlijke proef van geduld te hebben doorstaan in dat +hol? Maar, helaas!" hernam ik droevig, "ik vergis me. Hoe zou ik hier +kunnen uitkomen? Men heeft er me juist alle middelen toe ontnomen, +daar een gevangene zonder geld, gelijk is aan een vogel, wiens vleugels +men heeft afgeknipt." + +Inplaats van den patrijs en het konijntje, die ik aan het spit had +laten braden, bracht men mij een klein bruin brood met een kruik +water, en men liet mij in mijn cel mijn leed verkroppen. Ik bleef +er volle veertien dagen zonder iemand te zien, dan mijn cipier, die +mij elken morgen mijn provisie kwam vernieuwen. Zoodra ik hem zag, +begon ik tegen hem te spreken, ik trachtte een gesprek met hem te +beginnen om me een beetje uit mijne verveling op te wekken; maar dat +personnage gaf geen antwoord op al wat ik tot hem zei; 't was me niet +mogelijk een enkel woord uit hem te krijgen; zelfs kwam en ging hij +meestal weer zonder mij aan te zien. Den 16den dag kwam de baljuw +en zei tot me: "Eindelijk, mijn vriend, zijn je rampen ten einde, ge +kunt u verheugen; ik kom je een aangename tijding mededeelen! Ik heb +de dame, die bij je was, naar Bargos laten brengen; voor haar vertrek +heb ik haar ondervraagd en haar antwoorden zijn in je voordeel. Gij +zult vandaag vrijgelaten worden, tenminste als de muilezeldrijver +met wien ge van Pennaflor naar Cacabelos zijt gekomen, zooals ge me +hebt gezegd, uwe verklaring bevestigt. Hij is in Astorga, ik hem om +hem gestuurd en verwacht hem elk oogenblik; indien hij uw verhaal +als waar verklaart, herkrijgt gij dadelijk uw vrijheid." + +Deze woorden verheugden mij, want ik dacht van nu af buiten gevaar te +zijn. Ik bedankte den rechter voor de korte en goede rechtvaardiging +die hij mij wilde laten wedervaren; ternauwernood had ik uitgesproken +of de muilezeldrijver trad binnen vergezeld van twee boogschutters. Ik +herkende hem dadelijk; maar die beul van een muilezeldrijver, die +ongetwijfeld mijn valies met den geheelen inhoud had verkocht, en +die vreesde genoodzaakt te zijn het geld, dat hij ervoor ontvangen +had, terug te moeten geven indien hij toegaf mij te herkennen, zei +brutaalweg dat hij niet wist wie ik was en dat hij me nooit gezien had. + +"O! schelm," riep ik uit, "beken liever dat je mijn armzalige kleeding +hebt verkocht en vertel de waarheid. Kijk me goed aan, ik een der +jongelieden, die ge bedreigdet met een gerechtelijk onderzoek in +de buurt van Cacabelos en die ge zoo angstig maakte." De drijver +antwoordde op kouden toon, dat ik van een voorval sprak, dat hij in +'t geheel niet kende en daar hij tot het einde toe volhield dat +ik hem onbekend was, werd mijn bevrijding tot een volgenden keer +uitgesteld. "Mijn beste jongen," zei de baljuw, "ge ziet wel dat de +ezeldrijver uwe verklaring niet bevestigt; ik kan je dus, hoe graag +ook, nog niet in vrijheid stellen." + +Er bleef dus niets anders over dan mij met nieuwen moed te wapenen, +nogmaals te vasten met water en brood en den stilzwijgenden cipier +weer te zien. Wanneer ik eraan dacht, dat ik me niet uit de klauwen der +justitie kon redden, hoewel ik niet de minste misdaad had begaan, dan +bracht die gedachte me tot wanhoop en betreurde ik het roovershol. Ik +zei tot mezelf: "Goed beschouwd, had ik het daar minder onaangenaam +dan hier; ik at en dronk er goed van met de roovers, onderhield me +prettig met hen en leefde in de zoete hoop op ontvluchting; terwijl +ik hier niettegenstaande mijn onschuld, misschien al gelukkig zal +zijn als ik hieruit kom om naar de galeien te gaan." + + + + + + + + +HOOFDSTUK XIII + +Door welk toeval Gil Blas eindelijk de gevangenis verlaat en waar +hij heengaat. + + +Terwijl ik mijn dagen met dergelijke vroolijke gedachten doorbracht, +werden mijn avonturen zooals ik die in het verslag had verteld, +door de geheele stad bekend. Verscheidene personen wilde me uit +louter nieuwsgierigheid zien; de een na den ander kwam voor een klein +venstertje staan, dat het licht in mijn cel doorliet, en als ze me +zoo eenigen tijd hadden begluurd, gingen zij weer weg. Ik was over +die nieuwsgierigheid verstomd; van dat ik gevangen was gezet, had +ik nooit iemand aan dat venster zien verschijnen, dat op een plaats +uitzag, waar stilte en verschrikking heerschten. Daarom begreep ik, +dat ik opzien baarde in de stad; maar ik wist niet of ik er een goed +of een kwaad teeken in moest zien. + +Een van hen, dien ik het eerst te zien kreeg, was de kleine zanger +van Monteviédo, die net als ik de ondervraging gevreesd had en de +vlucht had genomen. Ik herkende hem en hij ontveinsde niet mij te +kennen. Wij groetten elkaar en begonnen een lang gesprek. Ik was +genoodzaakt een nieuw verslag van mijne avonturen te geven, wat twee +uitwerkingen op den geest van mijn toehoorders had: ik deed hen lachen +en ik wekte hun medelijden op. Van zijn kant vertelde de zanger mij +alles wat er in het logement van Cacabelos was voorgevallen tusschen +den ezeldrijver en de jonge vrouw, nadat een panische schrik er +ons van had verwijderd; in één woord, hij vertelde me alles, wat ik +hierboven beschreven heb. Nadat hij afscheid van mij had genomen, +beloofde hij mij zonder verwijl voor mijne bevrijding te zullen +werken. Al de menschen, die daar op dat oogenblik aanwezig waren, +betuigden mij toen hun medelijden en verzekerden me zelfs, dat ze +zich met den kleinen zanger zouden vereenigen en al hun best zouden +doen om mij mijn vrijheid terug te bezorgen. + +Inderdaad hielden zij woord. Zij spraken te mijnen gunste bij den +baljuw, die niet meer twijfelend aan mijn onschuld, vooral nadat +de zanger alles verteld had wat hij wist, drie weken later mijn cel +binnentrad. "Gil Blas," zeide hij, "ik zou je nog hier kunnen houden +als ik een slecht rechter was; maar ik wil de zaak niet rekken: ga, +ge zijt vrij; ge kunt weggaan wanneer ge wilt. Maar," ging hij voort, +"indien men je naar het bosch bracht waar het roovershol ligt, zou je +het dan niet kunnen vinden?" "Neen, mijnheer," antwoordde ik, "want ik +ben er slechts 's avonds ingekomen en ik heb het vóór het aanbreken +van den dag verlaten." Daarop vertrok de rechter, zeggende dat hij +den portier zou gelasten mij de deuren te ontsluiten. Werkelijk trad +een oogenblik later de cipier binnen met een van de cipiersknechten, +die een pak linnen droeg. + +Met ernstig gelaat en zonder me een woord te zeggen ontdeden ze mij van +mijn wambuis en broek, die bijna nog nieuw en van fijn laken waren en +nadat ze mij een oude plunje in de plaats ervan hadden aangetrokken, +zetten ze mij bij de schouders buiten de deur. + +De verlegenheid, die ik gevoelde mij zoo slecht gekleed te zien, +verminderde de vreugde, die gevangenen gewoonlijk ondervinden als +ze zich pas weer vrij gevoelen. Ik had lust dadelijk de stad te +verlaten om me te onttrekken aan het kijken der menschen, wier +blikken ik met moeite doorstond. Maar mijn dankbaarheid had de +overhand op mijn verlegenheid, ik ging den kleinen zanger, wien ik +zooveel verschuldigd was, mijn dank betuigen. Toen hij mij zag, kon +hij zich niet weerhouden te lachen. "Wat ziet ge er uit!" riep hij, +"ik herkende je in deze kleeding niet dadelijk; zooals ik zie, heeft +de justitie je op alle manieren er van langs gegeven." "Ik beklaag +me niet over de justitie, die is heel billijk, ik wilde alleen maar +dat haar dienaren eerlijke lieden waren; ze hadden me minstens mijn +kleeding moeten laten, die ik, dunkt me, niet slecht betaald heb," +"Dat stem ik toe," hernam hij, "maar men zal u tegenwerpen, dat dit +formaliteiten zijn, die men moet in acht nemen. Of denkt ge soms, +dat het paard aan zijn eersten meester is teruggegeven? Geen denken +aan, hoor, op het oogenblik staat het in de stallen van den griffier, +daar geplaatst als bewijsstuk van den diefstal; ik denk niet dat die +arme edelman er zelfs den staartriem van krijgt. Maar laten we over +wat anders praten. Wat is uw plan, wat denk je nu te doen?" "Ik heb +zin," antwoordde ik, "den weg naar Burgos in te slaan en de dame op +te zoeken die ik bevrijd heb; zij zal me wat geld geven, waarvoor ik +een nieuwen rok kan koopen, vervolgens naar Salamanka gaan, om te zien +voordeel uit mijn Latijn te trekken. Wat me hindert is, dat ik nog niet +in Burgos ben, ik moet onderweg ook eten en ge zult wel begrijpen dat +men het schraal heeft als men zonder geld reist." "Dat geloof ik best," +antwoordde hij "en ik bied u mijn beurs aan, ze is wel wat plat, maar +ge weet dat een zanger geen bisschop is." Tegelijkertijd bracht hij +haar te voorschijn, en gaf ze mij zoo gul, dat ik niet schroomde haar +aan te nemen zooals ze was. Ik bedankte hem alsof hij me al het goud +ter wereld had gegeven, en bood hem duizendmaal mijn diensten aan, +waar het nooit toe is gekomen. + +Daarna verliet ik hem en de stad zonder de andere menschen, die mijne +invrijheidstelling hadden bewerkt, te gaan opzoeken; ik vergenoegde +mij er mee hen en mezelf duizend zegeningen toe te wenschen, + +De kleine zanger had gelijk gehad zijn beurs niet erg gevuld te noemen; +ik vond er weinig geldstukken in, en dan nog wat voor geldstukken, +slechts kleingeld! Gelukkig was ik reeds twee maanden gewend aan +een sober leven, zoodat me nog twee realen restten toen ik aan de +burcht Ponte-de-Abula kwam, niet ver van Burgos verwijderd. Ik hield +hier even stil om naar tijding van dona Mencia te vragen. Ik ging +een logementje binnen, waarvan de eigenares een klein, droog, vlug +vrouwtje was. Ik zag dadelijk aan het grimmige gezicht dat ze trok, +dat mijn plunje in 't geheel niet in haar smaak viel, iets, wat ik +haar graag vergaf. Ik ging aan een tafel zitten, at brood en kaas +en dronk enkele teugen van een afschuwelijken wijn, dien men mij had +voorgezet. Gedurende dezen maaltijd, die nogal overeenstemde met mijne +kleeding, wilde ik een gesprek beginnen met de waardin, die me door +een minachtend gezicht deed verstaan, dat ze niets op mijn onderhoud +gesteld was. Ik verzocht haar mij te zeggen of zij den markies de la +Guardia (die de man was van dona Mencia, zooals deze mij verteld had) +kende; of het kasteel van den markies ver van de burcht af was, en +vooral of ze wist, wat er van de markiezin, zijne vrouw, terecht kon +zijn gekomen. "U vraagt heel wat!" antwoordde zij mij trotsch. Maar +hoewel met tegenzin, vertelde ze me toch, dat het kasteel, waarvan +ik sprak, slechts een kleine mijl van Ponte-de-Abula verwijderd was. + +Nadat ik gegeten en gedronken had en de nacht inviel, beduidde ik +haar, dat ik moe begon te worden en vroeg haar een kamer, "Voor jou +een kamer!" antwoordde de eigenares met een blik vol minachting; +"ik heb geen kamers voor lieden, die hun avondmaal met brood en kaas +doen. Al mijn bedden zijn besproken, want ik verwacht aanzienlijke +heeren, die hier vanavond moeten komen logeeren. Het eenige, wat ik +voor je kan doen, is je een plaats in mijn schuur geven; dat zal, +denk ik, wel niet de eerste keer zijn, dat ge op stroo slaapt...." Zij +wist niet, hoe juist ze de waarheid daar zei. Ik antwoordde niet op +haar toespraak en bepaalde er mij bij, stilletjes den stroozolder op +te zoeken, waar ik spoedig in slaap viel als een oververmoeid man. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XIV + +Hoe dona Mencia hem in Burgos ontving. + + +Den volgenden morgen was ik vroeg uit de veeren. Ik ging met de +eigenares afrekenen, die reeds op was en die me wat minder trotsch en +beter gehumeurd scheen dan den vorigen avond, wat ik toeschreef aan +de aanwezigheid van drie dappere dienaren van den heiligen Hermandad, +die zich met haar op zeer vrije wijze onderhielden. Zij hadden in het +logement geslapen; en dit waren ongetwijfeld de aanzienlijke heeren, +voor wie al de bedden vrij waren gehouden. + +Ik vroeg in het gehucht den weg naar het kasteel, dat ik wilde gaan +opzoeken. Bij toeval richtte ik mij tot een man van het karakter van +mijn gastheer te Pegnaflor. Hij stelde er zich niet mee tevreden op +de vraag die ik hem deed, te antwoorden, maar hij vertelde me nog, +dat don Ambrosio, echtgenoot van dona Mencia, drie maanden geleden +gestorven was en dat de markiezin zich in een klooster te Burgos, +dat hij mij noemde, had teruggetrokken. Dadelijk begaf ik mij naar die +stad, in plaats van den weg naar het kasteel te vervolgen, zooals ik +eerst van plan was en ik snelde allereerst naar het klooster, waarin +dona Mencia woonde. Ik verzocht de sleutelbewaarster aan die dame +te zeggen, dat een jonge man, die pas uit de gevangenis van Astorga +ontslagen was, haar wenschte te spreken. Oogenblikkelijk ging de +oppaster mijn verzoek overbrengen. Een oogenblik later kwam ze weer +terug en liet me een spreekkamer binnengaan, waar ik nog niet lang +was of ik zag achter de traliën de weduwe van don Ambrosio in zwaren +rouw verschijnen. + +"Wees welkom," zeide zij vriendelijk tot mij. "Vier dagen geleden heb +ik aan iemand in Astorga geschreven, waarin ik hem verzocht u in mijn +naam te gaan opzoeken en u te zeggen, dat ik u dringend verzocht mij +bij het verlaten van de gevangenis te komen opzoeken. Ik twijfelde er +niet aan, dat ge spoedig in vrijheid zoudt worden gesteld; alles wat +ik den baljuw te uwen gunste had verteld, was genoeg daarvoor. Men +had mij dan ook verteld, dat ge reeds in vrijheid gesteld waart, maar +dat men niet wist wat er verder van u was geworden. Ik vreesde u niet +meer terug te zullen zien en van het genoegen beroofd te worden u mijn +dank te kunnen betuigen, wat me zeer zou hebben gespeten. Troost u," +voegde zij er aan toe, ziende hoe beschaamd ik was zoo slecht gekleed +onder haar oogen te komen, "bedroef u niet over den toestand, waarin +ik u zie. Na den gewichtigen dienst, dien ge me hebt bewezen, zou ik +wel de ondankbaarste van alle vrouwen moeten zijn, als ik niets voor u +deed. Ik wil u uit den slechten toestand helpen, waarin ge u bevindt; +ik moet het en kan het. Ik bezit meer dan genoeg om mijn schuld aan +u af te doen zonder mij te behoeven bekrimpen." + +"Gij kent," vervolgde zij, "mijne lotgevallen tot op den dag dat +wij samen gevangen genomen zijn; ik zal u vertellen wat mij sedert +overkomen is. Toen de baljuw van Astorga mij naar Burgos had doen +geleiden, na een getrouw verslag van mijne geschiedenis te hebben +vernomen, begaf ik mij naar het kasteel van don Ambrosio. Mijn +terugkeer veroorzaakte buitengewone verrassing, doch men zeide mij +dat ik te laat kwam. De markies, als door den bliksem getroffen door +mijn vlucht, was ziek geworden en de doktoren wanhoopten aan zijn +behoud. Ik trad zijn kamer binnen en wierp mij bij zijn bed neder, +badende in tranen en het hart vol smart. "Wat brengt u hier," zeide +hij, "komt gij uw werk aanschouwen? Is het u niet voldoende mij het +leven ontnomen te hebben? Zijt gij niet tevreden voor gij mij hebt zien +sterven?" "Heer," antwoordde ik, "Inès heeft u zeker gezegd dat ik met +mijn eersten man ben gevlucht en zonder het treurige ongeval, dat mij +hem heeft doen verliezen, zoudt gij mij nimmer hebben weergezien." Ik +vertelde hem toen, dat don Alvares door de dieven gedood was en dat +men mij had opgesloten. Ik vertelde hem al het overige en toen ik had +uitgesproken, nam don Ambrosio mijn hand en zeide teeder: "Nu is het +genoeg, ik beklaag mij niet langer over u. Mag ik u eigenlijk wel iets +verwijten? Gij vindt een geliefden echtgenoot terug, gij verlaat mij om +hem te volgen, mag ik dat gedrag laken? Neen mevrouw, ik had ongelijk +daarover te tobben. Ook heb ik niet gewild dat men u vervolgde, hoewel +mijn dood het gevolg zal zijn van uw verlies voor mij. Ik eerbiedigde +in uw ontvoerder zijn heilige rechten en zelfs de neiging die gij voor +hem hadt, en door uw terugkeer herwint gij al mijn genegenheid. Ja, +mijn waarde Mencia, uwe tegenwoordigheid overstelpt mij van vreugd, +maar helaas zal ik er niet lang van genieten. Ik voel mijn einde +naderen. Nauwelijks heb ik u weer, of ik moet u vaarwel zeggen." Bij +deze woorden voelde ik eene matelooze droefenis in mij opwellen. Don +Alvares, dien ik aanbad, heeft mij nimmer tranen doen storten. Don +Ambrosio stierf den volgenden morgen en ik bleef eigenares van de +aanzienlijke goederen, die hij mij geschonken had bij ons huwelijk. Ik +zal daar geen onwaardig gebruik van maken, hoe jong ik ook ben, zal +men mij niet zien in de armen van een derden echtgenoot. Ik wil mijn +dagen in een klooster eindigen en een weldoenster worden." + +Na dit gesprek haalde dona Mencia van onder haar japon een beurs te +voorschijn, die ze mij ter hand stelde, zeggend: "Ziehier honderd +dukaten, die ik u alvast geef om u te kunnen kleeden. Als die op zijn, +kom me dan weer opzoeken, want ik ben niet van plan mijn dankbaarheid +bij zoo weinig te laten." Ik bedankte de dame duizendmaal en zwoer +haar dat ik niet uit Burgos zou vertrekken zonder afscheid van haar +te hebben genomen. Na dien eed, dien ik niet van plan was te breken, +ging ik een logement zoeken. Het eerste het beste dat ik tegenkwam, +ging ik binnen. Ik vroeg een kamer en om de slechte opinie, die mijn +havelooze plunje kon opwekken, te voorkomen, vertelde ik den waard, +dat ik, zooals hij me zag, toch best in staat was mijn onderkomen te +betalen. Op die woorden antwoordde de waard, Majuelo geheeten en van +nature een groot spotter, op kouden toon en terwijl hij me met een +sluwe uitdrukking op zijn gezicht van boven tot beneden opnam, dat +hij die verzekering mijnerzijds niet noodig had om overtuigd te zijn, +dat ik een goede klant voor hem zou wezen; dat men door mijn kleeding +heen iets edels in mij ontdekte en ten slotte dat hij er niet aan +twijfelde of ik was een zeer welgesteld edelman. Ik zag heel goed, +dat de plaaggeest me in het ootje nam; en om opeens een eind aan zijn +aardigheden te maken, toonde ik hem mijn beurs. Ik telde mijn dukaten +zelfs voor zijn oogen op een tafel en ik merkte, dat mijn specie hem +er toe bracht wat gunstiger over mij te denken. Ik verzocht hem een +kleermaker te laten komen. + +"Beter is het een uitdrager te halen; hij kan u ineens een keuze van +kleeren meebrengen, zoodat ge oogenblikkelijk gekleed zijt," antwoordde +hij. Ik vond dien raad zeer juist en besloot hem op te volgen, maar, +daar de dag bijna ten einde was, stelde ik mijn inkoop uit tot den +volgenden morgen en mijn gedachten waren slechts gericht op een goed +avondmaal, om me schadeloos te stellen voor al de slechte maaltijden, +die ik sinds het verlaten van het hol gekregen had. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XV + +Op welke wijze Gil Blas zich kleedde van het nieuwe geschenk, dat +hij van de dame ontving en in welke equipage hij Burgos verliet. + + +Men zette mij een flinke fricassée van schapenpootjes voor, die ik +bijna geheel verorberde. Ik dronk naar evenredigheid en ging daarna +slapen. Ik had een vrij goed bed en hoopte, dat spoedig een diepe +slaap zich van mijn zinnen zou meester maken. Ik kon echter geen oog +dicht doen; ik deed niets dan aan de kleeding denken, die ik nemen +moest. "Wat moet ik doen," zei ik tot mezelf, "zal ik mijn eerste plan +volgen? Zal ik een priesterkleed koopen om in Salamanka een betrekking +als onderwijzer te zoeken? Waarom me in een ambtsgewaad gestoken? Voel +ik soms roeping me in den geestelijken staat te begeven? Word ik +daar door mijn neiging toe gedreven? Neen, ik gevoel zelfs neigingen, +die geheel het tegenovergestelde zijn van dat lot. Ik wil een zwaard +dragen en zien mijn fortuin in de wereld te maken." + +Ik besloot tot de kleeding van een ridder, overtuigd dat ik onder +dien vorm er wel in zou slagen een nette en winstgevende betrekking +te krijgen. Met deze vleiende gedachte wachtte ik het aanbreken van +den dag met groot ongeduld af, en nauwelijks zagen mijn oogen de +eerste lichtstralen, of ik stond op. Ik maakte zooveel leven, dat ik +allen die nog sliepen, wakker maakte. Ik riep de knechts, die nog te +bed waren en die op mijn geroep met verwenschingen antwoordden. Toch +waren ze genoodzaakt op te staan en ik gunde hun geen rust voor ze een +uitdrager hadden laten komen. Ik zag er weldra een verschijnen. Hij +werd door twee jongens gevolgd, die ieder een groot pak van groen +linnen droegen. Hij groette me zeer beleefd en zei: "Heer ridder, ge +kunt u gelukkig noemen dat men zich tot mij gewend heeft inplaats van +tot een ander. Ik wil hier niet mijn collega's in miscrediet brengen, +God behoede dat ik in het minst hun reputatie schade wil doen! maar +onder ons gezegd, er is onder hen niet een, die er een geweten op na +houdt; ze zijn allen nog erger dan joden. Ik ben de eenige kleerkooper, +die er een moraal op nahoudt. Ik bepaal me tot een bescheiden winst, +ik ben tevreden met een pond inplaats van een stuiver.... ik wil zeggen +een stuiver inplaats van een pond. Goddank oefen ik mijn beroep op +eerlijke wijze uit." + +Na deze inleiding, die ik dom genoeg, woordelijk geloofde, zei de +uitdrager tot zijn jongens de pakken open te maken. Men toonde me +kleedingstukken van allerlei kleur. Hij liet er mij verschillende +van effen kleur zien, die ik echter met minachting afwees, omdat ik +ze te eenvoudig vond, maar ze lieten me er een passen, dat als voor +mijn figuur gemaakt scheen, en dat me verblindde, hoewel het al een +weinig versleten was. 't Was een wambuis met opengesneden mouwen, +een broek en een mantel, alles van blauw fluweel met goud bestikt. Ik +bepaalde mijn keuze daarop en begon te onderhandelen. De uitdrager, +ziende dat het mij beviel, zei dat ik een zeer gedistingeerden smaak +had. "Bij God," riep hij uit, "men ziet wel, dat u er verstand van +hebt. Weet, dat dit kleed vervaardigd is voor een der grootste heeren +van het koninkrijk en dat het nog geen drie keer is gedragen. Bekijk +het eens, er bestaat geen mooier, en wat het borduursel betreft, zult +ge moeten toestemmen, dat niets beter bewerkt kon zijn." "Voor hoeveel +wilt gij het verkoopen?" vroeg ik hem. "Voor zestig dukaten, waarvoor +ik het reeds geweigerd heb te verkoopen, op mijn woord van eerlijk +man." Die zinsnede was overtuigend. Ik bood er hem vijf-en-veertig +voor, hoewel het misschien nog niet de helft waard was. "Heer edelman, +ik overvraag niet; ik vraag slechts ervoor, wat het waard is," hernam +hij op koelen toon. Daarna mij de kleedingstukken voorhoudende, die ik +terzijde had gelegd, ging hij voort: "Ziehier, neem deze, die zal ik +u goedkooper geven." Dat wakkerde slechts de voorliefde aan voor dat, +waarop ik afdong, en daar ik mij verbeeldde, dat hij niets zou willen +afslaan, telde ik hem de zestig dukaten voor. Toen hij zag, dat ik ze +zoo gemakkelijk afstond, had hij, geloof ik, niettegenstaande zijn +moraliteitsgevoel, groote spijt niet meer te hebben gevraagd. Zeer +tevreden echter, dat hij het pond voor den stuiver genomen had, +ging hij weg met zijn twee jongens, die ik niet had vergeten. + +Ik had dus een zeer netten mantel, wambuis en broek. Nu was het +zaak aan de rest der kleeding te gaan denken, wat mij den geheelen +morgen bezig hield; ik kocht linnengoed, een hoed, zijden kousen, +schoenen en een zwaard, daarna kleedde ik me aan. Wat een genoegen +voor mij, me zoo uitgedoscht te zien! Mijn oogen konden zich, om zoo +te zeggen, niet genoeg verlustigen aan mijn opschik. Nooit heeft een +pauw met meer welgevallen naar zijn vedertooi gekeken. Na dien dag +maakte ik nog een tweede visite bij dona Mencia, die me zeer lief +ontving. Zij bedankte mij nogmaals voor den dienst, dien ik haar had +bewezen. Daarop volgden veel complimenten van weerszijden en me toen +veel voorspoed wenschende, zei ze mij vaarwel en trok zich terug, +zonder me iets anders te geven dan een ring van dertig pistolen, +die ze mij verzocht als aandenken aan haar te bewaren. + +Ik bleef vrij beteuterd met mijn ring staan, want ik had op een veel +aanzienlijker geschenk gerekend, zoodat ik, weinig tevreden over de +edelmoedigheid der dame, mijn logement bereikte, steeds in gedachten +verdiept, maar terwijl ik naar binnen ging, werd ik op den voet gevolgd +door een man, die, zich plotseling van zijn mantel ontdoende, die hij +tot over zijn neus getrokken had, me een grooten zak liet zien, dien +hij onder zijn arm droeg. Bij de verschijning van dien zak, die er +alleszins naar uitzag goed gevuld met specie te zijn, zette ik groote +oogen op, evenals nog enkele menschen, die daar tegenwoordig waren; +en ik dacht de stem van een engel te hooren, toen die man, den zak +op tafel leggende, tot mij zei: "Heer Gil Blas, ziedaar wat mevrouw +de markiezin u zendt." Ik maakte diepe buigingen voor den brenger en +overlaadde hem met beleefdheden; en zoodra hij het logement verlaten +had, wierp ik mij op den zak, als een valk op zijn prooi en bracht +hem naar mijn kamer. Ik opende hem zonder verwijl en vond er duizend +dukaten in. Ik was bijna klaar met tellen, toen de waard, die de +woorden van den brenger gehoord had, binnentrad om te weten wat er in +dien zak was. Het gezicht van al dat geld op de tafel, trof hem hevig, + +"Wat duivel! als daar maar geld ligt!" riep hij uit. Daarop vervolgde +hij met een sluwen glimlach: "Gij moet toch maar goed partij van de +vrouwen weten te trekken. Nauwelijks vierentwintig uur in Burgos, +hebt gij reeds markiezinnen, die u schatplichtig zijn." + +Die redeneering viel wel in mijn smaak; ik voelde de verleiding Majuelo +bij zijn vergissing te laten; ik voelde, dat het mij genoegen deed. 't +Verwondert me niet als jongelieden willen doorgaan voor mannen van +een gelukkig gesternte. De onschuld mijner zeden behaalde echter de +overwinning op mijn ijdelheid, zoodat ik mijn waard uit zijn waan +bracht. Ik vertelde hem de geschiedenis van dona Mencia, waarnaar hij +aandachtig luisterde. Daarna vertelde ik hem den stand van zaken en +daar hij belang in mij scheen te stellen, verzocht ik hem mij met zijn +raad ter zijde te willen staan. Hij dacht eenige oogenblikken na en zei +toen op ernstigen toon: "Heer Gil Blas, ik gevoel me tot u aangetrokken +en daar ge voldoende vertrouwen in mij stelt om openhartig met mij te +spreken, zal ik u zonder vleierij vertellen, waar ik u geschikt voor +acht. Gij schijnt mij geboren om aan het hof te verkeeren, ik raad u +aan daarheen te gaan en u bij den een of anderen voornamen heer aan te +sluiten; maar tracht u in zijn zaken te mengen of in zijn genoegens te +deelen; anders zoudt ge uw tijd bij hem verbeuzelen. Ik ken de grooten: +zij tellen niet den ijver en aanhankelijkheid van een eerlijk man; +zij bemoeien zich slechts met de menschen, die ze noodig hebben. Gij +hebt nu een hulpbron, gij zijt jong, welgemaakt en zelfs al hadt gij +geen geestesgaven, dan zou dat meer dan voldoende zijn om het hoofd +op hol te brengen van eene rijke weduwe of van eene mooie vrouw, die +ongelukkig getrouwd is. Indien het waar is, dat de liefde mannen, die +geld bezitten, ruïneert, dan helpt zij aan den anderen kant er boven +op, die niets meer hebben. Ik zou u dus den raad geven naar Madrid te +gaan; maar ge moet u daar niet zonder gevolg vertoonen. Daar, evenals +overal, oordeelt men slechts naar den uitwendigen schijn en zult ge +meer in tel zijn naarmate den zwier, dien men u ziet slaan. Ik zal +u een bediende geven, een trouwen knecht, een braven jongen, in één +woord een man van mijn hand. Koop twee muilezels, den een voor u, +den andere voor hem, en vertrek dan zoo gauw mogelijk." + +Die raad was te zeer naar mijn zin, om hem niet op te volgen. Reeds +den volgenden morgen kocht ik twee jonge muilezels en nam den +bediende in dienst, dien men mij had aanbevolen. Hij was een jongen +van dertig jaar, die er eenvoudig en vroom uitzag. Hij vertelde me, +dat hij uit het koninkrijk Galicië was en dat hij Ambrosius de Lamela +heette. Wat me vreemd leek, was, dat, inplaats van op andere bedienden +te gelijken, die gewoonlijk zooveel loon willen hebben, deze zich er +niet om bekommerde een hoog loon te verdienen; hij betuigde mij zelfs +dat hij iemand was, die zich tevreden stelde met wat ik de goedheid +wilde hebben hem te geven. Ik kocht ook laarzen en een valies om mijn +linnengoed en mijn dukaten in weg te bergen. Daarna voldeed ik den +logementhouder en vertrok den volgenden morgen eer de dag aanbrak +uit Burgos om naar Madrid te gaan. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XVI + +Waarin wordt aangetoond, dat men niet te veel op de fortuin moet +vertrouwen. + + +Den eersten dag overnachtten we in Duenas en wij kwamen den volgenden +dag tegen vier uur 's namiddags te Valladolid aan. Wij stapten aan +een logement af, dat een der besten der stad scheen. Ik liet de zorg +voor de muilezels aan mijn bediende over en ging naar boven naar +een kamer, waar ik mijn valies door een jongen van het logement liet +brengen. Daar ik me een weinig vermoeid gevoelde, wierp ik me op mijn +bed zonder mij van mijn laarzen te ontdoen en ik viel ongemerkt in +slaap. 't Was bijna nacht toen ik ontwaakte: ik riep Ambrosius, die +echter niet in het logement was, maar er toch weldra verscheen. Ik +vroeg hem waar hij vandaan kwam, waarop hij me met een vroom gezicht +antwoordde, dat hij uit de kerk kwam, waar hij den hemel was gaan +dank zeggen, ons bewaard te hebben voor eenig ongeval van Burgos af +tot Valladolid. Ik keurde die handelwijze goed; daarna gebood ik hem +een kippetje voor mijn souper aan het spit te laten steken. + +Terwijl ik hem dit bevel gaf, trad de waard mijn kamer binnen met +een toorts in de hand. Hij verlichtte eene dame, die me eer schoon +dan jong toescheen en die zeer rijk gekleed was. + +Zij leunde op den arm van een ouden stalmeester, terwijl een kleine +Moor haar sleep droeg. Ik was niet weinig verwonderd, toen die dame +na eene diepe buiging mij vroeg of ik ook soms de heer Gil Blas de +Santillano was. Nauwelijks had ik ja gezegd, of zij liet den arm van +den stalmeester los om me te komen omhelzen met een vreugdebetoon, +dat mijne verbazing verdubbelde. "De hemel zij dank voor dit avontuur," +riep zij uit. "U bent het, heer ridder, u bent het, dien ik zoek." + +Bij deze inleiding kwam mij de parasiet van Pegnaflor in de gedachte en +ik wilde juist de dame verdenken van eene ondernemende avonturierster +te zijn, toen hetgeen zij mij verder vertelde, me gunstiger voor haar +stemde. "Ik ben een nicht van dona Mencia de Mosquera," vervolgde zij, +"van haar die u zooveel verschuldigd is. Vanmorgen heb ik een brief +van haar ontvangen, waarin ze mij vroeg, vernomen hebbende dat gij +naar Madrid waart vertrokken, of ik u goed wilde onthalen, indien +gij hier stilhield. Reeds twee uur zoek ik de geheele stad door, +van logement tot logement, om naar de vreemdelingen te informeeren, +die daar afgestapt zijn en naar de beschrijving, die uw hotelhouder +gaf, heb ik gedacht, dat gij wel de bevrijder van mijn nicht zoudt +kunnen wezen. En nu ik u gevonden heb, zal ik u toonen hoe gevoelig +ik ben voor de diensten, die gij aan mijn familie en in het bijzonder +mijn lieve nicht bewezen hebt. Van dit oogenblik af moet ge, indien +gij het toestaat, bij mij komen logeeren, gij zult dan beter op uw +gemak zijn dan hier." + +Ik wilde mij daartegen verzetten door de dame voor te werpen dat +ik haar tot last zou kunnen zijn, maar het was niet mogelijk aan +haar aandringen te ontkomen. Voor de deur van het logement stond +een rijtuig voor ons klaar. Zijzelf zorgde ervoor, dat mijn valies +erin werd gebracht, omdat er, zooals zij zeide, zooveel oplichters in +Valladolid waren, hetgeen maar al te waar was. Eindelijk steeg ik in +de koets met haar en met haar ouden stalmeester en ik liet me op die +manier uit het logement halen tot groot misnoegen van den waard, die +zich daardoor beroofd zag van de uitgaven, die ik, naar hij gerekend +had, bij hem zou doen met de dame, den stalmeester en den kleinen Moor. + +Nadat onze koets eenigen tijd had voortgereden, hield hij stil. Wij +stegen er uit om een vrij groot huis binnen te gaan en gingen naar +boven naar een appartement dat er netjes uitzag en verlicht werd door +twintig of dertig kaarsen. Er waren daar verschillende bedienden, +aan wie de dame vroeg of don Raphaël reeds was aangekomen, waarop het +antwoord ontkennend luidde. Daarna zich tot mij richtende, sprak zij: +"Heer Gil Blas, ik wacht mijn broeder, die vanavond terug moet komen +van een kasteel, dat we twee mijlen hier vandaan bezitten. Wat een +aangename verrassing zal het voor hem zijn als hij in zijn huis een +man zal aantreffen, aan wien onze geheele familie zooveel verschuldigd +is!" Op hetzelfde oogenblik dat zij die woorden sprak, hoorden we +gerucht in huis en vernamen tegelijkertijd, dat dit veroorzaakt +werd door de komst van don Raphaël. Die ridder verscheen spoedig +voor ons. Ik zag een jongen man van schoone gestalte en gunstig +uiterlijk. "Ik ben zeer blij met je terugkomst, lieve broer," +zei de dame tot hem, "ge zult mij kunnen helpen om den heer Gil +Blas de Santillano op waardige wijze te ontvangen. Wij kunnen niet +genoeg dankbaar zijn voor alles, wat hij voor dona Mencia, onze +bloedverwante, gedaan heeft. Ziehier," voegde zij er aan toe, hem een +brief voorhoudende, "lees wat zij ons schrijft." Don Raphaël opende +het biljet en las hardop de volgende woorden: "Lieve Camilla, de heer +Gil Blas de Santillano, die mijn eer en mijn leven gered heeft, is zoo +juist op weg naar het hof vertrokken. Ongetwijfeld zal hij Valladolid +passeeren. Ik bezweer u bij het bloed, en meer nog bij de vriendschap, +die ons verbindt, hem hartelijk te ontvangen en eenigen tijd bij u te +houden. Ik vlei me, dat ge aan mijn verzoek zult voldoen en dat mijn +bevrijder bij u en bij don Raphaël, mijn neef, een goede gastvrijheid +zal ondervinden. Uwe liefhebbende nicht Dona Mencia te Burgos." + +"Wat!" riep don Raphaël na de lezing van dezen brief uit, "dankt mijn +nicht aan dezen ridder haar eer en leven? Den hemel zij geprezen +voor deze gelukkige ontmoeting." Dit zeggende naderde hij mij en +mij in zijn armen sluitend, vervolgde hij: "Wat een geluk voor mij +hier den edelman Gil Blas de Santillano te zien! 't Was overbodig, +dat onze nicht de markiezin ons aanbeval u goed te onthalen; zij had +ons slechts behoeven te melden, dat gij Valladolid zoudt passeeren; +dat was voldoende geweest. Wij weten zeer goed, mijn zuster Camilla +en ik, hoe men met een man moet omgaan, die den grootsten dienst ter +wereld bewezen heeft aan een lid uit onze familie, dat we het teederst +beminnen." Zoo goed mogelijk antwoordde ik op deze ontboezemingen, +die nog door vele dergelijke gevolgd werden en door duizend omhelzingen +werden afgebroken. Daarna bemerkende, dat ik mijn laarzen nog aan had, +liet hij ze mij door zijn bedienden uittrekken. + +Vervolgens begaven we ons naar een kamer, waar men gedekt had. Wij +zetten ons aan tafel, de ridder, de dame en ik. Gedurende het souper +zeiden zij mij nog herhaaldelijk vriendelijke dingen. Niet een woord +kon ik zeggen, dat ze niet aanhaalden als een bewonderenswaardige +geestigheid en men had de attentie moeten zien, die ze voor mij hadden +om me van alle gerechten te bedienen. Don Raphaël dronk dikwijls op de +gezondheid van dona Mencia. Ik volgde zijn voorbeeld; tusschenbeide +leek het mij of Camilla, die met ons klonk, me veelbeteekenende +blikken toewierp. Ik meende zelfs op te merken, of ze slechts geschikte +oogenblikken daarvoor koos, alsof ze vreesde dat haar broeder het zou +bemerken. Er was niet meer noodig om mij te overtuigen, dat de dame +verliefd op mij was en ik vleide me van deze ontdekking te profiteeren +voor zoolang ik tenminste in Valladolid bleef. Die hoop was oorzaak, +dat ik zonder moeite aan hun verzoek gevolg gaf, eenige dagen bij +hen te blijven. Zij bedankten mij voor mijne welwillendheid, en de +vreugde, die Camilla betuigde, versterkte mij in mijn overtuiging, +dat ze mij zeer naar haar zin vond. + +Don Raphaël, ziende dat ik besloten had eenigen tijd bij hem door te +brengen, stelde me voor mij mee te nemen naar zijn kasteel. Hij gaf +er mij eene prachtige beschrijving van en spiegelde mij de genoegens +voor, die hij beweerde mij te zullen laten genieten. "Nu eens zullen +we op jacht gaan, dan weer ons met visschen bezig houden, en indien ge +van wandelen houdt, hebben we daartoe heerlijke bosschen en tuinen," +begon hij en ging voort: "Trouwens we zullen prettig gezelschap hebben +en ik hoop, dat ge u niet zult vervelen." Ik nam zijn voorstel aan +en er werd besloten dat we reeds den volgenden dag naar het mooie +kasteel zouden gaan. Nadat we dit prettige plan gevormd hadden, +stonden we van tafel op. Hij omhelsde mij en zei toen: "Heer Gil +Blas, ik laat u nu aan mijn zuster over, want ik ga dadelijk de +noodige bevelen geven en de lieden waarschuwen, die van de partij +zullen zijn." Bij deze woorden verliet hij de kamer en ik zette het +gesprek voort met de dame, die door haar praten de teedere oogwenken, +die ze mij had toegeworpen, niet logenstrafte. Zij maakte zich van +mijn hand meester en mijn ring bekijkende, zei ze: "Gij hebt daar een +vrij aardigen diamant, maar hij is wel klein. Hebt gij verstand van +edelgesteenten?" Ik antwoordde van neen. "Dat spijt me," hernam ze, +"want ik had u willen vragen wat deze waard was." Inmiddels toonde ze +mij een grooten robijn aan haar vinger en toen ik dezen bekeek, zei +ze: "Een oom van mij, die gouverneur is geweest op de bezittingen, +die de Spanjaarden op de Philippijnen hebben, heeft me dezen steen +geschonken. De juweliers van Valladolid schatten hem op driehonderd +pistolen."--"Dat geloof ik best, want ik vind hem prachtig," antwoordde +ik.--"Omdat hij u bevalt, wil ik een ruil met u doen." Daarop nam ze +mijn ring en deed den hare aan mijn pink. Na dien ruil, die mij een +kiesche wijze van een geschenk geven toescheen, drukte Camilla mij de +hand en keek me teeder aan, daarop plotseling de stilte verbrekende, +wenschte ze mij eensklaps goeden nacht en trok zich heel verlegen +terug, als was zij beschaamd om mij haar gevoelens te doen blijken. + +Hoewel ik nog heel onnoozel op het punt van liefde was, begreep ik +toch, dat die plotselinge verwarring zeer vleiend voor mij was en ik +dacht er over, dat ik den tijd buiten niet slecht behoefde door te +brengen. Vol van die vleiende gedachte en van den schitterenden stand +van mijn zaken, sloot ik me op in mijn slaapkamer, na aan mijn bediende +bevolen te hebben mij den volgenden morgen vroeg te wekken. Inplaats +van aan slapen te denken, gaf ik me aan allerlei aangename gedachten +over, die me geïnspireerd werden door mijn valies, dat op tafel lag +en mijn robijn. "De hemel zij dank," dacht ik, "indien ik ongelukkig +ben geweest, dan ben ik het nu toch niet meer. Aan den eenen kant +duizend dukaten en aan den anderen een ring van driehonderd pistolen, +daarmee ben ik voor langen tijd onder dak. Majuelo heeft me niet +overschat, dat zie ik wel; ik zal duizenden vrouwen in Madrid het +hart doen verliezen, nu ik zoo gemakkelijk Camilla vervoerd heb." De +goedheden van die edelmoedige dame kwamen mij toen voor den geest, +met al hun aantrekkelijkheid en bij voorbaat genoot ik reeds van de +genoegens, die don Raphaël me op zijn landgoed zou bereiden. Doch +niettegenstaande al die beelden van genot, kwam de slaap zijn vleugels +over mij uitspreiden. Zoo gauw ik me onder zeil voelde gaan, kleedde +ik me vlug uit en ging slapen. + +Toen ik den volgenden morgen wakker werd, bemerkte ik, dat het al +te laat was. Ik was heel verwonderd mijn knecht nog niet te zien +verschijnen, zooals hij van mij bevel had gekregen. Maar ik dacht bij +mezelf: mijn trouwe Ambrosius is naar de kerk gegaan of wel hij is +vandaag erg lui. Maar weldra maakte die gedachte over hem plaats voor +een meer ongunstige, want toen ik was opgestaan, zag ik mijn valies +niet meer, zoodat ik hem ervan verdacht, het gedurende den nacht te +hebben gestolen. Om mijn vermoedens tot klaarheid te brengen, deed ik +mijn kamerdeur open en riep den schijnheilige verscheidene keeren. De +stem van een ouden man antwoordde: "Wat wenscht gij, heer? Al uw lieden +hebben vóór het aanbreken van den dag mijn huis verlaten." "Wat zegt +gij, uw huis, ben ik dan niet bij don Raphaël?" riep ik uit. "Ik weet +niet wie die mijnheer is," antwoordde de oude, "maar gij zijt in een +gemeubileerd huis en ik ben de eigenaar ervan. Gisterenavond, een +uur voor uw aankomst kwam de dame, die met u gesoupeerd heeft, hier +om appartementen te bestellen voor een voornaam heer, die incognito +reisde. Zij heeft me zelfs vooruit betaald." + +Toen begreep ik waar ik aan toe was. Ik wist nu wat ik moest denken +van Camilla en don Raphaël en ik begreep, dat mijn knecht, die +volkomen op de hoogte van mijn zaken was, mij aan die schurken had +overgeleverd. Inplaats van dat treurig ongeval slechts aan mijzelf +te wijten en er aan te denken, dat het mij niet zou zijn overkomen +indien ik niet de domheid had begaan zonder reden alles aan Majuelo +te vertellen, gaf ik de schuld aan het onschuldige lot en vervloekte +honderd maal mijn planeet. De eigenaar van het hotel, wien ik het +avontuur, dat hij misschien even goed kende als ik, vertelde, toonde +zich met mijn lot begaan. Hij beklaagde me, en betuigde mij, dat het +hem zoo'n leed deed, dat dit alles in zijn huis had plaats gevonden, +maar ik geloof dat hem niet minder het deel in dien schurkenstreek +toekwam, dan aan mijn gastheer in Burgos, aan wien ik later altijd +de eer van die uitvinding heb toegeschreven. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XVII + +Welke partij Gil Blas koos na het avontuur in het gemeubileerde huis. + + +Toen ik, heel nutteloos, lang genoeg mijn ongeluk beweend had, maakte +ik bij me zelf de opmerking, dat, inplaats van aan mijn verdriet +toe te geven, ik mij liever tegen mijn noodlot moest harden. Ik riep +al mijn moed te hulp en om mij te troosten, zei ik tot mijzelf bij +het aankleeden: + +"Ik mag nog blij zijn, dat die schelmen niet mijn kleeren hebben +meegenomen en enkele dukaten, die ik in mijn zakken heb." Ik was hun +dankbaar voor die gevoeligheid. Zij waren zelfs zoo edelmoedig geweest, +mij mijn laarzen te laten, die ik aan den waard verkocht voor een +derde van wat ze mij gekost hadden. Eindelijk verliet ik het hotel, +zonder goddank iemand noodig te hebben om mijn lompen te dragen. Het +eerste wat ik deed, was te gaan zien of de muilezels niet nog in +het logement waren, waar ik den vorigen dag was afgestapt. Ik dacht +wel, dat Ambrosius ze daar niet zou hebben laten staan, had ik maar +altijd zoo'n gezond oordeel over hem gehad. Ik vernam, dat hij reeds +denzelfden avond zorg had gedragen ze weg te halen. Er op rekenende +ze nooit meer terug te zien, net zoo min als mijn dierbaar valiesje, +liep ik treurig door de straten en dacht erover, wat ik beginnen moest. + +Ik voelde de verzoeking bij me opkomen naar Burgos terug te keeren en +nog eens mijn toevlucht tot dona Mencia te nemen; maar begrijpende, +dat dit van de goedheid der dame misbruik maken zou zijn en dat ik dan +voor een dom schaap zou doorgaan, liet ik die gedachte weer los. Ik +zwoer ook, dat ik in 't vervolg meer op mijn hoede tegen de vrouwen +zou zijn en ik zou nu zelfs de kuische Suzanna gewantrouwd hebben. Van +tijd tot tijd richtte ik de oogen op mijn ring, en toen ik eraan dacht +dat het een geschenk van Camilla was, zuchtte ik van smart. "Helaas," +zuchtte ik bij mezelf, "ik heb geen verstand van robijnen, maar ik +ken lieden die ze inruilen. 't Is geloof ik niet noodig dat ik naar +een juwelier ga, om me te laten overtuigen dat ik een dwaas ben." + +Toch wilde ik graag opheldering krijgen over de waarde van den +ring en ik liet hem zien aan een diamantkooper, die hem op drie +dukaten schatte. Bij die schatting, die me echter niet verwonderde, +wenschte ik de nicht van den gouverneur der Philippijnen naar den +duivel, of liever, wenschte ik het slechts opnieuw. Toen ik van den +diamantverkooper kwam, ging er dicht langs me een jonge man voorbij, +die stil hield om me te bekijken. Ik kon mij hem zoo gauw niet te +binnen brengen, hoewel ik hem goed kende. "Hoe nu, Gil Blas, veinst +ge mij niet meer te kennen, of hebben twee jaar tijds den zoon van den +barbier Nunez zoo doen veranderen, dat ge hem niet meer herkent?" riep +hij uit. "Herinner u Fabricius, uw landgenoot en uw metgezel op +school, Wij hebben zoo dikwijls bij dokter Godinez gedisputeerd over +de algemeene eigenschappen en de bovennatuurlijke graden!" + +Voor hij eindigde, had ik hem reeds herkend en wij omhelsden elkaar +vriendschappelijk. Daarop vervolgde hij: "Vriend, wat ben ik blij +je te ontmoeten! Ik kan je niet zeggen hoe een genoegen me dat +doet.... Maar," vervolgde hij met verwonderd gezicht, "in wat voor +een toestand komt ge mij onder de oogen? Mijn God! ge zijt gekleed als +een prins! Een prachtig zwaard, zijden kousen, een wambuis en mantel +van fluweel met zilverdraad bestikt! Sapristi! dat riekt duivels +naar voorspoed. Ik wil wedden, dat de een of andere vrijzinnige oude +vrouw je in haar overvloed doet deelen."--"Gij vergist u," zei ik, +"mijn zaken staan zoo schitterend niet als ze wel lijken." "Maak dat +anderen wijs; je wilt de onnoozele spelen. En die mooie robijn, dien +ik aan uw vinger zie, mijnheer Gil Blas, waar komt die dan vandaan +alsjeblieft?"--"Die heb ik van eene brutale oplichtster, mijn beste +Fabricius, verre van den veroveraar der vrouwen van Valladolid te zijn, +moet gij weten, mijn vriend, dat ik haar dupe ben." + +Die laatste woorden sprak ik zóó droevig uit, dat Fabricius wel inzag, +dat men mij een poets had gebakken. Hij drong er op aan hem te zeggen, +waarom ik mij zoo over het schoone geslacht beklaagde. Zonder moeite +besloot ik aan zijne nieuwsgierigheid te voldoen, maar daar mijn +verhaal nog al lang zou zijn en we trouwens elkaar toch niet zoo gauw +wilden verlaten, gingen we een herberg binnen om gemakkelijker met +elkaar te kunnen praten. + +Daar vertelde ik hem onder 't ontbijt, alles wat mij overkomen was +sedert ik Oviédo had verlaten. Hij vond mijn avonturen nog al erg +vreemd; en na mij zijne deelneming betuigd te hebben in de moeilijke +omstandigheid, waarin ik mij bevond, zei hij: + +"Beste jongen, gij moet u troosten over al de ongelukken in dit +leven; daardoor onderscheidt een moedige, krachtige ziel zich van +een zwakke. Is een verstandig man ongelukkig, dan wacht hij geduldig +een beteren tijd af. Nooit, zooals Cicero zegt, moet hij zich laten +terneerslaan tot hij zich haast niet meer kan herinneren, dat hij +mensch is. Zoo'n karakter heb ik; de tegenspoeden matten me niet af; ik +stel me altijd boven mijn noodlot. Zoo beminde ik eens een meisje uit +Oviédo en ik werd door haar bemind. Ik vroeg haar ten huwelijk aan haar +vader, maar werd afgewezen. Een ander zou van smart gestorven zijn, +maar ik (bewonder mijn geestkracht!) ik ontvoerde het kleintje. Zij +was levendig, pittig, vurig en koket, het genot overwon bijgevolg +steeds den plicht. Ik ging zes maanden met haar aan den wandel door +Galicië, en nu zij eenmaal smaak in het reizen had gekregen, had +zij lust naar Portugal te gaan, maar ze nam een anderen reisgezel: +dat was een nieuwe reden tot wanhoop. Doch ik bezweek niet onder +dat nieuwe ongeluk en, wijzer dan Menelaus, dankte ik de Paris die +mij van mijn Helena ontslagen had. Daar ik niet naar Austurië wilde +terugkeeren om alle twist met de lieve justitie te vermijden, trok ik +door het rijk van Léon, van stad tot stad het geld verterend dat ik +nog overhad van de schaking van mijn vroeger liefje; want voor we uit +Oviédo vertrokken, hadden wij beiden onzen slag geslagen en waren niet +kwaad eraf gekomen, maar alles wat ik bezat was weldra verbrast. Ik +kwam in Valencia aan met een dukaat, waarvoor ik een paar schoenen +moest koopen. Met de rest kwam ik niet ver. Ik raakte in een lastigen +toestand en begon reeds op dieet te leven, ik moest beslissen wat te +doen. Ik besloot in dienst te gaan. 't Eerst kreeg ik een plaats bij +een groot lakenkooper, die een losbandigen zoon had. Ik vond er een +schuilplaats tegen de onthouding en tegelijkertijd kwam ik in een +groote moeilijkheid. De vader gebood me den zoon te bespieden; de +zoon verzocht me hem te helpen zijn vader te bedriegen: ik moest toen +kiezen. Ik koos het verzoek boven het bevel en dat bezorgde mij mijn +ontslag. Daarna kwam ik bij een ouden schilder, die mij uit vriendschap +de beginselen van zijn kunst wilde leeren; maar terwijl hij mij die +onderwees, liet hij mij haast verhongeren. Dat deed me een afkeer +krijgen van de schilderkunst en van mijn verblijf in Valencia. Ik kwam +naar Valladolid, waar ik, door het buitengewoonste geluk der wereld +terecht kwam in het huis van een administrateur van een hospitaal; +daar ben ik nog en ik ben verrukt over mijn betrekking. De heer Manuel +Ordonnez, mijn meester, is een man van groot mededoogen en een man, +die het goed heeft, want hij loopt altijd met neergeslagen oogen en +een dikke rozenkrans in de hand. Men zegt, dat hij van zijn jeugd af +slechts het welzijn der armen op het oog heeft gehad en daar heeft +hij zich dan ook met ijver op toegelegd. Zijne zorgen zijn dan ook +niet vergeefs geweest; alles is hem meegeloopen. Wat een zegen! zich +het lot der armen aantrekkende, is hij rijk geworden!" + +Toen Fabricius me dit alles verteld had, zei ik tot hem: "Ik ben blij, +dat ge u tevreden gevoelt in uw lot, maar, onder ons gezegd, zoudt ge +dunkt mij een mooier rol in de wereld kunnen spelen dan die van knecht, +iemand van uw verdienste kan een grooter vlucht nemen."--"Dat meent +ge niet, Gil Blas. Weet, dat een man van mijn aard geen aangenamer +betrekking kan vervullen dan de mijne. De post van lakei is pijnlijk, +dat geef ik je toe: maar voor een verstandigen jongen is hij vol +aantrekkelijkheid. Een hoogstaand mensch, die in betrekking gaat, +doet zijn werk niet zoo machinaal als een onnoozele. Hij treedt in +eene betrekking eerder om te bevelen dan om te gehoorzamen. Hij begint +met zijn meester te bestudeeren; hij voegt zich naar diens zwakheden, +wint zijn vertrouwen en leidt hem eindelijk bij den neus. Zoo heb ik +mij bij mijn administrateur gedragen. Ik herkende dadelijk in hem den +huichelaar, zag, dat hij graag voor een heilig personnage doorging: +ik veinsde daar de dupe van te zijn, dat kost niets. Meer nog, +ik werd net als hij; en door tegenover hem dezelfde rol te spelen, +die hij tegenover een ander speelt, bedrieg ik den bedrieger en zoo +ben ik nu bijna zijn factotum. Ik hoop, dat ik den een of anderen dag +onder zijn toezicht me met de zaak der armen zal kunnen bemoeien. Ik +zal dan wellicht ook fortuin maken, want ik voel evenveel liefde voor +hun welzijn als hij." + +"Dat zijn mooie vooruitzichten," hernam ik, "en beste Fabricius, +ik wensch er je geluk mee. Wat mij betreft, ik keer tot mijn eerste +plan terug. Ik zal mijn geborduurde rok tegen een toga verwisselen, +naar Salamanca gaan en daar me onder de banieren van de universiteit +scharende, leeraar worden."--"Wat een prachtig plan," riep Fabricius +uit: "wat een aangename verbeelding, wat een onzin op jou leeftijd een +schoolvos te willen worden! Weet je wel, ongelukkige, wat je begint +door dat plan uit te voeren? Zoodra ge geplaatst zult zijn, zal het +geheele huis je op de vingers kijken; je minste handelingen zullen +haarfijn onderzocht worden. Gij zult u voortdurend anders moeten +voordoen dan ge zijt, u met een huichelachtig bekleedsel omgeven +en u voordoen of ge alle mogelijke deugden bezit. Gij zult haast +geen oogenblik hebben om aan uw genoegens te denken. Voortdurend +zedemeester van uw leerling, zult ge uwe dagen doorbrengen met hem +latijn te leeren en hem te bestraffen als hij iets zegt of doet tegen +de wellevendheid, wat u niet weinig te doen zal geven. Na zooveel last +en onaangenaamheid, wat denkt ge dat de vruchten van uw zorgen zullen +zijn? Als de kleine edelman een slecht sujet wordt zal men zeggen +dat gij hem verkeerd hebt opgevoed en zijn ouders zullen u zonder +belooning wegsturen; misschien zelfs zonder het u verschuldigde salaris +uit te betalen. Spreek me dus niet van de betrekking van gouverneur; +dat is een hondebaantje. Maar heb je nu de betrekking van lakei, dat +is een eenvoudig ambt dat geen verantwoordelijkheid draagt. Heeft +een meester ondeugden, dan stijft de hooger ontwikkelde knecht hem +daarin en ziet ze zelfs tot zijn voordeel te brengen. Een knecht kan +zonder onrust in zijn hart in een goed huis leven. Na zijn genoegen +gegeten en gedronken te hebben, gaat hij rustig slapen als een kind +des huizes, zonder zich om bakker of slager te bekommeren." + +"Ik zou nog steeds kunnen voortgaan, beste jongen," vervolgde hij, +"met je alle voordeelen van het knechtschap op te sommen. Geloof mij, +Gil Blas, laat voor goed je lust in het onderwijzersvak varen en volg +mijn voorbeeld." "Ja, maar Fabricius," antwoordde ik, "men vindt niet +elken dag administrateurs; en als ik besluiten zou in dienst te gaan, +dan zou ik toch geen slechte plaats willen hebben". + +"O! daar heb je gelijk in," antwoordde hij, "en daar zal ik wel voor +zorgen. Ik sta je in voor een goede betrekking, al was het alleen +maar om een eerlijk man aan het onderwijsgeven te onttrekken." + +De armoede, die mij bedreigde en het voldane gezicht van Fabricius, +haalde me nog meer over dan zijn redeneeringen en ik besloot dan maar +in dienst te gaan. Daarop verlieten wij het herbergje en mijn metgezel +zei tot mij: "Ik zal je meteen naar den kanunnik Sédillo brengen, +oud domheer van het kapittel dezer stad, die gisteravond zijn knecht +juist heeft weggejaagd. De kanunnik Sédillo is een vriend van mijn +meester en ik ken hem heel goed. Ik weet dat hij als huishoudster +een oude schijnheilige heeft, die men juffrouw Jactina noemt en die +over alles bij hem te zeggen heeft. Dat is een der beste huizen van +Valladolid, men leeft er kalmpjes en neemt het er goed van, Verder +is de kanunnik een hulpbehoevend man, die het pootje heeft en wel +gauw zijn testament zal maken, zoodat er op een legaat te rekenen +valt. Heerlijk vooruitzicht voor een bediende! Gil Blas, laten we +geen tijd verliezen, beste vriend; laten we dadelijk naar den domheer +gaan. Ik wil je zelf aan hem gaan voorstellen en borg voor je blijven." + + + + + + + + +TWEEDE BOEK + + + + + + + +HOOFDSTUK I + +Fabricius brengt Gil Blas bij den kanunnik Sédillo. In welken staat +zij dezen vonden en hoe zijn huishoudster er uitzag. + + +Zoo bang waren we te laat te zullen komen, dat we vliegensvlug naar +het huis holden. De deur vonden we gesloten en we klopten daarom +aan. Een meisje van tien jaar, dat de huishoudster niettegenstaande +de kwaadsprekerij voor haar nichtje liet doorgaan, deed ons open, en +toen we haar vroegen of we den kanunnik konden spreken, kwam juffrouw +Jacinta te voorschijn. Zij was een dame van reeds twijfelachtigen +leeftijd, maar nog mooi en ik bewonderde vooral de frischheid van haar +gelaatskleur. Zij droeg een lange japon van een zeer slechte kwaliteit +stof, met een breeden leeren gordel, aan den eenen kant hing een bos +sleutels en aan den anderen een rozenkrans van dikke kralen. + +"Ik heb vernomen," begon mijn metgezel, "dat de kanunnik een +eerlijken netten jongen noodig heeft en ik kom er hem een aanbieden, +waarover ik hoop dat hij tevreden zal zijn." Bij die woorden richtte +de huishoudster haar oogen op mij en keek me strak aan; en daar ze +mijn borduursel niet in overeenstemming kon brengen met de bewering +van Fabricius, vroeg ze of ik het dan was, die naar de vacante +plaats dong. "Ja," antwoordde haar de zoon van Nunez, "dat is die +jonge man. Zooals ge hem daar ziet heeft hij zooveel tegenspoeden +ondervonden, dat hij genoodzaakt is in betrekking te gaan", en een +zachten zoetsappigen toon aanslaande, ging hij verder: "maar hij zal +zich troosten over zijn ongeluk, als hij 't geluk heeft in dit huis te +kunnen dienen en in de nabijheid van de deugdzame Jacinta te leven, +die waardig is de huishoudster van den opperkerkvoogd van Indië te +zijn." Bij die woorden hield de oude scheinheilige op met mij te +bestudeeren om beter het galante jongmensch op te nemen, dat tot haar +sprak, en gefrappeerd door zijn haar niet onbekende trekken, zei ze: + +"Ik heb een vaag idee u reeds meer gezien te hebben; help me dat eens +ophelderen."--"Kuische Jacinta, ik ben er zeer door vereerd, dat ik uw +aandacht getrokken heb. Ik ben reeds twee keer hier in huis geweest +met mijn meester, den heer Manuel Ordonnez, administrateur van het +hospitaal," "Ah, juist, nu herinner ik het mij en weet ik weer wie gij +zijt. En daar ge bij den heer Ordonnez behoort, zult ge wel een goede, +eerlijke jongen zijn. Uw betrekking strekt u tot eer en die jonge man +zou geen betere aanbeveler kunnen hebben dan u. Kom", vervolgde zij, +"ik zal u met den heer Sédillo laten praten." + +Wij volgden juffrouw Jacinta en zagen den ouden podagrist in een +leuningstoel gedoken, met een kussen onder zijn hoofd, kussens onder +zijn armen en met zijn voeten op een groot donzen rustbed. Wij +naderden hem zonder buigingen te sparen, en Fabricius steeds nog +het woord voerende, stelde zich niet tevreden met alles te herhalen, +wat hij aan de huishoudster gezegd had, maar begon mijn verdiensten +te prijzen en hield vooral stil bij de eer, die ik bij den dokter +Godinez behaald had met mijn redetwisten over philosophie, als ware +het noodig een groot philosoof te zijn om knecht van een kanunnik +te worden. Maar door den grooten lof, dien hij mij toezwaaide, +verblindde hij toch de oogen van den domheer, die ook ziende dat +ik juffrouw Jacinta niet ongevallig was, tot mijn aanbeveler zei: +"Mijn vriend, ik zal hem, dien ge mij aanbeveelt in dienst nemen; +hij lijkt me nog al en ik heb een goed denkbeeld van zijn zeden, +daar hij mij door een knecht van den heer Ordonnez is voorgesteld." + +Zoodra Fabricius zag, dat ik was aangenomen, maakte hij een diepe +buiging voor den kanunnik, een nog diepere voor de huishoudster +en trok zich toen zeer voldaan terug, na me nog zacht te hebben +toegefluisterd dat we elkaar zouden terugzien en dat ik daar maar +moest blijven. Nadat hij weg was, vroeg de domheer mij hoe ik heette, +waarom ik mijn land verlaten had en noodzaakte mij zoodoende door +zijn vragen in het bijzijn van juffrouw Jacinta mijn geschiedenis +te vertellen. Ik vermaakte hen beiden vooral met het verhaal van +mijn laatste avontuur. Camilla en don Raphaël brachten hem zoo aan +het lachen dat het bijna het leven aan den ouden podagrist koste; +terwijl hij uit alle macht lachte, overviel hem zoo'n zware hoestbui, +dat ik dacht dat hij zou stikken. Hij had zijn testament nog niet +gemaakt, dus denk eens of de huishoudster ontsteld was! Ik zag haar +beven, geheel van streek te hulp snellen naar den ouden man en hem +het voorhoofd wrijven en op den rug slaan, alles beginnende wat men +doet om kinderen die hoesten bij te staan. Het was echter maar een +valsch alarm; de grijsaard hield op met hoesten en zijn gouvernante +met hem te plagen. Ik wilde toen mijn verhaal eindigen, maar juffrouw +Jacinta, die een tweeden aanval vreesde, verzette zich daartegen. Zij +bracht mij zelfs buiten de kamer van den kanunnik in een kleedkamer, +waar tusschen verschillende andere kleedingstukken de rok van mijn +voorganger hing. Zij deed mij hem er uit nemen en hing de mijne er +voor in de plaats die ik graag wilde bewaren in de hoop, dat hij me +later weer van dienst zou kunnen zijn. Daarna gingen wij beiden het +eten klaarmaken. + +Ik bleek niet onbekend te zijn met de kunst van koken. 't Is waar, +ik had het gelukkig wat geleerd bij Leonarda, die voor een goede +kookster zou kunnen doorgaan maar ze was niet te vergelijken bij +juffrouw Jacinta. Deze overtrof misschien zelfs den kok van den +aartsbisschop van Toledo. Zij muntte in alles uit. Men vond haar +kreeftensoep overheerlijk, zoo goed als zij het sap der verschillende +vleezen wist te kiezen en te vermengen; en haar gehakt wist zij zoo +te kruiden dat het een genot voor den smaak was. Toen het middagmaal +gereed was, gingen we terug naar de kamer van den kanunnik en terwijl +ik de tafel dekte, schoof de huishoudster den grijsaard een servet +onder den kin en hechtte het op zijn schouders vast. Een oogenblik +later diende ik een soep op, die men aan den lastigsten directeur van +Madrid had kunnen voorzetten, en daarna twee voorgerechten, die den +zinnelijken smaak van een onderkoning zouden geprikkeld hebben, indien +juffrouw Jacinta er niet de kruiderijen zoo in gespaard had uit angst +dat deze het podagra van den domheer zou verergeren. Op het gezicht +van dezen goeden schotel toonde mijn oude meester, dien ik verlamd +aan alle ledematen dacht, dat hij nog niet volkomen het gebruik van +zijn armen had verloren. Hij bediende zich van die ledematen om zich +van hoofd- en andere kussens te ontdoen en hield zich toen vroolijk +gereed om met eten te beginnen. Hoewel zijn hand beefde, weigerde ze +toch niet haar dienst; hij deed haar nog al los heen en weer gaan, +maar toch zóó, dat de helft van hetgeen hij naar zijn mond bracht op +het tafelkleed en het servet terecht kwam. + +Toen hij genoeg van de kreeftesoep had, nam ik deze weg en bracht een +patrijs, geflankeerd door twee gebraden kwartels, die juffrouw Jacinta +voor hem stuk sneed. Zij droeg ook zorg hem van tijd tot tijd groote +slokken versneden wijn te laten drinken uit een grooten diepen kroes +van zilver, dien ze hem voorhield als aan een kind van 15 maanden. Hij +viel met grooten eetlust op de voorgerechten aan en bewees niet minder +eer aan de fijne vogeltjes. Toen hij zich goed had volgestopt, deed +de kwezel hem zijn servet af en gaf hem weer zijn noodige kussens; +daarna lieten wij hem in zijn leuningstoel zoetjes de rust genieten, +die men gewoonlijk na het middagmaal neemt, en ruimden de tafel af, +waarna we op onzen beurt gingen eten. + +Op deze wijze at nu onze kanunnik, die misschien een der grootste +eters van het kapittel was, elken dag. Maar zijn souper was lichter; +hij stelde zich dan tevreden met een kippetje of een konijn, met +de een of andere vruchtencompôte. Ik leefde daar heerlijk in dat +huis en ik leidde er een rustig leventje. Slechts een ding vond ik +onpleizierig, nl. dat ik 's nachts bij mijn meester moest waken en +hem als een verpleger oppassen. Behalve een aandrang van urine, die +hem noodzaakte zijn kamerpot tien keer per uur te vragen, was hij +nog onderhevig aan zweten en wanneer dat hem overviel moest men hem +een ander hemd aantrekken. Den tweeden nacht, dat ik bij hem was, zei +hij opeens tot mij: "Gil Blas, ge zijt handig en ijverig; ik voorzie +dat je me van veel dienst zult zijn. Ik wilde je dan ook alleen maar +aanbevelen gewillig tegenover juffrouw Jacinta te zijn en gedwee +alles te doen, wat ze je vraagt alsof ik het je zelf zou bevelen; +'t is een meisje, dat me al vijftien jaar bedient met een bijzonderen +ijver; ze heeft zooveel zorg voor mij, dat ik er haar niet genoeg +dankbaar voor kan zijn. Daarom ook, moet ik je bekennen, is zij mij +dierbaarder dan mijn geheele familie. Om harentwille heb ik mijn neef, +den zoon van mijn eigen zuster hier weggejaagd, en ik heb daaraan +goed gedaan. Hij had in het geheel geen achting voor dat arme meisje +en verre van recht te doen wedervaren aan haar oprechte toewijding +voor mij, noemde de onbeschaamde haar een valsche femelaarster, +want tegenwoordig schijnt de deugd slechts schijnheiligheid aan +de jongelieden. Den hemel zij dank, heb ik me van dien deugniet +ontslagen. Ik verkies de genegenheid, die men mij betoont, boven de +rechten van het bloed, en ik laat me slechts innemen door de goedheid, +die men mij bewijst."--"Gij hebt gelijk mijnheer," antwoordde ik, +"de dankbaarheid moet meer kracht over ons hebben dan de wetten der +natuur."--"Ongetwijfeld en mijn testament zal wel toonen, dat ik me +al heel weinig om mijn bloedverwanten bekommer. Mijn huishoudster zal +er een goed deel van hebben en gij zult er niet in vergeten worden, +indien ge voortgaat met mij te bedienen zooals ge begonnen zijt. De +knecht, dien ik gisteren de deur heb gewezen, heeft door eigen schuld +een goed legaat verloren. Indien die kerel mij niet door zijn gedrag +genoodzaakt had hem zijn ontslag te geven, dan zou ik hem rijk hebben +gemaakt; maar hij was een hoogmoedige, die geen respect toonde voor +juffrouw Jacinta, een luiaard, die bang voor moeite was. Hij bleef +niet graag waken en het was voor hem een vermoeienis de nachten door +te brengen met me bij te staan." "De ongelukkige," riep ik uit als had +de geest van Fabricius mij geïnspireerd, "hij verdiende niet bij zoo'n +fatsoenlijk man als u te wezen. Een jongen, die het geluk heeft u toe +te behooren, moet een onvermoeiden ijver bezitten; hij moet zich zijn +plicht tot een genoegen maken en niet denken dat hij genoeg werkt, +zelfs al zweet hij water en bloed voor u." + +Ik merkte, dat die woorden den kanunnik zeer bevielen. Niet minder +tevreden was hij met de verzekering, die ik hem gaf, dat ik steeds +onderworpen zou zijn aan den wil van juffrouw Jacinta. Daar ik +dus wilde doorgaan voor een dienaar, wien de vermoeienis nooit kon +afmatten, deed ik mijn dienst met de meeste nauwkeurigheid. Ik kon +echter niet nalaten dat alles heel onaangenaam te vinden; en zonder het +legaat, waarop mijn hoop gevestigd was, zou ik spoedig genoeg hebben +gehad van mijne betrekking en zou ik het niet hebben kunnen volhouden; +wel is waar rustte ik overdag eenige uren, want de huishoudster, +wie ik recht moet laten wedervaren, had veel oplettendheden voor +mij, hetgeen men moet toeschrijven aan de zorgvuldigheid, waarmee +ik trachtte haar gunst te winnen door voorkomende en eerbiedige +manieren tegenover haar. Wanneer ik met haar en haar nicht die Inesilla +heette, aan tafel was, wisselde ik de borden en schonk hen in; ik had +een buitengewone attentie voor haar. Daardoor drong ik mij in hun +vriendschap in. Op zekeren dag dat juffrouw Jacinta was uitgegaan +voor de noodige provisie, was ik alleen met Inesilla en begon een +gesprek met haar. Ik vroeg haar of haar vader en moeder nog leefden, +waarop zij mij antwoordde: "O, neen, ze zijn al heel, heel lang dood, +want mijn tante zegt het en ik heb ze nooit gezien." Ik geloofde +heilig wat het kleine meisje mij zei, hoewel haar antwoord niet zeer +duidelijk was, en ik bracht haar zoo goed aan het praten, dat ze meer +vertelde dan ik weten wilde. Zij vertelde me, of liever ik begreep +door haar naïve gezegden, dat haar tante een goeden vriend had, +die ook bij een ouden kanunnik was, waar hij de wereldlijke zaken +van administreerde en dat die gelukkige bedienden erop rekenden +de nalatenschap hunner meesters te vereenigen door een huwelijk, +waarvan ze nu reeds de genietingen smaakten. Ik heb reeds gezegd +dat juffrouw Jacinta, hoewel niet jong meer, nog zooveel frischheid +bezat. 't Is waar dat zij niets spaarde om die te behouden; behalve, +dat ze elken morgen een lavement nam, gebruikte ze elken avond bij +het slapen gaan een aftreksel van zoethout. Daarbij sliep ze den +geheelen nacht heel rustig, terwijl ik bij mijn meester waakte. Maar +wat misschien nog meer bijdroeg tot haar frissche gelaatskleur, was, +zooals Inesilla mij vertelde, een fontenel, die ze aan ieder been had. + + + + + + + + +HOOFDSTUK II + +Op welke wijze de kanunnik behandeld werd toen hij ziek was; wat er +het gevolg van was en wat hij bij testament aan Gil Blas naliet. + + +Gedurende drie maanden diende ik dan kanunnik Sédillo zonder te klagen +over de slechte nachten, die ik in zijn dienst doorbracht. Na verloop +van dien tijd werd hij ziek, de koorts kwam op, en met de pijn, die +deze hem veroorzaakte, verergerde ook zijn podagra. Voor de eerste maal +in zijn lang leven, nam hij zijn toevlucht tot de geneesheeren. Hij +ontbood dokter Sangrado, die door geheel Valladolid als een Hippocrates +werd aangezien. Juffrouw Jacinta had liever gezien, dat de kanunnik +begonnen was met zijn testament, te maken en sprak er zelfs over, +maar behalve dat hij zich nog niet zoo dicht bij zijn einde dacht, +was hij in eenige dingen bijzonder stijfhoofdig. Ik ging dus dokter +Sangrado halen en bracht hem thuis. 't Was een groote, magere, bleeke +man, die meer dan veertig jaar praktiseerde. Deze wijze man zag er +ernstig uit; hij overwoog zijn redeneeringen en gaf een edelen zin +aan zijn uitdrukkingen. Zijn redeneeringen leken wiskundig en zijn +denkbeelden heel zonderling. + +Na mijn meester nauwkeurig te hebben gadegeslagen, zei hij op +dokterstoon: "Het komt er hier op aan een fout van begane transpiratie +te hulp te komen, Anderen in mijn plaats zouden zonder twijfel +geneesmiddelen voorschrijven als zouten, op de urine werkende, of +vluchtige drankjes die voor het meerendeel zwavel en kwik bevatten, +maar die afdrijvende- en transpireermiddelen zijn zeer schadelijk en +uitgevonden door kwakzalvers; al die chemische preparaten lijken me toe +zeer slecht te zijn. Ik gebruik eenvoudiger en zekerder middelen. Aan +welk voedsel zijt gij gewend?" vervolgde hij. "Ik gebruik gewoonlijk +kreeftensoep en sappige vleezen", antwoordde de kanunnik. "Kreeftensoep +en sappige vleezen," riep de dokter verbaasd uit. "O, dan ben ik +waarlijk niet meer verwonderd, dat ge ziek zijt geworden. Heerlijke +gerechten zijn genotrijke vergiften, het zijn valstrikken die de +zinnelijkheid den menschen spreidt om hun ondergang des te stelliger +te bewerken. Gij zult van die smakelijke spijzen moeten afzien; de +flauwste zijn de beste voor de gezondheid. Daar het bloed smakeloos is, +wil ik dat het voedsel daarmee overeenstemt. En drinkt gij wijn?" "Ja, +versneden wijn," antwoordde de kanunnik, "O! versneden, zooveel ge maar +wilt," hernam de geneesheer, "wat een ongeregelde levenswijze! Dat +is een verschrikkelijke leefregel. Gij zoudt reeds lang dood hebben +moeten zijn. Hoe oud zijt ge?" "Ik ga mijn negen-en-zestigste in," +antwoordde de kanunnik. "Juist, een te vroege ouderdom is altijd de +vrucht van de onmatigheid. Indien ge slechts altijd water gedronken +had, en u tevreden gesteld met eenvoudig voedsel, zooals gekookte +appelen of boonen en erwten, dan zoudt ge nu niet van het pootje te +lijden hebben en zouden al uw ledematen nog gemakkelijk hun diensten +verrichten. Toch wanhoop ik er niet aan, u weer op de been te helpen, +indien ge tenminste mijn bevelen opvolgt." Hoe groot een fijnproever +de domheer ook was, beloofde hij toch stipte gehoorzaamheid. + +Toen liet Sangrado mij een chirurgijn halen en liet om te beginnen +mijn meester zesmaal flink aderlaten om aan het transpireeren tegemoet +te komen. Daarna zei hij tot den chirurg: "Meester Maarten Onez, +kom over drie uur terug om dezelfde hoeveelheid te laten en begin +morgen opnieuw. 't Is een vergissing te denken, dat het bloed noodig +is om te leven; men kan een zieke niet genoeg aderlaten. Daar hij +tot geen enkele beweging in staat is en hij niets te doen heeft dan +alleen niet te sterven, heeft hij niet meer bloed noodig dan een +ingeslapen mensch. Bij beiden bestaat het leven nog slechts in den +polsslag en de ademhaling." De goede kanunnik, die zich verbeeldde, +dat zoo 'n groot geneesheer geen drogredenen kon vertellen, liet +zich zonder tegenstand maar aderlaten. Nadat de dokter verschillende +en flinke aderlatingen geboden had, schreef hij ook nog voor, dat +men den kanunnik veel warm water moest laten drinken, verzekerende +dat water, overvloedig gedronken, kon doorgaan voor het werkelijke +middel tegen allerlei ziekten. Vervolgens ging hij weg, terwijl hij +juffrouw Jacinta en mij vol vertrouwen meedeelde, dat hij voor het +leven van den kanunnik instond indien men hem behandelde zooals hij +had voorgeschreven. De huishoudster, die wellicht anders over zijn +methode van behandeling oordeelde dan hijzelf, verzette zich niet +tegen een nauwkeurige opvolging van zijn voorschriften. + +Inderdaad zetten we dadelijk water te warmen en daar de dokter ons +bevolen had hem op geenerlei wijze te sparen, lieten we den eersten +keer mijn meester twee of drie pinten achter elkaar uitdrinken. Een uur +later begonnen we opnieuw en herhaalden dit van tijd tot tijd, zoodat +we in zijn maag een zondvloed van water goten. Aan den anderen kant +hielp de chirurg ons door de hoeveelheid bloed, die hij hem aftapte en +zoo brachten wij in minder dan twee dagen den kanunnik op het uiterste. + +Toen ik dien goeden kanunnik, die het niet langer kon uithouden, +nog een groot glas van het heilmiddel wilde toedienen, zei hij met +zwakke stem: "Houd op Gil Blas, geef me niet meer, mijn jongen. Ik zie +wel, dat ik sterven moet; niettegenstaande het heil van het water en +hoewel er ternauwernood nog een druppel bloed in mij is overgebleven, +gevoel ik mij niets beter; hetgeen bewijst dat de knapste geneesheer +ter wereld mijn dagen niet zou kunnen verlengen, als het noodlottig +einde daar is. Ik moet me dus gereed houden naar de andere wereld te +verhuizen; ga een notaris halen, want ik wil mijn testament maken." Bij +die laatste woorden die mij bijster bedroefden, zooals iedere erfgenaam +in een dergelijk geval pleegt te doen en terwijl ik niets liet blijken +van het genoegen, waarmee ik dadelijk, de boodschap, die hij mij opgaf, +wilde ten uitvoer brengen, zei ik: "Maar mijnheer, ge zijt Goddank +nog niet zoo ver, dat ge niet meer er bovenop zult komen."--"Neen, +mijn jongen," antwoordde hij, "'t is gedaan met me; ik voel dat de +podagra weer opkomt en de dood nadert; haast u te gaan, waarheen ik +u gezegd heb." Ik zag inderdaad dat hij zienderoogen veranderde; de +zaak leek me zoo dringend, dat ik vlug ging doen wat hij bevolen had, +juffrouw Jacinta bij hem latende, die meer nog dan ik, bevreesd was, +dat hij zou sterven zonder testament te hebben gemaakt. Ik trad het +huis van den eersten notaris dien men mij aanwees binnen, vond hem +thuis en zei: "Mijnheer, de kanunnik Sédillo, mijn meester, gaat zijn +einde tegemoet; hij wenscht zijn laatsten wil te doen neerschrijven; er +is geen oogenblik te verliezen." De notaris was een kleine vroolijke +grijsaard, die graag gekheid maakte; hij vroeg mij welke dokter den +kanunnik bezocht. Ik antwoordde dat het dokter Sangrado was. Bij dien +naam nam hij haastig zijn mantel en hoed en riep uit: "Groote God, +laten we dan vlug vertrekken; want die dokter is zoo gezwind dat hij +zijn zieken niet eens den tijd geeft den notaris te laten roepen. Die +man heeft me al wat testamenten mis laten loopen." + +Zoo pratende haastte hij zich met mij mee te gaan en terwijl wij beiden +snel voortstapten om er aan te komen vóór den dood, zeide ik hem: +"Mijnheer, gij weet dat een stervende dikwijls zijn geheugen kwijt +is; als mijn meester mij soms mocht vergeten, wees dan zoo goed hem +aan mijn ijver te herinneren".--"Dat wil ik wel doen, mijn jongen," +antwoordde de notaris, "gij kunt op mij rekenen. Ik zal hem zelfs +aansporen je wat van beteekenis te geven." Toen wij zijn kamer binnen +kwamen, was de kanunnik nog geheel bij kennis. Juffrouw Jacinta was bij +hem, met het gelaat badende in krokodillentranen. Zij had haar rol al +gespeeld om den goeden man te bewegen haar veel na te laten. Wij lieten +den notaris alleen met mijn meester en zij en ik gingen samen in de +voorkamer, waar wij den chirurgijn vonden, dien de dokter had gezonden +voor eene nieuwe en laatste aderlating. Wij hielden hem tegen. "Meester +Martin", zeide de huishoudster, "gij kunt thans niet binnengaan. Hij +is bezig zijn laatsten wil aan een notaris op te geven; gij kunt hem +op uw gemak aderlaten als hij zijn testament gemaakt heeft." + +Wij waren doodsbang, de kwezel en ik, dat de kanunnik stierf +onder het testament maken, maar gelukkig werd de akte, waar wij +ons bezorgd om maakten, voltooid. Wij zagen den notaris weggaan, +die in 't voorbijgaan, me op den schouder klopte en glimlachend zei: +"Gil Blas is niet vergeten." Bij die woorden kwam een heerlijk gevoel +van blijdschap over me en ik was er mijn meester zoo dankbaar voor, +dat hij aan mij gedacht had, dat ik bij mezelf de belofte aflegde +voor hem na zijn dood tot God te bidden; welken dood zich niet lang +wachten deed, want daar de chirurg hem nogmaals had adergelaten, +stierf de arme grijsaard, die reeds al genoeg verzwakt was, bijna op +hetzelfde oogenblik. Terwijl hij den laatsten adem uitblies, verscheen +de dokter, die, niettegenstaande zijn gewoonte het einde van de zieken +te verhaasten, nu toch gek stond te kijken. Maar verre van den dood +des kanunniks toe te schrijven aan het drinken en aderlaten, ging +hij weg, en zei op koelen toon, dat men hem niet genoeg bloed had +afgetapt en niet genoeg warm water had laten drinken. De uitvoerder +van de hoogere medicijnkunst, ik wil zeggen de chirurg, ziende dat +men zijn diensten niet meer noodig had, volgde dokter Sangrado, de +een zoowel als de ander zeggende, dat ze van den eersten dag af den +kanunnik ten doode hadden opgeschreven. Werkelijk vergisten ze zich +haast nooit, als ze een dergelijk oordeel uitspraken. + +Zoodra we zagen dat onze meester gestorven was, begonnen juffrouw +Jacinta, Inesilla en ik een concert van treurgalmen, die door de +geheele buurt weerklonken. Vooral de kwezel, die het meest reden had +verheugd te zijn, slaakte zulke klagende kreten, alsof ze de zwaarst +getroffen persoon ter wereld was. In een oogwenk was de kamer gevuld +met lieden, die minder door medelijden dan door nieuwsgierigheid +daarheen waren gekomen. Niet zoodra kreeg de familie van den overledene +lucht van zijn dood of ze kwamen het huis overvallen en lieten +overal alles verzegelen. Zij vonden de huishoudster zoo bedroefd, +dat ze eerst dachten, dat de kanunnik geen testament had gemaakt, +maar tot hun spijt vernamen ze weldra, dat er wel degelijk een was, +voorzien van alle noodige formaliteiten. Toen men het kwam openen en +zij zagen dat de erflater zijn beste bezittingen aan juffrouw Jacinta +had vermaakt, deden zij de uitvaartgebeden ter zijner gedachtenis +in minder lofwaardige termen. Zij gaven tegelijkertijd op de kwezel +af en maakten ook nog even gewag van mij. Nu, ik moet bekennen, +dat ik dit wel verdiende. De kanunnik, God hebbe zijn ziel, had, +om mij mijn geheele leven aan hem te doen denken, op deze wijze zich +omtrent mij in een artikel van zijn testament uitgelaten: "Idem, daar +Gil Blas een jongen is, die al iets van litteratuur afweet, laat ik +hem, om zijn wijsgeerige opvoeding te voltooien, mijn bibliotheek na, +al mijn boeken en mijn manuscripten, zonder eenige uitzondering." + +Ik wist niet waar die zoogenaamde bibliotheek wel kon zijn; ik had niet +gemerkt, dat er een in huis was. Ik wist alleen, dat er eenige papieren +met vijf of zes deelen op twee dennenhouten plankjes in het kabinet +van mijn meester stonden. Dat was mijn legaat! En de boeken konden me +nog niet eens van groot nut zijn, want de een had den titel van: "De +volmaakte kok"; de ander handelde over de slechte spijsvertering en de +wijzen waarop die te genezen was, terwijl de andere de vier deelen van +het brevier vormden, half door de wormen verteerd. Wat de manuscripten +betreft, het meest interessante behelsde al de stukken van een proces, +dat de kanunnik vroeger voor zijn domheerschap had gevoerd. Na mijn +legaat nauwkeuriger te hebben bekeken, dan het verdiende, gaf ik het +aan de familie, die er mij zoo om benijd had. Ik gaf hun zelfs het +kleed terug, dat ik gedragen had en nam het mijne terug, terwijl ik +de vrucht mijner verdiensten tot mijn loon bepekte. + +Juffrouw Jacinta had behalve de sommen die haar nagelaten waren, nog +mooie buitenkansjes gehad, die zij met behulp van haar goeden vriend +gedurende de ziekte van onzen meester in veiligheid had gebracht. + + + + + + + +HOOFDSTUK III + +Gil Blas komt in betrekking bij dokter Sangrado en wordt een beroemd +geneesheer. + + +Ik besloot een man te gaan opzoeken, tot wien zich het meerendeel +der lakeien wendden, die op straat staan en dan uit zijn register een +nieuwe betrekking te zoeken, maar toen ik juist de doodloopende straat +waarin hij woonde, wilde binnen gaan, ontmoette ik dokter Sangrado, die +ik niet meer gezien had sinds den dag van het sterven mijns meesters +en ik nam de vrijheid hem te groeten. Hij herkende me oogenblikkelijk, +hoewel ik van kleeding verwisseld had en terwijl hij eenige blijdschap +toonde mij te zien, zei hij: "Zoo, mijn jongen, zijt gij daar, ik dacht +straks juist aan je. Ik heb een goeden jongen noodig om me te dienen, +en ik dacht dat gij wel de aangewezen persoon voor mij zoudt zijn, als +gij zou kunnen lezen en schrijven,"--"Mijnheer, wat dat aangaat ben ik +wat u verlangt, want ik kan het een zoowel als het ander," antwoordde +ik. "Als dat zoo is, zijt gij de man, dien ik noodig heb," hernam +hij. "Kom bij mij, gij zult er slechts aangenaam bezig zijn en ik zal +u met voorkomendheid behandelen. Ik zal u geen loon geven; maar het +zal u aan niets ontbreken. Ik zal zorg dragen je goed te onderhouden +en ik zal je de groote kunst leeren alle ziekten te genezen. In één +woord, ge zult meer mijn leerling dan mijn bediende zijn." + +Ik nam het voorstel van den dokter aan in de hoop, dat ik onder +een zoo bekwaam meester, mij in de geneeskunde beroemd zou kunnen +maken. Hij nam me dadelijk met zich mee om me in de betrekking, +waarvoor hij mij bestemde, te installeeren; en die betrekking bestond +in het opschrijven van den naam en de woonplaats van al de zieken, +die hem lieten halen, terwijl hij de stad in was. Tot dat doel was +er een register in huis, waarin een oude meid, die hij als eenige +dienstbode hield, de adressen opteekende; maar behalve, dat zij +de kunst der spelling niet verstond, schreef ze zoo slecht, dat +men meestentijds haar schrift niet ontcijferen kon. Hij belastte +mij met de zorg dat boek bij te houden, dat men zeer juist een +sterfteboek zou kunnen noemen, daar de lieden, wier namen ik opnam, +bijna allen stierven. Ik schreef er om zoo te zeggen alle menschen in +op, die naar de andere wereld wilden vertrekken, zooals een kommies +op een bureau van openbare vervoermiddelen de namen opschrijft van +hen, die plaatsen reserveeren. Ik had dikwijls de pen in de hand, +daar er in dien tijd geen een dokter in Valladolid was, die zoo goed +stond aangeschreven als dokter Sangrado. Hij was in de gunst van het +publiek gekomen door een schoonschijnende woordenkeus, vergezeld van +een indrukwekkend voorkomen en ook door eenige gelukkige behandelingen, +die hem meer hadden aangebracht dan zij verdienden. + +Het ontbrak hem niet aan praktijk, dus ook niet aan welvaart. Toch nam +hij het er daarom niet beter van; men leefde bij hem zeer sober. Wij +aten gewoonlijk niets anders dan erwten, boonen, gebraden appelen +en kaas. Hij zei dat die spijzen het beste voor de maag waren, +als zijnde de meest geschikte voor de opname, dat wil zeggen om +gemakkelijker verteerd te worden. Niettegenstaande hij ze gemakkelijk +te verteren vond, wilde hij niet, dat we er ons genoegen aan aten, +waarin hij zich zeker heel redelijk betoonde. Maar indien hij aan de +dienstbode en mij verbood veel te eten, stond hij ons als belooning +toe zooveel water te drinken als wij maar wilden. Verre van ons +daarin te beperken, zei hij ons dikwijls: Drink maar, kinderen; de +gezondheid bestaat in het soepele en de vochtigheid der organen. Drink +ruimschoots water; dat is een algemeen oplossingsmiddel, het water +doet alle zouten smelten. Gaat de stroom van het bloed langzamer, +dan wordt hij daardoor sneller; is hij te snel, dan vertraagt het +die onstuimigheid." Onze dokter geloofde zoo vast aan dit alles, +dat hij zelf, hoewel van gevorderden leeftijd, nooit iets anders dan +water dronk. Hij betitelde den ouderdom als een natuurlijke tering, +die ons uitdroogt en verteert en bij die definitie beklaagde hij de +onwetendheid van hen, die de wijn de melk der grijsaards noemen. Hij +hield vol dat de wijn het gestel verslijt en ondermijnt en zei zeer +welsprekend, dat die doodelijke vloeistof voor hen, evenals voor allen, +een verraderlijke vriend en een bedriegelijk genoegen is. + +Niettegenstaande die geleerde theorieën kreeg ik na acht dagen in +dat huis te zijn geweest een hevigen buikloop en ik begon heftige +maagpijnen te gevoelen, die ik de brutaliteit had aan het algemeene +oplossingsmiddel toe te schrijven en aan het slechte voedsel, +dat ik daar gebruikte. Ik beklaagde er mij bij mijn meester over, +in de hoop dat hij een beetje van zijn regime zou afwijken en mij +wat wijn bij mijn maaltijden zou geven, maar hij was een te groot +vijand van deze vloeistof om me dat toe te staan, en zei: "Indien +ge eenmaal de gewoonte van het waterdrinken hebt, zult ge er de +uitnemende werking van op prijs stellen; trouwens als ge eenigszins +een afkeer van zuiver water hebt, zijn er onschuldige hulpmiddelen om +de maag tegen het flauwe van dien waterdrank bestand te doen zijn. De +salie, bijvoorbeeld, en de prij geven het een verrukkelijken smaak +en indien ge ze nog heerlijker wilt imaken, behoeft ge er slechts +anjelierbloesems-, rozemarijn- of klaprozen-aftreksel door te doen." + +Al prees hij water ook nog zoo en al wilde hij mij in de geheimen +inwijden er heerlijke brouwsels mee samen te stellen, ik dronk +voortaan zoo matig, dat hij op een goeden dag dit bemerkende, zeide: +"O, waarlijk, Gil Blas, ik verwonder er me niet over, dat gij geen +volmaakte gezondheid bezit; ge drinkt niet genoeg, beste vrind. Wanneer +het water in kleine hoeveelheden genomen wordt, dient het slechts om +de galdeelen te ontwikkelen en hun werkzaamheid te verhoogen, inplaats +dat ze verdronken worden in een overvloedige verdunning. Denk niet, +beste jongen, dat deze overvloed van het water verzwakt of je maag +zal verkoelen; laat verre van u dien panischen schrik, dien het vele +drinken u misschien inboezemt. Ik sta je daarvoor borg, en indien ge +mij niet goed genoeg acht om daarvoor in te staan, zal zelfs Celcius +het doen. Dat latijnsche orakel heeft een bewonderenswaardigen lof +van het water verkondigd; daarbij zegt hij in duidelijke bewoordingen, +dat zij, die om wijn te drinken zich verontschuldigen met zwakte van +hun maag, een blijkbare onrechtvaardigheid tegen dat lichaamsdeel +verkondigen en slechts zoeken hun zinnelijkheid te verbergen." + +Daar het mij niet zou gepast hebben mij stijfhoofdig te toonen bij +het betreden der medische loopbaan, deed ik maar of ik ervan overtuigd +was, dat hij gelijk had; ik zal zelfs bekennen, dat ik hem werkelijk +geloofde. Ik ging dus voort met water drinken, op verantwoordelijkheid +van Celsius, of liever ik begon mijn gal te verdrinken door zooveel +mogelijk van dien drank naar binnen te werken en hoewel ik mij van dag +tot dag benauwder gevoelde, behaalde het vooroordeel de overwinning +over de ondervinding. + +Men ziet dus wel dat ik een gelukkigen aanleg had om dokter te +worden. Toch kon ik niet altijd aan de hevigheid mijner pijnen +weerstand bieden, die zoo verergerden, dat ik eindelijk het besluit +opvatte bij dokter Sangrado weg te gaan. Doch hij belastte mij met +een nieuwen werkkring, die me van gevoelens deed veranderen. Op +zekeren dag zei hij tot mij: "Luister, ik ben geenszins een van +die harde ondankbare meesters, die hun dienaren oud laten worden in +dienstbaarheid zonder hen te beloonen. Ik ben tevreden over je en +houd van je; en zonder te wachten tot ge me langeren tijd gediend +hebt, heb ik het besluit genomen van heden af je fortuin te maken; +ik wil je aanstonds het fijne ontdekken van de gezondheidsleer, die ik +reeds gedurende zooveel jaren uitoefen. Andere dokters laten de kennis +baseeren op duizende lastige wetenschappen en ik stel me voor je dien +langen weg te bekorten en je de moeite te besparen van het bestudeeren +der natuur-, pharmacie- kruid- en ontleedkunde. Weet dan, mijn jongen, +dat het eenige is: aderlaten en warm water laten drinken; dat is het +geheim tot de genezing van alle ziekten ter wereld. Ja, dat eenvoudige +geheim dat ik je ontdek, en dat de natuur, ondoordringbaar voor mijn +collega's niet aan mijn opmerkingsgave heeft kunnen onttrekken, is +besloten in deze twee punten: aderlating en veelvuldig drinken. Ik +heb je nu niets meer te leeren, je kent de geneeskunde nu grondig, +en als je profiteert van de vrucht mijner vele ondervindingen, dan +ben je eensklaps even geleerd als ik. Gij kunt me nu terzijde staan; +'s morgens zult ge ons register bijhouden en 's middags een gedeelte +van mijn patiënten bezoeken. Terwijl ik de zorgen op mij neem voor de +voornamen en de geestelijken, zult gij voor mij de huizen bezoeken van +den derden stand; en wanneer ge eenigen tijd voor mij zult gewerkt +hebben, zal ik u bij mij als geneeskundige aannemen. Gil Blas, +gij zijt geleerd voor ge dokter zijt, in tegenstelling met anderen +die reeds lang geneesheer zijn, zelfs velen hun leven lang, voor ze +geleerden zijn." + +Ik bedankte den dokter er voor, dat hij me zoo vlug geschikt +had gemaakt hem tot plaatsvervanger te kunnen dienen; en om mijn +dankbaarheid voor zijn goedheden te betoonen, verzekerde ik hem, dat +ik mijn geheele leven zijn ideeën zou deelen, zelfs als ze geheel +het tegengestelde waren van die van Hippocrates; die verzekering +was echter niet geheel oprecht. Ik kon niet instemmen met zijn +gevoelens over het water en ik nam me voor elken dag wijn te drinken +als ik mijn zieken ging bezoeken. Ik hing voor den tweeden keer mijn +geborduurden rok aan den kapstok om er een van mijn meester te dragen, +die me het voorkomen van een dokter gaf. Daarna hield ik mij gereed +dokter te gaan spelen ten koste van wien er het slachtoffer van +werd. Ik begon met een gerechtsdienaar, die pleuris had; ik beval +dat men hem zonder genade moest aderlaten en dat men hem het water +niet spaarde. Daarna trad ik bij een koekbakker binnen, die van de +podraga luide gillen slaakte. Hem, zoo min als de gerechtsdienaar, +spaarde ik het bloed aftappen en beval, dat men hem van tijd tot tijd +moest laten drinken. Ik ontving twaalf realen voor mijn voorschriften, +wat me zooveel schik in mijn ambt deed krijgen, dat ik niets liever +wenschte dan wonden en bulten. Toen ik het huis van den koekbakker +verliet, ontmoette ik Fabricius, dien ik sedert den dood van Sédillo +niet meer gezien had. Hij bekeek me geruimen tijd met verbazing en +begon toen uit alle macht te schateren, met zijn handen zijn buik +vasthoudende. Nu, er was wel reden voor, want ik had een mantel, die +over den grond sleepte, en een wambuis en broek, die vier keer grooter +waren dan ze moesten zijn. Ik kon best voor een zonderling, belachelijk +type doorgaan. Ik liet hem maar schudden van het lachen, niet zonder +in verzoeking te komen zijn voorbeeld te volgen; maar ik hield me in +om het decorum in de straat te bewaren en beter de waardigheid van den +geneesheer op te houden, die geen belachelijk dier is. Had mijn dwaas +voorkomen den lachlust van Fabricius gewekt, zoo werd deze door mijn +ernstig gezicht nog verdubbeld; en toen hij flink had uitgebruld, riep +hij uit: "Groote God, Gil Blas, wat zie jij er heerlijk uit. Duivels, +wie heeft jou zoo toegetakeld?"--"Zachtjes aan, beste vriend, zachtjes +aan; heb eerbied voor een nieuwen Hippocrates! Verneem, dat ik de +plaatsvervanger ben van dokter Sangrado, die de beroemdste geneesheer +van Valladolid is! Ik woon sedert drie weken bij hem; en daar hij +niet bij machte is alle zieken, die hem roepen, zelf op te zoeken, +ga ik er een gedeelte van zien om hem wat te verlichten. Hij bezoekt +de groote huizen en ik de kleine."--"Zeer goed," hernam Fabricius, +"dat wil zeggen dat hij je het bloed der armen overlaat en hij zich dat +der voorname lui voorbehoudt. Ik wensch je geluk met jou deel, beter +is het met het volk te doen te hebben dan met de groote wereld. Leve +de geneesheer der voorsteden! Zijn fouten komen minder aan het licht +en zijn moorden worden minder ruchtbaar. Ja, beste jongen, je lot +lijkt me waard benijd te worden en om als Alexander te spreken: +indien ik Fabricius niet was, zou ik Gil Blas willen zijn." + +Om den zoon van den barbier Nunez te toonen, dat hij geen ongelijk had +het geluk van mijn tegenwoordigen werkkring te roemen, liet ik hem de +realen van den gerechtsdienaar en den koekbakker zien; daarna gingen +we een herberg binnen om een partijtje te drinken. Men bracht ons vrij +goeden wijn, die me nog beter toescheen door den grooten lust dien ik +gevoelde er van te proeven. Ik dronk met lange teugen, en in weerwil +van het Latijnsche orakel, hoe meer ik er van in mijn maag goot, hoe +meer ik voelde, dat dit orgaan de onrechtvaardige behandeling, die ik +het deed ondergaan, niet kwalijk nam. We bleven lang in de herberg +plakken, en we vermaakten ons zeer ten koste onzer meesters, zooals +dat de gewoonte is onder dienaren. Vervolgens, ziende dat de avond +begon te vallen, scheidden wij, na wederzijds beloofd te hebben, dat we +elkaar den volgenden middag weer op dezelfde plaats zouden ontmoeten. + + + + + + + + +HOOFDSTUK IV + +Gil Blas gaat voort de geneeskunde uit te oefenen met evenveel succes +als geschiktheid. De teruggevonden ring. + + +Nauwelijks was ik op mijn kamer, of dokter Sangrado kwam binnen. Ik +begon met hem te spreken over de zieken die ik gezien had en +overhandigde hem acht realen van de twaalf, die ik verdiend had met +recepten schrijven. "Slechts acht realen," zei hij na ze geteld te +hebben, "dat is niet veel voor twee visites, maar enfin, men moet +alles aannemen." Vervolgens nam hij zelf het leeuwendeel, namelijk +zes realen en gaf er mij twee, zeggende: "Hier Gil Blas, nu kunt ge +vast beginnen een spaarcentje te overleggen. Bovendien kom ik dit +met je overeen, dat ge het vierde deel krijgt van alles wat ge mij +aanbrengt. Gij zult zoodoende in minder dan geen tijd rijk wezen, +want als het Gode behaagt zullen er dit jaar veel zieken zijn." + +Ik kon tevreden zijn met mijn deel, daar ik het plan had altijd vooraf +het vierde gedeelte van mijn ontvangsten achter te houden en daarna nog +het vierde deel van de rest kreeg, zoodat wiskundig berekend bijna de +helft van de geheele ontvangst voor mij was. Dit maakte mij vol ijver +voor de geneeskunde. Den volgenden dag zoodra ik gegeten had, trok ik +mijn kleeren van plaatsvervangend geneesheer aan en ging op weg. Ik +bezocht verschillende zieken, wier namen ik opgeschreven had, en ik +behandelde ze allen volgens dezelfde wijze, hoewel zij verschillende +ziekten hadden. Tot nog toe was alles goed gegaan en dank zij den +hemel had niemand zich nog verzet tegen mijn voorschriften; maar hoe +ervaren een geneesheer ook moge wezen, er zullen altijd lieden zijn, +die hem benijden en zijn behandeling becritiseeren. Ik trad binnen +bij een kruidenier, die een waterzuchtig zoon had. Ik trof hem in +gezelschap van een kleinen, donkeren dokter, een zekeren Cuchillo, +dien een bloedverwant had meegebracht om den zieke eens te zien. Ik +groette iedereen zeer hoffelijk en in het bijzonder den man, dien +men, naar ik oordeelde, had medegebracht om zijn raad te hooren. Hij +groette zeer deftig en na mij eenige oogenblikken nauwkeurig te hebben +gadegeslagen, zei hij zeer beleefd: "Mijn waarde collega, ik verzoek u +mijne nieuwsgierigheid te verontschuldigen. Ik dacht alle geneesheeren +van Valladolid te kennen, die natuurlijk mijn collega's zijn, maar ik +moet bekennen, dat uw gelaatstrekken mij onbekend zijn. Gij hebt u dus +zeker pas sedert zeer korten tijd hier gevestigd." Ik antwoordde dat +ik nog maar pas in de praktijk was en dat ik nog slechts werkte onder +toezicht van dokter Sangrado. "Ik mag u dan voorzeker gelukwenschen, +dat gij de methode van zulk een groot man tot de uwe gemaakt hebt. Ik +twijfel dan ook niet, of gij zult wel zeer ervaren zijn al schijnt +gij nog zeer jong." Hij zei dat op zoo'n natuurlijken toon, dat ik +niet wist of hij het in ernst had gezegd of dat hij mij bespotte. Ik +dacht er nog over na, wat ik hierop zou antwoorden, toen de kruidenier, +gebruik makende van dezen tusschentijd, het woord nam: "Mijne heeren, +ik ben overtuigd dat gij beiden de geneeskunde op uw duimpje kent; +onderzoekt dus beiden mijn zoon en brengt uw oordeel uit wat wij +moeten doen om hem te genezen." + +Hierop begon de kleine dokter den zieke nauwkeurig te onderzoeken en +na mij alle symptonen van de ziekte gewezen en uitgelegd te hebben, +vroeg hij mij hoe ik dacht dat de zieke behandeld moest worden. "Ik ben +van oordeel," antwoordde ik, "dat men hem elken dag een aderlating moet +laten ondergaan en dat hij overvloedig warm water moet drinken." Bij +deze woorden zei de kleine dokter glimlachend op een boosaardigen toon: +"En zijt gij van meening dat deze middelen den zieke het leven zullen +redden?" "Twijfel er niet aan," zei ik op beslisten toon, "gij zult den +zieke zienderoogen zien genezen; die aderlatingen zullen dat effect +teweeg brengen, omdat zij juist geschikt zijn voor al dergelijke +ziekten. Vraag het maar eens aan dokter Sangrado!" "In dit opzicht," +hernam hij, "heeft Celcius groot ongelijk door te verzekeren, dat om +waterzucht te genezen het zeer dienstig is den patiënt honger en dorst +te doen lijden." "O!" antwoordde ik, "Celcius is geenszins een orakel +voor mij; hij heeft zich evenzeer vergist als anderen en soms kan ik +mijzelven prijzen tegen zijne voorschriften te hebben gehandeld." "Ik +zie aan uw gesprek duidelijk," antwoordde Cuchillo, "hoe dokter +Sangrado zijn methode bij de jonge medici in zwang brengt. Aderlaten +en drinken vormen zijne geheele geneesmethode en ik ben er niet +verwonderd over, dat zoovele zieken onder zijne handen bezwijken." + +"Geen beleedigingen als het u blieft," antwoordde ik hem kortaf; +"iemand van uw beroep toont al heel weinig opvoeding door zulke +verwijten te doen! Kom, kom, dokter, zonder aderlaten en drinkkuren +van warm water worden er ook nog heel wat zieken naar de andere wereld +gezonden. Gij zelf hebt er misschien meer naar den hemel gestuurd dan +anderen. Als ge iets hebt tegen Sangrado, schrijf hem dan; hij zal niet +op zijn antwoord laten wachten en wij zullen zien wie de lachers aan +zijn zijde zal hebben." "Wel voor den duivel!" antwoordde hij in woede, +"kent gij dokter Cuchillo dan niet? Weet dan, dat ik niet met mij +laat spotten, en dat ik in 't minst niet bang ben voor Sangrado, die, +niettegenstaande zijn ijdelheid en zijne verwaandheid, toch slechts +een zonderling is." Het gelaat van den kleinen dokter teekende een +en al woede. Ik antwoordde hem op scherpen toon, hij niet minder en +weldra gingen wij tot handtastelijkheden over. Wij gaven elkaar een +paar vuistslagen en trokken elkaar de haren uit, doch spoedig kwamen +de kruidenier en zijn zoon om ons te scheiden. Toen wij zoover waren, +betaalden zij mij mijne visite en lieten mijn tegenstander, dien zij +waarschijnlijk voor knapper hielden, bij zich blijven. + +Na dit avontuur beleefde ik bijna een tweede. Ik ging een grooten +zanger bezoeken, die de koorts had. Zoodra ik hem van warm water +sprak, toonde hij zoo 'n afkeer van dit middel, dat hij begon te +vloeken, mij duizend beleedigingen naar het hoofd slingerde en zelfs +dreigde mij het venster te zullen uitwerpen als ik niet drommels gauw +wegging. Dit liet ik mij geen tweemaal zeggen, trok mij snel terug +en daar ik geen lust had dien dag nog meer zieken te gaan bezoeken, +ging ik naar de herberg, waar ik met Fabricius had afgesproken te +komen. Deze laatste wachtte mij al. Daar wij in een stemming waren +om te drinken, dronken wij een stevig glaasje en keerden later in +een vroolijke stemming halfdronken naar onze meesters terug. Sangrado +bemerkte mijn dronken toestand niet eens, daar ik hem met zooveel vuur +de worsteling met den kleinen dokter vertelde, dat hij mijn levendige +gebaren aanzag voor nawerkingen van mijn heftigen gemoedstoestand bij +het gevecht. Bovendien interesseerde mijn verslag hem zeer, daar het +hem persoonlijk gold en verontwaardigd tegen Cuchillo riep hij uit: +"Gij hebt zeer goed gedaan, Gil Blas, door onze geneesmiddelen te +verdedigen tegen dat dwergachtig gedrochtje van de geneeskundige +faculteit. Dat wil tegen mij volhouden dat men waterzuchtigen geen +water te drinken mag geven? Zoo'n waanwijze gek! En ik houd vol dat +men hun het gebruik van water wel mag toestaan. Het water alleen kan +allerlei gevallen van waterzucht genezen, evenals het alleen goed +is voor rheumatiek en bloedarmoede. Het is ook bijzonder genezend in +gevallen van koorts, die iemand het eene oogenbiik verbrandt en hem het +volgende oogenblik doet rillen van kou en 't heeft een wonderdadige +kracht bij katarrhale aandoeningen. Deze meening lijkt jonge dokters +zooals Cuchillo vreemd, maar zij is zeer goed te verdedigen en als +die lieden logisch konden redeneeren, inplaats van mij uit te jouwen, +zooals zij doen, zouden zij mijne methode bewonderen en mijn ijverigste +collega's worden." + +Hij zag dus in het geheel niet, dat ik gedronken had, zoozeer was +hij in woede ontstoken, want om hem nog meer te verbitteren tegen den +kleinen dokter, had ik in mijn rapport eenige gebeurtenissen vermeld, +die ik maar op eigen houtje er bij verzon. Hij geloofde dan ook, dat ik +smaak begon te krijgen in die water drankjes en zei: "Tot mijn genoegen +zie ik, Gil Blas, dat je al niet zoo'n afkeer meer van water hebt, +en dat ge het al drinkt als wijn. Dit verwondert mij echter niet in +'t minst, mijn waarde vriend, want ik wist van tevoren, dat je je +wel aan dezen drank zoudt gewennen." "Alles op zijn tijd, mijnheer," +antwoordde ik hem, "op 't oogenblik bijvoorbeeld zou ik een vat wijn +geven voor een glas water!" Dit antwoord beviel den dokter zeer, die +dan ook deze gelegenheid niet liet voorbijgaan om alle voortreffelijke +eigenschappen van het water nog eens op te sommen. Met ware geestdrift +verkondigde hij den lof van het water. "Duizendmaal te verkiezen +boven onze tegenwoordige kroegen waren de drinkhuizen der oudheid, +waar men zijne gezondheid en zijn geld niet ging verkwisten door wijn +te drinken, maar waar men gezellig bijeenkwam om zich te amuseeren met +een glas warm water. Men kan niet voldoende de wijze voorzienigheid +van die oude meesters van het publieke leven bewonderen, die overal +publieke gelegenheden hadden laten oprichten, waar men aan allen warm +water schonk en die den wijn lieten opbergen in de winkels van de +apothekers om het gebruik ervan slechts toe te staan op voorschrift +van een geneesheer. Welk een verheven wijsheid! Het is misschien nog +een gevolg van die oude soberheid, de gouden eeuw waardig, dat er nog +heden ten dage enkele lieden zijn, zooals gij en ik, die slechts water +drinken en die gelooven zich te harden tegen alle kwalen en die te +genezen, door slechts warm water te drinken, dat men gekookt heeft; +want ik heb opgemerkt, dat gekookt water zwaarder op de maag ligt en +moeilijker wordt verdragen." + +Terwijl hij zijne welsprekende redevoering hield, moest ik mij +goedhouden om niet telkens in lachen uit te barsten. Ik wist mij +echter te bedwingen en deelde natuurlijk ten volle het gevoel van den +dokter. Ik keurde het gebruik van wijn ten zeerste af en beklaagde de +menschen, die van zulk een noodlottigen drank hielden. Daarna nam ik, +daar ik nog vreeselijken dorst had, een groot glas water en dronk +het met groote teugen uit. "Kom mijnheer," sprak ik, "laten wij +beiden ons laven aan dezen heilzamen drank! Laten wij in uw huis +weer zoo'n drinkgelegenheid van warm water herstellen, zooals de +ouden die hadden." Hij juichte deze woorden luid toe en vermaande +mij wel meer dan een uur om toch nooit iets anders te drinken dan +water. Ik beloofde hem, dat ik, om mij er aan te gewennen, elken +avond een groote hoeveelheid water zou drinken en om mij beter mijn +belofte te doen houden, beloofde ik mijzelf, dat ik voortaan elken +avond naar het wijnhuis zou gaan. + +Het onaangename voorval, dat ik gehad had bij den kruidenier, +verhinderde mij niet mijn beroep verder uit te oefenen en van 's +morgens vroeg tot 's avonds laat aderlatingen en warm water voor te +schrijven. Toen ik op een keer uit het huis kwam van een dichter, +die aan waanzin leed, ontmoette ik een oude vrouw, die mij staande +hield en mij vroeg of ik een dokter was. Ik antwoordde haar ja. "O," +zei zij toen, "als dat zoo is, smeek ik u om met mij naar huis te +komen, mijn nichtje ligt sinds gisteren ziek en ik weet niet wat haar +scheelt." Ik volgde de oude vrouw naar haar huis en trad een tamelijk +zindelijke kamer binnen, waar ik iemand te bed zag liggen, Ik kwam +dichter bij om te zien en terstond troffen mij haar gelaatstrekken +en na haar eenige oogenblikken te hebben gadegeslagen, herkende ik +in haar de avonturierster, die zoo goed de rol van Camilla gespeeld +had. Zij herkende mij blijkbaar niet, misschien omdat zij te veel pijn +leed, of omdat mijn dokterskleeding mij onkenbaar maakte. Ik nam haar +arm om haar de pols te voelen en bemerkte toen mijn ring aan haren +vinger. Ik was ten prooi aan een heftige gemoedsbeweging op het zien +van dat voorwerp, waarop ik eigendomsrecht had, en ik had grooten lust +een poging te doen om mij er meester van te maken. Ik hield mij echter +in, bedenkende, dat onze vrouwen zeker zouden beginnen te schreeuwen +en dat misschien don Raphaël of een ander verdediger van het schoone +geslacht op dit geschreeuw zouden toeschieten. Ik bedacht dus bijtijds, +dat het maar beter was te huichelen en er eens met Fabricius over te +beraadslagen. Ondertusschen drong de oude vrouw mij haar te zeggen, +waaraan hare nicht lijdende was. Ik was natuurlijk niet zoo dom +te bekennen dat ik er niets van wist, maar speelde den geleerde in +navolging van mijn meester, zei ik dat de ziekte daardoor ontstond, +dat de zieke niet transpireerde; dat het daarom noodzakelijk was zoo +spoedig mogelijk een aderlating te doen, omdat een aderlating een +vervanging was van het natuurlijk transpireeren. Bovendien beval ik +het drinken van warm water om geheel in de gewoonte te blijven. + +Ik bekortte mijn bezoek zooveel als ik maar kon en ging naar den zoon +van Nunez, dien ik ontmoette juist toen hij een boodschap voor zijn +meester ging doen. Ik vertelde hem mijn nieuw avontuur en vroeg hem +of hij het in dit geval gewenscht achtte Camilla door de politie te +doen arresteeren. "Niet doen," riep hij uit, "want dat zou al heel +dom zijn, daar je dan je ring zeker niet terug zoudt krijgen. Die +luidjes houden er niet van iets terug te geven. Denk maar eens aan de +gevangenis te Astorga; hebt ge hun niet alles moeten laten, je paard, +je geld, ja zelfs je kleeren? Neen, we moeten hier veel slimmer te +werk gaan en ik zal wel een list vinden. Ik zal er eens over denken +terwijl ik naar het hospitaal ga, waar ik voor mijn meester een paar +woordjes te zeggen heb aan den provisiemeester. Ga jij intusschen +naar onze kroeg en wacht mij daar. Zoo spoedig mogelijk kom ik bij je." + +Er verliepen echter meer dan drie volle uren voor hij kwam. Op het +eerste gezicht herkende ik hem niet zoo gauw. Behalve, dat hij een +ander pak aangetrokken en zijne haren gevlochten had, bedekte een +kunstmatige knevel de helft van zijn gezicht. Hij droeg een grooten +degen en werd gevolgd door vijf mannen, die er even barsch uitzagen +met hun zware snorren en die elk een lang rapier op zij droegen. "Uw +dienaren, Mijnheer Gil Blas, ziehier een nieuwbakken ridder met zijn +dappere knechten, die van hetzelfde slag zijn. Wilt u ons bij de +vrouw brengen, die uwen diamanten ring heeft gestolen en wij zullen +zorgen dat u hem terug krijgt." Toen Fabricius uitgesproken had, +vloog ik hem om den hals, waarna hij mij zijn geheele krijgsplan +uitlegde en ik verzekerde hem dat ik dit prachtig vond. Ik groette +daarna de nagemaakte krijgsknechten. Het waren drie lakeien en twee +kappersbedienden, die hij kende en die hij gevraagd had ervoor te +willen spelen. Ik liet wijn brengen om de bende te tracteeren en wij +begaven ons daarna bij het vallen van den avond naar Camilla. Wij +klopten op de gesloten deur en de oude vrouw kwam opendoen. Zij +verschrikte hevig toen zij de mannen zag die zij voor politiebeambten +hield, welke niet met lieflijke bedoelingen bij haar huiszoeking kwamen +doen. "Stel je gerust oudje," zei Fabricius, "wij hebben hier slechts +even wat te doen en dat zal gauw genoeg afgeloopen zijn want wij zijn +altijd zeer gehaast". Dit zeggende ging hij ons voor naar binnen, +en wij kwamen in de ziekenkamer waarheen de oude vrouw ons den weg +wees en ons voorlichtte met een kaars in een zilveren kandelaar. Ik +nam de kaars en begaf mij naar het ledikant en toonde mijn gezicht aan +Camilla: "Trouwelooze," zei ik, "herken je den al te lichtgeloovigen +Gil Blas niet, dien ge bedrogen hebt! Zoo, canaille, ontmoet ik je dan +eindelijk na je lang tevergeefs gezocht te hebben. De rechter heeft +mijn beschuldiging aangenomen en zendt deze gerechtsdienaren om je +te arresteeren. Welnu mijnheer de officier," zei ik tot Fabricius, +"doe wat u gelast is." "Het is niet noodig mij aan te sporen mijn +plicht te doen," antwoordde deze met vervaarlijke stem. "Ik herken +die jonge dame daar, sedert tien jaar staat zij bij mij in het roode +boekje. Sta op, schoone dame, en kleed je maar gauw aan. Ik zal je +tot schildknaap dienen en je naar de stadsgevangenis brengen, als je +er niets op tegen hebt." + +Ziende dat twee van de krijgsknechten zich gereed maakten haar beet te +grijpen en uit het bed te trekken, ging Camilla uit zichzelf rechtop +zitten, vouwde de handen en in smeekende houding mij aankijkende bad +zij mij: "Mijnheer Gil Blas, heb medelijden met mij; ik bezweer u bij +een reine moeder aan wie gij het leven dankt, dat ik eer ongelukkig +dan schuldig ben. Gij zult ervan overtuigd worden als gij slechts naar +mijne geschiedenis wil luisteren--"Neen jonge dame," schreeuwde ik, +"ik wil je volstrekt niet aanhooren. Ik weet maar al te goed dat +ge prachtige romannetjes kunt maken."--"Welnu dan, daar ge mij niet +toestaat mijzelf te rechtvaardigen, zal ik u uwen ring teruggeven, +maar maak mij niet ongelukkig." Dit zeggende trok zij mijn ring van +den vinger en gaf hem mij terug. Ik antwoordde echter, dat ik niet +met den ring alleen tevreden was, maar dat ik ook de duizend dukaten +terug moest hebben, die mij in het gemeentehuis waren ontstolen. "O +mijnheer," riep zij uit, "wat uwe dukaten aangaat, vraag die niet +aan mij. De schurk van een Raphaël heeft ze meegenomen en ik heb +hem na dien tijd niet meer gezien."--"Wel mijn lieve jonge dame," +zei toen Fabricius, "zou je nu ook maar niet ineens erbij liegen, dat +je er in het geheel niets van hebt gekregen? Zoo goedkoop kom je er +echter bij ons niet van af. Alleen het feit, dat ge een medeplichtige +van Don Raphaël zijt, is voldoende om u rekenschap te vragen van uw +geheele vroegere leven. Je zult wel heel wat op je geweten hebben +en in de gevangenis kun je dan op je gemak een volledige bekentenis +afleggen. Ik zal ook dit oudje medenemen; ik geloof dat zij wel +heel wat geschiedenisjes zal kunnen vertellen, die den rechter niet +onverschillig zullen zijn." + +Op het hooren van deze woorden stelden de beide vrouwen alles in het +werk om ons te verteederen en begonnen luidkeels te jammeren en te +klagen. Terwijl de oude vrouw op haar knieën liggende nu eens het +medelijden inriep van den alguazil, dan weer van de krijgsknechten, +smeekte Camilla mij op hartroerende wijze haar uit de handen van de +justitie te redden. Het was als het ware een tooneelspel. Ik deed +alsof ik mij liet verteederen. "Mijnheer de officier," zei ik tot den +zoon van Nunez, "daar ik ten minste mijn ring terug heb, zal ik mij +over het overige maar troosten. Ik verlang niet, dat men deze vrouw +straffen zal, want ik wil den dood van den armen zondaar niet!" + +"Wat nu?" antwoordde hij, "gij hebt nog medelijden, je zoudt zeker +niet deugen voor rechter. Ik zal dan ook kalm mijn opdracht verder +vervullen. De rechter heeft mij uitdrukkelijk gelast deze twee +jonge dames in hechtenis te nemen daar hij een voorbeeld met hen +wil stellen." + +"Komaan," antwoordde ik, "geef nu een weinig gehoor aan mijn bede +en neem uw plicht nu eens niet zoo nauwgezet op met het oog op de +belooning die deze dames u zullen geven." + +--O! in dat geval verandert de zaak een beetje. Zoo iets helpt altijd +beter dan de grootste welsprekendheid. Komaan, wat willen de dames +mij zooal aanbieden?" + +"Ik heb een parelsnoer en oorbellen van groote waarde," zei Camilla. + +"Ja, maar," viel hij plotseling in de rede, "als die van de +Philippijnen komen wil ik ze volstrekt niet hebben." + +"Gij kunt ze gerust aannemen," hernam zij, "ik sta u ervoor in, dat +ze prachtig zijn." Zij liet daarop de oude vrouw een kistje brengen +waaruit zij het collier en de oorbellen haalde en gaf ze over aan +den alguazil. Hoewel hij net zooveel verstand had van edelgesteenten +als ik, twijfelde hij geen oogenblik aan de echtheid van de diamanten +oorbellen en de parelen. "Die kleinoodiën schijnen heel mooi te zijn," +zei hij na ze nauwkeurig te hebben bekeken, "en als men er dan nog +den zilveren kandelaar bijtelt, dien Gil Blas vasthoudt, dan geloof +ik dat men mijn getrouwheid wel aan het wankelen zou kunnen brengen." + +"Ik geloof niet," zei ik tot Camilla, "dat ge om zoo 'n kleinigheid +zulk een voordeelig accoordje zoudt willen misloopen," en dit zeggende +nam ik de kaars uit den kandelaar en gaf de eerste aan de oude vrouw +en den laatste aan Fabricius. Hij liet het hierbij, misschien ook +omdat hij niets meer in de kamer zag wat hem geschikt leek mede te +nemen en zich tot de twee vrouwen wendende, zei hij: "Vaarwel dames, +weest gerust, ik zal met den corregidor spreken en u onschuldig als +lammetjes pleiten. Wij kunnen hem de zaken altijd zoo voorpraten, +als wij dat zelf willen en wij geven hem alleen dan een getrouw +verslag wanneer wij geen belang erbij hebben hem een valsch te geven." + + + + + + + + +HOOFDSTUK V + +Afloop van het avontuur van den teruggevonden ring. Gil Blas laat de +geneeskunde varen en gaat uit Valladolid. + + +Na op deze wijze het plan van Fabricius ten uitvoer te hebben gebracht, +verlieten wij Camilla en waren zeer tevreden over den goeden afloop +van de onderneming, daar wij slechts gehoopt hadden op den ring. Wij +namen zonder veel omslag de rest mede, zonder ons er om te bekommeren +een paar lichtekooien bestolen te hebben, maar nog bovendien in de +meening een verdienstelijk werk te hebben verricht. "Mijne heeren" +sprak Fabricius toen wij buiten op straat stonden, "na zulk een +welgeslaagde onderneming moesten wij eerst een glas gaan drinken voor +wij van elkaar scheiden." + +Dit was ook mijn gevoelen en ik gaf den raad naar onze herberg +terug te keeren, waar wij den nacht dan verder vroolijk zouden +doorbrengen. "Morgen zullen wij den kandelaar en het halssnoer +verkoopen en het geld broederlijk samen deelen, daarna gaan wij ieder +naar huis en trachten wij ons zoo goed mogelijk te verontschuldigen +bij onze meesters." De gedachte van den alguazil leek ons zeer +rechtskundig. Wij gingen dan ook naar onze herberg. Sommigen meenden +dat zij wel een of andere reden zouden vinden waarom zij buitenshuis +geslapen hadden, anderen bekommerden er zich weinig om als zij den +anderen dag zouden worden weggestuurd. + +Wij lieten ons een uitstekend souper klaarmaken en gingen met flinken +eetlust en in de vroolijkste stemming aan tafel. Het maal werd gekruid +door allerlei gezellig gepraat. Fabricius vooral wist den vroolijken +geest erin te houden en vermaakte het gezelschap ten zeerste, daar +hij onuitputtelijk was in anecdoten. Maar terwijl onze vroolijkheid +ten top steeg en wij ons kostelijk amuseerden, werd onze vreugde +plotseling door een zeer onaangename gebeurtenis verstoord. Een +tamelijk goed gekleed man, gevolgd door twee ongunstig uitziende +lieden, trad het vertrek binnen, waar wij soupeerden. Achter hen +kwamen nog drie mannen en zoo telden wij er in 't geheel twaalf, die +drie aan drie binnenkwamen. Zij waren allen gewapend met karabijnen, +degens en bajonetten. Wij zagen terstond, dat het lieden van de wacht +waren en wij konden hun bedoeling gemakkelijk raden. Eerst waren wij +van plan weerstand te bieden, maar zij omsingelden ons in een ommezien +en wij moesten wel zwichten voor hun aantal en hun vuurwapenen. + +"Mijne heeren," zei de commandant op schertsenden toon," ik weet +op welk een spitsvondige wijze gij een ring aan een avonturierster +ontstolen hebt. Dat kunststukje is prachtig door u uitgevoerd en +verdient openlijk beloond te worden, wat ook zal gebeuren. Het +gerecht, dat u een verblijf in zijn paleis heeft toegedacht, zal +niet in gebreke blijven u voor zulk een geniaal kunststukje goed te +bedenken." Wij waren door deze woorden allen zeer verbaasd, de rollen +waren omgekeerd en wij verkeerden nu in denzelfden angst als waarin +wij kort tevoren Camilla hadden gebracht. Fabricius echter, hoewel +bleek en ontdaan, trachtte ons te rechtvaardigen. "Mijnheer," zei hij, +"wij hadden geen kwade bedoelingen er mede en daarom moet u ons dit +kleine guitenstukje maar vergeven."--"Wel alle duivels," antwoordde de +commandant woedend, "dat belieft ge een guitenstreek te noemen? Weet +ge wel, dat er de strop op staat? Behalve dat ge jezelf geen recht +moogt verschaffen, hebt ge bovendien nog een kandelaar, een halssnoer +en oorbellen medegenomen en wat zeker een groot misdrijf is waar de +galg op staat, is, dat ge jezelf verkleed hebt als soldaten om dezen +diefstal te plegen. Ge zijt ellendelingen, die zich als brave menschen +verkleeden om kwaad te doen. Ik geloof dat jelui blij moogt zijn als +je er met de galeien af komt." Toen hij ons duidelijk te verstaan had +gegeven, dat de zaak nog veel ernstiger was dan wij eerst geloofden, +wierpen wij ons allen voor zijne voeten en smeekten hem medelijden +te hebben met onze jeugd, maar onze smeekbeden hielpen niets. Ja, +wat nog meer zegt en wat waarlijk buitengewoon mag genoemd worden, +hij verwierp ons aanbod om hem het halssnoer, de oorbellen en de +kandelaar af te geven. Hij weigerde zelfs mijn ring aan te nemen, +misschien omdat hij zich voor het gezelschap schaamde. Kort en goed, +hij was niet te vermurwen. Hij gebood mijn makkers de wapenen af te +geven en liet ons allen naar de stadsgevangenis brengen. Terwijl +wij er heen gevoerd werden, vertelde een van de krijgslieden mij, +dat de oude vrouw, die met Camilla samenwoonde, achterdocht tegen +ons had gekregen. Dat zij ons toen gevolgd was naar de herberg en +dat zij toen, zeker van haar vermoeden, de politie had gewaarschuwd +om zich zoodoende op ons te wreken. + +Allereerst werden wij gefouilleerd. Men nam ons den halssnoer, de +oorbellen en de kandelaar af en men ontnam mij zelfs mijn ring met de +Philippijnsche robijnen, dien ik toevallig in mijn zak had. Men liet +mij zelfs mijn honorarium voor mijn doktersvisites niet behouden. Dit +deed mij duidelijk zien dat de justitie te Valladolid hare taak +al even goed kende als die te Astorga en dat die heertjes er allen +dezelfde manieren op na hielden. Terwijl zij mij van mijn kleinoodiën +en geld beroofden, vertelde de officier van de patrouille, die erbij +tegenwoordig was, ons avontuur aan de heeren rechters. Het feit leek +hun zóó ernstig, dat de meeste onder hen ons waardig achtten voor de +doodstraf. De anderen, die niet zoo streng waren, zeiden dat wij er +af konden komen met ieder tweehonderd zweepslagen en eenige jaren +galeidienst. In afwachting van de beslissing die de corrigedor zou +nemen, sloot men ons op in een hok, waar wij ons ter ruste legden op +stroo, dat in zoo groote hoeveelheid den bodem bedekte, alsof het +een paardenstal was. Wij hadden er nog heel lang in kunnen zitten, +als mijnheer Manuel Ordonnez den volgenden morgen niet besloten had +Fabricius uit de gevangenis te halen, wat hij niet kon doen zonder +ook ons mee te nemen. Deze Ordonnez was een zeer geacht persoon in +de stad. Hij bepleitte onze zaak met alle kracht en overreding en +door zijn invloed en die van zijne vrienden werden wij na drie dagen +vrijgelaten. Maar wij gingen niet heen zooals wij gekomen waren, +want wij moesten den kandelaar, het collier, de oorbellen, mijn ring +en den robijn achterlaten. + +Zoodra wij op vrije voeten waren, gingen wij op weg naar onze meesters +terug. Dokter Sangrado ontving mij zeer hartelijk. "Mijn arme Gil +Blas," zeide hij, "ik heb van morgen eerst van uw ongeluk gehoord. Ik +vatte terstond het plan op uit alle macht te uwen gunste te spreken, +maar nu gij weer vrij zijt, moet ge maar niet langer aan het geval +denken en je met dubbelen ijver op de geneeskunde toeleggen." Ik +antwoordde hem, dat ik dat ook van plan was en wijdde mij dan +ook geheel aan de wetenschap. Het ontbrak mij inderdaad niet aan +werk, want er waren zeer vele zieken, zooals mijn meester mij had +voorspeld. Mazelen en hardnekkige koortsen begonnen te heerschen in +de geheele stad en in de voorsteden. Alle doktoren van Valladolid +hadden de handen vol en wij niet minder. Er ging geen dag voorbij, +dat we niet acht of tien patiënten bezochten. Stel je dus voor hoeveel +warm water er gedronken en hoeveel bloed er vergoten werd. Hoe het +kwam weet ik niet, maar onze patiënten stierven allen, òf omdat we ze +verkeerd behandelden, òf omdat hunne ziekten ongeneeslijk waren. Het +gebeurde zelden, dat wij de zieken drie maal bezochten, want bij de +tweede visite waren ze of al dood of we vonden ze stervende. Daar ik +nog pas kort in het vak was en nog niet gewend aan zoo'n moordpartij, +was ik erg bedroefd over den ongunstigen afloop, dien men mij kon +verwijten. "Mijnheer," zei ik op een avond tegen dokter Sangrado, +"ik roep den hemel tot getuige, dat ik stipt uwe methode toepas, maar +toch vertrekken al mijn patiënten naar betere gewesten. Men zou haast +zeggen dat zij er pleizier in hebben onze geneeskunde in miscrediet te +brengen. Vandaag nog werden er twee begraven." "Mijn kind," antwoordde +hij, "ik moet je bijna hetzelfde zeggen, want ook ik heb niet vaak +de voldoening een zieke te genezen. Zij sterven mij onder de handen +en ware ik niet zoo vast overtuigd van mijn principes, dan zou ik +bijna gaan gelooven dat onze geneeswijze juist nadeelig is voor de +zieken die wij behandelen."--"Geloof mij, mijnheer," zei ik, "wij +moesten eens van taktiek veranderen. Laten we eens voor de aardigheid +scheikundige preparaten aan onze zieken geven, bv. roode poeders. Als +het ergste gebeurt, hebben zij hetzelfde effect als ons warm water en +onze aderlatingen."--"Ik zou die proef gaarne nemen," antwoordde hij, +"als dit geen gevolgen had, maar ik heb een boek uitgegeven, waarin ik +de herhaalde aderlating en het drinken van water zeer aanbeveel. Nu +kan ik toch moeilijk mijn werk gaan herroepen." "Zeer zeker moogt ge +dat niet doen," antwoordde ik, "die overwinning moogt ge uw vijanden +niet gunnen, zij zouden zeggen dat ge u voor alles liet gebruiken en +dat zou uw goeden naam zeer schaden. Mogen dan liever alle menschen +het hoekje omgaan. Wij moeten dus onze gewone behandeling voortzetten +en dat is ook niet erg, want onze collega's doen ondanks hun afkeer +van aderlaten geen grooter wonderen dan wij en ik geloof zelfs dat +hun medicijnen niet veel meer waard zijn dan onze natuurgeneeswijze." + +Wij begonnen dus met nieuwen moed onze praktijk en wij deden dit +zoo handig, dat wij binnen zes weken evenveel vrouwen tot weduwen +maakten als het beleg van Troje. Het leek wel of de pest te Valladolid +heerschte, zooveel begravenissen zag men. Iederen dag kwam er een +vader ons rekenschap vragen van zijn zoon, dien wij hem ontnomen +hadden, of een oom kwam ons den dood van zijn neef verwijten. Wat +betreft de zoons en de neven zelven van deze vaders en ooms, deze +kwamen niet bij ons. De mannen waren zeer bescheiden; zij verweten +ons het verlies van hunne vrouwen niet. De menschen echter, wier +verwijten wij moesten aanhooren, werden soms zeer brutaal. Zij +gooiden ons allerllei beleedigingen naar het hoofd en scholden ons +uit voor domooren en moordenaars. Ik was zeer bedroefd en beleedigd +door hun scheldwoorden, maar mijn meester was er tegen gehard. Ik zou +misschien gewend zijn geraakt aan hun beleedigingen, doch de hemel had +ten gunste van de zieken in Valladolid besloten, hen te bevrijden van +hun plagen en boezemde mij een afkeer in van de geneeskunde, die ik +met zoo gering succes beoefende. Ik zal hiervan een getrouw verslag +doen, op gevaar af, dat de lezer zich te mijnen koste vroolijk maakt. + +Er was in onze buurt een kaatsbaan, waar de leegloopers van de stad +eiken dag bijeenkwamen. Men zag er onder anderen een beroepsspeler, die +meester in de kaatskunst was en die alle geschillen in de kaatsbaan +beslechtte. Hij kwam van Biscaye en noemde zich don Rodriguez de +Mondargon. Het was een man van gewone gestalte, uitgedroogd en +gespierd en ongeveer dertig jaar oud. Behalve een paar kleine +glinsteroogjes, die in zijn hoofd rolden en die allen dreigend +aankeken, had hij een platten neus boven een rossigen knevel, +welke laatste in twee punten tot aan zijn slapen reikte. Hij was +zoo ruw en bruusk in zijn spreken, dat hij slechts den mond te +openen had om iemand verschrikt te maken. Deze raketbreker was +de tyran geworden van de kaatsbaan. Hij beslechtte onverbiddelijk +alle mogelijke geschillen, die er tusschen de spelers rezen en men +behoefde niet in hooger beroep te gaan zonder de kans te loopen den +volgenden dag een uitdaging van hem te ontvangen. Zooals ik u don +Rodriguez heb voorgesteld, die niettegenstaande zijn titel "don" +toch slechts een gewoon burgerman was--had hij de eigenaresse van +de kaatsbaan verteederd. Deze was een vrouw van zoowat veertig jaar, +rijk, met een aardig uiterlijk en sedert vijftien maanden weduwe. Ik +begrijp niet hoe zij hem aardig kon vinden, maar zeker was het niet +om zijn schoonheid, doch ongetwijfeld om iets wat ik niet zou kunnen +uitdrukken. Hoe het ook zij, hij beviel haar en zij vormde het plan +met hem te trouwen. Juist echter terwijl zij haar plan toewerkte, +werd zij ziek en ongelukkig voor haar werd ik haar dokter. Al was +hare ziekte geen kwaadaardige koorts, mijne geneesmiddelen maakten +de ziekte toch gevaarlijk. Na vier dagen was de kaatsbaan dan ook in +rouw gedompeld. De eigenaresse van de kaatsbaan ging waar ik al mijn +patiënten heenzond en haar bloedverwanten maakten zich meester van +hare bezittingen. Don Rodriguez, wanhopig zijn maitresse verloren +te hebben, of beter gezegd de hoop op zulk een voordeelig huwelijk, +was niet tevreden vuur en vlammen tegen mij uit te braken; hij zwoer +dat hij mij aan zijn degen zou rijgen en dat hij mij het levenslicht +zou uitblazen zoo gauw hij mij ontmoette. Een buurman, die medelijden +met mij had, kwam mij dit vertellen en voor zoover ik Mondragon kende, +achtte ik het raadzaam om de gegeven waarschuwing niet in den wind te +slaan. Ik was zeer bevreesd en durfde mijn woning niet uit, zoo bang +was ik, dien duivel te zullen ontmoeten en ik stelde mij steeds voor, +dat ik hem hoorde binnen komen. Deze vreeselijke angst gunde mij geen +oogenblik rust, en die was oorzaak dat ik de geneeskunde er aan gaf +en slechts bedacht was uit mijn hevige onrust te komen. Ik trok mijn +geborduurd kleed weer aan en na mijn meester, die niet vermocht mij +te weerhouden, vaarwel gezegd te hebben, vertrok ik in den vroegen +morgen uit de stad, niet weinig bevreesd don Rodriguez op mijn weg +te zullen ontmoeten. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VI + +Welken weg Gil Blas van Valladolid insloeg en wat hij zooal onderweg +ontmoette. + + +Ik liep zeer snel en keek zoo af en toe eens achter mij om te zien, +of die gevreesde Biscayer mij niet op de hielen volgde. Ik was +zoo bevreesd voor dien man, dat ik alle boomen en struiken voor hem +aanzag en telkens mijn hart van angst voelde kloppen. Na ruim een mijl +geloopen te hebben, werd ik echter wat geruster en ik vervolgde kalm +mijn weg naar Madrid, waarheen ik van plan was te gaan. Ik verliet +zonder smart Valladolid, alleen bedroefd dat ik Fabricius, mijn +trouwen makker, verlaten had zonder hem te kunnen vaarwel zeggen. Ik +betreurde het volstrekt niet de geneeskunde eraan gegeven te hebben, +integendeel vroeg ik God vergiffenis ze uitgeoefend te hebben. Ik +telde met genoegen het geld na, dat ik in mijn zakken had, al was +het ook het geld verdiend met moorden. Ik leek op de vrouwen die hun +losbandig leven verbeteren, maar die altijd het geld behouden dat zij +daarmee hebben verdiend. Ik had ongeveer een som van vijf dukaten als +mijn geheele bezit. Ik was van plan hiermede naar Madrid te gaan, waar +ik niet twijfelde een goede betrekking te zullen vinden. Bovendien +was ik zeer verlangend die schoone stad te zien, die ik altijd had +hooren roemen als het inbegrip van alle wonderen der wereld. + +Terwijl ik mij alles in het geheugen terug riep wat ik ervan had hooren +vertellen en zoodoende al bij voorbaat genoot van de genoegens die men +er kan smaken, hoorde ik achter mij een jongen, die uit volle borst +zong. Hij had een leeren zak op zijn rug, een guitaar om zijn hals +en een degen aan zijn zijde. Hij stapte zoo flink aan, dat hij mij +spoedig had ingehaald. Het was een van de barbiersjongens, met wien ik +in de gevangenis gezeten had voor die geschiedenis met den ring. Wij +herkenden elkaar terstond, hoewel wij andere kleeren aan hadden en +wij waren ten zeerste verbaasd elkaar zoo onverwachts te ontmoeten. Ik +zei hem, dat ik zeer in mijn schik was hem tot reismakker te hebben, +en hij van zijn kant was verheugd mij weer te zien. Ik vertelde hem +waarom ik Valladolid verlaten had en hij deelde mij mede, dat hij door +oneenigheid met zijn patroon dezen voor altijd vaarwel had gezegd. "Als +ik langer in Valladolid had willen blijven," zei hij, "zou ik tien +zaken voor een gevonden hebben; want zonder trotsch te zijn kan ik +gerust zeggen, dat er in geheel Spanje geen barbier te vinden is die +beter scheert, zoowel op als af, dan ik, en dat er geen een mooier +punten aan de snorren kan draaien. Maar ik kon niet langer weerstand +bieden aan mijn vurig verlangen naar mijn vaderland terug te keeren, +waaruit ik reeds tien volle jaren weg ben. Ik wil weer eens de lucht +van mijn vaderland inademen en weten hoe mijn ouders het maken. Morgen +zal ik bij hen zijn; zij wonen in Olmédo, een groot dorp bij Segovia." + +Ik besloot den barbier tot aan zijn huis te vergezellen en in +Segovia een gelegenheid te zoeken om Madrid te bereiken. Na een uur +met elkander te hebben gesproken, vroeg het jongemensch mij, of ik +trek had. Ik zeide hem, dat hij dat bij de eerste herberg de beste +wel zou zien. "Intusschen kunnen wij wel vast wat eten," zeide hij; +"ik heb genoeg in mijn zak. Als ik op reis ben, zorg ik altijd het +noodige bij me te hebben. Ik neem nooit linnengoed of zoo mee, alleen +maar mondvoorraad, met mijn scheermessen en een zeepkwast, anders heb +ik niet noodig." Ik prees zijn verstand en wachtte verlangend, wat er +te voorschijn zou komen. Wij gingen een weinig op zij van den weg en +zetten ons op het gras. Daar stalde de barbiersjongen zijn voorraad +uit, die uit vijf of zes uien bestond met een paar stukken brood en +een homp kaas, maar wat hij als het beste stuk uit den zak prees, +was een klein fleschje, dat volgens hem met een vurigen wijn gevuld +was. Hoewel de spijzen niet erg smakelijk waren, deed de honger ons +beiden ze toch niet kwaad vinden en wij ledigden de flesch, waarin +ongeveer twee pinten wijn waren, die hij wel had kunnen laten mij +aan te prijzen. Vervolgens zetten wij vroolijk onzen tocht voort. De +barbier, wien Fabricius gezegd had dat mij zeer zonderlinge avonturen +waren overkomen, verzocht mij ze hem zelf te vertellen. Ik meende dit +niet te mogen weigeren aan iemand die mij zoo schitterend onthaald +had. Daarna zeide ik hem, dat hij mijn welwillendheid niet beter kon +erkennen, dan door mij ook zijn levensgeschiedenis te vertellen. "Die +is nauwelijks de moeite waard te worden aangehoord," zeide hij, +"zij is doodeenvoudig. Daar wij nochtans niets beters te doen hebben, +zal ik ze u vertellen zooals ze is." + + + + + + + + +HOOFDSTUK VII + +Geschiedenis van den barbiersjongen. + + +Ferdinand Perès de la Fuente, mijn grootvader (gij ziet dat ik +ver genoeg begin), stierf na vijftig jaar de barbier van Almédo te +zijn geweest en liet vier zonen na. De oudste, Nicolaas, maakte zich +meester van den winkel en volgde hem op; Bertrand, de tweede, had den +handel in het hoofd en werd marskramer, en Thomas, die de derde was, +werd schoolmeester. Wat Pédro, de vierde, betreft, deze voelde zich +aangetrokken tot de schoone letteren; hij verkocht het stukje land, +dat hij als erfdeel had ontvangen, en ging in Madrid wonen, waar hij +zich eens hoopte te onderscheiden door zijn geest. De drie andere +broers gingen niet van elkander, zij vestigden zich allen in Almédo, +en trouwden met dochters van landbouwers, die weinig goed aanbrachten, +maar ter vergoeding een groote vruchtbaarheid. Zij wedijverden in het +kinderen maken. Mijn moeder, de vrouw van den barbier, bracht voor +haar aandeel in de vijf eerste jaren van haar huwelijk zes stuks ter +wereld. Daaronder was ik. Mijn vader leerde mij al heel vroeg scheren +en toen ik vijftien jaar was, belastte hij mijn schouders met dezen +zak, gordde mij een langen degen aan en zeide: "Ziezoo, je bent nu in +staat je brood te verdienen, ga het land nu maar afloopen. Gij moet +reizen om je in de kunst te volmaken, ga heen en kom niet eerder in +Almédo terug, dan nadat je Spanje bent rond geweest; laat ik voor +dien tijd niets van je hooren!" Bij deze woorden omhelsde hij mij +vriendschappelijk en zette mij buitenshuis. + +Zoo was het afscheid met mijn vader. Mijn moeder, die minder ruw +van aard was, scheen zich meer aan te trekken van mijn vertrek. Zij +liet haar tranen den vrijen loop en stopte mij zelfs tersluiks een +dukaat in de hand. Zoo ging ik dus uit Almédo en sloeg den weg naar +Segovia in. Ik had geen twee honderd pas gedaan, of ik stond stil om +te zien wat er in den zak was. Ik vond er twee scheermessen in, die +al tien generaties schenen dienst te hebben gedaan, zoo versleten +waren ze, met een aanzetriem en een stuk zeep. Verder was er een +splinternieuw hemd in, een paar oude schoenen van mijn vader en wat +mij meer verheugde dan de heele rest, twintig realen, ingepakt in +een stukje linnen. Dat waren mijn bezittingen. Gij ziet hoe meester +Nicolaas, de barbier, rekende op mijn gewikstheid, daar hij mij met +zoo weinig liet vertrekken. Nochtans liet het bezit van een dukaat +en twintig realen niet na een jongmensch, dat nooit geld had gehad, +te verblinden. Ik meende dat mijn finantiën onuitputtelijk waren en +vol vreugd vervolgde ik mijn weg, af en toe de greep van mijn rapier +beschouwend, waarvan het lemmet mij bij elken pas tegen de kuit sloeg +of tusschen mijn beenen verward raakte. + +Ik kwam dien avond erg hongerig aan in Adaguines. Ik ging logeeren in +de herberg en alsof ik groote verteringen kon maken, vroeg ik op hoogen +toon een souper. De waard keek mij eens aan en ziende met wien hij te +maken had, zeide op zoeten toon: "Edele heer, gij zult voldaan zijn, +men zal u als een prins behandelen." Zoo pratende bracht hij mij in een +kleine kamer, waar hij mij een kwartier later een hazepastei van een +kat bracht. Om als een prins te worden behandeld, moest ik vervolgens +gaan slapen in een bed, dat allen slaap ontnam inplaats van die te +bevorderen. Stel u voor een armzalig nauw ledikant, zoo kort dat ik +mijn beenen niet kon uitstrekken, hoe klein ik ook was. Verder was er +bij wijze van matras en veeren bed niet anders in dan een stroozak, +bedekt met een dubbel gevouwen laken, dat sedert de laatste maal +zeker wel honderd reizigers gediend had. + +Toen ik den volgenden dag goed ontbeten had en goed betaald had voor de +goede ontvangst, ging ik in éen door naar Segovia. Zoodra ik er was, +had ik het geluk een winkel te vinden waar men mij aannam voor kost +en inwoning; maar daar bleef ik maar zes maanden; een barbiersjongen +met wien ik kennis had gemaakt en die naar Madrid wilde, haalde mij +over met hem mee te gaan. Zonder moeite kreeg ik daar een plaats +op dezelfde voorwaarde als in Segovia. Ik kwam in een van de meest +beklante zaken. Ik maakte daar kennis met menschen van allerlei stand; +maar onder anderen ook met komediespelers en schrijvers. Eens waren +twee van die laatste soort samen in den winkel. Zij begonnen over de +dichters van dien tijd te spreken; dat trok mijn aandacht. "Don Juan +de Lavaleta," zeide er een, "is een schrijver waarop het publiek niet +mag rekenen. Dat is een koude natuur, een man zonder verbeelding; +zijn laatste stuk is schrikkelijk uitgefloten." "En Louis Velez +de Guevarra," zeide de ander, "heeft die niet pas een mooi stuk +gegeven?"--"Heeft men ooit iets ellendigers gezien?" Zij noemden nog +meer poëten, wier namen ik vergeten ben, ik weet alleen dat zij er +veel kwaads van vertelden. Voor mijn oom waren zij beter gestemd, +zij waren het beide eens dat hij verdienste had. "Ja," zei de een, +"don Pedro de la Fuente is een uitstekend schrijver; het verwondert +mij niet dat het hof en de stad hem eeren en dat tal van aanzienlijken +hem een rente uitkeeren." "Al jaren lang heeft hij een goed inkomen," +zei de ander. "Hij woont en eet bij den hertog van Medina Celi; +hij geeft niets uit; hij moet er dus goed inzitten." + +Ik verloor geen woord van alles wat de dichters van mijn oom +zeiden. Wij hadden thuis gehoord, dat hij door zijn werken in Madrid +opgang maakte, maar daar hij ons niets van zich liet hooren en hij +weinig aan ons gehecht scheen, waren wij zeer onverschillig voor +hem. "Het bloed kruipt altijd waar het niet gaan kan": zoodra ik +had gehoord dat hij in goeden doen was en ik wist waar hij woonde, +had ik lust hem op te zoeken. Eén ding bracht mij in de war: de +auteurs hadden hem don Pédro genoemd. Dat "don" gaf mij moeite en ik +was bang dat het een andere dichter was dan mijn oom. Dat hield mij +echter niet terug; ik meende dat hij even goed een edelman als man +van geest kon zijn geworden en besloot hem te bezoeken. Tot dat doel +kleedde ik mij op een morgen met toestemming van mijn meester zoo +goed mogelijk en verliet den winkel, niet weinig trotsch de neef te +zijn van zulk een genie. Ik begon al een grooten dunk van mijzelven +te hebben en met een verwaand air liet ik mij het huis van den hertog +van Medina Celi wijzen. Toen ik den portier vroeg den heer Pédro de +la Fuente te spreken, wees hij mij met den vinger aan het einde van +een gang een kleine trap en zeide: "Ga die op en klop dan aan de +eerste deur rechts." Ik deed alzoo. Een jonge man deed open en ik +vroeg hem of don Pédro de la Fuente daar woonde. "Ja," hernam hij, +"maar gij kunt hem nu niet spreken." "Ik zou hem graag zien," zeide ik, +"ik breng hem tijding van zijn familie. "Al hadt gij tijding van den +paus voor hem, dan nog zou ik u nu niet binnenlaten; hij is bezig +te dichten en als hij werkt, wacht ik mij wel hem te storen. Hij is +eerst tegen den middag te spreken, loop wat om en kom dan terug." + +Ik ging heen en wandelde den heelen middag door de stad, steeds +denkend aan de ontvangst die mijn oom mij wel zou bereiden. Ik +beoordeelde zijn gevoelens naar de mijne en ik bereidde mij voor +op een zeer treffende erkentelijkheid. Precies op tijd keerde ik +bij hem terug. "Gij komt juist op tijd," zeide zijn lakei, "mijn +meester zal spoedig uitgaan. Wacht hier een oogenblik, dan zal ik u +aanmelden." Daarop liet hij mij in de voorkamer. Een oogenblik later +kwam hij terug en bracht mij bij zijn meester, op wiens gelaat mij +direct de familiegelijkenis trof. Ik groette hem eerbiedig en zeide +hem dat ik de zoon was van meester Nicolaas de la Fuente, barbier in +Olmédo; ik zeide hem ook dat ik sinds drie weken het beroep van mijn +vader in Madrid beoefende in de kwaliteit van barbiersjongen en dat +ik van plan was een reis door Spanje te maken om mij te volmaken in +mijn kunst. Terwijl ik sprak merkte ik, dat mijn oom nadacht. Hij +twijfelde zeker of hij mij als zijn neef zou miskennen ofwel zich +behendig van mij ontslaan; hij koos het laatste. Lachend zeide hij: +"Wel mijn vriend, hoe maken uw vader en uw ooms het? hoe gaat het met +hun zaken?" Ik begon hem te vertellen van de overvloedige voortteling +onzer familie en noemde alle mannelijke en vrouwelijke kinderen op +en zelfs hun peten en meten. Hij scheen zich daar niet erg voor te +interesseeren en zeide: "Diego, ik vind het uitstekend dat je het land +doorgaat om je in je kunst te volleeren, en ik raad je aan niet te lang +in Madrid te blijven, dat is een gevaarlijke verblijfplaats voor de +jeugd, mijn kind. Gij zult beter doen andere steden op te zoeken, daar +zijn de zeden niet zoo verdorven. Ga nu heen," vervolgde hij, "en als +gij klaar bent te vertrekken, kom mij dan nog eens bezoeken; ik zal je +dan een pistool geven om je te helpen je reis te volbrengen." Daarbij +zette hij mij zachtjes buiten de deur. + +Ik snapte niet, dat hij mij van zich trachtte te ontdoen. Ik ging naar +onzen winkel terug en deed mijn meester verslag van mijn bezoek. Ook +tot hem drong de bedoeling van don Pédro niet door en hij zeide +dat hij niet van dezelfde meening was als mijn oom. "Inplaats van +je aan te moedigen het land af te gaan, lijkt het mij, dat hij je +eerder moest aanmoedigen hier te blijven. Hij ziet zooveel menschen +van aanzien, dat hij je gemakkelijk een plaats in een groot huis kan +bezorgen en je in staat kan stellen langzaam aan een groot vermogen +te verzamelen." Getroffen door dit gesprek, dat mij vleiende beelden +voorspiegelde, ging ik twee dagen later naar mijn oom en stelde ik +hem voor mij een betrekking te bezorgen bij een of ander heer van het +hof. Maar het voorstel viel niet in zijn smaak. Een ijdel mensch is +niet op zijn gemak als hij aan de tafel zit met de meesters en zijn +neef onder de lakeien ziet: de kleine Diego zou don Pédro hebben +doen blozen. + +Hij liet dus niet na mij van dit plan af te brengen en deed dit +zelfs zeer grof. "Wat, kleine losbol, je wilt je beroep vaarwel +zeggen!" zeide hij woedend. "Ga heen, ik laat je over aan de lieden, +die je zulk een verderfelijken raad geven. Pak je weg uit mijn kamer, +en zet er nooit meer een voet in, anders zal ik je laten wegjagen +zooals je verdient." Ik was tamelijk verbluft door deze woorden en +nog meer over den toon waarop mijn oom mij bejegende. Ik ging heen +met de tranen in de oogen en zeer geraakt over zijn ruwheid. Daar ik +echter zeer levendig en trotsch van aard ben, veegde ik spoedig mijn +tranen weg. Mijn droefheid veranderde zelfs in verontwaardiging en +ik besloot dien slechten bloedverwant, zonder wien ik er tot heden +ook wel gekomen was, aan zijn lot over te laten. + +Ik dacht aan niets anders meer dan aan de ontwikkeling van mijn +talent en legde mij ijverig op het werk toe. Ik schoor den heelen +dag en om mijn geest afleiding te geven, speelde ik 's avonds op +den guitaar. Mijn meester op dit instrument was een oude senor +escudero, dien ik schoor. Hij heette Marcos de Obregon en had +vroeger in een kerk gezongen. Het was een wijs man, die evenveel +geest als ondervinding had, en die van mij hield als van een eigen +zoon. Hij was stalmeester bij de vrouw van een dokter, die dertig +pas van ons huis woonde. 's Avonds bezocht ik hem zoodra het werk was +afgeloopen en op den drempel van de deur maakten wij samen een klein +concert. In het bijzonder vermaakten wij dona Mergelina, de vrouw van +den dokter; zij kwam ons hooren en liet ons wel eens het een of ander +herhalen. Haar echtgenoot zag daar geen kwaad in; hij was een man, +die hoewel Spanjaard en reeds oud, toch geenszins jaloersch was. Er +was ook geen enkele reden tot vrees, daar Mergelina een jonge vrouw +was, maar van een zoo scheeve deugdzaamheid, dat zij zelfs de blikken +der mannen niet kon uitstaan. Hij liet dit tijdverdrijf, dat volkomen +onschuldig leek, toe en liet ons zingen en spelen zooveel wij wilden. + +Toen ik eens op een avond bij de deur van den dokter kwam, vond ik daar +den stalmeester op mij wachten; hij nam mij bij de hand en zeide mij, +dat hij eerst wat wilde omloopen alvorens ons concert te beginnen. Toen +wij alleen waren, zeide hij treurig: Diégo, mijn zoon, ik moet je wat +bijzonders vertellen. Het spijt mij, dat wij tot die concerten zijn +overgegaan, als ik geweten had welk ongeluk ons bedreigt, dan zou ik +een andere plaats voor mijn lessen hebben gekozen. Ik zal je alles +vertellen noodig om je te doen begrijpen in welk gevaar wij verkeeren. + +Toen ik in dienst van den dokter trad, ongeveer een jaar geleden, +zeide hij mij eens 's morgens na mij bij zijn vrouw te hebben gebracht: +"Marcos, dit is je meesteres; deze dame moet je overal vergezellen." Ik +bewonderde dona Mergelina; ik vond haar wondermooi, als om te +schilderen en ik werd bijzonder bekoord door hare houding. "Mijnheer," +antwoordde ik den dokter, "ik ben al te gelukkig zulk een bekoorlijke +dame te dienen." Mijn antwoord mishaagde aan Mergelina, die op bruusken +toon zeide: "Kijk me eens aan, die emancipeert zich ook al! Ik houd +er niet van, dat men mij liefheidjes zegt". Deze woorden verrasten +mij zeer uit zulk een schoonen mond; ik kon zulk een grove manier +van spreken niet overeen brengen met de bekoring, die over de geheele +persoon mijner meesteres lag. Haar echtgenoot was daaraan gewend en +daar hij zich gevleid voelde een echtgenoote te hebben met zulk een +zeldzaam karakter, zeide hij mij: "Marcos mijn vrouw is een wonder +van deugd." Toen hij zag dat zij haar mantel omdeed om de mis te gaan +hooren, zeide hij mij haar naar de kerk te vergezellen. Nauwelijks +waren wij op straat, of wij ontmoetten menschen, die, getroffen +door haar schoon voorkomen, haar in het voorbijgaan vleiende woorden +zeiden. Zij beantwoordde hen; maar ge kunt u niet voorstellen hoe dwaas +en belachelijk haar antwoorden waren. Zij waren er verwonderd over en +konden niet begrijpen dat er ter wereld een vrouw was, die het kwalijk +nam als men haar prees. "Mevrouw," zei ik eerst, "let niet op wat +men u zegt; het is beter te zwijgen dan zoo scherp te zijn." "Neen," +hernam zij, "ik zal de onbeschaamden wel leeren dat ik een vrouw ben, +die men niet oneerbiedig heeft te behandelen." Ten slotte ontsnapten +haar zooveel onbeschoftheden, dat ik niet nalaten kon te zeggen hoe +ik daarover dacht, op gevaar af haar te mishagen. Ik zeide haar zoo +omzichtig mogelijk dat zij onrecht deed aan haar natuur en duizend +goede eigenschappen bedierf door haar prikkelbaar humeur; dat een +zachte en beleefde vrouw zonder schoonheid bemind wordt, terwijl +een schoone vrouw, zonder zachtheid en beleefdheid, een voorwerp +van verachting werd. Hierbij voegde ik nog tal van opmerkingen, die +ten doel hadden haar gewoonten te verbeteren. Na zoo gemoraliseerd +te hebben, was ik bang, dat mijn vrijmoedigheid den toorn van mijn +meesteres zou hebben opgewekt; zij stelde zich echter tevreden met +mijne raadgevingen nutteloos te maken, evenals al wat mij inviel +haar volgende dagen te zeggen. Ik werd er moede van haar vergeefs +tegen hare gebreken te waarschuwen en liet haar over aan haar barschen +aard. Zoudt ge echter gelooven dat die opvliegende geest, die trotsche +vrouw sinds twee maanden geheel veranderd is; zij is tegen iedereen +beleefd en heeft zeer aangename manieren aangenomen. Het is niet meer +dezelfde Mergelina, die slechts dwaasheden zei tegen de mannen, die +haar verliefd aanspraken; zij is gevoelig geworden voor den lof dien +men haar geeft; zij heeft graag dat men zegt hoe mooi zij is, dat geen +man haar ongestraft kan zien; de vleierijen doen haar genoegen, zij is +thans gelijk andere vrouwen. Die verandering is nauwelijks te bemerken +en wat u nog meer verwonderen zal, is, dat gij de verwekker van dat +groote wonder zijt. Ja, mijn waarde Diego," vervolgde de stalmeester, +"jij hebt dona Mergelina zoo gemetamorfoseerd; jij hebt een schaap +van die tijgerin gemaakt en in één woord: jij hebt hare aandacht +getrokken. Meer dan eens heb ik dat opgemerkt en ik moet de vrouwen +al zeer slecht kennen als zij niet een zeer hevige liefde voor je +heeft opgevat. Dit, mijn zoon, is de treurige tijding die ik je had +aan te kondigen en de lastige positie waarin we ons bevinden." + +"Ik zie niet in, dat we ons daar zoo over hebben te bedroeven," +zeide ik tot den grijsaard, "noch dat het voor mij een ongeluk zou +zijn door een lieve dame te worden bemind."--"Ach, Diego," hernam +hij, "je spreekt als een jongeling; gij ziet slechts het aas, ge +let niet op den angel; gij hebt slechts oog voor het genot en ik +zie de onaangenaamheden, die het volgen. Alles barst ten laatste; +als gij voortgaat aan onze deur te komen zingen, dan zult gij den +hartstocht van Mergelina irriteeren, die misschien, alle terughouding +verliezende, haar zwakheid aan dokter Oloroso zal bekennen, en deze +echtgenoot, die altijd zoo welwillend is omdat hij meent geen reden +tot jaloerschheid te hebben, zal woedend worden, zich op haar wreken +en u en mij een kwaden poets bakken."--"Welnu, heer Marcos," hernam ik, +"ik verlaat mij op uw raad. Zeg mij welke gedragslijn ik moet volgen om +elk onheil te voorkomen."--"Wij behoeven slechts geen concerten meer +te houden," antwoordde hij. "Verschijn niet meer voor mijn meesteres, +als zij u niet meer ziet, zal haar rust terug komen. Blijf bij uw +meester, ik zal u komen opzoeken en wij kunnen dan zonder gevaar +guitaar spelen." Ik stemde toe en nam mij voor mij niet meer buiten +den winkel te laten zien, omdat ik zulk een gevaarlijk mensch was. + +De goede Marcos merkte echter een paar dagen later, dat met al zijn +voorzichtigheid, zijn middel inplaats van dona Mergelina's vuur uit +te dooven, een geheel tegenovergestelde uitwerking had. Toen zij mij +niet meer hoorde zingen, vroeg zij al den tweeden avond waarom wij onze +concerten niet vervolgden en waarom ik niet meer kwam. Hij antwoordde, +dat ik het zoo druk had dat ik geen oogenblik vrijen tijd had. Na drie +dagen verloor zij echter haar geduld en zeide tot den stalmeester: +"Je bedriegt mij, Marcos; Diego heeft niet zonder reden opgehouden +hier te komen. Daar schuilt iets achter, dat ik weten wil. Spreek, +ik beveel het u; verberg mij niets."--"Mevrouw," antwoordde hij, +"het is hem dikwijls gebeurd, dat hij na onze concerten de tafel +bij hem leeg vond; hij wil er zich niet meer aan blootstellen zonder +avondeten naar bed te moeten gaan,"--"Hoe, zonder avondmaal!" riep +zij verdrietig uit; "waarom hebt ge me dat niet eerder gezegd? Zonder +eten naar bed, och, arm kind! Ga direct naar hem toe en zeg hem van +hedenavond af terug te komen; hij zal niet meer zonder eten weggaan; +er zal altijd wat voor hem zijn," + +"Wat hoor ik?" zeide de stalmeester, veinzende verbaasd te zijn over +haar order, "hemel, welk een verandering! Zijt gij het wel, mevrouw, +die zulk een taal spreekt? Sedert wanneer zijt gij zoo barmhartig +en gevoelig?" "Sedert gij hier in huis woont," hernam zij bruusk, +"of liever sedert gij mijn minachtende manieren veroordeelt en +gij getracht hebt mijn wijze van doen te verzachten. Maar helaas," +voegde zij er bewogen aan toe, "ik ben van het eene uiterste in het +andere vervallen; van hard en ongevoelig ben ik al te zachtzinnig +en teeder geworden. Ik houd van uw jongen vriend Diego zonder dat +ik mij er tegen verzetten kan en zijn afwezigheid, verre van mijne +liefde te verzachten, schijnt ze feller te doen branden." "Moet ik +begrijpen," hernam de grijsaard, "dat die jongeling, die noch schoon, +noch welgemaakt is, het voorwerp van zoo 'n sterken hartstocht is? Ik +zou uwe gevoelens verontschuldigen, als zij u waren ingeboezemd door +een ridder van schitterende verdienste...." "Ach, Marcos, ik gelijk +dus niet op de andere leden van mijn sexe; of wel, ge kent ze weinig +ondanks uw lange ondervinding, als gij gelooft dat de verdienste een +keuze bepaalt. Naar mij zelf te oordeelen, geeft men zich zonder +overweging over. De liefde is eene afwijking van het verstand, +die ons naar een voorwerp toetrekt en tegen onzen wil ons daaraan +vastbindt; het is een ziekte die ons overvalt als de hondsdolheid, +houd mij dus niet langer voor, dat Diego mijn teederheid niet waard is; +het is voldoende, dat ik hem liefheb om duizend schoone eigenschappen +in hem te vinden, die gij niet opmerkt en die hij misschien ook niet +bezit. Hij lijkt mij om te stelen, en is schooner dan de dag."--"Maar +mevrouw," hernam Marcos, "denkt gij er wel aan wat Diego is? Zijn +geringe afkomst...."--"Ik ben niet veel meer dan hij," zeide zij nog, +"en zelfs als ik een voorname vrouw was, zou ik daar niet op letten." + +Toen de stalmeester oordeelde, dat hij niets kon winnen door op haar +verstand te werken, gaf hij het op er zich tegen in te zetten en zocht +mij op, nam mij terzijde en na mij alles verteld te hebben wat er was +voorgevallen, zeide hij: "Gij ziet, Diego, dat wij onze concerten +bij de deur van Mergelina niet meer kunnen nalaten. Die dame moet +u noodzakelijk weerzien, mijn vriend, anders zou zij een dwaasheid +begaan, die meer dan iets anders haar goeden naam zou schaden." Ik +wilde niet wreed zijn en zeide Marcos dat ik tegen het einde van den +dag met mijn guitaar zou komen; hij kon dan dit aangename nieuws +zijn meesteres overbrengen. Dit liet hij niet na en het was voor +deze hartstochtelijke minnares een groote bekoring te vernemen, +dat zij dien avond het genot zou hebben mij te zien en te hooren. + +Weinig scheelde het echter, of een onaangenaam voorval had deze hoop +vernietigd. Ik kon eerst laat heengaan en tot mijn straf was de avond +erg donker. Toen ik halverwege der straat was, ledigde men boven +mijn hoofd een wierookvat, dat geenszins de zinnen streelde. Ik kan +zeggen dat ik er niets bij verloor, zoo goed was ik gekleed. In dien +toestand wist ik niet wat te doen: terugkeeren was mij blootstellen +aan de spotternij van mijn makkers en in dien staat naar Mergelina te +gaan, leek mij ook niet bijster. Ik besloot toch maar naar het huis +van den dokter te gaan. Aan de deur vond ik den ouden stalmeester. Ik +zeide hem dat ik eerst mijn kleeren moest schoonmaken en vertelde hem +wat mij overkomen was, waarop hij mij in een kamer liet, waar zijn +meesteres was. Toen deze mijn avontuur vernomen had en mij zag zooals +ik was, beklaagde zij mij alsof de grootste ongelukken mij overkomen +waren; vervolgens bedacht zij den man, die mij dat bezorgd had, en +overlaadde hem met duizend verwenschingen. "Mevrouw," zeide Marcos, +"matig uwe vervoering; bedenk dat het zuiver toeval is."--"Waarom +riep zij uit, "wilt gij niet dat ik hevig de beleediging voel, die +men dat arme lam, die duif zonder wrok, heeft aangedaan, die zich +niet eens beklaagt? Ach, was ik maar een man om hem te kunnen wreken!" + +Zij zei nog tal van andere dingen, die duidelijk haar overdreven liefde +deden uitkomen, want terwijl Marcos bezig was mij met een zakdoek af te +vegen, haalde zij een doos met allerlei parfums. Zij parfumeerde mijn +kleeren en toen dit afgeloopen was, ging deze lieftallige vrouw zelf +uit de keuken brood, wijn en vleesch halen, dat zij voor mij terzijde +had gelegd. Zij noodzaakte mij te eten en toen ik gesoupeerd had, +begonnen wij een concert, dat Mergelina zeer bekoorde. Het is waar dat +wij steeds trachtten liederen te zingen, die haar liefde vleiden en +onder het zingen keek ik haar telkens tersluiks aan, om het vuur aan +te wakkeren, want ik begon pleizier te krijgen in het spel. Hoewel +het concert reeds lang duurde, liet zij ons telkens herhalen en zij +zou ons graag den geheelen nacht hebben aangehoord als de stalmeester +haar niet tien malen gezegd had, dat het al laat was. Als wijs en +verstandig man, ziende hoe hevig haar dwaze hartstocht was, vreesde +hij, dat er wat gebeuren zou. Zijn vrees werd spoedig bewaarheid; +hetzij dat de dokter eene geheime intrige vermoedde, hetzij, dat de +demon der jalouzie hem begon te kwellen, hij maakte aanmerking op +onze concerten; hij deed meer: hij verbood ze als heer en meester en +zonder redenen op te geven, zeide hij, niet meer te dulden, dat men +vreemden in zijn huis ontving. Hoewel dit besluit mij erg hinderde, +daar het al de kasteelen, die ik mij al gebouwd had, wegvaagde, nam ik +het toch geduldig op. Niet alzoo Mergelina, hare gevoelens werden er +nog heviger door. "Waarde Marcos," zeide zij, "alleen van u verwacht +ik hulp. Ik bid je, zorg, dat ik Diego in het geheim kan zien."--"Wat +vraagt gij mij?" antwoordde de grijsaard vertoornd. "Ik ben reeds al +te inschikkelijk voor u geweest. Ik ben niet van plan om mijn meester +te helpen onteeren door te voldoen aan uw onverstandige neigingen, +noch om u te helpen uw goeden naam te verliezen, noch mijzelven met +schande te beladen, ik ben altijd een dienaar geweest, wien niets te +verwijten viel. Liever ga ik heen dan hier op zulk een schandelijke +manier te dienen."--"Ach Marcus," viel zij hem verschrikt in de rede, +"gij doorboort mijn hart als gij spreekt van heengaan. Wreedaard, +gij denkt er aan mij te verlaten, na mij te hebben gebracht in den +toestand van thans? Geef mij dan eerst mijn hoogmoed terug en dien +trotschen aard, dien ge mij ontnomen hebt. Waarom heb ik die gelukkige +gebreken niet meer! dan zou ik nu kalm zijn, inplaats daarvan hebben +uwe indiscrete verwijten mij mijn rust ontnomen. Gij hebt mijn zonden +verergerd door ze te willen verbeteren. Maar, ongelukkige die ik ben, +wat zeg ik? Neen, mijn ouden vriend, gij zijt niet de oorzaak van mijn +ongeluk, het is mijn slecht gesternte! Helaas, de hartstocht benevelt +mijn geest en als mijn leven u lief is, weiger mij dan uw hulp niet." + +Zij bracht haar zakdoek voor het gelaat en liet zich op een stoel +vallen als iemand die bezwijkt van droefenis. Aan zulk een treffend +schouwspel kon de goede Marcos geen weerstand bieden, hij mengde +zelfs zijn tranen met die van zijn meesteres en zeide verteederd: +"Ach mevrouw, wat zijt gij verleidelijk! Uwe droefheid kan ik geen +weerstand bieden, zij heeft mijn deugd overwonnen. Ik beloof u te +helpen." Ondanks zijn voorbeeldig gedrag wijdde de stalmeester zich +dus toch zeer vlijtig aan den hartstocht van Mergelina. Hij deed +al mijn hoop herleven en had reeds een geheim onderhoud bedacht, +toen twee uur later een van onze klanten, een apothekersleerling, +binnen kwam om zich te laten scheren. Terwijl ik mij daarvoor gereed +maakte, zeide hij: "Diego, hoe staat het met uw vriend, den ouden +Marcos de Obregon? Weet gij dat hij bij dokter Olonoso vandaan +gaat?" Ik antwoordde van neen, "Het is een feit," hernam hij, +"hij krijgt vandaag zijn congé. Zijn meester en de mijne hebben +er zooeven over gesproken. "Mijnheer Apuntador," zeide de dokter, +"ik heb u iets te verzoeken; ik ben niet erg tevreden over mijn ouden +stalmeester en ik zou mijn vrouw wel onder de leiding willen stellen +van een trouwen, strengen en waakzamen dienaar."--"Ik begrijp u," +zei mijn meester, "Gij hebt juffrouw Melancia noodig, die gouvernante +bij mijn vrouw is geweest en die de zes weken dat ik weduwnaar ben, +nog bij mij woont. Hoewel ze mij van veel nut is voor het huishouden, +sta ik u haar af, omdat ik bijzonder belang stel in uw eer. Gij kunt +gerust zijn: zij is de paarl der duenna's, een ware dragonder om de +kuischheid harer sexe te bewaken. Gedurende de twaalf jaren dat zij +bij mijn vrouw is geweest die, zooals gij weet, jong en mooi was, heb +ik zelfs niet de schaduw van een minnaar in mijn huis gezien. Goddank, +er was met haar niet te spelen. Laat ik u zeggen, dat mijn vrouw in +den beginne erg veel lust in coquetteeren had; maar juffrouw Melancia +heeft dat er spoedig uitgekregen en haar zoo deugdzaam gemaakt als +iets. Het is in één woord een schat van een gouvernante." Toen zijn +mijnheer Apuntador en de dokter overeengekomen, dat de duenna van +vandaag af de plaats van den ouden stalmeester zou innemen." + +Deze tijding bedierf de genoeglijke gedachten, die weder bij mij +waren opgekomen en Marcos kwam na den eten het bericht van den +apothekersjongen bevestigen. + +"Mijn waarde Diégo," zeide de goede man, "ik ben blij, dat dokter +Oloroso mij weggejaagd heeft; hij bespaar mij veel moeite. Wat een +last zou het gegeven hebben u in het geheim met Mergelina te doen +samenkomen; den hemel zij dank ben ik daarvan nu ontslagen en van de +gevaren, die daaraan verbonden waren. En jij moet je ook maar troosten, +mijn jongen, over het verlies van enkele zoete oogenblikken, die door +duizenderlei verdriet konden worden gevolgd." Ik moet bekennen, dat +ik niet behoor tot die vasthoudende minnaars, die zich tegen alles +verzetten en het karakter van de duenna scheen wel in staat alle +galanten te doen wanhopen. Twee of drie dagen later echter bleek +mij, dat de vrouw van den dokter, die Argos in slaap had gewiegd +of haar getrouwheid had omgekocht. Toen ik een van onze buren ging +scheren, hield een oude vrouw mij op straat staande en vroeg of +ik Diégo de la Fuente heette. Ik antwoordde "ja". Kom dan vannacht +aan de deur van dona Mergelina en als gij tot teeken gemiauwd hebt, +zal men u binnenlaten. Uw dienaar, mijnheer Diégo, dat de hemel u +behoede! Wat zijt gij bekoorlijk! Heilige Agnes, ik wou dat ik nog +vijftien jaar was, dan zou ik u niet opzoeken voor anderen!" Bij die +woorden verwijderde de oude zich. + +Gij kunt u verbeelden hoe deze boodschap mij opwond. Weg was alle +moraal van Marcos. Met ongeduld wachtte ik den nacht af en toen +ik oordeelde dat dokter Oloroso sliep, ging ik naar haar deur. Daar +begon ik zoo hard te miauwen, dat men mij al van verre kon hooren. Een +oogenblik later deed Mergelina zelf zachtjes de deur open en sloot +hem dadelijk achter mij. Wij traden binnen en gingen naast elkander +zitten. Beiden waren wij zeer bewogen; met dit verschil dat hare +ontroering veroorzaakt werd door genot alleen, en dat er bij mij +wel wat angst bijkwam. Mijne dame verzekerde mij, dat wij niets +van haar man te vreezen hadden; ik voelde een rilling mijn vreugd +verstoren. "Mevrouw", vroeg ik, "hoe hebt ge de waakzaamheid van +uwe gouvernante kunnen verschalken? Dona Mergelina glimlachte en +antwoordde: "Als ik u alles verteld heb, wat er tusschen mij en haar +is voorgevallen, zal u dit geheim onderhoud niet meer verbazen. Toen +zij hier in huis kwam, gaf mijn man haar duizend vleierijen en zeide +mij: "Mergelina, ik laat u over aan de zorg van deze dame, die een +parel van alle deugden is; zij is een spiegel, dien gij onophoudelijk +voor u hebt om verstandig te worden. Deze bewonderenswaardige vrouw +is twaalf jaar lang de gouvernante geweest bij de vrouw van een van +mijn vrienden en zij heeft van haar een soort heilige gemaakt." + +Deze lof, welke het strenge gelaat van juffrouw Melancia niet +logenstrafte, kostte mij veel tranen en maakte mij wanhopig. Ik +stelde mij voor al de lessen die ik van den morgen tot den avond +zou moeten aanhooren en ik verwachtte dat ik de ongelukkigste vrouw +van de wereld zou worden. Niets ontziende in de verwachting van +mijn ongeluk, zeide ik woedend tegen de duenna, zoodra ik met haar +alleen was: "gij wilt mij zeker doen lijden, maar ik waarschuw u +dat ik niet veel geduld heb. Van mijn kant zal ik u alle mogelijke +vernederingen bezorgen. In mijn hart leeft een hartstocht, dien al +uwe vermaningen niet zullen kunnen uitroeien, gij kunt daarnaar uwe +maatregelen nemen. Al verdubbelt gij ook uwe waakzaamheid, dan zal +ik die toch weten te bedriegen." Bij deze woorden (ik verwachtte, +dat zij mij dadelijk als proef den mantel duchtig zou gaan uitgeven) +vertoonde de duenna een heel ander gelaat en zeide lachend: "U hebt een +goed humeur en uwe openhartigheid lokt de mijne uit. Ik zie dat wij +voor elkander gemaakt zijn; schoone Mergelina, gij kent mij slecht, +als gij mij beoordeelt naar het goeds, dat de dokter van mij gezegd +heeft! Ik ben niets minder dan een vijand van het genot en ik dien +slechts de jaloezie van de echtgenooten om hunne lieftallige vrouwen +te helpen. Reeds lang bezit ik de kunst mij anders voor te doen dan ik +ben en ik kan zeggen, dat ik dubbel gelukkig ben omdat ik het genoegen +der ondeugd verblind aan den goeden naam, dien de deugd geeft. Onder +ons gezegd, is de heele wereld deugdzaam op die manier. Het kost veel +te veel om tot in den grond de deugd te beoefenen, men stelt zich +dus tevreden met den schijn ervan. Laat mij maar voor u zorgen, wij +zullen dien ouden dokter wel tevreden stellen. Op mijn woord, hij zal +hetzelfde lot hebben als mijnheer Apuntador. Arme Apuntador! wat een +streken hebben we hem geleverd, zijn vrouw en ik! Dat arme levendige +schepseltje, de hemel geve haar vrede! Ik beloof u, dat ze haar jeugd +goed doorgebracht heeft. Ik weet niet hoeveel minnaars zij wel heeft +gehad, die ik haar alle geleverd heb, zonder dat haar man er ooit +iets van heeft gemerkt. Beschouw me dus wat gunstiger, mevrouw, en +wees overtuigd, dat welk talent de oude stalmeester ook had, u toch +niets bij den ruil zult verliezen. Ik zal u misschien nog meer van +dienst zijn dan hij." + +"Ge kunt denken, Diego," vervolgde Mergelina, "hoe dankbaar ik de +duenna was, dat zij zich zoo openhartig deed leeren kennen. Ik dacht, +dat zij de gepersonifieerde deugd was. Hoe slecht beoordeelt men soms +de vrouwen! Ik omhelsde haar hartelijk en bekende haar toen geheel +mijne gevoelens en verzocht haar mij zoo spoedig mogelijk een onderhoud +met je te verschaffen. Maar wat nog leuker is," voegde zij er lachend +bij, "is dat Melancia, toen ik haar zeide, dat mijn echtgenoot gewoon +was den geheelen nacht zeer rustig te slapen, bij hem in bed is gaan +liggen en nu mijn plaats inneemt. "Des te erger, mevrouw," zeide ik +toen tot Mergelina, "uw man kan best wakker worden en de verwisseling +bemerken." "Dat zal hij niet," viel zij mij gehaast in de rede, "wees +daarover gerust en laat geen enkele ongegronde vrees u het genoegen +vergallen alleen te zijn met een jonge vrouw die u goed gezind is." + +Toen de vrouw van den dokter zag, dat ik toch nog niet op mijn gemak +was, liet zij niet na wat naar zij meende mij gerust kon stellen en +zij deed dit op zooveel manieren dat zij ook daar in slaagde. Ik +dacht er slechts aan van de gelegenheid gebruik te maken, maar in +den tijd die Cupido, God van lach en spel, ons geluk wilde laten, +hoorden wij ruw op de straatdeur kloppen. Dadelijk vlogen de Liefde +en haar gevolg weg. Mergelina verborg mij onder een tafel, blies +de lamp uit en begaf zich naar de deur van de kamer van haar man, +gelijk zij met hare gouvernante overeengekomen was als er iets zou +gebeuren. Ondertusschen duurde het geklop voort en weerklonk door het +geheele huis. De dokter werd wakker en wekte Melancia. De duenna sprong +uit bed, hoewel de dokter die haar voor zijn vrouw hield, haar zeide +niet op te staan; zij voegde zich bij haar meesteres, die toen ook +Melancia riep te gaan zien wie aan de deur klopte. "Mevrouw," hernam +de gouvernante, "hier ben ik al, ga als het u belieft weer naar bed, +ik zal zien wat dat is. "Mergalina ging toen bij den dokter in bed, +die niet in het minst vermoedde dat men hem bedroog. Het is waar dat +deze scène in het donker werd afgespeeld door twee actrices, waarvan +de eene volleerd was en de andere veel neiging had het te worden. De +duenna kwam spoedig terug en zeide: "Mijnheer de dokter, wees zoo goed +op te staan. Onze buurman, de boekhandelaar Fernandez, heeft een toeval +gekregen, men roept u voor hem." De dokter kleedde zich zoo spoedig +mogelijk aan en ging heen. Zijn vrouw, gekleed in een kamerjapon, en +de duenna kwamen toen in de kamer waar ik was. Meer dood dan levend +haalden zij mij onder de tafel vandaan. "Gij hebt niets te vreezen, +Diego," zeide Mergelina, "wees kalm!" In enkele woorden vertelde ze +wat er gebeurd was en wilde toen ons afgebroken gesprek hervatten; +maar de gouvernante verzette zich daartegen. "Mevrouw", zeide zij +"uw echtgenoot vindt den boekhandelaar misschien al dood en zal direct +terugkomen. Bovendien," voegde zij er bij mij ziende beven van vrees, +"wat wilt gij met dien armen jongen doen? hij is tot niets in staat, +het is beter tot morgen te wachten." Dona Mergelina stemde er slechts +noode in toe, zoo beminde zij het heden, en ik geloof dat het haar +tamelijk speet haar dokter niet den nieuwen hoorn te hebben kunnen +opzetten, dien zij voor hem bestemd had. + +Minder bedroefd de kostbare gunsten der liefde te hebben gemist, dan +wel in mijn nopjes buiten gevaar te zijn, keerde ik naar mijn meester +terug, waar ik de rest van den nacht doorbracht met mijn avontuur te +overdenken. Ik was eenigen tijd in tweestrijd, of ik er den volgenden +dag heen zou gaan, maar het scheen me erg dwaas toe te blijven +steken, nu ik eenmaal zoo goed op weg was. Ik stelde mij Mergelina +voor met nieuwe bekoorlijkheden in het toppunt van genot dat mij +wachtte. Ik besloot door te zetten en mij voornemend fermer te zijn, +ging ik er den volgenden avond weer heen. De lucht was erg donker, +geen ster was te zien. Ik miauwde twee of driemaal om te waarschuwen, +dat ik in de straat was en toen niemand kwam opendoen, ging ik alle +verschillende kattenmiauwsels nadoen, die een herder uit Almédo mij +geleerd had; en zoo goed deed ik dit, dat een buurman die thuiskwam, +in de waan, dat ik een der dieren was, wier gemiauw ik nabootste, +een steen opraapte en die met alle kracht naar mij wierp. Ik kreeg +den steen op mijn hoofd en was er een oogenblik zoo verdoofd van, dat +ik meende neer te vallen. Ik voelde dat ik gewond was. Meer was er +niet noodig om mij den lust in galante avonturen te doen verliezen; +en met mijn bloed mijn liefde verliezende, snelde ik naar huis, waar +ik alles op stelten zette. Mijn meester verbond den wond, en vond +haar nog al gevaarlijk. Hij had nochtans geen slechte gevolgen en +na drie weken was er niets meer van te zien. Al dien tijd hoorde ik +niet over Mergelina praten. Ik geloof dat juffrouw Melancia om haar +van mij afkeerig te maken, haar een goeden kennis bezorgd had. Maar +daar bekommerde ik mij nauwelijks om, daar ik uit Madrid vertrok om +mijn reis door Spanje te vervolgen, nog voor ik geheel genezen was. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII + +De ontmoeting van Gil Blas en zijn metgezel met een man die stukjes +brood in een beek doopte en wat zij met hem bespraken. + + +Diego de la Fuente vertelde mij nog meer avonturen die hem sedert +overkomen waren, maar daar zij mij niet waard schijnen te vertellen, +ga ik ze stilzwijgend voorbij. Wij kwamen spoedig in het dorpje Porte +de Duero en bleven daar het overige van den dag. Wij lieten ons daar +in de herberg een lekkere koolsoep en gebraden haas klaar maken. Den +volgenden morgen vertrokken wij met den dageraad na eerst onze lederen +zak met tamelijk goeden wijn gevuld te hebben; bovendien namen wij wat +brood mede en den halven haas die den vorigen avond was overgebleven. + +Toen wij ongeveer twee mijlen geloopen hadden, kregen wij honger, daar +wij op twee honderd pas van den grooten weg af verscheidene groote +boomen zagen die rijkelijk schaduw gaven, hielden wij daar stil. Wij +ontmoeten er een jongen man van ongeveer zeven en twintig jaar, die +bezig was korsten brood in een beek te weeken. Naast hem lag een lang +rapier en een knapzak, die hij van zijn schouders had geworpen. Hij zag +er armoedig gekleed uit doch overigens had hij een flinke gestalte, en +hij was tamelijk knap van uiterlijk. Wij naderden hem zeer beleefd en +hij groette ons evenzoo terug. Vervolgens bood hij ons van zijn korsten +aan en vroeg ons lachende of wij van de partij wilden zijn. Wij zeiden +ja, mits wij ter aanvulling, ons ontbijt mochten toevoegen. Hij stemde +hierin gaarne toe en wij haalden terstond onzen voorraad voor den dag, +wat den onbekende naar 't scheen nog al beviel. "Mijne heeren," riep +hij uit, "gij zijt goed van mondvoorraad voorzien. Zooals ik zie zijt +gij vooruitziende lieden; wat mij betreft, ik reis niet met zooveel +voorzorgen, maar laat heel veel aan het toeval over. En toch kan ik +zonder bluf zeggen, dat ik soms een zeer gewichtig persoontje ben, +al treft ge me hier onder slechte omstandigheden. Weet gij wel dat +ik meestal behandeld word als een prins en dat ik er een lijfwacht +op nahoudt?--"O, ik begrijp u al," zei Diego (dit is de naam van den +barbiersjongen) "gij wilt daarmee zeggen dat gij tooneelspeler zijt." + +--"Gij hebt het geraden," antwoordde de ander, "ik speel al minstens +vijftien jaar komedie. Toen ik nog een kind was speelde ik al +lichte rolletjes."--"Om je de waarheid te zeggen," antwoordde de +barbiersjongen het hoofd schuddende, "ik heb moeite je te gelooven. Ik +ken de komedianten; die heertjes reizen niet te voet en voeden +zich niet zoo sober."--"Gij moogt van mij denken wat gij wilt, +antwoordde de acteur; ik aarzel niet de eerste rollen te spelen, +voornamelijk verliefde rollen." "Als dat zoo is," zei mijn kameraad, +"dan wensch ik er u geluk mede en ben blij, dat mijnheer Gil Blas en +ik het genoegen smaken met zulk een gewichtig persoon te ontbijten." + +We begonnen nu onze korsten op te knabbelen met de kostbare +overblijfselen van den haas, terwijl wij onzen wijnzak zoodanig +aanspraken, dat hij spoedig leeg was. Wij waren alle drie zoo verdiept, +zoodanig, dat wij al dien tijd bijna geen woord spraken. Na den +maaltijd echter hervatten wij ons gesprek. "Ik ben verbaasd," zei de +barbier tot den tooneelspeler, "dat men u zoo weinig uw beroep aanziet, +want voor een tooneelheld ziet ge er erg sjovel uit. Ik hoop niet dat +gij mijn openhartigheid kwalijk zult nemen." "Openhartigheid," riep de +acteur uit, "neen, dan kent gij Melchior Zapata al zeer slecht. Goddank +ben ik niet gauw op mijn teentjes getrapt. Gij doet mij groot pleizier +zoo openhartig te spreken, want ook ik houd er van alles te zeggen, +wat mij op het hart ligt. Ik beken u dan ook ronduit, dat ik niet +rijk ben. Kijk," zei hij terwijl hij ons liet zien dat zijn jas van +binnen gevoerd was met aanplakbiljetten, "dat is mijn gewone voering +die ik altijd gebruik en als je mijn garderobe soms zien wil, dan zal +ik je nieuwsgierigheid tevreden stellen." Tegelijkertijd haalde hij +uit zijn knapzak een jas bedekt met oud passement van namaakzilver, +een oude helm met versleten veeren, zijden kousen vol gaten en +erg versleten rood marokijnen schoenen. "Zooals ge ziet," zei hij, +"heb ik veel overeenkomst met een bedelaar." "Dat verbaast mij," +antwoordde Diego, "hebt ge dan geen vrouw of dochter?" "Ik heb een +mooie vrouw," antwoordde Zapata, "en ik ben er nog niet veel beter +op geworden. Denk eens aan wat een pechvogel ik ben! Ik trouw een +lieve actrice, hopende dat zij mij niet zal laten omkomen van honger, +maar zij is zoo deugdzaam, dat zij zich niet laat omkoopen. Wie ter +wereld zou niet evenzoo er in geloopen zijn als ik? Daar heb je nu +een heel enkele brave actrice onder de reizende comedianten en die +moet ik nu juist treffen." "Ja dat is zeker pech hebben," antwoordde +de barbier. "Maar waarom neem je dan geen actrice van den grooten +tooneelspelerstroep te Madrid, dan zou je zeker zijn geweest van je +zaak." "Dat ben ik geheel met je eens," antwoordde de komediant, "maar +'t is voor den duivel niet gemakkelijk voor een reizend tooneelspeler +relaties aan te knoopen met zulke eerste sterren. Dat is iets voor +een tooneelspeler van den koninklijken troep en er zijn er onder hen +ook nog, die genoodzaakt zijn een keus te doen in de stad. Gelukkig +is deze nog al ruim voorzien van jonge schoonen en men ontmoet er +soms onder, die meer waard zijn dan die theaterprinsessen." + +"En hebt ge er nooit over gedacht u bij dien troep in te werken?" vroeg +mijn metgezel. "Moet men zulke buitengewone verdiensten hebben?" "Neen +maar, nu nog mooier, gij neemt geloof ik een loopje met mij," +antwoordde Melchior. "Meer dan de helft van die lieden verdienen +nog met een knapzak op hun rug te loopen, maar niettegenstaande dat, +is het uiterst moeilijk door hen opgenomen te worden. Men heeft òf +geld noodig, òf vermogende vrienden, die het tekort van je talent +aanvullen. En geloof mij gerust, want ik kan het zeker weten, daar ik +pas in Madrid gedebuteerd heb en waar ik uitgefloten ben van heb ik +jou daar. En aangezien ik door mijn spel niet kon voldoen en er geen +kans toe zag mij er bij die kliek in te werken, ten spijt van hen die +mij hebben uitgefloten, ga ik maar weer doodkalm terug naar Zanora, +Ik ga nu terug naar mijn vrouw en mijn kameraden, die er ook al geen +schitterende zaken doen. Wij zullen dus maar eens uitkijken en naar +een andere stad trekken, zooals dat al zoo vaak gebeurd is." + +Bij deze woorden stond de dramaticus op, nam zijn knapzak en zijn +rapier en zei op ernstigen toon: "Tot weerziens, mijne heeren, mogen +de goden hun gunsten over u uitstorten." "En moogt gij," antwoordde +Diego op denzelfden ernstigen toon, "uw vrouw geheel veranderd te +Zanora terugvinden en moogt ge haar in weelderige omstandigheden +terugzien!" Zoodra Zapata zijn hielen gelicht had, begon hij te +gesticuleeren en te declameeren terwijl hij voortliep. Toen we dat +zagen, begonnen de barbier en ik te fluiten om hem zijn debuut in +herinnering te brengen. Ons gefluit trof zijn ooren en hij verbeeldde +zich het gefluit te Madrid weer te hooren. Hij keek om en ziende dat +wij ons te zijnen koste vermaakten, werd hij in het geheel niet boos, +maar nam het vroolijk op en liep lachende verder. Van onzen kant namen +we nog een stevig glas wijn en begaven ons vervolgens verder op weg. + + + + + + + +HOOFDSTUK IX + +In welken toestand Diego zijne familie vond en na welke genietingen +Gil Blas en hij scheidden. + + +Dien dag gingen wij slapen tusschen Moyados en Valpuesta in een klein +dorpje, waar ik den naam van vergeten ben, en den volgenden morgen +kwamen wij tegen elf uur in de vlakte van Almedo aan. "Waarde heer Gil +Blas," zeide mijn metgezel, "dit is nu mijn geboorteplaats; ik kan het +niet aanschouwen zonder in vervoering te geraken, zoo natuurlijk is +het van zijn vaderland te houden." Toen wij wat dichter bij kwamen, +was er genoeg om ons mee bezig te houden. + +Op eenigen afstand van elkander waren drie groote vlaggen opgehangen +en dicht daarbij waren een aantal koks bezig een feest aan te +richten. Eenigen dekten lange tafels, opgericht onder tenten; +anderen vulden de kruiken. Er stonden braadpannen op het vuur +en elders draaide men braadspitten, waaraan alle soorten vleesch +hingen. Maar nog meer aandacht had ik voor een groot tooneel, dat +men had opgeslagen. Het was bekroond door een decoratie van carton, +beschilderd in verschillende kleuren en overdekt met latijnsche +en grieksche spreuken. Zoodra zag de barbier die opschriften niet +of hij zeide mij, dat al die grieksche woorden erg naar zijn oom +Thomas roken. "Ik wed dat hij er de hand in heeft," zeide hij, +"want onder ons gezegd is het een bekwaam man. Hij kent een aantal +leerboeken uit zijn hoofd. Het is om je geduld te verliezen, zooals +hij onophoudelijk heele bladzijden in het gesprek werpt. Bovendien +is hij een geleerd oudheidkenner. Zonder hem zouden wij niet weten +dat in Athene de kinderen huilden als men ze met de zweep sloeg; +wij danken deze ontdekking aan zijn diepgaande geleerdheid." + +De lust kwam bij ons op te weten waarvoor al die toebereidselen +werden gemaakt. Wij gingen informeeren, toen Diego in een sinjeur, +die de leiding van het feest scheen te hebben, zijn oom Thomas de +la Fuente herkende. De schoolmeester herkende den jongen barbier +eerst niet, zoo was hij in tien jaren veranderd. Daar hij dit toch +niet kon zeggen, omhelsde hij hem hartelijk en zei: "Wel Diego, +mijn waarde neef, ben je dus terug in de stad die je heeft zien +geboren worden? Je komt je huisgoden dus weer opzoeken en de hemel +heeft je veilig en wel naar je familie geleid. O, drie en vier +maal gelukkige! Er is veel nieuws, mijn vriend," vervolgde hij, +"uw oom Pedro, de litterator, is het slachtoffer van Pluto geworden, +drie weken geleden is hij gestorven; die gierigaard vreesde dat hem in +zijn leven het noodigste zou ontbreken, hij was zoo dol op het geld en +de liefde, dat hij er heelemaal van uitgedroogd is. Behalve de groote +jaargelden, die eenige grooten hem hadden vermaakt, gaf hij per jaar +geen tien pistolen uit; hij had zelfs een lakei, die niet in den kost +was, die dwaas stapelde al het goud en geld op, dat hij maar bijeen +kon rapen. En voor wie? Voor erfgenamen die hij niet zien wilde. Hij +was dertigduizend dukaten rijk, die je vader, je oom Bertrand en ik +hebben gedeeld. Mijn broer Nicolaas heeft al over uw zuster Theresa +beschikt; hij heeft haar uitgehuwelijkt aan den zoon van een van onze +alcades. En die bruiloft vieren wij al twee dagen lang. Wij hebben in +de vlakte die tenten opgericht en daar vervullen de drie erfgenamen +van Pedro elk op hun beurt een dag de rol van gastheer. Was je maar +eerder gekomen, dan zou je eens wat gezien hebben. + +Eergisteren, op den trouwdag, droeg je vader de kosten. Gisteren je +oom de kruidenier en vandaag is alles voor mijn rekening en ik zal +den burgers van Almedo een schouwspel van mijn vinding geven. Het +einde zal het werk bekronen. Ik heb een tooneel doen opslaan, waar +ik met Gods hulp door mijn leerlingen een door mij geschreven stuk +zal doen opvoeren, getiteld: "De geneugten van Mulay Bugentuf, koning +van Marocco". Het zal prachtig gespeeld worden. Het zijn kinderen uit +Penafiel en Segovia, die bij mij inwonen. Uitstekende acteurs! Over +het stuk wil ik niet spreken, dat moet een verrassing blijven." + +Toen hij deze woorden gesproken had, zagen wij uit het dorp een +grooten troep menschen komen. Het waren de jonggehuwden, vergezeld +van hunne bloedverwanten en vrienden en voorafgegaan door een +twaalftal muzikanten. Wij gingen hen tegemoet en Diego maakte zich +bekend. Vreugdekreten stegen uit hun gezelschap op en iedereen haastte +zich hem te begroeten. Zijn geheele familie en iedereen die aanwezig +was, overlaadde hem met omhelzingen, waarna zijn vader hem zeide: +"Wees welkom, Diego! Gij vindt uwe ouders wat dikker terug, mijn +jongen; meer zeg ik nu nog niet; onderdehand zal ik je alles wel +uitleggen." Ondertusschen begaf iedereen zich onder de tenten en nam +plaats om de gedekte tafels. Ik verliet mijn metgezel niet en wij +aten beiden aan tafel met de jonggehuwden. + +Na het feest toonden de gasten groot ongeduld om het stuk van den heer +Thomas te zien, daar zij er niet aan twijfelden of het product van +zulk een schoon genie verdiende te worden aangehoord. Wij gingen naar +het tooneel, waar men in groote stilte het begin afwachtte. De acteurs +verschenen en met het stuk in de hand zette de auteur zich tusschen +de coulissen om te souffleeren. Hij had ons terecht reeds gezegd, dat +het tragisch was, want in de eerste acte doodde de koning van Marokko, +bij wijze van tijdverdrijf, honderd moorsche slaven met pijlschoten; +in de tweede acte sloeg hij dertig portugeesche officieren, die een +van zijne kapiteins krijgsgevangen had gemaakt, het hoofd af en in +de derde eindelijk stak deze monarch, zat van zijn vrouwen, zelf +een afgelegen paleis in brand, waar deze waren opgesloten en deed +dit met haar in vlammen opgaan. De moorsche slaven en de portugeesche +officieren waren zeer kunstig van riet gemaakt en het paleis, in elkaar +gezet van carton, scheen omringd door een vuurwerk. Dit, begeleid +door duizend klaagkreten, die uit de vlammen schenen op te stijgen, +ontknoopte het stuk op een zeer vermakelijke manier. De geheele vlakte +weerklonk van de toejuichingen, welke die schoone tragedie ontving. + + + + + + + + +DERDE BOEK + + + + + + + + +HOOFDSTUK I + +De aankomst van Gil Blas te Madrid en het verhaal van zijn eersten +werkkring. + + +Ik bleef eenige dagen bij den jongen barbier. Vervolgens sloot ik mij +aan bij een koopman uit Ségovia, die met vier muilezels koopwaren naar +Valladolid had gebracht en nu na gedane zaken huiswaarts keerde. Wij +maakten onderweg kennis met elkaar en hij had zoo'n schik in mij, dat +hij mij met alle geweld bij zich te logeeren wilde houden toen wij te +Ségovia aankwamen. Ik bleef twee dagen zijn gast en toen ik mij gereed +maakte naar Madrid te vertrekken met een muilezeldrijver, belastte hij +mij met een brief, dien ik persoonlijk aan zijn adres moest bezorgen, +maar hij zeide niet dat het een aanbevelingsbrief was. Ik vergat niet +hem te brengen bij Signor Mathes Melendez, een lakenkoopman, die bij +de Zonnepoort woonde op den hoek van de Bahutierstraat. Nauwelijks +had hij kennis genomen van den inhoud of hij zeide zeer hoffelijk: +"Signor Gil Blas, mijn handelsvriend Pedro Palacio, schrijft mij +zooveel goeds van u en beveelt je zoo warm bij mij aan, dat ik niet +kan nalaten je een verblijf bij mij aan te bieden. Bovendien vraagt +hij mij om te zien naar een goede betrekking en gaarne voldoe ik aan +zijn verlangen. Ik geloof trouwens, dat het mij niet moeilijk zal +vallen je goed geplaatst te krijgen." Ik nam het aanbod van Melendez +met blijdschap aan, maar ik was hem niet lang tot overlast. Na een +week zei hij tot mij, dat hij over mij had gesproken met een van +zijn kennissen, die een kamerdienaar noodig had en dat die post +mij naar alle waarschijnlijkheid niet zou ontgaan. Juist kwam deze +binnen en Melendez zeide, mij aanwijzend: "Mijnheer, dit is de jonge +man waarvan ik u gesproken heb. Het is een eerlijke jongen van goede +zeden; ik sta voor hem in als voor mij zelven." De edelman keek mij +doordringend aan, zeide dat mijn gezicht hem beviel en dat hij mij in +zijn dienst nam. "Hij heeft mij slechts te volgen," voegde hij er bij, +"ik zal hem zeggen wat hij te doen heeft." Bij deze woorden zeide +hij den koopman goeden dag en nam mij mede naar de drukke straat, +vlak bij de kerk van St. Filippus. Wij traden een vrij mooi huis +binnen, waarvan hij een vleugel bewoonde; wij gingen een trap van +vijf of zes treden op en traden in een kamer met twee breede deuren, +die hij opendeed, en waarvan de eerste in het midden een getralied +venster had. Door deze kamer gingen wij in een andere, waar een bed +en andere meubelen stonden, alles eerder netjes dan rijk. + +Had mijn nieuwe meester mij bij Melendez goed bekeken, zoo beschouwde +ik hem thans op mijn beurt met veel attentie. Hij was ruim vijftig +jaar, koel en ernstig; hij scheen mij zachtaardig van karakter en +mijn oordeel over hem was niet slecht. Hij deed mij verscheidene +vragen en tevreden over mijne antwoorden, zeide hij: "Gil Blas, +ik geloof dat ge een degelijke jongen zijt, het doet me genoegen +dat je in mijn dienst bent getreden. Van jouw kant zal je over je +betrekking tevreden zijn. Ik zal je zes realen daags geven, waarmee +je zelf voor je voedsel en onderhoud moet borgen, behalve de kleine +voordeelen, die gij bij mij zult hebben. Overigens ben ik niet lastig, +ik eet in de stad. Gij behoeft alleen 's morgens mijn kleeren af +te borstelen, de rest van den dag zijt ge vrij. Alleen sta ik er op +dat je 's avonds vroeg naar bed gaat en mij aan de deur opwacht; dat +is alles wat ik van je verlang." Daarop gaf hij mij zes realen. Wij +gingen vervolgens beiden weer uit en zelf sloot hij de deur en nam +de sleutels mee. "Volg mij niet, mijn vriend," zeide hij, "ga waar +je wilt, maar als ik vanavond thuis kom, dan moet ik je op de stoep +vinden." Bij deze woorden verliet hij mij en ik was mijn eigen meester. + +"Waarachtig, Gil Blas," zei ik tot mijzelf, "je zoudt geen beteren +meester kunnen vinden! Je ontmoet een man, die je om 's morgens zijn +kleeren af te borstelen en zijn kamer te doen zes realen per dag geeft, +met vrijheid te gaan wandelen en je te vermaken als een schooljongen in +de vacantie. Prettiger betrekking is niet te bedenken." Ik verwonderde +mij niet meer, dat ik lust had gehad naar Madrid te gaan; ik had +zeker een voorgevoel van het geluk dat mij daar wachtte. + +Ik vond dit nieuwe leven heel aangenaam. En nog vermakelijker was, +dat ik den naam van mijn meester niet eens wist. Melendez wist hem +niet eens. Hij kende hem als een heer, die af en toe in zijn winkel +kwam en wien hij dan wel eens laken verkocht. Onze buren konden +mijne nieuwsgierigheid ook al niet bevredigen. Zij zeiden mij, dat +hij bij niemand in de buurt aan huis kwam en eenigen, gewoon allerlei +gevolgtrekkingen te maken, besloten daaruit dat men niet gunstig over +hem kon oordeelen. Men ging zelfs verder; men verdacht hem een spion +te zijn van den koning van Portugal en men waarschuwde mij mijne +maatregelen daarvoor te nemen. Deze raad hinderde mij; ik bedacht, +dat ik dan wel kans had kennis te maken met de gevangenissen van +Madrid, die me niet geriefelijker voorkwamen dan de andere. Mijn +onschuld was geen reden tot gerustheid; wat mij al overkomen was, +had mij een heilige vrees ingeboezemd voor alles wat justitie was. Ik +had tweemaal ondervonden dat, al liet zij onschuldigen niet sterven, +zij door de zonderlinge wijze waarop zij de wetten der gastvrijheid +toepaste, het altijd treurig is met haar in aanraking te komen. + +Ik raadpleegde Melendez, doch hij wist mij geen raad te geven. Ik +besloot dus mijn meester na te gaan en hem te verlaten als +hij werkelijk bleek een vijand van den staat te zijn; maar de +voorzichtigheid en het aangename van mijn betrekking eischten dat ik +zeer zeker van mijn zaak moest zijn. Ik begon dus zijn handelingen +na te gaan en om hem op de proef te stellen, zeide ik op een avond +onder het uitkleeden: "Mijnheer, ik weet niet hoe men zich tegen +kwaadsprekendheid kan hoeden. De wereld is zoo slecht! Zoo hebben wij +o. a. buren, die niet waard zijn dat de duivel ze haalt. Gij zult +nooit raden hoe zij over ons spreken." "En wat kunnen zij dan wel +te zeggen hebben, mijn vriend?" vroeg mijn meester. "Ach mijnheer, +de kwaadsprekendheid heeft waarlijk geen grens. Onze buren zeggen, +dat wij gevaarlijke lieden zijn en de oplettendheid van het hof +verdienen; in één woord: gij gaat door voor een spion van den koning +van Portugal." Bij deze woorden zag ik mijn meester scherp aan en +merkte op, dat hij rilde; dat paste bij de beweringen van de buurt, +daarna verviel hij in een droomerij, die ik niet gunstig uitlegde. Hij +herstelde zich echter spoedig en zeide mij tamelijk kalm: "Gil Blas, +laat onze buren maar praten en onze rust door gebabbel niet verstoren." + +Daarop ging hij slapen en ik deed hetzelfde zonder te weten waaraan +ik mij moest houden. Toen wij ons den volgenden dag gereed maakten +uit te gaan, hoorden wij hard kloppen op de eerste deur van de +trap. Mijn meester opende de andere en keek door het kleine getraliede +venster. Hij zag een goed gekleeden man, die zeide: "Mijnheer, ik +ben alguazil en ik kom u zeggen dat mijnheer de corregidor u wenscht +te spreken." "Wat wil hij van mij?" vroeg mijn meester. "Dat weet +ik niet, mijnheer," hernam de alguazil, "maar gij hoeft slechts naar +hem toe te gaan om het direct te vernemen. "Mijn complimenten," zeide +mijn meester, "ik heb niets met hem uit te staan"; hierop sloot hij +het venster van de deur en na eenigen tijd in gedachten op en neer te +hebben geloopen, alsof dat hem veel te denken had gegeven, stopte hij +mij mijne zes realen in de hand en zeide: "Gil Blas, mijn jongen, je +kunt heengaan; ik ga niet zoo vroeg uit en heb je vanmorgen niet meer +noodig." Ik maakte hieruit op, dat hij bang was te worden gearresteerd +en dat hij daarom in huis wilde blijven en om te weten te komen, of ik +mij ook vergiste, verborg ik mij zoo, dat ik hem kon zien als hij zou +uitgaan. Maar een uur later zag ik hem op straat, zoo zeker in zijn +houding, dat ik er verbaasd van was. Ik liet mij echter niet van de +wijs brengen en verbeeldde mij, dat hij slechts thuis was gebleven +om alles wat hij aan goud en juweelen bezat, bij elkaar te nemen en +dat hij nu waarschijnlijk maatregelen ging nemen om snel te kunnen +vluchten. Ik had geen hoop hem weer te zien en ik twijfelde of ik +'s avonds wel naar zijn huis zou gaan, zoo zeker was ik, dat hij de +stad zou verlaten om het hem dreigend gevaar te ontloopen. Nochtans +mankeerde ik 's avonds niet en tot mijn verrassing kwam mijn meester op +den gewonen tijd thuis. Ik ging naar bed zonder de minste ongerustheid +te doen blijken en stond den volgenden morgen kalm op. + +Toen hij bezig was zich te kleeden, werd er eensklaps op de deur +geklopt. Mijn meester keek door het kleine venster, herkende den +alguazil van den vorigen dag en vroeg hem wat hij wilde. "Doe open," +antwoordde de alguazil, "de corregidor wil u spreken." Bij dezen +verschrikkelijken naam verstijfde het bloed in mijn aderen. Sedert +ik in hun handen was geweest, had ik een duivelsche vrees voor die +heeren en ik had wel honderd mijlen van Madrid willen zijn. Mijn +meester was minder verschrikt dan ik; hij opende de deur en ontving +den rechter eerbiedig. "Gij ziet, dat ik niet met veel gevolg +kom," zeide de corregidor, "ik wil de zaak afdoen zonder opzien te +baren. Ondanks de slechte geruchten, die over u loopen, geloof ik +dat men u eenigszins behoort te ontzien. Zeg mij hoe gij heet en +wat gij in Madrid komt doen." "Mijnheer," antwoordde mijn meester, +"ik kom uit Nieuw-Castilië en heet don Bernard de Castil Blazo. Mijn +bezigheden zijn wandelen, den schouwburg bezoeken en ik verheug mij +dagelijks in een aangenamen handel met enkele lieden." "Gij hebt zeker +een groot inkomen?" vroeg de rechter. "Neen, mijnheer, ik heb renten, +noch landen, noch huizen." "En waarvan leeft gij dan wel?" hernam de +corregidor. "Dat zal ik u laten zien," antwoordde don Bernard. Tegelijk +trok hij een kleed weg, opende een deur, die ik nog niet bemerkt had, +vervolgens daarachter weer een en liet den rechter binnen in een +kabinet, waar een groote koffer stond geheel met goudstukken gevuld. + +"Mijnheer," zeide hij vervolgens, "gij weet dat de Spanjaarden +vijanden zijn van werken; hoe groot de afschuw echter is, die zij van +vermoeienis hebben, de mijne, ik verzeker het u, overtreft die nog +ver; ik ben lui uit temperament en zoo lui, dat, als ik zou moeten +werken om te leven, ik van honger zou sterven. Om dus te kunnen +leven overeenkomstig mijn aard, om mijn goederen niet behoeven te +besturen en nog meer om het zonder een intendant te kunnen doen, +heb ik al mijn goed, dat uit verscheidene belangrijke erfenissen +bestond, in contanten omgezet. In dien koffer zijn vijftig duizend +dukaten. Dat is meer dan ik voor de rest van mijn dagen noodig heb, +als ik langer dan een eeuw zou leven, daar ik er jaarlijks geen duizend +uitgeef. Ik vrees dus de toekomst niet; ik houd weinig van pretmaken, +ik speel alleen voor genoegen en ik heb genoeg van de vrouwen." + +"Wat zijt gij gelukkig!" zeide de corregidor toen. "Men verdenkt +u wel zeer verkeerd een spion te zijn; zoo iets komt weinig met uw +aard overeen. Ga voort te leven zooals gij doet, don Bernardo. Verre +van u te willen verontrusten, zal ik uw verdediger zijn; ik vraag uw +vriendschap en bied u mijn hand aan." Hierop verliet de rechter don +Bernard, die niet genoeg zijn erkentelijkheid kon toonen. Mijnerzijds +maakte ik duizend buigingen om mijn meester te helpen, hoewel ik +natuurlijk in het diepst mijner ziel alle verachting en afschuw voelde, +die elk eerlijk man voor een alguazil heeft. + + + + + + + + +HOOFDSTUK II + +Gil Blas verwondert zich in Madrid kapitein Rolando te ontmoeten en +over de wonderlijke dingen, die deze dief hem vertelde. + + +Nadat don Bernard de Castil Blazo den corregidor tot op straat +uitgeleide had gedaan, kwam hij vlug terug om zijn brandkast te sluiten +en alle deuren, die er toegang toe gaven; vervolgens gingen wij beiden +zeer tevredengesteld uit, hij omdat hij zulk een machtigen vriend had +verworven en ik in de zekerheid van mijn zes realen daags. De lust +om dit avontuur aan Melendez te vertellen, deed mij den weg naar +zijn huis inslaan, maar toen ik er bijna was, bemerkte ik kapitein +Rolando. Ik was buitengewoon verbaasd hem daar te zien en ik kon niet +nalaten te sidderen. Hij herkende mij ook, wendde zich ernstig tot +mij en geheel zijn air van meerderheid bewarende, beval hij mij hem +te volgen. Bevend gehoorzaamde ik en dacht bij mij zelven: "Helaas, +hij zal mij doen betalen voor wat ik hem geleverd heb. Misschien heeft +hij hier in de stad wel een hol. Maar als ik zooiets ontdek, zal ik +toonen, dat mijn beenen niet lam zijn." Ik liep dus achter hem aan, +nauwkeurig oplettend, waar hij heenging en besloten zoo hard als ik +kon weg te loopen, als het mij verdacht ging lijken. + +Rolando deed spoedig mijn vrees verdwijnen. Hij trad een bekende +herberg binnen en ik volgde hem. Hij vroeg den besten wijn en zeide +voor ons beiden een diner klaar te maken. Wij gingen intusschen een +kamer binnen, waar wij alleen waren en waar hij mij aldus aansprak: +"Gil Blas, gij zult wel verwonderd zijn hier uw ouden commandant te +zien en nog meer wanneer ik je alles verteld zal hebben. Op den dag +dat ik met de anderen naar Mansilla ging om de paarden en ezels te +verkoopen, ontmoetten wij den zoon van den corregidor van Leon met +vier welgewapende en bereden mannen achter zijn karos. Wij deden twee +van zijn lieden in het zand bijten, de twee anderen vluchtten. De +koetsier, die voor zijn meester vreesde, riep ons toen smeekend toe: +"Och lieve heeren, dood toch in hemelsnaam niet den eenigen zoon van +den corregidor van Leon." Deze woorden verzachtten mijne kameraden +niet, zij wakkerden integendeel hunne woede aan. "Mijne heeren," +zei een van hen, "laten wij den zoon van onzen grootsten vijand niet +doen ontsnappen. Hoeveel mannen van ons beroep heeft zijn vader niet +doen sterven. Laten wij hen wreken." Ik hield hen echter tegen. "Houd +op!" zeide ik, "waarom zullen wij noodeloos bloed vergieten? Laten wij +ons tevreden stellen met zijn beurs. Daar hij geen weerstand biedt, +zou het barbaarsch zijn hem te vermoorden. Bovendien is hij niet +verantwoordelijk voor zijn vader, en zijn vader doet alleen zijn +plicht als hij ons ter dood veroordeelt, evenals wij den onze doen +door den reizigers hun goed af te nemen." + +Mijn tusschenkomst was niet zonder nut. Wij namen alleen zijn beurs +en verkochten de paarden van de twee gedoode heeren met de andere. Den +volgenden morgen waren wij niet weinig verrast den val leeg te vinden +en nog meer toen wij Leonarda gebonden in de keuken vonden. Wij +bewonderden je, zoo goed als je ons met je koliek bedot had en we +vergaven het je om den goeden streek, dien je ons geleverd had. + +Toen wij vijf dagen later het bosch ingingen, werden wij +overvallen door drie afdeelingen boogschutters, die ons schenen +op te wachten. Onze luitenant en twee anderen werden gedood en ik +en twee van onze mannen zoo nauw omsingeld, dat we gevangen werden +genomen. Terwijl wij naar Leon gebracht werden, ging men tevens onze +schuilplaats vernielen, die op de volgende wijze ontdekt was. Op den +morgen van je vlucht bemerkte een boer uit Luceno bij toeval het luik, +dat je niet neergeslagen hadt. Hij vermoedde, dat dat onze schuilplaats +was en ging naar Leon om zijne ontdekking aan den corregidor mee te +deelen, wien dit des te meer genoegen deed nu zijn zoon door ons was +bestolen. Deze rechter zond drie brigades uit om ons te vatten en de +boer was hun gids. + +Mijn aankomst in Léon was een groot schouwspel voor de inwoners. Als +ik een gevangen generaal was geweest, dan had men niet harder kunnen +loopen om mij te zien. "Daar is die beruchte kapitein," riep men, +"de schrik van onze buurt! Hij verdient gevierendeeld te worden +evenals zijne kameraden." Men bracht ons voor den corregidor, die +begon met ons te beleedigen. "Wel, schurk," zeide hij, "de hemel, +die uwe misdaden moede is, levert u aan mijne rechtvaardigheid +over." "Mijnheer," antwoordde ik, "al heb ik tal van misdaden begaan, +dan heb ik toch niet den dood van uw eenigen zoon op mijn geweten; +daarvoor behoort ge mij erkentelijk te zijn." "Ellendeling," riep hij +uit, "met lieden van uw slag moet men oppassen edelmoedig te zijn! En +al wilde ik u redden, dan zou mijn plicht het nog verbieden." Daarop +liet hij ons opsluiten in een hok, waar hij mijne kameraden niet +lang liet smachten. Drie dagen later werden zij er uitgehaald om +een tragische rol te spelen op het marktplein. Ik bleef drie volle +weken in de gevangenis. Ik dacht, dat men mijn terechtstelling +slechts uitstelde om ze des te verschrikkelijker te doen zijn en ik +bereidde mij voor op een geheel nieuwe wijze te worden gedood, toen +de corregidor mij bij zich liet brengen. "Hoor uw vonnis," zeide hij, +"gij zijt vrij. Zonder u zou mijn eenige zoon vermoord zijn. Als vader +heb ik dien dienst willen erkennen en daar ik als rechter u niet kon +vrijspreken, heb ik te uwen gunste naar het hof geschreven; ik heb +genade voor u gevraagd en verkregen. Ga dus. Maar," voegde hij erbij, +"maak gebruik van deze gelukkige gebeurtenis. Keer in tot u zelven +en verlaat voor altijd het rooversberoep." + +Deze woorden troffen mij en ik ging naar Madrid in het besluit daar +kalm te gaan leven. Ik vond mijn ouders gestorven en mijn erfenis +in handen van een ouden bloedverwant, die mij er rekenschap van +heeft gegeven, gelijk alle voogden doen. Ik heb niet meer dan drie +duizend dukaten uit zijn handen kunnen krijgen, wat niet het vierde +deel is van mijn goed. Maar wat kon ik er aan doen? Ik zou er niets +mede winnen herrie te maken. Om de ledigheid te vermijden, heb ik +een plaats van alguazil gekocht, welk beroep ik uitoefen alsof ik +mijn geheele leven niets anders had gedaan. Maar het bevalt mij niet +bijster; men moet al te voorzichtig en geheimzinnig te werk gaan; +men kan er alleen stilletjes en schrander in bedriegen. Ik betreur +mijn oude beroep. Ik beken dat hier meer zekerheid is, maar er is meer +genoegen in het oude en ik houd van de vrijheid. Ik heb wel lust om +me van mijn betrekking te ontdoen en op een mooien dag naar de bergen +aan den oever van den Taag te gaan. Ik weet dat daar een schuilplaats +is door een troep Cataloniërs bewoond. Als gij mee wilt gaan, zullen +wij hun aantal vermeerderen. Wel, hebt gij lust mij te volgen?" + +"Iedereen heeft zijn neigingen," zeide ik tegen Rolando; "gij zijt +geboren voor gewaagde ondernemingen en ik voor een kalm en rustig +leven." "Ik begrijp je," viel hij mij in de rede, "de dame die gij +hebt ontvoerd, heeft uw hart nog in bezit en ongetwijfeld leidt ge met +haar dat kalme en rustige leven, waarvan gij zoo houdt. Beken maar, +mijnheer Gil Blas, dat gij haar in haar meubelen hebt gezet en dat +ge samen leeft van de pistolen, die gij van ons hebt meegenomen." + +Ik zeide hem dat hij het mis had en dat ik hem onder het eten de +geschiedenis van de dame zou vertellen, wat ik dan ook deed. Na het +maal kwam hij nog eens op de Cataloniërs terug. Maar toen hij zag, dat +hij mij niet kon overhalen, veranderde hij eensklaps en op trotschen +toon voegde hij mij toe: "Daar gij zoo laag zijt om de voorkeur te +geven aan uw dienstbaren staat boven de eer deel uit te maken van +een troep dappere mannen, zoo laat ik u over aan uwe neigingen. Maar +onthoud wat ik u zeggen zal: Vergeet dat ge mij vandaag ontmoet hebt +en spreek nooit over mij, want als ik hoor, dat gij mij in uw gesprek +mengt.... gij kent mij en ik zeg niets meer." Hierop riep hij den +waard, betaalde en wij gingen heen. + + + + + + + + +HOOFDSTUK III + +Gil Blas verlaat don Bernard de Castil Blazo en komt bij een +saletjonker. + + +Toen wij de kroeg uitgingen en afscheid van elkander namen, ging mijn +meester voorbij. Hij zag mij en ik bemerkte, dat hij meer dan eens +den kapitein aankeek. Ik meende dat het hem verbaasde mij met zoo +iemand te ontmoeten. Zeker is het dat het voorkomen van Rolando niet +in zijn gunst was. Hij was een zeer grooten man met een lang gezicht +en een neus als een papegaai en hoewel hij er niet kwaad uitzag, +maakte hij toch den indruk een schelm te zijn. + +Ik had mij in mijne vermoedens niet vergist. Des avonds sprak don +Bernard telkens over den man dien hij bij mij gezien had en hij zou +graag alles beloofd hebben wat ik van hem had kunnen zeggen als ik had +durven praten, "Gil Blas," vroeg hij, "wie is die groote grijpvogel, +met wien ik je gezien heb?" Ik antwoordde dat het een alguazil was +en ik verbeeldde mij, dat hij daarmee tevreden was en het er bij zou +laten, maar hij deed nog vele andere vragen en daar ik er door in +de war geraakte daar ik mij de bedreigingen van Rolando herinnerde, +brak hij eensklaps het gesprek af en ging naar bed. Toen ik den +volgenden morgen mijn gewonen dienst had gedaan, gaf hij mij zes +dukaten inplaats van zes realen en zeide: "Dit mijn vriend, geef ik +je voor diensten, die je me tot heden bewezen hebt. Ga een andere +betrekking zoeken, ik kan geen knecht gebruiken, die zulke mooie +kennissen heeft." Het viel mij in hem te zeggen dat ik dien alguazil +kende uit den tijd dat ik dokter in Valladolid was en dat ik hem wel +eens geneesmiddelen had voorgeschreven. "Zeer goed," zei mijn meester, +"dat is prachtig bedacht, maar dat had je mij gisteren moeten zeggen +inplaats van in de war te raken." "Mijnheer," antwoordde ik, "ik +dorst u dat niet te zeggen uit zuivere discretie!" "Mijn jongen, ik +dacht niet dat je zoo geslepen was, ga nu heen, ik geef je je congé, +een jongmensch dat met alguazils omgaat, is niet in mijn smaak." + +Ik ging dadelijk aan Melendez deze slechte tijding meedeelen, die om +mij te troosten, beloofde mij in een beter huis te doen treden. Een +paar dagen later zeide hij mij werkelijk: + +"Gil Blas, mijn waarde vriend, ge hebt zeker niet gedroomd van het +geluk dat ik je ga aankondigen. Gij zult het aangenaamste baantje van +de wereld krijgen. Ik zal je brengen bij don Mathias de Silva. Deze +Mathias de Silva is wat men noemt een saletjonker. De intendant +van don Mathias, ging hij voort, is een intieme vriend van mij. Wij +zullen hem een bezoek gaan brengen. Hij zal je zelf aan zijn heer +voorstellen en gij kunt er op rekenen, dat hij je om mij pleizier +te doen met veel égards zal behandelen." Onderweg vertelde hij mij +dat de intendant een man van niets was, die rijk was geworden van +het geld van twee geruïneerde families, waarbij hij intendant was +geweest. "Ik waarschuw je, dat hij verschrikkelijk ijdel is: hij ziet +graag de andere bedienden voor hem buigen als knipmessen. Regel je +dus daarnaar, Gil Blas, maak eerst het hof aan mijnheer Rodriguez, +den intendant, en doe alles om hem te behagen. Zijn vriendschap zal +je van veel nut zijn en als ge slim genoeg zijt om zijn vertrouwen +te winnen, dan zou hij je nog wel eens een aardig beentje te kluiven +kunnen geven. Hij heeft er zooveel! Don Mathias is een jongmensch, +die alleen aan plezier denkt en die niet het minste weten wil van +zijn eigen zaken. Welk een prachtig huis voor een intendant!" + +Toen wij ten huize van den intendant gekomen waren, vroegen wij +signor Gregoris Rodriguez te spreken en men verwees ons naar zijn +vertrekken, waar wij hem zouden kunnen vinden. Hij was er ook +werkelijk in gezelschap van een soort boer, die een blauw linnen +zak vol geld in de hand hield. De intendant, die er uitzag bleeker +en geler dan een meisje dat het oude vrijstersleven moe is, kwam met +uitgespreide armen op Melendez toe; de koopman spreidde ook zijn armen +uit en zij omhelsden elkaar met meer aanstellerij dan natuurlijke +vriendschap. Daarna kwam het gesprek op mij. Rodriguez nam mij van +het hoofd tot de voeten nauwkeurig op en zei daarna, dat ik juist de +persoon was dien don Mathias noodig had en dat hij zich gaarne ermede +belastte mij aan dezen heer voor te stellen. Daarna deed Melendez +uitkomen hoeveel belang hij in mij stelde en hij vroeg den intendant +mij zijne protectie te geven. Vervolgens liet hij mij bij hem achter +en nam na zeer veel complimenten afscheid. Toen hij vertrokken was zei +Rodriguez tot mij: "Ik zal je naar mijn meester brengen als ik eerst +dezen braven boer geholpen heb." Hij wendde zich vervolgens tot den +boer, nam hem zijn zak af en zei "Welnu Talego, we zullen eens zien +of de vijfhonderd pistolen er zijn". Hij telde zelve de geldstukken, +vond ze accoord, gaf een kwitantie van het geld aan den boer en liet +hem gaan. Daarna deed hij het geld weer in de zak en wendde zich +tot mij met de woorden: "Nu kunnen wij naar mijn meester gaan; hij +staat gewoonlijk tegen twaalf uur op en het is nu ongeveer één uur, +zoodat hij wel bij de hand zal zijn." + +En werkelijk was don Mathias juist op. Hij was nog in zijn kamerjas +en lag achterover in een langen stoel met een van zijn beenen over +de leuning terwijl hij zich heen en weer wiegde bezig tabak fijn te +maken. Hij sprak met een lakei die de rol van kamerbediende vervulde, +gereed hem op zijn wenken te bedienen. + +"Mijnheer," zei de intendant, "hier stel ik u een jongmensch voor +die de betrekking zou kunnen vervullen van hem, die u gisteren hebt +weggejaagd. Melendez, een zaakwaarnemer, staat voor hem in; hij +verzekert mij, dat het een verdienstelijke jongen is en ik geloof ook +dat u wel tevreden over hem zult zijn."--"Het is goed," antwoordde de +jonge edelman, "en daar gij hem bij mij brengt, neem ik hem zonder +bedenken in mijn dienst. Ik benoem hem tot mijn kamerdienaar en +daarmee heeft deze zaak afgedaan. En laat ons nu eens over andere +dingen spreken, Rodriguez. Gij komt juist op tijd, want ik wilde je +al laten roepen. Ik heb je een slechte tijding mede te deelen, mijn +waarde Rodriguez. Ik heb vannacht zeer ongelukkig gespeeld; behalve +de honderd pistolen, die ik bij mij had heb ik er nog tweehonderd +bovendien verspeeld. Gij weet dat menschen zooals wij zulke schulden +zonder uitstel moeten voldoen; wij zijn dat aan onze eer verplicht, +terwijl wij het met de andere schulden niet zoo nauw nemen. Gij moet +dus ergens tweehonderd pistolen zien te krijgen en ze aan de gravin +de Pedrosa zenden". "Mijnheer," antwoordde de intendant, "dat is +gemakkelijker gezegd dan gedaan. Met uw welnemen, waar moet ik die som +zoo ineens vandaan halen? Ik kan geen cent loskrijgen van uw pachters, +hoe ik ze ook dreig. Toch moet ik uw knechts goed onderhouden en moet +ik alles uitzuinigen om uwe uitgaven te bestrijden. Gelukkig ben ik er +tot nog toe in geslaagd mij er door te slaan, maar ik weet niet meer +tot welken heilige ik mij nog kan wenden, daar ik tot het uiterste +gekomen ben".--"Al dat gepraat helpt niet," viel don Mathias hem in de +rede, "en die verhalen vervelen mij maar. Zoudt gij misschien willen +Rodriguez, dat ik mijn gedrag ging veranderen en dat ik zou gaan zorgen +voor mijn bezittingen? Een mooie bezigheid voor een man als ik, die +slechts voor zijn pleizier leeft!" "Geduld," antwoordde de intendant, +"en gij zult zien, dat zooals de zaken nu gaan gij spoedig hiervoor +niet meer zult behoeven te zorgen."--"Gij vermoeit mij," hernam de +jonge edelman knorrig, "gij martelt mij. Laat mij mijzelf ruineeren +zonder dat ik het bemerk. Ik moet twee honderd pistolen hebben, hoor +je, ik moet ze hebben".--"Dan zal ik mijn toevlucht moeten nemen tot +dien kleinen grijsaard die u al meer geld geleend heeft tegen hooge +woekerrente".--"Neem voor mijn part je toevlucht tot den duivel," +antwoordde Don Mathias; "als ik maar tweehonderd pistolen krijg kan +mij de rest niet schelen." + +Toen hij dit op norschen, ontevreden toon gezegd had, ging de intendant +heen en een voornaam jongeling, Antonio de Centellès, trad binnen. "Wat +scheelt eraan mijn waarde," zei hij tot mijn meester. "Gij ziet er zoo +bedrukt uit, er ligt een waas van toorn over uw gelaat, Wie heeft je +in zoo'n slechten luim gebracht? Ik zou haast durven wedden dat het die +vlegel is, die daar juist weggaat." "Ja," antwoordde don Mathias, "het +is mijn intendant. Elken keer als hij bij mij komt zegt hij mij dat ik +van mijn kapitaal inteer ..." "Mijn waarde," antwoordde don Antonio, +"ik verkeer in hetzelfde geval. Ik heb een zaakwaarnemer die al even +slecht te spreken is als jou intendant. Als de schurk mij eindelijk +na herhaaldelijk bevel geld brengt, zou men haast zeggen dat hij het +van zichzelf geeft." Zij bleven zoo een tijdje in levendig gesprek +toen zij gestoord werden door Gregorio Rodriguez, vergezeld van een +kleinen grijsaard die bijna geen haar op zijn hoofd had. Don Antonio +wilde vertrekken en zei: "Bonjour don Mathias, wij zien elkaar spoedig +terug. Ik zal je maar alleen laten met deze heeren daar ge zeker +een ernstige zaak met hen te behandelen hebt."--"Welneen," zei mijn +meester, "blijf maar, jij bent niet te veel. Deze bescheiden grijsaard +dien ge hier ziet, is een eerlijk man die mij geld leent tegen twintig +procent."--"Wat?" riep Centellès uit, "tegen twintig procent. Nu maar +dan wensch ik je geluk dat ge in zoo goede handen zijt geraakt. Ik word +niet zoo liefelijk behandeld. Ik koop geld tegen goud, want ik moet +in den regel vijf en dertig procent betalen."--"Wat een woekerrente," +riep toen de oude woekeraar vertoornd uit; "bedenken de schurken dan +niet dat er nog een leven hiernamaals is? Nu verbaast het mij niet +meer dat men zoo waarschuwt tegen geldschieters. Die woekerrente, die +enkelen onder hen van hun geld nemen, kost ons onzen goeden naam. Als +mijn collega's zoo deden als ik, dan zou men ons niet uitjouwen want ik +leen slechts om mijn evenmensch te helpen. O, als de tijden maar zoo +waren als ik ze vroeger heb gekend, dan zou ik je mijn beurs leenen +zonder rente te vragen en nu nog, hoe ellendig het er ook uitziet, +ik heb haast nog gewetensbezwaar twintig procent te vragen. Maar men +zou haast zeggen, dat het geld in de aarde verzwolgen is; men vindt +haast geen geld meer en deze schaarschte noodzaakt mij wel mijn moraal +wat te wijzigen." + +"Hoeveel hebt ge noodig?" ging hij voort zich tot mijn meester +wendende.--"Ik moet tweehonderd pistolen hebben," antwoordde don +Mathias.--"Ik heb er hier vierhonderd in een zak," hernam de woekeraar; +"ik zal er u dus de helft van geven." Dit zeggende haalde hij een blauw +linnen zak van onder zijn mantel die mij dezelfde scheen als welke +de boer Talego met vijfhonderd pistolen bij Rodriguez had gelaten. De +grijsaard ledigde den zak, legde de geldstukken bij hoopjes op tafel +en begon ze te tellen. Dit gezicht prikkelde het verlangen van mijn +meester. "Mijn waarde Descomulgado," zei hij tot den woekeraar, +"ik bedenk daar iets, namelijk dat ik een groote dwaas ben. Ik leen +slechts zooveel als noodig is om mijn schuld af te doen, zonder +eraan te denken dat ik dan geen cent overhoud en ik zal je dus morgen +weer een bezoek moeten brengen. Ik ben nu van plan alle vierhonderd +pistolen van je te nemen om je de moeite te besparen morgen terug te +komen."--"Mijnheer", antwoordde de grijsaard, "ik had een gedeelte van +dit geld bestemd voor een goedhartigen bon-vivant die groote erfenissen +heeft te wachten, welke hij zeer menschlievend gebruikt om kleine +meisjes uit de wereld af te zonderen en hun woningen te meubileeren, +maar daar u de geheele som noodig hebt, is zij ter uwer beschikking, +als u mij slechts waarborgen kunt geven."--"O, wat dat betreft," viel +Rodriguez in de rede, terwijl hij een papier uit zijn zak haalde, +"gij zult de beste hebben. Dit papier heeft don Mathias slechts +te teekenen en gij hebt het recht vijfhonderd pistolen te nemen +van een van zijn pachters, zekeren Talego, een rijken landbouwer te +Mondejar." "Dat is voldoende," antwoordde de woekeraar, "ge ziet wel +dat ik niet lastig ben; als men mij slechts billijke voorstellen doet, +neem ik ze zonder verdere tegenwerpingen aan." Toen gaf de intendant +een pen aan mijn meester, die zonder het biljet eerst te lezen onder +het fluiten van een deuntje zijn naam er onder zette. + +Toen dit afgeloopen was, zeide de grijsaard mijn meester vaarwel die +hem hartelijk de hand drukte zeggende: "Tot weerziens mijn waarde, ik +ben geheel tot uw dienst. Ik begrijp toch maar niet waarom men u voor +een schurk aanziet, integendeel, lieden van uw soort zijn noodzakelijk +voor den staat, gij zijt de troosters van duizenden kinderen van nette +familie en de toevlucht van alle groote heeren wier uitgaven grooter +zijn dan hun inkomsten."--"Gij hebt gelijk," riep Centellès uit; +"de woekeraars zijn brave lieden die men niet voldoende kan achten +en ik wil daarom ook dezen hartelijk vaarwel zeggen, vooral omdat hij +tegen slechts twintig procent leent." Dit zeggende ging hij naar den +grijsaard toe om hem te omarmen en deze twee deftige heertjes duwden +den woekeraar naar elkaar toe en vermaakte zich met hem, evenals twee +kaatsers, die een bal slaan. En toen ze hem zoo een paar malen heen +en weer hadden laten gaan, lieten zij hem uit met den intendant, +die eerder die hartelijke omhelzingen had verdiend en nog wel wat +bovendien. + +Toen Rodriguez en zijn booze geest vertrokken waren, zond don Mathias +door den lakei, die met mij in de kamer was, de helft van de pistolen +aan gravin de Pedrosa en deed de overige in een lange beurs geborduurd +met zijde en gouddraad en stak deze toen in zijn zak. Ten zeerste +voldaan, dat hij nu weer geld had, zei hij op vroolijken toon tot +don Antonio: "Wat zullen wij vandaag doen, laten we daar nu eens +over spreken."--"Ziezoo, nu spreek je nog eens als een verstandig +mensch," antwoordde Centellès, "welja laten we het daar eens over +hebben." Terwijl zij hierover aan het praten en overleggen waren kwamen +twee andere heeren binnen. Het waren don Alexo Segior en don Ferdinand +de Gamboa, beiden ongeveer van denzelfden leeftijd als mijn meester, +namelijk zoowat acht en twintig jaar. Zij begonnen nu met hun vieren +zeer levendig te spreken met veel gebaren alsof zij elkaar in geen tien +jaar hadden gezien. Daarna zei Ferdinand die een echte lolmaker was tot +don Mathias en don Antonio: "Mijne heeren, waar eet gij vandaag? Als +ge nog geen plannen hebt zal ik jelui naar een herberg brengen waar +men echten godenwijn drinkt. Ik heb er gedineerd en ik ben er dezen +morgen tegen zes uur van thuis gekomen".--"Had ik den nacht maar +zoo verstandig doorgebracht, dan had ik mijn geld niet verloren", +zei don Mathias. + +"Wat mij betreft," zei Centellès, "ik heb mijzelf gisterenavond een +nieuw genoegen verschaft, want ik houd veel van afwisseling. En +men moet zijn genoegens wel eens varieeren wil men het leven +aangenaam maken. Een van mijn vrienden nam mij mede naar een inner +der belastingen, die voor den staat de zaken behartigt. Ik zag +er veel weelde, goeden smaak en het maal leek mij bijzonder goed +toebereid. Maar ik vond den heer des huizes van een belachelijkheid, +die mij waarlijk vermaakte. De ontvanger, hoewel een echt +burgermannetje, deed erg groot en zijn vrouw, hoewel vreeselijk +leelijk, deed erg koket en vertelde allerlei gekruide moppen, terwijl +er vier of vijf kinderen aan tafel zaten met hun gouverneur en ge +kunt je een voorstelling maken hoe ik mij aan dat maal heb vermaakt!" + +--"En ik, mijne heeren," zei don Alexo Segiar, "ik heb gesoupeerd bij +een komediespeelster en wel bij Arsenia. Wij waren met ons zessen: +Arsenia, Florimonde, met een van haar kokette vriendinnen, de markies +de Zenette, don Juan van Moncade en mijn persoontje. Wij hebben den +nacht doorgebracht met drinken en lol maken. Wat een heerlijke nacht +was dat! Weliswaar zijn Arsenia en Florimonde geen groote genieën, +maar zij hebben slag van brassen en fuiven wat veel goed maakt. Het +zijn vroolijke, levenslustige schepseltjes en dat is per saldo meer +waard dan zulke deftige eerbare vrouwen!" + + + + + + + + +HOOFDSTUK IV + +Hoe Gil Blas kennis maakte met de lakeien der saletjonkers; welk geheim +zij hem leerden om ten koste van weinig moeite den naam te hebben +van een geestig man en welken zonderlingen eed zij hem lieten doen. + + +De heertjes gingen zoo voort met praten, terwijl ik don Mathias hielp +bij het kleeden. Toen hij gekleed was, gebood hij mij hem te volgen +en al de saletjonkers gingen gezamenlijk naar de herberg, waarheen +Ferdinand de Gamboa hen zou brengen. Ik liep achter hen aan met nog +drie bedienden, want ieder van die heertjes hield er een lijfbediende +op na. Tot mijn verbazing bemerkte ik, dat deze drie bedienden hun +meesters nadeden en zich hetzelfde air gaven. Ik groette hen als hun +nieuwe makker en zij groetten mij terug. Een van hen keek mij een +poosje aan en zei toen: "Mijn vriend, ik zie aan uwen gang, dat gij +nog nooit bij een jongen saletjonker hebt gediend."--"Helaas neen," +antwoordde ik, "en ik ben pas heel kort hier in Madrid."--"Dat merk +ik," antwoordde hij, "want gij ziet er nog echt als een boertje uit, +schuchter en verlegen; er is iets houterigs in je bewegingen, maar dat +is niet zoo heel erg, we zullen je gauw genoeg wat ontbolsterd hebben, +daar ben ik niet bang voor."--"Gij vleit mij zeker," antwoordde +ik.--"Neen," hernam hij, "er is geen stommeling zoo groot, of wij +kunnen er nog wat van maken, reken daar maar gerust op." + +Hij behoefde mij verder niets te zeggen om mij te doen begrijpen, +dat ik een stel aardige snuiters tot makkers had en dat ik aan geen +betere handen kon zijn toevertrouwd om een nette jongen te worden. Toen +wij in de herberg aankwamen, vonden wij een gereedstaanden maaltijd, +dank zij de voorzorg van don Ferdinand, die hem reeds 's morgens +besteld had. Onze meesters zetten zich aan tafel en wij maakten ons +gereed hen te gaan bedienen. Wat onderhielden zij zich vroolijk met +elkaar! Ik had er een waar genoegen in ze zoo te hooren. Hun karakter, +hun gedachtenwisseling en hun uitdrukkingen vermaakten mij zeer. Wat +een geestdrift! Wat een spitsvondigheden! Die heeren maakten op mij +den indruk van een heel nieuw soort menschen. Toen zij aan het dessert +gekomen waren, brachten wij hun een groote menigte flesschen van den +besten Spaanschen wijn en lieten hen vervolgens alleen om ons naar +een kleine eetzaal te begeven, waar men voor ons een maaltijd gereed +had gezet. + +Al heel spoedig ontdekte ik, dat mijn metgezellen nog veel +verdienstelijker waren dan ik eerst had gedacht. Zij waren niet alleen +niet tevreden hun meesters in manieren na te doen, maar bootsten +zelfs hun spraak na en die oolijke snaken deden het zoo meesterlijk, +dat het bijna hetzelfde was. Ik bewonderde hun vrije en ongedwongen +manieren en ik werd nog meer getroffen door hun geestigheid, zoodat +ik begon te wanhopen of ik ooit zoo'n beminnelijk persoon zou kunnen +worden. De bediende van Don Fernando nam de honneurs aan den maaltijd +waar, aangezien het ook zijn heer was, die de onze trakteerde en +daar hij wilde, dat er niets aan ontbrak, riep hij den waard en zei: +"Mijnheer de waard breng ons tien flesschen van je besten wijn en tel +ze maar op bij die van onze heeren, zooals ge dat altijd doet." "Met +zeer veel genoegen," antwoordde de waard, "maar denk er aan, mijnheer +Gaspard, dat don Fernando mij al heel wat maaltjes schuldig is. Als +ge eens een goed woordje voor mij kon doen om wat geld van hem los te +krijgen...." "O!" viel hem de bediende in de rede, "maak je maar niet +ongerust over wat hij u nog schuldig is, ik sta er je borg voor; de +schulden van mijn meester zijn even goed als staven gouds. Het is maar +jammer, dat eenige onbeschofte schuldeischers beslag hebben gelegd op +onze inkomsten, maar morgen wordt dat beslag opgeheven en wij zullen je +dan betalen zonder zelfs de rekening te zien, die gij ons overlegt." De +waard bracht ons, niettegenstaande het beslag, toch den wijn en wij +dronken dien op in afwachting van de opheffing van het beslag. Gij +hadt moeten zien hoe wij telkens weer op, elkaars gezondheid dronken, +terwijl wij elkaar bij den naam van onze meesters noemden. De bediende +van don Antonio noemde dien van Ferdinand Gamboa en de bediende van +don Fernando noemde dien van don Antonio Centellès. Zij noemden mij +Silva en wij werden zoo zoetjes aan bij het geven van die bijnamen +dronken, juist als de heeren, die deze namen in werkelijkheid droegen. + +Hoewel ik mij natuurlijk niet zoo verdienstelijk maakte als mijn +medegasten, zeiden zij mij herhaaldelijk, dat zij zeer tevreden over +mij waren. + +"Silva," zei een van de geslepenste onder hen, "wij zullen wat van +je maken, mijn waarde, want ik zie, dat ge een genie in je verbergt, +maar ge weet er geen partij van te trekken. De vrees je slecht uit te +drukken is oorzaak dat ge niets op goed geluk durft zeggen en toch is +het durven spreken de reden, dat op 't oogenblik zeer velen zich tot +groote geesten weten te verheffen. Wilt gij uitblinken, dan hebt ge +je slechts te laten gaan en slechts alles te zeggen wat je maar in den +mond komt; je onbesuisdheid zal doorgaan voor edele stoutmoedigheid. Al +zou je ook honderd domheden debiteeren, als je maar een enkele +geestigheid zegt, zal men je domheden vergeten. Men zal je gevatheid +onthouden en men zal hoog opgeven van je verdienstelijkheid. Dat is +het nu juist wat onze meesters ook doen en zoo moet ieder handelen, die +de reputatie wil hebben van een buitengewoon schrandere kop te zijn." + +Natuurlijk verlangde ik ten zeerste voor een genie door te gaan en +het geheim, dat men mij openbaarde, leek mij zoo gemakkelijk, dat +ik meende het in toepassing te moeten brengen. Ik nam er terstond de +proef van en de wijn, dien ik gedronken had, deed die proef gelukkig +slagen, d. w. z. dat ik er maar op los begon te praten en dat ik +onder zeer veel dwaze dingen een paar geestigheden debiteerde, die +zij zeer toejuichten. Dit eerste welslagen van mijn pogingen gaf mij +vertrouwen, ik werd nog luidruchtiger om nog maar meer geestigheden +te zeggen en het toeval hielp mij ook ditmaal. + +"Welnu," zei mij daarop een van mijn makkers, die mij op straat had +toegesproken, "begint ge nu al niet te ontbolsteren? Je bent nog geen +twee uur in ons gezelschap en je bent al een heel ander mensch en ge +zult zoo elken dag zienderoogen veranderen. Zoo ziet ge nu wat het +zeggen wil bij deftige meesters in dienst te zijn, dat ontwikkelt +den geest; als men bij burgerlui in dienst is, bereikt men dit +niet."--"Neen, dat is vast en zeker," antwoordde ik, "en ik zal mij +in het vervolg dan ook alleen in dienst stellen van den adel." "Dat +is flink gesproken," riep de bediende van don Fernando tusschen twee +slokken wijn uit: "het komt de bourgeois niet toe genieën in dienst +te hebben zooals wij zijn. Welaan mijne heeren, laten wij hier zweren +dat wij nooit die schooiers zullen dienen; laten wij dit zweren bij +den Styx!" Wij juichten hem luidkeels toe en met het glas in de hand, +zwoeren wij dezen koddigen eed. Wij bleven zoolang aan tafel totdat +het onze meesters behaagde heen te gaan. Het was middernacht, wat +mijn kameraden als een buitengewone matigheid voorkwam. De heeren +verlieten echter slechts de herberg om zich te begeven naar eene +bekende cocotte, die in de wijk van het hofpersoneel woonde en wier +woning dag en nacht open was voor de lieden die van vroolijkheid +hielden. Het was een vrouw van vijf en dertig tot veertig jaar, +nog schoon en onderhoudend en zoo geheel thuis in de kunst om te +behagen, dat men zeide dat zij de laatste overblijfselen van haar +schoonheid duurder verkocht dan hare eerste schoonheid. Er waren bij +haar in huis altijd twee of drie andere eerste klas cocottes, die +niet weinig bijdroegen tot den grooten toeloop van heeren, die men +er zag. Na het eten speelden zij, daarna soupeerden zij en brachten +den nacht door met drinken en zich vermaken. Onze meesters bleven +er tot den volgenden morgen en wij eveneens zonder ons te vervelen; +want terwijl zij met de maitressen waren, vermaakten wij ons met +de dienstmeisjes. Eindelijk namen wij afscheid van elkaar bij het +aanbreken van den dag en wij gingen rust nemen. + +Toen mijn meester als gewoonlijk om twaalf uur opstond, kleedde hij +zich aan en ging uit. Ik volgde hem natuurlijk en wij begaven ons naar +don Antonio Centellès, bij wien wij een zekeren don Alvaro d'Ancuna +aantroffen. Nadat de drie jonkers elkaar hadden begroet, zei Centellès +tot mijn meester: "Verduiveld, don Mathias, je komt of je geroepen +bent! Don Alvaro komt mij halen om naar een bourgeois te gaan, die +een diner geeft aan markies de Zenette en aan don Juan de Moncado; +gij moet van de partij zijn."--"En hoe heet die bourgeois?" vroeg don +Mathias.--"Hij heet Gregorio de Noriega," antwoordde don Alvaro. "'t +Is een eerste dwaas, die er pleizier in heeft al zijn bezittingen op +te eten, die doet als een saletjonker en die voor een man van geest +wil doorgaan tegen zijn stomme natuur in. Hij heeft mij gevraagd +hem te leiden. Ik regeer hem, mijne heeren, en ik kan u verzekeren, +dat ik hem een goed eindje op weg help. Zijn goederen zijn al danig +aan het slinken."--"Dat geloof ik best," riep Centellès uit, "ik zie +onzen bourgeois nog in het armenhuis belanden. Kom, don Mathias," +ging hij voort, "laten wij eens nader kennis met dien man maken en +er het onze toe bijdragen om hem van zijn geld af te helpen." + +Centellès en mijn meester begaven zich met don Alvaro naar Gregorio +de Noriega, Wij gingen er ook heen, zijn bediende Magicon en ik, +blij, dat wij een vrijen maaltijd hadden en dat wij het onze konden +bijdragen om den bourgeois te doen verarmen. De heer des huizes +leek mij een groote ezel. Hij trachtte tevergeefs de manieren van de +saletjonkers na te doen, maar 't was een zeer slechte copie van een +bijzonder goed origineel of, om mij beter uit te drukken: een domkop, +die zich als een verstandig mensch wilde voordoen. Stel je zoo iemand +voor te midden van vijf spotvogels, die zich ten doel hadden gesteld +een loopje met hem te nemen en hem aan te zetten tot groote uitgaven. + +"Mijne heeren," zei don Alvaro na de eerste begroetingen, "ik stel u +hier don Gregorio de Noriega als een der volmaaktste ridders voor. Hij +bezit duizenden voortreffelijke eigenschappen. Gij moet weten dat hij +een zeer schrander hoofd heeft. Gij kunt over alles met hem praten +van de fijnste scherpzinnigste logica af tot op de spelling toe; +hij is letterlijk van alles op de hoogte."--"O, dat is al te vleiend +gesproken," viel de bourgeois hem in de rede, terwijl hij zeer +ongracieus lachte. "Ik zou u deze beweringen kunnen retourneeren, +Signor Alvaro. Gij zijt in waarheid wat men noemt een bron van alle +mogelijke ontwikkeling en kennis."--"Ik had niet de bedoeling mij +zulk een geestigen lof te laten toezwaaien," antwoordde don Alvaro; +"maar geloof mij, heeren, Signor Gregorio zal vast en zeker naam +maken in deze wereld." + +Deze ironische gesprekken volgden elkaar voortdurend op en de arme +Gregorio werd van alle kanten aangevallen, want de saletjonkers +maakten telkens grappen op hem, waarin de domkop de aanval op zich +niet eens merkte; integendeel nam hij in vollen ernst op alles wat +men van hem zeide en hij scheen zeer tevreden over zijn gasten; +het leek zelfs, dat zij hem nog genoegen deden hem voor den gek te +houden. Ook gedurende den maaltijd vermaakten zij zich met hem en +vervolgens bleven zij er den geheelen nacht. Wij matigden ons in het +drinken juist zooals onze meesters en wij waren zoo frisch als een +hoentje toen wij den bourgeois verlieten. + + + + + + + + +HOOFDSTUK V + +Gil Blas gaat op avontuur uit. Hij maakt kennis met een lieve dame. + + +Na eenige uren geslapen te hebben, stond ik in de beste stemming +op, en in afwachting dat mijn meester zou ontwaken, ging ik mijn +opwachting maken bij onzen intendant, wiens ijdelheid niet weinig +gestreeld was door mijn betooningen van eerbied. Hij ontving mij zeer +vriendelijk en voorkomend en vroeg mij of ik mij goed thuis gevoelde +in dit soort leven van de jonge heeren. Ik antwoordde hem dat ik wel +dacht er spoedig aan te zullen gewennen. + +Ik gewende er mij dan ook werkelijk aan en zelfs eerder dan ik +dacht. Ik werd geheel anders van doen en laten. Zoo levendig en +luchthartig werd ik nu, dat de bediende van don Antonio mij een +compliment maakte voor mijn gedaanteverwisseling en zeide dat, +om een beroemd persoon te worden, het mij slechts aan het noodige +geld ontbrak. Hij hield mij voor oogen, dat dit een besliste +noodzakelijkheid was om een net jongmensch te vormen; dat al onze +makkers bemind werden door een of andere schoone en dat hij voor zijn +persoon de gunst bezat van twee adellijke dames. Ik was van meening +dat de vent loog. "Mijnheer Mogicon," zei ik, "gij zijt zonder twijfel +een goed gebouwd en zeer geestig man, gij bezit werkelijk groote gaven; +maar ik begrijp toch niet hoe twee aanzienlijke dames, bij wie ge niet +eens inwoont, verliefd kunnen worden op iemand van onzen stand."--"O, +maar zij weten niet wie ik ben. Ik heb die veroveringen gemaakt in de +kleeren van mijn meester en onder zijn naam. Ziehier hoe dat gaat. Ik +kleed mij als saletjonker en neem zijn manieren aan, ga vervolgens +naar de pantoffelparade, knipoog tegen alle dames die ik zie, totdat +ik er eene ontmoet die op mijn wenken antwoordt. Deze volg ik dan en +ik zie haar te spreken te krijgen. Ik stel mij voor als don Antonio +Centellès en vraag een rendez-vous met haar. Natuurlijk begint zij +met bezwaren te opperen, maar ik weet haar dan toch te bepraten, +enz. enz. Zoo leg ik het aan, mijn waarde, om aan geld te komen en +ik raad je hetzelfde te doen." + +Ik wilde te gaarne beroemd worden om niet naar dezen raad te +luisteren; bovendien was ik in 't geheel niet afkeerig van een +liefdesavontuurtje. Ik vatte dus het plan op, mij als saletjonker +te verkleeden om op galante avonturen uit te gaan. Ik durfde mij +niet in ons huis te verkleeden uit vrees opgemerkt te worden. Ik +nam daarom een mooi pak uit de garderobe van mijn meester, maakte +er een pakje van en ging er mee naar een barbiertje, dien ik kende +en waar ik mij op mijn gemak zou kunnen verkleeden. Daar tuigde ik +mij zoo mooi mogelijk op, terwijl de barbier mij ook met zijn kunde +behulpzaam was. Toen wij meenden, dat mijn toilet geheel voltooid was, +ging ik naar het Saint-Jerôme plein, waar ik overtuigd was wel een +buitenkansje te zullen vinden. Doch ik behoefde niet eens zoo ver te +loopen om mijn geluk te ontmoeten. + +Toen ik een afgelegen straat overstak, zag ik uit een klein huis +eene rijk gekleede dame komen, zeer schoon van gestalte, die in een +huurkoets stapte. Ik bleef plotseling staan om haar te bekijken en ik +groette haar zwierig, om haar te toonen, dat zij mij wel beviel. Zij +van haren kant lichtte een oogenblik hare voile op om mij te laten +zien, dat zij mijne aandacht nog meer waard was dan ik meende, want ik +zag een zeer lief gelaat. Het rijtuig reed echter weg en ik bleef in +de straat staan, een weinig verblind door de schoone gelaatstrekken, +die ik gezien had. "Wat een prachtig gezicht," zei ik bij mijzelf, +"dat is het eenige wat mij nog ontbreekt om mij te voltooien. Als de +beide dames die Mogicon liefhebben, zoo mooi zijn als deze, dan is hij +een heel gelukkige snuiter. Ik zou al tevreden zijn als ik één zoo'n +maitresse had." Terwijl ik hier zoo over nadacht, keek ik toevallig +naar het huis, waaruit ik de schoone jonge dame had zien verschijnen, +en ik zag aan een der vensters een oude vrouw, die mij wenkte naar +binnen te komen. + +Ik rende het huis in en vond deze eerbiedwaardige bescheiden oude vrouw +in een tamelijk zindelijke kamer. Zij hield mij zeer zeker minstens +voor een markies en groette mij dan ook zeer onderdanig, terwijl +zij mij als volgt aansprak: "Ik ben er haast zeker van, edele heer, +dat gij slecht zult denken van een vrouw, die, zonder u te kennen, +u bij zich binnen roept, maar gij zult zeer zeker gunstiger over +mij oordeelen, zoodra ge weet, dat ik zoo niet tegenover alle heeren +doe. Ge schijnt mij toe tot het hof te behooren." "Gij vergist u niet," +viel ik haar in de rede, terwijl ik mijn rechterbeen vooruitstrekte en +mijn lichaam op mijn linkerheup liet steunen; "zonder ijdelheid kan +ik zeggen tot een van de eerste huizen van Spanje te behooren." "U +ziet er ook geheel naar uit," antwoordde zij, "en ik wil u gaarne +bekennen, dat ik een zwak heb om adellijke heeren een genoegen te +doen. Ik zag u door het venster en gij besteedde alle aandacht aan +eene dame die mij daar juist verliet. Gevoelt gij eenige neiging tot +haar, zeg het mij dan maar in vertrouwen,"--"Wel ja, op mijn woord, +zij heeft mij getroffen," antwoordde ik, "nooit zag ik zoo'n piquante +verschijning. Als ge ons bij elkaar weet te brengen, kunt ge op mijn +erkentelijkheid rekenen. Als men ons deze diensten goed bewijst, +dan weten wij ze ook zeer goed en mild te beloonen." + +"Ik heb het u al gezegd," antwoordde de oude vrouw, "ik voel mij +zeer genegen tot adellijke personen en vind er een genoegen in +hun van dienst te zijn. Ik ontvang hier bijvoorbeeld dames, die om +fatsoensbegrippen hun minnaars niet bij zich kunnen ontvangen en +ik leen hun mijn huis om hun vurigen liefdesdrang te vereenigen met +het fatsoen." "Heel goed," antwoordde ik, "en gij hebt dat genoegen +zeker verschaft aan de bewuste dame?"--"Neen" zei zij, "dit is een +adellijke weduwe, die een minnaar zoekt, maar zij is in dit opzicht +zoo lastig uitgevallen, dat ik niet weet of gij haar zult voldoen, hoe +verdienstelijk gij ook zijt. Ik heb reeds drie goed gebouwde adellijke +heeren aan haar voorgesteld, maar ze heeft ze geweigerd."--"O, mijn +waarde," riep ik geestdriftig uit, "gij behoeft mij slechts achter +haar aan te sturen en voor 't overige kunt ge op mij vertrouwen. Ik +verlang er zeer naar een tête a tête te hebben met zoo'n kieskeurige +schoone, ik heb nog nooit met die karakters kennis gemaakt." "Welnu," +zei de oude vrouw, "ge behoeft slechts morgen op ditzelfde uur terug +te komen en gij zult dan uwe nieuwsgierigheid kunnen bevredigen."--"Ik +zal op mijn tijd hier zijn," antwoordde ik haar, "en dan zullen wij +eens zien of een adellijk heer als ik een blauwtje kan loopen." + +Ik ging daarna terug naar den kleinen barbier zonder op verdere +avonturen uit te gaan en niet weinig verlangend naar den afloop van +dit laatste. Den volgenden dag ging ik een uur vóór den bepaalden tijd +naar de oude vrouw, na mij eerst deftig gekleed te hebben. "Mijnheer," +zei ze mij, "gij zijt een man van de klok en ik ben er u dankbaar +voor. Trouwens, de zaak is wel de moeite waard. Ik heb de jonge +weduwe opgezocht en wij hebben veel over u gepraat. Men heeft mij +gelast te zwijgen, maar ik voel mij zoozeer tot u aangetrokken, +dat ik dat niet kan. Gij zijt in den smaak gevallen en gij zult een +zeer gelukkig mensch worden. Onder ons gezegd en gezwegen, deze +dame is zeer bekoorlijk en beminnenswaardig; haar man heeft niet +lang met haar geleefd; hij is als een schim in haar leven geweest, +zij heeft werkelijk al het bekoorlijke van een meisje." Het goede +oudje wilde natuurlijk zeggen van die meisjes met geest, die zonder +zich te vervelen in het celibaat leven. + +De heldin van het rendez-vous kwam spoedig met een huurkoets, +evenals den vorigen dag, en was gekleed in kostbare gewaden. Zoodra +zij de kamer binnen trad, begon ik met vijf of zes buigingen van +een saletjonker, begeleid door de bevalligste bewegingen. Daarop +ging ik vertrouwelijk naar haar toe en zei: "Mijn prinses, gij ziet +hier een man voor u, die Amor's pijl getroffen heeft. Uwe beeltenis +staat mij sinds gisteren voortdurend voor den geest en gij hebt een +hertogin uit mijn hart weten te verdrijven, die er al vasten voet +begon te krijgen."--"Die overwinning is werkelijk te groot voor mij," +antwoordde zij, haar voile afleggend, "maar zij maakt mij volkomen +gelukkig. Een jonge man houdt van verandering en zijn hart, zegt men, +is even moeilijk te bewaren als een stuk geld!"--"O, mijn koningin," +hernam ik, "laten wij de toekomst er buiten en denken wij slechts +aan het heden. Gij zijt schoon en ik ben verliefd. Als mijn liefde +u aangenaam is, laten wij dan van elkander genieten zonder verdere +bedenkingen. Laat ons scheep gaan zooals de matrozen, niet lettende +op de gevaren van den tocht, maar slechts met het genoegen voor oogen." + +Toen ik deze laatste woorden had gesproken, wierp ik mij op mijn knieën +voor de schoone fee en om nog beter de saletjonker na te doen, drong +ik er met kracht op aan, dat zij mij gelukkig zou maken. Zij scheen +een weinig van haar stuk door mijn heftig aandringen, maar meende zich +toch nog niet gewonnen te moeten geven. Zij stiet mij zacht van zich af +en zei: "Kalm een beetje, gij zijt al te vurig en lijkt wel wat op een +lichtmis. Ik ben een beetje bang, dat ge een boemelaar zijt.--"Welaan, +mevrouw," zei ik, "kunt gij iets haten waar de vrouwen bovenmate veel +van houden? Er zijn nog slechts enkele burgervrouwen, die het uitgaan +van een jongen man afkeuren."--"Dat is mij te machtig," antwoordde zij, +"en door zoo'n argument moet ik mij gewonnen geven. Ik zie wel, dat +men tegenover een man als gij niet veinzen kan, en een vrouw moet wel +toegeven. Welnu ik ben door u overwonnen," zei zij, met een schijn van +verlegenheid alsof haar zedigheid door deze bekentenis was gekwetst, +"Gij hebt mij gevoelens ingeboezemd, die ik nog nooit voor iemand heb +gekoesterd en ik wilde alleen nog maar weten wie gij zijt om u tot mijn +minnaar te kiezen. Ik geloof, dat gij een jong edelman zijt en zelfs +een fatsoenlijk man, doch ik ben er nog niet van overtuigd. Hoeveel +inlichtingen ik dus ook over u heb, wil ik toch mijn liefde niet aan +een onbekende geven." + +Ik herinnerde mij toen hoe in een dergelijk geval de lakei van don +Antonio er zich uit redde en wilde dus ook nu op zijn voorbeeld +voor mijn meester spelen. "Mevrouw," zei ik tot de weduwe, "ik zal u +geenszins mij naam verbergen, hij is trouwens mooi genoeg om gehoord +te mogen worden. Heeft u nooit hooren spreken van don Mathias de +Silva? "Zeer zeker," antwoordde zij, "en ik kan u er nog bijvoegen +dat ik hem wel eens ontmoet heb bij een van mijn kennissen." Hoewel +ik al tamelijk brutaal was geworden, was ik toch een beetje van mijn +stuk gebracht door dit antwoord. Ik herstelde mij in een oogenblik en +al mijn scherpzinnigheid bijeen verzamelend om mij uit mijn netelige +positie te redden, zei ik: "Welnu, mijn schoone engel, dan kent gij +een heer, dien ik ook ken. Ik behoor namelijk tot zijn familie, daar +ge er zoo op staat alles te weten. Zijn overgrootvader huwde met de +schoonzuster van een oom van mijn vader. Zooals gij dus ziet, zijn +wij nauw verwant. Ik heet don Cesar. Ik ben de eenige zoon van den +beroemden don Fernando de Ribera die voor vijftien jaar gedood werd +in een slag op de grenzen van Portugal. Ik zou u wel een uitvoerig +verslag van het gevecht kunnen geven, maar dit zou tijdverlies zijn, +terwijl de liefde eischt, dat wij de uren aangenamer doorbrengen." + +Na dit gesprek drong ik nog heviger en hartstochtelijker aan, +wat mij echter niet verder bracht. De gunstbetooningen die mijne +godin mij gaf, maakten mij slechts verlangender naar die welke zij +mij weigerde. Het hartelooze wezen ging naar haar rijtuig, dat haar +bij de deur wachtte. Toch was ik tevreden over dit avontuur hoewel +ik niet volkomen gelukkig was. "Dat ik tot nu toe slechts weinig +tegemoetkomingen ondervonden heb," zei ik tot mijzelf, "komt omdat +mijn aangebedene een adellijke dame is, die meent niet terstond te +moeten zwichten voor mijn liefdesbetuigingen. De fierheid van hare +geboorte heeft mijn geluk een weinig vertraagd, maar dit is slechts +een uitstel van eenige dagen." Ik hield mijzelf ook wel voor, dat het +een zeer sluwe geslepen vrouw kon zijn, maar toch wilde ik de zaak +liever van een gunstige dan van een ongunstige zijde bezien en ik bleef +dus een goede gedachte van mijn weduwe houden. Bij het afscheidnemen +waren wij overeen gekomen elkaar na twee dagen weer te ontmoeten en +de hoop dan tot het toppunt van mijn wenschen te zullen geraken, gaf +mij reeds een voorsmaak van de genoegens waarmede ik mij zelf vleide. + +Den geest vol van de lachendste beelden, ging ik dan ook naar den +barbier. Ik verwisselde mijn kleeren en zocht mijn meester op in een +speelhuis waar ik zeker was hem te zullen vinden. Ik vond hem bezig +met spelen en ik bemerkte dat hij won; want hij was niet een van die +flegmatieke spelers die zich rijk spelen of zich ruineeren, zonder een +spier op hun gezicht te vertrekken. Hij was opgewekt en pocherig bij +zijn geluk en korzelig bij zijn ongeluk. Hij verliet het speelhuis +zeer opgewekt en ging in de richting van het Prinsentheater. Ik +volgde hem tot aan de deur van den schouwburg en hij gaf mij daar een +dukaat zeggende: "Hier Gil Blas, daar ik vandaag gewonnen heb, moet +jij daarvan ook genieten; ga je maar wat verstrooien met je makkers +en kom mij tegen middernacht bij Arsenia halen, waar ik soupeer met +Don Alexo Segiar". Dit zeggende ging hij naar binnen en ik bleef +erover nadenken met wien ik wel dien dukaat zou kunnen verteren +overeenkomstig den wensch van den gever. Ik behoefde echter niet lang +na te denken want plotseling stond Clarino, de lakei van don Alexo, +voor mij. Ik nam hem mede naar de eerste de beste herberg en wij +vermaakten er ons tot middernacht. Tegen dien tijd gingen wij naar +het huis van Arsenia waarheen ook Clarino zich volgens bevel van +zijn meester moest begeven. Een kleine portier opende ons de deur +en liet ons in een lage kamer waar de kamermeisjes van Arsenia en +van Florimonde zich onder uitbundig gelach met elkaar onderhielden, +terwijl hare meesteressen boven waren met onze heeren. + +De komst van twee heeren, die juist goed gesoupeerd hadden, kon niet +anders dan aangenaam zijn voor de beide soubrettes, maar stel u mijn +verbazing voor toen ik in een van die beide dienstmeisjes mijne weduwe +ontdekte, mijne aanbiddelijke weduwe, die ik voor een gravin of een +markiezin hield. Zij was niet minder verbaasd haar don Cesar de Ribera +veranderd te zien in den lakei van een saletjonker. Wij keken elkaar +echter aan zonder een van beiden verlegen te worden, integendeel +barstten wij beiden in lachen uit. Toen wij eindelijk uitgelachen +waren, nam Laura--zoo heette zij--mij ter zijde terwijl Clarino met +zijn schoone sprak en zei op gedempten toon, terwijl zij mij de hand +gaf: "Ziehier mijn hand, Signor don Cesar; laten wij inplaats van +elkaar wederzijds verwijten te doen elkaar ons compliment maken, +mijn vriend! Gij hebt je rol meesterlijk gespeeld en ik heb mij van +de mijne ook niet slecht gekweten. Gij zult tenminste moeten bekennen +dat gij mij gehouden hebt voor een van die lieve adellijke dames, +die er een genoegen in hebben een gewaagd stukje uit te halen."--"Dat +is zeer zeker waar," antwoordde ik, "maar wie ge ook zijn moogt, +mijn koningin, ik ben niet van gevoelens veranderd al ziet gij +mij onder andere gedaante voor je. Ik smeek je mijn diensten te +aanvaarden en laat de kamerbediende van don Mathias voltooien wat +don Cesar zoo gelukkig is begonnen."--"Wel," antwoordde zij, "ik mag +je nog liever in je ware gedaante als anders. Gij zijt een man wat +ik als vrouw ben, dat is de grootste lof dien ik je kan geven. Ik +neem je dan ook op onder het getal mijner aanbidders en wij hebben +dan de tusschenkomst van die oude vrouw niet meer noodig; gij kunt +mij hier vrij komen bezoeken. Wij dames van het theater leven zonder +dwang en midden tusschen de heeren." Daarbij bleef het, daar wij niet +alleen waren. Het gesprek werd algemeen, levendig en opgewekt en vol +duidelijke dubbelzinnigheden. Vooral het kamermeisje van Arsenia, +mijn beminnelijke Laura, blonk uit en deed veel meer geest dan deugd +blijken. Van hun kant hoorden wij onze heeren zeer dikwijls luid +lachen met de tooneelspeelsters, wat deed veronderstellen dat ook +zij zich nogal vermaakten. Als men al het moois had opgeschreven, +dat dien nacht bij Arsenia werd gesproken, zou men, geloof ik, een +zeer leerzaam boek voor de jeugd hebben. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VI + +Het onderhoud van eenige heeren over de komedianten van het +tooneelgezelschap van den prins. + + +Dien dag kreeg mijn meester bij zijn ontwaken een briefje van don Alexo +Segiar waarin deze hem vroeg bij hem te komen. Wij begaven ons naar hem +toe en troffen hem in gezelschap van den markies de Zenette en nog een +anderen jongen edelman, die er netjes uitzag en dien ik nog nooit had +gezien. Hij werd aan mijn meester voorgesteld door don Segiar als don +Pompeio de Castro, een bloedverwant van don Segar. "Hij is bijna van +zijn prilste jeugd af aan het hof van Polen. Gisterenavond kwam hij te +Madrid en hij gaat morgen weer naar Warschau terug. Hij blijft slechts +één dag bij mij en ik wil van dien kostbaren tijd van zijn verblijf +profiteeren. Om hem dat verblijf ten mijnent zoo aangenaam mogelijk +te maken, heb ik gemeend u en de markies de Zenette hier te moeten +laten komen." Vervolgens omhelsden mijn meester en de bloedverwant +van don Alexo elkaar en maakten elkaar een menigte complimenten. Ik +was zeer tevreden over hetgeen don Pompeio zeide; hij scheen mij zeer +verstandig en schrander. + +Wij bleven eten bij don Segiar en de heeren bleven na den maaltijd +spelen totdat het theater zou beginnen. Daarna gingen zij gezamenlijk +naar het Prinsentheater om de opvoering bij te wonen van een nieuw +treurspel, getiteld: "De koningin van Carthiago". Toen het stuk +afgeloopen was, kwamen zij soupeeren ter zelfder plaatse waar zij +gedineerd hadden en natuurlijk liep het gesprek in het eerst over het +stuk dat zij gezien hadden en daarna over de spelers. "Wat het stuk +betreft," zei don Mathias, "vind ik dat het niet veel bijzonders is: +ik vind er de figuur van Alexo nog treuriger dan in de Alcade. Maar +wat de uitvoering betreft, deze was meesterlijk. Wat denkt gij er +van don Pompeio? Gij schijnt het niet met mij eens te zijn." "Mijne +heeren," antwoordde de edelman, "ik heb u daareven zoo geestdriftig +gezien over de acteurs en vooral over de actrices, dat ik u bijna +niet durf bekennen dat ik eene geheele andere meening ben toegedaan +dan gij." "Dat is dan maar goed ook," zei don Alexo schertsenderwijs, +"want uw beoordeeling zou hier al zeer slecht worden ontvangen. Gij +moet onze actrices wel respecteeren in aanmerking genomen haar +grooten roep van bekwaamheid. Dagelijks drinken wij met hen en wij +staan er voor in, dat zij volmaakt zijn; als men het van ons zou +verlangen zouden wij volgaarne certificaten van haar geven." "Ik +twijfel hieraan geen oogenblik", antwoordde zijn bloedverwant, "gij +zoudt zelfs certificaten geven van haren levenswandel en hare zeden, +zoozeer schijnt gij goede vrienden van haar te zijn." + +--Uwe Poolsche actrices zijn zeker veel beter," zeide lachende de +markies de Zenette. + +"Ja zeker," antwoordde don Pompeio, "zij zijn veel beter. Er zijn er +ten minst bij die geen enkel gebrek hebben." "En kunnen die dan op uwe +getuigschriften rekenen?" "Ik heb in 't geheel geen verbintenissen +met haar," antwoordde don Pompeio. "Ik neem geen deel aan haar +zwelgpartijen en ik kan dus een onpartijdig oordeel vellen. Maar +gelooft gij werkelijk een uitmuntenden tooneelspelerstroep te +bezitten?" ging hij voort. + +"Neen," zei de markies, "dat geloof ik niet en ik wil dan ook slechts +een klein getal van hen in bescherming nemen, de overigen zijn mij +onverschillig. Zijt ge het er bijvoorbeeld niet mede eens, dat de +actrice die voor Dido speelde bewonderenswaardig is? Heeft zij deze +koningin niet voorgesteld met allen adeldom en bevalligheid die wij +in haar veronderstellen? En hebt gij het niet bewonderd hoe zij den +toeschouwer door haar kunst weet te boeien en hem alle hartstochten +doet medegevoelen die zij vertolkt? Men kan gerust zeggen dat zij +volmaakt is in alle moeilijkheden van de voordracht."--"Ik ben +het met u eens, dat zij iemand weet te treffen en te ontroeren: +nooit had eenig tooneelspeelster meer gevoel en het is tevens een +mooie verschijning maar toch heeft zij hare gebreken. Twee of drie +dingen hebben mij in haar spel gehinderd. Als zij verbazing wil doen +blijken dan rolt zij met hare oogen op een overdreven wijze wat zeker +niet past voor een prinses. Voeg hierbij nog dat als zij hare van +nature zachte stem uitzet, deze hare zachtheid verliest en snijdend +wordt. Bovendien leek het mij dat zij in verschillende passages niet +goed begreep wat zij zeide. Ik wil liever aannemen dat zij verstrooid +was, dan te willen beweren dat zij niet genoeg talent heeft." + +"Zooals ik wel zie," zei toen don Mathias, "zoudt gij geen al te +grooten lof van onze tooneelspeelsters verspreiden." "Ik bied u +wel mijn verontschuldiging," antwoordde don Pompeio. "Ik ontdek +zeer veel talent bij hun vele fouten. Ik voeg hierbij zelfs dat +ik genoten heb van de actrice, die voor volgelinge speelde in de +tusschenbedrijven. Welk een natuurlijk spel! Met welk een gratie +beweegt zij zich. Als zij een aardig gezegde debiteert, doet zij het +met een schalkschen glimlach en zoo aanvallig dat men haar daarom +ook zou prijzen. Men zou in haar kunnen afkeuren, dat zij soms te +veel in vuur geraakt en dat zij de perken der vrijmoedigheid soms te +buiten gaat, maar men mag niet alles verlangen. Wat ik echter graag +zou zien is dat zij een slechte gewoonte aflegde. Dikwijls midden in +een tragische of ernstige scène breekt zij de handeling af door een +uitbundig gelach. Gij zult mij zeggen, dat de parterre haar ook in +zulke oogenblikken applaudiseert en dat is gelukkig voor haar." + +"En wat denkt gij wel van de acteurs," viel de markies hem in de rede, +"die zullen het zeker wel heel hard te ontgelden hebben, daar gij de +vrouwen niet eens spaart". + +"Neen," antwoordde Pompeio, "ik heb eenige jonge acteurs gezien, +die wel wat belooven en ik ben vooral zeer tevreden over dien +dikken tooneelspeler, die de rol van Dido's eersten minister heeft +gespeeld. Hij draagt heel natuurlijk voor en zoo doet men het nu juist +in Polen." "Als ge tevreden zijt over hem," zei Segiar, "dan moet ge +toch zeker enthousiast geweest zijn over de personen van Aneas. Schijnt +hij u geen groot tooneelspeler, is het geen origineel acteur?" "Zeer +origineel," antwoordde de ander, "hij geeft geluiden die zeer origineel +zijn en zeer scherp tevens. Bijna altijd tegen de regels der kunst in +brabbelt hij de zinnen waar het op aankomt en legt den klemtoon op de +andere. Hij heeft mij werkelijk vermaakt en vooral in de passage waar +hij aan zijn vertrouweling de woede mededeelt waarmede hij de prinses +verliet; men zou smart niet komischer kunnen voorstellen." "Neen maar +nu nog mooier, mijn waarde heer," antwoordde don Alexo, "gij zoudt ons +haast doen gelooven dat men in Polen niet veel smaak heeft. Weet gij +wel dat die acteur waarvan gij spreekt een zeldzaam genie is? Hebt +gij dan het applaus niet gehoord? Dat bewijst toch, dunkt mij zoo, +dat hij nog zoo heel slecht niet is." + +"Dat bewijst niets," antwoordde don Pompeio. "Mijne heeren, laten +wij nu eens geen rekening houden met het applaus van de parterre; +daar worden dikwijls zeer ten onrechte acteurs geapplaudiseerd. De +parterre applaudiseert veel zeldzamer een waar kunstenaar dan +een schijnkunstenaar, zooals Phedra het ons in een geestige fabel +leert. Veroorloof mij dat ik u dit even vertel. + +Alle inwoners van een stad waren vergaderd op een groot plein om +pantomimes te zien spelen; onder de spelers was er een, dien men +telkens applaudiseerde. Deze komiek wilde aan het eind van het stuk +met een geheel nieuw tooneel sluiten. Hij verscheen geheel alleen +op het tooneel boog, bedekte zijn hoofd met zijn mantel en begon +zoo het geschreeuw van een speenvarken na te bootsen. Hij deed dit +zoo meesterlijk dat men meende, dat hij er in werkelijkheid een onder +zijn kleeren verborgen hield. Men zei hem zijn mantel uit te schudden, +wat hij dan ook deed en toen er niets te voorschijn kwam, verdubbelden +de toejuichingen van de menigte. Een boer, die onder de toeschouwers +stond, ergerde zich aan deze uitingen van bewondering. "Mijne heeren," +riep hij uit, "gij hebt ongelijk met zoo in je schik te zijn over +dezen grappenmaker; hij is in 't geheel niet zoo'n goed acteur als +gij wel gelooft. Ik kan veel beter een speenvarken nabootsen dan hij +en als ge het niet gelooven wilt, kom dan morgen op hetzelfde uur +hier terug." Het volk kwam den volgenden dag in nog grooter getale +en maakte zich natuurlijk gereed den boer uit te fluiten. De beide +tegenstanders verschenen op het tooneel. De clown van den vorigen +dag begon het eerst en werd nog uitbundiger toegejuicht dan de +eerste maal. Toen was het de beurt van den boer, die zich daarop in +zijn mantel wikkelde en een werkelijk speenvarken dat hij onder den +arm hield aan de ooren begon te trekken, waarom het dier natuurlijk +vreeselijk schreeuwde. Toch kenden de toeschouwers den prijs toe aan +den acteur en overlaadden den boer met hun gefluit. Plotseling echter +vertoonde deze aan de toeschouwers het levende speenvarken en zei: +"Mijne heeren, gij fluit niet mij uit, maar het speenvarken zelf. Wat +zijt gij kranige rechters!" + +--"Mijn waarde vriend," zei don Alexo, "je fabel is wel een beetje +al te kras. Niettegenstaande uw speenvarken geven wij ons echter +nog niet gewonnen. Laten wij maar over wat anders praten, want dit +begint mij te vervelen. Gij vertrekt dus morgen, hoe graag ik u ook +nog langer bij mij zou houden?"--"Ik zou graag nog langer blijven, +maar dat kan niet; ik ben naar het Spaansche hof gekomen voor een +staatszaak. Ik heb gisteren bij mijn aankomst den eersten minister +gesproken; morgenochtend moet ik hem nogmaals bezoeken en even daarna +moet ik naar Warschau terugkeeren." + +"Gij zijt dus Pool geworden," hernam Segiar, "en volgens alle +waarschijnlijkheid zult gij niet meer in Madrid komen wonen?" "Dat +geloof ik ook niet," hernam don Pompeio; "ik heb het geluk, dat de +koning van Polen aan mij gehecht is en ik heb veel genoegen aan zijn +hof; kunt gij echter gelooven dat hoe goed hij ook voor mij is, ik op +het punt heb gestaan voor altijd zijn land te verlaten?" "Zoo en hoe +kwam dat?" vroeg de markies. "Vertel ons dat eens." "Zeer gaarne," +antwoordde don Pompeio, "het is tevens mijn eigen geschiedenis, +die ik u ga vertellen." + + + + + + + + +HOOFDSTUK VII + +Geschiedenis van don Pompeyo de Castro. + + +"Don Alexio," vervolgde hij, "weet dat ik bij het eind mijner jeugd de +wapens wilde opnemen, en daar ons land rustig was, ging ik naar Polen, +waaraan de Turken toen juist den oorlog hadden verklaard. Ik deed mij +voorstellen aan den koning, die mij een plaats in zijn leger gaf. Ik +was een jongste zoon van een der minst rijke edellieden van Spanje, +wat mij noodzaakte uit te blinken door daden, die de aandacht van +den generaal op mij zouden vestigen. Ik deed zoo goed mijn plicht, +dat toen na een vrij langen oorlog de vrede gesloten werd, de koning +mij op aanbeveling van den commandeerenden generaal een aanzienlijke +rente uitkeerde. Gevoelig voor de edelmoedigheid van den monarch, +verloor ik geene gelegenheid hem mijn erkentelijkheid te betuigen +door mijne toewijding. Ik was altijd in zijne nabijheid en daardoor +ging hij ongemerkt van mij houden en ontving ik nieuwe weldaden. + +Toen ik mij eens onderscheidde in een stierengevecht, prees het +geheele hof mij; en toen ik overladen met toejuichingen naar huis +keerde, vond ik daar een briefje, waarin mij werd medegedeeld dat eene +dame, wier verovering mij meer zou vleien, dan alle eer die mij dien +dag bewezen was, mij wenschte te spreken, en dat ik slechts bij het +aanbreken van den nacht naar een aangewezen plek hoefde te gaan. Deze +brief deed mij veel genoegen en ik verbeeldde mij dat het een dame +uit den eersten stand moest zijn, die mij dien brief schreef. Gij +kunt dus begrijpen dat ik naar het rendez-vous ging. Een oude vrouw, +die mij wachtte, bracht mij door een tuindeurtje in een groot huis, +sloot mij op in een rijk gemeubeld kabinet en zeide: "Wacht hier dan +ga ik mijn meesteres waarschuwen." Ik bemerkte tal van kostbare zaken +en dit versterkte mij ook in de meening, die ik van de dame had. En +toen zij verscheen bevestigde zij dit ook door haar edele majestueuze +houding. Nochtans was het niet, wat ik dacht. + +"Mijnheer de ridder," zeide zij, "na hetgeen ik gedaan heb zou het +nutteloos zijn u te willen verbergen, dat ik teedere gevoelens voor u +koester. Meer dan eens heb ik u gezien, ik heb naar u geinformeerd en +het goeds, dat men mij van u gezegd heeft, heeft mij doen besluiten +mijn neiging te volgen. Geloof echter niet de verovering te hebben +gemaakt van een hoogheid; ik ben slechts de weduwe van een eenvoudig +officier der koninklijke lijfwacht, maar wat uwe overwinning te +roemrijker maakt, is dat ik u de voorkeur geef boven een der grootste +edelen van het rijk. Prins Radziwil bemint mij en spaart niets om +mij te behagen." + +Hoewel ik uit dit gesprek duidelijk zag, dat ik met een coquette +vrouw te doen had, was mij dit avontuur toch zeer welkom. Dona +Hortensia was nog in haar eerste jeugd en haar schoonheid verblindde +mij. Bovendien bood men mij een hart aan, dat een prins geweigerd was: +welk een triomf voor een Spaanschen ridder! Ik zeide haar alles wat +een galant man zeggen kan en zij had reden voldaan te zijn over mijne +vervoering. Zoo scheidden wij dus als de beste vrienden en kwamen +overeen elkander dikwijls te zien. Ik liet dit dan ook niet na en ik +werd ten slotte de Adonis van deze nieuwe Venus. + +Maar de genoegens des levens zijn niet van eeuwigen duur. Welke +maatregelen de dame ook nam om mijn mededinger onkundig te laten +van onze samenkomsten, hij vernam het toch. Deze heer, die van +nature zeer edelmoedig was doch trots, jaloersch en driftig, was erg +verontwaardigd over mijne vermetelheid. De toorn en jaloezie verwarden +zijn verstand en slechts zijn woede gehoorzamend, besloot hij zich op +eene infame manier te wreken. Op een nacht, dat ik bij Hortensia was, +wachtte hij mij op aan de tuindeur met al zijne lakeien, met stokken +gewapend. Zoodra ik buiten kwam, liet hij mij grijpen en zeide: "Sla +toe, laat die vermetele bezwijken onder uw slagen, zoo zal ik zijn +onbeschoftheid straffen". Hij had deze woorden niet uitgesproken of +zij vielen mij allen tegelijk aan en sloegen mij zoo dat ik bewusteloos +bleef liggen. + +Bij het aanbreken van den dag gingen eenige menschen voorbij, die +ziende dat ik nog ademhaalde, zoo menschlievend waren mij naar een +chirurgijn te dragen. Bij geluk waren mijn wonden niet doodelijk +en viel ik in handen van een bekwaam man, die mij in twee maanden +volkomen genas. Daarna keerde ik aan het hof terug en nam mijn vorige +bezigheden weder op, met dit verschil, dat ik niet meer naar Hortensia +ging en zij van haar kant deed ook geen poging mij weer te zien, +daar de prins haar tegen dezen prijs haar ontrouw had vergeven. + +Daar iedereen mijn avontuur kende en ik niet voor een lafaard doorging, +verwonderde men zich mij zoo kalm te zien als ware ik niet beleedigd +geworden, want ik zeide niet wat ik dacht en scheen geen wrok te +gevoelen. Men wist niet wat te denken van deze ongevoeligheid. De +koning wantrouwde mijn kalmte en dacht dat het slechts de stilte was +die aan den storm voorafging en dat ik niet zou nalaten mij te wreken +zoodra ik een gunstige gelegenheid zou vinden. Om te zien of dit +zoo was, liet hij mij eens bij zich komen en zeide: "Don Pompeyo, +ik weet welk ongeluk u is overkomen en ik moet bekennen dat uw +kalmte mij verrast, gij verbergt zeker wat." "Sire," antwoordde ik, +"ik weet niet wie me beleedigd heeft; ik ben des nachts aangevallen +door onbekende personen; dat is een ongeluk waarover ik mij wel dien +te troosten." "Neen, neen," hernam de koning, "ik wil geen dupe zijn +van uwe voorwendsels, men heeft mij alles gezegd, Prins Radziwil +heeft u doodelijk beleedigd. Gij zijt edelman en Spanjaard, ik weet +waartoe die twee eigenschappen u verplichten; gij hebt besloten u +te wreken. Deel mij in vertrouwen mede waartoe gij besloten hebt, +ik wil het. Vrees niet uw vertrouwen te moeten berouwen." + +"Daar uwe majesteit het beveelt," antwoordde ik, "moet ik hem mijne +gevoelens bloot leggen. Ja heer, ik denk er aan mij te wreken. Gij +weet welk een onwaardige behandeling hij mij heeft doen ondergaan. Ik +zal den prins een dolk in de borst steken of hem neerschieten en +vervolgens de wijk naar Spanje nemen. Ziedaar mijn plan." + +"Het is kras," zei de koning, "doch ik kan het niet veroordeelen +na de wreede behandeling die Radziwil u heeft aangedaan. Hij is +de straf waard, die gij voor hem gereed houdt. Maar voer uw plan +voorloopig nog niet uit; laat mij iets zoeken, dat u tevreden stelt +en hem straft."--"Heer," riep ik treurig uit, "waarom hebt gij mij +genoodzaakt mijn geheim te openbaren. Wat kan....--"Als ik niets vind +dat u tevreden stelt," viel hij mij in de rede, "dan kunt gij doen wat +gij besloten hebt. Ik ben niet voornemens misbruik van uw vertrouwen +te maken en zal uw eer niet verraden; wees daaromtrent gerust." + +Ik was tamelijk nieuwsgierig te weten hoe de koning deze zaak in der +minne dacht te schikken; ziehier hoe hij dat ten uitvoer bracht. Hij +onderhield mijn mededinger in het geheim. "Prins," zeide hij, "gij +hebt don Pompeyo de Castro beleedigd. Gij weet dat hij een man van +aanzienlijke geboorte is, een ridder van wien ik houd en die mij +goed gediend heeft. Gij zijt hem een voldoening schuldig."--"Ik ben +niet voornemens hem die te weigeren," antwoordde de prins. "Als hij +zich over mijn drift beklaagt, dan ben ik bereid hem met de wapens +voldoening te geven."--"Er is een ander eerherstel noodig," hernam de +koning, "een Spaansch edelman verstaat de eer te goed, om te willen +vechten met een laffen sluipmoordenaar. Ik kan u niet anders noemen +en gij zoudt de onwaardigheid van uw handelwijze niet anders kunnen +uitwisschen dan door zelf uw vijand een stok aan te bieden en u bloot +te stellen aan zijn slagen."--"Mijn hemel!" riep mijn mededinger uit, +"gij wilt, sire, dat een man van mijn rang zich verlage en vernedere, +voor een eenvoudig ridder en dat hij zelfs stokslagen van dien man +moet ontvangen!"--"Neen," hernam de monarch, "ik zal don Pompeyo mij +doen beloven dat hij u niet slaan zal. Vraag hem alleen vergiffenis +voor uw heftigheid en bied hem den stok aan; dat is alles wat ik van +u verlang."--"Dan verwacht gij te veel van mij, sire," viel Radziwil +bruusk in de rede, "liever stel ik mij bloot aan de verborgen lagen die +zijn wraakzucht voorbereidt."--"Uwe dagen zijn mij kostbaar," zeide +de koning, "en ik wilde, dat deze zaak geen slechte gevolgen had. Om +haar minder onaannemelijk voor u te maken, zal ik de eenige getuige +zijn van die voldoening die ik u beveel den Spanjaard te geven." + +De koning moest al zijn overwicht aanwenden om van den prins te +verkrijgen dat hij zulk een vernederenden stap deed. Hij slaagde er +echter in en zond vervolgens om mij. Hij vertelde mij het onderhoud dat +hij met mijn vijand had gehad en vroeg mij of ik tevreden zou zijn met +de voldoening die zij beiden waren overeengekomen. Ik antwoordde van +ja, en ik gaf mijn woord dat ik verre van mijn beleediger te zullen +slaan, niet eens den stok zou aannemen. Toen dit aldus geregeld was, +bevonden de prins en ik ons op zekeren dag bij den koning in zijn +kabinet, dat hij achter ons sloot. "Radziwil," zeide hij, "erken uw +misslag en maak dat men u vergeven kan!" Mijn vijand bood toen zijn +verontschuldigingen aan en bood mij een stok aan. "Don Pompeyo," zeide +nu de monarch tot mij, "neem den stok en laat mijn tegenwoordigheid +u niet verhinderen uw vijand te slaan."--"Neen heer," antwoordde ik, +"het is voldoende dat hij wil toelaten stokslagen te ontvangen: +een beleedigde Spanjaard vraagt niet meer."--"Welnu!" hernam +de koning, "daar deze satisfactie u voldoende is, kunt gij thans +beiden tot den regel overgaan. Meet uwe degens om dezen twist edel te +beëindigen." "Dat wensch ik uit alle macht," riep de prins bruusk uit, +"en dat alleen is in staat mij te troosten over den schandelijken stap, +dien ik zooeven gedaan heb!" + +Bij deze woorden vertrok hij vol woede en twee uren later liet hij +mij weten dat hij mij op een afgelegen plek wachtte. Ik ging er heen +en vond hem bereid goed van zich af te slaan. "Laten wij hier ons +verschil uitmaken," zei don Pompeyo. Hij viel eerst zeer levendig +naar mij uit, maar ik had het geluk al zijn slagen te weren. Ik viel +op mijn beurt uit; ik voelde dat ik te doen had met iemand die zich +even goed wist te verdedigen als uit te vallen en ik weet niet hoe +het zou zijn afgeloopen als hij niet een verkeerden stap had gedaan +bij het terugwijken en op zijn rug was gevallen. Ik hield dadelijk op +en zeide hem op te staan. "Waarom spaart gij mij?" antwoordde hij, +"uw medelijden beleedigt mij."--"Ik wil geen gebruik maken van uw +ongeluk, dat zou mijn roem benadeelen. Nogmaals: sta op en laat ons +onzen strijd voortzetten." + +"Don Pompeyo," zeide hij opstaand, "na deze edelmoedigheid staat de +eer mij niet toe nog tegen u te vechten. Wat zou men van mij zeggen +als ik u het hart doorboorde? Ik zou doorgaan voor een lafaard, als +ik het leven ontnam van een man, die het mijne had kunnen nemen. Ik +voel dat ik u erkentelijk moet wezen. Don Pompeyo," vervolgde hij, +"laat ons ophouden elkander te haten. Laat ons verder gaan en +vrienden wezen." "Goed," riep ik uit, "ik neem met vreugde zulk +een aangenaam voorstel aan. Ik bied u mijn oprechte vriendschap en +om te beginnen u daar bewijzen van te geven, beloof ik u geen voet +meer bij dona Hortensia in huis te zetten, als zij mij mocht willen +weerzien."--"Integendeel, ik sta u deze dame af; het is rechtvaardiger +dat ik haar aan u overlaat, daar zij eene natuurlijke neiging voor +u gevoelt."--"Neen, neen," wierp ik hem tegen, "gij bemint haar, de +goedheid die zij mij zou bewijzen, zou u pijn doen; ik offer deze +op aan uw rust." "Al te edelmoedige Castiliaan," hernam Radziwil, +mij in zijne armen drukkend, "uwe gevoelens veroveren mij, welk een +wroeging doen zij in mijn ziel ontstaan! Met welk een schande herinner +ik mij de behandeling, die ik u heb aangedaan! In dit oogenblik schijnt +de voldoening die ik u gegeven heb, mij al zeer gering toe. Ik wil +die beleediging beter herstellen en om de laagheid ervan geheel uit +te wisschen, bied ik u een van mijn nichten ten huwelijk over wier +hand ik beschikken kan. Het is een rijke erfgename van 15 jaar en +uitermate schoon." + +Ik maakte den prins toen alle complimenten passend bij de eer, +in zijne familie te treden, en weinige dagen later trouwde ik zijn +nicht. Sedert dien tijd, mijne heeren, leef ik aangenaam in Warschau; +mijn echtgenoote bemint mij en ik ben nog op haar verliefd. Prins +Radziwil geeft mij alle dagen nieuwe betuigingen van vriendschap en +ik durf mij er op beroemen bij den koning van Polen een wit voetje te +hebben. Het belang van de reis, die ik op zijn bevel naar Madrid doe, +is een blijk van zijn achting." + + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII + +Waarom Gil Blas een nieuwe betrekking moest zoeken. + + +Het was de geschiedenis van don Pompeyo, die de lakei van don Alexio +en ik mede aanhoorden, hoewel men de voorzorg had genomen ons weg te +zenden voor hij begon. Inplaats van heen te gaan, waren wij aan de +deur blijven staan, die wij op een kier hadden gelaten en wij hadden +geen woord verloren. Markies de Zenette en mijn meester omhelsden +don Pompeyo, die vroeg ter ruste wilde gaan en lieten hem alleen met +zijn bloedverwant. + +Bij het ontwaken belastte don Mathias mij met een nieuwe opdracht. "Gil +Blas," zei hij, "neem papier en inkt om drie brieven te schrijven, die +ik je zal dicteeren; ik maak je hierbij tot mijn secretaris."--"Mooi +zoo," zei ik tot mij zelf, "dat geeft al meer werk. Als lakei volg ik +mijn meester overal; als kamerdienaar moet ik hem kleeden en nu word +ik nog zijn secretaris. Ik zal voortaan als een drievoudige Hecata +drie personen tegelijk vertegenwoordigen."--"Gij weet nog niets," ging +hij voort, "van mijn plan. Ziehier wat het is, maar wees bescheiden, +want je leven hangt er van af. Daar ik soms menschen ontmoet, die +hoog opgeven van hun gelukkig gesternte, wil ik, om hen den loef af +te steken, valsche brieven van trouw in mijn zak hebben, die ik hun +dan voorlezen zal. Dit zal mij een weinig verstrooiing geven en ik +zal gelukkiger zijn dan zij, want zij zullen hun veroveringen overal +rondbazuinen, maar er ook veel moeite voor hebben moeten doen, terwijl +ik er niets voor gedaan zal hebben. Maar gij moet je handschrift +verdraaien, opdat al die brieven niet van één hand zullen lijken." + +Ik nam dus papier, pen en inkt en zette mij neer om don Mathias te +gehoorzamen, die mij allereerst het volgende minnebriefje dicteerde: +"Gij zijt dezen nacht niet op de aangegeven plaats geweest. O, don +Mathias, wat zult gij ter uwer verontschuldiging kunnen zeggen? Wat +heb ik mij vergist en wat straft gij mij hevig voor mijn ijdelheid +een oogenblik geloofd te hebben dat alle bezigheden en vermaken van de +wereld moesten plaats maken voor het genot van dona Clara de Mendoce te +zien!" Na dit briefje liet hij mij een ander schrijven van een vrouw, +die een prins voor hem opofferde en ten slotte nog een derde, waarin +een dame hem hare liefdesblijken beloofde als zij er op vertrouwen +kon, dat hij bescheiden zou zijn. Hij was niet alleen tevreden met +mij de brieven te laten schrijven, maar hij liet ze zelfs met namen +onderteekenen van adellijke dames. Ik kon niet nalaten op te merken, +dat ik dit zeer gewaagd vond, maar hij verzocht mij mijne raadgevingen +te bewaren totdat hij er om zou vragen. Ik moest dus wel zwijgen en +zijn bevelen uitvoeren. Toen dit afgeloopen was, stond hij op en ik +hielp hem met het kleeden. Hij stak de brieven in zijn zak en ging +uit. Ik volgde hem en wij gingen dineeren bij don Juan de Moncado, +die dien dag vijf of zes van zijn vrienden onthaalde. + +Men deed zich er flink te goed en de vreugde, die de beste gast is +voor den maaltijd, regeerde er. Alle gasten droegen er toe bij de +conversatie op te vroolijken, eenigen vertelde anecdoten, anderen +geschiedenissen, waarvan zij zelven natuurlijk de helden waren. Mijn +meester liet zoo'n mooie gelegenheid natuurlijk niet ongebruikt om met +de brieven te geuren, die ik geschreven had. Hij las ze hardop voor en +dat met zoo'n ernst, dat misschien alle gasten er de dupe van waren, +behalve de secretaris en hij zelf. Onder de gasten, wie hij ze voorlas, +was een zekere don Lopez de Valesco. Deze, een zeer ernstig man, lachte +niet om de beweerde gelukkige liefdesavonturen, doch vroeg hem kalm, +of de verovering van dona Clara hem veel moeite had gekost. "Bijna +niets," antwoordde don Mathias, "integendeel zij heeft alle mogelijke +toenadering zelf gedaan". Zij zag mij op de wandeling en ik behaagde +haar terstond. Zij liet mij nagaan en onderzoeken wie ik was. Zij +schreef mij toen en gaf mij rendez-vous bij zich aan huis op een uur +in den nacht toen allen in huis sliepen.... Ik ben al te discreet om +u de rest mede te deelen." + +Op het hooren van deze lakonieke toelichting verschoot signor de +Valesco van kleur. Het was niet moeilijk te zien hoezeer hij belang +stelde in de dame waarvan sprake was. "Al die brieven," zei hij tot +mijn meester, hem woedend aanziende, "zijn valsch en zeker niet het +minst, die van dona Clara de Mendoce. In geheel Spanje is er geen +zediger meisje dan zij. Sinds twee jaar doet een edelman, zeker niet +uw mindere in geboorte en persoonlijke verdienste, alle moeite om zich +door haar te doen beminnen. Hij heeft nog nauwelijks de kleinste gunst +ontvangen, maar hij mag zich vleien dat als zij die gaf, ze slechts +voor hem zouden zijn."--"Welnu! wie zegt u het tegenovergestelde?" viel +don Mathias hem schertsenderwijze in de rede. "Ik ben het geheel +met u eens, dat zij een zeer deugdzaam meisje is. Ik van mijn kant +ben een zeer oppassend mensch. Gij kunt er dus van overtuigd zijn, +dat er niets oneerbaars tusschen ons beiden is gebeurd."--"Dat is +te erg," riep don Lopez uit, "spot er niet langer mee. Je bent een +gemeene lasteraar. Nooit heeft dona Clara je 's nachts een rendez-vous +gegeven. Ik mag niet dulden, dat gij haar goeden naam bekladt. Ik +ben van mijn kant te bescheiden u de rest te zeggen." Toen hij deze +woorden zeide, brak hij de vriendschap af ten aanzien van het geheele +gezelschap en trok zich terug op een wijze, die mij deed oordeelen, +dat dit muisje nog wel eens een staartje kon hebben. Mijn meester, +die dapper genoeg was voor een edelman van zijn karakter, minachtte +de bedreigingen van don Lopez. "Wat een fat," barstte hij in lachen +uit. "De dolende ridders verdedigen de schoonheid van hun maitresse, +maar hij wil de braafheid van zijn maitresse staande houden, wat mij +nog zonderlinger voorkomt." + +De aftocht van Valesco, waartegen Moncado zich tevergeefs had trachten +te verzetten, verstoorde geenszins de feestvreugde. De edellieden +sloegen er niet veel acht op en gingen voort zich te vermaken en +scheidden eerst bij het aanbreken van den dag. Ik was doodop van +den slaap en ik dacht eens lekker te gaan slapen, maar ik rekende +buiten den waard, of beter gezegd buiten den portier, die mij een uur +later kwam wekken om te zeggen, dat er een jongen aan de deur op mij +wachtte om mij te spreken. "Vervloekte portier," riep ik geeuwende, +"denk je er dan niet aan, dat ik pas te bed lig? Zeg aan dien jongen, +dat ik slaap en dat hij maar later terug moet komen,"--"Hij wil u nu +op dit oogenblik spreken en zegt, dat de zaak dringend is."--Bij deze +woorden stond ik op, trok alleen mijn broek en wambuis aan en ging al +vloekende naar den jongen, die mij wachtte.--"Mijn vriend," zei ik, +"zeg mij nu maar drommels gauw welke dringende zaak mij het genoegen +verschaft van je bezoek zoo vroeg in den morgen."--"Ik heb een brief, +dien ik aan don Mathias persoonlijk moet overhandigen en dien hij +terstond moet lezen, daar hij voor hem van het hoogste gewicht is. Ik +verzoek u dus mij in zijn kamer toe te laten." Daar ik meende, dat +het een belangrijke zaak was, ging ik mijn meester roepen.--"Pardon," +zei ik, "ik zou uw rust niet gestoord hebben, maar het betreft een +zaak van gewicht."--"Wat moet je van mij?" viel hij mij norsch in +de rede.--"Mijnheer," zei toen de jongen, die met mij was gekomen, +"ik heb u een brief, te overhandigen van don Lopez de Valesco." Don +Mathias nam het briefje, opende het en na het gelezen te hebben, +zei hij tot den bediende van don Lopez: "Mijn beste jongen, ik heb de +gewoonte nooit voor twaalf uur op te staan, al bood men mij ook het +grootste genoegen aan. Gij kunt dus begrijpen, dat ik niet veel lust +gevoel om om zes uur des morgens op te staan om te duelleeren! Neen +mijn waarde, ik heb mijn gezondheid te lief en houd te veel van mijn +slaap om zulk een dwaasheid te begaan. Zeg aan je meester, dat als +hij om half een nog op de aangewezen plaats kan komen, wij elkaar daar +zullen ontmoeten." Toen hij dit gezegd had, trok hij zijn dekens over +zich heen en ging weer kalm slapen. + +Tegen half twaalf stond hij op en kleedde zich aan; vervolgens +ging hij uit en zeide dat ik hem niet behoefde te volgen. Ik was +echter te nieuwsgierig om te weten hoe het zou afloopen, zoodat ik +het toch deed. Ik volgde hem tot op het St. Jeromeplein, waar ik +don Lopez de Valesco reeds zag wachten. Ik verborg mij om beiden +te kunnen bespieden. Zij ontmoetten elkaar en weldra waren zij aan +het vechten. Het gevecht duurde zeer lang, zij vielen beurtelings +met veel kracht en behendigheid op elkaar aan. De overwinning bleef +echter aan de zijde van don Lopez, die op een gegeven oogenblik mijn +meester doorstak en zeer tevreden wegging nu hij zich zoo schitterend +had gewroken. Ik liep naar den ongelukkigen don Mathias en vond hem +buiten kennis en bijna levenloos ter aarde liggen. Dit schouwspel +ontroerde mij en ik kon niet nalaten te weenen over zoo'n tragischen +dood, waartoe ik zelf had medegewerkt. Niettegenstaande mijn smart, +dacht ik toch aan wat er gedaan moest worden en wel allereerst aan +mijzelf. Ik keerde terstond naar huis terug, maakte er een pakje +van mijn kleeren en nam bij vergissing wat kleeren mede van mijn +meester. Toen ik dat alles bij den barbier had gebracht, bij wien +ook mijn bedelaarsplunje nog was, verspreidde ik het bericht van +het treurig schouwspel, waarvan ik zoo juist getuige was geweest, +in de stad. Ik vertelde het aan allen die het maar wilden hooren en +allereerst aan don Gregorius Rodriguez. Hij was minder bedroefd dan +wel ontstemd, omdat hij in verband met dit treurig einde allerlei +maatregelen moest nemen, wat mij deed veronderstellen dat mijn meester +zeker reeds bijna geruineerd was. Hij verzamelde de bedienden en beval +hen hem te volgen naar het St. Jeromeplein. Wij namen don Mathias op, +die nog leefde, maar drie uur later den laatsten adem uitblies. + +Dit was het einde van don Mathias de Silva, die het gewaagd had +valsche minnebriefjes te lezen op een ongeschikt oogenblik. + + + + + + + + +HOOFDSTUK IX + +Bij wie Gil Blas in dienst trad na den dood van don Mathias de Silva. + + +Eenige dagen na de begrafenis van don Mathias werden al zijn bedienden +uitbetaald en weggestuurd. Ik nam mijn intrek bij den kleinen barbier, +met wien ik langzamerhand een duurzame vriendschap was gaan sluiten. Ik +stelde mij bij hem meer genoegen voor dan bij Melendez. Daar ik geen +gebrek had aan geld, maakte ik geen groote haast met het zoeken naar +een andere betrekking. Ik wilde slechts dienen bij deftige menschen +en ik was besloten eerst goed uit te kijken, welke betrekking men +mij aanbood. Ik vond de beste betrekking niet goed genoeg voor mij, +zoozeer scheen het baantje van lakei bij een adellijk heer verkieselijk +boven dat van andere bedienden. + +In afwachting dat de fortuin mij zulk een postje zou bezorgen, +dacht ik niet beter te kunnen doen dan mijn ledigen tijd te wijden +aan mijn schoone Laura, die ik al dien tijd niet meer gezien had na +onze wederzijdsche ontmaskering. Ik durfde mij niet te kleeden als don +Cesar de Ribera, daar ik het slechts kon doen om mij te vermommen en +dus voor een zonderling zou doorgaan. Mijne kleeren waren echter nog +niet te vuil, ik had bovendien goede schoenen en was netjes gekapt. Ik +tooide mij dus met behulp van den barbier als een tusschenpersoon +tusschen don Cesar en Gil Blas. Zoo uitgedost ging ik naar de woning +van Arsenia. Ik vond Laura alleen in dezelfde kamer, waar ik reeds +met haar had gesproken. "O, zijt gij daar," riep zij uit zoodra zij +mij zag, "ik begon te denken dat je dood was. Voor acht dagen heb ik +je gezegd dat je mij mocht komen bezoeken, maar gij maakt werkelijk +geen misbruik van de vrijheden, die de dames u toestaan." + +Ik verontschuldigde mij met den dood van mijn meester, de verschillende +bezigheden, die ik gehad had en ik voegde er zeer hoffelijk bij, dat +zelfs in mijn grootste beslommeringen het beeld van mijn lieve Laura +mij steeds voor den geest had gestaan. "Als dat zoo is," zei zij, +"dan zal ik je geen verdere verwijten doen en wil ik je ook ronduit +bekennen, dat ook ik veel aan je heb gedacht. Zoodra ik den dood +van je meester vernomen had, vormde ik een plan, dat je misschien +wel zal aanstaan. Sinds eenigen tijd spreekt mijne meesteres er +voortdurend van, dat zij een man bij zich in huis wil hebben, een +soort zaakwaarnemer, iemand die zeer zuinig is en die nauwkeurige +rekening houden moet van de gelden, die men hem zal geven voor de +uitgaven van de huishouding. Ik heb toen aan jou gedacht en ik geloof +ook dat jij dat baantje niet slecht zoudt waarnemen."--"Ik gevoel +dat ik mij er uitstekend van zal kwijten," antwoordde ik haar. "Ik +heb de "Spaarzaamheid" van Aristoteles gelezen en het is juist mijn +grootste fort boek te houden.... Maar er is één bezwaar dat mij belet +bij Arsenia in dienst te treden."--"En welk bezwaar is dat?" vroeg +Laura.--"Ik heb gezworen nooit meer in dienst te gaan bij bourgeois +en dien eed heb ik gezworen bij den Styx! Als nu zelfs Jupiter dezen +eed niet mocht breken, dan zult ge het er wel over eens zijn, dat +een lakei hem zeker moet houden!"--"Wie noemt gij alzoo bourgeois," +vroeg de soubrette op fieren toon; "voor wat voor menschen houdt gij +de tooneelspeelsters? Scheert gij ze over één kam met advokaten en +procureurs? Weet dan bij dezen dat de tooneelspeelsters zeer edele +vrouwen zijn door de verbintenissen die zij aangaan met de adellijke +heeren." + +"Als het er zoo mee staat, mijn lief kind," antwoordde ik haar, +"dan kan ik de betrekking aanvaarden, die gij mij aanbiedt en zal +ik haar niet afslaan."--"Neen," antwoordde zij, "dat zou ik ook +denken en uit den dienst van een adellijk heer overgaan in dien van +een tooneelspeelster, is zeker in hetzelfde milieu blijven. Wij zijn +net zoo deftig als adellijke lieden. Wij houden equipage net als zij, +wij leven er lekkertjes van en in het dagelijksche leven scheert men +ons over één kam met den adel. En werkelijk," voegde zij er verder +bij, "het is bijna hetzelfde of men een markies of een tooneelspeler +gedurende een dag beschouwt. Al is een markies drie vierde van den +dag door zijn rang verheven boven een tooneelspeler, dan is het +vierde gedeelte van den dag de tooneelspeler oneindig ver verheven +boven den markies door zijn rol van keizer of koning. En als dat +zoo is, weegt dit wel op tegen adel en grootheid en maakt het ons +gelijk aan de personen van het hof."--"O, zeker," antwoordde ik, +"gij staat op een lijn met elkaar. Ik zie nu ook zeer goed in, dat +tooneelspelers niet zulke schooiers zijn als ik dacht en ik gevoel +veel lust om bij hen in dienst te treden."--"Welnu," zei zij, "kom +dan binnen een paar dagen terug, want ik heb een paar dagen noodig om +mijne meesteres te doen besluiten, u aan te nemen en ik zal bij haar +te uwen gunste spreken. Ik heb wel eenigen invloed op haar geest en +ik ben ervan overtuigd dat gij hier zult mogen komen." + +Ik bedankte Laura voor haar goede bedoeling. Ik betuigde haar mijn +groote dankbaarheid jegens haar en ik deed dat zoo hartstochtelijk, +dat zij er niet aan kon twijfelen. Wij zouden ongetwijfeld nog langen +tijd met elkaar hebben gepraat, als er geen kleine lakei was gekomen +om haar te zeggen, dat Arsenia haar noodig had. Wij gingen dus van +elkaar en ik verliet het huis van de tooneelspeelster in de zoete +hoop, dat ik weldra voor goed in haar gunst zou zijn en ik kwam dan +ook na twee dagen terug. "Ik wachtte je al," zei de kamerjuffrouw van +Arsenia, mijn schoone Laura, "om je te zeggen dat je als huisgenoot +hier zijt opgenomen. Kom met mij mede, dan zal ik je aan mijne +meesteres voorstellen." Dit zeggende, bracht zij mij naar een zaal, +samengesteld uit vijf of zes kleine kamertjes, alle om het deftigst +en rijkst gemeubileerd. + +Wat een weelde, wat een pracht! Ik dacht dat ik bij een koningin was +of nog beter gezegd, ik dacht dat ik hier alle rijkdommen der wereld +op één plaats verzameld zag. Men vond er schatten uit alle streken der +wereld en men kon dit vertrek beschouwen als den tempel eener godin, +waar iedere reiziger als gave een of andere curiositeit van zijn +land bracht. Ik bemerkte de godin, gezeten op een geborduurd satijnen +kussen. Ik vond haar zeer mooi en als het ware vervuld van den rook +der offergaven. Zij was in een bevallig négligé gekleed en bezig met +hare sierlijke handen een nieuw kapsel in orde te brengen om dien dag +haar rol te spelen. "Mevrouw," zei de soubrette, "hier is de econoom +in kwestie, ik kan u verzekeren, dat u nooit een geschikter man zoudt +kunnen vinden." Arsenia nam mij zeer nauwkeurig op en sprak toen: "Wel, +wel, Laura, dat is een heel aardige jonge man en ik geloof wel dat ik +met hem tevreden zal zijn." Vervolgens richtte zij het woord tot mij: +"Mijn goede vriend, gij bevalt mij en ik heb u slechts één ding te +zeggen, gij zult over mij tevreden zijn als ik het over u ben." Ik +antwoordde haar, dat ik al mijn best zou doen om haar naar haar wensch +te bedienen. Toen ik zag dat wij het eens waren met elkaar, ging ik +terstond heen om mijn kleeren te halen en vestigde mij vervolgens in +haar huis. + + + + + + + + +HOOFDSTUK X + +Een en ander over Arsenia en Florimonde. + + +Het was ongeveer tijd voor het theater en mijne meesteres vroeg mij +haar te volgen met Laura. Wij traden hare loge binnen waar zij haar +kleed verwisselde voor een veel schitterender kostuum, waarmede zij +op het tooneel zou verschijnen. Toen de voorstelling begon, nam Laura +mij mede en wij gingen samen ergens zitten vanwaar wij alles goed +konden hooren en zien. + +Laura noemde mij de namen der verschillende tooneelspelers en +-speelsters telkens als zij op het tooneel kwamen. Zij stelde zich +niet tevreden met alleen hun namen te noemen maar de kwaadspreekster +beschreef hen ook nog bovendien! "Deze heeft leege hersens en die +daar is een onbeschofte vlegel. Dat mooie meisje daar en die eerder +vrij dan sierlijk is in haar bewegingen heet Rosarda Let. Zij is een +slechte aanwinst voor den troep. Men moest haar een plaatsje geven +bij den nieuwen troep, dien men formeert op bevel van den vice-koning +van Nieuw Spanje en die binnenkort scheep gaat naar Amerika. Kijk eens +goed naar die schitterende ster, die daar naar voren komt, die mooie +ondergaande zon, dat is Casilda. Als zij van iederen minnaar dien +zij reeds gehad heeft, een bouwsteen had gekregen, zou zij evenals +een vroegere Egyptische prinses een pyramide kunnen bouwen die tot +aan den derden hemel rijkt." De ondeugende Laura wist van allen wat +te zeggen en spaarde zelfs haar meesteres niet, zoo'n boosaardige tong! + +Toch moet ik mijn zwakheid erkennen; ik was verliefd op mijne +schoone soubrette hoewel haar aard niet erg deugdzaam was. Zij sprak +echter zoo aardig en geestig kwaad van anderen, dat ik zelfs haar +kwaadsprekendheid begon lief te krijgen. In de pauzen stond zij op om +te gaan zien of Arsenia hare hulp ook soms noodig had; maar in plaats +van terstond naar hare plaats terug te keeren vermaakte zij zich een +tijd achter de coulissen met heeren die haar lieve woordjes toevoegden +en haar vleiden. Ik volgde haar eens om eens te zien wat zij deed en +bemerkte toen dat zij heel wat kennissen had. Tot driemaal toe werd zij +teruggehouden door een tooneelspeler, die haar iets te zeggen had en +alle drie schenen erg vertrouwelijk met haar om te gaan. Dat beviel +mij niet, en voor het eerst van mijn leven voelde ik wat jaloezie +was. Ik keerde zoo nadenkend en peinzend naar mijn plaats terug +dat Laura het terstond opmerkte toen zij weer bij mij kwam. "Wat +scheelt er aan Gil Blas," vroeg zij mij zeer verbaasd. "Wat zijt +gij somber gestemd sedert ik even weggeweest ben." "Mijn prinses," +antwoordde ik, "het is werkelijk niet zonder reden; uw manier van +doen is wel wat al te luchthartig. Ik heb je zoo juist met eenige +tooneelspelers gezien." "Och, arme jongen, ben je daar zoo bedroefd +om. O, maar dan zult ge nog wel meer ondervinden want er gebeuren +nog heel andere dingen tusschen ons tooneelspelers. Gij moet je een +beetje gewennen aan onze ongedwongen verhoudingen tegenover elkaar +en niet zoo gauw jaloersch zijn, mijn jongen. Als men aan het tooneel +jaloersch is, stelt men zich belachelijk aan. Maar er zijn niet veel +van die menschen." + +Na mij aldus aangespoord te hebben niemand te verdenken en rustig toe +te kijken, verklaarde zij mij, dat ik de gelukkige sterveling was, +die tot haar hart had weten door te dringen en dat zij mij alleen zou +liefhebben voor altijd. Op deze verzekering, waaraan ik zonder groote +achterdocht wel een beetje kon twijfelen, verklaarde ik, dat ik mij +niet meer ongerust zou maken en hield ook woord. Ik zag haar sedert +dien bewusten avond zich in het bijzonder onderhouden met heeren en +met hen schertsen. Toen de voorstelling was afgeloopen, gingen wij met +onze meesteres naar huis, waar Florimonde weldra aankwam met drie oude +heeren en een tooneelspeler, die bij haar kwamen soupeeren. Behalve +Laura en ik, waren er nog als bedienden in huis een keukenmeid, +een koetsier en een kleine lakei. Wij kwamen met ons vijven bijeen +om het avondeten klaar te maken. + +De keukenmeid, die niet minder bekwaam was dan Juffrouw Jacinta, +maakte het vleesch klaar met den kok. De kamerjuffrouw en de kleine +lakei dekten de tafel en ik maakte het buffet klaar, waarop het +prachtigste goud en zilver prijkte, alles geschenken, die de godin +van den tempel had ontvangen. Ik zette er flesschen met verschillende +wijnsoorten op en fungeerde voor schenker om mijn meesteres te toonen, +dat ik van alles verstand had. Ik bewonderde de ingetogenheid van +de tooneelspeelsters gedurende het maal. Zij deden zeer gewichtig en +verbeeldden zich dames uit den hoogsten stand te zijn. Verre van de +heeren met excellentie aan te spreken, spraken zij hen zelfs niet toe +met seigneur, maar noemden hen gewoon bij hunne namen. Het is waar, +dat juist de heeren haar verwenden en haar zoo trotsch maakten +door zich een weinig te familiaar met haar bezig te houden. De +tooneelspeler, als een echt acteur die de heldenrol speelt, ging +heel gemoedelijk met haar om, dronk op hare gezondheid en voerde den +boventoon. "Verduiveld," zei ik bij mij zelf, "toen Laura mij vertelde, +dat een tooneelspeler en een markies overdag elkaars gelijken zijn, +had zij er ook aan toe kunnen voegen, dat zij het 's nachts nog meer +zijn, daar zij met elkaar den nacht doorbrengen en samen drinken." + +Arsenia en Florimonde waren natuurlijk zeer opgewekt. Zij voerden +allerlei gewaagde gesprekken, afgewisseld door kleine liefkoozinigen +en aanhaligheden, die natuurlijk in hun volle waarde genoten werden +door die oude zondaars. Terwijl mijne meesteres er een vermaakte +met een onschuldig praatje, speelde haar vriendin in dien tijd niet +de kuische Suzanna met de twee anderen. Terwijl ik stond te kijken +naar dit tooneel, wat slechts al te veel bekoring had voor een ouden +jonggezel, bracht men het dessert. Toen zette ik flesschen likeur op +tafel en glaasjes en verwijderde mij om te gaan soupeeren met Laura, +die mij al wachtte. "Wel, Gil Blas," vroeg zij mij, "wat denkt gij van +de heeren, die gij zooeven gezien hebt?" "Het zijn zeker aanbidders +van Arsenia en Florimonde," antwoordde ik. "Neen," hernam zij, "het +zijn oude lichtmissen, die deze meisjes opzoeken zonder zich bepaald +aan haar te hechten. Zij verlangen slechts dat zij een beetje lief +voor hen zijn en zij zijn dwaas genoeg om dat weinigje wat zij hun +toestaan, goed te betalen. Gelukkig zijn Florimonde en mijne meesteres +op het oogenblik zonder amant, ik bedoel van die amants, die zich +doen gelden als echtgenooten en die alle genoegens willen genieten +van een huis, omdat zij alle kosten betalen. Ik voor mij ben er blij +om en ik houd vol, dat een verstandige cocotte zulke verbintenissen +moet vermijden. Waarom zich een meester aan te schaffen? Het is veel +beter stukje voor stukje een equipage te krijgen dan hem tot dien +prijs in eens te hebben." + +Als Laura eenmaal aan het praten was, en zij praatte bijna altijd, +dan behoefde zij niet naar hare woorden te zoeken. Wat had zij dan een +vreeselijk radde tong! Zij vertelde mij duizend en meer avonturen, +die de actrices van den tooneeltroep hadden gehad, en ik maakte uit +al deze gesprekken op, dat ik geen betere betrekking kon getroffen +hebben om alle mogelijke ondeugden te leeren kennen. Ongelukkigerwijze +was ik op een leeftijd, waarop deze juist geen afschuw verwekken en +ik moet er nog bijvoegen, dat de soubrette deze uitbundigheden zoo +smakelijk voorstelde, dat ik er slechts het pleizier van zag. Zij kon +mij nog niet het tiende gedeelte van alle avonturen der tooneelspelers +vertellen, want zij praatte slechts drie uren met mij. De oude heeren +en de tooneelspelers vertrokken toen met Florimonde, die zij naar +huis brachten. + +Toen zij weg waren, gaf mijne meesteres mij geld en zei: "Ziehier +tien pistolen, Gil Blas, om morgen inkoopen te doen. Vijf of zes +van onze heeren en dames komen morgen hier; zorg dus dat ge ons goed +onthaalt."--"Mevrouw" antwoordde ik, "met die som zou ik den geheelen +troep kunnen onthalen."--"Mijn vriend," hernam Arsenia, "je moet je +een beetje beschaafder uitdrukken en niet spreken van den "troep", +maar van een gezelschap. Men spreekt wel van een troep bandieten, een +troep bedelaars of een troep schrijvers, maar men spreekt steeds van +een gezelschap tooneelspelers. De acteurs van Madrid vooral verdienen, +dat men hun gezamenlijk aantal gezelschap noemt." Ik vroeg vergiffenis +aan mijne meesteres voor mijne weinig eerbiedige uitdrukking, verzocht +haar mijne onwetendheid te verontschuldigen en beloofde haar voortaan +altijd van "het gezelschap" te zullen spreken. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XI + +Hoe de tooneelspelers onder elkaar leefden en hoe zij de schrijvers +behandelden. + + +Het was den volgenden dag een vastendag; ik kocht goede vette kippen, +konijnen, patrijzen en ander wild; daar de tooneelspelers niet bijster +tevreden zijn over de houding van de kerk te hunnen opzichte, komen +zij ook weinig hare geboden na. Ik bracht meer vleesch thuis dan +een dozijn menschen de drie dagen van het carnaval noodig hebben. De +keukenmeid had er een werkje aan! Terwijl deze het diner gereed maakte, +stond Arsenia op en bleef tot den middag met haar toilet bezig. Daarop +kwamen de heeren Rosimiro en Ricardo, beiden tooneelspelers. Vervolgens +kwamen twee actrices, Constance en Célinaura, en een oogenblik later +verscheen Florimonde vergezeld van een man, die er als een ridder +uitzag. Hoewel hij goed gekleed was, vond ik toch dadelijk wat vreemds +aan hem. "Dat moet een origineel zijn," dacht ik bij mijzelf. Ik +vergiste mij niet, het was een zonderling. Zoodra hij binnenkwam, +liep hij met open armen op de acteurs en actrices toe en omhelsde hen +beurtelings, nog overdrevener dan een saletjonker. Ik vroeg Laura +wie dat was. "Ik vergeef je nieuwsgierigheid," zeide zij. "Hij is +eerstens tooneelspeler geweest. Hebt gij zijn zwarte haren gezien? Zij +zijn geverfd evenals zijn wenkbrauwen en zijn snor. Hij is ouder dan +Latwinus; daar zijn ouders bij zijn geboorte echter vergeten hebben hem +te doen inschrijven, kan hij zich voor minstens twintig jaar jonger +uitgeven. Bovendien is hij het verwaandste personage van Spanje. In +den grond is hij een stommeling; maar om een geleerde te worden, +heeft hij een meester genomen die hem grieksch en latijn heeft leeren +spellen. Bovendien kent hij een onnoemelijk getal goede verhalen uit +zijn hoofd, die hij zoo dikwijls heeft laten doorgaan voor zijn eigen +schepping, dat hij zich is gaan verbeelden, dat zij werkelijk van +hem zijn. Hij vlecht ze in het gesprek en men kan zeggen dat zijn +geest schittert op kosten van zijn geheugen. Overigens zegt men, +dat hij een groot acteur is. Ik wil het gaarne gelooven en moet je +overigens bekennen dat hij mij niet bevalt." + +Hij was een goed prater en daar de acteurs en actrices niet gekomen +waren om te zwijgen, bleven zij ook niet stom. "Hebt ge al gehoord, +waarde dames, van den nieuwen streek van Cesario, onzen waarden +ambtgenoot?" vroeg Rosimiro. "Hij heeft vanmorgen zijden kousen, linten +en kant gekocht, die hij zich bij de repetitie heeft laten brengen +door een kleine page, als komende van een gravin." "Welk een schelm," +zeide de heer de La Ventoleria, fattig lachende. "In mijn tijd was +men beter te vertrouwen; wij dachten er niet aan zulke fabeltjes te +verzinnen. Het is waar, dat de vrouwen uit den hoogen stand ons de +moeite bespaarden ze uit te moeten denken. Zij van haar kant zorgden +daar wel voor." "Parbleu!" zeide Ricardo op den zelfden toon, "zij +zijn nog zoo, en als ik daar meer van mocht vertellen.... Maar men +moet over zulke avonturen zwijgen, vooral als er personen van zekeren +rang in gemengd zijn." + +"Mijne heeren," zei Florimonde, "laat in hemelsnaam uw fortuintjes +rusten; de geheele wereld weet daarvan. Laat ons liever over Isménie +spreken. Men zegt, dat dat heerschap, die zooveel kosten voor haar +gemaakt heeft, haar ontsnapt is."--"Ja waarlijk," riep Constance uit, +"en ik kan u ook nog zeggen, dat zij bovendien een koopman verloren +heeft, dien zij ongetwijfeld had kunnen ruineeren. Ik weet hoe het +in elkaar zit. Haar factotum heeft aan den heer een briefje gebracht, +dat voor den koopman was bestemd en aan den koopman het briefje van een +edelman."--"Dat zijn groote verliezen, lieve," zei Florimonde. "Och, +wat die edelman betreft, beteekent het niet veel," hernam Constance, +"hij had bijna al zijn goed al verbrast; maar de koopman begon +pas. Hij is nog in handen van geen enkele cocotte geweest en dat is +een betreurenswaard verlies." + +Zoo praatten zij voort tot het diner en aan tafel ging het gesprek +over dezelfde onderwerpen. Maar laat ik u nog vertellen hoe een arme +duivel van een schrijver, die tegen het einde van den maaltijd kwam, +door Arsenia werd ontvangen. + +De kleine lakei kwam luide aan zijn meesteres zeggen: "Mevrouw, een +man met een vuilen boord" tot zijn hals met modder bespat en die er +als een dichter uitziet, wil u spreken." "Laat hem binnenkomen," +antwoordde Arsenia. "Mijne heeren, laat ons kalm zijn; het is een +schrijver." Werkelijk was het er een, van wien een stuk was aangenomen +en die Arsenia haar rol kwam brengen. Hij heette Pédro de Marga. Bij +het binnenkomen maakte hij vijf of zes diepe buigingen voor het +gezelschap, dat hem niet eens terug groette. Verlegen bevend kwam +hij nader. Hij liet zijn handschoenen en zijn hoed vallen, raapte ze +op en ging naar mijn meesteres, en terwijl hij haar met den meesten +eerbied een papier aanbood, zeide hij: "Mevrouw, ik smeek u, u te +verwaardigen de rol te aanvaarden, die ik de vrijheid neem u aan te +bieden." Koud en verachtend nam zij hem aan en gaf hem zelfs niet +eens een antwoord op zijn compliment. + +Dat ontmoedigde onzen schrijver echter niet, die gebruik maakte van +de gelegenheid om ook Rosimiro en Florimonde te complimenteeren, +die er wat meer acht op sloegen. Hij ging daarop heen zonder iets te +zeggen, maar naar het mij scheen diep getroffen door deze ontvangst. Ik +geloof, dat hij in zijn verbittering niet naliet de tooneelspelers te +vervloeken, zooals zij verdienden en de tooneelspelers van hun kant, +begonnen met weinig eerbied over de schrijvers te spreken. + + + + + + + + +HOOFDSTUK XII + +Gil Blas krijgt zin in het tooneel, hij geeft zich over aan het +tooneelleven en heeft er na korten tijd genoeg van. + + +De gasten bleven aan tafel tot het tijd was naar het theater te +gaan. Ik volgde hen en zag dien dag nogmaals hun spel. Ik had zoo'n +schik gekregen in de tooneelvoorstellingen, dat ik besloot er elken +dag heen te gaan. Ik was niet alleen tevreden de mooiste trekjes van +dramatische kunst in mijn geheugen te prenten, maar ik trachtte ook +mijn smaak te verfijnen. Om dat doel te zekerder te bereiken, gaf ik +nauwkeurig acht op alles wat de tooneelspelers zeiden. Men vertelde +mij echter, dat het regel onder hen was, de stukken zeer slecht te +beoordeelen en bovendien haalde men het reusachtig succes aan van +stukken, die hun uitspraken hadden gelogenstraft. + +Voortaan beschouwde ik dus de tooneelspelers niet meer als zulke +voortreffelijke rechters en begon hun verdiensten op de juiste +waarde te schatten. Zij waren geheel de belachelijke personen +waarvoor de wereld ze hield. Ik zag acteurs en actrices, die door de +toejuichingen verwend, zich beschouwden als voorwerpen van bewondering +en meenden dat zij het publiek een zeer grooten dienst deden door te +spelen. Ik stond verbaasd over hun gebreken, maar ongelukkigerwijze +gevoelde ik mij erg tot hun levenswijze aangetrokken en nam deel aan +hun zwelgpartijen. Trouwens hoe zou ik er aan ontsnapt zijn? Alle +gesprekken, die ik in hun gezelschap hoorde, waren verderfelijk voor +de jeugd en alles wat ik zag diende om mij slecht te maken. Al had +ik niet geweten wat er gebeurde bij Casilda, Constance en de andere +tooneelspeelsters, dan zou het huis van Arsenia mij al geheel bedorven +hebben. Behalve de oude heeren, waarvan ik heb gesproken, kwamen +er ook saletjonkers en zonen van goede families, die door het geld +van woekeraars in de gelegenheid gesteld werden groote uitgaven te +doen. Soms ook ontving men er pachters der belastingen, die inplaats +er geld te ontvangen, zelf betaalden om er te mogen komen. + +Florimonde, die in een naburig huis woonde, at en soupeerde elken dag +met Arsenia. Zij schenen door zulk een groote vriendschap verbonden +te zijn, dat het ieder verbaasde. Men verwonderde zich, dat twee +tooneelspeelsters zoo goed met elkaar waren en men dacht, dat zij +vroeg of laat wel eens twist zouden krijgen over een bewonderaar, maar +dan beoordeelde men deze vriendinnen al heel slecht, want inplaats +van jaloersch te zijn, zooals fatsoenlijke vrouwen, leefden zij in +liefdezaken in gemeenschap van goederen. Zij vonden het veel beter +den buit samen te deelen dan er om te gaan vechten. + +Laura genoot ook haar jeugd en schoonheid, aangespoord door het +voorbeeld van hare meesteres. Zij had mij gezegd, dat ik nog mooie +dingen zou zien gebeuren. Ik was echter niet jaloersch en besloot +in dit opzicht mij te houden zooals de overige leden van het +gezelschap. Ik deed eenige dagen, of ik niets bemerkte en stelde +mij tevreden de namen te vragen van de heeren, waarmee ik haar in +vertrouwelijk gezelschap zag en dan antwoordde zij mij altijd, dat +het een oom of een neef van haar was. Wat had zij een uitgebreide +familie! Ik geloof waarlijk dat hare familie talrijker was, dan die +van koning Priamus. De soubrette was echter niet tevreden met haar +familie alleen, maar zij lokte ook dikwijls vreemdelingen of speelde +de adellijke weduwe, zooals zij bij de oude vrouw had gedaan. Maar +om den lezer een getrouw beeld van Laura te geven, moet ik zeggen, +dat zij even lief koket was als hare meesteres, die niets anders op +haar voor had dan dat zij het publiek ook in het openbaar vermaakte. + +Gedurende drie weken liet ik mij door den stroom medesleepen en gaf +mij over aan allerlei buitensporigheden. Maar ik moet erbij zeggen, +dat ik al dien tijd zoo nu en dan gewetenswroeging voelde als gevolg +van mijn vroegere opvoeding en deze was het, die het pleizier wel +een weinig verminderde. De gewetenswroeging bleef de baas over +mijn uitspattingen en werd steeds grooter naarmate ik mij meer aan +braspartijen overgaf en het eind ervan was, dat ik afschuw kreeg van +het losbandige tooneelleven. "Bah, ellendeling," zei ik tot mij zelf, +"beantwoordt gij zoo de verwachtingen van uwe familie? Is het niet +genoeg hen reeds teleurgesteld te hebben door niet het ambt van +onderwijzer te aanvaarden? Moet uwe ondergeschikte betrekking een +beletsel voor u zijn als oppassend man te leven? Hebt gij er genoegen +in met zulke slechte menschen te verkeeren? De afgunst, de haat en de +hebzucht spelen bij sommigen van hen een hoofdrol, terwijl bij anderen +alle schaamte en kuischheid verdwenen zijn. Eenige geven zich over +aan bandeloosheid en luiheid, terwijl bij anderen de opgeblazenheid +gestegen is tot onbeschaamdheid. Neen hoor, het moet nu maar uit zijn, +ik wil niet langer leven met de zeven hoofdzonden van den mensch." + + + + + + + +VIERDE BOEK + + + + + + + + +HOOFDSTUK I + +Daar Gil Blas zich niet kan gewennen aan de zeden der tooneelspelers, +verlaat hij den dienst van Arsenia en vindt een fatsoenlijker huis. + + +Een restje eer en godsdienst, dat ik nog overgehouden had te midden +van de zoo verdorven zeden, deed mij besluiten niet alleen Arsenia te +verlaten, maar zelfs alle gemeenschap met Laura af te breken, hoewel +ik niet ophield haar te beminnen, ofschoon ik wel wist, dat zij mij +duizend maal bedrogen had. Gelukkig hij, die aldus kan profiteeren +van de verstandige oogenblikken, welke het genot, waaraan hij zich +al te zeer overgeeft, komen verontrusten. Op zekeren morgen pakte +ik mijn biezen zonder af te rekenen met Arsenia, die mij trouwens +bijna niets schuldig was en zonder afscheid te nemen van Laura. De +hemel beloonde mij al dadelijk voor deze goede daad. Ik ontmoette den +intendant van wijlen mijn meester, don Mathias, en deze vroeg mij, +toen hij mij herkende, waar ik thans was. Ik vertelde hem, dat ik +Arsenia verlaten had om mijn onschuld te redden. De intendant prees +mijn onbedorvenheid, alsof hij zelf ook zoo dacht, en zeide, dat hij +mij een voordeelige betrekking wilde bezorgen, daar ik een jongmensch +was met veel eergevoel. Hij kwam zijn belofte na en van dien dag af +kwam ik bij don Vincent de Guzmann. + +Ik had geen beter huis kunnen vinden. Don Vincent was een zeer rijk +man, die sedert verscheidene jaren gelukkig leefde zonder proces en +zonder vrouw. Deze laatste hadden de geneesheeren weggenomen, door +haar te willen bevrijden van een hoest, die zij nog lang had kunnen +houden, als zij hunne geneesmiddelen niet had genomen. Inplaats van +aan hertrouwen te denken, wijdde hij zich geheel aan de opvoeding van +Aurora, zijn eenige dochter, die destijds twintig jaar oud was en kon +doorgaan voor een volmaakt persoontje: aan een buitengewone schoonheid +paarde zij uitstekende vermogens. Haar vader had weinig verstand, +maar bezat het talent zijn zaken goed te beheeren. Hij had een gebrek, +dat men aan oude heeren moet vergeven; hij hield van praten en wel +voornamelijk over veldslagen en oorlogen. Wanneer men in zijn bijzijn +dit thema aanroerde, kwam hij op zijn stokpaardje en de toehoorders +konden zich gelukkig achten wanneer zij er met het relaas van twee +belegeringen en drie veldslagen afkwamen. En daar hij twee derden +van zijn leven in dienst had doorgebracht, was hij onuitputtelijk +in herinneringen van verschillende feiten, welke ik met even groote +gretigheid aanhoorde als waarmede zij verteld werden. Overigens heb +ik nog nooit een heer gezien met zulk een goed karakter, altijd het +zelfde humeur, nooit koppig of grillig, ik bewonderde zulks in een +man van stand. Er waren verscheidene bedienden en drie vrouwen van +Aurora. Ik zag weldra dat de intendant van don Mathias mij een goeden +post had bezorgd, en ik wilde er blijven. Ik begon het terrein te +verkennen, bestudeerde de gewoonten van den een zoowel als van den +ander. Ik regelde mijn gedrag daarnaar en kwam zoodoende in de gunst +van mijn meester zoowel als van de dienaren. + +Ik was reeds een maand bij don Vincent, toen ik meende te bespeuren, +dat zijne dochter meer opmerkzaamheid schonk aan mij dan aan de overige +bedienden. Telkens als zij mij aanzag, meende ik in haar oogen een +soort welgevallen op te merken, dat er niet in was wanneer zij de +overigen aankeek. Indien ik niet had omgegaan met tooneelspeelsters, +zou ik nooit op het denkbeeld zijn gekomen mij te verbeelden dat Aurora +aan mij dacht, maar ik was bij deze dames, waarvan zelfs de voornaamste +niet kieskeurig zijn, een weinig verwend. Wie weet, redeneerde ik, +of mijne meesteres niet is als een van die dames van stand, die er +somtijds een bijzondere neiging op na houden. Maar, voegde ik er +een oogenblik later aan toe, ik kan het niet aannemen. Zij is niet +een van die Messalina's, die de trots van hun geboorte afschuddend, +onwaardig haar blikken neerslaan tot in het stof, en zonder blozen +zich onteeren: zij is eerder eene dier deugdzame maar teedere meisjes, +die tevreden met de grenzen, welke haar deugd aan haar teederheid +voorschrijft, er niets in zien een zedigen hartstocht zelve te voeden +en bij anderen te veroorzaken, die even aangenaam als ongevaarlijk is. + +Aldus oordeelde ik over mijne meesteres, zonder precies te weten +waaraan ik mij moest houden. Evenwel als zij mij zag, liet zij niet +na mij toe te lachen en hare blijdschap te betuigen. Zoo kwam het, +dat ik dacht dat Aurora zeer tevreden was over mijne deugden en ik +beschouwde mij slechts als een dier gelukkigen voor wie de liefde +de onderhoorigheid zoo veraangenaamt. Om eenigermate het goede, dat +mijn gesternte mij wilde verschaffen, waardig te zijn, begon ik meer +zorg aan mijn persoon te besteden dan tot dusverre het geval was. Het +eerste wat ik 's morgens deed, was mij kappen en parfumeeren om niet +en négligé te zijn als ik voor mijne meesteres moest verschijnen en +zoo besteedde ik aan linnen, pommade en essences al het geld dat ik +bezat. Door deze oplettendheden en door wat ik nog meer deed om mij te +behagen, vleide ik mij, dat mijn geluk niet verre meer was. Onder de +vrouwen van Aurora was er eene, die Ortis heette. Het was eene oude +heks, die reeds langer dan 20 jaar bij don Vincent diende. Zij had +zijne dochter opgevoed en vervulde nog de betrekking, maar zonder +de lasten daarvan te dragen. Integendeel: waar zij vroeger het +doen en laten van Aurora aan den dag had gebracht, deed zij thans +alle mogelijke moeite om het te verbergen. Zij bezat het volkomen +vertrouwen van Aurora. Op zekeren avond zei juffrouw Ortis tegen mij, +toen wij alleen waren, dat indien ik verstandig en bescheiden was, +ik mij om twaalf uur in den tuin moest bevinden, waar men mij dingen +zou mededeelen, welke ik gaarne zou willen hooren. Ik antwoordde de +duenna, terwijl ik haar de hand drukte, dat ik niet zou mankeeren. Ik +twijfelde niet of ik had bij de dochter van don Vincent teedere +gevoelens opgewekt en ik voelde een vreugde, welke ik ternauwernood +kon verbergen. Wat viel mij de tijd lang tot aan het avondeten en +daarna tot het naar bed gaan van mijn meester. + +Het scheen mij toe alsof alles dien avond buitengewoon lang duurde. Tot +overmaat van ramp begon don Vincent, eenmaal in zijn vertrekken, +over zijn veldslagen in Portugal, waarmede hij mij reeds dikwijls had +gekweld. Maar wat hij nog nooit gedaan en voor dezen avond bewaard +had, hij noemde mij alle officieren, die zich hadden onderscheiden; +hij vertelde mij zelfs hun heldendaden. + +Het kostte mij heel wat om tot het einde te luisteren. Eindelijk hield +hij echter op en ging slapen waarna ik naar mijn kamertje ging waar +mijn bed stond en van waar men langs een wenteltrap in den tuin kon +komen. Ik wreef mijn geheele lichaam met pommade in, nam een schoon +hemd na het te hebben geparfumeerd en toen ik niets had vergeten, +waardoor ik meende mijne meesteres aangenaam te kunnen zijn, ging ik +naar het rendez-vous. + +Ik vond Ortis niet. Ik dacht dat zij het wachten moede, weer naar +hare kamer was gegaan. Ik was woedend op don Vincent en terwijl ik +zijn campagnes vervloekte hoorde ik het tien uur slaan. Ik dacht, +dat de klok in de war was, en dat het zeker reeds tegen één uur +liep. Ik vergiste mij evenwel want een goed kwartier later hoorde ik +een andere klok ook tien uur slaan. Goed, zei ik in mijzelf, ik heb +nog twee uur tijd. Men zal zich tenminste niet over mijn gebrek aan +nauwgezetheid beklagen. Ik zal hier maar op en neer blijven loopen en +de rol overdenken welke ik moet spelen; deze is nieuw voor mij. Ik weet +hoe men het aanlegt met grisetten en tooneelspeelsters. Gij behandelt +haar familiair en gij stort u ongegeneerd in het avontuur; bij iemand +van stand is een ander optreden vereischt. Het is naar mijne meening +noodig, dat de minnaar beleefd, welwillend, teeder en eerbiedig is, +zonder evenwel bedeesd te zijn. In plaats van zijn geluk te willen +verhaasten door bruusk optreden, moet hij het hebben in een oogenblik +van zwakheid. Aldus redeneerde ik en ik besloot deze gedragslijn ten +opzichte van Aurora te volgen. Ik stelde mij voor binnen weinig tijd +het genoegen te smaken mij aan de voeten van deze dame te werpen en +haar duizend hartstochtelijke woorden toe te voegen. Ik herinnerde +mij alle plaatsen uit onze tooneelstukken, waarvan ik mij in ons +onderhoud zou kunnen bedienen. Ik dacht ze goed te pas te kunnen +brengen en hoopte dat ik evenals sommige tooneelspeelsters van +mijne kennis zou doorgaan voor geestig, ofschoon ik slechts een goed +geheugen had. Aldus kortte ik mij den tijd en eindelijk sloeg het +middernacht. Eenige oogenblikken daarna verscheen even stipt, maar +minder ongeduldig juffrouw Ortis. "Sinjeur Gil Blas," zei ze, "hoe +lang is u hier reeds?" "Twee uur". "Zoo werkelijk," zei zij lachend, +"u is wel op tijd, het is een genoegen u 's nachts een rendez-vous te +geven. Inderdaad," voegde zij er ernstig bij, "kunt gij het geluk, +dat ik u ga meedeelen niet te duur betalen. Mijne meesteres wil een +particulier onderhoud met u hebben en gelastte mij u bij haar te +brengen. Meer zeg ik niet, het overige is een geheim, dat gij uit +haar eigen mond zult vernemen. Volg mij, ik zal u voorgaan." Bij deze +woorden nam de duenna mij bij de hand en leidde mij door eene kleine +deur in de kamer harer meesteres. + + + + + + + +HOOFDSTUK II + +Hoe Aurora Gil Blas ontving en welk onderhoud zij samen hadden. + + +Ik vond Aurora in nachtgewaad; dat deed mij genoegen. Ik groette haar +zeer eerbiedig met alle bevalligheid waarover ik kon beschikken. Zij +ontving mij met een lachend gelaat, liet mij naast haar plaats nemen +en tot mijn onuitsprekelijk genoegen zond zij haar afgezant naar eene +andere kamer om ons alleen te laten. Hierna sprak zij aldus: + +"Gil Blas, gij hebt zeker wel bemerkt, dat ik u mag lijden en u +bevoorrecht boven alle andere bedienden van mijn vader; en wanneer +mijn blikken u nog niet genoeg hebben gezegd, zal de stap welken ik +thans doe daaromtrent geen twijfel meer laten." + +Ik gaf haar geen tijd meer te zeggen. Als man meende ik aan haar +kuischheid de moeite van eene nadere uitlegging te moeten besparen. Ik +stond op en mij aan de voeten van Aurora werpende als een theaterheld +voor zijne prinses, riep ik op declamatischen toon uit: O, mevrouw, +heb ik goed gehoord, zou het mogelijk zijn dat Gil Blas, tot dusver +de speelbal der fortuin, het geluk had u gevoelens van liefde in te +boezemen?"--"Spreek niet zoo luid," viel mijne meesteres mij lachend +in de rede: "gij zult mijne vrouwen wekken, welke hiernaast slapen. Sta +op, ga weer zitten en hoor mij aan zonder mij in de rede te vallen. Ja, +Gil Blas," zei ze weer ernstig wordend, "ik heb het goed met je voor +en om te toewijzen dat ik je hoogacht zal ik je een geheim openbaren +waarvan mijn levensrust afhangt. + +Ik bemin een jongen schoonen ridder van goede geboorte. Hij heet don +Louis Pacheco. Soms zie ik hem op de wandeling, maar heb hem nog nooit +gesproken. Ik weet zelfs niet of hij goede of slechte eigenschappen +bezit. En daarom heb ik iemand noodig, die zorgvuldig een en ander +onderzoekt en mij een trouw rapport uitbrengt. En voor dat doel heb +ik u uitgekozen en hoop, dat gij behendig en kiesch u van deze taak +zult kwijten." + +Mijne meesteres hield op om te hooren wat ik daarop antwoordde. Ik +was eerst een weinig onthutst over de verandering, maar herstelde +mij en de teleurstelling overwinnend, welke steeds het gevolg is van +misplaatste stoutmoedigheid, betuigde ik haar zooveel ijver dat, al +kon ik niet meer verbergen, dat ik mij met een dwaze hoop gevleid had, +zij ten minste wist, dat ik eene onbezonnenheid wist te herstellen. Ik +vroeg haar twee dagen om over don Louis rapport uit te brengen. Hierna +verscheen juffrouw Ortis weer, geroepen door hare meesteres, die mij +in den tuin bracht en mij spottend toevoegde: "Bonsoir, Gil Blas; +ik behoef u niet aan te sporen op tijd op de afgesproken plaats te +zijn, ik ken al te goed uwe nauwgezetheid op dat punt." + +Ik keerde terug naar mijn kamer, niet zonder eenige spijt in mijne +verwachting bedrogen te zijn. Ik wist mij echter te troosten met de +gedachte, dat het beter is de vertrouwde te zijn van mijne meesteres +dan haar minnaar. Ik overdacht dat dit mij iets zou kunnen aanbrengen, +dat de "courtiers d'amour" gewoonlijk goed voor hunne moeite worden +betaald en ik ging slapen, besloten om te doen wat Aurora van mij +verlangde. Ik vertrok den volgenden dag en de woning van een heer als +don Louis bleek niet moeilijk te vinden. Den tweeden dag van mijn +onderzoek was ik zoo gelukkig iemand te ontmoeten dien ik kende en +wij maakten een praatje. Op dat oogenblik ging een zijner vrienden +voorbij, die vertelde door don Joseph Pacheco, vader van don Louis, te +zijn weggejaagd omdat hij een vaatje wijn zou hebben opgedronken. Ik +liet deze goede gelegenheid niet voorbijgaan en vernam alles wat +ik wenschte te weten en ging opgeruimd naar huis, tevreden omdat +ik mijn belofte aan mijne meesteres kon houden. Ik moest haar dien +nacht rapport uitbrengen op dezelfde manier als den eersten keer. Ik +was echter lang niet zoo ongeduldig en verre van mij te vervelen +met het gebabbel van mijn ouden meester, bracht ik zelf het gesprek +op zijn veldtochten. Eerst toen ik verscheidene klokken twaalf uur +had hooren slaan, ging ik naar den tuin zonder mij te parfumeeren, +of met pommade in te wrijven. + +Ik vond de dienares aanwezig, die mij schertsend verweet, dat ik +reeds van mijn ijver had ingeboet. Ik antwoordde niet en ik liet mij +naar het vertrek van Aurora brengen, die mij terstond vroeg, of ik +wat van don Louis wist te vertellen. "Ja, mevrouw," antwoordde ik +"allereerst diene, dat hij op 't punt staat naar Salamanca terug te +keeren om zijn studiën te voltooien. Naar men mij gezegd heeft, is het +een jong edelman, een en al eergevoel en rechtschapenheid. Ook aan moed +ontbreekt het hem, als Castiliaansch edelman, geenszins. Daarbij is hij +geestig en heeft aangename manieren, maar wat u misschien minder zal +bevallen, maar wat ik u toch moet zeggen is, dat hij te veel aardt naar +de overige jonge edellieden; hij is tamelijk losbandig. Weet gij dat +hij op zijn leeftijd reeds tot twee tooneelspeelsters in betrekking +heeft gestaan?" "Wat vertelt gij mij daar?" vroeg Aurora. "Welke +zeden! Maar ben je er wel zeker van?"--"O, ik twijfel er niet aan, +mevrouw. Een bediende, die vanmorgen uit zijn dienst is ontslagen, +heeft 't mij verteld en bedienden zijn zeer oprecht, wanneer zij +het hebben over de gebreken van hun meesters. Bovendien gaat hij +om met don Alexio Segiar, don Antonio Centellès en don Fernando de +Gamboa." "Dat is genoeg, Gil Blas," zei mijne meesteres zuchtend, +"na uw verslag zal ik mijn onwaardige liefde bekampen. Ga," vervolgde +zij, mij een kleine beurs in de handen stoppend, "hier is iets voor +uw moeite. Pas op, dat gij mijn geheim niet verraadt; denk er om, +dat ik vertrouw op uwe stilzwijgendheid." + +Ik verzekerde mijne meesteres, dat ik de Harpocrates [1] was van de +vertrouwde bedienden en dat zij daaromtrent gerust kon zijn. Vervolgens +vertrok ik, zeer nieuwsgierig naar den inhoud van de beurs. Ik vond er +twintig pistolen in. Dadelijk dacht ik, dat Aurora ongetwijfeld meer +zou hebben gegeven, indien ik haar eene aangename tijding had gebracht, +waar zij reeds zoo goed voor een slecht bericht betaalde. Het speet +mij, dat ik de achtenswaardige ambtenaren niet had nagedaan, die soms +de waarheid in hun processen-verbaal een weinig aandikken. Nu had ik +een liefdesverhouding in de geboorte gesmoord, welke mij zeer nuttig +had kunnen zijn, wanneer ik niet zoo dwaas oprecht ware geweest. Ik +had echter de troost, dat ik schadeloos gesteld was voor de onnoodige +uitgaven aan pommade en parfumerie. + + + + + + + + + +HOOFDSTUK III + +Een groote verandering bij don Vincent, en het vreemde besluit, +dat de liefde de schoone Aurora deed nemen. + + +Korten tijd na dit avontuur werd don Vincent ziek. Zelfs wanneer +hij niet reeds op vergevorderden leeftijd was geweest, waren de +ziekteverschijnselen toch al zoo hevig, dat een noodlottigen afloop was +te vreezen. Men liet de beroemdste doktoren uit Madrid komen. De een +heette dokter Andros, en de andere dokter Oguetos. Zij onderzochten +den zieke en waren beide het er over eens, dat de gal ontstoken was; +maar dat was ook het eenige waarover zij het eens waren. De een wilde, +dat men den zieke van dit oogenblik af liet purgeeren en de ander was +van meening, dat met purgeeren moest worden gewacht."Het is noodig," +zei Andros, "te purgeeren voordat de gal eenig deel aantast." Oguetos +hield daarentegen staande, dat we moesten wachten tot de gal rijp +was alvorens een purgeermiddel aan te wenden. "Maar uwe methode," +zei de ander, "is regelrecht in strijd met die van den prins +der geneeskunde. Hippocrates beveelt aan bij de hevigste koortsen +steeds te purgeeren en zegt dat purgeeren noodig is wanneer de gal +"en orgasme" is, dat wil zeggen ontstoken."--"O daarin bedriegt gij +u," antwoordde Oguetos. "Hippocrates verstaat niet onder het woord +"orgasme" eene ontsteking, meer veeleer een vloeiing." + +Daarover begonnen onze dokters zich op te winden. De een haalde den +griekschen tekst aan en noemde verscheidene schrijvers, die zijne +meening waren toegedaan; de ander, op een latijnsche vertaling +bouwend, sprak met nog grooter overtuiging. Wie te gelooven? Don +Vincent wist het niet en daar hij een keus moest doen, gaf hij het +vertrouwen aan hem, die de meeste zieken had behandeld, dat wil +zeggen aan den oudste. Woedend trok Andros zich terug niet zonder +tegenover zijn ouderen collega eenige spottende opmerkingen te maken +over het _orgasme_. Oguetos had dus gezegevierd en de methode van +dokter Sangrado toegedaan, begon hij met den zieke overvloedig ader +te laten, liet daarna wachten met purgeeren tot de gal rijp was, +doch de dood, welke ongetwijfeld vreesde, dat eene purgatie met +zooveel zorg voorbereid, hem zijn prooi zou ontnemen, rukte mijn +meester weg. Aldus was het einde van Seigneur don Vincent, die het +leven verloor, omdat zijn geneesheer geen grieksch kende. + +Na haar vader waardig te hebben begraven, nam Aurora het bestuur +van zijne goederen over, ontsloeg eenige bedienden en trok zich +terug op een kasteel aan de oevers van de Taag, tusschen Sacedon +en Bicendia. Mij hield ze en ik volgde haar naar buiten. Ondanks +het juiste verslag, dat ik haar gegeven had over don Louis, beminde +zij nog steeds dezen jongen edelman of liever kon haar liefde niet +overwinnen, en gaf zich er geheel aan over. "Gil Blas," zei ze eens +zuchtend, "ik kan don Louis niet vergeten; welke moeite ik ook doe om +hem uit mijne gedachten te verbannen, komt hij er steeds in terug, +niet zooals gij hem mij hebt geschilderd, maar zooals ik zou willen +dat hij was, teeder, verliefd en soliede. Uwe hulp, waarde Gil Blas, +heb ik dan ook meer noodig dan ooit. Ik moet je een plan ontvouwen, +dat ge zeer zonderling zult vinden. Weet, dat ik zoo spoedig mogelijk +naar Salamanca wil vertrekken. Daar ga ik mij als edelman verkleeden en +onder den naam van don Felix kennis maken met Pacheco; ik zal trachten +zijn vertrouwen en vriendschap te winnen en hem dikwijls spreken over +mijn nicht Aurora de Guzmann. Misschien wenscht hij haar dan wel +te zien. Wij zullen twee woningen hebben te Salamanca. In de eene +ben ik don Felix, in de andere Aurora en nu eens als man verkleed, +dan weer in mijne gewone kleeding, vlei ik mij hem te brengen, waar +ik hem hebben wil. Ik erken gaarne, dat mijn plan zonderling is; +maar mijn liefde brengt mij er toe." + +Het plan van Aurora scheen mij onzinnig toe. Maar hoe onredelijk ik het +ook mocht vinden, wachtte ik mij wel haar daarop te wijzen. Integendeel +begon ik de pil te vergulden en ik wist te bewijzen, dat dit dwaze plan +slechts een aangenaam, ongevaarlijk spelletje was. Ik weet niet meer +wat ik zooal zeide; maar zij was 't met mij eens; verliefde menschen +zijn erg gemakkelijk wanneer men hunne dolzinnige verbeelding slechts +vleit. Wij beschouwden dus deze gewaagde onderneming slechts als eene +comedie, waarvan alleen de opvoering goed verzorgd moest worden. Wij +kozen onze acteurs onder de bedienden en verdeelden vervolgens de +rollen, wat zonder getwist of krakeel geschiedde, omdat wij geen +beroepsacteurs waren. Besloten werd, dat juffrouw Ortiz de tante van +Aurora zou zijn onder den naam van dona Kimena de Guzmann, dat men haar +een bediende en een dienstmeisje zou geven; en dat Aurora, als edelman, +mij tot kamerdienaar zou hebben en een der dienstmaagden, verkleed als +page, om haar ter zijde te staan als kamenier. Na aldus alles geregeld +te hebben, keerden wij naar Madrid terug, waar wij vernamen, dat +don Louis er nog was, maar weldra naar Salamanca zou vertrekken. Wij +laadden alle noodige kleeren in de diligence, mijne meesteres liet +het toezicht op haar huis over aan haar zaakgelastigde en vervolgens +vertrokken allen, die een rol in dit stuk hadden te spelen, met haar +naar Salamanca. Wij waren reeds oud Castilië doorgereden, toen de +as van onze karos brak. Het was tusschen Aula en Villaflor op 300 +of 400 pas van een kasteel, dat aan den voet van een berg lag. Het +werd nacht en wij zaten leelijk verlegen; gelukkig kwam er een boer +voorbij, die ons uit de moeilijkheid redde. Hij vertelde ons, dat +het kasteel vóór ons behoorde aan dona Elvira, weduwe van don Pedro +de Pinares, en hij vertelde zooveel goeds van deze dame, dat mijne +meesteres mij vooruit zond om nachtverblijf. Elvira logenstrafte het +verhaal van den boer niet; weliswaar kwijtte ik mij van mijn opdracht +op eene wijze, die haar zou hebben bewogen ons te ontvangen, zelfs +wanneer zij niet de beleefdheid in eigen persoon ware geweest. Wij +waren weldra op het kasteel, waar de weduwe van don Pedro ons aan de +deur opwachtte. Ik zal de beleefdheidsfrasen, die gewisseld werden, +stilzwijgend voorbijgaan. Alleen dient gezegd, dat Elvira eene oude +dame was, die uitstekend de plichten der gastvrijheid verstond. Zij +geleidde Aurora naar een prachtig appartement en wijdde haar aandacht +daarna aan alles wat ons betrof. Toen het souper gereed was, liet +zij in de kamer van Aurora opdienen, waar beiden aan tafel gingen. De +weduwe van don Pedro was niet een dier personen, welke een maaltijd +oneer aandoen door er droomerig of verdrietig bij te zitten. Zij was +opgeruimd en wist uitstekend het gesprek gaande te houden. Zij wist +zich uitstekend uit te drukken, ik bewonderde haar geestigheid en +schoonen vorm, welken zij aan haar gedachten gaf. Aurora scheen er +evenzeer door bekoord als ik. Zij sloten vriendschap en beloofden +elkaar te zullen schrijven. Daar onze karos eerst den volgenden dag +gerepareerd kon worden, zouden wij zoolang op het kasteel blijven. Wij +werden op onze beurt onthaald en wij sliepen niet minder goed dan +wij gedineerd hadden. Den volgenden dag vond mijne meesteres nieuwe +aantrekkelijkheid in den omgang met Elvira. Zij dineerden in een +groote zaal, waar verscheidene schilderijen hingen. Er was er een, +waarvan de figuren uitstekend waren geteekend, maar het geheel bood +een treurigen aanblik. Een doode edelman, achterover liggende, badende +in zijn bloed, was erop geschilderd, tot in den dood was zijn blik +nog dreigend. Naast hem op den grond lag een jonge dame in een andere +houding met een degen in de borst te sterven, terwijl zij haar blik +gevestigd hield op een jongen man, die doodelijk bedroefd scheen haar +te moeten verliezen. De schilder had de schilderij verder voltooid met +een persoon, welke mijn aandacht niet ontging. Het was een grijsaard +met schoon gelaat, die diep geroerd over hetgeen hij zag, niet minder +getroffen scheen dan de jonge man. De zielsbedroefde grijsaard scheen +overstelpt van smart, terwijl bij den jongen man woede en droefheid +om den voorrang streden. Alles was met zooveel nauwkeurigheid en +vol uitdrukking geschilderd, dat wij niet konden nalaten er steeds +naar te kijken. Op de vraag van mijne meesteres zei Elvira, dat deze +schilderij eene trouwe voorstelling was van de ongelukken in hare +familie. Het antwoord maakte de nieuwsgierigheid van Aurora gaande en +de weduwe van don Pedro beloofde deze te bevredigen. Ortiz, haar beide +kameraden en ik bleven op onze beurt ook na afloop van den maaltijd +talmen. Onze meesteres wilde ons wegzenden, maar Elvira, die wel zag +hoe wij van nieuwsgierigheid brandden, liet ons blijven, zeggende, dat +de geschiedenis geen geheim was. Een oogenblik daarna begon zij aldus: + + + + + + + + +HOOFDSTUK IV + +Het huwelijk uit wraak. + + +Roger, koning van Sicilië, had een broeder en eene zuster. Deze +broeder, Monfroi, kwam tegen hem in opstand, waardoor het land in +vuur en vlam werd gezet hij had echter het ongeluk twee veldslagen +te verliezen en in handen des konings te vallen, die zich tevreden +stelde als straf hem zijne vrijheid te ontnemen. Deze goedertierenheid +deed Roger echter in de oogen van een gedeelte zijner onderdanen +doorgaan voor een barbaar. Zij zeiden dat hij zijn broeder het +leven slechts gelaten had om eene langzame en onmenschelijke wraak +te genieten. Anderen, beter ingelicht, schreven de hardvochtige +behandeling van Monfroi in de gevangenis toe aan zijn zuster +Mathilda. Deze prinses had steeds den prins gehaat en hield niet op +hem te kwellen, zoolang hij leefde. Zij leefde slechts kort, hetgeen +als een gerechte straf werd beschouwd voor hare ontaarde gevoelens. + +Monfroi liet twee zonen na; zij waren nog jong. Roger had wel lust zich +van hen te ontdoen uit vrees dat zij, ouder geworden, het verlangen +om hun vader te wreken, hen er toe zou brengen een partij aan te +voeren, die niet genoeg onderdrukt was om nooit meer moeilijkheden te +veroorzaken. Hij deelde zijn plan mee aan senator Leontio Siffredi, +zijn minister, die het niet goedkeurde en om hem er af te brengen, zich +met de opvoeding van Enrique, den oudste, belastte en hem aanraadde +aan den connetable van Sicilië den jongsten zoon toe te vertrouwen, +die don Pedro heette. Roger vond het goed, overtuigd, dat zijn neven +door deze beide mannen zouden worden opgevoed in de onderworpenheid, +welke zij hem verschuldigd waren. Zelf zorgde hij voor de opvoeding +van zijne nicht Constance, eenige dochter van Mathilda en even oud +als Enrique. Hij gaf haar dienstmaagden en leermeesters en spaarde +geen kosten. + +Leontio Siffredi had een kasteel binnen twee mijlen van Palermo in +een bosch, Belmonte geheeten. Daar beijverde de minister zich om +Enrique eenmaal de troon van Sicilië waardig te maken. Hij merkte +allereerst in dezen prins zulke beminnelijke eigenschappen op, dat +hij zich aan hem hechtte alsof hij geen kinderen had. Hij had evenwel +twee dochters. De oudste, Blanche, een jaar ouder dan de prins, was +een volmaakte schoonheid en de jongste, Portia, die bij hare geboorte +den dood van hare moeder had veroorzaakt, lag nog in de wieg. Blanche +en prins Enrique beminden elkaar, zoodra zij daartoe in staat waren, +maar hadden geen gelegenheid zich samen te onderhouden. De prins +wist er echter nu en dan iets op te vinden. En hij maakte zoo'n goed +gebruik van die enkele kostbare oogenblikken, dat hij de dochter +van Siffredi wist over te halen haar toestemming te geven voor de +uitvoering van een door hem beraamd plan. Toevallig moest Leontio +een reis ondernemen naar een der meest verwijderde provincies van het +koninkrijk en tijdens zijne afwezigheid liet Enrique een gat maken in +den muur van zijn vertrek, dat grensde aan de kamer van Blanche. Deze +opening werd met een houten deur gesloten en deze was zoo kunstig +gemaakt in de lambriseering, dat het niet te zien was. Een kundig +architect maakte dit werk met even grooten ijver als discretie. + +Door deze opening kwam de verliefde Enrique eenige malen in de +kamer van zijne maitresse, maar maakte geen misbruik van hare +goedheid. Indien zij al de onvoorzichtigheid had gehad hem te +ontvangen, was dit alleen geschied op zijne verzekering, dat hij +nooit meer zou eischen dan de onschuldigste liefdesbewijzen. Op een +nacht vond hij haar zeer ongerust; zij had vernomen dat Roger zeer +ziek was en dat hij Siffredi als grootkanselier van het rijk bij zich +ontboden had om hem zijn laatste wilsbeschikking mee te deelen. Zij +dacht zich haar lieven Enrique reeds op den troon en de angst hem in +dezen hoogen rang te verliezen, veroorzaakte eene vreemde ontroering, +zij had zelfs tranen in de oogen. "Gij weent mevrouw," zei hij, "wat +moet ik denken van de droefheid waaraan gij u overgeeft?"--"Seigneur," +antwoordde Blanche, "ik kan u mijn onrust niet verbergen, de koning +uw oom zal weldra sterven en u zijn plaats nalaten. Wanneer ik +bedenk, hoezeer uwe nieuwe grootheid u van mij gaat verwijderen, +beken ik ongerust te zijn. Een monarch ziet de zaken uit een ander +oogpunt dan een minnaar en dat, wat zijn verlangen uitmaakte, toen +er nog een macht boven de zijne was, laat hem slechts koud op den +troon. Misschien is het mijn verstand, of slechts een voorgevoel, maar +het verontrust mij en mijn vertrouwen in uw goedheid kan deze onrust +niet bedaren. Ik twijfel niet aan de standvastigheid uwer gevoelens; +ik maak mij slechts ongerust over mijn geluk." + +"Beminnelijke Blanche," antwoordde de prins, "uwe vrees rechtvaardigt +mijn gehechtheid aan uwe bekoorlijkheden, maar uw buitensporig +wantrouwen beleedigt mijn liefde en als ik het zeggen mag, de achting +welke gij mij verschuldigd zijt. Neen, neen, denk niet dat uw lot +van het mijne kan worden gescheiden, geloof eerder, dat gij alleen +altijd mijne vreugde en geluk zult uitmaken. Laat dus uwe ijdele +vrees varen. Laat zij niet deze zoete uren vergallen." "Ach Seigneur," +antwoordde Blanche, "zoodra gij gekroond zijt, kunnen uw onderdanen u +vragen eene prinses te huwen, welk schitterend huwelijk nieuwe rijken +bij de uwe voegt; en misschien komt gij hunne verwachtingen na, zelfs +ten koste van uw innigste wenschen." "En waarom," hernam Enrique, +"vormt gij u zelf zulk een droevig beeld van de toekomst en kwelt u +zelf daarmee? Indien de hemel over mijn oom beschikt en mij meester +van Sicilië maakt, zweer ik bij alles wat ons heilig is, dat ik mij +aan u zal geven te Palermo in tegenwoordigheid van mijn gansche hof." + +Deze uitingen stelden de dochter van Siffredi een weinig gerust. Verder +spraken zij over de ziekte des konings. Enrique liet zijn goed hart +spreken; hij beklaagde zijn oom, ofschoon hij niet veel reden had om +er getroffen door te zijn; de macht van het bloed deed hem den vorst +beklagen, wiens dood hem een kroon zou bezorgen. Blanche kende nog niet +alle ongelukken, welke haar bedreigden. De connetable van Sicilië, +die eens voor gewichtige aangelegenheden op het kasteel van Belmonte +was gekomen en haar ontmoet had terwijl zij uit het vertrek van haar +vader kwam, was door hare schoonheid getroffen. Hij vroeg reeds den +volgenden dag om haar hand aan Siffredi, die zijn aanzoek aannam; +in deze dagen was echter de ziekte van Roger tusschenbeide gekomen, +waardoor het huwelijk werd uitgesteld en Blanche had er nog niet over +hooren spreken. + +Op zekeren morgen, terwijl Enrique bezig was zich te kleeden, zag +hij plotseling Leontio binnenkomen, gevolgd door Blanche. "Seigneur," +zei de kanselier, "de tijding welke ik u kom brengen, zal u bedroeven, +maar de troost die haar vergezelt, zal uwe smart lenigen. De koning uw +oom is gestorven en door zijn dood laat hij u zijn scepter na. Sicilië +is onderworpen aan u. De grooten van het rijk wachten uwe orders te +Palermo. Zij hebben mij ermee belast ze uit uwen mond te vernemen en ik +kom, seigneur, met mijne dochter, u de eerste en oprechte eerbewijzen +brengen, welke uwe nieuwe onderdanen u verschuldigd zijn." De prins +die wist, dat Roger al twee maanden aan een loopende ziekte leed, was +niet verwonderd bij het hooren van deze tijding. Evenwel getroffen +door de plotselinge verandering van positie, voelde hij duizend +verschillende gewaarwordingen bij zich opkomen. Hij peinsde een +oogenblik en sprak vervolgens: "Wijze Siffredi, ik beschouw u steeds +als mijn vader. Het zal mij een eer zijn mij door u te laten raden +en gij zult veeleer over Sicilië regeeren dan ik." Na deze woorden +ging hij naar een tafel, waarop schrijfgereedschap lag en een blank +vel papier nemend schreef hij zijn naam onder aan de pagina. "Wat +wilt gij doen Seigneur?" vroeg Siffredi. "U mijne erkentelijkheid en +mijne achting betoonen," antwoordde Enrique. Hij gaf daarop het papier +aan Blanche en zei: "Ontvang, mevrouw, dit bewijs van mijn trouw en +de macht die ik u geef." Blanche nam het blozend aan en antwoordde: +"Seigneur, ik ontving met eerbied de gunstbewijzen van mijn koning, +maar ik ben afhankelijk van een vader, en gij zult goed vinden, +dat ik hem het papier ter hand stel, om er het gebruik van te maken, +dat zijn wijsheid hem zal ingeven." + +Zij gaf werkelijk de handteekening van Enrique aan haar vader. Deze +bemerkte nu eerst wat tot dusver zijn aandacht was ontsnapt. Hij +wachtte zich echter wel op de zaak in te gaan en zei: "Uwe majesteit +zal mij niets te verwijten hebben. Ik zal er geen misbruik van +maken."--"Waarde Leontio, welk gebruik gij er ook van zoudt willen +maken, ik zal mijne belofte nakomen. Maar kom," vervolgde hij, "keer +naar Palermo terug, laat de toebereidselen voor mijne kroning gereed +maken en zeg aan mijne onderdanen, dat ik dra volg om van hen den +eed van trouw te ontvangen en hun mijne genegenheid te betuigen". De +minister gehoorzaamde aan de bevelen van zijn nieuwen meester en ging +met zijne dochter op weg naar Palermo. + +Eenige uren na hen vertrok de prins ook uit Belmonte meer denkende +aan zijn liefde dan aan zijn hoogen rang. Toen men hem de stad zag +binnenkomen, juichte men hem toe; hij betrad onder gejuich van het +volk het paleis, waar alles reeds gereed was voor de plechtigheid. Hij +vond er prinses Constance in rouwkleederen. Zij scheen zeer onder +den indruk van den dood van Roger. Op gepaste wijze condoleerden +zij elkander wederkeerig met den dood van dezen vorst, maar Enrique +deed dit met meer koelheid dan de prinses, daar zij ondanks de +familie-onaangenaamheden dezen prins nooit had kunnen haten. Hij +plaatste zich op de troon en de prinses ging naast hem zitten op een +ietwat lageren stoel. De grooten des rijks namen hun plaats in, ieder +volgens zijn rang. De plechtigheid begon en Leontio als grootkanselier +en bewaarder van het testament las dit luide voor. In hoofdzaak bevatte +dit geschrift, dat bij Roger's kinderloos overlijden de oudste zoon +van Montfroi tot zijn opvolger benoemd werd, op voorwaarde, dat hij +prinses Constance zou huwen en dat, wanneer hij hare hand weigerde, +de kroon van Sicilië zou toebehooren aan don Pedro zijn broeder, +op dezelfde voorwaarden. + +Deze woorden brachten voor Enrique eene verrassing en wel eene +zeer onaangename, die er niet beter op werd toen Leontio na het +geheele testament te hebben voorgelezen, tot de aanwezigen sprak: +"Mijne heeren, toen ik de laatste wenschen van wijlen den koning aan +onzen nieuwen vorst overbracht, stemde deze edelmoedige prins er in +toe prinses Constance, zijn nicht, zijn hand aan te bieden." Enrique +wilde den kanselier in de rede vallen: "Leontio," zei hij, "denk aan +het papier van Blanche...." Maar Siffredi liet den vorst geen tijd +eene verklaring te geven: "Seigneur", zei hij, "zoo is het. De edelen +van het koninkrijk," vervolglde hij en toonde het papier, "zullen er +uit lezen door uwe doorluchtige handteekening bekrachtigd, hoe groot +de achting is, welke gij voor de prinses koestert, en den eerbied, +welken gij de laatste wenschen van wijlen den koning, uw oom bewijst." + +Hierna las hij het papier voor, dat hij zelf had ingevuld. De +nieuwe koning beloofde daarin onomwonden prinses Constance te +zullen huwen volgens de bedoelingen van Roger. De zaal weerklonk van +vreugdegejuich. "Leve onze grootmoedige koning Enrique," riepen zij die +tegenwoordig waren. Want bekend als men was met den tegenzin, welken +deze prins voor de prinses getoond had, vreesde men niet zonder reden +dat hij tegen deze bepaling van het testament in verzet zou komen en +twist over het koninkrijk zou brengen; door deze verklaring waren zij +echter gerustgesteld. De algemeene toejuichingen verscheurden echter +het hart van den vorst. + +Constance, die gedreven door eerzucht en door haar teedere gevoel wat +meer dan eenig ander belang bij de zaak had, gebruikte dit oogenblik om +den koning haar erkentelijkheid te betuigen. De vorst wist zich bijna +niet goed te houden. Hij ontving de dankbetuiging van de prinses met +zooveel onrust, hij was zoo verward, dat hij zelfs niet kon antwoorden, +wat de welvoeglijkheid van hem eischte. Eindelijk, zich niet langer +kunnende beheerschen, naderde hij Siffredi, wiens opdracht hem dicht +bij den koning hield, en zei zacht: "Wat doet gij Leontio? Het papier +dat ik uw dochter gaf, was hiervoor niet bestemd, gij verraadt...." + +"Seigneur," antwoordde Siffredi, "denk aan uwen roem. Indien gij de +wenschen van wijlen uw oom niet nakomt, verliest gij de kroon van +Sicilië." Na deze woorden verwijderde hij zich uit de nabijheid des +konings om een antwoord te voorkomen. Enrique voelde zich in groote +verlegenheid. Hij was verbitterd op Siffredi, hij kon niet besluiten +Blanche te verlaten en verdeeld tusschen haar en zijn roem, wist hij +niet welke keuze hij moest doen. Eindelijk meende hij toch het middel +gevonden te hebben om de dochter van Siffredi te behouden zonder van +den troon afstand te doen. Hij deed alsof hij zich aan de wenschen +van Roger onderwierp en nam zich voor onderwijl te Rome dispensatie +aan te vragen van zijn huwelijk met zijn nicht, door zijn weldaden de +grooten van het rijk voor zich te winnen, en op deze wijze zijn macht +zoo goed te vestigen, dat men hem niet zou dwingen de voorwaarden +van het testament na te komen. + +Zoodra hij dit plan gevormd had, werd hij rustiger en zich naar +Constance keerende, bevestigde hij wat de grootkanselier reeds had +medegedeeld. Op het oogenblik echter, dat hij haar trouw zwoer, +kwam Blanche binnen om op bevel haars vaders aan de prinses hare +verknochtheid te betuigen en hoorde de woorden van Enrique. En daar +Leontio bij haar geen twijfel wilde laten omtrent haar ongeluk, stelde +hij haar aan Constance voor met de woorden: "Mijne dochter, betuig +uwe koningin uwe hulde: wensch haar eene bloeiende regeering en een +gelukkig huwelijk." Deze verschrikkelijke slag deed de ongelukkige +Blanche bijna hare bezinning verliezen. Tevergeefs trachtte zij +hare smart te verbergen, beurtelings werd zij rood en bleek en +haar geheele lichaam beefde. De prinses vermoedde echter niets: zij +schreef haar onsamenhangende woorden toe aan verlegenheid van een +meisje, dat opgevoed in een woestijn weinig gewend was aan het hof te +verkeeren. De vorst begreep het echter wel beter. De wanhoop, die hij +in haar oogen las, bracht hem van streek. Hij twijfelde niet of zij +moest, oordeelend naar den schijn, hem voor trouweloos houden. Hij +zou minder ongerust geweest zijn, indien hij haar had kunnen spreken, +doch hoe moest hij het middel daarvoor vinden, nu geheel Sicilië als +'t ware het oog op hem gevestigd had. Overigens liet de wreede Siffredi +hem geen kans. De minister, die in de harten van deze beide minnenden +las en de ongelukken wilde voorkomen, die hun liefde over den staat +kon veroorzaken, nam zijne dochter weldra mee naar Belmonte en besloot +haar zoo spoedig mogelijk uit te huwelijken om meer dan één reden. + +Toen zij thuis waren aangekomen, bracht hij haar in kennis met het +verschrikkelijk lot, dat voor haar was weggelegd. Hij zei haar, dat +hij den connetabel het ja-woord had gegeven. "Rechtvaardige hemel," +riep zij uit, door den schrik bevangen, "welke vreeselijke folteringen +hebt gij voor de ongelukkige Blanche weggelegd?" Hierna viel zij buiten +kennis in de armen van haar vader. Hoewel deze medelijden met haar had, +veranderde zijn eerste besluit toch niet. Eindelijk kwam Blanche weer +bij, meer door het groot verdriet dat zij had dan door het water dat +Siffredi haar in het gelaat wierp en hare droevige oogen openende +zag zij hem zich beijverende om haar te helpen. + +"Seigneur," zei zij met doffe stem, "ik schaam mij, dat ik u mijn +zwakheid heb laten zien, maar de dood, welke spoedig een einde +zal maken aan mijne kwellingen, zal u spoedig verlossen van eene +ongelukkige dochter, welke over haar hart heeft beschikt zonder +uwe voorkennis." "Neen, lieve Blanche," antwoordde Leontio, "gij +zult niet sterven, en uw deugd zal haar macht over u herwinnen. Het +aanzoek van den connetabel doet u alle eer; het is de beste partij in +den Staat...." "Ik acht zijn persoon en zijn verdienste," antwoordde +Blanche, "maar seigneur, de koning had mij doen hopen...." Doch toen +viel Siffredi haar op zijn beurt in de rede, "ik weet alles wat ge +daarover zeggen wilt. Ik ben niet onbekend met uwe liefde voor dezen +vorst, en ik zou haar in andere omstandigheden niet afkeuren, gij +zoudt zelfs zien, dat ik mij zou beijveren u de hand te verzekeren +van Enrique, wanneer het belang van zijn roem en dat van den staat +hem niet noodzaakten met Constance te huwen. Op voorwaarde alleen, +dat hij met deze prinses zou huwen, heeft de gestorven koning hem als +opvolger aangewezen. Wilt gij, dat hij aan u de voorkeur geeft boven +de kroon van Sicilië? Geloof, dat ik ook diep getroffen ben door den +doodelijken slag, welke u is toegebracht. Maar waar wij niet tegen het +noodlot kunnen strijden, moet gij moedig zijn; gij moet er een eer in +stellen om niet aan het geheele koninkrijk te laten zien, dat gij een +ijdele hoop gekoesterd hebt. Uwe toegenegenheid voor den koning zou +zelfs aanleiding geven tot lasterpraatjes over u en het eenige middel +om deze te voorkomen is te trouwen met den connetabel. Kortom, Blanche, +er is niets meer aan te doen. De koning doet afstand van u voor een +troon: hij trouwt met Constance. De connetable heeft mijn woord, +kom dit na bid ik u; en als het noodig is om u ertoe te bewegen, +dat ik van mijn gezag gebruik maak, dan beveel ik het u." + +Na deze woorden ging hij heen en liet haar aan haar gedachten +over. Hij hoopte, dat na de redenen, welke hij had aangevoerd om +haar deugd te sterken tegenover de neiging van haar hart, zij uit +zich zelf zou besluiten de vrouw te worden van den connetable. Hij +bedroog zich niet, maar wat kostte het de ongelukkige Blanche niet, +dit besluit te nemen! De smart, dat haar voorgevoel over de ontrouw van +Enrique verwezenlijkt was en dat zij gedwongen was, hem te verliezen +en te worden overgeleverd aan een man, dien zij niet kon beminnen, +veroorzaakte haar zulk nameloos wee, dat haar bestaan ondragelijk +werd. "Indien mijn ongeluk vaststaat," riep zij uit, "hoe kan ik er +mij dan tegen verzetten zonder te sterven? Meedoogenloos noodlot, +waarom hebt gij mij met de zoetste hoop gevleid, wanneer gij mij toch +in een afgrond van rampen werpen moest? En gij trouwelooze minnaar, +geeft je aan een ander, terwijl je mij eeuwige trouw hebt beloofd! Heb +je dan zoo spoedig kunnen vergeten, wat je me gezworen hebt? Om +je te straffen voor het feit, dat ge mij zoo wreed bedrogen hebt, +geve de hemel, dat de echtelijke legerstede het tooneel worde van +verdriet en niet van genot en dat de liefkoozingen van Constance uw +trouweloosheid vergiftigen. Moge je huwelijk even afschuwelijk wonden +als het mijne! Ja, verrader, ik zal den connetable huwen, dien ik niet +bemin, om mijzelf te straffen, dat ik mijne genegenheid zoo slecht had +geplaatst. Waar mijn godsdienst verbiedt de hand aan mijn leven te +slaan, zie ik, dat de dagen die mij overblijven, in rouw en ellende +voorbij zullen gaan. Als gij nog eenige liefde voor mij gevoelt, zal +ik mij op je wreken door mij in de armen van een ander te werpen, en +indien gij mij geheel hebt vergeten, zal Sicilië ten minste er zich +op kunnen beroemen een vrouw te hebben voortgebracht, die zich zelf +gestraft heeft omdat zij te lichtvaardig over haar hart had beschikt." + +In een dergelijken toestand bracht dit treurig slachtoffer van de +liefde en den plicht den nacht door, voorafgaande aan haar huwelijk met +den connetable. Siffredi, die haar den volgenden dag bereid vond aan +zijne wenschen te voldoen, haastte zich van de gunstige gelegenheid +te profiteeren. Hij liet den connetable den zelfden dag nog te +Belmonte komen, en voltrok in het geheim het huwelijk in de kapel +van het kasteel. Welk een dag voor Blanche! Het was nog niet genoeg +een kroon te verliezen, afstand van een minnaar te doen en zich aan +iemand te moeten geven dien zij haatte; doch zij moest daarbij nog hare +gevoelens verbergen voor een echtgenoot, die een grooten hartstocht +voor haar koesterde en van nature jaloersch was. Deze echtgenoot, +blijde haar te bezitten, was steeds aan haar voeten. Hij liet haar +zelfs niet den schralen troost in het geheim haar ongeluk te kunnen +beweenen. Toen de nacht aanbrak, voelde de dochter van Leontio haar +smart verdubbelen. Maar wat moest zij doen, toen hare vrouwen, na +haar ontkleed te hebben, haar alleen lieten met den connetable? Hij +vroeg eerbiedig naar de oorzaak van de bedruktheid, waarin zij +scheen te verkeeren. Deze vraag bracht Blanche in verlegenheid en +zij veinsde zich onwel te voelen. Eerst nam haar echtgenoot dit aan, +maar lang bleef hij niet in deze dwaling. Daar hij werkelijk ongerust +was over haar toestand, drong hij bij haar aan om naar bed te gaan, +zij legde dit aandringen verkeerd uit en vormde zich daarvan zulk +een wreed beeld, dat zij tenslotte in tranen uitbarstte. Welk een +schouwspel voor een man, die meende zijn vurigst verlangen bereikt +te hebben. Hij twijfelde niet langer of de ziekte van zijn vrouw was +noodlottig voor zijne liefde. Ofschoon deze gedachte zijn toestand +bijna even ellendig maakte als die van Blanche, had hij wilskracht +genoeg om zijn vermoeden te verbergen. Hij verdubbelde zijn attenties +en drong er bij haar op aan naar bed te gaan, haar verzekerend dat +hij de rust, die zij noodig had, niet zou verstoren. Hij bood zelfs +aan haar vrouwelijke bedienden te roepen, indien zij oordeelde dat +die hulp haar verlichting kon brengen. Blanche, door deze belofte +gerustgesteld, zei dat zij alleen rust noodig had om de zwakte, +waarin zij zich bevond, te overwinnen. Hij deed, alsof hij haar +geloofde. Zij gingen samen naar bed en brachten een nacht door, +hemelsbreed verschillend van dien, welke de liefde geeft aan minnenden. + +Terwijl de dochter van Siffredi zich overgaf aan haar smart, ging de +connetable in zich zelf na, waardoor zijn huwelijk zoo noodlottig +kon zijn. Hij begreep, dat hij een mededinger had, maar toen hij +hem wilde ontdekken, kwam hij op geen enkel spoor. Hij wist alleen, +dat hij de ongelukkigste van de mannen was. Hij had reeds twee derden +van den nacht met overdenkingen doorgebracht, toen hij een gerucht +hoorde. Hij was verrast te hooren hoe iemand zachtjes door de kamer +liep. Hij meende zich te bedriegen, want hij herinnerde zich zelf +de deur gesloten te hebben, nadat de vrouwelijke bedienden zich +hadden verwijderd. Hij opende de gordijnen om zich met eigen oogen +te overtuigen wat de oorzaak was van het geluid, dat hij hoorde: +het licht op den schoorsteen was echter uitgegaan en weldra hoorde +hij een zachte stem, die herhaaldelijk Blanche riep. Zijn jaloersche +vermoedens kregen nu de overhand en daar zijn eer er mede gemoeid +was en hem verplichtte op te staan om een beleediging te voorkomen of +deze te wreken, nam hij zijn degen en liep naar de zijde vanwaar de +stem kwam. Hij voelt een degen den zijne kruisen. Hij gaat vooruit, +waarop de ander zich terugtrekt. Hij vervolgt, maar de ander wijkt +achteruit. Hij zoekt hem, die tracht te vluchten in alle hoeken van +de kamer voor zoover de duisternis het toelaat en vindt niets. Hij +blijft staan, luistert en hoort niets meer. Het lijkt toovenarij. Hij +denkt dat de belager van zijn eer door de deur gevlucht is, maar +de grendel was er op als tevoren. Daar hij niets van dit avontuur +begreep, riep hij zijn dichtstbijzijnde bedienden en terwijl hij hun +de deur opende, bleef hij in de doorgang staan en was op zijn hoede om +zijn tegenstander niet te laten ontsnappen. Op zijn herhaald geroep +kwamen eenige dienaren met toortsen. Hij nam een kaars en stelde met +ontblooten degen een onderzoek in. Hij vond echter niemand, noch eenig +spoor, dat er iemand geweest was. Hij kon geen geheime deur ontdekken, +noch eenige opening, waardoor men toegang had kunnen krijgen; hij kon +echter nu niet blind blijven voor den omvang van zijn ongeluk. Van +Blanche mocht hij geen opheldering verwachten, daar zij te groot belang +er bij had de waarheid te verbergen. Hij besloot zijn hart bloot te +leggen aan Leontio, nadat hij de dienaren had weggezonden, zeggende, +dat hij eenig gerucht had gehoord, maar zich vergist had. Hij ontmoette +zijn schoonvader, die op het lawaai uit zijn slaapvertrek was gekomen, +en vertelde hem wat er was voorgevallen onder onmiskenbare teekenen +van opgewondenheid en diepe smart. + +Siffredi was verrast over het avontuur. Ofschoon het hem niet +natuurlijk scheen, achtte hij het toch waarschijnlijk, en daar hij +alles mogelijk achtte van de liefde des konings, werd hij hevig +door die gedachte ontroerd. Maar verre van voedsel te geven aan de +jaloersche vermoedens van zijn schoonzoon, stelde hij hem gerust met +de verklaring, dat de stem, welke hij had meenen te hooren en den +degen, welke den zijne had gekruist, niets anders konden zijn dan de +spooksels van een door jaloerschheid verhitte verbeelding; dat het +onmogelijk was voor iemand de kamer van zijn dochter binnen te komen, +dat de smart, welke hij bij zijne vrouw had opgemerkt, misschien was +veroorzaakt door eenige ongesteldheid; dat de eer niet verantwoordelijk +moest gesteld worden voor veranderingen van het temperament; dat de +verandering van een meisje, gewend in afzondering te leven, en die +zich plotseling ziet gegeven aan een man, dien zij nog niet kende en +dus niet kon beminnen, de oorzaak wel eens kon zijn van deze tranen +en zuchten en de ongesteldheid waarover zij klaagde; dat de liefde in +het hart van meisjes van edelen bloede slechts ontstond door den tijd +en toewijding; dat hij hem aanmaande zijn ongerustheid te kalmeeren, +zijn teederheid te verdubbelen om Blanche beter te stemmen en dat +hij hem bad naar haar terug te keeren, overtuigd dat dit wantrouwen +en die ongerustheid hare deugd beleedigden. + +De connetable antwoordde niets op de argumenten van zijn schoonvader; +hetzij dat hij begon te gelooven zich werkelijk vergist te hebben, +hetzij dat hij het beter oordeelde te veinzen dan te trachten +den grijsaard te overtuigen van een feit, dat zoo onwaarschijnlijk +scheen. Hij keerde in het vertrek zijner vrouw terug, vleide zich naast +haar neer en trachtte door den slaap zijn onrust te kalmeeren. Blanche +van haar kant, de treurige Blanche, was evenmin bedaard. Zij had +maar al te goed dezelfde geluiden als haar echtgenoot gehoord en +zij kon een avontuur, waarvan zij het geheim en de redenen kende, +niet voor een illusie houden. Zij verbaasde zich, dat Enrique in haar +slaapvertrek trachtte door te dringen, nadat hij zoo plechtig zijn +woord aan Constance had gegeven. Inplaats van zich over dezen stap +te verheugen, beschouwde zij deze als een nieuwe beleediging en haar +hart werd door oprechten toorn vervuld. + +Terwijl de dochter van Siffredi in haar vooringenomenheid den jongen +koning schuldiger dan alle mannen vond, wenschte deze ongelukkige +vorst, meer dan ooit op haar verliefd, haar te spreken om zich vrij +te pleiten van den schijn, die tegen hem was. Hij zou voor dit doel +wel eerder te Belmonte gekomen zijn, maar de bezigheden, welke hij te +verrichten had, lieten dat niet toe, en zoo kon hij zich eerst dezen +nacht uit het paleis verwijderen. Hij kende te goed de omstreken van +de plaats waar hij was opgevoed, om moeite te hebben met het vinden +van een toegangsweg tot het kasteel van Siffredi, vooral waar hij +nog den sleutel bezat van een geheime deur, die toegang verleende +tot de tuinen. Hierlangs bereikte hij zijn vroeger appartement en +vandaar betrad hij vervolgens de kamer van Blanche. Verbeeld u de +verwondering van dezen vorst, toen hij er een man aantrof en een +degen zich tegenover den zijne stelde. Het scheelde weinig, of hij had +zich vergeten en op de plaats den vermetele gestraft, die zijn hand +had durven op te heffen tegen zijn eigen koning, maar de gedachte, +dat hij de dochter van Leontio voor alle gepraat moest bewaren, +kalmeerde zijn toorn. Hij trok zich op dezelfde manier terug als +hij gekomen was en gejaagder dan ooit sloeg hij den weg naar Palermo +in. Eenige oogenblikken vóór het aanbreken van den dag kwam hij daar +aan en sloot zich in zijn vertrekken op, te overspannen om te kunnen +denken. Hij dacht slechts aan zijn terugkeer naar Belmonte. Zijn +veiligheid, zijn eer en vooral zijn liefde stonden hem niet toe de +opheldering van dit avontuur uit te stellen. Zoodra het dag was, liet +hij zijn jachtrijtuig voorkomen en onder voorwendsel van dit vermaak, +betrad hij het woud van Belmonte met eenige hovelingen. Eenigen tijd +bleef hij jagen om zijn plannen te verbergen en toen hij zag, dat +ieder ijverig de honden volgde, verwijderde hij zich en sloeg den weg +naar het kasteel van Leontio in. Hij kende dien zeer goed en in zijn +ongeduld zijn paard niet ontziende, had hij in weinig tijd de ruimte +afgelegd, welke hem scheidde van het voorwerp zijner liefde. Hij zocht +naar een geschikt voorwendsel om zich in het geheim een onderhoud met +de dochter van Siffredi te verschaffen, toen hij een hoek omslaande, +twee vrouwen opmerkte, dichtbij aan den voet van een boom gezeten. Hij +twijfelde niet of deze vrouwen behoorden tot het kasteel en dit gezicht +ontroerde hem, maar deze ontroering werd nog grooter, toen hij Blanche +herkende, die bij het hooren van den galop het hoofd had omgewend. Zij +was met Nise, een harer vrouwelijke bedienden, die zij kon vertrouwen, +het kasteel ontvlucht om tenminste onbespied te kunnen weenen. + +Hij vloog naar haar toe, wierp zich aan hare voeten en in haar oogen de +sporen ziende van groote smart, riep hij verteederd: "Schoone Blanche, +wees niet langer droevig. Volgens den schijn ben ik schuldig, ik beken +het, maar wanneer gij zult vernemen het plan, dat ik voor u gevormd +heb, zal hetgeen u nu een misdaad schijnt, een bewijs blijken van mijn +onschuld en mijne groote liefde." Door deze woorden meende Enrique haar +te kunnen kalmeeren, maar het werd slechts erger. Zij wilde antwoorden, +maar snikken smoorden haar stem. De prins was hierover zeer verwonderd +en zei: "Hoe, mevrouw, kan ik uw verdriet niet lenigen? Door welk +ongeluk heb ik uw vertrouwen verloren, ik, die mijn kroon in de +waagschaal stel en zelfs mijn leven om mij aan u te wijden." + +De dochter van Leontio, zich beheerschend, zei hem: "Seigneur, +uwe beloften zijn waardeloos. Voortaan kan niets mij meer aan u +binden."--"Ach, Blanche," viel Enrique haar in de rede, "welke wreede +woorden voegt gij mij toe! Wie kan u aan mijn liefde onttrekken, +wie zal zich bloot willen stellen aan de woede eens konings, die +geheel Sicilië in vuur zal zetten, liever dan de hoop op te geven +u te bezitten."--"Al uwe macht, Seigneur," antwoordde langzaam +de dochter van Siffredi, "wijkt voor de hinderpalen, die ons +scheiden. Ik ben de vrouw van den connetable." "De vrouw van den +connetable!" riep de prins uit, eenige schreden teruggaande. Hij kon +den volzin niet voleindigen. Door dezen onverwachten slag begaven +zijn krachten hem. Hij liet zich vallen aan den voet van een boom, +welke achter hem stond. Hij was bleek, ontdaan en slechts zijn oogen, +welke hij op Blanche vestigde, zeiden haar hoe zeer het ongeluk hem +trof. Zij keek hem aan en hij zag, dat hare gevoelens weinig van +de zijne verschilden; en deze beide gelieven bewaarden onderling +een verschrikkelijk stilzwijgen. Eindelijk was de prins een weinig +bekomen, kon weder spreken en zei zuchtend tot Blanche: "Mevrouw wat +hebt gij gedaan? Gij hebt mij ten verderve gebracht en gij zijt zelf +ook verloren door uwe lichtgeloovigheid." + +Het griefde Blanche, dat de vorst haar verwijten scheen te doen, +terwijl zij meende zeer gegronde redenen te hebben zich over hem te +beklagen. "Hoe, Seigneur," antwoordde zij, "verzwaart ge uw ontrouw +nog door huichelarij! Zoudt gij willen, ondanks alles wat ik gehoord +en gezien heb, dat ik u voor onschuldig hield? Neen Seigneur, ik +beken u, dat ik daartoe niet in staat ben."--"Evenwel, mevrouw," +antwoordde de koning, "hebben deze getuigen, die u zoo trouw schijnen, +u misleid." Zij zelf hebben geholpen om u te bedriegen en zoowaar +gij de vrouw van den connetable zijt, ben ik onschuldig en trouw +gebleven aan u."--"En Seigneur," hernam zij, "heb ik u niet tegenover +Constance hooren bevestigen, dat gij haar uw hand en uw hart schenkt; +hebt gij niet aan de rijksgrooten verklaard, dat gij de wenschen van +den overleden vorst zoudt nakomen, en heeft de prinses niet de hulde +van uwe nieuwe onderdanen ontvangen in de hoedanigheid van koningin en +echtgenoote van prins Enrique? Waren mijne oogen dan betooverd? Zeg +liever, trouwelooze, dat gij niet verwachtte, dat Blanche in uw hart +het belang van een troon kon vergoeden en beken zonder te veinzen wat +gij niet meer gevoelt of nooit gevoeld hebt, dat de kroon van Sicilië +u veiliger toescheen met Constance dan met Blanche. Gij hebt gelijk, +mijnheer, een schitterende troon was ik evenmin waard dan een prins +als gij. Ik was te ijdel om het te gelooven, maar gij moest mij +niet in deze dwaling gelaten hebben. Gij weet mijn ongerustheid, +dat ik u zou verliezen. En waarom hebt gij mij gerust gesteld? Was +het noodig mijn vrees te verdrijven? Ik zou eerder het noodlot dan u +hebben aangeklaagd en gij zoudt tenminste mijn liefde hebben behouden, +mijn hand zou nooit een ander dan gij verworven hebben. Thans is het +niet het juiste oogenblik, om u te rechtvaardigen. Ik ben de vrouw van +den connetabel en om mij een onderhoud, dat mijne eer zou bezoedelen, +te besparen, moet gij dulden, seigneur, dat ik, zonder in eerbied +voor u te kort te schieten, een vorst verlaat, dien ik niet langer +mag aanhooren." + +Bij deze woorden verwijderde zij zich met zooveel spoed, als de +omstandigheden haar veroorloofden. "Blijf staan, mevrouw," riep de +vorst uit; "breng een vorst niet tot wanhoop, die eerder geneigd +is een troon omver te werpen, dien ik, zooals ge mij verwijt, +boven u zou hebben verkozen, dan aan de verwachtingen van zijne +onderdanen te voldoen."--"Deze nieuwe opoffering is thans onnoodig," +antwoordde Blanche. "Waar ik niet meer vrij ben, kan het mij weinig +schelen of Sicilië in de asch wordt gelegd en aan wie gij uw hand +schenkt. Hoewel ik zwak genoeg was, mijn hart te laten overrompelen, +zal ik tenminste de kracht hebben die neiging te onderdrukken en aan +den nieuwen koning van Sicilië toonen, dat de vrouw van den connetabel +niet meer de minnares is van vorst Enrique." Zoo sprekend, ging zij +plotseling met Nisa naar binnen en de deur achter zich sluitend, +liet zij den vorst overstelpt door smart achter. Hij kon zich niet +herstellen van den slag, dien Blanche hem had toegebracht door de +tijding van haar huwelijk. "Onrechtvaardige Blanche," riep hij uit, +"gij hebt de herinnering aan onze belofte vergeten. Ondanks mijn +eeden en de uwe, zijn wij gescheiden. De gedachte, welke ik nog had +gekoesterd uwe liefde te bezitten, was dus slechts ijdele waan. O +wreede vrouw, wat kost het mij niet, dat ik u mijn liefde heb betoond!" + +Vervolgens drong het beeld van het geluk van zijn medeminnaar +zich op aan zijn geest met alle verschrikkingen der jaloezie; en +deze hartstocht beheerschte hem eenige oogenblikken zoodanig, dat +hij op het punt stond zich te wreken op den connetabel zoowel als op +Siffredi. De rede kalmeerde echter langzamerhand de heftigheid van zijn +toorn. De onmogelijkheid om Blanche af te brengen van de meening over +zijn ontrouw, maakte hem wanhopig. Hij hoopte deze te kunnen wijzigen, +wanneer hij nog eens met haar zou kunnen spreken. Om daartoe te geraken +oordeelde hij het noodig den connetabel te verwijderen en hij besloot +hem te laten arresteeren als verdacht van een samenzwering. Hij gaf +daartoe bevel aan den kapitein van zijn lijfgarde, die naar Belmonte +ging, zich bij het aanbreken van den nacht van zijn persoon verzekerde +en hem naar het kasteel te Palermo voerde. Dit incident veroorzaakte +te Belmonte groote opschudding. Siffredi vertrok terstond om bij +den koning voor de onschuld van zijn schoonzoon in te staan en hem de +noodlottige gevolgen onder het oog te brengen van zulk een willekeurige +arrestatie. De vorst, voorbereid op dezen stap van den minister, en die +zich minstens een ongestoord onderhoud met Blanche wilde verzekeren, +alvorens den connetabel los te laten, had uitdrukkelijk bevolen, +dat hij door niemand vóór den volgenden morgen wilde worden lastig +gevallen. Maar Leontio stoorde zich niet aan dit bevel en trad het +vertrek des konings binnen. + +"Seigneur," zei hij, "wanneer het een eerbiedig en trouw onderdaan +veroorloofd is zich over zijn meester te beklagen, kom ik tot u met een +klacht over uzelf. Welke misdaad heeft mijn schoonzoon begaan? Heeft +Uwe Majesteit wel gedacht aan de eeuwige schande voor mijn familie en +aan de gevolgen van eene arrestatie, die uw voornaamste staatsdienaren +van u kunnen vervreemden?" "Ik heb zekere inlichtingen," antwoordde de +koning, "dat de connetabel een complot heeft gesmeed met den infant +don Pedro."--"Een complot?" viel de verbaasde Leontio hem in de +rede. "Ach Seigneur, geloof het niet, men heeft u voorgelogen. Het +verraad is nog nooit in de familie Siffredi binnengeslopen; en +het is voor den connetabel voldoende, dat hij mijn schoonzoon is, +om boven iedere verdenking te staan. De connetabel is onschuldig, +maar geheime beweegredenen leidden u bij zijne arrestatie." + +"Waar gij zoo openlijk tot mij spreekt," antwoordde de koning, +"zal ik het ook doen. Gij beklaagt u over de gevangenhouding van den +connetabel. En heb ik mij niet meer over uwe wreedheid te beklagen? Gij +zijt het, barbaarsche Siffredi, die mij mijn gemoedsrust hebt ontnomen +en er mij toe gebracht hebt door uwe heimelijke zorgen het lot van +den meest gewonen sterveling te benijden. Want gij moet u niet vleien, +dat ik mij aan uwe gedachtengang stoor. Tot mijn huwelijk met Constance +werd tevergeefs besloten...." + +"Hoe Seigneur," riep Leontio ontroerd uit, "gij zoudt de prinses +niet huwen na haar voor de oogen van uw volk met deze hoop te hebben +gevleid?"--"Indien ik hunne verwachting teleurstel," antwoordde +de koning, "is dit slechts aan u zelf te wijten. Waarom hebt gij +mij genoodzaakt haar iets te beloven, dat ik niet kan nakomen? Wie +verplichtte u een brief, dien ik uwe dochter had gegeven, met den naam +van Constance in te vullen? Gij waart niet onbekend met mijn plannen; +waarom moest gij het hart van Blanche geweld aandoen door haar een +man te laten huwen, dien zij niet beminde? En welk recht hebt gij +op het mijne, dat gij er over durft te beschikken ten gunste van +een prinses, welke ik haat. Zijt gij vergeten, dat zij de dochter +van die wreede Mathilda is, die de rechten van het bloed en de +menschelijkheid met voeten tredend, mijn vader liet omkomen in een +hardvochtige gevangenschap? En nu zou ik haar huwen? Neen Siffredi, +laat die hoop varen, eerder dan dit weerzinwekkend huwelijk, zult +gij Sicilië in vlammen zien en zijn landouwen overstroomd van bloed." + +"Heb ik goed gehoord?" riep Leontio uit. "Och Seigneur wat voorspelt +gij mij! Welke verschrikkelijke bedreigingen. Maar ik maak mij +ten onrechte ongerust," vervolgde hij, van toon veranderend. "Gij +houdt te veel van uwe onderdanen, om hen zulk een treurig lot te +berokkenen. Gij zult u niet door de liefde laten vervoeren, gij +zult uwe deugden niet bezoedelen door te vervallen in de zwakheden +van den gewonen mensch. Indien ik mijne dochter aan den connetabel +heb gegeven, heb ik dat alleen gedaan, seigneur, om uwe majesteit +een dapper onderdaan te bezorgen, die door zijn arm en het leger, +waarover hij beschikt, uwe belangen kan voorstaan tegenover don +Pedro. Ik heb gemeend door hem met zoo nauwe banden aan mijne familie +te...." "En het zijn juist die banden," riep vorst Enrique uit, +"het zijn die vervloekte banden, welke mij verderven, wreede vriend, +waarom hebt gij mij zulk een gevoeligen slag toegebracht? Had ik u +opgedragen mijn belangen te behartigen ten koste van mijn hart? Waarom +liet gij mij zelf niet daarvoor zorgen? Ontbreekt het mij aan moed +om de onderdanen te onderwerpen, die zich tegen mij zouden willen +verzetten? Ik zou den connetabel wel hebben weten te straffen als hij +mij niet had gehoorzaamd. Ik weet, dat vorsten geen tyrannen mogen +zijn, dat het geluk van hun volk hun eerste plicht is; maar moeten +zij daarom de slaven zijn van hunne onderdanen? En op het oogenblik, +dat de hemel hen uitkiest om te regeeren, verliezen zij dan het recht, +dat de natuur aan alle menschen geeft, om zelf over hunne genegenheid +te beschikken? Ach, indien zij niet als de minste stervelingen mogen +genieten, neem dan deze souvereine macht terug, waarvan gij mij hebt +willen verzekeren ten koste van mijn rust." + +"Gij moet niet vergeten, Seigneur," antwoordde de minister, "dat +wijlen de koning uw oom de troonsopvolging afhankelijk heeft gemaakt +van het huwelijk met de prinses." "En welk recht," hernam Enrique, +"had hij zelf anderen voorwaarden te stellen? Had hij deze onwaardige +voorwaarden ontvangen van zijn broeder koning Karel, toen hij dezen +opvolgde? Moest gij de zwakheid hebben u aan zulk eene onrechtvaardige +voorwaarde te onderwerpen? Voor een grootkanselier zijt gij slecht +op de hoogte van onze gebruiken. In één woord toen ik mijn hand aan +Constance beloofde, was dit niet vrijwillig. Ik wil mijn belofte niet +houden en indien don Pedro de hoop mocht koesteren om den troon te +bestijgen, kan, opdat niet het volk wordt gewikkeld in een twist, die +te veel bloed zou kosten, de degen beslissen wie van ons het waardigst +is om te regeeren." Leontio durfde niet verder aandringen en stelde +zich tevreden hem op de knieën de vrijheid van zijn schoonzoon te +vragen; deze verkreeg hij. "Ga," zei de koning, "keer naar Belmonte +terug, de connetabel zal u weldra volgen." De minister vertrok en +kwam te Belmonte aan, overtuigd dat zijn schoonzoon hem op de hielen +volgde. Hij vergiste zich, Enrique wilde Blanche dien nacht spreken +en met dit doel stelde hij de bevrijding van haar echtgenoot tot den +volgenden morgen uit. + +Intusschen gaf de connetabel zich aan bittere overpeinzingen over. Zijn +arrestatie had hem de oogen geopend over de ware oorzaak van zijn +ongeluk. Hij gaf zich geheel over aan zijn jaloezie; en zijn trouw +verwenschend, die hem tot nu toe tot eer had gestrekt, dorstte hij +slechts naar wraak. Daar hij zeer goed begreep, dat de koning dezen +nacht niet zou laten voorbijgaan om Blanche op te zoeken, vroeg hij +aan den gouverneur van Palermo hem vrij te laten, met het doel hen +samen te verrassen, en gaf de verzekering, den volgenden morgen terug +te komen. De gouverneur, die met hem bevriend was, ging er des te +eerder toe over, daar hij wist dat Siffredi zijne invrijheidsstelling +had bewerkt; zelfs liet hij hem een paard geven om naar Belmonte te +rijden. Daar aangekomen, bond de connetabel zijn paard aan een boom, +ging het park binnen door een deur, waarvan hij den sleutel bezat, +en was zoo gelukkig het kasteel binnen te gaan zonder dat iemand +hem zag. Hij bereikte de kamer van zijn vrouw en verborg zich in de +antichambre, achter een tochtscherm. Hij was van plan vandaar alles +te bespieden wat er gebeurde en dan plotseling de kamer van Blanche +binnen te treden bij het minste gerucht, dat hij vernam. Hij zag +Nisa weggaan, die hare meesteres verliet om naar het vertrekje te +gaan waar zij sliep. + +De dochter van Siffredi, die zonder moeite de reden had geraden waarom +haar echtgenoot was gevangen genomen, oordeelde terecht, dat hij dien +nacht niet te Belmonte zou terugkeeren, ofschoon, zooals haar vader +zei, de koning hem verzekerd had, dat hij weldra terug zou zijn; +zij twijfelde niet of Enrique zou van de gelegenheid gebruik maken +om haar te zien en vrij met haar te praten. Zij verwachtte dus den +prins om hem een daad te verwijten, welke verschrikkelijke gevolgen +voor haar kon hebben. + +Werkelijk opende zich, eenigen tijd nadat Nisa vertrokken was, de +wand en wierp de koning zich aan de voeten van Blanche. "Mevrouw," +zei hij haar, "veroordeel niet zonder mij te hooren. Indien ik den +connetabel heb laten gevangen nemen, bedenk dan, dat dit het eenige +middel was, dat mij overbleef om mij te rechtvaardigen. Deze list +hebt gij trouwens u zelf te wijten. Waarom weigerde gij mij aan te +hooren? Helaas, morgen zal uw echtgenoot vrij zijn en ik zal niet +langer met u kunnen spreken. Luister dus voor de laatste maal naar +mij. Indien uw verlies mijn lot beklagenswaard maakt, sta mij dan +ten minste den schralen troost toe, u te zeggen, dat ik dit ongeluk +niet door mijn ontrouw over u heb gebracht. Het kon niet anders, +in de omstandigheden, waarin uw vader mij had geplaatst. Ik moest de +prinses bedriegen in uw en mijn belang om u de kroon en de hand van +uw minnaar te verzekeren. Ik wilde slagen, ik had reeds maatregelen +genomen om deze verloving af te breken; maar gij hebt mijn werk +vernietigd en van uwe lichtvaardigheid hebt gij twee harten, die door +een volmaakte liefde verbonden hadden kunnen zijn, voor eeuwig in het +ongeluk gestort." Hij was zoo wanhopig aan het einde van dit gesprek, +dat Blanche er door geroerd werd. Zij twijfelde niet langer aan zijn +onschuld; eerst was zij er blij om en later werd haar smart des te +heviger. "Ach seigneur," zei zij tegen den vorst, "na de beschikking +van het lot veroorzaakt gij mij nieuwe smart door mij te zeggen, dat +gij niet schuldig zijt. Wat heb ik gedaan ongelukkige, mijn boosheid +heeft mij overweldigd, ik dacht wreed verlaten te zijn en in mijn +spijt heb ik de hand van den connetable aanvaard. Helaas terwijl ik +u beschuldigde van bedrog, was ik het zelf die, te lichtgeloovige +minnares, de banden doorsneed, welke ik gezworen had nimmer te +zullen verbreken. Wreek u seigneur, op uw beurt. Haat de ondankbare +Blanche. Vergeet...." "Is dat noodig mevrouw?" viel Enrique haar in de +rede. "Gij moet het toch trachten te doen," zei zuchtend de dochter +van Siffredi. "Zoudt gij het zelf kunnen?" "Ik beloof het niet maar +zal toch alles doen, om dat doel te bereiken," antwoordde zij. "Ach, +wreede vrouw," zei de prins, "gij zult gemakkelijk Enrique vergeten, +wanneer gij dit wilt." "Maar wat wilt gij dan?" vroeg Blanche op vasten +toon. "Denkt gij, dat ik kan toestaan, dat gij nog langer uwe zorgen +aan mij wijdt? Neen seigneur, wanneer ik niet geboren ben om koningin +te zijn, heeft de hemel mij toch ook niet bestemd om eene ongeoorloofde +liefde te volgen. Mijn echtgenoot is, als gij seigneur, gesproten +uit het edele huis van Anjou; en wanneer mijn gegeven woord mij niet +reeds aan hem bond en uwe toenadering onverbiddelijk afwees, dan zou +toch mijn eer zich daartegen verzetten. Ik verzoek u heen te gaan; +wij moeten elkander niet meer zien." "Welk een barbaarschheid," riep +de koning. "Ach Blanche, is het mogelijk, dat gij mij zoo hardvochtig +behandelt? Is het dus niet genoeg, dat ik u moet denken in de armen van +den connetabel maar gij wilt mij nog verbieden u te zien, de eenige +troost welke mij overblijft?" "Ga heen," antwoordde de dochter van +Siffredi met tranen in de oogen, "hem te zien, die mij teeder heeft +lief gehad, is mij een kwelling nu ik de hoop heb verloren hem ooit te +bezitten. Adieu seigneur, vlucht, gij moet dat doen ter wille van uw +roem en mijn goeden naam. Ik vraag het u ook ter wille van mijn rust; +want ofschoon mijn deugd niet bezwijken zal voor de neigingen van mijn +hart, veroorzaakt de herinnering aan uwe teederheid zulk een wreeden +strijd, dat het mij te veel kost om er steeds weerstand aan te bieden." + +Zij uitte deze woorden met zooveel heftigheid, dat zij zonder +er aan te denken een flambouw omstootte, die op een tafel achter +haar stond. Deze ging uit onder het vallen. Blanche zocht ze op, +ging naar het kamertje van Nisa door de antichambre en kwam weldra +met licht terug. De koning zag haar niet of hij begon haar zijn +liefde op te dringen. Bij het hooren van de stem van den vorst +trad de connetabel met den degen in de hand het vertrek binnen, +liep vol woede op Enrique toe, en riep uit: "Het is genoeg tyran, +denk niet, dat ik laf genoeg ben om de beleediging te verduren, +welke gij mijn eer hebt aangedaan." "Ha verrader," antwoordde de +koning zich verdedigend opstellend, "verbeeld je niet ongestraft je +plan te kunnen volvoeren." Na deze woorden begonnen zij een gevecht +dat te hevig was om lang te kunnen duren. De connetabel bedenkende, +dat Siffredi en zijn dienaren te spoedig zouden komen aanloopen +op de kreten van Blanche en zich tegen zijn wraak zouden verzetten, +ontzag zich niet. Zijn woede maakte hem blind, hij berekende zoo slecht +zijn uitvallen, dat hij zich zelf in den degen van zijn vijand wierp; +deze ging hem in het lichaam tot aan het gevest en de koning hield op. + +De dochter van Leontio, getroffen door den toestand waarin zij haar +echtgenoot zag en den natuurlijken afkeer overwinnend dien zij voor +hem koesterde, knielde en wilde hem helpen. Maar deze ongelukkige +echtgenoot was te zeer op haar verbitterd, om zich te laten verteederen +door de betuigingen van haar smart en medelijden. De dood, die hij +voelde naderen, kon zijn jalouzie niet verminderen. Hij zag in de +laatste oogenblikken slechts het geluk van zijn tegenstander en deze +gedachte scheen hem zoo vreeselijk toe dat hij alles wat hem nog aan +kracht overbleef verzamelend, zijn degen ophief en haar in den boezem +van Blanche stootte, en uitriep: "Sterf trouwelooze echtgenoote, +die zoo schromelijk de trouw hebt geschonden, die gij mij op het +altaar hadt gezworen. En gij," vervolgde hij, "Enrique, verheug u +niet in uw lot. Gij zult u niet verheugen over mijn ongeluk, ik sterf +tevreden." Na deze woorden gaf hij den geest en zijn gelaat, bedekt +door den schaduw des doods had nog iets fiers en verschrikkelijks. Dat +van Blanche leverde een geheel anderen aanblik. Doodelijk getroffen +was zij op het stervende lichaam van haar echtgenoot gevallen en het +bloed van het ongelukkige slachtoffer vermengde zich met dat van den +moordenaar, die zoo snel zijn wreed besluit had ten uitvoer gebracht, +dat de koning hem niet had kunnen tegenhouden. De ongelukkige prins +uitte een kreet toen hij Blanche zag vallen en wilde aan haar dezelfde +zorgen wijden waarvoor zij zoo slecht beloond werd. Maar stervende zei +zij: "Seigneur, uwe moeite is te vergeefs, ik ben het slachtoffer, +dat het onverbiddelijk noodlot eischte. Moge nu zijn toorn gestild +zijn en mijn lot bijdragen tot het geluk van uwe regeering." Terwijl +zij deze woorden sprak, kwam Leontio op het rumoer de kamer binnen +en getroffen door wat hij zag, bleef hij onbeweeglijk staan. Blanche +zag hem niet en vervolgde: "Vaarwel, prins, blijf aan mij denken, +mijn liefde en mijn ongeluk verplichten u daartoe. Wees niet boos op +mijn vader. Ontzie zijne ouderdom, zijn smart en doe recht wedervaren +aan zijn ijver. Zeg hem vooral, dat ik onschuldig ben; dat verzoek +ik u in de allereerste plaats. Adieu, mijn waarde Enrique.... ik +sterf.... ontvang mijn laatste zucht...." + +Bij deze woorden stierf zij. De koning bleef eenigen tijd +zwijgen. Vervolgens zei hij tegen Siffredi die roerloos bleef staan: +"Zie, Leontio, beschouw uw werk; zie het resultaat van uw heimelijke +zorgen voor mijn welzijn." De grijsaard antwoordde niet, zoozeer +werd hij beheerscht door smart. Maar waarom zal ik datgene trachten +te beschrijven, waarvoor geen woorden te vinden zijn? + +De koning behield zijn geheele leven een teedere herinnering aan zijn +geliefde. Hij kon niet besluiten met Constance te huwen. De infant +don Pedro huwde met deze prinses en beiden lieten niets achterwege +om de bepaling in het testament in vervulling te laten gaan, doch ten +slotte moesten zij voor Enrique wijken, die zijn vijanden overwon. Wat +Siffredi betreft, het verdriet zooveel ongeluk te hebben veroorzaakt +deed hem het verblijf in zijn vaderland ondragelijk worden. Hij verliet +Sicilië en ging met Porcia, zijn overgebleven dochter, naar Spanje, +waar hij dit kasteel kocht. Hij leefde nog 15 jaar na den dood van +Blanche en had voor zijn dood nog de troost dat Porcia huwde. Zij +werd de echtgenoote van Jerome de Silin en ik ben de eenige vrucht uit +dit huwelijk. Ziedaar, vervolgde de weduwe van don Pedro de Pinares, +mijne familiegeschiedenis en een trouw verhaal van de ongelukken, die +op deze schilderij worden voorgesteld, welke Leontio, mijn grootvader, +liet vervaardigen om bij zijn nakomelingschap het aandenken aan dit +noodlottig avontuur levendig te houden." + + + + + + + + +HOOFDSTUK V + +Wat Aurora de Guzmann deed toen zij te Salamanca was. + + +Ortiz, hare metgezellen en ik verlieten de zaal na dit verhaal te +hebben aangehoord en lieten Aurora met Elvira alleen. Zij bleven +het overige gedeelte van den dag bij elkaar, verveelden zich niet +en toen wij den volgenden dag vertrokken, kostte het scheiden haar +evenveel, of zij oude vriendinnen waren. Eindelijk kwamen wij zonder +ongeval te Salamanca aan. Wij huurden er een geheel gemeubeld huis en +juffrouw Ortiz nam zooals was overeengekomen den naam aan van Kimena +de Guzmann. Zij was te lang dienstbaar geweest om geen goede actrice +te zijn. Op zekeren morgen ging zij met Aurora, eene kamenier en een +knecht naar het pension, waar Pocheco gewoonlijk logeerde. Zij vroeg +kamers te huur, betaalde vooruit en zei, dat deze bestemd waren voor +een harer neven, die van Tolledo kwam om te studeeren. + +Toen zij terug waren, liet de schoone Aurora geen tijd verloren gaan +om zich als heer te verkleeden. Zij bedekte haar zwarte haar met een +blonde pruik, verfde zich de wenkbrauwen in dezelfde kleur en werkte +zoo handig, dat zij zeer wel voor een jongen man kon doorgaan. Zij +bewoog zich gemakkelijk en vrij en met uitzondering van haar gelaat, +dat iets te mooi was voor een man, verraadde niets haar vermomming. De +kamenier, die als page dienst moest doen, verkleedde zich ook en +wij waren ook over haar tevreden; want behalve dat zij niet een van +de mooisten was had zij iets brutaals in haar uiterlijk, wat zeer +goed in haar rol paste. 's Middags waren de beide actrices gereed om +ten tooneele te verschijnen en wij reden naar het pension met alle +benoodigde kleedingstukken. + +De waardin Bernarda Ramirez geheeten, ontving ons voorkomend en wij +werden het spoedig met haar eens over den prijs en vroegen haar of zij +reeds meer pensiongasten had. "Op 't oogenblik niet," antwoordde zij, +"ik zou er genoeg hebben, als ik iedereen in mijn huis wilde nemen, +ik wil echter alleen jongelieden. Ik verwacht er van avond een, die uit +Madrid komt om zijn studiën te voltooien. Het is don Louis de Pacheco, +hoogstens twintig jaar oud. Indien gij hem niet persoonlijk kent, hebt +gij misschien van hem hooren spreken." "Neen," zei Aurora, "ik weet, +dat hij van goede familie is maar verder niets en waar ik hier met hem +moet wonen, zou ik gaarne iets meer over hem vernemen." "Seigneur," +antwoordde de waardin, "het is een schitterend figuur. Hij is bijna +zoo jong als u. Samen zult gij een goed paar vormen. Bij den heiligen +Jacobus, ik zal mij kunnen beroemen ten mijnen huize de twee knapste +jonge edellieden uit Spanje te hebben." "Heeft deze don Louis," +vroeg mijne meesteres, "hier dan geen veroveringen gemaakt?" "O, +zeker, zooveel als hij maar wil. Hij heeft o.a. tusschen ons gezegd, +een dame bekoord, die jong en schoon is; zij heet Isabella. Het is +de dochter van een ouden doctor in de rechten. Zij is zoo verliefd, +dat zij er het verstand nog eens door zal verliezen." "En zeg mij," +vroeg Aurora haastig, "is hij ook op haar verliefd?" "Hij hield van +haar," antwoordde Bernarda Ramirez, "voor zijn vertrek naar Madrid, +maar ik weet niet of hij haar nog bemint want hij loopt van vrouw +tot vrouw, zooals alle jonge edellieden dat gewoon zijn." De goede +weduwe had ternauwernood uitgesproken of wij hoorden geraas voor de +deur. Wij keken door het raam en zagen twee mannen van hunne paarden +afstijgen. Het was don Louis Pacheco, die met een kamerdienaar van +Madrid kwam. De oude vrouw verliet ons om hem te ontvangen en mijne +meesteres maakte zich gereed de rol van don Felix te gaan spelen. Don +Louis kwam gelaarsd en gespoord in ons vertrek. "Ik verneem," zeide +hij, terwijl hij Aurora groette, "dat een jonge edelman uit Toledo +ook in dit hotel is afgestapt, mag ik hem daarover mijn vreugde +betuigen?" Terwijl mijne meesteres hem op haar beurt een compliment +maakte kon Pacheco niet nalaten te zeggen, dat hij nog nooit een +edelman had gezien, die zoo mooi en goedgevormd was. Na allerlei +beleefdheden, ging don Louis naar zijn eigen appartementen. + +Terwijl hij zijn sporen liet afdoen en van kleeding verwisselde, +ontmoette een soort van page, welke hem zocht om hem een briefje te +geven, bij toeval Aurora op de trap. Hij hield haar voor don Louis +en gaf haar het briefje. "Hier, seigneur," zei hij, "ofschoon +ik seigneur Pacheco niet ken, behoef ik niet te twijfelen, +dat gij het zijt." "Neen, vriend," antwoordde mijne meesteres +met bewonderenswaardige tegenwoordigheid van geest, "gij doet uw +boodschappen goed. Gij hebt goed geraden dat ik don Louis Pacheco +ben." De page verdween en Aurora zich met ons verwijderend, las: +"Ik verneem dat gij te Salamanca zijt. Met welk een vreugde heb +ik deze tijding ontvangen, ik dacht er gek van te worden. Maar +bemint gij Isabella nog? Haast u haar te verzekeren dat gij niet +veranderd zijt. Ik denk dat zij van pleizier zal sterven als zij u +trouw terugvindt." + +"Dat briefje is hartstochtelijk; daar speekt een innige liefde +uit. Deze dame is een mededingster, waarvoor ik op mijn hoede moet +zijn. Ik moet don Louis van haar losmaken en zorgen, dat hij haar +niet terug ziet. Het is niet gemakkelijk, maar ik wanhoop niet dit +resultaat te bereiken." Mijn meesteres ging zitten peinzen en zei een +oogenblik daarna: "Ik beloof je, dat ze in minder dan vier en twintig +uur gebrouilleerd zijn." Nadat Pacheco een weinig uitgerust was, kwam +hij ons opzoeken en begon met Aurora te praten. "Seigneur" zei hij +schertsend, "ik geloof, dat de echtgenooten en minnaars zich over uw +komst te Salamanca niet behoeven te verheugen: gij zult ze in onrust +brengen. Ik voor mij beef nu reeds voor mijne veroveringen." "Luister," +zei mijne meesteres, "uwe vrees is niet misplaatst. Don Felix de +Mendoza is niet weinig te duchten, dat verzeker ik u en ik weet nu al, +dat de vrouwen hier niet ongevoelig zijn." "Hebt gij daarvoor reeds +een bewijs?" "Een duidelijk bewijs," antwoordde de dochter van don +Vincent, "ik ben hier voor een maand ook geweest n.l. acht dagen en, +in vertrouwen gezegd, heb ik de dochter van een ouden dokter in de +rechten het hoofd op hol gemaakt." + +Ik bemerkte dat don Louis bij deze woorden schrok. "Mag ik zonder +onbescheiden te zijn, vragen hoe deze dame heet?" "Hoe, onbescheiden, +waarom zou ik er een geheim van maken?" riep de valsche don Felix +uit. "Denkt ge, dat ik kiescher ben dan andere edellieden van mijn +leeftijd? Beoordeel mij niet zoo onrechtvaardig. Tusschen ons gezegd +verdient zij zooveel kieschheid niet. Het is een burgerdame. Gij weet +wel, dat een man van stand zich niet ernstig met zulk een vlinder +ophoudt en dat hij gelooft, dat hij haar een eer bewijst door haar +te onteeren. De naam van de dame in quaestie is Isabella." "En +heet misschien de dokter," vroeg Pacheco ongeduldig, "Murcia de la +Lhana?" "Juist," antwoordde mijne meesteres. "Ziehier een brief welke +ik juist heb ontvangen en waaruit gij zult zien, dat zij het goed +met mij meent." Don Louis keek naar het schrift en dat herkennend, +keek hij strak voor zich. "Wat zie ik," vervolgde Aurora verwonderd, +"gij verandert van kleur. Ik geloof heusch, dat gij belang in dit +persoontje stelt. Ach waarom heb ik zoo openhartig tot u gesproken?" + +"Ik ben er u dankbaar voor," antwoordde don Louis met een gevoel van +spijt vermengd met toorn. "De ontrouwe, wispelturige! Don Felix, wat +ben ik u niet verschuldigd? Gij bevrijdt mij van een dwaling waarin ik +anders misschien nog lang had verkeerd. Ik dacht bemind te worden, wat +zeg ik, bemind? ik dacht aangebeden te worden door Isabella. Ik droeg +het schepsel eenige achting toe en nu zie ik, dat het slechts eene +coquette is, alleen mijn verachting waardig." "Ik begrijp uw woede," +zei Aurora, eveneens verontwaardigd. "De dochter van een dokter +in de rechten moest tevreden zijn wanneer zij een zoo beminnelijk +heer als gij tot minnaar had. Ik kan haar onstandvastigheid niet +verontschuldigen en wel verre van prijs te stellen op de voorkeur +die zij mij schenkt, wil ik voortaan niets meer van haar goedheid +weten." "Ik voor mij," zei Pacheco, "wil haar nooit meer zien; +dat is de eenige wraak die ik kan nemen." "Gij hebt gelijk," riep +de valsche Mendoza uit; "om haar te doen weten, hoezeer wij haar +verachten moeten wij haar beiden een beleedigenden brief schrijven, +in antwoord op haar schrijven. Maar alvorens tot dit uiterste over +te gaan, moet gij uw hart raadplegen, opdat gij nooit berouw krijgt +met haar gebroken te hebben." "Neen maar," antwoordde don Louis, +"deze zwakheid zal ik niet hebben en om de ondankbare te straffen, +zullen wij doen wat gij voorstelt." + +Dadelijk ging ik papier en inkt halen, en zij begonnen beiden zeer +vriendelijke briefjes voor de dochter Murcia de la Lhana samen te +stellen. Pacheco vooral kon geen woorden naar zijn zin vinden om +zijn gevoelens uit te drukken en hij verscheurde vijf of zes brieven +omdat zij hem niet kras genoeg voorkwamen. Eindelijk had hij er een +waarover hij met recht tevreden was. Deze luidde aldus: "Leer uzelf +kennen, mijne koningin, en wees niet zoo ijdel te gelooven, dat ik +u bemin. Er is een andere verdienste noodig dan de uwe om mij te +binden. Gij zijt alleen geschikt om tot amusement te dienen voor de +jongste studenten van de universiteit". Het briefje van Aurora was +niet minder beleedigend en toen zij gereed was, deed zij beide in +enveloppen en zei: "Hier Gil Blas, zorg dat Isabella dat nog heden +ontvangt. Heb je me begrepen?" vroeg ze knipoogend. Ik begreep haar +en zei: "Ja, seigneur, ik zal doen zooals u verlangt". + +Ik ging dadelijk weg en dacht bij mijzelf: "Komaan mijnheer Gil Blas, +gij wordt op de proef gesteld. Laat nu eens zien, mijn vriend, dat +gij genoeg geest hebt, om een rol te spelen, die dat eischt. Seigneur +Felix heeft u een teeken gegeven. Hij wil dat ik alleen het briefje +van don Louis weg breng, dat beteekent dit knipoogje, niets is +duidelijker." Overtuigd, dat ik mij niet vergiste, maakte ik het pakket +los en haalde den brief van Pacheco er uit, die ik vervolgens naar +Murcia bracht. Aan de deur vond ik den kleinen knaap, die naar het +hotel was gekomen met het schrijven van Isabella en ik vroeg hem: +"Broeder, zijt gij niet de bediende van de dochter van mijnheer +den dokter Murcia?" Hij antwoordde, dat het zoo was met een gezicht, +waarop te lezen stond, dat hij gewend was galante briefjes te bezorgen +en ze te ontvangen. "Gij ziet er zoo betrouwbaar uit, dat ik u durf +vragen dit briefje aan uw meesteres te brengen." + +De knaap vroeg mij van wien ik kwam en ik had den naam van don +Louis Pacheco niet genoemd, of hij zei: "Wil mij volgen, ik moet +u bij Isabella brengen, die u wil spreken." Ik werd in een vertrek +gelaten en kort daarop verscheen de senora. Ik werd getroffen door +de schoonheid van haar gelaat; nooit zag ik fijnere trekken. Zij had +een kinderlijk uiterlijk, maar dat belette niet, dat zij reeds bijna +dertig jaar zonder leiband had geloopen. "Vriend," zei ze lachend, +"zijt gij bij don Louis in dienst?" Ik antwoordde dat ik sedert drie +weken zijn kamerdienaar was. Vervolgens gaf ik haar het briefje. Zij +las het twee of drie maal alsof zij haar oogen niet vertrouwde. Zij +had dan ook alles behalve zulk een antwoord verwacht. Zij richtte +haar blik omhoog beet op haar lippen en eenige oogenblikken was haar +hartepijn op haar gelaat te lezen. Plotseling vroeg zij mij: "Zeg +eens vriend, is don Louis gek geworden na onze scheiding? Ik begrijp +er anders niets van. Vertel mij waarom hij zoo beleefd schrijft. Is +hij door den duivel bezeten? Als hij met mij wilde breken, behoefde +hij't toch niet aldus te doen?" + +"Madame," antwoordde ik, een oprecht gezicht zettend, "mijn +meester heeft bepaald ongelijk, maar in zeker opzicht werd hij +hiertoe gedwongen. Indien u mij belooft de zaak geheim te houden, +zal ik u de zaak uitleggen." "Ik beloof het u," viel zij mij in de +rede. "Vrees niet, dat ik u in moeilijkheden zal brengen. Spreek +maar vrij uit." "Even vóór de bezorging van uw briefje is er eene +dame gekomen, welke naar Senor Pacheco vroeg en eenigen tijd later +hoorde ik haar zeggen: "gij belooft mij haar niet weder te zien en +om mij tevreden te stellen zult gij haar een brief schrijven, welke +ik u zal dicteeren." Don Louis heeft gedaan, wat zij verlangde en zoo +ziet gij, madame, dat de brief het werk is van een mededingster en dat +denhalve mijn meester zoo schuldig niet is."--"O hemel," riep zij uit, +"hij is 't nog meer dan ik eerst dacht. Zijn ontrouw doet mij meer +pijn dan de beleedigende woorden, welke hij heeft geschreven. Maar +laat hij zich gerust aan zijn nieuwe liefde wijden, zeg hem, +dat hij mij niet behoefde te beleedigen om mij te verplichten het +veld te ruimen voor eene mededingster en dat ik te zeer een ontrouw +minnaar veracht om nog lust te hebben hem terug te roepen." Hierna +verliet ik het huis van de Murcia de la Lhana, zeer tevreden over +mij zelf. In mijn hotel aangekomen, vond ik de heeren Mendoza en +Pacheco, samen aan het souper en pratend alsof zij elkander jaren +gekend hadden. Aurora bemerkte aan mijn tevreden gezicht, dat ik mij +niet slecht gekweten had van mijn opdracht. "Wel Gil Blas," zei ze, +"vertel ons eens hoe gij gevaren zijt." Ik vertelde, dat Isabella na de +beide brieven gelezen te hebben in lachen was uitgebarsten, zeggende: +"Op mijn woord, de brieven hebben een fraaien stijl, ik moet bekennen, +dat anderen minder geestig schrijven." "Zij redt zich er goed uit," +riep mijn meesteres uit, "het is bepaald een coquette van het ergste +slag."--"Wat mij betreft," zei don Louis, "herken ik Isabella niet +en moet zij tijdens mijne afwezigheid wel zeer veranderd zijn."--"Ik +had haar ook anders beoordeeld," antwoordde Aurora. "Maar er zijn +vrouwen, die kunnen doen zooals zij willen. Ik heb er een bemind +en ik ben er lang de dupe van geweest. Gil Blas zal het u zeggen, +dat zij ieder met een trouw gezicht wist te bedotten."--"Het is +waar," zei ik, mij in het gesprek mengend, "zij was een gewikste; +ik zou er zelf zijn ingeloopen." Mendoza en Pacheco lachten, dat zij +schaterden toen zij mij aldus hoorden spreken en inplaats van geraakt +te zijn, dat ik mij in het gesprek mengde, richtten zij dikwijls +het woord tot mij om zich over mijn antwoorden te vermaken. Wij +spraken over veinzende vrouwen en het resultaat was, dat Isabella +eene echte coquette was en bleef. Don Louis zwoer, haar niet weer te +willen zien; don Felix zwoer op zijn beurt, dat hij haar steeds zou +verachten. Daarna sloten zij vriendschap en spraken af nooit iets voor +elkaar verborgen te houden. Eindelijk scheidden zij en ieder begaf +zich naar zijn appartementen, waar ik Aurora een juist verslag gaf +van het onderhoud met de dochter des dokters, ik vergat geen enkele +bijzonderheid, ja ik dikte ze nog ietwat aan, zoodat mijne meesteres +in de wolken was. "Waarde Gil Blas," zei ze, "ik ben verrukt over uw +slimheid. Wanneer men het ongeluk heeft een hartstocht te koesteren, +welke ons verplicht listen te baat te nemen, is het een voordeel iemand +in dienst te hebben, die zoo gevat is als gij. Moed, mijn vriend, wij +hebben nu een mededingster uit den weg geruimd, die ons kon schaden; +dat is geen slecht begin. Maar waar gelieven somtijds plotseling op +een besluit terugkomen, ben ik van plan het avontuur te verhaasten +en morgen reeds Aurora de Guzmann ten tooneele te voeren." Ik juichte +dit denkbeeld toe en seigneur don Felix met zijn page alleen latend, +ging ik naar het vertrek waar mijn bed stond. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VI + +Welke listen Aurora zooal aanwendde om zich door don Louis Pacheco +te doen beminnen. + + +De twee nieuwe vrienden kwamen den volgenden morgen bij elkaar en +begonnen met omhelzingen, waaraan Aurora zich moest onderwerpen +om haar rol van Don Felix goed te spelen. Daarna gingen zij samen +in de stad wandelen en ik vergezelde hen niet Chilindron, den +knecht van don Louis. Bij de universiteit bleven wij staan kijken +naar eenige kennisgevingen omtrent boeken, die aan de deur waren +aangeplakt. Verscheidene personen vermaakten zich met ze te lezen en +ik bemerkte onder hen een klein mannetje, dat over deze werken zijn +oordeel uitsprak. Ik bemerkte, dat men met alle aandacht naar hem +luisterde, en te zelfder tijd zag ik, dat hij meende waard te zijn, dat +men naar hem luisterde. Hij scheen ijdel en was beslist in zijn spreken +als alle kleine mannetjes. "Deze _nieuwe vertaling van Horatius_," +zei hij, "welke gij met zoo groote letters vindt aangekondigd, is een +werk in proza, saamgesteld door een oud schrijver van het college. Het +is een boek, dat door de scholieren zeer wordt geroemd, zij alleen +hebben vier edities verslonden. Maar geen eerlijk man heeft er een +exemplaar van gekocht." Zijn oordeel over de andere boeken was niet +veel gunstiger: zonder genade keurde hij ze allen af. Oogenschijnlijk +was hij zelf schrijver. Ik had hem gaarne tot het einde aangehoord, +maar ik moest don Louis en don Felix volgen, daar deze even weinig +belang stelden in zijn rede als in de boeken zelf en hem en de +universiteit den rug toedraaiden. Wij kwamen tegen het uur van het +diner aan ons hotel. Aan tafel bracht mijne meesteres behendig het +gesprek op hare familie. "Mijn vader," zei ze, "was de jongste zoon +uit het huis van Mendoza en vestigde zich te Toledo; mijne moeder +is eene eigen zuster van dona Kimena de Guzmann, die eenige dagen +geleden te Salamanca is gekomen voor zaken met haar nicht, Aurora, +eenige dochter van don Vincent de Guzmann, dien gij misschien hebt +gekend."--"Neen," antwoordde don Louis, "maar ik heb dikwijls over +hem en zijne dochter Aurora hooren spreken. Moet ik gelooven hetgeen +men van deze jonge dame vertelt? Men verzekert dat niets haar verstand +en schoonheid evenaart."--"Wat haar verstand betreft," antwoordde don +Felix, "daar ontbreekt het haar niet aan, maar zoo bijzonder mooi is +zij niet, men vindt dat wij veel op elkander gelijken."--"Als dat zoo +is," riep Pacheco uit, "dan draagt zij haar reputatie met eere. Uw +trekken zijn regelmatig, uw gelaat is mooi, werkelijk ik zou haar wel +eens willen zien."--"Ik wil uwe nieuwsgierigheid wel bevredigen," +antwoordde de valsche Mendoza, "en nog wel dezen dag. Na het diner +zullen wij naar mijne tante gaan." Daarna sprak mijne meesteres +plotseling over iets anders. 'sMiddags nam ik mijne maatregelen +en waarschuwde de duenna met het oog op de komende dingen. IJlings +keerde ik terug om don Felix te vergezellen, die seigneur don Louis +aan zijne tante zou voorstellen. Nauwelijks waren wij daar gekomen, +of de tante kwam ons tegemoet met een: "Stil, stil, gij zult mijne +nicht wakker maken, zij heeft sedert gisteren een verschrikkelijke +migraine, die juist een beetje over is, en nu slaapt het arme kind +gelukkig sedert een kwartier." "Dat spijt mij zeer," zei Mendoza, +"ik had gehoopt mijne nicht te zien, ik had mijn vriend Pacheco +gaarne met haar in kennis willen brengen."--"O, dat heeft zulk een +haast niet," zei Ortiz glimlachend, "stel 't maar tot morgen uit." De +heeren vertrokken daarop spoedig. + +Don Louis bracht ons bij een zijner vrienden, die don Gabriel de +Pedros heette. Wij bleven er den geheelen avond, soupeerden er en +gingen eerst om twee uur 's nachts naar huis. Toen wij halverwege waren +gekomen, vonden wij twee mannen op straat liggen. Wij dachten, dat het +ongelukkigen waren, die men vermoord had, en wij bleven staan om zoo +mogelijk nog hulp te verleenen. Terwijl wij een onderzoek instelden, +kwam de patrouille en de aanvoerder, denkend dat wij de moordenaars +waren, liet ons door zijn lieden omsingelen. Gelukkig kreeg hij van +ons een beteren indruk toen hij ons had hooren spreken en, voor zoover +de nachtelijke duisternis het toeliet, ons gelaat had gezien. Zijn +boogschutters bemoeiden zich nu met de door ons doodgewaande mannen +en het bleek, dat het een groot losbol was met zijn knecht, beiden +dronken als een kanon. "Mijne heeren," riep een der mannen, "ik herken +hem. Het is seigneur Guyomar, rector van onze universiteit, ondanks +den toestand, waarin gij hem nu ziet, is hij een groot personage, +een buitengewoon genie. Er is geen wijsgeer, dien hij niet afmaakt bij +een strijdvraag, hij is welsprekend zonder weerga. Maar het is jammer, +dat hij te veel van wijn, processen en meisjes houdt. Hij heeft bij +zijn Isabella gesoupeerd, waar ongelukkigerwijs zijn begeleider even +dronken geworden is als hij. Vóór de goede professor rector werd, +gebeurde dit nogal eens vaak. Zoo ziet gij, dat eerbewijzen niet +altijd de zeden veranderen." Wij lieten de dronkaards in handen van +de patrouille en gingen zoo spoedig mogelijk slapen. + +Don Felix en don Louis stonden tegen den middag op en het eerste +waarover zij het hadden, was Aurora. "Gil Blas," zei mijn meester, +"ga naar mijne tante dona Kimena en vraag haar of wij, seigneur +Pacheco en ik, heden mijne nicht niet kunnen spreken." Ik ging naar de +duenna om met haar te overleggen en ik keerde naar de valsche Mendoza +terug. "Seigneur," zei ik, "uwe nicht is welvarend, zij verzocht mij +te zeggen, dat uw bezoek haar zeer aangenaam zal zijn en dona Kimena +vroeg mij seigneur Pacheco te verzekeren, dat hij steeds welkom zal +zijn." Ik bemerkte, dat deze laatste woorden don Louis veel genoegen +deden. Mijn meesteres zag het ook en zag er een gelukkig voorteeken +in. Tegen het diner kwam de kamerdienaar van dona Kimena en zei tot +don Felix: "Seigneur, bij mevrouw uwe tante is een man uit Toledo +geweest en heeft voor u dit briefje achtergelaten: "Indien gij nieuws +wenscht te vernemen omtrent uw vader en andere belangrijke zaken, zult +ge goed doen onmiddellijk, na ontvangst van dit schrijven, naar het +Zwarte Paard te gaan, bij de universiteit." "Ik ben te nieuwsgierig," +zei hij, "om niet aan de uitnoodiging gevolg te geven." + +"Pacheco," zei hij, "wanneer ik binnen twee uur niet terug ben, kunt +gij alleen naar mijn tante gaan, dan kom ik u daar na den middag wel +opzoeken. Gij weet, wat Gil Blas u uit naam van dona Kimena gezegd +heeft en ge kunt gerust er alleen heengaan." + +Inplaats van naar het Zwarte Paard te gaan, haastten wij ons naar +juffrouw Ortiz. Aurora begon dadelijk met haar blonde pruik af te +nemen, waschte en poetste aan haar wenkbrauwen, trok een japon aan +en werd nu een echte brunette, zooals zij werkelijk was. + +Haar vermomming was zoo goed gekozen, dat Aurora en don Felix werkelijk +twee verschillende personen leken; het scheen zelfs, alsof zij veel +grooter als vrouw dan als man was; het is waar, dat hare muiltjes +met hunne hooge hakken daartoe niet weinig bijdroegen. Nadat zij aan +haar bekoorlijkheid alle hulpmiddelen had toegevoegd, die de kunst +daaraan kon verschaffen, wachtte zij don Louis met groote spanning, +vermengd met vrees en hoop. Nu eens was zij vol vertrouwen in haar +geestigheid en schoonheid, dan weer vreesde zij er een slecht gebruik +van te zullen maken. Ortiz bereidde zich van haar kant ook zoo goed +mogelijk voor om mijn meesteres te helpen. Daar Pacheco mij niet +in dit huis moest zien, zou ik eerst tegen het einde van het bezoek +verschijnen. Toen alles gereed was, verscheen don Louis. Hij werd zeer +vriendelijk ontvangen en sprak twee of drie uur met Aurora, waarna +ik binnenkwam en mij tot don Louis wendend, zei ik: "Seigneur, don +Felix kan heden niet komen, hij verzoekt u hem te verontschuldigen, +maar hij is in gezelschap van drie heeren uit Toledo en kon hen niet +verlaten." "O, die kleine losbol," riep dona Kimena uit; "ongetwijfeld +is hij aan de rol."--"Neen mevrouw," hernam ik, "hij onderhoudt zich +met hen over ernstige zaken. Het speet hem zeer." "O," hernam mijn +meesteres schertsend, "hij weet, dat ik ongesteld ben geweest en had +een weinig meer haast kunnen betoonen om iemand te bezoeken, waarmede +hij is geparenteerd; om hem te straffen wil ik hem in geen veertien +dagen zien."--"Ach, mevrouw," zei don Louis, "wees niet zoo wreed, +don Felix is genoeg te beklagen, dat hij u niet gezien heeft." + +Zij schertsten daarover eenigen tijd en vervolgens nam Pacheco +afscheid. De schoone Aurora veranderde terstond van gedaante en werd +weer edelman. Zij keerde zoo spoedig mogelijk naar het hotel terug. "Ik +moet mij verontschuldigen, waarde vriend," zei zij tegen don Louis, +"dat ik niet bij mijne tante ben geweest, maar ik kon niet wegkomen +van de personen, welke bij mij waren. Een troost is het echter voor +mij, dat gij uwe nieuwsgierigheid hebt kunnen bevredigen. Welnu, +wat denkt gij van mijne nicht, zeg het mij ronduit."--"Ik ben verrukt +over haar," antwoordde Pacheco. "Gij hebt gelijk met te zeggen, dat +gij op haar gelijkt. Ik heb nog nooit zulk eene treffende gelijkenis +gezien, dezelfde gelaatsvorm, dezelfde oogen, dezelfde mond, dezelfde +stem. Er is niettemin eenig onderscheid: Aurora is grooter dan gij, +zij is bruin en gij zijt blond, gij zijt luchthartig, zij is ernstig, +maar dat is alles waarin gij van elkander verschilt. Wat verstand +betreft, geloof ik niet, dat een hemelsch wezen beter daarmee kan +zijn toegerust. In één woord: zij is iemand van oneindige verdienste." + +Seigneur Pacheco sprak deze laatste woorden met zooveel vuur, dat +Felix lachend antwoordde: "Vriend, het spijt mij u met dona Kimena +in kennis te hebben gebracht en ge zult goed doen er niet meer heen +te gaan, dat raad ik u aan voor uwe rust, Aurora de Guzmann zou u +wel eens liefde kunnen gaan inboezemen...." + +"Ik behoef haar niet meer te zien," viel don Louis in, "om verliefd te +worden, dat ben ik reeds."--"Dat spijt mij voor u," antwoordde Mendoza, +"want gij zijt geen man om u aan een enkele vrouw te hechten en mijne +nicht is geen Isabella, dat verzeker ik u. Zij zal geen minnaar willen +hebben, die geen eerlijke trouwplannen koestert."--"Trouwplannen! kan +het anders met een meisje van haar stand? Gij beleedigt me door te +denken dat ik een onedelen blik op haar zou kunnen werpen, gij moogt +beter van mij denken, waarde Mendoza: helaas, ik zou de gelukkigste +van alle mannen zijn wanneer zij mijn aanzoek aannam en haar lot aan +het mijne wilde verbinden." + +"Als dat uwe bedoelingen zijn," hernam don Felix, "wil ik u gaarne +van dienst zijn. Ik zal morgen reeds trachten mijne tante voor uwe +zaak te winnen daar zij veel invloed bij mijne nicht heeft." Pacheco +was hem buitengewoon dankbaar en wij bemerkten met vreugde, dat onze +list zoo goed gelukte. Den volgenden dag wakkerden wij de liefde van +don Louis nog door eene nieuwe vinding aan. Mijne meesteres kwam bij +hem en vertelde, dat hij dona Kimena over hem had gesproken. "Ik had +zeer veel moeite om haar gunstig voor u te stemmen. Zij was verbolgen +op u. Ik weet niet wie u bij haar als een losbol heeft voorgesteld, +maar vast staat, dat iemand u bij haar heeft zwart gemaakt; gelukkig +heb ik u kunnen verdedigen en zoo den slechten indruk kunnen wegnemen, +dien men haar van uw leven had gegeven." + +"Maar dat is nog niet alles," vervolgde Aurora, "gij moet met mijne +tante in mijn tegenwoordigheid een onderhoud hebben, dan zullen we +ons verder van haar steun verzekeren." Pacheco verlangde vol ongeduld +naar dit gesprek met dona Kimena en den volgenden ochtend werd hij +tevreden gesteld. De zoogenaamde Mendoza bracht hem bij juffrouw +Ortiz en zij hadden een onderhoud, waarin don Louis blijk gaf in +zeer korten tijd bijzonder verliefd te zijn geworden. De behendige +Kimena veinsde zeer getroffen te zijn door zijn teederheid en beloofde +alles in het werk te zullen stellen om haar nicht te bewegen hem te +huwen. Pacheco wierp zich aan de voeten van zulk een goede tante om +haar te bedanken voor haar vriendelijkheid. Don Felix vroeg daarop +of zijn nicht reeds bij de hand was. "Neen," antwoordde de duenna, +"zij rust nog en gij kunt haar thans niet spreken, maar komt vanmiddag +terug." Dit antwoord was koren op den molen van don Louis, die den +morgen verder zeer lang vond. Hij kwam thuis met Mendoza, die niet +weinig genoot van de duidelijke verschijnselen eener echte liefde, +die hij in den ander opmerkte. + +Hij sprak slechts over Aurora en toen zij gegeten hadden, zei +don Felix: "Ik krijg een idee. Ik zal even voor u bij mijne tante +aanloopen en met mijn nicht persoonlijk spreken om zoo mogelijk te +ontdekken hoe zij over u denkt." Don Louis vond dit uitstekend; hij +liet zijn vriend gaan en vertrok zelf een uur later. Mijne meesteres +had zich dien tijd ten nutte gemaakt en was weder als vrouw gekleed, +toen haar aanbidder verscheen. "Ik dacht," zei deze, "hier don +Felix te vinden."--"Hij komt dadelijk," antwoordde dona Kimena, +"hij zit in mijn vertrek te schrijven." Pacheco nam deze uitvlucht +voor goede munt op, doch ondanks de aanwezigheid van zijne aangebedene +bemerkte hij, dat de uren voorbijgingen zonder dat Mendoza verscheen +en daar hij niet kon nalaten daarover eenige verwondering te laten +blijken, begon Aurora plotseling te lachen en zei tegen don Louis: +"Is het mogelijk dat gij niet het minste vermoeden hebt van het +bedrog waarvan gij de dupe zijt? Een valsche blonde pruik en geverfde +wenkbrauwen veranderen mij toch niet zoo, dat men zich daarin nog +kan vergissen. Weet Pacheco, dat don Felix de Mendoza en Aurora de +Guzmann slechts een en dezelfde zijn!" + +Ze bepaalde zich er niet toe hem uit die dwaling te helpen; zij bekende +hem het zwak, dat ze op hem had en alle stappen, welke zij gedaan +had, om hem op het punt te brengen, waar ze hem hebben wilde. Don +Louis was niet minder bekoord dan verrast door hetgeen hij zooeven +gehoord had; hij wierp zich aan de voeten van mijn meesteres en zei +haar met geestdrift: "Ah! schoone Aurora, kan ik werkelijk gelooven, +dat ik de gelukkige sterveling ben, voor wien ge zooveel goedheid hebt +gehad? Wat kan ik doen om u mijn erkentelijkheid te betuigen? Een +liefde tot in eeuwigheid zou niet groot genoeg zijn om u dat te +vergelden." Die woorden werden gevolgd door duizenden andere teedere +en hartstochtelijke uitdrukkingen, waarna de geliefden spraken over de +maatregelen, welke ze hadden te nemen om tot de vervulling van hunne +wenschen te geraken. Er werd besloten, dat wij allen dadelijk naar +Madrid zouden vertrekken, waar wij onze comedie met een huwelijk zouden +besluiten. Dat plan werd bijna met even groote snelheid uitgevoerd +als het werd bedacht. Don Louis huwde veertien dagen later met mijne +meesteres en hun bruiloft werd met vele luisterrijke feesten gevierd. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VII + +Gil Blas verandert van betrekking en gaat in dienst van don Gonzale +Pacheco. + + +Drie maanden na dit huwelijk wilde mijn meesteres mijn diensten +beloonen. Ze schonk mij honderd pistolen en zei: "Gil Blas, mijn +vriend, ik jaag je niet weg, je kunt hier blijven zoolang als je +wilt, maar een oom van mijn man, don Gonzale Pacheco, wil je als +kamerdienaar hebben. Ik heb zoo gunstig over je gesproken, dat hij +mij gezegd heeft, dat ik hem genoegen zou doen je aan hem over te +doen. Het is een edelman van den ouden stempel, een man met een zeer +nobel karakter; ge zult het goed bij hem hebben." + +Ik bedankte Aurora voor haar goedheid en, daar ze mij niet meer noodig +had, nam ik de betrekking, welke mij werd aangeboden, te liever aan, +omdat ik in de familie bleef. Op een goeden ochtend ging ik dus van de +jonggehuwden naar don Gonzale. Hij was nog te bed, hoewel het bij den +middag was. Toen ik zijn kamer binnenkwam, dronk hij een kop bouillon, +dien een page hem bracht. De grijsaard had papillotten in zijn snor, +bijna levenlooze oogen en een bleek, mager gelaat. Hij was een van die +oude-jongeheeren, die in hun jeugd zwaar geleefd hebben en op een meer +gevorderden leeftijd nog weinig wijzer zijn geworden. De ontvangst +was aangenaam en hij zei me, dat, wanneer ik hem met evenveel ijver +wilde dienen, als ik het zijn nicht gedaan had, ik het goed bij hem +zou hebben. Na deze verzekering beloofde ik, dat ik hem dezelfde +trouw zou bewijzen als aan zijn nicht en van dat oogenblik af aan +nam hij mij in dienst. + +Zoo had ik dus een nieuwen meester en God weet, wat voor man +het was! Toen hij opstond, meende ik de opstanding van Lazarus te +zien. Stel u een lichaam voor, zoo mager, dat men het naakt ziende, +er best de theorie van het geraamte op had kunnen leeren. Hij had +zulke dunne beenen, dat ze nog zeer mager schenen, nadat hij over +elkaar drie of vier paar kousen had aangetrokken. Bovendien was die +levende mummie asthmatisch en hoestte hij bij ieder woord, dat hem uit +den mond kwam. Hij liet eerst chocolade komen, vroeg vervolgens papier +en inkt, schreef een briefje, dat hij verzegelde en liet bezorgen door +denzelfden page, die zijn bouillon had gebracht. Daarop zei hij tot me: +"Mijn vriend, in 't vervolg zal ik jou met mijn boodschappen belasten +en bepaaldelijk die, welke dona Eufrasia betreffen. Die dame is een +jeugdige persoon, die ik liefheb en die mij teeder bemint." + +Almachtig! zei ik bij mezelf; hoe kan men jonge menschen beletten +zich te verbeelden, dat men hen liefheeft als die oude losbol denkt, +dat men hem aanbidt? "Gil Blas," vervolgde hij, "ik zal je heden al +bij haar brengen; ik soupeer bijna iederen avond bij haar. Ge zult een +zeer beminnelijke vrouw zien en bekoord worden door haar wijsheid en +ingetogenheid. Zij lijkt volstrekt niet op die jonge onbezonnen wezens, +die op het uiterlijk afgaan, maar heeft een rijpen geest; ze wil een +man met gevoel en geeft boven de meest schitterende verschijningen, +de voorkeur aan een man, die weet te beminnen." Don Gonzale raakte +niet uitgepraat over de voortreffelijkheden van zijn maîtresse, +maar hij had een toehoorder, die moeilijk te overtuigen was. Na +alles wat ik er al van gezien had bij tooneelspeelsters, geloofde +ik niet van het geluk in de liefde van oude heeren. Ik deed echter +maar, of ik alles voor goede munt aannam en prees zelfs den smaak +van Eufrasia en zei, dat ze geen beminnelijker galant kon hebben. De +goede man begreep niet, dat ik hem voor den gek hield, integendeel, +zijn ijdelheid werd gestreeld door mijn woorden; ook nu bleek het +weer, dat een vleier alles bij groote heeren kan wagen; ze slikken +zelfs de meest overdreven complimentjes. + +Nadat de oude heer geschreven had, trok hij met een tangetje een paar +haren uit zijn baard, waschte zijn oogen, ooren en tanden en daarna +verfde hij zijn snor, zijn wenkbrauwen en zijn haar. Hij had langer +werk aan zijn toilet dan een oude dame, die het voortgaan van de +jaren wil verbergen. Hij was juist klaar toen er een andere oude heer, +een vriend van hem, binnenkwam, die graaf d'Asumar heette. Welk een +verschil tusschen hen! Deze liet zijn grijze haren zien, leunde op een +stok en scheen trotsch te zijn op zijn ouderdom, inplaats van jong te +willen schijnen. "Mijnheer Pacheco," zei hij bij het binnenkomen, "ik +kom vragen of ik bij u kan dineeren." "Wees welkom, graaf," antwoordde +mijn meester. Ze drukten elkaar de hand en begonnen in afwachting +van het diner een gesprek. Het liep eerst over een stierengevecht, +dat voor weinige dagen had plaats gehad. Evenals aan Nestor bood het +aan de oude graafheden gelegenheid om het verleden te prijzen, zuchtend +zei hij: "Helaas! de menschen van tegenwoordig zijn niet meer met die +van vroeger te vergelijken; de pracht van de tournooien in mijn jeugd +ziet men niet meer." Ik lachte om de vooroordeelen van den ouden heer +d'Asumar, die zich in dit opzicht niet tot de tournooien bepaalde; +want toen hij aan tafel zat en men de mooiste perziken presenteerde, +zei hij: "In mijn tijd waren de perziken grooter dan ze nu zijn; de +natuur wordt van dag tot dag zwakker." Lachend zei ik in me zelf, +dat, ten tijde van Adam, de perziken dan wel buitengewoon groote +afmetingen moesten hebben gehad. + +De graaf d'Asumar bleef bijna tot den avond en zoodra hij weg was, +zei mijn meester me hem te volgen. Wij gingen naar Eufrasia, die +op honderd pas afstand van ons huis woonde. We vonden haar in een +nette kamer, goed gekleed en hoewel ze minstens dertig jaar oud was, +zag ze er als een minderjarige uit. Ze kon voor mooi doorgaan en ik +bewonderde haar verstand. Ze was niet een van die kokette vrouwen, +die door haar geest willen schitteren en vrij zijn in haar manieren, +ze scheen zeer bescheiden. Ik was daar verbaasd over, omdat ik er +niet bij bedacht, dat zulke schepsels zich weten te vormen naar het +karakter van de rijke lieden en van de heeren, die in haar handen +vallen. Willen die heeren opgewektheid, dan zijn ze levendig, houden +ze van het ingetogene, dan zijn ze verstandig en deugdzaam. Ze zijn +ware kameleons, die van kleur veranderen naar het humeur en den zin +van de mannen, die haar naderen. + +Don Gonzale had niet den smaak van de heeren, die een brutale +schoonheid vragen; hij kon die niet uitstaan. Om hem aan te trekken +moest een vrouw het uiterlijk van een Vestaalsche maagd hebben +en Eufrasia regelde zich daarnaar; ze liet zien, dat men de beste +comedianten niet altijd in de comedie vindt. Ik liet mijn meester +bij zijn nimf en ging naar beneden, waar ik een oude huishoudster +vond, in wie ik een soubrette, die kamenier was geweest van een +tooneelspeelster, herkende; ook zij herkende mij. "Wel, mijnheer +Gil Blas! U is dus bij Arsenia weg, zooals ik bij Constance?" "O +zeker," antwoordde ik, "al lang. Ik ben daarna in dienst geweest +bij een jonkvrouw. Het leven van die menschen van den schouwburg is +niet naar mijn smaak. Ik heb mijn ontslag genomen zonder de minste +opheldering aan Arsenia te geven." "Daar hebt ge goed aan gedaan," +zei de soubrette, die Béatrix heette. "Ik heb bijna op dezelfde wijze +met Constance gedaan. Op een goeden ochtend zei ik, dat ik weg wilde, +ze zei niets en we zijn gescheiden." + +"Het doet mij veel genoegen," zei ik tegen haar, "dat wij elkaar in +zulk een hoogst fatsoenlijk huis terugzien. Dona Eufrasia schijnt mij +een uitstekende vrouw en ik geloof, dat zij een zeer goed karakter +heeft." "Daar bedriegt ge u niet in," antwoordde zij mij, "ze is van +goeden huize, wat men voldoende aan haar manieren kan zien en wat +haar humeur betreft, kan ik u verzekeren, dat er niemand zachter en +meer gelijkmoedig is. Ze is niet een van die lastige dames, die op +alles aanmerkingen maken, die zonder ophouden schreeuwen, die haar +personeel plagen en bij wie het dienen een hel is. Ik heb haar nog +nooit hooren brommen; wanneer ik eens iets niet naar haar zin doe, +zegt zij het me zonder kwaad te worden en nooit ontvalt haar een van +die scherpe uitdrukkingen, waarmee sommige dames zoo vrijgevig zijn." + +"Mijn meester," zei ik, "is ook zeer vriendelijk, hij behandelt mij +familiaar, meer als zijnsgelijke dan als een lakei; in één woord, hij +is de beste van alle menschen en wij zijn, in dit opzicht, u, zoowel +als ik, heel wat beter geplaatst dan bij die comedianten." "Duizend +maal beter," hernam Béatrix; "ik had een leven vol tumult en nu heb +ik het stil. Er komt hier niemand anders dan don Gonzale. In mijn +eenzaamheid zal ik niemand zien dan u en dat doet me genoegen. Ik heb +al sinds lang zekere neiging voor u en ik heb dikwijls Laura benijd; +maar eindelijk hoop ik niet minder gelukkig te zijn dan zij. Al bezit +ik haar jeugd en schoonheid niet, ik ben daarentegen ook niet koket +en wat niet genoeg te waardeeren is, ik ben trouw als een tortelduif." + +Daar de goede Béatrix een van die personen was, die verplicht +zijn hare gunsten aan te bieden, omdat men haar die niet vraagt, +was ik volstrekt niet van plan daarvan te profiteeren. Ik wilde +dat echter niet laten blijken en was zelfs zoo beleefd met haar te +spreken op een wijze, dat zij niet alle hoop verloor, dat ik haar +eens zou liefhebben. Ik verbeeldde mij dus, dat ik een verovering +had gemaakt, maar werd daarin bedrogen. De soubrette wilde mij niet +alleen hebben om mijn mooie oogen, ze wilde mij gebruiken in het +belang van haar meesteres, voor wie ze zulk een groote toewijding +had, dat ze voor haar wel ik weet niet wien zou hebben omhelsd. Ik +zag dat den volgenden morgen in, toen ik een briefje van mijn meester +aan Eufrasia bracht. Deze dame ontving mij zoo vriendelijk mogelijk; +ze zei me allerlei lievigheden en de oude huishoudster deed daaraan +mee. De eene bewonderde mijn gezicht; de andere vond mij wijs en +voorzichtig. Volgens haar bezat don Gonzale in mij een schat. In één +woord, ze prezen me zóó, dat ik wantrouwend werd. Ik aanvaardde al +die loftuitingen met de onnoozelheid van een dwaas, maar trachtte de +beweegredenen te leeren kennen en door list tegenover list te stellen, +slaagde ik erin het masker te doen oplichten. + +"Hoor eens, Gil Blas," zei Eufrasia, "het zal alleen van je zelf +afhangen om je fortuin te maken. Sluit u bij ons aan, mijn vriend, +Don Gonzale is oud en zijn gezondheid is zoo delicaat, dat de minste +koorts met de hulp van een goeden dokter hem kan wegnemen. Laten +wij de oogenblikken, die hem nog overblijven, goed gebruiken en +trachten te bewerken, dat hij mij het beste van wat hij bezit, +nalaat. Ik zal je er een goed aandeel van geven, dat beloof ik je en +ge kunt op deze belofte evengoed vertrouwen alsof ik haar had gedaan +voor alle notarissen in Madrid." "Mevrouw," antwoordde ik haar, +"beschik over uw dienaar. U hebt mij maar te zeggen wat ik te doen +heb en u zult tevreden zijn." "Welnu!" antwoordde zij, "ge moet uw +meester goed opnemen en mij op de hoogte houden van alles. Wanneer +ge met u beiden zijt, verzuim dan niet om het gesprek op de vrouwen +te brengen en maak dan van die gelegenheid een verstandig gebruik +door hem veel goeds van mij te zeggen; houd hem zooveel met Eufrasia +bezig als maar eenigszins mogelijk is. Dit is niet alles wat ik van +u verlang. Ik draag u ook op, goed te letten op wat er in de familie +Pacheco gebeurt. Als een van zijn verwanten veel werk maakt van don +Gonzale en het op de erfenis gemunt heeft, waarschuw me dan; ik ken +hen allen en heb al genoeg gedaan om hem een minder gunstig denkbeeld +te geven van zijn neven en nichten." + +Ik vernam verder nog, dat zij hem kort geleden had bewogen om een +landgoed te verkoopen, waarvan zij het geld had gekregen. Behalve +dat zij iederen dag veel moois van hem kreeg, hoopte zij nu ook +nog, dat hij haar in zijn testament niet zou vergeten. Ik deed +alsof ik mij gaarne beschikbaar stelde voor hetgeen zij van mij +verwachtte. Onderweg naar huis overwoog ik of ik er aan zou meedoen +om mijn meester te bedriegen, of dat ik zou trachten hem los te +maken van zijn maitresse. Dat laatste scheen mij beter dan het +eerste en ik gevoelde meer lust om mijn plicht te doen, dan om hem +te verraden. Bovendien had Eufrasia mij niets positiefs beloofd en +dat was misschien de reden waarom ik trouw bleef. Ik besloot dus don +Gonzale met ijver te dienen en was ervan overtuigd, dat het beter +voor mij zou zijn, wanneer ik hem zijn ideaal kon ontnemen. + +Om tot mijn doel te geraken, hield ik mij of ik Eufrasia diende. Ik +maakte haar wijs, dat ik onophoudelijk tegen mijn meester over haar +sprak en verzon daarover allerlei fabeltjes, die zij voor goede munt +opnam. Zij geloofde mij onvoorwaardelijk. Om nog zekerder te zijn +van mijn zaak, deed ik of ik verliefd was op Béatrix, die op haar +leeftijd verrukt scheen, dat een jonge man haar het hof maakte en er +blijkbaar niet om gaf of ik haar bedroog, mits ik het goed deed. + +Wanneer wij bij onze prinsessen waren, mijn meester en ik, waren het +twee schilderijen, verschillend, maar het onderwerp was gelijk. + +Don Gonzale, droog en bleek, zooals ik hem heb geschilderd, had het +uiterlijk van een zieltogende als hij zacht en teeder wilde kijken; +en mijn dame nam, al naarmate ik verliefder werd, meer kinderlijke +manieren aan. In alles was ze een kokette, die al minstens veertig +jaren dienst had. Ze had haar opleiding gehad, in den dienst van die +heldinnen der liefde, die, wanneer ze sterven, getracht hebben twee +of drie opeenvolgende geslachten te bekoren. + +Ik stelde mij er niet mee tevreden, om alle avonden met mijn +meester naar Eufrasia te gaan, soms ging ik er op den dag alleen +heen. Altijd verwachtte ik, dat ik, op een goeden dag, ergens in dat +huis een jongen galant zou verborgen vinden; maar op welk uur ik ook +kwam, ontmoeten deed ik niemand, noch man, noch vrouw van verdacht +uiterlijk. Geen enkel spoor van ontrouw kon ik ontdekken, wat mij +niet weinig verwonderde, want, hoewel Béatrix mij had verzekerd, dat +hare meesteres geen enkel mannelijk bezoek ontving, kon ik mij toch +niet voorstellen, dat een zoo knappe dame geheel trouw was aan don +Gonzale. Het bleek me spoedig, dat ik niet verkeerd had geoordeeld; +de schoone Eufrasia had zich, zoals gij weldra hooren zult, voorzien +van een minnaar, die beter bij haar paste dan mijn meester, op wiens +erfenis zij dusdoende geduldig kon wachten. + +Op een ochtend bracht ik, als naar gewoonte, een briefje aan de +prinses. Terwijl ik in haar kamer was, zag ik de voeten van een man, +die achter een gordijn was verborgen. Ik wachtte mij er wel voor om +te laten merken wat ik had gezien. Ik was verontwaardigd op Eufrasia, +hoewel deze ontdekking mij niet verraste en mij persoonlijk niet +aanging. Dat was de kroon op het werk van haar verraad! Liever +had ik moeten lachen om dit avontuur en dat moeten beschouwen als +een schadeloosstelling voor al de verveling in gezelschap van mijn +meester. Maar ik meende met warmte te moeten opkomen in het belang van +don Gonzale en ik deed hem getrouw verslag van hetgeen ik had gezien; +en voegde er zelfs bij, dat Eufrasia getracht had mij om te koopen. Van +alles, wat ze mij gezegd had, hield ik niets verborgen. Hij deed +mij nog eenige vragen en de antwoorden moesten zijn twijfel geheel +wegnemen. Niettegenstaande de kalmte, welke hij altijd bewaarde, +was hij getroffen en een toornige trek op zijn gelaat scheen aan te +kondigen, dat die vrouw hem niet ongestraft ontrouw was geworden. + +"'t Is genoeg, Gil Blas," zei hij, "ik ben zeer gevoelig voor de +genegenheid, die ik zie, dat ge voor mij hebt en uw trouw bevalt mij +zeer. Dadelijk ga ik naar Eufrasia. Ik zal haar verwijten, wat gebeurd +is en met de ondankbare breken." Bij die woorden ging hij werkelijk weg +om haar op te zoeken en het bleef mij bespaard om met hem mee te gaan. + +Zeer ongeduldig wachtte ik op de terugkomst van mijn meester. Ik +twijfelde er niet aan, of hij zou bij zijn terugkomst voorgoed van haar +gescheiden zijn. Bij die gedachte juichte ik over hetgeen ik gedaan +had. Ik stelde mij het genoegen voor, dat de erfgenamen van don Gonzale +zouden hebben, wanneer ze vernamen dat hun bloedverwant niet langer +de speelbal was van een hartstocht, zoo strijdig met hun belangen. Ik +vleide mij er mee, dat men mij zou houden voor den beste van alle +kamerdienaars, die er anders meer op uit zijn om hun meesters in slecht +gezelschap te brengen, dan ze er uit te halen. Maar deze prettige +gedachten maakten voor anderen plaats. Mijn patroon kwam terug, +"Mijn vriend," zei hij mij, "ik heb zooeven een levendig onderhoud +gehad met Eufrasia. Ik heb haar beschuldigd van ondankbaarheid en +trouweloosheid, ik heb haar met verwijten overladen. Maar weet ge, +wat ze mij geantwoord heeft? Dat ik verkeerd deed door naar knechts +te luisteren. Zij houdt vol, dat ge een onwaarheid hebt meegedeeld; +als men haar gelooven moet, zijt ge een bedrieger, een werktuig van +mijn neven, terwille van wie gij niets onbeproefd laat om mij van haar +te scheiden. Ik heb tranen in haar oogen gezien, echte tranen. Bij +alles wat heilig is, heeft ze mij bezworen, dat ze je geen enkel +voorstel heeft gedaan, dat ze niemand ontvangt. Béatrix, die mij een +goede vrouw schijnt, niet in staat om te liegen, heeft mij dezelfde +verzekering gegeven, zoodat, ondanks mijzelf, mijn toorn bedaard is." + +"Wat mijnheer!" viel ik hem in de rede, "twijfelt u aan mijn +oprechtheid? Hebt u wantrouwen jegens mij?' "Neen, mijn jongen," +antwoordde hij, "ik geloof niet, dat ge een werktuig zijt van mijn +neven. Ik ben ervan overtuigd, dat ge alleen in mijn belang hebt +meenen te handelen, maar schijn bedriegt. Misschien heb je niet +werkelijk gezien wat ge gemeend hebt op te merken en in dat geval is +je beschuldiging zeer onaangenaam voor Eufrasia! Hoe het zij, het is +een vrouw, die ik niet laten kan te beminnen; dat is mijn lot. Zelfs +moet ik haar het offer brengen, dat ze van mijn liefde eischt en dat +offer is je ontslag te geven. Het spijt mij wel, mijn arme Gil Blas, +dat verzeker ik je, maar ik kan niet anders. Wat je troosten zal, +is, dat ik je niet zonder belooning zal wegsturen. Overigens zal ik +je een plaats bezorgen bij een dame, met wie ik bevriend ben en waar +ge het zeer goed zult hebben." + +Zoo zag ik dus mijn ijver zich tegen mijzelf keeren. Ik verwenschte +Eufrasia en betreurde de zwakheid van don Gonzale. Om de pil voor +mij te vergulden, gaf de goede oude man mij vijftig dukaten en den +volgenden dag bracht hij mij bij de markiezin de Chaves, tegen wie +hij, in mijn tegenwoordigheid, zeide, dat ik een jonge man was met +niet anders dan goede hoedanigheden, dat hij van me hield en dat +familieomstandigheden hem noopten mij weg te zenden; daarna verzocht +hij haar mij in dienst te nemen. Zij nam mij onder haar bedienden op +en zoo bevond ik mij plotseling in een nieuw huis. + + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII + +Hoe het karakter van markiezin de Chaves was en welke menschen, +gewoonlijk bij haar kwamen. + + +De markiezin de Chaves was een weduwe van vijfendertig jaar, schoon, +groot en welgemaakt. Ze had een inkomen van tienduizend dukaten en +geen kinderen. Nooit heb ik een ernstiger vrouw gezien en nooit een, +die minder sprak. Dat nam echter niet weg, dat ze voor de geestigste +dame van Madrid doorging. Misschien had het groote aantal gewichtige +personen en vooral letterkundigen, dat haar bezocht er toe bij +gedragen, om haar die reputatie te verschaffen, meer dan haar eigen +verdienste, maar dat kan ik niet uitmaken. Ik zal er mij toe bepalen te +zeggen, dat zij den naam had van bijzonder begaafd te zijn en dat haar +huis in de stad bij voorkeur genoemd werd: Bureau voor Geestelijk Werk. + +Dagelijks werden er dramatische gedichten gelezen; het komische genre +was uitgesloten. Een comedie en een roman waren er niet in tel, maar +een ode en een sonnet gingen er door voor de hoogste uiting van den +menschelijken geest. Het kwam echter wel eens voor, dat het groote +publiek de stukken uitfloot, die men hier had toegejuicht. + +Ik was zaalchef in dit huis, d. w. z. dat mijn betrekking hierin +bestond, om alles voor de ontvangst van gezelschappen in gereedheid +te brengen. Als ik de zetels had gerangschikt, ging ik in de deur +van de zaal staan, om de bezoekers aan te kondigen. Den eersten dag +beschreef de chef van de pages, die toevallig met mij in de zijkamer +was, mij de gasten op aangename wijze. Het ontbrak dien man, die André +Molina heette, niet aan geest. Het eerst kwam er een bisschop. Toen +hij binnen was, zei Molina: "Die prelaat is een vermakelijk man, hij +heeft wel eenigen invloed aan het hof, maar wil iedereen overtuigen dat +die zeer groot is. Hij biedt iedereen zijn diensten aan, maar helpt +niemand." Een oogenblik later verscheen de zoon van een grande. "Die +mijnheer," zei Molina, "is ook een origineel; dikwijls komt hij in een +huis, om over een zaak van gewicht te spreken en hij verlaat het weer, +zonder eraan te hebben gedacht. Maar," ging hij voort, toen hij twee +dames zag naderen, "hier zijn dona Angela Penafiel en dona Margarita +de Montalvan. Die twee dames lijken niets op elkaar. Dona Margarita +wil voor een wijsgeer doorgaan, dona Angela speelt de geleerde niet, +hoewel zij zeer ontwikkeld is. Haar uitdrukkingen zijn altijd nobel en +natuurlijk." "Dat is zeer beminnelijk," zei ik, "maar het andere past +eigenlijk niet bij het schoone geslacht." "Niet geheel," antwoordde +hij glimlachend, "maar mevrouw de markiezin, onze meesteres, heeft +ook soms wijsgeerige grillen. Wat zal er vandaag weer een discussie +zijn! 't Is maar te hopen, dat de godsdienst er niet wordt bijgehaald!" + +Toen hij dit gezegd had, zagen wij een man binnenkomen met een zeer +ernstig uiterlijk. Molina spaarde hem niet, bij de beschrijving, die +hij van hem gaf. "Dit," zei hij, "is een van die ernstige geesten, +die voor een groot genie willen doorgaan, door steeds te zwijgen +of door een paar zinnetjes van Seneca op te zeggen en die eigenlijk +groote stommelingen zijn als men ze goed beschouwt." Vervolgens kwam +er een heer, goed gebouwd en met een Grieksch profiel. Ik vroeg wie +het was. "Dat is een dramatisch dichter," zei Molina, "hij heeft +honderd duizend verzen in zijn leven gemaakt, die hem nog geen vijf +stuivers hebben opgebracht; maar daarentegen heeft hij met zes regels +proza gemaakt, dat hij behoorlijk kan wonen." + +Ik wilde mij juist eens laten meedeelen hoe het mogelijk is om met +zoo weinig inspanning een fortuin te krijgen, toen ik een groot +lawaai op de trap hoorde. "Daar heb je professor Campanoria" +[2] riep Molina. "Hij kondigt altijd zichzelf aan, doordat hij +aan de deur al hard begint te praten en dat doet hij nog, als hij +het huis weer uitgaat." Inderdaad weerklonk alles van de harde +stem van den professor, die eindelijk de antichambre binnenkwam +met een zijner vrienden, die gedurende het heele bezoek geen mond +opendeed. "Mijnheer Campanoria," zei ik tegen Molina, "is blijkbaar +een groote geest." "Ja," antwoordde mijn chef, "het is een man, die +gevat kan antwoorden en zijn zinnen mooi vormen. Hij is vermakelijk, +maar behalve, dat hij een onbarmhartige kletskous is, zegt hij +voortdurend hetzelfde en ik geloof, dat meer zijn komieke manieren +dan de innerlijke waarde van zijn gezegden de verdienste ervan zijn." + +Er kwamen nog andere personen, die mij werden beschreven. Ook +onze meesteres vergat hij niet. De beschrijving van haar beviel +mij nogal. "Ze heeft geen lastig humeur, ondanks de philosophie, +en men heeft, als men bij haar in betrekking is, niet veel grillen +te verdragen. Zij is een verstandige, redelijke vrouw en heeft geen +hartstochten. Ze heeft geen lust in spelen, ook niet in galante +avonturen; ze houdt alleen van conversatie. Voor de meeste dames zou +een leven als het hare te vervelend zijn." Eenige dagen later echter +begon ik te vermoeden, dat de markiezin de liefde niet zoo vijandig +gezind was als Molina had gezegd en ik zal meedeelen welken grond +ik had voor mijn vermoeden. Op een ochtend, terwijl zij bezig was +met haar toilet, meldde zich een klein gebocheld mannetje aan van +ongeveer veertig jaar met een onaangenaam uiterlijk. Hij zei me, +dat hij mevrouw de markiezin wilde spreken. Ik vroeg hem namens wien +hij kwam. "Namens mij zelf," antwoordde hij trotsch. "Zeg, dat ik +de heer ben, over wien ze gisteren met dona Anna de Velasco heeft +gesproken." Ik liet hem binnen en ging mijn meesteres zeggen, dat hij +er was. De markiezin deed een uitroep van vreugde en zei, dat ze hem +zou ontvangen. Zij bepaalde zich er niet toe, om hem vriendelijk te +ontvangen, de meisjes moesten de kamer verlaten en ze bleef alleen +met den kleinen bochel. Wij lachten om dat mooie tête-à-tête, dat +ongeveer een uur duurde, waarna mijn meesteres afscheid van hem nam +en daarbij in alles toonde, dat zij zeer tevreden over hem was. + +Werkelijk scheen ze genoegen te hebben gevonden in het onderhoud met +hem, want ze zei me 's avonds: "Gil Blas, als hij terugkomt, laat +hem dan in mijn kamer, zoo mogelijk zonder dat iemand het merkt." Ik +moet bekennen, dat dit bevel vreemde vermoedens bij mij opwekte, +maar ik volgde het op en toen de kleine man terugkwam (het was twee +dagen later), bracht ik hem langs een geheime trap in de kamer van +de dame. Dat deed ik twee of drie malen en ik besloot daaruit, dat +de markiezin grillige neigingen had, of dat de bochel misschien een +tusschenpersoon was. + +"Neen," zei ik bij mijzelf, "als mijn meesteres een welgebouwd man +liefheeft, dan had ik het haar vergeven, maar als ze het met dien +aap eens is, dan heeft ze in het geheel geen smaak!" Wat oordeelde ik +verkeerd over de patrones! De kleine bochel hield zich met magische +kunsten bezig, men had hem bij de markiezin geprezen en daar ze +belang stelde in dergelijke kwakzalverij, had ze eenige malen een +particuliere séance met hem. 't Was een schelm, die leefde ten koste +van de lichtgeloovige personen en men zei, dat hij verschillende +adellijke dames onder zijn clientèle had. + + + + + + + + +HOOFDSTUK IX + +Door welke gebeurtenis Gil Blas bij de markiezin de Chaves wegging +en wat er van hem werd. + + +Ik was zes maanden bij de markiezin de Chaves en mijn betrekking beviel +mij zeer goed. Maar het lot wilde niet, dat ik een langer verblijf +zou hebben ten huize van die dame en zelfs niet te Madrid. Ziehier +het avontuur, dat mij noodzaakte weg te gaan. + +Onder de vrouwelijke bedienden van de markiezin was er een, die Porcia +heette. Behalve, dat ze schoon was, had ze zulk een goed karakter, +dat ik mij aan haar hechtte zonder te weten, dat ik een medeminnaar +had. De secretaris van de markiezin, een trotsche en jaloersche +man, had eveneens een goed oog op haar geslagen. Hij besloot mij +uit te dagen en gaf mij op een ochtend rendez-vous. Daar hij een +kleine man was, die mij nauwelijks tot aan de schouders reikte, +zag ik in hem geen zeer gevaarlijken tegenstander. Met vertrouwen +begaf ik mij naar de plaats, waar hij mij geroepen had. Ik rekende +op een gemakkelijke overwinning en meende, dat Porcia mij dat als +een verdienste zou aanrekenen, maar de uitkomst beantwoordde niet +aan mijne verwachtingen. De kleine secretaris, die twee of drie jaar +schermles had gehad, ontwapende mij als een kind en terwijl hij mij +de punt van zijn degen voorhield, zei hij: "Bereid u er op voor, om +een doodelijken steek te ontvangen, of geef mij uw woord van eer, +dat ge heden van de markiezin de Chaves zult vertrekken en dat ge +niet meer aan Porcia zult denken." + +Gaarne gaf ik hem die belofte en ik hield haar zonder tegenzin, +want ik zag er tegenop, om, na overwonnen te zijn, weer onder het +personeel te verschijnen en voor al om de schoone Helena te ontmoeten, +die het voorwerp was van dezen strijd. Ik keerde alleen naar huis +terug, om mijn geld en goed mede te nemen en ging denzelfden dag +met een welvoorziene beurs op weg naar Toledo. Hoewel ik mij niet +had verbonden om Madrid te verlaten, oordeelde ik het beter om +tenminste voor eenige jaren te verdwijnen. Ik vormde het besluit, om +Spanje door te trekken van de eene stad naar de andere. "Het geld, +dat ik heb," zei ik bij mijzelf, "zal mij ver brengen; ik zal het +niet noodeloos uitgeven en wanneer het op zal zijn, ga ik weer een +betrekking zoeken. Een jonge man als ik, zal wel een plaats vinden, +wanneer hij er lust in heeft die te zoeken." + +Vooral verlangde ik om Toledo te zien. Na drie dagen kwam ik er +aan. Ik ging in een goed hotel, waar ik doorging voor een voornaam +heer door mijn nette kleeren en manieren. Het hing slechts van mij +af, om kennis te maken met mooie vrouwen, die in de buurt woonden; +maar dat gaat gewoonlijk met groote uitgaven gepaard en dit temperde +mijn verlangen. Na al het bezienswaardige van Toledo bezocht te hebben, +vertrok ik 's morgens vroeg. Ik nam den weg naar Cuença om vandaar naar +Aragon te gaan. Den tweeden dag van mijn reis ging ik een hotel binnen, +dat zich aan den weg bevond. Ik was er nauwelijks, of er kwam een troep +dienaren van den heiligen Hermandad. Die heeren vroegen wijn, begonnen +te drinken en beschreven het signalement van een jongen man, tegen +wien ze een bevelschrift tot gevangenneming hadden. Een van hen zei, +dat hij niet ouder was dan drie en twintig jaar met een adelaarsneus, +lang, zwart haar, een flink figuur en op een bruin paard reed. + +Ik luisterde, zonder veel aandacht aan hunne woorden te schenken, +want deze boezemden mij weinig belang in. Na een oogenblik verliet +ik het hotel en vervolgde mijn weg. Nog geen kwart mijl had ik +afgelegd, toen ik een jongen man ontmoette, zeer flink gebouwd +en die op een kastanjebruin paard reed. "Dat is bepaald de man, +dien de politieagenten zoeken," zei ik bij mezelf, "ik zal hem +helpen." "Mijnheer," zei ik, "sta mij toe u te vragen, of ge niet +betrokken zijt in een zaak van eer." Zonder mij te antwoorden keek de +jonge man mij aan, hij scheen verbaasd over mijn vraag. Ik verzekerde +hem, dat het niet uit nieuwsgierigheid was, dat ik die woorden tot +hem had gericht. Hij werd daarvan overtuigd, toen ik hem meedeelde +wat ik in het hotel had gehoord. "Edelmoedige onbekende," zei hij, +"ik kan niet ontkennen, dat ik reden heb om te vermoeden, dat men mij +zoekt, dus zal ik een anderen weg inslaan, om hun te ontkomen." "Mijn +meening is," zei ik, "dat we een plaats moeten zoeken, waar ge veilig +zijt en waar we ook het onweer kunnen afwachten, dat dreigende is." We +zagen een laan, die ons naar den voet van een berg voerde, waar we het +verblijf van een kluizenaar ontdekten. Het was een groote en diepe +grot, die de tijd in den berg gemaakt had. Menschenhanden hadden er +een af dak aan gebouwd van stukken rots en schelpen, het geheel met +gras begroeid. De omgeving was bezaaid met welriekende bloemen en vlak +bij de grot ontsprong een beekje. Voor de opening stond een oude man, +met een witten baard, geleund op een stok; in zijn andere hand hield +hij een rozenkrans van minstens 20 tientallen kralen. "Vader," zei +ik tot hem, "wij vragen u een schuilplaats voor het onweer, dat ons +dreigt." "Komt mijne kinderen," zei hij, na mij opmerkzaam te hebben +aangezien; "deze kluizenaarswoning staat voor u open en ge kunt er +blijven zoolang ge wilt. Ook voor uw paard is er plaats." Wij volgden +den grijsaard. + +Nauwelijks waren wij binnen, of de regen viel bij stroomen en +er klonken verschrikkelijke donderslagen. De kluizenaar viel op de +knieën voor een heiligenbeeld en wij volgden zijn voorbeeld. Het onweer +bedaarde intusschen en wij stonden op, maar daar het nog regende en het +al laat was, zei de oude man: "Kinderen, ik raad u aan, om niet meer +op weg te gaan, tenzij het dringend noodig mocht zijn." Wij zeiden hem, +dat dit niet het geval was en dat we gaarne bij hem zouden overnachten, +indien we hem daarmee geen last aandeden. "Mij doet ge geen last aan," +antwoordde hij; "ge moet alleen u zelf beklagen, omdat ik u geen +betere slaapplaats en niet dan een zeer sober avondmaal kan aanbieden." + +De heilige man liet ons daarna aan een tafel plaats nemen en bood ons +eenige knollen aan, met een stuk brood en een kruik water. "Dit is +mijn gewone maaltijd," zei hij, "terwille van u zal ik er heden iets +ongewoons aan toevoegen;" hij haalde een stuk kaas en legde een paar +handen noten op de tafel. De jonge man, die geen eetlust scheen te +hebben, deed het eten weinig eer aan. "Ik merk," zei de kluizenaar, +"dat gij gewoon zijt aan betere tafels aan te zitten dan de mijne, +of liever, dat uw natuurlijke smaak bedorven is. Ik heb, als gij, in +de wereld geleefd. De fijnste gerechten waren mij niet goed genoeg; +maar sinds ik in de eenzaamheid leef, heeft mijn smaak alle zuiverheid +teruggekregen. Ik lust nu alleen wortelen, vruchten, melk; in één +woord wat het voedsel uitmaakte van onze eerste vaderen." + +Terwijl hij zoo sprak, verviel de jonge man in een diep gepeins. De +kluizenaar merkte het. "Mijn zoon," zei hij, "uw geest is gedrukt, +open uw hart voor mij. Het is niet uit nieuwsgierigheid, dat ik +dit vraag, het is alleen medelijden, dat mij beweegt. Ik ben op +een leeftijd om raad te geven en gij verkeert in een toestand, +dat ge daaraan behoefte hebt." "Ja vader," antwoordde hij zuchtend, +"gij hebt gelijk en ik geloof, dat ik geen gevaar loop, wanneer ik +u mijn vertrouwen schenk." De jonge man begon te vertellen. + + + + + + + + +HOOFDSTUK X + +Geschiedenis van don Alphonse en van de schoone Seraphine. + + +Ik zal u niets verbergen, vader, noch mijn metgezel, die mij zoo +edelmoedig heeft geholpen. Ziehier mijn afkomst. Ik kom van Madrid. Een +officier van de Duitsche garde, genaamd baron von Steinbach, merkte, +toen hij op een avond thuiskwam, aan den voet van de trap een pak +wit linnen. Hij nam het op en bracht het in de kamer van zijn vrouw, +waar hij zag, dat het een pasgeboren kind was, zeer zindelijk gekleed, +met een briefje, waarin men verzekerde, dat het aan voorname lieden +behoorde, die zich eens kenbaar zouden maken en men voegde er aan toe, +dat het kind gedoopt was en Alphonse heette. Ik ben dat ongelukkige +kind en dat is alles wat ik weet. Mijn moeder ken ik niet, ik weet +niet of zij mij te vondeling heeft gelegd om een ongeoorloofde +liefdesbetrekking te verbergen, of, dat ze verleid is en genoodzaakt +werd mij te verloochenen. + +Hoe het zij, de baron en zijn vrouw waren getroffen door mijn lot en +daar ze geen kinderen hadden, besloten ze mij op te voeden onder den +naam van Alphonse. Naarmate ik ouder werd, voelden zij zich meer tot +mij aangetrokken. Ze besteedden al hun zorg aan mijn opvoeding en, +inplaats van ongeduldig te verlangen naar den tijd, dat mijn ouders +zich bekend zouden maken, scheen het wel of ze wenschten, dat het +geheim van mijn geboorte nooit zou worden opgehelderd. Zoodra ik in +staat was de wapenen te dragen, liet de baron mij in dienst gaan en +om mij aan te sporen gelegenheden te zoeken om roem te behalen, zeide +hij, dat deze loopbaan openstond voor iedereen en dat mijn naam des +te roemrijker zou worden, daar ik het alleen aan mijzelf te danken +zou hebben. Ik ging te Madrid voor zijn zoon door en had zelf ook +geloofd dat te zijn, tot hij mij van mijn geboorte had gesproken. Deze +ontdekking deed mij veel pijn en ik beken, dat ik er nog niet zonder +schaamte aan kan denken. + +Ik ging dienen in Nederland, maar de vrede werd korten tijd later +gesloten en daar Spanje op dat oogenblik geen vijanden maar wel +benijders had, ging ik terug naar Madrid, waar ik opnieuw door den +baron en zijn vrouw met bewijzen van teederheid werd overladen. Ik +was twee maanden terug, toen er op een morgen een kleine page in +mijn kamer kwam, die mij een briefje gaf, dat ongeveer zóó luidde: +"Ik ben niet leelijk en ook niet mismaakt en toch ziet ge mij vaak +aan het venster, zonder dat ge tracht mij te naderen. Dat is weinig in +overeenstemming met uw galant uiterlijk en ik ben er zoo door gebelgd, +dat ik wel, om mij te wreken, u mijn liefde zou willen schenken". + +Na dit briefje te hebben gelezen, twijfelde ik er niet aan of het was +van een weduwe, die Léonore heette, over ons huis woonde en als zeer +koket bekend was. Ik ondervroeg den kleinen page, die eerst zijn geheim +bewaren wilde, maar voor een dukaat spoedig mijn nieuwsgierigheid +bevredigde. Hij belastte zich zelfs met een antwoord, waarin ik haar +bekende, dat het misdadig van mij was en dat zij al half gewroken was. + +Ik was niet ongevoelig voor de verovering, die ik op zulke wijze +had gemaakt. Het overige gedeelte van dien dag ging ik niet uit en +ik zorgde er voor aan mijn raam te staan om naar de dame te kijken, +die niet verzuimde om aan het hare te komen, Den volgenden morgen +liet ze mij door haar kleinen page vragen, of ik 's nachts tusschen +elf en twaalf uur in de straat wilde zijn; ik kon dan een onderhoud +met haar hebben voor het venster van een benedenzaal. Hoewel ik niet +zeer verliefd was op die al te toeschietelijke weduwe, liet ik haar +weten, dat ik komen zou. Ik ging in het Prado wandelen tot het uur +van onze samenkomst. Ik was nog niet op de plaats, toen een ruiter, +die op een mooi paard reed, plotseling op den grond sprong, op mij +toeliep en op korten toon zeide: "Mijnheer, zijt gij niet de zoon +van baron von Steinbach?" "Ja," antwoordde ik. "Dus zijt gij het, die +vannacht een onderhoud met Léonore moet hebben aan haar venster? Ik +heb haar brieven gezien en uw antwoorden; haar page heeft ze mij +getoond en ik heb u van uw huis af tot hier gevolgd, om u te zeggen, +dat ge een medeminnaar hebt. Ik geloof niet, dat het noodig is, +om u meer te zeggen. Wij zijn hier op een geschikt terrein, laat +ons vechten of beloof me, dat ge van Léonore zult afzien. Zeg mij, +dat ge uw wenschen zult opofferen, of ik zal u dooden!" "U hadt," +zei ik, "moeten verzoeken inplaats van dreigen. Misschien had ik aan +uw verzoek gevolg gegeven, maar uw dreigement vrees ik niet." + +"Welnu," zei hij, na zijn paard te hebben vastgemaakt aan een boom, +"laat ons dan vechten. Het voegt een persoon als ik ben niet om een +man als u iets te vragen. De meesten van mijns gelijken zouden zich +op een minder eervolle wijze hebben gewroken." Ik voelde mij door die +laatste woorden beleedigd en ziende, dat hij het reeds had gedaan, +trok ook ik mijn degen. Wij vochten zoo geducht, dat de strijd +spoedig geëindigd was. Hetzij, dat hij al te verwoed was, hetzij, +dat ik behendiger was dan hij, ik bracht hem weldra een stoot toe, die +doodelijk was. Ik zag hem wankelen en vallen. Aan niets anders denkende +dan aan vluchten, besteeg ik zijn eigen paard en sloeg den weg in naar +Toledo. Ik durfde niet bij baron von Steinbach terugkeeren, daar mijn +avontuur ongetwijfeld hem verdriet zou doen en denkende aan het gevaar, +waarin ik verkeerde, kon ik niet gauw genoeg Madrid verlaten. + +Tot den volgenden morgen reed ik door, maar tegen den middag moest +ik ophouden om mijn paard te laten rusten en de ondragelijke warmte +te ontgaan. In een dorpsherberg rustte ik om daarna mijn weg weder +voort te zetten. Reeds was ik in Illescas, op twee mijlen afstand van +Toledo, toen ik, tegen middernacht, werd overvallen door een onweer, +ongeveer gelijk aan dat van heden. Ik naderde de muren van een tuin, +die niet ver van mij af lag. Een deur ging open, toen ik er tegen +duwde en ik zag een huis met een balcon, waar ik onder ging staan +om mij te beschutten. Terwijl ik daar zoo stond, nam ik de omgeving +op en werd mijn oog getroffen door een groot licht in het huis. Ik +besloot binnen te gaan en om nachtverblijf te vragen. De deur was +open en daar ik niemand zag, liep ik de gangen door, die een marmeren +vloer hadden en een fraaie lambriseering. waaruit ik opmaakte, dat +ik bij een grooten mijnheer was. Doorloopende kwam ik in een salon, +waarvan de deur eveneens openstond. Hier bleef ik staan en nog altijd +zag noch hoorde ik iemand. Door een zijdeur had ik het gezicht in +eenige ineenloopende kamers, waarvan alleen de laatste verlicht was, +"Wat moet ik doen?" zei ik toen bij me zelf. "Teruggaan, of zal ik +brutaal genoeg zijn, om door te gaan tot in die kamer?" Na eenige +aarzeling besloot ik tot het laatste. De kamer, waarin het licht +brandde, was keurig gemeubileerd. Er stond een ledikant, waarvan de +gordijnen half geopend waren. Er lag iemand in en naderkomende zag ik, +dat het een jonge dame was, die, niettegenstaande het onweer, rustig +sliep. Haar trekken en teint waren buitengewoon schoon. Terwijl ik +mij het genoegen gunde haar in stilte te aanschouwen, werd zij wakker. + +Stel u haar schrik voor, toen zij in haar kamer, midden in den nacht +een man zag dien ze niet kende. Ze rilde en uitte een kreet van +angst. Ik deed al mijn best om haar gerust te stellen, viel op mijn +knie en zei: "Mevrouw, vrees niets; ik kom hier niet om eenig kwaad te +doen." Ze was zoo verschrikt, dat ze niet wilde luisteren naar mijne +verdere woorden. Ze riep haar dienstboden en haar jongere zuster, +die zij onder haar hoede had, maar daar niemand haar antwoord gaf, +nam ze een japon, die aan het eind van het bed lag, schoot die haastig +aan en liep al roepende de kamers door. Niet anders verwachtte ik, +dan dat het geheele personeel zou komen aansnellen en dat het voor mij +wel eens kwaad zou kunnen afloopen, maar gelukkig voor mij, liet men +haar roepen, Ten laatste kwam er een oude bediende aansnellen, maar +wanneer die haar eenige hulp was, dan had ik weinig te vreezen. Door +zijn tegenwoordigheid echter eenigszins gerustgesteld, vroeg ze +mij op trotschen toon wie ik was en waarom ik de vrijmoedigheid had +gehad in haar huis door te dringen. Ik begon mij te rechtvaardigen +en ik vertelde haar, dat de deur had opengestaan. Daarop riep ze: +"Hemel! Welk een verdenking komt er bij me op!" + +Terwijl ze dit zei, nam ze een kandelaar van de tafel en begon weer +al de kamers door te loopen, roepende, dat haar zuster en al hare +dienstboden met al hun goed vertrokken waren. Daarop kwam zij bij mij +terug en zei: "Waarom huichelt ge nu ook nog na het verraad? 't Is niet +bij toeval, dat ge hier zijt binnengekomen, ge behoort tot het gevolg +van Ferdinand de Leijva en hebt deel aan zijn misdaad. Maar hoop niet +om te ontsnappen; er blijft mij nog hulp genoeg over om u gevangen te +houden," "Mevrouw," zei ik, "verwar mij niet met uw vijanden. Ik ken +don Fernand de Leijva niet; ik weet zelfs niet wie gij zijt. Ik ben een +ongelukkige, die door een eerezaak verplicht is Madrid te verlaten en +ik zweer u bij alles wat heilig is, dat ik hier niet zou zijn gekomen, +wanneer het onweer mij niet had overvallen. Oordeel dus gunstiger +over mij; inplaats van medeplichtig te zijn aan een misdaad jegens +u, ben ik eerder bereid u te wreken." Die laatste woorden schenen +haar gerust te stellen, zij keek mij niet meer zoo vijandig aan en +begon te schreien. Die tranen wekten mijn medelijden voor haar op en +mijn woede tegen hen, die haar kwaad hadden aangedaan. Ik riep uit: +"Zeg mij wat ik doen moet! Moet ik don Fernand zoeken en hem het hart +doorboren? Beveel mij slechts." + +Mijn geestdrift scheen haar aangenaam te verrassen en droogde haar +tranen. "Mijnheer," zei ze, "vergeef mij de verdenking, waartoe ik werd +gebracht door den toestand, waarin ik mij bevind. Edele onbekende, +vergeef Séraphine hare dwaling! Ik weiger uw hulp niet, al vraag ik +u niet om den dood van don Fernand. De zaak is deze: don Fernand is +verliefd op mijn zuster Julia, die hij bij toeval in Toledo heeft +gezien, waar wij gewoonlijk wonen. Het is drie maanden geleden, dat +hij haar hand heeft gevraagd aan mijn vader, graaf de Polan. Maar +deze weigerde, omdat er een oude veete tusschen onze geslachten +bestaat. Mijn zuster is nog geen vijftien jaar, zij zal zwak genoeg +zijn geweest om den raad te volgen van mijn dienstboden, die zeker +door don Fernand zijn omgekocht en deze, wetende dat wij alleen waren +in dit landhuis, heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om Julia op +te lichten. Ik zou zoo graag willen weten, waarheen ze gegaan zijn, +dan kunnen mijn vader en mijn broeder, die de twee laatste maanden +in Madrid zijn, hunne maatregelen nemen. Indien u de moeite zoudt +willen doen in de omgeving van Toledo een onderzoek in te stellen, +dan zoudt u mijn familie zeer verplichten." Ze scheen er niet aan te +denken, dat de taak, welke zij mij opdroeg, slechts paste voor iemand, +die trachten moest om Castilië zoo spoedig mogelijk te verlaten. Hoe +zou zij er ook aan gedacht hebben? Ik vergat het zelf ook, gelukkig +als ik was, dat ik de beminnelijkste vrouw, die ik ooit had gezien, +van dienst kon zijn. Met vreugde nam ik dus haar opdracht aan en +beloofde alles in het werk te stellen om mij daarvan behoorlijk te +kwijten. Ik wachtte den dag niet af om met mijn onderzoekingen te +beginnen, verzocht Séraphine nogmaals vergiffenis voor den schrik, +welken ik haar had berokkend en verzekerde haar, dat ze zoo spoedig +mogelijk bericht van mij zou ontvangen. Onderweg dacht ik na over +de gevoelens, welke Séraphine bij mij had opgewekt, ik meende, dat +zij mijn ontluikende liefde moest hebben bespeurd en dat ze die +misschien niet zonder genoegen had gadegeslagen. Wanneer ik haar +berichten omtrent haar zuster kon brengen en de zaak liep voor haar +naar wensch af, dan stelde ik mij voor, dat ik daar alle eer van zou +hebben." Hier brak Don Alphonse zijn verhaal af en zei tegen den ouden +kluizenaar: "Ik vraag u vergiffenis, mijn vader, dat ik zoo uitwijd +over omstandigheden, die u ongetwijfeld vervelen zullen." "Neen, +mijn zoon," antwoordde de hermiet, "het verveelt mij niet. Ik ben +verheugd te weten hoeveel gij van de jonge dame houdt, waarvan gij +spreekt. Daarnaar zal ik mijn raadgevingen regelen." + +"Gedurende twee dagen zocht ik, zonder mij eenige rust te gunnen, +maar welke moeite ik mij ook gaf, mijn pogingen hadden geen resultaat; +het was mij niet mogelijk een spoor te ontdekken. Zeer teleurgesteld +keerde ik naar Séraphine terug, die, naar ik meende, in groote onrust +zou verkeeren. Maar ik vond haar veel kalmer dan ik mij voorgesteld +had. Zij deelde mij mee, dat ze gelukkiger geweest was dan ik, dat +ze wist wat er met haar zuster was gebeurd. Ze had een brief van don +Fernand ontvangen, waarin hij haar meedeelde, dat hij Julia in het +geheim gehuwd en naar een klooster in Toledo gebracht had. Séraphine +zei me, dat ze hoopte, dat de zaak in der minne zou worden geschikt +en dat een huwelijk, in het openbaar gevierd, spoedig een eind zou +maken aan de veete tusschen de twee huizen. Den brief van don Fernand +had ze opgezonden naar haar vader. + +Nadat ze mij op de hoogte had gebracht van het lot van haar zuster, +sprak ze over de vermoeienissen, die ze mij bezorgd had en van het +gevaar, waaraan ze mij onnadenkend had blootgesteld, door mij te +verzoeken iemand te gaan vervolgen, terwijl ik zelf de vlucht moest +nemen. Met de meest vriendelijke woorden verontschuldigde zij zich +daarover. Daar ik behoefte aan rust had, bracht zij mij naar den salon, +waar wij beiden gingen zitten. Zij had een japon van wit linnen met +zwarte strepen en een hoedje van dezelfde stof met zwarte veeren, +wat mij deed denken, dat zij misschien weduwe was. Maar zij zag er +zoo jong uit, dat ik niet wist wat ik er van moest denken. + +Was ik nieuwsgierig om iets naders omtrent haar te weten, ze scheen +ook in mij belang te stellen. Ze verzocht mij mijn naam te noemen +en zei, dat naar mijn uiterlijk en naar de ridderlijke wijze, +waarop ik haar geholpen had, te oordeelen, ik iemand zijn moest +van aanzienlijken huize. Haar vraag maakte mij verlegen, ik moet +bekennen, dat ik mij minder schaamde om te liegen dan om de waarheid +te zeggen, dus antwoordde ik haar dat ik een zoon was van baron +von Steinbach. Daarop moest ik haar nog eens uitvoerig vertellen, +waarom ik Madrid had verlaten. Ze beloofde mij, dat haar vader en +haar broeder, don Gaspard, mij ongetwijfeld zouden helpen. "Dat is +al het minste bewijs van dankbaarheid, dat ik een edelman kan geven, +die voor mij zijn leven in de waagschaal heeft gesteld." Ik maakte +geen bezwaar om haar alle omstandigheden van mijn duel te vertellen, +zij gaf den edelman, dien ik gedood had, ongelijk en beloofde, dat +haar heele familie mij bij zou staan. + +Daarna bevredigde zij ook mijn nieuwsgierigheid. "Het is drie jaar +geleden," zei ze, "dat mijn vader mij deed huwen met don Diego de +Lara en ik ben sinds vijftien maanden weduwe." "Mevrouw," vroeg ik, +"welk ongeluk heeft uw echtgenoot zoo spoedig van u weggenomen?" "Ik +zal het u zeggen," zei ze, "dank zij het vertrouwen, dat ge ook mij +hebt geschonken. + +Don Diego de Lara was een knappe man, maar hoewel hij mij zeer +liefhad, alles deed om mij het leven aangenaam te maken en vele +goede hoedanigheden bezat, kon hij er niet in slagen mijn hart te +winnen. Liefde is niet altijd een gevolg van groote dankbaarheid. Soms +bekoort ons iemand op het eerste gezicht. Al zijn betuigingen van +teederheid waren mij onverschillig, ik beschuldigde mijzelf van +ondankbaarheid en vond dat ik zeer te beklagen was. + +Ongelukkig voor hem en voor mij, scheen het wel, dat hij mij in de +ziel kon lezen. Hij gevoelde zich ongelukkig door mijn koelheid. Hij +wist wel, dat hij geen medeminnaar had, want toen hij mij huwde, was +ik eerst zestien jaar en door mijn dienstboden vernam hij, dat nog +nooit een man mijn bijzondere aandacht had getrokken. Het vermoeide +mij om hem steeds over zijn liefde te hooren spreken en ik zei hem, +dat het voor zijn rust en de mijne beter zou zijn om alles maar aan +den tijd over te laten. Een jaar verliep er, zonder dat hij zag, +dat ik vorderde. Toen verloor hij zijn geduld. Voorgevende dat hij +een gewichtige zending voor het hof moest vervullen, ging hij naar +Nederland, nam daar vrijwillig dienst en vond weldra in de gevaren +van den oorlog wat hij zocht, d. w. z. het einde van zijn leven." + +Nadat de dame mij dit verhaal had gedaan, spraken wij nog eenigen tijd +over het vreemde karakter van haar man. Wij werden gestoord door de +komst van een bediende, die een brief bracht van den graaf de Polan. Ze +vroeg mij verlof dien te openen en ik merkte, dat zij onder het lezen +bleek werd en begon te beven. Na hem geheel te hebben gelezen, zuchtte +ze diep en begon te weenen. Het was, of ik een voorgevoel had van den +slag, die mij dreigde; ik was zeer ontsteld. "Mevrouw," zei ik, "mag +ik vragen, welke ongelukkige tijding die brief bevat?" Ze reikte mij +hem over en zei op treurigen toon: "Lees zelf, mijnheer, wat mijn vader +mij schrijft; gij zijt er helaas maar al te zeer zelf bij betrokken." + +Bij die woorden, welke mij deden huiveren, nam ik den brief en las: +"Don Gaspard, uw broer, heeft gisteren in het Padro gevochten. Hij +ontving een degenstoot, waaraan hij heden gestorven is en stervende +heeft hij meegedeeld, dat hij gedood is door den zoon van baron +von Steinbach. Ongelukkigerwijze is de dader ontsnapt. Hij heeft de +vlucht genomen, maar op welke plaats hij zich ook moge verbergen, +ik zal niets onbeproefd laten om hem te ontdekken. Ik zal schrijven +aan eenige gouverneurs, die hem zullen aanhouden, wanneer hij zich +in steden van hun district vertoont en ik zal door andere brieven den +weg voor hem trachten af te sluiten, indien hij soms verder wil gaan." + +Stel u voor welk een ontsteltenis dat schrijven bij mij +teweegbracht. Ik bleef eenige oogenblikken onbewegelijk en zonder +kracht te hebben tot spreken. Wanhopig wierp ik mij aan de voeten van +Séraphine, ik bood haar mijn degen aan en zei: "Mevrouw, bespaar het +den graaf de Polan om mij te zoeken. Wreek zelf uw broeder en doodt +mij met uw eigen hand. Steek toe." + +Zij werd bewogen en zei: "Heer, ik beminde Don Gaspard. Hoewel gij hem +in een eerlijk gevecht gedood hebt en hij zijn ongeluk aan zichzelf +te wijten had, zult gij wel begrijpen, dat ik de gevoelens van mijn +vader deel. Ja, don Alphonse, van nu af ben ik uw vijandin, maar ik +wil geen misbruik maken van een ongelukkig toeval, dat u bij mij heeft +gebracht. Vordert de eer van mij, dat ik mij tegen u zal wapenen, +ze verbiedt mij ook, mij op laffe wijze te wreken, De rechten van +de gastvrijheid moeten ongeschonden blijven en ik wil den dienst, +welken ge mij bewezen hebt, niet betalen met een moord. Vlucht, +ontkom, als ge kunt, aan onze vervolging en aan de gestrengheid van +de wetten. Redt u uit het gevaar, dat u dreigt," + +"Hoe mevrouw," zei ik, "ge kunt u wreken en ge laat het over aan de +wet, die misschien te kort zal schieten? Steek mij liever dood, ik +verdien het niet, dat ge mij spaart. Wees niet zoo edelmoedig tegenover +mij. Weet ge wie ik ben? Geheel Madrid houdt mij voor den zoon van +baron von Steinbach en ik ben slechts een ongelukkige, dien hij, uit +medelijden, heeft opgenomen. Ik weet zelfs niet, wie mijn ouders zijn." + +"Dat doet niets ter zake," zei Séraphine, die bij mijn laatste woorden +opnieuw smartelijk werd aangedaan; "al waart ge ook de minste van +alle menschen, dan nog zou ik doen, wat de eer mij gebiedt." "Welnu, +mevrouw," zei ik, "indien de dood van uw broeder niet genoeg is, om +u mijn bloed te doen verlangen, dan zal ik uw haat opwekken door een +nieuwe misdaad, waarvoor ge geen verontschuldiging zult hebben. Ik +aanbid u, ik ben verblind door mijn liefde en niettegenstaande mijn +ongelukkig lot, had ik de hoop gehad u eens toe te behooren. Ik was +verliefd, of liever gezegd ijdel genoeg, om te durven hopen, dat de +hemel mij nog eenmaal het geheim van mijn geboorte zou ontsluieren +en dat ik u zonder te blozen mijn waren naam zou kunnen noemen. Na +wat ik u nu gezegd heb, zult ge toch zeker wel niet meer aarzelen om +mij te straffen." + +"Uw vermetele wensch," antwoordde zij, "zou mij op een anderen +tijd zeker beleedigd hebben, maar nu vergeef ik u, terwille van uw +verdriet. Bovendien kan ik in den toestand, waarin ik verkeer, weinig +aandacht aan uw woorden schenken. Nog eens, don Alphonse, verwijder +u uit dit huis, dat gij met smart hebt overladen, ieder oogenblik, +dat gij blijft, doet mijn verdriet toenemen." Ik stond op en zei: "Ik +zal gaan, maar denk niet, dat ik trachten zal een veilige schuilplaats +te zoeken en een leven te redden, dat gij haat. Ik ga naar Toledo en +zal mij aan mijn vervolgers overleveren." + +Met die woorden ging ik heen, steeg te paard en reed naar Toledo, +waar ik acht dagen bleef en waar ik zoo weinig zorg nam om mij te +verbergen, dat ik nog niet begrijpen kan, dat men mij niet gevangen +genomen heeft. Want ik kan niet gelooven, dat de graaf de Polan, +indien hij zijn maatregelen goed heeft genomen, zou kunnen vergeten, +dat ik Toledo passeeren kon. Gisteren ging ik de stad uit, alsof +de vrijheid mij verveelde en zonder een weg te kiezen, die meer +veiligheid aanbood, ben ik hier gekomen in dit kluizenaarsverblijf, +als een man, die niets heeft te vreezen. Nu weet ge mijn geschiedenis, +vader, help mij met uw raad." + + + + + + + + +HOOFDSTUK XI + +Wie de oude kluizenaar was en hoe Gil Blas bemerkte, dat hij onder +kennissen was. + + +Toen don Alphonse het treurig verhaal van zijn ongelukken verhaald had, +zei de oude kluizenaar tot hem: "Mijn zoon, ge zijt wel onvoorzichtig +geweest door zoo lang in Toledo te blijven. Ik beschouw met een ander +oog dan gij al wat ge mij verteld hebt en uw liefde voor Séraphine +schijnt mij een groote dwaasheid. Geloof mij, ge moet de jonge dame +vergeten, die u nooit zal toebehooren. Wijk voor de hinderpalen, die +u in den weg staan en laat u leiden door uw gesternte, dat u nog wel +andere avonturen belooft. Zonder twijfel zult ge nog wel eens weer +een jonge vrouw vinden, die een zelfden indruk op u maakt en wier +broeder ge niet gedood hebt." + +Hij wilde verder spreken, toen wij een anderen kluizenaar zagen +binnen komen, belast met een vollen zak. Hij had inkoopen gedaan in +de stad Cuença, scheen jonger dan de eerste en had een dikken, rooden +baard. "Wees welkom, broeder Antoni," zei de oude, "welk nieuws brengt +ge uit de stad?" "Nogal slecht nieuws," zei de roode, en hij gaf hem +een stuk papier; "deze brief zal u voldoende inlichten." De grijsaard +las met aandacht. "Goddank!" riep hij, "nu het geheim ontdekt is, +moeten wij aan het werk. Laten wij nu maar van stijl veranderen, +don Alphonse, ge ziet een man voor u, die eveneens heeft te strijden +met de grillen van de fortuin. Men bericht mij uit Cuença, dat in een +stad op een mijl afstand van hier, men mij zwart heeft gemaakt bij de +justitie en dat men morgen alles in het werk zal stellen, om zich van +mijn persoon te verzekeren. Maar ze zullen niets vinden! 't Is niet +de eerste maal, dat ik mij in dergelijke moeilijkheden bevind. Bijna +altijd ben ik er goed afgekomen. Maar ik zal me nu in een andere +gedaante vertoonen, waarin ik even weinig van een kluizenaar, als +van een grijsaard zal hebben." + +Zoo sprekende trok hij zijn pij uit, zette een pruik af maakte +zijn langen baard los en zoo kreeg hij het uiterlijk van een +man van 28 of 30 jaar. Broeder Antonio volgde zijn voorbeeld en +wierp eveneens zijn vermomming weg. Stel u echter mijn verbazing +voor, toen ik beter toeziende, in den ouden kluizenaar don Raphaël +herkende en in broeder Antonio niemand anders dan zijn trouwe knecht, +Ambrosius de Lamela. "Mijn hemel!" riep ik uit, "ben ik hier onder +kennissen!" "Zooals ge ziet, mijnheer Gil Blas, ge vindt hier twee +vrienden, die ge wel allerminst verwacht hadt te ontmoeten. Ik +geef toe, dat ge wel eenige reden hebt om u over ons te beklagen, +maar laten wij het verleden vergeten en dankbaar zijn, dat we weer +bijeengekomen zijn, Ambrosio en ik bieden u onze diensten aan, die +ge niet moet versmaden. Wij zijn niet kwaad, wij vallen niemand aan, +wij vermoorden niemand; we beproeven alleen maar te leven ten koste +van anderen en wanneer stelen een onrechtvaardige daad is, dan neemt +de noodzakelijkheid ervan de onrechtvaardigheid weg. Voeg u bij ons en +we zullen een zwervend leven leiden. Dat is een zeer aangenaam leven, +wanneer men het voorzichtig doet. Men beleeft wel eens kwade avonturen, +maar vindt dan later weer betere." + +Zich tot Alphonse wendende, zei hij: "We doen u hetzelfde voorstel en +ik geloof niet, dat ge het verwerpen zult in den toestand, waarin ge u +nu bevindt; want zonder nog te spreken van de zaak, welke u verplicht +u te verbergen, hebt ge zonder twijfel niet veel geld?" "Neen, +waarlijk niet," bekende don Alphonse, "en dat maakt mijn zorg nog +grooter." "Welnu," hernam don Raphaël, "verlaat ons niet. Ge kunt +niets beters doen dan u bij ons aan te sluiten, het zal u aan niets +ontbreken en wij zullen alle navorschingen van uw vijanden nutteloos +maken. Wij kennen geheel Spanje, alle bosschen, alle bergen en weten, +waar wij ons voor de brutaliteit van de justitie kunnen verbergen." Don +Alphonse dankte hen en daar hij werkelijk zonder geld en zonder eenige +hulpbronnen was, besloot hij hen te vergezellen; ik deed dat ook, +omdat ik dien jongen man, tot wien ik mij zeer voelde aangetrokken, +niet wilde verlaten. + +Toen wij overeengekomen waren niet van elkaar te scheiden, maakte het +een punt van overweging uit, of wij dadelijk zouden vertrekken, of dat +wij eerst eenige aandacht zouden schenken aan een uitmuntend wijntje, +dat broeder Antonio den vorigen dag uit Cuença had meegebracht. Raphaël +echter, die de meeste ervaring had, oordeelde het gewenscht om in +de eerste plaats aan onze veiligheid te denken. Hij raadde aan, den +geheelen nacht door te marcheeren, om een dicht bosch te bereiken, +dat tusschen Villardesa en Almodavar lag, daar zouden wij halt +houden en konden we gedurende den dag rusten. De twee ex-kluizenaars +pakten hun kleeren en proviand samen en belastten daarmee het paard +van Alphonse. Dat gebeurde met groote snelheid en wij verlieten het +verblijf, de twee oude pijen, de witte en de roode baard, 2 krukjes, +1 tafel, een kapotte koffer, 2 oude rieten stoelen en het plaatje +van den H. Pacome als een prooi voor de justitie achterlatende. + +Wij liepen den geheelen nacht door en begonnen zeer moe te worden toen +wij nog vóór zonsopgang ons doel bereikten. Op een grasveld, onder +hooge en dichte boomen gingen wij zitten, het paard werd afgeladen om +te kunnen grazen en uit broeder Antonio's zak kwamen brood en eenige +stukken gebraden vleesch en de wijnkruik ging rond. + +Aan het einde van den maaltijd, zei don Raphaël tot don Alphonse: +"Mijnheer, na het vertrouwen, dat ge mij hebt geschonken, is het niet +meer dan billijk, dat ik u ook de geschiedenis van mijn leven vertel +en met dezelfde oprechtheid als gij het gedaan hebt." "Ge zult mij +daarmee een genoegen doen." "En mij niet minder!" riep ik uit. "Ik ben +zeer nieuwsgierig om uw avonturen te vernemen en twijfel er niet aan, +of ze zijn waard, dat men er naar luistert." "Daar sta ik u voor in," +antwoordde Raphaël; "ik denk er aan ze op een goeden dag nog eens +neer te schrijven. Dat zal een amusement voor me zijn als ik oud ben, +want ik wil er een groot boekdeel van maken. Maar we zijn vermoeid, +laten we dus eerst eenige uren rust nemen; terwijl wij slapen, +kan Ambrosius waken, die kan dan na ons gaan slapen. Wel geloof ik, +dat we hier veilig zijn, maar 't is toch beter, dat er iemand wacht +houdt." Hij strekte zich op het gras uit. Don Alphonse deed hetzelfde +en ik volgde hun voorbeeld, terwijl Lamela op schildwacht ging staan. + +Don Alphonse hield zich, inplaats van te slapen, met zijn ongeluk +bezig en ik kon geen oog sluiten. Don Raphaël sliep spoedig in, +maar na een uur was hij weer wakker. Daar hij ons gereed vond om +te luisteren, zei hij: "Vriend Ambrosius, ga nu van de zoete rust +genieten." "Neen, neen," antwoordde Lamela, "ik heb geen lust om te +gaan slapen. Hoewel ik al de voorvallen uit uw leven ken, zijn ze +leerzaam genoeg voor personen van ons vak, om ze nog eens te hooren +vertellen." Don Raphaël begon daarop de geschiedenis van zijn leven. + + + + + + + +VIJFDE BOEK + + + + + + + + +HOOFDSTUK I + +Geschiedenis van don Raphaël. + + +Ik ben de zoon van een actrice uit Madrid, bekend door haar +voordrachten, maar meer nog door haar galante avonturen; ze heette +Lucinde. Wat een vader betreft, zonder vermetelheid kan ik mij er +geen geven. Een voornaam heer was wel verliefd op mijn moeder toen +ik op de wereld kwam, maar dat is nog geen overtuigend bewijs, dat +ik aan hem mijn geboorte heb te danken. + +Lucinde stoorde zich niet aan praatjes, ze liet mij in het geheim +opvoeden, maar vertoonde zich met mij aan de hand in den schouwburg +en overal elders zonder acht te slaan op de praatjes en hatelijke +glimlachjes, die mijn verschijning opwekte. In één woord, ik was haar +dierbaar en alle mannen, die bij haar kwamen, haalden mij aan. Men zou +zeggen, dat bij hen de stem des bloeds sprak. In de eerste twaalf jaar +van mijn leven had ik zeer veel amusementen. Lezen en schrijven leerde +men mij ternauwernood, godsdienst in het geheel niet. Wel leerde ik +goed dansen, zingen en guitaar spelen; dat was alles, wat ik kende, +toen de markies de Léganez mij vroeg om bij zijn eenigen zoon te komen, +die ongeveer van mijn leeftijd was. Lucinde stemde er gaarne in toe +en toen begon ik mij ernstiger bezig te houden. De jonge Léganez was +niet verder dan ik; dat heertje scheen niet voor de wetenschap geboren +te zijn; hij kende nog bijna geen letter van het alphabet, hoewel hij +sinds vijftien maanden een gouverneur had, zijn andere onderwijzers +hadden het niet verder gebracht, hij stelde hun geduld op een zware +proef. Weliswaar hadden zij de opdracht om geen strengheid tegenover +hem te gebruiken. Met, dat bevel en den slechten aanleg van den jongen, +waren alle lessen tamelijk nutteloos. Maar de gouverneur vond, zooals +ge zien zult, een goed middel om den jongenheer te treffen, zonder het +bevel van zijn vader te overschrijden; hij besloot mij af te ranselen, +als de kleine Léganez gestraft moest worden. Dat was niet erg naar mijn +zin. Ik liep weg en ging mij bij mijn moeder beklagen over zulk een +onrechtvaardige behandeling. Hoe goed ze overigens ook voor mij was, +had ze kracht om weerstand te bieden aan mijn tranen en daar ze het +als een zeer groot voorrecht beschouwde, dat haar zoon bij den markies +de Léganez kon zijn, liet ze mij er dadelijk weer heen brengen. Zoo +was ik dus overgeleverd aan de willekeur van den gouverneur en daar +hij merkte, dat hij eenig effect had met zijn methode, ging hij voort +met mij te slaan. Om nog meer indruk te maken, deed hij het zoo hard +mogelijk. Voor iedere letter van het alphabet, die de kleine Léganez +leerde, kan ik wel zeggen, dat ik honderd slagen heb gekregen. + +Dat was echter nog niet het eenige onaangename wat ik in dat huis had +te verdragen. De dienstboden verweten mij steeds mijn geboorte. Dat +begon mij zoo tegen te staan, dat ik op een goeden dag de vlucht nam, +nadat ik het middel had gevonden om mij van alles meester te maken +wat de gouverneur aan contant geld had, ongeveer honderdvijftig +ducaten. Die wraak was, meen ik, gerechtvaardigd en ik geloof, dat +ik den man moeilijk zwaarder had kunnen treffen. Ik verliet Madrid +en kwam te Toledo, zonder dat men mij had kunnen aanhouden. + +Ik ging toen mijn vijftiende jaar in. Wat een genot om op dien leeftijd +onafhankelijk te zijn. Weldra maakte ik kennis met jongelieden, die +mij ontgroenden en mij hielpen, om mijn ducaten op te maken. Vervolgens +associeerde ik mij met eenige chevalliers d'industrie, die mij zooveel +leerden, dat ik, dank zij mijn goeden aanleg, na eenigen tijd, tot +de sterksten van het gilde behoorde. Na verloop van vijf jaren kwam +de lust tot reizen in mij op. Ik ging naar Alcantera, maar voor ik +er aankwam, vond ik nog een gelegenheid om mijn talenten op de proef +te stellen, die ik niet ongebruikt liet voorbijgaan. Daar ik te voet +was en bovendien mijn bagage bij mij droeg, ging ik nu en dan onder +de schaduw van een boom aan den weg zitten rusten. Bij een van die +gelegenheden trof ik twee kinderen aan, die er uitzagen of ze tot een +goede familie behoorden. De oudste was nog geen vijftien jaar. Wij +raakten in gesprek en ze schenen daar genoegen in te vinden. Ze waren +beiden zeer onnoozel. "Mijnheer," zei de jongste, "wij zijn de zoons +van rijke burgers uit Plasencia. Wij vinden veel lust om Portugal eens +te zien en om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, hebben wij ieder +honderd pistolen van onze ouders genomen. Hoewel wij te voet gaan, +geloof ik niet, dat wij met die som ver zullen komen. Wat denkt u er +van?" "Goede hemel!" riep ik, "als ik tweehonderd pistolen had, zou +ik de heele wereld kunnen doortrekken. Het is een verbazend groote +som. Als ge het goedvindt, zal ik u vergezellen tot Almerin, waar +ik de erfenis van een oom in ontvangst ga nemen, die daar ongeveer +twintig jaar heeft gewoond." + +De jongelieden zeiden mij, dat mijn gezelschap hun zeer aangenaam zou +zijn. Zoo wandelden wij met ons drieën op naar Alcantara, waar wij 's +avonds aankwamen. Wij gingen in een goed hotel en vroegen een kamer, +men gaf ons er een met een kast, welke op slot kon. Wij bestelden +eerst avondeten en ik stelde mijn reisgezellen voor, om de stad nog +eens te gaan bezichtigen. Zij stemden toe en wij deden ons goed in de +kast, waarvan een der jongens den sleutel bij zich stak. Wij gingen de +kerken bezien en toen wij in een van de gebouwen waren, vertelde ik, +dat ik een boodschap te doen had. "Heeren," zei ik, "ik herinner mij +daar, dat ik even een koopman moet spreken, die hier dicht bij de kerk +woont. Wacht hier op mij; ik ben in een oogenblik terug." Ik liep naar +het hotel, brak de kast open en vond de pistolen. Ik liet den armen +kinderen er slechts één om hun logies te betalen. Daarop ging ik op +weg naar Mérida, zonder mij er om te bekommeren wat er van hen werd. + +Dit avontuur stelde mij in staat om vroolijk te reizen. Hoewel ik jong +was, wist ik mij voorzichtig te gedragen; ik mag wel zeggen, dat ik +mijn leeftijd veel vooruit was. Ik besloot een muilezel te koopen en +deed dat in het eerste dorp; ook schafte ik mij een valies aan en ik +begon mijzelf een man van gewicht te vinden. Den derden dag ontmoette +ik een man, die langs den weg liep te zingen. Naar zijn uiterlijk +te oordeelen, was het een koorzanger. "Wel mijnheer!" riep ik, "dat +gaat best. U schijnt hart van uw vak te hebben." Hij antwoordde, +dat hij koorzanger was. Zoo kwamen wij in gesprek en ik merkte dat +ik met een geestige en aangename persoonlijkheid te doen had. Hij +was vier- of vijfentwintig jaar oud. Daar hij te voet was, liet ik +mijn muilezel stappen, om met hem te kunnen praten. Het gesprek kwam +op Toledo. "Ik ken die stad heel goed," zei de koorzanger mij; "ik +ben er lang geweest en had er zelfs vrienden." "En in welke straat +hebt gij in Toledo gewoond?" vroeg ik hem. "In de Nieuwstraat. Ik +woonde er met don Vincent de Buena Garra, don Mathias de Cordel [3] +en twee of drie andere nette heeren. Wij sliepen daar, aten er en +brachten den tijd aangenaam door." Die woorden verbaasden mij, want +hij noemde mij de namen van de slimmerts, met wie ik in Toledo had +samengewerkt. "Mijnheer de koorzanger," riep ik uit, "de heeren van +wie ge mij de namen noemt, zijn kennissen van mij en ik heb ook met +hen in de Nieuwstraat gewoond," "Dan zijt gij daar geweest, nadat ik +ben weggegaan, dat is drie jaar geleden," merkte hij op. "Eerst kort +geleden heb ik hen verlaten," antwoordde ik, "omdat ik lust kreeg in +reizen. Ik wil Spanje doortrekken. Wanneer ik meer ondervinding heb +opgedaan, zal ik meer waard zijn," "Zeker," stemde hij toe, "om zijn +geest te beschaven, moet men reizen. Daarom heb ik ook Toledo verlaten, +hoewel het mij er zeer goed beviel. Ik dank den hemel," vervolgde hij, +"dat ik een broeder ontmoet, nu ik er 't minst op rekende. Laten +wij met elkaar reizen en profiteeren van de gelegenheden, welke zich +zullen aanbieden, om onze bekwaamheid te toonen," + +Hij deed mij dat voorstel met zooveel vrijmoedigheid en zoo +vriendelijk, dat ik het dadelijk aannam. Hij won dadelijk mijn +vertrouwen en schonk mij het zijne. Hij vertelde mij, dat hij van +Portalegre kwam, waar een mislukte schelmenstreek hem gedwongen had +overhaast te vluchten in de kleeding, die hij nu droeg. Nadat wij +elkaar onzen levensloop hadden verteld, besloten wij naar Mérido te +gaan, om daar ons geluk te beproeven en indien wij er in slaagden een +goeden slag te slaan, daarna weer naar elders te vertrekken. Van dat +oogenblik af hadden wij al wat wij bezaten gemeen. 't Is waar, dat +Moralès, zoo heette mijn compagnon, er niet al te best bijzat. Hij +had niet meer dan vijf of zes ducaten en eenige kleeren in een zak; +maar had ik meer contant geld, hij was daarentegen meer bedreven in +de kunst, om de menschen te bedriegen. Wij bestegen om beurten mijn +muilezel en kwamen zoo te Mérida. + +Wij namen onzen intrek in een hotel en mijn vriend trok andere kleeren +aan. Daarop gingen we de stad door, om het terrein te verkennen en te +zien of zich ook ergens een gelegenheid aanbood om te werken. Terwijl +we zoo aandachtig rondkeken en wachtten tot het toeval ons gunstig +was, zagen we in een straat een heer met grijs haar, die, met den +degen in de hand, zich verweerde tegen drie mannen. Getroffen door de +ongelijkheid van den strijd, snelde ik den grijsaard te hulp. Moralès, +om mij te toonen, dat ik mij niet met een lafaard had geassocieerd, +volgde mijn voorbeeld en wij joegen de drie mannen op de vlucht. + +Nadat ze verdwenen waren, putte de grijsaard zich uit in +dankbetuigingen. Ik zei, dat het ons zeer veel genoegen deed, dat we +hem hadden kunnen helpen en dat wij zeer gaarne zouden weten wien wij +liet geluk hadden gehad ter zijde te kunnen staan en waarom de drie +mannen hem hadden willen vermoorden. "Mijne heeren," antwoordde hij, +"ik heb te veel verplichting aan u, om uw nieuwsgierigheid niet +te bevredigen. Ik heet Jérôme de Moyadas, [4] en leef van mijn +renten in deze stad. Een van de moordenaars, van wie ge mij hebt +bevrijd, heeft mijn dochter lief. Hij liet mij haar dezer dagen +ten huwelijk vragen en daar zijn wensch niet bevredigd werd, heeft +hij zich op deze wijze willen wreken. "En mag ik vragen," zei ik, +"welke redenen u hadt om uw dochter niet aan dien heer ten huwelijk +te willen geven?" "Ik zal het u zeggen," antwoordde hij. "Ik had een +broer hier in de stad, die koopman was, hij heette Augustijn. Voor +twee maanden was hij te Calatrava, gelogeerd bij Jean Velez de la +Membrilla [5], een handelsvriend. Zij waren intieme vrienden en mijn +broeder wilde dien band nog versterken, hij beloofde daarom de hand +van mijn eenige dochter aan den zoon van dien vriend, er niet aan +twijfelend, of ik zou daaraan mijn goedkeuring hechten. Toen mijn +broeder in Mérida terug was en van het huwelijk sprak, gaf ik dadelijk +mijn toestemming. Hij zond het portret van Florentine naar Calatrava, +maar heeft helaas niet de voldoening mogen smaken zijn werk voltooid +te zien; voor drie weken is hij gestorven. Stervende heeft hij mij +bezworen om de hand van mijn dochter aan niemand anders te geven dan +aan den zoon van zijn handelsvriend. Ik beloofde het hem en daarom +moest ik Florentine weigeren aan den man, die mij zoo juist aanviel, +hoewel hij een voordeelige partij was. Ik ben door mijn woord gebonden +en wacht ieder oogenblik den zoon van Juan Velez de la Membrilla, +om hem tot mijn schoonzoon te maken, hoewel ik hem nooit heb gezien, +evenmin als zijn vader." + +Met de grootste belangstelling had ik dat verhaal aangehoord; er was +een gedachte bij mij opgekomen, ik veinsde een groote verwondering, +sloeg de oogen ten hemel en riep met veel pathos: "O! mijnheer de +Moyadas, hoe is het mogelijk, dat ik, te Mérida komende, zoo gelukkig +ben het leven van mijn schoonvader te redden!" Die woorden wekten een +groote verbazing bij den ouden heer en niet minder bij Moralès. "Wat +zegt gij mij daar?" riep de grijsaard, "Zijt gij de zoon van den +handelsvriend van mijn broer??" "Ja, mijnheer Jérôme de Moyadas," +zei ik, terwijl ik hem omhelsde, "ik ben de gelukkige sterveling voor +wien de aanbiddelijke Florentine bestemd is. Maar sta mij toe, voor ik +de vreugde heb uw huis te betreden, dat ik hier eenige tranen stort, +ter gedachtenis aan uw broer Augustijn. Ik zou de ondankbaarste van +alle menschen zijn, indien ik niet levendig getroffen was door den dood +van iemand aan wien ik het geluk van mijn leven te danken heb." Nadat +ik dit gezegd had, omhelsde ik den goeden Jérôme nogmaals en maakte +een beweging, alsof ik mijn tranen wegveegde. Moralès, die dadelijk +begreep welk voordeel wij bij dit spel konden behalen, hielp mij. Hij +stelde zich voor als mijn bediende en putte zich uit in betuigingen +van leedwezen over den dood van mijnheer Augustijn. "Mijnheer +Jérôme!" riep hij, "welk een verlies moet de dood van uw broer voor +u zijn geweest! Wat een eerlijk man was hij! Een juweel, een volkomen +betrouwbaar koopman, zooals men er geen tweede vindt!" + +Wij hadden met een onnoozel en lichtgeloovig man te doen. Verre van ons +te verdenken, liep hij er gemakkelijk in. "Maar waarom," vroeg hij, +"zijt ge niet dadelijk bij mij gekomen, ge hadt uw intrek niet in +een hotel moeten nemen!" "Mijnheer," zei Moralès, het woord voor mij +nemende, "mijn meester is vormelijk, hij heeft die fout en zal mij +vergeven, dat ik hem die verwijt. Het is overigens wel te excuseeren, +dat hij niet bij u is verschenen, zoodra hij in de stad kwam; wij +zijn namelijk bestolen geworden, men heeft ons op reis onze koffers +ontroofd." "Die jongeman zegt de waarheid, mijnheer de Moyadas," +viel ik hem in de rede, "en dat is de reden waarom ik nog niet bij u +was. Ik durfde in dit toilet niet te verschijnen voor een dame, die +mij nog nooit gezien heeft en wachtte daarmee op de terugkomst van +een knecht, dien ik naar Calatrava heb gezonden." "Dit ongeval mag u +niet beletten om dadelijk mijn huis te betreden," zei de grijsaard, +"en ik ben er op gesteld, dat ge met mij meegaat." + +Zoo sprekende, nam hij ons mee; voor wij aankwamen, spraken wij nog +over den beweerden diefstal en ik betuigde er mijn groot leedwezen +over, dat met mijn koffers ook het portret van Florentine was verloren +gegaan. De goede man zei me, dat ik mij over dit verlies maar moest +troosten en dat het origineel meer waard was dan een copie. Zoodra wij +in huis waren, riep hij zijn dochter, die niet ouder dan zestien jaar +en een mooi meisje was. "Hier," zei hij, "is de dame, die mijn broeder +u beloofd heeft." "O, mijnheer!" riep ik met geestdrift, "het is niet +noodig mij te zeggen, dat het de beminnelijke Florentine is, die zich +aan mijn oogen vertoont, haar bekoorlijke trekken zijn in mijn geheugen +gegrifd en meer nog in mijn hart. Het portret, dat ik verloren heb, +was maar een zwakke weergave van zooveel bekoorlijks." "Uw woorden +zijn al te vleiend voor mij," zei Florentine, "en ik ben niet ijdel +genoeg om mij in te beelden, dat die gerechtvaardigd zijn." "Ga maar +door met haar het hof te maken," viel de vader in de rede. En hij +liet mij alleen met zijn dochter, terwijl hij Moralès meenam. "Mijn +vriend," zei hij, "de dieven hebben al uw goed meegenomen en zonder +twijfel ook uw geld, want daar beginnen ze gewoonlijk mee." "Ja, +mijnheer," antwoordde mijn kameraad; "een groote troep roovers heeft +ons overvallen bij Castil-Blazo; men heeft ons niet anders gelaten +dan de kleeren, die wij aan ons lichaam hadden; maar wij zijn spoedig +een brief met geld te wachten en dan zijn we weer klaar." + +"In afwachting van dien brief," hernam de grijsaard, en hij haalde +een beurs uit zijn zak, "zijn hier honderd pistolen, waarover ge kunt +beschikken." "O, mijnheer," riep Moralès, "mijn meester zou ze niet +willen aannemen. U kent hem niet. Mijn patroon is zeer fijngevoelig +in dit opzicht. Hij is niet een van die jongelieden, die alles maar +aannemen. Hij houdt er niet van, om schuld te maken, hoe jong hij ook +is. Hij zou liever bedelen dan een cent leenen." "Ik acht hem daar des +te meer om," zei de oude heer; "daar ik hem niet onaangenaam wil zijn, +moet ge maar niet van dit aanbod spreken," en hij wilde de beurs weer +in zijn zak steken. Moralès wilde dat voorkomen en zei: "Mijnheer, welk +een tegenzin mijn meester ook heeft om te leenen, geloof ik niet, dat +hij er bezwaar tegen zou hebben, om uw honderd pistolen aan te nemen; +het is maar de manier, waarop men het hem voorstelt. Van vreemden zal +hij niets aannemen, maar met zijn familie is het een ander geval. Van +zijn vader heeft hij ook wel geld gevraagd, als hij het noodig had +en u, mijnheer, moet hij als een tweeden vader beschouwen." + +Door dergelijke praatjes maakte Moralès zich meester van de beurs +van den grijsaard, die ons daarna weer kwam opzoeken en zijn dochter +en mij in een levendig gesprek vond. Hij deelde aan Florentine mee, +hoe ik hem had geholpen en ik merkte, dat hij mij zeer erkentelijk +was. Ik wilde van die gunstige stemming profiteeren en ik zei, dat +hij mij het beste bewijs van zijn dankbaarheid kon geven, door mijn +huwelijk met zijn dochter te bespoedigen. Hij verzekerde mij, dat ik +binnen drie dagen de echtgenoot van Florentine zou zijn en voegde +er bij, dat hij inplaats van de beloofde bruidschat van zesduizend +ducaten er tienduizend geven zou, om mij te toonen hoezeer hij den +bewezen dienst waardeerde. + +Moralès en ik werden zeer goed behandeld bij den ouden Jérôme de +Moyadas en genoten bij het vooruitzicht de tienduizend ducaten op +te steken, waarmee wij ons direct na de ontvangst uit Mérida wilden +verwijderen. In onze vreugde mengde zich echter de vrees, dat, voor +de drie dagen zouden zijn verstreken, de echte zoon van Juan Julez +de la Membrilla ons geluk zou komen verstoren. Onze vrees bleek +niet ongegrond. Na twee dagen kwam er bij den vader van Florentine +een soort van boer, met een valies. Ik was er niet bij, maar mijn +kameraad wel. "Mijnheer," zei de boer, "ik behoor bij den heer uit +Calatrava, die uw schoonzoon moet worden, bij mijnheer Petro de la +Membrilla. Wij komen zoo juist in de stad en hij zal in een oogenblik +hier zijn." Nauwelijks had hij uitgesproken, of zijn meester verscheen, +wat den grijsaard zeer verwonderde en Moralès een beetje van zijn +stuk bracht. + +De jonge Pedro was een knappe jonge man, Hij sprak den vader van +Florentine aan, maar deze gaf hem geen tijd om uit te spreken en +zich tot mijn compagnon wendende, vroeg hij wat dat te beteekenen +had. Moralès, die in slimheid zijns gelijke niet had, zei op rustigen +toon: "Mijnheer, de twee mannen, die ge daar ziet, behoorden tot de +roovers, die ons onderweg hebben aangevallen, ik herken hen en vooral +dengeen, die de brutaliteit heeft, om te zeggen, dat hij de zoon is +van mijnheer Juan Velez de la Membrilla." De oude heer geloofde Moralès +dadelijk en overtuigd dat de nieuw aangekomenen schelmen waren, zei hij +tot hen: "Heeren, ge komt te laat, men is u voor geweest. Pedro de la +Membrilla is reeds bij mij." "Let op uw woorden," zei de jonge man uit +Calatrava, "men bedriegt u, ge hebt een indringer in uw huis. Weet +wel, dat Juan Velez de la Membrilla geen anderen zoon heeft dan +mij." "Vertel dat maar aan anderen," riep onze gastheer. "Herkent +ge dien jongeman niet en herinnert ge u niet, dat ge zijn meester +hebt bestolen op den weg van Calatrava?" "Wat, bestolen!" riep Pedro, +"als ik niet in uw huis was, zou ik dien vlegel, die de onbeschaamdheid +heeft mij voor dief uit te schelden, de ooren afsnijden. Dank zij uw +tegenwoordigheid, houd ik mijn toorn in, maar ik herhaal u, dat men +u bedriegt. Ik ben de man, aan wien uw broeder Augustijn de hand van +uw dochter heeft beloofd." "Wilt gij, dat ik alle brieven toon, die +hij aan mijn vader over dit huwelijk heeft geschreven of het portret +van Florentine, dat hij eenigen tijd voor zijn dood zond?" "Neen," +antwoordde de oude heer, "het portret zal mij evenmin overtuigen als +de brieven. Ik weet op welke wijze ze in uw handen zijn gevallen en +ik zou u aanraden om Mérida zoo spoedig mogelijk te verlaten om te +ontkomen aan de straf, die gij en uw gelijken verdient." + +"Dat is te veel!" riep de jonge man. "Ik zal niet dulden, dat men mij +straffeloos mijn naam ontrooft en nog bovendien voor een struikroover +wil doen doorgaan. In de stad ken ik eenige menschen; ik zal hen +gaan opzoeken en met hen terugkeeren, opdat ze geconfronteerd kunnen +worden met den bedrieger, die voor mijn persoon wil doorgaan." Hij +ging met zijn bediende weg en Moralès bleef triomfantelijk achter. Dat +avontuur nu gaf Jérôme de Moyadas aanleiding om te besluiten, dat ik +nog denzelfden dag met zijn dochter zou trouwen en hij ging daarvoor +dadelijk de noodige maatregelen nemen. + +Hoewel mijn kameraad zeer verheugd was, dat de vader van Florentine ons +zoo gunstig gezind was, was hij niet geheel vrij van ongerustheid. Hij +vreesde voor de stappen, welke Pedro zeker doen zou en wachtte met +ongeduld op mij. Ik vond hem in gedachten verdiept. "Waarom zijt ge +zoo in gepeins verzonken, mijn vriend?" vroeg ik hem. Hij deelde mij +alles mee en zei: "Ge hebt ons door uw vermetel stuk in moeilijkheden +gebracht. De onderneming was schitterend, dat moet ik toegeven en +als ze geslaagd was, zoudt ge er alle eer van hebben gehad, maar het +heeft allen schijn, dat ze slecht voor ons zal afloopen en om alles +te voorkomen, geloof ik, dat wij maar het beste doen door de vlucht te +nemen, met de veer, die wij reeds van den ouden heer geplukt hebben." + +"Mijnheer Moralès," zei ik, "ge deinst te spoedig voor moeilijkheden +terug. Ge doet weinig eer aan don Mathias de Cordel en aan de andere +heeren met wie ge in Toledo hebt gewoond. Wanneer men bij zulke +meesters in de leer is geweest, moet men zich niet zoo spoedig +ongerust maken. Wat mij betreft, ik wil in de voetsporen van die +heeren wandelen en toonen, dat ik een leerling ben hunner waardig, +ik zal mij verzetten tegen den tegenstand, die u verschrikt." "Indien +u dat gelukt," zei mijn compagnon, "zal ik u stellen boven alle groote +mannen van Plutarchus." + +Toen Moralès dat gezegd had, kwam Jérôme de Moyadas binnen. "Ik kom," +zei hij, "om alles gereed te maken voor uw huwelijk, vanavond reeds +zult ge mijn schoonzoon zijn. Uw bediende," voegde hij eraan toe, +"heeft u zeker reeds gezegd, wat er gebeurd is. Wat zegt ge wel van +den schelm, die mij heeft willen opdringen, dat hij de zoon was van +den handelsvriend van mijn broer?" Moralès was benieuwd hoe ik mij +uit die moeilijkheid zou redden en hij was niet weinig verbaasd, +toen hij mij op treurigen toon tot den ouden heer hoorde zeggen: +"Mijnheer, het hangt slechts van mij af, om u bij uw dwaling te +doen volharden en daarvan te profiteeren, maar ik ben niet geboren +om een leugen vol te houden. Ik ben de zoon niet van Juan Velez de +la Membrilla." "Wat hoor ik," riep de oude verbaasd, "zijt gij de +man niet aan wien mijn broeder...." "Pardon, mijnheer," viel ik hem +in de rede, "daar ik een eerlijk en getrouw verhaal begonnen ben, +moet ge mij tot het einde toe aanhooren. Sinds acht dagen bemin ik uw +dochter en mijn liefde heeft mij hier in Mérida doen blijven. Toen wij +u te hulp snelden, was het mijn plan u haar ten huwelijk te vragen, +maar gij sloot mij den mond, door te zeggen, dat ze voor een ander +bestemd was. U zei me, dat uw broeder u stervende bezworen had, haar +aan Pedro de la Membrilla te geven, dat ge gebonden waart door uw +woord. Die mededeeling, ik moet het zeggen, maakte mij diep ongelukkig +en door mijn liefde tot wanhoop gebracht, verzon ik een krijgslist, +waarvan ik mij bediende. Ik heb mijzelf daarvan een ernstig verwijt +gemaakt; maar ik heb geloofd, dat gij mij zoudt vergeven, wanneer u +dit ontdekte en wanneer ge zoudt weten, dat ik een Italiaansche prins +ben, die incognito reist. Mijn vader is souverein in eenige valleien, +die liggen tusschen Zwitserland, Milaan en Savoye. Zelfs stelde ik +mij voor, dat het u aangenaam zou zijn, wanneer ik, na mijn huwelijk +met Florentine, u deze mededeeling omtrent mijn geboorte had kunnen +doen en ik verheugde mij erop het Florentine als mijn vrouw mede te +deelen. De hemel heeft mij die vreugde niet toegestaan. Pedro de la +Membrilla is verschenen; ik moet hem zijn naam teruggeven, hoeveel mij +dat ook kost. Uw gelofte beweegt u om hem tot schoonzoon te nemen. Ik +kan daarin slechts berusten; ik kan mij slechts beklagen; gij moet hem +boven mij de voorkeur geven, zonder te letten op mijn rang en stand, +zonder medelijden te hebben met den toestand, waarin ge mij hebt +gebracht. Ik zal u niet voorhouden, dat uw broeder slechts de oom was +van uw dochter, terwijl gij de vader zijt en het dus rechtvaardiger +zou zijn u, ten opzichte van mij, van uw verplichting te kwijten." + +"Ja zeker, dat is rechtvaardiger!" riep Jérôme de Moyadas, "en ik +weifel dan ook niet tusschen u en Pedro de la Membrilla. Wanneer mijn +broeder Augustijn nog leefde, zou hij het niet afkeuren, dat ik de +voorkeur gaf aan iemand, die mij het leven gered heeft en bovendien +een prins is, welke zich verwaardigd tot ons af te dalen. Ik zou wel +een vijand moeten zijn van mijn eigen geluk en mijn verstand moeten +verloren hebben, indien ik u mijn dochter niet gaf en indien ik niet +aandrong op een, voor haar zoo voornaam huwelijk,"--"Mijnheer!" zei +ik, "handel niet onberaden, overleg eerst rijpelijk."--"Neen, prins, +ik aarzel geen oogenblik en zal mijn dochter dadelijk meedeelen welk +schitterend lot haar wacht." + +Terwijl de goede man zich haastte om zijn dochter dit te gaan +vertellen, viel Moralès voor mij op de knieën en zei: "Mijnheer de +Italiaansche prins, zoon van den souverein van de valleien, die liggen +tusschen Zwitserland, Milaan en Savoye, sta mij toe, dat ik mij aan de +voeten van uw hoogheid werp, om u mijn vereering te betuigen. Ik dacht, +dat ik de slimste gauwdief was, maar ik moet nederig betuigen, dat +gij het van mij wint, hoewel ge minder ervaring hebt." "Dus zijt gij +niet ongerust meer?" vroeg ik. "O, neen," antwoordde hij, "laat dien +mijnheer Pedro nu maar komen en doen wat hij wil," Wij spraken reeds +af welken weg wij zouden nemen, als wij het geld zouden hebben, maar +de afloop van het avontuur beantwoordde niet aan onze verwachtingen. + +Spoedig zagen wij den jongen man van Calatrava terugkomen. Hij +was vergezeld door twee burgers van de stad en den Commissaris van +politie. De vader van Florentine was bij ons. "Mijnheer de Moyadas," +zei Pedro, "ik breng u hier drie geloofwaardige personen; zij kennen +mij en zullen u zeggen wie ik ben." "Zeker," zei de commissaris, +"ik ken en verklaar aan ieder, die het weten wil, dat gij Pedro heet +en dat gij de eenige zoon zijt van Juan Velez de la Membrilla; wie +het tegendeel beweert, is een bedrieger." "Ik geloof u, mijnheer," +zei de goede Jérôme de Moyadas. "Uw getuigenis is heilig voor mij, +evenals dat van de beide heeren kooplieden, die gij meebrengt. Ik +ben er ten volle van overtuigd, dat de jonge man, die u hier heeft +gebracht, de eenige zoon is van den handelsvriend van mijn broer. Maar +wat beteekent dat? Ik ben niet meer van plan hem de hand van mijn +dochter te geven. Ik ben van meening veranderd." + +"O, dat is een andere kwestie," zei de commissaris. "Ik ben alleen +in uw huis gekomen, om u te verzekeren, dat deze jongeman mij +bekend is. Gij zijt zeker meester over uwe dochter en men zal u +niet noodzaken haar, tegen uw zin, uit te huwelijken." "Ik wil mij +ook niet aan den heer de Moyadas opdringen," zei Pedro, "maar hij +zal mij toch zeker wel toestaan, om hem te vragen, waarom hij van +meening is veranderd. Heeft hij zich in eenig opzicht over mij te +beklagen? Nu ik de hoop verlies zijn schoonzoon te worden, moge +het tenminste buiten mijn schuld zijn." "Ik beklaag mij niet over +u," zei de grijsaard; "Ik wil u zelfs niet ontkennen, dat het mij +spijt, dat ik in de noodzakelijkheid ben mijn woord te breken en ik +verzoek u mij dat te vergeven. Maar ik ben ervan overtuigd, dat gij +het billijken moet, wanneer ik de voorkeur geef aan iemand, die mij +het leven heeft gered. Gij ziet hem hier," zei hij, op mij wijzende, +"dat is de heer, die mij aan een groot gevaar onttrokken heeft en om +mij nog meer bij u te verontschuldigen, kan ik u zeggen, dat hij een +Italiaansche prins is, die, niettegenstaande de ongelijkheid van stand, +wil trouwen met Florentine, op wie hij verliefd geworden is." + +Bij die laatste woorden bleef Pedro verlegen staan. De twee kooplieden +zetten groote oogen op en schenen zeer verlegen. Maar de commissaris, +gewoon om de zaken van de donkere zijde te bekijken, vermoedde, dat er +wat achter dit avontuur stak. Hij keek mij oplettend aan en toen het +hem bleek, dat mijn trekken hem onbekend waren, beschouwde hij mijn +kameraad met evenveel attentie. Ongelukkigerwijze herkende hij Moralès, +dien hij in de gevangenis te Ciudad-Réal had gezien. "Ah!" riep +hij, "ik herken een van mijn klanten en geef u de verzekering, +dat die jongeman een van de grootste schelmen is in het koninkrijk +Spanje." "Maar mijnheer de commissaris," zei Jéróme de Moyadas, +"het is een bediende van den prins." "Dat kan wel," zei de man van +de wet, "maar ik beoordeel den meester naar den knecht, en zeg u, +dat het twee avonturiers zijn, die u bedrogen hebbn." "Maar," zei de +grijsaard, "al is de knecht een deugniet, daarom behoeft de meester +het toch niet te zijn. Het is niets nieuws een schelm in dienst van +een prins te zien." "Praat toch niet van den prins!" zei de andere, +"Die jongeman is een intrigant en ik neem hem evengoed gevangen als +den ander. Ik zal hun een tête-à-tête verschaffen met den rechter +en ze zullen ondervinden, dat nog niet alle zweepslagen verbruikt +zijn." "Hou op, Mijnheer de Officier," zei de grijsaard, "laten wij +de zaak niet zoo ver drijven. Gijlieden zijt nooit bang fatsoenlijke +menschen te beleedigen. Zou de knecht niet een bedrieger kunnen zijn +en de meester niet? Is het iets nieuws, dat vorsten schelmen in dienst +hebben?" "Wat praat gij toch van vorsten," viel de commissaris hem +in de rede. "Ik arresteer beiden. Gaan ze niet goedschiks meê, dan +heb ik maar te roepen; beneden heb ik twintig gewapende mannen." + +Ik was zeer ontdaan over die woorden en Moralès niet minder. Aan +Jérôme de Moyadas zag ik, dat hij nu aan onze houding begon te +merken, dat wij bedriegers waren. Maar hij was een goed en eerlijk +man, daarom zei hij: "Mijnheer de commissaris, u kunt gelijk heben, +maar uw vermoedens kunnen ook valsch zijn. Laten wij ons daarin +niet verdiepen, maar ik verzoek u, geef dien twee mannen vrijheid +om heen te gaan, waar zij willen; ik vraag u dat, omdat ik groote +verplichtingen aan hen heb." "Indien ik mijn plicht deed, zou ik +hen moeten gevangen nemen, maar ter wille van u, wil ik hen laten +vertrekken," zei de commissaris. "Zie ik hen echter morgen nog hier +in de stad, dan zullen wij zien, wat er met hen gebeurt." + +Toen wij hoorden, dat wij vrij waren, kwamen Moralès en ik weer +eenigszins op ons verhaal. Wij wilden flink van ons afspreken en +verklaren, dat wij zeer betrouwbare personen waren, maar de blikken van +den commissaris doorboorden ons en deden ons zwijgen. Ik weet niet, +waarom sommigen van die lieden macht over ons hebben. Wij moesten +dus Florentine en de bruidschat overlaten aan Pedro de la Membrilla, +die ongetwijfeld de schoonzoon werd van Jérôme de Moyadas. Mijn +kameraad en ik sloegen den weg in naar Truxillo en troosten ons +er mee, dat wij tenminste honderd pistolen bij het avontuur hadden +gewonnen. Tegen den avond kwamen wij in een dorp, maar wij hadden +besloten nog verderop een nachtverblijf te zoeken. Intusschen zagen +wij een hotel, dat er, voor die plaats, goed uitzag. De hotelhouder +en zijn vrouw zaten voor hun deur. Hij was een magere en bejaarde man +en tokkelde op een slechte guitaar, waarnaar zijn vrouw met genoegen +luisterde. "Heeren!" riep hij, "ik raad u aan hier op te houden en +niet verder te gaan, het naaste dorp is nog drie mijl weg en 't is er +niet zoo goed als hier. Gelooft mij, komt mijn huis binnen, ge zult +het goed en goedkoop hebben." Wij lieten ons overhalen en, toen wij +zaten, begonnen wij over verschillende onderwerpen te spreken. De +waard zei ons, dat hij tevens dienaar van den heiligen Hermandad was. + +Ons gesprek werd afgebroken door de aankomst van twaalf of vijftien +ruiters, sommige op muilezels, andere op paarden en gevolgd door wel +dertig muilezels, die met allerlei pakken waren beladen. "Hemel!" riep +de waard, op het gezicht van zooveel menschen, "hoe moet ik die +alle herbergen!" In een oogenblik was het heele dorp vol mannen en +beesten. Er was gelukkig naast het hotel een groote schuur, waar +men de muilezels en de bagage kon opbergen. Maar 't scheen dien +mannen aanvankelijk meer om een goed maal te doen te zijn, dan om +een slaapplaats. De waard, zijn vrouw en de dienstmaagd gingen dus +zoo hard aan het werk als ze konden. + +Moralès en ik keken die heeren eens aan, die, op hun beurt, ons ook +opnamen. Eindelijk raakten wij in gesprek en wij spraken af met elkaar +te soupeeren. Zoo kwamen wij dus met elkaar aan tafel. Er was er een +onder hen, die orders gaf en door de anderen met een zekeren eerbied +werd behandeld. Het gesprek aan tafel liep o.a. over Andalousie en +toen Moralès Sevilla prees, zei de man van wien ik zooeven sprak: +"Mijnheer, ik hoor u vol lof spreken van de plaats, waar ik geboren +ben, dat is te zeggen, in de onmiddellijke nabijheid daarvan, in +Mayrena." "Ik kan u hetzelfde zeggen," zei mijn metgezel, "ik ben +ook van Mayrena en daar ik er iedereen ken, zal ik uw ouders ook +wel kennen. Van wien zijt gij een zoon?" "Van een eerzamen notaris," +zei de vreemdeling, "van Martin Moralès." "Van Martin Moralès!" riep +mijn kameraad met evenveel blijdschap als verrassing, "alle duivels, +dat is een zonderling toeval! Dus zijt ge mijn oudere broer Manuel +Moralès?" "Juist," zei de andere, "en gij zijt Louis, die nog in de +wieg lag, toen ik het ouderlijk huis verliet." De twee broers omhelsden +elkaar en bleven, ook na tafel, nog lang met elkaar zitten praten, +terwijl de anderen dronken en pleizier maakten. + +Na hun lang onderhoud, riep mijn kameraad mij apart en zei: "Al die +mannen zijn bedienden van den graaf de Montanos, die door den koning +benoemd is tot onderkoning van Majorca. Zij gaan met al dat goed naar +Alicante, waar ze zich zullen inschepen. Mijn broer is als intendant +aangesteld en heeft mij voorgesteld hem te vergezellen. Toen ik zei dat +ik bezwaar maakte om u te verlaten, heeft hij mij beloofd u eveneens +een goede betrekking te bezorgen, als ge wilt meegaan. Waarde vriend, +ik raad u aan, dit aanbod niet af te slaan. Laat ons samen naar +Majorca gaan. Indien het er ons bevalt, kunnen wij er blijven en, +zoo niet, dan gaan we naar Spanje terug." + +Ik nam het voorstel gaarne aan. Wij sloten ons bij de andere mannen +aan en verlieten voor zonsopgang het hotel. Spoedig bereikten wij +Alicante, waar ik een guitaar kocht en wij ons van betere kleeren +voorzagen. Ik dacht aan niets anders dan aan het eiland Majorca en +mijn vriend deed hetzelfde. Om de waarheid te zeggen, wilden wij bij +die lieden voor eerlijke menschen doorgaan en geen schelmenstreken +uithalen. Eindelijk scheepten wij ons in en hoopten spoedig op de +plaats van onze bestemming te zijn, maar nauwelijks waren wij uit de +golf van Alicante, of we werden door een hevigen storm overvallen. Ik +zou u hier een mooie beschrijving van den storm kunnen geven, de lucht +in vlammen, het knetteren van den bliksem, het huilen van den wind, de +hooge golven, etc. Maar ik zal dat achterwege laten en alleen zeggen, +dat het een verschrikkelijk onweder was en wij verplicht waren op +het eiland Capri te landen, een eiland, dat vrijwel verlaten is en +waar men een klein fort vindt, bewaakt door vijf of zes man en een +officier, die ons zeer beleefd ontving. + +Daar wij er verscheidene dagen moesten blijven, omdat er veel reparatie +aan de zeilen en het touwwerk was, zochten wij verstrooiing, om de +verveling te verdrijven. Ieder volgde daarbij zijn eigen neiging, +sommigen speelden en ik behoorde tot hen, die veel wandelden. Wij +sprongen op dit ongelijke terrein vaak van rots op rots. Op zekeren +dag werden wij getroffen door een aangename geur en daarop afgaande, +vonden wij, tusschen de rotsen, een plateau, waarop de prachtigste +kamperfoelie groeide. Naar beneden gaande, vonden wij eenige beekjes, +die hun kristalhelder water van de rotsen kregen. Het kostte ons +moeite, om deze plaats te verlaten en wij besloten er den volgenden dag +terug te komen. Wij deelden onze ontdekking aan onze kameraden mee, +maar de commandant van het fort raadde ons aan er niet meer heen te +gaan. "Waarom niet?" vroeg ik. "Is daar dan iets te vreezen?" "Zeker," +antwoordde hij. "De zeeroovers van Algiers en Tripolis komen daar +soms, om water in te nemen en bij een van die gelegenheden hebben +ze twee van mijn soldaten overvallen en als slaven meegevoerd." Hoe +ernstig de officier ook sprak, wij dachten, dat het maar gekheid was +en den volgenden dag ging ik er, met drie anderen, weer heen. Wij +waren zonder vuurwapenen en mijn vriend Moralès was niet meegegaan; +hij hield, evenals zijn broer, er meer van om kaart te spelen. + +Wij hadden een paar flesschen wijn meegenomen en koelden die eerst +in het heerlijke water af. Daarna dronken wij en ik speelde wat op +mijn guitaar. Terwijl wij ons zoo aangenaam bezig hielden, zagen +wij plotseling, op de rotsen, verscheidene mannen komen, die lange +baarden en snorren hadden, een tulband droegen en op Turksche wijze +gekleed waren. Wij dachten eerst, dat het onze mannen waren, die een +aardigheid wilden hebben en ons bang maken, maar spoedig werden wij +ontgoocheld. "Geeft u over, honden," riep een van hen, "of ge zult +allen sterven!" Men dreigde ons met karabijnen en zou ons bij den +geringsten weerstand hebben neergeschoten, Wij verkozen de slavernij +boven den dood, gaven gewillig onze degens over en werden geketend +naar een schip gevoerd, dat daar dichtbij lag en met volle zeilen +koers zette naar Algiers, + +Zóó werden wij er dus voor gestraft, dat we geen gehoor hadden gegeven +aan de waarschuwing van den officier. Het eerste wat de aanvoerder +van de zeeroovers deed, was ons te fouilleeren en ons alles te +ontnemen, wat wij aan geldswaarde bij ons hadden. Een goede vangst +voor hem! De twee honderd pistolen van de jongelieden uit Plasencia, +de honderd, die Moralès had ontvangen van Jérôme de Moadas en welke +ik ongelukkigerwijze ook bij mij droeg, alles werd zonder genade buit +gemaakt. Om ons te plagen, dronken de zeeroovers de flesschen wijn, +welke wij hadden meegenomen, op onze gezondheid uit. + +Mijn metgezellen, die zich hadden voorgesteld op Majorca een aangenaam +leven te gaan leiden, waren zeer gedrukt. Ik voor mij besloot mijn lot +gelaten te dragen, kreeg spoedig mijn opgewektheid terug en dat beviel +den aanvoerder. Hij zei: "Jongeman, je manier van doen bevalt mij, +'t is beter zich te schikken, dan om te zuchten. Ge draagt een guitaar, +speel daar eens een stukje op." Mijn armen werden losgemaakt en daar ik +goed thuis was op mijn instrument en ook een goede stem had, voldeed +het zeer, wat ik ten gehoore bracht. Het bleek mij, dat de Turken, op +het gebied van muziek althans, smaak hadden. De hoofdman fluisterde +mij in het oor, dat ik het als slaaf niet slecht zou hebben en dat, +met mijn talenten, mijn gevangenschap zeer goed te dragen zou zijn. + +Die woorden deden mij wel eenig genoegen, maar zeer rooskleurig zag +ik mijn toekomst toch niet in. Toen wij de haven van Algiers naderden, +zagen wij een groot aantal menschen en wij waren nog niet ontscheept, +of ze begonnen luide vreugdekreten te uiten. Daarbij voegden zich +trompetten, Moorsche fluiten en andere in dat land gebruikelijke +instrumenten. Het geheel was een symphonie, die meer luidruchtig dan +welluidend was. De oorzaak van die vreugde was een valsch gerucht, dat +men in de stad verspreid had. Men had namelijk verteld, dat Méhémet +(zoo heette onze zeeroover) omgekomen was bij den aanval van een +schip uit Genua en nu bereidden hem zijn bloedverwanten en vrienden +zulk een feestelijke ontvangst. + +Nauwelijks hadden wij voet aan wal gezet, of men geleidde mijn +kameraden en mij naar het paleis van den pacha Soliman, waar een +Christen-schrijver ons elk afzonderlijk ondervroeg naar onzen naam, +ons vaderland, onzen godsdienst en onze bekwaamheden. Toen Méhémet mij +aan den pacha toonde, prees hij mijn stem en zei hij, dat ik daarbij +verrukkelijk op de guitaar speelde. Soliman besloot mij voor zijn +dienst in den harem te bestemmen; de anderen werden naar de markt +gebracht, om daar volgens gewoonte, aan den meestbiedende te worden +verkocht. Wat Méhémet mij op het schip voorspeld had, werd bewaarheid, +ik had een gelukkig lot. Soliman bracht mij samen met vijf of zes +slaven van goede afkomst, die weder ingekocht zouden worden en aan +wien men geen zwaar werk gaf, het verzorgen van de oranjeboomen en +het begieten van de bloemen. + +De Pacha was een flink gebouwd man van veertig jaar en voor een +Turk zeer beleefd. Voor favorite had hij een vrouw uit Cachemir, +die, door haar geest en schoonheid een bijna onbeperkte macht over +hem had. Hij beminde haar tot verafgoding toe. Iederen dag bijna gaf +hij voor haar een feest, nu eens een concert, dan weer een comedie, +op Turksche wijs, d.w.z, drama's in verzen, waarin de kuischheid en de +zedigheid niet meer geëerbiedigd worden dan de regels van Aristoteles. + +De favorite heette Farrukhnar [6]. Ze was een hartstochtelijk +liefhebster van het tooneel en voerde dikwijls met hare vrouwen +Arabische stukken voor den pacha op. Zij bekoorde dan steeds +de toeschouwers door haar gratie en de levendigheid van haar +voordracht. Op een dag, dat ik, tijdens een voorstelling, onder de +muzikanten zat, beval Soliman mij op mijn guitaar te spelen en in +een entr'acte alleen te zingen. Ik had het geluk Soliman te behagen; +hij applaudiseerde, niet alleen door in de handen te klappen, maar +ook met luide stem en het scheen mij, dat de favorite mij met een +welwillend oog aanzag. + +Den volgenden morgen, toen ik in de tuinen de bloemen begoot, ging er +een eunuch voorbij, die, zonder iets te zeggen, een brief voor mijn +voeten liet vallen. Ik raapte hem op, met een mengeling van genoegen +en vrees. Om niet gezien te kunnen worden door de vensters van het +serail, verschuilde ik mij achter een broeikast en opende daar den +brief. Ik vond er een diamant in van groote waarde en de volgende +woorden in goed Spaansch: + + + "Jonge Christen! Dank den hemel voor uw gevangenschap. De + liefde en de fortuin zullen die gelukkig voor u maken: de + liefde, wanneer gij gevoelig zijt voor de bekoorlijkheden + van een schoone vrouw en de fortuin, indien gij den moed hebt + alle gevaren te trotseeren." + + +Ik twijfelde er geen oogenblik aan, of de brief kwam van de favorite; +de stijl en de diamant zeiden mij dat. Behalve, dat ik van natuur +niet beschroomd ben, deden de ijdelheid, om op een goeden voet te +zijn met de maitresse van een grooten heer en meer nog de hoop, +om van haar meer dan vier keer het bedrag van mijn losprijs te +krijgen, mij besluiten dit avontuur te wagen, welke gevaren er ook +aan verbonden zouden zijn. Ik ging voort met mijn werk, de middelen +bepeinzend, waardoor ik in de vertrekken van Farrukhnar zou kunnen +doordringen, of liever gezegd in afwachting, dat ze mij daartoe den +weg zou openen, want ik begreep wel, dat ze het niet bij dien brief +zou laten en dat zij meer dan de helft van de moeite zou doen. Ik +werd niet bedrogen. Dezelfde eunuch kwam, na een uur, terug en zei: +"Christen, ge hebt tijd gehad om na te denken; hebt gij den moed +mij te volgen?" Ik antwoordde van ja. "Welnu!" hernam hij, "de Hemel +behoede u! Morgenochtend zult ge mij zien. Houd u dan gereed om u te +laten leiden." Met die woorden vertrok hij. Den volgenden dag zag ik +hem 's morgens om acht uur. Hij gaf mij een wenk om bij hem te komen +en leidde mij in een zaal, waar hij met een anderen eunuch een rol +linnen van groote afmeting bracht, bestemd als decoratie voor een +Arabisch stuk, dat de sultane voor den pacha instudeerde. + +De twee eunuchen, die zagen, dat ik bereid was om alles te doen, +wat men wilde, verloren geen tijd; ze rolden mij in het linnen, op +gevaar af van mij te laten stikken, vatten het ieder aan een eind en +namen mij op. Toen zij het weer afrolden, was ik in de slaapkamer van +de favorite, die in lachen uitbarstte, toen ze mij te voorschijn zag +komen. Hoe stoutmoedig ik ook van natuur was, toch was ik niet geheel +zonder vrees, toen ik mij daar zoo opeens gebracht zag in het geheime +vertrek van de vrouwen. De schoone dame scheen dat te merken en zei: +"Jongeman, ge hebt niets te vreezen. Soliman is naar zijn landgoed, +hij zal daar den geheelen dag blijven en dus kunnen wij ons vrij met +elkaar onderhouden." + +Die woorden stelden mij gerust en ik was dadelijk weer geheel op mijn +gemak. "Ik voelde mij dadelijk tot u aangetrokken," vervolgde zij, +"en ik zal de hardheid van uw slavernij verzachten. Ik geloof, dat gij +de gevoelens, welke ik voor u opgevat heb, waardig zijt. Hoewel ge de +kleederen van een slaaf draagt, hebt ge een edel en galant uiterlijk, +dat mij zegt, dat ge geen persoon uit het gewone volk zijt. Spreek +openhartig met mij en zeg me wie ge zijt. Er zijn wel gevangenen, +die hun hooge afkomst verbergen, omdat ze denken dan goedkooper weder +vrijgekocht te kunnen worden, maar bij mij behoeft ge niets voor te +wenden; die voorzorg zou ik zelfs als een beleediging beschouwen, want +ik beloof u de vrijheid." Ik zei, dat ze goed gezien had en dat ik de +zoon was van een grande van Spanje. Misschien sprak ik de waarheid +wel; zij althans geloofde het, drukte er hare vreugde over uit, +dat haar oogen haar niet hadden bedrogen en gaf mij de verzekering, +dat wij dikwijls zouden samen zijn. Zelden heb ik een aardiger vrouw +ontmoet. Ze sprak verschillende talen en het Spaansch zeer goed. Toen +ze meende, dat het tijd was om te scheiden, kroop ik op haar bevel +in een groote teenen mand, ze bedekte mij met stukken zijde, die ze +zelf bewerkt had en riep de twee slaven weer, die mij wegbrachten, +als een cadeau, dat de favorite aan den pacha zendt en dat heilig is +voor ieder. + +Wij vonden nog andere gelegenheden om elkaar te spreken en spoedig +boezemde deze bekoorlijke vrouw mij een even groote liefde in, als zij +voor mij had. Onze verstandhouding bleef zes maanden geheim, hoewel +het zeer moeilijk is, om, in een harem, zooiets lang verborgen te +houden. Op een goeden dag keerde de fortuin ons den rug toe. Ik was +binnengesmokkeld in een draak, die in een comediestuk moest worden +gebruikt, toen Soliman, die, naar ik meende uit de stad was, zoo +plotseling naar haar kamer kwam, dat de oude vertrouwde slavin, die +altijd op wacht stond, nauwelijks tijd vond om ons te waarschuwen. Ik +had nog minder den tijd om mij te verbergen. + +Het eerste wat de pacha zag, was ik; hij scheen zeer verwonderd en +zijn oogen flikkerden van toorn. Ik beschouwde mijzelf als iemand +wiens laatste oogenblik is aangebroken. Wat Farrukhnar betreft, ook +zij was zeer verschrikt, maar inplaats van haar schuld te bekennen en +vergiffenis te vragen, zei ze: "Heer, verwaardig u mij aan te hooren, +voor ge uw vonnis uitspreekt. De schijn is tegen mij: ik beken, dat ik +dien jongen gevangene bij mij heb laten brengen, op de wijze alsof ik +een geliefde ontving en toch ben ik u in geen enkel opzicht ontrouw +geworden, de groote profeet is mijn getuige. Ik heb getracht dezen +christen-slaaf afvallig te maken en hem over te halen de geloovigen te +volgen. Zooals ik wel verwachtte, heb ik tegenstand bij hem gevonden, +maar ik heb dien overwonnen en hij heeft zich bereid verklaard onzen +godsdienst te omhelzen en Mahomedaan te willen worden." + +Ik voelde wel, dat ik eigenlijk verplicht was om dit tegen te spreken, +maar, bevende voor het lot van de vrouw, die mij beminde en voor +dat van mijzelf, zweeg ik en de pacha leidde daaruit af, dat zij de +waarheid had gesproken. "Ik wil gelooven," zei hij, "dat ge mij niet +bedrogen hebt en dat de lust om een werk te doen, dat welgevallig +is in de oogen van den profeet, u tot deze onvoorzichtigheid heeft +geleid. Ik vergeef u die, mits deze jonge gevangene dadelijk den +tulband aanneemt." Er werd een Mohammedaansch priester geroepen en men +kleedde mij als een Turk. Ik liet alles toe, zonder mij te verzetten. + +Na deze ceremonie verliet ik het serail, om onder den naam Sidy Hally +een betrekking te gaan vervullen, die Soliman mij had gegeven. Ik +zag de favorite niet weer, maar een van haar eunuchen kwam mij op +zekeren dag bezoeken. Hij gaf mij edelsteenen ter waarde van een paar +duizend gouden dukaten en een brief, waarin de sultane mij bedankte +voor mijn edelmoedigheid. Door Mohammedaan te worden, had ik haar +het leven gered. Door haar invloed kreeg ik ook spoedig een betere +betrekking en in minder dan zes jaar was ik een der rijkste mannen +van de stad Algiers. + +Ge kunt u wel voorstellen welke grimassen ik trok, als ik deelnam aan +de gebeden van de Muzelmannen in hunne moskeeën en aan de andere +ceremoniën, welke hun godsdienst voorschrijft. Gaarne wilde ik +weer tot onze oude kerk terugkeeren en daarom stelde ik mij voor, +met de rijkdommen, welke ik verzameld had, naar Spanje of Italië te +gaan. In afwachting daarvan, maakte ik mij het leven zoo aangenaam +mogelijk. Ik woonde in een mooi huis, had prachtige tuinen, een +groot aantal slaven en in mijn harem had ik zeer mooie vrouwen. Wat +het gebruik van wijn betreft, dit is aan Mohammedanen verboden, +maar de meesten drinken dien in het geheim. Ik dronk zooveel als +ik lustte, zooals alle afvalligen doen. Met twee bekenden zat ik +dikwijls 's avonds en 's nachts aan tafel. De een was een jood en de +andere een Arabier. Ik was zeer familiaar met hen, daar ik meende, +dat het eerlijke menschen waren. Op een avond noodigde ik hen uit, +om bij mij te soupeeren. Er was dien dag een hond van mij gestorven, +waaraan ik zeer gehecht was. Wij wieschten het lichaam en bestelden het +ter aarde met alle ceremoniën, die bij de begrafenis van een geloovig +Mohammedaan worden in acht genomen. Het gebeurde niet zoozeer om met +den godsdienst te spotten, dan wel om ons, in een roes, te vermaken. + +Maar die grap kwam mij duur te staan, zooals gij zult hooren. Den +volgenden dag kwam er een man bij mij, die me zei: "Mijnheer Sidy +Hally, een gewichtige zaak voert mij tot u. Mijnheer de kadi wenscht +u te spreken, wees zoo goed dadelijk bij hem te komen." "Zeg mij als +'t u belieft wat hij van mij wil?" vroeg ik. "Dat zal hij u zelf wel +zeggen," kreeg ik ten antwoord. "Het eenige dat ik u zeggen kan is, +dat een Arabische koopman, die gisterenavond bij u gesoupeerd heeft, +hem eenige mededeelingen heeft gedaan omtrent de begrafenis van een +hond. Gij moet daarom vandaag bij hem verschijnen anders zult ge +gerechtelijk vervolgd worden," Toen hij weg was, dacht ik over die +sommatie na. Waarom zou die Arabier mij dat geleverd hebben? Hij had in +het geheel geen redenen, om zich over mij te beklagen. Den kadi kende +ik als een man, streng voor het oog, maar in werkelijkheid niet zeer +nauwgezet en voor alles een vrek. Ik deed tweehonderd goudstukken in +een beurs en ging den rechter opzoeken. Hij liet mij in zijn kabinet +komen en zei met een barsch gezicht: "Gij zijt een goddelooze, een +heiligschenner, een verschrikkelijke man! Gij hebt een hond begraven +als een Muzelman! Welk een profane handelwijze! Respecteert gij dan +onze heiligste ceremoniën niet? En zijt ge alleen Mahomedaan geworden +om onze godsdienstige gebruiken te bespotten?" "Mijnheer de kadi", +antwoordde ik, "de Arabier, die u mededeeling gedaan heeft van het +gebeurde, die valsche vriend, is medeplichtig aan mijn misdaad, +indien het er althans een is, om eer te bewijzen aan de stoffelijke +overblijfselen van een trouw dier, dat duizende goede hoedanigheden +bezat, dat veel hield van verdienstelijke mannen en zelfs stervende +hun nog bewijzen van zijn vriendschap heeft willen geven. Het heeft +een testament gemaakt, waarvan ik exécuteur ben. Aan den een zijn +twintig kronen vermaakt, den ander dertig en ook u, mijnheer de kadi +heeft hij niet vergeten, hier zijn tweehonderd goudstukken, die hij +mij opgedragen heeft u ter hand te stellen. Dit zeggende, haalde ik +mijn beurs te voorschijn. De kadi had onder het gesprek zijn streng +uiterlijk verloren; hij kon niet nalaten om te lachen en, daar wij +alleen waren, stak hij de beurs in zijn zak. "U kunt gaan, mijnheer +Sidy Hally," zei hij "en gij hebt goed gedaan door de laatste eer te +bewijzen aan een dier, dat eerlijke menschen zoo wist te respecteeren." + +Zoo liep de zaak af en als ze mij niet wijzer maakte, ik werd er +althans minder goed van vertrouwen door. Ik noodigde den Arabier niet +meer bij mij uit en den jood ook niet. 's Avonds dronk ik nu dikwijls +met een jongeman uit Livorno, die Azarini heette en mijn slaaf was. Ik +was over het algemeen zeer goed voor mijn slaven en deed niet als +andere afvalligen, die hun christenslaven slechter behandelden dan +de Turken zelf, zoodat velen niet eens naar de vrijheid verlangden, +hoe aantrekkelijk die ook is voor menschen in slavernij. + +Op zekeren dag keerden de schepen van den pacha terug met een goede +vangst. Meer dan honderd slaven brachten ze mee van beide geslachten, +opgelicht aan de kusten van Spanje, Soliman hield er maar een klein +gedeelte van, de overigen werden verkocht. Ik ging naar de markt +en kocht een Spaansch meisje van tien of twaalf jaar. Ze weende +onophoudelijk en was wanhopig. Ik zei haar in het Spaansch, dat +ze gerust moest zijn want dat ze een humanen meester zou krijgen, +hoewel hij een tulband droeg. Het kleine meisje was zoo vervuld +met haar verdriet, dat ze mij niet hoorde. Ze deed niets als +zuchten, klagen over haar lot en nu en dan riep zij aandoenlijk: +"O, moeder! waarom wil men ons scheiden!" en keek daarbij naar een +vrouw van vijf en veertig of vijftig jaar, die in stilte wachtte tot +zij verkocht zou worden. "Is dat uw moeder?" vroeg ik. Ze knikte en +ik zei: "Welnu, ge kunt bij elkaar blijven," Ik naderde de vrouw, +om over haar te onderhandelen. Ik had haar gezicht nog niet gezien, +of ik herkende, tot mijn groote aandoening, de trekken van Lucinde, +"Gerechte hemel," zei ik bij mijzelf, "dat is mijn moeder, ik kan er +niet aan twijfelen!" Zij herkende mij niet. Na haar gekocht te hebben, +bracht ik haar met haar dochter naar mijn huis, waar ik het genoegen +hebben wilde haar te zeggen, wie ik was. + +"Mevrouw," zei ik tegen Lucinde, "hoe is het mogelijk, dat mijn +gezicht u niet treft. Ben ik door mijn tulband en mijn knevel zoo +veranderd, dat ge uw zoon Raphaël niet herkent?" Mijn moeder beefde +bij die woorden, keek mij goed aan en wij omhelsden elkaar teeder. Ik +omhelsde ook het meisje, dat wel even weinig geweten zal hebben, +dat ze een broer had, als ik wist, dat ik een zuster bezat. "Beken +maar," zei ik tegen mijn moeder, "dat ge in al uw comedie-stukken +nooit een herkennings-scène hebt meegemaakt, die zoo treffend was als +deze." "Mijn zoon," antwoordde zij zuchtend, "ik ben zeer blij u weer +te vinden, maar er mengt zich smart in mijn vreugde. Helaas, hoe moet +ik u weerzien! Mijn slavernij doet mij duizendmaal minder verdriet +dan deze verfoeilijke kleeding...." "Wel mevrouw," viel ik haar in +de rede, "ik bewonder uw fijngevoeligheid; ik mag die wel zien in een +actrice. Maar ge zijt wel veranderd, dat mijn gedaanteverwisseling u +zoo treft; inplaats van zoo vertoornd te zijn op mijn tulband, moet ge +mij maar beschouwen als een acteur, die een rol vervult in een Turksch +stuk. Ik ben even weinig Muzelman als ik het in Spanje zou zijn en +hecht nog altijd aan mijn godsdienst; als ge alle avonturen weet, +die mij in dit land overkomen zijn, zult ge mij verontschuldigen. De +liefde is oorzaak van mijn misdaad; ik heb aan dien god geofferd en +lijk in dat opzicht een weinig op u. Maar het zal u misschien genoegen +doen te vernemen, dat wij hier rijk en in overvloed kunnen leven, +tot zich de gelegenheid zal aanbieden, om veilig naar Spanje terug +te keeren. Herinner u het spreekwoord: "er is altijd een geluk bij +een ongeluk". "Mijn zoon," zei Lucinde, "daar ge van plan zijt naar +uw vaderland terug te keeren en het mohamedanisme af te zweren, ben +ik heelemaal getroost. Dank zij den Hemel, zal ik uw zuster Beatrix +veilig en wel naar Spanje kunnen terug brengen." "Ja mevrouw," riep ik +uit, "dat kunt ge. Wij zullen alle drie terugkeeren naar onze overige +familie, want ge zult in Spanje zeker nog wel andere bewijzen van uw +vruchtbaarheid hebben?" "Neen," zei mijn moeder, "ik heb maar twee +kinderen en Beatrix is uit een wettig huwelijk geboren." "En waarom," +vroeg ik, "hebt ge mijn kleine zuster dat voordeel geschonken boven +mij? Hoe hebt ge er toe kunnen besluiten om te trouwen? Ik heb u in +mijn jeugd wel honderd maal hooren zeggen, dat ge het van een mooie +vrouw onvergeeflijk vond om te huwen." "Andere tijden, andere zorgen, +mijn zoon, de sterkste man verandert wel eens en zou dan een vrouw het +niet doen? Ik zal u," vervolgde zij, "mijn geschiedenis vertellen van +uw vertrek uit Madrid af." Daarna deed ze mij het volgende verhaal, +dat ik nooit zal vergeten en dat ik u niet wil onthouden. + +"Het is nu," zoo begon zij, "ongeveer dertien jaar geleden, dat +ge den jongen Léganez verliet. Omstreeks dien tijd zei de hertog de +Medina Céli mij, dat hij een avond alleen met mij wilde soupeeren. Hij +bepaalde den dag, hij kwam en ik beviel hem. Hij verzocht mij, om mij +niet meer in te laten met andere heeren, indien ik dat soms deed. Ik +beloofde het hem, in de hoop, dat hij het goed met mij zou maken. Daar +ontbrak het niet aan, den volgenden dag reeds ontving ik prachtige +cadeaux, die door vele andere werden gevolgd. Hoewel ik vreesde, +dat ik hem niet lang zou kunnen boeien, daar hij met andere schoone +vrouwen altijd spoedig had gebroken, scheen hij steeds nieuw genoegen +in mijn gezelschap te vinden. + +Het was reeds drie maanden, dat hij mij beminde en ik had alle hoop, +dat zijn liefde nog wel van langeren duur zou zijn, toen ik op zekeren +dag een uitnoodiging ontving van een vriendin, om mee te gaan naar +een concert, waar de hertog en zijn vrouw ook waren. Toevallig kwamen +wij dicht bij hen te zitten. De hertogin liet mij door een dame uit +haar gevolg verzoeken, mij onmiddellijk te verwijderen. Ik gaf een +brutaal antwoord terug en de hertogin beklaagde zich bij haar man, die +zelf bij me kwam en zei: "Ga weg Lucinde; wanneer groote heeren zich +hechten aan wezentjes zooals gij, dan moeten zij toch niet vergeten, +dat, al beminnen wij haar meer dan onze vrouwen, wij de laatsten +toch meer eeren en ge stelt u aan een onaangename behandeling bloot, +indien ge het waagt u met haar op één lijn te stellen." + +Gelukkig sprak de hertog zoo zacht, dat hij door anderen niet gehoord +werd. Beschaamd verliet ik de zaal en ik weende van spijt over deze +beleediging. Tot overmaat van smart wisten denzelfden avond al de +acteurs en actrices bij ons reeds, wat er was gebeurd. Men zou zeggen, +dat er onder die lieden altijd een demon is, die er behagen in schept +het ongeluk van anderen ruchtbaar te maken. Den hertog de Médina-Céli +zag ik niet weer en ik hoorde eenige dagen later, dat een zangeres +hem veroverd had. + +Wanneer een dame van het tooneel het geluk heeft in den smaak te +vallen, ontbreekt het haar nooit aan minnaars en de liefde van een +groot heer, al duurt die ook maar drie dagen, geeft haar nieuwe +waarde. Dus zag ik mij omringd door aanbidders, zoodra het in Madrid +bekend werd, dat de hertog mij niet meer bezocht. Onder hen was er een, +die mij met volharding het hof maakte. Hij zag er niet zeer beminnelijk +uit, het was een dikke Duitscher, die tot het gevolg van den hertog +d'Ossune behoorde; maar hij had in den dienst van zijn meester duizend +pistolen weten bijeen te brengen en besteedde die om mij attenties te +bewijzen. Hij heette Brutendorf. Zoolang hij veel geld voor mij uitgaf, +ontving ik hem vriendelijk, toen het op was, bleef mijn deur voor +hem gesloten. Dat verbitterde hem zeer, hij kwam in den schouwburg, +terwijl de voorstelling aan den gang was en kwam bij mij, achter +de coulissen, waar hij mij heftige verwijten deed; ik lachte hem in +zijn gezicht uit en hij gaf mij een slag in het gezicht. Ik uitte een +kreet, welke stoornis veroorzaakte op het tooneel en wilde mij bij +den hertog, die met zijn vrouw in den schouwburg was, beklagen over +deze Germaansche manieren van dien heer uit zijn gevolg. De hertog +gelastte, dat de voorstelling zou worden vervolgd en dat hij daarna +de partijen zou hooren. Later kwam ik dus bij hem, om op levendige +wijze mededeeling te doen van den ondervonden smaad. Wat den Duitscher +betreft, hij had slechts enkele woorden te zeggen, niet van berouw, +maar om te verklaren, dat hij lust had om weer te beginnen. De +hertog zei daarop tegen den Duitscher: "Brutendorf, ik ontsla u, +niet omdat ge een actrice een slag in het gezicht hebt gegeven, maar +omdat ge weinig eerbied betoond hebt voor uw meester, door in zijn +tegenwoordigheid en die van de hertogin de voorstelling te verstoren." + +Die uitspraak verbitterde mij zeer. De Duitscher werd dus niet +weggejaagd, omdat hij mij beleedigd had. Ik had mij verbeeld, dat +een dergelijke beleediging van een actrice even streng gestraft zou +worden als majesteitsschennis. Daardoor ervaarde ik, dat de groote +wereld de acteurs niet verward met de rollen, welke zij op het tooneel +vervullen. Ik kreeg een afkeer van het theater en besloot Madrid te +verlaten. Als woonplaats koos ik Valencia en ik ging er incognito +heen, met een waarde van twintig duizend ducaten, welke ik bezat +aan geld en edelgesteente. Ik meende, dat die som voldoende was om +de rest van mijn dagen een ingetogen leven te leiden. Te Valencia +huurde ik een klein huis en nam voor mijn bediening een vrouw en +een page, die mij niet kenden. Ik gaf mij uit voor de weduwe van een +officier, had weinig conversatie en leidde een zoo geregeld leven, +dat niemand in mij een gewezen actrice vermoedde. Maar hoe stil ik +ook leefde, ik trok de aandacht van een edelman, die een kasteel had, +dicht bij Paterna. Hij was een knappe man van omstreeks veertig jaar, +maar had veel schulden, wat even dikwijls in Valencia als in andere +plaatsen voorkomt. Daar ik hem beviel en hij vernomen had, dat ik +vermogend was, verklaarde hij zich, bekoord door mijn schoonheid en +deugd, bereid mij voor het altaar te geleiden. Ik vroeg drie dagen +bedenktijd. Daar ik veel goeds van hem hoorde, besloot ik, hoewel de +staat van zijn vermogen mij niet onbekend was, hem mijn hand te reiken. + +Don Manuel de Xerica, zoo heette mijn echtgenoot, bracht mij op +zijn kasteel, dat zeer antiek was en waarop hij niet weinig trotsch +was. Hij beweerde, dat een van zijn voorvaderen het had laten bouwen +en leidde daaruit af, dat er geen ouder huis in Spanje was. Hoeveel +reden hij ook had om trotsch te zijn op zijn bezitting, deze geleek +op sommige plaatsen wel op een ruïne. De helft van mijn geld werd +gebruikt om het gebouw te herstellen en de andere helft diende ons +om een schitterenden staat te voeren. Zoo werd ik dus een dame van +een kasteel. Welk een verandering! Maar ik was een te goede actrice +om niet schitterend mijn rang en stand op te houden. Ik deed zeer +voornaam en in het dorp geloofde men, dat ik het was. Wat zouden ze een +pleizier gehad hebben als ze geweten hadden, wie ik werkelijk was! De +edellieden uit de omgeving zouden mij beleedigd en vernederd hebben +en de boerenbevolking zou veel aan eerbied voor mij hebben verloren. + +Er verliepen zes jaar, waarin ik zeer gelukkig met don Manuel +leefde. Toen stierf hij, mij mijn zaken in een zeer ontredderden +toestand en uw zuster Beatrix nalatende, die toen vier jaar +was. Onze eenige bezitting was het kasteel en wij hadden verscheidene +schuldeischers, waarvan de groote Bernard Astuto [7] heette. Hij +deed zijn naam alle eer aan en daar hij procureur was, begon hij +ons dadelijk te vervolgen met al de kennis van iemand, die gewoon is +om processen te voeren. In een onderhoud, dat ik met hem over deze +zaken had, scheen ik hem te bekoren. Ik deed mijn uiterste best om +zijn neiging aan te wakkeren en al spoedig zei me deze papierkrabber: +"Mevrouw, ik ben altijd zoo door mijn vak in beslag genomen geweest, +dat ik van liefde en galanterie niets afweet, maar indien u met mij +wilt huwen, zal ik alle stukken voor het proces verbranden, en uw +andere schuldeischers tevreden stellen. Gij zult dan de inkomsten van +uw goed hebben en uw dochter den eigendom." Het belang van Beatrix +en van mij veroorloofde mij niet te twijfelen, ik nam zijn voorstel +aan. De procureur hield zijn belofte, het kasteel was ons verzekerd +en dit was misschien de eerste maal in zijn leven, dat deze man de +belangen van een weduwe en een wees had gediend. + +Ik werd dus procureursvrouw, zonder echter op te houden de Vrouwe van +het dorp te zijn, maar mijn huwelijk vernederde mij in de oogen van den +adel van Valencia. De aanzienlijke dames meenden, dat ik beneden mijn +stand was getrouwd en wilden geen conversatie meer met mij hebben. In +den aanvang hinderde mij dat zeer, maar spoedig troostte ik mij en werd +opgenomen in de kringen, waarin de vrouwen van de collega's van mijn +man gewoon waren zich te bewegen. Ik maakte kennis met een griffiers- +en twee procureursvrouwen, die een goed karakter hadden. Er was in +haar manieren iets belachelijks, waarmee ik mij zeer vermaakte. Deze +vrouwtjes vonden zichzelf heel bijzonder. Helaas, dacht ik dikwijls, +als ik hen zag, zoo is de wereld. Iedereen denkt, dat hij meer +is dan zijn buurman. Ik dacht vroeger, dat alleen de actrices zoo +waren. Ik wilde, dat men deze burgerdames dwong de portretten van +hun voorouders te bewaren. Op mijn woord, ze zouden ze niet in het +volle licht ophangen. + +Na vier jaren werd Bernard Astuto ziek en stierf hij, zonder kinderen +na te laten. Met het landgoed en het vermogen, dat hij mij naliet, +was ik nu een rijke weduwe. Op dat gerucht kwam een Siciliaansche +edelman, genaamd Colifichini, af. Hij was nog geen vijfentwintig jaar, +welgemaakt, hoewel klein en ik moet bekennen, dat ik na het eerste +onderhoud, dat ik met hem had, al smoorlijk verliefd op hem werd. Het +liefst zouden wij maar dadelijk getrouwd zijn; dat kon echter niet, +omdat de procureur pas dood was. Hoewel ik bijna tweemaal zoo oud was +en de arme jongen zeer slecht bij kas, trouwden we toch spoedig en wij +leefden bijna twee jaar op mijn kasteel, meer als een paar beminden, +dan als getrouwde menschen. Ons geluk duurde helaas niet lang, een +longontsteking nam mijn besten Colifichini weg." + +Hier viel ik mijn moeder in de rede. "Maar stierf uw derde man +dan ook al? Het moet een gevaarlijk werk geweest zijn om met u te +trouwen!" "Wat zal ik u zeggen, mijn zoon," antwoordde ze mij. "Kan +ik de dagen verlengen, die de Hemel heeft geteld? Twee van mijn +echtgenooten heb ik oprecht betreurd, den procureur niet, daar ik hem +slechts uit eigenbelang had gehuwd. Maar, om op Colifichini terug te +komen, hij had nog een kleine bezitting bij Palermo, die ik erfde. Ik +wilde die zelf gaan bezichtigen en scheepte mij met mijn dochter in +naar Sicilië. Wij werden overvallen door de schepen van den pacha +van Algiers en zeer gelukkig voor ons, heeft men ons naar de plaats +gebracht, waar we door u werden gevonden." + +Zoo luidde de geschiedenis van mijn moeder. Ik gaf haar de mooiste +kamers van mijn huis en de vrijheid om te leven, zooals ze wilde, +wat haar zeer naar den zin was. Ze had het zich echter zoo tot een +gewoonte gemaakt om te beminnen, dat ze niet buiten een minnaar of een +man kon leven. Weldra trok een Griek, die Mohamedaan was geworden, +Hally Pégelin, een bezoeker van ons huis, haar aandacht. Zij vatte +voor hem nog meer liefde op, dan ze ooit voor Colifichini had gehad +en daar ze er geroutineerd in was, om de mannen te behagen, vond ze +ook het geheim om dezen Griek te bekoren. Ik deed alsof ik van die +verstandhouding niets merkte en dacht aan niets anders, dan om naar +Spanje terug te gaan. De pacha had mij al toegestaan om een schip te +bemannen, om daarmee op zeeroof te gaan. Die zaak hield mij druk bezig +en acht dagen voor ik klaar was, zei ik tegen mijn moeder, dat wij +spoedig op reis zouden gaan en de plaats verlaten, welke zij verfoeide. + +Mijn moeder verbleekte bij die woorden en zweeg. Ik was daardoor zeer +onaangenaam getroffen. "Wat zie ik?" riep ik uit. "Hoe komt het, dat +ge zulk een verschrikt gezicht zet? Het schijnt wel, dat ge bedroefd +zijt inplaats van verheugd. Verlangt ge er dan niet naar, om weer +naar Spanje terug te keeren?" "Neen, mijn zoon," antwoorde ze mij, +"ik heb daar te veel verdriet gehad." "Wat een verandering!" riep +ik uit. "Toen u hier in de stad kwam, was alles verfoeielijk, maar +Hally Pégelin heeft uw stemming veranderd." "Ik ontken niet," zei +ze, "dat ik hem bemin en tot mijn vierden man wil maken." "Wat een +plan!" riep ik met schrik, "u, een Muzelman trouwen! Vergeet ge dan, +dat ge een christin zijt, of liever, zijt ge dat tot nu toe alleen +maar in naam geweest?" + +Wat ik ook deed, om haar van haar voornemen af te brengen, het was +nutteloos; haar besluit stond vast. Ze bepaalde zich daartoe niet, +ze wilde ook Béatrix meenemen. Ik verzette mij daartegen. "Maar +ongelukkige, als niets u zelf van een onzinnige daad kan terughouden, +sleep dan toch in geen geval een jong onschuldig wezen mee!" Lucinde +ging weg en ik meende, dat een laatste straal van gezond verstand haar +brein had verlicht. Wat kende ik mijn moeder slecht! Een paar dagen +later zei een van mijn slaven mij, dat ik voorzichtig zijn moest en +dat een gevangene van Pégelin hem in vertrouwen mededeelingen had +gedaan, waarvan ik profijt kon trekken. + +"Uw moeder is veranderd van godsdienst en, om zich op u te wreken, +dat ge Béatrix niet hebt willen afstaan, heeft zij het plan gevormd, +om den pacha van uw voorgenomen vlucht in kennis te stellen." Ik +twijfelde er geen oogenblik aan, of Lucinde was er de vrouw naar, +om te doen, wat de slaaf zei. Ik had tijd genoeg gehad om haar te +leeren kennen en ik had gezien, dat zij, door het spelen in bloedige +drama's, vertrouwd geraakt was met de misdaad. Zij had mij heel goed +levend kunnen laten verbranden en ik geloof niet, dat mijn dood haar +meer getroffen zou hebben dan een van de gebeurtenissen op het tooneel. + +Ik wilde den raad, dien men mij gegeven had, niet in den wind slaan, +dus verhaastte ik mijn inscheping, mijn zuster Béatrix nam ik mee +en behalve van mijn eigen slaven, slechts zooveel Turken als noodig +was, om geen argwaan te wekken. Aan geld en edelsteenen had ik een +waarde bij mij van zesduizend ducaten. Toen wij in volle zee waren, +begonnen wij met ons van de Turken te verzekeren. Wij ketenden hen +gemakkelijk, omdat mijn slaven sterker in aantal waren. Wij hadden +een zeer gunstigen wind, bereikten spoedig de Italiaansche kust en +ontscheepten ons in de haven van Livorno, waar een groot deel van de +inwoners van de stad uitliep, om ons te zien landen. De vader van mijn +slaaf Azarini bevond zich daaronder. Hij keek aandachtig naar al mijn +gevangenen, die één voor één den voet aan wal zetten, maar hoewel +hij de trekken van zijn zoon zocht, was hij er niet op voorbereid, +dat hij hem terug zou zien. Welk een vreugde en omhelzingen volgden op +de herkenning! Zoodra Azarini hem had verteld wie ik was en waarom ik +in Livorno kwam, drong hij er zeer op aan, dat ik met mijn zuster bij +hem zou komen logeeren. Ik verkocht mijn schip, gaf al mijn slaven +de vrijheid en de Turken werden in de gevangenis bewaard, om tegen +Christenslaven te worden uitgewisseld. + +Bij de familie van Azarini ondervonden wij veel vriendschap en de +zoon huwde later zelf met mijn zuster Béatrix, die geen slechte partij +voor hem was, daar zij de dochter van een edelman was en het kasteel +van Xerica bezat. + +Nadat ik eenigen tijd in Livorno had vertoefd, wilde ik Florence +zien. De oude Azarini had mij vele aanbevelingsbrieven verschaft, ook +voor vrienden, die hij aan het hof van den groothertog had. Ik voegde +ook don voor mijn naam, zooals vele Spanjaarden zonder complimenten +in het buitenland doen. Ik liet mij dus don Raphaël noemen en zocht +slechts omgang met voorname heeren. Al spoedig werd ik aan den +groothertog voorgesteld; uit gesprekken met andere hovelingen had +ik afgeleid welk een man hij was en ik regelde mij daarnaar, zoodat +ik hem beviel. Ik had o. a. opgemerkt, dat hij er veel van hield, +om naar interessante verhalen en aardige invallen te luisteren. Door +mijn ondervinding, kon ik nog al veel vertellen en 's morgens zon +ik altijd op verhalen, een mengeling van waarheid en verdichting, +waarmee ik hem dan des middags vermaakte. Ter afwisseling maakte ik +soms ook verzen, waarin ik hem bezong en ze hadden niet beter door +hem kunnen worden ontvangen, al waren ze ook nog zoo goed geweest. Hoe +het zij, de groothertog schepte zooveel behagen in mij, dat de andere +hovelingen jaloersch werden en wenschten te weten, wie ik was. Ze +slaagden daarin niet. + +Op zekeren dag, toen ik weer een reisverhaal had gedaan, dat hem +zeer had geboeid, zei hij mij: "Don Raphaël, ik gevoel voor u veel +vriendschap en ik zal u daarvan een bewijs geven door u deelgenoot te +maken van mijn geheimen. Ik moet u dan bekennen, dat ik verliefd ben op +de vrouw van een mijner ministers. Dat is de beminnelijkste dame van +mijn hof, maar tegelijkertijd de deugdzaamste. Ze gaat weinig uit en +is zeer gehecht aan haar echtgenoot, die haar aanbidt. Die verovering +is dus zeer moeilijk. Ik heb gelegenheid gevonden, om met haar zonder +getuigen te spreken en zij kent mijne gevoelens. Ik vlei mij niet, +dat ik haar liefde heb ingeboezemd, ze heeft mij geen enkele reden +gegeven om die gelukkige gedachte te koesteren. Maar toch heb ik hoop, +dat ik haar op den duur voor mij zal winnen door mijn standvastigheid +en stilzwijgen. + +De liefde, welke ik voor haar koester, is alleen aan haar bekend. Ik +wil in deze zaak niet als souverein handelen, dat laat ik na ter wille +van Mascarini, haar man, die mij met ijver en toewijding dient. Alles +moet dus geheim blijven en ik heb u bestemd om de tolk van mijn +gevoelens bij Lucretia te zijn. Ik twijfel er niet aan of ge zult u op +uitstekende wijze van die taak kwijten. Knoop omgang aan met Mascarini, +tracht zijn vriendschap te winnen en beproef het zoover te brengen, +dat ge in zijn huis, vrij met zijn vrouw kunt spreken. Ziedaar wat +ik van u verlang en ik ben er zeker van, dat ge het met kieschheid +en discretie zult volbrengen." + +Ik beloofde den groothertog, dat ik al het mogelijke zou doen, om te +beantwoorden aan het vertrouwen, dat hij in mij gesteld had en om zijn +geluk te bevorderen. Het kostte mij niet veel moeite, om mij aangenaam +te maken bij Mascarini. Het deed hem genoegen, dat zijn vriendschap +gezocht werd door iemand, die door den vorst steeds met zekere +onderscheiding werd behandeld en dus kwam hij mij tegemoet. Zijn huis +stond voor mij open en ik kon met zijn vrouw zooveel spreken als ik +wilde. Ik moet zeggen, dat hij weinig jaloersch was voor een Italiaan; +hij vertrouwde op de deugd van Lucretia. Al spoedig begon ik met die +dame over de liefde van den groothertog te spreken. Ze scheen niet +verliefd op hem, maar haar ijdelheid werd gestreeld. Ze luisterde met +genoegen toe, zonder te antwoorden. Ze was wel verstandig, maar bleef +vrouw en kon niet ongevoelig blijven bij het denkbeeld, een souverein +aan haar voeten te zien. De vorst kon dus hopen, dat Lucretia hem +eenmaal zou toebehooren, maar een gebeurtenis, die hij het minst had +verwacht, kwam zijn hoop vernietigen, zooals ge zult vernemen. + +Ik was natuurlijk stoutmoedig in den omgang met vrouwen. Die +gewoonte, het moge een goede of een slechte zijn, had ik mij eigen +gemaakt bij de Turken. Lucretia was schoon. Ik vergat, dat ik een +afgezant was en begon voor mijzelf te spreken. Inplaats van mij een +vertoornd antwoord te geven, zei ze glimlachend: "Beken, don Raphaël, +dat de groothertog een pleitbezorger van zijn zaak heeft, die zeer +trouw en ijverig is. Ge dient hem met een kracht, welke niet genoeg +geprezen kan worden." "Mevrouw," zei ik, "laten wij daar niet dieper +op ingaan, ik laat mij leiden door mijn gevoel en ik zou niet de eerste +vertrouweling van een vorst zijn, die in een liefdesaangelegenheid zijn +meester bedroog." "Dat kan wel," zei Lucretia, "maar ik ben trotsch +en geen ander dan een vorst zal mij naderen. Gedraag u dus daarnaar," +zei ze op ernstigen toon, "laten wij van dit onderwerp afstappen. Ik +wil vergeten, wat ge hebt gezegd, op voorwaarde, dat zulke woorden +u niet weer ontvallen, want dan zou het u berouwen." + +Maar die waarschuwing doofde mijn hartstocht niet voor de vrouw van +Mascarini en ik was zelfs vermetel genoeg, om mij zekere vrijheden te +willen veroorloven. Zij dreigde mij daarop, dat ze den groothertog +mededeeling zou doen van mijn onbeschaamdheid en hem zou verzoeken, +mij daarvoor te straffen, zooals ik verdiende. + +Ik werd op mijn beurt kwaad. Mijn liefde veranderde in haat en ik +besloot mij te wreken. Ik zocht haar man op en na hem een eed te +hebben doen afleggen, dat hij mij niet zou verraden, deelde ik hem +mee, welke verstandhouding er tusschen den groothertog en zijn vrouw +bestond. Daarbij verzuimde ik niet, om de scène interessanter te maken, +te doen voorkomen, of zij zeer verliefd was op haar aanbidder. De +minister nam afdoende maatregelen, hij sloot zijn vrouw dadelijk op in +een geheim vertrek en liet haar door een paar zeer vertrouwde personen +bewaken. Terwijl het haar dus onmogelijk was, om berichten aan mijn +meester te doen toekomen, zei ik met een bedroefd gezicht tot den +vorst, dat hij maar niet meer aan Lucretia moest denken. Ik opperde +de veronderstelling, dat de minister alles ontdekt had, hoewel ik +mij steeds zeer behendig had gedragen, dat zijn vrouw misschien zelve +alles aan hem had medegedeeld en dat ze zich nu, in overeenstemming +met hem, had laten opsluiten, om haar deugd beter te beveiligen. De +prins was zeer terneergeslagen door mijn mededeelingen en ik gevoelde +berouw over wat er gebeurd was, maar een volgend oogenblik had ik weer +een zekere kwaadaardige vreugde, bij de gedachte aan den toestand, +waarin zich de trotsche vrouw bevond. + +Een tijd ging alles goed, toen de groothertog op zekeren dag, +dat ik met vijf of zes andere hovelingen bij hem was, tot ons zei: +"Op welke wijze, mijne heeren, oordeelt ge, dat men een man straft, +die misbruik gemaakt heeft van het vertrouwen van zijn vorst en +getracht heeft hem zijn maitresse te ontrooven?" De eene hoveling +zei, dat men hem door vier paarden van elkaar moest laten scheuren, +een ander wilde hem door stokslagen dood slaan en de derde, Italiaan, +die het minst wreed was, dacht, dat men hem van een toren moest laten +springen. De groothertog zei: "En don Raphaël, wat denkt hij ervan? Ik +ben overtuigd, dat de Spanjaarden in zulke zaken niet minder streng +oordeelen dan de Italianen." Ik begreep wel, zooals ge kunt denken, +dat Mascarini zijn eed niet had gehouden, of dat zijn vrouw een middel +gevonden had, om den vorst mee te deelen, wat er was gebeurd. Hoe +angstig ik ook was, ik antwoordde op vasten toon: "Heer, de Spanjaarden +zijn edelmoediger in zulke zaken. Zij vergeven hunnen vertrouweling +en doen door die goedheid in zijn ziel een eeuwige spijt ontstaan +over het gebeurde." "Welnu," zei de vorst, "ik gevoel mij tot die +edelmoedigheid in staat; ik vergeef den verrader; mijzelf maak ik er +een verwijt van, dat ik mijn vertrouwen heb geschonken aan een man, +dien ik niet kende en dien ik had moeten wantrouwen na alles, wat ik +over hem had gehoord. Don Raphaël," voegde hij eraan toe, "dit is de +wijze, waarop ik mij op u wil wreken. Verlaat oogenblikkelijk mijn +staten en kom mij niet weer onder de oogen." Ik ging dadelijk heen, +minder bedroefd door de ongenade, waarin ik gevallen was, dan verheugd, +dat ik er zoo goedkoop afkwam. + +Den volgenden dag ging ik scheep naar Barcelona, maar ik bleef daar +niet lang, daar de lust mij bekroop, om Madrid, mijn geboorteplaats, +weer te zien. Het grootste gedeelte van mijn geld had ik toen al +uitgegeven. In Madrid ging ik toevallig logeeren in een hotel, waar ook +een dame, die Camilla heette, haar intrek had. Hoewel zij meerderjarig +was, was zij een zeer pikante verschijning, zooals ook de heer Gil +Blas, die haar te Valladolid heeft gezien, zal kunnen getuigen. Zij +had nog meer geest dan schoonheid en nooit had een avonturierster +meer talent, om slachtoffers aan te trekken. Maar zij was niet een +van die coquette vrouwen, die alleen maar aan haar voordeel denken; +als zij een rijke mijnheer had afgezet, deelde zij den buit met den +eersten armen drommel, dien zij aardig vond. + +Wij beminden elkaar zoodra we kennis maakten en de overeenkomst van +onze neigingen verbond ons zoo nauw, dat wij weldra in gemeenschap van +goederen leefden. Om de waarheid te zeggen, bezaten wij niet veel en +in korten tijd was dat weinige verbruikt. Wij hadden ongelukkigerwijs +alleen aan ons genoegen gedacht, zonder het minste gebruik te maken +van de gaven, welke wij hadden gekregen, om ten koste van anderen te +leven. De armoede wekte ten slotte ons genie op, dat door het vermaak +was verdoofd. "Mijn waarde Raphaël," zei Camilla, "laat ons scheiden, +onze trouw ruïneert ons. Gij kunt een rijke weduwe het hoofd op hol +brengen en ik zal trachten een rijken ouden heer te bekoren. Indien +wij voortgaan met elkaar trouw te blijven, loopen wij twee fortuinen +mis." "Schoone Camilla," antwoordde ik, "gij voorkomt mij, ik wilde +u hetzelfde voorstel doen. Laat ons trachten nuttige veroveringen te +maken. Telkens, wanneer wij elkaar ontrouw zullen zijn, zal het een +triomf voor ons wezen." + +Wij gingen aan het werk. Maar het schoot niet hard op. Camilla vond +in het begin slechts fatterige heertjes, die geen cent bezaten en ik +vrouwen, die liever ontvingen dan betaalden. Daar de liefde aan onze +behoefte niet voldeed, namen wij onze toevlucht tot oplichterijen. Toen +wij gevaar liepen met het gerecht in aanraking te komen, verwijderden +wij ons in stilte en trokken naar Valladolid. Ik huurde een huis, dat +ik met Camilla bewoonde, die ik voor mijn zuster liet doorgaan. Wij +bestudeerden eerst het terrein, voor wij ons aan een onderneming +waagden. + +Op zekeren dag ontmoette ik op straat iemand, die mij beleefd +groette. "Don Raphaël," zeide hij, "herkent ge mij niet?" Ik antwoordde +van neen; daarop zei hij: "ik heb u aan het hof van Toscane gezien, +waar ik toen lijfwacht was van den groothertog. Sinds eenige maanden +heb ik den dienst verlaten. Ik ben in Spanje gekomen met een Italiaan; +wij wonen nu sinds drie weken te Valladolid, samen met een Spanjaard +en een Franschman, die, ik moet het zeggen, zeer knappe jongelieden +zijn. Wij leven van het werk van onze handen en verdienen veel. Indien +ge u bij ons wilt aansluiten, zal het ons aangenaam zijn, u als +confrater te begroeten, want gij hebt op mij altijd den indruk gemaakt +van een galant man, die niet bang is en op de hoogte van ons vak." + +De openhartigheid van dien schelm wekte de mijne op. "Omdat ge zoo +vrij met mij gesproken hebt," zei ik, "zal ik dat met u ook doen. In +uw vak ben ik werkelijk geen nieuweling en indien mijn bescheidenheid +mij niet verbood u eenige van mijn verrichtingen te vertellen, zoudt +ge zien, dat ge mij goed beoordeeld hebt; maar ik bepaal mij er toe, +u mee te deelen, dat ik de plaats, welke ge mij wilt geven, zeer +gaarne aanneem en dat ik u toonen zal, die niet onwaardig te zijn." + +Ik ging met hem mee, om kennis te maken met zijn kameraden en daar +was het, dat ik voor de eerste maal den beroemden Ambrosius de +Lamela ontmoette. De heeren ondervroegen mij over de wijze om zich +vlug het goed van zijn naasten toe te eigenen. Ik toonde hun eenige +handigheden, welke ze nog niet kenden en bewonderden. Daarop zei +ik, dat het werk van de handen eigenlijk maar van minderen aard was +en dat ik aan dat met den geest de voorkeur gaf. Als een staaltje, +verhaalde ik het avontuur met Jéróme de Moyadas. Zij vonden mij een +genie en benoemden mij tot hun aanvoerder. Indien wij vrouwelijke hulp +noodig hadden, zouden wij ons bedienen van Camilla, die verrukkelijk +alle rollen speelde. + +In dien tijd ging onze confrater Ambrosius een reisje maken naar +Frankrijk en daarvan terugkomende bezocht hij Burgos, waar een +hotelhouder, die hem kende, hem een betrekking bezorgde bij den heer +Gil Blas de Santillano. "Mijnheer," vervolgde don Raphaël, zich tot mij +wendende, "gij weet op welke wijze wij u te Valladolid van uw valies +ontlastten. Ik twijfel er niet aan, of ge hebt vermoed, dat Ambrosius +de hoofdaanlegger van dien diefstal was en daarin hebt ge u niet +vergist. Maar ge weet het vervolg niet van dit avontuur. Ambrosius +en ik stalen uw valies en, op onze muilezels gezeten, sloegen wij +den weg in naar Madrid, zonder ons te bekommeren om Camilla en onze +kameraden, die wel even verwonderd geweest zullen zijn als gij, +ons den volgenden dag niet weer te zien. + +Wij veranderden den tweeden dag van plan. Inplaats van naar Madrid +te gaan, dat ik niet zonder reden had verlaten, gingen wij naar +Toledo. Onze eerste zorg in die stad was, ons netjes te kleeden. Wij +gaven ons uit voor Franschen, twee broeders, die voor hun genoegen op +reis waren. Spoedig maakten wij met vele nette menschen kennis. Ik +was zoo gewend voor een grooten mijnheer door te gaan, dat men het +dadelijk geloofde en daar men gewoonlijk de menschen zand in de oogen +strooit door veel geld uit te geven, begonnen wij feesten te geven, +ter eere van de dames, die wij ontmoetten. Daaronder was er een, +die ik nader wilde leeren kennen. Ik vond haar schooner dan Camilla +en ook was zij jonger. Ik vernam, dat zij Violante heette en dat zij +door haar man verwaarloosd werd. Ze nam weldra een groot gedeelte +van mijn gedachten in beslag. + +Zij bemerkte de verovering, die zij gemaakt had. Ik wilde haar +troosten over de trouweloosheid van haar echtgenoot en zond haar ook +verschillende brieven, die ze beantwoordde met de mededeeling, dat +haar man gewoon was elken avond bij zijn maitresse te soupeeren. Het +was duidelijk, wat dat bericht te beteekenen had en ik was 's +avonds aan haar venster, waar wij een lang en teeder onderhoud +hadden. Bij het scheiden spraken wij af, dat ik de volgende avonden +zou terugkomen. Deze ontmoetingen waren mij echter niet voldoende +en ik wilde trachten op een andere plaats samen te komen. Van plan +haar dit mee te deelen, zag ik 's avonds in de straat een man, die +mij nauwkeurig opnam. Het was, zooals later bleek, de echtgenoot van +Violante, die vroeger dan gewoonlijk van zijn maitresse teruggekomen +en iemand voor zijn huis ziende, argwaan kreeg. Ik kende dien heer +niet en hij kende mij niet. Na eenig nadenken ging ik naar hem toe en +zei: "Mijnheer, zoudt u zoo goed willen zijn, de straat eenigen tijd +voor mij vrij te laten, ik ben gaarne tot wederdienst bereid." Hij +antwoordde mij, dat hij mij een zelfde verzoek wilde doen, hij moest +twintig huizen verder zijn, waar een meisje woonde, dat hij liefhad, +maar dat streng door haar broeder bewaakt werd. "Dan behoeven wij +elkaar niet te storen," merkte hij op, groette en ging weg. + +Na eenigen tijd verscheen Violante op het balcon; ik drong er op aan, +dat zij mij ergens een rendez-vous zou toestaan. Zij scheen daarop +voorbereid geweest te zijn, want zij haalde een briefje uit haar zak +en wierp mij dit toe. Nadat wij nog eenigen tijd gesproken hadden, +ging zij weer naar binnen, want de tijd naderde, waarop haar man +gewoon was thuis te komen. + +Op korten afstand van het huis ontmoette ik den vreemdeling weer, +die mij vroeg of ik tevreden was, waarop ik antwoordde, dat ik alle +reden daartoe had. Hij vertelde mij daarop, dat ik dan gelukkiger +was geweest dan hij; al dien tijd had hij tevergeefs voor het huis +van zijn schoone heen en weer geloopen. + +We bleven nog eenige oogenblikken in gesprek en spraken af, dat wij +elkaar den volgenden morgen op de groote markt zouden ontmoeten. + +Hij was daar op tijd en begon mij een lang verhaal te doen van zijn +liefde, waardoor hij mijn vertrouwen uitlokte en ik hem alles omtrent +Violante meedeelde; ook las ik hem het briefje voor, dat ik van haar +had gekregen. Dit luidde: + +"Morgen ga ik dineeren bij dona Inès. Ge weet, waar ze woont en +in het huis van deze trouwe vriendin wil ik een samenkomst met u +hebben. Ik kan u deze gunst, die gij waardig schijnt te zijn, niet +langer weigeren." + +Hij wenschte mij geluk met mijn succes. Wat er verder gebeurde weet ik +niet; maar nauwelijks was ik met Violante samen in het huis van dona +Inès, of er werd hard aan de deur geklopt. Men vermoedde, dat het don +Balthazar was en noodzaakte mij door een achterdeur te vluchten. Zeer +ontevreden over den afloop van dit avontuur, liep ik 's middags in de +stad rond, toen ik den vreemdeling weer ontmoette, die mij vroeg of +ik bij dona Inès gelukkige oogenblikken had doorgebracht; waarop ik +hem mededeelde, wat er gebeurd was. Ik verzekerde hem echter, dat ik +mij niet uit het veld zou laten slaan en dat ik 's avonds weer voor +het huis van mijn geliefde zou zijn, waarin ze mij zou binnen laten, +indien het terrein vrij was. Echter gaf ik mijn voornemen te kennen, +om twee of drie vertrouwde vrienden mee te nemen, die ons zouden +behoeden voor een overrompeling. Mijn nieuwe vriend gaf mij daarin +gelijk en bood zich zelf aan, ook zou hij nog een vertrouwden kennis +meenemen, een ware Caesar, die veel van zulke avonturen hield. Zeer +dankbaar voor die bereidwilligheid, nam ik het aanbod aan. + +Daarop ging ik Lamela opzoeken, wien ik mijn wedervaren +meedeelde. Hoewel ook hij wel een weinig verwonderd was over de +groote bereidwilligheid van mijn nieuwen vriend, had hij evenmin +achterdocht dan ik. Wij liepen met open oogen in den val. Voor een +paar slimme vogels zooals wij, moet ik wel zeggen, dat dit eigenlijk +onvergeeflijk was. + +Ambrosius en ik verschenen 's avonds, gewapend met goede rapieren +en troffen de twee andere heeren op eenigen afstand van Violante's +huis aan. Don Balthazar stelde mij zijn zwager voor en zei: "Dit +is de edelman, wiens dapperheid ik tegenover u geroemd heb. Ga nu +naar uwe minnares en geniet zonder zorg van uw geluk." Ik klopte en +werd binnen gelaten. Op hetgeen achter mij gebeurde lette ik niet, +ik liep door naar een zaal, waar de schoone dame mij wachtte. De twee +verraders echter waren mij gevolgd en hadden de buitendeur zoo snel +weer gesloten, dat Lamela alleen op straat bleef staan. Eenmaal in +huis zijnde, riepen ze mij toe, dat ik verloren was, want dat zij don +Balthazar en zijn zwager waren. Maar ge begrijpt wel, dat men met mij +niet zoo gemakkelijk gewonnen spel had. Ik verweerde mij zoo heftig, +dat zij misschien berouw kregen over deze wijze van wraak nemen. Ik had +het geluk den echtgenoot te doorsteken, waarop de zwager de vlucht nam, +door de buitendeur, welke was opengemaakt door Violante en de oude +dienstbode, die mij had binnengelaten en met haar was weggesneld, +zoodra zij zag, dat wij begonnen te vechten. + +Met Lamela ging ik naar ons logement; wij namen mee, wat wij aan waarde +bij ons hadden, bestegen onze muilezels en gingen 's nachts nog de stad +uit. We begrepen wel, dat deze zaak gevolgen kon hebben en dat men in +Toledo nasporingen zou doen, die wij maar liever moesten ontvluchten. + +Den volgenden dag waren wij in Villarubia. We bleven er om uit te +rusten en tegen den avond kwam er een koopman uit Toledo aan, die met +ons mee soupeerde en ons den tragischen dood van den echtgenoot van +Violante vertelde. Hij deelde ons mee, dat men de schoone vrouw overal +zocht en dat de rechter, die een bloedverwant van don Balthazar was, +niets onbeproefd zou laten, om de moordenaars op te sporen. + +Daar wij in dit gedeelte van het land dus niet veilig waren, besloten +wij ons, langs een omweg, naar Aragon te begeven. In de bergen bij +Cuença kende Ambrosius goed den weg. Hij was er zes jaren geleden ook +geweest en had er toen een ouden kluizenaar ontmoet, die hem met veel +liefde in zijn grot had opgenomen. Nu wij toch in de nabijheid waren, +wilde hij dien ouden man gaan opzoeken. Ik bleef in de nabijheid +op het mos uitrusten. Na een korten tijd kwam Lamela mij halen; +ik volgde hem naar een grot, waar een grijsaard lag uitgestrekt, +bleek en stervende. Met zachte stem zei hij: + +"Wie ge ook moogt zijn, mijn broeders, leert van hetgeen zich nu aan +uw blikken toont. Veertig jaar heb ik in de wereld geleefd en zestig +jaar in de eenzaamheid. En op dit oogenbik schijnt mij den tijd, +welken ik aan mijn genoegens heb gegeven lang en dien, welken ik aan +boetedoening besteedde, kort. Helaas! ik vrees, dat het leven van +den kluizenaar broeder Juan de zonden niet heeft schoon gewasschen +van don Juan de Solis." + +Nauwelijks had hij die woorden uitgesproken, of hij gaf den geest. Wij +waren zeer getroffen door zijn dood. Zelfs op de grootste vrijgeesten +maken zulke oogenblikken indruk. Spoedig echter waren wij dit weer +vergeten en wij begonnen den inventaris op te maken, waaraan wij, +zooals ge wel zult hebben gezien, niet veel werk hadden, aan eetwaren +vonden wij alleen een paar stukken hard brood en eenige noten. + +Op tafel lag een stuk papier, gevouwen als een brief, waarin de oude +man hem, die deze regels zou lezen, verzocht, na zijn overlijden, zijn +rozenkrans en sandalen naar den bisschop van Cuença te brengen. Wat +dezen ouden vader kon hebben bewogen die voorwerpen aan den geestelijke +te willen schenken, konden wij niet raden. + +Nadat wij een groot gat hadden gemaakt, om den kluizenaar te begraven, +kwam Lamela op een aardigen inval. Hij stelde mij voor, dat ik mij zou +verkleeden en voor broeder Juan spelen en dat hij broeder Ambrosius +zou wezen. We waren dan zeker, dat men ons spoor niet zou vinden en +hij had kennissen in Cuença, die ons wel verder zouden helpen. Ik +juichte dat denkbeeld toe en den volgenden morgen vroeg ging Lamela +op weg, hij verkocht onze muilezels te Toralva, kwam 's avonds terug +met levensmiddelen en valsche baarden en pijen om ons te vermommen. + +Na drie dagen, waarin wij niemand zagen, kwamen er twee boeren, die +brood, kaas en uien brachten. Het was halfdonker in ons verblijf en ik +bootste de stem van vader Juan na, zoodat zij mij niet herkenden. Wel +waren zij eenigszins verwonderd, nu twee personen te vinden, maar +Lamela, die dat merkte, voorkwam hen. Hij zei, dat hij een kluizenaar +was uit Aragon, maar zijn woning had verlaten, om den eerbiedwaardigen +broeder Juan, die oud werd, gezelschap te blijven houden. De boeren +prezen broeder Ambrosius om zijn hulpvaardigheid en waren er trotsch +op, dat ze nu twee heilige mannen in hun streek hadden. + +Lamela, die van de natuur een vroom gezicht had gekregen en de +begaafdheid bezit om op het gemoed van christelijke zielen te werken, +ging met een grooten bedelzak naar de stad Cuença, die iets minder +dan een mijl ver lag, en deze kwam gevuld terug. "Maar ik heb nog +andere dingen gedaan," zei hij. "Ik heb een nimf ontmoet, Barbe, +die ik vroeger bemind heb. Zij is zeer veranderd, evenals wij is +zij devoot geworden en woont samen met drie andere schijnheilige +zusters, die onder elkaar een prettig leven leiden. Zij herkende +mij eerst niet en toen ik haar mijn naam noemde, drukte zij groote +verwondering er over uit, mij in zulk een kleed te zien. "Door welk +avontuur zijt gij kluizenaar geworden?" vroeg zij. Ik antwoordde, +dat het verhaal een beetje te lang was om het dadelijk te doen, maar +dat ik den volgenden dag haar nieuwsgierigheid zou bevredigen en dan +broeder Juan zou meebrengen. Ze viel mij in de rede: "Wat? Broeder +Juan, die goede kluizenaar, die dichtbij de stad woont? Hoe komt ge +daarbij? Men zegt, dat hij wel honderd jaar oud is." "'t is waar," +antwoordde ik, "maar sedert eenige dagen is hij veel jonger geworden, +zooals ge zult zien." Barbe, die wel begreep, dat er een geheim onder +schuilde, zei, dat hij maar moest meekomen. + +Den volgenden dag bezochten wij de vrome zusters, die ons met een goede +tafel ontvingen. Wij ontdeden ons van onze vermomming, bleven bijna +den geheelen nacht aan tafel, amuseerden ons uitstekend en keerden +eerst tegen den morgen naar onze grot terug. Wij herhaalden dat bezoek +dikwijls, maar er schijnt iets uitgelekt te zijn, althans de politie +komt heden ons kluizenaarsverblijf met een bezoek vereeren, om zich +van onze personen te verzekeren. Toen Lamela gisteren in Cuença was, +ontmoette hij een van de zusters en deze zei hem: "Een vriendin van +mij heeft me dezen brief geschreven, dien ik u door een bode wilde +laten brengen. Toon hem aan broeder Juan en neem uwe maatregelen +daarnaar." Het is deze brief, heeren, door Lamela mij in uw bijzijn +overhandigd, welke ons heeft doen besluiten, onze eenzame woning +te verlaten." + + + + + + + +HOOFDSTUK II + +De beraadslaging, die don Raphaël en zijn hoorders samen hielden en +het avontuur, dat hen overkwam, toen zij het bosch wilden verlaten. + + +Toen don Raphaël had opgehouden met het vertellen van zijn +geschiedenis, welk verhaal mij een weinig lang had geschenen, +bedankte uit beleefdheid don Alphonse hem ervoor met de betuiging, +dat hij ons zeer veel genoegen had gedaan. + +Daarna nam Ambrosius het woord en zei tot zijn kameraad: "Don Raphaël, +denk eraan, dat de zon ondergaat. Het is tijd om te beraadslagen, +wat wij te doen hebben. Wat mij betreft, meen ik, dat wij dadelijk +moeten opbreken, vannacht Reguena moeten probeeren te bereiken en dan +morgen naar Valencia gaan, waar wij ons handwerk kunnen aanvangen. Ik +heb een voorgevoel, dat wij daar een goeden slag zullen slaan." Zijn +vriend, die dit voorgevoelen onfeilbaar achtte, stemde toe. Wat don +Alphonse en mij betreft, wij lieten ons door de anderen leiden. + +Er werd dus besloten, dat wij den weg naar Requena zouden inslaan en +wij maakten ons daartoe gereed. + +Daar het donker was, moesten wij voorzichtig loopen, om het bosch uit +te komen. Wij hadden nauwelijks een paar honderd pas gedaan, of wij +ontdekten tusschen de boomen een licht. "Wat zou dat beteekenen?" vroeg +don Raphaël. "De justitie van Cuença zal ons toch niet op het spoor +zijn?" "Ik geloof het niet," zei Ambrosius; "het zijn, denk ik, +reizigers. De nacht zal hen hebben overvallen en nu wachten ze zeker +in het bosch den morgen af. Maar ik kan mij vergissen, dus zal ik gaan +verkennen, wat het is. Blijft alle drie hier, ik ben in een oogenblik +terug." Bij die woorden ging hij onhoorbaar in de richting van het +licht, dat niet ver meer verwijderd was. Rondom een vuur zag hij vier +mannen zitten, die juist klaar schenen met eten en een wijnflesch +lieten rondgaan. Op eenigen afstand waren een heer en een dame aan +boomen vastgebonden en stond een draagkoets met twee muilezels. Die +vier roovers schenen allen evenveel lust te hebben, om de dame te +bezitten, die in hunne handen was gevallen, en spraken er over om +het lot te laten beslissen. Lamela kwam ons dat alles vertellen. + +"Heeren," zei don Alphonse, "die heer en dame, welke de roovers +aan boomen hebben vastgemaakt, zijn misschien personen van hoogen +stand. Zullen wij toestaan, dat zij de slachtoffers worden van de +brutaliteit en de barbaarschheid van deze struikroovers? Wij moeten die +bandieten verslaan."--"Ik ben het met u eens," zei don Raphaël. "Tot +een goede daad ben ik even bereid als tot een slechte." Ambrosius +betuigde daarmee in te stemmen, en ik durf zeggen, dat het gevaar +mij bij deze gelegenheid niet afschrikte. + +Om de waarheid te zeggen, was het gevaar niet groot, daar Lamela +ons gerapporteerd had, dat de wapens van de dieven allen op een hoop +lagen, op tien of twaalf passen afstands van hen. Dus was het ons niet +moeilijk ons plan te volvoeren. Ons paard bonden wij aan een boom +en zonder geraas naderden wij de plaats, waar de roovers zaten. Zij +spraken luid en dus was het ons gemakkelijk ons ongestoord van hun +wapenen meester te maken, hen daarna te overvallen en neer te schieten. + +Gedurende dat werk was echter het vuur uitgegaan en wij bevonden +ons in de duisternis, wat ons echter niet belette, om den heer en +de dame los te maken, die zoo verschrikt waren, dat ze niet eens de +kracht hadden, om ons te bedanken voor hetgeen wij voor hen hadden +gedaan. 't Is waar, dat zij nog niet wisten, of zij ons als hunne +bevrijders moesten beschouwen, of dat ze in handen van andere roovers +waren gevallen. Wij stelden hen echter gerust en beloofden hen naar +een hotel te brengen, dat, naar Ambrosius verzekerde, niet ver weg +lag. Daar konden zij dan alle noodige voorzorgen nemen om veilig verder +te gaan. Na die verzekering schenen zij gerust, ze stapten weer in, +wij maakten ook de paarden van de roovers los, die wij meenamen en +nadat de twee ex-kluizenaars nog de zakken van de gevallen bandieten +hadden doorzocht, begaf de stoet zich op weg. + +Het duurde nog wel twee uur, voor wij bij het hotel aankwamen, waar +alles in diepe rust was. Wij klopten hard aan de deur en nadat de +waard gezien had, dat wij met een rijtuig aankwamen, was dadelijk +het geheele huis verlicht. Don Alphonse hielp de dame uitstijgen. Wij +waren niet weinig verwonderd, toen wij een oogenblik later vernamen, +dat het de graaf de Polan en zijne dochter Séraphine waren, die +wij bevrijd hadden. Men kan zich denken hoe die dame en niet minder +hoe don Alphonse verrast was, toen zij elkaar herkenden. De graaf +lette er niet op, zoo was hij bezig met andere zaken. Hij vertelde +ons hoe de roovers zijn dochter en hem hadden aangegrepen, nadat ze +zijn postiljon, een page en een knecht hadden gedood. Hij betuigde +ons zijn groote dankbaarheid en hij noodigde ons uit hem in Toledo, +waar hij over een maand zou zijn, te komen bezoeken, opdat hij die +zou kunnen toonen. + +De dochter bedankte ons eveneens voor haar gelukkige bevrijding en +daar Raphaël en ik meenden, dat wij don Alphonse een genoegen zouden +doen door hem in de gelegenheid te stellen een oogenblik met de jonge +weduwe te spreken, wisten wij den graaf zoolang bezig te houden. + +"Schoone Séraphine," zei de jongeman zacht, "ik beklaag mij niet +meer over het lot, dat mij veroordeeld heeft als een banneling uit +de beschaafde wereld te leven, omdat het mij in de gelegenheid +heeft gesteld mee te werken tot den gewichtigen dienst, welke u +bewezen is." Zuchtend antwoordde zij: "Gij zijt het dus, die mij +het leven en de eer heeft gered; aan u zijn mijn vader en ik zooveel +verschuldigd. O, don Alphonse, waarom hebt gij mijn broeder gedood?" Ze +zeide niet meer, maar hij begreep voldoende door die woorden en door +den toon, waarop ze werden uitgesproken, dat hij bemind werd. + + + +EINDE VAN HET EERSTE DEEL + + + + + + + +VERKLARINGEN + + +blz. 1. _stulte_.... dwazelijk zal hij zijn eigen geweten ontblooten. + +blz. 14. _Antaeus_, een reus, zoon van Gaia, de aarde, die hem +telkens wanneer hij met haar in aanraking kwam, nieuwe krachten +schonk. Herakles overwon hem door hem op te heffen en hem, terwijl +hij in de lucht zweefde, dood te drukken. + +blz. 19. _Aeneas_. De held van Virgilius' dichtwerk van dien naam. Bij +zijn vlucht uit Karthago liet hij zijn geliefde, de koningin Dido, +achter. + +blz. 27. _Ganymedes_, de schenker der goden, een schoone knaap, die +door Zeus in de gedaante van een adelaar geroofd en naar den Olympus +gebracht werd. + +blz. 39. _Orpheus_, vermaard Grieksch zanger, die zelfs Cerberus, +den hond die den ingang der onderwereld bewaakte, door zijn gezang +verteederde. + +blz. 62. _Seneca_, Romeinsch wijsgeer. + +blz. 92. _Menelaus_, echtgenoot van de schoone _Helena_, die door +den Trojaanschen koningszoon _Paris_ werd geschaakt. + +blz. 106. _Hippocrates_, beroemd Grieksch arts. + +blz. 156. _Argos_, een honderd-oogig wezen dat Io, een geliefde van +Zeus moest bewaken. + +blz. 168. _Pluto_, god van den rijkdom. + +blz. 214. _Phedrus_, Romeinsch fabeldichter. + +blz. 216. _Adonis_, geliefde van de godin der schoonheid Venus. + +blz. 222. _Hecate_, godin van den nacht, het duistere en geheimzinnige, +zij werd afgebeeld in drievoudige gedaante. + +blz. 242. _Priamos_, de koning van Troje. Hij bezat 50 zonen en +50 dochters. + +blz. 345. _Chevalliers d'Industrie_, fortuinzoekers, oplichters. + + + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Dit was bij de Ouden de God van het stilzwijgen. + +[2] Campanoria = klokkenspel. + +[3] De Buena Garra = van den goeden greep. De Cordel = van het koord. + +[4] De Moyadas = van de bevochtiging. + +[5] De la Membrilla = van de zachte kweepeer. + +[6] Dit woord is samengesteld uit twee Perzische woorden, welke door +de Turken zijn overgenomen en die men vertalen kan door beminnelijke +coquetterie. + +[7] Astuto = geslepen. + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of De Zonderlinge Lotgevallen van Gil +Blas van Santillano, by Alain René Le Sage + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ZONDERLINGE LOTGEVALLEN *** + +***** This file should be named 21409-8.txt or 21409-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + https://www.gutenberg.org/2/1/4/0/21409/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +https://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at https://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +https://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at https://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit https://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including including checks, online payments and credit card +donations. To donate, please visit: https://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + https://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
