diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 3 | ||||
| -rw-r--r-- | 20794-8.txt | 15393 | ||||
| -rw-r--r-- | 20794-8.zip | bin | 0 -> 318489 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20794-h.zip | bin | 0 -> 338304 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 20794-h/20794-h.htm | 14152 | ||||
| -rw-r--r-- | 20794-page-images.zip | bin | 0 -> 41659744 bytes | |||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 |
8 files changed, 29561 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..6833f05 --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,3 @@ +* text=auto +*.txt text +*.md text diff --git a/20794-8.txt b/20794-8.txt new file mode 100644 index 0000000..7087b21 --- /dev/null +++ b/20794-8.txt @@ -0,0 +1,15393 @@ +Project Gutenberg's Majoor Frans, by Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Majoor Frans + +Author: Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint + +Release Date: March 10, 2007 [EBook #20794] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + + + + + + + + Nederlandsche Bibliotheek + + Onder leiding van L. Simons. + + + Uitgegeven door: + + De Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur Amsterdam + + + + + + A. L. G. Bosboom-Toussaint + + + Majoor Frans + + + + + + + + + + + + +Jonker Leopold van Zonshoven aan de lezers van Majoor Frans. + + +Mijn vrouw heeft bij haar optreden in de wereld zulk een gunstig +onthaal gevonden, dat zij er niet genoeg dankbaar voor kan zijn. En +toch.... brengt het haar in zekere verlegenheid. + +Zij weet dat er eene indiscretie is gepleegd, en dat de belangstelling +van het publiek eene derde uitgave vraagt van: _Mijne vertrouwelijke +mededeelingen aan een vriend in Indië_. Zij is te bescheiden om die +goede ontvangst aan zich zelve toe te schrijven en beweert dat zij die +alleen dankt aan mijne wijze van haar voor te stellen! Daarbij had ik +te kampen met hare kluchtige verontwaardiging, toen zij vernam van +welke ruchtbaarheid haar pseudoniem het voorwerp was geworden. Zij +stemt het mij toe dat zij erkentelijk behoort te zijn voor zooveel +welwillendheid, maar zij schroomt zich te veel op den voorgrond te +stellen, zoo zij in persoon die schuld der dankbaarheid afdeed, +en wil dat ik alleen de verantwoordelijkheid zal dragen van eene +publiciteit die zij niet heeft gezocht, en dat ik den plicht der +openlijke dankbetuiging van haar zal overnemen. Die eisch is billijk, +naar het mij voorkomt, en het is mij een lust daaraan te voldoen. Maar +zullen er veel woorden noodig zijn om het publiek te verzekeren van +onze dankbaarheid voor zooveel waardeering, die ik nauwelijks had +durven wachten voor eene persoonlijkheid, wier goede hoedanigheden +vermomd waren onder zekere excentriciteit? Er was de scherpe blik der +liefde noodig om die te onthullen. Voor deze liefde bovenal zijn wij +dankbaar, wij hopen haar ook waardig te blijven. Ik zie dat ik mijn +geliefd devies eenigszins wijzigen moet en meen het "_succès oblige_" +voor oogen te houden. + + Leopold van Zonshoven. + 26 November 1875. + + + + + +Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst, advocaat te A. + + + Beste vriend! + + +Als gij niet al te diep in 't een of ander proces zijt verwikkeld, +kom dan tot mij op de vleugelen der vriendschap, of meer op zijn +negentiende-eeuwsch gesproken, met den eersten sneltrein den besten +dien gij uit uw provinciestadje kunt bereiken; want ik zit deerlijk +in de engte. Daar is mij iets overkomen, waarover de wereld mirakel +zal roepen, als zij er van hoort. Maar vooreerst mag zij 't nog niet +hooren, _et pour cause_; daarom moet ik het aan de borst van een +vertrouwd vriend uitstorten, of ik zou er aan stikken. Het is ook zoo +iets ongewoons, zoo iets onwaarschijnlijks, zoo iets onmogelijks, +zou mevrouw de Sévigné zeggen, maar dat toch waar is, toch gebeurd +is, ja! _mij_ gebeurd is, _mij_, Leopold van Zonshoven, van der +jeugd af bestemd om in de wereld de droevige figuur te maken van: +een kalen jonker! Ook ben ik er van verbluft, of ik een knodsslag op +mijn hoofd had gekregen. Verbeeld je! daar ben ik op eens aangewezen +als de universeele erfgenaam van een kolossaal vermogen. + +Eene oudtante mijner moeder, waarvan ik nooit gehoord had en die, +naar het schijnt, met hare geheele familie gebrouilleerd was, is op +het sublieme idée gekomen om bij mij voor toovergodin te spelen, +en bij testamentaire dispositie al hare bezittingen aan mij na +te laten. Aan mij! die alle macht van overleg en zelfbeheersching +noodig heb gehad om van 't oude jaar in 't nieuwe te komen zonder +schulden te maken, iets wat mij in mijne kwaliteit van arm edelman, +niet geheel van zelf-respect misdeeld, absoluut ongeoorloofd is, op +zulke wijze, dat ik mij geen enkele _folie_, geen enkele _caprice_ +kon permitteeren, ik zie mij op eens een millioen naar het hoofd +geworpen. Is het te verwonderen, dat dit er van duizelt? De waardige +overledene had verdiend getuige te zijn van de ontploffing harer +Orsini-bom. Eerst sprong ik op en zou de petroleumlamp over het +tafelkleed mijner hospita hebben omgeworpen, zoo de goede ziel zelve +dat niet door een snellen greep voorkomen had. Toen viel ik op mijn +stoel terug, met eene gewaarwording of mij de krachten ontzonken, en +ik moet er zoo bleek en ontdaan hebben uitgezien, dat de juffrouw mij +later gulweg bekende hoe zij suspicie vatte, dat het eene "exploisie" +was van deurwaarderszaken. Zeker is het, dat zij wachten bleef op +de tachtig cents port, die het pakket kostte, of zij vreesde er een +bankroetje aan te lijden. Geprikkeld door dat blijven, door dat zekere +indringende en onbescheidene in hare houding, dat zoowel van wantrouwen +als van nieuwsgierigheid getuigde, hoewel er eenige meewarigheid in +gemengd was, wees ik haar de deur met een gebaar, dat een acteur in +eene wanhoopscène zou benijd hebben en dat ik alleen aan de inspiratie +van 't oogenblik dankte; ook bleek dit afdoende. In een wip was ze +weg, en ik wierp de deur op slot, zonder recht te weten wat ik deed +of waarom, alleen gedreven door een onbestemd verlangen om alleen, +om ongestoord te zijn en mij te overtuigen, dat de mededeeling, die +mij als een sprookje uit de Duizend-en-eene nacht in de ooren klonk, +geen mystificatie was. + +En werkelijk, toen ik de stukken met meer bedaardheid overlas, werd +het ongeloofelijke mij tot ontwijfelbare zekerheid; maar in plaats +dat die zekerheid mij rust en blijdschap gaf, werd ik bestormd door +eene warreling van gedachten en gewaarwordingen, die onbeschrijfelijk +is. Ik werd heen en weer geslingerd door duizenderlei strijdige plannen +en voornemens, die ik als in een oogwenk vatte, en weer varen liet; +ik wist den draad mijner denkbeelden niet meer te volgen of vast te +houden. Mijn hart begon te kloppen of het zou bersten; ik kreeg een +aandoening in de keel of ik geworgd werd, en een duldelooze hoofdpijn +was het eerste profijt dat die toekomstige fortuin mij aanbracht! Zoo +kon het niet blijven; ik rukte mijn das los, improviseerde een stortbad +met behulp van mijn lampetkan, liep de kamer rond met driftige, +ongeregelde voetstappen, dronk om de vijf minuten een glas water en +begon eindelijk zoo ver te bekomen, dat ik om de thee schelde, die +de juffrouw per extra-ordinaire zelve bracht, de zaak van het porto +met haar afdeed en haar op de vraag: "of mijnheer nu wat beter was," +geruststelde met de verzekering, dat een plotseling doodsbericht van +eene verwante mij wat sterk had aangegrepen. Hoe zij de mededeeling +opnam en wat zij er verder bij dacht, laat ik daar; zij vertrok, +zichtbaar verlicht en al vast gerustgesteld omtrent de kamerhuur, +die met primo April moet worden voldaan. Ik wist, dat ik mijn aplomb +tegenover haar had hervat, maar ik vraag u mijnheer de scepticus, is +het geen teeken dat het geld uit den booze is, als het een fatsoenlijk +jongmensch, die zijne gezonde hersens heeft en niet aan de kwaal van +gouddorst placht te lijden, in zulk eene verwarring brengt, dat hij +zich zelf moet afvragen, of hij niet door eene plotselinge razernij +werd aangetast? Denkelijk zult gij antwoorden, dat de schuld bij mij +ligt en dat een ander, gij zelf bij voorbeeld, de zaak vrij wat kalmer +zou hebben opgenomen. Ik stem dit vooruit toe; ik ben geen stoïcijn +en heb zelfs nooit getracht er de houding van aan te nemen, en, zie je +Willem, ik zat juist bij mij zelven te overleggen wat ik toch beginnen +zou om de jammerlijke positie die mij in de maatschappij ten deel was +gevallen, eenigszins te verbeteren, en ik vond niets--niets dan dit +eene: mij met mijn oom den minister te verzoenen, om door hem bij 't +een of ander gezantschap als attaché ingeschoven te worden. Schrale +uitkomst (zelfs indien zij verkregen werd), en die mij zoo iets als +een laagheid zou kosten, want Zijne Excellentie had mij zijn huis +verboden, omdat ik artikels geschreven had in een oppositieblad! Ik +zat mij de nagels stomp te bijten van ergernis, dat ik niet zoo lang +had kunnen studeeren om dr. of mr. voor mijn naam te zetten, twee +letters bij wier gemis alles wat voor anderen open staat, door eene +onverzettelijke barrière is afgesloten voor mij! Op mijn leeftijd (ik +ben in 't noodlottige laatste jaar van de twintig) op mijn leeftijd +is er geen reetje meer, waar ik door kan sluipen om carrière te +maken. En nù--terwijl ik mij suf zat te peinzen op al die "terug's" +die ik op vingers kon narekenen, komt daar op eens de tijding, dat +ik grondeigenaar ben geworden, dat ik "bosschen en beemden, duinen +en heidegronden" in bezit mag nemen--dan vraag ik u, kloeke, kalme, +onwrikbare wetgeleerde, of dat niet meer dan genoeg is om een gewoon +sterveling, zooals ik, zijn evenwicht te doen verliezen, en in eene +vervoering te brengen waarover gij voorzeker het hoofd schudt. Kom +dan maar gauw zelfs om mij te beknorren en met mij te praten; dat +zal mij zeker tot kalmte brengen, en te eer, daar er een punt is, +waarover ik u raadplegen moet, eer ik de erfenis definitief aanvaard; +want gij moet weten, er is een _maar_ bij mijne plotselinge fortuin, +een maar die als altijd tergend achteraan komt hinken; mogelijk ziet +uw juridische blik er geen rechtskwestie in, maar voor mij .... ligt +er eene gewetensvraag achter, althans eene kwestie van kieschheid, +waardoor mijne gouden bergen wel eens tot stuifzand kunnen vervliegen, +en dat arme dierbare millioen, dat mij al zoo duchtig in de war heeft +gebracht, gereduceerd worden tot niets meer dan eene luchtspiegeling, +die mij voor eene wijle de oogen heeft verblind. Om die reden heb +ik geen schepsel deelgenoot gemaakt van het mirakel, noch zal dit +doen, voor ik uwe opinie heb gehoord, in afwachting van uw advies +heb ik den notaris, die eene procuratie verlangde om in mijn naam te +handelen, zulk een document toegezonden, maar onder reserve. _Fais +ce que dois, advienne que pourra_ is mijn _mot d'ordre_, al luid het +devies mijner familie meer brutaal dan eerlijk: _de fortuin is met +den stoute_. Onder de roofridders der middeleeuwen mocht dat gelden, +maar sinds het aanbreken der 18de eeuw zie ik niet dat niemand van +de onzen zich meer naar dat devies heeft gericht. Integendeel, al die +achtbaar gepruikte hoofden van de laatste serie onzer familieportretten +toonen gelaatstrekken, die eer van deftige flauwheid en onnoozele +goedrondheid getuigen dan van stoute ondernemingszucht, en naar de +uitkomsten te oordeelen; de _gène_ waarin wij sinds drie generatiën +verkeeren, getuigt dat de physionomiën niet liegen! Nu, het zij +zoo. Ik ben er niet rouwig om dat ik ten minste geen schitterende +deugniet in de dichtst nabijzijnde graden heb aan te wijzen! + +Wat men tot kalmte komt als men zich eens kan uitspreken, al is het +maar op het papier! Ik voel mij nu zoo verlicht, dat ik u rustig +onze geheele familiegeschiedenis zou kunnen vertellen, en onder dat +relaas mijn millioen _in spe_ zou vergeten, alsof er geen kwestie +meer van was; maar 't is nog beter u niet langer op te houden, en +te wachten tot we _de coeur a coeur_ kunnen praten. Stel mij daartoe +zoo spoedig mogelijk in de gelegenheid. Ik heb hier kennissen genoeg, +maar geen enkel vertrouwd vriend, aan wien ik alles uit kan leggen, +zonder de vrees van misverstaan en uitgelachen te worden, en 't is een +onuitstaanbare kwelling, een bezwaar als dit, tweemaal vierentwintig +uur alleen te moeten dragen. + +En nu vaarwel tot ziens. Met of zonder millioen. + + + Semper idem. + Uw Leopold v. Z. + + + 's Hage, Maart 186 . + + + +Met dezelfde post die hem een brief van Leopold van Zonshoven +aanbracht, ontving Mr. Willem Verheyst een biljet van eene hem +onbekende hand van den volgenden inhoud: + + + + Mijnheer! + + +Na een onderzoek, ingesteld omtrent de relatiën van Jonker Leopold +van Zonshoven, achten wij het waarschijnlijk, dat hij u raadplegen +zal in eene zaak, voor hem zelven van groot belang. Uit vriendschap +voor hem, help hem heen over alle bezwaren die hij zou kunnen maken +tegen de aanvaarding van zekere erfenis, en laat hij geen voorstel, +hem gedaan, afwijzen zonder ernstig onderzoek. + +Het is onnoodig hem met dit ons schrijven bekend te maken; wij +vertrouwen het uwer ervaring en voorzichtigheid toe. Iemand die ten +volle bekend is met de intentiën der waardige erflaatster en die den +Jonker van ganscher harte hare fortuin gunt. + + N. N. + + + +"O wee!" riep de goedhartige Willem, het naamloos geschrift +ineenfrommelend, "het begint er, vrees ik, slecht uit te zien voor +Leopold. Het zou toch jammer zijn zoo hij ze moest opgeven, die +fortuin, die hem daar als een lokaas wordt voorgehouden, met.... wie +weet welke hinderlijke conditiën. Die voorzorg van onbekenden, om +zijn raadsman om te koopen, bevalt mij niet. Zij moeten niet denken +dat ik er in zal loopen; als er eene clause gesteld is, onbestaanbaar +met recht en billijkheid of met zijne eer, zullen zij zien, dat ik +geen meester in de rechten ben voor niet. En ze vleien mij met mijne +ervaring, mijne voorzichtigheid. Ja! ja! wees er gerust op, die zal ik +gebruiken om hem _goeden raad_ te geven in den besten zin. Als de zaak +loensch is, kan zijne keuze niet twijfelachtig zijn; men kan nog wel +buiten bosschen en landerijen; maar Leopold is een te ferme jongen om +zich iets te laten aanleunen, dat tegen de eer strijdt. Laat hem dan +liever nog wat rondsukkelen; mogelijk ben ik zelf in staat hem voort +te helpen eer wij een jaar of wat verder zijn. Arme jongen, hij weet +niet, hoezeer zijn voorstel mij op dit oogenblik ongelegen komt.... 't +Is waar, ik moet toch nog eens naar den Haag vóór mijne afreis; dan +maar morgen de diligence genomen van half drie, die correspondeert +met den trein naar den Haag; 't is wel eerst een paar uur rijdens, +maar dan ben ik er ook binnen de driekwartier." + +Zoo gezegd, zoo gedaan; Willem Verheyst bleek een oprecht vriend en +geen sammelaar; hij kwam bijtijds op den trein, en vijf minuten na +zijne aankomst zien wij hem op de stoep van het huis, waar Jonker +van Zonshoven logies had. + +Hij behoefde maar één trap te klimmen. Eene ruime voorbovenkamer +met alkoof in een gesloten huis op eene der zijgrachten, ziedaar het +rustige en zedige verblijf van den jongen edelman, te schraal door +de fortuin bedeeld, om een deftig appartement te kunnen betalen, +en te fatsoenlijk om op kosten van lichtgeloovige burgers een staat +te voeren boven zijn vermogen. + +En toch had zijne kamer een _air_ van élégance, dat zoowel voor den +smaak getuigde van den jonkman van geboorte en goede opvoeding, +als de behoeften kenschetste van iemand die geene gewoonte maakt +van uithuizigheid, en die in zijn thuis al de comforts wenscht te +vereenigen, waarvoor het vatbaar is. Behalve de onmisbare meubels, +die tot de eischen van eene "gemeubileerde kamer" behooren, en die +meer proper dan modern waren, zag men er eene kloeke schrijftafel, +een gemakkelijken armstoel, eene antieke gebeeldhouwde boekenkast +en zekere kleine voorwerpen van kunst en weelde, die in disharmonie +waren met het stijf burgerlijk huisraad en met het goedkoop "grijsje" +dat voor behangsel was gekozen; maar van dit laatste kwam juist +niet veel te zien, daar het rondom bedekt was met familieportretten, +sommigen in statig ebbenhout gevat, anderen in die schrale vergulde +lijsten, die van een later tijdperk getuigden, waarin het grandiose +tot het weeke en laffe was gezonken, zoowel in de kunst zelve als +in de wijze van haar voor te doen. Miniatuurportretten in ivoor en +photographieën van verschillende grootte hingen overal, waar er maar +een plekje te vinden was geweest. De jonker had er kennelijk zijn +lust in gevonden, hier zooveel doenlijk zijne geheele familie in +beeltenis vertegenwoordigd te zien. + +"Het was voor de gezelligheid," placht hij te antwoorden, als +men hem over deze drukke expositie zijner vaderen en voorvaderen +onderhield. "Ja, ja!" werd hem wel eens tegengevoerd, "'t is allermeest +omdat gij trotsch zijt op al die mooie wapenschilden." + +"Waarom niet, als ik meen te weten, dat zij onbesmet zijn bewaard, +en als ik zelf mij heb voorgenomen, er nooit een vlek op te +werpen?" antwoordde hij dan vast en met fierheid. + +Waarheid is, dat hij het "_noblesse oblige_" in den besten zin +opvatte. Het was nooit in hem opgekomen, als een voorname leeglooper +rond te slenteren en op de beurzen zijner aanzienlijke kennissen +en verwanten te teren. Hij had talent, al had hij geen academischen +graad kunnen verwerven, en hij had niet geschroomd met dat talent te +woekeren op iedere voegzame wijze. Hij was vlug, hij had orde; al had +hij geene vaste inkomsten, hij wist rond te komen en, zooals hij het +zelf noemde, het hoofd boven water te houden, en sinds de nood hem de +deugd van zuinigheid oplegde, wist hij haar te oefenen met een gemak, +of het simpel uit liefhebberij geschiedde. Zijne opgeruimdheid had +tot hiertoe door die leefwijze niet geleden. En wellicht bracht de +fortuin, die hem zoo plotseling voor de voeten werd gelegd, hem in +grooter bezwaren, dan hij tot hiertoe had behoeven te trotseeren. Eene +beproeving van zijn karakter was het zeker. + +Hij zat voor zijne schrijftafel en was druk aan den arbeid, toen Willem +Verheyst zijne kamer binnentrad. Onder een luid gejubel vloog hij op, +vatte Willems beide handen in de zijne en riep uit: + +"Braaf gedaan! Maar dat had ik ook wel van je verwacht, dat je +komen zoudt op mijn eersten alarmkreet. Wat een dwazen brief heb +ik je geschreven, niet waar? Later ben ik weer gansch mij zelf +geworden, en weet je hoe?" Hij keerde zich weer naar de schrijftafel +en liet Verheyst een handvol papieren zien, deerlijk met inkt +bemorst. "Dezelfde beweging waarmee ik op dien gedenkwaardigen +avond mijne lamp zou hebben omgeworpen, zoo niet de reddende hand +van juffrouw Joosting tusschenbeide ware gekomen, was tegelijk van +de noodlottigste uitwerking geweest op mijn inktkoker; de goede ziel +had maar op het noodigste gelet, maar die inktkoker, helaas! was hare +opmerkzaamheid ontsnapt. Eerst moest ik wat bekomen, toen mijn hart +uitstorten aan u, den brief zelf op de post brengen en rondloopen tot +ik als een gewoon mensch naar bed kon gaan; ziedaar alles waartoe +ik bekwaam was, en eerst den volgenden morgen ontdekte ik, welke +verwoesting er was aangericht. Drie stukken, die al in 't net waren +overgeschreven en genummerd klaar lagen om afgeleverd te worden, waren +reddeloos verloren en moesten overgeschreven worden. Een lief werkje +voor een millionair, niet waar? Maar al ware men het twintigmaal, +men moet zijn woord houden, en ik was zoo goed niet, of ik moest +aan den arbeid, en nu ben ik er bijna door. Het is mij tot heilzame +afleiding geweest. Ziedaar al den eersten last, dien mijne versche +fortuin mij aanbrengt, en 't zal denkelijk wel niet de eenige, niet +de zwaarste zijn. Maar hoe het ook zij, ik heb nu mijn avond vrij en +we kunnen praten." + +"Ja, dat zal noodig zijn, althans als gij nog niet van de zaak hebt +afgezien." + +"Afgezien! Waarom zou ik daar zoo in eens toe gekomen zijn? En ik +heb je uitdrukkelijk geschreven, dat ik mij tot niets decideeren zou, +voordat ik uw advies had ingewonnen." + +"Het gebeurt meer dat men raad vraagt zonder het antwoord af te +wachten." + +"Ja, maar zóó inconsequent handel ik niet; en mij dunkt, eene fortuin +als deze is wel eenigen tijd van kalm beraad waardig. Ziehier de akten: +de kennisgeving van den notaris, de copie op zegel van het testament, +den inventaris van de roerende en onroerende goederen; de laatsten +zijn nogal wat uiteen gelegen, in drie verschillende provinciën, +maar 't geheel vormt eene uitgebreide bezitting, en met 't geen er +aan effecten in portefeuille is, wordt de fortuin op meer dan een +millioen geschat. Zoo ver ik zien kan zijn de stukken in orde." + +"De stukken _zijn_ in orde," antwoordde Verheyst, nadat hij een tijd +lang zwijgend de akten een voor een had ingezien, "en als deze copie +van het testament juist is, waaraan ik niet twijfel, dan zal de meest +teleurgestelde onder de nabestaanden der erflaatster nog moeite hebben +om chicane te maken op hare beschikking. Mejonkvrouw Roselaer tot de +Werve benoemt u, jonker Leopold van Zonshoven, tot haar universeelen +erfgenaam, behoudens eenige legaten, onbeteekenend in verhouding tot +hare fortuin en waarvan de uitkeering aan de zorg van haar executeur +is opgedragen, in overleg met haar erfgenaam. De zaak is gezond en zoo +helder als glas, maar ik zie niets van die noodlottige clause, waarvan, +zooals gij mij schreef, de aanvaarding van die erfenis afhangt." + +"Zulk eene clause bestaat niet. Er is van 't geen door mijne oud-tante +begeerd wordt volstrekt geene conditie gemaakt, en zoo ik u iets +dergelijks heb geschreven, moet gij het alleen wijten aan den roes, +die mij was aangezet. Maar, ziet gij, dat wat ik bedoel en waarover +ik u wilde spreken, is eenvoudig een _verzoek_ aan mij, een wensch +van de erflaatster, in dezen brief vervat, dien gij doorlezen moet +eer gij mij uwe opinie zegt. Mij komt het voor, dat ik de geheele +erfenis moet opgeven, als ik niet aan haar verlangen kan voldoen." + +"Rechtens zeker niet; maar het kan een _cas de conscience_ zijn voor u, +dat wil ik wel gelooven. En is hetgeen van u gevergd wordt dan zoo +moeilijk om in te willigen?" vroeg Verheyst nog, zonder den brief +te openen. + +"_Ça dépend!_ Het zou een zeer aangename plicht kunnen zijn. Mijn +oud-tante wil, dat ik trouwen zal." + +"Dat's zoo'n onredelijke wensch niet, sinds zij u in staat stelt eene +huishouding te bekostigen." + +"Neen; maar zij vindt goed, mij voor te schrijven wie ik tot vrouw +moet nemen." + +"O wee! dat's nogal erg." + +"Ja! al heel erg, want zij schijnt het meisje zelve niet te kennen. Het +moet eene kleindochter zijn van zekere Generaal von Zwenken, die +indertijd met hare oudste zuster is getrouwd geweest; de jonkvrouw in +kwestie woont bij haar grootvader, en het schijnt bovenal uit rancune +tegen dezen, dat de slimme oud-tante deze vondst heeft bedacht, om aan +die nicht het genot harer fortuin te verzekeren zonder eenig ander lid +van hare familie daarin te doen deelen. Daarvoor wordt _ik_ gebruikt +en daartoe wordt die fortuin in mijne hand gegeven, opdat ik die zal +leggen in de hand van de schoone.... Niets schijnt meer gemakkelijk +en natuurlijk; maar onderstel nu eens dat die schoone eene leelijke +is, of eene gebochelde, of eene ondeugende heks, of eene lastige +coquette, of op eenige andere wijze onmogelijk is, althans voor mij, +die nog alzoo mijne eigene begrippen heb over vrouwen en huwelijk; +wat moet ik dan beginnen; van de erfenis afzien?" + +"Afzien.... afzien.... op zijn ergst zoudt gij een voorstel kunnen +doen om te deelen." + +"Ziedaar wat precies _tegen_ den uitdrukkelijken wil van de erflaatster +zou zijn. Lees toch den brief, en gij zult er u van overtuigen." + +Dit schrijven, dat Verheyst nu met gezetheid doorlas, was van den +volgenden inhoud. + + + + Zeer waarde Neef! + +Ofschoon ik eene onbekende ben voor u, zijt gij het geenszins voor +mij. Persoonlijk ken ik u niet, maar ik ben vrij goed onderricht +van hetgeen gij zijt en _niet_ zijt. Door allerlei _brouilleries_ +in onze familie en de inconsequente handelwijze van mijne oudste +zuster, ben ik verplicht geweest in geheele vervreemding te +leven (en zal ook desgelijks sterven) van al mijne verwanten; +die mij de naaste waren, zijn trouwens sinds jaren overleden, +en de overigen zijn hier en daar verspreid; en zelfs al woonden +zij in dezelfde stad waar ik hoop te verscheiden, toch zouden zij +zich nauwelijks herinneren, dat zij aan mij geparenteerd zijn, +daar hunne grootouders, na al het mogelijke gedaan te hebben om mij +het leven te verbitteren, het aan hunne kinderen en kleinkinderen +hebben overgelaten, mij te vergeten en zich zoo weinig om de oude +tante Roselaer te bekommeren, of zij nooit had bestaan, die zelve, +dit wil zij erkennen, van hare zijde niets heeft willen doen, +om hun geheugen op te frisschen en een rapprochement te weeg te +brengen. Maar een mensen moet op zijn einde letten; ik ben nu +in mijn vijf-en-zeventigste jaar en heb reeds eene attaque van +beroerte gehad, die mij eene waarschuwing is geweest om zoodanige +order op mijne zaken te stellen, dat er geene twist kan rijzen +omtrent mijne nalatenschap, en bovenal dat deze niet zou kunnen +vallen in handen van dezulken, die mijn leven verbitterd hebben; +evenmin wil ik dat een heirleger van verre neven en nichten als +haaien op mijne fortuin zullen aanvallen om die onder elkaar te +verdeelen en alles te verbrokkelen, wat mijne ouders en ik zelve +door orde, zuinigheid en wijs overleg hebben bijeenverzameld. Zoo +heb ik dan besloten, een hunner tot mijn universeelen erfgenaam +te benoemen, en die _eenige_ moet _gij_ zijn. Eerstens omdat +uw moeders moeder degene mijner zusters is geweest, die mij het +minste verdriet heeft aangedaan. Zij huwde een man van haar stand +in goede positie, met volle toestemming harer ouders, en zij kon +het niet helpen dat haar echtgenoot het slachtoffer is geworden +van die afschuwelijke Belgische revolutie, waarbij hij leven +en welvaart inboette, nalatende zeven dochters, van welke een +uwe moeder is geworden, die zich evenmin als de andere nichten +ooit om tante Sophie Roselaer heeft bekommerd, 't geen echter +verschoonlijk is, daar bij hare terugkomst in 't vaderland de +noodlottige familie-gebeurtenissen reeds hadden plaats gevonden, +die mij besluiten deden met al de mijnen voor goed de gemeenschap +af te breken. En de tweede reden--de voornaamste, waarom ik juist U +onder al de anderen onderscheid, is deze: dat ik een goed gevoelen +heb gekregen omtrent uw karakter en zelfstandigheid van geest. Ik +heb op verschillende wijzen en tijden, bij vrienden zoowel als +vreemden, naar u geïnformeerd, en de narichten zijn altijd van +dien aard geweest, dat ik u den meest geschikte dacht om uit te +voeren wat mijn eenigste wensch is, dien ik u dringend verzoek +te vervullen, indien het u eenigszins mogelijk is, namelijk: het +eenig nagelaten kleinkind mijner oudste zuster tot vrouw te nemen +en haar op die wijze dat aandeel te geven aan mijne nalatenschap, +dat ik haar, uit aanzien van de treurige verdeeldheid in onze +familie, nu moet onthouden. Ik had dat meisje in hare vroege +jeugd tot mij willen nemen; om haar eene goede opvoeding te +geven en aan dien jammerlijken soldatenboel te ontrukken, +waarin zij nu is opgegroeid; maar het is mij bot af geweigerd, +en de generaal von Zwenken, haar grootvader, heeft daarmee de +toekomstige fortuin zijner kleindochter roekeloos verspeeld, om +zijn ouden wrok tegen mij satisfactie te geven. Ook heb ik mijn +testament gemaakt met het vaste voornemen om hem, noch iemand der +zijnen, ooit een penning van mijn vermogen te laten genieten; +maar bij later inzien wil ik het kleinkind niet straffen om de +misdragingen harer grootouders. Ik wensch integendeel _haar_ +na mijn dood tot de erkentenis te brengen, dat die oude tante, +wier naam zij zeker nooit dan met toorn en minachting heeft hooren +noemen, nog zoo kwaad niet was en het althans met haar niet slecht +heeft gemeend, ja zelfs na den dood nog het mogelijke heeft +willen doen om haar te leiden door de hand van een edeldenkend +man, die haar gelukkig zal maken, als zij het verdient. Aan haar +zelve een deel van mijne fortuin toe te kennen, zou gelijk staan +met het den grootvader in handen te spelen, die het voorzeker zou +doorbrengen op dezelfde wijze als hij het vermogen mijner zuster +heeft verspild en doorgebracht. Zoo kwam ik op het denkbeeld +om U, neef Leopold, dien ik uit al de mijne bij mijne jongste +beschikkingen heb uitverkoren om de onafhankelijke bezitter te +zijn van al mijn wereldsch goed. U die ik weet een jongmensch +te zijn van karakter en goede beginselen, U dit eene verzoek te +doen, waarmee gij een onrecht dat ik genoodzaakt ben te plegen, +zult goedmaken. De vraag is nu maar of gij in deze schikking +genoegen zult nemen, en of het u mogelijk zal zijn aan mijne +begeerte te voldoen. De bezwaren zouden kunnen voortkomen van +de zijde die er het grootste belang in heeft, dit redmiddel, +dat ik heb uitgedacht, aan te grijpen. In dat geval smeek ik u, +de zaak niet dan op het uiterste op te geven. In 't andere geval, uw +eigen tegenzin om u door eene lastige bemoeial als uwe oudtante blijkt +te zijn, eene vrouw te laten opdringen, die u om de eene of andere +reden niet convenieert, onthef ik u bij voorbaat van dien dwang, +want ik wil dat er ten minste één lid van mijne familie zal zijn, +die mijne nagedachtenis niet in afschuw houdt; maar als het daartoe +komt kent de notaris van Beek mijne intentiën, waarnaar gij u zult +te schikken hebben, zoo gij u niet van de gansche nalatenschap wilt +verstoken zien, waardoor deze, zeer tegen mijn wil en wensch voor al +mijne nabestaanden zou verloren gaan om aan industrieele ondernemingen +te worden besteed. Dan, ik wacht wat beters van uw goed oordeel +en wijs overleg, om niet te zeggen dat ik reken op uw goed hart, +dat zich ontfermen zal over een jong meisje, reeds als kind door +de kwaadwilligheid harer verwanten verstoken van de voorrechten die +een deftig en gegoed geslacht haar scheen te waarborgen, en die haar +volgaarne waren gegund door hare en uwe + + + liefhebbende oud-Tante + + Sophie Roselaer tot de Werve. + + +P. S. Dat ik mij simpellijk Roselaer _tot_ de Werve moet schrijven +en niet _van_ de Werve, is de schuld van den generaal; maar zijn +koppigheid en dwarsdrijverij zal hem duur te staan komen. + +"Nu, wat zegt gij?" vroeg Leopold, toen Verheyst na volbrachte lectuur +het geschrift langzaam toevouwde met een bedenkelijk gezicht. + +"Wat ik zeg? wel dat het een echte vrouwenbrief is: het punt dat bij +haar het zwaarste weegt ligt in 't post-scriptum." + +"Hm! dat kan waar zijn; hoe is 't mogelijk dat een christenmensch, +dat eene vrouw, reeds met den eenen voet in 't graf, nog met zoo'n +bitteren familiewrok is bezield geweest, en mogelijk om een bagatel!" + +"Wat zal men zeggen .... uit de wissewasjes komen de felste processen +voort, als men den wortel der bitterheid niet bij het eerste opschieten +uitroeit. Maar ik had voor u wel gewenscht, dat deze dame met andere +gevoelens ware bezield geweest jegens hare verwanten; de zaak ware dan +zoo licht gevonden. Convenieerde u de jonge dame, dan: het huwelijk; +viel het anders uit, dan: de verdeeling; gij bleeft beiden vrij, +en met een half millioentje zoudt gij het ook wel kunnen doen." + +"Och! dat het haar behaagd had mij een dertig duizend gulden te +maken zonder conditie," verzuchtte Leopold, "dan ware ik van al dat +geharrewar af." + +"Dat zou zeker wel het gemakkelijkste zijn geweest voor u!" hernam +Verheyst, even glimlachend; "maar ziet gij, men heeft niets voor +niet, en als nu de wraakzuchtige oude dame u heeft uitgekozen om het +instrument harer wraakzucht te zijn, dan kunt gij niet anders dan +dien lastpost aanvaarden." + +"Dat zie ik nog niet in...." + +"Ik ben er zeker van dat zij zich op haar sterfbed heeft verkneukeld +bij de gedachte, dat zij eene kampioen voor hare grieven heeft +achtergelaten." + +"Heel goed, maar als zij zich verbeeldt dat ik, ter wille van haar +geld, de laagheid zal plegen, zoo maar blindweg hare kwade intentiën +te dienen, dan heeft zij zich zonderling in mij vergist, of men heeft +haar al zeer verkeerde berichten omtrent mijn karakter aangebracht." + +"Vooreerst weet gij immers niet of er werkelijk iets van u verlangd +wordt, dat met uw karakter in strijd is. Voorts moet ik u zeggen, dat +de beschikkingen eener overledene niet bediscussiëerd mogen worden, +en dat men er zich zooveel doenlijk naar voegen moet. Blijkt u dat +inderdaad onmogelijk bij nader onderzoek, welnú, dan is het nog niet +te laat om terug te treden." + +"Voorloopig heb ik in dien zin aan den notaris, geschreven. Ik voel +wel dat ik beproeven moet of er iets van dat huwelijk kan komen; ik +ben het in de eerste plaats aan het jonge meisje verplicht maar om de +waarheid te zeggen: ik zou zoo graag willen dat een ander dan ik, gij +bij voorbeeld, de eenige wien ik op dat punt volkomen vertrouwen kan, +eens een kijkje kon nemen van de familie von Zwenken, van de jonge dame +allermeest, eer ik zelf optrad, 't geen zoo heel decisief zou zijn...." + +"Hoe gij u nu reeds de _airs_ geeft van een millionair!" viel +Verheyst in. "De preliminairen van zijn huwelijk te laten openen +per ambassadeur! Jammer, waarde patroon, dat ik volstrekt niet in +de gelegenheid ben uwe opdracht te aanvaarden. Wie weet hoe ver de +serviliteit voor uw aanstaanden rijkdom mij anders nog vervoerd zoude +hebben!" Er was eene mengeling van spot en gekrenktheid in den toon +van dit antwoord, die Leopold deed opschrikken. + +"Dit verwijt is immers geen meenens?" vroeg hij getroffen. "Gij weet +wel dat ik niets kon bedoelen dan een vriendendienst vragen aan den +eenige, wiens scherpzinnigheid en helder oordeel ik beter vertrouwen +zou dan mijn eigen blik, door allerlei strijdige aandoeningen licht +beneveld!" + +"Wees gerust, zóó heb ik het ook opgenomen; ik wilde u slechts een +weinig plagen, maar ongelukkig is het beletsel dat ik aanvoerde geen +scherts maar strenge ernst. Ik moet morgen hier in den Haag blijven +voor mijne eigene zaken, en daarna heb ik geen dag, geen uur meer te +verliezen, om de laatste aanstalten te maken voor mijne groote reis." + +"Van welke groote reis spreekt gij?" + +"'t Is waar ook, wij hadden het zoo druk met uwe zaken, dat ik vergat +u van de mijne te vertellen. Als gij mij niet uitgenoodigd hadt bij u +te komen, zou ik u toch morgen in den loop van den dag eens opgezocht +hebben om u mede te deelen wat mij is overkomen...." + +"Toch geen kwaad?" vroeg Leopold, hem ernstig aanziende. + +"Neen, neen! ontstel maar niet. Gij zijt niet de eenige wien de +fortuin toelacht. Mij is het aanbod gedaan door den nieuw benoemden +Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, om hem als particulier +secretaris te vergezellen. Behalve het aanzienlijk jaargeld dat hij +mij biedt en de uitnemende gelegenheid om op de meest comfortable wijze +den overtocht naar Java te doen, dat ik altijd verlangd heb te leeren +kennen, zijn de vooruitzichten, die dáár voor mijne toekomst geopend +worden, zoo verlokkend, dat ik aan de verzoeking geen weerstand heb +kunnen bieden, en veel liever dan in mijne provinciestad te blijven +wachten op schrale processen, of naar de eene of andere rechterlijke +betrekking,--mij voor een jaar of wat expatrieer, om eenmaal terug +te keeren in al de wichtigheid van een Oosterschen nabob," eindigde +hij met eene poging tot scherts, die blijkbaar niet van harte ging, +want geen vroolijke glimlach verhelderde zijn, gelaat bij die schoone +voorstelling. + +"Ik kan u geen ongelijk geven," hernam Leopold, die ook zijn best deed +om zich goed te houden, schoon het hem even slecht gelukte, want zijn +verbleeken reeds verried hem, "maar toch, het spijt mij; ik kan u niet +zeggen _hoe_ het mij ook spijt, dat gij heengaat, juist nu ik in de +gelegenheid zou zijn, uw leven als het mijne te veraangenamen. Denk +toch eens, Willem! Ik krijg bosschen en heidegronden in mijn bezit, +en gij, die zooveel van jagen houdt...." + +"Ik zal nu maar wachten tot ik de groote tijgerjachten op Insulinde +bijwoon...." + +"En hebt ge waarlijk nog maar zóó weinig tijd voor u, eer we voor +goed afscheid nemen?" viel Leopold in, met eene zachte stem, waaruit +zijne aandoening sprak. + +"Wat zal ik je zeggen! Zijne Excellentie heeft besloten met den eersten +mail te gaan, die half April vertrekt. Wij moeten dus zorgen tijdig te +Marseille te zijn, en met alles wat er nog te schikken en te regelen +valt, ziet gij wel dat er niet veel tijd voor vriendschapsdiensten +meer overblijft." + +"Hoe komt die Gouverneur-Generaal er toch toe, om juist u voor dat +baantje uittekippen?" vroeg Leopold verdrietelijk. + +"Dat is licht te verklaren. Hij is wat aan mijne familie geparenteerd, +daarbij uit onze provincie herkomstig. Hij kende mij reeds vóór hij +in de Kamer optrad; hij had mij sinds lang zijn invloed toegezegd als +er sprake was van zijne bevordering, en nu hij zoo'n hooge betrekking +kreeg, was het juist niet vreemd, dat hij aan mij dacht. Hij kon niet +weten, dat ik voor mijn Leopold zóó onmisbaar zou zijn." + +"Sla den nagel maar niet dieper in, Willem! Ik voel wel, dat ik mij +den schijn geef van een grof egoïsme; maar geloof mij, uw besluit om +'t vaderland te verlaten treft mij niet het meest om mijns zelfs wil, +al word ik daardoor verstoken van uw vriendenraad en hulp; maar bij de +voorstellingen, die ik mij maakte van de toekomst, bij de plannen, die +ik bouwde op mijne toekomende fortuin, waart gij zoozeer mede begrepen, +dat ik mij niet zoo op eens gewennen kan aan het denkbeeld, dat gij u +nú juist voor goed van mij gaat losmaken, om 't geluk te gaan zoeken +in den vreemde, dat ik als 't ware in de hand had u te bieden. Gij +verlangt te reizen.... Wij hadden het immers samen kunnen doen?" + +"En uwe vrouw!" + +"Mijne eerste conditie zou geweest zijn, dat zij zich aan mijn vriend +had te gewennen." + +"'t Is nog beter, dat gij zulke conditie niet behoeft te +stellen. Mogelijk zijn er bezwaren genoeg te overwinnen zonder dat. En +begrijpt gij dan niet, gij, die liever in bekrompenheid hebt willen +leven dan uwe onafhankelijkheid prijs te geven, dat ik op mijne beurt +ook eene onafhankelijke positie verkies boven de meest welgemeende +aanbiedingen van een vriend? Hoe zou het mij zijn, zoo ik op uwe +fortuin zou gaan teeren?" + +"Een onafhankelijke positie! de dienstman te wezen van een satraap!" + +"Satraap zooveel gij wilt, hoewel mijn chef nog niets gedaan heeft om +hem in die categorie te rangschikken. Maar om alleen op mij zelven te +komen. Ik zal niet altijd in die ondergeschikte positie blijven. Mijn +beschermer, die een man van zijn woord is, zal mij spoedig genoeg +voorthelpen, als hij mijne geschiktheid heeft beproefd, en dan.... het +is nog niet gezegd, Leo! wie van ons beiden den zwaarsten kamp zal +moeten voeren, om de fortuin te veroveren...." + +"Wel zeker! Naar de Oost trekken, maken dat men er gauw rijk wordt, en +dan naar Holland weerkeeren om in den Haag eene villa in 't Willemspark +of een Geldersch landgoed te gaan bewonen, dat is in een ommezientje +geklaard; maar ik kan juist niet zeggen, dat ik het prijselijk vind, +en ik zou het waardiger en dankbaarder achten, dat men zijne schatten +ten minste ging verteeren waar men ze heeft opgezameld." + +"Het is waar, Leopold; van de tien handelen minstens zeven op die +wijze; maar waarom verdenkt gij mij, dat ik juist tot de zeven zou +behooren? Waarom ben ik zoo plotseling in uwe schatting gedaald?" + +"Waarom! waarom!" riep Leopold, opstaande en zijn stoel met drift ter +zijde schuivende, "omdat het mij is, of ik zelf gedaald ben in de uwe; +dat kwelt mij en maakt mij wrevelig. Luister, Willem! ik neem een +kort en goed besluit: ik ga aan dien van Beek schrijven, dat ik van +zijn verwenscht millioen afzie, en dan ga ik met u mee naar Indië; +daar zal voor mij toch ook nog wel plaats zijn." + +"Ik had er werkelijk aan gedacht, u iets dergelijks voor te stellen +eer ik uw brief had ontvangen, maar nù zou dat dwaasheid zijn." + +"Geene dwaasheid; want ik voel dat de demonische macht van dat geld +mij al gaat beheerschen en dat ik er hoe langer hoe meer onder zal +raken als ik er mij niet met één forsche daad aan ontworstel. Ik ben +al zoo ver, dat ik anderen voor mij zelven vergeet, en aan niets weet +te denken dan aan mijne eigene bezwaren, en dat om dit ellendig geld." + +"Dat blijkt; want gij vergeet, dat het niet enkel eene geldkwestie +is. Gij vergeet dat jonge meisje, dat gij daar zoo bot weg in den +steek zoudt laten, zonder te onderzoeken, of zij ook waardig is, +dat gij haar uw steun biedt en of gij haar niet willekeurig versteken +gaat van 't geen haar is toegedacht." + +"Gij hebt goed praten, maar.... als gij in mijne plaats waart...." + +"Zou ik handelen en mij zelf overwinnen, om te zien wat er in dezen +te doen viel. Gij ziet op tegen den strijd, dien u wacht, tegen de +bezwaren, die uwe rust gaan verstoren, ziedaar alles; en nu meent +gij eene grootsche daad te doen met het hoofd af te wenden en uw +gewonen weg te gaan, of er u geen nieuwe plichten waren opgelegd. Mis, +vriendje! Met mijne toestemming zult gij zulke ongerechtigheid niet +plegen. Gij moet den strijd aanvaarden; niet tegen den berg opzien, +waarachter het onbekende ligt, en als een echt paladijn den kruistocht +ondernemen tegen de reuzen en draken, die uwe dame in gevangenschap +houden." + +"Gij hebt, op mijn woord, gelijk. Ik mag dat meisje niet zoo +willekeurig op zij schuiven, al zou ik ook vrijheid hebben om zelf +arm te blijven uit gemakzucht. Het blijft er bij, Willem! Ik zal +niet lafhartig teruggaan in dezen kamp, al moet het er een zijn tegen +mijzelven. Ik ben gelukkig geen vreemdeling in zulken strijd; maar ziet +gij, een vriend als gij, die bijtijds waarschuwt, zou mij zoo noodig +zijn. Maar het zij zoo; ik sta u af, al is 't noode. Ik weet, waar +ik mijne sterkte zal zoeken. Ja! glimlach maar.... gij, die zoo vast +in uwe schoenen staat, dat gij nooit behoefte gevoelt aan hooger hulp." + +"Dat heb ik nooit gezegd, Leopold. Ik glimlachte, het is waar, over +de levendigheid en de snelle wisseling uwer aandoeningen; maar ik +ben er verre af, in u te bespotten wat ik hoogacht, al kan ik uwe +religieuse opinies niet deelen." + +"Waarom niet? Is het dan zoo moeielijk, te gelooven aan krachten en +machten, die men niet zien, niet ontleden kan; wordt het leven niet +een jammerlijk _terre à terre_, als men het opvat zonder iets aan +'t bovenzinnelijke te hechten; in één woord; hebt gij, gij, die een +ernstig en zedelijk mensch zijt, gansch geene behoefte aan geestelijk +leven, aan godsdienst?" + +"Wat zal ik je zeggen, Leopold! Wij leven in een tijd van spoorwegen +en stoommachines, waarin iedereen op zijn eigen terrein zoo wordt +voortgejaagd en gedreven, dat men waarlijk lust noch tijd overhoudt om +veel, om diep na te denken. En de theologie is een akelige doolhof, vol +doornstruiken en wespennesten, waarin ik niet graag zou ronddolen. Ik +weet wel, er is een gemakkelijke weg om voor religieus door te gaan +en zich zelf wijs te maken, dat men het werkelijk is. Men heeft +alleen maar binnen 't cirkeltje te treden, dat eens en voor goed is +afgebakend. Maar .... dat is mijne zaak niet, al weet ik _que c'est +très bien porté_ in zekere côteriën...." + +"Gij weet van mij, dat ik mijne overtuiging niet van côteriegeest heb +afhankelijk gemaakt," viel Leopold in, vast, maar zonder gekrenktheid. + +"Als ik dit _niet_ van u wist, zou mijn uitval eene opzettelijke +krenking zijn, Leo! En al houd ik er van, u eens een weinigje te +plagen ik zou u nooit willen grieven in 't geen ik weet dat u zeer na +aan 't harte ligt. Wat ik zeide, was voor mij zelven, omdat men mij +juist in dezen tijd wel eens lastig is gevallen op zeker punt. Wat +u betreft, gij hebt u nu eenmaal vastgezet in eene overtuiging, die +ik niet zal bestrijden, te minder, daar gij er uw leven naar hebt +gericht. Maar juist daarom, Leopold, kan ik niet inzien, dat ik U +zoo onontbeerlijk zou zijn dat ik mijne vermoedelijke fortuin aan de +eischen uwer vriendschap zou moeten opofferen." + +"Bij dieper nadenken zou ik dat ook niet gevergd hebben, Willem; +alleen.... gij hebt daarin gelijk.... ik ben wat snel, wat +levendig in mijne opvatting, en mijne eerste opwelling was die van +teleurstelling. Gij weet, ik ben er nu overheen, en gij zult zien dat +ik niet meer weifelen zal in mijn voornemen om de aangeboden fortuin +te aanvaarden met al hare baten en schaden, al drukt mij nu reeds de +groote verantwoordelijkheid die zij zal opleggen." + +"Maar vergeet dan ook niet de groote voorrechten, welke zij geeft; +ware 't maar alleen de gelegenheid om veel goed te doen. Komaan, +schep moed! Uwe schouders zijn krachtig genoeg om den last van een +millioentje te dragen; uw hoofd is niet te zwak om groote bezittingen +te beheeren. Gij hebt eene reine, werkzame jeugd achter u. Het +tijdperk, dat gij nu intreedt, is dat van mannelijke kracht. Uw +vastheid van wil is reeds gerijpt in menige beproeving, die gij +zegevierend hebt doorgestaan. Is er dan vrees dat gij versagen zoudt +voor het te veel, gij, die het zoo vorstelijk met het te weinig hebt +weten op te nemen?" + +"Nu nog mooier! Gij gaat mij vleien," sprak Leopold lachend. "Gij wilt +eens zien, hoe ik dat opnemen zal; maar wees gerust. Tegen vleierij +heb ik een ferm waterproefje aan; ik ken mij zelf een weinig....". + +"Nog niet genoeg, als gij twijfelt of ik hier in vollen ernst +spreek. Ik ben acht jaar ouder dan gij, Leopold! en sinds wij +elkaar leerden kennen, heb ik uwe worsteling met het leven en de +omstandigheden met belangstelling gadegeslagen, en zoo mag ik zeggen: +gij _zijt_ voor die moeielijke taak opgewassen. Gij hebt het 'adeldom +verplicht' zóó goed weten op te vatten, dat gij het 'rijkdom verplicht' +ook in de beste beteekenis zult toepassen." + +"Het moeten sterke beenen zijn, die de weelde dragen. Mijn hoofd +heeft reeds geduizeld bij de voorspiegeling van een millioen. + +"Wie zegt u, dat bij 't werkelijk bezit mijn voet niet zal wankelen, +niet zal uitglijden...." + +"Reeds uwe eigen bezorgdheid op dit punt is mij de beste +waarborg. Indien ik er anders over dacht, geloof mij, dan nam ik u +liever mee als mijn adjunct naar Indië. Maar nu.... luister. Ik ben +er in zekeren zin bij geïnteresseerd, dat gij het er goed afbrengt +met die erfenis. Toen ik de hand van dien notaris zag, kreeg ik een +vermoeden, en toen ik in den brief van uwe oudtante las, dat zij op +iedere wijze naar u had geïnformeerd, ging mij het volle licht op. Ik +herkende de hand als die van iemand, die in 't voorgaande jaar mij +geschreven had, om informaties te nemen naar u. Er was bijgevoegd, +dat de navraag geschiedde met geene andere dan goede intentiën en +dat mijn antwoord voor den persoon in kwestie geheim zou blijven. Ik +behoef u niet te zeggen, hoe mijn antwoord was ingericht, en _ik_ +heb grond om te gelooven, dat mijne getuigenis heeft medegewerkt +tot het besluit van jonkvrouwe Roselaer tot de Werve. Stel mij dus +niet ten toon als een valschen berichtgever, door uit overdreven +nauwgezetheid te eeniger tijd de zaak te laten varen. Had nadere kennis +van de eischen der testatrice mij doen zien, dat men bedoelde u een +valstrik te spannen of tot eene laagheid te bewegen, dan zeker zou +_ik_ mij geene moeite gegeven hebben uwe bezwaren te bekampen en het +eenvoudig op uw instinct van eerlijkheid laten aankomen. Nu blijkt +dit niet het geval, en ik zeg u: zet door; wie weet welk een parel +van eene vrouw u, dus in 't goud gezet, wordt aangeboden. Apropos, +weet gij al hoe uwe aanstaande heet en waar zij gezocht moet worden?" + +"Ik heb van ochtend juist een briefje gekregen van den notaris, +met verzoek om zoo spoedig mogelijk bij hem te Utrecht te komen, +daar hij in de gelegenheid is, mij inlichtingen te geven omtrent den +generaal von Zwenken en zijne kleindochter Francis Mordaunt." + +"Mordaunt! Heet zij Francis Mordaunt?" riep Verheyst, kennelijk +onaangenaam verrast. + +"Ja! Hebt gij wat tegen den naam? Hebt gij dien meer gehoord?" vroeg +Leopold als in één adem; want de strakke, verdrietelijke plooi op +het gelaat van zijn vriend stond hem niet aan. + +"Meer gehoord, nu ja .... veel gehoord zelfs, als die van een Engelsch +officier op retraite, die jaren geleden ergens in mijne provincie heeft +gewoond; een man, waar, zoover ik weet, niets op te zeggen viel...." + +"Nu ja! Maar de persoon waar 't hier op aankomt is de dame in +kwestie. Kent gij haar?" + +"Niet persoonlijk, en op praatjes en geruchten kan men toch +eigenlijk niet afgaan; en hetgeen mij van haar is ter oore gekomen, +kan .... onjuist zijn. Maar als dit niet zoo is, zou het weinig +geruststellend wezen voor u, dat mag ik je niet verbergen. + +"Daarom, onderzoek, onderzoek streng en vertrouw niets dan uwe eigene +oogen en bevindingen." + +"Heeft zij een lichaamsgebrek, is zij afzichtelijk?" vroeg Leopold +met onrust. + +"Neen, dat niet; ik geloof zelfs, dat zij er niet kwaad uitziet; +althans goed genoeg om pretendenten te lokken; maar...." + +"Welnu, wat aarzelt gij! Geef mij den genadeslag. Is 't eene coquette?" + +Verheyst haalde de schouders op. "Daarover heb ik niet hooren klagen; +het zou ten minste eene coquetterie moeten zijn van een vreemde soort." + +"Martel mij niet; zeg in eens uit wat kwaad gij van haar weet." + +"Niets eigenlijk wat men kwaad kan noemen; althans in uwe oogen zal +het geen misdaad schijnen. Ik weet alleen, dat een mijner bekenden, +een vriend van mijn jongsten broer, die smoorlijk op haar verliefd is +geweest en bot af een blauwtje heeft geloopen, mij eene voorstelling +heeft gegeven van haar, die .... enfin, niet heel aanmoedigend is +voor u. Zij moet eene brutale heks zijn, die niet wil trouwen, omdat +zij geen heer of meester over zich wil erkennen. Ze heeft dien armen +Karel Felters, den goedhartigsten sukkel die er op twee beenen loopen +kan, zoo gerudoyeerd dat hij van schrik het hazenpad heeft gekozen, en +_nota bene_ naar Afrika is vertrokken, om zeker te zijn, dat hij haar +nooit weer zou ontmoeten; overigens niet slechts in alle opzichten +een goede jongen, maar in vollen zin dat, wat men eene goede partij +noemt. Ik zeg 't niet om u af te schrikken, maar...." + +"Wel, dat schrikt mij in 't geheel niet af," sprak Leopold rustig. "Dat +zij geen sukkel wil hebben, die voor een vrouw wegloopt, bewijst voor +haar karakter; ik vind het piquant dat zij geene flauwe onbeduidendheid +is." + +"Ja! piquant moet ze zijn in de hoogste mate." + +"Zooveel te beter. Een weerloos slachtoffer vellen trekt mij in +'t geheel niet aan." + +"Ik ben blij dat gij er zoo over denkt. Ik voor mij zou geen lust +hebben in zulken kamp; maar gij, die zedelijk verplicht zijt den +aanval te wagen...." + +"Al ware die verplichting er niet, ik zou er mij nu toch toe opgewekt +gevoelen." + +"Om een helleveeg te trouwen?" vroeg Verheyst, zelf gerustgesteld door +de luchtigheid, waarmee Leopold zijne slechte berichten opnam. "Een +prettig baantje voorwaar!" + +"Het doet er niet toe; dat is juist een kolfje naar mijne hand. Ik +zal er Shakespeare's _Taming of the shrew_ nog eens op nalezen." + +"_As you like it!_ maar bedenk dat zijne middelen geantiqueerd zijn." + +"Ik ben geen _gentleman_ uit den ruwen tijd van _old merry England_; +ik ben een edelman van de 19de eeuw..." + +"Dat bewijst niet veel. Of vindt gij dat onze moderne jongelui zoozeer +uitblinken in wellevendheid en galanterie?" + +"Nu, om je gerust te stellen, die ridderlijkheid van de _preux +chevaliers_ die ik onder mijne voorvaderen tel, is .... meer +dan wellicht voor deze occasie noodig zal zijn, in mijn bloed +overgegaan. Mijn moeder placht te zeggen, dat ik geleek op dien +ridder van Zonshoven, ook een Leopold, die, om de eer zijner dame op +te houden, zich de linkerhand heeft laten afkappen. Zie, deze hier +is het; de legende is te lang om nu te vertellen, maar de verminkte +arm wijst het uit, dat er iets waars aan is en dat het portret moet +gemaakt zijn nà de catastrophe;" en Leopold wees met de hand en blik +naar eene der oudste beeltenissen, in zwart ebbenhouten lijst. Verheyst +zag beurtelings naar de oude in harnas gehulde gestalte, en naar het +jeugdige frissche gelaat van Leopold, en sprak eindelijk, met een +glimlach het hoofd schuddend: + +"Uwe goede moeder heeft haar eenigen zoon dan toch niet geflatteerd; +'t is waar, er is eenige gelijkenis in dat hooge voorhoofd met het uwe, +en uit dit donker blauwe oog spreekt stoutheid en zachtheid tevens, +zelfs zou men in den vorm van 't gelaat, en in de wat laatdunkend +vooruitstekende onderlip, desnoods den familietrek kunnen ontdekken, +maar toch, de meester schilder, die deze beeltenis vermoedelijk in +'t begin van de vijftiende eeuw heeft geconterfeit, is zeker geen +groot man in zijn vak geweest; 't is alles zoo hard en stijf, die +ridder poseert zoo brutaal met zijn verminkt lid, dat ik mij wel +verklaren kan waarom gij het juist in dien hoek hebt gehangen." + +"Toch het meest omdat het vuil en hier en daar gebarsten is," sprak +Leopold; "maar als ik het eens laat opknappen, en het werk tot zijn +recht komt, zal het zich zeker gunstiger voordoen, en wie weet, aan +welk groot schilder het dan niet zal worden toegeschreven; de naam +staat er wel niet op, en het jaartal evenmin, maar toch...." + +"Wie weet of 't nog niet uitkomt, dat het een Memling is", spotte +Verheyst, er nog dichter vóór tredende. + +"En Mijnheer de ridder draagt het kruis der Tempeliers" ging hij voort; +"zoo heeft hij zijn schoone dan niet eens gewonnen door zijn offer." + +"Neen! zijn roman had een treurigen afloop." + +"Ik wensch dan van harte dat de gelijkenis van het leven niet sterker +moge doorgaan, dan die ik waarneem in de physionomie. Want zonder +je te vleien, de jonker van de 19de eeuw bevalt mij vrij wat beter +dan die van de 15de. Al hebt gij niet de forsche gestalte van dien +_pourfendeur_, gij zijt toch slank en rap genoeg, en in uwe fijne +blanke hand zit kracht genoeg, al zou die zwarte gantelet haar +al zeer slecht _ganteeren_, en dan die akelige strakke trekken, +die ijzige glimlach; terwijl bij u alles leven en bewegelijkheid +is. Neen! neen! de uitdrukking van die tronie bevalt mij volstrekt +niet, al stellen wij nog zooveel van dat kille en fletsche op rekening +van den conterfeiter, en voorwaar, die man met zijn hoog opgetrokken +wenkbrauwen ziet op ons neer met zoo'n trotschen, laatdunkenden blik, +of hij zich boos maakt dat wij niet aan zijne voeten vallen, _la face +contre terre_. Foei! ik word er krekelig om, en wel het meest op uwe +moeder, die zeker uit adeltrots, juist den vinnigsten en fiersten van +al deze hooge en machtige heeren uitkipte, om er u mee te vergelijken." + +Leopold lachte luid en onbedwongen. + +"Wat sta je door te slaan, Willem; en om je te beschamen, moet ik je +zeggen, dat mijne moeder, die wel stille huiselijke deugden, maar +geen greintje geboortetrots heeft bezeten, juist in de uitdrukking +van de oogen, in den fellen hooghartigen blik, de gelijkenis meende +te hebben gevonden." + +"_Il ne s'agit que de bien voir la chose_, maar als gij mij zóó +stondt aan te kijken, zou ik je vierkant den rug toedraaien, om je +nooit weer op te zoeken." + +"Ik ben u de toelichting schuldig," hervatte Leopold, goelijk +lachend. "Moeder maakte mij wijs, dat ik op den ridder geleek +als ik mijn booze, weerbarstige buien had en de--onbeschaamdheid +pleegde.... (lieve, arme moeder, wat hebt gij mij veel te vergeven +gehad, hoe kondet gij mij liefhebben)," viel Leopold zich zelf met +weemoed in de rede, "haar zoo fier en uittartend aan te zien; dan was +'t altijd: 'foei Leo! de oogen van den Tempelier,' en ik werd bij +de hand voor 't portret gebracht te mijner beschaming, en dan, ja, +ik belijde het, dan was er waarheid in de gelijkenis." + +"O ho! is 't er zóó mee gelegen, dan kunt gij 't mij toch niet kwalijk +nemen, dat ik niet gecharmeerd was van uw hoog-adellijk evenbeeld!" + +"Te minder daar ik, om billijk te zijn jegens mij zelven, u mag +verzekeren, dat er na mijne vlegeljaren geene aanleiding meer heeft +bestaan tot zulke boetpredikatie _en action_; het lot heeft mij zoowel +ootmoed als ernst geleerd. En ik betreur dat niet: ijdele hoogmoed +brengt ons zeker ten val, en het is ijdelheid, als men, zelf arm aan +verdiensten, op de voorvaderlijke grootheid stoft; nog ééns, zoo ik +mij wel herinner, heeft het symptoom der booze gelijkenis zich weer +voorgedaan, en wel bij gelegenheid van eene woordenwisseling, die ik +had met mijn oom den minister. Maar ik was toen in mijn recht, want hij +beschimpte mijn vader nog in zijn graf, omdat deze eene arme freule had +getrouwd, die hem niets had aangebracht dan familiebezwaren, terwijl +hij, naar zijn voorbeeld, zijn jonkheerstitel had moeten gebruiken +als het lokaas voor eene schatrijke burgerlijke bruid. Toen voelde +ik het bloed van den Tempelier nog weer eens in mijne aderen bruisen, +en de gloed der verontwaardiging moet uit mijne oogen gelicht hebben, +zooals die daar ginds schitteren, want Zijne Excellentie was kennelijk +niet zeer op zijn gemak; hij verbleekte en tastte naar zijn schel, +of hij hulp wilde roepen en vreesde dat ik andere wapens zou gebruiken +tegen hem dan die van mijn blik; toch bedacht hij zich, toen hij mij +zag glimlachen over zijne onrust, en van toon veranderend, bracht +hij mij met eene hoffelijke wending van 't gevaarlijke chapitre af, +mompelde eenige onbestemde betuigingen van belangstelling enz. enz. en +geleidde mij al pratende tot in zijn antichambre, waar wij reeds +niet meer alleen waren. Maar ik wist, dat ik voor goed aan zijn +kamerdienaar geconsigneerd was, en mij de moeite om bij hem aan te +schellen voortaan kon sparen. En nu genoeg riddergeschiedenis voor +heden; vertel mij nog liever wat van mijne aanstaande vrouw...." + +"Ik wensch voor u en voor haar dat zij uw ridderlijk bloed niet +in al te groote beweging zal brengen, en daarom moet ik u vooruit +waarschuwen, dat zij ruw is en.... slechte manieren heeft." + +"Tantes brief deed mij reeds onderstellen, dat het haar aan eene goede +opvoeding heeft ontbroken. Maar dat is immers hare schuld niet. Het +arme kind! Welnu, ik zal daarin dan wat te verhelpen hebben, en ik +zal tegelijk de echtgenoot en de gouverneur mijner vrouw moeten zijn; +mogelijk, wie weet het, nog wel voor muziek- en dansmeester moeten +spelen!" + +"Niet voor schermmeester althans, want zij kan handig genoeg met den +degen omgaan, altijd volgens de getuigenis van Karel!" + +"Drommels!" riep Leopold lachend, "dat's om bang van te worden...." + +"Karel _is_ werkelijk bang geworden, en, om u 't al te zeggen: zij +was destijds nog maar een aankomend meisje, en toch werd haar in +de kleine garnizoensplaats, waar zij woonde, algemeen de niet zeer +vleiende bijnaam gegeven van: _Majoor Frans_." + +"Dat klinkt niet aantrekkelijk! daar hebt ge gelijk in, maar +toch.... ik zal zien dien majoor onder mijn vaandel te enroleeren, +en ben ik eens zoo ver, dan zal hij in die kwaliteit zijn ontslag +moeten nemen om in 't civiele over te gaan." + +"'t Is goed dat gij het zoo luchtig opneemt, want in trouwe, er zit +voor u niets op dan het te beproeven...." + +"_Faire contre fortune bon coeur_, is altijd mijne leus geweest +en--mijn lot," hernam Leopold met eene mengeling van zwaarmoedigheid +en scherts. + +"Maar, mijnheer! doe dan asjeblieft open, ik heb al driemaal geklopt +met het theewater." + +'t Was de snibbige stem van Kaatje de dienstmeid, wier bescheiden +tikken onder het levendige gesprek niet was gehoord geworden. + +Leopold deed open en Kaatje zette het theeblad klaar met "z'n +toebehooren," maar Verheyst trok een gezicht dat comische wanhoop +uitdrukte bij die aanstalten, en toen het meisje was afgetrokken, sprak +hij: "Zet maar geen thee voor mij, want om de waarheid te zeggen, +ik ben veel te flauw om uw lauw water te drinken; ik heb maar zoo +wat geluncht met een stuk brood en vleesch; mijn diner is bij de +reis ingeschoten." + +"Ondankbare egoïst die ik ben, u zóó aan den praat te houden en daar +niet op te denken; wacht, ik geloof dat mijn kok vandaag ook wat +slapjes was met zijn soep. Ik zal mij eens een extraatje permitteeren; +'t is half acht, de tafels in de hotels zijn afgeloopen; maar wij +gaan een apart dineetje nemen bij Pijl." + +"Waarom niet in de Witte? Daar moet het nogal goed zijn, en mogelijk +ontmoet ik daar nog dezen of genen, dien ik spreken moet, ware 't maar +alleen om afspraak te maken tegen morgen: dat zou mij tijd uitwinnen." + +"Zoo gij daar wezen wilt, mij goed, dan zal ik iemand opzoeken om +u te introduceeren; maar laten wij dan eerst elders gaan eten, want +dààr kan ik uw gastheer niet zijn. Ik ben geen lid meer." + +"Dat's kras, Leo!" + +"Wat zal ik je zeggen. Toen mijn vader stierf, en mijne moeder, +schoon ze van een schraal pensioentje moest leven, niet besluiten +kon den Haag te verlaten, begreep ik voor mij dat ik het snoeimes +flink ter hand moest nemen, om al wat naar luxe geleek, ferm uit +te snijden. De contributie moest op mijn budget geschrapt worden, +en hoewel ik vrienden genoeg had die mij begrijpen lieten, dat ik +daarover niet denken moest, wees ik die aanbiedingen ruiterlijk +af. Geen valsche schaamte weerhield mij om te zeggen waar het op +stond, dat de kleine geldzaak hier niet eens het grootste bezwaar +was, maar dat men het Haagsche leven niet ten halve kon meedoen; +dat ik er den lust zoowel als de gelegenheid voor verloren had, +dat ik voortaan dacht thuis te blijven en mij niet in den omgang +met vroegere vrienden tot soupeetjes en avondpartijtjes wou laten +verlokken. Daarbij onder ons gezegd, onder drinkers en spelers heb +ik mij nooit recht thuis gevoeld, zelfs niet dien korten tijd, dat +ik student mocht zijn, en ik berekende, dat als men mij nergens meer +zag, invitaties voor diners en partijen vanzelven zouden ophouden, +die tot allerlei extraatjes leiden van fijne handschoenen, verlakte +bottines, en in de verplichting brengen om er een éléganten rok op +na te houden; mijne abdicatie, zooals men dat noemde, werd begrepen, +mogelijk hier en daar bepraat en afgekeurd; maar ik had er spoedig +geen last meer van. Jongen! men wordt zoo makkelijk vergeten, als +men vergeten _wil_ zijn! Toch moet ik ter eere van mijne Haagsche +kennissen zeggen, dat ik bij toevallige ontmoetingen nooit anders dan +achting en welwillendheid heb gevonden. Ze hebben het mij heusch niet +kwalijk genomen dat ik kluizenaar ben geworden, en het niet eens een +onvergefelijke dwaasheid geacht, dat ik, arm zijnde, niet om den bluf, +den schijn heb willen bewaren en toch meedoen, ware het ten koste +van anderen, om 't geen sommigen noemen: hunne eer op te houden! En +nú, laten we gaan zien dat we wat te eten krijgen." Al sprekende had +Leopold zijn overjas aangetrokken, zijn hoed en handschoenen genomen, +en beiden stormden nu met gezwinden pas de trap af. + + + + + +Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst. + + +Al had ik niet beloofd u een getrouw verslag te doen, beste Willem! van +mijn wedervaren en bevindingen op mijn avontuurlijken tocht ter +verovering eener bruid, toch zou ik er behoefte aan hebben, dat alles +mede te deelen aan iemand, die luisteren wilde zonder repliek. En +daar ik er vooralsnog geen sterveling, behalve den eenigen, die er +niet buiten kon blijven (de notaris), inhalen wil, is het waarlijk een +kansje voor mij, dat gij nu mogelijk al door de Roode Zee glijdt, en +ik dus alles aan 't papier kan toevertrouwen, met de zekerheid, eenmaal +door een vriend gelezen te worden, zonder dat ik mijn geheim verklap. + +Ons afscheid was zoo brusk en gejaagd tusschen al die heele en halve +kennissen in, waar we bij Paulez mee dineerden en waarvan enkelen u +meenamen naar de sociëteit, dat ik niet meer in de gelegenheid was, om +u kennis te geven van mijn besluit om reeds des anderen daags met den +eersten trein naar Utrecht te vertrekken, om mijn verkenningstocht aan +te vangen. Uwe mededeelingen hadden mijne nieuwsgierigheid geprikkeld, +meer nog dan mijne hebzucht het was door het blinkend millioen, +en ik kon mijn ongeduld niet bedwingen tot uwe terugkomst van die +particuliere audiëntie die u op zulk eene geheimzinnige wijze, op zulk +een ongewoon vroeg uur, was toegezegd. Ik hoopte altijd, dat ik u vóór +uw definitief vertrek nog eens zou kunnen zien, om u vaarwel te zeggen; +maar gij waart altijd _par voies et par chemins_ in de laatste dagen +en ik .... neen, ik was niet op reis, maar zoo wat in een betooverd +slot geraakt, waar ik wel niet door draken en reuzen, maar door mijn +eigen wil en zucht tot volharding werd vastgehouden. Mogelijk nog +wel door iets anders .... maar daar ben ik nog niet zoo zeker van. + +Om nog even op uwe zaken te komen. Gij zult nu zeker beter weten, +dan ik het vatten kan, hoe uw patroon staat met zijne zenders, en hoe +dezen het op hunne beurt zullen maken met hunne dwarskijkers. Als ik +aan dat alles denk, komt de wensch bij mij op, dat gij liever aan +mijn voorstel haddet gehoor gegeven, om mijn wel en wee te deelen, +dan u mee te laten vangen in dat striknet der intrigue, waaruit geen +van de partijen, die er in betrokken zijn ongeschonden te voorschijn +kan komen. Maar gij zult mij antwoorden, dat gij volkomen onkundig +waart van deze valsche verhouding, toen gij uw woord gaaft, en dat het +overige uwe zaak niet is, en daarin hebt gij gelijk. Uw patroon kan de +stormen aan deze zijde van den Oceaan onbekommerd zien opsteken; zijn +hoofd zullen ze toch niet treffen: zijne positie is voor het bepaalde +getal jaren verzekerd, en--de uwe evenzeer. Gij hebt intusschen van +de gelegenheid geprofiteerd, om Indië te leeren kennen, en kunt met +die kennis veel goeds doen en veel kwaads voorkomen, als men naar u +zal willen luisteren, _voilà la question_. Iemand die dat zeker zou +gedaan hebben, en die hoog noodig zou gehad hebben dat gij hem uwe +voorlichting bleeft geven, is schrijver dezes, die waarlijk onder +zeer bezwaarlijke en gecompliceerde omstandigheden tot handelen zal +worden gedwongen. Naar mijn eigen gevoelen is de zaak mijner fortuin +nogal vlottende. Wel is door de waardige erflaatster alles gedaan, wat +noodig was, om die voor goed te verzekeren; maar er zijn oogenblikken, +waarin mij de onweerstandelijke lust overvalt, om mij van alles af te +maken, liever dan het instrument te zijn, om de wraakzucht _d'outre +tombe_ van Jonkvrouw Roselaer tot de Werve te dienen: een grijsaard +uit zijn erfgoed te verdrijven en eene arme zwerfster te maken van +eene weeze, die door hare afkomst een recht heeft op de nalatenschap +harer oudtante, al blijkt de wetgeving zulke rechten lager te stellen +dan de luim eener knorrige, oude vrouw, die de behendigheid heeft +gehad een onaantastbaar testament te maken. + +Gij ziet, Willem! dat ik nog in 't geheel niet verzoend ben met de +beschikkingen van tante Roselaer, maar 't is ook ergerlijk voor iemand, +die een ingeboren gevoel van billijkheid heeft en een hart, dat--ja, +ik mag het hier zeggen,--dat op de rechte plaats zit, om de _exécuteur +des hautes oeuvres_ te zijn eener ingeroeste familieveete. En toch, +zoo vaak ik de opwelling in mijne chevalereske gevoeligheid--die gij +mogelijk romaneske zwakheid zoudt noemen--heb bekampt met de nuchtere, +klare beschouwing der feiten, komt het mij voor, dat ik mij niet +onttrekken _mag_ aan dien plicht, en dat de nood mij is opgelegd, +het aangewezene te volbrengen, liever dan lafhartig de handen te +laten zakken en alles over te laten aan den notaris-executeur, een +uiterst braaf man, ik wil 't gaarne gelooven, maar zoo punctueel op +de letter van de wet, dat hij geenerlei menagementen zou gebruiken, +noch van verzachtende maatregelen, noch van uitstel van executie +zou willen hooren; en dat alles staat ten minste nog in mijne macht, +als ik het lastig baantje niet moedwillig laat varen. + +Een enkel geval kan zich voordoen, waarbij mij het koninklijk +prerogatief is toegekend, om gratie te geven, namelijk: als het +huwelijk doorgaat; maar ik begin te vreezen, dat er hinderpalen +bestaan, die iemand van mijn karakter met den besten wil der +wereld niet kan overstappen; dan--ik wil geregeld vertellen en niet +beginnen met hetgeen wellicht het einde zal moeten zijn. Ik ga u +mijne indrukken en ontmoetingen mededeelen--dag voor dag--zooals zij +mij zelf toegekomen zijn, te beginnen met mijn bezoek bij den notaris +van Beek op den 28sten Maart. De waardige fonctionaris is een klein +mager persoontje, met een naturel op, en een paar kleine levendige +oogen, die met zijn fijnen, langen neus en de dunne lippen van den +toegeknepen mond het perfect model levert van een slim, capabel, maar +onverbiddelijk wetgeleerde. Hij ontving mij eerst in zijn kantoor, +in zijn klassieken armstoel gezeten, met zijn grijs huisjasje +en statelijke witte das, die zijn dunne hals met onverbiddelijke +wreedheid omwrong. Ik had hem wel lucht willen bezorgen, zóó greep +het aanschouwen van die beklemming mij aan, maar hij zelf voelde +zich daardoor blijkbaar niet in de engte--het scheen hem alleen een +steun zijner wichtigheid. Opstaande groette hij mij met eene deftige +buiging, en eerst toen ik mijn naam had genoemd en mijn besluit had +te kennen gegeven, om, indien eenigszins mogelijk, de intentiën der +erflaatster te vervullen, zweefde een fijn glimlachje om zijn mond, +of hij zeggen wilde: "Gij zijt er dan toch toe gekomen, al valt gij +wat aarzelachtig." Na eene korte woordenwisseling over het eenigszins +plotseling afsterven zijner cliënte, en haar uitdrukkelijk verlangen om +in alle stilte en zonder samenroeping harer familieleden ter ruste te +worden besteld, vertelde hij mij, dat hij sinds dertig jaren met het +vertrouwen van Jonkvrouw Roselaer tot de Werve was vereerd geweest, +en met het beheer harer zaken was belast, en dus ten volle in staat +was mij alle verlangde inlichtingen te geven omtrent hare verhouding +tot den generaal von Zwenken, en hare intentiën met deze en zijne +kleindochter. Ik spare u en mij zelven de optelling van de jammerlijke +reeks tracasseriën en reciprociteiten, waarmee, al vóór de geboorte +van Francis, de generaal en tante Sophie elkaar hebben vervolgd en +elkanders leven hebben verbitterd. Dat zij dien man niet met het +bezit harer fortuin wil begunstigen, kan ik mij best begrijpen, en +ik moet het zelfs goedkeuren met het oog op Francis, die het eerste +slachtoffer zou zijn van die onvoorzichtigheid. Uit alles blijkt, dat +hij een verkwister moet zijn, of ten minste een zóó slecht financier, +dat de staat zijner zaken, dien de notaris op zijn duimpje kent--beter +wellicht dan de man zelf--, te vergelijken is bij een zinkput, +waarin men schatten bij schatten zou kunnen wegwerpen, zonder die te +dempen. Maar tusschen het onthouden van zijne nalatenschap van een +verwant, wien men gelooft niets schuldig te zijn, of het smeden van een +onverbiddelijk wraakzwaard, dat men nog uit het graf boven zijn hoofd +weet op te heffen, ligt toch eene wijde klove, en dit getuigt van een +onchristelijken geest, van eene woeste haatdragendheid als men onder +wilden en heidenen nauwelijks zou vinden, maar die men allerminst had +kunnen verwachten van een statige dame in een stijf kostelijk zwart +zijden japon, met zilvergrijze haren onder een zwart kanten mutsje, +en een snoer zuivere paarlen om den hals zooals zij zich vertoont op +haar portret, nog in het laatste jaar van haar leven geschilderd, en +dat zij aan haar notaris gelegateerd heeft, omdat zij zich in 't hoofd +had gezet, dat niemand harer bloedverwanten het met welwillendheid +zoude aanzien. En ik geloof, dat zij zich in dezen niet bedroog; want +ik zelf, haar hoog begunstigde erfgenaam, moet ronduit verklaren, +dat er nog veel zal moeten gebeuren, veel zal dienen opgehelderd te +worden, wat mijne indrukken van dit oogenblik wijzigt, eer ik met +een opgeruimden en dankbaren blik die toegeknepen lippen, die kleine, +felle oogen en die scherpe gelaatstrekken zal kunnen aanstaren, sinds +ik weet, welk een Shylocks geest deze fijne magere vrouwenfiguur heeft +bezield. De notaris getuigde van haar, dat zij "goed arms was;" maar +wat singulier van leef- en denkwijze. Als een wettisch, orthodox man, +die hij zelf is, schreef hij dat toe aan de bijzonderheid, dat zij +nog altijd veel op had met de denkbeelden en gevoelens der achttiende +eeuw, dat zij eene groote vereerster was van Rousseau--ja, zelfs dat +zij eene statuette van Voltaire in hare kamer had en zich had laten +afbeelden met een deeltje van diens brieven in de hand, al wist zij, +dat de toekomende bezitter juist niet bijzonder gesticht zou zijn door +dit détail, Maar zij hield er van, mij een weinigje te plagen, voegde +hij er met een sluw glimlachje bij, en ik liet haar begaan; zij had +overigens zooveel goeds.--"Zij had vele goederen althans," vulde ik +in gedachte aan, terwijl ik luisterde, "het beheer waarvan, waardige +_homme d'affaires_, u jaarlijks een mooi rond sommetje opbrengt, +'t geen u noodwendig tot grootmoedigen accomodatie-zin stemt." + +"Ja, ja, jonker!" ging de man voort, "sinds gij mij de waarheid vraagt +omtrent het leven en bestaan der overledene, moet ik u zeggen, dat +ze uiterst zelden ter kerk ging, en dan nog wel bij de Franschen, +schoon zij niet tot die gemeente behoorde; dat ze jaarlijks groote +sommen ten beste had voor allerlei inrichtingen van weldadigheid of +industrie; dat zij deelnam aan alles wat er werd uitgedacht om het +lot van den minderen man te verlichten, maar dat zij voor kerk en +kerkelijke zaken, zelfs voor zendelingen en christelijke scholen, geen +kwartje verkoos af te staan. Ik kon het nooit van haar verkrijgen, en +als ik mij verplicht achtte, een weinig aan te dringen, met haar voor +te houden, dat het voor iemand van hare middelen eene consciëntiezaak +was om dergelijke pogingen te ondersteunen, dan voegde zij mij toe, +dat het voor haar eene consciëntiezaak was, het ras der Tartuffes niet +te helpen vermenigvuldigen. En daarmee was het dan uit. Gij begrijpt, +jonker, dat ik in mijne kwaliteit tegenover haar mij voortaan onthouden +moest. Zij gebruikte overigens hare schatten voor zich zelve niet dan +met uiterste matigheid. Zij bewoonde een klein buitentje hier dicht +bij de stad, dat ik voor haar heb moeten koopen, terwijl zij haar +prachtig huis binnen Utrecht, haar fraai buitengoed in Gelderland, +aan vreemden verhuurde. Zij hield geene andere bedienden dan een +huisknecht, eene kamenier van leeftijd en eene keukenmeid. De tuinman, +die het lapje moesgrond van de plaats had gepacht, leverde haar de +groenten en moest voor haar tuin en bloemen zorgen. Een koetsier hield +zij er niet op na. Zij had rijtuig van een stalhouder, bij de maand; +maar zij gebruikte het zelden; zij wandelde weinig en kwam weken +aaneen niet van de plaats af. Zij had geen conversatie, wees in den +regel alle bezoeken af, behalve die van dokter D., haar vriend, die +haar dagelijks moest komen zien en die geregeld tweemaal in de week +met zijne ongetrouwde zuster een partijtje bij haar kwam maken. Ik +kwam zoo vaak de zaken het eischten, en eens in de maand vroeg zij +mij met mijne vrouw en dochter te dineeren. Dokter D. en zijne zuster +waren er dan ook; maar ik herinner mij niet, dat ik ooit iemand anders +bij haar ontmoet heb dan dien schilder, dien zij op haar ouden dag +nog haar portret heeft laten maken en wien zij een mooi legaat heeft +toegekend, een jongmensch met schalksche oogen en fraaie kneveltjes, +dien ik verdenk van haar een weinig het hof gemaakt te hebben _à +force_ van aardigheden en piquante gezegden à la Voltaire; want ze +kocht teekeningen van hem, die zij nooit aanzag, en ze was altijd een +beetje meer geneigd mij te plagen met mijne religieuse gevoelens en +mijn ouderlingschap, als hij bij haar was geweest. Overigens een beste +jongen, die voor zijn moeder had te zorgen; en 't kapitaal, dat zij +nu nalaat, jonker, is groot genoeg om niet op die caprice te zien...." + +"Neen, voorwaar!" viel ik in; "ik ben blij, te hooren dat er iemand +geweest is, die dat eenzaam en als in de engte gedreven leven nog +in den laatsten tijd wat heeft kunnen opvroolijken.... Maar na 't +geen gij mij daar hebt medegedeeld omtrent hare stemming tegenover +kerkelijke en christelijke instellingen, begin ik te twijfelen, of ik +wel recht heb, hare nalatenschap te aanvaarden; want schoon ik heel +goed weet dat er maar al te veel kaf onder 't koren schuilt en niet van +zins ben in den blinde en op den klank van vroomluidende woorden af, +tantes goud rond te strooien, toch zou ik niet kunnen nalaten, zekere +belangen, die mij na ter harte gaan, ook door materiëele ondersteuning +te bevorderen, zoodra ik mij daartoe in de gelegenheid zie gesteld, +hetgeen natuurlijk lijnrecht in strijd moet zijn met hare intentiën." + +Dat geloof ik niet; want zij heeft heel goed geweten, wie jonker +van Zonshoven was en wat zij ook op dit punt van hem zou te wachten +hebben, en het heeft haar niet afgeschrikt, zooals gij ziet; daarbij, +behalve dat zij wat kwelziek viel, was zij vrijgevig genoeg omtrent +het gevoelen van anderen. Hare oude kamenier was streng orthodox, en +ging niet ter kerke dan bij de meest rechtzinnige dominés, en toch +was het rijtuig Zondags altijd tot hare beschikking en is zij door +hare meesteres ruim bezorgd voor haar leven. Dat getuigt toch niet van +zoo groote vijandschap als hare harde uitvallen tegen mij soms deden +onderstellen. Mogelijk heeft zij in u iemand gezien, die doen zal +wat zij heeft nagelaten en uit valsche schaamte of stijfhoofdigheid, +zelfs bij beter inzicht, zelve niet heeft willen goedmaken. Als zij +'t anders gemeend had, was zij wel de vrouw geweest om te zorgen, +dat hare bedoelingen in dezen niet miskend konden worden, geloof mij +daarin, jonker! + +En ik moet hem gelooven, Willem! Want uit alles blijkt, dat zij +volmaakt goed berekend heeft wat zij wilde en van mij wilde. Al zou het +je nog zoo vervelen, ik moet u de hoofdkwestie mededeelen, waarin ik +verplicht ben hare rancune te dienen. Gij moet dan weten dat het huis +de Werve, een oud kasteel op de grenzen van Gelderland en Overijsel +gelegen, met zijne uitgestrekte bosschen, heidegronden en landerijen, +dat nu door den generaal von Zwenken wordt bewoond, heeft toebehoord +aan de ouders van jonkvrouw Sophie Roselaer; dat aan 't bezit van het +kasteel (eene riddermatige hofstede, zooals de notaris zich uitdrukt) +tevens de heerlijke rechten verbonden zijn, die in ònzen tijd wel +is waar hunne beteekenis verloren hebben, maar waaraan ik zeer wel +begrijpen kan dat eene vrouw als tante Sophie nog kon hechten. + +Jonker Roselaer van de Werve had geen zoon, 't geen hem zeker leed +genoeg zal gedaan hebben, maar wel drie dochters, waarvan tante +Sophie de tweede en mijn moeders moeder de jongste is geweest. De +oudste freule, Marie-Anna, werd na den dood harer ouders aangewezen +als rechtmatige erfgename van het huis de Werve met alles wat er +bij behoorde. Dit viel tante Sophie zeer uit de hand, daar zij eene +geheel andere beschikking had verwacht en goede reden had voor die +verwachting. + +Hare zuster had de oude lieden veel verdriet aangedaan. Zij had in +stilte een liefdesroman aangeknoopt met een jong Zwitsersch officier, +den kapitein von Zwenken, en daar zij vreesde, nooit de toestemming +harer ouders te zullen verkrijgen voor dit huwelijk, ontvluchtte zij +heimelijk hun huis en liet zich door von Zwenken naar zijne familie +in Zwitserland voeren, waar zij getrouwd zijn. Eene verbintenis, +die volgens den man van de wet en naar het gevoelen van tante niet +als wettig kon beschouwd worden, hoewel later de zwakke ouders zich +met den opgedrongen schoonzoon verzoenden en hun verloren kind, +toen het in alles behalve gunstige positie tot hen terugkeerde, +met opene armen ontvangen hebben. + +Bij dit familietafereel schijnt tante Sophie de rol te hebben +vervuld van den oudsten broeder in de gelijkenis. Zij had zich toch +al niet best met hare romaneske zuster kunnen verstaan, wilde in den +zich noemenden zwager niets zien dan een verleider, een indringer, +en bleef onverzoenlijk, terwijl zij de vergevingsgezindheid harer +ouders laakbare zwakheid achtte. Het oponthoud van de jongelui in 't +ouderlijk huis was dan ook slechts van korten duur, maar de weinige +dagen die zij er bleven waren stormachtig en strekten allermeest om de +onderlinge verdeeldheid der bewoners van de Werve te doen overslaan +op den verderen kring der uitgebreide familie, wier leden vóór en +tegen de von Zwenkens partij kozen. Als _machine de guerre_ tegen haar +zwager gebruikte tante Sophie de onregelmatigheid van zijn huwelijk, +op vreemden bodem gesloten. Wie dat niet met haar eens waren, wie den +Zwitserschen kapitein, in dienst der toenmalige Bataafsche Republiek, +voor aanverwant erkenden, konden geen goed meer bij haar doen, terwijl +die in dezen hare partij hielden, door den ouden heer Roselaer en +zijne vrouw met de uiterste koelheid werden bejegend. Kortom, het was +de geschiedenis der Montecchi en der Capulets op kleinere schaal en op +achttiende-eeuwsch Hollandsch terrein overgebracht. Men belaagde elkaar +niet met dolk of vergift, maar met het venijn der tong. Men kwelde, +men brutaliseerde elkaar zooveel men kon; het waren haarkloverijen en +_représailles sans trève ni merci_, die hier en daar tot processen +leidden, en onder de handen van procureurs en advocaten werden de +kwestiën noch klaarder, noch lichter op te lossen. Daar kwam de oude +mevrouw Roselaer te overlijden, en hare dochter Sophie meende nu, +dat er eene verandering zoude plaats hebben in het gevoelen van +haar vader omtrent zijne "schuldige" dochter, daar het bovenal de +moeder was geweest, die hem tot het verleenen van vergiffenis had +aangezet. Daarbij geraakte zij nu zelve aan het hoofd der huishouding +en gebruikte die stelling om het haar zwager en zijne vrouw zoo +onaangenaam te maken in de korte dagen van hun bezoek in het ziek- +en sterfhuis, dat zij afscheid namen van den heer Roselaer met de +betuiging, dat zij niet zouden terugkeeren. Sophie triomfeerde. Zij +dacht de scheiding, de uitbanning voltooid, maar zij vergat dat hare +zuster kinderen had en dat het haars vaders vreugd en trots was een +kleinzoon te bezitten, al uitte hij die gevoelens niet tegen haar. + +Een grijsaard heeft de rust lief, en al gaf hij haar in 't heimelijk +de schuld dezer nieuwe verwijdering, hij liet het haar niet blijken, +en getroostte zich den last, zijne kinderen te gaan bezoeken in de +naburige vestingstad, waar von Zwenken in garnizoen lag. Sophie wist +niet beter of hij deed bij zulke gelegenheid zijne gewone rondreize +met zijn rentmeester om zijne verschillende bezittingen op te nemen +en zich met pachters of boschbazen te verstaan. Het bleek welhaast +dat de von Zwenkens partij hadden getrokken van deze uitstapjes om +zijne genegenheid te winnen, in dezelfde mate, waarin tante Sophie die +verloor, en dat hij, vrijwillig, of daartoe door hen overgehaald, zijn +testament veranderde; want toen hij kwam te overlijden, had hij zijne +dochter mevrouw von Zwenken en hare kinderen zooveel bevoorrecht als +dat maar eenigszins zijn kon, en haar aangewezen als de erfgename van +het kasteel de Werve met de Heerlijkheid en de aankleve van dien. De +teleurstelling, de ergernis van jonkvrouw Sophie bij deze ontdekking +laat zich begrijpen. O zeker, haar gewerd het rechtmatige deel van +het ouderlijk goed, maar juist dàt, waar het haar het meest om te +doen was, het ouderlijk huis, waar zij was geboren en opgevoed, dat +zij nooit eigenwillig had verlaten, waar zij altijd als meesteresse +had geheerscht, dat zij steeds als haar welverzekerd eigendom had +beschouwd, werd haar nu ontnomen en overgegeven in de handen van +hen, die zij het meest onwaardig, het minst geschikt keurde voor +dat bezit. Een zwager, dien zij nauwelijks tot dien naam gerechtigd +achtte, dien zij altijd had gehaat en geminacht, en die deze gevoelens +met woeker teruggaf; eene zuster, die door haar misstap de eer van +'t ouderlijk huis had bevlekt, die de rust harer ouders, den vrede +in de gansche familie had verstoord, werd dus, als lag er niets +tusschen, in de rechten eener oudere erkend en boven háár gesteld, +die beter dan iemand wist, wat zij hen had doen lijden, en die zelve +het hare had gedaan om die smart te verzachten. De rustelooze haat, de +onverzoenlijke bitterheid, die daarna alle handelingen en overleggingen +van tantes leven heeft bestuurd, laat zich verklaren uit deze krenkende +terugzetting, waarin zij niet het meest des vaders hand, des vaders +wil zag, maar de list, den intriguegeest van een misdadig echtpaar. + +Zelfs al had men haar eene schikking voorgesteld, waardoor zij +op het kasteel had kunnen blijven, zou zij die toch niet hebben +aangenomen, daar zij te diep gekrenkt was, om concessies van hare +tegenpartij aan te nemen; maar het werd haar niet eens voorgeslagen, +en slechts de kortstmogelijke tijdruimte werd haar gegund, om +zich op de verandering van woonplaats voor te bereiden. Dat was te +meer grievend, daar de kapitein niet, zooals zijn schoonvader had +gewenscht, den dienst verliet om op het kasteel te gaan wonen en +zijne goederen te beheeren. Gebonden nu eens aan deze, dan weer aan +gene garnizoensplaats, mogelijk bij het opsteken der oorlogsstormen +bestemd om naar den vreemde te trekken, was hij de laatste die genot +kon hebben van het erfgoed. Zijn vrouw en de beide kinderen kwamen +er van tijd tot tijd een poos vertoeven, maar de eerste stierf +een paar jaren na den dood van haar vader, de kinderen bleven bij +den vader, totdat zij den leeftijd bereikt hadden, de dochter om op +eene Zwitsersche kostschool hare opvoeding te krijgen, de zoon onder +opzicht van een gouverneur tot hij rijp was voor de hoogeschool. + +Ik moet tante Sophie gelijk geven in hare bewering, dat von Zwenken +volstrekt niet _the right man on the right place_ was. Hij utiliseerde +zijne bezitting niet, liet het kasteel in handen van een vreemden +huisbewaarder, verwisselde den ouden bekwamen rentmeester met een +ander, die even onkundig als ongetrouw was in zijn beheer, kwam +niet naar de Werve omzien dan in den jachttijd met een troep drukke +vrienden en jachtliefhebbers, en lette er niet op dat het landgoed +meer en meer in verwaarloosden staat geraakte. Wie er wèl op lette +was tante Sophie. Schoon zij zelve naar eene andere provincie had +moeten verhuizen, waar het haar toegewezen deel der vaderlijke +goederen was gelegen, had zij haar hart noch haar aandacht kunnen +aftrekken van het ouderlijk huis. De voormalige rentmeester, zelf +niet weinig verbitterd tegen den nieuwen eigenaar, trad in haar +dienst als haar zaakwaarnemer en spion. Te dien einde bleef hij in +de nabuurschap wonen, en sloeg met valkenblik de _faits et gestes_ +van zijn plaatsvervanger gade, terwijl hij tevens zooveel mogelijk +acht nam op die van diens heer en meester. Majoor von Zwenken, want +hij was inmiddels tot dien rang geklommen, scheen druk te leven en +veel geld noodig te hebben, hetzij voor zich zelf, of wel voor zijn +zoon, een heertje dat lang en woest studeerde. Het rechte daarvan +schijnt de notaris van Beek zelf niet te weten, want gij begrijpt dat +het door hem is dat ik achter al deze bijzonderheden ben gekomen; +zeker alleen is het, dat hij niet genoeg had aan zijne inkomsten +en hypotheek nam op een deel zijner uitgestrekte goederen, dat hij +bij het huwelijk zijner dochter met een Engelsch officier, Sir John +Mordaunt, een deel zijner landerijen en bosschen te gelde maakte, om +haar het moederlijk vermogen te kunnen meegeven, en dat hij het overige +gedeelte van jaar tot jaar meer bezwaarde, zoodat hij ten laatste, +alleen om in dien drukkenden rentelast te voorzien, genoodzaakt was +weer een deel van het goed te verkoopen. Zoo ging het voort, en toen +hij ten laatste als kolonel, gepensionneerd met den rang van generaal, +(ongelukkig voor hem zonder bezwaar voor de schatkist!), zich voor +goed op het kasteel de Werve ging vestigen was het zoover gekomen, +dat hij van die gansche uitgestrekte bezitting niets meer als vrijen +eigendom overhield dan het huis alleen met den tuin, en de wandelingen +die er bij hoorden! + +Tante Sophie, die eene handige en scherpzinnige vrouw is geweest, +dát moet men haar nageven, had inmiddels het geheim gevonden haar +fortuin te verdubbelen, terwijl zij daarenboven de eenige erfgename +was geworden eener schatrijke nicht, die zich hare grieven had +aangetrokken. Tante Sophie had, zooals ik reeds zeide, den gehaten +schoonbroeder niet vergeten. De haat heeft een scherp geheugen en +even scherpen blik. Zij wist wie zij in de nabuurschap der Werve +had gelaten om de wacht te houden over alles wat er geschiedde. De +verjaagde rentmeester, die hare bedoelingen had geraden, had met +de waakzaamheid eener vlammende wraakzucht von Zwenken's nadeelige +financiëele operatiën gadegeslagen, en er haar steeds nauwkeurig +kennis van gegeven. + +Op die aanwijzingen afgaande, had zij door tusschenpersonen +langzamerhand zich meesteresse gemaakt van alles wat hij verkocht. Een +procureur in de naast bij de Werve gelegen stad, die hem zonder +aarzeling de groote sommen geld opschoot, waarmee hij zijn goed +bezwaarde, maar die onverbiddelijk was waar het rentebetaling gold, +was haar executeur, deed niets zonder hare orders, en hield haar zoo +goed op de hoogte, dat zij met zekerheid dag en uur wist te berekenen, +waarop von Zwenken in geldverlegenheid moest verkeeren. + +Eens toen zij het gunstig oogenblik daartoe gekomen achtte, zond zij +van Beek op hem af als bemiddelaar, niet juist van den vrede, want +tot verzoening neigde zij niet, maar toch met een zeer aannemelijk +voorstel. Hij zou haar het huis met de Heerlijkheid, die niets meer dan +een ledige titel was, verkoopen, voor eene hoogst aanzienlijke som, +die niemand er voor geven zou dan zij, reeds in 't geheim eigenares +van al de omliggende gronden; maar de generaal was te fier en te veel +verbitterd op zijne schoonzuster, om in dat voorstel te treden. Hij +liet antwoorden dat hij tot geen prijs de Heerlijkheid zou afstaan, +en wat het huis aanging: dat hij zijne overledene vrouw had beloofd +er hare zuster buiten te houden, en dat hij liever het dak boven +zijn eigen hoofd zou zien instorten dan er haar recht van intrede te +geven. Had hij toen kunnen weten, wat hem nog onbekend is gebleven, +welke maatregelen zij reeds had genomen om zijn lot in hare macht +te houden, waarschijnlijk zou hij zich tweemaal hebben bedacht eer +hij haar voorslag zoo botaf had geweigerd. Maar de generaal schijnt +wat brusk uitgevallen en scheen zich overtuigd te houden, dat er wel +nooit kwestie kon zijn van zoo diepen val. + +Hij moet echter sinds zijne retraite op de Werve zijne leefwijze +zoozeer vereenvoudigd hebben, dat zijn pensioen toereikend bleek voor +zijne behoeften, terwijl de hooge interesten die hij moest betalen +van dat deel zijner bezittingen, dat nog zijn eigendom heette, bij +een beter beheer en minder verwaarloozing betaald konden worden uit +hetgeen zij opbrachten. Maar weldra werd hij opnieuw in de verplichting +gebracht, ook zijn huis te bezwaren tot tweemaal toe; men heeft niet +kunnen ontdekken uit welke oorzaak, maar zeker is het dat de persoon, +die de bewijzen van deze voor hem onbetaalbare schuld in handen houdt, +hem dwingen kan zijn kasteel met de rechten der Heerlijkheid en ál +te verkoopen of eene rechterlijke vervolging tegen hem in te stellen, +die tot dezelfde resultaten zou leiden, nog verergerd door een publiek +schandaal, en daar de Werve, naar men zegt, reeds zoo in verval is +geraakt, dat zij allermeest tot afbraak geschikt is, en alleen hoogere +waarde kan hebben voor den persoon, die tegelijk eigenaar is van het +omliggende goed, spreekt het wel vanzelf, dat de verkoop minder zou +opbrengen dan de zware schuldenlast bedraagt die er op drukt. Daarmee +is de ongelukkige grijsaard niet slechts tot een zwerver gemaakt, maar +ook tot den bedelstaf gebracht; want een onbarmhartig schuldeischer +zou beslag kunnen leggen op zeker deel van zijn pensioen. + +Ik behoef u niet te zeggen, dat het tante Sophie is, die alle deze +bewijzen in handen heeft weten te krijgen, dat tante Sophie in het +kritiek oogenblik, dat zij zelve in hare macht had te bepalen, als +eenige schuldeischeresse en bezitster van alle verkochte goederen +kon optreden. Waarom zij, na zoo behendig met zulk eene jarenlange +volharding hare maatregelen te hebben genomen, niet reeds bij haar +leven dit vonnis over haar vijand heeft voltrokken, om hare wraaklust +die afschuwelijke voldoening te geven, dat is mij onbegrijpelijk. Zij +had alles daartoe voorbereid en berekend, en toch heeft zij uitgesteld, +tot ná haar dood. Mij dacht, haar triomf over hem zou het geweest +zijn, voor zijne oogen in zijn onteigend kasteel te trekken, en van +Beek zeide mij dat zij werkelijk dit plan moest gekoesterd hebben; +maar er is iets tusschen gekomen, iets wat hem zelf onverklaarbaar +is en waarover zij zich nooit heeft uitgelaten; zeker is het dat +zij drie maanden vóór haar dood, op het tijdstip zelf dat van Beek +hare orders wachtte tot den aanval, hem roepen liet, zich door hem +een zijner collega's deed aanwijzen, om haar testament te veranderen, +en de U bekende schikkingen te maken, waarbij van Beek als _executeur_ +werd aangewezen en waarvan ik het slachtoffer ben, zou ik haast zeggen +als het niet zoo paradoxaal klonk. + +"De groote plaats in Gelderland, de Runenburg, is met ultimo October +vrij en te uwer dispositie, jonker," viel van Beek in, den loop mijner +gedachten storende; "maar wat het huis in de stad betreft, dat slechts +tot Mei toe is verhuurd, de bewoners houden zich zeer gerecommandeerd +te continueeren, zoo dat niet met uwe intentiën strijdt; het zijn +respectabele lieden; hoe wilde de jonker dat ik daarin handelen zal?" + +Ik schrikte op, en keek hem wat verbaasd en verbijsterd aan. + +Het is eene zonderlinge gewaarwording, Willem, als men nooit een +steen in eigendom heeft gehad en altijd blij was als de kamerhuur +om de drie maanden klaar lag, te moeten beslissen wat er met huizen +en buitenplaatsen zal geschieden. Ik vond dan ook maar beter geen +besluit te nemen. + +"Mij dunkt, mijnheer van Beek, alles moest blijven zooals het is, +tot ik weet, of ik Francis zal kunnen huwen." + +"De jonker vergeet, dat het geene absolute conditie is...." + +"Niet volgens de letter van het testament, dat weet ik wel, maar toch, +voor mij...." + +"Verlangt de jonker, nu hij toch te Utrecht is, het huis niet eens +te zien? 't Is een kapitaal perceel, gelegen aan 't St. Janskerkhof; +wel de moeite waard dat verzeker ik u." + +"Dank je, mijnheer. Alleen, zoo 't niet te veel omhaal is, zou +ik gaarne het kleine buitentje zien, waar tante heeft geleefd en +gestorven is. Iemands omgeving leert ons zoo licht iets naders omtrent +zijn persoon...." + +"'t Is geheel tot uw dienst, jonker! Alleen .... ik meen reeds het +genoegen gehad te hebben u te zeggen," hernam van Beek met eenige +verlegenheid, "dat de oude freule aan mij heeft gelegateerd, zooals +reeds in 't voorgaande testament was beschreven, met dit servituut er +bij, dat de kamenier er wonen blijft tot aan haar dood. Het is een +kostbaar legaat, ik ontken het niet, maar considereer, dat ik haar +dertig jaar met alle mogelijke zaken en niet altijd zonder groote +bezwaren heb gediend, geraden en hare belangen voorgestaan, en dat +er voor mijn executeurschap geen extra gelden zijn gestipuleerd, +terwijl mij daarentegen is aanbevolen, den erfgenaam in alles bij te +staan, voor te lichten en naar mijn beste vermogen met raad en hulp +te dienen." + +"Maar mijn goede heer!" viel ik in, "wie zou tante geweest zijn, +zoo zij u niet in alle ruimte had bedacht? Het is mij volstrekt niet +te doen om u in iets te beknibbelen, 't Is voor mij zooveel als een +pelgrimaadje...." + +"Die heel licht te volbrengen is, als gij mij het genoegen wilt doen +hier te eten. Na den middag rijden wij er even heen; 't is geen +half uur van de stad. De freule heeft beschreven, dat de gansche +huishouding drie maanden na haar dood zou blijven gaan op denzelfden +voet, dat hare kleederen onder hare bedienden moeten verdeeld worden, +behalve de kleinoodiën, die aan u verblijven, en dat ik alles wat +mij geschikt voorkomt van het huisraad tegen taxatie mag overnemen; +het overige moet verkocht worden. Mogelijk vindt de jonker echter +een of ander, dat hij behouden wil als souvenir." + +"Wel zeker! de statuette van Voltaire," zeide ik lachende, en daarbij +bleven voor 't oogenblik de mededeelingen. Wij gingen koffiedrinken +met zijne vrouw en dochter en na den eten reden wij naar _Doornhove_. + +Het interieur van tantes woning gaf mij niet veel meer licht over haar +persoon en karakter, dan ik reeds ontvangen had. De oude kamenier +verkondigde met ijskoude trekken en droge oogen haar lof in vrome +termen. De jongere keukenmeid vond stroomen tranen om den "jonker" +te begroeten, die zeker ook zoo bedroefd moest zijn. De huisknecht +keek mij aan of hij meende dat ik in zijne rechten kwam treden, en +de kamers waren gemeubeld zooals ik mij reeds had voorgesteld zoomin +antiek als modern. Daar waren nog wat meubels _style empire_, maar het +meeste was uit den goelijk karakterloozen tijd van Willem I, toen zij +zich hier inrichtte, en sinds was er niet veel bijgekomen. Op comfort +scheen ze niet bijzonder gesteld; er was maar één groote canapé in +'t heele huis en een armstoel à la Voltaire, dien zij alleen 's +middags een uurtje gebruikte. Het moet eene wakkere werkzame vrouw +zijn geweest tot in hare laatste levensdagen. Zij beheerde zelf met +behulp van van Beek al hare goederen, beschikte persoonlijk over +interesten en geldbeleggingen en liet zich maandelijks rekenschap +geven van alles. "Ze zat altijd te cijferen en te schrijven, als ze +niet zat te lezen of te breien," zei de oude kamenier. + +"En wat las ze?" vroeg ik. + +"Meest in de ongeloovige boeken, daar uit die kleine boekenkast, +een enkele maal wel eens in den Bijbel, maar niet gezet. In een +leesgezelschap was zij niet; zij wilde niets weten van den grooten +strijd dezer dagen en geen krant zien dan de Haarlemmer." + +"Die ongeloovige boeken" waren Fransche, Duitsche en Engelsche +klassieken. Ik beduidde van Beek, dat ik wel wat zwak zou hebben +op die kleine, uitgezochte boekerij, alles keurig gebonden, maar +blijkbaar niet als onnut sieraad aanwezig. + +Onder de "ongeloovige boeken" had ik Fénélon, Bossuet en Pascal +opgemerkt, in minzame ruste gerangschikt nevens Voltaire en de +Encyclopedisten, terwijl Gellert, Lessing en Klopstock met Lavater +hunne ruime plaats hadden gevonden nevens Goethe en Schiller en de +tooneelspelen van Iffland en Kotzebue! + +"De boeken kunnen niet geacht worden tot het huisraad te behooren," +sprak van Beek met eene deftige buiging, "en, al ware dat zoo, het +spreekt vanzelf, dat de jonker in alles de preferentie heeft." + +Ge moogt me gelooven of niet, Willem, maar ik moet u bekennen, dat +ik voor 't eerst eene onvermengde gewaarwording van blijdschap had, +toen ik opnieuw den blik richtte op dat bibliotheekje en het aanzag +met de oogen van den eigenaar. Al de ontzaggelijke geldsommen, die van +Beek mij in zijne notarieele akten had voorgesteld, al de papieren, +die vele duizenden vertegenwoordigden, hadden mij, ik zal niet zeggen +koud, maar vreemd gelaten. Ik kon er mij nog niet in zetten als mijn +eigendom, maar Shakespeare en Molière, la Fontaine en Pascal kon ik +mij denken als de mijnen, en met eene onwillekeurige beweging greep +ik een deeltje, als om er feitelijk bezit van te nemen. + +Van Beek glimlachte, en knipoogde met zijne slimme kijkers. De +kamenier, die er bij stond, keek mij aan of ik heiligschennis pleegde. + +"Ik zou eer gedacht hebben, dat de jonker zwak had op den Bijbel van +de freule," zei ze bij wijze van critiek. + +"Het eene belet het andere niet, juffrouw Jones, althans zoo gij +zelve daaraan niet hecht." + +"Och neen, jonker. Zoo'n wereldsch, nieuwerwetsch boek daar hecht ik +niemendal aan; dat acht ik Gods woord niet, en ik begreep het nooit, +hoe mijne freule daarin hare stichting heeft kunnen vinden." + +"Wat hapert er aan dien Bijbel?" vroeg ik van Beek. + +"Niets, volstrekt niets. 't Is een gewone Staten-Bijbel, slechts niet +met de verouderde Duitsche letter gedrukt." + +Op mijn woord, tante moet in den besten zin liberaal zijn geweest, dat +zij zoo'n dienares van de letter jarenlang om zich heeft kunnen dulden! + + + +Den volgenden dag aanvaardde ik mijne reis naar het kleine stadje +Z., van waar uit ik op de Werve zou losrukken. Doch er gaat van +avond een mail, en het pakket is zóó groot genoeg voor eene eerste +toezending. Gij zult er heel wat aan te lezen hebben. Moge U tijd en +opgewektheid daartoe niet ontbreken bij uwe aankomst! + + + Wees gegroet tot nader. + + Uw Leopold. + + April. + + + + + + _Kasteel de Werve_, _April 186 _. + + +Zie zoo, beste Willem! ik ben doorgedrongen tot het binnenste van +de vesting, maar ik ben nog geen meester van 't garnizoen.... Verre +van daar, hoewel ik reeds slaags geweest ben met den Majoor. Maar +ik wil niet vooruitloopen; ik ga u eerst vertellen, hoe ik hier ben +aangekomen, en onder welke indrukken. + +Door van Beek voorzien van de noodige indicaties van een credietbrief +voor zijn collega Overberg, procureur en notaris in het kleine stadje +Z., trad ik diens woning binnen. Gij ziet, ik word gebousculeerd van +den eenen man der wet op den anderen; maar dat kan nu eenmaal niet +anders. Overberg was in de gelegenheid om mij de beste diensten te +bewijzen bij mijn aanval op de Werve. Hij is een man van gewicht +in zijne standplaats en de hoofdagent geweest van freule Roselaer, +bij haar toeleg om zich in 't geheim meesteresse te maken van von +Zwenkens bezittingen. Hij is (voor hare rekening) de altijd gewillige +geldschieter geweest, die den generaal in zijne chronische kwaal van +geldverlegenheid bijstond. Wel bezien is het nog zoo kwaad niet, dat +zij zich zoo geheel van den toestand heeft meester gemaakt. Zonder +dat zouden die kostbare goederen op allerlei wijze verbrokkeld en +geruïneerd zijn, terwijl de ongelukkige, die ze moest afstaan of +beleenen, in woekeraarshanden zou gevallen zijn, die hem reeds veel +eer in 't verderf zouden gebracht hebben. Dit is nu niet het geval +geweest. De mandataris van tante moest strikt het billijke vorderen, +maar ook niets daar boven. Dit maakte dan ook, dat von Zwenken niet +in gebreke bleef zich in allen nood tot hem te wenden, zoodat hij zijn +volle vertrouwen bezit en zeer zeker op diens aanraden de transactie, +die hem eens door van Beek werd voorgesteld, zou hebben aangegaan (het +afstaan van zijn huis en de Heerlijkheid), zoo niet de voorslag van +zijne schoonzuster ware gekomen. Ook ried Overberg mij, zoo ik toegang +wilde verkrijgen tot het kasteel, niet als de erfgenaam van freule +Roselaer op te treden, hetgeen terstond alles voor goed zou bederven. + +Als jonker van Zonshoven, door mijn moeders moeder aan den generaal +geparenteerd, zou ik vermoedelijk niet onwelkom zijn, hoewel von +Zwenken zich geheel heeft teruggetrokken uit de conversatie en noch +gasten noch bezoekers meer ontvangt. + +Ik zou een voorwendsel bedenken dat mijn verblijf in het naburige +stadje wettigt, en van daar uit was de aanleiding tot eene visite +licht gevonden; het verdere zou dan van de ontvangst afhangen. Maar +ik wilde niet zoo onvoorbereid aankloppen; ik moest zooveel doenlijk +weten, wie en wat ik er vinden zou, allereerst wie eigenlijk Francis +was, waar het mij voornamelijk op aankwam. Toen ik Overberg vroeg, +of hij freule Mordaunt persoonlijk kende, haalde hij de schouders op. + +"Ik heb slechts eenmaal de eer gehad haar te spreken. De generaal komt +altijd zelf bij mij, de freule komt hier nooit meer. Eens slechts had +zij in een zaak, haar persoonlijk betreffende, mijn raad noodig, en +toen is zij bij mij geweest; maar dat is lang geleden. Toen woonde de +generaal met zijne kleindochter nog in de stad en was hij commandant +van de vesting." + +Daar Overberg niets van tantes beschikkingen weet, dan dat ik haar +erfgenaam zou zijn, was ik met van Beek afgesproken, hem van het +huwelijksplan niet te spreken voor er kans scheen dat het zou doorgaan, +en zoo wachtte ik een antwoord zonder menagement. + +Mijne teleurstelling moet zich op mijn gelaat hebben geteekend, want de +goedhartige man hernam met zekere meewarigheid en als verontschuldigde +hij zich over zijne onkunde op dit punt: + +"Weet gij, Jonker! de overste leefde destijds op een grooten voet en +er bestond toen nog zekere afscheiding tusschen den militairen kring +en den burgerlijken, die nu is weggevallen. Ik, bij mijne drukke +bezigheden en weduwnaar, hield mij buiten de conversatie. Sinds +ik hertrouwd ben doe ik zoo wat mee, en 't is hier met diners en +partijen druk genoeg--en nu wij hiervan spreken, van avond is er een +soiréetje bij mij aan huis; daar komen jonge dames, die met freule +Mordaunt hebben geconverseerd. Wees heden mijn gast; gij kunt den +tocht naar de Werve toch moeilijk in den middag ondernemen. Ik zal u +voorstellen als iemand die hier naar een buitentje in den omtrek komt +rondzien. Want gij begrijpt, in een stadje als het onze moet men de +reden kennen van uw oponthoud, of men gaat er allerlei gissingen over +maken van eigen vinding. Ik zal 't gesprek op de von Zwenkens brengen, +en gij kunt toeluisteren; dat is het beste wat ik er op weet." + +Ik vond het ook zoo kwaad niet. In het logement, waar ik verblijf had +genomen (het eenige dragelijke), had men mij gezegd, was het niet +vroolijk den avond door te brengen, en eene gezellige bijeenkomst +had in eene kleine stad, nevens de eigenaardige bezwaren, toch ook +hare voordeelen, in dezen althans voor mij. + +Ik nam aan, dineerde geheel _en famille_ met den heer Overberg en +zijne vrouw, gulle joviale lieden, wie men het niet zou aanzien dat +zij behooren tot het gilde: + + + "De petits avocats. + Qui se sont fait des sous + En rognant des ducats." + + +En toch was mr. Overberg een geducht man op zijn terrein. Hij was +er voor bekend, dat hij zijne schapen niet vilde, maar zachtkens +schoor. Toch raakten zij hunne vacht kwijt als ze eens in zijne handen +kwamen. Waarheid is, dat hij ze niet lokte noch valstrikken spreidde, +dat hij integendeel waarschuwde voor processen waar men zijne hulp +als procureur inriep. Hij hield niet van uitersten, niet van geweld; +hij hield van middelen en schikken, en het goelijk glimlachje waarmee +hij zijne cliënten ontving, het zachte lijntje dat hij hun steeds +aanprees, of hij vreesde dat een ruwe aanval zijne blanke, gevulde +handen niet passen zou, bewezen, dat hij de man van zijn tijd was, +de beschaafde, wel opgevoede practizijn, die zijne partij zoetjes +aan bracht waar hij haar hebben wilde, _sans avoir l'air d'y toucher_. + +Tante Sophie schatte hem hoog om zijne discretie en voorzichtigheid, +maar zij heeft zich wel gewacht hem _le fin fond_ van hare bedoelingen +te laten doorzien, daar hij de man niet was voor snelle, gewelddadige +maatregelen. Tot eene ontknooping, zooals zij die in 't eerst bedoeld +heeft, zou zij zeker van Beek hebben ingeroepen, die met den _code_ +in de eene en het zwaard zonder genade in de andere hand zou zijn +opgetreden om rechtuit op zijne prooi af te gaan. Overberg daarentegen, +meenende dat ik uit mij zelven en krachtens mijn recht als erfgenaam +bezit wilde nemen van de mij ten deel gevallen goederen, geloofde +mij te moeten vermanen tot geduld; temporiseeren en uitstel van +betaling geven waar het mijne vorderingen gold; niet alle hypotheken +tegelijk opzeggen, maar op verschillende en ver verwijderde termijnen, +opdat alles langzaam maar zeker en zonder opzien te verwekken als _en +famille_ kon worden afgedaan. De generaal moest er toe komen, dat was +zeker, al wat nog het zijne heette en dat hij nimmermeer kon vrijmaken, +bij wijze van minnelijke schikking over te doen. De goede naam van een +militair, van een man die in een oud patricische familie gehuwd was, +al was hij vreemdeling van afkomst, zou op die wijze gespaard blijven, +en uit lankmoedigheid kon in geen geval schade volgen, terwijl het +opeischen van alles tegelijk den man tot het uiterste zoude brengen, +hem mogelijk in vertwijfeling zijn toevlucht zou doen nemen tot een +anderen practizijn, die kwaden raad kon geven in deze wanhopige zaak; +en als men doorzette en den onbarmhartigen schuldeischer speelde, +was er kans dat men schade leed, daar 't verkoopen van onroerend +goed zeer uit de hand kon vallen en 't geheel eigenlijk sinds lang +bezwaard was boven de waarde. + +De goede man wist niet, _qu'il prêchait un converti_, en dat mijn +innigste wensch was, alle mogelijke verschooning te gebruiken; alleen +de intentie der erflaatster was juist eene geheel andere: deze was het +te doen om te verpletteren, niet om opgericht te houden; op de schade +die er uit volgen kon, mocht niet worden gezien; de verdrijving van +den generaal uit al het zijne was het hoofddoel, tenzij de reddende +hand werd aangegrepen die ik mocht toesteken; maar ik beken u gulweg, +Willem, dat 't geen ik op die soirée hooren moest, mij gansch niet +gunstig stemde voor die aanbieding. Het verleden van dat jonge meisje +moet toch al heel duister en zonderling zijn, als maar iets waar is +van de praatjes die hier over haar worden gehouden. Ik weet wel, men +moet veel op rekening stellen van de kwaadsprekendheid en de bekrompen +uitleggingen eener kleine stad, maar toch .... oordeel zelf: Onder +de dames aan wie ik werd voorgesteld, was er eene, een alleraardigst +jong weeuwtje met gitzwarte oogen en levendige gelaatstrekken, die +mij werd aangeduid als een verre nicht van de Roselaers, en waarvan +het mij in 't eerst speet, dat zij niet Francis Mordaunt heette en +de uitverkoren nicht was van tante Sophie. Maar toen zij door vriend +Overberg, zooals ter loops, op het _chapitre_ der von Zwenkens werd +gebracht, was ik heel blij, dat ik mij volkomen vreemd aan haar mocht +houden. Ik kreeg zelfs eene opwelling van haat en bitterheid tegen +haar, zoo onbarmhartig als zij op de arme Francis lostrok. + +"Ja, zij waren goede kennissen geweest in den tijd toen haar grootvader +de commandant was van 't garnizoen, en zij had het huis van den +overste gefrequenteerd, maar vriendschap, neen, vriendschap had er +nooit bestaan tusschen haar en dat jonge meisje: daarvoor was zij al te +bizar en te ongemanierd. Verbeeld u, jonker! ze kwam eens op een avond +bij ons op een jongelui's partijtje, waar men wist dat muziek gemaakt +en gedanst zou worden, invallen zoo cavalièrement als 't maar mogelijk +was, met een donkeren merinoschen japon aan, hoog aan den hals, met +een omgeslagen boordje en een zijden dasje, als een aankomende jongen, +en haar schoeisel! _bottines de roulier!_ Op mijn woord, ik geloof, +dat zij er spijkers in had; geen onderofficier zou de onbeschoftheid +hebben gehad met zulke laarzen in een salon te komen...." + +"Onbekendheid met de omstandigheden wellicht...." verontschuldigde ik. + +"Wel neen! Ze was acht dagen vooruit gevraagd. In dien tijd kan men +wel een toilet prepareeren, zou ik meenen! Daarbij, zij was niet _au +dépourvu_, dat bleek heel duidelijk, daar zij twee dagen daarna, bij +een simpel damespartijtje, waar we tegen tien ure, door onze bedienden +geëscorteerd, weer naar huis gingen, _en grande toilette_ verscheen, +gedecolleteerd of ze had moeten dansen, ébloissant door hare parure +en met kostbare diamanten spelden in haar kapsel! Nu vraag ik u eens, +was dat niet om ons allen te railleeren en bloedig te krenken?" + +"Het komt mij voor, dat zij hare vriendinnen meer eer wilde aandoen +dan hare cavaliers." + +"Waarheid is, dat zij al heel weinig complimenten maakt met de heeren," +viel eene schrale ouderwetsch gekleede oude juffer in, die zeker +de laatste had moeten zijn om partij te trekken voor een geslacht, +dat haar blijkbaar verwaarloosd had. + +"En dezen hebben haar wis die nonchalance gereciproceerd?" vroeg +ik. "Zij heeft denkelijk den ganschen avond tapisserie gemaakt nevens +de dames van leeftijd." + +"Omdat zij zelve het dus wilde," viel het weeuwtje weer in. "Hoe +zij er ook uitzag, zij was zeker dat zij dansers kon krijgen. Alle +jonge officieren zijn als vanzelf verplicht de dochter, nicht of +kleindochter van hun kolonel zoo wat het hof te maken. Daarenboven +verstond Francis Mordaunt heel goed de kunst om aan te trekken door +af te stooten. Ondanks al hare bizarrerie en al hare caprices was zij +nooit om een cavalier verlegen. Nauwelijks trad zij ergens binnen of +zij wist de opmerkzaamheid tot zich te trekken. De heeren omringden +haar, zij werd gevleid, gecourtiseerd...." + +"Ja! gecourtiseerd, dat kan wel zijn, maar niet _geconsidereerd_, +dat is zeker!" viel de oude vrijster in. "Het was meest om haar +gerisqueerde aardigheden te ontlokken, of zulke uitvallen, waardoor +ze befaamd is geworden." + +"Waarheid is, dat iedereen zich amuseerde met hare bijtende reparties." + +"Die de dames vreesden," sprak een der heeren half schertsend, half +verwijtend, "omdat ze in den regel even juist waren als scherp." + +"In den regel koos zij de heeren tot _point de mire_ van hare +raillerie." + +"Hoe vreemd dan toch, dat de dames zoo weinig hare partij trekken," +kon ik niet nalaten aan te merken. + +"Dat is _niet_ vreemd, jonker! De eigenaardigheden waardoor zij +opgang wist te maken zijn juist die, welke wij in onze sexe niet +kunnen uitstaan. In al hare overwinningen zagen wij nederlagen; +de goede toon ging er bij onder." + +"En hoe liep de partij voor freule Mordaunt af in dat curieuse +danstoilet?" viel ik in, want ik had minder belang bij een _combat +d'esprit_ met het précieuse weeuwtje, dan bij eene meer voltooide +karakterschets van Francis, al was die ook door een tintje +kwaadsprekendheid gekleurd. + +"Juist zooals zij het hebben wilde, denk ik. Zij werd dien avond +wel wat gedelaisseerd, en blijkbaar was dat haar oogmerk, want zij +deed niets om er in te voorzien; integendeel, zij heeft haar besluit +om niet te dansen zoo luid en zoo forsch te kennen gegeven aan de +gastvrouw zelve, dat er geen kwestie meer kon zijn van haar te vragen." + +"Zoo slim was ze wel," viel nu de oude juffer in. "Zij nam het +initiatief om niet beschaamd te blijven zitten als er geen danser +kwam opdagen." + +"Waarheid is, dat er meer zedelijke moed toe behoorde dan onze heeren +in den regel bezitten, om eene dame op te leiden, die zich zoo heeft +toegetakeld," hervatte de weduwe. + +"De gewoonte om ons niet te sparen schijnt hier aanstekelijk," +fluisterde mij een officier in, die mij als kapitein Sanders was +voorgesteld. Ik knikte zwijgend, want ik wilde luisteren toen mevrouw +X vervolgde: + +"Ten laatste, toen de cotillon werd afgeroepen, moest ze toch meedoen, +en de ongelukkige leider van den dans moest zich opofferen. Luitenant +Wilibald, de adjudant van haar grootvader, was gedwongen haar op te +slepen; hij nam _son courage à deux mains_, en, na eenigen weerstand, +die wel serieus scheen gemeend te zijn, liet zij zich meevoeren, +maar deed niets om hem de corvée te verlichten; integendeel, zij +was zoo recalcitrant, zoo onopmerkzaam en zoo links, dat er telkens +eenige verwarring ontstond en haar cavalier de grootste moeite had om +hare méprises en distracties goed te maken. Ook werd de hoffelijke +jonkman door iedereen beklaagd, te eer omdat men wist, dat hij zich +eigenlijk uit dienstplicht opofferde, daar hij geëngageerd was met +een allerliefst meisje, dat om een rouw in hare familie thuis moest +blijven." + +"Pardon, mevrouw! Vergun mij te zeggen dat uwe voorstelling wat onjuist +is uitgevallen," viel nu kapitein Sanders in, met wien ik terstond +was ingenomen om zijn ernstig en schrander voorkomen. "Permitteer mij +een en ander te rectificeeren, want ik ben een vriend van luitenant +Wilibald, en ik weet dat het hem hinderen zou, als zulke scherts +voor de ware werd uitgegeven. Het was voor hem volstrekt geen corvée +freule Mordaunt op te leiden, in welk toilet zij ook goedvond zich te +vertoonen, want hij hield genoeg van haar om niet wat bizarrerie over +'t hoofd te zien.... Ja, ik durf zeggen, had het aan hem gestaan, +zijne allerliefste _future_, een piepjong stijfburgerlijk opgevoed +poppetje zou nooit zijne vrouw geworden zijn; maar de omstandigheden +dwongen hem, en freule Mordaunt schijnt er het hare toe gedaan te +hebben, om hem eene _fortuin_ te doen trouwen." + +Ik dankte den kapitein in mijn hart, dat hij zoo ridderlijk de +handschoen opvatte voor de waarheid tegen dat valsche tongetje, +en ik had hem graag openlijk bedankt en de hand gedrukt, maar ik +moest voorzichtig zijn en mijne belangstelling verbergen, wilde ik +meer hooren. + +"En is freule Mordaunt later nog getrouwd?" vroeg ik en trachtte de +vraag zoo onverschillig mogelijk van de lippen te laten vallen. + +"Wel neen!" riep de schrale oude juffer met een triomfeerenden +glimlach. "Zij heeft hier, zoover men weet (en men weet hier nogal +alles in dezen kring), nooit een serieusen pretendent gehad." + +"Hé! dat is toch vreemd; eene jonge dame die zooveel attracties scheen +te hebben," merkte ik aan. + +"Dat is in 't geheel niet vreemd," viel het weeuwtje in, op een coquet +sentimenteelen toon. "Aanbidders en vleiers van 't oogenblik om zich +heen te lokken, viel haar niet moeielijk; maar door 't hart alleen +wint eene vrouw ernstige genegenheid en achting en niemand heeft +ooit Francis Mordaunt _au sérieux_ kunnen nemen, _n'en déplaise_ den +kapitein, want zij had geen hart; zij heeft nooit van iets gehouden +dan van paarden en honden." + +"Gij vergeet haar grootvader," pleitte weer de kapitein. + +"Nu ja! daar was ze idolaat van; maar tot haar ongeluk vergold hij +het haar op eene vreemde wijze." + +"Wat bedoelt ge, mevrouw?" vroeg Overberg, wiens joviaal gelaat wat +betrokken was. + +"Dat hij het jonge meisje veel te veel aan haar eigen wil en luimen +overliet." + +"Wat zal men zeggen, _chère amie!_ Hij was bang voor haar." (Het was +de oude juffrouw die toebeet.) "Hij bulderde tegen zijne officieren, +maar eene _scène_ met Francis durfde hij niet afwachten." + +"Nogmaals verschooning voor tegenspraak, freule! De overste von Zwenken +bulderde _niet_ tegen zijne officieren, ik weet het bij ondervinding; +maar waarheid is het, dat hij schitterde door zijne afwezigheid als +Francis Mordaunt in de wereld ging. Hij liet haar uitgaan zóó en met +wien zij wilde, en zat, helaas, aan de speeltafel, en de dusgenaamde +adellijke societeit, als Francis zich door onbezonnenheid en zekere +eigenaardigheden van haar karakter ter prooi gaf aan laster en +verkeerde uitleggingen." + +"Bravo, kapitein! Dat's loyaal de afwezende te verdedigen." + +"Het spijt mij maar, dat het niet kon zonder een anderen afwezende aan +te klagen; maar hetgeen ik zeg is bekend, óver bekend in dezen kring." + +"Even bekend als de excentrieke _allures_ van _Majoor_ Frans. Wat +kapitein Sanders ook zeggen moge, wij vonden niets uit op dit punt, +wij geven het zooals wij het hebben beschouwd." + +Ik begreep maar al te goed wie er door majoor Frans bedoeld werd, +om opnieuw eene vraag te durven doen. + +"Dat moet men toestemmen," sprak eene oude dame, die tot hiertoe +gezwegen, maar met schitterende oogen toegeluisterd had. "Denk maar +wat een opzien het gaf, toen zij zich zoo compromitteerde voor dien +vreemdeling die in de 'Gulden Zalm' logeerde, wien het huis van +den kolonel was ontzegd en dien zij _rendez-vous_ gaf buiten diens +weten. Heeft zij niet ons aller blaam getrotseerd door op klaarlichten +dag met den onbekende in de plantage te wandelen? Ten laatste, +'t is mij voor vast verzekerd door iemand die het weten kon, heeft +zij hare diamanten spelden beleend om de kosten van zijn verblijf te +betalen. Ze heeft ze zelfs willen verkoopen, want ze zijn iemand van +mijne kennis gepresenteerd." + +De vroolijke blos op het frissche, volle gelaat van Overberg verschoot +tot een vaal bleek; maar hij zeide niets; de kapitein daarentegen +viel in: + +"Het is maar al te waar dat zij alles risqueerde als zij zich iets in +'t hoofd had gezet." + +"En dat om een persoon, die in 't geringste logement herberg nam, +niet eens zijn waren naam opgaf, zooals later verteld werd, en die +stellig een oplichter of valsche munter is geweest." + +"Indien dat gebleken ware, zou de politie er zich mee hebben bemoeid," +bracht Overberg in 't midden. + +"Zoo komt het mij ook voor," sprak de kapitein, "en ik houd voor +waar, wat Wilibald Smeekens er van geloofde: dat het iemand was, +die zich vroeger in den dienst niet goed had gedragen en dien zij +uit medelijden naar het buitenland wilde voorthelpen." + +"Hm! uit medelijden!" sprak de oude mevrouw. "Eene jonge dame +behoorde zich toch waarlijk in acht te nemen voor zulk soort van +medelijden. Zich met intriganten in te laten! Ik verzeker u, dat +er destijds algemeen sprake van was, haar uit onze conversatie te +verbannen." + +"Maar men waagde het niet, dat banvonnis uit te voeren om den wille +van den kolonel, die 't in zijne macht had het casino onmogelijk te +maken en de militaire muziek te weigeren aan de buiten-sociëteit, en +die 't zeker zou gedaan hebben als hij maar iets had geraden van 't +geen er tegen zijne kleindochter broeide," sprak de kapitein. "Maar de +dames legden het voorzichtiger aan; zij executeerden de arme Francis +achter haar rug en.... _en détail_...." + +"Met dat gevolg," voegde de oude juffer er bij, "dat zij zich weldra +uit haar zelve terug trok." + +"Neen, dàt had eene andere oorzaak," zei nu het weeuwtje met een +veelbeteekenend hoofdschudden; "dat kwam niet door onze bejegening, +maar omdat hare eigene consciëntie tegen haar getuigde na dat geval +met haar koetsier." + +"Ja, dat's waar; dat was eene fatale historie," stemde de kapitein toe, +tot mijne smartelijke verbazing. + +De loyale man, die blijkbaar tegen lasterzucht en verkeerde +uitleggingen kampte, moest hier zwijgen. + +Wat was er dan toch gebeurd? vroeg ik bij mij zelven; maar de stem +stokte mij in de keel, toen ik de vraag luide wilde herhalen. Zij +werd mij gespaard. + +"Maar wat is er dan toch gebeurd met die dame en haar koetsier?" vroeg +een gebrild heertje, dat, nieuwelings aangekomen, met het ambt van +postdirecteur was belast. + +De tongen der dames trilden van ongeduld om te antwoorden. + +"Ongelukkig weet men er het rechte niet van," hief de oude juffer +aan, wier schrille, scherpe stem haar de gelegenheid gaf het woord +te bemachtigen, "maar algemeen wordt geloofd, dat zij zich door haar +koetsier wilde doen schaken. Mogelijk zou dat gelukt zijn, doch.... de +man had eene bruid, en toen dat uitkwam...." + +"Heeft zij hem op een woesten rijtoer van den bok geworpen," viel de +oude dame in met een glimlach van demonisch genot. + +"Anderen, die 't meenen te weten, zeggen, dat zij hem met de karwats +heeft doodgeslagen," voegde het weeuwtje er bij, dat er toch ook het +hare van hebben moest. "_Horrible, most horrible!_" kwam er met een +gemaakt sentimenteel oogverdraaien achter. + +Ja, wel _horrible!_ dacht ik, dat jonge en oude vrouwen al te zamen +wedijveren in boozen lust om eene van haar die gevallen is, of mogelijk +slechts gestruikeld, met de tong den genadeslag toe te brengen. + +Ik kan u wel zeggen, Willem, dat ik in dien oogenblik overmeesterd +werd door afschuw en walging tegen heel het vrouwelijk geslacht, +en dat het mij nauwelijks de moeite waard was verder te luisteren, +toen nog weer eene andere in zijde en kant gedoste harpij uitviel: + +"Ik heb hooren zeggen, dat zij met hem gevochten heeft en dat de +paarden toen zijn doorgegaan, waarbij het slachtoffer onder de voeten +zou zijn geraakt." + +"Hoe dat ook zij, de waarheid zal wel nimmer uitkomen, de man ligt +op het kerkhof." + +"Ja, dat is hier zonder beeldspraak de waarheid," schertste de weduwe, +"en daarmee is de misdaad voor goed bedekt." + +"Met uw verlof, dames! Als er van zoo iets kwestie ware geweest, zou +immers de justitie er zich mee bemoeid hebben," merkte Overberg aan; +"en ik weet voor _zeker_, dat er van zoo iets geen sprake is geweest." + +"Dat wil ik wel gelooven," repliceerde de weduwe. "De officier van +justitie was een goed vriend van den kolonel, die dagelijks met +hem aan de ombretafel zat, en hij heeft, om de zaak te bemantelen +en tegelijk aan het publieke wraakgeschrei iets toe te geven, eene +officieuse visite afgelegd bij den commandant. Francis Mordaunt moet +toen in 't verhoor zijn genomen, en, zooals vooruit te berekenen was, +is zij er zwaanwit uitgekomen; naar 't getuigenis van den rechterlijken +ambtenaar althans," eindigde zij met een satyriek schouderophalen. + +"Maar, mevrouw!" viel Overberg in met zichtbare ergernis, "als men +nu zelfs de onpartijdigheid van de justitie gaat verdenken!" + +"Och, ik verdenk niet, ik vertel slechts hoe 't afgeloopen is, namelijk +dat de zaak gesmoord is en aan de familie van den ongelukkige het +stilzwijgen werd opgelegd. Lieden van dat slag laten zich licht +bang maken. Enfin, hoe het daar ook mee zij, Majoor Frans heeft +zich na dat avontuur niet weer in onze côterie durven vertoonen, +en haar grootvader schijnt er aanleiding uit genomen te hebben om +zijn ontslag uit den dienst te vragen." + +"Hij had den leeftijd," voegde de kapitein er bij; "en zoo hij zijn +ontslag kreeg, was het met eervolle onderscheiding: bevordering tot +generaal, vergunning tot het blijven dragen van de uniform." + +"Waarvan wel niet druk gebruik zal gemaakt worden; want de generaal +retireerde zich naar het huis de Werve," merkte de oude dame aan. + +"Waar nu Majoor Frans het commando heeft," liet de oude dame er +op volgen. + +"En zich den tijd verdrijft met paardrijden en jagen," voegde het +weeuwtje er bij, met een opgetrokken neusje. + +"Wat het laatste betreft, dat kan ik, als onjuist, tegenspreken," +hernam Overberg; "want de generaal heeft geene jachtakte genomen, +dat weet ik zeker, en het jachtrecht over zijne velden en bosschen +is sinds lang overgedragen op.... een van mijn cliënten, die echter +hazen en patrijzen in vollen vrede laat." + +Hierdoor kwam het praatje tusschen de heeren op de jacht en visscherij; +terwijl de dames hare tong scherpten tegen andere slachtoffers. + +Ondanks mijne poging om het te ontveinzen, moet Overberg het mij hebben +aangezien dat de harde oordeel-velling over Francis dieper indruk op +mij maakte dan salonpraatjes behoorden te doen; hij nam mij ter zijde +en fluisterde mij in: "Morgenochtend vóór uw vertrek kom ik nog een +paar woorden spreken over dit gehoorde; hecht er intusschen niet te +veel aan; dit alles weegt zoo zwaar niet als het luid klinkt." + +Hij had goed praten; hij kende de oorzaak mijner belangstelling +niet, en al tilde ik het nòg zoo licht, het was toch te veel voor de +betrekking, waarin ik tot de freule moest komen. Ik begon te twijfelen +of ik wel naar de Werve zou gaan, en of ik niet beter deed mij ter +zijde te houden en van Beek met Overberg te laten handelen. Het oordeel +over den generaal en zijne kleindochter zou dan voltrokken worden; +maar het scheen toch gansch niet onverdiend. + +Onder overleggingen van den onaangenaamsten aard begaf ik mij ter +ruste, die ik niet vond. Ik had een ellendigen nacht en was op het +punt na mijn ontbijt het rijtuig, dat mij naar de Werve moest brengen, +te gebruiken om naar een der dichtst gelegen stations van den spoorweg +te rijden, daar het stadje nog buiten het net der rails ligt, en naar +den Haag terug te keeren, waar mijne kamer nog niet is opgezegd en +waar ik mijn eigen rustig en werkzaam leven kon hervatten, om mij voor +goed af te wenden van tante Roselaers fortuin en hare beschikkingen; +maar Overberg kwam tusschenbeide met consideratie en advies. + +"Ik meen uwe nobele intentie geraden te hebben," ving hij aan. "Gij +wilt freule Mordaunt leeren kennen, en als zij u aanstaat een voorslag +doen, die allerlei moeielijkheden door eene enkele overeenkomst bij +minnelijke schikking uit den weg ruimt. Ik kan u niet zeggen, hoe +prijselijk, hoe verstandig ik dit voornemen vind, en het verwondert +mij zelfs, dat de erflaatster u in dezen niet een wenk heeft gegeven, +want zij was iemand, die de zaken zeer helder inzag." + +"Dien wenk heeft ze gegeven; ik wil het u niet langer verhelen; en +'t was wel mijn voornemen dien op te volgen, maar na het gehoorde +van gisterenavond moet ik er van afzien." + +"Gekheid! Hecht toch niet zooveel gewicht aan die praatjes. Denk aan +de lasterzucht en de kleingeestigheid van de lieden eener kleine stad, +die alles op het bekrompenste uitleggen." + +"Heel goed; maar in een kleine stad, waar men elkander, om het zoo +eens te zeggen, oog in oog ziet en alles van elkander kan weten, durft +men toch zoo grof niet liegen en lasteren als er niets van aan is." + +"Dàt wil ik ook niet beweren; maar zekere ongewone voorvallen, zekere +excentrieke handelingen zijn meestal voor tweeërlei uitlegging vatbaar; +en wie zegt ons, dat de slechtste, door naijver en ergdenkendheid +gegeven, juist de ware is? Ik voor mij, dit beken ik, ik ben niet +in de gelegenheid geweest om de gedragingen van freule Mordaunt te +controleeren. Ik had genoeg aan de zaken met haar grootvader, die +altijd met hooge ingenomenheid van haar sprak. Daarom wilde ik ook +geene getuigenis voor of tegen haar geven op uwe vraag. Had ik echter +kunnen denken dat onze dames het zóó bont gemaakt zouden hebben, +dan had ik het niet op hare praatjes laten aankomen en zou ernstige +navraag hebben gedaan bij personen, die billijk en betrouwbaar waren." + +"Kent gij dezulken hier?" + +"Ze moeten hier te vinden zijn. En ik verzeker u, in mijne praktijk +is het mij zoo dikwijls voorgekomen dat men de boosaardigste +beschuldigingen, tot de grootste proportiën opgeblazen, als een +zeepbel zag uiteenspatten bij ferme, mannelijke aanraking, dat ik +niets meer geloof, wanneer ik niet met eigen oogen gezien, niet +met eigen handen getast heb, of waarvoor ik althans waarborgen heb, +die met eigen aanschouwen gelijk staan." + +"Op het punt der verkochte of beleende juweelen hebt gij dan toch +zeker eenig duchtig bewijs in handen," viel ik in, mij zijn verbleeken +herinnerend. + +"Gij hebt gelijk; juist in die zaak ben ik betrokken geweest. De +freule had meer geld noodig dan die woekeraar van een goudsmid hier +bij ons er haar op wilde voorschieten. Verkoopen wilde zij ze niet +dan op het uiterste, en hoewel het mogelijk is dat de juwelier, +die ze een paar uur onder zijne berusting heeft gehad, er zaken +mee heeft willen doen, met hare toestemming en voorkennis zijn +ze niemand te koop aangeboden. In hare verlegenheid nam zij hare +toevlucht tot mij, van wien ze wist dat haar grootvader altijd met +raad en hulp werd gediend. Nu behoort het wel niet tot mijn vak, +geld te leenen op edelgesteenten, maar zij bekende mij, dat zij in de +uiterste verlegenheid verkeerde, hoe ze een paar duizend gulden zou +bijeenkrijgen buiten haar grootvader om. Zij was pas meerderjarig en +hare voogden hadden haar nog geene rekening en verantwoording gedaan +van hun beheer over haar vaderlijk erfdeel; zelve wist ze nog niet, +wàt ze bezat, en geloofde dat haar vermogen geheel op het Grootboek +was geplaatst om bepaalde redenen, die ik licht doorzag; men had den +generaal de gelegenheid willen benemen om zijne kleindochter, wier +fortuin bij het overlijden van haar vader toch al zeer gereduceerd zal +zijn, totaal te ruïneeren. _Wat_ daarvan zij, eene parure in paarlen +en de prachtige diamanten spelden was alles wat zij kon missen op +dit oogenblik, maar zij had er die dan ook voor over. Mejonkvrouw +Roselaer had mij eens voor al opgedragen de von Zwenkens in allen nood +bij te staan, moyennant degelijk onderpand. Ik meende dit geval in +dat voorschrift te moeten begrijpen en ik schoot het geld voor tegen +billijke rente, op mijn eigen risico, zoo de oude freule de zaak niet +mocht goedkeuren; maar het tegendeel bleek, en de sieraden zijn nog +onder mijne berusting, daar ze tot hiertoe nog niet zijn opgevorderd." + +"En de rente?" + +"De freule schijnt daar niet aan te denken," hernam Overberg met een +goelijk glimlachje; "die laten we maar stilletjes oploopen tot tijd +en wijle.... Als het met uwe intentiën strookt, kunnen wij dat aparte +zaakje onder ons afdoen." + +"Wij zullen zien, mijnheer Overberg. In elk geval kan het mij te pas +komen dit te weten. En hebt gij niet vernomen welk gebruik de jonge +dame dacht te maken van dat geld?" + +"Zij moest er iemand mee helpen, die zich niet tot den kolonel kon +wenden (onder ons gezegd, zou het dezen ook niet licht zijn gevallen +die hulp te verleenen). In welke betrekking zij zelve stond tot den +persoon in kwestie, kwam ik niet te weten. Hij is maar een dag of +vier hier gebleven; zelf heb ik hem niet ontmoet, maar zooals gij +gehoord hebt, was er geen gebrek aan sprookjes over zijne _faits et +gestes_. Sommigen beweerden hem gezien te hebben in de kleeding en +de manieren van een gentleman; anderen wisten voor zeker, dat hij er +als een schooier uitzag, zich in een gemeene herberg bedronk en niets +beters was dan een brutale avonturier, 't geen wel zou kunnen zijn, +want het mededoogen der vrouwen is wel eens zeer slecht geplaatst." + +"En 't voorval met den koetsier? Blinkt daarin ook hare vrouwelijke +meewarigheid uit?" vroeg ik, niet zonder wat bitterheid. + +"Dat zal ik niet zeggen; maar er kon toch wel eens minder kwaad +achter schuilen dan de beminnelijke dames er in willen zien. In uw +geval zou ik den tocht naar de Werve niet uitstellen tot ik daar het +rechte van wist. Ik heb freule Mordaunt wel hooren beschuldigen van +bruske manieren en onvoorzichtige gedragingen, maar zij is bekend om +hare oprechtheid, die door hare dusgenoemde vriendinnen als impudentie +wordt beschouwd, want zij heeft niet als onze nufjes den tact om met +zoete woordekens impertinenties te zeggen. Mogelijk komt gij achter +de waarheid, als gij haar die zelve ronduit vraagt. Een enkel bezoek +verbindt daarbij tot niets, en gij zult toch in elk geval een onderhoud +met den generaal moeten hebben over de zaken." + +Overberg had gelijk. Ik moest niet veroordeelen zonder eigen onderzoek, +en ik stapte in het wagentje met een paard, dat in deze streken het +traditioneele voertuig is voor buitentoertjes. Ik had in 't logement +gewaarschuwd dat ik dien dag uit zou blijven, maar wij wel gewacht te +zeggen waar ik heenging, om alle gissingen en willekeurige uitleggingen +af te snijden. + +Ik deed of ik mij aan den koetsier overgaf voor een toertje in de +omstreken; alleen bij de eerste halt aan het tolhek gaf ik mijn +verlangen te kennen om naar 't kasteel de Werve te rijden. + +"Dan zijn we de verkeerde poort uitgereden!" knorde de boersche +voerman, "en dan doen we beter den tol niet door, maar links af langs +het bosch te rijden;" 't geen echter den tolbaas niet aanstond, +die verzekerde dat men de Werve evengoed kon bereiken als men een +kwartier later links af draaide, "een makkelijk schulppad, zoo +hard als een steenweg, zouden we vinden, met hooge populieren tot +aan het dennenbosch, en dan wees de weg zich vanzelf." De voerman +onderwierp zich en wij reden door; maar "de weg die zich zelf wijst" +is wel eens een zeer onbetrouwbare indicatie; wij zouden het tot onze +teleurstelling ondervinden. Inmiddels gleden wij werkelijk over het +schulppad of het eene railroute was. Het was een droge koude lentedag, +zonder zon; de lucht had iets zwaars, dat bijna een sneeuw- of hagelbui +liet verwachten. Het hoog, nog slechts knoppend geboomte schonk weinig +afwisseling, en de huif van het wagentje, dat ter eener zijde dicht +moet blijven om den schralen noordenwind, liet mij niet veel anders +zien dan den breeden rug van den voerman. Ik had dus alle mogelijke +gelegenheid om tot mij zelven in te keeren en mijn _plan de campagne_ +te maken, dat ik toch weer varen liet zoodra het geëmbaucheerd was; +want het terrein was mij nog altijd onbekend, en ik begreep dat ik met +een vijand zou te doen krijgen, die weerbaar genoeg was om partij te +trekken van een onhandigen aanval; het was dus beter, vooruit geene +manoeuvres te bepalen, die door de eerste caprice de beste van "den +Majoor" onuitvoerbaar konden worden gemaakt. + +Het beste was maar "_voir venir_" en handelen naar omstandigheid. Het +_veni, vidi, vici_, zou hier toch niet te pas komen. Menig ander +ware wellicht niet eens op de conquête uitgegaan na een soireetje +zooals ik had moeten bijwonen; maar nu de nevelen van den nacht wat +opgeklaard waren, voelde ik mij, ondanks alles, geprikkeld door iets +dat sterker was dan alle vooroordeel. Het spreekt wel vanzelf, dat +ik mijne eer hoog genoeg houde om met Cesar te zeggen, dat mijne +vrouw onverdacht moet zijn;--onbesproken is de arme Majoor Frans +zeker niet,--maar als de verdenking eens bleek niet op deugdelijke +gronden te berusten, als men die logenstraffen kon, door de feiten +tot hunne rechte proporties terug te brengen, dan, ik vroeg het mij +zelven af in die _verhängnissvolle_ ure, is het dan niet de plicht +van een edelman om de publieke opinie te braveeren waar zij dwaalt, +en met der daad haar den rechten weg te toonen? Is zulk een triomf +niet een meer waardige dan het schuchter terugwijken voor de meening +van wie weet wien? die zich door wie weet wàt heeft gevormd? Is het +niet een wat al te plompe heerschappij, die het vormlooze schepsel +_mee_ voert over de gemoederen? Wordt het geen tijd in onze dagen, +waarin men alle gezag in kwestie stelt en niets onaangevochten laat, +ook dit aanmatigend veemgericht te controleeren en er zich niet +voor te buigen? Ik althans zal den moed hebben het te doen en alle +lastertongen te laten klappen. Ik zeg niet: als Francis mij bevalt, +want de kwestie van hare meerdere of mindere beminnelijkheid kan +ik in deze niet meetellen, daar het een plicht geldt; maar als ik +voor mij zelven in mijne consciëntie overtuigd ben, dat zij geen +misstap heeft begaan, geene betrekkingen heeft aangeknoopt die +vlekken hebben geworpen op haar leven en waardoor werkelijk de +eer van een echtgenoot kan worden gekwetst. Dit voornemen schijnt +roekeloos, en gij glimlacht als gij dit leest, bij de gedachte +dat ik wel van besluit veranderen zal eer het er toe komt; maar 'k +moet u herinneren aan de eerste dagen onzer kennismaking te Leiden, +toen gij, reeds oud student en Mr. op het tipje, mij als armen groen +onder uwe hoede naamt en welhaast de hand der vriendschap reiktet, +toen die niet meer noodig was ter bescherming. Weet gij nog wel, +als onder ons jongelui het gesprek op de vrouwen viel, dat ik mij +er dan niet of alleen terloops in mengde, en alleen dan als men +mij verweet reeds verliefd te zijn en te zitten droomen terwijl de +anderen schertsten. Ik redde mij dan voor het oogenblik door eens +ferm mee door te slaan en te snoeven van allerliefste meisjes- +en vrouwengunst, of ik er diep in doorgedrongen was. Ik deed zoo +om de waarheid te verbergen, dat dit alles voor mij woorden zonder +beteekenis moest blijven. De bekrompen omstandigheden mijner familie, +die mij deze aanvankelijke studiën nauwelijks vergunden, waren mij +maar al te goed bekend; de tijd dat ik er aan zou kunnen denken eene +vrouw te onderhouden uit mijne eigene ressources was zoo eindeloos +verre,--en de gedachte met mijn jonkheerstitel te speculeeren op eene +rijke vrouw was mij nog meer verre en vreemd dan deze. Ik had mij zóó +vast gezet in het denkbeeld dat ik leven moest als een Benedictijn +die de drie geloften van armoede, kuischheid en gehoorzaamheid aan +den onverbiddelijken plicht der werkzaamheid heeft afgelegd, dat het +niet eens in mij opkwam luchtkasteelen te bouwen en zekere illusies te +kweeken. Zoo is het mij gelukt, aan de beroeringen van den hartstocht +te ontkomen, zoodat ik met waarheid van mij zelven mag getuigen, dat +ik dat ledig tot hiertoe niet heb gevoeld; ik had er geen tijd toe in +mijn werkzaam en met zorgen vervuld leven. Toch weten mijne vrienden, +dat dit hart noch koud, noch zelfzuchtig is: alleen het onverbiddelijk +"terug!" hield er alles buiten wat daar binnen stoornis had kunnen +brengen. Maar zelfs hij die zich illusies verbiedt, kan nog wel eens +idealen scheppen, en zoo heb ik in die korte en zeldzame oogenblikken +waarin mij het mijmeren geoorloofd was, wel eens gefantaseerd over de +vrouw die voor mij zou passen, als de omstandigheden veranderden en ik +naar eene levensgezellin zou mogen omzien. Ik ben er nooit toe gekomen +mij dit ideaal in eene bepaalde gestalte voor te stellen; of zij bruin +dan wel blond zou moeten zijn, fijn van tint of sprekend van kleur en +trekken, daarover liet ik den sluier der onbestemdheid rusten, die dit +nevelachtige mijner fantasie het ruimste spel liet; allerminst kwam ik +er toe om dit ideaal in freule B. of juffrouw A. belichaamd te wanen, +maar de eigenschappen van geest en hart, van humeur en karakter, die +het wezen zou moeten bezitten, waarmee ik voor het leven zou willen +verbonden zijn, die de verbintenis iets meer zijn dan een uiterlijken +band, heb ik wel eens bij mij zelven bediscussieerd, en ik was het +gansch niet met van Lennep eens, dat de grootste verdienste eener +vrouw juist daarin bestaat, dat er niets van haar te zeggen valt, +dan dat zij met volharding kousen maast en de teerste zorg koestert +voor de groote wasch. Als mevrouw de Witt zekeren zachten invloed +had weten te oefenen op haar gemaal, zou de gerechtelijke moord van +Buat vermoedelijk zijn voorkomen, en deze vlek niet hebben gerust op +het karakter van den eminenten leider der oligarchische republiek, +ik wil daarmee niet gezegd hebben, dat iedere vrouw, of zij er +aanleg voor heeft of niet, zich zou moeten mengen in de zaken van +staat; ik meen alleen, dat die absolute onbeduidendheid mij voor mij +zelven als _vis-à-vis_ voor het leven iets vreeselijks vervelends en +ledigs zou toeschijnen, en dat ik het oordeel van Jean Paul over de +blijdschap der mannen, als de kortstondige dichteres, die hunne bruid +was, spoedig na het huwelijk in eene spinnende huispoes veranderd, +niet deelen kan. Als er geest en hart is, kan dat uitkomen in alle +détails van het leven, om dat te sieren en te verheffen. De vrouw +die dat wist te vatten, wie zij dan ook overigens ware, musicienne +of kousenstopster, bezield met liefde voor de kunst en litteratuur, +of simpellijk haar lust vindend in 't volbrengen harer huiselijke +plichten, zou zeker kunnen zijn van mijne duurzame genegenheid. Alleen +heb ik mij nooit verveeld, maar de verveling _à deux_ moet, dunkt mij, +de afschuwelijkste kwelling zijn, die tot uitspattingen zou voeren. + +En nu, ik moet het u eerlijk opbiechten, Willem! al hadt gij +het misschien niet uit ons vroeger gesprek geraden,--in al de +zonderlingheden die mij van Francis ter oore komen zie ik iets van dat +ideaal. Zij heeft karakter, zij schijnt geest te bezitten, al wordt +haar hart ontzegd. Zij durft zich zelve zijn, en juist dit faalt +onze meeste jonge dames, die allen op iets anders willen gelijken, +dat zij eigenlijk niet zijn; die geene eigene opinie hebben, maar als +zekere insecten de kleur aannemen van het blad waarop zij rusten. Dit +geeft iets onwaars, iets onbestemds aan geheel haar bestaan, dat ik +niet betrouwbaar acht. In die allerliefste modepoppetjes, op alles +afgericht, behalve steun te zoeken in eigen vaste beginselen, schuilen +soms kuren en grillen, die niet te voorschijn komen dan te laat om er +nog wat tegen te doen. Ze zijn niets, maar als hare pluimen en linten +worden zij door iederen wind meegevoerd. Vandaag willen ze dit, morgen +weer wat anders; in den regel weten zij zelven niet wat ze eigenlijk +willen, en men zou zich in duizend bochten kunnen wringen zonder haar +eigenlijk nog te voldoen, als men zich daartoe wilde zetten. + +"Wat mij betreft, dàt nooit!" placht ik wel eens overluid uit te roepen +bij zulke mijmeringen, en ik ben er nu niet meer toe gedisponeerd dan +voorheen; Francis _n'a qu'à bien se tenir_. Ik wil haar ridderlijk +ter zijde staan en ik zal haar beschermen _envers et contre tous_, als +zij het waard is, maar kniebuigingen voor zotte exigenties zal zij mij +nooit zien maken. Terwijl ik mij in dergelijke voornemens en gedachten +verdiepte, had de koetsier zijn werk gedaan, zooals dat meer gaat bij +dergelijke lieden, zonder er veel bij na te denken, en had den "weg +die zich zelf wees" ingeslagen, zonder op te letten in welke richting +die liep en of er ook op verderen afstand een andere ware te volgen, +die meer zeker tot het doel leidde; hoe dat zij, wij waren een tamelijk +breed boschpad ingeraakt, dat tot niets voerde dan een _rond-point_ +met eene vervallen _rustique_ bank; wij moesten wenden en zien langs +een andere zijde een uitweg te vinden. Wij meenden dien gevonden te +hebben, toen wij aan den uitersten zoom van het bosch genaderd, daar +een smal zandpad opmerkten langs een watertje, waarover in de verte een +ruwe brug, die met één paard en 't lichte wagentje wel zou zijn over te +rijden, naar mijne gissing; maar toen wij er bij gekomen waren bleek +het, dat ik mij bedrogen had. De brug was breed genoeg, maar slechts +door twee of drie waggelende verrotte planken gedekt; een voetganger, +die zich aan de leuning kon vasthouden, had er zich mogelijk over +kunnen werken, maar met paard en wagen was dit ondoenlijk. + +"Wij zijn aan den verkeerden kant het bosch ingereden," zei de voerman, +"dat bemerk ik nu! die laan over de brug voert naar het dorp, en dan is +het maar een stijf kwartiertje tot de Werve; dit dennenbosch hoort al +tot de plaats." Terwijl hij nog sprak, hoorden wij den hoefslag van een +paard dat in vollen galop achter ons aankwam en snel als de gedachte +voorbijschoot, eer het ons mogelijk was door een woord of eene vraag +onze verlegenheid uit te drukken; de cavalier--of de cavalière--voor +mij was dit niet uit te maken, daar hij juist voorbij draafde aan de +zijde waar het zeildoek neerhing,--was in een oogwenk uit het gezicht; +maar de koetsier had kunnen opmerken, welke richting hij nam. + +"Dat is Majoor Frans," sprak hij, zich naar mij toe keerend. + +"Majoor Frans!" herhaalde ik met eene mengeling van verrassing en +wrevel, "wien bedoel je daarmee?" + +"Wel, de Freule van 't kasteel, zoo noemen ze der allemaal in mijn +dorp, als ze der jongen komt zien." + +"Wat malle historie wilt gij mij daar wijs maken?" sprak ik op een +toon die forsch en onverschillig moest klinken; maar dat ging mij +slecht af, de stem stokte mij bijkans in de keel. + +"Lang niet mal! maar heel akelig! Zij zou geen kostgeld betalen voor +den jongen, als zij geen schuld had." + +"En is dat kind in den kost in het dorp, zoo dicht bij de Werve?" vroeg +ik verlicht. + +"Wel neen, heerschap! te Oldeberkoop, wel twee uren wijd van stad, +daar hoor ik thuis en daar komt ze om een haverklap, op d'r mooie +paardje. Maar nou zij deur het bosch rijdt, moet er een uitweg zijn, +en die zullen wij zien te vinden." + +Hij wendde in de richting dien hij de Freule had zien nemen; ik liet +hem begaan, het was mij bijkans onverschillig geworden of wij aankwamen +àl dan niet. Eenige minuten lang liep het smalle boschpad nog door, +dat de stoute rijdster gevolgd was; toen liep het te niet in een dicht +kreupelbosch, dat wel nog geen ander groen toonde aan boom en struik +dan wat knoppen en aankomende blaadjes, maar evenmin een pad om door +te komen; de grond was week en drassig en met dicht mos begroeid; het +was onbegrijpelijk hoe het paard met zijne berijdster daar over heen +waren geraakt; alleen de grootste rapheid en behendigheid, tegelijk +met volmaakte eenswillendheid van het dier met zijne meesteres, +had dat mirakel kunnen bewerken! + +Mijn suffer van een koetsier, wiens verstand er bij stilstond, +trok een verbaasd en verdrietig gezicht; dat was door ons niet na +te volgen. Hij verzocht mij uit te stappen, en verliet zelf den bok; +hij bond zijn rossinant aan een boom; wij moesten trachten het spoor +te vinden, dat ons betere kansen bood, en werkelijk, na eene wijle +speurens en ronddolens, ontdekte ik eindelijk wat meer achterwaarts +een smal zandpad, dat nog de indruksels droeg van paardehoeven en +waar wij mogelijk nog doorkomen konden, mits de voerman het paard bij +den toom leidde; ik vooruit, om den weg te verkennen. Helaas! toen +we het pad op die wijze ten einde gebracht hadden, bevonden wij ons +aan den uitersten zoom van het bosch, tegenover omgeploegd bouwland, +dat vrij uitgestrekt was, en waarvan wij gescheiden waren door een half +uitgedroogde sloot, waarin afgevallen bladeren lagen te rotten en waar +allerlei moerasplanten welig opschoten. Geene mogelijkheid voor ons +om daarover te komen, en, waar waren wij dan nog? Rechts heidegronden, +de hoogten en laagten met spar- en dennenboomen bezet, links ook weer +door akkerslooten en greppels vaneengescheiden--aardappelenland, +waarvan het zacht groene loof even bovenkwam, achter ons het bosch +dat wij reeds hadden doorkruist zonder een uitgang te vinden. Ik +keek op mijn horloge; het was ongeveer twaalf uur; de schofttijd +van de boerenarbeiders, die vermoedelijk nog op het land hadden te +werken. Geene terechtwijzing was er te krijgen; ons restte niets +dan terugkeeren langs denzelfden weg dien wij gekomen waren, tot aan +den tol, en daar weer den tocht van nieuws aan te beginnen, zooals +de koetsier voornemens was eer de dwaze raadgeving van den tolbaas +hem op een dwaalweg had gevoerd. Behalve het onaangename van die +teleurstelling en zooveel tijdverlies, was het voor het arme paard +nauwelijks te doen zonder rust en verkwikking; de voerman onbarmhartig +als de lieden van zijn gild, hield staande dat het niemendal was; +ik aarzelde om dat besluit te nemen en zag toch nergens eene betere +uitkomst. Op eens hoorden we dicht in onze nabijheid een schaterend +gelach dat mij tergend in de ooren klonk; het geluid kwam eenigszins +van uit de hoogte. Ik zag op en naar de heuvelachtige heide heen; +op den top van eene begroeide zandhoogte stond de persoon die zich +zoo vroolijk maakte over onze misrekening. + +"Majoor Frans!" riep de koetsier met zijne schetterende stem, zonder +zich te geneeren in zijne verbazing en ergernis. + +Zij zelve! Francis Mordaunt was het, die zoo onbarmhartig den spot +dreef met onze verlegenheid. Op zulke ontvangst van hare zijde had +ik wel niet verdacht kunnen zijn. + +Zooals zij daar stond, eenige voeten boven mij, maar toch vrij dicht +in de nabijheid, kon ik haar goed opnemen, en ik kan niet zeggen, dat +die aanblik mij verzoende met hare persoonlijkheid, die mij toch al +zooveel ergernis, zooveel onaangename gewaarwordingen had veroorzaakt. + +Dàt was mogelijk hare schuld niet, maar wel dat zij zich zoo dwaas +had toegetakeld, dat men bij 't eerste aanzien twijfelde of men +een man, dan wel eene vrouw voor zich had. Zij had hare Amazone-rok +getrousseerd op eene wijze, die aan een Zouavenbroek deed denken, en +daarbij had zij over het engsluitend jakje van haar rijkleed een wijde +_vareuse_ geworpen met lang ruig haar, zeker heel doeltreffend tegen +de scherpe voorjaarslucht, maar die, tot den hals toe dichtgeknoopt, +zeer weinig geschikt was eene gracelijke gestalte te doen uitkomen, +voor 't geval dat ze die werkelijk bezat. Het hoofd was gedekt door +een grijzen flambard met slap neerhangende randen, de blauwe of +groene voile, die in den regel aan zulk een mannelijk hoofddeksel, +als de dames goedvinden bij haar rijkostuum te dragen, nog eenige +vrouwelijke distinctie geeft, ontbrak; alleen een bosje haneveeren, +dat er losjes op gehecht was door een groen zijden lint, gaf er een +_air_ aan of de draagster den wilden jager uit de oude tooversprookjes +had willen nadoen, en om het al te kronen, had zij een roodzijden +doek over den bol heengeslagen en onder de kin toegeknoopt. Zoover +dit onbehagelijk fantasie-kostuum mij de mogelijkheid liet over haar +voorkomen te oordeelen, moest zij eer fijn en slank van gestalte zijn +dan ruw en forsch, en haar uiterlijk was bepaald in contrast met de +voorstelling die ik er mij van gedroomd had. Ik had mij vastgezet in +het denkbeeld, dat zij gelijken zou op Ristori in het karakter van +Medea, met gitzwarte kroeze haren en sterksprekende trekken. Van het +haar was door den neervallenden rand van den flambard niets te zien, +maar zoover ik oordeelen kon uit dat gedeelte van haar gelaat dat +niet door de ongracelijke bedekking overschaduwd werd, was zij eene +blondine, met fijne trekken en een romeinschen neus; er behoorde meer +goeden wil toe, dan in dat oogenblik de mijne was, om een aangenamen +indruk te ontvangen van dit gezicht onder haar schaterend gelach en den +akeligen roodzijden kiespijndoek die het omgaf. Ik voelde mij er door +getergd, en, zeer weinig gestemd om égards te toonen voor eene vrouw +die zoo blijkbaar het zelfrespect vergat, riep ik haar toe: "Luister +eens! gij daar! die u zoo vroolijk maakt over uws naasten ongeval. Gij +zoudt beter doen ons den weg te wijzen om verder te komen." + +"Daar is hier geen verder komen, dat is, dunkt me, wel te zien. Wie +in 't bosch komt anders dan om rond te rijden heeft een domme streek +begaan. Ziedaar alles." + +"En gij dan?" + +"Ik!" Zij lachte weer, "ik ben met mijn paard over de droge sloot +gesprongen daar tusschen de struiken door, en zoo ben ik op de heide +gekomen. Doe het mij na als gij lust hebt, maar met paard en wagen +zal het niet best gaan! Waar wilt gij eigenlijk heen?" + +"Naar het Huis de Werve!" + +"Naar de Werve!" herhaalde zij, en verledigde zich nu eerst van hare +hoogte af te dalen en tot op den zoom van de sloot te naderen, van +waar ik haar stond toe te spreken. + +"Wat hebt gij op het kasteel te doen, mijnheer?" vroeg zij nu op geheel +anderen toon, niet meer de luchtige, ongegeneerde van _somebody_, +die zich tegen _nobody_ niet behoeft te ontzien. + +"Een bezoek brengen aan den generaal von Zwenken en aan de Freule +Mordaunt, zijne kleindochter." + +"De generaal wacht geene bezoeken meer af, en wat gij aan zijne +kleindochter te zeggen hebt, kunt gij aan mij richten. Ik ben de +freule Mordaunt." + +"Ik kan het nauwelijks gelooven, maar indien het waar is, verzoek +ik de freule mij eene minder ongeschikte plaats aan te wijzen voor +een onderhoud, dan deze hier; dat wat ik te zeggen heb kan niet +uitgeschreeuwd worden over eene droge sloot en ten aanhoore van +een koetsier." + +"Zoo rijd met het wagentje terug tot aan den tol, dáár vindt men den +weg naar het dorp en naar 't kasteel, als dat bezoek zoo noodig is." + +"Opdat gij mij mogelijk aan de poort zoudt laten afwijzen, +Majoor!" zeide ik in mijzelven; "neen, de gelegenheid is er nu, +en ik zal die niet laten glippen." Ik gaf den koetsier order om +terug te rijden, die zich dit geen tweemaal liet zeggen, zette den +stevigen wandelstok, waarvan ik mij voorzien had, zoo goed mogelijk +in den weeken mosgrond, en kwam op de andere zijde, zonder dat ik +zelf recht wist hoe; het was mij een oogenblik groen en geel voor +de oogen; zoo ik het ongeluk had gehad mijn sprong te missen en in +'t moerassige slijk terecht te komen, zou ik opnieuw een gek figuur +gemaakt hebben tegenover Francis, die zeker zonder eenige verschooning +met mijn ongeval zou hebben gespot. Ik waagde veel, dat voelde ik, +maar het moest gewaagd worden. Het devies van mijne voorzaten bleek +profetie: de stoutheid was mij gelukt. + +"Bravo! ferm gedaan!" riep Francis mij toe met hare volle altstem, die +mij voor 't eerst niet hard en tergend in de ooren klonk, en zij klapte +in de handen met eene joligheid en schalkschheid, die haar goed afging. + +Nu op het bouwland geraakt, had ik maar weinig schreden meer te doen, +en nog eene smalle droge greppel over te springen, en ik was bij haar! + +Ik nam mijn hoed af, en zij salueerde met haar rijzweep. + +"Dat's een kluchtig avontuur, mijnheer," sprak zij weer lachend. "Als +gij er nu nog aan hecht op de Werve aan te landen, moet gij de hei +over wandelen." + +"Is het eene verre wandeling?" + +"Neen; 't is veel korter dan de rijtoer; maar sinds gij over de hei +den weg niet kent, loopt gij gevaar weer te verdwalen!" + +"Gij vergeet dat ik een recht heb, op uw gezelschap te rekenen, +bij die wandeling." + +"Een recht! een recht! gij zijt wel als de anderen, om een recht te +nemen uit een los woord dat mij ontvallen is." + +"De freule Mordaunt had mij een onderhoud toegezegd; is het vreemd +dat ik haar bij het woord houd, en de eerste gelegenheid de beste +aangrijp?" + +"Nu goed, maar ik ken zelve op zijn best het rechte pad over deze +gronden. Ik had terug willen rijden, maar mijn paard heeft een ijzer +verloren, en ik heb het gestald bij den boschbaas daar ginds;" +zij wees naar een boerenhuis, dat wat in de laagte lag, en als +verscholen tusschen dennen- en sparrenhout; "die zal het naar den +hoefsmid brengen in het dorp, en zoo doolde ik hier maar wat rond; +bij 't kasteel komen wij binnen 't half uur als wij maar oplettend +zijn en altijd door links houden, maar ik zou vooraf willen weten of +gij daar werkelijk noodig hebt; de generaal is volstrekt niet gesteld +op gasten, dat kan ik u verzekeren." + +"Ik kom geene gastvrijheid vragen. Ik wilde hem alleen een bezoek +brengen om zijne en uwe kennis te maken, daar ik mij eenigen tijd +in de nabuurschap moet ophouden, en mij herinner dat ik door mijne +moeder aan de familie von Zwenken geparenteerd ben." + +"Zooveel te erger; op de Werve lijdt men niet bijzonder aan +familiezwak." + +"Daar heb ik wel van gehoord; maar ik ben geen Roselaer, ik ben een +van Zonshoven, freule! Leopold van Zonshoven." + +"Ik heb nooit gehoord, dat mijn grootvader relatiën heeft gehouden +met heeren van dien naam. Maar als gij _geen Roselaer_ zijt, is er +reeds minder kwaad bij, en om de vreemdigheid dat een lid der familie +zich aan ons gelegen laat liggen, zult gij misschien succes hebben bij +den generaal. 't Is immers wel zeker, dat gij niet voor zaken komt?" + +"In dat geval zou ik een procureur of notaris hebben gezonden en zorg +dragen, dat men er freule Mordaunt niet mee ging bemoeien." + +"Dat zou toch verkeerd zijn," hernam zij ernstig. "De generaal is diep +in de zeventig en heeft veel verdriet gehad in zijn leven. Ik wil het +u niet verhelen dat hij in velerlei zorgen en bezwaren zit en dat ik, +zoo vaak ik kan, tracht te voorkomen, dat men hem daarmee lastig valt." + +"Met het afwenden van hetgeen lastig is, heeft men het echter nog +niet uit den weg geruimd, zou ik meenen," antwoordde ik, terwijl ik +haar met zekere opzettelijkheid aanzag. Het waren diepe, donkerblauwe +oogen, dien toen mijn blik troffen. + +"Aan wie zegt gij het?" hernam zij met een zucht, terwijl zij die +sprekende oogen neersloeg en zich een trek van lijden op haar gelaat +teekende. "Maar toch, ik doe daarin àl wat ik kan, al is 't niet alles +wat ik zou willen; daarom, ik herhaal het, als er iets onaangenaams +schuilt voor hem achter uw bezoek, zeg het dan liever ronduit aan mij; +mogelijk kan ik er nog iets op vinden." + +"Ik kan u alleen zeggen, dat ik uwe pogingen om den generaal leed en +last te besparen, uit al mijne macht zou willen steunen." + +"Dat doet uw hart eer aan; maar als gij er zoo over denkt, aarzel ik +u als een lid der familie te erkennen, want dat strijdt geheel tegen +onze traditiën." + +"Dat is wel mogelijk, maar noem mij gerust neef, want er zijn +excepties, en ik hoop te bewijzen dat ik er toe behoor." + +"Als dàt waar is, zult gij welkom zijn op de Werve, ook bij exceptie, +want in den regel laten wij er geen nieuwe gezichten meer toe." + +"Dat is toch jammer. Mij dunkt, het kan toch _uwe_ begeerte niet zijn, +om in zoo volstrekte afzondering te leven." + +"Juist de mijne!" viel zij in met zekere hoogheid. "Ik heb al genoeg +ondervinding van de menschen, om heel weinig op hun omgang gesteld +te zijn." + +"Zoo jong nog en reeds zulk eene misanthropische opvatting van de +wereld!" merkte ik aan. + +"Ik ben zoo jong niet meer: ik ben zes en twintig jaar, neef, en +daaronder zijn campagnejaren, zooals mijn grootvader zeggen zou, +die voor het dubbele gelden. Gij kunt gerust met mij praten of ik +eene vrouw van veertig ware.--Ik heb er de levenservaring van." + +"Ik zal mij wel wachten, u hier bij 't woord te vatten; zoo iets +zeggen de dames maar om tegengesproken te worden." + +"De dames!" riep zij met onuitsprekelijke minachting. "Ik verzoek +u zeer ernstig, neef, om mij niet te begrijpen onder dat soort +van wezens, die in den regel door de heeren als 'de dames' worden +aangeduid." + +"Onder welke rubriek moet ik u dan stellen, nicht? Waarheid is, dat +ik op het eerste gezicht niet recht wist waar ik u voor houden moest." + +"Het is waar," zei ze glimlachend, "voor iemand die mij niet kent, +moet ik er nu wel wat vreemd uitzien.... Maar zeg op, waar gij mij +eigenlijk voor aanzaagt? Ik houd van oprechtheid: dat is ten minste +wat mij van 'de dames' onderscheidt." + +"Welaan, ik zal oprecht zijn. (Het woord van Gremio: '_He will kill +her in her own humour_' stond mij gestadig voor den geest). Ik hield +u bij den eersten aanblik voor...." De courtoisie begon mij een part +te spelen; het harde woord wilde er niet uit. + +"Voor eene verschijning van den zwarten jager?" vroeg zij lachend. + +"Eene verschijning? Zeker neen! Dat is te etherisch. Ik hield u voor +eene treurige realiteit.... Voor een boschwachter die kiespijn had." + +Zij scheen een oogenblik getroffen en beet zich op de lippen; hare +wangen gloeiden. + +"Dat's grof," sprak zij eindelijk, en zag mij aan met een blik of er +een pijl uit haar oogen zou schieten. + +"Gij hebt oprechtheid gewild en zegt die te kunnen verdragen," gaf +ik ten antwoord. + +"Gij hebt gelijk, en gij zult ondervinden dat ik de waarheid sprak. Sla +toe, neef! daar is mijne hand; ik geloof dat wij vrienden zullen +worden." + +"Zoo hoop ik, nicht! Maar wees nu niet ten halve edelmoedig. Laat +mij u werkelijk de hand drukken; niet die grove rijhandschoen." + +"Gij zijt een fat," zei ze, het hoofd schuddend; "maar gij zult uw +zin hebben; ziedaar!" En eene fijne, blanke hand lag in de mijne, +die ik een minuut langer vasthield dan volstrekt noodig was; zij +scheen het niet op te merken. + +"Maar noem mij Francis, ik zal Leo tegen u zeggen. Dat 'neven en +nichten' tegen elkaar is zoo vervelend," sprak zij op gullen toon. + +"Volgaarne!" en ik drukte opnieuw de hand, die zich nu eerst vrij +maakte, terwijl zij voortging met een mengeling van schalkschheid +en ernst, die haar goed afging; "maar de koetsier moet u toch gezegd +hebben dat hij Majoor Frans had herkend." + +"Dat is maar al te waar; en gij, Francis, vindt gij het niet uiterst +krenkend, dat men zich verstout u zóó te noemen?" + +"Och neen, dat trek ik mij volstrekt niet aan; ik weet nu eenmaal +dat ze mij dien bijnaam gegeven hebben. Ik ben er niet beter en niet +slechter om. Ik weet heel goed, dat ze mij hier in den omtrek nawijzen +als een kozak of een cavalerie-officier, omdat ik met meer gemak +paard rijd dan de steedsche nufjes, en dat ze mij overal aangapen +als een kermiswonder, omdat ik de vrijheid neem mij te kleeden naar +mijne conveniëntie, en niet naar hun smaak." + +"Maar eene vrouw behoort zich toch wel eenigszins te bekommeren om +het effect dat zij maakt op anderen." + +"Ik zie niet waarom, als anderen haar niet kunnen schelen." + +"De eerste plicht eener vrouw jegens zich zelve is, dunkt mij, zich +behagelijk voor te doen." + +"Dat maken 'de dames' hare mannen wijs, voor wie zij niets willen +zijn dan _objets de luxe_, opdat deze haar alles zullen inwilligen +wat de buitensporigheid der mode en der weelde eischt." + +"Ik vrees wel dat er zoodanigen zijn, en te veel; maar zijn daarmede +allen veroordeeld, die trachten zich goed voor te doen? Gebiedt niet +het zelf-respect, men zij man of vrouw, dat men eenige zorg drage +voor zijn uiterlijk, en kan men niet goeden smaak toonen ook in het +eenvoudigste, als _men smaak heeft?_" + +Zij kleurde een weinig. + +"Gij gelooft dus, dat ik gansch geen smaak heb, omdat ik mij tegen den +guren lentedag heb gewapend met eene vareuse?" vroeg zij, eenigszins +gekrenkt. + +"Ik zal mij wel wachten u te beoordeelen naar een enkel kleedingstuk; +ik sprak alleen van het _ensemble_, en daar eene vrouw, die volstrekt +onverschillig is voor haar uiterlijk, eene abnormaliteit is, moet +men wel eene slechte opinie krijgen van den smaak eener jonkvrouw, +die goedvindt haar gezicht in een leelijken rooden doek te wikkelen." + +"Welke haar het voorkomen geeft van een boschwachter die kiespijn +heeft," herhaalde zij ras en stout. "Welnu, is dat de ergernis, dan +kan men die wegruimen; als nu maar de wind niet al te veel vrijheid +gaat nemen met mijn _flambard_." + +Al sprekende had zij den doek losgeknoopt en nam tegelijk den speld +weg, die haar amazonenkleed trousseerde. De deftige sleep stond +goed bij de fijne, slanke gestalte. Ik kon nu voor het eerst, niet +meer gehinderd door die nijdige _foulard_, het _ensemble_ van haar +gelaat opmerken. + +Neen voorwaar! zij was niet leelijk, al had zij het mogelijke +gedaan om er recht onbehagelijk uit te zien. Hare trekken waren +onregelmatig en scherp, dat is waar, maar gansch niet ruw of grof; er +lag eene uitdrukking van fierheid en vastheid op dit gezicht, die van +zelfbewuste kracht en een onafhankelijk karakter getuigde, maar verre +was van laagheid of zinnelijkheid. Slechts een flauw blosje kleurde +de bleekheid dier wangen, die wat schraal en ingevallen waren. Het +was haar aan te zien, dat zij door strijd en lijden was heengegaan, +zonder dat hare levendigheid en opgewektheid van geest daarbij te +veel hadden geleden. De groote blauwe oogen hadden iets opens, dat +vertrouwen wekte; dat zij flikkeren konden van verontwaardiging of +gloeien van geestdrift, had ik reeds opgemerkt. + +Nu zij zoo naast mij voortging, bemerkte ik dat zij kleiner van +gestalte was dan zij mij eerst was voorgekomen, van de hoogte af +gezien; maar er zat pit in die vrouwelijke figuur, dat was niet te +ontkennen, al was het niet juist de kloeke mannin die ik mij had +voorgesteld te zullen aantreffen, afgaande op de mededeelingen van +anderen en den heroïeken bijnaam, die haar volstrekt niet scheen te +ergeren! Het was het oogenblik niet haar te vragen hoe zij daaraan +gekomen was; ik was reeds voldaan dat ik eene overwinning op haar +had behaald, die niet geheel zonder beteekenis scheen. Dat zij mij +zekere concessies had gedaan, bewees dat zij niet zoo onverschillig +was omtrent den indruk dien zij op anderen maakte, als zij mij wilde +doen gelooven. Toch moest ik toestemmen, dat zij wèl en wijs had +gedaan toen zij hare slepende amazone had getrousseerd, al was het +op wat onbevallige manier, want nu hinderde die haar in het loopen +door het mulle zand en bleef telkens haken aan een tak of een struik; +eens zelfs struikelde zij er door en zou neergevallen zijn, zoo ik +niet schielijk haar arm had gevat om haar opgericht te houden. + +"Dat komt al van die behaagzucht, die gij mij predikt," zei ze +lachend. "Mijne eigene manier was veel beter in de praktijk. Wacht +even, ik weet er nog wel wat op." Zij nam den sleep over haar arm +en stoorde er zich niet aan, dat er juist geen coquette _japon_ voor +den dag kwam, met keurige _plissés_ of geborduurde strooken, zooals +onze dames niet ongaarne laten zien, maar een effen blauw merinosje, +dat er tamelijk verkleurd uitzag. + +Ik bood haar mijn arm tegen mogelijke recidive van het ongeval. + +"Dankje wel, neef!" zei ze wat bits. "Ik kan best alleen loopen, +zooals ik altijd gewoon ben. Ik ben niet een van die hulpelooze +schepselen zooals gij mannen ze het liefste hebt, die zich altijd +laten steunen en geleiden." + +"Ik moet u doen opmerken, dat gij het zijt die mij in dezen tot gids +strekt; waarom zou ik niet wederkeerig u tot steun mogen zijn?" + +"Gij zijt vast advocaat, dat gij de repliek zoo behendig hanteert." + +"Ik zal u zeggen wat ik ben, als gij mijn arm wilt nemen: _une fois +ne fait pas loi_; het is allermeest voor de gezelligheid." + +"Neen! ditmaal zult gij uw zin niet hebben, Leo. Het is even gezellig +zóó ieder op zich zelf, en als ik uw gids ben, moet ik weten wat het +beste past op deze gronden. Ik kan even goed luisteren." + +"Verschoon mij, dan stel ik mijne vertrouwelijke mededeelingen uit +tot later." + +"Ook goed," zei ze droogjes. "Ik ben niet nieuwsgierig; en ik mocht +mij eens vergissen in het pad, als uwe vertelling interessant werd +en te veel mijne aandacht boeide." + +"Ik ben 't met u eens," antwoordde ik op denzelfden toon, "dat wij +zorgen moeten niet te verdwalen, want ik verlang hartelijk op de +Werve aan te komen." + +"Dat wil ik wel gelooven; de tocht is juist niet erg meegevallen," +merkte zij aan met eene mengeling van bitsheid en schalksheid. + +"Integendeel; want ik had niet kunnen verwachten dat ik zoo spoedig +en op zulk eene verrassende wijze de kennis zou maken van mijne nicht, +freule Francis Mordaunt." + +"De kennis maken, de kennis maken," herhaalde zij bijna grommend; +"men kent mij zoo maar niet uit een eerste samenzijn; en wat de +verrassing betreft, zoo gij dat eene aangename noemt, zie ik niet, +waar uwe hooggeroemde oprechtheid is gebleven." + +"Die is, waar ze altijd zal zijn, en dwingt mij u te doen opmerken, +dat men ook van eene verrassing kan spreken, al is zij verre van +aangenaam; en ik wil gaarne bekennen, als gij er op gesteld zijt het +te vernemen, dat uw onbarmhartig leedvermaak in mijn ongeval gansch +geen behagelijken indruk op mij maakte." + +"Dat is een geluk voor mij; zoo is er nog kans dat ik meeval." + +Hunkerde zij naar een compliment, zoo was het voor mij niet het +oogenblik om mij te laten vangen; ik bleef zwijgend naast haar +voortgaan. + +Op eens bleef zij stilstaan en sprak met zekere gulle levendigheid: +"Vergeef het mij, Leo! dat ik u zoo onbarmhartig heb uitgelachen. Wil +gelooven, dat het niet juist uw persoon gold, maar.... wàt zal ik +u zeggen, ik heb er altijd zoo'n pleizier in als ik een van de zich +genoemde heeren der schepping een gek figuur zie maken, dat ik het +uitschateren moest, al ware de toorn van den bespotte mij ook nog +zoo duur te staan gekomen." + +"Het spreekt immers wel vanzelf, dat ik u daarover geene rancune houd, +Francis!" sprak ik ernstig. "Maar 't geen mij leed doet om uwentwil +als om mij zelf, is die verbittering tegen ons allen, die zoo duidelijk +spreekt uit uwe gedragingen, en waarvan die _Schadenfreude_ over mijn +misavontuur slechts de uiting was." + +"Kan ik het helpen, dat ik dat mannenvolkje zie zooals het is? Zij +noemen zich onze heeren en meesters; ze zouden het dolgraag wezen, +hoewel het den meesten hunner niet gelukt; en waarom niet? Omdat ze +allereerst de slaven zijn van hunne eigene zwakheden, hartstochten +en bejagingen; de meesten hunner zijn zoo bitter kleingeestig en +onnoozel, dat men ze om den vinger kan winden, als men maar de moeite +neemt hun zwak uit te vinden en dat te vleien. Wie daarentegen onder +hen de krachtigen en verstandigen heeten, zijn zoo hardvochtig, zoo +zelfzuchtig, zoo onbetrouwbaar, dat het eener vrouw beter is zich het +hoofd tegen een rots te verbrijzelen, dan zich te wagen aan die klip +waarop haar hart zal breken." + +"Dat's een hard oordeel, freule Mordaunt! en mij dunkt, dat gij nog +niet het recht hebt om het met zooveel beslistheid te vellen." + +"Het komt van Majoor Frans, die maar al te goed in de gelegenheid +geweest is die heeren _in_ de kaart te maken." + +"Kan het ook zijn, dat Majoor Frans zich voormaals wat al te zeer +heeft laten verblinden door blinkende uniformen; dat bij later scherp +toezien ontnuchtering is gevolgd, toen het bleek, dat daaronder +niet werd gevonden wat het uiterlijk beloofde; met die uitkomst, +dat nu civiel en militair beiden in dezelfde schaal worden gewogen +en.... te licht bevonden?" + +"Gij vergist u, zoo is het niet gegaan. Majoor Frans heeft zich _niet_ +aan fraaie uniformen kunnen vergapen; hij is om zoo te spreken met +commiesbrood grootgebracht en heeft alle graden, van den korporaal af +tot den legerbevelhebber toe, langs zich zien voorbijgaan, zoodat hij +precies weet wat er onder de galons en onder de borduursels schuilt; +ook is hij gansch niet onbekend met het civiele, en heeft gekleede +rokken en gedecoreerde borsten in genoegzame verscheidenheid kunnen +gadeslaan, om beiden de rekening te kunnen maken; en dan is de +slotsom deze; dat de discipline nog wel het beste middel is om wat +er goeds in een man is tot zijn recht te laten komen, terwijl zij +het kwaad althans binnen zekere grenzen beperkt. Een preservatief, +dat de zoogenaamde burgerlijke vrijheid mist. Overigens moet men niet +zeggen, dat de krijgstucht verlaagt: integendeel, zij houdt opgericht +wat niet op zich zelf kan staan, terwijl de serviliteit die bij de +bureaucratie heerscht, in het stof werpt en het karakter bederft, +gesteld altijd dat er karakter ware." + +"Het tafereel is voor beide categoriën niet vleiend. Het schijnt Majoor +Frans moeielijk te vallen, de suprematie van ons geslacht te erkennen." + +"Zij meent, dat er allereerst superioriteit behoort te bestaan, +om suprematie te erkennen." + +"Freule Mordaunt moet wel hoog staan, om aan anderen zulke exorbitante +eischen te stellen." + +"Zij zou, dunkt mij, al heel laag moeten staan, indien zij geen +hoogere stelde dan de jammerlijke middelmatigheid, waarmee men zich +in den regel tevreden houdt." + +"Geen gunstig vooruitzicht voor uw aanstaanden echtgenoot, freule!" + +"Mijn aanstaande echtgenoot!" Zij lachte luid, maar er was iets +schrils en schrijnends in dien lach. "Ik merk wel, goede Leopold, +dat gij hier uit de lucht zijt komen vallen. Wees gerust; niemand +zal last hebben van mijn overvragen.... ik zal niet trouwen." + +"Daar kunt gij niets van zeggen. De omstandigheden zouden zoo kunnen +samenloopen, dat...." + +"Dat ik een echtgenoot nam om ze te bezweren," viel zij in met +sprekende verontwaardiging. "Luister, Leo! gij weet niets van mij; +en wat gij mogelijk meent te weten, zal u door list en laster zijn +ingefluisterd. Daarom kan ik het u niet kwalijk nemen, dat gij zóó +spreekt. Maar ik verzoek u, niet zoo laag van mij te denken, dat +gij mij in staat acht om mijn naam en mijn persoon op te offeren aan +materiëele belangen, van wien ook. Dat zou er nog aan mankeeren! een +_mariage de raison_, het onredelijkste en onzedelijkste verbond dat +er zijn kan! En toch, wie ter wereld acht het eene dwaasheid? Wie +ter wereld acht het eene schande? Welnu, ik! Majoor Frans! Al ben ik +de eenige van mijn gevoelen, ik blijf er op vast staan, en niets of +niemand zal mij daar afbrengen. Ik drijf geen ruilhandel met mijne +vrijheid, met mijne hand. Ik zal eenmaal vrijvrouwe van de Werve zijn, +en ik wil eene vrije vrouw blijven." + +"Vrijvrouwe van de Werve!" Arme Francis! ik had maar één woord te +spreken om haar deze illusie te benemen. Vrijvrouwe van de Werve +kon zij nooit worden, tenzij ze mij die hand schonk die zij zoo +hoog ophief, boven aller bereik. Vrijvrouwe van de Werve! Alleen bij +mijne toelating kon zij het zijn. Maar het was nog gansch geen tijd +om zoo beslissend tot haar te spreken. Ik nam echter een zijsprong, +die eenigszins op het doel afging. + +"Menige fiere jonkvrouw die dacht als gij, Francis," sprak ik, "en +die nooit iets zou hebben toegegeven aan belangzucht, liet zich toch +uit hare sterkte wrikken door overwegingen van anderen aard: juist op +de zich roemende 'vrije vrouw' wetten laster en logen hunne pijlen..." + +"En daartegen zou zij dan een man moeten nemen, als een schild, +om zich daarachter te bergen!" riep zij met heftigheid. "Neen, +Leopold van Zonshoven, als gij Francis Mordaunt hebt leeren kennen, +zult gij weten, dat zij deze pijlen niet vreest, en al vreesde zij +die, dat zij toch niet laf genoeg is om zich daartegen op die wijze +te verschuilen; daarbij heb ik ze dikwijls genoeg rondom mij hooren +snorren, om te weten van welke kracht zij zijn; en daarom weet ik dat +het schild niet eens zou dekken: het zou maar een dubbel wit aanwijzen, +en liever dan een tweede, een onvoorzichtige die zich met don Quichots +heroïsme zou willen wagen, daaraan bloot te stellen, zou ik ze alle +alleen op mijne borst opvangen: mij doen ze toch niets meer," eindigde +zij met een minachtend schouderophalen. Daar sprak niet enkel trots +en wilskracht, daar sprak ook fiere zelfbewustheid uit deze woorden, +die blijkbaar meer dan woorden waren; dat las ik uit haar blik, al +had ik het niet verstaan uit den vasten, zielvollen toon harer stem, +die mij diep trof. Ik voelde dat zij door diepe, enge wegen moest zijn +heengegaan, om zoo te kunnen spreken; reeds wilde ik in mijn antwoord +iets leggen dat van medegevoel getuigde, toen zij op eens hervatte, +met eene luchthartigheid die wel wat gemaakt was: "maar er is geen +gevaar bij, dat men mij in zulke verzoeking zal leiden: het ras der don +Quichots en der Ridders van de Ronde Tafel is in onze eeuw verloren +gegaan, en het zal wel in niemand anders opkomen om Majoor Frans ten +huwelijk te vragen; en dat is heel gelukkig ook, want de generaal zou +mij graag wat hij noemt 'geëtablisseerd' zien vóór zijn dood; de goede +man heeft nog niet het besef, dat daar niet over gedacht kan worden +en zou zich allerlei offers willen getroosten, tot elk compromis +toetreden, om er mij toe over te halen; en dat zou maar onrust en +tweespalt geven zonder goede uitkomst; want mijn besluit staat vast." + +Die uitspraak beloofde niet veel goeds voor het succes van mijn tocht, +en zij was geen nufje van negentien jaar dat "neen" zegt, als ze "ja" +meent; maar zij gaf mij toch, zonder het te weten of te willen, wenken +en inlichtingen die ik mij ten nutte konde maken. _Un homme averti en +vaut deux_; ik begreep dat ik met de meeste voorzichtigheid te werk +moest gaan eer ik in ernst de poging waagde om haar uit dat _vaste +besluit_ los te wrikken, maar het kon toch geen kwaad om eens een +schot in het wilde te doen. Ik was onwillekeurig een paar pas vooruit +geraakt, keerde mij om en bleef vlak voor haar staan, terwijl ik sprak: +"En als ik nu eens expresselijk naar de Werve was gekomen om u een +dergelijk voorstel te doen?" + +"Wat meent gij daarmee?" vroeg zij met gefronste wenkbrauw; "een +voorstel! welk een voorstel?" + +"Nu, datzelfde waar gij over spraakt, en dat gij voor zoo +onwaarschijnlijk hield, dat het iemand zou invallen u te doen." + +"Een huwelijksvoorstel, en door u?" vroeg zij met evenveel verbittering +als verrassing, "dat is niet waar! Zeg dat het niet waar is," riep +zij met heftigheid. + +"Maar onderstel eens even dat het waarheid ware, wat zoudt gij +antwoorden?" + +"Ik wil die onderstelling niet eens maken; gij bevalt mij als neef om +der curiositeits wille, maar als ik gelooven moest dat gij kwaamt als +advocaat in zulk een kwade zaak, liet ik u doodeenvoudig in de hei +staan; dan moest gij zelf maar zien hoe gij op de Werve zoudt komen; +ziedaar mijn antwoord." En als begon zij reeds uitvoering te geven +aan dit voornemen, liep zij schielijk voort, niet zoo snel toch of +ik was met een paar stappen weer bij haar. + +"Een antwoord meer oprecht dan beleefd, zooals men het van freule +Mordaunt wachten kan," hernam ik; "maar op mijne beurt moet ik u +zeggen, dat zoo ik het er op gezet had op de Werve te komen met welk +voorstel ook, ondanks mijne weerbare nicht, dat ik mij dan aan dit +_détail_ niet zou storen. Ik val óók wat koppig als ik mijn doel +wil bereiken, en ik zou 't niet opgeven, al moest ik den ganschen +dag rondzwerven op het mulle zand; maar wees gerust, ik ben geen +vleier, doch er zit nog genoeg oud-ridderlijk bloed in mij, om niet +te schromen eene dame (verschoon mij dat ik dit woord even gebruik) +te kwetsen in hare teerste en hoogste rechten; bijgevolg zou ik mij +wel wachten in ernst een voorstel van dien aard te doen op zulk een +bruske manier, en bovenal niet voor ik de overtuiging had, dat het +minstens in consideratie zou worden genomen." + +"Welnu, zoo 't geval zich mocht voordoen, zijt gij gewaarschuwd, +maar zoo ik dit voor niets moet houden dan eene doellooze scherts, +moet ik u toch zeggen, dat ik beter van u verwacht had dan eene +aardigheid waar noch geest noch vinding aan is." + +Dat was meer dan een _coup d'éventail_: dat was een ferme tik met de +rijzweep; maar daar ik mij bewust was dien niet verdiend te hebben, +nam ik het koeltjes op en vroeg alleen even glimlachend: "wat recht ik +haar gegeven had om reeds nu goede verwachting van mij te koesteren?" + +"Gij zijt lastig," hernam zij, "met dat uitvragen," half verlegen, +half met onwil en zij stapte zoo driftig voort, dat ik weer moeite +had haar in te halen. Toen gebeurde wat zij zelve reeds gevreesd had: +de wind dreef zijn spel met haar breedgeranden hoed en rukte dien +in eene woeste vlaag op eens van haar hoofd, het net mede, waarin +het haar was besloten geweest, dat nu in vollen rijkdom en zwaarte +neerviel. Prachtige goudblonde lokken, die zij zoo maar achteloos als +in een wrong tweemaal rondom het hoofd had geslagen, en in den hoed +weggestopt, en die nu als een golvende sluier van gloeiend goud rondom +haar hals en schouders neervielen en het leelijke matrozen-buis bijkans +onzichtbaar maakten. Nu eerst kon ik haar gansche gelaat onbelemmerd +aanschouwen, en het was mij of er eene gedaanteverwisseling plaats +had. Was dit Majoor Frans! dit de vrouw, waarover zooveel en met zoo +weinig achting gesproken werd? Het was bijkans onmogelijk: dit hooge, +edele voorhoofd, die fijne, levendige, schrandere trekken, die bij +diep gevoel, bij de merkteekenen van lijden, toch de reinheid en den +eenvoud van een kind schenen behouden te hebben, die aantrekkelijke, +echt vrouwelijke figuur, met haar stralenkrans van lokken, die men +eer voor eene Madonna zou laten poseeren dan voor eene Xantippe; +moest ik daar die ruwe weerbarstige mannenhaatster in zien, die zij +zelve zeide te zijn! Het was ongelooflijk. Het was om te verstommen +van verrassing en bewondering beide; en werkelijk, ik vond geen woord +om uit te drukken wat ik gevoelde. + +Een oogenblik liet zij zich deze zwijgende bewondering welgevallen, +en genoot zeker in stilte haar dubbelen triomf, maar plotseling +riep zij half lachend, half knorrend: "Gij zijt galant, dat moet ik +zeggen! Gij blijft mij in den weg staan om mij aan te gapen, in plaats +van mij te helpen mijn hoed weer te krijgen, die al een mooi eindje +ver voortgejaagd is;" en vlug als de wind zelf ving zij aan, haar +_flambard_ na te rennen, die als een elastieke bal werd voortgedreven. + +Ik liet mij niet voor de tweede maal porren om deel te nemen aan de +kluchtige harddraverij; ik had zelfs het geluk haar vóór te zijn en +het leelijke hoofddeksel te vatten, juist toen het dreigde diep in +het zanddal neer te storten. + +Triomfantelijk keerde ik mij naar haar toe om het haar terug te geven, +maar, o jammer, o schrik! zij was achterover gestort in het zand en +lag te worstelen met eene hindernis, die haar het opstaan onmogelijk +maakte. Ik schoot toe in de grootste onrust. Wat was het? In hare +vaart had zij vergeten de sleep van haar rijkleed op te houden, +die aan den scherpen dorren doornstruik was blijven hangen en haar +had doen struikelen, had doen vallen, terwijl de rijke lange lokken, +in de takken verward, tusschen de dorens waren heengeslingerd. Bleek +van schrik wilde ik haar helpen om op te staan; zij sloeg het af, en +toch, toen zij bemerkte wat de hindernis was, moest zij mijn dienst +wel aannemen. "Mag ik?" vroeg ik met eene stem waarin ontroering +trilde. "Ik moet het wel toestaan!" antwoordde zij met een knorrig +gezicht, blijkbaar meer ontstemd dat zij iemands, dat zij _mijne_ +hulp noodig had, dan over het ongeval zelf, en toch maar al te zeer +overtuigd, dat zij die niet konde missen. Ik knielde naast haar neer +en trachtte zoo voorzichtig mogelijk de prachtige zijdeachtige vlechten +los te winden uit den doornstruik, zonder ze te beschadigen. Het duurde +een geruimen tijd, en het was een werkje waartoe geduld en kalmte +vereischt werden, en zij was zeer ongeduldig, en zeer weinig lijdzaam, +en wat mij betreft: met den besten wil om mij te haasten, ging het +niet vlot. Uit vreeze haar te martelen, wilde ik langzaam en zacht te +werk gaan, en zij rukte en schudde aan hare gulden leeuwenmanen of +zij ze uit wilde trekken; dus bedierf ze in ééne seconde door hare +drift wat ik in minuten tobbens had veroverd. Intusschen praatte en +knorde zij voort. + +"Ziet gij nu wel! waartoe uw kostelijke raad mij gebracht heeft, +ziet gij wel hoe practisch de vinding was, waarvan gij mij afkeerig +hebt gemaakt? De kiespijndoek stond leelijk, dat erken ik, maar hij +beveiligde tegen een ongeval als dit hier; dàt komt er van dat ik +van mijn beginsel ben afgeweken, om nooit naar iets anders te vragen +dan wat mij zelve paste. Daar lig ik nu als een hopeloos wezen aan +de voeten van een kwasie redder, die er nog grootsch op zal zijn, +dat hij mij zoo'n kostelijken dienst bewijst." + +"Trotsch wezen zal hij niet; maar heel dankbaar, dat het eindelijk +is gelukt, want gij kunt nu veilig opstaan," sprak ik in blijden +triomf, en stak haar zooals ik mijn recht achtte de handen toe om +haar behulpzaam te zijn; maar schichtig als een eekhoorntje was zij +opgesprongen, en tot loon kreeg ik het verzoek om wat op zij te gaan: +zij moest het haar een weinig in orde brengen en den hoed opnieuw +vastzetten. Het was hard maar billijk, ik mocht geen toeschouwer zijn +als zij haar toilet maakte. Ik liep vooruit, om haar te doen zien dat +ik eerlijk spel speelde, en trok mijne handschoenen weer aan, want +mijne vingers waren deerlijk geschramd en ik verkoos haar medelijden +niet gaande te maken. + +Zij was in een oogwenk gereed, haalde mij spoedig in en noemde mijn +naam, opdat ik zou omzien. De hatelijke doek was er weer omgeknoopt, +en ik kon er ditmaal niet tegen protesteeren. Uit zich zelve vatte +zij nu mijn arm en sprak op haar eigenaardigen toon: + +"Dat is om u te beloonen, Leo! dat gij edelmoedig zijt geweest en u +niet gewroken hebt." + +"Ik mij wreken op u? en waarover? Hoe meent gij dit?" + +"Gij hebt mij _niet_ uitgelachen om dat zotte ongeval, zooals ik het +u heb gedaan om het uwe." + +"U uitlachen! hoe komt gij er op, Francis! Ik was zoozeer verschrikt." + +"Kwaad was er niet bij een val in het mulle zand dan dit eene, dat ik +verdiend had aan u: belachelijk te zijn en bespot te worden. 't Is +waar," ging zij voort met een minachtend schouderophalen, "daar is +Majoor Frans genoeg aan gewoon om er zich niet meer aan te storen; +maar toch, van uwe zijde zou het wettige represaille zijn geweest, +en ik waardeer het in u, dat gij u onthouden hebt." + +"Daar is niets verdienstelijks in. Ik was veel te veel bewogen met uw +deerlijken toestand en met dat prachtige haar, dat jammerlijk schade +had kunnen lijden." + +"O, wat dat betreft, dat zou te overkomen zijn; maar ik was in een +lastig parket en maakte een gek figuur bovendien. Ik weet wel, dat is +mij meer gebeurd," hervatte zij met zekere luchthartigheid, "want ik +heb nooit lust gehad den sleur te volgen, en als men dat niet wil en +zich te vrij en te fier acht om alles na te doen en na te spreken wat +de anderen elkander nazeggen en naäpen, dan raakt men al gauw buiten +haar cirkeltje, waarbinnen men veilig is tegen de schampschoten der +_raillerie_, en wordt vogelvrij verklaard.... Zoo is het mij gegaan." + +"Verschoon de oprechtheid: een weinig door eigen schuld, naar ik +vermoed. Eene vrouw behoeft geene apin te worden, die iedere mode +nabootst; maar zij speelt toch een gevaarlijk spel, met zich al te +stout te verheffen tegen het aangenomen gebruik, en de publieke opinie +te braveeren." + +"Als de publieke opinie een dwalende is, zie ik niet in waarom +eene vrouw zich daaraan zou moeten onderwerpen, Een degelijk man, +die zelfgevoel had, zou het immers ook niet doen, hoewel ik maar al +te goed weet, dat de meesten uwer den zedelijken moed missen om van +'t heerschende gevoelen te durven verschillen en bovenal om er voor +uit te komen." + +"Zwakheid en beginselloosheid in een man is verachtelijk, ik erken +het, maar wat lafheid moet genoemd worden in ons, wordt beminnelijke +meegaandheid bij u; inconsequenties worden ulieden veel lichter +vergeven dan bizarrerie: men onderwerpt zich aan uwe caprices, +mits gij ze weet te kleeden in den vorm die koers heeft; maar men +staat u niet toe te zondigen tegen het gebruik, dat nu eenmaal wet +is geworden. Ik zeg niet dat het volkomen billijk is, maar toch, +het heeft zijne goede zijde.... de wereld is nu eenmaal niet anders, +en met tegenstribbelen verandert gij haar toch niet...." + +"Maar wie zegt u dat ik de wereld zou willen veranderen?" riep zij +opstuivend. "Daar heb ik mij nooit mee ingelaten, maar ik verkies +nu eenmaal niet, mij te schikken naar hare bespottelijke exigentie, +ziedaar alles." + +"Heel goed! maar wat brengt u dat verzet, dat op geen beginsel rust +en alleen van persoonlijken tegenzin uitgaat?" + +"Dat heb ik u al gezegd: vogelvrijverklaring, uitbanning; een vonnis +dat ik nooit rechtvaardig zal noemen, maar dat ik met blijdschap heb +aanvaard. _À vrai dire_, niemand legde mij ballingschap op, maar er +zijn omstandigheden waaronder men die uit zich zelve kiest," eindigde +zij, terwijl de toon van overmoed, dien zij even te voren gevoerd had, +tot dien van doffe neerslachtigheid daalde. + +"Zulke omstandigheden kunnen er zijn, dat geef ik u toe, maar zonder +dien drang was de maatregel op zich zelf verkeerd. Wie hervormen wil, +blijft en staat voor zijne zaak; wie heengaat, verlaat haar en geeft +haar op." + +"Aan hervormen heb ik in 't geheel niet gedacht; wat ik zou gewenscht +hebben was alleen het recht mij zelve te mogen zijn, zonder aangegaapt +te worden als het kalf met twee koppen op de boerenkermis; maar de +zaak was mij de moeite niet waard om er voor te vechten." + +"Er is vechten èn vechten; gij vrouwen hebt uwe eigenaardige +wapenen. _Bataille de dames_ is een allerliefst blijspel." + +"Maar waarin de heeren althans niet de zegepraal wegdragen." + +"Dat bedoel ik ook niet; alleen die wordt behaald door echt vrouwelijke +middelen: niet met alles te braveeren met een _air de matamore_ aan te +nemen, maar met haar invloed te laten gelden, met zoetjes en zachtjes +aan telkens eene schrede te winnen, met te behagen en zich beminlijk +voor te doen; dit zijn, geloof mij daarin, de beste wapenen in zulken +strijd, en die vrij wat zekerder doel treffen dan het inroepen van +rechten en de eisch der gelijkstelling die door sommigen uwer zoo +onvoorzichtiglijk wordt gedaan, en die op de bitterste teleurstelling +zal uitloopen, zoo zij eenmaal wordt ingewilligd!" + +"Advocaat!" sprak zij hoofdschuddend, "en nog wel voor eene zaak die +niet aan de orde is!" + +"Hoe meent gij dit?" + +"Dat ik mij volstrekt niet inlaat met de kwestie die gij daar +opwerpt. Ik heb wel wat anders te doen; maar 't is niet meer het +oogenblik om daarover te praten, want daar ginds ligt de Werve; als +we dat pad langs die heg van meidoorns inslaan, zijn wij er binnen +vijf minuten." + +Ik volgde met het oog hare aanduiding en zag, toen wij van de heide +afstegen, een ouden stompen toren zonder spits; de ruïne van het +middeleeuwsch kasteel, dat men ter zijde had laten liggen toen men +het nieuwe ging opbouwen, vertelde Francis. Daarop hield zij mij even +staande. "Luister, Leo! ik heb nog een en ander met u te spreken eer +ik u binnenleid. Vooreerst, zeg mij ronduit wat de eigenlijke rede +is van uw bezoek aan den generaal!" + +"Dat heb ik u reeds gezegd. Ik wil kennis maken met de familie +mijner moeder." + +"En als die kennismaking niet meevalt?" + +"Heengaan, en zien wat tijd en omstandigheden kunnen uitwerken +tot.... verzoening...." + +"Maar ik geloof niet, dat de onverzoenlijkheid daar ginds zich zal +uitstrekken tot u," hernam zij met zekere goelijkheid, "als gij maar +niet den armen, ouden man met zaken komt lastig vallen...." + +"Ik heb het u immers verzekerd, dat ik voor zaken een procureur +zou gebruiken." + +"Nu, kom dan mee, maar ik moet u vooraf waarschuwen, dat gij den +generaal niet alleen zult vinden. Kapitein Rolf, een oud officier _en +retraite_, is bij ons ingekwartierd op de Werve; mogelijk komt hij u +wel wat ruw en ongemanierd voor, want hij is een soldaat van fortuin +die geene opvoeding gehad heeft, dan in de kazerne; maar zijn hart +is goed en.... mijn grootvader kan niet buiten hem." + +"En gij dan?" + +"Och, mij hindert dat niet: ik ben er aan gewoon. Ik waarschuw u +slechts omdat gij uit den Haag komt. Vergelijk mijn kapitein Rolf +niet met de aristocratische officieren van het regiment Grenadiers +en Jagers. Hij is een oud gediende, die eigenlijk als onderofficier +met de chêvrons en de medaille van dertigjarigen dienst had moeten +gepensionneerd zijn, ware hij niet, met de Willemsorde begiftigd, +uit consideratie op zekeren dag tot luitenant benoemd, en uit gelijke +oorzaak ten laatste met kapiteinsrang gepensionneerd. Onze wijze van +met elkaar om te gaan zal u mogelijk wat bevreemden, wat ergeren, +maar.... hij noemde mij reeds zijn overste toen ik nog een kind was, +en vloog op mijne wenken, en dat doet hij nóg, zooveel zijn stijf +been en zijn rheumatisme het toelaten, in één woord: hij is mijn +factotum. Visschen is zijn hartstocht sinds hij de jacht er aan heeft +moeten geven; ik gebruik hem tot pluimgraaf, en bij ontstentenis van +de keukenmeid zou hij de biefstuk bakken en de soep koken, liever +dan het met een stuk brood te doen, want hij is een gastronoom van +het eerste nummer. Sinds hij tijd en gelegenheid heeft om over het +groote vraagstuk: 'wat zullen wij eten?' na te denken, is het bij +hem hoofdzaak geworden, en helaas bij mijn grootvader niet minder." + +"En er is dan verder niemand anders waar gij wat aan hebt?" + +"Wie anders zou er zijn? Wij gaan hier met niemand om, en daar +zijn goede redenen voor; de dominé komt eenmaal 's jaars, en de +burgemeester, al zou hij komen, wordt niet toegelaten, want hij is +een vijand en een spion! Hunne vrouwen en dochters zie ik niet en +wil ik niet zien; 't is al erg genoeg als zij mij 's Zondags in de +kerk zitten aan te gapen. Gij ziet dus waar het op neerkomt voor +mij. Ik leef tusschen de beide grijsaards in, dat kan niet anders, +en.... dat is ook heel goed," eindigde zij met eene berusting, die +zoo volkomene hopeloosheid uitdrukte, dat zij, zonder dit te bedoelen +mij de diepste meewarigheid inboezemde. + +"Dus ook geene logées van uw leeftijd, geene enkele vriendin waarmee +gij sympathiseert?" + +"Dat zou er nog aan mankeeren--dames! logées hier binnen te +halen!" sprak zij met bitterheid; "en wat vriendinnen aangaat, +die heb ik nooit gehad, nooit willen hebben; ik weet te veel wat de +vriendschap der vrouwen is." + +"Hoe! gij veracht de mannen, gij haat de vrouwen, gij verwerpt dus +het gansche menschelijke geslacht?" + +"Op zulke wijze, dat ik mijn vermogen om lief te hebben, heb verzet +op paarden en honden, meent gij? Dat juist niet. Ik wil enkelen +niet voor allen laten gelden, maar het is mijne schuld niet dat ik +nogal scherp zie, en 't geen ik heb waargenomen bij de exemplaren +die mij onder de oogen zijn gekomen, geeft mij, ik erken het, geen +hoog gevoelen van de soort, zoodat ik met zeer weinig reverentie zie +op hen die zeggen dat ze de heeren der schepping zijn, en met niet +de minste sympathie op hunne schoone wederhelften! Als Shakespeare +waarheid zegt, dat de engelen schreien om de jammerlijke trekken die +de menschen uitspelen tijdens hun kort daarzijn, is het niet vreemd +dat ik, die geen engel ben, maar die evengoed allerlei jammerlijks +aanschouw, mij met walging afkeer! Ik wil wel gelooven, Leo! dat er +nobele mannen, en waardige vrouwen bestaan, maar die zijn excepties; +en ik behoor tot de misdeelden, die deze onschatbare uitzonderingen +niet heb mogen aantreffen, of als ik meende ze ontmoet te hebben, voor +die lichtgeloovigheid met bittere teleurstelling werd gestraft...." + +"Mogelijk ligt een deel van deze misfortuin aan u zelve, Francis," +sprak ik zacht maar met nadruk; "gij hebt verkeerd gezocht, of zijt +niet op de rechte wijze met uw onderzoek aangevangen." + +"Hoe meent gij dat?" vroeg zij meer getroffen dan vertoornd. + +"Is het wel zeker, dat gij met zelfonderzoek, met zelfkennis zijt +begonnen?" + +Zij zweeg een oogenblik in nadenken verdiept en zuchtte; daarop +hervatte zij, mij met zekere vastheid in den blik aanziende, alsof zij +mijne innigste gedachten wilde peilen: "Gij schijnt een ernstig man +te zijn; gij hebt karakter, zoo ik mij niet bedrieg; het is zeldzaam +genoeg om gewaardeerd te worden, waar men het vindt; nu dan, ik zal +u vertellen, hoe ik begonnen ben, maar.... nu niet, want daar ligt +het kasteel voor ons en de dorpsklok slaat één uur. Ik vrees dat men +mij met ongeduld zal gewacht hebben, en dat het halve garnizoen al +op het voorplein post heeft gevat om naar mij uit te zien. 't Is +lang niet zeker, dat ik met krijgseer zal worden verwelkomd. Nú, +dat doet er niet toe; volg mij, deze brug over, die poort door; +gij ziet, de brug is niet ongenaakbaar, wij zouden geen beleg kunnen +uithouden." Al sprekende had zij mijn arm losgelaten, en liep vooruit +met zoo'n snellen stap, dat het bijkans een drafje geleek. Ik, wat +langzaam haar na, eene feodale ophaalbrug over die blijkbaar sinds +lang tot onbewegelijkheid was veroordeeld; in gelijken toestand +verkeerde de groote poort; de zware geheel met ijzeren bouten en +scherpe pinnen bezette deur hing in de verroestte hengsels, zonder dat +men zich de moeite getroost had haar weg te nemen, om dit teeken van +verval te verbergen. Waartoe ook? De dikke, bijkans in puin vallende +ringmuur, was al niet meer aan de poort verbonden, en de voormalige +schietgaten waren tot wijde spleten opengesperd, waardoor een reus +kon binnengaan. Tijd om verder rond te zien was er niet, maar het +voorplein optredende, viel mij terstond het hoofdgebouw in het oog, +dat ondanks zekere merkteekenen van verwaarloozing nog een grootschen +indruk maakte. Het moet vernieuwd zijn in de dagen van onzen stadhouder +Willem III, want het was geheel opgetrokken in den rijken en deftigen, +al was het ook wat gemanireerden stijl dier dagen, en toen was het +uit eene ruime hand gegaan; maar de nazaten van die onbekrompen +bouwheeren hadden wat al te veel op de werken hunner voorvaderen +gerust, en de degelijkheid van den achttiende-eeuwschen bouwtrant, +niet hunne zorg, was oorzaak dat het geheel nog niet het aanzien had +eener jammerlijke ruïne. Het middengedeelte dat _en rotonde_ gebouwd +was en eenigszins vooruitstak, was nog tamelijk goed onderhouden, +maar kennelijk uit eene schrale beurs; de rijke ornamenten boven +de vensters en de dubbele deur, die eenmaal verguld moeten geweest +zijn, waren nu met een dun geel verfje overtogen, en de glanzige +kleine ruiten van purper spiegelglas waren door gewoon vensterglas +vervangen. De meer achterwaarts gelegen zijvleugels waren prijsgegeven +aan eene verwaarloozing, die het waarschijnlijk maakte, dat ze niet +meer bewoond werden, althans de bovenverdieping die geheel verveloos +was, en waar de ruiten, door tijd of toeval gebroken of gebarsten, +niet eens meer vernieuwd waren; enkelen daarvan had men eenvoudig +met grauw papier toegeplakt; voor anderen was die moeite niet eens +genomen, zeker uit zorg voor goede luchtverversching! + +Maar het spreekt wel vanzelve, dat ik alleen vluchtige opmerkzaamheid +kon geven aan hout en steen; reeds vóór ik het breede perron optrad, +met de gebroken vazen waarin Aloés vegeteerden, kwam het "halve +garnizoen," zooals Francis zich uitdrukte, ons te gemoet in den +persoon van den kapitein, dien ik terstond als den oud-militair zou +herkend hebben, al ware ik er niet op voorbereid geweest, wien ik zien +zoude. Al droeg hij de burgerkleeding, blauwe jas en pantalon:--het +vest hoog aan de keel toegeknoopt en de zwarte stropdas, die hij +zich nog niet had kunnen ontwennen en die identiek was met zijn +persoon, zooals zijne Willemsorde en zijn metalen kruis,--zijne +rechte, vaste houding ondanks het stijve been, dat het gebruik van +een stok noodzakelijk maakte, en de politiemuts die hij wàt kranig +op één oor had gezet, alles duidde in hem den oudgediende aan, +die nog maar ten halve in zijne abdicatie berustte. Hij scheen +een man van diep in de vijftig, die nog pikzwart haar had en een +donkeren knevel, lang en puntig _à la Napoléon_ en stijf uitstaande +_à force_ van cosmetiek. Zijne hoogroode kleur en bruine brutale +oogen, zijne harde trekken met iets grof sensueels in de uitdrukking, +vooral door de dikke, roode lippen en de zware korte kin, gaven iets +ruws en gemeens aan zijn voorkomen, zoodat hij werkelijk veel meer +had van een sergeant-majoor, die na eerlijk gepasporteerd te zijn, +een baantje bij de politie heeft gekregen, dan van een officier, +die eens aan het hoofd zijner compagnie heeft gestaan en die eene +eervolle rust geniet. Maar Francis had mij reeds gewaarschuwd dat ik +niet te veel aan het uiterlijke moest hechten, en ik was voornemens +mij over niets te ergeren noch boos te maken, om ongehinderd mijne +waarnemingen te kunnen doen. + +Leunende op zijn stok, en eene lange duitsche pijp in den mond, +waaruit hij dapper dampte, kwam hij op ons toe, bracht even de hand +aan de muts, en het was inderdaad eene vreemde wijze waarop hij +ons verwelkomde: + +"Wel weergaasch, Majoor! wat is dàt? Hebt gij een krijgsgevangene +gemaakt? of krijgen we inkwartiering?" + +"Een bezoek aan den Generaal, kapitein," hernam Francis, voortstappende +en mij een wenk gevende haar te volgen, zonder de moeite te nemen +mij voor te stellen. + +"Een verduiveld slecht ontbijt gehad! een half uur op de freule +gewacht, de eieren te hard, de biefstuk als leer, Zijne Excellentie uit +zijn humeur, en dat alles omdat de freule goedvindt op een ongelegen +tijd uit te rijden, ridder te voet thuis te komen en den held van +dat mooie avontuur in triomf mee te brengen in de vesting," bromde +de kapitein op half knorrigen, half schertsenden toon, terwijl hij +ons achterna liep. Zich naar hem omkeerende sprak Francis: + +"En dat alles, omdat _uw Majoor_," zij drukte zonderling op den titel, +"het genoegen heeft gehad Jonker Leopold van Zonshoven te ontmoeten, +haar neef; laat u dat genoeg zijn, en als ge verder te klagen hebt, +brengt het dan maar op het rapport." + +Wij stapten de vestibule binnen, waar wij den huisknecht vonden, die +de deur had opengedaan en die voor ons uitweek, op militaire wijze de +hand aan de muts brengende; ondanks zijn livreirok droeg hij nog de +soldatenpantalon, zoodat men niet veel waagde met de onderstelling, +dat hij vroeger den generaal als oppasser had gediend; na even +aangetikt te hebben opende hij nu voor ons de deur van het salon, een +ontzaggelijk ruim vertrek met goudleer behangsel, waar de generaal in +een hooggerugden leuningstoel zat te dommelen; dat laatste bewees zijn +ietwat verschrikt opstaan, toen wij hem al vrij dicht genaderd waren, +want Francis was met sparende liefde zachtjes binnengetreden, en ik +had er te veel belang bij, hem op mijn gemak gade te slaan, om niet +haar voorbeeld te volgen; maar de luidruchtige stap van den kapitein, +die goed vond ons achterna te loopen, wekte hem uit zijne _siësta_. + +Wel verre van het voorkomen te hebben, dat ik mij had voorgesteld +van den kloeken onhandelbaren _pourfendeur_, die oud-tante Roselaer +op allerlei wijze ergernis had gegeven, zag ik voor mij een kleinen +mageren grijsaard, wiens gelaat zoowel als zijne gestalte iets fijns +en gedistingueerds had. Een lange rechte neus, dunne bleeke lippen, +niet eens een knevel rondom den ingevallen mond, zacht blauwe oogen, +die iets dofs en slaperigs hadden, dat mogelijk slechts tijdelijk was, +maar dat ook wel het gevolg kon zijn van afmatting en gedruktheid; +zilvergrijze haren hingen in lange eenigszins krullende vlokken om +zijne slapen; hij was gehuld in een verkleurden damasten chambercloak, +waaronder een helder wit vest te voorschijn kwam, terwijl een zwarte +zijden foulard den mageren hals vermomde; zijne fijne handen waren +blank ondanks hunne dorheid en de sterk uitkomende aders; hij droeg +een breeden gouden ring met een wapen in cornalijn gesneden, die tot +cachet konde dienen en dien hij met zekere zenuwachtige beweging heen +en weer schoof onder het spreken. + +Daar was niets van den krijgsbevelhebber meer in den man, dien ik +nu voor mij zag, dan alleen eene zekere deftige wellevendheid, die +bewees dat hij als hoofdofficier in de hoogste kringen had verkeerd. + +Een onbeschrijfelijk gevoel van meewarigheid overmeesterde mij bij het +zien van dien zwakken, door zorg en lijden diep neergebogen grijsaard, +een indruk nog te meer versterkt door de bijgedachte, dat ik het +instrument zou moeten zijn, om hem den genadeslag te geven, tenzij +Francis.... maar reeds stelde deze mij voor aan haar grootvader op +hare eigenaardige wijze. + +"Grootvader, ik breng u Jonker Leopold van Zonshoven, dien gij eens +hartelijk welkom moet heeten, want hij is eene curiositeit in de +familie!" + +"Familie! Jonker van Zonshoven, ah! ja! ik herinner mij, ik begrijp," +antwoordde deze op een toon van verbazing en verlegenheid, die +duidelijk bewees, dat hij volstrekt niet op de hoogte was; maar toch, +hij boog zich beleefd en stak mij de hand toe, die ik niet nalaten +kon met zekere hartelijkheid te drukken. + +"Neem toch plaats, Jonker," sprak hij, naar een stoel wijzende, +waartegen de kapitein stond te leunen met een air of hij plan had +mij dien te betwisten. + +"Excuseer, grootpa, neef Leopold en ik hebben een uur lang op de +heide rondgesukkeld, wij zijn bek af en rammelen van den honger; wij +komen bij u praten als wij eerst gezien hebben of de kapitein ons +nog wat van het _déjeuner_ heeft overgelaten.... Is er nog gedekt, +Frits?" vroeg zij, zich tot den bediende richtend, die tot hare orders +wachtend was blijven staan. + +"'t Is bij half twee, freule!" antwoordde deze, met zekere verlegenheid +de schouders ophalend. + +"Gij hebt gelijk, Frits, 't is de regel van het huis: wie niet op het +appèl is wordt niet meegeteld; breng ons hier dan maar wat brood en +koud vleesch...." + +"En een glas port voor de heeren," voegde de kapitein er bij. + +Terwijl Frits zich verwijderde om aan die orders te voldoen, ging de +kapitein vlak voor mij staan, terwijl hij sprak: + +"Pardon Jonker! ik moet u eens goed opnemen; een jonkman die zoo +in eens bij onzen Majoor in gratie is geraakt moet al heel wat +bijzonders zijn." + +Ware ik met den ongemanierden snorbaard alleen geweest of +onder vreemden, ik zou geweten hebben hoe zijne impertinentie te +beantwoorden; dan, tegenover den generaal, tegenover Francis, die +mij op ergernissen had voorbereid en stilzwijgend lankmoedigheid had +aanbevolen, aarzelde ik hem het antwoord te geven dat hij verdiend had, +toen de generaal inviel: + +"Kapitein!" er klonk gezag in den toon, ondanks de zachte stem van +den grijsaard, "er zijn aardigheden, die er onder ons door kunnen, +maar gij schijnt te vergeten dat wij nu _niet_ onder ons zijn, en +dat gij Freule Mordaunt mankeert...." + +"Omdat ik haar Majoor noem, nu zij ons op eens met iemand van de +familie in de flank valt; excuseer mij, Excellentie, maar dan had +men mij vooruit de consigne moeten geven, nu.... zal de memorie mij +parten spelen." + +"Het komt er niet op aan, grootpa!" viel Francis in, "op zijn leeftijd +zal hij toch wel bij al zijne kwade gewoonten blijven, al zou men +kunnen eischen dat hij het respect voor de kleindochter van generaal +von Zwenken niet vergat, omdat hij haar als kind de exercities +heeft geleerd. Maar als gij naar 't consigne van den dag vraagt, +kapitein! let er op, het is dit: beleefdheid jegens mijn gast, die, +naar ik meen, nooit een degen heeft gedragen, maar toch, daar geef ik +u mijn woord op, niet van 't humeur is om met zich te laten spotten." + +Ik boog tegen Francis, 't geen mij de gelegenheid gaf, den kapitein +den rug toe te keeren zonder kennelijk opzet, daar het mij duidelijk +werd, dat de gemeenzame voet waarop hij met Francis stond van hare +kindsheid af, en de zonderlinge manier waarop zij met hem omsprong, +zijne ongepaste aardigheden bijkans wettigden; dat men zijne uitvallen +zoomin als de hare in vollen ernst moest opvatten, en dat zijne +bedoeling beter was dan zijne wijze van die uit te drukken. + +Toen Frits met den portwijn was gekomen, schonk de kapitein drie glazen +boordevol, presenteerde het eerste aan mij en den generaal, en het +zijne opheffende sprak hij ruw goedhartig: "de gezondheid van onzen +waardigen commandant en uw welkomst, Jonker! 't Is van harte gemeend; +geloof dat wij hier snakken naar een nieuw gezicht, maar.... de Majoor +heeft niet alle dagen zulk eene luim van gastvrijheid, daar kan je +staat op maken." + +Ik trachtte Francis aan te zien, om den indruk waar te nemen dien +deze opmerking bij haar zou teweegbrengen--maar zij had zich van mij +afgekeerd om wat brood en koud vleesch voor mij klaar te maken en +wipte daarop de kamer uit, zonder meer notitie te nemen van 't geen +Rolf zeide dan van 't gebrom eener vlieg. + +Wat mij aangaat, ik had te veel behoefte aan eenige verkwikking, om +niet met den kapitein aan te stooten en gebruik te maken van 't geen +hare zorg mij had bereid. Toch haastte ik mij, want ik achtte het +onbeleefd den generaal dus zonder toespraak te laten, die inmiddels +opnieuw wat sluimerziek scheen geworden; maar het bleek mij toch dat +hij sluimerde als een poes die niet op haar gemak is, met half geopende +oogen. Zoo ras hij waarnam, dat mijn eetlust genoegzaam was voldaan, +wenkte hij den kapitein, die niet naliet mij opnieuw in te schenken, +en fluisterde dezen iets in, waarop hij zich verwijderde, na mij nog +eens met een onrustigen en nieuwsgierigen blik te hebben gadegeslagen. + +Toen wij alleen waren, richtte de generaal zich op uit zijne lustelooze +houding en sprak mij toe met zekeren deftigen ernst: + +"Een woordje onder ons, Jonker! als 't u belieft." + +Ik boog mij. + +"Maar wees zoo goed hier naast mij te gaan zitten; ik ben een weinig +hardhoorig." + +Toen ik voldaan had aan zijn verlangen, ving hij aan: + +"Vergeef mij dat ik u een vraag moet doen, die u eenigszins ongepast +kan voorkomen.... Is het voor de eerste maal dat gij mijne kleindochter +hebt ontmoet?" + +"Ja, generaal! en de ontmoeting, die zeer toevallig was, was heel +gelukkig voor mij." Ik gaf hem eene kleine schets van mijn kruistocht +naar de Werve. + +"Nu! dat verheugt me," sprak de grijsaard met een zucht van +verlichting. "Ik vreesde, om u de waarheid te zeggen, dat er iets +achter stak. Mijne kleindochter heeft veel goeds, dat mag ik met +waarheid zeggen, maar zij heeft zoo hare eigenaardigheden; zij kan wel +eens wat brusk uitvallen en heeft zekere zucht om alles te wagen en +alles te braveeren, die haar al menige ongelegenheid heeft berokkend, +al menige vijandschap op den hals gehaald heeft; ik vreesde dat er +tusschen u en haar iets voorgevallen was, dat zij nu trachtte goed +te maken, zooals dat haar meer gebeurt." + +"De Freule heeft niets bij mij goed te maken, generaal! en de +welwillendheid waarmee zij mij hier eene goede ontvangst heeft +toegezegd, moet ik te meer waardeeren, sinds zij niet de gewoonte +heeft uit banale hoffelijkheid te handelen." + +"Ik wenschte wel dat zij die gewoonte wilde aannemen," hervatte de +grijsaard met een zacht hoofdschudden, "doch wat u betreft, wees +verzekerd, dat ik hare toezegging niet te schande zal maken; gij zijt +mij van harte welkom; maar verklaar mij toch iets: Francis zegt dat +gij van de familie zijt, en ik herinner mij wel dat ik indertijd een +van Zonshoven heb hooren noemen, die aan mijne overledene vrouw was +geparenteerd, maar 't is al zoo lang geleden, dat ik waarlijk niet +meer weet hoe dat in elkander zit!" + +"Mijne grootmoeder was eene freule van Roselaer, generaal!" + +"Ah! juist, van moeders zijde alzoo; zij moet getrouwd zijn met een +Fransch edelman, zoo ik mij niet vergis." + +"De baron d'Hermaele was van Belgische afkomst, generaal!" + +"Nu ja, maar wij waren toen midden in den Franschen tijd, en men +nam het zoo straf niet op met de nationaliteiten. Ik herinner mij nu +heel goed de bezwaren die mijne vrouw maakte om ter receptie te gaan, +uit oorzaak van brouillerie met freule Sophie.... Ik zette het door, +omdat men de convenances in acht moest nemen, uit aanzien van den +baron d'Hermaele, die aan onzen prefect was geparenteerd. Het jonge +paar vertrok naar een der zuidelijke departementen, en ik heb er niet +meer van gehoord. Later, tijdens de regeering van Koning Willem I, +vernam ik van derden, dat de baron d'Hermaele in hooge gunst was +geraakt bij den Koning." + +"Die gunst heeft de ongelukkige edelman duur genoeg geboet, daar zij +oorzaak was dat hij trouw hield aan zijn vorst tijdens den Belgischen +opstand, 't geen hem door zijne familie zeer kwalijk werd genomen, +en, wat erger was, den haat van het gepeupel op hem vestigde, in die +mate dat men zijn kasteel in de nabijheid van Laeken plunderde en +verbrandde en hem zelven, die zich kloekmoedig tegen die baldadigen +verzette, op gruwelijke wijze vermoordde." + +"Weer een van die feiten uit dien tijd van jammer en verwarring, +die ik mij nog zoo goed kan voorstellen. Mijne soldaten brandden van +verlangen om de muiters en plunderaars naar verdienste te straffen, +maar ongelukkig werd hun lang, veel te lang werkeloosheid opgelegd; +dan, ik wil mij nu niet meer in die ergernissen verdiepen. Wat is er +van de weduwe en hare kinderen geworden?" + +"Zij was het met de haren ontkomen en keerde naar Holland terug +met haar zoon en zeven dochters, waarvan de oudste verloofd was met +jonker van Zonshoven. Het huwelijk ging door ondanks de bezwarende +tijdsomstandigheden; ik ben hun eenigen zoon." + +"Wel, dan ben ik zooveel als uw oud-oom, jonker!" + +"Die berekening heb ik ook gemaakt! en daarom...." + +"Komt gij mij toch niet over familiezaken spreken, wil ik hopen?" vroeg +hij in zichtbare onrust. + +"Maar mijn waarde heer oud-oom! men kan immers wel over +familieaangelegenheden spreken, zonder dat het juist onaangename +moeten zijn?" + +"Hm, ja! ik merk wel dat gij een van Zonshoven zijt, en sinds lang +vreemd aan de jammerlijke veeten die de Roselaers hebben verdeeld. Zij +hebben elkander in letterlijken zin niets gedaan dan bijten en vereten, +op zulke wijze dat er schatten verloren zijn gegaan in processen, +en dat Francis en ik nòg lijden onder de naweeën." + +"Ik wil het gelooven, beste oom! maar...." + +"Maar uwe moeder was al eene d'Hermaele, dat stelt mij gerust; +doch zoo 't anders ware, zoo gij een ander bericht kwaamt brengen, +dat voor Francis pijnlijk zou kunnen zijn of beschamend voor mij; +ik weet het, men betwist tot de geldigheid toe van mijn huwelijk in +Zwitserland; of zoo het geldzaken betreft, waarin ik of iemand der +mijnen betrokken kon zijn, dan bid ik u, wees zoo edelmoedig en spaar +het haar zoolang het haar gespaard kan worden. Ik ben oud en al zoo +gebogen onder den last des levens, dat ik er nog wel wat bij dragen +kan, al ben ik er bijkans onder versuft; mogelijk weet ik er wel iets +op te vinden om een gat te stoppen of iets dat dreigt af te leiden; +alleen wees oprecht met mij en zegt het mij ronduit in vertrouwen." + +"Wel, generaal! ik zou daar veel op kunnen antwoorden, maar verschoon +mij voor dit oogenblik. Freule Mordaunt heeft mij dezelfde vraag +gedaan, met de goede bedoeling om u _zelf_ mogelijke onaangenaamheid +te sparen, en ik heb haar geantwoord naar waarheid, dat ik kennis kwam +maken in de hoop de familiebetrekkingen, die al vrij los geworden zijn, +nader aan te binden. Zij heeft mij de eer gedaan zeker vertrouwen +te stellen in mijne loyauteit en mij eene exceptie genoemd in de +familie. Wil gelooven dat ik een oprecht verlangen koester om mij +dat vertrouwen en die gunstige onderscheiding waardig te maken en +ik verzeker u dat het mijn grootste triomf zoude zijn, zoo een van +Zonshoven het geluk mocht hebben de wonden te heelen, voorheen door +de Roselaers geslagen." + +"Dan zou er veel moeten gebeuren, mijn beste jonker!" hernam von +Zwenken met een zwaarmoedig hoofdschudden, "maar toch, reeds de +wensch is prijzenswaardig." Na een oogenblik peinzens hervatte hij: +"De waarheid, dat geld de zenuw is van den oorlog, moet in dezen ook +gelden voor den vrede. Uwe ijverigste pogingen zouden vruchteloos zijn, +zoo dit element ontbrak, en toch .... houd mij ten goede zoo ik mij +vergis, en toch vrees ik dat de van Zonshovens op dit punt schraal +zijn bedeeld. In mijne herinnering werden zij geacht te behooren tot de +specialiteit die men _la noblesse besoigneuse_ noemt. Waardige lieden, +maar die in de noodzakelijkheid waren geraakt om naar winstgevende +ambten en bedieningen te staan, ten einde te kunnen leven." + +"Dat is volkomen waar, generaal! en mijn vader maakte in dezen gansch +geene exceptie; daarbij was hij zooals ik gezegd heb, getrouwd met +eene dier zeven freules d'Hermaele, die bij den Belgischen opstand +alles had verloren, en leven moesten van het pensioen, dat hare moeder +genoot en dat welhaast met dier overlijden voor haar verloren ging." + +"En deed de Koning niets voor de freules?" + +"Wat wilt gij, beste oom? De eenige zoon was vorstelijk voortgeholpen, +maar stierf in den bloei des levens en liet zelf een gezin na. Wat +verdienstelijks hadden die meisjes nog voor Koning Willem II, dat deze +geheugen moest houden van de trouw door haar vader den zijnen bewezen?" + +"Dat is wel zoo, maar toch, het behoort tot de naaste plichten der +vorsten, om de digniteit van den adel te helpen ophouden; en wat +brengt in dieper vernedering dan de armoede?" + +"Ik ben het met u eens dat de armoede eene zware beproeving is voor +elk mensch, en niet het minst in onzen stand, beste oom! maar eene +vernedering behoeft zij voor niemand te zijn. Het geheim om rijk te +worden wordt dikwijls niet gevonden, dan met het verlies van zekere +achting voor zich zelven, en het komt naar mijn gevoelen allereerst +den adel toe om hier op het _noblesse oblige_ te letten en zich zelf +niet te kort te doen. Ook daarom kan ik het niet goedkeuren, dat men +als edelman liever alles wacht van vorstengunst, en alles _afwacht_ wat +deze oplegt, dan zich mannelijk boven zekere ingeroeste vooroordeelen +te verheffen en door eigen energie en werkkracht te verwerven, wat +men _juist om zijne digniteit te handhaven_, niet met de hand op te +houden, moest willen aftroonen. Ik voor mij heb daar ten minste zoo +over gedacht, en naar dat beginsel gehandeld." + +"Met die uitkomst dat gij, volgens de traditiën uwer voorzaten, +naar den een of anderen post hebt gestaan?" vroeg von Zwenken wat +verdrietelijk. + +"Tot hiertoe niet." + +"Maar daar valt mij iets in, op dit oogenblik is er een van Zonshoven +minister van buitenlandsche zaken," hervatte de generaal; "dat moet, +indien ik mij niet bedrieg, een vermogend man zijn; in welken graad +zijt ge met hem verwant?" + +"Hij is mijn oom." + +"Welnu, dat is zoo kwaad niet; met een post bij het een of ander +gezantschap derogeert men niet, en bij wat talent en goede relaties +komt men dan licht verder." + +"Dat stem ik u toe, en ik beken u dat ik in zekere zwakke momenten +er wel eens over gedacht heb; maar die oom is juist de man, die, om +maar eene zaak te noemen, door zijn huwelijk met een meisje dat noch +geest, noch hart, noch beschaving had: den koffiekleurige dochter van +een schatrijken Oosterling, zich de millioenen van den nabob heeft +toegeëigend, zonder de arme vrouw iets meer te geven dan zijne hand +en zijn naam." + +"Dat is inderdaad eene jammerlijke mésalliance; maar waaruit volgt +voor u, dat gij een oom hebt die schatrijk is en kinderloos?" eindigde +hij vragenderwijze. + +"Zeker, en nu al op leeftijd; maar met wien ik gebrouilleerd ben en +zal blijven zoolang ik het eene laagheid zal achten, om kniebuigingen +te maken voor hem ter verzoening." + +De generaal schudde het hoofd. "Nog altijd wat bloed van de Roselaers." + +"Neen! de van Zonshovens waren nooit haatdragend, maar fier, en ziet +gij, generaal! al heb ik in de wieg niet met tientjes kunnen spelen, +ik heb geleerd dat er betere trots is dan adeltrots; ik heb geleerd dat +men geen Cresus behoeft te zijn om zijne onafhankelijkheid te bewaren, +die ik had moeten opgeven als ik mij in de armen geworpen had van +dien oom, maar die ik nu heb behouden door eigen werkzaamheid, door +sober te zijn en met overleg te handelen, door mij geene behoeften te +scheppen dan die ik met mijn matig inkomen wist te voldoen. Zoo ben +ik nu vrij man gebleven tot hiertoe, en, om u mijne volle meening te +zeggen, dat is mij meer waard dan mijn adeldom." + +"Bravo! Bravissimo!" Het was de diepe volle altstem van Francis, die +zich achter mij hooren liet, en de handen die mij zoo dapper hadden +toegejuicht, legden zich nu vertrouwelijk op mijne schouders. Door de +half geopende porte-brisée, die het groote salon van de ruime eetzaal +scheidde, onopgemerkt binnengekomen, daar wij met den rug naar die +deur toegewend zaten, was zij stil blijven staan om ons gesprek niet +te storen, maar toen zij hoorde wat hare instemming vond had zij, +die zoo geheel _de premier mouvement_ was, zich niet kunnen onthouden. + +"Gij ziet het, jonker!" sprak de generaal wat verdrietelijk met +gefronste wenkbrauw, "met zóó te spreken hebt gij mijne kleindochter +in haar zwak getast. Zij droomt van onafhankelijkheid; het is hare +illusie niets of niemand noodig te hebben." + +"Niet mijne illusie, grootpapa! Mijn _beginsel_ is het: liever vrij +en arm te zijn om mij zelf te blijven; liever ontberingen te lijden en +offers te brengen, dan laagheden te doen om behoeften en begeerten in +te willigen die men mannelijk behoort te overwinnen. Ik zeg mannelijk, +Leopold! al is hier kwestie van mij zelve, want wat vastheid van wil +en kloekheid van daad betreft, op punten als deze--daar behoort eene +vrouw voor geen man te wijken, ja, ik houd mij verzekerd, dat wij +daarin de meesten uwer vóór zijn." + +Von Zwenken beet zich op de lippen, sloot de oogen en dook neer in zijn +armstoel of hij een knodsslag ontvangen had, maar verslagen achtte +hij zich toch niet, want na eenige oogenblikken hief hij zich weer +op en sprak tot Francis: "Ik geef het u toe dat gij het mij afwint in +kracht om ontberingen te dragen; maar gij zoudt toch niet kwalijk doen, +u van tijd tot tijd toe te leggen op eenige zelfbeheersching. Op mijn +leeftijd valt het hard, onder iederen vorm zekere beschuldigingen te +moeten hooren, als men toch al zooveel geleden heeft en zulke harde +slagen van het noodlot had door te staan. Zeker had het hier anders +kunnen en moeten zijn, maar ik.... ik zie helaas! geen kans meer op +redres. Ik ben niets meer dan een gebogen grijsaard, onmachtig zich op +te heffen uit het stof der vernedering waarin wij zijn weggezonken; ik +kan nu eenmaal niet anders leven, al weet ik dat gij u om mijnentwille +getroost, wat gij niet behoordet te dragen." + +"Kom, kom, grootpa! gij weet wel dat mijne uitvallen harder klinken +dan ze gemeend zijn; gij weet wel dat ik veel wat mij tegen is +met luchtigheid drage om uwentwil; maar van mij te eischen dat ik +goedkeuren zoude wat mij ergert, of niet toejuichen wat zoo geheel +mijne instemming heeft als Leo's uitspraak van daareven, dat is te +veel gevergd, zulke zelfbeheersching zal ik nooit kunnen oefenen." + +"Dat's wel ongelukkig," viel de generaal in, niet zonder wat +bitterheid; "want wat zal neef Leopold van ons denken, als hij u bij +iedere aanleiding zekere verwijten hoort uitspreken?" + +"Hij zal denken, oom! dat hij in eene familie is gekomen, die zich +niet voor hem tracht te vermommen, en dat acht hij eene eer en een +voorrecht." + +"Hm! dat's een avantage dat gij ruimschoots zult genieten, jonker! als +gij hier wat lang blijft," viel nu de kapitein in, die weer binnen was +gekomen; "onze Majoor vooral heeft de loffelijke gewoonte, iedereen +zonder aanziens des persoons terstond te zeggen waar het op staat; +hare opinies, van welken aard ze ook zijn, onverwijld lucht te geven, +en als er iets wordt gezegd of gedaan dat Haar Hoog Edel Gestrenge +niet bevalt, parate executie hoor! evenals bij de vonnissen van +den krijgsraad." + +Het was von Zwenken aan te zien dat deze plompe aardigheid over zijne +kleindochter hem hinderde, maar toch weer sloot hij de oogen en klemde +de lippen opeen, als wilde hij er liefst niet mee te doen hebben. + +"Mij dunkt, kapitein! dat er toch wel eens gratie wordt bewezen, +anders zoudt gij immers al lang uw congé hebben gekregen," zei Francis +schertsend; maar toch getuigde die scherts meer van bitterheid dan +van vroolijke luim. + +"Dat bewijst alleen maar mijne lankmoedigheid, freule Majoor. Gij +weet wel dat ik mij door u laat troeven als een conscrit door zijn +korporaal. Ik zou van den Prins-Veldmaarschalk niet hebben afgewacht +wat ik van u verduur." + +"Gij begint er zwak en vervallen uit te zien van al dat lijden en +die mishandelingen," spotte Francis. + +"Kapitein!" sprak nu de generaal, die met gebogen hoofd, en in zekere +zenuwachtige verlegenheid, naar dit katjesspel had zitten luisteren, +niet zonder onrust zeker hoe het zou afloopen, "kapitein! ik had u +meen ik mijn wensch te kennen gegeven om _en famille_ te blijven." + +"En ik, Excellentie, niet radende dat het onderhoud _en famille_ +zooveel aantrekkelijks voor u zou hebben, kwam het gewone middel +tegen melancholie voorstellen: een partijtje piquet." + +"Dank je, kapitein, nù geen kaarten. Ik wensch van het gezelschap +van mijn neef te profiteeren." + +"En gij komt als een spelbreker invallen, terwijl deze juist op +het propos was van zijne _Lebensbekentnisse_, die mij groot belang +inboezemen," beet Francis hem toe. "Gij zoudt veel beter doen met eens +rond te zien naar mijne rijzweep, die ik ergens op de hei verloren +heb--aan den zoom van het bosch. Toen ik neef Leo ontmoette, had ik +haar nog." + +"'t Is geen lichte corvée, zoo'n ding weer te vinden in het zand," +bromde Rolf. + +"Maar gij weet wel.... ik ben er zoo mede ontriefd, en als gij haar +weerbrengt.... doet gij mij pleizier." + +"Nu! daar ik niet van dienst behoef te zijn bij den generaal, zal ik +het probeeren...." + +"Malicieuse despoot!" kon ik niet nalaten tegen Francis te zeggen, +haar met den vinger dreigend. + +Zij kleurde even en glimlachte. + +"Och Jonker! dat is nog zoo erg niet," zuchtte de deemoedige vazal; +"toen freule Majoor nog een kind was, hadt gij het eens moeten +bijwonen: in die dagen heb ik wel wat anders te doen en te lijden +gehad." + +"Precies!" zei Francis, "toen hebt gij mij mee bedorven en meer dan +de anderen; zachts dat ge er nu ook wat harder voor boet." + +"Als ik zoo zware penitentie doe, moet ik ook absolutie hebben," +sprak hij deemoedig. + +"Absolutie nooit! maar wapenschorsing, voor den geheelen dag; mij +dunkt dat is mooi genoeg; ziedaar mijne hand daarop." + +Hij nam die met een zacht hoofdschudden en een aarzelenden blik, als +had hij geen groot vertrouwen in de overeenkomst. Ik zag iets vochtigs +in zijn oog schitteren, dat mij met zijne brutale gemeenzaamheid +verzoende, maar waarover hij zich blijkbaar schaamde, want hij onttrok +zich aan onze opmerkzaamheid door een schielijken aftocht; toch keerde +hij terug op het oogenblik zelf, dat wij ons voor een vertrouwelijk +onderhoud hadden gezet, en wendde zich rechtstreeks tot Francis: + +"Ik weet wel dat ik u weer storen kom, freule! maar het is, geloof +ik, nog beter ik--dan Frits. Ik ontmoette aan de brug den koetsier +van den Jonker, die vragen komt, wanneer hij vóór moet zijn?" + +Ik aarzelde met mijn antwoord, in 't ongewisse of mijn wensch om +zoolang mogelijk te vertoeven niet in strijd zou zijn met de inrichting +van het huis, toen ik den kapitein halfluid tot Francis hoorde zeggen: + +"Ik heb al eens naar de kalkoenen omgezien; daar is er wel één klaar +voor de keuken, maar.... niet voor vandaag, daar moet gij op rekenen, +'t is jammer voor _le cher cousin_, maar...." + +"_Le cher cousin_, als gij mij daarmee bedoelt," viel ik in, dit punt +van overleg aangrijpende, "zou ik niets liever wenschen dan den dag +hier te mogen doorbrengen; alleen, hij maakt niet de minste aanspraak +op een fijn _diner_." + +"Wel! het spreekt vanzelf dat gij blijft eten, neef Leopold, _à la +fortune du pot_," sprak de generaal, na Francis te hebben aangezien, +die nog altijd scheen te aarzelen eer zij instemde met de uitnoodiging. + +"Het kan niet anders!" sprak zij eindelijk besloten, "wie komt er +voor een paar uur naar de Werve; daarbij, wij hebben nog zoo weinig +aan elkaar gehad, maar eigenlijk moest het niet zijn, wij behoorden +niemand aan onze tafel te nooden...." + +"De vraag is maar of gij mij den geheelen dag hier houden wilt, +Francis," viel ik in, onderstellende dat zij over een schraal menu +tobde. "Het overige beteekent niets, ik kan het desnoods met een koud +maal doen...." + +"Nu ja! ik ken dat, gij zijt gerust dat men u niet bij het woord +zal vatten." + +"Heusch, Francis, ik...." + +"Als gij het meent zijt gij een phenomeen," riep zij lachend, "maar +genoeg, het blijft er bij. Kapitein wilt gij het eens goed overleggen +met den koetsier, want het zal noodig zijn dat de jonker niet te laat +door het bosch rijdt." + +"Waarom toch, er zijn hier geen roovers, denk ik? Of vreest ge mogelijk +dat ik den wilden jager in werkelijkheid zal zien verschijnen?" + +"Neen, dat wel niet, maar er zijn doolwegen en...." + +"Als gij mij voor zoo _bête_ houdt, rijd ik niet weg vóór midden in +den nacht...." + +"Waartoe die fanfaronnade. Wij zullen vroeg eten en.... om zeven ure +het rijtuig, kapitein!" sprak Francis met gezag. + +"Gij beschaamt mij, Francis, met zoo povere hospitaliteit," viel de +generaal in, "is 't niet veel beter, dat neef van Zonshoven dezen +nacht hier logeeren blijft, om morgen op zijn tijd terug te rijden?" + +"Een logeergast! grootpapa, gij weet dat zoo niet, maar.... daar zijn +wij waarlijk niet op ingericht." + +"Nota bene!" riep de kapitein met een luiden lach, "wij zouden eene +halve compagnie kunnen herbergen." + +"Uwe compagnie zeker!" viel Francis uit, meer bits dan edelmoedig +tegenover den man, die als 1ste luitenant was gepensionneerd.... Het +bleek wel dat hij ontzag had voor zijn Majoor, want hij werd bleek +van ergernis, maar hij verbeet zich de lippen om een antwoord terug +te houden en zweeg. Francis scheen toch te goedhartig om de krenking +niet weer goed te maken: "ik meende, kapitein, dat er plaats genoeg +zoude zijn voor een half regiment, maar zooals men soldaten huisvest; +terwijl de Jonker van Zonshoven, aan Haagsche weelde gewoon..." + +"Gewoon aan een kamer met alkoof op de tweede verdieping in een +burgerhuis," repliceerde ik. "Luister, Freule Francis! als gij +Jonker van Zonshoven niet herbergen wilt om redenen, die voor +u hare wettigheid kunnen hebben, zeg het dan maar ronduit. Maar +maskeer ze niet onder zulke uitvluchten; kamers zijn er genoeg, +dat is onwedersprekelijk, en nu, ik slaap op de eerste stroomatras +de beste die gij ergens laat neerleggen." + +"Ik schaam mij voor u, Francis," sprak de generaal met zachte verlegene +stem; "dat is weer een van die caprices...." + +"Als gij dan volstrekt blijven wilt," sprak Francis, mij aanziende met +een koel en verdrietelijk gezicht, "zal ik trachten eene slaapkamer +uit te zoeken waar de ruiten heel zijn. Kom, kapitein, arrangeer +dat met den koetsier. Van de corvée om de rijzweep te zoeken zijt +gij verschoond; vandaag fungeert gij als _maréchal de logis_;" en +haar slaaf bij den arm nemende, zonder een blik op mij te werpen, +verliet zij met hem het vertrek. + +De generaal scheen zijn best te willen doen om den ongunstigen indruk +weg te nemen, dien hij meende dat ik van Francis moest hebben opgevat. + +"Geloof toch," sprak hij, toen wij alleen waren, "dat zij het +wezenlijk goed met u meent, maar.... er wordt hier niet meer op +logeergasten gerekend; gij treft haar _au dépourvu_, en dit hindert +haar, daar zij er zich zeker een genoegen van maken zou, het hier +recht comfortable voor u in te richten. Eene andere zou den schijn +weten te bewaren, en u zekere particulariteiten trachten te verbergen, +die u konden doen twijfelen, of gij hier welkom waart; maar ziet gij, +dit juist kan Francis niet; mijne kleindochter heeft een uitmuntend +verstand, een goed hart, een vast karakter, maar zij heeft zoo hare +eigenaardigheden, die haar veeltijds in een ongunstig licht stellen." + +"Welke dame heeft niet hare caprices, hare opvattingen?" viel ik in. + +"Ja, maar anderen weten die te kleuren en te dekken met wat blanketsel +en wat fijn vernis. Francis verstaat niets daarvan; zij heeft +ongelukkig geene opvoeding gehad zooals die had moeten zijn voor eene +jonge dame van haar stand. Sergeant.... ik wil zeggen kapitein Rolf +en zijne zuster hebben haar van jongs aan een weinigje bedorven. Zij +heeft hare moeder niet gekend, mijn schoonzoon was vreemdeling en +begreep niets van de eischen eener deftige Hollandsche éducatie. Ik +was in effectieven dienst en zelden lang genoeg in zijn huis om veel +acht te kunnen geven op mijne kleindochter, maar er zijn oogenblikken +waarin ik mij zelf verwijt dat ik, aan zekere rancune toegevende, +het voorstel niet heb aangenomen van hare oud-tante, die voor hare +opvoeding wilde zorgen; zij zou dan wel geene vroolijke jeugd hebben +gehad, dat is waar, maar zij zou ook niet als een wilde rank zijn +opgeschoten, ongesnoeid en onbuigzaam zooals wij haar nu zien, en +daarenboven zou hare toekomst verzekerd zijn. Voor dat alles had ik +mijne persoonlijke grieven moeten ten offer brengen," en de generaal +liet in diepe moedeloosheid het hoofd op de borst zinken. + +Tante Sophie zou zeker hare satisfactie hebben gehad, zoo zij die +bewijzen van leedgevoel en naberouw bij den gebogen grijsaard had +kunnen gadeslaan. Ik, als haar representant, meende hem troost te +mogen geven. + +"Kom, Generaal! niet zoo mismoedig. Van eene jonge dame even +in de twintig is toch waarlijk het laatste woord niet gezegd; +dat de edele plant wat in 't wilde is opgeschoten, maakt haar te +frisscher en krachtiger, dat's beter dan de broeikastplanten die onze +gedistingueerde kostscholen leveren; mogelijk zal de hand van een +welmeenend echtgenoot nog veel kunnen ombuigen en ten goede leiden...." + +"Dat's juist een der groote bezwaren, Jonker; Francis zal nooit +hare hand leggen in die van een man, dien zij van zulke voornemens +verdacht hield." + +"Juist gezien, grootpapa! Majoor Frans zal te geener stond het commando +afstaan aan haar mindere; zij wil niets om zich zien dan slaven en +vazallen, en Jonker Leopold zal wel doen zich naar dit gebruik te +schikken, zoo hij lust heeft hier conspiraties tegen hare vrijheid te +smeden," sprak nu Francis zelve, gansch niet op schertsenden toon, +maar met koelen, bijna minachtenden ernst; en mij een allesbehalve +vriendelijken blik toewerpende, ging zij voort: "dat is tegen onze +conventie, neef, dat gij hier het zwak van mijn grootvader vleien +zoudt met onuitvoerbare plannen te vormen." + +"Ik verzeker u, nicht, dat er geen opzet lag in 't geen ik zeide, +en dat het alleen volgde uit den loop van mijn gesprek met uw heer +grootpapa, hoewel ik blijf volharden in mijne meening dat een degelijk +echtgenoot, die zich weet te doen achten, gansch geen verwerpelijke +gave is voor iedere vrouw in 't algemeen en bovenal voor Majoor +Frans in 't bijzonder. Als gij dit comploteeren noemt, ben ik hier +een samenzweerder." + +Al sprekende zag ik haar aan met een vasten, uitdagenden blik, +dien zij fier en vermetel beantwoordde, terwijl een gloeiend rood, +als van toorn, voorhoofd en wangen overtoog; maar op eens zag ik haar +bleek worden, het gelaat afwenden, en 't was alleen met een gedwongen +lachje, dat zij ten antwoord gaf: + +"Een samenzweerder die te minder gevaarlijk is, daar de generaal u +bij de eerste aanleiding de beste zeggen zal, dat freule Mordaunt +geen anderen dan een schatrijken echtgenoot kan aannemen, en zooals +gij zelf ons hebt medegedeeld, staan de van Zonshovens niet op de +lijst der hoogstaangeslagenen in de belasting." + +"Maar Francis?" viel de generaal in. + +"Wel ja, bon Papa! dat is immers de standmeter waarnaar de heeren +elkander heden ten dage schatten, en dit zult gij met mij eens +zijn: als Majoor Frans verkocht moet worden, dan moet het zijn tot +den hoogsten prijs. En nu, neef Leo! gij valt gelukkig niet in de +termen, wij kunnen vrienden blijven; loop eens met mij naar buiten, +ik zal u wat van het terrein laten zien; grootvader kan mee wandelen, +de wind is gaan liggen, de zon is doorgeschoten, het is bijna zacht +lenteweer; ik heb ter eere van onzen gast mijn tuinhoed opgezet, +en hier is uwe muts, grootpa; de chambercloak maar wat toegeknoopt, +mijn arm genomen en opgemarcheerd. Die donkere, vochtige zaal geeft +maar muffe en sombere denkbeelden," en reeds sleepte zij den generaal +mee, terwijl ik in alle gewilligheid volgde. En ziedaar het waar en +waarachtig verslag van mijne installatie op de Werve, die ik sinds, +het zal nu al drie weken zijn, niet weer verlaten heb!" + +Francis had gelijk, het was zacht lenteweer geworden, en de +bijkans tegen zijn wil naar buiten gevoerde grijsaard ondervond den +verkwikkenden invloed van frissche lucht en een ruim uitzicht, toen +wij achter het kasteel om langs de volière voortwandelden, de generaal +door den arm zijner kleindochter gesteund, en ik naast haar gaande, +luisterend naar haar opgewekten kout en de malicieuse reparties die +zij altijd klaar had, als er iets gezegd werd wat die uitlokte. Met +eene oprechtheid die aan onvoorzichtigheid grensde, gaf zij de wonde +plekken van de Werve bloot. + +"Neef Leo was nu toch huisgenoot en zou deze zelf gauw genoeg opmerken, +al wees men hem die niet aan," gaf zij den generaal ten antwoord, +die minder gulle bekentenissen had gewenscht. + +"Het is nu eenmaal niet anders, neef! Wij zijn hier niet rijk, en men +moet het zijn om een landgoed als dit te bewonen en te onderhouden; +daarbij is het voor grootpapa geen tijd meer om te laten timmeren en +verven, hier en daar wat glazen laten maken zou juist geen luxe zijn, +maar wat zal ik u zeggen, wij zien tegen het werkvolk op." + +De volière, die voorheen aangelegd was op eene grootsche schaal en +met haar verguld netwerk het voorkomen had, eenmaal eene menigte van +kostbare en zeldzame bewoners te hebben geherbergd en den pluimgraaf +handen vol werk gegeven te hebben, was nu, zooals Francis niet naliet +mede te deelen, op verlangen van den kapitein in eene simpele kippenren +herschapen, terwijl er tegelijk kalkoenen in opgesloten waren, +bestemd om voor de tafel te dienen, "eene liefhebberij van Rolf, +die er zelf voor zorgt." + +Wij gingen langs eene zachte glooiing opwaarts tot aan een voormaals +prachtigen steenen koepel, geheel in den rijken stijl van de 18de +eeuw, maar die ruwe witte muren toonde in plaats van het voormalig +schilderwerk; de vocht en de achteloosheid der bedienden hadden het +geheel bedorven, bekende de generaal, "en daar het onze tijd niet +was om zoo iets op te knappen," voegde Francis er bij, "liet ik +een brocanteur uit Arnhem komen, die voor de rafelende lappen nog +een redelijk sommetje bood. Toch is het hier mijn lievelingsplek, +al biedt het dak geen schuilplaats meer tegen regen en sneeuw; maar +hier op die rustige bank, die ik er heb laten zetten (gij moet weten, +de kapitein kan zoo wat timmeren), zijn wij toch nog door de muren +beschut; kom hier wat zitten, grootvader! Neef Leo moet het heerlijke +uitzicht genieten over de hoogten en laagten der heidegronden, door +het prachtige dennenbosch ter eener zijde begrensd." + +Het was werkelijk een verrukkelijk uitzicht, en als de zon nu en +dan door de wolken schoot en er hare lichttinten op wierp, waren er +effecten die een schilder in geestdrift zouden hebben gebracht. + +Francis scheen met volle teugen en met de zorgeloosheid van een +onnadenkend kind het verrukkelijke schouwspel te genieten; maar de +generaal werd blijkbaar aangegrepen door smartelijke bijgedachten. Ik +raadde ze, al sprak hij ze niet uit. + +Alles wat hier het oog aanschouwde, de rijke landerijen ingesloten, +die maar even aan den horizont, links opdoemden, had eenmaal tot de +bezittingen van de Werve behoord; hij zelf had het goed onbezwaard in +handen gekregen, en nú, geen duimbreed gronds, geen strookje lands, +geen enkelen boom kon hij in waarheid meer het zijne noemen, en daar +zat zijne kleindochter, wie dit alles had moeten ten goede komen, +in argeloosheid neer, en hij kon haar niet anders nalaten dan eene +ruïne, indien nog maar eene "ruïne!" moest hij zich zelf zeggen, als +hij moed had om tot in de diepte van zijn ongeluk neer te dalen. Dat +mijn raadvermogen mij niet bedroog, bewees mij niet slechts zijn +somber zwijgen, de weemoedige blik, dien hij op Francis wierp, na het +vergezicht een tijdlang te hebben aangestaard, maar ook de vraag aan +mij, waarmee hij zijn stilzwijgen afbrak, en die, schijnbaar doelloos, +mij zelf in het hart mijner overpeinzingen trof. + +"Apropos, neef! wat is er van die zes meisjes geworden?" + +Francis lachte luid. "Grootpapa, die op eens belangstelling toont in +het lot van zes jonge meisjes tegelijk, dat's nogal sterk!" + +"Spot niet, kind!" gromde hij, en hervatte met zekeren ernst tot mij: +"ik bedoel de zes freules d'Hermaele, die zusters uwer moeder." + +"Gij wilt weten of Leo misschien door den tijd nog kans heeft om rijk +te worden," viel Francis weer in, met de haar eigene clairvoyance +en vermetelheid; "dat's mis, grootpapa, daar is niet één erftante +bij. Heb ik het geraden, Leo?" + +"Maar al te goed. Twee harer zijn sinds lang overleden, twee anderen +zijn redelijk goed gehuwd, daar zij niet tegen eene _mesalliance_ +opzagen, maar zij hebben kinderen; tante Sophie alleen leeft nog en +wordt zoo wat door de familie onderhouden, waartoe ik, in tijd en +wijle dat het lijden kan, ook het mijne bijdraag." + +"Tante Sophie!" herhaalde de generaal. "Hadden de Hermaeles de +handigheid om Sophie Roselaer tot peettante te verkiezen?" + +"Denkelijk wel, maar ik weet er waarlijk het fijne niet van te zeggen; +mijne goede moeder sprak mij zelden van de familieomstandigheden?" + +"Maar zou die tante Sophie dan ook de uitverkorene kunnen zijn van +onze oude kwelgeest freule Roselaer." + +De generaal kwam op een voor mij zeer onveilig terrein. Ik kon, ik +mocht niet oprecht wezen, en ik huiverde tegen dubbelheid, onder de +eerlijke opene oogen van Francis; zelve kwam zij mij onwillens te hulp. + +"Zeker niet!" riep zij met hare gewone levendigheid, "want dan zou +Leo het ons terstond wel gezegd hebben." + +"Dat is waar, kind, en gij, Leo, heeft men u behandeld zooals ons, +en u zelfs geen kennis gegeven van haar overlijden, zelfs niet +uitgenoodigd om hare begrafenis bij te wonen?" + +"Ik weet met zekerheid dat niemand van de familie daartoe uitgenoodigd +is, en dat zij met den uitersten eenvoud door haar dokter en haar +notaris ten grave is geleid." + +"Dan is het ook niet twijfelachtig hoe wij door haar behandeld zijn," +sprak de generaal, met ergernis zijne kleindochter aanziende en nu zijn +onderzoek bij mij opgevend. "Ik voor mij had niet anders verwacht; +wij zijn in vijandschap elkaar niets schuldig gebleven, maar ik +begrijp mij niet hoe zij het over zich heeft kunnen verkrijgen, +om het eenige kleinkind harer zuster zóó te berooven." + +"Maar is het dan zoo zeker dat zij dit gedaan heeft?" waagde ik aan te +merken; "in Utrecht is het bekend dat hare testamentaire beschikkingen +minstens drie maanden moeten geheim worden gehouden." + +"Maar toch zeker niet voor de erfgenamen," viel de generaal in; +"neen! als zij Francis bedacht had zouden wij er al iets van weten +en dan zou zoo'n notaris zich niet verstouten ons zóó achteloos te +behandelen; neen! het is maar al te zeker dat zij de familiehaat zoo +ver heeft gedreven, dat mijne arme kleindochter, die daaraan volkomen +onschuldig is, er dus onder lijden moet." + +"Zonder dat ik een oogenblik op zoo iets als een legaat heb gerekend," +viel Francis in, "moet ik u toch bekennen, dat het mij eenigszins +verwondert, dat tante Sophie ook mij in die familie-_rancune_ heeft +begrepen." + +"Waartoe verwondert u dat?" vroeg von Zwenken, haar aanziende; +"gij hebt immers nooit iets van haar gezien of gehoord?" + +"Dat heb ik juist wel; zeer toevallig, dat is waar, maar toch had +zij bij die gelegenheid geen reden om zich persoonlijk over mij te +beklagen, hoewel het mogelijk is dat zij, zooals 't mij meer gebeurt +bij eene eerste ontmoeting (de ondeugende zag mij even schalks aan), +een kwaden dunk van mij heeft gekregen." + +"Dat lijkt op u," gromde de generaal, "de eenige kans die u mogelijk +gegeven was om de fortuin bij de haren te grijpen, willens te +veronachtzamen." + +"Maar grootpapa! gij verschiet daar uw kruit in het wilde; gij +weet immers niet eens wat er tusschen de oude freule en mij is +voorgevallen?" + +"Als het iets goeds ware geweest, zoudt gij het mij wel hebben +medegedeeld." + +"Ik zweeg er van, omdat ik wist hoezeer het noemen van dien naam +reeds uwe drift placht gaande te maken, en omdat ik het onnoodig vond +u opnieuw te verbitteren." + +"Wat zal ik u zeggen, kind!" hernam de generaal met eene zachte +bewogene stem, "ik zelf voelde mij te oud en te stram om nog voor +dat hatelijke wijf eene kniebuiging te maken, en ik geloof dat ik +liever mijne hand had zien verdorren, dan die haar toe te reiken ter +verzoening; maar toch gij, ja 't is een zwakheid, ik beken het voor u +als voor neef Leo, als gij persoonlijk uw pays met haar hadt kunnen +maken, en ik daardoor wat meer rust had gekregen over uwe toekomst, +dan zou mij dat zeer verheugd, zeer verlicht hebben." + +"Jammer dat ik dit niet geweten heb," zei Francis met een luchtig +schouderophalen, "want wie weet, zoo ik de kennismaking had voortgezet +en eens mijn best had gedaan, hoe schitterend Majoor Frans er in haar +testament ware afgekomen!" + +"Maar weergasche spotster! vertel ons dan toch waar en wanneer gij +die oude hebt gezien en gesproken?" + +"Och, 't is nog zoo heel lang niet geleden. Het was in het begin van +dit jaar; gij weet wel dat ik de reis naar Utrecht moest maken om +zekere treurige oorzaak, waarmee Leo niets noodig heeft." + +"Zij wil 't nooit weten als zij wat goeds doet!" viel de generaal in. + +"Och, het was niets dan een zware plicht dien ik te vervullen had; +ik moest den bekenden dokter D. raadplegen over eene ongelukkige +krankzinnige, die in een gesticht werd verpleegd. Niet al te best +onderricht van de uren waarop hij te spreken was, en bovenal omdat het +met mijn tijd uitkwam, draafde ik, met mijne parapluie onder den arm, +naar het huis van den grooten man, maakte mij een weinigje boos op +zijn bediende, die goed vond mij voor den volgenden dag te bescheiden, +onder pretext dat het spreekuur voor heden verloopen was, en zijn +meester nu _en famille_ dejeuneerde, waarbij hij niet gestoord wilde +zijn. Ik voor mij vond, dat er voor iemand van zijn vak dringender +plichten konden zijn dan een familie-dejeuner; ik dreigde, ik drong +er op aan gehoord te worden, en dwong hem met mijn kaartje binnen te +gaan, hetgeen zeer onwillig, zeer schoorvoetend geschiedde; de trouwe +man wist misschien beter dan ik kon vermoeden, welke inspanning zijn +heer, nà zulke stonde verpoozing, wachtte; genoeg, mijn aanhouden +zegevierde over zijn tegenstand, ik werd ten gehoore toegelaten, +tot mijne bevreemding echter in de huiskamer waar de beroemde man +als een gewoon mensch zijn boterham zat te eten. Ik werd uitgenoodigd +mee aan te zitten en mij wat te verkwikken; straks zou men _en tête +à tête_ besogneeren. Een goed ontbijt ziende, voelde ik zelve dat ik +gespoord en gereden had, zonder aan eene behoefte te denken die zich +nu deed gevoelen; ik liet mij niet lang nooden en nam de plaats in +die mij geboden werd tusschen twee dames van leeftijd, die mij werden +voorgesteld als des dokters zuster en hare vriendin. Daar het mij +volstrekt onverschillig was hoe de vriendin van juffrouw D. heette, +en ik niet voornemens was mijne geheimen aan de ontbijttafel uit te +storten, bekommerde ik mij niet over die onwetendheid, en toch de +dame, die mij met hare scherpe doordringende zwarte oogen voortdurend +gadesloeg, begon mijne nieuwsgierigheid te prikkelen. Zij scheen van +eene opgewekte levendige natuur en railleerde zeer aardig over personen +en zaken van den dag; haar oordeel kwam mij voor heel helder te zijn, +maar onbarmhartig. Hare geestigheid had iets bitters en inhumaans, +dat ik geen recht had haar te verwijten, omdat ik zelf juist zoo +zacht niet ben uitgevallen als het de dwaasheden en de gebreken +mijner medemenschen geldt; maar hoe dat ook zij, het prikkelde mijn +strijdlust; van _repartie_ tot _repartie_ liep het bijkans op een +twist uit en...." + +"Daar heb je 't al!" riep de generaal; "die oude juffrouw zal zeker +een vriendin van freule Sophie zijn geweest, en het werd aan deze +niet op de vriendelijkste manier overgebriefd." + +"Wees niet zoo voorbarig, grootpapa! Gij neemt de _pointe_ van mijn +relaas af eer het er aan toe is; het was tante Roselaer zelve met +wie ik dus in discussie was geraakt; zij, de slimme feeks, wist wie +ik was en had mij, naar ik dacht, zoo eens willen schatten. Zij had +de _malice_ gehad van haar eigen naam en persoon in 't gesprek te +mengen en scheen mijn opinie daarover te willen uitlokken. Voor die +verzoeking echter bezweek ik niet. Ik viel in met de mededeeling, +dat mijne familie aan freule Roselaer geparenteerd was en dat ik, +meer dan mij lief was, gehoord had van de vijandelijke stemming der +familieleden onder elkaar, maar dat ik mij toch niet gerechtigd achtte, +over eene dame die ik niet kende met eene andere die mij niet eens +bij name bekend was te railleeren, allerminst omdat ik het deloyaal +achtte eene vijandin te bestrijden achter haar rug." + +"Ik dacht niet dat freule Francis Mordaunt zoo bang was voor een duel," +werd mij toegevoegd. + +"Integendeel!" viel ik uit, "het duel is eene onmisbare zaak in eene +maatschappij als de onze, het is eenigermate een veiligheidsmaatregel +tegen leugen en laster. Als ik freule Roselaer in persoon had ontmoet, +zou ik haar mogelijk mijn cartel zenden." Die wakkerheid scheen de +andere te voldoen. Zij gaf toe dat ik gelijk had en dat zij maar een +spiegelgevecht had willen uitlokken, omdat zij van mijne uitvallen +had gehoord. Het compliment werd gereciproceerd; dokter D. en zijne +zuster schenen daarbij niet op hun gemak te zijn; de eerste hief de +séance op, mij uitnoodigend hem in zijn kabinet te volgen. Toen ik hier +had afgedaan en mij wilde verwijderen ontmoette ik de mij nu bekende +dame in de vestibule; zij vroeg mij of ik haar een eind weegs wilde +vergezellen; zij had nog een bezoek te brengen bij een vriend, waar +het rijtuig haar zou komen afhalen. Ik gaf toe aan haar verlangen, +maar eenmaal wetende met wie ik te doen had, was ik op mijne hoede, +en dat gaf zekere strakheid, vooral toen ik op hare noodiging om een +dagje bij haar door te brengen, een afwijzend antwoord gaf. + +"Dat was onbeleefd en onvoorzichtig!" viel de generaal in met een +hoofdschudden. + +"Ik meende geheel in uw geest te handelen, grootpapa! door als excuus +aan te voeren, dat ik geen uur langer te Utrecht kon blijven dan de +schikkingen die ik te treffen had noodig maakten." + +"Als de generaal u zóó slecht missen kan, is het gelukkig voor hem +dat gij niet trouwt," voegde zij mij toe; "of heb ik het mis, en is +er reeds een pretendent?" ging zij voort, mij met hare scherpe zwarte +oogen aanziende of zij tot mijn binnenste wilde doordringen. + +Het antwoord dat ik haar geven kon was, zooals gij wel raden kunt, bon +papa! zeer geruststellend voor u," voegde Francis er met een ondeugend +glimlachje bij; "hoe zij het opvatte weet ik niet, want wij raakten +op dat oogenblik in een moeielijk parket. Een troepje jongelui van +die soort, die meer op de sociëteit studeert dan in de collegiekamer, +kwam arm in arm gestrengeld op ons aanhorten, onder niet al te vleiende +toespraak, hetzij freule Roselaer in Utrecht eene bekende en weinig +beminde persoon was, hetzij iets in haar of in mijn voorkomen den +spot- of plaaglust opwekte dier onwaardige muzenzonen. Waarheid is, +dat haar hoed eenige modes ten achter was, en de mijne ook niet naar +het laatste plaatje; daarbij zij met haar ouderwetschen _boiteux_, +ik met mijn regenmantel, beiden zonder crinoline; zij, omdat haar +leeftijd haar ontsloeg aan zulke dwaasheid mee te doen, ik, omdat ik +nooit iets navolg dat ik belachelijk vind en niet verkoos mij door +een cage te laten omsluiten, zagen wij er, ik moet het erkennen, niet +uit als zulke élégante dames, die voor diergelijke jongelui genoegzaam +_attraits_ hebben om hunne courtoisie uit te lokken. Toch hadden ze ons +gemis aan élégantie, dat hen niet deerde, als eene zeer verschoonlijke +fout kunnen overzien en ons ongemoeid laten voorbijgaan, maar het +omgekeerde scheen hun meer piquant. Zij stelden zich in onzen weg, +sloten een kring om ons heen onder het toewerpen van allerlei ongepaste +benamingen, waarvan "ohé! slappe juffrouw!" "ohé! _mamsel boiteux!_" +en "hoed! hoed!" nog de minst onwelvoegelijke waren. Ziet gij, neef +Leo! ik ben geen prude, die een vies mondje trekt als zij een hartig +woordje zou moeten spreken: _je nomme un chat, un chat_, als het er +op aankomt, maar lafheid en zoutelooze aardigheden ergeren mij op het +hoogste, vooral van jongelieden uit den zich noemenden beschaafden +stand. Ik verkoos hier geen lijdelijk slachtoffer te blijven, en ware +ik alleen geweest, ik had er mij met mijne parapluie onder den arm +wel doorgewerkt, maar ik mocht eene dame van tantes leeftijd niet +blootstellen aan hunne represailles. Gij zegt altijd, grootpapa, +dat ik zoo onbesuisd te werk kan gaan als men mij driftig maakt, en +ik beken het gaarne, daar is wat van aan; maar in dezen verdien ik uw +lof. Ik bleef uiterlijk kalm tegenover hen staan, trof hen niet dan +met den gloed mijner verontwaardiging die uit mijne oogen lichtte, +en begon hen dapper de les te lezen over de weinige humaniteit die +zij, wetgevers, litteratoren en theologanten in dop, betoonden jegens +personen die hun niets in den weg hadden gelegd. Ik zei hun ronduit +dat zij zich schamen moesten over zulke manieren, die men op zijn best +in _gamins_ kon verschoonen; enfin, ik weet niet recht meer de juiste +termen die ik gebruikte bij mijne allocutie; maar het bleek dat zij +doel troffen. Enkelen dropen zwijgend af, anderen weken beschaamd ter +zijde, een hunner zelfs begon zijne excuses te maken en bood zich +aan, ons geleide te geven tot onze woning, eene hoffelijkheid die +wij dankelijk afsloegen, zooals gij denken kunt; daarbij hadden wij +maar eene straat over te steken om bij den notaris van Beek te zijn, +waar de freule wezen moest; zij dankte mij met zekere warmte voor mijn +bijstand, prees mijne kloekheid en tegenwoordigheid van geest, doch +hield mij voor, dat zulke overwinningen op den publieken weg eigenlijk +niet te pas kwamen voor eene jonge dame van mijn stand. "_Encore une +victoire et me voilà perdue!_" antwoordde ik lachend. "Het ware zeker +welvoegelijker geweest, zoo ik het op mijne zenuwen had gekregen, +maar aan die farces doet Francis Mordaunt niet!" en hierop scheidden +wij. "Had ik geweten, grootpapa! dat mijn relaas u zoo zou geamuseerd +hebben als ik nù zie, dan zoudt gij het al drie maanden eerder gehoord +hebben, maar ik vreesde dat het u slechts verbitteren zou, dat ik +met tante Sophie in aanraking was gekomen, en daarom zweeg ik er van." + +"En daarna nooit weer iets van de freule Roselaer vernomen?" vroeg +von Zwenken met eene verdrietelijke uitdrukking op het gelaat. + +"Neen, maar ik heb toch een vermoeden dat zij mij heeft willen +verplichten. Hetgeen mij nog te Utrecht ophield, waren schikkingen +die ik had te maken om de goede verpleging van mijne patiënte te +verzekeren. De geldkwestie was ook in dezen hoofdzaak, zooals dokter +D. mij had doen inzien. Welnu, in den loop van den dag kreeg ik een +briefje van hem, waarin hij mij berichtte, dat dit bezwaar voor mij uit +den weg geruimd was door een zijner vermogende vrienden, die onbekend +wilde blijven en geen dank verlangde. Ik onderstelde dat die onbekende +mijne nieuwe kennis was van dien morgen, en ik verzuimde niet in den +aangegeven toon het billet van den dokter te reciproceeren. Ziedaar, +grootpapa! wat er is van mijne kennismaking met oudtante Sophie, en +waarom het mij eenigszins verwondert, dat zij naar uwe onderstelling +ook mij in haar wrok tegen de familie heeft begrepen." + +De generaal fronste het voorhoofd en mompelde tusschen de tanden: +"Och van dat wijf kan men alles verwachten." + +Maar voor mij was deze mededeeling een lichtstraal. Tante had haar +testament veranderd na dit voorval, een paar maanden voor haar dood, +in 't _belang van Francis_ en _niet_ om zich te wreken, dit bleek mij +duidelijk; zij had zoo nauwkeurig naar mij geïnformeerd om mij tot haar +mandataris te maken, en ik begreep nu beter dan ooit, dat ik Francis +moest winnen, moest trouwen; en ik moet u bekennen, Willem! dat die +noodzakelijkheid mij niet zoo heel hard meer voorkwam. Het is waar, +Francis had veel zonderlings, er was in haar verleden allerlei +dat mij nog opgehelderd moest worden eer ik haar met gerustheid, +met vertrouwen mijne hand kon bieden, maar toch zij had een flink +karakter, dat bleek mij uit alles; zij was geen onbeduidende nuf, geen +koud zelfzuchtig wezen, dat aan niets dan aan haar opschik dacht en +naar allerlei ijdelheid joeg. Zij had mannelijke deugden, en het kwam +mij voor dat zij zekere vrouwelijke gebreken miste; maar hare zucht +tot onafhankelijkheid, hare zelfgenoegzaamheid zouden mij geducht in +den weg staan bij mijn veroveringsplan, dit zag ik reeds nu in. Den +generaal tot bondgenoot nemen, die zich daartoe wel zou leenen, indien +hij alles wist, was zeker de zaak verkeerd aangrijpen. Ik had liefst nu +op ditzelfde oogenblik volkomen oprechtheid willen gebruiken en tante +Roselaer gerechtvaardigd, die het waarlijk zoo kwaad niet met Francis +had gemeend; maar ik kon mij nog niet voorstellen veel bij Francis +gewonnen te hebben, en als ik dan na die gulle bekentenis eens een +even gul antwoord ontving, dat mij van alle verdere moeite ontsloeg, +wat dan? Wat moest er dan van dien ongelukkigen grijsaard worden +en van Francis zelve? Neen, ik moest eer ik sprak eenige zekerheid +hebben dat ik mijn pleidooi zoude winnen; ook eenige zekerheid voor +mij zelven, dat ik geen zaak aanvaardde die vooruit verloren was; +maar al ware ik tot het besluit gekomen om eens eene eerste poging +te wagen, het goede moment daarvoor was verloopen. Frits kwam op een +drafje naar ons toe en zei tot Francis, na zijn gewonen militairen +groet: "Freule! de kapitein laat vragen of u wel aan de saus voor +de pudding denkt, en of de freule den sleutel wil geven voor de +provisiekamer? want er is nog geen dessert klaargezet." + +"Heel goed, Frits! zeg aan den kapitein dat ik voor alles zal +zorgen." Toen tot mij: "Excuseer mij, Leo! plicht gaat vóór genoegen, +en mijn waardige adjudant herinnert er mij aan, dat ik nog keukendienst +heb." Meteen vloog zij op en was in een wip uit mijne oogen. + +"En voor mij zal het tijd worden om een weinig toilet te maken," +sprak de generaal opstaande. "Ik dineer nooit in mijne kamerjapon, +tenzij bij ongesteldheid; gij, neef! zult mogelijk uwe logeerkamer +wel willen zien? Holà Frits! Frits!" + +Frits, die met deftigen militairen stap Francis volgde, was nog +genoeg in de buurt om de stem van zijn meester te hooren en keerde +tot ons terug. + +"Frits! weet jij waar de jonker logeeren moet?" + +"Zeker generaal! Ik heb de reistasch van mijnheer al boven gebracht." + +"Zoo! hadt gij een reistasch bij u?" vroeg de generaal met een +glimlach, mij met eenig opzet aanziende. + +"Wat zal ik u zeggen oom! Was het al te onbescheiden, bij goede +ontvangst op een paar dagen gastvrijheid te rekenen?" + +"Wel, volstrekt niet, mijn jongen!" viel hij met gulheid uit; "en wat +mij aangaat, wat afwisseling is mij zeer welkom; alleen zie dat je +'t met Francis...." + +"De freule heeft mij opgedragen Jonker van Zonshoven zijne kamer te +wijzen," sprak de trouwe Frits, als om zich te verontschuldigen dat +hij ons volgde. + +"Dat's juist wat ik je ook had te zeggen. Leo, verschoon me zoo ik +niet zelf de trappen met je oploop," en hiermede scheidden wij, daar +wij in de groote vestibule waren gekomen en Frits mij voorging links +af, een breede eikenhouten trap op, die naar de eerste verdieping +voerde van den linkervleugel, juist die welke mij had toegeschenen +in niet zeer bewoonbaren staat te zijn; toch was het eene ruime, +oogenschijnlijk goed gemeubelde kamer, die Frits voor mij opende, waar +een groot ouderwetsch ledikant met rood moré gordijnen mij het eerst +in 't oog viel. Overigens moest ik mij eene wijle aan de duisternis +gewennen die er heerschte, eer ik onderscheiden kon met welke soort van +behangsel het vertrek gestoffeerd was, want zeker uit gewoonte had men +van de drie hooge ramen slechts een der blinden opengemaakt, en nog wel +slechts ten halve; ook toen Frits vroeg of ik nog iets had te belasten, +wees ik op die bijzonderheid en gelastte hem wat licht te maken. + +Hij verroerde geen vin en bleef stokstijf staan, terwijl hij sprak: + +"Jonker! de freule heeft gezegd dat de blinden gesloten moeten blijven, +anders komt er te veel licht.... want er zijn geen gordijnen...." + +"O! dat zegt niets, doe maar open." + +"Ja maar, ook om de tocht, want, ziet u, omdat er nooit logés komen, +is dat bij ongeluk vergeten, en, maken gaat nu zoo gauw niet.... hier +op het dorp is geen glazenmaker." + +Ik begreep hem: er waren wel wat veel ruiten stuk. "Nu, dan is het +goed, Frits. Ik zal mij behelpen met het licht van dit eene raam," +en ik liet den goeden man gaan, wiens trouw aan de zaak zijner +meesteres uit zijne verlegenheid sprak. Het eene blind, geheel +geopend, liet genoeg licht door, en de enkele ruit die er stuk was +had men zorgvuldig met wit papier beplakt, zoodat het niet te veel +tocht doorliet. Het bleek mij nu dat er een geschilderd behangsel +was, in vakken verdeeld, met vergulde baguettes omlijst, terwijl +de _boiseries_ en de _dessus de porte_ mede geschilderd en verguld +waren, alles _style Louis XV_, maar kennelijk door geene meesterhand +uitgevoerd, en sinds zonder eenige zorg voor het onderhoud aan vocht +en bederf overgelaten, die er dan ook alle denkbare schade aan hadden +toegebracht, in vereeniging met ratten en muizen, die hier en daar +gaten in het doek hadden gebeten. Met de meubels was het eveneens +gegaan. Het rood damast en de zijden koorden en kwasten van eene +prachtige sofa, die in een hoek stond, was niet slechts verbleekt, +maar op menige plek zoo verscheurd en versleten, dat het paardenhaar +er door kwam; daarbij waggelde zij op drie pooten, terwijl er van de +hooge, antiek gebeeldhouwde stoelen, eveneens met roode zijde bekleed, +niet één was waar men met volkomen gerustheid op kon gaan zitten; +daarentegen stond een tafel met een marmeren blad zoo goed op zijn +drie berenpoten met vergulde klauwen, of hij u uittarten wilde hem te +verzetten; maar het blad zelf was overal gebarsten en miste hier en +daar stukken uit het mozaïk ornament dat eene ster moest voorstellen. + +Tegen deze prachtige maar verwaarloosde antiquiteiten vloekte een +hoogst eenvoudige moderne waschtafel, van grijs geschilderd hout, met +lichtgroene randen, die hier zeker _à mon intention_ was neergezet, +vlak onder een ovalen spiegel in rococostijl, die echter zooveel +geleden had van den invloed der vochtige dampen, dat hij geheel +onbruikbaar was. Gelukkig had ik een zakspiegeltje in mijne tasch, +dat mij voldoende hulp verleende om mij een weinigje op te knappen +voor het diner, sinds ik gehoord had dat de generaal aan die étiquette +hechtte; Francis had mij gewaarschuwd dat er een etensbel werd geluid, +en dat men stipt op het appèl moest zijn, wilde men den Generaal +en zijn staf! geene ergernis geven. Ik was in een oogwenk gereed, +en daar ik mijne kamer niet nauwkeurig behoefde rond te kijken om +te weten dat zij het symbool was van de gansche Werve: _Vervallen +Grootheid_, verkwikte ik mij met het heerlijke uitzicht dat men genoot, +reeds uit het eene raam dat met schik kon geopend worden. Heenziende +over den vijver rondom het kasteel, die bijkans tot een moeras was +uitgedroogd, breidde zich een prachtig Geldersch landschap voor het +oog uit. Rechts op eenige minuten afstands, lag de ruïne van het +alleroudste kasteel die ik mij voornam eens te bezoeken. Er stond +nog een zware, vierkante toren, die bewoonbaar was.... voor kraaien +en uilen, welke daarvan zeer dapper gebruik maakten; de bogen die +vroeger de gekleurde glasruiten hadden omsloten, waren nog in hun +geheel; guirlandes van klimop wonden zich er om heen, dat nu met +de lente aanving nieuw blad te maken. Het moest eene statige ruïne +zijn, die ik mij zou aantrekken om haar in wezen te houden als mijne +rechten op de Werve eenmaal verzekerd waren. Want ondanks alles kon +ik niet nalaten, het kostbare landgoed aan te zien met de oogen van +een aanstaanden eigenaar. Ik was het reeds in zekeren zin, en niets +kon mij hinderen het te aanvaarden als.... Francis maar wilde.... Daar +luidde de etensbel; ik haastte mij aan de noodiging te gehoorzamen. Ik +was zeer nieuwsgierig hoe Francis er uit zou zien als zij een weinig +toilet had gemaakt, hetgeen te onderstellen was uit de exigenties +van den generaal; maar tegelijk zou ik er voor mij zelf een goed +voorteeken in zien, na ons gesprek van dien morgen. + +De generaal was reeds gezeten, en wees mij de plaats naast hem aan +de langwerpig vierkante tafel, een meubel dat zeker al diensten had +verleend onder het souvereine beheer van oud-tante Sophie, zonder +iets van zijne soliditeit te hebben verloren, en waaraan met gemak +een twintigtal gasten had kunnen plaats nemen, en wij zouden met ons +vieren zijn! Ik stelde mij de gezelligheid voor van een groote table +d'hôte, waaraan men met zijn vieren dineert. De kapitein, ook present, +nam zijne plaats in over mij, en Francis, die in zekere gejaagdheid +kwam binnenstormen, zette zich naast hem neer! Daar zat zij dan in +dezelfde verflensde pensée blouse, die al terstond haar rijkleed +had vervangen, de prachtige lokken met meer haast dan bevalligheid +in een koordzijden net gestopt, dat zwaar neerhing onder dien rijken +last. Een verkleurd sjaaltje was losjes om den hals geknoopt, als om +diens slanken vorm en blankheid te verbergen, zelfs het eenvoudige +heldere boordje ontbrak, dat dit genegligeerde toilet nog eenige +frischheid had kunnen bijzetten. Zeker, ik had niet kunnen verwachten +dat zij zich in dit oogenblik als eene prinses in een tooverballet +zou hebben opgesierd; maar dat volslagen afwezen van alle coquetterie +scheen mij van zoo slechte beduidenis, dat ik, na haar even te hebben +aangezien, den blik teleurgesteld en ontmoedigd van haar afwendde. De +ondeugende moet iets van die misrekening hebben opgemerkt, want een +malacieus glimlachje plooide zich even om haar mond, terwijl zij haar +levendige blauwe oogen uittartend op mij richtte, als had zij mij +willen zeggen: "Reken er op dat het mij niet schelen kan hoe gij mij +vindt!" Overigens wijdde zij zich aan hare plichten van gastvrouw met +voorbeeldigen ijver en groote bedrevenheid. Zij diende de soep voor, +sneed de vleeschen en zorgde zelfs voor schoone borden, daar Frits +zijn zaak als afgedaan scheen te beschouwen, zoodra hij de gerechten +had opgebracht. De beide heeren, en ik op hun voorbeeld, moesten zich +lijdelijk schikken naar deze tafelorde, en zoo had zij het dan ook druk +genoeg. Maar.... een middagmaal voor drie, met een onverwachten gast +meer en buiten op een afgelegen kasteel, bij lieden die zelf bekennen: +"_qu'ils sont pris au dépourvu_," en die daarenboven in _gène_ leven, +kon toch zooveel dienens niet eischen, zult gij zeggen; en gij zoudt +gelijk hebben, want ik zelf had het mij zoo voorgesteld, maar op de +Werve gaat alles.... zooals het niet gaan moest, althans zooals men +het niet had kunnen wachten. + +Werkelijk was het niet dan hun gewone tafel, en toch was er een +overvloed en eene verscheidenheid van spijzen en zulke jacht op +delicatesse, dat het zeer goed voor een fijn diner kon passeeren. Wij +hadden, behalve de soep en een gerookte runderrib, fijne geconserveerde +groenten, "het surrogaat van de primeurs," zooals de generaal zich +uitdrukte, nog patrijzen in gelei, een schotel _poulet au riz_, +waarmee wij ons maal hadden kunnen doen, en jonge kropsalade met +gebakken paling, waarvan de kapitein lachend vertelde "dat hij hem +in de fuik was geloopen, expresselijk om mij te fêteeren." + +Voor plat-doux een pudding met de fameuse saus, in welks belang Francis +zelve naar de keuken was opgeroepen, en voorts een compleet dessert. + +De verschillende wijnen, die de kapitein, permanent tot schenker +gepromoveerd, met al te veel gulheid en snelheid elkander deed +opvolgen, voltooide die tafelweelde. Zij waren van de fijnste merken, +en onze gastheer zoowel als zijn _aide de camp_ zorgden wel dat ik +deze bijzonderheid niet overzag. Met kennelijke voorliefde werden mij +de kwaliteiten en de jaartallen der extraatjes aangewezen, en hoewel +ik mijn best deed om niet al te veel onverschilligheid te toonen en +mijne soberheid te verontschuldigen met de gewoonte van onthouding, +die ik mij van jongs aan had eigengemaakt, zag ik wel dat mijn gebrek +aan geestdrift op dit punt hen eenigszins teleurstelde. + +Aan die luxe der spijzen beantwoordde echter noch het servies, +noch het tafellinnen. Het eerste, Fransch porselein, uit hetzelfde +tijdperk als de meubelen en 't goudleer behangsel, had blijkbaar veel +aanstoots geleden van de ruwe hand des tijds of der bedienden, en was +niet slechts gekramd, maar ook niet meer voltallig, en 't ontbrekende +was vervangen door gewoon aardewerk, hetgeen den luister en helaas! ook +de leemte van het geheel te sterker deed uitkomen. Het groote damasten +tafellaken, dat het huwelijk van eene Spaansche infante voorstelde, +had zeker dezelfde dienstjaren als het servies; het was keurig fijn, +maar versleten, en niet altijd met goed geluk gerepareerd; en wat het +zilver betrof, uit zekere wenken door Francis met de heeren gewisseld, +uit de haast waarmee ze de gebruikte vorken en lepels naar de keuken +zond en terug liet brengen, bleek het duidelijk dat er geen vol dozijn +aanwezig was; daarentegen was er overvloed van keurig glaswerk, waarop +de kapitein mij attent maakte, als vreesde hij dat deze bijzonderheid +mij zou ontgaan, terwijl hij er bijvoegde: "Ik voor mij hecht niet +aan al die fraaiigheid. In den tiendaagschen veldtocht heb ik bier +gedronken uit een melknap en champagne uit boeren theekommetjes, +en het smaakte er mij niet slechter om." + +"Mits de kommetjes maar niet te klein waren," vulde Francis aan. + +"Maar de generaal," ging Rolf voort, zonder de hatelijkheid te +releveeren, "de generaal is zoo gesteld op alles wat exquis is, dat +hij liever geen _IJquem_ zou drinken, als hem geschonken werd uit +een schellings glas! en daar onze majoor.... ik wil zeggen de freule +oppergebiedster, steeds eene verregaande onverschilligheid toont op +dit punt, heb ik mij eens en voor altoos belast met de zorg om het +buffet van Zijne Excellentie in goede orde te houden." + +Ik kon niet anders dan hem een compliment maken over zijn _zêle_ in +dezen, maar toch was er iets in de wijze waarop hij soms den generaal +zijn titel gaf, dat mij niet beviel, iets sarcastisch dat den grijsaard +treffen moest, naar ik mij voorstelde, hoewel deze zich hield of de +speldeprik hem niet raakte. De inferioriteit van zijn middelen bij +zijne superieuren rang, die vermoedelijk de heimelijke jaloezie opwekte +van zijn voormaligen krijgsmakker, werd hem dus voelbaar gemaakt op +eene wijze waarbij elk ander met verontwaardiging zou zijn opgesprongen +of zich door een scherpe repartie hebben gewroken; maar het scheen dat +aan von Zwenken daartoe geest- of wilskracht ontbrak, of dat hij uit +rustliefde het hoofd daaronder boog en de lichte kwetsuur ontveinsde. + +Francis daarentegen was meer fijnvoelend en gansch niet gezind zulke +lankmoedigheid te oefenen; ook liet zij niet na telkens represailles +te nemen op eigenaardige wijze. + +"Foei, kapitein!" viel zij in, "gij moet dat niet zoo aan de klok +hangen, dat gij hier foeriersdienst doet! Zijt gij misschien bang +dat Jonker van Zonshoven niet zal opmerken hoe gij u verdienstelijk +maakt! Maar ziet gij, als iedereen hier zich wilde getroosten mijn +régime te volgen en zich wist te vergenoegen met ons kristalhelder +bronwater, dan zouden al die ijver en zorg voor kelderprovisie en +kostbaar drinkgeschir overbodig zijn." + +Werkelijk had ik opgemerkt dat Francis niets dan water dronk en dat er +op dit punt tusschen haar en den kapitein meermalen een geheimzinnig +gebarenspel plaats vond, waarna hij telkens met kennelijk verdriet en +teleurstelling zich onthield. Nu geprikkeld door haar rechtstreekschen +aanval, viel hij uit: "Precies, freule! daartoe zoudt gij het graag +willen brengen, opdat welhaast keldermeester en foerier zelf als +overcompleet op retraite kon worden gesteld, en dan zou het hier de +volmaaktheid wezen, niet waar?" eindigde hij met eene mengeling van +bitterheid en weemoed, waarbij zijne lippen trilden. + +"Gij weet wel dat het zoo niet gemeend is, kapitein!" gaf Francis +ten antwoord met zekere norschheid, waarin toch goedhartigheid den +boventoon had. "Gij weet wel dat wij u hier niet kunnen missen, en +dat ook niet wenschen, al blijf ik er bij dat het ons allen goed zou +zijn zekere overdaad te besnoeien." + +"_Le luxe c'est le nécessaire_," verzuchtte von Zwenken. "Mij ten +minste, dat wil ik wel erkennen, neef!" ging hij voort, tot mij gewend; +"en ongelukkig is Francis dat in 't geheel niet met mij eens; of 't +al niet erg genoeg ware, hier op de Werve in volstrekte afzondering +te leven, zou zij mij ook wel willen beduiden, dat ik het recht niet +meer heb op eene tafel naar mijn smaak en rang, sinds ik mijn pensioen +heb genomen." + +"Het recht daarop, grootpapa! betwist ik volstrekt niet," viel Francis +in met een pijnlijken glimlach; "alleen...." + +"Als we onzen commandant in dezen lieten begaan," hervatte kapitein +Rolf met eene poging om door scherts eene afleiding te maken, "dan +zoudt gij zien, dat wij welhaast op half rantsoen gesteld werden. Zij +verbeeldt zich altijd dat de Werve eene omsingelde vesting is, die +een hard beleg zal hebben uit te staan, en dat men niet spaarzaam +genoeg kan zijn met de vivres, alsof zij niet een actief adjudant had, +die er goed slag van heeft om de noodige fourage binnen te brengen." + +"Ik ontzeg u zoomin goeden wil als behendigheid, kapitein!" hernam +Francis, zijne intentie steunende; "ik zeg alleen: men moet met de +krijgskas te rade gaan, en dan...." + +"Ah bah! wij hebben een Minister van Oorlog die het zoo uitmuntend +met de Kamer kan vinden, dat er een schitterend budget te gemoet +wordt gezien," viel de kapitein in; "ik verwed er mijn eerste +luitenants-pensioen onder, dat er met nieuwjaar voor hoofdofficieren +verdubbeling van tractement en verhooging van pensioen is te wachten." + +"Zoudt ge 't waarlijk denken, Rolf?" vroeg de generaal met eene naïeve +levendigheid, die ons allen glimlachen deed. + +"Wel zeker, Uwe Excellentie! en als de Majoor mij dan maar met de +administratie laat begaan, sta ik er voor in, dat er nog wel een +toertje naar Wiesbaden op over zal schieten." + +Het diner had den generaal wat geanimeerd; reeds waren zijne bleeke +wangen meer gekleurd en stonden zijne oogen minder dof; nu schenen ze +op eens als van onnatuurlijken gloed te schitteren; het bloed steeg +hem naar het voorhoofd en de aderen zwollen op. + +"Nu, kapitein," ving hij aan, "als gij dat mirakel wist te +bewerken...." + +Maar plotseling zweeg hij, verbleekte en sloeg de oogen neer voor +den scherpen, bestraffenden blik, dien Francis hem toewierp, terwijl +zij inviel: + +"Dankje kapitein, ik houd niet van kunstmiddelen, en mijn grootvader +is niet meer van den leeftijd om te reizen...." + +"Dat zoudt gij wel beter zien, Majoortje, als wij maar eens +zoo ver waren.... want gij zoudt het bataillon toch wel willen +begeleiden...." plaagde Rolf. + +"Dat zou een waar genot voor me zijn, het toezicht te houden over +een paar groote kinderen, die niet wijs genoeg waren om alleen te +loopen...." beet Francis hem toe, maar op gedempten toon, zoodat de +generaal bij zijne hardhoorendheid de woorden niet verstond; doch +hij raadde den zin, en zich tot mij keerende sprak hij wrevelig: + +"Mijne kleindochter heeft de manie om mij altijd ouder en zwakker voor +te stellen dan ik werkelijk ben," en in één teug ledigde hij zijn glas, +dat de kapitein onverwijld weer vulde, terwijl von Zwenken voortging: +"niet om mijn ouderdom, maar om haar drijven heb ik mij uit den +dienst teruggetrokken!" + +"Grootpapa!" sprak Francis gekrenkt, maar toch met kennelijke +zelfbeheersching, "ik zou daar veel op kunnen antwoorden.... zoo wij +alleen waren, maar, wij zijn _niet_ alleen en het is beter dit chapitre +maar te laten rusten, dat alles behalve amusant is voor neef Leopold." + +"En ik moet Zijne Excellentie herinneren, dat wij nog niet eens de +gezondheid gedronken hebben van onzen gast...." viel de kapitein in, +zichtbaar in onrust over de wending die het discours had genomen. + +Ik voor mij dacht aan de uitspraak, dat een droge bete en rust daarbij +beter is dan een huis vol geslachte beesten met twist.... en tegenover +hunne délices herinnerde ik mij de spinasie van mijn kok met slechte +boter en een dor stukje vleesch en de kalmte die ik daarbij genoot +in mijne eenzaamheid; maar toch gaf ik Francis in mijn hart gelijk +dat zij zich ergerde aan een overdaad en verfijning van tafelgenot, +die zoo weinig voegde bij dit in puin zinkend huis. + +De toast, door den kapitein als _pare-tonnerre_ voorgesteld, bleef +toch niet achterwege. + +Ik moest mij dit laten welgevallen en mijn glas aan de lippen brengen, +ware 't ook alleen om de goede intentiën van Rolf te steunen. Francis +knikte mij vriendelijk toe, legde met zekere drift hare hand op den +arm van den kapitein, die deze gelegenheid wilde aangrijpen om haar in +te schenken, en achtte zich nu gerechtigd op te staan, daar zij geen +deel wilde nemen aan het dessert, ondanks het wrevelig hoofdschudden +van den generaal; zij schelde Frits, die sigaren presenteerde, en +trok zich terug in de _suite_, waar ik haar, juist omdat ik vlak +tegenover den spiegel zat, kon gadeslaan, zonder dat zij het bemerkte. + +Zij wierp zich in een hoek van de breede oud-modische canapé en wrong +beide handen boven haar hoofd samen, terwijl zij zich de lippen verbeet +om geen kreet te slaken. Door de snelle en forsche beweging, waarmee +zij het hoofd liet neervallen, gleed het zijden net af, en de zware +lokken vielen weer in vollen rijkdom neer over hals en schouders, +bijkans tot op den grond; zij scheen het niet te bemerken, maar bleef +in dezelfde houding liggen met gesloten oogen en samengeklemde lippen, +een beeld der diepste mismoedigheid; ik wendde mijn blik niet van haar +af, terwijl ik voorgaf naar den kapitein te luisteren, die nu eerst +recht op zijn praatstoel geraakte en mij een glorieus tafereel ophing +van zijn krijgstocht naar Hasselt en Leuven, waarbij hij de Willemsorde +verdiende, en dientengevolge in lateren tijd tot den luitenantsrang +werd bevorderd; hij had een geduldig, maar niet zeer opmerkzaam +toehoorder in mij, terwijl de generaal zachtjes aan indommelde, als +onder het snorren der kogels en den kruitdamp van de _mélée_, waarbij +Rolf zijne lauweren won, en die hij zoo plastisch mogelijk voorstelde. + +Francis lag daar intusschen kennelijk worstelend in een zwaren +innerlijken strijd, die voor mij veel meer beteekenis had dan de +heldendaden onzer dapperen, die al dertig jaren in 't verleden +lagen. Juist toen Rolf een Belgisch vaandel aan flarden reet en een +hoop "muiters" op de vlucht joeg, scheen de zielesmart van Francis +tot haar hoogste punt gekomen; zij barstte in tranen uit, en hield +haar zakdoek voor 't gelaat, als om haar snikken te smoren. Ik kon +het niet langer uithouden; gekomen in het vaste denkbeeld dat ik +eene Xantippe zou moeten temmen, zag ik meer en meer in, dat er een +slachtoffer was te redden. Ik liet den kapitein aan de oude cognac, +die hij zeide noodig te hebben tegen de verkoeling van de vruchten, +zag even naar den generaal, die de hoorbare bewijzen gaf van de +diepste ruste, en liep met zachte, snelle schreden naar Francis toe, +terwijl ik mijne sigaar wegmoffelde. + +Snel hief zij zich op, blijkbaar wat onthutst door mij in hare +mismoedige bui verrast te worden; maar zij hervatte terstond haar +_aplomb_. + +"Gij kunt gerust rooken, neef, als gij met mij praten wilt," voegde +zij mij toe, met eene poging om te glimlachen. + +"Dat is mijne gewoonte niet tegenover...." dames mocht ik niet zeggen, +ik bleef in mijne phrase steken. + +"Kom! gekheid, zoo'n nuf ben ik niet, dat weet gij nu wel. Wilt gij +dat ik koffie voor u zal zetten? De heeren dáár gebruiken die niet, +zij blijven rooken en drinken tot dat...." + +Op hare beurt was zij wat verlegen om te voleinden, dus viel ik in: + +"Ik wil niets dan een oogenblik vertrouwelijk met u spreken; gunt +gij mij dat?" + +"Wel zeker, dat zal mij pleizier doen; neem dien fauteuil en ga over +mij zitten, dat praat het gemakkelijkst." + +Ik volgde hare aanwijzing en zij ging voort: + +"Zeg me allereerst of gij nu begrepen hebt, waarom ik hier geen gast +wil hebben?" + +"Zoo ongeveer.... ik onderstel dat gij vereenvoudiging wenscht, die +de heeren niet goed vinden, en den omslag dien gasten noodzakelijk +maken liefst wilt vermijden." + +"Nu, voorwaar! gij zult niet weer eerst raden, dat's slim van u, dàt +uitgevonden te hebben na 't geen gij hier reeds hebt bijgewoond!" en +de ondeugende lachte mij helder uit; maar zij was weer in goede +luim geraakt, en dat was altijd iets; hetgeen ik giste durfde ik +niet uitspreken. + +"Ik zie wel, ik moet u zelve op de hoogte brengen, anders komt gij +er niet. En dàn studeeren de mannen voor rechters en advocaten! en +zien niet verder dan hun neus lang is! Wat Shakespeare gelijk had, +dat hij Portia gebruikte om een pleidooi te winnen, waarbij het op +menschenkennis en scherpzinnigheid aankwam." + +"Ondanks mijn respect voor Portia en mijne bewondering voor +Shakespeare, moet ik u toch doen opmerken, dat ik _niet_ heb +gestudeerd, hoewel ik overtuigd ben dat mijn gebrek aan doorzicht in +dezen daarmee niet in verband staat." + +"Niet gestudeerd! 't is waar ook, hoe komt dàt? gij zoudt mij dat +verteld hebben?" + +"Dat zal ik u vertellen, Francis; maar laten we eerst van u zelve +spreken; hoe kortzichtig gij ook meent dat ik ben, toch heb ik +doorzien, dat gij niet gelukkig zijt, en dat grieft mij; schenk mij +uw vertrouwen; mogelijk vinden wij samen het middel om uit den weg +te ruimen, wat u tegen is...." + +"Met de lamp van Aladin in de hand, en het _Sésame ouvre toi!_ +als parool, niet waar?" sprak zij met een minachtenden lach, waarin +bitterheid school. "Neen, beste Leo, onderneem dat maar niet, gij +zoudt menschen en toestanden beiden moeten veranderen, en nòg! Neen, +vertel mij liever van u zelven; dat zal mij afleiding geven, en die +heb ik allereerst noodig. Eilieve! zie ginds die heeren der schepping, +mijn dagelijksch gezelschap, mijne eenige omgeving," ging zij voort, +even den blik naar de eetzaal wendende; "zij zijn op het hoogtepunt +van hun levensgenot gekomen, de generaal is met de sigaar in den +mond in slaap gevallen, en de kapitein heeft genoeg van zijn cognac; +hij stopt zijne groote duitsche pijp en waggelt naar de billardkamer +om in zijn eentje te smoken! Zij komen niet weer bij vóór de thee; +wij hebben een goed rustig uurtje voor ons. Kom aan, biecht eens +op," ging zij voort, nu tot mij op een gansch anderen toon dan +die van laatdunkende bitterheid, waarmee zij over "die heeren der +schepping" gesproken had, "en zeg mij waarom gij geen advocaat zijt +geworden?" Zij vestigde al sprekend hare groote blauwe oogen op mij, +met eene mengeling van belangstelling en wantrouwen, of ze mij verdacht +een gesjeesde student te zijn. + +"Eenvoudig omdat mijn goede vader al te vroeg gestorven is...." + +"Een _goede_ vader sterft altijd te vroeg voor iedereen," hernam zij +met een licht schouderophalen; "zelfs een slechte, die zich niet om +zijn kind bekommert, is nog een verlies; de uwe liet dus niets na?" + +"Dan eene weduwe die gewoon was van een vrij goed tractement te leven, +en die nu plotseling op een pensioen werd gesteld dat slechts een +derde daarvan bedroeg. Wij bezaten niets daarnevens dan een titel +en antecedenten, die allerlei eischen stelden, waaraan wij niet meer +konden voldoen. Mijne moeder, Brusselsche van geboorte en sinds haar +huwelijk in den Haag overgeplant, voelde zich daar recht thuis, en +had zich een schrikbeeld van Leiden gemaakt, dat ik haar niet uit het +hoofd konde praten; zich bekrimpen, zich behelpen wilde ze, desnoods op +eene kamer van eene derde verdieping, maar den Haag te verlaten om te +Leiden samen te gaan wonen met mij, dat scheen haar eene ondragelijke +ballingschap. Ook wachtte ik mij wel het haar voor te stellen, want +zij zou het om mijnentwille hebben aangenomen; en zwak en teergevoelig +als zij was, kon het haar dood zijn geweest. Zij verbeeldde zich dat +ik toch wel kon blijven studeeren; zij wilde zoo graag heel zuinig +zijn voor mij, en ik had immers nooit zulke groote sommen noodig +gehad. Dat was waar. Met de bewustheid, dat er geene fortuin voor mij +was weggelegd en dat mijne ouders het hunne best konden gebruiken, +had ik altijd getracht hen het minst mogelijke te kosten, en had met +copieeren en werken voor anderen aangevuld wat er aan mijne toelage te +kort kwam. Maar nu! de kosten van tweeërlei huishouding konden niet +bestreden worden met haar schraal pensioen, zelfs al leefde ik te +Leiden zooals ik geleefd had. Er werd nu veeleer van mij gevorderd +te werken voor haar, zou zij niet allerlei lasten en ontberingen +lijden. Zoo gaf ik er de studie aan en wendde voor dat ik den lust +tot studeeren verloren had, allereerst tegen mijne moeder zelve en +hield die rol vol zelfs tegenover vrienden en academie-kennissen. Ik +wilde niet, dat men haar verwijten zoude doen, evenmin dat men mij +zoude beklagen! Ik beproefde wat ik met mijne nog weinig geoefende +talenten als auteur vermocht. Ik begon met vertalen, en de hemel +weet wat al onbeduidende romans ik op boekverkoopers-bestelling in +den kortst mogelijken tijd heb afgeleverd; intusschen klopte ik hier +en daar aan om aan een ambt of in eene betrekking te geraken, die wat +betere uitzichten voor de toekomst beloofde; tevergeefs: altijd stiet +ik het hoofd omdat ik geen Mr. voor mijn naam kon zetten. Zoo tobde ik +een tijdlang, eer ik zekere litterarische connexiën had aangeknoopt, +die mij op weg hielpen; maar toen eens mijn pseudoniem een goeden +klank had gekregen, ging het vrij goed; niet zonder inspanning, +niet zonder offers, dat is zoo, maar toch geene die mij te zwaar +vielen. Mijne moeder leed geene al te groote ontberingen, behoefde +zich niet op eene derde verdieping te verschuilen, noch aan alle +gezellig verkeer te onttrekken, en ik kon haar van tijd tot tijd +laten deelen in genoegens en uitspanningen, die haar tot behoefte +waren geworden. Toch bleek het dat hare zwakheid niet bestand was +om den schok te dragen, dien zij had moeten doorstaan; tevergeefs +trachtte zij het voor mij te verbergen dat zij leed, ik bemerkte +het aan alles dat zij de smart van haar verlies niet te boven kon +komen. Zij verviel langzamerhand tot eene diepe melancholie, waaruit +niets haar meer konde opwekken, die haar geest benevelde, hare krachten +ondermijnde, ondanks alles wat er beproefd werd tot hare herstelling, +en na enige maanden van dit aandoenlijk lijden bezweek zij, zonder in +eigenlijken zin ziek geweest te zijn. Hoezeer verblijdde ik mij toen, +dat ik haar het zwaarste offer niet had gevergd en die teedere plant +niet om mijnentwille had losgerukt uit den grond waar zij wortelen +had geschoten. Haar afsterven, reeds in den vroegen herfst des levens +zou mij dan als eene zware schuld op het geweten hebben gedrukt. Nu +had ik ten minste het mijne gedaan om haar te behouden, ik kon haar +nastaren met stille berusting, al was het met diepen weemoed. Zoo is +het gekomen, Francis, dat ik geen Mr. voor mijn naam kan zetten...." + +"Nu! gij zijt er mij te liever om," viel zij onbedacht uit; "een +man die geen egoïst is en zijne ambitie ten offer kan brengen aan +de zwakheid van eene moeder, van eene vrouw, is eene zeldzaamheid; +laat mij u daarop goed in de oogen zien, Leo! om de uitdrukking van uw +gelaat in mijn geheugen te prenten; dus zal ik u in gedachten houden, +en dat zal mij goed zijn; want om de waarheid te zeggen, ik heb mijne +redenen om geen al te hoogen dunk te hebben van uwe soort." + +Wonderlijk schepsel! op het oogenblik zelf, dat zij zich betuigingen +liet ontvallen die een onvoorzichtige tot eene declaratie zouden +hebben verleid, die ik althans had kunnen opvatten om er haar mee in +de war te brengen, de geweldige mannenhaatster! gaf ze mij te verstaan, +dat zij vast op mijn heengaan rekende, zonder aan weerzien te denken. + +"Hebt gij dan zooveel haast om mij weg te zenden, dat gij nu al op +een afscheid peinst?" vroeg ik, haar verwijtend aanziende. + +"Maar, Leo! gij hebt immers zelf wel begrepen, dat gij hier niet +blijven kunt, nu gij gezien hebt hoe het hier toegaat?" + +"Wat zal ik u zeggen. Ik begrijp wel dat het voor u geen stichtelijk +schouwspel is, een paar heeren van leeftijd, die zich eene fijne flesch +goed laten smaken, maar toch, wat mij aangaat, niet zóó afschrikwekkend +om er mij terstond door te laten verjagen." + +"Het kwam mij toch voor, dat gij bij exempel de uiterste matigheid +hebt gepredikt." + +"Niet vreemd. Ik kan niet zoo in eens met mijne gewoonte breken, +maar als ik luxe hebben kan, zal ik er mij zoo goed in schikken als +een ander; ik zal hier wel gewennen," sprak ik koeltjes, al zag ik dat +zij van ongeduld trappelde met de kleine voeten, tot mijne verrassing +elegant geschoeid. + +"Gij houdt van schertsen," sprak zij, na mij even te hebben aangezien, +kennelijk zich zelve beheerschend om niet een van die uitvallen te +doen, die de kapitein _parate executie_ noemde, "maar ik vraag u in +vollen ernst, of gij gelooft dat men de Werve bewonen kan met een +kolonelspensioen en er zulk eene tafel op nahouden?" + +"Wat mij betreft, het is niet aan mij om mijn gastheer en vrouwe de +rekening te maken; ik kan alleen zeggen, dat ik het jammer zou vinden +als gij zooveel omslag zoudt maken om mij, al scheen de generaal er +pleizier in te hebben om mijne welkomst wat te fêteeren; ik heb u +immers terstond gezegd, dat ik met een schotel groente en wat koud +vleesch tevreden ben." + +"Gij! dat is wel mogelijk, maar vraag eens wat de kapitein daarvan +zeggen zoude?" + +"Wat doet dat er toe? Zijt _gij_ het niet die hier de huishouding +bestuurt? De generaal heeft toch niet het voorkomen van zoo'n tyran +te wezen." + +"Helaas, neen! het is niet zijne geweldenarij, maar zijne zwakheid, +zijne jammerlijke zwakheid, die mij zoo diep ongelukkig maakt," +viel zij in, met een smartelijk hoofdschudden; "geloof niet dat ik +den grijsaard geen goed hart toedrage, dat ik hem niet iedere sier +des levens zou gunnen,--zou willen geven met opoffering van al het +mijne,--maar dat is de groote grieve, die ik tegen hem heb, dat hij +zich zoo afhankelijk heeft gemaakt van den kapitein." + +"Het komt mij toch voor dat gij waarlijk nog al cavalièrement met uw +kapitein omspringt; hij zelf noemt u immers zijne gebiedende vrouwe, +zijn majoor! En gij zoudt zijne toestemming noodig hebben om hier +bezuinigingen in te voeren die gij noodig acht; op dit punt geloof +ik dat iedere vrouw het recht heeft hare autoriteit te laten gelden." + +"Ziedaar juist wat ik niet kan, niet mag; maar het schijnt wel dat gij +mij niet met een half woord wilt verstaan. Zoo zal ik u den sleutel +van dit raadsel in handen geven! dat zal mij tegelijk verlichten; want +ik ga onder door verdriet en ergernis, die ik altijd moet verkroppen, +en ik heb niemand, niemand waaraan ik mijn hart eens kan uitstorten; +gij, gij schijnt mij toe een oprecht, een edelmoedig mensch te zijn; +'t is waar, ik heb mij in mijne opinie van een man wel eens meer +bedrogen, maar toch, met u wil ik het er nog eens op wagen,--eene +teleurstelling meer komt er zooveel niet op aan." + +"Schenk mij gerust uw vertrouwen, Francis! Wees er zeker van, dat +ik een eerlijk man ben, die een oprecht verlangen heeft uw leed +te verlichten." + +"Dat verlang ik niet van u; het zal mij genoeg zijn zoo gij het kunt +begrijpen en mee gevoelen; maar trek even de porte-brisée toe, dan +kan niemand in de schemering binnenkomen, zonder dat wij het bemerken." + +Ik volgde haar wenk, en toen ik mij weer tegenover haar had nedergezet, +ving zij aan: "Ziet gij, Leo! toen mijn grootvader zijn pensioen +had genomen en wij ons hier op de Werve terugtrokken, was het ons +dringend noodig op bezuiniging bedacht te zijn. Voormaals hadden wij +een rijkelijke en omslachtige huishouding gehad; de eischen van zijn +rang, de verplichting als commandant van de kleine vestingstad om +de autoriteiten, zoowel als zijne officieren, bij zich te ontvangen, +en, laat ik het bekennen, ons beider gewoonte om in zekere ruimte en +gulheid te leven, waren oorzaak dat wij bijkans open tafel hielden en +er altijd op gasten gerekend was; maar door verschillende oorzaken, +door smartelijke familieomstandigheden niet het minst, was onze +fortuin in de laatste jaren zoo geslonken, dat het niet mogelijk +was op dezen voet voort te gaan. Grootpapa zag het toenmaals in +zoowel als ik; zich verminderen en in werkelijken dienst te blijven +ging niet, maar hier buiten konden wij leven zooals wij wilden. Wij +behoefden niemand te zien, wij sneden in één houw alle parasieten +af, en hoewel het eene hachelijke onderneming was, een kasteel als +dit te gaan bewonen met eene enkele dienstbode en een oppasser, +besloten wij toch daartoe, omdat wij slechts twee of drie kamers in +gebruik zouden nemen en het mij niet te veel was, zelve de handen +uit de mouw te steken. Bedrijvigheid was mij noodig; ik rekende op +den moestuin en den boomgaard, op de boerderij, die toen nog bij de +plaats behoorde, om in bijna al onze behoeften te voorzien, en ik had +in stilte de bijgedachte om bij zoo zuinige leefwijze zekere bezwaren +weg te ruimen en de Werve te eenigen tijd uit haar staat van verval +op te richten. In den eersten tijd ging alles vrij goed; wij waren +hier in den zomer gekomen; de rust, waaraan wij beiden behoefte +hadden, de prachtige natuur vol afwisseling, die ons verlokte tot +gezamenlijke rijtoertjes, alles werkte mee om ons de afzondering te +veraangenamen. Maar helaas! toen de herfst kwam met hare gure dagen en +lange avonden, toen de generaal, door zijne rheumatiek gekweld, niet +meer te paard kon stijgen, kwam de verveling over hem als een gewapend +man, eene plaag, waartegen ik te vergeefs trachtte te strijden door +lectuur en muziek. De laatste trok hem weinig aan, hij hield niet van +lezen en zag zelfs niet graag boeken in de handen van anderen dan de +prachtwerken die in een salon worden tentoongesteld. Als de courant +gelezen was, waren wij uitgepraat. Iederen avond het dominospel of +een _piquet à deux_; mij was het haast onuitstaanbaar, en hem was het +nog niet genoeg. Wij hadden hier niemand, waaraan wij ons konden of +wilden aansluiten. Wie hier de notabelen genoemd worden, zijn plompe +lieden, die daarenboven tot de partij van den burgemeester behooren; +de dominé is geen man voor ons, en al ware dat, het genot dat men +vindt in datgene wat men een degelijk discours noemt, valt niet in +den smaak van grootpapa, al placht hij bij uitnemendheid de man te +zijn voor het gezellige leven in ruimen kring; en nu hij dat alles +miste, werd hij knorrig, lusteloos, ving aan te kwijnen en wist +zich hoe langer hoe minder te schikken naar de eenvoudige leefwijze, +die ik had ingesteld. Zelve werd ik bijna moedeloos hem dus te zien, +zonder de middelen te hebben om hem te helpen. Toen noodigde een zijner +vroegere krijgsmakkers, die eveneens zijn pensioen had genomen, maar +met het oogmerk om eens recht van zijne fortuin te kunnen genieten, +hem uit, om eenigen tijd bij hem te logeeren; dat zou afwisseling +geven, dus zou hij zonder eenige bekommeringen kunnen ademen in een +atmosfeer naar zijn smaak. De bedoelde kolonel had zich te Arnhem op +schitterenden voet ingericht en behoorde tot den kring, die er den +toon gaf. Grootpapa was er volkomen in zijn element; hij bleef er de +drie wintermaanden." + +"En gij?" + +"Ik! o, ik bleef hier, dat sprak wel vanzelve; men had vergeten 'Majoor +Frans' te inviteeren, en toen men er aan dacht, was het zoozeer eene +invitatie _du bout des lèvres_, dat ik niet zou aangenomen hebben, +al ware dat mogelijk geweest, maar het kon toch niet, al had men mij +met nog zooveel gulheid gevraagd. Gij begrijpt wel, Leo! dat ik, mij +hier verschuilende, eens vooral alle overbodige luxe van toilet had +afgeschaft; en zonder eene kostbare uitrusting zou ik geen winter in +de stadswereld kunnen doorbrengen." + +"Dat stem ik toe, Francis; maar toch, zelfs hier zou een weinigje +toilet maken niet overbodig zijn," viel ik in, de gelegenheid +aangrijpend, om haar op dit chapitre mijn gevoelen te zeggen, om eens +te zien _hoe_ zij het opnam. + +"Och! voor mij komt het er niet meer op aan." + +"Foei! zoo moogt gij niet spreken; gij zijt nog jong, gij moet zelve +weten, dat gij bevallig kunt zijn, als gij maar wilt." + +"Daar wil ik niet eens aan denken. Ik zeg met zekere Fransche coquette: +'_du temps que j'étais femme_' had ik zekere eischen voor mijn +uiterlijk, dat's voorbij: het komt er niet meer op aan, hoe Majoor +Frans er uitziet." + +"Dat ben ik volstrekt niet met u eens, al wilt gij nog zoo'n Amazone +zijn. De Amazones zelven weten hare gratie in 't volle licht te +stellen. Gij maskeert die met opzet; gij doet alles wat gij kunt om +er onbehagelijk uit te zien, en ik moet u ronduit zeggen, dat gij er +ditmaal volkomen in geslaagd zijt. Eene jonkvrouw van uwe geboorte +moest zoo niet aan tafel gaan; gij zaagt er letterlijk uit als...." + +"Nu toch niet als een boschwachter," viel zij in met een ondeugend +lachje; "eerder als eene keukenprinses, die maar even uit haar +werk is geloopen om inderhaast mee te eten, en dat is maar weinig +bezijden de waarheid; ik moet tot het laatste oogenblik zorgen voor +de délicatesses, die noodig worden geacht, en zoo ontbreekt mij de +lust zoowel als de tijd om toilet te maken." + +"Niet eens tijd om een frisch kraagje om te doen, Francis? Dat is +toch wat sterk." + +"Zijt gij zoo'n fat, Leo, om daarop te letten? Nu ja! ik wil het wel +bekennen, aan _lingeries_ doe ik niet veel meer, 't is hier buiten +zoo lastig en zoo kostbaar, het is al veel als ik de exigenties +van den generaal in dezen kan bevredigen; daarbij, voor wie zou ik +mij opknappen? De heeren daar ginds"--zij wees met een gebaar van +minachting naar de zaal--"vragen het allereerst of de ommelet goed +is gesauteerd en of de farci van den kalkoen genoeg _haut goût_ heeft." + +"Mij dunkt gij moest het doen omdat gij het u zelve schuldig zijt, en +ditmaal toch ook voor mij--ja, glimlach maar, ik wil het u toch zeggen, +dat ik mij aan tafel over u geërgerd heb, al is het waarschijnlijk, +dat gij deze ergernis hebt beoogd." + +"Gij zijt vindingrijk, Leo." + +"Gij hebt zoo even met mijn gebrek aan scherpzinnigheid gespot, +ge zult mij nu toestemmen, dat ik u doorzien heb." + +"_À peu près_; gij zijt zoo gul met mij lessen te geven, dat ik u op +mijne beurt wilde doen verstaan...." + +"Dat ik u eigenlijk niet welkom ben...." + +"Gij weet wel beter...." + +"Eene gastvrouw, die zulk eene opzettelijke nonchalance toont...." + +"Wil er mee zeggen, dat zij van alle coquetterie heeft afgezien." + +"Coquetterie is ook zoo uitsluitend eene eigenschap van 'de dames,' +dat ik die bij Majoor Frans nooit gewacht zou hebben," hernam ik; +"maar de zucht voor betamelijkheid is eene mannelijke eigenschap, +die men met recht van dezen zou mogen eischen; of moet ik Majoor +Frans aan de strikte eischen der militaire tenue herinneren?" + +"Als gij het nu zoo kras opneemt met mijn majoorstitel!" sprak ze met +zekere gekrenktheid, terwijl haar kleine voet opnieuw met ongeduld +trappelde. + +"Ik althans ben het niet, die hem u gegeven heb--maar in elk geval +moet gij kiezen: Majoor Frans, die _en règle_ behoort te zijn, welke +uniform hij zich ook kiest, of Freule Francis Mordaunt, die geene +vrijheid heeft om zich aan een neef, een gast, met opzettelijke +achteloosheid te vertoonen." + +"Met er die uitlegging aan te geven, Leo, brengt gij mij waarlijk +in groote verlegenheid; want al wilde ik--ik kan u in dezen niet +voldoen. Sinds wij hier op de Werve zijn, heb ik niets nieuws laten +maken." + +"Maar dat is toch zoo lang nog niet." + +"'t Is reeds het derde voorjaar, en...." + +"Dan zijn uwe toiletten niet meer naar de mode, dat wil ik toegeven; +maar zij kunnen toch smaakvol zijn. En ik ben er zeker van, dat gij +u vroeger elegant hebt gekleed." + +"Dat geloof ik zelve, hoewel ik niet zelden het verwijt kreeg van +bizarrerie, omdat ik zoo mijne eigene ideeën had op dit punt, en er +zekere modes waren, die ik niet verkoos na te volgen." + +"Nu, ik houd van originaliteit. Kies uit uwe kostumes er een waar de +uwe het sterkste in uitkomt, en ik geloof, dat gij er even gracieus +als interessant zult uitzien." + +"En ik ben zeker, dat het juist andersom zou zijn; gij hebt mij gezien +in het kleed, waarin ik mij het meest mij zelve gevoele, en herinner +u welk eene figuur ik in uwe oogen heb gemaakt!" + +"Neen, dat rekent niet meê, gij hadt u toen zoo toegetakeld...." + +"Als de guurheid van dit seizoen het eischte." + +"Al verbergt gij u nog zoo voor mij, Francis, ik heb toch al reeds +te veel echt vrouwelijke kwaliteiten bij u waargenomen om mij te +laten wijsmaken, dat gij juist in uwe amazone het meest op uw gemak +zoudt zijn." + +"Als gij mij zoo kwelt, dringt gij mij tot de bekentenis, dat ik +alles weggegeven heb, wat ik te missen had, in dien winter, dien +ik alleen op de Werve doorbracht; eene arme officiersdochter, die +als gouvernante in eene deftige familie moest optreden, en die geen +voldoende _trousseau_ bijeen kon brengen, wendde zich tot mij, die +zij rijk waande, om hulp. Ik kon geen geld missen; maar ik had toch +wat te geven. Ik berekende dat ik hier al heel weinig kleedij noodig +had, en behield niets dan eene enkele zijden japon als zondagskleed, +en mijne baltoiletten, die haar evenmin te pas kwamen als mij, doch +waar ik nog aan hechtte als souvenir. En nu, Leo! zijt gij ingewijd in +'t geheim mijner ledige garderobe. Oordeel nu zelf, wat ik in dezen +voor u doen kan; gij zult toch niet van mij vergen, dat ik hier in +danskostuum aan tafel zal verschijnen." + +"Hm! hm! wie weet waar ik u nog om plagen zal, +als wij eens op de Werve feest vieren!" + +"Men viert geen feest op de Werve, daartoe hebben we geene gelegenheid +en geene aanleiding," sprak zij wat knorrig en kortaf. + +"Druk er niet te veel op, Francis!" plaagde ik, "gij kunt niet vooruit +weten wat er nog gebeuren kan; ik ben een stijfkop, zooals gij zelve +hebt gezegd, en een origineel op mijne wijze zoowel als gij; maar om +te beginnen zal ik mij tevreden houden met dien zekeren zijden japon, +die u goed zal staan, dat weet ik vooruit; mits gij wat werk maakt +van dat prachtige haar en u de moeite geeft de eene of andere parure +aan te doen!" + +"Gij moet weten, Willem, dat ik _à tout hasard_ de sieraden die zij bij +Overberg te pand had gegeven, in mijne reistasch had gestoken; maar ik +bemerkte wel dat zij nog vooreerst niet te pas zouden komen. Zij vloog +op of eene wesp haar gestoken had; hare oogen fonkelden van toorn, +en al kon ik hare trekken niet meer onderscheiden, ik ben zeker dat +een gloed van verontwaardiging haar op het voorhoofd steeg, terwijl +zij op heftigen toon uitviel: + +"Ik heb geene parures meer: en ik _wil_ ze niet hebben, verstaat +gij Jonker van Zonshoven! en dit zeg ik u: als 't u schelen kan of +wij vrienden blijven àl of niet, vervolg mij dan nooit weer met uwe +zotte invallen. Ik mag wel eens railleeren; dat geeft wat zout aan +de conversatie, maar het moet geen bijtend loog worden; en dit is +kwetsende ironie, mij van mijne diamanten te spreken, terwijl ik bezig +ben u te vertellen, dat ik alles aan mijne relatiën heb opgeofferd." Ik +begreep dat ik werkelijk eene pijnlijke wonde had aangeraakt. Ik had +niet van diamanten gesproken, maar zij herdacht aan de hare die voor +haar verloren waren, en zij betreurde ze, dat was zeker! Ik had te +veel deernis met haar om met hare zwakheid mijn voordeel te doen en +te toonen hoezeer zij zich verraden had; ik antwoordde koeltjes: + +"Maar, beste freule Mordaunt! hoe kon ik dat raden? Al vertelt gij mij +dat gij uwe garde-robe hebt geplunderd ten behoeve van een behoeftig +jong meisje, dan volgt daaruit immers nog niet.... dat alles wat gij +mij daar in één adem mededeelt." + +"Gij hebt gelijk; met u moet men _les points sur les I_ zetten, zult +gij verstaan, en ik was er aan bezig; maar gij hebt mij zelf van +het droevig relaas afgebracht. Grootpapa dan, vond het zorgeloos en +tegelijk weelderig leven bij zijn vriend te A. zeer naar zijn smaak en +bleef er tot in het voorjaar; hij kwam tot mij terug, geheel genezen +van zijne melancholie, maar toch, het bleek dat de kuur wat heel veel +had gekost, meer dan hij eigenlijk gerechtigd was er voor te geven. Het +leven onder rijken en aanzienlijken is duur, zelfs al geniet men de +ruimste gastvrijheid. De generaalsuniform had hij zich niet behoeven +aan te schaffen, daar hij nooit als zoodanig in werkelijken dienst +was geweest, maar de kolonelstenue was beneden zijn rang, dus hadden +wij moeten voorzien in allerlei politieke kleeding, voor ochtend en +avond, voor groot en klein diner.... en dan, wat er aan handschoenen +en fooien opgaat, als men met de groote wereld moet meedoen! Gij, +die in de residentie woont, gij zult er alles van weten, Leo!" + +"Zoo goed, beste Francis, dat ik mij eens voor al van uitgaan heb +onthouden...." + +"Grootpapa kon dat natuurlijk niet, en daarbij kwam dan nog het spel," +ging zij voort, terwijl zij hare stem nog dieper liet dalen, "het +spel waarbij men in één winteravond onder gelach en gejuich sommen +verliest, waarmee een gezin voor het gansche seizoen had kunnen +onderhouden worden. Helaas! iets dergelijks was met hem gebeurd, +zoodat hij keerde met bezwaren die.... oogenblikkelijk voorziening +noodig hadden. Ik, die anders nog al raad wist, stond hem als eene +verwezene aan te zien, bij die bekentenis. Hij zelf gevoelde veel +leed over de zorg en 't verdriet dat hij mij op den hals had gehaald, +en hij redde zich door de boerderij onder de hand te verkoopen, die +ons echter, ik weet niet uit welke oorzaak, niet veel meer opbracht +dan het effenen van de gemaakte schulden. En ik! die de stille hoop +had gevoed, dat wij hier door zuinigheid en goed overleg wat zouden +sparen om de noodige herstellingen aan 't kasteel te laten doen. Och +Leo!" zij drukte mij de hand in hare smartelijke gemoedsbeweging, +"dit hoort onder de bitterste teleurstellingen van mijn somber +leven. Vol zelfverwijt, en zich bewust dat hij te zwak was om zekere +verzoekingen weerstand te bieden, zwoer hij alle verkeer met de +wereld af, en hij heeft woord gehouden; maar welhaast verviel hij +opnieuw tot de diepste neerslachtigheid, en ik vreesde dat hij van +verdriet zou verkwijnen onder het régime dat ik hem moest opleggen, +sinds hij mij bekende, dat hij maar twee derden van zijn pensioen in +handen kreeg; op het overige was door een onbarmhartigen schuldeischer +beslag gelegd. Toen kwam de man ons te hulp, die ik u niet meer behoef +te noemen. Luitenant Rolf had zijn pensioen gekregen, en kwam zijn +ouden chef opzoeken eer hij zich ergens voor goed vestigde. In de +laatste jaren was hij door verandering van regiment van ons verwijderd +geweest, maar hij was niet van ons vervreemd. Mijn grootvader had hem +geprotegeerd en vele goede diensten gedaan, zonder welke hij nooit +tot den officiersrang had kunnen bevorderd worden, ondanks zijne +bravoure in den tiendaagschen veldtocht. Al vóór mijne geboorte +bekleedde hij in ons huis alle mogelijke functiën die met zijne +dienstplichten te vereenigen waren. Zijne zuster was mijne min, en +meer, veel meer dan dat; zij bleef mij bij tot in lateren leeftijd, +en daar mijne moeder weinige dagen na mijne geboorte bezweek, deed +zij al wat in hare macht was om mij moederliefde en moederzorge te +betoonen. Ongelukkig ontbrak het haar aan beschaving, aan geestkracht, +om de opvoeding van een kind zooals ik was te leiden. Ook heeft zij +met de beste intentiën ter wereld mij ridderlijk bedorven, daarin +dapper geholpen door sergeant Rolf, die geen grooter pleizier had dan +op mijne wenken te vliegen, en die eerder insubordinatie zou hebben +begaan tegenover zijn kolonel, dan te weigeren iederen dollen inval +van zijn 'kleinen Majoor,' zooals hij mij noemde, te gehoorzamen. Is +het vreemd, dat ik nog tegen hem den despoot speel?" + +"Neen! maar nu gij dat zelve toch zoo inziet...." + +"Zou er betering kunnen zijn, meent gij, doch.... wat zal ik u zeggen; +_c'est plus fort que moi_.... nu, hij heeft het er wel naar gemaakt om +wat van mij te lijden.... In vollen ernst, zoo ik hem niet van tijd +tot tijd op zijn voorman zette, zou het niet lang duren of hij zou +ons naar zijne hand stellen, en het is juist daarop dat ik komen wilde. + +Zijn bezoek was grootpapa eene welkome afleiding; nu tot kapiteinsrang +geklommen, en niet meer in werkelijken dienst, evenals deze zelf, +was de distantie genoegzaam weggevallen, om op zekeren voet van +gelijkheid met elkaar om te gaan. Ik begreep hoezeer een derde +persoon de gezelligheid zou aanbrengen; een persoon meer was zoo'n +groot verschil niet bij onze nu eenvoudige leefwijze, een kamer in de +dichte nabijheid van grootpapa's appartement was licht te arrangeeren; +als Rolf van zijn pensioen moest leven, kwam die schikking hem zeker +te stade; wij sloegen het hem voor en het werd dadelijk aangenomen. Ik +hernam mijn commandement over hem, zooals hij zich uitdrukte; hij +trachtte zich nuttig te maken op iedere wijze, en zijne goede luim +vervroolijkte den generaal, al waren zijn aardigheden noch frisch +noch fijn van gestalte; genoeg, ik was tevreden met deze uitkomst: +een winter die zich bezwaarlijk had laten aanzien, ging nu vrij rustig +en zonder al te groote verveling om; daar kreeg Rolf de tijding, dat +hem eene niet onbelangrijke erfenis te beurt was gevallen van een +zijner Noord-Brabantsche verwanten. Na eene korte absentie keerde +hij tot ons terug en stelde voor te blijven, mits hij zijn aandeel +mocht bijdragen tot de menage. Hij was nu bemiddeld en kon geen +genadebrood eten, zooals hij het noemde; integendeel, de generaal +moest hem toestaan, zoo eens het zijne te doen ter veraangenaming van +het leven. Dit scheen billijk, en ik moest wel toestemmen, daar ik +wist hoezeer grootpapa, die een verfijnden smaak heeft en op zijne +aisances gesteld is, zekere ontberingen met heimelijk leedgevoel +droeg; ik gaf dus toe, dat Rolf op zijne eigene hand zekere luxe zou +invoeren, maar ik had niet kunnen voorzien welke proportiën deze zucht +om het zich goed te maken zoude aannemen. Rolf had nooit levensgenot +gekend, en hij achtte nu zijn tijd gekomen om te genieten; de eenige +genietingen waarvoor een man op zijn leeftijd, en die voor geenerlei +intellectueel genot zin had, nog vatbaar was, waren die van de tong, +en grootpapa was het in dezen volkomen met hem eens. Zoo zeer zelfs, +dat hij hem in allerlei dwaze verkwistingen liet begaan, zonder zich +daar tegen te stellen, ja, die aanmoedigde zooals gij gehoord hebt, +zoodat ik hier dagelijks smulpartijen en zwelgerijen moet bijwonen +_à deux_, die mij onuitsprekelijk tegenstaan; ik behoef u niet te +zeggen, hoe mijn grootvader zich daarbij verlaagt en vernedert op +eene wijze die...." Zij zweeg plotseling; de porte-brisée ging open; +Frits, die de tafel had afgenomen in de eetzaal, trad nu binnen en +zette de lamp klaar. + +"Heeft de freule niet om het theeblad gescheld?" vroeg hij. + +"Is het al zeven uur, Frits?" + +"Kwartier er over, Freule, en de Generaal is wakker...." + +"Goed, breng dan het theewater binnen!" Francis keek mij aan met een +bitteren lach en beet zich op de lippen over de teleurstelling, dat +zij voor 't oogenblik hare ergernis moest inhouden. Welhaast ook kwam +de kapitein binnenrukken; de conversatie aan de theetafel vlotte niet +best; de heeren waren wat dof; Francis wat stug en onwillig om aan +'t gesprek deel te nemen, en de kapitein, op hare los neerhangende +lokken wijzende, maakte de opmerking, dat de leeuwin hare manen +schudde, om ons schrik aan te jagen. + +"'t Is waar ook!" zei Francis koeltjes; "ik heb verzuimd mijne vlechten +in het net te arrangeeren; excuseert mij, heeren!" en weg was zij naar +hare kamer; zeker om er hare opgekropte aandoeningen lucht te geven. + +"'t Is toch zonderling, hoe Francis soms hare buien heeft van +nonchalance," bromde de generaal binnensmonds, haar naziende, toen +zij de kamer verliet. + +"En juist nu er een gast is," stemde de kapitein in, "dien zij zelve +heeft ingehaald! Dat's onbegrijpelijk!" + +"Zij weet, dat het eene impolitesse is, en dat zij mij er mee ergert, +en toch volgt zij haar eigen hoofd, zonder iets te ontzien," knorde +de generaal nu met luider stem. + +"Zooals we dat van haar gewend zijn, Excellentie!" zei Rolf lachend; +"maar daarvoor is zij ook onze commandant." + +Ik wilde met dat koor niet instemmen, zooals gij denken kunt, en toen +men dit onderwerp in 't gesprek liet vallen, zaten wij met ons drieën +alles behalve gezellig bijeen, en de generaal had geen ongelijk, toen +hij, na nog eene mislukte poging om het discours gaande te houden, +een partijtje proponeerde. + +Ik achtte het voorstel eene uitkomst, en de kapitein had het +_fiche_-doosje al klaar gezet en Frits gescheld, die het theegoed +wegnam, eer ik mijne toestemming had gegeven. Er werd een massief +mahoniehouten speeltafeltje uit een hoek gehaald, de lamp in 't midden +gezet, daar volgens Frits "de freule geene waskaarsen had uitgegeven," +en ons spel ving aan; het sprak vanzelf dat wij ombre speelden, +en de generaal stelde den prijs van het _fiche_ nog al hoog, naar +'t mij voorkwam. + +Gij weet, Willem! dat ik volstrekt niet van het spel houd, en dat ik +er mij nooit toe laat bewegen, dan op het uiterste. Sinds den dood +mijner moeder, die mij nog wel eens in haar whistpartijtje betrok, +had ik geene kaarten in handen gehad; ik kan mij dus niet beroemen +een geoefend speler te zijn; maar toch eens aan den slag, ben ik niet +onverschillig voor de satisfactie, die men heeft van eene moeielijk +behaalde overwinning, en ik zag terstond dat ik tegenspelers had, +die mij elke zegepraal duur zouden betwisten, en met iedere distractie +of onhandigheid lustig hun voordeel zouden doen. + +Ik behoefde hen maar een paar trekken te zien maken om te weten, +dat zij niet slechts geoefende spelers waren, maar ook, dat het +spel hun iets anders was dan de uitspanning, die men aangrijpt in +een verlegen oogenblik; dat het spel hun ernst was, ja, meer nog +dan dat: hun hartstocht was geworden. De generaal vooral bleek zoo +gecharmeerd op het spel, dat ik mijns ondanks het mijne verwaarloosde +om hem te observeeren, eene belangrijke, maar smartelijke studie, +die mij tegelijk een licht deed opgaan over veel wat mij raadselachtig +was geweest. + +De grijsaard onderging als eene gedaanteverwisseling, toen hij +de kaarten in handen had. Zijne doffe, slaperige oogen glansden +van intelligentie en schoten vonken van geestdrift. Alles aan hem +vibreerde; zijne vingertoppen trilden, en toch hielden zij met vaste +hand zijn spel gevat, dat hij als met valkenblik overzag en er de +leemte van het onze met geometrische zekerheid uit berekende. Zijne +fletsche wangen kleurden zich met een flammend rood: zijne neusvleugels +zwollen op en trokken zich in, naar de wisseling der kansen, en de +zwakke, fijne man, die als gedrukt en gebogen neerzat, was plotseling +als aangegrepen door een geest van overmoed en vermetelheid, van +waaghalzerij, waaraan hij niet zelden een schitterend succes dankte, +en die mij denken deed aan het devies: de fortuin is met den stoute, +ook met den stouten speler! + +"Zeer zeker!" luidde het antwoord van von Zwenken, "de fortuin is +eene vrouw die men overheerschen moet, zal ze u dienen." + +In het gewone leven merkte ik niet, dat hij dezen regel in praktijk +bracht: want blijkbaar vreesde hij Francis, daar hij zich alleen +zijdelings durfde beklagen over 't geen hem in haar mishaagde; maar +bij het spel maakte hij dien tot waarheid, en met goed geluk. + +De kapitein, die bij evenveel routine minder vermetelheid had, +en vooral minder passie, liet niet na, hem van tijd tot tijd zijne +waagstukken te verwijten, maar zij gelukten, en dat was zijn triomf. + +Ik begreep nu waarom een toertje naar Wiesbaden hem zoo zeer +aangelachen had en waarom Francis er zich zoo heftig tegen had +verklaard. Het hazardspel aan de groene tafel, de groote winsten door +eene enkele wending van het rad, moest zulk een man aantrekken en hij +zou er meer voor willen wagen dan hij te missen had. Mij ging nu ook +een nieuw licht op over het lijden van Francis, die zeker gedoemd was, +elken avond de derde te zijn bij deze overprikkelende uitspanning van +haar grootvader, en die dat zeker jammerlijke tijdverspilling achtte; +want zij hield van lectuur, dat had ik reeds opgemerkt. + +Gij kunt berekenen, Willem! dat ik onder deze aanmerkingen en +bijgedachten niet altijd zoo scherp op mijn spel lette, of ik beging +fouten en _bévues_, terwijl de heeren mij uitlachten en beknorden, +maar niettemin hun voordeel deden met mijne distractiën en mijne +inferioriteit, 't geen ik hun niet ten kwade konde duiden, en de +belangwekkende studie, die ik maakte, was mij dat verlies wel waard; +dit alles spande mij zoo in, dat ik niet eens over de langdurige +afwezigheid van Francis dacht, toen de deur openging en zij zelve +binnentrad in groot toilet, en met een glimlach van voldoening mijn +uitroep van verbazing, van bewondering, beantwoordend. + +Onwillekeurig wierp ik mijn kaarten neer en stond op, haar te +gemoet. De generaal, die rugwaarts naar de deur zat, keek mij +verbaasd en wrevelig aan, niet radend, waaraan mijne onbeleefdheid +toe te schrijven; de kapitein zag om, en stiet een _gros mot_ uit +van verrassing, eer hij sprak: + +"Onze Majoor in gala tenu?" + +"Gij vergist u, kapitein," repliceerde Francis, "de freule Mordaunt +die ter eere van haar neef haar avondtoilet heeft gemaakt." + +"Chère cousine, welk eene verrassing! Sta mij toe, u de hand te kussen +voor die allerliefste inschikkelijkheid." + +"Wel zeker; behandel mij maar eens als eene dame, daarbij vindt uwe +courtoisie zich het meest op haar gemak." + +"Als gij mij dat toestaat, zal ik mij de eer geven u naar de canapé +te geleiden," sprak ik, haar den arm aanbiedend, dien zij ditmaal +niet afwees. + +"Ik hoop nu maar, dat ik goed in mijne rol zal blijven," zei ze met +een malicieus lachje. + +"Wat wonderlijke gril is dit nu weer?" bromde de Generaal, grimmig +van spijt, want hij had juist een vole in de kleur te declareeren, +waarop nu geen acht werd geslagen; "den geheelen dag hebt ge hier +rondgeloopen als asschepoester, en nu...." + +"Is de toovergodin tusschenbeide gekomen, en ik verschijn als +prinses! Dat's de geleidelijke gang van het sprookje, niet waar Leo?" + +"En het fameuse glazen muiltje ontbreekt zeker niet," gaf ik ten +antwoord naar hare snoezige salonschoentjes ziende, die ik reeds +vroeger had opgemerkt, "en 't is blijkbaar, dat het niemand zal passen, +dan onze gracieuze Cendrillon zelve." + +"Dat is zoo, maar zij zal zorgen het niet te verliezen." + +"Waarom niet?" vroeg ik stoutweg, haar diep in de oogen ziende. + +"Omdat het ongeraden is den roman van een uur tot eene levenskwestie +te maken voor u en voor mij," gaf zij ten antwoord, terwijl zij +zich afwendde. + +Een levenskwestie! zij wist niet hoezeer zij de waarheid raakte. + +"Als gij op zulk eene schrale ontknooping denkt, is het dan wel de +moeite waard de eerste bladzijde op te slaan?" vroeg ik zacht en mij +even tot haar buigende. + +"Och, waarom niet? 't is maar eene scène om den avond te korten, +die anders geheel aan de speeltafel zou gesleten zijn." + +De speeltafel? Het viel mij in, dat ik die voor mijn part in staat +van failliet had verlaten; de generaal liet mij niet lang tijd om +over dit gebrek aan de orde na te denken. + +"Dat alles moge nu heel galant en heel geestig zijn, neef! wat gij +daar met Francis praat," riep hij mij toe op knorrigen toon; "maar +'t is geen manier, om zoo van de speeltafel op te staan." + +"Excuseer mij, generaal, hier ben ik tot uwe orders," en met een wenk +aan Francis, die mijn leedwezen genoeg uitdrukte, nam ik mijne plaats +weer in. + +"Als de Freule nu mee wilde doen, konden wij precies een partijtje +quadrille maken," sprak Rolf. + +"Dankje kapitein. Ik wil wel eens vrij van dienst wezen; bepaal +liever toertjes; ik ga wat muziek maken in de eetzaal; dat zal +niemand hinderen." + +Frits had de porte-brisée opgeschoven en er was licht bij de piano. Ik +had een Vandaal moeten zijn, zoo ik niet opnieuw eene échappade +van de speeltafel had gemaakt om Francis op te leiden. Zij had mij +gewaarschuwd, dat onze roman maar kort zoude duren, en ik mocht geen +scène van de voorstelling laten verloren gaan. Blijkbaar was zij +dat met mij eens; de capricieuse, die voorgaf van alle coquetterie te +hebben afgezien, kwam geheel in mijne bedoeling; zij liet zich door mij +wegvoeren, en terwijl zij met zekere bevallige achteloosheid haar arm +in den mijnen liet rusten, sprak zij op een toon van vertrouwelijkheid, +die mij als echte damesgeveinsdheid in de ooren klonk: + +"Gij ziet nu, hoezeer mijn toilet uit den smaak is." + +"Maar toch naar een zeer goeden smaak," kon ik mij niet onthouden te +antwoorden; "en dat weet gij wel, grillige Célimène, al wilt gij mij +wijsmaken, dat de vrouw bij u onder gegaan is in...." + +"Ik weet wat gij meent; spreek het niet uit," viel zij met zekere +gejaagdheid in, en leunde met hare hand op mijn arm om mij te doen +zwijgen; "ik zeg u dat ik een oogenblik wil vergeten.... ben ik zoo +naar uw zin, dat is alles wat ik wil weten." + +Een gul antwoord lag mij op de lippen, maar nog intijds hield ik het +terug bij de overweging dat men met haar op niets rekenen kon en dat +wijze terughouding in dezen noodzakelijk was. + +"Ik zou wel moeielijk moeten zijn zoo ik het tegendeel zei," bracht +ik uit, mij zelven tot laconisme dwingende, "want gij hebt u waarlijk +gekleed als voor een hofbal, op het decolleté na." + +Inderdaad, bij al de élégance van haar toilet, dat uit roze gaze +de chambéry bestond, met schitterende zilverlovertjes bezaaid, +was haar kleed maar even om den hals vierkant uitgesneden, en nog +door eene witte blonde pelerine gedekt, terwijl de wijde mouwen tot +over den elleboog hingen en daar weer in witte blonde eindigden, met +rosestrikken bezet; een tweede rok van dezelfde luchtige schitterende +stof hing in losse plooien als een peplum over den eersten en gaf wat +gevuldheid aan het slepende gewaad, die niet door eene crinoline werd +opgehouden. Zij had het prachtige haar met zorg gekapt in vlechten, +en eenige loshangende lokken, een paar grisanticums die er losjes +waren ingestoken, maakten de eenige parure uit; zij droeg geen enkelen +diamant, hetzij zij werkelijk niets van dien aard meer bezat, hetzij +ze zulken opschik versmaadde. Zeker is het, dat die mengeling van +élégance en zedigheid, dat versmaden van sieraad bij zooveel pracht, +een fijnen tact verrieden,--of de behendigste coquetterie. Bij +vollen dag zou haar toilet zeker het effect hebben gemist: het rose +moest wat verflenst zijn en de glimmende lovertjes waren stellig +tot koper verkleurd; zelfs bij avond was het op te merken, dat er +wat frischheid aan ontbrak, dat zekere met één woord, wat de nuffige +dames doet zeggen dat een balkleed geen tweemaal gebruikt kan worden, +omdat het reeds bij de eerste maal gechiffoneerd is, en hetgeen de +heeren zulke lange gezichten doet trekken, bij de rekeningen der +modiste. Bij daglicht zou Francis er gewis hebben uitgezien als +eene actrice bij een repetitie in kostuum, zonder de voetlichten +en als de zon op het tooneel schijnt; maar het was nu avond, en er +was niet te veel licht, en men moest òf kwaden wil òf alleen zucht +tot kritiek hebben, om niet voldaan te wezen met den eersten indruk, +die allerbekoorlijkst was. Toch merkte ik nu op, juist nu zij voor 't +eerst in een elegant vrouwentoilet, voor mij stond, wat mij bij haar +vroegere wonderlijke manier van zich te kleeden ontgaan was: dat hare +schoonheid iets bijzonders karakteristieks had, zooals maar zelden +bij blondines wordt waargenomen. Ik spreek van schoonheid, ik moest +eigenlijk bevalligheid zeggen, want de trekken waren niet geregeld, +maar zoo fijn en sprekend, dat ze, vooral bij zekere schraalheid van +'t gelaat, iets scherps hadden. Zoo de groote blauwe oogen het niet +goed gemaakt hadden door hunne liefelijkheid, men zou er te veel +vermetelheid, te veel beslistheid in hebben opgemerkt, maar dat toch +weer vergoed werd door de bewegelijkheid die een opgewekte geest, +voor allerlei indruk ontvankelijk, aan het vrouwelijk gelaat kan +mededeelen. In hare slechte gewoonte om bij iedere aanleiding met +opzet de houding en manieren aan te nemen die haar martialen bijnaam +rechtvaardigden, al was die er niet van afkomstig, lag mogelijk meer +dan in haar oorspronkelijken aanleg de schuld van die zekere stoutheid, +die hare vijandelijke _vriendinnen_ met den naam van impertinentie +bestempelden. Levensomstandigheden en opvoeding, men zou liever moeten +zeggen: gebrek aan opvoeding hadden haar in zekeren zin misvormd tot +hetgeen zij niet had moeten zijn; zooals vruchtboomen worden geleid +en verwrongen tegen hunne natuurlijke richting in. Hoe dat ook zij, +gij begrijpt wel, dat dit alles meer reflexies zijn _après coup_, +toen ik 's avonds rustig op mijne kamer de voorvallen en indrukken +van den dag kon recapituleeren, dan dat ik ze maakte in de zeer korte +oogenblikken, waarin dat onvergetelijk tooneeltje tusschen ons werd +afgespeeld; en toch duurde het veel te lang, althans voor den generaal, +die mij toeriep: + +"Als gij bij de piano blijft, jonker Leopold, wees dan zoo goed het +ons te zeggen, want uwe partij zoo in den steek te laten is toch wel +wat al te onbeleefd." + +"Verschoon mij, generaal!" in een wip was ik weer op mijn post bij +de speeltafel, na Francis een blik te hebben toegeworpen, waaruit +zij mijn leedwezen moest verstaan. + +"Als gij plan hebt om nog eens te deserteeren, moest gij liever verlof +vragen," sprak de kapitein lachende, "dan zullen wij u behoorlijk uw +paspoort geven." + +Maar de aardigheid scheen niet in den smaak te vallen van den generaal, +want ik zag dezen verbleeken bij het woord deserteeren, en hij wierp +den armen Rolf een blik vol verwijt toe over zijne jovialiteit. + +"Ik beloof den heeren, dat ik mijn best zal doen om mijne geheele +aandacht bij het spel te bepalen," antwoordde ik met meer goeden wil +dan vast geloof in 't volbrengen, want Francis speelde harerzijds +een spel, dat mij vrij wat meer interesseerde dan de matadors van +den generaal, die een _sans prendre_ had in de "favorite!" + +Francis fantaseerde; het was een wilde, bonte fantasie, als had zij al +de warrelingen harer strijdige indrukken en gedachten in tonen willen +uitspreken; het was schril en onharmonisch, zooals het daar zeker in +haar toeging, maar het bewees zekere meesterschap op het instrument. + +Hoezeer men hare opvoeding ook mocht hebben verwaarloosd, aan +leermeesters scheen het haar toch niet te hebben ontbroken. Want dat +zij veel wist, veel had gelezen en onderscheidene talen machtig was, +had ik reeds opgemerkt, en zij moest van een goed musicus geleerd +hebben, dat zij bij machte was over de difficulteiten te zegevieren, +die zij zich zelve schiep. Langzamerhand scheen het onweer in haar +binnenste af te trekken bij de verluchting die zij zich gaf in die +forsche, bijna woeste tonen, en begon zij zich in liefelijker melodieën +te uiten, die van zachten weemoed getuigden en daartoe stemden. + +"Als ze nog maar eens wat aardigs wilde spelen," fluisterde de +kapitein mij toe, "zoo'n marsch uit Robert le Diable of eens iets uit +de Muette; in mijn jongen tijd moest ieder die gaan hooren, daar was +nog wat aardigheid aan, maar...." + +"Francis! om 's Hemels wil, schei uit, _of wij_ moeten er uitscheiden," +riep nu de generaal als in wanhoop; "ondanks mijne hardhoorendheid, +word ik er toch wee van. Is dat een getik en geklinkel! Eerst die +akelige snijdende tonen, en nu dat sentimenteel gesuis en getril; +de kapitein wordt er roesig van, en wat het ergste is, het geeft den +jonker zulke distractie, dat hij allerlei flaters begaat, en zijn +eigen, ja, ons beider spel bederft. Neen! _mon cher_, ik spreek niet +te sterk," zei hij, mij aanziende met zulk een _sérieux_ en zulk een +wrevelig hoofdschudden, dat ik moeite had een glimlach te bedwingen +toen hij voortging: "de kapitein heeft daareven een _sans prendre_ +gewonnen, die hij had _moeten_ verliezen, als gij u maar de moeite +gegeven hadt op te letten, welke kleur ik uitspeelde." + +Ik moest het bekennen: ik beging fout op fout; het was voor mij geen +spel meer; het was eene marteling. + +Francis had het begrepen; zij kwam mij te hulp. + +Zij staakte haar spel, voegde zich bij de speeltafel en sprak tot +den generaal: + +"Willen wij een compromis sluiten, grootpapa? Gij staat mij Leo af, +om mij te accompagneeren; ik zal wat zingen, en gij continueert met +den kapitein uw gewoon partijtje piquet." + +"Hm, hm, ik zou u dat genoegen willen doen, Francis, maar de jonker +heeft zooveel verloren; hij dient toch in de gelegenheid gesteld te +worden, om zijne revanche te nemen." + +"Gekheid! daar komt toch niets van, dat weet gij vooruit, +grootpa!" duwde Francis hem toe, met zekere hardheid. + +"Om de waarheid te zeggen, generaal, ik hecht er niet aan," sprak ik, +"als het mij gegund wordt, in dezen mijne opinie te zeggen; maar mijn +heele doosje is leeg, laat ons afrekenen." + +"Afrekenen, onder ons, dat's malligheid, dat zal niet gebeuren," +viel Francis in, met iets gedecideerds in stem en houding dat mij +tegenstond. + +"Als _ik_ gewonnen had, zou ik er aan hechten _mijne_ winsten te +berekenen, Freule!" zei ik, tot haar gewend, op een toon, die haar +ongepast voorkwam. + +"Nu! gijlieden zult ook wel niet om een gulden het fiche hebben +gespeeld," hernam zij wat gedwongen, en trad een stap of wat terug. + +Dat was waar, maar toch hoog genoeg, om mijn verlies bij guldens te +berekenen. Ik reikte den kapitein een muntje toe en verzocht de zaak +voor mij met den generaal en hem zelven in orde te maken. Francis zag +dit aan met eene onbeschrijfelijke uitdrukking van misnoegen. Zij +drukte de lippen opeen en werd gloeiend rood, om terstond weer te +verbleeken; zij fronste onheilspellend de wenkbrauwen; zij trad opnieuw +toe en strekte de hand uit om het papier aan Rolf te ontweldigen, maar +ik wierp haar een blik toe, die haar van deze intentie deed afzien. + +"Mij dacht, freule, dat gij reeds begrepen zoudt hebben hoe +onwelvoegelijk in dezen uwe tusschenkomst is," voegde ik haar toe op +korten, strengen toon. + +"Ook goed! mij is 't wel, als gij geplunderd wilt worden!" viel zij +uit en keerde zich af naar hare piano. + +De roman van een uur, was al aan de ontknooping, en geen schitterende +voorwaar! De generaal was onder dit alles merkwaardig om aan +te zien. Hij zweeg; hij zweeg, waar alle convenances hem geboden +hadden te spreken; hij zweeg, maar met eene uitdrukking van gelaat, +met eene flikkering in het oog, die mij een pijnlijken blik gaven te +werpen in zijn karakter. De man van opvoeding, van geboorte, die een +eervollen rang in het leger had bekleed, was een speler, een speler +niet slechts uit liefhebberij in het nietige spel, maar een speler, +wien het om winst was te doen, op welke wijze ook verkregen, klein +of groot, van wien ze hem ook toekwam; voor hem was ik een _arme_ +verwant, het deed er niets toe, hij had gewonnen! hij moest zijne +winst opstrijken, de lage hartstocht moest zijne voldoening hebben! + +Ik voelde wel hoe zeer het fier en onbaatzuchtig gemoed van Francis +hieronder lijden moest, maar zij zelve had mij op hare wijze +ontstemd. Zij had zich zoo meesterachtig aangesteld met over mij te +beschikken als over iets, waarmee zij handelen kon naar welgevallen, +dat ik het noodig vond haar te toonen, hoezeer zij zich in dezen in +mij had vergist. + +Ik volgde haar wel naar de eetzaal, maar ik stelde niet voor haar +te accompagneeren, en zij, die er vast op rekende, dat haar wil te +verstaan en te gehoorzamen voor mij hetzelfde moest zijn, vroeg het +mij niet. + +Eindelijk mij aanziende met zekere mengeling van spijt en +laatdunkendheid: "Dus speelt gij niet?" + +"Ja wel, op mijn tijd, als ik er toe gedisponeerd ben." + +"En dat zijt ge nu niet?" hernam zij op een toon, waaruit verrassing +en gekrenktheid spraken. + +"Juist nù niet!" + +"O zoo!" bracht zij uit, keerde mij den rug toe en sloeg de toetsen +zoo forsch aan, dat wij opnieuw wilde, stormachtige klanken moesten +verduren. + +Ik greep eene oude krant en wijdde daaraan geheel mijne opmerkzaamheid; +daar liet zij de handen weer lusteloos in den schoot rusten, en nam +den spiegel te baat om mij aan te zien, zonder dat ik het merkte, +maar ik wilde haar die satisfactie niet geven, en wij fixeerden elkaar +nu om strijd, of er niets beters in de wereld te doen viel. + +Eindelijk preludeerde zij weer, zong het groote alt van Betly, uit de +_Châlet_, en accompagneerde daarbij zich zelve. Zooals ik wel vermoed +had, bezat zij een diepe, volle altstem, maar zij deed volstrekt niet +haar best, om die te doen uitkomen; zij zong met tergende bravoure +het refrein: + + + Liberté chérie, + Seul bien de la vie, + Règne toujours là! + Tra la, la, tra la, la, la, la! + Tant pis pour qui s'en fâchera! + + +Ik begreep heel goed waarom; ik wist, hoe haar te vergelden. + +Ik wierp mijn krant weg, ging bij haar staan naast de piano en +fluisterde haar in: "Denkt ge er wel aan hoe de aardige operette +afloopt?" + +"Heel goed! zooals dat altijd geschikt wordt in de komedie; maar in +'t werkelijke leven is het juist omgekeerd, en ik.... ik hecht aan +de realiteit!" + +Juist kwam Frits binnen, om het avondbrood klaar te zetten; er werd +gelukkig niet gesoupeerd. + +De beide heeren waren opgeruimd, de kapitein was luidruchtig en op +zijne wijze aardig, al waren zijne aardigheden juist niet van den +besten smaak; ik trachtte met hem in te stemmen, al ging het niet +van harte, want Francis bleef droog en kortaf tegen ons allen, en +toonde mij haar humeur, zelfs nog in de wijze, waarop zij mij even +hare vingertoppen toestak, toen wij elkaar goedennacht wenschten. + + + + + + + + Huis de Werve. + + +Hoe weinig romanesk het ook klinken moge, Willem! ik sliep dien eersten +nacht heerlijk in het overruime ledikant en op het overzachte bed, +waar wie weet welke mijner moederlijke voorzaten hunne leden op +hadden uitgestrekt. Daar er geen oude familie-portretten hingen, +wier gestalten kwamen rondspoken, stoorde niets mijne nachtrust dan +wat geknaag van ratten en muizen, dat ik waarnam tusschen de bonte +en verwarde droomen in, waarin Francis onder allerlei gedaanten de +hoofdrol speelde, en vreemd, de slaap was mij overvallen, terwijl ik +mij in gissingen verdiepte over dit zonderlinge wezen, dat mij toch +aantrok ondanks, neen, zelfs door hare gebreken, die mogelijk slechts +de overdrijving waren van degelijke kwaliteiten. + +Toen ik ontwaakte drong het daglicht in ongetemperde kracht tot +mij door; want ik had een der blinden niet willen sluiten, om zoo +vroeg mogelijk iets te genieten van het ongewone schouwspel dat mij +hier wachtte: een Geldersch landschap, door een lente-ochtendzon +verlicht. Zonder er op te durven rekenen, hoopte ik zelfs de zon te +zien opgaan, iets wat bij drukken, nachtelijken arbeid in den Haag +niet precies tot mijne gewoonte behoort. Maar dit mislukte; want zij +stond reeds hoog aan den hemel en schoot grillige lichttinten uit over +het eerwaardige Smyrnasch tapijt, toen ik de oogen uitwreef om mij te +bezinnen waar ik mij bevond. Toen alles mij weer helder voor den geest +stond, maakte ik mij op om eens eene fiksche wandeling te doen in de +buurt van het kasteel. Ik wist, dat men niet matineus was op de Werve; +het ontbijt althans was op geen al te vroeg uur bepaald. De vraag was +dus maar, hoe naar buiten te komen zonder den goeden Frits in zijne +rust te bekorten; dan, mijne bezorgdheid bleek ijdel, want reeds zag +ik hem in de vestibule bezig. En de groote dubbele deur, die op het +perron uitkwam, stond wagenwijd open. Zwijgend bracht hij de hand aan +de muts, toen ik voorbijkwam, en op mijne vraag hoe ik tot de boerderij +moest komen, die ik uit mijn raam in de verte had zien liggen, wees +hij mij lakoniek maar afdoend den weg dien ik te nemen had. + +Ik genoot van de frissche, nog wel wat scherpe ochtendlucht, onder +de hooge denneboomen, waarlangs mijn pad ging. Toch kon ik niet, +zooals ik mij voorgesteld had, de schoone natuur geheel genieten; +te veel bijgedachten drongen zich aan mij op. De pachthoeve die ik +wilde bezoeken behoorde reeds aan mij, krachtens de beschikkingen van +tante Sophie, sinds de generaal die had moeten verkoopen en Overberg +gezorgd had er de kooper van te zijn; maar dezelfde bewoners waren +er gebleven, voor welke niets was veranderd dan alleen dat zij de +huurpenningen moesten brengen bij den procureur, en dat zij betere +reparatie kregen dan onder het beheer van von Zwenkens ontrouwen +rentmeester. Overberg had mij aangeraden er eens heen te gaan en +met de goede lieden kennis te maken; als gast van de Werve kon ik +er licht een glas versche melk vragen en een praatje aanknoopen, +dat mij mogelijk een en ander omtrent Francis deed te weten komen, +wat ik deze zelf niet kon vragen. + +Eens op 't chapitre van Francis, raakte ik zoo aan 't mijmeren, aan +'t fantaseeren, aan 't berekenen der kansen vóór en tegen, dat ik +niet meer op of omzag, maar alleen met een gejaagden stap voortliep, +nauwelijks wetende dat ik zoo deed, toen ik op eens Francis zelve +zag aankomen. Zij kwam reeds van de zijde waar de pachthoeve lag, +en zij moest er geweest zijn; zij hield een mandje in de hand. Zij +scheen een oogenblik te aarzelen of zij een anderen weg zou nemen, +mogelijk wel omdat zij, in eene oude grijze sjaal gewikkeld en met +een ongracieusen tuinhoed op, zich bewust was weer geen goed figuur +te maken, mogelijk ook omdat zij mij nog rancune hield. Hoe dit zij, +hare weifeling duurde maar zeer kort, en zij kwam snel en beslist naar +mij toe met een opgewekten morgengroet en reikte mij gulweg de hand. + +"Zoo, zijn we weer vrienden?" vroeg ik, die hartelijk drukkende en +haar half lachend, half ernstig in de oogen ziende. + +"Ik wist niet dat wij een oogenblik opgehouden hadden dat te zijn," +hernam zij, toch wat kleurende, en niet met hare gewone cordaatheid. + +"Hm, hm! op het laatst van den avond hebt gij mij geboudeerd, trots +het beste nufje." + +"Zeg dan liever: trots het slechtste, want die vrouwengrillen staan +heel leelijk, dat ben ik volmaakt met u eens. Maar geloof mij, +neef Leo!" hier legde zij vertrouwelijk hare hand op mijn arm, "ik +stelde mij niet knorrig aan uit grilligheid; ik was bezorgd en had +verdriet. Ik zag wel, dat gij boos op mij waart, en dat mijne wijze +van doen u ongepast voorkwam, maar, ziet gij, ik kan geen onrecht en +geene laagheid zien zonder daartegen op te komen. Ik vreesde dat gij, +om het zwak van mijn grootvader te vleien, u zelf tot dupe liet maken, +en.... en...." + +"Al ware dat, gij hebt toch notie genoeg van ons _point d'honneur_ +om te begrijpen, dat ik hier niemands tusschenkomst kon aannemen." + +"Gij hadt mij bekend dat gij arm waart, dat gij u zelven ontberingen +moest opleggen, en nu zulke nuttelooze verspilling, hier in ons +huis! Het was bijna een _guet-apens_." + +"Neen, neen, dat was het niet; maar al zou het dat geweest zijn, +voelt gij niet dat het beneden mijn karakter zou zijn om hier gratie +aan te nemen van wie ook! Ik ben er zeker van, gij hebt tact genoeg +om mij te begrijpen." + +"Gij hebt gelijk; wij zijn het beiden veel te veel eens om zoo te +harrewarren. Maar ik heb het immers vooruit gezegd dat ik slechte +manieren heb!" + +"Om u de waarheid te zeggen, hier zijn minder slechte manieren in +het spel dan wel zekere aanmatiging, zekere heerschzucht." + +"Welnu! vergeef mij dan die aanmatiging, die heerschzucht!" sprak +zij schertsenderwijs, maar er trilde iets in hare stem, dat mij +aanmoedigde om mijne overwinning in dezen voor goed te constateeren. + +"Als gij maar bekennen wilt, dat het mijnerzijds geene onjuiste +opvatting is...." + +"Dat kon toch wel zijn, zoo gij er mijn goed hart in hebt miskend; +want ik begreep dat gij u wildet opofferen om den generaal te believen, +en ik wilde u vrijmaken." + +"Juist, door over mij te beschikken als over iets, dat het uwe was, +en dat gij naar willekeur kondet draaien en wenden; verschoon mij, +zoo _iets_ ben ik niet, noch zal dat ooit zijn voor wie ook, en gij, +die als vrouw zoo fier zijt, en zoo zelfstandig, dat het u tegen is +ook maar den arm van een man aan te nemen, die u als de meest gewone +beleefdheid geboden wordt, wat zoudt gij denken van den man die, om aan +eenige verveling te ontkomen, zich liet beschermen door eene vrouw?" + +"Dat is waar!" sprak zij ras en levendig, "zoo'n man.... zou mij.... te +veel op de anderen lijken om hem niet te minachten; maar nu blijkt +het mij, dat gij nog rancune houdt van zekere weigering, doch als +ik nu toestem, dat gij in uw recht waart, en dat ik deze correctie +verdiend heb, zult gij dan ook niet erkennen, dat gij dat kleine +vergrijp wel wat hoog opneemt?" + +"Niet te hoog, Francis; het plantje onzer vriendschap is nog zoo teer +en daarbij zoo kostbaar, dat het wel waard is met wat zorg gekweekt +te worden, en als wij het eens eene verkeerde plooi laten nemen, +zou het nooit gezond en krachtig kunnen opgroeien." + +"Als gij het zóó ernstig opvat met die vriendschap," hernam zij, +terwijl een vluchtige blos hare wangen kleurde, "wil ik toegeven dat +gij in uw recht waart met mij te kapittelen; maar na zulke concessie +moet het kibbel partijtje van gisteravond óók vergeten en vergeven +worden, zonder arrière pensée, niet waar?" + +"Geene andere nagedachte dan die...... aan uwe echt vrouwelijke +beminnenswaardigheid, die de oprechte verzoening verzekert," riep ik +uit, verrukt, weggesleept door den indruk dien zij in dat oogenblik op +mij maakte, en hare hand vattende, die ik met innige teederheid kuste. + +"Leo! wat doet gij!" riep zij, bleek en met tranen in de oogen; +hare trekken hadden iets lijdends, of ik haar pijn had gedaan. + +"Onze vriendschapsbond verzegelen; laat u dat niet verschrikken noch +ontrusten; van nu aan neem ik de leiding daarvan op mij, en--ik ben +een eerlijk man; daar kunt ge staat op maken!" + +"Leo! Leo! gij weet niet wat gij doet," sprak zij zacht en dof, de +beide handen op het hart drukkende, als wilde zij dat verbieden te +kloppen, "gij vergeet aan wien gij dat alles zegt, ik ben--Majoor +Frans." + +"Ik wil van Majoor Frans niet meer hooren; mijne nicht Francis Mordaunt +moet mij toestaan haar den steun van mijn arm te geven," en hare hand +nemende, schoof ik met zacht geweld haar arm in de mijne. Zij liet mij +zwijgend begaan, er was iets mats en kwijnends in hare meegevendheid, +of zij den tegenstand moede was, of haar de rust der lijdelijkheid +behoefte was voor het oogenblik, want ik gevoelde wel dat ik hier +niets had behaald dan de zege in een voorpostengevecht, en dat er +nog gansch anders slag zou moeten geleverd worden, eer ik in eene +volkomen overwinning kon roemen; ik begreep het reeds uit de wijze +waarop zij hervatte: + +"Ik ben het met u eens, Leo! het zal mij goed zijn, zoo eens met u te +wandelen en te praten, zij het dan ook voor de eerste en eenige maal, +maar.... weet gij al waar gij met mij gaan zult?" + +"Naar gindsche boerderij; die was het doel van mijn tocht." + +"Ik kom er vandaan, maar dat doet er niets toe; 't is een aangename +weg en wij kunnen er rusten; het zijn boerenlieden, waar ik zoo goed +als thuis ben." + +"En waar gij uw eieren vandaan haalt, naar ik zie; laat mij dat +mandje dragen...." + +"Volstrekt niet, het zou ons kunnen gaan als Pierrette in de +fabel. Ik had er niet op gerekend versche eieren mee te krijgen, +maar de goede zielen drongen ze mij op; ik was er eigenlijk naar een +patiënt gaan zien." + +"Een patiënt? speelt gij voor docteresse?" + +"Ik doe zoo wat van alles; maar de patiënt in kwestie is een hond, +een lief, trouw dier, mijn arme Veldheer, die zijn poot heeft gebroken, +en die van niemand geholpen wil zijn dan van mij alleen! Nu, ik ben er +ook de naaste toe; het wakkere beest heeft het ongeluk gekregen toen +het mij volgde op een wandelrit; ik kreeg den inval met mijn paard over +een heg te springen, en hij wilde mij na; maar ongelukkig had hij den +sprong niet zoo goed berekend, als ik den mijne met Tancred, en ziet, +hij brak een der voorpooten waarop hij neerkwam; het gebeurde dicht bij +de hoeve, en 't was maar best dat hij daar bleef tot zijn herstel; de +veearts geeft er hoop op, schoon hij zal blijven hinken! Dat's alweer +een verdriet, dat ik mij zelve heb berokkend.... en toch.... kon al +het andere nog zoo terecht komen! maar.... helaas!" + +Zij zuchtte diep. + +"Bij zoo sprekend zelfverwijt mag men u niet hard vallen.... anders +zou ik zeggen, zijt gij niet wat al te stout en overmoedig bij het +rijden? Ik heb u te paard gezien, of eigenlijk, ik heb slechts de +stofwolk gezien, die uw wilde vaart opjoeg." + +"Zoo is 't; ik weet maar al te goed: ik ben een razende Roeland te +paard; 't is me dan of al wat er van gloed en kracht in mij zit, zich +gelden doet en tot zijn recht wil komen. 't Is of mijn bloed sneller +en gunstiger vloeit, ik gevoel mij leven, ik geniet, ik vergeet, +en toch, Leo! toch," voegde zij er in diepe zwaarmoedigheid bij, +"toch had ik bijna de gelofte gedaan, nooit weer een teugel in handen +te nemen, want.... Gij spreekt van zelfverwijt, wat zoudt gij zeggen +als het met veel zwaarder woord moest genoemd worden, wat ik mij door +mijne onbedwingbare hartstochtelijkheid voor het leven op den hals +heb gehaald...." + +"Ik zou zeggen, dat erkenning van schuld reeds berouw insluit en een +aanvang is van beterschap, van herstel." + +"Spreek zoo niet, Leo!" viel zij in met smartelijke bitterheid, "ik +word verscheurd door wroegingen die nooit, nooit zullen uitslijten." + +"Dàt neem ik nog niet aan, wroeging, die tot niets leidt dan tot +wanhopige berusting, is onvruchtbare zelfkwelling; beter is het naar +genezing te trachten; er is immers niets onherstelbaars gebeurd?" + +"Ja, 't is onherstelbaar; en 't zal mij altijd blijven drukken als +eene zware schuld, en toch.... God weet dat er geen opzet bestond +en.... dat ik er toe gekomen ben mijns ondanks." + +Ik raadde waarop zij doelde; een smartelijke twijfel, eene vreeselijke +onrust overviel mij, eene vraag brandde mij op de lippen, maar ik +verloor den moed die te uiten, toen ik haar aanzag; zij was doodsbleek +geworden, hare lippen sidderden, en, als gejaagd, haar arm uit den +mijnen trekkende, bleef zij even stilstaan en liet zich toen neervallen +op een omgehouwen boomstam, terwijl zij de beide handen voor de oogen +drukte als om de tranen te weerhouden die mildelijk vloeiden. Ik bleef +voor haar staan: "Spreek het uit Francis," drong ik met zachten ernst, +"dat zal u verlichten." + +"Ja, dat zal het," hernam zij kalmer; "eens moet ik het meedeelen +aan iemand, wat ik geleden heb, maar niet nu. Ik wil mij nu dezen +vriendelijken morgenstond niet bederven met mij dat afgrijselijk +tooneel voor den geest te halen, en dat zou ik toch moeten doen om +u.... begrijpelijk te maken, wat ik zelf nauwelijks begrijp, hoe dat +mogelijk is geweest, dat ik, ik, die met al mijn drift geen beest +kan zien lijden, schuldig ben aan den dood van een mensch!" + +"Het schrikkelijk beeld staat u nu toch voor den geest; werp het van +u, door het aan mij toe te vertrouwen," smeekte ik met al den drang +van het diepste meegevoel. + +"Neen! niet nú!" riep zij opspringende; "waartoe zou het baten! het +kan alleen maar deze korte oogenblikken samenzijns vergallen." + +"Indien het alleen deze ure van samenzijn betrof, zoudt gij gelijk +hebben, Francis! maar.... gij begrijpt toch wel, dat ik mij niet +met zóó voorbijgaande kennismaking tevreden stel, en daarom hecht +ik er aan, alles van u te weten, ook datgene, waarover gij smart +of.... berouw voelt. Mag ik uitvinden wat u moeite schijnt te +kosten uit te spreken; is er niet zeker ongelukkig voorval met uw +koetsier....?" + +"Precies, dat is het!" sprak zij nu, op eens weer stout en met +bitterheid, mij fier en uittartend aanziende, haar arm weer uit den +mijnen losmakende, zonder dat ik nu lust gevoelde mij daartegen te +verzetten. "Heel goed; als gij daar meer van weten wilt hebt gij het +maar aan de boerenlieden te vragen waar wij heengaan; zij weten er +alles van." + +"Ik zal mij wel wachten, Francis! naar uwe geheimen te vorschen achter +u om...." + +"Mijne geheimen!" viel zij nu uit, met eene stem die van toorn en +gekrenktheid trilde. "Hoe komt het in u op, dat daar een geheim +achter zou steken? Het betreft immers een schrikkelijk ongeluk op +den publieken weg, dat maar al te veel gerucht heeft gemaakt, en dat +in een oogwenk menigte van toeschouwers had. Maar," ging zij voort, +met den voet stampend van ergernis, "ik begrijp wel dat men niet zal +nagelaten hebben, zelfs op hetgeen klaar was als de dag, sprookjes en +lasteringen te bouwen, om daarmee de publieke opinie tegen mij op te +hitsen; het geldt immers maar Majoor Frans, die de dingen niet doet +zooals iedereen; Majoor Frans, de vogelvrije; en 't zou jammer zijn +geweest, zoo men de occasie niet bij de haren had gevat, om wie weet +met welke lasteringen nog hare fout zwarter te maken, alsof het al +niet genoeg was dat hare woestheid en overmoed een mensch het leven +hadden gekost, en een andere de eer en het levensgeluk! Hoe kon ik +zoo onnoozel zijn, te wanen, dat u daar niets van zou zijn ter oore +gekomen, dat men u niet daarvan eene voorstelling zou gegeven hebben, +die genoeg was, om u zóó nieuwsgierig te maken, dat gij mogelijk +alleen herwaarts heen zijt getrokken om de heldin van zoo'n romanesk +avontuur eens in al haar doen en laten te leeren kennen. Welnu! het +zou jammer zijn, dat zoo'n nobele kruistocht geen doel trof. Daar +vóór u ligt de boerderij, ga daar botweg aan de lieden vragen, wat +er is van het geval met Majoor Frans en den koetsier Blount; de man +en de vrouw zijn er beiden getuigen van geweest, zij kunnen u op de +hoogte brengen of liever op de laagte van die gansche jammerlijke +geschiedenis, en daarna, Jonker van Zonshoven, keer terug naar de +Werve om afscheid te nemen." + +Al sprekende wees zij met een gebiedende geste naar het boerenerf dat +voor ons lag, en terwijl ik er het oog op richtte, ijlde zij weg en +liet mij staan in eene onbeschrijfelijke verwarring en beschaming. Ik +wist niet meer wat ik er van denken moest; slechts kwam het mij +voor, dat zij voor mij verloren was. Ik stond besluiteloos.... haar +volgen.... inhalen.... was het verstandig, zou het niet vruchteloos +zijn? Zij scheen zoozeer beslist om mij niets meer te zeggen. Toch +moest ik weten. In deze verhouding tot haar kon ik niet op de Werve +blijven, en ik kon evenmin heengaan met zulken twijfel in het hart. + +Ik zou dan maar doortasten, hare aanwijzing volgen en daarna zien wat +mij te doen stond. Het was niet te verwonderen, dat zij haar mandje +met eieren, bij den boomstam neergezet, in hare driftige vlucht had +vergeten. Ik nam het op, bij wijze van introductie in de boerderij; +ik kon mij zelven daar toch niet voorstellen als den aanstaanden +landheer, en ik wist niet of Francis van haar gast had gesproken; +binnen eenige minuten was ik er tegenover de boerin gezeten, die +mij een glas schuimende melk aanbood, dat ik hoog noodig had na de +wandeling met hindernissen in den vroegen morgen. + +"Ja, zij wist al van den Jonker! en zij vond het niemendal vreemd dat +de freule hem naar de boerderij had verwezen om uit te rusten en melk +te drinken, en haar jongen zou maar eens vlugjes naar de Werve gaan met +het mandje; 't was er weer een van de freule om dat te laten staan," +voegde zij er hoofdschuddend bij, "toch een goed mensch, daar was er +geen tweede zoo onder den heelen adel, zoo gemeenzaam en goedhartig, +maar.... als ze der buien had, br, dan was er geen houden aan, dan +stoof ze door als een 'leukemetief,' zel ik maar zeggen." Ik vond +de vergelijking heel juist, maar ik zal me niet vermoeien met het +patois van de Geldersch-Overijselsche boerin weer te geven; ik had +moeite genoeg om het zelf te verstaan. Eens daar, kon ik het niet +over mij verkrijgen eene vraag te doen. Nu ik Francis persoonlijk +kende, stuitte het mij, achter haar om anderen uit te vragen over +'t geen haar kennelijk tegen was uit te spreken. En boerenlieden, +al waren zij aan haar gehecht, konden zoo grof zijn in hunne wijze +van zich uit te drukken; ik was zwak in die ure, Willem! ik voelde +dat ik de ruwe, naakte waarheid niet zoo plompweg uit den mond eener +vreemde kon hooren. Daarbij de toon waarop Francis mij had gezegd, +dat ik bij het terugkomen afscheid had te nemen, klonk niet slechts +als eene dreiging; er was eene diepte van weemoed in gemengd, die uit +de bitterheid zelve sprak; ik voelde het aan mijn eigen tegenzin, +dat zij onheelbaar gegriefd zoude zijn, zoo ik haar bij het woord +vatte en geen geduld, geen vertrouwen genoeg toonde, om hare ure van +expansie af te wachten; neen, ik wilde niet meer vragen, ik wilde +evenmin door een omweg mededeelingen uitlokken. De lust om de hoeve +rond te loopen en te bezichtigen met een _air de propriétaire_ was mij +nu ook vergaan. Ik ging den hond zien, een prachtigen bruingevlekten +jachthond, die mij met zijne schrandere melancholieke oogen aankeek +of hij mijne belangstelling in zijne meesteres raadde. Hij liet zich +streelen, draaide mij den kop toe, en kreunde alleen zachtjes, toen ik +mij verwijderde, alsof het hem speet mij niet te kunnen volgen. Vrouw +Pauwels, die mij steeds bijbleef, had intusschen haar hart opgehaald +met praten. "Ja! het speet haar wel dat de generaal haar landheer niet +meer was, maar mijnheer Overberg was lang geen kwaad eigenaar; hij had +heel wat aan het huis laten doen en zelfs eene nieuwe schuur beloofd, +iets wat de generaal maar niet had willen toestaan. Jammer van den +man! een goed heer, maar hij had geen hart voor het boerenbedrijf; +de hoeve zou deerlijk vervallen en verminderd zijn (want wij konden +ook al niet meer doen, als de grond je eigen niet is....), zoo de +generaal niet tot verkoopen was overgegaan, eer het te laat was: +de Freule had er wel spijt van, want zij mocht er wel over, ze had +zelve wel willen melken, en ze praat met de koeien of het menschen +waren, en de paarden dan! Ja jonker: al zijn het maar boerenpaarden, +die op der tijd voor den ploeg moeten, zij is er niet te grootsch +voor om er mee om te gaan! Mijn man is in zijn jonkheid palfrenier +geweest bij der grootvader; ik zie nog de appelgrauwe schimmels, +dat haar grootste pleizier was die zelve te mennen, en dan Blount de +koetsier! die den koning te rijk was als hij naast haar zat met de +armen over elkaar! of hij de mijnheer was wien het spul toe kwam! Och +ja, mensch! en al die grootheid is nou verdwenen als de dauw bij +zonneschijn, de mooie koetspaarden verkocht, en de freule heeft niets +meer dan haar Engelschen vos, dien mijn man nog oppast, en als de +generaal rijden wil, spannen wij onzen bles voor het tentwagentje. + +"Wat een zonde en jammer als de heerschappen zoo in verval raken! En +de familie is al van oudsher de eerste geweest in deze streken, en +ze waren goed voor hun volk. Mijne ouders en grootouders hebben er +altijd mee te doen gehad; maar och, och! sinds het huwelijk van de +oudste freule Roselaer is er geen rust en geen zegen meer geweest; +wat zal men zeggen.... een huis dat tegen zich zelf verdeeld is, +kan niet bestaan, zooals de Schrift zegt. De Jonker heeft er zeker +ook wel van gehoord." + +"Genoeg, vrouw Pauwels! meer dan genoeg," viel ik in, niet zonder +wat humeur; want het doorrammelen der goede vrouw, die ieder +oogenblik de _corde sensible_ aanraakte, welke ik besloten had +te laten rusten, veroorzaakte mij een zelfstrijd, die mij norsch +en verdrietig stemde. Ik kon haar het zwijgen niet opleggen; +ik kon alleen _heengaan_; en dat werd tijd ook, wilde ik niet als +achterblijver beschouwd worden bij 't ontbijt. Zoo nam ik wat gehaast +mijn afscheid, met een "tot weerziens," dat haar eenigszins verbaasd +deed opkijken. Blijkbaar had Francis over mij gesproken als de gast +van één dag. + +In mijne gejaagde gemoedsstemming had ik zeker wat hard geloopen, +want ik trof Francis nog alleen in de ontbijtkamer, druk bezig met +thee zetten; maar zoodra ik binnenkwam, wilde zij de kamer verlaten, +onder pretext dat het water niet goed kookte. + +"Heeft de kleine Louw u de eieren gebracht?" vroeg ik, om haar te +doen blijven. + +"Ja, in orde," sprak zij, terwijl een vluchtig rood even hare wangen +kleurde en zij wilde doorgaan. + +"Blijf, Francis; ik meen recht te hebben op eene betere ontvangst." + +Zwijgend trad zij naar de tafel terug; toen, mij fier en uittartend +aanziende, bracht zij uit met een doffe stem: + +"Waarop grondt gij dat recht; omdat gij nu naar hartelust uwe +nieuwsgierigheid bevredigd hebt?" + +"Het was geen nieuwsgierigheid, freule Mordaunt; het was +belangstelling." + +"Dat's een bescheiden woord, waardoor iedere onbescheidenheid wordt +gerechtigd. En zijt gij nu voldaan, nu gij alles weet?" + +"Ik weet niets, want ik heb niets gevraagd." + +"Niets gevraagd! waarlijk niets? op uw woord als edelman?" vroeg zij +op eens met levendigheid. + +"Ik heb geen tweeërlei woord, Francis! ik heb niets gevraagd, ik heb +zelfs niet willen hooren." + +"Hm! dat is voorwaar meer zelfbeheersching dan ik van een man had +kunnen verwachten." + +"Zijn de vrouwen dan zoo sterk op dit punt?" repliceerde ik, niet +zonder wat bitterheid. + +"Als het noodig is _kunnen_ wij zwijgen," gaf zij ten antwoord met een +zijblik op den kapitein, die nu binnentrad met een luid en joviaal +"goedenmorgen!" niet vermoedend hoezeer hij _fâcheux troisième_ +was in dezen oogenblik. + +"Zijne Excellentie volgt immediaat," ging hij voort, zich heenzettend +over de weinig toeschietelijke wijze waarop zijn ochtendgroet werd +beantwoord, daar Francis het bijzonder druk had met het theewater, "dat +niet kookte," en ik hem op zijn: "Wel geslapen, Jonker?" afscheepte +met een: "Uitmuntend, kapitein en gij?" natuurlijk om niet te luisteren +naar zijn antwoord. + +Intusschen kwam de generaal binnen, en wij gingen ontbijten. Francis +was stil en zelfs wat gedwongen. Mij toonde zij zekere ootmoedige +goedwilligheid, als wilde zij mij stilzwijgend verschooning vragen voor +haar wantrouwen en hare heftigheid, en ik zag mij beloond voor mijne +onthouding door den blik vol diepe verslagenheid, dien zij soms op +mij wierp, terwijl zij mij steelsgewijze aanzag. Zij wilde voor mij en +voor ieder verbergen dat er iets in haar omging dat haar neerslachtig +maakte, maar zij was te zeer eene expansieve natuur om met goed gevolg +te veinzen. Zij was daarbij zoo verstrooid, dat zij allerlei _bévues_ +beging bij de bezorging van het ontbijt. De generaal kreeg dubbel +suiker in zijne thee, 't geen hem een uitroep van ergernis ontlokte; +de kapitein moest het doen met een kopje zonder melk, eene omissie +waarin hij de vrijheid nam op eigen gezag te voorzien, zonder dat +Francis het bemerkte, die zich naar het buffet had gekeerd. + +"Onze Majoor is met het verkeerde been uit bed gestapt," fluisterde +hij mij in. "Wij mogen wel koest zijn, anders komt er een strenge +dagorder, die...." + +"Maar Francis! gij zijt vandaag niets _en veine_; de eieren zijn te +hard," gromde de generaal. + +"Hoe jammer! juist nu we een gast hebben," verzuchtte de kapitein; +"ze zijn anders precies van gaarte." + +"À propos Leo! tegen wanneer is uw rijtuig besteld?" viel de +generaal in. + +"Wel oom! dat moet ik zelf aan den kapitein vragen?" hernam ik, +mijn best doende om den onaangenamen indruk van die herinnering +te verbloemen. + +"'t Is waar ook, gij hebt het op Francis en den kapitein laten +aankomen! Wat is er bepaald, Rolf?" + +Terwijl hij nog sprak hoorde men een rijtuig over de brug rollen en +'t voorplein oprijden. Ik zag tersluiks naar Francis; zij werd bleek +en vloog op om voor het raam te gaan uitkijken. + +"Nu al! dat is toch veel te vroeg," sprak de generaal verwijtend +tot Rolf. + +"Niets te vroeg, Excellentie! dat zult gij mij zoo aanstonds +toestemmen," antwoordde Rolf met een snaakschen glimlach, terwijl ik +mij naar Francis begaf, die in de vensterbank was gaan zitten. + +"Moet ik zóó heengaan?" vroeg ik haar zacht en bewogen. + +"Gij kunt niet blijven; dat weet gij zelf wel," gaf zij ten antwoord, +met eene stem, die zij vast trachtte te doen klinken, doch waarin +hare aandoening trilde. + +"En toch kan ik zoo niet heengaan...." + +"Waarom niet?" riep zij op eens, terwijl een gloed haar voorhoofd +overtoog, en zij mij weer met fierheid en vastheid aanzag. + +"Omdat.... ik het niet wil! Zal ik weerkeeren, Francis?" vroeg ik, +haar een smeekenden blik toewerpend. + +"Zeker neen! waartoe zou dat dienen....?" + +"Laat mij dan het rijtuig wegzenden...." + +"Neen! neen!" riep zij hard en met heftigheid, als om op eens een +eind te maken aan eene onbeslistheid, die haar beklemde: "neen, een +kort en goed vaarwel, dat is voor ons beiden het beste," en zij stak +mij de hand toe. + +Daar reed een wagen het voorplein op; het was een vrachtkarretje met +mijn eigen, dommen koetsier tot voerman. + +Francis deed een forschen uitroep van verbazing hooren; de kapitein +lachte luid en zegevierend. + +"De Jonker heeft het aan mij overgelaten, en ik was zoo overtuigd +van zijn goeden wil om te blijven, dat ik eenvoudig zijn koffer heb +laten komen." + +"Laat gij zoo met u spelen?" verweet Francis mij. + +"Waarom niet? als het spel den loop neemt dien ik wensch?" + +"Gij blijft mijns ondanks, bedenk dat wel," fluisterde zij mij in. + +"Het zij zoo! Ik vraag maar wat de generaal er van zegt," sprak ik, +mij tot dezen keerende, die zich vergenoegd de handen wreef. + +"Wel neef, gij zijt de gast van den kapitein," sprak hij lachend. + +"Grootpapa zegt de waarheid; _gij zijt de gast van den kapitein_," +herhaalde Francis met nadruk. "Denkt gij er nu nog aan te blijven?" + +"Toch, Francis, toch! Ik ben een weinig als Columbus; ik laat den +ontdekkingstocht niet varen om een bezwaar meer, of wat tegenwerking +van vriend of vijand." + +Zij schudde zwijgend het hoofd en keerde zich van mij af. Ik liep +naar buiten om met mijn voerman af te rekenen. + +Als een waardige _majordomo_ was de kapitein al in de weer om mijn +koffer te helpen afladen; maar er waren nog allerlei stukgoederen, +pakjes, fleschjes en blikjes, die de vrachtrijder uit de stad +meebracht en die de goede Rolf triomfantelijk neerlegde, niet aan +de voeten van Francis, maar op een tafel waarbij zij stond in zeker +geanimeerd gesprek met haar grootvader. De laatste kreeg een glans +van vergenoegen op het gelaat bij het zien van de rijke provisie, +die hem de eenige genietingen beloofde, welke nog onder zijn bereik +waren. De kapitein, tevreden met dat welgevallen, liet zelfs met de +tong een smakkend geluid hooren, als genoot hij reeds in verbeelding +de kostbare lekkernijen, die hij had weten machtig te worden, en +klopte den generaal gemeenzaam op den schouder, met een blik van +zelfvoldoening, terwijl hij sprak: + +"Nu, wat zegt Zijne Excellentie er van; heb ik niet kostelijk +gefourageerd?" + +"Excellentie nu maar zoo niet, dat's weergasche malligheid," +barstte Francis los, terwijl haar oogen flikkerden en een vlammende +gloed hare wangen kleurde. "Gij voelt wel dat gij hier niet meer +de inferieur zijt, _damned rascal!_ anders zoudt gij hier niet +zoo te werk gaan. _Bless me!_ wat een dolle verkwisting is dit nu +weer! _Perdrix rouges_, _pâté de foie gras_, allerlei visch in gelei, +allerlei vruchten _en compôtes!_ Het lijkt hier wel eene uitstalling +van comestibles. Wat al nuttelooze lekkerbekkerij is dat nu weer?" En +zij sloeg met de vuisten op tafel dat alle potten en flesschen er van +rinkinkten. "'t Is waarachtig of we hier de bruiloft te Camacho gaan +vieren! De generaal moest je de deur wijzen voor goed, dolle Sancho +Pança als gij zijt; en hij zou het doen, zoo zijn tong zijn eergevoel +niet had verstompt." + +"Francis, Francis!" stamelde de generaal met eene klagende stem. + +"Neen, grootpapa!" ging zij voort, altijd luider en ruwer, "'t Is +een schandaal zooals het hier toegaat, dat zeg ik; en gij moest er +een eind aan maken, als gij nog hart genoeg in uw lijf hadt om een +cordaat besluit te nemen." + +"Majoor, Majoor!" viel Rolf in op smeekenden toon, om haar te bedaren. + +"Zwijg, ellendige lekkerbek! Ik ben uw majoor niet; ik heb genoeg van +die kwasie aardigheden om mij te paaien. Als hier op mijn wil en wensch +geacht werd, zou het heel anders toegaan; maar ik heb hier niets meer +te zeggen, dat's klaar als de dag; jelui laat mij praten en...." + +"Schreeuwen meent gij," verbeterde von Zwenken met bevende stem. + +"En gij blijft uw gang gaan," hervatte Francis met nog meer +stemverheffing, altijd tegen den ongelukkigen Rolf gewend, "of ge hier +alleen het commando hadt! Ik heb je in 't eerst te veel voet gegeven, +dat zie ik te laat in; maar ik zal die infamie niet langer dragen, +noch dulden dat mijn grootvader die draagt; en zoo hij zelf er geen +order op stelt, en je de deur wijst met al je kostelijkheden op den +koop, zal ik er voor zorgen dat je hier als schelm uit het vaandel +wordt gejaagd." + +"Infamie!" herhaalde de kapitein langzaam, terwijl hij zeer bleek +werd en een veel beduidenden blik wierp op de plaats waar--gelukkig +zijne Willemsorde _niet_ aanwezig was, omdat de grijze ochtendjas er +geene gelegenheid toe liet. "Uit het vaandel jagen! mij? Waarachtig, +Majoor, dat noem ik doordraven! Mij dacht, dat ik het mijne deed om +hier op de Werve de eer van het vaandel op te houden; die anderen...." + +"Zeg om den schoorsteen te doen rooken! Ja! dat is waar, daar heb +je weergaasch goed den slag van, dat erken ik; maar de eer van +het vaandel, de eer van onzen rang, om de zaak bij haar naam te +noemen, die op te houden, daar heb je zoomin besef van als de domste +boerenslungel die in de conscriptie valt. Zelf stelt gij uwe eer in +'t geen uwe schande is. Het zal nog zoo ver met je komen, dat gij +uwe Willemsorde in den lommerd zet om een lekkeren schotel." + +"Neen, freule Mordaunt! wees er gerust op, eer het zoo ver komt, +zal ik u waarschuwen," antwoordde Rolf, nu ook bits en toornig. + +"Ik zeg dat we dien weg opgaan; ons eigen oud-modisch zilver is er al, +dat weet gij wel, om van al het andere niet te spreken." + +"Om 's hemels wil, Francis!" smeekte von Zwenken, "bind toch uw tong +in; bedenk dat jonker van Zonshoven getuige is van uwe onwelvoegelijke +uitvallen." + +"Zooveel te beter! De jonker verkiest onze huisgenoot te zijn, dan +moet hij ook maar weten wat een beroerde gemeene boel het hier is. Ik +wil niet, dat men hem een blinddoek over de oogen zal trekken." + +"Tusschen dit of zoo ruw de windsels losscheuren, die de bloedende +wonden van een gezin bedekken, is nog een groot verschil, freule +Mordaunt!" sprak ik met nadruk. + +"Wel mogelijk, jonker! maar voor zulk een menagement ben ik niet +berekend. Ik behoor niet tot hen, die onwelvoegelijke dingen onder +mooie woorden weten weg te sluiken. Ik zeg ronduit waar het op staat, +en wie dat ergert heeft zich te schamen, niet over de woorden maar +over de zaken, en te eer daar de ergernis in dezen licht was weg te +nemen. Als wij maar moeds genoeg hadden om commiesbrood te eten en +water te drinken, zouden wij fatsoenlijke lieden zijn, al golden wij +dan ook bij iedereen voor arme stakkers." + +"Ik meende, Francis!" sprak nu de generaal met eene zachte, trillende +stem, "dat gij zelve u in de overeenkomst met den kapitein had +geresigneerd." + +"Ja, zooals men zich resigneert als men de schurft heeft; maar het +krabben kan men toch niet laten!" + +Dat was de slag op den vuurpijl, en met dit knaleffect trok zij af, +mij in 't voorbijgaan een uittartenden blik toewerpend, als vreesde +zij dat ik de bedoeling van haar grove uitvallen zou misverstaan. Ik +beantwoordde dien blik met een zwijgend hoofdschudden en zag haar +aan op eene wijze, die van mijne afkeuring en tegenzin getuigde. + +Terwijl wij mannen elkaar wat verbluft stonden aan te kijken, stak +zij nog even het hoofd door de deur. + +"Kapitein! gij kunt vandaag voor de menage zorgen; ik ga paardrijden!" + +"Tot uwe orders, commandant!" gaf Rolf ten antwoord, de hand aan de +muts brengende. + +Ik was er verbaasd over, dat hij dit alles zoo koeltjes opnam, en +kon niet nalaten het met een woord uit te drukken. + +"Wat zal ik u zeggen, jonker! Ik heb zulke buien meer bijgewoond. Ik +zag het van ochtend al, dat de barometer op storm stond. Hoe sneller +en heftiger de bui aankomt, zooveel te eerder is hij over; en ziet ge, +een oud soldaat is tegen regen en onweer gehard." + +"Ik ben blij dat ik u vooruit gewaarschuwd heb, neef! dat mijn +kleindochter wat heftig van aard is," sprak nu de generaal met eene +diepe verzuchting, zonder het hoofd naar mij op te heffen. "Als zij +eens een opvatting heeft, is er niets tegen in te brengen; dan holt +zij maar door op haar stokpaardje; zij redeneert niet." + +"Zij redeneert wat al te logisch voor u," zei ik bij mij zelven, +en hij voelde dit zeer zeker, want hij was staande de scène met een +gebogen hoofd blijven zitten, altijd maar zijn ring zenuwachtig heen +en weer schuivende met bevende vingeren. + +"Komaan, generaal! wees niet al te mismoedig," sprak de kapitein +goedhartig. "Wij zullen onze alliantie handhaven tegen den algemeenen +vijand, en de wind zal later wel weer omslaan." + +Al sprekende was hij er in geslaagd een langwerpig in wasdoek gewikkeld +pakket los te krijgen. "Ik vrees wel dat het oogenblik slecht gekozen +is om haar een van deze fraaie karwatsen aan te bieden; en toch, +zij zal er om verlegen zijn, want zij heeft de hare verloren. Wie +weet of zij er niet nog toe komt dit aan te nemen!" + +"Ik hoop van neen," dacht ik; "dat zou mij tegenvallen." + +"Ze had eigenlijk verdiend dat men er haar eens ferm mee kastijdde," +viel de generaal uit, nù de opgekropte woede lucht gevende die hij +zoolang verbeten had. + +"Ja, Excellentie! dat hadden we twintig jaar vroeger moeten doen. Ziet +ge, we hebben haar tot commandant bevorderd vóór zij als recruut de +discipline had geleerd; dat's een groote fout geweest, maar daar is +nu niets meer aan te verhelpen." + +"Ja, wèl een groote fout!" verzuchtte de generaal in de diepste +neerslachtigheid. + +Rolf ging zich bezighouden met het plaatsen der provisie, die zulk +een storm had doen opsteken; de generaal vroeg mij of ik een plan +had voor mijne morgenuren. + +"Ik wenschte mij te installeeren, en ik moet brieven schrijven," +antwoordde ik. Al ware het slechts een pretext geweest, ik was +gelukkig het gevonden te hebben, want ik verlangde alleen te zijn, +om over de ontvangen indrukken te kunnen nadenken. + + + +Zoover was ik gekomen met mijne confidenties op het papier, beste +vriend, toen ik vernam dat er weer een mail gaat, die dit pakket zal +medenemen als ik zorg dat het nog hedenavond te Z. op de post wordt +bezorgd. De vorige moest ik laten passeeren, omdat ik geen tijd en +rust had om 't geen ik inderhaast dag voor dag opgeteekend had, in den +vorm van een brief over te schrijven. Nu zend ik dit gedeelte maar al +vast weg en beloof u het vervolg, zoodra ik van u zelf vernomen heb, +dat het journaal van den kluizenaar op de Werve u niet verveelt. + + + Inmiddels als altijd de uwe. + + L. v. Z. + + + + + + Huis de Werve. + + +Gij wilt er dus meer van hooren, Willem? Gij zegt dat het u ontspant +na uw drukke werkzaamheid in het afmattend klimaat, en dat het +u meer dan ooit behoefte is, als aan mijne zijde te staan om met +mij mee te voelen, te hopen en te vreezen. Ik was bezorgd dat mijne +uitvoerigheid u langwijlig mocht schijnen, en toch het geldt hier geene +wereldgebeurtenissen, die men met enkele groote trekken kan schetsen; +het is de analyse van eene vrouwengestalte, die niet als een marmeren +beeld uit één stuk gehouwen is, dat men in ettelijke seconden kan +laten photographeeren. Het zijn waarnemingen omtrent een karakter +dat uit zeer verschillende, bijna tegen elkaar inloopende trekken +is samengesteld; het zijn ontdekkingstochten in een vrouwenhart, +dat diep en bewegelijk is als zekere onpeilbare waterkolken, en +waarvan men alle verschijnselen met oplettendheid moet gadeslaan; fijne +schakeeringen en schijnbaar nietige détails mogen niet worden overzien, +en wij staan voor onoplosbare raadsels. Heb dus geduld met mij, want +terwijl ik ze voor u tracht te ontcijferen, worden zij mij zelf meer +en meer helder. Heb er geduld mee, Willem; want ik moet het nù reeds +belijden, al schudt gij mogelijk het hoofd over mijne inconsequentie; +mijn levensgeluk, meer nog dan mijn fortuin, hangt af van de uitkomst +die ik zoek. Mijn hart heeft gesproken, maar al te luid en levendig +voor mij zelven, en het kost mij een voortdurenden strijd om al wat +het mij zegt te haren gunste voor haar verborgen te houden. En toch, +dat moet zijn. Zoo zij het weten kon dat ik reeds nù haar verwonneling +ben, zou zij mijne zwakheid bespotten, mogelijk zelfs mijn karakter +verdenken, en ik zou al het overwicht verliezen, dat ik op haar meen +verkregen te hebben. Zij is fijn genoeg om iets te raden van 't geen +er in mij omgaat, en ik gun haar die voldoening, waardoor zij zich tot +mij voelt aangetrokken; maar zij moet bovenal zien, dat ik er mij niet +door laat beheerschen, dat ik meester wil blijven van mij zelf tot +op het oogenblik, waarin zij zelve hare zwakheid zal hebben erkend, +neen, beter--haar hart voor mij zal hebben geopend. Ik heb allermeest +behoefte aan hare achting; want ik ben zeker dat dit de veiligste +weg is naar haar hart. Haar hart! roept gij uit, en de virago die +gij mij beschreven hebt, die gij gekomen zijt om te temmen! Waar +is uw verstand dat gij u dùs liet medesleepen? De virago! o zeker, +zij tracht zich in die gestalte te hullen; zij hecht er aan dat men +dit voor hare wezenlijke gedaante houdt, maar ik weet dat de kern, +onder dit ruwe hulsel verborgen, eene teere en echt vrouwelijke is, +zooals de zoete Oostersche vrucht die gij nu geniet, door eene harde +schaal wordt beschermd. Ik weet dat zij een _hart_ heeft, en 't is +met een schrijnend wee, dat zij het vermomt, verloochent, mogelijk +juist omdat het door al te pijnlijke kwetsuur nog bloedt. Dit laatste +uit te vinden en te weten of die te heelen is neemt nu mijne geheele +aandacht in. Ik bestudeer haar als een wondheeler zijn patiënt ter +genezing; maar daarom ook kalm en nuchter; zonder dàt wordt het oog +verduisterd en zou de hand beven als er kwestie moet zijn van eene +pijnlijke kunstbewerking. + +Op dien gedenkwaardigen dag waarop ik mij, onder zulke dreigende +symptomen van des Majoors zijde, voor goed op de Werve installeerde, +was het heerlijk lenteweer. Na mijne zaken in de groote leegstaande +commode te hebben gearrangeerd, zette ik mij op mijn gemak, wierp +mijn das af, deed mijn jas uit, haalde mijn schrijfgereedschap te +voorschijn, en na een paar woorden aan Overberg te hebben gericht, die +in het logement mijn wegblijven moest verklaren, nam ik mailpapier om +mijn hart uit te storten aan u, de beste wijze om mij te retrempeeren, +toen er driftig op mijne kamerdeur werd getikt, en ik bij 't opendoen +niemand meer of minder voor mij zag staan dan Majoor Frans in hoog +eigen persoon. + +Zooals zij daar binnenkwam in haar amazonekleed (gelukkig zonder de +vareuse), met een inktkoker in de hand dien zij voor mij op tafel +zette; terwijl zij den eersten stoel den besten naar zich toe trok +om er op neer te vallen, als besloten te blijven, hoewel zij uit +het _sans gêne_ van mijn toilet wel kon opmaken dat zij mij nogal +overviel, was er zeker _effort_ toe noodig om in haar eene jonkvrouw +van geboorte te zien; en dit, gevoegd bij den indruk dien de laatste +scène bij mij had nagelaten, stemde mij zeer weinig tot hoffelijkheid +en voorkomendheid. Ik schoot inderhaast mijn jas aan, en eerst toen +mij tot haar wendend, vroeg ik, wat zij hier doen kwam. + +"Grootpapa heeft mij gezegd dat gij schrijven wilt, Leo! en ik +herinnerde mij, dat er niet voor inkt is gezorgd," sprak zij, zonder +mij aan te zien; want de weinige voorkomendheid, die ik haar toonde, +maakte het haar duidelijk, dat de verrassing mij niet bijzonder +welkom was. + +"Dat is ook niet noodig; ik zorg altijd zelf voor mijn +schrijfgereedschap," antwoordde ik koeltjes, en zette mij neer of ik +met schrijven dacht voort te gaan. + +"Ik zie dat ik u stoor; ik had u anders een dienst willen vragen." + +Ik zweeg. + +"Hebt gij bijgeval een badientje of zoo iets meegebracht?" + +"Wat wilt gij daarmee doen? Hebt gij uwe vazallen nog niet genoeg +gestriemd?" + +"Ik wilde eene rijzweep improviseeren; ik heb de mijne verloren, +en...." + +"Ik heb niets dan een liniaal en een penhouder." + +Zij werd bloedrood, beet zich op de lippen, en wendde het hoofd af. "Ik +merk wel," hervatte zij na eenige seconden zwijgens, "dat gij niet in +eene luim zijt om mij den dienst te doen, dien ik had willen vragen." + +"Ik ben altijd tot den dienst eener dame, als zij de privilegiën +harer sexe wil laten gelden. Waarom hebt gij mij niet laten roepen +als gij mij iets te vragen hadt?" + +"Ah! zoo!" riep zij op ietwat gerekten toon. "Dat humeur geldt dus +mijn _manque d'étiquette_; overzie dat: gij weet immers, ik ben zoo +weinig "eene dame." + +"Dat's maar al te waar, Majoor!" + +"Majoor!" herhaalde zij met ergernis, en zette groote oogen op van +verbazing. "Ik meende Leo! dat die bijnaam u tegen was." + +"Nu niet meer, sinds ik dat soldateske personage _en action_ +heb gezien. Alleen zou ik willen weten, welk soort van majoor +gij eigenlijk voorstelt: tamboer-majoor? sergeant-majoor? Want +de commandant van een bataillon behoort, zoo ik mij niet bedrieg, +zekere mate van beschaving te bezitten, zekere vormen te eerbiedigen, +zekere waardigheid in toon en manieren aan den dag te leggen, die +hem terstond als een fatsoenlijk man doen kennen; en uit alles wat +ik van u waarnam bij het tooneel van dezen morgen, moet ik gelooven +dat gij aan geen dezer eischen weet te beantwoorden." + +"Leo!" stamelde zij, doodsbleek en met trillende lippen, "dit is een +bloedige beleediging! Bedoelt gij dit?" + +Het verwonderde mij, dat zij niet in woede opstoof en op mij +lostrok. Ik had eigenlijk op een forschen aanval gerekend! Het +tegendeel vond plaats. Zij bleef stokstijf zitten, als aan haar +stoel genageld. + +"Ik bedoelde alleenlijk de onbehagelijke figuur te treffen, die gij +goedvindt voor te stellen; wil freule Mordaunt zich identificeeren +met die persoonlijkheid, en het daarvoor opnemen, mij wèl; ik ben geen +geoefend duellist, maar ik kan toch een fleuret hanteeren; mij dacht, +dat ware wel de beste manier u de zoogenaamde revanche te geven, +tenzij gij schieten wilt; gelukkig heb ik pistolen; wij gebruiken +los kruit, niet waar? dat's afgesproken; gij begrijpt toch wel dat +men het met een majoor van uwe soort niet in vollen ernst kan opnemen." + +Ik kreeg geen antwoord, en dat ontrustte mij; boos worden en mij +ferm riposteeren, had ik van haar gewacht; maar dat zwijgend blijven +zitten met strakken blik en doodsbleek, als versteend en verstomd +van smartelijke verbazing, stond mij niet aan; de arm, dien zij even +driftig had opgeheven, viel slap en als machteloos neer. Ik begon nu +zelf verlegen te worden met mijne houding; ik kreeg de gewaarwording +van iemand die een kapel wil vangen, maar die te hard heeft toegetast +en een vleugel in de hand houdt. Vooral toen zij eindelijk haar zwijgen +verbrak; want het klonk als eene klacht; meer nog dan verwijt, wat +zij mij toevoegde: + +"Deze vlijmende ironie gaat dieper dan gij vermoedt, Leo!" + +"Ik hoop wel dat zij treffen zal, waar zij nut kan doen, Francis! Want +geloof mij, mijne bedoeling was niet om te wonden, maar om te genezen," +hernam ik op gansch veranderden toon, want ik zag dat zij al haar +zelfbeheersching noodig had om niet in snikken uit te barsten. Ik stond +op, ging naar haar toe en wilde hare hand nemen, maar nu rees zij op, +als door een electrieken schok getroffen; er kwam weer kleur op de +marmerbleeke wangen, en de oogen vonkelden van toorn terwijl zij sprak: + +"Ik wil van u niet gecureerd worden; mij scheelt niets; ik ben wel +zóó als ik ben. Verspil uwe nobele kunst niet aan zoo'n avontuurlijk, +zoo'n onhebbelijk schepsel als gij in mij meent te zien." + +"Moet ik u dan niet zien, Francis, zooals gij zelve goedvindt u te +toonen? Maar gelukkig bedrieg ik mij niet zóó zeer in u, als gij denkt; +ik zal uwe genezing beproeven ondanks u zelve; wilt gij, dat ik u de +uitlegging zal geven van de ergerlijke scène die gij in mijn bijzijn +aan die heeren hebt vertoond?" + +Zij haalde even de schouders op en bleef zwijgen. + +"Het is deze," ging ik voort; "gij hebt aan mij willen zeggen: 'Gij +wilt hier blijven om Majoor Frans te leeren kennen, zoo zal ik hem +u toonen in al zijne grofheid en onbehagelijkheid en dan zullen wij +zien, hoelang gij dat uithouden zult;' en daarop, freule Mordaunt, +is mijne houding van dit oogenblik. Gij zult het weten dat ik u +doorzie, dat ik mij niet laat afschrikken door het ruwe masker dat +gij goedvindt voor te doen om.... de oorspronkelijke trekken uit te +vinden, die.... ongetwijfeld liefelijker indruk zullen maken," wilde +ik er bijvoegen. Dan.... zij liet mij niet uitspreken; ze stampvoette +van ergernis, terwijl zij inviel: + +"Een masker! ik een masker! men moet maar uit den Haag komen, +waar men zich zeker nogal druk maskeert, om mij zulk een verwijt te +doen! Voorwaar Jonker van Zonshoven! achterdocht die onder alles list +wil zoeken is geene scherpzinnigheid; de uwe maakt hier al eene heel +droevige figuur. Gij, die voor goed gebroken hebt met alle sociale +huichelarij, en die daarom als met vingers wordt nagewezen, mij, wier +grootste fout het is, of wellicht wier beste hoedanigheid (ik kan +het niet uitwijzen) om er alles maar uit te flappen wat mij invalt, +als er iets is wat mij ergert of treft, wie het altijd heeft ontbroken +aan datgene wat men in de wereld _tenue_ noemt, mij, mij te betichten +van een mom voor te doen! en dat nog wel op een oogenblik, waarin ik, +gloeiend van toorn en ergernis, aan die heeren zeg waar het op staat, +zonder menagement! Ik geef toe dat ik in uwe tegenwoordigheid geene +oorzaak vond om mij in te houden; wij waren immers zoo goed als _en +famille_, en het kwam mij hoog noodig voor, dat gij u niet zoudt +vergissen in het gehalte van ons personeel." + +"Ziet gij wel!" viel ik glimlachend in, "dat ik niet zoo erg mis zag, +en dat gij uws ondanks ten slotte toch tot de bekentenis komt, dat ik +de waarheid tastte, toen ik beweerde dat er opzet lag in de hagelbui +van _gros mots_, en dat gij de kreten uwer ergernis eenige noten +hooger stemdet dan absoluut noodig was, om die twee verdeemoedigde +mannen de les te lezen,--het al met de bedoeling om een derde op de +vlucht te drijven of.. voor goed te terrifieeren! Wees oprecht Francis, +vindt mijn argwaan uit, of ligt deze opvatting voor de hand?" + +Tevergeefs trachtte ik haar aan te zien, terwijl ik sprak; zij wendde +het hoofd af, en toen ik zweeg om haar antwoord te hooren riep zij +knorrig, terwijl zij haar stijgend ongeduld op den poot van de tafel +wreekte: + +"Ik merk het niet voor het eerst,--gij kunt lastig zijn en onaangenaam +als gij er u op toelegt." + +"Ik geloof het zelf, maar eene uitvlucht is geen antwoord, Francis!" + +"Nu ja, dan, ja! het is waar; ik had u liever zien heengaan, om +bestwille; maar geloof niet, Leo! wat gij ook van mij hoort of ziet, +dat ik arglistig ben, en eene rol speelde. Ik was wat ik mij toonde +toen ik dat standje maakte: woest, boos en gloeiend van verbittering; +ik heb mijne luimen, dat weet ik wel; maar ik doe niets om te schijnen +wat ik niet ben, dat zou mij slecht afgaan; ik wil in alles mij zelve +zijn, in 't kwade en ook in 't goede; want ik mag niet erger van mij +zelve spreken dan de waarheid is; ik heb ook wel goeds, ik heb _dit_ +goeds dat ik niet valsch ben, en toch is er zooveel tegenstrijdigs in +mij, dat ik er zelve over verbaasd sta. Zie, Leo! ik heb nooit voor +het gulden kalf van het decorum willen knielen (zij sloeg met de vuist +op de tafel ter bekrachtiging van hare bewering), maar toch.... als +de lust mij beving, zou ik mij nog heel wel met uwe Haagsche dames +kunnen meten, als het op kennis en ontwikkeling aankwam...." + +"Daarvan ben ik overtuigd, Francis, en daarom...." + +"Maar vernis en blanketsel zou ik mij nooit laten opleggen," viel +zij in; "evenmin zal ik aannemen, dat juist daarin de ware beschaving +bestaat...." + +"Dat ben ik geheel met u eens." + +"En ik wist mij toch wel als freule Mordaunt te doen erkennen, +toen ik nog in de wereld ging, en zoo mij dat nu weer inviel, zou +men mij niet moeten verwijten, dat het maar eene vertooning was; +want ik haat alle aanstelling als de pest, het zou dan alleen zijn: +toegeven aan iets onweerstandelijks binnen in mij; zooals ik mij +daareven aangedreven voelde door iets dat sterker was dan ik, om eens +ferm den Majoor Frans te spelen in uwe tegenwoordigheid." + +"Maar hoe kan freule Mordaunt het dan zoo hoog opnemen, als men haar +bij het woord vat, laat ik liever zeggen, als men invalt in den toon, +dien zij zelve heeft aangegeven?" + +"Dat treft mij niet van anderen, maar van u, en juist op dit +oogenblik;--want ik kwam om bij u heul en troost te zoeken; van u, +ik wil 't wel bekennen, trof het mij als een bliksemstraal uit de +heldere lucht." + +"Zoo oprechte bekentenis verdient volle absolutie," sprak ik opgeruimd; +"geeft mij de hand ter verzoening." + +"Neen, Jonker! neen! daar zijn wij nog niet," hernam zij fier. "Ik +moet eerst weten wat ik aan u heb. Hoe het komt weet ik niet maar +ik heb er behoefte aan, niet door u te worden miskend. Als gij laag +op mij neerziet, omdat ik niet ben als de anderen, zeg het dan maar +in eens uit, dan weet ik waar ik op rekenen kan; maar, als ik bij +u kom aankloppen, in het volle vertrouwen dat ik mijn hart eens +kan uitstorten aan een vriend, teruggestooten te worden om.... een +gebrek in de vormen, dan voel ik mij bitter teleurgesteld, en dan +vraag ik mij zelve af: heb ik mij weer vergist? is ook deze niet +de betere van de soort? is ook deze een van die fatten, die bang +zijn de punten hunner verlakte bottines aan het slijk te wagen, +die schermen met groote woorden, maar klein en bekrompen als het +op handelen aankomt, die een heiligen afschuw hebben van gemeene +woorden, grof linnen en vuile handen, maar er volstrekt niet tegen +opzien iets laags en gemeens te _doen_, en die zelfs niet schromen +zouden de blankheid hunner vingeren te besmetten door eene vrouw +te souffletteeren!" Nu was de beurt aan mij om van innerlijke woede +te trillen, en het scheelde werkelijk niet veel of ik had aan eene +geweldige uitbarsting daarvan toegegeven; maar intijds nog bedacht +ik mij, en overwoog dat de bataille voor mij verloren was, zoo ik +handgemeen werd met den Majoor op het terrein waar zij mij heenlokte. + +Na een oogenblik zwijgens viel ik in: + +"Pardon, Freule! 't Is voor mij moeilijk te berekenen wat gij in mij +àl of niet meent te zien. Ik kan alleen zeggen, dat ik zeer zeker +niet behoor tot de specialiteit dáár door u geschetst. Als er kwestie +is van _eene vrouw_ die beleedigd wordt, zou ik de eerste zijn om den +laaghartige te slaan, die zich, op welke wijze ook, aan haar vergreep; +dat kan ik u verzekeren. Ik ben de nakomeling van een man, die zich de +rechterhand afkapte om de eer zijner dame te redden; iets van dat bloed +vloeit nog wel in mijne aderen, en al zijn wij niet meer in de dagen +der reuzen en gedrochten, ik zou toch de ridderlijke beschermer kunnen +zijn der zwakheid die mijne hulp inriep; ik zou de diepste meewarigheid +kunnen toonen voor eene vrouw, die mij leed en last wilde klagen; ik +zou haar die ik zag wankelen met vaste hand steunen en staande houden; +ik ben niet van hen die vernis en blanketsel voor reinheid aanzien, en +ik zou de paarl niet minder achten om haar ruwe schelp; ik zou zelfs +niet schromen mijne hand te besmetten, om deze uit het slijk op te +rapen, als het zijn moest; maar, zoo ik mij niet bedrieg, is tusschen +ons sprake van _Majoor Frans_; Majoor Frans, die boos wordt als men +hem aan het prerogatief der schoone sekse herinnert, omdat hij niet tot +'de dames' wil gerekend worden, en die evenmin gelijkstelling wil met +'de soort,' waartoe ik nu eenmaal het ongeluk heb te behooren; Majoor +Frans, dat hybridische wezen, dat daar bij mij is komen invallen, +nadat hij zoo pas twee beklagenswaardige wezens van 'mijn soort' door +zijn invectieven had neergeveld; en vraag dan u zelve, of het geen tijd +werd dat de derde, die toch mee in de oorlogsverklaring begrepen was, +den strijd opnam met eenigszins gelijke wapenen, om de nederlaag van +de anderen te wreken en het heldhaftige personage de overtuiging te +geven, dat hij.... minstens zijn portuur zal vinden als het er op +aankomt, om elkaar zonder _menagement_ de waarheid te zeggen!" + +Onder ons gezegd, Willem! de majoor hield zich kras: zij oefende al +hare zelfbeheersching om de verschillende indrukken, die zij bij mijn +spreken onderging, niet te toonen; maar zij is te impressionabel om +er niet alles van gevat te hebben wat ik bedoelde. Zij was opgestaan +en scheen met de grootste opmerkzaamheid de gebroken glasruiten te +bekijken, om zich eene houding te geven; eensklaps keerde zij zich +nu om, met hoogen blos op 't gelaat; maar er was geen toorn in den +blik dien zij op mij vestigde, geene uittarting meer, al trad zij +mij kloek en fier onder de oogen terwijl zij sprak: + +"Ik moet zeggen, Leo! dat gij ferm afrekening gehouden hebt, en nu, +mij dunkt, wij zijn _quitte_. Zijn wij weer vrienden?" + +"Ik verlang niet beter, maar dan moet ik ook weten wie ik vóór heb, +anders komt er weer misverstand...." + +"Lastig mensch! gij schenkt mij ook niets;" en zij stampvoette van +ongeduld, terwijl zij het hoofd afwendde. + +"Enkel uit voorzorg, geloof mij. Heb ik met Majoor Frans te +doen? of...." + +"Nu, nu! Francis Mordaunt vraagt uwe vriendschap!" en zij stak mij +beide handen toe en hare oogen vulden zich met tranen, die niet langer +waren te bedwingen. Hoe gaarne had ik ze weggekust; hoe gaarne had ik +haar aan mijn hart gesloten, en alles uitgezegd wat daar reeds voor +haar sprak; maar het mocht, het moest niet zijn. Zij was opgeschrikt en +ik had haar zien verbleeken, toen ik haar in den ochtend met zekere +hartstochtelijkheid de hand kuste; ik mocht mijne aanvankelijke +overwinning niet prijsgeven uit gebrek aan zelfbeheersching. + +"Is het noodig te zeggen, Francis! dat gij reeds hebt wat gij +vraagt? Zou ik het gewaagd hebben tot u te spreken zooals ik deed, +zoo ik niet een oprecht, een trouw vriend voor u had willen zijn?" + +"Dat zie ik in, en daar heb ik behoefte aan. En nu, wil mij eens +gul uit zeggen, of gij mij, ondanks alles, niet in uw hart gelijk +geeft tegen grootpapa en den kapitein; en ziet gij, dàt kwam ik u +vragen. De wijze waarop gij het tegen mij opnaamt, bracht mij met mij +zelve in strijd, en toch.... het waren geen verwijten uit de lucht +gegrepen, die ik hun deed, en het is werkelijk wat ik zie komen: +de kapitein ruïneert zich voor ons en mijn grootvader laat het zich +aanleunen. Dat's ergerlijk, niet waar?" + +"Zeer verkeerd, ik stem het toe." + +"Rolf teert van den hoogen boom, ik ben er zeker van; en als +de generaal mij ontvalt, blijf ik levenslang met den kapitein +opgescheept!" + +"Levenslang! dat zou erg zijn." + +"Ja! heel erg, maar het kan toch niet anders, want als de man zich +arm gemaakt heeft voor ons, dan spreekt het toch wel vanzelf, dat +ik hem niet verstooten kan; ik mag hem er eens mee dreigen, als hij +overmoedig is en meent dat _wij hem_ niet missen kunnen, maar doen +zal ik het nooit, al zie ik al het verdriet en bezwaar vooruit van +zoo'n blok aan het been. En nu vraag ik u, heb ik bij dat alles zoo +groot ongelijk, dat ik eens boos word en uitbarst?" + +"In den grond hebt gij gelijk; maar gij hebt groot ongelijk in +den vorm." + +"Och kom! altijd met uwe vormen...." + +"Het spijt mij zelf dat ik weer _la corde sensible_ moet aanslaan. Ik +ben niet van de leer _que la forme emporte le fond_, dat stel ik op den +voorgrond; maar toch, eene vrouw die er zich zoo grof tegen vergrijpt, +heeft ongelijk, al ware zij overigens nog zoozeer in haar recht." + +"Als ik het den kapitein niet eens duchtig zeg, baat het niets." + +"Ik heb niets tegen duchtig zeggen waar de verontwaardiging tot spreken +dwingt. Maar wie ruw uitvaart, overtuigt zeer zeker zijne partij niet +en beleedigt allereerst zich zelf; en zoo het eene vrouw is die in +hare drift woorden uitflapt, die een fatsoenlijk man zich schamen zou +in hare tegenwoordigheid op zijne lippen te nemen, dan heeft zij zich +tegen hare eigene waardigheid vergrepen en moet er op rekenen dat +zij met dezelfde munt betaald kan worden, die zij uitgeeft. Ik zou +_geen_ oprecht vriend zijn, zoo ik u hier niet waarschuwde. Verbeeld +u eens wat het geweest zou zijn, zoo de kapitein u geantwoord had in +de kazernetaal, die hij zelf zeker nog niet heeft verleerd?" + +"Dat had hij eens moeten probeeren!" + +"Het zou toch niets meer geweest zijn dan zijn recht. Meent gij dan +het privilegie te hebben om tegen iedereen uit te varen zonder dat +er _la peine du talion_ op volgt? Dat bewijst minder cordaatheid dan +ik in u wachtte; er maar op los te trekken als gij weet dat niemand +u aandurft!" + +"Het komt mij voor," sprak zij glimlachend, "dat gij uw best gedaan +hebt om mij dien waan te ontnemen." + +"En daarom zeker hebt gij zooveel haast om mij weg te zenden niet +waar?" + +"Neen Leo!" viel zij gulgauw uit, en een blos overtoog haar gelaat; +"dàt is het niet, geloof mij; dàt niet; maar ik zie toch niet in, +waarom gij u juist behoeft op te werpen als de wreker der verdrukte +onnoozelheid van mijne vazallen, zooals gij ze noemt; en ik beken u +ronduit dat het mij zeer zou doen, zoo gij alliantie maaktet met hen +tegen mij; want in vollen ernst, ik ben hun slachtoffer, al schijnt +de verhouding uiterlijk omgekeerd." + +"Dat heb ik reeds begrepen, Francis, en het is juist daarom dat ik nog +hier blijf. Het is zeer verre van mij, het met hen eens te zijn. Aan +uwe zijde is het recht en de gezonde, verstandige opvatting van het +leven, dat men op de Werve behoort te leiden in uwe omstandigheden..." + +"Nu, wat gij daar zegt doet mij goed; want ik beken u dat gij mij in +strijd had gebracht met mij zelve, door dien blik van minachting dien +gij mij hebt toegeworpen." + +"Die gold enkel de wijze waarop gij hier verbetering en hervorming +meendet in te voeren; juist dat uitvoeren is glad verkeerd." + +"Ik weet heel goed dat het niets helpen zal, wat ik ook doe of +zeg. Daarbij, ik beklaag mijn grootvader te veel om hem àl te +groote ontberingen op te leggen; maar als de verkwisting met den dag +stijgt, en waar ik weet dat ik zelve geen offers meer heb te brengen, +omdat.... andere plichten mij binden, dan is het niet te verwonderen +dat ik eens uitval." + +"En toch zou ik u raden het eens op andere wijze te beproeven. Ik heb +een vast geloof in de macht der zachte vrouwelijke overredingskracht; +oefen die en zie eens wat zij zal uitwerken." + +"Tegen behoeften en hebbelijkheden die tot eene tweede natuur zijn +geworden!" viel zij in met schouderophalen. + +"Welnu, indien gij er niet veel mee wint bij hen, dan zult gij er +toch groote winst van wegdragen voor u zelve, daar ben ik zeker +van. Gij hebt mij zelf gezegd, dat uwe opvoeding verwaarloosd is, +niet zóó zeer toch of gij hebt Schiller gelezen." + +"_Die Räuber_," viel zij ondeugend in. + +"Dus niet zijne _Macht des Weibes_; niet het: + + + "Was die Stille nicht wirkt, wirket die Rauschende nie!" + + +Zij schudde ontkennend het hoofd. + +"Dan is dit punt in uwe vorming althans verwaarloosd." + +"Dat ontken ik niet," + +"Maar _c'est à refaire_; mag ik er u op wijzen en zult gij naar +mij luisteren?" + +"Zeker als gij Schiller reciteert, en vooral, als gij goed voordraagt." + +"Ik zal mijn best doen." + +"Maar nu niet, want ik heb u al veel te lang opgehouden +en.... en.... gij blijft nu toch hier?" + +"Zoolang gij mij houden wilt, Francis!" + +"Blijf zoolang gij zelf kunt, als maar hetgeen gij hier waarneemt u +niet al te veel tegen de borst stuit." + +"Ik zal de _cotte de mailles_ van mijn voorzaat te baat nemen, om +daartegen geharnast te zijn." + +"Goed zoo; dus tot het naaste uurtje rustig samenzijn! Ik ga +paardrijden; ik moet frissche lucht en beweging hebben." + +"Apropos! en de dienst dien gij mij te vragen hadt?" + +"Och, ik kan er wel buiten: het was maar.... de kapitein wilde mij +een rijzweep present doen, en...." + +"En die zoudt gij liever willen aannemen van mij, niet waar?" vroeg +ik lachend. + +"Neen, neen! Zóó is 't niet gemeend. Ik zou graag tien gulden van +u leenen, als gij ze missen kunt; over een paar dagen heb ik zelve +weer geld." + +"Is 't gedecideerd dat ik u geen cadeau mag doen vandaag, bij wijze +van souvenir?" + +Zij gaf een beslist "neen" ten, antwoord. Toen reikte ik haar mijn +portemonnaie, en zij nam er uit wat zij goedvond. + +Eene kluchtige uitkomst van den geleverden slag, niet waar? Maar het +komt mij toch voor dat ik terrein heb gewonnen. + + + +Daar ik ook behoefte gevoelde aan frissche lucht, en de lust tot +schrijven mij voor 't oogenblik vergaan was, besloot ik mijn biljet +aan Overberg zelf naar de brievenbus te brengen, indien het bleek, +dat er zoodanige inrichting op het dorp bestond. Beneden vond ik den +generaal ook gereed om uit te gaan, en op mijne vraag, waar men hier +de brieven bezorgde, bood hij mij aan met mij op te wandelen. Het ging +de rechte, breede laan door, en wij bereikten den straatweg die door +het dorp liep. Aan een van de eerste huizen bevond zich de brievenbus +van het hulpkantoor, dat door een der functionarissen van de gemeente +werd geadministreerd. Von Zwenken moest er zelf heen, want hij had een +brief te bezorgen (ook aan Overberg denk ik) dien hij liefst aan de +opmerkzaamheid van Francis onttrok, zooals hij mij zeide. Hij hoopte +daarbij een pakket te vinden, dat hij zelf moest afhalen en dat ook +werkelijk werd overhandigd; maar het scheen niet aan zijne verwachting +te beantwoorden, want toen hij het met zekere zenuwachtige haast had +geopend, stak hij het met eene beweging van verdriet en teleurstelling +in zijn zak en zuchtte diep. Bij het terugwandelen meende hij zich +daarover eenigszins te moeten verklaren en deed mij verstaan, dat +het onnoodig was er met Francis over te spreken. "Ik heb zoo mijne +eigene zaken, die buiten haar moeten omgaan, want zij zou er toch +niets van begrijpen en het denkelijk niet met mij eens zijn, en nu +gij haar reeds kent in hare eigenaardigheden, zult gij het natuurlijk +vinden dat ik liefst discussies met haar vermijd. Op mijn leeftijd, +en als men de rust lief heeft.. gij verstaat mij?" + +"Heel goed, maar Francis is toch te verstandig om altijd zoo door +te draven." + +"Ja, zij heeft gezond verstand, dat is waar, maar als zij eene +opvatting heeft en haar _grand cheval de bataille_ bestijgt, +dan hebt gij zelf gezien hoe zij er op voortholt door dik en dun, +zonder na te denken wie zij er mee kwetst of bespat. 't Is toch heel +natuurlijk dat de kapitein, die zijn heele positie aan mij dankt, +eenige attenties voor mij heeft, en gij hebt gehoord hoe averechts +zij dat opneemt. Zoo is het met alles; in plaats van mij dank te weten +dat ik mij om harentwille in deze woestijn heb geretireerd, doet zij +niets om mij hier het leven dragelijk te maken. Ik heb nog vrienden +genoeg, die hier graag nog eens een dag wilden komen passeeren, maar +freule Mordaunt schrikt ze allen af sinds de kapitein hier is. Zij +is zeker bang dat hij zich vergrijpen zal tegen den goeden toon." + +Er was iets pijnlijks in de machtelooze bitterheid van dien grijsaard; +maar wekte hij mijn medelijden, mijne achting won hij niet: ik +voelde te zeer waar het haperde en hoe zijne voorstelling juistheid +miste. Liever dan met zijne klachten over Francis in te stemmen, +beproefde ik eene afleiding te maken. + +"De Werve ligt toch in eene heerlijke streek, oom!" + +"Dat geef ik u toe, en het is voormaals eene mooie possessie geweest, +maar als men niet eigenlijk zin heeft voor het landleven en van alle +jachtvermaak moet afzien, zooals ik, den winter en zomer blijven moet +en geen rijtuig kan houden, dan is men tot het uiterste isolement +gedoemd. Het dorp zelf biedt niet de minste ressources; te voet kan +men niet in de stad komen, en de omliggende plaatsen zijn allen veel +te verwijderd om er eenige conversatie mee te houden; daarbij met +Francis en in mijne veranderde positie zou dat ook niet best gaan." + +"Om de waarheid te zeggen, oom! verwondert het mij eenigszins dat +gij u niet van dat oude kasteel ontdoet, sinds gij toch geen smaak +vindt in het landleven en de gelegenheid mist om partij te trekken +van de gronden." + +"Voor dat laatste, beste jongen, moet men geld hebben, veel geld, +waaraan het mij altijd heeft ontbroken en wat het eerste betreft, dat +zou ik graag willen, want ik kan beter en goedkooper wonen in de eene +of andere kleine stad; maar er zijn voor mij ontzaggelijke bezwaren +verbonden aan den verkoop van dit goed; ik zou er eene enorme som +voor moeten vragen, omdat het, onder ons gezegd, nogal bezwaard is, +en niemand kon er veel voor geven, daar ik door allerlei tegenspoed de +bezittingen deerlijk heb moeten verbrokkelen. Iemand die een kasteel +koopt, met zijne heerlijke rechten, wil tegelijk bezitter worden van +de bosschen, van de omliggende gronden, en.... ik ben daarvan niet +meer de eigenaar." + +"Mogelijk zou iemand die in de nabijheid zijne eigendommen had er +nog wel toe komen kunnen om u bijzonder voordeelige condities toe +te staan." + +"Hm! gij zegt daar zoo wat. Mijne schoonzuster heeft eenige jaren +geleden het groote buitengoed aangekocht de Runenberg genaamd, +vlak bij de uiterste grens gelegen van hetgeen eens het mijne was, +en zij heeft mij toen een dergelijk voorstel laten doen, dat ik +verworpen heb uit familiehaat, uit zucht om haar te contrarieeren, +en allermeest omdat ik het denkbeeld niet verdragen kon voor háár, +juist voor háár plaats te moeten maken." + +"Dàt bezwaar is nu althans uit den weg geruimd." + +"Ja, Goddank! Maar gij weet niet, wat ik van die nabuurschap geleden +heb, hoewel zij zelve zich nooit op haar landgoed heeft vertoond; maar +zij had hare handlangers, die al ras begonnen met twist te zoeken over +de rechte grensscheiding; er ontstond een proces uit om het bezit van +een handbreed land, waar wij geen van beiden iets aan hebben, dat mij +duizenden heeft gekost. Het spreekt van zelf dat zij het won, de slimme +feeks; en toen het eens uitgemaakt was, begon zij nieuwe chicanes te +maken en betwistte mij het recht van overtocht over een bruggetje, +dat tot het strookje land in kwestie had behoord tot algemeen nut en +gebruik, maar door haar uitsluitend eigendom van den Runenberg werd +ondermijnd. Opnieuw moest er met procureurs en advocaten gebesogneerd +worden, maar tot een proces kwam het ditmaal niet, daar ik al te zeer +geplunderd was om het tegen haar vol te houden; maar weer behield zij +het veld, en al wat hier rondom de erve woont heeft er den last van, +want wij moeten nu een verren omweg maken om te bereiken wat vroeger +door die brug nabij lag. Zoo is 't met alles gegaan, en zij heeft +in alles gezegevierd. O dat wijf! dat's de kanker die mijn leven +heeft verteerd." + +"Maar indien zich nu iemand opdeed, die hare rechten had verkregen +op de aangrenzende bezittingen...." + +"Gij meent op den Runenberg? Dat zou haar erfgenaam moeten zijn! Hebt +gij reden om te denken dat deze lust zou hebben het kasteel met zijn +toebehooren, zooveel en zoo weinig als het nog is, onder de hand van +mij te koopen?" vroeg de generaal, en er kwam leven en gloed in zijne +doffe oogen, toen hij die vraag deed. + +"Overberg, die wist dat ik hier heen ging, heeft mij opgedragen u +te verwittigen dat er weldra gelegenheid zal zijn om de Werve op het +voordeeligst over te doen." + +"Over te doen! Dus onderhands, zooals met de boerderij, dat hij ook +voor mij heeft bered! Want om redenen kan er van publieken verkoop +geen kwestie zijn." + +"Dat meent Overberg ook; de vraag is maar, of gij tot het eerste +zoudt kunnen besluiten." + +"Ik! Wel, van ganscher harte; maar Francis.... dat is wat anders! Zij +hecht aan dit oude rattennest, aan familie-tradities, aan, de Hemel +weet wat, tot zelfs aan de heerlijke rechten, die God betere 't, in +niets meer bestaan dan den titel, en waarvan zij zich nog heel wat +voorstelt. Zij heeft zich in 't hoofd gezet eenmaal vrijvrouwe van +de Werve te zijn, en 't is hare illusie die leelijke oude cavalje +nog weer eens een goed aanzien te geven." + +"Dat's toch zoo'n kwaad voornemen niet." + +"Neen! Maar zij heeft nooit goed gevonden het eenige middel aan +te grijpen om tot de fortuin te komen waardoor zij dat ideaal zou +kunnen verwezenlijken. Zij heeft indertijd maar te kiezen gehad +uit menige goede partij, maar zij heeft al die kansen lichtzinnig +verachteloosd. Nu, bij de afzondering waarin wij leven, zal er wel +niets van een huwelijk komen. En toch obstineert zij zich om de +toekomstige ruïne met beide handen vast te houden of er een schat in +verborgen lag." + +"Maar _gij_ zijt immers zelf heer en meester van 't kasteel en hebt +hare toestemming niet te vragen." + +"Rechtens niet, dat is waar, maar er zou geen huis met haar te houden +zijn zoo ik dat deed. Daarbij, zij heeft wel recht om er in gekend te +worden. Ziet gij, neef! toen zij meerderjarig was geworden, moest ik er +voor uitkomen dat een goed deel van haar moederlijk vermogen nog bij +'t leven van hare ouders als tot niets was gereduceerd. Dat was mijne +schuld niet. Sir John Mordaunt hield van eene schitterende leefwijze +en had zijn huis ingericht op Engelschen voet, zonder Engelsch geld, +want hij was maar een tweede zoon, en zijn pensioen als marine-officier +was niet toereikend. Even voor zijn dood echter was er een oud-oom +gestorven, die aan Francis voor haar naam een niet onaanzienlijk +legaat had toegekend; ware zij een zoon geweest, dan zou de geheele +schitterende fortuin van den ouden baronet met landgoederen en tot +den titel toe haar ten deel zijn gevallen; nu waren eenige honderden +ponden sterling al wat zij kreeg. Eer mijn schoonzoon nog tijd had +gehad om over dat geld te beschikken, stierf hij aan eene beroerte. Ik +werd voogd; maar de toeziende voogd, die er zich op scheen te zetten +om het mij lastig te maken, nam een procureur in den arm, die met +den code in de hand mij verplichtte om alles wat Francis toekwam, +van haar legaat zoowel als van de niet veel beduidende ouderlijke +nalatenschap, op het grootboek te plaatsen, eene zekere, dat wil ik +wel toegeven, maar toch eene zeer schraal rendeerende plaatsing voor +onzen tijd. Ik genoot de renten voor de opvoeding en het onderhoud +mijner kleindochter, die meer dan dat kostte, omdat zij de caprice had +den geheelen stoet bedienden van het huis haars vaders, zijn stal en +equipage aan te houden, en ik, die met haar leven moest, te zwak een +voogd was om de zeventienjarige iets te weigeren, wat zij met zulk +eene vastheid van wil doorzette. Eindelijk bij hare meerderjarigheid +en toen het mij door allerlei tegenspoed zeer slecht gegaan was, +reduceerden wij onze huishouding tot het strikt noodige, naar mijn +rang en positie, zooals vanzelf spreekt. Maar een allernoodlottigst +samentreffen van omstandigheden maakte het noodig dat ik op eens over +eene groote som gelds kon beschikken om eene gapende wonde te dekken, +die, openlijk blootgelegd, ongeluk in schande zou hebben verkeerd, +en mij verplicht zou hebben reeds toen mijn ontslag te nemen. Francis +is heftig en eigenzinnig, dat is waar, maar zij heeft een grootmoedig +karakter en een liefderijk hart voor lijdenden. Zij zelve bood mij +aan, zooveel noodig mocht zijn van haar vermogen los te maken om de +dreigende ramp te voorkomen. Ik moest aannemen, ik kon niet anders; +maar ik nam aan als een voorschot, als een schuld die ik eenmaal +hoopte te voldoen en waarvoor ik haar bij mijn overlijden het bezit +van de Werve toekende." + +"Maar.... zij is immers uw eenig kleinkind; volgt dat dan niet +vanzelf? Of.... ik meen gehoord te hebben dat gij een zoon hebt gehad, +generaal! Is die gehuwd en heeft die kinderen?" + +"Mijn zoon.... is dood!" bracht de generaal uit met haperende +stem. "Hij is nooit getrouwd geweest daar ik van weet; hij +heeft althans nooit mijne toestemming tot een huwelijk gevraagd +noch verkregen, en zoo hij kinderen heeft nagelaten, zijn het +bastaards--niets dan dat!" + +"Waarom dan die voorzorg, beste oom? Verschoon mij de vraag, die +wellicht onbescheiden is, maar uit belangstelling in Francis wordt +gedaan." + +"Juist om de schuld die ik aan haar heb en waarvoor de Werve haar +borg is. Na mijn dood zullen mijn schuldeischers het kasteel niet +kunnen verkoopen zonder dat ze met Francis te rekenen hebben." + +Ziedaar waarop tante Sophie zelve zeker niet had gerekend. De straf +die zij von Zwenken toedacht, zou dus eigenlijk op Francis worden +toegepast. + +"Gij begrijpt dus wel," ging de generaal voort, daar ik zweeg, +"dat ik bij mijn leven het kasteel niet verkoopen kan zonder hare +toestemming, tenzij ik begon met dat geld terug te geven; en als dat +zijn moest zou de geheele verkoop mij niet veel baten." + +De jammerlijke egoïst zag er dus niet tegen op zijne kleindochter +ganschelijk te berooven, als zij zelve maar in die plundering wilde +toestemmen. Welk een man! En dit alles onder fijne vormen en eene +bonhomie waarvan de scherpzinnigste dupe moest zijn. Was het wonder +dat Francis zoo weinig menagement had voor de vormen, daar zij veel +te helder zag om niet te weten wat er onder kon schuilen? + +"En draagt Overberg kennis van die overeenkomst tusschen Francis en +u?" vroeg ik. + +"Neen; er waren redenen waarom ik bij die gelegenheid iemand anders +gebruikte. Mijn testament ligt bij een notaris te Arnhem." + +"Maar vreest gij niet dat uwe kleindochter bedrogen zal uitkomen bij +uw overlijden, sinds gij mij mededeeldet dat het kasteel bovendien +nogal bezwaard is?" + +"Wat zal ik u zeggen, _mon cher!_ nood breekt wet, en ik heb altijd +nog hoop mijne fortuin te redresseeren eer het zoo ver komt." + +Zijne fortuin te redresseeren op zijn leeftijd! Waarmee dacht de +man dat te doen? vroeg ik mij zelve af; maar.... ik herinnerde +mij het pakket, ik had even een blik op den inhoud kunnen werpen: +het schenen lijsten, loten, vermoedelijk van eene buitenlandsche +loterij. Als de ongelukkige daarop zijne hoop bouwde en daarvoor +de weinige hulpmiddelen veil had, die hem nog ten dienste stonden, +dan was het toch wel ver met hem gekomen, dan was het niet eens meer +slim beleid--dan was hij tot idiotisme gezonken. + +"Neef!" sprak hij op eenmaal met levendigheid, of hij een lumineusen +inval kreeg, "als het waar is dat Overberg met mij over den verkoop van +het kasteel wil onderhandelen, zou het niet kwaad zijn zoo gij Francis +eens op het chapitre bracht en haar polste hoe zij er over dacht. Het +komt mij voor, dat gij wel eenigen invloed hebt op haar. Wij zouden +een heel eind gevorderd zijn zoo gij haar wist te bewegen om van dat +idée fixe af te zien." + +"Ik beloof het u, oom! dat ik met Francis spreken zal over die zaak!" + +"Gij kunt nog als argument aanvoeren, dat het gezelschap van den +kapitein mij minder noodzakelijk zou zijn, als ik eens in eene plaats +gevestigd was, waar ik wat conversatie had." + +Gelukkig behoefde ik niet te antwoorden: wij waren bij het huis; +de bel luidde voor het tweede ontbijt, de kapitein zelf kwam ons +gulhartig te gemoet. Francis was nog niet terug; wij gebruikten het +_luncheon_ zonder haar. + +Eerst bij het diner verscheen zij weer. Zij was gekleed in een grijze +japon, even eenvoudig van fatsoen als van kleur maar die haar keurig +zat; haar elegante taille kwam er goed door uit, en zij droeg een +smal linnen boordje; het verkleurde sjaaltje was vervangen door +een zwart fluweel lint. Het haar ook was met zekere zorg opgemaakt; +het was of zij mij stilzwijgend wilde te kennen geven, dat majoor +Frans voor Francis Mordaunt had plaats gemaakt. Al was het maar +tijdelijk, mij gaf het eene gewaarwording van triomf of ik den slag +van Nieuwpoort had gewonnen, en nooit, Willem, heeft een damestoilet +mij met zooveel stille verrukking bezield als het echt vrouwelijk +grijze kleedje en dat simpele boordje van Francis! Maar was het in de +bewustheid dezer belangrijke concessie of uit eenige andere oorzaak, +die ik niet doorgrondde, het scheen of zij nu ook de vrije, luchtige +manieren van majoor Frans had afgelegd en iets van hare vroegere +onbevangenheid miste, althans tegenover mij. Zij was stil en in +zich zelve gekeerd, viel niet uit tegen den kapitein, die haar met +hondendeemoed naar de oogen zag, en betoonde zelfs zekere meewarige +goedwilligheid jegens den generaal, die echter wat strak en _distrait_ +bleef en alleen met zijne gewone verfijnde gulzigheid het enkele +fijne schoteltje savoureerde dat ditmaal op tafel kwam. Het was zeker +tusschen Francis en den kapitein tot eene wapenschorsing gekomen, +waarbij de preliminairen voor den vrede waren gesteld; aanvankelijk +was er aan haar eisch tot vereenvoudiging voldaan; wij teerden heden +op de resteerende vleezen van den vorigen dag, met eene voldoende +hoeveelheid spinazie en een extraatje voor den generaal, die geen +aanmerking maakte toen de fijne wijn achterbleef, maar zich nu op +de kwantiteit wreekte en met meesterlijke gemakkelijkheid voor zoo'n +bleek en schraal personage een paar flesschen naar binnen sloeg zonder +dat men het hem aanzag. Zoo'n stille, taaie opeter, die niet eens de +_franchise_ had van zijn lage ondeugd, zooals de kapitein,--die er +gul voor uitkwam dat hij geen hooger genot kende dan het tafelgenot, +dat hij voor zijn buik leefde,--boezemde mij een afkeer in, die tot +walging steeg, als ik dacht aan ons gesprek op de wandeling. + +De gelegenheid om een afzonderlijk woordje met Francis te wisselen, +werd mij aan tafel niet geschonken en toch had ik behoefte haar +iets te zeggen van den indruk, dien haar lief toilet op mij maakte, +wat tegenover eene andere vrouw eene impertinentie zou zijn; want een +compliment te maken over hare kleeding op een bepaalden dag is immers +het bewijs, dat men eene uitzondering constateert; maar tegenover +Francis, die zelve hare gewone achteloosheid op dit punt had erkend, +kon de _courtoisie_, kon het welgevallen zich uiten zonder gevaar. + +Toen zij opstond, geneerde ik mij ook niet tegenover de oude heeren, +weigerde de sigaar en volgde haar onverwijld naar het salon; maar +ook de kapitein was gevolgd, en nu, over een stoel leunende vroeg +hij ootmoedig: + +"Wat zegt mijn majoor nu; heb ik geen pluimpje verdiend?" + +"Welzeker," gaf zij ten antwoord, maar haar gelaat betrok. Ik vatte +waarom. + +"Eilieve, kapitein!" nam ik de vrijheid halfluid tot dezen te zeggen, +"begrijpt gij niet hoezeer het mijne nicht ergert dat gij haar altijd +met dien gehaten bijnaam aanspreekt? Ziet gij niet hoezeer zij eene +freule Mordaunt is, van hare elegante _chaussure_ af tot de toppen +der fijne vingeren toe, _als_ zij zich zelve wil zijn." + +"Och, ik ben ook een domkop om daar niet beter op te letten; maar +'t is waarheid wat gij zegt, jonker! Excuseer, freule! de gewoonte, +de ingeroeste gewoonte!" + +"Gij en ik moeten met onze gewoonten breken, kapitein!" sprak zij +zacht, doch met nadruk; "want wij zijn op den verkeerden weg; is het +niet zoo jonker?" + +"Excuseer mij, freule! dat ik u dit niet kan toestemmen; reeds +de erkenning daarvan is een stap vooruit;" en naar haar toegaande +fluisterde ik haar in: "Mag ik u gelukwenschen met uwe gracieuse +metamorphose?" + +"Gelukwenschen? Neen!" hernam zij ras en zacht, "want ik voel mij +niet thuis in mij zelve, en in _gêne_ ligt het geluk niet." + +"Mag ik een woordje spreken, eer de freule met den jonker +philosopheeren gaat?" viel de kapitein in; "als de generaal er bij +is, kunnen wij er niet over praten. Hoe denkt de freule over het +vieren van den verjaardag; ik had mij voorgesteld dat het ditmaal +eens recht luisterrijk zou zijn; maar als ik hoor van een verkeerden +weg en van veranderingen en zulk gesnor, dan word ik haast bang dat +mijn plannetje in duigen zal vallen." + +"Een plannetje, een verjaardag! Wie is er dan jarig?" vroeg Francis +in verstrooiing. + +"Wel, de generaal overmorgen! Hij wordt zes-en-zeventig, en ik dacht +zoo, de freule zal dat aardig vinden; maar van ochtend hadden mijne +preparatieven al zoo weinig succes, dat...." + +"O zoo, dàt was het dus?" + +"Juist dàt, en nu de jonker blijft, hebben wij ten minste één gast +meer!" + +"Ga nu in 's Hemels naam uw gang, Rolf! Grootpapa moet gefêteerd +worden, daar hebt gij gelijk in, maar nù...." + +"Poets ik hem, dat spreekt vanzelf," zei Rolf opgeruimd, en tot +zijne eer zeg ik het, hij bleef ook niet langer aarzelen of om ons +heendraaien toen hij eens _carte blanche_ had voor de feestviering; +maar schoof zorgvuldig de porte-brisée achter zich toe, als om ons +van de eetzaal te isoleeren.... Ik trok een lange tabouret naar mij +toe, en ging tegenover Francis zitten die het hoofd op de canapé liet +rusten in diepe zwaarmoedigheid. + +"Gij wilt niet van geluk hooren! Francis! Gij klaagt van _gêne_," +sprak ik zacht, "dat grieft mij; het was mij waarlijk niet te doen +om u somber en ontstemd te zien; is het u dan in ernst zoo groot +een dwang, om u te toonen wat gij inderdaad zijt; eene vrouw, eene +beminnelijke vrouw?" + +"Ik weet niet wat gij beminnelijks in mij zien kunt, jonker van +Zonshoven! want ik voel mij stijf en gedwongen, en dat is zeker niet +de conditie om te behagen." + +"Ik merk ook wel dat gij u daar niet op toelegt. Wat misdaad heb ik +gepleegd, Francis! dat ik op eens jonker van Zonshoven voor u geworden +ben, en het gemeenzame Leo verbeurd heb?" + +"Het eene hangt samen met het andere: als ik u gulweg Leo noem, dan +verval ik al heel licht tot mijne gewone wijze van zijn, en ik ben +niet zeker dat er dan niet eens een uitval volgt, die...." + +"Gij zijt in eene plaagzieke luim, Francis! gij wilt het mij doen +berouwen, dat wij Majoor Frans op den achtergrond hebben gezet." + +"Neen, dat's mijne intentie niet, want ik geef toe dat hij daar +blijven moet; alleen ben ik niet zeker, dat hij niet telkens +weer op den voorgrond zal komen, want ik moet u ronduit zeggen, +Leo! kostschoolmanieren heb ik nooit kunnen aannemen!" + +"Maar hoe komt het in u op dat ik die van u zou wachten +of eischen. Oneindig liever Majoor Frans! in zijne ruwe +oorspronkelijkheid!" + +"Onder privilege van hem tweemaal daags zonder menagement de waarheid +te zeggen," viel zij in, maar zonder den glimlach die de scherts +temperde. + +"Zelfs dat, als 't niet anders zijn kon, zou nog gezonder zijn voor +geest en gemoed van beide partijen, dan de dampkring van aanstelling, +namaak, onnatuur en geconfijte huichelarij, van datgene wat men +kostschoolmanieren noemt." + +"Dat's gezegend dat gij dit zoo inziet, Leo!" viel zij in, gelukkig +weer in haar ouden gemeenzamen toon; "want al wilde ik het beproeven, +ik zou het toch niet kunnen volhouden; het strijdt te zeer met mijne +natuur. Ik ben geen poesje, zooals die allerliefste nufjes, die zoo +glad en zoo fijn voor den dag komen, niet dan fulpen pootjes toonen, +kopjes geven en zoetelijk streelen, maar die boosaardig en valsch +zijn, en die de nagels uitslaan als men dat het minst verwacht. Ik +ben ook geen slanke hazewind, die zich tot kunstjes laat africhten en +voor iedereen opzit; ik ben een eerlijke trouwe wachthond, die luid +kan blaffen en ferm de tanden laat zien, maar die...." Zij zweeg in +zekere verwarring, verlegen hoe de phrase te voltooien zonder zich +in den strik te werken. + +"Die gehecht is aan zijn meester, moet er op volgen, Francis! anders +komt de vergelijking niet uit." + +"Nu, goed, _als_ hij een meester gevonden heeft, en.... en.... daar +ben ik gelukkig nog niet." + +"Gelooft gij dat, Francis?" vroeg ik, haar zacht maar doordringend +in de oogen ziende. + +"Zeker, zeer zeker! het is zooals ik zeg," en met fierheid wierp zij +het hoofd in den nek, onder een hoogen blos; toch hield zij mijn blik +niet uit, toen zij voortging met al de heftigheid die uit innerlijken +strijd voortkwam: "Ik wil geen meester erkennen, Leo! nooit, nooit, +geloof dat. Ik wil mijne vrijheid, mijne onafhankelijkheid bewaren, +ik moet het.... als gij meer van mij wist, zoudt gij de eerste zijn +om dat toe te stemmen." + +"Laat mij dan van u weten wat er noodig is om dat met u eens te zijn," +drong ik. + +"Ja, ja, dat zult gij zeker, maar niet nu, niet hier; 't is in dit +vertrek duf en dompig: ik heb een gevoel van angst en beklemdheid +of ik hier stikken zou; ik moet de vrije lucht in," en met een +afwerend gebaar, toen ik haar wilde tegenhouden, was zij in een wip +de kamer uit. + +Dat was mijn geluk, want ik was op het punt om, weggesleept door mijn +gevoel, haar op mijne knieën te smeeken mij tot haar heer en meester te +verheffen en ik zou mogelijk duur geboet hebben voor die voorbarigheid. + + + +Als Francis de lucht in ging, was er voor mij geen reden om thuis +te blijven; ik nam mijn hoed en steeg langzaam het perron af, in +'t onzekere welken weg ik zou nemen, toen Frits, die naast een der +aloë-vazen stond te droomen, mij met een leuk gezicht vertelde, dat +de freule in den tuin was: ik volgde die aanwijzing en trof haar op +het punt om door de tuindeur weg te sluipen. + +"Mag ik u vragen waar dat heengaat, genadige vrijvrouwe?" sprak +ik schertsend. + +"Naar de ruïne om de zon te zien ondergaan! 't Is een heerlijke +lente-middag; heeft jonker van Zonshoven lust om mee op te wandelen?" + +"Het was, meende ik, de afspraak dat wij die samen zouden gaan +zien. Wilt gij mijn arm?" + +"Nog niet; wij hebben eerst nog een lastig eind weg en wij moeten +zien heen te komen door struik en heg, door dik en dun, eer wij het +mooie effene zandpad krijgen dat er heenleidt; maar dan kunnen wij +gezellig praten." + +Zij had gelijk; in 't eerst was het geene wandeling, het was slechts +eene worsteling met allerlei hindernissen, door de natuur gesteld +en waar de hand des menschen zich niet verledigd had iets tegen +te doen. Daar was een gemakkelijke weg naar de ruïne als men de +voorpoort van 't kasteel uitging, maar het was een wijde omweg en +Francis hield van recht op haar doel af te gaan; zij hield evenzeer +van het strijden met bezwaren, als zij van het gladde, gebaande pad +zekeren instinctieven afkeer had. Ik plaagde haar met deze neiging, +die ze ook in 't gewone leven toonde, en kon mij niet weerhouden haar +te waarschuwen, dat hier zeker de oorzaak lag waarom zij door velen +zoo geheel verkeerd werd beoordeeld. + +"Daar weet ik alles van," gaf zij ten antwoord met een minachtend +schouderophalen, "maar daar is niets meer aan te verhelpen, dat's een +gevolg van mijn kwâjongensnatuur. Ik laat me nooit onder één lijntje +brengen met anderen, daar kunt gij staat op maken, _très cher cousin!_" + +"Dat zou ik ook waarlijk niet verlangen; gedwongenheid waarbij +uwe levendigheid, uwe opgeruimdheid moest ondergaan, zou u al heel +slecht passen; als gij mij maar vergunt _zeker personage_ tot de +orde te roepen als hij in zijne onbesuisdheid freule Mordaunt te kort +zou doen." + +"Gij schijnt er aan te hechten," sprak zij met een zacht +hoofdschudden,--"aan die freule Mordaunt; maar wij zullen zien. Daar +hebben wij nu het gemakkelijke zandpad, en wij kunnen rustig +voortwandelen." + +Zwijgend bood ik haar mijn arm, dien zij nam, terwijl zij aanving: + +"Men zegt van mij, dat mijne opvoeding verwaarloosd werd, dat +is in eigenlijken zin niet waar. Ik ben gansch niet in 't wilde +opgegroeid. Men heeft zelfs zeer veel werk gemaakt van mijne vorming; +maar juist die leiding heeft mij ontbroken, waaraan ik de meeste +behoefte had, want ik ben opgevoed als een jongen! Zooals gij reeds +gehoord hebt, overleefde mijne moeder slechts weinige dagen mijne +geboorte; zij althans heeft geen schuld aan 't geen men tegen mij +heeft gepleegd. De zuster van Rolf, slachtoffer eener lage verleiding, +en ongehuwde moeder, maar overigens eene flinke, eerlijke boerendeern, +werd mijne min. Haar kindje was gestorven en al wat er van moederlijke +liefde in haar hart school, werd op mij overgebracht. Ik was _haar +kind_. Zij verstond het niet anders. Ook is zij mij bijgebleven tot +haar dood, toen ik reeds geen kind meer was. Maar hare liefde was +toch eene andere dan zij aan haar eigen kind zou hebben betoond. Onze +vrouwen uit den boerenstand plegen geen zwakke moeders te zijn; en +zij was dàt voor mij. Zij gaf mij in alles mijn zin, en haar argument +voor die toegevendheid was altijd dat er geen mensch in de wereld was +als zij om mij lief te hebben. Dat was overdrijving; want grootpapa, +die destijds met mijn vader hetzelfde huis bewoonde hield van mij, +hoewel het maar al te waar was dat Sir John Mordaunt zich al heel +weinig om het kleine meisje bekommerde. Waarheid is, dat hij een zoon +gewenscht had, niet alleen ter wille van zijn naam, maar ook omdat +daaraan zijne toekomstige fortuin hing. Hij had een zoon gehad, +evenals ik Francis gedoopt, op wiens bestaan groote verwachtingen +waren gebouwd, doch die slechts een half jaar leefde. Twaalf maanden +na dit verlies, waarover mijn vader zich nooit heeft kunnen troosten, +werd hem die dochter geboren, die door hem met zoo weinig ingenomenheid +werd begroet, dat de moeder zelve er smartelijk door werd getroffen. Na +alles wat ik later heb ondervonden, moet ik onderstellen, dat leedwezen +over de grievende teleurstelling die zijne koelheid haar veroorzaakte, +de laatste levensuren mijner moeder heeft vergald, zoo niet haar dood +heeft verhaast. Hoe dat ook zij, Sir John Mordaunt wilde niets van zijn +kind weten, totdat op zekeren dag 'Nurse,' die deze onverschilligheid +niet uitstaan kon, mij eens bij hem binnenbracht, om te laten zien welk +een kloek ferm kind ik was, en hoezeer het meisje het in kracht en +gezondheid won van het kwijnende jongske, dat geen zeven maanden had +kunnen leven. 'Waarachtig, dat kon best een jongen zijn!' moet papa +toen hebben uitgeroepen, naar 't verhaal van Rolf, die tegenwoordig +was. En van dien dag af begon Sir John zich met mij bezig te houden +dat wil zeggen aan mijne opvoeding een bijzondere richting te geven, +die mij gemaakt heeft wat ik nu ben en die mij mogelijk tot nog +veel ergers zou gebracht hebben, zoo niet tusschentredende personen +en omstandigheden de uitwerking zijner ongewone opvoedingsmethode +eenigszins gewijzigd hadden. Onder pretext van hygiëne en Engelsch +gebruik liet men mij tot mijn zevende jaar een ruim en gemakkelijk +kostuum dragen, dat Nurse met minachting 'een jongenspak' noemde, maar +dat bijzonder geschikt was om mij tot allerlei lichaamsoefeningen in +staat te stellen. Toen ik even loopen kon, kreeg ik al een meester +in de gymnastiek; ik werd gehard tegen hitte en koude als een jonge +Spartaan; Rolf werd gelast mij de exercities te leeren toen ik pas +een kindergeweer kon dragen. Hij verzuimde evenmin mij les in het +schermen te geven, en het ontbrak mij niet aan gelegenheid om mij in +die nobele kunst te oefenen, daar alle jonge officieren die bij ons aan +huis kwamen er pleizier in vonden, of dat uit complaisance voor papa +voorwendden, om zich met mij te meten. Eene wezenlijke of eene gewaande +triomf over hen werd mij door Sir John op het schitterendst beloond. Ik +mocht ieder mijner invallen botvieren, als het maar wilde, brutale, +jongensachtige caprices waren. Ik weet niet wanneer men begonnen +is mij den bijnaam van den 'kleinen majoor' te geven, noch zelfs +waarom; ik onderstel dat het Rolf is geweest die dit heeft bedacht, +om mij bewijs te geven van zijne diepe vereering en tegelijk om mij +te onderscheiden van grootpapa, die toen tot den rang van majoor was +geklommen; maar ik weet wel dat papa smaak vond in die benaming en niet +naliet haar telkens te gebruiken, en ik herinner mij nog zeer goed, +hoe ik verbaasd stond toen een officier, denkelijk een _new come_, +mij als freule Francis aansprak. Ik weet wel, dat ik het heel kwalijk +opnam en een Engelschen vloek uitstiet van ergernis, dien ik Sir John +meermalen had hooren bezigen. Ik weet ook, dat papa mij toen van den +grond tilde en mij al lachende kuste. Het was de eerste maal dat hij +mij op die wijze zijne vaderlijke teederheid toonde. Was het mijne +schuld dat ik dat grove woord een mooi woord achtte en niet naliet +er meer van dien aard te baat te nemen als ik mijn zin wilde hebben +of eenige kracht wilde leggen in mijne uitdrukking. Er werd altijd +over gelachen, ik werd er voor gekust en toegejuicht.... hoe had het +anders kunnen zijn!" + +"'t Is zelfs te verwonderen dat de kwade gewoonte er u niet van +bijgebleven is." + +"Lang genoeg, om u de waarheid te zeggen; en nog ben ik niet zoo +heel zeker dat niet in drift.... Toch moet ik Nurse de eer geven, +dat zij er op hare wijze tegen reageerde door te vertellen, dat +vloeken zonde is; want zoodra ik eenigszins de portée van dat +woord vatten kon, had zij mij daartegen een heilzamen afschrik +ingeboezemd. 'Maar mag papa dan zonde doen?' vroeg ik.--'O, voor +heeren is dat wat anders.'--'Dan wil ik ook geen meisje zijn!' En +dan volgde er doorgaans een gesprek waarbij de eerlijke vrouw op hare +wijze moraal predikte. Het eindigde altijd daarmee, dat ik boos was +geen heer te wezen, en werkelijk heeft de spijt van maar een meisje +te zijn mijne onbezorgde kinderjaren vergald. En de woede waarmee ik +witte neteldoeksche jurkjes en sierlijke hoedjes vernielde, die Nurse +mij op zekeren tijd eigenmachtig te dragen gaf, bewees wel dat er al +heel weinig een meisjesaard in mij zat." + +"Die school er wel in, Francis! ik ben er zeker van. Maar men heeft +de natuur geweld aangedaan en...." + +"Dat is zoo waar, dat ik nooit anders dan jongensspeelgoed kreeg: +trommels, zweepen, soldaten, en toen grootpapa eens op het +idee kwam om mij een pop te geven, werd die terstond met diepe +minachting weggesmeten. De plooi had zich gezet; papa kon gerust +zijn. Op kinderenpartijen liet men mij niet gaan; jongejuffrouwtjes +kwamen bij ons niet aan huis; ik groeide op in den kring van groote +menschen, officieren, liefhebbers van de jacht en van paardrijden, +eene oefening waarvan ik op mijn achtste jaar al kon meepraten, en van +vrouwen merkte men bij ons niets dan de dienstboden en Nurse. Toen er +kwestie was van leeren, kreeg ik meesters aan huis, en toen Nurse zich +niet langer in staat verklaarde het wilde, eigenzinnige, onmanierlijk +kind te regeeren, kreeg ik.... een gouverneur! Het was een schrander +man, die veel kennis bezat, maar een laag karakter; een bruikbaar +mensch, zooals men dat noemt, en die zich ook werkelijk heeft laten +gebruiken om mij af te richten op de rol, die men mij wilde laten +spelen in de mystificatie op groote schaal die men voor had. Het is +mij later gebleken, dat Sir John den dood van zijn zoontje in Engeland +geheim had gehouden, evenals de geboorte van zijn dochter; dat hij de +laatste de plaats van den eerste wilde doen innemen aan gene zijde van +'t Kanaal, en dat hij de mogelijkheid voorbereidde mij daarvoor te +doen optreden in zekeren bepaalden kring. De afzondering waarin men +mij hield, het onderwijs dat men mij gaf, de bijzondere richting die +Dr. Darkins en Sir John altijd aan hunne gesprekken gaven, strekten +om mij te isoleeren van de personen mijner sekse, om mij een afkeer in +te boezemen van hare levenstaak, en zekeren wrevel over de positie die +ons in de maatschappij is toebedeeld, terwijl daarentegen mijne zucht +tot onafhankelijkheid werd gevoed en gevleid, en men aan mijn geest, +aan mijn karakter zekere eigenaardigheden trachtte te geven, die men +kloeke, mannelijke vorming noemde, hoewel ik later die hooggeprezen +hoedanigheid veel minder bij de meeste mannen dan bij enkele vrouwen +heb waargenomen. Ik deed mijne winst met die opvoeding, maar niet +op de wijze die het meest gunstig was voor hunne oogmerken, want ik +haatte alle bedrog en onwaarheid, en achtte dat laagheid en lafheid, +terwijl het mijn lust was mij kloek en open te vertoonen voor ieder, +zooals ik was. + +"Ik houd mij overtuigd, dat grootpapa geen deel heeft genomen in dit +komplot, hetzij hij er het gevaarlijke van inzag, of dat het streed +tegen zijn principes, een meisje te zien opvoeden zoo geheel _à contre +sens_ van hare bestemming; maar hij beging de zwakheid om niet ronduit +voor zijn gevoelen uit te komen en zich niet rechtstreeks te verzetten +tegen hetgeen hij verkeerd achtte. Alleen zijdelings contrarieerde +hij het plan van Sir John, schonk mij werkdoosjes en breimandjes, +op een tijdstip dat ik naaien noch breien kon, en lag altijd met +dr. Darkins overhoop, dien hij volstrekt niet lijden mocht en die +het hem uit alle macht vergold. Er vielen dan tusschen hem en Sir +John discussies voor, waarvan ik iets later de beteekenis begreep, +maar die daarmee eindigden, dat grootpapa van garnizoen veranderde, +denkelijk op eigen verzoek en dat wij ons niet als gewoonlijk +met hem verplaatsten. Rolf trok mee weg, maar de officieren en de +andere heeren van de stad (de hoofdstad van de provincie), die ons +huis frequenteerden, vonden er een veel te gul onthaal om niet in de +gewoonte te blijven, al gebood de plicht het hun niet meer tegenover +een hoofdofficier. Want sir John leefde op den voet van een Engelsch +baronet die drieduizend pond te verteren heeft. Voor mij echter had +er weldra eene groote verandering plaats. Ik was mijn veertiende +jaar ingetreden: dr. Darkins kreeg zijn afscheid, en ik werd op eene +kostschool geplaatst; een voornaam dames-instituut. Ik moet er dit +wel bij zeggen, want na alles wat ik u van mijns vaders handelwijze +met mij heb verteld, zoudt gij in de war kunnen raken." + +"Toch niet; hetgeen gij over kostschoolmanieren gezegd hebt moet uit +eigen ervaring zijn gegrepen." + +"Dat is maar al te waar! Ik rookte al dapper fijne sigaartjes, al +had grootpapa mij gewaarschuwd, dat ik mijne tanden zou bederven, +en nu werd op eens besloten dat ik onder de jonge meisjes moest, +om een goeden toon te krijgen!--Ik dankte dezen plotselingen +omkeer aan het bezoek van mijns vaders zuster, _aunt_ Ellinor, +eene dame die met een bejaarden graaf was getrouwd en nu met hem het +'_continent_' bezocht. Mylord had voor het badseizoen een appartement +te Scheveningen gehuurd en had geen lust _the Dutch provinces_ dieper +in te gaan. Mylady echter wilde haar broeder weerzien. Zij overviel +sir John zonder waarschuwen, dat bleek uit alles. Zij bleef twee dagen +bij ons logeeren met hare kamenier; maar hare eerste ontmoeting met +mijn vader, waarbij ik tegenwoordig was, deed mij opeens een licht +opgaan over 't geen mij tot dusver onverklaarbaar was gebleven. + +"En Francis moet nu al een flinke jongen zijn; wat zult gij van hem +maken?" hoorde ik haar zeggen. + +"Van Francis is niets te maken, want zij is maar een meisje," +antwoordde mijn vader knorrig en verlegen. "Het oudste kind, een zoon, +is gestorven. Ik heb niets dan dit." + +"John, John!" riep de lady verwijtend, "en de heele familie verkeert +in het denkbeeld dat gij een zoon hebt en gij hebt niets gedaan om +ons uit de dwaling te helpen, en de oude baronet, die u jaarlijks de +toelage uitkeert voor zijn erfgenaam, rekent er op dat deze eenmaal +naar Engeland zal overkomen om hem te worden voorgesteld. Waar moet +dat heen! Is dat _gentlemanlike?_" + +Papa lispelde zoo wat van "_absolute necessity_" en scheen een beroep +te doen op hare medewerking. + +De fiere lady barstte los in verontwaardiging. + +"Meent gij dat ik bij deze misleiding uwe handlangster zal zijn?" + +Sir John, die mij nu eerst opmerkte, daar ik in eene vensterbank zat, +half verscholen tusschen de zware gordijnen, liet eene krachtige +verwensching hooren, die mij gold en die niets bewees dan zijne +teleurstelling over het mislukt ontwerp. Hij beval mij, onverwijld +de kamer te verlaten, daar hij met lady Ellinor had te spreken. + +Maar ik was veel te weinig aan volgzaamheid gewoon om zoo onverwijld +te gehoorzamen. Ik liep schielijk op Lady Ellinor toe om haar te +zeggen dat ik Francis was, en nam mij voor haar te vragen, waarom zij +het eene misleiding noemde dat ik maar een meisje was. Doch er lag +iets in den blik dien sir John op mij wierp, die mij schrik aanjoeg, +iets dreigends, met angst en ontzetting gemengd, dat mij het zwijgen +oplegde en mij tot een schielijken aftocht dwong. + +Wat er verder tusschen hen voorgevallen is, kon ik alleen opmaken +uit hetgeen volgde, daar ik te trotsch was om als laaghartige +luisteraarster mij achter de deur te verschuilen. Integendeel, +ik wierp die knorrig achter mij toe, hetgeen _aunt_ Ellinor zeker +niet onopgemerkt heeft gelaten. Zij was er wel de vrouw toe om mij +in die paar dagen opmerkzaam gade te slaan en te leeren kennen, en +ik was geen kind om mij te kunnen of te willen verbergen. Ze schonk +mij bij het afscheid vijftig pond sterling voor mijn _trouseau_ als +ik naar de kostschool zou gaan, en de belofte dit geschenk jaarlijks +te herhalen zoo ik mij daar goed gedroeg en de manieren aannam van +eene jonge dame, zooals dat in mijn stand behoorde. + +Ik antwoordde haar dat ik niets kon beloven, daar ik een hekel had +aan meisjeskostscholen na alles wat ik er van had gehoord, en nog +meer aan jonge dames, daar ik er nog nooit eene had ontmoet die mij +beviel of waar ik op had willen gelijken; dat ik veel meer lust had +om met dr. Darkins naar Engeland te reizen, zooals mij beloofd was. + +"Van die reis zal nu nooit meer iets komen, _my child!_" verzekerde +zij; "daar zal _ik_ voor zorgen." Meer opheldering kreeg ik van haar +niet, en ik begreep, dat ik er sir John niet naar behoefde te vragen. + +Het was gelukkig dat ik mijn woord niet gegeven had aan mylady +omtrent mijn goed gedrag op de kostschool, want ik kon het er geen +jaar volhouden! In zekeren zin was ik de oudste élèves vooruit, want +ik had veel geleerd, waarvan zij nog niets wisten; maar op sommige +punten was ik onhandiger en meer onkundig dan de kinderen uit de +laagste klasse. Ik maakte alle breiwerk in de war, brak de naalden +uit ongeduld, vermorste stoffen en zijde als ik borduren moest en +werd woedend als men mij om deze linkschheid uitlachte of bestrafte; +om kort te gaan, men kon met mij niet terecht en ik kon niet overweg +met de anderen. Ik vocht met de secondante, deelde klappen uit aan +de scholieren, die mij al heel gauw Majoor Frans noemden, daar er ook +stadgenooten onder waren, die den bijnaam hadden verraden; en juist van +die meisjes verkoos ik dit niet te hooren. In één woord: binnen de zes +weken liep ik weg, en teruggebracht onder de scherpste bedreigingen van +Sir John's zijde, bracht ik er nog eenige stormachtige maanden door, om +ten laatste weggezonden te worden als een onhandelbaar, onverbeterlijk +schepsel, als een slecht exempel dat men den overigen moest sparen." + +"Het kon niet anders uitvallen." + +"Maar de aanleiding van die terugzending was toch onrechtvaardig. Ik +behoef u niet te zeggen, dat ik al heel weinig leerde; maar toch had +ik lust gekregen in muziek, en ik scheen aanleg te hebben zoowel voor +zingen als piano-spelen. De muziekmeester was de eenige die niet over +mij te klagen had, en die ook werkelijk niet klaagde; integendeel, +hij prees mij, hij vleide mij, en op zekeren dag beloonde hij mijne +ongemeene vorderingen met.... een kus!" + +"De ellendeling!" + +"Niet waar? Die radelooze onbeschaamdheid; alleen te vergelijken bij +de roekeloosheid van een waanzinnige, maakte op eens bij mij wakker, +wat ik nooit had leeren kennen: het gevoel van jonkvrouwelijke +eigenwaarde. Ik wist op dat oogenblik maar één middel om die uit +te drukken." + +"Een flinke oorveeg?" + +"Geraden!" sprak zij lachend, vergezeld van een paar hartige woordjes, +die niet eigenlijk in het vocabulaire van de pensionaires thuis +hoorden. Het een en ander gaf soortgelijke ergernis als de terugkomst +van Vert-Vert in zijn klooster. De secondante, de geheele pianoklasse +kwam er bij te pas. Madame zelf daagde op om rekenschap te vragen +van het alarm. Aan den leermeester werd natuurlijk het eerst het +woord gegeven. Hij pleegde de oneerlijkheid mijn heftigen uitval toe +te schrijven aan eene terechtwijzing, die hij noodig had geacht bij +eene verkeerde vingerzetting. + +Ik begreep wel dat de ongelukkige liegen moest; het gold zijne +kostwinning. Madame ondervroeg mij; ik verwaardigde mij niet met +eene tegenbeschuldiging te antwoorden; het was voor het eerst van +mijn leven, dat ik met logen en laster te doen kreeg; het zou niet +voor het laatst zijn." + +"Bij minder edelmoedigheid had zich mogelijk de opinie te uwer gunste +gekeerd." + +"Ach neen! men zou mij toch niet geloofd hebben. Madame verlangde dat +ik mijne excuses zou maken aan den beleedigden musicus. 'Dien schoft +excuus vragen, dat nooit!' was mijn antwoord, mijn vast besluit. Er +werd gedreigd met alle mogelijke straffen, die in 't pension voor +weerbarstige élèves in gebruik waren. Het spreekt vanzelve dat men +niets op mij verkreeg, zelfs toen zij in alle gestrengheid werden +toegepast." + +De laaghartige virtuoos trad niet tusschenbeiden dan om den raad +te geven een zoo slecht exempel uit de inrichting te verwijderen; +"hij althans zou mij geen onderwijs meer geven; _c'était le bouquet!_" +Weggestuurd worden was voor mij eene verlossing, maar ik had de reden +van dien afloop liefst zelve het eerst aan sir John medegedeeld, en +dat werd mij belet; ik was opgesloten, ik kon geen schrijfgereedschap +machtig worden. De anderen knoeiden bij zulk eene gelegenheid met +elkaar, maar Majoor Frans was de algemeene vijand; allen te zamen +waren tegen hem verbonden. + +Madame had dus de gelegenheid mij vóór te zijn, en onder een stortvloed +van klachten over mij werd het sir John aangezegd, dat zijne dochter +de eere onwaardig was geworden om in haar gedistingeerd instituut +hare opvoeding te voltooien. + +Nurse werd gezonden om mij af te halen, en aan haar vertrouwde ik, +onder tranen van gekrenkt gevoel, het geleden onrecht en de volle +waarheid. Zij wilde met mij terugkeeren, om ten overstaan van de +geheele kostschool "die Madam" te zeggen waar het op stond, maar ik +weerhield haar: het zou toch niets baten en men zou mij uitlachen +op den koop toe. Ik had reden om dat te onderstellen. Een der oudere +meisjes, een allerliefst nufje met een paar sprekende zwarte oogen, +had mij eenige deernis betoond. + +"_Chère amie!_" sprak zij, toen ze mij alleen vond, "gij zijt dom +geweest, aartsdom; gij hadt u niet zoo preutsch moeten aanstellen +tegen monsieur Z.; ik ben zeker dat hij u heeft willen kussen!" Ik +zweeg. "Dat doet hij mij ook," ging zij voort, "en al de anderen +die er lief uitzien zooals hij zegt. Wij zijn veel te verstandig om +zoo'n drukte te maken over die kleinigheid, en hij loont het ons met +allerlei lieve attenties; hij leent ons mooie Fransche romans, die +madame niet zien mag; hij weet invitaties voor ons te improviseeren, +als wij uit willen; voor mij heeft hij eens een biljet overgebracht +aan een.... _cher petit cousin_; met één woord, hij presteert alle +diensten, die geen der domestiques van 't pension ons zou durven +bewijzen; en u zoo'n man tot vijand te maken!" Ik zag duidelijk, dat +ik niet deugde in zoo'n meisjeskring, en ik heb later al de voorrechten +van die educatie begrepen, toen ik Leontine in de wereld ontmoette als +de vrouw van een kolonel, met een tweeden luitenant tot _cavaliere +serviente_; waarlijk, zij was een model van goeden toon, en eene +distinctie! Men zag het in alles, dat zij perfect was opgevoed! Zij +was allervriendelijkst jegens mij, maar executeerde mij achter mijn +rug _en pleine société_. Men amuseerde zich zoo met "Majoor Frans," +die zoo grof durfde zondigen tegen de étiquette, dat zij bij groot +toilet een kanten pelerine droeg, terwijl het gebruik wilde, dat men, +om recht gekleed te zijn, zich zooveel mogelijk decolleteerde. + +Het ligt zeker aan mijn jongens-opvoeding, maar ik heb nooit recht +begrepen, waarom de "dames" zich juist zoo blootgeven, als zij +onder de wapenen moeten zijn, bij danspartijen en diners; en sinds +ik eens bijgeval de gesprekken heb aangehoord, die de heeren zich +onder elkaar veroorloven op dit _chapitre_, heb ik mij zelve beloofd, +dat ik althans die dwaasheid niet zou meeplegen, tot groote ergernis, +zooals gij wel begrijpen kunt, van alle _gens comme il faut_. Maar +genoeg, ik zou niet zoo lang blijven stilstaan bij deze herinneringen +mijner jeugd, zoo ze niet tegelijk de bron waren geweest waaruit +alle mijne latere wederwaardigheden opwelden, en tegelijk als de +voorspiegeling van 't geen mij voortaan in de wereld zou te beurt +vallen. Gij hebt mij eens gevraagd hoe ik begonnen ben: gij kunt nu +zelf beoordeelen of het mijne schuld is, dat ik de samenleving niet +_en beau_ zie. Ik heb er deze ervaring opgedaan, dat werkelijk kwaad +en diepe bedorvenheid, mits door den deftigen liefdemantel van het +decorum bedekt, niet slechts met verschoonlijkheid bejegend, maar +zelfs met welgevallen worden geaccueilleerd, terwijl ruwe vormen bij +goede intentiën niets dan ergernis verwekken; dat het noemen van de +dingen bij hun naam, het aanwijzen van een fielt of eene friponne, +tot de onvergeeflijkste zonden behoort in het gezellige leven; en +dat zijn, naar het mij voorkomt, ziekelijke verschijnsels, die het +peil der moraliteit altijd dieper zullen doen zinken." + +"Het is waar, daar wordt een valsche maatstaf gebruikt en groot onrecht +gepleegd, waar men zich zoo aan de vormen hecht, dat het wezen er +onder verwaarloosd wordt en gij hebt daar werkelijk wonde plekken +aangewezen, die een kloek geneesheer zouden eischen, gewapend met +onwrikbaren wil en zedelijken moed en gesteund door een onmetelijken +invloed; maar toch, Francis! wat zal ik u zeggen, gij hebt mij eens +de discipline genoemd als een der beste middelen om het diep gezonken +heeren-personeel een zedelijken steun te geven. Hetzelfde mag men +zeggen van het decorum en de vormen in het maatschappelijk leven; +gelooft gij dat diezelfde kringen, die u nu reeds tegenstaan omdat +gij raadt wat al kwaads er verheeld en verborgen wordt, u beter zouden +bevallen, als alles wat er in rondwoelt zich in volle afzichtelijkheid +vertoonde?" + +"Men zou van schrik en walging de vlucht nemen; dat is zeker." + +"Maar daar toch iedereen niet wegloopen kan, is het gevaarlijk +loslating en bandeloosheid te prediken, die het verkeer van menschen +met menschen tot eene onmogelijkheid zou maken. Nu bindt men zich +ten minste in, tracht zijne beste hoedanigheden te toonen, of den +schijn aan te nemen die te bezitten, verbergt de slechtste onder den +wijden mantel van het decorum, zooals gij het noemt en al is niemand +er dupe van, het geheel heeft daardoor toch een beter aanzien; waar +reeds veel bij gewonnen is." + +"Daarmee is Majoor Frans voor goed veroordeeld." + +"Majoor Frans, dezen nu eenmaal genomen als den vertegenwoordiger +van die plompe oprechtheid, kan er als exceptie nog door; maar als +een exceptie die de onhoudbaarheid van den regel bewijst." + +"Dan bega ik eigenlijk eene dwaasheid en eene onwelvoeglijkheid, waar +ik u zoo ronduit alle mijne verkeerdheden opbiecht en den sluier wegruk +die over mijn somber verleden rust; ik kan u niets moois laten zien, +ik mag mijne confidenties wel binnenhouden." + +"Ik hoop waarlijk van neen! Zoo is het niet gemeend, dat men niet aan +een vriend zou mogen uitstorten wat ons ergert of bezwaart, dat men +daar zijn leed niet zou mogen klagen en zijne fouten blootleggen, waar +men zeker is van deelneming; daarmee, al zou men ook het pijnlijkste +hebben uit te spreken, wordt geen maatschappelijke vorm gekwetst, +en daarvan kan men opbeuring, verlichting wachten." + +"De eenige verlichting die ik er voor mij van wensch of verwacht +is deze, dat gij mij geheel zult leeren kennen, zien zult zooals ik +werkelijk ben, en mij dan mogelijk minder hard zult beoordeelen bij +'t geen er van mij geworden is." + +"Er is nog niets van u geworden, Francis! dan wat met eenigen goeden +wil van uwe zijde tot alle goeds en liefelijks zou kunnen leiden." + +"Och, spreek zoo niet," hernam zij op een toon van moedeloosheid en +ontstemming, "niet vóór gij alles weet. Maar ik moet adem scheppen; +laat ons eerst het oog verkwikken met het heerlijke schouwspel dat ons +wacht, als wij ons haasten het hoogste punt van de ruïne te bereiken." + +Werkelijk waren wij aan den voet van den bouwval gekomen, en bij het +bestijgen van de afbrokkelende trap hadden wij genoeg te doen om de +minst onvaste punten voor onzen voet te zoeken, maar boven gekomen +wachtte ons teleurstelling voor al die moeite. + +Onder ons druk gesprek hadden wij niet opgemerkt, dat er een sterke +mist was opgekomen, die het anders zoo ruime en grootsche uitzicht +benevelde. De zon was reeds in die nevelen ondergegaan en teekende +alleen hare aanwezigheid in donkere oranje- en schel roode strepen, +die daar evenals bliksemflitsen door de dichte dampen heenschoten; +maar over geheel het landschap lag niets dan een lange, dichte sluier +van vochtige mist! + +"Kom Leo!" zei Francis, "het is niet gezond hier in dien vochtigen +damp te gaan zitten, en toch had ik mij voorgesteld hier te rusten; +laten wij onder dien boog schuilen, die den toegang verschaft tot +hetgeen er nog van dien toren overblijft. Er is daar wel een brok +steen, waar niet al te verwende lieden, zooals gij en ik, zitten +kunnen." En reeds had zij den weg genomen naar dien boog, die, dicht +met klimop begroeid, een schilderachtige loofhut vormde. Francis +legde eene oude grijze sjaal, die zij medegetorst had en die ik niet +had mogen dragen, over een der massieve steenbrokken, en wij hadden +werkelijk eene comfortabele zitplaats. + +"En nu ga ik mijne historie vol jammer en bedrog voortzetten," ving +Francis aan. Kunt gij geene sigaar aansteken? Leo! Dan luistert gij +vast en met minder ongeduld; ik heb mij zelve sinds lang die weelde +ontzegd, anders gaf ik u het voorbeeld." + +"Ook ik ben geen slaaf van dat genot, Francis! en het zou mij +onmogelijk zijn genoegelijk te zitten dampen, terwijl gij uwe +smartelijke herinneringen voor mij oproept." + +"Wat zijt gij weinig een man, Leo! in den kouden egoïstischen zin +van het woord," gaf zij mij ten antwoord. + +Ik schudde glimlachend het hoofd, en zij ving aan: + +"Ondanks den muziekmeester, had ik den lust voor de muziek en den zang +behouden, en wenschte dat talent aan te kweeken. Nurse, die voor alles +raad wist als het mij gold, schommelde eene Zwitsersche gouvernante +op, die buiten betrekking was en die bij nadere kennismaking zich +ook vinden liet om mij eenig onderwijs te geven in de vrouwelijke +handwerken, waarin ik zoozeer ten achteren was. Sir John liet mij +met mij zelve begaan. Nu het plan om mij voor een jongen gentleman +uit te geven geen gevolg kon hebben, begreep hij zelf dat er, zoo +mogelijk, nog een dragelijk jong meisje van mij moest gemaakt worden, +en daar ik te weinig in goeden toon en manieren gevorderd was om in de +wereld op te treden, vond hij mijn inval goed om mademoiselle Chelles +als gouvernante-externe aan te nemen, tevreden dat het hem niets zou +kosten. Sinds ik niet meer geroepen werd jaarlijks die zekere brieven +aan den ouden baronet te schrijven, waarin mijn paardrijden en schermen +en alle andere mannelijke oefeningen op het voorschrift van Sir John +telkens op den voorgrond werden gezet, bleven ook de wissels uit +Engeland weg, die onze kostbare huishouding hielpen in stand houden, +hetgeen een wijs en voorzienig man gewis tot vereenvoudiging zou hebben +bewogen; maar deze wijsheid oefende mijn vader niet, en ik houd het er +voor, dat hij sinds zijn kapitaal gebruikte of het zijne renten waren. + +Ik intusschen had het mijn plicht geacht lady Ellinor mede te deelen +hoe het met mij op de kostschool was afgeloopen en hoe weinig ik aan +hare intentiën had kunnen beantwoorden. Eerlijkheid drong mij daartoe, +schoon ik wel vreesde van nu aan hare gunst verbeurd te hebben. Ditmaal +toch werd de oprechtheid beloond. _Aunt_ Ellinor antwoordde met de +toezending van opnieuw vijftig pond en de verzekering dat ik die +jaarlijks van haar zou ontvangen om er mee te doen wat ik wilde, +met nog menig goed woord daarnevens, dat mij bewees hoezeer lady +Ellinor voor mij eene waardige leidsvrouw had kunnen zijn, zoo +ik in hare handen ware gevallen. Zij moedigde mij aan om zelve te +voorzien in 't geen mij ontbrak en mij door niets of door niemand tot +onoprechtheid te laten verleiden. Zij hoopte mij later bij zich te +zien in Londen.... en dan had zij mij nog veel mede te deelen. Daar +is niets van gekomen. Nog in den loop van dat jaar overleed zij aan +eene hartkwaal, en ook de vijftig pond zijn mij daarna niet meer +toegezonden. Maar vooreerst had ik papa's hulp niet in te roepen voor +mijne wenschen en behoeften. Mademoiselle Chelles beviel mij; ook had +zij er den slag van met mij om te gaan; zij bracht mij wat terug van +de forsche onvrouwelijke oefeningen, die mijn lust waren geweest, deed +groote wandelingen met mij, en gebruikte die rustige vertrouwelijke +uren om mij het leven van zijne ernstige zijde te leeren zien,zooals +niemand het mij nog had doen beschouwen. Zij sprak mij van lijdenden, +van ongelukkigen wier lot soms met eenige opoffering zooveel kon +verzacht worden; van plichten, die ik alleen uit luim had beoefend +omdat mijn hart niet kwaad was maar zonder eenigen ernst of gevoel van +verantwoordelijkheid. Daarbij wist zij mij liefde in te boezemen voor +de natuur, wekte in mij hoogere behoeften op, die alle sluimerden, +daar niemand er zich nog over had bekommerd. Dr. Darkins had mij +moeten voorbereiden om lid te worden van de Anglikaansche kerk, +maar eer het zoover kwam was hij al uit zijne betrekking tot mij +ontslagen, en ik was op het punt van godsdienst geheel in den steek +gebleven. Dat kon de serieuse Zwitsersche niet dulden. Ik moest haar +beloven mij tot een protestantsch kerkgenootschap te laten brengen, +en daar het Sir John niet meer schelen kon, vond zij werkelijk een +predikant die zich met die zaak belastte. Daarbij, het behoorde zoo, +dat vond grootvader ook; maar als de goede Chelles er zich niet mee +bemoeid had, zou niemand er aan gedacht hebben. In één woord, zij +zou er in geslaagd zijn mij tot eene jonge dame te fatsoeneeren, +daar het uiterlijke niet al te veel van de overigen verschilde, +ofschoon het haar altijd ondoenlijk zou geweest zijn den "kleinen +majoor" uit te roeien, die onder alles door met Francis Mordaunt was +opgegroeid. Doch wat gebeurde? Nurse begon jaloersch te worden van haar +invloed op mij, en tot overmaat van ramp kreeg Rolf, die als tweede +luitenant met grootvader was teruggekeerd en nu van de kinderkamer +naar het salon was bevorderd, om wat ontbolsterd te worden van zijne +kazernemanieren. Rolf, die de eerste had moeten zijn om Chelles te +respecteeren, kreeg den zotten inval om op haar verliefd te worden, +en dat laat ik nog dáár, want zij was allerbeminnelijkst, maar hij +gaf zich de luxe het haar te zeggen, en hare hand te vragen! Eene +stommiteit zooals alleen Rolf die kon begaan; want behalve dat +er voor hen geen uitzicht bestond ooit tot een huwelijk te komen, +ontbrak ook het allernoodigste voor zoodanige verbintenis: wederkeerige +genegenheid. De dame kon haar adorateur niet uitstaan, dien zij nooit +anders noemde dan "_le grand soudard_," of wel "_l'ogre furieux_;" want +hij is nu door zijn leeftijd, zijn stijf been en mijne discipline tam +geworden, maar destijds was hij een woest, hartstochtelijk personage, +die om een haverklap de hand aan den degen sloeg en alleen aan zijn +grooten en kleinen majoor de verplichte subordinatie betoonde. In 't +kort, na de onstuimige declaratie wilde Chelles niet bij ons blijven, +tenzij men luitenant Rolf het huis ontzegde. Dat vonden allen te sterk +en te pretentieus. Grootpapa en Nurse handhaafden Rolf in zijne oude +rechten. Papa ook hechtte heel weinig aan "maar een _governess_," +en ik.... ik moet het tot mijne schande bekennen, ik wist zelve nog +niet genoeg wat ik wilde, om niet met de overigen in te stemmen, te +eer, daar ik nog te jong was en te weinig vrouwelijken tact had om de +scrupules van Chelles goed te begrijpen. Men noemde het aanmatiging, +heerschzucht; en dat laatste was voor mij beslissend. Als ik haar liet +heengaan was ik weer geheel vrij! Eerst later heb ik ingezien hoezeer +ik mij zelve daarmede benadeeld heb, en het is onder de grieven die +ik tegen Rolf heb juist die, welke ik het minst heb kunnen vergeven." + +"Sir John is, dunkt mij, meer te beschuldigen dan hij. Laat men +een aankomend meisje vrij om te beslissen wat voor hare vorming +dienstig is?" + +"Wat zal ik u zeggen: sir John had gewenscht dat ik tot mijn achttiende +jaar op de kostschool ware gebleven, om van daar in de wereld op te +treden als eene '_jeune fille accomplie_,' bereid op papa's commando +hare hand te schenken aan de eerste goede partij de beste. Toen dat zoo +geheel anders uitviel, trok hij zijn hart geheel van mij af, en sinds +de vijftig pond van Lady Ellinor ook vervielen, was de verwijdering van +Chelles eene bezuiniging. Deze trok met eene familie naar Frankrijk, +en het bleek welhaast dat ik haar niet had behoeven op te offeren, +daar grootvader kort daarna in zijn rang naar de residentie werd +overgeplaatst om ik weet niet welke oorzaak; het zou maar tijdelijk +zijn en Rolf kon hem vergezellen. Nurse zegevierde, en in hare blinde +liefde vergat zij welke schade zij mij had toegebracht. Ik voelde +het als bij ingeving; ook was mijne oude genegenheid voor haar zeer +bekoeld. Toch had ik eene gewaarwording of ik zeker juk had afgeschud, +want mijn onafhankelijkheidszin was niet geheel en al ongekwetst +gebleven onder de zachte leiding van Chelles. Ik nam weer bezit van +mij zelve in den kwaden zin. Ik kon niet meer met Chelles wandelen, +ik ging met papa paardrijden, die eenigszins trotsch was op het goede +figuur dat ik _on horseback_ maakte en die er niets in vond dat ik hem +vergezelde op jachtpartijen en rijtoeren met allerlei slag van heeren, +jong en oud. Mijne ijdelheid vond hare rekening bij hunne bewondering +voor mijne forschheid en vaardigheid. Ik gaf er de piano aan en de +dameshandwerken en de goede boeken; ik werd zelfs weer Majoor Frans, +en onder die soort van verwildering bereikte ik mijn zestiende jaar, +toen er iets voorviel dat eene gansche verandering in mijne wijze +van zijn teweegbracht. Nurse, die aan waterzucht leed, ontviel mij +plotseling; ik voelde toen hoezeer ik haar had liefgehad en dat zij +waarheid had gezegd dat er niemand meer overbleef om mij lief te hebben +dan zij. Er was eene leegte in en om mij, die ik niet wist aan te +vullen. Ik ontvluchtte het koude doodsche huis, ik doolde troosteloos +rond, toen ik plotseling werd opgeroepen om de rol van gastvrouw te +spelen en een logeergast te ontvangen.... Maar.... nu ik tot hiertoe +gekomen ben, moet ik eens iets van u weten...." Zij zweeg eene wijle +en bleef zitten met gebogen hoofd en de handen in den schoot over +elkaar gevouwen, als in aarzeling hoe nu voort te gaan. Op eens echter +vestigde zij hare oogen op mij met een onderzoekenden blik en vroeg: + +"Leo, zeg mij, hebt gij veel met vrouwen omgegaan?" + +"Met de vriendinnen mijner moeder nogal, maar sinds...." + +"Ik vraag niet naar oude vrouwen; ik meen of gij niet, als de meeste +heeren, van tijd tot tijd geleden hebt aan die tusschenpoozende koorts, +die zij verliefdheid noemen?" + +"Ik heb alles gedaan wat noodig kon zijn om niet aan die kwaal bloot +te staan. Het Amerikaansche stelsel van _flirtation_ heb ik nooit +kunnen goedkeuren. Coquetteeren met jonge meisjes en vrouwen achtte +ik gevaarlijk en immoreel, en daar ik leefde in het vooruitzicht dat +ik nooit geld genoeg zou verdienen om al de kant, zijde en fluweel +te kunnen betalen, die tegenwoordig tot de noodwendigheden van +een damestoilet behooren, heb ik de striktste neutraliteit in acht +genomen tegenover allen, om niet verlokt te worden van mijn beginsel +af te gaan." + +"En heeft datgene wat men passie noemt u dan nooit overmeesterd?" + +"Ik heb niet de gewoonte mij te laten overmeesteren door wie of wat +ook. Ik bezit eenige kracht om resistentie te bieden, en ik zou die +gebruikt hebben zoo het geval zich had voorgedaan; maar dat is niet +gebeurd. Ik had geen ledigen tijd genoeg om mij zulke distracties +te geven." + +"Dat wil ik van u wel gelooven, en om uwentwil verheugt het mij; +maar toch spijt het mij, want nu kunt gij mij niet zeggen wat ik +juist van u had willen weten." + +"Zeg maar wat gij weten wilt; mogelijk kan ik u toch wel voorlichten." + +"Ik wilde weten of gij gelooft dat een degelijk man, die geen +ingebeelde fat is, maar ook geen onnoozele hals, en die op menig punt +van groote scherpzinnigheid bewijs geeft, niet heel gauw kan merken +als een jong meisje.... hoe zal ik dat zeggen.... zich met innige +teederheid aan hem hecht, zelfs al wordt er geen woord tusschen hen +gewisseld, dat op liefde of dergelijke gevoelens doelt?" + +Ik begon verlegen te worden met mij zelven. Wat was hare +bedoeling? Hier was meer naïveteit dan ik in haar kon onderstellen, +of.... meer arglist dan waarvan ik haar zonder beter bewijs mocht +verdenken. + +Ik bedacht mij een oogenblik eer ik antwoordde: + +"Om u de waarheid te zeggen, Francis! ik geloof dat mannen en vrouwen +beiden al heel gauw raden wat zij voor elkander kunnen zijn, en dat +het veeleer uit dubbelhartigheid voortkomt dan uit ingenuïteit, zoo +een van beiden verblindheid voorwendt voor hetgeen maar al te klaar +uitkomt, al wordt het niet met ronde woorden uitgesproken." + +"Dat is mijne opinie ook--bij later nadenken, verstaat gij; want +destijds was ik zoo onervaren op deze punten als een _gamin_, waarvoor +ik nog altijd in mijne naaste omgeving gold. De vrienden van mijn vader +zagen in mij niets anders dan een slecht opgevoed meisje, luimig en +willekeurig, een woesteling, die zij niet dan ongaarne in aanraking +brachten met hunne dochters en waarin ze allerminst eene toekomende +bruid voor hunne zonen wilden zien. Enkele officieren probeerden +wel eens mij _un bout de cour_ te maken, hetgeen mij zoo laf en +belachelijk voorkwam, dat ik ze even impertinent als onbarmhartig +voor het hoofd stiet. Met anderen, die zulke pretentie niet hadden, +of althans niet toonden, railleerde ik met een _sans gêne_, die nog +van mijne jongensopvoeding getuigde. Niemand vatte mij toen nog _au +sérieux_ op als een jonge dame, en ik zelve was de laatste om naar +die positie te streven. Toen kwam Lord William bij ons logeeren."--Zij +haalde diep adem, als moest zij zich geweld aandoen, eer zij vervolgde: +"Lord William werd mij voorgesteld als een schoolmakker van mijn vader, +die eenige jaren zijn oudere was, en die zijn protector geweest was +op de school te Eton. Sir John scheen niet vooruit van zijne komst +verwittigd te zijn geweest, want hij had geen de minste aanstalten +gemaakt voor zijne ontvangst. Het was eene verrassing, evenals die van +lady Ellinor; maar deze beviel mijn vader beter. Mylord was om eene +onaangename zaak verplicht een tijdlang Engeland te verlaten. Hij +bracht sir John slechts een bezoek en had plan zijn intrek te nemen +in een logement; doch mijn vader haalde hem over bij ons in te +keeren. Het appartement, dat door grootpapa was bewoond, stond nu +leeg en was ruim genoeg om hem en zijn kamerdienaar te herbergen; de +majoor had er zelfs zijn bureau gehouden, en er was _plenty_ ruimte +voor alle koffers en kisten die Mylord meebracht. Alles bewees dat de +oorzaak van deze reis naar het vasteland niet lag in geldgebrek, want +hij betaalde elken dienst dien men hem deed met vorstelijke mildheid, +had eene kostbare garderobe en schatten aan boeken en zeldzaamheden bij +zich en huurde eene equipage op eigen gelegenheid. Daarbij geloof ik, +schoon sir John het mij nooit heeft gezegd, dat hij met dezen eene +overeenkomst had gesloten omtrent zijn verblijf in diens huis, die +meer dan genoegzaam was om de vermeerdering van omslag goed te maken, +waartoe deze inwoning ons dwong. Al had ik de hulp en voorlichting +van juffrouw Milders, onze huishoudster, toch zag ik er zeer tegen op, +om als _dame du logis_ te moeten optreden tegenover dien vreemdeling; +maar weldra was ik met die taak verzoend. + +Lord William (ik heb nooit zijn familienaam vernomen) was een +geletterd man, die veel wist en eene uitmuntende gave had van mede +te deelen. Hij was vol geestdrift voor kunst en poëzie, las en sprak +verscheidene nieuwe talen, had de grootste belangstelling in oudheid, +kunst en geschiedenis, en wist, wat ons onbekend was gebleken, dat er +juist voor onderzoekingen van dien aard, die hij zich voorstelde te +ondernemen, in onze provinciestad eene bibliotheek bestond, waarvan +hij druk gebruik dacht te maken. Met één woord, het was iemand +dien men geen half uur kon spreken of men begreep dat men met een +buitengewoon mensch te doen had; dien indruk althans kreeg ik van hem +op den eersten avond van zijne komst, bij de gesprekken die hij met +mijn vader hield. Ik had nooit gedacht dat sir John een vriend kon +hebben, die hem in alle opzichten zoo ongelijk was, want Lord William +hield niet van de jacht en veroordeelde die zelfs als liefhebberij, +reed alleen paard voor zijne gezondheid en had een kennelijken afkeer +van alles wat ruw, onbeschaafd en onvoegzaam was. Hij erkende, dat +hij zich nergens zoo gelukkig gevoelde als op zijne studeerkamer en +bij zijne boeken, maar toch was hij ook man van de wereld en wist +er zich te doen gelden zoo ras hij er in optrad. Hoe het kwam wist +ik zelve niet, maar ik raadde terstond in hem groote zedelijke en +verstandelijke meerderheid boven mijn vader en alle andere mannen die +ik tot dusver had ontmoet, en ik heb later ondervonden dat hij ook +op anderen diergelijken indruk maakte. Daar was dan ook iets in zijn +voorkomen dat ontzag inboezemde; al was hij gansch geen Hercules, +zooals mijn vader, er was toch iets kloeks en fiers in de slanke, +rijzige gestalte. Ik hoorde de heeren zeggen, toen hij in hun kring +optrad, dat hij leelijk was; maar wat mij betreft, ik kon dat niet +zien, en de dames waarmee wij welhaast in aanraking kwamen waren +allen zoo gevleid door de minste opmerkzaamheid die hij haar bewees, +dat ik de heeren eer verdenk van afgunst dan van juist oordeel." + +"De leelijkheid van Mirabeau, die alle vrouwen wist te verleiden!" viel +ik uit, door eene onbestemde gewaarwording van wrevel overmeesterd. + +"Zeg liever de leelijkheid van onzen stadhouder William III; want op +diens portretten gelijkt hij meer dan op eenige levende persoon die +mij bekend is. Hij had dat hooge, schrandere voorhoofd, wel niet diens +ziekelijke bleekheid, maar toch de scherpe, eenigszins harde trekken, +hij droeg hier en daar op zijn gelaat de merkteekens der kinderziekte, +al was 't niet zeer in 't oog vallend; maar het strakke en stroeve +van dat gelaat werd verzacht door zijn glimlach, en als bezield door +zijn donkere, sprekende oogen, die vonkelen konden van geestdrift, +en wier blik men evenmin kon trotseeren als dien van een arend." + +"Had hij er den snavel bij?" + +Francis keek mij even aan met zekere verwondering eer zij antwoordde: +"Ik heb u gezegd dat hij op Willem den Derde geleek; hij had diens +scherp gebogen neus." + +"Ook de allongepruik?" + +"Neen, maar het donkerbruine, krullende haar gaf zijn kapper zeker veel +werk, zonder dat het baatte; zwaar en stug, scheen het alle pogingen te +weerstaan om het onder de tucht van de hedendaagsche mode te brengen, +en mylord zelf had de gewoonte het met zeker ongeduld naar achter te +werpen zoo vaak het hem hinderde. Dan.... ik merk dat mijne uitvoerige +schets u verveelt. Laten wij opstaan en naar huis wandelen." + +"Niet voor ge mij verteld hebt welke prouesses hij heeft verricht, +die held William IV." + +"Geen prouesses in 't geheel; of het moest zijn dat hij mij van mijne +zucht om den degen te voeren genezen heeft." + +"Dat's loffelijk. Vertel mij dat eens." + +"Ja, maar daar zijn we nog niet aan toe. Zonder dat ik zelve wist hoe +het kwam, oefende hij op mij een onbeperkten invloed ten goede. Als bij +intuïtie raadde ik, dat mijne wijze van zijn, mijn toon en manieren +hem zeer weinig moesten bevallen; ook voelde ik mij de eerste dagen +tegenover hem stijf en gedwongen. Ik durfde mij zelve niet zijn en +ik verwenschte Rolf meer dan ooit die mijne Chelles te vroeg had +verjaagd. Alleen om mij eene houding te geven tegenover den fieren, +hooghartigen edelman, wiens goede toon, wiens fijne beschaving +sprak uit alles wat hij deed of zeide, had ik mijne gouvernante +bij mij gewenscht. Papa ging cavalièrement met hem om, zooals oude +schoolmakkers, al zijn zij elkaar nog zoo ongelijk; maar mij kwam +het voor dat hij met laatdunkende verwondering op mij neerzag zooals +een adelaar op eene gemeene kraai. Toch bleek het dat hij beteren +dunk van mij had dan ik zelve meende, en vooral dat de bevreemding +over mijne wijze van zijn, die hij niet geheel kon ontveinzen, niet +uit minachting voortkwam, maar wel uit zekere meewarigheid. Hij was +aangegrepen door mededoogen met het jonge meisje, dat men uit haar +natuurlijke sfeer had gerukt, dat men had misvormd en verwrongen tot +iets dat zij niet had moeten zijn en dat zich misplaatst voelde juist +daar waar zij behoorde. Op zekeren dag dat ik in 't salon aan de piano +zat, eigenlijk maar om wat te tokkelen, terwijl de heeren in de _suite_ +voor den haard stonden te rooken, hoorde ik Mylord tot sir John zeggen: + +"Waarom ziet gij geen menschen? Waarom gaat gij niet met Francis uit; +zij heeft den leeftijd?" + +"Zoo wat, maar zij is nog te wild en te brusk!" + +"Ik zie niet dat zij wild en brusk is; zij is alleen linksch en +beschroomd, als eene die zich niet weet te houden: 't is of ze nooit +in goed gezelschap heeft verkeerd." + +"Zoo is het; op de kostschool is zij om hare woestheid verjaagd, +en.... zooals zij nu is, durft men haar niet presenteeren." + +"Nonsens! als gij dus met haar voortgaat, zal zij altijd even stijf +en verlegen blijven. Juist als zij onder de menschen komt zal zij +dat alles afleggen. Zij heeft geest en gevatheid, dat heb ik al +opgemerkt. Zij zal heel spoedig in de wereld thuis zijn." + +"Daarbij, de zoogenaamde _beau monde_ hier is niets dan een klein +kringetje, ellendig, kleinsteedsch en vervelend; ik geloof niet dat +er voor haar onder die lieden eene partij zal te doen zijn; en mij +dan daarvoor op te offeren...." + +"Gij hebt niets te verzuimen; gij moet het doen uit beginsel. Zij +behoeft er niets anders te vinden dan gelegenheid om zich met gemak +in de wereld te leeren bewegen." + +Mijn vader mompelde zoo iets van verliezen en teleurstellingen, +kostbare toiletten die er noodig zouden zijn, enz. enz. + +Lord William haalde de schouders op en zag hem aan met een doorborenden +blik. + +"John, John! welk een vader zijt gij? Over die bagatellen spreken +wij later...." + +"Daarbij is er geen chaperon; ik ken hier de vrouwen niet." + +"Wij zullen ze leeren kennen. Meent gij misschien dat ik +mijne winteravonden zal slijten met u op de sociëteit of bij uw +heerenspeelpartijen? Daar bedank ik hartelijk voor; en dan _the poor +child_ aan de verveling prijs geven? Dat zal niet gebeuren. De chaperon +zal _ik_ zijn, als het niet anders kan, en 't overige zal zich vinden; +maar.... _the little one_ luister, genoeg hiervan!" + +Ik had werkelijk de vingeren maar stil op de toetsen laten rusten; +mijne nieuwsgierigheid om te weten hoe _hij_ over mij sprak en dacht +was sterker dan mijne bescheidenheid! + +Sir John verliet het vertrek met den driftigen stap van iemand die +uit zijn humeur is. + +Lord William kwam naar mij toe, ondervroeg mij naar mijne opvoeding, +mijne gewoonten, mijne wenschen. Ik ving aan met schuchterheid en +aarzeling, maar eindigde met al de openhartigheid en vrijmoedigheid +die mij van nature eigen waren. Hij liet mij niet los vóór hij alles +wist, en het kwam mij voor dat toen de betoovering geweken was, +die mij tegenover hem zoo ongelijk maakte aan mij zelve. + +Hij vroeg mij of ik van lezen hield. + +"Volstrekt niet," was mijn gulgauw antwoord, "want dan moet men alleen +zitten. Ik houd van menschen, van gezelschap, van beweging." + +"Om onder de menschen en in gezelschap een goed figuur te maken moet +men gelezen hebben, en al ware dàt niet, zonder geestesbeschaving +zinkt eene vrouw tot eene onbeduidendheid, waaruit hare schoonheid +zelfs haar niet kan opheffen." + +"Ik wil niet onbeduidend zijn," sprak ik met beslotenheid, "zeg maar +wat ik lezen moet." + +Hij glimlachte. "Dat gaat zoo niet in eens; maar ik zal met u lezen, +en dan zullen wij spoedig dit verzuim van u inhalen, zoo gij wilt?" + +Gij raadt mijn antwoord, en van dien dag af ondernam hij het mijn +geest en mijn smaak te vormen, mijn geestdrift op te wekken voor zijne +lievelings-auteurs, ja, hij nam zelfs de moeite mij kennis te doen +maken met de meesterstukken der Duitsche en Fransche litteratuur, +maakte zelfs zijne geliefde klassieken voor mij genietbaar, en wat +ik van Dr. Darkins nooit had willen leeren nam ik met gretigheid aan +van hem. + +Hij vergezelde mijn vader niet naar diens sociëteit; eene enkele +partij billard, een rijtoertje, en zijn gezelschap aan tafel was alles +wat sir John aan hem had. De avonduren en zekere bepaalde uren van +den voormiddag, die hij niet voor zijne eigene studiën noodig had, +wijdde hij aan mij. De liefste waren mij die, welke wij doorbrachten +met Shakespeare, die hij mij voorlas met eene geestdrift waarvan +hij mij den geest, de kracht, de grootschheid deed opmerken met zulk +eene klaarheid en zulk eene gave van mededeeling, met een talent van +voorstelling, dat ik als leefde in die wereld en...." + +"En toen is het gebeurd dat gij op elkander verliefd zijt geworden, +evenals Desdemona en Othello," viel ik in met eene opwelling van +wrevel, die ik niet bij machte was te beheerschen. + +"Neen, neen! zoo is het juist niet gegaan; maar als gij geen geduld +hebt deze herinneringen aan te hooren zooals ik ze nu in mijn geheugen +kan terugroepen, moet gij het liever zeggen; want als ik ze niet +mag geven zooals ze in mij opkomen, verlies ik den draad; daarbij, +gij zegt dat gij mij wilt leeren kennen zooals ik ben; dat zou niet +gaan, als gij niet wist hoe ik geworden ben wat gij mij nú ziet. Of +wat zou het u baten als ik u alleen mededeelde, dat lord William, +in 't begin van den herfst bij ons gekomen, bij het naderen van de +lente ons weer verliet?" + +"Zonder met u verloofd te zijn?" vroeg ik gejaagd. + +"Zonder met mij verloofd te zijn!" herhaalde zij op koelen, drogen +toon en rees op; "maar nu moeten wij gaan, neef! want wij zullen +ditmaal den omweg nemen, die de gemakkelijkste is; wij komen toch al +te laat voor de thee; nu! de kapitein kan ze zetten, dat's het minst." + +Reeds was zij zonder mijne hulp van de onveilige steenblokken +afgesprongen en stond op vasten bodem eer zij had uitgesproken; ik +haar na, met hetzelfde goed geluk, al was het niet met dezelfde haast; +want ik zag het nut van die waaghalzerij in het half donker niet in. + +Al wandelend wikkelde zij zich dicht in de grijze plaid, en er kon +geen kwestie zijn van haar mijn arm te bieden; ik wist niet of ik +haar moest vragen voort te gaan met hare souvenirs, want ik voelde +mij schuldig; ik had met onhoffelijke kregelheid den stroom harer +confidentiën gestoord; mogelijk voor goed de behoefte om zich uit te +spreken gedoofd, en toch, ik brandde van ongeduld om er alles van +te weten; het was zelfs mijne zenuwachtige gejaagdheid die getergd +werd door hare _longueurs_; het kwam mij voor, dat zij met te veel +opzettelijkheid drukte op de voortreffelijkheden van dien vreemdeling, +dien ik niet kon uitstaan, dien ik nu reeds haatte, zonder nog te weten +of ik er reden toe had. En ik had zeker geen recht om misnoegd te zijn +op Francis. Wist ik dan reeds niet genoeg van haar om te begrijpen, +dat zij haar hart niet had vrijgehouden tot haar zes-en-twintigste +jaar? Had zij moeten wachten op een Paladijn die haar bij testament +zou worden toegewezen! Ik voelde dat ik dwaas en onrechtvaardig was +en toch kon ik over die dwaasheid en onbillijkheid niet zoo geheel +zegevieren, of zij had er iets van kunnen bemerken. + +"Leo!" sprak zij, nadat wij eenige minuten zwijgend naast elkaar waren +voortgegaan. "Ik zie wel dat gij ergernis neemt aan mijne souvenirs, +maar ik kan ze u daarom toch niet sparen; er is een deugd, die men +Francis Mordaunt zeker niet zal ontzeggen; het is: eerlijkheid, +en deze dringt mij, u niet te verhelen wat er in mij is omgegaan, +sinds gij mijn vriend wilt zijn en ik, ondanks bittere ervaring, nog +hecht aan de beteekenis van dat woord. Als gij van ochtend vertrokken +waart, zooals ik dat verwacht had, zou ik u met mijne bekentenissen +niet lastig zijn gevallen." + +"Zoo moet gij het niet opnemen, Francis! ik ben immers gebleven om +ze van u te hooren. Ik beloof u, dat ik den loop uwer herinneringen +niet meer zal stuiten." + +"Nu, goed! zoo zult gij dan hooren dat gij het geraden hebt, dat +ik lord William heb liefgehad met al de innigheid van een eersten +hartstocht, ik moest zeggen: met al de naïveteit van mijn jeugdig hart; +want ik wist zelve niet, dat het liefde was wat hij mij inboezemde. Ik +had nooit met jonge meisjes verkeerd, die elkaar op haar dertiende +reeds van galants en minnarijen spreken; ik was _novice_, als geene +andere, maar ik voelde welhaast, dat lord William alles voor mij was, +dat ik eigenlijk niet meer leefde dan in hem, dat ik onverschillig +was voor iedereen en voor alles, dat het mijn hoogste geluk was, zijn +wil en wensch te raden en te volgen, dat ik, die men ontembaar achtte, +die luimig en willekeurig scheen te zijn, soms alleen uit liefhebberij +in den strijd, nu maar ééne vreugd kende: die van hem te gehoorzamen, +op zijne wenken te letten, en, zonder dat hij noodig had dit van mij +te vergen, het volgde van zelf; ik raadpleegde hem in alles, zelfs +over mijn toilet, toen het er toe kwam dat wij uitgingen; ik maakte +een beter figuur in de wereld, dan men van het (zoo men meende) in +'t wild opgegroeide meisje verwacht had; ik kleedde mij met smaak, +dat wil zeggen naar _zijn_ smaak, hoewel hij er verre van af was mij +dit op te dringen, maar ik raadde den zijnen en volgde dien op mijne +eigenaardige wijze; want van slaafsche naäperij van hetgeen de mode +voorschreef, had ook hij een afkeer, die geheel in mijn karakter viel, +'_Somewhat originality_' vond hij piquant, en hij achtte het schade zoo +de individualiteit verloren ging onder zekere vormen, voor iedereen +gelijkelijk afgepast. Als hij zoo sprak, raadde ik dat hij in mij +prees, wat anderen in mij afkeurden. Omdat hij het noodig had geacht, +ging ik in de wereld; maar mijn hart zette ik er niet op; mijn hart +was met hem waar zijn schat was, in zijne boekenkamer, waar ik uren +lang met hem samen was, naar hem luisterend, zonder mij te vervelen, +zooals mij soms gebeurde op eene drukke danspartij; want _hij_ danste +niet! Tot in de droge oudheidkundige studiën, waaraan hij zich wijdde, +begon ik belang te stellen. Ik vertaalde voor hem wat hij uit zekere +Hollandsche boeken of tijdschriften verlangde te weten. Ik copiëerde +voor hem, zonder er aan te denken, dat zitten schrijven vervelend +kon zijn; ik vergat dat er een stal was, dat mijn lievelingspaard +door den _groom_ moest worden afgereden; ik vergat alles en allen; +ik was alleen opmerkzaam als het de behoeften van lord William +gold. Als de meeste heeren hield hij van eene goede tafel en was er +aan gewoon. Hij had er daarbij alle recht op in ons huis, zooals ik +later heb begrepen. Genoeg, ik vond een lust in de mannelijke studiën, +zonder de vrouwelijke plichten te verzuimen. Zelfs de vrouwelijke +behaagzucht was in mij wakker geworden. Vroeger had ik zeer weinig om +mijn uiterlijk gegeven; nu nam ik er acht op en was zorgvuldig in de +minste kleinigheden; want Mylord, al was hij nog zoo'n oudheidkenner, +kleedde zich met de uiterste zorgvuldigheid, en zoo modern als een +perfect gentleman die geen fat wil zijn. + +Mijn eenig verdriet was als ik zag dat Mylord zich met andere dames +bezighield, en toch, dat kon wel niet anders, wilde hij mij patronessen +bezorgen in zekere kringen. Sir John gaf zich daartoe geen moeite, +en daarbij Mylord hield niet van spelen en wilde niet dansen, terwijl +ik toch niet als eene matrone tapisserie kon maken. Zoo leerde ik +de jammerlijkste passie der vrouwen, den kleinen naijver kennen, +maar waagde het toch niet die te toonen; ik wist vooruit dat hij dit +ergerlijk kleingeestig zou vinden. Wij gaven nu zelfs diners, en de +_dames_ van de stad, die bevonden dat alles bij ons recht _quite_ +was, waren zeer verwonderd. Van die bijgenaamde _majoor Frans_ +hadden zij zulk eene goede ontvangst niet verwacht; waarheid is dat +juffrouw Milders, onze huishoudster, talenten had, die tot hiertoe +braak hadden gelegen, en dat Mylord mij wenken gaf, die mij van het +uiterste nut waren. Papa zelf had er volle satisfactie van, en ik +sleet den gelukkigsten winter van mijn leven; men vond mij in de _beau +monde_ wel een weinig zonderling, maar dat werd distinctie geacht +en toegeschreven aan de vreemde afkomst van mijn vader en aan den +Engelschen toon die in ons huis heerschte. Ik werd zeer gefêteerd, al +kon het mij niet schelen, misschien juist daarom; maar de lente naderde +en wij begonnen reeds plannen te maken om gezamenlijk de Werve te gaan +bezoeken "zoodra het seizoen van uitgaan was afgeloopen." Als grootpapa +maar geen spaak in het wiel steekt, dacht ik met zekere bezorgdheid, +want deze was nu van zijne zending naar de residentie teruggekeerd, +gelukkig voor mij zonder Rolf; eene rilling overliep mij als ik er +aan dacht, dat deze mij als "majoor" zoude aanspreken en behandelen +in het bijzijn van lord William. Welhaast bleek het mij dat grootvader +onze ingenomenheid met onzen gast niet deelde. Ik schreef het toe aan +zijne teleurstelling, dat de vreemdeling zijn appartement in ons huis +had ingenomen, hetgeen hem noodzaakte voorloopig een afzonderlijk +kwartier te betrekken; maar er was zeker nog iets anders: want ik +merkte duidelijk, dat de majoor von Zwenken Mylord wel bejegende met de +hem eigene beleefdheid, maar geenszins met de joviale voorkomendheid, +waarop ik meende dat deze van iedereen recht had. Ik zou maar al te +spoedig weten, waaruit dat voortkwam. + +Op zekeren zonnigen lentedag zat ik de zuivere lucht te genieten op het +kleine balkon, waar mijn boudoir op uitkwam, met een ongekend gevoel +van weemoed en levenslust de fijne blaadjes en de aankomende knopjes te +bespieden, die den tuin welhaast met bloesems en geuren zou sieren. Ik +had geen trek tot lezen, hoewel ik een boek in de hand hield, en dacht +aan de prettige wandelingen die wij welhaast zouden maken met Mylord, +en aan de mogelijkheid van een tochtje naar het kasteel van grootpapa, +toen ik diens stem hoorde, in gesprek met sir John. + +De heeren waren door de openstaande deur van de tuinkamer gekomen +en hadden plaats genomen op de bank vlak onder mijn balkon. Zekere +onrustige nieuwsgierigheid beving mij: ik had maar op te letten en +ik kon alles verstaan. + +"Waar kan hij zijn, uw lord William?" vroeg grootpapa op wreveligen +toon. + +"Op dit uur is hij altijd in de stads-bibliotheek; er moeten archieven +zijn, die hem de grootste belangstelling inboezemen." + +"En Francis?" + +"Zij kleedt zich, of zij is in besogne met de huishoudster; weet +ik het!" + +"'t Is nogal mooi, dat zij ook niet met hem meegaat naar die boekerij, +sinds zij zich zóó met hem afficheert." + +"Met hem afficheert! Wat meent gij daarmee, heer majoor? Mylord woont +bij ons in; hij gaat met ons uit, dat spreekt vanzelf; hij is in alle +opzichten een respectabel man, een _right honorable_ zelfs. Ik zie +niet, hoe miss Francis daardoor geafficheerd zou kunnen worden." + +"Hm! gij ziet het anders dan ik. Maar dat zou nog niet het ergste zijn; +zoo hij zich maar niet zoo druk met haar bemoeide." + +"Mij dunkt, dat schaadt haar waarlijk niet. Of moet gij zelf niet +erkennen, dat zij zeer tot haar avantage veranderd is, en dat men +haar nu overal kan presenteeren?" + +"Dat spreek ik niet tegen. Alleen, ik zou dan in uw geval verlangen +dat hij het zijne deed om haar als zijne _future_ te presenteeren; +dán zou hij zijn plicht doen." + +Sir John begon hardop te lachen. "Wel, heer majoor, hoe haalt gij +u zoo iets in 't hoofd! William is mijn schoolkameraad en maar een +jaar of drie mijn jongere, en Francis moet nog zeventien worden." + +"Hij heeft het voorkomen van even in de dertig. En daarbij, wat doet +de leeftijd er toe? Francis is op hem verliefd, smoorlijk verliefd, +dat zeg ik u, en het verwondert mij, dat gij zelf dit niet al lang +hebt bemerkt en de onvoorzichtigheid begaat, dien vertrouwelijken +omgang met uwe dochter te dulden zonder dat hij zich declareert." + +"_Bless me!_ daar zou hij zich waarlijk wel voor wachten!" riep mijn +vader. "Hij is getrouwd, en daarom steekt er ook niets in dat hij +zoo wat den Mentor speelt over Francis; ik heb er geen slag van en +zij heeft het hoog noodig." + +"Hoog noodig! dat hij haar het hoofd doet draaien!" sprak mijn +grootvader met stijgende ergernis. + +"Dat heeft geen nood; het hare is veel te degelijk om zoo licht +duizelig te worden. Zij is daarenboven eene Mordaunt en niet zoo +weekelijk opgevoed om zich met jongemeisjesgrillen in te laten." + +"Gij zijt wel wat al te naïef, sir John--de stem van den majoor klonk +streng en bitter--"of.... van eene gerustheid die mij onverklaarbaar +is." + +"Dat zou zij niet langer zijn, en gij zoudt deze gerustheid deelen, +mijnheer, zoo gij lord William kendet als ik! _Every inch a gentleman_, +sir! en zoo hij ook maar vermoedde dat zulke argwaan in ons kon +opkomen, ben ik zeker dat hij geen uur langer hier in huis zou +vertoeven. Ik begrijp wel, wat u eenigszins tegen hem inneemt. Hij +speelt niet; wij hebben weinig aan zijn gezelschap en hij heeft u +hier verdrongen. Dat spijt mij zelf; dan, ik kon niet weten dat gij +zoo spoedig uit den Haag zoudt terugkeeren. En, om de waarheid te +zeggen, mylord is _generous, most generous_, en ik ben hem zekere +égards schuldig." + +"Dat geloof ik gaarne, maar.... moet Francis daaraan worden +opgeofferd?" + +"Francis wordt niet opgeofferd, dat verzeker ik u. Integendeel, +het is voor haar van het grootste belang dat wij als vrienden +scheiden. Daarbij, hij zal niet lang meer bij ons blijven. Hij is tot +president verkozen van ik weet niet welk archeologisch genootschap +en moet de zittingen bijwonen in Londen. Ook kreeg hij dezen ochtend +de tijding, dat de onaangename zaak, die hem naar het continent de +wijk deed nemen, zoo goed als geschikt is. Hij vreesde een lastig +proces dat hem verdriet en ergernis zou geven. Het blijkt dat de +mediateurs het eens zijn geworden. Zijne vrouw, die met hare familie +in het Zuiden reist, heeft hem een ootmoedigen brief geschreven en +wenscht vergiffenis en verzoening. Hij deelde mij mee, dat hij nog +niet besloten is, maar dat hij toch tegen eene scheiding opzag en +vermoedelijk...." + +Sir John zweeg plotseling; de heeren wandelden op; ik zag den +kamerdienaar van lord William aankomen en met hen spreken. Had een +hunner opgekeken, hij zou mij hebben gezien in ademlooze spanning +tegen het balkon geleund, als een steenen beeld, de verpersoonlijking +van stomme verslagenheid. Toen zij reeds lang weg waren bleef ik nog +zóó staan, als vastgenageld aan die plek. Ik had de kracht, den moed +gehad om ten einde toe te luisteren; de zelfbeheersching om door geen +kreet of uitroep een gesprek te storen dat mij zulke verpletterende +ophelderingen gaf. Toen ik eindelijk uit die onbeweeglijkheid oprees, +was het met een kreet van smart en bitterheid, dien ik niet kon +weerhouden. Ik was aan mij zelve ontdekt! Ja! mijn grootvader had +goed gezien. Die aanhankelijkheid, die vrijwillige overgave van al +mijn willen en denken aan zijn wil en wensch, die gewaarwording +van onuitsprekelijke blijdschap in zijne tegenwoordigheid, als +hij mij toesprak, zich met mij bezighield, bovenal als hij met zijn +sprekenden blik, met zijn betooverenden glimlach mij zijne goedkeuring +uitdrukte--dat was liefde! Liefde, die gloed van ijver, dien ik in mij +voelde voor alles waarin hij belang stelde; liefde, die zucht voor +poëzie en letteren, waarmede hij mij had bezield. Wel is waar eene +liefde, die niets had van de zottelijke teederheid waarmee ik andere +jongelieden elkander zag omgeven en die niet dan mijn afkeer wekte, +maar toch liefde, en die nu op eens tot een verboden, een schuldigen +hartstocht werd misvormd; want het licht dat mij opging over den man +dien ik liefhad was als een fakkel waardoor alles in mij tot vuur +en vlam werd, vlamme van haat en verontwaardiging, die helaas den +liefdegloed niet verteerde, maar te feller branden deed. Had ik mij +zelve bedrogen en onbewust toegegeven aan de aantrekkingskracht, die +van dien vreemdeling uitging, hij zelf, hij had zich niet aldus kunnen +vergissen en hij had mij bedrogen, hij had mij althans in onwetendheid +gelaten over 't geen mij eerst noodig was te weten. En toch, in later +tijd over deze eerste groote smart nadenkende, begreep ik, dat het +gevaar voor mij nauwelijks minder zou zijn geweest al had ik die kennis +gehad, want het was zijn persoon, die zulk een toovermacht over mij +oefende, niet zijn positie. Onnadenkend had ik mij overgegeven aan +mijn gevoel, zonder te berekenen waar het mij kon heenvoeren, zonder +er iets van te wachten voor de toekomst. Maar toch wekte de zekerheid +dat ik dien man liefhad en dat hij niets voor mij zou kunnen zijn +dan.... een Mentor zooals mijn vader zich uitdrukte, bij mij eene +onbeschrijfelijke gewaarwording van teleurstelling en toorn. Hoe +koelbloedig en onbarmhartig had hij dan met mij gespeeld, hij de +man van leeftijd en ervaring, die zoo scherpzinnig was en zooveel +menschenkennis bezat. Had hij, hij er dan niet om gedacht, dat deze +omgang voor mij zijne gevaren had; had hij ze niet geteld, omdat hij +zelf niet vreesde en ze mij alleen raakten! Zelfs wist hij zich immers +onkwetsbaar; mogelijk had hij die vrouw, die nu verre was, zóó lief, +dat hij gepantserd was tegen iedere andere liefde. Waarheid is, dat +hij nooit den toon van den hartstocht tegen mij had aangeslagen. Een +blik van welgevallen, een glimlach van goedkeuring, een handdruk van +vriendschap was alles wat hij mij geschonken had, en dat was mij ook +genoeg geweest. Eens slechts, ik herinner het mij maar al te goed, +had hij met zekere hartstochtelijkheid mijne hand gekust, toen ik, +ik weet niet meer welken zijner wenschen geraden en vervuld had. Dien +nacht sliep ik niet van trots en weelde, maar des anderen daags had +hij mij met zulk een ijzige strakheid bejegend, of hij mij, als zich +zelf, dat oogenblik voor goed wilde doen vergeten, en scheen er niet +op te letten, hoezeer ik onder die stugge luim leed. + +Nu wilde ik hem dat alles verwijten, alles op eens uitstorten +wat in mij omging, en hem daarna doen zien, hoe diep hij in mijne +achting was gedaald; want te verbergen wat in mij omging, dat voor +hem te verbergen als ik eens tot spreken kwam, dat was voor mij +eene onmogelijkheid. Maar de gelegenheid om hem terstond bij zijne +thuiskomst te spreken bood zich niet aan. Wel ging ik in zijne +studeerkamer, in de hoop hem weldra te zien binnenkomen, maar ik +vond er slechts zijn kamerdienaar, die mij mededeelde, dat Mylord een +bezoek had te brengen bij zekeren bankier en niet vóór den eten thuis +zoude zijn. Ik moest mij dus inhouden en zooveel mogelijk mijn aplomb +hernemen, om aan tafel niets te laten blijken; maar dat ging boven +mijne macht. En ook waartoe? hoe eerder hij het nu begreep dat ik hem +haatte en minachtte, hoe beter. Ik wist waarmee ik hem kon ergeren, +en ik besloot hem geene ergernis te sparen. Ik las de bevreemding op +zijn gelaat, afkeuring in zijn blikken, maar de betoovering die hij +op mij oefende was gebroken; dat moest hij weten, en ik ging voort +hem te tergen en te kwellen. Toen hij begreep dat er opzet in lag, +deed hij of hij niets bemerkte en ik hield vol tot aan het dessert, +waarna ik mij niet als gewoonlijk verwijderde om de heeren aan hunne +sigaren te laten. Ik herinnerde mij dat ik ook rooken kon, zocht +eene lichte sigaar uit en stak die aan. Toen zag ik lord William +het voorhoofd fronsen en de zijne wegwerpen; hij stond op, nam mij +bij de hand en voerde mij zonder een woord te spreken naar zijn +boekvertrek. Ik liet mij wegleiden, want dat was juist wat ik wilde. + +"Wat scheelt er aan, miss Francis?" sprak hij, nadat hij mij in een +_easy chair_ had doen plaats nemen en tegenover mij staan bleef. "Ik +begrijp wel dat gij zeer ontstemd zijt en dat het _mij_ geldt; maar +ik kan niet nagaan uit welke oorzaak." + +"Dat is mijne schuld niet. Met een weinig nadenken zou Mylord +toch licht die reden kunnen uitvinden. Hij weet, hoezeer ik aan +openhartigheid hecht...." + +"Dat is prijselijk; en nu verder?" + +"En nu vraag ik mij zelve af, wat ik van de uwe denken moet, als ik +van anderen hoor, dat gij getrouwd zijt?" + +Ik bracht deze laatste woorden met te veel gedwongen kalmte uit om +hem niet eenigszins verwonderd te doen opzien; ik zag zelfs dat hij +verbleekte, maar hij vroeg koel: + +"Heeft Sir John u dat eerst nù medegedeeld, en waarom juist heden?" + +"Sir John heeft het mij niet medegedeeld; ik heb het bij toeval +vernomen--bij _toeval_; verstaat gij mij, Mylord? En daarom geloof +ik eenig recht te hebben om van u zelven iets meer te hooren van +uwe gemalin." + +Ik had het er wel op toegelegd om hem te prikkelen en te schokken, +maar dat deze vraag zulke uitwerking op hem zou hebben, had ik niet +kunnen berekenen. + +Hij trad driftig drie schreden achteruit; een donkere blos van toorn +of schaamte kleurde zijn hoog voorhoofd; zijne oogen gloeiden van +verontwaardiging, maar zijne trekken namen zulk eene uitdrukking +van lijden aan, dat ik zelve schrikte van de ontroering die ik had +teweeggebracht. + +Hij zweeg, keerde zich van mij af, wandelde een paar malen de kamer +op en neer, kwam eindelijk weer bij mij terug, bleef vlak voor mij +staan, zag mij aan met een mengeling van weemoed en misnoegen en +sprak eindelijk: + +"Het spijt mij, miss Francis, dat juist gij mij dit aandoet. De tijd +voor zulk vertrouwen voor u acht ik nog niet gekomen. Daar is te veel +bitterheid in uwe vraag, dan dat zij uit belangstelling kan voortkomen, +en belangstelling alleen heeft hier recht op een antwoord." + +"Belangstelling, Mylord!" barstte ik uit, "dat is wel het zwakste +woord, dat er tusschen u en mij kan gesproken worden; gij weet wel, +gij moest het ten minste weten, al veinst gij bevreemding, dat het +hier voor mij eene levensvraag geldt!" + +"Neen! op mijn woord, dat begrijp ik niet," hernam hij ijskoud, bijna +met ironie. "Ik begrijp niet welk belang gij meent te hebben bij de +beslissing die ik...." hij zuchtte diep, "die ik nog niet heb kunnen +nemen; en daarom heeft men, wie dan ook, eene groote onvoorzichtigheid +begaan met u van deze dingen te spreken vóór ik zelf daartoe de +vrijheid had gegeven. Het geldt hier eene diepe wonde, waarvan ik +voor mij zelven als voor anderen de pijn heb trachten te verbergen, +een toestand even smartelijk als vernederend voor wie er in betrokken +zijn. Waarom zou ik u, een jong meisje, dat minder dan anderen van +haar leeftijd met het gewone leven bekend is, inwijden in de treurige +geheimen van een ongelukkig huwelijk; waarom u gesproken hebben van +eene vrouw die hare naaste plichten heeft verzaakt, en van welke ik +op het punt stond mij voor het leven te scheiden; toch wenscht zij +de hereeniging, waartoe ik nog niet heb kunnen besluiten. Uw vader +weet iets van mijn strijd; waartoe zou ik er u in betrokken hebben, +eer die voor mij zelven was opgelost?" + +"En is het u dan niet ingevallen, Mylord," vroeg ik met eene bitterheid +waaronder ik mijne ontroering trachtte te verbergen, "dat er gevaar +kon liggen voor mij in die onwetendheid?" + +"Voorwaar! Neen, dat is niet in mij opgekomen, en ik zie zelfs niet +hoe dat had kunnen zijn. De toon van verbittering dien gij nu tegen +mij voert, dwingt mij u te herinneren, wat ik voor u heb trachten +te zijn. Ik kwam herwaarts heen om in studiën en onderzoekingen, die +altijd mijn lust waren, afleiding te zoeken voor veel leeds dat anderen +mij hadden berokkend. Uw vader bood mij zijn huis tot verblijf aan; +het gezellig leven gewoon, nam ik het met dankbaarheid aan. Ik zag u, +en ik meende in u te zien een stug en verwilderd kind, dat door Sir +John met onverantwoordelijke nalatigheid was verwaarloosd. Ik leerde +u nader kennen en ontdekte in u gaven en krachten die mij verrasten en +verblijdden en die ik getracht heb te ontwikkelen. Gij hadt maar eenige +vorming noodig om met goed gevolg in de wereld op te treden. Mijne +hand gaf u die vorming, mijne hand voerde u in dien nieuwen kring, +en gij zijt alles geworden wat ik van u kon wenschen of wachten. Gij +hebt mij eene volgzaamheid, eene aanhankelijkheid betoond, die ik +gemeend heb u te vergelden, want ik heb met betere zorg en trouw over +u gewaakt dan uw vader zelf; maar daaruit volgt immers nog niet, dat +ik u had moeten spreken over alles, wat mij persoonlijk betrof, van +dien zwaren last des levens dien het niet aan u was met mij te dragen; +van dien smaad en die schande die mij uit Engeland wegdreven, om het +onbescheiden medelijden mijner vrienden, den spot en het leedvermaak +mijner vijanden te ontgaan. Hoe ik bedreigd werd door een opzienbarend +proces, waarvan mijn naam (geen naam zonder beteekenis in mijn land, +Francis! maar dien uw vader hier alleen kent en kennen zal), voor +het groote publiek, dat naar schandalen hunkert, nog het piquante zou +hebben verhoogd. Had ik u van dat alles moeten inlichten mijn kind? U, +die ik in alles heb willen sparen! Had ik de kwellingen, het hartzeer, +dat mij alleen gold en dat ik zorgvuldig voor de gansche wereld +verborg, aan u, juist aan u, moeten blootleggen, om de gulden droomen +uwer lente te verduisteren door de droeve nevelen van mijn herfst!" + +"Wel dicht en droevig moeten die nevelen zijn, Mylord!" riep ik uit, +evenzeer verbaasd als geërgerd over den toon van hooghartige rust, +dien hij aannam bij zijne toespraak. "Wel dicht en droevig, want zij +hebben uw scherpen blik verhinderd te zien wat voor oogen lag: dat ik +in de onwetendheid, waarin men mij hield, uit gebrek aan ervaring, +mij al heel licht illusiën zou scheppen, wier verwezenlijking eene +onmogelijkheid zou zijn. Welnu! weet dan, Mylord! gij, die met +zooveel trouwe zorge over mij hebt gewaakt, dat ik aan dit gevaar +niet ben ontkomen en dat juist nù de gulden droomen mijner lente op +het wreedste zijn verstoord!" + +Een gebaar van schrik en verwondering ontsnapte hem, maar hij schudde +zwijgend het hoofd. Dat ongeloof deed de vlam van mijn toorn en +verontwaardiging in vollen gloed uitslaan! Ik barstte los in verwijten +en klachten, die mijns ondanks mijn smartelijk geheim verrieden. Uit +geheel zijne houding bleek het mij, dat mijne bekentenissen, in den +vorm van een scherpe aanklacht tegen hem geuit, hem troffen als eene +ontzettende verrassing. + +Hij liet zich neervallen op den divan tegenover mij en bedekte het +gelaat met beide handen, als van smart en schaamte overmeesterd; +maar de gloed, die op zijn voorhoofd brandde, was tot een doodsbleek +verschoten. Daar viel het mij plotseling in, dat hij onschuldig was, +dat hij het niet had geraden, wat mij zelve nog zoo lang verborgen +was gebleven, tot een schrikwekkend licht in mij was opgegaan. En +juist dat was het, wat mij 't pijnlijkst trof. Had hij medegevoel +betoond voor de smart die ik hem klaagde, had hij schuld beleden, +en mij vergiffenis gevraagd voor 't geen hij mij onwillens had +toegebracht, ik zou mijne voldoening gehad hebben, en, al ware 't +met een verscheurd hart, hebben berust in 't geen van nu aan eer en +plicht ons voorschreef; maar het tegenovergestelde vond plaats. + +Hij liet mij uitspreken, ik zou moeten zeggen uitrazen, tot ik in +luide snikken uitbarstte, zonder mij met een enkel woord in de rede +te vallen. Intusschen had hij zich van de eerste verbazing hersteld, +en hij rees op uit zijne verslagen houding, als een veranderd man. Weer +liep hij met rassche schreden het vertrek op en neer, zonder een blik +van deernis op mij te werpen en, eerst toen ik zweeg, omdat de tranen +mijne stem verstikten, kwam hij weer naar mij toe en sprak mij aan +op kalmen, zelfs wat strengen toon. + +"_My child_, er is zonderlinge overdrijving in alles wat gij mij +daar zegt. Uwe verbeelding is getroffen, en gij laat u door haar +medeslepen, om zelve te gelooven wat gij beweert; maar ik verzeker u +dat gij u vergist. Gij zijt van eene natuur voor levendige indrukken +en heftige opvattingen vatbaar, maar gij zijt nog veel te jong om +den hartstocht te kennen. En dat is heel gelukkig want ik weet niet, +wie van ons het gekste figuur zou maken, als men zoo iets van u kon +vermoeden. Gij moet tegen die inbeelding strijden, uit alle macht, +en ik wil u gaarne daarin behulpzaam zijn. Ziet gij, Francis, op uw +leeftijd hebben de meeste jonge meisjes reeds iets als eene amourette +gehad met den een of anderen aankomenden jonkman, waarmee ze gedanst +hebben; gij gelukkig niet, want die eerste lentebloesems vallen in den +regel af zonder dat ze ander spoor achterlaten dan zekere ervaring die +voor de vruchten van het rijper seizoen niet schaadt. Gij daarentegen +zijt door uwe forsche onvrouwelijke opvoeding beveiligd geweest tegen +diergelijke aanvallen van sentimentaliteit, maar daardoor waart ge +aan eene andere dwaling blootgesteld, waarop _ik_ niet verdacht was, +en die nu eigenlijk voor mijne rekening komt; het is deze, dat gij u +hechten zoudt aan den eersten man den besten die zich met meer dan +vluchtige belangstelling aan u gelegen liet liggen; het trof zoo, +dat _ik_ die man was, en dat ik de onvoorzichtigheid beging (want +ik moet er dàt nu wel in zien), schoon het met de beste intentiën +geschiedde, om u in te wijden in de geheimenissen der poëzie en uw +smaak trachtte te vormen voor de hoogere genietingen die zij biedt. Wij +lazen Shakespeare! nu is het niet vreemd, dat een jong meisje, 't welk +men de schoonheden van zijne tragediën doet opmerken, zich zelve voor +een Juliet gaat houden; maar daarom is hij die haar de gelieven van +Verona leert verstaan, zelf nog geen Romeo! En ik vraag u, Francis, +als gij er ernstig over nadenkt, of ik het voor u zou kunnen zijn; +zie mij aan en bedenk hoe slecht mij die pretensie zou afgaan. Ik +heb den leeftijd van uw vader; mijne haren zijn reeds met zilver +vermengd," en hij lichtte zijne zware, donkere lokken op om mij te +toonen, hoe zij aan de slapen reeds grijsden; "zoo ik niet leed aan +eene kwaal, die mij met geheele vermagering bedreigt, zou ik de jaren +hebben waarin men tot gezetheid komt; dat is alles behalve poëtisch, +niet waar? Ik meende daarbij in uwe oogen de achtbaarheid te hebben +van een getrouwd man, al zag ik er geen nut in, uwe deernis op te +wekken voor mijn treurig huwelijkslot. Laat uw verstand spreken, +Francis, dat maar een oogenblik door de verbeelding is overstemd, +en gij zult de eerste zijn om toe te stemmen dat ik, _ik_ niet de +held kan zijn voor een liefdesroman!" + +Hij zweeg en scheen een antwoord te wachten, dat ik niet geven kon; +want ik had eene gewaarwording of er ijsschotsen rondom mij opgestapeld +werden, waaronder ik verstikken zou. + +Toen kwam hij naar mij toe, legde beide handen op mijne schouders, +zag mij diep in de oogen, met eene mengeling van ernst en weemoed, +en sprak op zachten toon: + +"Ik ben nog een jaar vroeger gehuwd dan uw vader, ik kon eene dochter +hebben van uw leeftijd; ik ben kinderloos! ik heb mij zelven wel +eens betrapt op den wensch in u eene dochter te zien, maar gij hebt +mij de verwezenlijking van die illusie nu onmogelijk gemaakt; voor +'t oogenblik althans, want ik ben er zeker van, gij zult eenmaal +terugkomen van den waan waarin gij nu verkeert; laat u niet langer door +een hersenschim in de war brengen; het hart, in dien zin als gij dat +verstaat, is er buiten, geloof mij daarin, mij die de verwoestende +macht der hartstochten heb leeren kennen," hij zuchtte diep, "tot +mijne schade, en die weet, tot welken diepen val zij de vrouw neer +rukken die de kracht mist om er tegen te strijden. Gij behoeft mij +daarom niet de genegenheid te onttrekken, waarop ik geloof recht +te hebben van uwe zijde, en die ik zelf de eerste ben geweest u te +betoonen. Had ik een zoon gehad, geloof mij, ik zou niet tot nu toe +gewacht hebben om voor hem uwe hand te vragen; maar ik heb niets dan +een neef, een neef van uw leeftijd en die mijn erfgenaam moet zijn; +zoo gij 't wilt zal ik sir John over die verbintenis spreken; gij +kunt het sieraad zijn van iederen kring waarin gij optreedt, als gij +maar wilt. Op den duur zijt gij hier toch niet op uwe plaats; denk +er eens rijpelijk en met kalmte over na, en als gij besloten zijt, +laten wij master William uit Engeland overkomen en...." + +"Wees gedankt, Mylord!" viel ik uit, "ik heb volstrekt niet uwe +tusschenkomst verzocht om mij een echtgenoot te bezorgen, en ik zal +nooit kunnen besluiten om in u mijn _oom_ te zien!" En ik barstte +uit in een smadelijken lach, de reactie van eene onuitsprekelijke +verbittering, en liep in ijlende vaart zijne kamer uit naar de +mijne. Toevallig lag daar op tafel een deel van Shakespeare's +prachteditie, die hij mij eens ten geschenke had gegeven. Zoodra dat +mij in 't oog viel, moest ik mijne woede koelen aan het onschuldige +boek, dat in flarden gereten en op den grond werd geworpen. Na die +wraakoefening wierp ik mij zelve als eene radelooze daar nevens; +ik weet niet hoe lang ik in dien toestand was gebleven, toen de stem +van mijne kamenier, die aan de kamerdeur had getikt zonder antwoord +te bekomen, mijn gehoor trof; ik sprong op in onbeschrijfelijke +verwarring. + +"De freule moest toch schellen als zij onwel was," knorde zij +goedhartig. "Ik ben, geloof ik, flauw gevallen, Annette."--"De freule +moest zich kras houden. Ik kom met het nieuwe baltoilet, 't is tijd +om de freule te kleeden." + +Het was waar, ik moest dien avond nog eene partij bijwonen met Lord +William. Ik deed het mogelijke om de sporen van de doorgestane smart +te verbergen en liet mij werktuigelijk optooien; maar eens onder de +wapens, nam ik het kloeke besluit om eene houding aan te nemen, die +niemand, zelfs hem niet, het recht zou geven mij te beklagen of eene +onbescheidene vraag te doen. Als gewoonlijk reden wij gezamenlijk naar +de partij, en ik was vast besloten ditmaal zijn arm te weigeren en mij +door grootvader te laten binnenleiden. Ik kreeg hartklopping, reeds +bij de gedachte aan die wraakneming en aan den indruk dien zij op hem +zou maken. Dan, de wijze, voorzienige Heer had er anders over besloten. + +Wij reden aan bij den Engelschen consul; Mylord stapte daar af en +zou wat later komen! + +Sir John onderhield zich daarop met Majoor von Zwenken, ik denk wel +met zeker opzet, over mijn gast. "Het blijkt dat hij tot een besluit +is gekomen, en dat er haast is bij de uitvoering. Hij neemt afscheid +van den consul, hij heeft postpaarden besteld voor morgen, om hem naar +de havenstad te brengen, waar morgenavond een stoomboot afvaart die +rechtstreeks naar Londen gaat." Dit alles vernam ik, zonder dat het +eigenlijk tot mij werd gericht; het viel mij als brandend lood op het +hart, en toch was ik dankbaar dat ik het zoo vernam, en dat niemand +bij machte was in de duisternis van het rijtuig de gemoedsbeweging +op mijn gelaat gade te slaan. + +Voor het eerst trad ik in de wereld op zonder hem; het was of alles +rondom mij ledig was, en of al die opgeschikte mannen en vrouwen, die +daar om mij heen woelden niets voor mij waren dan wassen beelden, in +wier midden ik mij bevond, zonder iets met hen gemeen te hebben. Toch +moest ik dansen, en ik wilde dat, liever dan praten. Met wie zou +ik spreken, en waarover? Daarbij, als hij kwam moest hij mij zien +in opgewekte stemming, moest hij mij niet zien als eene treurende +verlatene; niets had hij voor mij gevoeld, niets dan mededoogen, dat +er hem toe gebracht had mij zijn steun en bescherming te bieden; hij +moest het nog weten, dat ik het eerste niet behoefde, en de laatste +ontberen kon. Wij waren ten huize van een voornaam bankier, een der +_gros bonnets_ van de provincie, wiens vrouw meer dan eenige andere +dame uit den kring zich met zekere moederlijke goedhartigheid mijner +had aangetrokken. Zij had maar een kind, een zoon, op wien ik juist +niet veel had gelet, maar van wien men mij zeide, dat hij het gansche +seizoen rondom mij heen geloopen had als smeekeling, om de kruimpjes +mijner gunst op te vangen. Ditmaal als zoon van den huize, had hij een +recht mij het eerst ten dans te vragen, en ik had mijne redenen om zijn +voorkomendheid niet af te stooten; ziet gij, Leopold! ik wil mij zelve +niet beter voorstellen dan ik ben; ik liet mij niet slechts zijne hulde +welgevallen, ik moedigde die aan. Als Lord William binnenkwam, moest +hij mij treffen in een coquet, geanimeerd gesprek, of in een wilden, +vroolijken galop; zoo viel het werkelijk uit. Maar toen hij eens dáár +was, ondanks de tuimeling van den dans moest mijn oog hem toch volgen, +alsof een magnetische attractie er mij toe dwong. Hij zelf, kalm en +waardig als altijd, ging enkele dames van leeftijd toespreken en nam +daarop plaats aan de speeltafel, waar hij, zooals ik later hoorde, +eene belangrijke som verloor aan den majoor von Zwenken! Des anderen +daags verscheen Mylord niet als gewoonlijk bij het luncheon; hij had +nog veel te regelen voor zijn afreis, hoewel zijn kamerdienaar met +de koffers later zou volgen. Ik begreep dat de gelegenheid om een +vertrouwelijk woord met hem te wisselen mij met opzet zou benomen +worden, en in waarheid, wij hadden elkaar niets meer te zeggen; +als ik het tegendeel meende en nog eenmaal zijn boekvertrek wilde +binnengaan, waar ik toch wist alles in verwarring en hem niet meer +alleen te vinden, bleef ik als aan den grond genageld staan; neen, +het was zóó beter, hij kon niet blijven, hij kon zelfs geen afscheid +nemen. Sir John nam mij na 't ontbijt ter zijde en kondigde mij aan, +dat ik bezoek had te wachten in dienzelfden voormiddag. De bankier had +accès gevraagd voor zijn zoon. Sir John, die het eene goede partij +achtte, had dit toegestaan! Gij begrijpt hoe ik dat opnam. Van een +Lord William neer te dalen tot een Karel Felters!" + +"Karel Felters!" herhaalde ik onwillekeurig. + +"Ja! weet gij daar ook al van?" vroeg zij met zekere bitterheid. + +"Denkelijk niet het rechte; ik bid u Francis, ga voort," sprak ik +met eene gejaagdheid, die ik niet wist te verbergen. + +"'t Is niet heel mooi, wat er volgt, dat moet ik zelve zeggen. Ik +verweet Sir John dat hij zulk eene beslissing had genomen zonder er +mij in te kennen." + +"Ik meende niets anders of de pretendent stond u wel aan, en de oude +heer was dringend." + +"Gij hebt u vergist; ik wil hem niet hebben, en ik wil hem zelfs +niet ontvangen." + +"Wat dat laatste betreft, Francis! dat _moet_ zijn," sprak Sir John +met gezag, en de enkele maal dat hij dien toon tegenover mij aannam, +wist ik dat hij onderwerping eischte. "Gij zoudt mij een gek figuur +laten maken; gij hebt dien jonkman aangemoedigd, zie nu zelf hoe +gij hem zijne illusie ontneemt, maar ik waarschuw u, dat de wijze +waarop men zulk een eerste aanzoek afslaat, licht voor het vervolg +decideert. Als gij goed geëtablisseerd wilt worden, zorg dan dat uwe +afwijzing in behoorlijken vorm geschiede." + +"Ik wensch niets dan mijne onafhankelijkheid te bewaren voor +het leven," antwoordde ik, terwijl ik juist lord William zag +binnentreden. "Ik heb noch dien jonkman, noch iemand anders noodig +voor mijn geluk, en ieder die zich over mijne toekomst meent te moeten +bekommeren, kan zich daarnaar regelen." + +Gij begrijpt hoe ik dien armen Karel Felters ontving. Alles liep +samen, om mij als eene furie te doen verschijnen voor de oogen +van den overbluften sukkel, die maar niet begrijpen kon dat zijne +coquette danseres van den vorigen avond plotseling in zulk eene woeste +mannenhaatster was omgetooverd. Want ik zorgde wel hem te zeggen, dat +hij zijn _échec_ niet voor zich zelven alleen behoefde te nemen. Hoe +het kwam weet ik niet, maar hij bleef toch ongeloovig aarzelend, +en kon maar niet besluiten heen te gaan. Dat prikkelde mijn reeds +zoo geschokt zenuwgestel op het heftigst; ik wist niet hoe hem weg te +krijgen, en hij moest toch weg, want ieder oogenblik kon lord William +binnenkomen om afscheid te nemen, en die beiden daar samen, dat was +te veel. Het toeval wilde dat ik Karel had moeten ontvangen in de +kamer van Sir John, die als zeeofficier nog pronkte met trofeeën van +wapenen. In de overspanning van 't oogenblik, woest van gejaagdheid, +nam ik een paar schermdegens van een rek, bood den sidderenden en +verbaasden jonkman er een aan, nam den anderen, zette mij in postuur +en viel op hem uit; de ongelukkige bloodaard, die in zijn angst niet +eens scheen te merken, dat het onschadelijke wapens waren, wierp het +zijne weg en vlood in allerijl terwijl ik hem toeriep: + +"_Allons donc!_ wie Majoor Frans vragen durft, moet ten minste den +degen weten te hanteeren!" + +"Ik heb van dit heldenfeit gehoord," zei ik lachend; "de arme Karel +Felters loopt nog, naar men mij heeft verteld." + +"_C'est ainsi qu'on écrit l'histoire_," hernam Francis, nu met den +kalmen glimlach van eene die er reeds boven stond. "Ik heb ook gehoord +dat hij een reis rondom de wereld zou ondernemen, om mij niet weer +tegen te komen. Maar de waarheid is, dat het wittebroodskind maar +een uitstapje naar de Rijnprovinciën heeft gemaakt, waar hij zich +een tijdlang schuil gehouden heeft voor zijne vrienden en bekenden +en eene allerliefste pfarrersdochter heeft leeren kennen, die hem +tot een gelukkig echtgenoot en huisvader heeft gemaakt, hetgeen +niet heeft belet dat de geheele familie en al hare adherenten sinds +een wrok behouden heeft tegen Majoor Frans en niet hebben verzuimd +deze door allerlei kleingeestige _represailles_ te koelen. En toch, +al ware er nooit een lord William voor mij geweest, zoo'n flauwerd +had nooit mijn consort kunnen zijn! Maar, gij moet nog hooren hoe +het verder met mij afliep op dien onvergetelijken dag. Terwijl ik, +met een gelaat gloeiend van ergernis en oogen fonkelend van toorn, +en de fleuret nog in de hand, Karel zag vlieden, stond daar plotseling +lord William in de geopende deur en staarde mij aan. Ik behoef u niet +te beschrijven, Leo, met welk een blik van afkeuring." + +"Miss Francis!" sprak hij, "als Sir John mijn raad had ingeroepen, +zou men u van dit aanzoek ter kwader ure hebben verschoond en u eene +onvoorzichtigheid bespaard hebben. Nu is het geschied, en ik begrijp +heel goed dat er iets in u is wat zich lucht moet geven, ook dat het +u invallen kon, dat op deze wijze te zoeken; maar het is zeer verkeerd +van u, juist op zulk een onschuldig offer los te trekken. _For shame_, +Francis! op een stumperd die mogelijk nooit een fleuret in de hand +heeft gehad! Mij dunkt, gij hebt degelijker oefening noodig en een +tegenstander die iets meer te beteekenen heeft, om er voldoening van +te hebben. Ik meende wel, u een en ander te hebben geleerd, maar ik +verzuimde nog uw talent in 't schermen op de proef te stellen. Sta +mij toe u de revanche te geven die de ongelukkige vluchteling in +den steek liet." En zonder mijn antwoord af te wachten, nam hij mij +de fleuret uit de hand en bood mij met eene buiging eene degen aan, +dien hij van het wapenrek had genomen. Hij zelf nam het wapen op dat +Karel Felters had weggeworpen. + +Ik wilde iets antwoorden; de stem stokte mij in de keel. Ik aarzelde, +ik wilde tegenstribbelen; het bleek hem ernst. Hij wierp zijn reisjas +uit, zag mij aan met een blik, welks beteekenis niet te miskennen was, +en riep: "_en garde!_" + +Ik was gedwongen het zonderlinge duel werkelijk aan te nemen. + +Allerlei gedachten en gewaarwordingen kruisten zich bij mij in hoofd +en hart; ik wilde nu niet terugtreden; ik wilde niet dat hij met +mij spotten zou; ik wilde hem toonen dat hij niet te doen had met +eene onhandige. Ik verbeeldde mij, dat hij, een man van studiën en +letteren, niet veel werk zou gemaakt hebben van eene kunst, zoo weinig +in harmonie met zijne liefste oefeningen; maar ik bemerkte ras, dat +ik mij zonderling had vergist. Hij voerde den degen al spelende, +doch met even vaste als lichte hand. Hij liet mij aanvallen en +pareerde slechts, maar zoo vlug en ferm dat hij mij geen kans liet +hem te treffen. Zelfs viel hij niet uit dan om mij aan te vuren en +af te matten door al die vergeefsche schermutselingen. Dat laatste +gelukte hem dan ook zoo goed, dat ik machteloos en bijna verlamd van +vermoeienis wel gratie had willen vragen. Maar toch het nu zóó tegen +hem op te geven, dat wilde ik niet. + +"'t Is eene mannelijke oefening, miss! Er behoort meer dan vrouwelijke +kracht toe," sprak hij met tergende koelbloedigheid, terwijl hij een +mijner aanvallen ontweek, die door mijne hartstochtelijkheid telkens +wilder en onhandiger werden; want de wensch om er een einde aan te +maken bracht mij buiten mij zelve. + +"Geef acht, Mylord! Gij veracht uw partij wat al te veel," voegde ik +hem toe, en mikte op zijn borst, alleen beschermd door het plastron +van een batist overhemd. In plaats van mij af te weren, schudde hij +glimlachend het hoofd en gaf zich geheel bloot. Het menschelijk hart is +arglistig, Leo! maar toch, met de hand op het mijne mag ik betuigen, +dat de zucht om hem leed te doen mij niet dreef in dien oogenblik; +dat ik er zelfs niet aan dacht, hoe ik gevaarlijker wapen voerde +dan een gewone schermdegen; maar getergd door dit bewijs dat hij mij +niet telde, vervuld door de zucht om hem den strijd te zien opgeven, +daar ik het oogenblik voelde naderen waarop ik van vermoeienis den +degen zou moeten neerwerpen, drong ik snel en forsch op hem aan. Hij +scheen niet op te letten, hij pareerde niet ik trof hem--een dunne +straal bloed schoot door het witte linnen heen. Meer was er niet +noodig om mij verplet van schrik en berouw aan zijne voeten te doen +zinken. Op hetzelfde oogenblik trad Sir John binnen, gevolgd door +mijn grootvader. De eerste stiet eene verwensching uit, die mij gold, +want hij schreef alles toe aan mijne onbeteugelde drift; de laatste +wilde den gewonde hulp bieden, die hem afwees. + +"Het is niets, mijne heeren, volstrekt niets," sprak Mylord, terwijl +hij mij met de eene hand oprichtte, en met de andere zijn zakdoek tegen +de borst hield. "'t Is maar een schram die niets te beteekenen heeft: +eene kleine satisfactie die ik miss Francis schuldig was, en die haar +mogelijk voor goed zal genezen van de zucht om onvrouwelijke wapens +te hanteeren." + +"Nooit, nooit weer!" bracht ik uit in de heftigste ontroering, +ziende hoe de fijne witte zakdoek in een oogwenk van bloed was +doortrokken. En, Leo! zoo hij bedoeld heeft mij zulk een afschrik +in te boezemen, is het uitgevallen zooals hij voorzag. Ik heb later +nooit weer naar een wapen gegrepen, nooit weer van een duel kunnen +hooren zelfs, of dat verschrikkelijk schouwspel van dien bebloeden +zakdoek komt mij voor den geest, en mij, mij, Majoor Frans, is het +meermalen gebeurd, te sidderen en te verbleeken onder gesprekken, +waarbij andere vrouwen, om hare beminnelijke schuchterheid geëerd, +gretig bleven toeluisteren, in hare onwetendheid nieuwsgierig en +hunkerend naar emoties, waarvan ik meer dan verzadigd was. + +En toch, zooals vanzelf spreekt, was mijne reputatie als onverschrokken +duelliste van toen af gevestigd; Karel Felters en de zijnen zwegen +niet, en de kamerdienaar van Mylord zweeg ook niet; ondanks het verbod +van zijn meester. Het was of onze bedienden door het sleutelgat +hadden getuurd en of ze door de reten der deuren het licht hadden +opgevangen over het gebeurde tusschen Mylord en mij. Zij fluisterden +het elkander toe, wat zij geraden hadden of meenden te begrijpen, +anderen die niets wisten vonden uit en zoo kwam het gerucht, +vermeerderd en verbeterd, onder de menschen. Ik bemerkte het aan de +houding, die men tegenover mij aannam, dat men mij vreesde en schuwde, +toen ik weer in het gewone leven optrad. Toen, ik beken het, heb ik +het mijne gedaan om de zonderlinge reputatie te handhaven. Ik zag, +dat de menschen laag en laf waren, en de zwakheid niet ontzagen. Ik +achtte het wijsheid hen te trotseeren en schrik in te boezemen, +sinds ze mij toch geen vrouwelijk hart toekenden, en ik voor mij geen +reden vond om naar hunne liefde te dingen. Lord William had mij voor +iedere deugd kunnen vormen, met alle menschen kunnen verzoenen, als +hij maar gewild had. Hij had mij teruggestooten, hij had mij alleen +zijne deernis geschonken, die ik niet had gevraagd. Van nu aan was ik +voor allen en voor alles onverschillig geworden en luisterde voortaan +slechts naar mijne eigene invallen!" + +"Maar de reis van Mylord kon toch niet doorgaan?" + +"Hij zelf dacht er anders over. Hij wilde alles vermijden wat opzien +kon baren. Hij verkoos niet dat men een heelmeester zou laten roepen; +zijn kamerdienaar was handig genoeg om die lichte wonde te verbinden; +hij zou maar een uurtje rust nemen en daarmee zou alles in orde +zijn. Toch moest hij den arm van Sir John nemen om het vertrek te +verlaten; en zijn gelaat was vaalbleek toen hij mij toeknikte. Ik week +naar mijne kamer met een gevoel van Kaïnschuld, om de verwijtende +en nieuwsgierige blikken van de omringenden te ontgaan. Ik was vast +besloten hem nog eenmaal weer te zien en vergiffenis te vragen. Maar de +heftige schokken die ik had doorgestaan en de vreeselijke overspanning +waartoe ik mij had opgewonden wreekten zich nu. Overmeesterd door +eene zonderlinge loomheid, viel ik op eene canapé neer en sliep +in--een onrustige koortsachtige slaap, die door mijne kamenier met +bezorgdheid werd gadegeslagen. + +"Toen ik ontwaakte was lord William vertrokken." + +"En daarna?" + +"Daarna werd ik ziek wat niet te verwonderen was, en mijn grootvader, +die ondanks alles van mij hield, voerde mij naar de Werve om in de +buitenlucht beter te worden. Toen ik hersteld naar huis keerde, +zeide Sir John tot mij, dat ik een krassen degen moest voeren, +of dat lord William een zonderlinge goedwilligheid had betoond om +zich door mij te laten treffen, want reeds te Eton was hij bekend +door zijne vaardigheid in het schermen, en zijn vertrek uit Engeland +stond in verband met een duel, waarin hij het ongeluk had gehad zijne +tegenpartij, een kapitein van de _horse guards_, doodelijk te wonden. + +"Ik had nooit gedacht dat Mylord een duellist was," antwoordde ik. + +"Dat was hij ook niet; maar zijne eer was er mede gemoeid, dat hij +de beleediging van dien kapitein niet ongestraft liet. Het was een +vriend van zijne vrouw, en die vriendschap ging wel wat ver. William +zou eigenlijk beter gedaan hebben, zoo hij de Lady den dood had +gegeven. Zij had het verdiend, en geen Engelsche rechtbank zou +hem veroordeeld hebben. Nu zijn ze verzoend en vereenigd, voor het +uiterlijk althans; maar hij heeft mij geschreven dat hij reizen gaat, +altijd reizen, de vijf werelddeelen door. + +Ik dankte God in mijn hart voor deze mededeeling. Mijn geweten was van +eene bloedschuld verlost. Maar dat de ernst des levens toch in volle +zwaarte op mij bleef drukken, zult gij wel van mij gelooven, Leo!" + +"Ja, Francis! dat begrijp ik. En gij hebt zelve nooit meer bericht +gehad van dien edelman?" + +"Nooit meer. Daarbij, ik kende zijn familienaam niet, zooals ik u +gezegd heb, anders hadden de nieuwspapieren mij een of ander kunnen +mededeelen. Welhaast volgden allerlei veranderingen en gebeurtenissen +elkander op. Mijn vader stierf bijna plotseling; grootvader werd in +rang verhoogd en wij trokken naar Z., waar ik mij voornam eens een +geheel ander leven te beginnen. Doch men kan met zijne antecedenten +breken--ze zijn daarom niet uitgewischt. Maar niet meer hiervan, +nu wij zoo dicht bij huis zijn." + +Werkelijk waren wij de brug over en tot het voorplein genaderd. Er +was licht in de zijkamer. + +"De heeren zitten al bij de thee," hernam Francis; "en nu eer wij +binnengaan, nog een verzoek Leo! Zoo gij er belang in stelt, zult gij +later meer van mij hooren, want het verlicht mij u dat vertrouwen te +schenken; maar spreek er mij nooit van uit u zelven, want er zijn +oogenblikken waarin ik dat niet verdragen kàn, oogenblikken waarin +het mij zoo goed is te vergeten!" + +"Ik versta u, Francis! wees er gerust op," sprak ik ernstig, maar +somber, en drukte maar even de hand die zij mij reikte. + +Eigenlijk had zij mij gedaan, wat Lord William haar had +toegebracht. Zij had mij eene illusie benomen. Het was eerlijk, +het was waardig, dat moet ik bekennen, maar het viel mij hard, +harder dan ik mij had kunnen voorstellen dat zulk een blik in haar +verleden mij treffen kon. Ik was er op verdacht geweest, dat er veel +in haar hart was omgegaan. Zelve had zij mij terstond bekend dat zij +"campagnejaren had doorgemaakt," bittere levenservaringen had opgedaan; +het hart was daar niet buitengebleven, dat sprak vanzelf. Had zij +mij eene gewone liefdesgeschiedenis verteld met ongunstigen afloop, +mij gesproken van teleurstellingen met of zonder hare schuld, van een +gebroken engagement, van eene passie waarvan de vlamme nog lichtte, +ik had mij kunnen troosten, ik zou de hoop gevoed hebben haar over +dit alles heen te zetten en den moed gevat om een smartelijk verleden +door een heldere toekomst te helpen uitwisschen. Maar dezen lord +William had ik niet kunnen voorzien, en juist deze was het die mij +de meeste ergernis gaf. Ik had indruk op haar gemaakt, ik was er +zeker van; al kon ik niet wachten dat ik de eerste man zou zijn die +haar hartstocht inboezemde, ik meende de eerste te zijn voor wien zij +achting gevoelde en aan wien zij hare toekomst zou vertrouwen, omdat +zij in hem haar meerdere zag. Ik schrijf het neer, Willem! wat mij +door hoofd en hart ging, al zie ik u mogelijk glimlachen over mijne +aanmatiging of mijne naïviteit. Welnu, juist diezelfde stelling, +die mij de noodigste, de begeerlijkste scheen bij eene verbintenis +voor het leven, had de Engelschman reeds bij haar ingenomen. Hij +had die niet kunnen en niet mogen behouden, dat is waar, en hij had, +zooveel ik uit haar mededeelingen oordeelen kon, _a fair play_ met +haar gespeeld, mogelijk ten koste van zwaren, mannelijken strijd; +maar dat alles nam niet weg dat hij bezeten had juist datgene waar ik +naar stond--een invloed ten goede, waaraan zij met blijdschap gehoor +gaf en die haar hart voor liefde had ontsloten. Al had hij uit wijze +voorzorg, uit edele zelfverloochening, haar omtrent haar zelve trachten +te misleiden, gelukt was het hem niet. Hij had haar slechts van toorn +tot bitterheid opgewekt, en sinds hadden tijd en afwezendheid haar wel +kalmer gestemd, maar--was er rust gekomen, geene vergetelheid. Zij was +hem hare stille vereering blijven wijden, en mogelijk was het dit, +juist dit, wat haar voor alle verdere aanzoeken doof had gemaakt, +en blind voor alle verdienste die in haar oog de vergelijking met den +afgod niet kon doorstaan. Misschien had zij met mij haar vertrouwen te +schenken nog iets anders bedoeld dan oprechtheid; had zij bedoeld mij +af te schrikken van iedere onderneming op haar hart; had zij bedoeld +mij als zonder opzet te zeggen, dat ik er niet op rekenen moest dit +beeld uit haar hart te verdringen; juist omdat ik haar een oogenblik +had zien wankelen en zij zelve dat gevoelde, had zij zich opnieuw +willen vastzetten in dat besluit. Wat er ook van ware, ik had een +indruk ontvangen die mij pijnlijker trof dan hare bruske uitspraak +bij onze eerste kennismaking: "dat zij mij midden op de hei zou +laten staan als zij te vreezen had dat ik met een huwelijksvoorstel +aankwam." Nu ze mij kende, nu ik reeds zoover gevorderd meende te +zijn, dat ik maar een gunstig oogenblik had af te wachten om haar +te spreken van mijne wenschen en onze vooruitzichten, wierp ze mij +haar lord William voor de voeten, en ik voelde mij teleurgesteld +niet slechts, maar ontmoedigd. De andere was haar held geweest; wat +kon ik nog voor haar zijn? De vertrouwde, aan wien zij haar Iliade +uitklaagde, als in het oude treurspel. Ik had eene gewaarwording of ik +verminderd moest zijn in hare oogen; ik verloor in mijne houding die +kalmte en die vrijmoedigheid, waarin het geheim had gelegen van het +overwicht, dat ik aanving op haar te verkrijgen. Dit maakte mij dien +ganschen avond stroef en teruggetrokken. Zij moest het mij aanzien +dat ik worstelde met hinderlijke bijgedachten, en het kwam mij voor, +dat zij zelve ook gedrukt en neerslachtig was; het oproepen van die +smartelijke herinneringen had haar zeker veel gekost, en nog bleef +zij als onder den slag van dat verleden gebukt, en zat neer onder +ons alsof zij niet meer van de onzen was. Ditmaal sloeg zij hare +piano niet open, noch verraste mij met een balkostuum, maar hield +zich bezig met een dameshandwerkje, dat haar juist niet vlug afging +en dat haar geheele aandacht scheen in te nemen; ik plaagde haar een +weinig met hare _gaucherie_; zij zag mij aan met een verwijtenden +blik, terwijl zij mij toefluisterde: "Dàt moest gij nu niet doen, +Leo! nu gij weet waarom ik zoo onhandig ben." + +Zij had gelijk; ik was wreed, ik was kwelziek, ik zag altijd lord +William voor mij in de gedaante van Willem III, wiens portret +ongelukkig _en médaillon_ boven het schoorsteenstuk prijkte, lord +William, die tusschen haar en mij in stond en die mij uitlachte +omdat ik te laat kwam. Ik wist niet met haar te praten, ik zag +niet hoe ik kon blijven zwijgen. Uit verdriet, uit verveling, +gaf ik mij ten prooi aan den generaal en zijn compère bij de +speeltafel, in stilte dankbaar, dat Francis zich er buiten hield, +maar zeer onvoldaan over mijn eigen houding, toen ik ten laatste de +vrijheid vond om naar mijne kamer te trekken. Ik zal u niet vervelen, +Willem, met al de tobberijen waarmee ik toen mijn slapeloozen nacht +vervulde. Ik schaamde mij over mij zelven. Waar waren mijn moed, mijne +volharding, mijn vaste wil om deze onderneming tot een gelukkig eind +te brengen? Helaas! toen ik die vatte, vrij van geest en van haat, +nog niet aangetast door de kwalen der liefde, der jaloezie, die mij +de helderheid van geest benevelden. Ik zou bij Francis verloren +zijn, als zij mij in mijne zwakheid had kunnen zien. Zoo kon het +niet blijven. Ik stond op met een kloek besluit. Ik wist nu wie en +wat ik tot mededinger had; het bleek uit alles, dat geen ander tot +hiertoe dien lord William had verdrongen. Geen ander wellicht was +ook zijn weg met haar gegaan; ik had dien uit mij zelven ingeslagen; +het was in elk geval geen dwaalspoor, al was het pijnlijk een ander +na te treden; het was de weg naar haar hart; hij had het gewonnen, +maar hij had het onbevredigd gelaten, hij was teruggetreden, en hij +moest het, waar ik vrij en moedig kon voortgaan. Hij was het ideaal +geweest dat niet kon verwezenlijkt worden, ik was de werkelijkheid, +die de vervulling van al hare wenschen kon bieden. Het was tien jaar +geleden; die schim kon wel op den achtergrond worden gedrongen; zij +was nu geen dweepend kind meer, dat de hand van den Mentor kuste +en dat een Romeo meende te zien in een veertiger; zij was nu in +vollen jonkvrouwelijken bloei; zij was nu de schalke, weerbarstige +Katharina, die haar Petruccio met blijdschap in de armen zou vallen +als zij eens in hem haar overwinnaar had erkend. Hoe kon ik mij toch +zoo verontrusten over den Engelschman! Wat had men niet al gelasterd +dat mij niet had teruggeschrikt, en deze, juist deze, had mogelijk +juist mijne zegepraal voorbereid. Was het niet mogelijk dat ik op de +eene of andere wijze zijne herinnering bij haar verlevendigd had en +dat de vergelijking mij niet schaadde? + +Ik moest er de zekerheid van hebben; ik kon niet lang dus wankelen +tusschen hoop en vreeze; op gevaar af van eene onvoorzichtigheid te +begaan wilde ik haar vragen, of zij het spoorloos verdwijnen van lord +William een volstrekt onvergoedbaar verlies achtte. Maar dien dag had +iedereen op de Werve het druk met het feest van den volgenden. Francis +was onophoudelijk in besogne met den kapitein en zoo goed als +ongenaakbaar voor mij; het kwam mij zelfs voor, dat ik zoo wat als +_facheux troisième_ werd beschouwd, en om niet in den weg te loopen +wilde ik naar mijne kamer gaan, toen Francis mij ter zijde riep en +een biljet in de hand duwde, waarmee ik van het hulppostkantoor een +aangeteekenden brief voor haar moest afhalen. "Het was beter dat de +generaal daar niets van merkte, en zelve had zij vandaag geen tijd," +sprak zij, niet zonder eenige verlegenheid over den dienst dien zij +mij vergen moest. + +"Dat is het minste, Francis, maar waarom maakt gij +nu ook zooveel drukte van dat verjaarfeest?" + +"Wat zal ik u zeggen! Die lieden hier zijn dat altijd gewoon +geweest, en als wij nu niets doen is het een al te sprekend bewijs +van verval.... De schoolmeester komt zijn feestgroet brengen met een +keurbende uit de dorpsjeugd, die verzen opsnijen; de Pauwelsen komen +feliciteeren; de notabiliteiten, waarmee we niet in openbaren oorlog +zijn, zooals de ontvanger en dominé, komen hier eten; de mogelijkheid +bestaat, dat er nog de een of andere oude kennis van grootpapa komt +opdagen die den dag onthouden heeft; dat alles moet een weinigje +geregaleerd worden, en dat is niet af te weren tenzij we gezamenlijk +de vlucht nemen, en dat gaat ook niet. Rolf was er op bedacht, en ik +heb hem moeten danken voor zijne voorzienige wijsheid, want het is +morgen Zondag, en dan kan men hier niets gedaan krijgen. Gelukkig ben +ik nu zelve weer _in bonis_ als gij met dien brief terugkeert. Het +ergste is, dat wij voor een paar dagen onze vrijheid missen en dat +ik u zoo wat links moet laten liggen. Maar neem wat geduld; daarna +heb ik weer rust en tijd tot uwe beschikking." + +Zoo scheidden wij, zonder te vermoeden wat er al niet tusschen zou +komen eer ons die rust en vrije tijd werden gegeven voor zulk een +vertrouwelijk onderhoud als ik mij voorstelde. Och, al hebben wij +nog zoo'n vasten wil, en de omstandigheden zijn ons tegen, dan zijn +zij de sterksten, daar is niet aan te doen; ik althans heb dat tot +mijne schade ondervonden, al verzekert Potgieter ons: + + + 't _Genie_ blijkt toch de _omstandigheên_ te groot. + + +Al twijfel ik niet of hij spreekt uit ervaring, ik weet maar al te goed +dat ik zoo'n Hercules niet ben, en zelfs, ik had hem in mijn geval +willen zien, om te weten hoe hij over die verlammende kwelgeesten +zou gezegevierd hebben! + + + +Wij aten laat en vrij eenvoudig dien dag; de kapitein was naar de +stad geweest met het wagentje van Pauwels, en wij hadden naar zijne +terugkomst gewacht met het diner, tot groote ergernis van den generaal, +terwijl Francis besliste, dat het billijk was en zoo zijn moest. + +Aan tafel kreeg von Zwenken twee brieven; den eersten verscheurde +hij met eene uitdrukking van wrevel en teleurstelling, na dien even +te hebben ingezien, den anderen reikte hij open aan Francis toe, +terwijl hij zeide: + +"Willibald wil hier morgen komen dejeuneeren; kan dat?" + +"Het moet kunnen! al zou het veel aardiger zijn zoo het op een +stiller dag trof!" repliceerde Francis; "maar de brave jongen zou +raar opkijken, als we zeiden, dat hij niet welkom was." + +Willibald! mij schoot in eens te binnen bij welke aanleiding ik dien +naam voor het eerst had gehoord. + +"Is dat een luitenant Willibald?" vroeg ik, Francis aanziende. + +"Hij is nu kapitein; is hij u bekend?" + +"Als een vermaard leider van den _cotillon_ ......" antwoordde ik +onvoorzichtig. + +"'t Is waar, hij is een goed danser, maar hoe weet gij dat?" + +"Herinner u, dat ik een ganschen avond in de Z--sche gezellige wereld +heb doorgebracht vóór ik hier kwam". + +"En dat was genoeg om u vertrouwd te maken met alle cancans van +voorheen en thans .... en gij zult wijs en wel doen daar behoorlijk +notitie van te nemen en de lieden te houden voor 't geen ze dáár +gelden!" sprak zij, mij aanziende met haar klaren, scherpen blik, +en een ironieke glimlach speelde om haar mond. 't Was of zij raadde +hoe zij toen _les frais de la conversation_ had geleverd, en mij +doorzien wilde om te weten wat er daarbij in mij was omgegaan. + +Ik wist mij niet onschuldig, maar ik moest mij goed houden. + +"Ik heb dezen naam opgevangen en onthouden, ziedaar alles; maar mijn +bezoek op de Werve bewijst u immers hoe ik de _médisances sociales_ +op haar prijs weet te schatten." + +"Als gij u daar ook niet boven hadt gesteld, zou ik niet weten +wat van u te denken," fluisterde zij mij toe, want dit aparte, op +halfluiden toon gesproken, ging buiten den generaal om. Nu, gij zult +kapitein Willibald leeren kennen en ik twijfel er niet aan, òf gij +zult bevinden dat hij nog wel wat anders is dan een _beau danseur!_" + +Ik boog mij, als vooruit overtuigd, en hierbij bleef het. Rolf en +Francis hadden samen weer conferenties. Ik ging alleen wandelen; +bij de thee ging alles zoo vluchtig toe, dat ik, wel ziende hoe +er van een gezellig avondje niets komen zou, en zonder lust om den +generaal gezelschap te houden, die ons allen boudeerde, omdat Rolf +hem niet als gewoonlijk ten dienste stond, naar mijne kamer trok en +meende nu eens dapper met mijn journaal voort te gaan ...... maar +pas had ik een paar pagina's geschreven, of mijn oog viel, bij 't +verschuiven van een papier, op een pakketje dat aan mijn adres was. Bij +'t openen vond ik een kleine portefeuille _en cuir de Russie_, waarop +met gouddraad mijn naamcijfer geborduurd was, en het woord _souvenir_ +met F. M. daaronder. Het was hetzelfde handwerkje dat ik den vorigen +dag in aanvang had gezien. Het had haar moeite gekost; zij had er +mogelijk een deel van den nacht voor opgezeten, en ik ondankbare had +zoo onbarmhartig gespot met haar gemis van vaardigheid. Het bleek ten +minste dat het haar niet aan geduld en volharding haperde. Bij het +doorsnuffelen vond ik een muntbiljet in couvert, waarop geschreven +stond: In dank terug, haar naam en de datum, een staaltje van haar +ferme en kloeke hand, dat mij zeer begeerig maakte naar meer; maar +ik vond niets. Het was eigenlijk eene damesportefeuille, en niet eens +geheel nieuw. Het arme eerlijke schepsel had de eerste gelegenheid de +beste waargenomen om hare schuld af te doen en mij hare dankbaarheid te +toonen, en ik was in eene kwade luim geraakt en had haar gekweld! Hier +was al de teerheid en fijnheid van een echt vrouwelijk hart, dat men +kan wonden en krenken, en dat bloeden zal, maar dat zich toch niet +sluit voor wie er eens in is doorgedrongen. En dat was ik, het scheen +mij eene zekerheid; de pijl die zij in 't wilde had geschoten over +het hechten aan praatjes was mij door merg en been gegaan. Ja! zij +had gelijk, ik was zwak en laf met mijne aarzelingen, met mijn +achterdocht, die de volle uiting mijner gevoelens telkens terugdrong; +dat temporiseeren ben ik moede; ik zal haar nu in ditzelfde oogenblik +opzoeken, en zeggen wat er in mij omgaat; ik heb mijn pretext om haar +te storen, al stoot ze mij af, ik zal mij niet laten verdrijven vóór +zij het noodigste heeft gehoord; dat is in vijf minuten gezegd, en wij +verrassen den generaal op zijn verjaardag met onze verloving! Reeds +was ik opgesprongen en had de kruk van de deur al in mijne hand, +toen ik een zonderling gerucht aan een der ramen waarnam; de blinden +waren niet gesloten, hoewel er licht brandde; het kwam mij voor of +men aan de ruiten tikte. Ik moest terugkeeren om te zien wat het was, +ik hoorde een schorre stem "Francis! Francis!" roepen, en ik zag eene +hand die zich aan het hout vastklemde. + +"Francis! kom mij te hulp of ik zal die vermolmde roeden breken," +riep de stem. + +Ik antwoordde niet en kwam ook niet te hulp; ik wilde zien hoe de +binnendringer zich over het bezwaar heenhielp. Dat ging vlug genoeg; +het oude houtwerk kraakte als riet; een hoofd kwam ras door de opening; +de beide handen leunden op het houten kozijn; er kraakte nog wat hout +en wat glas, en de persoon, die niet tegen inbraak scheen op te zien, +was met een forschen en vluggen sprong binnen. + +"Wat wilt ge van de freule Mordaunt?" vroeg ik, den stouten indringer +tegentredende met een wantrouwen, dat nu niet ongerechtigd was. + +"Een vreemdeling hier!" riep hij uit, in plaats van antwoord te geven; +"dat verwondert mij; ik dacht niet dat ze meer aan logeergasten deden." + +"Mij dunkt ik heb nog meer reden om verwonderd te zijn over de wijze +waarop gij hier binnenkomt ...." + +"Ja! die is _somewhat irregular_, dat erken ik; maar ik ben daarom +toch geen dief, geen inbreker; ik kom eenvoudig zoo binnen, omdat ik +in huis geene opschudding wilde maken en zeker meende te zijn Francis +hier te zullen vinden daar ik licht zag, en niet raden kon, dat er +iemand vreemd was. Maar nu ik er eenmaal ben, moet gij mij toestaan +wat te rusten, en te overleggen hoe ik Francis te spreken kan krijgen," +en hij liet zich neervallen op de groote ouderwetsche sofa. + +"Br! dat ding is ook al weer wrakker geworden," gromde hij, toen het +meubel onder zijn zwaarte dreunde, en rondziende, sprak hij halfluid: +"hé, dat staat kaal! de oude familieportretten zijn weg! Zeker door +de mot en de rotten opgegeten met huid en haar." + +Alles bewees dat de man hier geen vreemdeling was. Zijne manieren waren +vrij en _sans gêne_, maar niet eigenlijk gemeen; zijne kleeding ook had +niets van een haveloozen vagebond, al was zij eenigszins fantastisch +en opzichtig, een kort zwart fluweelen jasje met metalen knoopen, +een kleurige _foulard_ losjes om den hals geknoopt, een pantalon +collant van paarlgrijs laken en verlakte rijlaarzen met sporen, +zware gemsleeren handschoenen, en de _chapeau croqué_, die op den +grond gevallen was bij zijn woesten sprong, stelden een elegant +rijgewaad daar, zooals een vreemdeling of een student het zich ten +onzent zou veroorloven. + +"Hebt gij hier niet wat voor mij te drinken?" vroeg hij, nadat hij mij +den tijd had gegund hem eens goed op te nemen; "al is het maar een glas +water? Ik heb goed drie uur te paard gezeten, om de wandeling naar de +Werve niet mee te rekenen, en ik ben heesch van het stof." Hij sprak +zijn Hollandsch met zeker vreemd accent; hij had het voorkomen van +een vijftiger, hoewel hij mogelijk jonger kon zijn; zijne levendige, +bewegelijke trekken, die nooit in rust waren, de menigte fijne rimpels +op zijn verbrand voorhoofd, en de matte bleekheid van zijn gelaat +getuigden van sterke hartstochten en van: "campagnejaren," zooals +Francis zou zeggen. Een oogenblik viel het mij in of ik hier met lord +William te doen had; maar hij geleek niets op Willem III; integendeel, +hij had veeleer een physionomie à la Rabelais, kort ineengedrongen +met een wipneus, dikke sensueele lippen met een rosachtigen knevel +en grijsachtig groene oogen, die schalk en vermetel rondkeken. + +Hoe ongepast zijn optreden ook zijn mocht, ik vond geen reden om hem +een glas water te weigeren; toen ik het hem aanbood kon ik mij niet +onthouden te zeggen: + +"Gij schijnt hier met de localiteit bekend te wezen .." + +"Ja! nogal, en dat's geen wonder: ik heb hier menig guitenstuk +uitgevoerd in mijne jeugd; maar gij, mijnheer, wie zijt gij eigenlijk; +een adjudant van den kolonel of een _protégé_ van Francis, dat gij +hier zoo logeert!" + +"Mij dunkt, ik zou veeleer recht hebben u te vragen wie gij zijt, +dat gij hier zoo binnendringt?" + +"Dat is waar, en ik zou het u met pleizier zeggen, maar het is een +geheim dat niet alleen het mijne is, en ik heb mijn reden om het niet +zoo aan de eerste de beste over te leveren; noem mij master Smithson; +dat is mijn pseudoniem voor dit oogenblik." + +"Heel goed; maar wat wilt gij dan eigenlijk, master Smithson?" + +"Allereerst dat gij hier de blinden sluit, want daar komt +verschrikkelijk veel tocht binnen." + +"Het idée is niet slecht; had ik daar eerder voor gezorgd mogelijk +zou ik de eer van uw gezelschap gemist hebben...." + +"Hm! dat is nog zoo zeker niet, lieden als ik weten voor alles raad." + +"Als dat zoo is zult gij mij verplichten met mij te zeggen hoe gij +het denkt aan te leggen om de freule Mordaunt te spreken." + +"Ik zal u verzoeken haar even te waarschuwen dat ik hier ben...." + +"Gelooft gij dat die tijding haar genoegen zal doen?" + +"Pristie!.... dat mag ik niet verzekeren, maar.... zij zal toch +komen. Zij heeft wel wat voor mij over." + +"Hier komen, op mijne kamer!" + +"Bah! zij is geen _prude_, onze Majoor Frans...." + +"Master Smithson! ik waarschuw u; als gij u ongepast uitlaat over de +freule Mordaunt zal ik u dwingen denzelfden weg terug te nemen dien +gij gekomen zijt!" + +"Oh! la! la! mijnheer N. N.; wij zouden dan toch eerst moeten zien +wie van ons de sterkste is, en ik ben nogal een goed bokser; maar +het zal zoover niet komen; ik ben wel de laatste om iets te zeggen +of zelfs maar te denken, dat Francis Mordaunt beleedigen kan; maar +dit zult gij mij toch toestemmen, gij die haar ook schijnt te kennen, +dat zij de laatste is om uit zotte preutschheid terug te blijven als +er kwestie is om iemand te helpen." + +"Dat stem ik toe, maar zoo gij hare hulp noodig hebt, kunt gij mij +dan niet zeggen wat gij van haar verlangt?" + +"Dat zou te omslachtig zijn! Enfin! zoo gij mijne boodschap niet +verkiest te doen, zal ik Frits den huisknecht moeten opzoeken, +die er vast nog wel is; maar de oude zal zich niet goed weten te +houden en een verwenscht misbaar maken; dat mij terstond zou verraden +aan.... den kolonel." + +"Gij meent den generaal." + +"Generaal! zoo, en denkelijk gepensioneerd? Ik ben eenige jaren +buitenslands geweest...." + +"Nu dan! ik zal de freule Mordaunt opzoeken en haar vragen waar zij +master Smithson een onderhoud wil toestaan...." + +"Goed! maar zeg dan liever niet, master Smithson, want onder dien +naam kent zij mij toch niet." + +"Zeg mij dan kort en goed dien uwer namen, waaronder zij u wèl kent." + +"Vraag haar of zij iemand van hare familie die zich Rudolf noemt een +oogenblik wil te woord staan." + +"Ik zal dat verzoek overbrengen, mits gij mij belooft er in te berusten +als zij het afslaat." + +"Hm! gij maakt zooveel omstandigheden; men zou haast zeggen dat +gij zoo iets waart als.... haar verloofde of.... haar pretendent, +als het niet al te onwaarschijnlijk ware." + +"Waarom zou dat zoo onwaarschijnlijk zijn?" vroeg ik gespannen, want +ik was altijd bezield door zekere onrust dat er in het verleden van +Francis eenige geheimzinnige hindernis school, die mijn geluk in den +weg stond; en het viel mij in, dat deze man daar iets van weten kon. + +"Wel ik heb altijd gehoord, dat Francis Mordaunt meer roeping had om +een bataillon te commandeeren, dan om haar fieren nek te krommen onder +'t huwelijksjuk," + +"Was het anders niet!" dacht ik, en hernam: + +"Moet zij zich dan onveranderlijk gelijk blijven?" + +"Wat dat betreft, het: _souvent femme varie_ is de regel; zij zou +eene exceptie kunnen zijn. Maar _after all_ is zij eene vrouw.... Dus +zijt _gij_ de gelukkige?" hervatte hij op eens in veranderden toon, en +mij aanziende met een spotachtigen glimlach, terwijl zijne ondeugende +oogen van schalkheid tintelden. + +"Ik zou het werkelijk tot een groot geluk rekenen, zoo freule Mordaunt +om mijnentwille zulke inconsequentie kon begaan," viel ik in, op +een toon van strakken ernst, die zijn spotlust eenigszins matigde; +"maar.... tot hiertoe ben ik voor haar niets dan een neef. Ik ben +Leopold van Zonshoven, geparenteerd aan haar grootvader." + +"Nu, op mijn woord! gij zijt een paladijn, die met ijver over de eer +der familie waakt. Zoo zijn wij denkelijk neven, want ik.... ben ook +geparenteerd aan haar grootvader," eindigde hij na eenig aarzeling; +"en nu gij dit weet, zult gij zeker niet langer twijfelen of Francis +zal mij willen te woord staan; misschien kan het geen kwaad als gij +haar vooruit verzekert, dat ik geen geld noodig heb. Integendeel, +ik kom wat brengen.... zie maar!" en hij haalde eene portefeuille +te voorschijn, die hij openmaakte om een aantal fijne, groenachtig +gekleurde papiertjes te laten zien. "Vertel haar dat, het zal haar +zeker eenigszins geruststellen, en u denkelijk ook, die mij nog altijd +zoo wat half en half voor een _highwayman_ aanziet." + +"Ik zie u aan voor een zonderling, die er pleizier in vindt de lieden +te mystificeeren." + +"Als Francis hier komt, zult gij wel hooren wat er van is." + +Ik kon niet langer weifelen; maar toen ik hem verliet nam ik de +voorzorg mijne kamer van buiten af te sluiten, uit vrees dat hij mij +volgen en Francis overvallen zou eer zij gewaarschuwd was. Ik wist, +dat haar appartement gelegen was in den tegenovergestelden vleugel +van 't kasteel, den eenige die nog in redelijken bewoonbaren staat +was, waar ook de generaal en Rolf hunne kamers hadden. Ik vermoedde +dat ik haar vinden zoude in haar boudoir, waarvan zij mij eens had +verteld, doch waar ik mij nog niet verstout had den voet te zetten. Ik +waagde het er op, tikte en noemde mijn naam. Ik werd verrast door een +opgeruimd: "Kom maar binnen, Leo!" Zij had er mogelijk op gerekend, +dat ik haar voor hare attentie zou komen bedanken. Hoe jammer dat ik +nu tot haar kwam met eene onaangename tijding, die mij de gelegenheid +benam om voor mij zelven te spreken. + +"Het spijt mij dat ik u stoor," begon ik, ziende dat zij een cahier +ter zijde schoof. + +"Volstrekt niet; ik bladerde maar zoo wat in een oud dagboek, waarin +ik sinds lang niets had op te teekenen. Hier op de Werve valt zoo +zelden iets bijzonders voor." + +"Nu toch valt er iets voor, Francis, dat al heel ongewoon is," bracht +ik uit op een toon die mijne bezorgdheid verried. + +"Wat dan? Gij ziet er ontdaan uit Leo!" riep zij, naar mij +toekomende. "Er is toch geen ongeluk gebeurd?" + +"Neen; hoewel het bezoek dat er voor u gekomen is u mogelijk niet +heel welkom zal zijn." + +"Een bezoek op dit uur? Wie kan er zijn?" + +"Iemand, die zegt familie van u te wezen en die geen anderen naam +opgeven wil dan dien van Rudolf." + +Zij werd bleek en fronste het voorhoofd. + +"Mijn hemel! hoe komt die ongeluksvogel nu hier?" + +Ik deelde haar mede, op welke zonderlinge wijze die man was +binnengedrongen. + +"Ja, dat's er wel een van hem," sprak ze, eer wrevelig dan +getroffen. "En gij zegt dat hij mij spreken wil?" + +"Maar als gij 't verlangt, zal ik hem den weg uitzenden dien hij +gekomen is." + +"Neen, neen ! dat moet niet zijn; geen geweld, geene opschudding. Wij +moeten zien hem weg te krijgen zonder dat de generaal er iets van +merkt, dat is het voornaamste. Ik ga met u mee, Leo! Gij moet ditmaal +maar eens niet naar de vormen zien; ik heb u gewaarschuwd dat het hier +wat vreemd toegaat. Hoe ziet hij er uit? Armelijk, slordig?" vroeg +zij onder 't voortgaan. + +"Hij is fatsoenlijk gekleed; hij heeft wel iets vreemds en stelt +zich wat vrijpostig aan, maar hij heeft gansch niet het voorkomen, +noch de manieren van een vagebond." + +"Dat is hij ook niet, maar.... hij is er niet beter om. Integendeel, +iemand zonder geboorte en zonder opvoeding zou men kunnen vergeven +wat in hem onvergeeflijk is." + +"Hij zegt dat gij veel voor hem over hebt." + +"Ik heb ten minste voor hem gedaan àl wat ik kon, meer dan ik mocht +wellicht. En toch, hoe beloont hij het nu weer! Met mij opnieuw te +komen plagen, wie weet voor welke onaangename zaak!" + +Kennelijk was zij eer door verdriet en ergernis getroffen dan door +eenige zachtere gemoedsbeweging. Die man was haar niets dan een +lastpost, zooals men ze aantreft in bijna iedere familie, die het +budget van de huiselijke zorgen verhoogen en de som van 't huiselijk +geluk vreeselijk bekorten. Dit bedenkende, meende ik haar gerust te +stellen met te zeggen: + +"Ik moet u verzekeren dat hij geen geld komt vragen." + +"Ik ken dat! Maar zeker is het, dat ik niets meer voor hem doen kan +op dat punt. Och, Leo! Ik heb een voorgevoel dat die man hier onheil +komt aanrichten. Blijf bij mij, ik zal het noodig hebben." + +Wij stonden bij de deur van mijne kamer. Zij greep mijn arm, als had +zij behoefte aan steun. Ik drukte hare hand met een zwijgende belofte +en wij traden binnen. + +Master Smithson, of mijnheer Rudolf, had geen onbescheiden gebruik +gemaakt van mijne afwezendheid, dat was blijkbaar. Hij had zich +uitgestrekt op de sofa en was zoo ingedommeld. Francis stond voor +hem eer hij er op verdacht kon zijn. Hij sprong verrast op en scheen +willens haar te omhelzen; maar zij trad koel en waardig achteruit en +voorkwam die begroeting door hem de hand toe te steken. Hij scheen er +niet over gekrenkt. Integendeel, hij liet den lossen, overmoedigen +toon, dien hij tegen mij gevoerd had, varen, toen hij tegen Francis +sprak; hij was kennelijk wat verlegen met zijne houding; zijne stem +klonk dof en hij scheen geen moed te hebben haar aan te zien. + +"Ik kon mij wel voorstellen, Francis! dat mijne terugkomst u geene +blijde verrassing zou zijn, maar toch...." + +"Het is tegen de afspraak, dat zult gij mij toestemmen. Gij hadt +beloofd, op uw woord beloofd, mijnheer! dat gij in Amerika zoudt +blijven, of het u daar meeliep al of niet. Ik meende de zekerheid te +hebben, dat gij althans de grenzen van uw vaderland niet weer zoudt +overschrijden, en toch...." + +"Sta ik hier weer voor u, dat moet u tegenvallen. Ik begrijp het; +maar toch, veroordeel mij niet onverhoord. Mogelijk vindt gij mij +minder schuldig dan gij nu meent." + +"Onvoorzichtig althans zijt gij in hooge mate. Hier heen te komen, +hier naar de Werve, waar gij zoo licht herkend kunt worden!" + +"Wat dat betreft, _my dear!_ laat die zorgen varen; daartegen weet ik +mijne maatregelen te nemen. Maar dat ik mijn woord brak, mijn woord +aan U, dat is eene ondankbaarheid waarvoor ik u in alle ootmoedigheid +vergiffenis wil vragen!" En hij nam de houding aan of hij de knie +voor haar zou buigen. + +"Wat ik u bidden mag, speel geen comedie," sprak zij koel en met een +kennelijken weerzin, nog meer terugwijkend. + +"De hemel beware mij! Comediespelen! Om het lieve brood en op de +planken, dat is wat anders, daar heb ik er het mijne aan gedaan, +maar in 't werkelijke leven, tegenover hen die ik acht en liefheb; +tegenover u, Francis, bovenal, mag ik zeggen dat ik waar en eerlijk +ben, zoo goed als gij zelve, en als gij mij uwe vergiffenis nog niet +schenken wilt, zult gij het toch doen als ik mijne verantwoording heb +afgelegd.... Ik had het vaste voornemen u de jammerlijke personage +die ik ben niet meer onder de oogen te brengen; maar een mensch wordt +gedreven door zijn noodlot, precies in tegenovergestelde richting +van die hij zelf wil; ik heb niet tegen den stroom kunnen oproeien, +ziedaar alles; ik heb allerlei wonderlijke avonturen gehad." + +"Ja, van avonturen houdt gij, dat is bekend." + +"Ik heb ze ditmaal niet gezocht, dit verzeker ik u op mijn woord. Dan, +eer ik ze u vertel, moet ik weten of ik mij veilig kan uitlaten in +tegenwoordigheid van een derde. Ik had, om de waarheid te zeggen, +op een _tête-à-tête_ gerekend." + +Al sprekende zag hij naar mij om. Ik had mij teruggetrokken aan de +andere zijde van 't vertrek, bij den schoorsteen, en bleef daar staan, +tegen de rijke marmeren ornamenten geleund; ik wilde niet heengaan +voordat ik de zekerheid had dat Francis niet door hem beleedigd zou +worden en dat zij zelve verlangde met hem alleen te zijn; maar zijn +woord was nu zoo rechtstreeks aan mij, dat ik, verlegen over mijne +indiscretie, de houding aannam van het vertrek te willen verlaten. + +"Blijf Leo!" riep Francis mij toe. + +"Maar Francis!" sprak Rudolf gekrenkt en met tranen in de oogen. "Gij +weet toch wel dat gij tegen mij geen beschermer behoeft. Op uw wenk +buig ik mij neer met het voorhoofd ter aarde; wat zoudt gij van mij +te duchten hebben?" + +"Geen geweld, dat weet ik wel; maar ik wil niet altijd om uwentwil +verdacht en gelasterd worden. Ik hecht er aan, Leo, dat gij getuige +zult zijn bij 't geen er voorvalt tusschen mijnheer en mij. Ik wil +niet dat er schijn van geheimzinnigheid zal rusten op hetgeen, wat mij +aangaat, het volle licht kan velen; en wat uwe veiligheid betreft, +Rudolf, ik sta in voor mijn neef, jonker van Zonshoven. Gij kunt +hier gerust zeggen wie gij zijt. _Hij_ zal _woord_ houden als hij +stilzwijgendheid belooft." Ik boog mij tot eenig antwoord en schoof +een armstoel voor haar aan, daar mijnheer Rudolf de vrijheid had +genomen weer op de sofa plaats te nemen. + +"_C'est qu'il y va de la vie!_" zei hij, even de schouders +ophalende. "Willens of onwillens eene indiscretie, en 't is met mij +gedaan. Maar het zegt ook niet zooveel, ik waag mijn hals tegenwoordig +toch iederen dag! Nu dan mijnheer!" ging hij voort, opstaande en zich +tegen mij buigende met een theatrale houding. "Ik zou met Ravenswood +kunnen zingen, als mijn stem niet zoo versleten was: + + + "Sachez donc qu'en ce domaine + D'où me chasse encore ta haine + En seigneur j'ai commandé." + + +dat wil zeggen, altijd in absentie van den vrijheer _en titre_; ik +was maar de vermoedelijke erfgenaam, een vermoeden, dat, helaas! wel +nimmer tot zekerheid zal komen." + +Het begon mij te schemeren, toen Francis, verontwaardigd over zijn +lossen, schertsenden toon, in zoo schril contrast met de treurige +werkelijkheid, inviel met de klare waarheid: "Mijnheer is.... Rudolf +von Zwenken, de zoon van mijn grootvader." + +"Oom te zeggen valt mijne allerliefste nicht altijd wat zwaar, en +dat is mijne schuld. _Vous voilà en pays de connaissance_, neef van +Zonshoven!" ging Rudolf voort, nu op zijn vroegeren luchthartigen +toon; "maar zij moest mij toestaan hare presentatie eenigszins +te rectificeeren. Er bestaat geen Rudolf von Zwenken meer; hij is +burgerlijk dood." + +"En zedelijk!" verzuchtte Fancis halfluid. + +"En zoo hij onder dezen naam wilde ressusciteeren," hervatte hij, +zonder zich aan de soufflet van Francis te storen, "zou hij zoo iets +begaan als een zelfmoord; want hij zou het grootste gevaar loopen om +gevangen genomen en gefusileerd te worden, zonder pardon." + +"En dit wetende, en na alles wat er gedaan is om u aan dit gevaar te +onttrekken, u nog weer hier te vertoonen, dat is onverantwoordelijk," +viel Francis in. + +"_My dear!_ wie of wat zegt ù dan, dat ik mij hier vertoonen +kom? Representaties geven wij hier in de provincie, dat is waar; +maar wie zich dáár bij den volke vertoont is master Richard Smithson, +en wel zóó goed gegrimeerd, dat kolonel von Zwenken zelf vóór hem +zou staan zonder zijn zoon te herkennen." + +"Dat's heel gelukkig, want zulk eene herkenning zou hem den dood +aandoen, daar ben ik zeker van," sprak Francis met hardheid. + +"O! là! _dearest_ Francis! gij overdrijft. Mijn heer vader is nooit +zoo bijzonder teergevoelig geweest als het mij gold; maar dat doet er +niet toe. Hij zal nooit weten wie master Smithson is, en deze zal hem +nooit onder de oogen komen. Maar 't is een ander geval met Rudolf von +Zwenken, die hier is om in alle eerbiedigheid een onderhoud met zijn +vader te hebben en die daartoe uwe tusschenkomst inroept, Francis!" + +"Tevergeefs, mijnheer! Gij kunt uw vader niet spreken en zult hem +niet weerzien," zei Francis met beslistheid. + +"Hoe nu! gij zoudt mij daartoe uwe medewerking weigeren? Dat zou +geene hardheid zijn, dat zou onmenschelijk wezen." + +"Als ik menschelijkheid heb te betoonen, is het allereerst aan uw +vader, en dezen moet ik beschermen tegen 't geen gij hem nu opnieuw +wilt aandoen." + +"Maar lieve, beste kind! versta mij dan toch. Ik wil hem niets aandoen +dan zijne hand kussen en hem vergiffenis vragen. Daartoe heb ik mij +over allerlei bezwaren en vermoeienissen heen gesteld; ik heb drie +uren aaneen te paard gezeten, omdat ik de diligence niet durfde +gebruiken; ik heb twee uur geloopen; ik heb mij tot de schemering +in de ruïne verscholen; ik ben den bekenden tuinmuur overgeklommen +met gevaar van armen of beenen te breken; ik berekende hoe ik hier +ongemerkt binnen kon sluipen; ik zag licht op de logeerkamer en dacht +aan niets dan aan mijn vader en aan uwe goedheid; ik vergat hoe groot +een zondaar ik zijn moet in uwe oogen en, ik waagde mijne _entree de +chambre_ hier, die niet van de makkelijkste was, dank zij de weinige +voorkomendheid van Jonker Leopold; en dat alles zou nu tevergeefs +zijn doorgeworsteld? Neen, Francis! _my darling!_ dat gaat niet. Gij +zult u beter beraden, gij zult mij dien eenen droppel lafenis op mijn +hobbelig pad niet onthouden; gij zult mij de gelegenheid schenken +mijn vader weer te zien, hem te verrassen!" + +"Dat zal ik zeker _niet_ doen, en gij weet dat ik een vasten wil heb, +als mijn besluit is genomen." + +"Maar gij hebt toch een menschelijk hart, al is 't geen heel week, +vrouwelijk. Dan begrijp ik wel wat uwe bijgedachte is en waarom gij +weigert. Gij meent dat ik kom als de verloren zoon, platzak thuis, +na van den zwijnendraf te walgen, 't Is juist omgekeerd." + +"Profaneer niet, Rudolf," vermaande Francis streng. + +"Ik profaneer niet, ik gaf alleen de tegenstelling. Ik kom terug, niet +uit behoefte, maar omdat het mij beter gaat; ik kom ruim zeshonderd +gulden brengen als begin van restitutie. Wat dunkt u! als papa deze +portefeuille, met die mooie _greenbacks_ gevuld, morgenochtend bij +het ontwaken op zijne kussens vond, zou hij dan zijn verloren zoon, +die onder zulke gunstige omstandigheden terugkeert, niet met blijdschap +de armen openen?" + +"Neen, Rudolf! zeker niet! hij zou vreeselijk schrikken en al de +vroegere jammer en ellende, de vrees voor schande zou opnieuw over +hem komen; daar is meer verloren gegaan dan geld alleen, dat weet +gij wel! De eer is verbeurd, en ziedaar wat uw vader u nooit kan +vergeven. En spreek niet van teruggave; die kleine som, onbeteekenend +in vergelijking van de zware offers die er voor u gebracht zijn, kan +niet opwegen tegen hetgeen wij voor u gedaan, door u geleden hebben, +en waarmede wij meenden voor 't minst rust en vergetelheid gekocht +te hebben." + +Rudolf boog het hoofd, zuchtte en bleef zwijgen in diepe verslagenheid. + +Ik was met hem bewogen; ik had eene merkwaardige verandering opgemerkt +in zijn gelaat, toen Francis hem zoo alle hoop ontnam; zijn verbleeken, +de gespannen trekken, iets vochtigs dat de guitige oogen plotseling +verduisterde, wekten mijn medegevoel in hooge mate. Hoe kon men zoo +hard zijn voor een medemensch die gevallen was, als Francis bleek dit +te zijn voor dezen ongelukkigen bloedverwant! Van die zijde had ik +haar nog niet leeren kennen, al wist ik hoe Majoor Frans in drift kon +uitvallen; hare trekken zelfs namen dien strakken kouden ernst aan, +die haar meer dan ooit op eene Romeinsche matrone deed gelijken, +die deugd geene deugd acht, als zij niet boven het menschelijke +gaat. Juist ditmaal viel zij niet uit in ruwe woorden; zij bleef kalm +en waardig, maar er was eene uitdrukking van minachting in haar oog, +die hem wien het gold verpletteren moest. Als Francis mij ooit zoo kon +aanzien, zou het uit wezen tusschen mij en haar. Al griefde het mij, +ik kon niet tusschen beide treden. Er moest een reden zijn voor hare +onverbiddelijke strengheid die ik niet kon doorgronden; tot zoolang +moest ik mij onzijdig houden, te eer daar zij mij als met voordacht +tot haar getuige had begeerd bij dit tooneel. + +Eindelijk hief Rudolf zich op uit zijne gebogene houding, schonk +zich een glas water in, dat hij in één teug ledigde, trad toen naar +Francis toe, en de armen over elkaar kruisende, sprak hij haar aan +op gansch veranderden toon: + +"Luister eens freule Mordaunt! het komt mij voor dat gij, onder pretext +van over ons huis te waken, mijn vader in zonderlinge voogdij houdt, +en dat gij, zonder nog zijn wil te kennen, u met ongemeene hardheid +verzet tegen eene verzoening tusschen hem en mij; en het is wel vreemd, +dat eene nicht, _maar_ eene nicht, hier de rol speelt van een oudsten +broeder, wangunstig op het goed onthaal van den verloren zoon!" + +"Och! met uw verloren zoon!" riep Francis toornig; "gij zijt de +verloren zoon niet, gij geeft alleen toe aan eene opwelling van +_sensiblerie_, die voldoening eischt, zooals gij altijd toegegeven +hebt aan uwe lusten en hartstochten, ze mochten kosten wat het wilde." + +"Wees ten minste niet bang, dat de schade ditmaal aan uwe zijde zal +zijn!" viel hij in met zekere bitterheid. "Gij weet immers wel dat +ik, verzoend of niet, geen aanspraak zal maken op de nalatenschap van +mijn vader, die u _sans conteste_ zal toevallen, daar ik noch den wil, +noch de gelegenheid heb om mijn recht in dezen te laten gelden!" + +"Dat mankeert er nog maar aan, dat gij mij van baatzucht +verdenkt!" viel Francis in met sprekende verontwaardiging. + +"Ik verdenk u niet; integendeel, ik ga gebukt onder het wicht van uwe +edelmoedigheid en mijne verplichtingen, ik zeg het alleen om u gerust +te stellen omtrent de mogelijke gevolgen van mijne verzoening met uw +grootvader. Voor de wereld ben ik Richard Smithson, die te New-York +burgerrecht heeft verkregen, laat mij nu een oogenblik Rudolf von +Zwenken zijn, die zijn vader nog eenmaal wenscht weer te zien om hem +vaarwel te zeggen voor eeuwig! Waarom zoudt gij u hiertegen verzetten?" + +"Omdat uw vaarwel voor eeuwig niets verzekert voor de toekomst; +gij komt altijd weer." + +"Maar als ik eenmaal niet berusten wil in uwe weigering, als ik mij +niet stoor aan uw verzet; als ik uit den eigen mond van mijn vader +wil hooren, dat hij mij haat en verstoot! Wat belet mij hem op te +zoeken? Ik weet nog heel goed den weg hier in huis; denkelijk zal +ik hem nu in de groote goudleeren kamer vinden. De oude Frits, zoo +hij mij tegenkomt, zal schrikken, maar mij niet afwijzen; de andere +bedienden...." + +"Zullen u evenmin terughouden; uw vader is zoo arm, dat wij het met +dien eenen oppasser moeten doen! Als gij het er dus op toeligt om +den zwakken ouden man te overvallen, kunt gij uw gang gaan; niemand +zal u weerhouden. Maar dit eene moet ik u waarschuwen: gij zult Rolf +bij hem vinden! Rolf die u van ouds kent en die het consigne van zijn +overste zal gehoorzamen, wat het hem ook kosten moge. Voorziet gij +niet, als ik, het tooneel dat dan volgen zal?" + +"De drommel hale dien Rolf; wat doet die oude roffiaan nu ook +hier!" riep Rudolf verdrietelijk, en hij liet zich als verslagen op +de sofa neervallen. + +"Die oude roffiaan doet alles wat hij kan, meer dan hij moest, +om het lot te verzachten van uw vader, dien gij ongelukkig hebt +gemaakt! Is het misschien daarom dat gij hem verwenscht?" sprak +Francis onbarmhartig, hoewel zij zag, dat de ongelukkige vernederde +man de handen voor de oogen bracht om de tranen te verbergen, die +hij niet langer kon terughouden. + +"Mijne ellende zou niet volkomen zijn zoo uwe minachting haar niet +voltooide," riep Rudolf onder snikken, "en ik die zoo welgemoed en +opgewekt herwaarts heen was gekomen!...." + +Ik kon mij niet begrijpen hoe Francis, die zorg had voor een gekwetsten +hond, bijtende loog kon storten in de wonde van een lijdend mensch, +hoe schuldig hij ook zijn mocht. Ik voelde bitterheid tegen haar in +mij opwellen, en ik voelde mij geroepen den patiënt te bemoedigen +tegen hare bedoeling in. + +"Mijnheer Rudolf!" sprak ik, "sta mij toe de tusschenpersoon te zijn +om uwe samenkomst met den generaal voor te bereiden, sinds freule +Mordaunt daartegen opziet!...." + +"Geef u geene moeite, Jonker van Zonshoven!" hernam Francis +stroef en met hoogheid. "Ik zie er niet tegen op, maar ik weet, +dat het vruchteloos zal zijn; en daarom is het beter hierin niets +te doen. Mijnheer Rudolf zal zich herinneren, dat ik, ik zelve, +eenmaal onder tranen mijn grootvader te voet ben gevallen om hem te +verbidden zijn zoon niet onverzoend in de ballingschap te zenden, +en dat het tot niets heeft geleid dan tot heftiger smart en toorn." + +"Dan zal ik moeten berusten," sprak Rudolf verbleekend en in de houding +der diepste moedeloosheid. Blijkbaar ontbrak het den forschgebouwden, +luchthartigen man aan wilskracht, aan energie tot weerstand. + +"Ja! gij moet berusten, als gij den grijsaard werkelijk nog eenige +liefde toedraagt," hervatte Francis. "Ik wil u niet hard vallen om +die eerste beweging die u hierheen dreef; ik wil gelooven dat zij uit +het hart voortkwam zonder bijoogmerk; maar bedenk het wèl, gij zelf +hebt het gerucht van uw dood hier doen verspreiden en waarschijnlijk +gemaakt." + +"Ik was dit verplicht om mijne veiligheid en ter geruststelling van +mijn vader, die mij altijd in gevaar waande van opnieuw gevangen +genomen en geëxecuteerd te worden!" + +"Welnu dan, dat gevaar is niet verminderd, zelfs niet na al de jaren +van vrijwillige ballingschap; de krijgswet is onverbiddelijk, gij +erkent het zelf, evenals het eergevoel van uw vader! Het gerucht van +uw dood is tot hem gekomen; hij gelooft er aan, hij heeft er zich +over getroost." + +"Al heel gemakkelijk, zooals ik nu inzie." + +"Neen! het heeft hem smart en strijd gekost, dat kan ik getuigen; maar +toch, nù is er kalmte gekomen, gevoel van veiligheid en onbezorgdheid +op dit punt; de wonde is tot een litteeken geworden, dat maar bij +enkele oogenblikken nog van pijn trilt. Waartoe dit nu weer op te +rijten; waartoe, zelfs bij de mogelijkheid (en die stel ik niet) +dat hem het weerzien niet smartelijk schokken of vertoornen zou, +hem die rust, die zwaar bekampte rust, te verstoren? Hij vreest nu +geene rampen, hij vreest nu geene schande meer voor u; die zekerheid +houdt op zoo ras hij weet, dat gij leeft en den overmoed hebt gehad +in het vaderland terug te keeren. Alle angsten en zorgen, die zijne +grijsheid vervroegd hebben, zullen hem dan opnieuw overvallen; +hij zal rust noch duur hebben eer hij u weer veilig over de grenzen +weet, en het zal u nog wel heugen hoeveel moeite en bezwaren dat ons +herhaaldelijk heeft gekost." + +"Het is waar, maar al te waar! Ik ben een ondankbare loshoofd, aan +dat alles niet te denken. Ik zal mij dan maar getroosten, weer heen +te gaan zooals ik gekomen ben," verzuchtte Rudolf, en hief zich op +met de matheid van iemand die zonder lust of kracht een zwaren tocht +meent te moeten aanvaarden. + +"Maar gij zult niet gaan zonder u wat verkwikt en verfrischt te +hebben," sprak Francis met goedheid, nu zij zeker was van hare +overwinning. Ik verblijdde mij dat zij er uit zich zelve toe kwam; +want het stond bij mij vast, dat ik Rudolf von Zwenken niet vermoeid +en aemechtig uit zijns vaders huis zou laten heentrekken. + +"Ik zal u wat brood en vleesch bezorgen; neef Leopold zal wel toestaan +dat gij hier nog wat uitrust." + +"En als het zijn kan een glas wijn; want sinds mijn luncheon te twee +uren, en nog wel in een boerenherberg, heb ik niets gebruikt." + +"Ik zal voor u zorgen." + +"En als Frits komt klaarzetten, zal ik mij achter het ledikant +verschuilen," zei Rudolf. + +"Het is niet noodig; het is veel eenvoudiger dat ik u zelf kom +bedienen," antwoordde Francis, terwijl zij het vertrek verliet. + +"Br! geen katje om zonder handschoenen aan te tasten, onze +majoor!" riep Rudolf uit, zoodra hij hare voetstappen niet meer +hoorde. "'t Is me waarachtig, of ik in 't schimmenrijk ben aangeland +en voor de vierschaar van Minos sta, als zij mij met haar koelen, +doorborenden blik aankijkt. Maar toch een goed en trouw hart; op mijn +woord van eer, een hart uit duizenden." + +"Ik had van dat goede hart wel wat minder strafheid gewenscht jegens +een bloedverwant die in 't ongeluk is," liet ik mij ontvallen. + +"Wat zal ik u zeggen; zij kent mij eigenlijk niet dan uit de +mededeelingen van mijn vader, bijgevolg van de ongunstigste zijde; +den enkelen keer waarin het toeval, laat ik liever zeggen mijn +ongeluk en mijne schuld, haar met mij in aanraking bracht, was het +altijd onder omstandigheden die volstrekt niet geschikt waren om +haar gunstig voor mij te stemmen. Het kostte haar moeite, zorg en +geld. Ja! ik vrees zelfs dat ik hare reputatie schade heb gedaan +zonder het te willen. Destijds was zij nog diep begaan met mijne +rampspoeden en overwoog zij, in hare zucht om mij te hulp te komen, +evenmin het _qu'en dira-t-on_ als ik, die onbedacht genoeg was om +dat niet te berekenen. Zeker, ik had niet te Z. moeten komen, zonder +te weten hoe ik ontvangen zou worden; maar toen ik er eens was, +bleek het dat ik mij verschuilen moest in een armzalig herbergje +om niet zelfs onder mijne vermomming herkend te worden. In mijns +vaders huis durfde ik niet weer binnendringen, nadat deze zelf mij +door zijn adjudant als een onbekenden landlooper aan de deur had +laten afwijzen. Toch wilde ik Francis nog zien en spreken, en ik had +haar een belangrijken dienst te vragen. Zoo gaf zij mij _rendez-vous_ +op zekere afgelegene wandelplaats, waar in den regel geen sterveling +den voet zet dan op zon- en feestdagen; maar zooals het altijd gaat, +ditmaal werden wij er betrapt en bespied, door den een of anderen +leeglooper die er zijn _fort_ van maakte nieuwtjes te verzamelen; +en schoon ons onderhoud dood onschuldig was, ja, tot strengheid toe +ernstig van hare zijde, was het toch een canavas waarop de ploerten en +ploertinnen van 't kleine stadje allerlei moois en leelijks borduurden +tot hare schade! De klare zuivere waarheid had haar geen nadeel +kunnen berokkenen en zou slechts hare hulpvaardigheid in 't ware +licht hebben gesteld, daar zij tot hare diamanten toe had opgeofferd +om mij armen zwerver voort te helpen buiten haar grootvader om; maar +de fabeltjes die men daarop bouwde en elkaar in de ooren fluisterde, +moesten haar declineeren in de publieke opinie. Ik heb dat later +van anderen gehoord, toen ik buiten staat was er iets tegen te doen, +al had ik mij zelven willen prijs geven om haar te verdedigen. Het +is waar, men verzekerde mij tegelijk dat Francis zich er volstrekt +niet aan stoorde en veel te fier was om zich daar niet over heen te +zetten; maar toch, als er zoo iets in de lucht hangt tegen eene vrouw, +dan wordt het haar voelbaar gemaakt of zij 't erkennen wil of niet, +en deze vergeeft het nooit aan hem die er de oorzaak van is." + +"Dat zou wel kunnen zijn, en nu begrijp ik de uitdrukking van +bitterheid, waarmee zij mij eens in de rede viel toen ik haar van +hare parure sprak! Het is zeer verklaarbaar; en toch, ik zou haar +nog hooger achten om hare edelmoedigheid, zoo zij u daarover geene +_rancune_ hield." + +"_Pouâh!_ dan zou zij volmaakt zijn; en de volmaakte vrouw die is, +_passez-moi la comparaison_, evenmin te vinden als een paard dat alle +goede kwaliteiten in zich vereenigt, zonder een enkel gebrek! Daarom +mag _my dear_ Francis met mij leven zooals zij goedvindt; al wil zij +mij schoppen en bijten als eene weerbarstige merrie, ik zal het hoofd +er onder buigen; ik ben weerloos tegen haar en...." + +Hij zweeg. Francis kwam terug, hare provisie in een mand aan den +arm dragende. + +Zij dekte voor ons op de groote marmeren tafel; zij had rijkelijk +voor brood en vleesch gezorgd, en zette een flesch wijn met twee +glazen neer, terwijl zij mij zeide: + +"Leo! doe mij het genoegen en soupeer met mijnheer Rudolf; ik zal +een pretext zoeken voor uwe absentie daar beneden." + +"Het zou mij waarlijk moeielijk vallen den generaal nu te zien en te +spreken zonder iets te laten merken." + +"Dat zou heel verkeerd zijn; als gij deernis hebt met den grijsaard, +moet gij mij helpen om de onweerswolk van zijn hoofd te laten afdrijven +zonder dat hij er iets van heeft bemerkt." + +De "onweerswolk" had zich intusschen te goed gedaan aan het brood en +vleesch, dat hij met verbazende gretigheid en gulzigheid verslond, +dronk een paar glazen wijn achtereen uit en scheen nu genoeg bij +kracht, om nog eens een aanval op de schikkelijkheid van Francis +te wagen. + +"Francis! _my darling_, zou ik den nacht hier niet mogen +doorbrengen?--in alle geheimzinnigheid dat spreekt vanzelf," voegde +hij er bij, ziende dat zij het voorhoofd fronste. + +"Ik zou het wel willen voor u Rudolf! maar ik zou niet weten waar." + +"Och kom! er zijn zooveel logeerkamers in mijns vaders huis." + +"Kamers genoeg; maar in den vleugel waar de generaal en Rolf logeeren +kan ik u niet huisvesten, dat spreekt vanzelf; en hier in dezen +is geen ander vertrek meer gemeubeld dan de logeerkamer van Jonker +Leopold alleen." + +"Maar ik vraag niet naar meubels; ik zou in den stal op het stroo +kunnen slapen, als het niet gevaarlijk was tegenover den koetsier." + +"Er is hier geen koetsier meer," zei Francis eenigszins verbleekend. + +"Hoe nu, hebt ge over u kunnen verkrijgen om Harry Blount te ontslaan?" + +"Harry Blount is dood!" antwoordde Francis zonder op te zien, met +eene doffe stem. + +"Harry Blount dood! hoe heeft die flinke jongen die malligheid kunnen +begaan! Hij zou even dertig zijn, zoo ik me niet bedrieg. Ik heb +hem zelf nog leeren rijden toen hij mij als _groom_ werd toegevoegd +op zijn dertiende jaar; zijn vader was een juweel van een piqueur; +dien dank ik het nog dat ik nu mijn brood kan verdienen! Wel! wel! zoo +is de stal hier opgeruimd. Maar Francis! mijn engel, gij ziet er zoo +ontdaan uit, daar moet meer aan vast zijn; hebt ge uw mooie rijpaardje +ook al van de hand moeten doen?" + +"Neen! neen! dat niet. Tancred wordt verzorgd bij de Pauwelsen; maar +'t herdenken aan Harry Blount is mij zoo schrikkelijk; ik--ik ben de +oorzaak van zijn dood!" + +"Kom, gekheid, daar geloof ik niets van; weer vrouwelijke +overdrijving! Ge moogt hem zoo eens eventjes, in een oogenblik van +vivaciteit...." hij maakte eene geste of hij een karwats in de hand +hield, "maar dat heeft hij van mij ook gehad, dat zou hem den dood +niet doen, en gij zult hem toch niet vermoord hebben?" + +"Neen! God weet wat ik er voor had willen doen en dragen om den armen +trouwen man in het leven te behouden; maar toch ligt de schuld aan +mij. Het was op een rijtoer; wij hadden de mooie blauwgrijze schimmels +moeten wegdoen." + +"_Surely I am to be dammed!_" riep Rudolf; "dat prachtige span, +mijn arme vader!" + +"Ja Rudolf, het was er toe gekomen; maar dat was nu juist uwe schuld +niet; hij had, ik weet niet meer welk verlies geleden; wij hadden +nu een nieuweling dien wij met het eene paard, dat wij nog behouden +hadden, te zamen in het tuig zouden wennen, en Harry meende het alleen +te doen; maar gij weet, ik val wat koppig als ik mij eens iets in +'t hoofd heb gezet; ik begreep dat ik er bij moest zijn; ik wilde +de teugels voeren, schoon Harry het ernstig afraadde! Afraden was +twijfel aan mijne behendigheid, aan mijne vaste hand; ik kon dat niet +dragen--een zware afrijwagen,--ik naast Harry op den bok, ik nam de +leidsels; het ging den rechten breeden straatweg op, die van Z. naar +het dorp voert, en al ging het met inspanning, met overspanning +zelfs! Rudolf! het ging goed! ik kreeg ze toch tot gedweeheid." + +"Bravo! dat dacht ik wel!" + +"Och, juicht niet om dien jammerlijken triomf, die nu mijn leven +vergalt; toen juichte ik ook, en in mijn overmoed lachte ik Harry uit, +die het hoofd schudde en voorzichtigheid preekte. Ja, Leo! gij moogt, +gij moet het wel hooren welk een schepsel ik ben, als mijn zelfgevoel, +mijn trots wordt geprikkeld. Ik vond het noodig de paarden eens +ferm te laten loopen, om de zegepraal op hun onwil te verzekeren; +Harry was het met mij eens, maar wilde dat ik nu verder het bestier +aan hem zoude overlaten; hij zag mij hijgen van vermoeienis en wees +naar de lucht, waar men een onweer zag opkomen. + +"Wij moeten terugkeeren, Freule! of er gebeurt een ongeluk," sprak hij, +"tenzij ge mij de leidsels overgeeft, want hier is een mannenhand +noodig." En reeds omklemde hij de mijne, om zich daarvan meester +te maken. + +Ik kon die aanmatiging niet dulden; de wereldorde scheen mij omgekeerd, +dat hij mij wilde dwingen, een koetsier, een wezen dat ik als kind +reeds als mijn lijfeigene had beschouwd. + +Ik wees hem terug, met drift, met gekrenktheid, en wilde 't niet +opgeven. Op hetzelfde oogenblik, als had de hemel mij willen +waarschuwen, of mijn overmoed straffen, schoot er een felle +bliksemstraal neer; de donder rolde, de paarden schrikten, werden +schichtig, steigerden. Blount sprong van den bok, denkelijk met +het kloeke besluit om zich voor de paarden te werpen en ze te doen +stilstaan, of met geweld om te wenden, hetzij uit zucht tot zelfbehoud +en om te ontkomen aan het gevaar dat hij voorzag. Van schrik verlamd +over zijn radeloos beginnen, liet ik de leidsels schieten.... en.... de +verwilderde dieren gingen door! gingen door over het lichaam van +Blount, die zijn sprong had gemist. In ontzetting, in wilde wanhoop +waagde ik zelve den sprong, die mij het leven had kunnen kosten, +doch die door de stoutheid zelve mij redde; de dreuning van den +schok had mij alleen duizelig gemaakt. Toen ik weer tot mij zelve +kwam was het om te zien wat er gebeurd was, wat mij levenslang als +eene bloedschuld zal drukken. Harry Blount lag verpletterd ter aarde +en heeft geen uur meer geleefd! + +Bleek als ware zij zelve een lijk, zonk Francis op de sofa en eindigde +onder snikken: + +"Ziedaar, Rudolf, waarom ik nooit weer van dien ongelukkige kan +hooren zonder dat dit afgrijselijk tooneel mij weer levendig voor de +oogen staat." + +"Het is almachtig jammer, Francis!" sprak Rudolf, ook bewogen, +"en ik zou voor u wenschen dat ik in plaats van Blount dat ongeluk +had gehad; dat was een lastpost minder voor u geweest, en die ferme +jongen had nog pleizier kunnen hebben van zijn leven. Maar nu het +anders is uitgevallen, moet gij het u maar niet te veel aantrekken; +er gebeuren zoo dikwijls zulke ongelukken, zonder dat men daarom +zich beschuldigt; gij hadt er immers ook mee om koud kunnen zijn, +kindlief! Ik heb er zelf ook al wat van beleefd, dat kan ik zeggen; ik +heb er menigeen van 't paard zien vallen die niet weer opstond. Doch +wat zal men daar tegen doen; wachten tot je beurt komt en er maar +niet te veel aan denken, dat is het beste." + +"Maar zoo luchtig kan ik het niet opnemen," viel Francis in met +gesmoorde stem. "Ik kan er mij wel somtijds over heen zetten, en mij +zelve wijsmaken dat hetgeen gebeurd is zoomin door mij bedoeld was +als ik het heb kunnen voorkomen, maar toch.... het zelfverwijt komt +altijd weer boven. 't Is de knagende worm, dien men wel verdooven, +maar niet dooden kan. Ik ben zeker dat neef Leopold niet van uw +gevoelen is," hervatte zij meer levendig, en mij aanziende als om +mijn antwoord uit te lokken. + +"Neen, Francis! luchtig opnemen zou ik het zeker niet, maar evenmin +vertwijfelen om de rust der consciëntie terug te vinden als zulke +wroeging mij pijnigde." + +Zij zag mij aan met diep zwaarmoedigen blik en haalde moedeloos de +schouders op. + +Ik kon haar zoo niet zien, zonder haar iets te zeggen van 't geen +mij sinds lang op het hart lag. Ik ging naar haar toe, legde met een +onwillekeurige beweging mijne hand op haar schouder en fluisterde +haar toe: + +"Francis! gij hebt geen vrede met de menschen, gij hebt geen vrede +met u zelve,--waarom zoekt gij geen vrede met God?" + +"Wie zegt u dat ik die _niet_ zoek, Leo? Maar"--zij zuchtte--"die +laat zich niet vinden, zelfs niet in zwaren strijd en boete." + +"Omdat gij niet op de rechte wijze zoekt, geloof mij daarin. Ik weet +er ook iets van." + +"Gij, Leo?" sprak zij met een ongeloovig hoofdschudden; "zoo gij in +mijn geval waart, gij zoudt er onder gedrukt blijven als ik!" + +"Neen! ik zou mij oprichten, want ik zou met een ootmoedig hart het +'onze Vader' bidden, en in praktijk brengen." + +"Hoe meent gij dat?" Zij zette groote verwonderde oogen op. + +"Ik zou geene vrijheid vinden het: 'Vergeef ons onze schulden' uit te +spreken. Ik zou niet durven rekenen op de verhooring zoo ik er niet +zelf in volle oprechtheid kon bijvoegen: 'gelijk wij vergeven onze +schuldenaren.' Dit, Francis! ontbreekt u; vergun mij het u te zeggen; +gij zijt hard voor dien man dáár, die onze medebroeder is in de schuld; +vergeef hem van harte wat hij tegen u misdeed, en...." + +"Maar dit is hem sinds lang vergeven, Leo! geloof mij daarin," +zeide zij halfluid; "hetgeen ik tegen hem heb, is niet wat hij mij +heeft toegebracht, maar allereerst dat, dat men niet op hem aan kan; +hij geeft driemaal in een uur zijn 'eerewoord' en toch...." + +"Ik geloof waarachtig, dat neef Leopold een sermoen tegen u houdt, arm +kind!" sprak nu Rudolf, die intusschen aan de tafel was gaan zitten en +in alle genoeglijkheid zijn souper had afgemaakt; "dat moest hij niet +doen, hij moest u niet moeilijk vallen, althans niet om mijnentwil, +en te eer omdat het ons afbrengt van het punt in kwestie, dat voor mij +hoofdzaak is, namelijk of gij mij hier onder dak wilt houden, dan wel +of ik mijn fortuin moet zoeken in de ruïne; een kil nachtverblijf, +als men geen mantel bij zich heeft, en dat nog killer wordt als men +denkt aan het vaderlijke kasteel, dat zoo dicht bij en zoo ruim is." + +"Het zou hard zijn, ik erken het, u hier huisvesting te weigeren; +en toch ik weet er geen raad op," zei Francis; "deze vleugel, de +eenige waar ik u veilig toelaten kan, is zoo schrikkelijk verarmd en +verwaarloosd; er zijn kamers genoeg, maar niet één meer gemeubeld." + +"Och, wat geef ik daarom! Is er nergens een matras te vinden die ik +op de planken kan neerleggen?" + +"Die is er juist niet; sinds jaren is er alles leeg en overgelaten aan +ratten en muizen, om van de spinnen niet te spreken. In dit oogenblik +is daar waarlijk niets aan te veranderen." + +Rudolf zuchtte en hernam: + +"Ik geef anders niet om een weinigje stof, en voor ratten en muizen ben +ik niet bang; ik heb in mijne omzwervingen soms in een tent geslapen +en mij met de decoraties toegedekt." + +"Kamers waar in geen jaren iemand een voet heeft gezet.... neen, +het gaat niet, het is al te akelig; er is geene mogelijkheid daar +nu iets aan te doen zonder dat het in huis opschudding geeft," sprak +Francis nu zelve met leedwezen; "toch weet ik er wel iets op, maar...." + +"En waarom kan mijnheer Rudolf niet in deze kamer logeeren?" viel ik +in, hare aarzeling ziende. + +"Dat zou u mogelijk geneeren, Leo!" + +"Maar ik wil wel _gêne_ lijden voor den zoon van den huize, wiens +recht mij te sterker aanspreekt, naarmate hij een uitgestootene is; +ik zal mijnheer Rudolf mijn ledikant afstaan." + +"Neen! neen!" riep deze met levendigheid, "'t zou al heel mooi zijn, +zoo gij mij toestond den nacht op deze sofa door te brengen, als +Francis dat goedvindt." + +"Dat is afgesproken," zei Francis; "maar Rudolf, dan belooft gij +mij vast in den vroegen morgen stil weg te trekken.... het is de +verjaardag van grootvader en...." + +"Juist daarom was ik gekomen!" + +"Hebt gij daar nog aan gedacht!" + +"Zeker! en daarom meende ik.... is het dan volstrekt onmogelijk, +Francis?" + +"'t Is de ergste dag dien gij uitkiezen kondt; er komen allerlei +menschen van het dorp; Willibald komt ook!" + +"Hm! 't is of alles hier tegen mij samenzweert. Nu; in 's Hemels naam, +ik zal heengaan; mijne hand daarop, Francis." + +"Ik zal u nóg eens op het woord vertrouwen, Rudolf!" sprak zij, +hem de hand reikende. "En nu vaarwel, het wordt tijd dat ik ga; +ik heb de oude heeren al veel te lang alleen gelaten." + +"Ga! maar neem toch de portefeuille aan als restitutie voor u zelve; +als een zwakke poging om iets te vergoeden voor alles wat ik u +schuldig ben; het spijt mij alleen dat het niet meer is. Ik kom wel +uit Amerika, maar een echte _oncle d'Amérique_, die met millioenen +dollars speelt, ben ik helaas niet, en ik zal het wel nooit worden; +maar toch, neem wat ik geven kan; mij dunkt, die mooie _greenbacks_ +moeten u aanlachen." Hij deed de portefeuille open en toonde haar +het fijne bankpapier. + +"Zijn ze echt, Rudolf?" vroeg zij, hem diep en scherp in de oogen +ziende. + +"Maar Francis! bij God! wat beteekent die achterdocht; waar ziet gij +mij voor aan!" riep hij, terwijl een donkere gloed zijn voorhoofd +overtoog. "Het is waar, ik heb dwaasheden begaan, fouten, misslagen, +die mij voor misdrijven worden aangerekend. Ik ben een onverbeterlijk +loshoofd die niet rusten kan in de ruste; ik heb zwaar en herhaaldelijk +tegen de discipline gezondigd, een onvergefelijk vergrijp in de +oogen van mijn vader, dat is zoo; ik heb veel geld verkwist, veel +te veel, helaas! want ik heb geteerd op het ouderlijk erfdeel dat +nog niet het mijne was, ik heb mijn vader meer gekost dan het blijkt +dat hij geven kón; ik ontken mijne schuld niet, ik weet dat ik veel +gedaan heb wat strafbaar is in de oogen der menschen, en als ik hard +word bejegend, zeg ik tegen mij zelf: 'Rudolf, mor nu maar niet, +je hebt het verdiend;' maar dat alles belet niet, dat ik mij nog +herinner, dat ik van afkomst een patriciër ben, de zoon van een +eervol hoofdofficier, en dat ik ook nog mijn vonkje eergevoel heb, +al meent gij dat het heelemaal is uitgedoofd; en daarom zeg ik u: +met bedriegelijke handelingen van zulken aard als gij daar onderstelt, +Francis, heb ik mij nooit ingelaten; ik zou nog eerder in een verlegen +oogenblik een dief of een moordenaar kunnen worden, dan opzettelijk +bedrog plegen, en ik heb nooit iets gedaan dat iemand het recht kan +geven mij als falsaris aan te zien, en gij, Francis! gij die wel +mijne schuld maar ook mijne rampspoeden kent, gij die, begaan met +mijn ongeluk, zoo dikmaals voor mij gesproken hebt, hoe komt zulke +schrikkelijke verdenking tegen mij bij u op?" + +"Ik wenschte dat het niets dan eene verdenking ware, Rudolf," hernam +Francis, die strak en onbewogen had geluisterd; "maar helaas! wij +hebben de bewijzen en.." + +"De bewijzen dat ik een falsaris ben?" vroeg hij levendig en kennelijk +in de smartelijkste verbazing. + +"Valsche wissels door u uitgegeven; de namaak van uws vaders +hand.... ja! die zijn in ons bezit; 't is mogelijk dat ik er geen +verstand van heb, maar ik meende dat zoo iets met het bedrijf van +een falsaris gelijk staat." + +"Dat doet het ook! Maar gij zult toch niet staande houden, dat _ik_ +daaraan schuldig ben?" + +"Zooals ik zeg, de bewijzen van uwe schuld zijn in mijne hand, en +zij kosten mij duur genoeg om gelijk te hebben tegen u. Ik wil het +vergeven, Rudolf! met al het andere, want Leo heeft mij niet tevergeefs +herinnerd, dat wij geene schuldvergiffenis hebben te hopen, waar wij +zelven zonder verschooning zijn; maar.... de waarheid is waarheid, +en de feiten zijn het die tegen u getuigen!" + +"Dat kan niet zijn, Francis! hier moet een misverstand plaats hebben, +een schrikkelijk misverstand, dat ik u om Godswil bidde mij op +te helderen; want als mijn vader en gij dat van mij gelooven, dan +verwondert het mij niet meer dat hij mij liever dood waant dan te +wenschen mij levend voor zich te zien, en evenmin dat gij, gij die +vroeger zooveel deernis met mij hadt, nu met zoo diepe verachting op +mij neerziet!" + +"Maar er valt niet anders te verklaren dan dat de wissels aan kolonel +von Zwenken gepresenteerd zijn en dat wij ze gehonoreerd hebben, +omdat er bij protest, bij verklaring van valschheid, een ergerlijk +proces uit gevolgd zou zijn, dat u niet had kunnen treffen, omdat gij +toen reeds lang aan de andre zijde van den Oceaan waart, maar dat uw +vader gedwongen zou hebben reeds toen zijn ontslag te nemen uit den +dienst, daar zijn naam, zijn eer er bij in 't spel was!" + +"Maar Francis, gebruik toch uw verstand! Al wilt gij het ergste van +mij gelooven, overweeg of dit misdrijf door mij gepleegd kàn zijn. Ik +ben een zwak mensch, een jammerlijke _panier percé_, ik erken het, +maar ik ben toch geen monster; en een monster zou ik moeten zijn om +zoo iets tegen mijn vader te doen. En dat zou ik juist gedaan hebben +in den onrustigen tijd van mijn kortstondig en gejaagd verblijf te +Z--? Juist in dien tijd, dat gij bezig waart het uiterste voor mij +te doen om mij op fatsoenlijke wijze voor een nieuwe onderneming naar +Amerika uit te rusten. Juist in dien tijd toen ik tot op het laatste +toe hoopte, verzoend van mijn vader te scheiden?" + +"Juist daarom acht ik uwe handelwijze nog te meer misdadig." + +"Maar zij houdt het nog vol! Maar het is om razend te worden! Wat +zegt gij er van, Jonker Leopold?" + +"Het feit moet bestaan, anders zou freule Mordaunt er niet zoo vast +aan gelooven...." + +"Mijn Hemel, Leo! daar heb ik wel mijne redenen voor; toen die akelige +papieren ons aangrimden, was ik maar pas meerderjarig geworden, en daar +grootvader mij bekende dat hij niets had te missen om ze te voldoen +heb ik er het grootste deel van mijn toch al niet schitterend vermogen +voor opgeofferd! Mij dunkt, _j'ai payé pour savoir!_ Ongelukkig heeft +grootpapa de voldane wissels in zijne bewaring gehouden; ik kan ze +dus Rudolf niet laten zien om hem te overtuigen." + +"Maar als ik ze zag, zou ik _u_ kunnen overtuigen. Ik ben voorwaar +zoo'n vaardig scribent niet om eens anders hand te kunnen nadoen; +en dan nog de hand van vader, zulk fijn, keurig, geregeld schrift! Al +kon ik er millionnair mee worden, ik zou er geen kans toe zien." + +"Ik geloof u," sprak ik, hem de hand drukkend. + +"Dat doet mij goed;" en tranen sprongen den ongelukkige uit de +oogen. "Maar dat zij mij niet gelooft, zij, dat smart mij. Als er een +schelmstuk gepleegd is, waarom moet ik het dan juist gedaan hebben? Kan +de kolonel, die zijn verloftijd gewoonlijk aan de badplaatsen placht +door te brengen, niet in aanraking zijn gekomen met zulk slag van +lieden, die wel degelijk tot zoo iets in staat zijn?" + +"Grootvader heeft in de laatste vier jaar zijn huis niet +verlaten. Alleen toen wij ons naar de Werve retireerden heeft hij +het winterseizoen doorgebracht bij vrienden te Arnhem." + +"Dus.... geneest men van zekere passie?" vroeg Rudolf, even de +schouders ophalende met eene mengeling van snaaksheid en ironie. + +"_Faute d'occasion_; wij hebben hier niets meer dan Rolf om zijn +partijtje te maken." + +"Welnu, kan die Rolf hem die poets niet hebben gespeeld?" + +"Rolf! het trouwste en eerlijkste schepsel dat er is! Rolf, die +zijne oogen zou uitgraven om zijn generaal een verdriet te besparen: +Rolf, die op zijn best goed genoeg schrijven kan om een rapport op +te maken! Rolf? Neen, Rudolf! zoek den schuldige elders. Rolf is tot +zoo iets niet in staat." + +"Nu, _ik_ ben er ook niet toe in staat," sprak hij nu met drift, +terwijl hij zoo heftig op den grond stampte, dat zijn sporen +kletterden. Daarop de portefeuille aan Francis toereikende, zei hij: + +"De _greenbacks_ zijn echt; gij kunt er bij den eersten bankier den +besten Hollandsche rijksdaalders voor krijgen. Neem ze, ten bewijze +dat gij mij gelooft...." + +"Ik wil het gelooven, Rudolf! Maar mij dunkt, dan kunt gij ze zelf +ook wel gebruiken." + +"O, wat dat betreft! Maar gij kunt ze gerust aannemen; er kleeft niets +aan dan mijn eigen zweet en bloed. Ze zijn zuur verdiend, maar eerlijk; +althans als mijn beroep in uwe ooren geen al te harden klank heeft." + +"Ik weet niet welk beroep gij uitoefent; gij ziet er uit als een +piqueur." + +"Ik ben kunstrijder! Ik ben _premier sujet de voltige_ bij het Great +Equestrian circus van master Stonehorse uit Baltimore, met tweehonderd +dollars appointement 's maands.... Gij zwijgt, Francis! Gij vindt +dat zeker wel wat heel erg, niet waar? Kunstenmaker?" + +"Neen! Mij dunkt, gij hebt al erger bij de hand gehad; dat is +ten minste een mannelijk beroep, waarbij moed en behendigheid +te pas komen, en ik kan mij begrijpen dat een man in uw geval het +aangrijpt. Daarbij," voegde zij er bij met een melancholiek glimlachje, +"gij zijt net als ik: gij hebt altijd van paarden gehouden." + +"Wel wat te veel, want die liefhebberij heeft mij duizenden +gekost. Maar dat is _l'histoire ancienne!_ voor 't oogenblik ben ik +te paard geholpen en op den weg der fortuin. Dus, _my dear_, kunt +gij gerust deze kleinigheid van mij aannemen op afrekening." + +"Neen, Rudolf! dat doe ik zeker niet. Ik ken u veel te goed om niet +te weten dat gij vandaag weggeeft wat gij overmorgen noodig kunt +hebben. U met geld helpen kan ik niet meer; maar wat ik gegeven heb +neem ik niet terug. Ons helpt dat toch niet, en uw beroep heeft zijne +hachelijke zijde." + +"Aan wien zegt gij het! Van 't paard vallen en den nek breken is +nog het ergste niet; maar zooals 't gisteren nog gebeurde dat er +een een schop van een paard kreeg, een kreng van een hengst, die hem +op de borst raakte, zoodat hij een bloedspuwing kreeg daar hij voor +zijn leven de rente van zal genieten. En de arme drommel heeft vrouw +en kind." + +"Wel!" zei Francis, "mij dunkt dan hebt gij al eene goede plaatsing +voor dat geld." + +"Hm ja! 't idée is zoo kwaad niet; met master Brown deelen; _poor +soul!_ En dat nogal een clown, zoo tragisch eindigen." + +"Nú zijn we het eens," zei Francis, tevreden dat zij hem van zijn +inval had afgebracht. "Rust goed uit en laat mij nu gaan; morgen in +de vroegte zien wij elkander nog." + +"Hoe zoo?" + +"Wel, om u uit te laten, 't Is onnoodig dat ge weer langs het balkon +naar beneden en over den tuinmuur klimt." + +"Ah bah! dat komt er niet op aan: _Premier sujet de voltige, parbleu!_ +Maar als gij mij absoluut uitlaten wilt, om zeker te zijn van mijne +verwijdering, dan is het wat anders...." + +"Ik heb gezegd, dat ik u nog ééns vertrouwen zou; ik neem mijn woord +niet terug. Goedennacht! Leo, vergeet uw souper niet geheel!" + +"Weg was zij; maar ik voelde geene behoefte haar raad op te volgen, +en na het goede voorbeeld dat Rudolf op dit punt gegeven had, bleef er +voor mij eigenlijk ook niet veel meer te doen. Toch noodigde hij mij +een glas wijn met hem te drinken, en het zijne aanstootende sprak hij: +"Ik weet niet recht of ik u feliciteeren mag, jonker, maar ik geloof +waarachtig, dat onze allerliefste majoor haar kolonel heeft gevonden." + +Ik haalde de schouders op: ik had geen lust om met iemand van zijn +slag over Francis te spreken. + +"Meent gij misschien, dat ik geen oogen heb om dat te zien? Ik ken de +vrouwen, dat verzeker ik u. Ze hebben mij genoeg gekost om met waarheid +te zeggen: ik ken ze. In mijne omzwervingen heb ik ze ontmoet van alle +kleuren en gestalten; en mijne nicht, al is ze duizendmaal Majoor +Frans, is toch eene vrouw--eene vrouw met een mannengemoed--zooals +Queen Bess van zich zelve placht te zeggen; maar die heeft toch haar +Leycester gevonden. Zoo ook Francis. Ik weet niet wat gij in uw schild +voert, maar mij dunkt, gij hebt slechts te willen.... + + + Et bientôt on verra l'infante + Au bras de son heureux vainqueur! + + +Zij ziet u naar de oogen, dat is zeker! 't Is met haar als met een +paard van edel ras; men moet er mee weten om te gaan--veel geduld, veel +attentie, een krachtige, vaste hand, maar die zacht weet te zijn en +men komt er mee terecht. Ik voor mij heb er nooit den slag van gehad, +ik meen van de vrouwen. Ik ben te hartstochtelijk, te ongedurig, en +ik heb geen vasten wil! _These gracious devils_ merken dat heel gauw, +als ze 't eens weten, dan, dat begrijpt gij, dan ben je er onder, daar +is geen helpen aan. Wat Francis betreft, al ware ik haar eigen vader en +zij kende mij zooals zij mij kent, ze zou mij niet ontzien. U, dat's +wat anders--maar .... mogelijk hecht gij niet aan de conquête?" ging +hij voort, daar ik strak bleef zwijgen; "anders zou ik zeggen, 't +is te hopen dat gij fortuin bezit; ik zou het wenschen voor Francis, +die het verdient--ware haar grootvader niet geruïneerd." + +"Door wien geruïneerd?" viel ik uit, vrij onbarmhartig; maar hij had +mij zoo geprikkeld door telkens weer de _corde sensible_ aan te slaan, +dat ik er _à tout prix_ een eind aan maken wilde. + +"_That 's question!_" hernam hij, slim genoeg om een onderwerp te +laten varen dat zoo blijkbaar mishaagde. "Ik heb er schuld aan, dat +is ongelukkig maar al te waar; doch ik niet alleen, _I may be damned_ +als ik lieg. Ik heb hem geld gekost, veel geld, doch geen grooter +deel van de kolossale fortuin, die mijne moeder heeft aangebracht, +dan mij als eenige zoon toekwam. Waar 't andere gebleven is, John +Mordaunt zou er ook wel wat van te vertellen weten als hij nog leefde; +maar toen die met mijne zuster trouwde, kreeg ze ten minste haar +bruidschat mee; die zou Francis nu moeten hebben--als ze 't niet +opgemaakt hadden; want ze leefden, ze leefden.... Ik werd altijd maar +op de Werve gelaten met mijn gouverneur; want de dertienjarige knaap +keek al goed rond in de wereld, en hij moest niet zien wat er daar +ginds omging. Na den dood mijner zuster ben ik ook niet veel bij de +Mordaunts aan huis geweest. Ik heb Francis voor 't eerst gezien toen +zij tien jaar oud was en de kleine Majoor heette en alles in huis +drilde dat het een lust was. Ik viel toen in ongenade bij mijn vader, +omdat.... Maar ik babbel zoo voort, ik weet niet of ik u verveel; +mogelijk wilt gij gaan slapen?" + +"Nog niet; ga gerust voort. Ik stel er belang in een en ander van +uwe lotgevallen te hooren, als het u niet pijnlijk valt daarvan +te spreken." + +"O, wat dat betreft in 't minst niet; ik ben er lang over heen. Maar +wat zal ik u zeggen, mijne geschiedenis is die van menig ander +jongmensch van goede afkomst die in de diepte raakt. Ik heb twaalf +ambachten gehad en de traditioneele dertien ongelukken zijn mij evenmin +ontgaan; ja, ik geloof zelfs, als ik goed telde, dat er nog wel een +half dozijntje boven dat getal bij gekomen zijn. Mogelijk klinkt het +wat apocrief uit mijn mond als ik het zelf zeg; maar mijn vader is de +eerste oorzaak van alles. Gecontrarieerd in de keuze van een beroep, +gecontrarieerd in een jeugdige liefde waarin ik mijn geluk had kunnen +vinden, was de _fine fleur_ van mijn levenslust er al af, toen ik naar +Leiden ging om daar in de rechten te studeeren. Ik had den vurigsten +wensch om officier te worden en had mij met ijver voor het examen aan +de militaire academie voorbereid; maar mijn vader hield rancune tegen +die instelling, hetzij hij gepasseerd was toen deze werd opgericht, +hetzij om de reden die hij opgaf: dat hij zelf als cadet in werkelijken +dienst was getreden en van gevoelen was dat men alleen op die wijze +jonge officieren moest vormen. Zijn zoon althans zou hij niet naar +Breda zenden; die moest studeeren, die moest carrière maken! Hm ja! ik +heb ook carrière gemaakt," herhaalde hij met een bitteren glimlach: +"_j'ai fait du chemin_ zooals de Franschen zeggen, wijd en wild. Ik +studeerde voor 't pleizier van papa, ik wilde er mijn pleizier ook +van hebben; bij gebrek aan geluk, aan zelfvoldoening, zoekt men +genot. Papa wilde dat ik een goed figuur zou maken op de academie, +en schonk er mij ruim de middelen voor. Ik had mijn rijpaard en mijn +tilbury; ik wierp mij in den wildsten en woeligsten studentenkring; +ik maakte enorm veel schulden en zeer weinig dictaten; toch bezocht ik +enkele colleges; er waren vakken die mij aantrokken, en ik was niet +zonder aanleg; ik zou er nog wel toe gekomen zijn om te promoveeren +op theses, maar papa had intusschen processen gevoerd tegen tante +Roselaer en--verloren; hij kon of hij wilde mij althans niet toestaan +het kostbaar leven aan de academie voort te zetten. Van een gesjeesden +student is niet veel te maken; toch wist de majoor von Zwenken door +zijne relaties mij een post te bezorgen, en nota bene nog wel een +comptable! onder belofte intusschen dat ik eene _riche héritière_ +zou trouwen, die mij werd aangewezen; maar het was eene overrijpe +freule met een rooden neus, en ik liet haar links liggen, tot groote +ergernis van mijn heer vader, die verklaarde van toen aan niets meer +met mij te doen te willen hebben. Ik had niet het minste hart voor +mijn post; geregeld werken, geregeld uren lang op het bureau blijven +convenieerde mij niet na het woelige leven dat ik geleid had. Ik vond +een geschikten klerk, een ouden bureaucraat, die al twintig jaren op +dezelfde plek had gezeten zonder zich dood te zitten; ik meende alles +gerust aan hem te kunnen overlaten en ik vond vrienden en kennissen +genoeg, om mij wat afleiding te bezorgen. Ieder hield ons voor rijk, +de post was maar een eerste stap om en-train te komen, dacht men, +en zoo ging het _à grandes guides_ zonder opzien of omzien; toen op +zekeren dag, dat wij een pick-nick hadden ergens buiten, mijn waardige +plaatsvervanger zich met de kas uit de voeten maakte. Het geval maakte +veel opschudding en was inderdaad erg genoeg: het was notoir dat ik +geen deel had aan den diefstal, maar ik was toch de verantwoordelijke +persoon, en majoor von Zwenken, in de verwachting dat ik de erfgename +zou trouwen, had mijne borgstelling gestort. Er volgde een rechtszaak +uit die opnieuw wat geld kostte, dat ik niet betalen kon, dat de majoor +niet betalen wilde, en waar, zoo ik mij niet bedrieg, het moederlijke +erfdeel van Francis voor aangesproken werd; het ging mij genoeg ter +harte, maar een von Zwenken tot gevangenschap veroordeeld dat scheen +iedereen in de familie te hard. Van haar wist ik dat ik niets meer van +mijn vader te wachten had; ik beproefde zoo wat van alles, maar niet +met goed geluk; mijne antecedenten waren mij in den weg, en, ik zal +de waarheid bekennen, mijn karakter was mij ook tegen. Ik vloog van +den hak op den tak, had nergens rust bij en had maar één verlangen, +waaraan ik mij om de wille mijner familie niet kon overgeven. Ik had +eene goede stem, altijd lust gehad in muziek, eene zekere gave van +voorstelling, ik wilde een tijdlang buitenslands gaan om mij op een +conservatorium te oefenen en dan als opera-zanger op te treden. Had +men mij maar laten begaan, maar men wilde mij niet behulpzaam zijn +tot dat doel; mijn vader wilde mij niets meer geven en liet mij de +keuze om soldaat te worden of te bedelen. Ik verkoos het eerste, in +de hoop dat majoor von Zwenken en zijne vrienden wel voor mij zouden +zorgen als ik eens in dienst was, en dat ik toch nog eenmaal officier +zou kunnen worden; maar op mijn leeftijd na een weelderig en verwend +leven als het mijne, valt het hard zich aan de discipline te gewennen; +en, was het opzettelijke hardheid en een _parti pris_ om mij zwaar +te doen boeten, eer men mij uit de diepte ophief? ik kan het niet +uitmaken; maar men schonk mij zelfs niet den laagsten graad; mij werd +geene corvée gespaard, geen vergrijp door de vingers gezien. Ik was +niet bij het regiment mijns vaders geplaatst, maar in een afgelegen +vestingstadje; toch was de kapitein van mijne compagnie een der +vroegere tafelvrienden van mijn vader. Ik kon niet anders denken dan +dat het op diens verlangen was dat men mij zoo behandelde. En hij had +zijn lieveling Rolf wel tot luitenant gemaakt, de Hemel weet hoe! Ik +werd verloochend, en bijgevolg vertrapt; ongelukkig had ik geen geduld +om dien schrikkelijken proeftijd door te staan; ik had voor vijf jaar +geteekend, ik hield het geen vijf maanden uit; en op zekeren dag de +kans schoon ziende, wierp ik geweer en wapens weg en wilde mij uit de +voeten maken; maar mijne vlucht werd opgemerkt en ik achterhaald eer +ik over de grenzen was; ik wist wat er op stond als men mij vatte, +ik verweerde mij tot het uiterste, ik kwetste een onderofficier; +ik behoef u niet te zeggen welk een lot mij wachtte toen ik voor +den krijgsraad kwam; het vonnis werd geveld, maar niet uitgevoerd; +ditmaal ontkwam ik uit de gevangenis, ik zal niet zeggen als door een +wonder, maar door oogluiking; ik vond zelfs een pak burgerkleeren en +geld tot mijne beschikking. Mijn vader had het toch niet over zich +kunnen verkrijgen om zijn zoon als wederspannige, als deserteur te +laten executeeren. Later vernam ik dat Francis die toen al heel wat +had mee te praten, het hare had gedaan om deze uitkomst voor mij +te verkrijgen. Ik was nu vrij en in den vreemde, maar vogelvrij: +ik moest zien het noodige voer op te loopen en mij hier of daar een +nest maken. Ik heb Duitsche boerenjongens Latijn en Fransch, Duitsche +burgermeisjes zang- en pianoles gegeven; ik ben kamerzanger geweest +van een Oostenrijksche gravin, die doof was en zich verbeeldde dat +mijne stem op die van Roger geleek; ik heb omgezworven met een troep +reizende operazangers en heb mij schor geschreeuwd op de theaters +in de open lucht. Ik ben koetsier geweest van een Duitsche baron, +reisbediende voor een huis in wijnen; maar dit moest ik opgeven omdat +ze mij naar Holland wilden zenden. Toen werd ik eerst koffiehuisknecht +en biljard jongen, maakte door mijne geoefendheid in dat spel de kennis +van een Poolschen graaf, die mij als kamerdienaar en secretaris met +zich nam naar Warschau, en mij welhaast in vertrouwen mededeelde, dat +hij een middel had uitgevonden om Polen onafhankelijk te maken! Zooals +vanzelf spreekt mislukte de toeleg, maar de onvoorzichtige edelman +miste Siberië niet. Ik raakte mee in de klem, omdat ik niet tegen hem +getuigen wilde; maar ik hield me zoo dom, dat ik er met een weinig +tortures van honger en dorst lijden en eenige weken _carcero duro_ +afkwam. Toen stond ik weer op straat zonder een penning in den zak +en greep naar het eerste het beste, dat ik maar vatten kon; enfin, +ik wil u en mij zelven niet vermoeien met de optelling van alles +wat ik doorgemaakt heb om in leven te blijven. Het ware veel korter +geweest hier of daar in 't water te springen, dat is waar; dan, +ik heb altijd zeker vooroordeel gehad tegen den zelfmoord. Daarbij, +ik bleef onder alles gezond en sterk en leed niet aan melancholie; +ik rolde door het leven zooals het het best kon. Jarenlang heb ik +zoo omgezworven, heb alle groote steden, alle badplaatsen van Noord- +en Zuid-Duitschland bezocht, alle landstreken van midden-Europa +doorkruist, van de Rijnoevers af tot die van de Spree en Moldau toe, +en ik stond op het punt om naar Bucharest te trekken met een zeer +voornaam, maar zeer bizar personage, toen deze gevangen werd genomen, +als betrokken in eene zeer geheimzinnige moordgeschiedenis, waarbij het +geld en de vrouwen als gewoonlijk hunne rol hadden gespeeld. Gelukkig +kon ik bewijzen, dat ik eerst met vorst X in aanraking was gekomen +nadat de misdaad gepleegd was, en ik kwam er weer af met eenige weken +van enge opsluiting na lange en lastige verhooren. Hoe vaak ik onder +dat alles van naam veranderd ben, weet ik zelf niet meer. Alleen den +eenigen waarop ik recht had, hield ik standvastig buiten het spel. Ik +had gezorgd dat het gerucht van mijn dood in Holland was verspreid; ik +had alles gedaan om er waarschijnlijkheid aan te geven. Na die laatste +historie waagde ik mij niet weer in 't gedrang met voorname avonturiers +of dubbelzinnige vrouwen, maar zocht rust in het landleven, in de +vergetelheid van den boerenstand. Ik had in mijne jeugd op de Werve wel +eenige notie gekregen van het boerenbedrijf; ik kon best met paarden +omgaan; ik verhuurde mij als knecht bij een welvarenden pachter, die +eene mooie hoeve te beheeren had. Hij vatte spoedig dat er op meer dan +eene wijze partij was te trekken van zijn huurling, en dat handenarbeid +juist niet mijn _fort_ was. Ik werd welhaast meer zijn raadsman dan +zijn knecht; ik kon hem een en ander van mijne lotgevallen vertellen +zonder gevaar; ik was onder een goed slag van lieden gevallen, die mij +als een lid hunner familie behandelden, en er bestond uitzicht dat ik +daar werkelijk toe zou behooren. Ik merkte, dat de eenige dochter, +eene allerliefste blondine met vergeet-mij-niet-oogen, zoowat op +mij verliefd raakte. Ik vond deze gelegenheid om _pater familias_ te +worden zoo onaardig niet! De ouders hadden er niets tegen; maar ik +moest er voor uitkomen dat het mij moeielijk zou vallen de noodige +documenten te verkrijgen om een wettig huwelijk aan te gaan. Dit +bezwaar, en de berichten van een lid der familie, die met goed gevolg +naar Amerika was uitgeweken en de zijnen opwekte om tot hem over +te komen en gezamenlijk in die landstreek eene kolonie te vestigen +met andere dorpsgenooten die daartoe waren over te halen, deed ons +besluiten dien tocht te ondernemen. Maar de _gemüthliche Bauernleute_ +begrepen, dat ik ten minste de toestemming van mijn vader moest zien +te verkrijgen, al voorzag ik dat het vruchteloos zou zijn; daarbij +er moest geld wezen voor mijne uitrusting en ik moest mijn aandeel +leveren tot de onderneming, wilde ik niet eene al te jammerlijke +figuur maken onder de tochtgenooten. Ik berekende dat ik nu zoo +ongeveer tien jaren buitenslands had doorgebracht en dat men mijn +gezicht wel vergeten zou zijn; ik hoopte zelfs, dat na die langdurige +vrijwillige ballingschap de spons zou gehaald zijn over mijne vroegere +misstappen. Ik schreef aan Francis, dat ik voor korten tijd naar +Holland dacht terug te keeren, en onder welke omstandigheden. Mijn +aanstaande, hare familie en de verdere tochtgenooten hadden zich te +Hamburg ingescheept naar Engeland, waar ik mij uit Holland bij hen zou +voegen, zoo ras ik geslaagd was in mijne wenschen. Maar het antwoord +dat ik kreeg was op dat punt alles behalve geruststellend. Mijn vader +die kolonel was geworden en het bevel voerde in de kleine vestingstad +Z., was zoo weinig ingenomen met mijne plannen, bovenal zoo weinig +verheugd met de tijding, dat ik nog leefde en dacht weer te keeren, +dat Francis mij dit laatste ernstig ontraadde. Zij wees op de gevaren +die ik kon loopen en die de kolonel niet voornemens was af te wenden; +met andere woorden: mijn eigen vader zou mij laten vatten en aan +een krijgsraad overleveren, als ik het waagde hem onder de oogen te +komen. Dat vond ik wreed, onmenschelijk, onmogelijk, en ik geloofde +het niet! Ik verbeeldde mij dat Francis maar dreigde om mij af te +schrikken; ik waagde het er op, kwam vermomd en door valsch haar en +knevels onkenbaar gemaakt te Z. en trachtte toegang te verkrijgen tot +het huis van den kolonel. Zijn adjudant, die er zeker op afgericht was, +ontving mij en deelde mij de verkwikkende tijding mee, dat ik den +commandant der vesting niet zou zien; dat er geen kwestie kon zijn +van een weergekeerden zoon, daar de dood van den jongen Rudolf von +Zwenken was geconstateerd, en dat iemand die er zich voor uitgaf niets +kon zijn dan een indringer en bedrieger, over wien men kort en goed +recht zou doen als hij lastig werd en zijn bedrog volhield. Daarop +was ik niet verdacht geweest. Ik was dood, ik moest dood blijven, +en zoo ik mijne identiteit wilde bewijzen, was dat zoo goed als mijn +eigen doodvonnis onderschrijven. Ik herhaalde de poging niet; maar +Francis ontfermde zich toch over mij. Zij zocht mij op, zij hielp +mij voort. Zij lenigde de bitterheid van dit verstooten. Gij weet +het overige, gij weet wat er voor haar uit volgde." + +"En gij gelooft dat het daarom is, dat zij u ditmaal zoo hard +bejegende?" + +"Vooreerst omdat ik nu weer teruggekomen ben tegen mijn belofte, +dat is waar; maar allermeest, ik zie dat nu in, om die ongelukkige +zaak van de wissels--om datgene waaraan ik niet schuldig ben, zooals +'t meer gaat. Doch ik zal mij die schuld nu maar laten aanleunen: +een schreefje meer op mijn kerfstok is zoo erg niet, terwijl Francis +al te ongelukkig zou zijn, als ik haar te kennen gaf, welk vermoeden +ik heb gevat." + +"Hebt gij werkelijk een vermoeden?" + +"Ja, er is mij een licht opgegaan. Hebt gij nog wat geduld om naar +mij te luisteren? Ziet gij, ik heb zwakheden, maar niet eigenlijk +datgene wat men hartstochten noemt. '_Le vin, le jeu, les belles_' +hebben mij beurtelings veel geld, tijd en rust gekost; en nog ben ik +op zekere punten een groot kind; maar een passie, eene passie die niets +ontziet om hare voldoening te hebben, en waar men een groot misdadiger +of een groot man door wordt, zulke passie houd ik er niet op na; dat +ligt zeker aan de wuftheid mijner natuur. Maar er is iemand in mijne +familie, die er wèl door bezeten is.... In mijne jeugd heb ik daar niet +zoo op gelet, niet over nagedacht althans. Later was ik niet veel in de +gelegenheid hem te observeeren; maar eens, eens heb ik hem waargenomen, +terwijl ik duizend redenen had om mijn incognito te bewaren. Gij zijt +een van de menschen die zwijgen kunnen niet waar? anders had Francis +niet voor u ingestaan. Zoo bewaar datgene wat ik u nu ga zeggen als +een diep geheim voor haar; want het zou haar bitter verdriet doen, +en zij heeft toch al zoo'n onpleizierig leven." + +"Gij kunt er staat op maken. Om Francis leed of last te sparen, +zou ik veel doen of laten." + +"Ook blijf ik gelooven, al houdt gij u nog zoo leuk, dat gij nog +wel eens nader aan de familie geparenteerd zult worden; daarom is +het ook goed dat gij alles weet. Mogelijk wordt gij eens geroepen +om heel wat _linge sale_ uit te wasschen. Luister! Maar neen! wacht +even tot ik dit laatste glas heb gedronken; mijne keel is droog van +het praten." Eerst na eenige seconden rusten ging hij voort: + +"Onder al de _métiers_ die ik heb waargenomen, staande mijne +omzwervingen in Duitschland, is er ook een, die niet precies tot de +achtenswaardigste behoort, maar dat de nood mij dwong aan te nemen. Ik +ben _croupier_ geweest bij eene speelbank. Ik heb er mijn _vader_, +mijn eigen ongelukkigen vader zien spelen met een acharnement, dat +mij de oogen opende voor het diep verval waarin hij met de zijnen +is geraakt. Ik heb er schuld aan, dat weet ik; maar toch, zonder die +passie, die alles verslindt en toch onverzadelijk is, zou zijn groote +fortuin en 't geen Francis had moeten bezitten, niet zoo reddeloos +verloren zijn gegaan." + +"En mijnheer von Zwenken herkende u niet?" + +"Wat zal ik u zeggen? Ik geleek niet meer op mij zelven. Haar en baard +geverfd, de kleur van 't gelaat verbruind en verouderd, en daarbij +_croupier_! Let men op de machine die het spel in beweging brengt, +als men zóó vervuld is met winst en verlies? Ik- dat is wat anders--, +ik herkende mijn vader, al was hij in politiek, al was hij zeer +verouderd, aan zijne fijne, bewegelijke trekken, aan zijne rechte +houding, aan alles in één woord wat mij onvergetelijk was. Daarbij, +er waren Hollandsche heeren met hem in gezelschap; zij spraken onder +elkander hunne moedertaal; zij noemden hem kolonel von Zwenken bij den +naam. Ik heb hem op één dag eene fortuin zien winnen, eene fortuin +zien verliezen. Ik had moeite mij te weerhouden om mij aan zijne +voeten te werpen en hem te smeeken zijn reddeloozen ondergang niet te +bewerken. Ik weet wel het zou niemand minder gepast hebben dan juist +mij, en toch, ik die bij ondervinding wist wat gebrek en ellende zijn, +kon er met alle recht tegen waarschuwen. Alleen de overtuiging dat het +toch niet baten zou, en dat ik mij zeker daarmede verraden zou hebben, +hield mij terug. Maar dat ik op hem bleef letten, behoef ik u niet te +zeggen; en zoo werd het mij zekerheid dat hij geld heeft opgenomen van +een Hollandsch bankier, dat hij daarvoor wissels heeft geteekend...." + +"Hoe lang kan dat geleden zijn?" + +"O, dat's nu al vele jaren geleden." + +"Maar het schijnt toch dat hetgeen de ergernis van Francis wekte +eerst kort na uw vertrek heeft plaats gehad, en zoolang zal die +bankier geen respijt hebben gegeven?" + +"Neen! en sinds schijnt hem de gelegenheid niet meer gegeven te zijn +om op die wijze aan zijn hartstocht bot te vieren; maar die is daarom +nog niet uitgeroeid. _Ferme lui la porte au nez, il reviendra par la +fenêtre;_ Francis omsingelt haar grootvader en houdt hem nu kort, ik +wil dat gelooven; hij is daarbij bang voor haar; maar is het zeker, +dat hij niet achter haar om en op andere wijze zijne revanche neemt +of genomen heeft; er zijn menigerlei wijzen om wat men noemt zijne +fortuin te beproeven, al is het niet met de roulette." + +"Gij hebt gelijk; ik vrees maar al te zeer, dat de generaal nòg in +'t geheim verkeerde speculaties doet...." + +"En is het dan zoo onmogelijk, dat hij, om aan geld te komen, opnieuw +zijne toevlucht heeft genomen tot den bankier; zijne eer voor Francis +willende redden, en toch in de noodzakelijkheid zijnde haar offers +te vragen, de schuld maar op mij heeft geworpen, den afwezige, die +zich niet kon verantwoorden, wiens rug heel breed, wiens naam reeds +bevlekt was?" + +"Zijn eigen zoon dus te belasteren...." + +"Wel bezien was ik er de naaste toe; hij moest zich redden, en +het kwam er voor mij niet op aan. Ik neem het hem zoo heel kwalijk +niet; alleen zou ik er heel wat voor willen wagen om de zekerheid te +hebben dat mijne gissing juist is; en toch, al had ik die, hoe dan +nóg Francis de overtuiging te geven van mijne onschuld, zonder mijn +vader te betichten, iets wat niet zijn mag?" + +Ik beloofde hem dat ik daartoe het mijne zou doen; maar ik kon +niet nalaten mijne verwondering uit te drukken, dat hij, na al +de onvervinding die hij had opgedaan, nog lust gevoelde om naar +het vaderland, naar de zijnen terug te keeren, waar hem niets dan +vernedering en terugwijzing wachtte. + +"Wat zal ik u zeggen, Jonker! het blijkt wel dat gij niet weet wat +ballingschap is, en hoe de trek naar het vaderland, het vaderlijk +huis onweerstandelijk wordt, juist door de bezwaren die er zich tegen +verzetten. Had ik, arme zwerver, in Amerika mijn geluk, mijn gezin +gevonden, zooals ik eens had gehoopt, dan had ik er mij mogelijk een +tweede _Heimath_ van gemaakt, waarvoor ik de ander kon vergeten; maar +verwenschte Jonas die ik ben, eerst door allerlei tegenspoed veel +te lang in Holland opgehouden, kwam ik pas in Engeland toen mijne +reisgenooten reeds den tocht naar Amerika hadden aanvaard. Ik zocht +en vond gelegenheid hen te volgen op een ander schip; maar wij leden +schipbreuk, reeds met de kust van het beloofde land in 't gezicht; de +_Zeenimf_, las men later in de nieuwsberichten, was met man en muis +vergaan. Dat was de waarheid, maar één ongelukkige schipbreukeling, +die zwemmen kon en zijns ondanks als bij instinct van dat talent +gebruik maakte, werd gered. Ik bereikte eene rotsachtige kust, +werd door arme visschers ontdekt, die mij uitgeput en bewusteloos +vonden liggen, liefderijk opgenomen, dat moet ik zeggen ter eere der +menschheid, en van alles verzorgd zoolang ik er behoefte aan had; +maar van alles beroofd, en, zooals ik later vernam, op honderden +mijlen afstand van de plek, waar vermoedelijk mijne Duitsche vrienden +zich hadden neergezet, schoot mij niets over dan bij die herbergzame +kustbewoners te blijven tot er voor mij eene gelegenheid opdaagde om +verder te komen. Die gelegenheid deed zich voor in de gedaante van +een koopman uit Chicago, die handel dreef in kreeften en oesters, +en die met deze lieden prijs kwam maken voor leverantiën op groote +schaal. Ik maakte kennis met hem, vertelde een en ander van mijne +rampspoeden, en toen hij vernam dat ik kennis had van paarden en +daarmee wist om te gaan, sloeg hij mij voor hem te vergezellen op +zijne handelsreis, daar hij uren ver langs ongebaande wegen met een +zeer primitief voertuig moest reizen en de voerlieden van die karren +meest onverbeterlijke dronkaards of brutale afzetters waren, waarvan +hij reeds allerlei onaangename ervaringen had. Hij had dan ten minste +iemand bij zich die hen staan en terechtwijzen kon. Zoo geschiedde het, +en deze overeenkomst bracht mij ten laatste naar Chicago waar ik weer +in een doolhof van avonturen raakte, die mij voor goed afbrachten van +het voornemen om de Duitsche landverhuizers op te zoeken, en eindelijk +in aanraking brachten met den heer Stonehorse, ondernemer van een +_Equestrian Cirque_, waarmee deze voornemens was Europa te bezoeken. + +_Well!_ Ik had nu al ruim drie jaren het oude continent verlaten, ik +kende Engeland en Frankrijk niet, ik was, al zeg ik het zelf, een goed +piqueur, geen slecht rijder; forsche lichaamsoefeningen stonden mij +aan, ik engageerde mij bij zijn gezelschap. Eens in Frankrijk, kwam +de trek naar 't vaderland bij mij op, en ik haalde master Stonehorse +over, die er geene groote verwachtingen van had, om zijne reis naar +Duitschland over Holland te nemen en zich in enkele groote steden +op te houden. Het succes in de hoofdstad gaf hem vertrouwen op mijne +voorlichting hij liet de reisroute die hij volgen zou aan mij over; +ik waagde het er op, Arnhem aan te wijzen; ik behoefde niet meer +voor ontdekking te vreezen. Ik reis onder de Amerikaansche vlag; +niemand mijner confrères weet iets van mijne antecedenten. + +Eens in de provincie, bekroop mij met onweerstaanbaar geweld de lust +naar de Werve; vooral toen eene toevallige ontmoeting met iemand +uit Z., die mij niet kende, maar dien ik op 't chapitre bracht, mij +zoo een en ander van de von Zwenkens vertelde, en den grootvader het +slachtoffer noemde van de inconsequenties zijner kleindochter. Arme +Francis! gelasterd, zoo gelasterd, en om mij! Ik moest haar zien en +spreken; ik moest op mijne knieën, met het hoofd in stof gebogen, +hare vergiffenis vragen; gij hebt gezien hoe zij het opnam en hoe +mijne terugkomst wordt beschouwd als de grootste zonde die ik tegen +haar plegen kon! Het is ook ergerlijk: onkruid dat niet vergaat, +eene schipbreuk die niet afdoende blijkt!" sprak hij met bitterheid, +waarin zich weemoed mengde. "Nu, 't is geschied, die gekke streek is +weer begaan; maar ik zal haar geene ergernis meer geven; ik heb het +haar beloofd! dat is zoo goed als een eed. Ik hoop maar dat ik dien +houden kan," eindigde hij met een zucht, terwijl zijne stem altijd +doffer en matter werd. Hij liet het hoofd vallen tegen het weeke +kussen van de sofa; als door den slaap overmand strekte hij de leden +daarop welhaast uit, en hoorde ik de ontwijfelbare bewijzen dat hij +rustig sliep. Ik had er nu ook het mijne van en ging zelf de rust +zoeken die ik hem van harte gunde. + +Toen ik juist niet heel vroeg in den morgen ontwaakte, had Rudolf +von Zwenken zich al uit de voeten gemaakt, op dezelfde wijze als +hij gekomen was; de blinden waren blijkbaar opengemaakt en niet meer +gesloten; maar hij had het zoo stilletjes bered als men dat wachten +kon van iemand die meer dan eens had weten te ontsnappen. Alleen, +hij had vergeten zijne portefeuille mede te nemen! De onverbeterlijke +loshoofd! Nu ik zou hem wel uitvinden om hem die te doen toekomen. Het +was goed, die niet aan Francis op te dringen. Hare kieschheid, hare +fijnvoelendheid op dit punt was mij lief. Na zooveel opgeofferd te +hebben, soms verlegen te zijn om een kleinigheid, en toch honderden te +versmaden als teruggave, omdat zij de herkomst van het geld verdacht, +of wel om den gever niet te berooven, dat was eene grootmoedigheid +van karakter, waarvoor ik respect had. + +Wat den generaal betrof, zijne schuld stond bij mij vast na 't +geen ik zelf van hem waargenomen had; en meer dan ooit moest ik de +voorzienige wijsheid van tante Sophie loven, die hare maatregelen +had genomen om Francis te begunstigen zonder hare fortuin in dien +afgrond te werpen. Maar de ontdekking, die ik gedaan had, was voor +mij eene waarschuwing, die tot omzichtigheid vermaande. De grijsaard, +hoe machteloos hij ook scheen, was _un homme à expédients;_ indien +hij te vroeg wist wie de erfgenaam van tante Sophie was, en zijne +verhouding tot Francis, was hij in staat om op haar toekomstig vermogen +te speculeeren. + +Ik zag hem als een bezwaarpunt, als een donkeren stip aan den horizont +van mijn geluk, die voortdurend mijne opmerkzaamheid zou vorderen +en ik voelde de drukkende waarheid van de uitspraak: "die het goed +vermeerdert, vermeerdert de kwellingen!" + +"Gij begrijpt Willem! dat ik onder zulke bijgedachten, die zich mijns +ondanks telkens aan mij opdrongen, zeer slecht gestemd was om mijn +oud-oom met een opgeruimd gelaat geluk te wenschen met zijn feestdag. + +Zes en zeventig jaar! al het uiterlijke van 't geen men een respectabel +man noemt, en toch zoo diep gevallen; doch waartoe u deelgenoot te +maken van al het strijdige en pijnlijke dat er toen in mij omging! ik +moest er mij tegen verzetten en een _visage de circonstance_ vertoonen, +dat spreekt vanzelf. + +Gij zult voor het oogenblik ook wel genoeg hebben van die sombere +legende van de Werve, en ik ga eens naar Francis omzien die vooreerst +nog niet weten moet dat ik een vriend heb die haar karakter leert +kennen, trek voor trek, zooals het zich aan mijn blik voordoet. En nu, +laat mij eens spoedig van u hooren; mij dunkt gij hebt nu al genoeg +gehoord en gezien van het Indische leven, om er uw gevoelen over te +kunnen zeggen, al weet ik dat gij de zaken liefst van alle kanten +beziet eer gij er u over uitlaat. + + + Salut et Amitié + + L. v. Z. + + + + + + + + +Daar het Zondag was, ving het feest aan met "kerkparade" zooals +Francis het noemde. De generaal, in zijn kwaliteit van _seigneur +de village_ en bij zijne gezetheid op 't geen een goeden klank +had, was een voorstander van den publieken godsdienst, en had tot +vaste gewoonte, zich iederen Zondagmorgen met zijne kleindochter +in de ambachtsheerlijke bank te vertoonen, ten bewijze dat hij tot +de gemeente behoorde en de behoorlijke reverentie had voor hare +instelling. Of hij er gesticht werd, is twijfelachtig, maar dat +hij de toeschouwers stichtte door zijne waardige houding is bijna +zeker. Als oud-militair beschouwde hij het als dienstplicht, en of +hij zich verveelde of ergerde, men zag het hem niet aan. Rechtop, met +het gelaat naar den spreker gewend, zat hij te luisteren, onwrikbaar, +onbewegelijk; of hij aan wat anders dacht stond niet op zijn gelaat +te lezen. Tegen het midden van de predikatie vielen zijn oogen wel +eens toe; maar daar de grootste helft van 't gehoor in denzelfden +toestand van slaperigheid geraakte, ergerde het niemand, zelfs niet +den predikant, die aan deze uitkomst gewoon was en inderdaad ook niet +het recht had zich daarover te verwonderen. Althans op dien ochtend, +toen ik in dit verplicht kerkbezoek begrepen was, vond ik er, met +den besten wil om gesticht te worden, geene de minste opwekking, en +alleen de ergernis dat een man, wien de zorg voor eene gemeente was +toevertrouwd, zoo weinig consciëntie had om hare hoogste belangen op +zulk eene schrale wijze te behartigen. In het gebed zelfs tintelde +geen sprank van gloed of leven, en het was of de man een paskwil +op zich zelf had willen maken, toen hij tot tekst had genomen de +vermaning van Paulus, die tot geestdrift behoorde te ontvlammen: +"Zijt vurig van geest," want zelf was hij noch heet noch koud; hij was +lauw, akelig lauw, een ware Laodiceër, aan wien de apostel met zijn +strengste woord zou hebben toegevoegd: wees liever een bestrijder dan +zulk een bondgenoot. En de langzaamheid, de onnatuurlijke deftigheid +waarmee tot ijveren werd aangemaand, was zoo opvallend strijdig met +het enthousiasme dat zulk een onderwerp vorderde van hem die het koos, +dat men zeer zeker een acteur zou gesouffleerd hebben, die zoo slecht +in zijne rol ware geweest. Maar men was in eene kerk, men moest zich +onthouden, en de ongeschikte dienaar kon zonder stoornis zijn gang +gaan, zoolang zijn eigen geweten hem niet waarschuwde. + +Het verheugde mij evenzeer als het mij verraste, dat de gemeente nog +in zich zelve leven genoeg scheen te hebben om met opgewektheid den +psalm te zingen, die gelukkig door een niet al te slecht bespeeld orgel +werd begeleid. Ik zal niet zeggen dat Francis zich goed hield, want de +ergernis, de verveling, ja zekere droefheid en verontwaardiging stonden +op haar gelaat te lezen, en zij scheen geen rust te kunnen houden. Ten +laatste sloeg zij haar kwarto Bijbel open en ging daarin zitten lezen +als ware zij alleen geweest. Ik zag dat zij evenzeer de aandacht als +de ergernis wekte; het was kennelijk dat zij de publieke opinie tegen +zich had. Ik werd natuurlijk aangegaapt als eene vreemde verschijning, +die op allerlei wijzen werd gecommenteerd en geëxpliceerd. Ik zag de +lieden fluisteren en de hoofden bijeensteken zooveel maar doenlijk +was. Rolf, die zich eens voor altijd van die corvée had verschoond, +onder pretext dat hij "een vrijgeest was en er niemendal van geloofde," +had mij geraden thuis te blijven, daar ik er toch niets aan hebben zou; +maar ik was geen vrijgeest, vond geen reden om mij te onttrekken, en +achtte de gelegenheid gunstig om Francis onder godsdienstige indrukken +te observeeren; ik hoopte er daarbij op, bij het terugkeeren nog een +woordje te spreken over Rudolf; maar dat viel tegen. Wij waren in +'t wagentje van de Pauwelsen naar de kerk gereden, en de generaal +zou op gelijke wijze terugkeeren; dus sloeg ik Francis voor samen +terug te loopen; het was even een kwartiertje, het zoogenaamde +kerkpad en de groote laan--maar zij had te veel haast op de Werve +terug te zijn, bij al de drukte die haar daar wachtte. Ik kon haar +alleen mijn teleurstelling te kennen geven, dat de stichting, in de +stille dorpskerk, waarvan ik mij nogal iets voorgesteld had, zoozeer +bedorven was door den man zelf die moest voorgaan. + +"Ja, dat's het zwakke punt bij onzen protestantschen godsdienst; +er hangt te veel af van een enkele; en als 't nu heel mooi is, dan +is 't ook weer niet goed, want dan zie je alles voorbij om hem," +was haar antwoord. "Ik kon er niet bij blijven, en te minder daar +ik het kostelijk stuk al meer had gehoord; 't is zeker met te veel +moeite samengesteld om maar ééns te dienen. Om nu te zeggen dat wij +slaperig volkje de vermaning niet hard noodig hebben, dat's wat anders; +maar dan moest het spiritus zijn en geen lauw water en melk." + +"Gij moet dominé niet zoo hard vallen, Francis!" zei de generaal, +die begreep waarover zij knorde; "de man staat hier al dertig jaar, +en door de afgelegenheid van het dorp heeft hij haast geene aanraking +met de collega's." + +"Daarbij een troep kinderen en zoo'n saaie vrouw.... Het lot van den +man is te beklagen, dat geef ik toe; alleen, ik vraag: waarom is hij +dan niet wat anders geworden--glazenmaker bij voorbeeld? wij konden +er hier best een gebruiken." + +"Ja, Francis! nu gij daarop komt, de katten moeten van nacht weer +deerlijk hebben huisgehouden in den onbewoonden vleugel," zei de +generaal. "Volgens Rolf gaan ze maar door de gebroken ruiten in en uit, +en Frits heeft glasscherven gevonden tot in de perken." + +"Wel grootpapa; wij mogen de arme dieren wel dankbaar zijn dat zij +die moeite nemen, want het leeft daarbinnen van de ratten en muizen," +zei Francis gevat, maar al redde zij zich door eene aardigheid, wij +waren op een gevaarlijk terrein geraakt, en 't was maar gelukkig dat +wij de Werve opreden en al terstond door Rolf werden ontvangen met +het bericht dat kapitein Willibald reeds was gearriveerd. Hij had nog +niet uitgesproken, of de persoon in kwestie kwam ons te gemoet en bood +den generaal zijn dienst om hem bij het uitstappen te helpen. Francis +was er met hare gewone vlugheid al uit gesprongen, eer ik of iemand +anders zich kon aanbieden. + +"Wel, Willibald, dat's goed van je gedaan, ons kluizenaars eens te +komen opzoeken," sprak Francis op luiden gullen toon, terwijl zij +gemeenzaam zijn arm nam; "en nog wel in groot tenue." + +"Het feest van mijn kolonel, freule; en daarbij, ik ben om dienstzaken +te Z. geweest en kon niet nalaten mij zelven het genoegen te geven +bij het terugkeeren de Werve te bezoeken!" + +"Braaf! Maar gij treft het nu zoo slecht met de drukte. Daar komen +waarlijk de Pauwelsen al aan, en de meester met de schoolkinderen. Ik +moet toch even mijn hoed en mantille afwerpen. Maak intusschen kennis +met mijn neef Leopold van Zonshoven, die ook op de Werve is aangeland, +omdat hij te Z. moest zijn--echter niet voor dienstzaken, zoover ik heb +kunnen nagaan." En met die voorstelling in 't wilde liep zij het huis +in, terwijl wij met den generaal en Rolf langzaam volgden. Kapitein +Willibald, in zijne onberispelijke militaire tenue, was een man van +eene fijne, slanke gestalte en een innemend voorkomen. Hij was in +vollen zin wat men noemen kan _un bel officier;_ zijne manieren, +zijn toon, zijne houding, alles in hem was onberispelijk; zoo men +iets had willen aanmerken zou het dit zijn, dat hij te mooi was voor +een man. De fijne, lichtbruine kneveltjes, de als met een penseel +afgeteekende wenkbrauwen, die de heldere bruine oogen eer sierden +dan beteekenis gaven, de blozende kleur, afgewisseld door een wit +dat haast aan een damestint deed denken, de volkomen regelmatigheid +zijner trekken, alles was zoo zacht, zoo harmonieus, dat het een waar +genoegen was dit menschelijk gelaat aan te staren; en toch, er ontbrak +iets aan, iets waarom een schilder van talent mogelijk geweigerd zou +hebben zijn portret te maken. Het had geene uitdrukking dan die van +joviale bonhomie; er was niets marquants in, niets waaruit men een +karakter kon opmaken; of het moest zijn iets weekelijks, dat mogelijk +eene neiging tot sentimentaliteit verraadde, iets dat teringlijders +eigen kan zijn, en zijn geheele voorkomen deed er aan denken; maar +hij scheen den leeftijd te boven waarin de noodlottige kwaal het +liefst hare offers kiest. + +"Ik mocht u immers wel een kistje sigaren meebrengen, generaal?" sprak +hij, hem dit aanbiedende. "Ik weet zoo precies wat u graag rookt." + +"Wel zeker, beste jongen! Je doet er mij pleizier mee; men mag hier +buiten wel wat provisie hebben. Wat zegt gij er van, Leo?" + +"Ik schaam mij, omdat ik zoo niets voor u wist te bedenken; maar +later hoop ik mijne revanche te nemen." + +"Ik wil niets van u, dan.... dat gij u verzoent met uw oom, den +minister," fluisterde hij mij in, en ik begreep maar al te goed +de bedoeling van dien eisch; maar ik behoefde niet te antwoorden, +want Francis kwam binnen en aanvaardde met handigheid hare taak als +gastvrouw. Zij had nu de fameuse zwart zijden japon aan, die haar +perfect kleedde, al was het merkbaar, waaraan zou ik niet eens kunnen +zeggen, dat zij er eenige modes mee ten achteren was. Rolf stond haar +getrouw bij in het voordienen van het déjeuner; want Frits had zijn +post bij de deur, en die was geen sinecure. Het programma liep af, +zooals Francis had voorzegd. De schoolmeester, ook nog een oudje, die +de voormalige traditiën volgden, kwam met een paar jongens verzen +opsnijden, die niet beter noch slechter waren dan in den regel +diergelijke feestrijmen zijn, maar die hier minder dan gewoonlijk +de _mérite de l'à propos_ hadden, want juist was er geen het minste +rapport tusschen den jubilaris en hen, die hem dus kwamen fêteeren. De +generaal bekommerde zich nooit om de school, en 't was Francis alleen, +die, zooals ik later vernam, den armen ouden schoolmeester nog wel eens +iets toestopte. Voorts kwamen de Pauwelsen, man, vrouw en kinderen, +met gulhartige luidruchtigheid hem, dien ze nog altijd "den landheer" +noemden, geluk wenschen. Grootje was thuis gebleven; anders eene +curiositeit, die het huis van de Roselaers nog in vollen glans had +gekend, en voorts enkele dorpelingen, die om de eene of andere reden +den generaal nog erkenden en dit op deze wijze toonden. Dit alles +moest van waterchocolade en broodjes worden voorzien. + +Francis had het druk, maar zij was kennelijk in haar schik de +_chatelaire_ te kunnen spelen, en ik vond het een kansje haar zoo eens +te kunnen gadeslaan. Complimenteus was zij met niemand, zelfs niet met +den burgemeester, die zich per extra-ordinaire ditmaal vertoonde, zeker +om den logeergast wat meer van nabij te zien; die banale beleefdheid, +die sommige menschen drijft om charmant te zijn tegen iedereen en het +tegendeel te zeggen van 't geen zij meenen, wist zij niet te oefenen, +noch wilde dat; maar zij bezat _la politesse du coeur_, en daarom ging +alles haar natuurlijk en ongekunsteld af. De generaal pruttelde, want +zijn gewoon déjeuner was een weinigje gemankeerd; hij moest het met +de algemeene tractatie, den kolossalen boerentulband en de broodjes +doen. Francis maakte er haar excuus over aan Willibald, terwijl zij +er bij voegde, dat het diner alles goed zou maken, zoo zij hoopte. + +"'t Is perfect zooals het is, freule! maar wat het diner betreft, +ik kan niet blijven." + +"Gekheid! ik sta niet toe, dat gij heengaat." + +"Te vier ure komt het rijtuig om mij te halen; ik mag niet later dan +zeven uur te A. terug zijn." + +"Daar is hier nog wel een stal; wij eten vroeg en gij komt maar een +uurtje later te A.; of zijn 't dienstzaken." + +"Ik kom van Z.; de dienstzaken zijn van ochtend afgedaan, maar om +de waarheid te zeggen, ik heb met mijne vrouw eene uitnoodiging voor +eene soirée bij den kolonel!" + +"Gij zult mij ernstig boos maken als gij niet blijft." + +"Dat zou mij spijten, want ik ben juist gekomen om u eene gunst te +vragen die ik hoop dat gij zult inwilligen." + +"Ik willig niets in, dat weet gij vooruit, als ik mijn zin niet krijg." + +"Ja, gij zijt eene aartsdespote, dat weet ik nog vanouds; zoo zal +ik er mijn hoofd maar onder buigen, want ik wil u in een goed humeur +brengen voor mijn aanzoek." + +"Dat's dan afgesproken; en nu, laat me vooreerst aan de zorg voor +alle deze goede lieden." + +Ik hoorde die twee samen haspelen zonder er mij in te mengen. De +onrust die ik een oogenblik gevat had, toen ik haar dien Willibald +zoo hartelijk en gemeenzaam zag verwelkomen, was reeds voorbij: iemand +waar Francis zoo mee omsprong, kon voor mij niet gevaarlijk zijn. Ik +heb geen lust, Willem! u die jolige en woelige feesture verder te +beschrijven; tegen drie uur trok alles af; de jubilaris had wat rust +noodig en zocht zijne kamer. Rolf had nog van alles te bezorgen voor +het diner, Francis daarentegen beweerde, dat zij nu adem kon scheppen +en dat zij nog een rustig half uurtje had te geven aan haar vriend +Willibald, dien zij, zooals vroeger, gemeenzaam onder den arm nam, +als ware hij de dame en zij de cavalier geweest; ik wilde mijns +weegs gaan, maar zij riep mij toe dat de kapitein haar niets kon te +zeggen hebben wat voor haar neef Leopold een geheim moest zijn. Ik +vond de onderstelling gewaagd, maar de kapitein verzekerde mij dat +ik volstrekt geen _fâcheux troisième_ zou zijn, en zoo wandelde ik +mee op naar den vervallen koepel, een uitgezocht rustpunt. + +"En nu, _what's the matter?_" zei Francis, zich tusschen ons in +plaatsende. "Ik verleen audiëntie." + +"Het is allereerst een verzoek van mijn vrouw," sprak hij met eenige +verlegenheid. + +"Nu! als ik daaraan voldoen kan...." + +"Heel gemakkelijk. Zij wenschte zoozeer uwe kennis te maken, en vraagt, +wanneer het u convenieert eens eenigen tijd bij ons te komen logeeren." + +"Het spijt mij dat ik het eerste verzoek van uwe vrouw moet afslaan, +Willibald; maar het convenieert mij in 't geheel niet," sprak zij +ernstig; "ik laat mijn grootvader nooit meer alleen." + +"Welnu! wat verhindert den generaal...." + +"Onmogelijk, wij hebben ons niet geretireerd om weer in de wereld +te gaan." + +"Maar wij leven niet in de wereld; wij hebben ons ingericht op een +goeden voet, dat is alles. Mijne vrouw houdt er niet van en.... ze is +nog altijd een weinig _timide_, en ik beloof u, dat gij geen menschen +zien zult als gij niet wilt...." + +"En de generaal! zou die ook geen menschen willen zien, denkt +gij? vergeet niet dat gij te A. in garnizoen zijt en dat hij er in +een kring heeft verkeerd, waarin.... wij nu niet meer passen." + +"Och Francis! het grieft mij zoo dat gij u zelve zoo in de laagte zet," +zei de goedhartige man met tranen in de oogen. + +"Ik zet mij waar 't lot ons geplaatst heeft. Ik ben geresigneerd, +Willibald! maak mij niet week door regrets op te wekken. Maak het +uwe vrouw duidelijk dat er geen onwil achter steekt; zeg alleen dat +ik niet meer uitga en geen toilet meer kan maken." + +"Geen toilet! en gij ziet er zoo elegant uit," sprak hij, haar met +zeker welgevallen aanziende. + +"_Elégance démodée_; denk maar eens! ik had dezelfde zwart zijden +japon aan toen ik voor het laatst met u gedanst heb, geheel _à contre +coeur_, want ik had heel wat anders in het hoofd." + +"Of het mij heugt! En hoe de dames zich daarover ergerden, die er +later, naar ik vernam, eene amazone van gemaakt hebben!" + +"_Connu_, de dames maken er al van wat zij willen, als zij eens aan 't +brodeeren zijn! Liegen schijnt geen kwaad als men zich maar amuseert, +en de politie bemoeit er zich niet mee. Maar 't geen gij nu ziet is +ten minste genoeg om u te doen begrijpen, dat het nu niet meer gaat." + +"Maar Francis!" kon ik mij niet onthouden in te vallen; "als 't nu +alleen op een toilet aankwam,--en gij het graag deedt,--dan zou ik +daar wel raad voor weten. In den Haag is men er zoo vlug mee...." + +"Dankje, Leo! Als men het niet kan betalen, moet men het niet nemen, +zelfs niet in den Haag! Ik vergenoeg er mij mee, en mijn vriend +Willibald moet er ook in berusten, want de weigering valt mij al hard +genoeg, zonder dat er nog bij komt het verdriet om er met hem over +te discussieeren." + +Dit klonk beslissend. En de goede Willibald bleef verslagen +zwijgen. Hij zuchtte en zag weer op haar met een droevig +schouderophalen. + +"Ik ben rijk, Francis, ik ben rijk omdat gij het zóó hebt +gewild. Gevoelt gij dan niet welk een genoegen het mij zijn zou als +gij eens de _comfort_ van mijn huis, van mijne fortuin mede wildet +genieten?" + +"_Brisons!_" zei Francis; "ik dacht dat gij mij heel wat anders hadt +te vragen...." + +"Ik heb ook nog wat anders te vragen, maar ik durf er nu haast +niet mede voor den dag komen; mijne vrouw had u eene confidentie te +doen...." en de fijn voelende jonge echtgenoot werd eenigszins bleek. + +"_Le secret de la comédie!_" riep Francis glimlachend; "mag ik er +eens naar raden.... eene interessante positie; er is een doopjurk +noodig. Ongelukkig borduur ik zoo slecht; ik kan op zijn best mijn +dienst presenteeren om de luiers te zoomen." + +"Dat komt allemaal terecht zonder u, freule; maar.... er is eene +peettante noodig, in de verte altijd.... en die mag geene andere zijn +dan gij; mijn kind zal Francis heeten, of het een zoon dan wel eene +dochter is; dit moet gij mij toestaan." + +"Wat zal dat arme kind aan zoo'n poovere peettante hebben!" + +"Iets dat voor ons zeer veel beteekent. Het zal een naam voeren dien +wij altijd in 't geheugen wenschen te houden en die door ons steeds +met achting en dankbaarheid zal worden genoemd," sprak Willibald met +gevoel, haar de hand toestekende. + +"Och! gij zijt een sentimenteele dweper, Willibald, dat heb ik altijd +gezegd; maar ik wil niet alles weigeren.... het zij zoo; alleen ik +moet u waarschuwen dat mijn naam geen geluk aanbrengt." + +"Daar waag ik het op; ik ben niet bijgeloovig, maar--dan moet gij +mij toch beloven het zelve ten doop te houden; daar hecht ik aan, +al zou ik met moeder en kind naar de Werve komen, om in uwe kerk...." + +"Neen! neen! op één dag heen en weer zal ik het er nog wel uitbreken; +wij moeten den zuigeling en het jonge moedertje niet dérangeeren; +ik voel nù al, dat tante zijn mijne vocatie is...." Zij sprak dat +laatste lachende, maar het was een zwaarmoedig lachje, en kennelijk +voelde zij er meer bij dan zij uitsprak. + +Willibald ook vatte het zoo op. "Francis! hoe zou ik wenschen u nog +eens recht gelukkig te zien!" + +"Welnu! wie zegt u dat ik niet recht gelukkig ben; oude freules, +als zij goede tantes worden, hebben toch ook nog haar nut." + +"In elk geval zijt gij nog geen oude freule, Francis! al hebt +gij altijd over mij voogdij willen oefenen als ware ik uw jongere +broeder...." + +"Majoor Frans heeft geen leeftijd." + +"Dat wil zeggen, dat zij altijd kind is gebleven," voegde ik haar toe; +"en een kind dat altijd haar zin moet hebben of--zij raakt uit haar +humeur, niet waar kapitein Willibald?" + +"Ah," riep Francis lachend; "daar hoor ik weer mijn deftigen neef, +jonker van Zonshoven, een allerlastigst mensch, Willibald, waarmee +ons garnizoen nu sinds eenige dagen is versterkt; hij ziet nergens +tegen op; hij zou mij heel graag het commando ontnemen, en hij heeft +al zijn best gedaan om mij van mijn majoorsrang te degradeeren." + +"Integendeel! hij wil u verheffen en u op de plaats stellen waar gij +hoort!" viel ik in. "Heb ik daar geen gelijk aan, kapitein Willibald?" + +"Groot gelijk! althans als gij slaagt," zei Willibald nu ook lachend. + +"Maar dat zal hij niet!" riep Francis; "ik verweer mij zoo goed als +ik kan; wij haspelen den heelen dag, dat onderhoudt de vriendschap +en dat breekt zoowat de eentoonigheid." + +"Wij spelen _qui perd gagne_," zei ik; "maar de freule neemt het spel +averechts op, zij is bang voor 't verlies!" + +"En de jonker zou mogelijk al heel weinig gebaat zijn met de winst!" + +"Mij dunkt, dit is iets waarover hij toch zelf het best kan oordeelen," +zei Willibald. + +"Neen! want hij tast in den blinde; zoo alles afgedaan ware met Majoor +Frans te verslaan, laat ik het nog daar; maar daarmee is nog niet uit +den weg geruimd wat er mee samenhangt, en.... dat's een Herculeswerk, +waarbij ik, ik beken het voor u, Willibald, die er genoeg van weet, +waarbij ik mijn moed en kracht zie bezwijken." Zij sprak in ernst, +en ik begreep waarop zij doelde. + + + "Du courage + Dans l'orage; + Les amis sont toujours là," + + +zong ik, haar met intentie aanziende. + +"Ik geloof waarlijk dat hij het ondernemen zou als men het hem +toestond!" zei Francis. + +"Hij zou het ondernemen, zelfs al stond men het hem _niet_ toe!" viel +ik in. + +"Nu, dan laat ik u in goede handen! Kapitein Willibald is mijn ridder, +die desnoods den degen voor mij trekt," riep Francis, terwijl zij +hard wegliep, want zij zag Frits naar haar toekomen, die haar door +een wenk beduidde dat hij haar iets te zeggen had. + +"Ik ben allermeest haar overwonneling," zei Willibald met een +zucht; "en om u de waarheid te zeggen, jonker! dat komt mij heden +al heel slecht te pas, want als ik dat diner hier moet bijwonen, +kom ik te laat op die soirée en mankeer ik mijn kolonel. En tegen u +in vertrouwen gezegd, er is sprake van belangrijke mutatiën bij ons +kader en ik heb eenige hoop majoor te worden, een weinigje vóór mijn +tijd zeker, en ik zou 't als eene gunst moeten considereeren; maar +toch zou ik ontzaggelijk graag hoofdofficier zijn, te eer daar het +eene verplaatsing ten gevolge zou hebben, die ook voor mijne vrouw +zeer te pas zou komen." + +"Maar mijnheer! waarom dat alles dan niet aan freule Mordaunt gezegd; +ik meende dat gij u slechts voor den vorm eenig geweld liet aandoen." + +"Neen! ik meende het zeer ernstig; ik had alleen op een vluchtig +bezoek gerekend, maar het zou onkiesch zijn geweest dit te zeggen nu +zij er zóó op aandrong." + +"Mijn beste Mijnheer Willibald, dat is eene zwakheid." + +"Dat weet ik maar al te goed; ik ben jammerlijk zwak als het haar +geldt, en daarom is het heel gelukkig dat mijn vurige wensch om haar +tot vrouw te hebben niet is vervuld. Wij zouden elkaar ongelukkig +gemaakt hebben. Zij heeft zoozeer de gewoonte aangenomen om niet te +cedeeren, en ik heb mij altijd voor haar gekromd; ik schaam mij niet +het voor u te bekennen, want gij hebt het zelf ondervonden,--als men +haar niet toegeeft...." + +"Om de waarheid te zeggen, die ondervinding heb ik nog niet gemaakt, +en denk ik ook niet te maken...." + +"Nu, dan moet gij op uw _qui vive_ wezen, jonker! dat waarschuw ik u; +en ik maak u mijn compliment, als het u gelukt dien weg met haar te +gaan, want zij voedt minachting voor zachtmoedigheid, die zij voor +zwakheid aanziet, en zij heeft hare redenen om toch al geen hoog +gevoelen te hebben van ons geslacht. Wat mij betreft, zij houdt +wel van mij, maar telt mij heel weinig; de positie die ik had bij +haar grootvader, wien zij om goede redenen eenigszins bestuurt, de +verplichtingen die ik aan haar had, alles heeft er toe geleid om haar +een overwicht te geven op mij, waarover ik, ook door de eigenaardigheid +van mijn karakter, nooit heb kunnen zegevieren. Maar geloof daarom +niet van mij, dat ik zoo'n sukkel ben in den regel. Alleen met Francis +moet men eene uitzondering maken, ik ten minste. Ik ben haar veel +verschuldigd; zij is van eene edelmoedigheid, van eene opofferende +goedheid, die maakt dat men haar liefhebben moet, zelfs al valt zij +ruw uit; ik had arme familie, waarvoor ik als luitenant, al wilde ik +mij zelven nog zoo behelpen, niets kon doen; maar Francis, die toen +nog meende fortuin te bezitten, had intusschen voor de mijnen gezorgd +zonder dat ik er iets van wist...." + +"O! nu verwondert het mij niet meer dat gij goede vrienden met haar +gebleven zijt, al heeft zij u afgewezen." + +"Zij heeft mij niet afgewezen. Zij heeft er voor gezorgd dat ik haar +niet kon vragen! Het is hare gewoonte niet, de lieden een blauwtje +te laten loopen. Daarom werd er wel eens gezegd, toen zij nog in de +wereld verkeerde, dat niemand haar _au sérieux_ nam. Dat is niet waar; +maar zij zelve was serieus genoeg om 't geen zij voelde komen den pas +af te snijden, zoodat men ter zijde gaat, _battu et content_. Wat mij +betreft, zij heeft mij den weg gewezen, dien ik gaan moest, precies +den tegenovergestelden van dien ik toen wenschte te nemen. Ik ben +dien gegaan, omdat ik niet tegen haar op kon, en nu..." + +"Hebt gij er berouw van?" + +"In oprechtheid gesproken, neen! Ik ben gelukkig met mijne zachte +jonge vrouw, die mij eene groote fortuin heeft aangebracht zonder er +zich iets op te laten voorstaan, en die mij tot een gelukkigen vader +zal maken naar ik hoop." + +"Als gij uw kleine Francis dan maar niet bederft, zooals gij het hare +peettante hebt gedaan!" + +"Dat's heel wat anders: maar excuseer mij, jonker, ik stel te veel +belang in mijne vriendin, mijne zuster zou ik haast moeten zeggen, +om mij niet eene vraag te permitteeren aan u." + +"Vraag, mijn besten kapitein! ik zal u in oprechtheid antwoorden." + +"Gij zegt, dat gij _qui perd gagne_ speelt met Francis; daar heb ik +niets tegen; alleen, laat het spel niet te ernstig worden, of zóó +ernstig dat gij uw levensgeluk zoowel als het hare er bij inlegt. Gij +hebt blijkbaar haar vertrouwen, hare achting gewonnen; dat is zeer +zeker de weg naar haar hart. Speel daar niet mee, ik smeek het u +om harent, om uws zelfs wil. Daar is tusschen u en haar een losse, +coquette toon, die haar bevalt, dat weet ik wel, al kon ik dien niet +tegen haar voeren, maar die mij eenigszins ongerust maakt." + +"Gij kunt gerust zijn, mijnheer! ik ben een eerlijk man en heb de +zuiverste bedoelingen. Francis bedriegen! wie daartoe in staat ware zou +een laaghartige zijn. Zij is de oprechtheid en rondborstigheid zelve!" + +"Ja, dat is zij; en daarom is alles wat naar _cache-cache_ lijkt haar +tegen. En nu, vergun mij iets te zeggen." + +"Wat toch?" + +"De generaal zei mij zoo _en passant_ met een enkel woord, dat +gij geene fortuin hebt, maar groote verwachtingen, mits gij eenige +_souplesse_ wist te toonen voor zekeren bloedverwant." + +"Dat is mogelijk. Waar bemoeit de generaal zich toch mee!" + +"Met de toekomst van zijne kleindochter; en dat is hem wel te vergeven, +dunkt mij. Gij moet weten, mijnheer! dat ik mij zoo pas een paar dagen +in het stadje Z. heb opgehouden. Ik heb daar over u hooren spreken." + +"Dat is niet te verwonderen. Men is, geloof ik, nogal praatziek in +dat stadje," bracht ik uit; maar ik voelde dat ik bleek werd. Mijn +geheim mogelijk reeds verraden! "Wat vertelt men daar eigenlijk van +mij?" vroeg ik, te stouter naarmate ik meer ongerust was. + +"Dat gij iemand zijt die reeds fortuin bezit, want men fluistert +elkander in (ik laat die kleinsteedsche babbelarij en bemoeizucht in +hare waarde, dat spreekt vanzelf), dat gij hier in de provincie reeds +groote possessies hebt en hier zijt om er nog meer aan te knoopen. Nu +vraag ik u, waarom weet men daar niets van op de Werve?" + +"Ik ben hierheen gekomen om mijne nicht Francis te leeren kennen; +gij zult mij toestemmen dat men het in zulk geval moeielijk op hooren +zeggen kan laten aankomen, vooral waar het freule Mordaunt geldt." + +"Dat is waar, en zelfs behoort er moed toe om zich heen te zetten +over zekere anecdotes, die omtrent haar circulairen. Maar ik verzeker +u dat het verfoeielijke leugens zijn." + +"Ook heb ik niemand willen gelooven dan haar alleen. Maar mijnheer +Overberg, dien ik daar ginds tot vriend had en die mijn voornemen +toejuichte, deed mij opmerken dat men in het stadje alles wilde weten +van iedereen; als men niets te weten kon komen, vond men uit. Ik moest +bijgevolg eene reden opgeven voor mijn verblijf in deze streken. De +ware, die Francis was, kon en wilde ik niet avoueeren; ik liet het +dus aan hem over iets te bedenken, dat aannemelijk was. Ik weet +nauwelijks welk verdichtsel hij uitvond. Moest ik dat ook hier nog +colporteeren? Als ik eens met hoop van goede uitkomst de hand van +Francis zal vragen, behoeft het ook voor niemand meer een geheim te +blijven, wat ik al of niet bezit. Is haar vriend met deze inlichtingen +tevreden?" + +"Hij zou neen zeggen om toch geen andere te krijgen, denk ik," hernam +hij met een melancholiek glimlachje. "Zij voor zich is volkomen +belangeloos, zij zal er niet op zien! maar toch is het waarheid +dat zij geen man zonder vermogen kán trouwen. Hoe dat ook zij, maak +haar gelukkig als gij haar hart kunt verwerven, dat is alles wat ik +verlang, en.... zij verdient het. Ondanks den schijn, die soms tegen +haar getuigt, is het een der edelste karakters die ik ooit heb leeren +kennen, zelfs onder mannen en zij heeft daarbij niet _les défauts +de son sexe_, al mist zij dan ook zekere beminnelijke zwakheden, +die er mee gepaard gaan. Ik ben adjudant geweest van den kolonel, +van 't oogenblik af dat deze het commando te Z. aanvaardde, en ik +was spoedig in zijne intimiteit. Zoo heb ik Francis onder allerlei +omstandigheden leeren kennen; en, ik mag het zeggen, haar mogen ter +zijde staan in lief en leed, en nooit heb ik haar zwak gezien, nooit +bezield door ijdelheid of zelfzucht, nooit haar zien terugtreden waar +het een zwaren plicht gold." + +"_Messieurs allez plus loin, l'empereur vous entend!_" declameerde +Francis op schertsenden toon, terwijl zij van achter een vervallen +muur optrad. "Ik heb niet willen luisteren, maar ik heb toch +verstaan.... Dat was eene heel mooie phrase, Willibald, die gij daar +met zooveel emphase hebt uitgegalmd; het scheelde niet veel of ik +had u geapplaudisseerd zooals het publiek zeker Hollandsch acteur +als hij zijne _phrases à effet_ debiteert." + +"Gij weet het wel, freule, dat ik niet dan oprecht kan zijn, en zoo +ik iets heb gezegd tot uw lof, ter waardeering van uw karakter...." + +"Was het zeker omdat onze vriend Leopold zijne bezwaren daartegen had +ingebracht. Gelukkig is hij iemand die er aan hecht uit eigen oogen te +zien," ging zij voort, haar sprekenden blik op mij vestigend, "en hij +weet dat hem door mij althans geen blinddoek zal worden voorgedaan; +hij weet al genoeg van mij en heeft hier al het noodige bijgewoond om +uwe panygeriek op hare waarde te schatten. Doch ik heb er vrede mee; +het is noodig voor de vriendschap dat men elkaar van alle zijden goed +leert kennen. Het spijt mij, dat ik ulieden zoo kom overvallen en twee +minuten mijns ondanks voor luistervink speelde, maar ik kom u zeggen, +Willibald, dat uw rijtuig voor is; wanneer wilt gij nu dat het terug +zal komen?" + +"Wanneer laat gij mij vrij?" vroeg hij eenigszins verlegen, en mij +aanziende. + +"U vrijlaten! _c'est fort_, die getrouwde mannen verleeren alle +galanterie." + +"Kapitein Willibald ziet er tegen op u te bekennen, Francis! dat hij +eigenlijk niet blijven kan," viel ik in. "Hij vreest zijn kolonel te +mankeeren en tegelijk zijne bevordering mis te loopen." + +"Is 't een inval van Leo?" vroeg Francis, Willibald aanziende met +haar snellen, onderzoekenden blik. + +Hij kleurde waarlijk als een jong meisje. + +"Neen freule! er zullen belangrijke mutatiën bij het kader plaats +grijpen. 't Is mij ingefluisterd dat ik wat kans heb majoor te worden, +bij keuze, want ik ben eigenlijk nog niet aan de beurt; alleen als +ik de gelegenheid mis waarbij de kolonel mij aan generaal H. zou +presenteeren, dan...." + +"Spreekt het vanzelf dat er geen kwestie kan zijn van u gunst te +verleenen. Mijn hemel, Willibald! waarom hebt gij dat dan ook niet +gezegd toen ik u preste om te blijven?" + +"Ik zag zoo duidelijk dat het u contrarieerde...." + +"_Frailty thy name is man!_" declameerde Francis; "en dat bazuinde +nog wel mijn lof, terwijl er zulk een offer werd gebracht!" riep zij +met een licht schouderophalen. "Wat een egoïstisch despootje moet ik +zijn in uw oog, Leo!" + +"Het komt mij voor dat mijnheer Willibald hier zelf de schuldigste is." + +"Daarvoor zal hij dan ook boeten!" riep Francis. "Hij zal niets +meer genieten van al de delicatessen, die Rolf heeft weten samen +te brengen om zijn generaal te fêteeren. En gij, jonker! die zijn +bondgenoot zijt, gij zult met mij de corvée deelen om den dominé +en den notaris aan tafel te amuseeren. Kom aan, Willibald! maak nu +geene complimenten meer; een kort en goed afscheid, uw woord dat gij +eens weerkomen zult, en dan.... uitgerukt eer de generaal het merkt, +anders komt die u ook nog ophouden." + +"Maar freule! zoo te échappeeren...." + +"Dat neem ik op mij. En nu, _en avant marche!_" + +En zij liep alleen vooruit om Willibald tot spoed te dwingen. Wij +bereikten dan ook _sans encombre_ het voorplein, waar Willibald in +een allerliefst laag rijtuigje stapte, door een koetsier in livrei +bestuurd. Toen hij weg reed, bleef Francis naast mij op het perron +staan en sprak met kennelijke voldoening: + +"Ja wel, men heeft livrei! en wat een prachtige moorkop! Als de arme +jongen zijn zin had gehad, zou hij nu geen équipage houden en mijn +slaaf zijn geworden." + +"Hij verdient werkelijk beter! Een door en door goed mensch, +Francis!" sprak ik met een tintje van verwijt. + +"Een engel van een mensch, dat weet ik beter dan gij; +alleen.... engelen kan men in onze maatschappij zoo slecht +gebruiken. Men moet _a little devilish_ wezen om er zich door te +slaan. Toch Leo! ik zou hem te kort doen als ik u niet verzekerde dat +er één punt is, waarop hij vastheid weet te toonen: militaire eer. Ik +heb eens tevergeefs getracht hem van een duel te weerhouden, en nog +wel een duel om mij. Ik had eene dame gebrutaliseerd, eene barones, +eene gescheiden vrouw, die zich de airs gaf van slachtoffer en in ons +huis had weten binnen te dringen. Zij had mijn grootvader zoo ingepakt, +dat de goede man er niet aan wist te ontkomen. Zij had tot _compère_ +zekeren Duitschen ridder, aan wien zij zeide geparenteerd te zijn; en +dat paar leende elkaar de hand bij het spel. Grootpapa werd afgezet, +deerlijk afgezet. Ik raadde dat en begreep dat eene executie moest +plaats vinden, _en pleine société_ om dat onkruid uit te roeien, +en ik aarzelde niet die te volvoeren. Willibald stond mij trouw ter +zijde, maar had gewild dat ik het voorzichtig zou aanleggen; dan, gij +begrijpt, voorzichtigheid en ik... _Je n'y allais pas de main morte!_ +Ik betrapte de valsche spelers op heeterdaad en ontdekte ze voor aller +oog, zoodat de dame in kwestie woest kwaad op mij werd, maar zich moest +retireeren. Haar vriend de chevalier, een soort van matamore, achtte +het zijn plicht hare partij te nemen en iemand uit te dagen. Die iemand +was Willibald, omdat deze zich _carrément_ in zijn weg gesteld had, +toen hij mij wilde beleedigen. Ik smeekte, ik drong Willibald, zich +niet met den intrigant in te laten, die stellig geen eerlijke partij +zoude zijn. Het hielp niets, hij was onverzettelijk. Grootpa zelf, +die liefst geen _esclandre_ had gewild, moest berusten; de militaire +eer scheen het te eischen. Ik stond doodsangsten uit en betichtte mij +zelve dat ik altijd ongeluk toebracht aan mijne vrienden. Willibald +kwam op het terrein met zijne secondanten en vond er den geduchten +tegenstander niet. Het voorgenomen duel had natuurlijk veel opzien +gebaard en de aandacht der politie gevestigd op den 'Herr Ritter;' +er werd door haar naar zijne antecedenten geïnformeerd, en hij +werd nu herkend als een _chevalier d'industrie_ waarmee zij reeds +vroeger had te doen gehad. Zoo ontkwam Willibald aan de eer om met +dien bretteur den degen te kruisen; maar hij had er door gewonnen in +mijne achting. Men zou gedacht hebben, dat de _beau monde_ mij nu dank +zou geweten hebben voor de uitdrijving van zulke intriganten uit zijn +kring; toch niet. Het was Majoor Frans, die het bedreven had, en _sans +égards_ voor eene barones, die, al had zij zich met een _chevalier +d'industrie_ gecompromitteerd, toch eene vrouw was van goeden toon, +met uitstekend fijne manieren. Het was goed dat het gedaan was, maar +het had zóó niet moeten geschieden; en bovenal had Francis Mordaunt +er zich buiten moeten houden, alsof er onder al die fijn beschaafde +heeren en dames één was, die den zedelijken moed zou gehad hebben om +eene valsche speelster in de kaart te zien, om niet te zeggen dat +ik er de naaste toe was, die mijn armen grootvader zag misleiden, +zag plunderen.... Maar wat doe ik die oude histories op te halen! Ik +hoor al een rijtuig rollen; daar komen de gasten. Ziedaar Rolf in +groot tenue, die zich in postuur stelt om voor ceremoniemeester te +spelen. Bravo, kapitein! neem het maar voor mij waar, want ik moet +nog een weinig aan mijn toilet verschikken." + +En weg was zij, het huis weer binnen. + +Daar de kapitein werkelijk in uniform was, met zijne Willemsorde op +de borst, achtte ik mij verplicht om mij ook nog wat op te knappen +en maakte mij uit de voeten eer de gasten uitstegen. + +Het diner was zooals men dat verwachten kon na de aanstalten die +Rolf en Francis er te zamen voor hadden gemaakt. Eene bijzonderheid +trof mij: er was nu zekere ruimte van tafelzilver, zwaar ouderwetsch +en met wapens voorzien. Ik begreep dat Francis met den kapitein +had samengespannen om het familiezilver terug te krijgen. En het +goedhartige schepsel durfde er voor zich zelve geen nieuwe zijden +japon van nemen, die zij bepaald noodig had! Welk een genot zou +het voor mij zijn, haar eens voor al die opofferingen schadeloos te +kunnen stellen; en zij, die wel niet droomde van zulke uitzichten, +zat daar toch uiterlijk zonder smartelijke préoccupatie en zelfs door +hare vroolijkheid, door hare gulheid het gezelschap opwekkende om +de vormelijke stijfheid te breken, die sommige dezer lieden meenden +te moeten aannemen. De verveling, waarmee zij mij gedreigd had, +kwelde mij niet. Zij had zich neergezet tusschen den dominé en mij; +de notaris kreeg de eereplaats naast den generaal, en de ontvanger, +die tegelijk als postbeambte fungeerde, zat aan diens linkerhand; +daarbij sloten zich een paar stevige heerenboeren aan, ouderlingen en +leden van den gemeenteraad, de eenigen onder de notabelen die tegen den +burgemeester en vóór den generaal partij trokken, zoo vaak er punten +van verschil oprezen in hunne lilliputsche maatschappij! Kapitein +Rolf zat tusschen hen in, en verzuimde niet hen aan te moedigen den +wijn eer aan te doen en hen opmerkzaam te maken op de exquise merken +welke hun werden voorgezet. + +Dominé was meer opgewekt als gast aan tafel dan als prediker tegenover +zijne gemeente. Hij bleek een drukke anecdotenkramer, die Francis nogal +eens stof leverde voor een uitval. Dames waren er niet: Francis had +het vrouwelijk personeel in den ban gedaan; of deze haar, dat weet +ik niet recht uit te maken. + +De zoon van de Pauwelsen, dezelfde die palfreniersdiensten deed bij +het rijpaard van Francis, assisteerde nu Frits bij het dienen. De oude +knecht droeg ditmaal een livreirok, die mij aan een gemetamorphoseerde +officiersjas deed denken. Was het dit of iets anders, dat den goeden +man ditmaal zoo stijf en plechtig maakte dat het mijne aandacht +trok! Hoe dat zij, grijs geworden onder de discipline, verzuimde hij +zijne dienst niet, en alles liep flink en geregeld af, zooals in een +huis waar orde en goed beleid voorzitten. En toch was er veel wat mij +pijnlijk aandeed en stof gaf tot nadenken. Een huis dat in puin dreigt +te storten en waar men feest viert! De zoon des huizes, die uitgedreven +was en toch weergekeerd, zonder dat er een plaatsje voor hem was aan +den feestdisch van zijn vader; die mogelijk nu alweer in 't gareel +draafde van zijn halsbrekend beroep,--en die vader, die hem niet miste, +die hem bovenal niet terugwenschte! Ik kon niet nalaten den generaal +aan te zien met de bijgedachte aan Rudolf. De fijne egoïst was weder in +zijn humeur geraakt. Zijn spijt over het echappeeren van Willibald, +had hij spoedig verzet bij het genot zijner lievelingsgerechten, +waarmee hij werd gefêteerd, en hij bleek bij uitnemendheid de man +voor het weelderige, gezellige leven. Het scheen hem niet in 't +minst te preoccupeeren hoe de luxe van het onthaal was daargesteld; +hij genoot die _en fin connaisseur_ en sprak er over met zijne gasten +zonder eenige _gêne_. Wat Francis betreft, zij kent hare plichten als +gastvrouw en zij behoort tot die gelukkigen, die met buitengewone +veerkracht bedeeld, even gemakkelijk op een gegeven oogenblik haar +last en leed weten te verzetten en van zich af te werpen, als die in +den regel met kloekheid te dragen. Zij was _en veine_ van plaagzucht +en wij kibbelden prettig, zij stootte aan met Rolf, die, zonder haar +den titel te geven, een toast had geïmproviseerd op zijn majoor. In 't +eind, wij amuseerden ons ieder op zijne wijze, en tot mijne voldoening +tafelde men niet al te lang. Omstreeks zeven uur liet Francis +ons aan de sigaar. Ik durfde nu niet met haar ontsnappen. Zij liet +koffie dienen, en daarop noodigde Rolf ons in 't priëel in den tuin; +hij had kruidenwijn gemaakt, dien moesten wij proeven. Dat voorstel +werd met toejuiching begroet, en het was zoo kwaad niet gevonden. De +gasten waren plakkers; de heerenboeren hadden hun wagentjes besteld +tegen acht ure. De generaal had zoo iets gemompeld van een partijtje +billard, maar zij excuseerden zich; en dat was gelukkig, want het +billardlaken was in een deerlijken staat. Francis had vooruit elk +spel geprohibeerd, en.... de tijd moest toch worden omgebracht. Ik had +altijd hoop Francis te zien opdagen, maar daar zij niet te voorschijn +kwam, begreep ik dat zij zich teruggetrokken had om uit te rusten. De +dominé, die het eerst en te voet heenging, klaagde dat hij tevergeefs +naar haar gezocht had om afscheid te nemen. Eindelijk kwam Frits in +alle plechtigheid aandienen dat het rijtuig vóór was, een zoogenaamd +speelwagentje, met solide leeren huif overdekt, waarin voor allen +plaats was en dat aan een der notabelen behoorde. Daar de generaal +een weinigje zat te soezen, al wilde hij er niet voor uitkomen, was +ik met Rolf mee gegaan om het gezelschap uitgeleide te doen. Daarop +excuseerde de kapitein zich bij mij en ging volgens gewoonte in de +billardkamer zijne welverdiende rust nemen. Ik bleef nog wat op het +binnenplein rondloopen, besluiteloos of ik al dan niet het huis weer +zou ingaan, toen ik op eens Francis zag aankomen door de oude poort, +die nooit meer gesloten werd. + +Haar te gemoet te gaan en mijne blijdschap te betuigen dat ik het zoo +trof, haar voor te stellen nu nog te zamen eens rond te wandelen, +was even schielijk gedaan als gedacht; maar voor eene wandeling +was het te laat, voerde zij tegen. Zij zelve was maar eens naar de +boerderij geloopen om het grootje van de Pauwelsen wat lekkernijen +van het diner te brengen; dát was hare rust geweest. Maar zij wilde +graag nog wat met mij den tuin in en een poosje praten op de bank van +den vervallen koepel, waar men zulk een mooi vergezicht had. Alleen +moest zij eerst even omzien naar grootpapa. + +"Die zit nog in 't priëel te dommelen, en mij dunkt hij zit daar goed." + +"Ja, maar de avond is luchtig en.... Is Rolf bij hem?" + +"Rolf haalt de schade in van de verloren siësta." + +Francis fronste de wenkbrauwen. "Grootpapa moest vandaag niet alleen +zijn." En zij verhaastte haar tred. "Zoudt gij gelooven, dat ik den +heelen dag zekere onrust heb gehad?" + +"Gij! Men zag het u niet aan." + +"Dat moest er nog maar bijkomen!" + +"En waarom die onrust?" + +"Hebt gij dan niet wel eens aan Rudolf gedacht? Dat zou mij +verwonderen." + +"Ik? Heel veel! Juist aan het diner, waar ik zijn vader zoo opgewekt +zag, kwam hij mij telkens voor de verbeelding." + +"Maar ik dacht aan hem eer met onrust dan met medelijden, dat wil ik +u wel bekennen. Ik vrees nog altijd een _coup de tête_ van hem.... Gij +zijt zeker dat hij vertrokken is, niet waar?" + +"Hij is zijn eigen weg gegaan, terwijl ik nog sliep en heeft zijne +portefeuille laten liggen. Ik ga morgen naar A. om hem uit te vinden." + +"Doe dat maar niet, want nu ben ik er zeker van dat hij weer zal +keeren. Hij is mijn _cauchemar_...." + +"Dat blijkt uit alles. Ik weet het, gij hebt er reden voor; maar toch, +zoo hard te zijn jegens een ongelukkige!" + +"Zoo gij voor hem geleden en gestreden hadt zooals ik, zoudt gij +denkelijk niet zachter over hem oordeelen. Men kan niet op hem aan, +ziedaar wat mij het meest in hem tegenstaat." + +"Dat is ook een leelijk gebrek, maar toch...." + +"Dat mankeert er nog maar aan, dat wij samen kibbelen over dien +man!" viel zij in met zoo zichtbaar verdriet en ongeduld, dat ik mijn +pleidooi opgaf, omdat ik haar juist nu niet meer wilde prikkelen. Mijn +zwijgen echter nam zij als verwijt, en daar had zij ook geen vrede mee. + +"Zeg mij liever," sprak zij op geheel anderen, bijna vleienden toon, +"of mijn diner u bevallen is?" + +"Gij zijt eene gastvrouw bij uitnemendheid, Francis! Ik zou u willen +zien aan het hoofd van een huis dat perfect gemonteerd was en...." + +"En waar men het tafelzilver niet eerst behoefde te lossen als men +gasten wacht," viel zij in, wel wat ruw en bitter; maar de bitterheid +was bij haar wel te verklaren en te vergeven. + +"Arme lieve! dat heeft u zeker een geducht offer gekost?" vroeg ik +met deernis, want zij had tranen in de oogen. + +"Wat vernedert kost altijd," hernam zij. "Maar helaas! ik ben er al +over heen; en wat het overige betreft, mijn zomertoilet is er eene +luchtspiegeling door geworden," ging zij luchtiger voort. "Maar dat +is het minste; ik was het den ouden man schuldig. Ik had hem, gij +herinnert het u nog wel, Leo! wat al te hard de waarheid gezegd over +zekere zwakheden, en nu, op zijn verjaardag, wilde ik daarvoor boete +doen en hem eene verrassing bereiden, die wel doel getroffen heeft; +grootpapa was er bewogen door, en Rolf, goede ziel als hij is! heeft er +het zijne toe gedaan; hij is er voor naar de stad gereden en wij hebben +het samen in stilte gepoetst. Frits mocht het natuurlijk niet merken." + +"Men zou wenschen u in de schuld te zien vervallen, om de +beminnelijkheid waarmee gij die herstelt. Mij Francis! wien gij niets +schuldig waart, hebt gij zoo allerliefst verrast...." + +"Beter gemeend dan uitgevoerd; het eerste het beste dat ik grijpen +kon. Een souvenir aan den dag waarop gij voor goed mijn vriend zijt +geworden." + +Wij waren door het huis den tuin ingegaan; het was er reeds +schemerdonker. Ik werd aangegrepen door een moed, die veel op +overmoed geleek; ik wilde op eens aan alle mijne aarzelingen een eind +maken. Als ik schrijf: _ik wilde_, is dat niet juist uitgedrukt; +er was iets onwillekeurigs, iets onoverlegds in mijne handelwijze, +toen ik zacht mijn arm om haar heen sloeg en alleen zeide: + +"Uw vriend geworden voor goed? ik dank u voor dat woord, +Francis! maar.... het is mij niet genoeg; sta mij toe meer voor u te +zijn, sta mij toe." + +"Meer zou te veel zijn," viel zij in met zichtbare agitatie. "Ik +bid u, Leo! wil berusten in 't geen wij voor elkaar zijn kunnen, +en bederf die verhouding, die mij, als u, dierbaar is, niet door +meer te willen, want dat kan toch niet zijn. Daarom, beloof mij, +beloof mij ernstig Leo! dat gij daar nooit weer van spreken zult!" + +Zeker dat klonk als eene afwijzing en.... het scheen ernst. Maar de +toon waarop zij die woorden uitsprak, getuigde van eene ontroering, +die zij niet kon of niet wilde verbergen; dit was toch heel wat +anders dan hare koele, besliste verklaring op de hei, waarmee zij +den vreemdeling had willen afschrikken. + +Ik vatte er moed uit om te vragen: "en waarom dan toch niet, +Francis?" maar ik kreeg geen antwoord, zij trok driftig haar arm uit +den mijnen, en liep ijlings vooruit naar het priëel. Hetgeen zij daar +zag deed haar een kreet slaken, en zelf stond ik roerloos van schrik +toe te zien, zoodra ik naderbij was gekomen. + +Wij zagen Rudolf! Rudolf, geknield aan de voeten van zijn vader en +diens handen kussende zonder dat deze het scheen af te weren. + +Wij meenden getuigen te zijn van eene verzoening, wij hadden ons +deerlijk vergist. Rudolf zelf sprong op met een uitroep van schrik en +vertwijfeling, en sloeg zich voor het hoofd als een wanhopige. Francis, +die in één vaart tot het priëel was doorgegaan, riep hem toe: +"Ik heb u gewaarschuwd! gij hebt uw vader den dood berokkend." + +"Neen, Francis! neen! hij is bewusteloos, hij is koud als een lijk; +maar ik vond hem zóó; ik bezweer u bij alles wat mij lief is, dat ik +hem zoo gevonden heb." + +Werkelijk zat daar de generaal, stokstijf en onbewegelijk als een +doode; zijn hoofd was op gedwongen wijze naar ééne zijde gekeerd, en +zou mogelijk dieper zijn neergevallen, zoo het latwerk van het priëel, +nog maar weinig door de dunne bladeren bedekt, het niet tegengehouden +had; zijn gelaat zag blauw bleek, als ware hij geworgd; zijne oogen +stonden strak en wijd open, maar het was blijkbaar dat zij niet zagen; +zijne gelaatstrekken waren akelig verwrongen; de armen hingen als +verlamd langs het lichaam; de hand die Rudolf losliet viel roerloos +neer en was ijskoud, toen ik die vatte om te onderzoeken of de pols was +te vinden. Francis maakte zijn das en boord los, ontblootte den hals +en wreef de slapen met eau de cologne, het eerste wat zij terstond +bij de hand had. Het bleek dat er nog leven was! de inwrijving +met het scherpe geurige water scheen de reukzenuwen aan te doen, +er was geene volstrekte gevoelloosheid. Maar, er moest hulp zijn, +oogenblikkelijke hulp. "Is er geen geneesheer in de buurt?" vroeg ik. + +"Niet ver het dorp in woont de chirurgijn die hier pas gekomen +is!" antwoordde Francis. + +"Dan vlieg ik er heen!" riep Rudolf met levendigheid. + +"'t Is veel beter dat Frits gaat," besliste Francis. + +Zij had gelijk, en ik liep het huis binnen om den ouden getrouwen +Frits op te zoeken, en aan hem het geval mede te deelen! Ik begreep +nu wat hem den ganschen dag zoo strak en somber had gemaakt. + +"De generaal een attaque!" riep hij met tranen in de oogen, "dan is hij +geschrikt of heeft zich boos gemaakt, en--dat, dat is mijne schuld!" + +"Maar Frits!" + +"Neen jonker, het is zooals ik zeg; ik had het niet moeten toelaten, +maar kon ik.... ik, mijnheer Rudolf wegjagen, verklagen?" + +"Neen, goede trouwe man, dat mocht gij niet; maar nu--weet te zwijgen +en haast u." + +"Dàt zult gij zien!" en hij ijlde weg met een spoed of er jeugdige +kracht was gevaren in zijn oude beenen. + +Toen ik terugkeerde lag de generaal nog altijd zonder kennelijk +bewustzijn in dezelfde houding; er had zeker eene heftige +woordenwisseling plaats gevonden tusschen Francis en Rudolf, waarbij +deze de nederlaag had geleden, want ik vond hem achter het priëel +verscholen tegen een boom geleund, en zich het gelaat bedekkend in +stomme, radelooze smart. + +"Tranen en handenwringen baten nu niet," duwde Francis hem toe, +"help mij liever om hem te vervoeren!" + +"Mag ik?" riep hij als opgewekt uit zijne vertwijfeling. + +"Het kwaad is immers nu toch geschied! Breng hem over, eer hij bijkomt; +Leo zal u wel helpen." + +"Dat is niet noodig; hij is _mijn_ vader en het is mijn recht," +riep hij bijna woest, trad toe en vatte den grijsaard op met de +omzichtigheid, maar tegelijk met de zekerheid van iemand voor wien +het een lichte last moest zijn. Hij nam hem op de beide armen, en hij +liep er zoo vlug en vast mee voort, dat wij moeite hadden hem bij te +houden. Bleek als de patiënt zelve volgde Francis en wees de groote +zijkamer aan als de voorloopige rustplaats. + +"Ware het niet beter in eens door, naar zijne slaapkamer, op zijn +bed?" vroeg Rudolf, en hij besteeg alreeds den eersten trap. + +"Maar dat zal u onmogelijk zijn!" voerden wij beiden tegen. + +Rudolf antwoordde alleen met voort te gaan en bereikte de eerste +verdieping, waar van ouds de generaal zijn logis had. Francis haastte +zich de deur van de slaapkamer open te doen, en binnen eenige minuten +lag de bewustelooze op zijn bed, nog altijd met de starende oogen, +die niet schenen te zien. + +"God lof, we zijn er!" sprak Rudolf met zijn heesche stem, nu op een +stoel neerzinkende. "Ik heb wel sterker _tours de force_ gedaan, +maar geen waarbij mij het hart zoo heeft geklopt." Francis dankte +hem voor zijne hulp. + +"Mag ik hier blijven tot hij weer bijkomt?" vroeg hij +ootmoedig. "Verscholen aan deze zijde van het ledikant, kan hij mij +onmogelijk zien." + +"Gij kunt nu niet heengaan, dat gevoel ik; maar wij moeten Rolf laten +roepen, en als die komt en u ziet...." + +"Als hij opschudding maakt, draai ik hem den hals om; doodeenvoudig." + +Ik vond het eenvoudiger Rolf vooruit te gaan waarschuwen en tot +stilzwijgen en toegeefelijkheid te stemmen; ik had medelijden met den +armen man, dat ik hem met zulke tijding uit zijne feestelijke stemming +moest opschrikken. Ik vond hem nog zoo dommelig en zoo beneveld, dat +ik moeite had hem aan 't verstand te brengen wat er gaande was. Toen +hij mij eindelijk begreep, meende ik dat hij zelf eene beroerte zou +krijgen van smart en ergernis, en zonderling, de laatste was nog +heftiger dan de eerste. + +"Wat doet _die_ hier? Hij brengt altijd ongeluk aan. Maar dat kan hem +niet schelen; hij ontziet zich toch niet zijn dwaze invallen uit te +voeren, al zou hij er ook Francis ongelukkig door maken en zijn vader +vermoorden." Ik bracht hem onder 't oog dat een man op den leeftijd +van den generaal, na een copieus diner zooals het zijne was geweest, +nog gevolgd door het druk gebruik van kruidenwijn in de open lucht, +heel licht een aanval van beroerte had kunnen krijgen, zonder verdere +bijkomende omstandigheden; maar evenals Francis hield hij vol dat er +zonder Rudolf niets gebeurd zou zijn; daarenboven beweerde hij dat +hij zijn krijgsmansplicht verzuimde, zoo hij geen kennis gaf aan de +bevoegde autoriteiten en "den deserteur" liet arresteeren! + +Het kostte mij werkelijk eenige moeite hem van dit _idée fixe_ af te +brengen en te doen verstaan dat er een hoogere plicht was, die der +menschelijkheid, en dat deze hem gebood, den zoon niet te weren van +zijns vaders ziekbed, dat mogelijk een sterfbed kon zijn; dat freule +Mordaunt zelve haar oom gastvrijheid had verleend, en dat het aan ons +was om het smartelijk familie-geheim te eerbiedigen en te zorgen dat +master Smithson weer in veiligheid kon aftrekken. Deze voorstelling +bleek doel te treffen, en Rolf was toch innerlijk te goedhartig om +te doen wat hij overluid riep dat zijn militaire plicht was, tenzij +de generaal zelf het uitdrukkelijk begeerde. + +Toen ik nu, vergezeld van Rolf, weer de ziekenkamer binnenging, +vonden wij er reeds den dorpsgeneesheer, die van een patiënt in de +nabuurschap terugkeerde en dien Frits gelukkig had ontmoet. + +Hij achtte den toestand zorgelijk en een lating hoog noodig, had zijn +lancet bij zich en wenschte de operatie onverwijld te volbrengen. De +patiënt moest ontkleed worden; Frits en Rolf strekten hem gewoonlijk +tot kamerdienaar. Ik leidde Francis ter zijde in een kabinetje waar ook +Rudolf zich verscholen hield in ademlooze spanning over de uitspraak +van den chirurgijn. Francis liet ons samen, om haar zijden japon te +verwisselen met een négligé. Door de deur, die wij op een kier hadden +gelaten, konden Rudolf en ik alles waarnemen wat er met den patiënt +voorviel. Toen hij bijkwam, vroeg hij met eene zonderling veranderde +stem, met eene stamelende tong, naar Francis; toen zij kwam, nog voor +men haar had kunnen roepen, deed hij haar op verwarden en verwilderden +toon vragen, die de geneesheer voor koortsachtig ijlen aanzag, maar +waaruit het voor ons overigen duidelijk bleek, dat hij Rudolf gezien +en herkend had en ook nu bij zijne kennis was, daar hij ondanks alles +zorgde geen naam te noemen. + +"Men moet den patiënt de meest mogelijke rust verzekeren, anders +krijgen wij hersenkoorts," besliste de jonge geneeskundige eer hij +heenging, door Frits vergezeld, die ter wille van den spoed op de +medicijnen zou blijven wachten. + +"Zou het u rust geven den persoon te zien dien ge straks hebt +aangeduid?" vroeg ik den generaal, toen wij alleen onder huisgenooten +waren. + +"Neen, neen! ik weet dat hij er is, hij moet gaan, hij moet mij niet +onder de oogen komen, of ik vervloek hem!" + +Het werd stamelende en met moeite uitgebracht; maar toch bitter en +dreigend, kennelijk met volkomen bewustheid. Wij hoorden een luiden +snik; Rudolf had verstaan! + +Het werd noodig hem te verwijderen. + +Rolf zou dien nacht met Francis blijven waken; ik voerde Rudolf weg; +de forsche man wankelde op zijne voeten, ik moest hem steunen. + +Toen wij mijne kamer bereikt hadden, viel hij als een verslagene op +de sofa neer! "'t Is gedaan, ik had niets beters te hopen noch te +wachten, niets beters verdiend ook!" en hij schreide als een kind. + +"Francis had toch gelijk, gij hadt niet moeten weerkeeren tegen +uwe belofte." + +"Ik ben niet weg geweest! Frits heeft mij betrapt toen ik den tuinmuur +wilde overklimmen, en ik moest mij bekend maken om alarm te voorkomen, +want hij hield mij in 't eerst voor een dief. Daarop bood hij zich +aan, mij in een der ongebruikte benedenkamers te verbergen, die +op den tuin uitzag. Ik zou er mijn vader mogelijk kunnen gadeslaan +zonder dat deze het bemerkte, en zoo is het ook geschied. Toen zijne +gasten heengingen en gij zelf hem alleen liet, nam ik de gelegenheid +waar om uit mijn schuilhoek weg te sluipen en hem te naderen, daar ik +meende dat hij ingeslapen was. Het blijkt dat hij mij heeft herkend, +en dat alleen de machteloosheid van zijn toestand hem belet heeft +mij te verdrijven. Nù heb ik er genoeg van, nu ga ik voor goed. God +zegene hem, dat hij nog moge herstellen! God sterke Francis." + +Maar ik liet hem zoo niet gaan. Ik hield hem dien nacht bij mij, +bij de mogelijkheid dat er verandering kwam in den toestand, in de +gezindheid van den patiënt; ook wij brachten dien nacht te zamen +wakende door. Van tijd tot tijd ging ik informeeren naar den lijder; +tegen den morgenstond, toen wij de zekerheid hadden dat er een diepe, +rustige slaap was gevolgd, kon Rudolf meer gerustgesteld aftrekken; +ik deed hem een eind wegs uitgeleide en beloofde hem op de hoogte te +houden van 't geen op de Werve voorviel; hij gaf mij 't adres van +Mr. Richard Smithson en hij scheidde van mij met hartstochtelijke +uitdrukkingen van dankbaarheid voor het weinigje belangstelling dat +ik hem had kunnen betoonen. + +Ik had van Rudolf von Zwenken wel niet mijn vriend willen maken, +maar ik beklaagde hem diep en ik had de overtuiging gekregen, +dat hij bij een forsch lichaam een zwak karakter had, maar gansch +geen kwaad hart, en op dat punt de betere was van den vader, die +hem uitstiet. Francis had gelijk: die zwakheid en dat gebrek aan +wilskracht, waardoor men niet op hem rekenen kon, waren tegelijk de +hoofdoorzaken van zijn diepen val. Hetgeen den generaal overkomen was, +kon eene waarschuwing genoemd worden, waarvan hij welhaast weer goed +bekwam, doch er bleef zwakte en verlamming van armen en beenen na en +de convalescentie vorderde langzaam. Ik moest in die dagen van kommer +en onrust Francis ter zijde blijven en mocht haar menigen last helpen +verlichten. Ik mocht wel eens een nacht wakens voor haar overnemen, +of den lijder gezelschap houden als zij afgetobt rustte of zich wat +verfrischte in de vrije lucht. Een van beiden moesten wij altijd +in de ziekenkamer zijn, want Rolf was meer een goedhartig vriend +dan een verstandig ziekenoppasser. Op straffe van instorten was den +herstellende onthouding opgelegd van datgene waar hij als een groot +kind naar hunkerde, en de kapitein was onverstandig genoeg om hem +in te willigen wat niet diende. Er moest iemand wezen om beiden in +'t oog te houden, en Francis was mij innig dankbaar dat ik bleef, al +begreep zij nauwelijks hoe ik deze afzondering voor lief nam, hoe ik +het met mijne bezigheden schikte om weken aaneen uit mijne woonplaats +afwezend te zijn. Zij kon wel niet weten dat ik geen gewichtiger +bezigheid had dan haar gade te slaan en haar hart te winnen. Ik wendde +voor dat mijn schrijfwerk overal evengoed was te verrichten. Daar zij +mij soms pakketten zag verzenden, hield zij zich met die uitlegging +tevreden, en bewonderde zeker in stilte meer dan ik het verdiende mijne +zelfverloochening. Zelve was zij subliem van vrouwelijk devouement; zij +had ondanks alles haar grootvader lief, zij vergat alle groote offers, +die zij hem had gebracht, en had gemoedsbezwaren over de lichtere +grieven die zij hem had aangedaan. Toen hij in levensgevaar verkeerde, +trof ik haar soms geknield voor zijn ziekbed, hem vergiffenis +smeekende voor hare hardheid en onwillekeurige vergrijpen, en toch, +toen hij herstelde zag zij zelve in, dat zwakheid en toegevendheid +hem niet dienden. Gedurende zijne ziekte raakte ik beter op de hoogte +van zijne zaken en zijn bedrijf, dan het door jaren samenlevens had +kunnen geschieden. In een helder oogenblik had hij mij opgedragen +brieven en berichten die er voor hem komen mochten in te zien. Ik +kreeg de zekerheid van gevaarlijke speculaties, de zekerheid dat hij +nòg schulden maakte achter Francis om. Toen hij begon te herstellen, +achtte ik het mijn plicht hem in eene rustige ure daarover ernstig te +onderhouden en te doen inzien welke jammer hij over Francis bracht als +hij dus voort ging. Hetzij dat het de overblijvende zwakte was die hem +week en gevoelig maakte, hetzij hij werkelijk in de lange slapelooze +nachten, waarin hij roerloos, maar toch met volle bewustzijn, neerlag, +bij zich zelven reeds zulke overwegingen had gemaakt, hij beleed +schuld; al schoof hij zijne verkeerde handelwijze op den wensch om +Francis langs dien weg eenige fortuin na te laten; maar hij beloofde +mij dat alles voor goed af te snijden en wist geen ander redmiddel +dan het verkoopen van de Werve op de meest gunstige voorwaarden. Het +begon dan ook hoog tijd te worden voor dit einde. Overberg, door +mij telkens tot geduld aangemaand, had nog uitstel gegeven tot de +generaal weer op de been was; maar van Beek in zijne kwaliteit van +executeur drong op definitieve beslissing aan; en ik was nog altijd +niet zeker van Francis, ik had nog altijd het beslissende voorstel +niet durven wagen! Zwakheid, zult gij zeggen. Neen! toch niet, +kieschheid, verschooning, opzien daarenboven tegen een einde dat +haar en mij scheiden kon, terwijl ik wist haar nog zoo noodig te +zijn. Er stak niets vreemds in, dat ik mijne nicht bijstond in de +ziekte van mijn oudoom; maar zoo haast die nicht mijne verloofde zou +zijn, gebood de convenance dat ik mij verwijderde; en juist omdat +het Francis Mordaunt gold, wilde ik niet tegen dien vorm zondigen, +al haalde ik als zij over kleingeestigheid de schouders op; daarbij, +hoezeer ik nauwelijks twijfelde of zij mij liefhad, hoezeer ik mijn +invloed op haar als met den dag zag toenemen, hoezeer ik hare achting, +haar volle vertrouwen genoot, er kon iets in den weg zijn dat haar +deed opzien tegen een huwelijk, met wien ook; en zoo haar: "Spreek er +niet meer van," ernstig gemeend was omdat zij zelve eene beslissende +weigering wilde voorkomen, dan moest ik mijn tijdstip om dit verbod +te overtreden, en op een "ja" of een "neen" aan te dringen, wèl goed +kiezen; want zoo het _neen_ ware, de gedachte alleen, dat het "neen" +zou kunnen zijn, bracht mij eene rilling over de leden. Als het neen +ware, moest ik troosteloos heengaan en haar reddeloos opgeven! daarom +bleef ik aarzelen en zwijgen, al spraken ook mijne blikken, al wilde, +al kon ik mijne genegenheid voor haar niet verbergen, al kostte het +mij strijd mij niet door hartstocht te laten overweldigen! Daarbij, +wij waren in zekeren zin gelukkig, zooals het nù was, en er was iets +verlokkends in, zich zoo op den stroom te laten afdrijven, en zonder +omzien of vooruitzien het tegenwoordige te genieten. De generaal zag +vooruit op zijne wijze, ik kreeg er de zekerheid van; hij gaf mij +telkens met zekeren aandrang te verstaan, dat ik mij met mijn oom den +minister behoorde te verzoenen en dat ik daartoe naar den Haag diende +terug te keeren zoo haast ik Francis had voorbereid op den verkoop +van de Werve aan den bezitter van de Runenberg. Ik verzekerde hem dat +ik wel kans zag Francis te doen berusten in het _fait accompli_; maar +dat ik het niet goed achtte de kwestie vooraf met haar te overwegen, +dat ik dien dag naar Z. moest voor mijne eigene zaken, en als hij +'t goed vond zijne schriftelijke toestemming aan Overberg zou ter +hand stellen, opdat deze verder die zaak kon regelen, en dat ik +daarna voor korten tijd naar den Haag zou terugkeeren in mijn eigen +belang. Nader verkoos ik mij voor dat oogenblik niet te verklaren. Ik +had zijne vergunning niet te vragen om mij aan Francis te declareeren, +en was vooruit overtuigd van zijne toestemming als haar antwoord aan +mijn wensch voldeed. Hij scheen mijne bedoeling te vatten en stak mij +de hand toe met ongewone hartelijkheid; ik zag tranen in zijne oogen. + +Een voorwendsel voor mijn toertje naar Z. behoefde er niet gezocht te +worden tegenover Francis. Zelve begreep zij, dat ik, nu de generaal +weer op de been was en aan haar arm reeds een paar malen door den +tuin had gewandeld, mijne onmisbaarheid niet langer kon aanvoeren +als motief om op de Werve te blijven, en tegelijk dat ik vóór mijn +vertrek nog wel een en ander in de naburige stad had te doen. Eerst +in den laten avond kon ik naar de Werve terugkeeren. Overberg was +zeer in zijn schik mij te zien en met mij te kunnen aboucheeren. De +wettische van Beek stond gereed om het opgeheven wraakzwaard te laten +neervallen en was nauwelijks meer daarvan terug te houden. Er lagen +bij Overberg stapels van gezegeld papier ten laste van den generaal: +de verschenen renten van de verschillende hypotheken, die sinds zes +maanden onbetaald waren gebleven. Het was een desolate toestand, +waarvan ik u het tafereel kan besparen. Overberg zou nu aan van +Beek schrijven, dat de afstand van de Werve zou doorgaan, hoogst +waarschijnlijk tegelijk met het huwelijk, en ik, in de verwachting +dat de praktizijns ons nu wel een paar dagen met vrede zouden laten, +keerde terug naar het kasteel, dat ik nu met heel andere oogen aanzag +dan bij mijne eerste komst. + +Ik bracht eenige kleinigheden thuis, waarmee ik den generaal en Rolf +wist pleizier te doen, en had eene eenvoudige _parure_ voor Francis +gekocht, daar de diamanten die ik haar als bruidstooi wilde aanbieden +nog niet _de raison_ waren. + +Ik meende mijn cadeautje te gebruiken als een aanloopje om dat +belangrijke onderhoud met haar te hebben, dat mij al zoo lang op +het hart lag. Maar ik vond haar dien avond zóó gedrukt en zij zag er +zóó bleek uit, dat ik, om een glimlach en een blos op dit strak en +droevig gelaat terug te brengen, het _écrin_ nu maar _sans façons_ +voor haar neerzette als eene welkomst uit de stad, in 't bijzijn van +den generaal en Rolf; zoo was het eene aardigheid _sans conséquence_, +die zij in geen geval behoefde af te wijzen. De blos kwam werkelijk +even, maar de bedruktheid nam dermate toe, dat ik tranen zag blinken +toen zij mij de hand drukte. Daarop verliet zij ijlings het vertrek, +en wij zagen haar niet weder terugkeeren; de generaal ging nog vroeg +ter ruste, en om niet met Rolf alleen te blijven zitten, volgde ik +hem onverwijld; maar ik voelde mij zoo beklemd, of de neerslachtigheid +van Francis op mij afgaf. Waarom had zij mijn geschenk niet vroolijk +en schertsend opgenomen, zooals zij meest alles opvatte? Zij, die +zich zoo kloek en kalm wist te houden onder de meest schokkende +omstandigheden! Ik kon niet inslapen van al de waaroms, die bij mij +opkwamen, waarop ik geen antwoord wist te geven, en die mijn moed +verlamden, mijne hoop deden versagen. Eerst laat in den nacht sliep ik +in en had zware bange droomen, waarin Francis onder allerlei gestalten +tergend rondom mij zweefde, zonder dat ik haar toespreken of bereiken +kon. Vast besloten niet weer zoo'n nacht door te brengen, trad ik de +ontbijtkamer binnen. Allen waren reeds bijeen. Ik vond Francis iets +meer opgewekt; zij vertelde aan den generaal, dat zij een brief had +gekregen uit U, van Dr. D., met het bericht, dat de patiënt waarvoor +zij zich interesseerde in beterschap toenam en dat er hoop was op +herstel. Al sprekende vouwde zij de beide handen op de borst en hief +de oogen ten hemel, als met eene onwillekeurige beweging van dankbare +blijdschap; maar haar grootvader was vrij wat minder getroffen. + +"Het lijkt wel naar u daarover zoo verrukt te zijn," sprak hij, de +schouders ophalend, en om schielijk van 't apropos af te stappen, +vroeg hij aan Rolf, of hij niet uit visschen dacht te gaan en of er +kans was op een zoodje waterbaars. + +Francis was al opgestaan zonder naar het antwoord te luisteren. Ik +had haar te veel te zeggen om nu onverschillige woorden met haar te +wisselen en liet haar aan 't geen zij de "menage" noemde, vast besloten +haar daarna uit te noodigen om samen eene fiksche wandeling te doen, +en daarbij dat onderhoud met haar te voeren, dat beslissend moest +zijn. Zij hield van de frissche lucht, en wij waren nergens vrijer +en meer zeker ongestoord te blijven dan in het bosch op de gronden +rondom het kasteel. + +Ik verbeeldde mij, dat ik een weinigje toilet moest maken; maar toen +ik beneden kwam vernam ik van Frits, dat de freule zich kleedde en +uit zou rijden. + +Werkelijk zag ik den jongen Pauwels met haar gracieus rijpaard +voorkomen, en eenige oogenblikken later verscheen zij zelve in +amazone, zooals ik haar het eerst had gezien; maar nu droeg zij +toch een bevallig rond hoedje met eene donkerblauwe voile, dat haar +allerliefst stond. + +"Offer mij voor ditmaal uw wandelrit op!" vroeg ik haar met die zekere +forschheid, waaronder ik mijne zenuwachtige gejaagdheid trachtte te +verbergen, zonder daarin goed te slagen. + +Zij zag mij aan met wat schuchtere verbazing, verbleekte en zweeg, +terwijl zij met haar karwatsje speelde. + +"Gij kunt immers een uurtje later uitrijden," voegde ik er bij, +een weinigje meer dringend. + +"Neen, want ik heb een verren toer te doen, zoodat ik mij zelfs +haasten moet, wil ik dien voor den eten afleggen." + +"Dan moet gij dien verren toer uitstellen tot morgen Francis!" sprak +ik ernstig, "'t Is voor het eerst dat wij weer eens rustig samen kunnen +uitgaan na de ziekte van uw grootvader; weiger mij dit nu niet." En de +blik waarmee ik haar aanzag moet mijns ondanks iets uitgedrukt hebben +van de hoop en vrees die mij bezielden, want ik zag haar weifelen, +toen zij antwoordde met wat gedwongen spijtigheid: + +"Gij hebt er altijd pleizier in mijne plannen te derangeeren." + +"Niet uit willekeur, Francis, geloof mij; maar ik heb er eene goede +reden voor: ik zal het u morgen misschien niet meer kunnen vergen." + +"Zoo; dat klinkt dreigend," hernam ze met een poging om te glimlachen, +die haar niet al te goed gelukte. "Welnu, het zij zoo!" En zij wierp +haar karwats weg met dien zekeren onwil van een officier die zijn +degen aflegt om zich gevangen te geven; "maar dan moet gij wachten +tot ik eene andere japon heb aangetrokken, want in amazone wandelen +met u dat gaat niet." + +Daarop gaf zij order om Tancred op stal te brengen en liep het huis in. + +Zoo zij bezield werd door de gewone vrouwelijke kwelzucht, liep ik +groot gevaar lang te wachten! Eene coquette had zeker niet gemankeerd +den onvoorzichtige, die haar in een voornemen dwarsboomde, daarvoor +duchtig te laten boeten; maar het bleek wel, dat zij boven die +kleingeestige damesmanieren verheven was, want zij kwam heel spoedig +terug en had alleen den lastigen sleependen amazonerok verwisseld +voor een kort, licht kleedje, dat minder hinderlijk was bij de +wandeling. Het hoedje en het jackertje had zij behouden, en zij trad +vlug en besloten naar mij toe, terwijl zij vroeg: + +"En waar gaan wij nu heen?" + +"Maar.... mij dunkt het bosch in." + +"Gij hebt gelijk, het is er nu heerlijk; wij kunnen wandelen tot het +_rond-point_ en daar rusten." + +Zoo gingen wij een eind weg de groote laan door die naar het bosch +voerde; zwijgend, juist omdat wij elkaar zooveel te zeggen hadden. + +Ik was besloten te spreken, maar nog niet met mij zelven eens hoe ik +zou aanvangen, toen zij begon: + +"Ik kan u mijn wandelrit wel opofferen, Leo! maar niet de plichten +die er mee in verband staan." + +"Geloof van mij, Francis! dat ik u nooit in den weg zal zijn als +het de vervulling van plichten geldt; integendeel, gij kunt op mij +rekenen om u daarbij te steunen en te sterken." + +"Ik heb daartoe geene hulp noodig. Ik heb alleen maar noodig mijn +eigen weg te gaan." + +"Dat klinkt forsch, Francis! daar ik u ditmaal van uw weg heb +afgevoerd. Maar het moest zijn, want ik heb noodig u ongestoord te +spreken. Ik kan niet langer hier blijven; allerlei belangen roepen +mij naar den Haag terug." + +"Ik heb dit zien komen, Leo!" + +"Spijt het u?" + +"Ik moest neen zeggen, om die dwaze vraag even dwaas te beantwoorden." + +"Maar ik zal weerkeeren, als gij het goed vindt." + +"Neen, Leo! dat vind ik _niet_ goed, en 't ware zelfs beter geweest +dat gij heengegaan waart toen ik u dat het eerst heb geraden." + +"Dat zie ik niet in. Ben ik u tot overlast geweest?" + +"Gij weet wel van neen; gij weet wel dat ik u veel heb te danken; maar +'t is juist dáárom. Gij hebt mij in bange dagen ter zijde gestaan; gij +hebt allerlei leed en bezwaren met mij gedeeld; wij hebben daarenboven +zoo prettig samen gekibbeld, in één woord, gij hebt mij verwend. De +eenzaamheid zal mij nu zwaarder drukken dan voorheen." + +"Niet lang toch, want ik ga slechts heen om spoedig terug te komen?" + +Zij antwoordde niet, maar bleef langzaam zwijgend naast mij voortgaan. + +"Wat wilt gij dat ik uit den Haag voor u mee zal brengen?" vroeg ik, +om het onderwerp niet te laten varen. + +"Gij hebt mij reeds een souvenir geschonken, Leo! en ik ben er +dankbaar voor. Gij ziet dat ik het al gebruik; dat is genoeg, ik heb +niet anders noodig." + +"Ook geen élégant zomertoilet, Francis? Gij hebt mij bekend dat het +uwe in den steek gebleven is." + +"Ik heb nu geen toilet meer te maken, Leo! dat begrijpt gij wel." + +"Nu goed! Als gij mij zoo weinig voorthelpen wilt, dan zal ik zelf +weten wat mij te doen staat." + +"Wat hebt gij voor? Gij maakt mij waarlijk nieuwsgierig," sprak zij met +zekere gejaagdheid in de stem, die zij niet machtig was te beheerschen. + +"Ik zal een _trousseau_ voor u bestellen." + +"Een _trousseau!_ waarvoor een _trousseau?_" riep zij luid +lachend. "Het schijnt dat mijn verstandige neef Leopold ook al zijn +ure heeft om _folies_ te zeggen, zoo al niet te doen." + +"Of wilt gij liever eene _corbeille de mariage?_" + +"Zijt gij wezenlijk bij uw zinnen, Leo? eene _corbeille de mariage!_ +In 's hemels naam, voor wie?" + +"Mij dunkt voor niemand anders dan voor mijne allerliefste weerbarstige +nicht, Francis Mordaunt!" + +"Dat's geene fijne aardigheid, jonker! gij weet wel dat uwe nicht +Francis niet trouwen zal." + +"Luister, Francis! Toen gij mij eens bij onze eerste wandeling over +de heide diergelijk besluit hebt medegedeeld, had ik geen reden om u +daarvan af te brengen. Ik gevoelde niets voor u dan de belangstelling, +die mij drong uwe kennis te maken, en ik wist niet genoeg van u, om u +met ernst zulk een voornemen te ontraden. Maar nu weet gij zelve wel, +dat alles anders is geworden tusschen ons. Ik heb groote vrijmoedigheid +gebruikt jegens u, met u te wijzen op zulke gebreken, die ik achtte +dat uw edel karakter konden schaden. Gij hebt die opmerkzaamheid +genomen voor 't geen zij was: bewijs van innige belangstelling, +en gij hebt die beloond met uw volle vertrouwen. Maar gij begrijpt +toch zelve wel, dat ik mij niet veroorloofd zou hebben, zoo lang en +op zulke wijze met u om te gaan, als er niet een vast voornemen bij +mij bestond om u tot mijne vrouw te vragen!" + +"Dat klinkt werkelijk als eene declaratie _à bout portant_, en daar +ik zoo'n brusken uitval van u wel niet had kunnen wachten, neem ik +die voor 't geen zij schijnt: eene _raillerie_. Ik weet het, gij +houdt daarvan, om mij een weinigje te prikkelen en u te amuseeren +met mijne _reparties_, en dat is gelukkig voor u, want anders zoudt +gij in gevaar zijn om zoo maar plomp weg een blauwtje te loopen." + +Ik begreep dat zij tot de tanden toe geharnast in den strijd was +gegaan; zij was koel, scherp en hoog in haar antwoord; maar in de stem, +die onverschillig en schertsend wilde zijn, trilde eene ontroering, +die zij door het afwenden van het gelaat trachtte te ontveinzen. + +"Om de waarheid te zeggen, Francis! ik sla volstrekt geen geloof aan +uw blauwtje. Gij wilt mij misverstaan, omdat gij in eene kwelzieke +luim zijt en besloten om u te weren tot het uiterste tegen de inspraak +van uw hart; maar gij hebt u niet zoo kunnen vergissen in het mijne, +of _weet_ dat ik nu spreek in vollen ernst." + +"Nu dan, Leo!" viel zij in met een diepen zucht. "Als gij er ernst van +maken wilt, moet ik u herinneren aan mijne vroegere waarschuwing om mij +van zulke wenschen niet weer te spreken; het kan, het mag niet zijn!" + +"Waarom toch niet? Heb ik mij zoo vergist, toen ik dacht dat ik u +niet geheel onverschillig was? Ik hoopte wat beters van u, ik meende +toch dat gij wel iets voor mij gevoeldet." + +Zij knikte met afgewend gelaat en zweeg, maar op eens hoorde ik iets +als een gesmoorden snik. + +"Zijt gij dan mogelijk niet meer vrij?" vroeg ik zacht en zelf diep +bewogen, hare hand nemende en mij voor haar plaatsend om haar in de +oogen te kunnen zien. + +"Vrij? O, voorzeker ben ik vrij!" riep zij met bitterheid. "Ik heb +er wel het mijne toe gedaan om vrij te blijven!"--en zich snel van +mij afkeerende:--"maar, ik heb het u immers altijd gezegd. Ik moet +mijne onafhankelijkheid bewaren; ik _moet_ het." + +"O, ik versta u, Francis!" sprak ik, mijns ondanks nu ook met wat +bitterheid. "Gij hebt zekere illusie nog niet opgegeven, gij wacht +op uw lord William; gij hebt het u zelve beloofd en...." + +"Lord William? Lord William, die mij nooit heeft liefgehad!" riep zij +hartstochtelijk, "Lord William, die mij met zijn laatdunkend mededoogen +heeft gekrenkt, die mij het hart heeft gebroken, die mij tot woestheid, +tot dwaasheid heeft vervoerd door zijne _voorzienige wijsheid_; lord +William, die nu een brave zestiger zal zijn! Leo, Leo! gij die mij +lief hebt, ik weet het, doe gij toch u zelven die nuttelooze kwelling +niet aan om jaloersch te zijn van lord William. Zou ik u alles zoo +vrij uit hebben opgebiecht als ik daar niet lang overheen was?" + +"Dan is die tegenzin in het huwelijk, die zucht om vrij te blijven +maar een onvrouwelijke gril, een laatste verzet van Majoor Frans, +die zich niet gevangen wil geven, en dan stel ik al mijne wilskracht, +al mijne volharding tegenover die weerbarstigheid." + +"Plaag mij niet met uwe volharding, Leo! want gij zoudt mij slechts +pijnigen, zonder mij te verzetten. Al zoudt gij mijn hart breken, +en dat kunt gij, ik beken het, mijn weerstand zult gij toch niet +overwinnen." + +"Dan wil ik die onzichtbare macht kennen, die u tegen mij sterkt!" riep +ik, woest van toorn en smart. + +"Och Leo! gij weet immers wel van welke smartelijke plichten ik de +slavin ben. Waartoe u nog verder in te wijden in die diepten van +jammer en ellende, waarin ik bijna verzink, waarmee ik levenslang +zal te worstelen hebben." + +"Ik wil ze kennen, Francis! om ze met u te deelen, om ze met u +te dragen. Samen strijdende zullen wij overwinnen, wees er zeker +van!" riep ik hartstochtelijk; en door het teederste medegevoel +overweldigd, sloeg ik mijn arm om haar heen en sloot haar aan mijne +borst. Zij getroostte zich dit zacht geweld zonder verzet; als mat +en afgestreden liet zij haar hoofd tegen mijn schouders rusten. + +"Nou, as de freule vrijt is 't te begriepen dat ze der kind +verzuumt!" hoorden wij plotseling achter ons uitroepen door eene +schorre stem, die aan het afschuwelijk dialect niets toegaf. + +Doodsbleek van schrik maakte Francis zich vrij en trad eenige schreden +ter zijde. Ik, als door een bliksemstraal getroffen, liet de armen +zinken en weerhield haar niet; ik had eene gewaarwording of ik +plotseling onder ijsschotsen was geraakt, ik rilde. + +De persoon die achter ons aangekomen was, en ons zeker al lang had +bespied, trad nu stout vooruit en op Francis toe. + +Het was eene oude vrouw, die als de heksen in Macbeth daar op eens voor +ons oprees. Met hare scherpe zwarte oogen, hare bloote magere armen, +rood en dor als kreefteschalen, haar verbrand en gerimpeld gezicht, +met een blauw geruiten doek over de witte muts en het stokje waarop +de kreupele leunde, zag zij er werkelijk uit als eene tooverkol uit +de sprookjes, die men in een vroegere eeuw zou verbrand hebben. Ik +wil wel bekennen dat ik haar dergelijk lot toewenschte, toen zij ruw +en brutaal tot Francis zeide: + +"Nou dan, freule! nou weten we waer je het zoo druk mee hebt dat je +in gien vayf wieken nee het kinde zijt kuemen umzien." + +"Mijn grootvader is ziek geweest, vrouw Jool." + +"Ja! grooteluisziekte, deer is gien kwoad bij. Mear die jonker deer, +dats wat anders hé! Nou, ik zeg, het hiele dorp spreekt er schande +van." + +"Waarvan, vrouw Jool?" vroeg Francis, hoog en koel, hoewel ze zeer +bleek zag. + +"Dat je 't kinde zoo verzuumt um...." + +"Luister, vrouw Jool!" viel nu Francis in op vasten, kalmen toon. "Het +heele dorp, zoomin als gij zelve, heeft in mijne zaken iets te zien, +of zich met mijn doen en laten te bemoeien." + +"Och, we zullen met pleizier doen of we er nieuwers van merken, +freule! maar het kleine jungske lijdt er bij als we te onzent niets +van der heuren." + +"Ik had vandaag willen komen, maar kreeg verhindering; doch daar +behoeft het kind immers niet onder te lijden; daar is geen reden toe +sinds het kostgeld trouw wordt betaald." + +"Hm! trouw! De maond is uut: we zien de tweede al een weik ien, +en ik zeg: als het Trineke verveelt heit de jongen het slecht." + +"Morgen zult gij het geld hebben; maar ik zeg je, als het kind slecht +bejegend wordt om die ééne week verzuim, zoo slecht, vrouw Jool! dat +'het heele dorp' zooals gij zegt er schande van spreekt, dan komt +die slechte behandeling van uwe of uws dochters zijde, en dan blijft +het kind niet bij u, daar kan je staat op maken. Als ik morgen of +overmorgen kom zal ik er naar informeeren, reken daarop!" + +"Wat! wou je mij en me dochter te schande maken en het jungske van +ons wegnemen? Nou, probeer dat eens! We zullen wel zien wie 't heft +in handen houdt!" En 't booze wijf zette tergend brutaal de handen +in de zijde. "Dat heb je er nou van als je voor de grootelui in de +bres springt!" + +"Gij zijt voor niemand in de bres gesprongen, vrouw Jool, dat weet +je zelve wel, daar ben je veel te inhalig toe; je hebt alleen geld +willen maken van uw dochters ongeluk, ziedaar alles! Maar het doet +er niet toe wat gij zijt of niet." + +"Wat! zou het er niet toe doen dat ik de grootmoeder ben! En ik kwam +nogal waarschuwen dat ie nieuwe kousen en schoenen moet hebben, of +hij moet met zijn bloote voetjes in de klompjes loopen net als de +boerenkinderen, en deer is hij te fesoenlijk veur zou 'k denken." + +"Ik zal in de kousen en schoenen voorzien, vrouw Jool! Maar 't is nu +genoeg, ga uws weegs, ge hadt niet in 't bosch moeten komen als een +spion. Nu ik je ontdekt heb, moet je rechtsomkeer maken, het zandpad +langs de vaart om, die leidt naar je dorp." + +"Nou, nou! wat zou dat? Is deer zoo'n haast bij?" + +"'t Is hier de grond van de Werve; je hoort hier niet. Scheer je +weg, of...." + +"He'k van me leven! wat ze een haast het um me weg te kriegen, en dat +um.... Nou, nou, ik ga al! anders laat ze me die kostelijke jonker nog +voor koddebeier spelen!" riep het wijf eer schreeuwende dan sprekende, +terwijl ze zich hinkend uit de voeten maakte en het aangeduide pad nam. + +Wij waren bij het _rond-point_ genaderd. Ik was eerst blijven staan +bij de oude rustique bank, maar ik moest gaan zitten, want ik voelde +dat mijne beenen onder mij wankelden; ik moet er akelig bleek en +ontdaan hebben uitgezien, want toen Francis, eindelijk van haar +kwelgeest bevrijd, zich omkeerde en naar mij toekwam, zij, nog met +wangen hooggekleurd van toorn en verontwaardiging, las ik zekere +droeve verbazing op hare trekken, toen zij voor mij staan bleef en +mij aanzag, terwijl zij sprak: + +"Welnu! Leo! mij dunkt het toeval dient u op uwe wenken. Dáár is +nu de macht, ongelukkig evenmin eene onhoorbare als onzichtbare, +die mij berooft van de vrijheid om gelukkig te zijn." + +"Ik versta u, Francis! gij zijt te eerlijk en te kiesch om onder zulk +een bezwaar een man aan uw lot te verbinden," sprak ik met eene stem, +die ik trachtte vastheid en kalmte te geven; "maar waarom mij niet +eerder uw vertrouwen geschonken op dit punt, waarom het op zulke +verrassing, op zulke toevallige ontmoeting te laten aankomen? Ik +heb u immers gezegd, reeds in de eerste dagen onzer kennismaking, +dat ik den moed zoude hebben eene struikelende staande te houden, dat +ik niet zou wanen mij te besmetten, zelfs als ik eene gevallene uit +de diepte oprichtte; zeg mij alles! ik wil het onmogelijke beproeven +om u te redden." + +"Maar Leo!" antwoordde zij, de handen ineenslaande van verbazing, +en met een hoogen blos op het voorhoofd; "gij ziet bleek als een +lijk, uwe oogen staan strak en schril van pijnlijke overspanning, +uwe doffe stem verraadt de overwinning zelfs die deze woorden u +kosten. Wat moet ik denken van deze heftige ontroering, wat van de +zonderlinge gezegden die gij mij toevoegt? Gij zult mij, toch niet van +iets onwaardigs verdenken? Gij kunt toch wel begrijpen dat _mijne_ +eer er niet mee gekwetst is, al heb ik mij zelve veel te verwijten, +al klage ik dat ik het recht verloren heb gelukkig te zijn, al lijde +ik onder den schrikkelijken nasleep van jammer en ellende waarvan ik +de schuldige oorzaak ben!" + +"Ik luister naar 't geen gij zegt, Francis!" sprak ik in eene soort van +bedwelming; "maar verschoon mij, ik.... ik versta u niet goed, was er +niet sprake van een kind.... van een kind waarvoor gij te zorgen hebt." + +"Wel zeker! en dat is nog niet eens het ergste, ik heb er de moeder +bij voor mijne rekening." + +"_Francis_!" riep ik, opspringende met een kreet van verlichting en +onuitsprekelijke blijdschap. + +"Nu begrijp _ik_ u niet," hervatte zij, mij met een naïeve +bevreemding aanziende, "daar is hier waarlijk geene oorzaak voor +zulke verrukking. Meent gij dat het eene lichte zaak is voor mij; +in omstandigheden als de mijne, om een kind groot te brengen en in +de behoeften van eene krankzinnige vrouw te voorzien?" + +Ik dankte den Hemel uit den grond van mijn hart, dat zij in hare +onschuld mij zóó had misverstaan; ik had gelukkig nog genoeg +tegenwoordigheid van geest om mij te redden en haar gedachtenloop +te vatten; ik begreep dat ik reddeloos verloren moest zijn bij haar, +als zij raadde welk vermoeden mij een oogenblik had bezield. + +"Zeer zeker is dat geene lichte last, Francis; integendeel, het moet +bijkans eene ondragelijke zijn voor u alleen; maar ik, die gevreesd +had dat er eenige onoverkomelijke hindernis zou liggen tusschen u en +mij, ik verblijd mij dat het niets ergers is." + +"Och!" sprak zij met zekere ergernis over mijne onbevattelijkheid; +"gij mannen wilt nooit bezwaren zien, als gij iets wenscht. Het is eene +onoverkomelijke hindernis, ik zeg het u, in onze omstandigheden. Gij +weet eigenlijk nog niets en gij praat al voort of gij alles in één +oogwenk zoudt kunnen schikken. Ik heb mij nu al die onaangename +_scène_ van dat oude wijf op den hals gehaald om u, omdat ik met u +ben gaan wandelen, in plaats van naar het dorp O. te rijden, om mijn +kleinen Harry te zien, en bovenal om het kostgeld te betalen aan de +grootmoeder, en wie weet wat al niet bovendien, want zij exploiteeren +mij daar, Leo! Zij exploiteeren mij op eene gruwelijke wijze, en ik +weet er mij niet tegen te weren, omdat ik mij niet onschuldig kan +achten aan den dood van den vader, aan de oneer en de krankzinnigheid +der moeder." + +Ik begreep dat ik niet beters had te doen dan maar rustig aan te +hooren wat zij mij uit zich zelve wilde mededeelen; ik moest er naar +trachten haar mijne vroegere opvatting te doen vergeten. + +"Zij exploiteeren uwe teederheid van consciëntie, Francis!" sprak ik, +terwijl ik naast haar plaats nam op de rustieke bank. + +"Zoo is het Leo! Gij hebt laatst gehoord hoe jammerlijk die arme Harry +Blount is omgekomen. Nu dan, bij zijn sterven had ik met smartelijke +heftigheid uitgeroepen: 'Ik, ik heb hem den dood aangedaan!' Die +uitroep van bittere zelfbeschuldiging had getuigen: Vrouw Jool en +hare dochter! De laatste wierp zich in wilde vertwijfeling naast den +stervende neer. + +"_My bride! my poor bride!_" stamelde Harry; en tot mij: "_dear miss +Francis, pity on her!_" + +Ik deed toen eene belofte, Leopold! en al had ik niets beloofd, +ik zou toch alles gedaan hebben wat ik kon. + +Het ongelukkige meisje was verwilderd van smart en schaamte: zij +moest moeder worden! + +Wij wisten niet eens dat Harry zulk eene betrekking had. Hij had het +voor ons verborgen, daar hij geen kans zag om te trouwen zoolang hij +in onzen dienst bleef op een lang niet meer schitterend jaargeld, +en op het goed van mijns vaders familie geboren, beschouwde hij zich +niet als een gewoon bediende, die zijn meester den dienst opzegt als +er een betere positie te verkrijgen is. De gedachte om heen te gaan, +nu het bij ons op stal altijd schraalder en lediger werd, kon niet +in hem opkomen. Het blijkt echter dat vrouw Jool, een laaghartig en +baatzuchtig mensch, hem telkens op dat punt het hoofd warm maakte en +hare dochter opstookte om hem aan te zetten ons huis te verlaten. + +Die tweestrijd tusschen zijne trouw aan ons en de rechten van het +hart maakte hem in den laatsten tijd norsch en wrevelig. Als ik +hem ondervroeg, ontkende hij dat er iets haperde; maar met zulk +eene gedrukte houding, dat men wel raden kon dat er iets achter +stak. Ik vorschte er naar, maar tevergeefs; de andere bedienden +klaagden over hem als over een lastig mensch, die aan vlagen van +melancholie leed. Dit maakte dan ook dat ik zijne waarschuwing op +dien noodlottigen rijtoer in den wind sloeg, ik schreef het toe aan +zijne zwaartillendheid, wat voorzichtigheid en goed beraad hem ingaven. + +Ik vrees de verdenking uit te spreken, en toch is zij niet uit de +lucht gegrepen, dat vrouw Jool zelve heeft medegewerkt tot den val van +haar kind. Zij wilde Harry in de verplichting brengen om te trouwen, +en meende dat al het verdere wel volgen zou. De rampspoedige dood +van haar toekomstigen schoonzoon was voor haar eene misrekening, +maar.... nú werd ik hare prooi. Zij stookte hare dochter tegen mij +op; zij hitste alles tegen mij aan, wat naar haar luisteren wilde; +zij stelde mijn smartelijken uitroep voor als eene bekentenis van +moedwilligen doodslag. Het liep zoo hoog, dat wij er iemand van +onze kennis, die in de rechtbank zat, bij moesten inroepen om de +ergerlijke praatjes van dat mensch te doen ophouden. Dit alles nam +niet weg, dat ik al het mogelijke deed om het lot van de jonge vrouw +te verzachten, die mij dankbaar zou geweest zijn, ik ben er zeker +van, zonder hare moeder. Ten laatste kwam het beslissend oogenblik; +reeds terstond na de geboorte van het kind deden zich bij de jeugdige +moeder verschijnselen van waanzin op; het was niet raadzaam haar zelve +te laten zogen, het werd gevaarlijk haar met het kind alleen te laten. + +Eene andere dochter van vrouw Jool, die te O. met een boerenarbeider +getrouwd was en haar jongste kindje verloren had, kon voor min +optreden. Men zou gezegd hebben dat eene zuster zulk een dienst uit +vrije gunst zou verleend hebben; en dat zou ook zeker het geval zijn +geweest, zoo men niet gespeculeerd had op mijne gemoedelijkheid. Ik +moest minnegeld betalen, omdat ik voor de luiermand had gezorgd, +ik moest voor de arme krankzinnige zorgen, die welhaast niet meer +onder de haren kon blijven. Ik deed dit laatste uit vollen vrijen wil, +maar het kostte meer dan ik offeren kon; en ik had het moeten opgeven +zoo de ontmoeting met tante Roselaer en hare edelmoedigheid mij niet +te hulp ware gekomen. Intusschen had vrouw Jool zoozeer op mijne +goedwilligheid gerekend, dat ze er hare betrekking van waschvrouw aan +gaf en bij hare kinderen ging inwonen, om op het kleinkind te passen, +zoo het heette, om mij ieder jaar meer geld af te persen onder allerlei +voorwendsel. Het kind is sinds lang gespeend en moest eigenlijk niet +langer in hunne handen blijven; maar ik beken het, ik zie op tegen het +misbaar, dat al dat volk zal maken als ik het elders plaats. Ik dreig +er wel mee; maar tot de uitvoering zal het niet licht komen. Door +hunne gemeenheid zijn zij mij te sterk. Voor het kind heb ik alles +over; het grootste deel van mijne eigene inkomsten offer ik voor +hem en de moeder; maar dien heelen aanhang, waaraan ik niet weet te +ontkomen, en mijn grootvader, die het als een nuttelooze verkwisting +beschouwt en die het mij ten kwade duidt dat ik niets meer ten beste +geef voor de sier van zijn leven en het mijne; denk het in, Leo! wat +er smartelijks en vernederends voor mij ligt in dat alles! en gij +zult begrijpen waarom ik _alleen_ moet lijden, ook zelfs al had ik +den man gevonden die mijn hart zou kunnen winnen. Sleept men iemand +dien men lief heeft mee in zulk een maalstroom?" + +"Iemand die uw hart mocht winnen, Francis, en die waard is het te +bezitten, laat zich niet meetrekken in een maalstroom, maar zou er +u uit redden." + +"Dat kan niet zijn; ik zal het kind van Harry Blount nooit in den +steek laten." + +"Dat zou ook onchristelijk wezen. Hoe oud is dat kind, Francis?" + +"Het zal nu welhaast drie jaren worden. Hij is geboren kort nadat +wij de Werve betrokken." + +"Dan heeft hij hoog noodig een voogd, die hem uit dien atmosfeer van +gemeenheid wegneemt." + +"De grootmoeder is immers voogdes?" + +"Wij zullen zien wat er aan te doen is. Dat slag van lieden kan +men nog wel naar zijn hand stellen, als men eenige behendigheid +gebruikt. Meestal vergeten zij de noodigste formaliteiten. Is er een +toeziende voogd benoemd?" + +"Ik weet er niets van...." + +"Dan moet dat verzuim hersteld worden, en dan zijn wij meester van den +toestand; dat kind moet voorloopig bij de Pauwelsen geplaatst worden, +dat zijn goede lieden, die u zeker niet zouden afzetten!" + +"O! als dit zijn kon!.... maar ongelukkig is de jonge Pauwels verliefd +geweest op de ongelukkige Gijsje Jool. Zal hij het kind van zijn +medeminnaar met goede oogen aanzien?" + +"Mij dunkt wel met eenig mededoogen...." + +"Gij, maar zulke lieden denken zoo teer niet." + +"Als zij goed zien en een menschelijk hart hebben, kunnen zij ook even +fijn voelen als wij, dan doet stand en opvoeding er niets toe. Geeft +gij mij vrijheid om in die zaak voor u op te treden, en te zien hoe +men het kind uit die handen kan wringen? Zal ik morgen met u naar +O. rijden?" + +"Wat hebt gij er aan, u in dat wespennest te werpen?" + +"Ik ben niet bang voor een steekje." + +"'t Is al erg genoeg dat vrouw Jool ons vandaag samen heeft gezien +en bespied." + +"Zoo zal zij morgen bemerken dat zij ons niet behoeft te bespieden +als wij ons openlijk te zamen vertoonen." + +"Neen, neen, Leo! dat kan niet, dat moet niet zijn," riep zij met +zekere heftigheid het hoofd van mij afwendende. "Wie weet wat voor +malle praatjes zij al niet rondgebabbeld heeft, na dat samentreffen +met ons!" + +"Als wij eenvoudig de praatjes tot waarheid maken, dan zijn het geen +malle praatjes meer!" + +"Tot waarheid maken! gij weet niet wat gij zegt, Leo!" + +"Heel goed; zij hield ons voor gelieven; was zij zoover van de waarheid +Francis?" vroeg ik zacht maar ernstig, en hare hand vattende, die zij +mij liet. "Zij zal wellicht rondstrooien dat wij verloofd zijn, kan +dat ons zooveel schaden, als wij bewijzen dat zij zich niet vergiste?" + +"Hij komt er nog op terug, nòg, schoon hij alles weet!" sprak Francis, +halfluid, als in zich zelve. + +"Wie zou ik zijn, Francis, zoo ik nù kon terugtreden?" + +"Maar ik zeg u: gij houdt geene rekening met alle lasten en bezwaren +die er nog op ons zouden rusten," riep zij met zeker ongeduld; "de +Werve met Rolf dien wij niet op zij kunnen zetten, mijn grootvader +met al zijne groote behoeften en zijne onbeduidende inkomsten. Hoe +zullen wij dat alles bestrijden? Ik weet wel," voegde zij er bij met +veranderenden toon, "gij gaat nu naar den Haag om u met uw oom den +minister te verzoenen, zooals de generaal u geraden heeft, ik begrijp +wel waarom.... Maar doe het niet, doe het niet om mij, Leo! want gij +zelf hebt het eens eene laagheid genoemd!" + +"Zoo ik mij ooit met mijn oom verzoen, Francis, zal het zijn omdat +vergevingsgezindheid ons past; maar nooit, daar kunt gij staat op +maken, om met deze verzoening eere of gunst te bejagen." + +"Ik bedank u voor dat woord, Leo! ik dank u voor alles wat gij voor +mij geweest zijt. O! ik wist het ook wel dat gij even fier als ferm +zijt, maar daarom--laat uw verstand spreken--is het niet beter niet +te beginnen wat men toch niet kan volhouden? Blijf mijn vriend zooals +gij het tot hiertoe geweest zijt, maar...." + +"Gij spreekt als eene die zelve geen hartstocht kent, noch dien in +anderen begrijpt," viel ik in. "Ik ben niet als Willibald, ik kan uw +vriend niet blijven, als ik uw geliefde niet mag zijn; ik kan niet +meer rustig aan uw zijde zitten en mij onthouden die fijne blanke +hand te kussen die gij zoo koel en achteloos in de mijne laat (ik +voegde de daad bij het woord). Ik heb u lief, Francis! hartstochtlijk +lief; ik heb de uitingen van dien hartstocht onderdrukt met eene +zelfbeheersching waarvan gij u geen denkbeeld kunt maken; maar nu het +uitgesproken is, moet er eene beslissing zijn, ik moet u verlaten voor +altijd, of ik moet uw echtgenoot worden, en dat _wil_ ik, Francis! met +eene vastheid van wil die al uwe zwarigheden voor niets acht." + +"Leo! Leo!" riep zij opstaande, alsof zij mij wilde ontvlieden; +maar toch zonder zich af te keeren, "spreek zoo niet tegen mij, +niet op dien toon van wegslepend geweld, niet met dien gloed in +'t oog; niemand heeft ooit zóó tot mij gesproken; niemand heeft mij +hartstochtelijk liefgehad; gij brengt mij buiten mij zelve; gij leidt +mij in verzoeking; maar ik moet u weerstaan want ik mag uw ongeluk +niet kiezen, al zou het mij nòg zooveel kosten;" hare stem sidderde van +heftige ontroering, een hoog rood overtoog hare wangen, en hare oogen +weerkaatsten iets van dien eigen gloed die de mijnen deed fonkelen. + +Ik nam beide hare handen in de mijne en sprak met vastheid: + +"Als de scheiding u iets kost, Francis! scheiden wij _niet_!" + +"Het is bedwelmend, Leo! de.... de.... mogelijkheid dat ik.... ik +nog gelukkig zou kunnen zijn," stamelde zij. + +"Het is genoeg, Francis! gij zijt de mijne. Ik laat u niet meer +los. Leg uwe hand in de mijne voor het leven." + +"Voor het leven!" herhaalde zij nu vast en besloten, maar met +trillende lippen; zij werd bleek, zoo bleek, dat ik opsprong om haar +te ondersteunen. Zij was eene bezwijming nabij. + +"Leo! ik ben de uwe! Ik vertrouw mij aan u, ik heb u lief zooals +ik nooit.... nooit heb liefgehad," stamelde zij, terwijl ik haar in +mijne armen hield opgericht. + +"Eindelijk!" juichte ik, en drukte den eersten kus der liefde op +hare lippen. + + + +Het spreekt vanzelf dat wij te laat kwamen om aan het _luncheon_ +deel te nemen; maar wij hadden er ook geen behoefte aan. + +Wij hadden in het teruggaan elkaar zooveel te zeggen gehad, dat +wij er geene woorden voor hadden gevonden, en alleen zwijgend naast +elkaar waren voortgegaan, zij leunende op mijn arm, of zij behoefte +had aan steun; wij liepen langzaam, altijd meer langzaam, hoe meer +wij het kasteel naderden, als kinderen die uit spelen zijn en geen +haast hebben om thuis te komen. En zoo was het werkelijk. Francis +vooral scheen daar tegen op te zien. Toen wij reeds de oude brug in +'t gezicht hadden, werd haar tred zoo slepend en aarzelend, dat ik +haar vroeg of zij vermoeid was? + +"Ik geloof ja!" sprak zij, "ik zou nog wel wat op dat mos onder dien +grooten eik willen rusten, eer wij de vesting weer binnengaan. Het +wordt mij angstig om het hart; het is mij of alles wat daar ginds +mij tergt en drukt nu weer in volle zwaarte op mij neervalt. Ik kan +zóó nog niet scheiden van mijn geluk!" + +"Wij zullen rusten, liefste, en ik gevoel mee iets van 't geen waar +gij tegen op ziet; maar het moet niet te veel zijn; ons geluk gaat +ontluiken, er is nu geen kwestie van scheiding, dan voor een korte +poos; welhaast zult gij de Werve met gansch andere oogen aanzien!" + +"Och, Leo! ik wenschte dat wij er niet meer moesten binnengaan; ik +wenschte, dat ik nu zóó met u kon wegvluchten, en dat er niets of +niemand zich meer stellen kon tusschen u en mij!" + +"We zullen wegvluchten, allerliefste dweepster; maar er moeten eerst +eenige formaliteiten plaats vinden, die ons het recht geven met +opgeheven hoofd te keeren." + +"Dat is wel jammer, want ik zie tegen dat alles op als tegen een +onbeklimbaar rotspad. Al die convenances waar gij zoo aan hecht en +die men in 't oog moet houden...." + +"Ik hecht er waarlijk niet zooveel meer aan dan gij. Formalisme is +gansch mijn zwak niet, maar toch.... men mag zekere vormen niet al +te zeer in het aangezicht slaan; juist in ons geval...." + +"En dan al die laffe en valsche menschen, die met gehuichelde +glimlachjes hunne felicitaties komen mompelen, terwijl zij in stilte +uwe dwaasheid bespotten, dat gij _Majoor Frans_ uwe hand durft reiken." + +Ik liet haar niet toe dien laatsten volzin uit te spreken. + +Zij moest boete doen met een kus voor die lasterlijke onderstelling. + +"Wij zullen het zoo eenvoudig aanleggen als gij maar wenschen kunt, +Francis! maar wij moeten voldoen aan de eischen van 't sociale +leven, en naar mijne innigste overtuiging ook aan de eischen der +consciëntie. Een verbond voor het leven van zulken ernstigen aard, +als het huwelijk moet niet gesloten worden zonder kerkelijke wijding." + +"Dat ben ik volkomen met u eens en zelfs zal ik u bekennen, dat ik +mij altijd geërgerd heb aan die mannen en vrouwen die zoo luchtig +en lichtzinnig over die plechtigheid spreken, die er mee kunnen +railleeren of het alleen een representatie pro forma gold, eene +exhibitie van prachtige toiletten. En toch, de vrouw brengt daarbij +en voor altijd een onmetelijk offer; het offer van haar naam, van +haar wil, van zich zelve, een offer, waartegen ik, zoolang ik _u_ +niet heb gekend, steeds heb opgezien als iets onmogelijks voor mij." + +"En nu?" vroeg ik, in het mos aan hare voeten neerknielend om haar +beter in de levendige sprekende oogen te kunnen zien, die nu van +geest en gevoel tintelden. + +"Nu zie ik daar niet meer tegen op," antwoordde zij met een zachten +glimlach. "Maar ik bid u, Leo! blijf niet in die houding voor mij; +het is eene onwaarheid _en action_ en zal het meer en meer worden; ik +voorzie dat, want ik voel nu, gij zult mijn heer en meester zijn. Ik +ben niet als de 'dames,' die laf en oneerlijk als ze zijn, in haar _for +intérieur_ glimlachen over den eed van trouw en gehoorzaamheid, dien +zij bij het huwelijksverbond uitspreken, terwijl zij reeds bewijs geven +dien niet te zullen houden, eer nog de bruidsbouquet verwelkt is. En +de mannen, die bij het huwelijksformulier de schouders ophalen, als +hechten zij gansch geene beteekenis aan hunne rechten, zijn evenzeer +in hun _for intérieur_ besloten, eenmaal af te dwingen, wat hun niet +uit besef van plicht wordt geschonken. In de wittebroodsweken knielen +zij aan hare voeten, zooals gij daareven aan de mijne, al was dat met +anderen zin, en stellen zich aan of zij hun leven lang de onderdanige +dienaren zullen blijven; maar als de vrouw hen bij 't woord vat, leert +zij 't anders; dan steekt de binnenlandsche oorlog op, de strijd over +'t meesterschap. De schranderen en behendigen onder ons zoeken door +list te veroveren wat ze niet door geweld hebben kunnen verkrijgen, +en meenen gewonnen te hebben als die toeleg haar is gelukt. De anderen +bukken als overwonnelingen, maar die te ieder stond tot rebellie gereed +zijn. Dit maakt den huwelijksband tot eene zware keten, waaraan beiden +beurtelings rukken en die ieder voor zich met onwil torst, tot men +zich eindelijk uit afmatting resigneert, _als_ men zich resigneert." + +"Gij maakt mij haast ongerust, Francis!" viel ik glimlachend in. + +"Neen, gij behoeft niet ongerust te wezen, want wij zullen anders +beginnen. Gij hebt mij geen oogenblik in 't onzekere gelaten +omtrent uwe intentiën, en ik zal woord houden als ik eene belofte +heb gedaan. Ik zei u dit alleen om u te bewijzen dat Majoor Frans de +'heeren en dames' goed in de kaart heeft gekeken, terwijl zij over haar +de schouders ophaalden, en dat ik mij zelve aan hen leerde spiegelen +en het vaste voornemen vatte mijne onafhankelijkheid te bewaren, +tenzij ik den man vond, dien ik zóó kon achten en liefhebben, dat +hij geen recht en geen wet behoeft te laten gelden, omdat mijn hart +hem als mijn meerdere heeft erkend." + +"En van wien gij wel gelooven zult, Francis! dat zijne belofte van +liefde en trouw hem diepe, heilige ernst zal zijn." + +"Ja, Leo! dat geloof ik van u. Gij zult noch een tiran, noch een +slaaf wezen, en ik, dit moet ik u bekennen, ik zou nooit de slavin +kunnen zijn van een man." + +"Slaafschheid van zin is, bij mannen en vrouwen beiden, grootheid van +ziel, ontwikkeling en volmaking van 't karakter in den weg. Ieder onzer +moet zichzelf blijven en in elkaar zich zelf eeren en liefhebben. Het +moet tusschen ons zijn als Tennyson zegt: + + + Sit side by side, full summed in all their powers + . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . + Self reverend each and reverencing each + Distinct in individualities; + But like each other even as those who love." + + +"Dat is 't juist, dat is 't!" juichte zij, in verrukking mijne hand +vattend en die aan hare lippen brengende. "Maar nu, _dearest!_ Laat +ons gaan, want anders slaan ze alarm in het kasteel!" + +Die gissing bleek waarheid. Rolf en Frits stonden met angstige +gezichten naar ons uit te kijken toen wij aankwamen; maar de generaal +was niet uit zijn humeur, zooals wij vermoed hadden; integendeel hij +was druk bezig met zijne papieren toen wij binnentraden; arm in arm, +zooals Francis het gewild had, om hem terstond op de hoogte te brengen +van onze verhouding. Maar hij lette daar niet op; hij gunde ons den +tijd niet om hem iets te zeggen. + +"Francis!" riep hij, een brief in de hoogte houdende, met stralende +oogen en een gelaat of hij verjongd ware. "Waarom zijt gij toch zoo +lang uitgebleven, nu ik u zulk goed nieuws heb mee te deelen." + +"En ik u, grootpapa! Maar wat is er? Gij ziet er zoo triomfantelijk +uit, en dat midden in die deftige akten! De erfenis van tante Roselaer +is toch niet gekomen?" + +"Dat scheelt niet veel, mijn beste kind; althans het komt op hetzelfde +uit. De erfgenaam van tante Roselaer vraagt u ten huwelijk. Het blijkt +dat hij er door haar testament toe verplicht is, maar ik twijfel +er niet aan, of het is eene verplichting waaraan hij van ganscher +harte voldoet." + +De generaal zag mij aan; ik glimlachte en knikte hem toe, maar ik vond +toch dat Overberg en van Beek zich wel wat veel gehaast hadden om +die zaak zoo officieel te behandelen. Ik ware liever zelf de eerste +geweest om haar met deze mededeeling te verrassen. Zij liet mijn arm +los, en den generaal naderend, sprak zij luid en vast: + +"Het spijt mij, grootvader! dat ik u teleurstellen moet, omdat het +u zoozeer schijnt te verblijden; maar die mijnheer komt te laat, +want ik wilde u juist vertellen dat ik mijn woord gegeven heb aan +mijn neef Leopold van Zonshoven." + +"Nu, kindlief! zooveel te beter, want de erfgenaam van tante Roselaer, +de heer van den Runenberg, zooals hij in deze akte wordt genoemd, +en uw neef Leopold van Zonshoven zijn een!" + +"Dat is niet waar! Zeg dat het niet waar is, Leo!" riep zij in heftige +ontroering, mijn arm vattende. + +"Dan zou ik eene onwaarheid zeggen, Francis!" sprak ik lachende, +"want het is niet anders, die gelukkige ben ik. Het verschil voor u is +alleen, dat gij uw woord gegeven hebt aan een armen drommel, en dat hij +als de betooverde prins in het sprookje optreedt als millionair! Mij +dunkt, dat verschil kan geene onaangename verrassing zijn voor u." + +"Geene onaangename verrassing voor mij!" riep zij uit met bliksemend +oog en hooggekleurde wangen. "Als ik verneem, dat gij mij zóó +lang een masker hebt voorgehouden, dat ik voor uw gelaat nam! Gij +hebt mij achting weten in te boezemen door die fiere waardigheid, +waarmede gij uwe armoede wist te dragen, door dien nobelen zin, +die werkzaamheid en de zware worsteling met het leven koos boven +laagheid! En zoozeer kunt gij u in mij vergissen, dat gij meent mij +eene aangename verrassing te bereiden als gij zegt dat dit alles +maar vermomming is geweest en dat de bedelaarsmantel slechts den +betooverden prins heeft verborgen tot de comedie aan de ontknooping +was. _Fair! fair indeed!_" ging zij voort met smartelijke bitterheid, +terwijl er tranen opwelden in de fonkelende oogen. "En dat is nu een +edelman, een man onder duizenden, dien ik meende gevonden te hebben, +dien ik mijn meerdere achtte, dien ik mijn onbegrensd vertrouwen +heb geschonken.... en die doet mij dit aan! En gij meent dat ik het +luchtig zal opnemen. Gij hebt u vreeselijk misrekend, jonker Leopold +van Zonshoven! Ik heb mijn hart gegeven aan den jonker zonder fortuin, +in wiens eerlijkheid en oprechtheid ik geloofde als in mij zelve, +beter dan in mij zelve, want ik rekende op zijne vastheid en kalmte +om mijne woeste en ongeregelde schreden te besturen. Maar voor den +schatrijken erfgenaam van tante Roselaer, een intrigant, die eene +erfenis accapareert en daartoe de vrouw trouwt die men hem aanwijst, +voor dezen heb ik niets dan..... mijne verachting." + +Ik had er wel niet op kunnen bedacht zijn, dat zij het zóó zoude +opvatten, dat zij in mijne handelwijze zou zien, wat ik met de hand +op het hart kon verklaren, dat ik er niet in had gelegd. Maar nu zij +het zóó opnam, kwam het mij het beste voor, haar alles wat er in haar +omging te laten uitspreken. Ik wist immers dat ik mij zegevierend +kon rechtvaardigen als ik haar slechts den brief van tante Roselaer +voorlegde; ik wist dat het mij niet al te zwaar zou vallen mijn _not +guilty_ te pleiten; alleen, dit was het oogenblik daartoe niet. Maar +er was wat te hoog kon loopen en wat mij die zelfbeheersching kon +doen verliezen, die ik juist zoo noodig had. De gloed der bitterheid, +der verontwaardiging steeg ook mij naar het voorhoofd, toen ik dat +laatste woord hoorde. + +"Uwe verachting, Francis! Bezin u, eer gij zulke uitdrukkingen +bezigt tegen mij! Ik weet het, gij zijt heftig in uwe opvattingen en +hartstochtelijk in uwe uitingen; ik weet ook, dat zij u diep berouwen +als gij er later van terugkomt; maar toch, wees voorzichtig en bedenk +u wel, eer gij den man dien gij uwe liefde hebt geschonken benamingen +toevoegt, die nog wel nimmer op hem zijn toegepast en die hij niet +voornemens is van wie ook straffeloos aan te hooren." + +"Straf mij, als ik u bidden mag, met een aanzoek in te trekken dat +ik toch moet afwijzen," sprak zij hoonend. "Als er kwestie is van +beleediging, dan ben _ik_ de beleedigde; want gij hebt mij bedrogen; +gij hebt gehuicheld; gij zijt hier binnengeslopen als een spion; +gij hebt uw goochelspel zoolang voortgezet tot gij zeker waart +van uwe prooi, in den onzinnigen waan dat ik niet zou kunnen, niet +zou durven terugtreden, als gij mij eens tot de bekentenis mijner +zwakheid hadt gebracht. Gij zijt slim geweest, jonker van Zonshoven +en behendig op uwe wijze, en toch verbaast mij uwe verblinding, dat +gij zoo weinig inzicht hebt gehad van mijn karakter. Eene misleiding +vergeef ik nooit." + +"Ik heb u niet willen misleiden, Francis!" sprak ik op zachten, +bedaarden toon. "Ik heb alleen de waarheid verzwegen, omdat ik uw +persoon, uw karakter wilde leeren kennen eer ik mij uitsprak. Ik +heb uwe liefde willen verwerven eer ik het officieel, het beslissend +aanzoek waagde, ziedaar alles!" + +"Gij zijt valsch geweest, gij hebt voorgewend dat gij mij liefhadt; dat +geloof ik niet meer. Gij kwaamt hier een zaak doen, dat is alles! Gij +kwaamt de hand zoeken die u een millioen moest aanbrengen. Het is waar, +ik heb u mijne achting, ik heb u mijne liefde geschonken; maar niet aan +u, zooals gij daar nu voor mij staat. Dit alles berust op een valschen +grond, en nu die tooneeldecoratie wegvalt, stort ook al het overige +mee in, en, ik herhaal het, gij zijt voor mij te dieper gevallen, +naarmate ik u hooger heb gesteld. Wees zeker, dat ik niet over mijne +hand laat beschikken, door anderen, dooden of levenden, en, versta +mij wel.... gij zijt afgewezen! Afgewezen! afgewezen!" herhaalde zij, +telkens luider en scherper; en toen zij het laatste "afgewezen!" bijna +gillend had uitgeroepen, viel zij bleek als eene doode in een +armstoel neer. + +Ik zelf stond gedurende dit tooneel tegen een stoel te leunen, een +steun dien ik hoog noodig had om niet te wankelen. Levenslang zal het +mij heugen, wat ik doorstond in die vreeselijke ure, en toch is het mij +onbeschrijfelijk; ik kan alleen zeggen, dat ik eene gewaarwording had +of mijn hart verkilde, en of het daar binnen in mij doodsch en ledig +werd op eenmaal. Ik ook had mijne smart wel willen uitgillen zooals +Francis, maar ik moest mij zelven beheerschen, ik moest het. Mij +dunkt, zooals het mij ging, moet het den soldaat gaan in den slag, +onder den kogelregen, bij 't gebulder der kanonnen. Hij weet dat +hij staande moet blijven en strijden, of verachtelijk vluchten; +en zij mocht mij verachtelijk noemen, _verachtelijk_ zijn in hare +oogen wilde ik niet. De goede Rolf had zich teruggetrokken op den +achtergrond van 't vertrek en had tranen in de oogen. De goedhartige +ziel, die van haar alles kon verdragen en het lakoniek langs zich +neer liet glijden, sidderde van angst dat ik het zou opnemen zooals +het klonk. De generaal, wien het angstzweet op het voorhoofd parelde, +zat handenwringend van schrik en spijt in den armstoel waaruit hij +niet kon oprijzen. + +"Francis, Francis!" viel hij nu in. "Laat u toch niet zoo ver vervoeren +in uwe dwaze gekrenktheid. Sla uw eigen geluk, óns aller welvaart +niet zoo roekeloos onzinnig den bodem in, nu gij het in uwe macht +hebt. Bedenk, dat de Werve verhypothekeerd is tot den laatsten steen, +dat de renten in de laatste zes maanden onbetaald zijn gebleven, dank +zij de tusschenkomst van jonker Leopold die Overberg heeft gesust; +dat het kasteel bij een publieken verkoop niet een derde zou opbrengen +van de schuld waarmee het bezwaard is, en dat wij het alleen danken +aan de edelmoedigheid van onzen neef van Zonshoven, als er van zoo +iets geen sprake zal zijn. Hij wil de Werve met al hare bezwaren van +mij overnemen, en mij daarvoor een vast jaarlijksch inkomen toestaan, +dat mij een rustigen ouderdom waarborgt, maar.... gij moet zijne vrouw +worden, anders valt dat gansche plan in duigen; begrijpt dat toch en +beleedig den man niet, die het zoo goed met ons voorheeft! Ons lot is +geheel in zijne handen, en gij werpt hem verwijtingen naar het hoofd, +die bijkans onvergefelijk zijn. Toch zal hij nog kunnen vergeven, +indien gij niet volhardt bij uwe onzinnige afwijzing, ik ben er zeker +van, want hij heeft u lief, ik heb dit lang geraden. Maar wij hebben +hier niet alleen met hem te doen, wij hebben te doen met een uitersten +wil, met executeurs, met een procureur, met alle eischen en vormen +die de wet voorschrijft. Hier is een ernstig, verstandig antwoord +noodig en kan men niet volstaan met invectieven en exclamaties. Wat +zal ik aan den heer Overberg schrijven?" + +Francis had zeker maar half naar zijne toespraak geluisterd; zij +was hem alleen niet in de rede gevallen, omdat zij nog worstelde met +hare eigene aandoeningen, die zij trachtte te bekampen; nu echter, +gesommeerd tot eene beslissing, rees zij op en sprak met eene stem die +eenigszins dof en schor klonk, maar die helaas geene vastheid miste: + +"Mij dunkt, grootvader! daar is maar één antwoord. Schrijf aan +dien Overberg, dat freule Mordaunt hare hand niet laat weggeven bij +testamentaire dispositie van wie ook; dat zij zich zelve te hoog schat +om voor een millioen verkocht te worden, en dat zij het aanzoek van +jonker van Zonshoven formeel heeft afgewezen." + +Ik wil u wel bekennen, Willem! dat ik mij in dien oogenblik zóó +gekrenkt en geschokt voelde, dat ik er aan dacht haar bij het woord +te vatten; maar op eens viel het mij in, met wie ik te doen had, dat +zij nog altijd Majoor Frans was, die in zekere gevallen alleen zoude +zwichten voor _plus fort qu'elle_; daarbij, er lag in hare weigering +zelf eene grootheid van karakter, eene waardeering van het mijne, +al miskende zij mijne handelwijze in dit oogenblik, die mij wel +moed gaf op de toekomst, wel moed om tot het uiterste te volharden +zooals de overledene van mij had verlangd, zooals bovenal het hart +mij ingaf, dat nog voor haar sprak. Ik begreep, dat ik al wat er +beleedigends was in hare uitingen langs mij moest laten neerglijden, +tot zij in staat zou zijn mijne handelwijze uit een ander oogpunt te +beschouwen. Ik twijfelde er niet aan of ik zou haar eenmaal daartoe +brengen. Ik wist mij niet vrij van alle schuld; ik had meer openheid +moeten gebruiken, waar zij zelve zooveel rondborstigheid had getoond; +maar, ik wist mij toch vrij van de schuld die zij mij toedichtte, +ik wist niets gepleegd te hebben wat haar tot minachting recht gaf. + +"Francis!" sprak ik met al de kalmte en de vastheid die ik bemachtigen +kon over mijne innerlijke geschoktheid, "gij doet mij onrecht, +grootelijks onrecht; maar gij zijt nu niet in een gemoedstoestand +om dat in te zien; ik zal mij over zeker gebrek aan openheid met u +verantwoorden, als ik u in staat acht zulke verantwoording met kalmte +aan te hooren; ik zal mij echter nooit verlagen zulke betichtingen als +gij daar even uitspraakt op te vatten of te weerleggen. In een gewoon +geval zou zulke afwijzing als de uwe voldoende zijn om een man af te +schrikken voor altoos, en zoo wij zeker gesprek niet hadden gevoerd +op de heide bij onze eerste ontmoeting, zou eene enkele weigering +afdoende zijn geweest voor immer; maar ik moet u herinneren aan mijne +verklaring, dat ik voor geene hindernissen zou terugwijken, als ik +mij voorgesteld had _zeker_ doel te bereiken; het geschil liep toen +reeds over het verkrijgen van uwe hand.... ik liet u mijn ernst als +scherts opvatten, want ik kon in dienzelfden oogenblik eene dame die +geene dame wilde zijn, eene jonkvrouw die zich zonder spijt Majoor +Frans liet noemen, niet zonder nadere kennis mijne hand bieden. Ik +ook, freule Mordaunt, heb achting genoeg voor mij zelven, om niet zoo +roekeloos eene verbintenis voor het leven aan te gaan. Ik wilde zien, +zien uit eigene oogen, en niet in den blinde rondtasten. + +"Als gij het bespieden noemt, naar uw zin, naar uw aard, naar uw +verleden te vorschen, ja dan heb ik u bespied; maar het is niet geweest +dan met het oog op uw geluk en op het mijne. En nu, ik heb de zekerheid +gekregen, dat gij mij liefhebt, zooals ik u, dat wij elkander waardig +zijn, dat onze verbintenis voor ons beiden eene levenskwestie is; +gij hebt mij geen uur geleden vrijwillig en met blijdschap uw woord +gegeven; zoo acht ik uwe afwijzing voor een uitval waaraan ik mij +niet zal storen, want ik zal niet dulden, dat gij door eene verkeerde +opvatting in een oogenblik van drift baldadig dàtgene verbreekt, +dat gij zelf uw levensgeluk hebt genoemd, en waaraan ook het mijne +hangt. Ik heb de zekerheid uwer liefde, ik heb uw _woord_! Ik houd u +bij dat woord, ik zal u dwingen gelukkig te zijn. Generaal! schrijf +aan Overberg, aan van Beek, dat Freule Mordaunt mij hare hand heeft +toegezegd, en dat de overdracht van de Werve kan doorgaan." + +"Daarvoor is _mijne_ toestemming noodig," sprak Francis, die bleek +maar roerloos met strakken blik en onbewogen trekken naar mij had +zitten luisteren. Maar dat is niet juist; zij had zich afgewend, +als ging datgene wat ik sprak haar niet meer aan. Nu eerst toonde +zij weer deelneming in 't geen er voorviel, maar om ons tegen te staan. + +Ik was vast besloten den strijd niet op te geven. + +"Volstrekt niet, Freule," beet ik haar toe. "Uw grootvader is de +eenige rechthebbende op het kasteel, en zijn testament, dat u zijne +rechten overdraagt, is niet van kracht bij zijn leven!" + +"En dan nòg," verzuchtte von Zwenken. "Och! of zij den toestand inzag +als ik...." + +"Welaan, Oom! laat u niet door haar weerstand afschrikken; schrijf +aan die heeren zooals ik u opgaf, en stoor u niet aan al het overige; +gij weet te goed wat er volgen gaat, zoo gij het tegendeel deedt." + +"Hij geeft u leugens in de pen, hij hecht aan zijn millioen, dat is +duidelijk!" riep Francis tergend. + +"Zoo doe ik, Freule!" hernam ik, haar fier en vast in de oogen ziende, +"en allermeest om u. Gij zijt mijne verloofde en wij hebben geen +tweeërlei belang." + +"Francis! Francis!" vermaande de generaal, wien het hachelijke van den +toestand tot een ongekende hoogte van moed opvoerde, "gij raast tegen +een man die de edelmoedigheid zelf is, die ons allen in het verderf kan +storten en die niets wil dan ons redden, als gij de reddende hand maar +wilt aangrijpen.... Vergeet het niet, hij kan de Werve laten verkoopen, +als wij die niet bij vrijwillige overeenkomst in zijne handen stellen." + +"'t Is mogelijk! 't is mogelijk, dat hij in 't geheim de macht heeft +weten te verkrijgen om ons als bedelaars van de Werve te verjagen, +maar hij kan mij toch niet dwingen zijne vrouw te worden," voegde +zij hem toe. + +Och, zij was toch verschoonlijk; allerlei smart en teleurstelling trof +haar tegelijk; twijfel aan mij en de zekerheid dat haar grootvader +haar bedrogen en geruïneerd had! Moest een karakter als het hare niet +tot woestheid toe geprikkeld worden? Maar zoo mild en verschoonend +toonde ik mij niet aan haar in dien oogenblik. + +"Dat zullen we zien!" antwoordde ik vast, en zeker wat forscher dan ik +zelf had gewild, want zij liep op mij toe met een drift, die waarlijk +erger dan snerpende woorden te duchten gaf. + +"Dwang, dwang! Mij dwang aandoen?" riep ze heftig en forsch; maar toch +trad zij terug voor den blik dien ik op haar richtte, die blik waarvan +men mij gezegd had, dat hij mij op den tempelheer gelijken deed. + +"Gij, Leo!" mijn naam ontsnapte haar als een diepe weeklacht; zij +deinsde af tot in den uitersten hoek van het vertrek en bleef staan +zoo stijf gedrukt tegen het goudleeren behangsel, of zij zich daarmee +vereenzelvigen wilde. + +Ik wist dat ik haar verslagen had, maar zij was daarom niet verzoend. + +"Dwang, Francis! als het moet," hervatte ik; "maar ik ben er zeker +van, er zal geen andere dwang noodig zijn dan die van uwe eigene +consciëntie, die u zeggen zal, dat gij mij voldoening schuldig +zijt. Vaarwel! ik ga heen om u rust te laten tot kalm beraad, maar +toch, bedenk u niet te lang, want.... ik ben maar een mensch en mijne +lankmoedigheid is, vrees ik, niet grenzenloos. Gij hebt mij in mijn +eergevoel gekwetst; gij hebt mijn hart gewond; laat die wonden niet +te lang bloeden; want ze zouden ongeneeslijk kunnen zijn." + +Ik wierp nogmaals een blik op haar, nu met zacht verwijt, maar zij zag +mij strak en wezenloos aan, of zij niets meer begreep. Ik schudde den +generaal de hand, die zwijgend het hoofd boog met tranen in de oogen, +en ging langs Francis voorbij, zonder meer naar haar om te zien. + +Rolf liep mij na en smeekte mij, niets van alles wat Francis mij +aangedaan had ernstig op te vatten, en bovenal het kasteel niet +te verlaten. + +"Zoo is zij, als er eens iets bij haar inslaat," sprak de goede +stakkerd; "maar over een uur zal zij berouw hebben, ik ben er zeker +van; de bui was te hevig om lang aan te houden." + +Doch mijn besluit was genomen. Ik beval aan Frits, die mij met +stomme verbazing aanstaarde, het wagentje van de Pauwelsen te +laten voorkomen, en ging naar mijne kamer om mijn koffer te pakken, +langzaam en werktuigelijk, dat beken ik, en altijd luisterend of +ik ook een welbekenden stap de trap hoorde opkomen, of niet een +driftige tik op de deur mij Francis zou aanmelden, berouwvol en +gereed ter verzoening. Maar die hoop werd deerlijk teleurgesteld; +zij kwam niet; zij was nog niet ontnuchterd uit den roes, want bij +haar was in waarheid de toorn eene kortstondige dronkenschap. + +Zoo de hoop mij niet eenigszins opgericht had gehouden zou ik +verpletterd zijn geweest. Het was ook schrikkelijk, in de haven te +zijn en nòg schipbreuk te lijden! Zóó wakker geschud te worden uit +den zaligsten droom der liefde; neen! geen droom, de werkelijkheid +werd verdrongen, in het uiterste contrast met de liefelijke beloften +der eerste. Wie mij dat een uur te voren geprofeteerd had, zou ik +helder hebben uitgelachen! En toch, dat was dezelfde vrouw, dezelfde +die als aan mijne voeten had geknield, en mijne hand had gekust in +de verrukking der liefde, zij die nu als eene furie tegen mij woedde +en mij zoo onbarmhartig verstiet. + +En dat was geene coquette, die met valsche teederheid mijn hart +had verwonnen, om het met koele wreedheid te vertreden in hetzelfde +uur. Neen! zij was waar in de overgave der liefde als in de wilde +smart van haar toorn; zij leed zelve; zij leed mogelijk meer nog dan +ik; zij was ondanks alles achtenswaardig in hare verontwaardiging, al +berustte die ook op eene misvatting. Bij later, kalmer zelfonderzoek +moest ik bekennen, dat ik rechter, opener weg had kunnen gaan, bij +een karakter als het hare, dan dien ik had ingeslagen; maar toen +ik den eersten stap deed moest ik ook bij haar nog in den blinde +tasten en voorzichtig zijn, en later volgde uit de eerste schrede +iedere andere. Ik heb dit alles geboet met bittere zielesmart, met +een lijden, dat ik nu niet meer herdenken of beschrijven wil. + +Ik wist wel hoe ik op staanden voet hare achting had kunnen +herwinnen: met afstand te doen van de erfenis; en ik beken u, dat ik +er eene wijle aan dacht; maar beter beraad zeide mij dat het een don +Quichotisme zou zijn, waardoor niemand ware gebaat en dat ons allen +aan armoede en ellende prijs gaf. Zeker is het, dat alle schatten van +tante Roselaer mij niet zooveel geluk kunnen aanbrengen als Francis +alleen, zoo zij zich eindelijk gewonnen geeft; maar even zeker is +het, dat zij die fortuin niet ontberen kan, als zij voldoen moet aan +alle verplichtingen, die zij nu eenmaal onafwijsbaar acht. Zij heeft +gezond verstand genoeg om dit zelve in te zien als zij kalmer zal zijn; +daarom is het noodig dat zij den geheelen toestand en mijne handelwijze +daarin helder kan overzien. Daartoe zond ik haar, zoodra ik te Z-- +was aangekomen en mij eenigszins had hervat, den brief van tante +Sophie, dien ik kieschheidshalve had willen terughouden. Ik voegde +er slechts enkele woorden bij, overtuigd dat de waarheid voor zich +zelve zou spreken. Zij kon er ten minste uit leeren dat ik zoomin +om de erfenis had geïntrigeerd als zij, en dat zoo de testatrice de +middelaarster was geweest van onze kennismaking, het verkrijgen van +hare hand voor mij niet was het middel om in 't bezit der erfenis te +geraken, en dat mijn volharden tot het uiterste geschiedde om harentwil +en om dien van haar grootvader, geenszins uit lage belangzucht waarvan +zij mij zou moeten vrijpleiten. + +Daar het omslachtig schrijven van Tante R-- een pakket vormde dat +te zwaar was voor de post, vertrouwde ik het aan den kellner om het +met den vrachtrijder mee te geven, die elken dag geregeld op de Werve +verscheen. Gerust op de bezorging, gaf ik mij over aan de hoop op een +goede uitkomst en verkeerde dien dag in eene vreeselijke spanning, +die met ieder uur klom en, toen er tegen den avond noch brief noch +bode verscheen, mij alle verwisseling van hoop en vrees tot volslagen +wanhoop deed doorgaan. Ik bracht den bangsten nacht van mijn leven +door, en toen de morgen daagde, en een deel van den middag verliep +zonder dat er eenig bericht van de Werve kwam, overviel mij eene +gewaarwording van leegte en onverschilligheid; de uiterste graad van +mismoedigheid; in dien toestand had ik maar één verlangen: te Z-- +alles af te doen wat nog door mij verricht moest worden, en naar den +Haag terug te keeren. + +Overberg wilde met alle geweld dat ik nog blijven zou. Ik weet niet of +hij iets begreep van mijn toestand, maar ik verzweeg hem mijn _échec_ +en wendde voor, dat ik om eene dringende zaak naar huis moest. Om +hem te voldoen teekende ik alle stukken, die hij mij voorlegde, gaf +hem de volmacht die hij begeerde en nam afscheid met de verzekering, +dat ik terug zou keeren zoo ras de aangelegenheden in den Haag het +mij vergunden. + +Inderdaad riep er mij niets dan mijn eigen verlangen en die +onweerstaanbare begeerte om thuis te zijn, als men zich onwel +gevoelt. Zoodra ik maar weer terug was in mijne eigene rustige kamer, +zou ik beter worden, en alles zou goed gaan, stelde ik mij voor; +desnoods zou ik weer werken om mij te retrempeeren! nam rijtuig tot +aan het eerste station, en kwam in den laten avond waar ik zijn wilde, +waar ik genezing hoopte te vinden. + + + + + + + + Z-- Juni 186.... + + +"Als gij mij schrijft, Willem, na de ontvangst van mijn laatsten, +adresseer dan uw brief te 's Hage aan het gewoon adres, want ik ga +reizen; ik weet vooreerst nog niet waarheen ik zwerven ga, en ik heb +mijn appartement aangehouden als een _pied à terre_ in de residentie. + +In plaats van in mijn _sweet home_ de kalmte te herwinnen die ik zocht, +werd ik ernstig ziek, reeds den eersten nacht van mijn thuiskomst. Het +was eene zenuw-zinkingskoorts, die mij zeker reeds door de leden +woelde, toen ik zoo onstuimig, zoo ondanks alles naar de rust van +mijne eigene kamer verlangde; maar die zich eerst in volle kracht +openbaarde, toen ik daar eenzaam nederlag. + +Wat er verder met mij gebeurd is, weet ik niet; ik weet alleen, omdat +mijne hospita, die mij trouw heeft opgepast, het mij heeft verteld, +dat er nog weer veertien dagen verliepen, eer ik het tijdperk van +convalescentie intrad. Ik hoorde van haar dat tal van vrienden naar +mij waren komen vragen en kaartjes hadden afgegeven. Ik vond er zelf +een van mijn oom den minister, die in persoon naar mij was komen +informeeren, en die de juffrouw op het hart gedrukt had mij toch trouw +te verzorgen en moeite noch kosten te sparen; hij stond voor alles +in, de edelmoedige!--het gerucht dat ik millionair was geworden had +zich heinde en ver verspreid. Toen ik weer lust had de brieven in +te zien die er voor mij gekomen waren, vond ik allerlei berichten +en bescheiden van Overberg en van Beek, die mij reeds wee maakten +bij den eersten oogopslag en die ik met walging ter zijde schoof; +maar ik schrikte toen ik een strikt beleefd, maar zeer officieel +briefje vond van Willibald, die mij het overlijden meldde van mijn +oud-oom von Zwenken, en uitnoodigde om den overledene de laatste eer +te komen bewijzen. Uit de dagteekening berekende ik, dat het nu al +ruim drie weken geleden was. Hoe was het intusschen Francis gegaan? + +Zeker was zij nog altijd tegen mij ontstemd; zij scheen niets van +mijne ziekte te weten, dat zij mij dit verzoek liet doen; en ik.... ik +had haar geen woord van troost en bemoediging kunnen toespreken. Wat +moest zij van mij denken? Wie weet hoe die mannen van de wet haar +intusschen gekweld hadden en.... ik had niets kunnen verhinderen! Ik +wachtte het bezoek van mijn dokter, ik wilde hem vrijheid vragen naar +Z. terug te keeren. Daar hoorde ik gehaspel op de trap, de juffrouw +die iemand wilde tegenhouden, die blijkbaar doorging, haars ondanks en +de kamer binnenstormde zonder complimenten. Ik schrikte, ik vloog op, +den komende te gemoet. + +Rolf stond voor mij, zelf ontdaan en blijkbaar wat verlegen dat hij +mij zoo overviel. Ik dacht aan niet anders dan aan de zekerheid dat +hij tijding kwam brengen van Francis. Wij drukten elkander de hand, +beiden met tranen in de oogen. + +"Moeten wij elkander zoo weerzien, mijn goede kapitein?" begon ik, +hem een stoel wijzende. + +"Mijn generaal overleden," snikte hij, "in mijne armen; Francis was +er niet eens bij." + +"En uw Majoor?" vroeg ik, om hem weer op dreef te brengen. + +"Och spreek er niet van...." + +"Spreek Rolf, zij is toch wel?" + +"O, ja! wat de gezondheid aangaat dat schikt nog al, zij is sterk, +zij kan wat verdragen; overigens...." + +"Wat dan! hoe gaat het tegenwoordig op de Werve, dat gij hier zijt?" + +"Zoo slecht als het maar gaan kan. Ik ben hier omdat zij mij weggejaagd +heeft!" + +"Weggejaagd, Rolf! Ik dacht niet dat zij tot zoo iets in staat was." + +"Zij heeft mij ook niet verjaagd uit boosheid, maar omdat zij zelve +toch ook niet blijven kon." + +"Niet blijven kon? Is zij dan niet meer op het Kasteel?" + +"Neen, zij is zoolang bij de Pauwelsen...." + +"Hoe lang? waar wil zij heen?" + +"Dat weet ik niet, dat weet ze denkelijk zelve niet; mij althans +heeft ze 't niet willen zeggen." + +"Ze gaat zeker haar intrek nemen bij Willibald!" + +"Neen, dat geloof ik niet; want dien heeft ze laten wegtrekken zonder +hem iets te zeggen; daarbij, die is majoor geworden, en zijn garnizoen +is in Noord-Brabant. Neen; die is er buiten." + +"Maar ik bid u, vertel mij geregeld wat er gebeurd is." + +"Och! de generaal heeft niet den moed gehad het tegen haar vol te +houden en zoo decisief aan de heeren Overberg en van Beek te schrijven +als gij dat hadt aangeraden. Daar alles dus zoo wat in 't ongewisse +bleef, en er ook geen antwoord kwam op hunne brieven aan u, ik begrijp +nu wel waarom, schenen die praktizijns niet langer geduld te willen +nemen, en heeft Overberg, zeker daartoe door den Utrechtschen collega +opgezet, zich rechtstreeks tot de freule gewend om te weten of zij +zich al dan niet met u verloofd achtte? Gij begrijpt jonker, wat haar +antwoord is geweest; ik heb het zelf voor haar overgeschreven, want +zij had het zoo wild en ruw gekrabbeld, dat het onleesbaar was. Het +was zeer droog en kortaf, maar er kwam geen woord in voor om u te +blameeren, dat kan ik u verzekeren." + +"Ben ik dan nu gerechtvaardigd in hare oogen?" + +"Dat zou ik niet kunnen zeggen; ik weet alleen dat zij zich zelve +bittere verwijten doet, en dat het uitgekomen is zooals ik zeide, +reeds denzelfden dag." + +"Reeds denzelfden dag nadat zij mijn pakket heeft ontvangen?" + +"Zij heeft niets van u ontvangen, dat weet ik zeker." + +"Dat is vreemd!" + +"Neen! dat is niet vreemd, want alles is bij ons zóó in de war geraakt +op dien noodlottigen Vrijdag! maar.... ik zie daar sherry staan, +mag ik zoo vrij zijn?" + +"Welzeker, kapitein! schenk u zelven maar in, en ga dan voort als ik +u verzoeken mag." + +"Nu dan, toen gij weg waart is zij flauw gevallen, en dat is haar +leven lang nog nooit gebeurd! Ik schaamde mij haast over mijn cordaten +majoor; maar zij had u zoo lief; ze heeft het mij later onder tranen +bekend; en toen wij haar hadden bijgebracht en meenden dat zij wat +uitrustte in hare kamer, is ze stillekens ontsnapt, naar de Pauwelsen +geloopen, heeft haar Tancred laten voorkomen en is uitgereden! Uren +ver, naar wij dachten; maar dat kwam toch anders uit." + +"Zulke wijze van zich te hervatten lijkt op haar." + +"Niet waar? zoo is ze; maar wij werden vreeselijk ongerust toen ze +niet aan tafel verscheen; nu, wij hadden zelven ook geen eetlust, +de generaal en ik; maar toen het begon te schemeren, en toen de +jonge Pauwels kwam waarschuwen dat Tancred alleen thuis gekomen was, +schuimbekkend en zonder zadel...." + +"Een ongeluk!" viel ik in; "zeg eerst hoe zij er afgekomen is." + +"Nogal zoo erg niet, Jonker! een verstuikte voet en schrikkelijk in +de war toen wij haar vonden bij den grooten eik dicht bij 't kasteel, +waar zij naar toe gekropen was om op het mos uit te rusten." + +"O! ik ken dien boom!" riep ik smartelijk; "ik voel zoo hoe het dáár +geweest moet zijn." + +"Heel slecht, zooals ik zeide; zij riep ons toe dat wij haar dáár +moesten laten sterven, en dat wij het u moesten zeggen." + +"Zij heeft mij nóg lief!" juichte ik. + +"Wat dat betreft, jonker, dat's maar al te waar, en dat is erg genoeg +na alles wat er verder gebeurd is. Het bleek dat zij in een wilden +galop voortgejaagd had tot dicht bij de stad; dat ze toen van richting +was veranderd en door het bosch heen naar huis had willen rijden, +maar dat ze Tancred wat te forsch heeft aangezet, of wel de teugels +in hare mijmering heeft laten vallen, zij weet het zelve niet meer; +genoeg, dat het brave beest, aan haar vaste en ferme hand gewoon, +zijne meesteres niet meer herkend heeft in hare beurtelings woeste +en achtelooze luim; 't is hem gaan vervelen, en hij heeft het naar +zijn eigen zin op een loopen gezet; zij, uit den zadel gevallen, +schijnt een tijdlang bewusteloos gelegen te hebben, gelukkig niet al +te ver van huis. Pauwels en ik beurden haar op en brachten haar in +'t salon op de canapé. De chirurgijn verklaarde het geval voor niet +heel beduidend maar het hield haar toch verscheiden dagen aaneen op +diezelfde plek geboeid." + +"En waarom mij dat niet terstond bericht?" + +"Hm! zóó als gij vertrokken waart.... eigenlijk ik wilde wel, en +zij ook, ja; ik mag het niet zeggen, maar zij heeft u een briefje +geschreven." + +"Dat mij niet bezorgd is?" + +"Neen, want de jonge Pauwels was belast het in uwe eigene handen +te geven, en toen hij te Z-- aankwam, werd hem gezegd dat gij reeds +vertrokken waart, en dat alle brieven en berichten voor u bij Overbeek +moesten bezorgd worden, maar daartoe had Pauwels geen order; hij kwam +met het briefje terug." + +"Te laat!" sprak Francis met een bitteren lach. "Ik dacht wel dat +het zoo zijn moest; ik heb niet beter verdiend; nu is het uit!" en +zij verscheurde het biljet. + +"O, had ik dat alles kunnen voorzien!" riep ik, de handen voor de +oogen houdend; ik wilde nog mijne zwakheid verbergen. + +"Ik had u geraden te blijven; waarom zijt gij ook zoo spoedig +weggevlucht?" + +"Ik voelde dat ik ziek zou worden, ik was al ziek; ik ook had haar +een pakket gezonden en verbeeldde mij, dat zij terstond antwoorden +zou op dat schrijven, of nooit. Het duurde tot den derden dag; ik +kon het niet langer uithouden." + +"En gij zegt dat het haar goed gedaan zou hebben als zij dien brief +las?" + +"Zij zou er ten minste uit geleerd hebben mij met andere oogen +te zien." + +"Die verwenschte verwarde boel bij ons, toen zij eens van de been +was, is er oorzaak van dat zij 't niet gekregen heeft. Frits legt +maar stompweg alles bij de papieren van den generaal." + +"Die zou het haar zeker overhandigd hebben." + +"Neen; want hij zelf zat als verlamd in zijn armstoel, en hij gromde +als de post of de bode iets van brieven of pakketten aanbracht. Frits +durfde hem met niets meer aankomen. Daarbij was hij vergramd op de +freule en had bijkans geen deernis met haar ongeval. En toen zij +nog maar even weer op de been was, begon dat lieve leventje met +die verduivelde practizijns, die tegen den generaal begonnen te +ageeren en met executie dreigden. Toen moest hij wel kennis nemen +van deurwaardersexploiten en al dat gerei, en, helaas; de freule ook, +want haar ongelukkige grootvader was al bij den eersten schok door eene +herhaling van de vroegere attaque overvallen en lag er nu toe. Francis +moest voor alles staan en had er volstrekt geen verstand van en ook +geen geduld. Dit alles heeft mijn armen vriend den dood gedaan, en ik, +ongelukkige brekebeen, ik kon niets verhinderen!" + +De kapitein vergat te zeggen, wat ik later vernam, dat hij, door +zijn vriend een glas ouden cognac toe te dienen om hem moed te geven, +het zijne bijgedragen had tot den snellen afloop. + +"Het weinigje dat ik bezit in den zinkput te werpen van al die +schulden, zou eene stommiteit zijn geweest, en die beging ik ook +niet. In 't kort, toen wij, Willibald en ik, met nog een paar +oude krijgsmakkers den generaal de laatste eer hadden bewezen (wij +hadden op u al niet meer gerekend, schoon gij voor den vorm waart +uitgenoodigd), toen moest er nog weer een andere bureaurot worden +ingehaald: de notaris uit Arnhem, die het testament van den generaal +onder zijne berusting had en die in 't eerst aan Francis raadde, +geene concessies te doen aan den erfgenaam van freule Roselaer, die +als eerste en voornaamste crediteur opkwam; maar na ampele discussies +tusschen hem en Overberg kwam hij weer met een ander advies voor den +dag en raadde haar, de minnelijke schikking aan te gaan, die opnieuw +werd voorgesteld; maar gij begrijpt wel hoe weinig zij daarin konde +treden, te eer daar alles wat men tegen haar grootvader had gedaan +geschiedde als uit uw naam, door uw last." + +"Ik ongelukkige, die bewusteloos op mijn ziekbed neerlag." + +"Dat wisten die farizeën ook wel, maar zij hadden zooals bleek, +uwe volmacht, en Francis kon niet anders denken dan dat men haar +vervolgde met uwe voorkennis, naar uwe bedoeling. Dat juist was haar +onverdragelijk. "Dit is nu die dwang waarmee hij mij gedreigd heeft;" +sprak zij met bitterheid; "en hij meent, dat hij mij daardoor zal +overwinnen! Nooit! Hij kan mij alleen dwingen van mijn ouderlijk +erfdeel afstand te doen en hem het veld ruim te laten." + +Haar notaris sprak wel van den boedel te aanvaarden onder benefice +van inventaris, maar zij had daar geen ooren naar; zij wilde goed en +kort van alles af zijn en de praktizijns onder elkander laten haspelen +en stukken opmaken zooveel zij wilden. Eén oogenblik heb ik haar zwak +gezien. Dat kantoorvolk was gekomen om alles op te schrijven wat er in +huis te vinden was. Ik schaamde mij innerlijk om het armelijk boeltje, +maar de freule bleef kalm, waardig en laatdunkend, zooals zij zijn +kan als zij hare koppige buien heeft, en alles ging goed totdat wij +aan de groote logeerkamer naderden. Toen zag ik haar bleek worden +(de kapitein werd zelf bleek en schonk zich weer een glas sherry in +om zich op te frisschen) en zij wierp mij de sleutels toe, terwijl +zij mij toefluisterde: "Ik kan daar niet meer binnen gaan!" en ze +liep ijlings heen. + +"Zooveel teerheid van gevoel!" verzuchtte ik, "en toch...." + +"Zoo uitvallen als zij eene opvatting heeft, niet waar?" viel hij +in. "En dat tegen u, die anders zoo goed met haar terecht kon! Jammer, +eeuwig jammer dat het misverstand niet terstond weer is bijgelegd." + +"Het zal nog bijgelegd worden, ik verzeker het u." + +"Ik vrees dat het nu te laat zal zijn." + +"Zeg dat niet! Dat kan ik niet hooren, dat wil ik niet gelooven." + +"Ik wil 't ook liever niet gelooven, maar ik vrees toch dat wij het +zullen zien; zij is zoo koppig als zij hare onverzettelijke buien +heeft, en zoo slim daarbij. Wilt gij weten hoe zij 't aangelegd heeft +om mij met een zacht lijntje te verwijderen?" + +"Heel graag!" + +"Rolfie!" zei ze, want ze weet je zoo te vangen als ze wat met +je voorheeft; "Rolfie! biecht nu eens eerlijk op: heb je niet het +grootste deel van je erfenis met mijn grootvader doorgebracht?" + +"Wis en zeker niet, ma .... freule!" mocht ik zoo zeggen. "Wat we samen +verteerd hebben was maar een sommetje, dat ik er zoo stilletjes voor +apart hield en dat mij om zoo te spreken in den schoot was geworpen; +want het kwam van een gelukkig lot in de loterij. Jammer dat het +maar een achtste was en dat wij het nog met ons beiden hadden, de +generaal en ik. De generaal beproefde of hij met zijn deel niet nog +betere zaken kon doen, wat hem helaas nooit is gelukt. Ik koos de +partij om van het mijne samen maar eens goed te leven." + +"En de erfenis was dus maar een fabeltje?" vroeg zij streng. + +"Wel neen, freule! Die bestaat in eene kleine boerderij in 't +Noordbrabantsche, waar ik de rente van trek en waar ik mij dacht te +retireeren als de freule eens.... ik durfde niet meer zeggen: kwam +te trouwen; ik zei dus: als de freule mij niet meer gebruiken kan." + +"En kunt ge daar dan goed leven kapitein?" + +"Dat zal heel wel gaan; mijn pensioen er bij.... Mocht de freule nu +maar besluiten kunnen daar met mij heen te gaan, dan zouden wij al +een heel lief leventje kunnen hebben samen. + +'t Is in die streken nogal goedkoop, en al is het geen kasteel, +daar zou nog wel een goede kamer zijn voor de freule." + +"Dank je hartelijk, brave kapitein! maar zoo is 't niet gemeend. Als +gij het er maar vinden kunt voor u zelf is het genoeg. Maak dan maar +gauw dat ge er komt." + +"Maar freule! van u scheiden! U hier alleen laten?" + +"Ik blijf hier ook niet, en bij 't geen ik te doen heb zoudt gij mij +maar in den weg zijn." + +"Maar wat wilt gij dan doen?" + +"Waar vraagt gij naar? Als ik het zeggen wilde wist gij het immers +al! kreeg ik toen, en of ik hoog of laag sprong, zij wilde mij +kwijt zijn en ik moest gaan." En de karaf met sherry werd nogmaals +aangesproken om het verdriet te verzetten dat maar al te duidelijk +op zijn vervallen gelaat te lezen stond. "En zóó ben ik heengegaan," +ging hij voort; "maar ik dacht zoo bij me zelve: ik zal den weg nemen +over den Haag, toen ik hoorde dat de jonker ziek was en mogelijk van +niets wist." + +"Een mooie omweg, beste kapitein!" + +"Het doet er niets toe, ik heb zoo'n haast niet. Zij had haast om +mij weg te zenden, en dat beduidt niets goeds." + +"Dat vrees ik ook. Weet gij wat gij doet, Rolf?" + +"Neen, jonker! Wat raadt ge mij?" + +"Dat ge hier nog een uurtje uitrust en dan ijlings naar de Werve +terugkeert." + +"Maar zij is er denkelijk niet meer, en die verfoeielijke praktizijns +zijn er nu zeker al de baas." + +"Ja, maar ik ben er meester, en ik zal u een brief meegeven, om hen +te doen berusten in 't geen ik verlang. Gij zijt commandant van de +vesting tot nader orde, en Frits moet er ook blijven." + +"Ja, die is er nog als huisbewaarder." + +"Ik volg zelf morgen of overmorgen, als ik het met mijn dokter kan +vinden. En gij maakt er intusschen werk van om dat pakket terug +te krijgen." + +"Het zal met al de papieren en brieven van den generaal bij Overberg +zijn beland." + +"Informeer u daarnaar en houdt Francis in 't oog; zie haar naar +de Werve terug te lokken, maar zeg niet dat ik kom, dat mocht haar +afschrikken. Ik ga daarbij weer te Z. logeeren." + +Ik had nog niet uitgesproken of mijne hospita meldde zich aan met een +telegram, waarvan ik het reçu had te teekenen. Het was van Overberg +en van den volgenden inhoud: + +"_Tegenwoordigheid onverwijld noodig: geene schikking te +treffen. F. M. kasteel verlaten._" + +"Daar heb je 't al," zei Rolf, terwijl hij zijn laatste glas sherry +ter zijde zette. + +"Weet gij wat, kapitein! ik zal mijn dokter vóór zijn; hij mocht +mij eens de reis niet toestaan. Help mij maar wat pakken, en we +gaan samen." + +Onder die reisaanstalten werden wij toch overvallen door mijn +Esculaap, die wel wat voorzichtigheid raadde, maar toch begreep, +dat er toestanden zijn waarin de zwakheid des lichaams vergeten moet +worden voor den aandrang des harten. Ik had hem wel iets van mijn +hartsgeheim moeten opbiechten. + + + +In het logement te Z. aangekomen, vond ik een briefje van Rudolf, die +nog altijd in de provinciën Gelderland en Overijsel rondreisde met zijn +gezelschap en nu te L., waar het kermis was, eenige representaties +gaf. Hij scheen te onderstellen dat ik niet weg geweest was en dat +alleen de _brouille_ met Francis mij van de Werve terughield in de +laatste weken. Hij schreef mij het volgende: + + +"Zoo gij Francis terughouden wilt van de grootste dwaasheid, die zij +nog heeft begaan, zorg dan morgenochtend omstreeks negen uur met mij +samen te treffen in het logement te Halfweg tusschen L. en Z. Gij +zult daar vernemen wat zich moeielijk laat schrijven. + + R." + + +Ik had dien avond nog eene _entrevue_ met Overberg, die mij op de +hoogte, ik zou eigenlijk moeten zeggen op de laagte, bracht van den +gang dien de zaken hadden genomen. Daar was geene overeenkomst met +Francis te treffen, die daarenboven de Werve verlaten had zonder +een adres op te geven. Men moest volgens van Beek tot den publieken +verkoop van dat kasteel overgaan, maar Overberg, die mijn tegenzin +in dit geweldig middel kende, had de hand daartoe niet willen leenen +vóór mijne herstelling en zonder mijne definitieve toestemming. Ik +deed hem inzien, dat er nog geene haast bij was, en na wat over +en weer sprekens deelde hij mijne zienswijze, Tante Roselaer had +wraakzuchtige intentiën gevoed tegen den generaal, maar geenszins +tegen Francis, en nu deze alleen overbleef was er geen reden om +haar te verontrusten en te verdrijven. Aan de eischen der wet moest +voldaan worden, aan het voorschrift der testatrice evenzeer; eene +beslissing moest er genomen worden; dat is alles waar, maar ik zag +niet in, waarom men haar geene maanden zou geven terwijl men haar +nauwelijks weken had gegund. Overberg stemde dit toe. Blijkbaar had +de oude freule het goed met haar gemeend. De collega dien van Beek +had gebruikt om het testament te maken, waarin hij als executeur +werd bevoordeeld, had aan Overberg kennis gegeven, dat het nog een +codicil bevatte, één dag voor haar dood er bijgevoegd, waarbij aan +freule Francis Mordaunt na het overlijden van den generaal, en voor +'t geval dat haar huwelijk met jonker van Zonshoven niet doorging, +een jaarlijksch inkomen werd verzekerd van drie duizend gulden, haar +door den erfgenaam uit te keeren levenslang, zelfs al zij trouwde, +onder de eenige voorwaarde dat zij geen huwelijk zoude aangaan zonder +het goedvinden van haar neef jonkheer Leopold van Zonshoven. Zeer zeker +had de schrandere vrouw dit correctief bedacht om Francis te weerhouden +van een onberaden huwelijk, waarvoor zij haar in staat achtte. Bij +de onwaarschijnlijkheid dat zulk een geval zich zou voordoen, vond +ik de conditie voor haar niet te hard; maar ik belastte Overberg er +mee, haar daarvan officieel kennis te geven. Zij zou dat bericht dan +vinden als zij naar de Werve terugkeerde. Zij zou er ook mijn pakket +vinden, dat werkelijk in handen van den procureur was geraakt, met +de papieren van haar grootvader, en waarvan hij het adres had erkend +als van mijne hand. Hij had het terstond na die ontdekking naar het +kasteel opgezonden, maar zij zelve was er toen reeds niet meer. + +"Het heeft zoo moeten zijn, jonker!" sprak hij, de schouders ophalend, +nadat ik hem medegedeeld had, dat ik zeer op den inhoud van dat pakket +rekende om hare stemming jegens mij te veranderen; maar ik verzweeg +hem zorgvuldig de samenkomst die ik met Rudolf moest hebben. Er was +sprake van eene dwaasheid die Francis stond te begaan, en ik was wat +bang voor de Z--sche praatjes. + +Tegen het aangewezen uur liet ik mij den volgenden dag naar het +zoogenaamde huis te Halfweg brengen, eene uitspanning waar des +zomers buitenpartijen worden gehouden en waar men des middags gaat +theedrinken, maar niet eigenlijk een logement, en waar het in dit +morgenuur bijzonder stil was. Ik noemde volgens Rudolfs opgave mijn +naam, en vroeg of de heer gekomen was dien ik spreken moest. + +"Ja, de heer en de dame zijn al boven; als mijnheer de trap maar +blieft op te gaan, en dan de deur rechts; schellen als de heeren van +iets gediend blieven!" gaf de man ten antwoord, die het op zijne +aanwijzingen liet aankomen zonder mij geleide te geven. Zij waren +dan ook niet gecompliceerd, en ik vond zelfs de deur aanstaan. Ik +bevond mij in een zaal met witte muren en houten met zand bestrooide +vloer, waar zeker voor veertig menschen, en meer, ruimte was om aan +verschillende tafeltjes plaats te nemen; maar in 't eerst zag ik er +niemand, en ik moest langs een hoop opeengestapelde stoelen voorbij +eer ik Rudolf bemerkte, die aan het uiterste einde der zaal stond, +waar een tribune was opgericht voor een orchest. Hij was niet alleen, +hij was in een druk gesprek met Francis! + +Zij stonden met den rug naar mij toegewend, en ik moest mij een +oogenblik op den achtergrond houden, om mij te herstellen van den +schok dien dat plotseling weerzien bij mij teweegbracht. De uitroep +dien ik had willen slaken stokte mij in de keel; zoo moest zij mij +niet zien. Ik ging wat zijwaarts af en kon als verscholen blijven +achter de pyramide van stoelen. + +De stem van Rudolf klonk schetterend door de zaal toen hij sprak: + +"_Nonsence_, Francis! ik die er nogal zoo iets van weet zeg u, dat het +een radeloos beginnen is; gij kent dat leven niet, dat gij u voorstelt +als het ideaal van vrijheid en levenslust. Het is integendeel de +gebondenheid zelf, met de zweep er achter! Meent gij misschien dat +de _chambrière_ bij ons alleen gebruikt wordt voor de paarden? en dat +men er de vrouwen spaart omdat men ze ten aanzien van 't publiek met +galanterie in den stijgbeugel helpt? Gij vergist u deerlijk, arm kind!" + +Al sprekende had Rudolf zich even omgekeerd en mij opgemerkt; snel +bracht hij den vinger aan den mond om mij het zwijgen aan te bevelen, +en hij ging voort: "Wij worden gestraft in onze beurzen en aan den +lijve, van den geringsten staljongen af tot _Madam Stonehorse_ toe, +aan wie zelve zoomin eene fout gepasseerd wordt als aan ons. En onder +dien troep zoudt gij willen zijn, gij! een kruidje-roer-mij-niet op +het punt van kieschheid en fijngevoeligheid! Ik zou, op mijn woord, +geen slechter _métier_ weten uit te denken voor iemand als gij zijt; +en 't is alleen omdat gij er niets van weet, dat het denkbeeld daaraan +in u kon opkomen." + +"Er is geen ander waar ik voor bekwaam ben! Ik kan met paarden omgaan; +maar ik kan geene gouvernante van kinderen zijn; ik kan schermen en +exerceeren, en ik zou beide evengoed te paard kunnen doen als te voet; +maar ik kan niet voor gezelschapsjuffrouw spelen bij eene dame, en +ik ben veel te onhandig in 't naaien en borduren om daar mijn brood +mee te verdienen. Zelfmoord is eene zonde die ik niet wil begaan; +ik heb daarbij plichten die mij gebieden te leven, al is het leven +mij niets meer dan eene marteling; dus schiet mij niets anders over, +dan dàt wat ik u verzocht voor mij te bemiddelen." + +"Maar zottin! waarom ziet gij het eenige voorbij dat u wezenlijk +past! Waarom verzoent gij u niet met uw neef van Zonshoven? dan hebt +gij alles ineens wat gij maar wenschen kunt; uw kasteel terug, de +fortuin, en een man die u liefheeft, daar verwed ik mijn hoofd onder!" + +"Ja, een loyaal man inderdaad! dat's gebleken," antwoordde zij met +een doffe stem, waaruit mij onbeschrijfelijke bitterheid toeklonk. + +"Bah! hij is op zijn ergst een klein weinigje onoprecht geweest; dat +is eene _peccadille_, die gij hem licht kunt vergeven; een leugentje +om bestwil zondigt niet, en ik sta er voor in, dat hij u om bestwil +zoo wat om den tuin geleid heeft. Hij zal u ook wel eens wat te +vergeven hebben; gij hebt hem immers naar uwe eigene getuigenis grof +behandeld; gij hebt u zelf bij mij aangeklaagd, dat gij hem onrecht +hebt gedaan! welnu! zeg hem dat, val voor hem in de schuld, en alles +zal goed zijn." + +"Dat is onmogelijk, ik heb het immers al gezegd," hernam zij met +ongeduld; "dat is nu te laat." + +"Waarom te laat, Francis?" sprak ik, nu snel vooruittredende, "als _ik_ +u verzeker dat het nog tijd is!" + +"Leo!" riep zij doodsbleek, en als ineenkrimpend onder hare smartelijke +aandoeningen, viel zij op een stoel neer en bedekte zich het gelaat +met beide handen. + +"Francis!" hervatte ik zacht, terwijl mijne ontroering in de stem +trilde, "er is nog niets tusschen ons veranderd ik zie nog altijd in +u mijne verloofde." Al sprekende had ik even mijne hand op de hare +gelegd. Het was of die aanraking haar pijn deed. Als met een schok +sprong zij weer op, nu met hooggekleurde wangen en onnatuurlijk +fonkelende oogen. + +"Uwe verloofde! ik heb dat begrepen uit de wijze waarop uwe handlangers +met mij geleefd hebben." + +"Het grieft mij meer dan ik zeggen kan, Francis, dat men u lastig is +gevallen, maar wijt dat niet aan mij; ik was ziek, ik was afwezend, +en zoo men u verdriet heeft aangedaan, is dat wel zeer tegen mijne +bedoeling geweest." + +"Zooals het tegen uwe bedoeling geweest is, mijn grootvader den schok +toe te brengen, die hem den dood heeft aangedaan!" + +"Zeer zeker is dat tegen mijne bedoeling geweest, en ik heb tot het +uiterste volhard om dat te voorkomen, maar gij, gij zelve hebt niet +gewild, en daarna heb ik niets meer kunnen verhinderen. Het was de +toepassing van een uitersten wil, dien ik niet bij machte was te +wijzigen. Zoo de vervolging, waarmee hij bedreigd werd, werkelijk +den dood van uw grootvader, heeft verhaast beschuldig mij dan niet +het eerst, Francis! maar tast in uw eigen boezem, en mij dunkt, +gij zult bevinden, dat ik het met hem en met u beter gemeend heb +dan gij zelve, die om een misverstand, dat bij eenig kalm nadenken +zoo licht uit den weg ware geruimd, u zelve en hem in 't verderf +hebt gestort en mij zoo groote smart aangedaan. Gij hebt willen +volharden bij uwe miskenning! gij hebt onverzoenlijk willen zijn; +gij zijt het nóg; zoo wijt de gevolgen van het onheil dat gij hebt +aangericht niet aan anderen, niet aan mij, die u nòg toeroept: het +is _niet_ onherstelbaar." + +"Niet onherstelbaar! o, Leo! Leo! hoe ver staan wij reeds van elkander, +dat gij dit zeggen kunt," sprak zij diep neerslachtig. "Gij hebt mij +met dwang gedreigd en gij hebt mij werkelijk dwang aangedaan; gij +hebt het in uwe macht gehad mij tot zulk een uiterste te brengen, +dat de bestgezinde van uwe praktizijns telkens zijne omslachtige +vertoogen besloot met denzelfden raad: een huwelijk met den erfgenaam +van freule Roselaer; ik heb dien zoo dikwijls gehoord dat ik er van +walg, en ik weet dat ze gelijk hebben uit hun oppervlakkig, materieel +oogpunt gezien, maar, gij Leo; gij die weet hoe ik denk, hoe ik in +onze verbintenis _die_ vereeniging zag, waar liefde, waar hoogachting +de vrije aan den vrije bond uit volle overgave van het hart, hoe kunt +gij zeggen, dat er niets onherstelbaar is, waar het noodigste verloren +is gegaan; waar gij het met uwe zaakgelastigden zóó ver hebt gebracht +dat het huwelijk met u mij door den nood zou worden opgelegd. Als +ik dàt huwelijk kon aangaan, Leo! meent gij dan, dat ik niet aan de +keten zou schudden tot die ons beiden te zwaar werd, tot zij brak?" + +"Gij hebt gelijk, Francis! als gij het zoo beschouwt; als gij mij +niet met andere oogen kunt zien dan die van uw vooroordeel, dan is +het uit, dan geef ik u dat woord terug, dat gij niet meer kunt houden, +dan zijt gij vrij!" + +"Mooi zoo, Francis! daar hebt gij wat gij gewild hebt; nu zijt gij +losgelaten en vogelvrij, zooals ik, en dat's voor eene vrouw als +gij zeker wel het ergste waarmee God haar straffen, en Leo zich +wreken kon." + +"Gij vergist u, Rudolf! Daar is geen sprake van wraakneming. Ik heb +mijne verloofde haar woord teruggegeven, maar mijne nicht Francis +Mordaunt blijft onder mijne bescherming." + +"Ik waardeer de bedoeling," sprak Francis, zonder mij aan te zien +met trillende stem, "maar ik heb een stap gedaan, die mij voorgoed +van mijn verleden scheidt. Ik wanhoopte aan uwe edelmoedigheid, +die mij de vrijheid zou geven; daarom heb ik het onmogelijke willen +stellen tusschen u en mij. Ik heb eene overeenkomst gesloten met +master Stonehorse, die reeds hier moest zijn, en master Smithson is +gekomen om mij aan hem voor te stellen." + +"Uw oom Rudolf is hier om het uit alle macht af te raden, _my dear!_ +en als gij op master Stonehorse rekent, kunt gij lang wachten," +viel Rudolf uit. + +"Alweer geen woord gehouden!" riep Francis hem toe met +verontwaardiging. "Maar ik heb die teleurstelling verdiend, met nog +eens op u te rekenen." + +"Ziet gij mij aan voor zoo dom of zoo slecht Francis! dat ik de hand +zou leenen om u zulk een _coup de tête_ te helpen volvoeren?" + +"Zoo hebt gij mijn briefje niet aan uw directeur overhandigd?" + +"Waarachtig niet! ik heb wat beters gedaan; ik heb Leo gewaarschuwd +dat gij op het punt stond eene dwaasheid te begaan, die u onredbaar in +'t verderf zou storten." + +"Een komplot! dat is het wèl wat van lieden van uwe soort is te +wachten. 't Is genoeg! ik zie wel, dat ik op niets of op niemand meer +rekenen kan dan op mij zelve, zoo weet ik wat mij te doen staat." + +"_Stupid!_ Zij hecht er nog aan!" riep Rudolf met ergernis. + +"Zoo doe ik, en sinds gij mij uwe bemiddeling weigert zal ik alleen +naar L. rijden, waar master Stonehorse nog wel te vinden zal zijn." + +"Zij verdiende voor den duivel dat men haar haar gang liet +gaan. Probeer het maar, doordrijfster! Als gij eens in zijne handen +zijt, zult gij het levenslang met bloedige tranen beschreien; en het +ergste is, dat je niet eens schreien moogt! Je moet lachen, lachen +onder het snerpendste wee." + +"Welnu, ik zal lijden wat er te lijden valt; zoo zal ik boete doen voor +'t geen ik mij te verwijten heb." + +"Juist, eigenwillige boete! dat is in uw geest. U zelve niet sparen +en eindelijk bezwijken van smart over het leed dat gij u zelve en +anderen hebt aangedaan," voegde ik haar toe. + +"Niemand heeft zich meer om mij te bekommeren; ik ben immers vrij!" + +"Maar niet om uw naam en afkomst schande aan te doen en u zelve dus +weg te werpen." + +"Ik ben de laatste van mijn naam, en wat mijne afkomst betreft: +ik ben de nicht van master Smithson." + +"Zijne waardige nicht, dat moet ik zeggen!" sprak deze met ironie, +"maar die nu voorgoed het recht verloren heeft met zooveel minachting +op mij neer te zien, sinds zij, en niet door den nood gedrongen, +even groote dwaasheden begaat als ik." + +"Niet door den nood gedrongen!" sprak zij, en haalde met onwil de +schouders op. + +"Neen, Francis! niets verplichtte u de Werve te verlaten." + +"Ik zie niet hoe ik er had kunnen blijven, jonker! Gij zijt er meester +_par droit de créancier_. Moest ik wachten tot uwe procureurs en +deurwaarders mij kwamen verdrijven?" + +"Dat zou niet geschied zijn, dat zal niet geschieden, juist omdat _ik_ +er meester ben. Gij zijt een verkeerden weg ingeslagen, Francis! geloof +mij, toen gij die veilige schuilplaats verliet. Maar niets verhindert +u er terug te keeren." + +"Niets meent gij?" riep zij hartstochtelijk: "alles, alles! De muren +grimmen mij aan in die eenzaamheid. Voelt gij dat niet? Maar neen, +hoe zoudt gij dat voor mij voelen! Er is niets dan misverstand tusschen +ons, niets meer!" + +Daar lag een weeklacht in dien toon van verwijt, maar die terstond +werd overstemd door de vastheid waarmee zij voortging: + +"Daarom wil ik mijn eigen weg gaan; ik wil het, verkeerd of niet: +ik hoor niemand toe; ik zal over mijn eigen lot beschikken." Reeds +wendde zij zich om. + +"Dat zult gij niet!" sprak ik met gezag, haar in den weg tredende. "Nu +de generaal dood is en Rudolf zich onmogelijk heeft gemaakt, ben ik +uw naaste bloedverwant, en ik zal niet toestaan dat gij u zelve in +den vollen bloei des levens in een afgrond werpt, waaruit niets u +meer zou kunnen redden. Ik stel ééne voorwaarde op de vrijheid die +ik u teruggaf, deze: dat gij haar niet misbruikt tot uw bederf." + +"Maar zeg dan wat ik doen moet!" sprak zij gejaagd en toch onderworpen. + +"Naar de Werve terugkeeren, waar de eenzaamheid u niet zal aangrimmen, +want gij zult er een vriend vinden die alles in orde heeft gebracht +om u te ontvangen." + +"Een vriend!" herhaalde zij, met een strakken, verwonderden blik. + +"Ja! Rolf, die er tot nadere order blijft; en gij kunt er ook +blijven. Gij hebt niet noodig onberaden stappen te doen om mij te +ontvluchten, want ik ga reizen." + +Ik sprak dit laatste koel en met vastheid, want ik zag dat het haar +verraste en trof, en ik wilde geen zwakheid toonen. + +"Naar de Werve terugkeeren!" herhaalde zij langzaam als in zich +zelve, deed daarop haastig eenige stappen met gebogen hoofd, keerde +zich toen om, zag mij aan met een veelbeteekenende blik en sprak, +terwijl er iets anders in de stem trilde dan toorn en trots: + +"Gaat gij reizen, Leo? ik.... zal.... blijven.... Vaarwel!" + +En de deur viel achter haar toe. + +"Zou ik haar niet volgen tot zij de Werve bereikt heeft?" vroeg Rudolf, +toen wij den hoefslag van haar paard hoorden. "Als zij nu toch eens +haar eigen zin deed?" + +"Neen! ik vertrouw op haar woord; wantrouwen zou haar beleedigen." + +"Zij is in eene ongewone stemming en zoo roekeloos in het rijden; +zij heeft laatst ook nog een ongeluk gehad." + +"In 's Hemelsnaam, rijd haar dan achterna! Maar als gij zelf herkend +wordt?" + +"Dat heeft nu geen nood meer, ik zie er immers uit als de eerste +burgerheer de beste." + +Dat was zoo. Zijne kleeding was eenvoudig en passend; zijn haar en +baard waren donker zwart geverfd. + +"Zooals gij mij nu aanziet," ging hij voort, "ben ik herhaaldelijk +naar de Werve gekomen in de laatste ziekte van mijn vader. Ik heb hem +nog de hand gedrukt, en hij schonk mij zijn zegelring. Zie toch! ik +draag hem niet aan den vinger, uit voorzichtigheid, maar hier, aan +een zijden koord op de borst; en Francis! Francis!" sprak hij met +zegevierenden glimlach, "is er toch toe gekomen; zij heeft in die +bange dagen mijne hulp aangenomen. Ik heb mijn satisfactie, al ziet +zij mij nog zoo boos aan." + +"Maar ga dan toch!" drong ik, want ik begon mij zelf ongerust te maken +dat Francis hem te ver vooruit zou zijn. En.... wij namen afscheid +voor het leven. + +"Als de L--sche kermis afgeloopen is, verlaten wij de provincie en +het land en ik kom er nimmer weer," sprak hij met weemoed, terwijl +hij mij voor het laatst de hand drukte. + + + +Te Z. aangekomen, vond ik Overberg reeds in mijn logement. Hij had +een pakket ontvangen aan het adres van Francis, dat uit Engeland +scheen te komen, veel port kostte, en dat de oude Frits in hare +absentie niet had willen aannemen; men had zich tot den procureur +gewend, die met de zaken van den generaal was belast. Ik verzekerde +hem dat de freule Mordaunt voorgoed naar de Werve was teruggekeerd, +en hij zond onverwijld zijn klerk naar het kasteel, om het pakket +aan haar zelve te overhandigen. Zij moest er _reçu_ voor teekenen; +zoo zou ik tegelijk in den kortst mogelijken tijd vernemen of zij +goed en wel op de Werve was aangekomen. Ik liet hem in mijn wagentje +derwaarts rijden en beloofde den voerman een dubbele fooi, om zijn +paard wat aan te zetten. + +De klerk kwam in het kortst mogelijke tijdsverloop terug en bij +mij. Zij had het _reçu_ geteekend, Goddank! Alles was in orde. Maar +dat pakket, haar waarschijnlijk toegezonden door vrienden of verwanten +uit Engeland, lag mij zwaar op het hart. Wat bracht het haar? Mogelijk +volstrekte onafhankelijkheid en onze scheiding. Maar ik kende haar +nog niet geheel. + +Des anderen daags in den voormiddag hield het bekende wagentje van +de Pauwelsen voor mijne deur stil. De oude Frits stapte er uit en +bracht mij een biljet van zijne meesteres. Zij had hem bevolen het +aan niemand dan aan mij zelf over te geven en op antwoord te wachten. + +Ik zond hem naar de groote zaal om zich te verfrisschen, terwijl ik +mijn antwoord schreef. + +Ik kon een biljet van haar (het eerste!) niet lezen in iemands +bijzijn. Ziehier wat ik las toen ik met bevende vingers de enveloppe +had verscheurd. + + + + _Neef Leopold!_ + +Ik moet u nog eenmaal zien en spreken vóór gij reizen gaat. Zoo er geen +Rudolf tusschen ons gestaan had, zou ik u veel gezegd hebben dat ik nù +moest terughouden. Gij hebt mij eens verzekerd, dat gij altijd bereid +waart tot dienstvaardigheid voor eene vrouw, die het privilege harer +sexe liet gelden. Zoo doe ik thans. Mag ik hopen dat gij mij niet zult +weigeren naar de Werve te komen om nog een laatste onderhoud te hebben? + +In plaats van te schrijven ware ik liefst onverwacht bij u komen +oploopen, maar ik heb de eerste ingeving, al was het mogelijk eene +goede, niet gevolgd, uit vrees u ergernis te geven. Laat mij door +Frits weten welken dag en op welk uur ik u wachten moet. + + F. M. + + +Er was voor mij maar één antwoord mogelijk op dit briefje: instappen +en met Frits naar de Werve rijden. Onder welke wisseling van hoop en +van vrees, kan ik u niet beschrijven. Alles draaide mij voor de oogen +toen ik de oude brug over, de poort weer doorreed. Op het perron vond +ik Rolf staan, die met zijne muts zwaaide, ten teeken van blijdschap +over mijne komst. De dubbele deur stond wijd open; hij wees mij +zwijgend naar het groote salon, dat ik schielijk binnentrad. + +Francis zat op de oude bekende sofa als in elkaar gedoken, de handen +gevouwen in den schoot. Zij droeg nu niet die amazone, die mij hatelijk +geworden was, maar een eenvoudig rouwgewaad, dat hare bleekheid sterk +deed uitkomen. + +"Francis, daar ben ik! Wat hebt gij mij nu te zeggen?" riep ik +haar toe. + +Zij rees haastig op en kwam naar mij toe. + +"Wees gedankt, Leo! dat ge zoo schielijk gekomen zijt; maar ik wist +dat gij komen zoudt; ik rekende op uwe edelmoedigheid." + +"Ik ben dan niet meer zoo verachtelijk in uwe oogen? Gij hebt dus +mijn pakket ontvangen, den brief van tante Sophie gelezen!" + +"Ik heb alles ontvangen, alles gelezen; maar ik had zooveel niet +meer noodig om mij schuldig te voelen, om mijne schuld te bekennen; +en nu ik dit doe, nu ik erkennen wil voor heel de wereld dat ik u +onrecht heb gedaan, zult gij mij nu alles vergeven? alles, zonder +bittere bijgedachte?" + +Zij legde beide handen op mijne schouders, als om uit mijne oogen te +lezen wat zij weten wilde. + +"Dat weet gij wel, Francis! Maar gij moet niet weer aan mij twijfelen, +nooit meer!" sprak ik zacht maar ernstig, en mij wat afkeerend, om mij +aan haar onderzoek te onttrekken, want ik voelde mijne oogen vochtig +worden. Zij liet de armen zinken, bleef een oogenblik zwijgend voor +mij staan, en sprak toen: "Nooit, nooit meer!" + +Zij drukte met innigheid mijne hand, die ik haar reikte ten teeken +van verzoening. Maar toch, er was iets in hare houding, dat mij +terughield haar in mijne armen te drukken; er was nog iets tusschen +ons, dat voelde ik met innerlijke onrust. + +"Leo! wees zoo goed te gaan zitten!" sprak zij, een armstoel +aanschuivende. "Nu wij verzoend zijn, nu ik in mijn eenigen +bloedverwant weer mijn trouwsten vriend mag zien, heb ik uw raad +te vragen." + +De patiënt ging zitten. De preliminairen bevielen hem gansch niet. Zij +legde het pakket met de Engelsche postmerken geopend voor mij neer. + +"Lord William is overleden," sprak zij. "Zie hier een schrijven aan +mij, dat hij bij zijn testament heeft gevoegd. Wees zoo goed het +te lezen." + +Ik had daartoe nauwelijks de noodige kalmte; maar toch voldeed ik +aan haar verlangen. + +Het was een kort maar ernstig woord, dat van eene vaderlijke teederheid +getuigde; maar ik las tusschen de regels door, dat het hem strijd +had gekost, nà hare bekentenissen het tot deze kalme genegenheid +te brengen. Hij was van haar weggegaan met de pijl in het hart. Hij +eindigde met eene roerende bede voor haar geluk en den wensch, dat +zij nog eenmaal een echtgenoot vinden mocht harer waardig, en het +verzoek om de dotatie aan te nemen, die hij haar in zijn testament had +toegedacht, opdat zij door geene materiëele overwegingen zou gedwongen +worden tot eene andere keuze dan die van haar hart. De familienaam +waarmee hij zijn brief had onderteekend was een in de geschiedenis der +wetenschap en in de staatkundige wereld zeer bekende en hooggeëerde. + +Nu volgde een brief van den neef en erfgenaam, die haar de afschriften +toezond en haar de verzekering gaf van zijne bereidwilligheid om aan +de opgelegde verplichting te voldoen. + +Er werd haar levenslang een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond +sterling toegekend. + +Zwijgend legde ik de geschriften neer, na er kennis van genomen +te hebben. + +"Moet ik aannemen, Leo?" vroeg zij, mij aanziende met een onzekeren, +onderzoekenden blik. + +"Mij dunkt, gij kunt niet weigeren, Francis!" antwoordde ik met al de +kalmte die ik bemachtigen kon. "Volkomen onafhankelijkheid naar het +materieele is altijd uw vurigst verlangen geweest: die is u noodig +zelfs en die wordt u bij dezen door eene vriendenhand gewaarborgd." + +"Gij hebt gelijk, Leo! ik zal uw raad volgen, ik zal aannemen. Nu +behoeft mijne fierheid niet langer te strijden tegen mijn hart. Nu +behoef ik geen huwelijk aan te gaan door den nood opgelegd, en zoo +ik mij een echtgenoot kies, zal niemand mij verdenken dat ik mij +uit belangzucht gewonnen gaf! En zou ik nu rijk genoeg zijn om de +Werve los te koopen?" viel zij op eens in op geheel anderen toon, +eene mengeling van schalkheid en ernst, die geruststelde dat hare +vroegere opgeruimdheid nog niet verloren was gegaan onder het lijden. + +"Neen, Francis! En al ware dat, de Werve is in handen, die haar tot +geen prijs zullen overgeven. Om vrijvrouwe van de Werve te worden +moet gij wat anders bedenken." + +Toen rees zij op en ging voor mij staan. "Leo! gij zegt dat +onafhankelijk te zijn altijd mijn vurigste wensch is geweest, +dat placht zoo te wezen; maar ik heb nu begrepen, dat het mijn +hoogste geluk zoude zijn afhankelijk te worden van den man dien ik +liefheb. Leo! tante Roselaer heeft mij een jaargeld toegekend, dat +ik niet aanneem, zooals vanzelf spreekt; maar zij heeft het goed +met mij gemeend, dat erken ik; en haar raad neem ik wèl aan. Zij +heeft mij voorgeschreven, geen huwelijk aan te gaan dan met uwe +toestemming, Leo!" en zij zonk onder eene gemoedsbeweging die haar +geheel overmeesterde, op de beide knieën voor mij neer. "Leo! ik +wensch mijn neef van Zonshoven tot echtgenoot; hebt gij daartegen?" + +Ik antwoordde alleen door haar op te heffen en in mijne armen te +sluiten. + +Zij schreide aan mijne borst. Ik schaamde mij niet dat ook mijne +oogen vochtig waren. Wij hadden elkander zóó lief, en toch, wij hadden +zooveel door elkander geleden! + + + +Wat zal ik u verder zeggen! Ik bracht dien dag door op de Werve. Wij +zochten onze lievelingsplekjes, wij leefden in herinneringen, +wij maakten onze plannen voor de toekomst. Wij moesten van Beek +c. s. bericht geven dat wij het eens geworden waren en wij stelden +onder prettig gekibbel een deftig vormelijk epistel aan de wetgeleerden +op, die verder niets meer te doen hadden dan hunne rekeningen in +te leveren en het onder hen berustende te verantwoorden. Van Beek, +die geroepen werd ons huwelijkscontract op te maken, was niet weinig +verwonderd te vernemen, dat de bruid een jaarlijksch inkomen van +drieduizend pond sterling had, waarover zij de volle vrije dispositie +behield. Onder ons gezegd, lord William heeft mij een onschatbaren +dienst bewezen, dat hij Francis op die wijze over hare aarzelingen +heeft heengeholpen. + +De rouw over den generaal was ons voorwendsel om in alle stilte +te trouwen, zooals wij beiden wenschten. Een van mijne vrienden, +die in een naburig stadje als predikant stond, zegende ons huwelijk +kerkelijk in. Ds. N. voelt zich over die preferentie wat gekrenkt en +wil zijn emeritaat nemen. Ik zal zorgen dat hij er geldelijk niet +onder lijdt. De gemeente smachtte reeds lang naar verandering. "Ze +waren dominé wel niet zat, maar toch...." + +Wij zijn op reis gegaan! Francis moest zich na haar lang isolement +weer aan de wereld en de menschen gewennen. De Werve wordt intusschen +gerestaureerd, en Rolf heeft op zich genomen de vesting te commandeeren +in onze afwezendheid. + +De kleine Harry Blount is uit de handen zijner grootmoeder in die +van de Pauwelsen overgegaan. Francis heeft tot hare onuitsprekelijke +verlichting de zekerheid gekregen, dat Gijsje Jool hersteld is en +met haar kind bij de Pauwelsen inwonen gaat. Wij voorzien, dat ze +eenmaal als dochter in dat gezin zal worden opgenomen. + +Wat mij betreft, ik heb heel wat doorgestaan sinds de zware last van +die erfenis mij op de schouders is gelegd, maar ik heb veel geleerd +in mijne worsteling om het levensgeluk, en beiden, Francis en ik, +zijn vast besloten de zuur veroverde schat met vereende krachten vast +te houden en er alle schadelijke elementen buiten te sluiten. + +Wij hebben ons voorgenomen goede rentmeesters te zijn van ons +groot fortuin, en Francis is het geheel met mij eens, dat een +leven voor ons zelven alleen geen leven zou zijn, dat er eene groote +verantwoordelijkheid op ons rust, maar dat het zielevreugde moet wezen +die te vervullen. Van mijne reisontmoetingen hoort gij wel eens later. + + + Genève, 186--, + + L. v. Z. + + + + + + + +Francis wil u zelve met een woordje groeten. + + +Dat het Leo mooi staat om de _hauts faits_ van Majoor Frans zoo maar in +al hunne kleuren en geuren aan een vriend te schetsen, zal ik nooit +toegeven, maar ik voel toch dat hij in zijne _position délicate_ +behoefte had om zijn hart uit te storten, en dan ging dat nog het +beste aan een overzeeschen vriend. Daarom heb ik hem dan ook volle +absolutie gegeven. Als gij nu maar zijne brieven niet in 't een of +ander Indisch dagblad laat drukken! Dat zou te erg zijn! Niet dat +Francis van Zonshoven dat ongedisciplineerde personage onder hare +bescherming neemt; och neen! 't Is voor haar zoo goed of het nooit +had bestaan. Maar ziet ge, er zijn zooveel familiegeheimen bij in +'t spel, dat ik u in vollen ernst discretie aanbeveel. + +Wacht maar niet tot uwe Indische dienstjaren voltallig zijn om ons +op de Werve te komen bezoeken. Alle ruiten worden er gemaakt, en er +is ruimte genoeg voor een vriend, al kwam die met een heel gezin! + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Majoor Frans, by +Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS *** + +***** This file should be named 20794-8.txt or 20794-8.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/0/7/9/20794/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/20794-8.zip b/20794-8.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..13bf4fb --- /dev/null +++ b/20794-8.zip diff --git a/20794-h.zip b/20794-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..53a01a1 --- /dev/null +++ b/20794-h.zip diff --git a/20794-h/20794-h.htm b/20794-h/20794-h.htm new file mode 100644 index 0000000..1c40dd8 --- /dev/null +++ b/20794-h/20794-h.htm @@ -0,0 +1,14152 @@ + +<!DOCTYPE html +PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> + +<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. --> +<html lang="nl-1900"> +<head> +<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + +<title>Majoor Frans</title> +<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> +<meta name="author" content="A. L. G. Bosboom-Toussaint"> +<meta name="DC.Creator" content="A. L. G. Bosboom-Toussaint"> +<meta name="DC.Title" content="Majoor Frans"> +<meta name="DC.Date" content="#####"> +<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css"> +/* Including standard CSS stylesheet */ + + + +body +{ +font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif; +margin: 1.58em 16%; +text-align: left; +} + +.titlePage +{ +border: #DDDDDD 2px solid; +margin: 3em 0% 7em 0%; +padding: 5em 10% 6em 10%; +} + +h1.docTitle +{ +font-size:1.6em; +line-height:2em; +} + +h2.byline +{ +font-size:1.1em; +font-weight:normal; +line-height:1.44em; +} + +span.docAuthor +{ +font-size:1.2em; +font-weight:bold; +} + +h2.docImprint +{ +font-size:1.2em; +font-weight:normal; +} + +.transcribernote +{ +background-color:#DDE; +border:black 1px dotted; +color:#000; +font-family:sans-serif; +font-size:80%; +margin:2em 5%; +padding:1em; +} + +.div0 +{ +padding-top: 5.6em; +} + +.div1 +{ +padding-top: 4.8em; +} + +.index +{ +font-size: 80%; +} + +.div2 +{ +padding-top: 3.6em; +} + +.div3, .div4, .div5 +{ +padding-top: 2.4em; +} + +.footnotes .body, +.footnotes .div1 +{ +padding: 0; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +clear: both; +font-style: normal; +text-transform: none; +} + +h3 +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +} + +h3.label +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h4 +{ +font-size:1em; +line-height:1.2em; +} + +h4.lghead +{ +margin-left:10%; +margin-right:10%; +} + +.alignleft +{ +text-align:left; +} + +.alignright +{ +text-align:right; +} + +.alignblock +{ +text-align:justify; +} + +p.tb, hr.tb +{ +margin-top: 1.6em; +margin-bottom: 1.6em; +margin-left: auto; +margin-right: auto; +text-align: center; +} + +p.poetry +{ +margin:0 10% 1.58em; +} + +p.line +{ +margin:0 10%; +} + +p.argument,p.note +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +text-indent:0; +} + +p.argument +{ +margin:1.58em 10%; +} + +div.epigraph +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +width: 60%; +margin-left: auto; +} + +.epigraph .bibl +{ +text-align: right; +} + +.epigraph .poem +{ +margin-left: 0; +} + +.epigraph .line +{ +margin-left: 0; +text-indent: 0; +} + +.trailer +{ +clear: both; +padding-top: 2.4em; +padding-bottom: 1.6em; +} + +.floatLeft +{ +float:left; +margin:10px 10px 10px 0; +} + +.floatRight +{ +float:right; +margin:10px 0 10px 10px; +} + +p.figureHead +{ +font-size:100%; +text-align:center; +} + +.figure p +{ +font-size:80%; +margin-top:0; +text-align:center; +} + +p.smallprint,li.smallprint +{ +color:#666666; +font-size:80%; +} + +p.question +{ +margin-bottom:0; +text-align:left; +} + +p.answer +{ +margin-top:0; +text-align:right; +} + +p.explanation +{ +font-size:smaller; +margin-left:0.9em; +margin-right:0.9em; +} + +.leftnote +{ +font-size:0.8em; +height:0; +left:1%; +line-height:1.2em; +position:absolute; +text-indent:0; +width:14%; +} + +.pagenum +{ +display:inline; +font-size:70%; +font-style:normal; +margin:0; +padding:0; +position:absolute; +right:1%; +text-align:right; +} + +a.noteref +{ +font-size: 80%; +text-decoration: none; +vertical-align: 0.25em; +} + +div.footnotes +{ +margin-top: 1em; +padding: 0; +} + +hr.fnsep +{ +margin-left: 0; +margin-right: 0; +text-align: left; +width: 25%; +} + +p.footnote +{ +font-size: 80%; +margin-bottom: 0.5em; +margin-top: 0.5em; +} + +p.footnote .label +{ +float: left; +text-align:left; +width:2em; +} + +.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption +{ +font-size: 80%; +} + + +.poem +{ +margin-left:5%; +position:relative; +text-align:left; +width:90%; +} + +.poem h4 +{ +font-weight:normal; +margin-left:5em; +text-decoration:underline; +} + +.poem .linenum +{ +color:#777; +font-size:90%; +left:-2.5em; +margin:0; +position:absolute; +text-align:center; +text-indent:0; +top:auto; +width:1.75em; +} + +.versenum +{ +font-weight:bold; +} + +.footnotes .line +{ +font-size:80%; +margin:0 5%; +} + +.poem .i0 +{ +display:block; +margin-left:2em; +} + +.poem .i1 +{ +display:block; +margin-left:3em; +} + +.poem .i2 +{ +display:block; +margin-left:4em; +} + +.poem .i3 +{ +display:block; +margin-left:5em; +} + +.poem .i4 +{ +display:block; +margin-left:6em; +} + +.poem .i5 +{ +display:block; +margin-left:7em; +} + +.poem .i6 +{ +display:block; +margin-left:8em; +} + +.poem .i7 +{ +display:block; +margin-left:9em; +} + +.poem .i8 +{ +display:block; +margin-left:10em; +} + +.poem .i9 +{ +display:block; +margin-left:11em; +} + +span.corr +{ +border-bottom:1px dotted red; +} + +span.abbr +{ +border-bottom:1px dotted gray; +} + +span.measure +{ +border-bottom:1px dotted green; +} + +.letterspaced +{ +letter-spacing:0.2em; +} + +.smallcaps +{ +font-variant:small-caps; +} + +hr +{ +clear:both; +height:1px; +margin-left:auto; +margin-right:auto; +margin-top:1em; +text-align:center; +width:45%; +} + +h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure +{ +text-align:center; +} + +h1,h2 +{ +font-size:1.44em; +line-height:1.5em; +} + +h1.label,h2.label +{ +font-size:1.2em; +line-height:1.2em; +margin-bottom:0; +} + +h5,h6 +{ +font-size:1em; +font-style:italic; +line-height:1em; +} + +p,p.initial +{ +text-indent:0; +} + +.poem .stanza +{ +padding: .5em 0% .5em 0%; +} + +p.quote,div.blockquote,div.argument +{ +font-size:0.9em; +line-height:1.2em; +margin:1.58em 5%; +} + +.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden +{ +text-decoration:none; +} + + + + +/* Including supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml +" */ + + + +body +{ +background: #FFFFFF; +font-family: "Times New Roman", Times, serif; +} + +body, a.hidden +{ +color: black; +} + +h1, h2, h3, h4, h5, h6 +{ +color: #001FA4; +font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; +} + +p.byline +{ +font-style: italic; +margin-bottom: 2em; +} + +.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum +{ +color: #001FA4; +} + +.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a +{ +color: #AAAAAA; +} + +a.hidden:hover, a.noteref:hover +{ +color: red; +} + + + +/* Including custom CSS stylesheet "Majoor Frans/custom.css.xml" */ + + + +.Opener, .Address, .Date, .Closer, .Signed +{ +padding-top: 20px; +padding-bottom: 10px; +} + +.Opener, .Address +{ +margin-left: 20%; +} + +.Date +{ +margin-left: 10%; +} + +.Closer +{ +margin-left: 20%; +} + +.Signed +{ +margin-left: 30%; +} + + +</style></head> +<body> + + +<pre> + +Project Gutenberg's Majoor Frans, by Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + + +Title: Majoor Frans + +Author: Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint + +Release Date: March 10, 2007 [EBook #20794] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS *** + + + + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + + + + + +</pre> + + +<div class="front"> +<div class="titlePage"> +<h1 class="docTitle">Nederlandsche Bibliotheek</h1> +<h2 class="byline">Onder leiding van <span class="docAuthor">L. Simons</span>. +</h2> +<h2 class="docImprint">Uitgegeven door: +<br> +De Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur Amsterdam +</h2> +</div><div class="titlePage"> +<h2 class="byline"><span class="docAuthor">A. L. G. Bosboom-Toussaint</span></h2> +<h1 class="docTitle">Majoor Frans</h1> +</div> +</div> +<div class="body"><a id="d0e118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e118">5</a>]</span><div class="div1"> +<h2>Jonker Leopold van Zonshoven aan de lezers van Majoor Frans.</h2> +<p>Mijn vrouw heeft bij haar optreden in de wereld zulk een gunstig onthaal gevonden, dat zij er niet genoeg dankbaar voor kan +zijn. En toch.... brengt het haar in zekere verlegenheid. + +</p> +<p>Zij weet dat er eene indiscretie is gepleegd, en dat de belangstelling van het publiek eene derde uitgave vraagt van: <i>Mijne vertrouwelijke mededeelingen aan een vriend in Indië</i>. Zij is te bescheiden om die goede ontvangst aan zich zelve toe te schrijven en beweert dat zij die alleen dankt aan mijne +wijze van haar voor te stellen! Daarbij had ik te kampen met hare kluchtige verontwaardiging, toen zij vernam van welke ruchtbaarheid +haar pseudoniem het voorwerp was geworden. Zij stemt het mij toe dat zij erkentelijk behoort te zijn voor zooveel welwillendheid, +maar zij schroomt zich te veel op den voorgrond te stellen, zoo zij in persoon die schuld der dankbaarheid afdeed, en wil +dat ik alleen de verantwoordelijkheid zal dragen van eene publiciteit die zij niet heeft gezocht, en dat ik den plicht der +openlijke dankbetuiging <a id="d0e129"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e129">6</a>]</span>van haar zal overnemen. Die eisch is billijk, naar het mij voorkomt, en het is mij een lust daaraan te voldoen. Maar zullen +er veel woorden noodig zijn om het publiek te verzekeren van onze dankbaarheid voor zooveel waardeering, die ik nauwelijks +had durven wachten voor eene persoonlijkheid, wier goede hoedanigheden vermomd waren onder zekere excentriciteit? Er was de +scherpe blik der liefde noodig om die te onthullen. Voor deze liefde bovenal zijn wij dankbaar, wij hopen haar ook waardig +te blijven. Ik zie dat ik mijn geliefd devies eenigszins wijzigen moet en meen het “<i lang="fr">succès oblige</i>” voor oogen te houden. + + +</p> +<p class="Closer"><span class="smallcaps">Leopold van Zonshoven</span>. +<br>26 November 1875. + +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2>Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst, advocaat te A.</h2> +<p class="Opener">Beste vriend! + + +</p> +<p>Als gij niet al te diep in ’t een of ander proces zijt verwikkeld, kom dan tot mij op de vleugelen der vriendschap, of meer +op zijn negentiende-eeuwsch gesproken, met den eersten sneltrein den besten dien gij uit uw provinciestadje kunt bereiken; +want ik zit deerlijk in de engte. Daar is mij iets overkomen, waarover de wereld mirakel zal roepen, als zij er van hoort. +Maar vooreerst mag zij ’t nog niet hooren, <i lang="fr">et pour cause</i>; daarom moet ik het aan de borst van een vertrouwd vriend uitstorten, of ik zou er aan stikken. Het is ook zoo iets ongewoons, +zoo iets onwaarschijnlijks, zoo iets onmogelijks, zou mevrouw de Sévigné zeggen, maar dat toch waar is, <a id="d0e152"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e152">7</a>]</span>toch gebeurd is, ja! <i>mij</i> gebeurd is, <i>mij</i>, Leopold van Zonshoven, van der jeugd af bestemd om in de wereld de droevige figuur te maken van: een kalen jonker! Ook ben +ik er van verbluft, of ik een knodsslag op mijn hoofd had gekregen. Verbeeld je! daar ben ik op eens aangewezen als de universeele +erfgenaam van een kolossaal vermogen. + +</p> +<p>Eene oudtante mijner moeder, waarvan ik nooit gehoord had en die, naar het schijnt, met hare geheele familie gebrouilleerd +was, is op het sublieme idée gekomen om bij mij voor toovergodin te spelen, en bij testamentaire dispositie al hare bezittingen +aan mij na te laten. Aan mij! die alle macht van overleg en zelfbeheersching noodig heb gehad om van ’t oude jaar in ’t nieuwe +te komen zonder schulden te maken, iets wat mij in mijne kwaliteit van arm edelman, niet geheel van zelf-respect misdeeld, +absoluut ongeoorloofd is, op zulke wijze, dat ik mij geen enkele <i>folie</i>, geen enkele <i>caprice</i> kon permitteeren, ik zie mij op eens een millioen naar het hoofd geworpen. Is het te verwonderen, dat dit er van duizelt? +De waardige overledene had verdiend getuige te zijn van de ontploffing harer Orsini-bom. Eerst sprong ik op en zou de petroleumlamp +over het tafelkleed mijner hospita hebben omgeworpen, zoo de goede ziel zelve dat niet door een snellen greep voorkomen had. +Toen viel ik op mijn stoel terug, met eene gewaarwording of mij de krachten ontzonken, en ik moet er zoo bleek en ontdaan +hebben uitgezien, dat de juffrouw mij later gulweg bekende hoe zij suspicie vatte, dat het eene “exploisie” was van deurwaarderszaken. +Zeker is het, dat zij wachten bleef op de tachtig cents port, die het pakket kostte, of zij vreesde er een bankroetje aan +te lijden. Geprikkeld door dat blijven, door dat zekere indringende en onbescheidene in hare houding, dat zoowel van wantrouwen +als van nieuwsgierigheid getuigde, hoewel er eenige meewarigheid in gemengd was, wees ik haar de deur met een gebaar, dat +een acteur in eene wanhoopscène <a id="d0e168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e168">8</a>]</span>zou benijd hebben en dat ik alleen aan de inspiratie van ’t oogenblik dankte; ook bleek dit afdoende. In een wip was ze weg, +en ik wierp de deur op slot, zonder recht te weten wat ik deed of waarom, alleen gedreven door een onbestemd verlangen om +alleen, om ongestoord te zijn en mij te overtuigen, dat de mededeeling, die mij als een sprookje uit de Duizend-en-eene nacht +in de ooren klonk, geen mystificatie was. + +</p> +<p>En werkelijk, toen ik de stukken met meer bedaardheid overlas, werd het ongeloofelijke mij tot ontwijfelbare zekerheid; maar +in plaats dat die zekerheid mij rust en blijdschap gaf, werd ik bestormd door eene warreling van gedachten en gewaarwordingen, +die onbeschrijfelijk is. Ik werd heen en weer geslingerd door duizenderlei strijdige plannen en voornemens, die ik als in +een oogwenk vatte, en weer varen liet; ik wist den draad mijner denkbeelden niet meer te volgen of vast te houden. Mijn hart +begon te kloppen of het zou bersten; ik kreeg een aandoening in de keel of ik geworgd werd, en een duldelooze hoofdpijn was +het eerste profijt dat die toekomstige fortuin mij aanbracht! Zoo kon het niet blijven; ik rukte mijn das los, improviseerde +een stortbad met behulp van mijn lampetkan, liep de kamer rond met driftige, ongeregelde voetstappen, dronk om de vijf minuten +een glas water en begon eindelijk zoo ver te bekomen, dat ik om de thee schelde, die de juffrouw per extra-ordinaire zelve +bracht, de zaak van het porto met haar afdeed en haar op de vraag: “of mijnheer nu wat beter was,” geruststelde met de verzekering, +dat een plotseling doodsbericht van eene verwante mij wat sterk had aangegrepen. Hoe zij de mededeeling opnam en wat zij er +verder bij dacht, laat ik daar; zij vertrok, zichtbaar verlicht en al vast gerustgesteld omtrent de kamerhuur, die met primo +April moet worden voldaan. Ik wist, dat ik mijn aplomb tegenover haar had hervat, maar ik vraag u mijnheer de scepticus, is +het geen teeken dat het geld uit den booze is, als het een fatsoenlijk jongmensch, <a id="d0e172"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e172">9</a>]</span>die zijne gezonde hersens heeft en niet aan de kwaal van gouddorst placht te lijden, in zulk eene verwarring brengt, dat hij +zich zelf moet afvragen, of hij niet door eene plotselinge razernij werd aangetast? Denkelijk zult gij antwoorden, dat de +schuld bij mij ligt en dat een ander, gij zelf bij voorbeeld, de zaak vrij wat kalmer zou hebben opgenomen. Ik stem dit vooruit +toe; ik ben geen stoïcijn en heb zelfs nooit getracht er de houding van aan te nemen, en, zie je Willem, ik zat juist bij +mij zelven te overleggen wat ik toch beginnen zou om de jammerlijke positie die mij in de maatschappij ten deel was gevallen, +eenigszins te verbeteren, en ik vond niets—niets dan dit eene: mij met mijn oom den minister te verzoenen, om door hem bij +’t een of ander gezantschap als attaché ingeschoven te worden. Schrale uitkomst (zelfs indien zij verkregen werd), en die +mij zoo iets als een laagheid zou kosten, want Zijne Excellentie had mij zijn huis verboden, omdat ik artikels geschreven +had in een oppositieblad! Ik zat mij de nagels stomp te bijten van ergernis, dat ik niet zoo lang had kunnen studeeren om +dr. of mr. voor mijn naam te zetten, twee letters bij wier gemis alles wat voor anderen open staat, door eene onverzettelijke +barrière is afgesloten voor mij! Op mijn leeftijd (ik ben in ’t noodlottige laatste jaar van de twintig) op mijn leeftijd +is er geen reetje meer, waar ik door kan sluipen om carrière te maken. En nù—terwijl ik mij suf zat te peinzen op al die “terug’s” +die ik op vingers kon narekenen, komt daar op eens de tijding, dat ik grondeigenaar ben geworden, dat ik “bosschen en beemden, +duinen en heidegronden” in bezit mag nemen—dan vraag ik u, kloeke, kalme, onwrikbare wetgeleerde, of dat niet meer dan genoeg +is om een gewoon sterveling, zooals ik, zijn evenwicht te doen verliezen, en in eene vervoering te brengen waarover gij voorzeker +het hoofd schudt. Kom dan maar gauw zelfs om mij te beknorren en met mij te praten; dat zal mij zeker tot kalmte brengen, +en te eer, daar er een punt is, waarover <a id="d0e174"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e174">10</a>]</span>ik u raadplegen moet, eer ik de erfenis definitief aanvaard; want gij moet weten, er is een <i>maar</i> bij mijne plotselinge fortuin, een maar die als altijd tergend achteraan komt hinken; mogelijk ziet uw juridische blik er +geen rechtskwestie in, maar voor mij .... ligt er eene gewetensvraag achter, althans eene kwestie van kieschheid, waardoor +mijne gouden bergen wel eens tot stuifzand kunnen vervliegen, en dat arme dierbare millioen, dat mij al zoo duchtig in de +war heeft gebracht, gereduceerd worden tot niets meer dan eene luchtspiegeling, die mij voor eene wijle de oogen heeft verblind. +Om die reden heb ik geen schepsel deelgenoot gemaakt van het mirakel, noch zal dit doen, voor ik uwe opinie heb gehoord, in +afwachting van uw advies heb ik den notaris, die eene procuratie verlangde om in mijn naam te handelen, zulk een document +toegezonden, maar onder reserve. <i lang="fr">Fais ce que dois, advienne que pourra</i> is mijn <i lang="fr">mot d’ordre</i>, al luid het devies mijner familie meer brutaal dan eerlijk: <i>de fortuin is met den stoute</i>. Onder de roofridders der middeleeuwen mocht dat gelden, maar sinds het aanbreken der 18<sup>de</sup> eeuw zie ik niet dat niemand van de onzen zich meer naar dat devies heeft gericht. Integendeel, al die achtbaar gepruikte +hoofden van de laatste serie onzer familieportretten toonen gelaatstrekken, die eer van deftige flauwheid en onnoozele goedrondheid +getuigen dan van stoute ondernemingszucht, en naar de uitkomsten te oordeelen; de <i>gène</i> waarin wij sinds drie generatiën verkeeren, getuigt dat de physionomiën niet liegen! Nu, het zij zoo. Ik ben er niet rouwig +om dat ik ten minste geen schitterende deugniet in de dichtst nabijzijnde graden heb aan te wijzen! + +</p> +<p>Wat men tot kalmte komt als men zich eens kan uitspreken, al is het maar op het papier! Ik voel mij nu zoo verlicht, dat ik +u rustig onze geheele familiegeschiedenis zou kunnen vertellen, en onder dat relaas mijn millioen <i>in spe</i> zou vergeten, alsof er geen kwestie meer van was; maar ’t is nog beter u niet langer op te <a id="d0e199"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e199">11</a>]</span>houden, en te wachten tot we <i lang="fr">de cœur a cœur</i> kunnen praten. Stel mij daartoe zoo spoedig mogelijk in de gelegenheid. Ik heb hier kennissen genoeg, maar geen enkel vertrouwd +vriend, aan wien ik alles uit kan leggen, zonder de vrees van misverstaan en uitgelachen te worden, en ’t is een onuitstaanbare +kwelling, een bezwaar als dit, tweemaal vierentwintig uur alleen te moeten dragen. + +</p> +<p>En nu vaarwel tot ziens. Met of zonder millioen. + + + +</p> +<p class="Closer">Semper idem. +<br>Uw Leopold v. Z. + + + +</p> +<p class="Date">’s Hage, Maart 186 . +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Met dezelfde post die hem een brief van Leopold van Zonshoven aanbracht, ontving Mr. Willem Verheyst een biljet van eene hem +onbekende hand van den volgenden inhoud: +</p> +<hr class="tb"><p> + + +</p> +<p class="Opener">Mijnheer! + + +</p> +<p>Na een onderzoek, ingesteld omtrent de relatiën van Jonker Leopold van Zonshoven, achten wij het waarschijnlijk, dat hij u +raadplegen zal in eene zaak, voor hem zelven van groot belang. Uit vriendschap voor hem, help hem heen over alle bezwaren +die hij zou kunnen maken tegen de aanvaarding van zekere erfenis, en laat hij geen voorstel, hem gedaan, afwijzen zonder ernstig +onderzoek. + +</p> +<p>Het is onnoodig hem met dit ons schrijven bekend te maken; wij vertrouwen het uwer ervaring en voorzichtigheid toe. Iemand +die ten volle bekend is met de intentiën der waardige erflaatster en die den Jonker van ganscher harte hare fortuin gunt. + + +</p> +<p class="Closer">N. N. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>“O wee!” riep de goedhartige Willem, het naamloos geschrift ineenfrommelend, “het begint er, vrees ik, slecht uit te zien +voor Leopold. Het zou toch jammer zijn zoo <a id="d0e233"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e233">12</a>]</span>hij ze moest opgeven, die fortuin, die hem daar als een lokaas wordt voorgehouden, met.... wie weet welke hinderlijke conditiën. +Die voorzorg van onbekenden, om zijn raadsman om te koopen, bevalt mij niet. Zij moeten niet denken dat ik er in zal loopen; +als er eene clause gesteld is, onbestaanbaar met recht en billijkheid of met zijne eer, zullen zij zien, dat ik geen meester +in de rechten ben voor niet. En ze vleien mij met mijne ervaring, mijne voorzichtigheid. Ja! ja! wees er gerust op, die zal +ik gebruiken om hem <i>goeden raad</i> te geven in den besten zin. Als de zaak loensch is, kan zijne keuze niet twijfelachtig zijn; men kan nog wel buiten bosschen +en landerijen; maar Leopold is een te ferme jongen om zich iets te laten aanleunen, dat tegen de eer strijdt. Laat hem dan +liever nog wat rondsukkelen; mogelijk ben ik zelf in staat hem voort te helpen eer wij een jaar of wat verder zijn. Arme jongen, +hij weet niet, hoezeer zijn voorstel mij op dit oogenblik ongelegen komt.... ’t Is waar, ik moet toch nog eens naar den Haag +vóór mijne afreis; dan maar morgen de diligence genomen van half drie, die correspondeert met den trein naar den Haag; ’t +is wel eerst een paar uur rijdens, maar dan ben ik er ook binnen de driekwartier.” + +</p> +<p>Zoo gezegd, zoo gedaan; Willem Verheyst bleek een oprecht vriend en geen sammelaar; hij kwam bijtijds op den trein, en vijf +minuten na zijne aankomst zien wij hem op de stoep van het huis, waar Jonker van Zonshoven logies had. + +</p> +<p>Hij behoefde maar één trap te klimmen. Eene ruime voorbovenkamer met alkoof in een gesloten huis op eene der zijgrachten, +ziedaar het rustige en zedige verblijf van den jongen edelman, te schraal door de fortuin bedeeld, om een deftig appartement +te kunnen betalen, en te fatsoenlijk om op kosten van lichtgeloovige burgers een staat te voeren boven zijn vermogen. + +</p> +<p>En toch had zijne kamer een <i>air</i> van élégance, dat zoowel voor den smaak getuigde van den jonkman van <a id="d0e247"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e247">13</a>]</span>geboorte en goede opvoeding, als de behoeften kenschetste van iemand die geene gewoonte maakt van uithuizigheid, en die in +zijn thuis al de comforts wenscht te vereenigen, waarvoor het vatbaar is. Behalve de onmisbare meubels, die tot de eischen +van eene “gemeubileerde kamer” behooren, en die meer proper dan modern waren, zag men er eene kloeke schrijftafel, een gemakkelijken +armstoel, eene antieke gebeeldhouwde boekenkast en zekere kleine voorwerpen van kunst en weelde, die in disharmonie waren +met het stijf burgerlijk huisraad en met het goedkoop “grijsje” dat voor behangsel was gekozen; maar van dit laatste kwam +juist niet veel te zien, daar het rondom bedekt was met familieportretten, sommigen in statig ebbenhout gevat, anderen in +die schrale vergulde lijsten, die van een later tijdperk getuigden, waarin het grandiose tot het weeke en laffe was gezonken, +zoowel in de kunst zelve als in de wijze van haar voor te doen. Miniatuurportretten in ivoor en photographieën van verschillende +grootte hingen overal, waar er maar een plekje te vinden was geweest. De jonker had er kennelijk zijn lust in gevonden, hier +zooveel doenlijk zijne geheele familie in beeltenis vertegenwoordigd te zien. + +</p> +<p>“Het was voor de gezelligheid,” placht hij te antwoorden, als men hem over deze drukke expositie zijner vaderen en voorvaderen +onderhield. “Ja, ja!” werd hem wel eens tegengevoerd, “’t is allermeest omdat gij trotsch zijt op al die mooie wapenschilden.” + +</p> +<p>“Waarom niet, als ik meen te weten, dat zij onbesmet zijn bewaard, en als ik zelf mij heb voorgenomen, er nooit een vlek op +te werpen?” antwoordde hij dan vast en met fierheid. + +</p> +<p>Waarheid is, dat hij het “<i lang="fr">noblesse oblige</i>” in den besten zin opvatte. Het was nooit in hem opgekomen, als een voorname leeglooper rond te slenteren en op de beurzen +zijner aanzienlijke kennissen en verwanten te teren. Hij had talent, al had hij geen academischen graad kunnen verwerven, +en hij had niet geschroomd met dat talent <a id="d0e258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e258">14</a>]</span>te woekeren op iedere voegzame wijze. Hij was vlug, hij had orde; al had hij geene vaste inkomsten, hij wist rond te komen +en, zooals hij het zelf noemde, het hoofd boven water te houden, en sinds de nood hem de deugd van zuinigheid oplegde, wist +hij haar te oefenen met een gemak, of het simpel uit liefhebberij geschiedde. Zijne opgeruimdheid had tot hiertoe door die +leefwijze niet geleden. En wellicht bracht de fortuin, die hem zoo plotseling voor de voeten werd gelegd, hem in grooter bezwaren, +dan hij tot hiertoe had behoeven te trotseeren. Eene beproeving van zijn karakter was het zeker. + +</p> +<p>Hij zat voor zijne schrijftafel en was druk aan den arbeid, toen Willem Verheyst zijne kamer binnentrad. Onder een luid gejubel +vloog hij op, vatte Willems beide handen in de zijne en riep uit: + +</p> +<p>“Braaf gedaan! Maar dat had ik ook wel van je verwacht, dat je komen zoudt op mijn eersten alarmkreet. Wat een dwazen brief +heb ik je geschreven, niet waar? Later ben ik weer gansch mij zelf geworden, en weet je hoe?” Hij keerde zich weer naar de +schrijftafel en liet Verheyst een handvol papieren zien, deerlijk met inkt bemorst. “Dezelfde beweging waarmee ik op dien +gedenkwaardigen avond mijne lamp zou hebben omgeworpen, zoo niet de reddende hand van juffrouw Joosting tusschenbeide ware +gekomen, was tegelijk van de noodlottigste uitwerking geweest op mijn inktkoker; de goede ziel had maar op het noodigste gelet, +maar die inktkoker, helaas! was hare opmerkzaamheid ontsnapt. Eerst moest ik wat bekomen, toen mijn hart uitstorten aan u, +den brief zelf op de post brengen en rondloopen tot ik als een gewoon mensch naar bed kon gaan; ziedaar alles waartoe ik bekwaam +was, en eerst den volgenden morgen ontdekte ik, welke verwoesting er was aangericht. Drie stukken, die al in ’t net waren +overgeschreven en genummerd klaar lagen om afgeleverd te worden, waren reddeloos verloren en moesten overgeschreven worden. +Een lief werkje voor een millionair, niet waar? Maar al <a id="d0e264"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e264">15</a>]</span>ware men het twintigmaal, men moet zijn woord houden, en ik was zoo goed niet, of ik moest aan den arbeid, en nu ben ik er +bijna door. Het is mij tot heilzame afleiding geweest. Ziedaar al den eersten last, dien mijne versche fortuin mij aanbrengt, +en ’t zal denkelijk wel niet de eenige, niet de zwaarste zijn. Maar hoe het ook zij, ik heb nu mijn avond vrij en we kunnen +praten.” + +</p> +<p>“Ja, dat zal noodig zijn, althans als gij nog niet van de zaak hebt afgezien.” + +</p> +<p>“Afgezien! Waarom zou ik daar zoo in eens toe gekomen zijn? En ik heb je uitdrukkelijk geschreven, dat ik mij tot niets decideeren +zou, voordat ik uw advies had ingewonnen.” + +</p> +<p>“Het gebeurt meer dat men raad vraagt zonder het antwoord af te wachten.” + +</p> +<p>“Ja, maar zóó inconsequent handel ik niet; en mij dunkt, eene fortuin als deze is wel eenigen tijd van kalm beraad waardig. +Ziehier de akten: de kennisgeving van den notaris, de copie op zegel van het testament, den inventaris van de roerende en +onroerende goederen; de laatsten zijn nogal wat uiteen gelegen, in drie verschillende provinciën, maar ’t geheel vormt eene +uitgebreide bezitting, en met ’t geen er aan effecten in portefeuille is, wordt de fortuin op meer dan een millioen geschat. +Zoo ver ik zien kan zijn de stukken in orde.” + +</p> +<p>“De stukken <i>zijn</i> in orde,” antwoordde Verheyst, nadat hij een tijd lang zwijgend de akten een voor een had ingezien, “en als deze copie van +het testament juist is, waaraan ik niet twijfel, dan zal de meest teleurgestelde onder de nabestaanden der erflaatster nog +moeite hebben om chicane te maken op hare beschikking. Mejonkvrouw Roselaer tot de Werve benoemt u, jonker Leopold van Zonshoven, +tot haar universeelen erfgenaam, behoudens eenige legaten, onbeteekenend in verhouding tot hare fortuin en waarvan de uitkeering +aan de zorg van haar executeur is opgedragen, in overleg met haar erfgenaam. De zaak is gezond en zoo helder als glas, maar +ik zie <a id="d0e279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e279">16</a>]</span>niets van die noodlottige clause, waarvan, zooals gij mij schreef, de aanvaarding van die erfenis afhangt.” + +</p> +<p>“Zulk eene clause bestaat niet. Er is van ’t geen door mijne oud-tante begeerd wordt volstrekt geene conditie gemaakt, en +zoo ik u iets dergelijks heb geschreven, moet gij het alleen wijten aan den roes, die mij was aangezet. Maar, ziet gij, dat +wat ik bedoel en waarover ik u wilde spreken, is eenvoudig een <i>verzoek</i> aan mij, een wensch van de erflaatster, in dezen brief vervat, dien gij doorlezen moet eer gij mij uwe opinie zegt. Mij komt +het voor, dat ik de geheele erfenis moet opgeven, als ik niet aan haar verlangen kan voldoen.” + +</p> +<p>“Rechtens zeker niet; maar het kan een <i lang="fr">cas de conscience</i> zijn voor u, dat wil ik wel gelooven. En is hetgeen van u gevergd wordt dan zoo moeilijk om in te willigen?” vroeg Verheyst +nog, zonder den brief te openen. + +</p> +<p>“<i lang="fr">Ça dépend!</i> Het zou een zeer aangename plicht kunnen zijn. Mijn oud-tante wil, dat ik trouwen zal.” + +</p> +<p>“Dat’s zoo’n onredelijke wensch niet, sinds zij u in staat stelt eene huishouding te bekostigen.” + +</p> +<p>“Neen; maar zij vindt goed, mij voor te schrijven wie ik tot vrouw moet nemen.” + +</p> +<p>“O wee! dat’s nogal erg.” + +</p> +<p>“Ja! al heel erg, want zij schijnt het meisje zelve niet te kennen. Het moet eene kleindochter zijn van zekere Generaal von +Zwenken, die indertijd met hare oudste zuster is getrouwd geweest; de jonkvrouw in kwestie woont bij haar grootvader, en het +schijnt bovenal uit rancune tegen dezen, dat de slimme oud-tante deze vondst heeft bedacht, om aan die nicht het genot harer +fortuin te verzekeren zonder eenig ander lid van hare familie daarin te doen deelen. Daarvoor wordt <i>ik</i> gebruikt en daartoe wordt die fortuin in mijne hand gegeven, opdat ik die zal leggen in de hand van de schoone.... Niets +schijnt meer gemakkelijk en natuurlijk; maar onderstel nu eens dat die schoone eene leelijke is, of eene gebochelde, of eene +ondeugende heks, of eene <a id="d0e307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e307">17</a>]</span>lastige coquette, of op eenige andere wijze onmogelijk is, althans voor mij, die nog alzoo mijne eigene begrippen heb over +vrouwen en huwelijk; wat moet ik dan beginnen; van de erfenis afzien?” + +</p> +<p>“Afzien.... afzien.... op zijn ergst zoudt gij een voorstel kunnen doen om te deelen.” + +</p> +<p>“Ziedaar wat precies <i>tegen</i> den uitdrukkelijken wil van de erflaatster zou zijn. Lees toch den brief, en gij zult er u van overtuigen.” + +</p> +<p>Dit schrijven, dat Verheyst nu met gezetheid doorlas, was van den volgenden inhoud. +</p> +<p class="tb"></p><p> + + +</p> +<p class="Opener">Zeer waarde Neef! + +</p> +<p>Ofschoon ik eene onbekende ben voor u, zijt gij het geenszins voor mij. Persoonlijk ken ik u niet, maar ik ben vrij goed onderricht +van hetgeen gij zijt en <i>niet</i> zijt. Door allerlei <i>brouilleries</i> in onze familie en de inconsequente handelwijze van mijne oudste zuster, ben ik verplicht geweest in geheele vervreemding +te leven (en zal ook desgelijks sterven) van al mijne verwanten; die mij de naaste waren, zijn trouwens sinds jaren overleden, +en de overigen zijn hier en daar verspreid; en zelfs al woonden zij in dezelfde stad waar ik hoop te verscheiden, toch zouden +zij zich nauwelijks herinneren, dat zij aan mij geparenteerd zijn, daar hunne grootouders, na al het mogelijke gedaan te hebben +om mij het leven te verbitteren, het aan hunne kinderen en kleinkinderen hebben overgelaten, mij te vergeten en zich zoo weinig +om de oude tante Roselaer te bekommeren, of zij nooit had bestaan, die zelve, dit wil zij erkennen, van hare zijde niets heeft +willen doen, om hun geheugen op te frisschen en een rapprochement te weeg te brengen. Maar een mensen moet op zijn einde letten; +ik ben nu in mijn vijf-en-zeventigste jaar en heb reeds eene attaque van beroerte gehad, die mij eene waarschuwing is geweest +om zoodanige order op mijne zaken te stellen, dat er geene <a id="d0e330"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e330">18</a>]</span>twist kan rijzen omtrent mijne nalatenschap, en bovenal dat deze niet zou kunnen vallen in handen van dezulken, die mijn leven +verbitterd hebben; evenmin wil ik dat een heirleger van verre neven en nichten als haaien op mijne fortuin zullen aanvallen +om die onder elkaar te verdeelen en alles te verbrokkelen, wat mijne ouders en ik zelve door orde, zuinigheid en wijs overleg +hebben bijeenverzameld. Zoo heb ik dan besloten, een hunner tot mijn universeelen erfgenaam te benoemen, en die <i>eenige</i> moet <i>gij</i> zijn. Eerstens omdat uw moeders moeder degene mijner zusters is geweest, die mij het minste verdriet heeft aangedaan. Zij +huwde een man van haar stand in goede positie, met volle toestemming harer ouders, en zij kon het niet helpen dat haar echtgenoot +het slachtoffer is geworden van die afschuwelijke Belgische revolutie, waarbij hij leven en welvaart inboette, nalatende zeven +dochters, van welke een uwe moeder is geworden, die zich evenmin als de andere nichten ooit om tante Sophie Roselaer heeft +bekommerd, ’t geen echter verschoonlijk is, daar bij hare terugkomst in ’t vaderland de noodlottige familie-gebeurtenissen +reeds hadden plaats gevonden, die mij besluiten deden met al de mijnen voor goed de gemeenschap af te breken. En de tweede +reden—de voornaamste, waarom ik juist U onder al de anderen onderscheid, is deze: dat ik een goed gevoelen heb gekregen omtrent +uw karakter en zelfstandigheid van geest. Ik heb op verschillende wijzen en tijden, bij vrienden zoowel als vreemden, naar +u geïnformeerd, en de narichten zijn altijd van dien aard geweest, dat ik u den meest geschikte dacht om uit te voeren wat +mijn eenigste wensch is, dien ik u dringend verzoek te vervullen, indien het u eenigszins mogelijk is, namelijk: het eenig +nagelaten kleinkind mijner oudste zuster tot vrouw te nemen en haar op die wijze dat aandeel te geven aan mijne nalatenschap, +dat ik haar, uit aanzien van de treurige verdeeldheid in onze familie, nu moet onthouden. Ik had dat meisje in hare vroege +jeugd tot mij willen <a id="d0e338"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e338">19</a>]</span>nemen; om haar eene goede opvoeding te geven en aan dien jammerlijken soldatenboel te ontrukken, waarin zij nu is opgegroeid; +maar het is mij bot af geweigerd, en de generaal von Zwenken, haar grootvader, heeft daarmee de toekomstige fortuin zijner +kleindochter roekeloos verspeeld, om zijn ouden wrok tegen mij satisfactie te geven. Ook heb ik mijn testament gemaakt met +het vaste voornemen om hem, noch iemand der zijnen, ooit een penning van mijn vermogen te laten genieten; maar bij later inzien +wil ik het kleinkind niet straffen om de misdragingen harer grootouders. Ik wensch integendeel <i>haar</i> na mijn dood tot de erkentenis te brengen, dat die oude tante, wier naam zij zeker nooit dan met toorn en minachting heeft +hooren noemen, nog zoo kwaad niet was en het althans met haar niet slecht heeft gemeend, ja zelfs na den dood nog het mogelijke +heeft willen doen om haar te leiden door de hand van een edeldenkend man, die haar gelukkig zal maken, als zij het verdient. +Aan haar zelve een deel van mijne fortuin toe te kennen, zou gelijk staan met het den grootvader in handen te spelen, die +het voorzeker zou doorbrengen op dezelfde wijze als hij het vermogen mijner zuster heeft verspild en doorgebracht. Zoo kwam +ik op het denkbeeld om U, neef Leopold, dien ik uit al de mijne bij mijne jongste beschikkingen heb uitverkoren om de onafhankelijke +bezitter te zijn van al mijn wereldsch goed. U die ik weet een jongmensch te zijn van karakter en goede beginselen, U dit +eene verzoek te doen, waarmee gij een onrecht dat ik genoodzaakt ben te plegen, zult goedmaken. De vraag is nu maar of gij +in deze schikking genoegen zult nemen, en of het u mogelijk zal zijn aan mijne begeerte te voldoen. De bezwaren zouden kunnen +voortkomen van de zijde die er het grootste belang in heeft, dit redmiddel, dat ik heb uitgedacht, aan te grijpen. In dat +geval smeek ik u, de zaak niet dan op het uiterste op te geven. In ’t andere geval, uw eigen tegenzin om u door eene lastige +bemoeial als uwe oudtante blijkt te zijn, eene vrouw <a id="d0e343"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e343">20</a>]</span>te laten opdringen, die u om de eene of andere reden niet convenieert, onthef ik u bij voorbaat van dien dwang, want ik wil +dat er ten minste één lid van mijne familie zal zijn, die mijne nagedachtenis niet in afschuw houdt; maar als het daartoe +komt kent de notaris van Beek mijne intentiën, waarnaar gij u zult te schikken hebben, zoo gij u niet van de gansche nalatenschap +wilt verstoken zien, waardoor deze, zeer tegen mijn wil en wensch voor al mijne nabestaanden zou verloren gaan om aan industrieele +ondernemingen te worden besteed. Dan, ik wacht wat beters van uw goed oordeel en wijs overleg, om niet te zeggen dat ik reken +op uw goed hart, dat zich ontfermen zal over een jong meisje, reeds als kind door de kwaadwilligheid harer verwanten verstoken +van de voorrechten die een deftig en gegoed geslacht haar scheen te waarborgen, en die haar volgaarne waren gegund door hare +en uwe + + + +</p> +<p class="Closer">liefhebbende oud-Tante + + +</p> +<p class="Signed">Sophie Roselaer tot de Werve. + + +</p> +<p>P. S. Dat ik mij simpellijk Roselaer <i>tot</i> de Werve moet schrijven en niet <i>van</i> de Werve, is de schuld van den generaal; maar zijn koppigheid en dwarsdrijverij zal hem duur te staan komen. + +</p> +<p>“Nu, wat zegt gij?” vroeg Leopold, toen Verheyst na volbrachte lectuur het geschrift langzaam toevouwde met een bedenkelijk +gezicht. + +</p> +<p>“Wat ik zeg? wel dat het een echte vrouwenbrief is: het punt dat bij haar het zwaarste weegt ligt in ’t post-scriptum.” + +</p> +<p>“Hm! dat kan waar zijn; hoe is ’t mogelijk dat een christenmensch, dat eene vrouw, reeds met den eenen voet in ’t graf, nog +met zoo’n bitteren familiewrok is bezield geweest, en mogelijk om een bagatel!” +<a id="d0e363"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e363">21</a>]</span></p> +<p>“Wat zal men zeggen .... uit de wissewasjes komen de felste processen voort, als men den wortel der bitterheid niet bij het +eerste opschieten uitroeit. Maar ik had voor u wel gewenscht, dat deze dame met andere gevoelens ware bezield geweest jegens +hare verwanten; de zaak ware dan zoo licht gevonden. Convenieerde u de jonge dame, dan: het huwelijk; viel het anders uit, +dan: de verdeeling; gij bleeft beiden vrij, en met een half millioentje zoudt gij het ook wel kunnen doen.” + +</p> +<p>“Och! dat het haar behaagd had mij een dertig duizend gulden te maken zonder conditie,” verzuchtte Leopold, “dan ware ik van +al dat geharrewar af.” + +</p> +<p>“Dat zou zeker wel het gemakkelijkste zijn geweest voor u!” hernam Verheyst, even glimlachend; “maar ziet gij, men heeft niets +voor niet, en als nu de wraakzuchtige oude dame u heeft uitgekozen om het instrument harer wraakzucht te zijn, dan kunt gij +niet anders dan dien lastpost aanvaarden.” + +</p> +<p>“Dat zie ik nog niet in....” + +</p> +<p>“Ik ben er zeker van dat zij zich op haar sterfbed heeft verkneukeld bij de gedachte, dat zij eene kampioen voor hare grieven +heeft achtergelaten.” + +</p> +<p>“Heel goed, maar als zij zich verbeeldt dat ik, ter wille van haar geld, de laagheid zal plegen, zoo maar blindweg hare kwade +intentiën te dienen, dan heeft zij zich zonderling in mij vergist, of men heeft haar al zeer verkeerde berichten omtrent mijn +karakter aangebracht.” + +</p> +<p>“Vooreerst weet gij immers niet of er werkelijk iets van u verlangd wordt, dat met uw karakter in strijd is. Voorts moet ik +u zeggen, dat de beschikkingen eener overledene niet bediscussiëerd mogen worden, en dat men er zich zooveel doenlijk naar +voegen moet. Blijkt u dat inderdaad onmogelijk bij nader onderzoek, welnú, dan is het nog niet te laat om terug te treden.” + +</p> +<p>“Voorloopig heb ik in dien zin aan den notaris, geschreven. Ik voel wel dat ik beproeven moet of er iets van dat huwelijk +kan komen; ik ben het in de eerste <a id="d0e380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e380">22</a>]</span>plaats aan het jonge meisje verplicht maar om de waarheid te zeggen: ik zou zoo graag willen dat een ander dan ik, gij bij +voorbeeld, de eenige wien ik op dat punt volkomen vertrouwen kan, eens een kijkje kon nemen van de familie von Zwenken, van +de jonge dame allermeest, eer ik zelf optrad, ’t geen zoo heel decisief zou zijn....” + +</p> +<p>“Hoe gij u nu reeds de <i>airs</i> geeft van een millionair!” viel Verheyst in. “De preliminairen van zijn huwelijk te laten openen per ambassadeur! Jammer, +waarde patroon, dat ik volstrekt niet in de gelegenheid ben uwe opdracht te aanvaarden. Wie weet hoe ver de serviliteit voor +uw aanstaanden rijkdom mij anders nog vervoerd zoude hebben!” Er was eene mengeling van spot en gekrenktheid in den toon van +dit antwoord, die Leopold deed opschrikken. + +</p> +<p>“Dit verwijt is immers geen meenens?” vroeg hij getroffen. “Gij weet wel dat ik niets kon bedoelen dan een vriendendienst +vragen aan den eenige, wiens scherpzinnigheid en helder oordeel ik beter vertrouwen zou dan mijn eigen blik, door allerlei +strijdige aandoeningen licht beneveld!” + +</p> +<p>“Wees gerust, zóó heb ik het ook opgenomen; ik wilde u slechts een weinig plagen, maar ongelukkig is het beletsel dat ik aanvoerde +geen scherts maar strenge ernst. Ik moet morgen hier in den Haag blijven voor mijne eigene zaken, en daarna heb ik geen dag, +geen uur meer te verliezen, om de laatste aanstalten te maken voor mijne groote reis.” + +</p> +<p>“Van welke groote reis spreekt gij?” + +</p> +<p>“’t Is waar ook, wij hadden het zoo druk met uwe zaken, dat ik vergat u van de mijne te vertellen. Als gij mij niet uitgenoodigd +hadt bij u te komen, zou ik u toch morgen in den loop van den dag eens opgezocht hebben om u mede te deelen wat mij is overkomen....” + +</p> +<p>“Toch geen kwaad?” vroeg Leopold, hem ernstig aanziende. +<a id="d0e397"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e397">23</a>]</span></p> +<p>“Neen, neen! ontstel maar niet. Gij zijt niet de eenige wien de fortuin toelacht. Mij is het aanbod gedaan door den nieuw +benoemden Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, om hem als particulier secretaris te vergezellen. Behalve het aanzienlijk +jaargeld dat hij mij biedt en de uitnemende gelegenheid om op de meest comfortable wijze den overtocht naar Java te doen, +dat ik altijd verlangd heb te leeren kennen, zijn de vooruitzichten, die dáár voor mijne toekomst geopend worden, zoo verlokkend, +dat ik aan de verzoeking geen weerstand heb kunnen bieden, en veel liever dan in mijne provinciestad te blijven wachten op +schrale processen, of naar de eene of andere rechterlijke betrekking,—mij voor een jaar of wat expatrieer, om eenmaal terug +te keeren in al de wichtigheid van een Oosterschen nabob,” eindigde hij met eene poging tot scherts, die blijkbaar niet van +harte ging, want geen vroolijke glimlach verhelderde zijn, gelaat bij die schoone voorstelling. + +</p> +<p>“Ik kan u geen ongelijk geven,” hernam Leopold, die ook zijn best deed om zich goed te houden, schoon het hem even slecht +gelukte, want zijn verbleeken reeds verried hem, “maar toch, het spijt mij; ik kan u niet zeggen <i>hoe</i> het mij ook spijt, dat gij heengaat, juist nu ik in de gelegenheid zou zijn, uw leven als het mijne te veraangenamen. Denk +toch eens, Willem! Ik krijg bosschen en heidegronden in mijn bezit, en gij, die zooveel van jagen houdt....” + +</p> +<p>“Ik zal nu maar wachten tot ik de groote tijgerjachten op Insulinde bijwoon....” + +</p> +<p>“En hebt ge waarlijk nog maar zóó weinig tijd voor u, eer we voor goed afscheid nemen?” viel Leopold in, met eene zachte stem, +waaruit zijne aandoening sprak. + +</p> +<p>“Wat zal ik je zeggen! Zijne Excellentie heeft besloten met den eersten mail te gaan, die half April vertrekt. Wij moeten +dus zorgen tijdig te Marseille te zijn, en met alles wat er nog te schikken en te regelen <a id="d0e411"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e411">24</a>]</span>valt, ziet gij wel dat er niet veel tijd voor vriendschapsdiensten meer overblijft.” + +</p> +<p>“Hoe komt die Gouverneur-Generaal er toch toe, om juist u voor dat baantje uittekippen?” vroeg Leopold verdrietelijk. + +</p> +<p>“Dat is licht te verklaren. Hij is wat aan mijne familie geparenteerd, daarbij uit onze provincie herkomstig. Hij kende mij +reeds vóór hij in de Kamer optrad; hij had mij sinds lang zijn invloed toegezegd als er sprake was van zijne bevordering, +en nu hij zoo’n hooge betrekking kreeg, was het juist niet vreemd, dat hij aan mij dacht. Hij kon niet weten, dat ik voor +mijn Leopold zóó onmisbaar zou zijn.” + +</p> +<p>“Sla den nagel maar niet dieper in, Willem! Ik voel wel, dat ik mij den schijn geef van een grof egoïsme; maar geloof mij, +uw besluit om ’t vaderland te verlaten treft mij niet het meest om mijns zelfs wil, al word ik daardoor verstoken van uw vriendenraad +en hulp; maar bij de voorstellingen, die ik mij maakte van de toekomst, bij de plannen, die ik bouwde op mijne toekomende +fortuin, waart gij zoozeer mede begrepen, dat ik mij niet zoo op eens gewennen kan aan het denkbeeld, dat gij u nú juist voor +goed van mij gaat losmaken, om ’t geluk te gaan zoeken in den vreemde, dat ik als ’t ware in de hand had u te bieden. Gij +verlangt te reizen.... Wij hadden het immers samen kunnen doen?” + +</p> +<p>“En uwe vrouw!” + +</p> +<p>“Mijne eerste conditie zou geweest zijn, dat zij zich aan mijn vriend had te gewennen.” + +</p> +<p>“’t Is nog beter, dat gij zulke conditie niet behoeft te stellen. Mogelijk zijn er bezwaren genoeg te overwinnen zonder dat. +En begrijpt gij dan niet, gij, die liever in bekrompenheid hebt willen leven dan uwe onafhankelijkheid prijs te geven, dat +ik op mijne beurt ook eene onafhankelijke positie verkies boven de meest welgemeende aanbiedingen van een vriend? Hoe zou +het mij zijn, zoo ik op uwe fortuin zou gaan teeren?” +<a id="d0e425"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e425">25</a>]</span></p> +<p>“Een onafhankelijke positie! de dienstman te wezen van een satraap!” + +</p> +<p>“Satraap zooveel gij wilt, hoewel mijn chef nog niets gedaan heeft om hem in die categorie te rangschikken. Maar om alleen +op mij zelven te komen. Ik zal niet altijd in die ondergeschikte positie blijven. Mijn beschermer, die een man van zijn woord +is, zal mij spoedig genoeg voorthelpen, als hij mijne geschiktheid heeft beproefd, en dan.... het is nog niet gezegd, Leo! +wie van ons beiden den zwaarsten kamp zal moeten voeren, om de fortuin te veroveren....” + +</p> +<p>“Wel zeker! Naar de Oost trekken, maken dat men er gauw rijk wordt, en dan naar Holland weerkeeren om in den Haag eene villa +in ’t Willemspark of een Geldersch landgoed te gaan bewonen, dat is in een ommezientje geklaard; maar ik kan juist niet zeggen, +dat ik het prijselijk vind, en ik zou het waardiger en dankbaarder achten, dat men zijne schatten ten minste ging verteeren +waar men ze heeft opgezameld.” + +</p> +<p>“Het is waar, Leopold; van de tien handelen minstens zeven op die wijze; maar waarom verdenkt gij mij, dat ik juist tot de +zeven zou behooren? Waarom ben ik zoo plotseling in uwe schatting gedaald?” + +</p> +<p>“Waarom! waarom!” riep Leopold, opstaande en zijn stoel met drift ter zijde schuivende, “omdat het mij is, of ik zelf gedaald +ben in de uwe; dat kwelt mij en maakt mij wrevelig. Luister, Willem! ik neem een kort en goed besluit: ik ga aan dien van +Beek schrijven, dat ik van zijn verwenscht millioen afzie, en dan ga ik met u mee naar Indië; daar zal voor mij toch ook nog +wel plaats zijn.” + +</p> +<p>“Ik had er werkelijk aan gedacht, u iets dergelijks voor te stellen eer ik uw brief had ontvangen, maar nù zou dat dwaasheid +zijn.” + +</p> +<p>“Geene dwaasheid; want ik voel dat de demonische macht van dat geld mij al gaat beheerschen en dat ik er hoe langer hoe meer +onder zal raken als ik er mij <a id="d0e440"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e440">26</a>]</span>niet met één forsche daad aan ontworstel. Ik ben al zoo ver, dat ik anderen voor mij zelven vergeet, en aan niets weet te +denken dan aan mijne eigene bezwaren, en dat om dit ellendig geld.” + +</p> +<p>“Dat blijkt; want gij vergeet, dat het niet enkel eene geldkwestie is. Gij vergeet dat jonge meisje, dat gij daar zoo bot +weg in den steek zoudt laten, zonder te onderzoeken, of zij ook waardig is, dat gij haar uw steun biedt en of gij haar niet +willekeurig versteken gaat van ’t geen haar is toegedacht.” + +</p> +<p>“Gij hebt goed praten, maar.... als gij in mijne plaats waart....” + +</p> +<p>“Zou ik handelen en mij zelf overwinnen, om te zien wat er in dezen te doen viel. Gij ziet op tegen den strijd, dien u wacht, +tegen de bezwaren, die uwe rust gaan verstoren, ziedaar alles; en nu meent gij eene grootsche daad te doen met het hoofd af +te wenden en uw gewonen weg te gaan, of er u geen nieuwe plichten waren opgelegd. Mis, vriendje! Met mijne toestemming zult +gij zulke ongerechtigheid niet plegen. Gij moet den strijd aanvaarden; niet tegen den berg opzien, waarachter het onbekende +ligt, en als een echt paladijn den kruistocht ondernemen tegen de reuzen en draken, die uwe dame in gevangenschap houden.” + +</p> +<p>“Gij hebt, op mijn woord, gelijk. Ik mag dat meisje niet zoo willekeurig op zij schuiven, al zou ik ook vrijheid hebben om +zelf arm te blijven uit gemakzucht. Het blijft er bij, Willem! Ik zal niet lafhartig teruggaan in dezen kamp, al moet het +er een zijn tegen mijzelven. Ik ben gelukkig geen vreemdeling in zulken strijd; maar ziet gij, een vriend als gij, die bijtijds +waarschuwt, zou mij zoo noodig zijn. Maar het zij zoo; ik sta u af, al is ’t noode. Ik weet, waar ik mijne sterkte zal zoeken. +Ja! glimlach maar.... gij, die zoo vast in uwe schoenen staat, dat gij nooit behoefte gevoelt aan hooger hulp.” + +</p> +<p>“Dat heb ik nooit gezegd, Leopold. Ik glimlachte, het is waar, over de levendigheid en de snelle wisseling uwer <a id="d0e452"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e452">27</a>]</span>aandoeningen; maar ik ben er verre af, in u te bespotten wat ik hoogacht, al kan ik uwe religieuse opinies <span id="d0e454" class="corr" title="Bron: nie">niet</span> deelen.” + +</p> +<p>“Waarom niet? Is het dan zoo moeielijk, te gelooven aan krachten en machten, die men niet zien, niet ontleden kan; wordt het +leven niet een jammerlijk <i lang="fr">terre à terre</i>, als men het opvat zonder iets aan ’t bovenzinnelijke te hechten; in één woord; hebt gij, gij, die een ernstig en zedelijk +mensch zijt, gansch geene behoefte aan geestelijk leven, aan godsdienst?” + +</p> +<p>“Wat zal ik je zeggen, Leopold! Wij leven in een tijd van spoorwegen en stoommachines, waarin iedereen op zijn eigen terrein +zoo wordt voortgejaagd en gedreven, dat men waarlijk lust noch tijd overhoudt om veel, om diep na te denken. En de theologie +is een akelige doolhof, vol doornstruiken en wespennesten, waarin ik niet graag zou ronddolen. Ik weet wel, er is een gemakkelijke +weg om voor religieus door te gaan en zich zelf wijs te maken, dat men het werkelijk is. Men heeft alleen maar binnen ’t cirkeltje +te treden, dat eens en voor goed is afgebakend. Maar .... dat is mijne zaak niet, al weet ik <i lang="fr">que c’est très bien porté</i> in zekere côteriën....” + +</p> +<p>“Gij weet van mij, dat ik mijne overtuiging niet van côteriegeest heb afhankelijk gemaakt,” viel Leopold in, vast, maar zonder +gekrenktheid. + +</p> +<p>“Als ik dit <i>niet</i> van u wist, zou mijn uitval eene opzettelijke krenking zijn, Leo! En al houd ik er van, u eens een weinigje te plagen ik +zou u nooit willen grieven in ’t geen ik weet dat u zeer na aan ’t harte ligt. Wat ik zeide, was voor mij zelven, omdat men +mij juist in dezen tijd wel eens lastig is gevallen op zeker punt. Wat u betreft, gij hebt u nu eenmaal vastgezet in eene +overtuiging, die ik niet zal bestrijden, te minder, daar gij er uw leven naar hebt gericht. Maar juist daarom, Leopold, kan +ik niet inzien, dat ik U zoo onontbeerlijk zou zijn dat ik mijne vermoedelijke fortuin aan de eischen uwer vriendschap zou +moeten opofferen.” +<a id="d0e474"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e474">28</a>]</span></p> +<p>“Bij dieper nadenken zou ik dat ook niet gevergd hebben, Willem; alleen.... gij hebt daarin gelijk.... ik ben wat snel, wat +levendig in mijne opvatting, en mijne eerste opwelling was die van teleurstelling. Gij weet, ik ben er nu overheen, en gij +zult zien dat ik niet meer weifelen zal in mijn voornemen om de aangeboden fortuin te aanvaarden met al hare baten en schaden, +al drukt mij nu reeds de groote verantwoordelijkheid die zij zal opleggen.” + +</p> +<p>“Maar vergeet dan ook niet de groote voorrechten, welke zij geeft; ware ’t maar alleen de gelegenheid om veel goed te doen. +Komaan, schep moed! Uwe schouders zijn krachtig genoeg om den last van een millioentje te dragen; uw hoofd is niet te zwak +om groote bezittingen te beheeren. Gij hebt eene reine, werkzame jeugd achter u. Het tijdperk, dat gij nu intreedt, is dat +van mannelijke kracht. Uw vastheid van wil is reeds gerijpt in menige beproeving, die gij zegevierend hebt doorgestaan. Is +er dan vrees dat gij versagen zoudt voor het te veel, gij, die het zoo vorstelijk met het te weinig hebt weten op te nemen?” + +</p> +<p>“Nu nog mooier! Gij gaat mij vleien,” sprak Leopold lachend. “Gij wilt eens zien, hoe ik dat opnemen zal; maar wees gerust. +Tegen vleierij heb ik een ferm waterproefje aan; ik ken mij zelf een weinig....”. + +</p> +<p>“Nog niet genoeg, als gij twijfelt of ik hier in vollen ernst spreek. Ik ben acht jaar ouder dan gij, Leopold! en sinds wij +elkaar leerden kennen, heb ik uwe worsteling met het leven en de omstandigheden met belangstelling gadegeslagen, en zoo mag +ik zeggen: gij <i>zijt</i> voor die moeielijke taak opgewassen. Gij hebt het ‘adeldom verplicht’ zóó goed weten op te vatten, dat gij het ‘rijkdom verplicht’ +ook in de beste beteekenis zult toepassen.” + +</p> +<p>“Het moeten sterke beenen zijn, die de weelde dragen. Mijn hoofd heeft reeds geduizeld bij de voorspiegeling van een millioen. + +</p> +<p><span id="d0e489" class="corr" title="Bron: ">“</span>Wie zegt u, dat bij ’t werkelijk bezit mijn voet niet zal wankelen, niet zal uitglijden....” +<a id="d0e492"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e492">29</a>]</span></p> +<p>“Reeds uwe eigen bezorgdheid op dit punt is mij de beste waarborg. Indien ik er anders over dacht, geloof mij, dan nam ik +u liever mee als mijn adjunct naar Indië. Maar nu.... luister. Ik ben er in zekeren zin bij geïnteresseerd, dat gij het er +goed afbrengt met die erfenis. Toen ik de hand van dien notaris zag, kreeg ik een vermoeden, en toen ik in den brief van uwe +oudtante las, dat zij op iedere wijze naar u had geïnformeerd, ging mij het volle licht op. Ik herkende de hand als die van +iemand, die in ’t voorgaande jaar mij geschreven had, om informaties te nemen naar u. Er was bijgevoegd, dat de navraag geschiedde +met geene andere dan goede intentiën en dat mijn antwoord voor den persoon in kwestie geheim zou blijven. Ik behoef u niet +te zeggen, hoe mijn antwoord was ingericht, en <i>ik</i> heb grond om te gelooven, dat mijne getuigenis heeft medegewerkt tot het besluit van jonkvrouwe Roselaer tot de Werve. Stel +mij dus niet ten toon als een valschen berichtgever, door uit overdreven nauwgezetheid te eeniger tijd de zaak te laten varen. +Had nadere kennis van de eischen der testatrice mij doen zien, dat men bedoelde u een valstrik te spannen of tot eene laagheid +te bewegen, dan zeker zou <i>ik</i> mij geene moeite gegeven hebben uwe bezwaren te bekampen en het eenvoudig op uw instinct van eerlijkheid laten aankomen. +Nu blijkt dit niet het geval, en ik zeg u: zet door; wie weet welk een parel van eene vrouw u, dus in ’t goud gezet, wordt +aangeboden. Apropos, weet gij al hoe uwe aanstaande heet en waar zij gezocht moet worden?” + +</p> +<p>“Ik heb van ochtend juist een briefje gekregen van den notaris, met verzoek om zoo spoedig mogelijk bij hem te Utrecht te +komen, daar hij in de gelegenheid is, mij inlichtingen te geven omtrent den generaal von Zwenken en zijne kleindochter Francis +Mordaunt.” + +</p> +<p>“Mordaunt! Heet zij Francis Mordaunt?” riep Verheyst, kennelijk onaangenaam verrast. + +</p> +<p>“Ja! Hebt gij wat tegen den naam? Hebt gij dien <a id="d0e507"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e507">30</a>]</span>meer gehoord?” vroeg Leopold als in één adem; want de strakke, verdrietelijke plooi op het gelaat van zijn vriend stond hem +niet aan. + +</p> +<p>“Meer gehoord, nu ja .... veel gehoord zelfs, als die van een Engelsch officier op retraite, die jaren geleden ergens in mijne +provincie heeft gewoond; een man, waar, zoover ik weet, niets op te zeggen viel....” + +</p> +<p>“Nu ja! Maar de persoon waar ’t hier op aankomt is de dame in kwestie. Kent gij haar?” + +</p> +<p>“Niet persoonlijk, en op praatjes en geruchten kan men toch eigenlijk niet afgaan; en hetgeen mij van haar is ter oore gekomen, +kan .... onjuist zijn. Maar als dit niet zoo is, zou het weinig geruststellend wezen voor u, dat mag ik je niet verbergen. + +</p> +<p><span id="d0e516" class="corr" title="Bron: ">“</span>Daarom, onderzoek, onderzoek streng en vertrouw niets dan uwe eigene oogen en bevindingen.” + +</p> +<p>“Heeft zij een lichaamsgebrek, is zij afzichtelijk?” vroeg Leopold met onrust. + +</p> +<p>“Neen, dat niet; ik geloof zelfs, dat zij er niet kwaad uitziet; althans goed genoeg om pretendenten te lokken; maar....” + +</p> +<p>“Welnu, wat aarzelt gij! Geef mij den genadeslag. Is ’t eene coquette?” + +</p> +<p>Verheyst haalde de schouders op. “Daarover heb ik niet hooren klagen; het zou ten minste eene coquetterie moeten zijn van +een vreemde soort.” + +</p> +<p>“Martel mij niet; zeg in eens uit wat kwaad gij van haar weet.” + +</p> +<p>“Niets eigenlijk wat men kwaad kan noemen; althans in uwe oogen zal het geen misdaad schijnen. Ik weet alleen, dat een mijner +bekenden, een vriend van mijn jongsten broer, die smoorlijk op haar verliefd is geweest en bot af een blauwtje heeft geloopen, +mij eene voorstelling heeft gegeven van haar, die .... enfin, niet heel aanmoedigend is voor u. Zij moet eene brutale heks +zijn, die niet wil trouwen, omdat zij geen heer of meester over zich wil erkennen. Ze heeft dien armen Karel <a id="d0e531"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e531">31</a>]</span>Felters, den goedhartigsten sukkel die er op twee beenen loopen kan, zoo gerudoyeerd dat hij van schrik het hazenpad heeft +gekozen, en <i>nota bene</i> naar Afrika is vertrokken, om zeker te zijn, dat hij haar nooit weer zou ontmoeten; overigens niet slechts in alle opzichten +een goede jongen, maar in vollen zin dat, wat men eene goede partij noemt. Ik zeg ’t niet om u af te schrikken, maar....” + +</p> +<p>“Wel, dat schrikt mij in ’t geheel niet af,” sprak Leopold rustig. “Dat zij geen sukkel wil hebben, die voor een vrouw wegloopt, +bewijst voor haar karakter; ik vind het piquant dat zij geene flauwe onbeduidendheid is.” + +</p> +<p>“Ja! piquant moet ze zijn in de hoogste mate.” + +</p> +<p>“Zooveel te beter. Een weerloos slachtoffer vellen trekt mij in ’t geheel niet aan.” + +</p> +<p>“Ik ben blij dat gij er zoo over denkt. Ik voor mij zou geen lust hebben in zulken kamp; maar gij, die zedelijk verplicht +zijt den aanval te wagen....” + +</p> +<p>“Al ware die verplichting er niet, ik zou er mij nu toch toe opgewekt gevoelen.” + +</p> +<p>“Om een helleveeg te trouwen?” vroeg Verheyst, zelf gerustgesteld door de luchtigheid, waarmee Leopold zijne slechte berichten +opnam. “Een prettig baantje voorwaar!” + +</p> +<p>“Het doet er niet toe; dat is juist een kolfje naar mijne hand. Ik zal er Shakespeare’s <i lang="en">Taming of the shrew</i> nog eens op nalezen.” + +</p> +<p>“<i lang="en">As you like it!</i> maar bedenk dat zijne middelen geantiqueerd zijn.” + +</p> +<p>“Ik ben geen <i lang="en">gentleman</i> uit den ruwen tijd van <i lang="en">old merry England</i>; ik ben een edelman van de 19<sup>de</sup> eeuw...” + +</p> +<p>“Dat bewijst niet veel. Of vindt gij dat onze moderne jongelui zoozeer uitblinken in wellevendheid en galanterie?” + +</p> +<p>“Nu, om je gerust te stellen, die ridderlijkheid van de <i lang="fr">preux chevaliers</i> die ik onder mijne voorvaderen tel, is .... meer dan wellicht voor deze occasie noodig zal zijn, in mijn bloed overgegaan. +Mijn moeder placht te zeggen, <a id="d0e576"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e576">32</a>]</span>dat ik geleek op dien ridder van Zonshoven, ook een Leopold, die, om de eer zijner dame op te houden, zich de linkerhand heeft +laten afkappen. Zie, deze hier is het; de legende is te lang om nu te vertellen, maar de verminkte arm wijst het uit, dat +er iets waars aan is en dat het portret moet gemaakt zijn nà de catastrophe;” en Leopold wees met de hand en blik naar eene +der oudste beeltenissen, in zwart ebbenhouten lijst. Verheyst zag beurtelings naar de oude in harnas gehulde gestalte, en +naar het jeugdige frissche gelaat van Leopold, en sprak eindelijk, met een glimlach het hoofd schuddend: + +</p> +<p>“Uwe goede moeder heeft haar eenigen zoon dan toch niet geflatteerd; ’t is waar, er is eenige gelijkenis in dat hooge voorhoofd +met het uwe, en uit dit donker blauwe oog spreekt stoutheid en zachtheid tevens, zelfs zou men in den vorm van ’t gelaat, +en in de wat laatdunkend vooruitstekende onderlip, desnoods den familietrek kunnen ontdekken, maar toch, de meester schilder, +die deze beeltenis vermoedelijk in ’t begin van de vijftiende eeuw heeft geconterfeit, is zeker geen groot man in zijn vak +geweest; ’t is alles zoo hard en stijf, die ridder poseert zoo brutaal met zijn verminkt lid, dat ik mij wel verklaren kan +waarom gij het juist in dien hoek hebt gehangen.” + +</p> +<p>“Toch het meest omdat het vuil en hier en daar gebarsten is,” sprak Leopold; “maar als ik het eens laat opknappen, en het +werk tot zijn recht komt, zal het zich zeker gunstiger voordoen, en wie weet, aan welk groot schilder het dan niet zal worden +toegeschreven; de naam staat er wel niet op, en het jaartal evenmin, maar toch....” + +</p> +<p>“Wie weet of ’t nog niet uitkomt, dat het een Memling is”, spotte Verheyst, er nog dichter vóór tredende. + +</p> +<p>“En Mijnheer de ridder draagt het kruis der Tempeliers” ging hij voort; “zoo heeft hij zijn schoone dan niet eens gewonnen +door zijn offer.” + +</p> +<p>“Neen! zijn roman had een treurigen afloop.” + +</p> +<p><span id="d0e589" class="corr" title="Bron: ">“</span>Ik wensch dan van harte dat de gelijkenis van het <a id="d0e592"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e592">33</a>]</span>leven niet sterker moge doorgaan, dan die ik waarneem in de physionomie. Want zonder je te vleien, de jonker van de 19<sup>de</sup> eeuw bevalt mij vrij wat beter dan die van de 15<sup>de</sup>. Al hebt gij niet de forsche gestalte van dien <i lang="fr">pourfendeur</i>, gij zijt toch slank en rap genoeg, en in uwe fijne blanke hand zit kracht genoeg, al zou die zwarte gantelet haar al zeer +slecht <i>ganteeren</i>, en dan die akelige strakke trekken, die ijzige glimlach; terwijl bij u alles leven en bewegelijkheid is. Neen! neen! de +uitdrukking van die tronie bevalt mij volstrekt niet, al stellen wij nog zooveel van dat kille en fletsche op rekening van +den conterfeiter, en voorwaar, die man met zijn hoog opgetrokken wenkbrauwen ziet op ons neer met zoo’n trotschen, laatdunkenden +blik, of hij zich boos maakt dat wij niet aan zijne voeten vallen, <i lang="fr">la face contre terre</i>. Foei! ik word er krekelig om, en wel het meest op uwe moeder, die zeker uit adeltrots, juist den vinnigsten en fiersten +van al deze hooge en machtige heeren uitkipte, om er u mee te vergelijken.” + +</p> +<p>Leopold lachte luid en onbedwongen. + +</p> +<p>“Wat sta je door te slaan, Willem; en om je te beschamen, moet ik je zeggen, dat mijne moeder, die wel stille huiselijke deugden, +maar geen greintje geboortetrots heeft bezeten, juist in de uitdrukking van de oogen, in den fellen hooghartigen blik, de +gelijkenis meende te hebben gevonden.” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Il ne s’agit que de bien voir la chose</i>, maar als gij mij zóó stondt aan te kijken, zou ik je vierkant den rug toedraaien, om je nooit weer op te zoeken.” + +</p> +<p>“Ik ben u de toelichting schuldig,” hervatte Leopold, goelijk lachend. “Moeder maakte mij wijs, dat ik op den ridder geleek +als ik mijn booze, weerbarstige buien had en de—onbeschaamdheid pleegde.... (lieve, arme moeder, wat hebt gij mij veel te +vergeven gehad, hoe kondet gij mij liefhebben),” viel Leopold zich zelf met weemoed in de rede, “haar zoo fier en uittartend +aan te zien; dan was ’t altijd: ‘foei Leo! de oogen van den <a id="d0e620"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e620">34</a>]</span>Tempelier,’ en ik werd bij de hand voor ’t portret gebracht te mijner beschaming, en dan, ja, ik belijde het, dan was er waarheid +in de gelijkenis.” + +</p> +<p>“O ho! is ’t er zóó mee gelegen, dan kunt gij ’t mij toch niet kwalijk nemen, dat ik niet gecharmeerd was van uw hoog-adellijk +evenbeeld!” + +</p> +<p>“Te minder daar ik, om billijk te zijn jegens mij zelven, u mag verzekeren, dat er na mijne vlegeljaren geene aanleiding meer +heeft bestaan tot zulke boetpredikatie <i lang="fr">en action</i>; het lot heeft mij zoowel ootmoed als ernst geleerd. En ik betreur dat niet: ijdele hoogmoed brengt ons zeker ten val, en +het is ijdelheid, als men, zelf arm aan verdiensten, op de voorvaderlijke grootheid stoft; nog ééns, zoo ik mij wel herinner, +heeft het symptoom der booze gelijkenis zich weer voorgedaan, en wel bij gelegenheid van eene woordenwisseling, die ik had +met mijn oom den minister. Maar ik was toen in mijn recht, want hij beschimpte mijn vader nog in zijn graf, omdat deze eene +arme freule had getrouwd, die hem niets had aangebracht dan familiebezwaren, terwijl hij, naar zijn voorbeeld, zijn jonkheerstitel +had moeten gebruiken als het lokaas voor eene schatrijke burgerlijke bruid. Toen voelde ik het bloed van den Tempelier nog +weer eens in mijne aderen bruisen, en de gloed der verontwaardiging moet uit mijne oogen gelicht hebben, zooals die daar ginds +schitteren, want Zijne Excellentie was kennelijk niet zeer op zijn gemak; hij verbleekte en tastte naar zijn schel, of hij +hulp wilde roepen en vreesde dat ik andere wapens zou gebruiken tegen hem dan die van mijn blik; toch bedacht hij zich, toen +hij mij zag glimlachen over zijne onrust, en van toon veranderend, bracht hij mij met eene hoffelijke wending van ’t gevaarlijke +chapitre af, mompelde eenige onbestemde betuigingen van belangstelling enz. enz. en geleidde mij al pratende tot in zijn antichambre, +waar wij reeds niet meer alleen waren. Maar ik wist, dat ik voor goed aan zijn kamerdienaar geconsigneerd was, en mij de moeite +<a id="d0e629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e629">35</a>]</span>om bij hem aan te schellen voortaan kon sparen. En nu genoeg riddergeschiedenis voor heden; vertel mij nog liever wat van +mijne aanstaande vrouw....” + +</p> +<p>“Ik wensch voor u en voor haar dat zij uw ridderlijk bloed niet in al te groote beweging zal brengen, en daarom moet ik u +vooruit waarschuwen, dat zij ruw is en.... slechte manieren heeft<span id="d0e633" class="corr" title="Bron: ">.</span>” + +</p> +<p>“Tantes brief deed mij reeds onderstellen, dat het haar aan eene goede opvoeding heeft ontbroken. Maar dat is immers hare +schuld niet. Het arme kind! Welnu, ik zal daarin dan wat te verhelpen hebben, en ik zal tegelijk de echtgenoot en de gouverneur +mijner vrouw moeten zijn; mogelijk, wie weet het, nog wel voor muziek- en dansmeester moeten spelen!” + +</p> +<p>“Niet voor schermmeester althans, want zij kan handig genoeg met den degen omgaan, altijd volgens de getuigenis van Karel!” + +</p> +<p>“Drommels!” riep Leopold lachend, “dat’s om bang van te worden....” + +</p> +<p>“Karel <i>is</i> werkelijk bang geworden, en, om u ’t al te zeggen: zij was destijds nog maar een aankomend meisje, en toch werd haar in de +kleine garnizoensplaats, waar zij woonde, algemeen de niet zeer vleiende bijnaam gegeven van: <i>Majoor Frans</i>.” + +</p> +<p>“Dat klinkt niet aantrekkelijk! daar hebt ge gelijk in, maar toch.... ik zal zien dien majoor onder mijn vaandel te enroleeren, +en ben ik eens zoo ver, dan zal hij in die kwaliteit zijn ontslag moeten nemen om in ’t civiele over te gaan.” + +</p> +<p>“’t Is goed dat gij het zoo luchtig opneemt, want in trouwe, er zit voor u niets op dan het te beproeven....” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Faire contre fortune bon coeur</i>, is altijd mijne leus geweest en—mijn lot,” hernam Leopold met eene mengeling van zwaarmoedigheid en scherts. + +</p> +<p>“Maar, mijnheer! doe dan asjeblieft open, ik heb al driemaal geklopt met het theewater.” + +</p> +<p>’t Was de snibbige stem van Kaatje de dienstmeid, wier <a id="d0e663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e663">36</a>]</span>bescheiden tikken onder het levendige gesprek niet was gehoord geworden. + +</p> +<p>Leopold deed open en Kaatje zette het theeblad klaar met “z’n toebehooren,” maar Verheyst trok een gezicht dat comische wanhoop +uitdrukte bij die aanstalten, en toen het meisje was afgetrokken, sprak hij: “Zet maar geen thee voor mij, want om de waarheid +te zeggen, ik ben veel te flauw om uw lauw water te drinken; ik heb maar zoo wat geluncht met een stuk brood en vleesch; mijn +diner is bij de reis ingeschoten.” + +</p> +<p>“Ondankbare egoïst die ik ben, u zóó aan den praat te houden en daar niet op te denken; wacht, ik geloof dat mijn kok vandaag +ook wat slapjes was met zijn soep. Ik zal mij eens een extraatje permitteeren; ’t is half acht, de tafels in de hotels zijn +afgeloopen; maar wij gaan een apart dineetje nemen bij Pijl.” + +</p> +<p>“Waarom niet in de Witte? Daar moet het nogal goed zijn, en mogelijk ontmoet ik daar nog dezen of genen, dien ik spreken moet, +ware ’t maar alleen om afspraak te maken tegen morgen: dat zou mij tijd uitwinnen.” + +</p> +<p>“Zoo gij daar wezen wilt, mij goed, dan zal ik iemand opzoeken om u te introduceeren; maar laten wij dan eerst elders gaan +eten, want dààr kan ik uw gastheer niet zijn. Ik ben geen lid meer.” + +</p> +<p>“Dat’s kras, Leo!” + +</p> +<p>“Wat zal ik je zeggen. Toen mijn vader stierf, en mijne moeder, schoon ze van een schraal pensioentje moest leven, niet besluiten +kon den Haag te verlaten, begreep ik voor mij dat ik het snoeimes flink ter hand moest nemen, om al wat naar luxe geleek, +ferm uit te snijden. De contributie moest op mijn budget geschrapt worden, en hoewel ik vrienden genoeg had die mij begrijpen +lieten, dat ik daarover niet denken moest, wees ik die aanbiedingen ruiterlijk af. Geen valsche schaamte weerhield mij om +te zeggen waar het op stond, dat de kleine geldzaak hier niet eens het grootste bezwaar was, maar dat men het Haagsche leven +niet ten halve kon <a id="d0e677"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e677">37</a>]</span>meedoen; dat ik er den lust zoowel als de gelegenheid voor verloren had, dat ik voortaan dacht thuis te blijven en mij niet +in den omgang met vroegere vrienden tot soupeetjes en avondpartijtjes wou laten verlokken. Daarbij onder ons gezegd, onder +drinkers en spelers heb ik mij nooit recht thuis gevoeld, zelfs niet dien korten tijd, dat ik student mocht zijn, en ik berekende, +dat als men mij nergens meer zag, invitaties voor diners en partijen vanzelven zouden ophouden, die tot allerlei extraatjes +leiden van fijne handschoenen, verlakte bottines, en in de verplichting brengen om er een éléganten rok op na te houden; mijne +abdicatie, zooals men dat noemde, werd begrepen, mogelijk hier en daar bepraat en afgekeurd; maar ik had er spoedig geen last +meer van. Jongen! men wordt zoo makkelijk vergeten, als men vergeten <i>wil</i> zijn! Toch moet ik ter eere van mijne Haagsche kennissen zeggen, dat ik bij toevallige ontmoetingen nooit anders dan achting +en welwillendheid heb gevonden. Ze hebben het mij heusch niet kwalijk genomen dat ik kluizenaar ben geworden, en het niet +eens een onvergefelijke dwaasheid geacht, dat ik, arm zijnde, niet om den bluf, den schijn heb willen bewaren en toch meedoen, +ware het ten koste van anderen, om ’t geen sommigen noemen: hunne eer op te houden! En nú, laten we gaan zien dat we wat te +eten krijgen.” Al sprekende had Leopold zijn overjas aangetrokken, zijn hoed en handschoenen genomen, en beiden stormden nu +met gezwinden pas de trap af. +</p> +<hr class="tb"><p> + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<h2>Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst.</h2> +<p>Al had ik niet beloofd u een getrouw verslag te doen, beste Willem! van mijn wedervaren en bevindingen op mijn avontuurlijken +tocht ter verovering eener bruid, toch <a id="d0e689"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e689">38</a>]</span>zou ik er behoefte aan hebben, dat alles mede te deelen aan iemand, die luisteren wilde zonder repliek. En daar ik er vooralsnog +geen sterveling, behalve den eenigen, die er niet buiten kon blijven (de notaris), inhalen wil, is het waarlijk een kansje +voor mij, dat gij nu mogelijk al door de Roode Zee glijdt, en ik dus alles aan ’t papier kan toevertrouwen, met de zekerheid, +eenmaal door een vriend gelezen te worden, zonder dat ik mijn geheim verklap. + +</p> +<p>Ons afscheid was zoo brusk en gejaagd tusschen al die heele en halve kennissen in, waar we bij Paulez mee dineerden en waarvan +enkelen u meenamen naar de sociëteit, dat ik niet meer in de gelegenheid was, om u kennis te geven van mijn besluit om reeds +des anderen daags met den eersten trein naar Utrecht te vertrekken, om mijn verkenningstocht aan te vangen. Uwe mededeelingen +hadden mijne nieuwsgierigheid geprikkeld, meer nog dan mijne hebzucht het was door het blinkend millioen, en ik kon mijn ongeduld +niet bedwingen tot uwe terugkomst van die particuliere audiëntie die u op zulk eene geheimzinnige wijze, op zulk een ongewoon +vroeg uur, was toegezegd. Ik hoopte altijd, dat ik u vóór uw definitief vertrek nog eens zou kunnen zien, om u vaarwel te +zeggen; maar gij waart altijd <i lang="fr">par voies et par chemins</i> in de laatste dagen en ik .... neen, ik was niet op reis, maar zoo wat in een betooverd slot geraakt, waar ik wel niet door +draken en reuzen, maar door mijn eigen wil en zucht tot volharding werd vastgehouden. Mogelijk nog wel door iets anders .... +maar daar ben ik nog niet zoo zeker van. + +</p> +<p>Om nog even op uwe zaken te komen. Gij zult nu zeker beter weten, dan ik het vatten kan, hoe uw patroon staat met zijne zenders, +en hoe dezen het op hunne beurt zullen maken met hunne dwarskijkers. Als ik aan dat alles denk, komt de wensch bij mij op, +dat gij liever aan mijn voorstel haddet gehoor gegeven, om mijn wel en wee te deelen, dan u mee te laten vangen <a id="d0e698"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e698">39</a>]</span>in dat striknet der intrigue, waaruit geen van de partijen, die er in betrokken zijn ongeschonden te voorschijn kan komen. +Maar gij zult mij antwoorden, dat gij volkomen onkundig waart van deze valsche verhouding, toen gij uw woord gaaft, en dat +het overige uwe zaak niet is, en daarin hebt gij gelijk. Uw patroon kan de stormen aan deze zijde van den Oceaan onbekommerd +zien opsteken; zijn hoofd zullen ze toch niet treffen: zijne positie is voor het bepaalde getal jaren verzekerd, en—de uwe +evenzeer. Gij hebt intusschen van de gelegenheid geprofiteerd, om Indië te leeren kennen, en kunt met die kennis veel goeds +doen en veel kwaads voorkomen, als men naar u zal willen luisteren, <i lang="fr">voilà la question</i>. Iemand die dat zeker zou gedaan hebben, en die hoog noodig zou gehad hebben dat gij hem uwe voorlichting bleeft geven, is +schrijver dezes, die waarlijk onder zeer bezwaarlijke en gecompliceerde omstandigheden tot handelen zal worden gedwongen. +Naar mijn eigen gevoelen is de zaak mijner fortuin nogal vlottende. Wel is door de waardige erflaatster alles gedaan, wat +noodig was, om die voor goed te verzekeren; maar er zijn oogenblikken, waarin mij de onweerstandelijke lust overvalt, om mij +van alles af te maken, liever dan het instrument te zijn, om de wraakzucht <i lang="fr">d’outre tombe</i> van Jonkvrouw Roselaer tot de Werve te dienen: een grijsaard uit zijn erfgoed te verdrijven en eene arme zwerfster te maken +van eene weeze, die door hare afkomst een recht heeft op de nalatenschap harer oudtante, al blijkt de wetgeving zulke rechten +lager te stellen dan de luim eener knorrige, oude vrouw, die de behendigheid heeft gehad een onaantastbaar testament te maken. + +</p> +<p>Gij ziet, Willem! dat ik nog in ’t geheel niet verzoend ben met de beschikkingen van tante Roselaer, maar ’t is ook ergerlijk +voor iemand, die een ingeboren gevoel van billijkheid heeft en een hart, dat—ja, ik mag het hier zeggen,—dat op de rechte +plaats zit, om de <i lang="fr">exécuteur <a id="d0e710"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e710">40</a>]</span>des hautes oeuvres</i> te zijn eener ingeroeste familieveete. En toch, zoo vaak ik de opwelling in mijne chevalereske gevoeligheid—die gij mogelijk +romaneske zwakheid zoudt noemen—heb bekampt met de nuchtere, klare beschouwing der feiten, komt het mij voor, dat ik mij niet +onttrekken <i>mag</i> aan dien plicht, en dat de nood mij is opgelegd, het aangewezene te volbrengen, liever dan lafhartig de handen te laten zakken +en alles over te laten aan den notaris-executeur, een uiterst braaf man, ik wil ’t gaarne gelooven, maar zoo punctueel op +de letter van de wet, dat hij geenerlei menagementen zou gebruiken, noch van verzachtende maatregelen, noch van uitstel van +executie zou willen hooren; en dat alles staat ten minste nog in mijne macht, als ik het lastig baantje niet moedwillig laat +varen. + +</p> +<p>Een enkel geval kan zich voordoen, waarbij mij het koninklijk prerogatief is toegekend, om gratie te geven, namelijk: als +het huwelijk doorgaat; maar ik begin te vreezen, dat er hinderpalen bestaan, die iemand van mijn karakter met den besten wil +der wereld niet kan overstappen; dan—ik wil geregeld vertellen en niet beginnen met hetgeen wellicht het einde zal moeten +zijn. Ik ga u mijne indrukken en ontmoetingen mededeelen—dag voor dag—zooals zij mij zelf toegekomen zijn, te beginnen met +mijn bezoek bij den notaris van Beek op den 28<sup>sten</sup> Maart. De waardige fonctionaris is een klein mager persoontje, met een naturel op, en een paar kleine levendige oogen, die +met zijn fijnen, langen neus en de dunne lippen van den toegeknepen mond het perfect model levert van een slim, capabel, maar +onverbiddelijk wetgeleerde. Hij ontving mij eerst in zijn kantoor, in zijn klassieken armstoel gezeten, met zijn grijs huisjasje +en statelijke witte das, die zijn dunne hals met onverbiddelijke wreedheid omwrong. Ik had hem wel lucht willen bezorgen, +zóó greep het aanschouwen van die beklemming mij aan, maar hij zelf voelde zich daardoor blijkbaar niet in de engte—het scheen +hem alleen een steun <a id="d0e721"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e721">41</a>]</span>zijner wichtigheid. Opstaande groette hij mij met eene deftige buiging, en eerst toen ik mijn naam had genoemd en mijn besluit +had te kennen gegeven, om, indien eenigszins mogelijk, de intentiën der erflaatster te vervullen, zweefde een fijn glimlachje +om zijn mond, of hij zeggen wilde: “Gij zijt er dan toch toe gekomen, al valt gij wat aarzelachtig.” Na eene korte woordenwisseling +over het eenigszins plotseling afsterven zijner cliënte, en haar uitdrukkelijk verlangen om in alle stilte en zonder samenroeping +harer familieleden ter ruste te worden besteld, vertelde hij mij, dat hij sinds dertig jaren met het vertrouwen van Jonkvrouw +Roselaer tot de Werve was vereerd geweest, en met het beheer harer zaken was belast, en dus ten volle in staat was mij alle +verlangde inlichtingen te geven omtrent hare verhouding tot den generaal von Zwenken, en hare intentiën met deze en zijne +kleindochter. Ik spare u en mij zelven de optelling van de jammerlijke reeks tracasseriën en reciprociteiten, waarmee, al +vóór de geboorte van Francis, de generaal en tante Sophie elkaar hebben vervolgd en elkanders leven hebben verbitterd. Dat +zij dien man niet met het bezit harer fortuin wil begunstigen, kan ik mij best begrijpen, en ik moet het zelfs goedkeuren +met het oog op Francis, die het eerste slachtoffer zou zijn van die onvoorzichtigheid. Uit alles blijkt, dat hij een verkwister +moet zijn, of ten minste een zóó slecht financier, dat de staat zijner zaken, dien de notaris op zijn duimpje kent—beter wellicht +dan de man zelf—, te vergelijken is bij een zinkput, waarin men schatten bij schatten zou kunnen wegwerpen, zonder die te +dempen. Maar tusschen het onthouden van zijne nalatenschap van een verwant, wien men gelooft niets schuldig te zijn, of het +smeden van een onverbiddelijk wraakzwaard, dat men nog uit het graf boven zijn hoofd weet op te heffen, ligt toch eene wijde +klove, en dit getuigt van een onchristelijken geest, van eene woeste haatdragendheid als men onder wilden en heidenen nauwelijks +zou vinden, maar die men <a id="d0e723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e723">42</a>]</span>allerminst had kunnen verwachten van een statige dame in een stijf kostelijk zwart zijden japon, met zilvergrijze haren onder +een zwart kanten mutsje, en een snoer zuivere paarlen om den hals zooals zij zich vertoont op haar portret, nog in het laatste +jaar van haar leven geschilderd, en dat zij aan haar notaris gelegateerd heeft, omdat zij zich in ’t hoofd had gezet, dat +niemand harer bloedverwanten het met welwillendheid zoude aanzien. En ik geloof, dat zij zich in dezen niet bedroog; want +ik zelf, haar hoog begunstigde erfgenaam, moet ronduit verklaren, dat er nog veel zal moeten gebeuren, veel zal dienen opgehelderd +te worden, wat mijne indrukken van dit oogenblik wijzigt, eer ik met een opgeruimden en dankbaren blik die toegeknepen lippen, +die kleine, felle oogen en die scherpe gelaatstrekken zal kunnen aanstaren, sinds ik weet, welk een Shylocks geest deze fijne +magere vrouwenfiguur heeft bezield. De notaris getuigde van haar, dat zij “goed arms was;” maar wat singulier van leef- en +denkwijze. Als een wettisch, orthodox man, die hij zelf is, schreef hij dat toe aan de bijzonderheid, dat zij nog altijd veel +op had met de denkbeelden en gevoelens der achttiende eeuw, dat zij eene groote vereerster was van Rousseau—ja, zelfs dat +zij eene statuette van Voltaire in hare kamer had en zich had laten afbeelden met een deeltje van diens brieven in de hand, +al wist zij, dat de toekomende bezitter juist niet bijzonder gesticht zou zijn door dit détail, Maar zij hield er van, mij +een weinigje te plagen, voegde hij er met een sluw glimlachje bij, en ik liet haar begaan; zij had overigens zooveel goeds.—“Zij +had vele goederen althans,” vulde ik in gedachte aan, terwijl ik luisterde, “het beheer waarvan, waardige <i lang="fr">homme d’affaires</i>, u jaarlijks een mooi rond sommetje opbrengt, ’t geen u noodwendig tot grootmoedigen accomodatie-zin stemt.” + +</p> +<p>“Ja, ja, jonker!” ging de man voort, “sinds gij mij de waarheid vraagt omtrent het leven en bestaan der overledene, moet ik +u zeggen, dat ze uiterst zelden ter <a id="d0e730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e730">43</a>]</span>kerk ging, en dan nog wel bij de Franschen, schoon zij niet tot die gemeente behoorde; dat ze jaarlijks groote sommen ten +beste had voor allerlei inrichtingen van weldadigheid of industrie; dat zij deelnam aan alles wat er werd uitgedacht om het +lot van den minderen man te verlichten, maar dat zij voor kerk en kerkelijke zaken, zelfs voor zendelingen en christelijke +scholen, geen kwartje verkoos af te staan. Ik kon het nooit van haar verkrijgen, en als ik mij verplicht achtte, een weinig +aan te dringen, met haar voor te houden, dat het voor iemand van hare middelen eene consciëntiezaak was om dergelijke pogingen +te ondersteunen, dan voegde zij mij toe, dat het voor haar eene consciëntiezaak was, het ras der Tartuffes niet te helpen +vermenigvuldigen. En daarmee was het dan uit. Gij begrijpt, jonker, dat ik in mijne kwaliteit tegenover haar mij voortaan +onthouden moest. Zij gebruikte overigens hare schatten voor zich zelve niet dan met uiterste matigheid. Zij bewoonde een klein +buitentje hier dicht bij de stad, dat ik voor haar heb moeten koopen, terwijl zij haar prachtig huis binnen Utrecht, haar +fraai buitengoed in Gelderland, aan vreemden verhuurde. Zij hield geene andere bedienden dan een huisknecht, eene kamenier +van leeftijd en eene keukenmeid. De tuinman, die het lapje moesgrond van de plaats had gepacht, leverde haar de groenten en +moest voor haar tuin en bloemen zorgen. Een koetsier hield zij er niet op na. Zij had rijtuig van een stalhouder, bij de maand; +maar zij gebruikte het zelden; zij wandelde weinig en kwam weken aaneen niet van de plaats af. Zij had geen conversatie, wees +in den regel alle bezoeken af, behalve die van dokter D., haar vriend, die haar dagelijks moest komen zien en die geregeld +tweemaal in de week met zijne ongetrouwde zuster een partijtje bij haar kwam maken. Ik kwam zoo vaak de zaken het eischten, +en eens in de maand vroeg zij mij met mijne vrouw en dochter te dineeren. Dokter D. en zijne zuster waren er dan ook; maar +ik herinner mij niet, dat ik ooit iemand <a id="d0e732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e732">44</a>]</span>anders bij haar ontmoet heb dan dien schilder, dien zij op haar ouden dag nog haar portret heeft laten maken en wien zij een +mooi legaat heeft toegekend, een jongmensch met schalksche oogen en fraaie kneveltjes, dien ik verdenk van haar een weinig +het hof gemaakt te hebben <i lang="fr">à force</i> van aardigheden en piquante gezegden à la Voltaire; want ze kocht teekeningen van hem, die zij nooit aanzag, en ze was altijd +een beetje meer geneigd mij te plagen met mijne religieuse gevoelens en mijn ouderlingschap, als hij bij haar was geweest. +Overigens een beste jongen, die voor zijn moeder had te zorgen; en ’t kapitaal, dat zij nu nalaat, jonker, is groot genoeg +om niet op die caprice te zien....” + +</p> +<p>“Neen, voorwaar!” viel ik in; “ik ben blij, te hooren dat er iemand geweest is, die dat eenzaam en als in de engte gedreven +leven nog in den laatsten tijd wat heeft kunnen opvroolijken.... Maar na ’t geen gij mij daar hebt medegedeeld omtrent hare +stemming tegenover kerkelijke en christelijke instellingen, begin ik te twijfelen, of ik wel recht heb, hare nalatenschap +te aanvaarden; want schoon ik heel goed weet dat er maar al te veel kaf onder ’t koren schuilt en niet van zins ben in den +blinde en op den klank van vroomluidende woorden af, tantes goud rond te strooien, toch zou ik niet kunnen nalaten, zekere +belangen, die mij na ter harte gaan, ook door materiëele ondersteuning te bevorderen, zoodra ik mij daartoe in de gelegenheid +zie gesteld, hetgeen natuurlijk lijnrecht in strijd moet zijn met hare intentiën.” + +</p> +<p>Dat geloof ik niet; want zij heeft heel goed geweten, wie jonker van Zonshoven was en wat zij ook op dit punt van hem zou +te wachten hebben, en het heeft haar niet afgeschrikt, zooals gij ziet; daarbij, behalve dat zij wat kwelziek viel, was zij +vrijgevig genoeg omtrent het gevoelen van anderen. Hare oude kamenier was streng orthodox, en ging niet ter kerke dan bij +de meest rechtzinnige dominés, en toch was het rijtuig Zondags altijd tot hare beschikking en is zij door hare meesteres ruim +<a id="d0e741"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e741">45</a>]</span>bezorgd voor haar leven. Dat getuigt toch niet van zoo groote vijandschap als hare harde uitvallen tegen mij soms deden onderstellen. +Mogelijk heeft zij in u iemand gezien, die doen zal wat zij heeft nagelaten en uit valsche schaamte of stijfhoofdigheid, zelfs +bij beter inzicht, zelve niet heeft willen goedmaken. Als zij ’t anders gemeend had, was zij wel de vrouw geweest om te zorgen, +dat hare bedoelingen in dezen niet miskend konden worden, geloof mij daarin, jonker!<span id="d0e743" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>En ik moet hem gelooven, Willem! Want uit alles blijkt, dat zij volmaakt goed berekend heeft wat zij wilde en van mij wilde. +Al zou het je nog zoo vervelen, ik moet u de hoofdkwestie mededeelen, waarin ik verplicht ben hare rancune te dienen. Gij +moet dan weten dat het huis de Werve, een oud kasteel op de grenzen van Gelderland en Overijsel gelegen, met zijne uitgestrekte +bosschen, heidegronden en landerijen, dat nu door den generaal von Zwenken wordt bewoond, heeft toebehoord aan de ouders van +jonkvrouw Sophie Roselaer; dat aan ’t bezit van het kasteel (eene riddermatige hofstede, zooals de notaris zich uitdrukt) +tevens de heerlijke rechten verbonden zijn, die in ònzen tijd wel is waar hunne beteekenis verloren hebben, maar waaraan ik +zeer wel begrijpen kan dat eene vrouw als tante Sophie nog kon hechten. + +</p> +<p>Jonker Roselaer van de Werve had geen zoon, ’t geen hem zeker leed genoeg zal gedaan hebben, maar wel drie dochters, waarvan +tante Sophie de tweede en mijn moeders moeder de jongste is geweest. De oudste freule, Marie-Anna, werd na den dood harer +ouders aangewezen als rechtmatige erfgename van het huis de Werve met alles wat er bij behoorde. Dit viel tante Sophie zeer +uit de hand, daar zij eene geheel andere beschikking had verwacht en goede reden had voor die verwachting. + +</p> +<p>Hare zuster had de oude lieden veel verdriet aangedaan. Zij had in stilte een liefdesroman aangeknoopt met een jong Zwitsersch +officier, den kapitein von Zwenken, <a id="d0e751"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e751">46</a>]</span>en daar zij vreesde, nooit de toestemming harer ouders te zullen verkrijgen voor dit huwelijk, ontvluchtte zij heimelijk hun +huis en liet zich door von Zwenken naar zijne familie in Zwitserland voeren, waar zij getrouwd zijn. Eene verbintenis, die +volgens den man van de wet en naar het gevoelen van tante niet als wettig kon beschouwd worden, hoewel later de zwakke ouders +zich met den opgedrongen schoonzoon verzoenden en hun verloren kind, toen het in alles behalve gunstige positie tot hen terugkeerde, +met opene armen ontvangen hebben. + +</p> +<p>Bij dit familietafereel schijnt tante Sophie de rol te hebben vervuld van den oudsten broeder in de gelijkenis. Zij had zich +toch al niet best met hare romaneske zuster kunnen verstaan, wilde in den zich noemenden zwager niets zien dan een verleider, +een indringer, en bleef onverzoenlijk, terwijl zij de vergevingsgezindheid harer ouders laakbare zwakheid achtte. Het oponthoud +van de jongelui in ’t ouderlijk huis was dan ook slechts van korten duur, maar de weinige dagen die zij er bleven waren stormachtig +en strekten allermeest om de onderlinge verdeeldheid der bewoners van de Werve te doen overslaan op den verderen kring der +uitgebreide familie, wier leden vóór en tegen de von Zwenkens partij kozen. Als <i lang="fr">machine de guerre</i> tegen haar zwager gebruikte tante Sophie de onregelmatigheid van zijn huwelijk, op vreemden bodem gesloten. Wie dat niet +met haar eens waren, wie den Zwitserschen kapitein, in dienst der toenmalige Bataafsche Republiek, voor aanverwant erkenden, +konden geen goed meer bij haar doen, terwijl die in dezen hare partij hielden, door den ouden heer Roselaer en zijne vrouw +met de uiterste koelheid werden bejegend. Kortom, het was de geschiedenis der Montecchi en der Capulets op kleinere schaal +en op achttiende-eeuwsch Hollandsch terrein overgebracht. Men belaagde elkaar niet met dolk of vergift, maar met het venijn +der tong. Men kwelde, men brutaliseerde elkaar zooveel men kon; het waren haarkloverijen en <i lang="fr">représailles sans trève ni merci</i>, die hier <a id="d0e761"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e761">47</a>]</span>en daar tot processen leidden, en onder de handen van procureurs en advocaten werden de kwestiën noch klaarder, noch lichter +op te lossen. Daar kwam de oude mevrouw Roselaer te overlijden, en hare dochter Sophie meende nu, dat er eene verandering +zoude plaats hebben in het gevoelen van haar vader omtrent zijne “schuldige” dochter, daar het bovenal de moeder was geweest, +die hem tot het verleenen van vergiffenis had aangezet. Daarbij geraakte zij nu zelve aan het hoofd der huishouding en gebruikte +die stelling om het haar zwager en zijne vrouw zoo onaangenaam te maken in de korte dagen van hun bezoek in het ziek- en sterfhuis, +dat zij afscheid namen van den heer Roselaer met de betuiging, dat zij niet zouden terugkeeren. Sophie triomfeerde. Zij dacht +de scheiding, de uitbanning voltooid, maar zij vergat dat hare zuster kinderen had en dat het haars vaders vreugd en trots +was een kleinzoon te bezitten, al uitte hij die gevoelens niet tegen haar. + +</p> +<p>Een grijsaard heeft de rust lief, en al gaf hij haar in ’t heimelijk de schuld dezer nieuwe verwijdering, hij liet het haar +niet blijken, en getroostte zich den last, zijne kinderen te gaan bezoeken in de naburige vestingstad, waar von Zwenken in +garnizoen lag. Sophie wist niet beter of hij deed bij zulke gelegenheid zijne gewone rondreize met zijn rentmeester om zijne +verschillende bezittingen op te nemen en zich met <span id="d0e765" class="corr" title="Bron: pachter">pachters</span> of boschbazen te verstaan. Het bleek welhaast dat de von Zwenkens partij hadden getrokken van deze uitstapjes om zijne genegenheid +te winnen, in dezelfde mate, waarin tante Sophie die verloor, en dat hij, vrijwillig, of daartoe door hen overgehaald, zijn +testament veranderde; want toen hij kwam te overlijden, had hij zijne dochter mevrouw von Zwenken en hare kinderen zooveel +bevoorrecht als dat maar eenigszins zijn kon, en haar aangewezen als de erfgename van het kasteel de Werve met de Heerlijkheid +en de aankleve van dien. De teleurstelling, de ergernis van jonkvrouw Sophie bij deze <a id="d0e768"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e768">48</a>]</span>ontdekking laat zich begrijpen. O zeker, haar gewerd het rechtmatige deel van het ouderlijk goed, maar juist dàt, waar het +haar het meest om te doen was, het ouderlijk huis, waar zij was geboren en opgevoed, dat zij nooit eigenwillig had verlaten, +waar zij altijd als meesteresse had geheerscht, dat zij steeds als haar welverzekerd eigendom had beschouwd, werd haar nu +ontnomen en overgegeven in de handen van hen, die zij het meest onwaardig, het minst geschikt keurde voor dat bezit. Een zwager, +dien zij nauwelijks tot dien naam gerechtigd achtte, dien zij altijd had gehaat en geminacht, en die deze gevoelens met woeker +teruggaf; eene zuster, die door haar misstap de eer van ’t ouderlijk huis had bevlekt, die de rust harer ouders, den vrede +in de gansche familie had verstoord, werd dus, als lag er niets tusschen, in de rechten eener oudere erkend en boven háár +gesteld, die beter dan iemand wist, wat zij hen had doen lijden, en die zelve het hare had gedaan om die smart te verzachten. +De rustelooze haat, de onverzoenlijke bitterheid, die daarna alle handelingen en overleggingen van tantes leven heeft bestuurd, +laat zich verklaren uit deze krenkende terugzetting, waarin zij niet het meest des vaders hand, des vaders wil zag, maar de +list, den intriguegeest van een misdadig echtpaar. + +</p> +<p>Zelfs al had men haar eene schikking voorgesteld, waardoor zij op het kasteel had kunnen blijven, zou zij die toch niet hebben +aangenomen, daar zij te diep gekrenkt was, om concessies van hare tegenpartij aan te nemen; maar het werd haar niet eens voorgeslagen, +en slechts de <span id="d0e772" class="corr" title="Bron: kortsmogelijke">kortstmogelijke</span> tijdruimte werd haar gegund, om zich op de verandering van woonplaats voor te bereiden. Dat was te meer grievend, daar de +kapitein niet, zooals zijn schoonvader had gewenscht, den dienst verliet om op het kasteel te gaan wonen en zijne goederen +te beheeren. Gebonden nu eens aan deze, dan weer aan gene garnizoensplaats, mogelijk bij het opsteken der oorlogsstormen bestemd +om naar den vreemde te <a id="d0e775"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e775">49</a>]</span>trekken, was hij de laatste die genot kon hebben van het erfgoed. Zijn vrouw en de beide kinderen kwamen er van tijd tot tijd +een poos vertoeven, maar de eerste stierf een paar jaren na den dood van haar vader, de kinderen bleven bij den vader, totdat +zij den leeftijd bereikt hadden, de dochter om op eene Zwitsersche kostschool hare opvoeding te krijgen, de zoon onder opzicht +van een gouverneur tot hij rijp was voor de hoogeschool. + +</p> +<p>Ik moet tante Sophie gelijk geven in hare bewering, dat von Zwenken volstrekt niet <i lang="en">the right man on the right place</i> was. Hij utiliseerde zijne bezitting niet, liet het kasteel in handen van een vreemden huisbewaarder, verwisselde den ouden +bekwamen rentmeester met een ander, die even onkundig als ongetrouw was in zijn beheer, kwam niet naar de Werve omzien dan +in den jachttijd met een troep drukke vrienden en jachtliefhebbers, en lette er niet op dat het landgoed meer en meer in verwaarloosden +staat geraakte. Wie er wèl op lette was tante Sophie. Schoon zij zelve naar eene andere provincie had moeten verhuizen, waar +het haar toegewezen deel der vaderlijke goederen was gelegen, had zij haar hart noch haar aandacht kunnen aftrekken van het +ouderlijk huis. De voormalige rentmeester, zelf niet weinig verbitterd tegen den nieuwen eigenaar, trad in haar dienst als +haar zaakwaarnemer en spion. Te dien einde bleef hij in de nabuurschap wonen, en sloeg met valkenblik de <i lang="fr">faits et gestes</i> van zijn plaatsvervanger gade, terwijl hij tevens zooveel mogelijk acht nam op die van diens heer en meester. Majoor von +Zwenken, want hij was inmiddels tot dien rang geklommen, scheen druk te leven en veel geld noodig te hebben, hetzij voor zich +zelf, of wel voor zijn zoon, een heertje dat lang en woest studeerde. Het rechte daarvan schijnt de notaris van Beek zelf +niet te weten, want gij begrijpt dat het door hem is dat ik achter al deze bijzonderheden ben gekomen; zeker alleen is het, +dat hij niet genoeg had aan zijne inkomsten en <a id="d0e785"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e785">50</a>]</span>hypotheek nam op een deel zijner uitgestrekte goederen, dat hij bij het huwelijk zijner dochter met een Engelsch officier, +Sir John Mordaunt, een deel zijner landerijen en bosschen te gelde maakte, om haar het moederlijk vermogen te kunnen meegeven, +en dat hij het overige gedeelte van jaar tot jaar meer bezwaarde, zoodat hij ten laatste, alleen om in dien drukkenden rentelast +te voorzien, genoodzaakt was weer een deel van het goed te verkoopen. Zoo ging het voort, en toen hij ten laatste als kolonel, +gepensionneerd met den rang van generaal, (ongelukkig voor hem zonder bezwaar voor de schatkist!), zich voor goed op het kasteel +de Werve ging vestigen was het zoover gekomen, dat hij van die gansche uitgestrekte bezitting niets meer als vrijen eigendom +overhield dan het huis alleen met den tuin, en de wandelingen die er bij hoorden! + +</p> +<p>Tante Sophie, die eene handige en scherpzinnige vrouw is geweest, dát moet men haar nageven, had inmiddels het geheim gevonden +haar fortuin te verdubbelen, terwijl zij daarenboven de eenige erfgename was geworden eener schatrijke nicht, die zich hare +grieven had aangetrokken. Tante Sophie had, zooals ik reeds zeide, den gehaten schoonbroeder niet vergeten. De haat heeft +een scherp geheugen en even scherpen blik. Zij wist wie zij in de nabuurschap der Werve had gelaten om de wacht te houden +over alles wat er geschiedde. De verjaagde rentmeester, die hare bedoelingen had geraden, had met de waakzaamheid eener vlammende +wraakzucht von Zwenken’s nadeelige financiëele operatiën gadegeslagen, en er haar steeds nauwkeurig kennis van gegeven. + +</p> +<p>Op die aanwijzingen afgaande, had zij door tusschenpersonen langzamerhand zich meesteresse gemaakt van alles wat hij verkocht. +Een procureur in de naast bij de Werve gelegen stad, die hem zonder aarzeling de groote sommen geld opschoot, waarmee hij +zijn goed bezwaarde, maar die onverbiddelijk was waar het rentebetaling gold, was haar executeur, deed niets zonder hare <a id="d0e791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e791">51</a>]</span>orders, en hield haar zoo goed op de hoogte, dat zij met zekerheid dag en uur wist te berekenen, waarop von Zwenken in geldverlegenheid +moest verkeeren. + +</p> +<p>Eens toen zij het gunstig oogenblik daartoe gekomen achtte, zond zij van Beek op hem af als bemiddelaar, niet juist van den +vrede, want tot verzoening neigde zij niet, maar toch met een zeer aannemelijk voorstel. Hij zou haar het huis met de Heerlijkheid, +die niets meer dan een ledige titel was, verkoopen, voor eene hoogst aanzienlijke som, die niemand er voor geven zou dan zij, +reeds in ’t geheim eigenares van al de omliggende gronden; maar de generaal was te fier en te veel verbitterd op zijne schoonzuster, +om in dat voorstel te treden. Hij liet antwoorden dat hij tot geen prijs de Heerlijkheid zou afstaan, en wat het huis aanging: +dat hij zijne overledene vrouw had beloofd er hare zuster buiten te houden, en dat hij liever het dak boven zijn eigen hoofd +zou zien instorten dan er haar recht van intrede te geven. Had hij toen kunnen weten, wat hem nog onbekend is gebleven, welke +maatregelen zij reeds had genomen om zijn lot in hare macht te houden, waarschijnlijk zou hij zich tweemaal hebben bedacht +eer hij haar voorslag zoo botaf had geweigerd. Maar de generaal schijnt wat brusk uitgevallen en scheen zich overtuigd te +houden, dat er wel nooit kwestie kon zijn van zoo diepen val. + +</p> +<p>Hij moet echter sinds zijne retraite op de Werve zijne leefwijze zoozeer vereenvoudigd hebben, dat zijn pensioen toereikend +bleek voor zijne behoeften, terwijl de hooge interesten die hij moest betalen van dat deel zijner bezittingen, dat nog zijn +eigendom heette, bij een beter beheer en minder verwaarloozing betaald konden worden uit hetgeen zij opbrachten. Maar weldra +werd hij opnieuw in de verplichting gebracht, ook zijn huis te bezwaren tot tweemaal toe; men heeft niet kunnen ontdekken +uit welke oorzaak, maar zeker is het dat de persoon, die de bewijzen van deze voor hem onbetaalbare schuld in handen houdt, +hem dwingen kan zijn kasteel met de <a id="d0e797"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e797">52</a>]</span>rechten der Heerlijkheid en ál te verkoopen of eene rechterlijke vervolging tegen hem in te stellen, die tot dezelfde resultaten +zou leiden, nog verergerd door een publiek schandaal, en daar de Werve, naar men zegt, reeds zoo in verval is geraakt, dat +zij allermeest tot afbraak geschikt is, en alleen hoogere waarde kan hebben voor den persoon, die tegelijk eigenaar is van +het omliggende goed, spreekt het wel vanzelf, dat de verkoop minder zou opbrengen dan de zware schuldenlast bedraagt die er +op drukt. Daarmee is de ongelukkige grijsaard niet slechts tot een zwerver gemaakt, maar ook tot den bedelstaf gebracht; want +een onbarmhartig schuldeischer zou beslag kunnen leggen op zeker deel van zijn pensioen. + +</p> +<p>Ik behoef u niet te zeggen, dat het tante Sophie is, die alle deze bewijzen in handen heeft weten te krijgen, dat tante Sophie +in het kritiek oogenblik, dat zij zelve in hare macht had te bepalen, als eenige schuldeischeresse en bezitster van alle verkochte +goederen kon optreden. Waarom zij, na zoo behendig met zulk eene jarenlange volharding hare maatregelen te hebben genomen, +niet reeds bij haar leven dit vonnis over haar vijand heeft voltrokken, om hare wraaklust die afschuwelijke voldoening te +geven, dat is mij onbegrijpelijk. Zij had alles daartoe voorbereid en berekend, en toch heeft zij uitgesteld, tot ná haar +dood. Mij dacht, haar triomf over hem zou het geweest zijn, voor zijne oogen in zijn onteigend kasteel te trekken, en van +Beek zeide mij dat zij werkelijk dit plan moest gekoesterd hebben; maar er is iets tusschen gekomen, iets wat hem zelf onverklaarbaar +is en waarover zij zich nooit heeft uitgelaten; zeker is het dat zij drie maanden vóór haar dood, op het tijdstip zelf dat +van Beek hare orders wachtte tot den aanval, hem roepen liet, zich door hem een zijner collega’s deed aanwijzen, om haar testament +te veranderen, en de U bekende schikkingen te maken, waarbij van Beek als <i>executeur</i> werd aangewezen en waarvan ik <a id="d0e804"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e804">53</a>]</span>het slachtoffer ben, zou ik haast zeggen als het niet zoo paradoxaal klonk. + +</p> +<p>“De groote plaats in Gelderland, de Runenburg, is met ultimo October vrij en te uwer dispositie, jonker,” viel van Beek in, +den loop mijner gedachten storende; “maar wat het huis in de stad betreft, dat slechts tot Mei toe is verhuurd, de bewoners +houden zich zeer gerecommandeerd te continueeren, zoo dat niet met uwe intentiën strijdt; het zijn respectabele lieden; hoe +wilde de jonker dat ik daarin handelen zal?” + +</p> +<p>Ik schrikte op, en keek hem wat verbaasd en verbijsterd aan. + +</p> +<p>Het is eene zonderlinge gewaarwording, Willem, als men nooit een steen in eigendom heeft gehad en altijd blij was als de kamerhuur +om de drie maanden klaar lag, te moeten beslissen wat er met huizen en buitenplaatsen zal geschieden. Ik vond dan ook maar +beter geen besluit te nemen. + +</p> +<p>“Mij dunkt, mijnheer van Beek, alles moest blijven zooals het is, tot ik weet, of ik Francis zal kunnen huwen.” + +</p> +<p>“De jonker vergeet, dat het geene absolute conditie is....” + +</p> +<p>“Niet volgens de letter van het testament, dat weet ik wel, maar toch, voor mij....” + +</p> +<p>“Verlangt de jonker, nu hij toch te Utrecht is, het huis niet eens te zien? ’t Is een kapitaal perceel, gelegen aan ’t St. +Janskerkhof; wel de moeite waard dat verzeker ik u.” + +</p> +<p>“Dank je, mijnheer. Alleen, zoo ’t niet te veel omhaal is, zou ik gaarne het kleine buitentje zien, waar tante heeft geleefd +en gestorven is. Iemands omgeving leert ons zoo licht iets naders omtrent zijn persoon....” + +</p> +<p>“’t Is geheel tot uw dienst, jonker! Alleen .... ik meen reeds het genoegen gehad te hebben u te zeggen,” hernam van Beek +met eenige verlegenheid, “dat de oude freule aan mij heeft gelegateerd, zooals reeds in ’t voorgaande <a id="d0e824"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e824">54</a>]</span>testament was beschreven, met dit servituut er bij, dat de kamenier er wonen blijft tot aan haar dood. Het is een kostbaar +legaat, ik ontken het niet, maar considereer, dat ik haar dertig jaar met alle mogelijke zaken en niet altijd zonder groote +bezwaren heb gediend, geraden en hare belangen voorgestaan, en dat er voor mijn executeurschap geen extra gelden zijn gestipuleerd, +terwijl mij daarentegen is aanbevolen, den erfgenaam in alles bij te staan, voor te lichten en naar mijn beste vermogen met +raad en hulp te dienen.” + +</p> +<p>“Maar mijn goede heer!” viel ik in, “wie zou tante geweest zijn, zoo zij u niet in alle ruimte had bedacht? Het is mij volstrekt +niet te doen om u in iets te beknibbelen, ’t Is voor mij zooveel als een pelgrimaadje....” + +</p> +<p>“Die heel licht te volbrengen is, als gij mij het genoegen wilt doen hier te eten. Na den middag rijden wij er even heen; +’t is geen half uur van de stad. De freule heeft beschreven, dat de gansche huishouding drie maanden na haar dood zou blijven +gaan op denzelfden voet, dat hare kleederen onder hare bedienden moeten verdeeld worden, behalve de kleinoodiën, die aan u +verblijven, en dat ik alles wat mij geschikt voorkomt van het huisraad tegen taxatie mag overnemen; het overige moet verkocht +worden. Mogelijk vindt de jonker echter een of ander, dat hij behouden wil als souvenir.” + +</p> +<p>“Wel zeker! de statuette van Voltaire,” zeide ik lachende, en daarbij bleven voor ’t oogenblik de mededeelingen. Wij gingen +koffiedrinken met zijne vrouw en dochter en na den eten reden wij naar <i>Doornhove</i>. + +</p> +<p>Het interieur van tantes woning gaf mij niet veel meer licht over haar persoon en karakter, dan ik reeds ontvangen had. De +oude kamenier verkondigde met ijskoude trekken en droge oogen haar lof in vrome termen. De jongere keukenmeid vond stroomen +tranen om den “jonker” te begroeten, die zeker ook zoo bedroefd moest zijn. De huisknecht keek mij aan of hij meende dat ik +in zijne rechten kwam treden, en de kamers <a id="d0e837"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e837">55</a>]</span>waren gemeubeld zooals ik mij reeds had voorgesteld zoomin antiek als modern. Daar waren nog wat meubels <i lang="fr">style empire</i>, maar het meeste was uit den goelijk karakterloozen tijd van Willem I, toen zij zich hier inrichtte, en sinds was er niet +veel bijgekomen. Op comfort scheen ze niet bijzonder gesteld; er was maar één groote canapé in ’t heele huis en een armstoel +à la Voltaire, dien zij alleen ’s middags een uurtje gebruikte. Het moet eene wakkere werkzame vrouw zijn geweest tot in hare +laatste levensdagen. Zij beheerde zelf met behulp van van Beek al hare goederen, beschikte persoonlijk over interesten en +geldbeleggingen en liet zich maandelijks rekenschap geven van alles. “Ze zat altijd te cijferen en te schrijven, als ze niet +zat te lezen of te breien,” zei de oude kamenier. + +</p> +<p>“En wat las ze?” vroeg ik. + +</p> +<p>“Meest in de ongeloovige boeken, daar uit die kleine boekenkast, een enkele maal wel eens in den Bijbel, maar niet gezet. +In een leesgezelschap was zij niet; zij wilde niets weten van den grooten strijd dezer dagen en geen krant zien dan de Haarlemmer.” + +</p> +<p>“Die ongeloovige boeken” waren Fransche, Duitsche en Engelsche klassieken. Ik beduidde van Beek, dat ik wel wat zwak zou hebben +op die kleine, uitgezochte boekerij, alles keurig gebonden, maar blijkbaar niet als onnut sieraad aanwezig. + +</p> +<p>Onder de “ongeloovige boeken” had ik Fénélon, Bossuet en Pascal opgemerkt, in minzame ruste gerangschikt nevens Voltaire en +de Encyclopedisten, terwijl Gellert, Lessing en Klopstock met Lavater hunne ruime plaats hadden gevonden nevens Goethe en +Schiller en de tooneelspelen van Iffland en Kotzebue!<span id="d0e850" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>“De boeken kunnen niet geacht worden tot het huisraad te behooren,” sprak van Beek met eene deftige buiging, “en, al ware +dat zoo, het spreekt vanzelf, dat de jonker in alles de preferentie heeft.” + +</p> +<p>Ge moogt me gelooven of niet, Willem, maar ik moet <a id="d0e856"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e856">56</a>]</span>u bekennen, dat ik voor ’t eerst eene onvermengde gewaarwording van blijdschap had, toen ik opnieuw den blik richtte op dat +bibliotheekje en het aanzag met de oogen van den eigenaar. Al de ontzaggelijke geldsommen, die van Beek mij in zijne notarieele +akten had voorgesteld, al de papieren, die vele duizenden vertegenwoordigden, hadden mij, ik zal niet zeggen koud, maar vreemd +gelaten. Ik kon er mij nog niet in zetten als mijn eigendom, maar Shakespeare en Molière, la Fontaine en Pascal kon ik mij +denken als de mijnen, en met eene onwillekeurige beweging greep ik een deeltje, als om er feitelijk bezit van te nemen. + +</p> +<p>Van Beek glimlachte, en knipoogde met zijne slimme kijkers. De kamenier, die er bij stond, keek mij aan of ik heiligschennis +pleegde. + +</p> +<p>“Ik zou eer gedacht hebben, dat de jonker zwak had op den Bijbel van de freule,” zei ze bij wijze van critiek. + +</p> +<p>“Het eene belet het andere niet, juffrouw Jones, althans zoo gij zelve daaraan niet hecht.” + +</p> +<p>“Och neen, jonker. Zoo’n wereldsch, nieuwerwetsch boek daar hecht ik niemendal aan; dat acht ik Gods woord niet, en ik begreep +het nooit, hoe mijne freule daarin hare stichting heeft kunnen vinden.” + +</p> +<p>“Wat hapert er aan dien Bijbel?” vroeg ik van Beek. + +</p> +<p>“Niets, volstrekt niets. ’t Is een gewone Staten-Bijbel, slechts niet met de verouderde Duitsche letter gedrukt.” + +</p> +<p>Op mijn woord, tante moet in den besten zin liberaal zijn geweest, dat zij zoo’n dienares van de letter jarenlang om zich +heeft kunnen dulden! +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Den volgenden dag aanvaardde ik mijne reis naar het kleine stadje Z., van waar uit ik op de Werve zou losrukken. Doch er gaat +van avond een mail, en het pakket is zóó groot genoeg voor eene eerste toezending. <a id="d0e876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e876">57</a>]</span>Gij zult er heel wat aan te lezen hebben. Moge U tijd en opgewektheid daartoe niet ontbreken bij uwe aankomst! + + + +</p> +<p class="Closer">Wees gegroet tot nader. + + +</p> +<p class="Signed">Uw Leopold. + + +</p> +<p class="Date">April. + +</p> +<hr class="tb"><p> +</p> +</div> +<div class="div1"> +<p class="Date"><i>Kasteel de Werve</i>, <i>April 186 </i>. + + +</p> +<p>Zie zoo, beste Willem! ik ben doorgedrongen tot het binnenste van de vesting, maar ik ben nog geen meester van ’t garnizoen.... +Verre van daar, hoewel ik reeds slaags geweest ben met den Majoor. Maar ik wil niet vooruitloopen; ik ga u eerst vertellen, +hoe ik hier ben aangekomen, en onder welke indrukken. + +</p> +<p>Door van Beek voorzien van de noodige indicaties van een credietbrief voor zijn collega Overberg, procureur en notaris in +het kleine stadje Z., trad ik diens woning binnen. Gij ziet, ik word gebousculeerd van den eenen man der wet op den anderen; +maar dat kan nu eenmaal niet anders. Overberg was in de gelegenheid om mij de beste diensten te bewijzen bij mijn aanval op +de Werve. Hij is een man van gewicht in zijne standplaats en de hoofdagent geweest van freule Roselaer, bij haar toeleg om +zich in ’t geheim meesteresse te maken van von Zwenkens bezittingen. Hij is (voor hare rekening) de altijd gewillige geldschieter +geweest, die den generaal in zijne chronische kwaal van geldverlegenheid bijstond. Wel bezien is het nog zoo kwaad niet, dat +zij zich zoo geheel van den toestand heeft meester gemaakt. Zonder dat zouden die kostbare goederen op allerlei wijze verbrokkeld +en geruïneerd zijn, terwijl de ongelukkige, die ze moest afstaan of beleenen, in woekeraarshanden zou gevallen zijn, die hem +reeds veel eer in ’t verderf zouden gebracht hebben. Dit is nu niet het geval geweest. De mandataris van tante moest strikt +het billijke vorderen, maar ook niets daar boven. Dit maakte dan ook, dat von Zwenken <a id="d0e897"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e897">58</a>]</span>niet in gebreke bleef zich in allen nood tot hem te wenden, zoodat hij zijn volle vertrouwen bezit en zeer zeker op diens +aanraden de transactie, die hem eens door van Beek werd voorgesteld, zou hebben aangegaan (het afstaan van zijn huis en de +Heerlijkheid), zoo niet de voorslag van zijne schoonzuster ware gekomen. Ook ried Overberg mij, zoo ik toegang wilde verkrijgen +tot het kasteel, niet als de erfgenaam van freule Roselaer op te treden, hetgeen terstond alles voor goed zou bederven. + +</p> +<p>Als jonker van Zonshoven, door mijn moeders moeder aan den generaal geparenteerd, zou ik vermoedelijk niet onwelkom zijn, +hoewel von Zwenken zich geheel heeft teruggetrokken uit de conversatie en noch gasten noch bezoekers meer ontvangt. + +</p> +<p>Ik zou een voorwendsel bedenken dat mijn verblijf in het naburige stadje wettigt, en van daar uit was de aanleiding tot eene +visite licht gevonden; het verdere zou dan van de ontvangst afhangen. Maar ik wilde niet zoo onvoorbereid aankloppen; ik moest +zooveel doenlijk weten, wie en wat ik er vinden zou, allereerst wie eigenlijk Francis was, waar het mij voornamelijk op aankwam. +Toen ik Overberg vroeg, of hij freule Mordaunt persoonlijk kende, haalde hij de schouders op. + +</p> +<p>“Ik heb slechts eenmaal de eer gehad haar te spreken. De generaal komt altijd zelf bij mij, de freule komt hier nooit meer. +Eens slechts had zij in een zaak, haar persoonlijk betreffende, mijn raad noodig, en toen is zij bij mij geweest; maar dat +is lang geleden. Toen woonde de generaal met zijne kleindochter nog in de stad en was hij commandant van de vesting.” + +</p> +<p>Daar Overberg niets van tantes beschikkingen weet, dan dat ik haar erfgenaam zou zijn, was ik met van Beek afgesproken, hem +van het huwelijksplan niet te spreken voor er kans scheen dat het zou doorgaan, en zoo wachtte ik een antwoord zonder menagement. + +</p> +<p>Mijne teleurstelling moet zich op mijn gelaat hebben geteekend, want de goedhartige man hernam met zekere <a id="d0e909"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e909">59</a>]</span>meewarigheid en als verontschuldigde hij zich over zijne onkunde op dit punt: + +</p> +<p>“Weet gij, Jonker! de overste leefde destijds op een grooten voet en er bestond toen nog zekere afscheiding tusschen den militairen +kring en den burgerlijken, die nu is weggevallen. Ik, bij mijne drukke bezigheden en weduwnaar, hield mij buiten de conversatie. +Sinds ik hertrouwd ben doe ik zoo wat mee, en ’t is hier met diners en partijen druk genoeg—en nu wij hiervan spreken, van +avond is er een soiréetje bij mij aan huis; daar komen jonge dames, die met freule Mordaunt hebben geconverseerd. Wees heden +mijn gast; gij kunt den tocht naar de Werve toch moeilijk in den middag ondernemen. Ik zal u voorstellen als iemand die hier +naar een buitentje in den omtrek komt rondzien. Want gij begrijpt, in een stadje als het onze moet men de reden kennen van +uw oponthoud, of men gaat er allerlei gissingen over maken van eigen vinding. Ik zal ’t gesprek op de von Zwenkens brengen, +en gij kunt toeluisteren; dat is het beste wat ik er op weet.” + +</p> +<p>Ik vond het ook zoo kwaad niet. In het logement, waar ik verblijf had genomen (het eenige dragelijke), had men mij gezegd, +was het niet vroolijk den avond door te brengen, en eene gezellige bijeenkomst had in eene kleine stad, nevens de eigenaardige +bezwaren, toch ook hare voordeelen, in dezen althans voor mij. + +</p> +<p>Ik nam aan, dineerde geheel <i lang="fr">en famille</i> met den heer Overberg en zijne vrouw, gulle joviale lieden, wie men het niet zou aanzien dat zij behooren tot het gilde: + + +</p> +<div class="poem" lang="fr"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>“De petits avocats. +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Qui se sont fait des sous +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En rognant des ducats.”</span></p> +</div> +</div> +<p>En toch was mr. Overberg een geducht man op zijn terrein. Hij was er voor bekend, dat hij zijne schapen niet vilde, maar zachtkens +schoor. Toch raakten zij hunne vacht kwijt als ze eens in zijne handen kwamen. <a id="d0e929"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e929">60</a>]</span>Waarheid is, dat hij ze niet lokte noch valstrikken spreidde, dat hij integendeel waarschuwde voor processen waar men zijne +hulp als procureur inriep. Hij hield niet van uitersten, niet van geweld; hij hield van middelen en schikken, en het goelijk +glimlachje waarmee hij zijne cliënten ontving, het zachte lijntje dat hij hun steeds aanprees, of hij vreesde dat een ruwe +aanval zijne blanke, gevulde handen niet passen zou, bewezen, dat hij de man van zijn tijd was, de beschaafde, wel opgevoede +practizijn, die zijne partij zoetjes aan bracht waar hij haar hebben wilde, <i lang="fr">sans avoir l’air d’y toucher</i>. + +</p> +<p>Tante Sophie schatte hem hoog om zijne discretie en voorzichtigheid, maar zij heeft zich wel gewacht hem <i lang="fr">le fin fond</i> van hare bedoelingen te laten doorzien, daar hij de man niet was voor snelle, gewelddadige maatregelen. Tot eene ontknooping, +zooals zij die in ’t eerst bedoeld heeft, zou zij zeker van Beek hebben ingeroepen, die met den <i>code</i> in de eene en het zwaard zonder genade in de andere hand zou zijn opgetreden om rechtuit op zijne prooi af te gaan. Overberg +daarentegen, meenende dat ik uit mij zelven en krachtens mijn recht als erfgenaam bezit wilde nemen van de mij ten deel gevallen +goederen, geloofde mij te moeten vermanen tot geduld; temporiseeren en uitstel van betaling geven waar het mijne vorderingen +gold; niet alle hypotheken tegelijk opzeggen, maar op verschillende en ver verwijderde termijnen, opdat alles langzaam maar +zeker en zonder opzien te verwekken als <i lang="fr">en famille</i> kon worden afgedaan. De generaal moest er toe komen, dat was zeker, al wat nog het zijne heette en dat hij nimmermeer kon +vrijmaken, bij wijze van minnelijke schikking over te doen. De goede naam van een militair, van een man die in een oud patricische +familie gehuwd was, al was hij vreemdeling van afkomst, zou op die wijze gespaard blijven, en uit lankmoedigheid kon in geen +geval schade volgen, terwijl het opeischen van alles tegelijk den man tot het uiterste zoude brengen, hem mogelijk in vertwijfeling +<a id="d0e945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e945">61</a>]</span>zijn toevlucht zou doen nemen tot een anderen practizijn, die kwaden raad kon geven in deze wanhopige zaak; en als men doorzette +en den onbarmhartigen schuldeischer speelde, was er kans dat men schade leed, daar ’t verkoopen van onroerend goed zeer uit +de hand kon vallen en ’t geheel eigenlijk sinds lang bezwaard was boven de waarde. + +</p> +<p>De goede man wist niet, <i lang="fr">qu’il prêchait un converti</i>, en dat mijn innigste wensch was, alle mogelijke verschooning te gebruiken; alleen de intentie der erflaatster was juist +eene geheel andere: deze was het te doen om te verpletteren, niet om opgericht te houden; op de schade die er uit volgen kon, +mocht niet worden gezien; de verdrijving van den generaal uit al het zijne was het hoofddoel, tenzij de reddende hand werd +aangegrepen die ik mocht toesteken; maar ik beken u gulweg, Willem, dat ’t geen ik op die soirée hooren moest, mij gansch +niet gunstig stemde voor die aanbieding. Het verleden van dat jonge meisje moet toch al heel duister en zonderling zijn, als +maar iets waar is van de praatjes die hier over haar worden gehouden. Ik weet wel, men moet veel op rekening stellen van de +kwaadsprekendheid en de bekrompen uitleggingen eener kleine stad, maar toch .... oordeel zelf: Onder de dames aan wie ik werd +voorgesteld, was er eene, een alleraardigst jong weeuwtje met gitzwarte oogen en levendige gelaatstrekken, die mij werd aangeduid +als een verre nicht van de Roselaers, en waarvan het mij in ’t eerst speet, dat zij niet Francis Mordaunt heette en de uitverkoren +nicht was van tante Sophie. Maar toen zij door vriend Overberg, zooals ter loops, op het <i lang="fr">chapitre</i> der von Zwenkens werd gebracht, was ik heel blij, dat ik mij volkomen vreemd aan haar mocht houden. Ik kreeg zelfs eene opwelling +van haat en bitterheid tegen haar, zoo onbarmhartig als zij op de arme Francis lostrok. + +</p> +<p>“Ja, zij waren goede kennissen geweest in den tijd toen haar grootvader de commandant was van ’t garnizoen, en <a id="d0e957"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e957">62</a>]</span>zij had het huis van den overste gefrequenteerd, maar vriendschap, neen, vriendschap had er nooit bestaan tusschen haar en +dat jonge meisje: daarvoor was zij al te bizar en te ongemanierd. Verbeeld u, jonker! ze kwam eens op een avond bij ons op +een jongelui’s partijtje, waar men wist dat muziek gemaakt en gedanst zou worden, invallen zoo cavalièrement als ’t maar mogelijk +was, met een donkeren merinoschen japon aan, hoog aan den hals, met een omgeslagen boordje en een zijden dasje, als een aankomende +jongen, en haar schoeisel! <i lang="fr">bottines de roulier!</i> Op mijn woord, ik geloof, dat zij er spijkers in had; geen onderofficier zou de onbeschoftheid hebben gehad met zulke laarzen +in een salon te komen....” + +</p> +<p>“Onbekendheid met de omstandigheden wellicht....” verontschuldigde ik. + +</p> +<p>“Wel neen! Ze was acht dagen vooruit gevraagd. In dien tijd kan men wel een toilet prepareeren, zou ik meenen! Daarbij, zij +was niet <i lang="fr">au dépourvu</i>, dat bleek heel duidelijk, daar zij twee dagen daarna, bij een simpel damespartijtje, waar we tegen tien ure, door onze bedienden +geëscorteerd, weer naar huis gingen, <i lang="fr">en grande toilette</i> verscheen, gedecolleteerd of ze had moeten dansen, ébloissant door hare parure en met kostbare diamanten spelden in haar +kapsel! Nu vraag ik u eens, was dat niet om ons allen te railleeren en bloedig te krenken?” + +</p> +<p>“Het komt mij voor, dat zij hare vriendinnen meer eer wilde aandoen dan hare cavaliers.” + +</p> +<p>“Waarheid is, dat zij al heel weinig complimenten maakt met de heeren,” viel eene schrale ouderwetsch gekleede oude juffer +in, die zeker de laatste had moeten zijn om partij te trekken voor een geslacht, dat haar blijkbaar verwaarloosd had. + +</p> +<p>“En dezen hebben haar wis die nonchalance gereciproceerd?” vroeg ik. “Zij heeft denkelijk den ganschen avond tapisserie gemaakt +nevens de dames van leeftijd.” + +</p> +<p>“Omdat zij zelve het dus wilde,” viel het weeuwtje <a id="d0e980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e980">63</a>]</span>weer in. “Hoe zij er ook uitzag, zij was zeker dat zij dansers kon krijgen. Alle jonge officieren zijn als vanzelf verplicht +de dochter, nicht of kleindochter van hun kolonel zoo wat het hof te maken. Daarenboven verstond Francis Mordaunt heel goed +de kunst om aan te trekken door af te stooten. Ondanks al hare bizarrerie en al hare caprices was zij nooit om een cavalier +verlegen. Nauwelijks trad zij ergens binnen of zij wist de opmerkzaamheid tot zich te trekken. De heeren omringden haar, zij +werd gevleid, gecourtiseerd....” + +</p> +<p>“Ja! gecourtiseerd, dat kan wel zijn, maar niet <i>geconsidereerd</i>, dat is zeker!” viel de oude vrijster in. “Het was meest om haar gerisqueerde aardigheden te ontlokken, of zulke uitvallen, +waardoor ze befaamd is geworden.” + +</p> +<p>“Waarheid is, dat iedereen zich amuseerde met hare bijtende reparties.” + +</p> +<p>“Die de dames vreesden,” sprak een der heeren half schertsend, half verwijtend, “omdat ze in den regel even juist waren als +scherp.” + +</p> +<p>“In den regel koos zij de heeren tot <i lang="fr">point de mire</i> van hare raillerie.” + +</p> +<p>“Hoe vreemd dan toch, dat de dames zoo weinig hare partij trekken,” kon ik niet nalaten aan te merken. + +</p> +<p>“Dat is <i>niet</i> vreemd, jonker! De eigenaardigheden waardoor zij opgang wist te maken zijn juist die, welke wij in onze sexe niet kunnen +uitstaan. In al hare overwinningen zagen wij nederlagen; de goede toon ging er bij onder.” + +</p> +<p>“En hoe liep de partij voor freule Mordaunt af in dat curieuse danstoilet?” viel ik in, want ik had minder belang bij een +<i lang="fr">combat d’esprit</i> met het précieuse weeuwtje, dan bij eene meer voltooide karakterschets van Francis, al was die ook door een tintje kwaadsprekendheid +gekleurd. + +</p> +<p>“Juist zooals zij het hebben wilde, denk ik. Zij werd dien avond wel wat gedelaisseerd, en blijkbaar was dat haar oogmerk, +want zij deed niets om er in te voorzien; <a id="d0e1010"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1010">64</a>]</span>integendeel, zij heeft haar besluit om niet te dansen zoo luid en zoo forsch te kennen gegeven aan de gastvrouw zelve, dat +er geen kwestie meer kon zijn van haar te vragen.” + +</p> +<p>“Zoo slim was ze wel,” viel nu de oude juffer in. “Zij nam het initiatief om niet beschaamd te blijven zitten als er geen +danser kwam opdagen.” + +</p> +<p>“Waarheid is, dat er meer zedelijke moed toe behoorde dan onze heeren in den regel bezitten, om eene dame op te leiden, die +zich zoo heeft toegetakeld,” hervatte de weduwe. + +</p> +<p>“De gewoonte om ons niet te sparen schijnt hier aanstekelijk,” fluisterde mij een officier in, die mij als kapitein Sanders +was voorgesteld. Ik knikte zwijgend, want ik wilde luisteren toen mevrouw X vervolgde: + +</p> +<p>“Ten laatste, toen de cotillon werd afgeroepen, moest ze toch meedoen, en de ongelukkige leider van den dans moest zich opofferen. +Luitenant Wilibald, de adjudant van haar grootvader, was gedwongen haar op te slepen; hij nam <i lang="fr">son courage à deux mains</i>, en, na eenigen weerstand, die wel serieus scheen gemeend te zijn, liet zij zich meevoeren, maar deed niets om hem de corvée +te verlichten; integendeel, zij was zoo recalcitrant, zoo onopmerkzaam en zoo links, dat er telkens eenige verwarring ontstond +en haar cavalier de grootste moeite had om hare méprises en distracties goed te maken. Ook werd de hoffelijke jonkman door +iedereen beklaagd, te eer omdat men wist, dat hij zich eigenlijk uit dienstplicht opofferde, daar hij geëngageerd was met +een allerliefst meisje, dat om een rouw in hare familie thuis moest blijven.” + +</p> +<p>“Pardon, mevrouw! Vergun mij te zeggen dat uwe voorstelling wat onjuist is uitgevallen,” viel nu kapitein Sanders in, met +wien ik terstond was ingenomen om zijn ernstig en schrander voorkomen. “Permitteer mij een en ander te rectificeeren, want +ik ben een vriend van luitenant Wilibald, en ik weet dat het hem hinderen zou, <a id="d0e1025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1025">65</a>]</span>als zulke scherts voor de ware werd uitgegeven. Het was voor hem volstrekt geen corvée freule Mordaunt op te leiden, in welk +toilet zij ook goedvond zich te vertoonen, want hij hield genoeg van haar om niet wat bizarrerie over ’t hoofd te zien.... +Ja, ik durf zeggen, had het aan hem gestaan, zijne allerliefste <i lang="en">future</i>, een piepjong stijfburgerlijk opgevoed poppetje zou nooit zijne vrouw geworden zijn; maar de omstandigheden dwongen hem, +en freule Mordaunt schijnt er het hare toe gedaan te hebben, om hem eene <i>fortuin</i> te doen trouwen.” + +</p> +<p>Ik dankte den kapitein in mijn hart, dat hij zoo ridderlijk de handschoen opvatte voor de waarheid tegen dat valsche tongetje, +en ik had hem graag openlijk bedankt en de hand gedrukt, maar ik moest voorzichtig zijn en mijne belangstelling verbergen, +wilde ik meer hooren. + +</p> +<p>“En is freule Mordaunt later nog getrouwd?” vroeg ik en trachtte de vraag zoo onverschillig mogelijk van de lippen te laten +vallen. + +</p> +<p>“Wel neen!” riep de schrale oude juffer met een triomfeerenden glimlach. “Zij heeft hier, zoover men weet (en men weet hier +nogal alles in dezen kring), nooit een serieusen pretendent gehad.” + +</p> +<p>“Hé! dat is toch vreemd; eene jonge dame die zooveel attracties scheen te hebben,” merkte ik aan. + +</p> +<p>“Dat is in ’t geheel niet vreemd,” viel het weeuwtje in, op een coquet sentimenteelen toon. “Aanbidders en vleiers van ’t +oogenblik om zich heen te lokken, viel haar niet moeielijk; maar door ’t hart alleen wint eene vrouw ernstige genegenheid +en achting en niemand heeft ooit Francis Mordaunt <i lang="fr">au sérieux</i> kunnen nemen, <i lang="fr">n’en déplaise</i> den kapitein, want zij had geen hart; zij heeft nooit van iets gehouden dan van paarden en honden.” + +</p> +<p>“Gij vergeet haar grootvader,” pleitte weer de kapitein. + +</p> +<p>“Nu ja! daar was ze idolaat van; maar tot haar ongeluk vergold hij het haar op eene vreemde wijze.” + +</p> +<p>“Wat bedoelt ge, mevrouw?” vroeg Overberg, wiens joviaal gelaat wat betrokken was. +<a id="d0e1055"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1055">66</a>]</span></p> +<p>“Dat hij het jonge meisje veel te veel aan haar eigen wil en luimen overliet.” + +</p> +<p>“Wat zal men zeggen, <i lang="fr">chère amie!</i> Hij was bang voor haar.” (Het was de oude juffrouw die toebeet.) “Hij bulderde tegen zijne officieren, maar eene <i lang="fr">scène</i> met Francis durfde hij niet afwachten.” + +</p> +<p>“Nogmaals verschooning voor tegenspraak, freule! De overste von Zwenken bulderde <i>niet</i> tegen zijne officieren, ik weet het bij ondervinding; maar waarheid is het, dat hij schitterde door zijne afwezigheid als +Francis Mordaunt in de wereld ging. Hij liet haar uitgaan zóó en met wien zij wilde, en zat, helaas, aan de speeltafel, en +de dusgenaamde adellijke societeit, als Francis zich door onbezonnenheid en zekere eigenaardigheden van haar karakter ter +prooi gaf aan laster en verkeerde uitleggingen.” + +</p> +<p>“Bravo, kapitein! Dat’s loyaal de afwezende te verdedigen.” + +</p> +<p>“Het spijt mij maar, dat het niet kon zonder een anderen afwezende aan te klagen; maar hetgeen ik zeg is bekend, óver bekend +in dezen kring.” + +</p> +<p>“Even bekend als de excentrieke <i lang="fr">allures</i> van <i>Majoor</i> Frans. Wat kapitein Sanders ook zeggen moge, wij vonden niets uit op dit punt, wij geven het zooals wij het hebben beschouwd.” + +</p> +<p>Ik begreep maar al te goed wie er door majoor Frans bedoeld werd, om opnieuw eene vraag te durven doen. + +</p> +<p>“Dat moet men toestemmen,” sprak eene oude dame, die tot hiertoe gezwegen, maar met schitterende oogen toegeluisterd had. +“Denk maar wat een opzien het gaf, toen zij zich zoo compromitteerde voor dien vreemdeling die in de ‘Gulden Zalm’ logeerde, +wien het huis van den kolonel was ontzegd en dien zij <i lang="fr">rendez-vous</i> gaf buiten diens weten. Heeft zij niet ons aller blaam getrotseerd door op klaarlichten dag met den onbekende in de plantage +te wandelen? Ten laatste, ’t is mij voor vast verzekerd door iemand die het weten kon, heeft zij <a id="d0e1090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1090">67</a>]</span>hare diamanten spelden beleend om de kosten van zijn verblijf te betalen. Ze heeft ze zelfs willen verkoopen, want ze zijn +iemand van mijne kennis gepresenteerd.” + +</p> +<p>De vroolijke blos op het frissche, volle gelaat van Overberg verschoot tot een vaal bleek; maar hij zeide niets; de kapitein +daarentegen viel in: + +</p> +<p>“Het is maar al te waar dat zij alles risqueerde als zij zich iets in ’t hoofd had gezet.” + +</p> +<p>“En dat om een persoon, die in ’t geringste logement herberg nam, niet eens zijn waren naam opgaf, zooals later verteld werd, +en die stellig een oplichter of valsche munter is geweest.” + +</p> +<p>“Indien dat gebleken ware, zou de politie er zich mee hebben bemoeid,” bracht Overberg in ’t midden. + +</p> +<p>“Zoo komt het mij ook voor,” sprak de kapitein, “en ik houd voor waar, wat Wilibald Smeekens er van geloofde: dat het iemand +was, die zich vroeger in den dienst niet goed had gedragen en dien zij uit medelijden naar het buitenland wilde voorthelpen.” + +</p> +<p>“Hm! uit medelijden!” sprak de oude mevrouw. “Eene jonge dame behoorde zich toch waarlijk in acht te nemen voor zulk soort +van medelijden. Zich met intriganten in te laten! Ik verzeker u, dat er destijds algemeen sprake van was, haar uit onze conversatie +te verbannen.” + +</p> +<p>“Maar men waagde het niet, dat banvonnis uit te voeren om den wille van den kolonel, die ’t in zijne macht had het casino +onmogelijk te maken en de militaire muziek te weigeren aan de buiten-sociëteit, en die ’t zeker zou gedaan hebben als hij +maar iets had geraden van ’t geen er tegen zijne kleindochter broeide,” sprak de kapitein. “Maar de dames legden het voorzichtiger +aan; zij executeerden de arme Francis achter haar rug en.... <i lang="fr">en détail</i>....” + +</p> +<p>“Met dat gevolg,” voegde de oude juffer er bij, “dat zij zich weldra uit haar zelve terug trok.” + +</p> +<p>“Neen, dàt had eene andere oorzaak,” zei nu het weeuwtje met een veelbeteekenend hoofdschudden; “dat <a id="d0e1113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1113">68</a>]</span>kwam niet door onze bejegening, maar omdat hare eigene consciëntie tegen haar getuigde na dat geval met haar koetsier.” + +</p> +<p>“Ja, dat’s waar; dat was eene fatale historie,” stemde de kapitein toe, tot mijne smartelijke verbazing. + +</p> +<p>De loyale man, die blijkbaar tegen lasterzucht en verkeerde uitleggingen kampte, moest hier zwijgen. + +</p> +<p>Wat was er dan toch gebeurd? vroeg ik bij mij zelven; maar de stem stokte mij in de keel, toen ik de vraag luide wilde herhalen. +Zij werd mij gespaard. + +</p> +<p>“Maar wat is er dan toch gebeurd met die dame en haar koetsier?” vroeg een gebrild heertje, dat, nieuwelings aangekomen, met +het ambt van postdirecteur was belast. + +</p> +<p>De tongen der dames trilden van ongeduld om te antwoorden. + +</p> +<p>“Ongelukkig weet men er het rechte niet van,” hief de oude juffer aan, wier schrille, scherpe stem haar de gelegenheid gaf +het woord te bemachtigen, “maar algemeen wordt geloofd, dat zij zich door haar koetsier wilde doen schaken. Mogelijk zou dat +gelukt zijn, doch.... de man had eene bruid, en toen dat uitkwam....” + +</p> +<p>“Heeft zij hem op een woesten rijtoer van den bok geworpen,” viel de oude dame in met een glimlach van demonisch genot. + +</p> +<p>“Anderen, die ’t meenen te weten, zeggen, dat zij hem met de karwats heeft doodgeslagen,” voegde het weeuwtje er bij, dat +er toch ook het hare van hebben moest. “<i lang="en">Horrible, most horrible!</i>” kwam er met een gemaakt sentimenteel oogverdraaien achter. + +</p> +<p>Ja, wel <i lang="en">horrible!</i> dacht ik, dat jonge en oude vrouwen al te zamen wedijveren in boozen lust om eene van haar die gevallen is, of mogelijk slechts +gestruikeld, met de tong den genadeslag toe te brengen. + +</p> +<p>Ik kan u wel zeggen, Willem, dat ik in dien oogenblik overmeesterd werd door afschuw en walging tegen heel het vrouwelijk +geslacht, en dat het mij nauwelijks de <a id="d0e1141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1141">69</a>]</span>moeite waard was verder te luisteren, toen nog weer eene andere in zijde en kant gedoste harpij uitviel: + +</p> +<p>“Ik heb hooren zeggen, dat zij met hem gevochten heeft en dat de paarden toen zijn doorgegaan, waarbij het slachtoffer onder +de voeten zou zijn geraakt.” + +</p> +<p>“Hoe dat ook zij, de waarheid zal wel nimmer uitkomen, de man ligt op het kerkhof.” + +</p> +<p>“Ja, dat is hier zonder beeldspraak de waarheid,” schertste de weduwe, “en daarmee is de misdaad voor goed bedekt.” + +</p> +<p>“Met uw verlof, dames! Als er van zoo iets kwestie ware geweest, zou immers de justitie er zich mee bemoeid hebben,” merkte +Overberg aan; “en ik weet voor <i>zeker</i>, dat er van zoo iets geen sprake is geweest.” + +</p> +<p>“Dat wil ik wel gelooven,” repliceerde de weduwe. “De officier van justitie was een goed vriend van den kolonel, die dagelijks +met hem aan de ombretafel zat, en hij heeft, om de zaak te bemantelen en tegelijk aan het publieke wraakgeschrei iets toe +te geven, eene officieuse visite afgelegd bij den commandant. Francis Mordaunt moet toen in ’t verhoor zijn genomen, en, zooals +vooruit te berekenen was, is zij er zwaanwit uitgekomen; naar ’t getuigenis van den rechterlijken ambtenaar althans,” eindigde +zij met een satyriek schouderophalen. + +</p> +<p>“Maar, mevrouw!” viel Overberg in met zichtbare ergernis, “als men nu zelfs de onpartijdigheid van de justitie gaat verdenken!” + +</p> +<p>“Och, ik verdenk niet, ik vertel slechts hoe ’t afgeloopen is, namelijk dat de zaak gesmoord is en aan de familie van den +ongelukkige het stilzwijgen werd opgelegd. Lieden van dat slag laten zich licht bang maken. Enfin, hoe het daar ook mee zij, +Majoor Frans heeft zich na dat avontuur niet weer in onze côterie durven vertoonen, en haar grootvader schijnt er aanleiding +uit genomen te hebben om zijn ontslag uit den dienst te vragen.” + +</p> +<p>“Hij had den leeftijd,” voegde de kapitein er bij; “en <a id="d0e1162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1162">70</a>]</span>zoo hij zijn ontslag kreeg, was het met eervolle onderscheiding: bevordering tot generaal, vergunning tot het blijven dragen +van de uniform<span id="d0e1164" class="corr" title="Bron: ">.</span>” + +</p> +<p>“Waarvan wel niet druk gebruik zal gemaakt worden; want de generaal retireerde zich naar het huis de Werve,” merkte de oude +dame aan. + +</p> +<p>“Waar nu Majoor Frans het commando heeft,” liet de oude dame er op volgen. + +</p> +<p>“En zich den tijd verdrijft met paardrijden en jagen,” voegde het weeuwtje er bij, met een opgetrokken neusje. + +</p> +<p>“Wat het laatste betreft, dat kan ik, als onjuist, tegenspreken,” hernam Overberg; “want de generaal heeft geene jachtakte +genomen, dat weet ik zeker, en het jachtrecht over zijne velden en bosschen is sinds lang overgedragen op.... een van mijn +cliënten, die echter hazen en patrijzen in vollen vrede laat.” + +</p> +<p>Hierdoor kwam het praatje tusschen de heeren op de jacht en visscherij; terwijl de dames hare tong scherpten tegen andere +slachtoffers. + +</p> +<p>Ondanks mijne poging om het te ontveinzen, moet Overberg het mij hebben aangezien dat de harde oordeel-velling over Francis +dieper indruk op mij maakte dan salonpraatjes behoorden te doen; hij nam mij ter zijde en fluisterde mij in: “Morgenochtend +vóór uw vertrek kom ik nog een paar woorden spreken over dit gehoorde; hecht er intusschen niet te veel aan; dit alles weegt +zoo zwaar niet als het luid klinkt.” + +</p> +<p>Hij had goed praten; hij kende de oorzaak mijner belangstelling niet, en al tilde ik het nòg zoo licht, het was toch te veel +voor de betrekking, waarin ik tot de freule moest komen. Ik begon te twijfelen of ik wel naar de Werve zou gaan, en of ik +niet beter deed mij ter zijde te houden en van Beek met Overberg te laten handelen. Het oordeel over den generaal en zijne +kleindochter zou dan voltrokken worden; maar het scheen toch gansch niet onverdiend. + +</p> +<p>Onder overleggingen van den onaangenaamsten aard <a id="d0e1183"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1183">71</a>]</span>begaf ik mij ter ruste, die ik niet vond. Ik had een ellendigen nacht en was op het punt na mijn ontbijt het rijtuig, dat +mij naar de Werve moest brengen, te gebruiken om naar een der dichtst gelegen stations van den spoorweg te rijden, daar het +stadje nog buiten het net der rails ligt, en naar den Haag terug te keeren, waar mijne kamer nog niet is opgezegd en waar +ik mijn eigen rustig en werkzaam leven kon hervatten, om mij voor goed af te wenden van tante Roselaers fortuin en hare beschikkingen; +maar Overberg kwam tusschenbeide met consideratie en advies. + +</p> +<p>“Ik meen uwe nobele intentie geraden te hebben,” ving hij aan. “Gij wilt freule Mordaunt leeren kennen, en als zij u aanstaat +een voorslag doen, die allerlei moeielijkheden door eene enkele overeenkomst bij minnelijke schikking uit den weg ruimt. Ik +kan u niet zeggen, hoe prijselijk, hoe verstandig ik dit voornemen vind, en het verwondert mij zelfs, dat de erflaatster u +in dezen niet een wenk heeft gegeven, want zij was iemand, die de zaken zeer helder inzag.” + +</p> +<p>“Dien wenk heeft ze gegeven; ik wil het u niet langer verhelen; en ’t was wel mijn voornemen dien op te volgen, maar na het +gehoorde van gisterenavond moet ik er van afzien.” + +</p> +<p>“Gekheid! Hecht toch niet zooveel gewicht aan die praatjes. Denk aan de lasterzucht en de kleingeestigheid van de lieden eener +kleine stad, die alles op het bekrompenste uitleggen.” + +</p> +<p>“Heel goed; maar in een kleine stad, waar men elkander, om het zoo eens te zeggen, oog in oog ziet en alles van elkander kan +weten, durft men toch zoo grof niet liegen en lasteren als er niets van aan is.” + +</p> +<p>“Dàt wil ik ook niet beweren; maar zekere ongewone voorvallen, zekere excentrieke handelingen zijn meestal voor tweeërlei +uitlegging vatbaar; en wie zegt ons, dat de slechtste, door naijver en ergdenkendheid gegeven, juist de ware is? Ik voor mij, +dit beken ik, ik ben niet <a id="d0e1195"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1195">72</a>]</span>in de gelegenheid geweest om de gedragingen van freule Mordaunt te controleeren. Ik had genoeg aan de zaken met haar grootvader, +die altijd met hooge ingenomenheid van haar sprak. Daarom wilde ik ook geene getuigenis voor of tegen haar geven op uwe vraag. +Had ik echter kunnen denken dat onze dames het zóó bont gemaakt zouden hebben, dan had ik het niet op hare praatjes laten +aankomen en zou ernstige navraag hebben gedaan bij personen, die billijk en betrouwbaar waren.” + +</p> +<p>“Kent gij dezulken hier?” + +</p> +<p>“Ze moeten hier te vinden zijn. En ik verzeker u, in mijne praktijk is het mij zoo dikwijls voorgekomen dat men de boosaardigste +beschuldigingen, tot de grootste proportiën opgeblazen, als een zeepbel zag uiteenspatten bij ferme, mannelijke aanraking, +dat ik niets meer geloof, wanneer ik niet met eigen oogen gezien, niet met eigen handen getast heb, of waarvoor ik althans +waarborgen heb, die met eigen aanschouwen gelijk staan.” + +</p> +<p>“Op het punt der verkochte of beleende juweelen hebt gij dan toch zeker eenig duchtig bewijs in handen,” viel ik in, mij zijn +verbleeken herinnerend. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk; juist in die zaak ben ik betrokken geweest. De freule had meer geld noodig dan die woekeraar van een goudsmid +hier bij ons er haar op wilde voorschieten. Verkoopen wilde zij ze niet dan op het uiterste, en hoewel het mogelijk is dat +de juwelier, die ze een paar uur onder zijne berusting heeft gehad, er zaken mee heeft willen doen, met hare toestemming en +voorkennis zijn ze niemand te koop aangeboden. In hare verlegenheid nam zij hare toevlucht tot mij, van wien ze wist dat haar +grootvader altijd met raad en hulp werd gediend. Nu behoort het wel niet tot mijn vak, geld te leenen op edelgesteenten, maar +zij bekende mij, dat zij in de uiterste verlegenheid verkeerde, hoe ze een paar duizend gulden zou bijeenkrijgen buiten haar +grootvader om. Zij was pas meerderjarig en hare voogden hadden haar nog geene rekening en verantwoording gedaan van <a id="d0e1205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1205">73</a>]</span>hun beheer over haar vaderlijk erfdeel; zelve wist ze nog niet, wàt ze bezat, en geloofde dat haar vermogen geheel op het +Grootboek was geplaatst om bepaalde redenen, die ik licht doorzag; men had den generaal de gelegenheid willen benemen om zijne +kleindochter, wier fortuin bij het overlijden van haar vader toch al zeer gereduceerd zal zijn, totaal te ruïneeren. <i>Wat</i> daarvan zij, eene parure in paarlen en de prachtige diamanten spelden was alles wat zij kon missen op dit oogenblik, maar +zij had er die dan ook voor over. Mejonkvrouw Roselaer had mij eens voor al opgedragen de von Zwenkens in allen nood bij te +staan, moyennant degelijk onderpand. Ik meende dit geval in dat voorschrift te moeten begrijpen en ik schoot het geld voor +tegen billijke rente, op mijn eigen risico, zoo de oude freule de zaak niet mocht goedkeuren; maar het tegendeel bleek, en +de sieraden zijn nog onder mijne berusting, daar ze tot hiertoe nog niet zijn opgevorderd.” + +</p> +<p>“En de rente?” + +</p> +<p>“De freule schijnt daar niet aan te denken,” hernam Overberg met een goelijk glimlachje; “die laten we maar stilletjes oploopen +tot tijd en wijle.... Als het met uwe intentiën strookt, kunnen wij dat aparte zaakje onder ons afdoen.” + +</p> +<p>“Wij zullen zien, mijnheer Overberg. In elk geval kan het mij te pas komen dit te weten. En hebt gij niet vernomen welk gebruik +de jonge dame dacht te maken van dat geld?” + +</p> +<p>“Zij moest er iemand mee helpen, die zich niet tot den kolonel kon wenden (onder ons gezegd, zou het dezen ook niet licht +zijn gevallen die hulp te verleenen). In welke betrekking zij zelve stond tot den persoon in kwestie, kwam ik niet te weten. +Hij is maar een dag of vier hier gebleven; zelf heb ik hem niet ontmoet, maar zooals gij gehoord hebt, was er geen gebrek +aan sprookjes over zijne <i lang="fr">faits et gestes</i>. Sommigen beweerden hem gezien te hebben in de kleeding en de manieren <a id="d0e1221"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1221">74</a>]</span>van een gentleman; anderen wisten voor zeker, dat hij er als een schooier uitzag, zich in een gemeene herberg bedronk en niets +beters was dan een brutale avonturier, ’t geen wel zou kunnen zijn, want het mededoogen der vrouwen is wel eens zeer slecht +geplaatst.” + +</p> +<p>“En ’t voorval met den koetsier? Blinkt daarin ook hare vrouwelijke meewarigheid uit?” vroeg ik, niet zonder wat bitterheid. + +</p> +<p>“Dat zal ik niet zeggen; maar er kon toch wel eens minder kwaad achter schuilen dan de beminnelijke dames er in willen zien. +In uw geval zou ik den tocht naar de Werve niet uitstellen tot ik daar het rechte van wist. Ik heb freule Mordaunt wel hooren +beschuldigen van bruske manieren en onvoorzichtige gedragingen, maar zij is bekend om hare oprechtheid, die door hare dusgenoemde +vriendinnen als impudentie wordt beschouwd, want zij heeft niet als onze nufjes den tact om met zoete woordekens impertinenties +te zeggen. Mogelijk komt gij achter de waarheid, als gij haar die zelve ronduit vraagt. Een enkel bezoek verbindt daarbij +tot niets, en gij zult toch in elk geval een onderhoud met den generaal moeten hebben over de zaken.” + +</p> +<p>Overberg had gelijk. Ik moest niet veroordeelen zonder eigen onderzoek, en ik stapte in het wagentje met een paard, dat in +deze streken het traditioneele voertuig is voor buitentoertjes. Ik had in ’t logement gewaarschuwd dat ik dien dag uit zou +blijven, maar wij wel gewacht te zeggen waar ik heenging, om alle gissingen en willekeurige uitleggingen af te snijden. + +</p> +<p>Ik deed of ik mij aan den koetsier overgaf voor een toertje in de omstreken; alleen bij de eerste halt aan het tolhek gaf +ik mijn verlangen te kennen om naar ’t kasteel de Werve te rijden. + +</p> +<p>“Dan zijn we de verkeerde poort uitgereden!” knorde de boersche voerman, “en dan doen we beter den tol niet door, maar links +af langs het bosch te rijden;” ’t geen echter den tolbaas niet aanstond, die verzekerde <a id="d0e1233"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1233">75</a>]</span>dat men de Werve evengoed kon bereiken als men een kwartier later links af draaide, “een makkelijk schulppad, zoo hard als +een steenweg, zouden we vinden, met hooge populieren tot aan het dennenbosch, en dan wees de weg zich vanzelf.” De voerman +onderwierp zich en wij reden door; maar “de weg die zich zelf wijst” is wel eens een zeer onbetrouwbare indicatie; wij zouden +het tot onze teleurstelling ondervinden. Inmiddels gleden wij werkelijk over het schulppad of het eene railroute was. Het +was een droge koude lentedag, zonder zon; de lucht had iets zwaars, dat bijna een sneeuw- of hagelbui liet verwachten. Het +hoog, nog slechts knoppend geboomte schonk weinig afwisseling, en de huif van het wagentje, dat ter eener zijde dicht moet +blijven om den schralen noordenwind, liet mij niet veel anders zien dan den breeden rug van den voerman. Ik had dus alle mogelijke +gelegenheid om tot mij zelven in te keeren en mijn <i lang="fr">plan de campagne</i> te maken, dat ik toch weer varen liet zoodra het geëmbaucheerd was; want het terrein was mij nog altijd onbekend, en ik begreep +dat ik met een vijand zou te doen krijgen, die weerbaar genoeg was om partij te trekken van een onhandigen aanval; het was +dus beter, vooruit geene manoeuvres te bepalen, die door de eerste caprice de beste van “den Majoor” onuitvoerbaar konden +worden gemaakt. + +</p> +<p>Het beste was maar “<i lang="fr">voir venir</i>” en handelen naar omstandigheid. Het <i lang="la">veni, vidi, vici</i>, zou hier toch niet te pas komen. Menig ander ware wellicht niet eens op de conquête uitgegaan na een soireetje zooals ik +had moeten bijwonen; maar nu de nevelen van den nacht wat opgeklaard waren, voelde ik mij, ondanks alles, geprikkeld door +iets dat sterker was dan alle vooroordeel. Het spreekt wel vanzelf, dat ik mijne eer hoog genoeg houde om met Cesar te zeggen, +dat mijne vrouw onverdacht moet zijn;—onbesproken is de arme Majoor Frans zeker niet,—maar als de verdenking eens bleek niet +op deugdelijke gronden te berusten, als men die logenstraffen <a id="d0e1246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1246">76</a>]</span>kon, door de feiten tot hunne rechte proporties terug te brengen, dan, ik vroeg het mij zelven af in die <i lang="de">verhängnissvolle</i> ure, is het dan niet de plicht van een edelman om de publieke opinie te braveeren waar zij dwaalt, en met der daad haar den +rechten weg te toonen? Is zulk een triomf niet een meer waardige dan het schuchter terugwijken voor de meening van wie weet +wien? die zich door wie weet wàt heeft gevormd? Is het niet een wat al te plompe heerschappij, die het vormlooze schepsel +<i><span id="d0e1252" class="corr" title="Bron: men">mee</span></i> voert over de gemoederen? Wordt het geen tijd in onze dagen, waarin men alle gezag in kwestie stelt en niets onaangevochten +laat, ook dit aanmatigend veemgericht te controleeren en er zich niet voor te buigen? Ik althans zal den moed hebben het te +doen en alle lastertongen te laten klappen. Ik zeg niet: als Francis mij bevalt, want de kwestie van hare meerdere of mindere +beminnelijkheid kan ik in deze niet meetellen, daar het een plicht geldt; maar als ik voor mij zelven in mijne consciëntie +overtuigd ben, dat zij geen misstap heeft begaan, geene betrekkingen heeft aangeknoopt die vlekken hebben geworpen op haar +leven en waardoor werkelijk de eer van een echtgenoot kan worden gekwetst. Dit voornemen schijnt roekeloos, en gij glimlacht +als gij dit leest, bij de gedachte dat ik wel van besluit veranderen zal eer het er toe komt; maar ’k moet u herinneren aan +de eerste dagen onzer kennismaking te Leiden, toen gij, reeds oud student en Mr. op het tipje, mij als armen groen onder uwe +hoede naamt en welhaast de hand der vriendschap reiktet, toen die niet meer noodig was ter bescherming. Weet gij nog wel, +als onder ons jongelui het gesprek op de vrouwen viel, dat ik mij er dan niet of alleen terloops in mengde, en alleen dan +als men mij verweet reeds verliefd te zijn en te zitten droomen terwijl de anderen schertsten. Ik redde mij dan voor het oogenblik +door eens ferm mee door te slaan en te snoeven van allerliefste meisjes- en vrouwengunst, of ik er diep in doorgedrongen was. +Ik deed zoo <a id="d0e1255"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1255">77</a>]</span>om de waarheid te verbergen, dat dit alles voor mij woorden zonder beteekenis moest blijven. De bekrompen omstandigheden mijner +familie, die mij deze aanvankelijke studiën nauwelijks vergunden, waren mij maar al te goed bekend; de tijd dat ik er aan +zou kunnen denken eene vrouw te onderhouden uit mijne eigene ressources was zoo eindeloos verre,—en de gedachte met mijn jonkheerstitel +te speculeeren op eene rijke vrouw was mij nog meer verre en vreemd dan deze. Ik had mij zóó vast gezet in het denkbeeld dat +ik leven moest als een Benedictijn die de drie geloften van armoede, kuischheid en gehoorzaamheid aan den onverbiddelijken +plicht der werkzaamheid heeft afgelegd, dat het niet eens in mij opkwam luchtkasteelen te bouwen en zekere illusies te kweeken. +Zoo is het mij gelukt, aan de beroeringen van den hartstocht te ontkomen, zoodat ik met waarheid van mij zelven mag getuigen, +dat ik dat ledig tot hiertoe niet heb gevoeld; ik had er geen tijd toe in mijn werkzaam en met zorgen vervuld leven. Toch +weten mijne vrienden, dat dit hart noch koud, noch zelfzuchtig is: alleen het onverbiddelijk “terug!” hield er alles buiten +wat daar binnen stoornis had kunnen brengen. Maar zelfs hij die zich illusies verbiedt, kan nog wel eens idealen scheppen, +en zoo heb ik in die korte en zeldzame oogenblikken waarin mij het mijmeren geoorloofd was, wel eens gefantaseerd over de +vrouw die voor mij zou passen, als de omstandigheden veranderden en ik naar eene levensgezellin zou mogen omzien. Ik ben er +nooit toe gekomen mij dit ideaal in eene bepaalde gestalte voor te stellen; of zij bruin dan wel blond zou moeten zijn, fijn +van tint of sprekend van kleur en trekken, daarover liet ik den sluier der onbestemdheid rusten, die dit nevelachtige mijner +fantasie het ruimste spel liet; allerminst kwam ik er toe om dit ideaal in freule B. of juffrouw A. belichaamd te wanen, maar +de eigenschappen van geest en hart, van humeur en karakter, die het wezen zou <a id="d0e1257"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1257">78</a>]</span>moeten bezitten, waarmee ik voor het leven zou willen verbonden zijn, die de verbintenis iets meer zijn dan een uiterlijken +band, heb ik wel eens bij mij zelven bediscussieerd, en ik was het gansch niet met van Lennep eens, dat de grootste verdienste +eener vrouw juist daarin bestaat, dat er niets van haar te zeggen valt, dan dat zij met volharding kousen maast en de teerste +zorg koestert voor de groote wasch. Als mevrouw de Witt zekeren zachten invloed had weten te oefenen op haar gemaal, zou de +gerechtelijke moord van Buat vermoedelijk zijn voorkomen, en deze vlek niet hebben gerust op het karakter van den eminenten +leider der oligarchische republiek, ik wil daarmee niet gezegd hebben, dat iedere vrouw, of zij er aanleg voor heeft of niet, +zich zou moeten mengen in de zaken van staat; ik meen alleen, dat die absolute onbeduidendheid mij voor mij zelven als <i lang="fr">vis-à-vis</i> voor het leven iets vreeselijks vervelends en ledigs zou toeschijnen, en dat ik het oordeel van Jean Paul over de blijdschap +der mannen, als de kortstondige dichteres, die hunne bruid was, spoedig na het huwelijk in eene spinnende huispoes veranderd, +niet deelen kan. Als er geest en hart is, kan dat uitkomen in alle détails van het leven, om dat te sieren en te verheffen. +De vrouw die dat wist te vatten, wie zij dan ook overigens ware, musicienne of kousenstopster, bezield met liefde voor de +kunst en litteratuur, of simpellijk haar lust vindend in ’t volbrengen harer huiselijke plichten, zou zeker kunnen zijn van +mijne duurzame genegenheid. Alleen heb ik mij nooit verveeld, maar de verveling <i lang="fr">à deux</i> moet, dunkt mij, de afschuwelijkste kwelling zijn, die tot uitspattingen zou voeren. + +</p> +<p>En nu, ik moet het u eerlijk opbiechten, Willem! al hadt gij het misschien niet uit ons vroeger gesprek geraden,—in al de +zonderlingheden die mij van Francis ter oore komen zie ik iets van dat ideaal. Zij heeft karakter, zij schijnt geest te bezitten, +al wordt haar hart ontzegd. Zij durft zich zelve zijn, en juist dit faalt onze <a id="d0e1267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1267">79</a>]</span>meeste jonge dames, die allen op iets anders willen gelijken, dat zij eigenlijk niet zijn; die geene eigene opinie hebben, +maar als zekere insecten de kleur aannemen van het blad waarop zij rusten. Dit geeft iets onwaars, iets onbestemds aan geheel +haar bestaan, dat ik niet betrouwbaar acht. In die allerliefste modepoppetjes, op alles afgericht, behalve steun te zoeken +in eigen vaste beginselen, schuilen soms kuren en grillen, die niet te voorschijn komen dan te laat om er nog wat tegen te +doen. Ze zijn niets, maar als hare pluimen en linten worden zij door iederen wind meegevoerd. Vandaag willen ze dit, morgen +weer wat anders; in den regel weten zij zelven niet wat ze eigenlijk willen, en men zou zich in duizend bochten kunnen wringen +zonder haar eigenlijk nog te voldoen, als men zich daartoe wilde zetten. + +</p> +<p>“Wat mij betreft, dàt nooit!” placht ik wel eens overluid uit te roepen bij zulke mijmeringen, en ik ben er nu niet meer toe +gedisponeerd dan voorheen; Francis <i lang="fr">n’a qu’à bien se tenir</i>. Ik wil haar ridderlijk ter zijde staan en ik zal haar beschermen <i lang="fr">envers et contre tous</i>, als zij het waard is, maar kniebuigingen voor zotte exigenties zal zij mij nooit zien maken. Terwijl ik mij in dergelijke +voornemens en gedachten verdiepte, had de koetsier zijn werk gedaan, zooals dat meer gaat bij dergelijke lieden, zonder er +veel bij na te denken, en had den “weg die zich zelf wees” ingeslagen, zonder op te letten in welke richting die liep en of +er ook op verderen afstand een andere ware te volgen, die meer zeker tot het doel leidde; hoe dat zij, wij waren een tamelijk +breed boschpad ingeraakt, dat tot niets voerde dan een <i>rond-point</i> met eene vervallen <i>rustique</i> bank; wij moesten wenden en zien langs een andere zijde een uitweg te vinden. Wij meenden dien gevonden te hebben, toen wij +aan den uitersten zoom van het bosch genaderd, daar een smal zandpad opmerkten langs een watertje, waarover in de verte een +ruwe brug, die met één paard en ’t lichte wagentje wel zou zijn over te rijden, naar <a id="d0e1283"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1283">80</a>]</span>mijne gissing; maar toen wij er bij gekomen waren bleek het, dat ik mij bedrogen had. De brug was breed genoeg, maar slechts +door twee of drie waggelende verrotte planken gedekt; een voetganger, die zich aan de leuning kon vasthouden, had er zich +mogelijk over kunnen werken, maar met paard en wagen was dit ondoenlijk. + +</p> +<p>“Wij zijn aan den verkeerden kant het bosch ingereden,” zei de voerman, “dat bemerk ik nu! die laan over de brug voert naar +het dorp, en dan is het maar een stijf kwartiertje tot de Werve; dit dennenbosch hoort al tot de plaats.” Terwijl hij nog +sprak, hoorden wij den hoefslag van een paard dat in vollen galop achter ons aankwam en snel als de gedachte voorbijschoot, +eer het ons mogelijk was door een woord of eene vraag onze verlegenheid uit te drukken; de cavalier—of de cavalière—voor mij +was dit niet uit te maken, daar hij juist voorbij draafde aan de zijde waar het zeildoek neerhing,—was in een oogwenk uit +het gezicht; maar de koetsier had kunnen opmerken, welke richting hij nam. + +</p> +<p>“Dat is Majoor Frans,” sprak hij, zich naar mij toe keerend. + +</p> +<p>“Majoor Frans!” herhaalde ik met eene mengeling van verrassing en wrevel, “wien bedoel je daarmee?” + +</p> +<p>“Wel, de Freule van ’t kasteel, zoo noemen ze der allemaal in mijn dorp, als ze der jongen komt zien.” + +</p> +<p>“Wat malle historie wilt gij mij daar wijs maken?” sprak ik op een toon die forsch en onverschillig moest klinken; maar dat +ging mij slecht af, de stem stokte mij bijkans in de keel. + +</p> +<p>“Lang niet mal! maar heel akelig! Zij zou geen kostgeld betalen voor den jongen, als zij geen schuld had.” + +</p> +<p>“En is dat kind in den kost in het dorp, zoo dicht bij de Werve?” vroeg ik verlicht. + +</p> +<p>“Wel neen, heerschap! te Oldeberkoop, wel twee uren wijd van stad, daar hoor ik thuis en daar komt ze om <a id="d0e1301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1301">81</a>]</span>een haverklap, op d’r mooie paardje. Maar nou zij deur het bosch rijdt, moet er een uitweg zijn, en die zullen wij zien te +vinden.” + +</p> +<p>Hij wendde in de richting dien hij de Freule had zien nemen; ik liet hem begaan, het was mij bijkans onverschillig geworden +of wij aankwamen àl dan niet. Eenige minuten lang liep het smalle boschpad nog door, dat de stoute rijdster gevolgd was; toen +liep het te niet in een dicht kreupelbosch, dat wel nog geen ander groen toonde aan boom en struik dan wat knoppen en aankomende +blaadjes, maar evenmin een pad om door te komen; de grond was week en drassig en met dicht mos begroeid; het was onbegrijpelijk +hoe het paard met zijne berijdster daar over heen waren geraakt; alleen de grootste rapheid en behendigheid, tegelijk met +volmaakte eenswillendheid van het dier met zijne meesteres, had dat mirakel kunnen bewerken! + +</p> +<p>Mijn suffer van een koetsier, wiens verstand er bij stilstond, trok een verbaasd en verdrietig gezicht; dat was door ons niet +na te volgen. Hij verzocht mij uit te stappen, en verliet zelf den bok; hij bond zijn rossinant aan een boom; wij moesten +trachten het spoor te vinden, dat ons betere kansen bood, en werkelijk, na eene wijle speurens en ronddolens, ontdekte ik +eindelijk wat meer achterwaarts een smal zandpad, dat nog de indruksels droeg van paardehoeven en waar wij mogelijk nog doorkomen +konden, mits de voerman het paard bij den toom leidde; ik vooruit, om den weg te verkennen. Helaas! toen we het pad op die +wijze ten einde gebracht hadden, bevonden wij ons aan den uitersten zoom van het bosch, tegenover omgeploegd bouwland, dat +vrij uitgestrekt was, en waarvan wij gescheiden waren door een half uitgedroogde sloot, waarin afgevallen bladeren lagen te +rotten en waar allerlei moerasplanten welig opschoten. Geene mogelijkheid voor ons om daarover te komen, en, waar waren wij +dan nog? Rechts heidegronden, de hoogten en laagten met spar- en dennenboomen bezet, links ook <a id="d0e1307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1307">82</a>]</span>weer door akkerslooten en greppels vaneengescheiden—aardappelenland, waarvan het zacht groene loof even bovenkwam, achter +ons het bosch dat wij reeds hadden doorkruist zonder een uitgang te vinden. Ik keek op mijn horloge; het was ongeveer twaalf +uur; de schofttijd van de boerenarbeiders, die vermoedelijk nog op het land hadden te werken. Geene terechtwijzing was er +te krijgen; ons restte niets dan terugkeeren langs denzelfden weg dien wij gekomen waren, tot aan den tol, en daar weer den +tocht van nieuws aan te beginnen, zooals de koetsier voornemens was eer de dwaze raadgeving van den tolbaas hem op een dwaalweg +had gevoerd. Behalve het onaangename van die teleurstelling en zooveel tijdverlies, was het voor het arme paard nauwelijks +te doen zonder rust en verkwikking; de voerman onbarmhartig als de lieden van zijn gild, hield staande dat het niemendal was; +ik aarzelde om dat besluit te nemen en zag toch nergens eene betere uitkomst. Op eens hoorden we dicht in onze nabijheid een +schaterend gelach dat mij tergend in de ooren klonk; het geluid kwam eenigszins van uit de hoogte. Ik zag op en naar de heuvelachtige +heide heen; op den top van eene begroeide zandhoogte stond de persoon die zich zoo vroolijk maakte over onze misrekening. + +</p> +<p>“Majoor Frans!” riep de koetsier met zijne schetterende stem, zonder zich te geneeren in zijne verbazing en ergernis. + +</p> +<p>Zij zelve! Francis Mordaunt was het, die zoo onbarmhartig den spot dreef met onze verlegenheid. Op zulke ontvangst van hare +zijde had ik wel niet verdacht kunnen zijn. + +</p> +<p>Zooals zij daar stond, eenige voeten boven mij, maar toch vrij dicht in de nabijheid, kon ik haar goed opnemen, en ik kan +niet zeggen, dat die aanblik mij verzoende met hare persoonlijkheid, die mij toch al zooveel ergernis, zooveel onaangename +gewaarwordingen had veroorzaakt. +<a id="d0e1315"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1315">83</a>]</span></p> +<p>Dàt was mogelijk hare schuld niet, maar wel dat zij zich zoo dwaas had toegetakeld, dat men bij ’t eerste aanzien twijfelde +of men een man, dan wel eene vrouw voor zich had. Zij had hare Amazone-rok getrousseerd op eene wijze, die aan een Zouavenbroek +deed denken, en daarbij had zij over het engsluitend jakje van haar rijkleed een wijde <i lang="fr">vareuse</i> geworpen met lang ruig haar, zeker heel doeltreffend tegen de scherpe voorjaarslucht, maar die, tot den hals toe dichtgeknoopt, +zeer weinig geschikt was eene gracelijke gestalte te doen uitkomen, voor ’t geval dat ze die werkelijk bezat. Het hoofd was +gedekt door een grijzen flambard met slap neerhangende randen, de blauwe of groene voile, die in den regel aan zulk een mannelijk +hoofddeksel, als de dames goedvinden bij haar rijkostuum te dragen, nog eenige vrouwelijke distinctie geeft, ontbrak; alleen +een bosje haneveeren, dat er losjes op gehecht was door een groen zijden lint, gaf er een <i>air</i> aan of de draagster den wilden jager uit de oude tooversprookjes had willen nadoen, en om het al te kronen, had zij een roodzijden +doek over den bol heengeslagen en onder de kin toegeknoopt. Zoover dit onbehagelijk fantasie-kostuum mij de mogelijkheid liet +over haar voorkomen te oordeelen, moest zij eer fijn en slank van gestalte zijn dan ruw en forsch, en haar uiterlijk was bepaald +in contrast met de voorstelling die ik er mij van gedroomd had. Ik had mij vastgezet in het denkbeeld, dat zij gelijken zou +op Ristori in het karakter van Medea, met gitzwarte kroeze haren en sterksprekende trekken. Van het haar was door den neervallenden +rand van den flambard niets te zien, maar zoover ik oordeelen kon uit dat gedeelte van haar gelaat dat niet door de ongracelijke +bedekking overschaduwd werd, was zij eene blondine, met fijne trekken en een romeinschen neus; er behoorde meer goeden wil +toe, dan in dat oogenblik de mijne was, om een aangenamen indruk te ontvangen van dit gezicht onder haar schaterend gelach +en den akeligen roodzijden kiespijndoek die <a id="d0e1324"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1324">84</a>]</span>het omgaf. Ik voelde mij er door getergd, en, zeer weinig gestemd om égards te toonen voor eene vrouw die zoo blijkbaar het +zelfrespect vergat, riep ik haar toe: “Luister eens! gij daar! die u zoo vroolijk maakt over uws naasten ongeval. Gij zoudt +beter doen ons den weg te wijzen om verder te komen.” + +</p> +<p>“Daar is hier geen verder komen, dat is, dunkt me, wel te zien. Wie in ’t bosch komt anders dan om rond te rijden heeft een +domme streek begaan. Ziedaar alles.” + +</p> +<p>“En gij dan?” + +</p> +<p>“Ik!” Zij lachte weer, “ik ben met mijn paard over de droge sloot gesprongen daar tusschen de struiken door, en zoo ben ik +op de heide gekomen. Doe het mij na als gij lust hebt, maar met paard en wagen zal het niet best gaan! Waar wilt gij eigenlijk +heen?” + +</p> +<p>“Naar het Huis de Werve!” + +</p> +<p>“Naar de Werve!” herhaalde zij, en verledigde zich nu eerst van hare hoogte af te dalen en tot op den zoom van de sloot te +naderen, van waar ik haar stond toe te spreken. + +</p> +<p>“Wat hebt gij op het kasteel te doen, mijnheer?” vroeg zij nu op geheel anderen toon, niet meer de luchtige, ongegeneerde +van <i lang="en">somebody</i>, die zich tegen <i lang="en">nobody</i> niet behoeft te ontzien. + +</p> +<p>“Een bezoek brengen aan den generaal von Zwenken en aan de Freule Mordaunt, zijne kleindochter.” + +</p> +<p>“De generaal wacht geene bezoeken meer af, en wat gij aan zijne kleindochter te zeggen hebt, kunt gij aan mij richten. Ik +ben de freule Mordaunt.” + +</p> +<p>“Ik kan het nauwelijks gelooven, maar indien het waar is, verzoek ik de freule mij eene minder ongeschikte plaats aan te wijzen +voor een onderhoud, dan deze hier; dat wat ik te zeggen heb kan niet uitgeschreeuwd worden over eene droge sloot en ten aanhoore +van een koetsier.” + +</p> +<p>“Zoo rijd met het wagentje terug tot aan den tol, dáár vindt men den weg naar het dorp en naar ’t kasteel, als dat bezoek +zoo noodig is.” +<a id="d0e1352"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1352">85</a>]</span></p> +<p>“Opdat gij mij mogelijk aan de poort zoudt laten afwijzen, Majoor!” zeide ik in mijzelven; “neen, de gelegenheid is er nu, +en ik zal die niet laten glippen.” Ik gaf den koetsier order om terug te rijden, die zich dit geen tweemaal liet zeggen, zette +den stevigen wandelstok, waarvan ik mij voorzien had, zoo goed mogelijk in den weeken mosgrond, en kwam op de andere zijde, +zonder dat ik zelf recht wist hoe; het was mij een oogenblik groen en geel voor de oogen; zoo ik het ongeluk had gehad mijn +sprong te missen en in ’t moerassige slijk terecht te komen, zou ik opnieuw een gek figuur gemaakt hebben tegenover Francis, +die zeker zonder eenige verschooning met mijn ongeval zou hebben gespot. Ik waagde veel, dat voelde ik, maar het moest gewaagd +worden. Het devies van mijne voorzaten bleek profetie: de stoutheid was mij gelukt. + +</p> +<p>“Bravo! ferm gedaan!” riep Francis mij toe met hare volle altstem, die mij voor ’t eerst niet hard en tergend in de ooren +klonk, en zij klapte in de handen met eene joligheid en schalkschheid, die haar goed afging. + +</p> +<p>Nu op het bouwland geraakt, had ik maar weinig schreden meer te doen, en nog eene smalle droge greppel over te springen, en +ik was bij haar! + +</p> +<p><span id="d0e1360" class="corr" title="Bron: “"></span>Ik nam mijn hoed af, en zij salueerde met haar rijzweep. + +</p> +<p>“Dat’s een kluchtig avontuur, mijnheer,” sprak zij weer lachend. “Als gij er nu nog aan hecht op de Werve aan te landen, moet +gij de hei over wandelen.” + +</p> +<p>“Is het eene verre wandeling?” + +</p> +<p>“Neen; ’t is veel korter dan de rijtoer; maar sinds gij over de hei den weg niet kent, loopt gij gevaar weer te verdwalen!” + +</p> +<p>“Gij vergeet dat ik een recht heb, op uw gezelschap te rekenen, bij die wandeling.” + +</p> +<p>“Een recht! een recht! gij zijt wel als de anderen, om een recht te nemen uit een los woord dat mij ontvallen is.” +<a id="d0e1372"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1372">86</a>]</span></p> +<p>“De freule Mordaunt had mij een onderhoud toegezegd; is het vreemd dat ik haar bij het woord houd, en de eerste gelegenheid +de beste aangrijp?” + +</p> +<p>“Nu goed, maar ik ken zelve op zijn best het rechte pad over deze gronden. Ik had terug willen rijden, maar mijn paard heeft +een ijzer verloren, en ik heb het gestald bij den boschbaas daar ginds;” zij wees naar een boerenhuis, dat wat in de laagte +lag, en als verscholen tusschen dennen- en sparrenhout; “die zal het naar den hoefsmid brengen in het dorp, en zoo doolde +ik hier maar wat rond; bij ’t kasteel komen wij binnen ’t half uur als wij maar oplettend zijn en altijd door links houden, +maar ik zou vooraf willen weten of gij daar werkelijk noodig hebt; de generaal is volstrekt niet gesteld op gasten, dat kan +ik u verzekeren.” + +</p> +<p>“Ik kom geene gastvrijheid vragen. Ik wilde hem alleen een bezoek brengen om zijne en uwe kennis te maken, daar ik mij eenigen +tijd in de nabuurschap moet ophouden, en mij herinner dat ik door mijne moeder aan de familie von Zwenken geparenteerd ben.” + +</p> +<p>“Zooveel te erger; op de Werve lijdt men niet bijzonder aan familiezwak.” + +</p> +<p>“Daar heb ik wel van gehoord; maar ik ben geen Roselaer, ik ben een van Zonshoven, freule! Leopold van Zonshoven.” + +</p> +<p>“Ik heb nooit gehoord, dat mijn grootvader relatiën heeft gehouden met heeren van dien naam. Maar als gij <i>geen Roselaer</i> zijt, is er reeds minder kwaad bij, en om de vreemdigheid dat een lid der familie zich aan ons gelegen laat liggen, zult +gij misschien succes hebben bij den generaal. ’t Is immers wel zeker, dat gij niet voor zaken komt?” + +</p> +<p>“In dat geval zou ik een procureur of notaris hebben gezonden en zorg dragen, dat men er freule Mordaunt niet mee ging bemoeien.” + +</p> +<p>“Dat zou toch verkeerd zijn,” hernam zij ernstig. “De generaal is diep in de zeventig en heeft veel verdriet <a id="d0e1392"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1392">87</a>]</span>gehad in zijn leven. Ik wil het u niet verhelen dat hij in velerlei zorgen en bezwaren zit en dat ik, zoo vaak ik kan, tracht +te voorkomen, dat men hem daarmee lastig valt.” + +</p> +<p>“Met het afwenden van hetgeen lastig is, heeft men het echter nog niet uit den weg geruimd, zou ik meenen,” antwoordde ik, +terwijl ik haar met zekere opzettelijkheid aanzag. Het waren diepe, donkerblauwe oogen, dien toen mijn blik troffen. + +</p> +<p>“Aan wie zegt gij het?” hernam zij met een zucht, terwijl zij die sprekende oogen neersloeg en zich een trek van lijden op +haar gelaat teekende. “Maar toch, ik doe daarin àl wat ik kan, al is ’t niet alles wat ik zou willen; daarom, ik herhaal het, +als er iets onaangenaams schuilt voor hem achter uw bezoek, zeg het dan liever ronduit aan mij; mogelijk kan ik er nog iets +op vinden.” + +</p> +<p>“Ik kan u alleen zeggen, dat ik uwe pogingen om den generaal leed en last te besparen, uit al mijne macht zou willen steunen.” + +</p> +<p>“Dat doet uw hart eer aan; maar als gij er zoo over denkt, aarzel ik u als een lid der familie te erkennen, want dat strijdt +geheel tegen onze traditiën.” + +</p> +<p>“Dat is wel mogelijk, maar noem mij gerust neef, want er zijn excepties, en ik hoop te bewijzen dat ik er toe behoor.” + +</p> +<p>“Als dàt waar is, zult gij welkom zijn op de Werve, ook bij exceptie, want in den regel laten wij er geen nieuwe gezichten +meer toe.” + +</p> +<p>“Dat is toch jammer. Mij dunkt, het kan toch <i>uwe</i> begeerte niet zijn, om in zoo volstrekte afzondering te leven.” + +</p> +<p>“Juist de mijne!” viel zij in met zekere hoogheid. “Ik heb al genoeg ondervinding van de menschen, om heel weinig op hun omgang +gesteld te zijn.” + +</p> +<p>“Zoo jong nog en reeds zulk eene misanthropische opvatting van de wereld!” merkte ik aan. + +</p> +<p>“Ik ben zoo jong niet meer: ik ben zes en twintig <a id="d0e1417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1417">88</a>]</span>jaar, neef, en daaronder zijn campagnejaren, zooals mijn grootvader zeggen zou, die voor het dubbele gelden. Gij kunt gerust +met mij praten of ik eene vrouw van veertig ware.—Ik heb er de levenservaring van.” + +</p> +<p>“Ik zal mij wel wachten, u hier bij ’t woord te vatten; zoo iets zeggen de dames maar om tegengesproken te worden.” + +</p> +<p>“De dames!” riep zij met onuitsprekelijke minachting. “Ik verzoek u zeer ernstig, neef, om mij niet te begrijpen onder dat +soort van wezens, die in den regel door de heeren als ‘de dames’ worden aangeduid.” + +</p> +<p>“Onder welke rubriek moet ik u dan stellen, nicht? Waarheid is, dat ik op het eerste gezicht niet recht wist waar ik u voor +houden moest.” + +</p> +<p>“Het is waar,” zei ze glimlachend, “voor iemand die mij niet kent, moet ik er nu wel wat vreemd uitzien.... Maar zeg op, waar +gij mij eigenlijk voor aanzaagt? Ik houd van oprechtheid: dat is ten minste wat mij van ‘de dames’ onderscheidt.” + +</p> +<p>“Welaan, ik zal oprecht zijn. (Het woord van Gremio: ‘<i lang="en">He will kill her in her own humour</i>’ stond mij gestadig voor den geest). Ik hield u bij den eersten aanblik voor....” De courtoisie begon mij een part te spelen; +het harde woord wilde er niet uit. + +</p> +<p>“Voor eene verschijning van den zwarten jager?” vroeg zij lachend. + +</p> +<p>“Eene verschijning? Zeker neen! Dat is te etherisch. Ik hield u voor eene treurige realiteit.... Voor een boschwachter die +kiespijn had.” + +</p> +<p>Zij scheen een oogenblik getroffen en beet zich op de lippen; hare wangen gloeiden. + +</p> +<p>“Dat’s grof,” sprak zij eindelijk, en zag mij aan met een blik of er een pijl uit haar oogen zou schieten. + +</p> +<p>“Gij hebt oprechtheid gewild en zegt die te kunnen verdragen,” gaf ik ten antwoord. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk, en gij zult ondervinden dat ik de <a id="d0e1444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1444">89</a>]</span>waarheid sprak. Sla toe, neef! daar is mijne hand; ik geloof dat wij vrienden zullen worden.” + +</p> +<p>“Zoo hoop ik, nicht! Maar wees nu niet ten halve edelmoedig. Laat mij u werkelijk de hand drukken; niet die grove rijhandschoen.” + +</p> +<p>“Gij zijt een fat,” zei ze, het hoofd schuddend; “maar gij zult uw zin hebben; ziedaar!” En eene fijne, blanke hand lag in +de mijne, die ik een minuut langer vasthield dan volstrekt noodig was; zij scheen het niet op te merken. + +</p> +<p>“Maar noem mij Francis, ik zal Leo tegen u zeggen. Dat ‘neven en nichten’ tegen elkaar is zoo vervelend,” sprak zij op gullen +toon. + +</p> +<p>“Volgaarne!” en ik drukte opnieuw de hand, die zich nu eerst vrij maakte, terwijl zij voortging met een mengeling van schalkschheid +en ernst, die haar goed afging; “maar de koetsier moet u toch gezegd hebben dat hij Majoor Frans had herkend.” + +</p> +<p>“Dat is maar al te waar; en gij, Francis, vindt gij het niet uiterst krenkend, dat men zich verstout u zóó te noemen?” + +</p> +<p>“Och neen, dat trek ik mij volstrekt niet aan; ik weet nu eenmaal dat ze mij dien bijnaam gegeven hebben. Ik ben er niet beter +en niet slechter om. Ik weet heel goed, dat ze mij hier in den omtrek nawijzen als een kozak of een cavalerie-officier, omdat +ik met meer gemak paard rijd dan de steedsche nufjes, en dat ze mij overal aangapen als een kermiswonder, omdat ik de vrijheid +neem mij te kleeden naar mijne conveniëntie, en niet naar hun smaak.” + +</p> +<p>“Maar eene vrouw behoort zich toch wel eenigszins te bekommeren om het effect dat zij maakt op anderen.” + +</p> +<p>“Ik zie niet waarom, als anderen haar niet kunnen schelen.” + +</p> +<p>“De eerste plicht eener vrouw jegens zich zelve is, dunkt mij, zich behagelijk voor te doen.” + +</p> +<p>“Dat maken ‘de dames’ hare mannen wijs, voor wie <a id="d0e1466"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1466">90</a>]</span>zij niets willen zijn dan <i lang="fr">objets de luxe</i>, opdat deze haar alles zullen inwilligen wat de buitensporigheid der mode en der weelde eischt.” + +</p> +<p>“Ik vrees wel dat er zoodanigen zijn, en te veel; maar zijn daarmede allen veroordeeld, die trachten zich goed voor te doen? +Gebiedt niet het zelf-respect, men zij man of vrouw, dat men eenige zorg drage voor zijn uiterlijk, en kan men niet goeden +smaak toonen ook in het eenvoudigste, als <i>men smaak heeft?</i>” + +</p> +<p>Zij kleurde een weinig. + +</p> +<p>“Gij gelooft dus, dat ik gansch geen smaak heb, omdat ik mij tegen den guren lentedag heb gewapend met eene vareuse?” vroeg +zij, eenigszins gekrenkt. + +</p> +<p>“Ik zal mij wel wachten u te beoordeelen naar een enkel kleedingstuk; ik sprak alleen van het <i lang="fr">ensemble</i>, en daar eene vrouw, die volstrekt onverschillig is voor haar uiterlijk, eene abnormaliteit is, moet men wel eene slechte +opinie krijgen van den smaak eener jonkvrouw, die goedvindt haar gezicht in een leelijken rooden doek te wikkelen.” + +</p> +<p>“Welke haar het voorkomen geeft van een boschwachter die kiespijn heeft,” herhaalde zij ras en stout. “Welnu, is dat de ergernis, +dan kan men die wegruimen; als nu maar de wind niet al te veel vrijheid gaat nemen met mijn <i lang="fr">flambard</i>.” + +</p> +<p>Al sprekende had zij den doek losgeknoopt en nam tegelijk den speld weg, die haar amazonenkleed trousseerde. De deftige sleep +stond goed bij de fijne, slanke gestalte. Ik kon nu voor het eerst, niet meer gehinderd door die nijdige <i lang="fr">foulard</i>, het <i lang="fr">ensemble</i> van haar gelaat opmerken. + +</p> +<p>Neen voorwaar! zij was niet leelijk, al had zij het mogelijke gedaan om er recht onbehagelijk uit te zien. Hare trekken waren +onregelmatig en scherp, dat is waar, maar gansch niet ruw of grof; er lag eene uitdrukking van fierheid en vastheid op dit +gezicht, die van zelfbewuste kracht en een onafhankelijk karakter getuigde, <a id="d0e1500"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1500">91</a>]</span>maar verre was van laagheid of zinnelijkheid. Slechts een flauw blosje kleurde de bleekheid dier wangen, die wat schraal en +ingevallen waren. Het was haar aan te zien, dat zij door strijd en lijden was heengegaan, zonder dat hare levendigheid en +opgewektheid van geest daarbij te veel hadden geleden. De groote blauwe oogen hadden iets opens, dat vertrouwen wekte; dat +zij flikkeren konden van verontwaardiging of gloeien van geestdrift, had ik reeds opgemerkt. + +</p> +<p>Nu zij zoo naast mij voortging, bemerkte ik dat zij kleiner van gestalte was dan zij mij eerst was voorgekomen, van de hoogte +af gezien; maar er zat pit in die vrouwelijke figuur, dat was niet te ontkennen, al was het niet juist de kloeke mannin die +ik mij had voorgesteld te zullen aantreffen, afgaande op de mededeelingen van anderen en den heroïeken bijnaam, die haar volstrekt +niet scheen te ergeren! Het was het oogenblik niet haar te vragen hoe zij daaraan gekomen was; ik was reeds voldaan dat ik +eene overwinning op haar had behaald, die niet geheel zonder beteekenis scheen. Dat zij mij zekere concessies had gedaan, +bewees dat zij niet zoo onverschillig was omtrent den indruk dien zij op anderen maakte, als zij mij wilde doen gelooven. +Toch moest ik toestemmen, dat zij wèl en wijs had gedaan toen zij hare slepende amazone had getrousseerd, al was het op wat +onbevallige manier, want nu hinderde die haar in het loopen door het mulle zand en bleef telkens haken aan een tak of een +struik; eens zelfs struikelde zij er door en zou neergevallen zijn, zoo ik niet schielijk haar arm had gevat om haar opgericht +te houden. + +</p> +<p>“Dat komt al van die behaagzucht, die gij mij predikt,” zei ze lachend. “Mijne eigene manier was veel beter in de praktijk. +Wacht even, ik weet er nog wel wat op.” Zij nam den sleep over haar arm en stoorde er zich niet aan, dat er juist geen coquette +<i>japon</i> voor den dag kwam, met keurige <i lang="fr">plissés</i> of geborduurde strooken, zooals onze dames niet ongaarne laten zien, <a id="d0e1512"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1512">92</a>]</span>maar een effen blauw merinosje, dat er tamelijk verkleurd uitzag. + +</p> +<p>Ik bood haar mijn arm tegen mogelijke recidive van het ongeval. + +</p> +<p>“Dankje wel, neef!” zei ze wat bits. “Ik kan best alleen loopen, zooals ik altijd gewoon ben. Ik ben niet een van die hulpelooze +schepselen zooals gij mannen ze het liefste hebt, die zich altijd laten steunen en geleiden.” + +</p> +<p>“Ik moet u doen opmerken, dat gij het zijt die mij in dezen tot gids strekt; waarom zou ik niet wederkeerig u tot steun mogen +zijn?” + +</p> +<p>“Gij zijt vast advocaat, dat gij de repliek zoo behendig hanteert.” + +</p> +<p>“Ik zal u zeggen wat ik ben, als gij mijn arm wilt nemen: <i lang="fr">une fois ne fait pas loi</i>; het is allermeest voor de gezelligheid.” + +</p> +<p>“Neen! ditmaal zult gij uw zin niet hebben, Leo. Het is even gezellig zóó ieder op zich zelf, en als ik uw gids ben, moet +ik weten wat het beste past op deze gronden. Ik kan even goed luisteren.” + +</p> +<p>“Verschoon mij, dan stel ik mijne vertrouwelijke mededeelingen uit tot later.” + +</p> +<p>“Ook goed,” zei ze droogjes. “Ik ben niet nieuwsgierig; en ik mocht mij eens vergissen in het pad, als uwe vertelling interessant +werd en te veel mijne aandacht boeide.” + +</p> +<p>“Ik ben ’t met u eens,” antwoordde ik op denzelfden toon, “dat wij zorgen moeten niet te verdwalen, want ik verlang hartelijk +op de Werve aan te komen.” + +</p> +<p>“Dat wil ik wel gelooven; de tocht is juist niet erg meegevallen,” merkte zij aan met eene mengeling van bitsheid en schalksheid. + +</p> +<p>“Integendeel; want ik had niet kunnen verwachten dat ik zoo spoedig en op zulk eene verrassende wijze de kennis zou maken +van mijne nicht, freule Francis Mordaunt.” + +</p> +<p>“De kennis maken, de kennis maken,” herhaalde zij <a id="d0e1541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1541">93</a>]</span>bijna grommend; “men kent mij zoo maar niet uit een eerste samenzijn; en wat de verrassing betreft, zoo gij dat eene aangename +noemt, zie ik niet, waar uwe hooggeroemde oprechtheid is gebleven.” + +</p> +<p>“Die is, waar ze altijd zal zijn, en dwingt mij u te doen opmerken, dat men ook van eene verrassing kan spreken, al is zij +verre van aangenaam; en ik wil gaarne bekennen, als gij er op gesteld zijt het te vernemen, dat uw onbarmhartig leedvermaak +in mijn ongeval gansch geen behagelijken indruk op mij maakte.” + +</p> +<p>“Dat is een geluk voor mij; zoo is er nog kans dat ik meeval.” + +</p> +<p>Hunkerde zij naar een compliment, zoo was het voor mij niet het oogenblik om mij te laten vangen; ik bleef zwijgend naast +haar voortgaan. + +</p> +<p>Op eens bleef zij stilstaan en sprak met zekere gulle levendigheid: “Vergeef het mij, Leo! dat ik u zoo onbarmhartig heb uitgelachen. +Wil gelooven, dat het niet juist uw persoon gold, maar.... wàt zal ik u zeggen, ik heb er altijd zoo’n pleizier in als ik +een van de zich genoemde heeren der schepping een gek figuur zie maken, dat ik het uitschateren moest, al ware de toorn van +den bespotte mij ook nog zoo duur te staan gekomen.” + +</p> +<p>“Het spreekt immers wel vanzelf, dat ik u daarover geene rancune houd, Francis!” sprak ik ernstig. “Maar ’t geen mij leed +doet om uwentwil als om mij zelf, is die verbittering tegen ons allen, die zoo duidelijk spreekt uit uwe gedragingen, en waarvan +die <i lang="de">Schadenfreude</i> over mijn misavontuur slechts de uiting was.” + +</p> +<p>“Kan ik het helpen, dat ik dat mannenvolkje zie zooals het is? Zij noemen zich onze heeren en meesters; ze zouden het dolgraag +wezen, hoewel het den meesten hunner niet gelukt; en waarom niet? Omdat ze allereerst de slaven zijn van hunne eigene zwakheden, +hartstochten en bejagingen; de meesten hunner zijn zoo bitter kleingeestig en onnoozel, dat men ze om den vinger kan <a id="d0e1558"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1558">94</a>]</span>winden, als men maar de moeite neemt hun zwak uit te vinden en dat te vleien. Wie daarentegen onder hen de krachtigen en verstandigen +heeten, zijn zoo hardvochtig, zoo zelfzuchtig, zoo onbetrouwbaar, dat het eener vrouw beter is zich het hoofd tegen een rots +te verbrijzelen, dan zich te wagen aan die klip waarop haar hart zal breken.” + +</p> +<p>“Dat’s een hard oordeel, freule Mordaunt! en mij dunkt, dat gij nog niet het recht hebt om het met zooveel beslistheid te +vellen.” + +</p> +<p>“Het komt van Majoor Frans, die maar al te goed in de gelegenheid geweest is die heeren <i>in</i> de kaart te maken.” + +</p> +<p>“Kan het ook zijn, dat Majoor Frans zich voormaals wat al te zeer heeft laten verblinden door blinkende uniformen; dat bij +later scherp toezien ontnuchtering is gevolgd, toen het bleek, dat daaronder niet werd gevonden wat het uiterlijk beloofde; +met die uitkomst, dat nu civiel en militair beiden in dezelfde schaal worden gewogen en.... te licht bevonden?” + +</p> +<p>“Gij vergist u, zoo is het niet gegaan. Majoor Frans heeft zich <i>niet</i> aan fraaie uniformen kunnen vergapen; hij is om zoo te spreken met commiesbrood grootgebracht en heeft alle graden, van den +korporaal af tot den legerbevelhebber toe, langs zich zien voorbijgaan, zoodat hij precies weet wat er onder de galons en +onder de borduursels schuilt; ook is hij gansch niet onbekend met het civiele, en heeft gekleede rokken en gedecoreerde borsten +in genoegzame verscheidenheid kunnen gadeslaan, om beiden de rekening te kunnen maken; en dan is de slotsom deze; dat de discipline +nog wel het beste middel is om wat er goeds in een man is tot zijn recht te laten komen, terwijl zij het kwaad althans binnen +zekere grenzen beperkt. Een preservatief, dat de zoogenaamde burgerlijke vrijheid mist. Overigens moet men niet zeggen, dat +de krijgstucht verlaagt: integendeel, zij houdt opgericht wat niet op zich zelf kan staan, terwijl de <a id="d0e1574"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1574">95</a>]</span>serviliteit die bij de bureaucratie heerscht, in het stof werpt en het karakter bederft, gesteld altijd dat er karakter ware.” + +</p> +<p>“Het tafereel is voor beide categoriën niet vleiend. Het schijnt Majoor Frans moeielijk te vallen, de suprematie van ons geslacht +te erkennen.” + +</p> +<p>“Zij meent, dat er allereerst superioriteit behoort te bestaan, om suprematie te erkennen.” + +</p> +<p>“Freule Mordaunt moet wel hoog staan, om aan anderen zulke exorbitante eischen te stellen.” + +</p> +<p>“Zij zou, dunkt mij, al heel laag moeten staan, indien zij geen hoogere stelde dan de jammerlijke middelmatigheid, waarmee +men zich in den regel tevreden houdt.” + +</p> +<p>“Geen gunstig vooruitzicht voor uw aanstaanden echtgenoot, freule!” + +</p> +<p>“Mijn aanstaande echtgenoot!” Zij lachte luid, maar er was iets schrils en schrijnends in dien lach. “Ik merk wel, goede Leopold, +dat gij hier uit de lucht zijt komen vallen. Wees gerust; niemand zal last hebben van mijn overvragen.... ik zal niet trouwen.” + +</p> +<p>“Daar kunt gij niets van zeggen. De omstandigheden zouden zoo kunnen samenloopen, dat....” + +</p> +<p>“Dat ik een echtgenoot nam om ze te bezweren,” viel zij in met sprekende verontwaardiging. “Luister, Leo! gij weet niets van +mij; en wat gij mogelijk meent te weten, zal u door list en laster zijn ingefluisterd. Daarom kan ik het u niet kwalijk nemen, +dat gij zóó spreekt. Maar ik verzoek u, niet zoo laag van mij te denken, dat gij mij in staat acht om mijn naam en mijn persoon +op te offeren aan materiëele belangen, van wien ook. Dat zou er nog aan mankeeren! een <i lang="fr">mariage de raison</i>, het onredelijkste en onzedelijkste verbond dat er zijn kan! En toch, wie ter wereld acht het eene dwaasheid? Wie ter wereld +acht het eene schande? Welnu, ik! Majoor Frans! Al ben ik de eenige van mijn gevoelen, ik blijf er op vast staan, en niets +of niemand zal mij daar afbrengen. Ik drijf geen ruilhandel met mijne <a id="d0e1595"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1595">96</a>]</span>vrijheid, met mijne hand. Ik zal eenmaal vrijvrouwe van de Werve zijn, en ik wil eene vrije vrouw blijven.” + +</p> +<p>“Vrijvrouwe van de Werve!” Arme Francis! ik had maar één woord te spreken om haar deze illusie te benemen. Vrijvrouwe van +de Werve kon zij nooit worden, tenzij ze mij die hand schonk die zij zoo hoog ophief, boven aller bereik. Vrijvrouwe van de +Werve! Alleen bij mijne toelating kon zij het zijn. Maar het was nog gansch geen tijd om zoo beslissend tot haar te spreken. +Ik nam echter een zijsprong, die eenigszins op het doel afging. + +</p> +<p>“Menige fiere jonkvrouw die dacht als gij, Francis,” sprak ik, “en die nooit iets zou hebben toegegeven aan belangzucht, liet +zich toch uit hare sterkte wrikken door overwegingen van anderen aard: juist op de zich roemende ‘vrije vrouw’ wetten laster +en logen hunne pijlen...” + +</p> +<p>“En daartegen zou zij dan een man moeten nemen, als een schild, om zich daarachter te bergen!” riep zij met heftigheid. “Neen, +Leopold van Zonshoven, als gij Francis Mordaunt hebt leeren kennen, zult gij weten, dat zij deze pijlen niet vreest, en al +vreesde zij die, dat zij toch niet laf genoeg is om zich daartegen op die wijze te verschuilen; daarbij heb ik ze dikwijls +genoeg rondom mij hooren snorren, om te weten van welke kracht zij zijn; en daarom weet ik dat het schild niet eens zou dekken: +het zou maar een dubbel wit aanwijzen, en liever dan een tweede, een onvoorzichtige die zich met don Quichots heroïsme zou +willen wagen, daaraan bloot te stellen, zou ik ze alle alleen op mijne borst opvangen: mij doen ze toch niets meer,” eindigde +zij met een minachtend schouderophalen. Daar sprak niet enkel trots en wilskracht, daar sprak ook fiere zelfbewustheid uit +deze woorden, die blijkbaar meer dan woorden waren; dat las ik uit haar blik, al had ik het niet verstaan uit den vasten, +zielvollen toon harer stem, die mij diep trof. Ik voelde dat zij door diepe, enge wegen moest zijn heengegaan, om zoo te kunnen +spreken; <a id="d0e1603"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1603">97</a>]</span>reeds wilde ik in mijn antwoord iets leggen dat van medegevoel getuigde, toen zij op eens hervatte, met eene luchthartigheid +die wel wat gemaakt was: “maar er is geen gevaar bij, dat men mij in zulke verzoeking zal leiden: het ras der don Quichots +en der Ridders van de Ronde Tafel is in onze eeuw verloren gegaan, en het zal wel in niemand anders opkomen om Majoor Frans +ten huwelijk te vragen; en dat is heel gelukkig ook, want de generaal zou mij graag wat hij noemt ‘geëtablisseerd’ zien vóór +zijn dood; de goede man heeft nog niet het besef, dat daar niet over gedacht kan worden en zou zich allerlei offers willen +getroosten, tot elk compromis toetreden, om er mij toe over te halen; en dat zou maar onrust en tweespalt geven zonder goede +uitkomst; want mijn besluit staat vast.” + +</p> +<p>Die uitspraak beloofde niet veel goeds voor het succes van mijn tocht, en zij was geen nufje van negentien jaar dat “neen” +zegt, als ze “ja” meent; maar zij gaf mij toch, zonder het te weten of te willen, wenken en inlichtingen die ik mij ten nutte +konde maken. <i lang="fr">Un homme averti en vaut deux</i>; ik begreep dat ik met de meeste voorzichtigheid te werk moest gaan eer ik in ernst de poging waagde om haar uit dat <i>vaste besluit</i> los te wrikken, maar het kon toch geen kwaad om eens een schot in het wilde te doen. Ik was onwillekeurig een paar pas vooruit +geraakt, keerde mij om en bleef vlak voor haar staan, terwijl ik sprak: “En als ik nu eens expresselijk naar de Werve was +gekomen om u een dergelijk voorstel te doen?” + +</p> +<p>“Wat meent gij daarmee?” vroeg zij met gefronste wenkbrauw; “een voorstel! welk een voorstel?” + +</p> +<p>“Nu, datzelfde waar gij over spraakt, en dat gij voor zoo onwaarschijnlijk hield, dat het iemand zou invallen u te doen.” + +</p> +<p>“Een huwelijksvoorstel, en door u?” vroeg zij met evenveel verbittering als verrassing, “dat is niet waar! Zeg dat het niet +waar is,” riep zij met heftigheid. +<a id="d0e1619"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1619">98</a>]</span></p> +<p>“Maar onderstel eens even dat het waarheid ware, wat zoudt gij antwoorden?” + +</p> +<p>“Ik wil die onderstelling niet eens maken; gij bevalt mij als neef om der curiositeits wille, maar als ik gelooven moest dat +gij kwaamt als advocaat in zulk een kwade zaak, liet ik u doodeenvoudig in de hei staan; dan moest gij zelf maar zien hoe +gij op de Werve zoudt komen; ziedaar mijn antwoord.” En als begon zij reeds uitvoering te geven aan dit voornemen, liep zij +schielijk voort, niet zoo snel toch of ik was met een paar stappen weer bij haar. + +</p> +<p>“Een antwoord meer oprecht dan beleefd, zooals men het van freule Mordaunt wachten kan,” hernam ik; “maar op mijne beurt moet +ik u zeggen, dat zoo ik het er op gezet had op de Werve te komen met welk voorstel ook, ondanks mijne weerbare nicht, dat +ik mij dan aan dit <i lang="fr">détail</i> niet zou storen. Ik val óók wat koppig als ik mijn doel wil bereiken, en ik zou ’t niet opgeven, al moest ik den ganschen +dag rondzwerven op het mulle zand; maar wees gerust, ik ben geen vleier, doch er zit nog genoeg oud-ridderlijk bloed in mij, +om niet te schromen eene dame (verschoon mij dat ik dit woord even gebruik) te kwetsen in hare teerste en hoogste rechten; +bijgevolg zou ik mij wel wachten in ernst een voorstel van dien aard te doen op zulk een bruske manier, en bovenal niet voor +ik de overtuiging had, dat het minstens in consideratie zou worden genomen.” + +</p> +<p>“Welnu, zoo ’t geval zich mocht voordoen, zijt gij gewaarschuwd, maar zoo ik dit voor niets moet houden dan eene doellooze +scherts, moet ik u toch zeggen, dat ik beter van u verwacht had dan eene aardigheid waar noch geest noch vinding aan is.” + +</p> +<p>Dat was meer dan een <i lang="fr">coup d’éventail</i>: dat was een ferme tik met de rijzweep; maar daar ik mij bewust was dien niet verdiend te hebben, nam ik het koeltjes op +en vroeg alleen even glimlachend: “wat recht ik haar gegeven had om reeds nu goede verwachting van mij te koesteren?” + +</p> +<p>“Gij zijt lastig,” hernam zij, “met dat uitvragen,” half <a id="d0e1638"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1638">99</a>]</span>verlegen, half met onwil en zij stapte zoo driftig voort, dat ik weer moeite had haar in te halen. Toen gebeurde wat zij zelve +reeds gevreesd had: de wind dreef zijn spel met haar breedgeranden hoed en rukte dien in eene woeste vlaag op eens van haar +hoofd, het net mede, waarin het haar was besloten geweest, dat nu in vollen rijkdom en zwaarte neerviel. Prachtige goudblonde +lokken, die zij zoo maar achteloos als in een wrong tweemaal rondom het hoofd had geslagen, en in den hoed weggestopt, en +die nu als een golvende sluier van gloeiend goud rondom haar hals en schouders neervielen en het leelijke matrozen-buis bijkans +onzichtbaar maakten. Nu eerst kon ik haar gansche gelaat onbelemmerd aanschouwen, en het was mij of er eene gedaanteverwisseling +plaats had. Was dit Majoor Frans! dit de vrouw, waarover zooveel en met zoo weinig achting gesproken werd? Het was bijkans +onmogelijk: dit hooge, edele voorhoofd, die fijne, levendige, schrandere trekken, die bij diep gevoel, bij de merkteekenen +van lijden, toch de reinheid en den eenvoud van een kind schenen behouden te hebben, die aantrekkelijke, echt vrouwelijke +figuur, met haar stralenkrans van lokken, die men eer voor eene Madonna zou laten poseeren dan voor eene Xantippe; moest ik +daar die ruwe weerbarstige mannenhaatster in zien, die zij zelve zeide te zijn! Het was ongelooflijk. Het was om te verstommen +van verrassing en bewondering beide; en werkelijk, ik vond geen woord om uit te drukken wat ik gevoelde. + +</p> +<p>Een oogenblik liet zij zich deze zwijgende bewondering welgevallen, en genoot zeker in stilte haar dubbelen triomf, maar plotseling +riep zij half lachend, half knorrend: “Gij zijt galant, dat moet ik zeggen! Gij blijft mij in den weg staan om mij aan te +gapen, in plaats van mij te helpen mijn hoed weer te krijgen, die al een mooi eindje ver voortgejaagd is;” en vlug als de +wind zelf ving zij aan, haar <i>flambard</i> na te rennen, die als een elastieke bal werd voortgedreven. +<a id="d0e1645"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1645">100</a>]</span></p> +<p>Ik liet mij niet voor de tweede maal porren om deel te nemen aan de kluchtige harddraverij; ik had zelfs het geluk haar vóór +te zijn en het leelijke hoofddeksel te vatten, juist toen het dreigde diep in het zanddal neer te storten. + +</p> +<p>Triomfantelijk keerde ik mij naar haar toe om het haar terug te geven, maar, o jammer, o schrik! zij was achterover gestort +in het zand en lag te worstelen met eene hindernis, die haar het opstaan onmogelijk maakte. Ik schoot toe in de grootste onrust. +Wat was het? In hare vaart had zij vergeten de sleep van haar rijkleed op te houden, die aan den scherpen dorren doornstruik +was blijven hangen en haar had doen struikelen, had doen vallen, terwijl de rijke lange lokken, in de takken verward, tusschen +de dorens waren heengeslingerd. Bleek van schrik wilde ik haar helpen om op te staan; zij sloeg het af, en toch, toen zij +bemerkte wat de hindernis was, moest zij mijn dienst wel aannemen. “Mag ik?” vroeg ik met eene stem waarin ontroering trilde. +“Ik moet het wel toestaan!” antwoordde zij met een knorrig gezicht, blijkbaar meer ontstemd dat zij iemands, dat zij <i>mijne</i> hulp noodig had, dan over het ongeval zelf, en toch maar al te zeer overtuigd, dat zij die niet konde missen. Ik knielde +naast haar neer en trachtte zoo voorzichtig mogelijk de prachtige zijdeachtige vlechten los te winden uit den doornstruik, +zonder ze te beschadigen. Het duurde een geruimen tijd, en het was een werkje waartoe geduld en kalmte vereischt werden, en +zij was zeer ongeduldig, en zeer weinig lijdzaam, en wat mij betreft: met den besten wil om mij te haasten, ging het niet +vlot. Uit vreeze haar te martelen, wilde ik langzaam en zacht te werk gaan, en zij rukte en schudde aan hare gulden leeuwenmanen +of zij ze uit wilde trekken; dus bedierf ze in ééne seconde door hare drift wat ik in minuten tobbens had veroverd. Intusschen +praatte en knorde zij voort. + +</p> +<p>“Ziet gij nu wel! waartoe uw kostelijke raad mij <a id="d0e1655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1655">101</a>]</span>gebracht heeft, ziet gij wel hoe practisch de vinding was, waarvan gij mij afkeerig hebt gemaakt? De kiespijndoek stond leelijk, +dat erken ik, maar hij beveiligde tegen een ongeval als dit hier; dàt komt er van dat ik van mijn beginsel ben afgeweken, +om nooit naar iets anders te vragen dan wat mij zelve paste. Daar lig ik nu als een hopeloos wezen aan de voeten van een kwasie +redder, die er nog grootsch op zal zijn, dat hij mij zoo’n kostelijken dienst bewijst.” + +</p> +<p>“Trotsch wezen zal hij niet; maar heel dankbaar, dat het eindelijk is gelukt, want gij kunt nu veilig opstaan,” sprak ik in +blijden triomf, en stak haar zooals ik mijn recht achtte de handen toe om haar behulpzaam te zijn; maar schichtig als een +eekhoorntje was zij opgesprongen, en tot loon kreeg ik het verzoek om wat op zij te gaan: zij moest het haar een weinig in +orde brengen en den hoed opnieuw vastzetten. Het was hard maar billijk, ik mocht geen toeschouwer zijn als zij haar toilet +maakte. Ik liep vooruit, om haar te doen zien dat ik eerlijk spel speelde, en trok mijne handschoenen weer aan, want mijne +vingers waren deerlijk geschramd en ik verkoos haar medelijden niet gaande te maken. + +</p> +<p>Zij was in een oogwenk gereed, haalde mij spoedig in en noemde mijn naam, opdat ik zou omzien. De hatelijke doek was er weer +omgeknoopt, en ik kon er ditmaal niet tegen protesteeren. Uit zich zelve vatte zij nu mijn arm en sprak op haar eigenaardigen +toon: + +</p> +<p>“Dat is om u te beloonen, Leo! dat gij edelmoedig zijt geweest en u niet gewroken hebt.” + +</p> +<p>“Ik mij wreken op u? en waarover? Hoe meent gij dit?” + +</p> +<p>“Gij hebt mij <i>niet</i> uitgelachen om dat zotte ongeval, zooals ik het u heb gedaan om het uwe.” + +</p> +<p>“U uitlachen! hoe komt gij er op, Francis! Ik was zoozeer verschrikt.” + +</p> +<p>“Kwaad was er niet bij een val in het mulle zand dan dit eene, dat ik verdiend had aan u: belachelijk te <a id="d0e1674"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1674">102</a>]</span>zijn en bespot te worden. ’t Is waar,” ging zij voort met een minachtend schouderophalen, “daar is Majoor Frans genoeg aan +gewoon om er zich niet meer aan te storen; maar toch, van uwe zijde zou het wettige represaille zijn geweest, en ik waardeer +het in u, dat gij u onthouden hebt.” + +</p> +<p>“Daar is niets verdienstelijks in. Ik was veel te veel bewogen met uw deerlijken toestand en met dat prachtige haar, dat jammerlijk +schade had kunnen lijden.” + +</p> +<p>“O, wat dat betreft, dat zou te overkomen zijn; maar ik was in een lastig parket en maakte een gek figuur bovendien. Ik weet +wel, dat is mij meer gebeurd,” hervatte zij met zekere luchthartigheid, “want ik heb nooit lust gehad den sleur te volgen, +en als men dat niet wil en zich te vrij en te fier acht om alles na te doen en na te spreken wat de anderen elkander nazeggen +en naäpen, dan raakt men al gauw buiten haar cirkeltje, waarbinnen men veilig is tegen de schampschoten der <i>raillerie</i>, en wordt vogelvrij verklaard.... Zoo is het mij gegaan.” + +</p> +<p>“Verschoon de oprechtheid: een weinig door eigen schuld, naar ik vermoed. Eene vrouw behoeft geene apin te worden, die iedere +mode nabootst; maar zij speelt toch een gevaarlijk spel, met zich al te stout te verheffen tegen het aangenomen gebruik, en +de publieke opinie te braveeren.” + +</p> +<p>“Als de publieke opinie een dwalende is, zie ik niet in waarom eene vrouw zich daaraan zou moeten onderwerpen, Een degelijk +man, die zelfgevoel had, zou het immers ook niet doen, hoewel ik maar al te goed weet, dat de meesten uwer den zedelijken +moed missen om van ’t heerschende gevoelen te durven verschillen en bovenal om er voor uit te komen.” + +</p> +<p>“Zwakheid en beginselloosheid in een man is verachtelijk, ik erken het, maar wat lafheid moet genoemd worden in ons, wordt +beminnelijke meegaandheid bij u; inconsequenties worden ulieden veel lichter vergeven dan <a id="d0e1689"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1689">103</a>]</span>bizarrerie: men onderwerpt zich aan uwe caprices, mits gij ze weet te kleeden in den vorm die koers heeft; maar men staat +u niet toe te zondigen tegen het gebruik, dat nu eenmaal wet is geworden. Ik zeg niet dat het volkomen billijk is, maar toch, +het heeft zijne goede zijde.... de wereld is nu eenmaal niet anders, en met tegenstribbelen verandert gij haar toch niet....” + +</p> +<p>“Maar wie zegt u dat ik de wereld zou willen veranderen?” riep zij opstuivend. “Daar heb ik mij nooit mee ingelaten, maar +ik verkies nu eenmaal niet, mij te schikken naar hare bespottelijke exigentie, ziedaar alles.” + +</p> +<p>“Heel goed! maar wat brengt u dat verzet, dat op geen beginsel rust en alleen van persoonlijken tegenzin uitgaat?” + +</p> +<p>“Dat heb ik u al gezegd: vogelvrijverklaring, uitbanning; een vonnis dat ik nooit rechtvaardig zal noemen, maar dat ik met +blijdschap heb aanvaard. <i lang="fr"><span id="d0e1698" class="corr" title="Bron: A">À</span> vrai dire</i>, niemand legde mij ballingschap op, maar er zijn omstandigheden waaronder men die uit zich zelve kiest,” eindigde zij, terwijl +de toon van overmoed, dien zij even te voren gevoerd had, tot dien van doffe neerslachtigheid daalde. + +</p> +<p>“Zulke omstandigheden kunnen er zijn, dat geef ik u toe, maar zonder dien drang was de maatregel op zich zelf verkeerd. Wie +hervormen wil, blijft en staat voor zijne zaak; wie heengaat, verlaat haar en geeft haar op.” + +</p> +<p>“Aan hervormen heb ik in ’t geheel niet gedacht; wat ik zou gewenscht hebben was alleen het recht mij zelve te mogen zijn, +zonder aangegaapt te worden als het kalf met twee koppen op de boerenkermis; maar de zaak was mij de moeite niet waard om +er voor te vechten.” + +</p> +<p>“Er is vechten èn vechten; gij vrouwen hebt uwe eigenaardige wapenen. <i lang="fr">Bataille de dames</i> is een allerliefst blijspel.” + +</p> +<p>“Maar waarin de heeren althans niet de zegepraal wegdragen.” + +</p> +<p>“Dat bedoel ik ook niet; alleen die wordt behaald door <a id="d0e1715"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1715">104</a>]</span>echt vrouwelijke middelen: niet met alles te braveeren met een <i lang="fr">air de matamore</i> aan te nemen, maar met haar invloed te laten gelden, met zoetjes en zachtjes aan telkens eene schrede te winnen, met te behagen +en zich beminlijk voor te doen; dit zijn, geloof mij daarin, de beste wapenen in zulken strijd, en die vrij wat zekerder doel +treffen dan het inroepen van rechten en de eisch der gelijkstelling die door sommigen uwer zoo onvoorzichtiglijk wordt gedaan, +en die op de bitterste teleurstelling zal uitloopen, zoo zij eenmaal wordt ingewilligd!” + +</p> +<p>“Advocaat!” sprak zij hoofdschuddend, “en nog wel voor eene zaak die niet aan de orde is!” + +</p> +<p>“Hoe meent gij dit?” + +</p> +<p>“Dat ik mij volstrekt niet inlaat met de kwestie die gij daar opwerpt. Ik heb wel wat anders te doen; maar ’t is niet meer +het oogenblik om daarover te praten, want daar ginds ligt de Werve; als we dat pad langs die heg van meidoorns inslaan, zijn +wij er binnen vijf minuten.” + +</p> +<p>Ik volgde met het oog hare aanduiding en zag, toen wij van de heide afstegen, een ouden stompen toren zonder spits; de ruïne +van het middeleeuwsch kasteel, dat men ter zijde had laten liggen toen men het nieuwe ging opbouwen, vertelde Francis. Daarop +hield zij mij even staande. “Luister, Leo! ik heb nog een en ander met u te spreken eer ik u binnenleid. Vooreerst, zeg mij +ronduit wat de eigenlijke rede is van uw bezoek aan den generaal!” + +</p> +<p>“Dat heb ik u reeds gezegd. Ik wil kennis maken met de familie mijner moeder.” + +</p> +<p>“En als die kennismaking niet meevalt?” + +</p> +<p>“Heengaan, en zien wat tijd en omstandigheden kunnen uitwerken tot.... verzoening....” + +</p> +<p>“Maar ik geloof niet, dat de onverzoenlijkheid daar ginds zich zal uitstrekken tot u,” hernam zij met zekere goelijkheid, +“als gij maar niet den armen, ouden man met zaken komt lastig vallen....” +<a id="d0e1736"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1736">105</a>]</span></p> +<p>“Ik heb het u immers verzekerd, dat ik voor zaken een procureur zou gebruiken.” + +</p> +<p>“Nu, kom dan mee, maar ik moet u vooraf waarschuwen, dat gij den generaal niet alleen zult vinden. Kapitein Rolf, een oud +officier <i lang="fr">en retraite</i>, is bij ons ingekwartierd op de Werve; mogelijk komt hij u wel wat ruw en ongemanierd voor, want hij is een soldaat van fortuin +die geene opvoeding gehad heeft, dan in de kazerne; maar zijn hart is goed en.... mijn grootvader kan niet buiten hem.” + +</p> +<p>“En gij dan?” + +</p> +<p>“Och, mij hindert dat niet: ik ben er aan gewoon. Ik waarschuw u slechts omdat gij uit den Haag komt. Vergelijk mijn kapitein +Rolf niet met de aristocratische officieren van het regiment Grenadiers en Jagers. Hij is een oud gediende, die eigenlijk +als onderofficier met de chêvrons en de medaille van dertigjarigen dienst had moeten gepensionneerd zijn, ware hij niet, met +de Willemsorde begiftigd, uit consideratie op zekeren dag tot luitenant benoemd, en uit gelijke oorzaak ten laatste met kapiteinsrang +gepensionneerd. Onze wijze van met elkaar om te gaan zal u mogelijk wat bevreemden, wat ergeren, maar.... hij noemde mij reeds +zijn overste toen ik nog een kind was, en vloog op mijne wenken, en dat doet hij nóg, zooveel zijn stijf been en zijn rheumatisme +het toelaten, in één woord: hij is mijn factotum. Visschen is zijn hartstocht sinds hij de jacht er aan heeft moeten geven; +ik gebruik hem tot pluimgraaf, en bij ontstentenis van de keukenmeid zou hij de biefstuk bakken en de soep koken, liever dan +het met een stuk brood te doen, want hij is een gastronoom van het eerste nummer. Sinds hij tijd en gelegenheid heeft om over +het groote vraagstuk: ‘wat zullen wij eten?’ na te denken, is het bij hem hoofdzaak geworden, en helaas bij mijn grootvader +niet minder.” + +</p> +<p>“En er is dan verder niemand anders waar gij wat aan hebt?” +<a id="d0e1750"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1750">106</a>]</span></p> +<p>“Wie anders zou er zijn? Wij gaan hier met niemand om, en daar zijn goede redenen voor; de dominé komt eenmaal ’s jaars, en +de burgemeester, al zou hij komen, wordt niet toegelaten, want hij is een vijand en een spion! Hunne vrouwen en dochters zie +ik niet en wil ik niet zien; ’t is al erg genoeg als zij mij ’s Zondags in de kerk zitten aan te gapen. Gij ziet dus waar +het op neerkomt voor mij. Ik leef tusschen de beide grijsaards in, dat kan niet anders, en.... dat is ook heel goed,” eindigde +zij met eene berusting, die zoo volkomene hopeloosheid uitdrukte, dat zij, zonder dit te bedoelen mij de diepste meewarigheid +inboezemde. + +</p> +<p>“Dus ook geene logées van uw leeftijd, geene enkele vriendin waarmee gij sympathiseert?” + +</p> +<p>“Dat zou er nog aan mankeeren—dames! logées hier binnen te halen!” sprak zij met bitterheid; “en wat vriendinnen aangaat, +die heb ik nooit gehad, nooit willen hebben; ik weet te veel wat de vriendschap der vrouwen is.” + +</p> +<p>“Hoe! gij veracht de mannen, gij haat de vrouwen, gij verwerpt dus het gansche menschelijke geslacht?” + +</p> +<p>“Op zulke wijze, dat ik mijn vermogen om lief te hebben, heb verzet op paarden en honden, meent gij? Dat juist niet. Ik wil +enkelen niet voor allen laten gelden, maar het is mijne schuld niet dat ik nogal scherp zie, en ’t geen ik heb waargenomen +bij de exemplaren die mij onder de oogen zijn gekomen, geeft mij, ik erken het, geen hoog gevoelen van de soort, zoodat ik +met zeer weinig reverentie zie op hen die zeggen dat ze de heeren der schepping zijn, en met niet de minste sympathie op hunne +schoone wederhelften! Als Shakespeare waarheid zegt, dat de engelen schreien om de jammerlijke trekken die de menschen uitspelen +tijdens hun kort daarzijn, is het niet vreemd dat ik, die geen engel ben, maar die evengoed allerlei jammerlijks aanschouw, +mij met walging afkeer! Ik wil wel gelooven, Leo! dat er nobele mannen, en waardige vrouwen bestaan, maar die zijn excepties; +en ik behoor tot de misdeelden, die deze onschatbare <a id="d0e1761"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1761">107</a>]</span>uitzonderingen niet heb mogen aantreffen, of als ik meende ze ontmoet te hebben, voor die lichtgeloovigheid met bittere teleurstelling +werd gestraft....” + +</p> +<p>“Mogelijk ligt een deel van deze misfortuin aan u zelve, Francis,” sprak ik zacht maar met nadruk; “gij hebt verkeerd gezocht, +of zijt niet op de rechte wijze met uw onderzoek aangevangen.” + +</p> +<p>“Hoe meent gij dat?” vroeg zij meer getroffen dan vertoornd. + +</p> +<p>“Is het wel zeker, dat gij met zelfonderzoek, met zelfkennis zijt begonnen?” + +</p> +<p>Zij zweeg een oogenblik in nadenken verdiept en zuchtte; daarop hervatte zij, mij met zekere vastheid in den blik aanziende, +alsof zij mijne innigste gedachten wilde peilen: “Gij schijnt een ernstig man te zijn; gij hebt karakter, zoo ik mij niet +bedrieg; het is zeldzaam genoeg om gewaardeerd te worden, waar men het vindt; nu dan, ik zal u vertellen, hoe ik begonnen +ben, maar.... nu niet, want daar ligt het kasteel voor ons en de dorpsklok slaat één uur. Ik vrees dat men mij met ongeduld +zal gewacht hebben, en dat het halve garnizoen al op het voorplein post heeft gevat om naar mij uit te zien. ’t Is lang niet +zeker, dat ik met krijgseer zal worden verwelkomd. Nú, dat doet er niet toe; volg mij, deze brug over, die poort door; gij +ziet, de brug is niet ongenaakbaar, wij zouden geen beleg kunnen uithouden.” Al sprekende had zij mijn arm losgelaten, en +liep vooruit met zoo’n snellen stap, dat het bijkans een drafje geleek. Ik, wat langzaam haar na, eene feodale ophaalbrug +over die blijkbaar sinds lang tot onbewegelijkheid was veroordeeld; in gelijken toestand verkeerde de groote poort; de zware +geheel met ijzeren bouten en scherpe pinnen bezette deur hing in de verroestte hengsels, zonder dat men zich de moeite getroost +had haar weg te nemen, om dit teeken van verval te verbergen. Waartoe ook? De dikke, bijkans in puin vallende ringmuur, was +al niet meer aan de poort <a id="d0e1771"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1771">108</a>]</span>verbonden, en de voormalige schietgaten waren tot wijde spleten opengesperd, waardoor een reus kon binnengaan. Tijd om verder +rond te zien was er niet, maar het voorplein optredende, viel mij terstond het hoofdgebouw in het oog, dat ondanks zekere +merkteekenen van verwaarloozing nog een grootschen indruk maakte. Het moet vernieuwd zijn in de dagen van onzen stadhouder +Willem III, want het was geheel opgetrokken in den rijken en deftigen, al was het ook wat gemanireerden stijl dier dagen, +en toen was het uit eene ruime hand gegaan; maar de nazaten van die onbekrompen bouwheeren hadden wat al te veel op de werken +hunner voorvaderen gerust, en de degelijkheid van den achttiende-eeuwschen bouwtrant, niet hunne zorg, was oorzaak dat het +geheel nog niet het aanzien had eener jammerlijke ruïne. Het middengedeelte dat <i lang="fr">en rotonde</i> gebouwd was en eenigszins vooruitstak, was nog tamelijk goed onderhouden, maar kennelijk uit eene schrale beurs; de rijke +ornamenten boven de vensters en de dubbele deur, die eenmaal verguld moeten geweest zijn, waren nu met een dun geel verfje +overtogen, en de glanzige kleine ruiten van purper spiegelglas waren door gewoon vensterglas vervangen. De meer achterwaarts +gelegen zijvleugels waren prijsgegeven aan eene verwaarloozing, die het waarschijnlijk maakte, dat ze niet meer bewoond werden, +althans de bovenverdieping die geheel verveloos was, en waar de ruiten, door tijd of toeval gebroken of gebarsten, niet eens +meer vernieuwd waren; enkelen daarvan had men eenvoudig met grauw papier toegeplakt; voor anderen was die moeite niet eens +genomen, zeker uit zorg voor goede luchtverversching! + +</p> +<p>Maar het spreekt wel vanzelve, dat ik alleen vluchtige opmerkzaamheid kon geven aan hout en steen; reeds vóór ik het breede +perron optrad, met de gebroken vazen waarin Aloés vegeteerden, kwam het “halve garnizoen,” zooals Francis zich uitdrukte, +ons te gemoet in den persoon van den kapitein, dien ik terstond als den oud-militair <a id="d0e1778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1778">109</a>]</span>zou herkend hebben, al ware ik er niet op voorbereid geweest, wien ik zien zoude. Al droeg hij de burgerkleeding, blauwe jas +en pantalon:—het vest hoog aan de keel toegeknoopt en de zwarte stropdas, die hij zich nog niet had kunnen ontwennen en die +identiek was met zijn persoon, zooals zijne Willemsorde en zijn metalen kruis,—zijne rechte, vaste houding ondanks het stijve +been, dat het gebruik van een stok noodzakelijk maakte, en de politiemuts die hij wàt kranig op één oor had gezet, alles duidde +in hem den oudgediende aan, die nog maar ten halve in zijne abdicatie berustte. Hij scheen een man van diep in de vijftig, +die nog pikzwart haar had en een donkeren knevel, lang en puntig <i lang="fr">à la Napoléon</i> en stijf uitstaande <i lang="fr">à force</i> van cosmetiek. Zijne hoogroode kleur en bruine brutale oogen, zijne harde trekken met iets grof sensueels in de uitdrukking, +vooral door de dikke, roode lippen en de zware korte kin, gaven iets ruws en gemeens aan zijn voorkomen, zoodat hij werkelijk +veel meer had van een sergeant-majoor, die na eerlijk gepasporteerd te zijn, een baantje bij de politie heeft gekregen, dan +van een officier, die eens aan het hoofd zijner compagnie heeft gestaan en die eene eervolle rust geniet. Maar Francis had +mij reeds gewaarschuwd dat ik niet te veel aan het uiterlijke moest hechten, en ik was voornemens mij over niets te ergeren +noch boos te maken, om ongehinderd mijne waarnemingen te kunnen doen. + +</p> +<p>Leunende op zijn stok, en eene lange duitsche pijp in den mond, waaruit hij dapper dampte, kwam hij op ons toe, bracht even +de hand aan de muts, en het was inderdaad eene vreemde wijze waarop hij ons verwelkomde: + +</p> +<p>“Wel weergaasch, Majoor! wat is dàt? Hebt gij een krijgsgevangene gemaakt? of krijgen we inkwartiering?” + +</p> +<p>“Een bezoek aan den Generaal, kapitein,” hernam Francis, voortstappende en mij een wenk gevende haar te volgen, zonder de +moeite te nemen mij voor te stellen. +<a id="d0e1792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1792">110</a>]</span></p> +<p>“Een verduiveld slecht ontbijt gehad! een half uur op de freule gewacht, de eieren te hard, de biefstuk als leer, Zijne Excellentie +uit zijn humeur, en dat alles omdat de freule goedvindt op een ongelegen tijd uit te rijden, ridder te voet thuis te komen +en den held van dat mooie avontuur in triomf mee te brengen in de vesting,” bromde de kapitein op half knorrigen, half schertsenden +toon, terwijl hij ons achterna liep. Zich naar hem omkeerende sprak Francis: + +</p> +<p>“En dat alles, omdat <i>uw Majoor</i>,” zij drukte zonderling op den titel, “het genoegen heeft gehad Jonker Leopold van Zonshoven te ontmoeten, haar neef; laat +u dat genoeg zijn, en als ge verder te klagen hebt, brengt het dan maar op het rapport.” + +</p> +<p>Wij stapten de vestibule binnen, waar wij den huisknecht vonden, die de deur had opengedaan en die voor ons uitweek, op militaire +wijze de hand aan de muts brengende; ondanks zijn livreirok droeg hij nog de soldatenpantalon, zoodat men niet veel waagde +met de onderstelling, dat hij vroeger den generaal als oppasser had gediend; na even aangetikt te hebben opende hij nu voor +ons de deur van het salon, een ontzaggelijk ruim vertrek met goudleer behangsel, waar de generaal in een hooggerugden leuningstoel +zat te dommelen; dat laatste bewees zijn ietwat verschrikt opstaan, toen wij hem al vrij dicht genaderd waren, want Francis +was met sparende liefde zachtjes binnengetreden, en ik had er te veel belang bij, hem op mijn gemak gade te slaan, om niet +haar voorbeeld te volgen; maar de luidruchtige stap van den kapitein, die goed vond ons achterna te loopen, wekte hem uit +zijne <i>siësta</i>. + +</p> +<p>Wel verre van het voorkomen te hebben, dat ik mij had voorgesteld van den kloeken onhandelbaren <i lang="fr">pourfendeur</i>, die oud-tante Roselaer op allerlei wijze ergernis had gegeven, zag ik voor mij een kleinen mageren grijsaard, wiens gelaat +zoowel als zijne gestalte iets fijns en gedistingueerds had. Een lange rechte neus, dunne <a id="d0e1810"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1810">111</a>]</span>bleeke lippen, niet eens een knevel rondom den ingevallen mond, zacht blauwe oogen, die iets dofs en slaperigs hadden, dat +mogelijk slechts tijdelijk was, maar dat ook wel het gevolg kon zijn van afmatting en gedruktheid; zilvergrijze haren hingen +in lange eenigszins krullende vlokken om zijne slapen; hij was gehuld in een verkleurden damasten chambercloak, waaronder +een helder wit vest te voorschijn kwam, terwijl een zwarte zijden foulard den mageren hals vermomde; zijne fijne handen waren +blank ondanks hunne dorheid en de sterk uitkomende aders; hij droeg een breeden gouden ring met een wapen in cornalijn gesneden, +die tot cachet konde dienen en dien hij met zekere zenuwachtige beweging heen en weer schoof onder het spreken. + +</p> +<p>Daar was niets van den krijgsbevelhebber meer in den man, dien ik nu voor mij zag, dan alleen eene zekere deftige wellevendheid, +die bewees dat hij als hoofdofficier in de hoogste kringen had verkeerd. + +</p> +<p>Een onbeschrijfelijk gevoel van meewarigheid overmeesterde mij bij het zien van dien zwakken, door zorg en lijden diep neergebogen +grijsaard, een indruk nog te meer versterkt door de bijgedachte, dat ik het instrument zou moeten zijn, om hem den genadeslag +te geven, tenzij Francis.... maar reeds stelde deze mij voor aan haar grootvader op hare eigenaardige wijze. + +</p> +<p>“Grootvader, ik breng u Jonker Leopold van Zonshoven, dien gij eens hartelijk welkom moet heeten, want hij is eene curiositeit +in de familie!” + +</p> +<p>“Familie! Jonker van Zonshoven, ah! ja! ik herinner mij, ik begrijp,” antwoordde deze op een toon van verbazing en verlegenheid, +die duidelijk bewees, dat hij volstrekt niet op de hoogte was; maar toch, hij boog zich beleefd en stak mij de hand toe, die +ik niet nalaten kon met zekere hartelijkheid te drukken. + +</p> +<p>“Neem toch plaats, Jonker,” sprak hij, naar een stoel wijzende, waartegen de kapitein stond te leunen met een air of hij plan +had mij dien te betwisten. +<a id="d0e1822"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1822">112</a>]</span></p> +<p>“Excuseer, grootpa, neef Leopold en ik hebben een uur lang op de heide rondgesukkeld, wij zijn bek af en rammelen van den +honger; wij komen bij u praten als wij eerst gezien hebben of de kapitein ons nog wat van het <i lang="fr">déjeuner</i> heeft overgelaten.... Is er nog gedekt, Frits?” vroeg zij, zich tot den bediende richtend, die tot hare orders wachtend was +blijven staan. + +</p> +<p>“’t Is bij half twee, freule!” antwoordde deze, met zekere verlegenheid de schouders ophalend. + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk, Frits, ’t is de regel van het huis: wie niet op het appèl is wordt niet meegeteld; breng ons hier dan maar +wat brood en koud vleesch....” + +</p> +<p>“En een glas port voor de heeren,” voegde de kapitein er bij. + +</p> +<p>Terwijl Frits zich verwijderde om aan die orders te voldoen, ging de kapitein vlak voor mij staan, terwijl hij sprak: + +</p> +<p>“Pardon Jonker! ik moet u eens goed opnemen; een jonkman die zoo in eens bij onzen Majoor in gratie is geraakt moet al heel +wat bijzonders zijn.” + +</p> +<p>Ware ik met den ongemanierden snorbaard alleen geweest of onder vreemden, ik zou geweten hebben hoe zijne impertinentie te +beantwoorden; dan, tegenover den generaal, tegenover Francis, die mij op ergernissen had voorbereid en stilzwijgend lankmoedigheid +had aanbevolen, aarzelde ik hem het antwoord te geven dat hij verdiend had, toen de generaal inviel: + +</p> +<p>“Kapitein!” er klonk gezag in den toon, ondanks de zachte stem van den grijsaard, “er zijn aardigheden, die er onder ons door +kunnen, maar gij schijnt te vergeten dat wij nu <i>niet</i> onder ons zijn, en dat gij Freule Mordaunt mankeert....” + +</p> +<p>“Omdat ik haar Majoor noem, nu zij ons op eens met iemand van de familie in de flank valt; excuseer mij, Excellentie, maar +dan had men mij vooruit de consigne moeten geven, nu.... zal de memorie mij parten spelen.” +<a id="d0e1847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1847">113</a>]</span></p> +<p>“Het komt er niet op aan, grootpa!” viel Francis in, “op zijn leeftijd zal hij toch wel bij al zijne kwade gewoonten blijven, +al zou men kunnen eischen dat hij het respect voor de kleindochter van generaal von Zwenken niet vergat, omdat hij haar als +kind de exercities heeft geleerd. Maar als gij naar ’t consigne van den dag vraagt, kapitein! let er op, het is dit: beleefdheid +jegens mijn gast, die, naar ik meen, nooit een degen heeft gedragen, maar toch, daar geef ik u mijn woord op, niet van ’t +humeur is om met zich te laten spotten.” + +</p> +<p>Ik boog tegen Francis, ’t geen mij de gelegenheid gaf, den kapitein den rug toe te keeren zonder kennelijk opzet, daar het +mij duidelijk werd, dat de gemeenzame voet waarop hij met Francis stond van hare kindsheid af, en de zonderlinge manier waarop +zij met hem omsprong, zijne ongepaste aardigheden bijkans wettigden; dat men zijne uitvallen zoomin als de hare in vollen +ernst moest opvatten, en dat zijne bedoeling beter was dan zijne wijze van die uit te drukken. + +</p> +<p>Toen Frits met den portwijn was gekomen, schonk de kapitein drie glazen boordevol, presenteerde het eerste aan mij en den +generaal, en het zijne opheffende sprak hij ruw goedhartig: “de gezondheid van onzen waardigen commandant en uw welkomst, +Jonker! ’t Is van harte gemeend; geloof dat wij hier snakken naar een nieuw gezicht, maar.... de Majoor heeft niet alle dagen +zulk eene luim van gastvrijheid, daar kan je staat op maken.” + +</p> +<p>Ik trachtte Francis aan te zien, om den indruk waar te nemen dien deze opmerking bij haar zou teweegbrengen—maar zij had zich +van mij afgekeerd om wat brood en koud vleesch voor mij klaar te maken en wipte daarop de kamer uit, zonder meer notitie te +nemen van ’t geen Rolf zeide dan van ’t gebrom eener vlieg. + +</p> +<p>Wat mij aangaat, ik had te veel behoefte aan eenige verkwikking, om niet met den kapitein aan te stooten en gebruik te maken +van ’t geen hare zorg mij had bereid. Toch haastte ik mij, want ik achtte het onbeleefd <a id="d0e1858"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1858">114</a>]</span>den generaal dus zonder toespraak te laten, die inmiddels opnieuw wat sluimerziek scheen geworden; maar het bleek mij toch +dat hij sluimerde als een poes die niet op haar gemak is, met half geopende oogen. Zoo ras hij waarnam, dat mijn eetlust genoegzaam +was voldaan, wenkte hij den kapitein, die niet naliet mij opnieuw in te schenken, en fluisterde dezen iets in, waarop hij +zich verwijderde, na mij nog eens met een onrustigen en nieuwsgierigen blik te hebben gadegeslagen. + +</p> +<p>Toen wij alleen waren, richtte de generaal zich op uit zijne lustelooze houding en sprak mij toe met zekeren deftigen ernst: + +</p> +<p>“Een woordje onder ons, Jonker! als ’t u belieft.” + +</p> +<p>Ik boog mij. + +</p> +<p>“Maar wees zoo goed hier naast mij te gaan zitten; ik ben een weinig hardhoorig.” + +</p> +<p>Toen ik voldaan had aan zijn verlangen, ving hij aan: + +</p> +<p>“Vergeef mij dat ik u een vraag moet doen, die u eenigszins ongepast kan voorkomen.... Is het voor de eerste maal dat gij +mijne kleindochter hebt ontmoet?” + +</p> +<p>“Ja, generaal! en de ontmoeting, die zeer toevallig was, was heel gelukkig voor mij.” Ik gaf hem eene kleine schets van mijn +kruistocht naar de Werve. + +</p> +<p>“Nu! dat verheugt me,” sprak de grijsaard met een zucht van verlichting. “Ik vreesde, om u de waarheid te zeggen, dat er iets +achter stak. Mijne kleindochter heeft veel goeds, dat mag ik met waarheid zeggen, maar zij heeft zoo hare eigenaardigheden; +zij kan wel eens wat brusk uitvallen en heeft zekere zucht om alles te wagen en alles te braveeren, die haar al menige ongelegenheid +heeft berokkend, al menige vijandschap op den hals gehaald heeft; ik vreesde dat er tusschen u en haar iets voorgevallen was, +dat zij nu trachtte goed te maken, zooals dat haar meer gebeurt.” + +</p> +<p>“De Freule heeft niets bij mij goed te maken, generaal! en de welwillendheid waarmee zij mij hier eene goede ontvangst heeft +toegezegd, moet ik te meer waardeeren, <a id="d0e1878"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1878">115</a>]</span>sinds zij niet de gewoonte heeft uit banale hoffelijkheid te handelen.” + +</p> +<p>“Ik wenschte wel dat zij die gewoonte wilde aannemen,” hervatte de grijsaard met een zacht hoofdschudden, “doch wat u betreft, +wees verzekerd, dat ik hare toezegging niet te schande zal maken; gij zijt mij van harte welkom; maar verklaar mij toch iets: +Francis zegt dat gij van de familie zijt, en ik herinner mij wel dat ik indertijd een van Zonshoven heb hooren noemen, die +aan mijne overledene vrouw was geparenteerd, maar ’t is al zoo lang geleden, dat ik waarlijk niet meer weet hoe dat in elkander +zit!” + +</p> +<p>“Mijne grootmoeder was eene freule van Roselaer, generaal!” + +</p> +<p>“Ah! juist, van moeders zijde alzoo; zij moet getrouwd zijn met een Fransch edelman, zoo ik mij niet vergis.” + +</p> +<p>“De baron d’Hermaele was van Belgische afkomst, generaal!” + +</p> +<p>“Nu ja, maar wij waren toen midden in den Franschen tijd, en men nam het zoo straf niet op met de nationaliteiten. Ik herinner +mij nu heel goed de bezwaren die mijne vrouw maakte om ter receptie te gaan, uit oorzaak van brouillerie met freule Sophie.... +Ik zette het door, omdat men de convenances in acht moest nemen, uit aanzien van den baron d’Hermaele, die aan onzen prefect +was geparenteerd. Het jonge paar vertrok naar een der zuidelijke departementen, en ik heb er niet meer van gehoord. Later, +tijdens de regeering van Koning Willem I, vernam ik van derden, dat de baron d’Hermaele in hooge gunst was geraakt bij den +Koning.” + +</p> +<p>“Die gunst heeft de ongelukkige edelman duur genoeg geboet, daar zij oorzaak was dat hij trouw hield aan zijn vorst tijdens +den Belgischen opstand, ’t geen hem door zijne familie zeer kwalijk werd genomen, en, wat erger was, den haat van het gepeupel +op hem vestigde, in die mate dat men zijn kasteel in de nabijheid van Laeken plunderde en verbrandde en hem zelven, die zich +<a id="d0e1892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1892">116</a>]</span>kloekmoedig tegen die baldadigen verzette, op gruwelijke wijze vermoordde.” + +</p> +<p>“Weer een van die feiten uit dien tijd van jammer en verwarring, die ik mij nog zoo goed kan voorstellen. Mijne soldaten brandden +van verlangen om de muiters en plunderaars naar verdienste te straffen, maar ongelukkig werd hun lang, veel te lang werkeloosheid +opgelegd; dan, ik wil mij nu niet meer in die ergernissen verdiepen. Wat is er van de weduwe en hare kinderen geworden?” + +</p> +<p>“Zij was het met de haren ontkomen en keerde naar Holland terug met haar zoon en zeven dochters, waarvan de oudste verloofd +was met jonker van Zonshoven. Het huwelijk ging door ondanks de bezwarende tijdsomstandigheden; ik ben hun eenigen zoon.” + +</p> +<p>“Wel, dan ben ik zooveel als uw oud-oom, jonker!” + +</p> +<p>“Die berekening heb ik ook gemaakt! en daarom....” + +</p> +<p>“Komt gij mij toch niet over familiezaken spreken, wil ik hopen?” vroeg hij in zichtbare onrust. + +</p> +<p>“Maar mijn waarde heer oud-oom! men kan immers wel over familieaangelegenheden spreken, zonder dat het juist onaangename moeten +zijn?” + +</p> +<p>“Hm, ja! ik merk wel dat gij een van Zonshoven zijt, en sinds lang vreemd aan de jammerlijke veeten die de Roselaers hebben +verdeeld. Zij hebben elkander in letterlijken zin niets gedaan dan bijten en vereten, op zulke wijze dat er schatten verloren +zijn gegaan in processen, en dat Francis en ik nòg lijden onder de naweeën.” + +</p> +<p>“Ik wil het gelooven, beste oom! maar....” + +</p> +<p>“Maar uwe moeder was al eene d’Hermaele, dat stelt mij gerust; doch zoo ’t anders ware, zoo gij een ander bericht kwaamt brengen, +dat voor Francis pijnlijk zou kunnen zijn of beschamend voor mij; ik weet het, men betwist tot de geldigheid toe van mijn +huwelijk in Zwitserland; of zoo het geldzaken betreft, waarin ik of iemand der mijnen betrokken kon zijn, dan bid ik u, wees +zoo edelmoedig en spaar het haar zoolang het haar <a id="d0e1912"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1912">117</a>]</span>gespaard kan worden. Ik ben oud en al zoo gebogen onder den last des levens, dat ik er nog wel wat bij dragen kan, al ben +ik er bijkans onder versuft; mogelijk weet ik er wel iets op te vinden om een gat te stoppen of iets dat dreigt af te leiden; +alleen wees oprecht met mij en zegt het mij ronduit in vertrouwen.” + +</p> +<p>“Wel, generaal! ik zou daar veel op kunnen antwoorden, maar verschoon mij voor dit oogenblik. Freule Mordaunt heeft mij dezelfde +vraag gedaan, met de goede bedoeling om u <i>zelf</i> mogelijke onaangenaamheid te sparen, en ik heb haar geantwoord naar waarheid, dat ik kennis kwam maken in de hoop de familiebetrekkingen, +die al vrij los geworden zijn, nader aan te binden. Zij heeft mij de eer gedaan zeker vertrouwen te stellen in mijne loyauteit +en mij eene exceptie genoemd in de familie. Wil gelooven dat ik een oprecht verlangen koester om mij dat vertrouwen en die +gunstige onderscheiding waardig te maken en ik verzeker u dat het mijn grootste triomf zoude zijn, zoo een van Zonshoven het +geluk mocht hebben de wonden te heelen, voorheen door de Roselaers geslagen.” + +</p> +<p>“Dan zou er veel moeten gebeuren, mijn beste jonker!” hernam von Zwenken met een zwaarmoedig hoofdschudden, “maar toch, reeds +de wensch is prijzenswaardig.” Na een oogenblik peinzens hervatte hij: “De waarheid, dat geld de zenuw is van den oorlog, +moet in dezen ook gelden voor den vrede. Uwe ijverigste pogingen zouden vruchteloos zijn, zoo dit element ontbrak, en toch +.... houd mij ten goede zoo ik mij vergis, en toch vrees ik dat de van Zonshovens op dit punt schraal zijn bedeeld. In mijne +herinnering werden zij geacht te behooren tot de specialiteit die men <i lang="fr">la noblesse besoigneuse</i> noemt. Waardige lieden, maar die in de noodzakelijkheid waren geraakt om naar winstgevende ambten en bedieningen te staan, +ten einde te kunnen leven.” + +</p> +<p>“Dat is volkomen waar, generaal! en mijn vader maakte in dezen gansch geene exceptie; daarbij was hij <a id="d0e1926"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1926">118</a>]</span>zooals ik gezegd heb, getrouwd met eene dier zeven freules d’Hermaele, die bij den Belgischen opstand alles had verloren, +en leven moesten van het pensioen, dat hare moeder genoot en dat welhaast met dier overlijden voor haar verloren ging.” + +</p> +<p>“En deed de Koning niets voor de freules?” + +</p> +<p>“Wat wilt gij, beste oom? De eenige zoon was vorstelijk voortgeholpen, maar stierf in den bloei des levens en liet zelf een +gezin na. Wat verdienstelijks hadden die meisjes nog voor Koning Willem II, dat deze geheugen moest houden van de trouw door +haar vader den zijnen bewezen?” + +</p> +<p>“Dat is wel zoo, maar toch, het behoort tot de naaste plichten der vorsten, om de digniteit van den adel te helpen ophouden; +en wat brengt in dieper vernedering dan de armoede?” + +</p> +<p>“Ik ben het met u eens dat de armoede eene zware beproeving is voor elk mensch, en niet het minst in onzen stand, beste oom! +maar eene vernedering behoeft zij voor niemand te zijn. Het geheim om rijk te worden wordt dikwijls niet gevonden, dan met +het verlies van zekere achting voor zich zelven, en het komt naar mijn gevoelen allereerst den adel toe om hier op het <i lang="fr">noblesse oblige</i> te letten en zich zelf niet te kort te doen. Ook daarom kan ik het niet goedkeuren, dat men als edelman liever alles wacht +van vorstengunst, en alles <i>afwacht</i> wat deze <span id="d0e1942" class="corr" title="Bron: pleegt">oplegt,</span> dan zich mannelijk boven zekere ingeroeste vooroordeelen te verheffen en door eigen energie en werkkracht te verwerven, wat +men <i>juist om zijne digniteit te handhaven</i>, niet met de hand op te houden, moest willen aftroonen. Ik voor mij heb daar ten minste zoo over gedacht, en naar dat beginsel +gehandeld.” + +</p> +<p>“Met die uitkomst dat gij, volgens de traditiën uwer voorzaten, naar den een of anderen post hebt gestaan?” vroeg von Zwenken +wat verdrietelijk. + +</p> +<p>“Tot hiertoe niet.” + +</p> +<p>“Maar daar valt mij iets in, op dit oogenblik is er een <a id="d0e1954"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1954">119</a>]</span>van Zonshoven minister van buitenlandsche zaken,” hervatte de generaal; “dat moet, indien ik mij niet bedrieg, een vermogend +man zijn; in welken graad zijt ge met hem verwant?” + +</p> +<p>“Hij is mijn oom.” + +</p> +<p>“Welnu, dat is zoo kwaad niet; met een post bij het een of ander gezantschap derogeert men niet, en bij wat talent en goede +relaties komt men dan licht verder.” + +</p> +<p>“Dat stem ik u toe, en ik beken u dat ik in zekere zwakke momenten er wel eens over gedacht heb; maar die oom is juist de +man, die, om maar eene zaak te noemen, door zijn huwelijk met een meisje dat noch geest, noch hart, noch beschaving had: den +koffiekleurige dochter van een schatrijken Oosterling, zich de millioenen van den nabob heeft toegeëigend, zonder de arme +vrouw iets meer te geven dan zijne hand en zijn naam.” + +</p> +<p>“Dat is inderdaad eene jammerlijke mésalliance; maar waaruit volgt voor u, dat gij een oom hebt die schatrijk is en kinderloos?” +eindigde hij vragenderwijze. + +</p> +<p>“Zeker, en nu al op leeftijd; maar met wien ik gebrouilleerd ben en zal blijven zoolang ik het eene laagheid zal achten, om +kniebuigingen te maken voor hem ter verzoening.” + +</p> +<p>De generaal schudde het hoofd. “Nog altijd wat bloed van de Roselaers.” + +</p> +<p>“Neen! de van Zonshovens waren nooit haatdragend, maar fier, en ziet gij, generaal! al heb ik in de wieg niet met tientjes +kunnen spelen, ik heb geleerd dat er betere trots is dan adeltrots; ik heb geleerd dat men geen Cresus behoeft te zijn om +zijne onafhankelijkheid te bewaren, die ik had moeten opgeven als ik mij in de armen geworpen had van dien oom, maar die ik +nu heb behouden door eigen werkzaamheid, door sober te zijn en met overleg te handelen, door mij geene behoeften te scheppen +dan die ik met mijn matig inkomen wist te voldoen. Zoo ben ik nu vrij man gebleven tot hiertoe, <a id="d0e1970"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1970">120</a>]</span>en, om u mijne volle meening te zeggen, dat is mij meer waard dan mijn adeldom.” + +</p> +<p>“Bravo! Bravissimo!” Het was de diepe volle altstem van Francis, die zich achter mij hooren liet, en de handen die mij zoo +dapper hadden toegejuicht, legden zich nu vertrouwelijk op mijne schouders. Door de half geopende porte-brisée, die het groote +salon van de ruime eetzaal scheidde, onopgemerkt binnengekomen, daar wij met den rug naar die deur toegewend zaten, was zij +stil blijven staan om ons gesprek niet te storen, maar toen zij hoorde wat hare instemming vond had zij, die zoo geheel <i lang="fr">de premier mouvement</i> was, zich niet kunnen onthouden. + +</p> +<p>“Gij ziet het, jonker!” sprak de generaal wat verdrietelijk met gefronste wenkbrauw, “met zóó te spreken hebt gij mijne kleindochter +in haar zwak getast. Zij droomt van onafhankelijkheid; het is hare illusie niets of niemand noodig te hebben.” + +</p> +<p>“Niet mijne illusie, grootpapa! Mijn <i>beginsel</i> is het: liever vrij en arm te zijn om mij zelf te blijven; liever ontberingen te lijden en offers te brengen, dan laagheden +te doen om behoeften en begeerten in te willigen die men mannelijk behoort te overwinnen. Ik zeg mannelijk, Leopold! al is +hier kwestie van mij zelve, want wat vastheid van wil en kloekheid van daad betreft, op punten als deze—daar behoort eene +vrouw voor geen man te wijken, ja, ik houd mij verzekerd, dat wij daarin de meesten uwer vóór zijn.” + +</p> +<p>Von Zwenken beet zich op de lippen, sloot de oogen en dook neer in zijn armstoel of hij een knodsslag ontvangen had, maar +verslagen achtte hij zich toch niet, want na eenige oogenblikken hief hij zich weer op en sprak tot Francis: “Ik geef het +u toe dat gij het mij afwint in kracht om ontberingen te dragen; maar gij zoudt toch niet kwalijk doen, u van tijd tot tijd +toe te leggen op eenige zelfbeheersching. Op mijn leeftijd valt het hard, onder iederen vorm zekere beschuldigingen te moeten +hooren, als men toch al zooveel geleden heeft en <a id="d0e1986"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1986">121</a>]</span>zulke harde slagen van het noodlot had door te staan. Zeker had het hier anders kunnen en moeten zijn, maar ik.... ik zie +helaas! geen kans meer op redres. Ik ben niets meer dan een gebogen grijsaard, onmachtig zich op te heffen uit het stof der +vernedering waarin wij zijn weggezonken; ik kan nu eenmaal niet anders leven, al weet ik dat gij u om mijnentwille getroost, +wat gij niet behoordet te dragen.” + +</p> +<p>“Kom, kom, grootpa! gij weet wel dat mijne uitvallen harder klinken dan ze gemeend zijn; gij weet wel dat ik veel wat mij +tegen is met luchtigheid drage om uwentwil; maar van mij te eischen dat ik goedkeuren zoude wat mij ergert, of niet toejuichen +wat zoo geheel mijne instemming heeft als Leo’s uitspraak van daareven, dat is te veel gevergd, zulke zelfbeheersching zal +ik nooit kunnen oefenen.” + +</p> +<p>“Dat’s wel ongelukkig,” viel de generaal in, niet zonder wat bitterheid; “want wat zal neef Leopold van ons denken, als hij +u bij iedere aanleiding zekere verwijten hoort uitspreken?” + +</p> +<p>“Hij zal denken, oom! dat hij in eene familie is gekomen, die zich niet voor hem tracht te vermommen, en dat acht hij eene +eer en een voorrecht.” + +</p> +<p>“Hm! dat’s een avantage dat gij ruimschoots zult genieten, jonker! als gij hier wat lang blijft,” viel nu de kapitein in, +die weer binnen was gekomen; “onze Majoor vooral heeft de loffelijke gewoonte, iedereen zonder aanziens des persoons terstond +te zeggen waar het op staat; hare opinies, van welken aard ze ook zijn, onverwijld lucht te geven, en als er iets wordt gezegd +of gedaan dat Haar Hoog Edel Gestrenge niet bevalt, parate executie hoor! evenals bij de vonnissen van den krijgsraad.” + +</p> +<p>Het was von Zwenken aan te zien dat deze plompe aardigheid over zijne kleindochter hem hinderde, maar toch weer sloot hij +de oogen en klemde de lippen opeen, als wilde hij er liefst niet mee te doen hebben. +<a id="d0e1998"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1998">122</a>]</span></p> +<p>“Mij dunkt, kapitein! dat er toch wel eens gratie wordt bewezen, anders zoudt gij immers al lang uw congé hebben gekregen,” +zei Francis schertsend; maar toch getuigde die scherts meer van bitterheid dan van vroolijke luim. + +</p> +<p>“Dat bewijst alleen maar mijne lankmoedigheid, freule Majoor. Gij weet wel dat ik mij door u laat troeven als een conscrit +door zijn korporaal. Ik zou van den Prins-Veldmaarschalk niet hebben afgewacht wat ik van u verduur.” + +</p> +<p>“Gij begint er zwak en vervallen uit te zien van al dat lijden en die mishandelingen,” spotte Francis. + +</p> +<p>“Kapitein!” sprak nu de generaal, die met gebogen hoofd, en in zekere zenuwachtige verlegenheid, naar dit katjesspel had zitten +luisteren, niet zonder onrust zeker hoe het zou afloopen, “kapitein! ik had u meen ik mijn wensch te kennen gegeven om <i lang="fr">en famille</i> te blijven.” + +</p> +<p>“En ik, Excellentie, niet radende dat het onderhoud <i lang="fr">en famille</i> zooveel aantrekkelijks voor u zou hebben, kwam het gewone middel tegen melancholie voorstellen: een partijtje piquet.” + +</p> +<p>“Dank je, kapitein, nù geen kaarten. Ik wensch van het gezelschap van mijn neef te profiteeren.” + +</p> +<p>“En gij komt als een spelbreker invallen, terwijl deze juist op het propos was van zijne <i lang="de">Lebensbekentnisse</i>, die mij groot belang inboezemen,” beet Francis hem toe. “Gij zoudt veel beter doen met eens rond te zien naar mijne rijzweep, +die ik ergens op de hei verloren heb—aan den zoom van het bosch. Toen ik neef Leo ontmoette, had ik haar nog.” + +</p> +<p>“’t Is geen lichte corvée, zoo’n ding weer te vinden in het zand,” bromde Rolf. + +</p> +<p>“Maar gij weet wel.... ik ben er zoo mede ontriefd, en als gij haar weerbrengt.... doet gij mij pleizier.” + +</p> +<p>“Nu! <span id="d0e2028" class="corr" title="Bron: dat">daar</span> ik niet van dienst behoef te zijn bij den generaal, zal ik het probeeren....” + +</p> +<p>“Malicieuse despoot!” kon ik niet nalaten tegen Francis te zeggen, haar met den vinger dreigend. +<a id="d0e2033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2033">123</a>]</span></p> +<p>Zij kleurde even en glimlachte. + +</p> +<p>“Och Jonker! dat is nog zoo erg niet,” zuchtte de deemoedige vazal; “toen freule Majoor nog een kind was, hadt gij het eens +moeten bijwonen: in die dagen heb ik wel wat anders te doen en te lijden gehad.” + +</p> +<p>“Precies!” zei Francis, “toen hebt gij mij mee bedorven en meer dan de anderen; zachts dat ge er nu ook wat harder voor boet.” + +</p> +<p>“Als ik zoo zware penitentie doe, moet ik ook absolutie hebben,” sprak hij deemoedig. + +</p> +<p>“Absolutie nooit! maar wapenschorsing, voor den geheelen dag; mij dunkt dat is mooi genoeg; ziedaar mijne hand daarop.” + +</p> +<p>Hij nam die met een zacht hoofdschudden en een aarzelenden blik, als had hij geen groot vertrouwen in de overeenkomst. Ik +zag iets vochtigs in zijn oog schitteren, dat mij met zijne brutale gemeenzaamheid verzoende, maar waarover hij zich blijkbaar +schaamde, want hij onttrok zich aan onze opmerkzaamheid door een schielijken aftocht; toch keerde hij terug op het oogenblik +zelf, dat wij ons voor een vertrouwelijk onderhoud hadden gezet, en wendde zich rechtstreeks tot Francis: + +</p> +<p>“Ik weet wel dat ik u weer storen kom, freule! maar het is, geloof ik, nog beter ik—dan Frits. Ik ontmoette aan de brug den +koetsier van den Jonker, die vragen komt, wanneer hij vóór moet zijn?” + +</p> +<p>Ik aarzelde met mijn antwoord, in ’t ongewisse of mijn wensch om zoolang mogelijk te vertoeven niet in strijd zou zijn met +de inrichting van het huis, toen ik den kapitein halfluid tot Francis hoorde zeggen: + +</p> +<p>“Ik heb al eens naar de kalkoenen omgezien; daar is er wel één klaar voor de keuken, maar.... niet voor vandaag, daar moet +gij op rekenen, ’t is jammer voor <i lang="fr">le cher cousin</i>, maar....” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Le cher cousin</i>, als gij mij daarmee bedoelt,” viel ik in, dit punt van overleg aangrijpende, “zou ik niets liever wenschen dan den dag hier +te mogen doorbrengen; <a id="d0e2060"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2060">124</a>]</span>alleen, hij maakt niet de minste aanspraak op een fijn <i>diner</i>.” + +</p> +<p>“Wel! het spreekt vanzelf dat gij blijft eten, neef Leopold, <i lang="fr">à la fortune du pot</i>,” sprak de generaal, na Francis te hebben aangezien, die nog altijd scheen te aarzelen eer zij instemde met de uitnoodiging. + +</p> +<p>“Het kan niet anders!” sprak zij eindelijk besloten, “wie komt er voor een paar uur naar de Werve; daarbij, wij hebben nog +zoo weinig aan elkaar gehad, maar eigenlijk moest het niet zijn, wij behoorden niemand aan onze tafel te nooden....” + +</p> +<p>“De vraag is maar of gij mij den geheelen dag hier houden wilt, Francis,” viel ik in, onderstellende dat zij over een schraal +menu tobde. “Het overige beteekent niets, ik kan het desnoods met een koud maal doen....” + +</p> +<p>“Nu ja! ik ken dat, gij zijt gerust dat men u niet bij het woord zal vatten.” + +</p> +<p>“Heusch, Francis, ik....” + +</p> +<p>“Als gij het meent zijt gij een phenomeen,” riep zij lachend, “maar genoeg, het blijft er bij. Kapitein wilt gij het eens +goed overleggen met den koetsier, want het zal noodig zijn dat de jonker niet te laat door het bosch rijdt.” + +</p> +<p>“Waarom toch, er zijn hier geen roovers, denk ik? Of vreest ge mogelijk dat ik den wilden jager in werkelijkheid zal zien +verschijnen?” + +</p> +<p>“Neen, dat wel niet, maar er zijn doolwegen en....” + +</p> +<p>“Als gij mij voor zoo <i>bête</i> houdt, rijd ik niet weg vóór midden in den nacht....” + +</p> +<p>“Waartoe die fanfaronnade. Wij zullen vroeg eten en.... om zeven ure het rijtuig, kapitein!” sprak Francis met gezag. + +</p> +<p>“Gij beschaamt mij, Francis, met zoo povere hospitaliteit,” viel de generaal in, “is ’t niet veel beter, dat neef van Zonshoven +dezen nacht hier logeeren blijft, om morgen op zijn tijd terug te rijden?” + +</p> +<p>“Een logeergast! grootpapa, gij weet dat zoo niet, maar.... daar zijn wij waarlijk niet op ingericht.” +<a id="d0e2095"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2095">125</a>]</span></p> +<p>“Nota bene!” riep de kapitein met een luiden lach, “wij zouden eene halve compagnie kunnen herbergen.” + +</p> +<p>“Uwe compagnie zeker!” viel Francis uit, meer bits dan edelmoedig tegenover den man, die als 1<sup>ste</sup> luitenant was gepensionneerd.... Het bleek wel dat hij ontzag<span id="d0e2103" class="corr" title="Bron: ,"></span> had voor zijn Majoor, want hij werd bleek van ergernis, maar hij verbeet zich de lippen om een antwoord terug te houden en +zweeg. Francis scheen toch te goedhartig om de krenking niet weer goed te maken: “ik meende, kapitein, dat er plaats genoeg +zoude zijn voor een half regiment, maar zooals men soldaten huisvest; terwijl de Jonker van Zonshoven, aan Haagsche weelde +gewoon...” + +</p> +<p>“Gewoon aan een kamer met alkoof op de tweede verdieping in een burgerhuis,” repliceerde ik. “Luister, Freule Francis! als +gij Jonker van Zonshoven niet herbergen wilt om redenen, die voor u hare wettigheid kunnen hebben, zeg het dan maar ronduit. +Maar maskeer ze niet onder zulke uitvluchten; kamers zijn er genoeg, dat is onwedersprekelijk, en nu, ik slaap op de eerste +stroomatras de beste die gij ergens laat neerleggen.” + +</p> +<p>“Ik schaam mij voor u, Francis,” sprak de generaal met zachte verlegene stem; “dat is weer een van die caprices....” + +</p> +<p>“Als gij dan volstrekt blijven wilt,” sprak Francis, mij aanziende met een koel en verdrietelijk gezicht, “zal ik trachten +eene slaapkamer uit te zoeken waar de ruiten heel zijn. Kom, kapitein, arrangeer dat met den koetsier. Van de corvée om de +rijzweep te zoeken zijt gij verschoond; vandaag fungeert gij als <i lang="fr">maréchal de logis</i>;” en haar slaaf bij den arm nemende, zonder een blik op mij te werpen, verliet zij met hem het vertrek. + +</p> +<p>De generaal scheen zijn best te willen doen om den ongunstigen indruk weg te nemen, dien hij meende dat ik van Francis moest +hebben opgevat. + +</p> +<p>“Geloof toch,” sprak hij, toen wij alleen waren, “dat zij het wezenlijk goed met u meent, maar.... er wordt hier niet meer +op logeergasten gerekend; gij treft haar <a id="d0e2118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2118">126</a>]</span><i lang="fr">au dépourvu</i>, en dit hindert haar, daar zij er zich zeker een genoegen van maken zou, het hier recht comfortable voor u in te richten. +Eene andere zou den schijn weten te bewaren, en u zekere particulariteiten trachten te verbergen, die u konden doen twijfelen, +of gij hier welkom waart; maar ziet gij, dit juist kan Francis niet; mijne kleindochter heeft een uitmuntend verstand, een +goed hart, een vast karakter, maar zij heeft zoo hare eigenaardigheden, die haar veeltijds in een ongunstig licht stellen.” + +</p> +<p>“Welke dame heeft niet hare caprices, hare opvattingen?” viel ik in. + +</p> +<p>“Ja, maar anderen weten die te kleuren en te dekken met wat blanketsel en wat fijn vernis. Francis verstaat niets daarvan; +zij heeft ongelukkig geene opvoeding gehad zooals die had moeten zijn voor eene jonge dame van haar stand. Sergeant.... ik +wil zeggen kapitein Rolf en zijne zuster hebben haar van jongs aan een weinigje bedorven. Zij heeft hare moeder niet gekend, +mijn schoonzoon was vreemdeling en begreep niets van de eischen eener deftige Hollandsche éducatie. Ik was in effectieven +dienst en zelden lang genoeg in zijn huis om veel acht te kunnen geven op mijne kleindochter, maar er zijn oogenblikken waarin +ik mij zelf verwijt dat ik, aan zekere rancune toegevende, het voorstel niet heb aangenomen van hare oud-tante, die voor hare +opvoeding wilde zorgen; zij zou dan wel geene vroolijke jeugd hebben gehad, dat is waar, maar zij zou ook niet als een wilde +rank zijn opgeschoten, ongesnoeid en onbuigzaam zooals wij haar nu zien, en daarenboven zou hare toekomst verzekerd zijn. +Voor dat alles had ik mijne persoonlijke grieven moeten ten offer brengen,” en de generaal liet in diepe moedeloosheid het +hoofd op de borst zinken. + +</p> +<p>Tante Sophie zou zeker hare satisfactie hebben gehad, zoo zij die bewijzen van leedgevoel en naberouw bij den gebogen grijsaard +had kunnen gadeslaan. Ik, als <a id="d0e2128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2128">127</a>]</span>haar representant, meende hem troost te mogen geven. + +</p> +<p>“Kom, Generaal! niet zoo mismoedig. Van eene jonge dame even in de twintig is toch waarlijk het laatste woord niet gezegd; +dat de edele plant wat in ’t wilde is opgeschoten, maakt haar te frisscher en krachtiger, dat’s beter dan de broeikastplanten +die onze gedistingueerde kostscholen leveren; mogelijk zal de hand van een welmeenend echtgenoot nog veel kunnen ombuigen +en ten goede leiden....” + +</p> +<p>“Dat’s juist een der groote bezwaren, Jonker; Francis zal nooit hare hand leggen in die van een man, dien zij van zulke voornemens +verdacht hield.” + +</p> +<p>“Juist gezien, grootpapa! Majoor Frans zal te geener stond het commando afstaan aan haar mindere; zij wil niets om zich zien +dan slaven en vazallen, en Jonker Leopold zal wel doen zich naar dit gebruik te schikken, zoo hij lust heeft hier conspiraties +tegen hare vrijheid te smeden,” sprak nu Francis zelve, gansch niet op schertsenden toon, maar met koelen, bijna minachtenden +ernst; en mij een allesbehalve vriendelijken blik toewerpende, ging zij voort: “dat is tegen onze conventie, neef, dat gij +hier het zwak van mijn grootvader vleien zoudt met onuitvoerbare plannen te vormen.” + +</p> +<p>“Ik verzeker u, nicht, dat er geen opzet lag in ’t geen ik zeide, en dat het alleen volgde uit den loop van mijn gesprek met +uw heer grootpapa, hoewel ik blijf volharden in mijne meening dat een degelijk echtgenoot, die zich weet te doen achten, gansch +geen verwerpelijke gave is voor iedere vrouw in ’t algemeen en bovenal voor Majoor Frans in ’t bijzonder. Als gij dit comploteeren +noemt, ben ik hier een samenzweerder.” + +</p> +<p>Al sprekende zag ik haar aan met een vasten, uitdagenden blik, dien zij fier en vermetel beantwoordde, terwijl een gloeiend +rood, als van toorn, voorhoofd en wangen overtoog; maar op eens zag ik haar bleek worden, het gelaat afwenden, en ’t was alleen +met een gedwongen lachje, dat zij ten antwoord gaf: +<a id="d0e2140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2140">128</a>]</span></p> +<p>“Een samenzweerder die te minder gevaarlijk is, daar de generaal u bij de eerste aanleiding de beste zeggen zal, dat freule +Mordaunt geen anderen dan een schatrijken echtgenoot kan aannemen, en zooals gij zelf ons hebt medegedeeld, staan de van Zonshovens +niet op de lijst der hoogstaangeslagenen in de belasting.” + +</p> +<p>“Maar Francis?” viel de generaal in. + +</p> +<p>“Wel ja, bon Papa! dat is immers de standmeter waarnaar de heeren elkander heden ten dage schatten, en dit zult gij met mij +eens zijn: als Majoor Frans verkocht moet worden, dan moet het zijn tot den hoogsten prijs. En nu, neef Leo! gij valt gelukkig +niet in de termen, wij kunnen vrienden blijven; loop eens met mij naar buiten, ik zal u wat van het terrein laten zien; grootvader +kan mee wandelen, de wind is gaan liggen, de zon is doorgeschoten, het is bijna zacht lenteweer; ik heb ter eere van onzen +gast mijn tuinhoed opgezet, en hier is uwe muts, grootpa; de chambercloak maar wat toegeknoopt, mijn arm genomen en opgemarcheerd. +Die donkere, vochtige zaal geeft maar muffe en sombere denkbeelden,” en reeds sleepte zij den generaal mee, terwijl ik in +alle gewilligheid volgde. En ziedaar het waar en waarachtig verslag van mijne installatie op de Werve, die ik sinds, het zal +nu al drie weken zijn, niet weer verlaten heb!” + +</p> +<p>Francis had gelijk, het was zacht lenteweer geworden, en de bijkans tegen zijn wil naar buiten gevoerde grijsaard ondervond +den verkwikkenden invloed van frissche lucht en een ruim uitzicht, toen wij achter het kasteel om langs de volière voortwandelden, +de generaal door den arm zijner kleindochter gesteund, en ik naast haar gaande, luisterend naar haar opgewekten kout en de +malicieuse reparties die zij altijd klaar had, als er iets gezegd werd wat die uitlokte. Met eene oprechtheid die aan onvoorzichtigheid +grensde, gaf zij de wonde plekken van de Werve bloot. + +</p> +<p>“Neef Leo was nu toch huisgenoot en zou deze zelf <a id="d0e2151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2151">129</a>]</span>gauw genoeg opmerken, al wees men hem die niet aan,” gaf zij den generaal ten antwoord, die minder gulle bekentenissen had +gewenscht. + +</p> +<p>“Het is nu eenmaal niet anders, neef! Wij zijn hier niet rijk, en men moet het zijn om een landgoed als dit te bewonen en +te onderhouden; daarbij is het voor grootpapa geen tijd meer om te laten timmeren en verven, hier en daar wat glazen laten +maken zou juist geen luxe zijn, maar wat zal ik u zeggen, wij zien tegen het werkvolk op.” + +</p> +<p>De volière, die voorheen aangelegd was op eene grootsche schaal en met haar verguld netwerk het voorkomen had, eenmaal eene +menigte van kostbare en zeldzame bewoners te hebben geherbergd en den pluimgraaf handen vol werk gegeven te hebben, was nu, +zooals Francis niet naliet mede te deelen, op verlangen van den kapitein in eene simpele kippenren herschapen, terwijl er +tegelijk kalkoenen in opgesloten waren, bestemd om voor de tafel te dienen, “eene liefhebberij van Rolf, die er zelf voor +zorgt.” + +</p> +<p>Wij gingen langs eene zachte glooiing opwaarts tot aan een voormaals prachtigen steenen koepel, geheel in den rijken stijl +van de 18<sup>de</sup> eeuw, maar die ruwe witte muren toonde in plaats van het voormalig schilderwerk; de vocht en de achteloosheid der bedienden +hadden het geheel bedorven, bekende de generaal, “en daar het onze tijd niet was om zoo iets op te knappen,” voegde Francis +er bij, “liet ik een brocanteur uit Arnhem komen, die voor de rafelende lappen nog een redelijk sommetje bood. Toch is het +hier mijn lievelingsplek, al biedt het dak geen schuilplaats meer tegen regen en sneeuw; maar hier op die rustige bank, die +ik er heb laten zetten (gij moet weten, de kapitein kan zoo wat timmeren), zijn wij toch nog door de muren beschut; kom hier +wat zitten, grootvader! Neef Leo moet het heerlijke uitzicht genieten over de hoogten en laagten der heidegronden, door het +prachtige dennenbosch ter eener zijde begrensd.” +<a id="d0e2162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2162">130</a>]</span></p> +<p>Het was werkelijk een verrukkelijk uitzicht, en als de zon nu en dan door de wolken schoot en er hare lichttinten op wierp, +waren er effecten die een schilder in geestdrift zouden hebben gebracht. + +</p> +<p>Francis scheen met volle teugen en met de zorgeloosheid van een onnadenkend kind het verrukkelijke schouwspel te genieten; +maar de generaal werd blijkbaar aangegrepen door smartelijke bijgedachten. Ik raadde ze, al sprak hij ze niet uit. + +</p> +<p>Alles wat hier het oog aanschouwde, de rijke landerijen ingesloten, die maar even aan den horizont, links opdoemden, had eenmaal +tot de bezittingen van de Werve behoord; hij zelf had het goed onbezwaard in handen gekregen, en nú, geen duimbreed gronds, +geen strookje lands, geen enkelen boom kon hij in waarheid meer het zijne noemen, en daar zat zijne kleindochter, wie dit +alles had moeten ten goede komen, in argeloosheid neer, en hij kon haar niet anders nalaten dan eene ruïne, indien nog maar +eene “ruïne!” moest hij zich zelf zeggen, als hij moed had om tot in de diepte van zijn ongeluk neer te dalen. Dat mijn raadvermogen +mij niet bedroog, bewees mij niet slechts zijn somber zwijgen, de weemoedige blik, dien hij op Francis wierp, na het vergezicht +een tijdlang te hebben aangestaard, maar ook de vraag aan mij, waarmee hij zijn stilzwijgen afbrak, en die, schijnbaar doelloos, +mij zelf in het hart mijner overpeinzingen trof. + +</p> +<p>“Apropos, neef! wat is er van die zes meisjes geworden?” + +</p> +<p>Francis lachte luid. “Grootpapa, die op eens belangstelling toont in het lot van zes jonge meisjes tegelijk, dat’s nogal sterk!” + +</p> +<p>“Spot niet, kind!” gromde hij, en hervatte met zekeren ernst tot mij: “ik bedoel de zes freules d’Hermaele, die zusters uwer +moeder.” + +</p> +<p>“Gij wilt weten of Leo misschien door den tijd nog kans heeft om rijk te worden,” viel Francis weer in, <a id="d0e2177"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2177">131</a>]</span>met de haar eigene clairvoyance en vermetelheid; “dat’s mis, grootpapa, daar is niet één erftante bij. Heb ik het geraden, +Leo?” + +</p> +<p>“Maar al te goed. Twee harer zijn sinds lang overleden, twee anderen zijn redelijk goed gehuwd, daar zij niet tegen eene <i lang="fr">mesalliance</i> opzagen, maar zij hebben kinderen; tante Sophie alleen leeft nog en wordt zoo wat door de familie onderhouden, waartoe ik, +in tijd en wijle dat het lijden kan, ook het mijne bijdraag.” + +</p> +<p>“Tante Sophie!” herhaalde de generaal. “Hadden de Hermaeles de handigheid om Sophie Roselaer tot peettante te verkiezen?” + +</p> +<p>“Denkelijk wel, maar ik weet er waarlijk het fijne niet van te zeggen; mijne goede moeder sprak mij zelden van de familieomstandigheden?” + +</p> +<p>“Maar zou die tante Sophie dan ook de uitverkorene kunnen zijn van onze oude kwelgeest freule Roselaer.” + +</p> +<p>De generaal kwam op een voor mij zeer onveilig terrein. Ik kon, ik mocht niet oprecht wezen, en ik huiverde tegen dubbelheid, +onder de eerlijke opene oogen van Francis; zelve kwam zij mij onwillens te hulp. + +</p> +<p>“Zeker niet!” riep zij met hare gewone levendigheid, “want dan zou Leo het ons terstond wel gezegd hebben.” + +</p> +<p>“Dat is waar, kind, en gij, Leo, heeft men u behandeld zooals ons, en u zelfs geen kennis gegeven van haar overlijden, zelfs +niet uitgenoodigd om hare begrafenis bij te wonen?” + +</p> +<p>“Ik weet met zekerheid dat niemand van de familie daartoe uitgenoodigd is, en dat zij met den uitersten eenvoud door haar +dokter en haar notaris ten grave is geleid.” + +</p> +<p>“Dan is het ook niet twijfelachtig hoe wij door haar behandeld zijn,” sprak de generaal, met ergernis zijne kleindochter aanziende +en nu zijn onderzoek bij mij opgevend. “Ik voor mij had niet anders verwacht; wij zijn in vijandschap elkaar niets schuldig +gebleven, maar ik begrijp mij niet hoe zij het over zich heeft kunnen <a id="d0e2200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2200">132</a>]</span>verkrijgen, om het eenige kleinkind harer zuster zóó te berooven.” + +</p> +<p>“Maar is het dan zoo zeker dat zij dit gedaan heeft?” waagde ik aan te merken; “in Utrecht is het bekend dat hare testamentaire +beschikkingen minstens drie maanden moeten geheim worden gehouden.” + +</p> +<p>“Maar toch zeker niet voor de erfgenamen,” viel de generaal in; “neen! als zij Francis bedacht had zouden wij er al iets van +weten en dan zou zoo’n notaris zich niet verstouten ons zóó achteloos te behandelen; neen! het is maar al te zeker dat zij +de familiehaat zoo ver heeft gedreven, dat mijne arme kleindochter, die daaraan volkomen onschuldig is, er dus onder lijden +moet.” + +</p> +<p>“Zonder dat ik een oogenblik op zoo iets als een legaat heb gerekend,” viel Francis in, “moet ik u toch bekennen, dat het +mij eenigszins verwondert, dat tante Sophie ook mij in die familie-<i>rancune</i> heeft begrepen.” + +</p> +<p>“Waartoe verwondert u dat?” vroeg von Zwenken, haar aanziende; “gij hebt immers nooit iets van haar gezien of gehoord?” + +</p> +<p>“Dat heb ik juist wel; zeer toevallig, dat is waar, maar toch had zij bij die gelegenheid geen reden om zich persoonlijk over +mij te beklagen, hoewel het mogelijk is dat zij, zooals ’t mij meer gebeurt bij eene eerste ontmoeting (de ondeugende zag +mij even schalks aan), een kwaden dunk van mij heeft gekregen.” + +</p> +<p>“Dat lijkt op u,” gromde de generaal, “de eenige kans die u mogelijk gegeven was om de fortuin bij de haren te grijpen, willens +te veronachtzamen.” + +</p> +<p>“Maar grootpapa! gij verschiet daar uw kruit in het wilde; gij weet immers niet eens wat er tusschen de oude freule en mij +is voorgevallen?” + +</p> +<p>“Als het iets goeds ware geweest, zoudt gij het mij wel hebben medegedeeld.” + +</p> +<p>“Ik zweeg er van, omdat ik wist hoezeer het noemen van dien naam reeds uwe drift placht gaande te maken, en omdat ik het onnoodig +vond u opnieuw te verbitteren.” +<a id="d0e2223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2223">133</a>]</span></p> +<p>“Wat zal ik u zeggen, kind!” hernam de generaal met eene zachte bewogene stem, “ik zelf voelde mij te oud en te stram om nog +voor dat hatelijke wijf eene kniebuiging te maken, en ik geloof dat ik liever mijne hand had zien verdorren, dan die haar +toe te reiken ter verzoening; maar toch gij, ja ’t is een zwakheid, ik beken het voor u als voor neef Leo, als gij persoonlijk +uw pays met haar hadt kunnen maken, en ik daardoor wat meer rust had gekregen over uwe toekomst, dan zou mij dat zeer verheugd, +zeer verlicht hebben.” + +</p> +<p>“Jammer dat ik dit niet geweten heb,” zei Francis met een luchtig schouderophalen, “want wie weet, zoo ik de kennismaking +had voortgezet en eens mijn best had gedaan, hoe schitterend Majoor Frans er in haar testament ware afgekomen!” + +</p> +<p>“Maar weergasche spotster! vertel ons dan toch waar en wanneer gij die oude hebt gezien en gesproken?” + +</p> +<p>“Och, ’t is nog zoo heel lang niet geleden. Het was in het begin van dit jaar; gij weet wel dat ik de reis naar Utrecht moest +maken om zekere treurige oorzaak, waarmee Leo niets noodig heeft.” + +</p> +<p>“Zij wil ’t nooit weten als zij wat goeds doet!” viel de generaal in. + +</p> +<p>“Och, het was niets dan een zware plicht dien ik te vervullen had; ik moest den bekenden dokter D. raadplegen over eene ongelukkige +krankzinnige, die in een gesticht werd verpleegd. Niet al te best onderricht van de uren waarop hij te spreken was, en bovenal +omdat het met mijn tijd uitkwam, draafde ik, met mijne parapluie onder den arm, naar het huis van den grooten man, maakte +mij een weinigje boos op zijn bediende, die goed vond mij voor den volgenden dag te bescheiden, onder pretext dat het spreekuur +voor heden verloopen was, en zijn meester nu <i lang="fr">en famille</i> dejeuneerde, waarbij hij niet gestoord wilde zijn. Ik voor mij vond, dat er voor iemand van zijn vak dringender plichten +konden zijn dan een familie-dejeuner; ik dreigde, ik drong er <a id="d0e2239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2239">134</a>]</span>op aan gehoord te worden, en dwong hem met mijn kaartje binnen te gaan, hetgeen zeer onwillig, zeer schoorvoetend geschiedde; +de trouwe man wist misschien beter dan ik kon vermoeden, welke inspanning zijn heer, nà zulke stonde verpoozing, wachtte; +genoeg, mijn aanhouden zegevierde over zijn tegenstand, ik werd ten gehoore toegelaten, tot mijne bevreemding echter in de +huiskamer waar de beroemde man als een gewoon mensch zijn boterham zat te eten. Ik werd uitgenoodigd mee aan te zitten en +mij wat te verkwikken; straks zou men <i lang="fr">en tête à tête</i> besogneeren. Een goed ontbijt ziende, voelde ik zelve dat ik gespoord en gereden had, zonder aan eene behoefte te denken +die zich nu deed gevoelen; ik liet mij niet lang nooden en nam de plaats in die mij geboden werd tusschen twee dames van leeftijd, +die mij werden voorgesteld als des dokters zuster en hare vriendin. Daar het mij volstrekt onverschillig was hoe de vriendin +van juffrouw D. heette, en ik niet voornemens was mijne geheimen aan de ontbijttafel uit te storten, bekommerde ik mij niet +over die onwetendheid, en toch de dame, die mij met hare scherpe doordringende zwarte oogen voortdurend gadesloeg, begon mijne +nieuwsgierigheid te prikkelen. Zij scheen van eene opgewekte levendige natuur en railleerde zeer aardig over personen en zaken +van den dag; haar oordeel kwam mij voor heel helder te zijn, maar onbarmhartig. Hare geestigheid had iets bitters en inhumaans, +dat ik geen recht had haar te verwijten, omdat ik zelf juist zoo zacht niet ben uitgevallen als het de dwaasheden en de gebreken +mijner medemenschen geldt; maar hoe dat ook zij, het prikkelde mijn strijdlust; van <i>repartie</i> tot <i>repartie</i> liep het bijkans op een twist uit en....” + +</p> +<p>“Daar heb je ’t al!” riep de generaal; “die oude juffrouw zal zeker een vriendin van freule Sophie zijn geweest, en het werd +aan deze niet op de vriendelijkste manier overgebriefd.” + +</p> +<p>“Wees niet zoo voorbarig, grootpapa! Gij neemt de <a id="d0e2254"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2254">135</a>]</span><i lang="fr">pointe</i> van mijn relaas af eer het er aan toe is; het was tante Roselaer zelve met wie ik dus in discussie was geraakt; zij, de slimme +feeks, wist wie ik was en had mij, naar ik dacht, zoo eens willen schatten. Zij had de <i lang="fr">malice</i> gehad van haar eigen naam en persoon in ’t gesprek te mengen en scheen mijn opinie daarover te willen uitlokken. Voor die +verzoeking echter bezweek ik niet. Ik viel in met de mededeeling, dat mijne familie aan freule Roselaer geparenteerd was en +dat ik, meer dan mij lief was, gehoord had van de vijandelijke stemming der familieleden onder elkaar, maar dat ik mij toch +niet gerechtigd achtte, over eene dame die ik niet kende met eene andere die mij niet eens bij name bekend was te railleeren, +allerminst omdat ik het deloyaal achtte eene vijandin te bestrijden achter haar rug.” + +</p> +<p>“Ik dacht niet dat freule Francis Mordaunt zoo bang was voor een duel,” werd mij toegevoegd. + +</p> +<p>“Integendeel!” viel ik uit, “het duel is eene onmisbare zaak in eene maatschappij als de onze, het is eenigermate een veiligheidsmaatregel +tegen leugen en laster. Als ik freule Roselaer in persoon had ontmoet, zou ik haar mogelijk mijn cartel zenden.” Die wakkerheid +scheen de andere te voldoen. Zij gaf toe dat ik gelijk had en dat zij maar een spiegelgevecht had willen uitlokken, omdat +zij van mijne uitvallen had gehoord. Het compliment werd gereciproceerd; dokter D. en zijne zuster schenen daarbij niet op +hun gemak te zijn; de eerste hief de séance op, mij uitnoodigend hem in zijn kabinet te volgen. Toen ik hier had afgedaan +en mij wilde verwijderen ontmoette ik de mij nu bekende dame in de vestibule; zij vroeg mij of ik haar een eind weegs wilde +vergezellen; zij had nog een bezoek te brengen bij een vriend, waar het rijtuig haar zou komen afhalen. Ik gaf toe aan haar +verlangen, maar eenmaal wetende met wie ik te doen had, was ik op mijne hoede, en dat gaf zekere strakheid, vooral toen ik +op hare noodiging om een dagje bij haar door te brengen, een afwijzend antwoord gaf.<span id="d0e2265" class="corr" title="Bron: ”"></span> +<a id="d0e2267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2267">136</a>]</span></p> +<p>“Dat was onbeleefd en onvoorzichtig!” viel de generaal in met een hoofdschudden. + +</p> +<p>“Ik meende geheel in uw geest te handelen, grootpapa! door als excuus aan te voeren, dat ik geen uur langer te Utrecht kon +blijven dan de schikkingen die ik te treffen had noodig maakten.” + +</p> +<p>“Als de generaal u zóó slecht missen kan, is het gelukkig voor hem dat gij niet trouwt,” voegde zij mij toe; “of heb ik het +mis, en is er reeds een pretendent?” ging zij voort, mij met hare scherpe zwarte oogen aanziende of zij tot mijn binnenste +wilde doordringen. + +</p> +<p>Het antwoord dat ik haar geven kon was, zooals gij wel raden kunt, bon papa! zeer geruststellend voor u,” voegde Francis er +met een ondeugend glimlachje bij; “hoe zij het opvatte weet ik niet, want wij raakten op dat oogenblik in een moeielijk parket. +Een troepje jongelui van die soort, die meer op de sociëteit studeert dan in de collegiekamer, kwam arm in arm gestrengeld +op ons aanhorten, onder niet al te vleiende toespraak, hetzij freule Roselaer in Utrecht eene bekende en weinig beminde persoon +was, hetzij iets in haar of in mijn voorkomen den spot- of plaaglust opwekte dier onwaardige muzenzonen. Waarheid is, dat +haar hoed eenige modes ten achter was, en de mijne ook niet naar het laatste plaatje; daarbij zij met haar ouderwetschen <i lang="fr">boiteux</i>, ik met mijn regenmantel, beiden zonder crinoline; zij, omdat haar leeftijd haar ontsloeg aan zulke dwaasheid mee te doen, +ik, omdat ik nooit iets navolg dat ik belachelijk vind en niet verkoos mij door een cage te laten omsluiten, zagen wij er, +ik moet het erkennen, niet uit als zulke élégante dames, die voor diergelijke jongelui genoegzaam <i lang="fr">attraits</i> hebben om hunne courtoisie uit te lokken. Toch hadden ze ons gemis aan élégantie, dat hen niet deerde, als eene zeer verschoonlijke +fout kunnen overzien en ons ongemoeid laten voorbijgaan, maar het omgekeerde scheen hun meer piquant. Zij stelden zich in +onzen weg, sloten een kring om ons heen <a id="d0e2282"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2282">137</a>]</span>onder het toewerpen van allerlei ongepaste benamingen, waarvan “ohé! slappe juffrouw!” “ohé! <i lang="fr">mamsel boiteux!</i><span id="d0e2286" class="corr" title="Bron: ">”</span> en “hoed! hoed!” nog de minst onwelvoegelijke waren. Ziet gij, neef Leo! ik ben geen prude, die een vies mondje trekt als +zij een hartig woordje zou moeten spreken: <i lang="fr">je nomme un chat, un chat</i>, als het er op aankomt, maar lafheid en zoutelooze aardigheden ergeren mij op het hoogste, vooral van jongelieden uit den +zich noemenden beschaafden stand. Ik verkoos hier geen lijdelijk slachtoffer te blijven, en ware ik alleen geweest, ik had +er mij met mijne parapluie onder den arm wel doorgewerkt, maar ik mocht eene dame van tantes leeftijd niet blootstellen aan +hunne represailles. Gij zegt altijd, grootpapa, dat ik zoo onbesuisd te werk kan gaan als men mij driftig maakt, en ik beken +het gaarne, daar is wat van aan; maar in dezen verdien ik uw lof. Ik bleef uiterlijk kalm tegenover hen staan, trof hen niet +dan met den gloed mijner verontwaardiging die uit mijne oogen lichtte, en begon hen dapper de les te lezen over de weinige +humaniteit die zij, wetgevers, litteratoren en theologanten in dop, betoonden jegens personen die hun niets in den weg hadden +gelegd. Ik zei hun ronduit dat zij zich schamen moesten over zulke manieren, die men op zijn best in <i lang="fr">gamins</i> kon verschoonen; enfin, ik weet niet recht meer de juiste termen die ik gebruikte bij mijne allocutie; maar het bleek dat +zij doel troffen. Enkelen dropen zwijgend af, anderen weken beschaamd ter zijde, een hunner zelfs begon zijne excuses te maken +en bood zich aan, ons geleide te geven tot onze woning, eene hoffelijkheid die wij dankelijk afsloegen, zooals gij denken +kunt; daarbij hadden wij maar eene straat over te steken om bij den notaris van Beek te zijn, waar de freule wezen moest; +zij dankte mij met zekere warmte voor mijn bijstand, prees mijne kloekheid en tegenwoordigheid van geest, doch hield mij voor, +dat zulke overwinningen op den publieken weg eigenlijk niet te pas kwamen voor eene jonge dame van mijn stand. “<i lang="fr">Encore une victoire et me <a id="d0e2297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2297">138</a>]</span>voilà perdue!</i>” antwoordde ik lachend. “Het ware zeker welvoegelijker geweest, zoo ik het op mijne zenuwen had gekregen, maar aan die farces +doet Francis Mordaunt niet!” en hierop scheidden wij. “Had ik geweten, grootpapa! dat mijn relaas u zoo zou geamuseerd hebben +als ik nù zie, dan zoudt gij het al drie maanden eerder gehoord hebben, maar ik vreesde dat het u slechts verbitteren zou, +dat ik met tante Sophie in aanraking was gekomen, en daarom zweeg ik er van.” + +</p> +<p>“En daarna nooit weer iets van de freule Roselaer vernomen?” vroeg von Zwenken met eene verdrietelijke uitdrukking op het +gelaat. + +</p> +<p>“Neen, maar ik heb toch een vermoeden dat zij mij heeft willen verplichten. Hetgeen mij nog te Utrecht ophield, waren schikkingen +die ik had te maken om de goede verpleging van mijne patiënte te verzekeren. De geldkwestie was ook in dezen hoofdzaak, zooals +dokter D. mij had doen inzien. Welnu, in den loop van den dag kreeg ik een briefje van hem, waarin hij mij berichtte, dat +dit bezwaar voor mij uit den weg geruimd was door een zijner vermogende vrienden, die onbekend wilde blijven en geen dank +verlangde. Ik onderstelde dat die onbekende mijne nieuwe kennis was van dien morgen, en ik verzuimde niet in den aangegeven +toon het billet van den dokter te reciproceeren. Ziedaar, grootpapa! wat er is van mijne kennismaking met oudtante Sophie, +en waarom het mij eenigszins verwondert, dat zij naar uwe onderstelling ook mij in haar wrok tegen de familie heeft begrepen.” + +</p> +<p>De generaal fronste het voorhoofd en mompelde tusschen de tanden: “Och van dat wijf kan men alles verwachten.” + +</p> +<p>Maar voor mij was deze mededeeling een lichtstraal. Tante had haar testament veranderd na dit voorval, een paar maanden voor +haar dood, in ’t <i>belang van Francis</i> en <i>niet</i> om zich te wreken, dit bleek mij duidelijk; zij had zoo nauwkeurig naar mij geïnformeerd om mij tot <a id="d0e2314"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2314">139</a>]</span>haar mandataris te maken, en ik begreep nu beter dan ooit, dat ik Francis moest winnen, moest trouwen; en ik moet u bekennen, +Willem! dat die noodzakelijkheid mij niet zoo heel hard meer voorkwam. Het is waar, Francis had veel zonderlings, er was in +haar verleden allerlei dat mij nog opgehelderd moest worden eer ik haar met gerustheid, met vertrouwen mijne hand kon bieden, +maar toch zij had een flink karakter, dat bleek mij uit alles; zij was geen onbeduidende nuf, geen koud zelfzuchtig wezen, +dat aan niets dan aan haar opschik dacht en naar allerlei ijdelheid joeg. Zij had mannelijke deugden, en het kwam mij voor +dat zij zekere vrouwelijke gebreken miste; maar hare zucht tot onafhankelijkheid, hare zelfgenoegzaamheid zouden mij geducht +in den weg staan bij mijn veroveringsplan, dit zag ik reeds nu in. Den generaal tot bondgenoot nemen, die zich daartoe wel +zou leenen, indien hij alles wist, was zeker de zaak verkeerd aangrijpen. Ik had liefst nu op ditzelfde oogenblik volkomen +oprechtheid willen gebruiken en tante Roselaer gerechtvaardigd, die het waarlijk zoo kwaad niet met Francis had gemeend; maar +ik kon mij nog niet voorstellen veel bij Francis gewonnen te hebben, en als ik dan na die gulle bekentenis eens een even gul +antwoord ontving, dat mij van alle verdere moeite ontsloeg, wat dan? Wat moest er dan van dien ongelukkigen grijsaard worden +en van Francis zelve? Neen, ik moest eer ik sprak eenige zekerheid hebben dat ik mijn pleidooi zoude winnen; ook eenige zekerheid +voor mij zelven, dat ik geen zaak aanvaardde die vooruit verloren was; maar al ware ik tot het besluit gekomen om eens eene +eerste poging te wagen, het goede moment daarvoor was verloopen. Frits kwam op een drafje naar ons toe en zei tot Francis, +na zijn gewonen militairen groet: “Freule! de kapitein laat vragen of u wel aan de saus voor de pudding denkt, en of de freule +den sleutel wil geven voor de provisiekamer? want er is nog geen dessert klaargezet.” +<a id="d0e2316"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2316">140</a>]</span></p> +<p>“Heel goed, Frits! zeg aan den kapitein dat ik voor alles zal zorgen.” Toen tot mij: “Excuseer mij, Leo! plicht gaat vóór +genoegen, en mijn waardige adjudant herinnert er mij aan, dat ik nog keukendienst heb.” Meteen vloog zij op en was in een +wip uit mijne oogen. + +</p> +<p>“En voor mij zal het tijd worden om een weinig toilet te maken,” sprak de generaal opstaande. “Ik dineer nooit in mijne kamerjapon, +tenzij bij ongesteldheid; gij, neef! zult mogelijk uwe logeerkamer wel willen zien? Holà Frits! Frits!” + +</p> +<p>Frits, die met deftigen militairen stap Francis volgde, was nog genoeg in de buurt om de stem van zijn meester te hooren en +keerde tot ons terug. + +</p> +<p>“Frits! weet jij waar de jonker logeeren moet?” + +</p> +<p>“Zeker generaal! Ik heb de reistasch van mijnheer al boven gebracht.” + +</p> +<p>“Zoo! hadt gij een reistasch bij u?” vroeg de generaal met een glimlach, mij met eenig opzet aanziende. + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen oom! Was het al te onbescheiden, bij goede ontvangst op een paar dagen gastvrijheid te rekenen?” + +</p> +<p>“Wel, volstrekt niet, mijn jongen!” viel hij met gulheid uit; “en wat mij aangaat, wat afwisseling is mij zeer welkom; alleen +zie dat je ’t met Francis....” + +</p> +<p>“De freule heeft mij opgedragen Jonker van Zonshoven zijne kamer te wijzen,” sprak de trouwe Frits, als om zich te verontschuldigen +dat hij ons volgde. + +</p> +<p>“Dat’s juist wat ik je ook had te zeggen. Leo, verschoon me zoo ik niet zelf de trappen met je oploop,” en hiermede scheidden +wij, daar wij in de groote vestibule waren gekomen en Frits mij voorging links af, een breede eikenhouten trap op, die naar +de eerste verdieping voerde van den linkervleugel, juist die welke mij had toegeschenen in niet zeer bewoonbaren staat te +zijn; toch was het eene ruime, oogenschijnlijk goed gemeubelde kamer, die Frits voor mij opende, waar een groot ouderwetsch +ledikant met rood moré gordijnen mij het <a id="d0e2337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2337">141</a>]</span>eerst in ’t oog viel. Overigens moest ik mij eene wijle aan de duisternis gewennen die er heerschte, eer ik onderscheiden +kon met welke soort van behangsel het vertrek gestoffeerd was, want zeker uit gewoonte had men van de drie hooge ramen slechts +een der blinden opengemaakt, en nog wel slechts ten halve; ook toen Frits vroeg of ik nog iets had te belasten, wees ik op +die bijzonderheid en gelastte hem wat licht te maken. + +</p> +<p>Hij verroerde geen vin en bleef stokstijf staan, terwijl hij sprak: + +</p> +<p>“Jonker! de freule heeft gezegd dat de blinden gesloten moeten blijven, anders komt er te veel licht.... want er zijn geen +gordijnen....” + +</p> +<p>“O! dat zegt niets, doe maar open.” + +</p> +<p>“Ja maar, ook om de tocht, want, ziet u, omdat er nooit logés komen, is dat bij ongeluk vergeten, en, maken gaat nu zoo gauw +niet.... hier op het dorp is geen glazenmaker.” + +</p> +<p>Ik begreep hem: er waren wel wat veel ruiten stuk. “Nu, dan is het goed, Frits. Ik zal mij behelpen met het licht van dit +eene raam,” en ik liet den goeden man gaan, wiens trouw aan de zaak zijner meesteres uit zijne verlegenheid sprak. Het eene +blind, geheel geopend, liet genoeg licht door, en de enkele ruit die er stuk was had men zorgvuldig met wit papier beplakt, +zoodat het niet te veel tocht doorliet. Het bleek mij nu dat er een geschilderd behangsel was, in vakken verdeeld, met vergulde +baguettes omlijst, terwijl de <i lang="fr">boiseries</i> en de <i lang="fr">dessus de porte</i> mede geschilderd en verguld waren, alles <i lang="fr">style Louis XV</i>, maar kennelijk door geene meesterhand uitgevoerd, en sinds zonder eenige zorg voor het onderhoud aan vocht en bederf overgelaten, +die er dan ook alle denkbare schade aan hadden toegebracht, in vereeniging met ratten en muizen, die hier en daar gaten in +het doek hadden gebeten. Met de meubels was het eveneens gegaan. Het rood damast en de zijden koorden en kwasten van eene +prachtige sofa, die in een hoek <a id="d0e2358"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2358">142</a>]</span>stond, was niet slechts verbleekt, maar op menige plek zoo verscheurd en versleten, dat het paardenhaar er door kwam; daarbij +waggelde zij op drie pooten, terwijl er van de hooge, antiek gebeeldhouwde stoelen, eveneens met roode zijde bekleed, niet +één was waar men met volkomen gerustheid op kon gaan zitten; daarentegen stond een tafel met een marmeren blad zoo goed op +zijn drie berenpoten met vergulde klauwen, of hij u uittarten wilde hem te verzetten; maar het blad zelf was overal gebarsten +en miste hier en daar stukken uit het mozaïk ornament dat eene ster moest voorstellen. + +</p> +<p>Tegen deze prachtige maar verwaarloosde antiquiteiten vloekte een hoogst eenvoudige moderne waschtafel, van grijs geschilderd +hout, met lichtgroene randen, die hier zeker <i lang="fr">à mon intention</i> was neergezet, vlak onder een ovalen spiegel in rococostijl, die echter zooveel geleden had van den invloed der vochtige +dampen, dat hij geheel onbruikbaar was. Gelukkig had ik een zakspiegeltje in mijne tasch, dat mij voldoende hulp verleende +om mij een weinigje op te knappen voor het diner, sinds ik gehoord had dat de generaal aan die étiquette hechtte; Francis +had mij gewaarschuwd dat er een etensbel werd geluid, en dat men stipt op het appèl moest zijn, wilde men den Generaal en +zijn staf! geene ergernis geven. Ik was in een oogwenk gereed, en daar ik mijne kamer niet nauwkeurig behoefde rond te kijken +om te weten dat zij het symbool was van de gansche Werve: <i>Vervallen Grootheid</i>, verkwikte ik mij met het heerlijke uitzicht dat men genoot, reeds uit het eene raam dat met schik kon geopend worden. Heenziende +over den vijver rondom het kasteel, die bijkans tot een moeras was uitgedroogd, breidde zich een prachtig Geldersch landschap +voor het oog uit. Rechts op eenige minuten afstands, lag de ruïne van het alleroudste kasteel die ik mij voornam eens te bezoeken. +Er stond nog een zware, vierkante toren, die bewoonbaar was.... voor kraaien en uilen, welke daarvan zeer dapper gebruik maakten; +de bogen die vroeger <a id="d0e2368"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2368">143</a>]</span>de gekleurde glasruiten hadden omsloten, waren nog in hun geheel; guirlandes van klimop wonden zich er om heen, dat nu met +de lente aanving nieuw blad te maken. Het moest eene statige ruïne zijn, die ik mij zou aantrekken om haar in wezen te houden +als mijne rechten op de Werve eenmaal verzekerd waren. Want ondanks alles kon ik niet nalaten, het kostbare landgoed aan te +zien met de oogen van een aanstaanden eigenaar. Ik was het reeds in zekeren zin, en niets kon mij hinderen het te aanvaarden +als.... Francis maar wilde.... Daar luidde de etensbel; ik haastte mij aan de noodiging te gehoorzamen. Ik was zeer nieuwsgierig +hoe Francis er uit zou zien als zij een weinig toilet had gemaakt, hetgeen te onderstellen was uit de exigenties van den generaal; +maar tegelijk zou ik er voor mij zelf een goed voorteeken in zien, na ons gesprek van dien morgen. + +</p> +<p>De generaal was reeds gezeten, en wees mij de plaats naast hem aan de langwerpig vierkante tafel, een meubel dat zeker al +diensten had verleend onder het souvereine beheer van oud-tante Sophie, zonder iets van zijne soliditeit te hebben verloren, +en waaraan met gemak een twintigtal gasten had kunnen plaats nemen, en wij zouden met ons vieren zijn! Ik stelde mij de gezelligheid +voor van een groote table d’hôte, waaraan men met zijn vieren dineert. De kapitein, ook present, nam zijne plaats in over +mij, en Francis, die in zekere gejaagdheid kwam binnenstormen, zette zich naast hem neer! Daar zat zij dan in dezelfde verflensde +pensée blouse, die al terstond haar rijkleed had vervangen, de prachtige lokken met meer haast dan bevalligheid in een koordzijden +net gestopt, dat zwaar neerhing onder dien rijken last. Een verkleurd sjaaltje was losjes om den hals geknoopt, als om diens +slanken vorm en blankheid te verbergen, zelfs het eenvoudige heldere boordje ontbrak, dat dit genegligeerde toilet nog eenige +frischheid had kunnen bijzetten. Zeker, ik had niet kunnen verwachten dat zij zich in dit oogenblik als eene prinses in een +<a id="d0e2372"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2372">144</a>]</span>tooverballet zou hebben opgesierd; maar dat volslagen afwezen van alle coquetterie scheen mij van zoo slechte beduidenis, +dat ik, na haar even te hebben aangezien, den blik teleurgesteld en ontmoedigd van haar afwendde. De ondeugende moet iets +van die misrekening hebben opgemerkt, want een malacieus glimlachje plooide zich even om haar mond, terwijl zij haar levendige +blauwe oogen uittartend op mij richtte, als had zij mij willen zeggen: “Reken er op dat het mij niet schelen kan hoe gij mij +vindt!” Overigens wijdde zij zich aan hare plichten van gastvrouw met voorbeeldigen ijver en groote bedrevenheid. Zij diende +de soep voor, sneed de vleeschen en zorgde zelfs voor schoone borden, daar Frits zijn zaak als afgedaan scheen te beschouwen, +zoodra hij de gerechten had opgebracht. De beide heeren, en ik op hun voorbeeld, moesten zich lijdelijk schikken naar deze +tafelorde, en zoo had zij het dan ook druk genoeg. Maar.... een middagmaal voor drie, met een onverwachten gast meer en buiten +op een afgelegen kasteel, bij lieden die zelf bekennen: “<i lang="fr">qu’ils sont pris au dépourvu</i>,<span id="d0e2377" class="corr" title="Bron: ">”</span> en die daarenboven in <i>gène</i> leven, kon toch zooveel dienens niet eischen, zult gij zeggen; en gij zoudt gelijk hebben, want ik zelf had het mij zoo voorgesteld, +maar op de Werve gaat alles.... zooals het niet gaan moest, althans zooals men het niet had kunnen wachten. + +</p> +<p>Werkelijk was het niet dan hun gewone tafel, en toch was er een overvloed en eene verscheidenheid van spijzen en zulke jacht +op delicatesse, dat het zeer goed voor een fijn diner kon passeeren. Wij hadden, behalve de soep en een gerookte runderrib, +fijne geconserveerde groenten, “het surrogaat van de primeurs,” zooals de generaal zich uitdrukte, nog patrijzen in gelei, +een schotel <i lang="fr">poulet au riz</i>, waarmee wij ons maal hadden kunnen doen, en jonge kropsalade met gebakken paling, waarvan de kapitein lachend vertelde “dat +hij hem in de fuik was geloopen, expresselijk om mij te fêteeren.” + +</p> +<p>Voor plat-doux een pudding met de fameuse saus, in <a id="d0e2390"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2390">145</a>]</span>welks belang Francis zelve naar de keuken was opgeroepen, en voorts een compleet dessert. + +</p> +<p>De verschillende wijnen, die de kapitein, permanent tot schenker gepromoveerd, met al te veel gulheid en snelheid elkander +deed opvolgen, voltooide die tafelweelde. Zij waren van de fijnste merken, en onze gastheer zoowel als zijn <i lang="fr">aide de camp</i> zorgden wel dat ik deze bijzonderheid niet overzag. Met kennelijke voorliefde werden mij de kwaliteiten en de jaartallen +der extraatjes aangewezen, en hoewel ik mijn best deed om niet al te veel onverschilligheid te toonen en mijne soberheid te +verontschuldigen met de gewoonte van onthouding, die ik mij van jongs aan had eigengemaakt, zag ik wel dat mijn gebrek aan +geestdrift op dit punt hen eenigszins teleurstelde. + +</p> +<p>Aan die luxe der spijzen beantwoordde echter noch het servies, noch het tafellinnen. Het eerste, Fransch porselein, uit hetzelfde +tijdperk als de meubelen en ’t goudleer behangsel, had blijkbaar veel aanstoots geleden van de ruwe hand des tijds of der +bedienden, en was niet slechts gekramd, maar ook niet meer voltallig, en ’t ontbrekende was vervangen door gewoon aardewerk, +hetgeen den luister en helaas! ook de leemte van het geheel te sterker deed uitkomen. Het groote damasten tafellaken, dat +het huwelijk van eene Spaansche infante voorstelde, had zeker dezelfde dienstjaren als het servies; het was keurig fijn, maar +versleten, en niet altijd met goed geluk gerepareerd; en wat het zilver betrof, uit zekere wenken door Francis met de heeren +gewisseld, uit de haast waarmee ze de gebruikte vorken en lepels naar de keuken zond en terug liet brengen, bleek het duidelijk +dat er geen vol dozijn aanwezig was; daarentegen was er overvloed van keurig glaswerk, waarop de kapitein mij attent maakte, +als vreesde hij dat deze bijzonderheid mij zou ontgaan, terwijl hij er bijvoegde: “Ik voor mij hecht niet aan al die fraaiigheid. +In den tiendaagschen veldtocht heb ik bier gedronken uit een <a id="d0e2399"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2399">146</a>]</span>melknap en champagne uit boeren theekommetjes, en het smaakte er mij niet slechter om.” + +</p> +<p>“Mits de kommetjes maar niet te klein waren,” vulde Francis aan. + +</p> +<p>“Maar de generaal,” ging Rolf voort, zonder de hatelijkheid te releveeren, “de generaal is zoo gesteld op alles wat exquis +is, dat hij liever geen <i>IJquem</i> zou drinken, als hem geschonken werd uit een schellings glas! en daar onze majoor.... ik wil zeggen de freule oppergebiedster, +steeds eene verregaande onverschilligheid toont op dit punt, heb ik mij eens en voor altoos belast met de zorg om het buffet +van Zijne Excellentie in goede orde te houden.” + +</p> +<p>Ik kon niet anders dan hem een compliment maken over zijn <i>zêle</i> in dezen, maar toch was er iets in de wijze waarop hij soms den generaal zijn titel gaf, dat mij niet beviel, iets sarcastisch +dat den grijsaard treffen moest, naar ik mij voorstelde, hoewel deze zich hield of de speldeprik hem niet raakte. De inferioriteit +van zijn middelen bij zijne superieuren rang, die vermoedelijk de heimelijke jaloezie opwekte van zijn voormaligen krijgsmakker, +werd hem dus voelbaar gemaakt op eene wijze waarbij elk ander met verontwaardiging zou zijn opgesprongen of zich door een +scherpe repartie hebben gewroken; maar het scheen dat aan von Zwenken daartoe geest- of wilskracht ontbrak, of dat hij uit +rustliefde het hoofd daaronder boog en de lichte kwetsuur ontveinsde. + +</p> +<p>Francis daarentegen was meer fijnvoelend en gansch niet gezind zulke lankmoedigheid te oefenen; ook liet zij niet na telkens +represailles te nemen op eigenaardige wijze. + +</p> +<p>“Foei, kapitein!” viel zij in, “gij moet dat niet zoo aan de klok hangen, dat gij hier foeriersdienst doet! Zijt gij misschien +bang dat Jonker van Zonshoven niet zal opmerken hoe gij u verdienstelijk maakt! Maar ziet gij, als iedereen hier zich wilde +getroosten mijn régime te volgen en zich wist te vergenoegen met ons kristalhelder <a id="d0e2417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2417">147</a>]</span>bronwater, dan zouden al die ijver en zorg voor kelderprovisie en kostbaar drinkgeschir overbodig zijn.” + +</p> +<p>Werkelijk had ik opgemerkt dat Francis niets dan water dronk en dat er op dit punt tusschen haar en den kapitein meermalen +een geheimzinnig gebarenspel plaats vond, waarna hij telkens met kennelijk verdriet en teleurstelling zich onthield. Nu geprikkeld +door haar rechtstreekschen aanval, viel hij uit: “Precies, freule! daartoe zoudt gij het graag willen brengen, opdat welhaast +keldermeester en foerier zelf als overcompleet op retraite kon worden gesteld, en dan zou het hier de volmaaktheid wezen, +niet waar?” eindigde hij met eene mengeling van bitterheid en weemoed, waarbij zijne lippen trilden. + +</p> +<p>“Gij weet wel dat het zoo niet gemeend is, kapitein!” gaf Francis ten antwoord met zekere norschheid, waarin toch goedhartigheid +den boventoon had. “Gij weet wel dat wij u hier niet kunnen missen, en dat ook niet wenschen, al blijf ik er bij dat het ons +allen goed zou zijn zekere overdaad te besnoeien.” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Le luxe c’est le nécessaire</i>,” verzuchtte von Zwenken. “Mij ten minste, dat wil ik wel erkennen, neef!” ging hij voort, tot mij gewend; “en ongelukkig +is Francis dat in ’t geheel niet met mij eens; of ’t al niet erg genoeg ware, hier op de Werve in volstrekte afzondering te +leven, zou zij mij ook wel willen beduiden, dat ik het recht niet meer heb op eene tafel naar mijn smaak en rang, sinds ik +mijn pensioen heb genomen.” + +</p> +<p>“Het recht daarop, grootpapa! betwist ik volstrekt niet,” viel Francis in met een pijnlijken glimlach; “alleen....” + +</p> +<p>“Als we onzen commandant in dezen lieten begaan,” hervatte kapitein Rolf met eene poging om door scherts eene afleiding te +maken, “dan zoudt gij zien, dat wij welhaast op half rantsoen gesteld werden. Zij verbeeldt zich altijd dat de Werve eene +omsingelde vesting is, die een hard beleg zal hebben uit te staan, en dat men niet spaarzaam genoeg kan zijn met de vivres, +alsof zij niet <a id="d0e2432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2432">148</a>]</span>een actief adjudant had, die er goed slag van heeft om de noodige fourage binnen te brengen.” + +</p> +<p>“Ik ontzeg u zoomin goeden wil als behendigheid, kapitein!” hernam Francis, zijne intentie steunende; “ik zeg alleen: men +moet met de krijgskas te rade gaan, en dan....” + +</p> +<p>“Ah bah! wij hebben een Minister van Oorlog die het zoo uitmuntend met de Kamer kan vinden, dat er een schitterend budget +te gemoet wordt gezien,” viel de kapitein in; “ik verwed er mijn eerste luitenants-pensioen onder, dat er met nieuwjaar voor +hoofdofficieren verdubbeling van tractement en verhooging van pensioen is te wachten.” + +</p> +<p>“Zoudt ge ’t waarlijk denken, Rolf?” vroeg de generaal met eene naïeve levendigheid, die ons allen glimlachen deed. + +</p> +<p>“Wel zeker, Uwe Excellentie! en als de Majoor mij dan maar met de administratie laat begaan, sta ik er voor in, dat er nog +wel een toertje naar Wiesbaden op over zal schieten.” + +</p> +<p>Het diner had den generaal wat geanimeerd; reeds waren zijne bleeke wangen meer gekleurd en stonden zijne oogen minder dof; +nu schenen ze op eens als van onnatuurlijken gloed te schitteren; het bloed steeg hem naar het voorhoofd en de aderen zwollen +op. + +</p> +<p>“Nu, kapitein,” ving hij aan, “als gij dat mirakel wist te bewerken....” + +</p> +<p>Maar plotseling zweeg hij, verbleekte en sloeg de oogen neer voor den scherpen, bestraffenden blik, dien Francis hem toewierp, +terwijl zij inviel: + +</p> +<p>“Dankje kapitein, ik houd niet van kunstmiddelen, en mijn grootvader is niet meer van den leeftijd om te reizen....” + +</p> +<p>“Dat zoudt gij wel beter zien, Majoortje, als wij maar eens zoo ver waren.... want gij zoudt het bataillon toch wel willen +begeleiden....” plaagde Rolf. + +</p> +<p>“Dat zou een waar genot voor me zijn, het toezicht te houden over een paar groote kinderen, die niet wijs <a id="d0e2454"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2454">149</a>]</span>genoeg waren om alleen te loopen....” beet Francis hem toe, maar op gedempten toon, zoodat de generaal bij zijne hardhoorendheid +de woorden niet verstond; doch hij raadde den zin, en zich tot mij keerende sprak hij wrevelig: + +</p> +<p>“Mijne kleindochter heeft de manie om mij altijd ouder en zwakker voor te stellen dan ik werkelijk ben,” en in één teug ledigde +hij zijn glas, dat de kapitein onverwijld weer vulde, terwijl von Zwenken voortging: “niet om mijn ouderdom, maar om haar +drijven heb ik mij uit den dienst teruggetrokken!” + +</p> +<p>“Grootpapa!” sprak Francis gekrenkt, maar toch met kennelijke zelfbeheersching, “ik zou daar veel op kunnen antwoorden.... +zoo wij alleen waren, maar, wij zijn <i>niet</i> alleen en het is beter dit chapitre maar te laten rusten, dat alles behalve amusant is voor neef Leopold.” + +</p> +<p>“En ik moet Zijne Excellentie herinneren, dat wij nog niet eens de gezondheid gedronken hebben van onzen gast....” viel de +kapitein in, zichtbaar in onrust over de wending die het discours had genomen. + +</p> +<p>Ik voor mij dacht aan de uitspraak, dat een droge bete en rust daarbij beter is dan een huis vol geslachte beesten met twist.... +en tegenover hunne délices herinnerde ik mij de spinasie van mijn kok met slechte boter en een dor stukje vleesch en de kalmte +die ik daarbij genoot in mijne eenzaamheid; maar toch gaf ik Francis in mijn hart gelijk dat zij zich ergerde aan een overdaad +en verfijning van tafelgenot, die zoo weinig voegde bij dit in puin zinkend huis. + +</p> +<p>De toast, door den kapitein als <i lang="fr">pare-tonnerre</i> voorgesteld, bleef toch niet achterwege. + +</p> +<p>Ik moest mij dit laten welgevallen en mijn glas aan de lippen brengen, ware ’t ook alleen om de goede intentiën van Rolf te +steunen. Francis knikte mij vriendelijk toe, legde met zekere drift hare hand op den arm van den kapitein, die deze gelegenheid +wilde aangrijpen om haar in te schenken, en achtte zich nu gerechtigd <a id="d0e2474"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2474">150</a>]</span>op te staan, daar zij geen deel wilde nemen aan het dessert, ondanks het wrevelig hoofdschudden van den generaal; zij schelde +Frits, die sigaren presenteerde, en trok zich terug in de <i>suite</i>, waar ik haar, juist omdat ik vlak tegenover den spiegel zat, kon gadeslaan, zonder dat zij het bemerkte. + +</p> +<p>Zij wierp zich in een hoek van de breede oud-modische canapé en wrong beide handen boven haar hoofd samen, terwijl zij zich +de lippen verbeet om geen kreet te slaken. Door de snelle en forsche beweging, waarmee zij het hoofd liet neervallen, gleed +het zijden net af, en de zware lokken vielen weer in vollen rijkdom neer over hals en schouders, bijkans tot op den grond; +zij scheen het niet te bemerken, maar bleef in dezelfde houding liggen met gesloten oogen en samengeklemde lippen, een beeld +der diepste mismoedigheid; ik wendde mijn blik niet van haar af, terwijl ik voorgaf naar den kapitein te luisteren, die nu +eerst recht op zijn praatstoel geraakte en mij een glorieus tafereel ophing van zijn krijgstocht naar Hasselt en Leuven, waarbij +hij de Willemsorde verdiende, en dientengevolge in lateren tijd tot den luitenantsrang werd bevorderd; hij had een geduldig, +maar niet zeer opmerkzaam toehoorder in mij, terwijl de generaal zachtjes aan indommelde, als onder het snorren der kogels +en den kruitdamp van de <i lang="fr">mélée</i>, waarbij Rolf zijne lauweren won, en die hij zoo plastisch mogelijk voorstelde. + +</p> +<p>Francis lag daar intusschen kennelijk worstelend in een zwaren innerlijken strijd, die voor mij veel meer beteekenis had dan +de heldendaden onzer dapperen, die al dertig jaren in ’t verleden lagen. Juist toen Rolf een Belgisch vaandel aan flarden +reet en een hoop “muiters” op de vlucht joeg, scheen de zielesmart van Francis tot haar hoogste punt gekomen; zij barstte +in tranen uit, en hield haar zakdoek voor ’t gelaat, als om haar snikken te smoren. Ik kon het niet langer uithouden; gekomen +in het vaste denkbeeld dat ik eene Xantippe zou moeten temmen, zag ik meer en meer in, dat er een slachtoffer <a id="d0e2486"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2486">151</a>]</span>was te redden. Ik liet den kapitein aan de oude cognac, die hij zeide noodig te hebben tegen de verkoeling van de vruchten, +zag even naar den generaal, die de hoorbare bewijzen gaf van de diepste ruste, en liep met zachte, snelle schreden naar Francis +toe, terwijl ik mijne sigaar wegmoffelde. + +</p> +<p>Snel hief zij zich op, blijkbaar wat onthutst door mij in hare mismoedige bui verrast te worden; maar zij hervatte terstond +haar <i>aplomb</i>. + +</p> +<p>“Gij kunt gerust rooken, neef, als gij met mij praten wilt,” voegde zij mij toe, met eene poging om te glimlachen. + +</p> +<p>“Dat is mijne gewoonte niet tegenover....” dames mocht ik niet zeggen, ik bleef in mijne phrase steken. + +</p> +<p>“Kom! gekheid, zoo’n nuf ben ik niet, dat weet gij nu wel. Wilt gij dat ik koffie voor u zal zetten? De heeren dáár gebruiken +die niet, zij blijven rooken en drinken tot dat....” + +</p> +<p>Op hare beurt was zij wat verlegen om te voleinden, dus viel ik in: + +</p> +<p>“Ik wil niets dan een oogenblik vertrouwelijk met u spreken; gunt gij mij dat?” + +</p> +<p>“Wel zeker, dat zal mij pleizier doen; neem dien fauteuil en ga over mij zitten, dat praat het gemakkelijkst.” + +</p> +<p>Ik volgde hare aanwijzing en zij ging voort: + +</p> +<p>“Zeg me allereerst of gij nu begrepen hebt, waarom ik hier geen gast wil hebben?” + +</p> +<p>“Zoo ongeveer.... ik onderstel dat gij vereenvoudiging wenscht, die de heeren niet goed vinden, en den omslag dien gasten +noodzakelijk maken liefst wilt vermijden.” + +</p> +<p>“Nu, voorwaar! gij zult niet weer eerst raden, dat’s slim van u, dàt uitgevonden te hebben na ’t geen gij hier reeds hebt +bijgewoond!” en de ondeugende lachte mij helder uit; maar zij was weer in goede luim geraakt, en dat was altijd iets; hetgeen +ik giste durfde ik niet uitspreken. +<a id="d0e2513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2513">152</a>]</span></p> +<p>“Ik zie wel, ik moet u zelve op de hoogte brengen, anders komt gij er niet. En dàn studeeren de mannen voor rechters en advocaten! +en zien niet verder dan hun neus lang is! Wat Shakespeare gelijk had, dat hij Portia gebruikte om een pleidooi te winnen, +waarbij het op menschenkennis en scherpzinnigheid aankwam.” + +</p> +<p>“Ondanks mijn respect voor Portia en mijne bewondering voor Shakespeare, moet ik u toch doen opmerken, dat ik <i>niet</i> heb gestudeerd, hoewel ik overtuigd ben dat mijn gebrek aan doorzicht in dezen daarmee niet in verband staat.” + +</p> +<p>“Niet gestudeerd! ’t is waar ook, hoe komt dàt? gij zoudt mij dat verteld hebben?” + +</p> +<p>“Dat zal ik u vertellen, Francis; maar laten we eerst van u zelve spreken; hoe kortzichtig gij ook meent dat ik ben, toch +heb ik doorzien, dat gij niet gelukkig zijt, en dat grieft mij; schenk mij uw vertrouwen; mogelijk vinden wij samen het middel +om uit den weg te ruimen, wat u tegen is....” + +</p> +<p>“Met de lamp van Aladin in de hand, en het <i lang="fr">Sésame ouvre toi!</i> als parool, niet waar?” sprak zij met een minachtenden lach, waarin bitterheid school. “Neen, beste Leo, onderneem dat maar +niet, gij zoudt menschen en toestanden beiden moeten veranderen, en nòg! Neen, vertel mij liever van u zelven; dat zal mij +afleiding geven, en die heb ik allereerst noodig. Eilieve! zie ginds die heeren der schepping, mijn dagelijksch gezelschap, +mijne eenige omgeving,” ging zij voort, even den blik naar de eetzaal wendende; “zij zijn op het hoogtepunt van hun levensgenot +gekomen, de generaal is met de sigaar in den mond in slaap gevallen, en de kapitein heeft genoeg van zijn cognac; hij stopt +zijne groote duitsche pijp en waggelt naar de billardkamer om in zijn eentje te smoken! Zij komen niet weer bij vóór de thee; +wij hebben een goed rustig uurtje voor ons. Kom aan, biecht eens op,” ging zij voort, nu tot mij op een gansch anderen toon +dan die van laatdunkende bitterheid, <a id="d0e2530"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2530">153</a>]</span>waarmee zij over “die heeren der schepping” gesproken had, “en zeg mij waarom gij geen advocaat zijt geworden?” Zij vestigde +al sprekend hare groote blauwe oogen op mij, met eene mengeling van belangstelling en wantrouwen, of ze mij verdacht een gesjeesde +student te zijn. + +</p> +<p>“Eenvoudig omdat mijn goede vader al te vroeg gestorven is....” + +</p> +<p>“Een <i>goede</i> vader sterft altijd te vroeg voor iedereen,” hernam zij met een licht schouderophalen; “zelfs een slechte, die zich niet +om zijn kind bekommert, is nog een verlies; de uwe liet dus niets na?” + +</p> +<p>“Dan eene weduwe die gewoon was van een vrij goed tractement te leven, en die nu plotseling op een pensioen werd gesteld dat +slechts een derde daarvan bedroeg. Wij bezaten niets daarnevens dan een titel en antecedenten, die allerlei eischen stelden, +waaraan wij niet meer konden voldoen. Mijne moeder, Brusselsche van geboorte en sinds haar huwelijk in den Haag overgeplant, +voelde zich daar recht thuis, en had zich een schrikbeeld van Leiden gemaakt, dat ik haar niet uit het hoofd konde praten; +zich bekrimpen, zich behelpen wilde ze, desnoods op eene kamer van eene derde verdieping, maar den Haag te verlaten om te +Leiden samen te gaan wonen met mij, dat scheen haar eene ondragelijke ballingschap. Ook wachtte ik mij wel het haar voor te +stellen, want zij zou het om mijnentwille hebben aangenomen; en zwak en teergevoelig als zij was, kon het haar dood zijn geweest. +Zij verbeeldde zich dat ik toch wel kon blijven studeeren; zij wilde zoo graag heel zuinig zijn voor mij, en ik had immers +nooit zulke groote sommen noodig gehad. Dat was waar. Met de bewustheid, dat er geene fortuin voor mij was weggelegd en dat +mijne ouders het hunne best konden gebruiken, had ik altijd getracht hen het minst mogelijke te kosten, en had met copieeren +en werken voor anderen aangevuld wat er aan mijne toelage te kort kwam. Maar nu! de kosten van tweeërlei huishouding <a id="d0e2541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2541">154</a>]</span>konden niet bestreden worden met haar schraal pensioen, zelfs al leefde ik te Leiden zooals ik geleefd had. Er werd nu veeleer +van mij gevorderd te werken voor haar, zou zij niet allerlei lasten en ontberingen lijden. Zoo gaf ik er de studie aan en +wendde voor dat ik den lust tot studeeren verloren had, allereerst tegen mijne moeder zelve en hield die rol vol zelfs tegenover +vrienden en academie-kennissen. Ik wilde niet, dat men haar verwijten zoude doen, evenmin dat men mij zoude beklagen! Ik beproefde +wat ik met mijne nog weinig geoefende talenten als auteur vermocht. Ik begon met vertalen, en de hemel weet wat al onbeduidende +romans ik op boekverkoopers-bestelling in den kortst mogelijken tijd heb afgeleverd; intusschen klopte ik hier en daar aan +om aan een ambt of in eene betrekking te geraken, die wat betere uitzichten voor de toekomst beloofde; tevergeefs: altijd +stiet ik het hoofd omdat ik geen Mr. voor mijn naam kon zetten. Zoo tobde ik een tijdlang, eer ik zekere litterarische connexiën +had aangeknoopt, die mij op weg hielpen; maar toen eens mijn pseudoniem een goeden klank had gekregen, ging het vrij goed; +niet zonder inspanning, niet zonder offers, dat is zoo, maar toch geene die mij te zwaar vielen. Mijne moeder leed geene al +te groote ontberingen, behoefde zich niet op eene derde verdieping te verschuilen, noch aan alle gezellig verkeer te onttrekken, +en ik kon haar van tijd tot tijd laten deelen in genoegens en uitspanningen, die haar tot behoefte waren geworden. Toch bleek +het dat hare zwakheid niet bestand was om den schok te dragen, dien zij had moeten doorstaan; tevergeefs trachtte zij het +voor mij te verbergen dat zij leed, ik bemerkte het aan alles dat zij de smart van haar verlies niet te boven kon komen. Zij +verviel langzamerhand tot eene diepe melancholie, waaruit niets haar meer konde opwekken, die haar geest benevelde, hare krachten +ondermijnde, ondanks alles wat er beproefd werd tot hare herstelling, en na enige maanden van dit aandoenlijk lijden bezweek +zij, <a id="d0e2543"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2543">155</a>]</span>zonder in eigenlijken zin ziek geweest te zijn. Hoezeer verblijdde ik mij toen, dat ik haar het zwaarste offer niet had gevergd +en die teedere plant niet om mijnentwille had losgerukt uit den grond waar zij wortelen had geschoten. Haar afsterven, reeds +in den vroegen herfst des levens zou mij dan als eene zware schuld op het geweten hebben gedrukt. Nu had ik ten minste het +mijne gedaan om haar te behouden, ik kon haar nastaren met stille berusting, al was het met diepen weemoed. Zoo is het gekomen, +Francis, dat ik geen Mr. voor mijn naam kan zetten....” + +</p> +<p>“Nu! gij zijt er mij te liever om,” viel zij onbedacht uit; “een man die geen egoïst is en zijne ambitie ten offer kan brengen +aan de zwakheid van eene moeder, van eene vrouw, is eene zeldzaamheid; laat mij u daarop goed in de oogen zien, Leo! om de +uitdrukking van uw gelaat in mijn geheugen te prenten; dus zal ik u in gedachten houden, en dat zal mij goed zijn; want om +de waarheid te zeggen, ik heb mijne redenen om geen al te hoogen dunk te hebben van uwe soort.” + +</p> +<p>Wonderlijk schepsel! op het oogenblik zelf, dat zij zich betuigingen liet ontvallen die een onvoorzichtige tot eene declaratie +zouden hebben verleid, die ik althans had kunnen opvatten om er haar mee in de war te brengen, de geweldige mannenhaatster! +gaf ze mij te verstaan, dat zij vast op mijn heengaan rekende, zonder aan weerzien te denken. + +</p> +<p>“Hebt gij dan zooveel haast om mij weg te zenden, dat gij nu al op een afscheid peinst?” vroeg ik, haar verwijtend aanziende. + +</p> +<p>“Maar, Leo! gij hebt immers zelf wel begrepen, dat gij hier niet blijven kunt, nu gij gezien hebt hoe het hier toegaat?” + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen. Ik begrijp wel dat het voor u geen stichtelijk schouwspel is, een paar heeren van leeftijd, die zich +eene fijne flesch goed laten smaken, maar toch, wat mij aangaat, niet zóó afschrikwekkend om er mij terstond door te laten +verjagen.” +<a id="d0e2555"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2555">156</a>]</span></p> +<p>“Het kwam mij toch voor, dat gij bij exempel de uiterste matigheid hebt gepredikt.” + +</p> +<p>“Niet vreemd. Ik kan niet zoo in eens met mijne gewoonte breken, maar als ik luxe hebben kan, zal ik er mij zoo goed in schikken +als een ander; ik zal hier wel gewennen,” sprak ik koeltjes, al zag ik dat zij van ongeduld trappelde met de kleine voeten, +tot mijne verrassing elegant geschoeid. + +</p> +<p>“Gij houdt van schertsen,” sprak zij, na mij even te hebben aangezien, kennelijk zich zelve beheerschend om niet een van die +uitvallen te doen, die de kapitein <i lang="fr">parate executie</i> noemde, “maar ik vraag u in vollen ernst, of gij gelooft dat men de Werve bewonen kan met een kolonelspensioen en er zulk +eene tafel op nahouden?” + +</p> +<p>“Wat mij betreft, het is niet aan mij om mijn gastheer en vrouwe de rekening te maken; ik kan alleen zeggen, dat ik het jammer +zou vinden als gij zooveel omslag zoudt maken om mij, al scheen de generaal er pleizier in te hebben om mijne welkomst wat +te fêteeren; ik heb u immers terstond gezegd, dat ik met een schotel groente en wat koud vleesch tevreden ben.” + +</p> +<p>“Gij! dat is wel mogelijk, maar vraag eens wat de kapitein daarvan zeggen zoude?” + +</p> +<p>“Wat doet dat er toe? Zijt <i>gij</i> het niet die hier de huishouding bestuurt? De generaal heeft toch niet het voorkomen van zoo’n tyran te wezen.” + +</p> +<p>“Helaas, neen! het is niet zijne geweldenarij, maar zijne zwakheid, zijne jammerlijke zwakheid, die mij zoo diep ongelukkig +maakt,” viel zij in, met een smartelijk hoofdschudden; “geloof niet dat ik den grijsaard geen goed hart toedrage, dat ik hem +niet iedere sier des levens zou gunnen,—zou willen geven met opoffering van al het mijne,—maar dat is de groote grieve, die +ik tegen hem heb, dat hij zich zoo afhankelijk heeft gemaakt van den kapitein.” + +</p> +<p>“Het komt mij toch voor dat gij waarlijk nog al cavalièrement met uw kapitein omspringt; hij zelf noemt <a id="d0e2578"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2578">157</a>]</span>u immers zijne gebiedende vrouwe, zijn majoor! En gij zoudt zijne toestemming noodig hebben om hier bezuinigingen in te voeren +die gij noodig acht; op dit punt geloof ik dat iedere vrouw het recht heeft hare autoriteit te laten gelden.” + +</p> +<p>“Ziedaar juist wat ik niet kan, niet mag; maar het schijnt wel dat gij mij niet met een half woord wilt verstaan. Zoo zal +ik u den sleutel van dit raadsel in handen geven! dat zal mij tegelijk verlichten; want ik ga onder door verdriet en ergernis, +die ik altijd moet verkroppen, en ik heb niemand, niemand waaraan ik mijn hart eens kan uitstorten; gij, gij schijnt mij toe +een oprecht, een edelmoedig mensch te zijn; ’t is waar, ik heb mij in mijne opinie van een man wel eens meer bedrogen, maar +toch, met u wil ik het er nog eens op wagen,—eene teleurstelling meer komt er zooveel niet op aan.” + +</p> +<p>“Schenk mij gerust uw vertrouwen, Francis! Wees er zeker van, dat ik een eerlijk man ben, die een oprecht verlangen heeft +uw leed te verlichten.” + +</p> +<p>“Dat verlang ik niet van u; het zal mij genoeg zijn zoo gij het kunt begrijpen en mee gevoelen; maar trek even de porte-brisée +toe, dan kan niemand in de schemering binnenkomen, zonder dat wij het bemerken.” + +</p> +<p>Ik volgde haar wenk, en toen ik mij weer tegenover haar had nedergezet, ving zij aan: “Ziet gij, Leo! toen mijn grootvader +zijn pensioen had genomen en wij ons hier op de Werve terugtrokken, was het ons dringend noodig op bezuiniging bedacht te +zijn. Voormaals hadden wij een rijkelijke en omslachtige huishouding gehad; de eischen van zijn rang, de verplichting als +commandant van de kleine vestingstad om de autoriteiten, zoowel als zijne officieren, bij zich te ontvangen, en, laat ik het +bekennen, ons beider gewoonte om in zekere ruimte en gulheid te leven, waren oorzaak dat wij bijkans open tafel hielden en +er altijd op gasten gerekend was; maar door verschillende oorzaken, door smartelijke familieomstandigheden <a id="d0e2588"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2588">158</a>]</span>niet het minst, was onze fortuin in de laatste jaren zoo geslonken, dat het niet mogelijk was op dezen voet voort te gaan. +Grootpapa zag het toenmaals in zoowel als ik; zich verminderen en in werkelijken dienst te blijven ging niet, maar hier buiten +konden wij leven zooals wij wilden. Wij behoefden niemand te zien, wij sneden in één houw alle parasieten af, en hoewel het +eene hachelijke onderneming was, een kasteel als dit te gaan bewonen met eene enkele dienstbode en een oppasser, besloten +wij toch daartoe, omdat wij slechts twee of drie kamers in gebruik zouden nemen en het mij niet te veel was, zelve de handen +uit de mouw te steken. Bedrijvigheid was mij noodig; ik rekende op den moestuin en den boomgaard, op de boerderij, die toen +nog bij de plaats behoorde, om in bijna al onze behoeften te voorzien, en ik had in stilte de bijgedachte om bij zoo zuinige +leefwijze zekere bezwaren weg te ruimen en de Werve te eenigen tijd uit haar staat van verval op te richten. In den eersten +tijd ging alles vrij goed; wij waren hier in den zomer gekomen; de rust, waaraan wij beiden behoefte hadden, de prachtige +natuur vol afwisseling, die ons verlokte tot gezamenlijke rijtoertjes, alles werkte mee om ons de afzondering te veraangenamen. +Maar helaas! toen de herfst kwam met hare gure dagen en lange avonden, toen de generaal, door zijne rheumatiek gekweld, niet +meer te paard kon stijgen, kwam de verveling over hem als een gewapend man, eene plaag, waartegen ik te vergeefs trachtte +te strijden door lectuur en muziek. De laatste trok hem weinig aan, hij hield niet van lezen en zag zelfs niet graag boeken +in de handen van anderen dan de prachtwerken die in een salon worden tentoongesteld. Als de courant gelezen was, waren wij +uitgepraat. Iederen avond het dominospel of een <i lang="fr">piquet à deux</i>; mij was het haast onuitstaanbaar, en hem was het nog niet genoeg. Wij hadden hier niemand, waaraan wij ons konden of wilden +aansluiten. Wie hier de notabelen genoemd worden, zijn plompe <a id="d0e2593"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2593">159</a>]</span>lieden, die daarenboven tot de partij van den burgemeester behooren; de dominé is geen man voor ons, en al ware dat, het genot +dat men vindt in datgene wat men een degelijk discours noemt, valt niet in den smaak van grootpapa, al placht hij bij uitnemendheid +de man te zijn voor het gezellige leven in ruimen kring; en nu hij dat alles miste, werd hij knorrig, lusteloos, ving aan +te kwijnen en wist zich hoe langer hoe minder te schikken naar de eenvoudige leefwijze, die ik had ingesteld. Zelve werd ik +bijna moedeloos hem dus te zien, zonder de middelen te hebben om hem te helpen. Toen noodigde een zijner vroegere krijgsmakkers, +die eveneens zijn pensioen had genomen, maar met het oogmerk om eens recht van zijne fortuin te kunnen genieten, hem uit, +om eenigen tijd bij hem te logeeren; dat zou afwisseling geven, dus zou hij zonder eenige bekommeringen kunnen ademen in een +atmosfeer naar zijn smaak. De bedoelde kolonel had zich te Arnhem op schitterenden voet ingericht en behoorde tot den kring, +die er den toon gaf. Grootpapa was er volkomen in zijn element; hij bleef er de drie wintermaanden.” + +</p> +<p>“En gij?” + +</p> +<p>“Ik! o, ik bleef hier, dat sprak wel vanzelve; men had vergeten ‘Majoor Frans’ te inviteeren, en toen men er aan dacht, was +het zoozeer eene invitatie <i lang="fr">du bout des lèvres</i>, dat ik niet zou aangenomen hebben, al ware dat mogelijk geweest, maar het kon toch niet, al had men mij met nog zooveel +gulheid gevraagd. Gij begrijpt wel, Leo! dat ik, mij hier verschuilende, eens vooral alle overbodige luxe van toilet had afgeschaft; +en zonder eene kostbare uitrusting zou ik geen winter in de stadswereld kunnen doorbrengen.” + +</p> +<p>“Dat stem ik toe, Francis; maar toch, zelfs hier zou een weinigje toilet maken niet overbodig zijn,” viel ik in, de gelegenheid +aangrijpend, om haar op dit chapitre mijn gevoelen te zeggen, om eens te zien <i>hoe</i> zij het opnam. +<a id="d0e2607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2607">160</a>]</span></p> +<p>“Och! voor mij komt het er niet meer op aan.” + +</p> +<p>“Foei! zoo moogt gij niet spreken; gij zijt nog jong, gij moet zelve weten, dat gij bevallig kunt zijn, als gij maar wilt.” + +</p> +<p>“Daar wil ik niet eens aan denken. Ik zeg met zekere Fransche coquette: ‘<i lang="fr">du temps que j’étais femme</i>’ had ik zekere eischen voor mijn uiterlijk, dat’s voorbij: het komt er niet meer op aan, hoe Majoor Frans er uitziet.” + +</p> +<p>“Dat ben ik volstrekt niet met u eens, al wilt gij nog zoo’n Amazone zijn. De Amazones zelven weten hare gratie in ’t volle +licht te stellen. Gij maskeert die met opzet; gij doet alles wat gij kunt om er onbehagelijk uit te zien, en ik moet u ronduit +zeggen, dat gij er ditmaal volkomen in geslaagd zijt. Eene jonkvrouw van uwe geboorte moest zoo niet aan tafel gaan; gij zaagt +er letterlijk uit als....” + +</p> +<p>“Nu toch niet als een boschwachter,” viel zij in met een ondeugend lachje; “eerder als eene keukenprinses, die maar even uit +haar werk is geloopen om inderhaast mee te eten, en dat is maar weinig bezijden de waarheid; ik moet tot het laatste oogenblik +zorgen voor de délicatesses, die noodig worden geacht, en zoo ontbreekt mij de lust zoowel als de tijd om toilet te maken.” + +</p> +<p>“Niet eens tijd om een frisch kraagje om te doen, Francis? Dat is toch wat sterk.” + +</p> +<p>“Zijt gij zoo’n fat, Leo, om daarop te letten? Nu ja! ik wil het wel bekennen, aan <i lang="fr">lingeries</i> doe ik niet veel meer, ’t is hier buiten zoo lastig en zoo kostbaar, het is al veel als ik de exigenties van den generaal +in dezen kan bevredigen; daarbij, voor wie zou ik mij opknappen? De heeren daar ginds”—zij wees met een gebaar van minachting +naar de zaal—“vragen het allereerst of de ommelet goed is gesauteerd en of de farci van den kalkoen genoeg <i lang="fr">haut goût</i> heeft.” + +</p> +<p>“Mij dunkt gij moest het doen omdat gij het u zelve schuldig zijt, en ditmaal toch ook voor mij—ja, glimlach maar, ik wil +het u toch zeggen, dat ik mij aan <a id="d0e2633"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2633">161</a>]</span>tafel over u geërgerd heb, al is het waarschijnlijk, dat gij deze ergernis hebt beoogd.” + +</p> +<p>“Gij zijt vindingrijk, Leo.” + +</p> +<p>“Gij hebt zoo even met mijn gebrek aan scherpzinnigheid gespot, ge zult mij nu toestemmen, dat ik u doorzien heb.” + +</p> +<p>“<i lang="fr"><span id="d0e2642" class="corr" title="Bron: A">À</span> peu près</i>; gij zijt zoo gul met mij lessen te geven, dat ik u op mijne beurt wilde doen verstaan....” + +</p> +<p>“Dat ik u eigenlijk niet welkom ben....” + +</p> +<p>“Gij weet wel beter....” + +</p> +<p>“Eene gastvrouw, die zulk eene opzettelijke nonchalance toont....” + +</p> +<p>“Wil er mee zeggen, dat zij van alle coquetterie heeft afgezien.” + +</p> +<p>“Coquetterie is ook zoo uitsluitend eene eigenschap van ‘de dames,’ dat ik die bij Majoor Frans nooit gewacht zou hebben,” +hernam ik; “maar de zucht voor betamelijkheid is eene mannelijke eigenschap, die men met recht van dezen zou mogen eischen; +of moet ik Majoor Frans aan de strikte eischen der militaire tenue herinneren?” + +</p> +<p>“Als gij het nu zoo kras opneemt met mijn majoorstitel!” sprak ze met zekere gekrenktheid, terwijl haar kleine voet opnieuw +met ongeduld trappelde. + +</p> +<p>“Ik althans ben het niet, die hem u gegeven heb—maar in elk geval moet gij kiezen: Majoor Frans, die <i lang="fr">en règle</i> behoort te zijn, welke uniform hij zich ook kiest, of Freule Francis Mordaunt, die geene vrijheid heeft om zich aan een neef, +een gast, met opzettelijke achteloosheid te vertoonen.” + +</p> +<p>“Met er die uitlegging aan te geven, Leo, brengt gij mij waarlijk in groote verlegenheid; want al wilde ik—ik kan u in dezen +niet voldoen. Sinds wij hier op de Werve zijn, heb ik niets nieuws laten maken.” + +</p> +<p>“Maar dat is toch zoo lang nog niet.” + +</p> +<p>“’t Is reeds het derde voorjaar, en....” + +</p> +<p>“Dan zijn uwe toiletten niet meer naar de mode, dat <a id="d0e2671"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2671">162</a>]</span>wil ik toegeven; maar zij kunnen toch smaakvol zijn. En ik ben er zeker van, dat gij u vroeger elegant hebt gekleed.” + +</p> +<p>“Dat geloof ik zelve, hoewel ik niet zelden het verwijt kreeg van bizarrerie, omdat ik zoo mijne eigene ideeën had op dit +punt, en er zekere modes waren, die ik niet verkoos na te volgen.” + +</p> +<p>“Nu, ik houd van originaliteit. Kies uit uwe kostumes er een waar de uwe het sterkste in uitkomt, en ik geloof, dat gij er +even gracieus als interessant zult uitzien.” + +</p> +<p>“En ik ben zeker, dat het juist andersom zou zijn; gij hebt mij gezien in het kleed, waarin ik mij het meest mij zelve gevoele, +en herinner u welk eene figuur ik in uwe oogen heb gemaakt!” + +</p> +<p>“Neen, dat rekent niet meê, gij hadt u toen zoo toegetakeld....” + +</p> +<p>“Als de guurheid van dit seizoen het eischte.” + +</p> +<p>“Al verbergt gij u nog zoo voor mij, Francis, ik heb toch al reeds te veel echt vrouwelijke kwaliteiten bij u waargenomen +om mij te laten wijsmaken, dat gij juist in uwe amazone het meest op uw gemak zoudt zijn.” + +</p> +<p>“Als gij mij zoo kwelt, dringt gij mij tot de bekentenis, dat ik alles weggegeven heb, wat ik te missen had, in dien winter, +dien ik alleen op de Werve doorbracht; eene arme officiersdochter, die als gouvernante in eene deftige familie moest optreden, +en die geen voldoende <i lang="fr">trousseau</i> bijeen kon brengen, wendde zich tot mij, die zij rijk waande, om hulp. Ik kon geen geld missen; maar ik had toch wat te geven. +Ik berekende dat ik hier al heel weinig kleedij noodig had, en behield niets dan eene enkele zijden japon als zondagskleed, +en mijne baltoiletten, die haar evenmin te pas kwamen als mij, doch waar ik nog aan hechtte als souvenir. En nu, Leo! zijt +gij ingewijd in ’t geheim mijner ledige garderobe. Oordeel nu zelf, wat ik in dezen voor u doen kan; gij zult toch niet van +mij vergen, dat ik hier in danskostuum aan tafel zal verschijnen.” +<a id="d0e2690"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2690">163</a>]</span></p> +<p>“Hm! hm! wie weet waar ik u nog om plagen zal, +als wij eens op de Werve feest vieren!” + +</p> +<p>“Men viert geen feest op de Werve, daartoe hebben we geene gelegenheid en geene aanleiding,” sprak zij wat knorrig en kortaf. + +</p> +<p>“Druk er niet te veel op, Francis!” plaagde ik, “gij kunt niet vooruit weten wat er nog gebeuren kan; ik ben een stijfkop, +zooals gij zelve hebt gezegd, en een origineel op mijne wijze zoowel als gij; maar om te beginnen zal ik mij tevreden houden +met dien zekeren zijden japon, die u goed zal staan, dat weet ik vooruit; mits gij wat werk maakt van dat prachtige haar en +u de moeite geeft de eene of andere parure aan te doen!” + +</p> +<p>“Gij moet weten, Willem, dat ik <i lang="fr">à tout hasard</i> de sieraden die zij bij Overberg te pand had gegeven, in mijne reistasch had gestoken; maar ik bemerkte wel dat zij nog vooreerst +niet te pas zouden komen. Zij vloog op of eene wesp haar gestoken had; hare oogen fonkelden van toorn, en al kon ik hare trekken +niet meer onderscheiden, ik ben zeker dat een gloed van verontwaardiging haar op het voorhoofd steeg, terwijl zij op heftigen +toon uitviel: + +</p> +<p>“Ik heb geene parures meer: en ik <i>wil</i> ze niet hebben, verstaat gij Jonker van Zonshoven! en dit zeg ik u: als ’t u schelen kan of wij vrienden blijven àl of niet, +vervolg mij dan nooit weer met uwe zotte invallen. Ik mag wel eens railleeren; dat geeft wat zout aan de conversatie, maar +het moet geen bijtend loog worden; en dit is kwetsende ironie, mij van mijne diamanten te spreken, terwijl ik bezig ben u +te vertellen, dat ik alles aan mijne relatiën heb opgeofferd.” Ik begreep dat ik werkelijk eene pijnlijke wonde had aangeraakt. +Ik had niet van diamanten gesproken, maar zij herdacht aan de hare die voor haar verloren waren, en zij betreurde ze, dat +was zeker! Ik had te veel deernis met haar om met hare zwakheid mijn voordeel te doen en te toonen hoezeer zij zich verraden +had; ik antwoordde koeltjes: +<a id="d0e2707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2707">164</a>]</span></p> +<p>“Maar, beste freule Mordaunt! hoe kon ik dat raden? Al vertelt gij mij dat gij uwe garde-robe hebt geplunderd ten behoeve +van een behoeftig jong meisje, dan volgt daaruit immers nog niet.... dat alles wat gij mij daar in één adem mededeelt.” + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk; met u moet men <i lang="fr">les points sur les I</i> zetten, zult gij verstaan, en ik was er aan bezig; maar gij hebt mij zelf van het droevig relaas afgebracht. Grootpapa dan, +vond het zorgeloos en tegelijk weelderig leven bij zijn vriend te A. zeer naar zijn smaak en bleef er tot in het voorjaar; +hij kwam tot mij terug, geheel genezen van zijne melancholie, maar toch, het bleek dat de kuur wat heel veel had gekost, meer +dan hij eigenlijk gerechtigd was er voor te geven. Het leven onder rijken en aanzienlijken is duur, zelfs al geniet men de +ruimste gastvrijheid. De generaalsuniform had hij zich niet behoeven aan te schaffen, daar hij nooit als zoodanig in werkelijken +dienst was geweest, maar de kolonelstenue was beneden zijn rang, dus hadden wij moeten voorzien in allerlei politieke kleeding, +voor ochtend en avond, voor groot en klein diner.... en dan, wat er aan handschoenen en fooien opgaat, als men met de groote +wereld moet meedoen! Gij, die in de residentie woont, gij zult er alles van weten, Leo!” + +</p> +<p>“Zoo goed, beste Francis, dat ik mij eens voor al van uitgaan heb onthouden....” + +</p> +<p>“Grootpapa kon dat natuurlijk niet, en daarbij kwam dan nog het spel,” ging zij voort, terwijl zij hare stem nog dieper liet +dalen, “het spel waarbij men in één winteravond onder gelach en gejuich sommen verliest, waarmee een gezin voor het gansche +seizoen had kunnen onderhouden worden. Helaas! iets dergelijks was met hem gebeurd, zoodat hij keerde met bezwaren die.... +oogenblikkelijk voorziening noodig hadden. Ik, die anders nog al raad wist, stond hem als eene verwezene aan te zien, bij +die bekentenis. Hij zelf gevoelde veel leed over de zorg en ’t verdriet dat hij mij op den hals had <a id="d0e2719"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2719">165</a>]</span>gehaald, en hij redde zich door de boerderij onder de hand te verkoopen, die ons echter, ik weet niet uit welke oorzaak, niet +veel meer opbracht dan het effenen van de gemaakte schulden. En ik! die de stille hoop had gevoed, dat wij hier door zuinigheid +en goed overleg wat zouden sparen om de noodige herstellingen aan ’t kasteel te laten doen. Och Leo!” zij drukte mij de hand +in hare smartelijke gemoedsbeweging, “dit hoort onder de bitterste teleurstellingen van mijn somber leven. Vol zelfverwijt, +en zich bewust dat hij te zwak was om zekere verzoekingen weerstand te bieden, zwoer hij alle verkeer met de wereld af, en +hij heeft woord gehouden; maar welhaast verviel hij opnieuw tot de diepste neerslachtigheid, en ik vreesde dat hij van verdriet +zou verkwijnen onder het régime dat ik hem moest opleggen, sinds hij mij bekende, dat hij maar twee derden van zijn pensioen +in handen kreeg; op het overige was door een onbarmhartigen schuldeischer beslag gelegd. Toen kwam de man ons te hulp, die +ik u niet meer behoef te noemen. Luitenant Rolf had zijn pensioen gekregen, en kwam zijn ouden chef opzoeken eer hij zich +ergens voor goed vestigde. In de laatste jaren was hij door verandering van regiment van ons verwijderd geweest, maar hij +was niet van ons vervreemd. Mijn grootvader had hem geprotegeerd en vele goede diensten gedaan, zonder welke hij nooit tot +den officiersrang had kunnen bevorderd worden, ondanks zijne bravoure in den tiendaagschen veldtocht. Al vóór mijne geboorte +bekleedde hij in ons huis alle mogelijke functiën die met zijne dienstplichten te vereenigen waren. Zijne zuster was mijne +min, en meer, veel meer dan dat; zij bleef mij bij tot in lateren leeftijd, en daar mijne moeder weinige dagen na mijne geboorte +bezweek, deed zij al wat in hare macht was om mij moederliefde en moederzorge te betoonen. Ongelukkig ontbrak het haar aan +beschaving, aan geestkracht, om de opvoeding van een kind zooals ik was te leiden. Ook heeft zij met de beste intentiën ter +wereld mij ridderlijk <a id="d0e2721"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2721">166</a>]</span>bedorven, daarin dapper geholpen door sergeant Rolf, die geen grooter pleizier had dan op mijne wenken te vliegen, en die +eerder insubordinatie zou hebben begaan tegenover zijn kolonel, dan te weigeren iederen dollen inval van zijn ‘kleinen Majoor,’ +zooals hij mij noemde, te gehoorzamen. Is het vreemd, dat ik nog tegen hem den despoot speel?” + +</p> +<p>“Neen! maar nu gij dat zelve toch zoo inziet....” + +</p> +<p>“Zou er betering kunnen zijn, meent gij, doch.... wat zal ik u zeggen; <i lang="fr">c’est plus fort que moi</i>.... nu, hij heeft het er wel naar gemaakt om wat van mij te lijden.... In vollen ernst, zoo ik hem niet van tijd tot tijd +op zijn voorman zette, zou het niet lang duren of hij zou ons naar zijne hand stellen, en het is juist daarop dat ik komen +wilde. + +</p> +<p>Zijn bezoek was grootpapa eene welkome afleiding; nu tot kapiteinsrang geklommen, en niet meer in werkelijken dienst, evenals +deze zelf, was de distantie genoegzaam weggevallen, om op zekeren voet van gelijkheid met elkaar om te gaan. Ik begreep hoezeer +een derde persoon de gezelligheid zou aanbrengen; een persoon meer was zoo’n groot verschil niet bij onze nu eenvoudige leefwijze, +een kamer in de dichte nabijheid van grootpapa’s appartement was licht te arrangeeren; als Rolf van zijn pensioen moest leven, +kwam die schikking hem zeker te stade; wij sloegen het hem voor en het werd dadelijk aangenomen. Ik hernam mijn commandement +over hem, zooals hij zich uitdrukte; hij trachtte zich nuttig te maken op iedere wijze, en zijne goede luim vervroolijkte +den generaal, al waren zijn aardigheden noch frisch noch fijn van gestalte; genoeg, ik was tevreden met deze uitkomst: een +winter die zich bezwaarlijk had laten aanzien, ging nu vrij rustig en zonder al te groote verveling om; daar kreeg Rolf de +tijding, dat hem eene niet onbelangrijke erfenis te beurt was gevallen van een zijner Noord-Brabantsche verwanten. Na eene +korte absentie keerde hij tot ons terug en stelde voor te blijven, <a id="d0e2732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2732">167</a>]</span>mits hij zijn aandeel mocht bijdragen tot de menage. Hij was nu bemiddeld en kon geen genadebrood eten, zooals hij het noemde; +integendeel, de generaal moest hem toestaan, zoo eens het zijne te doen ter veraangenaming van het leven. Dit scheen billijk, +en ik moest wel toestemmen, daar ik wist hoezeer grootpapa, die een verfijnden smaak heeft en op zijne aisances gesteld is, +zekere ontberingen met heimelijk leedgevoel droeg; ik gaf dus toe, dat Rolf op zijne eigene hand zekere luxe zou invoeren, +maar ik had niet kunnen voorzien welke proportiën deze zucht om het zich goed te maken zoude aannemen. Rolf had nooit levensgenot +gekend, en hij achtte nu zijn tijd gekomen om te genieten; de eenige genietingen waarvoor een man op zijn leeftijd, en die +voor geenerlei intellectueel genot zin had, nog vatbaar was, waren die van de tong, en grootpapa was het in dezen volkomen +met hem eens. Zoo zeer zelfs, dat hij hem in allerlei dwaze verkwistingen liet begaan, zonder zich daar tegen te stellen, +ja, die aanmoedigde zooals gij gehoord hebt, zoodat ik hier dagelijks smulpartijen en zwelgerijen moet bijwonen <i lang="fr">à deux</i>, die mij onuitsprekelijk tegenstaan; ik behoef u niet te zeggen, hoe mijn grootvader zich daarbij verlaagt en vernedert op +eene wijze die....” Zij zweeg plotseling; de porte-brisée ging open; Frits, die de tafel had afgenomen in de eetzaal, trad +nu binnen en zette de lamp klaar. + +</p> +<p>“Heeft de freule niet om het theeblad gescheld?” vroeg hij. + +</p> +<p>“Is het al zeven uur, Frits?” + +</p> +<p>“Kwartier er over, Freule, en de Generaal is wakker....” + +</p> +<p>“Goed, breng dan het theewater binnen!” Francis keek mij aan met een bitteren lach en beet zich op de lippen over de teleurstelling, +dat zij voor ’t oogenblik hare ergernis moest inhouden. Welhaast ook kwam de kapitein binnenrukken; de conversatie aan de +theetafel vlotte niet best; de heeren waren wat dof; Francis wat stug en <a id="d0e2745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2745">168</a>]</span>onwillig om aan ’t gesprek deel te nemen, en de kapitein, op hare los neerhangende lokken wijzende, maakte de opmerking, dat +de leeuwin hare manen schudde, om ons schrik aan te jagen. + +</p> +<p>“’t Is waar ook!” zei Francis koeltjes; “ik heb verzuimd mijne vlechten in het net te arrangeeren; excuseert mij, heeren!” +en weg was zij naar hare kamer; zeker om er hare opgekropte aandoeningen lucht te geven. + +</p> +<p>“’t Is toch zonderling, hoe Francis soms hare buien heeft van nonchalance,” bromde de generaal binnensmonds, haar naziende, +toen zij de kamer verliet. + +</p> +<p>“En juist nu er een gast is,” stemde de kapitein in, “dien zij zelve heeft ingehaald! Dat’s onbegrijpelijk!” + +</p> +<p>“Zij weet, dat het eene impolitesse is, en dat zij mij er mee ergert, en toch volgt zij haar eigen hoofd, zonder iets te ontzien,” +knorde de generaal nu met luider stem. + +</p> +<p>“Zooals we dat van haar gewend zijn, Excellentie!” zei Rolf lachend; “maar daarvoor is zij ook onze commandant.” + +</p> +<p>Ik wilde met dat koor niet instemmen, zooals gij denken kunt, en toen men dit onderwerp in ’t gesprek liet vallen, zaten wij +met ons drieën alles behalve gezellig bijeen, en de generaal had geen ongelijk, toen hij, na nog eene mislukte poging om het +discours gaande te houden, een partijtje proponeerde. + +</p> +<p>Ik achtte het voorstel eene uitkomst, en de kapitein had het <i>fiche</i>-doosje al klaar gezet en Frits gescheld, die het theegoed wegnam, eer ik mijne toestemming had gegeven. Er werd een massief +mahoniehouten speeltafeltje uit een hoek gehaald, de lamp in ’t midden gezet, daar volgens Frits “de freule geene waskaarsen +had uitgegeven,” en ons spel ving aan; het sprak vanzelf dat wij ombre speelden, en de generaal stelde den prijs van het <i>fiche</i> nog al hoog, naar ’t mij voorkwam. + +</p> +<p>Gij weet, Willem! dat ik volstrekt niet van het spel houd, en dat ik er mij nooit toe laat bewegen, dan op het uiterste. Sinds +den dood mijner moeder, die mij nog <a id="d0e2769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2769">169</a>]</span>wel eens in haar whistpartijtje betrok, had ik geene kaarten in handen gehad; ik kan mij dus niet beroemen een geoefend speler +te zijn; maar toch eens aan den slag, ben ik niet onverschillig voor de satisfactie, die men heeft van eene moeielijk behaalde +overwinning, en ik zag terstond dat ik tegenspelers had, die mij elke zegepraal duur zouden betwisten, en met iedere distractie +of onhandigheid lustig hun voordeel zouden doen. + +</p> +<p>Ik behoefde hen maar een paar trekken te zien maken om te weten, dat zij niet slechts geoefende spelers waren, maar ook, dat +het spel hun iets anders was dan de uitspanning, die men aangrijpt in een verlegen oogenblik; dat het spel hun ernst was, +ja, meer nog dan dat: hun hartstocht was geworden. De generaal vooral bleek zoo gecharmeerd op het spel, dat ik mijns ondanks +het mijne verwaarloosde om hem te observeeren, eene belangrijke, maar smartelijke studie, die mij tegelijk een licht deed +opgaan over veel wat mij raadselachtig was geweest. + +</p> +<p>De grijsaard onderging als eene gedaanteverwisseling, toen hij de kaarten in handen had. Zijne doffe, slaperige oogen glansden +van intelligentie en schoten vonken van geestdrift. Alles aan hem vibreerde; zijne vingertoppen trilden, en toch hielden zij +met vaste hand zijn spel gevat, dat hij als met valkenblik overzag en er de leemte van het onze met geometrische zekerheid +uit berekende. Zijne fletsche wangen kleurden zich met een flammend rood: zijne neusvleugels zwollen op en trokken zich in, +naar de wisseling der kansen, en de zwakke, fijne man, die als gedrukt en gebogen neerzat, was plotseling als aangegrepen +door een geest van overmoed en vermetelheid, van waaghalzerij, waaraan hij niet zelden een schitterend succes dankte, en die +mij denken deed aan het devies: de fortuin is met den stoute, ook met den stouten speler! + +</p> +<p>“Zeer zeker!” luidde het <span id="d0e2777" class="corr" title="Bron: anwoord">antwoord</span> van von Zwenken, “de fortuin is eene vrouw die men overheerschen moet, zal ze u dienen.” +<a id="d0e2780"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2780">170</a>]</span></p> +<p>In het gewone leven merkte ik niet, dat hij dezen regel in praktijk bracht: want blijkbaar vreesde hij Francis, daar hij zich +alleen zijdelings durfde beklagen over ’t geen hem in haar mishaagde; maar bij het spel maakte hij dien tot waarheid, en met +goed geluk. + +</p> +<p>De kapitein, die bij evenveel routine minder vermetelheid had, en vooral minder passie, liet niet na, hem van tijd tot tijd +zijne waagstukken te verwijten, maar zij gelukten, en dat was zijn triomf. + +</p> +<p>Ik begreep nu waarom een toertje naar Wiesbaden hem zoo zeer aangelachen had en waarom Francis er zich zoo heftig tegen had +verklaard. Het hazardspel aan de groene tafel, de groote winsten door eene enkele wending van het rad, moest zulk een man +aantrekken en hij zou er meer voor willen wagen dan hij te missen had. Mij ging nu ook een nieuw licht op over het lijden +van Francis, die zeker gedoemd was, elken avond de derde te zijn bij deze overprikkelende uitspanning van haar grootvader, +en die dat zeker jammerlijke tijdverspilling achtte; want zij hield van lectuur, dat had ik reeds opgemerkt. + +</p> +<p>Gij kunt berekenen, Willem! dat ik onder deze aanmerkingen en bijgedachten niet altijd zoo scherp op mijn spel lette, of ik +beging fouten en <i lang="fr">bévues</i>, terwijl de heeren mij uitlachten en beknorden, maar niettemin hun voordeel deden met mijne distractiën en mijne inferioriteit, +’t geen ik hun niet ten kwade konde duiden, en de belangwekkende studie, die ik maakte, was mij dat verlies wel waard; dit +alles spande mij zoo in, dat ik niet eens over de langdurige afwezigheid van Francis dacht, toen de deur openging en zij zelve +binnentrad in groot toilet, en met een glimlach van voldoening mijn uitroep van verbazing, van bewondering, beantwoordend. + +</p> +<p>Onwillekeurig wierp ik mijn kaarten neer en stond op, haar te gemoet. De generaal, die rugwaarts naar de deur zat, keek mij +verbaasd en wrevelig aan, niet radend, waaraan mijne onbeleefdheid toe te schrijven; de kapitein <a id="d0e2794"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2794">171</a>]</span>zag om, en stiet een <i lang="fr">gros mot</i> uit van verrassing, eer hij sprak: + +</p> +<p>“Onze Majoor in gala tenu?” + +</p> +<p>“Gij vergist u, kapitein,” repliceerde Francis, “de freule Mordaunt die ter eere van haar neef haar avondtoilet heeft gemaakt.” + +</p> +<p>“Chère cousine, welk eene verrassing! Sta mij toe, u de hand te kussen voor die allerliefste inschikkelijkheid.” + +</p> +<p>“Wel zeker; behandel mij maar eens als eene dame, daarbij vindt uwe courtoisie zich het meest op haar gemak.” + +</p> +<p>“Als gij mij dat toestaat, zal ik mij de eer geven u naar de canapé te geleiden,” sprak ik, haar den arm aanbiedend, dien +zij ditmaal niet afwees. + +</p> +<p>“Ik hoop nu maar, dat ik goed in mijne rol zal blijven,” zei ze met een malicieus lachje. + +</p> +<p>“Wat wonderlijke gril is dit nu weer?” bromde de Generaal, grimmig van spijt, want hij had juist een vole in de kleur te declareeren, +waarop nu geen acht werd geslagen; “den geheelen dag hebt ge hier rondgeloopen als asschepoester, en nu....” + +</p> +<p>“Is de toovergodin tusschenbeide gekomen, en ik verschijn als prinses! Dat’s de geleidelijke gang van het sprookje, niet waar +Leo?” + +</p> +<p>“En het fameuse glazen muiltje ontbreekt zeker niet,” gaf ik ten antwoord naar hare snoezige salonschoentjes ziende, die ik +reeds vroeger had opgemerkt, “en ’t is blijkbaar, dat het niemand zal passen, dan onze gracieuze Cendrillon zelve.” + +</p> +<p>“Dat is zoo, maar zij zal zorgen het niet te verliezen.” + +</p> +<p>“Waarom niet?” vroeg ik stoutweg, haar diep in de oogen ziende. + +</p> +<p>“Omdat het ongeraden is den roman van een uur tot eene levenskwestie te maken voor u en voor mij,” gaf zij ten antwoord, terwijl +zij zich afwendde. + +</p> +<p>Een levenskwestie! zij wist niet hoezeer zij de waarheid raakte. +<a id="d0e2825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2825">172</a>]</span></p> +<p>“Als gij op zulk eene schrale ontknooping denkt, is het dan wel de moeite waard de eerste bladzijde op te slaan?” vroeg ik +zacht en mij even tot haar buigende. + +</p> +<p>“Och, waarom niet? ’t is maar eene scène om den avond te korten, die anders geheel aan de speeltafel zou gesleten zijn.” + +</p> +<p>De speeltafel? Het viel mij in, dat ik die voor mijn part in staat van failliet had verlaten; de generaal liet mij niet lang +tijd om over dit gebrek aan de orde na te denken. + +</p> +<p>“Dat alles moge nu heel galant en heel geestig zijn, neef! wat gij daar met Francis praat,” riep hij mij toe op knorrigen +toon; “maar ’t is geen manier, om zoo van de speeltafel op te staan.” + +</p> +<p>“Excuseer mij, generaal, hier ben ik tot uwe orders,” en met een wenk aan Francis, die mijn leedwezen genoeg uitdrukte, nam +ik mijne plaats weer in. + +</p> +<p>“Als de Freule nu mee wilde doen, konden wij precies een partijtje quadrille maken,” sprak Rolf. + +</p> +<p>“Dankje kapitein. Ik wil wel eens vrij van dienst wezen; bepaal liever toertjes; ik ga wat muziek maken in de eetzaal; dat +zal niemand hinderen.” + +</p> +<p><span id="d0e2841" class="corr" title="Bron: “"></span>Frits had de porte-brisée opgeschoven en er was licht bij de piano. Ik had een Vandaal moeten zijn, zoo ik niet opnieuw eene +échappade van de speeltafel had gemaakt om Francis op te leiden. Zij had mij gewaarschuwd, dat onze roman maar kort zoude +duren, en ik mocht geen scène van de voorstelling laten verloren gaan. Blijkbaar was zij dat met mij eens; de capricieuse, +die voorgaf van alle coquetterie te hebben afgezien, kwam geheel in mijne bedoeling; zij liet zich door mij wegvoeren, en +terwijl zij met zekere bevallige achteloosheid haar arm in den mijnen liet rusten, sprak zij op een toon van vertrouwelijkheid, +die mij als echte damesgeveinsdheid in de ooren klonk: + +</p> +<p><span id="d0e2844" class="corr" title="Bron: ">“</span>Gij ziet nu, hoezeer mijn toilet uit den smaak is.” + +</p> +<p>“Maar toch naar een zeer goeden smaak,” kon ik <a id="d0e2849"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2849">173</a>]</span>mij niet onthouden te antwoorden; “en dat weet gij wel, grillige Célimène, al wilt gij mij wijsmaken, dat de vrouw bij u onder +gegaan is in....” + +</p> +<p>“Ik weet wat gij meent; spreek het niet uit,” viel zij met zekere gejaagdheid in, en leunde met hare hand op mijn arm om mij +te doen zwijgen; “ik zeg u dat ik een oogenblik wil vergeten.... ben ik zoo naar uw zin, dat is alles wat ik wil weten.” + +</p> +<p>Een gul antwoord lag mij op de lippen, maar nog intijds hield ik het terug bij de overweging dat men met haar op niets rekenen +kon en dat wijze terughouding in dezen noodzakelijk was. + +</p> +<p>“Ik zou wel moeielijk moeten zijn zoo ik het tegendeel zei,” bracht ik uit, mij zelven tot laconisme dwingende, “want gij +hebt u waarlijk gekleed als voor een hofbal, op het decolleté na.” + +</p> +<p>Inderdaad, bij al de élégance van haar toilet, dat uit roze gaze de chambéry bestond, met schitterende zilverlovertjes bezaaid, +was haar kleed maar even om den hals vierkant uitgesneden, en nog door eene witte blonde pelerine gedekt, terwijl de wijde +mouwen tot over den elleboog hingen en daar weer in witte blonde eindigden, met rosestrikken bezet; een tweede rok van dezelfde +luchtige schitterende stof hing in losse plooien als een peplum over den eersten en gaf wat gevuldheid aan het slepende gewaad, +die niet door eene crinoline werd opgehouden. Zij had het prachtige haar met zorg gekapt in vlechten, en eenige loshangende +lokken, een paar grisanticums die er losjes waren ingestoken, maakten de eenige parure uit; zij droeg geen enkelen diamant, +hetzij zij werkelijk niets van dien aard meer bezat, hetzij ze zulken opschik versmaadde. Zeker is het, dat die mengeling +van élégance en zedigheid, dat versmaden van sieraad bij zooveel pracht, een fijnen tact verrieden,—of de behendigste coquetterie. +Bij vollen dag zou haar toilet zeker het effect hebben gemist: het rose moest wat verflenst zijn en de glimmende lovertjes +waren stellig <a id="d0e2859"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2859">174</a>]</span>tot koper verkleurd; zelfs bij avond was het op te merken, dat er wat frischheid aan ontbrak, dat zekere met één woord, wat +de nuffige dames doet zeggen dat een balkleed geen tweemaal gebruikt kan worden, omdat het reeds bij de eerste maal gechiffoneerd +is, en hetgeen de heeren zulke lange gezichten doet trekken, bij de rekeningen der modiste. Bij daglicht zou Francis er gewis +hebben uitgezien als eene actrice bij een repetitie in kostuum, zonder de voetlichten en als de zon op het tooneel schijnt; +maar het was nu avond, en er was niet te veel licht, en men moest òf kwaden wil òf alleen zucht tot kritiek hebben, om niet +voldaan te wezen met den eersten indruk, die allerbekoorlijkst was. Toch merkte ik nu op, juist nu zij voor ’t eerst in een +elegant vrouwentoilet, voor mij stond, wat mij bij haar vroegere wonderlijke manier van zich te kleeden ontgaan was: dat hare +schoonheid iets bijzonders karakteristieks had, zooals maar zelden bij blondines wordt waargenomen. Ik spreek van schoonheid, +ik moest eigenlijk bevalligheid zeggen, want de trekken waren niet geregeld, maar zoo fijn en sprekend, dat ze, vooral bij +zekere schraalheid van ’t gelaat, iets scherps hadden. Zoo de groote blauwe oogen het niet goed gemaakt hadden door hunne +liefelijkheid, men zou er te veel vermetelheid, te veel beslistheid in hebben opgemerkt, maar dat toch weer vergoed werd door +de bewegelijkheid die een opgewekte geest, voor allerlei indruk ontvankelijk, aan het vrouwelijk gelaat kan mededeelen. In +hare slechte gewoonte om bij iedere aanleiding met opzet de houding en manieren aan te nemen die haar martialen bijnaam rechtvaardigden, +al was die er niet van afkomstig, lag mogelijk meer dan in haar oorspronkelijken aanleg de schuld van die zekere stoutheid, +die hare vijandelijke <i>vriendinnen</i> met den naam van impertinentie bestempelden. Levensomstandigheden en opvoeding, men zou liever moeten zeggen: gebrek aan +opvoeding hadden haar in zekeren zin misvormd tot hetgeen zij niet had moeten zijn; zooals vruchtboomen <a id="d0e2864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2864">175</a>]</span>worden geleid en verwrongen tegen hunne natuurlijke richting in. Hoe dat ook zij, gij begrijpt wel, dat dit alles meer reflexies +zijn <i lang="fr">après coup</i>, toen ik ’s avonds rustig op mijne kamer de voorvallen en indrukken van den dag kon recapituleeren, dan dat ik ze maakte +in de zeer korte oogenblikken, waarin dat onvergetelijk tooneeltje tusschen ons werd afgespeeld; en toch duurde het veel te +lang, althans voor den generaal, die mij toeriep: + +</p> +<p>“Als gij bij de piano blijft, jonker Leopold, wees dan zoo goed het ons te zeggen, want uwe partij zoo in den steek te laten +is toch wel wat al te onbeleefd.” + +</p> +<p>“Verschoon mij, generaal!” in een wip was ik weer op mijn post bij de speeltafel, na Francis een blik te hebben toegeworpen, +waaruit zij mijn leedwezen moest verstaan. + +</p> +<p>“Als gij plan hebt om nog eens te deserteeren, moest gij liever verlof vragen,” sprak de kapitein lachende, “dan zullen wij +u behoorlijk uw paspoort geven.” + +</p> +<p>Maar de aardigheid scheen niet in den smaak te vallen van den generaal, want ik zag dezen verbleeken bij het woord deserteeren, +en hij wierp den armen Rolf een blik vol verwijt toe over zijne jovialiteit. + +</p> +<p>“Ik beloof den heeren, dat ik mijn best zal doen om mijne geheele aandacht bij het spel te bepalen,” antwoordde ik met meer +goeden wil dan vast geloof in ’t volbrengen, want Francis speelde harerzijds een spel, dat mij vrij wat meer interesseerde +dan de matadors van den generaal, die een <i lang="fr">sans prendre</i> had in de “favorite!” + +</p> +<p>Francis fantaseerde; het was een wilde, bonte fantasie, als had zij al de warrelingen harer strijdige indrukken en gedachten +in tonen willen uitspreken; het was schril en onharmonisch, zooals het daar zeker in haar toeging, maar het bewees zekere +meesterschap op het instrument. + +</p> +<p>Hoezeer men hare opvoeding ook mocht hebben verwaarloosd, aan leermeesters scheen het haar toch niet te hebben ontbroken. +Want dat zij veel wist, veel had gelezen en onderscheidene talen machtig was, had ik <a id="d0e2886"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2886">176</a>]</span>reeds opgemerkt, en zij moest van een goed musicus geleerd hebben, dat zij bij machte was over de difficulteiten te zegevieren, +die zij zich zelve schiep. Langzamerhand scheen het onweer in haar binnenste af te trekken bij de verluchting die zij zich +gaf in die forsche, bijna woeste tonen, en begon zij zich in liefelijker melodieën te uiten, die van zachten weemoed getuigden +en daartoe stemden. + +</p> +<p>“Als ze nog maar eens wat aardigs wilde spelen,” fluisterde de kapitein mij toe, “zoo’n marsch uit Robert le Diable of eens +iets uit de Muette; in mijn jongen tijd moest ieder die gaan hooren, daar was nog wat aardigheid aan, maar....” + +</p> +<p>“Francis! om ’s Hemels wil, schei uit, <i>of wij</i> moeten er uitscheiden,” riep nu de generaal als in wanhoop; “ondanks mijne hardhoorendheid, word ik er toch wee van. Is dat +een getik en geklinkel! Eerst die akelige snijdende tonen, en nu dat sentimenteel gesuis en getril; de kapitein wordt er roesig +van, en wat het ergste is, het geeft den jonker zulke distractie, dat hij allerlei flaters begaat, en zijn eigen, ja, ons +beider spel bederft. Neen! <i lang="fr">mon cher</i>, ik spreek niet te sterk,” zei hij, mij aanziende met zulk een <i lang="fr">sérieux</i> en zulk een wrevelig hoofdschudden, dat ik moeite had een glimlach te bedwingen toen hij voortging: “de kapitein heeft daareven +een <i lang="fr">sans prendre</i> gewonnen, die hij had <i>moeten</i> verliezen, als gij u maar de moeite gegeven hadt op te letten, welke kleur ik uitspeelde.” + +</p> +<p>Ik moest het bekennen: ik beging fout op fout; het was voor mij geen spel meer; het was eene marteling. + +</p> +<p>Francis had het begrepen; zij kwam mij te hulp. + +</p> +<p>Zij staakte haar spel, voegde zich bij de speeltafel en sprak tot den generaal: + +</p> +<p>“Willen wij een compromis sluiten, grootpapa? Gij staat mij Leo af, om mij te accompagneeren; ik zal wat zingen, en gij continueert +met den kapitein uw gewoon partijtje piquet.” +<a id="d0e2915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2915">177</a>]</span></p> +<p>“Hm, hm, ik zou u dat genoegen willen doen, Francis, maar de jonker heeft zooveel verloren; hij dient toch in de gelegenheid +gesteld te worden, om zijne revanche te nemen.” + +</p> +<p>“Gekheid! daar komt toch niets van, dat weet gij vooruit, grootpa!” duwde Francis hem toe, met zekere hardheid. + +</p> +<p>“Om de waarheid te zeggen, generaal, ik hecht er niet aan,” sprak ik, “als het mij gegund wordt, in dezen mijne opinie te +zeggen; maar mijn heele doosje is leeg, laat ons afrekenen.” + +</p> +<p>“Afrekenen, onder ons, dat’s malligheid, dat zal niet gebeuren,” viel Francis in, met iets gedecideerds in stem en houding +dat mij tegenstond. + +</p> +<p>“Als <i>ik</i> gewonnen had, zou ik er aan hechten <i>mijne</i> winsten te berekenen, Freule!” zei ik, tot haar gewend, op een toon, die haar ongepast voorkwam. + +</p> +<p>“Nu! gijlieden zult ook wel niet om een gulden het fiche hebben gespeeld,” hernam zij wat gedwongen, en trad een stap of wat +terug. + +</p> +<p>Dat was waar, maar toch hoog genoeg, om mijn verlies bij guldens te berekenen. Ik reikte den kapitein een muntje toe en verzocht +de zaak voor mij met den generaal en hem zelven in orde te maken. Francis zag dit aan met eene onbeschrijfelijke uitdrukking +van misnoegen. Zij drukte de lippen opeen en werd gloeiend rood, om terstond weer te verbleeken; zij fronste onheilspellend +de wenkbrauwen; zij trad opnieuw toe en strekte de hand uit om het papier aan Rolf te ontweldigen, maar ik wierp haar een +blik toe, die haar van deze intentie deed afzien. + +</p> +<p>“Mij dacht, freule, dat gij reeds begrepen zoudt hebben hoe onwelvoegelijk in dezen uwe tusschenkomst is,” voegde ik haar +toe op korten, strengen toon. + +</p> +<p>“Ook goed! mij is ’t wel, als gij geplunderd wilt worden!” viel zij uit en keerde zich af naar hare piano. + +</p> +<p><span id="d0e2941" class="corr" title="Bron: “"></span>De roman van een uur, was al aan de ontknooping, <a id="d0e2943"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2943">178</a>]</span>en geen schitterende voorwaar! De generaal was onder dit alles merkwaardig om aan te zien. Hij zweeg; hij zweeg, waar alle +convenances hem geboden hadden te spreken; hij zweeg, maar met eene uitdrukking van gelaat, met eene flikkering in het oog, +die mij een pijnlijken blik gaven te werpen in zijn karakter. De man van opvoeding, van geboorte, die een eervollen rang in +het leger had bekleed, was een speler, een speler niet slechts uit liefhebberij in het nietige spel, maar een speler, wien +het om winst was te doen, op welke wijze ook verkregen, klein of groot, van wien ze hem ook toekwam; voor hem was ik een <i>arme</i> verwant, het deed er niets toe, hij had gewonnen! hij moest zijne winst opstrijken, de lage hartstocht moest zijne voldoening +hebben! + +</p> +<p>Ik voelde wel hoe zeer het fier en onbaatzuchtig gemoed van Francis hieronder lijden moest, maar zij zelve had mij op hare +wijze ontstemd. Zij had zich zoo meesterachtig aangesteld met over mij te beschikken als over iets, waarmee zij handelen kon +naar welgevallen, dat ik het noodig vond haar te toonen, hoezeer zij zich in dezen in mij had vergist. + +</p> +<p>Ik volgde haar wel naar de eetzaal, maar ik stelde niet voor haar te accompagneeren, en zij, die er vast op rekende, dat haar +wil te verstaan en te gehoorzamen voor mij hetzelfde moest zijn, vroeg het mij niet. + +</p> +<p>Eindelijk mij aanziende met zekere mengeling van spijt en laatdunkendheid: “Dus speelt gij niet?” + +</p> +<p>“Ja wel, op mijn tijd, als ik er toe gedisponeerd ben.” + +</p> +<p>“En dat zijt ge nu niet?” hernam zij op een toon, waaruit verrassing en gekrenktheid spraken. + +</p> +<p>“Juist nù niet!” + +</p> +<p>“O zoo!” bracht zij uit, keerde mij den rug toe en sloeg de toetsen zoo forsch aan, dat wij opnieuw wilde, stormachtige klanken +moesten verduren. + +</p> +<p>Ik greep eene oude krant en wijdde daaraan geheel mijne opmerkzaamheid; daar liet zij de handen weer <a id="d0e2964"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2964">179</a>]</span>lusteloos in den schoot rusten, en nam den spiegel te baat om mij aan te zien, zonder dat ik het merkte, maar ik wilde haar +die satisfactie niet geven, en wij fixeerden elkaar nu om strijd, of er niets beters in de wereld te doen viel. + +</p> +<p>Eindelijk preludeerde zij weer, zong het groote alt van Betly, uit de <i lang="fr">Châlet</i>, en accompagneerde daarbij zich zelve. Zooals ik wel vermoed had, bezat zij een diepe, volle altstem, maar zij deed volstrekt +niet haar best, om die te doen uitkomen; zij zong met tergende bravoure het refrein: + + +</p> +<div class="poem" lang="fr"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Liberté chérie, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Seul bien de la vie, +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Règne toujours là! +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tra la, la, tra la, la, la, la! +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Tant pis pour qui s’en fâchera!</span></p> +</div> +</div> +<p>Ik begreep heel goed waarom; ik wist, hoe haar te vergelden. + +</p> +<p>Ik wierp mijn krant weg, ging bij haar staan naast de piano en fluisterde haar in: “Denkt ge er wel aan hoe de aardige operette +afloopt?” + +</p> +<p>“Heel goed! zooals dat altijd geschikt wordt in de komedie; maar in ’t werkelijke leven is het juist omgekeerd, en ik.... +ik hecht aan de realiteit!” + +</p> +<p>Juist kwam Frits binnen, om het avondbrood klaar te zetten; er werd gelukkig niet gesoupeerd. + +</p> +<p>De beide heeren waren opgeruimd, de kapitein was luidruchtig en op zijne wijze aardig, al waren zijne aardigheden juist niet +van den besten smaak; ik trachtte met hem in te stemmen, al ging het niet van harte, want Francis bleef droog en kortaf tegen +ons allen, en toonde mij haar humeur, zelfs nog in de wijze, waarop zij mij even hare vingertoppen toestak, toen wij elkaar +goedennacht wenschten. + + +<a id="d0e2992"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2992">180</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<p class="Opener">Huis de Werve. + + +</p> +<p>Hoe weinig romanesk het ook klinken moge, Willem! ik sliep dien eersten nacht heerlijk in het overruime ledikant en op het +overzachte bed, waar wie weet welke mijner moederlijke voorzaten hunne leden op hadden uitgestrekt. Daar er geen oude familie-portretten +hingen, wier gestalten kwamen rondspoken, stoorde niets mijne nachtrust dan wat geknaag van ratten en muizen, dat ik waarnam +tusschen de bonte en verwarde droomen in, waarin Francis onder allerlei gedaanten de hoofdrol speelde, en vreemd, de slaap +was mij overvallen, terwijl ik mij in gissingen verdiepte over dit zonderlinge wezen, dat mij toch aantrok ondanks, neen, +zelfs door hare gebreken, die mogelijk slechts de overdrijving waren van degelijke kwaliteiten. + +</p> +<p>Toen ik <span id="d0e3000" class="corr" title="Bron: onwaakte">ontwaakte</span> drong het daglicht in ongetemperde kracht tot mij door; want ik had een der blinden niet willen sluiten, om zoo vroeg mogelijk +iets te genieten van het ongewone schouwspel dat mij hier wachtte: een Geldersch landschap, door een lente-ochtendzon verlicht. +Zonder er op te durven rekenen, hoopte ik zelfs de zon te zien opgaan, iets wat bij drukken, nachtelijken arbeid in den Haag +niet precies tot mijne gewoonte behoort. Maar dit mislukte; want zij stond reeds hoog aan den hemel en schoot grillige lichttinten +uit over het eerwaardige Smyrnasch tapijt, toen ik de oogen uitwreef om mij te bezinnen waar ik mij bevond. Toen alles mij +weer helder voor den geest stond, maakte ik mij op om eens eene fiksche wandeling te doen in de buurt van het kasteel. Ik +wist, dat men niet matineus was op de Werve; het ontbijt althans was op geen al te vroeg uur bepaald. De vraag was dus maar, +hoe naar buiten te komen zonder den goeden Frits in zijne rust te bekorten; dan, mijne bezorgdheid bleek ijdel, want reeds +zag ik hem in de vestibule bezig. En de groote dubbele deur, die op het perron uitkwam, stond wagenwijd open. Zwijgend bracht +<a id="d0e3003"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3003">181</a>]</span>hij de hand aan de muts, toen ik voorbijkwam, en op mijne vraag hoe ik tot de boerderij moest komen, die ik uit mijn raam +in de verte had zien liggen, wees hij mij lakoniek maar afdoend den weg dien ik te nemen had. + +</p> +<p>Ik genoot van de frissche, nog wel wat scherpe ochtendlucht, onder de hooge denneboomen, waarlangs mijn pad ging. Toch kon +ik niet, zooals ik mij voorgesteld had, de schoone natuur geheel genieten; te veel bijgedachten drongen zich aan mij op. De +pachthoeve die ik wilde bezoeken behoorde reeds aan mij, krachtens de beschikkingen van tante Sophie, sinds de generaal die +had moeten verkoopen en Overberg gezorgd had er de kooper van te zijn; maar dezelfde bewoners waren er gebleven, voor welke +niets was veranderd dan alleen dat zij de huurpenningen moesten brengen bij den procureur, en dat zij betere reparatie kregen +dan onder het beheer van von Zwenkens ontrouwen rentmeester. Overberg had mij aangeraden er eens heen te gaan en met de goede +lieden kennis te maken; als gast van de Werve kon ik er licht een glas versche melk vragen en een praatje aanknoopen, dat +mij mogelijk een en ander omtrent Francis deed te weten komen, wat ik deze zelf niet kon vragen. + +</p> +<p>Eens op ’t chapitre van Francis, raakte ik zoo aan ’t mijmeren, aan ’t fantaseeren, aan ’t berekenen der kansen vóór en tegen, +dat ik niet meer op of omzag, maar alleen met een gejaagden stap voortliep, nauwelijks wetende dat ik zoo deed, toen ik op +eens Francis zelve zag aankomen. Zij kwam reeds van de zijde waar de pachthoeve lag, en zij moest er geweest zijn; zij hield +een mandje in de hand. Zij scheen een oogenblik te aarzelen of zij een anderen weg zou nemen, mogelijk wel omdat zij, in eene +oude grijze sjaal gewikkeld en met een ongracieusen tuinhoed op, zich bewust was weer geen goed figuur te maken, mogelijk +ook omdat zij mij nog rancune hield. Hoe dit zij, hare weifeling duurde maar zeer kort, en zij kwam snel en beslist naar mij +<a id="d0e3009"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3009">182</a>]</span>toe met een opgewekten morgengroet en reikte mij gulweg de hand. + +</p> +<p>“Zoo, zijn we weer vrienden?” vroeg ik, die hartelijk drukkende en haar half lachend, half ernstig in de oogen ziende. + +</p> +<p>“Ik wist niet dat wij een oogenblik opgehouden hadden dat te zijn,” hernam zij, toch wat kleurende, en niet met hare gewone +cordaatheid. + +</p> +<p>“Hm, hm! op het laatst van den avond hebt gij mij geboudeerd, trots het beste nufje.” + +</p> +<p>“Zeg dan liever: trots het slechtste, want die vrouwengrillen staan heel leelijk, dat ben ik volmaakt met u eens. Maar geloof +mij, neef Leo!” hier legde zij vertrouwelijk hare hand op mijn arm, “ik stelde mij niet knorrig aan uit grilligheid; ik was +bezorgd en had verdriet. Ik zag wel, dat gij boos op mij waart, en dat mijne wijze van doen u ongepast voorkwam, maar, ziet +gij, ik kan geen onrecht en geene laagheid zien zonder daartegen op te komen. Ik vreesde dat gij, om het zwak van mijn grootvader +te vleien, u zelf tot dupe liet maken, en.... en....” + +</p> +<p>“Al ware dat, gij hebt toch notie genoeg van ons <i lang="fr">point d’honneur</i> om te begrijpen, dat ik hier niemands tusschenkomst kon aannemen.” + +</p> +<p>“Gij hadt mij bekend dat gij arm waart, dat gij u zelven ontberingen moest opleggen, en nu zulke nuttelooze verspilling, hier +in ons huis! Het was bijna een <i lang="fr">guet-apens</i>.” + +</p> +<p>“Neen, neen, dat was het niet; maar al zou het dat geweest zijn, voelt gij niet dat het beneden mijn karakter zou zijn om +hier gratie aan te nemen van wie ook! Ik ben er zeker van, gij hebt tact genoeg om mij te begrijpen.” + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk; wij zijn het beiden veel te veel eens om zoo te harrewarren. Maar ik heb het immers vooruit gezegd dat ik +slechte manieren heb!” + +</p> +<p>“Om u de waarheid te zeggen, hier zijn minder <a id="d0e3035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3035">183</a>]</span>slechte manieren in het spel dan wel zekere aanmatiging, zekere heerschzucht.” + +</p> +<p>“Welnu! vergeef mij dan die aanmatiging, die heerschzucht!” sprak zij schertsenderwijs, maar er trilde iets in hare stem, +dat mij aanmoedigde om mijne overwinning in dezen voor goed te constateeren. + +</p> +<p>“Als gij maar bekennen wilt, dat het mijnerzijds geene onjuiste opvatting is....” + +</p> +<p>“Dat kon toch wel zijn, zoo gij er mijn goed hart in hebt miskend; want ik begreep dat gij u wildet opofferen om den generaal +te believen, en ik wilde u vrijmaken.” + +</p> +<p>“Juist, door over mij te beschikken als over iets, dat het uwe was, en dat gij naar willekeur kondet draaien en wenden; verschoon +mij, zoo <i>iets</i> ben ik niet, noch zal dat ooit zijn voor wie ook, en gij, die als vrouw zoo fier zijt, en zoo zelfstandig, dat het u tegen +is ook maar den arm van een man aan te nemen, die u als de meest gewone beleefdheid geboden wordt, wat zoudt gij denken van +den man die, om aan eenige verveling te ontkomen, zich liet beschermen door eene vrouw?” + +</p> +<p>“Dat is waar!” sprak zij ras en levendig, “zoo’n man.... zou mij.... te veel op de anderen lijken om hem niet te minachten; +maar nu blijkt het mij, dat gij nog rancune houdt van zekere weigering, doch als ik nu toestem, dat gij in uw recht waart, +en dat ik deze correctie verdiend heb, zult gij dan ook niet erkennen, dat gij dat kleine vergrijp wel wat hoog opneemt?” + +</p> +<p>“Niet te hoog, Francis; het plantje onzer vriendschap is nog zoo teer en daarbij zoo kostbaar, dat het wel waard is met wat +zorg gekweekt te worden, en als wij het eens eene verkeerde plooi laten nemen, zou het nooit gezond en krachtig kunnen opgroeien.” + +</p> +<p>“Als gij het zóó ernstig opvat met die vriendschap,” hernam zij, terwijl een vluchtige blos hare wangen kleurde, “wil ik toegeven +dat gij in uw recht waart met mij te kapittelen; maar na zulke concessie moet het kibbel <a id="d0e3054"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3054">184</a>]</span>partijtje van gisteravond óók vergeten en vergeven worden, zonder arrière pensée, niet waar?” + +</p> +<p>“Geene andere nagedachte dan die...... aan uwe echt vrouwelijke beminnenswaardigheid, die de oprechte verzoening verzekert,” +riep ik uit, verrukt, weggesleept door den indruk dien zij in dat oogenblik op mij maakte, en hare hand vattende, die ik met +innige teederheid kuste. + +</p> +<p>“Leo! wat doet gij!” riep zij, bleek en met tranen in de oogen; hare trekken hadden iets lijdends, of ik haar pijn had gedaan. + +</p> +<p>“Onze vriendschapsbond verzegelen; laat u dat niet verschrikken noch ontrusten; van nu aan neem ik de leiding daarvan op mij, +en—ik ben een eerlijk man; daar kunt ge staat op maken!” + +</p> +<p>“Leo! Leo! gij weet niet wat gij doet,” sprak zij zacht en dof, de beide handen op het hart drukkende, als wilde zij dat verbieden +te kloppen, “gij vergeet aan wien gij dat alles zegt, ik ben—Majoor Frans.” + +</p> +<p>“Ik wil van Majoor Frans niet meer hooren; mijne nicht Francis Mordaunt moet mij toestaan haar den steun van mijn arm te geven,” +en hare hand nemende, schoof ik met zacht geweld haar arm in de mijne. Zij liet mij zwijgend begaan, er was iets mats en kwijnends +in hare meegevendheid, of zij den tegenstand moede was, of haar de rust der lijdelijkheid behoefte was voor het oogenblik, +want ik gevoelde wel dat ik hier niets had behaald dan de zege in een voorpostengevecht, en dat er nog gansch anders slag +zou moeten geleverd worden, eer ik in eene volkomen overwinning kon roemen; ik begreep het reeds uit de wijze waarop zij hervatte: + +</p> +<p>“Ik ben het met u eens, Leo! het zal mij goed zijn, zoo eens met u te wandelen en te praten, zij het dan ook voor de eerste +en eenige maal, maar.... weet gij al waar gij met mij gaan zult?” + +</p> +<p>“Naar gindsche boerderij; die was het doel van mijn tocht.” + +</p> +<p>“Ik kom er vandaan, maar dat doet er niets toe; ’t is <a id="d0e3072"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3072">185</a>]</span>een aangename weg en wij kunnen er rusten; het zijn boerenlieden, waar ik zoo goed als thuis ben.” + +</p> +<p>“En waar gij uw eieren vandaan haalt, naar ik zie; laat mij dat mandje dragen....” + +</p> +<p>“Volstrekt niet, het zou ons kunnen gaan als Pierrette in de fabel. Ik had er niet op gerekend versche eieren mee te krijgen, +maar de goede zielen drongen ze mij op; ik was er eigenlijk naar een patiënt gaan zien.” + +</p> +<p>“Een patiënt? speelt gij voor docteresse?” + +</p> +<p>“Ik doe zoo wat van alles; maar de patiënt in kwestie is een hond, een lief, trouw dier, mijn arme Veldheer, die zijn poot +heeft gebroken, en die van niemand geholpen wil zijn dan van mij alleen! Nu, ik ben er ook de naaste toe; het wakkere beest +heeft het ongeluk gekregen toen het mij volgde op een wandelrit; ik kreeg den inval met mijn paard over een heg te springen, +en hij wilde mij na; maar ongelukkig had hij den sprong niet zoo goed berekend, als ik den mijne met Tancred, en ziet, hij +brak een der voorpooten waarop hij neerkwam; het gebeurde dicht bij de hoeve, en ’t was maar best dat hij daar bleef tot zijn +herstel; de veearts geeft er hoop op, schoon hij zal blijven hinken! Dat’s alweer een verdriet, dat ik mij zelve heb berokkend.... +en toch.... kon al het andere nog zoo terecht komen! maar.... helaas!” + +</p> +<p>Zij zuchtte diep. + +</p> +<p>“Bij zoo sprekend zelfverwijt mag men u niet hard vallen.... anders zou ik zeggen, zijt gij niet wat al te stout en overmoedig +bij het rijden? Ik heb u te paard gezien, of eigenlijk, ik heb slechts de stofwolk gezien, die uw wilde vaart opjoeg.” + +</p> +<p>“Zoo is ’t; ik weet maar al te goed: ik ben een razende Roeland te paard; ’t is me dan of al wat er van gloed en kracht in +mij zit, zich gelden doet en tot zijn recht wil komen. ’t Is of mijn bloed sneller en gunstiger vloeit, ik gevoel mij leven, +ik geniet, ik vergeet, en toch, Leo! toch,” voegde zij er in diepe zwaarmoedigheid <a id="d0e3088"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3088">186</a>]</span>bij, “toch had ik bijna de gelofte gedaan, nooit weer een teugel in handen te nemen, want.... Gij spreekt van zelfverwijt, +wat zoudt gij zeggen als het met veel zwaarder woord moest genoemd worden, wat ik mij door mijne onbedwingbare hartstochtelijkheid +voor het leven op den hals heb gehaald....” + +</p> +<p>“Ik zou zeggen, dat erkenning van schuld reeds berouw insluit en een aanvang is van beterschap, van herstel.” + +</p> +<p>“Spreek zoo niet, Leo!” viel zij in met smartelijke bitterheid, “ik word verscheurd door wroegingen die nooit, nooit zullen +uitslijten.” + +</p> +<p>“Dàt neem ik nog niet aan, wroeging, die tot niets leidt dan tot wanhopige berusting, is onvruchtbare zelfkwelling; beter +is het naar genezing te trachten; er is immers niets onherstelbaars gebeurd?” + +</p> +<p>“Ja, ’t is onherstelbaar; en ’t zal mij altijd blijven drukken als eene zware schuld, en toch.... God weet dat er geen opzet +bestond en.... dat ik er toe gekomen ben mijns ondanks.” + +</p> +<p>Ik raadde waarop zij doelde; een smartelijke twijfel, eene vreeselijke onrust overviel mij, eene vraag brandde mij op de lippen, +maar ik verloor den moed die te uiten, toen ik haar aanzag; zij was doodsbleek geworden, hare lippen sidderden, en, als gejaagd, +haar arm uit den mijnen trekkende, bleef zij even stilstaan en liet zich toen neervallen op een omgehouwen boomstam, terwijl +zij de beide handen voor de oogen drukte als om de tranen te weerhouden die mildelijk vloeiden. Ik bleef voor haar staan: +“Spreek het uit Francis,” drong ik met zachten ernst, “dat zal u verlichten.” + +</p> +<p>“Ja, dat zal het,” hernam zij kalmer; “eens moet ik het meedeelen aan iemand, wat ik geleden heb, maar niet nu. Ik wil mij +nu dezen vriendelijken morgenstond niet bederven met mij dat afgrijselijk tooneel voor den geest te halen, en dat zou ik toch +moeten doen om u.... begrijpelijk te maken, wat ik zelf nauwelijks begrijp, <a id="d0e3102"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3102">187</a>]</span>hoe dat mogelijk is geweest, dat ik, ik, die met al mijn drift geen beest kan zien lijden, schuldig ben aan den dood van een +mensch!” + +</p> +<p>“Het schrikkelijk beeld staat u nu toch voor den geest; werp het van u, door het aan mij toe te vertrouwen,” smeekte ik met +al den drang van het diepste meegevoel. + +</p> +<p>“Neen! niet nú!” riep zij opspringende; “waartoe zou het baten! het kan alleen maar deze korte oogenblikken samenzijns vergallen.” + +</p> +<p>“Indien het alleen deze ure van samenzijn betrof, zoudt gij gelijk hebben, Francis! maar.... gij begrijpt toch wel, dat ik +mij niet met zóó voorbijgaande kennismaking tevreden stel, en daarom hecht ik er aan, alles van u te weten, ook datgene, waarover +gij smart of.... berouw voelt. Mag ik uitvinden wat u moeite schijnt te kosten uit te spreken; is er niet zeker ongelukkig +voorval met uw koetsier....?” + +</p> +<p>“Precies, dat is het!” sprak zij nu, op eens weer stout en met bitterheid, mij fier en uittartend aanziende, haar arm weer +uit den mijnen losmakende, zonder dat ik nu lust gevoelde mij daartegen te verzetten. “Heel goed; als gij daar meer van weten +wilt hebt gij het maar aan de boerenlieden te vragen waar wij heengaan; zij weten er alles van.” + +</p> +<p>“Ik zal mij wel wachten, Francis! naar uwe geheimen te vorschen achter u om....” + +</p> +<p>“Mijne geheimen!” viel zij nu uit, met eene stem die van toorn en gekrenktheid trilde. “Hoe komt het in u op, dat daar een +geheim achter zou steken? Het betreft immers een schrikkelijk ongeluk op den publieken weg, dat maar al te veel gerucht heeft +gemaakt, en dat in een oogwenk menigte van toeschouwers had. Maar,” ging zij voort, met den voet stampend van ergernis, “ik +begrijp wel dat men niet zal nagelaten hebben, zelfs op hetgeen klaar was als de dag, sprookjes en lasteringen te bouwen, +om daarmee de publieke opinie tegen mij op <a id="d0e3116"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3116">188</a>]</span>te hitsen; het geldt immers maar Majoor Frans, die de dingen niet doet zooals iedereen; Majoor Frans, de vogelvrije; en ’t +zou jammer zijn geweest, zoo men de occasie niet bij de haren had gevat, om wie weet met welke lasteringen nog hare fout zwarter +te maken, alsof het al niet genoeg was dat hare woestheid en overmoed een mensch het leven hadden gekost, en een andere de +eer en het levensgeluk! Hoe kon ik zoo onnoozel zijn, te wanen, dat u daar niets van zou zijn ter oore gekomen, dat men u +niet daarvan eene voorstelling zou gegeven hebben, die genoeg was, om u zóó nieuwsgierig te maken, dat gij mogelijk alleen +herwaarts heen zijt getrokken om de heldin van zoo’n romanesk avontuur eens in al haar doen en laten te leeren kennen. Welnu! +het zou jammer zijn, dat zoo’n nobele kruistocht geen doel trof. Daar vóór u ligt de boerderij, ga daar botweg aan de lieden +vragen, wat er is van het geval met Majoor Frans en den koetsier Blount; de man en de vrouw zijn er beiden getuigen van geweest, +zij kunnen u op de hoogte brengen of liever op de laagte van die gansche jammerlijke geschiedenis, en daarna, Jonker van Zonshoven, +keer terug naar de Werve om afscheid te nemen.” + +</p> +<p>Al sprekende wees zij met een gebiedende geste naar het boerenerf dat voor ons lag, en terwijl ik er het oog op richtte, ijlde +zij weg en liet mij staan in eene onbeschrijfelijke verwarring en beschaming. Ik wist niet meer wat ik er van denken moest; +slechts kwam het mij voor, dat zij voor mij verloren was. Ik stond besluiteloos.... haar volgen.... inhalen.... was het verstandig, +zou het niet vruchteloos zijn? Zij scheen zoozeer beslist om mij niets meer te zeggen. Toch moest ik weten. In deze verhouding +tot haar kon ik niet op de Werve blijven, en ik kon evenmin heengaan met zulken twijfel in het hart. + +</p> +<p>Ik zou dan maar doortasten, hare aanwijzing volgen en daarna zien wat mij te doen stond. Het was niet te verwonderen, dat +zij haar mandje met eieren, bij den <a id="d0e3122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3122">189</a>]</span>boomstam neergezet, in hare driftige vlucht had vergeten. Ik nam het op, bij wijze van introductie in de boerderij; ik kon +mij zelven daar toch niet voorstellen als den aanstaanden landheer, en ik wist niet of Francis van haar gast had gesproken; +binnen eenige minuten was ik er tegenover de boerin gezeten, die mij een glas schuimende melk aanbood, dat ik hoog noodig +had na de wandeling met hindernissen in den vroegen morgen. + +</p> +<p>“Ja, zij wist al van den Jonker! en zij vond het niemendal vreemd dat de freule hem naar de boerderij had verwezen om uit +te rusten en melk te drinken, en haar jongen zou maar eens vlugjes naar de Werve gaan met het mandje; ’t was er weer een van +de freule om dat te laten staan,” voegde zij er hoofdschuddend bij, “toch een goed mensch, daar was er geen tweede zoo onder +den heelen adel, zoo gemeenzaam en goedhartig, maar.... als ze der buien had, br, dan was er geen houden aan, dan stoof ze +door als een ‘leukemetief,’ zel ik maar zeggen.” Ik vond de vergelijking heel juist, maar ik zal me niet vermoeien met het +patois van de Geldersch-Overijselsche boerin weer te geven; ik had moeite genoeg om het zelf te verstaan. Eens daar, kon ik +het niet over mij verkrijgen eene vraag te doen. Nu ik Francis persoonlijk kende, stuitte het mij, achter haar om anderen +uit te vragen over ’t geen haar kennelijk tegen was uit te spreken. En boerenlieden, al waren zij aan haar gehecht, konden +zoo grof zijn in hunne wijze van zich uit te drukken; ik was zwak in die ure, Willem! ik voelde dat ik de ruwe, naakte waarheid +niet zoo plompweg uit den mond eener vreemde kon hooren. Daarbij de toon waarop Francis mij had gezegd, dat ik bij het terugkomen +afscheid had te nemen, klonk niet slechts als eene dreiging; er was eene diepte van weemoed in gemengd, die uit de bitterheid +zelve sprak; ik voelde het aan mijn eigen tegenzin, dat zij onheelbaar gegriefd zoude zijn, zoo ik haar bij het woord vatte +en geen geduld, geen vertrouwen genoeg toonde, om hare <a id="d0e3126"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3126">190</a>]</span>ure van expansie af te wachten; neen, ik wilde niet meer vragen, ik wilde evenmin door een omweg mededeelingen uitlokken. +De lust om de hoeve rond te loopen en te bezichtigen met een <i lang="fr">air de propriétaire</i> was mij nu ook vergaan. Ik ging den hond zien, een prachtigen bruingevlekten jachthond, die mij met zijne schrandere melancholieke +oogen aankeek of hij mijne belangstelling in zijne meesteres raadde. <span id="d0e3131" class="corr" title="Bron: Het">Hij</span> liet zich streelen, draaide mij den kop toe, en kreunde alleen zachtjes, toen ik mij verwijderde, alsof het hem speet mij +niet te kunnen volgen. Vrouw Pauwels, die mij steeds bijbleef, had intusschen haar hart opgehaald met praten. “Ja! het speet +haar wel dat de generaal haar landheer niet meer was, maar mijnheer Overberg was lang geen kwaad eigenaar; hij had heel wat +aan het huis laten doen en zelfs eene nieuwe schuur beloofd, iets wat de generaal maar niet had willen toestaan. Jammer van +den man! een goed heer, maar hij had geen hart voor het boerenbedrijf; de hoeve zou deerlijk vervallen en verminderd zijn +(want wij konden ook al niet meer doen, als de grond je eigen niet is....), zoo de generaal niet tot verkoopen was overgegaan, +eer het te laat was: de Freule had er wel spijt van, want zij mocht er wel over, ze had zelve wel willen melken, en ze praat +met de koeien of het menschen waren, en de paarden dan! Ja jonker: al zijn het maar boerenpaarden, die op der tijd voor den +ploeg moeten, zij is er niet te grootsch voor om er mee om te gaan! Mijn man is in zijn jonkheid palfrenier geweest bij der +grootvader; ik zie nog de appelgrauwe schimmels, dat haar grootste pleizier was die zelve te mennen, en dan Blount de koetsier! +die den koning te rijk was als hij naast haar zat met de armen over elkaar! of hij de mijnheer was wien het spul toe kwam! +Och ja, mensch! en al die grootheid is nou verdwenen als de dauw bij zonneschijn, de mooie koetspaarden verkocht, en de freule +heeft niets meer dan haar Engelschen vos, dien mijn man nog oppast, en als de <a id="d0e3134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3134">191</a>]</span>generaal rijden wil, spannen wij onzen bles voor het tentwagentje. + +</p> +<p><span id="d0e3137" class="corr" title="Bron: ">“</span>Wat een zonde en jammer als de heerschappen zoo in verval raken! En de familie is al van oudsher de eerste geweest in deze +streken, en ze waren goed voor hun volk. Mijne ouders en grootouders hebben er altijd mee te doen gehad; maar och, och! sinds +het huwelijk van de oudste freule Roselaer is er geen rust en geen zegen meer geweest; wat zal men zeggen.... een huis dat +tegen zich zelf verdeeld is, kan niet bestaan, zooals de Schrift zegt. De Jonker heeft er zeker ook wel van gehoord.” + +</p> +<p>“Genoeg, vrouw Pauwels! meer dan genoeg,” viel ik in, niet zonder wat <span id="d0e3142" class="corr" title="Bron: humor">humeur</span>; want het doorrammelen der goede vrouw, die ieder oogenblik de <i lang="fr">corde sensible</i> aanraakte, welke ik besloten had te laten rusten, veroorzaakte mij een zelfstrijd, die mij norsch en verdrietig stemde. Ik +kon haar het zwijgen niet opleggen; ik kon alleen <i>heengaan</i>; en dat werd tijd ook, wilde ik niet als achterblijver beschouwd worden bij ’t ontbijt. Zoo nam ik wat gehaast mijn afscheid, +met een “tot weerziens,” dat haar eenigszins verbaasd deed opkijken. Blijkbaar had Francis over mij gesproken als de gast +van één dag. + +</p> +<p>In mijne gejaagde gemoedsstemming had ik zeker wat hard geloopen, want ik trof Francis nog alleen in de ontbijtkamer, druk +bezig met thee zetten; maar zoodra ik binnenkwam, wilde zij de kamer verlaten, onder pretext dat het water niet goed kookte. + +</p> +<p>“Heeft de kleine Louw u de eieren gebracht?” vroeg ik, om haar te doen blijven. + +</p> +<p>“Ja, in orde,” sprak zij, terwijl een vluchtig rood even hare wangen kleurde en zij wilde doorgaan. + +</p> +<p>“Blijf, Francis; ik meen recht te hebben op eene betere ontvangst.” + +</p> +<p>Zwijgend trad zij naar de tafel terug; toen, mij fier en uittartend aanziende, bracht zij uit met een doffe stem: +<a id="d0e3161"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3161">192</a>]</span></p> +<p>“Waarop grondt gij dat recht; omdat gij nu naar hartelust uwe nieuwsgierigheid bevredigd hebt?” + +</p> +<p>“Het was geen nieuwsgierigheid, freule Mordaunt; het was belangstelling.” + +</p> +<p>“Dat’s een bescheiden woord, waardoor iedere onbescheidenheid wordt gerechtigd. En zijt gij nu voldaan, nu gij alles weet?” + +</p> +<p>“Ik weet niets, want ik heb niets gevraagd.” + +</p> +<p>“Niets gevraagd! waarlijk niets? op uw woord als edelman?” vroeg zij op eens met levendigheid. + +</p> +<p>“Ik heb geen tweeërlei woord, Francis! ik heb niets gevraagd, ik heb zelfs niet willen hooren.” + +</p> +<p>“Hm! dat is voorwaar meer zelfbeheersching dan ik van een man had kunnen verwachten.” + +</p> +<p>“Zijn de vrouwen dan zoo sterk op dit punt?” repliceerde ik, niet zonder wat bitterheid. + +</p> +<p>“Als het noodig is <i>kunnen</i> wij zwijgen,” gaf zij ten antwoord met een zijblik op den kapitein, die nu binnentrad met een luid en joviaal “goedenmorgen!” +niet vermoedend hoezeer hij <i lang="fr">fâcheux troisième</i> was in dezen oogenblik. + +</p> +<p>“Zijne Excellentie volgt immediaat,” ging hij voort, zich heenzettend over de weinig toeschietelijke wijze waarop zijn ochtendgroet +werd beantwoord, daar Francis het bijzonder druk had met het theewater, “dat niet kookte,” en ik hem op zijn: “Wel geslapen, +Jonker?” afscheepte met een: “Uitmuntend, kapitein en gij?” natuurlijk om niet te luisteren naar zijn antwoord. + +</p> +<p>Intusschen kwam de generaal binnen, en wij gingen ontbijten. Francis was stil en zelfs wat gedwongen. Mij toonde zij zekere +ootmoedige goedwilligheid, als wilde zij mij stilzwijgend verschooning vragen voor haar wantrouwen en hare heftigheid, en +ik zag mij beloond voor mijne onthouding door den blik vol diepe verslagenheid, dien zij soms op mij wierp, terwijl zij mij +steelsgewijze aanzag. Zij wilde voor mij en voor ieder verbergen dat er iets in haar omging dat haar neerslachtig maakte, +maar zij <a id="d0e3190"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3190">193</a>]</span>was te zeer eene expansieve natuur om met goed gevolg te veinzen. Zij was daarbij zoo verstrooid, dat zij allerlei <i lang="fr">bévues</i> beging bij de bezorging van het ontbijt. De generaal kreeg dubbel suiker in zijne thee, ’t geen hem een uitroep van ergernis +ontlokte; de kapitein moest het doen met een kopje zonder melk, eene omissie waarin hij de vrijheid nam op eigen gezag te +voorzien, zonder dat Francis het bemerkte, die zich naar het buffet had gekeerd. + +</p> +<p>“Onze Majoor is met het verkeerde been uit bed gestapt,” fluisterde hij mij in. “Wij mogen wel koest zijn, anders komt er +een strenge dagorder, die....” + +</p> +<p>“Maar Francis! gij zijt vandaag niets <i lang="fr">en veine</i>; de eieren zijn te hard,” gromde de generaal. + +</p> +<p>“Hoe jammer! juist nu we een gast hebben,” verzuchtte de kapitein; “ze zijn anders precies van gaarte.” + +</p> +<p>”<span id="d0e3206" class="corr" title="Bron: A">À</span> propos Leo! tegen wanneer is uw rijtuig besteld?” viel de generaal in. + +</p> +<p>“Wel oom! dat moet ik zelf aan den kapitein vragen?” hernam ik, mijn best doende om den onaangenamen indruk van die herinnering +te verbloemen. + +</p> +<p>“’t Is waar ook, gij hebt het op Francis en den kapitein laten aankomen! Wat is er bepaald, Rolf?” + +</p> +<p>Terwijl hij nog sprak hoorde men een rijtuig over de brug rollen en ’t voorplein oprijden. Ik zag tersluiks naar Francis; +zij werd bleek en vloog op om voor het raam te gaan uitkijken. + +</p> +<p>“Nu al! dat is toch veel te vroeg,” sprak de generaal verwijtend tot Rolf. + +</p> +<p>“Niets te vroeg, Excellentie! dat zult gij mij zoo aanstonds toestemmen,” antwoordde Rolf met een snaakschen glimlach, terwijl +ik mij naar Francis begaf, die in de vensterbank was gaan zitten. + +</p> +<p>“Moet ik zóó heengaan?” vroeg ik haar zacht en bewogen. + +</p> +<p>“Gij kunt niet blijven; dat weet gij zelf wel,” gaf zij ten antwoord, met eene stem, die zij vast trachtte te doen klinken, +doch waarin hare aandoening trilde. +<a id="d0e3223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3223">194</a>]</span></p> +<p>“En toch kan ik zoo niet heengaan....” + +</p> +<p>“Waarom niet?” riep zij op eens, terwijl een gloed haar voorhoofd overtoog, en zij mij weer met fierheid en vastheid aanzag. + +</p> +<p>“Omdat.... ik het niet wil! Zal ik weerkeeren, Francis?” vroeg ik, haar een smeekenden blik toewerpend. + +</p> +<p>“Zeker neen! waartoe zou dat dienen....?” + +</p> +<p>“Laat mij dan het rijtuig wegzenden....” + +</p> +<p>“Neen! neen!” riep zij hard en met heftigheid, als om op eens een eind te maken aan eene onbeslistheid, die haar beklemde: +“neen, een kort en goed vaarwel, dat is voor ons beiden het beste,” en zij stak mij de hand toe. + +</p> +<p>Daar reed een wagen het voorplein op; het was een vrachtkarretje met mijn eigen, dommen koetsier tot voerman. + +</p> +<p>Francis deed een forschen uitroep van verbazing hooren; de kapitein lachte luid en zegevierend. + +</p> +<p>“De Jonker heeft het aan mij overgelaten, en ik was zoo overtuigd van zijn goeden wil om te blijven, dat ik eenvoudig zijn +koffer heb laten komen.” + +</p> +<p>“Laat gij zoo met u spelen?” verweet Francis mij. + +</p> +<p>“Waarom niet? als het spel den loop neemt dien ik wensch?” + +</p> +<p>“Gij blijft mijns ondanks, bedenk dat wel,” fluisterde zij mij in. + +</p> +<p>“Het zij zoo! Ik vraag maar wat de generaal er van zegt,” sprak ik, mij tot dezen keerende, die zich vergenoegd de handen +wreef. + +</p> +<p>“Wel neef, gij zijt de gast van den kapitein,” sprak hij lachend. + +</p> +<p>“Grootpapa zegt de waarheid; <i>gij zijt de gast van den kapitein</i>,” herhaalde Francis met nadruk. “Denkt gij er nu nog aan te blijven?” + +</p> +<p>“Toch, Francis, toch! Ik ben een weinig als Columbus; ik laat den ontdekkingstocht niet varen om een bezwaar meer, of wat +tegenwerking van vriend of vijand.” + +</p> +<p>Zij schudde zwijgend het hoofd en keerde zich van <a id="d0e3261"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3261">195</a>]</span>mij af. Ik liep naar buiten om met mijn voerman af te rekenen. + +</p> +<p>Als een waardige <i>majordomo</i> was de kapitein al in de weer om mijn koffer te helpen afladen; maar er waren nog allerlei stukgoederen, pakjes, fleschjes +en blikjes, die de vrachtrijder uit de stad meebracht en die de goede Rolf triomfantelijk neerlegde, niet aan de voeten van +Francis, maar op een tafel waarbij zij stond in zeker geanimeerd gesprek met haar grootvader. De laatste kreeg een glans van +vergenoegen op het gelaat bij het zien van de rijke provisie, die hem de eenige genietingen beloofde, welke nog onder zijn +bereik waren. De kapitein, tevreden met dat welgevallen, liet zelfs met de tong een smakkend geluid hooren, als genoot hij +reeds in verbeelding de kostbare lekkernijen, die hij had weten machtig te worden, en klopte den generaal gemeenzaam op den +schouder, met een blik van zelfvoldoening, terwijl hij sprak: + +</p> +<p>“Nu, wat zegt Zijne Excellentie er van; heb ik niet kostelijk gefourageerd?” + +</p> +<p>“Excellentie nu maar zoo niet, dat’s weergasche malligheid,” barstte Francis los, terwijl haar oogen flikkerden en een vlammende +gloed hare wangen kleurde. “Gij voelt wel dat gij hier niet meer de inferieur zijt, <i lang="en">damned rascal!</i> anders zoudt gij hier niet zoo te werk gaan. <i lang="en">Bless me!</i> wat een dolle verkwisting is dit nu weer! <i lang="fr">Perdrix rouges</i>, <i lang="fr">pâté de foie gras</i>, allerlei visch in gelei, allerlei vruchten <i lang="fr">en compôtes!</i> Het lijkt hier wel eene uitstalling van comestibles. Wat al nuttelooze lekkerbekkerij is dat nu weer?” En zij sloeg met de +vuisten op tafel dat alle potten en flesschen er van rinkinkten. “’t Is waarachtig of we hier de bruiloft te Camacho gaan +vieren! De generaal moest je de deur wijzen voor goed, dolle Sancho Pança als gij zijt; en hij zou het doen, zoo zijn tong +zijn eergevoel niet had verstompt.” + +</p> +<p>“Francis, Francis!” stamelde de generaal met eene klagende stem. +<a id="d0e3289"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3289">196</a>]</span></p> +<p>“Neen, grootpapa!” ging zij voort, altijd luider en ruwer, “’t Is een schandaal zooals het hier toegaat, dat zeg ik; en gij +moest er een eind aan maken, als gij nog hart genoeg in uw lijf hadt om een cordaat besluit te nemen.” + +</p> +<p>“Majoor, Majoor!” viel Rolf in op smeekenden toon, om haar te bedaren. + +</p> +<p>“Zwijg, ellendige lekkerbek! Ik ben uw majoor niet; ik heb genoeg van die kwasie aardigheden om mij te paaien. Als hier op +mijn wil en wensch geacht werd, zou het heel anders toegaan; maar ik heb hier niets meer te zeggen, dat’s klaar als de dag; +jelui laat mij praten en....” + +</p> +<p>“Schreeuwen meent gij,” verbeterde von Zwenken met bevende stem. + +</p> +<p>“En gij blijft uw gang gaan,” hervatte Francis met nog meer stemverheffing, altijd tegen den ongelukkigen Rolf gewend, “of +ge hier alleen het commando hadt! Ik heb je in ’t eerst te veel voet gegeven, dat zie ik te laat in; maar ik zal die infamie +niet langer dragen, noch dulden dat mijn grootvader die draagt; en zoo hij zelf er geen order op stelt, en je de deur wijst +met al je kostelijkheden op den koop, zal ik er voor zorgen dat je hier als schelm uit het vaandel wordt gejaagd.” + +</p> +<p>“Infamie!” herhaalde de kapitein langzaam, terwijl hij zeer bleek werd en een veel beduidenden blik wierp op de plaats waar—gelukkig +zijne Willemsorde <i>niet</i> aanwezig was, omdat de grijze ochtendjas er geene gelegenheid toe liet. “Uit het vaandel jagen! mij? Waarachtig, Majoor, +dat noem ik doordraven! Mij dacht, dat ik het mijne deed om hier op de Werve de eer van het vaandel op te houden; die anderen....” + +</p> +<p>“Zeg om den schoorsteen te doen rooken! Ja! dat is waar, daar heb je weergaasch goed den slag van, dat erken ik; maar de eer +van het vaandel, de eer van onzen rang, om de zaak bij haar naam te noemen, die op te houden, daar heb je zoomin besef van +als de <a id="d0e3307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3307">197</a>]</span>domste boerenslungel die in de conscriptie valt. Zelf stelt gij uwe eer in ’t geen uwe schande is. Het zal nog zoo ver met +je komen, dat gij uwe Willemsorde in den lommerd zet om een lekkeren schotel.” + +</p> +<p>“Neen, freule Mordaunt! wees er gerust op, eer het zoo ver komt, zal ik u waarschuwen,” antwoordde Rolf, nu ook bits en toornig. + +</p> +<p>“Ik zeg dat we dien weg opgaan; ons eigen oud-modisch zilver is er al, dat weet gij wel, om van al het andere niet te spreken.” + +</p> +<p>“Om ’s hemels wil, Francis!” smeekte von Zwenken, “bind toch uw tong in; bedenk dat jonker van Zonshoven getuige is van uwe +onwelvoegelijke uitvallen.” + +</p> +<p>“Zooveel te beter! De jonker verkiest onze huisgenoot te zijn, dan moet hij ook maar weten wat een beroerde gemeene boel het +hier is. Ik wil niet, dat men hem een blinddoek over de oogen zal trekken.” + +</p> +<p>“Tusschen dit of zoo ruw de windsels losscheuren, die de bloedende wonden van een gezin bedekken, is nog een groot verschil, +freule Mordaunt!” sprak ik met nadruk. + +</p> +<p>“Wel mogelijk, jonker! maar voor zulk een menagement ben ik niet berekend. Ik behoor niet tot hen, die onwelvoegelijke dingen +onder mooie woorden weten weg te sluiken. Ik zeg ronduit waar het op staat, en wie dat ergert heeft zich te schamen, niet +over de woorden maar over de zaken, en te eer daar de ergernis in dezen licht was weg te nemen. Als wij maar moeds genoeg +hadden om commiesbrood te eten en water te drinken, zouden wij fatsoenlijke lieden zijn, al golden wij dan ook bij iedereen +voor arme stakkers.” + +</p> +<p>“Ik meende, Francis!” sprak nu de generaal met eene zachte, trillende stem, “dat gij zelve u in de overeenkomst met den kapitein +had geresigneerd.” + +</p> +<p>“Ja, zooals men zich resigneert als men de schurft heeft; maar het krabben kan men toch niet laten!” + +</p> +<p>Dat was de slag op den vuurpijl, en met dit knaleffect trok zij af, mij in ’t voorbijgaan een uittartenden blik <a id="d0e3327"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3327">198</a>]</span>toewerpend, als vreesde zij dat ik de bedoeling van haar grove uitvallen zou misverstaan. Ik beantwoordde dien blik met een +zwijgend hoofdschudden en zag haar aan op eene wijze, die van mijne afkeuring en tegenzin getuigde. + +</p> +<p>Terwijl wij mannen elkaar wat verbluft stonden aan te kijken, stak zij nog even het hoofd door de deur. + +</p> +<p>“Kapitein! gij kunt vandaag voor de menage zorgen; ik ga paardrijden!” + +</p> +<p>“Tot uwe orders, commandant!” gaf Rolf ten antwoord, de hand aan de muts brengende. + +</p> +<p>Ik was er verbaasd over, dat hij dit alles zoo koeltjes opnam, en kon niet nalaten het met een woord uit te drukken. + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen, jonker! Ik heb zulke buien meer bijgewoond. Ik zag het van ochtend al, dat de barometer op storm stond. +Hoe sneller en heftiger de bui aankomt, zooveel te eerder is hij over; en ziet ge, een oud soldaat is tegen regen en onweer +gehard.” + +</p> +<p>“Ik ben blij dat ik u vooruit gewaarschuwd heb, neef! dat mijn kleindochter wat heftig van aard is,” sprak nu de generaal +met eene diepe verzuchting, zonder het hoofd naar mij op te heffen. “Als zij eens een opvatting heeft, is er niets tegen in +te brengen; dan holt zij maar door op haar stokpaardje; zij redeneert niet.” + +</p> +<p>“Zij redeneert wat al te logisch voor u,” zei ik bij mij zelven, en hij voelde dit zeer zeker, want hij was staande de scène +met een gebogen hoofd blijven zitten, altijd maar zijn ring zenuwachtig heen en weer schuivende met bevende vingeren. + +</p> +<p>“Komaan, generaal! wees niet al te mismoedig,” sprak de kapitein goedhartig. “Wij zullen onze alliantie handhaven tegen den +algemeenen vijand, en de wind zal later wel weer omslaan.” + +</p> +<p>Al sprekende was hij er in geslaagd een langwerpig in wasdoek gewikkeld pakket los te krijgen. “Ik vrees wel dat het oogenblik +slecht gekozen is om haar een van deze fraaie karwatsen aan te bieden; en toch, zij <a id="d0e3347"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3347">199</a>]</span>zal er om verlegen zijn, want zij heeft de hare verloren. Wie weet of zij er niet nog toe komt dit aan te nemen!” + +</p> +<p>“Ik hoop van neen,” dacht ik; “dat zou mij tegenvallen.” + +</p> +<p>“Ze had eigenlijk verdiend dat men er haar eens ferm mee kastijdde,” viel de generaal uit, nù de opgekropte woede lucht gevende +die hij zoolang verbeten had. + +</p> +<p>“Ja, Excellentie! dat hadden we twintig jaar vroeger moeten doen. Ziet ge, we hebben haar tot commandant bevorderd vóór zij +als recruut de discipline had geleerd; dat’s een groote fout geweest, maar daar is nu niets meer aan te verhelpen.” + +</p> +<p>“Ja, wèl een groote fout!” verzuchtte de generaal in de diepste neerslachtigheid. + +</p> +<p>Rolf ging zich bezighouden met het plaatsen der provisie, die zulk een storm had doen opsteken; de generaal vroeg mij of ik +een plan had voor mijne morgenuren. + +</p> +<p>“Ik wenschte mij te installeeren, en ik moet brieven schrijven,” antwoordde ik. Al ware het slechts een pretext geweest, ik +was gelukkig het gevonden te hebben, want ik verlangde alleen te zijn, om over de ontvangen indrukken te kunnen nadenken. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Zoover was ik gekomen met mijne confidenties op het papier, beste vriend, toen ik vernam dat er weer een mail gaat, die dit +pakket zal medenemen als ik zorg dat het nog hedenavond te Z. op de post wordt bezorgd. De vorige moest ik laten passeeren, +omdat ik geen tijd en rust had om ’t geen ik inderhaast dag voor dag opgeteekend had, in den vorm van een brief over te schrijven. +Nu zend ik dit gedeelte maar al vast weg en beloof u het vervolg, zoodra ik van u zelf vernomen heb, dat het journaal van +den kluizenaar op de Werve u niet verveelt. + + + +</p> +<p class="Closer">Inmiddels als altijd de uwe. + + +</p> +<p class="Signed">L. v. Z. + + + + +</p> +</div> +<div class="div1"><a id="d0e3370"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3370">200</a>]</span><p class="Address">Huis de Werve. + + +</p> +<p>Gij wilt er dus meer van hooren, Willem? Gij zegt dat het u ontspant na uw drukke werkzaamheid in het afmattend klimaat, en +dat het u meer dan ooit behoefte is, als aan mijne zijde te staan om met mij mee te voelen, te hopen en te vreezen. Ik was +bezorgd dat mijne uitvoerigheid u langwijlig mocht schijnen, en toch het geldt hier geene wereldgebeurtenissen, die men met +enkele groote trekken kan schetsen; het is de analyse van eene vrouwengestalte, die niet als een marmeren beeld uit één stuk +gehouwen is, dat men in ettelijke seconden kan laten photographeeren. Het zijn waarnemingen omtrent een karakter dat uit zeer +verschillende, bijna tegen elkaar inloopende trekken is samengesteld; het zijn ontdekkingstochten in een vrouwenhart, dat +diep en bewegelijk is als zekere onpeilbare waterkolken, en waarvan men alle verschijnselen met oplettendheid moet gadeslaan; +fijne schakeeringen en schijnbaar nietige détails mogen niet worden overzien, en wij staan voor onoplosbare raadsels. Heb +dus geduld met mij, want terwijl ik ze voor u tracht te ontcijferen, worden zij mij zelf meer en meer helder. Heb er geduld +mee, Willem; want ik moet het nù reeds belijden, al schudt gij mogelijk het hoofd over mijne inconsequentie; mijn levensgeluk, +meer nog dan mijn fortuin, hangt af van de uitkomst die ik zoek. Mijn hart heeft gesproken, maar al te luid en levendig voor +mij zelven, en het kost mij een voortdurenden strijd om al wat het mij zegt te haren gunste voor haar verborgen te houden. +En toch, dat moet zijn. Zoo zij het weten kon dat ik reeds nù haar verwonneling ben, zou zij mijne zwakheid bespotten, mogelijk +zelfs mijn karakter verdenken, en ik zou al het overwicht verliezen, dat ik op haar meen verkregen te hebben. Zij is fijn +genoeg om iets te raden van ’t geen er in mij omgaat, en ik gun haar die voldoening, waardoor zij zich tot mij voelt aangetrokken; +maar zij moet <a id="d0e3375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3375">201</a>]</span>bovenal zien, dat ik er mij niet door laat beheerschen, dat ik meester wil blijven van mij zelf tot op het oogenblik, waarin +zij zelve hare zwakheid zal hebben erkend, neen, beter—haar hart voor mij zal hebben geopend. Ik heb allermeest behoefte aan +hare achting; want ik ben zeker dat dit de veiligste weg is naar haar hart. Haar hart! roept gij uit, en de virago die gij +mij beschreven hebt, die gij gekomen zijt om te temmen! Waar is uw verstand dat gij u dùs liet medesleepen? De virago! o zeker, +zij tracht zich in die gestalte te hullen; zij hecht er aan dat men dit voor hare wezenlijke gedaante houdt, maar ik weet +dat de kern, onder dit ruwe hulsel verborgen, eene teere en echt vrouwelijke is, zooals de zoete Oostersche vrucht die gij +nu geniet, door eene harde schaal wordt beschermd. Ik weet dat zij een <i>hart</i> heeft, en ’t is met een schrijnend wee, dat zij het vermomt, verloochent, mogelijk juist omdat het door al te pijnlijke kwetsuur +nog bloedt. Dit laatste uit te vinden en te weten of die te heelen is neemt nu mijne geheele aandacht in. Ik bestudeer haar +als een wondheeler zijn patiënt ter genezing; maar daarom ook kalm en nuchter; zonder dàt wordt het oog verduisterd en zou +de hand beven als er kwestie moet zijn van eene pijnlijke kunstbewerking. + +</p> +<p>Op dien gedenkwaardigen dag waarop ik mij, onder zulke dreigende symptomen van des Majoors zijde, voor goed op de Werve installeerde, +was het heerlijk lenteweer. Na mijne zaken in de groote leegstaande commode te hebben gearrangeerd, zette ik mij op mijn gemak, +wierp mijn das af, deed mijn jas uit, haalde mijn schrijfgereedschap te voorschijn, en na een paar woorden aan Overberg te +hebben gericht, die in het logement mijn wegblijven moest verklaren, nam ik mailpapier om mijn hart uit te storten aan u, +de beste wijze om mij te retrempeeren, toen er driftig op mijne kamerdeur werd getikt, en ik bij ’t opendoen niemand meer +of minder voor mij zag staan dan Majoor Frans in hoog eigen persoon. +<a id="d0e3382"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3382">202</a>]</span></p> +<p>Zooals zij daar binnenkwam in haar amazonekleed (gelukkig zonder de vareuse), met een inktkoker in de hand dien zij voor mij +op tafel zette; terwijl zij den eersten stoel den besten naar zich toe trok om er op neer te vallen, als besloten te blijven, +hoewel zij uit het <i lang="fr">sans gêne</i> van mijn toilet wel kon opmaken dat zij mij nogal overviel, was er zeker <i>effort</i> toe noodig om in haar eene jonkvrouw van geboorte te zien; en dit, gevoegd bij den indruk dien de laatste scène bij mij had +nagelaten, stemde mij zeer weinig tot hoffelijkheid en voorkomendheid. Ik schoot inderhaast mijn jas aan, en eerst toen mij +tot haar wendend, vroeg ik, wat zij hier doen kwam. + +</p> +<p>“Grootpapa heeft mij gezegd dat gij schrijven wilt, Leo! en ik herinnerde mij, dat er niet voor inkt is gezorgd,” sprak zij, +zonder mij aan te zien; want de weinige voorkomendheid, die ik haar toonde, maakte het haar duidelijk, dat de verrassing mij +niet bijzonder welkom was. + +</p> +<p>“Dat is ook niet noodig; ik zorg altijd zelf voor mijn schrijfgereedschap,” antwoordde ik koeltjes, en zette mij neer of ik +met schrijven dacht voort te gaan. + +</p> +<p>“Ik zie dat ik u stoor; ik had u anders een dienst willen vragen.” + +</p> +<p>Ik zweeg. + +</p> +<p>“Hebt <span id="d0e3401" class="corr" title="Bron: bij">gij</span> bijgeval een badientje of zoo iets meegebracht?” + +</p> +<p>“Wat wilt gij daarmee doen? Hebt gij uwe vazallen nog niet genoeg gestriemd?” + +</p> +<p>“Ik wilde eene rijzweep improviseeren; ik heb de mijne verloren, en....” + +</p> +<p>“Ik heb niets dan een liniaal en een penhouder.” + +</p> +<p>Zij werd bloedrood, beet zich op de lippen, en wendde het hoofd af. “Ik merk wel,” hervatte zij na eenige <span id="d0e3412" class="corr" title="Bron: ssconden">seconden</span> zwijgens, “dat gij niet in eene luim zijt om mij den dienst te doen, dien ik had willen vragen.” + +</p> +<p>“Ik ben altijd tot den dienst eener dame, als zij de <a id="d0e3417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3417">203</a>]</span>privilegiën harer sexe wil laten gelden. Waarom hebt gij mij niet laten roepen als gij mij iets te vragen hadt?” + +</p> +<p>“Ah! zoo!” riep zij op ietwat gerekten toon. “Dat humeur geldt dus mijn <i lang="fr">manque d’étiquette</i>; overzie dat: gij weet immers, ik ben zoo weinig “eene dame.” + +</p> +<p>“Dat’s maar al te waar, Majoor!” + +</p> +<p>“Majoor!” herhaalde zij met ergernis, en zette groote oogen op van verbazing. “Ik meende Leo! dat die bijnaam u tegen was.” + +</p> +<p>“Nu niet meer, sinds ik dat soldateske personage <i lang="fr">en action</i> heb gezien. Alleen zou ik willen weten, welk soort van majoor gij eigenlijk voorstelt: tamboer-majoor? sergeant-majoor? Want +de commandant van een bataillon behoort, zoo ik mij niet bedrieg, zekere mate van beschaving te bezitten, zekere vormen te +eerbiedigen, zekere waardigheid in toon en manieren aan den dag te leggen, die hem terstond als een fatsoenlijk man doen kennen; +en uit alles wat ik van u waarnam bij het tooneel van dezen morgen, moet ik gelooven dat gij aan geen dezer eischen weet te +beantwoorden.” + +</p> +<p>“Leo!” stamelde zij, doodsbleek en met trillende lippen, “dit is een bloedige beleediging! Bedoelt gij dit?” + +</p> +<p>Het verwonderde mij, dat zij niet in woede opstoof en op mij lostrok. Ik had eigenlijk op een forschen aanval gerekend! Het +tegendeel vond plaats. Zij bleef stokstijf zitten, als aan haar stoel genageld. + +</p> +<p>“Ik bedoelde alleenlijk de onbehagelijke figuur te treffen, die gij goedvindt voor te stellen; wil freule Mordaunt zich identificeeren +met die persoonlijkheid, en het daarvoor opnemen, mij wèl; ik ben geen geoefend duellist, maar ik kan toch een fleuret hanteeren; +mij dacht, dat ware wel de beste manier u de zoogenaamde revanche te geven, tenzij gij schieten wilt; gelukkig heb ik pistolen; +wij gebruiken los kruit, niet waar? dat’s afgesproken; gij begrijpt toch wel dat men het met een majoor van uwe soort niet +in vollen ernst kan opnemen.” + +</p> +<p>Ik kreeg geen antwoord, en dat ontrustte mij; boos <a id="d0e3441"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3441">204</a>]</span>worden en mij ferm riposteeren, had ik van haar gewacht; maar dat zwijgend blijven zitten met strakken blik en doodsbleek, +als versteend en verstomd van smartelijke verbazing, stond mij niet aan; de arm, dien zij even driftig had opgeheven, viel +slap en als machteloos neer. Ik begon nu zelf verlegen te worden met mijne houding; ik kreeg de gewaarwording van iemand die +een kapel wil vangen, maar die te hard heeft toegetast en een vleugel in de hand houdt. Vooral toen zij eindelijk haar zwijgen +verbrak; want het klonk als eene klacht; meer nog dan verwijt, wat zij mij toevoegde: + +</p> +<p>“Deze vlijmende ironie gaat dieper dan gij vermoedt, Leo!” + +</p> +<p>“Ik hoop wel dat zij treffen zal, waar zij nut kan doen, Francis! Want geloof mij, mijne bedoeling was niet om te wonden, +maar om te genezen,” hernam ik op gansch veranderden toon, want ik zag dat zij al haar zelfbeheersching noodig had om niet +in snikken uit te barsten. Ik stond op, ging naar haar toe en wilde hare hand nemen, maar nu rees zij op, als door een electrieken +schok getroffen; er kwam weer kleur op de marmerbleeke wangen, en de oogen vonkelden van toorn terwijl zij sprak: + +</p> +<p>“Ik wil van u niet gecureerd worden; mij scheelt niets; ik ben wel zóó als ik ben. Verspil uwe nobele kunst niet aan zoo’n +avontuurlijk, zoo’n onhebbelijk schepsel als gij in mij meent te zien.” + +</p> +<p>“Moet ik u dan niet zien, Francis, zooals gij zelve goedvindt u te toonen? Maar gelukkig bedrieg ik mij niet zóó zeer in u, +als gij denkt; ik zal uwe genezing beproeven ondanks u zelve; wilt gij, dat ik u de uitlegging zal geven van de ergerlijke +scène die gij in mijn bijzijn aan die heeren hebt vertoond?” + +</p> +<p>Zij haalde even de schouders op en bleef zwijgen. + +</p> +<p>“Het is deze,” ging ik voort; “gij hebt aan mij willen zeggen: ‘Gij wilt hier blijven om Majoor Frans te leeren kennen, zoo +zal ik hem u toonen in al zijne grofheid en onbehagelijkheid en dan zullen wij zien, hoelang gij <a id="d0e3455"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3455">205</a>]</span>dat uithouden zult;’ en daarop, freule Mordaunt, is mijne houding van dit oogenblik. Gij zult het weten dat ik u doorzie, +dat ik mij niet laat afschrikken door het ruwe masker dat gij goedvindt voor te doen om.... de oorspronkelijke trekken uit +te vinden, die.... ongetwijfeld liefelijker indruk zullen maken,” wilde ik er bijvoegen. Dan.... zij liet mij niet uitspreken; +ze stampvoette van ergernis, terwijl zij inviel: + +</p> +<p>“Een masker! ik een masker! men moet maar uit den Haag komen, waar men zich zeker nogal druk maskeert, om mij zulk een verwijt +te doen! Voorwaar Jonker van Zonshoven! achterdocht die onder alles list wil zoeken is geene scherpzinnigheid; de uwe maakt +hier al eene heel droevige figuur. Gij, die voor goed gebroken hebt met alle sociale huichelarij, en die daarom als met vingers +wordt nagewezen, mij, wier grootste fout het is, of wellicht wier beste hoedanigheid (ik kan het niet uitwijzen) om er alles +maar uit te flappen wat mij invalt, als er iets is wat mij ergert of treft, wie het altijd heeft ontbroken aan datgene wat +men in de wereld <i lang="fr">tenue</i> noemt, mij, mij te betichten van een mom voor te doen! en dat nog wel op een oogenblik, waarin ik, gloeiend van toorn en +ergernis, aan die heeren zeg waar het op staat, zonder menagement! Ik geef toe dat ik in uwe tegenwoordigheid geene oorzaak +vond om mij in te houden; wij waren immers zoo goed als <i lang="fr">en famille</i>, en het kwam mij hoog noodig voor, dat gij u niet zoudt vergissen in het gehalte van ons personeel.” + +</p> +<p>“Ziet gij wel!” viel ik glimlachend in, “dat ik niet zoo erg mis zag, en dat gij uws ondanks ten slotte toch tot de bekentenis +komt, dat ik de waarheid tastte, toen ik beweerde dat er opzet lag in de hagelbui van <i lang="fr">gros mots</i>, en dat gij de kreten uwer ergernis eenige noten hooger stemdet dan absoluut noodig was, om die twee verdeemoedigde mannen +de les te lezen,—het al met de bedoeling om een derde op de vlucht te drijven of.. voor goed te terrifieeren! Wees oprecht +Francis, vindt <a id="d0e3470"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3470">206</a>]</span>mijn argwaan uit, of ligt deze opvatting voor de hand?” + +</p> +<p>Tevergeefs trachtte ik haar aan te zien, terwijl ik sprak; zij wendde het hoofd af, en toen ik zweeg om haar antwoord te hooren +riep zij knorrig, terwijl zij haar stijgend ongeduld op den poot van de tafel wreekte: + +</p> +<p>“Ik merk het niet voor het eerst,—gij kunt lastig zijn en onaangenaam als gij er u op toelegt.” + +</p> +<p>“Ik geloof het zelf, maar eene uitvlucht is geen antwoord, Francis!” + +</p> +<p>“Nu ja, dan, ja! het is waar; ik had u liever zien heengaan, om bestwille; maar geloof niet, Leo! wat gij ook van mij hoort +of ziet, dat ik <span id="d0e3480" class="corr" title="Bron: arglastig">arglistig</span> ben, en eene rol speelde. Ik was wat ik mij toonde toen ik dat standje maakte: woest, boos en gloeiend van verbittering; +ik heb mijne luimen, dat weet ik wel; maar ik doe niets om te schijnen wat ik niet ben, dat zou mij slecht afgaan; ik wil +in alles mij zelve zijn, in ’t kwade en ook in ’t goede; want ik mag niet erger van mij zelve spreken dan de waarheid is; +ik heb ook wel goeds, ik heb <i>dit</i> goeds dat ik niet valsch ben, en toch is er zooveel tegenstrijdigs in mij, dat ik er zelve over verbaasd sta. Zie, Leo! ik +heb nooit voor het gulden <span id="d0e3486" class="corr" title="Bron: kaf">kalf</span> van het decorum willen knielen (zij sloeg met de vuist op de tafel ter bekrachtiging van hare bewering), maar toch.... als +de lust mij beving, zou ik mij nog heel wel met uwe Haagsche dames kunnen meten, als het op kennis en ontwikkeling aankwam....” + +</p> +<p>“Daarvan ben ik overtuigd, Francis, en daarom....” + +</p> +<p>“Maar vernis en blanketsel zou ik mij nooit laten opleggen,” viel zij in; “evenmin zal ik aannemen, dat juist daarin de ware +beschaving bestaat....” + +</p> +<p>“Dat ben ik geheel met u eens.” + +</p> +<p>“En ik wist mij toch wel als freule Mordaunt te doen erkennen, toen ik nog in de wereld ging, en zoo mij dat nu weer inviel, +zou men mij niet moeten verwijten, dat het maar eene vertooning was; want ik haat alle aanstelling als de pest, het zou dan +alleen zijn: toegeven <a id="d0e3497"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3497">207</a>]</span>aan iets onweerstandelijks binnen in mij; zooals ik mij daareven aangedreven voelde door iets dat sterker was dan ik, om eens +ferm den Majoor Frans te spelen in uwe tegenwoordigheid.” + +</p> +<p>“Maar hoe kan freule Mordaunt het dan zoo hoog opnemen, als men haar bij het woord vat, laat ik liever zeggen, als men invalt +in den toon, dien zij zelve heeft aangegeven?” + +</p> +<p>“Dat treft mij niet van anderen, maar van u, en juist op dit oogenblik;—want ik kwam om bij u heul en troost te zoeken; van +u, ik wil ’t wel bekennen, trof het mij als een bliksemstraal uit de heldere lucht.” + +</p> +<p>“Zoo oprechte bekentenis verdient volle absolutie,” sprak ik opgeruimd; “geeft mij de hand ter verzoening.” + +</p> +<p>“Neen, Jonker! neen! daar zijn wij nog niet,” hernam zij fier. “Ik moet eerst weten wat ik aan u heb. Hoe het komt weet ik +niet maar ik heb er behoefte aan, niet door u te worden miskend. Als gij laag op mij neerziet, omdat ik niet ben als de anderen, +zeg het dan maar in eens uit, dan weet ik waar ik op rekenen kan; maar, als ik bij u kom aankloppen, in het volle vertrouwen +dat ik mijn hart eens kan uitstorten aan een vriend, teruggestooten te worden om.... een gebrek in de vormen, dan voel ik +mij bitter teleurgesteld, en dan vraag ik mij zelve af: heb ik mij weer vergist? is ook deze niet de betere van de soort? +is ook deze een van die fatten, die bang zijn de punten hunner verlakte bottines aan het slijk te wagen, die schermen met +groote woorden, maar klein en bekrompen als het op handelen aankomt, die een heiligen afschuw hebben van gemeene woorden, +grof linnen en vuile handen, maar er volstrekt niet tegen opzien iets laags en gemeens te <i>doen</i>, en die zelfs niet schromen zouden de blankheid hunner vingeren te besmetten door eene vrouw te souffletteeren!” Nu was de +beurt aan mij om van innerlijke woede te trillen, en het scheelde werkelijk niet veel of ik had aan eene geweldige uitbarsting +daarvan toegegeven; maar intijds <a id="d0e3510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3510">208</a>]</span>nog bedacht ik mij, en overwoog dat de bataille voor mij verloren was, zoo ik handgemeen werd met den Majoor op het terrein +waar zij mij heenlokte. + +</p> +<p>Na een oogenblik zwijgens viel ik in: + +</p> +<p>“Pardon, Freule! ’t Is voor mij moeilijk te berekenen wat gij in mij àl of niet meent te zien. Ik kan alleen zeggen, dat ik +zeer zeker niet behoor tot de specialiteit dáár door u geschetst. Als er kwestie is van <i>eene vrouw</i> die beleedigd wordt, zou ik de eerste zijn om den laaghartige te slaan, die zich, op welke wijze ook, aan haar vergreep; +dat kan ik u verzekeren. Ik ben de nakomeling van een man, die zich de rechterhand afkapte om de eer zijner dame te redden; +iets van dat bloed vloeit nog wel in mijne aderen, en al zijn wij niet meer in de dagen der reuzen en gedrochten, ik zou toch +de ridderlijke beschermer kunnen zijn der zwakheid die mijne hulp inriep; ik zou de diepste meewarigheid kunnen toonen voor +eene vrouw, die mij leed en last wilde klagen; ik zou haar die ik zag wankelen met vaste hand steunen en staande houden; ik +ben niet van hen die vernis en blanketsel voor reinheid aanzien, en ik zou de paarl niet minder achten om haar ruwe schelp; +ik zou zelfs niet schromen mijne hand te besmetten, om deze uit het slijk op te rapen, als het zijn moest; maar, zoo ik mij +niet bedrieg, is tusschen ons sprake van <i>Majoor Frans</i>; Majoor Frans, die boos wordt als men hem aan het prerogatief der schoone sekse herinnert, omdat hij niet tot ‘de dames’ +wil gerekend worden, en die evenmin gelijkstelling wil met ‘de soort,’ waartoe ik nu eenmaal het ongeluk heb te behooren; +Majoor Frans, dat hybridische wezen, dat daar bij mij is komen invallen, nadat hij zoo pas twee beklagenswaardige wezens van +‘mijn soort’ door zijn invectieven had neergeveld; en vraag dan u zelve, of het geen tijd werd dat de derde, die toch mee +in de oorlogsverklaring begrepen was, den strijd opnam met eenigszins gelijke wapenen, om de nederlaag van de anderen te wreken +en het heldhaftige <a id="d0e3522"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3522">209</a>]</span>personage de overtuiging te geven, dat hij.... minstens zijn portuur zal vinden als het er op aankomt, om elkaar zonder <i>menagement</i> de waarheid te zeggen!” + +</p> +<p>Onder ons gezegd, Willem! de majoor hield zich kras: zij oefende al hare zelfbeheersching om de verschillende indrukken, die +zij bij mijn spreken onderging, niet te toonen; maar zij is te impressionabel om er niet alles van gevat te hebben wat ik +bedoelde. Zij was opgestaan en scheen met de grootste opmerkzaamheid de gebroken glasruiten te bekijken, om zich eene houding +te geven; eensklaps keerde zij zich nu om, met hoogen blos op ’t gelaat; maar er was geen toorn in den blik dien zij op mij +vestigde, geene uittarting meer, al trad zij mij kloek en fier onder de oogen terwijl zij sprak: + +</p> +<p>“Ik moet zeggen, Leo! dat gij ferm afrekening gehouden hebt, en nu, mij dunkt, wij zijn <i>quitte</i>. Zijn wij weer vrienden?” + +</p> +<p>“Ik verlang niet beter, maar dan moet ik ook weten wie ik vóór heb, anders komt er weer misverstand....” + +</p> +<p>“Lastig mensch! gij schenkt mij ook niets;” en zij stampvoette van ongeduld, terwijl zij het hoofd afwendde. + +</p> +<p>“Enkel uit voorzorg, geloof mij. Heb ik met Majoor Frans te doen? of....” + +</p> +<p>“Nu, nu! Francis Mordaunt vraagt uwe vriendschap!” en zij stak mij beide handen toe en hare oogen vulden zich met tranen, +die niet langer waren te bedwingen. Hoe gaarne had ik ze weggekust; hoe gaarne had ik haar aan mijn hart gesloten, en alles +uitgezegd wat daar reeds voor haar sprak; maar het mocht, het moest niet zijn. Zij was opgeschrikt en ik had haar zien verbleeken, +toen ik haar in den ochtend met zekere hartstochtelijkheid de hand kuste; ik mocht mijne aanvankelijke overwinning niet prijsgeven +uit gebrek aan zelfbeheersching. + +</p> +<p>“Is het noodig te zeggen, Francis! dat gij reeds hebt wat gij vraagt? Zou ik het gewaagd hebben tot u te spreken zooals ik +deed, zoo ik niet een oprecht, een trouw vriend voor u had willen zijn?” +<a id="d0e3544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3544">210</a>]</span></p> +<p>“Dat zie ik in, en daar heb ik behoefte aan. En nu, wil mij eens gul uit zeggen, of gij mij, ondanks alles, niet in uw hart +gelijk geeft tegen grootpapa en den kapitein; en ziet gij, dàt kwam ik u vragen. De wijze waarop gij het tegen mij opnaamt, +bracht mij met mij zelve in strijd, en toch.... het waren geen verwijten uit de lucht gegrepen, die ik hun deed, en het is +werkelijk wat ik zie komen: de kapitein <span id="d0e3547" class="corr" title="Bron: ruineert">ruïneert</span> zich voor ons en mijn grootvader laat het zich aanleunen. Dat’s ergerlijk, niet waar?” + +</p> +<p>“Zeer verkeerd, ik stem het toe.” + +</p> +<p>“Rolf teert van den hoogen boom, ik ben er zeker van; en als de generaal mij ontvalt, blijf ik levenslang met den kapitein +opgescheept!” + +</p> +<p>“Levenslang! dat zou erg zijn.” + +</p> +<p>“Ja! heel erg, maar het kan toch niet anders, want als de man zich arm gemaakt heeft voor ons, dan spreekt het toch wel vanzelf, +dat ik hem niet verstooten kan; ik mag hem er eens mee dreigen, als hij overmoedig is en meent dat <i>wij hem</i> niet missen kunnen, maar doen zal ik het nooit, al zie ik al het verdriet en bezwaar vooruit van zoo’n blok aan het been. +En nu vraag ik u, heb ik bij dat alles zoo groot ongelijk, dat ik eens boos word en uitbarst?” + +</p> +<p>“In den grond hebt gij gelijk; maar gij hebt groot ongelijk in den vorm.” + +</p> +<p>“Och kom! altijd met uwe vormen....” + +</p> +<p>“Het spijt mij zelf dat ik weer <i lang="fr">la corde sensible</i> moet aanslaan. Ik ben niet van de leer <i lang="fr">que la forme emporte le fond</i>, dat stel ik op den voorgrond; maar toch, eene vrouw die er zich zoo grof tegen vergrijpt, heeft ongelijk, al ware zij overigens +nog zoozeer in haar recht.” + +</p> +<p>“Als ik het den kapitein niet eens duchtig zeg, baat het niets.” + +</p> +<p>“Ik heb niets tegen duchtig zeggen waar de verontwaardiging tot spreken dwingt. Maar wie ruw uitvaart, overtuigt zeer zeker +zijne partij niet en beleedigt allereerst <a id="d0e3577"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3577">211</a>]</span>zich zelf; en zoo het eene vrouw is die in hare drift woorden uitflapt, die een fatsoenlijk man zich schamen zou in hare tegenwoordigheid +op zijne lippen te nemen, dan heeft zij zich tegen hare eigene waardigheid vergrepen en moet er op rekenen dat zij met dezelfde +munt betaald kan worden, die zij uitgeeft. Ik zou <i>geen</i> oprecht vriend zijn, zoo ik u hier niet waarschuwde. Verbeeld u eens wat het geweest zou zijn, zoo de kapitein u geantwoord +had in de kazernetaal, die hij zelf zeker nog niet heeft verleerd?” + +</p> +<p>“Dat had hij eens moeten probeeren!” + +</p> +<p>“Het zou toch niets meer geweest zijn dan zijn recht. Meent gij dan het privilegie te hebben om tegen iedereen uit te varen +zonder dat er <i lang="fr">la peine du talion</i> op volgt? Dat bewijst minder cordaatheid dan ik in u wachtte; er maar op los te trekken als gij weet dat niemand u aandurft!” + +</p> +<p>“Het komt mij voor,” sprak zij glimlachend, “dat gij uw best gedaan hebt om mij dien waan te ontnemen.” + +</p> +<p>“En daarom zeker hebt gij zooveel haast om mij weg te zenden niet waar?” + +</p> +<p>“Neen Leo!” viel zij gulgauw uit, en een blos overtoog haar gelaat; “dàt is het niet, geloof mij; dàt niet; maar ik zie toch +niet in, waarom gij u juist behoeft op te werpen als de wreker der verdrukte onnoozelheid van mijne vazallen, zooals gij ze +noemt; en ik beken u ronduit dat het mij zeer zou doen, zoo gij alliantie maaktet met hen tegen mij; want in vollen ernst, +ik ben hun slachtoffer, al schijnt de verhouding uiterlijk omgekeerd.” + +</p> +<p>“Dat heb ik reeds begrepen, Francis, en het is juist daarom dat ik nog hier blijf. Het is zeer verre van mij, het met hen +eens te zijn. Aan uwe zijde is het recht en de gezonde, verstandige opvatting van het leven, dat men op de Werve behoort te +leiden in uwe omstandigheden...” + +</p> +<p>“Nu, wat gij daar zegt doet mij goed; want ik beken u dat gij mij in strijd had gebracht met mij zelve, door <a id="d0e3599"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3599">212</a>]</span>dien blik van minachting dien gij mij hebt toegeworpen.” + +</p> +<p>“Die gold enkel de wijze waarop gij hier verbetering en hervorming meendet in te voeren; juist dat uitvoeren is glad verkeerd.” + +</p> +<p>“Ik weet heel goed dat het niets helpen zal, wat ik ook doe of zeg. Daarbij, ik beklaag mijn grootvader te veel om hem àl +te groote ontberingen op te leggen; maar als de verkwisting met den dag stijgt, en waar ik weet dat ik zelve geen offers meer +heb te brengen, omdat.... andere plichten mij binden, dan is het niet te verwonderen dat ik eens uitval.” + +</p> +<p>“En toch zou ik u raden het eens op andere wijze te beproeven. Ik heb een vast geloof in de macht der zachte vrouwelijke overredingskracht; +oefen die en zie eens wat zij zal uitwerken.” + +</p> +<p>“Tegen behoeften en hebbelijkheden die tot eene tweede natuur zijn geworden!” viel zij in met schouderophalen. + +</p> +<p>“Welnu, indien gij er niet veel mee wint bij hen, dan zult gij er toch groote winst van wegdragen voor u zelve, daar ben ik +zeker van. Gij hebt mij zelf gezegd, dat uwe opvoeding verwaarloosd is, niet zóó zeer toch of gij hebt Schiller gelezen.” + +</p> +<p>“<i lang="de">Die Räuber</i>,” viel zij ondeugend in. + +</p> +<p>“Dus niet zijne <i lang="de">Macht des Weibes</i>; niet het: + + +</p> +<div class="poem" lang="de"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>“Was die Stille nicht wirkt, wirket die Rauschende nie!”</span></p> +</div> +</div> +<p>Zij schudde ontkennend het hoofd. + +</p> +<p>“Dan is dit punt in uwe vorming althans verwaarloosd.” + +</p> +<p>“Dat ontken ik niet,” + +</p> +<p>“Maar <i lang="fr">c’est à refaire</i>; mag ik er u op wijzen en zult gij naar mij luisteren?” + +</p> +<p>“Zeker als gij Schiller reciteert, en vooral, als gij goed voordraagt.” + +</p> +<p>“Ik zal mijn best doen.” +<a id="d0e3639"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3639">213</a>]</span></p> +<p>“Maar nu niet, want ik heb u al veel te lang opgehouden +en.... en.... gij blijft nu toch hier?” + +</p> +<p>“Zoolang gij mij houden wilt, Francis!” + +</p> +<p>“Blijf zoolang gij zelf kunt, als maar hetgeen gij hier waarneemt u niet al te veel tegen de borst stuit.” + +</p> +<p>“Ik zal de <i lang="fr">cotte de mailles</i> van mijn voorzaat te baat nemen, om daartegen geharnast te zijn.” + +</p> +<p>“Goed zoo; dus tot het naaste uurtje rustig samenzijn! Ik ga paardrijden; ik moet frissche lucht en beweging hebben.” + +</p> +<p>“Apropos! en de dienst dien gij mij te vragen hadt?” + +</p> +<p>“Och, ik kan er wel buiten: het was maar.... de kapitein wilde mij een rijzweep present doen, en....” + +</p> +<p>“En die zoudt gij liever willen aannemen van mij, niet waar?” vroeg ik lachend. + +</p> +<p>“Neen, neen! Zóó is ’t niet gemeend. Ik zou graag tien gulden van u leenen, als gij ze missen kunt; over een paar dagen heb +ik zelve weer geld.” + +</p> +<p>“Is ’t gedecideerd dat ik u geen cadeau mag doen vandaag, bij wijze van souvenir?” + +</p> +<p>Zij gaf een beslist “neen” ten, antwoord. Toen reikte ik haar mijn portemonnaie, en zij nam er uit wat zij goedvond. + +</p> +<p>Eene kluchtige uitkomst van den geleverden slag, niet waar? Maar het komt mij toch voor dat ik terrein heb gewonnen<span id="d0e3667" class="corr" title="Bron: ">.</span> +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Daar ik ook behoefte gevoelde aan frissche lucht, en de lust tot schrijven mij voor ’t oogenblik vergaan was, besloot ik mijn +biljet aan Overberg zelf naar de brievenbus te brengen, indien het bleek, dat er zoodanige inrichting op het dorp bestond. +Beneden vond ik den generaal ook gereed om uit te gaan, en op mijne vraag, waar men hier de brieven bezorgde, bood hij mij +aan met mij op te wandelen. Het ging de rechte, breede laan door, en wij bereikten den straatweg die door het dorp liep. Aan +een van de eerste huizen bevond zich de brievenbus van het <a id="d0e3674"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3674">214</a>]</span>hulpkantoor, dat door een der functionarissen van de gemeente werd geadministreerd. Von Zwenken moest er zelf heen, want hij +had een brief te bezorgen (ook aan Overberg denk ik) dien hij liefst aan de opmerkzaamheid van Francis onttrok, zooals hij +mij zeide. Hij hoopte daarbij een pakket te vinden, dat hij zelf moest afhalen en dat ook werkelijk werd overhandigd; maar +het scheen niet aan zijne verwachting te beantwoorden, want toen hij het met zekere zenuwachtige haast had geopend, stak hij +het met eene beweging van verdriet en teleurstelling in zijn zak en zuchtte diep. Bij het terugwandelen meende hij zich daarover +eenigszins te moeten verklaren en deed mij verstaan, dat het onnoodig was er met Francis over te spreken. “Ik heb zoo mijne +eigene zaken, die buiten haar moeten omgaan, want zij zou er toch niets van begrijpen en het denkelijk niet met mij eens zijn, +en nu gij haar reeds kent in hare eigenaardigheden, zult gij het natuurlijk vinden dat ik liefst discussies met haar vermijd. +Op mijn leeftijd, en als men de rust lief heeft.. gij verstaat mij?” + +</p> +<p>“Heel goed, maar Francis is toch te verstandig om altijd zoo door te draven.” + +</p> +<p>“Ja, zij heeft gezond verstand, dat is waar, maar als zij eene opvatting heeft en haar <i lang="fr">grand cheval de bataille</i> bestijgt, dan hebt gij zelf gezien hoe zij er op voortholt door dik en dun, zonder na te denken wie zij er mee kwetst of +bespat. ’t Is toch heel natuurlijk dat de kapitein, die zijn heele positie aan mij dankt, eenige attenties voor mij heeft, +en gij hebt gehoord hoe averechts zij dat opneemt. Zoo is het met alles; in plaats van mij dank te weten dat ik mij om harentwille +in deze woestijn heb geretireerd, doet zij niets om mij hier het leven dragelijk te maken. Ik heb nog vrienden genoeg, die +hier graag nog eens een dag wilden komen passeeren, maar freule Mordaunt schrikt ze allen af sinds de kapitein hier is. Zij +is zeker bang dat hij zich vergrijpen zal tegen den goeden toon.” +<a id="d0e3683"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3683">215</a>]</span></p> +<p>Er was iets pijnlijks in de machtelooze bitterheid van dien grijsaard; maar wekte hij mijn medelijden, mijne achting won hij +niet: ik voelde te zeer waar het haperde en hoe zijne voorstelling juistheid miste. Liever dan met zijne klachten over Francis +in te stemmen, beproefde ik eene afleiding te maken. + +</p> +<p>“De Werve ligt toch in eene heerlijke streek, oom!” + +</p> +<p>“Dat geef ik u toe, en het is voormaals eene mooie possessie geweest, maar als men niet eigenlijk zin heeft voor het landleven +en van alle jachtvermaak moet afzien, zooals ik, den winter en zomer blijven moet en geen rijtuig kan houden, dan is men tot +het uiterste isolement gedoemd. Het dorp zelf biedt niet de minste ressources; te voet kan men niet in de stad komen, en de +omliggende plaatsen zijn allen veel te verwijderd om er eenige conversatie mee te houden; daarbij met Francis en in mijne +veranderde positie zou dat ook niet best gaan.” + +</p> +<p>“Om de waarheid te zeggen, oom! verwondert het mij eenigszins dat gij u niet van dat oude kasteel ontdoet, sinds gij toch +geen smaak vindt in het landleven en de gelegenheid mist om partij te trekken van de gronden.” + +</p> +<p>“Voor dat laatste, beste jongen, moet men geld hebben, veel geld, waaraan het mij altijd heeft ontbroken en wat het eerste +betreft, dat zou ik graag willen, want ik kan beter en goedkooper wonen in de eene of andere kleine stad; maar er zijn voor +mij ontzaggelijke bezwaren verbonden aan den verkoop van dit goed; ik zou er eene enorme som voor moeten vragen, omdat het, +onder ons gezegd, nogal bezwaard is, en niemand kon er veel voor geven, daar ik door allerlei tegenspoed de bezittingen deerlijk +heb moeten verbrokkelen. Iemand die een kasteel koopt, met zijne heerlijke rechten, wil tegelijk bezitter worden van de bosschen, +van de omliggende gronden, en.... ik ben daarvan niet meer de eigenaar.” + +</p> +<p>“Mogelijk zou iemand die in de nabijheid zijne eigendommen had er nog wel toe komen kunnen om u bijzonder voordeelige condities +toe te staan.” +<a id="d0e3696"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3696">216</a>]</span></p> +<p>“Hm! gij zegt daar zoo wat. Mijne schoonzuster heeft eenige jaren geleden het groote buitengoed aangekocht de Runenberg genaamd, +vlak bij de uiterste grens gelegen van hetgeen eens het mijne was, en zij heeft mij toen een dergelijk voorstel laten doen, +dat ik verworpen heb uit familiehaat, uit zucht om haar te contrarieeren, en allermeest omdat ik het denkbeeld niet verdragen +kon voor háár, juist voor háár plaats te moeten maken.” + +</p> +<p>“Dàt bezwaar is nu althans uit den weg geruimd.” + +</p> +<p>“Ja, Goddank! Maar gij weet niet, wat ik van die nabuurschap geleden heb, hoewel zij zelve zich nooit op haar landgoed heeft +vertoond; maar zij had hare handlangers, die al ras begonnen met twist te zoeken over de rechte grensscheiding; er ontstond +een proces uit om het bezit van een handbreed land, waar wij geen van beiden iets aan hebben, dat mij duizenden heeft gekost. +Het spreekt van zelf dat zij het won, de slimme feeks; en toen het eens uitgemaakt was, begon zij nieuwe chicanes te maken +en betwistte mij het recht van overtocht over een bruggetje, dat tot het strookje land in kwestie had behoord tot algemeen +nut en gebruik, maar door haar uitsluitend eigendom van den Runenberg werd ondermijnd. Opnieuw moest er met procureurs en +advocaten gebesogneerd worden, maar tot een proces kwam het ditmaal niet, daar ik al te zeer geplunderd was om het tegen haar +vol te houden; maar weer behield zij het veld, en al wat hier rondom de erve woont heeft er den last van, want wij moeten +nu een verren omweg maken om te bereiken wat vroeger door die brug nabij lag. Zoo is ’t met alles gegaan, en zij heeft in +alles gezegevierd. O dat wijf! dat’s de kanker die mijn leven heeft verteerd.” + +</p> +<p>“Maar indien zich nu iemand opdeed, die hare rechten had verkregen op de aangrenzende bezittingen....” + +</p> +<p>“Gij meent op den Runenberg? Dat zou haar erfgenaam moeten zijn! Hebt gij reden om te denken dat deze lust zou hebben het +kasteel met zijn toebehooren, <a id="d0e3707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3707">217</a>]</span>zooveel en zoo weinig als het nog is, onder de hand van mij te koopen?” vroeg de generaal, en er kwam leven en gloed in zijne +doffe oogen, toen hij die vraag deed. + +</p> +<p>“Overberg, die wist dat ik hier heen ging, heeft mij opgedragen u te verwittigen dat er weldra gelegenheid zal zijn om de +Werve op het voordeeligst over te doen.” + +</p> +<p>“Over te doen! Dus onderhands, zooals met de boerderij, dat hij ook voor mij heeft bered! Want om redenen kan er van publieken +verkoop geen kwestie zijn.” + +</p> +<p>“Dat meent Overberg ook; de vraag is maar, of gij tot het eerste zoudt kunnen besluiten.” + +</p> +<p>“Ik! Wel, van ganscher harte; maar Francis.... dat is wat anders! Zij hecht aan dit oude rattennest, aan familie-tradities, +aan, de Hemel weet wat, tot zelfs aan de heerlijke rechten, die God betere ’t, in niets meer bestaan dan den titel, en waarvan +zij zich nog heel wat voorstelt. Zij heeft zich in ’t hoofd gezet eenmaal vrijvrouwe van de Werve te zijn, en ’t is hare illusie +die leelijke oude cavalje nog weer eens een goed aanzien te geven.” + +</p> +<p>“Dat’s toch zoo’n kwaad voornemen niet.” + +</p> +<p>“Neen! Maar zij heeft nooit goed gevonden het eenige middel aan te grijpen om tot de fortuin te komen waardoor zij dat ideaal +zou kunnen verwezenlijken. Zij heeft indertijd maar te kiezen gehad uit menige goede partij, maar zij heeft al die kansen +lichtzinnig verachteloosd. Nu, bij de afzondering waarin wij leven, zal er wel niets van een huwelijk komen. En toch obstineert +zij zich om de toekomstige ruïne met beide handen vast te houden of er een schat in verborgen lag.” + +</p> +<p>“Maar <i>gij</i> zijt immers zelf heer en meester van ’t kasteel en hebt hare toestemming niet te vragen.” + +</p> +<p>“Rechtens niet, dat is waar, maar er zou geen huis met haar te houden zijn zoo ik dat deed. Daarbij, zij heeft wel recht om +er in gekend te worden. Ziet gij, neef! toen zij meerderjarig was geworden, moest ik er <a id="d0e3728"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3728">218</a>]</span>voor uitkomen dat een goed deel van haar moederlijk vermogen nog bij ’t leven van hare ouders als tot niets was gereduceerd. +Dat was mijne schuld niet. Sir John Mordaunt hield van eene schitterende leefwijze en had zijn huis ingericht op Engelschen +voet, zonder Engelsch geld, want hij was maar een tweede zoon, en zijn pensioen als marine-officier was niet toereikend. Even +voor zijn dood echter was er een oud-oom gestorven, die aan Francis voor haar naam een niet onaanzienlijk legaat had toegekend; +ware zij een zoon geweest, dan zou de geheele schitterende fortuin van den ouden baronet met landgoederen en tot den titel +toe haar ten deel zijn gevallen; nu waren eenige honderden ponden sterling al wat zij kreeg. Eer mijn schoonzoon nog tijd +had gehad om over dat geld te beschikken, stierf hij aan eene beroerte. Ik werd voogd; maar de toeziende voogd, die er zich +op scheen te zetten om het mij lastig te maken, nam een procureur in den arm, die met den code in de hand mij verplichtte +om alles wat Francis toekwam, van haar legaat zoowel als van de niet veel beduidende ouderlijke nalatenschap, op het grootboek +te plaatsen, eene zekere, dat wil ik wel toegeven, maar toch eene zeer schraal rendeerende plaatsing voor onzen tijd. Ik genoot +de renten voor de opvoeding en het onderhoud mijner kleindochter, die meer dan dat kostte, omdat zij de caprice had den geheelen +stoet bedienden van het huis haars vaders, zijn stal en equipage aan te houden, en ik, die met haar leven moest, te zwak een +voogd was om de zeventienjarige iets te weigeren, wat zij met zulk eene vastheid van wil doorzette. Eindelijk bij hare meerderjarigheid +en toen het mij door allerlei tegenspoed zeer slecht gegaan was, reduceerden wij onze huishouding tot het strikt noodige, +naar mijn rang en positie, zooals vanzelf spreekt. Maar een allernoodlottigst samentreffen van omstandigheden maakte het noodig +dat ik op eens over eene groote som gelds kon beschikken om eene gapende wonde te dekken, die, openlijk blootgelegd, <a id="d0e3730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3730">219</a>]</span>ongeluk in schande zou hebben verkeerd, en mij verplicht zou hebben reeds toen mijn ontslag te nemen. Francis is heftig en +eigenzinnig, dat is waar, maar zij heeft een grootmoedig karakter en een liefderijk hart voor lijdenden. Zij zelve bood mij +aan, zooveel noodig mocht zijn van haar vermogen los te maken om de dreigende ramp te voorkomen. Ik moest aannemen, ik kon +niet anders; maar ik nam aan als een voorschot, als een schuld die ik eenmaal hoopte te voldoen en waarvoor ik haar bij mijn +overlijden het bezit van de Werve toekende.” + +</p> +<p>“Maar.... zij is immers uw eenig kleinkind; volgt dat dan niet vanzelf? Of.... ik meen gehoord te hebben dat gij een zoon +hebt gehad, generaal! Is die gehuwd en heeft die kinderen?” + +</p> +<p>“Mijn zoon.... is dood!” bracht de generaal uit met haperende stem. “Hij is nooit getrouwd geweest daar ik van weet; hij heeft +althans nooit mijne toestemming tot een huwelijk gevraagd noch verkregen, en zoo hij kinderen heeft nagelaten, zijn het bastaards—niets +dan dat!” + +</p> +<p>“Waarom dan die voorzorg, beste oom? Verschoon mij de vraag, die wellicht onbescheiden is, maar uit belangstelling in Francis +wordt gedaan.” + +</p> +<p>“Juist om de schuld die ik aan haar heb en waarvoor de Werve haar borg is. Na mijn dood zullen mijn schuldeischers het kasteel +niet kunnen verkoopen zonder dat ze met Francis te rekenen hebben.” + +</p> +<p>Ziedaar waarop tante Sophie zelve zeker niet had gerekend. De straf die zij von Zwenken toedacht, zou dus eigenlijk op Francis +worden toegepast. + +</p> +<p>“Gij begrijpt dus wel,” ging de generaal voort, daar ik zweeg, “dat ik bij mijn leven het kasteel niet verkoopen kan zonder +hare toestemming, tenzij ik begon met dat geld terug te geven; en als dat zijn moest zou de geheele verkoop mij niet veel +baten.” + +</p> +<p>De jammerlijke egoïst zag er dus niet tegen op zijne <a id="d0e3746"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3746">220</a>]</span>kleindochter ganschelijk te berooven, als zij zelve maar in die plundering wilde toestemmen. Welk een man! En dit alles onder +fijne vormen en eene bonhomie waarvan de scherpzinnigste dupe moest zijn. Was het wonder dat Francis zoo weinig menagement +had voor de vormen, daar zij veel te helder zag om niet te weten wat er onder kon schuilen? + +</p> +<p>“En draagt Overberg kennis van die overeenkomst tusschen Francis en u?” vroeg ik. + +</p> +<p>“Neen; er waren redenen waarom ik bij die gelegenheid iemand anders gebruikte. Mijn testament ligt bij een notaris te Arnhem.” + +</p> +<p>“Maar vreest gij niet dat uwe kleindochter bedrogen zal uitkomen bij uw overlijden, sinds gij mij mededeeldet dat het kasteel +bovendien nogal bezwaard is?” + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen, <i lang="fr">mon cher!</i> nood breekt wet, en ik heb altijd nog hoop mijne fortuin te redresseeren eer het zoo ver komt.” + +</p> +<p>Zijne fortuin te redresseeren op zijn leeftijd! Waarmee dacht de man dat te doen? vroeg ik mij zelve af; maar.... ik herinnerde +mij het pakket, ik had even een blik op den inhoud kunnen werpen: het schenen lijsten, loten, vermoedelijk van eene buitenlandsche +loterij. Als de ongelukkige daarop zijne hoop bouwde en daarvoor de weinige hulpmiddelen veil had, die hem nog ten dienste +stonden, dan was het toch wel ver met hem gekomen, dan was het niet eens meer slim beleid—dan was hij tot idiotisme gezonken. + +</p> +<p>“Neef!” sprak hij op eenmaal met levendigheid, of hij een lumineusen inval kreeg, “als het waar is dat Overberg met mij over +den verkoop van het kasteel wil onderhandelen, zou het niet kwaad zijn zoo gij Francis eens op het chapitre bracht en haar +polste hoe zij er over dacht. Het komt mij voor, dat gij wel eenigen invloed hebt op haar. Wij zouden een heel eind gevorderd +zijn zoo gij haar wist te bewegen om van dat idée fixe af te zien.” +<a id="d0e3763"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3763">221</a>]</span></p> +<p>“Ik beloof het u, oom! dat ik met Francis spreken zal over die zaak!” + +</p> +<p>“Gij kunt nog als argument aanvoeren, dat het gezelschap van den kapitein mij minder noodzakelijk zou zijn, als ik eens in +eene plaats gevestigd was, waar ik wat conversatie had.” + +</p> +<p>Gelukkig behoefde ik niet te antwoorden: wij waren bij het huis; de bel luidde voor het tweede ontbijt, de kapitein zelf kwam +ons gulhartig te gemoet. Francis was nog niet terug; wij gebruikten het <i>luncheon</i> zonder haar. + +</p> +<p>Eerst bij het diner verscheen zij weer. Zij was gekleed in een grijze japon, even eenvoudig van fatsoen als van kleur maar +die haar keurig zat; haar elegante taille kwam er goed door uit, en zij droeg een smal linnen boordje; het verkleurde sjaaltje +was vervangen door een zwart fluweel lint. Het haar ook was met zekere zorg opgemaakt; het was of zij mij stilzwijgend wilde +te kennen geven, dat majoor Frans voor Francis Mordaunt had plaats gemaakt. Al was het maar tijdelijk, mij gaf het eene gewaarwording +van triomf of ik den slag van Nieuwpoort had gewonnen, en nooit, Willem, heeft een damestoilet mij met zooveel stille verrukking +bezield als het echt vrouwelijk grijze kleedje en dat simpele boordje van Francis! Maar was het in de bewustheid dezer belangrijke +concessie of uit eenige andere oorzaak, die ik niet doorgrondde, het scheen of zij nu ook de vrije, luchtige manieren van +majoor Frans had afgelegd en iets van hare vroegere onbevangenheid miste, althans tegenover mij. Zij was stil en in zich zelve +gekeerd, viel niet uit tegen den kapitein, die haar met hondendeemoed naar de oogen zag, en betoonde zelfs zekere meewarige +goedwilligheid jegens den generaal, die echter wat strak en <i lang="fr">distrait</i> bleef en alleen met zijne gewone verfijnde gulzigheid het enkele fijne schoteltje savoureerde dat ditmaal op tafel kwam. +Het was zeker tusschen Francis en den kapitein tot eene wapenschorsing gekomen, <a id="d0e3778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3778">222</a>]</span>waarbij de preliminairen voor den vrede waren gesteld; aanvankelijk was er aan haar eisch tot vereenvoudiging voldaan; wij +teerden heden op de resteerende vleezen van den vorigen dag, met eene voldoende hoeveelheid spinazie en een extraatje voor +den generaal, die geen aanmerking maakte toen de fijne wijn achterbleef, maar zich nu op de kwantiteit wreekte en met meesterlijke +gemakkelijkheid voor zoo’n bleek en schraal personage een paar flesschen naar binnen sloeg zonder dat men het hem aanzag. +Zoo’n stille, taaie opeter, die niet eens de <i lang="fr">franchise</i> had van zijn lage ondeugd, zooals de kapitein,—die er gul voor uitkwam dat hij geen hooger genot kende dan het tafelgenot, +dat hij voor zijn buik leefde,—boezemde mij een afkeer in, die tot walging steeg, als ik dacht aan ons gesprek op de wandeling. + +</p> +<p>De gelegenheid om een afzonderlijk woordje met Francis te wisselen, werd mij aan tafel niet geschonken en toch had ik behoefte +haar iets te zeggen van den indruk, dien haar lief toilet op mij maakte, wat tegenover eene andere vrouw eene impertinentie +zou zijn; want een compliment te maken over hare kleeding op een bepaalden dag is immers het bewijs, dat men eene uitzondering +constateert; maar tegenover Francis, die zelve hare gewone achteloosheid op dit punt had erkend, kon de <i lang="fr">courtoisie</i>, kon het welgevallen zich uiten zonder gevaar. + +</p> +<p>Toen zij opstond, geneerde ik mij ook niet tegenover de oude heeren, weigerde de sigaar en volgde haar onverwijld naar het +salon; maar ook de kapitein was gevolgd, en nu, over een stoel leunende vroeg hij ootmoedig: + +</p> +<p>“Wat zegt mijn majoor nu; heb ik geen pluimpje verdiend?” + +</p> +<p>“Welzeker,” gaf zij ten antwoord, maar haar gelaat betrok. Ik vatte waarom. + +</p> +<p>“Eilieve, kapitein!” nam ik de vrijheid halfluid tot dezen te zeggen, “begrijpt gij niet hoezeer het mijne <a id="d0e3796"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3796">223</a>]</span>nicht ergert dat gij haar altijd met dien gehaten bijnaam aanspreekt? Ziet gij niet hoezeer zij eene freule Mordaunt is, van +hare elegante <i lang="fr">chaussure</i> af tot de toppen der fijne vingeren toe, <i>als</i> zij zich zelve wil zijn.” + +</p> +<p>“Och, ik ben ook een domkop om daar niet beter op te letten; maar ’t is waarheid wat gij zegt, jonker! Excuseer, freule! de +gewoonte, de ingeroeste gewoonte!” + +</p> +<p>“Gij en ik moeten met onze gewoonten breken, kapitein!” sprak zij zacht, doch met nadruk; “want wij zijn op den verkeerden +weg; is het niet zoo jonker?” + +</p> +<p>“Excuseer mij, freule! dat ik u dit niet kan toestemmen; reeds de erkenning daarvan is een stap vooruit;” en naar haar toegaande +fluisterde ik haar in: “Mag ik u gelukwenschen met uwe gracieuse metamorphose?” + +</p> +<p>“Gelukwenschen? Neen!” hernam zij ras en zacht, “want ik voel mij niet thuis in mij zelve, en in <i>gêne</i> ligt het geluk niet.” + +</p> +<p>“Mag ik een woordje spreken, eer de freule met den jonker philosopheeren gaat?” viel de kapitein in; “als de generaal er bij +is, kunnen wij er niet over praten. Hoe denkt de freule over het vieren van den verjaardag; ik had mij voorgesteld dat het +ditmaal eens recht luisterrijk zou zijn; maar als ik hoor van een verkeerden weg en van veranderingen en zulk gesnor, dan +word ik haast bang dat mijn plannetje in duigen zal vallen.” + +</p> +<p>“Een plannetje, een verjaardag! Wie is er dan jarig?” vroeg Francis in verstrooiing. + +</p> +<p>“Wel, de generaal overmorgen! Hij wordt zes-en-zeventig, en ik dacht zoo, de freule zal dat aardig vinden; maar van ochtend +hadden mijne preparatieven al zoo weinig succes, dat....” + +</p> +<p>“O zoo, dàt was het dus?” + +</p> +<p>“Juist dàt, en nu de jonker blijft, hebben wij ten minste één gast meer!” + +</p> +<p>“Ga nu in ’s Hemels naam uw gang, Rolf! Grootpapa moet gefêteerd worden, daar hebt gij gelijk in, maar nù....” +<a id="d0e3827"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3827">224</a>]</span></p> +<p>“Poets ik hem, dat spreekt vanzelf,” zei Rolf opgeruimd, en tot zijne eer zeg ik het, hij bleef ook niet langer aarzelen of +om ons heendraaien toen hij eens <i lang="fr">carte blanche</i> had voor de feestviering; maar schoof zorgvuldig de porte-brisée achter zich toe, als om ons van de eetzaal te isoleeren.... +Ik trok een lange tabouret naar mij toe, en ging tegenover Francis zitten die het hoofd op de canapé liet rusten in diepe +zwaarmoedigheid. + +</p> +<p>“Gij wilt niet van geluk hooren! Francis! Gij klaagt van <i lang="fr">gêne</i>,” sprak ik zacht, “dat grieft mij; het was mij waarlijk niet te doen om u somber en ontstemd te zien; is het u dan in ernst +zoo groot een dwang, om u te toonen wat gij inderdaad zijt; eene vrouw, eene beminnelijke vrouw?” + +</p> +<p>“Ik weet niet wat gij beminnelijks in mij zien kunt, jonker van Zonshoven! want ik voel mij stijf en gedwongen, en dat is +zeker niet de conditie om te behagen.” + +</p> +<p>“Ik merk ook wel dat gij u daar niet op toelegt. Wat misdaad heb ik gepleegd, Francis! dat ik op eens jonker van Zonshoven +voor u geworden ben, en het gemeenzame Leo verbeurd heb?” + +</p> +<p>“Het eene hangt samen met het andere: als ik u gulweg Leo noem, dan verval ik al heel licht tot mijne gewone wijze van zijn, +en ik ben niet zeker dat er dan niet eens een uitval volgt, die....” + +</p> +<p>“Gij zijt in eene plaagzieke luim, Francis! gij wilt het mij doen berouwen, dat wij Majoor Frans op den achtergrond hebben +gezet.” + +</p> +<p>“Neen, dat’s mijne intentie niet, want ik geef toe dat hij daar blijven moet; alleen ben ik niet zeker, dat hij niet telkens +weer op den voorgrond zal komen, want ik moet u ronduit zeggen, Leo! kostschoolmanieren heb ik nooit kunnen aannemen!” + +</p> +<p>“Maar hoe komt het in u op dat ik die van u zou wachten of eischen. Oneindig liever Majoor Frans! in zijne ruwe oorspronkelijkheid!” +<a id="d0e3850"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3850">225</a>]</span></p> +<p>“Onder privilege van hem tweemaal daags zonder menagement de waarheid te zeggen,” viel zij in, maar zonder den glimlach die +de scherts temperde. + +</p> +<p>“Zelfs dat, als ’t niet anders zijn kon, zou nog gezonder zijn voor geest en gemoed van beide partijen, dan de dampkring van +aanstelling, namaak, onnatuur en geconfijte huichelarij, van datgene wat men kostschoolmanieren noemt.” + +</p> +<p>“Dat’s gezegend dat gij dit zoo inziet, Leo!” viel zij in, gelukkig weer in haar ouden gemeenzamen toon; “want al wilde ik +het beproeven, ik zou het toch niet kunnen volhouden; het strijdt te zeer met mijne natuur. Ik ben geen poesje, zooals die +allerliefste nufjes, die zoo glad en zoo fijn voor den dag komen, niet dan fulpen pootjes toonen, kopjes geven en zoetelijk +streelen, maar die boosaardig en valsch zijn, en die de nagels uitslaan als men dat het minst verwacht. Ik ben ook geen slanke +hazewind, die zich tot kunstjes laat africhten en voor iedereen opzit; ik ben een eerlijke trouwe wachthond, die luid kan +blaffen en ferm de tanden laat zien, maar die....” Zij zweeg in zekere verwarring, verlegen hoe de phrase te voltooien zonder +zich in den strik te werken. + +</p> +<p>“Die gehecht is aan zijn meester, moet er op volgen, Francis! anders komt de vergelijking niet uit.” + +</p> +<p>“Nu, goed, <i>als</i> hij een meester gevonden heeft, en.... en.... daar ben ik gelukkig nog niet.” + +</p> +<p>“Gelooft gij dat, Francis?” vroeg ik, haar zacht maar doordringend in de oogen ziende. + +</p> +<p>“Zeker, zeer zeker! het is zooals ik zeg,” en met fierheid wierp zij het hoofd in den nek, onder een hoogen blos; toch hield +zij mijn blik niet uit, toen zij voortging met al de heftigheid die uit innerlijken strijd voortkwam: “Ik wil geen meester +erkennen, Leo! nooit, nooit, geloof dat. Ik wil mijne vrijheid, mijne onafhankelijkheid bewaren, ik moet het.... als gij meer +van mij wist, zoudt gij de eerste zijn om dat toe te stemmen.” +<a id="d0e3868"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3868">226</a>]</span></p> +<p>“Laat mij dan van u weten wat er noodig is om dat met u eens te zijn,” drong ik. + +</p> +<p>“Ja, ja, dat zult gij zeker, maar niet nu, niet hier; ’t is in dit vertrek duf en dompig: ik heb een gevoel van angst en beklemdheid +of ik hier stikken zou; ik moet de vrije lucht in,” en met een afwerend gebaar, toen ik haar wilde tegenhouden, was zij in +een wip de kamer uit. + +</p> +<p>Dat was mijn geluk, want ik was op het punt om, weggesleept door mijn gevoel, haar op mijne knieën te smeeken mij tot haar +heer en meester te verheffen en ik zou mogelijk duur geboet hebben voor die voorbarigheid. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Als Francis de lucht in ging, was er voor mij geen reden om thuis te blijven; ik nam mijn hoed en steeg langzaam het perron +af, in ’t onzekere welken weg ik zou nemen, toen Frits, die naast een der aloë-vazen stond te droomen, mij met een leuk gezicht +vertelde, dat de freule in den tuin was: ik volgde die aanwijzing en trof haar op het punt om door de tuindeur weg te sluipen. + +</p> +<p>“Mag ik u vragen waar dat heengaat, genadige vrijvrouwe?” sprak ik schertsend. + +</p> +<p>“Naar de ruïne om de zon te zien ondergaan! ’t Is een heerlijke lente-middag; heeft jonker van Zonshoven lust om mee op te +wandelen?” + +</p> +<p>“Het was, meende ik, de afspraak dat wij die samen zouden gaan zien. Wilt gij mijn arm?” + +</p> +<p>“Nog niet; wij hebben eerst nog een lastig eind weg en wij moeten zien heen te komen door struik en heg, door dik en dun, +eer wij het mooie effene zandpad krijgen dat er heenleidt; maar dan kunnen wij gezellig praten.” + +</p> +<p>Zij had gelijk; in ’t eerst was het geene wandeling, het was slechts eene worsteling met allerlei hindernissen, door de natuur +gesteld en waar de hand des menschen zich niet verledigd had iets tegen te doen. Daar was een gemakkelijke weg naar de ruïne +als men de voorpoort <a id="d0e3889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3889">227</a>]</span>van ’t kasteel uitging, maar het was een wijde omweg en Francis hield van recht op haar doel af te gaan; zij hield evenzeer +van het strijden met bezwaren, als zij van het gladde, gebaande pad zekeren instinctieven afkeer had. Ik plaagde haar met +deze neiging, die ze ook in ’t gewone leven toonde, en kon mij niet weerhouden haar te waarschuwen, dat hier zeker de oorzaak +lag waarom zij door velen zoo geheel verkeerd werd beoordeeld. + +</p> +<p>“Daar weet ik alles van,” gaf zij ten antwoord met een minachtend schouderophalen, “maar daar is niets meer aan te verhelpen, +dat’s een gevolg van mijn kwâjongensnatuur. Ik laat me nooit onder één lijntje brengen met anderen, daar kunt gij staat op +maken, <i lang="fr">très cher cousin!</i>” + +</p> +<p>“Dat zou ik ook waarlijk niet verlangen; gedwongenheid waarbij uwe levendigheid, uwe opgeruimdheid moest ondergaan, zou u +al heel slecht passen; als gij mij maar vergunt <i>zeker personage</i> tot de orde te roepen als hij in zijne onbesuisdheid freule Mordaunt te kort zou doen.” + +</p> +<p>“Gij schijnt er aan te hechten,” <span id="d0e3903" class="corr" title="Bron: spak">sprak</span> zij met een zacht hoofdschudden,—“aan die freule Mordaunt; maar wij zullen zien. Daar hebben wij nu het gemakkelijke zandpad, +en wij kunnen rustig voortwandelen.” + +</p> +<p>Zwijgend bood ik haar mijn arm, dien zij nam, terwijl zij aanving: + +</p> +<p>“Men zegt van mij, dat mijne opvoeding verwaarloosd werd, dat is in eigenlijken zin niet waar. Ik ben gansch niet in ’t wilde +opgegroeid. Men heeft zelfs zeer veel werk gemaakt van mijne vorming; maar juist die leiding heeft mij ontbroken, waaraan +ik de meeste behoefte had, want ik ben opgevoed als een jongen! Zooals gij reeds gehoord hebt, overleefde mijne moeder slechts +weinige dagen mijne geboorte; zij althans heeft geen schuld aan ’t geen men tegen mij heeft gepleegd. De zuster van Rolf, +slachtoffer eener lage verleiding, en ongehuwde moeder, maar overigens eene flinke, eerlijke boerendeern, werd <a id="d0e3910"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3910">228</a>]</span>mijne min. Haar kindje was gestorven en al wat er van moederlijke liefde in haar hart school, werd op mij overgebracht. Ik +was <i>haar kind</i>. Zij verstond het niet anders. Ook is zij mij bijgebleven tot haar dood, toen ik reeds geen kind meer was. Maar hare liefde +was toch eene andere dan zij aan haar eigen kind zou hebben betoond. Onze vrouwen uit den boerenstand plegen geen zwakke moeders +te zijn; en zij was dàt voor mij. Zij gaf mij in alles mijn zin, en haar argument voor die toegevendheid was altijd dat er +geen mensch in de wereld was als zij om mij lief te hebben. Dat was overdrijving; want grootpapa, die destijds met mijn vader +hetzelfde huis bewoonde hield van mij, hoewel het maar al te waar was dat Sir John Mordaunt zich al heel weinig om het kleine +meisje bekommerde. Waarheid is, dat hij een zoon gewenscht had, niet alleen ter wille van zijn naam, maar ook omdat daaraan +zijne toekomstige fortuin hing. Hij had een zoon gehad, evenals ik Francis gedoopt, op wiens bestaan groote verwachtingen +waren gebouwd, doch die slechts een half jaar leefde. Twaalf maanden na dit verlies, waarover mijn vader zich nooit heeft +kunnen troosten, werd hem die dochter geboren, die door hem met zoo weinig ingenomenheid werd begroet, dat de moeder zelve +er smartelijk door werd getroffen. Na alles wat ik later heb ondervonden, moet ik onderstellen, dat leedwezen over de grievende +teleurstelling die zijne koelheid haar veroorzaakte, de laatste levensuren mijner moeder heeft vergald, zoo niet haar dood +heeft verhaast. Hoe dat ook zij, Sir John Mordaunt wilde niets van zijn kind weten, totdat op zekeren dag ‘Nurse,’ die deze +onverschilligheid niet uitstaan kon, mij eens bij hem binnenbracht, om te laten zien welk een kloek ferm kind ik was, en hoezeer +het meisje het in kracht en gezondheid won van het kwijnende jongske, dat geen zeven maanden had kunnen leven. ‘Waarachtig, +dat kon best een jongen zijn!’ moet papa toen hebben uitgeroepen, naar ’t verhaal van Rolf, die tegenwoordig was. En van <a id="d0e3915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3915">229</a>]</span>dien dag af begon Sir John zich met mij bezig te houden dat wil zeggen aan mijne opvoeding een bijzondere richting te geven, +die mij gemaakt heeft wat ik nu ben en die mij mogelijk tot nog veel ergers zou gebracht hebben, zoo niet tusschentredende +personen en omstandigheden de uitwerking zijner ongewone opvoedingsmethode eenigszins gewijzigd hadden. Onder pretext van +hygiëne en Engelsch gebruik liet men mij tot mijn zevende jaar een ruim en gemakkelijk kostuum dragen, dat Nurse met minachting +‘een jongenspak’ noemde, maar dat bijzonder geschikt was om mij tot allerlei lichaamsoefeningen in staat te stellen. Toen +ik even loopen kon, kreeg ik al een meester in de gymnastiek; ik werd gehard tegen hitte en koude als een jonge Spartaan; +Rolf werd gelast mij de exercities te leeren toen ik pas een kindergeweer kon dragen. Hij verzuimde evenmin mij les in het +schermen te geven, en het ontbrak mij niet aan gelegenheid om mij in die nobele kunst te oefenen, daar alle jonge officieren +die bij ons aan huis kwamen er pleizier in vonden, of dat uit complaisance voor papa voorwendden, om zich met mij te meten. +Eene wezenlijke of eene gewaande triomf over hen werd mij door Sir John op het schitterendst beloond. Ik mocht ieder mijner +invallen botvieren, als het maar wilde, brutale, jongensachtige caprices waren. Ik weet niet wanneer men begonnen is mij den +bijnaam van den ‘kleinen majoor’ te geven, noch zelfs waarom; ik onderstel dat het Rolf is geweest die dit heeft bedacht, +om mij bewijs te geven van zijne diepe vereering en tegelijk om mij te onderscheiden van grootpapa, die toen tot den rang +van majoor was geklommen; maar ik weet wel dat papa smaak vond in die benaming en niet naliet haar telkens te gebruiken, en +ik herinner mij nog zeer goed, hoe ik verbaasd stond toen een officier, denkelijk een <i lang="en">new come</i>, mij als freule Francis aansprak. Ik weet wel, dat ik het heel kwalijk opnam en een Engelschen vloek uitstiet van ergernis, +dien ik Sir John meermalen had <a id="d0e3920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3920">230</a>]</span>hooren bezigen. Ik weet ook, dat papa mij toen van den grond tilde en mij al lachende kuste. Het was de eerste maal dat hij +mij op die wijze zijne vaderlijke teederheid toonde. Was het mijne schuld dat ik dat grove woord een mooi woord achtte en +niet naliet er meer van dien aard te baat te nemen als ik mijn zin wilde hebben of eenige kracht wilde leggen in mijne uitdrukking. +Er werd altijd over gelachen, ik werd er voor gekust en toegejuicht.... hoe had het anders kunnen zijn!” + +</p> +<p>“’t Is zelfs te verwonderen dat de kwade gewoonte er u niet van bijgebleven is.” + +</p> +<p>“Lang genoeg, om u de waarheid te zeggen; en nog ben ik niet zoo heel zeker dat niet in drift.... Toch moet ik Nurse de eer +geven, dat zij er op hare wijze tegen reageerde door te vertellen, dat vloeken zonde is; want zoodra ik eenigszins de portée +van dat woord vatten kon, had zij mij daartegen een heilzamen afschrik ingeboezemd. ‘Maar mag papa dan zonde doen?’ vroeg +ik.—‘O, voor heeren is dat wat anders.’—‘Dan wil ik ook geen meisje zijn!’ En dan volgde er doorgaans een gesprek waarbij +de eerlijke vrouw op hare wijze moraal predikte. Het eindigde altijd daarmee, dat ik boos was geen heer te wezen, en werkelijk +heeft de spijt van maar een meisje te zijn mijne onbezorgde kinderjaren vergald. En de woede waarmee ik witte neteldoeksche +jurkjes en sierlijke hoedjes vernielde, die Nurse mij op zekeren tijd eigenmachtig te dragen gaf, bewees wel dat er al heel +weinig een meisjesaard in mij zat.” + +</p> +<p>“Die school er wel in, Francis! ik ben er zeker van. Maar men heeft de natuur geweld aangedaan en....” + +</p> +<p>“Dat is zoo waar, dat ik nooit anders dan jongensspeelgoed kreeg: trommels, zweepen, soldaten, en toen grootpapa eens op het +idee kwam om mij een pop te geven, werd die terstond met diepe minachting weggesmeten. De plooi had zich gezet; papa kon gerust +zijn. Op kinderenpartijen liet men mij niet gaan; jongejuffrouwtjes kwamen bij ons niet aan huis; ik groeide op <a id="d0e3930"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3930">231</a>]</span>in den kring van groote menschen, officieren, liefhebbers van de jacht en van paardrijden, eene oefening waarvan ik op mijn +achtste jaar al kon meepraten, en van vrouwen merkte men bij ons niets dan de dienstboden en Nurse. Toen er kwestie was van +leeren, kreeg ik meesters aan huis, en toen Nurse zich niet langer in staat verklaarde het wilde, eigenzinnige, onmanierlijk +kind te regeeren, kreeg ik.... een gouverneur! Het was een schrander man, die veel kennis bezat, maar een laag karakter; een +bruikbaar mensch, zooals men dat noemt, en die zich ook werkelijk heeft laten gebruiken om mij af te richten op de rol, die +men mij wilde laten spelen in de mystificatie op groote schaal die men voor had. Het is mij later gebleken, dat Sir John den +dood van zijn zoontje in Engeland geheim had gehouden, evenals de geboorte van zijn dochter; dat hij de laatste de plaats +van den eerste wilde doen innemen aan gene zijde van ’t Kanaal, en dat hij de mogelijkheid voorbereidde mij daarvoor te doen +optreden in zekeren bepaalden kring. De afzondering waarin men mij hield, het onderwijs dat men mij gaf, de bijzondere richting +die Dr. Darkins en Sir John altijd aan hunne gesprekken gaven, strekten om mij te isoleeren van de personen mijner sekse, +om mij een afkeer in te boezemen van hare levenstaak, en zekeren wrevel over de positie die ons in de maatschappij is toebedeeld, +terwijl daarentegen mijne zucht tot onafhankelijkheid werd gevoed en gevleid, en men aan mijn geest, aan mijn karakter zekere +eigenaardigheden trachtte te geven, die men kloeke, mannelijke vorming noemde, hoewel ik later die hooggeprezen hoedanigheid +veel minder bij de meeste mannen dan bij enkele vrouwen heb waargenomen. Ik deed mijne winst met die opvoeding, maar niet +op de wijze die het meest gunstig was voor hunne oogmerken, want ik haatte alle bedrog en onwaarheid, en achtte dat laagheid +en lafheid, terwijl het mijn lust was mij kloek en open te vertoonen voor ieder, zooals ik was. +<a id="d0e3932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3932">232</a>]</span></p> +<p><span id="d0e3934" class="corr" title="Bron: ">“</span>Ik houd mij overtuigd, dat grootpapa geen deel heeft genomen in dit komplot, hetzij hij er het gevaarlijke van inzag, of dat +het streed tegen zijn principes, een meisje te zien opvoeden zoo geheel <i lang="fr">à contre sens</i> van hare bestemming; maar hij beging de zwakheid om niet ronduit voor zijn gevoelen uit te komen en zich niet rechtstreeks +te verzetten tegen hetgeen hij verkeerd achtte. Alleen zijdelings contrarieerde hij het plan van Sir John, schonk mij werkdoosjes +en breimandjes, op een tijdstip dat ik naaien noch breien kon, en lag altijd met dr. Darkins overhoop, dien hij volstrekt +niet lijden mocht en die het hem uit alle macht vergold. Er vielen dan tusschen hem en Sir John discussies voor, waarvan ik +iets later de beteekenis begreep, maar die daarmee eindigden, dat grootpapa van garnizoen veranderde, denkelijk op eigen verzoek +en dat wij ons niet als gewoonlijk met hem verplaatsten. Rolf trok mee weg, maar de officieren en de andere heeren van de +stad (de hoofdstad van de provincie), die ons huis frequenteerden, vonden er een veel te gul onthaal om niet in de gewoonte +te blijven, al gebood de plicht het hun niet meer tegenover een hoofdofficier. Want sir John leefde op den voet van een Engelsch +baronet die drieduizend pond te verteren heeft. Voor mij echter had er weldra eene groote verandering plaats. Ik was mijn +veertiende jaar ingetreden: dr. Darkins kreeg zijn afscheid, en ik werd op eene kostschool geplaatst; een voornaam dames-instituut. +Ik moet er dit wel bij zeggen, want na alles wat ik u van mijns vaders handelwijze met mij heb verteld, zoudt gij in de war +kunnen raken.” + +</p> +<p>“Toch niet; hetgeen gij over kostschoolmanieren gezegd hebt moet uit eigen ervaring zijn gegrepen.” + +</p> +<p>“Dat is maar al te waar! Ik rookte al dapper fijne sigaartjes, al had grootpapa mij gewaarschuwd, dat ik mijne tanden zou +bederven, en nu werd op eens besloten dat ik onder de jonge meisjes moest, om een goeden toon te krijgen!—Ik dankte dezen +plotselingen omkeer <a id="d0e3944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3944">233</a>]</span>aan het bezoek van mijns vaders zuster, <i lang="en">aunt</i> Ellinor, eene dame die met een bejaarden graaf was getrouwd en nu met hem het ‘<i>continent</i>’ bezocht. Mylord had voor het badseizoen een appartement te Scheveningen gehuurd en had geen lust <i lang="en">the Dutch provinces</i> dieper in te gaan. Mylady echter wilde haar broeder weerzien. Zij overviel sir John zonder waarschuwen, dat bleek uit alles. +Zij bleef twee dagen bij ons logeeren met hare kamenier; maar hare eerste ontmoeting met mijn vader, waarbij ik tegenwoordig +was, deed mij opeens een licht opgaan over ’t geen mij tot dusver onverklaarbaar was gebleven. + +</p> +<p>“En Francis moet nu al een flinke jongen zijn; wat zult gij van hem maken?” hoorde ik haar zeggen. + +</p> +<p>“Van Francis is niets te maken, want zij is maar een meisje,” antwoordde mijn vader knorrig en verlegen. “Het oudste kind, +een zoon, is gestorven. Ik heb niets dan dit.” + +</p> +<p>“John, John!” riep de lady verwijtend, “en de heele familie verkeert in het denkbeeld dat gij een zoon hebt en gij hebt niets +gedaan om ons uit de dwaling te helpen, en de oude baronet, die u jaarlijks de toelage uitkeert voor zijn erfgenaam, rekent +er op dat deze eenmaal naar Engeland zal overkomen om hem te worden voorgesteld. Waar moet dat heen! Is dat <i lang="en">gentlemanlike?</i>” + +</p> +<p>Papa lispelde zoo wat van “<i lang="en">absolute necessity</i>” en scheen een beroep te doen op hare medewerking. + +</p> +<p>De fiere lady barstte los in verontwaardiging. + +</p> +<p>“Meent gij dat ik bij deze misleiding uwe handlangster zal zijn?” + +</p> +<p>Sir John, die mij nu eerst opmerkte, daar ik in eene vensterbank zat, half verscholen tusschen de zware gordijnen, liet eene +krachtige verwensching hooren, die mij gold en die niets bewees dan zijne teleurstelling over het mislukt ontwerp. Hij beval +mij, onverwijld de kamer te verlaten, daar hij met lady Ellinor had te spreken. + +</p> +<p>Maar ik was veel te weinig aan volgzaamheid gewoon om zoo onverwijld te gehoorzamen. Ik liep schielijk op <a id="d0e3977"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3977">234</a>]</span>Lady Ellinor toe om haar te zeggen dat ik Francis was, en nam mij voor haar te vragen, waarom zij het eene misleiding noemde +dat ik maar een meisje was. Doch er lag iets in den blik dien sir John op mij wierp, die mij schrik aanjoeg, iets dreigends, +met angst en ontzetting gemengd, dat mij het zwijgen oplegde en mij tot een schielijken aftocht dwong. + +</p> +<p>Wat er verder tusschen hen voorgevallen is, kon ik alleen opmaken uit hetgeen volgde, daar ik te trotsch was om als laaghartige +luisteraarster mij achter de deur te verschuilen. Integendeel, ik wierp die knorrig achter mij toe, hetgeen <i lang="en">aunt</i> Ellinor zeker niet onopgemerkt heeft gelaten. Zij was er wel de vrouw toe om mij in die paar dagen opmerkzaam gade te slaan +en te leeren kennen, en ik was geen kind om mij te kunnen of te willen verbergen. Ze schonk mij bij het afscheid vijftig pond +sterling voor mijn <i lang="fr">trouseau</i> als ik naar de kostschool zou gaan, en de belofte dit geschenk jaarlijks te herhalen zoo ik mij daar goed gedroeg en de manieren +aannam van eene jonge dame, zooals dat in mijn stand behoorde. + +</p> +<p>Ik antwoordde haar dat ik niets kon beloven, daar ik een hekel had aan meisjeskostscholen na alles wat ik er van had gehoord, +en nog meer aan jonge dames, daar ik er nog nooit eene had ontmoet die mij beviel of waar ik op had willen gelijken; dat ik +veel meer lust had om met dr. Darkins naar Engeland te reizen, zooals mij beloofd was. + +</p> +<p>“Van die reis zal nu nooit meer iets komen, <i lang="en">my child!</i>” verzekerde zij; “daar zal <i>ik</i> voor zorgen.” Meer opheldering kreeg ik van haar niet, en ik begreep, dat ik er sir John niet naar behoefde te vragen. + +</p> +<p>Het was gelukkig dat ik mijn woord niet gegeven had aan mylady omtrent mijn goed gedrag op de kostschool, want ik kon het +er geen jaar volhouden! In zekeren zin was ik de oudste élèves vooruit, want ik had veel geleerd, waarvan zij nog niets wisten; +maar op sommige punten was ik onhandiger en meer onkundig dan de <a id="d0e3999"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3999">235</a>]</span>kinderen uit de laagste klasse. Ik maakte alle breiwerk in de war, brak de naalden uit ongeduld, vermorste stoffen en zijde +als ik borduren moest en werd woedend als men mij om deze linkschheid uitlachte of bestrafte; om kort te gaan, men kon met +mij niet terecht en ik kon niet overweg met de anderen. Ik vocht met de secondante, deelde klappen uit aan de scholieren, +die mij al heel gauw Majoor Frans noemden, daar er ook stadgenooten onder waren, die den bijnaam hadden verraden; en juist +van die meisjes verkoos ik dit niet te hooren. In één woord: binnen de zes weken liep ik weg, en teruggebracht onder de scherpste +bedreigingen van Sir John’s zijde, bracht ik er nog eenige stormachtige maanden door, om ten laatste weggezonden te worden +als een onhandelbaar, onverbeterlijk schepsel, als een slecht exempel dat men den overigen moest sparen.” + +</p> +<p>“Het kon niet anders uitvallen.” + +</p> +<p>“Maar de aanleiding van die terugzending was toch onrechtvaardig. Ik behoef u niet te zeggen, dat ik al heel weinig leerde; +maar toch had ik lust gekregen in muziek, en ik scheen aanleg te hebben zoowel voor zingen als piano-spelen. De muziekmeester +was de eenige die niet over mij te klagen had, en die ook werkelijk niet klaagde; integendeel, hij prees mij, hij vleide mij, +en op zekeren dag beloonde hij mijne ongemeene vorderingen met.... een kus!” + +</p> +<p>“De ellendeling!” + +</p> +<p>“Niet waar? Die radelooze onbeschaamdheid; alleen te vergelijken bij de roekeloosheid van een waanzinnige, maakte op eens +bij mij wakker, wat ik nooit had leeren kennen: het gevoel van jonkvrouwelijke eigenwaarde. Ik wist op dat oogenblik maar +één middel om die uit te drukken.” + +</p> +<p>“Een flinke oorveeg?” + +</p> +<p>“Geraden!” sprak zij lachend, vergezeld van een paar hartige woordjes, die niet eigenlijk in het vocabulaire van de pensionaires +thuis hoorden. Het een en ander <a id="d0e4013"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4013">236</a>]</span>gaf soortgelijke ergernis als de terugkomst van Vert-Vert in zijn klooster. De secondante, de geheele pianoklasse kwam er +bij te pas. Madame zelf daagde op om rekenschap te vragen van het alarm. Aan den leermeester werd natuurlijk het eerst het +woord gegeven. Hij pleegde de oneerlijkheid mijn heftigen uitval toe te schrijven aan eene terechtwijzing, die hij noodig +had geacht bij eene verkeerde vingerzetting. + +</p> +<p>Ik begreep wel dat de ongelukkige liegen moest; het gold zijne kostwinning. Madame ondervroeg mij; ik verwaardigde mij niet +met eene tegenbeschuldiging te antwoorden; het was voor het eerst van mijn leven, dat ik met logen en laster te doen kreeg; +het zou niet voor het laatst zijn.” + +</p> +<p>“Bij minder edelmoedigheid had zich mogelijk de opinie te uwer gunste gekeerd.” + +</p> +<p>“Ach neen! men zou mij toch niet geloofd hebben. Madame verlangde dat ik mijne excuses zou maken aan den beleedigden musicus. +‘Dien schoft excuus vragen, dat nooit!’ was mijn antwoord, mijn vast besluit. Er werd gedreigd met alle mogelijke straffen, +die in ’t pension voor weerbarstige élèves in gebruik waren. Het spreekt vanzelve dat men niets op mij verkreeg, zelfs toen +zij in alle gestrengheid werden toegepast.<span id="d0e4021" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>De laaghartige virtuoos trad niet tusschenbeiden dan om den raad te geven een zoo slecht exempel uit de inrichting te verwijderen; +“hij althans zou mij geen onderwijs meer geven; <i lang="fr">c’était le bouquet!</i>” Weggestuurd worden was voor mij eene verlossing, maar ik had de reden van dien afloop liefst zelve het eerst aan sir John +medegedeeld, en dat werd mij belet; ik was opgesloten, ik kon geen schrijfgereedschap machtig worden. De anderen knoeiden +bij zulk eene gelegenheid met elkaar, maar Majoor Frans was de algemeene vijand; allen te zamen waren tegen hem verbonden. + +</p> +<p>Madame had dus de gelegenheid mij vóór te zijn, en onder een stortvloed van klachten over mij werd het <a id="d0e4031"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4031">237</a>]</span>sir John aangezegd, dat zijne dochter de eere onwaardig was geworden om in haar gedistingeerd instituut hare opvoeding te +voltooien. + +</p> +<p>Nurse werd gezonden om mij af te halen, en aan haar vertrouwde ik, onder tranen van gekrenkt gevoel, het geleden onrecht en +de volle waarheid. Zij wilde met mij terugkeeren, om ten overstaan van de geheele kostschool “die Madam” te zeggen waar het +op stond, maar ik weerhield haar: het zou toch niets baten en men zou mij uitlachen op den koop toe. Ik had reden om dat te +onderstellen. Een der oudere meisjes, een allerliefst nufje met een paar sprekende zwarte oogen, had mij eenige deernis betoond. + +</p> +<p>“<i lang="fr">Chère amie!</i>” sprak zij, toen ze mij alleen vond, “gij zijt dom geweest, aartsdom; gij hadt u niet zoo preutsch moeten aanstellen tegen +monsieur Z.; ik ben zeker dat hij u heeft willen kussen!” Ik zweeg. “Dat doet hij mij ook,” ging zij voort, “en al de anderen +die er lief uitzien zooals hij zegt. Wij zijn veel te verstandig om zoo’n drukte te maken over die kleinigheid, en hij loont +het ons met allerlei lieve attenties; hij leent ons mooie Fransche romans, die madame niet zien mag; hij weet invitaties voor +ons te improviseeren, als wij uit willen; voor mij heeft hij eens een biljet overgebracht aan een.... <i lang="fr">cher petit cousin</i>; met één woord, hij presteert alle diensten, die geen der domestiques van ’t pension ons zou durven bewijzen; en u zoo’n +man tot vijand te maken!” Ik zag duidelijk, dat ik niet deugde in zoo’n meisjeskring, en ik heb later al de voorrechten van +die educatie begrepen, toen ik Leontine in de wereld ontmoette als de vrouw van een kolonel, met een tweeden luitenant tot +<i lang="fr">cavaliere serviente</i>; waarlijk, zij was een model van goeden toon, en eene distinctie! Men zag het in alles, dat zij <span id="d0e4046" class="corr" title="Bron: prefect">perfect</span> was opgevoed! Zij was allervriendelijkst jegens mij, maar executeerde mij achter mijn rug <i lang="fr">en pleine société</i>. Men amuseerde zich zoo met “Majoor Frans,” die zoo grof durfde zondigen tegen de <a id="d0e4052"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4052">238</a>]</span>étiquette, dat zij bij groot toilet een kanten pelerine droeg, terwijl het gebruik wilde, dat men, om recht gekleed te zijn, +zich zooveel mogelijk decolleteerde. + +</p> +<p>Het ligt zeker aan mijn jongens-opvoeding, maar ik heb nooit recht begrepen, waarom de “dames” zich juist zoo blootgeven, +als zij onder de wapenen moeten zijn, bij danspartijen en diners; en sinds ik eens bijgeval de gesprekken heb aangehoord, +die de heeren zich onder elkaar veroorloven op dit <i lang="fr">chapitre</i>, heb ik mij zelve beloofd, dat ik althans die dwaasheid niet zou meeplegen, tot groote ergernis, zooals gij wel begrijpen +kunt, van alle <i lang="fr">gens comme il faut</i>. Maar genoeg, ik zou niet zoo lang blijven stilstaan bij deze herinneringen mijner jeugd, zoo ze niet tegelijk de bron waren +geweest waaruit alle mijne latere wederwaardigheden opwelden, en tegelijk als de voorspiegeling van ’t geen mij voortaan in +de wereld zou te beurt vallen. Gij hebt mij eens gevraagd hoe ik begonnen ben: gij kunt nu zelf beoordeelen of het mijne schuld +is, dat ik de samenleving niet <i lang="fr">en beau</i> zie. Ik heb er deze ervaring opgedaan, dat werkelijk kwaad en diepe bedorvenheid, mits door den deftigen liefdemantel van +het decorum bedekt, niet slechts met verschoonlijkheid bejegend, maar zelfs met welgevallen worden geaccueilleerd, terwijl +ruwe vormen bij goede intentiën niets dan ergernis verwekken; dat het noemen van de dingen bij hun naam, het aanwijzen van +een fielt of eene friponne, tot de onvergeeflijkste zonden behoort in het gezellige leven; en dat zijn, naar het mij voorkomt, +ziekelijke verschijnsels, die het <span id="d0e4065" class="corr" title="Bron: pijl">peil</span> der moraliteit altijd dieper zullen doen zinken.” + +</p> +<p>“Het is waar, daar wordt een valsche maatstaf gebruikt en groot onrecht gepleegd, waar men zich zoo aan de vormen hecht, dat +het wezen er onder verwaarloosd wordt en gij hebt daar werkelijk wonde plekken aangewezen, die een kloek geneesheer zouden +eischen, gewapend met onwrikbaren wil en zedelijken moed en gesteund door een onmetelijken invloed; maar toch, <a id="d0e4070"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4070">239</a>]</span>Francis! wat zal ik u zeggen, gij hebt mij eens de discipline genoemd als een der beste middelen om het diep gezonken heeren-personeel +een zedelijken steun te geven. Hetzelfde mag men zeggen van het decorum en de vormen in het maatschappelijk leven; gelooft +gij dat diezelfde kringen, die u nu reeds tegenstaan omdat gij raadt wat al kwaads er verheeld en verborgen wordt, u beter +zouden bevallen, als alles wat er in rondwoelt zich in volle afzichtelijkheid vertoonde?” + +</p> +<p>“Men zou van schrik en walging de vlucht nemen; dat is zeker.” + +</p> +<p>“Maar daar toch iedereen niet wegloopen kan, is het gevaarlijk loslating en bandeloosheid te prediken, die het verkeer van +menschen met menschen tot eene onmogelijkheid zou maken. Nu bindt men zich ten minste in, tracht zijne beste hoedanigheden +te toonen, of den schijn aan te nemen die te bezitten, verbergt de slechtste onder den wijden mantel van het decorum, zooals +gij het noemt en al is niemand er dupe van, het geheel heeft daardoor toch een beter aanzien; waar reeds veel bij gewonnen +is.” + +</p> +<p>“Daarmee is Majoor Frans voor goed veroordeeld.” + +</p> +<p>“Majoor Frans, dezen nu eenmaal genomen als den vertegenwoordiger van die plompe oprechtheid, kan er als exceptie nog door; +maar als een exceptie die de onhoudbaarheid van den regel bewijst.” + +</p> +<p>“Dan bega ik eigenlijk eene dwaasheid en eene onwelvoeglijkheid, waar ik u zoo ronduit alle mijne verkeerdheden opbiecht en +den sluier wegruk die over mijn somber verleden rust; ik kan u niets moois laten zien, ik mag mijne confidenties wel binnenhouden.” + +</p> +<p>“Ik hoop waarlijk van neen! Zoo is het niet gemeend, dat men niet aan een vriend zou mogen uitstorten wat ons ergert of bezwaart, +dat men daar zijn leed niet zou mogen klagen en zijne fouten blootleggen, waar men zeker is van deelneming; daarmee, al zou +men ook het pijnlijkste hebben uit te spreken, wordt geen maatschappelijke <a id="d0e4084"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4084">240</a>]</span>vorm gekwetst, en daarvan kan men opbeuring, verlichting wachten.” + +</p> +<p>“De eenige verlichting die ik er voor mij van wensch of verwacht is deze, dat gij mij geheel zult leeren kennen, zien zult +zooals ik werkelijk ben, en mij dan mogelijk minder hard zult beoordeelen bij ’t geen er van mij geworden is.” + +</p> +<p>“Er is nog niets van u geworden, Francis! dan wat met eenigen goeden wil van uwe zijde tot alle goeds en liefelijks zou kunnen +leiden.” + +</p> +<p>“Och, spreek zoo niet,” hernam zij op een toon van moedeloosheid en ontstemming, “niet vóór gij alles weet. Maar ik moet adem +scheppen; laat ons eerst het oog verkwikken met het heerlijke schouwspel dat ons wacht, als wij ons haasten het hoogste punt +van de ruïne te bereiken.” + +</p> +<p>Werkelijk waren wij aan den voet van den bouwval gekomen, en bij het bestijgen van de afbrokkelende trap hadden wij genoeg +te doen om de minst onvaste punten voor onzen voet te zoeken, maar boven gekomen wachtte ons teleurstelling voor al die moeite. + +</p> +<p>Onder ons druk gesprek hadden wij niet opgemerkt, dat er een sterke mist was opgekomen, die het anders zoo ruime en grootsche +uitzicht benevelde. De zon was reeds in die nevelen ondergegaan en teekende alleen hare aanwezigheid in donkere oranje- en +schel roode strepen, die daar evenals bliksemflitsen door de dichte dampen heenschoten; maar over geheel het landschap lag +niets dan een lange, dichte sluier van vochtige mist! + +</p> +<p>“Kom Leo!” zei Francis, “het is niet gezond hier in dien vochtigen damp te gaan zitten, en toch had ik mij voorgesteld hier +te rusten; laten wij onder dien boog schuilen, die den toegang verschaft tot hetgeen er nog van dien toren overblijft. Er +is daar wel een brok steen, waar niet al te verwende lieden, zooals gij en ik, zitten kunnen.” En reeds had zij den weg genomen +naar dien boog, die, dicht met klimop begroeid, een schilderachtige <a id="d0e4098"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4098">241</a>]</span>loofhut vormde. Francis legde eene oude grijze sjaal, die zij medegetorst had en die ik niet had mogen dragen, over een der +massieve steenbrokken, en wij hadden werkelijk eene comfortabele zitplaats. + +</p> +<p>“En nu ga ik mijne historie vol jammer en bedrog voortzetten,” ving Francis aan. Kunt gij geene sigaar aansteken? Leo! Dan +luistert gij vast en met minder ongeduld; ik heb mij zelve sinds lang die weelde ontzegd, anders gaf ik u het voorbeeld.” + +</p> +<p>“Ook ik ben geen slaaf van dat genot, Francis! en het zou mij onmogelijk zijn genoegelijk te zitten dampen, terwijl gij uwe +smartelijke herinneringen voor mij oproept.” + +</p> +<p>“Wat zijt gij weinig een man, Leo! in den kouden egoïstischen zin van het woord,” gaf zij mij ten antwoord. + +</p> +<p>Ik schudde glimlachend het hoofd, en zij ving aan: + +</p> +<p>“Ondanks den muziekmeester, had ik den lust voor de muziek en den zang behouden, en wenschte dat talent aan te kweeken. Nurse, +die voor alles raad wist als het mij gold, schommelde eene Zwitsersche gouvernante op, die buiten betrekking was en die bij +nadere kennismaking zich ook vinden liet om mij eenig onderwijs te geven in de vrouwelijke handwerken, waarin ik zoozeer ten +achteren was. Sir John liet mij met mij zelve begaan. Nu het plan om mij voor een jongen gentleman uit te geven geen gevolg +kon hebben, begreep hij zelf dat er, zoo mogelijk, nog een dragelijk jong meisje van mij moest gemaakt worden, en daar ik +te weinig in goeden toon en manieren gevorderd was om in de wereld op te treden, vond hij mijn inval goed om mademoiselle +Chelles als gouvernante-externe aan te nemen, tevreden dat het hem niets zou kosten. Sinds ik niet meer geroepen werd jaarlijks +die zekere brieven aan den ouden baronet te schrijven, waarin mijn paardrijden en schermen en alle andere mannelijke oefeningen +op het voorschrift van Sir John telkens op den voorgrond werden gezet, bleven ook de wissels uit Engeland weg, die onze <a id="d0e4110"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4110">242</a>]</span>kostbare huishouding hielpen in stand houden, hetgeen een wijs en voorzienig man gewis tot vereenvoudiging zou hebben bewogen; +maar deze wijsheid oefende mijn vader niet, en ik houd het er voor, dat hij sinds zijn kapitaal gebruikte of het zijne renten +waren. + +</p> +<p>Ik intusschen had het mijn plicht geacht lady Ellinor mede te deelen hoe het met mij op de kostschool was afgeloopen en hoe +weinig ik aan hare intentiën had kunnen beantwoorden. Eerlijkheid drong mij daartoe, schoon ik wel vreesde van nu aan hare +gunst verbeurd te hebben. Ditmaal toch werd de oprechtheid beloond. <i lang="en">Aunt</i> Ellinor antwoordde met de toezending van opnieuw vijftig pond en de verzekering dat ik die jaarlijks van haar zou ontvangen +om er mee te doen wat ik wilde, met nog menig goed woord daarnevens, dat mij bewees hoezeer lady Ellinor voor mij eene waardige +leidsvrouw had kunnen zijn, zoo ik in hare handen ware gevallen. Zij moedigde mij aan om zelve te voorzien in ’t geen mij +ontbrak en mij door niets of door niemand tot onoprechtheid te laten verleiden. Zij hoopte mij later bij zich te zien in Londen.... +en dan had zij mij nog veel mede te deelen. Daar is niets van gekomen. Nog in den loop van dat jaar overleed zij aan eene +hartkwaal, en ook de vijftig pond zijn mij daarna niet meer toegezonden. Maar vooreerst had ik papa’s hulp niet in te roepen +voor mijne wenschen en behoeften. Mademoiselle Chelles beviel mij; ook had zij er den slag van met mij om te gaan; zij bracht +mij wat terug van de forsche onvrouwelijke oefeningen, die mijn lust waren geweest, deed groote wandelingen met mij, en gebruikte +die rustige vertrouwelijke uren om mij het leven van zijne ernstige zijde te leeren zien,zooals niemand het mij nog had doen +beschouwen. Zij sprak mij van lijdenden, van ongelukkigen wier lot soms met eenige opoffering zooveel kon verzacht worden; +van plichten, die ik alleen uit luim had beoefend omdat mijn hart niet kwaad was maar zonder eenigen ernst of gevoel van verantwoordelijkheid. +Daarbij wist <a id="d0e4117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4117">243</a>]</span>zij mij liefde in te boezemen voor de natuur, wekte in mij hoogere behoeften op, die alle sluimerden, daar niemand er zich +nog over had bekommerd. Dr. Darkins had mij moeten voorbereiden om lid te worden van de Anglikaansche kerk, maar eer het zoover +kwam was hij al uit zijne betrekking tot mij ontslagen, en ik was op het punt van godsdienst geheel in den steek gebleven. +Dat kon de serieuse Zwitsersche niet dulden. Ik moest haar beloven mij tot een <span id="d0e4119" class="corr" title="Bron: protstantsch">protestantsch</span> kerkgenootschap te laten brengen, en daar het Sir John niet meer schelen kon, vond zij werkelijk een predikant die zich met +die zaak belastte. Daarbij, het behoorde zoo, dat vond grootvader ook; maar als de goede Chelles er zich niet mee bemoeid +had, zou niemand er aan gedacht hebben. In één woord, zij zou er in geslaagd zijn mij tot eene jonge dame te fatsoeneeren, +daar het uiterlijke niet al te veel van de overigen verschilde, ofschoon het haar altijd ondoenlijk zou geweest zijn den “kleinen +majoor” uit te roeien, die onder alles door met Francis Mordaunt was opgegroeid. Doch wat gebeurde? Nurse begon jaloersch +te worden van haar invloed op mij, en tot overmaat van ramp kreeg Rolf, die als tweede luitenant met grootvader was teruggekeerd +en nu van de kinderkamer naar het salon was bevorderd, om wat ontbolsterd te worden van zijne kazernemanieren. Rolf, die de +eerste had moeten zijn om Chelles te respecteeren, kreeg den zotten inval om op haar verliefd te worden, en dat laat ik nog +dáár, want zij was allerbeminnelijkst, maar hij gaf zich de luxe het haar te zeggen, en hare hand te vragen! Eene stommiteit +zooals alleen Rolf die kon begaan; want behalve dat er voor hen geen uitzicht bestond ooit tot een huwelijk te komen, ontbrak +ook het allernoodigste voor zoodanige verbintenis: wederkeerige genegenheid. De dame kon haar adorateur niet uitstaan, dien +zij nooit anders noemde dan “<i lang="fr">le grand soudard</i>,” of wel “<i lang="fr">l’ogre furieux</i>;” want hij is nu door zijn leeftijd, zijn stijf been en mijne discipline tam geworden, maar <a id="d0e4128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4128">244</a>]</span>destijds was hij een woest, hartstochtelijk personage, die om een haverklap de hand aan den degen sloeg en alleen aan zijn +grooten en kleinen majoor de verplichte subordinatie betoonde. In ’t kort, na de onstuimige declaratie wilde Chelles niet +bij ons blijven, tenzij men luitenant Rolf het huis ontzegde. Dat vonden allen te sterk en te pretentieus. Grootpapa en Nurse +handhaafden Rolf in zijne oude rechten. Papa ook hechtte heel weinig aan “maar een <i lang="en">governess</i>,” en ik.... ik moet het tot mijne schande bekennen, ik wist zelve nog niet genoeg wat ik wilde, om niet met de overigen in +te stemmen, te eer, daar ik nog te jong was en te weinig vrouwelijken tact had om de scrupules van Chelles goed te begrijpen. +Men noemde het aanmatiging, heerschzucht; en dat laatste was voor mij beslissend. Als ik haar liet heengaan was ik weer geheel +vrij! Eerst later heb ik ingezien hoezeer ik mij zelve daarmede benadeeld heb, en het is onder de grieven die ik tegen Rolf +heb juist die, welke ik het minst heb kunnen vergeven.” + +</p> +<p>“Sir John is, dunkt mij, meer te beschuldigen dan hij. Laat men een aankomend meisje vrij om te beslissen wat voor hare vorming +dienstig is?” + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen: sir John had gewenscht dat ik tot mijn achttiende jaar op de kostschool ware gebleven, om van daar in +de wereld op te treden als eene ‘<i lang="fr">jeune fille accomplie</i>,’ bereid op papa’s commando hare hand te schenken aan de eerste goede partij de beste. Toen dat zoo geheel anders uitviel, +trok hij zijn hart geheel van mij af, en sinds de vijftig pond van Lady Ellinor ook vervielen, was de verwijdering van Chelles +eene bezuiniging. Deze trok met eene familie naar Frankrijk, en het bleek welhaast dat ik haar niet had behoeven op te offeren, +daar grootvader kort daarna in zijn rang naar de residentie werd overgeplaatst om ik weet niet welke oorzaak; het zou maar +tijdelijk zijn en Rolf kon hem vergezellen. Nurse zegevierde, en in hare blinde liefde vergat zij welke schade zij mij had +toegebracht. <a id="d0e4140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4140">245</a>]</span>Ik voelde het als bij ingeving; ook was mijne oude genegenheid voor haar zeer bekoeld. Toch had ik eene gewaarwording of ik +zeker juk had afgeschud, want mijn onafhankelijkheidszin was niet geheel en al ongekwetst gebleven onder de zachte leiding +van Chelles. Ik nam weer bezit van mij zelve in den kwaden zin. Ik kon niet meer met Chelles wandelen, ik ging met papa paardrijden, +die eenigszins trotsch was op het goede figuur dat ik <i lang="en">on horseback</i> maakte en die er niets in vond dat ik hem vergezelde op jachtpartijen en rijtoeren met allerlei slag van heeren, jong en +oud. Mijne ijdelheid vond hare rekening bij hunne bewondering voor mijne forschheid en vaardigheid. Ik gaf er de piano aan +en de dameshandwerken en de goede boeken; ik werd zelfs weer Majoor Frans, en onder die soort van verwildering bereikte ik +mijn zestiende jaar, toen er iets voorviel dat eene gansche verandering in mijne wijze van zijn teweegbracht. Nurse, die aan +waterzucht leed, ontviel mij plotseling; ik voelde toen hoezeer ik haar had liefgehad en dat zij waarheid had gezegd dat er +niemand meer overbleef om mij lief te hebben dan zij. Er was eene leegte in en om mij, die ik niet wist aan te vullen. Ik +ontvluchtte het koude doodsche huis, ik doolde troosteloos rond, toen ik plotseling werd opgeroepen om de rol van gastvrouw +te spelen en een logeergast te ontvangen.... Maar.... nu ik tot hiertoe gekomen ben, moet ik eens iets van u weten....” Zij +zweeg eene wijle en bleef zitten met gebogen hoofd en de handen in den schoot over elkaar gevouwen, als in aarzeling hoe nu +voort te gaan. Op eens echter vestigde zij hare oogen op mij met een onderzoekenden blik en vroeg: + +</p> +<p>“Leo, zeg mij, hebt gij veel met vrouwen omgegaan?” + +</p> +<p>“Met de vriendinnen mijner moeder nogal, maar sinds....” + +</p> +<p>“Ik vraag niet naar oude vrouwen; ik meen of gij niet, als de meeste heeren, van tijd tot tijd geleden hebt aan die tusschenpoozende +koorts, die zij verliefdheid noemen?” +<a id="d0e4151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4151">246</a>]</span></p> +<p>“Ik heb alles gedaan wat noodig kon zijn om niet aan die kwaal bloot te staan. Het Amerikaansche stelsel van <i lang="en">flirtation</i> heb ik nooit kunnen goedkeuren. Coquetteeren met jonge meisjes en vrouwen achtte ik gevaarlijk en immoreel, en daar ik leefde +in het vooruitzicht dat ik nooit geld genoeg zou verdienen om al de kant, zijde en fluweel te kunnen betalen, die tegenwoordig +tot de noodwendigheden van een damestoilet behooren, heb ik de <span id="d0e4157" class="corr" title="Bron: strikste">striktste</span> neutraliteit in acht genomen tegenover allen, om niet verlokt te worden van mijn beginsel af te gaan.” + +</p> +<p>“En heeft datgene wat men passie noemt u dan nooit overmeesterd?” + +</p> +<p>“Ik heb niet de gewoonte mij te laten overmeesteren door wie of wat ook. Ik bezit eenige kracht om resistentie te bieden, +en ik zou die gebruikt hebben zoo het geval zich had voorgedaan; maar dat is niet gebeurd. Ik had geen ledigen tijd genoeg +om mij zulke distracties te geven.” + +</p> +<p>“Dat wil ik van u wel gelooven, en om uwentwil verheugt het mij; maar toch spijt het mij, want nu kunt gij mij niet zeggen +wat ik juist van u had willen weten.” + +</p> +<p>“Zeg maar wat gij weten wilt; mogelijk kan ik u toch wel voorlichten.” + +</p> +<p>“Ik wilde weten of gij gelooft dat een degelijk man, die geen ingebeelde fat is, maar ook geen onnoozele hals, en die op menig +punt van groote scherpzinnigheid bewijs geeft, niet heel gauw kan merken als een jong meisje.... hoe zal ik dat zeggen.... +zich met innige teederheid aan hem hecht, zelfs al wordt er geen woord tusschen hen gewisseld, dat op liefde of dergelijke +gevoelens doelt?” + +</p> +<p>Ik begon verlegen te worden met mij zelven. Wat was hare bedoeling? Hier was meer naïveteit dan ik in haar kon onderstellen, +of.... meer arglist dan waarvan ik haar zonder beter bewijs mocht verdenken. + +</p> +<p>Ik bedacht mij een oogenblik eer ik antwoordde: + +</p> +<p>“Om u de waarheid te zeggen, Francis! ik geloof dat <a id="d0e4176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4176">247</a>]</span>mannen en vrouwen beiden al heel gauw raden wat zij voor elkander kunnen zijn, en dat het veeleer uit dubbelhartigheid voortkomt +dan uit ingenuïteit, zoo een van beiden verblindheid voorwendt voor hetgeen maar al te klaar uitkomt, al wordt het niet met +ronde woorden uitgesproken.” + +</p> +<p>“Dat is mijne opinie ook—bij later nadenken, verstaat gij; want destijds was ik zoo onervaren op deze punten als een <i lang="fr">gamin</i>, waarvoor ik nog altijd in mijne naaste omgeving gold. De vrienden van mijn vader zagen in mij niets anders dan een slecht +opgevoed meisje, luimig en willekeurig, een woesteling, die zij niet dan ongaarne in aanraking brachten met hunne dochters +en waarin ze allerminst eene toekomende bruid voor hunne zonen wilden zien. Enkele officieren probeerden wel eens mij <i lang="fr">un bout de cour</i> te maken, hetgeen mij zoo laf en belachelijk voorkwam, dat ik ze even impertinent als onbarmhartig voor het hoofd stiet. +Met anderen, die zulke pretentie niet hadden, of althans niet toonden, railleerde ik met een <i lang="fr">sans gêne</i>, die nog van mijne jongensopvoeding getuigde. Niemand vatte mij toen nog <i lang="fr">au sérieux</i> op als een jonge dame, en ik zelve was de laatste om naar die positie te streven. Toen kwam Lord William bij ons logeeren.”—Zij +haalde diep adem, als moest zij zich geweld aandoen, eer zij vervolgde: “Lord William werd mij voorgesteld als een schoolmakker +van mijn vader, die eenige jaren zijn oudere was, en die zijn protector geweest was op de school te Eton. Sir John scheen +niet vooruit van zijne komst verwittigd te zijn geweest, want hij had geen de minste aanstalten gemaakt voor zijne ontvangst. +Het was eene verrassing, evenals die van lady Ellinor; maar deze beviel mijn vader beter. Mylord was om eene onaangename zaak +verplicht een tijdlang Engeland te verlaten. Hij bracht sir John slechts een bezoek en had plan zijn intrek te nemen in een +logement; doch mijn vader haalde hem over bij ons in te keeren. Het appartement, dat door grootpapa <a id="d0e4192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4192">248</a>]</span>was bewoond, stond nu leeg en was ruim genoeg om hem en zijn kamerdienaar te herbergen; de majoor had er zelfs zijn bureau +gehouden, en er was <i lang="en">plenty</i> ruimte voor alle koffers en kisten die Mylord meebracht. Alles bewees dat de oorzaak van deze reis naar het vasteland niet +lag in geldgebrek, want hij betaalde elken dienst dien men hem deed met vorstelijke mildheid, had eene kostbare garderobe +en schatten aan boeken en zeldzaamheden bij zich en huurde eene equipage op eigen gelegenheid. Daarbij geloof ik, schoon sir +John het mij nooit heeft gezegd, dat hij met dezen eene overeenkomst had gesloten omtrent zijn verblijf in diens huis, die +meer dan genoegzaam was om de vermeerdering van omslag goed te maken, waartoe deze inwoning ons dwong. Al had ik de hulp en +voorlichting van juffrouw Milders, onze huishoudster, toch zag ik er zeer tegen op, om als <i lang="fr">dame du logis</i> te moeten optreden tegenover dien vreemdeling; maar weldra was ik met die taak verzoend. + +</p> +<p>Lord William (ik heb nooit zijn familienaam vernomen) was een geletterd man, die veel wist en eene uitmuntende gave had van +mede te deelen. Hij was vol geestdrift voor kunst en poëzie, las en sprak verscheidene nieuwe talen, had de grootste belangstelling +in oudheid, kunst en geschiedenis, en wist, wat ons onbekend was gebleken, dat er juist voor onderzoekingen van dien aard, +die hij zich voorstelde te ondernemen, in onze provinciestad eene bibliotheek bestond, waarvan hij druk gebruik dacht te maken. +Met één woord, het was iemand dien men geen half uur kon spreken of men begreep dat men met een buitengewoon mensch te doen +had; dien indruk althans kreeg ik van hem op den eersten avond van zijne komst, bij de gesprekken die hij met mijn vader hield. +Ik had nooit gedacht dat sir John een vriend kon hebben, die hem in alle opzichten zoo ongelijk was, want Lord William hield +niet van de jacht en veroordeelde die zelfs als liefhebberij, reed alleen paard voor zijne gezondheid en had een kennelijken +afkeer van alles wat ruw, <a id="d0e4202"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4202">249</a>]</span>onbeschaafd en onvoegzaam was. Hij erkende, dat hij zich nergens zoo gelukkig gevoelde als op zijne studeerkamer en bij zijne +boeken, maar toch was hij ook man van de wereld en wist er zich te doen gelden zoo ras hij er in optrad. Hoe het kwam wist +ik zelve niet, maar ik raadde terstond in hem groote zedelijke en verstandelijke meerderheid boven mijn vader en alle andere +mannen die ik tot dusver had ontmoet, en ik heb later ondervonden dat hij ook op anderen diergelijken indruk maakte. Daar +was dan ook iets in zijn voorkomen dat ontzag inboezemde; al was hij gansch geen Hercules, zooals mijn vader, er was toch +iets kloeks en fiers in de slanke, rijzige gestalte. Ik hoorde de heeren zeggen, toen hij in hun kring optrad, dat hij leelijk +was; maar wat mij betreft, ik kon dat niet zien, en de dames waarmee wij welhaast in aanraking kwamen waren allen zoo gevleid +door de minste opmerkzaamheid die hij haar bewees, dat ik de heeren eer verdenk van afgunst dan van juist oordeel.” + +</p> +<p>“De leelijkheid van Mirabeau, die alle vrouwen wist te verleiden!” viel ik uit, door eene onbestemde gewaarwording van wrevel +overmeesterd. + +</p> +<p>“Zeg liever de leelijkheid van onzen stadhouder William III; want op diens portretten gelijkt hij meer dan op eenige levende +persoon die mij bekend is. Hij had dat hooge, schrandere voorhoofd, wel niet diens ziekelijke bleekheid, maar toch de scherpe, +eenigszins harde trekken, hij droeg hier en daar op zijn gelaat de merkteekens der kinderziekte, al was ’t niet zeer in ’t +oog vallend; maar het strakke en stroeve van dat gelaat werd verzacht door zijn glimlach, en als bezield door zijn donkere, +sprekende oogen, die vonkelen konden van geestdrift, en wier blik men evenmin kon trotseeren als dien van een arend.” + +</p> +<p>“Had hij er den snavel bij?” + +</p> +<p>Francis keek mij even aan met zekere verwondering eer zij antwoordde: “Ik heb u gezegd dat hij op Willem <a id="d0e4212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4212">250</a>]</span>den Derde geleek; hij had diens scherp gebogen neus.” + +</p> +<p>“Ook de allongepruik?” + +</p> +<p>“Neen, maar het donkerbruine, krullende haar gaf zijn kapper zeker veel werk, zonder dat het baatte; zwaar en stug, scheen +het alle pogingen te weerstaan om het onder de tucht van de hedendaagsche mode te brengen, en mylord zelf had de gewoonte +het met zeker ongeduld naar achter te werpen zoo vaak het hem hinderde. Dan.... ik merk dat mijne uitvoerige schets u verveelt. +Laten wij opstaan en naar huis wandelen.” + +</p> +<p>“Niet voor ge mij verteld hebt welke prouesses hij heeft verricht, die held William IV.” + +</p> +<p>“Geen prouesses in ’t geheel; of het moest zijn dat hij mij van mijne zucht om den degen te voeren genezen heeft.” + +</p> +<p>“Dat’s loffelijk. Vertel mij dat eens.” + +</p> +<p>“Ja, maar daar zijn we nog niet aan toe. Zonder dat ik zelve wist hoe het kwam, oefende hij op mij een onbeperkten invloed +ten goede. Als bij <span id="d0e4226" class="corr" title="Bron: intuitie">intuïtie</span> raadde ik, dat mijne wijze van zijn, mijn toon en manieren hem zeer weinig moesten bevallen; ook voelde ik mij de eerste +dagen tegenover hem stijf en gedwongen. Ik durfde mij zelve niet zijn en ik verwenschte Rolf meer dan ooit die mijne Chelles +te vroeg had verjaagd. Alleen om mij eene houding te geven tegenover den fieren, hooghartigen edelman, wiens goede toon, wiens +fijne beschaving sprak uit alles wat hij deed of zeide, had ik mijne gouvernante bij mij gewenscht. Papa ging cavalièrement +met hem om, zooals oude schoolmakkers, al zijn zij elkaar nog zoo ongelijk; maar mij kwam het voor dat hij met laatdunkende +verwondering op mij neerzag zooals een adelaar op eene gemeene kraai. Toch bleek het dat hij beteren dunk van mij had dan +ik zelve meende, en vooral dat de bevreemding over mijne wijze van zijn, die hij niet geheel kon ontveinzen, niet uit minachting +voortkwam, maar wel uit zekere meewarigheid. Hij was aangegrepen door mededoogen <a id="d0e4229"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4229">251</a>]</span>met het jonge meisje, dat men uit haar natuurlijke sfeer had gerukt, dat men had misvormd en verwrongen tot iets dat zij niet +had moeten zijn en dat zich misplaatst voelde juist daar waar zij behoorde. Op zekeren dag dat ik in ’t salon aan de piano +zat, eigenlijk maar om wat te tokkelen, terwijl de heeren in de <i>suite</i> voor den haard stonden te rooken, hoorde ik Mylord tot sir John zeggen: + +</p> +<p>“Waarom ziet gij geen menschen? Waarom gaat gij niet met Francis uit; zij heeft den leeftijd?” + +</p> +<p>“Zoo wat, maar zij is nog te wild en te brusk!” + +</p> +<p>“Ik zie niet dat zij wild en brusk is; zij is alleen linksch en beschroomd, als eene die zich niet weet te houden: ’t is of +ze nooit in goed gezelschap heeft verkeerd.” + +</p> +<p>“Zoo is het; op de kostschool is zij om hare woestheid verjaagd, en.... zooals zij nu is, durft men haar niet presenteeren.” + +</p> +<p>“Nonsens! als gij dus met haar voortgaat, zal zij altijd even stijf en verlegen blijven. Juist als zij onder de menschen komt +zal zij dat alles afleggen. Zij heeft geest en gevatheid, dat heb ik al opgemerkt. Zij zal heel spoedig in de wereld thuis +zijn.” + +</p> +<p>“Daarbij, de zoogenaamde <i lang="fr">beau monde</i> hier is niets dan een klein kringetje, ellendig, kleinsteedsch en vervelend; ik geloof niet dat er voor haar onder die lieden +eene partij zal te doen zijn; en mij dan daarvoor op te offeren....” + +</p> +<p>“Gij hebt niets te verzuimen; gij moet het doen uit beginsel. Zij behoeft er niets anders te vinden dan gelegenheid om zich +met gemak in de wereld te leeren bewegen.” + +</p> +<p>Mijn vader mompelde zoo iets van verliezen en teleurstellingen, kostbare toiletten die er noodig zouden zijn, enz. enz. + +</p> +<p>Lord William haalde de schouders op en zag hem aan met een doorborenden blik. +<a id="d0e4255"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4255">252</a>]</span></p> +<p>“John, John! welk een vader zijt gij? Over die bagatellen spreken wij later....” + +</p> +<p>“Daarbij is er geen chaperon; ik ken hier de vrouwen niet.” + +</p> +<p>“Wij zullen ze leeren kennen. Meent gij misschien dat ik mijne winteravonden zal slijten met u op de sociëteit of bij uw heerenspeelpartijen? +Daar bedank ik hartelijk voor; en dan <i lang="en">the poor child</i> aan de verveling prijs geven? Dat zal niet gebeuren. De chaperon zal <i>ik</i> zijn, als het niet anders kan, en ’t overige zal zich vinden; maar.... <i lang="en">the little one</i> luister, genoeg hiervan!” + +</p> +<p>Ik had werkelijk de vingeren maar stil op de toetsen laten rusten; mijne nieuwsgierigheid om te weten hoe <i>hij</i> over mij sprak en dacht was sterker dan mijne bescheidenheid! + +</p> +<p>Sir John verliet het vertrek met den driftigen stap van iemand die uit zijn humeur is. + +</p> +<p>Lord William kwam naar mij toe, ondervroeg mij naar mijne opvoeding, mijne gewoonten, mijne wenschen. Ik ving aan met schuchterheid +en aarzeling, maar eindigde met al de openhartigheid en vrijmoedigheid die mij van nature eigen waren. Hij liet mij niet los +vóór hij alles wist, en het kwam mij voor dat toen de betoovering geweken was, die mij tegenover hem zoo ongelijk maakte aan +mij zelve. + +</p> +<p>Hij vroeg mij of ik van lezen hield. + +</p> +<p>“Volstrekt niet,” was mijn gulgauw antwoord, “want dan moet men alleen zitten. Ik houd van menschen, van gezelschap, van beweging.” + +</p> +<p>“Om onder de menschen en in gezelschap een goed figuur te maken moet men gelezen hebben, en al ware dàt niet, zonder geestesbeschaving +zinkt eene vrouw tot eene onbeduidendheid, waaruit hare schoonheid zelfs haar niet kan opheffen.” + +</p> +<p>“Ik wil niet onbeduidend zijn,” sprak ik met beslotenheid, “zeg maar wat ik lezen moet.” + +</p> +<p>Hij glimlachte. “Dat gaat zoo niet in eens; maar ik <a id="d0e4290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4290">253</a>]</span>zal met u lezen, en dan zullen wij spoedig dit verzuim van u inhalen, zoo gij wilt?” + +</p> +<p>Gij raadt mijn antwoord, en van dien dag af ondernam hij het mijn geest en mijn smaak te vormen, mijn geestdrift op te wekken +voor zijne lievelings-auteurs, ja, hij nam zelfs de moeite mij kennis te doen maken met de meesterstukken der Duitsche en +Fransche litteratuur, maakte zelfs zijne geliefde klassieken voor mij genietbaar, en wat ik van Dr. Darkins nooit had willen +leeren nam ik met gretigheid aan van hem. + +</p> +<p>Hij vergezelde mijn vader niet naar diens sociëteit; eene enkele partij billard, een rijtoertje, en zijn gezelschap aan tafel +was alles wat sir John aan hem had. De avonduren en zekere bepaalde uren van den voormiddag, die hij niet voor zijne eigene +studiën noodig had, wijdde hij aan mij. De liefste waren mij die, welke wij doorbrachten met Shakespeare, die hij mij voorlas +met eene geestdrift waarvan hij mij den geest, de kracht, de grootschheid deed opmerken met zulk eene klaarheid en zulk eene +gave van mededeeling, met een talent van voorstelling, dat ik als leefde in die wereld en....” + +</p> +<p>“En toen is het gebeurd dat gij op elkander verliefd zijt geworden, evenals Desdemona en Othello,” viel ik in met eene opwelling +van wrevel, die ik niet bij machte was te beheerschen. + +</p> +<p>“Neen, neen! zoo is het juist niet gegaan; maar als gij geen geduld hebt deze herinneringen aan te hooren zooals ik ze nu +in mijn geheugen kan terugroepen, moet gij het liever zeggen; want als ik ze niet mag geven zooals ze in mij opkomen, verlies +ik den draad; daarbij, gij zegt dat gij mij wilt leeren kennen zooals ik ben; dat zou niet gaan, als gij niet wist hoe ik +geworden ben wat gij mij nú ziet. Of wat zou het u baten als ik u alleen mededeelde, dat lord William, in ’t begin van den +herfst bij ons gekomen, bij het naderen van de lente ons weer verliet?” + +</p> +<p>“Zonder met u verloofd te zijn?” vroeg ik gejaagd. +<a id="d0e4302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4302">254</a>]</span></p> +<p>“Zonder met mij verloofd te zijn!” herhaalde zij op koelen, drogen toon en rees op; “maar nu moeten wij gaan, neef! want wij +zullen ditmaal den omweg nemen, die de gemakkelijkste is; wij komen toch al te laat voor de thee; nu! de kapitein kan ze zetten, +dat’s het minst.” + +</p> +<p>Reeds was zij zonder mijne hulp van de onveilige steenblokken afgesprongen en stond op vasten bodem eer zij had uitgesproken; +ik haar na, met hetzelfde goed geluk, al was het niet met dezelfde haast; want ik zag het nut van die waaghalzerij in het +half donker niet in. + +</p> +<p>Al wandelend wikkelde zij zich dicht in de grijze plaid, en er kon geen kwestie zijn van haar mijn arm te bieden; ik wist +niet of ik haar moest vragen voort te gaan met hare souvenirs, want ik voelde mij schuldig; ik had met onhoffelijke kregelheid +den stroom harer confidentiën gestoord; mogelijk voor goed de behoefte om zich uit te spreken gedoofd, en toch, ik brandde +van ongeduld om er alles van te weten; het was zelfs mijne zenuwachtige gejaagdheid die getergd werd door hare <i lang="fr">longueurs</i>; het kwam mij voor, dat zij met te veel opzettelijkheid drukte op de voortreffelijkheden van dien vreemdeling, dien ik niet +kon uitstaan, dien ik nu reeds haatte, zonder nog te weten of ik er reden toe had. En ik had zeker geen recht om misnoegd +te zijn op Francis. Wist ik dan reeds niet genoeg van haar om te begrijpen, dat zij haar hart niet had vrijgehouden tot haar +zes-en-twintigste jaar? Had zij moeten wachten op een Paladijn die haar bij testament zou worden toegewezen! Ik voelde dat +ik dwaas en onrechtvaardig was en toch kon ik over die dwaasheid en onbillijkheid niet zoo geheel zegevieren, of zij had er +iets van kunnen bemerken. + +</p> +<p>“Leo!” sprak zij, nadat wij eenige minuten zwijgend naast elkaar waren voortgegaan. “Ik zie wel dat gij ergernis neemt aan +mijne souvenirs, maar ik kan ze u daarom toch niet sparen; er is een deugd, die men Francis Mordaunt zeker niet zal ontzeggen; +het is: eerlijkheid, en deze dringt mij, u niet te verhelen wat er <a id="d0e4314"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4314">255</a>]</span>in mij is omgegaan, sinds gij mijn vriend wilt zijn en ik, ondanks bittere ervaring, nog hecht aan de beteekenis van dat woord. +Als gij van ochtend vertrokken waart, zooals ik dat verwacht had, zou ik u met mijne bekentenissen niet lastig zijn gevallen.” + +</p> +<p>“Zoo moet gij het niet opnemen, Francis! ik ben immers gebleven om ze van u te hooren. Ik beloof u, dat ik den loop uwer herinneringen +niet meer zal stuiten.” + +</p> +<p>“Nu, goed! zoo zult gij dan hooren dat gij het geraden hebt, dat ik lord William heb liefgehad met al de innigheid van een +eersten hartstocht, ik moest zeggen: met al de naïveteit van mijn jeugdig hart; want ik wist zelve niet, dat het liefde was +wat hij mij inboezemde. Ik had nooit met jonge meisjes verkeerd, die elkaar op haar dertiende reeds van galants en minnarijen +spreken; ik was <i>novice</i>, als geene andere, maar ik voelde welhaast, dat lord William alles voor mij was, dat ik eigenlijk niet meer leefde dan in +hem, dat ik onverschillig was voor iedereen en voor alles, dat het mijn hoogste geluk was, zijn wil en wensch te raden en +te volgen, dat ik, die men ontembaar achtte, die luimig en willekeurig scheen te zijn, soms alleen uit liefhebberij in den +strijd, nu maar ééne vreugd kende: die van hem te gehoorzamen, op zijne wenken te letten, en, zonder dat hij noodig had dit +van mij te vergen, het volgde van zelf; ik raadpleegde hem in alles, zelfs over mijn toilet, toen het er toe kwam dat wij +uitgingen; ik maakte een beter figuur in de wereld, dan men van het (zoo men meende) in ’t wild opgegroeide meisje verwacht +had; ik kleedde mij met smaak, dat wil zeggen naar <i>zijn</i> smaak, hoewel hij er verre van af was mij dit op te dringen, maar ik raadde den zijnen en volgde dien op mijne eigenaardige +wijze; want van slaafsche naäperij van hetgeen de mode voorschreef, had ook hij een afkeer, die geheel in mijn karakter viel, +‘<i lang="en">Somewhat originality</i>’ vond hij piquant, en hij achtte het schade zoo de individualiteit verloren <a id="d0e4329"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4329">256</a>]</span>ging onder zekere vormen, voor iedereen gelijkelijk afgepast. Als hij zoo sprak, raadde ik dat hij in mij prees, wat anderen +in mij afkeurden. Omdat hij het noodig had geacht, ging ik in de wereld; maar mijn hart zette ik er niet op; mijn hart was +met hem waar zijn schat was, in zijne boekenkamer, waar ik uren lang met hem samen was, naar hem luisterend, zonder mij te +vervelen, zooals mij soms gebeurde op eene drukke danspartij; want <i>hij</i> danste niet! Tot in de droge oudheidkundige studiën, waaraan hij zich wijdde, begon ik belang te stellen. Ik vertaalde voor +hem wat hij uit zekere Hollandsche boeken of tijdschriften verlangde te weten. Ik copiëerde voor hem, zonder er aan te denken, +dat zitten schrijven vervelend kon zijn; ik vergat dat er een stal was, dat mijn lievelingspaard door den <i lang="en">groom</i> moest worden afgereden; ik vergat alles en allen; ik was alleen opmerkzaam als het de behoeften van lord William gold. Als +de meeste heeren hield hij van eene goede tafel en was er aan gewoon. Hij had er daarbij alle recht op in ons huis, zooals +ik later heb begrepen. Genoeg, ik vond een lust in de mannelijke studiën, zonder de vrouwelijke plichten te verzuimen. Zelfs +de vrouwelijke behaagzucht was in mij wakker geworden. Vroeger had ik zeer weinig om mijn uiterlijk gegeven; nu nam ik er +acht op en was zorgvuldig in de minste kleinigheden; want Mylord, al was hij nog zoo’n oudheidkenner, kleedde zich met de +uiterste zorgvuldigheid, en zoo modern als een perfect gentleman die geen fat wil zijn. + +</p> +<p>Mijn eenig verdriet was als ik zag dat Mylord zich met andere dames bezighield, en toch, dat kon wel niet anders, wilde hij +mij patronessen bezorgen in zekere kringen. Sir John gaf zich daartoe geen moeite, en daarbij Mylord hield niet van spelen +en wilde niet dansen, terwijl ik toch niet als eene matrone tapisserie kon maken. Zoo leerde ik de jammerlijkste passie der +vrouwen, den kleinen naijver kennen, maar waagde het toch niet <a id="d0e4339"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4339">257</a>]</span>die te toonen; ik wist vooruit dat hij dit ergerlijk kleingeestig zou vinden. Wij gaven nu zelfs diners, en de <i>dames</i> van de stad, die bevonden dat alles bij ons recht <i>quite</i> was, waren zeer verwonderd. Van die bijgenaamde <i>majoor Frans</i> hadden zij zulk eene goede ontvangst niet verwacht; waarheid is dat juffrouw Milders, onze huishoudster, talenten had, die +tot hiertoe braak hadden gelegen, en dat Mylord mij wenken gaf, die mij van het uiterste nut waren. Papa zelf had er volle +satisfactie van, en ik sleet den gelukkigsten winter van mijn leven; men vond mij in de <i lang="fr">beau monde</i> wel een weinig zonderling, maar dat werd distinctie geacht en toegeschreven aan de vreemde afkomst van mijn vader en aan +den Engelschen toon die in ons huis heerschte. Ik werd zeer gefêteerd, al kon het mij niet schelen, misschien juist daarom; +maar de lente naderde en wij begonnen reeds plannen te maken om gezamenlijk de Werve te gaan bezoeken “zoodra het seizoen +van uitgaan was afgeloopen.” Als grootpapa maar geen spaak in het wiel steekt, dacht ik met zekere bezorgdheid, want deze +was nu van zijne zending naar de residentie teruggekeerd, gelukkig voor mij zonder Rolf; eene rilling overliep mij als ik +er aan dacht, dat deze mij als “majoor” zoude aanspreken en behandelen in het bijzijn van lord William. Welhaast bleek het +mij dat grootvader onze ingenomenheid met onzen gast niet deelde. Ik schreef het toe aan zijne teleurstelling, dat de vreemdeling +zijn appartement in ons huis had ingenomen, hetgeen hem noodzaakte voorloopig een afzonderlijk kwartier te betrekken; maar +er was zeker nog iets anders: want ik merkte duidelijk, dat de majoor von Zwenken Mylord wel bejegende met de hem eigene beleefdheid, +maar geenszins met de joviale voorkomendheid, waarop ik meende dat deze van iedereen recht had. Ik zou maar al te spoedig +weten, waaruit dat voortkwam. + +</p> +<p>Op zekeren zonnigen lentedag zat ik de zuivere lucht te genieten op het kleine balkon, waar mijn boudoir <a id="d0e4355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4355">258</a>]</span>op uitkwam, met een ongekend gevoel van weemoed en levenslust de fijne blaadjes en de aankomende knopjes te bespieden, die +den tuin welhaast met bloesems en geuren zou sieren. Ik had geen trek tot lezen, hoewel ik een boek in de hand hield, en dacht +aan de prettige wandelingen die wij welhaast zouden maken met Mylord, en aan de mogelijkheid van een tochtje naar het kasteel +van grootpapa, toen ik diens stem hoorde, in gesprek met sir John. + +</p> +<p>De heeren waren door de openstaande deur van de tuinkamer gekomen en hadden plaats genomen op de bank vlak onder mijn balkon. +Zekere onrustige nieuwsgierigheid beving mij: ik had maar op te letten en ik kon alles verstaan. + +</p> +<p>“Waar kan hij zijn, uw lord William?” vroeg grootpapa op wreveligen toon. + +</p> +<p>“Op dit uur is hij altijd in de stads-bibliotheek; er moeten archieven zijn, die hem de grootste belangstelling inboezemen.” + +</p> +<p>“En Francis?” + +</p> +<p>“Zij kleedt zich, of zij is in besogne met de huishoudster; weet ik het!” + +</p> +<p>“’t Is nogal mooi, dat zij ook niet met hem meegaat naar die boekerij, sinds zij zich zóó met hem afficheert.” + +</p> +<p>“Met hem afficheert! Wat meent gij daarmee, heer majoor? Mylord woont bij ons in; hij gaat met ons uit, dat spreekt vanzelf; +hij is in alle opzichten een respectabel man, een <i lang="en">right honorable</i> zelfs. Ik zie niet, hoe miss Francis daardoor geafficheerd zou kunnen worden.” + +</p> +<p>“Hm! gij ziet het anders dan ik. Maar dat zou nog niet het ergste zijn; zoo hij zich maar niet zoo druk met haar bemoeide.” + +</p> +<p>“Mij dunkt, dat schaadt haar waarlijk niet. Of moet gij zelf niet erkennen, dat zij zeer tot haar avantage veranderd is, en +dat men haar nu overal kan presenteeren?” + +</p> +<p>“Dat spreek ik niet tegen. Alleen, ik zou dan in uw <a id="d0e4380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4380">259</a>]</span>geval verlangen dat hij het zijne deed om haar als zijne <i lang="en">future</i> te presenteeren; dán zou hij zijn plicht doen.” + +</p> +<p>Sir John begon hardop te lachen. “Wel, heer majoor, hoe haalt gij u zoo iets in ’t hoofd! William is mijn schoolkameraad en +maar een jaar of drie mijn jongere, en Francis moet nog zeventien worden.” + +</p> +<p>“Hij heeft het voorkomen van even in de dertig. En daarbij, wat doet de leeftijd er toe? Francis is op hem verliefd, smoorlijk +verliefd, dat zeg ik u, en het verwondert mij, dat gij zelf dit niet al lang hebt bemerkt en de onvoorzichtigheid begaat, +dien vertrouwelijken omgang met uwe dochter te dulden zonder dat hij zich declareert.” + +</p> +<p>“<i lang="en">Bless me!</i> daar zou hij zich waarlijk wel voor wachten!” riep mijn vader. “Hij is getrouwd, en daarom steekt er ook niets in dat hij +zoo wat den Mentor speelt over Francis; ik heb er geen slag van en zij heeft het hoog noodig.” + +</p> +<p>“Hoog noodig! dat hij haar het hoofd doet draaien!” sprak mijn grootvader met stijgende ergernis. + +</p> +<p>“Dat heeft geen nood; het hare is veel te degelijk om zoo licht duizelig te worden. Zij is daarenboven eene Mordaunt en niet +zoo weekelijk opgevoed om zich met jongemeisjesgrillen in te laten.” + +</p> +<p>“Gij zijt wel wat al te naïef, sir John—de stem van den majoor klonk streng en bitter—“of.... van eene gerustheid die mij +onverklaarbaar is.” + +</p> +<p>“Dat zou zij niet langer zijn, en gij zoudt deze gerustheid deelen, mijnheer, zoo gij lord William kendet als ik! <i lang="en">Every inch a gentleman</i>, sir! en zoo hij ook maar vermoedde dat zulke argwaan in ons kon opkomen, ben ik zeker dat hij geen uur langer hier in huis +zou vertoeven. Ik begrijp wel, wat u eenigszins tegen hem inneemt. Hij speelt niet; wij hebben weinig aan zijn gezelschap +en hij heeft u hier verdrongen. Dat spijt mij zelf; dan, ik kon niet weten dat gij zoo spoedig uit den Haag zoudt terugkeeren. +En, om de waarheid te zeggen, <a id="d0e4405"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4405">260</a>]</span>mylord is <i lang="en">generous, most generous</i>, en ik ben hem zekere égards schuldig.” + +</p> +<p>“Dat geloof ik gaarne, maar.... moet Francis daaraan worden opgeofferd?” + +</p> +<p>“Francis wordt niet opgeofferd, dat verzeker ik u. Integendeel, het is voor haar van het grootste belang dat wij als vrienden +scheiden. Daarbij, hij zal niet lang meer bij ons blijven. Hij is tot president verkozen van ik weet niet welk archeologisch +genootschap en moet de zittingen bijwonen in Londen. Ook kreeg hij dezen ochtend de tijding, dat de onaangename zaak, die +hem naar het continent de wijk deed nemen, zoo goed als geschikt is. Hij vreesde een lastig proces dat hem verdriet en ergernis +zou geven. Het blijkt dat de mediateurs het eens zijn geworden. Zijne vrouw, die met hare familie in het Zuiden reist, heeft +hem een ootmoedigen brief geschreven en wenscht vergiffenis en verzoening. Hij deelde mij mee, dat hij nog niet besloten is, +maar dat hij toch tegen eene scheiding opzag en vermoedelijk....” + +</p> +<p>Sir John zweeg plotseling; de heeren wandelden op; ik zag den kamerdienaar van lord William aankomen en met hen spreken. Had +een hunner opgekeken, hij zou mij hebben gezien in ademlooze spanning tegen het balkon geleund, als een steenen beeld, de +verpersoonlijking van stomme verslagenheid. Toen zij reeds lang weg waren bleef ik nog zóó staan, als vastgenageld aan die +plek. Ik had de kracht, den moed gehad om ten einde toe te luisteren; de zelfbeheersching om door geen kreet of uitroep een +gesprek te storen dat mij zulke verpletterende ophelderingen gaf. Toen ik eindelijk uit die onbeweeglijkheid oprees, was het +met een kreet van smart en bitterheid, dien ik niet kon weerhouden. Ik was aan mij zelve ontdekt! Ja! mijn grootvader had +goed gezien. Die aanhankelijkheid, die vrijwillige overgave van al mijn willen en denken aan zijn wil en wensch, die gewaarwording +van onuitsprekelijke blijdschap in zijne <a id="d0e4416"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4416">261</a>]</span>tegenwoordigheid, als hij mij toesprak, zich met mij bezighield, bovenal als hij met zijn sprekenden blik, met zijn betooverenden +glimlach mij zijne goedkeuring uitdrukte—dat was liefde! Liefde, die gloed van ijver, dien ik in mij voelde voor alles waarin +hij belang stelde; liefde, die zucht voor poëzie en letteren, waarmede hij mij had bezield. Wel is waar eene liefde, die niets +had van de zottelijke teederheid waarmee ik andere jongelieden elkander zag omgeven en die niet dan mijn afkeer wekte, maar +toch liefde, en die nu op eens tot een verboden, een schuldigen hartstocht werd misvormd; want het licht dat mij opging over +den man dien ik liefhad was als een fakkel waardoor alles in mij tot vuur en vlam werd, vlamme van haat en verontwaardiging, +die helaas den liefdegloed niet verteerde, maar te feller branden deed. Had ik mij zelve bedrogen en onbewust toegegeven aan +de aantrekkingskracht, die van dien vreemdeling uitging, hij zelf, hij had zich niet aldus kunnen vergissen en hij had mij +bedrogen, hij had mij althans in onwetendheid gelaten over ’t geen mij eerst noodig was te weten. En toch, in later tijd over +deze eerste groote smart nadenkende, begreep ik, dat het gevaar voor mij nauwelijks minder zou zijn geweest al had ik die +kennis gehad, want het was zijn persoon, die zulk een toovermacht over mij oefende, niet zijn positie. Onnadenkend had ik +mij overgegeven aan mijn gevoel, zonder te berekenen waar het mij kon heenvoeren, zonder er iets van te wachten voor de toekomst. +Maar toch wekte de zekerheid dat ik dien man liefhad en dat hij niets voor mij zou kunnen zijn dan.... een Mentor zooals mijn +vader zich uitdrukte, bij mij eene onbeschrijfelijke gewaarwording van teleurstelling en toorn. Hoe koelbloedig en onbarmhartig +had hij dan met mij gespeeld, hij de man van leeftijd en ervaring, die zoo scherpzinnig was en zooveel menschenkennis bezat. +Had hij, hij er dan niet om gedacht, dat deze omgang voor mij zijne gevaren had; had hij ze niet geteld, omdat hij zelf <a id="d0e4418"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4418">262</a>]</span>niet vreesde en ze mij alleen raakten! Zelfs wist hij zich immers onkwetsbaar; mogelijk had hij die vrouw, die nu verre was, +zóó lief, dat hij gepantserd was tegen iedere andere liefde. Waarheid is, dat hij nooit den toon van den hartstocht tegen +mij had aangeslagen. Een blik van welgevallen, een glimlach van goedkeuring, een handdruk van vriendschap was alles wat hij +mij geschonken had, en dat was mij ook genoeg geweest. Eens slechts, ik herinner het mij maar al te goed, had hij met zekere +hartstochtelijkheid mijne hand gekust, toen ik, ik weet niet meer welken zijner wenschen geraden en vervuld had. Dien nacht +sliep ik niet van trots en weelde, maar des anderen daags had hij mij met zulk een ijzige strakheid bejegend, of hij mij, +als zich zelf, dat oogenblik voor goed wilde doen vergeten, en scheen er niet op te letten, hoezeer ik onder die stugge luim +leed. + +</p> +<p>Nu wilde ik hem dat alles verwijten, alles op eens uitstorten wat in mij omging, en hem daarna doen zien, hoe diep hij in +mijne achting was gedaald; want te verbergen wat in mij omging, dat voor hem te verbergen als ik eens tot spreken kwam, dat +was voor mij eene onmogelijkheid. Maar de gelegenheid om hem terstond bij zijne thuiskomst te spreken bood zich niet aan. +Wel ging ik in zijne studeerkamer, in de hoop hem weldra te zien binnenkomen, maar ik vond er slechts zijn kamerdienaar, die +mij mededeelde, dat Mylord een bezoek had te brengen bij zekeren bankier en niet vóór den eten thuis zoude zijn. Ik moest +mij dus inhouden en zooveel mogelijk mijn aplomb hernemen, om aan tafel niets te laten blijken; maar dat ging boven mijne +macht. En ook waartoe? hoe eerder hij het nu begreep dat ik hem haatte en minachtte, hoe beter. Ik wist waarmee ik hem kon +ergeren, en ik besloot hem geene ergernis te sparen. Ik las de bevreemding op zijn gelaat, afkeuring in zijn blikken, maar +de betoovering die hij op mij oefende was gebroken; dat moest hij weten, en <a id="d0e4422"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4422">263</a>]</span>ik ging voort hem te tergen en te kwellen. Toen hij begreep dat er opzet in lag, deed hij of hij niets bemerkte en ik hield +vol tot aan het dessert, waarna ik mij niet als gewoonlijk verwijderde om de heeren aan hunne sigaren te laten. Ik herinnerde +mij dat ik ook rooken kon, zocht eene lichte sigaar uit en stak die aan. Toen zag ik lord William het voorhoofd fronsen en +de zijne wegwerpen; hij stond op, nam mij bij de hand en voerde mij zonder een woord te spreken naar zijn boekvertrek. Ik +liet mij wegleiden, want dat was juist wat ik wilde. + +</p> +<p>“Wat scheelt er aan, miss Francis?” sprak hij, nadat hij mij in een <i lang="en">easy chair</i> had doen plaats nemen en tegenover mij staan bleef. “Ik begrijp wel dat gij zeer ontstemd zijt en dat het <i>mij</i> geldt; maar ik kan niet nagaan uit welke oorzaak.” + +</p> +<p>“Dat is mijne schuld niet. Met een weinig nadenken zou Mylord toch licht die reden kunnen uitvinden. Hij weet, hoezeer ik +aan openhartigheid hecht....” + +</p> +<p>“Dat is prijselijk; en nu verder?” + +</p> +<p>“En nu vraag ik mij zelve af, wat ik van de uwe denken moet, als ik van anderen hoor, dat gij getrouwd zijt?” + +</p> +<p>Ik bracht deze laatste woorden met te veel gedwongen kalmte uit om hem niet eenigszins verwonderd te doen opzien; ik zag zelfs +dat hij verbleekte, maar hij vroeg koel: + +</p> +<p>“Heeft Sir John u dat eerst nù medegedeeld, en waarom juist heden?” + +</p> +<p>“Sir John heeft het mij niet medegedeeld; ik heb het bij toeval vernomen—bij <i>toeval</i>; verstaat gij mij, Mylord? En daarom geloof ik eenig recht te hebben om van u zelven iets meer te hooren van uwe gemalin.” + +</p> +<p>Ik had het er wel op toegelegd om hem te prikkelen en te schokken, maar dat deze vraag zulke uitwerking op hem zou hebben, +had ik niet kunnen berekenen. + +</p> +<p>Hij trad driftig drie schreden achteruit; een donkere blos van toorn of schaamte kleurde zijn hoog voorhoofd; <a id="d0e4451"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4451">264</a>]</span>zijne oogen gloeiden van verontwaardiging, maar zijne trekken namen zulk eene uitdrukking van lijden aan, dat ik zelve schrikte +van de ontroering die ik had teweeggebracht. + +</p> +<p>Hij zweeg, keerde zich van mij af, wandelde een paar malen de kamer op en neer, kwam eindelijk weer bij mij terug, bleef vlak +voor mij staan, zag mij aan met een mengeling van weemoed en misnoegen en sprak eindelijk: + +</p> +<p>“Het spijt mij, miss Francis, dat juist gij mij dit aandoet. De tijd voor zulk vertrouwen voor u acht ik nog niet gekomen. +Daar is te veel bitterheid in uwe vraag, dan dat zij uit belangstelling kan voortkomen, en belangstelling alleen heeft hier +recht op een antwoord.” + +</p> +<p>“Belangstelling, Mylord!” barstte ik uit, “dat is wel het zwakste woord, dat er tusschen u en mij kan gesproken worden; gij +weet wel, gij moest het ten minste weten, al veinst gij bevreemding, dat het hier voor mij eene levensvraag geldt!” + +</p> +<p>“Neen! op mijn woord, dat begrijp ik niet,” hernam hij ijskoud, bijna met ironie. “Ik begrijp niet welk belang gij meent te +hebben bij de beslissing die ik....” hij zuchtte diep, “die ik nog niet heb kunnen nemen; en daarom heeft men, wie dan ook, +eene groote onvoorzichtigheid begaan met u van deze dingen te spreken vóór ik zelf daartoe de vrijheid had gegeven. Het geldt +hier eene diepe wonde, waarvan ik voor mij zelven als voor anderen de pijn heb trachten te verbergen, een toestand even smartelijk +als vernederend voor wie er in betrokken zijn. Waarom zou ik u, een jong meisje, dat minder dan anderen van haar leeftijd +met het gewone leven bekend is, inwijden in de treurige geheimen van een ongelukkig huwelijk; waarom u gesproken hebben van +eene vrouw die hare naaste plichten heeft verzaakt, en van welke ik op het punt stond mij voor het leven te scheiden; toch +wenscht zij de hereeniging, waartoe ik nog niet heb kunnen besluiten. Uw vader weet iets <a id="d0e4461"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4461">265</a>]</span>van mijn strijd; waartoe zou ik er u in betrokken hebben, eer die voor mij zelven was opgelost?” + +</p> +<p>“En is het u dan niet ingevallen, Mylord,” vroeg ik met eene bitterheid waaronder ik mijne ontroering trachtte te verbergen, +“dat er gevaar kon liggen voor mij in die onwetendheid?” + +</p> +<p>“Voorwaar! Neen, dat is niet in mij opgekomen, en ik zie zelfs niet hoe dat had kunnen zijn. De toon van verbittering dien +gij nu tegen mij voert, dwingt mij u te herinneren, wat ik voor u heb trachten te zijn. Ik kwam herwaarts heen om in studiën +en onderzoekingen, die altijd mijn lust waren, afleiding te zoeken voor veel leeds dat anderen mij hadden berokkend. Uw vader +bood mij zijn huis tot verblijf aan; het gezellig leven gewoon, nam ik het met dankbaarheid aan. Ik zag u, en ik meende in +u te zien een stug en verwilderd kind, dat door Sir John met onverantwoordelijke nalatigheid was verwaarloosd. Ik leerde u +nader kennen en ontdekte in u gaven en krachten die mij verrasten en verblijdden en die ik getracht heb te ontwikkelen. Gij +hadt maar eenige vorming noodig om met goed gevolg in de wereld op te treden. Mijne hand gaf u die vorming, mijne hand voerde +u in dien nieuwen kring, en gij zijt alles geworden wat ik van u kon wenschen of wachten. Gij hebt mij eene volgzaamheid, +eene aanhankelijkheid betoond, die ik gemeend heb u te vergelden, want ik heb met betere zorg en trouw over u gewaakt dan +uw vader zelf; maar daaruit volgt immers nog niet, dat ik u had moeten spreken over alles, wat mij persoonlijk betrof, van +dien zwaren last des levens dien het niet aan u was met mij te dragen; van dien smaad en die schande die mij uit Engeland +wegdreven, om het onbescheiden medelijden mijner vrienden, den spot en het leedvermaak mijner vijanden te ontgaan. Hoe ik +bedreigd werd door een opzienbarend proces, waarvan mijn naam (geen naam zonder beteekenis in mijn land, Francis! maar dien +uw vader hier alleen kent en kennen zal), voor het groote <a id="d0e4467"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4467">266</a>]</span>publiek, dat naar schandalen hunkert, nog het piquante zou hebben verhoogd. Had ik u van dat alles moeten inlichten mijn kind? +U, die ik in alles heb willen sparen! Had ik de kwellingen, het hartzeer, dat mij alleen gold en dat ik zorgvuldig voor de +gansche wereld verborg, aan u, juist aan u, moeten blootleggen, om de gulden droomen uwer lente te verduisteren door de droeve +nevelen van mijn herfst!” + +</p> +<p>“Wel dicht en droevig moeten die nevelen zijn, Mylord!” riep ik uit, evenzeer verbaasd als geërgerd over den toon van hooghartige +rust, dien hij aannam bij zijne toespraak. “Wel dicht en droevig, want zij hebben uw scherpen blik verhinderd te zien wat +voor oogen lag: dat ik in de onwetendheid, waarin men mij hield, uit gebrek aan ervaring, mij al heel licht illusiën zou scheppen, +wier verwezenlijking eene onmogelijkheid zou zijn. Welnu! weet dan, Mylord! gij, die met zooveel trouwe zorge over mij hebt +gewaakt, dat ik aan dit gevaar niet ben ontkomen en dat juist nù de gulden droomen mijner lente op het wreedste zijn verstoord!” + +</p> +<p>Een gebaar van schrik en verwondering ontsnapte hem, maar hij schudde zwijgend het hoofd. Dat ongeloof deed de vlam van mijn +toorn en verontwaardiging in vollen gloed uitslaan! Ik barstte los in verwijten en klachten, die mijns ondanks mijn smartelijk +geheim verrieden. Uit geheel zijne houding bleek het mij, dat mijne bekentenissen, in den vorm van een scherpe aanklacht tegen +hem geuit, hem troffen als eene ontzettende verrassing. + +</p> +<p>Hij liet zich neervallen op den divan tegenover mij en bedekte het gelaat met beide handen, als van smart en schaamte overmeesterd; +maar de gloed, die op zijn voorhoofd brandde, was tot een doodsbleek verschoten. Daar viel het mij plotseling in, dat hij +onschuldig was, dat hij het niet had geraden, wat mij zelve nog zoo lang verborgen was gebleven, tot een schrikwekkend licht +in mij was opgegaan. En juist dat was het, wat mij ’t pijnlijkst trof. Had hij medegevoel betoond voor de <a id="d0e4475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4475">267</a>]</span>smart die ik hem klaagde, had hij schuld beleden, en mij vergiffenis gevraagd voor ’t geen hij mij onwillens had toegebracht, +ik zou mijne voldoening gehad hebben, en, al ware ’t met een verscheurd hart, hebben berust in ’t geen van nu aan eer en plicht +ons voorschreef; maar het tegenovergestelde vond plaats. + +</p> +<p>Hij liet mij uitspreken, ik zou moeten zeggen uitrazen, tot ik in luide snikken uitbarstte, zonder mij met een enkel woord +in de rede te vallen. Intusschen had hij zich van de eerste verbazing hersteld, en hij rees op uit zijne verslagen houding, +als een veranderd man. Weer liep hij met rassche schreden het vertrek op en neer, zonder een blik van deernis op mij te werpen +en, eerst toen ik zweeg, omdat de tranen mijne stem verstikten, kwam hij weer naar mij toe en sprak mij aan op kalmen, zelfs +wat strengen toon. + +</p> +<p>“<i lang="en">My child</i>, er is zonderlinge overdrijving in alles wat gij mij daar zegt. Uwe verbeelding is getroffen, en gij laat u door haar medeslepen, +om zelve te gelooven wat gij beweert; maar ik verzeker u dat gij u vergist. Gij zijt van eene natuur voor levendige indrukken +en heftige opvattingen vatbaar, maar gij zijt nog veel te jong om den hartstocht te kennen. En dat is heel gelukkig want ik +weet niet, wie van ons het gekste figuur zou maken, als men zoo iets van u kon vermoeden. Gij moet tegen die inbeelding strijden, +uit alle macht, en ik wil u gaarne daarin behulpzaam zijn. Ziet gij, Francis, op uw leeftijd hebben de meeste jonge meisjes +reeds iets als eene amourette gehad met den een of anderen aankomenden jonkman, waarmee ze gedanst hebben; gij gelukkig niet, +want die eerste lentebloesems vallen in den regel af zonder dat ze ander spoor achterlaten dan zekere ervaring die voor de +vruchten van het rijper seizoen niet schaadt. Gij daarentegen zijt door uwe forsche onvrouwelijke opvoeding beveiligd geweest +tegen diergelijke aanvallen van sentimentaliteit, maar daardoor <a id="d0e4484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4484">268</a>]</span>waart ge aan eene andere dwaling blootgesteld, waarop <i>ik</i> niet verdacht was, en die nu eigenlijk voor mijne rekening komt; het is deze, dat gij u hechten zoudt aan den eersten man +den besten die zich met meer dan vluchtige belangstelling aan u gelegen liet liggen; het trof zoo, dat <i>ik</i> die man was, en dat ik de onvoorzichtigheid beging (want ik moet er dàt nu wel in zien), schoon het met de beste intentiën +geschiedde, om u in te wijden in de geheimenissen der poëzie en uw smaak trachtte te vormen voor de hoogere genietingen die +zij biedt. Wij lazen Shakespeare! nu is het niet vreemd, dat een jong meisje, ’t welk men de schoonheden van zijne tragediën +doet opmerken, zich zelve voor een Juliet gaat houden; maar daarom is hij die haar de gelieven van Verona leert verstaan, +zelf nog geen Romeo! En ik vraag u, Francis, als gij er ernstig over nadenkt, of ik het voor u zou kunnen zijn; zie mij aan +en bedenk hoe slecht mij die pretensie zou afgaan. Ik heb den leeftijd van uw vader; mijne haren zijn reeds met zilver vermengd,” +en hij lichtte zijne zware, donkere lokken op om mij te toonen, hoe zij aan de slapen reeds grijsden; “zoo ik niet leed aan +eene kwaal, die mij met geheele vermagering bedreigt, zou ik de jaren hebben waarin men tot gezetheid komt; dat is alles behalve +poëtisch, niet waar? Ik meende daarbij in uwe oogen de achtbaarheid te hebben van een getrouwd man, al zag ik er geen nut +in, uwe deernis op te wekken voor mijn treurig huwelijkslot. Laat uw verstand spreken, Francis, dat maar een oogenblik door +de verbeelding is overstemd, en gij zult de eerste zijn om toe te stemmen dat ik, <i>ik</i> niet de held kan zijn voor een liefdesroman!” + +</p> +<p>Hij zweeg en scheen een antwoord te wachten, dat ik niet geven kon; want ik had eene gewaarwording of er ijsschotsen rondom +mij opgestapeld werden, waaronder ik verstikken zou. + +</p> +<p>Toen kwam hij naar mij toe, legde beide handen op mijne schouders, zag mij diep in de oogen, met eene <a id="d0e4499"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4499">269</a>]</span>mengeling van ernst en weemoed, en sprak op zachten toon: + +</p> +<p>“Ik ben nog een jaar vroeger gehuwd dan uw vader, ik kon eene dochter hebben van uw leeftijd; ik ben kinderloos! ik heb mij +zelven wel eens betrapt op den wensch in u eene dochter te zien, maar gij hebt mij de verwezenlijking van die illusie nu onmogelijk +gemaakt; voor ’t oogenblik althans, want ik ben er zeker van, gij zult eenmaal terugkomen van den waan waarin gij nu verkeert; +laat u niet langer door een hersenschim in de war brengen; het hart, in dien zin als gij dat verstaat, is er buiten, geloof +mij daarin, mij die de verwoestende macht der hartstochten heb leeren kennen,” hij zuchtte diep, “tot mijne schade, en die +weet, tot welken diepen val zij de vrouw neer rukken die de kracht mist om er tegen te strijden. Gij behoeft mij daarom niet +de genegenheid te onttrekken, waarop ik geloof recht te hebben van uwe zijde, en die ik zelf de eerste ben geweest u te betoonen. +Had ik een zoon gehad, geloof mij, ik zou niet tot nu toe gewacht hebben om voor hem uwe hand te vragen; maar ik heb niets +dan een neef, een neef van uw leeftijd en die mijn erfgenaam moet zijn; zoo gij ’t wilt zal ik sir John over die verbintenis +spreken; gij kunt het sieraad zijn van iederen kring waarin gij optreedt, als gij maar wilt. Op den duur zijt gij hier toch +niet op uwe plaats; denk er eens rijpelijk en met kalmte over na, en als gij besloten zijt, laten wij master William uit Engeland +overkomen en....” + +</p> +<p>“Wees gedankt, Mylord!” viel ik uit, “ik heb volstrekt niet uwe tusschenkomst verzocht om mij een echtgenoot te bezorgen, +en ik zal nooit kunnen besluiten om in u mijn <i>oom</i> te zien!” En ik barstte uit in een smadelijken lach, de reactie van eene onuitsprekelijke verbittering, en liep in ijlende +vaart zijne kamer uit naar de mijne. Toevallig lag daar op tafel een deel van Shakespeare’s prachteditie, die hij mij eens +ten geschenke had gegeven. <a id="d0e4508"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4508">270</a>]</span>Zoodra dat mij in ’t oog viel, moest ik mijne woede koelen aan het onschuldige boek, dat in flarden gereten en op den grond +werd geworpen. Na die wraakoefening wierp ik mij zelve als eene radelooze daar nevens; ik weet niet hoe lang ik in dien toestand +was gebleven, toen de stem van mijne kamenier, die aan de kamerdeur had getikt zonder antwoord te bekomen, mijn gehoor trof; +ik sprong op in onbeschrijfelijke verwarring. + +</p> +<p>“De freule moest toch schellen als zij onwel was,” knorde zij goedhartig. “Ik ben, geloof ik, flauw gevallen, Annette.”—“De +freule moest zich kras houden. Ik kom met het nieuwe baltoilet, ’t is tijd om de freule te kleeden.” + +</p> +<p>Het was waar, ik moest dien avond nog eene partij bijwonen met Lord William. Ik deed het mogelijke om de sporen van de doorgestane +smart te verbergen en liet mij werktuigelijk optooien; maar eens onder de wapens, nam ik het kloeke besluit om eene houding +aan te nemen, die niemand, zelfs hem niet, het recht zou geven mij te beklagen of eene onbescheidene vraag te doen. Als gewoonlijk +reden wij gezamenlijk naar de partij, en ik was vast besloten ditmaal zijn arm te weigeren en mij door grootvader te laten +binnenleiden. Ik kreeg hartklopping, reeds bij de gedachte aan die wraakneming en aan den indruk dien zij op hem zou maken. +Dan, de wijze, voorzienige Heer had er anders over besloten. + +</p> +<p>Wij reden aan bij den Engelschen consul; Mylord stapte daar af en zou wat later komen! + +</p> +<p>Sir John onderhield zich daarop met Majoor von Zwenken, ik denk wel met zeker opzet, over mijn gast. “Het blijkt dat hij tot +een besluit is gekomen, en dat er haast is bij de uitvoering. Hij neemt afscheid van den consul, hij heeft postpaarden besteld +voor morgen, om hem naar de havenstad te brengen, waar morgenavond een stoomboot afvaart die rechtstreeks naar Londen gaat.” +Dit alles vernam ik, zonder dat het eigenlijk tot mij werd gericht; het viel mij als brandend <a id="d0e4518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4518">271</a>]</span>lood op het hart, en toch was ik dankbaar dat ik het zoo vernam, en dat niemand bij machte was in de duisternis van het rijtuig +de gemoedsbeweging op mijn gelaat gade te slaan. + +</p> +<p>Voor het eerst trad ik in de wereld op zonder hem; het was of alles rondom mij ledig was, en of al die opgeschikte mannen +en vrouwen, die daar om mij heen woelden niets voor mij waren dan wassen beelden, in wier midden ik mij bevond, zonder iets +met hen gemeen te hebben. Toch moest ik dansen, en ik wilde dat, liever dan praten. Met wie zou ik spreken, en waarover? Daarbij, +als hij kwam moest hij mij zien in opgewekte stemming, moest hij mij niet zien als eene treurende verlatene; niets had hij +voor mij gevoeld, niets dan mededoogen, dat er hem toe gebracht had mij zijn steun en bescherming te bieden; hij moest het +nog weten, dat ik het eerste niet behoefde, en de laatste ontberen kon. Wij waren ten huize van een voornaam bankier, een +der <i lang="fr">gros bonnets</i> van de provincie, wiens vrouw meer dan eenige andere dame uit den kring zich met zekere moederlijke goedhartigheid mijner +had aangetrokken. Zij had maar een kind, een zoon, op wien ik juist niet veel had gelet, maar van wien men mij zeide, dat +hij het gansche seizoen rondom mij heen geloopen had als smeekeling, om de kruimpjes mijner gunst op te vangen. Ditmaal als +zoon van den huize, had hij een recht mij het eerst ten dans te vragen, en ik had mijne redenen om zijn voorkomendheid niet +af te stooten; ziet gij, Leopold! ik wil mij zelve niet beter voorstellen dan ik ben; ik liet mij niet slechts zijne hulde +welgevallen, ik moedigde die aan. Als Lord William binnenkwam, moest hij mij treffen in een coquet, geanimeerd gesprek, of +in een wilden, vroolijken galop; zoo viel het werkelijk uit. Maar toen hij eens dáár was, ondanks de tuimeling van den dans +moest mijn oog hem toch volgen, alsof een magnetische attractie er mij toe dwong. Hij zelf, kalm en waardig als altijd, ging +enkele dames van <a id="d0e4525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4525">272</a>]</span>leeftijd toespreken en nam daarop plaats aan de speeltafel, waar hij, zooals ik later hoorde, eene belangrijke som verloor +aan den majoor von Zwenken! Des anderen daags verscheen Mylord niet als gewoonlijk bij het luncheon; hij had nog veel te regelen +voor zijn afreis, hoewel zijn kamerdienaar met de koffers later zou volgen. Ik begreep dat de gelegenheid om een vertrouwelijk +woord met hem te wisselen mij met opzet zou benomen worden, en in waarheid, wij hadden elkaar niets meer te zeggen; als ik +het tegendeel meende en nog eenmaal zijn boekvertrek wilde binnengaan, waar ik toch wist alles in verwarring en hem niet meer +alleen te vinden, bleef ik als aan den grond genageld staan; neen, het was zóó beter, hij kon niet blijven, hij kon zelfs +geen afscheid nemen. Sir John nam mij na ’t ontbijt ter zijde en kondigde mij aan, dat ik bezoek had te wachten in dienzelfden +voormiddag. De bankier had accès gevraagd voor zijn zoon. Sir John, die het eene goede partij achtte, had dit toegestaan! +Gij begrijpt hoe ik dat opnam. Van een Lord William neer te dalen tot een Karel Felters!” + +</p> +<p>“Karel Felters!” herhaalde ik onwillekeurig. + +</p> +<p>“Ja! weet gij daar ook al van?” vroeg zij met zekere bitterheid. + +</p> +<p>“Denkelijk niet het rechte; ik bid u Francis, ga voort,” sprak ik met eene gejaagdheid, die ik niet wist te verbergen. + +</p> +<p><span id="d0e4534" class="corr" title="Bron: ">“</span>’t Is niet heel mooi, wat er volgt, dat moet ik zelve zeggen. Ik verweet Sir John dat hij zulk eene beslissing had genomen +zonder er mij in te kennen.<span id="d0e4537" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>“Ik meende niets anders of de pretendent stond u wel aan, en de oude heer was dringend.” + +</p> +<p>“Gij hebt u vergist; ik wil hem niet hebben, en ik wil hem zelfs niet ontvangen.” + +</p> +<p>“Wat dat laatste betreft, Francis! dat <i>moet</i> zijn,” sprak Sir John met gezag, en de enkele maal dat hij dien toon tegenover mij aannam, wist ik dat hij onderwerping <a id="d0e4549"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4549">273</a>]</span>eischte. “Gij zoudt mij een gek figuur laten maken; gij hebt dien jonkman aangemoedigd, zie nu zelf hoe gij hem zijne illusie +ontneemt, maar ik waarschuw u, dat de wijze waarop men zulk een eerste aanzoek afslaat, licht voor het vervolg decideert. +Als gij goed geëtablisseerd wilt worden, zorg dan dat uwe afwijzing in behoorlijken vorm geschiede.” + +</p> +<p>“Ik wensch niets dan mijne onafhankelijkheid te bewaren voor het leven,” antwoordde ik, terwijl ik juist lord William zag +binnentreden. “Ik heb noch dien jonkman, noch iemand anders noodig voor mijn geluk, en ieder die zich over mijne toekomst +meent te moeten bekommeren, kan zich daarnaar regelen.” + +</p> +<p>Gij begrijpt hoe ik dien armen Karel Felters ontving. Alles liep samen, om mij als eene furie te doen verschijnen voor de +oogen van den overbluften sukkel, die maar niet begrijpen kon dat zijne coquette danseres van den vorigen avond plotseling +in zulk eene woeste mannenhaatster was omgetooverd. Want ik zorgde wel hem te zeggen, dat hij zijn <i lang="fr">échec</i> niet voor zich zelven alleen behoefde te nemen. Hoe het kwam weet ik niet, maar hij bleef toch ongeloovig aarzelend, en kon +maar niet besluiten heen te gaan. Dat prikkelde mijn reeds zoo geschokt zenuwgestel op het heftigst; ik wist niet hoe hem +weg te krijgen, en hij moest toch weg, want ieder oogenblik kon lord William binnenkomen om afscheid te nemen, en die beiden +daar samen, dat was te veel. Het toeval wilde dat ik Karel had moeten ontvangen in de kamer van Sir John, die als zeeofficier +nog pronkte met trofeeën van wapenen. In de overspanning van ’t oogenblik, woest van gejaagdheid, nam ik een paar schermdegens +van een rek, bood den sidderenden en verbaasden jonkman er een aan, nam den anderen, zette mij in postuur en viel op hem uit; +de ongelukkige bloodaard, die in zijn angst niet eens scheen te merken, dat het onschadelijke wapens waren, wierp het zijne +weg en vlood in allerijl terwijl ik hem toeriep: +<a id="d0e4558"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4558">274</a>]</span></p> +<p>“<i lang="fr">Allons donc!</i> wie Majoor Frans vragen durft, moet ten minste den degen weten te hanteeren!” + +</p> +<p>“Ik heb van dit heldenfeit gehoord,” zei ik lachend; “de arme Karel Felters loopt nog, naar men mij heeft verteld.” + +</p> +<p>“<i lang="fr">C’est ainsi qu’on écrit l’histoire</i>,” hernam Francis, nu met den kalmen glimlach van eene die er reeds boven stond. “Ik heb ook gehoord dat hij een reis rondom +de wereld zou ondernemen, om mij niet weer tegen te komen. Maar de waarheid is, dat het wittebroodskind maar een uitstapje +naar de Rijnprovinciën heeft gemaakt, waar hij zich een tijdlang schuil gehouden heeft voor zijne vrienden en bekenden en +eene allerliefste pfarrersdochter heeft leeren kennen, die hem tot een gelukkig echtgenoot en huisvader heeft gemaakt, hetgeen +niet heeft belet dat de geheele familie en al hare adherenten sinds een wrok behouden heeft tegen Majoor Frans en niet hebben +verzuimd deze door allerlei kleingeestige <i lang="fr">represailles</i> te koelen. En toch, al ware er nooit een lord William voor mij geweest, zoo’n flauwerd had nooit mijn consort kunnen zijn! +Maar, gij moet nog hooren hoe het verder met mij afliep op dien onvergetelijken dag. Terwijl ik, met een gelaat gloeiend van +ergernis en oogen fonkelend van toorn, en de fleuret nog in de hand, Karel zag vlieden, stond daar plotseling lord William +in de geopende deur en staarde mij aan. Ik behoef u niet te beschrijven, Leo, met welk een blik van afkeuring.” + +</p> +<p>“Miss Francis!” sprak hij, “als Sir John mijn raad had ingeroepen, zou men u van dit aanzoek ter kwader ure hebben verschoond +en u eene onvoorzichtigheid bespaard hebben. Nu is het geschied, en ik begrijp heel goed dat er iets in u is wat zich lucht +moet geven, ook dat het u invallen kon, dat op deze wijze te zoeken; maar het is zeer verkeerd van u, juist op zulk een onschuldig +offer los te trekken. <i lang="en">For shame</i>, Francis! op een stumperd die mogelijk nooit een fleuret in de hand <a id="d0e4579"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4579">275</a>]</span>heeft gehad! Mij dunkt, gij hebt degelijker oefening noodig en een tegenstander die iets meer te beteekenen heeft, om er voldoening +van te hebben. Ik meende wel, u een en ander te hebben geleerd, maar ik verzuimde nog uw talent in ’t schermen op de proef +te stellen. Sta mij toe u de revanche te geven die de ongelukkige vluchteling in den steek liet.” En zonder mijn antwoord +af te wachten, nam hij mij de fleuret uit de hand en bood mij met eene buiging eene degen aan, dien hij van het wapenrek had +genomen. Hij zelf nam het wapen op dat Karel Felters had weggeworpen. + +</p> +<p>Ik wilde iets antwoorden; de stem stokte mij in de keel. Ik aarzelde, ik wilde tegenstribbelen; het bleek hem ernst. Hij wierp +zijn reisjas uit, zag mij aan met een blik, welks beteekenis niet te miskennen was, en riep: “<i lang="fr">en garde!</i>” + +</p> +<p>Ik was gedwongen het zonderlinge duel werkelijk aan te nemen. + +</p> +<p>Allerlei gedachten en gewaarwordingen kruisten zich bij mij in hoofd en hart; ik wilde nu niet terugtreden; ik wilde niet +dat hij met mij spotten zou; ik wilde hem toonen dat hij niet te doen had met eene onhandige. Ik verbeeldde mij, dat hij, +een man van studiën en letteren, niet veel werk zou gemaakt hebben van eene kunst, zoo weinig in harmonie met zijne liefste +oefeningen; maar ik bemerkte ras, dat ik mij zonderling had vergist. Hij voerde den degen al spelende, doch met even vaste +als lichte hand. Hij liet mij aanvallen en pareerde slechts, maar zoo vlug en ferm dat hij mij geen kans liet hem te treffen. +Zelfs viel hij niet uit dan om mij aan te vuren en af te matten door al die vergeefsche schermutselingen. Dat laatste gelukte +hem dan ook zoo goed, dat ik machteloos en bijna verlamd van vermoeienis wel gratie had willen vragen. Maar toch het nu zóó +tegen hem op te geven, dat wilde ik niet. + +</p> +<p>“’t Is eene mannelijke oefening, miss! Er behoort meer dan vrouwelijke kracht toe,” sprak hij met tergende <a id="d0e4592"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4592">276</a>]</span>koelbloedigheid, terwijl hij een mijner aanvallen ontweek, die door mijne hartstochtelijkheid telkens wilder en onhandiger +werden; want de wensch om er een einde aan te maken bracht mij buiten mij zelve. + +</p> +<p>“Geef acht, Mylord! Gij veracht uw partij wat al te veel,” voegde ik hem toe, en mikte op zijn borst, alleen beschermd door +het plastron van een batist overhemd. In plaats van mij af te weren, schudde hij glimlachend het hoofd en gaf zich geheel +bloot. Het menschelijk hart is arglistig, Leo! maar toch, met de hand op het mijne mag ik betuigen, dat de zucht om hem leed +te doen mij niet dreef in dien oogenblik; dat ik er zelfs niet aan dacht, hoe ik gevaarlijker wapen voerde dan een gewone +schermdegen; maar getergd door dit bewijs dat hij mij niet telde, vervuld door de zucht om hem den strijd te zien opgeven, +daar ik het oogenblik voelde naderen waarop ik van vermoeienis den degen zou moeten neerwerpen, drong ik snel en forsch op +hem aan. Hij scheen niet op te letten, hij pareerde niet ik trof hem—een dunne straal bloed schoot door het witte linnen heen. +Meer was er niet noodig om mij verplet van schrik en berouw aan zijne voeten te doen zinken. Op hetzelfde oogenblik trad Sir +John binnen, gevolgd door mijn grootvader. De eerste stiet eene verwensching uit, die mij gold, want hij schreef alles toe +aan mijne onbeteugelde drift; de laatste wilde den gewonde hulp bieden, die hem afwees. + +</p> +<p>“Het is niets, mijne heeren, volstrekt niets,” sprak Mylord, terwijl hij mij met de eene hand oprichtte, en met de andere +zijn zakdoek tegen de borst hield. <span id="d0e4598" class="corr" title="Bron: ">“</span>’t Is maar een schram die niets te beteekenen heeft: eene kleine satisfactie die ik miss Francis schuldig was, en die haar +mogelijk voor goed zal genezen van de zucht om onvrouwelijke wapens te hanteeren.” + +</p> +<p>“Nooit, nooit weer!” bracht ik uit in de heftigste ontroering, ziende hoe de fijne witte zakdoek in een oogwenk van bloed +was doortrokken. En, Leo! zoo hij <a id="d0e4603"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4603">277</a>]</span>bedoeld heeft mij zulk een afschrik in te boezemen, is het uitgevallen zooals hij voorzag. Ik heb later nooit weer naar een +wapen gegrepen, nooit weer van een duel kunnen hooren zelfs, of dat verschrikkelijk schouwspel van dien bebloeden zakdoek +komt mij voor den geest, en mij, mij, Majoor Frans, is het meermalen gebeurd, te sidderen en te verbleeken onder gesprekken, +waarbij andere vrouwen, om hare beminnelijke schuchterheid geëerd, gretig bleven toeluisteren, in hare onwetendheid nieuwsgierig +en hunkerend naar emoties, waarvan ik meer dan verzadigd was. + +</p> +<p>En toch, zooals vanzelf spreekt, was mijne reputatie als onverschrokken duelliste van toen af gevestigd; Karel Felters en +de zijnen zwegen niet, en de kamerdienaar van Mylord zweeg ook niet; ondanks het verbod van zijn meester. Het was of onze +bedienden door het sleutelgat hadden getuurd en of ze door de reten der deuren het licht hadden opgevangen over het gebeurde +tusschen Mylord en mij. Zij fluisterden het elkander toe, wat zij geraden hadden of meenden te begrijpen, anderen die niets +wisten vonden uit en zoo kwam het gerucht, vermeerderd en verbeterd, onder de menschen. Ik bemerkte het aan de houding, die +men tegenover mij aannam, dat men mij vreesde en schuwde, toen ik weer in het gewone leven optrad. Toen, ik beken het, heb +ik het mijne gedaan om de zonderlinge reputatie te handhaven. Ik zag, dat de menschen laag en laf waren, en de zwakheid niet +ontzagen. Ik achtte het wijsheid hen te trotseeren en schrik in te boezemen, sinds ze mij toch geen vrouwelijk hart toekenden, +en ik voor mij geen reden vond om naar hunne liefde te dingen. Lord William had mij voor iedere deugd kunnen vormen, met alle +menschen kunnen verzoenen, als hij maar gewild had. Hij had mij teruggestooten, hij had mij alleen zijne deernis geschonken, +die ik niet had gevraagd. Van nu aan was ik voor allen en voor alles onverschillig geworden en luisterde voortaan slechts +naar mijne eigene invallen!” +<a id="d0e4607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4607">278</a>]</span></p> +<p>“Maar de reis van Mylord kon toch niet doorgaan?” + +</p> +<p>“Hij zelf dacht er anders over. Hij wilde alles vermijden wat opzien kon baren. Hij verkoos niet dat men een heelmeester zou +laten roepen; zijn kamerdienaar was handig genoeg om die lichte wonde te verbinden; hij zou maar een uurtje rust nemen en +daarmee zou alles in orde zijn. Toch moest hij den arm van Sir John nemen om het vertrek te verlaten; en zijn gelaat was vaalbleek +toen hij mij toeknikte. Ik week naar mijne kamer met een gevoel van Kaïnschuld, om de verwijtende en nieuwsgierige blikken +van de omringenden te ontgaan. Ik was vast besloten hem nog eenmaal weer te zien en vergiffenis te vragen. Maar de heftige +schokken die ik had doorgestaan en de vreeselijke overspanning waartoe ik mij had opgewonden wreekten zich nu. Overmeesterd +door eene zonderlinge loomheid, viel ik op eene canapé neer en sliep in—een onrustige koortsachtige slaap, die door mijne +kamenier met bezorgdheid werd gadegeslagen. + +</p> +<p><span id="d0e4613" class="corr" title="Bron: ">“</span>Toen ik ontwaakte was lord William vertrokken.<span id="d0e4616" class="corr" title="Bron: ">”</span> + +</p> +<p>“En daarna?” + +</p> +<p>“Daarna werd ik ziek wat niet te verwonderen was, en mijn grootvader, die ondanks alles van mij hield, voerde mij naar de +Werve om in de buitenlucht beter te worden. Toen ik hersteld naar huis keerde, zeide Sir John tot mij, dat ik een krassen +degen moest voeren, of dat lord William een zonderlinge goedwilligheid had betoond om zich door mij te laten treffen, want +reeds te Eton was hij bekend door zijne vaardigheid in het schermen, en zijn vertrek uit Engeland stond in verband met een +duel, waarin hij het ongeluk had gehad zijne tegenpartij, een kapitein van de <i lang="en">horse guards</i>, doodelijk te wonden. + +</p> +<p>“Ik had nooit gedacht dat Mylord een duellist was,” antwoordde ik. + +</p> +<p>“Dat was hij ook niet; maar zijne eer was er mede gemoeid, dat hij de beleediging van dien kapitein niet <a id="d0e4630"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4630">279</a>]</span>ongestraft liet. Het was een vriend van zijne vrouw, en die vriendschap ging wel wat ver. William zou eigenlijk beter gedaan +hebben, zoo hij de Lady den dood had gegeven. Zij had het verdiend, en geen Engelsche rechtbank zou hem veroordeeld hebben. +Nu zijn ze verzoend en vereenigd, voor het uiterlijk althans; maar hij heeft mij geschreven dat hij reizen gaat, altijd reizen, +de vijf werelddeelen door. + +</p> +<p>Ik dankte God in mijn hart voor deze mededeeling. Mijn geweten was van eene bloedschuld verlost. Maar dat de ernst des levens +toch in volle zwaarte op mij bleef drukken, zult gij wel van mij gelooven, Leo!” + +</p> +<p>“Ja, Francis! dat begrijp ik. En gij hebt zelve nooit meer bericht gehad van dien edelman?” + +</p> +<p>“Nooit meer. Daarbij, ik kende zijn familienaam niet, zooals ik u gezegd heb, anders hadden de nieuwspapieren mij een of ander +kunnen mededeelen. Welhaast volgden allerlei veranderingen en gebeurtenissen elkander op. Mijn vader stierf bijna plotseling; +grootvader werd in rang verhoogd en wij trokken naar Z., waar ik mij voornam eens een geheel ander leven te beginnen. Doch +men kan met zijne antecedenten breken—ze zijn daarom niet uitgewischt. Maar niet meer hiervan, nu wij zoo dicht bij huis zijn.” + +</p> +<p>Werkelijk waren wij de brug over en tot het voorplein genaderd. Er was licht in de zijkamer. + +</p> +<p>“De heeren zitten al bij de thee,” hernam Francis; “en nu eer wij binnengaan, nog een verzoek Leo! Zoo gij er belang in stelt, +zult gij later meer van mij hooren, want het verlicht mij u dat vertrouwen te schenken; maar spreek er mij nooit van uit u +zelven, want er zijn oogenblikken waarin ik dat niet verdragen kàn, oogenblikken waarin het mij zoo goed is te vergeten!” + +</p> +<p>“Ik versta u, Francis! wees er gerust op,” sprak ik ernstig, maar somber, en drukte maar even de hand die zij mij reikte. + +</p> +<p>Eigenlijk had zij mij gedaan, wat Lord William haar <a id="d0e4646"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4646">280</a>]</span>had toegebracht. Zij had mij eene illusie benomen. Het was eerlijk, het was waardig, dat moet ik bekennen, maar het viel mij +hard, harder dan ik mij had kunnen voorstellen dat zulk een blik in haar verleden mij treffen kon. Ik was er op verdacht geweest, +dat er veel in haar hart was omgegaan. Zelve had zij mij terstond bekend dat zij “campagnejaren had doorgemaakt,” bittere +levenservaringen had opgedaan; het hart was daar niet buitengebleven, dat sprak vanzelf. Had zij mij eene gewone liefdesgeschiedenis +verteld met ongunstigen afloop, mij gesproken van teleurstellingen met of zonder hare schuld, van een gebroken engagement, +van eene passie waarvan de vlamme nog lichtte, ik had mij kunnen troosten, ik zou de hoop gevoed hebben haar over dit alles +heen te zetten en den moed gevat om een smartelijk verleden door een heldere toekomst te helpen uitwisschen. Maar dezen lord +William had ik niet kunnen voorzien, en juist deze was het die mij de meeste ergernis gaf. Ik had indruk op haar gemaakt, +ik was er zeker van; al kon ik niet wachten dat ik de eerste man zou zijn die haar hartstocht inboezemde, ik meende de eerste +te zijn voor wien zij achting gevoelde en aan wien zij hare toekomst zou vertrouwen, omdat zij in hem haar meerdere zag. Ik +schrijf het neer, Willem! wat mij door hoofd en hart ging, al zie ik u mogelijk glimlachen over mijne aanmatiging of mijne +naïviteit. Welnu, juist diezelfde stelling, die mij de noodigste, de begeerlijkste scheen bij eene verbintenis voor het leven, +had de Engelschman reeds bij haar ingenomen. Hij had die niet kunnen en niet mogen behouden, dat is waar, en hij had, zooveel +ik uit haar mededeelingen oordeelen kon, <i lang="en">a fair play</i> met haar gespeeld, mogelijk ten koste van zwaren, mannelijken strijd; maar dat alles nam niet weg dat hij bezeten had juist +datgene waar ik naar stond—een invloed ten goede, waaraan zij met blijdschap gehoor gaf en die haar hart voor liefde had ontsloten. +Al had hij uit wijze voorzorg, uit edele zelfverloochening, haar <a id="d0e4651"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4651">281</a>]</span>omtrent haar zelve trachten te misleiden, gelukt was het hem niet. Hij had haar slechts van toorn tot bitterheid opgewekt, +en sinds hadden tijd en afwezendheid haar wel kalmer gestemd, maar—was er rust gekomen, geene vergetelheid. Zij was hem hare +stille vereering blijven wijden, en mogelijk was het dit, juist dit, wat haar voor alle verdere aanzoeken doof had gemaakt, +en blind voor alle verdienste die in haar oog de vergelijking met den afgod niet kon doorstaan. Misschien had zij met mij +haar vertrouwen te schenken nog iets anders bedoeld dan oprechtheid; had zij bedoeld mij af te schrikken van iedere onderneming +op haar hart; had zij bedoeld mij als zonder opzet te zeggen, dat ik er niet op rekenen moest dit beeld uit haar hart te verdringen; +juist omdat ik haar een oogenblik had zien wankelen en zij zelve dat gevoelde, had zij zich opnieuw willen vastzetten in dat +besluit. Wat er ook van ware, ik had een indruk ontvangen die mij pijnlijker trof dan hare bruske uitspraak bij onze eerste +kennismaking: “dat zij mij midden op de hei zou laten staan als zij te vreezen had dat ik met een huwelijksvoorstel aankwam.” +Nu ze mij kende, nu ik reeds zoover gevorderd meende te zijn, dat ik maar een gunstig oogenblik had af te wachten om haar +te spreken van mijne wenschen en onze vooruitzichten, wierp ze mij haar lord William voor de voeten, en ik voelde mij teleurgesteld +niet slechts, maar ontmoedigd. De andere was haar held geweest; wat kon ik nog voor haar zijn? De vertrouwde, aan wien zij +haar Iliade uitklaagde, als in het oude treurspel. Ik had eene gewaarwording of ik verminderd moest zijn in hare oogen; ik +verloor in mijne houding die kalmte en die vrijmoedigheid, waarin het geheim had gelegen van het overwicht, dat ik aanving +op haar te verkrijgen. Dit maakte mij dien ganschen avond stroef en teruggetrokken. Zij moest het mij aanzien dat ik worstelde +met hinderlijke bijgedachten, en het kwam mij voor, dat zij zelve ook gedrukt en neerslachtig was; het oproepen van die <a id="d0e4653"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4653">282</a>]</span>smartelijke herinneringen had haar zeker veel gekost, en nog bleef zij als onder den slag van dat verleden gebukt, en zat +neer onder ons alsof zij niet meer van de onzen was. Ditmaal sloeg zij hare piano niet open, noch verraste mij met een balkostuum, +maar hield zich bezig met een dameshandwerkje, dat haar juist niet vlug afging en dat haar geheele aandacht scheen in te nemen; +ik plaagde haar een weinig met hare <i lang="fr">gaucherie</i>; zij zag mij aan met een verwijtenden blik, terwijl zij mij toefluisterde: “Dàt moest gij nu niet doen, Leo! nu gij weet +waarom ik zoo onhandig ben.” + +</p> +<p>Zij had gelijk; ik was wreed, ik was kwelziek, ik zag altijd lord William voor mij in de gedaante van Willem III, wiens portret +ongelukkig <i lang="fr">en médaillon</i> boven het schoorsteenstuk prijkte, lord William, die tusschen haar en mij in stond en die mij uitlachte omdat ik te laat +kwam. Ik wist niet met haar te praten, ik zag niet hoe ik kon blijven zwijgen. Uit verdriet, uit verveling, gaf ik mij ten +prooi aan den generaal en zijn compère bij de speeltafel, in stilte dankbaar, dat Francis zich er buiten hield, maar zeer +onvoldaan over mijn eigen houding, toen ik ten laatste de vrijheid vond om naar mijne kamer te trekken. Ik zal u niet vervelen, +Willem, met al de tobberijen waarmee ik toen mijn slapeloozen nacht vervulde. Ik schaamde mij over mij zelven. Waar waren +mijn moed, mijne volharding, mijn vaste wil om deze onderneming tot een gelukkig eind te brengen? Helaas! toen ik die vatte, +vrij van geest en van haat, nog niet aangetast door de kwalen der liefde, der jaloezie, die mij de helderheid van geest benevelden. +Ik zou bij Francis verloren zijn, als zij mij in mijne zwakheid had kunnen zien. Zoo kon het niet blijven. Ik stond op met +een kloek besluit. Ik wist nu wie en wat ik tot mededinger had; het bleek uit alles, dat geen ander tot hiertoe dien lord +William had verdrongen. Geen ander wellicht was ook zijn weg met haar gegaan; ik had dien uit mij zelven ingeslagen; het was +in elk geval geen dwaalspoor, al <a id="d0e4663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4663">283</a>]</span>was het pijnlijk een ander na te treden; het was de weg naar haar hart; hij had het gewonnen, maar hij had het onbevredigd +gelaten, hij was teruggetreden, en hij moest het, waar ik vrij en moedig kon voortgaan. Hij was het ideaal geweest dat niet +kon verwezenlijkt worden, ik was de werkelijkheid, die de vervulling van al hare wenschen kon bieden. Het was tien jaar geleden; +die schim kon wel op den achtergrond worden gedrongen; zij was nu geen dweepend kind meer, dat de hand van den Mentor kuste +en dat een Romeo meende te zien in een veertiger; zij was nu in vollen jonkvrouwelijken bloei; zij was nu de schalke, weerbarstige +Katharina, die haar Petruccio met blijdschap in de armen zou vallen als zij eens in hem haar overwinnaar had erkend. Hoe kon +ik mij toch zoo verontrusten over den Engelschman! Wat had men niet al gelasterd dat mij niet had teruggeschrikt, en deze, +juist deze, had mogelijk juist mijne zegepraal voorbereid. Was het niet mogelijk dat ik op de eene of andere wijze zijne herinnering +bij haar verlevendigd had en dat de vergelijking mij niet schaadde? + +</p> +<p>Ik moest er de zekerheid van hebben; ik kon niet lang dus wankelen tusschen hoop en vreeze; op gevaar af van eene onvoorzichtigheid +te begaan wilde ik haar vragen, of zij het spoorloos verdwijnen van lord William een volstrekt onvergoedbaar verlies achtte. +Maar dien dag had iedereen op de Werve het druk met het feest van den volgenden. Francis was onophoudelijk in besogne met +den kapitein en zoo goed als ongenaakbaar voor mij; het kwam mij zelfs voor, dat ik zoo wat als <i lang="fr">facheux troisième</i> werd beschouwd, en om niet in den weg te loopen wilde ik naar mijne kamer gaan, toen Francis mij ter zijde riep en een biljet +in de hand duwde, waarmee ik van het hulppostkantoor een aangeteekenden brief voor haar moest afhalen. “Het was beter dat +de generaal daar niets van merkte, en zelve had zij vandaag geen tijd,” sprak zij, niet zonder eenige verlegenheid over den +dienst dien zij mij vergen moest. +<a id="d0e4670"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4670">284</a>]</span></p> +<p>“Dat is het minste, Francis, maar waarom maakt gij +nu ook zooveel drukte van dat verjaarfeest?” + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen! Die lieden hier zijn dat altijd gewoon geweest, en als wij nu niets doen is het een al te sprekend bewijs +van verval.... De schoolmeester komt zijn feestgroet brengen met een keurbende uit de dorpsjeugd, die verzen opsnijen; de +Pauwelsen komen feliciteeren; de notabiliteiten, waarmee we niet in openbaren oorlog zijn, zooals de ontvanger en dominé, +komen hier eten; de mogelijkheid bestaat, dat er nog de een of andere oude kennis van grootpapa komt opdagen die den dag onthouden +heeft; dat alles moet een weinigje geregaleerd worden, en dat is niet af te weren tenzij we gezamenlijk de vlucht nemen, en +dat gaat ook niet. Rolf was er op bedacht, en ik heb hem moeten danken voor zijne voorzienige wijsheid, want het is morgen +Zondag, en dan kan men hier niets gedaan krijgen. Gelukkig ben ik nu zelve weer <i lang="la">in bonis</i> als gij met dien brief terugkeert. Het ergste is, dat wij voor een paar dagen onze vrijheid missen en dat ik u zoo wat links +moet laten liggen. Maar neem wat geduld; daarna heb ik weer rust en tijd tot uwe beschikking.” + +</p> +<p>Zoo scheidden wij, zonder te vermoeden wat er al niet tusschen zou komen eer ons die rust en vrije tijd werden gegeven voor +zulk een vertrouwelijk onderhoud als ik mij voorstelde. Och, al hebben wij nog zoo’n vasten wil, en de omstandigheden zijn +ons tegen, dan zijn zij de sterksten, daar is niet aan te doen; ik althans heb dat tot mijne schade ondervonden, al verzekert +Potgieter ons: + + +</p> +<div class="poem"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>’t <i>Genie</i> blijkt toch de <i>omstandigheên</i> te groot.</span></p> +</div> +</div> +<p>Al twijfel ik niet of hij spreekt uit ervaring, ik weet maar al te goed dat ik zoo’n Hercules niet ben, en zelfs, ik had hem +in mijn geval willen zien, om te weten hoe hij over die verlammende kwelgeesten zou gezegevierd hebben! +</p> +<hr class="tb"><p> +<a id="d0e4693"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4693">285</a>]</span></p> +<p>Wij aten laat en vrij eenvoudig dien dag; de kapitein was naar de stad geweest met het wagentje van Pauwels, en wij hadden +naar zijne terugkomst gewacht met het diner, tot groote ergernis van den generaal, terwijl Francis besliste, dat het billijk +was en zoo zijn moest. + +</p> +<p>Aan tafel kreeg von Zwenken twee brieven; den eersten verscheurde hij met eene uitdrukking van wrevel en teleurstelling, na +dien even te hebben ingezien, den anderen reikte hij open aan Francis toe, terwijl hij zeide: + +</p> +<p>“Willibald wil hier morgen komen dejeuneeren; kan dat?” + +</p> +<p>“Het moet kunnen! al zou het veel aardiger zijn zoo het op een stiller dag trof!” repliceerde Francis; “maar de brave jongen +zou raar opkijken, als we zeiden, dat hij niet welkom was.” + +</p> +<p>Willibald! mij schoot in eens te binnen bij welke aanleiding ik dien naam voor het eerst had gehoord. + +</p> +<p>“Is dat een luitenant Willibald?” vroeg ik, Francis aanziende. + +</p> +<p>“Hij is nu kapitein; is hij u bekend?” + +</p> +<p>“Als een vermaard leider van den <i lang="fr">cotillon</i> ......” antwoordde ik onvoorzichtig. + +</p> +<p>“’t Is waar, hij is een goed danser, maar hoe weet gij dat?” + +</p> +<p>“Herinner u, dat ik een ganschen avond in de Z—sche gezellige wereld heb doorgebracht vóór ik hier kwam”. + +</p> +<p>“En dat was genoeg om u vertrouwd te maken met alle cancans van voorheen en thans .... en gij zult wijs en wel doen daar behoorlijk +notitie van te nemen en de lieden te houden voor ’t geen ze dáár gelden!” sprak zij, mij aanziende met haar klaren, scherpen +blik, en een ironieke glimlach speelde om haar mond. ’t Was of zij raadde hoe zij toen <i lang="fr">les frais de la conversation</i> had geleverd, en mij doorzien wilde om te weten wat er daarbij in mij was omgegaan. + +</p> +<p>Ik wist mij niet onschuldig, maar ik moest mij goed houden. +<a id="d0e4724"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4724">286</a>]</span></p> +<p>“Ik heb dezen naam opgevangen en onthouden, ziedaar alles; maar mijn bezoek op de Werve bewijst u immers hoe ik de <i lang="fr">médisances sociales</i> op haar prijs weet te schatten.” + +</p> +<p>“Als gij u daar ook niet boven hadt gesteld, zou ik niet weten wat van u te denken,” fluisterde zij mij toe, want dit aparte, +op halfluiden toon gesproken, ging buiten den generaal om. Nu, gij zult kapitein Willibald leeren kennen en ik twijfel er +niet aan, òf gij zult bevinden dat hij nog wel wat anders is dan een <i lang="fr">beau danseur!</i>” + +</p> +<p>Ik boog mij, als vooruit overtuigd, en hierbij bleef het. Rolf en Francis hadden samen weer conferenties. Ik ging alleen wandelen; +bij de thee ging alles zoo vluchtig toe, dat ik, wel ziende hoe er van een gezellig avondje niets komen zou, en zonder lust +om den generaal gezelschap te houden, die ons allen boudeerde, omdat Rolf hem niet als gewoonlijk ten dienste stond, naar +mijne kamer trok en meende nu eens dapper met mijn journaal voort te gaan ...... maar pas had ik een paar pagina’s geschreven, +of mijn oog viel, bij ’t verschuiven van een papier, op een pakketje dat aan mijn adres was. Bij ’t openen vond ik een kleine +portefeuille <i lang="fr">en cuir de Russie</i>, waarop met gouddraad mijn naamcijfer geborduurd was, en het woord <i lang="fr">souvenir</i> met F. M. daaronder. Het was hetzelfde handwerkje dat ik den vorigen dag in aanvang had gezien. Het had haar moeite gekost; +zij had er mogelijk een deel van den nacht voor opgezeten, en ik ondankbare had zoo onbarmhartig gespot met haar gemis van +vaardigheid. Het bleek ten minste dat het haar niet aan geduld en volharding haperde. Bij het doorsnuffelen vond ik een muntbiljet +in couvert, waarop geschreven stond: In dank terug, haar naam en de datum, een staaltje van haar ferme en kloeke hand, dat +mij zeer begeerig maakte naar meer; maar ik vond niets. Het was eigenlijk eene damesportefeuille, en niet eens geheel nieuw. +Het arme eerlijke schepsel had de eerste gelegenheid de beste waargenomen om hare schuld af te doen en mij hare dankbaarheid +te toonen, en ik was in eene kwade luim geraakt <a id="d0e4743"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4743">287</a>]</span>en had haar gekweld! Hier was al de teerheid en fijnheid van een echt vrouwelijk hart, dat men kan wonden en krenken, en dat +bloeden zal, maar dat zich toch niet sluit voor wie er eens in is doorgedrongen. En dat was ik, het scheen mij eene zekerheid; +de pijl die zij in ’t wilde had geschoten over het hechten aan praatjes was mij door merg en been gegaan. Ja! zij had gelijk, +ik was zwak en laf met mijne aarzelingen, met mijn achterdocht, die de volle uiting mijner gevoelens telkens terugdrong; dat +temporiseeren ben ik moede; ik zal haar nu in ditzelfde oogenblik opzoeken, en zeggen wat er in mij omgaat; ik heb mijn pretext +om haar te storen, al stoot ze mij af, ik zal mij niet laten verdrijven vóór zij het noodigste heeft gehoord; dat is in vijf +minuten gezegd, en wij verrassen den generaal op zijn verjaardag met onze verloving! Reeds was ik opgesprongen en had de kruk +van de deur al in mijne hand, toen ik een zonderling gerucht aan een der ramen waarnam; de blinden waren niet gesloten, hoewel +er licht brandde; het kwam mij voor of men aan de ruiten tikte. Ik moest terugkeeren om te zien wat het was, ik hoorde een +schorre stem “Francis! Francis!” roepen, en ik zag eene hand die zich aan het hout vastklemde. + +</p> +<p>“Francis! kom mij te hulp of ik zal die vermolmde roeden breken,” riep de stem. + +</p> +<p>Ik antwoordde niet en kwam ook niet te hulp; ik wilde zien hoe de binnendringer zich over het bezwaar heenhielp. Dat ging +vlug genoeg; het oude houtwerk kraakte als riet; een hoofd kwam ras door de opening; de beide handen leunden op het houten +kozijn; er kraakte nog wat hout en wat glas, en de persoon, die niet tegen inbraak scheen op te zien, was met een forschen +en vluggen sprong binnen. + +</p> +<p>“Wat wilt ge van de freule Mordaunt?” vroeg ik, den stouten indringer tegentredende met een wantrouwen, dat nu niet ongerechtigd +was. + +</p> +<p>“Een vreemdeling hier!” riep hij uit, in plaats van <a id="d0e4753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4753">288</a>]</span>antwoord te geven; “dat verwondert mij; ik dacht niet dat ze meer aan logeergasten deden.” + +</p> +<p>“Mij dunkt ik heb nog meer reden om verwonderd te zijn over de wijze waarop gij hier binnenkomt ....” + +</p> +<p>“Ja! die is <i lang="en">somewhat irregular</i>, dat erken ik; maar ik ben daarom toch geen dief, geen inbreker; ik kom eenvoudig zoo binnen, omdat ik in huis geene opschudding +wilde maken en zeker meende te zijn Francis hier te zullen vinden daar ik licht zag, en niet raden kon, dat er iemand vreemd +was. Maar nu ik er eenmaal ben, moet gij mij toestaan wat te rusten, en te overleggen hoe ik Francis te spreken kan krijgen,” +en hij liet zich neervallen op de groote ouderwetsche sofa. + +</p> +<p>“Br! dat ding is ook al weer wrakker geworden,” gromde hij, toen het meubel onder zijn zwaarte dreunde, en rondziende, sprak +hij halfluid: “hé, dat staat kaal! de oude familieportretten zijn weg! Zeker door de mot en de rotten opgegeten met huid en +haar.” + +</p> +<p>Alles bewees dat de man hier geen vreemdeling was. Zijne manieren waren vrij en <i lang="fr">sans gêne</i>, maar niet eigenlijk gemeen; zijne kleeding ook had niets van een haveloozen vagebond, al was zij eenigszins fantastisch +en opzichtig, een kort zwart fluweelen jasje met metalen knoopen, een kleurige <i lang="fr">foulard</i> losjes om den hals geknoopt, een pantalon collant van paarlgrijs laken en verlakte rijlaarzen met sporen, zware gemsleeren +handschoenen, en de <i lang="fr">chapeau croqué</i>, die op den grond gevallen was bij zijn woesten sprong, stelden een elegant rijgewaad daar, zooals een vreemdeling of een +student het zich ten onzent zou veroorloven. + +</p> +<p>“Hebt gij hier niet wat voor mij te drinken?” vroeg hij, nadat hij mij den tijd had gegund hem eens goed op te nemen; “al +is het maar een glas water? Ik heb goed drie uur te paard gezeten, om de wandeling naar de Werve niet mee te rekenen, en ik +ben heesch van het stof.” Hij sprak zijn Hollandsch met zeker vreemd accent; hij had het voorkomen van een vijftiger, hoewel +hij mogelijk <a id="d0e4777"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4777">289</a>]</span>jonger kon zijn; zijne levendige, bewegelijke trekken, die nooit in rust waren, de menigte fijne rimpels op zijn verbrand +voorhoofd, en de matte bleekheid van zijn gelaat getuigden van sterke hartstochten en van: “campagnejaren,” zooals Francis +zou zeggen. Een oogenblik viel het mij in of ik hier met lord William te doen had; maar hij geleek niets op Willem III; integendeel, +hij had veeleer een physionomie à la Rabelais, kort ineengedrongen met een wipneus, dikke sensueele lippen met een rosachtigen +knevel en grijsachtig groene oogen, die schalk en vermetel rondkeken. + +</p> +<p>Hoe ongepast zijn optreden ook zijn mocht, ik vond geen reden om hem een glas water te weigeren; toen ik het hem aanbood kon +ik mij niet onthouden te zeggen: + +</p> +<p>“Gij schijnt hier met de localiteit bekend te wezen ..” + +</p> +<p>“Ja! nogal, en dat’s geen wonder: ik heb hier menig guitenstuk uitgevoerd in mijne jeugd; maar gij, mijnheer, wie zijt gij +eigenlijk; een adjudant van den kolonel of een <i lang="fr">protégé</i> van Francis, dat gij hier zoo logeert!” + +</p> +<p>“Mij dunkt, ik zou veeleer recht hebben u te vragen wie gij zijt, dat gij hier zoo binnendringt?” + +</p> +<p>“Dat is waar, en ik zou het u met pleizier zeggen, maar het is een geheim dat niet alleen het mijne is, en ik heb mijn reden +om het niet zoo aan de eerste de beste over te leveren; noem mij master Smithson; dat is mijn pseudoniem voor dit oogenblik.” + +</p> +<p>“Heel goed; maar wat wilt gij dan eigenlijk, master Smithson?” + +</p> +<p>“Allereerst dat gij hier de blinden sluit, want daar komt verschrikkelijk veel tocht binnen.” + +</p> +<p>“Het idée is niet slecht; had ik daar eerder voor gezorgd mogelijk zou ik de eer van uw gezelschap gemist hebben....” + +</p> +<p>“Hm! dat is nog zoo zeker niet, lieden als ik weten voor alles raad.” + +</p> +<p>“Als dat zoo is zult gij mij verplichten met mij te <a id="d0e4802"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4802">290</a>]</span>zeggen hoe gij het denkt aan te leggen om de freule Mordaunt te spreken.” + +</p> +<p>“Ik zal u verzoeken haar even te waarschuwen dat ik hier ben....” + +</p> +<p>“Gelooft gij dat die tijding haar genoegen zal doen?” + +</p> +<p>“Pristie!.... dat mag ik niet verzekeren, maar.... zij zal toch komen. Zij heeft wel wat voor mij over.” + +</p> +<p>“Hier komen, op mijne kamer!” + +</p> +<p>“Bah! zij is geen <i>prude</i>, onze Majoor Frans....” + +</p> +<p>“Master Smithson! ik waarschuw u; als gij u ongepast uitlaat over de freule Mordaunt zal ik u dwingen denzelfden weg terug +te nemen dien gij gekomen zijt!” + +</p> +<p>“Oh! la! la! mijnheer N. N.; wij zouden dan toch eerst moeten zien wie van ons de sterkste is, en ik ben nogal een goed bokser; +maar het zal zoover niet komen; ik ben wel de laatste om iets te zeggen of zelfs maar te denken, dat Francis Mordaunt beleedigen +kan; maar dit zult gij mij toch toestemmen, gij die haar ook schijnt te kennen, dat zij de laatste is om uit zotte preutschheid +terug te blijven als er kwestie is om iemand te helpen.” + +</p> +<p>“Dat stem ik toe, maar zoo gij hare hulp noodig hebt, kunt gij mij dan niet zeggen wat gij van haar verlangt?” + +</p> +<p>“Dat zou te omslachtig zijn! Enfin! zoo gij mijne boodschap niet verkiest te doen, zal ik Frits den huisknecht moeten opzoeken, +die er vast nog wel is; maar de oude zal zich niet goed weten te houden en een verwenscht misbaar maken; dat mij terstond +zou verraden aan.... den kolonel.” + +</p> +<p>“Gij meent den generaal.” + +</p> +<p>“Generaal! zoo, en denkelijk gepensioneerd? Ik ben eenige jaren buitenslands geweest....” + +</p> +<p>“Nu dan! ik zal de freule Mordaunt opzoeken en haar vragen waar zij master Smithson een onderhoud wil toestaan....” + +</p> +<p>“Goed! maar zeg dan liever niet, master Smithson, want onder dien naam kent zij mij toch niet.” +<a id="d0e4833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4833">291</a>]</span></p> +<p>“Zeg mij dan kort en goed dien uwer namen, waaronder zij u wèl kent.” + +</p> +<p>“Vraag haar of zij iemand van hare familie die zich Rudolf noemt een oogenblik wil te woord staan.” + +</p> +<p>“Ik zal dat verzoek overbrengen, mits gij mij belooft er in te berusten als zij het afslaat.” + +</p> +<p>“Hm! gij maakt zooveel omstandigheden; men zou haast zeggen dat gij zoo iets waart als.... haar verloofde of.... haar pretendent, +als het niet al te onwaarschijnlijk ware.” + +</p> +<p>“Waarom zou dat zoo onwaarschijnlijk zijn?” vroeg ik gespannen, want ik was altijd bezield door zekere onrust dat er in het +verleden van Francis eenige geheimzinnige hindernis school, die mijn geluk in den weg stond; en het viel mij in, dat deze +man daar iets van weten kon. + +</p> +<p>“Wel ik heb altijd gehoord, dat Francis Mordaunt meer roeping had om een bataillon te commandeeren, dan om haar fieren nek +te krommen onder ’t huwelijksjuk,” + +</p> +<p>“Was het anders niet!” dacht ik, en hernam: + +</p> +<p>“Moet zij zich dan onveranderlijk gelijk blijven?” + +</p> +<p>“Wat dat betreft, het: <i lang="fr">souvent femme varie</i> is de regel; zij zou eene exceptie kunnen zijn. Maar <i lang="en">after all</i> is zij eene vrouw.... Dus zijt <i>gij</i> de gelukkige?” hervatte hij op eens in veranderden toon, en mij aanziende met een spotachtigen glimlach, terwijl zijne ondeugende +oogen van schalkheid tintelden. + +</p> +<p>“Ik zou het werkelijk tot een groot geluk rekenen, zoo freule Mordaunt om mijnentwille zulke inconsequentie kon begaan,” viel +ik in, op een toon van strakken ernst, die zijn spotlust eenigszins matigde; “maar.... tot hiertoe ben ik voor haar niets +dan een neef. Ik ben Leopold van Zonshoven, geparenteerd aan haar grootvader.” + +</p> +<p>“Nu, op mijn woord! gij zijt een paladijn, die met ijver over de eer der familie waakt. Zoo zijn wij denkelijk neven, want +ik.... ben ook geparenteerd aan haar grootvader,” eindigde hij na eenig aarzeling; “en nu <a id="d0e4865"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4865">292</a>]</span>gij dit weet, zult gij zeker niet langer twijfelen of Francis zal mij willen te woord staan; misschien kan het geen kwaad +als gij haar vooruit verzekert, dat ik geen geld noodig heb. Integendeel, ik kom wat brengen.... zie maar!” en hij haalde +eene portefeuille te voorschijn, die hij openmaakte om een aantal fijne, groenachtig gekleurde papiertjes te laten zien. “Vertel +haar dat, het zal haar zeker eenigszins geruststellen, en u denkelijk ook, die mij nog altijd zoo wat half en half voor een +<i lang="en">highwayman</i> aanziet.” + +</p> +<p>“Ik zie u aan voor een zonderling, die er pleizier in vindt de lieden te mystificeeren.” + +</p> +<p>“Als Francis hier komt, zult gij wel hooren wat er van is.” + +</p> +<p>Ik kon niet langer weifelen; maar toen ik hem verliet nam ik de voorzorg mijne kamer van buiten af te sluiten, uit vrees dat +hij mij volgen en Francis overvallen zou eer zij gewaarschuwd was. Ik wist, dat haar appartement gelegen was in den tegenovergestelden +vleugel van ’t kasteel, den eenige die nog in redelijken bewoonbaren staat was, waar ook de generaal en Rolf hunne kamers +hadden. Ik vermoedde dat ik haar vinden zoude in haar boudoir, waarvan zij mij eens had verteld, doch waar ik mij nog niet +verstout had den voet te zetten. Ik waagde het er op, tikte en noemde mijn naam. Ik werd verrast door een opgeruimd: “Kom +maar binnen, Leo!” Zij had er mogelijk op gerekend, dat ik haar voor hare attentie zou komen bedanken. Hoe jammer dat ik nu +tot haar kwam met eene onaangename tijding, die mij de gelegenheid benam om voor mij zelven te spreken. + +</p> +<p>“Het spijt mij dat ik u stoor,” begon ik, ziende dat zij een cahier ter zijde schoof. + +</p> +<p>“Volstrekt niet; ik bladerde maar zoo wat in een oud dagboek, waarin ik sinds lang niets had op te teekenen. Hier op de Werve +valt zoo zelden iets bijzonders voor.” + +</p> +<p>“Nu toch valt er iets voor, Francis, dat al heel ongewoon is,” bracht ik uit op een toon die mijne bezorgdheid verried. +<a id="d0e4882"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4882">293</a>]</span></p> +<p>“Wat dan? Gij ziet er ontdaan uit Leo!” riep zij, naar mij toekomende. “Er is toch geen ongeluk gebeurd?” + +</p> +<p>“Neen; hoewel het bezoek dat er voor u gekomen is u mogelijk niet heel welkom zal zijn.” + +</p> +<p>“Een bezoek op dit uur? Wie kan er zijn?” + +</p> +<p>“Iemand, die zegt familie van u te wezen en die geen anderen naam opgeven wil dan dien van Rudolf.” + +</p> +<p>Zij werd bleek en fronste het voorhoofd. + +</p> +<p>“Mijn hemel! hoe komt die ongeluksvogel nu hier?” + +</p> +<p>Ik deelde haar mede, op welke zonderlinge wijze die man was binnengedrongen. + +</p> +<p>“Ja, dat’s er wel een van hem,” sprak ze, eer wrevelig dan getroffen. “En gij zegt dat hij mij spreken wil?” + +</p> +<p>“Maar als gij ’t verlangt, zal ik hem den weg uitzenden dien hij gekomen is.” + +</p> +<p>“Neen, neen ! dat moet niet zijn; geen geweld, geene opschudding. Wij moeten zien hem weg te krijgen zonder dat de generaal +er iets van merkt, dat is het voornaamste. Ik ga met u mee, Leo! Gij moet ditmaal maar eens niet naar de vormen zien; ik heb +u gewaarschuwd dat het hier wat vreemd toegaat. Hoe ziet hij er uit? Armelijk, slordig?” vroeg zij onder ’t voortgaan. + +</p> +<p>“Hij is fatsoenlijk gekleed; hij heeft wel iets vreemds en stelt zich wat vrijpostig aan, maar hij heeft gansch niet het voorkomen, +noch de manieren van een vagebond.” + +</p> +<p>“Dat is hij ook niet, maar.... hij is er niet beter om. Integendeel, iemand zonder geboorte en zonder opvoeding zou men kunnen +vergeven wat in hem onvergeeflijk is.” + +</p> +<p>“Hij zegt dat gij veel voor hem over hebt.” + +</p> +<p>“Ik heb ten minste voor hem gedaan àl wat ik kon, meer dan ik mocht wellicht. En toch, hoe beloont hij het nu weer! Met mij +opnieuw te komen plagen, wie weet voor welke onaangename zaak!” + +</p> +<p>Kennelijk was zij eer door verdriet en ergernis getroffen dan door eenige zachtere gemoedsbeweging. Die man was haar niets +dan een lastpost, zooals men ze aantreft in bijna iedere familie, die het budget van de huiselijke <a id="d0e4913"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4913">294</a>]</span>zorgen verhoogen en de som van ’t huiselijk geluk vreeselijk bekorten. Dit bedenkende, meende ik haar gerust te stellen met +te zeggen: + +</p> +<p>“Ik moet u verzekeren dat hij geen geld komt vragen.” + +</p> +<p>“Ik ken dat! Maar zeker is het, dat ik niets meer voor hem doen kan op dat punt. Och, Leo! Ik heb een voorgevoel dat die man +hier onheil komt aanrichten. Blijf bij mij, ik zal het noodig hebben.” + +</p> +<p>Wij stonden bij de deur van mijne kamer. Zij greep mijn arm, als had zij behoefte aan steun. Ik drukte hare hand met een zwijgende +belofte en wij traden binnen. + +</p> +<p>Master Smithson, of mijnheer Rudolf, had geen onbescheiden gebruik gemaakt van mijne afwezendheid, dat was blijkbaar. Hij +had zich uitgestrekt op de sofa en was zoo ingedommeld. Francis stond voor hem eer hij er op verdacht kon zijn. Hij sprong +verrast op en scheen willens haar te omhelzen; maar zij trad koel en waardig achteruit en voorkwam die begroeting door hem +de hand toe te steken. Hij scheen er niet over gekrenkt. Integendeel, hij liet den lossen, overmoedigen toon, dien hij tegen +mij gevoerd had, varen, toen hij tegen Francis sprak; hij was kennelijk wat verlegen met zijne houding; zijne stem klonk dof +en hij scheen geen moed te hebben haar aan te zien. + +</p> +<p>“Ik kon mij wel voorstellen, Francis! dat mijne terugkomst u geene blijde verrassing zou zijn, maar toch....” + +</p> +<p>“Het is tegen de afspraak, dat zult gij mij toestemmen. Gij hadt beloofd, op uw woord beloofd, mijnheer! dat gij in Amerika +zoudt blijven, of het u daar meeliep al of niet. Ik meende de zekerheid te hebben, dat gij althans de grenzen van uw vaderland +niet weer zoudt overschrijden, en toch....” + +</p> +<p>“Sta ik hier weer voor u, dat moet u tegenvallen. Ik begrijp het; maar toch, veroordeel mij niet onverhoord. Mogelijk vindt +gij mij minder schuldig dan gij nu meent.” + +</p> +<p>“Onvoorzichtig althans zijt gij in hooge mate. Hier <a id="d0e4931"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4931">295</a>]</span>heen te komen, hier naar de Werve, waar gij zoo licht herkend kunt worden!” + +</p> +<p>“Wat dat betreft, <i lang="en">my dear!</i> laat die zorgen varen; daartegen weet ik mijne maatregelen te nemen. Maar dat ik mijn woord brak, mijn woord aan U, dat is +eene ondankbaarheid waarvoor ik u in alle ootmoedigheid vergiffenis wil vragen!” En hij nam de houding aan of hij de knie +voor haar zou buigen. + +</p> +<p>“Wat ik u bidden mag, speel geen comedie,” sprak zij koel en met een kennelijken weerzin, nog meer terugwijkend. + +</p> +<p>“De hemel beware mij! Comediespelen! Om het lieve brood en op de planken, dat is wat anders, daar heb ik er het mijne aan +gedaan, maar in ’t werkelijke leven, tegenover hen die ik acht en liefheb; tegenover u, Francis, bovenal, mag ik zeggen dat +ik waar en eerlijk ben, zoo goed als gij zelve, en als gij mij uwe vergiffenis nog niet schenken wilt, zult gij het toch doen +als ik mijne verantwoording heb afgelegd.... Ik had het vaste voornemen u de jammerlijke personage die ik ben niet meer onder +de oogen te brengen; maar een mensch wordt gedreven door zijn noodlot, precies in tegenovergestelde richting van die hij zelf +wil; ik heb niet tegen den stroom kunnen oproeien, ziedaar alles; ik heb allerlei wonderlijke avonturen gehad.” + +</p> +<p>“Ja, van avonturen houdt gij, dat is bekend.” + +</p> +<p>“Ik heb ze ditmaal niet gezocht, dit verzeker ik u op mijn woord. Dan, eer ik ze u vertel, moet ik weten of ik mij veilig +kan uitlaten in tegenwoordigheid van een derde. Ik had, om de waarheid te zeggen, op een <i lang="fr">tête-à-tête</i> gerekend.” + +</p> +<p>Al sprekende zag hij naar mij om. Ik had mij teruggetrokken aan de andere zijde van ’t vertrek, bij den schoorsteen, en bleef +daar staan, tegen de rijke marmeren ornamenten geleund; ik wilde niet heengaan voordat ik de zekerheid had dat Francis niet +door hem beleedigd zou worden en dat zij zelve verlangde met hem alleen te <a id="d0e4951"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4951">296</a>]</span>zijn; maar zijn woord was nu zoo rechtstreeks aan mij, dat ik, verlegen over mijne indiscretie, de houding aannam van het +vertrek te willen verlaten. + +</p> +<p>“Blijf Leo!” riep Francis mij toe. + +</p> +<p>“Maar Francis!” sprak Rudolf gekrenkt en met tranen in de oogen. “Gij weet toch wel dat gij tegen mij geen beschermer behoeft. +Op uw wenk buig ik mij neer met het voorhoofd ter aarde; wat zoudt gij van mij te duchten hebben?” + +</p> +<p>“Geen geweld, dat weet ik wel; maar ik wil niet altijd om uwentwil verdacht en gelasterd worden. Ik hecht er aan, Leo, dat +gij getuige zult zijn bij ’t geen er voorvalt tusschen mijnheer en mij. Ik wil niet dat er schijn van geheimzinnigheid zal +rusten op hetgeen, wat mij aangaat, het volle licht kan velen; en wat uwe veiligheid betreft, Rudolf, ik sta in voor mijn +neef, jonker van Zonshoven. Gij kunt hier gerust zeggen wie gij zijt. <i>Hij</i> zal <i>woord</i> houden als hij stilzwijgendheid belooft.” Ik boog mij tot eenig antwoord en schoof een armstoel voor haar aan, daar mijnheer +Rudolf de vrijheid had genomen weer op de sofa plaats te nemen. + +</p> +<p>“<i lang="fr">C’est qu’il y va de la vie!</i>” zei hij, even de schouders ophalende. “Willens of onwillens eene indiscretie, en ’t is met mij gedaan. Maar het zegt ook +niet zooveel, ik waag mijn hals tegenwoordig toch iederen dag! Nu dan mijnheer!” ging hij voort, opstaande en zich tegen mij +buigende met een theatrale houding. “Ik zou met Ravenswood kunnen zingen, als mijn stem niet zoo versleten was: + + +</p> +<div class="poem" lang="fr"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>“Sachez donc qu’en ce domaine +</span></p> +<p class="line" style=""><span>D’où me chasse encore ta haine +</span></p> +<p class="line" style=""><span>En seigneur j’ai commandé.”</span></p> +</div> +</div> +<p>dat wil zeggen, altijd in absentie van den vrijheer <i lang="fr">en titre</i>; ik was maar de vermoedelijke erfgenaam, een vermoeden, dat, helaas! wel nimmer tot zekerheid zal komen.” +<a id="d0e4982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4982">297</a>]</span></p> +<p>Het begon mij te schemeren, toen Francis, verontwaardigd over zijn lossen, schertsenden toon, in zoo schril contrast met de +treurige werkelijkheid, inviel met de klare waarheid: “Mijnheer is.... Rudolf von Zwenken, de zoon van mijn grootvader.” + +</p> +<p>“Oom te zeggen valt mijne allerliefste nicht altijd wat zwaar, en dat is mijne schuld. <i lang="fr">Vous voilà en pays de connaissance</i>, neef van Zonshoven!” ging Rudolf voort, nu op zijn vroegeren luchthartigen toon; “maar zij moest mij toestaan hare presentatie +eenigszins te rectificeeren. Er bestaat geen Rudolf von Zwenken meer; hij is burgerlijk dood.” + +</p> +<p>“En zedelijk!” verzuchtte Fancis halfluid. + +</p> +<p>“En zoo hij onder dezen naam wilde ressusciteeren,” hervatte hij, zonder zich aan de soufflet van Francis te storen, “zou +hij zoo iets begaan als een zelfmoord; want hij zou het grootste gevaar loopen om gevangen genomen en gefusileerd te worden, +zonder pardon.” + +</p> +<p>“En dit wetende, en na alles wat er gedaan is om u aan dit gevaar te onttrekken, u nog weer hier te vertoonen, dat is onverantwoordelijk,” +viel Francis in. + +</p> +<p>“<i lang="en">My dear!</i> wie of wat zegt ù dan, dat ik mij hier vertoonen kom? Representaties geven wij hier in de provincie, dat is waar; maar wie +zich dáár bij den volke vertoont is master Richard Smithson, en wel zóó goed gegrimeerd, dat kolonel von Zwenken zelf vóór +hem zou staan zonder zijn zoon te herkennen.” + +</p> +<p>“Dat’s heel gelukkig, want zulk eene herkenning zou hem den dood aandoen, daar ben ik zeker van,” sprak Francis met hardheid. + +</p> +<p>“O! là! <i lang="en">dearest</i> Francis! gij overdrijft. Mijn heer vader is nooit zoo bijzonder teergevoelig geweest als het mij gold; maar dat doet er niet +toe. Hij zal nooit weten wie master Smithson is, en deze zal hem nooit onder de oogen komen. Maar ’t is een ander geval met +Rudolf von Zwenken, die hier is om in alle eerbiedigheid een onderhoud met zijn vader te hebben en die daartoe uwe tusschenkomst +inroept, Francis!” +<a id="d0e5008"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5008">298</a>]</span></p> +<p>“Tevergeefs, mijnheer! Gij kunt uw vader niet spreken en zult hem niet weerzien,” zei Francis met beslistheid. + +</p> +<p>“Hoe nu! gij zoudt mij daartoe uwe medewerking weigeren? Dat zou geene hardheid zijn, dat zou onmenschelijk wezen.” + +</p> +<p>“Als ik menschelijkheid heb te betoonen, is het allereerst aan uw vader, en dezen moet ik beschermen tegen ’t geen gij hem +nu opnieuw wilt aandoen.” + +</p> +<p>“Maar lieve, beste kind! versta mij dan toch. Ik wil hem niets aandoen dan zijne hand kussen en hem vergiffenis vragen. Daartoe +heb ik mij over allerlei bezwaren en vermoeienissen heen gesteld; ik heb drie uren aaneen te paard gezeten, omdat ik de diligence +niet durfde gebruiken; ik heb twee uur geloopen; ik heb mij tot de schemering in de ruïne verscholen; ik ben den bekenden +tuinmuur overgeklommen met gevaar van armen of beenen te breken; ik berekende hoe ik hier ongemerkt binnen kon sluipen; ik +zag licht op de logeerkamer en dacht aan niets dan aan mijn vader en aan uwe goedheid; ik vergat hoe groot een zondaar ik +zijn moet in uwe oogen en, ik waagde mijne <i lang="fr">entree de chambre</i> hier, die niet van de makkelijkste was, dank zij de weinige voorkomendheid van Jonker Leopold; en dat alles zou nu tevergeefs +zijn doorgeworsteld? Neen, Francis! <i lang="en">my darling!</i> dat gaat niet. Gij zult u beter beraden, gij zult mij dien eenen droppel lafenis op mijn hobbelig pad niet onthouden; gij +zult mij de gelegenheid schenken mijn vader weer te zien, hem te verrassen!” + +</p> +<p>“Dat zal ik zeker <i>niet</i> doen, en gij weet dat ik een vasten wil heb, als mijn besluit is genomen.” + +</p> +<p>“Maar gij hebt toch een menschelijk hart, al is ’t geen heel week, vrouwelijk. Dan begrijp ik wel wat uwe bijgedachte is en +waarom gij weigert. Gij meent dat ik kom als de verloren zoon, platzak thuis, na van den zwijnendraf te walgen, ’t Is juist +omgekeerd.” + +</p> +<p>“Profaneer niet, Rudolf,” vermaande Francis streng. + +</p> +<p>“Ik profaneer niet, ik gaf alleen de tegenstelling. Ik <a id="d0e5034"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5034">299</a>]</span>kom terug, niet uit behoefte, maar omdat het mij beter gaat; ik kom ruim zeshonderd gulden brengen als begin van restitutie. +Wat dunkt u! als papa deze portefeuille, met die mooie <i lang="en">greenbacks</i> gevuld, morgenochtend bij het ontwaken op zijne kussens vond, zou hij dan zijn verloren zoon, die onder zulke gunstige omstandigheden +terugkeert, niet met blijdschap de armen openen?” + +</p> +<p>“Neen, Rudolf! zeker niet! hij zou vreeselijk schrikken en al de vroegere jammer en ellende, de vrees voor schande zou opnieuw +over hem komen; daar is meer verloren gegaan dan geld alleen, dat weet gij wel! De eer is verbeurd, en ziedaar wat uw vader +u nooit kan vergeven. En spreek niet van teruggave; die kleine som, onbeteekenend in vergelijking van de zware offers die +er voor u gebracht zijn, kan niet opwegen tegen hetgeen wij voor u gedaan, door u geleden hebben, en waarmede wij meenden +voor ’t minst rust en vergetelheid gekocht te hebben.” + +</p> +<p>Rudolf boog het hoofd, zuchtte en bleef zwijgen in diepe verslagenheid. + +</p> +<p>Ik was met hem bewogen; ik had eene merkwaardige verandering opgemerkt in zijn gelaat, toen Francis hem zoo alle hoop ontnam; +zijn verbleeken, de gespannen trekken, iets vochtigs dat de guitige oogen plotseling verduisterde, wekten mijn medegevoel +in hooge mate. Hoe kon men zoo hard zijn voor een medemensch die gevallen was, als Francis bleek dit te zijn voor dezen ongelukkigen +bloedverwant! Van die zijde had ik haar nog niet leeren kennen, al wist ik hoe Majoor Frans in drift kon uitvallen; hare trekken +zelfs namen dien strakken kouden ernst aan, die haar meer dan ooit op eene Romeinsche matrone deed gelijken, die deugd geene +deugd acht, als zij niet boven het menschelijke gaat. Juist ditmaal viel zij niet uit in ruwe woorden; zij bleef kalm en waardig, +maar er was eene uitdrukking van minachting in haar oog, die hem wien het gold verpletteren moest. Als Francis mij ooit zoo +kon aanzien, zou het <a id="d0e5045"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5045">300</a>]</span>uit wezen tusschen mij en haar. Al griefde het mij, ik kon niet tusschen beide treden. Er moest een reden zijn voor hare onverbiddelijke +strengheid die ik niet kon doorgronden; tot zoolang moest ik mij onzijdig houden, te eer daar zij mij als met voordacht tot +haar getuige had begeerd bij dit tooneel. + +</p> +<p>Eindelijk hief Rudolf zich op uit zijne gebogene houding, schonk zich een glas water in, dat hij in één teug ledigde, trad +toen naar Francis toe, en de armen over elkaar kruisende, sprak hij haar aan op gansch veranderden toon: + +</p> +<p>“Luister eens freule Mordaunt! het komt mij voor dat gij, onder pretext van over ons huis te waken, mijn vader in zonderlinge +voogdij houdt, en dat gij, zonder nog zijn wil te kennen, u met ongemeene hardheid verzet tegen eene verzoening tusschen hem +en mij; en het is wel vreemd, dat eene nicht, <i>maar</i> eene nicht, hier de rol speelt van een oudsten broeder, wangunstig op het goed onthaal van den verloren zoon!” + +</p> +<p>“Och! met uw verloren zoon!” riep Francis toornig; “gij zijt de verloren zoon niet, gij geeft alleen toe aan eene opwelling +van <i>sensiblerie</i>, die voldoening eischt, zooals gij altijd toegegeven hebt aan uwe lusten en hartstochten, ze mochten kosten wat het wilde.” + +</p> +<p>“Wees ten minste niet bang, dat de schade ditmaal aan uwe zijde zal zijn!” viel hij in met zekere bitterheid. “Gij weet immers +wel dat ik, verzoend of niet, geen aanspraak zal maken op de nalatenschap van mijn vader, die u <i lang="fr">sans conteste</i> zal toevallen, daar ik noch den wil, noch de gelegenheid heb om mijn recht in dezen te laten gelden!” + +</p> +<p>“Dat mankeert er nog maar aan, dat gij mij van baatzucht verdenkt!” viel Francis in met sprekende verontwaardiging. + +</p> +<p>“Ik verdenk u niet; integendeel, ik ga gebukt onder het wicht van uwe edelmoedigheid en mijne verplichtingen, ik zeg het alleen +om u gerust te stellen omtrent de <a id="d0e5068"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5068">301</a>]</span>mogelijke gevolgen van mijne verzoening met uw grootvader. Voor de wereld ben ik Richard Smithson, die te New-York burgerrecht +heeft verkregen, laat mij nu een oogenblik Rudolf von Zwenken zijn, die zijn vader nog eenmaal wenscht weer te zien om hem +vaarwel te zeggen voor eeuwig! Waarom zoudt gij u hiertegen verzetten?” + +</p> +<p>“Omdat uw vaarwel voor eeuwig niets verzekert voor de toekomst; gij komt altijd weer.” + +</p> +<p>“Maar als ik eenmaal niet berusten wil in uwe weigering, als ik mij niet stoor aan uw verzet; als ik uit den eigen mond van +mijn vader wil hooren, dat hij mij haat en verstoot! Wat belet mij hem op te zoeken? Ik weet nog heel goed den weg hier in +huis; denkelijk zal ik hem nu in de groote goudleeren kamer vinden. De oude Frits, zoo hij mij tegenkomt, zal schrikken, maar +mij niet afwijzen; de andere bedienden....” + +</p> +<p>“Zullen u evenmin terughouden; uw vader is zoo arm, dat wij het met dien eenen oppasser moeten doen! Als gij het er dus op +toeligt om den zwakken ouden man te overvallen, kunt gij uw gang gaan; niemand zal u weerhouden. Maar dit eene moet ik u waarschuwen: +gij zult Rolf bij hem vinden! Rolf die u van ouds kent en die het consigne van zijn overste zal gehoorzamen, wat het hem ook +kosten moge. Voorziet gij niet, als ik, het tooneel dat dan volgen zal?” + +</p> +<p>“De drommel hale dien Rolf; wat doet die oude roffiaan nu ook hier!” riep Rudolf verdrietelijk, en hij liet zich als verslagen +op de sofa neervallen. + +</p> +<p>“Die oude roffiaan doet alles wat hij kan, meer dan hij moest, om het lot te verzachten van uw vader, dien gij ongelukkig +hebt gemaakt! Is het misschien daarom dat gij hem verwenscht?” sprak Francis onbarmhartig, hoewel zij zag, dat de ongelukkige +vernederde man de handen voor de oogen bracht om de tranen te verbergen, die hij niet langer kon terughouden. + +</p> +<p>“Mijne ellende zou niet volkomen zijn zoo uwe minachting haar niet voltooide,” riep Rudolf onder <a id="d0e5082"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5082">302</a>]</span>snikken, “en ik die zoo welgemoed en opgewekt herwaarts heen was gekomen!....” + +</p> +<p>Ik kon mij niet begrijpen hoe Francis, die zorg had voor een gekwetsten hond, bijtende loog kon storten in de wonde van een +lijdend mensch, hoe schuldig hij ook zijn mocht. Ik voelde bitterheid tegen haar in mij opwellen, en ik voelde mij geroepen +den patiënt te bemoedigen tegen hare bedoeling in. + +</p> +<p>“Mijnheer Rudolf!” sprak ik, “sta mij toe de tusschenpersoon te zijn om uwe samenkomst met den generaal voor te bereiden, +sinds freule Mordaunt daartegen opziet!....” + +</p> +<p>“Geef u geene moeite, Jonker van Zonshoven!” hernam Francis stroef en met hoogheid. “Ik zie er niet tegen op, maar ik weet, +dat het vruchteloos zal zijn; en daarom is het beter hierin niets te doen. Mijnheer Rudolf zal zich herinneren, dat ik, ik +zelve, eenmaal onder tranen mijn grootvader te voet ben gevallen om hem te verbidden zijn zoon niet onverzoend in de ballingschap +te zenden, en dat het tot niets heeft geleid dan tot heftiger smart en toorn.” + +</p> +<p>“Dan zal ik moeten berusten,” sprak Rudolf verbleekend en in de houding der diepste moedeloosheid. Blijkbaar ontbrak het den +forschgebouwden, luchthartigen man aan wilskracht, aan energie tot weerstand. + +</p> +<p>“Ja! gij moet berusten, als gij den grijsaard werkelijk nog eenige liefde toedraagt,” hervatte Francis. “Ik wil u niet hard +vallen om die eerste beweging die u hierheen dreef; ik wil gelooven dat zij uit het hart voortkwam zonder bijoogmerk; maar +bedenk het wèl, gij zelf hebt het gerucht van uw dood hier doen verspreiden en waarschijnlijk gemaakt.” + +</p> +<p>“Ik was dit verplicht om mijne veiligheid en ter geruststelling van mijn vader, die mij altijd in gevaar waande van opnieuw +gevangen genomen en geëxecuteerd te worden!” + +</p> +<p>“Welnu dan, dat gevaar is niet verminderd, zelfs niet <a id="d0e5098"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5098">303</a>]</span>na al de jaren van vrijwillige ballingschap; de krijgswet is onverbiddelijk, gij erkent het zelf, evenals het eergevoel van +uw vader! Het gerucht van uw dood is tot hem gekomen; hij gelooft er aan, hij heeft er zich over getroost.” + +</p> +<p>“Al heel gemakkelijk, zooals ik nu inzie.” + +</p> +<p>“Neen! het heeft hem smart en strijd gekost, dat kan ik getuigen; maar toch, nù is er kalmte gekomen, gevoel van veiligheid +en onbezorgdheid op dit punt; de wonde is tot een litteeken geworden, dat maar bij enkele oogenblikken nog van pijn trilt. +Waartoe dit nu weer op te rijten; waartoe, zelfs bij de mogelijkheid (en die stel ik niet) dat hem het weerzien niet smartelijk +schokken of vertoornen zou, hem die rust, die zwaar bekampte rust, te verstoren? Hij vreest nu geene rampen, hij vreest nu +geene schande meer voor u; die zekerheid houdt op zoo ras hij weet, dat gij leeft en den overmoed hebt gehad in het vaderland +terug te keeren. Alle angsten en zorgen, die zijne grijsheid vervroegd hebben, zullen hem dan opnieuw overvallen; hij zal +rust noch duur hebben eer hij u weer veilig over de grenzen weet, en het zal u nog wel heugen hoeveel moeite en bezwaren dat +ons herhaaldelijk heeft gekost.” + +</p> +<p>“Het is waar, maar al te waar! Ik ben een ondankbare loshoofd, aan dat alles niet te denken. Ik zal mij dan maar getroosten, +weer heen te gaan zooals ik gekomen ben,” verzuchtte Rudolf, en hief zich op met de matheid van iemand die zonder lust of +kracht een zwaren tocht meent te moeten aanvaarden. + +</p> +<p>“Maar gij zult niet gaan zonder u wat verkwikt en verfrischt te hebben,” sprak Francis met goedheid, nu zij zeker was van +hare overwinning. Ik verblijdde mij dat zij er uit zich zelve toe kwam; want het stond bij mij vast, dat ik Rudolf von Zwenken +niet vermoeid en aemechtig uit zijns vaders huis zou laten heentrekken. + +</p> +<p>“Ik zal u wat brood en vleesch bezorgen; neef Leopold zal wel toestaan dat gij hier nog wat uitrust.” +<a id="d0e5110"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5110">304</a>]</span></p> +<p>“En als het zijn kan een glas wijn; want sinds mijn luncheon te twee uren, en nog wel in een boerenherberg, heb ik niets gebruikt.” + +</p> +<p>“Ik zal voor u zorgen.” + +</p> +<p>“En als Frits komt klaarzetten, zal ik mij achter het ledikant verschuilen,” zei Rudolf. + +</p> +<p>“Het is niet noodig; het is veel eenvoudiger dat ik u zelf kom bedienen,” antwoordde Francis, terwijl zij het vertrek verliet. + +</p> +<p>“Br! geen katje om zonder handschoenen aan te tasten, onze majoor!” riep Rudolf uit, zoodra hij hare voetstappen niet meer +hoorde. “’t Is me waarachtig, of ik in ’t schimmenrijk ben aangeland en voor de vierschaar van Minos sta, als zij mij met +haar koelen, doorborenden blik aankijkt. Maar toch een goed en trouw hart; op mijn woord van eer, een hart uit duizenden.” + +</p> +<p>“Ik had van dat goede hart wel wat minder strafheid gewenscht jegens een bloedverwant die in ’t ongeluk is,” liet ik mij ontvallen. + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen; zij kent mij eigenlijk niet dan uit de mededeelingen van mijn vader, bijgevolg van de ongunstigste zijde; +den enkelen keer waarin het toeval, laat ik liever zeggen mijn ongeluk en mijne schuld, haar met mij in aanraking bracht, +was het altijd onder omstandigheden die volstrekt niet geschikt waren om haar gunstig voor mij te stemmen. Het kostte haar +moeite, zorg en geld. Ja! ik vrees zelfs dat ik hare reputatie schade heb gedaan zonder het te willen. Destijds was zij nog +diep begaan met mijne rampspoeden en overwoog zij, in hare zucht om mij te hulp te komen, evenmin het <i lang="fr">qu’en dira-t-on</i> als ik, die onbedacht genoeg was om dat niet te berekenen. Zeker, ik had niet te Z. moeten komen, zonder te weten hoe ik +ontvangen zou worden; maar toen ik er eens was, bleek het dat ik mij verschuilen moest in een armzalig herbergje om niet zelfs +onder mijne vermomming herkend te worden. In mijns vaders huis durfde ik niet weer binnendringen, nadat deze zelf <a id="d0e5128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5128">305</a>]</span>mij door zijn adjudant als een onbekenden landlooper aan de deur had laten afwijzen. Toch wilde ik Francis nog zien en spreken, +en ik had haar een belangrijken dienst te vragen. Zoo gaf zij mij <i lang="fr">rendez-vous</i> op zekere afgelegene wandelplaats, waar in den regel geen sterveling den voet zet dan op zon- en feestdagen; maar zooals +het altijd gaat, ditmaal werden wij er betrapt en bespied, door den een of anderen leeglooper die er zijn <i>fort</i> van maakte nieuwtjes te verzamelen; en schoon ons onderhoud dood onschuldig was, ja, tot strengheid toe ernstig van hare +zijde, was het toch een canavas waarop de ploerten en ploertinnen van ’t kleine stadje allerlei moois en leelijks borduurden +tot hare schade! De klare zuivere waarheid had haar geen nadeel kunnen berokkenen en zou slechts hare hulpvaardigheid in ’t +ware licht hebben gesteld, daar zij tot hare diamanten toe had opgeofferd om mij armen zwerver voort te helpen buiten haar +grootvader om; maar de fabeltjes die men daarop bouwde en elkaar in de ooren fluisterde, moesten haar declineeren in de publieke +opinie. Ik heb dat later van anderen gehoord, toen ik buiten staat was er iets tegen te doen, al had ik mij zelven willen +prijs geven om haar te verdedigen. Het is waar, men verzekerde mij tegelijk dat Francis zich er volstrekt niet aan stoorde +en veel te fier was om zich daar niet over heen te zetten; maar toch, als er zoo iets in de lucht hangt tegen eene vrouw, +dan wordt het haar voelbaar gemaakt of zij ’t erkennen wil of niet, en deze vergeeft het nooit aan hem die er de oorzaak van +is.” + +</p> +<p>“Dat zou wel kunnen zijn, en nu begrijp ik de uitdrukking van bitterheid, waarmee zij mij eens in de rede viel toen ik haar +van hare parure sprak! Het is zeer verklaarbaar; en toch, ik zou haar nog hooger achten om hare edelmoedigheid, zoo zij u +daarover geene <i>rancune</i> hield.” + +</p> +<p>“<i>Pouâh!</i> dan zou zij volmaakt zijn; en de volmaakte vrouw die is, <i lang="fr">passez-moi la comparaison</i>, evenmin te <a id="d0e5149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5149">306</a>]</span>vinden als een paard dat alle goede kwaliteiten in zich vereenigt, zonder een enkel gebrek! Daarom mag <i lang="en">my dear</i> Francis met mij leven zooals zij goedvindt; al wil zij mij schoppen en bijten als eene weerbarstige merrie, ik zal het hoofd +er onder buigen; ik ben weerloos tegen haar en....” + +</p> +<p>Hij zweeg. Francis kwam terug, hare provisie in een mand aan den arm dragende. + +</p> +<p>Zij dekte voor ons op de groote marmeren tafel; zij had rijkelijk voor brood en vleesch gezorgd, en zette een flesch wijn +met twee glazen neer, terwijl zij mij zeide: + +</p> +<p>“Leo! doe mij het genoegen en soupeer met mijnheer Rudolf; ik zal een pretext zoeken voor uwe absentie daar beneden.” + +</p> +<p>“Het zou mij waarlijk moeielijk vallen den generaal nu te zien en te spreken zonder iets te laten merken.” + +</p> +<p>“Dat zou heel verkeerd zijn; als gij deernis hebt met den grijsaard, moet gij mij helpen om de onweerswolk van zijn hoofd +te laten afdrijven zonder dat hij er iets van heeft bemerkt.” + +</p> +<p>De “onweerswolk” had zich intusschen te goed gedaan aan het brood en vleesch, dat hij met verbazende gretigheid en gulzigheid +verslond, dronk een paar glazen wijn achtereen uit en scheen nu genoeg bij kracht, om nog eens een aanval op de schikkelijkheid +van Francis te wagen. + +</p> +<p>“Francis! <i lang="en">my darling</i>, zou ik den nacht hier niet mogen doorbrengen?—in alle geheimzinnigheid dat spreekt vanzelf,” voegde hij er bij, ziende dat +zij het voorhoofd fronste. + +</p> +<p>“Ik zou het wel willen voor u Rudolf! maar ik zou niet weten waar.” + +</p> +<p>“Och kom! er zijn zooveel logeerkamers in mijns vaders huis.” + +</p> +<p>“Kamers genoeg; maar in den vleugel waar de generaal en Rolf logeeren kan ik u niet huisvesten, dat spreekt vanzelf; en hier +in dezen is geen ander vertrek <a id="d0e5177"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5177">307</a>]</span>meer gemeubeld dan de logeerkamer van Jonker Leopold alleen.” + +</p> +<p>“Maar ik vraag niet naar meubels; ik zou in den stal op het stroo kunnen slapen, als het niet gevaarlijk was tegenover den +koetsier.” + +</p> +<p>“Er is hier geen koetsier meer,” zei Francis eenigszins verbleekend. + +</p> +<p>“Hoe nu, hebt ge over u kunnen verkrijgen om Harry Blount te ontslaan?” + +</p> +<p>“Harry Blount is dood!” antwoordde Francis zonder op te zien, met eene doffe stem. + +</p> +<p>“Harry Blount dood! hoe heeft die flinke jongen die malligheid kunnen begaan! Hij zou even dertig zijn, zoo ik me niet bedrieg. +Ik heb hem zelf nog leeren rijden toen hij mij als <i lang="en">groom</i> werd toegevoegd op zijn dertiende jaar; zijn vader was een juweel van een piqueur; dien dank ik het nog dat ik nu mijn brood +kan verdienen! Wel! wel! zoo is de stal hier opgeruimd. Maar Francis! mijn engel, gij ziet er zoo ontdaan uit, daar moet meer +aan vast zijn; hebt ge uw mooie rijpaardje ook al van de hand moeten doen?” + +</p> +<p>“Neen! neen! dat niet. Tancred wordt verzorgd bij de Pauwelsen; maar ’t herdenken aan Harry Blount is mij zoo schrikkelijk; +ik—ik ben de oorzaak van zijn dood!” + +</p> +<p>“Kom, gekheid, daar geloof ik niets van; weer vrouwelijke overdrijving! Ge moogt hem zoo eens eventjes, in een oogenblik van +vivaciteit....” hij maakte eene geste of hij een karwats in de hand hield, “maar dat heeft hij van mij ook gehad, dat zou +hem den dood niet doen, en gij zult hem toch niet vermoord hebben?” + +</p> +<p>“Neen! God weet wat ik er voor had willen doen en dragen om den armen trouwen man in het leven te behouden; maar toch ligt +de schuld aan mij. Het was op een rijtoer; wij hadden de mooie blauwgrijze schimmels moeten wegdoen.” + +</p> +<p>“<i lang="en">Surely I am to be dammed!</i>” riep Rudolf; “dat prachtige span, mijn arme vader!” +<a id="d0e5203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5203">308</a>]</span></p> +<p>“Ja Rudolf, het was er toe gekomen; maar dat was nu juist uwe schuld niet; hij had, ik weet niet meer welk verlies geleden; +wij hadden nu een nieuweling dien wij met het eene paard, dat wij nog behouden hadden, te zamen in het tuig zouden wennen, +en Harry meende het alleen te doen; maar gij weet, ik val wat koppig als ik mij eens iets in ’t hoofd heb gezet; ik begreep +dat ik er bij moest zijn; ik wilde de teugels voeren, schoon Harry het ernstig afraadde! Afraden was twijfel aan mijne behendigheid, +aan mijne vaste hand; ik kon dat niet dragen—een zware afrijwagen,—ik naast Harry op den bok, ik nam de leidsels; het ging +den rechten breeden straatweg op, die van Z. naar het dorp voert, en al ging het met inspanning, met overspanning zelfs! Rudolf! +het ging goed! ik kreeg ze toch tot gedweeheid.” + +</p> +<p>“Bravo! dat dacht ik wel!” + +</p> +<p>“Och, juicht niet om dien jammerlijken triomf, die nu mijn leven vergalt; toen juichte ik ook, en in mijn overmoed lachte +ik Harry uit, die het hoofd schudde en voorzichtigheid preekte. Ja, Leo! gij moogt, gij moet het wel hooren welk een schepsel +ik ben, als mijn zelfgevoel, mijn trots wordt geprikkeld. Ik vond het noodig de paarden eens ferm te laten loopen, om de zegepraal +op hun onwil te verzekeren; Harry was het met mij eens, maar wilde dat ik nu verder het bestier aan hem zoude overlaten; hij +zag mij hijgen van vermoeienis en wees naar de lucht, waar men een onweer zag opkomen. + +</p> +<p>“Wij moeten terugkeeren, Freule! of er gebeurt een ongeluk,” sprak hij, “tenzij ge mij de leidsels overgeeft, want hier is +een mannenhand noodig.” En reeds omklemde hij de mijne, om zich daarvan meester te maken. + +</p> +<p>Ik kon die aanmatiging niet dulden; de wereldorde scheen mij omgekeerd, dat hij mij wilde dwingen, een koetsier, een wezen +dat ik als kind reeds als mijn lijfeigene had beschouwd. + +</p> +<p>Ik wees hem terug, met drift, met gekrenktheid, en <a id="d0e5216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5216">309</a>]</span>wilde ’t niet opgeven. Op hetzelfde oogenblik, als had de hemel mij willen waarschuwen, of mijn overmoed straffen, schoot +er een felle bliksemstraal neer; de donder rolde, de paarden schrikten, werden schichtig, steigerden. Blount sprong van den +bok, denkelijk met het kloeke besluit om zich voor de paarden te werpen en ze te doen stilstaan, of met geweld om te wenden, +hetzij uit zucht tot zelfbehoud en om te ontkomen aan het gevaar dat hij voorzag. Van schrik verlamd over zijn radeloos beginnen, +liet ik de leidsels schieten.... en.... de verwilderde dieren gingen door! gingen door over het lichaam van Blount, die zijn +sprong had gemist. In ontzetting, in wilde wanhoop waagde ik zelve den sprong, die mij het leven had kunnen kosten, doch die +door de stoutheid zelve mij redde; de dreuning van den schok had mij alleen duizelig gemaakt. Toen ik weer tot mij zelve kwam +was het om te zien wat er gebeurd was, wat mij levenslang als eene bloedschuld zal drukken. Harry Blount lag verpletterd ter +aarde en heeft geen uur meer geleefd!<span id="d0e5218" class="corr" title="Bron: ”"></span> + +</p> +<p>Bleek als ware zij zelve een lijk, zonk Francis op de sofa en eindigde onder snikken: + +</p> +<p>“Ziedaar, Rudolf, waarom ik nooit weer van dien ongelukkige kan hooren zonder dat dit afgrijselijk tooneel mij weer levendig +voor de oogen staat.” + +</p> +<p>“Het is almachtig jammer, Francis!” sprak Rudolf, ook bewogen, “en ik zou voor u wenschen dat ik in plaats van Blount dat +ongeluk had gehad; dat was een lastpost minder voor u geweest, en die ferme jongen had nog pleizier kunnen hebben van zijn +leven. Maar nu het anders is uitgevallen, moet gij het u maar niet te veel aantrekken; er gebeuren zoo dikwijls zulke ongelukken, +zonder dat men daarom zich beschuldigt; gij hadt er immers ook mee om koud kunnen zijn, kindlief! Ik heb er zelf ook al wat +van beleefd, dat kan ik zeggen; ik heb er menigeen van ’t paard zien vallen die niet weer opstond. Doch wat zal men daar tegen +doen; <a id="d0e5226"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5226">310</a>]</span>wachten tot je beurt komt en er maar niet te veel aan denken, dat is het beste.” + +</p> +<p>“Maar zoo luchtig kan ik het niet opnemen,” viel Francis in met gesmoorde stem. “Ik kan er mij wel somtijds over heen zetten, +en mij zelve wijsmaken dat hetgeen gebeurd is zoomin door mij bedoeld was als ik het heb kunnen voorkomen, maar toch.... het +zelfverwijt komt altijd weer boven. ’t Is de knagende worm, dien men wel verdooven, maar niet dooden kan. Ik ben zeker dat +neef Leopold niet van uw gevoelen is,” hervatte zij meer levendig, en mij aanziende als om mijn antwoord uit te lokken. + +</p> +<p>“Neen, Francis! luchtig opnemen zou ik het zeker niet, maar evenmin vertwijfelen om de rust der consciëntie terug te vinden +als zulke wroeging mij pijnigde.” + +</p> +<p>Zij zag mij aan met diep zwaarmoedigen blik en haalde moedeloos de schouders op. + +</p> +<p>Ik kon haar zoo niet zien, zonder haar iets te zeggen van ’t geen mij sinds lang op het hart lag. Ik ging naar haar toe, legde +met een onwillekeurige beweging mijne hand op haar schouder en fluisterde haar toe: + +</p> +<p>“Francis! gij hebt geen vrede met de menschen, gij hebt geen vrede met u zelve,—waarom zoekt gij geen vrede met God?” + +</p> +<p>“Wie zegt u dat ik die <i>niet</i> zoek, Leo? Maar”—zij zuchtte—“die laat zich niet vinden, zelfs niet in zwaren strijd en boete.” + +</p> +<p>“Omdat gij niet op de rechte wijze zoekt, geloof mij daarin. Ik weet er ook iets van.” + +</p> +<p>“Gij, Leo?” sprak zij met een ongeloovig hoofdschudden; “zoo gij in mijn geval waart, gij zoudt er onder gedrukt blijven als +ik!” + +</p> +<p>“Neen! ik zou mij oprichten, want ik zou met een ootmoedig hart het ‘onze Vader’ bidden, en in praktijk brengen.” + +</p> +<p>“Hoe meent gij dat?” Zij zette groote verwonderde oogen op. +<a id="d0e5251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5251">311</a>]</span></p> +<p>“Ik zou geene vrijheid vinden het: ‘Vergeef ons onze schulden’ uit te spreken. Ik zou niet durven rekenen op de verhooring +zoo ik er niet zelf in volle oprechtheid kon bijvoegen: ‘gelijk wij vergeven onze schuldenaren.’ Dit, Francis! ontbreekt u; +vergun mij het u te zeggen; gij zijt hard voor dien man dáár, die onze medebroeder is in de schuld; vergeef hem van harte +wat hij tegen u misdeed, en....” + +</p> +<p>“Maar dit is hem sinds lang vergeven, Leo! geloof mij daarin,” zeide zij halfluid; “hetgeen ik tegen hem heb, is niet wat +hij mij heeft toegebracht, maar allereerst dat, dat men niet op hem aan kan; hij geeft driemaal in een uur zijn ‘eerewoord’ +en toch....” + +</p> +<p>“Ik geloof waarachtig, dat neef Leopold een sermoen tegen u houdt, arm kind!” sprak nu Rudolf, die intusschen aan de tafel +was gaan zitten en in alle genoeglijkheid zijn souper had afgemaakt; “dat moest hij niet doen, hij moest u niet moeilijk vallen, +althans niet om mijnentwil, en te eer omdat het ons afbrengt van het punt in kwestie, dat voor mij hoofdzaak is, namelijk +of gij mij hier onder dak wilt houden, dan wel of ik mijn fortuin moet zoeken in de ruïne; een kil nachtverblijf, als men +geen mantel bij zich heeft, en dat nog killer wordt als men denkt aan het vaderlijke kasteel, dat zoo dicht bij en zoo ruim +is.” + +</p> +<p>“Het zou hard zijn, ik erken het, u hier huisvesting te weigeren; en toch ik weet er geen raad op,” zei Francis; “deze vleugel, +de eenige waar ik u veilig toelaten kan, is zoo schrikkelijk verarmd en verwaarloosd; er zijn kamers genoeg, maar niet één +meer gemeubeld.” + +</p> +<p>“Och, wat geef ik daarom! Is er nergens een matras te vinden die ik op de planken kan neerleggen?” + +</p> +<p>“Die is er juist niet; <span id="d0e5264" class="corr" title="Bron: sind">sinds</span> jaren is er alles leeg en overgelaten aan ratten en muizen, om van de spinnen niet te spreken. In dit oogenblik is daar waarlijk +niets aan te veranderen.” + +</p> +<p>Rudolf zuchtte en hernam: +<a id="d0e5269"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5269">312</a>]</span></p> +<p>“Ik geef anders niet om een weinigje stof, en voor ratten en muizen ben ik niet bang; ik heb in mijne omzwervingen soms in +een tent geslapen en mij met de decoraties toegedekt.” + +</p> +<p>“Kamers waar in geen jaren iemand een voet heeft gezet.... neen, het gaat niet, het is al te akelig; er is geene mogelijkheid +daar nu iets aan te doen zonder dat het in huis opschudding geeft,” sprak Francis nu zelve met leedwezen; “toch weet ik er +wel iets op, maar....” + +</p> +<p>“En waarom kan mijnheer Rudolf niet in deze kamer logeeren?” viel ik in, hare aarzeling ziende. + +</p> +<p>“Dat zou u mogelijk geneeren, Leo!” + +</p> +<p>“Maar ik wil wel <i>gêne</i> lijden voor den zoon van den huize, wiens recht mij te sterker aanspreekt, naarmate hij een uitgestootene is; ik zal mijnheer +Rudolf mijn ledikant afstaan.” + +</p> +<p>“Neen! neen!” riep deze met levendigheid, “’t zou al heel mooi zijn, zoo gij mij toestond den nacht op deze sofa door te brengen, +als Francis dat goedvindt.” + +</p> +<p>“Dat is afgesproken,” zei Francis; “maar Rudolf, dan belooft gij mij vast in den vroegen morgen stil weg te trekken.... het +is de verjaardag van grootvader en....” + +</p> +<p>“Juist daarom was ik gekomen!” + +</p> +<p>“Hebt gij daar nog aan gedacht!” + +</p> +<p>“Zeker! en daarom meende ik.... is het dan volstrekt onmogelijk, Francis?” + +</p> +<p>“’t Is de ergste dag dien gij uitkiezen kondt; er komen allerlei menschen van het dorp; Willibald komt ook!” + +</p> +<p>“Hm! ’t is of alles hier tegen mij samenzweert. Nu; in ’s Hemels naam, ik zal heengaan; mijne hand daarop, Francis.” + +</p> +<p>“Ik zal u nóg eens op het woord vertrouwen, Rudolf!” sprak zij, hem de hand reikende. “En nu vaarwel, het wordt tijd dat ik +ga; ik heb de oude heeren al veel te lang alleen gelaten.” + +</p> +<p>“Ga! maar neem toch de portefeuille aan als restitutie <a id="d0e5301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5301">313</a>]</span>voor u zelve; als een zwakke poging om iets te vergoeden voor alles wat ik u schuldig ben; het spijt mij alleen dat het niet +meer is. Ik kom wel uit Amerika, maar een echte <i lang="fr">oncle d’Amérique</i>, die met millioenen dollars speelt, ben ik helaas niet, en ik zal het wel nooit worden; maar toch, neem wat ik geven kan; +mij dunkt, die mooie <i lang="en">greenbacks</i> moeten u aanlachen.” Hij deed de portefeuille open en toonde haar het fijne bankpapier. + +</p> +<p>“Zijn ze echt, Rudolf?” vroeg zij, hem diep en scherp in de oogen ziende. + +</p> +<p>“Maar Francis! bij God! wat beteekent die achterdocht; waar ziet gij mij voor aan!” riep hij, terwijl een donkere gloed zijn +voorhoofd overtoog. “Het is waar, ik heb dwaasheden begaan, fouten, misslagen, die mij voor misdrijven worden aangerekend. +Ik ben een onverbeterlijk loshoofd die niet rusten kan in de ruste; ik heb zwaar en herhaaldelijk tegen de discipline gezondigd, +een onvergefelijk vergrijp in de oogen van mijn vader, dat is zoo; ik heb veel geld verkwist, veel te veel, helaas! want ik +heb geteerd op het ouderlijk erfdeel dat nog niet het mijne was, ik heb mijn vader meer gekost dan het blijkt dat hij geven +kón; ik ontken mijne schuld niet, ik weet dat ik veel gedaan heb wat strafbaar is in de oogen der menschen, en als ik hard +word bejegend, zeg ik tegen mij zelf: ‘Rudolf, mor nu maar niet, je hebt het verdiend;<span id="d0e5313" class="corr" title="Bron: ">’</span> maar dat alles belet niet, dat ik mij nog herinner, dat ik van afkomst een patriciër ben, de zoon van een eervol hoofdofficier, +en dat ik ook nog mijn vonkje eergevoel heb, al meent gij dat het heelemaal is uitgedoofd; en daarom zeg ik u: met bedriegelijke +handelingen van zulken aard als gij daar onderstelt, Francis, heb ik mij nooit ingelaten; ik zou nog eerder in een verlegen +oogenblik een dief of een moordenaar kunnen worden, dan opzettelijk bedrog plegen, en ik heb nooit iets gedaan dat iemand +het recht kan geven mij als falsaris aan te zien, en gij, Francis! gij die wel mijne schuld maar ook mijne rampspoeden kent, +gij die, <a id="d0e5316"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5316">314</a>]</span>begaan met mijn ongeluk, zoo dikmaals voor mij gesproken hebt, hoe komt zulke schrikkelijke verdenking tegen mij bij u op?” + +</p> +<p>“Ik wenschte dat het niets dan eene verdenking ware, Rudolf,” hernam Francis, die strak en onbewogen had geluisterd; “maar +helaas! wij hebben de bewijzen en..” + +</p> +<p>“De bewijzen dat ik een falsaris ben?” vroeg hij levendig en kennelijk in de smartelijkste verbazing. + +</p> +<p>“Valsche wissels door u uitgegeven; de namaak van uws vaders hand.... ja! die zijn in ons bezit; ’t is mogelijk dat ik er +geen verstand van heb, maar ik meende dat zoo iets met het bedrijf van een falsaris gelijk staat.” + +</p> +<p>“Dat doet het ook! Maar gij zult toch niet staande houden, dat <i>ik</i> daaraan schuldig ben?” + +</p> +<p>“Zooals ik zeg, de bewijzen van uwe schuld zijn in mijne hand, en zij kosten mij duur genoeg om gelijk te hebben tegen u. +Ik wil het vergeven, Rudolf! met al het andere, want Leo heeft mij niet tevergeefs herinnerd, dat wij geene schuldvergiffenis +hebben te hopen, waar wij zelven zonder verschooning zijn; maar.... de waarheid is waarheid, en de feiten zijn het die tegen +u getuigen!” + +</p> +<p>“Dat kan niet zijn, Francis! hier moet een misverstand plaats hebben, een schrikkelijk misverstand, dat ik u om Godswil bidde +mij op te helderen; want als mijn vader en gij dat van mij gelooven, dan verwondert het mij niet meer dat hij mij liever dood +waant dan te wenschen mij levend voor zich te zien, en evenmin dat gij, gij die vroeger zooveel deernis met mij hadt, nu met +zoo diepe verachting op mij neerziet!” + +</p> +<p>“Maar er valt niet anders te verklaren dan dat de wissels aan kolonel von Zwenken gepresenteerd zijn en dat wij ze gehonoreerd +hebben, omdat er bij protest, bij verklaring van valschheid, een ergerlijk proces uit gevolgd zou zijn, dat u niet had kunnen +treffen, omdat gij toen reeds lang aan de andre zijde van den Oceaan waart, maar dat uw vader gedwongen zou hebben reeds <a id="d0e5335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5335">315</a>]</span>toen zijn ontslag te nemen uit den dienst, daar zijn naam, zijn eer er bij in ’t spel was!” + +</p> +<p>“Maar Francis, gebruik toch uw verstand! Al wilt gij het ergste van mij gelooven, overweeg of dit misdrijf door mij gepleegd +kàn zijn. Ik ben een zwak mensch, een jammerlijke <i lang="fr">panier percé</i>, ik erken het, maar ik ben toch geen monster; en een monster zou ik moeten zijn om zoo iets tegen mijn vader te doen. En +dat zou ik juist gedaan hebben in den onrustigen tijd van mijn kortstondig en gejaagd verblijf te Z—? Juist in dien tijd, +dat gij bezig waart het uiterste voor mij te doen om mij op fatsoenlijke wijze voor een nieuwe onderneming naar Amerika uit +te rusten. Juist in dien tijd toen ik tot op het laatste toe hoopte, verzoend van mijn vader te scheiden?” + +</p> +<p>“Juist daarom acht ik uwe handelwijze nog te meer misdadig.” + +</p> +<p>“Maar zij houdt het nog vol! Maar het is om razend te worden! Wat zegt gij er van, Jonker Leopold?” + +</p> +<p>“Het feit moet bestaan, anders zou freule Mordaunt er niet zoo vast aan gelooven....” + +</p> +<p>“Mijn Hemel, Leo! daar heb ik wel mijne redenen voor; toen die akelige papieren ons aangrimden, was ik maar pas meerderjarig +geworden, en daar grootvader mij bekende dat hij niets had te missen om ze te voldoen heb ik er het grootste deel van mijn +toch al niet schitterend vermogen voor opgeofferd! Mij dunkt, <i lang="fr">j’ai payé pour savoir!</i> Ongelukkig heeft grootpapa de voldane wissels in zijne bewaring gehouden; ik kan ze dus Rudolf niet laten zien om hem te +overtuigen.” + +</p> +<p>“Maar als ik ze zag, zou ik <i>u</i> kunnen overtuigen. Ik ben voorwaar zoo’n vaardig scribent niet om eens anders hand te kunnen nadoen; en dan nog de hand van +vader, zulk fijn, keurig, geregeld schrift! Al kon ik er millionnair mee worden, ik zou er geen kans toe zien.” + +</p> +<p>“Ik geloof u,” sprak ik, hem de hand drukkend. + +</p> +<p>“Dat doet mij goed;” en tranen sprongen den ongelukkige <a id="d0e5362"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5362">316</a>]</span>uit de oogen. “Maar dat zij mij niet gelooft, zij, dat smart mij. Als er een schelmstuk gepleegd is, waarom moet ik het dan +juist gedaan hebben? Kan de kolonel, die zijn verloftijd gewoonlijk aan de badplaatsen placht door te brengen, niet in aanraking +zijn gekomen met zulk slag van lieden, die wel degelijk tot zoo iets in staat zijn?” + +</p> +<p>“Grootvader heeft in de laatste vier jaar zijn huis niet verlaten. Alleen toen wij ons naar de Werve retireerden heeft hij +het winterseizoen doorgebracht bij vrienden te Arnhem.” + +</p> +<p>“Dus.... geneest men van zekere passie?” vroeg Rudolf, even de schouders ophalende met eene mengeling van snaaksheid en ironie. + +</p> +<p>“<i lang="fr">Faute d’occasion</i>; wij hebben hier niets meer dan Rolf om zijn partijtje te maken.” + +</p> +<p>“Welnu, kan die Rolf hem die poets niet hebben gespeeld?” + +</p> +<p>“Rolf! het trouwste en eerlijkste schepsel dat er is! Rolf, die zijne oogen zou uitgraven om zijn generaal een verdriet te +besparen: Rolf, die op zijn best goed genoeg schrijven kan om een rapport op te maken! Rolf? Neen, Rudolf! zoek den schuldige +elders. Rolf is tot zoo iets niet in staat.” + +</p> +<p>“Nu, <i>ik</i> ben er ook niet toe in staat,” sprak hij nu met drift, terwijl hij zoo heftig op den grond stampte, dat zijn sporen kletterden. +Daarop de portefeuille aan Francis toereikende, zei hij: + +</p> +<p>“De <i lang="en">greenbacks</i> zijn echt; gij kunt er bij den eersten bankier den besten Hollandsche rijksdaalders voor krijgen. Neem ze, ten bewijze dat +gij mij gelooft....” + +</p> +<p>“Ik wil het gelooven, Rudolf! Maar mij dunkt, dan kunt gij ze zelf ook wel gebruiken.” + +</p> +<p>“O, wat dat betreft! Maar gij kunt ze gerust aannemen; er kleeft niets aan dan mijn eigen zweet en bloed. Ze zijn zuur verdiend, +maar eerlijk; althans als mijn beroep in uwe ooren geen al te harden klank heeft.” +<a id="d0e5391"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5391">317</a>]</span></p> +<p>“Ik weet niet welk beroep gij uitoefent; gij ziet er uit als een piqueur.” + +</p> +<p>“Ik ben kunstrijder! Ik ben <i lang="fr">premier sujet de voltige</i> bij het Great Equestrian circus van master Stonehorse uit Baltimore, met tweehonderd dollars appointement ’s maands.... Gij +zwijgt, Francis! Gij vindt dat zeker wel wat heel erg, niet waar? Kunstenmaker?” + +</p> +<p>“Neen! Mij dunkt, gij hebt al erger bij de hand gehad; dat is ten minste een mannelijk beroep, waarbij moed en behendigheid +te pas komen, en ik kan mij begrijpen dat een man in uw geval het aangrijpt. Daarbij,” voegde zij er bij met een melancholiek +glimlachje, “gij zijt net als ik: gij hebt altijd van paarden gehouden.” + +</p> +<p>“Wel wat te veel, want die liefhebberij heeft mij duizenden gekost. Maar dat is <i lang="fr">l’histoire ancienne!</i> voor ’t oogenblik ben ik te paard geholpen en op den weg der fortuin. Dus, <i lang="en">my dear</i>, kunt gij gerust deze kleinigheid van mij aannemen op afrekening.” + +</p> +<p>“Neen, Rudolf! dat doe ik zeker niet. Ik ken u veel te goed om niet te weten dat gij vandaag weggeeft wat gij overmorgen noodig +kunt hebben. U met geld helpen kan ik niet meer; maar wat ik gegeven heb neem ik niet terug. Ons helpt dat toch niet, en uw +beroep heeft zijne hachelijke zijde.” + +</p> +<p>“Aan wien zegt gij het! Van ’t paard vallen en den nek breken is nog het ergste niet; maar zooals ’t gisteren nog gebeurde +dat er een een schop van een paard kreeg, een kreng van een hengst, die hem op de borst raakte, zoodat hij een bloedspuwing +kreeg daar hij voor zijn leven de rente van zal genieten. En de arme drommel heeft vrouw en kind.” + +</p> +<p>“Wel!” zei Francis, “mij dunkt dan hebt gij al eene goede plaatsing voor dat geld.” + +</p> +<p>“Hm ja! ’t idée is zoo kwaad niet; met master Brown deelen; <i lang="en">poor soul!</i> En dat nogal een clown, zoo tragisch eindigen.” + +</p> +<p>“Nú zijn we het eens,” zei Francis, tevreden dat zij <a id="d0e5422"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5422">318</a>]</span>hem van zijn inval had afgebracht. “Rust goed uit en laat mij nu gaan; morgen in de vroegte zien wij elkander nog.” + +</p> +<p>“Hoe zoo?” + +</p> +<p>“Wel, om u uit te laten, ’t Is onnoodig dat ge weer langs het balkon naar beneden en over den tuinmuur klimt.” + +</p> +<p>“Ah bah! dat komt er niet op aan: <i lang="fr">Premier sujet de voltige, parbleu!</i> Maar als gij mij absoluut uitlaten wilt, om zeker te zijn van mijne verwijdering, dan is het wat anders....” + +</p> +<p>“Ik heb gezegd, dat ik u nog ééns vertrouwen zou; ik neem mijn woord niet terug. Goedennacht! Leo, vergeet uw souper niet +geheel!” + +</p> +<p>“Weg was zij; maar ik voelde geene behoefte haar raad op te volgen, en na het goede voorbeeld dat Rudolf op dit punt gegeven +had, bleef er voor mij eigenlijk ook niet veel meer te doen. Toch noodigde hij mij een glas wijn met hem te drinken, en het +zijne aanstootende sprak hij: “Ik weet niet recht of ik u feliciteeren mag, jonker, maar ik geloof waarachtig, dat onze allerliefste +majoor haar kolonel heeft gevonden.” + +</p> +<p>Ik haalde de schouders op: ik had geen lust om met iemand van zijn slag over Francis te spreken. + +</p> +<p>“Meent gij misschien, dat ik geen oogen heb om dat te zien? Ik ken de vrouwen, dat verzeker ik u. Ze hebben mij genoeg gekost +om met waarheid te zeggen: ik ken ze. In mijne omzwervingen heb ik ze ontmoet van alle kleuren en gestalten; en mijne nicht, +al is ze duizendmaal Majoor Frans, is toch eene vrouw—eene vrouw met een mannengemoed—zooals Queen Bess van zich zelve placht +te zeggen; maar die heeft toch haar Leycester gevonden. Zoo ook Francis. Ik weet niet wat gij in uw schild voert, maar mij +dunkt, gij hebt slechts te willen.... + + +</p> +<div class="poem" lang="fr"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Et bientôt on verra l’infante +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Au bras de son heureux vainqueur!</span></p> +</div> +</div><a id="d0e5446"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5446">319</a>]</span><p>Zij ziet u naar de oogen, dat is zeker! ’t Is met haar als met een paard van edel ras; men moet er mee weten om te gaan—veel +geduld, veel attentie, een krachtige, vaste hand, maar die zacht weet te zijn en men komt er mee terecht. Ik voor mij heb +er nooit den slag van gehad, ik meen van de vrouwen. Ik ben te hartstochtelijk, te ongedurig, en ik heb geen vasten wil! <i lang="en">These gracious devils</i> merken dat heel gauw, als ze ’t eens weten, dan, dat begrijpt gij, dan ben je er onder, daar is geen helpen aan. Wat Francis +betreft, al ware ik haar eigen vader en zij kende mij zooals zij mij kent, ze zou mij niet ontzien. U, dat’s wat anders—maar +.... mogelijk hecht gij niet aan de conquête?” ging hij voort, daar ik strak bleef zwijgen; “anders zou ik zeggen, ’t is te +hopen dat gij fortuin bezit; ik zou het wenschen voor Francis, die het verdient—ware haar grootvader niet geruïneerd.” + +</p> +<p>“Door wien geruïneerd?” viel ik uit, vrij onbarmhartig; maar hij had mij zoo geprikkeld door telkens weer de <i lang="fr">corde sensible</i> aan te slaan, dat ik er <i lang="fr">à tout prix</i> een eind aan maken wilde. + +</p> +<p>“<i lang="en">That ’s question!</i>” hernam hij, slim genoeg om een onderwerp te laten varen dat zoo blijkbaar mishaagde. “Ik heb er schuld aan, dat is ongelukkig +maar al te waar; doch ik niet alleen, <i lang="en">I may be damned</i> als ik lieg. Ik heb hem geld gekost, veel geld, doch geen grooter deel van de kolossale fortuin, die mijne moeder heeft aangebracht, +dan mij als eenige zoon toekwam. Waar ’t andere gebleven is, John Mordaunt zou er ook wel wat van te vertellen weten als hij +nog leefde; maar toen die met mijne zuster trouwde, kreeg ze ten minste haar bruidschat mee; die zou Francis nu moeten hebben—als +ze ’t niet opgemaakt hadden; want ze leefden, ze leefden.... Ik werd altijd maar op de Werve gelaten met mijn gouverneur; +want de dertienjarige knaap keek al goed rond in de wereld, en hij moest niet zien wat er daar ginds omging. Na den dood mijner +zuster ben <a id="d0e5468"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5468">320</a>]</span>ik ook niet veel bij de Mordaunts aan huis geweest. Ik heb Francis voor ’t eerst gezien toen zij tien jaar oud was en de kleine +Majoor heette en alles in huis drilde dat het een lust was. Ik viel toen in ongenade bij mijn vader, omdat.... Maar ik babbel +zoo voort, ik weet niet of ik u verveel; mogelijk wilt gij gaan slapen?” + +</p> +<p>“Nog niet; ga gerust voort. Ik stel er belang in een en ander van uwe lotgevallen te hooren, als het u niet pijnlijk valt +daarvan te spreken.” + +</p> +<p>“O, wat dat betreft in ’t minst niet; ik ben er lang over heen. Maar wat zal ik u zeggen, mijne geschiedenis is die van menig +ander jongmensch van goede afkomst die in de diepte raakt. Ik heb twaalf ambachten gehad en de traditioneele dertien ongelukken +zijn mij evenmin ontgaan; ja, ik geloof zelfs, als ik goed telde, dat er nog wel een half dozijntje boven dat getal bij gekomen +zijn. Mogelijk klinkt het wat apocrief uit mijn mond als ik het zelf zeg; maar mijn vader is de eerste oorzaak van alles. +Gecontrarieerd in de keuze van een beroep, gecontrarieerd in een jeugdige liefde waarin ik mijn geluk had kunnen vinden, was +de <i lang="fr">fine fleur</i> van mijn levenslust er al af, toen ik naar Leiden ging om daar in de rechten te studeeren. Ik had den vurigsten wensch om +officier te worden en had mij met ijver voor het examen aan de militaire academie voorbereid; maar mijn vader hield rancune +tegen die instelling, hetzij hij gepasseerd was toen deze werd opgericht, hetzij om de reden die hij opgaf: dat hij zelf als +cadet in werkelijken dienst was getreden en van gevoelen was dat men alleen op die wijze jonge officieren moest vormen. Zijn +zoon althans zou hij niet naar Breda zenden; die moest studeeren, die moest carrière maken! Hm ja! ik heb ook carrière gemaakt,” +herhaalde hij met een bitteren glimlach: “<i lang="fr">j’ai fait du chemin</i> zooals de Franschen zeggen, wijd en wild. Ik studeerde voor ’t pleizier van papa, ik wilde er mijn pleizier ook van hebben; +bij gebrek aan geluk, aan zelfvoldoening, zoekt men genot. Papa wilde dat ik <a id="d0e5480"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5480">321</a>]</span>een goed figuur zou maken op de academie, en schonk er mij ruim de middelen voor. Ik had mijn rijpaard en mijn tilbury; ik +wierp mij in den wildsten en woeligsten studentenkring; ik maakte enorm veel schulden en zeer weinig dictaten; toch bezocht +ik enkele colleges; er waren vakken die mij aantrokken, en ik was niet zonder aanleg; ik zou er nog wel toe gekomen zijn om +te promoveeren op theses, maar papa had intusschen processen gevoerd tegen tante Roselaer en—verloren; hij kon of hij wilde +mij althans niet toestaan het kostbaar leven aan de academie voort te zetten. Van een gesjeesden student is niet veel te maken; +toch wist de majoor von Zwenken door zijne relaties mij een post te bezorgen, en nota bene nog wel een comptable! onder belofte +intusschen dat ik eene <i lang="fr">riche héritière</i> zou trouwen, die mij werd aangewezen; maar het was eene overrijpe freule met een rooden neus, en ik liet haar links liggen, +tot groote ergernis van mijn heer vader, die verklaarde van toen aan niets meer met mij te doen te willen hebben. Ik had niet +het minste hart voor mijn post; geregeld werken, geregeld uren lang op het bureau blijven convenieerde mij niet na het woelige +leven dat ik geleid had. Ik vond een geschikten klerk, een ouden bureaucraat, die al twintig jaren op dezelfde plek had gezeten +zonder zich dood te zitten; ik meende alles gerust aan hem te kunnen overlaten en ik vond vrienden en kennissen genoeg, om +mij wat afleiding te bezorgen. Ieder hield ons voor rijk, de post was maar een eerste stap om en-train te komen, dacht men, +en zoo ging het <i lang="fr">à grandes guides</i> zonder opzien of omzien; toen op zekeren dag, dat wij een pick-nick hadden ergens buiten, mijn waardige plaatsvervanger zich +met de kas uit de voeten maakte. Het geval maakte veel opschudding en was inderdaad erg genoeg: het was notoir dat ik geen +deel had aan den diefstal, maar ik was toch de verantwoordelijke persoon, en majoor von Zwenken, in de verwachting dat ik +de erfgename zou trouwen, had mijne borgstelling <a id="d0e5488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5488">322</a>]</span>gestort. Er volgde een rechtszaak uit die opnieuw wat geld kostte, dat ik niet betalen kon, dat de majoor niet betalen wilde, +en waar, zoo ik mij niet bedrieg, het moederlijke erfdeel van Francis voor aangesproken werd; het ging mij genoeg ter harte, +maar een von Zwenken tot gevangenschap veroordeeld dat scheen iedereen in de familie te hard. Van haar wist ik dat ik niets +meer van mijn vader te wachten had; ik beproefde zoo wat van alles, maar niet met goed geluk; mijne antecedenten waren mij +in den weg, en, ik zal de waarheid bekennen, mijn karakter was mij ook tegen. Ik vloog van den hak op den tak, had nergens +rust bij en had maar één verlangen, waaraan ik mij om de wille mijner familie niet kon overgeven. Ik had eene goede stem, +altijd lust gehad in muziek, eene zekere gave van voorstelling, ik wilde een tijdlang buitenslands gaan om mij op een conservatorium +te oefenen en dan als opera-zanger op te treden. Had men mij maar laten begaan, maar men wilde mij niet behulpzaam zijn tot +dat doel; mijn vader wilde mij niets meer geven en liet mij de keuze om soldaat te worden of te bedelen. Ik verkoos het eerste, +in de hoop dat majoor von Zwenken en zijne vrienden wel voor mij zouden zorgen als ik eens in dienst was, en dat ik toch nog +eenmaal officier zou kunnen worden; maar op mijn leeftijd na een weelderig en verwend leven als het mijne, valt het hard zich +aan de discipline te gewennen; en, was het opzettelijke hardheid en een <i lang="fr">parti pris</i> om mij zwaar te doen boeten, eer men mij uit de diepte ophief? ik kan het niet uitmaken; maar men schonk mij zelfs niet den +laagsten graad; mij werd geene corvée gespaard, geen vergrijp door de vingers gezien. Ik was niet bij het regiment mijns vaders +geplaatst, maar in een afgelegen vestingstadje; toch was de kapitein van mijne compagnie een der vroegere tafelvrienden van +mijn vader. Ik kon niet anders denken dan dat het op diens verlangen was dat men mij zoo behandelde. En hij had zijn lieveling +Rolf wel tot luitenant gemaakt, <a id="d0e5493"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5493">323</a>]</span>de Hemel weet hoe! Ik werd verloochend, en bijgevolg vertrapt; ongelukkig had ik geen geduld om dien schrikkelijken proeftijd +door te staan; ik had voor vijf jaar geteekend, ik hield het geen vijf maanden uit; en op zekeren dag de kans schoon ziende, +wierp ik geweer en wapens weg en wilde mij uit de voeten maken; maar mijne vlucht werd opgemerkt en ik achterhaald eer ik +over de grenzen was; ik wist wat er op stond als men mij vatte, ik verweerde mij tot het uiterste, ik kwetste een onderofficier; +ik behoef u niet te zeggen welk een lot mij wachtte toen ik voor den krijgsraad kwam; het vonnis werd geveld, maar niet uitgevoerd; +ditmaal ontkwam ik uit de gevangenis, ik zal niet zeggen als door een wonder, maar door oogluiking; ik vond zelfs een pak +burgerkleeren en geld tot mijne beschikking. Mijn vader had het toch niet over zich kunnen verkrijgen om zijn zoon als wederspannige, +als deserteur te laten executeeren. Later vernam ik dat Francis die toen al heel wat had mee te praten, het hare had gedaan +om deze uitkomst voor mij te verkrijgen. Ik was nu vrij en in den vreemde, maar vogelvrij: ik moest zien het noodige voer +op te loopen en mij hier of daar een nest maken. Ik heb Duitsche boerenjongens Latijn en Fransch, Duitsche burgermeisjes zang- +en pianoles gegeven; ik ben kamerzanger geweest van een Oostenrijksche gravin, die doof was en zich verbeeldde dat mijne stem +op die van Roger geleek; ik heb omgezworven met een troep reizende operazangers en heb mij schor geschreeuwd op de theaters +in de open lucht. Ik ben koetsier geweest van een Duitsche baron, reisbediende voor een huis in wijnen; maar dit moest ik +opgeven omdat ze mij naar Holland wilden zenden. Toen werd ik eerst koffiehuisknecht en biljard jongen, maakte door mijne +geoefendheid in dat spel de kennis van een Poolschen graaf, die mij als kamerdienaar en secretaris met zich nam naar Warschau, +en mij welhaast in vertrouwen mededeelde, dat hij een middel had uitgevonden om Polen onafhankelijk <a id="d0e5495"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5495">324</a>]</span>te maken! Zooals vanzelf spreekt mislukte de toeleg, maar de onvoorzichtige edelman miste Siberië niet. Ik raakte mee in de +klem, omdat ik niet tegen hem getuigen wilde; maar ik hield me zoo dom, dat ik er met een weinig tortures van honger en dorst +lijden en eenige weken <i lang="es">carcero duro</i> afkwam. Toen stond ik weer op straat zonder een penning in den zak en greep naar het eerste het beste, dat ik maar vatten +kon; enfin, ik wil u en mij zelven niet vermoeien met de optelling van alles wat ik doorgemaakt heb om in leven te blijven. +Het ware veel korter geweest hier of daar in ’t water te springen, dat is waar; dan, ik heb altijd zeker vooroordeel gehad +tegen den zelfmoord. Daarbij, ik bleef onder alles gezond en sterk en leed niet aan melancholie; ik rolde door het leven zooals +het het best kon. Jarenlang heb ik zoo omgezworven, heb alle groote steden, alle badplaatsen van Noord- en Zuid-Duitschland +bezocht, alle landstreken van midden-Europa doorkruist, van de Rijnoevers af tot die van de Spree en Moldau toe, en ik stond +op het punt om naar Bucharest te trekken met een zeer voornaam, maar zeer bizar personage, toen deze gevangen werd genomen, +als betrokken in eene zeer geheimzinnige moordgeschiedenis, waarbij het geld en de vrouwen als gewoonlijk hunne rol hadden +gespeeld. Gelukkig kon ik bewijzen, dat ik eerst met vorst X in aanraking was gekomen nadat de misdaad gepleegd was, en ik +kwam er weer af met eenige weken van enge opsluiting na lange en lastige verhooren. Hoe vaak ik onder dat alles van naam veranderd +ben, weet ik zelf niet meer. Alleen den eenigen waarop ik recht had, hield ik standvastig buiten het spel. Ik had gezorgd +dat het gerucht van mijn dood in Holland was verspreid; ik had alles gedaan om er waarschijnlijkheid aan te geven. Na die +laatste historie waagde ik mij niet weer in ’t gedrang met voorname avonturiers of dubbelzinnige vrouwen, maar zocht rust +in het landleven, in de vergetelheid van den boerenstand. Ik had in mijne jeugd op <a id="d0e5500"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5500">325</a>]</span>de Werve wel eenige notie gekregen van het boerenbedrijf; ik kon best met paarden omgaan; ik verhuurde mij als knecht bij +een welvarenden pachter, die eene mooie hoeve te beheeren had. Hij vatte spoedig dat er op meer dan eene wijze partij was +te trekken van zijn huurling, en dat handenarbeid juist niet mijn <i>fort</i> was. Ik werd welhaast meer zijn raadsman dan zijn knecht; ik kon hem een en ander van mijne lotgevallen vertellen zonder +gevaar; ik was onder een goed slag van lieden gevallen, die mij als een lid hunner familie behandelden, en er bestond uitzicht +dat ik daar werkelijk toe zou behooren. Ik merkte, dat de eenige dochter, eene allerliefste blondine met vergeet-mij-niet-oogen, +zoowat op mij verliefd raakte. Ik vond deze gelegenheid om <i lang="la">pater familias</i> te worden zoo onaardig niet! De ouders hadden er niets tegen; maar ik moest er voor uitkomen dat het mij moeielijk zou vallen +de noodige documenten te verkrijgen om een wettig huwelijk aan te gaan. Dit bezwaar, en de berichten van een lid der familie, +die met goed gevolg naar Amerika was uitgeweken en de zijnen opwekte om tot hem over te komen en gezamenlijk in die landstreek +eene kolonie te vestigen met andere dorpsgenooten die daartoe waren over te halen, deed ons besluiten dien tocht te ondernemen. +Maar de <i lang="de">gemüthliche Bauernleute</i> begrepen, dat ik ten minste de toestemming van mijn vader moest zien te verkrijgen, al voorzag ik dat het vruchteloos zou +zijn; daarbij er moest geld wezen voor mijne uitrusting en ik moest mijn aandeel leveren tot de onderneming, wilde ik niet +eene al te jammerlijke figuur maken onder de tochtgenooten. Ik berekende dat ik nu zoo ongeveer tien jaren buitenslands had +doorgebracht en dat men mijn gezicht wel vergeten zou zijn; ik hoopte zelfs, dat na die langdurige vrijwillige ballingschap +de spons zou gehaald zijn over mijne vroegere misstappen. Ik schreef aan Francis, dat ik voor korten tijd naar Holland dacht +terug te keeren, en onder welke omstandigheden. Mijn aanstaande, hare familie en de <a id="d0e5511"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5511">326</a>]</span>verdere tochtgenooten hadden zich te Hamburg ingescheept naar Engeland, waar ik mij uit Holland bij hen zou voegen, zoo ras +ik geslaagd was in mijne wenschen. Maar het antwoord dat ik kreeg was op dat punt alles behalve geruststellend. Mijn vader +die kolonel was geworden en het bevel voerde in de kleine vestingstad Z., was zoo weinig ingenomen met mijne plannen, bovenal +zoo weinig verheugd met de tijding, dat ik nog leefde en dacht weer te keeren, dat Francis mij dit laatste ernstig ontraadde. +Zij wees op de gevaren die ik kon loopen en die de kolonel niet voornemens was af te wenden; met andere woorden: mijn eigen +vader zou mij laten vatten en aan een krijgsraad overleveren, als ik het waagde hem onder de oogen te komen. Dat vond ik wreed, +onmenschelijk, onmogelijk, en ik geloofde het niet! Ik verbeeldde mij dat Francis maar dreigde om mij af te schrikken; ik +waagde het er op, kwam vermomd en door valsch haar en knevels onkenbaar gemaakt te Z. en trachtte toegang te verkrijgen tot +het huis van den kolonel. Zijn adjudant, die er zeker op afgericht was, ontving mij en deelde mij de verkwikkende tijding +mee, dat ik den commandant der vesting niet zou zien; dat er geen kwestie kon zijn van een weergekeerden zoon, daar de dood +van den jongen Rudolf von Zwenken was geconstateerd, en dat iemand die er zich voor uitgaf niets kon zijn dan een indringer +en bedrieger, over wien men kort en goed recht zou doen als hij lastig werd en zijn bedrog volhield. Daarop was ik niet verdacht +geweest. Ik was dood, ik moest dood blijven, en zoo ik mijne identiteit wilde bewijzen, was dat zoo goed als mijn eigen doodvonnis +onderschrijven. Ik herhaalde de poging niet; maar Francis ontfermde zich toch over mij. Zij zocht mij op, zij hielp mij voort. +Zij lenigde de bitterheid van dit verstooten. Gij weet het overige, gij weet wat er voor haar uit volgde.” + +</p> +<p>“En gij gelooft dat het daarom is, dat zij u ditmaal zoo hard bejegende?” +<a id="d0e5515"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5515">327</a>]</span></p> +<p>“Vooreerst omdat ik nu weer teruggekomen ben tegen mijn belofte, dat is waar; maar allermeest, ik zie dat nu in, om die ongelukkige +zaak van de wissels—om datgene waaraan ik niet schuldig ben, zooals ’t meer gaat. Doch ik zal mij die schuld nu maar laten +aanleunen: een schreefje meer op mijn kerfstok is zoo erg niet, terwijl Francis al te ongelukkig zou zijn, als ik haar te +kennen gaf, welk vermoeden ik heb gevat.” + +</p> +<p>“Hebt gij werkelijk een vermoeden?” + +</p> +<p>“Ja, er is mij een licht opgegaan. Hebt gij nog wat geduld om naar mij te luisteren? Ziet gij, ik heb zwakheden, maar niet +eigenlijk datgene wat men hartstochten noemt. ‘<i lang="fr">Le vin, le jeu, les belles</i>’ hebben mij beurtelings veel geld, tijd en rust gekost; en nog ben ik op zekere punten een groot kind; maar een passie, eene +passie die niets ontziet om hare voldoening te hebben, en waar men een groot misdadiger of een groot man door wordt, zulke +passie houd ik er niet op na; dat ligt zeker aan de wuftheid mijner natuur. Maar er is iemand in mijne familie, die er wèl +door bezeten is.... In mijne jeugd heb ik daar niet zoo op gelet, niet over nagedacht althans. Later was ik niet veel in de +gelegenheid hem te observeeren; maar eens, eens heb ik hem waargenomen, terwijl ik duizend redenen had om mijn incognito te +bewaren. Gij zijt een van de menschen die zwijgen kunnen niet waar? anders had Francis niet voor u ingestaan. Zoo bewaar datgene +wat ik u nu ga zeggen als een diep geheim voor haar; want het zou haar bitter verdriet doen, en zij heeft toch al zoo’n onpleizierig +leven.” + +</p> +<p>“Gij kunt er staat op maken. Om Francis leed of last te sparen, zou ik veel doen of laten.” + +</p> +<p>“Ook blijf ik gelooven, al houdt gij u nog zoo leuk, dat gij nog wel eens nader aan de familie geparenteerd zult worden; daarom +is het ook goed dat gij alles weet. Mogelijk wordt gij eens geroepen om heel wat <i lang="fr">linge sale</i> uit te wasschen. Luister! Maar neen! wacht even tot <a id="d0e5532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5532">328</a>]</span>ik dit laatste glas heb gedronken; mijne keel is droog van het praten.” Eerst na eenige seconden rusten ging hij voort: + +</p> +<p>“Onder al de <i lang="fr">métiers</i> die ik heb waargenomen, staande mijne omzwervingen in Duitschland, is er ook een, die niet precies tot de achtenswaardigste +behoort, maar dat de nood mij dwong aan te nemen. Ik ben <i lang="fr">croupier</i> geweest bij eene speelbank. Ik heb er mijn <i>vader</i>, mijn eigen ongelukkigen vader zien spelen met een acharnement, dat mij de oogen opende voor het diep verval waarin hij met +de zijnen is geraakt. Ik heb er schuld aan, dat weet ik; maar toch, zonder die passie, die alles verslindt en toch onverzadelijk +is, zou zijn groote fortuin en ’t geen Francis had moeten bezitten, niet zoo reddeloos verloren zijn gegaan.” + +</p> +<p>“En mijnheer von Zwenken herkende u niet?” + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen? Ik geleek niet meer op mij zelven. Haar en baard geverfd, de kleur van ’t gelaat verbruind en verouderd, +en daarbij <i>croupier</i>! Let men op de machine die het spel in beweging brengt, als men zóó vervuld is met winst en verlies? Ik- dat is wat anders—, +ik herkende mijn vader, al was hij in politiek, al was hij zeer verouderd, aan zijne fijne, bewegelijke trekken, aan zijne +rechte houding, aan alles in één woord wat mij onvergetelijk was. Daarbij, er waren Hollandsche heeren met hem in gezelschap; +zij spraken onder elkander hunne moedertaal; zij noemden hem kolonel von Zwenken bij den naam. Ik heb hem op één dag eene +fortuin zien winnen, eene fortuin zien verliezen. Ik had moeite mij te weerhouden om mij aan zijne voeten te werpen en hem +te smeeken zijn reddeloozen ondergang niet te bewerken. Ik weet wel het zou niemand minder gepast hebben dan juist mij, en +toch, ik die bij ondervinding wist wat gebrek en ellende zijn, kon er met alle recht tegen waarschuwen. Alleen de overtuiging +dat het toch niet baten zou, en dat ik mij zeker daarmede verraden zou hebben, hield mij terug. <a id="d0e5552"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5552">329</a>]</span>Maar dat ik op hem bleef letten, behoef ik u niet te zeggen; en zoo werd het mij zekerheid dat hij geld heeft opgenomen van +een Hollandsch bankier, dat hij daarvoor wissels heeft geteekend....” + +</p> +<p>“Hoe lang kan dat geleden zijn?” + +</p> +<p>“O, dat’s nu al vele jaren geleden.” + +</p> +<p>“Maar het schijnt toch dat hetgeen de ergernis van Francis wekte eerst kort na uw vertrek heeft plaats gehad, en zoolang zal +die bankier geen respijt hebben gegeven?” + +</p> +<p>“Neen! en sinds schijnt hem de gelegenheid niet meer gegeven te zijn om op die wijze aan zijn hartstocht bot te vieren; maar +die is daarom nog niet uitgeroeid. <i lang="fr">Ferme lui la porte au nez, il reviendra par la fenêtre;</i> Francis omsingelt haar grootvader en houdt hem nu kort, ik wil dat gelooven; hij is daarbij bang voor haar; maar is het zeker, +dat hij niet achter haar om en op andere wijze zijne revanche neemt of genomen heeft; er zijn menigerlei wijzen om wat men +noemt zijne fortuin te beproeven, al is het niet met de roulette.” + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk; ik vrees maar al te zeer, dat de generaal nòg in ’t geheim verkeerde speculaties doet....” + +</p> +<p>“En is het dan zoo onmogelijk, dat hij, om aan geld te komen, opnieuw zijne toevlucht heeft genomen tot den bankier; zijne +eer voor Francis willende redden, en toch in de noodzakelijkheid zijnde haar offers te vragen, de schuld maar op mij heeft +geworpen, den afwezige, die zich niet kon verantwoorden, wiens rug heel breed, wiens naam reeds bevlekt was?” + +</p> +<p>“Zijn eigen zoon dus te belasteren....” + +</p> +<p>“Wel bezien was ik er de naaste toe; hij moest zich redden, en het kwam er voor mij niet op aan. Ik neem het hem zoo heel +kwalijk niet; alleen zou ik er heel wat voor willen wagen om de zekerheid te hebben dat mijne gissing juist is; en toch, al +had ik die, hoe dan nóg Francis de overtuiging te geven van mijne onschuld, zonder mijn vader te betichten, iets wat niet +zijn mag?” +<a id="d0e5573"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5573">330</a>]</span></p> +<p>Ik beloofde hem dat ik daartoe het mijne zou doen; maar ik kon niet nalaten mijne verwondering uit te drukken, dat hij, na +al de onvervinding die hij had opgedaan, nog lust gevoelde om naar het vaderland, naar de zijnen terug te keeren, waar hem +niets dan vernedering en terugwijzing wachtte. + +</p> +<p>“Wat zal ik u zeggen, Jonker! het blijkt wel dat gij niet weet wat ballingschap is, en hoe de trek naar het vaderland, het +vaderlijk huis onweerstandelijk wordt, juist door de bezwaren die er zich tegen verzetten. Had ik, arme zwerver, in Amerika +mijn geluk, mijn gezin gevonden, zooals ik eens had gehoopt, dan had ik er mij mogelijk een tweede <i lang="de">Heimath</i> van gemaakt, waarvoor ik de ander kon vergeten; maar verwenschte Jonas die ik ben, eerst door allerlei tegenspoed veel te +lang in Holland opgehouden, kwam ik pas in Engeland toen mijne reisgenooten reeds den tocht naar Amerika hadden aanvaard. +Ik zocht en vond gelegenheid hen te volgen op een ander schip; maar wij leden schipbreuk, reeds met de kust van het beloofde +land in ’t gezicht; de <i>Zeenimf</i>, las men later in de nieuwsberichten, was met man en muis vergaan. Dat was de waarheid, maar één ongelukkige schipbreukeling, +die zwemmen kon en zijns ondanks als bij instinct van dat talent gebruik maakte, werd gered. Ik bereikte eene rotsachtige +kust, werd door arme visschers ontdekt, die mij uitgeput en bewusteloos vonden liggen, liefderijk opgenomen, dat moet ik zeggen +ter eere der menschheid, en van alles verzorgd zoolang ik er behoefte aan had; maar van alles beroofd, en, zooals ik later +vernam, op honderden mijlen afstand van de plek, waar vermoedelijk mijne Duitsche vrienden zich hadden neergezet, schoot mij +niets over dan bij die herbergzame kustbewoners te blijven tot er voor mij eene gelegenheid opdaagde om verder te komen. Die +gelegenheid deed zich voor in de gedaante van een koopman uit Chicago, die handel dreef in kreeften en oesters, en die met +deze lieden prijs kwam maken voor leverantiën op groote <a id="d0e5584"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5584">331</a>]</span>schaal. Ik maakte kennis met hem, vertelde een en ander van mijne rampspoeden, en toen hij vernam dat ik kennis had van paarden +en daarmee wist om te gaan, sloeg hij mij voor hem te vergezellen op zijne handelsreis, daar hij uren ver langs ongebaande +wegen met een zeer primitief voertuig moest reizen en de voerlieden van die karren meest onverbeterlijke dronkaards of brutale +afzetters waren, waarvan hij reeds allerlei onaangename ervaringen had. Hij had dan ten minste iemand bij zich die hen staan +en terechtwijzen kon. Zoo geschiedde het, en deze overeenkomst bracht mij ten laatste naar Chicago waar ik weer in een doolhof +van avonturen raakte, die mij voor goed afbrachten van het voornemen om de Duitsche landverhuizers op te zoeken, en eindelijk +in aanraking brachten met den heer Stonehorse, ondernemer van een <i lang="fr">Equestrian Cirque</i>, waarmee deze voornemens was Europa te bezoeken. + +</p> +<p><i>Well!</i> Ik had nu al ruim drie jaren het oude continent verlaten, ik kende Engeland en Frankrijk niet, ik was, al zeg ik het zelf, +een goed piqueur, geen slecht rijder; forsche lichaamsoefeningen stonden mij aan, ik engageerde mij bij zijn gezelschap. Eens +in Frankrijk, kwam de trek naar ’t vaderland bij mij op, en ik haalde master Stonehorse over, die er geene groote verwachtingen +van had, om zijne reis naar Duitschland over Holland te nemen en zich in enkele groote steden op te houden. Het succes in +de hoofdstad gaf hem vertrouwen op mijne voorlichting hij liet de reisroute die hij volgen zou aan mij over; ik waagde het +er op, Arnhem aan te wijzen; ik behoefde niet meer voor ontdekking te vreezen. Ik reis onder de Amerikaansche vlag; niemand +mijner confrères weet iets van mijne antecedenten. + +</p> +<p>Eens in de provincie, bekroop mij met onweerstaanbaar geweld de lust naar de Werve; vooral toen eene toevallige ontmoeting +met iemand uit Z., die mij niet kende, maar dien ik op ’t chapitre bracht, mij zoo een en ander van de von Zwenkens vertelde, +en den grootvader het <a id="d0e5595"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5595">332</a>]</span>slachtoffer noemde van de inconsequenties zijner kleindochter. Arme Francis! gelasterd, zoo gelasterd, en om mij! Ik moest +haar zien en spreken; ik moest op mijne knieën, met het hoofd in stof gebogen, hare vergiffenis vragen; gij hebt gezien hoe +zij het opnam en hoe mijne terugkomst wordt beschouwd als de grootste zonde die ik tegen haar plegen kon! Het is ook ergerlijk: +onkruid dat niet vergaat, eene schipbreuk die niet afdoende blijkt!” sprak hij met bitterheid, waarin zich weemoed mengde. +“Nu, ’t is geschied, die gekke streek is weer begaan; maar ik zal haar geene ergernis meer geven; ik heb het haar beloofd! +dat is zoo goed als een eed. Ik hoop maar dat ik dien houden kan,” eindigde hij met een zucht, terwijl zijne stem altijd doffer +en matter werd. Hij liet het hoofd vallen tegen het weeke kussen van de sofa; als door den slaap overmand strekte hij de leden +daarop welhaast uit, en hoorde ik de ontwijfelbare bewijzen dat hij rustig sliep. Ik had er nu ook het mijne van en ging zelf +de rust zoeken die ik hem van harte gunde. + +</p> +<p>Toen ik juist niet heel vroeg in den morgen ontwaakte, had Rudolf von Zwenken zich al uit de voeten gemaakt, op dezelfde wijze +als hij gekomen was; de blinden waren blijkbaar opengemaakt en niet meer gesloten; maar hij had het zoo stilletjes bered als +men dat wachten kon van iemand die meer dan eens had weten te ontsnappen. Alleen, hij had vergeten zijne portefeuille mede +te nemen! De onverbeterlijke loshoofd! Nu ik zou hem wel uitvinden om hem die te doen toekomen. Het was goed, die niet aan +Francis op te dringen. Hare kieschheid, hare fijnvoelendheid op dit punt was mij lief. Na zooveel opgeofferd te hebben, soms +verlegen te zijn om een kleinigheid, en toch honderden te versmaden als teruggave, omdat zij de herkomst van het geld verdacht, +of wel om den gever niet te berooven, dat was eene grootmoedigheid van karakter, waarvoor ik respect had. + +</p> +<p>Wat den generaal betrof, zijne schuld stond bij mij vast na ’t geen ik zelf van hem waargenomen had; en <a id="d0e5601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5601">333</a>]</span>meer dan ooit moest ik de voorzienige wijsheid van tante Sophie loven, die hare maatregelen had genomen om Francis te begunstigen +zonder hare fortuin in dien afgrond te werpen. Maar de ontdekking, die ik gedaan had, was voor mij eene waarschuwing, die +tot omzichtigheid vermaande. De grijsaard, hoe machteloos hij ook scheen, was <i lang="fr">un homme à expédients;</i> indien hij te vroeg wist wie de erfgenaam van tante Sophie was, en zijne verhouding tot Francis, was hij in staat om op haar +toekomstig vermogen te speculeeren. + +</p> +<p>Ik zag hem als een bezwaarpunt, als een donkeren stip aan den horizont van mijn geluk, die voortdurend mijne opmerkzaamheid +zou vorderen en ik voelde de drukkende waarheid van de uitspraak: “die het goed vermeerdert, vermeerdert de kwellingen!” + +</p> +<p>“Gij begrijpt Willem! dat ik onder zulke bijgedachten, die zich mijns ondanks telkens aan mij opdrongen, zeer slecht gestemd +was om mijn oud-oom met een opgeruimd gelaat geluk te wenschen met zijn feestdag. + +</p> +<p>Zes en zeventig jaar! al het uiterlijke van ’t geen men een respectabel man noemt, en toch zoo diep gevallen; doch waartoe +u deelgenoot te maken van al het strijdige en pijnlijke dat er toen in mij omging! ik moest er mij tegen verzetten en een +<i lang="fr">visage de circonstance</i> vertoonen, dat spreekt vanzelf. + +</p> +<p>Gij zult voor het oogenblik ook wel genoeg hebben van die sombere legende van de Werve, en ik ga eens naar Francis omzien +die vooreerst nog niet weten moet dat ik een vriend heb die haar karakter leert kennen, trek voor trek, zooals het zich aan +mijn blik voordoet. En nu, laat mij eens spoedig van u hooren; mij dunkt gij hebt nu al genoeg gehoord en gezien van het Indische +leven, om er uw gevoelen over te kunnen zeggen, al weet ik dat gij de zaken liefst van alle kanten beziet eer gij er u over +uitlaat. + + + +</p> +<p class="Closer">Salut et Amitié + + +</p> +<p class="Signed">L. v. Z. + + + +<a id="d0e5621"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5621">334</a>]</span></p> +</div> +<div class="div1"> +<p>Daar het Zondag was, ving het feest aan met “kerkparade” zooals Francis het noemde. De generaal, in zijn kwaliteit van <i lang="fr">seigneur de village</i> en bij zijne gezetheid op ’t geen een goeden klank had, was een voorstander van den publieken godsdienst, en had tot vaste +gewoonte, zich iederen Zondagmorgen met zijne kleindochter in de ambachtsheerlijke bank te vertoonen, ten bewijze dat hij +tot de gemeente behoorde en de behoorlijke reverentie had voor hare instelling. Of hij er gesticht werd, is twijfelachtig, +maar dat hij de toeschouwers stichtte door zijne waardige houding is bijna zeker. Als oud-militair beschouwde hij het als +dienstplicht, en of hij zich verveelde of ergerde, men zag het hem niet aan. Rechtop, met het gelaat naar den spreker gewend, +zat hij te luisteren, onwrikbaar, onbewegelijk; of hij aan wat anders dacht stond niet op zijn gelaat te lezen. Tegen het +midden van de predikatie vielen zijn oogen wel eens toe; maar daar de grootste helft van ’t gehoor in denzelfden toestand +van slaperigheid geraakte, ergerde het niemand, zelfs niet den predikant, die aan deze uitkomst gewoon was en inderdaad ook +niet het recht had zich daarover te verwonderen. Althans op dien ochtend, toen ik in dit verplicht kerkbezoek begrepen was, +vond ik er, met den besten wil om gesticht te worden, geene de minste opwekking, en alleen de ergernis dat een man, wien de +zorg voor eene gemeente was toevertrouwd, zoo weinig consciëntie had om hare hoogste belangen op zulk eene schrale wijze te +behartigen. In het gebed zelfs tintelde geen sprank van gloed of leven, en het was of de man een paskwil op zich zelf had +willen maken, toen hij tot tekst had genomen de vermaning van Paulus, die tot geestdrift behoorde te ontvlammen: “Zijt vurig +van geest,” want zelf was hij noch heet noch koud; hij was lauw, akelig lauw, een ware Laodiceër, aan wien de apostel met +zijn strengste woord zou hebben toegevoegd: wees liever een bestrijder dan zulk een bondgenoot. En de langzaamheid, de onnatuurlijke +deftigheid <a id="d0e5628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5628">335</a>]</span>waarmee tot ijveren werd aangemaand, was zoo opvallend strijdig met het enthousiasme dat zulk een onderwerp vorderde van hem +die het koos, dat men zeer zeker een acteur zou gesouffleerd hebben, die zoo slecht in zijne rol ware geweest. Maar men was +in eene kerk, men moest zich onthouden, en de ongeschikte dienaar kon zonder stoornis zijn gang gaan, zoolang zijn eigen geweten +hem niet waarschuwde. + +</p> +<p>Het verheugde mij evenzeer als het mij verraste, dat de gemeente nog in zich zelve leven genoeg scheen te hebben om met opgewektheid +den psalm te zingen, die gelukkig door een niet al te slecht bespeeld orgel werd begeleid. Ik zal niet zeggen dat Francis +zich goed hield, want de ergernis, de verveling, ja zekere droefheid en verontwaardiging stonden op haar gelaat te lezen, +en zij scheen geen rust te kunnen houden. Ten laatste sloeg zij haar kwarto Bijbel open en ging daarin zitten lezen als ware +zij alleen geweest. Ik zag dat zij evenzeer de aandacht als de ergernis wekte; het was kennelijk dat zij de publieke opinie +tegen zich had. Ik werd natuurlijk aangegaapt als eene vreemde verschijning, die op allerlei wijzen werd gecommenteerd en +geëxpliceerd. Ik zag de lieden fluisteren en de hoofden bijeensteken zooveel maar doenlijk was. Rolf, die zich eens voor altijd +van die corvée had verschoond, onder pretext dat hij “een vrijgeest was en er niemendal van geloofde,” had mij geraden thuis +te blijven, daar ik er toch niets aan hebben zou; maar ik was geen vrijgeest, vond geen reden om mij te onttrekken, en achtte +de gelegenheid gunstig om Francis onder godsdienstige indrukken te observeeren; ik hoopte er daarbij op, bij het terugkeeren +nog een woordje te spreken over Rudolf; maar dat viel tegen. Wij waren in ’t wagentje van de Pauwelsen naar de kerk gereden, +en de generaal zou op gelijke wijze terugkeeren; dus sloeg ik Francis voor samen terug te loopen; het was even een kwartiertje, +het zoogenaamde kerkpad en de groote laan—maar zij had te veel haast op de Werve <a id="d0e5632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5632">336</a>]</span>terug te zijn, bij al de drukte die haar daar wachtte. Ik kon haar alleen mijn teleurstelling te kennen geven, dat de stichting, +in de stille dorpskerk, waarvan ik mij nogal iets voorgesteld had, zoozeer bedorven was door den man zelf die moest voorgaan. + +</p> +<p>“Ja, dat’s het zwakke punt bij onzen protestantschen godsdienst; er hangt te veel af van een enkele; en als ’t nu heel mooi +is, dan is ’t ook weer niet goed, want dan zie je alles voorbij om hem,” was haar antwoord. “Ik kon er niet bij blijven, en +te minder daar ik het kostelijk stuk al meer had gehoord; ’t is zeker met te veel moeite samengesteld om maar ééns te dienen. +Om nu te zeggen dat wij slaperig volkje de vermaning niet hard noodig hebben, dat’s wat anders; maar dan moest het spiritus +zijn en geen lauw water en melk.” + +</p> +<p>“Gij moet dominé niet zoo hard vallen, Francis!” zei de generaal, die begreep waarover zij knorde; “de man staat hier al dertig +jaar, en door de afgelegenheid van het dorp heeft hij haast geene aanraking met de collega’s.” + +</p> +<p>“Daarbij een troep kinderen en zoo’n saaie vrouw.... Het lot van den man is te beklagen, dat geef ik toe; alleen, ik vraag: +waarom is hij dan niet wat anders geworden—glazenmaker bij voorbeeld? wij konden er hier best een gebruiken.” + +</p> +<p>“Ja, Francis! nu gij daarop komt, de katten moeten van nacht weer deerlijk hebben huisgehouden in den onbewoonden vleugel,” +zei de generaal. “Volgens Rolf gaan ze maar door de gebroken ruiten in en uit, en Frits heeft glasscherven gevonden tot in +de perken.” + +</p> +<p>“Wel grootpapa; wij mogen de arme dieren wel dankbaar zijn dat zij die moeite nemen, want het leeft daarbinnen van de ratten +en muizen,” zei Francis gevat, maar al redde zij zich door eene aardigheid, wij waren op een gevaarlijk terrein geraakt, en +’t was maar gelukkig dat wij de Werve opreden en al terstond door Rolf werden ontvangen met het bericht dat kapitein Willibald +<a id="d0e5644"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5644">337</a>]</span>reeds was gearriveerd. Hij had nog niet uitgesproken, of de persoon in kwestie kwam ons te gemoet en bood den generaal zijn +dienst om hem bij het uitstappen te helpen. Francis was er met hare gewone vlugheid al uit gesprongen, eer ik of iemand anders +zich kon aanbieden. + +</p> +<p>“Wel, Willibald, dat’s goed van je gedaan, ons kluizenaars eens te komen opzoeken,” sprak Francis op luiden gullen toon, terwijl +zij gemeenzaam zijn arm nam; “en nog wel in groot tenue.” + +</p> +<p>“Het feest van mijn kolonel, freule; en daarbij, ik ben om dienstzaken te Z. geweest en kon niet nalaten mij zelven het genoegen +te geven bij het terugkeeren de Werve te bezoeken!” + +</p> +<p>“Braaf! Maar gij treft het nu zoo slecht met de drukte. Daar komen waarlijk de Pauwelsen al aan, en de meester met de schoolkinderen. +Ik moet toch even mijn hoed en mantille afwerpen. Maak intusschen kennis met mijn neef Leopold van Zonshoven, die ook op de +Werve is aangeland, omdat hij te Z. moest zijn—echter niet voor dienstzaken, zoover ik heb kunnen nagaan.” En met die voorstelling +in ’t wilde liep zij het huis in, terwijl wij met den generaal en Rolf langzaam volgden. Kapitein Willibald, in zijne onberispelijke +militaire tenue, was een man van eene fijne, slanke gestalte en een innemend voorkomen. Hij was in vollen zin wat men noemen +kan <i lang="fr">un bel officier;</i> zijne manieren, zijn toon, zijne houding, alles in hem was onberispelijk; zoo men iets had willen aanmerken zou het dit zijn, +dat hij te mooi was voor een man. De fijne, lichtbruine kneveltjes, de als met een penseel afgeteekende wenkbrauwen, die de +heldere bruine oogen eer sierden dan beteekenis gaven, de blozende kleur, afgewisseld door een wit dat haast aan een damestint +deed denken, de volkomen regelmatigheid zijner trekken, alles was zoo zacht, zoo harmonieus, dat het een waar genoegen was +dit menschelijk gelaat aan te staren; en toch, er ontbrak iets aan, iets waarom een schilder van talent mogelijk geweigerd +<a id="d0e5655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5655">338</a>]</span>zou hebben zijn portret te maken. Het had geene uitdrukking dan die van joviale bonhomie; er was niets marquants in, niets +waaruit men een karakter kon opmaken; of het moest zijn iets weekelijks, dat mogelijk eene neiging tot sentimentaliteit verraadde, +iets dat teringlijders eigen kan zijn, en zijn geheele voorkomen deed er aan denken; maar hij scheen den leeftijd te boven +waarin de noodlottige kwaal het liefst hare offers kiest. + +</p> +<p>“Ik mocht u immers wel een kistje sigaren meebrengen, generaal?” sprak hij, hem dit aanbiedende. “Ik weet zoo precies wat +u graag rookt.” + +</p> +<p>“Wel zeker, beste jongen! Je doet er mij pleizier mee; men mag hier buiten wel wat provisie hebben. Wat zegt gij er van, Leo?” + +</p> +<p>“Ik schaam mij, omdat ik zoo niets voor u wist te bedenken; maar later hoop ik mijne revanche te nemen.” + +</p> +<p>“Ik wil niets van u, dan.... dat gij u verzoent met uw oom, den minister,” fluisterde hij mij in, en ik begreep maar al te +goed de bedoeling van dien eisch; maar ik behoefde niet te antwoorden, want Francis kwam binnen en aanvaardde met handigheid +hare taak als gastvrouw. Zij had nu de fameuse zwart zijden japon aan, die haar perfect kleedde, al was het merkbaar, waaraan +zou ik niet eens kunnen zeggen, dat zij er eenige modes mee ten achteren was. Rolf stond haar getrouw bij in het voordienen +van het déjeuner; want Frits had zijn post bij de deur, en die was geen sinecure. Het programma liep af, zooals Francis had +voorzegd. De schoolmeester, ook nog een oudje, die de voormalige traditiën volgden, kwam met een paar jongens verzen opsnijden, +die niet beter noch slechter waren dan in den regel diergelijke feestrijmen zijn, maar die hier minder dan gewoonlijk de <i lang="fr">mérite de l’à propos</i> hadden, want juist was er geen het minste rapport tusschen den jubilaris en hen, die hem dus kwamen fêteeren. De generaal +bekommerde zich nooit om de school, en ’t was Francis alleen, die, zooals ik later vernam, den armen ouden <a id="d0e5668"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5668">339</a>]</span>schoolmeester nog wel eens iets toestopte. Voorts kwamen de Pauwelsen, man, vrouw en kinderen, met gulhartige luidruchtigheid +hem, dien ze nog altijd “den landheer” noemden, geluk wenschen. Grootje was thuis gebleven; anders eene curiositeit, die het +huis van de Roselaers nog in vollen glans had gekend, en voorts enkele dorpelingen, die om de eene of andere reden den generaal +nog erkenden en dit op deze wijze toonden. Dit alles moest van waterchocolade en broodjes worden voorzien. + +</p> +<p>Francis had het druk, maar zij was kennelijk in haar schik de <i lang="fr">chatelaire</i> te kunnen spelen, en ik vond het een kansje haar zoo eens te kunnen gadeslaan. Complimenteus was zij met niemand, zelfs niet +met den burgemeester, die zich per extra-ordinaire ditmaal vertoonde, zeker om den logeergast wat meer van nabij te zien; +die banale beleefdheid, die sommige menschen drijft om charmant te zijn tegen iedereen en het tegendeel te zeggen van ’t geen +zij meenen, wist zij niet te oefenen, noch wilde dat; maar zij bezat <i lang="fr">la politesse du coeur</i>, en daarom ging alles haar natuurlijk en ongekunsteld af. De generaal pruttelde, want zijn gewoon déjeuner was een weinigje +gemankeerd; hij moest het met de algemeene tractatie, den kolossalen boerentulband en de broodjes doen. Francis maakte er +haar excuus over aan Willibald, terwijl zij er bij voegde, dat het diner alles goed zou maken, zoo zij hoopte. + +</p> +<p>“’t Is perfect zooals het is, freule! maar wat het diner betreft, ik kan niet blijven.” + +</p> +<p>“Gekheid! ik sta niet toe, dat gij heengaat.” + +</p> +<p>“Te vier ure komt het rijtuig om mij te halen; ik mag niet later dan zeven uur te A. terug zijn.” + +</p> +<p>“Daar is hier nog wel een stal; wij eten vroeg en gij komt maar een uurtje later te A.; of zijn ’t dienstzaken.” + +</p> +<p>“Ik kom van Z.; de dienstzaken zijn van ochtend afgedaan, maar om de waarheid te zeggen, ik heb met mijne vrouw eene uitnoodiging +voor eene soirée bij den kolonel!” +<a id="d0e5688"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5688">340</a>]</span></p> +<p>“Gij zult mij ernstig boos maken als gij niet blijft.” + +</p> +<p>“Dat zou mij spijten, want ik ben juist gekomen om u eene gunst te vragen die ik hoop dat gij zult inwilligen.” + +</p> +<p>“Ik willig niets in, dat weet gij vooruit, als ik mijn zin niet krijg.” + +</p> +<p>“Ja, gij zijt eene aartsdespote, dat weet ik nog vanouds; zoo zal ik er mijn hoofd maar onder buigen, want ik wil u in een +goed humeur brengen voor mijn aanzoek.” + +</p> +<p>“Dat’s dan afgesproken; en nu, laat me vooreerst aan de zorg voor alle deze goede lieden.” + +</p> +<p>Ik hoorde die twee samen haspelen zonder er mij in te mengen. De onrust die ik een oogenblik gevat had, toen ik haar dien +Willibald zoo hartelijk en gemeenzaam zag verwelkomen, was reeds voorbij: iemand waar Francis zoo mee omsprong, kon voor mij +niet gevaarlijk zijn. Ik heb geen lust, Willem! u die jolige en woelige feesture verder te beschrijven; tegen drie uur trok +alles af; de jubilaris had wat rust noodig en zocht zijne kamer. Rolf had nog van alles te bezorgen voor het diner, Francis +daarentegen beweerde, dat zij nu adem kon scheppen en dat zij nog een rustig half uurtje had te geven aan haar vriend Willibald, +dien zij, zooals vroeger, gemeenzaam onder den arm nam, als ware hij de dame en zij de cavalier geweest; ik wilde mijns weegs +gaan, maar zij riep mij toe dat de kapitein haar niets kon te zeggen hebben wat voor haar neef Leopold een geheim moest zijn. +Ik vond de onderstelling gewaagd, maar de kapitein verzekerde mij dat ik volstrekt geen <i lang="fr">fâcheux troisième</i> zou zijn, en zoo wandelde ik mee op naar den vervallen koepel, een uitgezocht rustpunt. + +</p> +<p>“En nu, <i lang="en">what’s the matter?</i>” zei Francis, zich tusschen ons in plaatsende. “Ik verleen audiëntie.” + +</p> +<p>“Het is allereerst een verzoek van mijn vrouw,” sprak hij met eenige verlegenheid. + +</p> +<p>“Nu! als ik daaraan voldoen kan....” + +</p> +<p>“Heel gemakkelijk. Zij wenschte zoozeer uwe kennis <a id="d0e5715"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5715">341</a>]</span>te maken, en vraagt, wanneer het u convenieert eens eenigen tijd bij ons te komen logeeren.” + +</p> +<p>“Het spijt mij dat ik het eerste verzoek van uwe vrouw moet afslaan, Willibald; maar het convenieert mij in ’t geheel niet,” +sprak zij ernstig; “ik laat mijn grootvader nooit meer alleen.” + +</p> +<p>“Welnu! wat verhindert den generaal....” + +</p> +<p>“Onmogelijk, wij hebben ons niet geretireerd om weer in de wereld te gaan.” + +</p> +<p>“Maar wij leven niet in de wereld; wij hebben ons ingericht op een goeden voet, dat is alles. Mijne vrouw houdt er niet van +en.... ze is nog altijd een weinig <i>timide</i>, en ik beloof u, dat gij geen menschen zien zult als gij niet wilt....” + +</p> +<p>“En de generaal! zou die ook geen menschen willen zien, denkt gij? vergeet niet dat gij te A. in garnizoen zijt en dat hij +er in een kring heeft verkeerd, waarin.... wij nu niet meer passen.” + +</p> +<p>“Och Francis! het grieft mij zoo dat gij u zelve zoo in de laagte zet,” zei de goedhartige man met tranen in de oogen. + +</p> +<p>“Ik zet mij waar ’t lot ons geplaatst heeft. Ik ben geresigneerd, Willibald! maak mij niet week door regrets op te wekken. +Maak het uwe vrouw duidelijk dat er geen onwil achter steekt; zeg alleen dat ik niet meer uitga en geen toilet meer kan maken.” + +</p> +<p>“Geen toilet! en gij ziet er zoo elegant uit,” sprak hij, haar met zeker welgevallen aanziende. + +</p> +<p>“<i lang="fr">Elégance démodée</i>; denk maar eens! ik had dezelfde zwart zijden japon aan toen ik voor het laatst met u gedanst heb, geheel <i lang="fr">à contre coeur</i>, want ik had heel wat anders in het hoofd.” + +</p> +<p>“Of het mij heugt! En hoe de dames zich daarover ergerden, die er later, naar ik vernam, eene amazone van gemaakt hebben!” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Connu</i>, de dames maken er al van wat zij willen, als zij eens aan ’t brodeeren zijn! Liegen schijnt geen <a id="d0e5751"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5751">342</a>]</span>kwaad als men zich maar amuseert, en de politie bemoeit er zich niet mee. Maar ’t geen gij nu ziet is ten minste genoeg om +u te doen begrijpen, dat het nu niet meer gaat.” + +</p> +<p>“Maar Francis!” kon ik mij niet onthouden in te vallen; “als ’t nu alleen op een toilet aankwam,—en gij het graag deedt,—dan +zou ik daar wel raad voor weten. In den Haag is men er zoo vlug mee....” + +</p> +<p>“Dankje, Leo! Als men het niet kan betalen, moet men het niet nemen, zelfs niet in den Haag! Ik vergenoeg er mij mee, en mijn +vriend Willibald moet er ook in berusten, want de weigering valt mij al hard genoeg, zonder dat er nog bij komt het verdriet +om er met hem over te discussieeren.” + +</p> +<p>Dit klonk beslissend. En de goede Willibald bleef verslagen zwijgen. Hij zuchtte en zag weer op haar met een droevig schouderophalen. + +</p> +<p>“Ik ben rijk, Francis, ik ben rijk omdat gij het zóó hebt gewild. Gevoelt gij dan niet welk een genoegen het mij zijn zou +als gij eens de <i>comfort</i> van mijn huis, van mijne fortuin mede wildet genieten?” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Brisons!</i>” zei Francis; “ik dacht dat gij mij heel wat anders hadt te vragen....” + +</p> +<p>“Ik heb ook nog wat anders te vragen, maar ik durf er nu haast niet mede voor den dag komen; mijne vrouw had u eene confidentie +te doen....” en de fijn voelende jonge echtgenoot werd eenigszins bleek. + +</p> +<p>“<i lang="fr">Le secret de la comédie!</i>” riep Francis glimlachend; “mag ik er eens naar raden.... eene interessante positie; er is een doopjurk noodig. Ongelukkig +borduur ik zoo slecht; ik kan op zijn best mijn dienst presenteeren om de luiers te zoomen.” + +</p> +<p>“Dat komt allemaal terecht zonder u, freule; maar.... er is eene peettante noodig, in de verte altijd.... en die mag geene +andere zijn dan gij; mijn kind zal Francis heeten, of het een zoon dan wel eene dochter is; dit moet gij mij toestaan.” +<a id="d0e5778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5778">343</a>]</span></p> +<p>“Wat zal dat arme kind aan zoo’n poovere peettante hebben!” + +</p> +<p>“Iets dat voor ons zeer veel beteekent. Het zal een naam voeren dien wij altijd in ’t geheugen wenschen te houden en die door +ons steeds met achting en dankbaarheid zal worden genoemd,” sprak Willibald met gevoel, haar de hand toestekende. + +</p> +<p>“Och! gij zijt een sentimenteele dweper, Willibald, dat heb ik altijd gezegd; maar ik wil niet alles weigeren.... het zij +zoo; alleen ik moet u waarschuwen dat mijn naam geen geluk aanbrengt.” + +</p> +<p>“Daar waag ik het op; ik ben niet bijgeloovig, maar—dan moet gij mij toch beloven het zelve ten doop te houden; daar hecht +ik aan, al zou ik met moeder en kind naar de Werve komen, om in uwe kerk....” + +</p> +<p>“Neen! neen! op één dag heen en weer zal ik het er nog wel uitbreken; wij moeten den zuigeling en het jonge moedertje niet +dérangeeren; ik voel nù al, dat tante zijn mijne vocatie is....” Zij sprak dat laatste lachende, maar het was een zwaarmoedig +lachje, en kennelijk voelde zij er meer bij dan zij uitsprak. + +</p> +<p>Willibald ook vatte het zoo op. “Francis! hoe zou ik wenschen u nog eens recht gelukkig te zien!” + +</p> +<p>“Welnu! wie zegt u dat ik niet recht gelukkig ben; oude freules, als zij goede tantes worden, hebben toch ook nog haar nut.” + +</p> +<p>“In elk geval zijt gij nog geen oude freule, Francis! al hebt gij altijd over mij voogdij willen oefenen als ware ik uw jongere +broeder....” + +</p> +<p>“Majoor Frans heeft geen leeftijd.” + +</p> +<p>“Dat wil zeggen, dat zij altijd kind is gebleven,” voegde ik haar toe; “en een kind dat altijd haar zin moet hebben of—zij +raakt uit haar humeur, niet waar kapitein Willibald?” + +</p> +<p>“Ah,” riep Francis lachend; “daar hoor ik weer mijn deftigen neef, jonker van Zonshoven, een allerlastigst mensch, Willibald, +waarmee ons garnizoen nu sinds <a id="d0e5801"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5801">344</a>]</span>eenige dagen is versterkt; hij ziet nergens tegen op; hij zou mij heel graag het commando ontnemen, en hij heeft al zijn best +gedaan om mij van mijn majoorsrang te degradeeren.” + +</p> +<p>“Integendeel! hij wil u verheffen en u op de plaats stellen waar gij hoort!” viel ik in. “Heb ik daar geen gelijk aan, kapitein +Willibald?” + +</p> +<p>“Groot gelijk! althans als gij slaagt,” zei Willibald nu ook lachend. + +</p> +<p>“Maar dat zal hij niet!” riep Francis; “ik verweer mij zoo goed als ik kan; wij haspelen den heelen dag, dat onderhoudt de +vriendschap en dat breekt zoowat de eentoonigheid.” + +</p> +<p>“Wij spelen <i lang="fr">qui perd gagne</i>,” zei ik; “maar de freule neemt het spel averechts op, zij is bang voor ’t verlies!” + +</p> +<p>“En de jonker zou mogelijk al heel weinig gebaat zijn met de winst!” + +</p> +<p>“Mij dunkt, dit is iets waarover hij toch zelf het best kan oordeelen,” zei Willibald. + +</p> +<p>“Neen! want hij tast in den blinde; zoo alles afgedaan ware met Majoor Frans te verslaan, laat ik het nog daar; maar daarmee +is nog niet uit den weg geruimd wat er mee samenhangt, en.... dat’s een Herculeswerk, waarbij ik, ik beken het voor u, Willibald, +die er genoeg van weet, waarbij ik mijn moed en kracht zie bezwijken.” Zij sprak in ernst, en ik begreep waarop zij doelde. + + +</p> +<div class="poem" lang="fr"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>“Du courage +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Dans l’orage; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Les amis sont toujours là,”</span></p> +</div> +</div> +<p>zong ik, haar met intentie aanziende. + +</p> +<p>“Ik geloof waarlijk dat hij het ondernemen zou als men het hem toestond!” zei Francis. + +</p> +<p>“Hij zou het ondernemen, zelfs al stond men het hem <i>niet</i> toe!” viel ik in. + +</p> +<p>“Nu, dan laat ik u in goede handen! Kapitein Willibald <a id="d0e5838"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5838">345</a>]</span>is mijn ridder, die desnoods den degen voor mij trekt,” riep Francis, terwijl zij hard wegliep, want zij zag Frits naar haar +toekomen, die haar door een wenk beduidde dat hij haar iets te zeggen had. + +</p> +<p>“Ik ben allermeest haar overwonneling,” zei Willibald met een zucht; “en om u de waarheid te zeggen, jonker! dat komt mij +heden al heel slecht te pas, want als ik dat diner hier moet bijwonen, kom ik te laat op die soirée en mankeer ik mijn kolonel. +En tegen u in vertrouwen gezegd, er is sprake van belangrijke mutatiën bij ons kader en ik heb eenige hoop majoor te worden, +een weinigje vóór mijn tijd zeker, en ik zou ’t als eene gunst moeten considereeren; maar toch zou ik ontzaggelijk graag hoofdofficier +zijn, te eer daar het eene verplaatsing ten gevolge zou hebben, die ook voor mijne vrouw zeer te pas zou komen.” + +</p> +<p>“Maar mijnheer! waarom dat alles dan niet aan freule Mordaunt gezegd; ik meende dat gij u slechts voor den vorm eenig geweld +liet aandoen.” + +</p> +<p>“Neen! ik meende het zeer ernstig; ik had alleen op een vluchtig bezoek gerekend, maar het zou onkiesch zijn geweest dit te +zeggen nu zij er zóó op aandrong.” + +</p> +<p>“Mijn beste Mijnheer Willibald, dat is eene zwakheid.” + +</p> +<p>“Dat weet ik maar al te goed; ik ben jammerlijk zwak als het haar geldt, en daarom is het heel gelukkig dat mijn vurige wensch +om haar tot vrouw te hebben niet is vervuld. Wij zouden elkaar ongelukkig gemaakt hebben. Zij heeft zoozeer de gewoonte aangenomen +om niet te cedeeren, en ik heb mij altijd voor haar gekromd; ik schaam mij niet het voor u te bekennen, want gij hebt het +zelf ondervonden,—als men haar niet toegeeft....” + +</p> +<p>“Om de waarheid te zeggen, die ondervinding heb ik nog niet gemaakt, en denk ik ook niet te maken....” + +</p> +<p>“Nu, dan moet gij op uw <i lang="fr">qui vive</i> wezen, jonker! dat waarschuw ik u; en ik maak u mijn compliment, als het u gelukt dien weg met haar te gaan, want zij voedt +<a id="d0e5857"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5857">346</a>]</span>minachting voor zachtmoedigheid, die zij voor zwakheid aanziet, en zij heeft hare redenen om toch al geen hoog gevoelen te +hebben van ons geslacht. Wat mij betreft, zij houdt wel van mij, maar telt mij heel weinig; de positie die ik had bij haar +grootvader, wien zij om goede redenen eenigszins bestuurt, de verplichtingen die ik aan haar had, alles heeft er toe geleid +om haar een overwicht te geven op mij, waarover ik, ook door de eigenaardigheid van mijn karakter, nooit heb kunnen zegevieren. +Maar geloof daarom niet van mij, dat ik zoo’n sukkel ben in den regel. Alleen met Francis moet men eene uitzondering maken, +ik ten minste. Ik ben haar veel verschuldigd; zij is van eene edelmoedigheid, van eene opofferende goedheid, die maakt dat +men haar liefhebben moet, zelfs al valt zij ruw uit; ik had arme familie, waarvoor ik als luitenant, al wilde ik mij zelven +nog zoo behelpen, niets kon doen; maar Francis, die toen nog meende fortuin te bezitten, had intusschen voor de mijnen gezorgd +zonder dat ik er iets van wist....” + +</p> +<p>“O! nu verwondert het mij niet meer dat gij goede vrienden met haar gebleven zijt, al heeft zij u afgewezen.” + +</p> +<p>“Zij heeft mij niet afgewezen. Zij heeft er voor gezorgd dat ik haar niet kon vragen! Het is hare gewoonte niet, de lieden +een blauwtje te laten loopen. Daarom werd er wel eens gezegd, toen zij nog in de wereld verkeerde, dat niemand haar <i lang="fr">au sérieux</i> nam. Dat is niet waar; maar zij zelve was serieus genoeg om ’t geen zij voelde komen den pas af te snijden, zoodat men ter +zijde gaat, <i lang="fr">battu et content</i>. Wat mij betreft, zij heeft mij den weg gewezen, dien ik gaan moest, precies den tegenovergestelden van dien ik toen wenschte +te nemen. Ik ben dien gegaan, omdat ik niet tegen haar op kon, en nu...” + +</p> +<p>“Hebt gij er berouw van?” + +</p> +<p>“In oprechtheid gesproken, neen! Ik ben gelukkig met mijne zachte jonge vrouw, die mij eene groote fortuin heeft aangebracht +zonder er zich iets op te laten <a id="d0e5873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5873">347</a>]</span>voorstaan, en die mij tot een gelukkigen vader zal maken naar ik hoop.” + +</p> +<p>“Als gij uw kleine Francis dan maar niet bederft, zooals gij het hare peettante hebt gedaan!” + +</p> +<p>“Dat’s heel wat anders: maar excuseer mij, jonker, ik stel te veel belang in mijne vriendin, mijne zuster zou ik haast moeten +zeggen, om mij niet eene vraag te permitteeren aan u.” + +</p> +<p>“Vraag, mijn besten kapitein! ik zal u in oprechtheid antwoorden.” + +</p> +<p>“Gij zegt, dat gij <i lang="fr">qui perd gagne</i> speelt met Francis; daar heb ik niets tegen; alleen, laat het spel niet te ernstig worden, of zóó ernstig dat gij uw levensgeluk +zoowel als het hare er bij inlegt. Gij hebt blijkbaar haar vertrouwen, hare achting gewonnen; dat is zeer zeker de weg naar +haar hart. Speel daar niet mee, ik smeek het u om harent, om uws zelfs wil. Daar is tusschen u en haar een losse, coquette +toon, die haar bevalt, dat weet ik wel, al kon ik dien niet tegen haar voeren, maar die mij eenigszins ongerust maakt.” + +</p> +<p>“Gij kunt gerust zijn, mijnheer! ik ben een eerlijk man en heb de zuiverste bedoelingen. Francis bedriegen! wie daartoe in +staat ware zou een laaghartige zijn. Zij is de oprechtheid en rondborstigheid zelve!” + +</p> +<p>“Ja, dat is zij; en daarom is alles wat naar <i lang="fr">cache-cache</i> lijkt haar tegen. En nu, vergun mij iets te zeggen.” + +</p> +<p>“Wat toch?” + +</p> +<p>“De generaal zei mij zoo <i lang="fr">en passant</i> met een enkel woord, dat gij geene fortuin hebt, maar groote verwachtingen, mits gij eenige <i lang="fr">souplesse</i> wist te toonen voor zekeren bloedverwant.” + +</p> +<p>“Dat is mogelijk. Waar bemoeit de generaal zich toch mee!” + +</p> +<p>“Met de toekomst van zijne kleindochter; en dat is hem wel te vergeven, dunkt mij. Gij moet weten, mijnheer! dat ik mij zoo +pas een paar dagen in het stadje Z. heb opgehouden. Ik heb daar over u hooren spreken.” +<a id="d0e5907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5907">348</a>]</span></p> +<p>“Dat is niet te verwonderen. Men is, geloof ik, nogal praatziek in dat stadje,” bracht ik uit; maar ik voelde dat ik bleek +werd. Mijn geheim mogelijk reeds verraden! “Wat vertelt men daar eigenlijk van mij?” vroeg ik, te stouter naarmate ik meer +ongerust was. + +</p> +<p>“Dat gij iemand zijt die reeds fortuin bezit, want men fluistert elkander in (ik laat die kleinsteedsche babbelarij en bemoeizucht +in hare waarde, dat spreekt vanzelf), dat gij hier in de provincie reeds groote possessies hebt en hier zijt om er nog meer +aan te knoopen. Nu vraag ik u, waarom weet men daar niets van op de Werve?” + +</p> +<p>“Ik ben hierheen gekomen om mijne nicht Francis te leeren kennen; gij zult mij toestemmen dat men het in zulk geval moeielijk +op hooren zeggen kan laten aankomen, vooral waar het freule Mordaunt geldt.” + +</p> +<p>“Dat is waar, en zelfs behoort er moed toe om zich heen te zetten over zekere anecdotes, die omtrent haar circulairen. Maar +ik verzeker u dat het verfoeielijke leugens zijn.” + +</p> +<p>“Ook heb ik niemand willen gelooven dan haar alleen. Maar mijnheer Overberg, dien ik daar ginds tot vriend had en die mijn +voornemen toejuichte, deed mij opmerken dat men in het stadje alles wilde weten van iedereen; als men niets te weten kon komen, +vond men uit. Ik moest bijgevolg eene reden opgeven voor mijn verblijf in deze streken. De ware, die Francis was, kon en wilde +ik niet avoueeren; ik liet het dus aan hem over iets te bedenken, dat aannemelijk was. Ik weet nauwelijks welk verdichtsel +hij uitvond. Moest ik dat ook hier nog colporteeren? Als ik eens met hoop van goede uitkomst de hand van Francis zal vragen, +behoeft het ook voor niemand meer een geheim te blijven, wat ik al of niet bezit. Is haar vriend met deze inlichtingen tevreden?” + +</p> +<p>“Hij zou neen zeggen om toch geen andere te krijgen, denk ik,” hernam hij met een melancholiek glimlachje. “Zij voor zich +is volkomen belangeloos, zij zal er niet op zien! maar toch is het waarheid dat zij geen man <a id="d0e5920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5920">349</a>]</span>zonder vermogen kán trouwen. Hoe dat ook zij, maak haar gelukkig als gij haar hart kunt verwerven<span id="d0e5922" class="corr" title="Bron: ">,</span> dat is alles wat ik verlang, en.... zij verdient het. Ondanks den schijn, die soms tegen haar getuigt, is het een der edelste +karakters die ik ooit heb leeren kennen, zelfs onder mannen en zij heeft daarbij niet <i lang="fr">les défauts de son sexe</i>, al mist zij dan ook zekere beminnelijke zwakheden, die er mee gepaard gaan. Ik ben adjudant geweest van den kolonel, van +’t oogenblik af dat deze het commando te Z. aanvaardde, en ik was spoedig in zijne intimiteit. Zoo heb ik Francis onder allerlei +omstandigheden leeren kennen; en, ik mag het zeggen, haar mogen ter zijde staan in lief en leed, en nooit heb ik haar zwak +gezien, nooit bezield door ijdelheid of zelfzucht, nooit haar zien terugtreden waar het een zwaren plicht gold.” + +</p> +<p>“<i lang="fr">Messieurs allez plus loin, l’empereur vous entend!</i>” declameerde Francis op schertsenden toon, terwijl zij van achter een vervallen muur optrad. “Ik heb niet willen luisteren, +maar ik heb toch verstaan.... Dat was eene heel mooie phrase, Willibald, die gij daar met zooveel emphase hebt uitgegalmd; +het scheelde niet veel of ik had u geapplaudisseerd zooals het <span id="d0e5933" class="corr" title="Bron: pupliek">publiek</span> zeker Hollandsch acteur als hij zijne <i lang="fr">phrases à effet</i> debiteert.” + +</p> +<p>“Gij weet het wel, freule, dat ik niet dan oprecht kan zijn, en zoo ik iets heb gezegd tot uw lof, ter waardeering van uw +karakter....” + +</p> +<p>“Was het zeker omdat onze vriend Leopold zijne bezwaren daartegen had ingebracht. Gelukkig is hij iemand die er aan hecht +uit eigen oogen te zien,” ging zij voort, haar sprekenden blik op mij vestigend, “en hij weet dat hem door mij althans geen +blinddoek zal worden voorgedaan; hij weet al genoeg van mij en heeft hier al het noodige bijgewoond om uwe panygeriek op hare +waarde te schatten. Doch ik heb er vrede mee; het is noodig voor de vriendschap dat men elkaar van alle zijden goed leert +kennen. Het spijt mij, dat ik ulieden zoo kom overvallen en twee minuten mijns ondanks voor <a id="d0e5943"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5943">350</a>]</span>luistervink speelde, maar ik kom u zeggen, Willibald, dat uw rijtuig voor is; wanneer wilt gij nu dat het terug zal komen?” + +</p> +<p>“Wanneer laat gij mij vrij?” vroeg hij eenigszins verlegen, en mij aanziende. + +</p> +<p>“U vrijlaten! <i lang="fr">c’est fort</i>, die getrouwde mannen verleeren alle galanterie.” + +</p> +<p>“Kapitein Willibald ziet er tegen op u te bekennen, Francis! dat hij eigenlijk niet blijven kan,” viel ik in. “Hij vreest +zijn kolonel te mankeeren en tegelijk zijne bevordering mis te loopen.” + +</p> +<p>“Is ’t een inval van Leo?” vroeg Francis, Willibald aanziende met haar snellen, onderzoekenden blik. + +</p> +<p>Hij kleurde waarlijk als een jong meisje. + +</p> +<p>“Neen freule! er zullen belangrijke mutatiën bij het kader plaats grijpen. ’t Is mij ingefluisterd dat ik wat kans heb majoor +te worden, bij keuze, want ik ben eigenlijk nog niet aan de beurt; alleen als ik de gelegenheid mis waarbij de kolonel mij +aan generaal H. zou presenteeren, dan....” + +</p> +<p>“Spreekt het vanzelf dat er geen kwestie kan zijn van u gunst te verleenen. Mijn hemel, Willibald! waarom hebt gij dat dan +ook niet gezegd toen ik u preste om te blijven?” + +</p> +<p>“Ik zag zoo duidelijk dat het u contrarieerde....” + +</p> +<p>“<i lang="en">Frailty thy name is man!</i>” declameerde Francis; “en dat bazuinde nog wel mijn lof, terwijl er zulk een offer werd gebracht!” riep zij met een licht +schouderophalen. “Wat een egoïstisch despootje moet ik zijn in uw oog, Leo!” + +</p> +<p>“Het komt mij voor dat mijnheer Willibald hier zelf de schuldigste is.” + +</p> +<p>“Daarvoor zal hij dan ook boeten!” riep Francis. “Hij zal niets meer genieten van al de delicatessen, die Rolf heeft weten +samen te brengen om zijn generaal te fêteeren. En gij, jonker! die zijn bondgenoot zijt, gij zult met mij de corvée deelen +om den dominé en den notaris <a id="d0e5973"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5973">351</a>]</span>aan tafel te amuseeren. Kom aan, Willibald! maak nu geene complimenten meer; een kort en goed afscheid, uw woord dat gij eens +weerkomen zult, en dan.... uitgerukt eer de generaal het merkt, anders komt die u ook nog ophouden.” + +</p> +<p>“Maar freule! zoo te échappeeren....” + +</p> +<p>“Dat neem ik op mij. En nu, <i lang="fr">en avant marche!</i>” + +</p> +<p>En zij liep alleen vooruit om Willibald tot spoed te dwingen. Wij bereikten dan ook <i lang="fr">sans encombre</i> het voorplein, waar Willibald in een allerliefst laag rijtuigje stapte, door een koetsier in livrei bestuurd. Toen hij weg +reed, bleef Francis naast mij op het perron staan en sprak met kennelijke voldoening: + +</p> +<p>“Ja wel, men heeft livrei! en wat een prachtige moorkop! Als de arme jongen zijn zin had gehad, zou hij nu geen équipage houden +en mijn slaaf zijn geworden.” + +</p> +<p>“Hij verdient werkelijk beter! Een door en door goed mensch, Francis!” sprak ik met een tintje van verwijt. + +</p> +<p>“Een engel van een mensch, dat weet ik beter dan gij; alleen.... engelen kan men in onze maatschappij zoo slecht gebruiken. +Men moet <i lang="en">a little devilish</i> wezen om er zich door te slaan. Toch Leo! ik zou hem te kort doen als ik u niet verzekerde dat er één punt is, waarop hij +vastheid weet te toonen: militaire eer. Ik heb eens tevergeefs getracht hem van een duel te weerhouden, en nog wel een duel +om mij. Ik had eene dame gebrutaliseerd, eene barones, eene gescheiden vrouw, die zich de airs gaf van slachtoffer en in ons +huis had weten binnen te dringen. Zij had mijn grootvader zoo ingepakt, dat de goede man er niet aan wist te ontkomen. Zij +had tot <i lang="fr">compère</i> zekeren Duitschen ridder, aan wien zij zeide geparenteerd te zijn; en dat paar leende elkaar de hand bij het spel. Grootpapa +werd afgezet, deerlijk afgezet. Ik raadde dat en begreep dat eene executie moest plaats vinden, <i lang="fr">en pleine société</i> om dat onkruid uit te roeien, en ik aarzelde niet die te volvoeren. Willibald stond mij trouw ter zijde, maar had gewild +dat ik het voorzichtig <a id="d0e6002"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6002">352</a>]</span>zou aanleggen; dan, gij begrijpt, voorzichtigheid en ik... <i lang="fr">Je n’y allais pas de main morte!</i> Ik betrapte de valsche spelers op heeterdaad en ontdekte ze voor aller oog, zoodat de dame in kwestie woest kwaad op mij +werd, maar zich moest retireeren. Haar vriend de chevalier, een soort van matamore, achtte het zijn plicht hare partij te +nemen en iemand uit te dagen. Die iemand was Willibald, omdat deze zich <i lang="fr">carrément</i> in zijn weg gesteld had, toen hij mij wilde beleedigen. Ik smeekte, ik drong Willibald, zich niet met den intrigant in te +laten, die stellig geen eerlijke partij zoude zijn. Het hielp niets, hij was onverzettelijk. Grootpa zelf, die liefst geen +<i lang="fr">esclandre</i> had gewild, moest berusten; de militaire eer scheen het te eischen. Ik stond doodsangsten uit en betichtte mij zelve dat +ik altijd ongeluk toebracht aan mijne vrienden. Willibald kwam op het terrein met zijne secondanten en vond er den geduchten +tegenstander niet. Het voorgenomen duel had natuurlijk veel opzien gebaard en de aandacht der politie gevestigd op den ‘Herr +Ritter;’ er werd door haar naar zijne antecedenten geïnformeerd, en hij werd nu herkend als een <i lang="fr">chevalier d’industrie</i> waarmee zij reeds vroeger had te doen gehad. Zoo ontkwam Willibald aan de eer om met dien bretteur den degen te kruisen; +maar hij had er door gewonnen in mijne achting. Men zou gedacht hebben, dat de <i lang="fr">beau monde</i> mij nu dank zou geweten hebben voor de uitdrijving van zulke intriganten uit zijn kring; toch niet. Het was Majoor Frans, +die het bedreven had, en <i lang="fr">sans égards</i> voor eene barones, die, al had zij zich met een <i lang="fr">chevalier d’industrie</i> gecompromitteerd, toch eene vrouw was van goeden toon, met uitstekend fijne manieren. Het was goed dat het gedaan was, maar +het had zóó niet moeten geschieden; en bovenal had Francis Mordaunt er zich buiten moeten houden, alsof er onder al die fijn +beschaafde heeren en dames één was, die den zedelijken moed zou gehad hebben om eene valsche speelster in de kaart te zien, +om niet te zeggen dat ik er de naaste <a id="d0e6025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6025">353</a>]</span>toe was, die mijn armen grootvader zag misleiden, zag plunderen.... Maar wat doe ik die oude histories op te halen! Ik hoor +al een rijtuig rollen; daar komen de gasten. Ziedaar Rolf in groot tenue, die zich in postuur stelt om voor ceremoniemeester +te spelen. Bravo, kapitein! neem het maar voor mij waar, want ik moet nog een weinig aan mijn toilet verschikken.” + +</p> +<p>En weg was zij, het huis weer binnen. + +</p> +<p>Daar de kapitein werkelijk in uniform was, met zijne Willemsorde op de borst, achtte ik mij verplicht om mij ook nog wat op +te knappen en maakte mij uit de voeten eer de gasten uitstegen. + +</p> +<p>Het diner was zooals men dat verwachten kon na de aanstalten die Rolf en Francis er te zamen voor hadden gemaakt. Eene bijzonderheid +trof mij: er was nu zekere ruimte van tafelzilver, zwaar ouderwetsch en met wapens voorzien. Ik begreep dat Francis met den +kapitein had samengespannen om het familiezilver terug te krijgen. En het goedhartige schepsel durfde er voor zich zelve geen +nieuwe zijden japon van nemen, die zij bepaald noodig had! Welk een genot zou het voor mij zijn, haar eens voor al die opofferingen +schadeloos te kunnen stellen; en zij, die wel niet droomde van zulke uitzichten, zat daar toch uiterlijk zonder smartelijke +préoccupatie en zelfs door hare vroolijkheid, door hare gulheid het gezelschap opwekkende om de vormelijke stijfheid te breken, +die sommige dezer lieden meenden te moeten aannemen. De verveling, waarmee zij mij gedreigd had, kwelde mij niet. Zij had +zich neergezet tusschen den dominé en mij; de notaris kreeg de eereplaats naast den generaal, en de ontvanger, die tegelijk +als postbeambte fungeerde, zat aan diens linkerhand; daarbij sloten zich een paar stevige heerenboeren aan, ouderlingen en +leden van den gemeenteraad, de eenigen onder de notabelen die tegen den burgemeester en vóór den generaal partij trokken, +zoo vaak er punten van verschil oprezen in hunne lilliputsche maatschappij! Kapitein Rolf zat <a id="d0e6033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6033">354</a>]</span>tusschen hen in, en verzuimde niet hen aan te moedigen den wijn eer aan te doen en hen opmerkzaam te maken op de exquise merken +welke hun werden voorgezet. + +</p> +<p>Dominé was meer opgewekt als gast aan tafel dan als prediker tegenover zijne gemeente. Hij bleek een drukke anecdotenkramer, +die Francis nogal eens stof leverde voor een uitval. Dames waren er niet: Francis had het vrouwelijk personeel in den ban +gedaan; of deze haar, dat weet ik niet recht uit te maken. + +</p> +<p>De zoon van de Pauwelsen, dezelfde die palfreniersdiensten deed bij het rijpaard van Francis, assisteerde nu Frits bij het +dienen. De oude knecht droeg ditmaal een livreirok, die mij aan een gemetamorphoseerde officiersjas deed denken. Was het dit +of iets anders, dat den goeden man ditmaal zoo stijf en plechtig maakte dat het mijne aandacht trok! Hoe dat zij, grijs geworden +onder de discipline, verzuimde hij zijne dienst niet, en alles liep flink en geregeld af, zooals in een huis waar orde en +goed beleid voorzitten. En toch was er veel wat mij pijnlijk aandeed en stof gaf tot nadenken. Een huis dat in puin dreigt +te storten en waar men feest viert! De zoon des huizes, die uitgedreven was en toch weergekeerd, zonder dat er een plaatsje +voor hem was aan den feestdisch van zijn vader; die mogelijk nu alweer in ’t gareel draafde van zijn halsbrekend beroep,—en +die vader, die hem niet miste, die hem bovenal niet terugwenschte! Ik kon niet nalaten den generaal aan te zien met de bijgedachte +aan Rudolf. De fijne <span id="d0e6039" class="corr" title="Bron: egoist">egoïst</span> was weder in zijn humeur geraakt. Zijn spijt over het echappeeren van Willibald, had hij spoedig verzet bij het genot zijner +lievelingsgerechten, waarmee hij werd gefêteerd, en hij bleek bij uitnemendheid de man voor het weelderige, gezellige leven. +Het scheen hem niet in ’t minst te preoccupeeren hoe de luxe van het onthaal was daargesteld; hij genoot die <i lang="fr">en fin connaisseur</i> en sprak er over met zijne gasten zonder eenige <i lang="fr">gêne</i>. Wat Francis betreft, zij kent hare plichten als gastvrouw en zij behoort tot <a id="d0e6048"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6048">355</a>]</span>die gelukkigen, die met buitengewone veerkracht bedeeld, even gemakkelijk op een gegeven oogenblik haar last en leed weten +te verzetten en van zich af te werpen, als die in den regel met kloekheid te dragen. Zij was <i lang="fr">en veine</i> van plaagzucht en wij kibbelden prettig, zij stootte aan met Rolf, die, zonder haar den titel te geven, een toast had geïmproviseerd +op zijn majoor. In ’t eind, wij amuseerden ons ieder op zijne wijze, en tot mijne voldoening tafelde men niet al te lang. +Omstreeks zeven uur liet Francis ons aan de sigaar. Ik durfde nu niet met haar ontsnappen. Zij liet koffie dienen, en daarop +noodigde Rolf ons in ’t priëel in den tuin; hij had kruidenwijn gemaakt, dien moesten wij proeven. Dat voorstel werd met toejuiching +begroet, en het was zoo kwaad niet gevonden. De gasten waren plakkers; de heerenboeren hadden hun wagentjes besteld tegen +acht ure. De generaal had zoo iets gemompeld van een partijtje billard, maar zij excuseerden zich; en dat was gelukkig, want +het billardlaken was in een deerlijken staat. Francis had vooruit elk spel geprohibeerd, en.... de tijd moest toch worden +omgebracht. Ik had altijd hoop Francis te zien opdagen, maar daar zij niet te voorschijn kwam, begreep ik dat zij zich teruggetrokken +had om uit te rusten. De dominé, die het eerst en te voet heenging, klaagde dat hij tevergeefs naar haar gezocht had om afscheid +te nemen. Eindelijk kwam Frits in alle plechtigheid aandienen dat het rijtuig vóór was, een zoogenaamd speelwagentje, met +solide leeren huif overdekt, waarin voor allen plaats was en dat aan een der notabelen behoorde. Daar de generaal een weinigje +zat te soezen, al wilde hij er niet voor uitkomen, was ik met Rolf mee gegaan om het gezelschap uitgeleide te doen. Daarop +excuseerde de kapitein zich bij mij en ging volgens gewoonte in de billardkamer zijne welverdiende rust nemen. Ik bleef nog +wat op het binnenplein rondloopen, besluiteloos of ik al dan niet het huis weer zou ingaan, toen ik op eens Francis zag aankomen +door de oude poort, die nooit meer gesloten werd. +<a id="d0e6053"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6053">356</a>]</span></p> +<p>Haar te gemoet te gaan en mijne blijdschap te betuigen dat ik het zoo trof, haar voor te stellen nu nog te zamen eens rond +te wandelen, was even schielijk gedaan als gedacht; maar voor eene wandeling was het te laat, voerde zij tegen. Zij zelve +was maar eens naar de boerderij geloopen om het grootje van de Pauwelsen wat lekkernijen van het diner te brengen; dát was +hare rust geweest. Maar zij wilde graag nog wat met mij den tuin in en een poosje praten op de bank van den vervallen koepel, +waar men zulk een mooi vergezicht had. Alleen moest zij eerst even omzien naar grootpapa. + +</p> +<p>“Die zit nog in ’t priëel te dommelen, en mij dunkt hij zit daar goed.” + +</p> +<p>“Ja, maar de avond is luchtig en.... Is Rolf bij hem?” + +</p> +<p>“Rolf haalt de schade in van de verloren siësta.” + +</p> +<p>Francis fronste de wenkbrauwen. “Grootpapa moest vandaag niet alleen zijn.” En zij verhaastte haar tred. “Zoudt gij gelooven, +dat ik den heelen dag zekere onrust heb gehad?” + +</p> +<p>“Gij! Men zag het u niet aan.” + +</p> +<p>“Dat moest er nog maar bijkomen!” + +</p> +<p>“En waarom die onrust?” + +</p> +<p>“Hebt gij dan niet wel eens aan Rudolf gedacht? Dat zou mij verwonderen.” + +</p> +<p>“Ik? Heel veel! Juist aan het diner, waar ik zijn vader zoo opgewekt zag, kwam hij mij telkens voor de verbeelding.” + +</p> +<p>“Maar ik dacht aan hem eer met onrust dan met medelijden, dat wil ik u wel bekennen. Ik vrees nog altijd een <i lang="fr">coup de tête</i> van hem.... Gij zijt zeker dat hij vertrokken is, niet waar?” + +</p> +<p>“Hij is zijn eigen weg gegaan, terwijl ik nog sliep en heeft zijne portefeuille laten liggen. Ik ga morgen naar A. om hem +uit te vinden.” + +</p> +<p>“Doe dat maar niet, want nu ben ik er zeker van dat hij weer zal keeren. Hij is mijn <i lang="fr">cauchemar</i>....” +<a id="d0e6086"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6086">357</a>]</span></p> +<p>“Dat blijkt uit alles. Ik weet het, gij hebt er reden voor; maar toch, zoo hard te zijn jegens een ongelukkige!” + +</p> +<p>“Zoo gij voor hem geleden en gestreden hadt zooals ik, zoudt gij denkelijk niet zachter over hem oordeelen. Men kan niet op +hem aan, ziedaar wat mij het meest in hem tegenstaat.” + +</p> +<p>“Dat is ook een leelijk gebrek, maar toch....” + +</p> +<p>“Dat mankeert er nog maar aan, dat wij samen kibbelen over dien man!” viel zij in met zoo zichtbaar verdriet en ongeduld, +dat ik mijn pleidooi opgaf, omdat ik haar juist nu niet meer wilde prikkelen. Mijn zwijgen echter nam zij als verwijt, en +daar had zij ook geen vrede mee. + +</p> +<p>“Zeg mij liever,” sprak zij op geheel anderen, bijna vleienden toon, “of mijn diner u bevallen is?” + +</p> +<p>“Gij zijt eene gastvrouw bij uitnemendheid, Francis! Ik zou u willen zien aan het hoofd van een huis dat perfect gemonteerd +was en....” + +</p> +<p>“En waar men het tafelzilver niet eerst behoefde te lossen als men gasten wacht,” viel zij in, wel wat ruw en bitter; maar +de bitterheid was bij haar wel te verklaren en te vergeven. + +</p> +<p>“Arme lieve! dat heeft u zeker een geducht offer gekost?” vroeg ik met deernis, want zij had tranen in de oogen. + +</p> +<p>“Wat vernedert kost altijd,” hernam zij. “Maar helaas! ik ben er al over heen; en wat het overige betreft, mijn zomertoilet +is er eene luchtspiegeling door geworden,” ging zij luchtiger voort. “Maar dat is het minste; ik was het den ouden man schuldig. +Ik had hem, gij herinnert het u nog wel, Leo! wat al te hard de waarheid gezegd over zekere zwakheden, en nu, op zijn verjaardag, +wilde ik daarvoor boete doen en hem eene verrassing bereiden, die wel doel getroffen heeft; grootpapa was er bewogen door, +en Rolf, goede ziel als hij is! heeft er het zijne toe gedaan; hij is er voor naar de <a id="d0e6105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6105">358</a>]</span>stad gereden en wij hebben het samen in stilte gepoetst. Frits mocht het natuurlijk niet merken.” + +</p> +<p>“Men zou wenschen u in de schuld te zien vervallen, om de beminnelijkheid waarmee gij die herstelt. Mij Francis! wien gij +niets schuldig waart, hebt gij zoo allerliefst verrast....” + +</p> +<p>“Beter gemeend dan uitgevoerd; het eerste het beste dat ik grijpen kon. Een souvenir aan den dag waarop gij voor goed mijn +vriend zijt geworden.” + +</p> +<p>Wij waren door het huis den tuin ingegaan; het was er reeds schemerdonker. Ik werd aangegrepen door een moed, die veel op +overmoed geleek; ik wilde op eens aan alle mijne aarzelingen een eind maken. Als ik schrijf: <i>ik wilde</i>, is dat niet juist uitgedrukt; er was iets onwillekeurigs, iets onoverlegds in mijne handelwijze, toen ik zacht mijn arm +om haar heen sloeg en alleen zeide: + +</p> +<p>“Uw vriend geworden voor goed? ik dank u voor dat woord, Francis! maar.... het is mij niet genoeg; sta mij toe meer voor u +te zijn, sta mij toe.” + +</p> +<p>“Meer zou te veel zijn,” viel zij in met zichtbare agitatie. “Ik bid u, Leo! wil berusten in ’t geen wij voor elkaar zijn +kunnen, en bederf die verhouding, die mij, als u, dierbaar is, niet door meer te willen, want dat kan toch niet zijn. Daarom, +beloof mij, beloof mij ernstig Leo! dat gij daar nooit weer van spreken zult!” + +</p> +<p>Zeker dat klonk als eene afwijzing en.... het scheen ernst. Maar de toon waarop zij die woorden uitsprak, getuigde van eene +ontroering, die zij niet kon of niet wilde verbergen; dit was toch heel wat anders dan hare koele, besliste verklaring op +de hei, waarmee zij den vreemdeling had willen afschrikken. + +</p> +<p>Ik vatte er moed uit om te vragen: “en waarom dan toch niet, Francis?” maar ik kreeg geen antwoord, zij trok driftig haar +arm uit den mijnen, en liep ijlings vooruit naar het priëel. Hetgeen zij daar zag deed haar een kreet slaken, en zelf stond +ik roerloos van schrik toe te zien, zoodra ik naderbij was gekomen. +<a id="d0e6124"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6124">359</a>]</span></p> +<p>Wij zagen Rudolf! Rudolf, geknield aan de voeten van zijn vader en diens handen kussende zonder dat deze het scheen af te +weren. + +</p> +<p>Wij meenden getuigen te zijn van eene verzoening, wij hadden ons deerlijk vergist. Rudolf zelf sprong op met een uitroep van +schrik en vertwijfeling, en sloeg zich voor het hoofd als een wanhopige. Francis, die in één vaart tot het priëel was doorgegaan, +riep hem toe: “Ik heb u gewaarschuwd! gij hebt uw vader den dood berokkend.” + +</p> +<p>“Neen, Francis! neen! hij is bewusteloos, hij is koud als een lijk; maar ik vond hem zóó; ik bezweer u bij alles wat mij lief +is, dat ik hem zoo gevonden heb.” + +</p> +<p>Werkelijk zat daar de generaal, stokstijf en onbewegelijk als een doode; zijn hoofd was op gedwongen wijze naar ééne zijde +gekeerd, en zou mogelijk dieper zijn neergevallen, zoo het latwerk van het priëel, nog maar weinig door de dunne bladeren +bedekt, het niet tegengehouden had; zijn gelaat zag blauw bleek, als ware hij geworgd; zijne oogen stonden strak en wijd open, +maar het was blijkbaar dat zij niet zagen; zijne gelaatstrekken waren akelig verwrongen; de armen hingen als verlamd langs +het lichaam; de hand die Rudolf losliet viel roerloos neer en was ijskoud, toen ik die vatte om te onderzoeken of de pols +was te vinden. Francis maakte zijn das en boord los, ontblootte den hals en wreef de slapen met eau de cologne, het eerste +wat zij terstond bij de hand had. Het bleek dat er nog leven was! de inwrijving met het scherpe geurige water scheen de reukzenuwen +aan te doen, er was geene volstrekte gevoelloosheid. Maar, er moest hulp zijn, oogenblikkelijke hulp. “Is er geen geneesheer +in de buurt?” vroeg ik. + +</p> +<p>“Niet ver het dorp in woont de chirurgijn die hier pas gekomen is!” antwoordde Francis. + +</p> +<p>“Dan vlieg ik er heen!” riep Rudolf met levendigheid. + +</p> +<p>“’t Is veel beter dat Frits gaat,” besliste Francis. + +</p> +<p>Zij had gelijk, en ik liep het huis binnen om den <a id="d0e6141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6141">360</a>]</span>ouden getrouwen Frits op te zoeken, en aan hem het geval mede te deelen! Ik begreep nu wat hem den ganschen dag zoo strak +en somber had gemaakt. + +</p> +<p>“De generaal een attaque!” riep hij met tranen in de oogen, “dan is hij geschrikt of heeft zich boos gemaakt, en—dat, dat +is mijne schuld!” + +</p> +<p>“Maar Frits!” + +</p> +<p>“Neen jonker, het is zooals ik zeg; ik had het niet moeten toelaten, maar kon ik.... ik, mijnheer Rudolf wegjagen, verklagen?” + +</p> +<p>“Neen, goede trouwe man, dat mocht gij niet; maar nu—weet te zwijgen en haast u.” + +</p> +<p>“Dàt zult gij zien!” en hij ijlde weg met een spoed of er jeugdige kracht was gevaren in zijn oude beenen. + +</p> +<p>Toen ik terugkeerde lag de generaal nog altijd zonder kennelijk bewustzijn in dezelfde houding; er had zeker eene heftige +woordenwisseling plaats gevonden tusschen Francis en Rudolf, waarbij deze de nederlaag had geleden, want ik vond hem achter +het priëel verscholen tegen een boom geleund, en zich het gelaat bedekkend in stomme, radelooze smart. + +</p> +<p>“Tranen en handenwringen baten nu niet,” duwde Francis hem toe, “help mij liever om hem te vervoeren!” + +</p> +<p>“Mag ik?” riep hij als opgewekt uit zijne vertwijfeling. + +</p> +<p>“Het kwaad is immers nu toch geschied! Breng hem over, eer hij bijkomt; Leo zal u wel helpen.” + +</p> +<p>“Dat is niet noodig; hij is <i>mijn</i> vader en het is mijn recht,” riep hij bijna woest, trad toe en vatte den grijsaard op met de omzichtigheid, maar tegelijk +met de zekerheid van iemand voor wien het een lichte last moest zijn. Hij nam hem op de beide armen, en hij liep er zoo vlug +en vast mee voort, dat wij moeite hadden hem bij te houden. Bleek als de patiënt zelve volgde Francis en wees de groote zijkamer +aan als de voorloopige rustplaats. + +</p> +<p>“Ware het niet beter in eens door, naar zijne slaapkamer, <a id="d0e6168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6168">361</a>]</span>op zijn bed?” vroeg Rudolf, en hij besteeg alreeds den eersten trap. + +</p> +<p>“Maar dat zal u onmogelijk zijn!” voerden wij beiden tegen. + +</p> +<p>Rudolf antwoordde alleen met voort te gaan en bereikte de eerste verdieping, waar van ouds de generaal zijn logis had. Francis +haastte zich de deur van de slaapkamer open te doen, en binnen eenige minuten lag de bewustelooze op zijn bed, nog altijd +met de starende oogen, die niet schenen te zien. + +</p> +<p>“God lof, we zijn er!” sprak Rudolf met zijn heesche stem, nu op een stoel neerzinkende. “Ik heb wel sterker <i lang="fr">tours de force</i> gedaan, maar geen waarbij mij het hart zoo heeft geklopt.” Francis dankte hem voor zijne hulp. + +</p> +<p>“Mag ik hier blijven tot hij weer bijkomt?” vroeg hij ootmoedig. “Verscholen aan deze zijde van het ledikant, kan hij mij +onmogelijk zien.” + +</p> +<p>“Gij kunt nu niet heengaan, dat gevoel ik; maar wij moeten Rolf laten roepen, en als die komt en u ziet....” + +</p> +<p>“Als hij opschudding maakt, draai ik hem den hals om; doodeenvoudig.” + +</p> +<p>Ik vond het eenvoudiger Rolf vooruit te gaan waarschuwen en tot stilzwijgen en toegeefelijkheid te stemmen; ik had medelijden +met den armen man, dat ik hem met zulke tijding uit zijne feestelijke stemming moest opschrikken. Ik vond hem nog zoo dommelig +en zoo beneveld, dat ik moeite had hem aan ’t verstand te brengen wat er gaande was. Toen hij mij eindelijk begreep, meende +ik dat hij zelf eene beroerte zou krijgen van smart en ergernis, en zonderling, de laatste was nog heftiger dan de eerste. + +</p> +<p>“Wat doet <i>die</i> hier? Hij brengt altijd ongeluk aan. Maar dat kan hem niet schelen; hij ontziet zich toch niet zijn dwaze invallen uit te +voeren, al zou hij er ook Francis ongelukkig door maken en zijn vader vermoorden.” Ik bracht hem onder ’t oog dat een man +op den leeftijd van den generaal, na een copieus diner zooals <a id="d0e6192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6192">362</a>]</span>het zijne was geweest, nog gevolgd door het druk gebruik van kruidenwijn in de open lucht, heel licht een aanval van beroerte +had kunnen krijgen, zonder verdere bijkomende omstandigheden; maar evenals Francis hield hij vol dat er zonder Rudolf niets +gebeurd zou zijn; daarenboven beweerde hij dat hij zijn krijgsmansplicht verzuimde, zoo hij geen kennis gaf aan de bevoegde +autoriteiten en “den deserteur” liet arresteeren! + +</p> +<p>Het kostte mij werkelijk eenige moeite hem van dit <i lang="fr">idée fixe</i> af te brengen en te doen verstaan dat er een hoogere plicht was, die der menschelijkheid, en dat deze hem gebood, den zoon +niet te weren van zijns vaders ziekbed, dat mogelijk een sterfbed kon zijn; dat freule Mordaunt zelve haar oom gastvrijheid +had verleend, en dat het aan ons was om het smartelijk familie-geheim te eerbiedigen en te zorgen dat master Smithson weer +in veiligheid kon aftrekken. Deze voorstelling bleek doel te treffen, en Rolf was toch innerlijk te goedhartig om te doen +wat hij overluid riep dat zijn militaire plicht was, tenzij de generaal zelf het uitdrukkelijk begeerde. + +</p> +<p>Toen ik nu, vergezeld van Rolf, weer de ziekenkamer binnenging, vonden wij er reeds den dorpsgeneesheer, die van een patiënt +in de nabuurschap terugkeerde en dien Frits gelukkig had ontmoet. + +</p> +<p>Hij achtte den toestand zorgelijk en een lating hoog noodig, had zijn lancet bij zich en wenschte de operatie onverwijld te +volbrengen. De patiënt moest ontkleed worden; Frits en Rolf strekten hem gewoonlijk tot kamerdienaar. Ik leidde Francis ter +zijde in een kabinetje waar ook Rudolf zich verscholen hield in ademlooze spanning over de uitspraak van den chirurgijn. Francis +liet ons samen, om haar zijden japon te verwisselen met een négligé. Door de deur, die wij op een kier hadden gelaten, konden +Rudolf en ik alles waarnemen wat er met den patiënt voorviel. Toen hij bijkwam, vroeg hij met eene zonderling veranderde stem, +met eene stamelende tong, naar Francis; toen zij kwam, nog voor men <a id="d0e6203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6203">363</a>]</span>haar had kunnen roepen, deed hij haar op verwarden en verwilderden toon vragen, die de geneesheer voor koortsachtig ijlen +aanzag, maar waaruit het voor ons overigen duidelijk bleek, dat hij Rudolf gezien en herkend had en ook nu bij zijne kennis +was, daar hij ondanks alles zorgde geen naam te noemen. + +</p> +<p>“Men moet den patiënt de meest mogelijke rust verzekeren, anders krijgen wij hersenkoorts,” besliste de jonge geneeskundige +eer hij heenging, door Frits vergezeld, die ter wille van den spoed op de medicijnen zou blijven wachten. + +</p> +<p>“Zou het u rust geven den persoon te zien dien ge straks hebt aangeduid?” vroeg ik den generaal, toen wij alleen onder huisgenooten +waren. + +</p> +<p>“Neen, neen! ik weet dat hij er is, hij moet gaan, hij moet mij niet onder de oogen komen, of ik vervloek hem!” + +</p> +<p>Het werd stamelende en met moeite uitgebracht; maar toch bitter en dreigend, kennelijk met volkomen bewustheid. Wij hoorden +een luiden snik; Rudolf had verstaan! + +</p> +<p>Het werd noodig hem te verwijderen. + +</p> +<p>Rolf zou dien nacht met Francis blijven waken; ik voerde Rudolf weg; de forsche man wankelde op zijne voeten, ik moest hem +steunen. + +</p> +<p>Toen wij mijne kamer bereikt hadden, viel hij als een verslagene op de sofa neer! “’t Is gedaan, ik had niets beters te hopen +noch te wachten, niets beters verdiend ook!” en hij schreide als een kind. + +</p> +<p>“Francis had toch gelijk, gij hadt niet moeten weerkeeren tegen uwe belofte.” + +</p> +<p>“Ik ben niet weg geweest! Frits heeft mij betrapt toen ik den tuinmuur wilde overklimmen, en ik moest mij bekend maken om +alarm te voorkomen, want hij hield mij in ’t eerst voor een dief. Daarop bood hij zich aan, mij in een der ongebruikte benedenkamers +te verbergen, die op den tuin uitzag. Ik zou er mijn vader <a id="d0e6223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6223">364</a>]</span>mogelijk kunnen gadeslaan zonder dat deze het bemerkte, en zoo is het ook geschied. Toen zijne gasten heengingen en gij zelf +hem alleen liet, nam ik de gelegenheid waar om uit mijn schuilhoek weg te sluipen en hem te naderen, daar ik meende dat hij +ingeslapen was. Het blijkt dat hij mij heeft herkend, en dat alleen de machteloosheid van zijn toestand hem belet heeft mij +te verdrijven. Nù heb ik er genoeg van, nu ga ik voor goed. God zegene hem, dat hij nog moge herstellen! God sterke Francis.” + +</p> +<p>Maar ik liet hem zoo niet gaan. Ik hield hem dien nacht bij mij, bij de mogelijkheid dat er verandering kwam in den toestand, +in de gezindheid van den patiënt; ook wij brachten dien nacht te zamen wakende door. Van tijd tot tijd ging ik informeeren +naar den lijder; tegen den morgenstond, toen wij de zekerheid hadden dat er een diepe, rustige slaap was gevolgd, kon Rudolf +meer <span id="d0e6227" class="corr" title="Bron: geruststellend">gerustgesteld</span> aftrekken; ik deed hem een eind wegs uitgeleide en beloofde hem op de hoogte te houden van ’t geen op de Werve voorviel; +hij gaf mij ’t adres van Mr. Richard Smithson en hij scheidde van mij met hartstochtelijke uitdrukkingen van dankbaarheid +voor het weinigje belangstelling dat ik hem had kunnen betoonen. + +</p> +<p>Ik had van Rudolf von Zwenken wel niet mijn vriend willen maken, maar ik beklaagde hem diep en ik had de overtuiging gekregen, +dat hij bij een forsch lichaam een zwak karakter had, maar gansch geen kwaad hart, en op dat punt de betere was van den vader, +die hem uitstiet. Francis had gelijk: die zwakheid en dat gebrek aan wilskracht, waardoor men niet op hem rekenen kon, waren +tegelijk de hoofdoorzaken van zijn diepen val. Hetgeen den generaal overkomen was, kon eene waarschuwing genoemd worden, waarvan +hij welhaast weer goed bekwam, doch er bleef zwakte en verlamming van armen en beenen na en de convalescentie vorderde langzaam. +Ik moest in die dagen van kommer en onrust Francis ter zijde blijven en mocht haar menigen last <a id="d0e6232"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6232">365</a>]</span>helpen verlichten. Ik mocht wel eens een nacht wakens voor haar overnemen, of den lijder gezelschap houden als zij afgetobt +rustte of zich wat verfrischte in de vrije lucht. Een van beiden moesten wij altijd in de ziekenkamer zijn, want Rolf was +meer een goedhartig vriend dan een verstandig ziekenoppasser. Op straffe van instorten was den herstellende onthouding opgelegd +van datgene waar hij als een groot kind naar hunkerde, en de kapitein was onverstandig genoeg om hem in te willigen wat niet +diende. Er moest iemand wezen om beiden in ’t oog te houden, en Francis was mij innig dankbaar dat ik bleef, al begreep zij +nauwelijks hoe ik deze afzondering voor lief nam, hoe ik het met mijne bezigheden schikte om weken aaneen uit mijne woonplaats +afwezend te zijn. Zij kon wel niet weten dat ik geen gewichtiger bezigheid had dan haar gade te slaan en haar hart te winnen. +Ik wendde voor dat mijn schrijfwerk overal evengoed was te verrichten. Daar zij mij soms pakketten zag verzenden, hield zij +zich met die uitlegging tevreden, en bewonderde zeker in stilte meer dan ik het verdiende mijne zelfverloochening. Zelve was +zij subliem van vrouwelijk devouement; zij had ondanks alles haar grootvader lief, zij vergat alle groote offers, die zij +hem had gebracht, en had gemoedsbezwaren over de lichtere grieven die zij hem had aangedaan. Toen hij in levensgevaar verkeerde, +trof ik haar soms geknield voor zijn ziekbed, hem vergiffenis smeekende voor hare hardheid en onwillekeurige vergrijpen, en +toch, toen hij herstelde zag zij zelve in, dat zwakheid en toegevendheid hem niet dienden. Gedurende zijne ziekte raakte ik +beter op de hoogte van zijne zaken en zijn bedrijf, dan het door jaren samenlevens had kunnen geschieden. In een helder oogenblik +had hij mij opgedragen brieven en berichten die er voor hem komen mochten in te zien. Ik kreeg de zekerheid van gevaarlijke +speculaties, de zekerheid dat hij nòg schulden maakte achter Francis om. Toen hij begon te herstellen, achtte <a id="d0e6234"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6234">366</a>]</span>ik het mijn plicht hem in eene rustige ure daarover ernstig te onderhouden en te doen inzien welke jammer hij over Francis +bracht als hij dus voort ging. Hetzij dat het de overblijvende zwakte was die hem week en gevoelig maakte, hetzij hij werkelijk +in de lange slapelooze nachten, waarin hij roerloos, maar toch met volle bewustzijn, neerlag, bij zich zelven reeds zulke +overwegingen had gemaakt, hij beleed schuld; al schoof hij zijne verkeerde handelwijze op den wensch om Francis langs dien +weg eenige fortuin na te laten; maar hij beloofde mij dat alles voor goed af te snijden en wist geen ander redmiddel dan het +verkoopen van de Werve op de meest gunstige voorwaarden. Het begon dan ook hoog tijd te worden voor dit einde. Overberg, door +mij telkens tot geduld aangemaand, had nog uitstel gegeven tot de generaal weer op de been was; maar van Beek in zijne kwaliteit +van executeur drong op definitieve beslissing aan; en ik was nog altijd niet zeker van Francis, ik had nog altijd het beslissende +voorstel niet durven wagen! Zwakheid, zult gij zeggen. Neen! toch niet, kieschheid, verschooning, opzien daarenboven tegen +een einde dat haar en mij scheiden kon, terwijl ik wist haar nog zoo noodig te zijn. Er stak niets vreemds in, dat ik mijne +nicht bijstond in de ziekte van mijn oudoom; maar zoo haast die nicht mijne verloofde zou zijn, gebood de convenance dat ik +mij verwijderde; en juist omdat het Francis Mordaunt gold, wilde ik niet tegen dien vorm zondigen, al haalde ik als zij over +kleingeestigheid de schouders op; daarbij, hoezeer ik nauwelijks twijfelde of zij mij liefhad, hoezeer ik mijn invloed op +haar als met den dag zag toenemen, hoezeer ik hare achting, haar volle vertrouwen genoot, er kon iets in den weg zijn dat +haar deed opzien tegen een huwelijk, met wien ook; en zoo haar: “Spreek er niet meer van,” ernstig gemeend was omdat zij zelve +eene beslissende weigering wilde voorkomen, dan moest ik mijn tijdstip om dit verbod te overtreden, en op een “ja” of een +<a id="d0e6236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6236">367</a>]</span>“neen” aan te dringen, wèl goed kiezen; want zoo het <i>neen</i> ware, de gedachte alleen, dat het “neen” zou kunnen zijn, bracht mij eene rilling over de leden. Als het neen ware, moest +ik troosteloos heengaan en haar reddeloos opgeven! daarom bleef ik aarzelen en zwijgen, al spraken ook mijne blikken, al wilde, +al kon ik mijne genegenheid voor haar niet verbergen, al kostte het mij strijd mij niet door hartstocht te laten overweldigen! +Daarbij, wij waren in zekeren zin gelukkig, zooals het nù was, en er was iets verlokkends in, zich zoo op den stroom te laten +afdrijven, en zonder omzien of vooruitzien het tegenwoordige te genieten. De generaal zag vooruit op zijne wijze, ik kreeg +er de zekerheid van; hij gaf mij telkens met zekeren aandrang te verstaan, dat ik mij met mijn oom den minister behoorde te +verzoenen en dat ik daartoe naar den Haag diende terug te keeren zoo haast ik Francis had voorbereid op den verkoop van de +Werve aan den bezitter van de Runenberg. Ik verzekerde hem dat ik wel kans zag Francis te doen berusten in het <i lang="fr">fait accompli</i>; maar dat ik het niet goed achtte de kwestie vooraf met haar te overwegen, dat ik dien dag naar Z. moest voor mijne eigene +zaken, en als hij ’t goed vond zijne schriftelijke toestemming aan Overberg zou ter hand stellen, opdat deze verder die zaak +kon regelen, en dat ik daarna voor korten tijd naar den Haag zou terugkeeren in mijn eigen belang. Nader verkoos ik mij voor +dat oogenblik niet te verklaren. Ik had zijne vergunning niet te vragen om mij aan Francis te declareeren, en was vooruit +overtuigd van zijne toestemming als haar antwoord aan mijn wensch voldeed. Hij scheen mijne bedoeling te vatten en stak mij +de hand toe met ongewone hartelijkheid; ik zag tranen in zijne oogen. + +</p> +<p>Een voorwendsel voor mijn toertje naar Z. behoefde er niet gezocht te worden tegenover Francis. Zelve begreep zij, dat ik, +nu de generaal weer op de been was en aan haar arm reeds een paar malen door den <a id="d0e6246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6246">368</a>]</span>tuin had gewandeld, mijne onmisbaarheid niet langer kon aanvoeren als motief om op de Werve te blijven, en tegelijk dat ik +vóór mijn vertrek nog wel een en ander in de naburige stad had te doen. Eerst in den laten avond kon ik naar de Werve terugkeeren. +Overberg was zeer in zijn schik mij te zien en met mij te kunnen aboucheeren. De wettische van Beek stond gereed om het opgeheven +wraakzwaard te laten neervallen en was nauwelijks meer daarvan terug te houden. Er lagen bij Overberg stapels van gezegeld +papier ten laste van den generaal: de verschenen renten van de verschillende hypotheken, die sinds zes maanden onbetaald waren +gebleven. Het was een desolate toestand, waarvan ik u het tafereel kan besparen. Overberg zou nu aan van Beek schrijven, dat +de afstand van de Werve zou doorgaan, hoogst waarschijnlijk tegelijk met het huwelijk, en ik, in de verwachting dat de praktizijns +ons nu wel een paar dagen met vrede zouden laten, keerde terug naar het kasteel, dat ik nu met heel andere oogen aanzag dan +bij mijne eerste komst. + +</p> +<p>Ik bracht eenige kleinigheden thuis, waarmee ik den generaal en Rolf wist pleizier te doen, en had eene eenvoudige <i lang="fr">parure</i> voor Francis gekocht, daar de diamanten die ik haar als bruidstooi wilde aanbieden nog niet <i lang="fr">de raison</i> waren. + +</p> +<p>Ik meende mijn cadeautje te gebruiken als een aanloopje om dat belangrijke onderhoud met haar te hebben, dat mij al zoo lang +op het hart lag. Maar ik vond haar dien avond zóó gedrukt en zij zag er zóó bleek uit, dat ik, om een glimlach en een blos +op dit strak en droevig gelaat terug te brengen, het <i lang="fr">écrin</i> nu maar <i lang="fr">sans façons</i> voor haar neerzette als eene welkomst uit de stad, in ’t bijzijn van den generaal en Rolf; zoo was het eene aardigheid <i lang="fr">sans conséquence</i>, die zij in geen geval behoefde af te wijzen. De blos kwam werkelijk even, maar de bedruktheid nam dermate toe, dat ik tranen +zag blinken toen zij mij de hand drukte. Daarop verliet zij ijlings <a id="d0e6267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6267">369</a>]</span>het vertrek, en wij zagen haar niet weder terugkeeren; de generaal ging nog vroeg ter ruste, en om niet met Rolf alleen te +blijven zitten, volgde ik hem onverwijld; maar ik voelde mij zoo beklemd, of de neerslachtigheid van Francis op mij afgaf. +Waarom had zij mijn geschenk niet vroolijk en schertsend opgenomen, zooals zij meest alles opvatte? Zij, die zich zoo kloek +en kalm wist te houden onder de meest schokkende omstandigheden! Ik kon niet inslapen van al de waaroms, die bij mij opkwamen, +waarop ik geen antwoord wist te geven, en die mijn moed verlamden, mijne hoop deden versagen. Eerst laat in den nacht sliep +ik in en had zware bange droomen, waarin Francis onder allerlei gestalten tergend rondom mij zweefde, zonder dat ik haar toespreken +of bereiken kon. Vast besloten niet weer zoo’n nacht door te brengen, trad ik de ontbijtkamer binnen. Allen waren reeds bijeen. +Ik vond Francis iets meer opgewekt; zij vertelde aan den generaal, dat zij een brief had gekregen uit U, van Dr. D., met het +bericht, dat de patiënt waarvoor zij zich interesseerde in beterschap toenam en dat er hoop was op herstel. Al sprekende vouwde +zij de beide handen op de borst en hief de oogen ten hemel, als met eene onwillekeurige beweging van dankbare blijdschap; +maar haar grootvader was vrij wat minder getroffen. + +</p> +<p>“Het lijkt wel naar u daarover zoo verrukt te zijn,” sprak hij, de schouders ophalend, en om schielijk van ’t apropos af te +stappen, vroeg hij aan Rolf, of hij niet uit visschen dacht te gaan en of er kans was op een zoodje waterbaars. + +</p> +<p>Francis was al opgestaan zonder naar het antwoord te luisteren. Ik had haar te veel te zeggen om nu onverschillige woorden +met haar te wisselen en liet haar aan ’t geen zij de “menage” noemde, vast besloten haar daarna uit te noodigen om samen eene +fiksche wandeling te doen, en daarbij dat onderhoud met haar te voeren, dat beslissend moest zijn. Zij hield van de frissche +lucht, <a id="d0e6273"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6273">370</a>]</span>en wij waren nergens vrijer en meer zeker ongestoord te blijven dan in het bosch op de gronden rondom het kasteel. + +</p> +<p>Ik verbeeldde mij, dat ik een weinigje toilet moest maken; maar toen ik beneden kwam vernam ik van Frits, dat de freule zich +kleedde en uit zou rijden. + +</p> +<p>Werkelijk zag ik den jongen Pauwels met haar gracieus rijpaard voorkomen, en eenige oogenblikken later verscheen zij zelve +in amazone, zooals ik haar het eerst had gezien; maar nu droeg zij toch een bevallig rond hoedje met eene donkerblauwe voile, +dat haar allerliefst stond. + +</p> +<p>“Offer mij voor ditmaal uw wandelrit op!” vroeg ik haar met die zekere forschheid, waaronder ik mijne zenuwachtige gejaagdheid +trachtte te verbergen, zonder daarin goed te slagen. + +</p> +<p>Zij zag mij aan met wat schuchtere verbazing, verbleekte en zweeg, terwijl zij met haar karwatsje speelde. + +</p> +<p>“Gij kunt immers een uurtje later uitrijden,” voegde ik er bij, een weinigje meer dringend. + +</p> +<p>“Neen, want ik heb een verren toer te doen, zoodat ik mij zelfs haasten moet, wil ik dien voor den eten afleggen.” + +</p> +<p>“Dan moet gij dien verren toer uitstellen tot morgen Francis!” sprak ik ernstig, “’t Is voor het eerst dat wij weer eens rustig +samen kunnen uitgaan na de ziekte van uw grootvader; weiger mij dit nu niet.” En de blik waarmee ik haar aanzag moet mijns +ondanks iets uitgedrukt hebben van de hoop en vrees die mij bezielden, want ik zag haar weifelen, toen zij antwoordde met +wat gedwongen spijtigheid: + +</p> +<p>“Gij hebt er altijd pleizier in mijne plannen te derangeeren.” + +</p> +<p>“Niet uit willekeur, Francis, geloof mij; maar ik heb er eene goede reden voor: ik zal het u morgen misschien niet meer kunnen +vergen.” +<a id="d0e6293"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6293">371</a>]</span></p> +<p>“Zoo; dat klinkt dreigend,” hernam ze met een poging om te glimlachen, die haar niet al te goed gelukte. “Welnu, het zij zoo!” +En zij wierp haar karwats weg met dien zekeren onwil van een officier die zijn degen aflegt om zich gevangen te geven; “maar +dan moet gij wachten tot ik eene andere japon heb aangetrokken, want in amazone wandelen met u dat gaat niet.” + +</p> +<p>Daarop gaf zij order om Tancred op stal te brengen en liep het huis in. + +</p> +<p>Zoo zij bezield werd door de gewone vrouwelijke kwelzucht, liep ik groot gevaar lang te wachten! Eene coquette had zeker niet +gemankeerd den onvoorzichtige, die haar in een voornemen dwarsboomde, daarvoor duchtig te laten boeten; maar het bleek wel, +dat zij boven die kleingeestige damesmanieren verheven was, want zij kwam heel spoedig terug en had alleen den lastigen sleependen +amazonerok verwisseld voor een kort, licht kleedje, dat minder hinderlijk was bij de wandeling. Het hoedje en het jackertje +had zij behouden, en zij trad vlug en besloten naar mij toe, terwijl zij vroeg: + +</p> +<p>“En waar gaan wij nu heen?” + +</p> +<p>“Maar.... mij dunkt het bosch in.” + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk, het is er nu heerlijk; wij kunnen wandelen tot het <i lang="en">rond-point</i> en daar rusten.” + +</p> +<p>Zoo gingen wij een eind weg de groote laan door die naar het bosch voerde; zwijgend, juist omdat wij elkaar zooveel te zeggen +hadden. + +</p> +<p>Ik was besloten te spreken, maar nog niet met mij zelven eens hoe ik zou aanvangen, toen zij begon: + +</p> +<p>“Ik kan u mijn wandelrit wel opofferen, Leo! maar niet de plichten die er mee in verband staan.” + +</p> +<p>“Geloof van mij, Francis! dat ik u nooit in den weg zal zijn als het de vervulling van plichten geldt; integendeel, gij kunt +op mij rekenen om u daarbij te steunen en te sterken.” + +</p> +<p>“Ik heb daartoe geene hulp noodig. Ik heb alleen maar noodig mijn eigen weg te gaan.” +<a id="d0e6319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6319">372</a>]</span></p> +<p>“Dat klinkt forsch, Francis! daar ik u ditmaal van uw weg heb afgevoerd. Maar het moest zijn, want ik heb noodig u ongestoord +te spreken. Ik kan niet langer hier blijven; allerlei belangen roepen mij naar den Haag terug.” + +</p> +<p>“Ik heb dit zien komen, Leo!” + +</p> +<p>“Spijt het u?” + +</p> +<p>“Ik moest neen zeggen, om die dwaze vraag even dwaas te beantwoorden.” + +</p> +<p>“Maar ik zal weerkeeren, als gij het goed vindt.” + +</p> +<p>“Neen, Leo! dat vind ik <i>niet</i> goed, en ’t ware zelfs beter geweest dat gij heengegaan waart toen ik u dat het eerst heb geraden.” + +</p> +<p>“Dat zie ik niet in. Ben ik u tot overlast geweest?” + +</p> +<p>“Gij weet wel van neen; gij weet wel dat ik u veel heb te danken; maar ’t is juist dáárom. Gij hebt mij in bange dagen ter +zijde gestaan; gij hebt allerlei leed en bezwaren met mij gedeeld; wij hebben daarenboven zoo prettig samen gekibbeld, in +één woord, gij hebt mij verwend. De eenzaamheid zal mij nu zwaarder drukken dan voorheen.” + +</p> +<p>“Niet lang toch, want ik ga slechts heen om spoedig terug te komen?” + +</p> +<p>Zij antwoordde niet, maar bleef langzaam zwijgend naast mij voortgaan. + +</p> +<p>“Wat wilt gij dat ik uit den Haag voor u mee zal brengen?” vroeg ik, om het onderwerp niet te laten varen. + +</p> +<p>“Gij hebt mij reeds een souvenir geschonken, Leo! en ik ben er dankbaar voor. Gij ziet dat ik het al gebruik; dat is genoeg, +ik heb niet anders noodig.” + +</p> +<p>“Ook geen élégant zomertoilet, Francis? Gij hebt mij bekend dat het uwe in den steek gebleven is.” + +</p> +<p>“Ik heb nu geen toilet meer te maken, Leo! dat begrijpt gij wel.” + +</p> +<p>“Nu goed! Als gij mij zoo weinig voorthelpen wilt, dan zal ik zelf weten wat mij te doen staat.” +<a id="d0e6353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6353">373</a>]</span></p> +<p>“Wat hebt gij voor? Gij maakt mij waarlijk nieuwsgierig,” sprak zij met zekere gejaagdheid in de stem, die zij niet machtig +was te beheerschen. + +</p> +<p>“Ik zal een <i>trousseau</i> voor u bestellen.” + +</p> +<p>“Een <i>trousseau!</i> waarvoor een <i>trousseau?</i>” riep zij luid lachend. “Het schijnt dat mijn verstandige neef Leopold ook al zijn ure heeft om <i>folies</i> te zeggen, zoo al niet te doen.” + +</p> +<p>“Of wilt gij liever eene <i lang="fr">corbeille de mariage?</i>” + +</p> +<p>“Zijt gij wezenlijk bij uw zinnen, Leo? eene <i lang="fr">corbeille de mariage!</i> In ’s hemels naam, voor wie?” + +</p> +<p>“Mij dunkt voor niemand anders dan voor mijne allerliefste weerbarstige nicht, Francis Mordaunt!” + +</p> +<p>“Dat’s geene fijne aardigheid, jonker! gij weet wel dat uwe nicht Francis niet trouwen zal.” + +</p> +<p>“Luister, Francis! Toen gij mij eens bij onze eerste wandeling over de heide diergelijk besluit hebt medegedeeld, had ik geen +reden om u daarvan af te brengen. Ik gevoelde niets voor u dan de belangstelling, die mij drong uwe kennis te maken, en ik +wist niet genoeg van u, om u met ernst zulk een voornemen te ontraden. Maar nu weet gij zelve wel, dat alles anders is geworden +tusschen ons. Ik heb groote vrijmoedigheid gebruikt jegens u, met u te wijzen op zulke gebreken, die ik achtte dat uw edel +karakter konden schaden. Gij hebt die opmerkzaamheid genomen voor ’t geen zij was: bewijs van innige belangstelling, en gij +hebt die beloond met uw volle vertrouwen. Maar gij begrijpt toch zelve wel, dat ik mij niet veroorloofd zou hebben, zoo lang +en op zulke wijze met u om te gaan, als er niet een vast voornemen bij mij bestond om u tot mijne vrouw te vragen!” + +</p> +<p>“Dat klinkt werkelijk als eene declaratie <i lang="fr">à bout portant</i>, en daar ik zoo’n brusken uitval van u wel niet had kunnen wachten, neem ik die voor ’t geen zij schijnt: eene <i lang="fr">raillerie</i>. Ik weet het, gij houdt daarvan, om mij een weinigje te prikkelen en u te amuseeren met mijne <a id="d0e6396"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6396">374</a>]</span><i lang="fr">reparties</i>, en dat is gelukkig voor u, want anders zoudt gij in gevaar zijn om zoo maar plomp weg een blauwtje te loopen.” + +</p> +<p>Ik begreep dat zij tot de tanden toe geharnast in den strijd was gegaan; zij was koel, scherp en hoog in haar antwoord; maar +in de stem, die onverschillig en schertsend wilde zijn, trilde eene ontroering, die zij door het afwenden van het gelaat trachtte +te ontveinzen. + +</p> +<p>“Om de waarheid te zeggen, Francis! ik sla volstrekt geen geloof aan uw blauwtje. Gij wilt mij misverstaan, omdat gij in eene +kwelzieke luim zijt en besloten om u te weren tot het uiterste tegen de inspraak van uw hart; maar gij hebt u niet zoo kunnen +vergissen in het mijne, of <i>weet</i> dat ik nu spreek in vollen ernst.” + +</p> +<p>“Nu dan, Leo!” viel zij in met een diepen zucht. “Als gij er ernst van maken wilt, moet ik u herinneren aan mijne vroegere +waarschuwing om mij van zulke wenschen niet weer te spreken; het kan, het mag niet zijn!” + +</p> +<p>“Waarom toch niet? Heb ik mij zoo vergist, toen ik dacht dat ik u niet geheel onverschillig was? Ik hoopte wat beters van +u, ik meende toch dat gij wel iets voor mij gevoeldet.” + +</p> +<p>Zij knikte met afgewend gelaat en zweeg, maar op eens hoorde ik iets als een gesmoorden snik. + +</p> +<p>“Zijt gij dan mogelijk niet meer vrij?” vroeg ik zacht en zelf diep bewogen, hare hand nemende en mij voor haar plaatsend +om haar in de oogen te kunnen zien. + +</p> +<p>“Vrij? O, voorzeker ben ik vrij!” riep zij met bitterheid. “Ik heb er wel het mijne toe gedaan om vrij te blijven!”—en zich +snel van mij afkeerende:—“maar, ik heb het u immers altijd gezegd. Ik moet mijne onafhankelijkheid bewaren; ik <i>moet</i> het.” + +</p> +<p>“O, ik versta u, Francis!” sprak ik, mijns ondanks nu ook met wat bitterheid. “Gij hebt zekere illusie nog niet opgegeven, +gij wacht op uw lord William; gij hebt het u zelve beloofd en....” +<a id="d0e6422"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6422">375</a>]</span></p> +<p>“Lord William? Lord William, die mij nooit heeft liefgehad!” riep zij hartstochtelijk, “Lord William, die mij met zijn laatdunkend +mededoogen heeft gekrenkt, die mij het hart heeft gebroken, die mij tot woestheid, tot dwaasheid heeft vervoerd door zijne +<i>voorzienige wijsheid</i>; lord William, die nu een brave zestiger zal zijn! Leo, Leo! gij die mij lief hebt, ik weet het, doe gij toch u zelven die +nuttelooze kwelling niet aan om jaloersch te zijn van lord William. Zou ik u alles zoo vrij uit hebben opgebiecht als ik daar +niet lang overheen was?” + +</p> +<p>“Dan is die tegenzin in het huwelijk, die zucht om vrij te blijven maar een onvrouwelijke gril, een laatste verzet van Majoor +Frans, die zich niet gevangen wil geven, en dan stel ik al mijne wilskracht, al mijne volharding tegenover die weerbarstigheid.” + +</p> +<p>“Plaag mij niet met uwe volharding, Leo! want gij zoudt mij slechts pijnigen, zonder mij te verzetten. Al zoudt gij mijn hart +breken, en dat kunt gij, ik beken het, mijn weerstand zult gij toch niet overwinnen.” + +</p> +<p>“Dan wil ik die onzichtbare macht kennen, die u tegen mij sterkt!” riep ik, woest van toorn en smart. + +</p> +<p>“Och Leo! gij weet immers wel van welke smartelijke plichten ik de slavin ben. Waartoe u nog verder in te wijden in die diepten +van jammer en ellende, waarin ik bijna verzink, waarmee ik levenslang zal te worstelen hebben.” + +</p> +<p>“Ik wil ze kennen, Francis! om ze met u te deelen, om ze met u te dragen. Samen strijdende zullen wij overwinnen, wees er +zeker van!” riep ik hartstochtelijk; en door het teederste medegevoel overweldigd, sloeg ik mijn arm om haar heen en sloot +haar aan mijne borst. Zij getroostte zich dit zacht geweld zonder verzet; als mat en afgestreden liet zij haar hoofd tegen +mijn schouders rusten. + +</p> +<p>“Nou, as de freule vrijt is ’t te begriepen dat ze der kind verzuumt!” hoorden wij plotseling achter ons <a id="d0e6440"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6440">376</a>]</span>uitroepen door eene schorre stem, die aan het afschuwelijk dialect niets toegaf. + +</p> +<p>Doodsbleek van schrik maakte Francis zich vrij en trad eenige schreden ter zijde. Ik, als door een bliksemstraal getroffen, +liet de armen zinken en weerhield haar niet; ik had eene gewaarwording of ik plotseling onder ijsschotsen was geraakt, ik +rilde. + +</p> +<p>De persoon die achter ons aangekomen was, en ons zeker al lang had bespied, trad nu stout vooruit en op Francis toe. + +</p> +<p>Het was eene oude vrouw, die als de heksen in Macbeth daar op eens voor ons oprees. Met hare scherpe zwarte oogen, hare bloote +magere armen, rood en dor als kreefteschalen, haar verbrand en gerimpeld gezicht, met een blauw geruiten doek over de witte +muts en het stokje waarop de kreupele leunde, zag zij er werkelijk uit als eene tooverkol uit de sprookjes, die men in een +vroegere eeuw zou verbrand hebben. Ik wil wel bekennen dat ik haar dergelijk lot toewenschte, toen zij ruw en brutaal tot +Francis zeide: + +</p> +<p>“Nou dan, freule! nou weten we waer je het zoo druk mee hebt dat je in gien vayf wieken nee het kinde zijt kuemen umzien.” + +</p> +<p>“Mijn grootvader is ziek geweest, vrouw Jool.” + +</p> +<p>“Ja! grooteluisziekte, deer is gien kwoad bij. Mear die jonker deer, dats wat anders hé! Nou, ik zeg, het hiele dorp spreekt +er schande van.” + +</p> +<p>“Waarvan, vrouw Jool?” vroeg Francis, hoog en koel, hoewel ze zeer bleek zag. + +</p> +<p>“Dat je ’t kinde zoo verzuumt um....” + +</p> +<p>“Luister, vrouw Jool!” viel nu Francis in op vasten, kalmen toon. “Het heele dorp, zoomin als gij zelve, heeft in mijne zaken +iets te zien, of zich met mijn doen en laten te bemoeien.” + +</p> +<p>“Och, we zullen met pleizier doen of we er nieuwers van merken, freule! maar het kleine jungske lijdt er bij als we te onzent +niets van der heuren.” +<a id="d0e6462"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6462">377</a>]</span></p> +<p>“Ik had vandaag willen komen, maar kreeg verhindering; doch daar behoeft het kind immers niet onder te lijden; daar is geen +reden toe sinds het kostgeld trouw wordt betaald.” + +</p> +<p>“Hm! trouw! De maond is uut: we zien de tweede al een weik ien, en ik zeg: als het Trineke verveelt heit de jongen het slecht.” + +</p> +<p>“Morgen zult gij het geld hebben; maar ik zeg je, als het kind slecht bejegend wordt om die ééne week verzuim, zoo slecht, +vrouw Jool! dat ‘het heele dorp’ zooals gij zegt er schande van spreekt, dan komt die slechte behandeling van uwe of uws dochters +zijde, en dan blijft het kind niet bij u, daar kan je staat op maken. Als ik morgen of overmorgen kom zal ik er naar informeeren, +reken daarop!” + +</p> +<p>“Wat! wou je mij en me dochter te schande maken en het jungske van ons wegnemen? Nou, probeer dat eens! We zullen wel zien +wie ’t heft in handen houdt!” En ’t booze wijf zette tergend brutaal de handen in de zijde. “Dat heb je er nou van als je +voor de grootelui in de bres springt!” + +</p> +<p>“Gij zijt voor niemand in de bres gesprongen, vrouw Jool, dat weet je zelve wel, daar ben je veel te inhalig toe; je hebt +alleen geld willen maken van uw dochters ongeluk, ziedaar alles! Maar het doet er niet toe wat gij zijt of niet.” + +</p> +<p>“Wat! zou het er niet toe doen dat ik de grootmoeder ben! En ik kwam nogal waarschuwen dat ie nieuwe kousen en schoenen moet +hebben, of hij moet met zijn bloote voetjes in de klompjes loopen net als de boerenkinderen, en deer is hij te fesoenlijk +veur zou ’k denken.” + +</p> +<p>“Ik zal in de kousen en schoenen voorzien, vrouw Jool! Maar ’t is nu genoeg, ga uws weegs, ge hadt niet in ’t bosch moeten +komen als een spion. Nu ik je ontdekt heb, moet je rechtsomkeer maken, het zandpad langs de vaart om, die leidt naar je dorp.” +<a id="d0e6477"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6477">378</a>]</span></p> +<p>“Nou, nou! wat zou dat? Is deer zoo’n haast bij?” + +</p> +<p>“’t Is hier de grond van de Werve; je hoort hier niet. Scheer je weg, of....” + +</p> +<p>“He’k van me leven! wat ze een haast het um me weg te kriegen, en dat um.... Nou, nou, ik ga al! anders laat ze me die kostelijke +jonker nog voor koddebeier spelen!” riep het wijf eer schreeuwende dan sprekende, terwijl ze zich hinkend uit de voeten maakte +en het aangeduide pad nam. + +</p> +<p>Wij waren bij het <i>rond-point</i> genaderd. Ik was eerst blijven staan bij de oude rustique bank, maar ik moest gaan zitten, want ik voelde dat mijne beenen +onder mij wankelden; ik moet er akelig bleek en ontdaan hebben uitgezien, want toen Francis, eindelijk van haar kwelgeest +bevrijd, zich omkeerde en naar mij toekwam, zij, nog met wangen hooggekleurd van toorn en verontwaardiging, las ik zekere +droeve verbazing op hare trekken, toen zij voor mij staan bleef en mij aanzag, terwijl zij sprak: + +</p> +<p>“Welnu! Leo! mij dunkt het toeval dient u op uwe wenken. Dáár is nu de macht, ongelukkig evenmin eene onhoorbare als onzichtbare, +die mij berooft van de vrijheid om gelukkig te zijn.” + +</p> +<p>“Ik versta u, Francis! gij zijt te eerlijk en te kiesch om onder zulk een bezwaar een man aan uw lot te verbinden,” sprak +ik met eene stem, die ik trachtte vastheid en kalmte te geven; “maar waarom mij niet eerder uw vertrouwen geschonken op dit +punt, waarom het op zulke verrassing, op zulke toevallige ontmoeting te laten aankomen? Ik heb u immers gezegd, reeds in de +eerste dagen onzer kennismaking, dat ik den moed zoude hebben eene struikelende staande te houden, dat ik niet zou wanen mij +te besmetten, zelfs als ik eene gevallene uit de diepte oprichtte; zeg mij alles! ik wil het onmogelijke beproeven om u te +redden.” + +</p> +<p>“Maar Leo!” antwoordde zij, de handen ineenslaande van verbazing, en met een hoogen blos op het voorhoofd; <a id="d0e6495"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6495">379</a>]</span>“gij ziet bleek als een lijk, uwe oogen staan strak en schril van pijnlijke overspanning, uwe doffe stem verraadt de overwinning +zelfs die deze woorden u kosten. Wat moet ik denken van deze heftige ontroering, wat van de zonderlinge gezegden die gij mij +toevoegt? Gij zult mij, toch niet van iets onwaardigs verdenken? Gij kunt toch wel begrijpen dat <i>mijne</i> eer er niet mee gekwetst is, al heb ik mij zelve veel te verwijten, al klage ik dat ik het recht verloren heb gelukkig te +zijn, al lijde ik onder den schrikkelijken nasleep van jammer en ellende waarvan ik de schuldige oorzaak ben!” + +</p> +<p>“Ik luister naar ’t geen gij zegt, Francis!” sprak ik in eene soort van bedwelming; “maar verschoon mij, ik.... ik versta +u niet goed, was er niet sprake van een kind.... van een kind waarvoor gij te zorgen hebt.” + +</p> +<p>“Wel zeker! en dat is nog niet eens het ergste, ik heb er de moeder bij voor mijne rekening.” + +</p> +<p>“<i>Francis</i>!” riep ik, opspringende met een kreet van verlichting en onuitsprekelijke blijdschap. + +</p> +<p>“Nu begrijp <i>ik</i> u niet,” hervatte zij, mij met een naïeve bevreemding aanziende, “daar is hier waarlijk geene oorzaak voor zulke verrukking. +Meent gij dat het eene lichte zaak is voor mij; in omstandigheden als de mijne, om een kind groot te brengen en in de behoeften +van eene krankzinnige vrouw te voorzien?” + +</p> +<p>Ik dankte den Hemel uit den grond van mijn hart, dat zij in hare onschuld mij zóó had misverstaan; ik had gelukkig nog genoeg +tegenwoordigheid van geest om mij te redden en haar gedachtenloop te vatten; ik begreep dat ik reddeloos verloren moest zijn +bij haar, als zij raadde welk vermoeden mij een oogenblik had bezield. + +</p> +<p>“Zeer zeker is dat geene lichte last, Francis; integendeel, het moet bijkans eene ondragelijke zijn voor u alleen; maar ik, +die gevreesd had dat er eenige onoverkomelijke hindernis zou liggen tusschen u en mij, ik verblijd mij dat het niets ergers +is.” +<a id="d0e6518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6518">380</a>]</span></p> +<p>“Och!” sprak zij met zekere ergernis over mijne onbevattelijkheid; “gij mannen wilt nooit bezwaren zien, als gij iets wenscht. +Het is eene onoverkomelijke hindernis, ik zeg het u, in onze omstandigheden. Gij weet eigenlijk nog niets en gij praat al +voort of gij alles in één oogwenk zoudt kunnen schikken. Ik heb mij nu al die onaangename <i>scène</i> van dat oude wijf op den hals gehaald om u, omdat ik met u ben gaan wandelen, in plaats van naar het dorp O. te rijden, om +mijn kleinen Harry te zien, en bovenal om het kostgeld te betalen aan de grootmoeder, en wie weet wat al niet bovendien, want +zij exploiteeren mij daar, Leo! Zij exploiteeren mij op eene gruwelijke wijze, en ik weet er mij niet tegen te weren, omdat +ik mij niet onschuldig kan achten aan den dood van den vader, aan de oneer en de krankzinnigheid der moeder.” + +</p> +<p>Ik begreep dat ik niet beters had te doen dan maar rustig aan te hooren wat zij mij uit zich zelve wilde mededeelen; ik moest +er naar trachten haar mijne vroegere opvatting te doen vergeten. + +</p> +<p>“Zij exploiteeren uwe teederheid van consciëntie, Francis!” sprak ik, terwijl ik naast haar plaats nam op de rustieke bank. + +</p> +<p>“Zoo is het Leo! Gij hebt laatst gehoord hoe jammerlijk die arme Harry Blount is omgekomen. Nu dan, bij zijn sterven had ik +met smartelijke heftigheid uitgeroepen: ‘Ik, ik heb hem den dood aangedaan!’ Die uitroep van bittere zelfbeschuldiging had +getuigen: Vrouw Jool en hare dochter! De laatste wierp zich in wilde vertwijfeling naast den stervende neer. + +</p> +<p>“<i lang="en">My bride! my poor bride!</i>” stamelde Harry; en tot mij: “<i lang="en">dear miss Francis, pity on her!</i>” + +</p> +<p>Ik deed toen eene belofte, Leopold! en al had ik niets beloofd, ik zou toch alles gedaan hebben wat ik kon. + +</p> +<p>Het ongelukkige meisje was verwilderd van smart en schaamte: zij moest moeder worden! +<a id="d0e6542"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6542">381</a>]</span></p> +<p>Wij wisten niet eens dat Harry zulk eene betrekking had. Hij had het voor ons verborgen, daar hij geen kans zag om te trouwen +zoolang hij in onzen dienst bleef op een lang niet meer schitterend jaargeld, en op het goed van mijns vaders familie geboren, +beschouwde hij zich niet als een gewoon bediende, die zijn meester den dienst opzegt als er een betere positie te verkrijgen +is. De gedachte om heen te gaan, nu het bij ons op stal altijd schraalder en lediger werd, kon niet in hem opkomen. Het blijkt +echter dat vrouw Jool, een laaghartig en baatzuchtig mensch, hem telkens op dat punt het hoofd warm maakte en hare dochter +opstookte om hem aan te zetten ons huis te verlaten. + +</p> +<p>Die tweestrijd tusschen zijne trouw aan ons en de rechten van het hart maakte hem in den laatsten tijd norsch en wrevelig. +Als ik hem ondervroeg, ontkende hij dat er iets haperde; maar met zulk eene gedrukte houding, dat men wel raden kon dat er +iets achter stak. Ik vorschte er naar, maar tevergeefs; de andere bedienden klaagden over hem als over een lastig mensch, +die aan vlagen van melancholie leed. Dit maakte dan ook dat ik zijne waarschuwing op dien noodlottigen rijtoer in den wind +sloeg, ik schreef het toe aan zijne zwaartillendheid, wat voorzichtigheid en goed beraad hem ingaven. + +</p> +<p>Ik vrees de verdenking uit te spreken, en toch is zij niet uit de lucht gegrepen, dat vrouw Jool zelve heeft medegewerkt tot +den val van haar kind. Zij wilde Harry in de verplichting brengen om te trouwen, en meende dat al het verdere wel volgen zou. +De rampspoedige dood van haar toekomstigen schoonzoon was voor haar eene misrekening, maar.... nú werd ik hare prooi. Zij +stookte hare dochter tegen mij op; zij hitste alles tegen mij aan, wat naar haar luisteren wilde; zij stelde mijn smartelijken +uitroep voor als eene bekentenis van moedwilligen doodslag. Het liep zoo hoog, dat wij er iemand van onze kennis, die in de +rechtbank zat, bij moesten inroepen om de ergerlijke praatjes van dat <a id="d0e6549"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6549">382</a>]</span>mensch te doen ophouden. Dit alles nam niet weg, dat ik al het mogelijke deed om het lot van de jonge vrouw te verzachten, +die mij dankbaar zou geweest zijn, ik ben er zeker van, zonder hare moeder. Ten laatste kwam het beslissend oogenblik; reeds +terstond na de geboorte van het kind deden zich bij de jeugdige moeder verschijnselen van waanzin op; het was niet raadzaam +haar zelve te laten zogen, het werd gevaarlijk haar met het kind alleen te laten. + +</p> +<p>Eene andere dochter van vrouw Jool, die te O. met een boerenarbeider getrouwd was en haar jongste kindje verloren had, kon +voor min optreden. Men zou gezegd hebben dat eene zuster zulk een dienst uit vrije gunst zou verleend hebben; en dat zou ook +zeker het geval zijn geweest, zoo men niet gespeculeerd had op mijne gemoedelijkheid. Ik moest minnegeld betalen, omdat ik +voor de luiermand had gezorgd, ik moest voor de arme krankzinnige zorgen, die welhaast niet meer onder de haren kon blijven. +Ik deed dit laatste uit vollen vrijen wil, maar het kostte meer dan ik offeren kon; en ik had het moeten opgeven zoo de ontmoeting +met tante Roselaer en hare edelmoedigheid mij niet te hulp ware gekomen. Intusschen had vrouw Jool zoozeer op mijne goedwilligheid +gerekend, dat ze er hare betrekking van waschvrouw aan gaf en bij hare kinderen ging inwonen, om op het kleinkind te passen, +zoo het heette, om mij ieder jaar meer geld af te persen onder allerlei voorwendsel. Het kind is sinds lang gespeend en moest +eigenlijk niet langer in hunne handen blijven; maar ik beken het, ik zie op tegen het misbaar, dat al dat volk zal maken als +ik het elders plaats. Ik dreig er wel mee; maar tot de uitvoering zal het niet licht komen. Door hunne gemeenheid zijn zij +mij te sterk. Voor het kind heb ik alles over; het grootste deel van mijne eigene inkomsten offer ik voor hem en de moeder; +maar dien heelen aanhang, waaraan ik niet weet te ontkomen, en mijn grootvader, die het als een nuttelooze verkwisting <a id="d0e6553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6553">383</a>]</span>beschouwt en die het mij ten kwade duidt dat ik niets meer ten beste geef voor de sier van zijn leven en het mijne; denk het +in, Leo! wat er smartelijks en vernederends voor mij ligt in dat alles! en gij zult begrijpen waarom ik <i>alleen</i> moet lijden, ook zelfs al had ik den man gevonden die mijn hart zou kunnen winnen. Sleept men iemand dien men lief heeft +mee in zulk een maalstroom?” + +</p> +<p>“Iemand die uw hart mocht winnen, Francis, en die waard is het te bezitten, laat zich niet meetrekken in een maalstroom, maar +zou er u uit redden.” + +</p> +<p>“Dat kan niet zijn; ik zal het kind van Harry Blount nooit in den steek laten.” + +</p> +<p>“Dat zou ook onchristelijk wezen. Hoe oud is dat kind, Francis?” + +</p> +<p>“Het zal nu welhaast drie jaren worden. Hij is geboren kort nadat wij de Werve betrokken.” + +</p> +<p>“Dan heeft hij hoog noodig een voogd, die hem uit dien atmosfeer van gemeenheid wegneemt.” + +</p> +<p>“De grootmoeder is immers voogdes?” + +</p> +<p>“Wij zullen zien wat er aan te doen is. Dat slag van lieden kan men nog wel naar zijn hand stellen, als men eenige behendigheid +gebruikt. Meestal vergeten zij de noodigste formaliteiten. Is er een toeziende voogd benoemd?” + +</p> +<p>“Ik weet er niets van....” + +</p> +<p>“Dan moet dat verzuim hersteld worden, en dan zijn wij meester van den toestand; dat kind moet voorloopig bij de Pauwelsen +geplaatst worden, dat zijn goede lieden, die u zeker niet zouden afzetten!” + +</p> +<p>“O! als dit zijn kon!.... maar ongelukkig is de jonge Pauwels verliefd geweest op de ongelukkige Gijsje Jool. Zal hij het +kind van zijn medeminnaar met goede oogen aanzien?” + +</p> +<p>“Mij dunkt wel met eenig mededoogen....” + +</p> +<p>“Gij, maar zulke lieden denken zoo teer niet.” + +</p> +<p>“Als zij goed zien en een menschelijk hart hebben, <a id="d0e6584"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6584">384</a>]</span>kunnen zij ook even fijn voelen als wij, dan doet stand en opvoeding er niets toe. Geeft gij mij vrijheid om in die zaak voor +u op te treden, en te zien hoe men het kind uit die handen kan wringen? Zal ik morgen met u naar O. rijden?” + +</p> +<p>“Wat hebt gij er aan, u in dat wespennest te werpen?” + +</p> +<p>“Ik ben niet bang voor een steekje.” + +</p> +<p>“’t Is al erg genoeg dat vrouw Jool ons vandaag samen heeft gezien en bespied.” + +</p> +<p>“Zoo zal zij morgen bemerken dat zij ons niet behoeft te bespieden als wij ons openlijk te zamen vertoonen.” + +</p> +<p>“Neen, neen, Leo! dat kan niet, dat moet niet zijn,” riep zij met zekere heftigheid het hoofd van mij afwendende. “Wie weet +wat voor malle praatjes zij al niet rondgebabbeld heeft, na dat samentreffen met ons!” + +</p> +<p>“Als wij eenvoudig de praatjes tot waarheid maken, dan zijn het geen malle praatjes meer!” + +</p> +<p>“Tot waarheid maken! gij weet niet wat gij zegt, Leo!” + +</p> +<p>“Heel goed; zij hield ons voor gelieven; was zij zoover van de waarheid Francis?” vroeg ik zacht maar ernstig, en hare hand +vattende, die zij mij liet. “Zij zal wellicht rondstrooien dat wij verloofd zijn, kan dat ons zooveel schaden, als wij bewijzen +dat zij zich niet vergiste?” + +</p> +<p>“Hij komt er nog op terug, nòg, schoon hij alles weet!” sprak Francis, halfluid, als in zich zelve. + +</p> +<p>“Wie zou ik zijn, Francis, zoo ik nù kon terugtreden?” + +</p> +<p>“Maar ik zeg u: gij houdt geene rekening met alle lasten en bezwaren die er nog op ons zouden rusten,” riep zij met zeker +ongeduld; “de Werve met Rolf dien wij niet op zij kunnen zetten, mijn grootvader met al zijne groote behoeften en zijne onbeduidende +inkomsten. Hoe zullen wij dat alles bestrijden? Ik weet wel,” voegde zij er bij met veranderenden toon, “gij gaat nu naar +den Haag om u met uw oom den minister te verzoenen, zooals de generaal u geraden heeft, ik begrijp <a id="d0e6608"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6608">385</a>]</span>wel waarom.... Maar doe het niet, doe het niet om mij, Leo! want gij zelf hebt het eens eene laagheid genoemd!” + +</p> +<p>“Zoo ik mij ooit met mijn oom verzoen, Francis, zal het zijn omdat vergevingsgezindheid ons past; maar nooit, daar kunt gij +staat op maken, om met deze verzoening eere of gunst te bejagen.” + +</p> +<p>“Ik bedank u voor dat woord, Leo! ik dank u voor alles wat gij voor mij geweest zijt. O! ik wist het ook wel dat gij even +fier als ferm zijt, maar daarom—laat uw verstand spreken—is het niet beter niet te beginnen wat men toch niet kan volhouden? +Blijf mijn vriend zooals gij het tot hiertoe geweest zijt, maar....” + +</p> +<p>“Gij spreekt als eene die zelve geen hartstocht kent, noch dien in anderen begrijpt,” viel ik in. “Ik ben niet als Willibald, +ik kan uw vriend niet blijven, als ik uw geliefde niet mag zijn; ik kan niet meer rustig aan uw zijde zitten en mij onthouden +die fijne blanke hand te kussen die gij zoo koel en achteloos in de mijne laat (ik voegde de daad bij het woord). Ik heb u +lief, Francis! hartstochtlijk lief; ik heb de uitingen van dien hartstocht onderdrukt met eene zelfbeheersching waarvan gij +u geen denkbeeld kunt maken; maar nu het uitgesproken is, moet er eene beslissing zijn, ik moet u verlaten voor altijd, of +ik moet uw echtgenoot worden, en dat <i>wil</i> ik, Francis! met eene vastheid van wil die al uwe zwarigheden voor niets acht.” + +</p> +<p>“Leo! Leo!” riep zij opstaande, alsof zij mij wilde ontvlieden; maar toch zonder zich af te keeren, “spreek zoo niet tegen +mij, niet op dien toon van wegslepend geweld, niet met dien gloed in ’t oog; niemand heeft ooit zóó tot mij gesproken; niemand +heeft mij hartstochtelijk liefgehad; gij brengt mij buiten mij zelve; gij leidt mij in verzoeking; maar ik moet u weerstaan +want ik mag uw ongeluk niet kiezen, al zou het mij nòg zooveel kosten;” hare stem sidderde van heftige ontroering, een hoog +rood overtoog hare wangen, en <a id="d0e6621"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6621">386</a>]</span>hare oogen weerkaatsten iets van dien eigen gloed die de mijnen deed fonkelen. + +</p> +<p>Ik nam beide hare handen in de mijne en sprak met vastheid: + +</p> +<p>“Als de scheiding u iets kost, Francis! scheiden wij <i>niet</i>!” + +</p> +<p>“Het is bedwelmend, Leo! de.... de.... mogelijkheid dat ik.... ik nog gelukkig zou kunnen zijn,” stamelde zij. + +</p> +<p>“Het is genoeg, Francis! gij zijt de mijne. Ik laat u niet meer los. Leg uwe hand in de mijne voor het leven.” + +</p> +<p>“Voor het leven!” herhaalde zij nu vast en besloten, maar met trillende lippen; zij werd bleek, zoo bleek, dat ik opsprong +om haar te ondersteunen. Zij was eene bezwijming nabij. + +</p> +<p>“Leo! ik ben de uwe! Ik vertrouw mij aan u, ik heb u lief zooals ik nooit.... nooit heb liefgehad,” stamelde zij, terwijl +ik haar in mijne armen hield opgericht. + +</p> +<p>“Eindelijk!” juichte ik, en drukte den eersten kus der liefde op hare lippen. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Het spreekt vanzelf dat wij te laat kwamen om aan het <i>luncheon</i> deel te nemen; maar wij hadden er ook geen behoefte aan. + +</p> +<p>Wij hadden in het teruggaan elkaar zooveel te zeggen gehad, dat wij er geene woorden voor hadden gevonden, en alleen zwijgend +naast elkaar waren voortgegaan, zij leunende op mijn arm, of zij behoefte had aan steun; wij liepen langzaam, altijd meer +langzaam, hoe meer wij het kasteel naderden, als kinderen die uit spelen zijn en geen haast hebben om thuis te komen. En zoo +was het werkelijk. Francis vooral scheen daar tegen op te zien. Toen wij reeds de oude brug in ’t gezicht hadden, werd haar +tred zoo slepend en aarzelend, dat ik haar vroeg of zij vermoeid was? +<a id="d0e6649"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6649">387</a>]</span></p> +<p>“Ik geloof ja!” sprak zij, “ik zou nog wel wat op dat mos onder dien grooten eik willen rusten, eer wij de vesting weer binnengaan. +Het wordt mij angstig om het hart; het is mij of alles wat daar ginds mij tergt en drukt <span id="d0e6652" class="corr" title="Bron: mij">nu</span> weer in volle zwaarte op mij neervalt. Ik kan zóó nog niet scheiden van mijn geluk!” + +</p> +<p>“Wij zullen rusten, liefste, en ik gevoel mee iets van ’t geen waar gij tegen op ziet; maar het moet niet te veel zijn; ons +geluk gaat ontluiken, er is nu geen kwestie van scheiding, dan voor een korte poos; welhaast zult gij de Werve met gansch +andere oogen aanzien!” + +</p> +<p>“Och, Leo! ik wenschte dat wij er niet meer moesten binnengaan; ik wenschte, dat ik nu zóó met u kon wegvluchten, en dat er +niets of niemand zich meer stellen kon tusschen u en mij!” + +</p> +<p>“We zullen wegvluchten, allerliefste dweepster; maar er moeten eerst eenige formaliteiten plaats vinden, die ons het recht +geven met opgeheven hoofd te keeren.” + +</p> +<p>“Dat is wel jammer, want ik zie tegen dat alles op als tegen een onbeklimbaar rotspad. Al die convenances waar gij zoo aan +hecht en die men in ’t oog moet houden....” + +</p> +<p>“Ik hecht er waarlijk niet zooveel meer aan dan gij. Formalisme is gansch mijn zwak niet, maar toch.... men mag zekere vormen +niet al te zeer in het aangezicht slaan; juist in ons geval....” + +</p> +<p>“En dan al die laffe en valsche menschen, die met gehuichelde glimlachjes hunne felicitaties komen mompelen, terwijl zij in +stilte uwe dwaasheid bespotten, dat gij <i>Majoor Frans</i> uwe hand durft reiken.” + +</p> +<p>Ik liet haar niet toe dien laatsten volzin uit te spreken. + +</p> +<p>Zij moest boete doen met een kus voor die lasterlijke onderstelling. + +</p> +<p>“Wij zullen het zoo eenvoudig aanleggen als gij maar wenschen kunt, Francis! maar wij moeten voldoen aan de eischen van ’t +sociale leven, en naar mijne innigste overtuiging ook aan de eischen der consciëntie. Een <a id="d0e6676"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6676">388</a>]</span>verbond voor het leven van zulken ernstigen aard, als het huwelijk moet niet gesloten worden zonder kerkelijke wijding.” + +</p> +<p>“Dat ben ik volkomen met u eens en zelfs zal ik u bekennen, dat ik mij altijd geërgerd heb aan die mannen en vrouwen die zoo +luchtig en lichtzinnig over die plechtigheid spreken, die er mee kunnen railleeren of het alleen een representatie pro forma +gold, eene exhibitie van prachtige toiletten. En toch, de vrouw brengt daarbij en voor altijd een onmetelijk offer; het offer +van haar naam, van haar wil, van zich zelve, een offer, waartegen ik, zoolang ik <i>u</i> niet heb gekend, steeds heb opgezien als iets onmogelijks voor mij.” + +</p> +<p>“En nu?” vroeg ik, in het mos aan hare voeten neerknielend om haar beter in de levendige sprekende oogen te kunnen zien, die +nu van geest en gevoel tintelden. + +</p> +<p>“Nu zie ik daar niet meer tegen op,” antwoordde zij met een zachten glimlach. “Maar ik bid u, Leo! blijf niet in die houding +voor mij; het is eene onwaarheid <i lang="fr">en action</i> en zal het meer en meer worden; ik voorzie dat, want ik voel nu, gij zult mijn heer en meester zijn. Ik ben niet als de ‘dames,’ +die laf en oneerlijk als ze zijn, in haar <i>for intérieur</i> glimlachen over den eed van trouw en gehoorzaamheid, dien zij bij het huwelijksverbond uitspreken, terwijl zij reeds bewijs +geven dien niet te zullen houden, eer nog de bruidsbouquet verwelkt is. En de mannen, die bij het huwelijksformulier de schouders +ophalen, als hechten zij gansch geene beteekenis aan hunne rechten, zijn evenzeer in hun <i>for intérieur</i> besloten, eenmaal af te dwingen, wat hun niet uit besef van plicht wordt geschonken. In de wittebroodsweken knielen zij aan +hare voeten, zooals gij daareven aan de mijne, al was dat met anderen zin, en stellen zich aan of zij hun leven lang de onderdanige +dienaren zullen blijven; maar als de vrouw hen bij ’t woord vat, leert zij ’t anders; dan steekt de binnenlandsche oorlog +op, <a id="d0e6696"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6696">389</a>]</span>de strijd over ’t meesterschap. De schranderen en behendigen onder ons zoeken door list te veroveren wat ze niet door geweld +hebben kunnen verkrijgen, en meenen gewonnen te hebben als die toeleg haar is gelukt. De anderen bukken als overwonnelingen, +maar die te ieder stond tot rebellie gereed zijn. Dit maakt den huwelijksband tot eene zware keten, waaraan beiden beurtelings +rukken en die ieder voor zich met onwil torst, tot men zich eindelijk uit afmatting resigneert, <i>als</i> men zich resigneert.” + +</p> +<p>“Gij maakt mij haast ongerust, Francis!” viel ik glimlachend in. + +</p> +<p>“Neen, gij behoeft niet ongerust te wezen, want wij zullen anders beginnen. Gij hebt mij geen oogenblik in ’t onzekere gelaten +omtrent uwe intentiën, en ik zal woord houden als ik eene belofte heb gedaan. Ik zei u dit alleen om u te bewijzen dat Majoor +Frans de ‘heeren en dames’ goed in de kaart heeft gekeken, terwijl zij over haar de schouders ophaalden, en dat ik mij zelve +aan hen leerde spiegelen en het vaste voornemen vatte mijne onafhankelijkheid te bewaren, tenzij ik den man vond, dien ik +zóó kon achten en liefhebben, dat hij geen recht en geen wet behoeft te laten gelden, omdat mijn hart hem als mijn meerdere +heeft erkend.” + +</p> +<p>“En van wien gij wel gelooven zult, Francis! dat zijne belofte van liefde en trouw hem diepe, heilige ernst zal zijn.” + +</p> +<p>“Ja, Leo! dat geloof ik van u. Gij zult noch een tiran, noch een slaaf wezen, en ik, dit moet ik u bekennen, ik zou nooit +de slavin kunnen zijn van een man.” + +</p> +<p>“Slaafschheid van zin is, bij mannen en vrouwen beiden, grootheid van ziel, ontwikkeling en volmaking van ’t karakter in den +weg. Ieder onzer moet zichzelf blijven en in elkaar zich zelf eeren en liefhebben. Het moet tusschen ons zijn als Tennyson +zegt: + +<a id="d0e6711"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6711">390</a>]</span></p> +<div class="poem" lang="en"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Sit side by side, full summed in all their powers</span></p> +</div> +</div> +<hr class="tb"> +<div class="poem" lang="en"> +<div class="stanza"> +<p class="line" style=""><span>Self reverend each and reverencing each +</span></p> +<p class="line" style=""><span>Distinct in individualities; +</span></p> +<p class="line" style=""><span>But like each other even as those who love.”</span></p> +</div> +</div> +<p>“Dat is ’t juist, dat is ’t!” juichte zij, in verrukking mijne hand vattend en die aan hare lippen brengende. “Maar nu, <i lang="en">dearest!</i> Laat ons gaan, want anders slaan ze alarm in het kasteel!” + +</p> +<p>Die gissing bleek waarheid. Rolf en Frits stonden met angstige gezichten naar ons uit te kijken toen wij aankwamen; maar de +generaal was niet uit zijn humeur, zooals wij vermoed hadden; integendeel hij was druk bezig met zijne papieren toen wij binnentraden; +arm in arm, zooals Francis het gewild had, om hem terstond op de hoogte te brengen van onze verhouding. Maar hij lette daar +niet op; hij gunde ons den tijd niet om hem iets te zeggen. + +</p> +<p>“Francis!” riep hij, een brief in de hoogte houdende, met stralende oogen en een gelaat of hij verjongd ware. “Waarom zijt +gij toch zoo lang uitgebleven, nu ik u zulk goed nieuws heb mee te deelen.” + +</p> +<p>“En ik u, grootpapa! Maar wat is er? Gij ziet er zoo triomfantelijk uit, en dat midden in die deftige akten! De erfenis van +tante Roselaer is toch niet gekomen?” + +</p> +<p>“Dat scheelt niet veel, mijn beste kind; althans het komt op hetzelfde uit. De erfgenaam van tante Roselaer vraagt u ten huwelijk. +Het blijkt dat hij er door haar testament toe verplicht is, maar ik twijfel er niet aan, of het is eene verplichting waaraan +hij van ganscher harte voldoet.” + +</p> +<p>De generaal zag mij aan; ik glimlachte en knikte hem toe, maar ik vond toch dat Overberg en van Beek zich wel wat veel gehaast +hadden om die zaak zoo officieel te behandelen. Ik ware liever zelf de eerste geweest om haar met deze mededeeling te verrassen. +<a id="d0e6738"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6738">391</a>]</span>Zij liet mijn arm los, en den generaal naderend, sprak zij luid en vast: + +</p> +<p>“Het spijt mij, grootvader! dat ik u teleurstellen moet, omdat het u zoozeer schijnt te verblijden; maar die mijnheer komt +te laat, want ik wilde u juist vertellen dat ik mijn woord gegeven heb aan mijn neef Leopold van Zonshoven.” + +</p> +<p>“Nu, kindlief! zooveel te beter, want de erfgenaam van tante Roselaer, de heer van den Runenberg, zooals hij in deze akte +wordt genoemd, en uw neef Leopold van Zonshoven zijn een!” + +</p> +<p>“Dat is niet waar! Zeg dat het niet waar is, Leo!” riep zij in heftige ontroering, mijn arm vattende. + +</p> +<p>“Dan zou ik eene onwaarheid zeggen, Francis!” sprak ik lachende, “want het is niet anders, die gelukkige ben ik. Het verschil +voor u is alleen, dat gij uw woord gegeven hebt aan een armen drommel, en dat hij als de betooverde prins in het sprookje +optreedt als millionair! Mij dunkt, dat verschil kan geene onaangename verrassing zijn voor u.” + +</p> +<p>“Geene onaangename verrassing voor mij!” riep zij uit met bliksemend oog en hooggekleurde wangen. “Als ik verneem, dat gij +mij zóó lang een masker hebt voorgehouden, dat ik voor uw gelaat nam! Gij hebt mij achting weten in te boezemen door die fiere +waardigheid, waarmede gij uwe armoede wist te dragen, door dien nobelen zin, die werkzaamheid en de zware worsteling met het +leven koos boven laagheid! En zoozeer kunt gij u in mij vergissen, dat gij meent mij eene aangename verrassing te bereiden +als gij zegt dat dit alles maar vermomming is geweest en dat de bedelaarsmantel slechts den betooverden prins heeft verborgen +tot de comedie aan de ontknooping was. <span id="d0e6750" class="corr" title="Bron: “"></span><i lang="en">Fair! fair indeed!</i>” ging zij voort met smartelijke bitterheid, terwijl er tranen opwelden in de fonkelende oogen. “En dat is nu een edelman, +een man onder duizenden, dien ik meende gevonden te hebben, dien ik mijn meerdere achtte, dien ik mijn <a id="d0e6754"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6754">392</a>]</span>onbegrensd vertrouwen heb geschonken.... en die doet mij dit aan! En gij meent dat ik het luchtig zal opnemen. Gij hebt u +vreeselijk misrekend, jonker Leopold van Zonshoven! Ik heb mijn hart gegeven aan den jonker zonder fortuin, in wiens eerlijkheid +en oprechtheid ik geloofde als in mij zelve, beter dan in mij zelve, want ik rekende op zijne vastheid en kalmte om mijne +woeste en ongeregelde schreden te besturen. Maar voor den schatrijken erfgenaam van tante Roselaer, een intrigant, die eene +erfenis accapareert en daartoe de vrouw trouwt die men hem aanwijst, voor dezen heb ik niets dan..... mijne verachting.” + +</p> +<p>Ik had er wel niet op kunnen bedacht zijn, dat zij het zóó zoude opvatten, dat zij in mijne handelwijze zou zien, wat ik met +de hand op het hart kon verklaren, dat ik er niet in had gelegd. Maar nu zij het zóó opnam, kwam het mij het beste voor, haar +alles wat er in haar omging te laten uitspreken. Ik wist immers dat ik mij zegevierend kon rechtvaardigen als ik haar slechts +den brief van tante Roselaer voorlegde; ik wist dat het mij niet al te zwaar zou vallen mijn <i lang="en">not guilty</i> te pleiten; alleen, dit was het oogenblik daartoe niet. Maar er was wat te hoog kon loopen en wat mij die zelfbeheersching +kon doen verliezen, die ik juist zoo noodig had. De gloed der bitterheid, der verontwaardiging steeg ook mij naar het voorhoofd, +toen ik dat laatste woord hoorde. + +</p> +<p>“Uwe verachting, Francis! Bezin u, eer gij zulke uitdrukkingen bezigt tegen mij! Ik weet het, gij zijt heftig in uwe opvattingen +en hartstochtelijk in uwe uitingen; ik weet ook, dat zij u diep berouwen als gij er later van terugkomt; maar toch, wees voorzichtig +en bedenk u wel, eer gij den man dien gij uwe liefde hebt geschonken benamingen toevoegt, die nog wel nimmer op hem zijn toegepast +en die hij niet voornemens is van wie ook straffeloos aan te hooren.” + +</p> +<p>“Straf mij, als ik u bidden mag, met een aanzoek <a id="d0e6765"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6765">393</a>]</span>in te trekken dat ik toch moet afwijzen,” sprak zij hoonend. “Als er kwestie is van beleediging, dan ben <i>ik</i> de beleedigde; want gij hebt mij bedrogen; gij hebt gehuicheld; gij zijt hier binnengeslopen als een spion; gij hebt uw goochelspel +zoolang voortgezet tot gij zeker waart van uwe prooi, in den onzinnigen waan dat ik niet zou kunnen, niet zou durven terugtreden, +als gij mij eens tot de bekentenis mijner zwakheid hadt gebracht. Gij zijt slim geweest, jonker van Zonshoven en behendig +op uwe wijze, en toch verbaast mij uwe verblinding, dat gij zoo weinig inzicht hebt gehad van mijn karakter. Eene misleiding +vergeef ik nooit.” + +</p> +<p>“Ik heb u niet willen misleiden, Francis!” sprak ik op zachten, bedaarden toon. “Ik heb alleen de waarheid verzwegen, omdat +ik uw persoon, uw karakter wilde leeren kennen eer ik mij uitsprak. Ik heb uwe liefde willen verwerven eer ik het officieel, +het beslissend aanzoek waagde, ziedaar alles!” + +</p> +<p>“Gij zijt valsch geweest, gij hebt voorgewend dat gij mij liefhadt; dat geloof ik niet meer. Gij kwaamt hier een zaak doen, +dat is alles! Gij kwaamt de hand zoeken die u een millioen moest aanbrengen. Het is waar, ik heb u mijne achting, ik heb u +mijne liefde geschonken; maar niet aan u, zooals gij daar nu voor mij staat. Dit alles berust op een valschen grond, en nu +die tooneeldecoratie wegvalt, stort ook al het overige mee in, en, ik herhaal het, gij zijt voor mij te dieper gevallen, naarmate +ik u hooger heb gesteld. Wees zeker, dat ik niet over mijne hand laat beschikken, door anderen, dooden of levenden, en, versta +mij wel.... gij zijt afgewezen! Afgewezen! afgewezen!” herhaalde zij, telkens luider en scherper; en toen zij het laatste +“afgewezen!” bijna gillend had uitgeroepen, viel zij bleek als eene doode in een armstoel neer. + +</p> +<p>Ik zelf stond gedurende dit tooneel tegen een stoel te leunen, een steun dien ik hoog noodig had om niet te wankelen. Levenslang +zal het mij heugen, wat ik <a id="d0e6776"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6776">394</a>]</span>doorstond in die vreeselijke ure, en toch is het mij onbeschrijfelijk; ik kan alleen zeggen, dat ik eene gewaarwording had +of mijn hart verkilde, en of het daar binnen in mij doodsch en ledig werd op eenmaal. Ik ook had mijne smart wel willen uitgillen +zooals Francis, maar ik moest mij zelven beheerschen, ik moest het. Mij dunkt, zooals het mij ging, moet het den soldaat gaan +in den slag, onder den kogelregen, bij ’t gebulder der kanonnen. Hij weet dat hij staande moet blijven en strijden, of verachtelijk +vluchten; en zij mocht mij verachtelijk noemen, <i>verachtelijk</i> zijn in hare oogen wilde ik niet. De goede Rolf had zich teruggetrokken op den achtergrond van ’t vertrek en had tranen in +de oogen. De goedhartige ziel, die van haar alles kon verdragen en het lakoniek langs zich neer liet glijden, sidderde van +angst dat ik het zou opnemen zooals het klonk. De generaal, wien het angstzweet op het voorhoofd parelde, zat handenwringend +van schrik en spijt in den armstoel waaruit hij niet kon oprijzen. + +</p> +<p>“Francis, Francis!” viel hij nu in. “Laat u toch niet zoo ver vervoeren in uwe dwaze gekrenktheid. Sla uw eigen geluk, óns +aller welvaart niet zoo roekeloos onzinnig den bodem in, nu gij het in uwe macht hebt. Bedenk, dat de Werve verhypothekeerd +is tot den laatsten steen, dat de renten in de laatste zes maanden onbetaald zijn gebleven, dank zij de tusschenkomst van +jonker Leopold die Overberg heeft gesust; dat het kasteel bij een publieken verkoop niet een derde zou opbrengen van de schuld +waarmee het bezwaard is, en dat wij het alleen danken aan de edelmoedigheid van onzen neef van Zonshoven, als er van zoo iets +geen sprake zal zijn. Hij wil de Werve met al hare bezwaren van mij overnemen, en mij daarvoor een vast jaarlijksch inkomen +toestaan, dat mij een rustigen ouderdom waarborgt, maar.... gij moet zijne vrouw worden, anders valt dat gansche plan in duigen; +begrijpt dat toch en beleedig den man niet, die het zoo goed met ons voorheeft! Ons lot is geheel <a id="d0e6783"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6783">395</a>]</span>in zijne handen, en gij werpt hem verwijtingen naar het hoofd, die bijkans onvergefelijk zijn. Toch zal hij nog kunnen vergeven, +indien gij niet volhardt bij uwe onzinnige afwijzing, ik ben er zeker van, want hij heeft u lief, ik heb dit lang geraden. +Maar wij hebben hier niet alleen met hem te doen, wij hebben te doen met een uitersten wil, met executeurs, met een procureur, +met alle eischen en vormen die de wet voorschrijft. Hier is een ernstig, verstandig antwoord noodig en kan men niet volstaan +met invectieven en exclamaties. Wat zal ik aan den heer Overberg schrijven?” + +</p> +<p>Francis had zeker maar half naar zijne toespraak geluisterd; zij was hem alleen niet in de rede gevallen, omdat zij nog worstelde +met hare eigene aandoeningen, die zij trachtte te bekampen; nu echter, gesommeerd tot eene beslissing, rees zij op en sprak +met eene stem die eenigszins dof en schor klonk, maar die helaas geene vastheid miste: + +</p> +<p>“Mij dunkt, grootvader! daar is maar één antwoord. Schrijf aan dien Overberg, dat freule Mordaunt hare hand niet laat weggeven +bij testamentaire dispositie van wie ook; dat zij zich zelve te hoog schat om voor een millioen verkocht te worden, en dat +zij het aanzoek van jonker van Zonshoven formeel heeft afgewezen.” + +</p> +<p>Ik wil u wel bekennen, Willem! dat ik mij in dien oogenblik zóó gekrenkt en geschokt voelde, dat ik er aan dacht haar bij +het woord te vatten; maar op eens viel het mij in, met wie ik te doen had, dat zij nog altijd Majoor Frans was, die in zekere +gevallen alleen zoude zwichten voor <i lang="fr">plus fort qu’elle</i>; daarbij, er lag in hare weigering zelf eene grootheid van karakter, eene waardeering van het mijne, al miskende zij mijne +handelwijze in dit oogenblik, die mij wel moed gaf op de toekomst, wel moed om tot het uiterste te volharden zooals de overledene +van mij had verlangd, zooals bovenal het hart mij ingaf, dat nog voor haar sprak. Ik begreep, dat ik al wat er beleedigends +was in hare uitingen langs <a id="d0e6794"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6794">396</a>]</span>mij moest laten neerglijden, tot zij in staat zou zijn mijne handelwijze uit een ander oogpunt te beschouwen. Ik twijfelde +er niet aan of ik zou haar eenmaal daartoe brengen. Ik wist mij niet vrij van alle schuld; ik had meer openheid moeten gebruiken, +waar zij zelve zooveel rondborstigheid had getoond; maar, ik wist mij toch vrij van de schuld die zij mij toedichtte, ik wist +niets gepleegd te hebben wat haar tot minachting recht gaf. + +</p> +<p>“Francis!” sprak ik met al de kalmte en de vastheid die ik bemachtigen kon over mijne innerlijke geschoktheid, “gij doet mij +onrecht, grootelijks onrecht; maar gij zijt nu niet in een gemoedstoestand om dat in te zien; ik zal mij over zeker gebrek +aan openheid met u verantwoorden, als ik u in staat acht zulke verantwoording met kalmte aan te hooren; ik zal mij echter +nooit verlagen zulke betichtingen als gij daar even uitspraakt op te vatten of te weerleggen. In een gewoon geval zou zulke +afwijzing als de uwe voldoende zijn om een man af te schrikken voor altoos, en zoo wij zeker gesprek niet hadden gevoerd op +de heide bij onze eerste ontmoeting, zou eene enkele weigering afdoende zijn geweest voor immer; maar ik moet u herinneren +aan mijne verklaring, dat ik voor geene hindernissen zou terugwijken, als ik mij voorgesteld had <i>zeker</i> doel te bereiken; het geschil liep toen reeds over het verkrijgen van uwe hand.... ik liet u mijn ernst als scherts opvatten, +want ik kon in dienzelfden oogenblik eene dame die geene dame wilde zijn, eene jonkvrouw die zich zonder spijt Majoor Frans +liet noemen, niet zonder nadere kennis mijne hand bieden. Ik ook, freule Mordaunt, heb achting genoeg voor mij zelven, om +niet zoo roekeloos eene verbintenis voor het leven aan te gaan. Ik wilde zien, zien uit eigene oogen, en niet in den blinde +rondtasten. + +</p> +<p><span id="d0e6802" class="corr" title="Bron: ">“</span>Als gij het bespieden noemt, naar uw zin, naar uw aard, naar uw verleden te vorschen, ja dan heb ik u bespied; maar het is +niet geweest dan met het oog op uw geluk en op het mijne. En nu, ik heb de zekerheid <a id="d0e6805"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6805">397</a>]</span>gekregen, dat gij mij liefhebt, zooals ik u, dat wij elkander waardig zijn, dat onze verbintenis voor ons beiden eene levenskwestie +is; gij hebt mij geen uur geleden vrijwillig en met blijdschap uw woord gegeven; zoo acht ik uwe afwijzing voor een uitval +waaraan ik mij niet zal storen, want ik zal niet dulden, dat gij door eene verkeerde opvatting in een oogenblik van drift +baldadig dàtgene verbreekt, dat gij zelf uw levensgeluk hebt genoemd, en waaraan ook het mijne hangt. Ik heb de zekerheid +uwer liefde, ik heb uw <i>woord</i>! Ik houd u bij dat woord, ik zal u dwingen gelukkig te zijn. Generaal! schrijf aan Overberg, aan van Beek, dat Freule Mordaunt +mij hare hand heeft toegezegd, en dat de overdracht van de Werve kan doorgaan.” + +</p> +<p>“Daarvoor is <i>mijne</i> toestemming noodig,” sprak Francis, die bleek maar roerloos met strakken blik en onbewogen trekken naar mij had zitten luisteren. +Maar dat is niet juist; zij had zich afgewend, als ging datgene wat ik sprak haar niet meer aan. Nu eerst toonde zij weer +deelneming in ’t geen er voorviel, maar om ons tegen te staan. + +</p> +<p>Ik was vast besloten den strijd niet op te geven. + +</p> +<p>“Volstrekt niet, Freule,” beet ik haar toe. “Uw grootvader is de eenige rechthebbende op het kasteel, en zijn testament, dat +u zijne rechten overdraagt, is niet van kracht bij zijn leven!” + +</p> +<p>“En dan nòg,” verzuchtte von Zwenken. “Och! of zij den toestand inzag als ik....” + +</p> +<p>“Welaan, Oom! laat u niet door haar weerstand afschrikken; schrijf aan die heeren zooals ik u opgaf, en stoor u niet aan al +het overige; gij weet te goed wat er volgen gaat, zoo gij het tegendeel deedt.” + +</p> +<p>“Hij geeft u leugens in de pen, hij hecht aan zijn millioen, dat is duidelijk!” riep Francis tergend. + +</p> +<p>“Zoo doe ik, Freule!” hernam ik, haar fier en vast in de oogen ziende, “en allermeest om u. Gij zijt mijne verloofde en wij +hebben geen tweeërlei belang.” +<a id="d0e6827"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6827">398</a>]</span></p> +<p>“Francis! Francis!” vermaande de generaal, wien het hachelijke van den toestand tot een ongekende hoogte van moed opvoerde, +“gij raast tegen een man die de edelmoedigheid zelf is, die ons allen in het verderf kan storten en die niets wil dan ons +redden, als gij de reddende hand maar wilt aangrijpen.... Vergeet het niet, hij kan de Werve laten verkoopen, als wij die +niet bij vrijwillige overeenkomst in zijne handen stellen.” + +</p> +<p>“’t Is mogelijk! ’t is mogelijk, dat hij in ’t geheim de macht heeft weten te verkrijgen om ons als bedelaars van de Werve +te verjagen, maar hij kan mij toch niet dwingen zijne vrouw te worden,” voegde zij hem toe. + +</p> +<p>Och, zij was toch verschoonlijk; allerlei smart en teleurstelling trof haar tegelijk; twijfel aan mij en de zekerheid dat +haar grootvader haar bedrogen en geruïneerd had! Moest een karakter als het hare niet tot woestheid toe geprikkeld worden? +Maar zoo mild en verschoonend toonde ik mij niet aan haar in dien oogenblik. + +</p> +<p>“Dat zullen we zien!” antwoordde ik vast, en zeker wat forscher dan ik zelf had gewild, want zij liep op mij toe met een drift, +die waarlijk erger dan snerpende woorden te duchten gaf. + +</p> +<p>“Dwang, dwang! Mij dwang aandoen?” riep ze heftig en forsch; maar toch trad zij terug voor den blik dien ik op haar richtte, +die blik waarvan men mij gezegd had, dat hij mij op den tempelheer gelijken deed. + +</p> +<p>“Gij, Leo!” mijn naam ontsnapte haar als een diepe weeklacht; zij deinsde af tot in den uitersten hoek van het vertrek en +bleef staan zoo stijf gedrukt tegen het goudleeren behangsel, of zij zich daarmee vereenzelvigen wilde. + +</p> +<p>Ik wist dat ik haar verslagen had, maar zij was daarom niet verzoend. + +</p> +<p>“Dwang, Francis! als het moet,” hervatte ik; “maar ik ben er zeker van, er zal geen andere dwang noodig zijn dan die van uwe +eigene consciëntie, die u zeggen <a id="d0e6844"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6844">399</a>]</span>zal, dat gij mij voldoening schuldig zijt. Vaarwel! ik ga heen om u rust te laten tot kalm beraad, maar toch, bedenk u niet +te lang, want.... ik ben maar een mensch en mijne lankmoedigheid is, vrees ik, niet grenzenloos. Gij hebt mij in mijn eergevoel +gekwetst; gij hebt mijn hart gewond; laat die wonden niet te lang bloeden; want ze zouden ongeneeslijk kunnen zijn.” + +</p> +<p>Ik wierp nogmaals een blik op haar, nu met zacht verwijt, maar zij zag mij strak en wezenloos aan, of zij niets meer begreep. +Ik schudde den generaal de hand, die zwijgend het hoofd boog met tranen in de oogen, en ging langs Francis voorbij, zonder +meer naar haar om te zien. + +</p> +<p>Rolf liep mij na en smeekte mij, niets van alles wat Francis mij aangedaan had ernstig op te vatten, en bovenal het kasteel +niet te verlaten. + +</p> +<p>“Zoo is zij, als er eens iets bij haar inslaat,” sprak de goede stakkerd; “maar over een uur zal zij berouw hebben, ik ben +er zeker van; de bui was te hevig om lang aan te houden.” + +</p> +<p>Doch mijn besluit was genomen. Ik beval aan Frits, die mij met stomme verbazing aanstaarde, het wagentje van de Pauwelsen +te laten voorkomen, en ging naar mijne kamer om mijn koffer te pakken, langzaam en werktuigelijk, dat beken ik, en altijd +luisterend of ik ook een welbekenden stap de trap hoorde opkomen, of niet een driftige tik op de deur mij Francis zou aanmelden, +berouwvol en gereed ter verzoening. Maar die hoop werd deerlijk teleurgesteld; zij kwam niet; zij was nog niet ontnuchterd +uit den roes, want bij haar was in waarheid de toorn eene kortstondige dronkenschap. + +</p> +<p>Zoo de hoop mij niet eenigszins opgericht had gehouden zou ik verpletterd zijn geweest. Het was ook schrikkelijk, in de haven +te zijn en nòg schipbreuk te lijden! Zóó wakker geschud te worden uit den zaligsten droom der liefde; neen! geen droom, de +werkelijkheid werd verdrongen, in het uiterste contrast met de liefelijke beloften <a id="d0e6856"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6856">400</a>]</span>der eerste. Wie mij dat een uur te voren geprofeteerd had, zou ik helder hebben uitgelachen! En toch, dat was dezelfde vrouw, +dezelfde die als aan mijne voeten had geknield, en mijne hand had gekust in de verrukking der liefde, zij die nu als eene +furie tegen mij woedde en mij zoo onbarmhartig verstiet. + +</p> +<p>En dat was geene coquette, die met valsche teederheid mijn hart had verwonnen, om het met koele wreedheid te vertreden in +hetzelfde uur. Neen! zij was waar in de overgave der liefde als in de wilde smart van haar toorn; zij leed zelve; zij leed +mogelijk meer nog dan ik; zij was ondanks alles achtenswaardig in hare verontwaardiging, al berustte die ook op eene misvatting. +Bij later, kalmer zelfonderzoek moest ik bekennen, dat ik rechter, opener weg had kunnen gaan, bij een karakter als het hare, +dan dien ik had ingeslagen; maar toen ik den eersten stap deed moest ik ook bij haar nog in den blinde tasten en voorzichtig +zijn, en later volgde uit de eerste schrede iedere andere. Ik heb dit alles geboet met bittere zielesmart, met een lijden, +dat ik nu niet meer herdenken of beschrijven wil. + +</p> +<p>Ik wist wel hoe ik op staanden voet hare achting had kunnen herwinnen: met afstand te doen van de erfenis; en ik beken u, +dat ik er eene wijle aan dacht; maar beter beraad zeide mij dat het een don Quichotisme zou zijn, waardoor niemand ware gebaat +en dat ons allen aan armoede en ellende prijs gaf. Zeker is het, dat alle schatten van tante Roselaer mij niet zooveel geluk +kunnen aanbrengen als Francis alleen, zoo zij zich eindelijk gewonnen geeft; maar even zeker is het, dat zij die fortuin niet +ontberen kan, als zij voldoen moet aan alle verplichtingen, die zij nu eenmaal onafwijsbaar acht. Zij heeft gezond verstand +genoeg om dit zelve in te zien als zij kalmer zal zijn; daarom is het noodig dat zij den geheelen toestand en mijne handelwijze +daarin helder kan overzien. Daartoe zond ik haar, zoodra ik te Z— was aangekomen en mij eenigszins had hervat, <a id="d0e6862"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6862">401</a>]</span>den brief van tante Sophie, dien ik kieschheidshalve had willen terughouden. Ik voegde er slechts enkele woorden bij, overtuigd +dat de waarheid voor zich zelve zou spreken. Zij kon er ten minste uit leeren dat ik zoomin om de erfenis had geïntrigeerd +als zij, en dat zoo de testatrice de middelaarster was geweest van onze kennismaking, het verkrijgen van hare hand voor mij +niet was het middel om in ’t bezit der erfenis te geraken, en dat mijn volharden tot het uiterste geschiedde om harentwil +en om dien van haar grootvader, geenszins uit lage belangzucht waarvan zij mij zou moeten vrijpleiten. + +</p> +<p>Daar het omslachtig schrijven van Tante R— een pakket vormde dat te zwaar was voor de post, vertrouwde ik het aan den kellner +om het met den vrachtrijder mee te geven, die elken dag geregeld op de Werve verscheen. Gerust op de bezorging, gaf ik mij +over aan de hoop op een goede uitkomst en verkeerde dien dag in eene vreeselijke spanning, die met ieder uur klom en, toen +er tegen den avond noch brief noch bode verscheen, mij alle verwisseling van hoop en vrees tot volslagen wanhoop deed doorgaan. +Ik bracht den bangsten nacht van mijn leven door, en toen de morgen daagde, en een deel van den middag verliep zonder dat +er eenig bericht van de Werve kwam, overviel mij eene gewaarwording van leegte en onverschilligheid; de uiterste graad van +mismoedigheid; in dien toestand had ik maar één verlangen: te Z— alles af te doen wat nog door mij verricht moest worden, +en naar den Haag terug te keeren. + +</p> +<p>Overberg wilde met alle geweld dat ik nog blijven zou. Ik weet niet of hij iets begreep van mijn toestand, maar ik verzweeg +hem mijn <i>échec</i> en wendde voor, dat ik om eene dringende zaak naar huis moest. Om hem te voldoen teekende ik alle stukken, die hij mij voorlegde, +gaf hem de volmacht die hij begeerde en nam afscheid met de verzekering, dat ik terug zou keeren zoo ras de aangelegenheden +in den Haag het mij vergunden. + +</p> +<p>Inderdaad riep er mij niets dan mijn eigen verlangen <a id="d0e6873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6873">402</a>]</span>en die onweerstaanbare begeerte om thuis te zijn, als men zich onwel gevoelt. Zoodra ik maar weer terug was in mijne eigene +rustige kamer, zou ik beter worden, en alles zou goed gaan, stelde ik mij voor; desnoods zou ik weer werken om mij te retrempeeren! +nam rijtuig tot aan het eerste station, en kwam in den laten avond waar ik zijn wilde, waar ik genezing hoopte te vinden. +</p> +<hr class="tb"><p> + + + +</p> +</div> +<div class="div1"> +<p class="Date">Z— Juni 186.... + + +</p> +<p>“Als gij mij schrijft, Willem, na de ontvangst van mijn laatsten, adresseer dan uw brief te ’s Hage aan het gewoon adres, +want ik ga reizen; ik weet vooreerst nog niet waarheen ik zwerven ga, en ik heb mijn appartement aangehouden als een <i lang="fr">pied à terre</i> in de residentie. + +</p> +<p>In plaats van in mijn <i lang="en">sweet home</i> de kalmte te herwinnen die ik zocht, werd ik ernstig ziek, reeds den eersten nacht van mijn thuiskomst. Het was eene zenuw-zinkingskoorts, +die mij zeker reeds door de leden woelde, toen ik zoo onstuimig, zoo ondanks alles naar de rust van mijne eigene kamer verlangde; +maar die zich eerst in volle kracht openbaarde, toen ik daar eenzaam nederlag. + +</p> +<p>Wat er verder met mij gebeurd is, weet ik niet; ik weet alleen, omdat mijne hospita, die mij trouw heeft opgepast, het mij +heeft verteld, dat er nog weer veertien dagen verliepen, eer ik het tijdperk van convalescentie intrad. Ik hoorde van haar +dat tal van vrienden naar mij waren komen vragen en kaartjes hadden afgegeven. Ik vond er zelf een van mijn oom den minister, +die in persoon naar mij was komen informeeren, en die de <a id="d0e6892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6892">403</a>]</span>juffrouw op het hart gedrukt had mij toch trouw te verzorgen en moeite noch kosten te sparen; hij stond voor alles in, de +edelmoedige!—het gerucht dat ik millionair was geworden had zich heinde en ver verspreid. Toen ik weer lust had de brieven +in te zien die er voor mij gekomen waren, vond ik allerlei berichten en bescheiden van Overberg en van Beek, die mij reeds +wee maakten bij den eersten oogopslag en die ik met walging ter zijde schoof; maar ik schrikte toen ik een strikt beleefd, +maar zeer officieel briefje vond van Willibald, die mij het overlijden meldde van mijn oud-oom von Zwenken, en uitnoodigde +om den overledene de laatste eer te komen bewijzen. Uit de dagteekening berekende ik, dat het nu al ruim drie weken geleden +was. Hoe was het intusschen Francis gegaan? + +</p> +<p>Zeker was zij nog altijd tegen mij ontstemd; zij scheen niets van mijne ziekte te weten, dat zij mij dit verzoek liet doen; +en ik.... ik had haar geen woord van troost en bemoediging kunnen toespreken. Wat moest zij van mij denken? Wie weet hoe die +mannen van de wet haar intusschen gekweld hadden en.... ik had niets kunnen verhinderen! Ik wachtte het bezoek van mijn dokter, +ik wilde hem vrijheid vragen naar Z. terug te keeren. Daar hoorde ik gehaspel op de trap, de juffrouw die iemand wilde tegenhouden, +die blijkbaar doorging, haars ondanks en de kamer binnenstormde zonder complimenten. Ik schrikte, ik vloog op, den komende +te gemoet. + +</p> +<p>Rolf stond voor mij, zelf ontdaan en blijkbaar wat verlegen dat hij mij zoo overviel. Ik dacht aan niet anders dan aan de +zekerheid dat hij tijding kwam brengen van Francis. Wij drukten elkander de hand, beiden met tranen in de oogen. + +</p> +<p>“Moeten wij elkander zoo weerzien, mijn goede kapitein?” begon ik, hem een stoel wijzende. + +</p> +<p>“Mijn generaal overleden,” snikte hij, “in mijne armen; Francis was er niet eens bij.” +<a id="d0e6902"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6902">404</a>]</span></p> +<p>“En uw Majoor?” vroeg ik, om hem weer op dreef te brengen. + +</p> +<p>“Och spreek er niet van....” + +</p> +<p>“Spreek Rolf, zij is toch wel?” + +</p> +<p>“O, ja! wat de gezondheid aangaat dat schikt nog al, zij is sterk, zij kan wat verdragen; overigens....” + +</p> +<p>“Wat dan! hoe gaat het tegenwoordig op de Werve, dat gij hier zijt?” + +</p> +<p>“Zoo slecht als het maar gaan kan. Ik ben hier omdat zij mij weggejaagd heeft!” + +</p> +<p>“Weggejaagd, Rolf! Ik dacht niet dat zij tot zoo iets in staat was.” + +</p> +<p>“Zij heeft mij ook niet verjaagd uit boosheid, maar omdat zij zelve toch ook niet blijven kon.” + +</p> +<p>“Niet blijven kon? Is zij dan niet meer op het Kasteel?” + +</p> +<p>“Neen, zij is zoolang bij de Pauwelsen....” + +</p> +<p>“Hoe lang? waar wil zij heen?” + +</p> +<p>“Dat weet ik niet, dat weet ze denkelijk zelve niet; mij althans heeft ze ’t niet willen zeggen.” + +</p> +<p>“Ze gaat zeker haar intrek nemen bij Willibald!” + +</p> +<p>“Neen, dat geloof ik niet; want dien heeft ze laten wegtrekken zonder hem iets te zeggen; daarbij, die is majoor geworden, +en zijn garnizoen is in Noord-Brabant. Neen; die is er buiten.” + +</p> +<p>“Maar ik bid u, vertel mij geregeld wat er gebeurd is.” + +</p> +<p>“Och! de generaal heeft niet den moed gehad het tegen haar vol te houden en zoo decisief aan de heeren Overberg en van Beek +te schrijven als gij dat hadt aangeraden. Daar alles dus zoo wat in ’t ongewisse bleef, en er ook geen antwoord kwam op hunne +brieven aan u, ik begrijp nu wel waarom, schenen die praktizijns niet langer geduld te willen nemen, en heeft Overberg, zeker +daartoe door den Utrechtschen collega opgezet, zich rechtstreeks tot de freule gewend om te weten of zij zich al dan niet +met u verloofd achtte? Gij begrijpt jonker, wat haar antwoord is geweest; ik heb het zelf voor haar overgeschreven, want zij +had het zoo wild en <a id="d0e6935"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6935">405</a>]</span>ruw gekrabbeld, dat het onleesbaar was. Het was zeer droog en kortaf, maar er kwam geen woord in voor om u te blameeren, dat +kan ik u verzekeren.” + +</p> +<p>“Ben ik dan nu gerechtvaardigd in hare oogen?” + +</p> +<p>“Dat zou ik niet kunnen zeggen; ik weet alleen dat zij zich zelve bittere verwijten doet, en dat het uitgekomen is zooals +ik zeide, reeds denzelfden dag.” + +</p> +<p>“Reeds denzelfden dag nadat zij mijn pakket heeft ontvangen?” + +</p> +<p>“Zij heeft niets van u ontvangen, dat weet ik zeker.” + +</p> +<p>“Dat is vreemd!” + +</p> +<p>“Neen! dat is niet vreemd, want alles is bij ons zóó in de war geraakt op dien noodlottigen Vrijdag! maar.... ik zie daar +sherry staan, mag ik zoo vrij zijn?” + +</p> +<p>“Welzeker, kapitein! schenk u zelven maar in, en ga dan voort als ik u verzoeken mag.” + +</p> +<p>“Nu dan, toen gij weg waart is zij flauw gevallen, en dat is haar leven lang nog nooit gebeurd! Ik schaamde mij haast over +mijn cordaten majoor; maar zij had u zoo lief; ze heeft het mij later onder tranen bekend; en toen wij haar hadden bijgebracht +en meenden dat zij wat uitrustte in hare kamer, is ze stillekens ontsnapt, naar de Pauwelsen geloopen, heeft haar Tancred +laten voorkomen en is uitgereden! Uren ver, naar wij dachten; maar dat kwam toch anders uit.” + +</p> +<p>“Zulke wijze van zich te hervatten lijkt op haar.” + +</p> +<p>“Niet waar? zoo is ze; maar wij werden vreeselijk ongerust toen ze niet aan tafel verscheen; nu, wij hadden zelven ook geen +eetlust, de generaal en ik; maar toen het begon te schemeren, en toen de jonge Pauwels kwam waarschuwen dat Tancred alleen +thuis gekomen was, schuimbekkend en zonder zadel....” + +</p> +<p>“Een ongeluk!” viel ik in; “zeg eerst hoe zij er afgekomen is.” + +</p> +<p>“Nogal zoo erg niet, Jonker! een verstuikte voet en schrikkelijk in de war toen wij haar vonden bij den grooten eik dicht +bij ’t kasteel, waar zij naar toe gekropen was om op het mos uit te rusten.” +<a id="d0e6961"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6961">406</a>]</span></p> +<p>“O! ik ken dien boom!” riep ik smartelijk; “ik voel zoo hoe het dáár geweest moet zijn.” + +</p> +<p>“Heel slecht, zooals ik zeide; zij riep ons toe dat wij haar dáár moesten laten sterven, en dat wij het u moesten zeggen.” + +</p> +<p>“Zij heeft mij nóg lief!” juichte ik. + +</p> +<p>“Wat dat betreft, jonker, dat’s maar al te waar, en dat is erg genoeg na alles wat er verder gebeurd is. Het bleek dat zij +in een wilden galop voortgejaagd had tot dicht bij de stad; dat ze toen van richting was veranderd en door het bosch heen +naar huis had willen rijden, maar dat ze Tancred wat te forsch heeft aangezet, of wel de teugels in hare mijmering heeft laten +vallen, zij weet het zelve niet meer; genoeg, dat het brave beest, aan haar vaste en ferme hand gewoon, zijne meesteres niet +meer herkend heeft in hare beurtelings woeste en achtelooze luim; ’t is hem gaan vervelen, en hij heeft het naar zijn eigen +zin op een loopen gezet; zij, uit den zadel gevallen, schijnt een tijdlang bewusteloos gelegen te hebben, gelukkig niet al +te ver van huis. Pauwels en ik beurden haar op en brachten haar in ’t salon op de canapé. De chirurgijn verklaarde het geval +voor niet heel beduidend maar het hield haar toch verscheiden dagen aaneen op diezelfde plek geboeid.” + +</p> +<p>“En waarom mij dat niet terstond bericht?” + +</p> +<p>“Hm! zóó als gij vertrokken waart.... eigenlijk ik wilde wel, en zij ook, ja; ik mag het niet zeggen, maar zij heeft u een +briefje geschreven.” + +</p> +<p>“Dat mij niet bezorgd is?” + +</p> +<p>“Neen, want de jonge Pauwels was belast het in uwe eigene handen te geven, en toen hij te Z— aankwam, werd hem gezegd dat +gij reeds vertrokken waart, en dat alle brieven en berichten voor u bij Overbeek moesten bezorgd worden, maar daartoe had +Pauwels geen order; hij kwam met het briefje terug.” + +</p> +<p>“Te laat!” sprak Francis met een bitteren lach. “Ik dacht wel dat het zoo zijn moest; ik heb niet beter <a id="d0e6980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6980">407</a>]</span>verdiend; nu is het uit!” en zij verscheurde het biljet. + +</p> +<p>“O, had ik dat alles kunnen voorzien!” riep ik, de handen voor de oogen houdend; ik wilde nog mijne zwakheid verbergen. + +</p> +<p>“Ik had u geraden te blijven; waarom zijt gij ook zoo spoedig weggevlucht?” + +</p> +<p>“Ik voelde dat ik ziek zou worden, ik was al ziek; ik ook had haar een pakket gezonden en verbeeldde mij, dat zij terstond +antwoorden zou op dat schrijven, of nooit. Het duurde tot den derden dag; ik kon het niet langer uithouden.” + +</p> +<p>“En gij zegt dat het haar goed gedaan zou hebben als zij dien brief las?” + +</p> +<p>“Zij zou er ten minste uit geleerd hebben mij met andere oogen te zien.” + +</p> +<p>“Die verwenschte verwarde boel bij ons, toen zij eens van de been was, is er oorzaak van dat zij ’t niet gekregen heeft. Frits +legt maar stompweg alles bij de papieren van den generaal.” + +</p> +<p>“Die zou het haar zeker overhandigd hebben.” + +</p> +<p>“Neen; want hij zelf zat als verlamd in zijn armstoel, en hij gromde als de post of de bode iets van brieven of pakketten +aanbracht. Frits durfde hem met niets meer aankomen. Daarbij was hij vergramd op de freule en had bijkans geen deernis met +haar ongeval. En toen zij nog maar even weer op de been was, begon dat lieve leventje met die verduivelde practizijns, die +tegen den generaal begonnen te ageeren en met executie dreigden. Toen moest hij wel kennis nemen van deurwaardersexploiten +en al dat gerei, en, helaas; de freule ook, want haar ongelukkige grootvader was al bij den eersten schok door eene herhaling +van de vroegere attaque overvallen en lag er nu toe. Francis moest voor alles staan en had er volstrekt geen verstand van +en ook geen geduld. Dit alles heeft mijn armen vriend den dood gedaan, en ik, ongelukkige brekebeen, ik kon niets verhinderen!” +<a id="d0e6998"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6998">408</a>]</span></p> +<p>De kapitein vergat te zeggen, wat ik later vernam, dat hij, door zijn vriend een glas ouden cognac toe te dienen om hem moed +te geven, het zijne bijgedragen had tot den snellen afloop. + +</p> +<p>“Het weinigje dat ik bezit in den zinkput te werpen van al die schulden, zou eene stommiteit zijn geweest, en die beging ik +ook niet. In ’t kort, toen wij, Willibald en ik, met nog een paar oude krijgsmakkers den generaal de laatste eer hadden bewezen +(wij hadden op u al niet meer gerekend, schoon gij voor den vorm waart uitgenoodigd), toen moest er nog weer een andere bureaurot +worden ingehaald: de notaris uit Arnhem, die het testament van den generaal onder zijne berusting had en die in ’t eerst aan +Francis raadde, geene concessies te doen aan den erfgenaam van freule Roselaer, die als eerste en voornaamste crediteur opkwam; +maar na ampele discussies tusschen hem en Overberg kwam hij weer met een ander advies voor den dag en raadde haar, de minnelijke +schikking aan te gaan, die opnieuw werd voorgesteld; maar gij begrijpt wel hoe weinig zij daarin konde treden, te eer daar +alles wat men tegen haar grootvader had gedaan geschiedde als uit uw naam, door uw last.” + +</p> +<p>“Ik ongelukkige, die bewusteloos op mijn ziekbed neerlag.” + +</p> +<p>“Dat wisten die farizeën ook wel, maar zij hadden zooals bleek, uwe volmacht, en Francis kon niet anders denken dan dat men +haar vervolgde met uwe voorkennis, naar uwe bedoeling. Dat juist was haar onverdragelijk. “Dit is nu die dwang waarmee hij +mij gedreigd heeft;” sprak zij met bitterheid; “en hij meent, dat hij mij daardoor zal overwinnen! Nooit! Hij kan mij alleen +dwingen van mijn ouderlijk erfdeel afstand te doen en hem het veld ruim te laten.” + +</p> +<p>Haar notaris sprak wel van den boedel te aanvaarden onder benefice van inventaris, maar zij had daar geen ooren naar; zij +wilde goed en kort van alles af zijn en <a id="d0e7009"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7009">409</a>]</span>de praktizijns onder elkander laten haspelen en stukken opmaken zooveel zij wilden. Eén oogenblik heb ik haar zwak gezien. +Dat kantoorvolk was gekomen om alles op te schrijven wat er in huis te vinden was. Ik schaamde mij innerlijk om het armelijk +boeltje, maar de freule bleef kalm, waardig en laatdunkend, zooals zij zijn kan als zij hare koppige buien heeft, en alles +ging goed totdat wij aan de groote logeerkamer naderden. Toen zag ik haar bleek worden (de kapitein werd zelf bleek en schonk +zich weer een glas sherry in om zich op te frisschen) en zij wierp mij de sleutels toe, terwijl zij mij toefluisterde: “Ik +kan daar niet meer binnen gaan!” en ze liep ijlings heen. + +</p> +<p>“Zooveel teerheid van gevoel!” verzuchtte ik, “en toch....” + +</p> +<p>“Zoo uitvallen als zij eene opvatting heeft, niet waar?” viel hij in. “En dat tegen u, die anders zoo goed met haar terecht +kon! Jammer, eeuwig jammer dat het misverstand niet terstond weer is bijgelegd.” + +</p> +<p>“Het zal nog bijgelegd worden, ik verzeker het u.” + +</p> +<p>“Ik vrees dat het nu te laat zal zijn.” + +</p> +<p>“Zeg dat niet! Dat kan ik niet hooren, dat wil ik niet gelooven.” + +</p> +<p>“Ik wil ’t ook liever niet gelooven, maar ik vrees toch dat wij het zullen zien; zij is zoo koppig als zij hare onverzettelijke +buien heeft, en zoo slim daarbij. Wilt gij weten hoe zij ’t aangelegd heeft om mij met een zacht lijntje te verwijderen?” + +</p> +<p>“Heel graag!” + +</p> +<p>“Rolfie!” zei ze, want ze weet je zoo te vangen als ze wat met je voorheeft; “Rolfie! biecht nu eens eerlijk op: heb je niet +het grootste deel van je erfenis met mijn grootvader doorgebracht?” + +</p> +<p>“Wis en zeker niet, ma .... freule!” mocht ik zoo zeggen. “Wat we samen verteerd hebben was maar een sommetje, dat ik er zoo +stilletjes voor apart hield en dat mij om zoo te spreken in den schoot was geworpen; <a id="d0e7029"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7029">410</a>]</span>want het kwam van een gelukkig lot in de loterij. Jammer dat het maar een achtste was en dat wij het nog met ons beiden hadden, +de generaal en ik. De generaal beproefde of hij met zijn deel niet nog betere zaken kon doen, wat hem helaas nooit is gelukt. +Ik koos de partij om van het mijne samen maar eens goed te leven.” + +</p> +<p>“En de erfenis was dus maar een fabeltje?” vroeg zij streng. + +</p> +<p>“Wel neen, freule! Die bestaat in eene kleine boerderij in ’t Noordbrabantsche, waar ik de rente van trek en waar ik mij dacht +te retireeren als de freule eens.... ik durfde niet meer zeggen: kwam te trouwen; ik zei dus: als de freule mij niet meer +gebruiken kan.” + +</p> +<p>“En kunt ge daar dan goed leven kapitein?” + +</p> +<p>“Dat zal heel wel gaan; mijn pensioen er bij.... Mocht de freule nu maar besluiten kunnen daar met mij heen te gaan, dan zouden +wij al een heel lief leventje kunnen hebben samen. + +</p> +<p>’t Is in die streken nogal goedkoop, en al is het geen kasteel, daar zou nog wel een goede kamer zijn voor de freule.” + +</p> +<p>“Dank je hartelijk, brave kapitein! maar zoo is ’t niet gemeend. Als gij het er maar vinden kunt voor u zelf is het genoeg. +Maak dan maar gauw dat ge er komt.” + +</p> +<p>“Maar freule! van u scheiden! U hier alleen laten?” + +</p> +<p>“Ik blijf hier ook niet, en bij ’t geen ik te doen heb zoudt gij mij maar in den weg zijn.” + +</p> +<p>“Maar wat wilt gij dan doen?” + +</p> +<p>“Waar vraagt gij naar? Als ik het zeggen wilde wist gij het immers al! kreeg ik toen, en of ik hoog of laag sprong, zij wilde +mij kwijt zijn en ik moest gaan.” En de karaf met sherry werd nogmaals aangesproken om het verdriet te verzetten dat maar +al te duidelijk op zijn vervallen gelaat te lezen stond. “En zóó ben ik heengegaan,” ging hij voort; “maar ik dacht zoo bij +me zelve: ik zal den weg nemen over den Haag, toen ik <a id="d0e7051"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7051">411</a>]</span>hoorde dat de jonker ziek was en mogelijk van niets wist.” + +</p> +<p>“Een mooie omweg, beste kapitein!” + +</p> +<p>“Het doet er niets toe, ik heb zoo’n haast niet. Zij had haast om mij weg te zenden, en dat beduidt niets goeds.” + +</p> +<p>“Dat vrees ik ook. Weet gij wat gij doet, Rolf?” + +</p> +<p>“Neen, jonker! Wat raadt ge mij?” + +</p> +<p>“Dat ge hier nog een uurtje uitrust en dan ijlings naar de Werve terugkeert.” + +</p> +<p>“Maar zij is er denkelijk niet meer, en die verfoeielijke praktizijns zijn er nu zeker al de baas.” + +</p> +<p>“Ja, maar ik ben er meester, en ik zal u een brief meegeven, om hen te doen berusten in ’t geen ik verlang. Gij zijt commandant +van de vesting tot nader orde, en Frits moet er ook blijven.” + +</p> +<p>“Ja, die is er nog als huisbewaarder.” + +</p> +<p>“Ik volg zelf morgen of overmorgen, als ik het met mijn dokter kan vinden. En gij maakt er intusschen werk van om dat pakket +terug te krijgen.” + +</p> +<p>“Het zal met al de papieren en brieven van den generaal bij Overberg zijn beland.” + +</p> +<p>“Informeer u daarnaar en houdt Francis in ’t oog; zie haar naar de Werve terug te lokken, maar zeg niet dat ik kom, dat mocht +haar afschrikken. Ik ga daarbij weer te Z. logeeren.” + +</p> +<p>Ik had nog niet uitgesproken of mijne hospita meldde zich aan met een telegram, waarvan ik het reçu had te teekenen. Het was +van Overberg en van den volgenden inhoud: + +</p> +<p>“<i>Tegenwoordigheid onverwijld noodig: geene schikking te treffen. F. M. kasteel verlaten.</i>” + +</p> +<p>“Daar heb je ’t al,” zei Rolf, terwijl hij zijn laatste glas sherry ter zijde zette. + +</p> +<p>“Weet gij wat, kapitein! ik zal mijn dokter vóór zijn; hij mocht mij eens de reis niet toestaan. Help mij maar wat pakken, +en we gaan samen.” +<a id="d0e7086"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7086">412</a>]</span></p> +<p>Onder die reisaanstalten werden wij toch overvallen door mijn Esculaap, die wel wat voorzichtigheid raadde, maar toch begreep, +dat er toestanden zijn waarin de zwakheid des lichaams vergeten moet worden voor den aandrang des harten. Ik had hem wel iets +van mijn hartsgeheim moeten opbiechten. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>In het logement te Z. aangekomen, vond ik een briefje van Rudolf, die nog altijd in de provinciën Gelderland en Overijsel +rondreisde met zijn gezelschap en nu te L., waar het kermis was, eenige representaties gaf. Hij scheen te onderstellen dat +ik niet weg geweest was en dat alleen de <i>brouille</i> met Francis mij van de Werve terughield in de laatste weken. Hij schreef mij het volgende: + +</p> +<p>“Zoo gij Francis terughouden wilt van de grootste dwaasheid, die zij nog heeft begaan, zorg dan morgenochtend omstreeks negen +uur met mij samen te treffen in het logement te Halfweg tusschen L. en Z. Gij zult daar vernemen wat zich moeielijk laat schrijven. + + + +</p> +<p class="Signed">R.” + + +</p> +<p>Ik had dien avond nog eene <i>entrevue</i> met Overberg, die mij op de hoogte, ik zou eigenlijk moeten zeggen op de laagte, bracht van den gang dien de zaken hadden +genomen. Daar was geene overeenkomst met Francis te treffen, die daarenboven de Werve verlaten had zonder een adres op te +geven. Men moest volgens van Beek tot den publieken verkoop van dat kasteel overgaan, maar Overberg, die mijn tegenzin in +dit geweldig middel kende, had de hand daartoe niet willen leenen vóór mijne herstelling en zonder mijne definitieve toestemming. +Ik deed hem inzien, dat er nog geene haast bij was, en na wat over en weer sprekens deelde hij mijne zienswijze, Tante Roselaer +had wraakzuchtige intentiën gevoed tegen <a id="d0e7105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7105">413</a>]</span>den generaal, maar geenszins tegen Francis, en nu deze alleen overbleef was er geen reden om haar te verontrusten en te verdrijven. +Aan de eischen der wet moest voldaan worden, aan het voorschrift der testatrice evenzeer; eene beslissing moest er genomen +worden; dat is alles waar, maar ik zag niet in, waarom men haar geene maanden zou geven terwijl men haar nauwelijks weken +had gegund. Overberg stemde dit toe. Blijkbaar had de oude freule het goed met haar gemeend. De collega dien van Beek had +gebruikt om het testament te maken, waarin hij als executeur werd bevoordeeld, had aan Overberg kennis gegeven, dat het nog +een codicil bevatte, één dag voor haar dood er bijgevoegd, waarbij aan freule Francis Mordaunt na het overlijden van den generaal, +en voor ’t geval dat haar huwelijk met jonker van Zonshoven niet doorging, een jaarlijksch inkomen werd verzekerd van drie +duizend gulden, haar door den erfgenaam uit te keeren levenslang, zelfs al zij trouwde, onder de eenige voorwaarde dat zij +geen huwelijk zoude aangaan zonder het goedvinden van haar neef jonkheer Leopold van Zonshoven. Zeer zeker had de schrandere +vrouw dit correctief bedacht om Francis te weerhouden van een onberaden huwelijk, waarvoor zij haar in staat achtte. Bij de +onwaarschijnlijkheid dat zulk een geval zich zou voordoen, vond ik de conditie voor haar niet te hard; maar ik belastte Overberg +er mee, haar daarvan officieel kennis te geven. Zij zou dat bericht dan vinden als zij naar de Werve terugkeerde. Zij zou +er ook mijn pakket vinden, dat werkelijk in handen van den procureur was geraakt, met de papieren van haar grootvader, en +waarvan hij het adres had erkend als van mijne hand. Hij had het terstond na die ontdekking naar het kasteel opgezonden, maar +zij zelve was er toen reeds niet meer. + +</p> +<p>“Het heeft zoo moeten zijn, jonker!” sprak hij, de schouders ophalend, nadat ik hem medegedeeld had, dat ik zeer op den inhoud +van dat pakket rekende om hare stemming jegens mij te veranderen; maar ik verzweeg <a id="d0e7109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7109">414</a>]</span>hem zorgvuldig de samenkomst die ik met Rudolf moest hebben. Er was sprake van eene dwaasheid die Francis stond te begaan, +en ik was wat bang voor de Z—sche praatjes. + +</p> +<p>Tegen het aangewezen uur liet ik mij den volgenden dag naar het zoogenaamde huis te Halfweg brengen, eene uitspanning waar +des zomers buitenpartijen worden gehouden en waar men des middags gaat theedrinken, maar niet eigenlijk een logement, en waar +het in dit morgenuur bijzonder stil was. Ik noemde volgens Rudolfs opgave mijn naam, en vroeg of de heer gekomen was dien +ik spreken moest. + +</p> +<p>“Ja, de heer en de dame zijn al boven; als mijnheer de trap maar blieft op te gaan, en dan de deur rechts; schellen als de +heeren van iets gediend blieven!” gaf de man ten antwoord, die het op zijne aanwijzingen liet aankomen zonder mij geleide +te geven. Zij waren dan ook niet gecompliceerd, en ik vond zelfs de deur aanstaan. Ik bevond mij in een zaal met witte muren +en houten met zand bestrooide vloer, waar zeker voor veertig menschen, en meer, ruimte was om aan verschillende tafeltjes +plaats te nemen; maar in ’t eerst zag ik er niemand, en ik moest langs een hoop opeengestapelde stoelen voorbij eer ik Rudolf +bemerkte, die aan het uiterste einde der zaal stond, waar een tribune was opgericht voor een orchest. Hij was niet alleen, +hij was in een druk gesprek met Francis! + +</p> +<p>Zij stonden met den rug naar mij toegewend, en ik moest mij een oogenblik op den achtergrond houden, om mij te herstellen +van den schok dien dat plotseling weerzien bij mij teweegbracht. De uitroep dien ik had willen slaken stokte mij in de keel; +zoo moest zij mij niet zien. Ik ging wat zijwaarts af en kon als verscholen blijven achter de pyramide van stoelen. + +</p> +<p>De stem van Rudolf klonk schetterend door de zaal toen hij sprak: + +</p> +<p>“<i>Nonsence</i>, Francis! ik die er nogal zoo iets van weet <a id="d0e7124"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7124">415</a>]</span>zeg u, dat het een radeloos beginnen is; gij kent dat leven niet, dat gij u voorstelt als het ideaal van vrijheid en levenslust. +Het is integendeel de gebondenheid zelf, met de zweep er achter! Meent gij misschien dat de <i>chambrière</i> bij ons alleen gebruikt wordt voor de paarden? en dat men er de vrouwen spaart omdat men ze ten aanzien van ’t publiek met +galanterie in den stijgbeugel helpt? Gij vergist u deerlijk, arm kind!” + +</p> +<p>Al sprekende had Rudolf zich even omgekeerd en mij opgemerkt; snel bracht hij den vinger aan den mond om mij het zwijgen aan +te bevelen, en hij ging voort: “Wij worden gestraft in onze beurzen en aan den lijve, van den geringsten staljongen af tot +<i>Madam Stonehorse</i> toe, aan wie zelve zoomin eene fout gepasseerd wordt als aan ons. En onder dien troep zoudt gij willen zijn, gij! een kruidje-roer-mij-niet +op het punt van kieschheid en fijngevoeligheid! Ik zou, op mijn woord, geen slechter <i lang="fr">métier</i> weten uit te denken voor iemand als gij zijt; en ’t is alleen omdat gij er niets van weet, dat het denkbeeld daaraan in u +kon opkomen.” + +</p> +<p>“Er is geen ander waar ik voor bekwaam ben! Ik kan met paarden omgaan; maar ik kan geene gouvernante van kinderen zijn; ik +kan schermen en exerceeren, en ik zou beide evengoed te paard kunnen doen als te voet; maar ik kan niet voor gezelschapsjuffrouw +spelen bij eene dame, en ik ben veel te onhandig in ’t naaien en borduren om daar mijn brood mee te verdienen. Zelfmoord is +eene zonde die ik niet wil begaan; ik heb daarbij plichten die mij gebieden te leven, al is het leven mij niets meer dan eene +marteling; dus schiet mij niets anders over, dan dàt wat ik u verzocht voor mij te bemiddelen.” + +</p> +<p>“Maar zottin! waarom ziet gij het eenige voorbij dat u wezenlijk past! Waarom verzoent gij u niet met uw neef van Zonshoven? +dan hebt gij alles ineens wat gij maar wenschen kunt; uw kasteel terug, de fortuin, en een man die u liefheeft, daar verwed +ik mijn hoofd onder!” +<a id="d0e7141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7141">416</a>]</span></p> +<p>“Ja, een loyaal man inderdaad! dat’s gebleken,” antwoordde zij met een doffe stem, waaruit mij onbeschrijfelijke bitterheid +toeklonk. + +</p> +<p>“Bah! hij is op zijn ergst een klein weinigje onoprecht geweest; dat is eene <i>peccadille</i>, die gij hem licht kunt vergeven; een leugentje om bestwil zondigt niet, en ik sta er voor in, dat hij u om bestwil zoo wat +om den tuin geleid heeft. Hij zal u ook wel eens wat te vergeven hebben; gij hebt hem immers naar uwe eigene getuigenis grof +behandeld; gij hebt u zelf bij mij aangeklaagd, dat gij hem onrecht hebt gedaan! welnu! zeg hem dat, val voor hem in de schuld, +en alles zal goed zijn.” + +</p> +<p>“Dat is onmogelijk, ik heb het immers al gezegd,” hernam zij met ongeduld; “dat is nu te laat.” + +</p> +<p>“Waarom te laat, Francis?” sprak ik, nu snel vooruittredende, “als <i>ik</i> u verzeker dat het nog tijd is!” + +</p> +<p>“Leo!” riep zij doodsbleek, en als ineenkrimpend onder hare smartelijke aandoeningen, viel zij op een stoel neer en bedekte +zich het gelaat met beide handen. + +</p> +<p>“Francis!” hervatte ik zacht, terwijl mijne ontroering in de stem trilde, “er is nog niets tusschen ons veranderd ik zie nog +altijd in u mijne verloofde.” Al sprekende had ik even mijne hand op de hare gelegd. Het was of die aanraking haar pijn deed. +Als met een schok sprong zij weer op, nu met hooggekleurde wangen en onnatuurlijk fonkelende oogen. + +</p> +<p>“Uwe verloofde! ik heb dat begrepen uit de wijze waarop uwe handlangers met mij geleefd hebben.” + +</p> +<p>“Het grieft mij meer dan ik zeggen kan, Francis, dat men u lastig is gevallen, maar wijt dat niet aan mij; ik was ziek, ik +was afwezend, en zoo men u verdriet heeft aangedaan, is dat wel zeer tegen mijne bedoeling geweest.” + +</p> +<p>“Zooals het tegen uwe bedoeling geweest is, mijn grootvader den schok toe te brengen, die hem den dood heeft aangedaan!” + +</p> +<p>“Zeer zeker is dat tegen mijne bedoeling geweest, en ik heb tot het uiterste volhard om dat te voorkomen, <a id="d0e7168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7168">417</a>]</span>maar gij, gij zelve hebt niet gewild, en daarna heb ik niets meer kunnen verhinderen. Het was de toepassing van een uitersten +wil, dien ik niet bij machte was te wijzigen. Zoo de vervolging, waarmee hij bedreigd werd, werkelijk den dood van uw grootvader, +heeft verhaast beschuldig mij dan niet het eerst, Francis! maar tast in uw eigen boezem, en mij dunkt, gij zult bevinden, +dat ik het met hem en met u beter gemeend heb dan gij zelve, die om een misverstand, dat bij eenig kalm nadenken zoo licht +uit den weg ware geruimd, u zelve en hem in ’t verderf hebt gestort en mij zoo groote smart aangedaan. Gij hebt willen volharden +bij uwe miskenning! gij hebt onverzoenlijk willen zijn; gij zijt het nóg; zoo wijt de gevolgen van het onheil dat gij hebt +aangericht niet aan anderen, niet aan mij, die u nòg toeroept: het is <i>niet</i> onherstelbaar.” + +</p> +<p>“Niet onherstelbaar! o, Leo! Leo! hoe ver staan wij reeds van elkander, dat gij dit zeggen kunt,” sprak zij diep neerslachtig. +“Gij hebt mij met dwang gedreigd en gij hebt mij werkelijk dwang aangedaan; gij hebt het in uwe macht gehad mij tot zulk een +uiterste te brengen, dat de bestgezinde van uwe praktizijns telkens zijne omslachtige vertoogen besloot met denzelfden raad: +een huwelijk met den erfgenaam van freule Roselaer; ik heb dien zoo dikwijls gehoord dat ik er van walg, en ik weet dat ze +gelijk hebben uit hun oppervlakkig, materieel oogpunt gezien, maar, gij Leo; gij die weet hoe ik denk, hoe ik in onze verbintenis +<i>die</i> vereeniging zag, waar liefde, waar hoogachting de vrije aan den vrije bond uit volle overgave van het hart, hoe kunt gij +zeggen, dat er niets onherstelbaar is, waar het noodigste verloren is gegaan; waar gij het met uwe zaakgelastigden zóó ver +hebt gebracht dat het huwelijk met u mij door den nood zou worden opgelegd. Als ik dàt huwelijk kon aangaan, Leo! meent gij +dan, dat ik niet aan de keten zou schudden tot die ons beiden te zwaar werd, tot zij brak?” +<a id="d0e7178"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7178">418</a>]</span></p> +<p>“Gij hebt gelijk, Francis! als gij het zoo beschouwt; als gij mij niet met andere oogen kunt zien dan die van uw vooroordeel, +dan is het uit, dan geef ik u dat woord terug, dat gij niet meer kunt houden, dan zijt gij vrij!” + +</p> +<p>“Mooi zoo, Francis! daar hebt gij wat gij gewild hebt; nu zijt gij losgelaten en vogelvrij, zooals ik, en dat’s voor eene +vrouw als gij zeker wel het ergste waarmee God haar straffen, en Leo zich wreken kon.” + +</p> +<p>“Gij vergist u, Rudolf! Daar is geen sprake van wraakneming. Ik heb mijne verloofde haar woord teruggegeven, maar mijne nicht +Francis Mordaunt blijft onder mijne bescherming.” + +</p> +<p>“Ik waardeer de bedoeling,” sprak Francis, zonder mij aan te zien met trillende stem, “maar ik heb een stap gedaan, die mij +voorgoed van mijn verleden scheidt. Ik wanhoopte aan uwe edelmoedigheid, die mij de vrijheid zou geven; daarom heb ik het +onmogelijke willen stellen tusschen u en mij. Ik heb eene overeenkomst gesloten met master Stonehorse, die reeds hier moest +zijn, en master Smithson is gekomen om mij aan hem voor te stellen.” + +</p> +<p>“Uw oom Rudolf is hier om het uit alle macht af te raden, <i lang="en">my dear!</i> en als gij op master Stonehorse rekent, kunt gij lang wachten,” viel Rudolf uit. + +</p> +<p>“Alweer geen woord gehouden!” riep Francis hem toe met verontwaardiging. “Maar ik heb die teleurstelling verdiend, met nog +eens op u te rekenen.” + +</p> +<p>“Ziet gij mij aan voor zoo dom of zoo slecht Francis! dat ik de hand zou leenen om u zulk een <i lang="fr">coup de tête</i> te helpen volvoeren?” + +</p> +<p>“Zoo hebt gij mijn briefje niet aan uw directeur overhandigd?” + +</p> +<p>“Waarachtig niet! ik heb wat beters gedaan; ik heb Leo gewaarschuwd dat gij op het punt stond eene dwaasheid te begaan, die +u onredbaar in ’t verderf zou storten.” +<a id="d0e7203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7203">419</a>]</span></p> +<p>“Een komplot! dat is het wèl wat van lieden van uwe soort is te wachten. ’t Is genoeg! ik zie wel, dat ik op niets of op niemand +meer rekenen kan dan op mij zelve, zoo weet ik wat mij te doen staat.” + +</p> +<p>“<i lang="en">Stupid!</i> Zij hecht er nog aan!” riep Rudolf met ergernis. + +</p> +<p>“Zoo doe ik, en sinds gij mij uwe bemiddeling weigert zal ik alleen naar L. rijden, waar master Stonehorse nog wel te vinden +zal zijn.” + +</p> +<p>“Zij verdiende voor den duivel dat men haar haar gang liet gaan. Probeer het maar, doordrijfster! Als gij eens in zijne handen +zijt, zult gij het levenslang met bloedige tranen beschreien; en het ergste is, dat je niet eens schreien moogt! Je moet lachen, +lachen onder het snerpendste wee.” + +</p> +<p>“Welnu, ik zal lijden wat er te lijden valt; zoo zal ik boete doen voor ’t geen ik mij te verwijten heb.” + +</p> +<p>“Juist, eigenwillige boete! dat is in uw geest. U zelve niet sparen en eindelijk bezwijken van smart over het leed dat gij +u zelve en anderen hebt aangedaan,” voegde ik haar toe. + +</p> +<p>“Niemand heeft zich meer om mij te bekommeren; ik ben immers vrij!” + +</p> +<p>“Maar niet om uw naam en afkomst schande aan te doen en u zelve dus weg te werpen.” + +</p> +<p>“Ik ben de laatste van mijn naam, en wat mijne afkomst betreft: ik ben de nicht van master Smithson.” + +</p> +<p>“Zijne waardige nicht, dat moet ik zeggen!” sprak deze met ironie, “maar die nu voorgoed het recht verloren heeft met zooveel +minachting op mij neer te zien, sinds zij, en niet door den nood gedrongen, even groote dwaasheden begaat als ik.” + +</p> +<p>“Niet door den nood gedrongen!” sprak zij, en haalde met onwil de schouders op. + +</p> +<p>“Neen, Francis! niets verplichtte u de Werve te verlaten.” + +</p> +<p>“Ik zie niet hoe ik er had kunnen blijven, jonker! <a id="d0e7233"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7233">420</a>]</span>Gij zijt er meester <i lang="fr">par droit de créancier</i>. Moest ik wachten tot uwe procureurs en deurwaarders mij kwamen verdrijven?” + +</p> +<p>“Dat zou niet geschied zijn, dat zal niet geschieden, juist omdat <i>ik</i> er meester ben. Gij zijt een verkeerden weg ingeslagen, Francis! geloof mij, toen gij die veilige schuilplaats verliet. Maar +niets verhindert u er terug te keeren.” + +</p> +<p>“Niets meent gij?” riep zij hartstochtelijk: “alles, alles! De muren grimmen mij aan in die eenzaamheid. Voelt gij dat niet? +Maar neen, hoe zoudt gij dat voor mij voelen! Er is niets dan misverstand tusschen ons, niets meer!” + +</p> +<p>Daar lag een weeklacht in dien toon van verwijt, maar die terstond werd overstemd door de vastheid waarmee zij voortging: + +</p> +<p>“Daarom wil ik mijn eigen weg gaan; ik wil het, verkeerd of niet: ik hoor niemand toe; ik zal over mijn eigen lot beschikken.” +Reeds wendde zij zich om. + +</p> +<p>“Dat zult gij niet!” sprak ik met gezag, haar in den weg tredende. “Nu de generaal dood is en Rudolf zich onmogelijk heeft +gemaakt, ben ik uw naaste bloedverwant, en ik zal niet toestaan dat gij u zelve in den vollen bloei des levens in een afgrond +werpt, waaruit niets u meer zou kunnen redden. Ik stel ééne voorwaarde op de vrijheid die ik u teruggaf, deze: dat gij haar +niet misbruikt tot uw bederf.” + +</p> +<p>“Maar zeg dan wat ik doen moet!” sprak zij gejaagd en toch onderworpen. + +</p> +<p>“Naar de Werve terugkeeren, waar de eenzaamheid u niet zal aangrimmen, want gij zult er een vriend vinden die alles in orde +heeft gebracht om u te ontvangen.” + +</p> +<p>“Een vriend!” herhaalde zij, met een strakken, verwonderden blik. + +</p> +<p>“Ja! Rolf, die er tot nadere order blijft; en gij kunt er ook blijven. Gij hebt niet noodig onberaden stappen <a id="d0e7259"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7259">421</a>]</span>te doen om mij te ontvluchten, want ik ga reizen.” + +</p> +<p>Ik sprak dit laatste koel en met vastheid, want ik zag dat het haar verraste en trof, en ik wilde geen zwakheid toonen. + +</p> +<p>“Naar de Werve terugkeeren!” herhaalde zij langzaam als in zich zelve, deed daarop haastig eenige stappen met gebogen hoofd, +keerde zich toen om, zag mij aan met een veelbeteekenende blik en sprak, terwijl er iets anders in de stem trilde dan toorn +en trots: + +</p> +<p>“Gaat gij reizen, Leo? ik.... zal.... blijven.... Vaarwel!” + +</p> +<p>En de deur viel achter haar toe. + +</p> +<p>“Zou ik haar niet volgen tot zij de Werve bereikt heeft?” vroeg Rudolf, toen wij den hoefslag van haar paard hoorden. “Als +zij nu toch eens haar eigen zin deed?” + +</p> +<p>“Neen! ik vertrouw op haar woord; wantrouwen zou haar beleedigen.” + +</p> +<p>“Zij is in eene ongewone stemming en zoo roekeloos in het rijden; zij heeft laatst ook nog een ongeluk gehad.” + +</p> +<p>“In ’s Hemelsnaam, rijd haar dan achterna! Maar als gij zelf herkend wordt?” + +</p> +<p>“Dat heeft nu geen nood meer, ik zie er immers uit als de eerste burgerheer de beste.” + +</p> +<p>Dat was zoo. Zijne kleeding was eenvoudig en passend; zijn haar en baard waren donker zwart geverfd. + +</p> +<p>“Zooals gij mij nu aanziet,” ging hij voort, “ben ik herhaaldelijk naar de Werve gekomen in de laatste ziekte van mijn vader. +Ik heb hem nog de hand gedrukt, en hij schonk mij zijn zegelring. Zie toch! ik draag hem niet aan den vinger, uit voorzichtigheid, +maar hier, aan een zijden koord op de borst; en Francis! Francis!” sprak hij met zegevierenden glimlach, “is er toch toe gekomen; +zij heeft in die bange dagen mijne hulp aangenomen. Ik heb mijn satisfactie, al ziet zij mij nog zoo boos aan.” +<a id="d0e7283"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7283">422</a>]</span></p> +<p>“Maar ga dan toch!” drong ik, want ik begon mij zelf ongerust te maken dat Francis hem te ver vooruit zou zijn. En.... wij +namen afscheid voor het leven. + +</p> +<p>“Als de L—sche kermis afgeloopen is, verlaten wij de provincie en het land en ik kom er nimmer weer,” sprak hij met weemoed, +terwijl hij mij voor het laatst de hand drukte. +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Te Z. aangekomen, vond ik Overberg reeds in mijn logement. Hij had een pakket ontvangen aan het adres van Francis, dat uit +Engeland scheen te komen, veel port kostte, en dat de oude Frits in hare absentie niet had willen aannemen; men had zich tot +den procureur gewend, die met de zaken van den generaal was belast. Ik verzekerde hem dat de freule Mordaunt voorgoed naar +de Werve was teruggekeerd, en hij zond onverwijld zijn klerk naar het kasteel, om het pakket aan haar zelve te overhandigen. +Zij moest er <i>reçu</i> voor teekenen; zoo zou ik tegelijk in den kortst mogelijken tijd vernemen of zij goed en wel op de Werve was aangekomen. +Ik liet hem in mijn wagentje derwaarts rijden en beloofde den voerman een dubbele fooi, om zijn paard wat aan te zetten. + +</p> +<p>De klerk kwam in het kortst mogelijke tijdsverloop terug en bij mij. Zij had het <i lang="fr">reçu</i> geteekend, Goddank! Alles was in orde. Maar dat pakket, haar waarschijnlijk toegezonden door vrienden of verwanten uit Engeland, +lag mij zwaar op het hart. Wat bracht het haar? Mogelijk volstrekte onafhankelijkheid en onze scheiding. Maar ik kende haar +nog niet geheel. + +</p> +<p>Des anderen daags in den voormiddag hield het bekende wagentje van de Pauwelsen voor mijne deur stil. De oude Frits stapte +er uit en bracht mij een biljet van zijne meesteres. Zij had hem bevolen het aan niemand <a id="d0e7302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7302">423</a>]</span>dan aan mij zelf over te geven en op antwoord te wachten. + +</p> +<p>Ik zond hem naar de groote zaal om zich te verfrisschen, terwijl ik mijn antwoord schreef. + +</p> +<p>Ik kon een biljet van haar (het eerste!) niet lezen in iemands bijzijn. Ziehier wat ik las toen ik met bevende vingers de +enveloppe had verscheurd. + + + +</p> +<p class="Address"><i>Neef Leopold!</i> + + +</p> +<p>Ik moet u nog eenmaal zien en spreken vóór gij reizen gaat. Zoo er geen Rudolf tusschen ons gestaan had, zou ik u veel gezegd +hebben dat ik nù moest terughouden. Gij hebt mij eens verzekerd, dat gij altijd bereid waart tot dienstvaardigheid voor eene +vrouw, die het privilege harer sexe liet gelden. Zoo doe ik thans. Mag ik hopen dat gij mij niet zult weigeren naar de Werve +te komen om nog een laatste onderhoud te hebben? + +</p> +<p>In plaats van te schrijven ware ik liefst onverwacht bij u komen oploopen, maar ik heb de eerste ingeving, al was het mogelijk +eene goede, niet gevolgd, uit vrees u ergernis te geven. Laat mij door Frits weten welken dag en op welk uur ik u wachten +moet. + + + +</p> +<p class="Signed">F. M. + + +</p> +<p>Er was voor mij maar één antwoord mogelijk op dit briefje: instappen en met Frits naar de Werve rijden. Onder welke wisseling +van hoop en van vrees, kan ik u niet beschrijven. Alles draaide mij voor de oogen toen ik de oude brug over, de poort weer +doorreed. Op het perron vond ik Rolf staan, die met zijne muts zwaaide, ten teeken van blijdschap over mijne komst. De dubbele +deur stond wijd open; hij wees mij zwijgend naar het groote salon, dat ik schielijk binnentrad. + +</p> +<p>Francis zat op de oude bekende sofa als in elkaar <a id="d0e7322"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7322">424</a>]</span>gedoken, de handen gevouwen in den schoot. Zij droeg nu niet die amazone, die mij hatelijk geworden was, maar een eenvoudig +rouwgewaad, dat hare bleekheid sterk deed uitkomen. + +</p> +<p>“Francis, daar ben ik! Wat hebt gij mij nu te zeggen?” riep ik haar toe. + +</p> +<p>Zij rees haastig op en kwam naar mij toe. + +</p> +<p>“Wees gedankt, Leo! dat ge zoo schielijk gekomen zijt; maar ik wist dat gij komen zoudt; ik rekende op uwe edelmoedigheid.” + +</p> +<p>“Ik ben dan niet meer zoo verachtelijk in uwe oogen? Gij hebt dus mijn pakket ontvangen, den brief van tante Sophie gelezen!” + +</p> +<p>“Ik heb alles ontvangen, alles gelezen; maar ik had zooveel niet meer noodig om mij schuldig te voelen, om mijne schuld te +bekennen; en nu ik dit doe, nu ik erkennen wil voor heel de wereld dat ik u onrecht heb gedaan, zult gij mij nu alles vergeven? +alles, zonder bittere bijgedachte?” + +</p> +<p>Zij legde beide handen op mijne schouders, als om uit mijne oogen te lezen wat zij weten wilde. + +</p> +<p>“Dat weet gij wel, Francis! Maar gij moet niet weer aan mij twijfelen, nooit meer!” sprak ik zacht maar ernstig, en mij wat +afkeerend, om mij aan haar onderzoek te onttrekken, want ik voelde mijne oogen vochtig worden. Zij liet de armen zinken, bleef +een oogenblik zwijgend voor mij staan, en sprak toen: “Nooit, nooit meer!” + +</p> +<p>Zij drukte met innigheid mijne hand, die ik haar reikte ten teeken van verzoening. Maar toch, er was iets in hare houding, +dat mij terughield haar in mijne armen te drukken; er was nog iets tusschen ons, dat voelde ik met innerlijke onrust. + +</p> +<p>“Leo! wees zoo goed te gaan zitten!” sprak zij, een armstoel aanschuivende. “Nu wij verzoend zijn, nu ik in mijn eenigen bloedverwant +weer mijn trouwsten vriend mag zien, heb ik uw raad te vragen.” +<a id="d0e7342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7342">425</a>]</span></p> +<p>De patiënt ging zitten. De preliminairen bevielen hem gansch niet. Zij legde het pakket met de Engelsche postmerken geopend +voor mij neer. + +</p> +<p>“Lord William is overleden,” sprak zij. “Zie hier een schrijven aan mij, dat hij bij zijn testament heeft gevoegd. Wees zoo +goed het te lezen.” + +</p> +<p>Ik had daartoe nauwelijks de noodige kalmte; maar toch voldeed ik aan haar verlangen. + +</p> +<p>Het was een kort maar ernstig woord, dat van eene vaderlijke teederheid getuigde; maar ik las tusschen de regels door, dat +het hem strijd had gekost, nà hare bekentenissen het tot deze kalme genegenheid te brengen. Hij was van haar weggegaan met +de pijl in het hart. Hij eindigde met eene roerende bede voor haar geluk en den wensch, dat zij nog eenmaal een echtgenoot +vinden mocht harer waardig, en het verzoek om de dotatie aan te nemen, die hij haar in zijn testament had toegedacht, opdat +zij door geene materiëele overwegingen zou gedwongen worden tot eene andere keuze dan die van haar hart. De familienaam waarmee +hij zijn brief had onderteekend was een in de geschiedenis der wetenschap en in de staatkundige wereld zeer bekende en hooggeëerde. + +</p> +<p>Nu volgde een brief van den neef en erfgenaam, die haar de afschriften toezond en haar de verzekering gaf van zijne bereidwilligheid +om aan de opgelegde verplichting te voldoen. + +</p> +<p>Er werd haar levenslang een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond sterling toegekend. + +</p> +<p>Zwijgend legde ik de geschriften neer, na er kennis van genomen te hebben. + +</p> +<p>“Moet ik aannemen, Leo?” vroeg zij, mij aanziende met een onzekeren, onderzoekenden blik. + +</p> +<p>“Mij dunkt, gij kunt niet weigeren, Francis!” antwoordde ik met al de kalmte die ik bemachtigen kon. “Volkomen onafhankelijkheid +naar het materieele is altijd uw vurigst verlangen geweest: die is u noodig <a id="d0e7361"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7361">426</a>]</span>zelfs en die wordt u bij dezen door eene vriendenhand gewaarborgd.” + +</p> +<p>“Gij hebt gelijk, Leo! ik zal uw raad volgen, ik zal aannemen. Nu behoeft mijne fierheid niet langer te strijden tegen mijn +hart. Nu behoef ik geen huwelijk aan te gaan door den nood opgelegd, en zoo ik mij een echtgenoot kies, zal niemand mij verdenken +dat ik mij uit belangzucht gewonnen gaf! En zou ik nu rijk genoeg zijn om de Werve los te koopen?” viel zij op eens in op +geheel anderen toon, eene mengeling van schalkheid en ernst, die geruststelde dat hare vroegere opgeruimdheid nog niet verloren +was gegaan onder het lijden. + +</p> +<p>“Neen, Francis! En al ware dat, de Werve is in handen, die haar tot geen prijs zullen overgeven. Om vrijvrouwe van de Werve +te worden moet gij wat anders bedenken.” + +</p> +<p>Toen rees zij op en ging voor mij staan. “Leo! gij zegt dat onafhankelijk te zijn altijd mijn vurigste wensch is geweest, +dat placht zoo te wezen; maar ik heb nu begrepen, dat het mijn hoogste geluk zoude zijn afhankelijk te worden van den man +dien ik liefheb. Leo! tante Roselaer heeft mij een jaargeld toegekend, dat ik niet aanneem, zooals vanzelf spreekt; maar zij +heeft het goed met mij gemeend, dat erken ik; en haar raad neem ik wèl aan. Zij heeft mij voorgeschreven, geen huwelijk aan +te gaan dan met uwe toestemming, Leo!” en zij zonk onder eene gemoedsbeweging die haar geheel overmeesterde, op de beide knieën +voor mij neer. “Leo! ik wensch mijn neef van Zonshoven tot echtgenoot; hebt gij daartegen?” + +</p> +<p>Ik antwoordde alleen door haar op te heffen en in mijne armen te sluiten. + +</p> +<p>Zij schreide aan mijne borst. Ik schaamde mij niet dat ook mijne oogen vochtig waren. Wij hadden elkander zóó lief, en toch, +wij hadden zooveel door elkander geleden! +</p> +<hr class="tb"><p> +<a id="d0e7375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7375">427</a>]</span></p> +<p>Wat zal ik u verder zeggen! Ik bracht dien dag door op de Werve. Wij zochten onze lievelingsplekjes, wij leefden in herinneringen, +wij maakten onze plannen voor de toekomst. Wij moesten van Beek c. s. bericht geven dat wij het eens geworden waren en wij +stelden onder prettig gekibbel een deftig vormelijk epistel aan de wetgeleerden op, die verder niets meer te doen hadden dan +hunne rekeningen in te leveren en het onder hen berustende te verantwoorden. Van Beek, die geroepen werd ons huwelijkscontract +op te maken, was niet weinig verwonderd te vernemen, dat de bruid een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond sterling had, +waarover zij de volle vrije dispositie behield. Onder ons gezegd, lord William heeft mij een onschatbaren dienst bewezen, +dat hij Francis op die wijze over hare aarzelingen heeft heengeholpen. + +</p> +<p>De rouw over den generaal was ons voorwendsel om in alle stilte te trouwen, zooals wij beiden wenschten. Een van mijne vrienden, +die in een naburig stadje als predikant stond, zegende ons huwelijk kerkelijk in. Ds. N. voelt zich over die preferentie wat +gekrenkt en wil zijn emeritaat nemen. Ik zal zorgen dat hij er geldelijk niet onder lijdt. De gemeente smachtte reeds lang +naar verandering. “Ze waren dominé wel niet zat, maar toch....” + +</p> +<p>Wij zijn op reis gegaan! Francis moest zich na haar lang isolement weer aan de wereld en de menschen gewennen. De Werve wordt +intusschen gerestaureerd, en Rolf heeft op zich genomen de vesting te commandeeren in onze afwezendheid. + +</p> +<p>De kleine Harry Blount is uit de handen zijner grootmoeder in die van de Pauwelsen overgegaan. Francis heeft tot hare onuitsprekelijke +verlichting de zekerheid gekregen, dat Gijsje Jool hersteld is en met haar kind bij de Pauwelsen inwonen gaat. Wij voorzien, +dat ze eenmaal als dochter in dat gezin zal worden opgenomen. + +</p> +<p>Wat mij betreft, ik heb heel wat doorgestaan sinds <a id="d0e7386"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7386">428</a>]</span>de zware last van die erfenis mij op de schouders is gelegd, maar ik heb veel geleerd in mijne worsteling om het levensgeluk, +en beiden, Francis en ik, zijn vast besloten de zuur veroverde schat met vereende krachten vast te houden en er alle schadelijke +elementen buiten te sluiten. + +</p> +<p>Wij hebben ons voorgenomen goede rentmeesters te zijn van ons groot fortuin, en Francis is het geheel met mij eens, dat een +leven voor ons zelven alleen geen leven zou zijn, dat er eene groote verantwoordelijkheid op ons rust, maar dat het zielevreugde +moet wezen die te vervullen. Van mijne reisontmoetingen hoort gij wel eens later. + + + +</p> +<p class="Date">Genève, 186—, + + +</p> +<p class="Signed">L. v. Z. + +</p> +<hr class="tb"><p> + +</p> +<p>Francis wil u zelve met een woordje groeten. +</p> +<p class="tb"></p><p> + +</p> +<p>Dat het Leo mooi staat om de <i lang="fr">hauts faits</i> van Majoor Frans zoo maar in al hunne kleuren en geuren aan een vriend te schetsen, zal ik nooit toegeven, maar ik voel toch +dat hij in zijne <i lang="fr">position délicate</i> behoefte had om zijn hart uit te storten, en dan ging dat nog het beste aan een overzeeschen vriend. Daarom heb ik hem dan +ook volle absolutie gegeven. Als gij nu maar zijne brieven niet in ’t een of ander Indisch dagblad laat drukken! Dat zou te +erg zijn! Niet dat Francis van Zonshoven dat ongedisciplineerde personage onder hare bescherming neemt; och neen! ’t Is voor +haar zoo goed of het nooit had bestaan. Maar ziet ge, er zijn zooveel familiegeheimen bij in ’t spel, dat ik u in vollen ernst +discretie aanbeveel. + +</p> +<p>Wacht maar niet tot uwe Indische dienstjaren voltallig zijn om ons op de Werve te komen bezoeken. Alle ruiten worden er gemaakt, +en er is ruimte genoeg voor een vriend, al kwam die met een heel gezin! +</p> +<hr class="tb"><p> + + + +</p> +</div> +</div><a id="d0e7412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7412">429</a>]</span><div class="back"> +<div class="div1"> +<p>Romans en Novellen in de WERELD-NEDERLANDSCHE BIBLIOTHEEK; EN OORSPRONKELIJKE UITGAVEN: + + +</p> +<p><i>NEDERLANDSCHE.</i> + +</p> +<div class="table"> +<table style="font-size: 80%;" width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">Ingen. </td> +<td valign="top">Cart. </td> +<td valign="top">Linn. </td> +<td valign="top">Krb. + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">1* en 2*. E. BEKKER-WOLFF en A. DEKEN: <i>Sara Burgerhart</i>. Inleiding <i>Prof. Knappert</i>, (5e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.— </td> +<td valign="top" class="alignright">1.20</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">A. L. G. BOSBOOM-TOUSSAINT:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XIII/XIV. <i>Prinses Orsini en eigen Levensbeschrijving</i>.—Portretten—Inleiding.—Aanteekeningen. + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">BOSBOOM-TOUSSAINT, BUSKEN HUET, SIMON GORTER:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XLV. <i>Drie Vergeten Novellen</i> (<i>Nacht in een Armstoel</i>; <i>Dokter George</i>; <i>Een Praatje</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">LXXXIV/LXXXV*. HENRI VAN BOOVEN: <i>Tropenwee</i> (Nieuwe, complete uitgaaf) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top">CARRY VAN BRUGGEN: <i>De Verlatene</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top">LOUIS COUPERUS: <i>Korte Arabesken</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">J. EIGENHUIS:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">VI/VII. <i>De Wijsgeer</i>;—<i>Tyme de Kroosvisscher</i>;—<i>Van Vrijen en Trouwen</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XXXVIII/XXXIX. <i>De jonge Dominee</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">CI/CIII*. <i>Groei</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.85 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.— </td> +<td valign="top" class="alignright">1.30</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">33. S. FALKLAND: <i>Kleine Vertelsels</i> (8e–10e duizend) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">A. v. GOGH-KAULBACH:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top"><i>Moeder</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">O. U. + +</td> +<td valign="top"><i>Rika</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">G. VAN HULZEN:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">17/18. <i>Getrouwd</i>: (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">1.—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XV/XVI. <i>Wrakke Levens</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XLVII/XLVIII. <i>De Ontredderden</i> I + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XLIX/L. <i>De Ontredderde</i> II + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top"><i>Liefde’s Tusschenspel</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75<a id="d0e7815"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7815">430</a>]</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">II. P. v. LIMBURG BROUWER: <i>Een Ezel en Eenig speelgoed</i>. Inleiding <i>Prof. Damsté</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">LXXVIII*. ELINE MARE: <i>Cleemke’s Fortuintje</i>, tragisch-humoristische schets van Vlaamsch Leven + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">MULTATULI:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XXII. <i>Max Havelaar</i> (7e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">LXXX*. <i>Duizend en één Specialiteiten</i>, met nieuwe noten van den schrijver en inleid. van <i>Mevr. Douwes Dekker-Schepel</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">E. J. POTGIETER:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XLII/XLIII*. <i>Jan, Jannetje en hun jongste kind;—het Rijksmuseum</i>—Geïllustreerd; Inleiding en aanteekeningen van L. S. (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.10</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XLIV. <i>Liedekens van Bontekoe—Blaauw Bes!—’t Is maar een Pennelikker—Marie—De Ezelinnen</i>—2e druk (6e, 7e duizend) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">M. SCHARTEN-ANTINK:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">22*. <i>Sprotje</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">LXXII*. <i>Sprotje heeft een dienst</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">LXXXII*. <i>Sprotjes verder leven</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XXVI/XXVII. <i>Catherine</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">C. en M. SCHARTEN-ANTINK:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top"><i>Een Huis vol Menschen</i> (5e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top"><i>De Vreemde Heerschers</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">XI/XII*. STIJN STREUVELS: <i>Reinaert de Vos</i>, naar de Middeleeuwsche handschriften herwrocht (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.10</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. B. + +</td> +<td valign="top">CXVIII/CXX. NICO VAN SUCHTELEN: <i>Quia Absurdum</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.75 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">N. R. + +</td> +<td valign="top">HERMAN TEIRLINCK: <i>Het Ivoren Aapje</i>, een roman van Bruss. leven (2e dr.) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">1.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">2.75</td> +</tr> +</table> +</div><p> + + +</p> +<p><i>BUITENLANDSCHE.</i> + +</p> +<div class="table"> +<table style="font-size: 80%;" width="100%"> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">Ingen. </td> +<td valign="top">Cart. </td> +<td valign="top">Linn. </td> +<td valign="top">Krb. + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">1) <i>Russisch.</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">L. ANDREJEF:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">8. <i>In de slaapstee</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.35 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">13/14. <i>Judas Iskarioth</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">1.— </td> +<td valign="top" class="alignright">—<a id="d0e8211"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8211">431</a>]</span></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">3/4. F. M. DOSTOJEFSKIE, <i>Witte Nachten</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">1.— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">2. N. W. GOGOLJ: <i>De Mantel</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.35 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">9/10. M. LERMONTOF: <i>Een Held van onzen tijd</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">1.— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">41/42. VLADIMIR KOROLENKO: <i>Schetsen en vertellingen uit Siberië</i>, met portret + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">5. J. S. TOERGENJEF: <i>Klop, klop klop</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.35 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">LEO TOLSTOY:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top"><i>Iwan de Dwaas</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">1/2. <i>De Kozakken</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">5/6. <i>Sebastopol</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">9. <i>Sneeuwstorm</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.10 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">10. <i>De twee Huzaren</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.10 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">21. <i>De jonge Landheer</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.10 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">R. B. + +</td> +<td valign="top">1. ANT. P. TSJECHOF: <i>Een toeval</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.35 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top">— + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">2) <i>Duitsch</i>: +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">71/72*. LUDW. ANZENGRUBER: <i>De Schandvlek</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">74 LUDW. FINCK: <i>De Rozendokter</i>, vertaling <i>M. van Vloten</i>, versiering <i>Midderigh-Bokhorst</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">G. R. + +</td> +<td valign="top">HAUFF: <i>Lichtenstein</i>, rom. verhaal + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.45 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">151/152*. KELLERMANN: <i>De Dwaas</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">G. R. + +</td> +<td valign="top">CLARA VIEBIG: <i>Absolvo Te</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.45 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">ERNST ZAHN: <i>Romans</i>: +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B + +</td> +<td valign="top">97/98*. <i>Het gezin van Lucas Hochstraszer</i> vertaling <i>A. van Gogh-Kaulbach</i> voorrede <i>Aug. de Wit</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">120/121*. <i>Eenzaamheid</i>, vertaling <i>Annie de Graaff</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">146/147*. <i>Clari-Marie</i>, vert. <i>J. Kuglman</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.65 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.80 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">7/8. <i>Levensstrijd</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top"><i>Novellen:</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">22 <i>Onderstroom</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.10 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top">— + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">3) <i>Engelsch</i>: +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">G. R. + +</td> +<td valign="top">BULWER: <i>Rienzi, de laatste der Tribunen, vertaling</i> <i>E. J. Potgieter</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.45 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">CHARLES DICKENS:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">15. <i>Een Kerstlied in Proza</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">G. R. + +</td> +<td valign="top"><i>Londen en Parijs</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.45 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top">— +<a id="d0e8767"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8767">432</a>]</span> + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">23. L. FALCONER: <i>De geheimzinnige Gouvernante</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.10 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">136. EDGAR ALLAN POE: <i>Tien vertellingen</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">47/49. UPTON SINCLAIR: <i>De Wildernis</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.60 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.75 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.90 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">11/12. R. L. STEVENSON: <i>De Verkeerde Kist</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">3/4 MARK TWAIN: <i>De Erfgenaam uit Amerika</i>, geïllustreerd + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">H. G. WELLS:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">24/25. <i>Het voedsel der Goden en hoe het op aarde kwam</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">1.—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">16/19. <i>De Oorlog in de lucht</i>, geïll. + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">117* OSCAR WILDE: Het Granaatappelhuis, vertaling <i>L. van Oosterzee</i>, illustr. <i>Midderigh-Bokhorst</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">24. J. ZANGWILL: <i>Het groote geheim van Bow</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.10 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top">— + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">4) <i>Fransch:</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">30* HONORE DE BALZAC: <i>Het gevloekte Kind</i>, vertaling en inleiding <i>G. en M. Scharten-Antink</i> (2e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">148. BENJAMIN CONSTANT: <i>Adolphe</i>: een kleine roman, vertaald en ingeleid <i>Cd. Busken Huet</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">118*. JULES RENARD: <i>Natuurlijke Historietjes</i>, vert. <i>C. Scharten</i>, illustr. <i>Bonnard</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.50 </td> +<td valign="top">— + +</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" colspan="2">5) <i>Noorsch, Italiaansch, Hongaarsch:</i></td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">82/83. BOCCACCIO: <i>Decamerone, Bloemlezing</i>. Vert. en Inl. <i>W. G. van Nouhuys</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">110/111. ARNE GARBORG: <i>Bij Moeder thuis</i>, een roman + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">B. B. + +</td> +<td valign="top">14/15. KALKMAN MIKSZATH: <i>De Wonderparapluie</i>, uit ’t Hongaarsch + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">— </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top" class="alignright"> </td> +<td valign="top">KJELLAND:</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">55/56. <i>Vergif</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">84/85. <i>Fortuna</i> + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.55 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.70 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +<tr valign="top"> +<td valign="top">W. B. + +</td> +<td valign="top">89. CARL LARSEN: <i>De Biecht eener Vrouw</i> (4e druk) + +</td> +<td valign="top">ƒ </td> +<td valign="top" class="alignright">0.20 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.30 </td> +<td valign="top" class="alignright">0.40 </td> +<td valign="top" class="alignright">—</td> +</tr> +</table> +</div><p> + +</p> +<div class="transcribernote"> +<h2>Colofon</h2> +<h3>Beschikbaarheid</h3> +<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het +kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>De tekst van dit eBoek is vergeleken met de versie beschikbaar op +<a href="http://www.duquartier.nl/">www.duquartier.nl</a>. Naar aanleiding van de verschillen zijn enkele wijzigingen gemaakt. + +</p> +<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give +it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. + +</p> +<p>The text of this eBook has been compared with the version available on <a href="http://www.duquartier.nl/">www.duquartier.nl</a>. A few changes have been made as a result. + +</p> +<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. + +</p> +<h3>Codering</h3> +<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde +van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn +gemarkeerd met het corr-element. + +</p> +<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met “. Geneste +dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens. + +</p> +<h3>Documentgeschiedenis</h3> +<ul> +<li>03-MAR-2007 begonnen. + +</li> +</ul> +<h3>Verbeteringen</h3> +<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> +<table width="75%"> +<tr> +<th>Plaats</th> +<th>Bron</th> +<th>Verbetering</th> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e454">Bladzijde 27</a></td> +<td width="40%">nie</td> +<td width="40%">niet</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e489">Bladzijde 28</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e516">Bladzijde 30</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e589">Bladzijde 32</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e633">Bladzijde 35</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e743">Bladzijde 45</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e765">Bladzijde 47</a></td> +<td width="40%">pachter</td> +<td width="40%">pachters</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e772">Bladzijde 48</a></td> +<td width="40%">kortsmogelijke</td> +<td width="40%">kortstmogelijke</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e850">Bladzijde 55</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1164">Bladzijde 70</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1252">Bladzijde 76</a></td> +<td width="40%">men</td> +<td width="40%">mee</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1360">Bladzijde 85</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1698">Bladzijde 103</a></td> +<td width="40%">A</td> +<td width="40%">À</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e1942">Bladzijde 118</a></td> +<td width="40%">pleegt</td> +<td width="40%">oplegt,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2028">Bladzijde 122</a></td> +<td width="40%">dat</td> +<td width="40%">daar</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2103">Bladzijde 125</a></td> +<td width="40%">,</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2265">Bladzijde 135</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2286">Bladzijde 137</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2377">Bladzijde 144</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2642">Bladzijde 161</a></td> +<td width="40%">A</td> +<td width="40%">À</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2777">Bladzijde 169</a></td> +<td width="40%">anwoord</td> +<td width="40%">antwoord</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2841">Bladzijde 172</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2844">Bladzijde 172</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e2941">Bladzijde 177</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3000">Bladzijde 180</a></td> +<td width="40%">onwaakte</td> +<td width="40%">ontwaakte</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3131">Bladzijde 190</a></td> +<td width="40%">Het</td> +<td width="40%">Hij</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3137">Bladzijde 191</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3142">Bladzijde 191</a></td> +<td width="40%">humor</td> +<td width="40%">humeur</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3206">Bladzijde 193</a></td> +<td width="40%">A</td> +<td width="40%">À</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3401">Bladzijde 202</a></td> +<td width="40%">bij</td> +<td width="40%">gij</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3412">Bladzijde 202</a></td> +<td width="40%">ssconden</td> +<td width="40%">seconden</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3480">Bladzijde 206</a></td> +<td width="40%">arglastig</td> +<td width="40%">arglistig</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3486">Bladzijde 206</a></td> +<td width="40%">kaf</td> +<td width="40%">kalf</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3547">Bladzijde 210</a></td> +<td width="40%">ruineert</td> +<td width="40%">ruïneert</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3667">Bladzijde 213</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">.</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3903">Bladzijde 227</a></td> +<td width="40%">spak</td> +<td width="40%">sprak</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e3934">Bladzijde 232</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4021">Bladzijde 236</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4046">Bladzijde 237</a></td> +<td width="40%">prefect</td> +<td width="40%">perfect</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4065">Bladzijde 238</a></td> +<td width="40%">pijl</td> +<td width="40%">peil</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4119">Bladzijde 243</a></td> +<td width="40%">protstantsch</td> +<td width="40%">protestantsch</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4157">Bladzijde 246</a></td> +<td width="40%">strikste</td> +<td width="40%">striktste</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4226">Bladzijde 250</a></td> +<td width="40%">intuitie</td> +<td width="40%">intuïtie</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4534">Bladzijde 272</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4537">Bladzijde 272</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4598">Bladzijde 276</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4613">Bladzijde 278</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e4616">Bladzijde 278</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">”</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5218">Bladzijde 309</a></td> +<td width="40%">”</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5264">Bladzijde 311</a></td> +<td width="40%">sind</td> +<td width="40%">sinds</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5313">Bladzijde 313</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">’</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5922">Bladzijde 349</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">,</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e5933">Bladzijde 349</a></td> +<td width="40%">pupliek</td> +<td width="40%">publiek</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6039">Bladzijde 354</a></td> +<td width="40%">egoist</td> +<td width="40%">egoïst</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6227">Bladzijde 364</a></td> +<td width="40%">geruststellend</td> +<td width="40%">gerustgesteld</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6652">Bladzijde 387</a></td> +<td width="40%">mij</td> +<td width="40%">nu</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6750">Bladzijde 391</a></td> +<td width="40%">“</td> +<td width="40%"> +[<i>Verwijderd</i>] + +</td> +</tr> +<tr> +<td width="20%"><a href="#d0e6802">Bladzijde 396</a></td> +<td width="40%"> +[<i>Niet in bron</i>] + +</td> +<td width="40%">“</td> +</tr> +</table> +</div> +</div> +</div> + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Majoor Frans, by +Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS *** + +***** This file should be named 20794-h.htm or 20794-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/2/0/7/9/20794/ + +Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed +Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ + + +Updated editions will replace the previous one--the old editions +will be renamed. + +Creating the works from public domain print editions means that no +one owns a United States copyright in these works, so the Foundation +(and you!) can copy and distribute it in the United States without +permission and without paying copyright royalties. Special rules, +set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to +copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to +protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project +Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you +charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you +do not charge anything for copies of this eBook, complying with the +rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose +such as creation of derivative works, reports, performances and +research. They may be modified and printed and given away--you may do +practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is +subject to the trademark license, especially commercial +redistribution. + + + +*** START: FULL LICENSE *** + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project +Gutenberg-tm License (available with this file or online at +http://gutenberg.org/license). + + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm +electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy +all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. +If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project +Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the +terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or +entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement +and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic +works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" +or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project +Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the +collection are in the public domain in the United States. If an +individual work is in the public domain in the United States and you are +located in the United States, we do not claim a right to prevent you from +copying, distributing, performing, displaying or creating derivative +works based on the work as long as all references to Project Gutenberg +are removed. Of course, we hope that you will support the Project +Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by +freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of +this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with +the work. You can easily comply with the terms of this agreement by +keeping this work in the same format with its attached full Project +Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in +a constant state of change. If you are outside the United States, check +the laws of your country in addition to the terms of this agreement +before downloading, copying, displaying, performing, distributing or +creating derivative works based on this work or any other Project +Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning +the copyright status of any work in any country outside the United +States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate +access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently +whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the +phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project +Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, +copied or distributed: + +This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with +almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or +re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included +with this eBook or online at www.gutenberg.org + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived +from the public domain (does not contain a notice indicating that it is +posted with permission of the copyright holder), the work can be copied +and distributed to anyone in the United States without paying any fees +or charges. If you are redistributing or providing access to a work +with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the +work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 +through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the +Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or +1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional +terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked +to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the +permission of the copyright holder found at the beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any +word processing or hypertext form. However, if you provide access to or +distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than +"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version +posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), +you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a +copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon +request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other +form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm +License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided +that + +- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is + owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he + has agreed to donate royalties under this paragraph to the + Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments + must be paid within 60 days following each date on which you + prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax + returns. Royalty payments should be clearly marked as such and + sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the + address specified in Section 4, "Information about donations to + the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." + +- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or + destroy all copies of the works possessed in a physical medium + and discontinue all use of and all access to other copies of + Project Gutenberg-tm works. + +- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any + money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days + of receipt of the work. + +- You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm +electronic work or group of works on different terms than are set +forth in this agreement, you must obtain permission in writing from +both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael +Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the +Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +public domain works in creating the Project Gutenberg-tm +collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic +works, and the medium on which they may be stored, may contain +"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or +corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual +property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a +computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by +your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium with +your written explanation. The person or entity that provided you with +the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a +refund. If you received the work electronically, the person or entity +providing it to you may choose to give you a second opportunity to +receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy +is also defective, you may demand a refund in writing without further +opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER +WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO +WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. +If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the +law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be +interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by +the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any +provision of this agreement shall not void the remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance +with this agreement, and any volunteers associated with the production, +promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, +harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, +that arise directly or indirectly from any of the following which you do +or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm +work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any +Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. + + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of computers +including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists +because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from +people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. +To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation +and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 +and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive +Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at +http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent +permitted by U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. +Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered +throughout numerous locations. Its business office is located at +809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email +business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact +information can be found at the Foundation's web site and official +page at http://pglaf.org + +For additional contact information: + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To +SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any +particular state visit http://pglaf.org + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. +To donate, please visit: http://pglaf.org/donate + + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic +works. + +Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm +concept of a library of electronic works that could be freely shared +with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project +Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. + + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. +unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily +keep eBooks in compliance with any particular paper edition. + + +Most people start at our Web site which has the main PG search facility: + + http://www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/20794-page-images.zip b/20794-page-images.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3f1922d --- /dev/null +++ b/20794-page-images.zip diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..68caf60 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #20794 (https://www.gutenberg.org/ebooks/20794) |
