summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--20794-8.txt15393
-rw-r--r--20794-8.zipbin0 -> 318489 bytes
-rw-r--r--20794-h.zipbin0 -> 338304 bytes
-rw-r--r--20794-h/20794-h.htm14152
-rw-r--r--20794-page-images.zipbin0 -> 41659744 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
8 files changed, 29561 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/20794-8.txt b/20794-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..7087b21
--- /dev/null
+++ b/20794-8.txt
@@ -0,0 +1,15393 @@
+Project Gutenberg's Majoor Frans, by Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Majoor Frans
+
+Author: Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint
+
+Release Date: March 10, 2007 [EBook #20794]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Nederlandsche Bibliotheek
+
+ Onder leiding van L. Simons.
+
+
+ Uitgegeven door:
+
+ De Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur Amsterdam
+
+
+
+
+
+ A. L. G. Bosboom-Toussaint
+
+
+ Majoor Frans
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+Jonker Leopold van Zonshoven aan de lezers van Majoor Frans.
+
+
+Mijn vrouw heeft bij haar optreden in de wereld zulk een gunstig
+onthaal gevonden, dat zij er niet genoeg dankbaar voor kan zijn. En
+toch.... brengt het haar in zekere verlegenheid.
+
+Zij weet dat er eene indiscretie is gepleegd, en dat de belangstelling
+van het publiek eene derde uitgave vraagt van: _Mijne vertrouwelijke
+mededeelingen aan een vriend in Indië_. Zij is te bescheiden om die
+goede ontvangst aan zich zelve toe te schrijven en beweert dat zij die
+alleen dankt aan mijne wijze van haar voor te stellen! Daarbij had ik
+te kampen met hare kluchtige verontwaardiging, toen zij vernam van
+welke ruchtbaarheid haar pseudoniem het voorwerp was geworden. Zij
+stemt het mij toe dat zij erkentelijk behoort te zijn voor zooveel
+welwillendheid, maar zij schroomt zich te veel op den voorgrond te
+stellen, zoo zij in persoon die schuld der dankbaarheid afdeed,
+en wil dat ik alleen de verantwoordelijkheid zal dragen van eene
+publiciteit die zij niet heeft gezocht, en dat ik den plicht der
+openlijke dankbetuiging van haar zal overnemen. Die eisch is billijk,
+naar het mij voorkomt, en het is mij een lust daaraan te voldoen. Maar
+zullen er veel woorden noodig zijn om het publiek te verzekeren van
+onze dankbaarheid voor zooveel waardeering, die ik nauwelijks had
+durven wachten voor eene persoonlijkheid, wier goede hoedanigheden
+vermomd waren onder zekere excentriciteit? Er was de scherpe blik der
+liefde noodig om die te onthullen. Voor deze liefde bovenal zijn wij
+dankbaar, wij hopen haar ook waardig te blijven. Ik zie dat ik mijn
+geliefd devies eenigszins wijzigen moet en meen het "_succès oblige_"
+voor oogen te houden.
+
+ Leopold van Zonshoven.
+ 26 November 1875.
+
+
+
+
+
+Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst, advocaat te A.
+
+
+ Beste vriend!
+
+
+Als gij niet al te diep in 't een of ander proces zijt verwikkeld,
+kom dan tot mij op de vleugelen der vriendschap, of meer op zijn
+negentiende-eeuwsch gesproken, met den eersten sneltrein den besten
+dien gij uit uw provinciestadje kunt bereiken; want ik zit deerlijk
+in de engte. Daar is mij iets overkomen, waarover de wereld mirakel
+zal roepen, als zij er van hoort. Maar vooreerst mag zij 't nog niet
+hooren, _et pour cause_; daarom moet ik het aan de borst van een
+vertrouwd vriend uitstorten, of ik zou er aan stikken. Het is ook zoo
+iets ongewoons, zoo iets onwaarschijnlijks, zoo iets onmogelijks,
+zou mevrouw de Sévigné zeggen, maar dat toch waar is, toch gebeurd
+is, ja! _mij_ gebeurd is, _mij_, Leopold van Zonshoven, van der
+jeugd af bestemd om in de wereld de droevige figuur te maken van:
+een kalen jonker! Ook ben ik er van verbluft, of ik een knodsslag op
+mijn hoofd had gekregen. Verbeeld je! daar ben ik op eens aangewezen
+als de universeele erfgenaam van een kolossaal vermogen.
+
+Eene oudtante mijner moeder, waarvan ik nooit gehoord had en die,
+naar het schijnt, met hare geheele familie gebrouilleerd was, is op
+het sublieme idée gekomen om bij mij voor toovergodin te spelen,
+en bij testamentaire dispositie al hare bezittingen aan mij na
+te laten. Aan mij! die alle macht van overleg en zelfbeheersching
+noodig heb gehad om van 't oude jaar in 't nieuwe te komen zonder
+schulden te maken, iets wat mij in mijne kwaliteit van arm edelman,
+niet geheel van zelf-respect misdeeld, absoluut ongeoorloofd is, op
+zulke wijze, dat ik mij geen enkele _folie_, geen enkele _caprice_
+kon permitteeren, ik zie mij op eens een millioen naar het hoofd
+geworpen. Is het te verwonderen, dat dit er van duizelt? De waardige
+overledene had verdiend getuige te zijn van de ontploffing harer
+Orsini-bom. Eerst sprong ik op en zou de petroleumlamp over het
+tafelkleed mijner hospita hebben omgeworpen, zoo de goede ziel zelve
+dat niet door een snellen greep voorkomen had. Toen viel ik op mijn
+stoel terug, met eene gewaarwording of mij de krachten ontzonken, en
+ik moet er zoo bleek en ontdaan hebben uitgezien, dat de juffrouw mij
+later gulweg bekende hoe zij suspicie vatte, dat het eene "exploisie"
+was van deurwaarderszaken. Zeker is het, dat zij wachten bleef op
+de tachtig cents port, die het pakket kostte, of zij vreesde er een
+bankroetje aan te lijden. Geprikkeld door dat blijven, door dat zekere
+indringende en onbescheidene in hare houding, dat zoowel van wantrouwen
+als van nieuwsgierigheid getuigde, hoewel er eenige meewarigheid in
+gemengd was, wees ik haar de deur met een gebaar, dat een acteur in
+eene wanhoopscène zou benijd hebben en dat ik alleen aan de inspiratie
+van 't oogenblik dankte; ook bleek dit afdoende. In een wip was ze
+weg, en ik wierp de deur op slot, zonder recht te weten wat ik deed
+of waarom, alleen gedreven door een onbestemd verlangen om alleen,
+om ongestoord te zijn en mij te overtuigen, dat de mededeeling, die
+mij als een sprookje uit de Duizend-en-eene nacht in de ooren klonk,
+geen mystificatie was.
+
+En werkelijk, toen ik de stukken met meer bedaardheid overlas, werd
+het ongeloofelijke mij tot ontwijfelbare zekerheid; maar in plaats
+dat die zekerheid mij rust en blijdschap gaf, werd ik bestormd door
+eene warreling van gedachten en gewaarwordingen, die onbeschrijfelijk
+is. Ik werd heen en weer geslingerd door duizenderlei strijdige plannen
+en voornemens, die ik als in een oogwenk vatte, en weer varen liet;
+ik wist den draad mijner denkbeelden niet meer te volgen of vast te
+houden. Mijn hart begon te kloppen of het zou bersten; ik kreeg een
+aandoening in de keel of ik geworgd werd, en een duldelooze hoofdpijn
+was het eerste profijt dat die toekomstige fortuin mij aanbracht! Zoo
+kon het niet blijven; ik rukte mijn das los, improviseerde een stortbad
+met behulp van mijn lampetkan, liep de kamer rond met driftige,
+ongeregelde voetstappen, dronk om de vijf minuten een glas water en
+begon eindelijk zoo ver te bekomen, dat ik om de thee schelde, die
+de juffrouw per extra-ordinaire zelve bracht, de zaak van het porto
+met haar afdeed en haar op de vraag: "of mijnheer nu wat beter was,"
+geruststelde met de verzekering, dat een plotseling doodsbericht van
+eene verwante mij wat sterk had aangegrepen. Hoe zij de mededeeling
+opnam en wat zij er verder bij dacht, laat ik daar; zij vertrok,
+zichtbaar verlicht en al vast gerustgesteld omtrent de kamerhuur,
+die met primo April moet worden voldaan. Ik wist, dat ik mijn aplomb
+tegenover haar had hervat, maar ik vraag u mijnheer de scepticus, is
+het geen teeken dat het geld uit den booze is, als het een fatsoenlijk
+jongmensch, die zijne gezonde hersens heeft en niet aan de kwaal van
+gouddorst placht te lijden, in zulk eene verwarring brengt, dat hij
+zich zelf moet afvragen, of hij niet door eene plotselinge razernij
+werd aangetast? Denkelijk zult gij antwoorden, dat de schuld bij mij
+ligt en dat een ander, gij zelf bij voorbeeld, de zaak vrij wat kalmer
+zou hebben opgenomen. Ik stem dit vooruit toe; ik ben geen stoïcijn
+en heb zelfs nooit getracht er de houding van aan te nemen, en, zie je
+Willem, ik zat juist bij mij zelven te overleggen wat ik toch beginnen
+zou om de jammerlijke positie die mij in de maatschappij ten deel was
+gevallen, eenigszins te verbeteren, en ik vond niets--niets dan dit
+eene: mij met mijn oom den minister te verzoenen, om door hem bij 't
+een of ander gezantschap als attaché ingeschoven te worden. Schrale
+uitkomst (zelfs indien zij verkregen werd), en die mij zoo iets als
+een laagheid zou kosten, want Zijne Excellentie had mij zijn huis
+verboden, omdat ik artikels geschreven had in een oppositieblad! Ik
+zat mij de nagels stomp te bijten van ergernis, dat ik niet zoo lang
+had kunnen studeeren om dr. of mr. voor mijn naam te zetten, twee
+letters bij wier gemis alles wat voor anderen open staat, door eene
+onverzettelijke barrière is afgesloten voor mij! Op mijn leeftijd (ik
+ben in 't noodlottige laatste jaar van de twintig) op mijn leeftijd
+is er geen reetje meer, waar ik door kan sluipen om carrière te
+maken. En nù--terwijl ik mij suf zat te peinzen op al die "terug's"
+die ik op vingers kon narekenen, komt daar op eens de tijding, dat
+ik grondeigenaar ben geworden, dat ik "bosschen en beemden, duinen
+en heidegronden" in bezit mag nemen--dan vraag ik u, kloeke, kalme,
+onwrikbare wetgeleerde, of dat niet meer dan genoeg is om een gewoon
+sterveling, zooals ik, zijn evenwicht te doen verliezen, en in eene
+vervoering te brengen waarover gij voorzeker het hoofd schudt. Kom
+dan maar gauw zelfs om mij te beknorren en met mij te praten; dat
+zal mij zeker tot kalmte brengen, en te eer, daar er een punt is,
+waarover ik u raadplegen moet, eer ik de erfenis definitief aanvaard;
+want gij moet weten, er is een _maar_ bij mijne plotselinge fortuin,
+een maar die als altijd tergend achteraan komt hinken; mogelijk ziet
+uw juridische blik er geen rechtskwestie in, maar voor mij .... ligt
+er eene gewetensvraag achter, althans eene kwestie van kieschheid,
+waardoor mijne gouden bergen wel eens tot stuifzand kunnen vervliegen,
+en dat arme dierbare millioen, dat mij al zoo duchtig in de war heeft
+gebracht, gereduceerd worden tot niets meer dan eene luchtspiegeling,
+die mij voor eene wijle de oogen heeft verblind. Om die reden heb
+ik geen schepsel deelgenoot gemaakt van het mirakel, noch zal dit
+doen, voor ik uwe opinie heb gehoord, in afwachting van uw advies
+heb ik den notaris, die eene procuratie verlangde om in mijn naam te
+handelen, zulk een document toegezonden, maar onder reserve. _Fais
+ce que dois, advienne que pourra_ is mijn _mot d'ordre_, al luid het
+devies mijner familie meer brutaal dan eerlijk: _de fortuin is met
+den stoute_. Onder de roofridders der middeleeuwen mocht dat gelden,
+maar sinds het aanbreken der 18de eeuw zie ik niet dat niemand van
+de onzen zich meer naar dat devies heeft gericht. Integendeel, al die
+achtbaar gepruikte hoofden van de laatste serie onzer familieportretten
+toonen gelaatstrekken, die eer van deftige flauwheid en onnoozele
+goedrondheid getuigen dan van stoute ondernemingszucht, en naar de
+uitkomsten te oordeelen; de _gène_ waarin wij sinds drie generatiën
+verkeeren, getuigt dat de physionomiën niet liegen! Nu, het zij
+zoo. Ik ben er niet rouwig om dat ik ten minste geen schitterende
+deugniet in de dichtst nabijzijnde graden heb aan te wijzen!
+
+Wat men tot kalmte komt als men zich eens kan uitspreken, al is het
+maar op het papier! Ik voel mij nu zoo verlicht, dat ik u rustig
+onze geheele familiegeschiedenis zou kunnen vertellen, en onder dat
+relaas mijn millioen _in spe_ zou vergeten, alsof er geen kwestie
+meer van was; maar 't is nog beter u niet langer op te houden, en
+te wachten tot we _de coeur a coeur_ kunnen praten. Stel mij daartoe
+zoo spoedig mogelijk in de gelegenheid. Ik heb hier kennissen genoeg,
+maar geen enkel vertrouwd vriend, aan wien ik alles uit kan leggen,
+zonder de vrees van misverstaan en uitgelachen te worden, en 't is een
+onuitstaanbare kwelling, een bezwaar als dit, tweemaal vierentwintig
+uur alleen te moeten dragen.
+
+En nu vaarwel tot ziens. Met of zonder millioen.
+
+
+ Semper idem.
+ Uw Leopold v. Z.
+
+
+ 's Hage, Maart 186 .
+
+
+
+Met dezelfde post die hem een brief van Leopold van Zonshoven
+aanbracht, ontving Mr. Willem Verheyst een biljet van eene hem
+onbekende hand van den volgenden inhoud:
+
+
+
+ Mijnheer!
+
+
+Na een onderzoek, ingesteld omtrent de relatiën van Jonker Leopold
+van Zonshoven, achten wij het waarschijnlijk, dat hij u raadplegen
+zal in eene zaak, voor hem zelven van groot belang. Uit vriendschap
+voor hem, help hem heen over alle bezwaren die hij zou kunnen maken
+tegen de aanvaarding van zekere erfenis, en laat hij geen voorstel,
+hem gedaan, afwijzen zonder ernstig onderzoek.
+
+Het is onnoodig hem met dit ons schrijven bekend te maken; wij
+vertrouwen het uwer ervaring en voorzichtigheid toe. Iemand die ten
+volle bekend is met de intentiën der waardige erflaatster en die den
+Jonker van ganscher harte hare fortuin gunt.
+
+ N. N.
+
+
+
+"O wee!" riep de goedhartige Willem, het naamloos geschrift
+ineenfrommelend, "het begint er, vrees ik, slecht uit te zien voor
+Leopold. Het zou toch jammer zijn zoo hij ze moest opgeven, die
+fortuin, die hem daar als een lokaas wordt voorgehouden, met.... wie
+weet welke hinderlijke conditiën. Die voorzorg van onbekenden, om
+zijn raadsman om te koopen, bevalt mij niet. Zij moeten niet denken
+dat ik er in zal loopen; als er eene clause gesteld is, onbestaanbaar
+met recht en billijkheid of met zijne eer, zullen zij zien, dat ik
+geen meester in de rechten ben voor niet. En ze vleien mij met mijne
+ervaring, mijne voorzichtigheid. Ja! ja! wees er gerust op, die zal ik
+gebruiken om hem _goeden raad_ te geven in den besten zin. Als de zaak
+loensch is, kan zijne keuze niet twijfelachtig zijn; men kan nog wel
+buiten bosschen en landerijen; maar Leopold is een te ferme jongen om
+zich iets te laten aanleunen, dat tegen de eer strijdt. Laat hem dan
+liever nog wat rondsukkelen; mogelijk ben ik zelf in staat hem voort
+te helpen eer wij een jaar of wat verder zijn. Arme jongen, hij weet
+niet, hoezeer zijn voorstel mij op dit oogenblik ongelegen komt.... 't
+Is waar, ik moet toch nog eens naar den Haag vóór mijne afreis; dan
+maar morgen de diligence genomen van half drie, die correspondeert
+met den trein naar den Haag; 't is wel eerst een paar uur rijdens,
+maar dan ben ik er ook binnen de driekwartier."
+
+Zoo gezegd, zoo gedaan; Willem Verheyst bleek een oprecht vriend en
+geen sammelaar; hij kwam bijtijds op den trein, en vijf minuten na
+zijne aankomst zien wij hem op de stoep van het huis, waar Jonker
+van Zonshoven logies had.
+
+Hij behoefde maar één trap te klimmen. Eene ruime voorbovenkamer
+met alkoof in een gesloten huis op eene der zijgrachten, ziedaar het
+rustige en zedige verblijf van den jongen edelman, te schraal door
+de fortuin bedeeld, om een deftig appartement te kunnen betalen,
+en te fatsoenlijk om op kosten van lichtgeloovige burgers een staat
+te voeren boven zijn vermogen.
+
+En toch had zijne kamer een _air_ van élégance, dat zoowel voor den
+smaak getuigde van den jonkman van geboorte en goede opvoeding,
+als de behoeften kenschetste van iemand die geene gewoonte maakt
+van uithuizigheid, en die in zijn thuis al de comforts wenscht te
+vereenigen, waarvoor het vatbaar is. Behalve de onmisbare meubels,
+die tot de eischen van eene "gemeubileerde kamer" behooren, en die
+meer proper dan modern waren, zag men er eene kloeke schrijftafel,
+een gemakkelijken armstoel, eene antieke gebeeldhouwde boekenkast
+en zekere kleine voorwerpen van kunst en weelde, die in disharmonie
+waren met het stijf burgerlijk huisraad en met het goedkoop "grijsje"
+dat voor behangsel was gekozen; maar van dit laatste kwam juist
+niet veel te zien, daar het rondom bedekt was met familieportretten,
+sommigen in statig ebbenhout gevat, anderen in die schrale vergulde
+lijsten, die van een later tijdperk getuigden, waarin het grandiose
+tot het weeke en laffe was gezonken, zoowel in de kunst zelve als
+in de wijze van haar voor te doen. Miniatuurportretten in ivoor en
+photographieën van verschillende grootte hingen overal, waar er maar
+een plekje te vinden was geweest. De jonker had er kennelijk zijn
+lust in gevonden, hier zooveel doenlijk zijne geheele familie in
+beeltenis vertegenwoordigd te zien.
+
+"Het was voor de gezelligheid," placht hij te antwoorden, als
+men hem over deze drukke expositie zijner vaderen en voorvaderen
+onderhield. "Ja, ja!" werd hem wel eens tegengevoerd, "'t is allermeest
+omdat gij trotsch zijt op al die mooie wapenschilden."
+
+"Waarom niet, als ik meen te weten, dat zij onbesmet zijn bewaard,
+en als ik zelf mij heb voorgenomen, er nooit een vlek op te
+werpen?" antwoordde hij dan vast en met fierheid.
+
+Waarheid is, dat hij het "_noblesse oblige_" in den besten zin
+opvatte. Het was nooit in hem opgekomen, als een voorname leeglooper
+rond te slenteren en op de beurzen zijner aanzienlijke kennissen
+en verwanten te teren. Hij had talent, al had hij geen academischen
+graad kunnen verwerven, en hij had niet geschroomd met dat talent te
+woekeren op iedere voegzame wijze. Hij was vlug, hij had orde; al had
+hij geene vaste inkomsten, hij wist rond te komen en, zooals hij het
+zelf noemde, het hoofd boven water te houden, en sinds de nood hem de
+deugd van zuinigheid oplegde, wist hij haar te oefenen met een gemak,
+of het simpel uit liefhebberij geschiedde. Zijne opgeruimdheid had
+tot hiertoe door die leefwijze niet geleden. En wellicht bracht de
+fortuin, die hem zoo plotseling voor de voeten werd gelegd, hem in
+grooter bezwaren, dan hij tot hiertoe had behoeven te trotseeren. Eene
+beproeving van zijn karakter was het zeker.
+
+Hij zat voor zijne schrijftafel en was druk aan den arbeid, toen Willem
+Verheyst zijne kamer binnentrad. Onder een luid gejubel vloog hij op,
+vatte Willems beide handen in de zijne en riep uit:
+
+"Braaf gedaan! Maar dat had ik ook wel van je verwacht, dat je
+komen zoudt op mijn eersten alarmkreet. Wat een dwazen brief heb
+ik je geschreven, niet waar? Later ben ik weer gansch mij zelf
+geworden, en weet je hoe?" Hij keerde zich weer naar de schrijftafel
+en liet Verheyst een handvol papieren zien, deerlijk met inkt
+bemorst. "Dezelfde beweging waarmee ik op dien gedenkwaardigen
+avond mijne lamp zou hebben omgeworpen, zoo niet de reddende hand
+van juffrouw Joosting tusschenbeide ware gekomen, was tegelijk van
+de noodlottigste uitwerking geweest op mijn inktkoker; de goede ziel
+had maar op het noodigste gelet, maar die inktkoker, helaas! was hare
+opmerkzaamheid ontsnapt. Eerst moest ik wat bekomen, toen mijn hart
+uitstorten aan u, den brief zelf op de post brengen en rondloopen tot
+ik als een gewoon mensch naar bed kon gaan; ziedaar alles waartoe
+ik bekwaam was, en eerst den volgenden morgen ontdekte ik, welke
+verwoesting er was aangericht. Drie stukken, die al in 't net waren
+overgeschreven en genummerd klaar lagen om afgeleverd te worden, waren
+reddeloos verloren en moesten overgeschreven worden. Een lief werkje
+voor een millionair, niet waar? Maar al ware men het twintigmaal,
+men moet zijn woord houden, en ik was zoo goed niet, of ik moest
+aan den arbeid, en nu ben ik er bijna door. Het is mij tot heilzame
+afleiding geweest. Ziedaar al den eersten last, dien mijne versche
+fortuin mij aanbrengt, en 't zal denkelijk wel niet de eenige, niet
+de zwaarste zijn. Maar hoe het ook zij, ik heb nu mijn avond vrij en
+we kunnen praten."
+
+"Ja, dat zal noodig zijn, althans als gij nog niet van de zaak hebt
+afgezien."
+
+"Afgezien! Waarom zou ik daar zoo in eens toe gekomen zijn? En ik
+heb je uitdrukkelijk geschreven, dat ik mij tot niets decideeren zou,
+voordat ik uw advies had ingewonnen."
+
+"Het gebeurt meer dat men raad vraagt zonder het antwoord af te
+wachten."
+
+"Ja, maar zóó inconsequent handel ik niet; en mij dunkt, eene fortuin
+als deze is wel eenigen tijd van kalm beraad waardig. Ziehier de akten:
+de kennisgeving van den notaris, de copie op zegel van het testament,
+den inventaris van de roerende en onroerende goederen; de laatsten
+zijn nogal wat uiteen gelegen, in drie verschillende provinciën,
+maar 't geheel vormt eene uitgebreide bezitting, en met 't geen er
+aan effecten in portefeuille is, wordt de fortuin op meer dan een
+millioen geschat. Zoo ver ik zien kan zijn de stukken in orde."
+
+"De stukken _zijn_ in orde," antwoordde Verheyst, nadat hij een tijd
+lang zwijgend de akten een voor een had ingezien, "en als deze copie
+van het testament juist is, waaraan ik niet twijfel, dan zal de meest
+teleurgestelde onder de nabestaanden der erflaatster nog moeite hebben
+om chicane te maken op hare beschikking. Mejonkvrouw Roselaer tot de
+Werve benoemt u, jonker Leopold van Zonshoven, tot haar universeelen
+erfgenaam, behoudens eenige legaten, onbeteekenend in verhouding tot
+hare fortuin en waarvan de uitkeering aan de zorg van haar executeur
+is opgedragen, in overleg met haar erfgenaam. De zaak is gezond en zoo
+helder als glas, maar ik zie niets van die noodlottige clause, waarvan,
+zooals gij mij schreef, de aanvaarding van die erfenis afhangt."
+
+"Zulk eene clause bestaat niet. Er is van 't geen door mijne oud-tante
+begeerd wordt volstrekt geene conditie gemaakt, en zoo ik u iets
+dergelijks heb geschreven, moet gij het alleen wijten aan den roes,
+die mij was aangezet. Maar, ziet gij, dat wat ik bedoel en waarover
+ik u wilde spreken, is eenvoudig een _verzoek_ aan mij, een wensch
+van de erflaatster, in dezen brief vervat, dien gij doorlezen moet
+eer gij mij uwe opinie zegt. Mij komt het voor, dat ik de geheele
+erfenis moet opgeven, als ik niet aan haar verlangen kan voldoen."
+
+"Rechtens zeker niet; maar het kan een _cas de conscience_ zijn voor u,
+dat wil ik wel gelooven. En is hetgeen van u gevergd wordt dan zoo
+moeilijk om in te willigen?" vroeg Verheyst nog, zonder den brief
+te openen.
+
+"_Ça dépend!_ Het zou een zeer aangename plicht kunnen zijn. Mijn
+oud-tante wil, dat ik trouwen zal."
+
+"Dat's zoo'n onredelijke wensch niet, sinds zij u in staat stelt eene
+huishouding te bekostigen."
+
+"Neen; maar zij vindt goed, mij voor te schrijven wie ik tot vrouw
+moet nemen."
+
+"O wee! dat's nogal erg."
+
+"Ja! al heel erg, want zij schijnt het meisje zelve niet te kennen. Het
+moet eene kleindochter zijn van zekere Generaal von Zwenken, die
+indertijd met hare oudste zuster is getrouwd geweest; de jonkvrouw in
+kwestie woont bij haar grootvader, en het schijnt bovenal uit rancune
+tegen dezen, dat de slimme oud-tante deze vondst heeft bedacht, om aan
+die nicht het genot harer fortuin te verzekeren zonder eenig ander lid
+van hare familie daarin te doen deelen. Daarvoor wordt _ik_ gebruikt
+en daartoe wordt die fortuin in mijne hand gegeven, opdat ik die zal
+leggen in de hand van de schoone.... Niets schijnt meer gemakkelijk
+en natuurlijk; maar onderstel nu eens dat die schoone eene leelijke
+is, of eene gebochelde, of eene ondeugende heks, of eene lastige
+coquette, of op eenige andere wijze onmogelijk is, althans voor mij,
+die nog alzoo mijne eigene begrippen heb over vrouwen en huwelijk;
+wat moet ik dan beginnen; van de erfenis afzien?"
+
+"Afzien.... afzien.... op zijn ergst zoudt gij een voorstel kunnen
+doen om te deelen."
+
+"Ziedaar wat precies _tegen_ den uitdrukkelijken wil van de erflaatster
+zou zijn. Lees toch den brief, en gij zult er u van overtuigen."
+
+Dit schrijven, dat Verheyst nu met gezetheid doorlas, was van den
+volgenden inhoud.
+
+
+
+ Zeer waarde Neef!
+
+Ofschoon ik eene onbekende ben voor u, zijt gij het geenszins voor
+mij. Persoonlijk ken ik u niet, maar ik ben vrij goed onderricht
+van hetgeen gij zijt en _niet_ zijt. Door allerlei _brouilleries_
+in onze familie en de inconsequente handelwijze van mijne oudste
+zuster, ben ik verplicht geweest in geheele vervreemding te
+leven (en zal ook desgelijks sterven) van al mijne verwanten;
+die mij de naaste waren, zijn trouwens sinds jaren overleden,
+en de overigen zijn hier en daar verspreid; en zelfs al woonden
+zij in dezelfde stad waar ik hoop te verscheiden, toch zouden zij
+zich nauwelijks herinneren, dat zij aan mij geparenteerd zijn,
+daar hunne grootouders, na al het mogelijke gedaan te hebben om mij
+het leven te verbitteren, het aan hunne kinderen en kleinkinderen
+hebben overgelaten, mij te vergeten en zich zoo weinig om de oude
+tante Roselaer te bekommeren, of zij nooit had bestaan, die zelve,
+dit wil zij erkennen, van hare zijde niets heeft willen doen,
+om hun geheugen op te frisschen en een rapprochement te weeg te
+brengen. Maar een mensen moet op zijn einde letten; ik ben nu
+in mijn vijf-en-zeventigste jaar en heb reeds eene attaque van
+beroerte gehad, die mij eene waarschuwing is geweest om zoodanige
+order op mijne zaken te stellen, dat er geene twist kan rijzen
+omtrent mijne nalatenschap, en bovenal dat deze niet zou kunnen
+vallen in handen van dezulken, die mijn leven verbitterd hebben;
+evenmin wil ik dat een heirleger van verre neven en nichten als
+haaien op mijne fortuin zullen aanvallen om die onder elkaar te
+verdeelen en alles te verbrokkelen, wat mijne ouders en ik zelve
+door orde, zuinigheid en wijs overleg hebben bijeenverzameld. Zoo
+heb ik dan besloten, een hunner tot mijn universeelen erfgenaam
+te benoemen, en die _eenige_ moet _gij_ zijn. Eerstens omdat
+uw moeders moeder degene mijner zusters is geweest, die mij het
+minste verdriet heeft aangedaan. Zij huwde een man van haar stand
+in goede positie, met volle toestemming harer ouders, en zij kon
+het niet helpen dat haar echtgenoot het slachtoffer is geworden
+van die afschuwelijke Belgische revolutie, waarbij hij leven
+en welvaart inboette, nalatende zeven dochters, van welke een
+uwe moeder is geworden, die zich evenmin als de andere nichten
+ooit om tante Sophie Roselaer heeft bekommerd, 't geen echter
+verschoonlijk is, daar bij hare terugkomst in 't vaderland de
+noodlottige familie-gebeurtenissen reeds hadden plaats gevonden,
+die mij besluiten deden met al de mijnen voor goed de gemeenschap
+af te breken. En de tweede reden--de voornaamste, waarom ik juist U
+onder al de anderen onderscheid, is deze: dat ik een goed gevoelen
+heb gekregen omtrent uw karakter en zelfstandigheid van geest. Ik
+heb op verschillende wijzen en tijden, bij vrienden zoowel als
+vreemden, naar u geïnformeerd, en de narichten zijn altijd van
+dien aard geweest, dat ik u den meest geschikte dacht om uit te
+voeren wat mijn eenigste wensch is, dien ik u dringend verzoek
+te vervullen, indien het u eenigszins mogelijk is, namelijk: het
+eenig nagelaten kleinkind mijner oudste zuster tot vrouw te nemen
+en haar op die wijze dat aandeel te geven aan mijne nalatenschap,
+dat ik haar, uit aanzien van de treurige verdeeldheid in onze
+familie, nu moet onthouden. Ik had dat meisje in hare vroege
+jeugd tot mij willen nemen; om haar eene goede opvoeding te
+geven en aan dien jammerlijken soldatenboel te ontrukken,
+waarin zij nu is opgegroeid; maar het is mij bot af geweigerd,
+en de generaal von Zwenken, haar grootvader, heeft daarmee de
+toekomstige fortuin zijner kleindochter roekeloos verspeeld, om
+zijn ouden wrok tegen mij satisfactie te geven. Ook heb ik mijn
+testament gemaakt met het vaste voornemen om hem, noch iemand der
+zijnen, ooit een penning van mijn vermogen te laten genieten;
+maar bij later inzien wil ik het kleinkind niet straffen om de
+misdragingen harer grootouders. Ik wensch integendeel _haar_
+na mijn dood tot de erkentenis te brengen, dat die oude tante,
+wier naam zij zeker nooit dan met toorn en minachting heeft hooren
+noemen, nog zoo kwaad niet was en het althans met haar niet slecht
+heeft gemeend, ja zelfs na den dood nog het mogelijke heeft
+willen doen om haar te leiden door de hand van een edeldenkend
+man, die haar gelukkig zal maken, als zij het verdient. Aan haar
+zelve een deel van mijne fortuin toe te kennen, zou gelijk staan
+met het den grootvader in handen te spelen, die het voorzeker zou
+doorbrengen op dezelfde wijze als hij het vermogen mijner zuster
+heeft verspild en doorgebracht. Zoo kwam ik op het denkbeeld
+om U, neef Leopold, dien ik uit al de mijne bij mijne jongste
+beschikkingen heb uitverkoren om de onafhankelijke bezitter te
+zijn van al mijn wereldsch goed. U die ik weet een jongmensch
+te zijn van karakter en goede beginselen, U dit eene verzoek te
+doen, waarmee gij een onrecht dat ik genoodzaakt ben te plegen,
+zult goedmaken. De vraag is nu maar of gij in deze schikking
+genoegen zult nemen, en of het u mogelijk zal zijn aan mijne
+begeerte te voldoen. De bezwaren zouden kunnen voortkomen van
+de zijde die er het grootste belang in heeft, dit redmiddel,
+dat ik heb uitgedacht, aan te grijpen. In dat geval smeek ik u,
+de zaak niet dan op het uiterste op te geven. In 't andere geval, uw
+eigen tegenzin om u door eene lastige bemoeial als uwe oudtante blijkt
+te zijn, eene vrouw te laten opdringen, die u om de eene of andere
+reden niet convenieert, onthef ik u bij voorbaat van dien dwang,
+want ik wil dat er ten minste één lid van mijne familie zal zijn,
+die mijne nagedachtenis niet in afschuw houdt; maar als het daartoe
+komt kent de notaris van Beek mijne intentiën, waarnaar gij u zult
+te schikken hebben, zoo gij u niet van de gansche nalatenschap wilt
+verstoken zien, waardoor deze, zeer tegen mijn wil en wensch voor al
+mijne nabestaanden zou verloren gaan om aan industrieele ondernemingen
+te worden besteed. Dan, ik wacht wat beters van uw goed oordeel
+en wijs overleg, om niet te zeggen dat ik reken op uw goed hart,
+dat zich ontfermen zal over een jong meisje, reeds als kind door
+de kwaadwilligheid harer verwanten verstoken van de voorrechten die
+een deftig en gegoed geslacht haar scheen te waarborgen, en die haar
+volgaarne waren gegund door hare en uwe
+
+
+ liefhebbende oud-Tante
+
+ Sophie Roselaer tot de Werve.
+
+
+P. S. Dat ik mij simpellijk Roselaer _tot_ de Werve moet schrijven
+en niet _van_ de Werve, is de schuld van den generaal; maar zijn
+koppigheid en dwarsdrijverij zal hem duur te staan komen.
+
+"Nu, wat zegt gij?" vroeg Leopold, toen Verheyst na volbrachte lectuur
+het geschrift langzaam toevouwde met een bedenkelijk gezicht.
+
+"Wat ik zeg? wel dat het een echte vrouwenbrief is: het punt dat bij
+haar het zwaarste weegt ligt in 't post-scriptum."
+
+"Hm! dat kan waar zijn; hoe is 't mogelijk dat een christenmensch,
+dat eene vrouw, reeds met den eenen voet in 't graf, nog met zoo'n
+bitteren familiewrok is bezield geweest, en mogelijk om een bagatel!"
+
+"Wat zal men zeggen .... uit de wissewasjes komen de felste processen
+voort, als men den wortel der bitterheid niet bij het eerste opschieten
+uitroeit. Maar ik had voor u wel gewenscht, dat deze dame met andere
+gevoelens ware bezield geweest jegens hare verwanten; de zaak ware dan
+zoo licht gevonden. Convenieerde u de jonge dame, dan: het huwelijk;
+viel het anders uit, dan: de verdeeling; gij bleeft beiden vrij,
+en met een half millioentje zoudt gij het ook wel kunnen doen."
+
+"Och! dat het haar behaagd had mij een dertig duizend gulden te
+maken zonder conditie," verzuchtte Leopold, "dan ware ik van al dat
+geharrewar af."
+
+"Dat zou zeker wel het gemakkelijkste zijn geweest voor u!" hernam
+Verheyst, even glimlachend; "maar ziet gij, men heeft niets voor
+niet, en als nu de wraakzuchtige oude dame u heeft uitgekozen om het
+instrument harer wraakzucht te zijn, dan kunt gij niet anders dan
+dien lastpost aanvaarden."
+
+"Dat zie ik nog niet in...."
+
+"Ik ben er zeker van dat zij zich op haar sterfbed heeft verkneukeld
+bij de gedachte, dat zij eene kampioen voor hare grieven heeft
+achtergelaten."
+
+"Heel goed, maar als zij zich verbeeldt dat ik, ter wille van haar
+geld, de laagheid zal plegen, zoo maar blindweg hare kwade intentiën
+te dienen, dan heeft zij zich zonderling in mij vergist, of men heeft
+haar al zeer verkeerde berichten omtrent mijn karakter aangebracht."
+
+"Vooreerst weet gij immers niet of er werkelijk iets van u verlangd
+wordt, dat met uw karakter in strijd is. Voorts moet ik u zeggen, dat
+de beschikkingen eener overledene niet bediscussiëerd mogen worden,
+en dat men er zich zooveel doenlijk naar voegen moet. Blijkt u dat
+inderdaad onmogelijk bij nader onderzoek, welnú, dan is het nog niet
+te laat om terug te treden."
+
+"Voorloopig heb ik in dien zin aan den notaris, geschreven. Ik voel
+wel dat ik beproeven moet of er iets van dat huwelijk kan komen; ik
+ben het in de eerste plaats aan het jonge meisje verplicht maar om de
+waarheid te zeggen: ik zou zoo graag willen dat een ander dan ik, gij
+bij voorbeeld, de eenige wien ik op dat punt volkomen vertrouwen kan,
+eens een kijkje kon nemen van de familie von Zwenken, van de jonge dame
+allermeest, eer ik zelf optrad, 't geen zoo heel decisief zou zijn...."
+
+"Hoe gij u nu reeds de _airs_ geeft van een millionair!" viel
+Verheyst in. "De preliminairen van zijn huwelijk te laten openen
+per ambassadeur! Jammer, waarde patroon, dat ik volstrekt niet in
+de gelegenheid ben uwe opdracht te aanvaarden. Wie weet hoe ver de
+serviliteit voor uw aanstaanden rijkdom mij anders nog vervoerd zoude
+hebben!" Er was eene mengeling van spot en gekrenktheid in den toon
+van dit antwoord, die Leopold deed opschrikken.
+
+"Dit verwijt is immers geen meenens?" vroeg hij getroffen. "Gij weet
+wel dat ik niets kon bedoelen dan een vriendendienst vragen aan den
+eenige, wiens scherpzinnigheid en helder oordeel ik beter vertrouwen
+zou dan mijn eigen blik, door allerlei strijdige aandoeningen licht
+beneveld!"
+
+"Wees gerust, zóó heb ik het ook opgenomen; ik wilde u slechts een
+weinig plagen, maar ongelukkig is het beletsel dat ik aanvoerde geen
+scherts maar strenge ernst. Ik moet morgen hier in den Haag blijven
+voor mijne eigene zaken, en daarna heb ik geen dag, geen uur meer te
+verliezen, om de laatste aanstalten te maken voor mijne groote reis."
+
+"Van welke groote reis spreekt gij?"
+
+"'t Is waar ook, wij hadden het zoo druk met uwe zaken, dat ik vergat
+u van de mijne te vertellen. Als gij mij niet uitgenoodigd hadt bij u
+te komen, zou ik u toch morgen in den loop van den dag eens opgezocht
+hebben om u mede te deelen wat mij is overkomen...."
+
+"Toch geen kwaad?" vroeg Leopold, hem ernstig aanziende.
+
+"Neen, neen! ontstel maar niet. Gij zijt niet de eenige wien de
+fortuin toelacht. Mij is het aanbod gedaan door den nieuw benoemden
+Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, om hem als particulier
+secretaris te vergezellen. Behalve het aanzienlijk jaargeld dat hij
+mij biedt en de uitnemende gelegenheid om op de meest comfortable wijze
+den overtocht naar Java te doen, dat ik altijd verlangd heb te leeren
+kennen, zijn de vooruitzichten, die dáár voor mijne toekomst geopend
+worden, zoo verlokkend, dat ik aan de verzoeking geen weerstand heb
+kunnen bieden, en veel liever dan in mijne provinciestad te blijven
+wachten op schrale processen, of naar de eene of andere rechterlijke
+betrekking,--mij voor een jaar of wat expatrieer, om eenmaal terug
+te keeren in al de wichtigheid van een Oosterschen nabob," eindigde
+hij met eene poging tot scherts, die blijkbaar niet van harte ging,
+want geen vroolijke glimlach verhelderde zijn, gelaat bij die schoone
+voorstelling.
+
+"Ik kan u geen ongelijk geven," hernam Leopold, die ook zijn best deed
+om zich goed te houden, schoon het hem even slecht gelukte, want zijn
+verbleeken reeds verried hem, "maar toch, het spijt mij; ik kan u niet
+zeggen _hoe_ het mij ook spijt, dat gij heengaat, juist nu ik in de
+gelegenheid zou zijn, uw leven als het mijne te veraangenamen. Denk
+toch eens, Willem! Ik krijg bosschen en heidegronden in mijn bezit,
+en gij, die zooveel van jagen houdt...."
+
+"Ik zal nu maar wachten tot ik de groote tijgerjachten op Insulinde
+bijwoon...."
+
+"En hebt ge waarlijk nog maar zóó weinig tijd voor u, eer we voor
+goed afscheid nemen?" viel Leopold in, met eene zachte stem, waaruit
+zijne aandoening sprak.
+
+"Wat zal ik je zeggen! Zijne Excellentie heeft besloten met den eersten
+mail te gaan, die half April vertrekt. Wij moeten dus zorgen tijdig te
+Marseille te zijn, en met alles wat er nog te schikken en te regelen
+valt, ziet gij wel dat er niet veel tijd voor vriendschapsdiensten
+meer overblijft."
+
+"Hoe komt die Gouverneur-Generaal er toch toe, om juist u voor dat
+baantje uittekippen?" vroeg Leopold verdrietelijk.
+
+"Dat is licht te verklaren. Hij is wat aan mijne familie geparenteerd,
+daarbij uit onze provincie herkomstig. Hij kende mij reeds vóór hij
+in de Kamer optrad; hij had mij sinds lang zijn invloed toegezegd als
+er sprake was van zijne bevordering, en nu hij zoo'n hooge betrekking
+kreeg, was het juist niet vreemd, dat hij aan mij dacht. Hij kon niet
+weten, dat ik voor mijn Leopold zóó onmisbaar zou zijn."
+
+"Sla den nagel maar niet dieper in, Willem! Ik voel wel, dat ik mij
+den schijn geef van een grof egoïsme; maar geloof mij, uw besluit om
+'t vaderland te verlaten treft mij niet het meest om mijns zelfs wil,
+al word ik daardoor verstoken van uw vriendenraad en hulp; maar bij de
+voorstellingen, die ik mij maakte van de toekomst, bij de plannen, die
+ik bouwde op mijne toekomende fortuin, waart gij zoozeer mede begrepen,
+dat ik mij niet zoo op eens gewennen kan aan het denkbeeld, dat gij u
+nú juist voor goed van mij gaat losmaken, om 't geluk te gaan zoeken
+in den vreemde, dat ik als 't ware in de hand had u te bieden. Gij
+verlangt te reizen.... Wij hadden het immers samen kunnen doen?"
+
+"En uwe vrouw!"
+
+"Mijne eerste conditie zou geweest zijn, dat zij zich aan mijn vriend
+had te gewennen."
+
+"'t Is nog beter, dat gij zulke conditie niet behoeft te
+stellen. Mogelijk zijn er bezwaren genoeg te overwinnen zonder dat. En
+begrijpt gij dan niet, gij, die liever in bekrompenheid hebt willen
+leven dan uwe onafhankelijkheid prijs te geven, dat ik op mijne beurt
+ook eene onafhankelijke positie verkies boven de meest welgemeende
+aanbiedingen van een vriend? Hoe zou het mij zijn, zoo ik op uwe
+fortuin zou gaan teeren?"
+
+"Een onafhankelijke positie! de dienstman te wezen van een satraap!"
+
+"Satraap zooveel gij wilt, hoewel mijn chef nog niets gedaan heeft om
+hem in die categorie te rangschikken. Maar om alleen op mij zelven te
+komen. Ik zal niet altijd in die ondergeschikte positie blijven. Mijn
+beschermer, die een man van zijn woord is, zal mij spoedig genoeg
+voorthelpen, als hij mijne geschiktheid heeft beproefd, en dan.... het
+is nog niet gezegd, Leo! wie van ons beiden den zwaarsten kamp zal
+moeten voeren, om de fortuin te veroveren...."
+
+"Wel zeker! Naar de Oost trekken, maken dat men er gauw rijk wordt, en
+dan naar Holland weerkeeren om in den Haag eene villa in 't Willemspark
+of een Geldersch landgoed te gaan bewonen, dat is in een ommezientje
+geklaard; maar ik kan juist niet zeggen, dat ik het prijselijk vind,
+en ik zou het waardiger en dankbaarder achten, dat men zijne schatten
+ten minste ging verteeren waar men ze heeft opgezameld."
+
+"Het is waar, Leopold; van de tien handelen minstens zeven op die
+wijze; maar waarom verdenkt gij mij, dat ik juist tot de zeven zou
+behooren? Waarom ben ik zoo plotseling in uwe schatting gedaald?"
+
+"Waarom! waarom!" riep Leopold, opstaande en zijn stoel met drift ter
+zijde schuivende, "omdat het mij is, of ik zelf gedaald ben in de uwe;
+dat kwelt mij en maakt mij wrevelig. Luister, Willem! ik neem een
+kort en goed besluit: ik ga aan dien van Beek schrijven, dat ik van
+zijn verwenscht millioen afzie, en dan ga ik met u mee naar Indië;
+daar zal voor mij toch ook nog wel plaats zijn."
+
+"Ik had er werkelijk aan gedacht, u iets dergelijks voor te stellen
+eer ik uw brief had ontvangen, maar nù zou dat dwaasheid zijn."
+
+"Geene dwaasheid; want ik voel dat de demonische macht van dat geld
+mij al gaat beheerschen en dat ik er hoe langer hoe meer onder zal
+raken als ik er mij niet met één forsche daad aan ontworstel. Ik ben
+al zoo ver, dat ik anderen voor mij zelven vergeet, en aan niets weet
+te denken dan aan mijne eigene bezwaren, en dat om dit ellendig geld."
+
+"Dat blijkt; want gij vergeet, dat het niet enkel eene geldkwestie
+is. Gij vergeet dat jonge meisje, dat gij daar zoo bot weg in den
+steek zoudt laten, zonder te onderzoeken, of zij ook waardig is,
+dat gij haar uw steun biedt en of gij haar niet willekeurig versteken
+gaat van 't geen haar is toegedacht."
+
+"Gij hebt goed praten, maar.... als gij in mijne plaats waart...."
+
+"Zou ik handelen en mij zelf overwinnen, om te zien wat er in dezen
+te doen viel. Gij ziet op tegen den strijd, dien u wacht, tegen de
+bezwaren, die uwe rust gaan verstoren, ziedaar alles; en nu meent
+gij eene grootsche daad te doen met het hoofd af te wenden en uw
+gewonen weg te gaan, of er u geen nieuwe plichten waren opgelegd. Mis,
+vriendje! Met mijne toestemming zult gij zulke ongerechtigheid niet
+plegen. Gij moet den strijd aanvaarden; niet tegen den berg opzien,
+waarachter het onbekende ligt, en als een echt paladijn den kruistocht
+ondernemen tegen de reuzen en draken, die uwe dame in gevangenschap
+houden."
+
+"Gij hebt, op mijn woord, gelijk. Ik mag dat meisje niet zoo
+willekeurig op zij schuiven, al zou ik ook vrijheid hebben om zelf
+arm te blijven uit gemakzucht. Het blijft er bij, Willem! Ik zal
+niet lafhartig teruggaan in dezen kamp, al moet het er een zijn tegen
+mijzelven. Ik ben gelukkig geen vreemdeling in zulken strijd; maar ziet
+gij, een vriend als gij, die bijtijds waarschuwt, zou mij zoo noodig
+zijn. Maar het zij zoo; ik sta u af, al is 't noode. Ik weet, waar
+ik mijne sterkte zal zoeken. Ja! glimlach maar.... gij, die zoo vast
+in uwe schoenen staat, dat gij nooit behoefte gevoelt aan hooger hulp."
+
+"Dat heb ik nooit gezegd, Leopold. Ik glimlachte, het is waar, over
+de levendigheid en de snelle wisseling uwer aandoeningen; maar ik
+ben er verre af, in u te bespotten wat ik hoogacht, al kan ik uwe
+religieuse opinies niet deelen."
+
+"Waarom niet? Is het dan zoo moeielijk, te gelooven aan krachten en
+machten, die men niet zien, niet ontleden kan; wordt het leven niet
+een jammerlijk _terre à terre_, als men het opvat zonder iets aan
+'t bovenzinnelijke te hechten; in één woord; hebt gij, gij, die een
+ernstig en zedelijk mensch zijt, gansch geene behoefte aan geestelijk
+leven, aan godsdienst?"
+
+"Wat zal ik je zeggen, Leopold! Wij leven in een tijd van spoorwegen
+en stoommachines, waarin iedereen op zijn eigen terrein zoo wordt
+voortgejaagd en gedreven, dat men waarlijk lust noch tijd overhoudt om
+veel, om diep na te denken. En de theologie is een akelige doolhof, vol
+doornstruiken en wespennesten, waarin ik niet graag zou ronddolen. Ik
+weet wel, er is een gemakkelijke weg om voor religieus door te gaan
+en zich zelf wijs te maken, dat men het werkelijk is. Men heeft
+alleen maar binnen 't cirkeltje te treden, dat eens en voor goed is
+afgebakend. Maar .... dat is mijne zaak niet, al weet ik _que c'est
+très bien porté_ in zekere côteriën...."
+
+"Gij weet van mij, dat ik mijne overtuiging niet van côteriegeest heb
+afhankelijk gemaakt," viel Leopold in, vast, maar zonder gekrenktheid.
+
+"Als ik dit _niet_ van u wist, zou mijn uitval eene opzettelijke
+krenking zijn, Leo! En al houd ik er van, u eens een weinigje te
+plagen ik zou u nooit willen grieven in 't geen ik weet dat u zeer na
+aan 't harte ligt. Wat ik zeide, was voor mij zelven, omdat men mij
+juist in dezen tijd wel eens lastig is gevallen op zeker punt. Wat
+u betreft, gij hebt u nu eenmaal vastgezet in eene overtuiging, die
+ik niet zal bestrijden, te minder, daar gij er uw leven naar hebt
+gericht. Maar juist daarom, Leopold, kan ik niet inzien, dat ik U
+zoo onontbeerlijk zou zijn dat ik mijne vermoedelijke fortuin aan de
+eischen uwer vriendschap zou moeten opofferen."
+
+"Bij dieper nadenken zou ik dat ook niet gevergd hebben, Willem;
+alleen.... gij hebt daarin gelijk.... ik ben wat snel, wat
+levendig in mijne opvatting, en mijne eerste opwelling was die van
+teleurstelling. Gij weet, ik ben er nu overheen, en gij zult zien dat
+ik niet meer weifelen zal in mijn voornemen om de aangeboden fortuin
+te aanvaarden met al hare baten en schaden, al drukt mij nu reeds de
+groote verantwoordelijkheid die zij zal opleggen."
+
+"Maar vergeet dan ook niet de groote voorrechten, welke zij geeft;
+ware 't maar alleen de gelegenheid om veel goed te doen. Komaan,
+schep moed! Uwe schouders zijn krachtig genoeg om den last van een
+millioentje te dragen; uw hoofd is niet te zwak om groote bezittingen
+te beheeren. Gij hebt eene reine, werkzame jeugd achter u. Het
+tijdperk, dat gij nu intreedt, is dat van mannelijke kracht. Uw
+vastheid van wil is reeds gerijpt in menige beproeving, die gij
+zegevierend hebt doorgestaan. Is er dan vrees dat gij versagen zoudt
+voor het te veel, gij, die het zoo vorstelijk met het te weinig hebt
+weten op te nemen?"
+
+"Nu nog mooier! Gij gaat mij vleien," sprak Leopold lachend. "Gij wilt
+eens zien, hoe ik dat opnemen zal; maar wees gerust. Tegen vleierij
+heb ik een ferm waterproefje aan; ik ken mij zelf een weinig....".
+
+"Nog niet genoeg, als gij twijfelt of ik hier in vollen ernst
+spreek. Ik ben acht jaar ouder dan gij, Leopold! en sinds wij
+elkaar leerden kennen, heb ik uwe worsteling met het leven en de
+omstandigheden met belangstelling gadegeslagen, en zoo mag ik zeggen:
+gij _zijt_ voor die moeielijke taak opgewassen. Gij hebt het 'adeldom
+verplicht' zóó goed weten op te vatten, dat gij het 'rijkdom verplicht'
+ook in de beste beteekenis zult toepassen."
+
+"Het moeten sterke beenen zijn, die de weelde dragen. Mijn hoofd
+heeft reeds geduizeld bij de voorspiegeling van een millioen.
+
+"Wie zegt u, dat bij 't werkelijk bezit mijn voet niet zal wankelen,
+niet zal uitglijden...."
+
+"Reeds uwe eigen bezorgdheid op dit punt is mij de beste
+waarborg. Indien ik er anders over dacht, geloof mij, dan nam ik u
+liever mee als mijn adjunct naar Indië. Maar nu.... luister. Ik ben
+er in zekeren zin bij geïnteresseerd, dat gij het er goed afbrengt
+met die erfenis. Toen ik de hand van dien notaris zag, kreeg ik een
+vermoeden, en toen ik in den brief van uwe oudtante las, dat zij op
+iedere wijze naar u had geïnformeerd, ging mij het volle licht op. Ik
+herkende de hand als die van iemand, die in 't voorgaande jaar mij
+geschreven had, om informaties te nemen naar u. Er was bijgevoegd,
+dat de navraag geschiedde met geene andere dan goede intentiën en
+dat mijn antwoord voor den persoon in kwestie geheim zou blijven. Ik
+behoef u niet te zeggen, hoe mijn antwoord was ingericht, en _ik_
+heb grond om te gelooven, dat mijne getuigenis heeft medegewerkt
+tot het besluit van jonkvrouwe Roselaer tot de Werve. Stel mij dus
+niet ten toon als een valschen berichtgever, door uit overdreven
+nauwgezetheid te eeniger tijd de zaak te laten varen. Had nadere kennis
+van de eischen der testatrice mij doen zien, dat men bedoelde u een
+valstrik te spannen of tot eene laagheid te bewegen, dan zeker zou
+_ik_ mij geene moeite gegeven hebben uwe bezwaren te bekampen en het
+eenvoudig op uw instinct van eerlijkheid laten aankomen. Nu blijkt
+dit niet het geval, en ik zeg u: zet door; wie weet welk een parel
+van eene vrouw u, dus in 't goud gezet, wordt aangeboden. Apropos,
+weet gij al hoe uwe aanstaande heet en waar zij gezocht moet worden?"
+
+"Ik heb van ochtend juist een briefje gekregen van den notaris,
+met verzoek om zoo spoedig mogelijk bij hem te Utrecht te komen,
+daar hij in de gelegenheid is, mij inlichtingen te geven omtrent den
+generaal von Zwenken en zijne kleindochter Francis Mordaunt."
+
+"Mordaunt! Heet zij Francis Mordaunt?" riep Verheyst, kennelijk
+onaangenaam verrast.
+
+"Ja! Hebt gij wat tegen den naam? Hebt gij dien meer gehoord?" vroeg
+Leopold als in één adem; want de strakke, verdrietelijke plooi op
+het gelaat van zijn vriend stond hem niet aan.
+
+"Meer gehoord, nu ja .... veel gehoord zelfs, als die van een Engelsch
+officier op retraite, die jaren geleden ergens in mijne provincie heeft
+gewoond; een man, waar, zoover ik weet, niets op te zeggen viel...."
+
+"Nu ja! Maar de persoon waar 't hier op aankomt is de dame in
+kwestie. Kent gij haar?"
+
+"Niet persoonlijk, en op praatjes en geruchten kan men toch
+eigenlijk niet afgaan; en hetgeen mij van haar is ter oore gekomen,
+kan .... onjuist zijn. Maar als dit niet zoo is, zou het weinig
+geruststellend wezen voor u, dat mag ik je niet verbergen.
+
+"Daarom, onderzoek, onderzoek streng en vertrouw niets dan uwe eigene
+oogen en bevindingen."
+
+"Heeft zij een lichaamsgebrek, is zij afzichtelijk?" vroeg Leopold
+met onrust.
+
+"Neen, dat niet; ik geloof zelfs, dat zij er niet kwaad uitziet;
+althans goed genoeg om pretendenten te lokken; maar...."
+
+"Welnu, wat aarzelt gij! Geef mij den genadeslag. Is 't eene coquette?"
+
+Verheyst haalde de schouders op. "Daarover heb ik niet hooren klagen;
+het zou ten minste eene coquetterie moeten zijn van een vreemde soort."
+
+"Martel mij niet; zeg in eens uit wat kwaad gij van haar weet."
+
+"Niets eigenlijk wat men kwaad kan noemen; althans in uwe oogen zal
+het geen misdaad schijnen. Ik weet alleen, dat een mijner bekenden,
+een vriend van mijn jongsten broer, die smoorlijk op haar verliefd is
+geweest en bot af een blauwtje heeft geloopen, mij eene voorstelling
+heeft gegeven van haar, die .... enfin, niet heel aanmoedigend is
+voor u. Zij moet eene brutale heks zijn, die niet wil trouwen, omdat
+zij geen heer of meester over zich wil erkennen. Ze heeft dien armen
+Karel Felters, den goedhartigsten sukkel die er op twee beenen loopen
+kan, zoo gerudoyeerd dat hij van schrik het hazenpad heeft gekozen, en
+_nota bene_ naar Afrika is vertrokken, om zeker te zijn, dat hij haar
+nooit weer zou ontmoeten; overigens niet slechts in alle opzichten
+een goede jongen, maar in vollen zin dat, wat men eene goede partij
+noemt. Ik zeg 't niet om u af te schrikken, maar...."
+
+"Wel, dat schrikt mij in 't geheel niet af," sprak Leopold rustig. "Dat
+zij geen sukkel wil hebben, die voor een vrouw wegloopt, bewijst voor
+haar karakter; ik vind het piquant dat zij geene flauwe onbeduidendheid
+is."
+
+"Ja! piquant moet ze zijn in de hoogste mate."
+
+"Zooveel te beter. Een weerloos slachtoffer vellen trekt mij in
+'t geheel niet aan."
+
+"Ik ben blij dat gij er zoo over denkt. Ik voor mij zou geen lust
+hebben in zulken kamp; maar gij, die zedelijk verplicht zijt den
+aanval te wagen...."
+
+"Al ware die verplichting er niet, ik zou er mij nu toch toe opgewekt
+gevoelen."
+
+"Om een helleveeg te trouwen?" vroeg Verheyst, zelf gerustgesteld door
+de luchtigheid, waarmee Leopold zijne slechte berichten opnam. "Een
+prettig baantje voorwaar!"
+
+"Het doet er niet toe; dat is juist een kolfje naar mijne hand. Ik
+zal er Shakespeare's _Taming of the shrew_ nog eens op nalezen."
+
+"_As you like it!_ maar bedenk dat zijne middelen geantiqueerd zijn."
+
+"Ik ben geen _gentleman_ uit den ruwen tijd van _old merry England_;
+ik ben een edelman van de 19de eeuw..."
+
+"Dat bewijst niet veel. Of vindt gij dat onze moderne jongelui zoozeer
+uitblinken in wellevendheid en galanterie?"
+
+"Nu, om je gerust te stellen, die ridderlijkheid van de _preux
+chevaliers_ die ik onder mijne voorvaderen tel, is .... meer
+dan wellicht voor deze occasie noodig zal zijn, in mijn bloed
+overgegaan. Mijn moeder placht te zeggen, dat ik geleek op dien
+ridder van Zonshoven, ook een Leopold, die, om de eer zijner dame op
+te houden, zich de linkerhand heeft laten afkappen. Zie, deze hier
+is het; de legende is te lang om nu te vertellen, maar de verminkte
+arm wijst het uit, dat er iets waars aan is en dat het portret moet
+gemaakt zijn nà de catastrophe;" en Leopold wees met de hand en blik
+naar eene der oudste beeltenissen, in zwart ebbenhouten lijst. Verheyst
+zag beurtelings naar de oude in harnas gehulde gestalte, en naar het
+jeugdige frissche gelaat van Leopold, en sprak eindelijk, met een
+glimlach het hoofd schuddend:
+
+"Uwe goede moeder heeft haar eenigen zoon dan toch niet geflatteerd;
+'t is waar, er is eenige gelijkenis in dat hooge voorhoofd met het uwe,
+en uit dit donker blauwe oog spreekt stoutheid en zachtheid tevens,
+zelfs zou men in den vorm van 't gelaat, en in de wat laatdunkend
+vooruitstekende onderlip, desnoods den familietrek kunnen ontdekken,
+maar toch, de meester schilder, die deze beeltenis vermoedelijk in
+'t begin van de vijftiende eeuw heeft geconterfeit, is zeker geen
+groot man in zijn vak geweest; 't is alles zoo hard en stijf, die
+ridder poseert zoo brutaal met zijn verminkt lid, dat ik mij wel
+verklaren kan waarom gij het juist in dien hoek hebt gehangen."
+
+"Toch het meest omdat het vuil en hier en daar gebarsten is," sprak
+Leopold; "maar als ik het eens laat opknappen, en het werk tot zijn
+recht komt, zal het zich zeker gunstiger voordoen, en wie weet, aan
+welk groot schilder het dan niet zal worden toegeschreven; de naam
+staat er wel niet op, en het jaartal evenmin, maar toch...."
+
+"Wie weet of 't nog niet uitkomt, dat het een Memling is", spotte
+Verheyst, er nog dichter vóór tredende.
+
+"En Mijnheer de ridder draagt het kruis der Tempeliers" ging hij voort;
+"zoo heeft hij zijn schoone dan niet eens gewonnen door zijn offer."
+
+"Neen! zijn roman had een treurigen afloop."
+
+"Ik wensch dan van harte dat de gelijkenis van het leven niet sterker
+moge doorgaan, dan die ik waarneem in de physionomie. Want zonder
+je te vleien, de jonker van de 19de eeuw bevalt mij vrij wat beter
+dan die van de 15de. Al hebt gij niet de forsche gestalte van dien
+_pourfendeur_, gij zijt toch slank en rap genoeg, en in uwe fijne
+blanke hand zit kracht genoeg, al zou die zwarte gantelet haar
+al zeer slecht _ganteeren_, en dan die akelige strakke trekken,
+die ijzige glimlach; terwijl bij u alles leven en bewegelijkheid
+is. Neen! neen! de uitdrukking van die tronie bevalt mij volstrekt
+niet, al stellen wij nog zooveel van dat kille en fletsche op rekening
+van den conterfeiter, en voorwaar, die man met zijn hoog opgetrokken
+wenkbrauwen ziet op ons neer met zoo'n trotschen, laatdunkenden blik,
+of hij zich boos maakt dat wij niet aan zijne voeten vallen, _la face
+contre terre_. Foei! ik word er krekelig om, en wel het meest op uwe
+moeder, die zeker uit adeltrots, juist den vinnigsten en fiersten van
+al deze hooge en machtige heeren uitkipte, om er u mee te vergelijken."
+
+Leopold lachte luid en onbedwongen.
+
+"Wat sta je door te slaan, Willem; en om je te beschamen, moet ik je
+zeggen, dat mijne moeder, die wel stille huiselijke deugden, maar
+geen greintje geboortetrots heeft bezeten, juist in de uitdrukking
+van de oogen, in den fellen hooghartigen blik, de gelijkenis meende
+te hebben gevonden."
+
+"_Il ne s'agit que de bien voir la chose_, maar als gij mij zóó
+stondt aan te kijken, zou ik je vierkant den rug toedraaien, om je
+nooit weer op te zoeken."
+
+"Ik ben u de toelichting schuldig," hervatte Leopold, goelijk
+lachend. "Moeder maakte mij wijs, dat ik op den ridder geleek
+als ik mijn booze, weerbarstige buien had en de--onbeschaamdheid
+pleegde.... (lieve, arme moeder, wat hebt gij mij veel te vergeven
+gehad, hoe kondet gij mij liefhebben)," viel Leopold zich zelf met
+weemoed in de rede, "haar zoo fier en uittartend aan te zien; dan was
+'t altijd: 'foei Leo! de oogen van den Tempelier,' en ik werd bij
+de hand voor 't portret gebracht te mijner beschaming, en dan, ja,
+ik belijde het, dan was er waarheid in de gelijkenis."
+
+"O ho! is 't er zóó mee gelegen, dan kunt gij 't mij toch niet kwalijk
+nemen, dat ik niet gecharmeerd was van uw hoog-adellijk evenbeeld!"
+
+"Te minder daar ik, om billijk te zijn jegens mij zelven, u mag
+verzekeren, dat er na mijne vlegeljaren geene aanleiding meer heeft
+bestaan tot zulke boetpredikatie _en action_; het lot heeft mij zoowel
+ootmoed als ernst geleerd. En ik betreur dat niet: ijdele hoogmoed
+brengt ons zeker ten val, en het is ijdelheid, als men, zelf arm aan
+verdiensten, op de voorvaderlijke grootheid stoft; nog ééns, zoo ik
+mij wel herinner, heeft het symptoom der booze gelijkenis zich weer
+voorgedaan, en wel bij gelegenheid van eene woordenwisseling, die ik
+had met mijn oom den minister. Maar ik was toen in mijn recht, want hij
+beschimpte mijn vader nog in zijn graf, omdat deze eene arme freule had
+getrouwd, die hem niets had aangebracht dan familiebezwaren, terwijl
+hij, naar zijn voorbeeld, zijn jonkheerstitel had moeten gebruiken
+als het lokaas voor eene schatrijke burgerlijke bruid. Toen voelde
+ik het bloed van den Tempelier nog weer eens in mijne aderen bruisen,
+en de gloed der verontwaardiging moet uit mijne oogen gelicht hebben,
+zooals die daar ginds schitteren, want Zijne Excellentie was kennelijk
+niet zeer op zijn gemak; hij verbleekte en tastte naar zijn schel,
+of hij hulp wilde roepen en vreesde dat ik andere wapens zou gebruiken
+tegen hem dan die van mijn blik; toch bedacht hij zich, toen hij mij
+zag glimlachen over zijne onrust, en van toon veranderend, bracht
+hij mij met eene hoffelijke wending van 't gevaarlijke chapitre af,
+mompelde eenige onbestemde betuigingen van belangstelling enz. enz. en
+geleidde mij al pratende tot in zijn antichambre, waar wij reeds
+niet meer alleen waren. Maar ik wist, dat ik voor goed aan zijn
+kamerdienaar geconsigneerd was, en mij de moeite om bij hem aan te
+schellen voortaan kon sparen. En nu genoeg riddergeschiedenis voor
+heden; vertel mij nog liever wat van mijne aanstaande vrouw...."
+
+"Ik wensch voor u en voor haar dat zij uw ridderlijk bloed niet
+in al te groote beweging zal brengen, en daarom moet ik u vooruit
+waarschuwen, dat zij ruw is en.... slechte manieren heeft."
+
+"Tantes brief deed mij reeds onderstellen, dat het haar aan eene goede
+opvoeding heeft ontbroken. Maar dat is immers hare schuld niet. Het
+arme kind! Welnu, ik zal daarin dan wat te verhelpen hebben, en ik
+zal tegelijk de echtgenoot en de gouverneur mijner vrouw moeten zijn;
+mogelijk, wie weet het, nog wel voor muziek- en dansmeester moeten
+spelen!"
+
+"Niet voor schermmeester althans, want zij kan handig genoeg met den
+degen omgaan, altijd volgens de getuigenis van Karel!"
+
+"Drommels!" riep Leopold lachend, "dat's om bang van te worden...."
+
+"Karel _is_ werkelijk bang geworden, en, om u 't al te zeggen: zij
+was destijds nog maar een aankomend meisje, en toch werd haar in
+de kleine garnizoensplaats, waar zij woonde, algemeen de niet zeer
+vleiende bijnaam gegeven van: _Majoor Frans_."
+
+"Dat klinkt niet aantrekkelijk! daar hebt ge gelijk in, maar
+toch.... ik zal zien dien majoor onder mijn vaandel te enroleeren,
+en ben ik eens zoo ver, dan zal hij in die kwaliteit zijn ontslag
+moeten nemen om in 't civiele over te gaan."
+
+"'t Is goed dat gij het zoo luchtig opneemt, want in trouwe, er zit
+voor u niets op dan het te beproeven...."
+
+"_Faire contre fortune bon coeur_, is altijd mijne leus geweest
+en--mijn lot," hernam Leopold met eene mengeling van zwaarmoedigheid
+en scherts.
+
+"Maar, mijnheer! doe dan asjeblieft open, ik heb al driemaal geklopt
+met het theewater."
+
+'t Was de snibbige stem van Kaatje de dienstmeid, wier bescheiden
+tikken onder het levendige gesprek niet was gehoord geworden.
+
+Leopold deed open en Kaatje zette het theeblad klaar met "z'n
+toebehooren," maar Verheyst trok een gezicht dat comische wanhoop
+uitdrukte bij die aanstalten, en toen het meisje was afgetrokken, sprak
+hij: "Zet maar geen thee voor mij, want om de waarheid te zeggen,
+ik ben veel te flauw om uw lauw water te drinken; ik heb maar zoo
+wat geluncht met een stuk brood en vleesch; mijn diner is bij de
+reis ingeschoten."
+
+"Ondankbare egoïst die ik ben, u zóó aan den praat te houden en daar
+niet op te denken; wacht, ik geloof dat mijn kok vandaag ook wat
+slapjes was met zijn soep. Ik zal mij eens een extraatje permitteeren;
+'t is half acht, de tafels in de hotels zijn afgeloopen; maar wij
+gaan een apart dineetje nemen bij Pijl."
+
+"Waarom niet in de Witte? Daar moet het nogal goed zijn, en mogelijk
+ontmoet ik daar nog dezen of genen, dien ik spreken moet, ware 't maar
+alleen om afspraak te maken tegen morgen: dat zou mij tijd uitwinnen."
+
+"Zoo gij daar wezen wilt, mij goed, dan zal ik iemand opzoeken om
+u te introduceeren; maar laten wij dan eerst elders gaan eten, want
+dààr kan ik uw gastheer niet zijn. Ik ben geen lid meer."
+
+"Dat's kras, Leo!"
+
+"Wat zal ik je zeggen. Toen mijn vader stierf, en mijne moeder,
+schoon ze van een schraal pensioentje moest leven, niet besluiten
+kon den Haag te verlaten, begreep ik voor mij dat ik het snoeimes
+flink ter hand moest nemen, om al wat naar luxe geleek, ferm uit
+te snijden. De contributie moest op mijn budget geschrapt worden,
+en hoewel ik vrienden genoeg had die mij begrijpen lieten, dat ik
+daarover niet denken moest, wees ik die aanbiedingen ruiterlijk
+af. Geen valsche schaamte weerhield mij om te zeggen waar het op
+stond, dat de kleine geldzaak hier niet eens het grootste bezwaar
+was, maar dat men het Haagsche leven niet ten halve kon meedoen;
+dat ik er den lust zoowel als de gelegenheid voor verloren had,
+dat ik voortaan dacht thuis te blijven en mij niet in den omgang
+met vroegere vrienden tot soupeetjes en avondpartijtjes wou laten
+verlokken. Daarbij onder ons gezegd, onder drinkers en spelers heb
+ik mij nooit recht thuis gevoeld, zelfs niet dien korten tijd, dat
+ik student mocht zijn, en ik berekende, dat als men mij nergens meer
+zag, invitaties voor diners en partijen vanzelven zouden ophouden,
+die tot allerlei extraatjes leiden van fijne handschoenen, verlakte
+bottines, en in de verplichting brengen om er een éléganten rok op
+na te houden; mijne abdicatie, zooals men dat noemde, werd begrepen,
+mogelijk hier en daar bepraat en afgekeurd; maar ik had er spoedig
+geen last meer van. Jongen! men wordt zoo makkelijk vergeten, als
+men vergeten _wil_ zijn! Toch moet ik ter eere van mijne Haagsche
+kennissen zeggen, dat ik bij toevallige ontmoetingen nooit anders dan
+achting en welwillendheid heb gevonden. Ze hebben het mij heusch niet
+kwalijk genomen dat ik kluizenaar ben geworden, en het niet eens een
+onvergefelijke dwaasheid geacht, dat ik, arm zijnde, niet om den bluf,
+den schijn heb willen bewaren en toch meedoen, ware het ten koste
+van anderen, om 't geen sommigen noemen: hunne eer op te houden! En
+nú, laten we gaan zien dat we wat te eten krijgen." Al sprekende had
+Leopold zijn overjas aangetrokken, zijn hoed en handschoenen genomen,
+en beiden stormden nu met gezwinden pas de trap af.
+
+
+
+
+
+Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst.
+
+
+Al had ik niet beloofd u een getrouw verslag te doen, beste Willem! van
+mijn wedervaren en bevindingen op mijn avontuurlijken tocht ter
+verovering eener bruid, toch zou ik er behoefte aan hebben, dat alles
+mede te deelen aan iemand, die luisteren wilde zonder repliek. En
+daar ik er vooralsnog geen sterveling, behalve den eenigen, die er
+niet buiten kon blijven (de notaris), inhalen wil, is het waarlijk een
+kansje voor mij, dat gij nu mogelijk al door de Roode Zee glijdt, en
+ik dus alles aan 't papier kan toevertrouwen, met de zekerheid, eenmaal
+door een vriend gelezen te worden, zonder dat ik mijn geheim verklap.
+
+Ons afscheid was zoo brusk en gejaagd tusschen al die heele en halve
+kennissen in, waar we bij Paulez mee dineerden en waarvan enkelen u
+meenamen naar de sociëteit, dat ik niet meer in de gelegenheid was, om
+u kennis te geven van mijn besluit om reeds des anderen daags met den
+eersten trein naar Utrecht te vertrekken, om mijn verkenningstocht aan
+te vangen. Uwe mededeelingen hadden mijne nieuwsgierigheid geprikkeld,
+meer nog dan mijne hebzucht het was door het blinkend millioen,
+en ik kon mijn ongeduld niet bedwingen tot uwe terugkomst van die
+particuliere audiëntie die u op zulk eene geheimzinnige wijze, op zulk
+een ongewoon vroeg uur, was toegezegd. Ik hoopte altijd, dat ik u vóór
+uw definitief vertrek nog eens zou kunnen zien, om u vaarwel te zeggen;
+maar gij waart altijd _par voies et par chemins_ in de laatste dagen
+en ik .... neen, ik was niet op reis, maar zoo wat in een betooverd
+slot geraakt, waar ik wel niet door draken en reuzen, maar door mijn
+eigen wil en zucht tot volharding werd vastgehouden. Mogelijk nog
+wel door iets anders .... maar daar ben ik nog niet zoo zeker van.
+
+Om nog even op uwe zaken te komen. Gij zult nu zeker beter weten,
+dan ik het vatten kan, hoe uw patroon staat met zijne zenders, en hoe
+dezen het op hunne beurt zullen maken met hunne dwarskijkers. Als ik
+aan dat alles denk, komt de wensch bij mij op, dat gij liever aan
+mijn voorstel haddet gehoor gegeven, om mijn wel en wee te deelen,
+dan u mee te laten vangen in dat striknet der intrigue, waaruit geen
+van de partijen, die er in betrokken zijn ongeschonden te voorschijn
+kan komen. Maar gij zult mij antwoorden, dat gij volkomen onkundig
+waart van deze valsche verhouding, toen gij uw woord gaaft, en dat het
+overige uwe zaak niet is, en daarin hebt gij gelijk. Uw patroon kan de
+stormen aan deze zijde van den Oceaan onbekommerd zien opsteken; zijn
+hoofd zullen ze toch niet treffen: zijne positie is voor het bepaalde
+getal jaren verzekerd, en--de uwe evenzeer. Gij hebt intusschen van
+de gelegenheid geprofiteerd, om Indië te leeren kennen, en kunt met
+die kennis veel goeds doen en veel kwaads voorkomen, als men naar u
+zal willen luisteren, _voilà la question_. Iemand die dat zeker zou
+gedaan hebben, en die hoog noodig zou gehad hebben dat gij hem uwe
+voorlichting bleeft geven, is schrijver dezes, die waarlijk onder
+zeer bezwaarlijke en gecompliceerde omstandigheden tot handelen zal
+worden gedwongen. Naar mijn eigen gevoelen is de zaak mijner fortuin
+nogal vlottende. Wel is door de waardige erflaatster alles gedaan, wat
+noodig was, om die voor goed te verzekeren; maar er zijn oogenblikken,
+waarin mij de onweerstandelijke lust overvalt, om mij van alles af te
+maken, liever dan het instrument te zijn, om de wraakzucht _d'outre
+tombe_ van Jonkvrouw Roselaer tot de Werve te dienen: een grijsaard
+uit zijn erfgoed te verdrijven en eene arme zwerfster te maken van
+eene weeze, die door hare afkomst een recht heeft op de nalatenschap
+harer oudtante, al blijkt de wetgeving zulke rechten lager te stellen
+dan de luim eener knorrige, oude vrouw, die de behendigheid heeft
+gehad een onaantastbaar testament te maken.
+
+Gij ziet, Willem! dat ik nog in 't geheel niet verzoend ben met de
+beschikkingen van tante Roselaer, maar 't is ook ergerlijk voor iemand,
+die een ingeboren gevoel van billijkheid heeft en een hart, dat--ja,
+ik mag het hier zeggen,--dat op de rechte plaats zit, om de _exécuteur
+des hautes oeuvres_ te zijn eener ingeroeste familieveete. En toch,
+zoo vaak ik de opwelling in mijne chevalereske gevoeligheid--die gij
+mogelijk romaneske zwakheid zoudt noemen--heb bekampt met de nuchtere,
+klare beschouwing der feiten, komt het mij voor, dat ik mij niet
+onttrekken _mag_ aan dien plicht, en dat de nood mij is opgelegd,
+het aangewezene te volbrengen, liever dan lafhartig de handen te
+laten zakken en alles over te laten aan den notaris-executeur, een
+uiterst braaf man, ik wil 't gaarne gelooven, maar zoo punctueel op
+de letter van de wet, dat hij geenerlei menagementen zou gebruiken,
+noch van verzachtende maatregelen, noch van uitstel van executie
+zou willen hooren; en dat alles staat ten minste nog in mijne macht,
+als ik het lastig baantje niet moedwillig laat varen.
+
+Een enkel geval kan zich voordoen, waarbij mij het koninklijk
+prerogatief is toegekend, om gratie te geven, namelijk: als het
+huwelijk doorgaat; maar ik begin te vreezen, dat er hinderpalen
+bestaan, die iemand van mijn karakter met den besten wil der
+wereld niet kan overstappen; dan--ik wil geregeld vertellen en niet
+beginnen met hetgeen wellicht het einde zal moeten zijn. Ik ga u
+mijne indrukken en ontmoetingen mededeelen--dag voor dag--zooals zij
+mij zelf toegekomen zijn, te beginnen met mijn bezoek bij den notaris
+van Beek op den 28sten Maart. De waardige fonctionaris is een klein
+mager persoontje, met een naturel op, en een paar kleine levendige
+oogen, die met zijn fijnen, langen neus en de dunne lippen van den
+toegeknepen mond het perfect model levert van een slim, capabel, maar
+onverbiddelijk wetgeleerde. Hij ontving mij eerst in zijn kantoor,
+in zijn klassieken armstoel gezeten, met zijn grijs huisjasje
+en statelijke witte das, die zijn dunne hals met onverbiddelijke
+wreedheid omwrong. Ik had hem wel lucht willen bezorgen, zóó greep
+het aanschouwen van die beklemming mij aan, maar hij zelf voelde
+zich daardoor blijkbaar niet in de engte--het scheen hem alleen een
+steun zijner wichtigheid. Opstaande groette hij mij met eene deftige
+buiging, en eerst toen ik mijn naam had genoemd en mijn besluit had
+te kennen gegeven, om, indien eenigszins mogelijk, de intentiën der
+erflaatster te vervullen, zweefde een fijn glimlachje om zijn mond,
+of hij zeggen wilde: "Gij zijt er dan toch toe gekomen, al valt gij
+wat aarzelachtig." Na eene korte woordenwisseling over het eenigszins
+plotseling afsterven zijner cliënte, en haar uitdrukkelijk verlangen om
+in alle stilte en zonder samenroeping harer familieleden ter ruste te
+worden besteld, vertelde hij mij, dat hij sinds dertig jaren met het
+vertrouwen van Jonkvrouw Roselaer tot de Werve was vereerd geweest,
+en met het beheer harer zaken was belast, en dus ten volle in staat
+was mij alle verlangde inlichtingen te geven omtrent hare verhouding
+tot den generaal von Zwenken, en hare intentiën met deze en zijne
+kleindochter. Ik spare u en mij zelven de optelling van de jammerlijke
+reeks tracasseriën en reciprociteiten, waarmee, al vóór de geboorte
+van Francis, de generaal en tante Sophie elkaar hebben vervolgd en
+elkanders leven hebben verbitterd. Dat zij dien man niet met het
+bezit harer fortuin wil begunstigen, kan ik mij best begrijpen, en
+ik moet het zelfs goedkeuren met het oog op Francis, die het eerste
+slachtoffer zou zijn van die onvoorzichtigheid. Uit alles blijkt, dat
+hij een verkwister moet zijn, of ten minste een zóó slecht financier,
+dat de staat zijner zaken, dien de notaris op zijn duimpje kent--beter
+wellicht dan de man zelf--, te vergelijken is bij een zinkput,
+waarin men schatten bij schatten zou kunnen wegwerpen, zonder die te
+dempen. Maar tusschen het onthouden van zijne nalatenschap van een
+verwant, wien men gelooft niets schuldig te zijn, of het smeden van een
+onverbiddelijk wraakzwaard, dat men nog uit het graf boven zijn hoofd
+weet op te heffen, ligt toch eene wijde klove, en dit getuigt van een
+onchristelijken geest, van eene woeste haatdragendheid als men onder
+wilden en heidenen nauwelijks zou vinden, maar die men allerminst had
+kunnen verwachten van een statige dame in een stijf kostelijk zwart
+zijden japon, met zilvergrijze haren onder een zwart kanten mutsje,
+en een snoer zuivere paarlen om den hals zooals zij zich vertoont op
+haar portret, nog in het laatste jaar van haar leven geschilderd, en
+dat zij aan haar notaris gelegateerd heeft, omdat zij zich in 't hoofd
+had gezet, dat niemand harer bloedverwanten het met welwillendheid
+zoude aanzien. En ik geloof, dat zij zich in dezen niet bedroog; want
+ik zelf, haar hoog begunstigde erfgenaam, moet ronduit verklaren,
+dat er nog veel zal moeten gebeuren, veel zal dienen opgehelderd te
+worden, wat mijne indrukken van dit oogenblik wijzigt, eer ik met
+een opgeruimden en dankbaren blik die toegeknepen lippen, die kleine,
+felle oogen en die scherpe gelaatstrekken zal kunnen aanstaren, sinds
+ik weet, welk een Shylocks geest deze fijne magere vrouwenfiguur heeft
+bezield. De notaris getuigde van haar, dat zij "goed arms was;" maar
+wat singulier van leef- en denkwijze. Als een wettisch, orthodox man,
+die hij zelf is, schreef hij dat toe aan de bijzonderheid, dat zij
+nog altijd veel op had met de denkbeelden en gevoelens der achttiende
+eeuw, dat zij eene groote vereerster was van Rousseau--ja, zelfs dat
+zij eene statuette van Voltaire in hare kamer had en zich had laten
+afbeelden met een deeltje van diens brieven in de hand, al wist zij,
+dat de toekomende bezitter juist niet bijzonder gesticht zou zijn door
+dit détail, Maar zij hield er van, mij een weinigje te plagen, voegde
+hij er met een sluw glimlachje bij, en ik liet haar begaan; zij had
+overigens zooveel goeds.--"Zij had vele goederen althans," vulde ik
+in gedachte aan, terwijl ik luisterde, "het beheer waarvan, waardige
+_homme d'affaires_, u jaarlijks een mooi rond sommetje opbrengt,
+'t geen u noodwendig tot grootmoedigen accomodatie-zin stemt."
+
+"Ja, ja, jonker!" ging de man voort, "sinds gij mij de waarheid vraagt
+omtrent het leven en bestaan der overledene, moet ik u zeggen, dat
+ze uiterst zelden ter kerk ging, en dan nog wel bij de Franschen,
+schoon zij niet tot die gemeente behoorde; dat ze jaarlijks groote
+sommen ten beste had voor allerlei inrichtingen van weldadigheid of
+industrie; dat zij deelnam aan alles wat er werd uitgedacht om het
+lot van den minderen man te verlichten, maar dat zij voor kerk en
+kerkelijke zaken, zelfs voor zendelingen en christelijke scholen, geen
+kwartje verkoos af te staan. Ik kon het nooit van haar verkrijgen, en
+als ik mij verplicht achtte, een weinig aan te dringen, met haar voor
+te houden, dat het voor iemand van hare middelen eene consciëntiezaak
+was om dergelijke pogingen te ondersteunen, dan voegde zij mij toe,
+dat het voor haar eene consciëntiezaak was, het ras der Tartuffes niet
+te helpen vermenigvuldigen. En daarmee was het dan uit. Gij begrijpt,
+jonker, dat ik in mijne kwaliteit tegenover haar mij voortaan onthouden
+moest. Zij gebruikte overigens hare schatten voor zich zelve niet dan
+met uiterste matigheid. Zij bewoonde een klein buitentje hier dicht
+bij de stad, dat ik voor haar heb moeten koopen, terwijl zij haar
+prachtig huis binnen Utrecht, haar fraai buitengoed in Gelderland,
+aan vreemden verhuurde. Zij hield geene andere bedienden dan een
+huisknecht, eene kamenier van leeftijd en eene keukenmeid. De tuinman,
+die het lapje moesgrond van de plaats had gepacht, leverde haar de
+groenten en moest voor haar tuin en bloemen zorgen. Een koetsier hield
+zij er niet op na. Zij had rijtuig van een stalhouder, bij de maand;
+maar zij gebruikte het zelden; zij wandelde weinig en kwam weken
+aaneen niet van de plaats af. Zij had geen conversatie, wees in den
+regel alle bezoeken af, behalve die van dokter D., haar vriend, die
+haar dagelijks moest komen zien en die geregeld tweemaal in de week
+met zijne ongetrouwde zuster een partijtje bij haar kwam maken. Ik
+kwam zoo vaak de zaken het eischten, en eens in de maand vroeg zij
+mij met mijne vrouw en dochter te dineeren. Dokter D. en zijne zuster
+waren er dan ook; maar ik herinner mij niet, dat ik ooit iemand anders
+bij haar ontmoet heb dan dien schilder, dien zij op haar ouden dag
+nog haar portret heeft laten maken en wien zij een mooi legaat heeft
+toegekend, een jongmensch met schalksche oogen en fraaie kneveltjes,
+dien ik verdenk van haar een weinig het hof gemaakt te hebben _à
+force_ van aardigheden en piquante gezegden à la Voltaire; want ze
+kocht teekeningen van hem, die zij nooit aanzag, en ze was altijd een
+beetje meer geneigd mij te plagen met mijne religieuse gevoelens en
+mijn ouderlingschap, als hij bij haar was geweest. Overigens een beste
+jongen, die voor zijn moeder had te zorgen; en 't kapitaal, dat zij
+nu nalaat, jonker, is groot genoeg om niet op die caprice te zien...."
+
+"Neen, voorwaar!" viel ik in; "ik ben blij, te hooren dat er iemand
+geweest is, die dat eenzaam en als in de engte gedreven leven nog
+in den laatsten tijd wat heeft kunnen opvroolijken.... Maar na 't
+geen gij mij daar hebt medegedeeld omtrent hare stemming tegenover
+kerkelijke en christelijke instellingen, begin ik te twijfelen, of ik
+wel recht heb, hare nalatenschap te aanvaarden; want schoon ik heel
+goed weet dat er maar al te veel kaf onder 't koren schuilt en niet van
+zins ben in den blinde en op den klank van vroomluidende woorden af,
+tantes goud rond te strooien, toch zou ik niet kunnen nalaten, zekere
+belangen, die mij na ter harte gaan, ook door materiëele ondersteuning
+te bevorderen, zoodra ik mij daartoe in de gelegenheid zie gesteld,
+hetgeen natuurlijk lijnrecht in strijd moet zijn met hare intentiën."
+
+Dat geloof ik niet; want zij heeft heel goed geweten, wie jonker
+van Zonshoven was en wat zij ook op dit punt van hem zou te wachten
+hebben, en het heeft haar niet afgeschrikt, zooals gij ziet; daarbij,
+behalve dat zij wat kwelziek viel, was zij vrijgevig genoeg omtrent
+het gevoelen van anderen. Hare oude kamenier was streng orthodox, en
+ging niet ter kerke dan bij de meest rechtzinnige dominés, en toch
+was het rijtuig Zondags altijd tot hare beschikking en is zij door
+hare meesteres ruim bezorgd voor haar leven. Dat getuigt toch niet van
+zoo groote vijandschap als hare harde uitvallen tegen mij soms deden
+onderstellen. Mogelijk heeft zij in u iemand gezien, die doen zal
+wat zij heeft nagelaten en uit valsche schaamte of stijfhoofdigheid,
+zelfs bij beter inzicht, zelve niet heeft willen goedmaken. Als zij
+'t anders gemeend had, was zij wel de vrouw geweest om te zorgen,
+dat hare bedoelingen in dezen niet miskend konden worden, geloof mij
+daarin, jonker!
+
+En ik moet hem gelooven, Willem! Want uit alles blijkt, dat zij
+volmaakt goed berekend heeft wat zij wilde en van mij wilde. Al zou het
+je nog zoo vervelen, ik moet u de hoofdkwestie mededeelen, waarin ik
+verplicht ben hare rancune te dienen. Gij moet dan weten dat het huis
+de Werve, een oud kasteel op de grenzen van Gelderland en Overijsel
+gelegen, met zijne uitgestrekte bosschen, heidegronden en landerijen,
+dat nu door den generaal von Zwenken wordt bewoond, heeft toebehoord
+aan de ouders van jonkvrouw Sophie Roselaer; dat aan 't bezit van het
+kasteel (eene riddermatige hofstede, zooals de notaris zich uitdrukt)
+tevens de heerlijke rechten verbonden zijn, die in ònzen tijd wel
+is waar hunne beteekenis verloren hebben, maar waaraan ik zeer wel
+begrijpen kan dat eene vrouw als tante Sophie nog kon hechten.
+
+Jonker Roselaer van de Werve had geen zoon, 't geen hem zeker leed
+genoeg zal gedaan hebben, maar wel drie dochters, waarvan tante
+Sophie de tweede en mijn moeders moeder de jongste is geweest. De
+oudste freule, Marie-Anna, werd na den dood harer ouders aangewezen
+als rechtmatige erfgename van het huis de Werve met alles wat er
+bij behoorde. Dit viel tante Sophie zeer uit de hand, daar zij eene
+geheel andere beschikking had verwacht en goede reden had voor die
+verwachting.
+
+Hare zuster had de oude lieden veel verdriet aangedaan. Zij had in
+stilte een liefdesroman aangeknoopt met een jong Zwitsersch officier,
+den kapitein von Zwenken, en daar zij vreesde, nooit de toestemming
+harer ouders te zullen verkrijgen voor dit huwelijk, ontvluchtte zij
+heimelijk hun huis en liet zich door von Zwenken naar zijne familie
+in Zwitserland voeren, waar zij getrouwd zijn. Eene verbintenis,
+die volgens den man van de wet en naar het gevoelen van tante niet
+als wettig kon beschouwd worden, hoewel later de zwakke ouders zich
+met den opgedrongen schoonzoon verzoenden en hun verloren kind,
+toen het in alles behalve gunstige positie tot hen terugkeerde,
+met opene armen ontvangen hebben.
+
+Bij dit familietafereel schijnt tante Sophie de rol te hebben
+vervuld van den oudsten broeder in de gelijkenis. Zij had zich toch
+al niet best met hare romaneske zuster kunnen verstaan, wilde in den
+zich noemenden zwager niets zien dan een verleider, een indringer,
+en bleef onverzoenlijk, terwijl zij de vergevingsgezindheid harer
+ouders laakbare zwakheid achtte. Het oponthoud van de jongelui in 't
+ouderlijk huis was dan ook slechts van korten duur, maar de weinige
+dagen die zij er bleven waren stormachtig en strekten allermeest om de
+onderlinge verdeeldheid der bewoners van de Werve te doen overslaan
+op den verderen kring der uitgebreide familie, wier leden vóór en
+tegen de von Zwenkens partij kozen. Als _machine de guerre_ tegen haar
+zwager gebruikte tante Sophie de onregelmatigheid van zijn huwelijk,
+op vreemden bodem gesloten. Wie dat niet met haar eens waren, wie den
+Zwitserschen kapitein, in dienst der toenmalige Bataafsche Republiek,
+voor aanverwant erkenden, konden geen goed meer bij haar doen, terwijl
+die in dezen hare partij hielden, door den ouden heer Roselaer en
+zijne vrouw met de uiterste koelheid werden bejegend. Kortom, het was
+de geschiedenis der Montecchi en der Capulets op kleinere schaal en op
+achttiende-eeuwsch Hollandsch terrein overgebracht. Men belaagde elkaar
+niet met dolk of vergift, maar met het venijn der tong. Men kwelde,
+men brutaliseerde elkaar zooveel men kon; het waren haarkloverijen en
+_représailles sans trève ni merci_, die hier en daar tot processen
+leidden, en onder de handen van procureurs en advocaten werden de
+kwestiën noch klaarder, noch lichter op te lossen. Daar kwam de oude
+mevrouw Roselaer te overlijden, en hare dochter Sophie meende nu,
+dat er eene verandering zoude plaats hebben in het gevoelen van
+haar vader omtrent zijne "schuldige" dochter, daar het bovenal de
+moeder was geweest, die hem tot het verleenen van vergiffenis had
+aangezet. Daarbij geraakte zij nu zelve aan het hoofd der huishouding
+en gebruikte die stelling om het haar zwager en zijne vrouw zoo
+onaangenaam te maken in de korte dagen van hun bezoek in het ziek-
+en sterfhuis, dat zij afscheid namen van den heer Roselaer met de
+betuiging, dat zij niet zouden terugkeeren. Sophie triomfeerde. Zij
+dacht de scheiding, de uitbanning voltooid, maar zij vergat dat hare
+zuster kinderen had en dat het haars vaders vreugd en trots was een
+kleinzoon te bezitten, al uitte hij die gevoelens niet tegen haar.
+
+Een grijsaard heeft de rust lief, en al gaf hij haar in 't heimelijk
+de schuld dezer nieuwe verwijdering, hij liet het haar niet blijken,
+en getroostte zich den last, zijne kinderen te gaan bezoeken in de
+naburige vestingstad, waar von Zwenken in garnizoen lag. Sophie wist
+niet beter of hij deed bij zulke gelegenheid zijne gewone rondreize
+met zijn rentmeester om zijne verschillende bezittingen op te nemen
+en zich met pachters of boschbazen te verstaan. Het bleek welhaast
+dat de von Zwenkens partij hadden getrokken van deze uitstapjes om
+zijne genegenheid te winnen, in dezelfde mate, waarin tante Sophie die
+verloor, en dat hij, vrijwillig, of daartoe door hen overgehaald, zijn
+testament veranderde; want toen hij kwam te overlijden, had hij zijne
+dochter mevrouw von Zwenken en hare kinderen zooveel bevoorrecht als
+dat maar eenigszins zijn kon, en haar aangewezen als de erfgename van
+het kasteel de Werve met de Heerlijkheid en de aankleve van dien. De
+teleurstelling, de ergernis van jonkvrouw Sophie bij deze ontdekking
+laat zich begrijpen. O zeker, haar gewerd het rechtmatige deel van
+het ouderlijk goed, maar juist dàt, waar het haar het meest om te
+doen was, het ouderlijk huis, waar zij was geboren en opgevoed, dat
+zij nooit eigenwillig had verlaten, waar zij altijd als meesteresse
+had geheerscht, dat zij steeds als haar welverzekerd eigendom had
+beschouwd, werd haar nu ontnomen en overgegeven in de handen van
+hen, die zij het meest onwaardig, het minst geschikt keurde voor
+dat bezit. Een zwager, dien zij nauwelijks tot dien naam gerechtigd
+achtte, dien zij altijd had gehaat en geminacht, en die deze gevoelens
+met woeker teruggaf; eene zuster, die door haar misstap de eer van
+'t ouderlijk huis had bevlekt, die de rust harer ouders, den vrede
+in de gansche familie had verstoord, werd dus, als lag er niets
+tusschen, in de rechten eener oudere erkend en boven háár gesteld,
+die beter dan iemand wist, wat zij hen had doen lijden, en die zelve
+het hare had gedaan om die smart te verzachten. De rustelooze haat, de
+onverzoenlijke bitterheid, die daarna alle handelingen en overleggingen
+van tantes leven heeft bestuurd, laat zich verklaren uit deze krenkende
+terugzetting, waarin zij niet het meest des vaders hand, des vaders
+wil zag, maar de list, den intriguegeest van een misdadig echtpaar.
+
+Zelfs al had men haar eene schikking voorgesteld, waardoor zij
+op het kasteel had kunnen blijven, zou zij die toch niet hebben
+aangenomen, daar zij te diep gekrenkt was, om concessies van hare
+tegenpartij aan te nemen; maar het werd haar niet eens voorgeslagen,
+en slechts de kortstmogelijke tijdruimte werd haar gegund, om
+zich op de verandering van woonplaats voor te bereiden. Dat was te
+meer grievend, daar de kapitein niet, zooals zijn schoonvader had
+gewenscht, den dienst verliet om op het kasteel te gaan wonen en
+zijne goederen te beheeren. Gebonden nu eens aan deze, dan weer aan
+gene garnizoensplaats, mogelijk bij het opsteken der oorlogsstormen
+bestemd om naar den vreemde te trekken, was hij de laatste die genot
+kon hebben van het erfgoed. Zijn vrouw en de beide kinderen kwamen
+er van tijd tot tijd een poos vertoeven, maar de eerste stierf
+een paar jaren na den dood van haar vader, de kinderen bleven bij
+den vader, totdat zij den leeftijd bereikt hadden, de dochter om op
+eene Zwitsersche kostschool hare opvoeding te krijgen, de zoon onder
+opzicht van een gouverneur tot hij rijp was voor de hoogeschool.
+
+Ik moet tante Sophie gelijk geven in hare bewering, dat von Zwenken
+volstrekt niet _the right man on the right place_ was. Hij utiliseerde
+zijne bezitting niet, liet het kasteel in handen van een vreemden
+huisbewaarder, verwisselde den ouden bekwamen rentmeester met een
+ander, die even onkundig als ongetrouw was in zijn beheer, kwam
+niet naar de Werve omzien dan in den jachttijd met een troep drukke
+vrienden en jachtliefhebbers, en lette er niet op dat het landgoed
+meer en meer in verwaarloosden staat geraakte. Wie er wèl op lette
+was tante Sophie. Schoon zij zelve naar eene andere provincie had
+moeten verhuizen, waar het haar toegewezen deel der vaderlijke
+goederen was gelegen, had zij haar hart noch haar aandacht kunnen
+aftrekken van het ouderlijk huis. De voormalige rentmeester, zelf
+niet weinig verbitterd tegen den nieuwen eigenaar, trad in haar
+dienst als haar zaakwaarnemer en spion. Te dien einde bleef hij in
+de nabuurschap wonen, en sloeg met valkenblik de _faits et gestes_
+van zijn plaatsvervanger gade, terwijl hij tevens zooveel mogelijk
+acht nam op die van diens heer en meester. Majoor von Zwenken, want
+hij was inmiddels tot dien rang geklommen, scheen druk te leven en
+veel geld noodig te hebben, hetzij voor zich zelf, of wel voor zijn
+zoon, een heertje dat lang en woest studeerde. Het rechte daarvan
+schijnt de notaris van Beek zelf niet te weten, want gij begrijpt dat
+het door hem is dat ik achter al deze bijzonderheden ben gekomen;
+zeker alleen is het, dat hij niet genoeg had aan zijne inkomsten
+en hypotheek nam op een deel zijner uitgestrekte goederen, dat hij
+bij het huwelijk zijner dochter met een Engelsch officier, Sir John
+Mordaunt, een deel zijner landerijen en bosschen te gelde maakte, om
+haar het moederlijk vermogen te kunnen meegeven, en dat hij het overige
+gedeelte van jaar tot jaar meer bezwaarde, zoodat hij ten laatste,
+alleen om in dien drukkenden rentelast te voorzien, genoodzaakt was
+weer een deel van het goed te verkoopen. Zoo ging het voort, en toen
+hij ten laatste als kolonel, gepensionneerd met den rang van generaal,
+(ongelukkig voor hem zonder bezwaar voor de schatkist!), zich voor
+goed op het kasteel de Werve ging vestigen was het zoover gekomen,
+dat hij van die gansche uitgestrekte bezitting niets meer als vrijen
+eigendom overhield dan het huis alleen met den tuin, en de wandelingen
+die er bij hoorden!
+
+Tante Sophie, die eene handige en scherpzinnige vrouw is geweest,
+dát moet men haar nageven, had inmiddels het geheim gevonden haar
+fortuin te verdubbelen, terwijl zij daarenboven de eenige erfgename
+was geworden eener schatrijke nicht, die zich hare grieven had
+aangetrokken. Tante Sophie had, zooals ik reeds zeide, den gehaten
+schoonbroeder niet vergeten. De haat heeft een scherp geheugen en
+even scherpen blik. Zij wist wie zij in de nabuurschap der Werve
+had gelaten om de wacht te houden over alles wat er geschiedde. De
+verjaagde rentmeester, die hare bedoelingen had geraden, had met
+de waakzaamheid eener vlammende wraakzucht von Zwenken's nadeelige
+financiëele operatiën gadegeslagen, en er haar steeds nauwkeurig
+kennis van gegeven.
+
+Op die aanwijzingen afgaande, had zij door tusschenpersonen
+langzamerhand zich meesteresse gemaakt van alles wat hij verkocht. Een
+procureur in de naast bij de Werve gelegen stad, die hem zonder
+aarzeling de groote sommen geld opschoot, waarmee hij zijn goed
+bezwaarde, maar die onverbiddelijk was waar het rentebetaling gold,
+was haar executeur, deed niets zonder hare orders, en hield haar zoo
+goed op de hoogte, dat zij met zekerheid dag en uur wist te berekenen,
+waarop von Zwenken in geldverlegenheid moest verkeeren.
+
+Eens toen zij het gunstig oogenblik daartoe gekomen achtte, zond zij
+van Beek op hem af als bemiddelaar, niet juist van den vrede, want
+tot verzoening neigde zij niet, maar toch met een zeer aannemelijk
+voorstel. Hij zou haar het huis met de Heerlijkheid, die niets meer dan
+een ledige titel was, verkoopen, voor eene hoogst aanzienlijke som,
+die niemand er voor geven zou dan zij, reeds in 't geheim eigenares
+van al de omliggende gronden; maar de generaal was te fier en te veel
+verbitterd op zijne schoonzuster, om in dat voorstel te treden. Hij
+liet antwoorden dat hij tot geen prijs de Heerlijkheid zou afstaan,
+en wat het huis aanging: dat hij zijne overledene vrouw had beloofd
+er hare zuster buiten te houden, en dat hij liever het dak boven
+zijn eigen hoofd zou zien instorten dan er haar recht van intrede te
+geven. Had hij toen kunnen weten, wat hem nog onbekend is gebleven,
+welke maatregelen zij reeds had genomen om zijn lot in hare macht
+te houden, waarschijnlijk zou hij zich tweemaal hebben bedacht eer
+hij haar voorslag zoo botaf had geweigerd. Maar de generaal schijnt
+wat brusk uitgevallen en scheen zich overtuigd te houden, dat er wel
+nooit kwestie kon zijn van zoo diepen val.
+
+Hij moet echter sinds zijne retraite op de Werve zijne leefwijze
+zoozeer vereenvoudigd hebben, dat zijn pensioen toereikend bleek voor
+zijne behoeften, terwijl de hooge interesten die hij moest betalen
+van dat deel zijner bezittingen, dat nog zijn eigendom heette, bij
+een beter beheer en minder verwaarloozing betaald konden worden uit
+hetgeen zij opbrachten. Maar weldra werd hij opnieuw in de verplichting
+gebracht, ook zijn huis te bezwaren tot tweemaal toe; men heeft niet
+kunnen ontdekken uit welke oorzaak, maar zeker is het dat de persoon,
+die de bewijzen van deze voor hem onbetaalbare schuld in handen houdt,
+hem dwingen kan zijn kasteel met de rechten der Heerlijkheid en ál
+te verkoopen of eene rechterlijke vervolging tegen hem in te stellen,
+die tot dezelfde resultaten zou leiden, nog verergerd door een publiek
+schandaal, en daar de Werve, naar men zegt, reeds zoo in verval is
+geraakt, dat zij allermeest tot afbraak geschikt is, en alleen hoogere
+waarde kan hebben voor den persoon, die tegelijk eigenaar is van het
+omliggende goed, spreekt het wel vanzelf, dat de verkoop minder zou
+opbrengen dan de zware schuldenlast bedraagt die er op drukt. Daarmee
+is de ongelukkige grijsaard niet slechts tot een zwerver gemaakt, maar
+ook tot den bedelstaf gebracht; want een onbarmhartig schuldeischer
+zou beslag kunnen leggen op zeker deel van zijn pensioen.
+
+Ik behoef u niet te zeggen, dat het tante Sophie is, die alle deze
+bewijzen in handen heeft weten te krijgen, dat tante Sophie in het
+kritiek oogenblik, dat zij zelve in hare macht had te bepalen, als
+eenige schuldeischeresse en bezitster van alle verkochte goederen
+kon optreden. Waarom zij, na zoo behendig met zulk eene jarenlange
+volharding hare maatregelen te hebben genomen, niet reeds bij haar
+leven dit vonnis over haar vijand heeft voltrokken, om hare wraaklust
+die afschuwelijke voldoening te geven, dat is mij onbegrijpelijk. Zij
+had alles daartoe voorbereid en berekend, en toch heeft zij uitgesteld,
+tot ná haar dood. Mij dacht, haar triomf over hem zou het geweest
+zijn, voor zijne oogen in zijn onteigend kasteel te trekken, en van
+Beek zeide mij dat zij werkelijk dit plan moest gekoesterd hebben;
+maar er is iets tusschen gekomen, iets wat hem zelf onverklaarbaar
+is en waarover zij zich nooit heeft uitgelaten; zeker is het dat
+zij drie maanden vóór haar dood, op het tijdstip zelf dat van Beek
+hare orders wachtte tot den aanval, hem roepen liet, zich door hem
+een zijner collega's deed aanwijzen, om haar testament te veranderen,
+en de U bekende schikkingen te maken, waarbij van Beek als _executeur_
+werd aangewezen en waarvan ik het slachtoffer ben, zou ik haast zeggen
+als het niet zoo paradoxaal klonk.
+
+"De groote plaats in Gelderland, de Runenburg, is met ultimo October
+vrij en te uwer dispositie, jonker," viel van Beek in, den loop mijner
+gedachten storende; "maar wat het huis in de stad betreft, dat slechts
+tot Mei toe is verhuurd, de bewoners houden zich zeer gerecommandeerd
+te continueeren, zoo dat niet met uwe intentiën strijdt; het zijn
+respectabele lieden; hoe wilde de jonker dat ik daarin handelen zal?"
+
+Ik schrikte op, en keek hem wat verbaasd en verbijsterd aan.
+
+Het is eene zonderlinge gewaarwording, Willem, als men nooit een
+steen in eigendom heeft gehad en altijd blij was als de kamerhuur
+om de drie maanden klaar lag, te moeten beslissen wat er met huizen
+en buitenplaatsen zal geschieden. Ik vond dan ook maar beter geen
+besluit te nemen.
+
+"Mij dunkt, mijnheer van Beek, alles moest blijven zooals het is,
+tot ik weet, of ik Francis zal kunnen huwen."
+
+"De jonker vergeet, dat het geene absolute conditie is...."
+
+"Niet volgens de letter van het testament, dat weet ik wel, maar toch,
+voor mij...."
+
+"Verlangt de jonker, nu hij toch te Utrecht is, het huis niet eens
+te zien? 't Is een kapitaal perceel, gelegen aan 't St. Janskerkhof;
+wel de moeite waard dat verzeker ik u."
+
+"Dank je, mijnheer. Alleen, zoo 't niet te veel omhaal is, zou
+ik gaarne het kleine buitentje zien, waar tante heeft geleefd en
+gestorven is. Iemands omgeving leert ons zoo licht iets naders omtrent
+zijn persoon...."
+
+"'t Is geheel tot uw dienst, jonker! Alleen .... ik meen reeds het
+genoegen gehad te hebben u te zeggen," hernam van Beek met eenige
+verlegenheid, "dat de oude freule aan mij heeft gelegateerd, zooals
+reeds in 't voorgaande testament was beschreven, met dit servituut er
+bij, dat de kamenier er wonen blijft tot aan haar dood. Het is een
+kostbaar legaat, ik ontken het niet, maar considereer, dat ik haar
+dertig jaar met alle mogelijke zaken en niet altijd zonder groote
+bezwaren heb gediend, geraden en hare belangen voorgestaan, en dat
+er voor mijn executeurschap geen extra gelden zijn gestipuleerd,
+terwijl mij daarentegen is aanbevolen, den erfgenaam in alles bij te
+staan, voor te lichten en naar mijn beste vermogen met raad en hulp
+te dienen."
+
+"Maar mijn goede heer!" viel ik in, "wie zou tante geweest zijn,
+zoo zij u niet in alle ruimte had bedacht? Het is mij volstrekt niet
+te doen om u in iets te beknibbelen, 't Is voor mij zooveel als een
+pelgrimaadje...."
+
+"Die heel licht te volbrengen is, als gij mij het genoegen wilt doen
+hier te eten. Na den middag rijden wij er even heen; 't is geen
+half uur van de stad. De freule heeft beschreven, dat de gansche
+huishouding drie maanden na haar dood zou blijven gaan op denzelfden
+voet, dat hare kleederen onder hare bedienden moeten verdeeld worden,
+behalve de kleinoodiën, die aan u verblijven, en dat ik alles wat
+mij geschikt voorkomt van het huisraad tegen taxatie mag overnemen;
+het overige moet verkocht worden. Mogelijk vindt de jonker echter
+een of ander, dat hij behouden wil als souvenir."
+
+"Wel zeker! de statuette van Voltaire," zeide ik lachende, en daarbij
+bleven voor 't oogenblik de mededeelingen. Wij gingen koffiedrinken
+met zijne vrouw en dochter en na den eten reden wij naar _Doornhove_.
+
+Het interieur van tantes woning gaf mij niet veel meer licht over haar
+persoon en karakter, dan ik reeds ontvangen had. De oude kamenier
+verkondigde met ijskoude trekken en droge oogen haar lof in vrome
+termen. De jongere keukenmeid vond stroomen tranen om den "jonker"
+te begroeten, die zeker ook zoo bedroefd moest zijn. De huisknecht
+keek mij aan of hij meende dat ik in zijne rechten kwam treden, en
+de kamers waren gemeubeld zooals ik mij reeds had voorgesteld zoomin
+antiek als modern. Daar waren nog wat meubels _style empire_, maar het
+meeste was uit den goelijk karakterloozen tijd van Willem I, toen zij
+zich hier inrichtte, en sinds was er niet veel bijgekomen. Op comfort
+scheen ze niet bijzonder gesteld; er was maar één groote canapé in
+'t heele huis en een armstoel à la Voltaire, dien zij alleen 's
+middags een uurtje gebruikte. Het moet eene wakkere werkzame vrouw
+zijn geweest tot in hare laatste levensdagen. Zij beheerde zelf met
+behulp van van Beek al hare goederen, beschikte persoonlijk over
+interesten en geldbeleggingen en liet zich maandelijks rekenschap
+geven van alles. "Ze zat altijd te cijferen en te schrijven, als ze
+niet zat te lezen of te breien," zei de oude kamenier.
+
+"En wat las ze?" vroeg ik.
+
+"Meest in de ongeloovige boeken, daar uit die kleine boekenkast,
+een enkele maal wel eens in den Bijbel, maar niet gezet. In een
+leesgezelschap was zij niet; zij wilde niets weten van den grooten
+strijd dezer dagen en geen krant zien dan de Haarlemmer."
+
+"Die ongeloovige boeken" waren Fransche, Duitsche en Engelsche
+klassieken. Ik beduidde van Beek, dat ik wel wat zwak zou hebben
+op die kleine, uitgezochte boekerij, alles keurig gebonden, maar
+blijkbaar niet als onnut sieraad aanwezig.
+
+Onder de "ongeloovige boeken" had ik Fénélon, Bossuet en Pascal
+opgemerkt, in minzame ruste gerangschikt nevens Voltaire en de
+Encyclopedisten, terwijl Gellert, Lessing en Klopstock met Lavater
+hunne ruime plaats hadden gevonden nevens Goethe en Schiller en de
+tooneelspelen van Iffland en Kotzebue!
+
+"De boeken kunnen niet geacht worden tot het huisraad te behooren,"
+sprak van Beek met eene deftige buiging, "en, al ware dat zoo, het
+spreekt vanzelf, dat de jonker in alles de preferentie heeft."
+
+Ge moogt me gelooven of niet, Willem, maar ik moet u bekennen, dat
+ik voor 't eerst eene onvermengde gewaarwording van blijdschap had,
+toen ik opnieuw den blik richtte op dat bibliotheekje en het aanzag
+met de oogen van den eigenaar. Al de ontzaggelijke geldsommen, die van
+Beek mij in zijne notarieele akten had voorgesteld, al de papieren,
+die vele duizenden vertegenwoordigden, hadden mij, ik zal niet zeggen
+koud, maar vreemd gelaten. Ik kon er mij nog niet in zetten als mijn
+eigendom, maar Shakespeare en Molière, la Fontaine en Pascal kon ik
+mij denken als de mijnen, en met eene onwillekeurige beweging greep
+ik een deeltje, als om er feitelijk bezit van te nemen.
+
+Van Beek glimlachte, en knipoogde met zijne slimme kijkers. De
+kamenier, die er bij stond, keek mij aan of ik heiligschennis pleegde.
+
+"Ik zou eer gedacht hebben, dat de jonker zwak had op den Bijbel van
+de freule," zei ze bij wijze van critiek.
+
+"Het eene belet het andere niet, juffrouw Jones, althans zoo gij
+zelve daaraan niet hecht."
+
+"Och neen, jonker. Zoo'n wereldsch, nieuwerwetsch boek daar hecht ik
+niemendal aan; dat acht ik Gods woord niet, en ik begreep het nooit,
+hoe mijne freule daarin hare stichting heeft kunnen vinden."
+
+"Wat hapert er aan dien Bijbel?" vroeg ik van Beek.
+
+"Niets, volstrekt niets. 't Is een gewone Staten-Bijbel, slechts niet
+met de verouderde Duitsche letter gedrukt."
+
+Op mijn woord, tante moet in den besten zin liberaal zijn geweest, dat
+zij zoo'n dienares van de letter jarenlang om zich heeft kunnen dulden!
+
+
+
+Den volgenden dag aanvaardde ik mijne reis naar het kleine stadje
+Z., van waar uit ik op de Werve zou losrukken. Doch er gaat van
+avond een mail, en het pakket is zóó groot genoeg voor eene eerste
+toezending. Gij zult er heel wat aan te lezen hebben. Moge U tijd en
+opgewektheid daartoe niet ontbreken bij uwe aankomst!
+
+
+ Wees gegroet tot nader.
+
+ Uw Leopold.
+
+ April.
+
+
+
+
+
+ _Kasteel de Werve_, _April 186 _.
+
+
+Zie zoo, beste Willem! ik ben doorgedrongen tot het binnenste van
+de vesting, maar ik ben nog geen meester van 't garnizoen.... Verre
+van daar, hoewel ik reeds slaags geweest ben met den Majoor. Maar
+ik wil niet vooruitloopen; ik ga u eerst vertellen, hoe ik hier ben
+aangekomen, en onder welke indrukken.
+
+Door van Beek voorzien van de noodige indicaties van een credietbrief
+voor zijn collega Overberg, procureur en notaris in het kleine stadje
+Z., trad ik diens woning binnen. Gij ziet, ik word gebousculeerd van
+den eenen man der wet op den anderen; maar dat kan nu eenmaal niet
+anders. Overberg was in de gelegenheid om mij de beste diensten te
+bewijzen bij mijn aanval op de Werve. Hij is een man van gewicht
+in zijne standplaats en de hoofdagent geweest van freule Roselaer,
+bij haar toeleg om zich in 't geheim meesteresse te maken van von
+Zwenkens bezittingen. Hij is (voor hare rekening) de altijd gewillige
+geldschieter geweest, die den generaal in zijne chronische kwaal van
+geldverlegenheid bijstond. Wel bezien is het nog zoo kwaad niet, dat
+zij zich zoo geheel van den toestand heeft meester gemaakt. Zonder
+dat zouden die kostbare goederen op allerlei wijze verbrokkeld en
+geruïneerd zijn, terwijl de ongelukkige, die ze moest afstaan of
+beleenen, in woekeraarshanden zou gevallen zijn, die hem reeds veel
+eer in 't verderf zouden gebracht hebben. Dit is nu niet het geval
+geweest. De mandataris van tante moest strikt het billijke vorderen,
+maar ook niets daar boven. Dit maakte dan ook, dat von Zwenken niet
+in gebreke bleef zich in allen nood tot hem te wenden, zoodat hij zijn
+volle vertrouwen bezit en zeer zeker op diens aanraden de transactie,
+die hem eens door van Beek werd voorgesteld, zou hebben aangegaan (het
+afstaan van zijn huis en de Heerlijkheid), zoo niet de voorslag van
+zijne schoonzuster ware gekomen. Ook ried Overberg mij, zoo ik toegang
+wilde verkrijgen tot het kasteel, niet als de erfgenaam van freule
+Roselaer op te treden, hetgeen terstond alles voor goed zou bederven.
+
+Als jonker van Zonshoven, door mijn moeders moeder aan den generaal
+geparenteerd, zou ik vermoedelijk niet onwelkom zijn, hoewel von
+Zwenken zich geheel heeft teruggetrokken uit de conversatie en noch
+gasten noch bezoekers meer ontvangt.
+
+Ik zou een voorwendsel bedenken dat mijn verblijf in het naburige
+stadje wettigt, en van daar uit was de aanleiding tot eene visite
+licht gevonden; het verdere zou dan van de ontvangst afhangen. Maar
+ik wilde niet zoo onvoorbereid aankloppen; ik moest zooveel doenlijk
+weten, wie en wat ik er vinden zou, allereerst wie eigenlijk Francis
+was, waar het mij voornamelijk op aankwam. Toen ik Overberg vroeg,
+of hij freule Mordaunt persoonlijk kende, haalde hij de schouders op.
+
+"Ik heb slechts eenmaal de eer gehad haar te spreken. De generaal komt
+altijd zelf bij mij, de freule komt hier nooit meer. Eens slechts had
+zij in een zaak, haar persoonlijk betreffende, mijn raad noodig, en
+toen is zij bij mij geweest; maar dat is lang geleden. Toen woonde de
+generaal met zijne kleindochter nog in de stad en was hij commandant
+van de vesting."
+
+Daar Overberg niets van tantes beschikkingen weet, dan dat ik haar
+erfgenaam zou zijn, was ik met van Beek afgesproken, hem van het
+huwelijksplan niet te spreken voor er kans scheen dat het zou doorgaan,
+en zoo wachtte ik een antwoord zonder menagement.
+
+Mijne teleurstelling moet zich op mijn gelaat hebben geteekend, want de
+goedhartige man hernam met zekere meewarigheid en als verontschuldigde
+hij zich over zijne onkunde op dit punt:
+
+"Weet gij, Jonker! de overste leefde destijds op een grooten voet en
+er bestond toen nog zekere afscheiding tusschen den militairen kring
+en den burgerlijken, die nu is weggevallen. Ik, bij mijne drukke
+bezigheden en weduwnaar, hield mij buiten de conversatie. Sinds
+ik hertrouwd ben doe ik zoo wat mee, en 't is hier met diners en
+partijen druk genoeg--en nu wij hiervan spreken, van avond is er een
+soiréetje bij mij aan huis; daar komen jonge dames, die met freule
+Mordaunt hebben geconverseerd. Wees heden mijn gast; gij kunt den
+tocht naar de Werve toch moeilijk in den middag ondernemen. Ik zal u
+voorstellen als iemand die hier naar een buitentje in den omtrek komt
+rondzien. Want gij begrijpt, in een stadje als het onze moet men de
+reden kennen van uw oponthoud, of men gaat er allerlei gissingen over
+maken van eigen vinding. Ik zal 't gesprek op de von Zwenkens brengen,
+en gij kunt toeluisteren; dat is het beste wat ik er op weet."
+
+Ik vond het ook zoo kwaad niet. In het logement, waar ik verblijf had
+genomen (het eenige dragelijke), had men mij gezegd, was het niet
+vroolijk den avond door te brengen, en eene gezellige bijeenkomst
+had in eene kleine stad, nevens de eigenaardige bezwaren, toch ook
+hare voordeelen, in dezen althans voor mij.
+
+Ik nam aan, dineerde geheel _en famille_ met den heer Overberg en
+zijne vrouw, gulle joviale lieden, wie men het niet zou aanzien dat
+zij behooren tot het gilde:
+
+
+ "De petits avocats.
+ Qui se sont fait des sous
+ En rognant des ducats."
+
+
+En toch was mr. Overberg een geducht man op zijn terrein. Hij was
+er voor bekend, dat hij zijne schapen niet vilde, maar zachtkens
+schoor. Toch raakten zij hunne vacht kwijt als ze eens in zijne handen
+kwamen. Waarheid is, dat hij ze niet lokte noch valstrikken spreidde,
+dat hij integendeel waarschuwde voor processen waar men zijne hulp
+als procureur inriep. Hij hield niet van uitersten, niet van geweld;
+hij hield van middelen en schikken, en het goelijk glimlachje waarmee
+hij zijne cliënten ontving, het zachte lijntje dat hij hun steeds
+aanprees, of hij vreesde dat een ruwe aanval zijne blanke, gevulde
+handen niet passen zou, bewezen, dat hij de man van zijn tijd was,
+de beschaafde, wel opgevoede practizijn, die zijne partij zoetjes
+aan bracht waar hij haar hebben wilde, _sans avoir l'air d'y toucher_.
+
+Tante Sophie schatte hem hoog om zijne discretie en voorzichtigheid,
+maar zij heeft zich wel gewacht hem _le fin fond_ van hare bedoelingen
+te laten doorzien, daar hij de man niet was voor snelle, gewelddadige
+maatregelen. Tot eene ontknooping, zooals zij die in 't eerst bedoeld
+heeft, zou zij zeker van Beek hebben ingeroepen, die met den _code_
+in de eene en het zwaard zonder genade in de andere hand zou zijn
+opgetreden om rechtuit op zijne prooi af te gaan. Overberg daarentegen,
+meenende dat ik uit mij zelven en krachtens mijn recht als erfgenaam
+bezit wilde nemen van de mij ten deel gevallen goederen, geloofde
+mij te moeten vermanen tot geduld; temporiseeren en uitstel van
+betaling geven waar het mijne vorderingen gold; niet alle hypotheken
+tegelijk opzeggen, maar op verschillende en ver verwijderde termijnen,
+opdat alles langzaam maar zeker en zonder opzien te verwekken als _en
+famille_ kon worden afgedaan. De generaal moest er toe komen, dat was
+zeker, al wat nog het zijne heette en dat hij nimmermeer kon vrijmaken,
+bij wijze van minnelijke schikking over te doen. De goede naam van een
+militair, van een man die in een oud patricische familie gehuwd was,
+al was hij vreemdeling van afkomst, zou op die wijze gespaard blijven,
+en uit lankmoedigheid kon in geen geval schade volgen, terwijl het
+opeischen van alles tegelijk den man tot het uiterste zoude brengen,
+hem mogelijk in vertwijfeling zijn toevlucht zou doen nemen tot een
+anderen practizijn, die kwaden raad kon geven in deze wanhopige zaak;
+en als men doorzette en den onbarmhartigen schuldeischer speelde,
+was er kans dat men schade leed, daar 't verkoopen van onroerend
+goed zeer uit de hand kon vallen en 't geheel eigenlijk sinds lang
+bezwaard was boven de waarde.
+
+De goede man wist niet, _qu'il prêchait un converti_, en dat mijn
+innigste wensch was, alle mogelijke verschooning te gebruiken; alleen
+de intentie der erflaatster was juist eene geheel andere: deze was het
+te doen om te verpletteren, niet om opgericht te houden; op de schade
+die er uit volgen kon, mocht niet worden gezien; de verdrijving van
+den generaal uit al het zijne was het hoofddoel, tenzij de reddende
+hand werd aangegrepen die ik mocht toesteken; maar ik beken u gulweg,
+Willem, dat 't geen ik op die soirée hooren moest, mij gansch niet
+gunstig stemde voor die aanbieding. Het verleden van dat jonge meisje
+moet toch al heel duister en zonderling zijn, als maar iets waar is
+van de praatjes die hier over haar worden gehouden. Ik weet wel, men
+moet veel op rekening stellen van de kwaadsprekendheid en de bekrompen
+uitleggingen eener kleine stad, maar toch .... oordeel zelf: Onder
+de dames aan wie ik werd voorgesteld, was er eene, een alleraardigst
+jong weeuwtje met gitzwarte oogen en levendige gelaatstrekken, die
+mij werd aangeduid als een verre nicht van de Roselaers, en waarvan
+het mij in 't eerst speet, dat zij niet Francis Mordaunt heette en
+de uitverkoren nicht was van tante Sophie. Maar toen zij door vriend
+Overberg, zooals ter loops, op het _chapitre_ der von Zwenkens werd
+gebracht, was ik heel blij, dat ik mij volkomen vreemd aan haar mocht
+houden. Ik kreeg zelfs eene opwelling van haat en bitterheid tegen
+haar, zoo onbarmhartig als zij op de arme Francis lostrok.
+
+"Ja, zij waren goede kennissen geweest in den tijd toen haar grootvader
+de commandant was van 't garnizoen, en zij had het huis van den
+overste gefrequenteerd, maar vriendschap, neen, vriendschap had er
+nooit bestaan tusschen haar en dat jonge meisje: daarvoor was zij al te
+bizar en te ongemanierd. Verbeeld u, jonker! ze kwam eens op een avond
+bij ons op een jongelui's partijtje, waar men wist dat muziek gemaakt
+en gedanst zou worden, invallen zoo cavalièrement als 't maar mogelijk
+was, met een donkeren merinoschen japon aan, hoog aan den hals, met
+een omgeslagen boordje en een zijden dasje, als een aankomende jongen,
+en haar schoeisel! _bottines de roulier!_ Op mijn woord, ik geloof,
+dat zij er spijkers in had; geen onderofficier zou de onbeschoftheid
+hebben gehad met zulke laarzen in een salon te komen...."
+
+"Onbekendheid met de omstandigheden wellicht...." verontschuldigde ik.
+
+"Wel neen! Ze was acht dagen vooruit gevraagd. In dien tijd kan men
+wel een toilet prepareeren, zou ik meenen! Daarbij, zij was niet _au
+dépourvu_, dat bleek heel duidelijk, daar zij twee dagen daarna, bij
+een simpel damespartijtje, waar we tegen tien ure, door onze bedienden
+geëscorteerd, weer naar huis gingen, _en grande toilette_ verscheen,
+gedecolleteerd of ze had moeten dansen, ébloissant door hare parure
+en met kostbare diamanten spelden in haar kapsel! Nu vraag ik u eens,
+was dat niet om ons allen te railleeren en bloedig te krenken?"
+
+"Het komt mij voor, dat zij hare vriendinnen meer eer wilde aandoen
+dan hare cavaliers."
+
+"Waarheid is, dat zij al heel weinig complimenten maakt met de heeren,"
+viel eene schrale ouderwetsch gekleede oude juffer in, die zeker
+de laatste had moeten zijn om partij te trekken voor een geslacht,
+dat haar blijkbaar verwaarloosd had.
+
+"En dezen hebben haar wis die nonchalance gereciproceerd?" vroeg
+ik. "Zij heeft denkelijk den ganschen avond tapisserie gemaakt nevens
+de dames van leeftijd."
+
+"Omdat zij zelve het dus wilde," viel het weeuwtje weer in. "Hoe
+zij er ook uitzag, zij was zeker dat zij dansers kon krijgen. Alle
+jonge officieren zijn als vanzelf verplicht de dochter, nicht of
+kleindochter van hun kolonel zoo wat het hof te maken. Daarenboven
+verstond Francis Mordaunt heel goed de kunst om aan te trekken door
+af te stooten. Ondanks al hare bizarrerie en al hare caprices was zij
+nooit om een cavalier verlegen. Nauwelijks trad zij ergens binnen of
+zij wist de opmerkzaamheid tot zich te trekken. De heeren omringden
+haar, zij werd gevleid, gecourtiseerd...."
+
+"Ja! gecourtiseerd, dat kan wel zijn, maar niet _geconsidereerd_,
+dat is zeker!" viel de oude vrijster in. "Het was meest om haar
+gerisqueerde aardigheden te ontlokken, of zulke uitvallen, waardoor
+ze befaamd is geworden."
+
+"Waarheid is, dat iedereen zich amuseerde met hare bijtende reparties."
+
+"Die de dames vreesden," sprak een der heeren half schertsend, half
+verwijtend, "omdat ze in den regel even juist waren als scherp."
+
+"In den regel koos zij de heeren tot _point de mire_ van hare
+raillerie."
+
+"Hoe vreemd dan toch, dat de dames zoo weinig hare partij trekken,"
+kon ik niet nalaten aan te merken.
+
+"Dat is _niet_ vreemd, jonker! De eigenaardigheden waardoor zij
+opgang wist te maken zijn juist die, welke wij in onze sexe niet
+kunnen uitstaan. In al hare overwinningen zagen wij nederlagen;
+de goede toon ging er bij onder."
+
+"En hoe liep de partij voor freule Mordaunt af in dat curieuse
+danstoilet?" viel ik in, want ik had minder belang bij een _combat
+d'esprit_ met het précieuse weeuwtje, dan bij eene meer voltooide
+karakterschets van Francis, al was die ook door een tintje
+kwaadsprekendheid gekleurd.
+
+"Juist zooals zij het hebben wilde, denk ik. Zij werd dien avond
+wel wat gedelaisseerd, en blijkbaar was dat haar oogmerk, want zij
+deed niets om er in te voorzien; integendeel, zij heeft haar besluit
+om niet te dansen zoo luid en zoo forsch te kennen gegeven aan de
+gastvrouw zelve, dat er geen kwestie meer kon zijn van haar te vragen."
+
+"Zoo slim was ze wel," viel nu de oude juffer in. "Zij nam het
+initiatief om niet beschaamd te blijven zitten als er geen danser
+kwam opdagen."
+
+"Waarheid is, dat er meer zedelijke moed toe behoorde dan onze heeren
+in den regel bezitten, om eene dame op te leiden, die zich zoo heeft
+toegetakeld," hervatte de weduwe.
+
+"De gewoonte om ons niet te sparen schijnt hier aanstekelijk,"
+fluisterde mij een officier in, die mij als kapitein Sanders was
+voorgesteld. Ik knikte zwijgend, want ik wilde luisteren toen mevrouw
+X vervolgde:
+
+"Ten laatste, toen de cotillon werd afgeroepen, moest ze toch meedoen,
+en de ongelukkige leider van den dans moest zich opofferen. Luitenant
+Wilibald, de adjudant van haar grootvader, was gedwongen haar op te
+slepen; hij nam _son courage à deux mains_, en, na eenigen weerstand,
+die wel serieus scheen gemeend te zijn, liet zij zich meevoeren,
+maar deed niets om hem de corvée te verlichten; integendeel, zij
+was zoo recalcitrant, zoo onopmerkzaam en zoo links, dat er telkens
+eenige verwarring ontstond en haar cavalier de grootste moeite had om
+hare méprises en distracties goed te maken. Ook werd de hoffelijke
+jonkman door iedereen beklaagd, te eer omdat men wist, dat hij zich
+eigenlijk uit dienstplicht opofferde, daar hij geëngageerd was met
+een allerliefst meisje, dat om een rouw in hare familie thuis moest
+blijven."
+
+"Pardon, mevrouw! Vergun mij te zeggen dat uwe voorstelling wat onjuist
+is uitgevallen," viel nu kapitein Sanders in, met wien ik terstond
+was ingenomen om zijn ernstig en schrander voorkomen. "Permitteer mij
+een en ander te rectificeeren, want ik ben een vriend van luitenant
+Wilibald, en ik weet dat het hem hinderen zou, als zulke scherts
+voor de ware werd uitgegeven. Het was voor hem volstrekt geen corvée
+freule Mordaunt op te leiden, in welk toilet zij ook goedvond zich te
+vertoonen, want hij hield genoeg van haar om niet wat bizarrerie over
+'t hoofd te zien.... Ja, ik durf zeggen, had het aan hem gestaan,
+zijne allerliefste _future_, een piepjong stijfburgerlijk opgevoed
+poppetje zou nooit zijne vrouw geworden zijn; maar de omstandigheden
+dwongen hem, en freule Mordaunt schijnt er het hare toe gedaan te
+hebben, om hem eene _fortuin_ te doen trouwen."
+
+Ik dankte den kapitein in mijn hart, dat hij zoo ridderlijk de
+handschoen opvatte voor de waarheid tegen dat valsche tongetje,
+en ik had hem graag openlijk bedankt en de hand gedrukt, maar ik
+moest voorzichtig zijn en mijne belangstelling verbergen, wilde ik
+meer hooren.
+
+"En is freule Mordaunt later nog getrouwd?" vroeg ik en trachtte de
+vraag zoo onverschillig mogelijk van de lippen te laten vallen.
+
+"Wel neen!" riep de schrale oude juffer met een triomfeerenden
+glimlach. "Zij heeft hier, zoover men weet (en men weet hier nogal
+alles in dezen kring), nooit een serieusen pretendent gehad."
+
+"Hé! dat is toch vreemd; eene jonge dame die zooveel attracties scheen
+te hebben," merkte ik aan.
+
+"Dat is in 't geheel niet vreemd," viel het weeuwtje in, op een coquet
+sentimenteelen toon. "Aanbidders en vleiers van 't oogenblik om zich
+heen te lokken, viel haar niet moeielijk; maar door 't hart alleen
+wint eene vrouw ernstige genegenheid en achting en niemand heeft
+ooit Francis Mordaunt _au sérieux_ kunnen nemen, _n'en déplaise_ den
+kapitein, want zij had geen hart; zij heeft nooit van iets gehouden
+dan van paarden en honden."
+
+"Gij vergeet haar grootvader," pleitte weer de kapitein.
+
+"Nu ja! daar was ze idolaat van; maar tot haar ongeluk vergold hij
+het haar op eene vreemde wijze."
+
+"Wat bedoelt ge, mevrouw?" vroeg Overberg, wiens joviaal gelaat wat
+betrokken was.
+
+"Dat hij het jonge meisje veel te veel aan haar eigen wil en luimen
+overliet."
+
+"Wat zal men zeggen, _chère amie!_ Hij was bang voor haar." (Het was
+de oude juffrouw die toebeet.) "Hij bulderde tegen zijne officieren,
+maar eene _scène_ met Francis durfde hij niet afwachten."
+
+"Nogmaals verschooning voor tegenspraak, freule! De overste von Zwenken
+bulderde _niet_ tegen zijne officieren, ik weet het bij ondervinding;
+maar waarheid is het, dat hij schitterde door zijne afwezigheid als
+Francis Mordaunt in de wereld ging. Hij liet haar uitgaan zóó en met
+wien zij wilde, en zat, helaas, aan de speeltafel, en de dusgenaamde
+adellijke societeit, als Francis zich door onbezonnenheid en zekere
+eigenaardigheden van haar karakter ter prooi gaf aan laster en
+verkeerde uitleggingen."
+
+"Bravo, kapitein! Dat's loyaal de afwezende te verdedigen."
+
+"Het spijt mij maar, dat het niet kon zonder een anderen afwezende aan
+te klagen; maar hetgeen ik zeg is bekend, óver bekend in dezen kring."
+
+"Even bekend als de excentrieke _allures_ van _Majoor_ Frans. Wat
+kapitein Sanders ook zeggen moge, wij vonden niets uit op dit punt,
+wij geven het zooals wij het hebben beschouwd."
+
+Ik begreep maar al te goed wie er door majoor Frans bedoeld werd,
+om opnieuw eene vraag te durven doen.
+
+"Dat moet men toestemmen," sprak eene oude dame, die tot hiertoe
+gezwegen, maar met schitterende oogen toegeluisterd had. "Denk maar
+wat een opzien het gaf, toen zij zich zoo compromitteerde voor dien
+vreemdeling die in de 'Gulden Zalm' logeerde, wien het huis van
+den kolonel was ontzegd en dien zij _rendez-vous_ gaf buiten diens
+weten. Heeft zij niet ons aller blaam getrotseerd door op klaarlichten
+dag met den onbekende in de plantage te wandelen? Ten laatste,
+'t is mij voor vast verzekerd door iemand die het weten kon, heeft
+zij hare diamanten spelden beleend om de kosten van zijn verblijf te
+betalen. Ze heeft ze zelfs willen verkoopen, want ze zijn iemand van
+mijne kennis gepresenteerd."
+
+De vroolijke blos op het frissche, volle gelaat van Overberg verschoot
+tot een vaal bleek; maar hij zeide niets; de kapitein daarentegen
+viel in:
+
+"Het is maar al te waar dat zij alles risqueerde als zij zich iets in
+'t hoofd had gezet."
+
+"En dat om een persoon, die in 't geringste logement herberg nam,
+niet eens zijn waren naam opgaf, zooals later verteld werd, en die
+stellig een oplichter of valsche munter is geweest."
+
+"Indien dat gebleken ware, zou de politie er zich mee hebben bemoeid,"
+bracht Overberg in 't midden.
+
+"Zoo komt het mij ook voor," sprak de kapitein, "en ik houd voor
+waar, wat Wilibald Smeekens er van geloofde: dat het iemand was,
+die zich vroeger in den dienst niet goed had gedragen en dien zij
+uit medelijden naar het buitenland wilde voorthelpen."
+
+"Hm! uit medelijden!" sprak de oude mevrouw. "Eene jonge dame
+behoorde zich toch waarlijk in acht te nemen voor zulk soort van
+medelijden. Zich met intriganten in te laten! Ik verzeker u, dat
+er destijds algemeen sprake van was, haar uit onze conversatie te
+verbannen."
+
+"Maar men waagde het niet, dat banvonnis uit te voeren om den wille
+van den kolonel, die 't in zijne macht had het casino onmogelijk te
+maken en de militaire muziek te weigeren aan de buiten-sociëteit, en
+die 't zeker zou gedaan hebben als hij maar iets had geraden van 't
+geen er tegen zijne kleindochter broeide," sprak de kapitein. "Maar de
+dames legden het voorzichtiger aan; zij executeerden de arme Francis
+achter haar rug en.... _en détail_...."
+
+"Met dat gevolg," voegde de oude juffer er bij, "dat zij zich weldra
+uit haar zelve terug trok."
+
+"Neen, dàt had eene andere oorzaak," zei nu het weeuwtje met een
+veelbeteekenend hoofdschudden; "dat kwam niet door onze bejegening,
+maar omdat hare eigene consciëntie tegen haar getuigde na dat geval
+met haar koetsier."
+
+"Ja, dat's waar; dat was eene fatale historie," stemde de kapitein toe,
+tot mijne smartelijke verbazing.
+
+De loyale man, die blijkbaar tegen lasterzucht en verkeerde
+uitleggingen kampte, moest hier zwijgen.
+
+Wat was er dan toch gebeurd? vroeg ik bij mij zelven; maar de stem
+stokte mij in de keel, toen ik de vraag luide wilde herhalen. Zij
+werd mij gespaard.
+
+"Maar wat is er dan toch gebeurd met die dame en haar koetsier?" vroeg
+een gebrild heertje, dat, nieuwelings aangekomen, met het ambt van
+postdirecteur was belast.
+
+De tongen der dames trilden van ongeduld om te antwoorden.
+
+"Ongelukkig weet men er het rechte niet van," hief de oude juffer
+aan, wier schrille, scherpe stem haar de gelegenheid gaf het woord
+te bemachtigen, "maar algemeen wordt geloofd, dat zij zich door haar
+koetsier wilde doen schaken. Mogelijk zou dat gelukt zijn, doch.... de
+man had eene bruid, en toen dat uitkwam...."
+
+"Heeft zij hem op een woesten rijtoer van den bok geworpen," viel de
+oude dame in met een glimlach van demonisch genot.
+
+"Anderen, die 't meenen te weten, zeggen, dat zij hem met de karwats
+heeft doodgeslagen," voegde het weeuwtje er bij, dat er toch ook het
+hare van hebben moest. "_Horrible, most horrible!_" kwam er met een
+gemaakt sentimenteel oogverdraaien achter.
+
+Ja, wel _horrible!_ dacht ik, dat jonge en oude vrouwen al te zamen
+wedijveren in boozen lust om eene van haar die gevallen is, of mogelijk
+slechts gestruikeld, met de tong den genadeslag toe te brengen.
+
+Ik kan u wel zeggen, Willem, dat ik in dien oogenblik overmeesterd
+werd door afschuw en walging tegen heel het vrouwelijk geslacht,
+en dat het mij nauwelijks de moeite waard was verder te luisteren,
+toen nog weer eene andere in zijde en kant gedoste harpij uitviel:
+
+"Ik heb hooren zeggen, dat zij met hem gevochten heeft en dat de
+paarden toen zijn doorgegaan, waarbij het slachtoffer onder de voeten
+zou zijn geraakt."
+
+"Hoe dat ook zij, de waarheid zal wel nimmer uitkomen, de man ligt
+op het kerkhof."
+
+"Ja, dat is hier zonder beeldspraak de waarheid," schertste de weduwe,
+"en daarmee is de misdaad voor goed bedekt."
+
+"Met uw verlof, dames! Als er van zoo iets kwestie ware geweest, zou
+immers de justitie er zich mee bemoeid hebben," merkte Overberg aan;
+"en ik weet voor _zeker_, dat er van zoo iets geen sprake is geweest."
+
+"Dat wil ik wel gelooven," repliceerde de weduwe. "De officier van
+justitie was een goed vriend van den kolonel, die dagelijks met
+hem aan de ombretafel zat, en hij heeft, om de zaak te bemantelen
+en tegelijk aan het publieke wraakgeschrei iets toe te geven, eene
+officieuse visite afgelegd bij den commandant. Francis Mordaunt moet
+toen in 't verhoor zijn genomen, en, zooals vooruit te berekenen was,
+is zij er zwaanwit uitgekomen; naar 't getuigenis van den rechterlijken
+ambtenaar althans," eindigde zij met een satyriek schouderophalen.
+
+"Maar, mevrouw!" viel Overberg in met zichtbare ergernis, "als men
+nu zelfs de onpartijdigheid van de justitie gaat verdenken!"
+
+"Och, ik verdenk niet, ik vertel slechts hoe 't afgeloopen is, namelijk
+dat de zaak gesmoord is en aan de familie van den ongelukkige het
+stilzwijgen werd opgelegd. Lieden van dat slag laten zich licht
+bang maken. Enfin, hoe het daar ook mee zij, Majoor Frans heeft
+zich na dat avontuur niet weer in onze côterie durven vertoonen,
+en haar grootvader schijnt er aanleiding uit genomen te hebben om
+zijn ontslag uit den dienst te vragen."
+
+"Hij had den leeftijd," voegde de kapitein er bij; "en zoo hij zijn
+ontslag kreeg, was het met eervolle onderscheiding: bevordering tot
+generaal, vergunning tot het blijven dragen van de uniform."
+
+"Waarvan wel niet druk gebruik zal gemaakt worden; want de generaal
+retireerde zich naar het huis de Werve," merkte de oude dame aan.
+
+"Waar nu Majoor Frans het commando heeft," liet de oude dame er
+op volgen.
+
+"En zich den tijd verdrijft met paardrijden en jagen," voegde het
+weeuwtje er bij, met een opgetrokken neusje.
+
+"Wat het laatste betreft, dat kan ik, als onjuist, tegenspreken,"
+hernam Overberg; "want de generaal heeft geene jachtakte genomen,
+dat weet ik zeker, en het jachtrecht over zijne velden en bosschen
+is sinds lang overgedragen op.... een van mijn cliënten, die echter
+hazen en patrijzen in vollen vrede laat."
+
+Hierdoor kwam het praatje tusschen de heeren op de jacht en visscherij;
+terwijl de dames hare tong scherpten tegen andere slachtoffers.
+
+Ondanks mijne poging om het te ontveinzen, moet Overberg het mij hebben
+aangezien dat de harde oordeel-velling over Francis dieper indruk op
+mij maakte dan salonpraatjes behoorden te doen; hij nam mij ter zijde
+en fluisterde mij in: "Morgenochtend vóór uw vertrek kom ik nog een
+paar woorden spreken over dit gehoorde; hecht er intusschen niet te
+veel aan; dit alles weegt zoo zwaar niet als het luid klinkt."
+
+Hij had goed praten; hij kende de oorzaak mijner belangstelling
+niet, en al tilde ik het nòg zoo licht, het was toch te veel voor de
+betrekking, waarin ik tot de freule moest komen. Ik begon te twijfelen
+of ik wel naar de Werve zou gaan, en of ik niet beter deed mij ter
+zijde te houden en van Beek met Overberg te laten handelen. Het oordeel
+over den generaal en zijne kleindochter zou dan voltrokken worden;
+maar het scheen toch gansch niet onverdiend.
+
+Onder overleggingen van den onaangenaamsten aard begaf ik mij ter
+ruste, die ik niet vond. Ik had een ellendigen nacht en was op het
+punt na mijn ontbijt het rijtuig, dat mij naar de Werve moest brengen,
+te gebruiken om naar een der dichtst gelegen stations van den spoorweg
+te rijden, daar het stadje nog buiten het net der rails ligt, en naar
+den Haag terug te keeren, waar mijne kamer nog niet is opgezegd en
+waar ik mijn eigen rustig en werkzaam leven kon hervatten, om mij voor
+goed af te wenden van tante Roselaers fortuin en hare beschikkingen;
+maar Overberg kwam tusschenbeide met consideratie en advies.
+
+"Ik meen uwe nobele intentie geraden te hebben," ving hij aan. "Gij
+wilt freule Mordaunt leeren kennen, en als zij u aanstaat een voorslag
+doen, die allerlei moeielijkheden door eene enkele overeenkomst bij
+minnelijke schikking uit den weg ruimt. Ik kan u niet zeggen, hoe
+prijselijk, hoe verstandig ik dit voornemen vind, en het verwondert
+mij zelfs, dat de erflaatster u in dezen niet een wenk heeft gegeven,
+want zij was iemand, die de zaken zeer helder inzag."
+
+"Dien wenk heeft ze gegeven; ik wil het u niet langer verhelen; en
+'t was wel mijn voornemen dien op te volgen, maar na het gehoorde
+van gisterenavond moet ik er van afzien."
+
+"Gekheid! Hecht toch niet zooveel gewicht aan die praatjes. Denk aan
+de lasterzucht en de kleingeestigheid van de lieden eener kleine stad,
+die alles op het bekrompenste uitleggen."
+
+"Heel goed; maar in een kleine stad, waar men elkander, om het zoo
+eens te zeggen, oog in oog ziet en alles van elkander kan weten, durft
+men toch zoo grof niet liegen en lasteren als er niets van aan is."
+
+"Dàt wil ik ook niet beweren; maar zekere ongewone voorvallen, zekere
+excentrieke handelingen zijn meestal voor tweeërlei uitlegging vatbaar;
+en wie zegt ons, dat de slechtste, door naijver en ergdenkendheid
+gegeven, juist de ware is? Ik voor mij, dit beken ik, ik ben niet
+in de gelegenheid geweest om de gedragingen van freule Mordaunt te
+controleeren. Ik had genoeg aan de zaken met haar grootvader, die
+altijd met hooge ingenomenheid van haar sprak. Daarom wilde ik ook
+geene getuigenis voor of tegen haar geven op uwe vraag. Had ik echter
+kunnen denken dat onze dames het zóó bont gemaakt zouden hebben,
+dan had ik het niet op hare praatjes laten aankomen en zou ernstige
+navraag hebben gedaan bij personen, die billijk en betrouwbaar waren."
+
+"Kent gij dezulken hier?"
+
+"Ze moeten hier te vinden zijn. En ik verzeker u, in mijne praktijk
+is het mij zoo dikwijls voorgekomen dat men de boosaardigste
+beschuldigingen, tot de grootste proportiën opgeblazen, als een
+zeepbel zag uiteenspatten bij ferme, mannelijke aanraking, dat ik
+niets meer geloof, wanneer ik niet met eigen oogen gezien, niet
+met eigen handen getast heb, of waarvoor ik althans waarborgen heb,
+die met eigen aanschouwen gelijk staan."
+
+"Op het punt der verkochte of beleende juweelen hebt gij dan toch
+zeker eenig duchtig bewijs in handen," viel ik in, mij zijn verbleeken
+herinnerend.
+
+"Gij hebt gelijk; juist in die zaak ben ik betrokken geweest. De
+freule had meer geld noodig dan die woekeraar van een goudsmid hier
+bij ons er haar op wilde voorschieten. Verkoopen wilde zij ze niet
+dan op het uiterste, en hoewel het mogelijk is dat de juwelier,
+die ze een paar uur onder zijne berusting heeft gehad, er zaken
+mee heeft willen doen, met hare toestemming en voorkennis zijn
+ze niemand te koop aangeboden. In hare verlegenheid nam zij hare
+toevlucht tot mij, van wien ze wist dat haar grootvader altijd met
+raad en hulp werd gediend. Nu behoort het wel niet tot mijn vak,
+geld te leenen op edelgesteenten, maar zij bekende mij, dat zij in de
+uiterste verlegenheid verkeerde, hoe ze een paar duizend gulden zou
+bijeenkrijgen buiten haar grootvader om. Zij was pas meerderjarig en
+hare voogden hadden haar nog geene rekening en verantwoording gedaan
+van hun beheer over haar vaderlijk erfdeel; zelve wist ze nog niet,
+wàt ze bezat, en geloofde dat haar vermogen geheel op het Grootboek
+was geplaatst om bepaalde redenen, die ik licht doorzag; men had den
+generaal de gelegenheid willen benemen om zijne kleindochter, wier
+fortuin bij het overlijden van haar vader toch al zeer gereduceerd zal
+zijn, totaal te ruïneeren. _Wat_ daarvan zij, eene parure in paarlen
+en de prachtige diamanten spelden was alles wat zij kon missen op
+dit oogenblik, maar zij had er die dan ook voor over. Mejonkvrouw
+Roselaer had mij eens voor al opgedragen de von Zwenkens in allen nood
+bij te staan, moyennant degelijk onderpand. Ik meende dit geval in
+dat voorschrift te moeten begrijpen en ik schoot het geld voor tegen
+billijke rente, op mijn eigen risico, zoo de oude freule de zaak niet
+mocht goedkeuren; maar het tegendeel bleek, en de sieraden zijn nog
+onder mijne berusting, daar ze tot hiertoe nog niet zijn opgevorderd."
+
+"En de rente?"
+
+"De freule schijnt daar niet aan te denken," hernam Overberg met een
+goelijk glimlachje; "die laten we maar stilletjes oploopen tot tijd
+en wijle.... Als het met uwe intentiën strookt, kunnen wij dat aparte
+zaakje onder ons afdoen."
+
+"Wij zullen zien, mijnheer Overberg. In elk geval kan het mij te pas
+komen dit te weten. En hebt gij niet vernomen welk gebruik de jonge
+dame dacht te maken van dat geld?"
+
+"Zij moest er iemand mee helpen, die zich niet tot den kolonel kon
+wenden (onder ons gezegd, zou het dezen ook niet licht zijn gevallen
+die hulp te verleenen). In welke betrekking zij zelve stond tot den
+persoon in kwestie, kwam ik niet te weten. Hij is maar een dag of
+vier hier gebleven; zelf heb ik hem niet ontmoet, maar zooals gij
+gehoord hebt, was er geen gebrek aan sprookjes over zijne _faits et
+gestes_. Sommigen beweerden hem gezien te hebben in de kleeding en
+de manieren van een gentleman; anderen wisten voor zeker, dat hij er
+als een schooier uitzag, zich in een gemeene herberg bedronk en niets
+beters was dan een brutale avonturier, 't geen wel zou kunnen zijn,
+want het mededoogen der vrouwen is wel eens zeer slecht geplaatst."
+
+"En 't voorval met den koetsier? Blinkt daarin ook hare vrouwelijke
+meewarigheid uit?" vroeg ik, niet zonder wat bitterheid.
+
+"Dat zal ik niet zeggen; maar er kon toch wel eens minder kwaad
+achter schuilen dan de beminnelijke dames er in willen zien. In uw
+geval zou ik den tocht naar de Werve niet uitstellen tot ik daar het
+rechte van wist. Ik heb freule Mordaunt wel hooren beschuldigen van
+bruske manieren en onvoorzichtige gedragingen, maar zij is bekend om
+hare oprechtheid, die door hare dusgenoemde vriendinnen als impudentie
+wordt beschouwd, want zij heeft niet als onze nufjes den tact om met
+zoete woordekens impertinenties te zeggen. Mogelijk komt gij achter
+de waarheid, als gij haar die zelve ronduit vraagt. Een enkel bezoek
+verbindt daarbij tot niets, en gij zult toch in elk geval een onderhoud
+met den generaal moeten hebben over de zaken."
+
+Overberg had gelijk. Ik moest niet veroordeelen zonder eigen onderzoek,
+en ik stapte in het wagentje met een paard, dat in deze streken het
+traditioneele voertuig is voor buitentoertjes. Ik had in 't logement
+gewaarschuwd dat ik dien dag uit zou blijven, maar wij wel gewacht te
+zeggen waar ik heenging, om alle gissingen en willekeurige uitleggingen
+af te snijden.
+
+Ik deed of ik mij aan den koetsier overgaf voor een toertje in de
+omstreken; alleen bij de eerste halt aan het tolhek gaf ik mijn
+verlangen te kennen om naar 't kasteel de Werve te rijden.
+
+"Dan zijn we de verkeerde poort uitgereden!" knorde de boersche
+voerman, "en dan doen we beter den tol niet door, maar links af langs
+het bosch te rijden;" 't geen echter den tolbaas niet aanstond,
+die verzekerde dat men de Werve evengoed kon bereiken als men een
+kwartier later links af draaide, "een makkelijk schulppad, zoo
+hard als een steenweg, zouden we vinden, met hooge populieren tot
+aan het dennenbosch, en dan wees de weg zich vanzelf." De voerman
+onderwierp zich en wij reden door; maar "de weg die zich zelf wijst"
+is wel eens een zeer onbetrouwbare indicatie; wij zouden het tot onze
+teleurstelling ondervinden. Inmiddels gleden wij werkelijk over het
+schulppad of het eene railroute was. Het was een droge koude lentedag,
+zonder zon; de lucht had iets zwaars, dat bijna een sneeuw- of hagelbui
+liet verwachten. Het hoog, nog slechts knoppend geboomte schonk weinig
+afwisseling, en de huif van het wagentje, dat ter eener zijde dicht
+moet blijven om den schralen noordenwind, liet mij niet veel anders
+zien dan den breeden rug van den voerman. Ik had dus alle mogelijke
+gelegenheid om tot mij zelven in te keeren en mijn _plan de campagne_
+te maken, dat ik toch weer varen liet zoodra het geëmbaucheerd was;
+want het terrein was mij nog altijd onbekend, en ik begreep dat ik met
+een vijand zou te doen krijgen, die weerbaar genoeg was om partij te
+trekken van een onhandigen aanval; het was dus beter, vooruit geene
+manoeuvres te bepalen, die door de eerste caprice de beste van "den
+Majoor" onuitvoerbaar konden worden gemaakt.
+
+Het beste was maar "_voir venir_" en handelen naar omstandigheid. Het
+_veni, vidi, vici_, zou hier toch niet te pas komen. Menig ander
+ware wellicht niet eens op de conquête uitgegaan na een soireetje
+zooals ik had moeten bijwonen; maar nu de nevelen van den nacht wat
+opgeklaard waren, voelde ik mij, ondanks alles, geprikkeld door iets
+dat sterker was dan alle vooroordeel. Het spreekt wel vanzelf, dat
+ik mijne eer hoog genoeg houde om met Cesar te zeggen, dat mijne
+vrouw onverdacht moet zijn;--onbesproken is de arme Majoor Frans
+zeker niet,--maar als de verdenking eens bleek niet op deugdelijke
+gronden te berusten, als men die logenstraffen kon, door de feiten
+tot hunne rechte proporties terug te brengen, dan, ik vroeg het mij
+zelven af in die _verhängnissvolle_ ure, is het dan niet de plicht
+van een edelman om de publieke opinie te braveeren waar zij dwaalt,
+en met der daad haar den rechten weg te toonen? Is zulk een triomf
+niet een meer waardige dan het schuchter terugwijken voor de meening
+van wie weet wien? die zich door wie weet wàt heeft gevormd? Is het
+niet een wat al te plompe heerschappij, die het vormlooze schepsel
+_mee_ voert over de gemoederen? Wordt het geen tijd in onze dagen,
+waarin men alle gezag in kwestie stelt en niets onaangevochten laat,
+ook dit aanmatigend veemgericht te controleeren en er zich niet
+voor te buigen? Ik althans zal den moed hebben het te doen en alle
+lastertongen te laten klappen. Ik zeg niet: als Francis mij bevalt,
+want de kwestie van hare meerdere of mindere beminnelijkheid kan
+ik in deze niet meetellen, daar het een plicht geldt; maar als ik
+voor mij zelven in mijne consciëntie overtuigd ben, dat zij geen
+misstap heeft begaan, geene betrekkingen heeft aangeknoopt die
+vlekken hebben geworpen op haar leven en waardoor werkelijk de
+eer van een echtgenoot kan worden gekwetst. Dit voornemen schijnt
+roekeloos, en gij glimlacht als gij dit leest, bij de gedachte
+dat ik wel van besluit veranderen zal eer het er toe komt; maar 'k
+moet u herinneren aan de eerste dagen onzer kennismaking te Leiden,
+toen gij, reeds oud student en Mr. op het tipje, mij als armen groen
+onder uwe hoede naamt en welhaast de hand der vriendschap reiktet,
+toen die niet meer noodig was ter bescherming. Weet gij nog wel,
+als onder ons jongelui het gesprek op de vrouwen viel, dat ik mij
+er dan niet of alleen terloops in mengde, en alleen dan als men
+mij verweet reeds verliefd te zijn en te zitten droomen terwijl de
+anderen schertsten. Ik redde mij dan voor het oogenblik door eens
+ferm mee door te slaan en te snoeven van allerliefste meisjes-
+en vrouwengunst, of ik er diep in doorgedrongen was. Ik deed zoo
+om de waarheid te verbergen, dat dit alles voor mij woorden zonder
+beteekenis moest blijven. De bekrompen omstandigheden mijner familie,
+die mij deze aanvankelijke studiën nauwelijks vergunden, waren mij
+maar al te goed bekend; de tijd dat ik er aan zou kunnen denken eene
+vrouw te onderhouden uit mijne eigene ressources was zoo eindeloos
+verre,--en de gedachte met mijn jonkheerstitel te speculeeren op eene
+rijke vrouw was mij nog meer verre en vreemd dan deze. Ik had mij zóó
+vast gezet in het denkbeeld dat ik leven moest als een Benedictijn
+die de drie geloften van armoede, kuischheid en gehoorzaamheid aan
+den onverbiddelijken plicht der werkzaamheid heeft afgelegd, dat het
+niet eens in mij opkwam luchtkasteelen te bouwen en zekere illusies te
+kweeken. Zoo is het mij gelukt, aan de beroeringen van den hartstocht
+te ontkomen, zoodat ik met waarheid van mij zelven mag getuigen, dat
+ik dat ledig tot hiertoe niet heb gevoeld; ik had er geen tijd toe in
+mijn werkzaam en met zorgen vervuld leven. Toch weten mijne vrienden,
+dat dit hart noch koud, noch zelfzuchtig is: alleen het onverbiddelijk
+"terug!" hield er alles buiten wat daar binnen stoornis had kunnen
+brengen. Maar zelfs hij die zich illusies verbiedt, kan nog wel eens
+idealen scheppen, en zoo heb ik in die korte en zeldzame oogenblikken
+waarin mij het mijmeren geoorloofd was, wel eens gefantaseerd over de
+vrouw die voor mij zou passen, als de omstandigheden veranderden en ik
+naar eene levensgezellin zou mogen omzien. Ik ben er nooit toe gekomen
+mij dit ideaal in eene bepaalde gestalte voor te stellen; of zij bruin
+dan wel blond zou moeten zijn, fijn van tint of sprekend van kleur en
+trekken, daarover liet ik den sluier der onbestemdheid rusten, die dit
+nevelachtige mijner fantasie het ruimste spel liet; allerminst kwam ik
+er toe om dit ideaal in freule B. of juffrouw A. belichaamd te wanen,
+maar de eigenschappen van geest en hart, van humeur en karakter, die
+het wezen zou moeten bezitten, waarmee ik voor het leven zou willen
+verbonden zijn, die de verbintenis iets meer zijn dan een uiterlijken
+band, heb ik wel eens bij mij zelven bediscussieerd, en ik was het
+gansch niet met van Lennep eens, dat de grootste verdienste eener
+vrouw juist daarin bestaat, dat er niets van haar te zeggen valt,
+dan dat zij met volharding kousen maast en de teerste zorg koestert
+voor de groote wasch. Als mevrouw de Witt zekeren zachten invloed
+had weten te oefenen op haar gemaal, zou de gerechtelijke moord van
+Buat vermoedelijk zijn voorkomen, en deze vlek niet hebben gerust op
+het karakter van den eminenten leider der oligarchische republiek,
+ik wil daarmee niet gezegd hebben, dat iedere vrouw, of zij er
+aanleg voor heeft of niet, zich zou moeten mengen in de zaken van
+staat; ik meen alleen, dat die absolute onbeduidendheid mij voor mij
+zelven als _vis-à-vis_ voor het leven iets vreeselijks vervelends en
+ledigs zou toeschijnen, en dat ik het oordeel van Jean Paul over de
+blijdschap der mannen, als de kortstondige dichteres, die hunne bruid
+was, spoedig na het huwelijk in eene spinnende huispoes veranderd,
+niet deelen kan. Als er geest en hart is, kan dat uitkomen in alle
+détails van het leven, om dat te sieren en te verheffen. De vrouw
+die dat wist te vatten, wie zij dan ook overigens ware, musicienne
+of kousenstopster, bezield met liefde voor de kunst en litteratuur,
+of simpellijk haar lust vindend in 't volbrengen harer huiselijke
+plichten, zou zeker kunnen zijn van mijne duurzame genegenheid. Alleen
+heb ik mij nooit verveeld, maar de verveling _à deux_ moet, dunkt mij,
+de afschuwelijkste kwelling zijn, die tot uitspattingen zou voeren.
+
+En nu, ik moet het u eerlijk opbiechten, Willem! al hadt gij
+het misschien niet uit ons vroeger gesprek geraden,--in al de
+zonderlingheden die mij van Francis ter oore komen zie ik iets van dat
+ideaal. Zij heeft karakter, zij schijnt geest te bezitten, al wordt
+haar hart ontzegd. Zij durft zich zelve zijn, en juist dit faalt
+onze meeste jonge dames, die allen op iets anders willen gelijken,
+dat zij eigenlijk niet zijn; die geene eigene opinie hebben, maar als
+zekere insecten de kleur aannemen van het blad waarop zij rusten. Dit
+geeft iets onwaars, iets onbestemds aan geheel haar bestaan, dat ik
+niet betrouwbaar acht. In die allerliefste modepoppetjes, op alles
+afgericht, behalve steun te zoeken in eigen vaste beginselen, schuilen
+soms kuren en grillen, die niet te voorschijn komen dan te laat om er
+nog wat tegen te doen. Ze zijn niets, maar als hare pluimen en linten
+worden zij door iederen wind meegevoerd. Vandaag willen ze dit, morgen
+weer wat anders; in den regel weten zij zelven niet wat ze eigenlijk
+willen, en men zou zich in duizend bochten kunnen wringen zonder haar
+eigenlijk nog te voldoen, als men zich daartoe wilde zetten.
+
+"Wat mij betreft, dàt nooit!" placht ik wel eens overluid uit te roepen
+bij zulke mijmeringen, en ik ben er nu niet meer toe gedisponeerd dan
+voorheen; Francis _n'a qu'à bien se tenir_. Ik wil haar ridderlijk
+ter zijde staan en ik zal haar beschermen _envers et contre tous_, als
+zij het waard is, maar kniebuigingen voor zotte exigenties zal zij mij
+nooit zien maken. Terwijl ik mij in dergelijke voornemens en gedachten
+verdiepte, had de koetsier zijn werk gedaan, zooals dat meer gaat bij
+dergelijke lieden, zonder er veel bij na te denken, en had den "weg
+die zich zelf wees" ingeslagen, zonder op te letten in welke richting
+die liep en of er ook op verderen afstand een andere ware te volgen,
+die meer zeker tot het doel leidde; hoe dat zij, wij waren een tamelijk
+breed boschpad ingeraakt, dat tot niets voerde dan een _rond-point_
+met eene vervallen _rustique_ bank; wij moesten wenden en zien langs
+een andere zijde een uitweg te vinden. Wij meenden dien gevonden te
+hebben, toen wij aan den uitersten zoom van het bosch genaderd, daar
+een smal zandpad opmerkten langs een watertje, waarover in de verte een
+ruwe brug, die met één paard en 't lichte wagentje wel zou zijn over te
+rijden, naar mijne gissing; maar toen wij er bij gekomen waren bleek
+het, dat ik mij bedrogen had. De brug was breed genoeg, maar slechts
+door twee of drie waggelende verrotte planken gedekt; een voetganger,
+die zich aan de leuning kon vasthouden, had er zich mogelijk over
+kunnen werken, maar met paard en wagen was dit ondoenlijk.
+
+"Wij zijn aan den verkeerden kant het bosch ingereden," zei de voerman,
+"dat bemerk ik nu! die laan over de brug voert naar het dorp, en dan is
+het maar een stijf kwartiertje tot de Werve; dit dennenbosch hoort al
+tot de plaats." Terwijl hij nog sprak, hoorden wij den hoefslag van een
+paard dat in vollen galop achter ons aankwam en snel als de gedachte
+voorbijschoot, eer het ons mogelijk was door een woord of eene vraag
+onze verlegenheid uit te drukken; de cavalier--of de cavalière--voor
+mij was dit niet uit te maken, daar hij juist voorbij draafde aan de
+zijde waar het zeildoek neerhing,--was in een oogwenk uit het gezicht;
+maar de koetsier had kunnen opmerken, welke richting hij nam.
+
+"Dat is Majoor Frans," sprak hij, zich naar mij toe keerend.
+
+"Majoor Frans!" herhaalde ik met eene mengeling van verrassing en
+wrevel, "wien bedoel je daarmee?"
+
+"Wel, de Freule van 't kasteel, zoo noemen ze der allemaal in mijn
+dorp, als ze der jongen komt zien."
+
+"Wat malle historie wilt gij mij daar wijs maken?" sprak ik op een
+toon die forsch en onverschillig moest klinken; maar dat ging mij
+slecht af, de stem stokte mij bijkans in de keel.
+
+"Lang niet mal! maar heel akelig! Zij zou geen kostgeld betalen voor
+den jongen, als zij geen schuld had."
+
+"En is dat kind in den kost in het dorp, zoo dicht bij de Werve?" vroeg
+ik verlicht.
+
+"Wel neen, heerschap! te Oldeberkoop, wel twee uren wijd van stad,
+daar hoor ik thuis en daar komt ze om een haverklap, op d'r mooie
+paardje. Maar nou zij deur het bosch rijdt, moet er een uitweg zijn,
+en die zullen wij zien te vinden."
+
+Hij wendde in de richting dien hij de Freule had zien nemen; ik liet
+hem begaan, het was mij bijkans onverschillig geworden of wij aankwamen
+àl dan niet. Eenige minuten lang liep het smalle boschpad nog door,
+dat de stoute rijdster gevolgd was; toen liep het te niet in een dicht
+kreupelbosch, dat wel nog geen ander groen toonde aan boom en struik
+dan wat knoppen en aankomende blaadjes, maar evenmin een pad om door
+te komen; de grond was week en drassig en met dicht mos begroeid; het
+was onbegrijpelijk hoe het paard met zijne berijdster daar over heen
+waren geraakt; alleen de grootste rapheid en behendigheid, tegelijk
+met volmaakte eenswillendheid van het dier met zijne meesteres,
+had dat mirakel kunnen bewerken!
+
+Mijn suffer van een koetsier, wiens verstand er bij stilstond,
+trok een verbaasd en verdrietig gezicht; dat was door ons niet na
+te volgen. Hij verzocht mij uit te stappen, en verliet zelf den bok;
+hij bond zijn rossinant aan een boom; wij moesten trachten het spoor
+te vinden, dat ons betere kansen bood, en werkelijk, na eene wijle
+speurens en ronddolens, ontdekte ik eindelijk wat meer achterwaarts
+een smal zandpad, dat nog de indruksels droeg van paardehoeven en
+waar wij mogelijk nog doorkomen konden, mits de voerman het paard bij
+den toom leidde; ik vooruit, om den weg te verkennen. Helaas! toen
+we het pad op die wijze ten einde gebracht hadden, bevonden wij ons
+aan den uitersten zoom van het bosch, tegenover omgeploegd bouwland,
+dat vrij uitgestrekt was, en waarvan wij gescheiden waren door een half
+uitgedroogde sloot, waarin afgevallen bladeren lagen te rotten en waar
+allerlei moerasplanten welig opschoten. Geene mogelijkheid voor ons
+om daarover te komen, en, waar waren wij dan nog? Rechts heidegronden,
+de hoogten en laagten met spar- en dennenboomen bezet, links ook weer
+door akkerslooten en greppels vaneengescheiden--aardappelenland,
+waarvan het zacht groene loof even bovenkwam, achter ons het bosch
+dat wij reeds hadden doorkruist zonder een uitgang te vinden. Ik
+keek op mijn horloge; het was ongeveer twaalf uur; de schofttijd
+van de boerenarbeiders, die vermoedelijk nog op het land hadden te
+werken. Geene terechtwijzing was er te krijgen; ons restte niets
+dan terugkeeren langs denzelfden weg dien wij gekomen waren, tot aan
+den tol, en daar weer den tocht van nieuws aan te beginnen, zooals
+de koetsier voornemens was eer de dwaze raadgeving van den tolbaas
+hem op een dwaalweg had gevoerd. Behalve het onaangename van die
+teleurstelling en zooveel tijdverlies, was het voor het arme paard
+nauwelijks te doen zonder rust en verkwikking; de voerman onbarmhartig
+als de lieden van zijn gild, hield staande dat het niemendal was;
+ik aarzelde om dat besluit te nemen en zag toch nergens eene betere
+uitkomst. Op eens hoorden we dicht in onze nabijheid een schaterend
+gelach dat mij tergend in de ooren klonk; het geluid kwam eenigszins
+van uit de hoogte. Ik zag op en naar de heuvelachtige heide heen;
+op den top van eene begroeide zandhoogte stond de persoon die zich
+zoo vroolijk maakte over onze misrekening.
+
+"Majoor Frans!" riep de koetsier met zijne schetterende stem, zonder
+zich te geneeren in zijne verbazing en ergernis.
+
+Zij zelve! Francis Mordaunt was het, die zoo onbarmhartig den spot
+dreef met onze verlegenheid. Op zulke ontvangst van hare zijde had
+ik wel niet verdacht kunnen zijn.
+
+Zooals zij daar stond, eenige voeten boven mij, maar toch vrij dicht
+in de nabijheid, kon ik haar goed opnemen, en ik kan niet zeggen, dat
+die aanblik mij verzoende met hare persoonlijkheid, die mij toch al
+zooveel ergernis, zooveel onaangename gewaarwordingen had veroorzaakt.
+
+Dàt was mogelijk hare schuld niet, maar wel dat zij zich zoo dwaas
+had toegetakeld, dat men bij 't eerste aanzien twijfelde of men
+een man, dan wel eene vrouw voor zich had. Zij had hare Amazone-rok
+getrousseerd op eene wijze, die aan een Zouavenbroek deed denken, en
+daarbij had zij over het engsluitend jakje van haar rijkleed een wijde
+_vareuse_ geworpen met lang ruig haar, zeker heel doeltreffend tegen
+de scherpe voorjaarslucht, maar die, tot den hals toe dichtgeknoopt,
+zeer weinig geschikt was eene gracelijke gestalte te doen uitkomen,
+voor 't geval dat ze die werkelijk bezat. Het hoofd was gedekt door
+een grijzen flambard met slap neerhangende randen, de blauwe of
+groene voile, die in den regel aan zulk een mannelijk hoofddeksel,
+als de dames goedvinden bij haar rijkostuum te dragen, nog eenige
+vrouwelijke distinctie geeft, ontbrak; alleen een bosje haneveeren,
+dat er losjes op gehecht was door een groen zijden lint, gaf er een
+_air_ aan of de draagster den wilden jager uit de oude tooversprookjes
+had willen nadoen, en om het al te kronen, had zij een roodzijden
+doek over den bol heengeslagen en onder de kin toegeknoopt. Zoover
+dit onbehagelijk fantasie-kostuum mij de mogelijkheid liet over haar
+voorkomen te oordeelen, moest zij eer fijn en slank van gestalte zijn
+dan ruw en forsch, en haar uiterlijk was bepaald in contrast met de
+voorstelling die ik er mij van gedroomd had. Ik had mij vastgezet in
+het denkbeeld, dat zij gelijken zou op Ristori in het karakter van
+Medea, met gitzwarte kroeze haren en sterksprekende trekken. Van het
+haar was door den neervallenden rand van den flambard niets te zien,
+maar zoover ik oordeelen kon uit dat gedeelte van haar gelaat dat
+niet door de ongracelijke bedekking overschaduwd werd, was zij eene
+blondine, met fijne trekken en een romeinschen neus; er behoorde meer
+goeden wil toe, dan in dat oogenblik de mijne was, om een aangenamen
+indruk te ontvangen van dit gezicht onder haar schaterend gelach en den
+akeligen roodzijden kiespijndoek die het omgaf. Ik voelde mij er door
+getergd, en, zeer weinig gestemd om égards te toonen voor eene vrouw
+die zoo blijkbaar het zelfrespect vergat, riep ik haar toe: "Luister
+eens! gij daar! die u zoo vroolijk maakt over uws naasten ongeval. Gij
+zoudt beter doen ons den weg te wijzen om verder te komen."
+
+"Daar is hier geen verder komen, dat is, dunkt me, wel te zien. Wie
+in 't bosch komt anders dan om rond te rijden heeft een domme streek
+begaan. Ziedaar alles."
+
+"En gij dan?"
+
+"Ik!" Zij lachte weer, "ik ben met mijn paard over de droge sloot
+gesprongen daar tusschen de struiken door, en zoo ben ik op de heide
+gekomen. Doe het mij na als gij lust hebt, maar met paard en wagen
+zal het niet best gaan! Waar wilt gij eigenlijk heen?"
+
+"Naar het Huis de Werve!"
+
+"Naar de Werve!" herhaalde zij, en verledigde zich nu eerst van hare
+hoogte af te dalen en tot op den zoom van de sloot te naderen, van
+waar ik haar stond toe te spreken.
+
+"Wat hebt gij op het kasteel te doen, mijnheer?" vroeg zij nu op geheel
+anderen toon, niet meer de luchtige, ongegeneerde van _somebody_,
+die zich tegen _nobody_ niet behoeft te ontzien.
+
+"Een bezoek brengen aan den generaal von Zwenken en aan de Freule
+Mordaunt, zijne kleindochter."
+
+"De generaal wacht geene bezoeken meer af, en wat gij aan zijne
+kleindochter te zeggen hebt, kunt gij aan mij richten. Ik ben de
+freule Mordaunt."
+
+"Ik kan het nauwelijks gelooven, maar indien het waar is, verzoek
+ik de freule mij eene minder ongeschikte plaats aan te wijzen voor
+een onderhoud, dan deze hier; dat wat ik te zeggen heb kan niet
+uitgeschreeuwd worden over eene droge sloot en ten aanhoore van
+een koetsier."
+
+"Zoo rijd met het wagentje terug tot aan den tol, dáár vindt men den
+weg naar het dorp en naar 't kasteel, als dat bezoek zoo noodig is."
+
+"Opdat gij mij mogelijk aan de poort zoudt laten afwijzen,
+Majoor!" zeide ik in mijzelven; "neen, de gelegenheid is er nu,
+en ik zal die niet laten glippen." Ik gaf den koetsier order om
+terug te rijden, die zich dit geen tweemaal liet zeggen, zette den
+stevigen wandelstok, waarvan ik mij voorzien had, zoo goed mogelijk
+in den weeken mosgrond, en kwam op de andere zijde, zonder dat ik
+zelf recht wist hoe; het was mij een oogenblik groen en geel voor
+de oogen; zoo ik het ongeluk had gehad mijn sprong te missen en in
+'t moerassige slijk terecht te komen, zou ik opnieuw een gek figuur
+gemaakt hebben tegenover Francis, die zeker zonder eenige verschooning
+met mijn ongeval zou hebben gespot. Ik waagde veel, dat voelde ik,
+maar het moest gewaagd worden. Het devies van mijne voorzaten bleek
+profetie: de stoutheid was mij gelukt.
+
+"Bravo! ferm gedaan!" riep Francis mij toe met hare volle altstem, die
+mij voor 't eerst niet hard en tergend in de ooren klonk, en zij klapte
+in de handen met eene joligheid en schalkschheid, die haar goed afging.
+
+Nu op het bouwland geraakt, had ik maar weinig schreden meer te doen,
+en nog eene smalle droge greppel over te springen, en ik was bij haar!
+
+Ik nam mijn hoed af, en zij salueerde met haar rijzweep.
+
+"Dat's een kluchtig avontuur, mijnheer," sprak zij weer lachend. "Als
+gij er nu nog aan hecht op de Werve aan te landen, moet gij de hei
+over wandelen."
+
+"Is het eene verre wandeling?"
+
+"Neen; 't is veel korter dan de rijtoer; maar sinds gij over de hei
+den weg niet kent, loopt gij gevaar weer te verdwalen!"
+
+"Gij vergeet dat ik een recht heb, op uw gezelschap te rekenen,
+bij die wandeling."
+
+"Een recht! een recht! gij zijt wel als de anderen, om een recht te
+nemen uit een los woord dat mij ontvallen is."
+
+"De freule Mordaunt had mij een onderhoud toegezegd; is het vreemd
+dat ik haar bij het woord houd, en de eerste gelegenheid de beste
+aangrijp?"
+
+"Nu goed, maar ik ken zelve op zijn best het rechte pad over deze
+gronden. Ik had terug willen rijden, maar mijn paard heeft een ijzer
+verloren, en ik heb het gestald bij den boschbaas daar ginds;"
+zij wees naar een boerenhuis, dat wat in de laagte lag, en als
+verscholen tusschen dennen- en sparrenhout; "die zal het naar den
+hoefsmid brengen in het dorp, en zoo doolde ik hier maar wat rond;
+bij 't kasteel komen wij binnen 't half uur als wij maar oplettend
+zijn en altijd door links houden, maar ik zou vooraf willen weten of
+gij daar werkelijk noodig hebt; de generaal is volstrekt niet gesteld
+op gasten, dat kan ik u verzekeren."
+
+"Ik kom geene gastvrijheid vragen. Ik wilde hem alleen een bezoek
+brengen om zijne en uwe kennis te maken, daar ik mij eenigen tijd
+in de nabuurschap moet ophouden, en mij herinner dat ik door mijne
+moeder aan de familie von Zwenken geparenteerd ben."
+
+"Zooveel te erger; op de Werve lijdt men niet bijzonder aan
+familiezwak."
+
+"Daar heb ik wel van gehoord; maar ik ben geen Roselaer, ik ben een
+van Zonshoven, freule! Leopold van Zonshoven."
+
+"Ik heb nooit gehoord, dat mijn grootvader relatiën heeft gehouden
+met heeren van dien naam. Maar als gij _geen Roselaer_ zijt, is er
+reeds minder kwaad bij, en om de vreemdigheid dat een lid der familie
+zich aan ons gelegen laat liggen, zult gij misschien succes hebben bij
+den generaal. 't Is immers wel zeker, dat gij niet voor zaken komt?"
+
+"In dat geval zou ik een procureur of notaris hebben gezonden en zorg
+dragen, dat men er freule Mordaunt niet mee ging bemoeien."
+
+"Dat zou toch verkeerd zijn," hernam zij ernstig. "De generaal is diep
+in de zeventig en heeft veel verdriet gehad in zijn leven. Ik wil het
+u niet verhelen dat hij in velerlei zorgen en bezwaren zit en dat ik,
+zoo vaak ik kan, tracht te voorkomen, dat men hem daarmee lastig valt."
+
+"Met het afwenden van hetgeen lastig is, heeft men het echter nog
+niet uit den weg geruimd, zou ik meenen," antwoordde ik, terwijl ik
+haar met zekere opzettelijkheid aanzag. Het waren diepe, donkerblauwe
+oogen, dien toen mijn blik troffen.
+
+"Aan wie zegt gij het?" hernam zij met een zucht, terwijl zij die
+sprekende oogen neersloeg en zich een trek van lijden op haar gelaat
+teekende. "Maar toch, ik doe daarin àl wat ik kan, al is 't niet alles
+wat ik zou willen; daarom, ik herhaal het, als er iets onaangenaams
+schuilt voor hem achter uw bezoek, zeg het dan liever ronduit aan mij;
+mogelijk kan ik er nog iets op vinden."
+
+"Ik kan u alleen zeggen, dat ik uwe pogingen om den generaal leed en
+last te besparen, uit al mijne macht zou willen steunen."
+
+"Dat doet uw hart eer aan; maar als gij er zoo over denkt, aarzel ik
+u als een lid der familie te erkennen, want dat strijdt geheel tegen
+onze traditiën."
+
+"Dat is wel mogelijk, maar noem mij gerust neef, want er zijn
+excepties, en ik hoop te bewijzen dat ik er toe behoor."
+
+"Als dàt waar is, zult gij welkom zijn op de Werve, ook bij exceptie,
+want in den regel laten wij er geen nieuwe gezichten meer toe."
+
+"Dat is toch jammer. Mij dunkt, het kan toch _uwe_ begeerte niet zijn,
+om in zoo volstrekte afzondering te leven."
+
+"Juist de mijne!" viel zij in met zekere hoogheid. "Ik heb al genoeg
+ondervinding van de menschen, om heel weinig op hun omgang gesteld
+te zijn."
+
+"Zoo jong nog en reeds zulk eene misanthropische opvatting van de
+wereld!" merkte ik aan.
+
+"Ik ben zoo jong niet meer: ik ben zes en twintig jaar, neef, en
+daaronder zijn campagnejaren, zooals mijn grootvader zeggen zou,
+die voor het dubbele gelden. Gij kunt gerust met mij praten of ik
+eene vrouw van veertig ware.--Ik heb er de levenservaring van."
+
+"Ik zal mij wel wachten, u hier bij 't woord te vatten; zoo iets
+zeggen de dames maar om tegengesproken te worden."
+
+"De dames!" riep zij met onuitsprekelijke minachting. "Ik verzoek
+u zeer ernstig, neef, om mij niet te begrijpen onder dat soort
+van wezens, die in den regel door de heeren als 'de dames' worden
+aangeduid."
+
+"Onder welke rubriek moet ik u dan stellen, nicht? Waarheid is, dat
+ik op het eerste gezicht niet recht wist waar ik u voor houden moest."
+
+"Het is waar," zei ze glimlachend, "voor iemand die mij niet kent,
+moet ik er nu wel wat vreemd uitzien.... Maar zeg op, waar gij mij
+eigenlijk voor aanzaagt? Ik houd van oprechtheid: dat is ten minste
+wat mij van 'de dames' onderscheidt."
+
+"Welaan, ik zal oprecht zijn. (Het woord van Gremio: '_He will kill
+her in her own humour_' stond mij gestadig voor den geest). Ik hield
+u bij den eersten aanblik voor...." De courtoisie begon mij een part
+te spelen; het harde woord wilde er niet uit.
+
+"Voor eene verschijning van den zwarten jager?" vroeg zij lachend.
+
+"Eene verschijning? Zeker neen! Dat is te etherisch. Ik hield u voor
+eene treurige realiteit.... Voor een boschwachter die kiespijn had."
+
+Zij scheen een oogenblik getroffen en beet zich op de lippen; hare
+wangen gloeiden.
+
+"Dat's grof," sprak zij eindelijk, en zag mij aan met een blik of er
+een pijl uit haar oogen zou schieten.
+
+"Gij hebt oprechtheid gewild en zegt die te kunnen verdragen," gaf
+ik ten antwoord.
+
+"Gij hebt gelijk, en gij zult ondervinden dat ik de waarheid sprak. Sla
+toe, neef! daar is mijne hand; ik geloof dat wij vrienden zullen
+worden."
+
+"Zoo hoop ik, nicht! Maar wees nu niet ten halve edelmoedig. Laat
+mij u werkelijk de hand drukken; niet die grove rijhandschoen."
+
+"Gij zijt een fat," zei ze, het hoofd schuddend; "maar gij zult uw
+zin hebben; ziedaar!" En eene fijne, blanke hand lag in de mijne,
+die ik een minuut langer vasthield dan volstrekt noodig was; zij
+scheen het niet op te merken.
+
+"Maar noem mij Francis, ik zal Leo tegen u zeggen. Dat 'neven en
+nichten' tegen elkaar is zoo vervelend," sprak zij op gullen toon.
+
+"Volgaarne!" en ik drukte opnieuw de hand, die zich nu eerst vrij
+maakte, terwijl zij voortging met een mengeling van schalkschheid
+en ernst, die haar goed afging; "maar de koetsier moet u toch gezegd
+hebben dat hij Majoor Frans had herkend."
+
+"Dat is maar al te waar; en gij, Francis, vindt gij het niet uiterst
+krenkend, dat men zich verstout u zóó te noemen?"
+
+"Och neen, dat trek ik mij volstrekt niet aan; ik weet nu eenmaal
+dat ze mij dien bijnaam gegeven hebben. Ik ben er niet beter en niet
+slechter om. Ik weet heel goed, dat ze mij hier in den omtrek nawijzen
+als een kozak of een cavalerie-officier, omdat ik met meer gemak
+paard rijd dan de steedsche nufjes, en dat ze mij overal aangapen
+als een kermiswonder, omdat ik de vrijheid neem mij te kleeden naar
+mijne conveniëntie, en niet naar hun smaak."
+
+"Maar eene vrouw behoort zich toch wel eenigszins te bekommeren om
+het effect dat zij maakt op anderen."
+
+"Ik zie niet waarom, als anderen haar niet kunnen schelen."
+
+"De eerste plicht eener vrouw jegens zich zelve is, dunkt mij, zich
+behagelijk voor te doen."
+
+"Dat maken 'de dames' hare mannen wijs, voor wie zij niets willen
+zijn dan _objets de luxe_, opdat deze haar alles zullen inwilligen
+wat de buitensporigheid der mode en der weelde eischt."
+
+"Ik vrees wel dat er zoodanigen zijn, en te veel; maar zijn daarmede
+allen veroordeeld, die trachten zich goed voor te doen? Gebiedt niet
+het zelf-respect, men zij man of vrouw, dat men eenige zorg drage
+voor zijn uiterlijk, en kan men niet goeden smaak toonen ook in het
+eenvoudigste, als _men smaak heeft?_"
+
+Zij kleurde een weinig.
+
+"Gij gelooft dus, dat ik gansch geen smaak heb, omdat ik mij tegen den
+guren lentedag heb gewapend met eene vareuse?" vroeg zij, eenigszins
+gekrenkt.
+
+"Ik zal mij wel wachten u te beoordeelen naar een enkel kleedingstuk;
+ik sprak alleen van het _ensemble_, en daar eene vrouw, die volstrekt
+onverschillig is voor haar uiterlijk, eene abnormaliteit is, moet
+men wel eene slechte opinie krijgen van den smaak eener jonkvrouw,
+die goedvindt haar gezicht in een leelijken rooden doek te wikkelen."
+
+"Welke haar het voorkomen geeft van een boschwachter die kiespijn
+heeft," herhaalde zij ras en stout. "Welnu, is dat de ergernis, dan
+kan men die wegruimen; als nu maar de wind niet al te veel vrijheid
+gaat nemen met mijn _flambard_."
+
+Al sprekende had zij den doek losgeknoopt en nam tegelijk den speld
+weg, die haar amazonenkleed trousseerde. De deftige sleep stond
+goed bij de fijne, slanke gestalte. Ik kon nu voor het eerst, niet
+meer gehinderd door die nijdige _foulard_, het _ensemble_ van haar
+gelaat opmerken.
+
+Neen voorwaar! zij was niet leelijk, al had zij het mogelijke
+gedaan om er recht onbehagelijk uit te zien. Hare trekken waren
+onregelmatig en scherp, dat is waar, maar gansch niet ruw of grof; er
+lag eene uitdrukking van fierheid en vastheid op dit gezicht, die van
+zelfbewuste kracht en een onafhankelijk karakter getuigde, maar verre
+was van laagheid of zinnelijkheid. Slechts een flauw blosje kleurde
+de bleekheid dier wangen, die wat schraal en ingevallen waren. Het
+was haar aan te zien, dat zij door strijd en lijden was heengegaan,
+zonder dat hare levendigheid en opgewektheid van geest daarbij te
+veel hadden geleden. De groote blauwe oogen hadden iets opens, dat
+vertrouwen wekte; dat zij flikkeren konden van verontwaardiging of
+gloeien van geestdrift, had ik reeds opgemerkt.
+
+Nu zij zoo naast mij voortging, bemerkte ik dat zij kleiner van
+gestalte was dan zij mij eerst was voorgekomen, van de hoogte af
+gezien; maar er zat pit in die vrouwelijke figuur, dat was niet te
+ontkennen, al was het niet juist de kloeke mannin die ik mij had
+voorgesteld te zullen aantreffen, afgaande op de mededeelingen van
+anderen en den heroïeken bijnaam, die haar volstrekt niet scheen te
+ergeren! Het was het oogenblik niet haar te vragen hoe zij daaraan
+gekomen was; ik was reeds voldaan dat ik eene overwinning op haar
+had behaald, die niet geheel zonder beteekenis scheen. Dat zij mij
+zekere concessies had gedaan, bewees dat zij niet zoo onverschillig
+was omtrent den indruk dien zij op anderen maakte, als zij mij wilde
+doen gelooven. Toch moest ik toestemmen, dat zij wèl en wijs had
+gedaan toen zij hare slepende amazone had getrousseerd, al was het
+op wat onbevallige manier, want nu hinderde die haar in het loopen
+door het mulle zand en bleef telkens haken aan een tak of een struik;
+eens zelfs struikelde zij er door en zou neergevallen zijn, zoo ik
+niet schielijk haar arm had gevat om haar opgericht te houden.
+
+"Dat komt al van die behaagzucht, die gij mij predikt," zei ze
+lachend. "Mijne eigene manier was veel beter in de praktijk. Wacht
+even, ik weet er nog wel wat op." Zij nam den sleep over haar arm
+en stoorde er zich niet aan, dat er juist geen coquette _japon_ voor
+den dag kwam, met keurige _plissés_ of geborduurde strooken, zooals
+onze dames niet ongaarne laten zien, maar een effen blauw merinosje,
+dat er tamelijk verkleurd uitzag.
+
+Ik bood haar mijn arm tegen mogelijke recidive van het ongeval.
+
+"Dankje wel, neef!" zei ze wat bits. "Ik kan best alleen loopen,
+zooals ik altijd gewoon ben. Ik ben niet een van die hulpelooze
+schepselen zooals gij mannen ze het liefste hebt, die zich altijd
+laten steunen en geleiden."
+
+"Ik moet u doen opmerken, dat gij het zijt die mij in dezen tot gids
+strekt; waarom zou ik niet wederkeerig u tot steun mogen zijn?"
+
+"Gij zijt vast advocaat, dat gij de repliek zoo behendig hanteert."
+
+"Ik zal u zeggen wat ik ben, als gij mijn arm wilt nemen: _une fois
+ne fait pas loi_; het is allermeest voor de gezelligheid."
+
+"Neen! ditmaal zult gij uw zin niet hebben, Leo. Het is even gezellig
+zóó ieder op zich zelf, en als ik uw gids ben, moet ik weten wat het
+beste past op deze gronden. Ik kan even goed luisteren."
+
+"Verschoon mij, dan stel ik mijne vertrouwelijke mededeelingen uit
+tot later."
+
+"Ook goed," zei ze droogjes. "Ik ben niet nieuwsgierig; en ik mocht
+mij eens vergissen in het pad, als uwe vertelling interessant werd
+en te veel mijne aandacht boeide."
+
+"Ik ben 't met u eens," antwoordde ik op denzelfden toon, "dat wij
+zorgen moeten niet te verdwalen, want ik verlang hartelijk op de
+Werve aan te komen."
+
+"Dat wil ik wel gelooven; de tocht is juist niet erg meegevallen,"
+merkte zij aan met eene mengeling van bitsheid en schalksheid.
+
+"Integendeel; want ik had niet kunnen verwachten dat ik zoo spoedig
+en op zulk eene verrassende wijze de kennis zou maken van mijne nicht,
+freule Francis Mordaunt."
+
+"De kennis maken, de kennis maken," herhaalde zij bijna grommend;
+"men kent mij zoo maar niet uit een eerste samenzijn; en wat de
+verrassing betreft, zoo gij dat eene aangename noemt, zie ik niet,
+waar uwe hooggeroemde oprechtheid is gebleven."
+
+"Die is, waar ze altijd zal zijn, en dwingt mij u te doen opmerken,
+dat men ook van eene verrassing kan spreken, al is zij verre van
+aangenaam; en ik wil gaarne bekennen, als gij er op gesteld zijt het
+te vernemen, dat uw onbarmhartig leedvermaak in mijn ongeval gansch
+geen behagelijken indruk op mij maakte."
+
+"Dat is een geluk voor mij; zoo is er nog kans dat ik meeval."
+
+Hunkerde zij naar een compliment, zoo was het voor mij niet het
+oogenblik om mij te laten vangen; ik bleef zwijgend naast haar
+voortgaan.
+
+Op eens bleef zij stilstaan en sprak met zekere gulle levendigheid:
+"Vergeef het mij, Leo! dat ik u zoo onbarmhartig heb uitgelachen. Wil
+gelooven, dat het niet juist uw persoon gold, maar.... wàt zal ik
+u zeggen, ik heb er altijd zoo'n pleizier in als ik een van de zich
+genoemde heeren der schepping een gek figuur zie maken, dat ik het
+uitschateren moest, al ware de toorn van den bespotte mij ook nog
+zoo duur te staan gekomen."
+
+"Het spreekt immers wel vanzelf, dat ik u daarover geene rancune houd,
+Francis!" sprak ik ernstig. "Maar 't geen mij leed doet om uwentwil
+als om mij zelf, is die verbittering tegen ons allen, die zoo duidelijk
+spreekt uit uwe gedragingen, en waarvan die _Schadenfreude_ over mijn
+misavontuur slechts de uiting was."
+
+"Kan ik het helpen, dat ik dat mannenvolkje zie zooals het is? Zij
+noemen zich onze heeren en meesters; ze zouden het dolgraag wezen,
+hoewel het den meesten hunner niet gelukt; en waarom niet? Omdat ze
+allereerst de slaven zijn van hunne eigene zwakheden, hartstochten
+en bejagingen; de meesten hunner zijn zoo bitter kleingeestig en
+onnoozel, dat men ze om den vinger kan winden, als men maar de moeite
+neemt hun zwak uit te vinden en dat te vleien. Wie daarentegen onder
+hen de krachtigen en verstandigen heeten, zijn zoo hardvochtig, zoo
+zelfzuchtig, zoo onbetrouwbaar, dat het eener vrouw beter is zich het
+hoofd tegen een rots te verbrijzelen, dan zich te wagen aan die klip
+waarop haar hart zal breken."
+
+"Dat's een hard oordeel, freule Mordaunt! en mij dunkt, dat gij nog
+niet het recht hebt om het met zooveel beslistheid te vellen."
+
+"Het komt van Majoor Frans, die maar al te goed in de gelegenheid
+geweest is die heeren _in_ de kaart te maken."
+
+"Kan het ook zijn, dat Majoor Frans zich voormaals wat al te zeer
+heeft laten verblinden door blinkende uniformen; dat bij later scherp
+toezien ontnuchtering is gevolgd, toen het bleek, dat daaronder
+niet werd gevonden wat het uiterlijk beloofde; met die uitkomst,
+dat nu civiel en militair beiden in dezelfde schaal worden gewogen
+en.... te licht bevonden?"
+
+"Gij vergist u, zoo is het niet gegaan. Majoor Frans heeft zich _niet_
+aan fraaie uniformen kunnen vergapen; hij is om zoo te spreken met
+commiesbrood grootgebracht en heeft alle graden, van den korporaal af
+tot den legerbevelhebber toe, langs zich zien voorbijgaan, zoodat hij
+precies weet wat er onder de galons en onder de borduursels schuilt;
+ook is hij gansch niet onbekend met het civiele, en heeft gekleede
+rokken en gedecoreerde borsten in genoegzame verscheidenheid kunnen
+gadeslaan, om beiden de rekening te kunnen maken; en dan is de
+slotsom deze; dat de discipline nog wel het beste middel is om wat
+er goeds in een man is tot zijn recht te laten komen, terwijl zij
+het kwaad althans binnen zekere grenzen beperkt. Een preservatief,
+dat de zoogenaamde burgerlijke vrijheid mist. Overigens moet men niet
+zeggen, dat de krijgstucht verlaagt: integendeel, zij houdt opgericht
+wat niet op zich zelf kan staan, terwijl de serviliteit die bij de
+bureaucratie heerscht, in het stof werpt en het karakter bederft,
+gesteld altijd dat er karakter ware."
+
+"Het tafereel is voor beide categoriën niet vleiend. Het schijnt Majoor
+Frans moeielijk te vallen, de suprematie van ons geslacht te erkennen."
+
+"Zij meent, dat er allereerst superioriteit behoort te bestaan,
+om suprematie te erkennen."
+
+"Freule Mordaunt moet wel hoog staan, om aan anderen zulke exorbitante
+eischen te stellen."
+
+"Zij zou, dunkt mij, al heel laag moeten staan, indien zij geen
+hoogere stelde dan de jammerlijke middelmatigheid, waarmee men zich
+in den regel tevreden houdt."
+
+"Geen gunstig vooruitzicht voor uw aanstaanden echtgenoot, freule!"
+
+"Mijn aanstaande echtgenoot!" Zij lachte luid, maar er was iets
+schrils en schrijnends in dien lach. "Ik merk wel, goede Leopold,
+dat gij hier uit de lucht zijt komen vallen. Wees gerust; niemand
+zal last hebben van mijn overvragen.... ik zal niet trouwen."
+
+"Daar kunt gij niets van zeggen. De omstandigheden zouden zoo kunnen
+samenloopen, dat...."
+
+"Dat ik een echtgenoot nam om ze te bezweren," viel zij in met
+sprekende verontwaardiging. "Luister, Leo! gij weet niets van mij;
+en wat gij mogelijk meent te weten, zal u door list en laster zijn
+ingefluisterd. Daarom kan ik het u niet kwalijk nemen, dat gij zóó
+spreekt. Maar ik verzoek u, niet zoo laag van mij te denken, dat
+gij mij in staat acht om mijn naam en mijn persoon op te offeren aan
+materiëele belangen, van wien ook. Dat zou er nog aan mankeeren! een
+_mariage de raison_, het onredelijkste en onzedelijkste verbond dat
+er zijn kan! En toch, wie ter wereld acht het eene dwaasheid? Wie
+ter wereld acht het eene schande? Welnu, ik! Majoor Frans! Al ben ik
+de eenige van mijn gevoelen, ik blijf er op vast staan, en niets of
+niemand zal mij daar afbrengen. Ik drijf geen ruilhandel met mijne
+vrijheid, met mijne hand. Ik zal eenmaal vrijvrouwe van de Werve zijn,
+en ik wil eene vrije vrouw blijven."
+
+"Vrijvrouwe van de Werve!" Arme Francis! ik had maar één woord te
+spreken om haar deze illusie te benemen. Vrijvrouwe van de Werve
+kon zij nooit worden, tenzij ze mij die hand schonk die zij zoo
+hoog ophief, boven aller bereik. Vrijvrouwe van de Werve! Alleen bij
+mijne toelating kon zij het zijn. Maar het was nog gansch geen tijd
+om zoo beslissend tot haar te spreken. Ik nam echter een zijsprong,
+die eenigszins op het doel afging.
+
+"Menige fiere jonkvrouw die dacht als gij, Francis," sprak ik, "en
+die nooit iets zou hebben toegegeven aan belangzucht, liet zich toch
+uit hare sterkte wrikken door overwegingen van anderen aard: juist op
+de zich roemende 'vrije vrouw' wetten laster en logen hunne pijlen..."
+
+"En daartegen zou zij dan een man moeten nemen, als een schild,
+om zich daarachter te bergen!" riep zij met heftigheid. "Neen,
+Leopold van Zonshoven, als gij Francis Mordaunt hebt leeren kennen,
+zult gij weten, dat zij deze pijlen niet vreest, en al vreesde zij
+die, dat zij toch niet laf genoeg is om zich daartegen op die wijze
+te verschuilen; daarbij heb ik ze dikwijls genoeg rondom mij hooren
+snorren, om te weten van welke kracht zij zijn; en daarom weet ik dat
+het schild niet eens zou dekken: het zou maar een dubbel wit aanwijzen,
+en liever dan een tweede, een onvoorzichtige die zich met don Quichots
+heroïsme zou willen wagen, daaraan bloot te stellen, zou ik ze alle
+alleen op mijne borst opvangen: mij doen ze toch niets meer," eindigde
+zij met een minachtend schouderophalen. Daar sprak niet enkel trots
+en wilskracht, daar sprak ook fiere zelfbewustheid uit deze woorden,
+die blijkbaar meer dan woorden waren; dat las ik uit haar blik, al
+had ik het niet verstaan uit den vasten, zielvollen toon harer stem,
+die mij diep trof. Ik voelde dat zij door diepe, enge wegen moest zijn
+heengegaan, om zoo te kunnen spreken; reeds wilde ik in mijn antwoord
+iets leggen dat van medegevoel getuigde, toen zij op eens hervatte,
+met eene luchthartigheid die wel wat gemaakt was: "maar er is geen
+gevaar bij, dat men mij in zulke verzoeking zal leiden: het ras der don
+Quichots en der Ridders van de Ronde Tafel is in onze eeuw verloren
+gegaan, en het zal wel in niemand anders opkomen om Majoor Frans ten
+huwelijk te vragen; en dat is heel gelukkig ook, want de generaal zou
+mij graag wat hij noemt 'geëtablisseerd' zien vóór zijn dood; de goede
+man heeft nog niet het besef, dat daar niet over gedacht kan worden
+en zou zich allerlei offers willen getroosten, tot elk compromis
+toetreden, om er mij toe over te halen; en dat zou maar onrust en
+tweespalt geven zonder goede uitkomst; want mijn besluit staat vast."
+
+Die uitspraak beloofde niet veel goeds voor het succes van mijn tocht,
+en zij was geen nufje van negentien jaar dat "neen" zegt, als ze "ja"
+meent; maar zij gaf mij toch, zonder het te weten of te willen, wenken
+en inlichtingen die ik mij ten nutte konde maken. _Un homme averti en
+vaut deux_; ik begreep dat ik met de meeste voorzichtigheid te werk
+moest gaan eer ik in ernst de poging waagde om haar uit dat _vaste
+besluit_ los te wrikken, maar het kon toch geen kwaad om eens een
+schot in het wilde te doen. Ik was onwillekeurig een paar pas vooruit
+geraakt, keerde mij om en bleef vlak voor haar staan, terwijl ik sprak:
+"En als ik nu eens expresselijk naar de Werve was gekomen om u een
+dergelijk voorstel te doen?"
+
+"Wat meent gij daarmee?" vroeg zij met gefronste wenkbrauw; "een
+voorstel! welk een voorstel?"
+
+"Nu, datzelfde waar gij over spraakt, en dat gij voor zoo
+onwaarschijnlijk hield, dat het iemand zou invallen u te doen."
+
+"Een huwelijksvoorstel, en door u?" vroeg zij met evenveel verbittering
+als verrassing, "dat is niet waar! Zeg dat het niet waar is," riep
+zij met heftigheid.
+
+"Maar onderstel eens even dat het waarheid ware, wat zoudt gij
+antwoorden?"
+
+"Ik wil die onderstelling niet eens maken; gij bevalt mij als neef om
+der curiositeits wille, maar als ik gelooven moest dat gij kwaamt als
+advocaat in zulk een kwade zaak, liet ik u doodeenvoudig in de hei
+staan; dan moest gij zelf maar zien hoe gij op de Werve zoudt komen;
+ziedaar mijn antwoord." En als begon zij reeds uitvoering te geven
+aan dit voornemen, liep zij schielijk voort, niet zoo snel toch of
+ik was met een paar stappen weer bij haar.
+
+"Een antwoord meer oprecht dan beleefd, zooals men het van freule
+Mordaunt wachten kan," hernam ik; "maar op mijne beurt moet ik u
+zeggen, dat zoo ik het er op gezet had op de Werve te komen met welk
+voorstel ook, ondanks mijne weerbare nicht, dat ik mij dan aan dit
+_détail_ niet zou storen. Ik val óók wat koppig als ik mijn doel
+wil bereiken, en ik zou 't niet opgeven, al moest ik den ganschen
+dag rondzwerven op het mulle zand; maar wees gerust, ik ben geen
+vleier, doch er zit nog genoeg oud-ridderlijk bloed in mij, om niet
+te schromen eene dame (verschoon mij dat ik dit woord even gebruik)
+te kwetsen in hare teerste en hoogste rechten; bijgevolg zou ik mij
+wel wachten in ernst een voorstel van dien aard te doen op zulk een
+bruske manier, en bovenal niet voor ik de overtuiging had, dat het
+minstens in consideratie zou worden genomen."
+
+"Welnu, zoo 't geval zich mocht voordoen, zijt gij gewaarschuwd,
+maar zoo ik dit voor niets moet houden dan eene doellooze scherts,
+moet ik u toch zeggen, dat ik beter van u verwacht had dan eene
+aardigheid waar noch geest noch vinding aan is."
+
+Dat was meer dan een _coup d'éventail_: dat was een ferme tik met de
+rijzweep; maar daar ik mij bewust was dien niet verdiend te hebben,
+nam ik het koeltjes op en vroeg alleen even glimlachend: "wat recht ik
+haar gegeven had om reeds nu goede verwachting van mij te koesteren?"
+
+"Gij zijt lastig," hernam zij, "met dat uitvragen," half verlegen,
+half met onwil en zij stapte zoo driftig voort, dat ik weer moeite
+had haar in te halen. Toen gebeurde wat zij zelve reeds gevreesd had:
+de wind dreef zijn spel met haar breedgeranden hoed en rukte dien
+in eene woeste vlaag op eens van haar hoofd, het net mede, waarin
+het haar was besloten geweest, dat nu in vollen rijkdom en zwaarte
+neerviel. Prachtige goudblonde lokken, die zij zoo maar achteloos als
+in een wrong tweemaal rondom het hoofd had geslagen, en in den hoed
+weggestopt, en die nu als een golvende sluier van gloeiend goud rondom
+haar hals en schouders neervielen en het leelijke matrozen-buis bijkans
+onzichtbaar maakten. Nu eerst kon ik haar gansche gelaat onbelemmerd
+aanschouwen, en het was mij of er eene gedaanteverwisseling plaats
+had. Was dit Majoor Frans! dit de vrouw, waarover zooveel en met zoo
+weinig achting gesproken werd? Het was bijkans onmogelijk: dit hooge,
+edele voorhoofd, die fijne, levendige, schrandere trekken, die bij
+diep gevoel, bij de merkteekenen van lijden, toch de reinheid en den
+eenvoud van een kind schenen behouden te hebben, die aantrekkelijke,
+echt vrouwelijke figuur, met haar stralenkrans van lokken, die men
+eer voor eene Madonna zou laten poseeren dan voor eene Xantippe;
+moest ik daar die ruwe weerbarstige mannenhaatster in zien, die zij
+zelve zeide te zijn! Het was ongelooflijk. Het was om te verstommen
+van verrassing en bewondering beide; en werkelijk, ik vond geen woord
+om uit te drukken wat ik gevoelde.
+
+Een oogenblik liet zij zich deze zwijgende bewondering welgevallen,
+en genoot zeker in stilte haar dubbelen triomf, maar plotseling
+riep zij half lachend, half knorrend: "Gij zijt galant, dat moet ik
+zeggen! Gij blijft mij in den weg staan om mij aan te gapen, in plaats
+van mij te helpen mijn hoed weer te krijgen, die al een mooi eindje
+ver voortgejaagd is;" en vlug als de wind zelf ving zij aan, haar
+_flambard_ na te rennen, die als een elastieke bal werd voortgedreven.
+
+Ik liet mij niet voor de tweede maal porren om deel te nemen aan de
+kluchtige harddraverij; ik had zelfs het geluk haar vóór te zijn en
+het leelijke hoofddeksel te vatten, juist toen het dreigde diep in
+het zanddal neer te storten.
+
+Triomfantelijk keerde ik mij naar haar toe om het haar terug te geven,
+maar, o jammer, o schrik! zij was achterover gestort in het zand en
+lag te worstelen met eene hindernis, die haar het opstaan onmogelijk
+maakte. Ik schoot toe in de grootste onrust. Wat was het? In hare
+vaart had zij vergeten de sleep van haar rijkleed op te houden,
+die aan den scherpen dorren doornstruik was blijven hangen en haar
+had doen struikelen, had doen vallen, terwijl de rijke lange lokken,
+in de takken verward, tusschen de dorens waren heengeslingerd. Bleek
+van schrik wilde ik haar helpen om op te staan; zij sloeg het af, en
+toch, toen zij bemerkte wat de hindernis was, moest zij mijn dienst
+wel aannemen. "Mag ik?" vroeg ik met eene stem waarin ontroering
+trilde. "Ik moet het wel toestaan!" antwoordde zij met een knorrig
+gezicht, blijkbaar meer ontstemd dat zij iemands, dat zij _mijne_
+hulp noodig had, dan over het ongeval zelf, en toch maar al te zeer
+overtuigd, dat zij die niet konde missen. Ik knielde naast haar neer
+en trachtte zoo voorzichtig mogelijk de prachtige zijdeachtige vlechten
+los te winden uit den doornstruik, zonder ze te beschadigen. Het duurde
+een geruimen tijd, en het was een werkje waartoe geduld en kalmte
+vereischt werden, en zij was zeer ongeduldig, en zeer weinig lijdzaam,
+en wat mij betreft: met den besten wil om mij te haasten, ging het
+niet vlot. Uit vreeze haar te martelen, wilde ik langzaam en zacht te
+werk gaan, en zij rukte en schudde aan hare gulden leeuwenmanen of
+zij ze uit wilde trekken; dus bedierf ze in ééne seconde door hare
+drift wat ik in minuten tobbens had veroverd. Intusschen praatte en
+knorde zij voort.
+
+"Ziet gij nu wel! waartoe uw kostelijke raad mij gebracht heeft,
+ziet gij wel hoe practisch de vinding was, waarvan gij mij afkeerig
+hebt gemaakt? De kiespijndoek stond leelijk, dat erken ik, maar hij
+beveiligde tegen een ongeval als dit hier; dàt komt er van dat ik
+van mijn beginsel ben afgeweken, om nooit naar iets anders te vragen
+dan wat mij zelve paste. Daar lig ik nu als een hopeloos wezen aan
+de voeten van een kwasie redder, die er nog grootsch op zal zijn,
+dat hij mij zoo'n kostelijken dienst bewijst."
+
+"Trotsch wezen zal hij niet; maar heel dankbaar, dat het eindelijk
+is gelukt, want gij kunt nu veilig opstaan," sprak ik in blijden
+triomf, en stak haar zooals ik mijn recht achtte de handen toe om
+haar behulpzaam te zijn; maar schichtig als een eekhoorntje was zij
+opgesprongen, en tot loon kreeg ik het verzoek om wat op zij te gaan:
+zij moest het haar een weinig in orde brengen en den hoed opnieuw
+vastzetten. Het was hard maar billijk, ik mocht geen toeschouwer zijn
+als zij haar toilet maakte. Ik liep vooruit, om haar te doen zien dat
+ik eerlijk spel speelde, en trok mijne handschoenen weer aan, want
+mijne vingers waren deerlijk geschramd en ik verkoos haar medelijden
+niet gaande te maken.
+
+Zij was in een oogwenk gereed, haalde mij spoedig in en noemde mijn
+naam, opdat ik zou omzien. De hatelijke doek was er weer omgeknoopt,
+en ik kon er ditmaal niet tegen protesteeren. Uit zich zelve vatte
+zij nu mijn arm en sprak op haar eigenaardigen toon:
+
+"Dat is om u te beloonen, Leo! dat gij edelmoedig zijt geweest en u
+niet gewroken hebt."
+
+"Ik mij wreken op u? en waarover? Hoe meent gij dit?"
+
+"Gij hebt mij _niet_ uitgelachen om dat zotte ongeval, zooals ik het
+u heb gedaan om het uwe."
+
+"U uitlachen! hoe komt gij er op, Francis! Ik was zoozeer verschrikt."
+
+"Kwaad was er niet bij een val in het mulle zand dan dit eene, dat ik
+verdiend had aan u: belachelijk te zijn en bespot te worden. 't Is
+waar," ging zij voort met een minachtend schouderophalen, "daar is
+Majoor Frans genoeg aan gewoon om er zich niet meer aan te storen;
+maar toch, van uwe zijde zou het wettige represaille zijn geweest,
+en ik waardeer het in u, dat gij u onthouden hebt."
+
+"Daar is niets verdienstelijks in. Ik was veel te veel bewogen met uw
+deerlijken toestand en met dat prachtige haar, dat jammerlijk schade
+had kunnen lijden."
+
+"O, wat dat betreft, dat zou te overkomen zijn; maar ik was in een
+lastig parket en maakte een gek figuur bovendien. Ik weet wel, dat is
+mij meer gebeurd," hervatte zij met zekere luchthartigheid, "want ik
+heb nooit lust gehad den sleur te volgen, en als men dat niet wil en
+zich te vrij en te fier acht om alles na te doen en na te spreken wat
+de anderen elkander nazeggen en naäpen, dan raakt men al gauw buiten
+haar cirkeltje, waarbinnen men veilig is tegen de schampschoten der
+_raillerie_, en wordt vogelvrij verklaard.... Zoo is het mij gegaan."
+
+"Verschoon de oprechtheid: een weinig door eigen schuld, naar ik
+vermoed. Eene vrouw behoeft geene apin te worden, die iedere mode
+nabootst; maar zij speelt toch een gevaarlijk spel, met zich al te
+stout te verheffen tegen het aangenomen gebruik, en de publieke opinie
+te braveeren."
+
+"Als de publieke opinie een dwalende is, zie ik niet in waarom
+eene vrouw zich daaraan zou moeten onderwerpen, Een degelijk man,
+die zelfgevoel had, zou het immers ook niet doen, hoewel ik maar al
+te goed weet, dat de meesten uwer den zedelijken moed missen om van
+'t heerschende gevoelen te durven verschillen en bovenal om er voor
+uit te komen."
+
+"Zwakheid en beginselloosheid in een man is verachtelijk, ik erken
+het, maar wat lafheid moet genoemd worden in ons, wordt beminnelijke
+meegaandheid bij u; inconsequenties worden ulieden veel lichter
+vergeven dan bizarrerie: men onderwerpt zich aan uwe caprices,
+mits gij ze weet te kleeden in den vorm die koers heeft; maar men
+staat u niet toe te zondigen tegen het gebruik, dat nu eenmaal wet
+is geworden. Ik zeg niet dat het volkomen billijk is, maar toch,
+het heeft zijne goede zijde.... de wereld is nu eenmaal niet anders,
+en met tegenstribbelen verandert gij haar toch niet...."
+
+"Maar wie zegt u dat ik de wereld zou willen veranderen?" riep zij
+opstuivend. "Daar heb ik mij nooit mee ingelaten, maar ik verkies
+nu eenmaal niet, mij te schikken naar hare bespottelijke exigentie,
+ziedaar alles."
+
+"Heel goed! maar wat brengt u dat verzet, dat op geen beginsel rust
+en alleen van persoonlijken tegenzin uitgaat?"
+
+"Dat heb ik u al gezegd: vogelvrijverklaring, uitbanning; een vonnis
+dat ik nooit rechtvaardig zal noemen, maar dat ik met blijdschap heb
+aanvaard. _À vrai dire_, niemand legde mij ballingschap op, maar er
+zijn omstandigheden waaronder men die uit zich zelve kiest," eindigde
+zij, terwijl de toon van overmoed, dien zij even te voren gevoerd had,
+tot dien van doffe neerslachtigheid daalde.
+
+"Zulke omstandigheden kunnen er zijn, dat geef ik u toe, maar zonder
+dien drang was de maatregel op zich zelf verkeerd. Wie hervormen wil,
+blijft en staat voor zijne zaak; wie heengaat, verlaat haar en geeft
+haar op."
+
+"Aan hervormen heb ik in 't geheel niet gedacht; wat ik zou gewenscht
+hebben was alleen het recht mij zelve te mogen zijn, zonder aangegaapt
+te worden als het kalf met twee koppen op de boerenkermis; maar de
+zaak was mij de moeite niet waard om er voor te vechten."
+
+"Er is vechten èn vechten; gij vrouwen hebt uwe eigenaardige
+wapenen. _Bataille de dames_ is een allerliefst blijspel."
+
+"Maar waarin de heeren althans niet de zegepraal wegdragen."
+
+"Dat bedoel ik ook niet; alleen die wordt behaald door echt vrouwelijke
+middelen: niet met alles te braveeren met een _air de matamore_ aan te
+nemen, maar met haar invloed te laten gelden, met zoetjes en zachtjes
+aan telkens eene schrede te winnen, met te behagen en zich beminlijk
+voor te doen; dit zijn, geloof mij daarin, de beste wapenen in zulken
+strijd, en die vrij wat zekerder doel treffen dan het inroepen van
+rechten en de eisch der gelijkstelling die door sommigen uwer zoo
+onvoorzichtiglijk wordt gedaan, en die op de bitterste teleurstelling
+zal uitloopen, zoo zij eenmaal wordt ingewilligd!"
+
+"Advocaat!" sprak zij hoofdschuddend, "en nog wel voor eene zaak die
+niet aan de orde is!"
+
+"Hoe meent gij dit?"
+
+"Dat ik mij volstrekt niet inlaat met de kwestie die gij daar
+opwerpt. Ik heb wel wat anders te doen; maar 't is niet meer het
+oogenblik om daarover te praten, want daar ginds ligt de Werve; als
+we dat pad langs die heg van meidoorns inslaan, zijn wij er binnen
+vijf minuten."
+
+Ik volgde met het oog hare aanduiding en zag, toen wij van de heide
+afstegen, een ouden stompen toren zonder spits; de ruïne van het
+middeleeuwsch kasteel, dat men ter zijde had laten liggen toen men
+het nieuwe ging opbouwen, vertelde Francis. Daarop hield zij mij even
+staande. "Luister, Leo! ik heb nog een en ander met u te spreken eer
+ik u binnenleid. Vooreerst, zeg mij ronduit wat de eigenlijke rede
+is van uw bezoek aan den generaal!"
+
+"Dat heb ik u reeds gezegd. Ik wil kennis maken met de familie
+mijner moeder."
+
+"En als die kennismaking niet meevalt?"
+
+"Heengaan, en zien wat tijd en omstandigheden kunnen uitwerken
+tot.... verzoening...."
+
+"Maar ik geloof niet, dat de onverzoenlijkheid daar ginds zich zal
+uitstrekken tot u," hernam zij met zekere goelijkheid, "als gij maar
+niet den armen, ouden man met zaken komt lastig vallen...."
+
+"Ik heb het u immers verzekerd, dat ik voor zaken een procureur
+zou gebruiken."
+
+"Nu, kom dan mee, maar ik moet u vooraf waarschuwen, dat gij den
+generaal niet alleen zult vinden. Kapitein Rolf, een oud officier _en
+retraite_, is bij ons ingekwartierd op de Werve; mogelijk komt hij u
+wel wat ruw en ongemanierd voor, want hij is een soldaat van fortuin
+die geene opvoeding gehad heeft, dan in de kazerne; maar zijn hart
+is goed en.... mijn grootvader kan niet buiten hem."
+
+"En gij dan?"
+
+"Och, mij hindert dat niet: ik ben er aan gewoon. Ik waarschuw u
+slechts omdat gij uit den Haag komt. Vergelijk mijn kapitein Rolf
+niet met de aristocratische officieren van het regiment Grenadiers
+en Jagers. Hij is een oud gediende, die eigenlijk als onderofficier
+met de chêvrons en de medaille van dertigjarigen dienst had moeten
+gepensionneerd zijn, ware hij niet, met de Willemsorde begiftigd,
+uit consideratie op zekeren dag tot luitenant benoemd, en uit gelijke
+oorzaak ten laatste met kapiteinsrang gepensionneerd. Onze wijze van
+met elkaar om te gaan zal u mogelijk wat bevreemden, wat ergeren,
+maar.... hij noemde mij reeds zijn overste toen ik nog een kind was,
+en vloog op mijne wenken, en dat doet hij nóg, zooveel zijn stijf
+been en zijn rheumatisme het toelaten, in één woord: hij is mijn
+factotum. Visschen is zijn hartstocht sinds hij de jacht er aan heeft
+moeten geven; ik gebruik hem tot pluimgraaf, en bij ontstentenis van
+de keukenmeid zou hij de biefstuk bakken en de soep koken, liever
+dan het met een stuk brood te doen, want hij is een gastronoom van
+het eerste nummer. Sinds hij tijd en gelegenheid heeft om over het
+groote vraagstuk: 'wat zullen wij eten?' na te denken, is het bij
+hem hoofdzaak geworden, en helaas bij mijn grootvader niet minder."
+
+"En er is dan verder niemand anders waar gij wat aan hebt?"
+
+"Wie anders zou er zijn? Wij gaan hier met niemand om, en daar
+zijn goede redenen voor; de dominé komt eenmaal 's jaars, en de
+burgemeester, al zou hij komen, wordt niet toegelaten, want hij is
+een vijand en een spion! Hunne vrouwen en dochters zie ik niet en
+wil ik niet zien; 't is al erg genoeg als zij mij 's Zondags in de
+kerk zitten aan te gapen. Gij ziet dus waar het op neerkomt voor
+mij. Ik leef tusschen de beide grijsaards in, dat kan niet anders,
+en.... dat is ook heel goed," eindigde zij met eene berusting, die
+zoo volkomene hopeloosheid uitdrukte, dat zij, zonder dit te bedoelen
+mij de diepste meewarigheid inboezemde.
+
+"Dus ook geene logées van uw leeftijd, geene enkele vriendin waarmee
+gij sympathiseert?"
+
+"Dat zou er nog aan mankeeren--dames! logées hier binnen te
+halen!" sprak zij met bitterheid; "en wat vriendinnen aangaat,
+die heb ik nooit gehad, nooit willen hebben; ik weet te veel wat de
+vriendschap der vrouwen is."
+
+"Hoe! gij veracht de mannen, gij haat de vrouwen, gij verwerpt dus
+het gansche menschelijke geslacht?"
+
+"Op zulke wijze, dat ik mijn vermogen om lief te hebben, heb verzet
+op paarden en honden, meent gij? Dat juist niet. Ik wil enkelen
+niet voor allen laten gelden, maar het is mijne schuld niet dat ik
+nogal scherp zie, en 't geen ik heb waargenomen bij de exemplaren
+die mij onder de oogen zijn gekomen, geeft mij, ik erken het, geen
+hoog gevoelen van de soort, zoodat ik met zeer weinig reverentie zie
+op hen die zeggen dat ze de heeren der schepping zijn, en met niet
+de minste sympathie op hunne schoone wederhelften! Als Shakespeare
+waarheid zegt, dat de engelen schreien om de jammerlijke trekken die
+de menschen uitspelen tijdens hun kort daarzijn, is het niet vreemd
+dat ik, die geen engel ben, maar die evengoed allerlei jammerlijks
+aanschouw, mij met walging afkeer! Ik wil wel gelooven, Leo! dat er
+nobele mannen, en waardige vrouwen bestaan, maar die zijn excepties;
+en ik behoor tot de misdeelden, die deze onschatbare uitzonderingen
+niet heb mogen aantreffen, of als ik meende ze ontmoet te hebben, voor
+die lichtgeloovigheid met bittere teleurstelling werd gestraft...."
+
+"Mogelijk ligt een deel van deze misfortuin aan u zelve, Francis,"
+sprak ik zacht maar met nadruk; "gij hebt verkeerd gezocht, of zijt
+niet op de rechte wijze met uw onderzoek aangevangen."
+
+"Hoe meent gij dat?" vroeg zij meer getroffen dan vertoornd.
+
+"Is het wel zeker, dat gij met zelfonderzoek, met zelfkennis zijt
+begonnen?"
+
+Zij zweeg een oogenblik in nadenken verdiept en zuchtte; daarop
+hervatte zij, mij met zekere vastheid in den blik aanziende, alsof zij
+mijne innigste gedachten wilde peilen: "Gij schijnt een ernstig man
+te zijn; gij hebt karakter, zoo ik mij niet bedrieg; het is zeldzaam
+genoeg om gewaardeerd te worden, waar men het vindt; nu dan, ik zal
+u vertellen, hoe ik begonnen ben, maar.... nu niet, want daar ligt
+het kasteel voor ons en de dorpsklok slaat één uur. Ik vrees dat men
+mij met ongeduld zal gewacht hebben, en dat het halve garnizoen al
+op het voorplein post heeft gevat om naar mij uit te zien. 't Is
+lang niet zeker, dat ik met krijgseer zal worden verwelkomd. Nú,
+dat doet er niet toe; volg mij, deze brug over, die poort door;
+gij ziet, de brug is niet ongenaakbaar, wij zouden geen beleg kunnen
+uithouden." Al sprekende had zij mijn arm losgelaten, en liep vooruit
+met zoo'n snellen stap, dat het bijkans een drafje geleek. Ik, wat
+langzaam haar na, eene feodale ophaalbrug over die blijkbaar sinds
+lang tot onbewegelijkheid was veroordeeld; in gelijken toestand
+verkeerde de groote poort; de zware geheel met ijzeren bouten en
+scherpe pinnen bezette deur hing in de verroestte hengsels, zonder dat
+men zich de moeite getroost had haar weg te nemen, om dit teeken van
+verval te verbergen. Waartoe ook? De dikke, bijkans in puin vallende
+ringmuur, was al niet meer aan de poort verbonden, en de voormalige
+schietgaten waren tot wijde spleten opengesperd, waardoor een reus
+kon binnengaan. Tijd om verder rond te zien was er niet, maar het
+voorplein optredende, viel mij terstond het hoofdgebouw in het oog,
+dat ondanks zekere merkteekenen van verwaarloozing nog een grootschen
+indruk maakte. Het moet vernieuwd zijn in de dagen van onzen stadhouder
+Willem III, want het was geheel opgetrokken in den rijken en deftigen,
+al was het ook wat gemanireerden stijl dier dagen, en toen was het
+uit eene ruime hand gegaan; maar de nazaten van die onbekrompen
+bouwheeren hadden wat al te veel op de werken hunner voorvaderen
+gerust, en de degelijkheid van den achttiende-eeuwschen bouwtrant,
+niet hunne zorg, was oorzaak dat het geheel nog niet het aanzien had
+eener jammerlijke ruïne. Het middengedeelte dat _en rotonde_ gebouwd
+was en eenigszins vooruitstak, was nog tamelijk goed onderhouden,
+maar kennelijk uit eene schrale beurs; de rijke ornamenten boven
+de vensters en de dubbele deur, die eenmaal verguld moeten geweest
+zijn, waren nu met een dun geel verfje overtogen, en de glanzige
+kleine ruiten van purper spiegelglas waren door gewoon vensterglas
+vervangen. De meer achterwaarts gelegen zijvleugels waren prijsgegeven
+aan eene verwaarloozing, die het waarschijnlijk maakte, dat ze niet
+meer bewoond werden, althans de bovenverdieping die geheel verveloos
+was, en waar de ruiten, door tijd of toeval gebroken of gebarsten,
+niet eens meer vernieuwd waren; enkelen daarvan had men eenvoudig
+met grauw papier toegeplakt; voor anderen was die moeite niet eens
+genomen, zeker uit zorg voor goede luchtverversching!
+
+Maar het spreekt wel vanzelve, dat ik alleen vluchtige opmerkzaamheid
+kon geven aan hout en steen; reeds vóór ik het breede perron optrad,
+met de gebroken vazen waarin Aloés vegeteerden, kwam het "halve
+garnizoen," zooals Francis zich uitdrukte, ons te gemoet in den
+persoon van den kapitein, dien ik terstond als den oud-militair zou
+herkend hebben, al ware ik er niet op voorbereid geweest, wien ik zien
+zoude. Al droeg hij de burgerkleeding, blauwe jas en pantalon:--het
+vest hoog aan de keel toegeknoopt en de zwarte stropdas, die hij
+zich nog niet had kunnen ontwennen en die identiek was met zijn
+persoon, zooals zijne Willemsorde en zijn metalen kruis,--zijne
+rechte, vaste houding ondanks het stijve been, dat het gebruik van
+een stok noodzakelijk maakte, en de politiemuts die hij wàt kranig
+op één oor had gezet, alles duidde in hem den oudgediende aan,
+die nog maar ten halve in zijne abdicatie berustte. Hij scheen
+een man van diep in de vijftig, die nog pikzwart haar had en een
+donkeren knevel, lang en puntig _à la Napoléon_ en stijf uitstaande
+_à force_ van cosmetiek. Zijne hoogroode kleur en bruine brutale
+oogen, zijne harde trekken met iets grof sensueels in de uitdrukking,
+vooral door de dikke, roode lippen en de zware korte kin, gaven iets
+ruws en gemeens aan zijn voorkomen, zoodat hij werkelijk veel meer
+had van een sergeant-majoor, die na eerlijk gepasporteerd te zijn,
+een baantje bij de politie heeft gekregen, dan van een officier,
+die eens aan het hoofd zijner compagnie heeft gestaan en die eene
+eervolle rust geniet. Maar Francis had mij reeds gewaarschuwd dat ik
+niet te veel aan het uiterlijke moest hechten, en ik was voornemens
+mij over niets te ergeren noch boos te maken, om ongehinderd mijne
+waarnemingen te kunnen doen.
+
+Leunende op zijn stok, en eene lange duitsche pijp in den mond,
+waaruit hij dapper dampte, kwam hij op ons toe, bracht even de hand
+aan de muts, en het was inderdaad eene vreemde wijze waarop hij
+ons verwelkomde:
+
+"Wel weergaasch, Majoor! wat is dàt? Hebt gij een krijgsgevangene
+gemaakt? of krijgen we inkwartiering?"
+
+"Een bezoek aan den Generaal, kapitein," hernam Francis, voortstappende
+en mij een wenk gevende haar te volgen, zonder de moeite te nemen
+mij voor te stellen.
+
+"Een verduiveld slecht ontbijt gehad! een half uur op de freule
+gewacht, de eieren te hard, de biefstuk als leer, Zijne Excellentie uit
+zijn humeur, en dat alles omdat de freule goedvindt op een ongelegen
+tijd uit te rijden, ridder te voet thuis te komen en den held van
+dat mooie avontuur in triomf mee te brengen in de vesting," bromde
+de kapitein op half knorrigen, half schertsenden toon, terwijl hij
+ons achterna liep. Zich naar hem omkeerende sprak Francis:
+
+"En dat alles, omdat _uw Majoor_," zij drukte zonderling op den titel,
+"het genoegen heeft gehad Jonker Leopold van Zonshoven te ontmoeten,
+haar neef; laat u dat genoeg zijn, en als ge verder te klagen hebt,
+brengt het dan maar op het rapport."
+
+Wij stapten de vestibule binnen, waar wij den huisknecht vonden, die
+de deur had opengedaan en die voor ons uitweek, op militaire wijze de
+hand aan de muts brengende; ondanks zijn livreirok droeg hij nog de
+soldatenpantalon, zoodat men niet veel waagde met de onderstelling,
+dat hij vroeger den generaal als oppasser had gediend; na even
+aangetikt te hebben opende hij nu voor ons de deur van het salon, een
+ontzaggelijk ruim vertrek met goudleer behangsel, waar de generaal in
+een hooggerugden leuningstoel zat te dommelen; dat laatste bewees zijn
+ietwat verschrikt opstaan, toen wij hem al vrij dicht genaderd waren,
+want Francis was met sparende liefde zachtjes binnengetreden, en ik
+had er te veel belang bij, hem op mijn gemak gade te slaan, om niet
+haar voorbeeld te volgen; maar de luidruchtige stap van den kapitein,
+die goed vond ons achterna te loopen, wekte hem uit zijne _siësta_.
+
+Wel verre van het voorkomen te hebben, dat ik mij had voorgesteld
+van den kloeken onhandelbaren _pourfendeur_, die oud-tante Roselaer
+op allerlei wijze ergernis had gegeven, zag ik voor mij een kleinen
+mageren grijsaard, wiens gelaat zoowel als zijne gestalte iets fijns
+en gedistingueerds had. Een lange rechte neus, dunne bleeke lippen,
+niet eens een knevel rondom den ingevallen mond, zacht blauwe oogen,
+die iets dofs en slaperigs hadden, dat mogelijk slechts tijdelijk was,
+maar dat ook wel het gevolg kon zijn van afmatting en gedruktheid;
+zilvergrijze haren hingen in lange eenigszins krullende vlokken om
+zijne slapen; hij was gehuld in een verkleurden damasten chambercloak,
+waaronder een helder wit vest te voorschijn kwam, terwijl een zwarte
+zijden foulard den mageren hals vermomde; zijne fijne handen waren
+blank ondanks hunne dorheid en de sterk uitkomende aders; hij droeg
+een breeden gouden ring met een wapen in cornalijn gesneden, die tot
+cachet konde dienen en dien hij met zekere zenuwachtige beweging heen
+en weer schoof onder het spreken.
+
+Daar was niets van den krijgsbevelhebber meer in den man, dien ik
+nu voor mij zag, dan alleen eene zekere deftige wellevendheid, die
+bewees dat hij als hoofdofficier in de hoogste kringen had verkeerd.
+
+Een onbeschrijfelijk gevoel van meewarigheid overmeesterde mij bij het
+zien van dien zwakken, door zorg en lijden diep neergebogen grijsaard,
+een indruk nog te meer versterkt door de bijgedachte, dat ik het
+instrument zou moeten zijn, om hem den genadeslag te geven, tenzij
+Francis.... maar reeds stelde deze mij voor aan haar grootvader op
+hare eigenaardige wijze.
+
+"Grootvader, ik breng u Jonker Leopold van Zonshoven, dien gij eens
+hartelijk welkom moet heeten, want hij is eene curiositeit in de
+familie!"
+
+"Familie! Jonker van Zonshoven, ah! ja! ik herinner mij, ik begrijp,"
+antwoordde deze op een toon van verbazing en verlegenheid, die
+duidelijk bewees, dat hij volstrekt niet op de hoogte was; maar toch,
+hij boog zich beleefd en stak mij de hand toe, die ik niet nalaten
+kon met zekere hartelijkheid te drukken.
+
+"Neem toch plaats, Jonker," sprak hij, naar een stoel wijzende,
+waartegen de kapitein stond te leunen met een air of hij plan had
+mij dien te betwisten.
+
+"Excuseer, grootpa, neef Leopold en ik hebben een uur lang op de
+heide rondgesukkeld, wij zijn bek af en rammelen van den honger; wij
+komen bij u praten als wij eerst gezien hebben of de kapitein ons
+nog wat van het _déjeuner_ heeft overgelaten.... Is er nog gedekt,
+Frits?" vroeg zij, zich tot den bediende richtend, die tot hare orders
+wachtend was blijven staan.
+
+"'t Is bij half twee, freule!" antwoordde deze, met zekere verlegenheid
+de schouders ophalend.
+
+"Gij hebt gelijk, Frits, 't is de regel van het huis: wie niet op het
+appèl is wordt niet meegeteld; breng ons hier dan maar wat brood en
+koud vleesch...."
+
+"En een glas port voor de heeren," voegde de kapitein er bij.
+
+Terwijl Frits zich verwijderde om aan die orders te voldoen, ging de
+kapitein vlak voor mij staan, terwijl hij sprak:
+
+"Pardon Jonker! ik moet u eens goed opnemen; een jonkman die zoo
+in eens bij onzen Majoor in gratie is geraakt moet al heel wat
+bijzonders zijn."
+
+Ware ik met den ongemanierden snorbaard alleen geweest of
+onder vreemden, ik zou geweten hebben hoe zijne impertinentie te
+beantwoorden; dan, tegenover den generaal, tegenover Francis, die
+mij op ergernissen had voorbereid en stilzwijgend lankmoedigheid had
+aanbevolen, aarzelde ik hem het antwoord te geven dat hij verdiend had,
+toen de generaal inviel:
+
+"Kapitein!" er klonk gezag in den toon, ondanks de zachte stem van
+den grijsaard, "er zijn aardigheden, die er onder ons door kunnen,
+maar gij schijnt te vergeten dat wij nu _niet_ onder ons zijn, en
+dat gij Freule Mordaunt mankeert...."
+
+"Omdat ik haar Majoor noem, nu zij ons op eens met iemand van de
+familie in de flank valt; excuseer mij, Excellentie, maar dan had
+men mij vooruit de consigne moeten geven, nu.... zal de memorie mij
+parten spelen."
+
+"Het komt er niet op aan, grootpa!" viel Francis in, "op zijn leeftijd
+zal hij toch wel bij al zijne kwade gewoonten blijven, al zou men
+kunnen eischen dat hij het respect voor de kleindochter van generaal
+von Zwenken niet vergat, omdat hij haar als kind de exercities
+heeft geleerd. Maar als gij naar 't consigne van den dag vraagt,
+kapitein! let er op, het is dit: beleefdheid jegens mijn gast, die,
+naar ik meen, nooit een degen heeft gedragen, maar toch, daar geef ik
+u mijn woord op, niet van 't humeur is om met zich te laten spotten."
+
+Ik boog tegen Francis, 't geen mij de gelegenheid gaf, den kapitein
+den rug toe te keeren zonder kennelijk opzet, daar het mij duidelijk
+werd, dat de gemeenzame voet waarop hij met Francis stond van hare
+kindsheid af, en de zonderlinge manier waarop zij met hem omsprong,
+zijne ongepaste aardigheden bijkans wettigden; dat men zijne uitvallen
+zoomin als de hare in vollen ernst moest opvatten, en dat zijne
+bedoeling beter was dan zijne wijze van die uit te drukken.
+
+Toen Frits met den portwijn was gekomen, schonk de kapitein drie glazen
+boordevol, presenteerde het eerste aan mij en den generaal, en het
+zijne opheffende sprak hij ruw goedhartig: "de gezondheid van onzen
+waardigen commandant en uw welkomst, Jonker! 't Is van harte gemeend;
+geloof dat wij hier snakken naar een nieuw gezicht, maar.... de Majoor
+heeft niet alle dagen zulk eene luim van gastvrijheid, daar kan je
+staat op maken."
+
+Ik trachtte Francis aan te zien, om den indruk waar te nemen dien
+deze opmerking bij haar zou teweegbrengen--maar zij had zich van mij
+afgekeerd om wat brood en koud vleesch voor mij klaar te maken en
+wipte daarop de kamer uit, zonder meer notitie te nemen van 't geen
+Rolf zeide dan van 't gebrom eener vlieg.
+
+Wat mij aangaat, ik had te veel behoefte aan eenige verkwikking, om
+niet met den kapitein aan te stooten en gebruik te maken van 't geen
+hare zorg mij had bereid. Toch haastte ik mij, want ik achtte het
+onbeleefd den generaal dus zonder toespraak te laten, die inmiddels
+opnieuw wat sluimerziek scheen geworden; maar het bleek mij toch dat
+hij sluimerde als een poes die niet op haar gemak is, met half geopende
+oogen. Zoo ras hij waarnam, dat mijn eetlust genoegzaam was voldaan,
+wenkte hij den kapitein, die niet naliet mij opnieuw in te schenken,
+en fluisterde dezen iets in, waarop hij zich verwijderde, na mij nog
+eens met een onrustigen en nieuwsgierigen blik te hebben gadegeslagen.
+
+Toen wij alleen waren, richtte de generaal zich op uit zijne lustelooze
+houding en sprak mij toe met zekeren deftigen ernst:
+
+"Een woordje onder ons, Jonker! als 't u belieft."
+
+Ik boog mij.
+
+"Maar wees zoo goed hier naast mij te gaan zitten; ik ben een weinig
+hardhoorig."
+
+Toen ik voldaan had aan zijn verlangen, ving hij aan:
+
+"Vergeef mij dat ik u een vraag moet doen, die u eenigszins ongepast
+kan voorkomen.... Is het voor de eerste maal dat gij mijne kleindochter
+hebt ontmoet?"
+
+"Ja, generaal! en de ontmoeting, die zeer toevallig was, was heel
+gelukkig voor mij." Ik gaf hem eene kleine schets van mijn kruistocht
+naar de Werve.
+
+"Nu! dat verheugt me," sprak de grijsaard met een zucht van
+verlichting. "Ik vreesde, om u de waarheid te zeggen, dat er iets
+achter stak. Mijne kleindochter heeft veel goeds, dat mag ik met
+waarheid zeggen, maar zij heeft zoo hare eigenaardigheden; zij kan wel
+eens wat brusk uitvallen en heeft zekere zucht om alles te wagen en
+alles te braveeren, die haar al menige ongelegenheid heeft berokkend,
+al menige vijandschap op den hals gehaald heeft; ik vreesde dat er
+tusschen u en haar iets voorgevallen was, dat zij nu trachtte goed
+te maken, zooals dat haar meer gebeurt."
+
+"De Freule heeft niets bij mij goed te maken, generaal! en de
+welwillendheid waarmee zij mij hier eene goede ontvangst heeft
+toegezegd, moet ik te meer waardeeren, sinds zij niet de gewoonte
+heeft uit banale hoffelijkheid te handelen."
+
+"Ik wenschte wel dat zij die gewoonte wilde aannemen," hervatte de
+grijsaard met een zacht hoofdschudden, "doch wat u betreft, wees
+verzekerd, dat ik hare toezegging niet te schande zal maken; gij zijt
+mij van harte welkom; maar verklaar mij toch iets: Francis zegt dat
+gij van de familie zijt, en ik herinner mij wel dat ik indertijd een
+van Zonshoven heb hooren noemen, die aan mijne overledene vrouw was
+geparenteerd, maar 't is al zoo lang geleden, dat ik waarlijk niet
+meer weet hoe dat in elkander zit!"
+
+"Mijne grootmoeder was eene freule van Roselaer, generaal!"
+
+"Ah! juist, van moeders zijde alzoo; zij moet getrouwd zijn met een
+Fransch edelman, zoo ik mij niet vergis."
+
+"De baron d'Hermaele was van Belgische afkomst, generaal!"
+
+"Nu ja, maar wij waren toen midden in den Franschen tijd, en men
+nam het zoo straf niet op met de nationaliteiten. Ik herinner mij nu
+heel goed de bezwaren die mijne vrouw maakte om ter receptie te gaan,
+uit oorzaak van brouillerie met freule Sophie.... Ik zette het door,
+omdat men de convenances in acht moest nemen, uit aanzien van den
+baron d'Hermaele, die aan onzen prefect was geparenteerd. Het jonge
+paar vertrok naar een der zuidelijke departementen, en ik heb er niet
+meer van gehoord. Later, tijdens de regeering van Koning Willem I,
+vernam ik van derden, dat de baron d'Hermaele in hooge gunst was
+geraakt bij den Koning."
+
+"Die gunst heeft de ongelukkige edelman duur genoeg geboet, daar zij
+oorzaak was dat hij trouw hield aan zijn vorst tijdens den Belgischen
+opstand, 't geen hem door zijne familie zeer kwalijk werd genomen,
+en, wat erger was, den haat van het gepeupel op hem vestigde, in die
+mate dat men zijn kasteel in de nabijheid van Laeken plunderde en
+verbrandde en hem zelven, die zich kloekmoedig tegen die baldadigen
+verzette, op gruwelijke wijze vermoordde."
+
+"Weer een van die feiten uit dien tijd van jammer en verwarring,
+die ik mij nog zoo goed kan voorstellen. Mijne soldaten brandden van
+verlangen om de muiters en plunderaars naar verdienste te straffen,
+maar ongelukkig werd hun lang, veel te lang werkeloosheid opgelegd;
+dan, ik wil mij nu niet meer in die ergernissen verdiepen. Wat is er
+van de weduwe en hare kinderen geworden?"
+
+"Zij was het met de haren ontkomen en keerde naar Holland terug
+met haar zoon en zeven dochters, waarvan de oudste verloofd was met
+jonker van Zonshoven. Het huwelijk ging door ondanks de bezwarende
+tijdsomstandigheden; ik ben hun eenigen zoon."
+
+"Wel, dan ben ik zooveel als uw oud-oom, jonker!"
+
+"Die berekening heb ik ook gemaakt! en daarom...."
+
+"Komt gij mij toch niet over familiezaken spreken, wil ik hopen?" vroeg
+hij in zichtbare onrust.
+
+"Maar mijn waarde heer oud-oom! men kan immers wel over
+familieaangelegenheden spreken, zonder dat het juist onaangename
+moeten zijn?"
+
+"Hm, ja! ik merk wel dat gij een van Zonshoven zijt, en sinds lang
+vreemd aan de jammerlijke veeten die de Roselaers hebben verdeeld. Zij
+hebben elkander in letterlijken zin niets gedaan dan bijten en vereten,
+op zulke wijze dat er schatten verloren zijn gegaan in processen,
+en dat Francis en ik nòg lijden onder de naweeën."
+
+"Ik wil het gelooven, beste oom! maar...."
+
+"Maar uwe moeder was al eene d'Hermaele, dat stelt mij gerust;
+doch zoo 't anders ware, zoo gij een ander bericht kwaamt brengen,
+dat voor Francis pijnlijk zou kunnen zijn of beschamend voor mij;
+ik weet het, men betwist tot de geldigheid toe van mijn huwelijk in
+Zwitserland; of zoo het geldzaken betreft, waarin ik of iemand der
+mijnen betrokken kon zijn, dan bid ik u, wees zoo edelmoedig en spaar
+het haar zoolang het haar gespaard kan worden. Ik ben oud en al zoo
+gebogen onder den last des levens, dat ik er nog wel wat bij dragen
+kan, al ben ik er bijkans onder versuft; mogelijk weet ik er wel iets
+op te vinden om een gat te stoppen of iets dat dreigt af te leiden;
+alleen wees oprecht met mij en zegt het mij ronduit in vertrouwen."
+
+"Wel, generaal! ik zou daar veel op kunnen antwoorden, maar verschoon
+mij voor dit oogenblik. Freule Mordaunt heeft mij dezelfde vraag
+gedaan, met de goede bedoeling om u _zelf_ mogelijke onaangenaamheid
+te sparen, en ik heb haar geantwoord naar waarheid, dat ik kennis kwam
+maken in de hoop de familiebetrekkingen, die al vrij los geworden zijn,
+nader aan te binden. Zij heeft mij de eer gedaan zeker vertrouwen
+te stellen in mijne loyauteit en mij eene exceptie genoemd in de
+familie. Wil gelooven dat ik een oprecht verlangen koester om mij
+dat vertrouwen en die gunstige onderscheiding waardig te maken en
+ik verzeker u dat het mijn grootste triomf zoude zijn, zoo een van
+Zonshoven het geluk mocht hebben de wonden te heelen, voorheen door
+de Roselaers geslagen."
+
+"Dan zou er veel moeten gebeuren, mijn beste jonker!" hernam von
+Zwenken met een zwaarmoedig hoofdschudden, "maar toch, reeds de
+wensch is prijzenswaardig." Na een oogenblik peinzens hervatte hij:
+"De waarheid, dat geld de zenuw is van den oorlog, moet in dezen ook
+gelden voor den vrede. Uwe ijverigste pogingen zouden vruchteloos zijn,
+zoo dit element ontbrak, en toch .... houd mij ten goede zoo ik mij
+vergis, en toch vrees ik dat de van Zonshovens op dit punt schraal
+zijn bedeeld. In mijne herinnering werden zij geacht te behooren tot de
+specialiteit die men _la noblesse besoigneuse_ noemt. Waardige lieden,
+maar die in de noodzakelijkheid waren geraakt om naar winstgevende
+ambten en bedieningen te staan, ten einde te kunnen leven."
+
+"Dat is volkomen waar, generaal! en mijn vader maakte in dezen gansch
+geene exceptie; daarbij was hij zooals ik gezegd heb, getrouwd met
+eene dier zeven freules d'Hermaele, die bij den Belgischen opstand
+alles had verloren, en leven moesten van het pensioen, dat hare moeder
+genoot en dat welhaast met dier overlijden voor haar verloren ging."
+
+"En deed de Koning niets voor de freules?"
+
+"Wat wilt gij, beste oom? De eenige zoon was vorstelijk voortgeholpen,
+maar stierf in den bloei des levens en liet zelf een gezin na. Wat
+verdienstelijks hadden die meisjes nog voor Koning Willem II, dat deze
+geheugen moest houden van de trouw door haar vader den zijnen bewezen?"
+
+"Dat is wel zoo, maar toch, het behoort tot de naaste plichten der
+vorsten, om de digniteit van den adel te helpen ophouden; en wat
+brengt in dieper vernedering dan de armoede?"
+
+"Ik ben het met u eens dat de armoede eene zware beproeving is voor
+elk mensch, en niet het minst in onzen stand, beste oom! maar eene
+vernedering behoeft zij voor niemand te zijn. Het geheim om rijk te
+worden wordt dikwijls niet gevonden, dan met het verlies van zekere
+achting voor zich zelven, en het komt naar mijn gevoelen allereerst
+den adel toe om hier op het _noblesse oblige_ te letten en zich zelf
+niet te kort te doen. Ook daarom kan ik het niet goedkeuren, dat men
+als edelman liever alles wacht van vorstengunst, en alles _afwacht_ wat
+deze oplegt, dan zich mannelijk boven zekere ingeroeste vooroordeelen
+te verheffen en door eigen energie en werkkracht te verwerven, wat
+men _juist om zijne digniteit te handhaven_, niet met de hand op te
+houden, moest willen aftroonen. Ik voor mij heb daar ten minste zoo
+over gedacht, en naar dat beginsel gehandeld."
+
+"Met die uitkomst dat gij, volgens de traditiën uwer voorzaten,
+naar den een of anderen post hebt gestaan?" vroeg von Zwenken wat
+verdrietelijk.
+
+"Tot hiertoe niet."
+
+"Maar daar valt mij iets in, op dit oogenblik is er een van Zonshoven
+minister van buitenlandsche zaken," hervatte de generaal; "dat moet,
+indien ik mij niet bedrieg, een vermogend man zijn; in welken graad
+zijt ge met hem verwant?"
+
+"Hij is mijn oom."
+
+"Welnu, dat is zoo kwaad niet; met een post bij het een of ander
+gezantschap derogeert men niet, en bij wat talent en goede relaties
+komt men dan licht verder."
+
+"Dat stem ik u toe, en ik beken u dat ik in zekere zwakke momenten
+er wel eens over gedacht heb; maar die oom is juist de man, die, om
+maar eene zaak te noemen, door zijn huwelijk met een meisje dat noch
+geest, noch hart, noch beschaving had: den koffiekleurige dochter van
+een schatrijken Oosterling, zich de millioenen van den nabob heeft
+toegeëigend, zonder de arme vrouw iets meer te geven dan zijne hand
+en zijn naam."
+
+"Dat is inderdaad eene jammerlijke mésalliance; maar waaruit volgt
+voor u, dat gij een oom hebt die schatrijk is en kinderloos?" eindigde
+hij vragenderwijze.
+
+"Zeker, en nu al op leeftijd; maar met wien ik gebrouilleerd ben en
+zal blijven zoolang ik het eene laagheid zal achten, om kniebuigingen
+te maken voor hem ter verzoening."
+
+De generaal schudde het hoofd. "Nog altijd wat bloed van de Roselaers."
+
+"Neen! de van Zonshovens waren nooit haatdragend, maar fier, en ziet
+gij, generaal! al heb ik in de wieg niet met tientjes kunnen spelen,
+ik heb geleerd dat er betere trots is dan adeltrots; ik heb geleerd dat
+men geen Cresus behoeft te zijn om zijne onafhankelijkheid te bewaren,
+die ik had moeten opgeven als ik mij in de armen geworpen had van
+dien oom, maar die ik nu heb behouden door eigen werkzaamheid, door
+sober te zijn en met overleg te handelen, door mij geene behoeften te
+scheppen dan die ik met mijn matig inkomen wist te voldoen. Zoo ben
+ik nu vrij man gebleven tot hiertoe, en, om u mijne volle meening te
+zeggen, dat is mij meer waard dan mijn adeldom."
+
+"Bravo! Bravissimo!" Het was de diepe volle altstem van Francis, die
+zich achter mij hooren liet, en de handen die mij zoo dapper hadden
+toegejuicht, legden zich nu vertrouwelijk op mijne schouders. Door de
+half geopende porte-brisée, die het groote salon van de ruime eetzaal
+scheidde, onopgemerkt binnengekomen, daar wij met den rug naar die
+deur toegewend zaten, was zij stil blijven staan om ons gesprek niet
+te storen, maar toen zij hoorde wat hare instemming vond had zij,
+die zoo geheel _de premier mouvement_ was, zich niet kunnen onthouden.
+
+"Gij ziet het, jonker!" sprak de generaal wat verdrietelijk met
+gefronste wenkbrauw, "met zóó te spreken hebt gij mijne kleindochter
+in haar zwak getast. Zij droomt van onafhankelijkheid; het is hare
+illusie niets of niemand noodig te hebben."
+
+"Niet mijne illusie, grootpapa! Mijn _beginsel_ is het: liever vrij
+en arm te zijn om mij zelf te blijven; liever ontberingen te lijden en
+offers te brengen, dan laagheden te doen om behoeften en begeerten in
+te willigen die men mannelijk behoort te overwinnen. Ik zeg mannelijk,
+Leopold! al is hier kwestie van mij zelve, want wat vastheid van wil
+en kloekheid van daad betreft, op punten als deze--daar behoort eene
+vrouw voor geen man te wijken, ja, ik houd mij verzekerd, dat wij
+daarin de meesten uwer vóór zijn."
+
+Von Zwenken beet zich op de lippen, sloot de oogen en dook neer in zijn
+armstoel of hij een knodsslag ontvangen had, maar verslagen achtte
+hij zich toch niet, want na eenige oogenblikken hief hij zich weer
+op en sprak tot Francis: "Ik geef het u toe dat gij het mij afwint in
+kracht om ontberingen te dragen; maar gij zoudt toch niet kwalijk doen,
+u van tijd tot tijd toe te leggen op eenige zelfbeheersching. Op mijn
+leeftijd valt het hard, onder iederen vorm zekere beschuldigingen te
+moeten hooren, als men toch al zooveel geleden heeft en zulke harde
+slagen van het noodlot had door te staan. Zeker had het hier anders
+kunnen en moeten zijn, maar ik.... ik zie helaas! geen kans meer op
+redres. Ik ben niets meer dan een gebogen grijsaard, onmachtig zich op
+te heffen uit het stof der vernedering waarin wij zijn weggezonken; ik
+kan nu eenmaal niet anders leven, al weet ik dat gij u om mijnentwille
+getroost, wat gij niet behoordet te dragen."
+
+"Kom, kom, grootpa! gij weet wel dat mijne uitvallen harder klinken
+dan ze gemeend zijn; gij weet wel dat ik veel wat mij tegen is
+met luchtigheid drage om uwentwil; maar van mij te eischen dat ik
+goedkeuren zoude wat mij ergert, of niet toejuichen wat zoo geheel
+mijne instemming heeft als Leo's uitspraak van daareven, dat is te
+veel gevergd, zulke zelfbeheersching zal ik nooit kunnen oefenen."
+
+"Dat's wel ongelukkig," viel de generaal in, niet zonder wat
+bitterheid; "want wat zal neef Leopold van ons denken, als hij u bij
+iedere aanleiding zekere verwijten hoort uitspreken?"
+
+"Hij zal denken, oom! dat hij in eene familie is gekomen, die zich
+niet voor hem tracht te vermommen, en dat acht hij eene eer en een
+voorrecht."
+
+"Hm! dat's een avantage dat gij ruimschoots zult genieten, jonker! als
+gij hier wat lang blijft," viel nu de kapitein in, die weer binnen was
+gekomen; "onze Majoor vooral heeft de loffelijke gewoonte, iedereen
+zonder aanziens des persoons terstond te zeggen waar het op staat;
+hare opinies, van welken aard ze ook zijn, onverwijld lucht te geven,
+en als er iets wordt gezegd of gedaan dat Haar Hoog Edel Gestrenge
+niet bevalt, parate executie hoor! evenals bij de vonnissen van
+den krijgsraad."
+
+Het was von Zwenken aan te zien dat deze plompe aardigheid over zijne
+kleindochter hem hinderde, maar toch weer sloot hij de oogen en klemde
+de lippen opeen, als wilde hij er liefst niet mee te doen hebben.
+
+"Mij dunkt, kapitein! dat er toch wel eens gratie wordt bewezen,
+anders zoudt gij immers al lang uw congé hebben gekregen," zei Francis
+schertsend; maar toch getuigde die scherts meer van bitterheid dan
+van vroolijke luim.
+
+"Dat bewijst alleen maar mijne lankmoedigheid, freule Majoor. Gij
+weet wel dat ik mij door u laat troeven als een conscrit door zijn
+korporaal. Ik zou van den Prins-Veldmaarschalk niet hebben afgewacht
+wat ik van u verduur."
+
+"Gij begint er zwak en vervallen uit te zien van al dat lijden en
+die mishandelingen," spotte Francis.
+
+"Kapitein!" sprak nu de generaal, die met gebogen hoofd, en in zekere
+zenuwachtige verlegenheid, naar dit katjesspel had zitten luisteren,
+niet zonder onrust zeker hoe het zou afloopen, "kapitein! ik had u
+meen ik mijn wensch te kennen gegeven om _en famille_ te blijven."
+
+"En ik, Excellentie, niet radende dat het onderhoud _en famille_
+zooveel aantrekkelijks voor u zou hebben, kwam het gewone middel
+tegen melancholie voorstellen: een partijtje piquet."
+
+"Dank je, kapitein, nù geen kaarten. Ik wensch van het gezelschap
+van mijn neef te profiteeren."
+
+"En gij komt als een spelbreker invallen, terwijl deze juist op
+het propos was van zijne _Lebensbekentnisse_, die mij groot belang
+inboezemen," beet Francis hem toe. "Gij zoudt veel beter doen met eens
+rond te zien naar mijne rijzweep, die ik ergens op de hei verloren
+heb--aan den zoom van het bosch. Toen ik neef Leo ontmoette, had ik
+haar nog."
+
+"'t Is geen lichte corvée, zoo'n ding weer te vinden in het zand,"
+bromde Rolf.
+
+"Maar gij weet wel.... ik ben er zoo mede ontriefd, en als gij haar
+weerbrengt.... doet gij mij pleizier."
+
+"Nu! daar ik niet van dienst behoef te zijn bij den generaal, zal ik
+het probeeren...."
+
+"Malicieuse despoot!" kon ik niet nalaten tegen Francis te zeggen,
+haar met den vinger dreigend.
+
+Zij kleurde even en glimlachte.
+
+"Och Jonker! dat is nog zoo erg niet," zuchtte de deemoedige vazal;
+"toen freule Majoor nog een kind was, hadt gij het eens moeten
+bijwonen: in die dagen heb ik wel wat anders te doen en te lijden
+gehad."
+
+"Precies!" zei Francis, "toen hebt gij mij mee bedorven en meer dan
+de anderen; zachts dat ge er nu ook wat harder voor boet."
+
+"Als ik zoo zware penitentie doe, moet ik ook absolutie hebben,"
+sprak hij deemoedig.
+
+"Absolutie nooit! maar wapenschorsing, voor den geheelen dag; mij
+dunkt dat is mooi genoeg; ziedaar mijne hand daarop."
+
+Hij nam die met een zacht hoofdschudden en een aarzelenden blik, als
+had hij geen groot vertrouwen in de overeenkomst. Ik zag iets vochtigs
+in zijn oog schitteren, dat mij met zijne brutale gemeenzaamheid
+verzoende, maar waarover hij zich blijkbaar schaamde, want hij onttrok
+zich aan onze opmerkzaamheid door een schielijken aftocht; toch keerde
+hij terug op het oogenblik zelf, dat wij ons voor een vertrouwelijk
+onderhoud hadden gezet, en wendde zich rechtstreeks tot Francis:
+
+"Ik weet wel dat ik u weer storen kom, freule! maar het is, geloof
+ik, nog beter ik--dan Frits. Ik ontmoette aan de brug den koetsier
+van den Jonker, die vragen komt, wanneer hij vóór moet zijn?"
+
+Ik aarzelde met mijn antwoord, in 't ongewisse of mijn wensch om
+zoolang mogelijk te vertoeven niet in strijd zou zijn met de inrichting
+van het huis, toen ik den kapitein halfluid tot Francis hoorde zeggen:
+
+"Ik heb al eens naar de kalkoenen omgezien; daar is er wel één klaar
+voor de keuken, maar.... niet voor vandaag, daar moet gij op rekenen,
+'t is jammer voor _le cher cousin_, maar...."
+
+"_Le cher cousin_, als gij mij daarmee bedoelt," viel ik in, dit punt
+van overleg aangrijpende, "zou ik niets liever wenschen dan den dag
+hier te mogen doorbrengen; alleen, hij maakt niet de minste aanspraak
+op een fijn _diner_."
+
+"Wel! het spreekt vanzelf dat gij blijft eten, neef Leopold, _à la
+fortune du pot_," sprak de generaal, na Francis te hebben aangezien,
+die nog altijd scheen te aarzelen eer zij instemde met de uitnoodiging.
+
+"Het kan niet anders!" sprak zij eindelijk besloten, "wie komt er
+voor een paar uur naar de Werve; daarbij, wij hebben nog zoo weinig
+aan elkaar gehad, maar eigenlijk moest het niet zijn, wij behoorden
+niemand aan onze tafel te nooden...."
+
+"De vraag is maar of gij mij den geheelen dag hier houden wilt,
+Francis," viel ik in, onderstellende dat zij over een schraal menu
+tobde. "Het overige beteekent niets, ik kan het desnoods met een koud
+maal doen...."
+
+"Nu ja! ik ken dat, gij zijt gerust dat men u niet bij het woord
+zal vatten."
+
+"Heusch, Francis, ik...."
+
+"Als gij het meent zijt gij een phenomeen," riep zij lachend, "maar
+genoeg, het blijft er bij. Kapitein wilt gij het eens goed overleggen
+met den koetsier, want het zal noodig zijn dat de jonker niet te laat
+door het bosch rijdt."
+
+"Waarom toch, er zijn hier geen roovers, denk ik? Of vreest ge mogelijk
+dat ik den wilden jager in werkelijkheid zal zien verschijnen?"
+
+"Neen, dat wel niet, maar er zijn doolwegen en...."
+
+"Als gij mij voor zoo _bête_ houdt, rijd ik niet weg vóór midden in
+den nacht...."
+
+"Waartoe die fanfaronnade. Wij zullen vroeg eten en.... om zeven ure
+het rijtuig, kapitein!" sprak Francis met gezag.
+
+"Gij beschaamt mij, Francis, met zoo povere hospitaliteit," viel de
+generaal in, "is 't niet veel beter, dat neef van Zonshoven dezen
+nacht hier logeeren blijft, om morgen op zijn tijd terug te rijden?"
+
+"Een logeergast! grootpapa, gij weet dat zoo niet, maar.... daar zijn
+wij waarlijk niet op ingericht."
+
+"Nota bene!" riep de kapitein met een luiden lach, "wij zouden eene
+halve compagnie kunnen herbergen."
+
+"Uwe compagnie zeker!" viel Francis uit, meer bits dan edelmoedig
+tegenover den man, die als 1ste luitenant was gepensionneerd.... Het
+bleek wel dat hij ontzag had voor zijn Majoor, want hij werd bleek
+van ergernis, maar hij verbeet zich de lippen om een antwoord terug
+te houden en zweeg. Francis scheen toch te goedhartig om de krenking
+niet weer goed te maken: "ik meende, kapitein, dat er plaats genoeg
+zoude zijn voor een half regiment, maar zooals men soldaten huisvest;
+terwijl de Jonker van Zonshoven, aan Haagsche weelde gewoon..."
+
+"Gewoon aan een kamer met alkoof op de tweede verdieping in een
+burgerhuis," repliceerde ik. "Luister, Freule Francis! als gij
+Jonker van Zonshoven niet herbergen wilt om redenen, die voor
+u hare wettigheid kunnen hebben, zeg het dan maar ronduit. Maar
+maskeer ze niet onder zulke uitvluchten; kamers zijn er genoeg,
+dat is onwedersprekelijk, en nu, ik slaap op de eerste stroomatras
+de beste die gij ergens laat neerleggen."
+
+"Ik schaam mij voor u, Francis," sprak de generaal met zachte verlegene
+stem; "dat is weer een van die caprices...."
+
+"Als gij dan volstrekt blijven wilt," sprak Francis, mij aanziende met
+een koel en verdrietelijk gezicht, "zal ik trachten eene slaapkamer
+uit te zoeken waar de ruiten heel zijn. Kom, kapitein, arrangeer
+dat met den koetsier. Van de corvée om de rijzweep te zoeken zijt
+gij verschoond; vandaag fungeert gij als _maréchal de logis_;" en
+haar slaaf bij den arm nemende, zonder een blik op mij te werpen,
+verliet zij met hem het vertrek.
+
+De generaal scheen zijn best te willen doen om den ongunstigen indruk
+weg te nemen, dien hij meende dat ik van Francis moest hebben opgevat.
+
+"Geloof toch," sprak hij, toen wij alleen waren, "dat zij het
+wezenlijk goed met u meent, maar.... er wordt hier niet meer op
+logeergasten gerekend; gij treft haar _au dépourvu_, en dit hindert
+haar, daar zij er zich zeker een genoegen van maken zou, het hier
+recht comfortable voor u in te richten. Eene andere zou den schijn
+weten te bewaren, en u zekere particulariteiten trachten te verbergen,
+die u konden doen twijfelen, of gij hier welkom waart; maar ziet gij,
+dit juist kan Francis niet; mijne kleindochter heeft een uitmuntend
+verstand, een goed hart, een vast karakter, maar zij heeft zoo hare
+eigenaardigheden, die haar veeltijds in een ongunstig licht stellen."
+
+"Welke dame heeft niet hare caprices, hare opvattingen?" viel ik in.
+
+"Ja, maar anderen weten die te kleuren en te dekken met wat blanketsel
+en wat fijn vernis. Francis verstaat niets daarvan; zij heeft
+ongelukkig geene opvoeding gehad zooals die had moeten zijn voor eene
+jonge dame van haar stand. Sergeant.... ik wil zeggen kapitein Rolf
+en zijne zuster hebben haar van jongs aan een weinigje bedorven. Zij
+heeft hare moeder niet gekend, mijn schoonzoon was vreemdeling en
+begreep niets van de eischen eener deftige Hollandsche éducatie. Ik
+was in effectieven dienst en zelden lang genoeg in zijn huis om veel
+acht te kunnen geven op mijne kleindochter, maar er zijn oogenblikken
+waarin ik mij zelf verwijt dat ik, aan zekere rancune toegevende,
+het voorstel niet heb aangenomen van hare oud-tante, die voor hare
+opvoeding wilde zorgen; zij zou dan wel geene vroolijke jeugd hebben
+gehad, dat is waar, maar zij zou ook niet als een wilde rank zijn
+opgeschoten, ongesnoeid en onbuigzaam zooals wij haar nu zien, en
+daarenboven zou hare toekomst verzekerd zijn. Voor dat alles had ik
+mijne persoonlijke grieven moeten ten offer brengen," en de generaal
+liet in diepe moedeloosheid het hoofd op de borst zinken.
+
+Tante Sophie zou zeker hare satisfactie hebben gehad, zoo zij die
+bewijzen van leedgevoel en naberouw bij den gebogen grijsaard had
+kunnen gadeslaan. Ik, als haar representant, meende hem troost te
+mogen geven.
+
+"Kom, Generaal! niet zoo mismoedig. Van eene jonge dame even
+in de twintig is toch waarlijk het laatste woord niet gezegd;
+dat de edele plant wat in 't wilde is opgeschoten, maakt haar te
+frisscher en krachtiger, dat's beter dan de broeikastplanten die onze
+gedistingueerde kostscholen leveren; mogelijk zal de hand van een
+welmeenend echtgenoot nog veel kunnen ombuigen en ten goede leiden...."
+
+"Dat's juist een der groote bezwaren, Jonker; Francis zal nooit
+hare hand leggen in die van een man, dien zij van zulke voornemens
+verdacht hield."
+
+"Juist gezien, grootpapa! Majoor Frans zal te geener stond het commando
+afstaan aan haar mindere; zij wil niets om zich zien dan slaven en
+vazallen, en Jonker Leopold zal wel doen zich naar dit gebruik te
+schikken, zoo hij lust heeft hier conspiraties tegen hare vrijheid te
+smeden," sprak nu Francis zelve, gansch niet op schertsenden toon,
+maar met koelen, bijna minachtenden ernst; en mij een allesbehalve
+vriendelijken blik toewerpende, ging zij voort: "dat is tegen onze
+conventie, neef, dat gij hier het zwak van mijn grootvader vleien
+zoudt met onuitvoerbare plannen te vormen."
+
+"Ik verzeker u, nicht, dat er geen opzet lag in 't geen ik zeide,
+en dat het alleen volgde uit den loop van mijn gesprek met uw heer
+grootpapa, hoewel ik blijf volharden in mijne meening dat een degelijk
+echtgenoot, die zich weet te doen achten, gansch geen verwerpelijke
+gave is voor iedere vrouw in 't algemeen en bovenal voor Majoor
+Frans in 't bijzonder. Als gij dit comploteeren noemt, ben ik hier
+een samenzweerder."
+
+Al sprekende zag ik haar aan met een vasten, uitdagenden blik,
+dien zij fier en vermetel beantwoordde, terwijl een gloeiend rood,
+als van toorn, voorhoofd en wangen overtoog; maar op eens zag ik haar
+bleek worden, het gelaat afwenden, en 't was alleen met een gedwongen
+lachje, dat zij ten antwoord gaf:
+
+"Een samenzweerder die te minder gevaarlijk is, daar de generaal u
+bij de eerste aanleiding de beste zeggen zal, dat freule Mordaunt
+geen anderen dan een schatrijken echtgenoot kan aannemen, en zooals
+gij zelf ons hebt medegedeeld, staan de van Zonshovens niet op de
+lijst der hoogstaangeslagenen in de belasting."
+
+"Maar Francis?" viel de generaal in.
+
+"Wel ja, bon Papa! dat is immers de standmeter waarnaar de heeren
+elkander heden ten dage schatten, en dit zult gij met mij eens
+zijn: als Majoor Frans verkocht moet worden, dan moet het zijn tot
+den hoogsten prijs. En nu, neef Leo! gij valt gelukkig niet in de
+termen, wij kunnen vrienden blijven; loop eens met mij naar buiten,
+ik zal u wat van het terrein laten zien; grootvader kan mee wandelen,
+de wind is gaan liggen, de zon is doorgeschoten, het is bijna zacht
+lenteweer; ik heb ter eere van onzen gast mijn tuinhoed opgezet,
+en hier is uwe muts, grootpa; de chambercloak maar wat toegeknoopt,
+mijn arm genomen en opgemarcheerd. Die donkere, vochtige zaal geeft
+maar muffe en sombere denkbeelden," en reeds sleepte zij den generaal
+mee, terwijl ik in alle gewilligheid volgde. En ziedaar het waar en
+waarachtig verslag van mijne installatie op de Werve, die ik sinds,
+het zal nu al drie weken zijn, niet weer verlaten heb!"
+
+Francis had gelijk, het was zacht lenteweer geworden, en de
+bijkans tegen zijn wil naar buiten gevoerde grijsaard ondervond den
+verkwikkenden invloed van frissche lucht en een ruim uitzicht, toen
+wij achter het kasteel om langs de volière voortwandelden, de generaal
+door den arm zijner kleindochter gesteund, en ik naast haar gaande,
+luisterend naar haar opgewekten kout en de malicieuse reparties die
+zij altijd klaar had, als er iets gezegd werd wat die uitlokte. Met
+eene oprechtheid die aan onvoorzichtigheid grensde, gaf zij de wonde
+plekken van de Werve bloot.
+
+"Neef Leo was nu toch huisgenoot en zou deze zelf gauw genoeg opmerken,
+al wees men hem die niet aan," gaf zij den generaal ten antwoord,
+die minder gulle bekentenissen had gewenscht.
+
+"Het is nu eenmaal niet anders, neef! Wij zijn hier niet rijk, en men
+moet het zijn om een landgoed als dit te bewonen en te onderhouden;
+daarbij is het voor grootpapa geen tijd meer om te laten timmeren en
+verven, hier en daar wat glazen laten maken zou juist geen luxe zijn,
+maar wat zal ik u zeggen, wij zien tegen het werkvolk op."
+
+De volière, die voorheen aangelegd was op eene grootsche schaal en
+met haar verguld netwerk het voorkomen had, eenmaal eene menigte van
+kostbare en zeldzame bewoners te hebben geherbergd en den pluimgraaf
+handen vol werk gegeven te hebben, was nu, zooals Francis niet naliet
+mede te deelen, op verlangen van den kapitein in eene simpele kippenren
+herschapen, terwijl er tegelijk kalkoenen in opgesloten waren,
+bestemd om voor de tafel te dienen, "eene liefhebberij van Rolf,
+die er zelf voor zorgt."
+
+Wij gingen langs eene zachte glooiing opwaarts tot aan een voormaals
+prachtigen steenen koepel, geheel in den rijken stijl van de 18de
+eeuw, maar die ruwe witte muren toonde in plaats van het voormalig
+schilderwerk; de vocht en de achteloosheid der bedienden hadden het
+geheel bedorven, bekende de generaal, "en daar het onze tijd niet
+was om zoo iets op te knappen," voegde Francis er bij, "liet ik
+een brocanteur uit Arnhem komen, die voor de rafelende lappen nog
+een redelijk sommetje bood. Toch is het hier mijn lievelingsplek,
+al biedt het dak geen schuilplaats meer tegen regen en sneeuw; maar
+hier op die rustige bank, die ik er heb laten zetten (gij moet weten,
+de kapitein kan zoo wat timmeren), zijn wij toch nog door de muren
+beschut; kom hier wat zitten, grootvader! Neef Leo moet het heerlijke
+uitzicht genieten over de hoogten en laagten der heidegronden, door
+het prachtige dennenbosch ter eener zijde begrensd."
+
+Het was werkelijk een verrukkelijk uitzicht, en als de zon nu en
+dan door de wolken schoot en er hare lichttinten op wierp, waren er
+effecten die een schilder in geestdrift zouden hebben gebracht.
+
+Francis scheen met volle teugen en met de zorgeloosheid van een
+onnadenkend kind het verrukkelijke schouwspel te genieten; maar de
+generaal werd blijkbaar aangegrepen door smartelijke bijgedachten. Ik
+raadde ze, al sprak hij ze niet uit.
+
+Alles wat hier het oog aanschouwde, de rijke landerijen ingesloten,
+die maar even aan den horizont, links opdoemden, had eenmaal tot de
+bezittingen van de Werve behoord; hij zelf had het goed onbezwaard in
+handen gekregen, en nú, geen duimbreed gronds, geen strookje lands,
+geen enkelen boom kon hij in waarheid meer het zijne noemen, en daar
+zat zijne kleindochter, wie dit alles had moeten ten goede komen,
+in argeloosheid neer, en hij kon haar niet anders nalaten dan eene
+ruïne, indien nog maar eene "ruïne!" moest hij zich zelf zeggen, als
+hij moed had om tot in de diepte van zijn ongeluk neer te dalen. Dat
+mijn raadvermogen mij niet bedroog, bewees mij niet slechts zijn
+somber zwijgen, de weemoedige blik, dien hij op Francis wierp, na het
+vergezicht een tijdlang te hebben aangestaard, maar ook de vraag aan
+mij, waarmee hij zijn stilzwijgen afbrak, en die, schijnbaar doelloos,
+mij zelf in het hart mijner overpeinzingen trof.
+
+"Apropos, neef! wat is er van die zes meisjes geworden?"
+
+Francis lachte luid. "Grootpapa, die op eens belangstelling toont in
+het lot van zes jonge meisjes tegelijk, dat's nogal sterk!"
+
+"Spot niet, kind!" gromde hij, en hervatte met zekeren ernst tot mij:
+"ik bedoel de zes freules d'Hermaele, die zusters uwer moeder."
+
+"Gij wilt weten of Leo misschien door den tijd nog kans heeft om rijk
+te worden," viel Francis weer in, met de haar eigene clairvoyance
+en vermetelheid; "dat's mis, grootpapa, daar is niet één erftante
+bij. Heb ik het geraden, Leo?"
+
+"Maar al te goed. Twee harer zijn sinds lang overleden, twee anderen
+zijn redelijk goed gehuwd, daar zij niet tegen eene _mesalliance_
+opzagen, maar zij hebben kinderen; tante Sophie alleen leeft nog en
+wordt zoo wat door de familie onderhouden, waartoe ik, in tijd en
+wijle dat het lijden kan, ook het mijne bijdraag."
+
+"Tante Sophie!" herhaalde de generaal. "Hadden de Hermaeles de
+handigheid om Sophie Roselaer tot peettante te verkiezen?"
+
+"Denkelijk wel, maar ik weet er waarlijk het fijne niet van te zeggen;
+mijne goede moeder sprak mij zelden van de familieomstandigheden?"
+
+"Maar zou die tante Sophie dan ook de uitverkorene kunnen zijn van
+onze oude kwelgeest freule Roselaer."
+
+De generaal kwam op een voor mij zeer onveilig terrein. Ik kon, ik
+mocht niet oprecht wezen, en ik huiverde tegen dubbelheid, onder de
+eerlijke opene oogen van Francis; zelve kwam zij mij onwillens te hulp.
+
+"Zeker niet!" riep zij met hare gewone levendigheid, "want dan zou
+Leo het ons terstond wel gezegd hebben."
+
+"Dat is waar, kind, en gij, Leo, heeft men u behandeld zooals ons,
+en u zelfs geen kennis gegeven van haar overlijden, zelfs niet
+uitgenoodigd om hare begrafenis bij te wonen?"
+
+"Ik weet met zekerheid dat niemand van de familie daartoe uitgenoodigd
+is, en dat zij met den uitersten eenvoud door haar dokter en haar
+notaris ten grave is geleid."
+
+"Dan is het ook niet twijfelachtig hoe wij door haar behandeld zijn,"
+sprak de generaal, met ergernis zijne kleindochter aanziende en nu zijn
+onderzoek bij mij opgevend. "Ik voor mij had niet anders verwacht;
+wij zijn in vijandschap elkaar niets schuldig gebleven, maar ik
+begrijp mij niet hoe zij het over zich heeft kunnen verkrijgen,
+om het eenige kleinkind harer zuster zóó te berooven."
+
+"Maar is het dan zoo zeker dat zij dit gedaan heeft?" waagde ik aan te
+merken; "in Utrecht is het bekend dat hare testamentaire beschikkingen
+minstens drie maanden moeten geheim worden gehouden."
+
+"Maar toch zeker niet voor de erfgenamen," viel de generaal in;
+"neen! als zij Francis bedacht had zouden wij er al iets van weten
+en dan zou zoo'n notaris zich niet verstouten ons zóó achteloos te
+behandelen; neen! het is maar al te zeker dat zij de familiehaat zoo
+ver heeft gedreven, dat mijne arme kleindochter, die daaraan volkomen
+onschuldig is, er dus onder lijden moet."
+
+"Zonder dat ik een oogenblik op zoo iets als een legaat heb gerekend,"
+viel Francis in, "moet ik u toch bekennen, dat het mij eenigszins
+verwondert, dat tante Sophie ook mij in die familie-_rancune_ heeft
+begrepen."
+
+"Waartoe verwondert u dat?" vroeg von Zwenken, haar aanziende;
+"gij hebt immers nooit iets van haar gezien of gehoord?"
+
+"Dat heb ik juist wel; zeer toevallig, dat is waar, maar toch had
+zij bij die gelegenheid geen reden om zich persoonlijk over mij te
+beklagen, hoewel het mogelijk is dat zij, zooals 't mij meer gebeurt
+bij eene eerste ontmoeting (de ondeugende zag mij even schalks aan),
+een kwaden dunk van mij heeft gekregen."
+
+"Dat lijkt op u," gromde de generaal, "de eenige kans die u mogelijk
+gegeven was om de fortuin bij de haren te grijpen, willens te
+veronachtzamen."
+
+"Maar grootpapa! gij verschiet daar uw kruit in het wilde; gij
+weet immers niet eens wat er tusschen de oude freule en mij is
+voorgevallen?"
+
+"Als het iets goeds ware geweest, zoudt gij het mij wel hebben
+medegedeeld."
+
+"Ik zweeg er van, omdat ik wist hoezeer het noemen van dien naam
+reeds uwe drift placht gaande te maken, en omdat ik het onnoodig vond
+u opnieuw te verbitteren."
+
+"Wat zal ik u zeggen, kind!" hernam de generaal met eene zachte
+bewogene stem, "ik zelf voelde mij te oud en te stram om nog voor
+dat hatelijke wijf eene kniebuiging te maken, en ik geloof dat ik
+liever mijne hand had zien verdorren, dan die haar toe te reiken ter
+verzoening; maar toch gij, ja 't is een zwakheid, ik beken het voor u
+als voor neef Leo, als gij persoonlijk uw pays met haar hadt kunnen
+maken, en ik daardoor wat meer rust had gekregen over uwe toekomst,
+dan zou mij dat zeer verheugd, zeer verlicht hebben."
+
+"Jammer dat ik dit niet geweten heb," zei Francis met een luchtig
+schouderophalen, "want wie weet, zoo ik de kennismaking had voortgezet
+en eens mijn best had gedaan, hoe schitterend Majoor Frans er in haar
+testament ware afgekomen!"
+
+"Maar weergasche spotster! vertel ons dan toch waar en wanneer gij
+die oude hebt gezien en gesproken?"
+
+"Och, 't is nog zoo heel lang niet geleden. Het was in het begin van
+dit jaar; gij weet wel dat ik de reis naar Utrecht moest maken om
+zekere treurige oorzaak, waarmee Leo niets noodig heeft."
+
+"Zij wil 't nooit weten als zij wat goeds doet!" viel de generaal in.
+
+"Och, het was niets dan een zware plicht dien ik te vervullen had;
+ik moest den bekenden dokter D. raadplegen over eene ongelukkige
+krankzinnige, die in een gesticht werd verpleegd. Niet al te best
+onderricht van de uren waarop hij te spreken was, en bovenal omdat het
+met mijn tijd uitkwam, draafde ik, met mijne parapluie onder den arm,
+naar het huis van den grooten man, maakte mij een weinigje boos op
+zijn bediende, die goed vond mij voor den volgenden dag te bescheiden,
+onder pretext dat het spreekuur voor heden verloopen was, en zijn
+meester nu _en famille_ dejeuneerde, waarbij hij niet gestoord wilde
+zijn. Ik voor mij vond, dat er voor iemand van zijn vak dringender
+plichten konden zijn dan een familie-dejeuner; ik dreigde, ik drong
+er op aan gehoord te worden, en dwong hem met mijn kaartje binnen te
+gaan, hetgeen zeer onwillig, zeer schoorvoetend geschiedde; de trouwe
+man wist misschien beter dan ik kon vermoeden, welke inspanning zijn
+heer, nà zulke stonde verpoozing, wachtte; genoeg, mijn aanhouden
+zegevierde over zijn tegenstand, ik werd ten gehoore toegelaten,
+tot mijne bevreemding echter in de huiskamer waar de beroemde man
+als een gewoon mensch zijn boterham zat te eten. Ik werd uitgenoodigd
+mee aan te zitten en mij wat te verkwikken; straks zou men _en tête
+à tête_ besogneeren. Een goed ontbijt ziende, voelde ik zelve dat ik
+gespoord en gereden had, zonder aan eene behoefte te denken die zich
+nu deed gevoelen; ik liet mij niet lang nooden en nam de plaats in
+die mij geboden werd tusschen twee dames van leeftijd, die mij werden
+voorgesteld als des dokters zuster en hare vriendin. Daar het mij
+volstrekt onverschillig was hoe de vriendin van juffrouw D. heette,
+en ik niet voornemens was mijne geheimen aan de ontbijttafel uit te
+storten, bekommerde ik mij niet over die onwetendheid, en toch de
+dame, die mij met hare scherpe doordringende zwarte oogen voortdurend
+gadesloeg, begon mijne nieuwsgierigheid te prikkelen. Zij scheen van
+eene opgewekte levendige natuur en railleerde zeer aardig over personen
+en zaken van den dag; haar oordeel kwam mij voor heel helder te zijn,
+maar onbarmhartig. Hare geestigheid had iets bitters en inhumaans,
+dat ik geen recht had haar te verwijten, omdat ik zelf juist zoo
+zacht niet ben uitgevallen als het de dwaasheden en de gebreken
+mijner medemenschen geldt; maar hoe dat ook zij, het prikkelde mijn
+strijdlust; van _repartie_ tot _repartie_ liep het bijkans op een
+twist uit en...."
+
+"Daar heb je 't al!" riep de generaal; "die oude juffrouw zal zeker
+een vriendin van freule Sophie zijn geweest, en het werd aan deze
+niet op de vriendelijkste manier overgebriefd."
+
+"Wees niet zoo voorbarig, grootpapa! Gij neemt de _pointe_ van mijn
+relaas af eer het er aan toe is; het was tante Roselaer zelve met
+wie ik dus in discussie was geraakt; zij, de slimme feeks, wist wie
+ik was en had mij, naar ik dacht, zoo eens willen schatten. Zij had
+de _malice_ gehad van haar eigen naam en persoon in 't gesprek te
+mengen en scheen mijn opinie daarover te willen uitlokken. Voor die
+verzoeking echter bezweek ik niet. Ik viel in met de mededeeling,
+dat mijne familie aan freule Roselaer geparenteerd was en dat ik,
+meer dan mij lief was, gehoord had van de vijandelijke stemming der
+familieleden onder elkaar, maar dat ik mij toch niet gerechtigd achtte,
+over eene dame die ik niet kende met eene andere die mij niet eens
+bij name bekend was te railleeren, allerminst omdat ik het deloyaal
+achtte eene vijandin te bestrijden achter haar rug."
+
+"Ik dacht niet dat freule Francis Mordaunt zoo bang was voor een duel,"
+werd mij toegevoegd.
+
+"Integendeel!" viel ik uit, "het duel is eene onmisbare zaak in eene
+maatschappij als de onze, het is eenigermate een veiligheidsmaatregel
+tegen leugen en laster. Als ik freule Roselaer in persoon had ontmoet,
+zou ik haar mogelijk mijn cartel zenden." Die wakkerheid scheen de
+andere te voldoen. Zij gaf toe dat ik gelijk had en dat zij maar een
+spiegelgevecht had willen uitlokken, omdat zij van mijne uitvallen
+had gehoord. Het compliment werd gereciproceerd; dokter D. en zijne
+zuster schenen daarbij niet op hun gemak te zijn; de eerste hief de
+séance op, mij uitnoodigend hem in zijn kabinet te volgen. Toen ik hier
+had afgedaan en mij wilde verwijderen ontmoette ik de mij nu bekende
+dame in de vestibule; zij vroeg mij of ik haar een eind weegs wilde
+vergezellen; zij had nog een bezoek te brengen bij een vriend, waar
+het rijtuig haar zou komen afhalen. Ik gaf toe aan haar verlangen,
+maar eenmaal wetende met wie ik te doen had, was ik op mijne hoede,
+en dat gaf zekere strakheid, vooral toen ik op hare noodiging om een
+dagje bij haar door te brengen, een afwijzend antwoord gaf.
+
+"Dat was onbeleefd en onvoorzichtig!" viel de generaal in met een
+hoofdschudden.
+
+"Ik meende geheel in uw geest te handelen, grootpapa! door als excuus
+aan te voeren, dat ik geen uur langer te Utrecht kon blijven dan de
+schikkingen die ik te treffen had noodig maakten."
+
+"Als de generaal u zóó slecht missen kan, is het gelukkig voor hem
+dat gij niet trouwt," voegde zij mij toe; "of heb ik het mis, en is
+er reeds een pretendent?" ging zij voort, mij met hare scherpe zwarte
+oogen aanziende of zij tot mijn binnenste wilde doordringen.
+
+Het antwoord dat ik haar geven kon was, zooals gij wel raden kunt, bon
+papa! zeer geruststellend voor u," voegde Francis er met een ondeugend
+glimlachje bij; "hoe zij het opvatte weet ik niet, want wij raakten
+op dat oogenblik in een moeielijk parket. Een troepje jongelui van
+die soort, die meer op de sociëteit studeert dan in de collegiekamer,
+kwam arm in arm gestrengeld op ons aanhorten, onder niet al te vleiende
+toespraak, hetzij freule Roselaer in Utrecht eene bekende en weinig
+beminde persoon was, hetzij iets in haar of in mijn voorkomen den
+spot- of plaaglust opwekte dier onwaardige muzenzonen. Waarheid is,
+dat haar hoed eenige modes ten achter was, en de mijne ook niet naar
+het laatste plaatje; daarbij zij met haar ouderwetschen _boiteux_,
+ik met mijn regenmantel, beiden zonder crinoline; zij, omdat haar
+leeftijd haar ontsloeg aan zulke dwaasheid mee te doen, ik, omdat ik
+nooit iets navolg dat ik belachelijk vind en niet verkoos mij door
+een cage te laten omsluiten, zagen wij er, ik moet het erkennen, niet
+uit als zulke élégante dames, die voor diergelijke jongelui genoegzaam
+_attraits_ hebben om hunne courtoisie uit te lokken. Toch hadden ze ons
+gemis aan élégantie, dat hen niet deerde, als eene zeer verschoonlijke
+fout kunnen overzien en ons ongemoeid laten voorbijgaan, maar het
+omgekeerde scheen hun meer piquant. Zij stelden zich in onzen weg,
+sloten een kring om ons heen onder het toewerpen van allerlei ongepaste
+benamingen, waarvan "ohé! slappe juffrouw!" "ohé! _mamsel boiteux!_"
+en "hoed! hoed!" nog de minst onwelvoegelijke waren. Ziet gij, neef
+Leo! ik ben geen prude, die een vies mondje trekt als zij een hartig
+woordje zou moeten spreken: _je nomme un chat, un chat_, als het er
+op aankomt, maar lafheid en zoutelooze aardigheden ergeren mij op het
+hoogste, vooral van jongelieden uit den zich noemenden beschaafden
+stand. Ik verkoos hier geen lijdelijk slachtoffer te blijven, en ware
+ik alleen geweest, ik had er mij met mijne parapluie onder den arm
+wel doorgewerkt, maar ik mocht eene dame van tantes leeftijd niet
+blootstellen aan hunne represailles. Gij zegt altijd, grootpapa,
+dat ik zoo onbesuisd te werk kan gaan als men mij driftig maakt, en
+ik beken het gaarne, daar is wat van aan; maar in dezen verdien ik uw
+lof. Ik bleef uiterlijk kalm tegenover hen staan, trof hen niet dan
+met den gloed mijner verontwaardiging die uit mijne oogen lichtte,
+en begon hen dapper de les te lezen over de weinige humaniteit die
+zij, wetgevers, litteratoren en theologanten in dop, betoonden jegens
+personen die hun niets in den weg hadden gelegd. Ik zei hun ronduit
+dat zij zich schamen moesten over zulke manieren, die men op zijn best
+in _gamins_ kon verschoonen; enfin, ik weet niet recht meer de juiste
+termen die ik gebruikte bij mijne allocutie; maar het bleek dat zij
+doel troffen. Enkelen dropen zwijgend af, anderen weken beschaamd ter
+zijde, een hunner zelfs begon zijne excuses te maken en bood zich
+aan, ons geleide te geven tot onze woning, eene hoffelijkheid die
+wij dankelijk afsloegen, zooals gij denken kunt; daarbij hadden wij
+maar eene straat over te steken om bij den notaris van Beek te zijn,
+waar de freule wezen moest; zij dankte mij met zekere warmte voor mijn
+bijstand, prees mijne kloekheid en tegenwoordigheid van geest, doch
+hield mij voor, dat zulke overwinningen op den publieken weg eigenlijk
+niet te pas kwamen voor eene jonge dame van mijn stand. "_Encore une
+victoire et me voilà perdue!_" antwoordde ik lachend. "Het ware zeker
+welvoegelijker geweest, zoo ik het op mijne zenuwen had gekregen,
+maar aan die farces doet Francis Mordaunt niet!" en hierop scheidden
+wij. "Had ik geweten, grootpapa! dat mijn relaas u zoo zou geamuseerd
+hebben als ik nù zie, dan zoudt gij het al drie maanden eerder gehoord
+hebben, maar ik vreesde dat het u slechts verbitteren zou, dat ik
+met tante Sophie in aanraking was gekomen, en daarom zweeg ik er van."
+
+"En daarna nooit weer iets van de freule Roselaer vernomen?" vroeg
+von Zwenken met eene verdrietelijke uitdrukking op het gelaat.
+
+"Neen, maar ik heb toch een vermoeden dat zij mij heeft willen
+verplichten. Hetgeen mij nog te Utrecht ophield, waren schikkingen
+die ik had te maken om de goede verpleging van mijne patiënte te
+verzekeren. De geldkwestie was ook in dezen hoofdzaak, zooals dokter
+D. mij had doen inzien. Welnu, in den loop van den dag kreeg ik een
+briefje van hem, waarin hij mij berichtte, dat dit bezwaar voor mij uit
+den weg geruimd was door een zijner vermogende vrienden, die onbekend
+wilde blijven en geen dank verlangde. Ik onderstelde dat die onbekende
+mijne nieuwe kennis was van dien morgen, en ik verzuimde niet in den
+aangegeven toon het billet van den dokter te reciproceeren. Ziedaar,
+grootpapa! wat er is van mijne kennismaking met oudtante Sophie, en
+waarom het mij eenigszins verwondert, dat zij naar uwe onderstelling
+ook mij in haar wrok tegen de familie heeft begrepen."
+
+De generaal fronste het voorhoofd en mompelde tusschen de tanden:
+"Och van dat wijf kan men alles verwachten."
+
+Maar voor mij was deze mededeeling een lichtstraal. Tante had haar
+testament veranderd na dit voorval, een paar maanden voor haar dood,
+in 't _belang van Francis_ en _niet_ om zich te wreken, dit bleek mij
+duidelijk; zij had zoo nauwkeurig naar mij geïnformeerd om mij tot haar
+mandataris te maken, en ik begreep nu beter dan ooit, dat ik Francis
+moest winnen, moest trouwen; en ik moet u bekennen, Willem! dat die
+noodzakelijkheid mij niet zoo heel hard meer voorkwam. Het is waar,
+Francis had veel zonderlings, er was in haar verleden allerlei
+dat mij nog opgehelderd moest worden eer ik haar met gerustheid,
+met vertrouwen mijne hand kon bieden, maar toch zij had een flink
+karakter, dat bleek mij uit alles; zij was geen onbeduidende nuf, geen
+koud zelfzuchtig wezen, dat aan niets dan aan haar opschik dacht en
+naar allerlei ijdelheid joeg. Zij had mannelijke deugden, en het kwam
+mij voor dat zij zekere vrouwelijke gebreken miste; maar hare zucht
+tot onafhankelijkheid, hare zelfgenoegzaamheid zouden mij geducht in
+den weg staan bij mijn veroveringsplan, dit zag ik reeds nu in. Den
+generaal tot bondgenoot nemen, die zich daartoe wel zou leenen, indien
+hij alles wist, was zeker de zaak verkeerd aangrijpen. Ik had liefst nu
+op ditzelfde oogenblik volkomen oprechtheid willen gebruiken en tante
+Roselaer gerechtvaardigd, die het waarlijk zoo kwaad niet met Francis
+had gemeend; maar ik kon mij nog niet voorstellen veel bij Francis
+gewonnen te hebben, en als ik dan na die gulle bekentenis eens een
+even gul antwoord ontving, dat mij van alle verdere moeite ontsloeg,
+wat dan? Wat moest er dan van dien ongelukkigen grijsaard worden
+en van Francis zelve? Neen, ik moest eer ik sprak eenige zekerheid
+hebben dat ik mijn pleidooi zoude winnen; ook eenige zekerheid voor
+mij zelven, dat ik geen zaak aanvaardde die vooruit verloren was;
+maar al ware ik tot het besluit gekomen om eens eene eerste poging
+te wagen, het goede moment daarvoor was verloopen. Frits kwam op een
+drafje naar ons toe en zei tot Francis, na zijn gewonen militairen
+groet: "Freule! de kapitein laat vragen of u wel aan de saus voor
+de pudding denkt, en of de freule den sleutel wil geven voor de
+provisiekamer? want er is nog geen dessert klaargezet."
+
+"Heel goed, Frits! zeg aan den kapitein dat ik voor alles zal
+zorgen." Toen tot mij: "Excuseer mij, Leo! plicht gaat vóór genoegen,
+en mijn waardige adjudant herinnert er mij aan, dat ik nog keukendienst
+heb." Meteen vloog zij op en was in een wip uit mijne oogen.
+
+"En voor mij zal het tijd worden om een weinig toilet te maken,"
+sprak de generaal opstaande. "Ik dineer nooit in mijne kamerjapon,
+tenzij bij ongesteldheid; gij, neef! zult mogelijk uwe logeerkamer
+wel willen zien? Holà Frits! Frits!"
+
+Frits, die met deftigen militairen stap Francis volgde, was nog
+genoeg in de buurt om de stem van zijn meester te hooren en keerde
+tot ons terug.
+
+"Frits! weet jij waar de jonker logeeren moet?"
+
+"Zeker generaal! Ik heb de reistasch van mijnheer al boven gebracht."
+
+"Zoo! hadt gij een reistasch bij u?" vroeg de generaal met een
+glimlach, mij met eenig opzet aanziende.
+
+"Wat zal ik u zeggen oom! Was het al te onbescheiden, bij goede
+ontvangst op een paar dagen gastvrijheid te rekenen?"
+
+"Wel, volstrekt niet, mijn jongen!" viel hij met gulheid uit; "en wat
+mij aangaat, wat afwisseling is mij zeer welkom; alleen zie dat je
+'t met Francis...."
+
+"De freule heeft mij opgedragen Jonker van Zonshoven zijne kamer te
+wijzen," sprak de trouwe Frits, als om zich te verontschuldigen dat
+hij ons volgde.
+
+"Dat's juist wat ik je ook had te zeggen. Leo, verschoon me zoo ik
+niet zelf de trappen met je oploop," en hiermede scheidden wij, daar
+wij in de groote vestibule waren gekomen en Frits mij voorging links
+af, een breede eikenhouten trap op, die naar de eerste verdieping
+voerde van den linkervleugel, juist die welke mij had toegeschenen
+in niet zeer bewoonbaren staat te zijn; toch was het eene ruime,
+oogenschijnlijk goed gemeubelde kamer, die Frits voor mij opende, waar
+een groot ouderwetsch ledikant met rood moré gordijnen mij het eerst
+in 't oog viel. Overigens moest ik mij eene wijle aan de duisternis
+gewennen die er heerschte, eer ik onderscheiden kon met welke soort van
+behangsel het vertrek gestoffeerd was, want zeker uit gewoonte had men
+van de drie hooge ramen slechts een der blinden opengemaakt, en nog wel
+slechts ten halve; ook toen Frits vroeg of ik nog iets had te belasten,
+wees ik op die bijzonderheid en gelastte hem wat licht te maken.
+
+Hij verroerde geen vin en bleef stokstijf staan, terwijl hij sprak:
+
+"Jonker! de freule heeft gezegd dat de blinden gesloten moeten blijven,
+anders komt er te veel licht.... want er zijn geen gordijnen...."
+
+"O! dat zegt niets, doe maar open."
+
+"Ja maar, ook om de tocht, want, ziet u, omdat er nooit logés komen,
+is dat bij ongeluk vergeten, en, maken gaat nu zoo gauw niet.... hier
+op het dorp is geen glazenmaker."
+
+Ik begreep hem: er waren wel wat veel ruiten stuk. "Nu, dan is het
+goed, Frits. Ik zal mij behelpen met het licht van dit eene raam,"
+en ik liet den goeden man gaan, wiens trouw aan de zaak zijner
+meesteres uit zijne verlegenheid sprak. Het eene blind, geheel
+geopend, liet genoeg licht door, en de enkele ruit die er stuk was
+had men zorgvuldig met wit papier beplakt, zoodat het niet te veel
+tocht doorliet. Het bleek mij nu dat er een geschilderd behangsel
+was, in vakken verdeeld, met vergulde baguettes omlijst, terwijl
+de _boiseries_ en de _dessus de porte_ mede geschilderd en verguld
+waren, alles _style Louis XV_, maar kennelijk door geene meesterhand
+uitgevoerd, en sinds zonder eenige zorg voor het onderhoud aan vocht
+en bederf overgelaten, die er dan ook alle denkbare schade aan hadden
+toegebracht, in vereeniging met ratten en muizen, die hier en daar
+gaten in het doek hadden gebeten. Met de meubels was het eveneens
+gegaan. Het rood damast en de zijden koorden en kwasten van eene
+prachtige sofa, die in een hoek stond, was niet slechts verbleekt,
+maar op menige plek zoo verscheurd en versleten, dat het paardenhaar
+er door kwam; daarbij waggelde zij op drie pooten, terwijl er van de
+hooge, antiek gebeeldhouwde stoelen, eveneens met roode zijde bekleed,
+niet één was waar men met volkomen gerustheid op kon gaan zitten;
+daarentegen stond een tafel met een marmeren blad zoo goed op zijn
+drie berenpoten met vergulde klauwen, of hij u uittarten wilde hem te
+verzetten; maar het blad zelf was overal gebarsten en miste hier en
+daar stukken uit het mozaïk ornament dat eene ster moest voorstellen.
+
+Tegen deze prachtige maar verwaarloosde antiquiteiten vloekte een
+hoogst eenvoudige moderne waschtafel, van grijs geschilderd hout, met
+lichtgroene randen, die hier zeker _à mon intention_ was neergezet,
+vlak onder een ovalen spiegel in rococostijl, die echter zooveel
+geleden had van den invloed der vochtige dampen, dat hij geheel
+onbruikbaar was. Gelukkig had ik een zakspiegeltje in mijne tasch,
+dat mij voldoende hulp verleende om mij een weinigje op te knappen
+voor het diner, sinds ik gehoord had dat de generaal aan die étiquette
+hechtte; Francis had mij gewaarschuwd dat er een etensbel werd geluid,
+en dat men stipt op het appèl moest zijn, wilde men den Generaal
+en zijn staf! geene ergernis geven. Ik was in een oogwenk gereed,
+en daar ik mijne kamer niet nauwkeurig behoefde rond te kijken om
+te weten dat zij het symbool was van de gansche Werve: _Vervallen
+Grootheid_, verkwikte ik mij met het heerlijke uitzicht dat men genoot,
+reeds uit het eene raam dat met schik kon geopend worden. Heenziende
+over den vijver rondom het kasteel, die bijkans tot een moeras was
+uitgedroogd, breidde zich een prachtig Geldersch landschap voor het
+oog uit. Rechts op eenige minuten afstands, lag de ruïne van het
+alleroudste kasteel die ik mij voornam eens te bezoeken. Er stond
+nog een zware, vierkante toren, die bewoonbaar was.... voor kraaien
+en uilen, welke daarvan zeer dapper gebruik maakten; de bogen die
+vroeger de gekleurde glasruiten hadden omsloten, waren nog in hun
+geheel; guirlandes van klimop wonden zich er om heen, dat nu met
+de lente aanving nieuw blad te maken. Het moest eene statige ruïne
+zijn, die ik mij zou aantrekken om haar in wezen te houden als mijne
+rechten op de Werve eenmaal verzekerd waren. Want ondanks alles kon
+ik niet nalaten, het kostbare landgoed aan te zien met de oogen van
+een aanstaanden eigenaar. Ik was het reeds in zekeren zin, en niets
+kon mij hinderen het te aanvaarden als.... Francis maar wilde.... Daar
+luidde de etensbel; ik haastte mij aan de noodiging te gehoorzamen. Ik
+was zeer nieuwsgierig hoe Francis er uit zou zien als zij een weinig
+toilet had gemaakt, hetgeen te onderstellen was uit de exigenties
+van den generaal; maar tegelijk zou ik er voor mij zelf een goed
+voorteeken in zien, na ons gesprek van dien morgen.
+
+De generaal was reeds gezeten, en wees mij de plaats naast hem aan
+de langwerpig vierkante tafel, een meubel dat zeker al diensten had
+verleend onder het souvereine beheer van oud-tante Sophie, zonder
+iets van zijne soliditeit te hebben verloren, en waaraan met gemak
+een twintigtal gasten had kunnen plaats nemen, en wij zouden met ons
+vieren zijn! Ik stelde mij de gezelligheid voor van een groote table
+d'hôte, waaraan men met zijn vieren dineert. De kapitein, ook present,
+nam zijne plaats in over mij, en Francis, die in zekere gejaagdheid
+kwam binnenstormen, zette zich naast hem neer! Daar zat zij dan in
+dezelfde verflensde pensée blouse, die al terstond haar rijkleed
+had vervangen, de prachtige lokken met meer haast dan bevalligheid
+in een koordzijden net gestopt, dat zwaar neerhing onder dien rijken
+last. Een verkleurd sjaaltje was losjes om den hals geknoopt, als om
+diens slanken vorm en blankheid te verbergen, zelfs het eenvoudige
+heldere boordje ontbrak, dat dit genegligeerde toilet nog eenige
+frischheid had kunnen bijzetten. Zeker, ik had niet kunnen verwachten
+dat zij zich in dit oogenblik als eene prinses in een tooverballet
+zou hebben opgesierd; maar dat volslagen afwezen van alle coquetterie
+scheen mij van zoo slechte beduidenis, dat ik, na haar even te hebben
+aangezien, den blik teleurgesteld en ontmoedigd van haar afwendde. De
+ondeugende moet iets van die misrekening hebben opgemerkt, want een
+malacieus glimlachje plooide zich even om haar mond, terwijl zij haar
+levendige blauwe oogen uittartend op mij richtte, als had zij mij
+willen zeggen: "Reken er op dat het mij niet schelen kan hoe gij mij
+vindt!" Overigens wijdde zij zich aan hare plichten van gastvrouw met
+voorbeeldigen ijver en groote bedrevenheid. Zij diende de soep voor,
+sneed de vleeschen en zorgde zelfs voor schoone borden, daar Frits
+zijn zaak als afgedaan scheen te beschouwen, zoodra hij de gerechten
+had opgebracht. De beide heeren, en ik op hun voorbeeld, moesten zich
+lijdelijk schikken naar deze tafelorde, en zoo had zij het dan ook druk
+genoeg. Maar.... een middagmaal voor drie, met een onverwachten gast
+meer en buiten op een afgelegen kasteel, bij lieden die zelf bekennen:
+"_qu'ils sont pris au dépourvu_," en die daarenboven in _gène_ leven,
+kon toch zooveel dienens niet eischen, zult gij zeggen; en gij zoudt
+gelijk hebben, want ik zelf had het mij zoo voorgesteld, maar op de
+Werve gaat alles.... zooals het niet gaan moest, althans zooals men
+het niet had kunnen wachten.
+
+Werkelijk was het niet dan hun gewone tafel, en toch was er een
+overvloed en eene verscheidenheid van spijzen en zulke jacht op
+delicatesse, dat het zeer goed voor een fijn diner kon passeeren. Wij
+hadden, behalve de soep en een gerookte runderrib, fijne geconserveerde
+groenten, "het surrogaat van de primeurs," zooals de generaal zich
+uitdrukte, nog patrijzen in gelei, een schotel _poulet au riz_,
+waarmee wij ons maal hadden kunnen doen, en jonge kropsalade met
+gebakken paling, waarvan de kapitein lachend vertelde "dat hij hem
+in de fuik was geloopen, expresselijk om mij te fêteeren."
+
+Voor plat-doux een pudding met de fameuse saus, in welks belang Francis
+zelve naar de keuken was opgeroepen, en voorts een compleet dessert.
+
+De verschillende wijnen, die de kapitein, permanent tot schenker
+gepromoveerd, met al te veel gulheid en snelheid elkander deed
+opvolgen, voltooide die tafelweelde. Zij waren van de fijnste merken,
+en onze gastheer zoowel als zijn _aide de camp_ zorgden wel dat ik
+deze bijzonderheid niet overzag. Met kennelijke voorliefde werden mij
+de kwaliteiten en de jaartallen der extraatjes aangewezen, en hoewel
+ik mijn best deed om niet al te veel onverschilligheid te toonen en
+mijne soberheid te verontschuldigen met de gewoonte van onthouding,
+die ik mij van jongs aan had eigengemaakt, zag ik wel dat mijn gebrek
+aan geestdrift op dit punt hen eenigszins teleurstelde.
+
+Aan die luxe der spijzen beantwoordde echter noch het servies,
+noch het tafellinnen. Het eerste, Fransch porselein, uit hetzelfde
+tijdperk als de meubelen en 't goudleer behangsel, had blijkbaar veel
+aanstoots geleden van de ruwe hand des tijds of der bedienden, en was
+niet slechts gekramd, maar ook niet meer voltallig, en 't ontbrekende
+was vervangen door gewoon aardewerk, hetgeen den luister en helaas! ook
+de leemte van het geheel te sterker deed uitkomen. Het groote damasten
+tafellaken, dat het huwelijk van eene Spaansche infante voorstelde,
+had zeker dezelfde dienstjaren als het servies; het was keurig fijn,
+maar versleten, en niet altijd met goed geluk gerepareerd; en wat het
+zilver betrof, uit zekere wenken door Francis met de heeren gewisseld,
+uit de haast waarmee ze de gebruikte vorken en lepels naar de keuken
+zond en terug liet brengen, bleek het duidelijk dat er geen vol dozijn
+aanwezig was; daarentegen was er overvloed van keurig glaswerk, waarop
+de kapitein mij attent maakte, als vreesde hij dat deze bijzonderheid
+mij zou ontgaan, terwijl hij er bijvoegde: "Ik voor mij hecht niet
+aan al die fraaiigheid. In den tiendaagschen veldtocht heb ik bier
+gedronken uit een melknap en champagne uit boeren theekommetjes,
+en het smaakte er mij niet slechter om."
+
+"Mits de kommetjes maar niet te klein waren," vulde Francis aan.
+
+"Maar de generaal," ging Rolf voort, zonder de hatelijkheid te
+releveeren, "de generaal is zoo gesteld op alles wat exquis is, dat
+hij liever geen _IJquem_ zou drinken, als hem geschonken werd uit
+een schellings glas! en daar onze majoor.... ik wil zeggen de freule
+oppergebiedster, steeds eene verregaande onverschilligheid toont op
+dit punt, heb ik mij eens en voor altoos belast met de zorg om het
+buffet van Zijne Excellentie in goede orde te houden."
+
+Ik kon niet anders dan hem een compliment maken over zijn _zêle_ in
+dezen, maar toch was er iets in de wijze waarop hij soms den generaal
+zijn titel gaf, dat mij niet beviel, iets sarcastisch dat den grijsaard
+treffen moest, naar ik mij voorstelde, hoewel deze zich hield of de
+speldeprik hem niet raakte. De inferioriteit van zijn middelen bij
+zijne superieuren rang, die vermoedelijk de heimelijke jaloezie opwekte
+van zijn voormaligen krijgsmakker, werd hem dus voelbaar gemaakt op
+eene wijze waarbij elk ander met verontwaardiging zou zijn opgesprongen
+of zich door een scherpe repartie hebben gewroken; maar het scheen dat
+aan von Zwenken daartoe geest- of wilskracht ontbrak, of dat hij uit
+rustliefde het hoofd daaronder boog en de lichte kwetsuur ontveinsde.
+
+Francis daarentegen was meer fijnvoelend en gansch niet gezind zulke
+lankmoedigheid te oefenen; ook liet zij niet na telkens represailles
+te nemen op eigenaardige wijze.
+
+"Foei, kapitein!" viel zij in, "gij moet dat niet zoo aan de klok
+hangen, dat gij hier foeriersdienst doet! Zijt gij misschien bang
+dat Jonker van Zonshoven niet zal opmerken hoe gij u verdienstelijk
+maakt! Maar ziet gij, als iedereen hier zich wilde getroosten mijn
+régime te volgen en zich wist te vergenoegen met ons kristalhelder
+bronwater, dan zouden al die ijver en zorg voor kelderprovisie en
+kostbaar drinkgeschir overbodig zijn."
+
+Werkelijk had ik opgemerkt dat Francis niets dan water dronk en dat er
+op dit punt tusschen haar en den kapitein meermalen een geheimzinnig
+gebarenspel plaats vond, waarna hij telkens met kennelijk verdriet en
+teleurstelling zich onthield. Nu geprikkeld door haar rechtstreekschen
+aanval, viel hij uit: "Precies, freule! daartoe zoudt gij het graag
+willen brengen, opdat welhaast keldermeester en foerier zelf als
+overcompleet op retraite kon worden gesteld, en dan zou het hier de
+volmaaktheid wezen, niet waar?" eindigde hij met eene mengeling van
+bitterheid en weemoed, waarbij zijne lippen trilden.
+
+"Gij weet wel dat het zoo niet gemeend is, kapitein!" gaf Francis
+ten antwoord met zekere norschheid, waarin toch goedhartigheid den
+boventoon had. "Gij weet wel dat wij u hier niet kunnen missen, en
+dat ook niet wenschen, al blijf ik er bij dat het ons allen goed zou
+zijn zekere overdaad te besnoeien."
+
+"_Le luxe c'est le nécessaire_," verzuchtte von Zwenken. "Mij ten
+minste, dat wil ik wel erkennen, neef!" ging hij voort, tot mij gewend;
+"en ongelukkig is Francis dat in 't geheel niet met mij eens; of 't
+al niet erg genoeg ware, hier op de Werve in volstrekte afzondering
+te leven, zou zij mij ook wel willen beduiden, dat ik het recht niet
+meer heb op eene tafel naar mijn smaak en rang, sinds ik mijn pensioen
+heb genomen."
+
+"Het recht daarop, grootpapa! betwist ik volstrekt niet," viel Francis
+in met een pijnlijken glimlach; "alleen...."
+
+"Als we onzen commandant in dezen lieten begaan," hervatte kapitein
+Rolf met eene poging om door scherts eene afleiding te maken, "dan
+zoudt gij zien, dat wij welhaast op half rantsoen gesteld werden. Zij
+verbeeldt zich altijd dat de Werve eene omsingelde vesting is, die
+een hard beleg zal hebben uit te staan, en dat men niet spaarzaam
+genoeg kan zijn met de vivres, alsof zij niet een actief adjudant had,
+die er goed slag van heeft om de noodige fourage binnen te brengen."
+
+"Ik ontzeg u zoomin goeden wil als behendigheid, kapitein!" hernam
+Francis, zijne intentie steunende; "ik zeg alleen: men moet met de
+krijgskas te rade gaan, en dan...."
+
+"Ah bah! wij hebben een Minister van Oorlog die het zoo uitmuntend
+met de Kamer kan vinden, dat er een schitterend budget te gemoet
+wordt gezien," viel de kapitein in; "ik verwed er mijn eerste
+luitenants-pensioen onder, dat er met nieuwjaar voor hoofdofficieren
+verdubbeling van tractement en verhooging van pensioen is te wachten."
+
+"Zoudt ge 't waarlijk denken, Rolf?" vroeg de generaal met eene naïeve
+levendigheid, die ons allen glimlachen deed.
+
+"Wel zeker, Uwe Excellentie! en als de Majoor mij dan maar met de
+administratie laat begaan, sta ik er voor in, dat er nog wel een
+toertje naar Wiesbaden op over zal schieten."
+
+Het diner had den generaal wat geanimeerd; reeds waren zijne bleeke
+wangen meer gekleurd en stonden zijne oogen minder dof; nu schenen ze
+op eens als van onnatuurlijken gloed te schitteren; het bloed steeg
+hem naar het voorhoofd en de aderen zwollen op.
+
+"Nu, kapitein," ving hij aan, "als gij dat mirakel wist te
+bewerken...."
+
+Maar plotseling zweeg hij, verbleekte en sloeg de oogen neer voor
+den scherpen, bestraffenden blik, dien Francis hem toewierp, terwijl
+zij inviel:
+
+"Dankje kapitein, ik houd niet van kunstmiddelen, en mijn grootvader
+is niet meer van den leeftijd om te reizen...."
+
+"Dat zoudt gij wel beter zien, Majoortje, als wij maar eens
+zoo ver waren.... want gij zoudt het bataillon toch wel willen
+begeleiden...." plaagde Rolf.
+
+"Dat zou een waar genot voor me zijn, het toezicht te houden over
+een paar groote kinderen, die niet wijs genoeg waren om alleen te
+loopen...." beet Francis hem toe, maar op gedempten toon, zoodat de
+generaal bij zijne hardhoorendheid de woorden niet verstond; doch
+hij raadde den zin, en zich tot mij keerende sprak hij wrevelig:
+
+"Mijne kleindochter heeft de manie om mij altijd ouder en zwakker voor
+te stellen dan ik werkelijk ben," en in één teug ledigde hij zijn glas,
+dat de kapitein onverwijld weer vulde, terwijl von Zwenken voortging:
+"niet om mijn ouderdom, maar om haar drijven heb ik mij uit den
+dienst teruggetrokken!"
+
+"Grootpapa!" sprak Francis gekrenkt, maar toch met kennelijke
+zelfbeheersching, "ik zou daar veel op kunnen antwoorden.... zoo wij
+alleen waren, maar, wij zijn _niet_ alleen en het is beter dit chapitre
+maar te laten rusten, dat alles behalve amusant is voor neef Leopold."
+
+"En ik moet Zijne Excellentie herinneren, dat wij nog niet eens de
+gezondheid gedronken hebben van onzen gast...." viel de kapitein in,
+zichtbaar in onrust over de wending die het discours had genomen.
+
+Ik voor mij dacht aan de uitspraak, dat een droge bete en rust daarbij
+beter is dan een huis vol geslachte beesten met twist.... en tegenover
+hunne délices herinnerde ik mij de spinasie van mijn kok met slechte
+boter en een dor stukje vleesch en de kalmte die ik daarbij genoot
+in mijne eenzaamheid; maar toch gaf ik Francis in mijn hart gelijk
+dat zij zich ergerde aan een overdaad en verfijning van tafelgenot,
+die zoo weinig voegde bij dit in puin zinkend huis.
+
+De toast, door den kapitein als _pare-tonnerre_ voorgesteld, bleef
+toch niet achterwege.
+
+Ik moest mij dit laten welgevallen en mijn glas aan de lippen brengen,
+ware 't ook alleen om de goede intentiën van Rolf te steunen. Francis
+knikte mij vriendelijk toe, legde met zekere drift hare hand op den
+arm van den kapitein, die deze gelegenheid wilde aangrijpen om haar in
+te schenken, en achtte zich nu gerechtigd op te staan, daar zij geen
+deel wilde nemen aan het dessert, ondanks het wrevelig hoofdschudden
+van den generaal; zij schelde Frits, die sigaren presenteerde, en
+trok zich terug in de _suite_, waar ik haar, juist omdat ik vlak
+tegenover den spiegel zat, kon gadeslaan, zonder dat zij het bemerkte.
+
+Zij wierp zich in een hoek van de breede oud-modische canapé en wrong
+beide handen boven haar hoofd samen, terwijl zij zich de lippen verbeet
+om geen kreet te slaken. Door de snelle en forsche beweging, waarmee
+zij het hoofd liet neervallen, gleed het zijden net af, en de zware
+lokken vielen weer in vollen rijkdom neer over hals en schouders,
+bijkans tot op den grond; zij scheen het niet te bemerken, maar bleef
+in dezelfde houding liggen met gesloten oogen en samengeklemde lippen,
+een beeld der diepste mismoedigheid; ik wendde mijn blik niet van haar
+af, terwijl ik voorgaf naar den kapitein te luisteren, die nu eerst
+recht op zijn praatstoel geraakte en mij een glorieus tafereel ophing
+van zijn krijgstocht naar Hasselt en Leuven, waarbij hij de Willemsorde
+verdiende, en dientengevolge in lateren tijd tot den luitenantsrang
+werd bevorderd; hij had een geduldig, maar niet zeer opmerkzaam
+toehoorder in mij, terwijl de generaal zachtjes aan indommelde, als
+onder het snorren der kogels en den kruitdamp van de _mélée_, waarbij
+Rolf zijne lauweren won, en die hij zoo plastisch mogelijk voorstelde.
+
+Francis lag daar intusschen kennelijk worstelend in een zwaren
+innerlijken strijd, die voor mij veel meer beteekenis had dan de
+heldendaden onzer dapperen, die al dertig jaren in 't verleden
+lagen. Juist toen Rolf een Belgisch vaandel aan flarden reet en een
+hoop "muiters" op de vlucht joeg, scheen de zielesmart van Francis
+tot haar hoogste punt gekomen; zij barstte in tranen uit, en hield
+haar zakdoek voor 't gelaat, als om haar snikken te smoren. Ik kon
+het niet langer uithouden; gekomen in het vaste denkbeeld dat ik
+eene Xantippe zou moeten temmen, zag ik meer en meer in, dat er een
+slachtoffer was te redden. Ik liet den kapitein aan de oude cognac,
+die hij zeide noodig te hebben tegen de verkoeling van de vruchten,
+zag even naar den generaal, die de hoorbare bewijzen gaf van de
+diepste ruste, en liep met zachte, snelle schreden naar Francis toe,
+terwijl ik mijne sigaar wegmoffelde.
+
+Snel hief zij zich op, blijkbaar wat onthutst door mij in hare
+mismoedige bui verrast te worden; maar zij hervatte terstond haar
+_aplomb_.
+
+"Gij kunt gerust rooken, neef, als gij met mij praten wilt," voegde
+zij mij toe, met eene poging om te glimlachen.
+
+"Dat is mijne gewoonte niet tegenover...." dames mocht ik niet zeggen,
+ik bleef in mijne phrase steken.
+
+"Kom! gekheid, zoo'n nuf ben ik niet, dat weet gij nu wel. Wilt gij
+dat ik koffie voor u zal zetten? De heeren dáár gebruiken die niet,
+zij blijven rooken en drinken tot dat...."
+
+Op hare beurt was zij wat verlegen om te voleinden, dus viel ik in:
+
+"Ik wil niets dan een oogenblik vertrouwelijk met u spreken; gunt
+gij mij dat?"
+
+"Wel zeker, dat zal mij pleizier doen; neem dien fauteuil en ga over
+mij zitten, dat praat het gemakkelijkst."
+
+Ik volgde hare aanwijzing en zij ging voort:
+
+"Zeg me allereerst of gij nu begrepen hebt, waarom ik hier geen gast
+wil hebben?"
+
+"Zoo ongeveer.... ik onderstel dat gij vereenvoudiging wenscht, die
+de heeren niet goed vinden, en den omslag dien gasten noodzakelijk
+maken liefst wilt vermijden."
+
+"Nu, voorwaar! gij zult niet weer eerst raden, dat's slim van u, dàt
+uitgevonden te hebben na 't geen gij hier reeds hebt bijgewoond!" en
+de ondeugende lachte mij helder uit; maar zij was weer in goede
+luim geraakt, en dat was altijd iets; hetgeen ik giste durfde ik
+niet uitspreken.
+
+"Ik zie wel, ik moet u zelve op de hoogte brengen, anders komt gij
+er niet. En dàn studeeren de mannen voor rechters en advocaten! en
+zien niet verder dan hun neus lang is! Wat Shakespeare gelijk had,
+dat hij Portia gebruikte om een pleidooi te winnen, waarbij het op
+menschenkennis en scherpzinnigheid aankwam."
+
+"Ondanks mijn respect voor Portia en mijne bewondering voor
+Shakespeare, moet ik u toch doen opmerken, dat ik _niet_ heb
+gestudeerd, hoewel ik overtuigd ben dat mijn gebrek aan doorzicht in
+dezen daarmee niet in verband staat."
+
+"Niet gestudeerd! 't is waar ook, hoe komt dàt? gij zoudt mij dat
+verteld hebben?"
+
+"Dat zal ik u vertellen, Francis; maar laten we eerst van u zelve
+spreken; hoe kortzichtig gij ook meent dat ik ben, toch heb ik
+doorzien, dat gij niet gelukkig zijt, en dat grieft mij; schenk mij
+uw vertrouwen; mogelijk vinden wij samen het middel om uit den weg
+te ruimen, wat u tegen is...."
+
+"Met de lamp van Aladin in de hand, en het _Sésame ouvre toi!_
+als parool, niet waar?" sprak zij met een minachtenden lach, waarin
+bitterheid school. "Neen, beste Leo, onderneem dat maar niet, gij
+zoudt menschen en toestanden beiden moeten veranderen, en nòg! Neen,
+vertel mij liever van u zelven; dat zal mij afleiding geven, en die
+heb ik allereerst noodig. Eilieve! zie ginds die heeren der schepping,
+mijn dagelijksch gezelschap, mijne eenige omgeving," ging zij voort,
+even den blik naar de eetzaal wendende; "zij zijn op het hoogtepunt
+van hun levensgenot gekomen, de generaal is met de sigaar in den
+mond in slaap gevallen, en de kapitein heeft genoeg van zijn cognac;
+hij stopt zijne groote duitsche pijp en waggelt naar de billardkamer
+om in zijn eentje te smoken! Zij komen niet weer bij vóór de thee;
+wij hebben een goed rustig uurtje voor ons. Kom aan, biecht eens
+op," ging zij voort, nu tot mij op een gansch anderen toon dan
+die van laatdunkende bitterheid, waarmee zij over "die heeren der
+schepping" gesproken had, "en zeg mij waarom gij geen advocaat zijt
+geworden?" Zij vestigde al sprekend hare groote blauwe oogen op mij,
+met eene mengeling van belangstelling en wantrouwen, of ze mij verdacht
+een gesjeesde student te zijn.
+
+"Eenvoudig omdat mijn goede vader al te vroeg gestorven is...."
+
+"Een _goede_ vader sterft altijd te vroeg voor iedereen," hernam zij
+met een licht schouderophalen; "zelfs een slechte, die zich niet om
+zijn kind bekommert, is nog een verlies; de uwe liet dus niets na?"
+
+"Dan eene weduwe die gewoon was van een vrij goed tractement te leven,
+en die nu plotseling op een pensioen werd gesteld dat slechts een
+derde daarvan bedroeg. Wij bezaten niets daarnevens dan een titel
+en antecedenten, die allerlei eischen stelden, waaraan wij niet meer
+konden voldoen. Mijne moeder, Brusselsche van geboorte en sinds haar
+huwelijk in den Haag overgeplant, voelde zich daar recht thuis, en
+had zich een schrikbeeld van Leiden gemaakt, dat ik haar niet uit het
+hoofd konde praten; zich bekrimpen, zich behelpen wilde ze, desnoods op
+eene kamer van eene derde verdieping, maar den Haag te verlaten om te
+Leiden samen te gaan wonen met mij, dat scheen haar eene ondragelijke
+ballingschap. Ook wachtte ik mij wel het haar voor te stellen, want
+zij zou het om mijnentwille hebben aangenomen; en zwak en teergevoelig
+als zij was, kon het haar dood zijn geweest. Zij verbeeldde zich dat
+ik toch wel kon blijven studeeren; zij wilde zoo graag heel zuinig
+zijn voor mij, en ik had immers nooit zulke groote sommen noodig
+gehad. Dat was waar. Met de bewustheid, dat er geene fortuin voor mij
+was weggelegd en dat mijne ouders het hunne best konden gebruiken,
+had ik altijd getracht hen het minst mogelijke te kosten, en had met
+copieeren en werken voor anderen aangevuld wat er aan mijne toelage te
+kort kwam. Maar nu! de kosten van tweeërlei huishouding konden niet
+bestreden worden met haar schraal pensioen, zelfs al leefde ik te
+Leiden zooals ik geleefd had. Er werd nu veeleer van mij gevorderd
+te werken voor haar, zou zij niet allerlei lasten en ontberingen
+lijden. Zoo gaf ik er de studie aan en wendde voor dat ik den lust
+tot studeeren verloren had, allereerst tegen mijne moeder zelve en
+hield die rol vol zelfs tegenover vrienden en academie-kennissen. Ik
+wilde niet, dat men haar verwijten zoude doen, evenmin dat men mij
+zoude beklagen! Ik beproefde wat ik met mijne nog weinig geoefende
+talenten als auteur vermocht. Ik begon met vertalen, en de hemel
+weet wat al onbeduidende romans ik op boekverkoopers-bestelling in
+den kortst mogelijken tijd heb afgeleverd; intusschen klopte ik hier
+en daar aan om aan een ambt of in eene betrekking te geraken, die wat
+betere uitzichten voor de toekomst beloofde; tevergeefs: altijd stiet
+ik het hoofd omdat ik geen Mr. voor mijn naam kon zetten. Zoo tobde ik
+een tijdlang, eer ik zekere litterarische connexiën had aangeknoopt,
+die mij op weg hielpen; maar toen eens mijn pseudoniem een goeden
+klank had gekregen, ging het vrij goed; niet zonder inspanning,
+niet zonder offers, dat is zoo, maar toch geene die mij te zwaar
+vielen. Mijne moeder leed geene al te groote ontberingen, behoefde
+zich niet op eene derde verdieping te verschuilen, noch aan alle
+gezellig verkeer te onttrekken, en ik kon haar van tijd tot tijd
+laten deelen in genoegens en uitspanningen, die haar tot behoefte
+waren geworden. Toch bleek het dat hare zwakheid niet bestand was
+om den schok te dragen, dien zij had moeten doorstaan; tevergeefs
+trachtte zij het voor mij te verbergen dat zij leed, ik bemerkte
+het aan alles dat zij de smart van haar verlies niet te boven kon
+komen. Zij verviel langzamerhand tot eene diepe melancholie, waaruit
+niets haar meer konde opwekken, die haar geest benevelde, hare krachten
+ondermijnde, ondanks alles wat er beproefd werd tot hare herstelling,
+en na enige maanden van dit aandoenlijk lijden bezweek zij, zonder in
+eigenlijken zin ziek geweest te zijn. Hoezeer verblijdde ik mij toen,
+dat ik haar het zwaarste offer niet had gevergd en die teedere plant
+niet om mijnentwille had losgerukt uit den grond waar zij wortelen
+had geschoten. Haar afsterven, reeds in den vroegen herfst des levens
+zou mij dan als eene zware schuld op het geweten hebben gedrukt. Nu
+had ik ten minste het mijne gedaan om haar te behouden, ik kon haar
+nastaren met stille berusting, al was het met diepen weemoed. Zoo is
+het gekomen, Francis, dat ik geen Mr. voor mijn naam kan zetten...."
+
+"Nu! gij zijt er mij te liever om," viel zij onbedacht uit; "een
+man die geen egoïst is en zijne ambitie ten offer kan brengen aan
+de zwakheid van eene moeder, van eene vrouw, is eene zeldzaamheid;
+laat mij u daarop goed in de oogen zien, Leo! om de uitdrukking van uw
+gelaat in mijn geheugen te prenten; dus zal ik u in gedachten houden,
+en dat zal mij goed zijn; want om de waarheid te zeggen, ik heb mijne
+redenen om geen al te hoogen dunk te hebben van uwe soort."
+
+Wonderlijk schepsel! op het oogenblik zelf, dat zij zich betuigingen
+liet ontvallen die een onvoorzichtige tot eene declaratie zouden
+hebben verleid, die ik althans had kunnen opvatten om er haar mee in
+de war te brengen, de geweldige mannenhaatster! gaf ze mij te verstaan,
+dat zij vast op mijn heengaan rekende, zonder aan weerzien te denken.
+
+"Hebt gij dan zooveel haast om mij weg te zenden, dat gij nu al op
+een afscheid peinst?" vroeg ik, haar verwijtend aanziende.
+
+"Maar, Leo! gij hebt immers zelf wel begrepen, dat gij hier niet
+blijven kunt, nu gij gezien hebt hoe het hier toegaat?"
+
+"Wat zal ik u zeggen. Ik begrijp wel dat het voor u geen stichtelijk
+schouwspel is, een paar heeren van leeftijd, die zich eene fijne flesch
+goed laten smaken, maar toch, wat mij aangaat, niet zóó afschrikwekkend
+om er mij terstond door te laten verjagen."
+
+"Het kwam mij toch voor, dat gij bij exempel de uiterste matigheid
+hebt gepredikt."
+
+"Niet vreemd. Ik kan niet zoo in eens met mijne gewoonte breken,
+maar als ik luxe hebben kan, zal ik er mij zoo goed in schikken als
+een ander; ik zal hier wel gewennen," sprak ik koeltjes, al zag ik dat
+zij van ongeduld trappelde met de kleine voeten, tot mijne verrassing
+elegant geschoeid.
+
+"Gij houdt van schertsen," sprak zij, na mij even te hebben aangezien,
+kennelijk zich zelve beheerschend om niet een van die uitvallen te
+doen, die de kapitein _parate executie_ noemde, "maar ik vraag u in
+vollen ernst, of gij gelooft dat men de Werve bewonen kan met een
+kolonelspensioen en er zulk eene tafel op nahouden?"
+
+"Wat mij betreft, het is niet aan mij om mijn gastheer en vrouwe de
+rekening te maken; ik kan alleen zeggen, dat ik het jammer zou vinden
+als gij zooveel omslag zoudt maken om mij, al scheen de generaal er
+pleizier in te hebben om mijne welkomst wat te fêteeren; ik heb u
+immers terstond gezegd, dat ik met een schotel groente en wat koud
+vleesch tevreden ben."
+
+"Gij! dat is wel mogelijk, maar vraag eens wat de kapitein daarvan
+zeggen zoude?"
+
+"Wat doet dat er toe? Zijt _gij_ het niet die hier de huishouding
+bestuurt? De generaal heeft toch niet het voorkomen van zoo'n tyran
+te wezen."
+
+"Helaas, neen! het is niet zijne geweldenarij, maar zijne zwakheid,
+zijne jammerlijke zwakheid, die mij zoo diep ongelukkig maakt,"
+viel zij in, met een smartelijk hoofdschudden; "geloof niet dat ik
+den grijsaard geen goed hart toedrage, dat ik hem niet iedere sier
+des levens zou gunnen,--zou willen geven met opoffering van al het
+mijne,--maar dat is de groote grieve, die ik tegen hem heb, dat hij
+zich zoo afhankelijk heeft gemaakt van den kapitein."
+
+"Het komt mij toch voor dat gij waarlijk nog al cavalièrement met uw
+kapitein omspringt; hij zelf noemt u immers zijne gebiedende vrouwe,
+zijn majoor! En gij zoudt zijne toestemming noodig hebben om hier
+bezuinigingen in te voeren die gij noodig acht; op dit punt geloof
+ik dat iedere vrouw het recht heeft hare autoriteit te laten gelden."
+
+"Ziedaar juist wat ik niet kan, niet mag; maar het schijnt wel dat gij
+mij niet met een half woord wilt verstaan. Zoo zal ik u den sleutel
+van dit raadsel in handen geven! dat zal mij tegelijk verlichten; want
+ik ga onder door verdriet en ergernis, die ik altijd moet verkroppen,
+en ik heb niemand, niemand waaraan ik mijn hart eens kan uitstorten;
+gij, gij schijnt mij toe een oprecht, een edelmoedig mensch te zijn;
+'t is waar, ik heb mij in mijne opinie van een man wel eens meer
+bedrogen, maar toch, met u wil ik het er nog eens op wagen,--eene
+teleurstelling meer komt er zooveel niet op aan."
+
+"Schenk mij gerust uw vertrouwen, Francis! Wees er zeker van, dat
+ik een eerlijk man ben, die een oprecht verlangen heeft uw leed
+te verlichten."
+
+"Dat verlang ik niet van u; het zal mij genoeg zijn zoo gij het kunt
+begrijpen en mee gevoelen; maar trek even de porte-brisée toe, dan
+kan niemand in de schemering binnenkomen, zonder dat wij het bemerken."
+
+Ik volgde haar wenk, en toen ik mij weer tegenover haar had nedergezet,
+ving zij aan: "Ziet gij, Leo! toen mijn grootvader zijn pensioen
+had genomen en wij ons hier op de Werve terugtrokken, was het ons
+dringend noodig op bezuiniging bedacht te zijn. Voormaals hadden wij
+een rijkelijke en omslachtige huishouding gehad; de eischen van zijn
+rang, de verplichting als commandant van de kleine vestingstad om
+de autoriteiten, zoowel als zijne officieren, bij zich te ontvangen,
+en, laat ik het bekennen, ons beider gewoonte om in zekere ruimte en
+gulheid te leven, waren oorzaak dat wij bijkans open tafel hielden en
+er altijd op gasten gerekend was; maar door verschillende oorzaken,
+door smartelijke familieomstandigheden niet het minst, was onze
+fortuin in de laatste jaren zoo geslonken, dat het niet mogelijk
+was op dezen voet voort te gaan. Grootpapa zag het toenmaals in
+zoowel als ik; zich verminderen en in werkelijken dienst te blijven
+ging niet, maar hier buiten konden wij leven zooals wij wilden. Wij
+behoefden niemand te zien, wij sneden in één houw alle parasieten
+af, en hoewel het eene hachelijke onderneming was, een kasteel als
+dit te gaan bewonen met eene enkele dienstbode en een oppasser,
+besloten wij toch daartoe, omdat wij slechts twee of drie kamers in
+gebruik zouden nemen en het mij niet te veel was, zelve de handen
+uit de mouw te steken. Bedrijvigheid was mij noodig; ik rekende op
+den moestuin en den boomgaard, op de boerderij, die toen nog bij de
+plaats behoorde, om in bijna al onze behoeften te voorzien, en ik had
+in stilte de bijgedachte om bij zoo zuinige leefwijze zekere bezwaren
+weg te ruimen en de Werve te eenigen tijd uit haar staat van verval
+op te richten. In den eersten tijd ging alles vrij goed; wij waren
+hier in den zomer gekomen; de rust, waaraan wij beiden behoefte
+hadden, de prachtige natuur vol afwisseling, die ons verlokte tot
+gezamenlijke rijtoertjes, alles werkte mee om ons de afzondering te
+veraangenamen. Maar helaas! toen de herfst kwam met hare gure dagen en
+lange avonden, toen de generaal, door zijne rheumatiek gekweld, niet
+meer te paard kon stijgen, kwam de verveling over hem als een gewapend
+man, eene plaag, waartegen ik te vergeefs trachtte te strijden door
+lectuur en muziek. De laatste trok hem weinig aan, hij hield niet van
+lezen en zag zelfs niet graag boeken in de handen van anderen dan de
+prachtwerken die in een salon worden tentoongesteld. Als de courant
+gelezen was, waren wij uitgepraat. Iederen avond het dominospel of
+een _piquet à deux_; mij was het haast onuitstaanbaar, en hem was het
+nog niet genoeg. Wij hadden hier niemand, waaraan wij ons konden of
+wilden aansluiten. Wie hier de notabelen genoemd worden, zijn plompe
+lieden, die daarenboven tot de partij van den burgemeester behooren;
+de dominé is geen man voor ons, en al ware dat, het genot dat men
+vindt in datgene wat men een degelijk discours noemt, valt niet in
+den smaak van grootpapa, al placht hij bij uitnemendheid de man te
+zijn voor het gezellige leven in ruimen kring; en nu hij dat alles
+miste, werd hij knorrig, lusteloos, ving aan te kwijnen en wist
+zich hoe langer hoe minder te schikken naar de eenvoudige leefwijze,
+die ik had ingesteld. Zelve werd ik bijna moedeloos hem dus te zien,
+zonder de middelen te hebben om hem te helpen. Toen noodigde een zijner
+vroegere krijgsmakkers, die eveneens zijn pensioen had genomen, maar
+met het oogmerk om eens recht van zijne fortuin te kunnen genieten,
+hem uit, om eenigen tijd bij hem te logeeren; dat zou afwisseling
+geven, dus zou hij zonder eenige bekommeringen kunnen ademen in een
+atmosfeer naar zijn smaak. De bedoelde kolonel had zich te Arnhem op
+schitterenden voet ingericht en behoorde tot den kring, die er den
+toon gaf. Grootpapa was er volkomen in zijn element; hij bleef er de
+drie wintermaanden."
+
+"En gij?"
+
+"Ik! o, ik bleef hier, dat sprak wel vanzelve; men had vergeten 'Majoor
+Frans' te inviteeren, en toen men er aan dacht, was het zoozeer eene
+invitatie _du bout des lèvres_, dat ik niet zou aangenomen hebben,
+al ware dat mogelijk geweest, maar het kon toch niet, al had men mij
+met nog zooveel gulheid gevraagd. Gij begrijpt wel, Leo! dat ik, mij
+hier verschuilende, eens vooral alle overbodige luxe van toilet had
+afgeschaft; en zonder eene kostbare uitrusting zou ik geen winter in
+de stadswereld kunnen doorbrengen."
+
+"Dat stem ik toe, Francis; maar toch, zelfs hier zou een weinigje
+toilet maken niet overbodig zijn," viel ik in, de gelegenheid
+aangrijpend, om haar op dit chapitre mijn gevoelen te zeggen, om eens
+te zien _hoe_ zij het opnam.
+
+"Och! voor mij komt het er niet meer op aan."
+
+"Foei! zoo moogt gij niet spreken; gij zijt nog jong, gij moet zelve
+weten, dat gij bevallig kunt zijn, als gij maar wilt."
+
+"Daar wil ik niet eens aan denken. Ik zeg met zekere Fransche coquette:
+'_du temps que j'étais femme_' had ik zekere eischen voor mijn
+uiterlijk, dat's voorbij: het komt er niet meer op aan, hoe Majoor
+Frans er uitziet."
+
+"Dat ben ik volstrekt niet met u eens, al wilt gij nog zoo'n Amazone
+zijn. De Amazones zelven weten hare gratie in 't volle licht te
+stellen. Gij maskeert die met opzet; gij doet alles wat gij kunt om
+er onbehagelijk uit te zien, en ik moet u ronduit zeggen, dat gij er
+ditmaal volkomen in geslaagd zijt. Eene jonkvrouw van uwe geboorte
+moest zoo niet aan tafel gaan; gij zaagt er letterlijk uit als...."
+
+"Nu toch niet als een boschwachter," viel zij in met een ondeugend
+lachje; "eerder als eene keukenprinses, die maar even uit haar
+werk is geloopen om inderhaast mee te eten, en dat is maar weinig
+bezijden de waarheid; ik moet tot het laatste oogenblik zorgen voor
+de délicatesses, die noodig worden geacht, en zoo ontbreekt mij de
+lust zoowel als de tijd om toilet te maken."
+
+"Niet eens tijd om een frisch kraagje om te doen, Francis? Dat is
+toch wat sterk."
+
+"Zijt gij zoo'n fat, Leo, om daarop te letten? Nu ja! ik wil het wel
+bekennen, aan _lingeries_ doe ik niet veel meer, 't is hier buiten
+zoo lastig en zoo kostbaar, het is al veel als ik de exigenties
+van den generaal in dezen kan bevredigen; daarbij, voor wie zou ik
+mij opknappen? De heeren daar ginds"--zij wees met een gebaar van
+minachting naar de zaal--"vragen het allereerst of de ommelet goed
+is gesauteerd en of de farci van den kalkoen genoeg _haut goût_ heeft."
+
+"Mij dunkt gij moest het doen omdat gij het u zelve schuldig zijt, en
+ditmaal toch ook voor mij--ja, glimlach maar, ik wil het u toch zeggen,
+dat ik mij aan tafel over u geërgerd heb, al is het waarschijnlijk,
+dat gij deze ergernis hebt beoogd."
+
+"Gij zijt vindingrijk, Leo."
+
+"Gij hebt zoo even met mijn gebrek aan scherpzinnigheid gespot,
+ge zult mij nu toestemmen, dat ik u doorzien heb."
+
+"_À peu près_; gij zijt zoo gul met mij lessen te geven, dat ik u op
+mijne beurt wilde doen verstaan...."
+
+"Dat ik u eigenlijk niet welkom ben...."
+
+"Gij weet wel beter...."
+
+"Eene gastvrouw, die zulk eene opzettelijke nonchalance toont...."
+
+"Wil er mee zeggen, dat zij van alle coquetterie heeft afgezien."
+
+"Coquetterie is ook zoo uitsluitend eene eigenschap van 'de dames,'
+dat ik die bij Majoor Frans nooit gewacht zou hebben," hernam ik;
+"maar de zucht voor betamelijkheid is eene mannelijke eigenschap,
+die men met recht van dezen zou mogen eischen; of moet ik Majoor
+Frans aan de strikte eischen der militaire tenue herinneren?"
+
+"Als gij het nu zoo kras opneemt met mijn majoorstitel!" sprak ze met
+zekere gekrenktheid, terwijl haar kleine voet opnieuw met ongeduld
+trappelde.
+
+"Ik althans ben het niet, die hem u gegeven heb--maar in elk geval
+moet gij kiezen: Majoor Frans, die _en règle_ behoort te zijn, welke
+uniform hij zich ook kiest, of Freule Francis Mordaunt, die geene
+vrijheid heeft om zich aan een neef, een gast, met opzettelijke
+achteloosheid te vertoonen."
+
+"Met er die uitlegging aan te geven, Leo, brengt gij mij waarlijk
+in groote verlegenheid; want al wilde ik--ik kan u in dezen niet
+voldoen. Sinds wij hier op de Werve zijn, heb ik niets nieuws laten
+maken."
+
+"Maar dat is toch zoo lang nog niet."
+
+"'t Is reeds het derde voorjaar, en...."
+
+"Dan zijn uwe toiletten niet meer naar de mode, dat wil ik toegeven;
+maar zij kunnen toch smaakvol zijn. En ik ben er zeker van, dat gij
+u vroeger elegant hebt gekleed."
+
+"Dat geloof ik zelve, hoewel ik niet zelden het verwijt kreeg van
+bizarrerie, omdat ik zoo mijne eigene ideeën had op dit punt, en er
+zekere modes waren, die ik niet verkoos na te volgen."
+
+"Nu, ik houd van originaliteit. Kies uit uwe kostumes er een waar de
+uwe het sterkste in uitkomt, en ik geloof, dat gij er even gracieus
+als interessant zult uitzien."
+
+"En ik ben zeker, dat het juist andersom zou zijn; gij hebt mij gezien
+in het kleed, waarin ik mij het meest mij zelve gevoele, en herinner
+u welk eene figuur ik in uwe oogen heb gemaakt!"
+
+"Neen, dat rekent niet meê, gij hadt u toen zoo toegetakeld...."
+
+"Als de guurheid van dit seizoen het eischte."
+
+"Al verbergt gij u nog zoo voor mij, Francis, ik heb toch al reeds
+te veel echt vrouwelijke kwaliteiten bij u waargenomen om mij te
+laten wijsmaken, dat gij juist in uwe amazone het meest op uw gemak
+zoudt zijn."
+
+"Als gij mij zoo kwelt, dringt gij mij tot de bekentenis, dat ik
+alles weggegeven heb, wat ik te missen had, in dien winter, dien
+ik alleen op de Werve doorbracht; eene arme officiersdochter, die
+als gouvernante in eene deftige familie moest optreden, en die geen
+voldoende _trousseau_ bijeen kon brengen, wendde zich tot mij, die
+zij rijk waande, om hulp. Ik kon geen geld missen; maar ik had toch
+wat te geven. Ik berekende dat ik hier al heel weinig kleedij noodig
+had, en behield niets dan eene enkele zijden japon als zondagskleed,
+en mijne baltoiletten, die haar evenmin te pas kwamen als mij, doch
+waar ik nog aan hechtte als souvenir. En nu, Leo! zijt gij ingewijd in
+'t geheim mijner ledige garderobe. Oordeel nu zelf, wat ik in dezen
+voor u doen kan; gij zult toch niet van mij vergen, dat ik hier in
+danskostuum aan tafel zal verschijnen."
+
+"Hm! hm! wie weet waar ik u nog om plagen zal,
+als wij eens op de Werve feest vieren!"
+
+"Men viert geen feest op de Werve, daartoe hebben we geene gelegenheid
+en geene aanleiding," sprak zij wat knorrig en kortaf.
+
+"Druk er niet te veel op, Francis!" plaagde ik, "gij kunt niet vooruit
+weten wat er nog gebeuren kan; ik ben een stijfkop, zooals gij zelve
+hebt gezegd, en een origineel op mijne wijze zoowel als gij; maar om
+te beginnen zal ik mij tevreden houden met dien zekeren zijden japon,
+die u goed zal staan, dat weet ik vooruit; mits gij wat werk maakt
+van dat prachtige haar en u de moeite geeft de eene of andere parure
+aan te doen!"
+
+"Gij moet weten, Willem, dat ik _à tout hasard_ de sieraden die zij bij
+Overberg te pand had gegeven, in mijne reistasch had gestoken; maar ik
+bemerkte wel dat zij nog vooreerst niet te pas zouden komen. Zij vloog
+op of eene wesp haar gestoken had; hare oogen fonkelden van toorn,
+en al kon ik hare trekken niet meer onderscheiden, ik ben zeker dat
+een gloed van verontwaardiging haar op het voorhoofd steeg, terwijl
+zij op heftigen toon uitviel:
+
+"Ik heb geene parures meer: en ik _wil_ ze niet hebben, verstaat
+gij Jonker van Zonshoven! en dit zeg ik u: als 't u schelen kan of
+wij vrienden blijven àl of niet, vervolg mij dan nooit weer met uwe
+zotte invallen. Ik mag wel eens railleeren; dat geeft wat zout aan
+de conversatie, maar het moet geen bijtend loog worden; en dit is
+kwetsende ironie, mij van mijne diamanten te spreken, terwijl ik bezig
+ben u te vertellen, dat ik alles aan mijne relatiën heb opgeofferd." Ik
+begreep dat ik werkelijk eene pijnlijke wonde had aangeraakt. Ik had
+niet van diamanten gesproken, maar zij herdacht aan de hare die voor
+haar verloren waren, en zij betreurde ze, dat was zeker! Ik had te
+veel deernis met haar om met hare zwakheid mijn voordeel te doen en
+te toonen hoezeer zij zich verraden had; ik antwoordde koeltjes:
+
+"Maar, beste freule Mordaunt! hoe kon ik dat raden? Al vertelt gij mij
+dat gij uwe garde-robe hebt geplunderd ten behoeve van een behoeftig
+jong meisje, dan volgt daaruit immers nog niet.... dat alles wat gij
+mij daar in één adem mededeelt."
+
+"Gij hebt gelijk; met u moet men _les points sur les I_ zetten, zult
+gij verstaan, en ik was er aan bezig; maar gij hebt mij zelf van
+het droevig relaas afgebracht. Grootpapa dan, vond het zorgeloos en
+tegelijk weelderig leven bij zijn vriend te A. zeer naar zijn smaak en
+bleef er tot in het voorjaar; hij kwam tot mij terug, geheel genezen
+van zijne melancholie, maar toch, het bleek dat de kuur wat heel veel
+had gekost, meer dan hij eigenlijk gerechtigd was er voor te geven. Het
+leven onder rijken en aanzienlijken is duur, zelfs al geniet men de
+ruimste gastvrijheid. De generaalsuniform had hij zich niet behoeven
+aan te schaffen, daar hij nooit als zoodanig in werkelijken dienst
+was geweest, maar de kolonelstenue was beneden zijn rang, dus hadden
+wij moeten voorzien in allerlei politieke kleeding, voor ochtend en
+avond, voor groot en klein diner.... en dan, wat er aan handschoenen
+en fooien opgaat, als men met de groote wereld moet meedoen! Gij,
+die in de residentie woont, gij zult er alles van weten, Leo!"
+
+"Zoo goed, beste Francis, dat ik mij eens voor al van uitgaan heb
+onthouden...."
+
+"Grootpapa kon dat natuurlijk niet, en daarbij kwam dan nog het spel,"
+ging zij voort, terwijl zij hare stem nog dieper liet dalen, "het
+spel waarbij men in één winteravond onder gelach en gejuich sommen
+verliest, waarmee een gezin voor het gansche seizoen had kunnen
+onderhouden worden. Helaas! iets dergelijks was met hem gebeurd,
+zoodat hij keerde met bezwaren die.... oogenblikkelijk voorziening
+noodig hadden. Ik, die anders nog al raad wist, stond hem als eene
+verwezene aan te zien, bij die bekentenis. Hij zelf gevoelde veel
+leed over de zorg en 't verdriet dat hij mij op den hals had gehaald,
+en hij redde zich door de boerderij onder de hand te verkoopen, die
+ons echter, ik weet niet uit welke oorzaak, niet veel meer opbracht
+dan het effenen van de gemaakte schulden. En ik! die de stille hoop
+had gevoed, dat wij hier door zuinigheid en goed overleg wat zouden
+sparen om de noodige herstellingen aan 't kasteel te laten doen. Och
+Leo!" zij drukte mij de hand in hare smartelijke gemoedsbeweging,
+"dit hoort onder de bitterste teleurstellingen van mijn somber
+leven. Vol zelfverwijt, en zich bewust dat hij te zwak was om zekere
+verzoekingen weerstand te bieden, zwoer hij alle verkeer met de
+wereld af, en hij heeft woord gehouden; maar welhaast verviel hij
+opnieuw tot de diepste neerslachtigheid, en ik vreesde dat hij van
+verdriet zou verkwijnen onder het régime dat ik hem moest opleggen,
+sinds hij mij bekende, dat hij maar twee derden van zijn pensioen in
+handen kreeg; op het overige was door een onbarmhartigen schuldeischer
+beslag gelegd. Toen kwam de man ons te hulp, die ik u niet meer behoef
+te noemen. Luitenant Rolf had zijn pensioen gekregen, en kwam zijn
+ouden chef opzoeken eer hij zich ergens voor goed vestigde. In de
+laatste jaren was hij door verandering van regiment van ons verwijderd
+geweest, maar hij was niet van ons vervreemd. Mijn grootvader had hem
+geprotegeerd en vele goede diensten gedaan, zonder welke hij nooit
+tot den officiersrang had kunnen bevorderd worden, ondanks zijne
+bravoure in den tiendaagschen veldtocht. Al vóór mijne geboorte
+bekleedde hij in ons huis alle mogelijke functiën die met zijne
+dienstplichten te vereenigen waren. Zijne zuster was mijne min, en
+meer, veel meer dan dat; zij bleef mij bij tot in lateren leeftijd,
+en daar mijne moeder weinige dagen na mijne geboorte bezweek, deed
+zij al wat in hare macht was om mij moederliefde en moederzorge te
+betoonen. Ongelukkig ontbrak het haar aan beschaving, aan geestkracht,
+om de opvoeding van een kind zooals ik was te leiden. Ook heeft zij
+met de beste intentiën ter wereld mij ridderlijk bedorven, daarin
+dapper geholpen door sergeant Rolf, die geen grooter pleizier had dan
+op mijne wenken te vliegen, en die eerder insubordinatie zou hebben
+begaan tegenover zijn kolonel, dan te weigeren iederen dollen inval
+van zijn 'kleinen Majoor,' zooals hij mij noemde, te gehoorzamen. Is
+het vreemd, dat ik nog tegen hem den despoot speel?"
+
+"Neen! maar nu gij dat zelve toch zoo inziet...."
+
+"Zou er betering kunnen zijn, meent gij, doch.... wat zal ik u zeggen;
+_c'est plus fort que moi_.... nu, hij heeft het er wel naar gemaakt om
+wat van mij te lijden.... In vollen ernst, zoo ik hem niet van tijd
+tot tijd op zijn voorman zette, zou het niet lang duren of hij zou
+ons naar zijne hand stellen, en het is juist daarop dat ik komen wilde.
+
+Zijn bezoek was grootpapa eene welkome afleiding; nu tot kapiteinsrang
+geklommen, en niet meer in werkelijken dienst, evenals deze zelf,
+was de distantie genoegzaam weggevallen, om op zekeren voet van
+gelijkheid met elkaar om te gaan. Ik begreep hoezeer een derde
+persoon de gezelligheid zou aanbrengen; een persoon meer was zoo'n
+groot verschil niet bij onze nu eenvoudige leefwijze, een kamer in de
+dichte nabijheid van grootpapa's appartement was licht te arrangeeren;
+als Rolf van zijn pensioen moest leven, kwam die schikking hem zeker
+te stade; wij sloegen het hem voor en het werd dadelijk aangenomen. Ik
+hernam mijn commandement over hem, zooals hij zich uitdrukte; hij
+trachtte zich nuttig te maken op iedere wijze, en zijne goede luim
+vervroolijkte den generaal, al waren zijn aardigheden noch frisch
+noch fijn van gestalte; genoeg, ik was tevreden met deze uitkomst:
+een winter die zich bezwaarlijk had laten aanzien, ging nu vrij rustig
+en zonder al te groote verveling om; daar kreeg Rolf de tijding, dat
+hem eene niet onbelangrijke erfenis te beurt was gevallen van een
+zijner Noord-Brabantsche verwanten. Na eene korte absentie keerde
+hij tot ons terug en stelde voor te blijven, mits hij zijn aandeel
+mocht bijdragen tot de menage. Hij was nu bemiddeld en kon geen
+genadebrood eten, zooals hij het noemde; integendeel, de generaal
+moest hem toestaan, zoo eens het zijne te doen ter veraangenaming van
+het leven. Dit scheen billijk, en ik moest wel toestemmen, daar ik
+wist hoezeer grootpapa, die een verfijnden smaak heeft en op zijne
+aisances gesteld is, zekere ontberingen met heimelijk leedgevoel
+droeg; ik gaf dus toe, dat Rolf op zijne eigene hand zekere luxe zou
+invoeren, maar ik had niet kunnen voorzien welke proportiën deze zucht
+om het zich goed te maken zoude aannemen. Rolf had nooit levensgenot
+gekend, en hij achtte nu zijn tijd gekomen om te genieten; de eenige
+genietingen waarvoor een man op zijn leeftijd, en die voor geenerlei
+intellectueel genot zin had, nog vatbaar was, waren die van de tong,
+en grootpapa was het in dezen volkomen met hem eens. Zoo zeer zelfs,
+dat hij hem in allerlei dwaze verkwistingen liet begaan, zonder zich
+daar tegen te stellen, ja, die aanmoedigde zooals gij gehoord hebt,
+zoodat ik hier dagelijks smulpartijen en zwelgerijen moet bijwonen
+_à deux_, die mij onuitsprekelijk tegenstaan; ik behoef u niet te
+zeggen, hoe mijn grootvader zich daarbij verlaagt en vernedert op
+eene wijze die...." Zij zweeg plotseling; de porte-brisée ging open;
+Frits, die de tafel had afgenomen in de eetzaal, trad nu binnen en
+zette de lamp klaar.
+
+"Heeft de freule niet om het theeblad gescheld?" vroeg hij.
+
+"Is het al zeven uur, Frits?"
+
+"Kwartier er over, Freule, en de Generaal is wakker...."
+
+"Goed, breng dan het theewater binnen!" Francis keek mij aan met een
+bitteren lach en beet zich op de lippen over de teleurstelling, dat
+zij voor 't oogenblik hare ergernis moest inhouden. Welhaast ook kwam
+de kapitein binnenrukken; de conversatie aan de theetafel vlotte niet
+best; de heeren waren wat dof; Francis wat stug en onwillig om aan
+'t gesprek deel te nemen, en de kapitein, op hare los neerhangende
+lokken wijzende, maakte de opmerking, dat de leeuwin hare manen
+schudde, om ons schrik aan te jagen.
+
+"'t Is waar ook!" zei Francis koeltjes; "ik heb verzuimd mijne vlechten
+in het net te arrangeeren; excuseert mij, heeren!" en weg was zij naar
+hare kamer; zeker om er hare opgekropte aandoeningen lucht te geven.
+
+"'t Is toch zonderling, hoe Francis soms hare buien heeft van
+nonchalance," bromde de generaal binnensmonds, haar naziende, toen
+zij de kamer verliet.
+
+"En juist nu er een gast is," stemde de kapitein in, "dien zij zelve
+heeft ingehaald! Dat's onbegrijpelijk!"
+
+"Zij weet, dat het eene impolitesse is, en dat zij mij er mee ergert,
+en toch volgt zij haar eigen hoofd, zonder iets te ontzien," knorde
+de generaal nu met luider stem.
+
+"Zooals we dat van haar gewend zijn, Excellentie!" zei Rolf lachend;
+"maar daarvoor is zij ook onze commandant."
+
+Ik wilde met dat koor niet instemmen, zooals gij denken kunt, en toen
+men dit onderwerp in 't gesprek liet vallen, zaten wij met ons drieën
+alles behalve gezellig bijeen, en de generaal had geen ongelijk, toen
+hij, na nog eene mislukte poging om het discours gaande te houden,
+een partijtje proponeerde.
+
+Ik achtte het voorstel eene uitkomst, en de kapitein had het
+_fiche_-doosje al klaar gezet en Frits gescheld, die het theegoed
+wegnam, eer ik mijne toestemming had gegeven. Er werd een massief
+mahoniehouten speeltafeltje uit een hoek gehaald, de lamp in 't midden
+gezet, daar volgens Frits "de freule geene waskaarsen had uitgegeven,"
+en ons spel ving aan; het sprak vanzelf dat wij ombre speelden,
+en de generaal stelde den prijs van het _fiche_ nog al hoog, naar
+'t mij voorkwam.
+
+Gij weet, Willem! dat ik volstrekt niet van het spel houd, en dat ik
+er mij nooit toe laat bewegen, dan op het uiterste. Sinds den dood
+mijner moeder, die mij nog wel eens in haar whistpartijtje betrok,
+had ik geene kaarten in handen gehad; ik kan mij dus niet beroemen
+een geoefend speler te zijn; maar toch eens aan den slag, ben ik niet
+onverschillig voor de satisfactie, die men heeft van eene moeielijk
+behaalde overwinning, en ik zag terstond dat ik tegenspelers had,
+die mij elke zegepraal duur zouden betwisten, en met iedere distractie
+of onhandigheid lustig hun voordeel zouden doen.
+
+Ik behoefde hen maar een paar trekken te zien maken om te weten,
+dat zij niet slechts geoefende spelers waren, maar ook, dat het
+spel hun iets anders was dan de uitspanning, die men aangrijpt in
+een verlegen oogenblik; dat het spel hun ernst was, ja, meer nog
+dan dat: hun hartstocht was geworden. De generaal vooral bleek zoo
+gecharmeerd op het spel, dat ik mijns ondanks het mijne verwaarloosde
+om hem te observeeren, eene belangrijke, maar smartelijke studie,
+die mij tegelijk een licht deed opgaan over veel wat mij raadselachtig
+was geweest.
+
+De grijsaard onderging als eene gedaanteverwisseling, toen hij
+de kaarten in handen had. Zijne doffe, slaperige oogen glansden
+van intelligentie en schoten vonken van geestdrift. Alles aan hem
+vibreerde; zijne vingertoppen trilden, en toch hielden zij met vaste
+hand zijn spel gevat, dat hij als met valkenblik overzag en er de
+leemte van het onze met geometrische zekerheid uit berekende. Zijne
+fletsche wangen kleurden zich met een flammend rood: zijne neusvleugels
+zwollen op en trokken zich in, naar de wisseling der kansen, en de
+zwakke, fijne man, die als gedrukt en gebogen neerzat, was plotseling
+als aangegrepen door een geest van overmoed en vermetelheid, van
+waaghalzerij, waaraan hij niet zelden een schitterend succes dankte,
+en die mij denken deed aan het devies: de fortuin is met den stoute,
+ook met den stouten speler!
+
+"Zeer zeker!" luidde het antwoord van von Zwenken, "de fortuin is
+eene vrouw die men overheerschen moet, zal ze u dienen."
+
+In het gewone leven merkte ik niet, dat hij dezen regel in praktijk
+bracht: want blijkbaar vreesde hij Francis, daar hij zich alleen
+zijdelings durfde beklagen over 't geen hem in haar mishaagde; maar
+bij het spel maakte hij dien tot waarheid, en met goed geluk.
+
+De kapitein, die bij evenveel routine minder vermetelheid had,
+en vooral minder passie, liet niet na, hem van tijd tot tijd zijne
+waagstukken te verwijten, maar zij gelukten, en dat was zijn triomf.
+
+Ik begreep nu waarom een toertje naar Wiesbaden hem zoo zeer
+aangelachen had en waarom Francis er zich zoo heftig tegen had
+verklaard. Het hazardspel aan de groene tafel, de groote winsten door
+eene enkele wending van het rad, moest zulk een man aantrekken en hij
+zou er meer voor willen wagen dan hij te missen had. Mij ging nu ook
+een nieuw licht op over het lijden van Francis, die zeker gedoemd was,
+elken avond de derde te zijn bij deze overprikkelende uitspanning van
+haar grootvader, en die dat zeker jammerlijke tijdverspilling achtte;
+want zij hield van lectuur, dat had ik reeds opgemerkt.
+
+Gij kunt berekenen, Willem! dat ik onder deze aanmerkingen en
+bijgedachten niet altijd zoo scherp op mijn spel lette, of ik beging
+fouten en _bévues_, terwijl de heeren mij uitlachten en beknorden,
+maar niettemin hun voordeel deden met mijne distractiën en mijne
+inferioriteit, 't geen ik hun niet ten kwade konde duiden, en de
+belangwekkende studie, die ik maakte, was mij dat verlies wel waard;
+dit alles spande mij zoo in, dat ik niet eens over de langdurige
+afwezigheid van Francis dacht, toen de deur openging en zij zelve
+binnentrad in groot toilet, en met een glimlach van voldoening mijn
+uitroep van verbazing, van bewondering, beantwoordend.
+
+Onwillekeurig wierp ik mijn kaarten neer en stond op, haar te
+gemoet. De generaal, die rugwaarts naar de deur zat, keek mij
+verbaasd en wrevelig aan, niet radend, waaraan mijne onbeleefdheid
+toe te schrijven; de kapitein zag om, en stiet een _gros mot_ uit
+van verrassing, eer hij sprak:
+
+"Onze Majoor in gala tenu?"
+
+"Gij vergist u, kapitein," repliceerde Francis, "de freule Mordaunt
+die ter eere van haar neef haar avondtoilet heeft gemaakt."
+
+"Chère cousine, welk eene verrassing! Sta mij toe, u de hand te kussen
+voor die allerliefste inschikkelijkheid."
+
+"Wel zeker; behandel mij maar eens als eene dame, daarbij vindt uwe
+courtoisie zich het meest op haar gemak."
+
+"Als gij mij dat toestaat, zal ik mij de eer geven u naar de canapé
+te geleiden," sprak ik, haar den arm aanbiedend, dien zij ditmaal
+niet afwees.
+
+"Ik hoop nu maar, dat ik goed in mijne rol zal blijven," zei ze met
+een malicieus lachje.
+
+"Wat wonderlijke gril is dit nu weer?" bromde de Generaal, grimmig
+van spijt, want hij had juist een vole in de kleur te declareeren,
+waarop nu geen acht werd geslagen; "den geheelen dag hebt ge hier
+rondgeloopen als asschepoester, en nu...."
+
+"Is de toovergodin tusschenbeide gekomen, en ik verschijn als
+prinses! Dat's de geleidelijke gang van het sprookje, niet waar Leo?"
+
+"En het fameuse glazen muiltje ontbreekt zeker niet," gaf ik ten
+antwoord naar hare snoezige salonschoentjes ziende, die ik reeds
+vroeger had opgemerkt, "en 't is blijkbaar, dat het niemand zal passen,
+dan onze gracieuze Cendrillon zelve."
+
+"Dat is zoo, maar zij zal zorgen het niet te verliezen."
+
+"Waarom niet?" vroeg ik stoutweg, haar diep in de oogen ziende.
+
+"Omdat het ongeraden is den roman van een uur tot eene levenskwestie
+te maken voor u en voor mij," gaf zij ten antwoord, terwijl zij
+zich afwendde.
+
+Een levenskwestie! zij wist niet hoezeer zij de waarheid raakte.
+
+"Als gij op zulk eene schrale ontknooping denkt, is het dan wel de
+moeite waard de eerste bladzijde op te slaan?" vroeg ik zacht en mij
+even tot haar buigende.
+
+"Och, waarom niet? 't is maar eene scène om den avond te korten,
+die anders geheel aan de speeltafel zou gesleten zijn."
+
+De speeltafel? Het viel mij in, dat ik die voor mijn part in staat
+van failliet had verlaten; de generaal liet mij niet lang tijd om
+over dit gebrek aan de orde na te denken.
+
+"Dat alles moge nu heel galant en heel geestig zijn, neef! wat gij
+daar met Francis praat," riep hij mij toe op knorrigen toon; "maar
+'t is geen manier, om zoo van de speeltafel op te staan."
+
+"Excuseer mij, generaal, hier ben ik tot uwe orders," en met een wenk
+aan Francis, die mijn leedwezen genoeg uitdrukte, nam ik mijne plaats
+weer in.
+
+"Als de Freule nu mee wilde doen, konden wij precies een partijtje
+quadrille maken," sprak Rolf.
+
+"Dankje kapitein. Ik wil wel eens vrij van dienst wezen; bepaal
+liever toertjes; ik ga wat muziek maken in de eetzaal; dat zal
+niemand hinderen."
+
+Frits had de porte-brisée opgeschoven en er was licht bij de piano. Ik
+had een Vandaal moeten zijn, zoo ik niet opnieuw eene échappade
+van de speeltafel had gemaakt om Francis op te leiden. Zij had mij
+gewaarschuwd, dat onze roman maar kort zoude duren, en ik mocht geen
+scène van de voorstelling laten verloren gaan. Blijkbaar was zij
+dat met mij eens; de capricieuse, die voorgaf van alle coquetterie te
+hebben afgezien, kwam geheel in mijne bedoeling; zij liet zich door mij
+wegvoeren, en terwijl zij met zekere bevallige achteloosheid haar arm
+in den mijnen liet rusten, sprak zij op een toon van vertrouwelijkheid,
+die mij als echte damesgeveinsdheid in de ooren klonk:
+
+"Gij ziet nu, hoezeer mijn toilet uit den smaak is."
+
+"Maar toch naar een zeer goeden smaak," kon ik mij niet onthouden te
+antwoorden; "en dat weet gij wel, grillige Célimène, al wilt gij mij
+wijsmaken, dat de vrouw bij u onder gegaan is in...."
+
+"Ik weet wat gij meent; spreek het niet uit," viel zij met zekere
+gejaagdheid in, en leunde met hare hand op mijn arm om mij te doen
+zwijgen; "ik zeg u dat ik een oogenblik wil vergeten.... ben ik zoo
+naar uw zin, dat is alles wat ik wil weten."
+
+Een gul antwoord lag mij op de lippen, maar nog intijds hield ik het
+terug bij de overweging dat men met haar op niets rekenen kon en dat
+wijze terughouding in dezen noodzakelijk was.
+
+"Ik zou wel moeielijk moeten zijn zoo ik het tegendeel zei," bracht
+ik uit, mij zelven tot laconisme dwingende, "want gij hebt u waarlijk
+gekleed als voor een hofbal, op het decolleté na."
+
+Inderdaad, bij al de élégance van haar toilet, dat uit roze gaze
+de chambéry bestond, met schitterende zilverlovertjes bezaaid,
+was haar kleed maar even om den hals vierkant uitgesneden, en nog
+door eene witte blonde pelerine gedekt, terwijl de wijde mouwen tot
+over den elleboog hingen en daar weer in witte blonde eindigden, met
+rosestrikken bezet; een tweede rok van dezelfde luchtige schitterende
+stof hing in losse plooien als een peplum over den eersten en gaf wat
+gevuldheid aan het slepende gewaad, die niet door eene crinoline werd
+opgehouden. Zij had het prachtige haar met zorg gekapt in vlechten,
+en eenige loshangende lokken, een paar grisanticums die er losjes
+waren ingestoken, maakten de eenige parure uit; zij droeg geen enkelen
+diamant, hetzij zij werkelijk niets van dien aard meer bezat, hetzij
+ze zulken opschik versmaadde. Zeker is het, dat die mengeling van
+élégance en zedigheid, dat versmaden van sieraad bij zooveel pracht,
+een fijnen tact verrieden,--of de behendigste coquetterie. Bij
+vollen dag zou haar toilet zeker het effect hebben gemist: het rose
+moest wat verflenst zijn en de glimmende lovertjes waren stellig
+tot koper verkleurd; zelfs bij avond was het op te merken, dat er
+wat frischheid aan ontbrak, dat zekere met één woord, wat de nuffige
+dames doet zeggen dat een balkleed geen tweemaal gebruikt kan worden,
+omdat het reeds bij de eerste maal gechiffoneerd is, en hetgeen de
+heeren zulke lange gezichten doet trekken, bij de rekeningen der
+modiste. Bij daglicht zou Francis er gewis hebben uitgezien als
+eene actrice bij een repetitie in kostuum, zonder de voetlichten
+en als de zon op het tooneel schijnt; maar het was nu avond, en er
+was niet te veel licht, en men moest òf kwaden wil òf alleen zucht
+tot kritiek hebben, om niet voldaan te wezen met den eersten indruk,
+die allerbekoorlijkst was. Toch merkte ik nu op, juist nu zij voor 't
+eerst in een elegant vrouwentoilet, voor mij stond, wat mij bij haar
+vroegere wonderlijke manier van zich te kleeden ontgaan was: dat hare
+schoonheid iets bijzonders karakteristieks had, zooals maar zelden
+bij blondines wordt waargenomen. Ik spreek van schoonheid, ik moest
+eigenlijk bevalligheid zeggen, want de trekken waren niet geregeld,
+maar zoo fijn en sprekend, dat ze, vooral bij zekere schraalheid van
+'t gelaat, iets scherps hadden. Zoo de groote blauwe oogen het niet
+goed gemaakt hadden door hunne liefelijkheid, men zou er te veel
+vermetelheid, te veel beslistheid in hebben opgemerkt, maar dat toch
+weer vergoed werd door de bewegelijkheid die een opgewekte geest,
+voor allerlei indruk ontvankelijk, aan het vrouwelijk gelaat kan
+mededeelen. In hare slechte gewoonte om bij iedere aanleiding met
+opzet de houding en manieren aan te nemen die haar martialen bijnaam
+rechtvaardigden, al was die er niet van afkomstig, lag mogelijk meer
+dan in haar oorspronkelijken aanleg de schuld van die zekere stoutheid,
+die hare vijandelijke _vriendinnen_ met den naam van impertinentie
+bestempelden. Levensomstandigheden en opvoeding, men zou liever moeten
+zeggen: gebrek aan opvoeding hadden haar in zekeren zin misvormd tot
+hetgeen zij niet had moeten zijn; zooals vruchtboomen worden geleid
+en verwrongen tegen hunne natuurlijke richting in. Hoe dat ook zij,
+gij begrijpt wel, dat dit alles meer reflexies zijn _après coup_,
+toen ik 's avonds rustig op mijne kamer de voorvallen en indrukken
+van den dag kon recapituleeren, dan dat ik ze maakte in de zeer korte
+oogenblikken, waarin dat onvergetelijk tooneeltje tusschen ons werd
+afgespeeld; en toch duurde het veel te lang, althans voor den generaal,
+die mij toeriep:
+
+"Als gij bij de piano blijft, jonker Leopold, wees dan zoo goed het
+ons te zeggen, want uwe partij zoo in den steek te laten is toch wel
+wat al te onbeleefd."
+
+"Verschoon mij, generaal!" in een wip was ik weer op mijn post bij
+de speeltafel, na Francis een blik te hebben toegeworpen, waaruit
+zij mijn leedwezen moest verstaan.
+
+"Als gij plan hebt om nog eens te deserteeren, moest gij liever verlof
+vragen," sprak de kapitein lachende, "dan zullen wij u behoorlijk uw
+paspoort geven."
+
+Maar de aardigheid scheen niet in den smaak te vallen van den generaal,
+want ik zag dezen verbleeken bij het woord deserteeren, en hij wierp
+den armen Rolf een blik vol verwijt toe over zijne jovialiteit.
+
+"Ik beloof den heeren, dat ik mijn best zal doen om mijne geheele
+aandacht bij het spel te bepalen," antwoordde ik met meer goeden wil
+dan vast geloof in 't volbrengen, want Francis speelde harerzijds
+een spel, dat mij vrij wat meer interesseerde dan de matadors van
+den generaal, die een _sans prendre_ had in de "favorite!"
+
+Francis fantaseerde; het was een wilde, bonte fantasie, als had zij al
+de warrelingen harer strijdige indrukken en gedachten in tonen willen
+uitspreken; het was schril en onharmonisch, zooals het daar zeker in
+haar toeging, maar het bewees zekere meesterschap op het instrument.
+
+Hoezeer men hare opvoeding ook mocht hebben verwaarloosd, aan
+leermeesters scheen het haar toch niet te hebben ontbroken. Want dat
+zij veel wist, veel had gelezen en onderscheidene talen machtig was,
+had ik reeds opgemerkt, en zij moest van een goed musicus geleerd
+hebben, dat zij bij machte was over de difficulteiten te zegevieren,
+die zij zich zelve schiep. Langzamerhand scheen het onweer in haar
+binnenste af te trekken bij de verluchting die zij zich gaf in die
+forsche, bijna woeste tonen, en begon zij zich in liefelijker melodieën
+te uiten, die van zachten weemoed getuigden en daartoe stemden.
+
+"Als ze nog maar eens wat aardigs wilde spelen," fluisterde de
+kapitein mij toe, "zoo'n marsch uit Robert le Diable of eens iets uit
+de Muette; in mijn jongen tijd moest ieder die gaan hooren, daar was
+nog wat aardigheid aan, maar...."
+
+"Francis! om 's Hemels wil, schei uit, _of wij_ moeten er uitscheiden,"
+riep nu de generaal als in wanhoop; "ondanks mijne hardhoorendheid,
+word ik er toch wee van. Is dat een getik en geklinkel! Eerst die
+akelige snijdende tonen, en nu dat sentimenteel gesuis en getril;
+de kapitein wordt er roesig van, en wat het ergste is, het geeft den
+jonker zulke distractie, dat hij allerlei flaters begaat, en zijn
+eigen, ja, ons beider spel bederft. Neen! _mon cher_, ik spreek niet
+te sterk," zei hij, mij aanziende met zulk een _sérieux_ en zulk een
+wrevelig hoofdschudden, dat ik moeite had een glimlach te bedwingen
+toen hij voortging: "de kapitein heeft daareven een _sans prendre_
+gewonnen, die hij had _moeten_ verliezen, als gij u maar de moeite
+gegeven hadt op te letten, welke kleur ik uitspeelde."
+
+Ik moest het bekennen: ik beging fout op fout; het was voor mij geen
+spel meer; het was eene marteling.
+
+Francis had het begrepen; zij kwam mij te hulp.
+
+Zij staakte haar spel, voegde zich bij de speeltafel en sprak tot
+den generaal:
+
+"Willen wij een compromis sluiten, grootpapa? Gij staat mij Leo af,
+om mij te accompagneeren; ik zal wat zingen, en gij continueert met
+den kapitein uw gewoon partijtje piquet."
+
+"Hm, hm, ik zou u dat genoegen willen doen, Francis, maar de jonker
+heeft zooveel verloren; hij dient toch in de gelegenheid gesteld te
+worden, om zijne revanche te nemen."
+
+"Gekheid! daar komt toch niets van, dat weet gij vooruit,
+grootpa!" duwde Francis hem toe, met zekere hardheid.
+
+"Om de waarheid te zeggen, generaal, ik hecht er niet aan," sprak ik,
+"als het mij gegund wordt, in dezen mijne opinie te zeggen; maar mijn
+heele doosje is leeg, laat ons afrekenen."
+
+"Afrekenen, onder ons, dat's malligheid, dat zal niet gebeuren,"
+viel Francis in, met iets gedecideerds in stem en houding dat mij
+tegenstond.
+
+"Als _ik_ gewonnen had, zou ik er aan hechten _mijne_ winsten te
+berekenen, Freule!" zei ik, tot haar gewend, op een toon, die haar
+ongepast voorkwam.
+
+"Nu! gijlieden zult ook wel niet om een gulden het fiche hebben
+gespeeld," hernam zij wat gedwongen, en trad een stap of wat terug.
+
+Dat was waar, maar toch hoog genoeg, om mijn verlies bij guldens te
+berekenen. Ik reikte den kapitein een muntje toe en verzocht de zaak
+voor mij met den generaal en hem zelven in orde te maken. Francis zag
+dit aan met eene onbeschrijfelijke uitdrukking van misnoegen. Zij
+drukte de lippen opeen en werd gloeiend rood, om terstond weer te
+verbleeken; zij fronste onheilspellend de wenkbrauwen; zij trad opnieuw
+toe en strekte de hand uit om het papier aan Rolf te ontweldigen, maar
+ik wierp haar een blik toe, die haar van deze intentie deed afzien.
+
+"Mij dacht, freule, dat gij reeds begrepen zoudt hebben hoe
+onwelvoegelijk in dezen uwe tusschenkomst is," voegde ik haar toe op
+korten, strengen toon.
+
+"Ook goed! mij is 't wel, als gij geplunderd wilt worden!" viel zij
+uit en keerde zich af naar hare piano.
+
+De roman van een uur, was al aan de ontknooping, en geen schitterende
+voorwaar! De generaal was onder dit alles merkwaardig om aan
+te zien. Hij zweeg; hij zweeg, waar alle convenances hem geboden
+hadden te spreken; hij zweeg, maar met eene uitdrukking van gelaat,
+met eene flikkering in het oog, die mij een pijnlijken blik gaven te
+werpen in zijn karakter. De man van opvoeding, van geboorte, die een
+eervollen rang in het leger had bekleed, was een speler, een speler
+niet slechts uit liefhebberij in het nietige spel, maar een speler,
+wien het om winst was te doen, op welke wijze ook verkregen, klein
+of groot, van wien ze hem ook toekwam; voor hem was ik een _arme_
+verwant, het deed er niets toe, hij had gewonnen! hij moest zijne
+winst opstrijken, de lage hartstocht moest zijne voldoening hebben!
+
+Ik voelde wel hoe zeer het fier en onbaatzuchtig gemoed van Francis
+hieronder lijden moest, maar zij zelve had mij op hare wijze
+ontstemd. Zij had zich zoo meesterachtig aangesteld met over mij te
+beschikken als over iets, waarmee zij handelen kon naar welgevallen,
+dat ik het noodig vond haar te toonen, hoezeer zij zich in dezen in
+mij had vergist.
+
+Ik volgde haar wel naar de eetzaal, maar ik stelde niet voor haar
+te accompagneeren, en zij, die er vast op rekende, dat haar wil te
+verstaan en te gehoorzamen voor mij hetzelfde moest zijn, vroeg het
+mij niet.
+
+Eindelijk mij aanziende met zekere mengeling van spijt en
+laatdunkendheid: "Dus speelt gij niet?"
+
+"Ja wel, op mijn tijd, als ik er toe gedisponeerd ben."
+
+"En dat zijt ge nu niet?" hernam zij op een toon, waaruit verrassing
+en gekrenktheid spraken.
+
+"Juist nù niet!"
+
+"O zoo!" bracht zij uit, keerde mij den rug toe en sloeg de toetsen
+zoo forsch aan, dat wij opnieuw wilde, stormachtige klanken moesten
+verduren.
+
+Ik greep eene oude krant en wijdde daaraan geheel mijne opmerkzaamheid;
+daar liet zij de handen weer lusteloos in den schoot rusten, en nam
+den spiegel te baat om mij aan te zien, zonder dat ik het merkte,
+maar ik wilde haar die satisfactie niet geven, en wij fixeerden elkaar
+nu om strijd, of er niets beters in de wereld te doen viel.
+
+Eindelijk preludeerde zij weer, zong het groote alt van Betly, uit de
+_Châlet_, en accompagneerde daarbij zich zelve. Zooals ik wel vermoed
+had, bezat zij een diepe, volle altstem, maar zij deed volstrekt niet
+haar best, om die te doen uitkomen; zij zong met tergende bravoure
+het refrein:
+
+
+ Liberté chérie,
+ Seul bien de la vie,
+ Règne toujours là!
+ Tra la, la, tra la, la, la, la!
+ Tant pis pour qui s'en fâchera!
+
+
+Ik begreep heel goed waarom; ik wist, hoe haar te vergelden.
+
+Ik wierp mijn krant weg, ging bij haar staan naast de piano en
+fluisterde haar in: "Denkt ge er wel aan hoe de aardige operette
+afloopt?"
+
+"Heel goed! zooals dat altijd geschikt wordt in de komedie; maar in
+'t werkelijke leven is het juist omgekeerd, en ik.... ik hecht aan
+de realiteit!"
+
+Juist kwam Frits binnen, om het avondbrood klaar te zetten; er werd
+gelukkig niet gesoupeerd.
+
+De beide heeren waren opgeruimd, de kapitein was luidruchtig en op
+zijne wijze aardig, al waren zijne aardigheden juist niet van den
+besten smaak; ik trachtte met hem in te stemmen, al ging het niet
+van harte, want Francis bleef droog en kortaf tegen ons allen, en
+toonde mij haar humeur, zelfs nog in de wijze, waarop zij mij even
+hare vingertoppen toestak, toen wij elkaar goedennacht wenschten.
+
+
+
+
+
+
+
+ Huis de Werve.
+
+
+Hoe weinig romanesk het ook klinken moge, Willem! ik sliep dien eersten
+nacht heerlijk in het overruime ledikant en op het overzachte bed,
+waar wie weet welke mijner moederlijke voorzaten hunne leden op
+hadden uitgestrekt. Daar er geen oude familie-portretten hingen,
+wier gestalten kwamen rondspoken, stoorde niets mijne nachtrust dan
+wat geknaag van ratten en muizen, dat ik waarnam tusschen de bonte
+en verwarde droomen in, waarin Francis onder allerlei gedaanten de
+hoofdrol speelde, en vreemd, de slaap was mij overvallen, terwijl ik
+mij in gissingen verdiepte over dit zonderlinge wezen, dat mij toch
+aantrok ondanks, neen, zelfs door hare gebreken, die mogelijk slechts
+de overdrijving waren van degelijke kwaliteiten.
+
+Toen ik ontwaakte drong het daglicht in ongetemperde kracht tot
+mij door; want ik had een der blinden niet willen sluiten, om zoo
+vroeg mogelijk iets te genieten van het ongewone schouwspel dat mij
+hier wachtte: een Geldersch landschap, door een lente-ochtendzon
+verlicht. Zonder er op te durven rekenen, hoopte ik zelfs de zon te
+zien opgaan, iets wat bij drukken, nachtelijken arbeid in den Haag
+niet precies tot mijne gewoonte behoort. Maar dit mislukte; want zij
+stond reeds hoog aan den hemel en schoot grillige lichttinten uit over
+het eerwaardige Smyrnasch tapijt, toen ik de oogen uitwreef om mij te
+bezinnen waar ik mij bevond. Toen alles mij weer helder voor den geest
+stond, maakte ik mij op om eens eene fiksche wandeling te doen in de
+buurt van het kasteel. Ik wist, dat men niet matineus was op de Werve;
+het ontbijt althans was op geen al te vroeg uur bepaald. De vraag was
+dus maar, hoe naar buiten te komen zonder den goeden Frits in zijne
+rust te bekorten; dan, mijne bezorgdheid bleek ijdel, want reeds zag
+ik hem in de vestibule bezig. En de groote dubbele deur, die op het
+perron uitkwam, stond wagenwijd open. Zwijgend bracht hij de hand aan
+de muts, toen ik voorbijkwam, en op mijne vraag hoe ik tot de boerderij
+moest komen, die ik uit mijn raam in de verte had zien liggen, wees
+hij mij lakoniek maar afdoend den weg dien ik te nemen had.
+
+Ik genoot van de frissche, nog wel wat scherpe ochtendlucht, onder
+de hooge denneboomen, waarlangs mijn pad ging. Toch kon ik niet,
+zooals ik mij voorgesteld had, de schoone natuur geheel genieten;
+te veel bijgedachten drongen zich aan mij op. De pachthoeve die ik
+wilde bezoeken behoorde reeds aan mij, krachtens de beschikkingen van
+tante Sophie, sinds de generaal die had moeten verkoopen en Overberg
+gezorgd had er de kooper van te zijn; maar dezelfde bewoners waren
+er gebleven, voor welke niets was veranderd dan alleen dat zij de
+huurpenningen moesten brengen bij den procureur, en dat zij betere
+reparatie kregen dan onder het beheer van von Zwenkens ontrouwen
+rentmeester. Overberg had mij aangeraden er eens heen te gaan en
+met de goede lieden kennis te maken; als gast van de Werve kon ik
+er licht een glas versche melk vragen en een praatje aanknoopen,
+dat mij mogelijk een en ander omtrent Francis deed te weten komen,
+wat ik deze zelf niet kon vragen.
+
+Eens op 't chapitre van Francis, raakte ik zoo aan 't mijmeren, aan
+'t fantaseeren, aan 't berekenen der kansen vóór en tegen, dat ik
+niet meer op of omzag, maar alleen met een gejaagden stap voortliep,
+nauwelijks wetende dat ik zoo deed, toen ik op eens Francis zelve
+zag aankomen. Zij kwam reeds van de zijde waar de pachthoeve lag,
+en zij moest er geweest zijn; zij hield een mandje in de hand. Zij
+scheen een oogenblik te aarzelen of zij een anderen weg zou nemen,
+mogelijk wel omdat zij, in eene oude grijze sjaal gewikkeld en met
+een ongracieusen tuinhoed op, zich bewust was weer geen goed figuur
+te maken, mogelijk ook omdat zij mij nog rancune hield. Hoe dit zij,
+hare weifeling duurde maar zeer kort, en zij kwam snel en beslist naar
+mij toe met een opgewekten morgengroet en reikte mij gulweg de hand.
+
+"Zoo, zijn we weer vrienden?" vroeg ik, die hartelijk drukkende en
+haar half lachend, half ernstig in de oogen ziende.
+
+"Ik wist niet dat wij een oogenblik opgehouden hadden dat te zijn,"
+hernam zij, toch wat kleurende, en niet met hare gewone cordaatheid.
+
+"Hm, hm! op het laatst van den avond hebt gij mij geboudeerd, trots
+het beste nufje."
+
+"Zeg dan liever: trots het slechtste, want die vrouwengrillen staan
+heel leelijk, dat ben ik volmaakt met u eens. Maar geloof mij,
+neef Leo!" hier legde zij vertrouwelijk hare hand op mijn arm, "ik
+stelde mij niet knorrig aan uit grilligheid; ik was bezorgd en had
+verdriet. Ik zag wel, dat gij boos op mij waart, en dat mijne wijze
+van doen u ongepast voorkwam, maar, ziet gij, ik kan geen onrecht en
+geene laagheid zien zonder daartegen op te komen. Ik vreesde dat gij,
+om het zwak van mijn grootvader te vleien, u zelf tot dupe liet maken,
+en.... en...."
+
+"Al ware dat, gij hebt toch notie genoeg van ons _point d'honneur_
+om te begrijpen, dat ik hier niemands tusschenkomst kon aannemen."
+
+"Gij hadt mij bekend dat gij arm waart, dat gij u zelven ontberingen
+moest opleggen, en nu zulke nuttelooze verspilling, hier in ons
+huis! Het was bijna een _guet-apens_."
+
+"Neen, neen, dat was het niet; maar al zou het dat geweest zijn,
+voelt gij niet dat het beneden mijn karakter zou zijn om hier gratie
+aan te nemen van wie ook! Ik ben er zeker van, gij hebt tact genoeg
+om mij te begrijpen."
+
+"Gij hebt gelijk; wij zijn het beiden veel te veel eens om zoo te
+harrewarren. Maar ik heb het immers vooruit gezegd dat ik slechte
+manieren heb!"
+
+"Om u de waarheid te zeggen, hier zijn minder slechte manieren in
+het spel dan wel zekere aanmatiging, zekere heerschzucht."
+
+"Welnu! vergeef mij dan die aanmatiging, die heerschzucht!" sprak
+zij schertsenderwijs, maar er trilde iets in hare stem, dat mij
+aanmoedigde om mijne overwinning in dezen voor goed te constateeren.
+
+"Als gij maar bekennen wilt, dat het mijnerzijds geene onjuiste
+opvatting is...."
+
+"Dat kon toch wel zijn, zoo gij er mijn goed hart in hebt miskend;
+want ik begreep dat gij u wildet opofferen om den generaal te believen,
+en ik wilde u vrijmaken."
+
+"Juist, door over mij te beschikken als over iets, dat het uwe was,
+en dat gij naar willekeur kondet draaien en wenden; verschoon mij,
+zoo _iets_ ben ik niet, noch zal dat ooit zijn voor wie ook, en gij,
+die als vrouw zoo fier zijt, en zoo zelfstandig, dat het u tegen is
+ook maar den arm van een man aan te nemen, die u als de meest gewone
+beleefdheid geboden wordt, wat zoudt gij denken van den man die, om aan
+eenige verveling te ontkomen, zich liet beschermen door eene vrouw?"
+
+"Dat is waar!" sprak zij ras en levendig, "zoo'n man.... zou mij.... te
+veel op de anderen lijken om hem niet te minachten; maar nu blijkt
+het mij, dat gij nog rancune houdt van zekere weigering, doch als
+ik nu toestem, dat gij in uw recht waart, en dat ik deze correctie
+verdiend heb, zult gij dan ook niet erkennen, dat gij dat kleine
+vergrijp wel wat hoog opneemt?"
+
+"Niet te hoog, Francis; het plantje onzer vriendschap is nog zoo teer
+en daarbij zoo kostbaar, dat het wel waard is met wat zorg gekweekt
+te worden, en als wij het eens eene verkeerde plooi laten nemen,
+zou het nooit gezond en krachtig kunnen opgroeien."
+
+"Als gij het zóó ernstig opvat met die vriendschap," hernam zij,
+terwijl een vluchtige blos hare wangen kleurde, "wil ik toegeven dat
+gij in uw recht waart met mij te kapittelen; maar na zulke concessie
+moet het kibbel partijtje van gisteravond óók vergeten en vergeven
+worden, zonder arrière pensée, niet waar?"
+
+"Geene andere nagedachte dan die...... aan uwe echt vrouwelijke
+beminnenswaardigheid, die de oprechte verzoening verzekert," riep ik
+uit, verrukt, weggesleept door den indruk dien zij in dat oogenblik op
+mij maakte, en hare hand vattende, die ik met innige teederheid kuste.
+
+"Leo! wat doet gij!" riep zij, bleek en met tranen in de oogen;
+hare trekken hadden iets lijdends, of ik haar pijn had gedaan.
+
+"Onze vriendschapsbond verzegelen; laat u dat niet verschrikken noch
+ontrusten; van nu aan neem ik de leiding daarvan op mij, en--ik ben
+een eerlijk man; daar kunt ge staat op maken!"
+
+"Leo! Leo! gij weet niet wat gij doet," sprak zij zacht en dof, de
+beide handen op het hart drukkende, als wilde zij dat verbieden te
+kloppen, "gij vergeet aan wien gij dat alles zegt, ik ben--Majoor
+Frans."
+
+"Ik wil van Majoor Frans niet meer hooren; mijne nicht Francis Mordaunt
+moet mij toestaan haar den steun van mijn arm te geven," en hare hand
+nemende, schoof ik met zacht geweld haar arm in de mijne. Zij liet mij
+zwijgend begaan, er was iets mats en kwijnends in hare meegevendheid,
+of zij den tegenstand moede was, of haar de rust der lijdelijkheid
+behoefte was voor het oogenblik, want ik gevoelde wel dat ik hier
+niets had behaald dan de zege in een voorpostengevecht, en dat er
+nog gansch anders slag zou moeten geleverd worden, eer ik in eene
+volkomen overwinning kon roemen; ik begreep het reeds uit de wijze
+waarop zij hervatte:
+
+"Ik ben het met u eens, Leo! het zal mij goed zijn, zoo eens met u te
+wandelen en te praten, zij het dan ook voor de eerste en eenige maal,
+maar.... weet gij al waar gij met mij gaan zult?"
+
+"Naar gindsche boerderij; die was het doel van mijn tocht."
+
+"Ik kom er vandaan, maar dat doet er niets toe; 't is een aangename
+weg en wij kunnen er rusten; het zijn boerenlieden, waar ik zoo goed
+als thuis ben."
+
+"En waar gij uw eieren vandaan haalt, naar ik zie; laat mij dat
+mandje dragen...."
+
+"Volstrekt niet, het zou ons kunnen gaan als Pierrette in de
+fabel. Ik had er niet op gerekend versche eieren mee te krijgen,
+maar de goede zielen drongen ze mij op; ik was er eigenlijk naar een
+patiënt gaan zien."
+
+"Een patiënt? speelt gij voor docteresse?"
+
+"Ik doe zoo wat van alles; maar de patiënt in kwestie is een hond,
+een lief, trouw dier, mijn arme Veldheer, die zijn poot heeft gebroken,
+en die van niemand geholpen wil zijn dan van mij alleen! Nu, ik ben er
+ook de naaste toe; het wakkere beest heeft het ongeluk gekregen toen
+het mij volgde op een wandelrit; ik kreeg den inval met mijn paard over
+een heg te springen, en hij wilde mij na; maar ongelukkig had hij den
+sprong niet zoo goed berekend, als ik den mijne met Tancred, en ziet,
+hij brak een der voorpooten waarop hij neerkwam; het gebeurde dicht bij
+de hoeve, en 't was maar best dat hij daar bleef tot zijn herstel; de
+veearts geeft er hoop op, schoon hij zal blijven hinken! Dat's alweer
+een verdriet, dat ik mij zelve heb berokkend.... en toch.... kon al
+het andere nog zoo terecht komen! maar.... helaas!"
+
+Zij zuchtte diep.
+
+"Bij zoo sprekend zelfverwijt mag men u niet hard vallen.... anders
+zou ik zeggen, zijt gij niet wat al te stout en overmoedig bij het
+rijden? Ik heb u te paard gezien, of eigenlijk, ik heb slechts de
+stofwolk gezien, die uw wilde vaart opjoeg."
+
+"Zoo is 't; ik weet maar al te goed: ik ben een razende Roeland te
+paard; 't is me dan of al wat er van gloed en kracht in mij zit, zich
+gelden doet en tot zijn recht wil komen. 't Is of mijn bloed sneller
+en gunstiger vloeit, ik gevoel mij leven, ik geniet, ik vergeet,
+en toch, Leo! toch," voegde zij er in diepe zwaarmoedigheid bij,
+"toch had ik bijna de gelofte gedaan, nooit weer een teugel in handen
+te nemen, want.... Gij spreekt van zelfverwijt, wat zoudt gij zeggen
+als het met veel zwaarder woord moest genoemd worden, wat ik mij door
+mijne onbedwingbare hartstochtelijkheid voor het leven op den hals
+heb gehaald...."
+
+"Ik zou zeggen, dat erkenning van schuld reeds berouw insluit en een
+aanvang is van beterschap, van herstel."
+
+"Spreek zoo niet, Leo!" viel zij in met smartelijke bitterheid, "ik
+word verscheurd door wroegingen die nooit, nooit zullen uitslijten."
+
+"Dàt neem ik nog niet aan, wroeging, die tot niets leidt dan tot
+wanhopige berusting, is onvruchtbare zelfkwelling; beter is het naar
+genezing te trachten; er is immers niets onherstelbaars gebeurd?"
+
+"Ja, 't is onherstelbaar; en 't zal mij altijd blijven drukken als
+eene zware schuld, en toch.... God weet dat er geen opzet bestond
+en.... dat ik er toe gekomen ben mijns ondanks."
+
+Ik raadde waarop zij doelde; een smartelijke twijfel, eene vreeselijke
+onrust overviel mij, eene vraag brandde mij op de lippen, maar ik
+verloor den moed die te uiten, toen ik haar aanzag; zij was doodsbleek
+geworden, hare lippen sidderden, en, als gejaagd, haar arm uit den
+mijnen trekkende, bleef zij even stilstaan en liet zich toen neervallen
+op een omgehouwen boomstam, terwijl zij de beide handen voor de oogen
+drukte als om de tranen te weerhouden die mildelijk vloeiden. Ik bleef
+voor haar staan: "Spreek het uit Francis," drong ik met zachten ernst,
+"dat zal u verlichten."
+
+"Ja, dat zal het," hernam zij kalmer; "eens moet ik het meedeelen
+aan iemand, wat ik geleden heb, maar niet nu. Ik wil mij nu dezen
+vriendelijken morgenstond niet bederven met mij dat afgrijselijk
+tooneel voor den geest te halen, en dat zou ik toch moeten doen om
+u.... begrijpelijk te maken, wat ik zelf nauwelijks begrijp, hoe dat
+mogelijk is geweest, dat ik, ik, die met al mijn drift geen beest
+kan zien lijden, schuldig ben aan den dood van een mensch!"
+
+"Het schrikkelijk beeld staat u nu toch voor den geest; werp het van
+u, door het aan mij toe te vertrouwen," smeekte ik met al den drang
+van het diepste meegevoel.
+
+"Neen! niet nú!" riep zij opspringende; "waartoe zou het baten! het
+kan alleen maar deze korte oogenblikken samenzijns vergallen."
+
+"Indien het alleen deze ure van samenzijn betrof, zoudt gij gelijk
+hebben, Francis! maar.... gij begrijpt toch wel, dat ik mij niet
+met zóó voorbijgaande kennismaking tevreden stel, en daarom hecht
+ik er aan, alles van u te weten, ook datgene, waarover gij smart
+of.... berouw voelt. Mag ik uitvinden wat u moeite schijnt te
+kosten uit te spreken; is er niet zeker ongelukkig voorval met uw
+koetsier....?"
+
+"Precies, dat is het!" sprak zij nu, op eens weer stout en met
+bitterheid, mij fier en uittartend aanziende, haar arm weer uit den
+mijnen losmakende, zonder dat ik nu lust gevoelde mij daartegen te
+verzetten. "Heel goed; als gij daar meer van weten wilt hebt gij het
+maar aan de boerenlieden te vragen waar wij heengaan; zij weten er
+alles van."
+
+"Ik zal mij wel wachten, Francis! naar uwe geheimen te vorschen achter
+u om...."
+
+"Mijne geheimen!" viel zij nu uit, met eene stem die van toorn en
+gekrenktheid trilde. "Hoe komt het in u op, dat daar een geheim
+achter zou steken? Het betreft immers een schrikkelijk ongeluk op
+den publieken weg, dat maar al te veel gerucht heeft gemaakt, en dat
+in een oogwenk menigte van toeschouwers had. Maar," ging zij voort,
+met den voet stampend van ergernis, "ik begrijp wel dat men niet zal
+nagelaten hebben, zelfs op hetgeen klaar was als de dag, sprookjes en
+lasteringen te bouwen, om daarmee de publieke opinie tegen mij op te
+hitsen; het geldt immers maar Majoor Frans, die de dingen niet doet
+zooals iedereen; Majoor Frans, de vogelvrije; en 't zou jammer zijn
+geweest, zoo men de occasie niet bij de haren had gevat, om wie weet
+met welke lasteringen nog hare fout zwarter te maken, alsof het al
+niet genoeg was dat hare woestheid en overmoed een mensch het leven
+hadden gekost, en een andere de eer en het levensgeluk! Hoe kon ik
+zoo onnoozel zijn, te wanen, dat u daar niets van zou zijn ter oore
+gekomen, dat men u niet daarvan eene voorstelling zou gegeven hebben,
+die genoeg was, om u zóó nieuwsgierig te maken, dat gij mogelijk
+alleen herwaarts heen zijt getrokken om de heldin van zoo'n romanesk
+avontuur eens in al haar doen en laten te leeren kennen. Welnu! het
+zou jammer zijn, dat zoo'n nobele kruistocht geen doel trof. Daar
+vóór u ligt de boerderij, ga daar botweg aan de lieden vragen, wat
+er is van het geval met Majoor Frans en den koetsier Blount; de man
+en de vrouw zijn er beiden getuigen van geweest, zij kunnen u op de
+hoogte brengen of liever op de laagte van die gansche jammerlijke
+geschiedenis, en daarna, Jonker van Zonshoven, keer terug naar de
+Werve om afscheid te nemen."
+
+Al sprekende wees zij met een gebiedende geste naar het boerenerf dat
+voor ons lag, en terwijl ik er het oog op richtte, ijlde zij weg en
+liet mij staan in eene onbeschrijfelijke verwarring en beschaming. Ik
+wist niet meer wat ik er van denken moest; slechts kwam het mij
+voor, dat zij voor mij verloren was. Ik stond besluiteloos.... haar
+volgen.... inhalen.... was het verstandig, zou het niet vruchteloos
+zijn? Zij scheen zoozeer beslist om mij niets meer te zeggen. Toch
+moest ik weten. In deze verhouding tot haar kon ik niet op de Werve
+blijven, en ik kon evenmin heengaan met zulken twijfel in het hart.
+
+Ik zou dan maar doortasten, hare aanwijzing volgen en daarna zien wat
+mij te doen stond. Het was niet te verwonderen, dat zij haar mandje
+met eieren, bij den boomstam neergezet, in hare driftige vlucht had
+vergeten. Ik nam het op, bij wijze van introductie in de boerderij;
+ik kon mij zelven daar toch niet voorstellen als den aanstaanden
+landheer, en ik wist niet of Francis van haar gast had gesproken;
+binnen eenige minuten was ik er tegenover de boerin gezeten, die
+mij een glas schuimende melk aanbood, dat ik hoog noodig had na de
+wandeling met hindernissen in den vroegen morgen.
+
+"Ja, zij wist al van den Jonker! en zij vond het niemendal vreemd dat
+de freule hem naar de boerderij had verwezen om uit te rusten en melk
+te drinken, en haar jongen zou maar eens vlugjes naar de Werve gaan met
+het mandje; 't was er weer een van de freule om dat te laten staan,"
+voegde zij er hoofdschuddend bij, "toch een goed mensch, daar was er
+geen tweede zoo onder den heelen adel, zoo gemeenzaam en goedhartig,
+maar.... als ze der buien had, br, dan was er geen houden aan, dan
+stoof ze door als een 'leukemetief,' zel ik maar zeggen." Ik vond
+de vergelijking heel juist, maar ik zal me niet vermoeien met het
+patois van de Geldersch-Overijselsche boerin weer te geven; ik had
+moeite genoeg om het zelf te verstaan. Eens daar, kon ik het niet
+over mij verkrijgen eene vraag te doen. Nu ik Francis persoonlijk
+kende, stuitte het mij, achter haar om anderen uit te vragen over
+'t geen haar kennelijk tegen was uit te spreken. En boerenlieden,
+al waren zij aan haar gehecht, konden zoo grof zijn in hunne wijze
+van zich uit te drukken; ik was zwak in die ure, Willem! ik voelde
+dat ik de ruwe, naakte waarheid niet zoo plompweg uit den mond eener
+vreemde kon hooren. Daarbij de toon waarop Francis mij had gezegd,
+dat ik bij het terugkomen afscheid had te nemen, klonk niet slechts
+als eene dreiging; er was eene diepte van weemoed in gemengd, die uit
+de bitterheid zelve sprak; ik voelde het aan mijn eigen tegenzin,
+dat zij onheelbaar gegriefd zoude zijn, zoo ik haar bij het woord
+vatte en geen geduld, geen vertrouwen genoeg toonde, om hare ure van
+expansie af te wachten; neen, ik wilde niet meer vragen, ik wilde
+evenmin door een omweg mededeelingen uitlokken. De lust om de hoeve
+rond te loopen en te bezichtigen met een _air de propriétaire_ was mij
+nu ook vergaan. Ik ging den hond zien, een prachtigen bruingevlekten
+jachthond, die mij met zijne schrandere melancholieke oogen aankeek
+of hij mijne belangstelling in zijne meesteres raadde. Hij liet zich
+streelen, draaide mij den kop toe, en kreunde alleen zachtjes, toen ik
+mij verwijderde, alsof het hem speet mij niet te kunnen volgen. Vrouw
+Pauwels, die mij steeds bijbleef, had intusschen haar hart opgehaald
+met praten. "Ja! het speet haar wel dat de generaal haar landheer niet
+meer was, maar mijnheer Overberg was lang geen kwaad eigenaar; hij had
+heel wat aan het huis laten doen en zelfs eene nieuwe schuur beloofd,
+iets wat de generaal maar niet had willen toestaan. Jammer van den
+man! een goed heer, maar hij had geen hart voor het boerenbedrijf;
+de hoeve zou deerlijk vervallen en verminderd zijn (want wij konden
+ook al niet meer doen, als de grond je eigen niet is....), zoo de
+generaal niet tot verkoopen was overgegaan, eer het te laat was:
+de Freule had er wel spijt van, want zij mocht er wel over, ze had
+zelve wel willen melken, en ze praat met de koeien of het menschen
+waren, en de paarden dan! Ja jonker: al zijn het maar boerenpaarden,
+die op der tijd voor den ploeg moeten, zij is er niet te grootsch
+voor om er mee om te gaan! Mijn man is in zijn jonkheid palfrenier
+geweest bij der grootvader; ik zie nog de appelgrauwe schimmels,
+dat haar grootste pleizier was die zelve te mennen, en dan Blount de
+koetsier! die den koning te rijk was als hij naast haar zat met de
+armen over elkaar! of hij de mijnheer was wien het spul toe kwam! Och
+ja, mensch! en al die grootheid is nou verdwenen als de dauw bij
+zonneschijn, de mooie koetspaarden verkocht, en de freule heeft niets
+meer dan haar Engelschen vos, dien mijn man nog oppast, en als de
+generaal rijden wil, spannen wij onzen bles voor het tentwagentje.
+
+"Wat een zonde en jammer als de heerschappen zoo in verval raken! En
+de familie is al van oudsher de eerste geweest in deze streken, en
+ze waren goed voor hun volk. Mijne ouders en grootouders hebben er
+altijd mee te doen gehad; maar och, och! sinds het huwelijk van de
+oudste freule Roselaer is er geen rust en geen zegen meer geweest;
+wat zal men zeggen.... een huis dat tegen zich zelf verdeeld is,
+kan niet bestaan, zooals de Schrift zegt. De Jonker heeft er zeker
+ook wel van gehoord."
+
+"Genoeg, vrouw Pauwels! meer dan genoeg," viel ik in, niet zonder
+wat humeur; want het doorrammelen der goede vrouw, die ieder
+oogenblik de _corde sensible_ aanraakte, welke ik besloten had
+te laten rusten, veroorzaakte mij een zelfstrijd, die mij norsch
+en verdrietig stemde. Ik kon haar het zwijgen niet opleggen;
+ik kon alleen _heengaan_; en dat werd tijd ook, wilde ik niet als
+achterblijver beschouwd worden bij 't ontbijt. Zoo nam ik wat gehaast
+mijn afscheid, met een "tot weerziens," dat haar eenigszins verbaasd
+deed opkijken. Blijkbaar had Francis over mij gesproken als de gast
+van één dag.
+
+In mijne gejaagde gemoedsstemming had ik zeker wat hard geloopen,
+want ik trof Francis nog alleen in de ontbijtkamer, druk bezig met
+thee zetten; maar zoodra ik binnenkwam, wilde zij de kamer verlaten,
+onder pretext dat het water niet goed kookte.
+
+"Heeft de kleine Louw u de eieren gebracht?" vroeg ik, om haar te
+doen blijven.
+
+"Ja, in orde," sprak zij, terwijl een vluchtig rood even hare wangen
+kleurde en zij wilde doorgaan.
+
+"Blijf, Francis; ik meen recht te hebben op eene betere ontvangst."
+
+Zwijgend trad zij naar de tafel terug; toen, mij fier en uittartend
+aanziende, bracht zij uit met een doffe stem:
+
+"Waarop grondt gij dat recht; omdat gij nu naar hartelust uwe
+nieuwsgierigheid bevredigd hebt?"
+
+"Het was geen nieuwsgierigheid, freule Mordaunt; het was
+belangstelling."
+
+"Dat's een bescheiden woord, waardoor iedere onbescheidenheid wordt
+gerechtigd. En zijt gij nu voldaan, nu gij alles weet?"
+
+"Ik weet niets, want ik heb niets gevraagd."
+
+"Niets gevraagd! waarlijk niets? op uw woord als edelman?" vroeg zij
+op eens met levendigheid.
+
+"Ik heb geen tweeërlei woord, Francis! ik heb niets gevraagd, ik heb
+zelfs niet willen hooren."
+
+"Hm! dat is voorwaar meer zelfbeheersching dan ik van een man had
+kunnen verwachten."
+
+"Zijn de vrouwen dan zoo sterk op dit punt?" repliceerde ik, niet
+zonder wat bitterheid.
+
+"Als het noodig is _kunnen_ wij zwijgen," gaf zij ten antwoord met een
+zijblik op den kapitein, die nu binnentrad met een luid en joviaal
+"goedenmorgen!" niet vermoedend hoezeer hij _fâcheux troisième_
+was in dezen oogenblik.
+
+"Zijne Excellentie volgt immediaat," ging hij voort, zich heenzettend
+over de weinig toeschietelijke wijze waarop zijn ochtendgroet werd
+beantwoord, daar Francis het bijzonder druk had met het theewater, "dat
+niet kookte," en ik hem op zijn: "Wel geslapen, Jonker?" afscheepte
+met een: "Uitmuntend, kapitein en gij?" natuurlijk om niet te luisteren
+naar zijn antwoord.
+
+Intusschen kwam de generaal binnen, en wij gingen ontbijten. Francis
+was stil en zelfs wat gedwongen. Mij toonde zij zekere ootmoedige
+goedwilligheid, als wilde zij mij stilzwijgend verschooning vragen voor
+haar wantrouwen en hare heftigheid, en ik zag mij beloond voor mijne
+onthouding door den blik vol diepe verslagenheid, dien zij soms op
+mij wierp, terwijl zij mij steelsgewijze aanzag. Zij wilde voor mij en
+voor ieder verbergen dat er iets in haar omging dat haar neerslachtig
+maakte, maar zij was te zeer eene expansieve natuur om met goed gevolg
+te veinzen. Zij was daarbij zoo verstrooid, dat zij allerlei _bévues_
+beging bij de bezorging van het ontbijt. De generaal kreeg dubbel
+suiker in zijne thee, 't geen hem een uitroep van ergernis ontlokte;
+de kapitein moest het doen met een kopje zonder melk, eene omissie
+waarin hij de vrijheid nam op eigen gezag te voorzien, zonder dat
+Francis het bemerkte, die zich naar het buffet had gekeerd.
+
+"Onze Majoor is met het verkeerde been uit bed gestapt," fluisterde
+hij mij in. "Wij mogen wel koest zijn, anders komt er een strenge
+dagorder, die...."
+
+"Maar Francis! gij zijt vandaag niets _en veine_; de eieren zijn te
+hard," gromde de generaal.
+
+"Hoe jammer! juist nu we een gast hebben," verzuchtte de kapitein;
+"ze zijn anders precies van gaarte."
+
+"À propos Leo! tegen wanneer is uw rijtuig besteld?" viel de
+generaal in.
+
+"Wel oom! dat moet ik zelf aan den kapitein vragen?" hernam ik,
+mijn best doende om den onaangenamen indruk van die herinnering
+te verbloemen.
+
+"'t Is waar ook, gij hebt het op Francis en den kapitein laten
+aankomen! Wat is er bepaald, Rolf?"
+
+Terwijl hij nog sprak hoorde men een rijtuig over de brug rollen en
+'t voorplein oprijden. Ik zag tersluiks naar Francis; zij werd bleek
+en vloog op om voor het raam te gaan uitkijken.
+
+"Nu al! dat is toch veel te vroeg," sprak de generaal verwijtend
+tot Rolf.
+
+"Niets te vroeg, Excellentie! dat zult gij mij zoo aanstonds
+toestemmen," antwoordde Rolf met een snaakschen glimlach, terwijl ik
+mij naar Francis begaf, die in de vensterbank was gaan zitten.
+
+"Moet ik zóó heengaan?" vroeg ik haar zacht en bewogen.
+
+"Gij kunt niet blijven; dat weet gij zelf wel," gaf zij ten antwoord,
+met eene stem, die zij vast trachtte te doen klinken, doch waarin
+hare aandoening trilde.
+
+"En toch kan ik zoo niet heengaan...."
+
+"Waarom niet?" riep zij op eens, terwijl een gloed haar voorhoofd
+overtoog, en zij mij weer met fierheid en vastheid aanzag.
+
+"Omdat.... ik het niet wil! Zal ik weerkeeren, Francis?" vroeg ik,
+haar een smeekenden blik toewerpend.
+
+"Zeker neen! waartoe zou dat dienen....?"
+
+"Laat mij dan het rijtuig wegzenden...."
+
+"Neen! neen!" riep zij hard en met heftigheid, als om op eens een
+eind te maken aan eene onbeslistheid, die haar beklemde: "neen, een
+kort en goed vaarwel, dat is voor ons beiden het beste," en zij stak
+mij de hand toe.
+
+Daar reed een wagen het voorplein op; het was een vrachtkarretje met
+mijn eigen, dommen koetsier tot voerman.
+
+Francis deed een forschen uitroep van verbazing hooren; de kapitein
+lachte luid en zegevierend.
+
+"De Jonker heeft het aan mij overgelaten, en ik was zoo overtuigd
+van zijn goeden wil om te blijven, dat ik eenvoudig zijn koffer heb
+laten komen."
+
+"Laat gij zoo met u spelen?" verweet Francis mij.
+
+"Waarom niet? als het spel den loop neemt dien ik wensch?"
+
+"Gij blijft mijns ondanks, bedenk dat wel," fluisterde zij mij in.
+
+"Het zij zoo! Ik vraag maar wat de generaal er van zegt," sprak ik,
+mij tot dezen keerende, die zich vergenoegd de handen wreef.
+
+"Wel neef, gij zijt de gast van den kapitein," sprak hij lachend.
+
+"Grootpapa zegt de waarheid; _gij zijt de gast van den kapitein_,"
+herhaalde Francis met nadruk. "Denkt gij er nu nog aan te blijven?"
+
+"Toch, Francis, toch! Ik ben een weinig als Columbus; ik laat den
+ontdekkingstocht niet varen om een bezwaar meer, of wat tegenwerking
+van vriend of vijand."
+
+Zij schudde zwijgend het hoofd en keerde zich van mij af. Ik liep
+naar buiten om met mijn voerman af te rekenen.
+
+Als een waardige _majordomo_ was de kapitein al in de weer om mijn
+koffer te helpen afladen; maar er waren nog allerlei stukgoederen,
+pakjes, fleschjes en blikjes, die de vrachtrijder uit de stad
+meebracht en die de goede Rolf triomfantelijk neerlegde, niet aan
+de voeten van Francis, maar op een tafel waarbij zij stond in zeker
+geanimeerd gesprek met haar grootvader. De laatste kreeg een glans
+van vergenoegen op het gelaat bij het zien van de rijke provisie,
+die hem de eenige genietingen beloofde, welke nog onder zijn bereik
+waren. De kapitein, tevreden met dat welgevallen, liet zelfs met de
+tong een smakkend geluid hooren, als genoot hij reeds in verbeelding
+de kostbare lekkernijen, die hij had weten machtig te worden, en
+klopte den generaal gemeenzaam op den schouder, met een blik van
+zelfvoldoening, terwijl hij sprak:
+
+"Nu, wat zegt Zijne Excellentie er van; heb ik niet kostelijk
+gefourageerd?"
+
+"Excellentie nu maar zoo niet, dat's weergasche malligheid,"
+barstte Francis los, terwijl haar oogen flikkerden en een vlammende
+gloed hare wangen kleurde. "Gij voelt wel dat gij hier niet meer
+de inferieur zijt, _damned rascal!_ anders zoudt gij hier niet
+zoo te werk gaan. _Bless me!_ wat een dolle verkwisting is dit nu
+weer! _Perdrix rouges_, _pâté de foie gras_, allerlei visch in gelei,
+allerlei vruchten _en compôtes!_ Het lijkt hier wel eene uitstalling
+van comestibles. Wat al nuttelooze lekkerbekkerij is dat nu weer?" En
+zij sloeg met de vuisten op tafel dat alle potten en flesschen er van
+rinkinkten. "'t Is waarachtig of we hier de bruiloft te Camacho gaan
+vieren! De generaal moest je de deur wijzen voor goed, dolle Sancho
+Pança als gij zijt; en hij zou het doen, zoo zijn tong zijn eergevoel
+niet had verstompt."
+
+"Francis, Francis!" stamelde de generaal met eene klagende stem.
+
+"Neen, grootpapa!" ging zij voort, altijd luider en ruwer, "'t Is
+een schandaal zooals het hier toegaat, dat zeg ik; en gij moest er
+een eind aan maken, als gij nog hart genoeg in uw lijf hadt om een
+cordaat besluit te nemen."
+
+"Majoor, Majoor!" viel Rolf in op smeekenden toon, om haar te bedaren.
+
+"Zwijg, ellendige lekkerbek! Ik ben uw majoor niet; ik heb genoeg van
+die kwasie aardigheden om mij te paaien. Als hier op mijn wil en wensch
+geacht werd, zou het heel anders toegaan; maar ik heb hier niets meer
+te zeggen, dat's klaar als de dag; jelui laat mij praten en...."
+
+"Schreeuwen meent gij," verbeterde von Zwenken met bevende stem.
+
+"En gij blijft uw gang gaan," hervatte Francis met nog meer
+stemverheffing, altijd tegen den ongelukkigen Rolf gewend, "of ge hier
+alleen het commando hadt! Ik heb je in 't eerst te veel voet gegeven,
+dat zie ik te laat in; maar ik zal die infamie niet langer dragen,
+noch dulden dat mijn grootvader die draagt; en zoo hij zelf er geen
+order op stelt, en je de deur wijst met al je kostelijkheden op den
+koop, zal ik er voor zorgen dat je hier als schelm uit het vaandel
+wordt gejaagd."
+
+"Infamie!" herhaalde de kapitein langzaam, terwijl hij zeer bleek
+werd en een veel beduidenden blik wierp op de plaats waar--gelukkig
+zijne Willemsorde _niet_ aanwezig was, omdat de grijze ochtendjas er
+geene gelegenheid toe liet. "Uit het vaandel jagen! mij? Waarachtig,
+Majoor, dat noem ik doordraven! Mij dacht, dat ik het mijne deed om
+hier op de Werve de eer van het vaandel op te houden; die anderen...."
+
+"Zeg om den schoorsteen te doen rooken! Ja! dat is waar, daar heb
+je weergaasch goed den slag van, dat erken ik; maar de eer van
+het vaandel, de eer van onzen rang, om de zaak bij haar naam te
+noemen, die op te houden, daar heb je zoomin besef van als de domste
+boerenslungel die in de conscriptie valt. Zelf stelt gij uwe eer in
+'t geen uwe schande is. Het zal nog zoo ver met je komen, dat gij
+uwe Willemsorde in den lommerd zet om een lekkeren schotel."
+
+"Neen, freule Mordaunt! wees er gerust op, eer het zoo ver komt,
+zal ik u waarschuwen," antwoordde Rolf, nu ook bits en toornig.
+
+"Ik zeg dat we dien weg opgaan; ons eigen oud-modisch zilver is er al,
+dat weet gij wel, om van al het andere niet te spreken."
+
+"Om 's hemels wil, Francis!" smeekte von Zwenken, "bind toch uw tong
+in; bedenk dat jonker van Zonshoven getuige is van uwe onwelvoegelijke
+uitvallen."
+
+"Zooveel te beter! De jonker verkiest onze huisgenoot te zijn, dan
+moet hij ook maar weten wat een beroerde gemeene boel het hier is. Ik
+wil niet, dat men hem een blinddoek over de oogen zal trekken."
+
+"Tusschen dit of zoo ruw de windsels losscheuren, die de bloedende
+wonden van een gezin bedekken, is nog een groot verschil, freule
+Mordaunt!" sprak ik met nadruk.
+
+"Wel mogelijk, jonker! maar voor zulk een menagement ben ik niet
+berekend. Ik behoor niet tot hen, die onwelvoegelijke dingen onder
+mooie woorden weten weg te sluiken. Ik zeg ronduit waar het op staat,
+en wie dat ergert heeft zich te schamen, niet over de woorden maar
+over de zaken, en te eer daar de ergernis in dezen licht was weg te
+nemen. Als wij maar moeds genoeg hadden om commiesbrood te eten en
+water te drinken, zouden wij fatsoenlijke lieden zijn, al golden wij
+dan ook bij iedereen voor arme stakkers."
+
+"Ik meende, Francis!" sprak nu de generaal met eene zachte, trillende
+stem, "dat gij zelve u in de overeenkomst met den kapitein had
+geresigneerd."
+
+"Ja, zooals men zich resigneert als men de schurft heeft; maar het
+krabben kan men toch niet laten!"
+
+Dat was de slag op den vuurpijl, en met dit knaleffect trok zij af,
+mij in 't voorbijgaan een uittartenden blik toewerpend, als vreesde
+zij dat ik de bedoeling van haar grove uitvallen zou misverstaan. Ik
+beantwoordde dien blik met een zwijgend hoofdschudden en zag haar
+aan op eene wijze, die van mijne afkeuring en tegenzin getuigde.
+
+Terwijl wij mannen elkaar wat verbluft stonden aan te kijken, stak
+zij nog even het hoofd door de deur.
+
+"Kapitein! gij kunt vandaag voor de menage zorgen; ik ga paardrijden!"
+
+"Tot uwe orders, commandant!" gaf Rolf ten antwoord, de hand aan de
+muts brengende.
+
+Ik was er verbaasd over, dat hij dit alles zoo koeltjes opnam, en
+kon niet nalaten het met een woord uit te drukken.
+
+"Wat zal ik u zeggen, jonker! Ik heb zulke buien meer bijgewoond. Ik
+zag het van ochtend al, dat de barometer op storm stond. Hoe sneller
+en heftiger de bui aankomt, zooveel te eerder is hij over; en ziet ge,
+een oud soldaat is tegen regen en onweer gehard."
+
+"Ik ben blij dat ik u vooruit gewaarschuwd heb, neef! dat mijn
+kleindochter wat heftig van aard is," sprak nu de generaal met eene
+diepe verzuchting, zonder het hoofd naar mij op te heffen. "Als zij
+eens een opvatting heeft, is er niets tegen in te brengen; dan holt
+zij maar door op haar stokpaardje; zij redeneert niet."
+
+"Zij redeneert wat al te logisch voor u," zei ik bij mij zelven,
+en hij voelde dit zeer zeker, want hij was staande de scène met een
+gebogen hoofd blijven zitten, altijd maar zijn ring zenuwachtig heen
+en weer schuivende met bevende vingeren.
+
+"Komaan, generaal! wees niet al te mismoedig," sprak de kapitein
+goedhartig. "Wij zullen onze alliantie handhaven tegen den algemeenen
+vijand, en de wind zal later wel weer omslaan."
+
+Al sprekende was hij er in geslaagd een langwerpig in wasdoek gewikkeld
+pakket los te krijgen. "Ik vrees wel dat het oogenblik slecht gekozen
+is om haar een van deze fraaie karwatsen aan te bieden; en toch,
+zij zal er om verlegen zijn, want zij heeft de hare verloren. Wie
+weet of zij er niet nog toe komt dit aan te nemen!"
+
+"Ik hoop van neen," dacht ik; "dat zou mij tegenvallen."
+
+"Ze had eigenlijk verdiend dat men er haar eens ferm mee kastijdde,"
+viel de generaal uit, nù de opgekropte woede lucht gevende die hij
+zoolang verbeten had.
+
+"Ja, Excellentie! dat hadden we twintig jaar vroeger moeten doen. Ziet
+ge, we hebben haar tot commandant bevorderd vóór zij als recruut de
+discipline had geleerd; dat's een groote fout geweest, maar daar is
+nu niets meer aan te verhelpen."
+
+"Ja, wèl een groote fout!" verzuchtte de generaal in de diepste
+neerslachtigheid.
+
+Rolf ging zich bezighouden met het plaatsen der provisie, die zulk
+een storm had doen opsteken; de generaal vroeg mij of ik een plan
+had voor mijne morgenuren.
+
+"Ik wenschte mij te installeeren, en ik moet brieven schrijven,"
+antwoordde ik. Al ware het slechts een pretext geweest, ik was
+gelukkig het gevonden te hebben, want ik verlangde alleen te zijn,
+om over de ontvangen indrukken te kunnen nadenken.
+
+
+
+Zoover was ik gekomen met mijne confidenties op het papier, beste
+vriend, toen ik vernam dat er weer een mail gaat, die dit pakket zal
+medenemen als ik zorg dat het nog hedenavond te Z. op de post wordt
+bezorgd. De vorige moest ik laten passeeren, omdat ik geen tijd en
+rust had om 't geen ik inderhaast dag voor dag opgeteekend had, in den
+vorm van een brief over te schrijven. Nu zend ik dit gedeelte maar al
+vast weg en beloof u het vervolg, zoodra ik van u zelf vernomen heb,
+dat het journaal van den kluizenaar op de Werve u niet verveelt.
+
+
+ Inmiddels als altijd de uwe.
+
+ L. v. Z.
+
+
+
+
+
+ Huis de Werve.
+
+
+Gij wilt er dus meer van hooren, Willem? Gij zegt dat het u ontspant
+na uw drukke werkzaamheid in het afmattend klimaat, en dat het
+u meer dan ooit behoefte is, als aan mijne zijde te staan om met
+mij mee te voelen, te hopen en te vreezen. Ik was bezorgd dat mijne
+uitvoerigheid u langwijlig mocht schijnen, en toch het geldt hier geene
+wereldgebeurtenissen, die men met enkele groote trekken kan schetsen;
+het is de analyse van eene vrouwengestalte, die niet als een marmeren
+beeld uit één stuk gehouwen is, dat men in ettelijke seconden kan
+laten photographeeren. Het zijn waarnemingen omtrent een karakter
+dat uit zeer verschillende, bijna tegen elkaar inloopende trekken
+is samengesteld; het zijn ontdekkingstochten in een vrouwenhart,
+dat diep en bewegelijk is als zekere onpeilbare waterkolken, en
+waarvan men alle verschijnselen met oplettendheid moet gadeslaan; fijne
+schakeeringen en schijnbaar nietige détails mogen niet worden overzien,
+en wij staan voor onoplosbare raadsels. Heb dus geduld met mij, want
+terwijl ik ze voor u tracht te ontcijferen, worden zij mij zelf meer
+en meer helder. Heb er geduld mee, Willem; want ik moet het nù reeds
+belijden, al schudt gij mogelijk het hoofd over mijne inconsequentie;
+mijn levensgeluk, meer nog dan mijn fortuin, hangt af van de uitkomst
+die ik zoek. Mijn hart heeft gesproken, maar al te luid en levendig
+voor mij zelven, en het kost mij een voortdurenden strijd om al wat
+het mij zegt te haren gunste voor haar verborgen te houden. En toch,
+dat moet zijn. Zoo zij het weten kon dat ik reeds nù haar verwonneling
+ben, zou zij mijne zwakheid bespotten, mogelijk zelfs mijn karakter
+verdenken, en ik zou al het overwicht verliezen, dat ik op haar meen
+verkregen te hebben. Zij is fijn genoeg om iets te raden van 't geen
+er in mij omgaat, en ik gun haar die voldoening, waardoor zij zich tot
+mij voelt aangetrokken; maar zij moet bovenal zien, dat ik er mij niet
+door laat beheerschen, dat ik meester wil blijven van mij zelf tot
+op het oogenblik, waarin zij zelve hare zwakheid zal hebben erkend,
+neen, beter--haar hart voor mij zal hebben geopend. Ik heb allermeest
+behoefte aan hare achting; want ik ben zeker dat dit de veiligste
+weg is naar haar hart. Haar hart! roept gij uit, en de virago die
+gij mij beschreven hebt, die gij gekomen zijt om te temmen! Waar
+is uw verstand dat gij u dùs liet medesleepen? De virago! o zeker,
+zij tracht zich in die gestalte te hullen; zij hecht er aan dat men
+dit voor hare wezenlijke gedaante houdt, maar ik weet dat de kern,
+onder dit ruwe hulsel verborgen, eene teere en echt vrouwelijke is,
+zooals de zoete Oostersche vrucht die gij nu geniet, door eene harde
+schaal wordt beschermd. Ik weet dat zij een _hart_ heeft, en 't is
+met een schrijnend wee, dat zij het vermomt, verloochent, mogelijk
+juist omdat het door al te pijnlijke kwetsuur nog bloedt. Dit laatste
+uit te vinden en te weten of die te heelen is neemt nu mijne geheele
+aandacht in. Ik bestudeer haar als een wondheeler zijn patiënt ter
+genezing; maar daarom ook kalm en nuchter; zonder dàt wordt het oog
+verduisterd en zou de hand beven als er kwestie moet zijn van eene
+pijnlijke kunstbewerking.
+
+Op dien gedenkwaardigen dag waarop ik mij, onder zulke dreigende
+symptomen van des Majoors zijde, voor goed op de Werve installeerde,
+was het heerlijk lenteweer. Na mijne zaken in de groote leegstaande
+commode te hebben gearrangeerd, zette ik mij op mijn gemak, wierp
+mijn das af, deed mijn jas uit, haalde mijn schrijfgereedschap te
+voorschijn, en na een paar woorden aan Overberg te hebben gericht, die
+in het logement mijn wegblijven moest verklaren, nam ik mailpapier om
+mijn hart uit te storten aan u, de beste wijze om mij te retrempeeren,
+toen er driftig op mijne kamerdeur werd getikt, en ik bij 't opendoen
+niemand meer of minder voor mij zag staan dan Majoor Frans in hoog
+eigen persoon.
+
+Zooals zij daar binnenkwam in haar amazonekleed (gelukkig zonder de
+vareuse), met een inktkoker in de hand dien zij voor mij op tafel
+zette; terwijl zij den eersten stoel den besten naar zich toe trok
+om er op neer te vallen, als besloten te blijven, hoewel zij uit
+het _sans gêne_ van mijn toilet wel kon opmaken dat zij mij nogal
+overviel, was er zeker _effort_ toe noodig om in haar eene jonkvrouw
+van geboorte te zien; en dit, gevoegd bij den indruk dien de laatste
+scène bij mij had nagelaten, stemde mij zeer weinig tot hoffelijkheid
+en voorkomendheid. Ik schoot inderhaast mijn jas aan, en eerst toen
+mij tot haar wendend, vroeg ik, wat zij hier doen kwam.
+
+"Grootpapa heeft mij gezegd dat gij schrijven wilt, Leo! en ik
+herinnerde mij, dat er niet voor inkt is gezorgd," sprak zij, zonder
+mij aan te zien; want de weinige voorkomendheid, die ik haar toonde,
+maakte het haar duidelijk, dat de verrassing mij niet bijzonder
+welkom was.
+
+"Dat is ook niet noodig; ik zorg altijd zelf voor mijn
+schrijfgereedschap," antwoordde ik koeltjes, en zette mij neer of ik
+met schrijven dacht voort te gaan.
+
+"Ik zie dat ik u stoor; ik had u anders een dienst willen vragen."
+
+Ik zweeg.
+
+"Hebt gij bijgeval een badientje of zoo iets meegebracht?"
+
+"Wat wilt gij daarmee doen? Hebt gij uwe vazallen nog niet genoeg
+gestriemd?"
+
+"Ik wilde eene rijzweep improviseeren; ik heb de mijne verloren,
+en...."
+
+"Ik heb niets dan een liniaal en een penhouder."
+
+Zij werd bloedrood, beet zich op de lippen, en wendde het hoofd af. "Ik
+merk wel," hervatte zij na eenige seconden zwijgens, "dat gij niet in
+eene luim zijt om mij den dienst te doen, dien ik had willen vragen."
+
+"Ik ben altijd tot den dienst eener dame, als zij de privilegiën
+harer sexe wil laten gelden. Waarom hebt gij mij niet laten roepen
+als gij mij iets te vragen hadt?"
+
+"Ah! zoo!" riep zij op ietwat gerekten toon. "Dat humeur geldt dus
+mijn _manque d'étiquette_; overzie dat: gij weet immers, ik ben zoo
+weinig "eene dame."
+
+"Dat's maar al te waar, Majoor!"
+
+"Majoor!" herhaalde zij met ergernis, en zette groote oogen op van
+verbazing. "Ik meende Leo! dat die bijnaam u tegen was."
+
+"Nu niet meer, sinds ik dat soldateske personage _en action_
+heb gezien. Alleen zou ik willen weten, welk soort van majoor
+gij eigenlijk voorstelt: tamboer-majoor? sergeant-majoor? Want
+de commandant van een bataillon behoort, zoo ik mij niet bedrieg,
+zekere mate van beschaving te bezitten, zekere vormen te eerbiedigen,
+zekere waardigheid in toon en manieren aan den dag te leggen, die
+hem terstond als een fatsoenlijk man doen kennen; en uit alles wat
+ik van u waarnam bij het tooneel van dezen morgen, moet ik gelooven
+dat gij aan geen dezer eischen weet te beantwoorden."
+
+"Leo!" stamelde zij, doodsbleek en met trillende lippen, "dit is een
+bloedige beleediging! Bedoelt gij dit?"
+
+Het verwonderde mij, dat zij niet in woede opstoof en op mij
+lostrok. Ik had eigenlijk op een forschen aanval gerekend! Het
+tegendeel vond plaats. Zij bleef stokstijf zitten, als aan haar
+stoel genageld.
+
+"Ik bedoelde alleenlijk de onbehagelijke figuur te treffen, die gij
+goedvindt voor te stellen; wil freule Mordaunt zich identificeeren
+met die persoonlijkheid, en het daarvoor opnemen, mij wèl; ik ben geen
+geoefend duellist, maar ik kan toch een fleuret hanteeren; mij dacht,
+dat ware wel de beste manier u de zoogenaamde revanche te geven,
+tenzij gij schieten wilt; gelukkig heb ik pistolen; wij gebruiken
+los kruit, niet waar? dat's afgesproken; gij begrijpt toch wel dat
+men het met een majoor van uwe soort niet in vollen ernst kan opnemen."
+
+Ik kreeg geen antwoord, en dat ontrustte mij; boos worden en mij
+ferm riposteeren, had ik van haar gewacht; maar dat zwijgend blijven
+zitten met strakken blik en doodsbleek, als versteend en verstomd
+van smartelijke verbazing, stond mij niet aan; de arm, dien zij even
+driftig had opgeheven, viel slap en als machteloos neer. Ik begon nu
+zelf verlegen te worden met mijne houding; ik kreeg de gewaarwording
+van iemand die een kapel wil vangen, maar die te hard heeft toegetast
+en een vleugel in de hand houdt. Vooral toen zij eindelijk haar zwijgen
+verbrak; want het klonk als eene klacht; meer nog dan verwijt, wat
+zij mij toevoegde:
+
+"Deze vlijmende ironie gaat dieper dan gij vermoedt, Leo!"
+
+"Ik hoop wel dat zij treffen zal, waar zij nut kan doen, Francis! Want
+geloof mij, mijne bedoeling was niet om te wonden, maar om te genezen,"
+hernam ik op gansch veranderden toon, want ik zag dat zij al haar
+zelfbeheersching noodig had om niet in snikken uit te barsten. Ik stond
+op, ging naar haar toe en wilde hare hand nemen, maar nu rees zij op,
+als door een electrieken schok getroffen; er kwam weer kleur op de
+marmerbleeke wangen, en de oogen vonkelden van toorn terwijl zij sprak:
+
+"Ik wil van u niet gecureerd worden; mij scheelt niets; ik ben wel
+zóó als ik ben. Verspil uwe nobele kunst niet aan zoo'n avontuurlijk,
+zoo'n onhebbelijk schepsel als gij in mij meent te zien."
+
+"Moet ik u dan niet zien, Francis, zooals gij zelve goedvindt u te
+toonen? Maar gelukkig bedrieg ik mij niet zóó zeer in u, als gij denkt;
+ik zal uwe genezing beproeven ondanks u zelve; wilt gij, dat ik u de
+uitlegging zal geven van de ergerlijke scène die gij in mijn bijzijn
+aan die heeren hebt vertoond?"
+
+Zij haalde even de schouders op en bleef zwijgen.
+
+"Het is deze," ging ik voort; "gij hebt aan mij willen zeggen: 'Gij
+wilt hier blijven om Majoor Frans te leeren kennen, zoo zal ik hem
+u toonen in al zijne grofheid en onbehagelijkheid en dan zullen wij
+zien, hoelang gij dat uithouden zult;' en daarop, freule Mordaunt,
+is mijne houding van dit oogenblik. Gij zult het weten dat ik u
+doorzie, dat ik mij niet laat afschrikken door het ruwe masker dat
+gij goedvindt voor te doen om.... de oorspronkelijke trekken uit te
+vinden, die.... ongetwijfeld liefelijker indruk zullen maken," wilde
+ik er bijvoegen. Dan.... zij liet mij niet uitspreken; ze stampvoette
+van ergernis, terwijl zij inviel:
+
+"Een masker! ik een masker! men moet maar uit den Haag komen,
+waar men zich zeker nogal druk maskeert, om mij zulk een verwijt te
+doen! Voorwaar Jonker van Zonshoven! achterdocht die onder alles list
+wil zoeken is geene scherpzinnigheid; de uwe maakt hier al eene heel
+droevige figuur. Gij, die voor goed gebroken hebt met alle sociale
+huichelarij, en die daarom als met vingers wordt nagewezen, mij, wier
+grootste fout het is, of wellicht wier beste hoedanigheid (ik kan
+het niet uitwijzen) om er alles maar uit te flappen wat mij invalt,
+als er iets is wat mij ergert of treft, wie het altijd heeft ontbroken
+aan datgene wat men in de wereld _tenue_ noemt, mij, mij te betichten
+van een mom voor te doen! en dat nog wel op een oogenblik, waarin ik,
+gloeiend van toorn en ergernis, aan die heeren zeg waar het op staat,
+zonder menagement! Ik geef toe dat ik in uwe tegenwoordigheid geene
+oorzaak vond om mij in te houden; wij waren immers zoo goed als _en
+famille_, en het kwam mij hoog noodig voor, dat gij u niet zoudt
+vergissen in het gehalte van ons personeel."
+
+"Ziet gij wel!" viel ik glimlachend in, "dat ik niet zoo erg mis zag,
+en dat gij uws ondanks ten slotte toch tot de bekentenis komt, dat ik
+de waarheid tastte, toen ik beweerde dat er opzet lag in de hagelbui
+van _gros mots_, en dat gij de kreten uwer ergernis eenige noten
+hooger stemdet dan absoluut noodig was, om die twee verdeemoedigde
+mannen de les te lezen,--het al met de bedoeling om een derde op de
+vlucht te drijven of.. voor goed te terrifieeren! Wees oprecht Francis,
+vindt mijn argwaan uit, of ligt deze opvatting voor de hand?"
+
+Tevergeefs trachtte ik haar aan te zien, terwijl ik sprak; zij wendde
+het hoofd af, en toen ik zweeg om haar antwoord te hooren riep zij
+knorrig, terwijl zij haar stijgend ongeduld op den poot van de tafel
+wreekte:
+
+"Ik merk het niet voor het eerst,--gij kunt lastig zijn en onaangenaam
+als gij er u op toelegt."
+
+"Ik geloof het zelf, maar eene uitvlucht is geen antwoord, Francis!"
+
+"Nu ja, dan, ja! het is waar; ik had u liever zien heengaan, om
+bestwille; maar geloof niet, Leo! wat gij ook van mij hoort of ziet,
+dat ik arglistig ben, en eene rol speelde. Ik was wat ik mij toonde
+toen ik dat standje maakte: woest, boos en gloeiend van verbittering;
+ik heb mijne luimen, dat weet ik wel; maar ik doe niets om te schijnen
+wat ik niet ben, dat zou mij slecht afgaan; ik wil in alles mij zelve
+zijn, in 't kwade en ook in 't goede; want ik mag niet erger van mij
+zelve spreken dan de waarheid is; ik heb ook wel goeds, ik heb _dit_
+goeds dat ik niet valsch ben, en toch is er zooveel tegenstrijdigs in
+mij, dat ik er zelve over verbaasd sta. Zie, Leo! ik heb nooit voor
+het gulden kalf van het decorum willen knielen (zij sloeg met de vuist
+op de tafel ter bekrachtiging van hare bewering), maar toch.... als
+de lust mij beving, zou ik mij nog heel wel met uwe Haagsche dames
+kunnen meten, als het op kennis en ontwikkeling aankwam...."
+
+"Daarvan ben ik overtuigd, Francis, en daarom...."
+
+"Maar vernis en blanketsel zou ik mij nooit laten opleggen," viel
+zij in; "evenmin zal ik aannemen, dat juist daarin de ware beschaving
+bestaat...."
+
+"Dat ben ik geheel met u eens."
+
+"En ik wist mij toch wel als freule Mordaunt te doen erkennen,
+toen ik nog in de wereld ging, en zoo mij dat nu weer inviel, zou
+men mij niet moeten verwijten, dat het maar eene vertooning was;
+want ik haat alle aanstelling als de pest, het zou dan alleen zijn:
+toegeven aan iets onweerstandelijks binnen in mij; zooals ik mij
+daareven aangedreven voelde door iets dat sterker was dan ik, om eens
+ferm den Majoor Frans te spelen in uwe tegenwoordigheid."
+
+"Maar hoe kan freule Mordaunt het dan zoo hoog opnemen, als men haar
+bij het woord vat, laat ik liever zeggen, als men invalt in den toon,
+dien zij zelve heeft aangegeven?"
+
+"Dat treft mij niet van anderen, maar van u, en juist op dit
+oogenblik;--want ik kwam om bij u heul en troost te zoeken; van u,
+ik wil 't wel bekennen, trof het mij als een bliksemstraal uit de
+heldere lucht."
+
+"Zoo oprechte bekentenis verdient volle absolutie," sprak ik opgeruimd;
+"geeft mij de hand ter verzoening."
+
+"Neen, Jonker! neen! daar zijn wij nog niet," hernam zij fier. "Ik
+moet eerst weten wat ik aan u heb. Hoe het komt weet ik niet maar
+ik heb er behoefte aan, niet door u te worden miskend. Als gij laag
+op mij neerziet, omdat ik niet ben als de anderen, zeg het dan maar
+in eens uit, dan weet ik waar ik op rekenen kan; maar, als ik bij
+u kom aankloppen, in het volle vertrouwen dat ik mijn hart eens
+kan uitstorten aan een vriend, teruggestooten te worden om.... een
+gebrek in de vormen, dan voel ik mij bitter teleurgesteld, en dan
+vraag ik mij zelve af: heb ik mij weer vergist? is ook deze niet
+de betere van de soort? is ook deze een van die fatten, die bang
+zijn de punten hunner verlakte bottines aan het slijk te wagen,
+die schermen met groote woorden, maar klein en bekrompen als het
+op handelen aankomt, die een heiligen afschuw hebben van gemeene
+woorden, grof linnen en vuile handen, maar er volstrekt niet tegen
+opzien iets laags en gemeens te _doen_, en die zelfs niet schromen
+zouden de blankheid hunner vingeren te besmetten door eene vrouw
+te souffletteeren!" Nu was de beurt aan mij om van innerlijke woede
+te trillen, en het scheelde werkelijk niet veel of ik had aan eene
+geweldige uitbarsting daarvan toegegeven; maar intijds nog bedacht
+ik mij, en overwoog dat de bataille voor mij verloren was, zoo ik
+handgemeen werd met den Majoor op het terrein waar zij mij heenlokte.
+
+Na een oogenblik zwijgens viel ik in:
+
+"Pardon, Freule! 't Is voor mij moeilijk te berekenen wat gij in mij
+àl of niet meent te zien. Ik kan alleen zeggen, dat ik zeer zeker
+niet behoor tot de specialiteit dáár door u geschetst. Als er kwestie
+is van _eene vrouw_ die beleedigd wordt, zou ik de eerste zijn om den
+laaghartige te slaan, die zich, op welke wijze ook, aan haar vergreep;
+dat kan ik u verzekeren. Ik ben de nakomeling van een man, die zich de
+rechterhand afkapte om de eer zijner dame te redden; iets van dat bloed
+vloeit nog wel in mijne aderen, en al zijn wij niet meer in de dagen
+der reuzen en gedrochten, ik zou toch de ridderlijke beschermer kunnen
+zijn der zwakheid die mijne hulp inriep; ik zou de diepste meewarigheid
+kunnen toonen voor eene vrouw, die mij leed en last wilde klagen; ik
+zou haar die ik zag wankelen met vaste hand steunen en staande houden;
+ik ben niet van hen die vernis en blanketsel voor reinheid aanzien, en
+ik zou de paarl niet minder achten om haar ruwe schelp; ik zou zelfs
+niet schromen mijne hand te besmetten, om deze uit het slijk op te
+rapen, als het zijn moest; maar, zoo ik mij niet bedrieg, is tusschen
+ons sprake van _Majoor Frans_; Majoor Frans, die boos wordt als men
+hem aan het prerogatief der schoone sekse herinnert, omdat hij niet tot
+'de dames' wil gerekend worden, en die evenmin gelijkstelling wil met
+'de soort,' waartoe ik nu eenmaal het ongeluk heb te behooren; Majoor
+Frans, dat hybridische wezen, dat daar bij mij is komen invallen,
+nadat hij zoo pas twee beklagenswaardige wezens van 'mijn soort' door
+zijn invectieven had neergeveld; en vraag dan u zelve, of het geen tijd
+werd dat de derde, die toch mee in de oorlogsverklaring begrepen was,
+den strijd opnam met eenigszins gelijke wapenen, om de nederlaag van
+de anderen te wreken en het heldhaftige personage de overtuiging te
+geven, dat hij.... minstens zijn portuur zal vinden als het er op
+aankomt, om elkaar zonder _menagement_ de waarheid te zeggen!"
+
+Onder ons gezegd, Willem! de majoor hield zich kras: zij oefende al
+hare zelfbeheersching om de verschillende indrukken, die zij bij mijn
+spreken onderging, niet te toonen; maar zij is te impressionabel om
+er niet alles van gevat te hebben wat ik bedoelde. Zij was opgestaan
+en scheen met de grootste opmerkzaamheid de gebroken glasruiten te
+bekijken, om zich eene houding te geven; eensklaps keerde zij zich
+nu om, met hoogen blos op 't gelaat; maar er was geen toorn in den
+blik dien zij op mij vestigde, geene uittarting meer, al trad zij
+mij kloek en fier onder de oogen terwijl zij sprak:
+
+"Ik moet zeggen, Leo! dat gij ferm afrekening gehouden hebt, en nu,
+mij dunkt, wij zijn _quitte_. Zijn wij weer vrienden?"
+
+"Ik verlang niet beter, maar dan moet ik ook weten wie ik vóór heb,
+anders komt er weer misverstand...."
+
+"Lastig mensch! gij schenkt mij ook niets;" en zij stampvoette van
+ongeduld, terwijl zij het hoofd afwendde.
+
+"Enkel uit voorzorg, geloof mij. Heb ik met Majoor Frans te
+doen? of...."
+
+"Nu, nu! Francis Mordaunt vraagt uwe vriendschap!" en zij stak mij
+beide handen toe en hare oogen vulden zich met tranen, die niet langer
+waren te bedwingen. Hoe gaarne had ik ze weggekust; hoe gaarne had ik
+haar aan mijn hart gesloten, en alles uitgezegd wat daar reeds voor
+haar sprak; maar het mocht, het moest niet zijn. Zij was opgeschrikt en
+ik had haar zien verbleeken, toen ik haar in den ochtend met zekere
+hartstochtelijkheid de hand kuste; ik mocht mijne aanvankelijke
+overwinning niet prijsgeven uit gebrek aan zelfbeheersching.
+
+"Is het noodig te zeggen, Francis! dat gij reeds hebt wat gij
+vraagt? Zou ik het gewaagd hebben tot u te spreken zooals ik deed,
+zoo ik niet een oprecht, een trouw vriend voor u had willen zijn?"
+
+"Dat zie ik in, en daar heb ik behoefte aan. En nu, wil mij eens
+gul uit zeggen, of gij mij, ondanks alles, niet in uw hart gelijk
+geeft tegen grootpapa en den kapitein; en ziet gij, dàt kwam ik u
+vragen. De wijze waarop gij het tegen mij opnaamt, bracht mij met mij
+zelve in strijd, en toch.... het waren geen verwijten uit de lucht
+gegrepen, die ik hun deed, en het is werkelijk wat ik zie komen:
+de kapitein ruïneert zich voor ons en mijn grootvader laat het zich
+aanleunen. Dat's ergerlijk, niet waar?"
+
+"Zeer verkeerd, ik stem het toe."
+
+"Rolf teert van den hoogen boom, ik ben er zeker van; en als
+de generaal mij ontvalt, blijf ik levenslang met den kapitein
+opgescheept!"
+
+"Levenslang! dat zou erg zijn."
+
+"Ja! heel erg, maar het kan toch niet anders, want als de man zich
+arm gemaakt heeft voor ons, dan spreekt het toch wel vanzelf, dat
+ik hem niet verstooten kan; ik mag hem er eens mee dreigen, als hij
+overmoedig is en meent dat _wij hem_ niet missen kunnen, maar doen
+zal ik het nooit, al zie ik al het verdriet en bezwaar vooruit van
+zoo'n blok aan het been. En nu vraag ik u, heb ik bij dat alles zoo
+groot ongelijk, dat ik eens boos word en uitbarst?"
+
+"In den grond hebt gij gelijk; maar gij hebt groot ongelijk in
+den vorm."
+
+"Och kom! altijd met uwe vormen...."
+
+"Het spijt mij zelf dat ik weer _la corde sensible_ moet aanslaan. Ik
+ben niet van de leer _que la forme emporte le fond_, dat stel ik op den
+voorgrond; maar toch, eene vrouw die er zich zoo grof tegen vergrijpt,
+heeft ongelijk, al ware zij overigens nog zoozeer in haar recht."
+
+"Als ik het den kapitein niet eens duchtig zeg, baat het niets."
+
+"Ik heb niets tegen duchtig zeggen waar de verontwaardiging tot spreken
+dwingt. Maar wie ruw uitvaart, overtuigt zeer zeker zijne partij niet
+en beleedigt allereerst zich zelf; en zoo het eene vrouw is die in
+hare drift woorden uitflapt, die een fatsoenlijk man zich schamen zou
+in hare tegenwoordigheid op zijne lippen te nemen, dan heeft zij zich
+tegen hare eigene waardigheid vergrepen en moet er op rekenen dat
+zij met dezelfde munt betaald kan worden, die zij uitgeeft. Ik zou
+_geen_ oprecht vriend zijn, zoo ik u hier niet waarschuwde. Verbeeld
+u eens wat het geweest zou zijn, zoo de kapitein u geantwoord had in
+de kazernetaal, die hij zelf zeker nog niet heeft verleerd?"
+
+"Dat had hij eens moeten probeeren!"
+
+"Het zou toch niets meer geweest zijn dan zijn recht. Meent gij dan
+het privilegie te hebben om tegen iedereen uit te varen zonder dat
+er _la peine du talion_ op volgt? Dat bewijst minder cordaatheid dan
+ik in u wachtte; er maar op los te trekken als gij weet dat niemand
+u aandurft!"
+
+"Het komt mij voor," sprak zij glimlachend, "dat gij uw best gedaan
+hebt om mij dien waan te ontnemen."
+
+"En daarom zeker hebt gij zooveel haast om mij weg te zenden niet
+waar?"
+
+"Neen Leo!" viel zij gulgauw uit, en een blos overtoog haar gelaat;
+"dàt is het niet, geloof mij; dàt niet; maar ik zie toch niet in,
+waarom gij u juist behoeft op te werpen als de wreker der verdrukte
+onnoozelheid van mijne vazallen, zooals gij ze noemt; en ik beken u
+ronduit dat het mij zeer zou doen, zoo gij alliantie maaktet met hen
+tegen mij; want in vollen ernst, ik ben hun slachtoffer, al schijnt
+de verhouding uiterlijk omgekeerd."
+
+"Dat heb ik reeds begrepen, Francis, en het is juist daarom dat ik nog
+hier blijf. Het is zeer verre van mij, het met hen eens te zijn. Aan
+uwe zijde is het recht en de gezonde, verstandige opvatting van het
+leven, dat men op de Werve behoort te leiden in uwe omstandigheden..."
+
+"Nu, wat gij daar zegt doet mij goed; want ik beken u dat gij mij in
+strijd had gebracht met mij zelve, door dien blik van minachting dien
+gij mij hebt toegeworpen."
+
+"Die gold enkel de wijze waarop gij hier verbetering en hervorming
+meendet in te voeren; juist dat uitvoeren is glad verkeerd."
+
+"Ik weet heel goed dat het niets helpen zal, wat ik ook doe of
+zeg. Daarbij, ik beklaag mijn grootvader te veel om hem àl te
+groote ontberingen op te leggen; maar als de verkwisting met den dag
+stijgt, en waar ik weet dat ik zelve geen offers meer heb te brengen,
+omdat.... andere plichten mij binden, dan is het niet te verwonderen
+dat ik eens uitval."
+
+"En toch zou ik u raden het eens op andere wijze te beproeven. Ik heb
+een vast geloof in de macht der zachte vrouwelijke overredingskracht;
+oefen die en zie eens wat zij zal uitwerken."
+
+"Tegen behoeften en hebbelijkheden die tot eene tweede natuur zijn
+geworden!" viel zij in met schouderophalen.
+
+"Welnu, indien gij er niet veel mee wint bij hen, dan zult gij er
+toch groote winst van wegdragen voor u zelve, daar ben ik zeker
+van. Gij hebt mij zelf gezegd, dat uwe opvoeding verwaarloosd is,
+niet zóó zeer toch of gij hebt Schiller gelezen."
+
+"_Die Räuber_," viel zij ondeugend in.
+
+"Dus niet zijne _Macht des Weibes_; niet het:
+
+
+ "Was die Stille nicht wirkt, wirket die Rauschende nie!"
+
+
+Zij schudde ontkennend het hoofd.
+
+"Dan is dit punt in uwe vorming althans verwaarloosd."
+
+"Dat ontken ik niet,"
+
+"Maar _c'est à refaire_; mag ik er u op wijzen en zult gij naar
+mij luisteren?"
+
+"Zeker als gij Schiller reciteert, en vooral, als gij goed voordraagt."
+
+"Ik zal mijn best doen."
+
+"Maar nu niet, want ik heb u al veel te lang opgehouden
+en.... en.... gij blijft nu toch hier?"
+
+"Zoolang gij mij houden wilt, Francis!"
+
+"Blijf zoolang gij zelf kunt, als maar hetgeen gij hier waarneemt u
+niet al te veel tegen de borst stuit."
+
+"Ik zal de _cotte de mailles_ van mijn voorzaat te baat nemen, om
+daartegen geharnast te zijn."
+
+"Goed zoo; dus tot het naaste uurtje rustig samenzijn! Ik ga
+paardrijden; ik moet frissche lucht en beweging hebben."
+
+"Apropos! en de dienst dien gij mij te vragen hadt?"
+
+"Och, ik kan er wel buiten: het was maar.... de kapitein wilde mij
+een rijzweep present doen, en...."
+
+"En die zoudt gij liever willen aannemen van mij, niet waar?" vroeg
+ik lachend.
+
+"Neen, neen! Zóó is 't niet gemeend. Ik zou graag tien gulden van
+u leenen, als gij ze missen kunt; over een paar dagen heb ik zelve
+weer geld."
+
+"Is 't gedecideerd dat ik u geen cadeau mag doen vandaag, bij wijze
+van souvenir?"
+
+Zij gaf een beslist "neen" ten, antwoord. Toen reikte ik haar mijn
+portemonnaie, en zij nam er uit wat zij goedvond.
+
+Eene kluchtige uitkomst van den geleverden slag, niet waar? Maar het
+komt mij toch voor dat ik terrein heb gewonnen.
+
+
+
+Daar ik ook behoefte gevoelde aan frissche lucht, en de lust tot
+schrijven mij voor 't oogenblik vergaan was, besloot ik mijn biljet
+aan Overberg zelf naar de brievenbus te brengen, indien het bleek,
+dat er zoodanige inrichting op het dorp bestond. Beneden vond ik den
+generaal ook gereed om uit te gaan, en op mijne vraag, waar men hier
+de brieven bezorgde, bood hij mij aan met mij op te wandelen. Het ging
+de rechte, breede laan door, en wij bereikten den straatweg die door
+het dorp liep. Aan een van de eerste huizen bevond zich de brievenbus
+van het hulpkantoor, dat door een der functionarissen van de gemeente
+werd geadministreerd. Von Zwenken moest er zelf heen, want hij had een
+brief te bezorgen (ook aan Overberg denk ik) dien hij liefst aan de
+opmerkzaamheid van Francis onttrok, zooals hij mij zeide. Hij hoopte
+daarbij een pakket te vinden, dat hij zelf moest afhalen en dat ook
+werkelijk werd overhandigd; maar het scheen niet aan zijne verwachting
+te beantwoorden, want toen hij het met zekere zenuwachtige haast had
+geopend, stak hij het met eene beweging van verdriet en teleurstelling
+in zijn zak en zuchtte diep. Bij het terugwandelen meende hij zich
+daarover eenigszins te moeten verklaren en deed mij verstaan, dat
+het onnoodig was er met Francis over te spreken. "Ik heb zoo mijne
+eigene zaken, die buiten haar moeten omgaan, want zij zou er toch
+niets van begrijpen en het denkelijk niet met mij eens zijn, en nu
+gij haar reeds kent in hare eigenaardigheden, zult gij het natuurlijk
+vinden dat ik liefst discussies met haar vermijd. Op mijn leeftijd,
+en als men de rust lief heeft.. gij verstaat mij?"
+
+"Heel goed, maar Francis is toch te verstandig om altijd zoo door
+te draven."
+
+"Ja, zij heeft gezond verstand, dat is waar, maar als zij eene
+opvatting heeft en haar _grand cheval de bataille_ bestijgt,
+dan hebt gij zelf gezien hoe zij er op voortholt door dik en dun,
+zonder na te denken wie zij er mee kwetst of bespat. 't Is toch heel
+natuurlijk dat de kapitein, die zijn heele positie aan mij dankt,
+eenige attenties voor mij heeft, en gij hebt gehoord hoe averechts
+zij dat opneemt. Zoo is het met alles; in plaats van mij dank te weten
+dat ik mij om harentwille in deze woestijn heb geretireerd, doet zij
+niets om mij hier het leven dragelijk te maken. Ik heb nog vrienden
+genoeg, die hier graag nog eens een dag wilden komen passeeren, maar
+freule Mordaunt schrikt ze allen af sinds de kapitein hier is. Zij
+is zeker bang dat hij zich vergrijpen zal tegen den goeden toon."
+
+Er was iets pijnlijks in de machtelooze bitterheid van dien grijsaard;
+maar wekte hij mijn medelijden, mijne achting won hij niet: ik
+voelde te zeer waar het haperde en hoe zijne voorstelling juistheid
+miste. Liever dan met zijne klachten over Francis in te stemmen,
+beproefde ik eene afleiding te maken.
+
+"De Werve ligt toch in eene heerlijke streek, oom!"
+
+"Dat geef ik u toe, en het is voormaals eene mooie possessie geweest,
+maar als men niet eigenlijk zin heeft voor het landleven en van alle
+jachtvermaak moet afzien, zooals ik, den winter en zomer blijven moet
+en geen rijtuig kan houden, dan is men tot het uiterste isolement
+gedoemd. Het dorp zelf biedt niet de minste ressources; te voet kan
+men niet in de stad komen, en de omliggende plaatsen zijn allen veel
+te verwijderd om er eenige conversatie mee te houden; daarbij met
+Francis en in mijne veranderde positie zou dat ook niet best gaan."
+
+"Om de waarheid te zeggen, oom! verwondert het mij eenigszins dat
+gij u niet van dat oude kasteel ontdoet, sinds gij toch geen smaak
+vindt in het landleven en de gelegenheid mist om partij te trekken
+van de gronden."
+
+"Voor dat laatste, beste jongen, moet men geld hebben, veel geld,
+waaraan het mij altijd heeft ontbroken en wat het eerste betreft, dat
+zou ik graag willen, want ik kan beter en goedkooper wonen in de eene
+of andere kleine stad; maar er zijn voor mij ontzaggelijke bezwaren
+verbonden aan den verkoop van dit goed; ik zou er eene enorme som
+voor moeten vragen, omdat het, onder ons gezegd, nogal bezwaard is,
+en niemand kon er veel voor geven, daar ik door allerlei tegenspoed de
+bezittingen deerlijk heb moeten verbrokkelen. Iemand die een kasteel
+koopt, met zijne heerlijke rechten, wil tegelijk bezitter worden van
+de bosschen, van de omliggende gronden, en.... ik ben daarvan niet
+meer de eigenaar."
+
+"Mogelijk zou iemand die in de nabijheid zijne eigendommen had er
+nog wel toe komen kunnen om u bijzonder voordeelige condities toe
+te staan."
+
+"Hm! gij zegt daar zoo wat. Mijne schoonzuster heeft eenige jaren
+geleden het groote buitengoed aangekocht de Runenberg genaamd,
+vlak bij de uiterste grens gelegen van hetgeen eens het mijne was,
+en zij heeft mij toen een dergelijk voorstel laten doen, dat ik
+verworpen heb uit familiehaat, uit zucht om haar te contrarieeren,
+en allermeest omdat ik het denkbeeld niet verdragen kon voor háár,
+juist voor háár plaats te moeten maken."
+
+"Dàt bezwaar is nu althans uit den weg geruimd."
+
+"Ja, Goddank! Maar gij weet niet, wat ik van die nabuurschap geleden
+heb, hoewel zij zelve zich nooit op haar landgoed heeft vertoond; maar
+zij had hare handlangers, die al ras begonnen met twist te zoeken over
+de rechte grensscheiding; er ontstond een proces uit om het bezit van
+een handbreed land, waar wij geen van beiden iets aan hebben, dat mij
+duizenden heeft gekost. Het spreekt van zelf dat zij het won, de slimme
+feeks; en toen het eens uitgemaakt was, begon zij nieuwe chicanes te
+maken en betwistte mij het recht van overtocht over een bruggetje,
+dat tot het strookje land in kwestie had behoord tot algemeen nut en
+gebruik, maar door haar uitsluitend eigendom van den Runenberg werd
+ondermijnd. Opnieuw moest er met procureurs en advocaten gebesogneerd
+worden, maar tot een proces kwam het ditmaal niet, daar ik al te zeer
+geplunderd was om het tegen haar vol te houden; maar weer behield zij
+het veld, en al wat hier rondom de erve woont heeft er den last van,
+want wij moeten nu een verren omweg maken om te bereiken wat vroeger
+door die brug nabij lag. Zoo is 't met alles gegaan, en zij heeft
+in alles gezegevierd. O dat wijf! dat's de kanker die mijn leven
+heeft verteerd."
+
+"Maar indien zich nu iemand opdeed, die hare rechten had verkregen
+op de aangrenzende bezittingen...."
+
+"Gij meent op den Runenberg? Dat zou haar erfgenaam moeten zijn! Hebt
+gij reden om te denken dat deze lust zou hebben het kasteel met zijn
+toebehooren, zooveel en zoo weinig als het nog is, onder de hand van
+mij te koopen?" vroeg de generaal, en er kwam leven en gloed in zijne
+doffe oogen, toen hij die vraag deed.
+
+"Overberg, die wist dat ik hier heen ging, heeft mij opgedragen u
+te verwittigen dat er weldra gelegenheid zal zijn om de Werve op het
+voordeeligst over te doen."
+
+"Over te doen! Dus onderhands, zooals met de boerderij, dat hij ook
+voor mij heeft bered! Want om redenen kan er van publieken verkoop
+geen kwestie zijn."
+
+"Dat meent Overberg ook; de vraag is maar, of gij tot het eerste
+zoudt kunnen besluiten."
+
+"Ik! Wel, van ganscher harte; maar Francis.... dat is wat anders! Zij
+hecht aan dit oude rattennest, aan familie-tradities, aan, de Hemel
+weet wat, tot zelfs aan de heerlijke rechten, die God betere 't, in
+niets meer bestaan dan den titel, en waarvan zij zich nog heel wat
+voorstelt. Zij heeft zich in 't hoofd gezet eenmaal vrijvrouwe van
+de Werve te zijn, en 't is hare illusie die leelijke oude cavalje
+nog weer eens een goed aanzien te geven."
+
+"Dat's toch zoo'n kwaad voornemen niet."
+
+"Neen! Maar zij heeft nooit goed gevonden het eenige middel aan
+te grijpen om tot de fortuin te komen waardoor zij dat ideaal zou
+kunnen verwezenlijken. Zij heeft indertijd maar te kiezen gehad
+uit menige goede partij, maar zij heeft al die kansen lichtzinnig
+verachteloosd. Nu, bij de afzondering waarin wij leven, zal er wel
+niets van een huwelijk komen. En toch obstineert zij zich om de
+toekomstige ruïne met beide handen vast te houden of er een schat in
+verborgen lag."
+
+"Maar _gij_ zijt immers zelf heer en meester van 't kasteel en hebt
+hare toestemming niet te vragen."
+
+"Rechtens niet, dat is waar, maar er zou geen huis met haar te houden
+zijn zoo ik dat deed. Daarbij, zij heeft wel recht om er in gekend te
+worden. Ziet gij, neef! toen zij meerderjarig was geworden, moest ik er
+voor uitkomen dat een goed deel van haar moederlijk vermogen nog bij
+'t leven van hare ouders als tot niets was gereduceerd. Dat was mijne
+schuld niet. Sir John Mordaunt hield van eene schitterende leefwijze
+en had zijn huis ingericht op Engelschen voet, zonder Engelsch geld,
+want hij was maar een tweede zoon, en zijn pensioen als marine-officier
+was niet toereikend. Even voor zijn dood echter was er een oud-oom
+gestorven, die aan Francis voor haar naam een niet onaanzienlijk
+legaat had toegekend; ware zij een zoon geweest, dan zou de geheele
+schitterende fortuin van den ouden baronet met landgoederen en tot
+den titel toe haar ten deel zijn gevallen; nu waren eenige honderden
+ponden sterling al wat zij kreeg. Eer mijn schoonzoon nog tijd had
+gehad om over dat geld te beschikken, stierf hij aan eene beroerte. Ik
+werd voogd; maar de toeziende voogd, die er zich op scheen te zetten
+om het mij lastig te maken, nam een procureur in den arm, die met
+den code in de hand mij verplichtte om alles wat Francis toekwam,
+van haar legaat zoowel als van de niet veel beduidende ouderlijke
+nalatenschap, op het grootboek te plaatsen, eene zekere, dat wil ik
+wel toegeven, maar toch eene zeer schraal rendeerende plaatsing voor
+onzen tijd. Ik genoot de renten voor de opvoeding en het onderhoud
+mijner kleindochter, die meer dan dat kostte, omdat zij de caprice had
+den geheelen stoet bedienden van het huis haars vaders, zijn stal en
+equipage aan te houden, en ik, die met haar leven moest, te zwak een
+voogd was om de zeventienjarige iets te weigeren, wat zij met zulk
+eene vastheid van wil doorzette. Eindelijk bij hare meerderjarigheid
+en toen het mij door allerlei tegenspoed zeer slecht gegaan was,
+reduceerden wij onze huishouding tot het strikt noodige, naar mijn
+rang en positie, zooals vanzelf spreekt. Maar een allernoodlottigst
+samentreffen van omstandigheden maakte het noodig dat ik op eens over
+eene groote som gelds kon beschikken om eene gapende wonde te dekken,
+die, openlijk blootgelegd, ongeluk in schande zou hebben verkeerd,
+en mij verplicht zou hebben reeds toen mijn ontslag te nemen. Francis
+is heftig en eigenzinnig, dat is waar, maar zij heeft een grootmoedig
+karakter en een liefderijk hart voor lijdenden. Zij zelve bood mij
+aan, zooveel noodig mocht zijn van haar vermogen los te maken om de
+dreigende ramp te voorkomen. Ik moest aannemen, ik kon niet anders;
+maar ik nam aan als een voorschot, als een schuld die ik eenmaal
+hoopte te voldoen en waarvoor ik haar bij mijn overlijden het bezit
+van de Werve toekende."
+
+"Maar.... zij is immers uw eenig kleinkind; volgt dat dan niet
+vanzelf? Of.... ik meen gehoord te hebben dat gij een zoon hebt gehad,
+generaal! Is die gehuwd en heeft die kinderen?"
+
+"Mijn zoon.... is dood!" bracht de generaal uit met haperende
+stem. "Hij is nooit getrouwd geweest daar ik van weet; hij
+heeft althans nooit mijne toestemming tot een huwelijk gevraagd
+noch verkregen, en zoo hij kinderen heeft nagelaten, zijn het
+bastaards--niets dan dat!"
+
+"Waarom dan die voorzorg, beste oom? Verschoon mij de vraag, die
+wellicht onbescheiden is, maar uit belangstelling in Francis wordt
+gedaan."
+
+"Juist om de schuld die ik aan haar heb en waarvoor de Werve haar
+borg is. Na mijn dood zullen mijn schuldeischers het kasteel niet
+kunnen verkoopen zonder dat ze met Francis te rekenen hebben."
+
+Ziedaar waarop tante Sophie zelve zeker niet had gerekend. De straf
+die zij von Zwenken toedacht, zou dus eigenlijk op Francis worden
+toegepast.
+
+"Gij begrijpt dus wel," ging de generaal voort, daar ik zweeg,
+"dat ik bij mijn leven het kasteel niet verkoopen kan zonder hare
+toestemming, tenzij ik begon met dat geld terug te geven; en als dat
+zijn moest zou de geheele verkoop mij niet veel baten."
+
+De jammerlijke egoïst zag er dus niet tegen op zijne kleindochter
+ganschelijk te berooven, als zij zelve maar in die plundering wilde
+toestemmen. Welk een man! En dit alles onder fijne vormen en eene
+bonhomie waarvan de scherpzinnigste dupe moest zijn. Was het wonder
+dat Francis zoo weinig menagement had voor de vormen, daar zij veel
+te helder zag om niet te weten wat er onder kon schuilen?
+
+"En draagt Overberg kennis van die overeenkomst tusschen Francis en
+u?" vroeg ik.
+
+"Neen; er waren redenen waarom ik bij die gelegenheid iemand anders
+gebruikte. Mijn testament ligt bij een notaris te Arnhem."
+
+"Maar vreest gij niet dat uwe kleindochter bedrogen zal uitkomen bij
+uw overlijden, sinds gij mij mededeeldet dat het kasteel bovendien
+nogal bezwaard is?"
+
+"Wat zal ik u zeggen, _mon cher!_ nood breekt wet, en ik heb altijd
+nog hoop mijne fortuin te redresseeren eer het zoo ver komt."
+
+Zijne fortuin te redresseeren op zijn leeftijd! Waarmee dacht de
+man dat te doen? vroeg ik mij zelve af; maar.... ik herinnerde
+mij het pakket, ik had even een blik op den inhoud kunnen werpen:
+het schenen lijsten, loten, vermoedelijk van eene buitenlandsche
+loterij. Als de ongelukkige daarop zijne hoop bouwde en daarvoor
+de weinige hulpmiddelen veil had, die hem nog ten dienste stonden,
+dan was het toch wel ver met hem gekomen, dan was het niet eens meer
+slim beleid--dan was hij tot idiotisme gezonken.
+
+"Neef!" sprak hij op eenmaal met levendigheid, of hij een lumineusen
+inval kreeg, "als het waar is dat Overberg met mij over den verkoop van
+het kasteel wil onderhandelen, zou het niet kwaad zijn zoo gij Francis
+eens op het chapitre bracht en haar polste hoe zij er over dacht. Het
+komt mij voor, dat gij wel eenigen invloed hebt op haar. Wij zouden
+een heel eind gevorderd zijn zoo gij haar wist te bewegen om van dat
+idée fixe af te zien."
+
+"Ik beloof het u, oom! dat ik met Francis spreken zal over die zaak!"
+
+"Gij kunt nog als argument aanvoeren, dat het gezelschap van den
+kapitein mij minder noodzakelijk zou zijn, als ik eens in eene plaats
+gevestigd was, waar ik wat conversatie had."
+
+Gelukkig behoefde ik niet te antwoorden: wij waren bij het huis;
+de bel luidde voor het tweede ontbijt, de kapitein zelf kwam ons
+gulhartig te gemoet. Francis was nog niet terug; wij gebruikten het
+_luncheon_ zonder haar.
+
+Eerst bij het diner verscheen zij weer. Zij was gekleed in een grijze
+japon, even eenvoudig van fatsoen als van kleur maar die haar keurig
+zat; haar elegante taille kwam er goed door uit, en zij droeg een
+smal linnen boordje; het verkleurde sjaaltje was vervangen door
+een zwart fluweel lint. Het haar ook was met zekere zorg opgemaakt;
+het was of zij mij stilzwijgend wilde te kennen geven, dat majoor
+Frans voor Francis Mordaunt had plaats gemaakt. Al was het maar
+tijdelijk, mij gaf het eene gewaarwording van triomf of ik den slag
+van Nieuwpoort had gewonnen, en nooit, Willem, heeft een damestoilet
+mij met zooveel stille verrukking bezield als het echt vrouwelijk
+grijze kleedje en dat simpele boordje van Francis! Maar was het in de
+bewustheid dezer belangrijke concessie of uit eenige andere oorzaak,
+die ik niet doorgrondde, het scheen of zij nu ook de vrije, luchtige
+manieren van majoor Frans had afgelegd en iets van hare vroegere
+onbevangenheid miste, althans tegenover mij. Zij was stil en in
+zich zelve gekeerd, viel niet uit tegen den kapitein, die haar met
+hondendeemoed naar de oogen zag, en betoonde zelfs zekere meewarige
+goedwilligheid jegens den generaal, die echter wat strak en _distrait_
+bleef en alleen met zijne gewone verfijnde gulzigheid het enkele
+fijne schoteltje savoureerde dat ditmaal op tafel kwam. Het was zeker
+tusschen Francis en den kapitein tot eene wapenschorsing gekomen,
+waarbij de preliminairen voor den vrede waren gesteld; aanvankelijk
+was er aan haar eisch tot vereenvoudiging voldaan; wij teerden heden
+op de resteerende vleezen van den vorigen dag, met eene voldoende
+hoeveelheid spinazie en een extraatje voor den generaal, die geen
+aanmerking maakte toen de fijne wijn achterbleef, maar zich nu op
+de kwantiteit wreekte en met meesterlijke gemakkelijkheid voor zoo'n
+bleek en schraal personage een paar flesschen naar binnen sloeg zonder
+dat men het hem aanzag. Zoo'n stille, taaie opeter, die niet eens de
+_franchise_ had van zijn lage ondeugd, zooals de kapitein,--die er
+gul voor uitkwam dat hij geen hooger genot kende dan het tafelgenot,
+dat hij voor zijn buik leefde,--boezemde mij een afkeer in, die tot
+walging steeg, als ik dacht aan ons gesprek op de wandeling.
+
+De gelegenheid om een afzonderlijk woordje met Francis te wisselen,
+werd mij aan tafel niet geschonken en toch had ik behoefte haar
+iets te zeggen van den indruk, dien haar lief toilet op mij maakte,
+wat tegenover eene andere vrouw eene impertinentie zou zijn; want een
+compliment te maken over hare kleeding op een bepaalden dag is immers
+het bewijs, dat men eene uitzondering constateert; maar tegenover
+Francis, die zelve hare gewone achteloosheid op dit punt had erkend,
+kon de _courtoisie_, kon het welgevallen zich uiten zonder gevaar.
+
+Toen zij opstond, geneerde ik mij ook niet tegenover de oude heeren,
+weigerde de sigaar en volgde haar onverwijld naar het salon; maar
+ook de kapitein was gevolgd, en nu, over een stoel leunende vroeg
+hij ootmoedig:
+
+"Wat zegt mijn majoor nu; heb ik geen pluimpje verdiend?"
+
+"Welzeker," gaf zij ten antwoord, maar haar gelaat betrok. Ik vatte
+waarom.
+
+"Eilieve, kapitein!" nam ik de vrijheid halfluid tot dezen te zeggen,
+"begrijpt gij niet hoezeer het mijne nicht ergert dat gij haar altijd
+met dien gehaten bijnaam aanspreekt? Ziet gij niet hoezeer zij eene
+freule Mordaunt is, van hare elegante _chaussure_ af tot de toppen
+der fijne vingeren toe, _als_ zij zich zelve wil zijn."
+
+"Och, ik ben ook een domkop om daar niet beter op te letten; maar
+'t is waarheid wat gij zegt, jonker! Excuseer, freule! de gewoonte,
+de ingeroeste gewoonte!"
+
+"Gij en ik moeten met onze gewoonten breken, kapitein!" sprak zij
+zacht, doch met nadruk; "want wij zijn op den verkeerden weg; is het
+niet zoo jonker?"
+
+"Excuseer mij, freule! dat ik u dit niet kan toestemmen; reeds
+de erkenning daarvan is een stap vooruit;" en naar haar toegaande
+fluisterde ik haar in: "Mag ik u gelukwenschen met uwe gracieuse
+metamorphose?"
+
+"Gelukwenschen? Neen!" hernam zij ras en zacht, "want ik voel mij
+niet thuis in mij zelve, en in _gêne_ ligt het geluk niet."
+
+"Mag ik een woordje spreken, eer de freule met den jonker
+philosopheeren gaat?" viel de kapitein in; "als de generaal er bij
+is, kunnen wij er niet over praten. Hoe denkt de freule over het
+vieren van den verjaardag; ik had mij voorgesteld dat het ditmaal
+eens recht luisterrijk zou zijn; maar als ik hoor van een verkeerden
+weg en van veranderingen en zulk gesnor, dan word ik haast bang dat
+mijn plannetje in duigen zal vallen."
+
+"Een plannetje, een verjaardag! Wie is er dan jarig?" vroeg Francis
+in verstrooiing.
+
+"Wel, de generaal overmorgen! Hij wordt zes-en-zeventig, en ik dacht
+zoo, de freule zal dat aardig vinden; maar van ochtend hadden mijne
+preparatieven al zoo weinig succes, dat...."
+
+"O zoo, dàt was het dus?"
+
+"Juist dàt, en nu de jonker blijft, hebben wij ten minste één gast
+meer!"
+
+"Ga nu in 's Hemels naam uw gang, Rolf! Grootpapa moet gefêteerd
+worden, daar hebt gij gelijk in, maar nù...."
+
+"Poets ik hem, dat spreekt vanzelf," zei Rolf opgeruimd, en tot
+zijne eer zeg ik het, hij bleef ook niet langer aarzelen of om ons
+heendraaien toen hij eens _carte blanche_ had voor de feestviering;
+maar schoof zorgvuldig de porte-brisée achter zich toe, als om ons
+van de eetzaal te isoleeren.... Ik trok een lange tabouret naar mij
+toe, en ging tegenover Francis zitten die het hoofd op de canapé liet
+rusten in diepe zwaarmoedigheid.
+
+"Gij wilt niet van geluk hooren! Francis! Gij klaagt van _gêne_,"
+sprak ik zacht, "dat grieft mij; het was mij waarlijk niet te doen
+om u somber en ontstemd te zien; is het u dan in ernst zoo groot
+een dwang, om u te toonen wat gij inderdaad zijt; eene vrouw, eene
+beminnelijke vrouw?"
+
+"Ik weet niet wat gij beminnelijks in mij zien kunt, jonker van
+Zonshoven! want ik voel mij stijf en gedwongen, en dat is zeker niet
+de conditie om te behagen."
+
+"Ik merk ook wel dat gij u daar niet op toelegt. Wat misdaad heb ik
+gepleegd, Francis! dat ik op eens jonker van Zonshoven voor u geworden
+ben, en het gemeenzame Leo verbeurd heb?"
+
+"Het eene hangt samen met het andere: als ik u gulweg Leo noem, dan
+verval ik al heel licht tot mijne gewone wijze van zijn, en ik ben
+niet zeker dat er dan niet eens een uitval volgt, die...."
+
+"Gij zijt in eene plaagzieke luim, Francis! gij wilt het mij doen
+berouwen, dat wij Majoor Frans op den achtergrond hebben gezet."
+
+"Neen, dat's mijne intentie niet, want ik geef toe dat hij daar
+blijven moet; alleen ben ik niet zeker, dat hij niet telkens
+weer op den voorgrond zal komen, want ik moet u ronduit zeggen,
+Leo! kostschoolmanieren heb ik nooit kunnen aannemen!"
+
+"Maar hoe komt het in u op dat ik die van u zou wachten
+of eischen. Oneindig liever Majoor Frans! in zijne ruwe
+oorspronkelijkheid!"
+
+"Onder privilege van hem tweemaal daags zonder menagement de waarheid
+te zeggen," viel zij in, maar zonder den glimlach die de scherts
+temperde.
+
+"Zelfs dat, als 't niet anders zijn kon, zou nog gezonder zijn voor
+geest en gemoed van beide partijen, dan de dampkring van aanstelling,
+namaak, onnatuur en geconfijte huichelarij, van datgene wat men
+kostschoolmanieren noemt."
+
+"Dat's gezegend dat gij dit zoo inziet, Leo!" viel zij in, gelukkig
+weer in haar ouden gemeenzamen toon; "want al wilde ik het beproeven,
+ik zou het toch niet kunnen volhouden; het strijdt te zeer met mijne
+natuur. Ik ben geen poesje, zooals die allerliefste nufjes, die zoo
+glad en zoo fijn voor den dag komen, niet dan fulpen pootjes toonen,
+kopjes geven en zoetelijk streelen, maar die boosaardig en valsch
+zijn, en die de nagels uitslaan als men dat het minst verwacht. Ik
+ben ook geen slanke hazewind, die zich tot kunstjes laat africhten en
+voor iedereen opzit; ik ben een eerlijke trouwe wachthond, die luid
+kan blaffen en ferm de tanden laat zien, maar die...." Zij zweeg in
+zekere verwarring, verlegen hoe de phrase te voltooien zonder zich
+in den strik te werken.
+
+"Die gehecht is aan zijn meester, moet er op volgen, Francis! anders
+komt de vergelijking niet uit."
+
+"Nu, goed, _als_ hij een meester gevonden heeft, en.... en.... daar
+ben ik gelukkig nog niet."
+
+"Gelooft gij dat, Francis?" vroeg ik, haar zacht maar doordringend
+in de oogen ziende.
+
+"Zeker, zeer zeker! het is zooals ik zeg," en met fierheid wierp zij
+het hoofd in den nek, onder een hoogen blos; toch hield zij mijn blik
+niet uit, toen zij voortging met al de heftigheid die uit innerlijken
+strijd voortkwam: "Ik wil geen meester erkennen, Leo! nooit, nooit,
+geloof dat. Ik wil mijne vrijheid, mijne onafhankelijkheid bewaren,
+ik moet het.... als gij meer van mij wist, zoudt gij de eerste zijn
+om dat toe te stemmen."
+
+"Laat mij dan van u weten wat er noodig is om dat met u eens te zijn,"
+drong ik.
+
+"Ja, ja, dat zult gij zeker, maar niet nu, niet hier; 't is in dit
+vertrek duf en dompig: ik heb een gevoel van angst en beklemdheid
+of ik hier stikken zou; ik moet de vrije lucht in," en met een
+afwerend gebaar, toen ik haar wilde tegenhouden, was zij in een wip
+de kamer uit.
+
+Dat was mijn geluk, want ik was op het punt om, weggesleept door mijn
+gevoel, haar op mijne knieën te smeeken mij tot haar heer en meester te
+verheffen en ik zou mogelijk duur geboet hebben voor die voorbarigheid.
+
+
+
+Als Francis de lucht in ging, was er voor mij geen reden om thuis
+te blijven; ik nam mijn hoed en steeg langzaam het perron af, in
+'t onzekere welken weg ik zou nemen, toen Frits, die naast een der
+aloë-vazen stond te droomen, mij met een leuk gezicht vertelde, dat
+de freule in den tuin was: ik volgde die aanwijzing en trof haar op
+het punt om door de tuindeur weg te sluipen.
+
+"Mag ik u vragen waar dat heengaat, genadige vrijvrouwe?" sprak
+ik schertsend.
+
+"Naar de ruïne om de zon te zien ondergaan! 't Is een heerlijke
+lente-middag; heeft jonker van Zonshoven lust om mee op te wandelen?"
+
+"Het was, meende ik, de afspraak dat wij die samen zouden gaan
+zien. Wilt gij mijn arm?"
+
+"Nog niet; wij hebben eerst nog een lastig eind weg en wij moeten
+zien heen te komen door struik en heg, door dik en dun, eer wij het
+mooie effene zandpad krijgen dat er heenleidt; maar dan kunnen wij
+gezellig praten."
+
+Zij had gelijk; in 't eerst was het geene wandeling, het was slechts
+eene worsteling met allerlei hindernissen, door de natuur gesteld
+en waar de hand des menschen zich niet verledigd had iets tegen
+te doen. Daar was een gemakkelijke weg naar de ruïne als men de
+voorpoort van 't kasteel uitging, maar het was een wijde omweg en
+Francis hield van recht op haar doel af te gaan; zij hield evenzeer
+van het strijden met bezwaren, als zij van het gladde, gebaande pad
+zekeren instinctieven afkeer had. Ik plaagde haar met deze neiging,
+die ze ook in 't gewone leven toonde, en kon mij niet weerhouden haar
+te waarschuwen, dat hier zeker de oorzaak lag waarom zij door velen
+zoo geheel verkeerd werd beoordeeld.
+
+"Daar weet ik alles van," gaf zij ten antwoord met een minachtend
+schouderophalen, "maar daar is niets meer aan te verhelpen, dat's een
+gevolg van mijn kwâjongensnatuur. Ik laat me nooit onder één lijntje
+brengen met anderen, daar kunt gij staat op maken, _très cher cousin!_"
+
+"Dat zou ik ook waarlijk niet verlangen; gedwongenheid waarbij
+uwe levendigheid, uwe opgeruimdheid moest ondergaan, zou u al heel
+slecht passen; als gij mij maar vergunt _zeker personage_ tot de
+orde te roepen als hij in zijne onbesuisdheid freule Mordaunt te kort
+zou doen."
+
+"Gij schijnt er aan te hechten," sprak zij met een zacht
+hoofdschudden,--"aan die freule Mordaunt; maar wij zullen zien. Daar
+hebben wij nu het gemakkelijke zandpad, en wij kunnen rustig
+voortwandelen."
+
+Zwijgend bood ik haar mijn arm, dien zij nam, terwijl zij aanving:
+
+"Men zegt van mij, dat mijne opvoeding verwaarloosd werd, dat
+is in eigenlijken zin niet waar. Ik ben gansch niet in 't wilde
+opgegroeid. Men heeft zelfs zeer veel werk gemaakt van mijne vorming;
+maar juist die leiding heeft mij ontbroken, waaraan ik de meeste
+behoefte had, want ik ben opgevoed als een jongen! Zooals gij reeds
+gehoord hebt, overleefde mijne moeder slechts weinige dagen mijne
+geboorte; zij althans heeft geen schuld aan 't geen men tegen mij
+heeft gepleegd. De zuster van Rolf, slachtoffer eener lage verleiding,
+en ongehuwde moeder, maar overigens eene flinke, eerlijke boerendeern,
+werd mijne min. Haar kindje was gestorven en al wat er van moederlijke
+liefde in haar hart school, werd op mij overgebracht. Ik was _haar
+kind_. Zij verstond het niet anders. Ook is zij mij bijgebleven tot
+haar dood, toen ik reeds geen kind meer was. Maar hare liefde was
+toch eene andere dan zij aan haar eigen kind zou hebben betoond. Onze
+vrouwen uit den boerenstand plegen geen zwakke moeders te zijn; en
+zij was dàt voor mij. Zij gaf mij in alles mijn zin, en haar argument
+voor die toegevendheid was altijd dat er geen mensch in de wereld was
+als zij om mij lief te hebben. Dat was overdrijving; want grootpapa,
+die destijds met mijn vader hetzelfde huis bewoonde hield van mij,
+hoewel het maar al te waar was dat Sir John Mordaunt zich al heel
+weinig om het kleine meisje bekommerde. Waarheid is, dat hij een zoon
+gewenscht had, niet alleen ter wille van zijn naam, maar ook omdat
+daaraan zijne toekomstige fortuin hing. Hij had een zoon gehad,
+evenals ik Francis gedoopt, op wiens bestaan groote verwachtingen
+waren gebouwd, doch die slechts een half jaar leefde. Twaalf maanden
+na dit verlies, waarover mijn vader zich nooit heeft kunnen troosten,
+werd hem die dochter geboren, die door hem met zoo weinig ingenomenheid
+werd begroet, dat de moeder zelve er smartelijk door werd getroffen. Na
+alles wat ik later heb ondervonden, moet ik onderstellen, dat leedwezen
+over de grievende teleurstelling die zijne koelheid haar veroorzaakte,
+de laatste levensuren mijner moeder heeft vergald, zoo niet haar dood
+heeft verhaast. Hoe dat ook zij, Sir John Mordaunt wilde niets van zijn
+kind weten, totdat op zekeren dag 'Nurse,' die deze onverschilligheid
+niet uitstaan kon, mij eens bij hem binnenbracht, om te laten zien welk
+een kloek ferm kind ik was, en hoezeer het meisje het in kracht en
+gezondheid won van het kwijnende jongske, dat geen zeven maanden had
+kunnen leven. 'Waarachtig, dat kon best een jongen zijn!' moet papa
+toen hebben uitgeroepen, naar 't verhaal van Rolf, die tegenwoordig
+was. En van dien dag af begon Sir John zich met mij bezig te houden
+dat wil zeggen aan mijne opvoeding een bijzondere richting te geven,
+die mij gemaakt heeft wat ik nu ben en die mij mogelijk tot nog
+veel ergers zou gebracht hebben, zoo niet tusschentredende personen
+en omstandigheden de uitwerking zijner ongewone opvoedingsmethode
+eenigszins gewijzigd hadden. Onder pretext van hygiëne en Engelsch
+gebruik liet men mij tot mijn zevende jaar een ruim en gemakkelijk
+kostuum dragen, dat Nurse met minachting 'een jongenspak' noemde, maar
+dat bijzonder geschikt was om mij tot allerlei lichaamsoefeningen in
+staat te stellen. Toen ik even loopen kon, kreeg ik al een meester
+in de gymnastiek; ik werd gehard tegen hitte en koude als een jonge
+Spartaan; Rolf werd gelast mij de exercities te leeren toen ik pas
+een kindergeweer kon dragen. Hij verzuimde evenmin mij les in het
+schermen te geven, en het ontbrak mij niet aan gelegenheid om mij in
+die nobele kunst te oefenen, daar alle jonge officieren die bij ons aan
+huis kwamen er pleizier in vonden, of dat uit complaisance voor papa
+voorwendden, om zich met mij te meten. Eene wezenlijke of eene gewaande
+triomf over hen werd mij door Sir John op het schitterendst beloond. Ik
+mocht ieder mijner invallen botvieren, als het maar wilde, brutale,
+jongensachtige caprices waren. Ik weet niet wanneer men begonnen
+is mij den bijnaam van den 'kleinen majoor' te geven, noch zelfs
+waarom; ik onderstel dat het Rolf is geweest die dit heeft bedacht,
+om mij bewijs te geven van zijne diepe vereering en tegelijk om mij
+te onderscheiden van grootpapa, die toen tot den rang van majoor was
+geklommen; maar ik weet wel dat papa smaak vond in die benaming en niet
+naliet haar telkens te gebruiken, en ik herinner mij nog zeer goed,
+hoe ik verbaasd stond toen een officier, denkelijk een _new come_,
+mij als freule Francis aansprak. Ik weet wel, dat ik het heel kwalijk
+opnam en een Engelschen vloek uitstiet van ergernis, dien ik Sir John
+meermalen had hooren bezigen. Ik weet ook, dat papa mij toen van den
+grond tilde en mij al lachende kuste. Het was de eerste maal dat hij
+mij op die wijze zijne vaderlijke teederheid toonde. Was het mijne
+schuld dat ik dat grove woord een mooi woord achtte en niet naliet
+er meer van dien aard te baat te nemen als ik mijn zin wilde hebben
+of eenige kracht wilde leggen in mijne uitdrukking. Er werd altijd
+over gelachen, ik werd er voor gekust en toegejuicht.... hoe had het
+anders kunnen zijn!"
+
+"'t Is zelfs te verwonderen dat de kwade gewoonte er u niet van
+bijgebleven is."
+
+"Lang genoeg, om u de waarheid te zeggen; en nog ben ik niet zoo
+heel zeker dat niet in drift.... Toch moet ik Nurse de eer geven,
+dat zij er op hare wijze tegen reageerde door te vertellen, dat
+vloeken zonde is; want zoodra ik eenigszins de portée van dat
+woord vatten kon, had zij mij daartegen een heilzamen afschrik
+ingeboezemd. 'Maar mag papa dan zonde doen?' vroeg ik.--'O, voor
+heeren is dat wat anders.'--'Dan wil ik ook geen meisje zijn!' En
+dan volgde er doorgaans een gesprek waarbij de eerlijke vrouw op hare
+wijze moraal predikte. Het eindigde altijd daarmee, dat ik boos was
+geen heer te wezen, en werkelijk heeft de spijt van maar een meisje
+te zijn mijne onbezorgde kinderjaren vergald. En de woede waarmee ik
+witte neteldoeksche jurkjes en sierlijke hoedjes vernielde, die Nurse
+mij op zekeren tijd eigenmachtig te dragen gaf, bewees wel dat er al
+heel weinig een meisjesaard in mij zat."
+
+"Die school er wel in, Francis! ik ben er zeker van. Maar men heeft
+de natuur geweld aangedaan en...."
+
+"Dat is zoo waar, dat ik nooit anders dan jongensspeelgoed kreeg:
+trommels, zweepen, soldaten, en toen grootpapa eens op het
+idee kwam om mij een pop te geven, werd die terstond met diepe
+minachting weggesmeten. De plooi had zich gezet; papa kon gerust
+zijn. Op kinderenpartijen liet men mij niet gaan; jongejuffrouwtjes
+kwamen bij ons niet aan huis; ik groeide op in den kring van groote
+menschen, officieren, liefhebbers van de jacht en van paardrijden,
+eene oefening waarvan ik op mijn achtste jaar al kon meepraten, en van
+vrouwen merkte men bij ons niets dan de dienstboden en Nurse. Toen er
+kwestie was van leeren, kreeg ik meesters aan huis, en toen Nurse zich
+niet langer in staat verklaarde het wilde, eigenzinnige, onmanierlijk
+kind te regeeren, kreeg ik.... een gouverneur! Het was een schrander
+man, die veel kennis bezat, maar een laag karakter; een bruikbaar
+mensch, zooals men dat noemt, en die zich ook werkelijk heeft laten
+gebruiken om mij af te richten op de rol, die men mij wilde laten
+spelen in de mystificatie op groote schaal die men voor had. Het is
+mij later gebleken, dat Sir John den dood van zijn zoontje in Engeland
+geheim had gehouden, evenals de geboorte van zijn dochter; dat hij de
+laatste de plaats van den eerste wilde doen innemen aan gene zijde van
+'t Kanaal, en dat hij de mogelijkheid voorbereidde mij daarvoor te
+doen optreden in zekeren bepaalden kring. De afzondering waarin men
+mij hield, het onderwijs dat men mij gaf, de bijzondere richting die
+Dr. Darkins en Sir John altijd aan hunne gesprekken gaven, strekten
+om mij te isoleeren van de personen mijner sekse, om mij een afkeer in
+te boezemen van hare levenstaak, en zekeren wrevel over de positie die
+ons in de maatschappij is toebedeeld, terwijl daarentegen mijne zucht
+tot onafhankelijkheid werd gevoed en gevleid, en men aan mijn geest,
+aan mijn karakter zekere eigenaardigheden trachtte te geven, die men
+kloeke, mannelijke vorming noemde, hoewel ik later die hooggeprezen
+hoedanigheid veel minder bij de meeste mannen dan bij enkele vrouwen
+heb waargenomen. Ik deed mijne winst met die opvoeding, maar niet
+op de wijze die het meest gunstig was voor hunne oogmerken, want ik
+haatte alle bedrog en onwaarheid, en achtte dat laagheid en lafheid,
+terwijl het mijn lust was mij kloek en open te vertoonen voor ieder,
+zooals ik was.
+
+"Ik houd mij overtuigd, dat grootpapa geen deel heeft genomen in dit
+komplot, hetzij hij er het gevaarlijke van inzag, of dat het streed
+tegen zijn principes, een meisje te zien opvoeden zoo geheel _à contre
+sens_ van hare bestemming; maar hij beging de zwakheid om niet ronduit
+voor zijn gevoelen uit te komen en zich niet rechtstreeks te verzetten
+tegen hetgeen hij verkeerd achtte. Alleen zijdelings contrarieerde
+hij het plan van Sir John, schonk mij werkdoosjes en breimandjes,
+op een tijdstip dat ik naaien noch breien kon, en lag altijd met
+dr. Darkins overhoop, dien hij volstrekt niet lijden mocht en die
+het hem uit alle macht vergold. Er vielen dan tusschen hem en Sir
+John discussies voor, waarvan ik iets later de beteekenis begreep,
+maar die daarmee eindigden, dat grootpapa van garnizoen veranderde,
+denkelijk op eigen verzoek en dat wij ons niet als gewoonlijk
+met hem verplaatsten. Rolf trok mee weg, maar de officieren en de
+andere heeren van de stad (de hoofdstad van de provincie), die ons
+huis frequenteerden, vonden er een veel te gul onthaal om niet in de
+gewoonte te blijven, al gebood de plicht het hun niet meer tegenover
+een hoofdofficier. Want sir John leefde op den voet van een Engelsch
+baronet die drieduizend pond te verteren heeft. Voor mij echter had
+er weldra eene groote verandering plaats. Ik was mijn veertiende
+jaar ingetreden: dr. Darkins kreeg zijn afscheid, en ik werd op eene
+kostschool geplaatst; een voornaam dames-instituut. Ik moet er dit
+wel bij zeggen, want na alles wat ik u van mijns vaders handelwijze
+met mij heb verteld, zoudt gij in de war kunnen raken."
+
+"Toch niet; hetgeen gij over kostschoolmanieren gezegd hebt moet uit
+eigen ervaring zijn gegrepen."
+
+"Dat is maar al te waar! Ik rookte al dapper fijne sigaartjes, al
+had grootpapa mij gewaarschuwd, dat ik mijne tanden zou bederven,
+en nu werd op eens besloten dat ik onder de jonge meisjes moest,
+om een goeden toon te krijgen!--Ik dankte dezen plotselingen
+omkeer aan het bezoek van mijns vaders zuster, _aunt_ Ellinor,
+eene dame die met een bejaarden graaf was getrouwd en nu met hem het
+'_continent_' bezocht. Mylord had voor het badseizoen een appartement
+te Scheveningen gehuurd en had geen lust _the Dutch provinces_ dieper
+in te gaan. Mylady echter wilde haar broeder weerzien. Zij overviel
+sir John zonder waarschuwen, dat bleek uit alles. Zij bleef twee dagen
+bij ons logeeren met hare kamenier; maar hare eerste ontmoeting met
+mijn vader, waarbij ik tegenwoordig was, deed mij opeens een licht
+opgaan over 't geen mij tot dusver onverklaarbaar was gebleven.
+
+"En Francis moet nu al een flinke jongen zijn; wat zult gij van hem
+maken?" hoorde ik haar zeggen.
+
+"Van Francis is niets te maken, want zij is maar een meisje,"
+antwoordde mijn vader knorrig en verlegen. "Het oudste kind, een zoon,
+is gestorven. Ik heb niets dan dit."
+
+"John, John!" riep de lady verwijtend, "en de heele familie verkeert
+in het denkbeeld dat gij een zoon hebt en gij hebt niets gedaan om
+ons uit de dwaling te helpen, en de oude baronet, die u jaarlijks de
+toelage uitkeert voor zijn erfgenaam, rekent er op dat deze eenmaal
+naar Engeland zal overkomen om hem te worden voorgesteld. Waar moet
+dat heen! Is dat _gentlemanlike?_"
+
+Papa lispelde zoo wat van "_absolute necessity_" en scheen een beroep
+te doen op hare medewerking.
+
+De fiere lady barstte los in verontwaardiging.
+
+"Meent gij dat ik bij deze misleiding uwe handlangster zal zijn?"
+
+Sir John, die mij nu eerst opmerkte, daar ik in eene vensterbank zat,
+half verscholen tusschen de zware gordijnen, liet eene krachtige
+verwensching hooren, die mij gold en die niets bewees dan zijne
+teleurstelling over het mislukt ontwerp. Hij beval mij, onverwijld
+de kamer te verlaten, daar hij met lady Ellinor had te spreken.
+
+Maar ik was veel te weinig aan volgzaamheid gewoon om zoo onverwijld
+te gehoorzamen. Ik liep schielijk op Lady Ellinor toe om haar te
+zeggen dat ik Francis was, en nam mij voor haar te vragen, waarom zij
+het eene misleiding noemde dat ik maar een meisje was. Doch er lag
+iets in den blik dien sir John op mij wierp, die mij schrik aanjoeg,
+iets dreigends, met angst en ontzetting gemengd, dat mij het zwijgen
+oplegde en mij tot een schielijken aftocht dwong.
+
+Wat er verder tusschen hen voorgevallen is, kon ik alleen opmaken
+uit hetgeen volgde, daar ik te trotsch was om als laaghartige
+luisteraarster mij achter de deur te verschuilen. Integendeel,
+ik wierp die knorrig achter mij toe, hetgeen _aunt_ Ellinor zeker
+niet onopgemerkt heeft gelaten. Zij was er wel de vrouw toe om mij
+in die paar dagen opmerkzaam gade te slaan en te leeren kennen, en
+ik was geen kind om mij te kunnen of te willen verbergen. Ze schonk
+mij bij het afscheid vijftig pond sterling voor mijn _trouseau_ als
+ik naar de kostschool zou gaan, en de belofte dit geschenk jaarlijks
+te herhalen zoo ik mij daar goed gedroeg en de manieren aannam van
+eene jonge dame, zooals dat in mijn stand behoorde.
+
+Ik antwoordde haar dat ik niets kon beloven, daar ik een hekel had
+aan meisjeskostscholen na alles wat ik er van had gehoord, en nog
+meer aan jonge dames, daar ik er nog nooit eene had ontmoet die mij
+beviel of waar ik op had willen gelijken; dat ik veel meer lust had
+om met dr. Darkins naar Engeland te reizen, zooals mij beloofd was.
+
+"Van die reis zal nu nooit meer iets komen, _my child!_" verzekerde
+zij; "daar zal _ik_ voor zorgen." Meer opheldering kreeg ik van haar
+niet, en ik begreep, dat ik er sir John niet naar behoefde te vragen.
+
+Het was gelukkig dat ik mijn woord niet gegeven had aan mylady
+omtrent mijn goed gedrag op de kostschool, want ik kon het er geen
+jaar volhouden! In zekeren zin was ik de oudste élèves vooruit, want
+ik had veel geleerd, waarvan zij nog niets wisten; maar op sommige
+punten was ik onhandiger en meer onkundig dan de kinderen uit de
+laagste klasse. Ik maakte alle breiwerk in de war, brak de naalden
+uit ongeduld, vermorste stoffen en zijde als ik borduren moest en
+werd woedend als men mij om deze linkschheid uitlachte of bestrafte;
+om kort te gaan, men kon met mij niet terecht en ik kon niet overweg
+met de anderen. Ik vocht met de secondante, deelde klappen uit aan
+de scholieren, die mij al heel gauw Majoor Frans noemden, daar er ook
+stadgenooten onder waren, die den bijnaam hadden verraden; en juist van
+die meisjes verkoos ik dit niet te hooren. In één woord: binnen de zes
+weken liep ik weg, en teruggebracht onder de scherpste bedreigingen van
+Sir John's zijde, bracht ik er nog eenige stormachtige maanden door, om
+ten laatste weggezonden te worden als een onhandelbaar, onverbeterlijk
+schepsel, als een slecht exempel dat men den overigen moest sparen."
+
+"Het kon niet anders uitvallen."
+
+"Maar de aanleiding van die terugzending was toch onrechtvaardig. Ik
+behoef u niet te zeggen, dat ik al heel weinig leerde; maar toch had
+ik lust gekregen in muziek, en ik scheen aanleg te hebben zoowel voor
+zingen als piano-spelen. De muziekmeester was de eenige die niet over
+mij te klagen had, en die ook werkelijk niet klaagde; integendeel,
+hij prees mij, hij vleide mij, en op zekeren dag beloonde hij mijne
+ongemeene vorderingen met.... een kus!"
+
+"De ellendeling!"
+
+"Niet waar? Die radelooze onbeschaamdheid; alleen te vergelijken bij
+de roekeloosheid van een waanzinnige, maakte op eens bij mij wakker,
+wat ik nooit had leeren kennen: het gevoel van jonkvrouwelijke
+eigenwaarde. Ik wist op dat oogenblik maar één middel om die uit
+te drukken."
+
+"Een flinke oorveeg?"
+
+"Geraden!" sprak zij lachend, vergezeld van een paar hartige woordjes,
+die niet eigenlijk in het vocabulaire van de pensionaires thuis
+hoorden. Het een en ander gaf soortgelijke ergernis als de terugkomst
+van Vert-Vert in zijn klooster. De secondante, de geheele pianoklasse
+kwam er bij te pas. Madame zelf daagde op om rekenschap te vragen
+van het alarm. Aan den leermeester werd natuurlijk het eerst het
+woord gegeven. Hij pleegde de oneerlijkheid mijn heftigen uitval toe
+te schrijven aan eene terechtwijzing, die hij noodig had geacht bij
+eene verkeerde vingerzetting.
+
+Ik begreep wel dat de ongelukkige liegen moest; het gold zijne
+kostwinning. Madame ondervroeg mij; ik verwaardigde mij niet met
+eene tegenbeschuldiging te antwoorden; het was voor het eerst van
+mijn leven, dat ik met logen en laster te doen kreeg; het zou niet
+voor het laatst zijn."
+
+"Bij minder edelmoedigheid had zich mogelijk de opinie te uwer gunste
+gekeerd."
+
+"Ach neen! men zou mij toch niet geloofd hebben. Madame verlangde dat
+ik mijne excuses zou maken aan den beleedigden musicus. 'Dien schoft
+excuus vragen, dat nooit!' was mijn antwoord, mijn vast besluit. Er
+werd gedreigd met alle mogelijke straffen, die in 't pension voor
+weerbarstige élèves in gebruik waren. Het spreekt vanzelve dat men
+niets op mij verkreeg, zelfs toen zij in alle gestrengheid werden
+toegepast."
+
+De laaghartige virtuoos trad niet tusschenbeiden dan om den raad
+te geven een zoo slecht exempel uit de inrichting te verwijderen;
+"hij althans zou mij geen onderwijs meer geven; _c'était le bouquet!_"
+Weggestuurd worden was voor mij eene verlossing, maar ik had de reden
+van dien afloop liefst zelve het eerst aan sir John medegedeeld, en
+dat werd mij belet; ik was opgesloten, ik kon geen schrijfgereedschap
+machtig worden. De anderen knoeiden bij zulk eene gelegenheid met
+elkaar, maar Majoor Frans was de algemeene vijand; allen te zamen
+waren tegen hem verbonden.
+
+Madame had dus de gelegenheid mij vóór te zijn, en onder een stortvloed
+van klachten over mij werd het sir John aangezegd, dat zijne dochter
+de eere onwaardig was geworden om in haar gedistingeerd instituut
+hare opvoeding te voltooien.
+
+Nurse werd gezonden om mij af te halen, en aan haar vertrouwde ik,
+onder tranen van gekrenkt gevoel, het geleden onrecht en de volle
+waarheid. Zij wilde met mij terugkeeren, om ten overstaan van de
+geheele kostschool "die Madam" te zeggen waar het op stond, maar ik
+weerhield haar: het zou toch niets baten en men zou mij uitlachen
+op den koop toe. Ik had reden om dat te onderstellen. Een der oudere
+meisjes, een allerliefst nufje met een paar sprekende zwarte oogen,
+had mij eenige deernis betoond.
+
+"_Chère amie!_" sprak zij, toen ze mij alleen vond, "gij zijt dom
+geweest, aartsdom; gij hadt u niet zoo preutsch moeten aanstellen
+tegen monsieur Z.; ik ben zeker dat hij u heeft willen kussen!" Ik
+zweeg. "Dat doet hij mij ook," ging zij voort, "en al de anderen
+die er lief uitzien zooals hij zegt. Wij zijn veel te verstandig om
+zoo'n drukte te maken over die kleinigheid, en hij loont het ons met
+allerlei lieve attenties; hij leent ons mooie Fransche romans, die
+madame niet zien mag; hij weet invitaties voor ons te improviseeren,
+als wij uit willen; voor mij heeft hij eens een biljet overgebracht
+aan een.... _cher petit cousin_; met één woord, hij presteert alle
+diensten, die geen der domestiques van 't pension ons zou durven
+bewijzen; en u zoo'n man tot vijand te maken!" Ik zag duidelijk, dat
+ik niet deugde in zoo'n meisjeskring, en ik heb later al de voorrechten
+van die educatie begrepen, toen ik Leontine in de wereld ontmoette als
+de vrouw van een kolonel, met een tweeden luitenant tot _cavaliere
+serviente_; waarlijk, zij was een model van goeden toon, en eene
+distinctie! Men zag het in alles, dat zij perfect was opgevoed! Zij
+was allervriendelijkst jegens mij, maar executeerde mij achter mijn
+rug _en pleine société_. Men amuseerde zich zoo met "Majoor Frans,"
+die zoo grof durfde zondigen tegen de étiquette, dat zij bij groot
+toilet een kanten pelerine droeg, terwijl het gebruik wilde, dat men,
+om recht gekleed te zijn, zich zooveel mogelijk decolleteerde.
+
+Het ligt zeker aan mijn jongens-opvoeding, maar ik heb nooit recht
+begrepen, waarom de "dames" zich juist zoo blootgeven, als zij
+onder de wapenen moeten zijn, bij danspartijen en diners; en sinds
+ik eens bijgeval de gesprekken heb aangehoord, die de heeren zich
+onder elkaar veroorloven op dit _chapitre_, heb ik mij zelve beloofd,
+dat ik althans die dwaasheid niet zou meeplegen, tot groote ergernis,
+zooals gij wel begrijpen kunt, van alle _gens comme il faut_. Maar
+genoeg, ik zou niet zoo lang blijven stilstaan bij deze herinneringen
+mijner jeugd, zoo ze niet tegelijk de bron waren geweest waaruit
+alle mijne latere wederwaardigheden opwelden, en tegelijk als de
+voorspiegeling van 't geen mij voortaan in de wereld zou te beurt
+vallen. Gij hebt mij eens gevraagd hoe ik begonnen ben: gij kunt nu
+zelf beoordeelen of het mijne schuld is, dat ik de samenleving niet
+_en beau_ zie. Ik heb er deze ervaring opgedaan, dat werkelijk kwaad
+en diepe bedorvenheid, mits door den deftigen liefdemantel van het
+decorum bedekt, niet slechts met verschoonlijkheid bejegend, maar
+zelfs met welgevallen worden geaccueilleerd, terwijl ruwe vormen bij
+goede intentiën niets dan ergernis verwekken; dat het noemen van de
+dingen bij hun naam, het aanwijzen van een fielt of eene friponne,
+tot de onvergeeflijkste zonden behoort in het gezellige leven; en
+dat zijn, naar het mij voorkomt, ziekelijke verschijnsels, die het
+peil der moraliteit altijd dieper zullen doen zinken."
+
+"Het is waar, daar wordt een valsche maatstaf gebruikt en groot onrecht
+gepleegd, waar men zich zoo aan de vormen hecht, dat het wezen er
+onder verwaarloosd wordt en gij hebt daar werkelijk wonde plekken
+aangewezen, die een kloek geneesheer zouden eischen, gewapend met
+onwrikbaren wil en zedelijken moed en gesteund door een onmetelijken
+invloed; maar toch, Francis! wat zal ik u zeggen, gij hebt mij eens
+de discipline genoemd als een der beste middelen om het diep gezonken
+heeren-personeel een zedelijken steun te geven. Hetzelfde mag men
+zeggen van het decorum en de vormen in het maatschappelijk leven;
+gelooft gij dat diezelfde kringen, die u nu reeds tegenstaan omdat
+gij raadt wat al kwaads er verheeld en verborgen wordt, u beter zouden
+bevallen, als alles wat er in rondwoelt zich in volle afzichtelijkheid
+vertoonde?"
+
+"Men zou van schrik en walging de vlucht nemen; dat is zeker."
+
+"Maar daar toch iedereen niet wegloopen kan, is het gevaarlijk
+loslating en bandeloosheid te prediken, die het verkeer van menschen
+met menschen tot eene onmogelijkheid zou maken. Nu bindt men zich
+ten minste in, tracht zijne beste hoedanigheden te toonen, of den
+schijn aan te nemen die te bezitten, verbergt de slechtste onder den
+wijden mantel van het decorum, zooals gij het noemt en al is niemand
+er dupe van, het geheel heeft daardoor toch een beter aanzien; waar
+reeds veel bij gewonnen is."
+
+"Daarmee is Majoor Frans voor goed veroordeeld."
+
+"Majoor Frans, dezen nu eenmaal genomen als den vertegenwoordiger
+van die plompe oprechtheid, kan er als exceptie nog door; maar als
+een exceptie die de onhoudbaarheid van den regel bewijst."
+
+"Dan bega ik eigenlijk eene dwaasheid en eene onwelvoeglijkheid, waar
+ik u zoo ronduit alle mijne verkeerdheden opbiecht en den sluier wegruk
+die over mijn somber verleden rust; ik kan u niets moois laten zien,
+ik mag mijne confidenties wel binnenhouden."
+
+"Ik hoop waarlijk van neen! Zoo is het niet gemeend, dat men niet aan
+een vriend zou mogen uitstorten wat ons ergert of bezwaart, dat men
+daar zijn leed niet zou mogen klagen en zijne fouten blootleggen, waar
+men zeker is van deelneming; daarmee, al zou men ook het pijnlijkste
+hebben uit te spreken, wordt geen maatschappelijke vorm gekwetst,
+en daarvan kan men opbeuring, verlichting wachten."
+
+"De eenige verlichting die ik er voor mij van wensch of verwacht
+is deze, dat gij mij geheel zult leeren kennen, zien zult zooals ik
+werkelijk ben, en mij dan mogelijk minder hard zult beoordeelen bij
+'t geen er van mij geworden is."
+
+"Er is nog niets van u geworden, Francis! dan wat met eenigen goeden
+wil van uwe zijde tot alle goeds en liefelijks zou kunnen leiden."
+
+"Och, spreek zoo niet," hernam zij op een toon van moedeloosheid en
+ontstemming, "niet vóór gij alles weet. Maar ik moet adem scheppen;
+laat ons eerst het oog verkwikken met het heerlijke schouwspel dat ons
+wacht, als wij ons haasten het hoogste punt van de ruïne te bereiken."
+
+Werkelijk waren wij aan den voet van den bouwval gekomen, en bij het
+bestijgen van de afbrokkelende trap hadden wij genoeg te doen om de
+minst onvaste punten voor onzen voet te zoeken, maar boven gekomen
+wachtte ons teleurstelling voor al die moeite.
+
+Onder ons druk gesprek hadden wij niet opgemerkt, dat er een sterke
+mist was opgekomen, die het anders zoo ruime en grootsche uitzicht
+benevelde. De zon was reeds in die nevelen ondergegaan en teekende
+alleen hare aanwezigheid in donkere oranje- en schel roode strepen,
+die daar evenals bliksemflitsen door de dichte dampen heenschoten;
+maar over geheel het landschap lag niets dan een lange, dichte sluier
+van vochtige mist!
+
+"Kom Leo!" zei Francis, "het is niet gezond hier in dien vochtigen
+damp te gaan zitten, en toch had ik mij voorgesteld hier te rusten;
+laten wij onder dien boog schuilen, die den toegang verschaft tot
+hetgeen er nog van dien toren overblijft. Er is daar wel een brok
+steen, waar niet al te verwende lieden, zooals gij en ik, zitten
+kunnen." En reeds had zij den weg genomen naar dien boog, die, dicht
+met klimop begroeid, een schilderachtige loofhut vormde. Francis
+legde eene oude grijze sjaal, die zij medegetorst had en die ik niet
+had mogen dragen, over een der massieve steenbrokken, en wij hadden
+werkelijk eene comfortabele zitplaats.
+
+"En nu ga ik mijne historie vol jammer en bedrog voortzetten," ving
+Francis aan. Kunt gij geene sigaar aansteken? Leo! Dan luistert gij
+vast en met minder ongeduld; ik heb mij zelve sinds lang die weelde
+ontzegd, anders gaf ik u het voorbeeld."
+
+"Ook ik ben geen slaaf van dat genot, Francis! en het zou mij
+onmogelijk zijn genoegelijk te zitten dampen, terwijl gij uwe
+smartelijke herinneringen voor mij oproept."
+
+"Wat zijt gij weinig een man, Leo! in den kouden egoïstischen zin
+van het woord," gaf zij mij ten antwoord.
+
+Ik schudde glimlachend het hoofd, en zij ving aan:
+
+"Ondanks den muziekmeester, had ik den lust voor de muziek en den zang
+behouden, en wenschte dat talent aan te kweeken. Nurse, die voor alles
+raad wist als het mij gold, schommelde eene Zwitsersche gouvernante
+op, die buiten betrekking was en die bij nadere kennismaking zich
+ook vinden liet om mij eenig onderwijs te geven in de vrouwelijke
+handwerken, waarin ik zoozeer ten achteren was. Sir John liet mij
+met mij zelve begaan. Nu het plan om mij voor een jongen gentleman
+uit te geven geen gevolg kon hebben, begreep hij zelf dat er, zoo
+mogelijk, nog een dragelijk jong meisje van mij moest gemaakt worden,
+en daar ik te weinig in goeden toon en manieren gevorderd was om in de
+wereld op te treden, vond hij mijn inval goed om mademoiselle Chelles
+als gouvernante-externe aan te nemen, tevreden dat het hem niets zou
+kosten. Sinds ik niet meer geroepen werd jaarlijks die zekere brieven
+aan den ouden baronet te schrijven, waarin mijn paardrijden en schermen
+en alle andere mannelijke oefeningen op het voorschrift van Sir John
+telkens op den voorgrond werden gezet, bleven ook de wissels uit
+Engeland weg, die onze kostbare huishouding hielpen in stand houden,
+hetgeen een wijs en voorzienig man gewis tot vereenvoudiging zou hebben
+bewogen; maar deze wijsheid oefende mijn vader niet, en ik houd het er
+voor, dat hij sinds zijn kapitaal gebruikte of het zijne renten waren.
+
+Ik intusschen had het mijn plicht geacht lady Ellinor mede te deelen
+hoe het met mij op de kostschool was afgeloopen en hoe weinig ik aan
+hare intentiën had kunnen beantwoorden. Eerlijkheid drong mij daartoe,
+schoon ik wel vreesde van nu aan hare gunst verbeurd te hebben. Ditmaal
+toch werd de oprechtheid beloond. _Aunt_ Ellinor antwoordde met de
+toezending van opnieuw vijftig pond en de verzekering dat ik die
+jaarlijks van haar zou ontvangen om er mee te doen wat ik wilde,
+met nog menig goed woord daarnevens, dat mij bewees hoezeer lady
+Ellinor voor mij eene waardige leidsvrouw had kunnen zijn, zoo
+ik in hare handen ware gevallen. Zij moedigde mij aan om zelve te
+voorzien in 't geen mij ontbrak en mij door niets of door niemand tot
+onoprechtheid te laten verleiden. Zij hoopte mij later bij zich te
+zien in Londen.... en dan had zij mij nog veel mede te deelen. Daar
+is niets van gekomen. Nog in den loop van dat jaar overleed zij aan
+eene hartkwaal, en ook de vijftig pond zijn mij daarna niet meer
+toegezonden. Maar vooreerst had ik papa's hulp niet in te roepen voor
+mijne wenschen en behoeften. Mademoiselle Chelles beviel mij; ook had
+zij er den slag van met mij om te gaan; zij bracht mij wat terug van
+de forsche onvrouwelijke oefeningen, die mijn lust waren geweest, deed
+groote wandelingen met mij, en gebruikte die rustige vertrouwelijke
+uren om mij het leven van zijne ernstige zijde te leeren zien,zooals
+niemand het mij nog had doen beschouwen. Zij sprak mij van lijdenden,
+van ongelukkigen wier lot soms met eenige opoffering zooveel kon
+verzacht worden; van plichten, die ik alleen uit luim had beoefend
+omdat mijn hart niet kwaad was maar zonder eenigen ernst of gevoel van
+verantwoordelijkheid. Daarbij wist zij mij liefde in te boezemen voor
+de natuur, wekte in mij hoogere behoeften op, die alle sluimerden,
+daar niemand er zich nog over had bekommerd. Dr. Darkins had mij
+moeten voorbereiden om lid te worden van de Anglikaansche kerk,
+maar eer het zoover kwam was hij al uit zijne betrekking tot mij
+ontslagen, en ik was op het punt van godsdienst geheel in den steek
+gebleven. Dat kon de serieuse Zwitsersche niet dulden. Ik moest haar
+beloven mij tot een protestantsch kerkgenootschap te laten brengen,
+en daar het Sir John niet meer schelen kon, vond zij werkelijk een
+predikant die zich met die zaak belastte. Daarbij, het behoorde zoo,
+dat vond grootvader ook; maar als de goede Chelles er zich niet mee
+bemoeid had, zou niemand er aan gedacht hebben. In één woord, zij
+zou er in geslaagd zijn mij tot eene jonge dame te fatsoeneeren,
+daar het uiterlijke niet al te veel van de overigen verschilde,
+ofschoon het haar altijd ondoenlijk zou geweest zijn den "kleinen
+majoor" uit te roeien, die onder alles door met Francis Mordaunt was
+opgegroeid. Doch wat gebeurde? Nurse begon jaloersch te worden van haar
+invloed op mij, en tot overmaat van ramp kreeg Rolf, die als tweede
+luitenant met grootvader was teruggekeerd en nu van de kinderkamer
+naar het salon was bevorderd, om wat ontbolsterd te worden van zijne
+kazernemanieren. Rolf, die de eerste had moeten zijn om Chelles te
+respecteeren, kreeg den zotten inval om op haar verliefd te worden,
+en dat laat ik nog dáár, want zij was allerbeminnelijkst, maar hij
+gaf zich de luxe het haar te zeggen, en hare hand te vragen! Eene
+stommiteit zooals alleen Rolf die kon begaan; want behalve dat
+er voor hen geen uitzicht bestond ooit tot een huwelijk te komen,
+ontbrak ook het allernoodigste voor zoodanige verbintenis: wederkeerige
+genegenheid. De dame kon haar adorateur niet uitstaan, dien zij nooit
+anders noemde dan "_le grand soudard_," of wel "_l'ogre furieux_;" want
+hij is nu door zijn leeftijd, zijn stijf been en mijne discipline tam
+geworden, maar destijds was hij een woest, hartstochtelijk personage,
+die om een haverklap de hand aan den degen sloeg en alleen aan zijn
+grooten en kleinen majoor de verplichte subordinatie betoonde. In 't
+kort, na de onstuimige declaratie wilde Chelles niet bij ons blijven,
+tenzij men luitenant Rolf het huis ontzegde. Dat vonden allen te sterk
+en te pretentieus. Grootpapa en Nurse handhaafden Rolf in zijne oude
+rechten. Papa ook hechtte heel weinig aan "maar een _governess_,"
+en ik.... ik moet het tot mijne schande bekennen, ik wist zelve nog
+niet genoeg wat ik wilde, om niet met de overigen in te stemmen, te
+eer, daar ik nog te jong was en te weinig vrouwelijken tact had om de
+scrupules van Chelles goed te begrijpen. Men noemde het aanmatiging,
+heerschzucht; en dat laatste was voor mij beslissend. Als ik haar liet
+heengaan was ik weer geheel vrij! Eerst later heb ik ingezien hoezeer
+ik mij zelve daarmede benadeeld heb, en het is onder de grieven die
+ik tegen Rolf heb juist die, welke ik het minst heb kunnen vergeven."
+
+"Sir John is, dunkt mij, meer te beschuldigen dan hij. Laat men
+een aankomend meisje vrij om te beslissen wat voor hare vorming
+dienstig is?"
+
+"Wat zal ik u zeggen: sir John had gewenscht dat ik tot mijn achttiende
+jaar op de kostschool ware gebleven, om van daar in de wereld op te
+treden als eene '_jeune fille accomplie_,' bereid op papa's commando
+hare hand te schenken aan de eerste goede partij de beste. Toen dat zoo
+geheel anders uitviel, trok hij zijn hart geheel van mij af, en sinds
+de vijftig pond van Lady Ellinor ook vervielen, was de verwijdering van
+Chelles eene bezuiniging. Deze trok met eene familie naar Frankrijk,
+en het bleek welhaast dat ik haar niet had behoeven op te offeren,
+daar grootvader kort daarna in zijn rang naar de residentie werd
+overgeplaatst om ik weet niet welke oorzaak; het zou maar tijdelijk
+zijn en Rolf kon hem vergezellen. Nurse zegevierde, en in hare blinde
+liefde vergat zij welke schade zij mij had toegebracht. Ik voelde
+het als bij ingeving; ook was mijne oude genegenheid voor haar zeer
+bekoeld. Toch had ik eene gewaarwording of ik zeker juk had afgeschud,
+want mijn onafhankelijkheidszin was niet geheel en al ongekwetst
+gebleven onder de zachte leiding van Chelles. Ik nam weer bezit van
+mij zelve in den kwaden zin. Ik kon niet meer met Chelles wandelen,
+ik ging met papa paardrijden, die eenigszins trotsch was op het goede
+figuur dat ik _on horseback_ maakte en die er niets in vond dat ik hem
+vergezelde op jachtpartijen en rijtoeren met allerlei slag van heeren,
+jong en oud. Mijne ijdelheid vond hare rekening bij hunne bewondering
+voor mijne forschheid en vaardigheid. Ik gaf er de piano aan en de
+dameshandwerken en de goede boeken; ik werd zelfs weer Majoor Frans,
+en onder die soort van verwildering bereikte ik mijn zestiende jaar,
+toen er iets voorviel dat eene gansche verandering in mijne wijze
+van zijn teweegbracht. Nurse, die aan waterzucht leed, ontviel mij
+plotseling; ik voelde toen hoezeer ik haar had liefgehad en dat zij
+waarheid had gezegd dat er niemand meer overbleef om mij lief te hebben
+dan zij. Er was eene leegte in en om mij, die ik niet wist aan te
+vullen. Ik ontvluchtte het koude doodsche huis, ik doolde troosteloos
+rond, toen ik plotseling werd opgeroepen om de rol van gastvrouw te
+spelen en een logeergast te ontvangen.... Maar.... nu ik tot hiertoe
+gekomen ben, moet ik eens iets van u weten...." Zij zweeg eene wijle
+en bleef zitten met gebogen hoofd en de handen in den schoot over
+elkaar gevouwen, als in aarzeling hoe nu voort te gaan. Op eens echter
+vestigde zij hare oogen op mij met een onderzoekenden blik en vroeg:
+
+"Leo, zeg mij, hebt gij veel met vrouwen omgegaan?"
+
+"Met de vriendinnen mijner moeder nogal, maar sinds...."
+
+"Ik vraag niet naar oude vrouwen; ik meen of gij niet, als de meeste
+heeren, van tijd tot tijd geleden hebt aan die tusschenpoozende koorts,
+die zij verliefdheid noemen?"
+
+"Ik heb alles gedaan wat noodig kon zijn om niet aan die kwaal bloot
+te staan. Het Amerikaansche stelsel van _flirtation_ heb ik nooit
+kunnen goedkeuren. Coquetteeren met jonge meisjes en vrouwen achtte
+ik gevaarlijk en immoreel, en daar ik leefde in het vooruitzicht dat
+ik nooit geld genoeg zou verdienen om al de kant, zijde en fluweel
+te kunnen betalen, die tegenwoordig tot de noodwendigheden van
+een damestoilet behooren, heb ik de striktste neutraliteit in acht
+genomen tegenover allen, om niet verlokt te worden van mijn beginsel
+af te gaan."
+
+"En heeft datgene wat men passie noemt u dan nooit overmeesterd?"
+
+"Ik heb niet de gewoonte mij te laten overmeesteren door wie of wat
+ook. Ik bezit eenige kracht om resistentie te bieden, en ik zou die
+gebruikt hebben zoo het geval zich had voorgedaan; maar dat is niet
+gebeurd. Ik had geen ledigen tijd genoeg om mij zulke distracties
+te geven."
+
+"Dat wil ik van u wel gelooven, en om uwentwil verheugt het mij;
+maar toch spijt het mij, want nu kunt gij mij niet zeggen wat ik
+juist van u had willen weten."
+
+"Zeg maar wat gij weten wilt; mogelijk kan ik u toch wel voorlichten."
+
+"Ik wilde weten of gij gelooft dat een degelijk man, die geen
+ingebeelde fat is, maar ook geen onnoozele hals, en die op menig punt
+van groote scherpzinnigheid bewijs geeft, niet heel gauw kan merken
+als een jong meisje.... hoe zal ik dat zeggen.... zich met innige
+teederheid aan hem hecht, zelfs al wordt er geen woord tusschen hen
+gewisseld, dat op liefde of dergelijke gevoelens doelt?"
+
+Ik begon verlegen te worden met mij zelven. Wat was hare
+bedoeling? Hier was meer naïveteit dan ik in haar kon onderstellen,
+of.... meer arglist dan waarvan ik haar zonder beter bewijs mocht
+verdenken.
+
+Ik bedacht mij een oogenblik eer ik antwoordde:
+
+"Om u de waarheid te zeggen, Francis! ik geloof dat mannen en vrouwen
+beiden al heel gauw raden wat zij voor elkander kunnen zijn, en dat
+het veeleer uit dubbelhartigheid voortkomt dan uit ingenuïteit, zoo
+een van beiden verblindheid voorwendt voor hetgeen maar al te klaar
+uitkomt, al wordt het niet met ronde woorden uitgesproken."
+
+"Dat is mijne opinie ook--bij later nadenken, verstaat gij; want
+destijds was ik zoo onervaren op deze punten als een _gamin_, waarvoor
+ik nog altijd in mijne naaste omgeving gold. De vrienden van mijn vader
+zagen in mij niets anders dan een slecht opgevoed meisje, luimig en
+willekeurig, een woesteling, die zij niet dan ongaarne in aanraking
+brachten met hunne dochters en waarin ze allerminst eene toekomende
+bruid voor hunne zonen wilden zien. Enkele officieren probeerden
+wel eens mij _un bout de cour_ te maken, hetgeen mij zoo laf en
+belachelijk voorkwam, dat ik ze even impertinent als onbarmhartig
+voor het hoofd stiet. Met anderen, die zulke pretentie niet hadden,
+of althans niet toonden, railleerde ik met een _sans gêne_, die nog
+van mijne jongensopvoeding getuigde. Niemand vatte mij toen nog _au
+sérieux_ op als een jonge dame, en ik zelve was de laatste om naar
+die positie te streven. Toen kwam Lord William bij ons logeeren."--Zij
+haalde diep adem, als moest zij zich geweld aandoen, eer zij vervolgde:
+"Lord William werd mij voorgesteld als een schoolmakker van mijn vader,
+die eenige jaren zijn oudere was, en die zijn protector geweest was
+op de school te Eton. Sir John scheen niet vooruit van zijne komst
+verwittigd te zijn geweest, want hij had geen de minste aanstalten
+gemaakt voor zijne ontvangst. Het was eene verrassing, evenals die van
+lady Ellinor; maar deze beviel mijn vader beter. Mylord was om eene
+onaangename zaak verplicht een tijdlang Engeland te verlaten. Hij
+bracht sir John slechts een bezoek en had plan zijn intrek te nemen
+in een logement; doch mijn vader haalde hem over bij ons in te
+keeren. Het appartement, dat door grootpapa was bewoond, stond nu
+leeg en was ruim genoeg om hem en zijn kamerdienaar te herbergen; de
+majoor had er zelfs zijn bureau gehouden, en er was _plenty_ ruimte
+voor alle koffers en kisten die Mylord meebracht. Alles bewees dat de
+oorzaak van deze reis naar het vasteland niet lag in geldgebrek, want
+hij betaalde elken dienst dien men hem deed met vorstelijke mildheid,
+had eene kostbare garderobe en schatten aan boeken en zeldzaamheden bij
+zich en huurde eene equipage op eigen gelegenheid. Daarbij geloof ik,
+schoon sir John het mij nooit heeft gezegd, dat hij met dezen eene
+overeenkomst had gesloten omtrent zijn verblijf in diens huis, die
+meer dan genoegzaam was om de vermeerdering van omslag goed te maken,
+waartoe deze inwoning ons dwong. Al had ik de hulp en voorlichting
+van juffrouw Milders, onze huishoudster, toch zag ik er zeer tegen op,
+om als _dame du logis_ te moeten optreden tegenover dien vreemdeling;
+maar weldra was ik met die taak verzoend.
+
+Lord William (ik heb nooit zijn familienaam vernomen) was een
+geletterd man, die veel wist en eene uitmuntende gave had van mede
+te deelen. Hij was vol geestdrift voor kunst en poëzie, las en sprak
+verscheidene nieuwe talen, had de grootste belangstelling in oudheid,
+kunst en geschiedenis, en wist, wat ons onbekend was gebleken, dat er
+juist voor onderzoekingen van dien aard, die hij zich voorstelde te
+ondernemen, in onze provinciestad eene bibliotheek bestond, waarvan
+hij druk gebruik dacht te maken. Met één woord, het was iemand
+dien men geen half uur kon spreken of men begreep dat men met een
+buitengewoon mensch te doen had; dien indruk althans kreeg ik van hem
+op den eersten avond van zijne komst, bij de gesprekken die hij met
+mijn vader hield. Ik had nooit gedacht dat sir John een vriend kon
+hebben, die hem in alle opzichten zoo ongelijk was, want Lord William
+hield niet van de jacht en veroordeelde die zelfs als liefhebberij,
+reed alleen paard voor zijne gezondheid en had een kennelijken afkeer
+van alles wat ruw, onbeschaafd en onvoegzaam was. Hij erkende, dat
+hij zich nergens zoo gelukkig gevoelde als op zijne studeerkamer en
+bij zijne boeken, maar toch was hij ook man van de wereld en wist
+er zich te doen gelden zoo ras hij er in optrad. Hoe het kwam wist
+ik zelve niet, maar ik raadde terstond in hem groote zedelijke en
+verstandelijke meerderheid boven mijn vader en alle andere mannen die
+ik tot dusver had ontmoet, en ik heb later ondervonden dat hij ook
+op anderen diergelijken indruk maakte. Daar was dan ook iets in zijn
+voorkomen dat ontzag inboezemde; al was hij gansch geen Hercules,
+zooals mijn vader, er was toch iets kloeks en fiers in de slanke,
+rijzige gestalte. Ik hoorde de heeren zeggen, toen hij in hun kring
+optrad, dat hij leelijk was; maar wat mij betreft, ik kon dat niet
+zien, en de dames waarmee wij welhaast in aanraking kwamen waren
+allen zoo gevleid door de minste opmerkzaamheid die hij haar bewees,
+dat ik de heeren eer verdenk van afgunst dan van juist oordeel."
+
+"De leelijkheid van Mirabeau, die alle vrouwen wist te verleiden!" viel
+ik uit, door eene onbestemde gewaarwording van wrevel overmeesterd.
+
+"Zeg liever de leelijkheid van onzen stadhouder William III; want op
+diens portretten gelijkt hij meer dan op eenige levende persoon die
+mij bekend is. Hij had dat hooge, schrandere voorhoofd, wel niet diens
+ziekelijke bleekheid, maar toch de scherpe, eenigszins harde trekken,
+hij droeg hier en daar op zijn gelaat de merkteekens der kinderziekte,
+al was 't niet zeer in 't oog vallend; maar het strakke en stroeve
+van dat gelaat werd verzacht door zijn glimlach, en als bezield door
+zijn donkere, sprekende oogen, die vonkelen konden van geestdrift,
+en wier blik men evenmin kon trotseeren als dien van een arend."
+
+"Had hij er den snavel bij?"
+
+Francis keek mij even aan met zekere verwondering eer zij antwoordde:
+"Ik heb u gezegd dat hij op Willem den Derde geleek; hij had diens
+scherp gebogen neus."
+
+"Ook de allongepruik?"
+
+"Neen, maar het donkerbruine, krullende haar gaf zijn kapper zeker veel
+werk, zonder dat het baatte; zwaar en stug, scheen het alle pogingen te
+weerstaan om het onder de tucht van de hedendaagsche mode te brengen,
+en mylord zelf had de gewoonte het met zeker ongeduld naar achter te
+werpen zoo vaak het hem hinderde. Dan.... ik merk dat mijne uitvoerige
+schets u verveelt. Laten wij opstaan en naar huis wandelen."
+
+"Niet voor ge mij verteld hebt welke prouesses hij heeft verricht,
+die held William IV."
+
+"Geen prouesses in 't geheel; of het moest zijn dat hij mij van mijne
+zucht om den degen te voeren genezen heeft."
+
+"Dat's loffelijk. Vertel mij dat eens."
+
+"Ja, maar daar zijn we nog niet aan toe. Zonder dat ik zelve wist hoe
+het kwam, oefende hij op mij een onbeperkten invloed ten goede. Als bij
+intuïtie raadde ik, dat mijne wijze van zijn, mijn toon en manieren
+hem zeer weinig moesten bevallen; ook voelde ik mij de eerste dagen
+tegenover hem stijf en gedwongen. Ik durfde mij zelve niet zijn en
+ik verwenschte Rolf meer dan ooit die mijne Chelles te vroeg had
+verjaagd. Alleen om mij eene houding te geven tegenover den fieren,
+hooghartigen edelman, wiens goede toon, wiens fijne beschaving
+sprak uit alles wat hij deed of zeide, had ik mijne gouvernante
+bij mij gewenscht. Papa ging cavalièrement met hem om, zooals oude
+schoolmakkers, al zijn zij elkaar nog zoo ongelijk; maar mij kwam
+het voor dat hij met laatdunkende verwondering op mij neerzag zooals
+een adelaar op eene gemeene kraai. Toch bleek het dat hij beteren
+dunk van mij had dan ik zelve meende, en vooral dat de bevreemding
+over mijne wijze van zijn, die hij niet geheel kon ontveinzen, niet
+uit minachting voortkwam, maar wel uit zekere meewarigheid. Hij was
+aangegrepen door mededoogen met het jonge meisje, dat men uit haar
+natuurlijke sfeer had gerukt, dat men had misvormd en verwrongen tot
+iets dat zij niet had moeten zijn en dat zich misplaatst voelde juist
+daar waar zij behoorde. Op zekeren dag dat ik in 't salon aan de piano
+zat, eigenlijk maar om wat te tokkelen, terwijl de heeren in de _suite_
+voor den haard stonden te rooken, hoorde ik Mylord tot sir John zeggen:
+
+"Waarom ziet gij geen menschen? Waarom gaat gij niet met Francis uit;
+zij heeft den leeftijd?"
+
+"Zoo wat, maar zij is nog te wild en te brusk!"
+
+"Ik zie niet dat zij wild en brusk is; zij is alleen linksch en
+beschroomd, als eene die zich niet weet te houden: 't is of ze nooit
+in goed gezelschap heeft verkeerd."
+
+"Zoo is het; op de kostschool is zij om hare woestheid verjaagd,
+en.... zooals zij nu is, durft men haar niet presenteeren."
+
+"Nonsens! als gij dus met haar voortgaat, zal zij altijd even stijf
+en verlegen blijven. Juist als zij onder de menschen komt zal zij
+dat alles afleggen. Zij heeft geest en gevatheid, dat heb ik al
+opgemerkt. Zij zal heel spoedig in de wereld thuis zijn."
+
+"Daarbij, de zoogenaamde _beau monde_ hier is niets dan een klein
+kringetje, ellendig, kleinsteedsch en vervelend; ik geloof niet dat
+er voor haar onder die lieden eene partij zal te doen zijn; en mij
+dan daarvoor op te offeren...."
+
+"Gij hebt niets te verzuimen; gij moet het doen uit beginsel. Zij
+behoeft er niets anders te vinden dan gelegenheid om zich met gemak
+in de wereld te leeren bewegen."
+
+Mijn vader mompelde zoo iets van verliezen en teleurstellingen,
+kostbare toiletten die er noodig zouden zijn, enz. enz.
+
+Lord William haalde de schouders op en zag hem aan met een doorborenden
+blik.
+
+"John, John! welk een vader zijt gij? Over die bagatellen spreken
+wij later...."
+
+"Daarbij is er geen chaperon; ik ken hier de vrouwen niet."
+
+"Wij zullen ze leeren kennen. Meent gij misschien dat ik
+mijne winteravonden zal slijten met u op de sociëteit of bij uw
+heerenspeelpartijen? Daar bedank ik hartelijk voor; en dan _the poor
+child_ aan de verveling prijs geven? Dat zal niet gebeuren. De chaperon
+zal _ik_ zijn, als het niet anders kan, en 't overige zal zich vinden;
+maar.... _the little one_ luister, genoeg hiervan!"
+
+Ik had werkelijk de vingeren maar stil op de toetsen laten rusten;
+mijne nieuwsgierigheid om te weten hoe _hij_ over mij sprak en dacht
+was sterker dan mijne bescheidenheid!
+
+Sir John verliet het vertrek met den driftigen stap van iemand die
+uit zijn humeur is.
+
+Lord William kwam naar mij toe, ondervroeg mij naar mijne opvoeding,
+mijne gewoonten, mijne wenschen. Ik ving aan met schuchterheid en
+aarzeling, maar eindigde met al de openhartigheid en vrijmoedigheid
+die mij van nature eigen waren. Hij liet mij niet los vóór hij alles
+wist, en het kwam mij voor dat toen de betoovering geweken was,
+die mij tegenover hem zoo ongelijk maakte aan mij zelve.
+
+Hij vroeg mij of ik van lezen hield.
+
+"Volstrekt niet," was mijn gulgauw antwoord, "want dan moet men alleen
+zitten. Ik houd van menschen, van gezelschap, van beweging."
+
+"Om onder de menschen en in gezelschap een goed figuur te maken moet
+men gelezen hebben, en al ware dàt niet, zonder geestesbeschaving
+zinkt eene vrouw tot eene onbeduidendheid, waaruit hare schoonheid
+zelfs haar niet kan opheffen."
+
+"Ik wil niet onbeduidend zijn," sprak ik met beslotenheid, "zeg maar
+wat ik lezen moet."
+
+Hij glimlachte. "Dat gaat zoo niet in eens; maar ik zal met u lezen,
+en dan zullen wij spoedig dit verzuim van u inhalen, zoo gij wilt?"
+
+Gij raadt mijn antwoord, en van dien dag af ondernam hij het mijn
+geest en mijn smaak te vormen, mijn geestdrift op te wekken voor zijne
+lievelings-auteurs, ja, hij nam zelfs de moeite mij kennis te doen
+maken met de meesterstukken der Duitsche en Fransche litteratuur,
+maakte zelfs zijne geliefde klassieken voor mij genietbaar, en wat
+ik van Dr. Darkins nooit had willen leeren nam ik met gretigheid aan
+van hem.
+
+Hij vergezelde mijn vader niet naar diens sociëteit; eene enkele
+partij billard, een rijtoertje, en zijn gezelschap aan tafel was alles
+wat sir John aan hem had. De avonduren en zekere bepaalde uren van
+den voormiddag, die hij niet voor zijne eigene studiën noodig had,
+wijdde hij aan mij. De liefste waren mij die, welke wij doorbrachten
+met Shakespeare, die hij mij voorlas met eene geestdrift waarvan
+hij mij den geest, de kracht, de grootschheid deed opmerken met zulk
+eene klaarheid en zulk eene gave van mededeeling, met een talent van
+voorstelling, dat ik als leefde in die wereld en...."
+
+"En toen is het gebeurd dat gij op elkander verliefd zijt geworden,
+evenals Desdemona en Othello," viel ik in met eene opwelling van
+wrevel, die ik niet bij machte was te beheerschen.
+
+"Neen, neen! zoo is het juist niet gegaan; maar als gij geen geduld
+hebt deze herinneringen aan te hooren zooals ik ze nu in mijn geheugen
+kan terugroepen, moet gij het liever zeggen; want als ik ze niet
+mag geven zooals ze in mij opkomen, verlies ik den draad; daarbij,
+gij zegt dat gij mij wilt leeren kennen zooals ik ben; dat zou niet
+gaan, als gij niet wist hoe ik geworden ben wat gij mij nú ziet. Of
+wat zou het u baten als ik u alleen mededeelde, dat lord William,
+in 't begin van den herfst bij ons gekomen, bij het naderen van de
+lente ons weer verliet?"
+
+"Zonder met u verloofd te zijn?" vroeg ik gejaagd.
+
+"Zonder met mij verloofd te zijn!" herhaalde zij op koelen, drogen
+toon en rees op; "maar nu moeten wij gaan, neef! want wij zullen
+ditmaal den omweg nemen, die de gemakkelijkste is; wij komen toch al
+te laat voor de thee; nu! de kapitein kan ze zetten, dat's het minst."
+
+Reeds was zij zonder mijne hulp van de onveilige steenblokken
+afgesprongen en stond op vasten bodem eer zij had uitgesproken; ik
+haar na, met hetzelfde goed geluk, al was het niet met dezelfde haast;
+want ik zag het nut van die waaghalzerij in het half donker niet in.
+
+Al wandelend wikkelde zij zich dicht in de grijze plaid, en er kon
+geen kwestie zijn van haar mijn arm te bieden; ik wist niet of ik
+haar moest vragen voort te gaan met hare souvenirs, want ik voelde
+mij schuldig; ik had met onhoffelijke kregelheid den stroom harer
+confidentiën gestoord; mogelijk voor goed de behoefte om zich uit te
+spreken gedoofd, en toch, ik brandde van ongeduld om er alles van
+te weten; het was zelfs mijne zenuwachtige gejaagdheid die getergd
+werd door hare _longueurs_; het kwam mij voor, dat zij met te veel
+opzettelijkheid drukte op de voortreffelijkheden van dien vreemdeling,
+dien ik niet kon uitstaan, dien ik nu reeds haatte, zonder nog te weten
+of ik er reden toe had. En ik had zeker geen recht om misnoegd te zijn
+op Francis. Wist ik dan reeds niet genoeg van haar om te begrijpen,
+dat zij haar hart niet had vrijgehouden tot haar zes-en-twintigste
+jaar? Had zij moeten wachten op een Paladijn die haar bij testament
+zou worden toegewezen! Ik voelde dat ik dwaas en onrechtvaardig was
+en toch kon ik over die dwaasheid en onbillijkheid niet zoo geheel
+zegevieren, of zij had er iets van kunnen bemerken.
+
+"Leo!" sprak zij, nadat wij eenige minuten zwijgend naast elkaar waren
+voortgegaan. "Ik zie wel dat gij ergernis neemt aan mijne souvenirs,
+maar ik kan ze u daarom toch niet sparen; er is een deugd, die men
+Francis Mordaunt zeker niet zal ontzeggen; het is: eerlijkheid,
+en deze dringt mij, u niet te verhelen wat er in mij is omgegaan,
+sinds gij mijn vriend wilt zijn en ik, ondanks bittere ervaring, nog
+hecht aan de beteekenis van dat woord. Als gij van ochtend vertrokken
+waart, zooals ik dat verwacht had, zou ik u met mijne bekentenissen
+niet lastig zijn gevallen."
+
+"Zoo moet gij het niet opnemen, Francis! ik ben immers gebleven om
+ze van u te hooren. Ik beloof u, dat ik den loop uwer herinneringen
+niet meer zal stuiten."
+
+"Nu, goed! zoo zult gij dan hooren dat gij het geraden hebt, dat
+ik lord William heb liefgehad met al de innigheid van een eersten
+hartstocht, ik moest zeggen: met al de naïveteit van mijn jeugdig hart;
+want ik wist zelve niet, dat het liefde was wat hij mij inboezemde. Ik
+had nooit met jonge meisjes verkeerd, die elkaar op haar dertiende
+reeds van galants en minnarijen spreken; ik was _novice_, als geene
+andere, maar ik voelde welhaast, dat lord William alles voor mij was,
+dat ik eigenlijk niet meer leefde dan in hem, dat ik onverschillig
+was voor iedereen en voor alles, dat het mijn hoogste geluk was, zijn
+wil en wensch te raden en te volgen, dat ik, die men ontembaar achtte,
+die luimig en willekeurig scheen te zijn, soms alleen uit liefhebberij
+in den strijd, nu maar ééne vreugd kende: die van hem te gehoorzamen,
+op zijne wenken te letten, en, zonder dat hij noodig had dit van mij
+te vergen, het volgde van zelf; ik raadpleegde hem in alles, zelfs
+over mijn toilet, toen het er toe kwam dat wij uitgingen; ik maakte
+een beter figuur in de wereld, dan men van het (zoo men meende) in
+'t wild opgegroeide meisje verwacht had; ik kleedde mij met smaak,
+dat wil zeggen naar _zijn_ smaak, hoewel hij er verre van af was mij
+dit op te dringen, maar ik raadde den zijnen en volgde dien op mijne
+eigenaardige wijze; want van slaafsche naäperij van hetgeen de mode
+voorschreef, had ook hij een afkeer, die geheel in mijn karakter viel,
+'_Somewhat originality_' vond hij piquant, en hij achtte het schade zoo
+de individualiteit verloren ging onder zekere vormen, voor iedereen
+gelijkelijk afgepast. Als hij zoo sprak, raadde ik dat hij in mij
+prees, wat anderen in mij afkeurden. Omdat hij het noodig had geacht,
+ging ik in de wereld; maar mijn hart zette ik er niet op; mijn hart
+was met hem waar zijn schat was, in zijne boekenkamer, waar ik uren
+lang met hem samen was, naar hem luisterend, zonder mij te vervelen,
+zooals mij soms gebeurde op eene drukke danspartij; want _hij_ danste
+niet! Tot in de droge oudheidkundige studiën, waaraan hij zich wijdde,
+begon ik belang te stellen. Ik vertaalde voor hem wat hij uit zekere
+Hollandsche boeken of tijdschriften verlangde te weten. Ik copiëerde
+voor hem, zonder er aan te denken, dat zitten schrijven vervelend
+kon zijn; ik vergat dat er een stal was, dat mijn lievelingspaard
+door den _groom_ moest worden afgereden; ik vergat alles en allen;
+ik was alleen opmerkzaam als het de behoeften van lord William
+gold. Als de meeste heeren hield hij van eene goede tafel en was er
+aan gewoon. Hij had er daarbij alle recht op in ons huis, zooals ik
+later heb begrepen. Genoeg, ik vond een lust in de mannelijke studiën,
+zonder de vrouwelijke plichten te verzuimen. Zelfs de vrouwelijke
+behaagzucht was in mij wakker geworden. Vroeger had ik zeer weinig om
+mijn uiterlijk gegeven; nu nam ik er acht op en was zorgvuldig in de
+minste kleinigheden; want Mylord, al was hij nog zoo'n oudheidkenner,
+kleedde zich met de uiterste zorgvuldigheid, en zoo modern als een
+perfect gentleman die geen fat wil zijn.
+
+Mijn eenig verdriet was als ik zag dat Mylord zich met andere dames
+bezighield, en toch, dat kon wel niet anders, wilde hij mij patronessen
+bezorgen in zekere kringen. Sir John gaf zich daartoe geen moeite,
+en daarbij Mylord hield niet van spelen en wilde niet dansen, terwijl
+ik toch niet als eene matrone tapisserie kon maken. Zoo leerde ik
+de jammerlijkste passie der vrouwen, den kleinen naijver kennen,
+maar waagde het toch niet die te toonen; ik wist vooruit dat hij dit
+ergerlijk kleingeestig zou vinden. Wij gaven nu zelfs diners, en de
+_dames_ van de stad, die bevonden dat alles bij ons recht _quite_
+was, waren zeer verwonderd. Van die bijgenaamde _majoor Frans_
+hadden zij zulk eene goede ontvangst niet verwacht; waarheid is dat
+juffrouw Milders, onze huishoudster, talenten had, die tot hiertoe
+braak hadden gelegen, en dat Mylord mij wenken gaf, die mij van het
+uiterste nut waren. Papa zelf had er volle satisfactie van, en ik
+sleet den gelukkigsten winter van mijn leven; men vond mij in de _beau
+monde_ wel een weinig zonderling, maar dat werd distinctie geacht
+en toegeschreven aan de vreemde afkomst van mijn vader en aan den
+Engelschen toon die in ons huis heerschte. Ik werd zeer gefêteerd, al
+kon het mij niet schelen, misschien juist daarom; maar de lente naderde
+en wij begonnen reeds plannen te maken om gezamenlijk de Werve te gaan
+bezoeken "zoodra het seizoen van uitgaan was afgeloopen." Als grootpapa
+maar geen spaak in het wiel steekt, dacht ik met zekere bezorgdheid,
+want deze was nu van zijne zending naar de residentie teruggekeerd,
+gelukkig voor mij zonder Rolf; eene rilling overliep mij als ik er
+aan dacht, dat deze mij als "majoor" zoude aanspreken en behandelen
+in het bijzijn van lord William. Welhaast bleek het mij dat grootvader
+onze ingenomenheid met onzen gast niet deelde. Ik schreef het toe aan
+zijne teleurstelling, dat de vreemdeling zijn appartement in ons huis
+had ingenomen, hetgeen hem noodzaakte voorloopig een afzonderlijk
+kwartier te betrekken; maar er was zeker nog iets anders: want ik
+merkte duidelijk, dat de majoor von Zwenken Mylord wel bejegende met de
+hem eigene beleefdheid, maar geenszins met de joviale voorkomendheid,
+waarop ik meende dat deze van iedereen recht had. Ik zou maar al te
+spoedig weten, waaruit dat voortkwam.
+
+Op zekeren zonnigen lentedag zat ik de zuivere lucht te genieten op het
+kleine balkon, waar mijn boudoir op uitkwam, met een ongekend gevoel
+van weemoed en levenslust de fijne blaadjes en de aankomende knopjes te
+bespieden, die den tuin welhaast met bloesems en geuren zou sieren. Ik
+had geen trek tot lezen, hoewel ik een boek in de hand hield, en dacht
+aan de prettige wandelingen die wij welhaast zouden maken met Mylord,
+en aan de mogelijkheid van een tochtje naar het kasteel van grootpapa,
+toen ik diens stem hoorde, in gesprek met sir John.
+
+De heeren waren door de openstaande deur van de tuinkamer gekomen
+en hadden plaats genomen op de bank vlak onder mijn balkon. Zekere
+onrustige nieuwsgierigheid beving mij: ik had maar op te letten en
+ik kon alles verstaan.
+
+"Waar kan hij zijn, uw lord William?" vroeg grootpapa op wreveligen
+toon.
+
+"Op dit uur is hij altijd in de stads-bibliotheek; er moeten archieven
+zijn, die hem de grootste belangstelling inboezemen."
+
+"En Francis?"
+
+"Zij kleedt zich, of zij is in besogne met de huishoudster; weet
+ik het!"
+
+"'t Is nogal mooi, dat zij ook niet met hem meegaat naar die boekerij,
+sinds zij zich zóó met hem afficheert."
+
+"Met hem afficheert! Wat meent gij daarmee, heer majoor? Mylord woont
+bij ons in; hij gaat met ons uit, dat spreekt vanzelf; hij is in alle
+opzichten een respectabel man, een _right honorable_ zelfs. Ik zie
+niet, hoe miss Francis daardoor geafficheerd zou kunnen worden."
+
+"Hm! gij ziet het anders dan ik. Maar dat zou nog niet het ergste zijn;
+zoo hij zich maar niet zoo druk met haar bemoeide."
+
+"Mij dunkt, dat schaadt haar waarlijk niet. Of moet gij zelf niet
+erkennen, dat zij zeer tot haar avantage veranderd is, en dat men
+haar nu overal kan presenteeren?"
+
+"Dat spreek ik niet tegen. Alleen, ik zou dan in uw geval verlangen
+dat hij het zijne deed om haar als zijne _future_ te presenteeren;
+dán zou hij zijn plicht doen."
+
+Sir John begon hardop te lachen. "Wel, heer majoor, hoe haalt gij
+u zoo iets in 't hoofd! William is mijn schoolkameraad en maar een
+jaar of drie mijn jongere, en Francis moet nog zeventien worden."
+
+"Hij heeft het voorkomen van even in de dertig. En daarbij, wat doet
+de leeftijd er toe? Francis is op hem verliefd, smoorlijk verliefd,
+dat zeg ik u, en het verwondert mij, dat gij zelf dit niet al lang
+hebt bemerkt en de onvoorzichtigheid begaat, dien vertrouwelijken
+omgang met uwe dochter te dulden zonder dat hij zich declareert."
+
+"_Bless me!_ daar zou hij zich waarlijk wel voor wachten!" riep mijn
+vader. "Hij is getrouwd, en daarom steekt er ook niets in dat hij
+zoo wat den Mentor speelt over Francis; ik heb er geen slag van en
+zij heeft het hoog noodig."
+
+"Hoog noodig! dat hij haar het hoofd doet draaien!" sprak mijn
+grootvader met stijgende ergernis.
+
+"Dat heeft geen nood; het hare is veel te degelijk om zoo licht
+duizelig te worden. Zij is daarenboven eene Mordaunt en niet zoo
+weekelijk opgevoed om zich met jongemeisjesgrillen in te laten."
+
+"Gij zijt wel wat al te naïef, sir John--de stem van den majoor klonk
+streng en bitter--"of.... van eene gerustheid die mij onverklaarbaar
+is."
+
+"Dat zou zij niet langer zijn, en gij zoudt deze gerustheid deelen,
+mijnheer, zoo gij lord William kendet als ik! _Every inch a gentleman_,
+sir! en zoo hij ook maar vermoedde dat zulke argwaan in ons kon
+opkomen, ben ik zeker dat hij geen uur langer hier in huis zou
+vertoeven. Ik begrijp wel, wat u eenigszins tegen hem inneemt. Hij
+speelt niet; wij hebben weinig aan zijn gezelschap en hij heeft u
+hier verdrongen. Dat spijt mij zelf; dan, ik kon niet weten dat gij
+zoo spoedig uit den Haag zoudt terugkeeren. En, om de waarheid te
+zeggen, mylord is _generous, most generous_, en ik ben hem zekere
+égards schuldig."
+
+"Dat geloof ik gaarne, maar.... moet Francis daaraan worden
+opgeofferd?"
+
+"Francis wordt niet opgeofferd, dat verzeker ik u. Integendeel,
+het is voor haar van het grootste belang dat wij als vrienden
+scheiden. Daarbij, hij zal niet lang meer bij ons blijven. Hij is tot
+president verkozen van ik weet niet welk archeologisch genootschap
+en moet de zittingen bijwonen in Londen. Ook kreeg hij dezen ochtend
+de tijding, dat de onaangename zaak, die hem naar het continent de
+wijk deed nemen, zoo goed als geschikt is. Hij vreesde een lastig
+proces dat hem verdriet en ergernis zou geven. Het blijkt dat de
+mediateurs het eens zijn geworden. Zijne vrouw, die met hare familie
+in het Zuiden reist, heeft hem een ootmoedigen brief geschreven en
+wenscht vergiffenis en verzoening. Hij deelde mij mee, dat hij nog
+niet besloten is, maar dat hij toch tegen eene scheiding opzag en
+vermoedelijk...."
+
+Sir John zweeg plotseling; de heeren wandelden op; ik zag den
+kamerdienaar van lord William aankomen en met hen spreken. Had een
+hunner opgekeken, hij zou mij hebben gezien in ademlooze spanning
+tegen het balkon geleund, als een steenen beeld, de verpersoonlijking
+van stomme verslagenheid. Toen zij reeds lang weg waren bleef ik nog
+zóó staan, als vastgenageld aan die plek. Ik had de kracht, den moed
+gehad om ten einde toe te luisteren; de zelfbeheersching om door geen
+kreet of uitroep een gesprek te storen dat mij zulke verpletterende
+ophelderingen gaf. Toen ik eindelijk uit die onbeweeglijkheid oprees,
+was het met een kreet van smart en bitterheid, dien ik niet kon
+weerhouden. Ik was aan mij zelve ontdekt! Ja! mijn grootvader had
+goed gezien. Die aanhankelijkheid, die vrijwillige overgave van al
+mijn willen en denken aan zijn wil en wensch, die gewaarwording
+van onuitsprekelijke blijdschap in zijne tegenwoordigheid, als
+hij mij toesprak, zich met mij bezighield, bovenal als hij met zijn
+sprekenden blik, met zijn betooverenden glimlach mij zijne goedkeuring
+uitdrukte--dat was liefde! Liefde, die gloed van ijver, dien ik in mij
+voelde voor alles waarin hij belang stelde; liefde, die zucht voor
+poëzie en letteren, waarmede hij mij had bezield. Wel is waar eene
+liefde, die niets had van de zottelijke teederheid waarmee ik andere
+jongelieden elkander zag omgeven en die niet dan mijn afkeer wekte,
+maar toch liefde, en die nu op eens tot een verboden, een schuldigen
+hartstocht werd misvormd; want het licht dat mij opging over den man
+dien ik liefhad was als een fakkel waardoor alles in mij tot vuur
+en vlam werd, vlamme van haat en verontwaardiging, die helaas den
+liefdegloed niet verteerde, maar te feller branden deed. Had ik mij
+zelve bedrogen en onbewust toegegeven aan de aantrekkingskracht, die
+van dien vreemdeling uitging, hij zelf, hij had zich niet aldus kunnen
+vergissen en hij had mij bedrogen, hij had mij althans in onwetendheid
+gelaten over 't geen mij eerst noodig was te weten. En toch, in later
+tijd over deze eerste groote smart nadenkende, begreep ik, dat het
+gevaar voor mij nauwelijks minder zou zijn geweest al had ik die kennis
+gehad, want het was zijn persoon, die zulk een toovermacht over mij
+oefende, niet zijn positie. Onnadenkend had ik mij overgegeven aan
+mijn gevoel, zonder te berekenen waar het mij kon heenvoeren, zonder
+er iets van te wachten voor de toekomst. Maar toch wekte de zekerheid
+dat ik dien man liefhad en dat hij niets voor mij zou kunnen zijn
+dan.... een Mentor zooals mijn vader zich uitdrukte, bij mij eene
+onbeschrijfelijke gewaarwording van teleurstelling en toorn. Hoe
+koelbloedig en onbarmhartig had hij dan met mij gespeeld, hij de
+man van leeftijd en ervaring, die zoo scherpzinnig was en zooveel
+menschenkennis bezat. Had hij, hij er dan niet om gedacht, dat deze
+omgang voor mij zijne gevaren had; had hij ze niet geteld, omdat hij
+zelf niet vreesde en ze mij alleen raakten! Zelfs wist hij zich immers
+onkwetsbaar; mogelijk had hij die vrouw, die nu verre was, zóó lief,
+dat hij gepantserd was tegen iedere andere liefde. Waarheid is, dat
+hij nooit den toon van den hartstocht tegen mij had aangeslagen. Een
+blik van welgevallen, een glimlach van goedkeuring, een handdruk van
+vriendschap was alles wat hij mij geschonken had, en dat was mij ook
+genoeg geweest. Eens slechts, ik herinner het mij maar al te goed,
+had hij met zekere hartstochtelijkheid mijne hand gekust, toen ik,
+ik weet niet meer welken zijner wenschen geraden en vervuld had. Dien
+nacht sliep ik niet van trots en weelde, maar des anderen daags had
+hij mij met zulk een ijzige strakheid bejegend, of hij mij, als zich
+zelf, dat oogenblik voor goed wilde doen vergeten, en scheen er niet
+op te letten, hoezeer ik onder die stugge luim leed.
+
+Nu wilde ik hem dat alles verwijten, alles op eens uitstorten
+wat in mij omging, en hem daarna doen zien, hoe diep hij in mijne
+achting was gedaald; want te verbergen wat in mij omging, dat voor
+hem te verbergen als ik eens tot spreken kwam, dat was voor mij
+eene onmogelijkheid. Maar de gelegenheid om hem terstond bij zijne
+thuiskomst te spreken bood zich niet aan. Wel ging ik in zijne
+studeerkamer, in de hoop hem weldra te zien binnenkomen, maar ik
+vond er slechts zijn kamerdienaar, die mij mededeelde, dat Mylord een
+bezoek had te brengen bij zekeren bankier en niet vóór den eten thuis
+zoude zijn. Ik moest mij dus inhouden en zooveel mogelijk mijn aplomb
+hernemen, om aan tafel niets te laten blijken; maar dat ging boven
+mijne macht. En ook waartoe? hoe eerder hij het nu begreep dat ik hem
+haatte en minachtte, hoe beter. Ik wist waarmee ik hem kon ergeren,
+en ik besloot hem geene ergernis te sparen. Ik las de bevreemding op
+zijn gelaat, afkeuring in zijn blikken, maar de betoovering die hij
+op mij oefende was gebroken; dat moest hij weten, en ik ging voort
+hem te tergen en te kwellen. Toen hij begreep dat er opzet in lag,
+deed hij of hij niets bemerkte en ik hield vol tot aan het dessert,
+waarna ik mij niet als gewoonlijk verwijderde om de heeren aan hunne
+sigaren te laten. Ik herinnerde mij dat ik ook rooken kon, zocht
+eene lichte sigaar uit en stak die aan. Toen zag ik lord William
+het voorhoofd fronsen en de zijne wegwerpen; hij stond op, nam mij
+bij de hand en voerde mij zonder een woord te spreken naar zijn
+boekvertrek. Ik liet mij wegleiden, want dat was juist wat ik wilde.
+
+"Wat scheelt er aan, miss Francis?" sprak hij, nadat hij mij in een
+_easy chair_ had doen plaats nemen en tegenover mij staan bleef. "Ik
+begrijp wel dat gij zeer ontstemd zijt en dat het _mij_ geldt; maar
+ik kan niet nagaan uit welke oorzaak."
+
+"Dat is mijne schuld niet. Met een weinig nadenken zou Mylord
+toch licht die reden kunnen uitvinden. Hij weet, hoezeer ik aan
+openhartigheid hecht...."
+
+"Dat is prijselijk; en nu verder?"
+
+"En nu vraag ik mij zelve af, wat ik van de uwe denken moet, als ik
+van anderen hoor, dat gij getrouwd zijt?"
+
+Ik bracht deze laatste woorden met te veel gedwongen kalmte uit om
+hem niet eenigszins verwonderd te doen opzien; ik zag zelfs dat hij
+verbleekte, maar hij vroeg koel:
+
+"Heeft Sir John u dat eerst nù medegedeeld, en waarom juist heden?"
+
+"Sir John heeft het mij niet medegedeeld; ik heb het bij toeval
+vernomen--bij _toeval_; verstaat gij mij, Mylord? En daarom geloof
+ik eenig recht te hebben om van u zelven iets meer te hooren van
+uwe gemalin."
+
+Ik had het er wel op toegelegd om hem te prikkelen en te schokken,
+maar dat deze vraag zulke uitwerking op hem zou hebben, had ik niet
+kunnen berekenen.
+
+Hij trad driftig drie schreden achteruit; een donkere blos van toorn
+of schaamte kleurde zijn hoog voorhoofd; zijne oogen gloeiden van
+verontwaardiging, maar zijne trekken namen zulk eene uitdrukking
+van lijden aan, dat ik zelve schrikte van de ontroering die ik had
+teweeggebracht.
+
+Hij zweeg, keerde zich van mij af, wandelde een paar malen de kamer
+op en neer, kwam eindelijk weer bij mij terug, bleef vlak voor mij
+staan, zag mij aan met een mengeling van weemoed en misnoegen en
+sprak eindelijk:
+
+"Het spijt mij, miss Francis, dat juist gij mij dit aandoet. De tijd
+voor zulk vertrouwen voor u acht ik nog niet gekomen. Daar is te veel
+bitterheid in uwe vraag, dan dat zij uit belangstelling kan voortkomen,
+en belangstelling alleen heeft hier recht op een antwoord."
+
+"Belangstelling, Mylord!" barstte ik uit, "dat is wel het zwakste
+woord, dat er tusschen u en mij kan gesproken worden; gij weet wel,
+gij moest het ten minste weten, al veinst gij bevreemding, dat het
+hier voor mij eene levensvraag geldt!"
+
+"Neen! op mijn woord, dat begrijp ik niet," hernam hij ijskoud, bijna
+met ironie. "Ik begrijp niet welk belang gij meent te hebben bij de
+beslissing die ik...." hij zuchtte diep, "die ik nog niet heb kunnen
+nemen; en daarom heeft men, wie dan ook, eene groote onvoorzichtigheid
+begaan met u van deze dingen te spreken vóór ik zelf daartoe de
+vrijheid had gegeven. Het geldt hier eene diepe wonde, waarvan ik
+voor mij zelven als voor anderen de pijn heb trachten te verbergen,
+een toestand even smartelijk als vernederend voor wie er in betrokken
+zijn. Waarom zou ik u, een jong meisje, dat minder dan anderen van
+haar leeftijd met het gewone leven bekend is, inwijden in de treurige
+geheimen van een ongelukkig huwelijk; waarom u gesproken hebben van
+eene vrouw die hare naaste plichten heeft verzaakt, en van welke ik
+op het punt stond mij voor het leven te scheiden; toch wenscht zij
+de hereeniging, waartoe ik nog niet heb kunnen besluiten. Uw vader
+weet iets van mijn strijd; waartoe zou ik er u in betrokken hebben,
+eer die voor mij zelven was opgelost?"
+
+"En is het u dan niet ingevallen, Mylord," vroeg ik met eene bitterheid
+waaronder ik mijne ontroering trachtte te verbergen, "dat er gevaar
+kon liggen voor mij in die onwetendheid?"
+
+"Voorwaar! Neen, dat is niet in mij opgekomen, en ik zie zelfs niet
+hoe dat had kunnen zijn. De toon van verbittering dien gij nu tegen
+mij voert, dwingt mij u te herinneren, wat ik voor u heb trachten
+te zijn. Ik kwam herwaarts heen om in studiën en onderzoekingen, die
+altijd mijn lust waren, afleiding te zoeken voor veel leeds dat anderen
+mij hadden berokkend. Uw vader bood mij zijn huis tot verblijf aan;
+het gezellig leven gewoon, nam ik het met dankbaarheid aan. Ik zag u,
+en ik meende in u te zien een stug en verwilderd kind, dat door Sir
+John met onverantwoordelijke nalatigheid was verwaarloosd. Ik leerde
+u nader kennen en ontdekte in u gaven en krachten die mij verrasten en
+verblijdden en die ik getracht heb te ontwikkelen. Gij hadt maar eenige
+vorming noodig om met goed gevolg in de wereld op te treden. Mijne
+hand gaf u die vorming, mijne hand voerde u in dien nieuwen kring,
+en gij zijt alles geworden wat ik van u kon wenschen of wachten. Gij
+hebt mij eene volgzaamheid, eene aanhankelijkheid betoond, die ik
+gemeend heb u te vergelden, want ik heb met betere zorg en trouw over
+u gewaakt dan uw vader zelf; maar daaruit volgt immers nog niet, dat
+ik u had moeten spreken over alles, wat mij persoonlijk betrof, van
+dien zwaren last des levens dien het niet aan u was met mij te dragen;
+van dien smaad en die schande die mij uit Engeland wegdreven, om het
+onbescheiden medelijden mijner vrienden, den spot en het leedvermaak
+mijner vijanden te ontgaan. Hoe ik bedreigd werd door een opzienbarend
+proces, waarvan mijn naam (geen naam zonder beteekenis in mijn land,
+Francis! maar dien uw vader hier alleen kent en kennen zal), voor
+het groote publiek, dat naar schandalen hunkert, nog het piquante zou
+hebben verhoogd. Had ik u van dat alles moeten inlichten mijn kind? U,
+die ik in alles heb willen sparen! Had ik de kwellingen, het hartzeer,
+dat mij alleen gold en dat ik zorgvuldig voor de gansche wereld
+verborg, aan u, juist aan u, moeten blootleggen, om de gulden droomen
+uwer lente te verduisteren door de droeve nevelen van mijn herfst!"
+
+"Wel dicht en droevig moeten die nevelen zijn, Mylord!" riep ik uit,
+evenzeer verbaasd als geërgerd over den toon van hooghartige rust,
+dien hij aannam bij zijne toespraak. "Wel dicht en droevig, want zij
+hebben uw scherpen blik verhinderd te zien wat voor oogen lag: dat ik
+in de onwetendheid, waarin men mij hield, uit gebrek aan ervaring,
+mij al heel licht illusiën zou scheppen, wier verwezenlijking eene
+onmogelijkheid zou zijn. Welnu! weet dan, Mylord! gij, die met
+zooveel trouwe zorge over mij hebt gewaakt, dat ik aan dit gevaar
+niet ben ontkomen en dat juist nù de gulden droomen mijner lente op
+het wreedste zijn verstoord!"
+
+Een gebaar van schrik en verwondering ontsnapte hem, maar hij schudde
+zwijgend het hoofd. Dat ongeloof deed de vlam van mijn toorn en
+verontwaardiging in vollen gloed uitslaan! Ik barstte los in verwijten
+en klachten, die mijns ondanks mijn smartelijk geheim verrieden. Uit
+geheel zijne houding bleek het mij, dat mijne bekentenissen, in den
+vorm van een scherpe aanklacht tegen hem geuit, hem troffen als eene
+ontzettende verrassing.
+
+Hij liet zich neervallen op den divan tegenover mij en bedekte het
+gelaat met beide handen, als van smart en schaamte overmeesterd;
+maar de gloed, die op zijn voorhoofd brandde, was tot een doodsbleek
+verschoten. Daar viel het mij plotseling in, dat hij onschuldig was,
+dat hij het niet had geraden, wat mij zelve nog zoo lang verborgen
+was gebleven, tot een schrikwekkend licht in mij was opgegaan. En
+juist dat was het, wat mij 't pijnlijkst trof. Had hij medegevoel
+betoond voor de smart die ik hem klaagde, had hij schuld beleden,
+en mij vergiffenis gevraagd voor 't geen hij mij onwillens had
+toegebracht, ik zou mijne voldoening gehad hebben, en, al ware 't
+met een verscheurd hart, hebben berust in 't geen van nu aan eer en
+plicht ons voorschreef; maar het tegenovergestelde vond plaats.
+
+Hij liet mij uitspreken, ik zou moeten zeggen uitrazen, tot ik in
+luide snikken uitbarstte, zonder mij met een enkel woord in de rede
+te vallen. Intusschen had hij zich van de eerste verbazing hersteld,
+en hij rees op uit zijne verslagen houding, als een veranderd man. Weer
+liep hij met rassche schreden het vertrek op en neer, zonder een blik
+van deernis op mij te werpen en, eerst toen ik zweeg, omdat de tranen
+mijne stem verstikten, kwam hij weer naar mij toe en sprak mij aan
+op kalmen, zelfs wat strengen toon.
+
+"_My child_, er is zonderlinge overdrijving in alles wat gij mij
+daar zegt. Uwe verbeelding is getroffen, en gij laat u door haar
+medeslepen, om zelve te gelooven wat gij beweert; maar ik verzeker u
+dat gij u vergist. Gij zijt van eene natuur voor levendige indrukken
+en heftige opvattingen vatbaar, maar gij zijt nog veel te jong om
+den hartstocht te kennen. En dat is heel gelukkig want ik weet niet,
+wie van ons het gekste figuur zou maken, als men zoo iets van u kon
+vermoeden. Gij moet tegen die inbeelding strijden, uit alle macht,
+en ik wil u gaarne daarin behulpzaam zijn. Ziet gij, Francis, op uw
+leeftijd hebben de meeste jonge meisjes reeds iets als eene amourette
+gehad met den een of anderen aankomenden jonkman, waarmee ze gedanst
+hebben; gij gelukkig niet, want die eerste lentebloesems vallen in den
+regel af zonder dat ze ander spoor achterlaten dan zekere ervaring die
+voor de vruchten van het rijper seizoen niet schaadt. Gij daarentegen
+zijt door uwe forsche onvrouwelijke opvoeding beveiligd geweest tegen
+diergelijke aanvallen van sentimentaliteit, maar daardoor waart ge
+aan eene andere dwaling blootgesteld, waarop _ik_ niet verdacht was,
+en die nu eigenlijk voor mijne rekening komt; het is deze, dat gij u
+hechten zoudt aan den eersten man den besten die zich met meer dan
+vluchtige belangstelling aan u gelegen liet liggen; het trof zoo,
+dat _ik_ die man was, en dat ik de onvoorzichtigheid beging (want
+ik moet er dàt nu wel in zien), schoon het met de beste intentiën
+geschiedde, om u in te wijden in de geheimenissen der poëzie en uw
+smaak trachtte te vormen voor de hoogere genietingen die zij biedt. Wij
+lazen Shakespeare! nu is het niet vreemd, dat een jong meisje, 't welk
+men de schoonheden van zijne tragediën doet opmerken, zich zelve voor
+een Juliet gaat houden; maar daarom is hij die haar de gelieven van
+Verona leert verstaan, zelf nog geen Romeo! En ik vraag u, Francis,
+als gij er ernstig over nadenkt, of ik het voor u zou kunnen zijn;
+zie mij aan en bedenk hoe slecht mij die pretensie zou afgaan. Ik
+heb den leeftijd van uw vader; mijne haren zijn reeds met zilver
+vermengd," en hij lichtte zijne zware, donkere lokken op om mij te
+toonen, hoe zij aan de slapen reeds grijsden; "zoo ik niet leed aan
+eene kwaal, die mij met geheele vermagering bedreigt, zou ik de jaren
+hebben waarin men tot gezetheid komt; dat is alles behalve poëtisch,
+niet waar? Ik meende daarbij in uwe oogen de achtbaarheid te hebben
+van een getrouwd man, al zag ik er geen nut in, uwe deernis op te
+wekken voor mijn treurig huwelijkslot. Laat uw verstand spreken,
+Francis, dat maar een oogenblik door de verbeelding is overstemd,
+en gij zult de eerste zijn om toe te stemmen dat ik, _ik_ niet de
+held kan zijn voor een liefdesroman!"
+
+Hij zweeg en scheen een antwoord te wachten, dat ik niet geven kon;
+want ik had eene gewaarwording of er ijsschotsen rondom mij opgestapeld
+werden, waaronder ik verstikken zou.
+
+Toen kwam hij naar mij toe, legde beide handen op mijne schouders,
+zag mij diep in de oogen, met eene mengeling van ernst en weemoed,
+en sprak op zachten toon:
+
+"Ik ben nog een jaar vroeger gehuwd dan uw vader, ik kon eene dochter
+hebben van uw leeftijd; ik ben kinderloos! ik heb mij zelven wel
+eens betrapt op den wensch in u eene dochter te zien, maar gij hebt
+mij de verwezenlijking van die illusie nu onmogelijk gemaakt; voor
+'t oogenblik althans, want ik ben er zeker van, gij zult eenmaal
+terugkomen van den waan waarin gij nu verkeert; laat u niet langer door
+een hersenschim in de war brengen; het hart, in dien zin als gij dat
+verstaat, is er buiten, geloof mij daarin, mij die de verwoestende
+macht der hartstochten heb leeren kennen," hij zuchtte diep, "tot
+mijne schade, en die weet, tot welken diepen val zij de vrouw neer
+rukken die de kracht mist om er tegen te strijden. Gij behoeft mij
+daarom niet de genegenheid te onttrekken, waarop ik geloof recht
+te hebben van uwe zijde, en die ik zelf de eerste ben geweest u te
+betoonen. Had ik een zoon gehad, geloof mij, ik zou niet tot nu toe
+gewacht hebben om voor hem uwe hand te vragen; maar ik heb niets dan
+een neef, een neef van uw leeftijd en die mijn erfgenaam moet zijn;
+zoo gij 't wilt zal ik sir John over die verbintenis spreken; gij
+kunt het sieraad zijn van iederen kring waarin gij optreedt, als gij
+maar wilt. Op den duur zijt gij hier toch niet op uwe plaats; denk
+er eens rijpelijk en met kalmte over na, en als gij besloten zijt,
+laten wij master William uit Engeland overkomen en...."
+
+"Wees gedankt, Mylord!" viel ik uit, "ik heb volstrekt niet uwe
+tusschenkomst verzocht om mij een echtgenoot te bezorgen, en ik zal
+nooit kunnen besluiten om in u mijn _oom_ te zien!" En ik barstte
+uit in een smadelijken lach, de reactie van eene onuitsprekelijke
+verbittering, en liep in ijlende vaart zijne kamer uit naar de
+mijne. Toevallig lag daar op tafel een deel van Shakespeare's
+prachteditie, die hij mij eens ten geschenke had gegeven. Zoodra dat
+mij in 't oog viel, moest ik mijne woede koelen aan het onschuldige
+boek, dat in flarden gereten en op den grond werd geworpen. Na die
+wraakoefening wierp ik mij zelve als eene radelooze daar nevens;
+ik weet niet hoe lang ik in dien toestand was gebleven, toen de stem
+van mijne kamenier, die aan de kamerdeur had getikt zonder antwoord
+te bekomen, mijn gehoor trof; ik sprong op in onbeschrijfelijke
+verwarring.
+
+"De freule moest toch schellen als zij onwel was," knorde zij
+goedhartig. "Ik ben, geloof ik, flauw gevallen, Annette."--"De freule
+moest zich kras houden. Ik kom met het nieuwe baltoilet, 't is tijd
+om de freule te kleeden."
+
+Het was waar, ik moest dien avond nog eene partij bijwonen met Lord
+William. Ik deed het mogelijke om de sporen van de doorgestane smart
+te verbergen en liet mij werktuigelijk optooien; maar eens onder de
+wapens, nam ik het kloeke besluit om eene houding aan te nemen, die
+niemand, zelfs hem niet, het recht zou geven mij te beklagen of eene
+onbescheidene vraag te doen. Als gewoonlijk reden wij gezamenlijk naar
+de partij, en ik was vast besloten ditmaal zijn arm te weigeren en mij
+door grootvader te laten binnenleiden. Ik kreeg hartklopping, reeds
+bij de gedachte aan die wraakneming en aan den indruk dien zij op hem
+zou maken. Dan, de wijze, voorzienige Heer had er anders over besloten.
+
+Wij reden aan bij den Engelschen consul; Mylord stapte daar af en
+zou wat later komen!
+
+Sir John onderhield zich daarop met Majoor von Zwenken, ik denk wel
+met zeker opzet, over mijn gast. "Het blijkt dat hij tot een besluit
+is gekomen, en dat er haast is bij de uitvoering. Hij neemt afscheid
+van den consul, hij heeft postpaarden besteld voor morgen, om hem naar
+de havenstad te brengen, waar morgenavond een stoomboot afvaart die
+rechtstreeks naar Londen gaat." Dit alles vernam ik, zonder dat het
+eigenlijk tot mij werd gericht; het viel mij als brandend lood op het
+hart, en toch was ik dankbaar dat ik het zoo vernam, en dat niemand
+bij machte was in de duisternis van het rijtuig de gemoedsbeweging
+op mijn gelaat gade te slaan.
+
+Voor het eerst trad ik in de wereld op zonder hem; het was of alles
+rondom mij ledig was, en of al die opgeschikte mannen en vrouwen, die
+daar om mij heen woelden niets voor mij waren dan wassen beelden, in
+wier midden ik mij bevond, zonder iets met hen gemeen te hebben. Toch
+moest ik dansen, en ik wilde dat, liever dan praten. Met wie zou
+ik spreken, en waarover? Daarbij, als hij kwam moest hij mij zien
+in opgewekte stemming, moest hij mij niet zien als eene treurende
+verlatene; niets had hij voor mij gevoeld, niets dan mededoogen, dat
+er hem toe gebracht had mij zijn steun en bescherming te bieden; hij
+moest het nog weten, dat ik het eerste niet behoefde, en de laatste
+ontberen kon. Wij waren ten huize van een voornaam bankier, een der
+_gros bonnets_ van de provincie, wiens vrouw meer dan eenige andere
+dame uit den kring zich met zekere moederlijke goedhartigheid mijner
+had aangetrokken. Zij had maar een kind, een zoon, op wien ik juist
+niet veel had gelet, maar van wien men mij zeide, dat hij het gansche
+seizoen rondom mij heen geloopen had als smeekeling, om de kruimpjes
+mijner gunst op te vangen. Ditmaal als zoon van den huize, had hij een
+recht mij het eerst ten dans te vragen, en ik had mijne redenen om zijn
+voorkomendheid niet af te stooten; ziet gij, Leopold! ik wil mij zelve
+niet beter voorstellen dan ik ben; ik liet mij niet slechts zijne hulde
+welgevallen, ik moedigde die aan. Als Lord William binnenkwam, moest
+hij mij treffen in een coquet, geanimeerd gesprek, of in een wilden,
+vroolijken galop; zoo viel het werkelijk uit. Maar toen hij eens dáár
+was, ondanks de tuimeling van den dans moest mijn oog hem toch volgen,
+alsof een magnetische attractie er mij toe dwong. Hij zelf, kalm en
+waardig als altijd, ging enkele dames van leeftijd toespreken en nam
+daarop plaats aan de speeltafel, waar hij, zooals ik later hoorde,
+eene belangrijke som verloor aan den majoor von Zwenken! Des anderen
+daags verscheen Mylord niet als gewoonlijk bij het luncheon; hij had
+nog veel te regelen voor zijn afreis, hoewel zijn kamerdienaar met
+de koffers later zou volgen. Ik begreep dat de gelegenheid om een
+vertrouwelijk woord met hem te wisselen mij met opzet zou benomen
+worden, en in waarheid, wij hadden elkaar niets meer te zeggen;
+als ik het tegendeel meende en nog eenmaal zijn boekvertrek wilde
+binnengaan, waar ik toch wist alles in verwarring en hem niet meer
+alleen te vinden, bleef ik als aan den grond genageld staan; neen,
+het was zóó beter, hij kon niet blijven, hij kon zelfs geen afscheid
+nemen. Sir John nam mij na 't ontbijt ter zijde en kondigde mij aan,
+dat ik bezoek had te wachten in dienzelfden voormiddag. De bankier had
+accès gevraagd voor zijn zoon. Sir John, die het eene goede partij
+achtte, had dit toegestaan! Gij begrijpt hoe ik dat opnam. Van een
+Lord William neer te dalen tot een Karel Felters!"
+
+"Karel Felters!" herhaalde ik onwillekeurig.
+
+"Ja! weet gij daar ook al van?" vroeg zij met zekere bitterheid.
+
+"Denkelijk niet het rechte; ik bid u Francis, ga voort," sprak ik
+met eene gejaagdheid, die ik niet wist te verbergen.
+
+"'t Is niet heel mooi, wat er volgt, dat moet ik zelve zeggen. Ik
+verweet Sir John dat hij zulk eene beslissing had genomen zonder er
+mij in te kennen."
+
+"Ik meende niets anders of de pretendent stond u wel aan, en de oude
+heer was dringend."
+
+"Gij hebt u vergist; ik wil hem niet hebben, en ik wil hem zelfs
+niet ontvangen."
+
+"Wat dat laatste betreft, Francis! dat _moet_ zijn," sprak Sir John
+met gezag, en de enkele maal dat hij dien toon tegenover mij aannam,
+wist ik dat hij onderwerping eischte. "Gij zoudt mij een gek figuur
+laten maken; gij hebt dien jonkman aangemoedigd, zie nu zelf hoe
+gij hem zijne illusie ontneemt, maar ik waarschuw u, dat de wijze
+waarop men zulk een eerste aanzoek afslaat, licht voor het vervolg
+decideert. Als gij goed geëtablisseerd wilt worden, zorg dan dat uwe
+afwijzing in behoorlijken vorm geschiede."
+
+"Ik wensch niets dan mijne onafhankelijkheid te bewaren voor
+het leven," antwoordde ik, terwijl ik juist lord William zag
+binnentreden. "Ik heb noch dien jonkman, noch iemand anders noodig
+voor mijn geluk, en ieder die zich over mijne toekomst meent te moeten
+bekommeren, kan zich daarnaar regelen."
+
+Gij begrijpt hoe ik dien armen Karel Felters ontving. Alles liep
+samen, om mij als eene furie te doen verschijnen voor de oogen
+van den overbluften sukkel, die maar niet begrijpen kon dat zijne
+coquette danseres van den vorigen avond plotseling in zulk eene woeste
+mannenhaatster was omgetooverd. Want ik zorgde wel hem te zeggen, dat
+hij zijn _échec_ niet voor zich zelven alleen behoefde te nemen. Hoe
+het kwam weet ik niet, maar hij bleef toch ongeloovig aarzelend,
+en kon maar niet besluiten heen te gaan. Dat prikkelde mijn reeds
+zoo geschokt zenuwgestel op het heftigst; ik wist niet hoe hem weg te
+krijgen, en hij moest toch weg, want ieder oogenblik kon lord William
+binnenkomen om afscheid te nemen, en die beiden daar samen, dat was
+te veel. Het toeval wilde dat ik Karel had moeten ontvangen in de
+kamer van Sir John, die als zeeofficier nog pronkte met trofeeën van
+wapenen. In de overspanning van 't oogenblik, woest van gejaagdheid,
+nam ik een paar schermdegens van een rek, bood den sidderenden en
+verbaasden jonkman er een aan, nam den anderen, zette mij in postuur
+en viel op hem uit; de ongelukkige bloodaard, die in zijn angst niet
+eens scheen te merken, dat het onschadelijke wapens waren, wierp het
+zijne weg en vlood in allerijl terwijl ik hem toeriep:
+
+"_Allons donc!_ wie Majoor Frans vragen durft, moet ten minste den
+degen weten te hanteeren!"
+
+"Ik heb van dit heldenfeit gehoord," zei ik lachend; "de arme Karel
+Felters loopt nog, naar men mij heeft verteld."
+
+"_C'est ainsi qu'on écrit l'histoire_," hernam Francis, nu met den
+kalmen glimlach van eene die er reeds boven stond. "Ik heb ook gehoord
+dat hij een reis rondom de wereld zou ondernemen, om mij niet weer
+tegen te komen. Maar de waarheid is, dat het wittebroodskind maar
+een uitstapje naar de Rijnprovinciën heeft gemaakt, waar hij zich
+een tijdlang schuil gehouden heeft voor zijne vrienden en bekenden
+en eene allerliefste pfarrersdochter heeft leeren kennen, die hem
+tot een gelukkig echtgenoot en huisvader heeft gemaakt, hetgeen
+niet heeft belet dat de geheele familie en al hare adherenten sinds
+een wrok behouden heeft tegen Majoor Frans en niet hebben verzuimd
+deze door allerlei kleingeestige _represailles_ te koelen. En toch,
+al ware er nooit een lord William voor mij geweest, zoo'n flauwerd
+had nooit mijn consort kunnen zijn! Maar, gij moet nog hooren hoe
+het verder met mij afliep op dien onvergetelijken dag. Terwijl ik,
+met een gelaat gloeiend van ergernis en oogen fonkelend van toorn,
+en de fleuret nog in de hand, Karel zag vlieden, stond daar plotseling
+lord William in de geopende deur en staarde mij aan. Ik behoef u niet
+te beschrijven, Leo, met welk een blik van afkeuring."
+
+"Miss Francis!" sprak hij, "als Sir John mijn raad had ingeroepen,
+zou men u van dit aanzoek ter kwader ure hebben verschoond en u eene
+onvoorzichtigheid bespaard hebben. Nu is het geschied, en ik begrijp
+heel goed dat er iets in u is wat zich lucht moet geven, ook dat het
+u invallen kon, dat op deze wijze te zoeken; maar het is zeer verkeerd
+van u, juist op zulk een onschuldig offer los te trekken. _For shame_,
+Francis! op een stumperd die mogelijk nooit een fleuret in de hand
+heeft gehad! Mij dunkt, gij hebt degelijker oefening noodig en een
+tegenstander die iets meer te beteekenen heeft, om er voldoening van
+te hebben. Ik meende wel, u een en ander te hebben geleerd, maar ik
+verzuimde nog uw talent in 't schermen op de proef te stellen. Sta
+mij toe u de revanche te geven die de ongelukkige vluchteling in
+den steek liet." En zonder mijn antwoord af te wachten, nam hij mij
+de fleuret uit de hand en bood mij met eene buiging eene degen aan,
+dien hij van het wapenrek had genomen. Hij zelf nam het wapen op dat
+Karel Felters had weggeworpen.
+
+Ik wilde iets antwoorden; de stem stokte mij in de keel. Ik aarzelde,
+ik wilde tegenstribbelen; het bleek hem ernst. Hij wierp zijn reisjas
+uit, zag mij aan met een blik, welks beteekenis niet te miskennen was,
+en riep: "_en garde!_"
+
+Ik was gedwongen het zonderlinge duel werkelijk aan te nemen.
+
+Allerlei gedachten en gewaarwordingen kruisten zich bij mij in hoofd
+en hart; ik wilde nu niet terugtreden; ik wilde niet dat hij met
+mij spotten zou; ik wilde hem toonen dat hij niet te doen had met
+eene onhandige. Ik verbeeldde mij, dat hij, een man van studiën en
+letteren, niet veel werk zou gemaakt hebben van eene kunst, zoo weinig
+in harmonie met zijne liefste oefeningen; maar ik bemerkte ras, dat
+ik mij zonderling had vergist. Hij voerde den degen al spelende,
+doch met even vaste als lichte hand. Hij liet mij aanvallen en
+pareerde slechts, maar zoo vlug en ferm dat hij mij geen kans liet
+hem te treffen. Zelfs viel hij niet uit dan om mij aan te vuren en
+af te matten door al die vergeefsche schermutselingen. Dat laatste
+gelukte hem dan ook zoo goed, dat ik machteloos en bijna verlamd van
+vermoeienis wel gratie had willen vragen. Maar toch het nu zóó tegen
+hem op te geven, dat wilde ik niet.
+
+"'t Is eene mannelijke oefening, miss! Er behoort meer dan vrouwelijke
+kracht toe," sprak hij met tergende koelbloedigheid, terwijl hij een
+mijner aanvallen ontweek, die door mijne hartstochtelijkheid telkens
+wilder en onhandiger werden; want de wensch om er een einde aan te
+maken bracht mij buiten mij zelve.
+
+"Geef acht, Mylord! Gij veracht uw partij wat al te veel," voegde ik
+hem toe, en mikte op zijn borst, alleen beschermd door het plastron
+van een batist overhemd. In plaats van mij af te weren, schudde hij
+glimlachend het hoofd en gaf zich geheel bloot. Het menschelijk hart is
+arglistig, Leo! maar toch, met de hand op het mijne mag ik betuigen,
+dat de zucht om hem leed te doen mij niet dreef in dien oogenblik;
+dat ik er zelfs niet aan dacht, hoe ik gevaarlijker wapen voerde
+dan een gewone schermdegen; maar getergd door dit bewijs dat hij mij
+niet telde, vervuld door de zucht om hem den strijd te zien opgeven,
+daar ik het oogenblik voelde naderen waarop ik van vermoeienis den
+degen zou moeten neerwerpen, drong ik snel en forsch op hem aan. Hij
+scheen niet op te letten, hij pareerde niet ik trof hem--een dunne
+straal bloed schoot door het witte linnen heen. Meer was er niet
+noodig om mij verplet van schrik en berouw aan zijne voeten te doen
+zinken. Op hetzelfde oogenblik trad Sir John binnen, gevolgd door
+mijn grootvader. De eerste stiet eene verwensching uit, die mij gold,
+want hij schreef alles toe aan mijne onbeteugelde drift; de laatste
+wilde den gewonde hulp bieden, die hem afwees.
+
+"Het is niets, mijne heeren, volstrekt niets," sprak Mylord, terwijl
+hij mij met de eene hand oprichtte, en met de andere zijn zakdoek tegen
+de borst hield. "'t Is maar een schram die niets te beteekenen heeft:
+eene kleine satisfactie die ik miss Francis schuldig was, en die haar
+mogelijk voor goed zal genezen van de zucht om onvrouwelijke wapens
+te hanteeren."
+
+"Nooit, nooit weer!" bracht ik uit in de heftigste ontroering,
+ziende hoe de fijne witte zakdoek in een oogwenk van bloed was
+doortrokken. En, Leo! zoo hij bedoeld heeft mij zulk een afschrik
+in te boezemen, is het uitgevallen zooals hij voorzag. Ik heb later
+nooit weer naar een wapen gegrepen, nooit weer van een duel kunnen
+hooren zelfs, of dat verschrikkelijk schouwspel van dien bebloeden
+zakdoek komt mij voor den geest, en mij, mij, Majoor Frans, is het
+meermalen gebeurd, te sidderen en te verbleeken onder gesprekken,
+waarbij andere vrouwen, om hare beminnelijke schuchterheid geëerd,
+gretig bleven toeluisteren, in hare onwetendheid nieuwsgierig en
+hunkerend naar emoties, waarvan ik meer dan verzadigd was.
+
+En toch, zooals vanzelf spreekt, was mijne reputatie als onverschrokken
+duelliste van toen af gevestigd; Karel Felters en de zijnen zwegen
+niet, en de kamerdienaar van Mylord zweeg ook niet; ondanks het verbod
+van zijn meester. Het was of onze bedienden door het sleutelgat
+hadden getuurd en of ze door de reten der deuren het licht hadden
+opgevangen over het gebeurde tusschen Mylord en mij. Zij fluisterden
+het elkander toe, wat zij geraden hadden of meenden te begrijpen,
+anderen die niets wisten vonden uit en zoo kwam het gerucht,
+vermeerderd en verbeterd, onder de menschen. Ik bemerkte het aan de
+houding, die men tegenover mij aannam, dat men mij vreesde en schuwde,
+toen ik weer in het gewone leven optrad. Toen, ik beken het, heb ik
+het mijne gedaan om de zonderlinge reputatie te handhaven. Ik zag,
+dat de menschen laag en laf waren, en de zwakheid niet ontzagen. Ik
+achtte het wijsheid hen te trotseeren en schrik in te boezemen,
+sinds ze mij toch geen vrouwelijk hart toekenden, en ik voor mij geen
+reden vond om naar hunne liefde te dingen. Lord William had mij voor
+iedere deugd kunnen vormen, met alle menschen kunnen verzoenen, als
+hij maar gewild had. Hij had mij teruggestooten, hij had mij alleen
+zijne deernis geschonken, die ik niet had gevraagd. Van nu aan was ik
+voor allen en voor alles onverschillig geworden en luisterde voortaan
+slechts naar mijne eigene invallen!"
+
+"Maar de reis van Mylord kon toch niet doorgaan?"
+
+"Hij zelf dacht er anders over. Hij wilde alles vermijden wat opzien
+kon baren. Hij verkoos niet dat men een heelmeester zou laten roepen;
+zijn kamerdienaar was handig genoeg om die lichte wonde te verbinden;
+hij zou maar een uurtje rust nemen en daarmee zou alles in orde
+zijn. Toch moest hij den arm van Sir John nemen om het vertrek te
+verlaten; en zijn gelaat was vaalbleek toen hij mij toeknikte. Ik week
+naar mijne kamer met een gevoel van Kaïnschuld, om de verwijtende
+en nieuwsgierige blikken van de omringenden te ontgaan. Ik was vast
+besloten hem nog eenmaal weer te zien en vergiffenis te vragen. Maar de
+heftige schokken die ik had doorgestaan en de vreeselijke overspanning
+waartoe ik mij had opgewonden wreekten zich nu. Overmeesterd door
+eene zonderlinge loomheid, viel ik op eene canapé neer en sliep
+in--een onrustige koortsachtige slaap, die door mijne kamenier met
+bezorgdheid werd gadegeslagen.
+
+"Toen ik ontwaakte was lord William vertrokken."
+
+"En daarna?"
+
+"Daarna werd ik ziek wat niet te verwonderen was, en mijn grootvader,
+die ondanks alles van mij hield, voerde mij naar de Werve om in de
+buitenlucht beter te worden. Toen ik hersteld naar huis keerde,
+zeide Sir John tot mij, dat ik een krassen degen moest voeren,
+of dat lord William een zonderlinge goedwilligheid had betoond om
+zich door mij te laten treffen, want reeds te Eton was hij bekend
+door zijne vaardigheid in het schermen, en zijn vertrek uit Engeland
+stond in verband met een duel, waarin hij het ongeluk had gehad zijne
+tegenpartij, een kapitein van de _horse guards_, doodelijk te wonden.
+
+"Ik had nooit gedacht dat Mylord een duellist was," antwoordde ik.
+
+"Dat was hij ook niet; maar zijne eer was er mede gemoeid, dat hij
+de beleediging van dien kapitein niet ongestraft liet. Het was een
+vriend van zijne vrouw, en die vriendschap ging wel wat ver. William
+zou eigenlijk beter gedaan hebben, zoo hij de Lady den dood had
+gegeven. Zij had het verdiend, en geen Engelsche rechtbank zou
+hem veroordeeld hebben. Nu zijn ze verzoend en vereenigd, voor het
+uiterlijk althans; maar hij heeft mij geschreven dat hij reizen gaat,
+altijd reizen, de vijf werelddeelen door.
+
+Ik dankte God in mijn hart voor deze mededeeling. Mijn geweten was van
+eene bloedschuld verlost. Maar dat de ernst des levens toch in volle
+zwaarte op mij bleef drukken, zult gij wel van mij gelooven, Leo!"
+
+"Ja, Francis! dat begrijp ik. En gij hebt zelve nooit meer bericht
+gehad van dien edelman?"
+
+"Nooit meer. Daarbij, ik kende zijn familienaam niet, zooals ik u
+gezegd heb, anders hadden de nieuwspapieren mij een of ander kunnen
+mededeelen. Welhaast volgden allerlei veranderingen en gebeurtenissen
+elkander op. Mijn vader stierf bijna plotseling; grootvader werd in
+rang verhoogd en wij trokken naar Z., waar ik mij voornam eens een
+geheel ander leven te beginnen. Doch men kan met zijne antecedenten
+breken--ze zijn daarom niet uitgewischt. Maar niet meer hiervan,
+nu wij zoo dicht bij huis zijn."
+
+Werkelijk waren wij de brug over en tot het voorplein genaderd. Er
+was licht in de zijkamer.
+
+"De heeren zitten al bij de thee," hernam Francis; "en nu eer wij
+binnengaan, nog een verzoek Leo! Zoo gij er belang in stelt, zult gij
+later meer van mij hooren, want het verlicht mij u dat vertrouwen te
+schenken; maar spreek er mij nooit van uit u zelven, want er zijn
+oogenblikken waarin ik dat niet verdragen kàn, oogenblikken waarin
+het mij zoo goed is te vergeten!"
+
+"Ik versta u, Francis! wees er gerust op," sprak ik ernstig, maar
+somber, en drukte maar even de hand die zij mij reikte.
+
+Eigenlijk had zij mij gedaan, wat Lord William haar had
+toegebracht. Zij had mij eene illusie benomen. Het was eerlijk,
+het was waardig, dat moet ik bekennen, maar het viel mij hard,
+harder dan ik mij had kunnen voorstellen dat zulk een blik in haar
+verleden mij treffen kon. Ik was er op verdacht geweest, dat er veel
+in haar hart was omgegaan. Zelve had zij mij terstond bekend dat zij
+"campagnejaren had doorgemaakt," bittere levenservaringen had opgedaan;
+het hart was daar niet buitengebleven, dat sprak vanzelf. Had zij
+mij eene gewone liefdesgeschiedenis verteld met ongunstigen afloop,
+mij gesproken van teleurstellingen met of zonder hare schuld, van een
+gebroken engagement, van eene passie waarvan de vlamme nog lichtte,
+ik had mij kunnen troosten, ik zou de hoop gevoed hebben haar over
+dit alles heen te zetten en den moed gevat om een smartelijk verleden
+door een heldere toekomst te helpen uitwisschen. Maar dezen lord
+William had ik niet kunnen voorzien, en juist deze was het die mij
+de meeste ergernis gaf. Ik had indruk op haar gemaakt, ik was er
+zeker van; al kon ik niet wachten dat ik de eerste man zou zijn die
+haar hartstocht inboezemde, ik meende de eerste te zijn voor wien zij
+achting gevoelde en aan wien zij hare toekomst zou vertrouwen, omdat
+zij in hem haar meerdere zag. Ik schrijf het neer, Willem! wat mij
+door hoofd en hart ging, al zie ik u mogelijk glimlachen over mijne
+aanmatiging of mijne naïviteit. Welnu, juist diezelfde stelling,
+die mij de noodigste, de begeerlijkste scheen bij eene verbintenis
+voor het leven, had de Engelschman reeds bij haar ingenomen. Hij
+had die niet kunnen en niet mogen behouden, dat is waar, en hij had,
+zooveel ik uit haar mededeelingen oordeelen kon, _a fair play_ met
+haar gespeeld, mogelijk ten koste van zwaren, mannelijken strijd;
+maar dat alles nam niet weg dat hij bezeten had juist datgene waar ik
+naar stond--een invloed ten goede, waaraan zij met blijdschap gehoor
+gaf en die haar hart voor liefde had ontsloten. Al had hij uit wijze
+voorzorg, uit edele zelfverloochening, haar omtrent haar zelve trachten
+te misleiden, gelukt was het hem niet. Hij had haar slechts van toorn
+tot bitterheid opgewekt, en sinds hadden tijd en afwezendheid haar wel
+kalmer gestemd, maar--was er rust gekomen, geene vergetelheid. Zij was
+hem hare stille vereering blijven wijden, en mogelijk was het dit,
+juist dit, wat haar voor alle verdere aanzoeken doof had gemaakt,
+en blind voor alle verdienste die in haar oog de vergelijking met den
+afgod niet kon doorstaan. Misschien had zij met mij haar vertrouwen te
+schenken nog iets anders bedoeld dan oprechtheid; had zij bedoeld mij
+af te schrikken van iedere onderneming op haar hart; had zij bedoeld
+mij als zonder opzet te zeggen, dat ik er niet op rekenen moest dit
+beeld uit haar hart te verdringen; juist omdat ik haar een oogenblik
+had zien wankelen en zij zelve dat gevoelde, had zij zich opnieuw
+willen vastzetten in dat besluit. Wat er ook van ware, ik had een
+indruk ontvangen die mij pijnlijker trof dan hare bruske uitspraak
+bij onze eerste kennismaking: "dat zij mij midden op de hei zou
+laten staan als zij te vreezen had dat ik met een huwelijksvoorstel
+aankwam." Nu ze mij kende, nu ik reeds zoover gevorderd meende te
+zijn, dat ik maar een gunstig oogenblik had af te wachten om haar
+te spreken van mijne wenschen en onze vooruitzichten, wierp ze mij
+haar lord William voor de voeten, en ik voelde mij teleurgesteld
+niet slechts, maar ontmoedigd. De andere was haar held geweest; wat
+kon ik nog voor haar zijn? De vertrouwde, aan wien zij haar Iliade
+uitklaagde, als in het oude treurspel. Ik had eene gewaarwording of ik
+verminderd moest zijn in hare oogen; ik verloor in mijne houding die
+kalmte en die vrijmoedigheid, waarin het geheim had gelegen van het
+overwicht, dat ik aanving op haar te verkrijgen. Dit maakte mij dien
+ganschen avond stroef en teruggetrokken. Zij moest het mij aanzien
+dat ik worstelde met hinderlijke bijgedachten, en het kwam mij voor,
+dat zij zelve ook gedrukt en neerslachtig was; het oproepen van die
+smartelijke herinneringen had haar zeker veel gekost, en nog bleef
+zij als onder den slag van dat verleden gebukt, en zat neer onder
+ons alsof zij niet meer van de onzen was. Ditmaal sloeg zij hare
+piano niet open, noch verraste mij met een balkostuum, maar hield
+zich bezig met een dameshandwerkje, dat haar juist niet vlug afging
+en dat haar geheele aandacht scheen in te nemen; ik plaagde haar een
+weinig met hare _gaucherie_; zij zag mij aan met een verwijtenden
+blik, terwijl zij mij toefluisterde: "Dàt moest gij nu niet doen,
+Leo! nu gij weet waarom ik zoo onhandig ben."
+
+Zij had gelijk; ik was wreed, ik was kwelziek, ik zag altijd lord
+William voor mij in de gedaante van Willem III, wiens portret
+ongelukkig _en médaillon_ boven het schoorsteenstuk prijkte, lord
+William, die tusschen haar en mij in stond en die mij uitlachte
+omdat ik te laat kwam. Ik wist niet met haar te praten, ik zag
+niet hoe ik kon blijven zwijgen. Uit verdriet, uit verveling,
+gaf ik mij ten prooi aan den generaal en zijn compère bij de
+speeltafel, in stilte dankbaar, dat Francis zich er buiten hield,
+maar zeer onvoldaan over mijn eigen houding, toen ik ten laatste de
+vrijheid vond om naar mijne kamer te trekken. Ik zal u niet vervelen,
+Willem, met al de tobberijen waarmee ik toen mijn slapeloozen nacht
+vervulde. Ik schaamde mij over mij zelven. Waar waren mijn moed, mijne
+volharding, mijn vaste wil om deze onderneming tot een gelukkig eind
+te brengen? Helaas! toen ik die vatte, vrij van geest en van haat,
+nog niet aangetast door de kwalen der liefde, der jaloezie, die mij
+de helderheid van geest benevelden. Ik zou bij Francis verloren
+zijn, als zij mij in mijne zwakheid had kunnen zien. Zoo kon het
+niet blijven. Ik stond op met een kloek besluit. Ik wist nu wie en
+wat ik tot mededinger had; het bleek uit alles, dat geen ander tot
+hiertoe dien lord William had verdrongen. Geen ander wellicht was
+ook zijn weg met haar gegaan; ik had dien uit mij zelven ingeslagen;
+het was in elk geval geen dwaalspoor, al was het pijnlijk een ander
+na te treden; het was de weg naar haar hart; hij had het gewonnen,
+maar hij had het onbevredigd gelaten, hij was teruggetreden, en hij
+moest het, waar ik vrij en moedig kon voortgaan. Hij was het ideaal
+geweest dat niet kon verwezenlijkt worden, ik was de werkelijkheid,
+die de vervulling van al hare wenschen kon bieden. Het was tien jaar
+geleden; die schim kon wel op den achtergrond worden gedrongen; zij
+was nu geen dweepend kind meer, dat de hand van den Mentor kuste
+en dat een Romeo meende te zien in een veertiger; zij was nu in
+vollen jonkvrouwelijken bloei; zij was nu de schalke, weerbarstige
+Katharina, die haar Petruccio met blijdschap in de armen zou vallen
+als zij eens in hem haar overwinnaar had erkend. Hoe kon ik mij toch
+zoo verontrusten over den Engelschman! Wat had men niet al gelasterd
+dat mij niet had teruggeschrikt, en deze, juist deze, had mogelijk
+juist mijne zegepraal voorbereid. Was het niet mogelijk dat ik op de
+eene of andere wijze zijne herinnering bij haar verlevendigd had en
+dat de vergelijking mij niet schaadde?
+
+Ik moest er de zekerheid van hebben; ik kon niet lang dus wankelen
+tusschen hoop en vreeze; op gevaar af van eene onvoorzichtigheid te
+begaan wilde ik haar vragen, of zij het spoorloos verdwijnen van lord
+William een volstrekt onvergoedbaar verlies achtte. Maar dien dag had
+iedereen op de Werve het druk met het feest van den volgenden. Francis
+was onophoudelijk in besogne met den kapitein en zoo goed als
+ongenaakbaar voor mij; het kwam mij zelfs voor, dat ik zoo wat als
+_facheux troisième_ werd beschouwd, en om niet in den weg te loopen
+wilde ik naar mijne kamer gaan, toen Francis mij ter zijde riep en
+een biljet in de hand duwde, waarmee ik van het hulppostkantoor een
+aangeteekenden brief voor haar moest afhalen. "Het was beter dat de
+generaal daar niets van merkte, en zelve had zij vandaag geen tijd,"
+sprak zij, niet zonder eenige verlegenheid over den dienst dien zij
+mij vergen moest.
+
+"Dat is het minste, Francis, maar waarom maakt gij
+nu ook zooveel drukte van dat verjaarfeest?"
+
+"Wat zal ik u zeggen! Die lieden hier zijn dat altijd gewoon
+geweest, en als wij nu niets doen is het een al te sprekend bewijs
+van verval.... De schoolmeester komt zijn feestgroet brengen met een
+keurbende uit de dorpsjeugd, die verzen opsnijen; de Pauwelsen komen
+feliciteeren; de notabiliteiten, waarmee we niet in openbaren oorlog
+zijn, zooals de ontvanger en dominé, komen hier eten; de mogelijkheid
+bestaat, dat er nog de een of andere oude kennis van grootpapa komt
+opdagen die den dag onthouden heeft; dat alles moet een weinigje
+geregaleerd worden, en dat is niet af te weren tenzij we gezamenlijk
+de vlucht nemen, en dat gaat ook niet. Rolf was er op bedacht, en ik
+heb hem moeten danken voor zijne voorzienige wijsheid, want het is
+morgen Zondag, en dan kan men hier niets gedaan krijgen. Gelukkig ben
+ik nu zelve weer _in bonis_ als gij met dien brief terugkeert. Het
+ergste is, dat wij voor een paar dagen onze vrijheid missen en dat
+ik u zoo wat links moet laten liggen. Maar neem wat geduld; daarna
+heb ik weer rust en tijd tot uwe beschikking."
+
+Zoo scheidden wij, zonder te vermoeden wat er al niet tusschen zou
+komen eer ons die rust en vrije tijd werden gegeven voor zulk een
+vertrouwelijk onderhoud als ik mij voorstelde. Och, al hebben wij
+nog zoo'n vasten wil, en de omstandigheden zijn ons tegen, dan zijn
+zij de sterksten, daar is niet aan te doen; ik althans heb dat tot
+mijne schade ondervonden, al verzekert Potgieter ons:
+
+
+ 't _Genie_ blijkt toch de _omstandigheên_ te groot.
+
+
+Al twijfel ik niet of hij spreekt uit ervaring, ik weet maar al te goed
+dat ik zoo'n Hercules niet ben, en zelfs, ik had hem in mijn geval
+willen zien, om te weten hoe hij over die verlammende kwelgeesten
+zou gezegevierd hebben!
+
+
+
+Wij aten laat en vrij eenvoudig dien dag; de kapitein was naar de
+stad geweest met het wagentje van Pauwels, en wij hadden naar zijne
+terugkomst gewacht met het diner, tot groote ergernis van den generaal,
+terwijl Francis besliste, dat het billijk was en zoo zijn moest.
+
+Aan tafel kreeg von Zwenken twee brieven; den eersten verscheurde
+hij met eene uitdrukking van wrevel en teleurstelling, na dien even
+te hebben ingezien, den anderen reikte hij open aan Francis toe,
+terwijl hij zeide:
+
+"Willibald wil hier morgen komen dejeuneeren; kan dat?"
+
+"Het moet kunnen! al zou het veel aardiger zijn zoo het op een
+stiller dag trof!" repliceerde Francis; "maar de brave jongen zou
+raar opkijken, als we zeiden, dat hij niet welkom was."
+
+Willibald! mij schoot in eens te binnen bij welke aanleiding ik dien
+naam voor het eerst had gehoord.
+
+"Is dat een luitenant Willibald?" vroeg ik, Francis aanziende.
+
+"Hij is nu kapitein; is hij u bekend?"
+
+"Als een vermaard leider van den _cotillon_ ......" antwoordde ik
+onvoorzichtig.
+
+"'t Is waar, hij is een goed danser, maar hoe weet gij dat?"
+
+"Herinner u, dat ik een ganschen avond in de Z--sche gezellige wereld
+heb doorgebracht vóór ik hier kwam".
+
+"En dat was genoeg om u vertrouwd te maken met alle cancans van
+voorheen en thans .... en gij zult wijs en wel doen daar behoorlijk
+notitie van te nemen en de lieden te houden voor 't geen ze dáár
+gelden!" sprak zij, mij aanziende met haar klaren, scherpen blik,
+en een ironieke glimlach speelde om haar mond. 't Was of zij raadde
+hoe zij toen _les frais de la conversation_ had geleverd, en mij
+doorzien wilde om te weten wat er daarbij in mij was omgegaan.
+
+Ik wist mij niet onschuldig, maar ik moest mij goed houden.
+
+"Ik heb dezen naam opgevangen en onthouden, ziedaar alles; maar mijn
+bezoek op de Werve bewijst u immers hoe ik de _médisances sociales_
+op haar prijs weet te schatten."
+
+"Als gij u daar ook niet boven hadt gesteld, zou ik niet weten
+wat van u te denken," fluisterde zij mij toe, want dit aparte, op
+halfluiden toon gesproken, ging buiten den generaal om. Nu, gij zult
+kapitein Willibald leeren kennen en ik twijfel er niet aan, òf gij
+zult bevinden dat hij nog wel wat anders is dan een _beau danseur!_"
+
+Ik boog mij, als vooruit overtuigd, en hierbij bleef het. Rolf en
+Francis hadden samen weer conferenties. Ik ging alleen wandelen;
+bij de thee ging alles zoo vluchtig toe, dat ik, wel ziende hoe
+er van een gezellig avondje niets komen zou, en zonder lust om den
+generaal gezelschap te houden, die ons allen boudeerde, omdat Rolf
+hem niet als gewoonlijk ten dienste stond, naar mijne kamer trok en
+meende nu eens dapper met mijn journaal voort te gaan ...... maar
+pas had ik een paar pagina's geschreven, of mijn oog viel, bij 't
+verschuiven van een papier, op een pakketje dat aan mijn adres was. Bij
+'t openen vond ik een kleine portefeuille _en cuir de Russie_, waarop
+met gouddraad mijn naamcijfer geborduurd was, en het woord _souvenir_
+met F. M. daaronder. Het was hetzelfde handwerkje dat ik den vorigen
+dag in aanvang had gezien. Het had haar moeite gekost; zij had er
+mogelijk een deel van den nacht voor opgezeten, en ik ondankbare had
+zoo onbarmhartig gespot met haar gemis van vaardigheid. Het bleek ten
+minste dat het haar niet aan geduld en volharding haperde. Bij het
+doorsnuffelen vond ik een muntbiljet in couvert, waarop geschreven
+stond: In dank terug, haar naam en de datum, een staaltje van haar
+ferme en kloeke hand, dat mij zeer begeerig maakte naar meer; maar
+ik vond niets. Het was eigenlijk eene damesportefeuille, en niet eens
+geheel nieuw. Het arme eerlijke schepsel had de eerste gelegenheid de
+beste waargenomen om hare schuld af te doen en mij hare dankbaarheid te
+toonen, en ik was in eene kwade luim geraakt en had haar gekweld! Hier
+was al de teerheid en fijnheid van een echt vrouwelijk hart, dat men
+kan wonden en krenken, en dat bloeden zal, maar dat zich toch niet
+sluit voor wie er eens in is doorgedrongen. En dat was ik, het scheen
+mij eene zekerheid; de pijl die zij in 't wilde had geschoten over
+het hechten aan praatjes was mij door merg en been gegaan. Ja! zij
+had gelijk, ik was zwak en laf met mijne aarzelingen, met mijn
+achterdocht, die de volle uiting mijner gevoelens telkens terugdrong;
+dat temporiseeren ben ik moede; ik zal haar nu in ditzelfde oogenblik
+opzoeken, en zeggen wat er in mij omgaat; ik heb mijn pretext om haar
+te storen, al stoot ze mij af, ik zal mij niet laten verdrijven vóór
+zij het noodigste heeft gehoord; dat is in vijf minuten gezegd, en wij
+verrassen den generaal op zijn verjaardag met onze verloving! Reeds
+was ik opgesprongen en had de kruk van de deur al in mijne hand,
+toen ik een zonderling gerucht aan een der ramen waarnam; de blinden
+waren niet gesloten, hoewel er licht brandde; het kwam mij voor of
+men aan de ruiten tikte. Ik moest terugkeeren om te zien wat het was,
+ik hoorde een schorre stem "Francis! Francis!" roepen, en ik zag eene
+hand die zich aan het hout vastklemde.
+
+"Francis! kom mij te hulp of ik zal die vermolmde roeden breken,"
+riep de stem.
+
+Ik antwoordde niet en kwam ook niet te hulp; ik wilde zien hoe de
+binnendringer zich over het bezwaar heenhielp. Dat ging vlug genoeg;
+het oude houtwerk kraakte als riet; een hoofd kwam ras door de opening;
+de beide handen leunden op het houten kozijn; er kraakte nog wat hout
+en wat glas, en de persoon, die niet tegen inbraak scheen op te zien,
+was met een forschen en vluggen sprong binnen.
+
+"Wat wilt ge van de freule Mordaunt?" vroeg ik, den stouten indringer
+tegentredende met een wantrouwen, dat nu niet ongerechtigd was.
+
+"Een vreemdeling hier!" riep hij uit, in plaats van antwoord te geven;
+"dat verwondert mij; ik dacht niet dat ze meer aan logeergasten deden."
+
+"Mij dunkt ik heb nog meer reden om verwonderd te zijn over de wijze
+waarop gij hier binnenkomt ...."
+
+"Ja! die is _somewhat irregular_, dat erken ik; maar ik ben daarom
+toch geen dief, geen inbreker; ik kom eenvoudig zoo binnen, omdat ik
+in huis geene opschudding wilde maken en zeker meende te zijn Francis
+hier te zullen vinden daar ik licht zag, en niet raden kon, dat er
+iemand vreemd was. Maar nu ik er eenmaal ben, moet gij mij toestaan
+wat te rusten, en te overleggen hoe ik Francis te spreken kan krijgen,"
+en hij liet zich neervallen op de groote ouderwetsche sofa.
+
+"Br! dat ding is ook al weer wrakker geworden," gromde hij, toen het
+meubel onder zijn zwaarte dreunde, en rondziende, sprak hij halfluid:
+"hé, dat staat kaal! de oude familieportretten zijn weg! Zeker door
+de mot en de rotten opgegeten met huid en haar."
+
+Alles bewees dat de man hier geen vreemdeling was. Zijne manieren waren
+vrij en _sans gêne_, maar niet eigenlijk gemeen; zijne kleeding ook had
+niets van een haveloozen vagebond, al was zij eenigszins fantastisch
+en opzichtig, een kort zwart fluweelen jasje met metalen knoopen,
+een kleurige _foulard_ losjes om den hals geknoopt, een pantalon
+collant van paarlgrijs laken en verlakte rijlaarzen met sporen,
+zware gemsleeren handschoenen, en de _chapeau croqué_, die op den
+grond gevallen was bij zijn woesten sprong, stelden een elegant
+rijgewaad daar, zooals een vreemdeling of een student het zich ten
+onzent zou veroorloven.
+
+"Hebt gij hier niet wat voor mij te drinken?" vroeg hij, nadat hij mij
+den tijd had gegund hem eens goed op te nemen; "al is het maar een glas
+water? Ik heb goed drie uur te paard gezeten, om de wandeling naar de
+Werve niet mee te rekenen, en ik ben heesch van het stof." Hij sprak
+zijn Hollandsch met zeker vreemd accent; hij had het voorkomen van
+een vijftiger, hoewel hij mogelijk jonger kon zijn; zijne levendige,
+bewegelijke trekken, die nooit in rust waren, de menigte fijne rimpels
+op zijn verbrand voorhoofd, en de matte bleekheid van zijn gelaat
+getuigden van sterke hartstochten en van: "campagnejaren," zooals
+Francis zou zeggen. Een oogenblik viel het mij in of ik hier met lord
+William te doen had; maar hij geleek niets op Willem III; integendeel,
+hij had veeleer een physionomie à la Rabelais, kort ineengedrongen
+met een wipneus, dikke sensueele lippen met een rosachtigen knevel
+en grijsachtig groene oogen, die schalk en vermetel rondkeken.
+
+Hoe ongepast zijn optreden ook zijn mocht, ik vond geen reden om hem
+een glas water te weigeren; toen ik het hem aanbood kon ik mij niet
+onthouden te zeggen:
+
+"Gij schijnt hier met de localiteit bekend te wezen .."
+
+"Ja! nogal, en dat's geen wonder: ik heb hier menig guitenstuk
+uitgevoerd in mijne jeugd; maar gij, mijnheer, wie zijt gij eigenlijk;
+een adjudant van den kolonel of een _protégé_ van Francis, dat gij
+hier zoo logeert!"
+
+"Mij dunkt, ik zou veeleer recht hebben u te vragen wie gij zijt,
+dat gij hier zoo binnendringt?"
+
+"Dat is waar, en ik zou het u met pleizier zeggen, maar het is een
+geheim dat niet alleen het mijne is, en ik heb mijn reden om het niet
+zoo aan de eerste de beste over te leveren; noem mij master Smithson;
+dat is mijn pseudoniem voor dit oogenblik."
+
+"Heel goed; maar wat wilt gij dan eigenlijk, master Smithson?"
+
+"Allereerst dat gij hier de blinden sluit, want daar komt
+verschrikkelijk veel tocht binnen."
+
+"Het idée is niet slecht; had ik daar eerder voor gezorgd mogelijk
+zou ik de eer van uw gezelschap gemist hebben...."
+
+"Hm! dat is nog zoo zeker niet, lieden als ik weten voor alles raad."
+
+"Als dat zoo is zult gij mij verplichten met mij te zeggen hoe gij
+het denkt aan te leggen om de freule Mordaunt te spreken."
+
+"Ik zal u verzoeken haar even te waarschuwen dat ik hier ben...."
+
+"Gelooft gij dat die tijding haar genoegen zal doen?"
+
+"Pristie!.... dat mag ik niet verzekeren, maar.... zij zal toch
+komen. Zij heeft wel wat voor mij over."
+
+"Hier komen, op mijne kamer!"
+
+"Bah! zij is geen _prude_, onze Majoor Frans...."
+
+"Master Smithson! ik waarschuw u; als gij u ongepast uitlaat over de
+freule Mordaunt zal ik u dwingen denzelfden weg terug te nemen dien
+gij gekomen zijt!"
+
+"Oh! la! la! mijnheer N. N.; wij zouden dan toch eerst moeten zien
+wie van ons de sterkste is, en ik ben nogal een goed bokser; maar
+het zal zoover niet komen; ik ben wel de laatste om iets te zeggen
+of zelfs maar te denken, dat Francis Mordaunt beleedigen kan; maar
+dit zult gij mij toch toestemmen, gij die haar ook schijnt te kennen,
+dat zij de laatste is om uit zotte preutschheid terug te blijven als
+er kwestie is om iemand te helpen."
+
+"Dat stem ik toe, maar zoo gij hare hulp noodig hebt, kunt gij mij
+dan niet zeggen wat gij van haar verlangt?"
+
+"Dat zou te omslachtig zijn! Enfin! zoo gij mijne boodschap niet
+verkiest te doen, zal ik Frits den huisknecht moeten opzoeken,
+die er vast nog wel is; maar de oude zal zich niet goed weten te
+houden en een verwenscht misbaar maken; dat mij terstond zou verraden
+aan.... den kolonel."
+
+"Gij meent den generaal."
+
+"Generaal! zoo, en denkelijk gepensioneerd? Ik ben eenige jaren
+buitenslands geweest...."
+
+"Nu dan! ik zal de freule Mordaunt opzoeken en haar vragen waar zij
+master Smithson een onderhoud wil toestaan...."
+
+"Goed! maar zeg dan liever niet, master Smithson, want onder dien
+naam kent zij mij toch niet."
+
+"Zeg mij dan kort en goed dien uwer namen, waaronder zij u wèl kent."
+
+"Vraag haar of zij iemand van hare familie die zich Rudolf noemt een
+oogenblik wil te woord staan."
+
+"Ik zal dat verzoek overbrengen, mits gij mij belooft er in te berusten
+als zij het afslaat."
+
+"Hm! gij maakt zooveel omstandigheden; men zou haast zeggen dat
+gij zoo iets waart als.... haar verloofde of.... haar pretendent,
+als het niet al te onwaarschijnlijk ware."
+
+"Waarom zou dat zoo onwaarschijnlijk zijn?" vroeg ik gespannen, want
+ik was altijd bezield door zekere onrust dat er in het verleden van
+Francis eenige geheimzinnige hindernis school, die mijn geluk in den
+weg stond; en het viel mij in, dat deze man daar iets van weten kon.
+
+"Wel ik heb altijd gehoord, dat Francis Mordaunt meer roeping had om
+een bataillon te commandeeren, dan om haar fieren nek te krommen onder
+'t huwelijksjuk,"
+
+"Was het anders niet!" dacht ik, en hernam:
+
+"Moet zij zich dan onveranderlijk gelijk blijven?"
+
+"Wat dat betreft, het: _souvent femme varie_ is de regel; zij zou
+eene exceptie kunnen zijn. Maar _after all_ is zij eene vrouw.... Dus
+zijt _gij_ de gelukkige?" hervatte hij op eens in veranderden toon, en
+mij aanziende met een spotachtigen glimlach, terwijl zijne ondeugende
+oogen van schalkheid tintelden.
+
+"Ik zou het werkelijk tot een groot geluk rekenen, zoo freule Mordaunt
+om mijnentwille zulke inconsequentie kon begaan," viel ik in, op
+een toon van strakken ernst, die zijn spotlust eenigszins matigde;
+"maar.... tot hiertoe ben ik voor haar niets dan een neef. Ik ben
+Leopold van Zonshoven, geparenteerd aan haar grootvader."
+
+"Nu, op mijn woord! gij zijt een paladijn, die met ijver over de eer
+der familie waakt. Zoo zijn wij denkelijk neven, want ik.... ben ook
+geparenteerd aan haar grootvader," eindigde hij na eenig aarzeling;
+"en nu gij dit weet, zult gij zeker niet langer twijfelen of Francis
+zal mij willen te woord staan; misschien kan het geen kwaad als gij
+haar vooruit verzekert, dat ik geen geld noodig heb. Integendeel,
+ik kom wat brengen.... zie maar!" en hij haalde eene portefeuille
+te voorschijn, die hij openmaakte om een aantal fijne, groenachtig
+gekleurde papiertjes te laten zien. "Vertel haar dat, het zal haar
+zeker eenigszins geruststellen, en u denkelijk ook, die mij nog altijd
+zoo wat half en half voor een _highwayman_ aanziet."
+
+"Ik zie u aan voor een zonderling, die er pleizier in vindt de lieden
+te mystificeeren."
+
+"Als Francis hier komt, zult gij wel hooren wat er van is."
+
+Ik kon niet langer weifelen; maar toen ik hem verliet nam ik de
+voorzorg mijne kamer van buiten af te sluiten, uit vrees dat hij mij
+volgen en Francis overvallen zou eer zij gewaarschuwd was. Ik wist,
+dat haar appartement gelegen was in den tegenovergestelden vleugel
+van 't kasteel, den eenige die nog in redelijken bewoonbaren staat
+was, waar ook de generaal en Rolf hunne kamers hadden. Ik vermoedde
+dat ik haar vinden zoude in haar boudoir, waarvan zij mij eens had
+verteld, doch waar ik mij nog niet verstout had den voet te zetten. Ik
+waagde het er op, tikte en noemde mijn naam. Ik werd verrast door een
+opgeruimd: "Kom maar binnen, Leo!" Zij had er mogelijk op gerekend,
+dat ik haar voor hare attentie zou komen bedanken. Hoe jammer dat ik
+nu tot haar kwam met eene onaangename tijding, die mij de gelegenheid
+benam om voor mij zelven te spreken.
+
+"Het spijt mij dat ik u stoor," begon ik, ziende dat zij een cahier
+ter zijde schoof.
+
+"Volstrekt niet; ik bladerde maar zoo wat in een oud dagboek, waarin
+ik sinds lang niets had op te teekenen. Hier op de Werve valt zoo
+zelden iets bijzonders voor."
+
+"Nu toch valt er iets voor, Francis, dat al heel ongewoon is," bracht
+ik uit op een toon die mijne bezorgdheid verried.
+
+"Wat dan? Gij ziet er ontdaan uit Leo!" riep zij, naar mij
+toekomende. "Er is toch geen ongeluk gebeurd?"
+
+"Neen; hoewel het bezoek dat er voor u gekomen is u mogelijk niet
+heel welkom zal zijn."
+
+"Een bezoek op dit uur? Wie kan er zijn?"
+
+"Iemand, die zegt familie van u te wezen en die geen anderen naam
+opgeven wil dan dien van Rudolf."
+
+Zij werd bleek en fronste het voorhoofd.
+
+"Mijn hemel! hoe komt die ongeluksvogel nu hier?"
+
+Ik deelde haar mede, op welke zonderlinge wijze die man was
+binnengedrongen.
+
+"Ja, dat's er wel een van hem," sprak ze, eer wrevelig dan
+getroffen. "En gij zegt dat hij mij spreken wil?"
+
+"Maar als gij 't verlangt, zal ik hem den weg uitzenden dien hij
+gekomen is."
+
+"Neen, neen ! dat moet niet zijn; geen geweld, geene opschudding. Wij
+moeten zien hem weg te krijgen zonder dat de generaal er iets van
+merkt, dat is het voornaamste. Ik ga met u mee, Leo! Gij moet ditmaal
+maar eens niet naar de vormen zien; ik heb u gewaarschuwd dat het hier
+wat vreemd toegaat. Hoe ziet hij er uit? Armelijk, slordig?" vroeg
+zij onder 't voortgaan.
+
+"Hij is fatsoenlijk gekleed; hij heeft wel iets vreemds en stelt
+zich wat vrijpostig aan, maar hij heeft gansch niet het voorkomen,
+noch de manieren van een vagebond."
+
+"Dat is hij ook niet, maar.... hij is er niet beter om. Integendeel,
+iemand zonder geboorte en zonder opvoeding zou men kunnen vergeven
+wat in hem onvergeeflijk is."
+
+"Hij zegt dat gij veel voor hem over hebt."
+
+"Ik heb ten minste voor hem gedaan àl wat ik kon, meer dan ik mocht
+wellicht. En toch, hoe beloont hij het nu weer! Met mij opnieuw te
+komen plagen, wie weet voor welke onaangename zaak!"
+
+Kennelijk was zij eer door verdriet en ergernis getroffen dan door
+eenige zachtere gemoedsbeweging. Die man was haar niets dan een
+lastpost, zooals men ze aantreft in bijna iedere familie, die het
+budget van de huiselijke zorgen verhoogen en de som van 't huiselijk
+geluk vreeselijk bekorten. Dit bedenkende, meende ik haar gerust te
+stellen met te zeggen:
+
+"Ik moet u verzekeren dat hij geen geld komt vragen."
+
+"Ik ken dat! Maar zeker is het, dat ik niets meer voor hem doen kan
+op dat punt. Och, Leo! Ik heb een voorgevoel dat die man hier onheil
+komt aanrichten. Blijf bij mij, ik zal het noodig hebben."
+
+Wij stonden bij de deur van mijne kamer. Zij greep mijn arm, als had
+zij behoefte aan steun. Ik drukte hare hand met een zwijgende belofte
+en wij traden binnen.
+
+Master Smithson, of mijnheer Rudolf, had geen onbescheiden gebruik
+gemaakt van mijne afwezendheid, dat was blijkbaar. Hij had zich
+uitgestrekt op de sofa en was zoo ingedommeld. Francis stond voor
+hem eer hij er op verdacht kon zijn. Hij sprong verrast op en scheen
+willens haar te omhelzen; maar zij trad koel en waardig achteruit en
+voorkwam die begroeting door hem de hand toe te steken. Hij scheen er
+niet over gekrenkt. Integendeel, hij liet den lossen, overmoedigen
+toon, dien hij tegen mij gevoerd had, varen, toen hij tegen Francis
+sprak; hij was kennelijk wat verlegen met zijne houding; zijne stem
+klonk dof en hij scheen geen moed te hebben haar aan te zien.
+
+"Ik kon mij wel voorstellen, Francis! dat mijne terugkomst u geene
+blijde verrassing zou zijn, maar toch...."
+
+"Het is tegen de afspraak, dat zult gij mij toestemmen. Gij hadt
+beloofd, op uw woord beloofd, mijnheer! dat gij in Amerika zoudt
+blijven, of het u daar meeliep al of niet. Ik meende de zekerheid te
+hebben, dat gij althans de grenzen van uw vaderland niet weer zoudt
+overschrijden, en toch...."
+
+"Sta ik hier weer voor u, dat moet u tegenvallen. Ik begrijp het;
+maar toch, veroordeel mij niet onverhoord. Mogelijk vindt gij mij
+minder schuldig dan gij nu meent."
+
+"Onvoorzichtig althans zijt gij in hooge mate. Hier heen te komen,
+hier naar de Werve, waar gij zoo licht herkend kunt worden!"
+
+"Wat dat betreft, _my dear!_ laat die zorgen varen; daartegen weet ik
+mijne maatregelen te nemen. Maar dat ik mijn woord brak, mijn woord
+aan U, dat is eene ondankbaarheid waarvoor ik u in alle ootmoedigheid
+vergiffenis wil vragen!" En hij nam de houding aan of hij de knie
+voor haar zou buigen.
+
+"Wat ik u bidden mag, speel geen comedie," sprak zij koel en met een
+kennelijken weerzin, nog meer terugwijkend.
+
+"De hemel beware mij! Comediespelen! Om het lieve brood en op de
+planken, dat is wat anders, daar heb ik er het mijne aan gedaan,
+maar in 't werkelijke leven, tegenover hen die ik acht en liefheb;
+tegenover u, Francis, bovenal, mag ik zeggen dat ik waar en eerlijk
+ben, zoo goed als gij zelve, en als gij mij uwe vergiffenis nog niet
+schenken wilt, zult gij het toch doen als ik mijne verantwoording heb
+afgelegd.... Ik had het vaste voornemen u de jammerlijke personage
+die ik ben niet meer onder de oogen te brengen; maar een mensch wordt
+gedreven door zijn noodlot, precies in tegenovergestelde richting
+van die hij zelf wil; ik heb niet tegen den stroom kunnen oproeien,
+ziedaar alles; ik heb allerlei wonderlijke avonturen gehad."
+
+"Ja, van avonturen houdt gij, dat is bekend."
+
+"Ik heb ze ditmaal niet gezocht, dit verzeker ik u op mijn woord. Dan,
+eer ik ze u vertel, moet ik weten of ik mij veilig kan uitlaten in
+tegenwoordigheid van een derde. Ik had, om de waarheid te zeggen,
+op een _tête-à-tête_ gerekend."
+
+Al sprekende zag hij naar mij om. Ik had mij teruggetrokken aan de
+andere zijde van 't vertrek, bij den schoorsteen, en bleef daar staan,
+tegen de rijke marmeren ornamenten geleund; ik wilde niet heengaan
+voordat ik de zekerheid had dat Francis niet door hem beleedigd zou
+worden en dat zij zelve verlangde met hem alleen te zijn; maar zijn
+woord was nu zoo rechtstreeks aan mij, dat ik, verlegen over mijne
+indiscretie, de houding aannam van het vertrek te willen verlaten.
+
+"Blijf Leo!" riep Francis mij toe.
+
+"Maar Francis!" sprak Rudolf gekrenkt en met tranen in de oogen. "Gij
+weet toch wel dat gij tegen mij geen beschermer behoeft. Op uw wenk
+buig ik mij neer met het voorhoofd ter aarde; wat zoudt gij van mij
+te duchten hebben?"
+
+"Geen geweld, dat weet ik wel; maar ik wil niet altijd om uwentwil
+verdacht en gelasterd worden. Ik hecht er aan, Leo, dat gij getuige
+zult zijn bij 't geen er voorvalt tusschen mijnheer en mij. Ik wil
+niet dat er schijn van geheimzinnigheid zal rusten op hetgeen, wat mij
+aangaat, het volle licht kan velen; en wat uwe veiligheid betreft,
+Rudolf, ik sta in voor mijn neef, jonker van Zonshoven. Gij kunt
+hier gerust zeggen wie gij zijt. _Hij_ zal _woord_ houden als hij
+stilzwijgendheid belooft." Ik boog mij tot eenig antwoord en schoof
+een armstoel voor haar aan, daar mijnheer Rudolf de vrijheid had
+genomen weer op de sofa plaats te nemen.
+
+"_C'est qu'il y va de la vie!_" zei hij, even de schouders
+ophalende. "Willens of onwillens eene indiscretie, en 't is met mij
+gedaan. Maar het zegt ook niet zooveel, ik waag mijn hals tegenwoordig
+toch iederen dag! Nu dan mijnheer!" ging hij voort, opstaande en zich
+tegen mij buigende met een theatrale houding. "Ik zou met Ravenswood
+kunnen zingen, als mijn stem niet zoo versleten was:
+
+
+ "Sachez donc qu'en ce domaine
+ D'où me chasse encore ta haine
+ En seigneur j'ai commandé."
+
+
+dat wil zeggen, altijd in absentie van den vrijheer _en titre_; ik
+was maar de vermoedelijke erfgenaam, een vermoeden, dat, helaas! wel
+nimmer tot zekerheid zal komen."
+
+Het begon mij te schemeren, toen Francis, verontwaardigd over zijn
+lossen, schertsenden toon, in zoo schril contrast met de treurige
+werkelijkheid, inviel met de klare waarheid: "Mijnheer is.... Rudolf
+von Zwenken, de zoon van mijn grootvader."
+
+"Oom te zeggen valt mijne allerliefste nicht altijd wat zwaar, en
+dat is mijne schuld. _Vous voilà en pays de connaissance_, neef van
+Zonshoven!" ging Rudolf voort, nu op zijn vroegeren luchthartigen
+toon; "maar zij moest mij toestaan hare presentatie eenigszins
+te rectificeeren. Er bestaat geen Rudolf von Zwenken meer; hij is
+burgerlijk dood."
+
+"En zedelijk!" verzuchtte Fancis halfluid.
+
+"En zoo hij onder dezen naam wilde ressusciteeren," hervatte hij,
+zonder zich aan de soufflet van Francis te storen, "zou hij zoo iets
+begaan als een zelfmoord; want hij zou het grootste gevaar loopen om
+gevangen genomen en gefusileerd te worden, zonder pardon."
+
+"En dit wetende, en na alles wat er gedaan is om u aan dit gevaar te
+onttrekken, u nog weer hier te vertoonen, dat is onverantwoordelijk,"
+viel Francis in.
+
+"_My dear!_ wie of wat zegt ù dan, dat ik mij hier vertoonen
+kom? Representaties geven wij hier in de provincie, dat is waar;
+maar wie zich dáár bij den volke vertoont is master Richard Smithson,
+en wel zóó goed gegrimeerd, dat kolonel von Zwenken zelf vóór hem
+zou staan zonder zijn zoon te herkennen."
+
+"Dat's heel gelukkig, want zulk eene herkenning zou hem den dood
+aandoen, daar ben ik zeker van," sprak Francis met hardheid.
+
+"O! là! _dearest_ Francis! gij overdrijft. Mijn heer vader is nooit
+zoo bijzonder teergevoelig geweest als het mij gold; maar dat doet er
+niet toe. Hij zal nooit weten wie master Smithson is, en deze zal hem
+nooit onder de oogen komen. Maar 't is een ander geval met Rudolf von
+Zwenken, die hier is om in alle eerbiedigheid een onderhoud met zijn
+vader te hebben en die daartoe uwe tusschenkomst inroept, Francis!"
+
+"Tevergeefs, mijnheer! Gij kunt uw vader niet spreken en zult hem
+niet weerzien," zei Francis met beslistheid.
+
+"Hoe nu! gij zoudt mij daartoe uwe medewerking weigeren? Dat zou
+geene hardheid zijn, dat zou onmenschelijk wezen."
+
+"Als ik menschelijkheid heb te betoonen, is het allereerst aan uw
+vader, en dezen moet ik beschermen tegen 't geen gij hem nu opnieuw
+wilt aandoen."
+
+"Maar lieve, beste kind! versta mij dan toch. Ik wil hem niets aandoen
+dan zijne hand kussen en hem vergiffenis vragen. Daartoe heb ik mij
+over allerlei bezwaren en vermoeienissen heen gesteld; ik heb drie
+uren aaneen te paard gezeten, omdat ik de diligence niet durfde
+gebruiken; ik heb twee uur geloopen; ik heb mij tot de schemering
+in de ruïne verscholen; ik ben den bekenden tuinmuur overgeklommen
+met gevaar van armen of beenen te breken; ik berekende hoe ik hier
+ongemerkt binnen kon sluipen; ik zag licht op de logeerkamer en dacht
+aan niets dan aan mijn vader en aan uwe goedheid; ik vergat hoe groot
+een zondaar ik zijn moet in uwe oogen en, ik waagde mijne _entree de
+chambre_ hier, die niet van de makkelijkste was, dank zij de weinige
+voorkomendheid van Jonker Leopold; en dat alles zou nu tevergeefs
+zijn doorgeworsteld? Neen, Francis! _my darling!_ dat gaat niet. Gij
+zult u beter beraden, gij zult mij dien eenen droppel lafenis op mijn
+hobbelig pad niet onthouden; gij zult mij de gelegenheid schenken
+mijn vader weer te zien, hem te verrassen!"
+
+"Dat zal ik zeker _niet_ doen, en gij weet dat ik een vasten wil heb,
+als mijn besluit is genomen."
+
+"Maar gij hebt toch een menschelijk hart, al is 't geen heel week,
+vrouwelijk. Dan begrijp ik wel wat uwe bijgedachte is en waarom gij
+weigert. Gij meent dat ik kom als de verloren zoon, platzak thuis,
+na van den zwijnendraf te walgen, 't Is juist omgekeerd."
+
+"Profaneer niet, Rudolf," vermaande Francis streng.
+
+"Ik profaneer niet, ik gaf alleen de tegenstelling. Ik kom terug, niet
+uit behoefte, maar omdat het mij beter gaat; ik kom ruim zeshonderd
+gulden brengen als begin van restitutie. Wat dunkt u! als papa deze
+portefeuille, met die mooie _greenbacks_ gevuld, morgenochtend bij
+het ontwaken op zijne kussens vond, zou hij dan zijn verloren zoon,
+die onder zulke gunstige omstandigheden terugkeert, niet met blijdschap
+de armen openen?"
+
+"Neen, Rudolf! zeker niet! hij zou vreeselijk schrikken en al de
+vroegere jammer en ellende, de vrees voor schande zou opnieuw over
+hem komen; daar is meer verloren gegaan dan geld alleen, dat weet
+gij wel! De eer is verbeurd, en ziedaar wat uw vader u nooit kan
+vergeven. En spreek niet van teruggave; die kleine som, onbeteekenend
+in vergelijking van de zware offers die er voor u gebracht zijn, kan
+niet opwegen tegen hetgeen wij voor u gedaan, door u geleden hebben,
+en waarmede wij meenden voor 't minst rust en vergetelheid gekocht
+te hebben."
+
+Rudolf boog het hoofd, zuchtte en bleef zwijgen in diepe verslagenheid.
+
+Ik was met hem bewogen; ik had eene merkwaardige verandering opgemerkt
+in zijn gelaat, toen Francis hem zoo alle hoop ontnam; zijn verbleeken,
+de gespannen trekken, iets vochtigs dat de guitige oogen plotseling
+verduisterde, wekten mijn medegevoel in hooge mate. Hoe kon men zoo
+hard zijn voor een medemensch die gevallen was, als Francis bleek dit
+te zijn voor dezen ongelukkigen bloedverwant! Van die zijde had ik
+haar nog niet leeren kennen, al wist ik hoe Majoor Frans in drift kon
+uitvallen; hare trekken zelfs namen dien strakken kouden ernst aan,
+die haar meer dan ooit op eene Romeinsche matrone deed gelijken,
+die deugd geene deugd acht, als zij niet boven het menschelijke
+gaat. Juist ditmaal viel zij niet uit in ruwe woorden; zij bleef kalm
+en waardig, maar er was eene uitdrukking van minachting in haar oog,
+die hem wien het gold verpletteren moest. Als Francis mij ooit zoo kon
+aanzien, zou het uit wezen tusschen mij en haar. Al griefde het mij,
+ik kon niet tusschen beide treden. Er moest een reden zijn voor hare
+onverbiddelijke strengheid die ik niet kon doorgronden; tot zoolang
+moest ik mij onzijdig houden, te eer daar zij mij als met voordacht
+tot haar getuige had begeerd bij dit tooneel.
+
+Eindelijk hief Rudolf zich op uit zijne gebogene houding, schonk
+zich een glas water in, dat hij in één teug ledigde, trad toen naar
+Francis toe, en de armen over elkaar kruisende, sprak hij haar aan
+op gansch veranderden toon:
+
+"Luister eens freule Mordaunt! het komt mij voor dat gij, onder pretext
+van over ons huis te waken, mijn vader in zonderlinge voogdij houdt,
+en dat gij, zonder nog zijn wil te kennen, u met ongemeene hardheid
+verzet tegen eene verzoening tusschen hem en mij; en het is wel vreemd,
+dat eene nicht, _maar_ eene nicht, hier de rol speelt van een oudsten
+broeder, wangunstig op het goed onthaal van den verloren zoon!"
+
+"Och! met uw verloren zoon!" riep Francis toornig; "gij zijt de
+verloren zoon niet, gij geeft alleen toe aan eene opwelling van
+_sensiblerie_, die voldoening eischt, zooals gij altijd toegegeven
+hebt aan uwe lusten en hartstochten, ze mochten kosten wat het wilde."
+
+"Wees ten minste niet bang, dat de schade ditmaal aan uwe zijde zal
+zijn!" viel hij in met zekere bitterheid. "Gij weet immers wel dat
+ik, verzoend of niet, geen aanspraak zal maken op de nalatenschap van
+mijn vader, die u _sans conteste_ zal toevallen, daar ik noch den wil,
+noch de gelegenheid heb om mijn recht in dezen te laten gelden!"
+
+"Dat mankeert er nog maar aan, dat gij mij van baatzucht
+verdenkt!" viel Francis in met sprekende verontwaardiging.
+
+"Ik verdenk u niet; integendeel, ik ga gebukt onder het wicht van uwe
+edelmoedigheid en mijne verplichtingen, ik zeg het alleen om u gerust
+te stellen omtrent de mogelijke gevolgen van mijne verzoening met uw
+grootvader. Voor de wereld ben ik Richard Smithson, die te New-York
+burgerrecht heeft verkregen, laat mij nu een oogenblik Rudolf von
+Zwenken zijn, die zijn vader nog eenmaal wenscht weer te zien om hem
+vaarwel te zeggen voor eeuwig! Waarom zoudt gij u hiertegen verzetten?"
+
+"Omdat uw vaarwel voor eeuwig niets verzekert voor de toekomst;
+gij komt altijd weer."
+
+"Maar als ik eenmaal niet berusten wil in uwe weigering, als ik mij
+niet stoor aan uw verzet; als ik uit den eigen mond van mijn vader
+wil hooren, dat hij mij haat en verstoot! Wat belet mij hem op te
+zoeken? Ik weet nog heel goed den weg hier in huis; denkelijk zal
+ik hem nu in de groote goudleeren kamer vinden. De oude Frits, zoo
+hij mij tegenkomt, zal schrikken, maar mij niet afwijzen; de andere
+bedienden...."
+
+"Zullen u evenmin terughouden; uw vader is zoo arm, dat wij het met
+dien eenen oppasser moeten doen! Als gij het er dus op toeligt om
+den zwakken ouden man te overvallen, kunt gij uw gang gaan; niemand
+zal u weerhouden. Maar dit eene moet ik u waarschuwen: gij zult Rolf
+bij hem vinden! Rolf die u van ouds kent en die het consigne van zijn
+overste zal gehoorzamen, wat het hem ook kosten moge. Voorziet gij
+niet, als ik, het tooneel dat dan volgen zal?"
+
+"De drommel hale dien Rolf; wat doet die oude roffiaan nu ook
+hier!" riep Rudolf verdrietelijk, en hij liet zich als verslagen op
+de sofa neervallen.
+
+"Die oude roffiaan doet alles wat hij kan, meer dan hij moest,
+om het lot te verzachten van uw vader, dien gij ongelukkig hebt
+gemaakt! Is het misschien daarom dat gij hem verwenscht?" sprak
+Francis onbarmhartig, hoewel zij zag, dat de ongelukkige vernederde
+man de handen voor de oogen bracht om de tranen te verbergen, die
+hij niet langer kon terughouden.
+
+"Mijne ellende zou niet volkomen zijn zoo uwe minachting haar niet
+voltooide," riep Rudolf onder snikken, "en ik die zoo welgemoed en
+opgewekt herwaarts heen was gekomen!...."
+
+Ik kon mij niet begrijpen hoe Francis, die zorg had voor een gekwetsten
+hond, bijtende loog kon storten in de wonde van een lijdend mensch,
+hoe schuldig hij ook zijn mocht. Ik voelde bitterheid tegen haar in
+mij opwellen, en ik voelde mij geroepen den patiënt te bemoedigen
+tegen hare bedoeling in.
+
+"Mijnheer Rudolf!" sprak ik, "sta mij toe de tusschenpersoon te zijn
+om uwe samenkomst met den generaal voor te bereiden, sinds freule
+Mordaunt daartegen opziet!...."
+
+"Geef u geene moeite, Jonker van Zonshoven!" hernam Francis
+stroef en met hoogheid. "Ik zie er niet tegen op, maar ik weet,
+dat het vruchteloos zal zijn; en daarom is het beter hierin niets
+te doen. Mijnheer Rudolf zal zich herinneren, dat ik, ik zelve,
+eenmaal onder tranen mijn grootvader te voet ben gevallen om hem te
+verbidden zijn zoon niet onverzoend in de ballingschap te zenden,
+en dat het tot niets heeft geleid dan tot heftiger smart en toorn."
+
+"Dan zal ik moeten berusten," sprak Rudolf verbleekend en in de houding
+der diepste moedeloosheid. Blijkbaar ontbrak het den forschgebouwden,
+luchthartigen man aan wilskracht, aan energie tot weerstand.
+
+"Ja! gij moet berusten, als gij den grijsaard werkelijk nog eenige
+liefde toedraagt," hervatte Francis. "Ik wil u niet hard vallen om
+die eerste beweging die u hierheen dreef; ik wil gelooven dat zij uit
+het hart voortkwam zonder bijoogmerk; maar bedenk het wèl, gij zelf
+hebt het gerucht van uw dood hier doen verspreiden en waarschijnlijk
+gemaakt."
+
+"Ik was dit verplicht om mijne veiligheid en ter geruststelling van
+mijn vader, die mij altijd in gevaar waande van opnieuw gevangen
+genomen en geëxecuteerd te worden!"
+
+"Welnu dan, dat gevaar is niet verminderd, zelfs niet na al de jaren
+van vrijwillige ballingschap; de krijgswet is onverbiddelijk, gij
+erkent het zelf, evenals het eergevoel van uw vader! Het gerucht van
+uw dood is tot hem gekomen; hij gelooft er aan, hij heeft er zich
+over getroost."
+
+"Al heel gemakkelijk, zooals ik nu inzie."
+
+"Neen! het heeft hem smart en strijd gekost, dat kan ik getuigen; maar
+toch, nù is er kalmte gekomen, gevoel van veiligheid en onbezorgdheid
+op dit punt; de wonde is tot een litteeken geworden, dat maar bij
+enkele oogenblikken nog van pijn trilt. Waartoe dit nu weer op te
+rijten; waartoe, zelfs bij de mogelijkheid (en die stel ik niet)
+dat hem het weerzien niet smartelijk schokken of vertoornen zou,
+hem die rust, die zwaar bekampte rust, te verstoren? Hij vreest nu
+geene rampen, hij vreest nu geene schande meer voor u; die zekerheid
+houdt op zoo ras hij weet, dat gij leeft en den overmoed hebt gehad
+in het vaderland terug te keeren. Alle angsten en zorgen, die zijne
+grijsheid vervroegd hebben, zullen hem dan opnieuw overvallen;
+hij zal rust noch duur hebben eer hij u weer veilig over de grenzen
+weet, en het zal u nog wel heugen hoeveel moeite en bezwaren dat ons
+herhaaldelijk heeft gekost."
+
+"Het is waar, maar al te waar! Ik ben een ondankbare loshoofd, aan
+dat alles niet te denken. Ik zal mij dan maar getroosten, weer heen
+te gaan zooals ik gekomen ben," verzuchtte Rudolf, en hief zich op
+met de matheid van iemand die zonder lust of kracht een zwaren tocht
+meent te moeten aanvaarden.
+
+"Maar gij zult niet gaan zonder u wat verkwikt en verfrischt te
+hebben," sprak Francis met goedheid, nu zij zeker was van hare
+overwinning. Ik verblijdde mij dat zij er uit zich zelve toe kwam;
+want het stond bij mij vast, dat ik Rudolf von Zwenken niet vermoeid
+en aemechtig uit zijns vaders huis zou laten heentrekken.
+
+"Ik zal u wat brood en vleesch bezorgen; neef Leopold zal wel toestaan
+dat gij hier nog wat uitrust."
+
+"En als het zijn kan een glas wijn; want sinds mijn luncheon te twee
+uren, en nog wel in een boerenherberg, heb ik niets gebruikt."
+
+"Ik zal voor u zorgen."
+
+"En als Frits komt klaarzetten, zal ik mij achter het ledikant
+verschuilen," zei Rudolf.
+
+"Het is niet noodig; het is veel eenvoudiger dat ik u zelf kom
+bedienen," antwoordde Francis, terwijl zij het vertrek verliet.
+
+"Br! geen katje om zonder handschoenen aan te tasten, onze
+majoor!" riep Rudolf uit, zoodra hij hare voetstappen niet meer
+hoorde. "'t Is me waarachtig, of ik in 't schimmenrijk ben aangeland
+en voor de vierschaar van Minos sta, als zij mij met haar koelen,
+doorborenden blik aankijkt. Maar toch een goed en trouw hart; op mijn
+woord van eer, een hart uit duizenden."
+
+"Ik had van dat goede hart wel wat minder strafheid gewenscht jegens
+een bloedverwant die in 't ongeluk is," liet ik mij ontvallen.
+
+"Wat zal ik u zeggen; zij kent mij eigenlijk niet dan uit de
+mededeelingen van mijn vader, bijgevolg van de ongunstigste zijde;
+den enkelen keer waarin het toeval, laat ik liever zeggen mijn
+ongeluk en mijne schuld, haar met mij in aanraking bracht, was het
+altijd onder omstandigheden die volstrekt niet geschikt waren om
+haar gunstig voor mij te stemmen. Het kostte haar moeite, zorg en
+geld. Ja! ik vrees zelfs dat ik hare reputatie schade heb gedaan
+zonder het te willen. Destijds was zij nog diep begaan met mijne
+rampspoeden en overwoog zij, in hare zucht om mij te hulp te komen,
+evenmin het _qu'en dira-t-on_ als ik, die onbedacht genoeg was om
+dat niet te berekenen. Zeker, ik had niet te Z. moeten komen, zonder
+te weten hoe ik ontvangen zou worden; maar toen ik er eens was,
+bleek het dat ik mij verschuilen moest in een armzalig herbergje
+om niet zelfs onder mijne vermomming herkend te worden. In mijns
+vaders huis durfde ik niet weer binnendringen, nadat deze zelf mij
+door zijn adjudant als een onbekenden landlooper aan de deur had
+laten afwijzen. Toch wilde ik Francis nog zien en spreken, en ik had
+haar een belangrijken dienst te vragen. Zoo gaf zij mij _rendez-vous_
+op zekere afgelegene wandelplaats, waar in den regel geen sterveling
+den voet zet dan op zon- en feestdagen; maar zooals het altijd gaat,
+ditmaal werden wij er betrapt en bespied, door den een of anderen
+leeglooper die er zijn _fort_ van maakte nieuwtjes te verzamelen;
+en schoon ons onderhoud dood onschuldig was, ja, tot strengheid toe
+ernstig van hare zijde, was het toch een canavas waarop de ploerten en
+ploertinnen van 't kleine stadje allerlei moois en leelijks borduurden
+tot hare schade! De klare zuivere waarheid had haar geen nadeel
+kunnen berokkenen en zou slechts hare hulpvaardigheid in 't ware
+licht hebben gesteld, daar zij tot hare diamanten toe had opgeofferd
+om mij armen zwerver voort te helpen buiten haar grootvader om; maar
+de fabeltjes die men daarop bouwde en elkaar in de ooren fluisterde,
+moesten haar declineeren in de publieke opinie. Ik heb dat later
+van anderen gehoord, toen ik buiten staat was er iets tegen te doen,
+al had ik mij zelven willen prijs geven om haar te verdedigen. Het
+is waar, men verzekerde mij tegelijk dat Francis zich er volstrekt
+niet aan stoorde en veel te fier was om zich daar niet over heen te
+zetten; maar toch, als er zoo iets in de lucht hangt tegen eene vrouw,
+dan wordt het haar voelbaar gemaakt of zij 't erkennen wil of niet,
+en deze vergeeft het nooit aan hem die er de oorzaak van is."
+
+"Dat zou wel kunnen zijn, en nu begrijp ik de uitdrukking van
+bitterheid, waarmee zij mij eens in de rede viel toen ik haar van
+hare parure sprak! Het is zeer verklaarbaar; en toch, ik zou haar
+nog hooger achten om hare edelmoedigheid, zoo zij u daarover geene
+_rancune_ hield."
+
+"_Pouâh!_ dan zou zij volmaakt zijn; en de volmaakte vrouw die is,
+_passez-moi la comparaison_, evenmin te vinden als een paard dat alle
+goede kwaliteiten in zich vereenigt, zonder een enkel gebrek! Daarom
+mag _my dear_ Francis met mij leven zooals zij goedvindt; al wil zij
+mij schoppen en bijten als eene weerbarstige merrie, ik zal het hoofd
+er onder buigen; ik ben weerloos tegen haar en...."
+
+Hij zweeg. Francis kwam terug, hare provisie in een mand aan den
+arm dragende.
+
+Zij dekte voor ons op de groote marmeren tafel; zij had rijkelijk
+voor brood en vleesch gezorgd, en zette een flesch wijn met twee
+glazen neer, terwijl zij mij zeide:
+
+"Leo! doe mij het genoegen en soupeer met mijnheer Rudolf; ik zal
+een pretext zoeken voor uwe absentie daar beneden."
+
+"Het zou mij waarlijk moeielijk vallen den generaal nu te zien en te
+spreken zonder iets te laten merken."
+
+"Dat zou heel verkeerd zijn; als gij deernis hebt met den grijsaard,
+moet gij mij helpen om de onweerswolk van zijn hoofd te laten afdrijven
+zonder dat hij er iets van heeft bemerkt."
+
+De "onweerswolk" had zich intusschen te goed gedaan aan het brood en
+vleesch, dat hij met verbazende gretigheid en gulzigheid verslond,
+dronk een paar glazen wijn achtereen uit en scheen nu genoeg bij
+kracht, om nog eens een aanval op de schikkelijkheid van Francis
+te wagen.
+
+"Francis! _my darling_, zou ik den nacht hier niet mogen
+doorbrengen?--in alle geheimzinnigheid dat spreekt vanzelf," voegde
+hij er bij, ziende dat zij het voorhoofd fronste.
+
+"Ik zou het wel willen voor u Rudolf! maar ik zou niet weten waar."
+
+"Och kom! er zijn zooveel logeerkamers in mijns vaders huis."
+
+"Kamers genoeg; maar in den vleugel waar de generaal en Rolf logeeren
+kan ik u niet huisvesten, dat spreekt vanzelf; en hier in dezen
+is geen ander vertrek meer gemeubeld dan de logeerkamer van Jonker
+Leopold alleen."
+
+"Maar ik vraag niet naar meubels; ik zou in den stal op het stroo
+kunnen slapen, als het niet gevaarlijk was tegenover den koetsier."
+
+"Er is hier geen koetsier meer," zei Francis eenigszins verbleekend.
+
+"Hoe nu, hebt ge over u kunnen verkrijgen om Harry Blount te ontslaan?"
+
+"Harry Blount is dood!" antwoordde Francis zonder op te zien, met
+eene doffe stem.
+
+"Harry Blount dood! hoe heeft die flinke jongen die malligheid kunnen
+begaan! Hij zou even dertig zijn, zoo ik me niet bedrieg. Ik heb
+hem zelf nog leeren rijden toen hij mij als _groom_ werd toegevoegd
+op zijn dertiende jaar; zijn vader was een juweel van een piqueur;
+dien dank ik het nog dat ik nu mijn brood kan verdienen! Wel! wel! zoo
+is de stal hier opgeruimd. Maar Francis! mijn engel, gij ziet er zoo
+ontdaan uit, daar moet meer aan vast zijn; hebt ge uw mooie rijpaardje
+ook al van de hand moeten doen?"
+
+"Neen! neen! dat niet. Tancred wordt verzorgd bij de Pauwelsen; maar
+'t herdenken aan Harry Blount is mij zoo schrikkelijk; ik--ik ben de
+oorzaak van zijn dood!"
+
+"Kom, gekheid, daar geloof ik niets van; weer vrouwelijke
+overdrijving! Ge moogt hem zoo eens eventjes, in een oogenblik van
+vivaciteit...." hij maakte eene geste of hij een karwats in de hand
+hield, "maar dat heeft hij van mij ook gehad, dat zou hem den dood
+niet doen, en gij zult hem toch niet vermoord hebben?"
+
+"Neen! God weet wat ik er voor had willen doen en dragen om den armen
+trouwen man in het leven te behouden; maar toch ligt de schuld aan
+mij. Het was op een rijtoer; wij hadden de mooie blauwgrijze schimmels
+moeten wegdoen."
+
+"_Surely I am to be dammed!_" riep Rudolf; "dat prachtige span,
+mijn arme vader!"
+
+"Ja Rudolf, het was er toe gekomen; maar dat was nu juist uwe schuld
+niet; hij had, ik weet niet meer welk verlies geleden; wij hadden
+nu een nieuweling dien wij met het eene paard, dat wij nog behouden
+hadden, te zamen in het tuig zouden wennen, en Harry meende het alleen
+te doen; maar gij weet, ik val wat koppig als ik mij eens iets in
+'t hoofd heb gezet; ik begreep dat ik er bij moest zijn; ik wilde
+de teugels voeren, schoon Harry het ernstig afraadde! Afraden was
+twijfel aan mijne behendigheid, aan mijne vaste hand; ik kon dat niet
+dragen--een zware afrijwagen,--ik naast Harry op den bok, ik nam de
+leidsels; het ging den rechten breeden straatweg op, die van Z. naar
+het dorp voert, en al ging het met inspanning, met overspanning
+zelfs! Rudolf! het ging goed! ik kreeg ze toch tot gedweeheid."
+
+"Bravo! dat dacht ik wel!"
+
+"Och, juicht niet om dien jammerlijken triomf, die nu mijn leven
+vergalt; toen juichte ik ook, en in mijn overmoed lachte ik Harry uit,
+die het hoofd schudde en voorzichtigheid preekte. Ja, Leo! gij moogt,
+gij moet het wel hooren welk een schepsel ik ben, als mijn zelfgevoel,
+mijn trots wordt geprikkeld. Ik vond het noodig de paarden eens
+ferm te laten loopen, om de zegepraal op hun onwil te verzekeren;
+Harry was het met mij eens, maar wilde dat ik nu verder het bestier
+aan hem zoude overlaten; hij zag mij hijgen van vermoeienis en wees
+naar de lucht, waar men een onweer zag opkomen.
+
+"Wij moeten terugkeeren, Freule! of er gebeurt een ongeluk," sprak hij,
+"tenzij ge mij de leidsels overgeeft, want hier is een mannenhand
+noodig." En reeds omklemde hij de mijne, om zich daarvan meester
+te maken.
+
+Ik kon die aanmatiging niet dulden; de wereldorde scheen mij omgekeerd,
+dat hij mij wilde dwingen, een koetsier, een wezen dat ik als kind
+reeds als mijn lijfeigene had beschouwd.
+
+Ik wees hem terug, met drift, met gekrenktheid, en wilde 't niet
+opgeven. Op hetzelfde oogenblik, als had de hemel mij willen
+waarschuwen, of mijn overmoed straffen, schoot er een felle
+bliksemstraal neer; de donder rolde, de paarden schrikten, werden
+schichtig, steigerden. Blount sprong van den bok, denkelijk met
+het kloeke besluit om zich voor de paarden te werpen en ze te doen
+stilstaan, of met geweld om te wenden, hetzij uit zucht tot zelfbehoud
+en om te ontkomen aan het gevaar dat hij voorzag. Van schrik verlamd
+over zijn radeloos beginnen, liet ik de leidsels schieten.... en.... de
+verwilderde dieren gingen door! gingen door over het lichaam van
+Blount, die zijn sprong had gemist. In ontzetting, in wilde wanhoop
+waagde ik zelve den sprong, die mij het leven had kunnen kosten,
+doch die door de stoutheid zelve mij redde; de dreuning van den
+schok had mij alleen duizelig gemaakt. Toen ik weer tot mij zelve
+kwam was het om te zien wat er gebeurd was, wat mij levenslang als
+eene bloedschuld zal drukken. Harry Blount lag verpletterd ter aarde
+en heeft geen uur meer geleefd!
+
+Bleek als ware zij zelve een lijk, zonk Francis op de sofa en eindigde
+onder snikken:
+
+"Ziedaar, Rudolf, waarom ik nooit weer van dien ongelukkige kan
+hooren zonder dat dit afgrijselijk tooneel mij weer levendig voor de
+oogen staat."
+
+"Het is almachtig jammer, Francis!" sprak Rudolf, ook bewogen,
+"en ik zou voor u wenschen dat ik in plaats van Blount dat ongeluk
+had gehad; dat was een lastpost minder voor u geweest, en die ferme
+jongen had nog pleizier kunnen hebben van zijn leven. Maar nu het
+anders is uitgevallen, moet gij het u maar niet te veel aantrekken;
+er gebeuren zoo dikwijls zulke ongelukken, zonder dat men daarom
+zich beschuldigt; gij hadt er immers ook mee om koud kunnen zijn,
+kindlief! Ik heb er zelf ook al wat van beleefd, dat kan ik zeggen; ik
+heb er menigeen van 't paard zien vallen die niet weer opstond. Doch
+wat zal men daar tegen doen; wachten tot je beurt komt en er maar
+niet te veel aan denken, dat is het beste."
+
+"Maar zoo luchtig kan ik het niet opnemen," viel Francis in met
+gesmoorde stem. "Ik kan er mij wel somtijds over heen zetten, en mij
+zelve wijsmaken dat hetgeen gebeurd is zoomin door mij bedoeld was
+als ik het heb kunnen voorkomen, maar toch.... het zelfverwijt komt
+altijd weer boven. 't Is de knagende worm, dien men wel verdooven,
+maar niet dooden kan. Ik ben zeker dat neef Leopold niet van uw
+gevoelen is," hervatte zij meer levendig, en mij aanziende als om
+mijn antwoord uit te lokken.
+
+"Neen, Francis! luchtig opnemen zou ik het zeker niet, maar evenmin
+vertwijfelen om de rust der consciëntie terug te vinden als zulke
+wroeging mij pijnigde."
+
+Zij zag mij aan met diep zwaarmoedigen blik en haalde moedeloos de
+schouders op.
+
+Ik kon haar zoo niet zien, zonder haar iets te zeggen van 't geen
+mij sinds lang op het hart lag. Ik ging naar haar toe, legde met een
+onwillekeurige beweging mijne hand op haar schouder en fluisterde
+haar toe:
+
+"Francis! gij hebt geen vrede met de menschen, gij hebt geen vrede
+met u zelve,--waarom zoekt gij geen vrede met God?"
+
+"Wie zegt u dat ik die _niet_ zoek, Leo? Maar"--zij zuchtte--"die
+laat zich niet vinden, zelfs niet in zwaren strijd en boete."
+
+"Omdat gij niet op de rechte wijze zoekt, geloof mij daarin. Ik weet
+er ook iets van."
+
+"Gij, Leo?" sprak zij met een ongeloovig hoofdschudden; "zoo gij in
+mijn geval waart, gij zoudt er onder gedrukt blijven als ik!"
+
+"Neen! ik zou mij oprichten, want ik zou met een ootmoedig hart het
+'onze Vader' bidden, en in praktijk brengen."
+
+"Hoe meent gij dat?" Zij zette groote verwonderde oogen op.
+
+"Ik zou geene vrijheid vinden het: 'Vergeef ons onze schulden' uit te
+spreken. Ik zou niet durven rekenen op de verhooring zoo ik er niet
+zelf in volle oprechtheid kon bijvoegen: 'gelijk wij vergeven onze
+schuldenaren.' Dit, Francis! ontbreekt u; vergun mij het u te zeggen;
+gij zijt hard voor dien man dáár, die onze medebroeder is in de schuld;
+vergeef hem van harte wat hij tegen u misdeed, en...."
+
+"Maar dit is hem sinds lang vergeven, Leo! geloof mij daarin,"
+zeide zij halfluid; "hetgeen ik tegen hem heb, is niet wat hij mij
+heeft toegebracht, maar allereerst dat, dat men niet op hem aan kan;
+hij geeft driemaal in een uur zijn 'eerewoord' en toch...."
+
+"Ik geloof waarachtig, dat neef Leopold een sermoen tegen u houdt, arm
+kind!" sprak nu Rudolf, die intusschen aan de tafel was gaan zitten en
+in alle genoeglijkheid zijn souper had afgemaakt; "dat moest hij niet
+doen, hij moest u niet moeilijk vallen, althans niet om mijnentwil,
+en te eer omdat het ons afbrengt van het punt in kwestie, dat voor mij
+hoofdzaak is, namelijk of gij mij hier onder dak wilt houden, dan wel
+of ik mijn fortuin moet zoeken in de ruïne; een kil nachtverblijf,
+als men geen mantel bij zich heeft, en dat nog killer wordt als men
+denkt aan het vaderlijke kasteel, dat zoo dicht bij en zoo ruim is."
+
+"Het zou hard zijn, ik erken het, u hier huisvesting te weigeren;
+en toch ik weet er geen raad op," zei Francis; "deze vleugel, de
+eenige waar ik u veilig toelaten kan, is zoo schrikkelijk verarmd en
+verwaarloosd; er zijn kamers genoeg, maar niet één meer gemeubeld."
+
+"Och, wat geef ik daarom! Is er nergens een matras te vinden die ik
+op de planken kan neerleggen?"
+
+"Die is er juist niet; sinds jaren is er alles leeg en overgelaten aan
+ratten en muizen, om van de spinnen niet te spreken. In dit oogenblik
+is daar waarlijk niets aan te veranderen."
+
+Rudolf zuchtte en hernam:
+
+"Ik geef anders niet om een weinigje stof, en voor ratten en muizen ben
+ik niet bang; ik heb in mijne omzwervingen soms in een tent geslapen
+en mij met de decoraties toegedekt."
+
+"Kamers waar in geen jaren iemand een voet heeft gezet.... neen,
+het gaat niet, het is al te akelig; er is geene mogelijkheid daar
+nu iets aan te doen zonder dat het in huis opschudding geeft," sprak
+Francis nu zelve met leedwezen; "toch weet ik er wel iets op, maar...."
+
+"En waarom kan mijnheer Rudolf niet in deze kamer logeeren?" viel ik
+in, hare aarzeling ziende.
+
+"Dat zou u mogelijk geneeren, Leo!"
+
+"Maar ik wil wel _gêne_ lijden voor den zoon van den huize, wiens
+recht mij te sterker aanspreekt, naarmate hij een uitgestootene is;
+ik zal mijnheer Rudolf mijn ledikant afstaan."
+
+"Neen! neen!" riep deze met levendigheid, "'t zou al heel mooi zijn,
+zoo gij mij toestond den nacht op deze sofa door te brengen, als
+Francis dat goedvindt."
+
+"Dat is afgesproken," zei Francis; "maar Rudolf, dan belooft gij
+mij vast in den vroegen morgen stil weg te trekken.... het is de
+verjaardag van grootvader en...."
+
+"Juist daarom was ik gekomen!"
+
+"Hebt gij daar nog aan gedacht!"
+
+"Zeker! en daarom meende ik.... is het dan volstrekt onmogelijk,
+Francis?"
+
+"'t Is de ergste dag dien gij uitkiezen kondt; er komen allerlei
+menschen van het dorp; Willibald komt ook!"
+
+"Hm! 't is of alles hier tegen mij samenzweert. Nu; in 's Hemels naam,
+ik zal heengaan; mijne hand daarop, Francis."
+
+"Ik zal u nóg eens op het woord vertrouwen, Rudolf!" sprak zij,
+hem de hand reikende. "En nu vaarwel, het wordt tijd dat ik ga;
+ik heb de oude heeren al veel te lang alleen gelaten."
+
+"Ga! maar neem toch de portefeuille aan als restitutie voor u zelve;
+als een zwakke poging om iets te vergoeden voor alles wat ik u
+schuldig ben; het spijt mij alleen dat het niet meer is. Ik kom wel
+uit Amerika, maar een echte _oncle d'Amérique_, die met millioenen
+dollars speelt, ben ik helaas niet, en ik zal het wel nooit worden;
+maar toch, neem wat ik geven kan; mij dunkt, die mooie _greenbacks_
+moeten u aanlachen." Hij deed de portefeuille open en toonde haar
+het fijne bankpapier.
+
+"Zijn ze echt, Rudolf?" vroeg zij, hem diep en scherp in de oogen
+ziende.
+
+"Maar Francis! bij God! wat beteekent die achterdocht; waar ziet gij
+mij voor aan!" riep hij, terwijl een donkere gloed zijn voorhoofd
+overtoog. "Het is waar, ik heb dwaasheden begaan, fouten, misslagen,
+die mij voor misdrijven worden aangerekend. Ik ben een onverbeterlijk
+loshoofd die niet rusten kan in de ruste; ik heb zwaar en herhaaldelijk
+tegen de discipline gezondigd, een onvergefelijk vergrijp in de
+oogen van mijn vader, dat is zoo; ik heb veel geld verkwist, veel
+te veel, helaas! want ik heb geteerd op het ouderlijk erfdeel dat
+nog niet het mijne was, ik heb mijn vader meer gekost dan het blijkt
+dat hij geven kón; ik ontken mijne schuld niet, ik weet dat ik veel
+gedaan heb wat strafbaar is in de oogen der menschen, en als ik hard
+word bejegend, zeg ik tegen mij zelf: 'Rudolf, mor nu maar niet,
+je hebt het verdiend;' maar dat alles belet niet, dat ik mij nog
+herinner, dat ik van afkomst een patriciër ben, de zoon van een
+eervol hoofdofficier, en dat ik ook nog mijn vonkje eergevoel heb,
+al meent gij dat het heelemaal is uitgedoofd; en daarom zeg ik u:
+met bedriegelijke handelingen van zulken aard als gij daar onderstelt,
+Francis, heb ik mij nooit ingelaten; ik zou nog eerder in een verlegen
+oogenblik een dief of een moordenaar kunnen worden, dan opzettelijk
+bedrog plegen, en ik heb nooit iets gedaan dat iemand het recht kan
+geven mij als falsaris aan te zien, en gij, Francis! gij die wel
+mijne schuld maar ook mijne rampspoeden kent, gij die, begaan met
+mijn ongeluk, zoo dikmaals voor mij gesproken hebt, hoe komt zulke
+schrikkelijke verdenking tegen mij bij u op?"
+
+"Ik wenschte dat het niets dan eene verdenking ware, Rudolf," hernam
+Francis, die strak en onbewogen had geluisterd; "maar helaas! wij
+hebben de bewijzen en.."
+
+"De bewijzen dat ik een falsaris ben?" vroeg hij levendig en kennelijk
+in de smartelijkste verbazing.
+
+"Valsche wissels door u uitgegeven; de namaak van uws vaders
+hand.... ja! die zijn in ons bezit; 't is mogelijk dat ik er geen
+verstand van heb, maar ik meende dat zoo iets met het bedrijf van
+een falsaris gelijk staat."
+
+"Dat doet het ook! Maar gij zult toch niet staande houden, dat _ik_
+daaraan schuldig ben?"
+
+"Zooals ik zeg, de bewijzen van uwe schuld zijn in mijne hand, en
+zij kosten mij duur genoeg om gelijk te hebben tegen u. Ik wil het
+vergeven, Rudolf! met al het andere, want Leo heeft mij niet tevergeefs
+herinnerd, dat wij geene schuldvergiffenis hebben te hopen, waar wij
+zelven zonder verschooning zijn; maar.... de waarheid is waarheid,
+en de feiten zijn het die tegen u getuigen!"
+
+"Dat kan niet zijn, Francis! hier moet een misverstand plaats hebben,
+een schrikkelijk misverstand, dat ik u om Godswil bidde mij op
+te helderen; want als mijn vader en gij dat van mij gelooven, dan
+verwondert het mij niet meer dat hij mij liever dood waant dan te
+wenschen mij levend voor zich te zien, en evenmin dat gij, gij die
+vroeger zooveel deernis met mij hadt, nu met zoo diepe verachting op
+mij neerziet!"
+
+"Maar er valt niet anders te verklaren dan dat de wissels aan kolonel
+von Zwenken gepresenteerd zijn en dat wij ze gehonoreerd hebben,
+omdat er bij protest, bij verklaring van valschheid, een ergerlijk
+proces uit gevolgd zou zijn, dat u niet had kunnen treffen, omdat gij
+toen reeds lang aan de andre zijde van den Oceaan waart, maar dat uw
+vader gedwongen zou hebben reeds toen zijn ontslag te nemen uit den
+dienst, daar zijn naam, zijn eer er bij in 't spel was!"
+
+"Maar Francis, gebruik toch uw verstand! Al wilt gij het ergste van
+mij gelooven, overweeg of dit misdrijf door mij gepleegd kàn zijn. Ik
+ben een zwak mensch, een jammerlijke _panier percé_, ik erken het,
+maar ik ben toch geen monster; en een monster zou ik moeten zijn om
+zoo iets tegen mijn vader te doen. En dat zou ik juist gedaan hebben
+in den onrustigen tijd van mijn kortstondig en gejaagd verblijf te
+Z--? Juist in dien tijd, dat gij bezig waart het uiterste voor mij
+te doen om mij op fatsoenlijke wijze voor een nieuwe onderneming naar
+Amerika uit te rusten. Juist in dien tijd toen ik tot op het laatste
+toe hoopte, verzoend van mijn vader te scheiden?"
+
+"Juist daarom acht ik uwe handelwijze nog te meer misdadig."
+
+"Maar zij houdt het nog vol! Maar het is om razend te worden! Wat
+zegt gij er van, Jonker Leopold?"
+
+"Het feit moet bestaan, anders zou freule Mordaunt er niet zoo vast
+aan gelooven...."
+
+"Mijn Hemel, Leo! daar heb ik wel mijne redenen voor; toen die akelige
+papieren ons aangrimden, was ik maar pas meerderjarig geworden, en daar
+grootvader mij bekende dat hij niets had te missen om ze te voldoen
+heb ik er het grootste deel van mijn toch al niet schitterend vermogen
+voor opgeofferd! Mij dunkt, _j'ai payé pour savoir!_ Ongelukkig heeft
+grootpapa de voldane wissels in zijne bewaring gehouden; ik kan ze
+dus Rudolf niet laten zien om hem te overtuigen."
+
+"Maar als ik ze zag, zou ik _u_ kunnen overtuigen. Ik ben voorwaar
+zoo'n vaardig scribent niet om eens anders hand te kunnen nadoen;
+en dan nog de hand van vader, zulk fijn, keurig, geregeld schrift! Al
+kon ik er millionnair mee worden, ik zou er geen kans toe zien."
+
+"Ik geloof u," sprak ik, hem de hand drukkend.
+
+"Dat doet mij goed;" en tranen sprongen den ongelukkige uit de
+oogen. "Maar dat zij mij niet gelooft, zij, dat smart mij. Als er een
+schelmstuk gepleegd is, waarom moet ik het dan juist gedaan hebben? Kan
+de kolonel, die zijn verloftijd gewoonlijk aan de badplaatsen placht
+door te brengen, niet in aanraking zijn gekomen met zulk slag van
+lieden, die wel degelijk tot zoo iets in staat zijn?"
+
+"Grootvader heeft in de laatste vier jaar zijn huis niet
+verlaten. Alleen toen wij ons naar de Werve retireerden heeft hij
+het winterseizoen doorgebracht bij vrienden te Arnhem."
+
+"Dus.... geneest men van zekere passie?" vroeg Rudolf, even de
+schouders ophalende met eene mengeling van snaaksheid en ironie.
+
+"_Faute d'occasion_; wij hebben hier niets meer dan Rolf om zijn
+partijtje te maken."
+
+"Welnu, kan die Rolf hem die poets niet hebben gespeeld?"
+
+"Rolf! het trouwste en eerlijkste schepsel dat er is! Rolf, die
+zijne oogen zou uitgraven om zijn generaal een verdriet te besparen:
+Rolf, die op zijn best goed genoeg schrijven kan om een rapport op
+te maken! Rolf? Neen, Rudolf! zoek den schuldige elders. Rolf is tot
+zoo iets niet in staat."
+
+"Nu, _ik_ ben er ook niet toe in staat," sprak hij nu met drift,
+terwijl hij zoo heftig op den grond stampte, dat zijn sporen
+kletterden. Daarop de portefeuille aan Francis toereikende, zei hij:
+
+"De _greenbacks_ zijn echt; gij kunt er bij den eersten bankier den
+besten Hollandsche rijksdaalders voor krijgen. Neem ze, ten bewijze
+dat gij mij gelooft...."
+
+"Ik wil het gelooven, Rudolf! Maar mij dunkt, dan kunt gij ze zelf
+ook wel gebruiken."
+
+"O, wat dat betreft! Maar gij kunt ze gerust aannemen; er kleeft niets
+aan dan mijn eigen zweet en bloed. Ze zijn zuur verdiend, maar eerlijk;
+althans als mijn beroep in uwe ooren geen al te harden klank heeft."
+
+"Ik weet niet welk beroep gij uitoefent; gij ziet er uit als een
+piqueur."
+
+"Ik ben kunstrijder! Ik ben _premier sujet de voltige_ bij het Great
+Equestrian circus van master Stonehorse uit Baltimore, met tweehonderd
+dollars appointement 's maands.... Gij zwijgt, Francis! Gij vindt
+dat zeker wel wat heel erg, niet waar? Kunstenmaker?"
+
+"Neen! Mij dunkt, gij hebt al erger bij de hand gehad; dat is
+ten minste een mannelijk beroep, waarbij moed en behendigheid
+te pas komen, en ik kan mij begrijpen dat een man in uw geval het
+aangrijpt. Daarbij," voegde zij er bij met een melancholiek glimlachje,
+"gij zijt net als ik: gij hebt altijd van paarden gehouden."
+
+"Wel wat te veel, want die liefhebberij heeft mij duizenden
+gekost. Maar dat is _l'histoire ancienne!_ voor 't oogenblik ben ik
+te paard geholpen en op den weg der fortuin. Dus, _my dear_, kunt
+gij gerust deze kleinigheid van mij aannemen op afrekening."
+
+"Neen, Rudolf! dat doe ik zeker niet. Ik ken u veel te goed om niet
+te weten dat gij vandaag weggeeft wat gij overmorgen noodig kunt
+hebben. U met geld helpen kan ik niet meer; maar wat ik gegeven heb
+neem ik niet terug. Ons helpt dat toch niet, en uw beroep heeft zijne
+hachelijke zijde."
+
+"Aan wien zegt gij het! Van 't paard vallen en den nek breken is
+nog het ergste niet; maar zooals 't gisteren nog gebeurde dat er
+een een schop van een paard kreeg, een kreng van een hengst, die hem
+op de borst raakte, zoodat hij een bloedspuwing kreeg daar hij voor
+zijn leven de rente van zal genieten. En de arme drommel heeft vrouw
+en kind."
+
+"Wel!" zei Francis, "mij dunkt dan hebt gij al eene goede plaatsing
+voor dat geld."
+
+"Hm ja! 't idée is zoo kwaad niet; met master Brown deelen; _poor
+soul!_ En dat nogal een clown, zoo tragisch eindigen."
+
+"Nú zijn we het eens," zei Francis, tevreden dat zij hem van zijn
+inval had afgebracht. "Rust goed uit en laat mij nu gaan; morgen in
+de vroegte zien wij elkander nog."
+
+"Hoe zoo?"
+
+"Wel, om u uit te laten, 't Is onnoodig dat ge weer langs het balkon
+naar beneden en over den tuinmuur klimt."
+
+"Ah bah! dat komt er niet op aan: _Premier sujet de voltige, parbleu!_
+Maar als gij mij absoluut uitlaten wilt, om zeker te zijn van mijne
+verwijdering, dan is het wat anders...."
+
+"Ik heb gezegd, dat ik u nog ééns vertrouwen zou; ik neem mijn woord
+niet terug. Goedennacht! Leo, vergeet uw souper niet geheel!"
+
+"Weg was zij; maar ik voelde geene behoefte haar raad op te volgen,
+en na het goede voorbeeld dat Rudolf op dit punt gegeven had, bleef er
+voor mij eigenlijk ook niet veel meer te doen. Toch noodigde hij mij
+een glas wijn met hem te drinken, en het zijne aanstootende sprak hij:
+"Ik weet niet recht of ik u feliciteeren mag, jonker, maar ik geloof
+waarachtig, dat onze allerliefste majoor haar kolonel heeft gevonden."
+
+Ik haalde de schouders op: ik had geen lust om met iemand van zijn
+slag over Francis te spreken.
+
+"Meent gij misschien, dat ik geen oogen heb om dat te zien? Ik ken de
+vrouwen, dat verzeker ik u. Ze hebben mij genoeg gekost om met waarheid
+te zeggen: ik ken ze. In mijne omzwervingen heb ik ze ontmoet van alle
+kleuren en gestalten; en mijne nicht, al is ze duizendmaal Majoor
+Frans, is toch eene vrouw--eene vrouw met een mannengemoed--zooals
+Queen Bess van zich zelve placht te zeggen; maar die heeft toch haar
+Leycester gevonden. Zoo ook Francis. Ik weet niet wat gij in uw schild
+voert, maar mij dunkt, gij hebt slechts te willen....
+
+
+ Et bientôt on verra l'infante
+ Au bras de son heureux vainqueur!
+
+
+Zij ziet u naar de oogen, dat is zeker! 't Is met haar als met een
+paard van edel ras; men moet er mee weten om te gaan--veel geduld, veel
+attentie, een krachtige, vaste hand, maar die zacht weet te zijn en
+men komt er mee terecht. Ik voor mij heb er nooit den slag van gehad,
+ik meen van de vrouwen. Ik ben te hartstochtelijk, te ongedurig, en
+ik heb geen vasten wil! _These gracious devils_ merken dat heel gauw,
+als ze 't eens weten, dan, dat begrijpt gij, dan ben je er onder, daar
+is geen helpen aan. Wat Francis betreft, al ware ik haar eigen vader en
+zij kende mij zooals zij mij kent, ze zou mij niet ontzien. U, dat's
+wat anders--maar .... mogelijk hecht gij niet aan de conquête?" ging
+hij voort, daar ik strak bleef zwijgen; "anders zou ik zeggen, 't
+is te hopen dat gij fortuin bezit; ik zou het wenschen voor Francis,
+die het verdient--ware haar grootvader niet geruïneerd."
+
+"Door wien geruïneerd?" viel ik uit, vrij onbarmhartig; maar hij had
+mij zoo geprikkeld door telkens weer de _corde sensible_ aan te slaan,
+dat ik er _à tout prix_ een eind aan maken wilde.
+
+"_That 's question!_" hernam hij, slim genoeg om een onderwerp te
+laten varen dat zoo blijkbaar mishaagde. "Ik heb er schuld aan, dat
+is ongelukkig maar al te waar; doch ik niet alleen, _I may be damned_
+als ik lieg. Ik heb hem geld gekost, veel geld, doch geen grooter
+deel van de kolossale fortuin, die mijne moeder heeft aangebracht,
+dan mij als eenige zoon toekwam. Waar 't andere gebleven is, John
+Mordaunt zou er ook wel wat van te vertellen weten als hij nog leefde;
+maar toen die met mijne zuster trouwde, kreeg ze ten minste haar
+bruidschat mee; die zou Francis nu moeten hebben--als ze 't niet
+opgemaakt hadden; want ze leefden, ze leefden.... Ik werd altijd maar
+op de Werve gelaten met mijn gouverneur; want de dertienjarige knaap
+keek al goed rond in de wereld, en hij moest niet zien wat er daar
+ginds omging. Na den dood mijner zuster ben ik ook niet veel bij de
+Mordaunts aan huis geweest. Ik heb Francis voor 't eerst gezien toen
+zij tien jaar oud was en de kleine Majoor heette en alles in huis
+drilde dat het een lust was. Ik viel toen in ongenade bij mijn vader,
+omdat.... Maar ik babbel zoo voort, ik weet niet of ik u verveel;
+mogelijk wilt gij gaan slapen?"
+
+"Nog niet; ga gerust voort. Ik stel er belang in een en ander van
+uwe lotgevallen te hooren, als het u niet pijnlijk valt daarvan
+te spreken."
+
+"O, wat dat betreft in 't minst niet; ik ben er lang over heen. Maar
+wat zal ik u zeggen, mijne geschiedenis is die van menig ander
+jongmensch van goede afkomst die in de diepte raakt. Ik heb twaalf
+ambachten gehad en de traditioneele dertien ongelukken zijn mij evenmin
+ontgaan; ja, ik geloof zelfs, als ik goed telde, dat er nog wel een
+half dozijntje boven dat getal bij gekomen zijn. Mogelijk klinkt het
+wat apocrief uit mijn mond als ik het zelf zeg; maar mijn vader is de
+eerste oorzaak van alles. Gecontrarieerd in de keuze van een beroep,
+gecontrarieerd in een jeugdige liefde waarin ik mijn geluk had kunnen
+vinden, was de _fine fleur_ van mijn levenslust er al af, toen ik naar
+Leiden ging om daar in de rechten te studeeren. Ik had den vurigsten
+wensch om officier te worden en had mij met ijver voor het examen aan
+de militaire academie voorbereid; maar mijn vader hield rancune tegen
+die instelling, hetzij hij gepasseerd was toen deze werd opgericht,
+hetzij om de reden die hij opgaf: dat hij zelf als cadet in werkelijken
+dienst was getreden en van gevoelen was dat men alleen op die wijze
+jonge officieren moest vormen. Zijn zoon althans zou hij niet naar
+Breda zenden; die moest studeeren, die moest carrière maken! Hm ja! ik
+heb ook carrière gemaakt," herhaalde hij met een bitteren glimlach:
+"_j'ai fait du chemin_ zooals de Franschen zeggen, wijd en wild. Ik
+studeerde voor 't pleizier van papa, ik wilde er mijn pleizier ook
+van hebben; bij gebrek aan geluk, aan zelfvoldoening, zoekt men
+genot. Papa wilde dat ik een goed figuur zou maken op de academie,
+en schonk er mij ruim de middelen voor. Ik had mijn rijpaard en mijn
+tilbury; ik wierp mij in den wildsten en woeligsten studentenkring;
+ik maakte enorm veel schulden en zeer weinig dictaten; toch bezocht ik
+enkele colleges; er waren vakken die mij aantrokken, en ik was niet
+zonder aanleg; ik zou er nog wel toe gekomen zijn om te promoveeren
+op theses, maar papa had intusschen processen gevoerd tegen tante
+Roselaer en--verloren; hij kon of hij wilde mij althans niet toestaan
+het kostbaar leven aan de academie voort te zetten. Van een gesjeesden
+student is niet veel te maken; toch wist de majoor von Zwenken door
+zijne relaties mij een post te bezorgen, en nota bene nog wel een
+comptable! onder belofte intusschen dat ik eene _riche héritière_
+zou trouwen, die mij werd aangewezen; maar het was eene overrijpe
+freule met een rooden neus, en ik liet haar links liggen, tot groote
+ergernis van mijn heer vader, die verklaarde van toen aan niets meer
+met mij te doen te willen hebben. Ik had niet het minste hart voor
+mijn post; geregeld werken, geregeld uren lang op het bureau blijven
+convenieerde mij niet na het woelige leven dat ik geleid had. Ik vond
+een geschikten klerk, een ouden bureaucraat, die al twintig jaren op
+dezelfde plek had gezeten zonder zich dood te zitten; ik meende alles
+gerust aan hem te kunnen overlaten en ik vond vrienden en kennissen
+genoeg, om mij wat afleiding te bezorgen. Ieder hield ons voor rijk,
+de post was maar een eerste stap om en-train te komen, dacht men,
+en zoo ging het _à grandes guides_ zonder opzien of omzien; toen op
+zekeren dag, dat wij een pick-nick hadden ergens buiten, mijn waardige
+plaatsvervanger zich met de kas uit de voeten maakte. Het geval maakte
+veel opschudding en was inderdaad erg genoeg: het was notoir dat ik
+geen deel had aan den diefstal, maar ik was toch de verantwoordelijke
+persoon, en majoor von Zwenken, in de verwachting dat ik de erfgename
+zou trouwen, had mijne borgstelling gestort. Er volgde een rechtszaak
+uit die opnieuw wat geld kostte, dat ik niet betalen kon, dat de majoor
+niet betalen wilde, en waar, zoo ik mij niet bedrieg, het moederlijke
+erfdeel van Francis voor aangesproken werd; het ging mij genoeg ter
+harte, maar een von Zwenken tot gevangenschap veroordeeld dat scheen
+iedereen in de familie te hard. Van haar wist ik dat ik niets meer van
+mijn vader te wachten had; ik beproefde zoo wat van alles, maar niet
+met goed geluk; mijne antecedenten waren mij in den weg, en, ik zal
+de waarheid bekennen, mijn karakter was mij ook tegen. Ik vloog van
+den hak op den tak, had nergens rust bij en had maar één verlangen,
+waaraan ik mij om de wille mijner familie niet kon overgeven. Ik had
+eene goede stem, altijd lust gehad in muziek, eene zekere gave van
+voorstelling, ik wilde een tijdlang buitenslands gaan om mij op een
+conservatorium te oefenen en dan als opera-zanger op te treden. Had
+men mij maar laten begaan, maar men wilde mij niet behulpzaam zijn
+tot dat doel; mijn vader wilde mij niets meer geven en liet mij de
+keuze om soldaat te worden of te bedelen. Ik verkoos het eerste, in
+de hoop dat majoor von Zwenken en zijne vrienden wel voor mij zouden
+zorgen als ik eens in dienst was, en dat ik toch nog eenmaal officier
+zou kunnen worden; maar op mijn leeftijd na een weelderig en verwend
+leven als het mijne, valt het hard zich aan de discipline te gewennen;
+en, was het opzettelijke hardheid en een _parti pris_ om mij zwaar
+te doen boeten, eer men mij uit de diepte ophief? ik kan het niet
+uitmaken; maar men schonk mij zelfs niet den laagsten graad; mij werd
+geene corvée gespaard, geen vergrijp door de vingers gezien. Ik was
+niet bij het regiment mijns vaders geplaatst, maar in een afgelegen
+vestingstadje; toch was de kapitein van mijne compagnie een der
+vroegere tafelvrienden van mijn vader. Ik kon niet anders denken dan
+dat het op diens verlangen was dat men mij zoo behandelde. En hij had
+zijn lieveling Rolf wel tot luitenant gemaakt, de Hemel weet hoe! Ik
+werd verloochend, en bijgevolg vertrapt; ongelukkig had ik geen geduld
+om dien schrikkelijken proeftijd door te staan; ik had voor vijf jaar
+geteekend, ik hield het geen vijf maanden uit; en op zekeren dag de
+kans schoon ziende, wierp ik geweer en wapens weg en wilde mij uit de
+voeten maken; maar mijne vlucht werd opgemerkt en ik achterhaald eer
+ik over de grenzen was; ik wist wat er op stond als men mij vatte,
+ik verweerde mij tot het uiterste, ik kwetste een onderofficier;
+ik behoef u niet te zeggen welk een lot mij wachtte toen ik voor
+den krijgsraad kwam; het vonnis werd geveld, maar niet uitgevoerd;
+ditmaal ontkwam ik uit de gevangenis, ik zal niet zeggen als door een
+wonder, maar door oogluiking; ik vond zelfs een pak burgerkleeren en
+geld tot mijne beschikking. Mijn vader had het toch niet over zich
+kunnen verkrijgen om zijn zoon als wederspannige, als deserteur te
+laten executeeren. Later vernam ik dat Francis die toen al heel wat
+had mee te praten, het hare had gedaan om deze uitkomst voor mij
+te verkrijgen. Ik was nu vrij en in den vreemde, maar vogelvrij:
+ik moest zien het noodige voer op te loopen en mij hier of daar een
+nest maken. Ik heb Duitsche boerenjongens Latijn en Fransch, Duitsche
+burgermeisjes zang- en pianoles gegeven; ik ben kamerzanger geweest
+van een Oostenrijksche gravin, die doof was en zich verbeeldde dat
+mijne stem op die van Roger geleek; ik heb omgezworven met een troep
+reizende operazangers en heb mij schor geschreeuwd op de theaters
+in de open lucht. Ik ben koetsier geweest van een Duitsche baron,
+reisbediende voor een huis in wijnen; maar dit moest ik opgeven omdat
+ze mij naar Holland wilden zenden. Toen werd ik eerst koffiehuisknecht
+en biljard jongen, maakte door mijne geoefendheid in dat spel de kennis
+van een Poolschen graaf, die mij als kamerdienaar en secretaris met
+zich nam naar Warschau, en mij welhaast in vertrouwen mededeelde, dat
+hij een middel had uitgevonden om Polen onafhankelijk te maken! Zooals
+vanzelf spreekt mislukte de toeleg, maar de onvoorzichtige edelman
+miste Siberië niet. Ik raakte mee in de klem, omdat ik niet tegen hem
+getuigen wilde; maar ik hield me zoo dom, dat ik er met een weinig
+tortures van honger en dorst lijden en eenige weken _carcero duro_
+afkwam. Toen stond ik weer op straat zonder een penning in den zak
+en greep naar het eerste het beste, dat ik maar vatten kon; enfin,
+ik wil u en mij zelven niet vermoeien met de optelling van alles
+wat ik doorgemaakt heb om in leven te blijven. Het ware veel korter
+geweest hier of daar in 't water te springen, dat is waar; dan,
+ik heb altijd zeker vooroordeel gehad tegen den zelfmoord. Daarbij,
+ik bleef onder alles gezond en sterk en leed niet aan melancholie;
+ik rolde door het leven zooals het het best kon. Jarenlang heb ik
+zoo omgezworven, heb alle groote steden, alle badplaatsen van Noord-
+en Zuid-Duitschland bezocht, alle landstreken van midden-Europa
+doorkruist, van de Rijnoevers af tot die van de Spree en Moldau toe,
+en ik stond op het punt om naar Bucharest te trekken met een zeer
+voornaam, maar zeer bizar personage, toen deze gevangen werd genomen,
+als betrokken in eene zeer geheimzinnige moordgeschiedenis, waarbij het
+geld en de vrouwen als gewoonlijk hunne rol hadden gespeeld. Gelukkig
+kon ik bewijzen, dat ik eerst met vorst X in aanraking was gekomen
+nadat de misdaad gepleegd was, en ik kwam er weer af met eenige weken
+van enge opsluiting na lange en lastige verhooren. Hoe vaak ik onder
+dat alles van naam veranderd ben, weet ik zelf niet meer. Alleen den
+eenigen waarop ik recht had, hield ik standvastig buiten het spel. Ik
+had gezorgd dat het gerucht van mijn dood in Holland was verspreid; ik
+had alles gedaan om er waarschijnlijkheid aan te geven. Na die laatste
+historie waagde ik mij niet weer in 't gedrang met voorname avonturiers
+of dubbelzinnige vrouwen, maar zocht rust in het landleven, in de
+vergetelheid van den boerenstand. Ik had in mijne jeugd op de Werve wel
+eenige notie gekregen van het boerenbedrijf; ik kon best met paarden
+omgaan; ik verhuurde mij als knecht bij een welvarenden pachter, die
+eene mooie hoeve te beheeren had. Hij vatte spoedig dat er op meer dan
+eene wijze partij was te trekken van zijn huurling, en dat handenarbeid
+juist niet mijn _fort_ was. Ik werd welhaast meer zijn raadsman dan
+zijn knecht; ik kon hem een en ander van mijne lotgevallen vertellen
+zonder gevaar; ik was onder een goed slag van lieden gevallen, die mij
+als een lid hunner familie behandelden, en er bestond uitzicht dat ik
+daar werkelijk toe zou behooren. Ik merkte, dat de eenige dochter,
+eene allerliefste blondine met vergeet-mij-niet-oogen, zoowat op
+mij verliefd raakte. Ik vond deze gelegenheid om _pater familias_ te
+worden zoo onaardig niet! De ouders hadden er niets tegen; maar ik
+moest er voor uitkomen dat het mij moeielijk zou vallen de noodige
+documenten te verkrijgen om een wettig huwelijk aan te gaan. Dit
+bezwaar, en de berichten van een lid der familie, die met goed gevolg
+naar Amerika was uitgeweken en de zijnen opwekte om tot hem over
+te komen en gezamenlijk in die landstreek eene kolonie te vestigen
+met andere dorpsgenooten die daartoe waren over te halen, deed ons
+besluiten dien tocht te ondernemen. Maar de _gemüthliche Bauernleute_
+begrepen, dat ik ten minste de toestemming van mijn vader moest zien
+te verkrijgen, al voorzag ik dat het vruchteloos zou zijn; daarbij
+er moest geld wezen voor mijne uitrusting en ik moest mijn aandeel
+leveren tot de onderneming, wilde ik niet eene al te jammerlijke
+figuur maken onder de tochtgenooten. Ik berekende dat ik nu zoo
+ongeveer tien jaren buitenslands had doorgebracht en dat men mijn
+gezicht wel vergeten zou zijn; ik hoopte zelfs, dat na die langdurige
+vrijwillige ballingschap de spons zou gehaald zijn over mijne vroegere
+misstappen. Ik schreef aan Francis, dat ik voor korten tijd naar
+Holland dacht terug te keeren, en onder welke omstandigheden. Mijn
+aanstaande, hare familie en de verdere tochtgenooten hadden zich te
+Hamburg ingescheept naar Engeland, waar ik mij uit Holland bij hen zou
+voegen, zoo ras ik geslaagd was in mijne wenschen. Maar het antwoord
+dat ik kreeg was op dat punt alles behalve geruststellend. Mijn vader
+die kolonel was geworden en het bevel voerde in de kleine vestingstad
+Z., was zoo weinig ingenomen met mijne plannen, bovenal zoo weinig
+verheugd met de tijding, dat ik nog leefde en dacht weer te keeren,
+dat Francis mij dit laatste ernstig ontraadde. Zij wees op de gevaren
+die ik kon loopen en die de kolonel niet voornemens was af te wenden;
+met andere woorden: mijn eigen vader zou mij laten vatten en aan
+een krijgsraad overleveren, als ik het waagde hem onder de oogen te
+komen. Dat vond ik wreed, onmenschelijk, onmogelijk, en ik geloofde
+het niet! Ik verbeeldde mij dat Francis maar dreigde om mij af te
+schrikken; ik waagde het er op, kwam vermomd en door valsch haar en
+knevels onkenbaar gemaakt te Z. en trachtte toegang te verkrijgen tot
+het huis van den kolonel. Zijn adjudant, die er zeker op afgericht was,
+ontving mij en deelde mij de verkwikkende tijding mee, dat ik den
+commandant der vesting niet zou zien; dat er geen kwestie kon zijn
+van een weergekeerden zoon, daar de dood van den jongen Rudolf von
+Zwenken was geconstateerd, en dat iemand die er zich voor uitgaf niets
+kon zijn dan een indringer en bedrieger, over wien men kort en goed
+recht zou doen als hij lastig werd en zijn bedrog volhield. Daarop
+was ik niet verdacht geweest. Ik was dood, ik moest dood blijven,
+en zoo ik mijne identiteit wilde bewijzen, was dat zoo goed als mijn
+eigen doodvonnis onderschrijven. Ik herhaalde de poging niet; maar
+Francis ontfermde zich toch over mij. Zij zocht mij op, zij hielp
+mij voort. Zij lenigde de bitterheid van dit verstooten. Gij weet
+het overige, gij weet wat er voor haar uit volgde."
+
+"En gij gelooft dat het daarom is, dat zij u ditmaal zoo hard
+bejegende?"
+
+"Vooreerst omdat ik nu weer teruggekomen ben tegen mijn belofte,
+dat is waar; maar allermeest, ik zie dat nu in, om die ongelukkige
+zaak van de wissels--om datgene waaraan ik niet schuldig ben, zooals
+'t meer gaat. Doch ik zal mij die schuld nu maar laten aanleunen:
+een schreefje meer op mijn kerfstok is zoo erg niet, terwijl Francis
+al te ongelukkig zou zijn, als ik haar te kennen gaf, welk vermoeden
+ik heb gevat."
+
+"Hebt gij werkelijk een vermoeden?"
+
+"Ja, er is mij een licht opgegaan. Hebt gij nog wat geduld om naar
+mij te luisteren? Ziet gij, ik heb zwakheden, maar niet eigenlijk
+datgene wat men hartstochten noemt. '_Le vin, le jeu, les belles_'
+hebben mij beurtelings veel geld, tijd en rust gekost; en nog ben ik
+op zekere punten een groot kind; maar een passie, eene passie die niets
+ontziet om hare voldoening te hebben, en waar men een groot misdadiger
+of een groot man door wordt, zulke passie houd ik er niet op na; dat
+ligt zeker aan de wuftheid mijner natuur. Maar er is iemand in mijne
+familie, die er wèl door bezeten is.... In mijne jeugd heb ik daar niet
+zoo op gelet, niet over nagedacht althans. Later was ik niet veel in de
+gelegenheid hem te observeeren; maar eens, eens heb ik hem waargenomen,
+terwijl ik duizend redenen had om mijn incognito te bewaren. Gij zijt
+een van de menschen die zwijgen kunnen niet waar? anders had Francis
+niet voor u ingestaan. Zoo bewaar datgene wat ik u nu ga zeggen als
+een diep geheim voor haar; want het zou haar bitter verdriet doen,
+en zij heeft toch al zoo'n onpleizierig leven."
+
+"Gij kunt er staat op maken. Om Francis leed of last te sparen,
+zou ik veel doen of laten."
+
+"Ook blijf ik gelooven, al houdt gij u nog zoo leuk, dat gij nog
+wel eens nader aan de familie geparenteerd zult worden; daarom is
+het ook goed dat gij alles weet. Mogelijk wordt gij eens geroepen
+om heel wat _linge sale_ uit te wasschen. Luister! Maar neen! wacht
+even tot ik dit laatste glas heb gedronken; mijne keel is droog van
+het praten." Eerst na eenige seconden rusten ging hij voort:
+
+"Onder al de _métiers_ die ik heb waargenomen, staande mijne
+omzwervingen in Duitschland, is er ook een, die niet precies tot de
+achtenswaardigste behoort, maar dat de nood mij dwong aan te nemen. Ik
+ben _croupier_ geweest bij eene speelbank. Ik heb er mijn _vader_,
+mijn eigen ongelukkigen vader zien spelen met een acharnement, dat
+mij de oogen opende voor het diep verval waarin hij met de zijnen
+is geraakt. Ik heb er schuld aan, dat weet ik; maar toch, zonder die
+passie, die alles verslindt en toch onverzadelijk is, zou zijn groote
+fortuin en 't geen Francis had moeten bezitten, niet zoo reddeloos
+verloren zijn gegaan."
+
+"En mijnheer von Zwenken herkende u niet?"
+
+"Wat zal ik u zeggen? Ik geleek niet meer op mij zelven. Haar en baard
+geverfd, de kleur van 't gelaat verbruind en verouderd, en daarbij
+_croupier_! Let men op de machine die het spel in beweging brengt,
+als men zóó vervuld is met winst en verlies? Ik- dat is wat anders--,
+ik herkende mijn vader, al was hij in politiek, al was hij zeer
+verouderd, aan zijne fijne, bewegelijke trekken, aan zijne rechte
+houding, aan alles in één woord wat mij onvergetelijk was. Daarbij,
+er waren Hollandsche heeren met hem in gezelschap; zij spraken onder
+elkander hunne moedertaal; zij noemden hem kolonel von Zwenken bij den
+naam. Ik heb hem op één dag eene fortuin zien winnen, eene fortuin
+zien verliezen. Ik had moeite mij te weerhouden om mij aan zijne
+voeten te werpen en hem te smeeken zijn reddeloozen ondergang niet te
+bewerken. Ik weet wel het zou niemand minder gepast hebben dan juist
+mij, en toch, ik die bij ondervinding wist wat gebrek en ellende zijn,
+kon er met alle recht tegen waarschuwen. Alleen de overtuiging dat het
+toch niet baten zou, en dat ik mij zeker daarmede verraden zou hebben,
+hield mij terug. Maar dat ik op hem bleef letten, behoef ik u niet te
+zeggen; en zoo werd het mij zekerheid dat hij geld heeft opgenomen van
+een Hollandsch bankier, dat hij daarvoor wissels heeft geteekend...."
+
+"Hoe lang kan dat geleden zijn?"
+
+"O, dat's nu al vele jaren geleden."
+
+"Maar het schijnt toch dat hetgeen de ergernis van Francis wekte
+eerst kort na uw vertrek heeft plaats gehad, en zoolang zal die
+bankier geen respijt hebben gegeven?"
+
+"Neen! en sinds schijnt hem de gelegenheid niet meer gegeven te zijn
+om op die wijze aan zijn hartstocht bot te vieren; maar die is daarom
+nog niet uitgeroeid. _Ferme lui la porte au nez, il reviendra par la
+fenêtre;_ Francis omsingelt haar grootvader en houdt hem nu kort, ik
+wil dat gelooven; hij is daarbij bang voor haar; maar is het zeker,
+dat hij niet achter haar om en op andere wijze zijne revanche neemt
+of genomen heeft; er zijn menigerlei wijzen om wat men noemt zijne
+fortuin te beproeven, al is het niet met de roulette."
+
+"Gij hebt gelijk; ik vrees maar al te zeer, dat de generaal nòg in
+'t geheim verkeerde speculaties doet...."
+
+"En is het dan zoo onmogelijk, dat hij, om aan geld te komen, opnieuw
+zijne toevlucht heeft genomen tot den bankier; zijne eer voor Francis
+willende redden, en toch in de noodzakelijkheid zijnde haar offers
+te vragen, de schuld maar op mij heeft geworpen, den afwezige, die
+zich niet kon verantwoorden, wiens rug heel breed, wiens naam reeds
+bevlekt was?"
+
+"Zijn eigen zoon dus te belasteren...."
+
+"Wel bezien was ik er de naaste toe; hij moest zich redden, en
+het kwam er voor mij niet op aan. Ik neem het hem zoo heel kwalijk
+niet; alleen zou ik er heel wat voor willen wagen om de zekerheid te
+hebben dat mijne gissing juist is; en toch, al had ik die, hoe dan
+nóg Francis de overtuiging te geven van mijne onschuld, zonder mijn
+vader te betichten, iets wat niet zijn mag?"
+
+Ik beloofde hem dat ik daartoe het mijne zou doen; maar ik kon
+niet nalaten mijne verwondering uit te drukken, dat hij, na al
+de onvervinding die hij had opgedaan, nog lust gevoelde om naar
+het vaderland, naar de zijnen terug te keeren, waar hem niets dan
+vernedering en terugwijzing wachtte.
+
+"Wat zal ik u zeggen, Jonker! het blijkt wel dat gij niet weet wat
+ballingschap is, en hoe de trek naar het vaderland, het vaderlijk
+huis onweerstandelijk wordt, juist door de bezwaren die er zich tegen
+verzetten. Had ik, arme zwerver, in Amerika mijn geluk, mijn gezin
+gevonden, zooals ik eens had gehoopt, dan had ik er mij mogelijk een
+tweede _Heimath_ van gemaakt, waarvoor ik de ander kon vergeten; maar
+verwenschte Jonas die ik ben, eerst door allerlei tegenspoed veel
+te lang in Holland opgehouden, kwam ik pas in Engeland toen mijne
+reisgenooten reeds den tocht naar Amerika hadden aanvaard. Ik zocht
+en vond gelegenheid hen te volgen op een ander schip; maar wij leden
+schipbreuk, reeds met de kust van het beloofde land in 't gezicht; de
+_Zeenimf_, las men later in de nieuwsberichten, was met man en muis
+vergaan. Dat was de waarheid, maar één ongelukkige schipbreukeling,
+die zwemmen kon en zijns ondanks als bij instinct van dat talent
+gebruik maakte, werd gered. Ik bereikte eene rotsachtige kust,
+werd door arme visschers ontdekt, die mij uitgeput en bewusteloos
+vonden liggen, liefderijk opgenomen, dat moet ik zeggen ter eere der
+menschheid, en van alles verzorgd zoolang ik er behoefte aan had;
+maar van alles beroofd, en, zooals ik later vernam, op honderden
+mijlen afstand van de plek, waar vermoedelijk mijne Duitsche vrienden
+zich hadden neergezet, schoot mij niets over dan bij die herbergzame
+kustbewoners te blijven tot er voor mij eene gelegenheid opdaagde om
+verder te komen. Die gelegenheid deed zich voor in de gedaante van
+een koopman uit Chicago, die handel dreef in kreeften en oesters,
+en die met deze lieden prijs kwam maken voor leverantiën op groote
+schaal. Ik maakte kennis met hem, vertelde een en ander van mijne
+rampspoeden, en toen hij vernam dat ik kennis had van paarden en
+daarmee wist om te gaan, sloeg hij mij voor hem te vergezellen op
+zijne handelsreis, daar hij uren ver langs ongebaande wegen met een
+zeer primitief voertuig moest reizen en de voerlieden van die karren
+meest onverbeterlijke dronkaards of brutale afzetters waren, waarvan
+hij reeds allerlei onaangename ervaringen had. Hij had dan ten minste
+iemand bij zich die hen staan en terechtwijzen kon. Zoo geschiedde het,
+en deze overeenkomst bracht mij ten laatste naar Chicago waar ik weer
+in een doolhof van avonturen raakte, die mij voor goed afbrachten van
+het voornemen om de Duitsche landverhuizers op te zoeken, en eindelijk
+in aanraking brachten met den heer Stonehorse, ondernemer van een
+_Equestrian Cirque_, waarmee deze voornemens was Europa te bezoeken.
+
+_Well!_ Ik had nu al ruim drie jaren het oude continent verlaten, ik
+kende Engeland en Frankrijk niet, ik was, al zeg ik het zelf, een goed
+piqueur, geen slecht rijder; forsche lichaamsoefeningen stonden mij
+aan, ik engageerde mij bij zijn gezelschap. Eens in Frankrijk, kwam
+de trek naar 't vaderland bij mij op, en ik haalde master Stonehorse
+over, die er geene groote verwachtingen van had, om zijne reis naar
+Duitschland over Holland te nemen en zich in enkele groote steden
+op te houden. Het succes in de hoofdstad gaf hem vertrouwen op mijne
+voorlichting hij liet de reisroute die hij volgen zou aan mij over;
+ik waagde het er op, Arnhem aan te wijzen; ik behoefde niet meer
+voor ontdekking te vreezen. Ik reis onder de Amerikaansche vlag;
+niemand mijner confrères weet iets van mijne antecedenten.
+
+Eens in de provincie, bekroop mij met onweerstaanbaar geweld de lust
+naar de Werve; vooral toen eene toevallige ontmoeting met iemand
+uit Z., die mij niet kende, maar dien ik op 't chapitre bracht, mij
+zoo een en ander van de von Zwenkens vertelde, en den grootvader het
+slachtoffer noemde van de inconsequenties zijner kleindochter. Arme
+Francis! gelasterd, zoo gelasterd, en om mij! Ik moest haar zien en
+spreken; ik moest op mijne knieën, met het hoofd in stof gebogen,
+hare vergiffenis vragen; gij hebt gezien hoe zij het opnam en hoe
+mijne terugkomst wordt beschouwd als de grootste zonde die ik tegen
+haar plegen kon! Het is ook ergerlijk: onkruid dat niet vergaat,
+eene schipbreuk die niet afdoende blijkt!" sprak hij met bitterheid,
+waarin zich weemoed mengde. "Nu, 't is geschied, die gekke streek is
+weer begaan; maar ik zal haar geene ergernis meer geven; ik heb het
+haar beloofd! dat is zoo goed als een eed. Ik hoop maar dat ik dien
+houden kan," eindigde hij met een zucht, terwijl zijne stem altijd
+doffer en matter werd. Hij liet het hoofd vallen tegen het weeke
+kussen van de sofa; als door den slaap overmand strekte hij de leden
+daarop welhaast uit, en hoorde ik de ontwijfelbare bewijzen dat hij
+rustig sliep. Ik had er nu ook het mijne van en ging zelf de rust
+zoeken die ik hem van harte gunde.
+
+Toen ik juist niet heel vroeg in den morgen ontwaakte, had Rudolf
+von Zwenken zich al uit de voeten gemaakt, op dezelfde wijze als
+hij gekomen was; de blinden waren blijkbaar opengemaakt en niet meer
+gesloten; maar hij had het zoo stilletjes bered als men dat wachten
+kon van iemand die meer dan eens had weten te ontsnappen. Alleen,
+hij had vergeten zijne portefeuille mede te nemen! De onverbeterlijke
+loshoofd! Nu ik zou hem wel uitvinden om hem die te doen toekomen. Het
+was goed, die niet aan Francis op te dringen. Hare kieschheid, hare
+fijnvoelendheid op dit punt was mij lief. Na zooveel opgeofferd te
+hebben, soms verlegen te zijn om een kleinigheid, en toch honderden te
+versmaden als teruggave, omdat zij de herkomst van het geld verdacht,
+of wel om den gever niet te berooven, dat was eene grootmoedigheid
+van karakter, waarvoor ik respect had.
+
+Wat den generaal betrof, zijne schuld stond bij mij vast na 't
+geen ik zelf van hem waargenomen had; en meer dan ooit moest ik de
+voorzienige wijsheid van tante Sophie loven, die hare maatregelen
+had genomen om Francis te begunstigen zonder hare fortuin in dien
+afgrond te werpen. Maar de ontdekking, die ik gedaan had, was voor
+mij eene waarschuwing, die tot omzichtigheid vermaande. De grijsaard,
+hoe machteloos hij ook scheen, was _un homme à expédients;_ indien
+hij te vroeg wist wie de erfgenaam van tante Sophie was, en zijne
+verhouding tot Francis, was hij in staat om op haar toekomstig vermogen
+te speculeeren.
+
+Ik zag hem als een bezwaarpunt, als een donkeren stip aan den horizont
+van mijn geluk, die voortdurend mijne opmerkzaamheid zou vorderen
+en ik voelde de drukkende waarheid van de uitspraak: "die het goed
+vermeerdert, vermeerdert de kwellingen!"
+
+"Gij begrijpt Willem! dat ik onder zulke bijgedachten, die zich mijns
+ondanks telkens aan mij opdrongen, zeer slecht gestemd was om mijn
+oud-oom met een opgeruimd gelaat geluk te wenschen met zijn feestdag.
+
+Zes en zeventig jaar! al het uiterlijke van 't geen men een respectabel
+man noemt, en toch zoo diep gevallen; doch waartoe u deelgenoot te
+maken van al het strijdige en pijnlijke dat er toen in mij omging! ik
+moest er mij tegen verzetten en een _visage de circonstance_ vertoonen,
+dat spreekt vanzelf.
+
+Gij zult voor het oogenblik ook wel genoeg hebben van die sombere
+legende van de Werve, en ik ga eens naar Francis omzien die vooreerst
+nog niet weten moet dat ik een vriend heb die haar karakter leert
+kennen, trek voor trek, zooals het zich aan mijn blik voordoet. En nu,
+laat mij eens spoedig van u hooren; mij dunkt gij hebt nu al genoeg
+gehoord en gezien van het Indische leven, om er uw gevoelen over te
+kunnen zeggen, al weet ik dat gij de zaken liefst van alle kanten
+beziet eer gij er u over uitlaat.
+
+
+ Salut et Amitié
+
+ L. v. Z.
+
+
+
+
+
+
+
+
+Daar het Zondag was, ving het feest aan met "kerkparade" zooals
+Francis het noemde. De generaal, in zijn kwaliteit van _seigneur
+de village_ en bij zijne gezetheid op 't geen een goeden klank
+had, was een voorstander van den publieken godsdienst, en had tot
+vaste gewoonte, zich iederen Zondagmorgen met zijne kleindochter
+in de ambachtsheerlijke bank te vertoonen, ten bewijze dat hij tot
+de gemeente behoorde en de behoorlijke reverentie had voor hare
+instelling. Of hij er gesticht werd, is twijfelachtig, maar dat
+hij de toeschouwers stichtte door zijne waardige houding is bijna
+zeker. Als oud-militair beschouwde hij het als dienstplicht, en of
+hij zich verveelde of ergerde, men zag het hem niet aan. Rechtop, met
+het gelaat naar den spreker gewend, zat hij te luisteren, onwrikbaar,
+onbewegelijk; of hij aan wat anders dacht stond niet op zijn gelaat
+te lezen. Tegen het midden van de predikatie vielen zijn oogen wel
+eens toe; maar daar de grootste helft van 't gehoor in denzelfden
+toestand van slaperigheid geraakte, ergerde het niemand, zelfs niet
+den predikant, die aan deze uitkomst gewoon was en inderdaad ook niet
+het recht had zich daarover te verwonderen. Althans op dien ochtend,
+toen ik in dit verplicht kerkbezoek begrepen was, vond ik er, met
+den besten wil om gesticht te worden, geene de minste opwekking, en
+alleen de ergernis dat een man, wien de zorg voor eene gemeente was
+toevertrouwd, zoo weinig consciëntie had om hare hoogste belangen op
+zulk eene schrale wijze te behartigen. In het gebed zelfs tintelde
+geen sprank van gloed of leven, en het was of de man een paskwil
+op zich zelf had willen maken, toen hij tot tekst had genomen de
+vermaning van Paulus, die tot geestdrift behoorde te ontvlammen:
+"Zijt vurig van geest," want zelf was hij noch heet noch koud; hij was
+lauw, akelig lauw, een ware Laodiceër, aan wien de apostel met zijn
+strengste woord zou hebben toegevoegd: wees liever een bestrijder dan
+zulk een bondgenoot. En de langzaamheid, de onnatuurlijke deftigheid
+waarmee tot ijveren werd aangemaand, was zoo opvallend strijdig met
+het enthousiasme dat zulk een onderwerp vorderde van hem die het koos,
+dat men zeer zeker een acteur zou gesouffleerd hebben, die zoo slecht
+in zijne rol ware geweest. Maar men was in eene kerk, men moest zich
+onthouden, en de ongeschikte dienaar kon zonder stoornis zijn gang
+gaan, zoolang zijn eigen geweten hem niet waarschuwde.
+
+Het verheugde mij evenzeer als het mij verraste, dat de gemeente nog
+in zich zelve leven genoeg scheen te hebben om met opgewektheid den
+psalm te zingen, die gelukkig door een niet al te slecht bespeeld orgel
+werd begeleid. Ik zal niet zeggen dat Francis zich goed hield, want de
+ergernis, de verveling, ja zekere droefheid en verontwaardiging stonden
+op haar gelaat te lezen, en zij scheen geen rust te kunnen houden. Ten
+laatste sloeg zij haar kwarto Bijbel open en ging daarin zitten lezen
+als ware zij alleen geweest. Ik zag dat zij evenzeer de aandacht als
+de ergernis wekte; het was kennelijk dat zij de publieke opinie tegen
+zich had. Ik werd natuurlijk aangegaapt als eene vreemde verschijning,
+die op allerlei wijzen werd gecommenteerd en geëxpliceerd. Ik zag de
+lieden fluisteren en de hoofden bijeensteken zooveel maar doenlijk
+was. Rolf, die zich eens voor altijd van die corvée had verschoond,
+onder pretext dat hij "een vrijgeest was en er niemendal van geloofde,"
+had mij geraden thuis te blijven, daar ik er toch niets aan hebben zou;
+maar ik was geen vrijgeest, vond geen reden om mij te onttrekken, en
+achtte de gelegenheid gunstig om Francis onder godsdienstige indrukken
+te observeeren; ik hoopte er daarbij op, bij het terugkeeren nog een
+woordje te spreken over Rudolf; maar dat viel tegen. Wij waren in
+'t wagentje van de Pauwelsen naar de kerk gereden, en de generaal
+zou op gelijke wijze terugkeeren; dus sloeg ik Francis voor samen
+terug te loopen; het was even een kwartiertje, het zoogenaamde
+kerkpad en de groote laan--maar zij had te veel haast op de Werve
+terug te zijn, bij al de drukte die haar daar wachtte. Ik kon haar
+alleen mijn teleurstelling te kennen geven, dat de stichting, in de
+stille dorpskerk, waarvan ik mij nogal iets voorgesteld had, zoozeer
+bedorven was door den man zelf die moest voorgaan.
+
+"Ja, dat's het zwakke punt bij onzen protestantschen godsdienst;
+er hangt te veel af van een enkele; en als 't nu heel mooi is, dan
+is 't ook weer niet goed, want dan zie je alles voorbij om hem,"
+was haar antwoord. "Ik kon er niet bij blijven, en te minder daar
+ik het kostelijk stuk al meer had gehoord; 't is zeker met te veel
+moeite samengesteld om maar ééns te dienen. Om nu te zeggen dat wij
+slaperig volkje de vermaning niet hard noodig hebben, dat's wat anders;
+maar dan moest het spiritus zijn en geen lauw water en melk."
+
+"Gij moet dominé niet zoo hard vallen, Francis!" zei de generaal,
+die begreep waarover zij knorde; "de man staat hier al dertig jaar,
+en door de afgelegenheid van het dorp heeft hij haast geene aanraking
+met de collega's."
+
+"Daarbij een troep kinderen en zoo'n saaie vrouw.... Het lot van den
+man is te beklagen, dat geef ik toe; alleen, ik vraag: waarom is hij
+dan niet wat anders geworden--glazenmaker bij voorbeeld? wij konden
+er hier best een gebruiken."
+
+"Ja, Francis! nu gij daarop komt, de katten moeten van nacht weer
+deerlijk hebben huisgehouden in den onbewoonden vleugel," zei de
+generaal. "Volgens Rolf gaan ze maar door de gebroken ruiten in en uit,
+en Frits heeft glasscherven gevonden tot in de perken."
+
+"Wel grootpapa; wij mogen de arme dieren wel dankbaar zijn dat zij
+die moeite nemen, want het leeft daarbinnen van de ratten en muizen,"
+zei Francis gevat, maar al redde zij zich door eene aardigheid, wij
+waren op een gevaarlijk terrein geraakt, en 't was maar gelukkig dat
+wij de Werve opreden en al terstond door Rolf werden ontvangen met
+het bericht dat kapitein Willibald reeds was gearriveerd. Hij had nog
+niet uitgesproken, of de persoon in kwestie kwam ons te gemoet en bood
+den generaal zijn dienst om hem bij het uitstappen te helpen. Francis
+was er met hare gewone vlugheid al uit gesprongen, eer ik of iemand
+anders zich kon aanbieden.
+
+"Wel, Willibald, dat's goed van je gedaan, ons kluizenaars eens te
+komen opzoeken," sprak Francis op luiden gullen toon, terwijl zij
+gemeenzaam zijn arm nam; "en nog wel in groot tenue."
+
+"Het feest van mijn kolonel, freule; en daarbij, ik ben om dienstzaken
+te Z. geweest en kon niet nalaten mij zelven het genoegen te geven
+bij het terugkeeren de Werve te bezoeken!"
+
+"Braaf! Maar gij treft het nu zoo slecht met de drukte. Daar komen
+waarlijk de Pauwelsen al aan, en de meester met de schoolkinderen. Ik
+moet toch even mijn hoed en mantille afwerpen. Maak intusschen kennis
+met mijn neef Leopold van Zonshoven, die ook op de Werve is aangeland,
+omdat hij te Z. moest zijn--echter niet voor dienstzaken, zoover ik heb
+kunnen nagaan." En met die voorstelling in 't wilde liep zij het huis
+in, terwijl wij met den generaal en Rolf langzaam volgden. Kapitein
+Willibald, in zijne onberispelijke militaire tenue, was een man van
+eene fijne, slanke gestalte en een innemend voorkomen. Hij was in
+vollen zin wat men noemen kan _un bel officier;_ zijne manieren,
+zijn toon, zijne houding, alles in hem was onberispelijk; zoo men
+iets had willen aanmerken zou het dit zijn, dat hij te mooi was voor
+een man. De fijne, lichtbruine kneveltjes, de als met een penseel
+afgeteekende wenkbrauwen, die de heldere bruine oogen eer sierden
+dan beteekenis gaven, de blozende kleur, afgewisseld door een wit
+dat haast aan een damestint deed denken, de volkomen regelmatigheid
+zijner trekken, alles was zoo zacht, zoo harmonieus, dat het een waar
+genoegen was dit menschelijk gelaat aan te staren; en toch, er ontbrak
+iets aan, iets waarom een schilder van talent mogelijk geweigerd zou
+hebben zijn portret te maken. Het had geene uitdrukking dan die van
+joviale bonhomie; er was niets marquants in, niets waaruit men een
+karakter kon opmaken; of het moest zijn iets weekelijks, dat mogelijk
+eene neiging tot sentimentaliteit verraadde, iets dat teringlijders
+eigen kan zijn, en zijn geheele voorkomen deed er aan denken; maar
+hij scheen den leeftijd te boven waarin de noodlottige kwaal het
+liefst hare offers kiest.
+
+"Ik mocht u immers wel een kistje sigaren meebrengen, generaal?" sprak
+hij, hem dit aanbiedende. "Ik weet zoo precies wat u graag rookt."
+
+"Wel zeker, beste jongen! Je doet er mij pleizier mee; men mag hier
+buiten wel wat provisie hebben. Wat zegt gij er van, Leo?"
+
+"Ik schaam mij, omdat ik zoo niets voor u wist te bedenken; maar
+later hoop ik mijne revanche te nemen."
+
+"Ik wil niets van u, dan.... dat gij u verzoent met uw oom, den
+minister," fluisterde hij mij in, en ik begreep maar al te goed
+de bedoeling van dien eisch; maar ik behoefde niet te antwoorden,
+want Francis kwam binnen en aanvaardde met handigheid hare taak als
+gastvrouw. Zij had nu de fameuse zwart zijden japon aan, die haar
+perfect kleedde, al was het merkbaar, waaraan zou ik niet eens kunnen
+zeggen, dat zij er eenige modes mee ten achteren was. Rolf stond haar
+getrouw bij in het voordienen van het déjeuner; want Frits had zijn
+post bij de deur, en die was geen sinecure. Het programma liep af,
+zooals Francis had voorzegd. De schoolmeester, ook nog een oudje, die
+de voormalige traditiën volgden, kwam met een paar jongens verzen
+opsnijden, die niet beter noch slechter waren dan in den regel
+diergelijke feestrijmen zijn, maar die hier minder dan gewoonlijk
+de _mérite de l'à propos_ hadden, want juist was er geen het minste
+rapport tusschen den jubilaris en hen, die hem dus kwamen fêteeren. De
+generaal bekommerde zich nooit om de school, en 't was Francis alleen,
+die, zooals ik later vernam, den armen ouden schoolmeester nog wel eens
+iets toestopte. Voorts kwamen de Pauwelsen, man, vrouw en kinderen,
+met gulhartige luidruchtigheid hem, dien ze nog altijd "den landheer"
+noemden, geluk wenschen. Grootje was thuis gebleven; anders eene
+curiositeit, die het huis van de Roselaers nog in vollen glans had
+gekend, en voorts enkele dorpelingen, die om de eene of andere reden
+den generaal nog erkenden en dit op deze wijze toonden. Dit alles
+moest van waterchocolade en broodjes worden voorzien.
+
+Francis had het druk, maar zij was kennelijk in haar schik de
+_chatelaire_ te kunnen spelen, en ik vond het een kansje haar zoo eens
+te kunnen gadeslaan. Complimenteus was zij met niemand, zelfs niet met
+den burgemeester, die zich per extra-ordinaire ditmaal vertoonde, zeker
+om den logeergast wat meer van nabij te zien; die banale beleefdheid,
+die sommige menschen drijft om charmant te zijn tegen iedereen en het
+tegendeel te zeggen van 't geen zij meenen, wist zij niet te oefenen,
+noch wilde dat; maar zij bezat _la politesse du coeur_, en daarom ging
+alles haar natuurlijk en ongekunsteld af. De generaal pruttelde, want
+zijn gewoon déjeuner was een weinigje gemankeerd; hij moest het met
+de algemeene tractatie, den kolossalen boerentulband en de broodjes
+doen. Francis maakte er haar excuus over aan Willibald, terwijl zij
+er bij voegde, dat het diner alles goed zou maken, zoo zij hoopte.
+
+"'t Is perfect zooals het is, freule! maar wat het diner betreft,
+ik kan niet blijven."
+
+"Gekheid! ik sta niet toe, dat gij heengaat."
+
+"Te vier ure komt het rijtuig om mij te halen; ik mag niet later dan
+zeven uur te A. terug zijn."
+
+"Daar is hier nog wel een stal; wij eten vroeg en gij komt maar een
+uurtje later te A.; of zijn 't dienstzaken."
+
+"Ik kom van Z.; de dienstzaken zijn van ochtend afgedaan, maar om
+de waarheid te zeggen, ik heb met mijne vrouw eene uitnoodiging voor
+eene soirée bij den kolonel!"
+
+"Gij zult mij ernstig boos maken als gij niet blijft."
+
+"Dat zou mij spijten, want ik ben juist gekomen om u eene gunst te
+vragen die ik hoop dat gij zult inwilligen."
+
+"Ik willig niets in, dat weet gij vooruit, als ik mijn zin niet krijg."
+
+"Ja, gij zijt eene aartsdespote, dat weet ik nog vanouds; zoo zal
+ik er mijn hoofd maar onder buigen, want ik wil u in een goed humeur
+brengen voor mijn aanzoek."
+
+"Dat's dan afgesproken; en nu, laat me vooreerst aan de zorg voor
+alle deze goede lieden."
+
+Ik hoorde die twee samen haspelen zonder er mij in te mengen. De
+onrust die ik een oogenblik gevat had, toen ik haar dien Willibald
+zoo hartelijk en gemeenzaam zag verwelkomen, was reeds voorbij: iemand
+waar Francis zoo mee omsprong, kon voor mij niet gevaarlijk zijn. Ik
+heb geen lust, Willem! u die jolige en woelige feesture verder te
+beschrijven; tegen drie uur trok alles af; de jubilaris had wat rust
+noodig en zocht zijne kamer. Rolf had nog van alles te bezorgen voor
+het diner, Francis daarentegen beweerde, dat zij nu adem kon scheppen
+en dat zij nog een rustig half uurtje had te geven aan haar vriend
+Willibald, dien zij, zooals vroeger, gemeenzaam onder den arm nam,
+als ware hij de dame en zij de cavalier geweest; ik wilde mijns
+weegs gaan, maar zij riep mij toe dat de kapitein haar niets kon te
+zeggen hebben wat voor haar neef Leopold een geheim moest zijn. Ik
+vond de onderstelling gewaagd, maar de kapitein verzekerde mij dat
+ik volstrekt geen _fâcheux troisième_ zou zijn, en zoo wandelde ik
+mee op naar den vervallen koepel, een uitgezocht rustpunt.
+
+"En nu, _what's the matter?_" zei Francis, zich tusschen ons in
+plaatsende. "Ik verleen audiëntie."
+
+"Het is allereerst een verzoek van mijn vrouw," sprak hij met eenige
+verlegenheid.
+
+"Nu! als ik daaraan voldoen kan...."
+
+"Heel gemakkelijk. Zij wenschte zoozeer uwe kennis te maken, en vraagt,
+wanneer het u convenieert eens eenigen tijd bij ons te komen logeeren."
+
+"Het spijt mij dat ik het eerste verzoek van uwe vrouw moet afslaan,
+Willibald; maar het convenieert mij in 't geheel niet," sprak zij
+ernstig; "ik laat mijn grootvader nooit meer alleen."
+
+"Welnu! wat verhindert den generaal...."
+
+"Onmogelijk, wij hebben ons niet geretireerd om weer in de wereld
+te gaan."
+
+"Maar wij leven niet in de wereld; wij hebben ons ingericht op een
+goeden voet, dat is alles. Mijne vrouw houdt er niet van en.... ze is
+nog altijd een weinig _timide_, en ik beloof u, dat gij geen menschen
+zien zult als gij niet wilt...."
+
+"En de generaal! zou die ook geen menschen willen zien, denkt
+gij? vergeet niet dat gij te A. in garnizoen zijt en dat hij er in
+een kring heeft verkeerd, waarin.... wij nu niet meer passen."
+
+"Och Francis! het grieft mij zoo dat gij u zelve zoo in de laagte zet,"
+zei de goedhartige man met tranen in de oogen.
+
+"Ik zet mij waar 't lot ons geplaatst heeft. Ik ben geresigneerd,
+Willibald! maak mij niet week door regrets op te wekken. Maak het
+uwe vrouw duidelijk dat er geen onwil achter steekt; zeg alleen dat
+ik niet meer uitga en geen toilet meer kan maken."
+
+"Geen toilet! en gij ziet er zoo elegant uit," sprak hij, haar met
+zeker welgevallen aanziende.
+
+"_Elégance démodée_; denk maar eens! ik had dezelfde zwart zijden
+japon aan toen ik voor het laatst met u gedanst heb, geheel _à contre
+coeur_, want ik had heel wat anders in het hoofd."
+
+"Of het mij heugt! En hoe de dames zich daarover ergerden, die er
+later, naar ik vernam, eene amazone van gemaakt hebben!"
+
+"_Connu_, de dames maken er al van wat zij willen, als zij eens aan 't
+brodeeren zijn! Liegen schijnt geen kwaad als men zich maar amuseert,
+en de politie bemoeit er zich niet mee. Maar 't geen gij nu ziet is
+ten minste genoeg om u te doen begrijpen, dat het nu niet meer gaat."
+
+"Maar Francis!" kon ik mij niet onthouden in te vallen; "als 't nu
+alleen op een toilet aankwam,--en gij het graag deedt,--dan zou ik
+daar wel raad voor weten. In den Haag is men er zoo vlug mee...."
+
+"Dankje, Leo! Als men het niet kan betalen, moet men het niet nemen,
+zelfs niet in den Haag! Ik vergenoeg er mij mee, en mijn vriend
+Willibald moet er ook in berusten, want de weigering valt mij al hard
+genoeg, zonder dat er nog bij komt het verdriet om er met hem over
+te discussieeren."
+
+Dit klonk beslissend. En de goede Willibald bleef verslagen
+zwijgen. Hij zuchtte en zag weer op haar met een droevig
+schouderophalen.
+
+"Ik ben rijk, Francis, ik ben rijk omdat gij het zóó hebt
+gewild. Gevoelt gij dan niet welk een genoegen het mij zijn zou als
+gij eens de _comfort_ van mijn huis, van mijne fortuin mede wildet
+genieten?"
+
+"_Brisons!_" zei Francis; "ik dacht dat gij mij heel wat anders hadt
+te vragen...."
+
+"Ik heb ook nog wat anders te vragen, maar ik durf er nu haast
+niet mede voor den dag komen; mijne vrouw had u eene confidentie te
+doen...." en de fijn voelende jonge echtgenoot werd eenigszins bleek.
+
+"_Le secret de la comédie!_" riep Francis glimlachend; "mag ik er
+eens naar raden.... eene interessante positie; er is een doopjurk
+noodig. Ongelukkig borduur ik zoo slecht; ik kan op zijn best mijn
+dienst presenteeren om de luiers te zoomen."
+
+"Dat komt allemaal terecht zonder u, freule; maar.... er is eene
+peettante noodig, in de verte altijd.... en die mag geene andere zijn
+dan gij; mijn kind zal Francis heeten, of het een zoon dan wel eene
+dochter is; dit moet gij mij toestaan."
+
+"Wat zal dat arme kind aan zoo'n poovere peettante hebben!"
+
+"Iets dat voor ons zeer veel beteekent. Het zal een naam voeren dien
+wij altijd in 't geheugen wenschen te houden en die door ons steeds
+met achting en dankbaarheid zal worden genoemd," sprak Willibald met
+gevoel, haar de hand toestekende.
+
+"Och! gij zijt een sentimenteele dweper, Willibald, dat heb ik altijd
+gezegd; maar ik wil niet alles weigeren.... het zij zoo; alleen ik
+moet u waarschuwen dat mijn naam geen geluk aanbrengt."
+
+"Daar waag ik het op; ik ben niet bijgeloovig, maar--dan moet gij
+mij toch beloven het zelve ten doop te houden; daar hecht ik aan,
+al zou ik met moeder en kind naar de Werve komen, om in uwe kerk...."
+
+"Neen! neen! op één dag heen en weer zal ik het er nog wel uitbreken;
+wij moeten den zuigeling en het jonge moedertje niet dérangeeren;
+ik voel nù al, dat tante zijn mijne vocatie is...." Zij sprak dat
+laatste lachende, maar het was een zwaarmoedig lachje, en kennelijk
+voelde zij er meer bij dan zij uitsprak.
+
+Willibald ook vatte het zoo op. "Francis! hoe zou ik wenschen u nog
+eens recht gelukkig te zien!"
+
+"Welnu! wie zegt u dat ik niet recht gelukkig ben; oude freules,
+als zij goede tantes worden, hebben toch ook nog haar nut."
+
+"In elk geval zijt gij nog geen oude freule, Francis! al hebt
+gij altijd over mij voogdij willen oefenen als ware ik uw jongere
+broeder...."
+
+"Majoor Frans heeft geen leeftijd."
+
+"Dat wil zeggen, dat zij altijd kind is gebleven," voegde ik haar toe;
+"en een kind dat altijd haar zin moet hebben of--zij raakt uit haar
+humeur, niet waar kapitein Willibald?"
+
+"Ah," riep Francis lachend; "daar hoor ik weer mijn deftigen neef,
+jonker van Zonshoven, een allerlastigst mensch, Willibald, waarmee
+ons garnizoen nu sinds eenige dagen is versterkt; hij ziet nergens
+tegen op; hij zou mij heel graag het commando ontnemen, en hij heeft
+al zijn best gedaan om mij van mijn majoorsrang te degradeeren."
+
+"Integendeel! hij wil u verheffen en u op de plaats stellen waar gij
+hoort!" viel ik in. "Heb ik daar geen gelijk aan, kapitein Willibald?"
+
+"Groot gelijk! althans als gij slaagt," zei Willibald nu ook lachend.
+
+"Maar dat zal hij niet!" riep Francis; "ik verweer mij zoo goed als
+ik kan; wij haspelen den heelen dag, dat onderhoudt de vriendschap
+en dat breekt zoowat de eentoonigheid."
+
+"Wij spelen _qui perd gagne_," zei ik; "maar de freule neemt het spel
+averechts op, zij is bang voor 't verlies!"
+
+"En de jonker zou mogelijk al heel weinig gebaat zijn met de winst!"
+
+"Mij dunkt, dit is iets waarover hij toch zelf het best kan oordeelen,"
+zei Willibald.
+
+"Neen! want hij tast in den blinde; zoo alles afgedaan ware met Majoor
+Frans te verslaan, laat ik het nog daar; maar daarmee is nog niet uit
+den weg geruimd wat er mee samenhangt, en.... dat's een Herculeswerk,
+waarbij ik, ik beken het voor u, Willibald, die er genoeg van weet,
+waarbij ik mijn moed en kracht zie bezwijken." Zij sprak in ernst,
+en ik begreep waarop zij doelde.
+
+
+ "Du courage
+ Dans l'orage;
+ Les amis sont toujours là,"
+
+
+zong ik, haar met intentie aanziende.
+
+"Ik geloof waarlijk dat hij het ondernemen zou als men het hem
+toestond!" zei Francis.
+
+"Hij zou het ondernemen, zelfs al stond men het hem _niet_ toe!" viel
+ik in.
+
+"Nu, dan laat ik u in goede handen! Kapitein Willibald is mijn ridder,
+die desnoods den degen voor mij trekt," riep Francis, terwijl zij
+hard wegliep, want zij zag Frits naar haar toekomen, die haar door
+een wenk beduidde dat hij haar iets te zeggen had.
+
+"Ik ben allermeest haar overwonneling," zei Willibald met een
+zucht; "en om u de waarheid te zeggen, jonker! dat komt mij heden
+al heel slecht te pas, want als ik dat diner hier moet bijwonen,
+kom ik te laat op die soirée en mankeer ik mijn kolonel. En tegen u
+in vertrouwen gezegd, er is sprake van belangrijke mutatiën bij ons
+kader en ik heb eenige hoop majoor te worden, een weinigje vóór mijn
+tijd zeker, en ik zou 't als eene gunst moeten considereeren; maar
+toch zou ik ontzaggelijk graag hoofdofficier zijn, te eer daar het
+eene verplaatsing ten gevolge zou hebben, die ook voor mijne vrouw
+zeer te pas zou komen."
+
+"Maar mijnheer! waarom dat alles dan niet aan freule Mordaunt gezegd;
+ik meende dat gij u slechts voor den vorm eenig geweld liet aandoen."
+
+"Neen! ik meende het zeer ernstig; ik had alleen op een vluchtig
+bezoek gerekend, maar het zou onkiesch zijn geweest dit te zeggen nu
+zij er zóó op aandrong."
+
+"Mijn beste Mijnheer Willibald, dat is eene zwakheid."
+
+"Dat weet ik maar al te goed; ik ben jammerlijk zwak als het haar
+geldt, en daarom is het heel gelukkig dat mijn vurige wensch om haar
+tot vrouw te hebben niet is vervuld. Wij zouden elkaar ongelukkig
+gemaakt hebben. Zij heeft zoozeer de gewoonte aangenomen om niet te
+cedeeren, en ik heb mij altijd voor haar gekromd; ik schaam mij niet
+het voor u te bekennen, want gij hebt het zelf ondervonden,--als men
+haar niet toegeeft...."
+
+"Om de waarheid te zeggen, die ondervinding heb ik nog niet gemaakt,
+en denk ik ook niet te maken...."
+
+"Nu, dan moet gij op uw _qui vive_ wezen, jonker! dat waarschuw ik u;
+en ik maak u mijn compliment, als het u gelukt dien weg met haar te
+gaan, want zij voedt minachting voor zachtmoedigheid, die zij voor
+zwakheid aanziet, en zij heeft hare redenen om toch al geen hoog
+gevoelen te hebben van ons geslacht. Wat mij betreft, zij houdt
+wel van mij, maar telt mij heel weinig; de positie die ik had bij
+haar grootvader, wien zij om goede redenen eenigszins bestuurt, de
+verplichtingen die ik aan haar had, alles heeft er toe geleid om haar
+een overwicht te geven op mij, waarover ik, ook door de eigenaardigheid
+van mijn karakter, nooit heb kunnen zegevieren. Maar geloof daarom
+niet van mij, dat ik zoo'n sukkel ben in den regel. Alleen met Francis
+moet men eene uitzondering maken, ik ten minste. Ik ben haar veel
+verschuldigd; zij is van eene edelmoedigheid, van eene opofferende
+goedheid, die maakt dat men haar liefhebben moet, zelfs al valt zij
+ruw uit; ik had arme familie, waarvoor ik als luitenant, al wilde ik
+mij zelven nog zoo behelpen, niets kon doen; maar Francis, die toen
+nog meende fortuin te bezitten, had intusschen voor de mijnen gezorgd
+zonder dat ik er iets van wist...."
+
+"O! nu verwondert het mij niet meer dat gij goede vrienden met haar
+gebleven zijt, al heeft zij u afgewezen."
+
+"Zij heeft mij niet afgewezen. Zij heeft er voor gezorgd dat ik haar
+niet kon vragen! Het is hare gewoonte niet, de lieden een blauwtje
+te laten loopen. Daarom werd er wel eens gezegd, toen zij nog in de
+wereld verkeerde, dat niemand haar _au sérieux_ nam. Dat is niet waar;
+maar zij zelve was serieus genoeg om 't geen zij voelde komen den pas
+af te snijden, zoodat men ter zijde gaat, _battu et content_. Wat mij
+betreft, zij heeft mij den weg gewezen, dien ik gaan moest, precies
+den tegenovergestelden van dien ik toen wenschte te nemen. Ik ben
+dien gegaan, omdat ik niet tegen haar op kon, en nu..."
+
+"Hebt gij er berouw van?"
+
+"In oprechtheid gesproken, neen! Ik ben gelukkig met mijne zachte
+jonge vrouw, die mij eene groote fortuin heeft aangebracht zonder er
+zich iets op te laten voorstaan, en die mij tot een gelukkigen vader
+zal maken naar ik hoop."
+
+"Als gij uw kleine Francis dan maar niet bederft, zooals gij het hare
+peettante hebt gedaan!"
+
+"Dat's heel wat anders: maar excuseer mij, jonker, ik stel te veel
+belang in mijne vriendin, mijne zuster zou ik haast moeten zeggen,
+om mij niet eene vraag te permitteeren aan u."
+
+"Vraag, mijn besten kapitein! ik zal u in oprechtheid antwoorden."
+
+"Gij zegt, dat gij _qui perd gagne_ speelt met Francis; daar heb ik
+niets tegen; alleen, laat het spel niet te ernstig worden, of zóó
+ernstig dat gij uw levensgeluk zoowel als het hare er bij inlegt. Gij
+hebt blijkbaar haar vertrouwen, hare achting gewonnen; dat is zeer
+zeker de weg naar haar hart. Speel daar niet mee, ik smeek het u
+om harent, om uws zelfs wil. Daar is tusschen u en haar een losse,
+coquette toon, die haar bevalt, dat weet ik wel, al kon ik dien niet
+tegen haar voeren, maar die mij eenigszins ongerust maakt."
+
+"Gij kunt gerust zijn, mijnheer! ik ben een eerlijk man en heb de
+zuiverste bedoelingen. Francis bedriegen! wie daartoe in staat ware zou
+een laaghartige zijn. Zij is de oprechtheid en rondborstigheid zelve!"
+
+"Ja, dat is zij; en daarom is alles wat naar _cache-cache_ lijkt haar
+tegen. En nu, vergun mij iets te zeggen."
+
+"Wat toch?"
+
+"De generaal zei mij zoo _en passant_ met een enkel woord, dat
+gij geene fortuin hebt, maar groote verwachtingen, mits gij eenige
+_souplesse_ wist te toonen voor zekeren bloedverwant."
+
+"Dat is mogelijk. Waar bemoeit de generaal zich toch mee!"
+
+"Met de toekomst van zijne kleindochter; en dat is hem wel te vergeven,
+dunkt mij. Gij moet weten, mijnheer! dat ik mij zoo pas een paar dagen
+in het stadje Z. heb opgehouden. Ik heb daar over u hooren spreken."
+
+"Dat is niet te verwonderen. Men is, geloof ik, nogal praatziek in
+dat stadje," bracht ik uit; maar ik voelde dat ik bleek werd. Mijn
+geheim mogelijk reeds verraden! "Wat vertelt men daar eigenlijk van
+mij?" vroeg ik, te stouter naarmate ik meer ongerust was.
+
+"Dat gij iemand zijt die reeds fortuin bezit, want men fluistert
+elkander in (ik laat die kleinsteedsche babbelarij en bemoeizucht in
+hare waarde, dat spreekt vanzelf), dat gij hier in de provincie reeds
+groote possessies hebt en hier zijt om er nog meer aan te knoopen. Nu
+vraag ik u, waarom weet men daar niets van op de Werve?"
+
+"Ik ben hierheen gekomen om mijne nicht Francis te leeren kennen;
+gij zult mij toestemmen dat men het in zulk geval moeielijk op hooren
+zeggen kan laten aankomen, vooral waar het freule Mordaunt geldt."
+
+"Dat is waar, en zelfs behoort er moed toe om zich heen te zetten
+over zekere anecdotes, die omtrent haar circulairen. Maar ik verzeker
+u dat het verfoeielijke leugens zijn."
+
+"Ook heb ik niemand willen gelooven dan haar alleen. Maar mijnheer
+Overberg, dien ik daar ginds tot vriend had en die mijn voornemen
+toejuichte, deed mij opmerken dat men in het stadje alles wilde weten
+van iedereen; als men niets te weten kon komen, vond men uit. Ik moest
+bijgevolg eene reden opgeven voor mijn verblijf in deze streken. De
+ware, die Francis was, kon en wilde ik niet avoueeren; ik liet het
+dus aan hem over iets te bedenken, dat aannemelijk was. Ik weet
+nauwelijks welk verdichtsel hij uitvond. Moest ik dat ook hier nog
+colporteeren? Als ik eens met hoop van goede uitkomst de hand van
+Francis zal vragen, behoeft het ook voor niemand meer een geheim te
+blijven, wat ik al of niet bezit. Is haar vriend met deze inlichtingen
+tevreden?"
+
+"Hij zou neen zeggen om toch geen andere te krijgen, denk ik," hernam
+hij met een melancholiek glimlachje. "Zij voor zich is volkomen
+belangeloos, zij zal er niet op zien! maar toch is het waarheid
+dat zij geen man zonder vermogen kán trouwen. Hoe dat ook zij, maak
+haar gelukkig als gij haar hart kunt verwerven, dat is alles wat ik
+verlang, en.... zij verdient het. Ondanks den schijn, die soms tegen
+haar getuigt, is het een der edelste karakters die ik ooit heb leeren
+kennen, zelfs onder mannen en zij heeft daarbij niet _les défauts
+de son sexe_, al mist zij dan ook zekere beminnelijke zwakheden,
+die er mee gepaard gaan. Ik ben adjudant geweest van den kolonel,
+van 't oogenblik af dat deze het commando te Z. aanvaardde, en ik
+was spoedig in zijne intimiteit. Zoo heb ik Francis onder allerlei
+omstandigheden leeren kennen; en, ik mag het zeggen, haar mogen ter
+zijde staan in lief en leed, en nooit heb ik haar zwak gezien, nooit
+bezield door ijdelheid of zelfzucht, nooit haar zien terugtreden waar
+het een zwaren plicht gold."
+
+"_Messieurs allez plus loin, l'empereur vous entend!_" declameerde
+Francis op schertsenden toon, terwijl zij van achter een vervallen
+muur optrad. "Ik heb niet willen luisteren, maar ik heb toch
+verstaan.... Dat was eene heel mooie phrase, Willibald, die gij daar
+met zooveel emphase hebt uitgegalmd; het scheelde niet veel of ik
+had u geapplaudisseerd zooals het publiek zeker Hollandsch acteur
+als hij zijne _phrases à effet_ debiteert."
+
+"Gij weet het wel, freule, dat ik niet dan oprecht kan zijn, en zoo
+ik iets heb gezegd tot uw lof, ter waardeering van uw karakter...."
+
+"Was het zeker omdat onze vriend Leopold zijne bezwaren daartegen had
+ingebracht. Gelukkig is hij iemand die er aan hecht uit eigen oogen te
+zien," ging zij voort, haar sprekenden blik op mij vestigend, "en hij
+weet dat hem door mij althans geen blinddoek zal worden voorgedaan;
+hij weet al genoeg van mij en heeft hier al het noodige bijgewoond om
+uwe panygeriek op hare waarde te schatten. Doch ik heb er vrede mee;
+het is noodig voor de vriendschap dat men elkaar van alle zijden goed
+leert kennen. Het spijt mij, dat ik ulieden zoo kom overvallen en twee
+minuten mijns ondanks voor luistervink speelde, maar ik kom u zeggen,
+Willibald, dat uw rijtuig voor is; wanneer wilt gij nu dat het terug
+zal komen?"
+
+"Wanneer laat gij mij vrij?" vroeg hij eenigszins verlegen, en mij
+aanziende.
+
+"U vrijlaten! _c'est fort_, die getrouwde mannen verleeren alle
+galanterie."
+
+"Kapitein Willibald ziet er tegen op u te bekennen, Francis! dat hij
+eigenlijk niet blijven kan," viel ik in. "Hij vreest zijn kolonel te
+mankeeren en tegelijk zijne bevordering mis te loopen."
+
+"Is 't een inval van Leo?" vroeg Francis, Willibald aanziende met
+haar snellen, onderzoekenden blik.
+
+Hij kleurde waarlijk als een jong meisje.
+
+"Neen freule! er zullen belangrijke mutatiën bij het kader plaats
+grijpen. 't Is mij ingefluisterd dat ik wat kans heb majoor te worden,
+bij keuze, want ik ben eigenlijk nog niet aan de beurt; alleen als
+ik de gelegenheid mis waarbij de kolonel mij aan generaal H. zou
+presenteeren, dan...."
+
+"Spreekt het vanzelf dat er geen kwestie kan zijn van u gunst te
+verleenen. Mijn hemel, Willibald! waarom hebt gij dat dan ook niet
+gezegd toen ik u preste om te blijven?"
+
+"Ik zag zoo duidelijk dat het u contrarieerde...."
+
+"_Frailty thy name is man!_" declameerde Francis; "en dat bazuinde
+nog wel mijn lof, terwijl er zulk een offer werd gebracht!" riep zij
+met een licht schouderophalen. "Wat een egoïstisch despootje moet ik
+zijn in uw oog, Leo!"
+
+"Het komt mij voor dat mijnheer Willibald hier zelf de schuldigste is."
+
+"Daarvoor zal hij dan ook boeten!" riep Francis. "Hij zal niets
+meer genieten van al de delicatessen, die Rolf heeft weten samen
+te brengen om zijn generaal te fêteeren. En gij, jonker! die zijn
+bondgenoot zijt, gij zult met mij de corvée deelen om den dominé
+en den notaris aan tafel te amuseeren. Kom aan, Willibald! maak nu
+geene complimenten meer; een kort en goed afscheid, uw woord dat gij
+eens weerkomen zult, en dan.... uitgerukt eer de generaal het merkt,
+anders komt die u ook nog ophouden."
+
+"Maar freule! zoo te échappeeren...."
+
+"Dat neem ik op mij. En nu, _en avant marche!_"
+
+En zij liep alleen vooruit om Willibald tot spoed te dwingen. Wij
+bereikten dan ook _sans encombre_ het voorplein, waar Willibald in
+een allerliefst laag rijtuigje stapte, door een koetsier in livrei
+bestuurd. Toen hij weg reed, bleef Francis naast mij op het perron
+staan en sprak met kennelijke voldoening:
+
+"Ja wel, men heeft livrei! en wat een prachtige moorkop! Als de arme
+jongen zijn zin had gehad, zou hij nu geen équipage houden en mijn
+slaaf zijn geworden."
+
+"Hij verdient werkelijk beter! Een door en door goed mensch,
+Francis!" sprak ik met een tintje van verwijt.
+
+"Een engel van een mensch, dat weet ik beter dan gij;
+alleen.... engelen kan men in onze maatschappij zoo slecht
+gebruiken. Men moet _a little devilish_ wezen om er zich door te
+slaan. Toch Leo! ik zou hem te kort doen als ik u niet verzekerde dat
+er één punt is, waarop hij vastheid weet te toonen: militaire eer. Ik
+heb eens tevergeefs getracht hem van een duel te weerhouden, en nog
+wel een duel om mij. Ik had eene dame gebrutaliseerd, eene barones,
+eene gescheiden vrouw, die zich de airs gaf van slachtoffer en in ons
+huis had weten binnen te dringen. Zij had mijn grootvader zoo ingepakt,
+dat de goede man er niet aan wist te ontkomen. Zij had tot _compère_
+zekeren Duitschen ridder, aan wien zij zeide geparenteerd te zijn; en
+dat paar leende elkaar de hand bij het spel. Grootpapa werd afgezet,
+deerlijk afgezet. Ik raadde dat en begreep dat eene executie moest
+plaats vinden, _en pleine société_ om dat onkruid uit te roeien,
+en ik aarzelde niet die te volvoeren. Willibald stond mij trouw ter
+zijde, maar had gewild dat ik het voorzichtig zou aanleggen; dan, gij
+begrijpt, voorzichtigheid en ik... _Je n'y allais pas de main morte!_
+Ik betrapte de valsche spelers op heeterdaad en ontdekte ze voor aller
+oog, zoodat de dame in kwestie woest kwaad op mij werd, maar zich moest
+retireeren. Haar vriend de chevalier, een soort van matamore, achtte
+het zijn plicht hare partij te nemen en iemand uit te dagen. Die iemand
+was Willibald, omdat deze zich _carrément_ in zijn weg gesteld had,
+toen hij mij wilde beleedigen. Ik smeekte, ik drong Willibald, zich
+niet met den intrigant in te laten, die stellig geen eerlijke partij
+zoude zijn. Het hielp niets, hij was onverzettelijk. Grootpa zelf,
+die liefst geen _esclandre_ had gewild, moest berusten; de militaire
+eer scheen het te eischen. Ik stond doodsangsten uit en betichtte mij
+zelve dat ik altijd ongeluk toebracht aan mijne vrienden. Willibald
+kwam op het terrein met zijne secondanten en vond er den geduchten
+tegenstander niet. Het voorgenomen duel had natuurlijk veel opzien
+gebaard en de aandacht der politie gevestigd op den 'Herr Ritter;'
+er werd door haar naar zijne antecedenten geïnformeerd, en hij
+werd nu herkend als een _chevalier d'industrie_ waarmee zij reeds
+vroeger had te doen gehad. Zoo ontkwam Willibald aan de eer om met
+dien bretteur den degen te kruisen; maar hij had er door gewonnen in
+mijne achting. Men zou gedacht hebben, dat de _beau monde_ mij nu dank
+zou geweten hebben voor de uitdrijving van zulke intriganten uit zijn
+kring; toch niet. Het was Majoor Frans, die het bedreven had, en _sans
+égards_ voor eene barones, die, al had zij zich met een _chevalier
+d'industrie_ gecompromitteerd, toch eene vrouw was van goeden toon,
+met uitstekend fijne manieren. Het was goed dat het gedaan was, maar
+het had zóó niet moeten geschieden; en bovenal had Francis Mordaunt
+er zich buiten moeten houden, alsof er onder al die fijn beschaafde
+heeren en dames één was, die den zedelijken moed zou gehad hebben om
+eene valsche speelster in de kaart te zien, om niet te zeggen dat
+ik er de naaste toe was, die mijn armen grootvader zag misleiden,
+zag plunderen.... Maar wat doe ik die oude histories op te halen! Ik
+hoor al een rijtuig rollen; daar komen de gasten. Ziedaar Rolf in
+groot tenue, die zich in postuur stelt om voor ceremoniemeester te
+spelen. Bravo, kapitein! neem het maar voor mij waar, want ik moet
+nog een weinig aan mijn toilet verschikken."
+
+En weg was zij, het huis weer binnen.
+
+Daar de kapitein werkelijk in uniform was, met zijne Willemsorde op
+de borst, achtte ik mij verplicht om mij ook nog wat op te knappen
+en maakte mij uit de voeten eer de gasten uitstegen.
+
+Het diner was zooals men dat verwachten kon na de aanstalten die
+Rolf en Francis er te zamen voor hadden gemaakt. Eene bijzonderheid
+trof mij: er was nu zekere ruimte van tafelzilver, zwaar ouderwetsch
+en met wapens voorzien. Ik begreep dat Francis met den kapitein
+had samengespannen om het familiezilver terug te krijgen. En het
+goedhartige schepsel durfde er voor zich zelve geen nieuwe zijden
+japon van nemen, die zij bepaald noodig had! Welk een genot zou
+het voor mij zijn, haar eens voor al die opofferingen schadeloos te
+kunnen stellen; en zij, die wel niet droomde van zulke uitzichten,
+zat daar toch uiterlijk zonder smartelijke préoccupatie en zelfs door
+hare vroolijkheid, door hare gulheid het gezelschap opwekkende om
+de vormelijke stijfheid te breken, die sommige dezer lieden meenden
+te moeten aannemen. De verveling, waarmee zij mij gedreigd had,
+kwelde mij niet. Zij had zich neergezet tusschen den dominé en mij;
+de notaris kreeg de eereplaats naast den generaal, en de ontvanger,
+die tegelijk als postbeambte fungeerde, zat aan diens linkerhand;
+daarbij sloten zich een paar stevige heerenboeren aan, ouderlingen en
+leden van den gemeenteraad, de eenigen onder de notabelen die tegen den
+burgemeester en vóór den generaal partij trokken, zoo vaak er punten
+van verschil oprezen in hunne lilliputsche maatschappij! Kapitein
+Rolf zat tusschen hen in, en verzuimde niet hen aan te moedigen den
+wijn eer aan te doen en hen opmerkzaam te maken op de exquise merken
+welke hun werden voorgezet.
+
+Dominé was meer opgewekt als gast aan tafel dan als prediker tegenover
+zijne gemeente. Hij bleek een drukke anecdotenkramer, die Francis nogal
+eens stof leverde voor een uitval. Dames waren er niet: Francis had
+het vrouwelijk personeel in den ban gedaan; of deze haar, dat weet
+ik niet recht uit te maken.
+
+De zoon van de Pauwelsen, dezelfde die palfreniersdiensten deed bij
+het rijpaard van Francis, assisteerde nu Frits bij het dienen. De oude
+knecht droeg ditmaal een livreirok, die mij aan een gemetamorphoseerde
+officiersjas deed denken. Was het dit of iets anders, dat den goeden
+man ditmaal zoo stijf en plechtig maakte dat het mijne aandacht
+trok! Hoe dat zij, grijs geworden onder de discipline, verzuimde hij
+zijne dienst niet, en alles liep flink en geregeld af, zooals in een
+huis waar orde en goed beleid voorzitten. En toch was er veel wat mij
+pijnlijk aandeed en stof gaf tot nadenken. Een huis dat in puin dreigt
+te storten en waar men feest viert! De zoon des huizes, die uitgedreven
+was en toch weergekeerd, zonder dat er een plaatsje voor hem was aan
+den feestdisch van zijn vader; die mogelijk nu alweer in 't gareel
+draafde van zijn halsbrekend beroep,--en die vader, die hem niet miste,
+die hem bovenal niet terugwenschte! Ik kon niet nalaten den generaal
+aan te zien met de bijgedachte aan Rudolf. De fijne egoïst was weder in
+zijn humeur geraakt. Zijn spijt over het echappeeren van Willibald,
+had hij spoedig verzet bij het genot zijner lievelingsgerechten,
+waarmee hij werd gefêteerd, en hij bleek bij uitnemendheid de man
+voor het weelderige, gezellige leven. Het scheen hem niet in 't
+minst te preoccupeeren hoe de luxe van het onthaal was daargesteld;
+hij genoot die _en fin connaisseur_ en sprak er over met zijne gasten
+zonder eenige _gêne_. Wat Francis betreft, zij kent hare plichten als
+gastvrouw en zij behoort tot die gelukkigen, die met buitengewone
+veerkracht bedeeld, even gemakkelijk op een gegeven oogenblik haar
+last en leed weten te verzetten en van zich af te werpen, als die in
+den regel met kloekheid te dragen. Zij was _en veine_ van plaagzucht
+en wij kibbelden prettig, zij stootte aan met Rolf, die, zonder haar
+den titel te geven, een toast had geïmproviseerd op zijn majoor. In 't
+eind, wij amuseerden ons ieder op zijne wijze, en tot mijne voldoening
+tafelde men niet al te lang. Omstreeks zeven uur liet Francis
+ons aan de sigaar. Ik durfde nu niet met haar ontsnappen. Zij liet
+koffie dienen, en daarop noodigde Rolf ons in 't priëel in den tuin;
+hij had kruidenwijn gemaakt, dien moesten wij proeven. Dat voorstel
+werd met toejuiching begroet, en het was zoo kwaad niet gevonden. De
+gasten waren plakkers; de heerenboeren hadden hun wagentjes besteld
+tegen acht ure. De generaal had zoo iets gemompeld van een partijtje
+billard, maar zij excuseerden zich; en dat was gelukkig, want het
+billardlaken was in een deerlijken staat. Francis had vooruit elk
+spel geprohibeerd, en.... de tijd moest toch worden omgebracht. Ik had
+altijd hoop Francis te zien opdagen, maar daar zij niet te voorschijn
+kwam, begreep ik dat zij zich teruggetrokken had om uit te rusten. De
+dominé, die het eerst en te voet heenging, klaagde dat hij tevergeefs
+naar haar gezocht had om afscheid te nemen. Eindelijk kwam Frits in
+alle plechtigheid aandienen dat het rijtuig vóór was, een zoogenaamd
+speelwagentje, met solide leeren huif overdekt, waarin voor allen
+plaats was en dat aan een der notabelen behoorde. Daar de generaal
+een weinigje zat te soezen, al wilde hij er niet voor uitkomen, was
+ik met Rolf mee gegaan om het gezelschap uitgeleide te doen. Daarop
+excuseerde de kapitein zich bij mij en ging volgens gewoonte in de
+billardkamer zijne welverdiende rust nemen. Ik bleef nog wat op het
+binnenplein rondloopen, besluiteloos of ik al dan niet het huis weer
+zou ingaan, toen ik op eens Francis zag aankomen door de oude poort,
+die nooit meer gesloten werd.
+
+Haar te gemoet te gaan en mijne blijdschap te betuigen dat ik het zoo
+trof, haar voor te stellen nu nog te zamen eens rond te wandelen,
+was even schielijk gedaan als gedacht; maar voor eene wandeling
+was het te laat, voerde zij tegen. Zij zelve was maar eens naar de
+boerderij geloopen om het grootje van de Pauwelsen wat lekkernijen
+van het diner te brengen; dát was hare rust geweest. Maar zij wilde
+graag nog wat met mij den tuin in en een poosje praten op de bank van
+den vervallen koepel, waar men zulk een mooi vergezicht had. Alleen
+moest zij eerst even omzien naar grootpapa.
+
+"Die zit nog in 't priëel te dommelen, en mij dunkt hij zit daar goed."
+
+"Ja, maar de avond is luchtig en.... Is Rolf bij hem?"
+
+"Rolf haalt de schade in van de verloren siësta."
+
+Francis fronste de wenkbrauwen. "Grootpapa moest vandaag niet alleen
+zijn." En zij verhaastte haar tred. "Zoudt gij gelooven, dat ik den
+heelen dag zekere onrust heb gehad?"
+
+"Gij! Men zag het u niet aan."
+
+"Dat moest er nog maar bijkomen!"
+
+"En waarom die onrust?"
+
+"Hebt gij dan niet wel eens aan Rudolf gedacht? Dat zou mij
+verwonderen."
+
+"Ik? Heel veel! Juist aan het diner, waar ik zijn vader zoo opgewekt
+zag, kwam hij mij telkens voor de verbeelding."
+
+"Maar ik dacht aan hem eer met onrust dan met medelijden, dat wil ik
+u wel bekennen. Ik vrees nog altijd een _coup de tête_ van hem.... Gij
+zijt zeker dat hij vertrokken is, niet waar?"
+
+"Hij is zijn eigen weg gegaan, terwijl ik nog sliep en heeft zijne
+portefeuille laten liggen. Ik ga morgen naar A. om hem uit te vinden."
+
+"Doe dat maar niet, want nu ben ik er zeker van dat hij weer zal
+keeren. Hij is mijn _cauchemar_...."
+
+"Dat blijkt uit alles. Ik weet het, gij hebt er reden voor; maar toch,
+zoo hard te zijn jegens een ongelukkige!"
+
+"Zoo gij voor hem geleden en gestreden hadt zooals ik, zoudt gij
+denkelijk niet zachter over hem oordeelen. Men kan niet op hem aan,
+ziedaar wat mij het meest in hem tegenstaat."
+
+"Dat is ook een leelijk gebrek, maar toch...."
+
+"Dat mankeert er nog maar aan, dat wij samen kibbelen over dien
+man!" viel zij in met zoo zichtbaar verdriet en ongeduld, dat ik mijn
+pleidooi opgaf, omdat ik haar juist nu niet meer wilde prikkelen. Mijn
+zwijgen echter nam zij als verwijt, en daar had zij ook geen vrede mee.
+
+"Zeg mij liever," sprak zij op geheel anderen, bijna vleienden toon,
+"of mijn diner u bevallen is?"
+
+"Gij zijt eene gastvrouw bij uitnemendheid, Francis! Ik zou u willen
+zien aan het hoofd van een huis dat perfect gemonteerd was en...."
+
+"En waar men het tafelzilver niet eerst behoefde te lossen als men
+gasten wacht," viel zij in, wel wat ruw en bitter; maar de bitterheid
+was bij haar wel te verklaren en te vergeven.
+
+"Arme lieve! dat heeft u zeker een geducht offer gekost?" vroeg ik
+met deernis, want zij had tranen in de oogen.
+
+"Wat vernedert kost altijd," hernam zij. "Maar helaas! ik ben er al
+over heen; en wat het overige betreft, mijn zomertoilet is er eene
+luchtspiegeling door geworden," ging zij luchtiger voort. "Maar dat
+is het minste; ik was het den ouden man schuldig. Ik had hem, gij
+herinnert het u nog wel, Leo! wat al te hard de waarheid gezegd over
+zekere zwakheden, en nu, op zijn verjaardag, wilde ik daarvoor boete
+doen en hem eene verrassing bereiden, die wel doel getroffen heeft;
+grootpapa was er bewogen door, en Rolf, goede ziel als hij is! heeft er
+het zijne toe gedaan; hij is er voor naar de stad gereden en wij hebben
+het samen in stilte gepoetst. Frits mocht het natuurlijk niet merken."
+
+"Men zou wenschen u in de schuld te zien vervallen, om de
+beminnelijkheid waarmee gij die herstelt. Mij Francis! wien gij niets
+schuldig waart, hebt gij zoo allerliefst verrast...."
+
+"Beter gemeend dan uitgevoerd; het eerste het beste dat ik grijpen
+kon. Een souvenir aan den dag waarop gij voor goed mijn vriend zijt
+geworden."
+
+Wij waren door het huis den tuin ingegaan; het was er reeds
+schemerdonker. Ik werd aangegrepen door een moed, die veel op
+overmoed geleek; ik wilde op eens aan alle mijne aarzelingen een eind
+maken. Als ik schrijf: _ik wilde_, is dat niet juist uitgedrukt;
+er was iets onwillekeurigs, iets onoverlegds in mijne handelwijze,
+toen ik zacht mijn arm om haar heen sloeg en alleen zeide:
+
+"Uw vriend geworden voor goed? ik dank u voor dat woord,
+Francis! maar.... het is mij niet genoeg; sta mij toe meer voor u te
+zijn, sta mij toe."
+
+"Meer zou te veel zijn," viel zij in met zichtbare agitatie. "Ik
+bid u, Leo! wil berusten in 't geen wij voor elkaar zijn kunnen,
+en bederf die verhouding, die mij, als u, dierbaar is, niet door
+meer te willen, want dat kan toch niet zijn. Daarom, beloof mij,
+beloof mij ernstig Leo! dat gij daar nooit weer van spreken zult!"
+
+Zeker dat klonk als eene afwijzing en.... het scheen ernst. Maar de
+toon waarop zij die woorden uitsprak, getuigde van eene ontroering,
+die zij niet kon of niet wilde verbergen; dit was toch heel wat
+anders dan hare koele, besliste verklaring op de hei, waarmee zij
+den vreemdeling had willen afschrikken.
+
+Ik vatte er moed uit om te vragen: "en waarom dan toch niet,
+Francis?" maar ik kreeg geen antwoord, zij trok driftig haar arm uit
+den mijnen, en liep ijlings vooruit naar het priëel. Hetgeen zij daar
+zag deed haar een kreet slaken, en zelf stond ik roerloos van schrik
+toe te zien, zoodra ik naderbij was gekomen.
+
+Wij zagen Rudolf! Rudolf, geknield aan de voeten van zijn vader en
+diens handen kussende zonder dat deze het scheen af te weren.
+
+Wij meenden getuigen te zijn van eene verzoening, wij hadden ons
+deerlijk vergist. Rudolf zelf sprong op met een uitroep van schrik en
+vertwijfeling, en sloeg zich voor het hoofd als een wanhopige. Francis,
+die in één vaart tot het priëel was doorgegaan, riep hem toe:
+"Ik heb u gewaarschuwd! gij hebt uw vader den dood berokkend."
+
+"Neen, Francis! neen! hij is bewusteloos, hij is koud als een lijk;
+maar ik vond hem zóó; ik bezweer u bij alles wat mij lief is, dat ik
+hem zoo gevonden heb."
+
+Werkelijk zat daar de generaal, stokstijf en onbewegelijk als een
+doode; zijn hoofd was op gedwongen wijze naar ééne zijde gekeerd, en
+zou mogelijk dieper zijn neergevallen, zoo het latwerk van het priëel,
+nog maar weinig door de dunne bladeren bedekt, het niet tegengehouden
+had; zijn gelaat zag blauw bleek, als ware hij geworgd; zijne oogen
+stonden strak en wijd open, maar het was blijkbaar dat zij niet zagen;
+zijne gelaatstrekken waren akelig verwrongen; de armen hingen als
+verlamd langs het lichaam; de hand die Rudolf losliet viel roerloos
+neer en was ijskoud, toen ik die vatte om te onderzoeken of de pols was
+te vinden. Francis maakte zijn das en boord los, ontblootte den hals
+en wreef de slapen met eau de cologne, het eerste wat zij terstond
+bij de hand had. Het bleek dat er nog leven was! de inwrijving
+met het scherpe geurige water scheen de reukzenuwen aan te doen,
+er was geene volstrekte gevoelloosheid. Maar, er moest hulp zijn,
+oogenblikkelijke hulp. "Is er geen geneesheer in de buurt?" vroeg ik.
+
+"Niet ver het dorp in woont de chirurgijn die hier pas gekomen
+is!" antwoordde Francis.
+
+"Dan vlieg ik er heen!" riep Rudolf met levendigheid.
+
+"'t Is veel beter dat Frits gaat," besliste Francis.
+
+Zij had gelijk, en ik liep het huis binnen om den ouden getrouwen
+Frits op te zoeken, en aan hem het geval mede te deelen! Ik begreep
+nu wat hem den ganschen dag zoo strak en somber had gemaakt.
+
+"De generaal een attaque!" riep hij met tranen in de oogen, "dan is hij
+geschrikt of heeft zich boos gemaakt, en--dat, dat is mijne schuld!"
+
+"Maar Frits!"
+
+"Neen jonker, het is zooals ik zeg; ik had het niet moeten toelaten,
+maar kon ik.... ik, mijnheer Rudolf wegjagen, verklagen?"
+
+"Neen, goede trouwe man, dat mocht gij niet; maar nu--weet te zwijgen
+en haast u."
+
+"Dàt zult gij zien!" en hij ijlde weg met een spoed of er jeugdige
+kracht was gevaren in zijn oude beenen.
+
+Toen ik terugkeerde lag de generaal nog altijd zonder kennelijk
+bewustzijn in dezelfde houding; er had zeker eene heftige
+woordenwisseling plaats gevonden tusschen Francis en Rudolf, waarbij
+deze de nederlaag had geleden, want ik vond hem achter het priëel
+verscholen tegen een boom geleund, en zich het gelaat bedekkend in
+stomme, radelooze smart.
+
+"Tranen en handenwringen baten nu niet," duwde Francis hem toe,
+"help mij liever om hem te vervoeren!"
+
+"Mag ik?" riep hij als opgewekt uit zijne vertwijfeling.
+
+"Het kwaad is immers nu toch geschied! Breng hem over, eer hij bijkomt;
+Leo zal u wel helpen."
+
+"Dat is niet noodig; hij is _mijn_ vader en het is mijn recht,"
+riep hij bijna woest, trad toe en vatte den grijsaard op met de
+omzichtigheid, maar tegelijk met de zekerheid van iemand voor wien
+het een lichte last moest zijn. Hij nam hem op de beide armen, en hij
+liep er zoo vlug en vast mee voort, dat wij moeite hadden hem bij te
+houden. Bleek als de patiënt zelve volgde Francis en wees de groote
+zijkamer aan als de voorloopige rustplaats.
+
+"Ware het niet beter in eens door, naar zijne slaapkamer, op zijn
+bed?" vroeg Rudolf, en hij besteeg alreeds den eersten trap.
+
+"Maar dat zal u onmogelijk zijn!" voerden wij beiden tegen.
+
+Rudolf antwoordde alleen met voort te gaan en bereikte de eerste
+verdieping, waar van ouds de generaal zijn logis had. Francis haastte
+zich de deur van de slaapkamer open te doen, en binnen eenige minuten
+lag de bewustelooze op zijn bed, nog altijd met de starende oogen,
+die niet schenen te zien.
+
+"God lof, we zijn er!" sprak Rudolf met zijn heesche stem, nu op een
+stoel neerzinkende. "Ik heb wel sterker _tours de force_ gedaan,
+maar geen waarbij mij het hart zoo heeft geklopt." Francis dankte
+hem voor zijne hulp.
+
+"Mag ik hier blijven tot hij weer bijkomt?" vroeg hij
+ootmoedig. "Verscholen aan deze zijde van het ledikant, kan hij mij
+onmogelijk zien."
+
+"Gij kunt nu niet heengaan, dat gevoel ik; maar wij moeten Rolf laten
+roepen, en als die komt en u ziet...."
+
+"Als hij opschudding maakt, draai ik hem den hals om; doodeenvoudig."
+
+Ik vond het eenvoudiger Rolf vooruit te gaan waarschuwen en tot
+stilzwijgen en toegeefelijkheid te stemmen; ik had medelijden met den
+armen man, dat ik hem met zulke tijding uit zijne feestelijke stemming
+moest opschrikken. Ik vond hem nog zoo dommelig en zoo beneveld, dat
+ik moeite had hem aan 't verstand te brengen wat er gaande was. Toen
+hij mij eindelijk begreep, meende ik dat hij zelf eene beroerte zou
+krijgen van smart en ergernis, en zonderling, de laatste was nog
+heftiger dan de eerste.
+
+"Wat doet _die_ hier? Hij brengt altijd ongeluk aan. Maar dat kan hem
+niet schelen; hij ontziet zich toch niet zijn dwaze invallen uit te
+voeren, al zou hij er ook Francis ongelukkig door maken en zijn vader
+vermoorden." Ik bracht hem onder 't oog dat een man op den leeftijd
+van den generaal, na een copieus diner zooals het zijne was geweest,
+nog gevolgd door het druk gebruik van kruidenwijn in de open lucht,
+heel licht een aanval van beroerte had kunnen krijgen, zonder verdere
+bijkomende omstandigheden; maar evenals Francis hield hij vol dat er
+zonder Rudolf niets gebeurd zou zijn; daarenboven beweerde hij dat
+hij zijn krijgsmansplicht verzuimde, zoo hij geen kennis gaf aan de
+bevoegde autoriteiten en "den deserteur" liet arresteeren!
+
+Het kostte mij werkelijk eenige moeite hem van dit _idée fixe_ af te
+brengen en te doen verstaan dat er een hoogere plicht was, die der
+menschelijkheid, en dat deze hem gebood, den zoon niet te weren van
+zijns vaders ziekbed, dat mogelijk een sterfbed kon zijn; dat freule
+Mordaunt zelve haar oom gastvrijheid had verleend, en dat het aan ons
+was om het smartelijk familie-geheim te eerbiedigen en te zorgen dat
+master Smithson weer in veiligheid kon aftrekken. Deze voorstelling
+bleek doel te treffen, en Rolf was toch innerlijk te goedhartig om
+te doen wat hij overluid riep dat zijn militaire plicht was, tenzij
+de generaal zelf het uitdrukkelijk begeerde.
+
+Toen ik nu, vergezeld van Rolf, weer de ziekenkamer binnenging,
+vonden wij er reeds den dorpsgeneesheer, die van een patiënt in de
+nabuurschap terugkeerde en dien Frits gelukkig had ontmoet.
+
+Hij achtte den toestand zorgelijk en een lating hoog noodig, had zijn
+lancet bij zich en wenschte de operatie onverwijld te volbrengen. De
+patiënt moest ontkleed worden; Frits en Rolf strekten hem gewoonlijk
+tot kamerdienaar. Ik leidde Francis ter zijde in een kabinetje waar ook
+Rudolf zich verscholen hield in ademlooze spanning over de uitspraak
+van den chirurgijn. Francis liet ons samen, om haar zijden japon te
+verwisselen met een négligé. Door de deur, die wij op een kier hadden
+gelaten, konden Rudolf en ik alles waarnemen wat er met den patiënt
+voorviel. Toen hij bijkwam, vroeg hij met eene zonderling veranderde
+stem, met eene stamelende tong, naar Francis; toen zij kwam, nog voor
+men haar had kunnen roepen, deed hij haar op verwarden en verwilderden
+toon vragen, die de geneesheer voor koortsachtig ijlen aanzag, maar
+waaruit het voor ons overigen duidelijk bleek, dat hij Rudolf gezien
+en herkend had en ook nu bij zijne kennis was, daar hij ondanks alles
+zorgde geen naam te noemen.
+
+"Men moet den patiënt de meest mogelijke rust verzekeren, anders
+krijgen wij hersenkoorts," besliste de jonge geneeskundige eer hij
+heenging, door Frits vergezeld, die ter wille van den spoed op de
+medicijnen zou blijven wachten.
+
+"Zou het u rust geven den persoon te zien dien ge straks hebt
+aangeduid?" vroeg ik den generaal, toen wij alleen onder huisgenooten
+waren.
+
+"Neen, neen! ik weet dat hij er is, hij moet gaan, hij moet mij niet
+onder de oogen komen, of ik vervloek hem!"
+
+Het werd stamelende en met moeite uitgebracht; maar toch bitter en
+dreigend, kennelijk met volkomen bewustheid. Wij hoorden een luiden
+snik; Rudolf had verstaan!
+
+Het werd noodig hem te verwijderen.
+
+Rolf zou dien nacht met Francis blijven waken; ik voerde Rudolf weg;
+de forsche man wankelde op zijne voeten, ik moest hem steunen.
+
+Toen wij mijne kamer bereikt hadden, viel hij als een verslagene op
+de sofa neer! "'t Is gedaan, ik had niets beters te hopen noch te
+wachten, niets beters verdiend ook!" en hij schreide als een kind.
+
+"Francis had toch gelijk, gij hadt niet moeten weerkeeren tegen
+uwe belofte."
+
+"Ik ben niet weg geweest! Frits heeft mij betrapt toen ik den tuinmuur
+wilde overklimmen, en ik moest mij bekend maken om alarm te voorkomen,
+want hij hield mij in 't eerst voor een dief. Daarop bood hij zich
+aan, mij in een der ongebruikte benedenkamers te verbergen, die
+op den tuin uitzag. Ik zou er mijn vader mogelijk kunnen gadeslaan
+zonder dat deze het bemerkte, en zoo is het ook geschied. Toen zijne
+gasten heengingen en gij zelf hem alleen liet, nam ik de gelegenheid
+waar om uit mijn schuilhoek weg te sluipen en hem te naderen, daar ik
+meende dat hij ingeslapen was. Het blijkt dat hij mij heeft herkend,
+en dat alleen de machteloosheid van zijn toestand hem belet heeft
+mij te verdrijven. Nù heb ik er genoeg van, nu ga ik voor goed. God
+zegene hem, dat hij nog moge herstellen! God sterke Francis."
+
+Maar ik liet hem zoo niet gaan. Ik hield hem dien nacht bij mij,
+bij de mogelijkheid dat er verandering kwam in den toestand, in de
+gezindheid van den patiënt; ook wij brachten dien nacht te zamen
+wakende door. Van tijd tot tijd ging ik informeeren naar den lijder;
+tegen den morgenstond, toen wij de zekerheid hadden dat er een diepe,
+rustige slaap was gevolgd, kon Rudolf meer gerustgesteld aftrekken;
+ik deed hem een eind wegs uitgeleide en beloofde hem op de hoogte te
+houden van 't geen op de Werve voorviel; hij gaf mij 't adres van
+Mr. Richard Smithson en hij scheidde van mij met hartstochtelijke
+uitdrukkingen van dankbaarheid voor het weinigje belangstelling dat
+ik hem had kunnen betoonen.
+
+Ik had van Rudolf von Zwenken wel niet mijn vriend willen maken,
+maar ik beklaagde hem diep en ik had de overtuiging gekregen,
+dat hij bij een forsch lichaam een zwak karakter had, maar gansch
+geen kwaad hart, en op dat punt de betere was van den vader, die
+hem uitstiet. Francis had gelijk: die zwakheid en dat gebrek aan
+wilskracht, waardoor men niet op hem rekenen kon, waren tegelijk de
+hoofdoorzaken van zijn diepen val. Hetgeen den generaal overkomen was,
+kon eene waarschuwing genoemd worden, waarvan hij welhaast weer goed
+bekwam, doch er bleef zwakte en verlamming van armen en beenen na en
+de convalescentie vorderde langzaam. Ik moest in die dagen van kommer
+en onrust Francis ter zijde blijven en mocht haar menigen last helpen
+verlichten. Ik mocht wel eens een nacht wakens voor haar overnemen,
+of den lijder gezelschap houden als zij afgetobt rustte of zich wat
+verfrischte in de vrije lucht. Een van beiden moesten wij altijd
+in de ziekenkamer zijn, want Rolf was meer een goedhartig vriend
+dan een verstandig ziekenoppasser. Op straffe van instorten was den
+herstellende onthouding opgelegd van datgene waar hij als een groot
+kind naar hunkerde, en de kapitein was onverstandig genoeg om hem
+in te willigen wat niet diende. Er moest iemand wezen om beiden in
+'t oog te houden, en Francis was mij innig dankbaar dat ik bleef, al
+begreep zij nauwelijks hoe ik deze afzondering voor lief nam, hoe ik
+het met mijne bezigheden schikte om weken aaneen uit mijne woonplaats
+afwezend te zijn. Zij kon wel niet weten dat ik geen gewichtiger
+bezigheid had dan haar gade te slaan en haar hart te winnen. Ik wendde
+voor dat mijn schrijfwerk overal evengoed was te verrichten. Daar zij
+mij soms pakketten zag verzenden, hield zij zich met die uitlegging
+tevreden, en bewonderde zeker in stilte meer dan ik het verdiende mijne
+zelfverloochening. Zelve was zij subliem van vrouwelijk devouement; zij
+had ondanks alles haar grootvader lief, zij vergat alle groote offers,
+die zij hem had gebracht, en had gemoedsbezwaren over de lichtere
+grieven die zij hem had aangedaan. Toen hij in levensgevaar verkeerde,
+trof ik haar soms geknield voor zijn ziekbed, hem vergiffenis
+smeekende voor hare hardheid en onwillekeurige vergrijpen, en toch,
+toen hij herstelde zag zij zelve in, dat zwakheid en toegevendheid
+hem niet dienden. Gedurende zijne ziekte raakte ik beter op de hoogte
+van zijne zaken en zijn bedrijf, dan het door jaren samenlevens had
+kunnen geschieden. In een helder oogenblik had hij mij opgedragen
+brieven en berichten die er voor hem komen mochten in te zien. Ik
+kreeg de zekerheid van gevaarlijke speculaties, de zekerheid dat hij
+nòg schulden maakte achter Francis om. Toen hij begon te herstellen,
+achtte ik het mijn plicht hem in eene rustige ure daarover ernstig te
+onderhouden en te doen inzien welke jammer hij over Francis bracht als
+hij dus voort ging. Hetzij dat het de overblijvende zwakte was die hem
+week en gevoelig maakte, hetzij hij werkelijk in de lange slapelooze
+nachten, waarin hij roerloos, maar toch met volle bewustzijn, neerlag,
+bij zich zelven reeds zulke overwegingen had gemaakt, hij beleed
+schuld; al schoof hij zijne verkeerde handelwijze op den wensch om
+Francis langs dien weg eenige fortuin na te laten; maar hij beloofde
+mij dat alles voor goed af te snijden en wist geen ander redmiddel
+dan het verkoopen van de Werve op de meest gunstige voorwaarden. Het
+begon dan ook hoog tijd te worden voor dit einde. Overberg, door
+mij telkens tot geduld aangemaand, had nog uitstel gegeven tot de
+generaal weer op de been was; maar van Beek in zijne kwaliteit van
+executeur drong op definitieve beslissing aan; en ik was nog altijd
+niet zeker van Francis, ik had nog altijd het beslissende voorstel
+niet durven wagen! Zwakheid, zult gij zeggen. Neen! toch niet,
+kieschheid, verschooning, opzien daarenboven tegen een einde dat
+haar en mij scheiden kon, terwijl ik wist haar nog zoo noodig te
+zijn. Er stak niets vreemds in, dat ik mijne nicht bijstond in de
+ziekte van mijn oudoom; maar zoo haast die nicht mijne verloofde zou
+zijn, gebood de convenance dat ik mij verwijderde; en juist omdat
+het Francis Mordaunt gold, wilde ik niet tegen dien vorm zondigen,
+al haalde ik als zij over kleingeestigheid de schouders op; daarbij,
+hoezeer ik nauwelijks twijfelde of zij mij liefhad, hoezeer ik mijn
+invloed op haar als met den dag zag toenemen, hoezeer ik hare achting,
+haar volle vertrouwen genoot, er kon iets in den weg zijn dat haar
+deed opzien tegen een huwelijk, met wien ook; en zoo haar: "Spreek er
+niet meer van," ernstig gemeend was omdat zij zelve eene beslissende
+weigering wilde voorkomen, dan moest ik mijn tijdstip om dit verbod
+te overtreden, en op een "ja" of een "neen" aan te dringen, wèl goed
+kiezen; want zoo het _neen_ ware, de gedachte alleen, dat het "neen"
+zou kunnen zijn, bracht mij eene rilling over de leden. Als het neen
+ware, moest ik troosteloos heengaan en haar reddeloos opgeven! daarom
+bleef ik aarzelen en zwijgen, al spraken ook mijne blikken, al wilde,
+al kon ik mijne genegenheid voor haar niet verbergen, al kostte het
+mij strijd mij niet door hartstocht te laten overweldigen! Daarbij,
+wij waren in zekeren zin gelukkig, zooals het nù was, en er was iets
+verlokkends in, zich zoo op den stroom te laten afdrijven, en zonder
+omzien of vooruitzien het tegenwoordige te genieten. De generaal zag
+vooruit op zijne wijze, ik kreeg er de zekerheid van; hij gaf mij
+telkens met zekeren aandrang te verstaan, dat ik mij met mijn oom den
+minister behoorde te verzoenen en dat ik daartoe naar den Haag diende
+terug te keeren zoo haast ik Francis had voorbereid op den verkoop
+van de Werve aan den bezitter van de Runenberg. Ik verzekerde hem dat
+ik wel kans zag Francis te doen berusten in het _fait accompli_; maar
+dat ik het niet goed achtte de kwestie vooraf met haar te overwegen,
+dat ik dien dag naar Z. moest voor mijne eigene zaken, en als hij
+'t goed vond zijne schriftelijke toestemming aan Overberg zou ter
+hand stellen, opdat deze verder die zaak kon regelen, en dat ik
+daarna voor korten tijd naar den Haag zou terugkeeren in mijn eigen
+belang. Nader verkoos ik mij voor dat oogenblik niet te verklaren. Ik
+had zijne vergunning niet te vragen om mij aan Francis te declareeren,
+en was vooruit overtuigd van zijne toestemming als haar antwoord aan
+mijn wensch voldeed. Hij scheen mijne bedoeling te vatten en stak mij
+de hand toe met ongewone hartelijkheid; ik zag tranen in zijne oogen.
+
+Een voorwendsel voor mijn toertje naar Z. behoefde er niet gezocht te
+worden tegenover Francis. Zelve begreep zij, dat ik, nu de generaal
+weer op de been was en aan haar arm reeds een paar malen door den
+tuin had gewandeld, mijne onmisbaarheid niet langer kon aanvoeren
+als motief om op de Werve te blijven, en tegelijk dat ik vóór mijn
+vertrek nog wel een en ander in de naburige stad had te doen. Eerst
+in den laten avond kon ik naar de Werve terugkeeren. Overberg was
+zeer in zijn schik mij te zien en met mij te kunnen aboucheeren. De
+wettische van Beek stond gereed om het opgeheven wraakzwaard te laten
+neervallen en was nauwelijks meer daarvan terug te houden. Er lagen
+bij Overberg stapels van gezegeld papier ten laste van den generaal:
+de verschenen renten van de verschillende hypotheken, die sinds zes
+maanden onbetaald waren gebleven. Het was een desolate toestand,
+waarvan ik u het tafereel kan besparen. Overberg zou nu aan van
+Beek schrijven, dat de afstand van de Werve zou doorgaan, hoogst
+waarschijnlijk tegelijk met het huwelijk, en ik, in de verwachting
+dat de praktizijns ons nu wel een paar dagen met vrede zouden laten,
+keerde terug naar het kasteel, dat ik nu met heel andere oogen aanzag
+dan bij mijne eerste komst.
+
+Ik bracht eenige kleinigheden thuis, waarmee ik den generaal en Rolf
+wist pleizier te doen, en had eene eenvoudige _parure_ voor Francis
+gekocht, daar de diamanten die ik haar als bruidstooi wilde aanbieden
+nog niet _de raison_ waren.
+
+Ik meende mijn cadeautje te gebruiken als een aanloopje om dat
+belangrijke onderhoud met haar te hebben, dat mij al zoo lang op
+het hart lag. Maar ik vond haar dien avond zóó gedrukt en zij zag er
+zóó bleek uit, dat ik, om een glimlach en een blos op dit strak en
+droevig gelaat terug te brengen, het _écrin_ nu maar _sans façons_
+voor haar neerzette als eene welkomst uit de stad, in 't bijzijn van
+den generaal en Rolf; zoo was het eene aardigheid _sans conséquence_,
+die zij in geen geval behoefde af te wijzen. De blos kwam werkelijk
+even, maar de bedruktheid nam dermate toe, dat ik tranen zag blinken
+toen zij mij de hand drukte. Daarop verliet zij ijlings het vertrek,
+en wij zagen haar niet weder terugkeeren; de generaal ging nog vroeg
+ter ruste, en om niet met Rolf alleen te blijven zitten, volgde ik
+hem onverwijld; maar ik voelde mij zoo beklemd, of de neerslachtigheid
+van Francis op mij afgaf. Waarom had zij mijn geschenk niet vroolijk
+en schertsend opgenomen, zooals zij meest alles opvatte? Zij, die
+zich zoo kloek en kalm wist te houden onder de meest schokkende
+omstandigheden! Ik kon niet inslapen van al de waaroms, die bij mij
+opkwamen, waarop ik geen antwoord wist te geven, en die mijn moed
+verlamden, mijne hoop deden versagen. Eerst laat in den nacht sliep ik
+in en had zware bange droomen, waarin Francis onder allerlei gestalten
+tergend rondom mij zweefde, zonder dat ik haar toespreken of bereiken
+kon. Vast besloten niet weer zoo'n nacht door te brengen, trad ik de
+ontbijtkamer binnen. Allen waren reeds bijeen. Ik vond Francis iets
+meer opgewekt; zij vertelde aan den generaal, dat zij een brief had
+gekregen uit U, van Dr. D., met het bericht, dat de patiënt waarvoor
+zij zich interesseerde in beterschap toenam en dat er hoop was op
+herstel. Al sprekende vouwde zij de beide handen op de borst en hief
+de oogen ten hemel, als met eene onwillekeurige beweging van dankbare
+blijdschap; maar haar grootvader was vrij wat minder getroffen.
+
+"Het lijkt wel naar u daarover zoo verrukt te zijn," sprak hij, de
+schouders ophalend, en om schielijk van 't apropos af te stappen,
+vroeg hij aan Rolf, of hij niet uit visschen dacht te gaan en of er
+kans was op een zoodje waterbaars.
+
+Francis was al opgestaan zonder naar het antwoord te luisteren. Ik
+had haar te veel te zeggen om nu onverschillige woorden met haar te
+wisselen en liet haar aan 't geen zij de "menage" noemde, vast besloten
+haar daarna uit te noodigen om samen eene fiksche wandeling te doen,
+en daarbij dat onderhoud met haar te voeren, dat beslissend moest
+zijn. Zij hield van de frissche lucht, en wij waren nergens vrijer
+en meer zeker ongestoord te blijven dan in het bosch op de gronden
+rondom het kasteel.
+
+Ik verbeeldde mij, dat ik een weinigje toilet moest maken; maar toen
+ik beneden kwam vernam ik van Frits, dat de freule zich kleedde en
+uit zou rijden.
+
+Werkelijk zag ik den jongen Pauwels met haar gracieus rijpaard
+voorkomen, en eenige oogenblikken later verscheen zij zelve in
+amazone, zooals ik haar het eerst had gezien; maar nu droeg zij
+toch een bevallig rond hoedje met eene donkerblauwe voile, dat haar
+allerliefst stond.
+
+"Offer mij voor ditmaal uw wandelrit op!" vroeg ik haar met die zekere
+forschheid, waaronder ik mijne zenuwachtige gejaagdheid trachtte te
+verbergen, zonder daarin goed te slagen.
+
+Zij zag mij aan met wat schuchtere verbazing, verbleekte en zweeg,
+terwijl zij met haar karwatsje speelde.
+
+"Gij kunt immers een uurtje later uitrijden," voegde ik er bij,
+een weinigje meer dringend.
+
+"Neen, want ik heb een verren toer te doen, zoodat ik mij zelfs
+haasten moet, wil ik dien voor den eten afleggen."
+
+"Dan moet gij dien verren toer uitstellen tot morgen Francis!" sprak
+ik ernstig, "'t Is voor het eerst dat wij weer eens rustig samen kunnen
+uitgaan na de ziekte van uw grootvader; weiger mij dit nu niet." En de
+blik waarmee ik haar aanzag moet mijns ondanks iets uitgedrukt hebben
+van de hoop en vrees die mij bezielden, want ik zag haar weifelen,
+toen zij antwoordde met wat gedwongen spijtigheid:
+
+"Gij hebt er altijd pleizier in mijne plannen te derangeeren."
+
+"Niet uit willekeur, Francis, geloof mij; maar ik heb er eene goede
+reden voor: ik zal het u morgen misschien niet meer kunnen vergen."
+
+"Zoo; dat klinkt dreigend," hernam ze met een poging om te glimlachen,
+die haar niet al te goed gelukte. "Welnu, het zij zoo!" En zij wierp
+haar karwats weg met dien zekeren onwil van een officier die zijn
+degen aflegt om zich gevangen te geven; "maar dan moet gij wachten
+tot ik eene andere japon heb aangetrokken, want in amazone wandelen
+met u dat gaat niet."
+
+Daarop gaf zij order om Tancred op stal te brengen en liep het huis in.
+
+Zoo zij bezield werd door de gewone vrouwelijke kwelzucht, liep ik
+groot gevaar lang te wachten! Eene coquette had zeker niet gemankeerd
+den onvoorzichtige, die haar in een voornemen dwarsboomde, daarvoor
+duchtig te laten boeten; maar het bleek wel, dat zij boven die
+kleingeestige damesmanieren verheven was, want zij kwam heel spoedig
+terug en had alleen den lastigen sleependen amazonerok verwisseld
+voor een kort, licht kleedje, dat minder hinderlijk was bij de
+wandeling. Het hoedje en het jackertje had zij behouden, en zij trad
+vlug en besloten naar mij toe, terwijl zij vroeg:
+
+"En waar gaan wij nu heen?"
+
+"Maar.... mij dunkt het bosch in."
+
+"Gij hebt gelijk, het is er nu heerlijk; wij kunnen wandelen tot het
+_rond-point_ en daar rusten."
+
+Zoo gingen wij een eind weg de groote laan door die naar het bosch
+voerde; zwijgend, juist omdat wij elkaar zooveel te zeggen hadden.
+
+Ik was besloten te spreken, maar nog niet met mij zelven eens hoe ik
+zou aanvangen, toen zij begon:
+
+"Ik kan u mijn wandelrit wel opofferen, Leo! maar niet de plichten
+die er mee in verband staan."
+
+"Geloof van mij, Francis! dat ik u nooit in den weg zal zijn als
+het de vervulling van plichten geldt; integendeel, gij kunt op mij
+rekenen om u daarbij te steunen en te sterken."
+
+"Ik heb daartoe geene hulp noodig. Ik heb alleen maar noodig mijn
+eigen weg te gaan."
+
+"Dat klinkt forsch, Francis! daar ik u ditmaal van uw weg heb
+afgevoerd. Maar het moest zijn, want ik heb noodig u ongestoord te
+spreken. Ik kan niet langer hier blijven; allerlei belangen roepen
+mij naar den Haag terug."
+
+"Ik heb dit zien komen, Leo!"
+
+"Spijt het u?"
+
+"Ik moest neen zeggen, om die dwaze vraag even dwaas te beantwoorden."
+
+"Maar ik zal weerkeeren, als gij het goed vindt."
+
+"Neen, Leo! dat vind ik _niet_ goed, en 't ware zelfs beter geweest
+dat gij heengegaan waart toen ik u dat het eerst heb geraden."
+
+"Dat zie ik niet in. Ben ik u tot overlast geweest?"
+
+"Gij weet wel van neen; gij weet wel dat ik u veel heb te danken; maar
+'t is juist dáárom. Gij hebt mij in bange dagen ter zijde gestaan; gij
+hebt allerlei leed en bezwaren met mij gedeeld; wij hebben daarenboven
+zoo prettig samen gekibbeld, in één woord, gij hebt mij verwend. De
+eenzaamheid zal mij nu zwaarder drukken dan voorheen."
+
+"Niet lang toch, want ik ga slechts heen om spoedig terug te komen?"
+
+Zij antwoordde niet, maar bleef langzaam zwijgend naast mij voortgaan.
+
+"Wat wilt gij dat ik uit den Haag voor u mee zal brengen?" vroeg ik,
+om het onderwerp niet te laten varen.
+
+"Gij hebt mij reeds een souvenir geschonken, Leo! en ik ben er
+dankbaar voor. Gij ziet dat ik het al gebruik; dat is genoeg, ik heb
+niet anders noodig."
+
+"Ook geen élégant zomertoilet, Francis? Gij hebt mij bekend dat het
+uwe in den steek gebleven is."
+
+"Ik heb nu geen toilet meer te maken, Leo! dat begrijpt gij wel."
+
+"Nu goed! Als gij mij zoo weinig voorthelpen wilt, dan zal ik zelf
+weten wat mij te doen staat."
+
+"Wat hebt gij voor? Gij maakt mij waarlijk nieuwsgierig," sprak zij met
+zekere gejaagdheid in de stem, die zij niet machtig was te beheerschen.
+
+"Ik zal een _trousseau_ voor u bestellen."
+
+"Een _trousseau!_ waarvoor een _trousseau?_" riep zij luid
+lachend. "Het schijnt dat mijn verstandige neef Leopold ook al zijn
+ure heeft om _folies_ te zeggen, zoo al niet te doen."
+
+"Of wilt gij liever eene _corbeille de mariage?_"
+
+"Zijt gij wezenlijk bij uw zinnen, Leo? eene _corbeille de mariage!_
+In 's hemels naam, voor wie?"
+
+"Mij dunkt voor niemand anders dan voor mijne allerliefste weerbarstige
+nicht, Francis Mordaunt!"
+
+"Dat's geene fijne aardigheid, jonker! gij weet wel dat uwe nicht
+Francis niet trouwen zal."
+
+"Luister, Francis! Toen gij mij eens bij onze eerste wandeling over
+de heide diergelijk besluit hebt medegedeeld, had ik geen reden om u
+daarvan af te brengen. Ik gevoelde niets voor u dan de belangstelling,
+die mij drong uwe kennis te maken, en ik wist niet genoeg van u, om u
+met ernst zulk een voornemen te ontraden. Maar nu weet gij zelve wel,
+dat alles anders is geworden tusschen ons. Ik heb groote vrijmoedigheid
+gebruikt jegens u, met u te wijzen op zulke gebreken, die ik achtte
+dat uw edel karakter konden schaden. Gij hebt die opmerkzaamheid
+genomen voor 't geen zij was: bewijs van innige belangstelling,
+en gij hebt die beloond met uw volle vertrouwen. Maar gij begrijpt
+toch zelve wel, dat ik mij niet veroorloofd zou hebben, zoo lang en
+op zulke wijze met u om te gaan, als er niet een vast voornemen bij
+mij bestond om u tot mijne vrouw te vragen!"
+
+"Dat klinkt werkelijk als eene declaratie _à bout portant_, en daar
+ik zoo'n brusken uitval van u wel niet had kunnen wachten, neem ik
+die voor 't geen zij schijnt: eene _raillerie_. Ik weet het, gij
+houdt daarvan, om mij een weinigje te prikkelen en u te amuseeren
+met mijne _reparties_, en dat is gelukkig voor u, want anders zoudt
+gij in gevaar zijn om zoo maar plomp weg een blauwtje te loopen."
+
+Ik begreep dat zij tot de tanden toe geharnast in den strijd was
+gegaan; zij was koel, scherp en hoog in haar antwoord; maar in de stem,
+die onverschillig en schertsend wilde zijn, trilde eene ontroering,
+die zij door het afwenden van het gelaat trachtte te ontveinzen.
+
+"Om de waarheid te zeggen, Francis! ik sla volstrekt geen geloof aan
+uw blauwtje. Gij wilt mij misverstaan, omdat gij in eene kwelzieke
+luim zijt en besloten om u te weren tot het uiterste tegen de inspraak
+van uw hart; maar gij hebt u niet zoo kunnen vergissen in het mijne,
+of _weet_ dat ik nu spreek in vollen ernst."
+
+"Nu dan, Leo!" viel zij in met een diepen zucht. "Als gij er ernst van
+maken wilt, moet ik u herinneren aan mijne vroegere waarschuwing om mij
+van zulke wenschen niet weer te spreken; het kan, het mag niet zijn!"
+
+"Waarom toch niet? Heb ik mij zoo vergist, toen ik dacht dat ik u
+niet geheel onverschillig was? Ik hoopte wat beters van u, ik meende
+toch dat gij wel iets voor mij gevoeldet."
+
+Zij knikte met afgewend gelaat en zweeg, maar op eens hoorde ik iets
+als een gesmoorden snik.
+
+"Zijt gij dan mogelijk niet meer vrij?" vroeg ik zacht en zelf diep
+bewogen, hare hand nemende en mij voor haar plaatsend om haar in de
+oogen te kunnen zien.
+
+"Vrij? O, voorzeker ben ik vrij!" riep zij met bitterheid. "Ik heb
+er wel het mijne toe gedaan om vrij te blijven!"--en zich snel van
+mij afkeerende:--"maar, ik heb het u immers altijd gezegd. Ik moet
+mijne onafhankelijkheid bewaren; ik _moet_ het."
+
+"O, ik versta u, Francis!" sprak ik, mijns ondanks nu ook met wat
+bitterheid. "Gij hebt zekere illusie nog niet opgegeven, gij wacht
+op uw lord William; gij hebt het u zelve beloofd en...."
+
+"Lord William? Lord William, die mij nooit heeft liefgehad!" riep zij
+hartstochtelijk, "Lord William, die mij met zijn laatdunkend mededoogen
+heeft gekrenkt, die mij het hart heeft gebroken, die mij tot woestheid,
+tot dwaasheid heeft vervoerd door zijne _voorzienige wijsheid_; lord
+William, die nu een brave zestiger zal zijn! Leo, Leo! gij die mij
+lief hebt, ik weet het, doe gij toch u zelven die nuttelooze kwelling
+niet aan om jaloersch te zijn van lord William. Zou ik u alles zoo
+vrij uit hebben opgebiecht als ik daar niet lang overheen was?"
+
+"Dan is die tegenzin in het huwelijk, die zucht om vrij te blijven
+maar een onvrouwelijke gril, een laatste verzet van Majoor Frans,
+die zich niet gevangen wil geven, en dan stel ik al mijne wilskracht,
+al mijne volharding tegenover die weerbarstigheid."
+
+"Plaag mij niet met uwe volharding, Leo! want gij zoudt mij slechts
+pijnigen, zonder mij te verzetten. Al zoudt gij mijn hart breken,
+en dat kunt gij, ik beken het, mijn weerstand zult gij toch niet
+overwinnen."
+
+"Dan wil ik die onzichtbare macht kennen, die u tegen mij sterkt!" riep
+ik, woest van toorn en smart.
+
+"Och Leo! gij weet immers wel van welke smartelijke plichten ik de
+slavin ben. Waartoe u nog verder in te wijden in die diepten van
+jammer en ellende, waarin ik bijna verzink, waarmee ik levenslang
+zal te worstelen hebben."
+
+"Ik wil ze kennen, Francis! om ze met u te deelen, om ze met u
+te dragen. Samen strijdende zullen wij overwinnen, wees er zeker
+van!" riep ik hartstochtelijk; en door het teederste medegevoel
+overweldigd, sloeg ik mijn arm om haar heen en sloot haar aan mijne
+borst. Zij getroostte zich dit zacht geweld zonder verzet; als mat
+en afgestreden liet zij haar hoofd tegen mijn schouders rusten.
+
+"Nou, as de freule vrijt is 't te begriepen dat ze der kind
+verzuumt!" hoorden wij plotseling achter ons uitroepen door eene
+schorre stem, die aan het afschuwelijk dialect niets toegaf.
+
+Doodsbleek van schrik maakte Francis zich vrij en trad eenige schreden
+ter zijde. Ik, als door een bliksemstraal getroffen, liet de armen
+zinken en weerhield haar niet; ik had eene gewaarwording of ik
+plotseling onder ijsschotsen was geraakt, ik rilde.
+
+De persoon die achter ons aangekomen was, en ons zeker al lang had
+bespied, trad nu stout vooruit en op Francis toe.
+
+Het was eene oude vrouw, die als de heksen in Macbeth daar op eens voor
+ons oprees. Met hare scherpe zwarte oogen, hare bloote magere armen,
+rood en dor als kreefteschalen, haar verbrand en gerimpeld gezicht,
+met een blauw geruiten doek over de witte muts en het stokje waarop
+de kreupele leunde, zag zij er werkelijk uit als eene tooverkol uit
+de sprookjes, die men in een vroegere eeuw zou verbrand hebben. Ik
+wil wel bekennen dat ik haar dergelijk lot toewenschte, toen zij ruw
+en brutaal tot Francis zeide:
+
+"Nou dan, freule! nou weten we waer je het zoo druk mee hebt dat je
+in gien vayf wieken nee het kinde zijt kuemen umzien."
+
+"Mijn grootvader is ziek geweest, vrouw Jool."
+
+"Ja! grooteluisziekte, deer is gien kwoad bij. Mear die jonker deer,
+dats wat anders hé! Nou, ik zeg, het hiele dorp spreekt er schande
+van."
+
+"Waarvan, vrouw Jool?" vroeg Francis, hoog en koel, hoewel ze zeer
+bleek zag.
+
+"Dat je 't kinde zoo verzuumt um...."
+
+"Luister, vrouw Jool!" viel nu Francis in op vasten, kalmen toon. "Het
+heele dorp, zoomin als gij zelve, heeft in mijne zaken iets te zien,
+of zich met mijn doen en laten te bemoeien."
+
+"Och, we zullen met pleizier doen of we er nieuwers van merken,
+freule! maar het kleine jungske lijdt er bij als we te onzent niets
+van der heuren."
+
+"Ik had vandaag willen komen, maar kreeg verhindering; doch daar
+behoeft het kind immers niet onder te lijden; daar is geen reden toe
+sinds het kostgeld trouw wordt betaald."
+
+"Hm! trouw! De maond is uut: we zien de tweede al een weik ien,
+en ik zeg: als het Trineke verveelt heit de jongen het slecht."
+
+"Morgen zult gij het geld hebben; maar ik zeg je, als het kind slecht
+bejegend wordt om die ééne week verzuim, zoo slecht, vrouw Jool! dat
+'het heele dorp' zooals gij zegt er schande van spreekt, dan komt
+die slechte behandeling van uwe of uws dochters zijde, en dan blijft
+het kind niet bij u, daar kan je staat op maken. Als ik morgen of
+overmorgen kom zal ik er naar informeeren, reken daarop!"
+
+"Wat! wou je mij en me dochter te schande maken en het jungske van
+ons wegnemen? Nou, probeer dat eens! We zullen wel zien wie 't heft
+in handen houdt!" En 't booze wijf zette tergend brutaal de handen
+in de zijde. "Dat heb je er nou van als je voor de grootelui in de
+bres springt!"
+
+"Gij zijt voor niemand in de bres gesprongen, vrouw Jool, dat weet
+je zelve wel, daar ben je veel te inhalig toe; je hebt alleen geld
+willen maken van uw dochters ongeluk, ziedaar alles! Maar het doet
+er niet toe wat gij zijt of niet."
+
+"Wat! zou het er niet toe doen dat ik de grootmoeder ben! En ik kwam
+nogal waarschuwen dat ie nieuwe kousen en schoenen moet hebben, of
+hij moet met zijn bloote voetjes in de klompjes loopen net als de
+boerenkinderen, en deer is hij te fesoenlijk veur zou 'k denken."
+
+"Ik zal in de kousen en schoenen voorzien, vrouw Jool! Maar 't is nu
+genoeg, ga uws weegs, ge hadt niet in 't bosch moeten komen als een
+spion. Nu ik je ontdekt heb, moet je rechtsomkeer maken, het zandpad
+langs de vaart om, die leidt naar je dorp."
+
+"Nou, nou! wat zou dat? Is deer zoo'n haast bij?"
+
+"'t Is hier de grond van de Werve; je hoort hier niet. Scheer je
+weg, of...."
+
+"He'k van me leven! wat ze een haast het um me weg te kriegen, en dat
+um.... Nou, nou, ik ga al! anders laat ze me die kostelijke jonker nog
+voor koddebeier spelen!" riep het wijf eer schreeuwende dan sprekende,
+terwijl ze zich hinkend uit de voeten maakte en het aangeduide pad nam.
+
+Wij waren bij het _rond-point_ genaderd. Ik was eerst blijven staan
+bij de oude rustique bank, maar ik moest gaan zitten, want ik voelde
+dat mijne beenen onder mij wankelden; ik moet er akelig bleek en
+ontdaan hebben uitgezien, want toen Francis, eindelijk van haar
+kwelgeest bevrijd, zich omkeerde en naar mij toekwam, zij, nog met
+wangen hooggekleurd van toorn en verontwaardiging, las ik zekere
+droeve verbazing op hare trekken, toen zij voor mij staan bleef en
+mij aanzag, terwijl zij sprak:
+
+"Welnu! Leo! mij dunkt het toeval dient u op uwe wenken. Dáár is
+nu de macht, ongelukkig evenmin eene onhoorbare als onzichtbare,
+die mij berooft van de vrijheid om gelukkig te zijn."
+
+"Ik versta u, Francis! gij zijt te eerlijk en te kiesch om onder zulk
+een bezwaar een man aan uw lot te verbinden," sprak ik met eene stem,
+die ik trachtte vastheid en kalmte te geven; "maar waarom mij niet
+eerder uw vertrouwen geschonken op dit punt, waarom het op zulke
+verrassing, op zulke toevallige ontmoeting te laten aankomen? Ik
+heb u immers gezegd, reeds in de eerste dagen onzer kennismaking,
+dat ik den moed zoude hebben eene struikelende staande te houden, dat
+ik niet zou wanen mij te besmetten, zelfs als ik eene gevallene uit
+de diepte oprichtte; zeg mij alles! ik wil het onmogelijke beproeven
+om u te redden."
+
+"Maar Leo!" antwoordde zij, de handen ineenslaande van verbazing,
+en met een hoogen blos op het voorhoofd; "gij ziet bleek als een
+lijk, uwe oogen staan strak en schril van pijnlijke overspanning,
+uwe doffe stem verraadt de overwinning zelfs die deze woorden u
+kosten. Wat moet ik denken van deze heftige ontroering, wat van de
+zonderlinge gezegden die gij mij toevoegt? Gij zult mij, toch niet van
+iets onwaardigs verdenken? Gij kunt toch wel begrijpen dat _mijne_
+eer er niet mee gekwetst is, al heb ik mij zelve veel te verwijten,
+al klage ik dat ik het recht verloren heb gelukkig te zijn, al lijde
+ik onder den schrikkelijken nasleep van jammer en ellende waarvan ik
+de schuldige oorzaak ben!"
+
+"Ik luister naar 't geen gij zegt, Francis!" sprak ik in eene soort van
+bedwelming; "maar verschoon mij, ik.... ik versta u niet goed, was er
+niet sprake van een kind.... van een kind waarvoor gij te zorgen hebt."
+
+"Wel zeker! en dat is nog niet eens het ergste, ik heb er de moeder
+bij voor mijne rekening."
+
+"_Francis_!" riep ik, opspringende met een kreet van verlichting en
+onuitsprekelijke blijdschap.
+
+"Nu begrijp _ik_ u niet," hervatte zij, mij met een naïeve
+bevreemding aanziende, "daar is hier waarlijk geene oorzaak voor
+zulke verrukking. Meent gij dat het eene lichte zaak is voor mij;
+in omstandigheden als de mijne, om een kind groot te brengen en in
+de behoeften van eene krankzinnige vrouw te voorzien?"
+
+Ik dankte den Hemel uit den grond van mijn hart, dat zij in hare
+onschuld mij zóó had misverstaan; ik had gelukkig nog genoeg
+tegenwoordigheid van geest om mij te redden en haar gedachtenloop
+te vatten; ik begreep dat ik reddeloos verloren moest zijn bij haar,
+als zij raadde welk vermoeden mij een oogenblik had bezield.
+
+"Zeer zeker is dat geene lichte last, Francis; integendeel, het moet
+bijkans eene ondragelijke zijn voor u alleen; maar ik, die gevreesd
+had dat er eenige onoverkomelijke hindernis zou liggen tusschen u en
+mij, ik verblijd mij dat het niets ergers is."
+
+"Och!" sprak zij met zekere ergernis over mijne onbevattelijkheid;
+"gij mannen wilt nooit bezwaren zien, als gij iets wenscht. Het is eene
+onoverkomelijke hindernis, ik zeg het u, in onze omstandigheden. Gij
+weet eigenlijk nog niets en gij praat al voort of gij alles in één
+oogwenk zoudt kunnen schikken. Ik heb mij nu al die onaangename
+_scène_ van dat oude wijf op den hals gehaald om u, omdat ik met u
+ben gaan wandelen, in plaats van naar het dorp O. te rijden, om mijn
+kleinen Harry te zien, en bovenal om het kostgeld te betalen aan de
+grootmoeder, en wie weet wat al niet bovendien, want zij exploiteeren
+mij daar, Leo! Zij exploiteeren mij op eene gruwelijke wijze, en ik
+weet er mij niet tegen te weren, omdat ik mij niet onschuldig kan
+achten aan den dood van den vader, aan de oneer en de krankzinnigheid
+der moeder."
+
+Ik begreep dat ik niet beters had te doen dan maar rustig aan te
+hooren wat zij mij uit zich zelve wilde mededeelen; ik moest er naar
+trachten haar mijne vroegere opvatting te doen vergeten.
+
+"Zij exploiteeren uwe teederheid van consciëntie, Francis!" sprak ik,
+terwijl ik naast haar plaats nam op de rustieke bank.
+
+"Zoo is het Leo! Gij hebt laatst gehoord hoe jammerlijk die arme Harry
+Blount is omgekomen. Nu dan, bij zijn sterven had ik met smartelijke
+heftigheid uitgeroepen: 'Ik, ik heb hem den dood aangedaan!' Die
+uitroep van bittere zelfbeschuldiging had getuigen: Vrouw Jool en
+hare dochter! De laatste wierp zich in wilde vertwijfeling naast den
+stervende neer.
+
+"_My bride! my poor bride!_" stamelde Harry; en tot mij: "_dear miss
+Francis, pity on her!_"
+
+Ik deed toen eene belofte, Leopold! en al had ik niets beloofd,
+ik zou toch alles gedaan hebben wat ik kon.
+
+Het ongelukkige meisje was verwilderd van smart en schaamte: zij
+moest moeder worden!
+
+Wij wisten niet eens dat Harry zulk eene betrekking had. Hij had het
+voor ons verborgen, daar hij geen kans zag om te trouwen zoolang hij
+in onzen dienst bleef op een lang niet meer schitterend jaargeld,
+en op het goed van mijns vaders familie geboren, beschouwde hij zich
+niet als een gewoon bediende, die zijn meester den dienst opzegt als
+er een betere positie te verkrijgen is. De gedachte om heen te gaan,
+nu het bij ons op stal altijd schraalder en lediger werd, kon niet
+in hem opkomen. Het blijkt echter dat vrouw Jool, een laaghartig en
+baatzuchtig mensch, hem telkens op dat punt het hoofd warm maakte en
+hare dochter opstookte om hem aan te zetten ons huis te verlaten.
+
+Die tweestrijd tusschen zijne trouw aan ons en de rechten van het
+hart maakte hem in den laatsten tijd norsch en wrevelig. Als ik
+hem ondervroeg, ontkende hij dat er iets haperde; maar met zulk
+eene gedrukte houding, dat men wel raden kon dat er iets achter
+stak. Ik vorschte er naar, maar tevergeefs; de andere bedienden
+klaagden over hem als over een lastig mensch, die aan vlagen van
+melancholie leed. Dit maakte dan ook dat ik zijne waarschuwing op
+dien noodlottigen rijtoer in den wind sloeg, ik schreef het toe aan
+zijne zwaartillendheid, wat voorzichtigheid en goed beraad hem ingaven.
+
+Ik vrees de verdenking uit te spreken, en toch is zij niet uit de
+lucht gegrepen, dat vrouw Jool zelve heeft medegewerkt tot den val van
+haar kind. Zij wilde Harry in de verplichting brengen om te trouwen,
+en meende dat al het verdere wel volgen zou. De rampspoedige dood
+van haar toekomstigen schoonzoon was voor haar eene misrekening,
+maar.... nú werd ik hare prooi. Zij stookte hare dochter tegen mij
+op; zij hitste alles tegen mij aan, wat naar haar luisteren wilde;
+zij stelde mijn smartelijken uitroep voor als eene bekentenis van
+moedwilligen doodslag. Het liep zoo hoog, dat wij er iemand van
+onze kennis, die in de rechtbank zat, bij moesten inroepen om de
+ergerlijke praatjes van dat mensch te doen ophouden. Dit alles nam
+niet weg, dat ik al het mogelijke deed om het lot van de jonge vrouw
+te verzachten, die mij dankbaar zou geweest zijn, ik ben er zeker
+van, zonder hare moeder. Ten laatste kwam het beslissend oogenblik;
+reeds terstond na de geboorte van het kind deden zich bij de jeugdige
+moeder verschijnselen van waanzin op; het was niet raadzaam haar zelve
+te laten zogen, het werd gevaarlijk haar met het kind alleen te laten.
+
+Eene andere dochter van vrouw Jool, die te O. met een boerenarbeider
+getrouwd was en haar jongste kindje verloren had, kon voor min
+optreden. Men zou gezegd hebben dat eene zuster zulk een dienst uit
+vrije gunst zou verleend hebben; en dat zou ook zeker het geval zijn
+geweest, zoo men niet gespeculeerd had op mijne gemoedelijkheid. Ik
+moest minnegeld betalen, omdat ik voor de luiermand had gezorgd,
+ik moest voor de arme krankzinnige zorgen, die welhaast niet meer
+onder de haren kon blijven. Ik deed dit laatste uit vollen vrijen wil,
+maar het kostte meer dan ik offeren kon; en ik had het moeten opgeven
+zoo de ontmoeting met tante Roselaer en hare edelmoedigheid mij niet
+te hulp ware gekomen. Intusschen had vrouw Jool zoozeer op mijne
+goedwilligheid gerekend, dat ze er hare betrekking van waschvrouw aan
+gaf en bij hare kinderen ging inwonen, om op het kleinkind te passen,
+zoo het heette, om mij ieder jaar meer geld af te persen onder allerlei
+voorwendsel. Het kind is sinds lang gespeend en moest eigenlijk niet
+langer in hunne handen blijven; maar ik beken het, ik zie op tegen het
+misbaar, dat al dat volk zal maken als ik het elders plaats. Ik dreig
+er wel mee; maar tot de uitvoering zal het niet licht komen. Door
+hunne gemeenheid zijn zij mij te sterk. Voor het kind heb ik alles
+over; het grootste deel van mijne eigene inkomsten offer ik voor
+hem en de moeder; maar dien heelen aanhang, waaraan ik niet weet te
+ontkomen, en mijn grootvader, die het als een nuttelooze verkwisting
+beschouwt en die het mij ten kwade duidt dat ik niets meer ten beste
+geef voor de sier van zijn leven en het mijne; denk het in, Leo! wat
+er smartelijks en vernederends voor mij ligt in dat alles! en gij
+zult begrijpen waarom ik _alleen_ moet lijden, ook zelfs al had ik
+den man gevonden die mijn hart zou kunnen winnen. Sleept men iemand
+dien men lief heeft mee in zulk een maalstroom?"
+
+"Iemand die uw hart mocht winnen, Francis, en die waard is het te
+bezitten, laat zich niet meetrekken in een maalstroom, maar zou er
+u uit redden."
+
+"Dat kan niet zijn; ik zal het kind van Harry Blount nooit in den
+steek laten."
+
+"Dat zou ook onchristelijk wezen. Hoe oud is dat kind, Francis?"
+
+"Het zal nu welhaast drie jaren worden. Hij is geboren kort nadat
+wij de Werve betrokken."
+
+"Dan heeft hij hoog noodig een voogd, die hem uit dien atmosfeer van
+gemeenheid wegneemt."
+
+"De grootmoeder is immers voogdes?"
+
+"Wij zullen zien wat er aan te doen is. Dat slag van lieden kan
+men nog wel naar zijn hand stellen, als men eenige behendigheid
+gebruikt. Meestal vergeten zij de noodigste formaliteiten. Is er een
+toeziende voogd benoemd?"
+
+"Ik weet er niets van...."
+
+"Dan moet dat verzuim hersteld worden, en dan zijn wij meester van den
+toestand; dat kind moet voorloopig bij de Pauwelsen geplaatst worden,
+dat zijn goede lieden, die u zeker niet zouden afzetten!"
+
+"O! als dit zijn kon!.... maar ongelukkig is de jonge Pauwels verliefd
+geweest op de ongelukkige Gijsje Jool. Zal hij het kind van zijn
+medeminnaar met goede oogen aanzien?"
+
+"Mij dunkt wel met eenig mededoogen...."
+
+"Gij, maar zulke lieden denken zoo teer niet."
+
+"Als zij goed zien en een menschelijk hart hebben, kunnen zij ook even
+fijn voelen als wij, dan doet stand en opvoeding er niets toe. Geeft
+gij mij vrijheid om in die zaak voor u op te treden, en te zien hoe
+men het kind uit die handen kan wringen? Zal ik morgen met u naar
+O. rijden?"
+
+"Wat hebt gij er aan, u in dat wespennest te werpen?"
+
+"Ik ben niet bang voor een steekje."
+
+"'t Is al erg genoeg dat vrouw Jool ons vandaag samen heeft gezien
+en bespied."
+
+"Zoo zal zij morgen bemerken dat zij ons niet behoeft te bespieden
+als wij ons openlijk te zamen vertoonen."
+
+"Neen, neen, Leo! dat kan niet, dat moet niet zijn," riep zij met
+zekere heftigheid het hoofd van mij afwendende. "Wie weet wat voor
+malle praatjes zij al niet rondgebabbeld heeft, na dat samentreffen
+met ons!"
+
+"Als wij eenvoudig de praatjes tot waarheid maken, dan zijn het geen
+malle praatjes meer!"
+
+"Tot waarheid maken! gij weet niet wat gij zegt, Leo!"
+
+"Heel goed; zij hield ons voor gelieven; was zij zoover van de waarheid
+Francis?" vroeg ik zacht maar ernstig, en hare hand vattende, die zij
+mij liet. "Zij zal wellicht rondstrooien dat wij verloofd zijn, kan
+dat ons zooveel schaden, als wij bewijzen dat zij zich niet vergiste?"
+
+"Hij komt er nog op terug, nòg, schoon hij alles weet!" sprak Francis,
+halfluid, als in zich zelve.
+
+"Wie zou ik zijn, Francis, zoo ik nù kon terugtreden?"
+
+"Maar ik zeg u: gij houdt geene rekening met alle lasten en bezwaren
+die er nog op ons zouden rusten," riep zij met zeker ongeduld; "de
+Werve met Rolf dien wij niet op zij kunnen zetten, mijn grootvader
+met al zijne groote behoeften en zijne onbeduidende inkomsten. Hoe
+zullen wij dat alles bestrijden? Ik weet wel," voegde zij er bij met
+veranderenden toon, "gij gaat nu naar den Haag om u met uw oom den
+minister te verzoenen, zooals de generaal u geraden heeft, ik begrijp
+wel waarom.... Maar doe het niet, doe het niet om mij, Leo! want gij
+zelf hebt het eens eene laagheid genoemd!"
+
+"Zoo ik mij ooit met mijn oom verzoen, Francis, zal het zijn omdat
+vergevingsgezindheid ons past; maar nooit, daar kunt gij staat op
+maken, om met deze verzoening eere of gunst te bejagen."
+
+"Ik bedank u voor dat woord, Leo! ik dank u voor alles wat gij voor
+mij geweest zijt. O! ik wist het ook wel dat gij even fier als ferm
+zijt, maar daarom--laat uw verstand spreken--is het niet beter niet
+te beginnen wat men toch niet kan volhouden? Blijf mijn vriend zooals
+gij het tot hiertoe geweest zijt, maar...."
+
+"Gij spreekt als eene die zelve geen hartstocht kent, noch dien in
+anderen begrijpt," viel ik in. "Ik ben niet als Willibald, ik kan uw
+vriend niet blijven, als ik uw geliefde niet mag zijn; ik kan niet
+meer rustig aan uw zijde zitten en mij onthouden die fijne blanke
+hand te kussen die gij zoo koel en achteloos in de mijne laat (ik
+voegde de daad bij het woord). Ik heb u lief, Francis! hartstochtlijk
+lief; ik heb de uitingen van dien hartstocht onderdrukt met eene
+zelfbeheersching waarvan gij u geen denkbeeld kunt maken; maar nu het
+uitgesproken is, moet er eene beslissing zijn, ik moet u verlaten voor
+altijd, of ik moet uw echtgenoot worden, en dat _wil_ ik, Francis! met
+eene vastheid van wil die al uwe zwarigheden voor niets acht."
+
+"Leo! Leo!" riep zij opstaande, alsof zij mij wilde ontvlieden;
+maar toch zonder zich af te keeren, "spreek zoo niet tegen mij,
+niet op dien toon van wegslepend geweld, niet met dien gloed in
+'t oog; niemand heeft ooit zóó tot mij gesproken; niemand heeft mij
+hartstochtelijk liefgehad; gij brengt mij buiten mij zelve; gij leidt
+mij in verzoeking; maar ik moet u weerstaan want ik mag uw ongeluk
+niet kiezen, al zou het mij nòg zooveel kosten;" hare stem sidderde van
+heftige ontroering, een hoog rood overtoog hare wangen, en hare oogen
+weerkaatsten iets van dien eigen gloed die de mijnen deed fonkelen.
+
+Ik nam beide hare handen in de mijne en sprak met vastheid:
+
+"Als de scheiding u iets kost, Francis! scheiden wij _niet_!"
+
+"Het is bedwelmend, Leo! de.... de.... mogelijkheid dat ik.... ik
+nog gelukkig zou kunnen zijn," stamelde zij.
+
+"Het is genoeg, Francis! gij zijt de mijne. Ik laat u niet meer
+los. Leg uwe hand in de mijne voor het leven."
+
+"Voor het leven!" herhaalde zij nu vast en besloten, maar met
+trillende lippen; zij werd bleek, zoo bleek, dat ik opsprong om haar
+te ondersteunen. Zij was eene bezwijming nabij.
+
+"Leo! ik ben de uwe! Ik vertrouw mij aan u, ik heb u lief zooals
+ik nooit.... nooit heb liefgehad," stamelde zij, terwijl ik haar in
+mijne armen hield opgericht.
+
+"Eindelijk!" juichte ik, en drukte den eersten kus der liefde op
+hare lippen.
+
+
+
+Het spreekt vanzelf dat wij te laat kwamen om aan het _luncheon_
+deel te nemen; maar wij hadden er ook geen behoefte aan.
+
+Wij hadden in het teruggaan elkaar zooveel te zeggen gehad, dat
+wij er geene woorden voor hadden gevonden, en alleen zwijgend naast
+elkaar waren voortgegaan, zij leunende op mijn arm, of zij behoefte
+had aan steun; wij liepen langzaam, altijd meer langzaam, hoe meer
+wij het kasteel naderden, als kinderen die uit spelen zijn en geen
+haast hebben om thuis te komen. En zoo was het werkelijk. Francis
+vooral scheen daar tegen op te zien. Toen wij reeds de oude brug in
+'t gezicht hadden, werd haar tred zoo slepend en aarzelend, dat ik
+haar vroeg of zij vermoeid was?
+
+"Ik geloof ja!" sprak zij, "ik zou nog wel wat op dat mos onder dien
+grooten eik willen rusten, eer wij de vesting weer binnengaan. Het
+wordt mij angstig om het hart; het is mij of alles wat daar ginds
+mij tergt en drukt nu weer in volle zwaarte op mij neervalt. Ik kan
+zóó nog niet scheiden van mijn geluk!"
+
+"Wij zullen rusten, liefste, en ik gevoel mee iets van 't geen waar
+gij tegen op ziet; maar het moet niet te veel zijn; ons geluk gaat
+ontluiken, er is nu geen kwestie van scheiding, dan voor een korte
+poos; welhaast zult gij de Werve met gansch andere oogen aanzien!"
+
+"Och, Leo! ik wenschte dat wij er niet meer moesten binnengaan; ik
+wenschte, dat ik nu zóó met u kon wegvluchten, en dat er niets of
+niemand zich meer stellen kon tusschen u en mij!"
+
+"We zullen wegvluchten, allerliefste dweepster; maar er moeten eerst
+eenige formaliteiten plaats vinden, die ons het recht geven met
+opgeheven hoofd te keeren."
+
+"Dat is wel jammer, want ik zie tegen dat alles op als tegen een
+onbeklimbaar rotspad. Al die convenances waar gij zoo aan hecht en
+die men in 't oog moet houden...."
+
+"Ik hecht er waarlijk niet zooveel meer aan dan gij. Formalisme is
+gansch mijn zwak niet, maar toch.... men mag zekere vormen niet al
+te zeer in het aangezicht slaan; juist in ons geval...."
+
+"En dan al die laffe en valsche menschen, die met gehuichelde
+glimlachjes hunne felicitaties komen mompelen, terwijl zij in stilte
+uwe dwaasheid bespotten, dat gij _Majoor Frans_ uwe hand durft reiken."
+
+Ik liet haar niet toe dien laatsten volzin uit te spreken.
+
+Zij moest boete doen met een kus voor die lasterlijke onderstelling.
+
+"Wij zullen het zoo eenvoudig aanleggen als gij maar wenschen kunt,
+Francis! maar wij moeten voldoen aan de eischen van 't sociale
+leven, en naar mijne innigste overtuiging ook aan de eischen der
+consciëntie. Een verbond voor het leven van zulken ernstigen aard,
+als het huwelijk moet niet gesloten worden zonder kerkelijke wijding."
+
+"Dat ben ik volkomen met u eens en zelfs zal ik u bekennen, dat ik
+mij altijd geërgerd heb aan die mannen en vrouwen die zoo luchtig
+en lichtzinnig over die plechtigheid spreken, die er mee kunnen
+railleeren of het alleen een representatie pro forma gold, eene
+exhibitie van prachtige toiletten. En toch, de vrouw brengt daarbij
+en voor altijd een onmetelijk offer; het offer van haar naam, van
+haar wil, van zich zelve, een offer, waartegen ik, zoolang ik _u_
+niet heb gekend, steeds heb opgezien als iets onmogelijks voor mij."
+
+"En nu?" vroeg ik, in het mos aan hare voeten neerknielend om haar
+beter in de levendige sprekende oogen te kunnen zien, die nu van
+geest en gevoel tintelden.
+
+"Nu zie ik daar niet meer tegen op," antwoordde zij met een zachten
+glimlach. "Maar ik bid u, Leo! blijf niet in die houding voor mij;
+het is eene onwaarheid _en action_ en zal het meer en meer worden; ik
+voorzie dat, want ik voel nu, gij zult mijn heer en meester zijn. Ik
+ben niet als de 'dames,' die laf en oneerlijk als ze zijn, in haar _for
+intérieur_ glimlachen over den eed van trouw en gehoorzaamheid, dien
+zij bij het huwelijksverbond uitspreken, terwijl zij reeds bewijs geven
+dien niet te zullen houden, eer nog de bruidsbouquet verwelkt is. En
+de mannen, die bij het huwelijksformulier de schouders ophalen, als
+hechten zij gansch geene beteekenis aan hunne rechten, zijn evenzeer
+in hun _for intérieur_ besloten, eenmaal af te dwingen, wat hun niet
+uit besef van plicht wordt geschonken. In de wittebroodsweken knielen
+zij aan hare voeten, zooals gij daareven aan de mijne, al was dat met
+anderen zin, en stellen zich aan of zij hun leven lang de onderdanige
+dienaren zullen blijven; maar als de vrouw hen bij 't woord vat, leert
+zij 't anders; dan steekt de binnenlandsche oorlog op, de strijd over
+'t meesterschap. De schranderen en behendigen onder ons zoeken door
+list te veroveren wat ze niet door geweld hebben kunnen verkrijgen,
+en meenen gewonnen te hebben als die toeleg haar is gelukt. De anderen
+bukken als overwonnelingen, maar die te ieder stond tot rebellie gereed
+zijn. Dit maakt den huwelijksband tot eene zware keten, waaraan beiden
+beurtelings rukken en die ieder voor zich met onwil torst, tot men
+zich eindelijk uit afmatting resigneert, _als_ men zich resigneert."
+
+"Gij maakt mij haast ongerust, Francis!" viel ik glimlachend in.
+
+"Neen, gij behoeft niet ongerust te wezen, want wij zullen anders
+beginnen. Gij hebt mij geen oogenblik in 't onzekere gelaten
+omtrent uwe intentiën, en ik zal woord houden als ik eene belofte
+heb gedaan. Ik zei u dit alleen om u te bewijzen dat Majoor Frans de
+'heeren en dames' goed in de kaart heeft gekeken, terwijl zij over haar
+de schouders ophaalden, en dat ik mij zelve aan hen leerde spiegelen
+en het vaste voornemen vatte mijne onafhankelijkheid te bewaren,
+tenzij ik den man vond, dien ik zóó kon achten en liefhebben, dat
+hij geen recht en geen wet behoeft te laten gelden, omdat mijn hart
+hem als mijn meerdere heeft erkend."
+
+"En van wien gij wel gelooven zult, Francis! dat zijne belofte van
+liefde en trouw hem diepe, heilige ernst zal zijn."
+
+"Ja, Leo! dat geloof ik van u. Gij zult noch een tiran, noch een
+slaaf wezen, en ik, dit moet ik u bekennen, ik zou nooit de slavin
+kunnen zijn van een man."
+
+"Slaafschheid van zin is, bij mannen en vrouwen beiden, grootheid van
+ziel, ontwikkeling en volmaking van 't karakter in den weg. Ieder onzer
+moet zichzelf blijven en in elkaar zich zelf eeren en liefhebben. Het
+moet tusschen ons zijn als Tennyson zegt:
+
+
+ Sit side by side, full summed in all their powers
+ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
+ Self reverend each and reverencing each
+ Distinct in individualities;
+ But like each other even as those who love."
+
+
+"Dat is 't juist, dat is 't!" juichte zij, in verrukking mijne hand
+vattend en die aan hare lippen brengende. "Maar nu, _dearest!_ Laat
+ons gaan, want anders slaan ze alarm in het kasteel!"
+
+Die gissing bleek waarheid. Rolf en Frits stonden met angstige
+gezichten naar ons uit te kijken toen wij aankwamen; maar de generaal
+was niet uit zijn humeur, zooals wij vermoed hadden; integendeel hij
+was druk bezig met zijne papieren toen wij binnentraden; arm in arm,
+zooals Francis het gewild had, om hem terstond op de hoogte te brengen
+van onze verhouding. Maar hij lette daar niet op; hij gunde ons den
+tijd niet om hem iets te zeggen.
+
+"Francis!" riep hij, een brief in de hoogte houdende, met stralende
+oogen en een gelaat of hij verjongd ware. "Waarom zijt gij toch zoo
+lang uitgebleven, nu ik u zulk goed nieuws heb mee te deelen."
+
+"En ik u, grootpapa! Maar wat is er? Gij ziet er zoo triomfantelijk
+uit, en dat midden in die deftige akten! De erfenis van tante Roselaer
+is toch niet gekomen?"
+
+"Dat scheelt niet veel, mijn beste kind; althans het komt op hetzelfde
+uit. De erfgenaam van tante Roselaer vraagt u ten huwelijk. Het blijkt
+dat hij er door haar testament toe verplicht is, maar ik twijfel
+er niet aan, of het is eene verplichting waaraan hij van ganscher
+harte voldoet."
+
+De generaal zag mij aan; ik glimlachte en knikte hem toe, maar ik vond
+toch dat Overberg en van Beek zich wel wat veel gehaast hadden om
+die zaak zoo officieel te behandelen. Ik ware liever zelf de eerste
+geweest om haar met deze mededeeling te verrassen. Zij liet mijn arm
+los, en den generaal naderend, sprak zij luid en vast:
+
+"Het spijt mij, grootvader! dat ik u teleurstellen moet, omdat het
+u zoozeer schijnt te verblijden; maar die mijnheer komt te laat,
+want ik wilde u juist vertellen dat ik mijn woord gegeven heb aan
+mijn neef Leopold van Zonshoven."
+
+"Nu, kindlief! zooveel te beter, want de erfgenaam van tante Roselaer,
+de heer van den Runenberg, zooals hij in deze akte wordt genoemd,
+en uw neef Leopold van Zonshoven zijn een!"
+
+"Dat is niet waar! Zeg dat het niet waar is, Leo!" riep zij in heftige
+ontroering, mijn arm vattende.
+
+"Dan zou ik eene onwaarheid zeggen, Francis!" sprak ik lachende,
+"want het is niet anders, die gelukkige ben ik. Het verschil voor u is
+alleen, dat gij uw woord gegeven hebt aan een armen drommel, en dat hij
+als de betooverde prins in het sprookje optreedt als millionair! Mij
+dunkt, dat verschil kan geene onaangename verrassing zijn voor u."
+
+"Geene onaangename verrassing voor mij!" riep zij uit met bliksemend
+oog en hooggekleurde wangen. "Als ik verneem, dat gij mij zóó
+lang een masker hebt voorgehouden, dat ik voor uw gelaat nam! Gij
+hebt mij achting weten in te boezemen door die fiere waardigheid,
+waarmede gij uwe armoede wist te dragen, door dien nobelen zin,
+die werkzaamheid en de zware worsteling met het leven koos boven
+laagheid! En zoozeer kunt gij u in mij vergissen, dat gij meent mij
+eene aangename verrassing te bereiden als gij zegt dat dit alles
+maar vermomming is geweest en dat de bedelaarsmantel slechts den
+betooverden prins heeft verborgen tot de comedie aan de ontknooping
+was. _Fair! fair indeed!_" ging zij voort met smartelijke bitterheid,
+terwijl er tranen opwelden in de fonkelende oogen. "En dat is nu een
+edelman, een man onder duizenden, dien ik meende gevonden te hebben,
+dien ik mijn meerdere achtte, dien ik mijn onbegrensd vertrouwen
+heb geschonken.... en die doet mij dit aan! En gij meent dat ik het
+luchtig zal opnemen. Gij hebt u vreeselijk misrekend, jonker Leopold
+van Zonshoven! Ik heb mijn hart gegeven aan den jonker zonder fortuin,
+in wiens eerlijkheid en oprechtheid ik geloofde als in mij zelve,
+beter dan in mij zelve, want ik rekende op zijne vastheid en kalmte
+om mijne woeste en ongeregelde schreden te besturen. Maar voor den
+schatrijken erfgenaam van tante Roselaer, een intrigant, die eene
+erfenis accapareert en daartoe de vrouw trouwt die men hem aanwijst,
+voor dezen heb ik niets dan..... mijne verachting."
+
+Ik had er wel niet op kunnen bedacht zijn, dat zij het zóó zoude
+opvatten, dat zij in mijne handelwijze zou zien, wat ik met de hand
+op het hart kon verklaren, dat ik er niet in had gelegd. Maar nu zij
+het zóó opnam, kwam het mij het beste voor, haar alles wat er in haar
+omging te laten uitspreken. Ik wist immers dat ik mij zegevierend
+kon rechtvaardigen als ik haar slechts den brief van tante Roselaer
+voorlegde; ik wist dat het mij niet al te zwaar zou vallen mijn _not
+guilty_ te pleiten; alleen, dit was het oogenblik daartoe niet. Maar
+er was wat te hoog kon loopen en wat mij die zelfbeheersching kon
+doen verliezen, die ik juist zoo noodig had. De gloed der bitterheid,
+der verontwaardiging steeg ook mij naar het voorhoofd, toen ik dat
+laatste woord hoorde.
+
+"Uwe verachting, Francis! Bezin u, eer gij zulke uitdrukkingen
+bezigt tegen mij! Ik weet het, gij zijt heftig in uwe opvattingen en
+hartstochtelijk in uwe uitingen; ik weet ook, dat zij u diep berouwen
+als gij er later van terugkomt; maar toch, wees voorzichtig en bedenk
+u wel, eer gij den man dien gij uwe liefde hebt geschonken benamingen
+toevoegt, die nog wel nimmer op hem zijn toegepast en die hij niet
+voornemens is van wie ook straffeloos aan te hooren."
+
+"Straf mij, als ik u bidden mag, met een aanzoek in te trekken dat
+ik toch moet afwijzen," sprak zij hoonend. "Als er kwestie is van
+beleediging, dan ben _ik_ de beleedigde; want gij hebt mij bedrogen;
+gij hebt gehuicheld; gij zijt hier binnengeslopen als een spion;
+gij hebt uw goochelspel zoolang voortgezet tot gij zeker waart
+van uwe prooi, in den onzinnigen waan dat ik niet zou kunnen, niet
+zou durven terugtreden, als gij mij eens tot de bekentenis mijner
+zwakheid hadt gebracht. Gij zijt slim geweest, jonker van Zonshoven
+en behendig op uwe wijze, en toch verbaast mij uwe verblinding, dat
+gij zoo weinig inzicht hebt gehad van mijn karakter. Eene misleiding
+vergeef ik nooit."
+
+"Ik heb u niet willen misleiden, Francis!" sprak ik op zachten,
+bedaarden toon. "Ik heb alleen de waarheid verzwegen, omdat ik uw
+persoon, uw karakter wilde leeren kennen eer ik mij uitsprak. Ik
+heb uwe liefde willen verwerven eer ik het officieel, het beslissend
+aanzoek waagde, ziedaar alles!"
+
+"Gij zijt valsch geweest, gij hebt voorgewend dat gij mij liefhadt; dat
+geloof ik niet meer. Gij kwaamt hier een zaak doen, dat is alles! Gij
+kwaamt de hand zoeken die u een millioen moest aanbrengen. Het is waar,
+ik heb u mijne achting, ik heb u mijne liefde geschonken; maar niet aan
+u, zooals gij daar nu voor mij staat. Dit alles berust op een valschen
+grond, en nu die tooneeldecoratie wegvalt, stort ook al het overige
+mee in, en, ik herhaal het, gij zijt voor mij te dieper gevallen,
+naarmate ik u hooger heb gesteld. Wees zeker, dat ik niet over mijne
+hand laat beschikken, door anderen, dooden of levenden, en, versta
+mij wel.... gij zijt afgewezen! Afgewezen! afgewezen!" herhaalde zij,
+telkens luider en scherper; en toen zij het laatste "afgewezen!" bijna
+gillend had uitgeroepen, viel zij bleek als eene doode in een
+armstoel neer.
+
+Ik zelf stond gedurende dit tooneel tegen een stoel te leunen, een
+steun dien ik hoog noodig had om niet te wankelen. Levenslang zal het
+mij heugen, wat ik doorstond in die vreeselijke ure, en toch is het mij
+onbeschrijfelijk; ik kan alleen zeggen, dat ik eene gewaarwording had
+of mijn hart verkilde, en of het daar binnen in mij doodsch en ledig
+werd op eenmaal. Ik ook had mijne smart wel willen uitgillen zooals
+Francis, maar ik moest mij zelven beheerschen, ik moest het. Mij
+dunkt, zooals het mij ging, moet het den soldaat gaan in den slag,
+onder den kogelregen, bij 't gebulder der kanonnen. Hij weet dat
+hij staande moet blijven en strijden, of verachtelijk vluchten;
+en zij mocht mij verachtelijk noemen, _verachtelijk_ zijn in hare
+oogen wilde ik niet. De goede Rolf had zich teruggetrokken op den
+achtergrond van 't vertrek en had tranen in de oogen. De goedhartige
+ziel, die van haar alles kon verdragen en het lakoniek langs zich
+neer liet glijden, sidderde van angst dat ik het zou opnemen zooals
+het klonk. De generaal, wien het angstzweet op het voorhoofd parelde,
+zat handenwringend van schrik en spijt in den armstoel waaruit hij
+niet kon oprijzen.
+
+"Francis, Francis!" viel hij nu in. "Laat u toch niet zoo ver vervoeren
+in uwe dwaze gekrenktheid. Sla uw eigen geluk, óns aller welvaart
+niet zoo roekeloos onzinnig den bodem in, nu gij het in uwe macht
+hebt. Bedenk, dat de Werve verhypothekeerd is tot den laatsten steen,
+dat de renten in de laatste zes maanden onbetaald zijn gebleven, dank
+zij de tusschenkomst van jonker Leopold die Overberg heeft gesust;
+dat het kasteel bij een publieken verkoop niet een derde zou opbrengen
+van de schuld waarmee het bezwaard is, en dat wij het alleen danken
+aan de edelmoedigheid van onzen neef van Zonshoven, als er van zoo
+iets geen sprake zal zijn. Hij wil de Werve met al hare bezwaren van
+mij overnemen, en mij daarvoor een vast jaarlijksch inkomen toestaan,
+dat mij een rustigen ouderdom waarborgt, maar.... gij moet zijne vrouw
+worden, anders valt dat gansche plan in duigen; begrijpt dat toch en
+beleedig den man niet, die het zoo goed met ons voorheeft! Ons lot is
+geheel in zijne handen, en gij werpt hem verwijtingen naar het hoofd,
+die bijkans onvergefelijk zijn. Toch zal hij nog kunnen vergeven,
+indien gij niet volhardt bij uwe onzinnige afwijzing, ik ben er zeker
+van, want hij heeft u lief, ik heb dit lang geraden. Maar wij hebben
+hier niet alleen met hem te doen, wij hebben te doen met een uitersten
+wil, met executeurs, met een procureur, met alle eischen en vormen
+die de wet voorschrijft. Hier is een ernstig, verstandig antwoord
+noodig en kan men niet volstaan met invectieven en exclamaties. Wat
+zal ik aan den heer Overberg schrijven?"
+
+Francis had zeker maar half naar zijne toespraak geluisterd; zij
+was hem alleen niet in de rede gevallen, omdat zij nog worstelde met
+hare eigene aandoeningen, die zij trachtte te bekampen; nu echter,
+gesommeerd tot eene beslissing, rees zij op en sprak met eene stem die
+eenigszins dof en schor klonk, maar die helaas geene vastheid miste:
+
+"Mij dunkt, grootvader! daar is maar één antwoord. Schrijf aan
+dien Overberg, dat freule Mordaunt hare hand niet laat weggeven bij
+testamentaire dispositie van wie ook; dat zij zich zelve te hoog schat
+om voor een millioen verkocht te worden, en dat zij het aanzoek van
+jonker van Zonshoven formeel heeft afgewezen."
+
+Ik wil u wel bekennen, Willem! dat ik mij in dien oogenblik zóó
+gekrenkt en geschokt voelde, dat ik er aan dacht haar bij het woord
+te vatten; maar op eens viel het mij in, met wie ik te doen had, dat
+zij nog altijd Majoor Frans was, die in zekere gevallen alleen zoude
+zwichten voor _plus fort qu'elle_; daarbij, er lag in hare weigering
+zelf eene grootheid van karakter, eene waardeering van het mijne,
+al miskende zij mijne handelwijze in dit oogenblik, die mij wel
+moed gaf op de toekomst, wel moed om tot het uiterste te volharden
+zooals de overledene van mij had verlangd, zooals bovenal het hart
+mij ingaf, dat nog voor haar sprak. Ik begreep, dat ik al wat er
+beleedigends was in hare uitingen langs mij moest laten neerglijden,
+tot zij in staat zou zijn mijne handelwijze uit een ander oogpunt te
+beschouwen. Ik twijfelde er niet aan of ik zou haar eenmaal daartoe
+brengen. Ik wist mij niet vrij van alle schuld; ik had meer openheid
+moeten gebruiken, waar zij zelve zooveel rondborstigheid had getoond;
+maar, ik wist mij toch vrij van de schuld die zij mij toedichtte,
+ik wist niets gepleegd te hebben wat haar tot minachting recht gaf.
+
+"Francis!" sprak ik met al de kalmte en de vastheid die ik bemachtigen
+kon over mijne innerlijke geschoktheid, "gij doet mij onrecht,
+grootelijks onrecht; maar gij zijt nu niet in een gemoedstoestand
+om dat in te zien; ik zal mij over zeker gebrek aan openheid met u
+verantwoorden, als ik u in staat acht zulke verantwoording met kalmte
+aan te hooren; ik zal mij echter nooit verlagen zulke betichtingen als
+gij daar even uitspraakt op te vatten of te weerleggen. In een gewoon
+geval zou zulke afwijzing als de uwe voldoende zijn om een man af te
+schrikken voor altoos, en zoo wij zeker gesprek niet hadden gevoerd
+op de heide bij onze eerste ontmoeting, zou eene enkele weigering
+afdoende zijn geweest voor immer; maar ik moet u herinneren aan mijne
+verklaring, dat ik voor geene hindernissen zou terugwijken, als ik
+mij voorgesteld had _zeker_ doel te bereiken; het geschil liep toen
+reeds over het verkrijgen van uwe hand.... ik liet u mijn ernst als
+scherts opvatten, want ik kon in dienzelfden oogenblik eene dame die
+geene dame wilde zijn, eene jonkvrouw die zich zonder spijt Majoor
+Frans liet noemen, niet zonder nadere kennis mijne hand bieden. Ik
+ook, freule Mordaunt, heb achting genoeg voor mij zelven, om niet zoo
+roekeloos eene verbintenis voor het leven aan te gaan. Ik wilde zien,
+zien uit eigene oogen, en niet in den blinde rondtasten.
+
+"Als gij het bespieden noemt, naar uw zin, naar uw aard, naar uw
+verleden te vorschen, ja dan heb ik u bespied; maar het is niet geweest
+dan met het oog op uw geluk en op het mijne. En nu, ik heb de zekerheid
+gekregen, dat gij mij liefhebt, zooals ik u, dat wij elkander waardig
+zijn, dat onze verbintenis voor ons beiden eene levenskwestie is;
+gij hebt mij geen uur geleden vrijwillig en met blijdschap uw woord
+gegeven; zoo acht ik uwe afwijzing voor een uitval waaraan ik mij
+niet zal storen, want ik zal niet dulden, dat gij door eene verkeerde
+opvatting in een oogenblik van drift baldadig dàtgene verbreekt,
+dat gij zelf uw levensgeluk hebt genoemd, en waaraan ook het mijne
+hangt. Ik heb de zekerheid uwer liefde, ik heb uw _woord_! Ik houd u
+bij dat woord, ik zal u dwingen gelukkig te zijn. Generaal! schrijf
+aan Overberg, aan van Beek, dat Freule Mordaunt mij hare hand heeft
+toegezegd, en dat de overdracht van de Werve kan doorgaan."
+
+"Daarvoor is _mijne_ toestemming noodig," sprak Francis, die bleek
+maar roerloos met strakken blik en onbewogen trekken naar mij had
+zitten luisteren. Maar dat is niet juist; zij had zich afgewend,
+als ging datgene wat ik sprak haar niet meer aan. Nu eerst toonde
+zij weer deelneming in 't geen er voorviel, maar om ons tegen te staan.
+
+Ik was vast besloten den strijd niet op te geven.
+
+"Volstrekt niet, Freule," beet ik haar toe. "Uw grootvader is de
+eenige rechthebbende op het kasteel, en zijn testament, dat u zijne
+rechten overdraagt, is niet van kracht bij zijn leven!"
+
+"En dan nòg," verzuchtte von Zwenken. "Och! of zij den toestand inzag
+als ik...."
+
+"Welaan, Oom! laat u niet door haar weerstand afschrikken; schrijf
+aan die heeren zooals ik u opgaf, en stoor u niet aan al het overige;
+gij weet te goed wat er volgen gaat, zoo gij het tegendeel deedt."
+
+"Hij geeft u leugens in de pen, hij hecht aan zijn millioen, dat is
+duidelijk!" riep Francis tergend.
+
+"Zoo doe ik, Freule!" hernam ik, haar fier en vast in de oogen ziende,
+"en allermeest om u. Gij zijt mijne verloofde en wij hebben geen
+tweeërlei belang."
+
+"Francis! Francis!" vermaande de generaal, wien het hachelijke van den
+toestand tot een ongekende hoogte van moed opvoerde, "gij raast tegen
+een man die de edelmoedigheid zelf is, die ons allen in het verderf kan
+storten en die niets wil dan ons redden, als gij de reddende hand maar
+wilt aangrijpen.... Vergeet het niet, hij kan de Werve laten verkoopen,
+als wij die niet bij vrijwillige overeenkomst in zijne handen stellen."
+
+"'t Is mogelijk! 't is mogelijk, dat hij in 't geheim de macht heeft
+weten te verkrijgen om ons als bedelaars van de Werve te verjagen,
+maar hij kan mij toch niet dwingen zijne vrouw te worden," voegde
+zij hem toe.
+
+Och, zij was toch verschoonlijk; allerlei smart en teleurstelling trof
+haar tegelijk; twijfel aan mij en de zekerheid dat haar grootvader
+haar bedrogen en geruïneerd had! Moest een karakter als het hare niet
+tot woestheid toe geprikkeld worden? Maar zoo mild en verschoonend
+toonde ik mij niet aan haar in dien oogenblik.
+
+"Dat zullen we zien!" antwoordde ik vast, en zeker wat forscher dan ik
+zelf had gewild, want zij liep op mij toe met een drift, die waarlijk
+erger dan snerpende woorden te duchten gaf.
+
+"Dwang, dwang! Mij dwang aandoen?" riep ze heftig en forsch; maar toch
+trad zij terug voor den blik dien ik op haar richtte, die blik waarvan
+men mij gezegd had, dat hij mij op den tempelheer gelijken deed.
+
+"Gij, Leo!" mijn naam ontsnapte haar als een diepe weeklacht; zij
+deinsde af tot in den uitersten hoek van het vertrek en bleef staan
+zoo stijf gedrukt tegen het goudleeren behangsel, of zij zich daarmee
+vereenzelvigen wilde.
+
+Ik wist dat ik haar verslagen had, maar zij was daarom niet verzoend.
+
+"Dwang, Francis! als het moet," hervatte ik; "maar ik ben er zeker
+van, er zal geen andere dwang noodig zijn dan die van uwe eigene
+consciëntie, die u zeggen zal, dat gij mij voldoening schuldig
+zijt. Vaarwel! ik ga heen om u rust te laten tot kalm beraad, maar
+toch, bedenk u niet te lang, want.... ik ben maar een mensch en mijne
+lankmoedigheid is, vrees ik, niet grenzenloos. Gij hebt mij in mijn
+eergevoel gekwetst; gij hebt mijn hart gewond; laat die wonden niet
+te lang bloeden; want ze zouden ongeneeslijk kunnen zijn."
+
+Ik wierp nogmaals een blik op haar, nu met zacht verwijt, maar zij zag
+mij strak en wezenloos aan, of zij niets meer begreep. Ik schudde den
+generaal de hand, die zwijgend het hoofd boog met tranen in de oogen,
+en ging langs Francis voorbij, zonder meer naar haar om te zien.
+
+Rolf liep mij na en smeekte mij, niets van alles wat Francis mij
+aangedaan had ernstig op te vatten, en bovenal het kasteel niet
+te verlaten.
+
+"Zoo is zij, als er eens iets bij haar inslaat," sprak de goede
+stakkerd; "maar over een uur zal zij berouw hebben, ik ben er zeker
+van; de bui was te hevig om lang aan te houden."
+
+Doch mijn besluit was genomen. Ik beval aan Frits, die mij met
+stomme verbazing aanstaarde, het wagentje van de Pauwelsen te
+laten voorkomen, en ging naar mijne kamer om mijn koffer te pakken,
+langzaam en werktuigelijk, dat beken ik, en altijd luisterend of
+ik ook een welbekenden stap de trap hoorde opkomen, of niet een
+driftige tik op de deur mij Francis zou aanmelden, berouwvol en
+gereed ter verzoening. Maar die hoop werd deerlijk teleurgesteld;
+zij kwam niet; zij was nog niet ontnuchterd uit den roes, want bij
+haar was in waarheid de toorn eene kortstondige dronkenschap.
+
+Zoo de hoop mij niet eenigszins opgericht had gehouden zou ik
+verpletterd zijn geweest. Het was ook schrikkelijk, in de haven te
+zijn en nòg schipbreuk te lijden! Zóó wakker geschud te worden uit
+den zaligsten droom der liefde; neen! geen droom, de werkelijkheid
+werd verdrongen, in het uiterste contrast met de liefelijke beloften
+der eerste. Wie mij dat een uur te voren geprofeteerd had, zou ik
+helder hebben uitgelachen! En toch, dat was dezelfde vrouw, dezelfde
+die als aan mijne voeten had geknield, en mijne hand had gekust in
+de verrukking der liefde, zij die nu als eene furie tegen mij woedde
+en mij zoo onbarmhartig verstiet.
+
+En dat was geene coquette, die met valsche teederheid mijn hart
+had verwonnen, om het met koele wreedheid te vertreden in hetzelfde
+uur. Neen! zij was waar in de overgave der liefde als in de wilde
+smart van haar toorn; zij leed zelve; zij leed mogelijk meer nog dan
+ik; zij was ondanks alles achtenswaardig in hare verontwaardiging, al
+berustte die ook op eene misvatting. Bij later, kalmer zelfonderzoek
+moest ik bekennen, dat ik rechter, opener weg had kunnen gaan, bij
+een karakter als het hare, dan dien ik had ingeslagen; maar toen
+ik den eersten stap deed moest ik ook bij haar nog in den blinde
+tasten en voorzichtig zijn, en later volgde uit de eerste schrede
+iedere andere. Ik heb dit alles geboet met bittere zielesmart, met
+een lijden, dat ik nu niet meer herdenken of beschrijven wil.
+
+Ik wist wel hoe ik op staanden voet hare achting had kunnen
+herwinnen: met afstand te doen van de erfenis; en ik beken u, dat ik
+er eene wijle aan dacht; maar beter beraad zeide mij dat het een don
+Quichotisme zou zijn, waardoor niemand ware gebaat en dat ons allen
+aan armoede en ellende prijs gaf. Zeker is het, dat alle schatten van
+tante Roselaer mij niet zooveel geluk kunnen aanbrengen als Francis
+alleen, zoo zij zich eindelijk gewonnen geeft; maar even zeker is
+het, dat zij die fortuin niet ontberen kan, als zij voldoen moet aan
+alle verplichtingen, die zij nu eenmaal onafwijsbaar acht. Zij heeft
+gezond verstand genoeg om dit zelve in te zien als zij kalmer zal zijn;
+daarom is het noodig dat zij den geheelen toestand en mijne handelwijze
+daarin helder kan overzien. Daartoe zond ik haar, zoodra ik te Z--
+was aangekomen en mij eenigszins had hervat, den brief van tante
+Sophie, dien ik kieschheidshalve had willen terughouden. Ik voegde
+er slechts enkele woorden bij, overtuigd dat de waarheid voor zich
+zelve zou spreken. Zij kon er ten minste uit leeren dat ik zoomin
+om de erfenis had geïntrigeerd als zij, en dat zoo de testatrice de
+middelaarster was geweest van onze kennismaking, het verkrijgen van
+hare hand voor mij niet was het middel om in 't bezit der erfenis te
+geraken, en dat mijn volharden tot het uiterste geschiedde om harentwil
+en om dien van haar grootvader, geenszins uit lage belangzucht waarvan
+zij mij zou moeten vrijpleiten.
+
+Daar het omslachtig schrijven van Tante R-- een pakket vormde dat
+te zwaar was voor de post, vertrouwde ik het aan den kellner om het
+met den vrachtrijder mee te geven, die elken dag geregeld op de Werve
+verscheen. Gerust op de bezorging, gaf ik mij over aan de hoop op een
+goede uitkomst en verkeerde dien dag in eene vreeselijke spanning,
+die met ieder uur klom en, toen er tegen den avond noch brief noch
+bode verscheen, mij alle verwisseling van hoop en vrees tot volslagen
+wanhoop deed doorgaan. Ik bracht den bangsten nacht van mijn leven
+door, en toen de morgen daagde, en een deel van den middag verliep
+zonder dat er eenig bericht van de Werve kwam, overviel mij eene
+gewaarwording van leegte en onverschilligheid; de uiterste graad van
+mismoedigheid; in dien toestand had ik maar één verlangen: te Z--
+alles af te doen wat nog door mij verricht moest worden, en naar den
+Haag terug te keeren.
+
+Overberg wilde met alle geweld dat ik nog blijven zou. Ik weet niet of
+hij iets begreep van mijn toestand, maar ik verzweeg hem mijn _échec_
+en wendde voor, dat ik om eene dringende zaak naar huis moest. Om
+hem te voldoen teekende ik alle stukken, die hij mij voorlegde, gaf
+hem de volmacht die hij begeerde en nam afscheid met de verzekering,
+dat ik terug zou keeren zoo ras de aangelegenheden in den Haag het
+mij vergunden.
+
+Inderdaad riep er mij niets dan mijn eigen verlangen en die
+onweerstaanbare begeerte om thuis te zijn, als men zich onwel
+gevoelt. Zoodra ik maar weer terug was in mijne eigene rustige kamer,
+zou ik beter worden, en alles zou goed gaan, stelde ik mij voor;
+desnoods zou ik weer werken om mij te retrempeeren! nam rijtuig tot
+aan het eerste station, en kwam in den laten avond waar ik zijn wilde,
+waar ik genezing hoopte te vinden.
+
+
+
+
+
+
+
+ Z-- Juni 186....
+
+
+"Als gij mij schrijft, Willem, na de ontvangst van mijn laatsten,
+adresseer dan uw brief te 's Hage aan het gewoon adres, want ik ga
+reizen; ik weet vooreerst nog niet waarheen ik zwerven ga, en ik heb
+mijn appartement aangehouden als een _pied à terre_ in de residentie.
+
+In plaats van in mijn _sweet home_ de kalmte te herwinnen die ik zocht,
+werd ik ernstig ziek, reeds den eersten nacht van mijn thuiskomst. Het
+was eene zenuw-zinkingskoorts, die mij zeker reeds door de leden
+woelde, toen ik zoo onstuimig, zoo ondanks alles naar de rust van
+mijne eigene kamer verlangde; maar die zich eerst in volle kracht
+openbaarde, toen ik daar eenzaam nederlag.
+
+Wat er verder met mij gebeurd is, weet ik niet; ik weet alleen, omdat
+mijne hospita, die mij trouw heeft opgepast, het mij heeft verteld,
+dat er nog weer veertien dagen verliepen, eer ik het tijdperk van
+convalescentie intrad. Ik hoorde van haar dat tal van vrienden naar
+mij waren komen vragen en kaartjes hadden afgegeven. Ik vond er zelf
+een van mijn oom den minister, die in persoon naar mij was komen
+informeeren, en die de juffrouw op het hart gedrukt had mij toch trouw
+te verzorgen en moeite noch kosten te sparen; hij stond voor alles
+in, de edelmoedige!--het gerucht dat ik millionair was geworden had
+zich heinde en ver verspreid. Toen ik weer lust had de brieven in
+te zien die er voor mij gekomen waren, vond ik allerlei berichten
+en bescheiden van Overberg en van Beek, die mij reeds wee maakten
+bij den eersten oogopslag en die ik met walging ter zijde schoof;
+maar ik schrikte toen ik een strikt beleefd, maar zeer officieel
+briefje vond van Willibald, die mij het overlijden meldde van mijn
+oud-oom von Zwenken, en uitnoodigde om den overledene de laatste eer
+te komen bewijzen. Uit de dagteekening berekende ik, dat het nu al
+ruim drie weken geleden was. Hoe was het intusschen Francis gegaan?
+
+Zeker was zij nog altijd tegen mij ontstemd; zij scheen niets van
+mijne ziekte te weten, dat zij mij dit verzoek liet doen; en ik.... ik
+had haar geen woord van troost en bemoediging kunnen toespreken. Wat
+moest zij van mij denken? Wie weet hoe die mannen van de wet haar
+intusschen gekweld hadden en.... ik had niets kunnen verhinderen! Ik
+wachtte het bezoek van mijn dokter, ik wilde hem vrijheid vragen naar
+Z. terug te keeren. Daar hoorde ik gehaspel op de trap, de juffrouw
+die iemand wilde tegenhouden, die blijkbaar doorging, haars ondanks en
+de kamer binnenstormde zonder complimenten. Ik schrikte, ik vloog op,
+den komende te gemoet.
+
+Rolf stond voor mij, zelf ontdaan en blijkbaar wat verlegen dat hij
+mij zoo overviel. Ik dacht aan niet anders dan aan de zekerheid dat
+hij tijding kwam brengen van Francis. Wij drukten elkander de hand,
+beiden met tranen in de oogen.
+
+"Moeten wij elkander zoo weerzien, mijn goede kapitein?" begon ik,
+hem een stoel wijzende.
+
+"Mijn generaal overleden," snikte hij, "in mijne armen; Francis was
+er niet eens bij."
+
+"En uw Majoor?" vroeg ik, om hem weer op dreef te brengen.
+
+"Och spreek er niet van...."
+
+"Spreek Rolf, zij is toch wel?"
+
+"O, ja! wat de gezondheid aangaat dat schikt nog al, zij is sterk,
+zij kan wat verdragen; overigens...."
+
+"Wat dan! hoe gaat het tegenwoordig op de Werve, dat gij hier zijt?"
+
+"Zoo slecht als het maar gaan kan. Ik ben hier omdat zij mij weggejaagd
+heeft!"
+
+"Weggejaagd, Rolf! Ik dacht niet dat zij tot zoo iets in staat was."
+
+"Zij heeft mij ook niet verjaagd uit boosheid, maar omdat zij zelve
+toch ook niet blijven kon."
+
+"Niet blijven kon? Is zij dan niet meer op het Kasteel?"
+
+"Neen, zij is zoolang bij de Pauwelsen...."
+
+"Hoe lang? waar wil zij heen?"
+
+"Dat weet ik niet, dat weet ze denkelijk zelve niet; mij althans
+heeft ze 't niet willen zeggen."
+
+"Ze gaat zeker haar intrek nemen bij Willibald!"
+
+"Neen, dat geloof ik niet; want dien heeft ze laten wegtrekken zonder
+hem iets te zeggen; daarbij, die is majoor geworden, en zijn garnizoen
+is in Noord-Brabant. Neen; die is er buiten."
+
+"Maar ik bid u, vertel mij geregeld wat er gebeurd is."
+
+"Och! de generaal heeft niet den moed gehad het tegen haar vol te
+houden en zoo decisief aan de heeren Overberg en van Beek te schrijven
+als gij dat hadt aangeraden. Daar alles dus zoo wat in 't ongewisse
+bleef, en er ook geen antwoord kwam op hunne brieven aan u, ik begrijp
+nu wel waarom, schenen die praktizijns niet langer geduld te willen
+nemen, en heeft Overberg, zeker daartoe door den Utrechtschen collega
+opgezet, zich rechtstreeks tot de freule gewend om te weten of zij
+zich al dan niet met u verloofd achtte? Gij begrijpt jonker, wat haar
+antwoord is geweest; ik heb het zelf voor haar overgeschreven, want
+zij had het zoo wild en ruw gekrabbeld, dat het onleesbaar was. Het
+was zeer droog en kortaf, maar er kwam geen woord in voor om u te
+blameeren, dat kan ik u verzekeren."
+
+"Ben ik dan nu gerechtvaardigd in hare oogen?"
+
+"Dat zou ik niet kunnen zeggen; ik weet alleen dat zij zich zelve
+bittere verwijten doet, en dat het uitgekomen is zooals ik zeide,
+reeds denzelfden dag."
+
+"Reeds denzelfden dag nadat zij mijn pakket heeft ontvangen?"
+
+"Zij heeft niets van u ontvangen, dat weet ik zeker."
+
+"Dat is vreemd!"
+
+"Neen! dat is niet vreemd, want alles is bij ons zóó in de war geraakt
+op dien noodlottigen Vrijdag! maar.... ik zie daar sherry staan,
+mag ik zoo vrij zijn?"
+
+"Welzeker, kapitein! schenk u zelven maar in, en ga dan voort als ik
+u verzoeken mag."
+
+"Nu dan, toen gij weg waart is zij flauw gevallen, en dat is haar
+leven lang nog nooit gebeurd! Ik schaamde mij haast over mijn cordaten
+majoor; maar zij had u zoo lief; ze heeft het mij later onder tranen
+bekend; en toen wij haar hadden bijgebracht en meenden dat zij wat
+uitrustte in hare kamer, is ze stillekens ontsnapt, naar de Pauwelsen
+geloopen, heeft haar Tancred laten voorkomen en is uitgereden! Uren
+ver, naar wij dachten; maar dat kwam toch anders uit."
+
+"Zulke wijze van zich te hervatten lijkt op haar."
+
+"Niet waar? zoo is ze; maar wij werden vreeselijk ongerust toen ze
+niet aan tafel verscheen; nu, wij hadden zelven ook geen eetlust,
+de generaal en ik; maar toen het begon te schemeren, en toen de
+jonge Pauwels kwam waarschuwen dat Tancred alleen thuis gekomen was,
+schuimbekkend en zonder zadel...."
+
+"Een ongeluk!" viel ik in; "zeg eerst hoe zij er afgekomen is."
+
+"Nogal zoo erg niet, Jonker! een verstuikte voet en schrikkelijk in
+de war toen wij haar vonden bij den grooten eik dicht bij 't kasteel,
+waar zij naar toe gekropen was om op het mos uit te rusten."
+
+"O! ik ken dien boom!" riep ik smartelijk; "ik voel zoo hoe het dáár
+geweest moet zijn."
+
+"Heel slecht, zooals ik zeide; zij riep ons toe dat wij haar dáár
+moesten laten sterven, en dat wij het u moesten zeggen."
+
+"Zij heeft mij nóg lief!" juichte ik.
+
+"Wat dat betreft, jonker, dat's maar al te waar, en dat is erg genoeg
+na alles wat er verder gebeurd is. Het bleek dat zij in een wilden
+galop voortgejaagd had tot dicht bij de stad; dat ze toen van richting
+was veranderd en door het bosch heen naar huis had willen rijden,
+maar dat ze Tancred wat te forsch heeft aangezet, of wel de teugels
+in hare mijmering heeft laten vallen, zij weet het zelve niet meer;
+genoeg, dat het brave beest, aan haar vaste en ferme hand gewoon,
+zijne meesteres niet meer herkend heeft in hare beurtelings woeste
+en achtelooze luim; 't is hem gaan vervelen, en hij heeft het naar
+zijn eigen zin op een loopen gezet; zij, uit den zadel gevallen,
+schijnt een tijdlang bewusteloos gelegen te hebben, gelukkig niet al
+te ver van huis. Pauwels en ik beurden haar op en brachten haar in
+'t salon op de canapé. De chirurgijn verklaarde het geval voor niet
+heel beduidend maar het hield haar toch verscheiden dagen aaneen op
+diezelfde plek geboeid."
+
+"En waarom mij dat niet terstond bericht?"
+
+"Hm! zóó als gij vertrokken waart.... eigenlijk ik wilde wel, en
+zij ook, ja; ik mag het niet zeggen, maar zij heeft u een briefje
+geschreven."
+
+"Dat mij niet bezorgd is?"
+
+"Neen, want de jonge Pauwels was belast het in uwe eigene handen
+te geven, en toen hij te Z-- aankwam, werd hem gezegd dat gij reeds
+vertrokken waart, en dat alle brieven en berichten voor u bij Overbeek
+moesten bezorgd worden, maar daartoe had Pauwels geen order; hij kwam
+met het briefje terug."
+
+"Te laat!" sprak Francis met een bitteren lach. "Ik dacht wel dat
+het zoo zijn moest; ik heb niet beter verdiend; nu is het uit!" en
+zij verscheurde het biljet.
+
+"O, had ik dat alles kunnen voorzien!" riep ik, de handen voor de
+oogen houdend; ik wilde nog mijne zwakheid verbergen.
+
+"Ik had u geraden te blijven; waarom zijt gij ook zoo spoedig
+weggevlucht?"
+
+"Ik voelde dat ik ziek zou worden, ik was al ziek; ik ook had haar
+een pakket gezonden en verbeeldde mij, dat zij terstond antwoorden
+zou op dat schrijven, of nooit. Het duurde tot den derden dag; ik
+kon het niet langer uithouden."
+
+"En gij zegt dat het haar goed gedaan zou hebben als zij dien brief
+las?"
+
+"Zij zou er ten minste uit geleerd hebben mij met andere oogen
+te zien."
+
+"Die verwenschte verwarde boel bij ons, toen zij eens van de been
+was, is er oorzaak van dat zij 't niet gekregen heeft. Frits legt
+maar stompweg alles bij de papieren van den generaal."
+
+"Die zou het haar zeker overhandigd hebben."
+
+"Neen; want hij zelf zat als verlamd in zijn armstoel, en hij gromde
+als de post of de bode iets van brieven of pakketten aanbracht. Frits
+durfde hem met niets meer aankomen. Daarbij was hij vergramd op de
+freule en had bijkans geen deernis met haar ongeval. En toen zij
+nog maar even weer op de been was, begon dat lieve leventje met
+die verduivelde practizijns, die tegen den generaal begonnen te
+ageeren en met executie dreigden. Toen moest hij wel kennis nemen
+van deurwaardersexploiten en al dat gerei, en, helaas; de freule ook,
+want haar ongelukkige grootvader was al bij den eersten schok door eene
+herhaling van de vroegere attaque overvallen en lag er nu toe. Francis
+moest voor alles staan en had er volstrekt geen verstand van en ook
+geen geduld. Dit alles heeft mijn armen vriend den dood gedaan, en ik,
+ongelukkige brekebeen, ik kon niets verhinderen!"
+
+De kapitein vergat te zeggen, wat ik later vernam, dat hij, door
+zijn vriend een glas ouden cognac toe te dienen om hem moed te geven,
+het zijne bijgedragen had tot den snellen afloop.
+
+"Het weinigje dat ik bezit in den zinkput te werpen van al die
+schulden, zou eene stommiteit zijn geweest, en die beging ik ook
+niet. In 't kort, toen wij, Willibald en ik, met nog een paar
+oude krijgsmakkers den generaal de laatste eer hadden bewezen (wij
+hadden op u al niet meer gerekend, schoon gij voor den vorm waart
+uitgenoodigd), toen moest er nog weer een andere bureaurot worden
+ingehaald: de notaris uit Arnhem, die het testament van den generaal
+onder zijne berusting had en die in 't eerst aan Francis raadde,
+geene concessies te doen aan den erfgenaam van freule Roselaer, die
+als eerste en voornaamste crediteur opkwam; maar na ampele discussies
+tusschen hem en Overberg kwam hij weer met een ander advies voor den
+dag en raadde haar, de minnelijke schikking aan te gaan, die opnieuw
+werd voorgesteld; maar gij begrijpt wel hoe weinig zij daarin konde
+treden, te eer daar alles wat men tegen haar grootvader had gedaan
+geschiedde als uit uw naam, door uw last."
+
+"Ik ongelukkige, die bewusteloos op mijn ziekbed neerlag."
+
+"Dat wisten die farizeën ook wel, maar zij hadden zooals bleek,
+uwe volmacht, en Francis kon niet anders denken dan dat men haar
+vervolgde met uwe voorkennis, naar uwe bedoeling. Dat juist was haar
+onverdragelijk. "Dit is nu die dwang waarmee hij mij gedreigd heeft;"
+sprak zij met bitterheid; "en hij meent, dat hij mij daardoor zal
+overwinnen! Nooit! Hij kan mij alleen dwingen van mijn ouderlijk
+erfdeel afstand te doen en hem het veld ruim te laten."
+
+Haar notaris sprak wel van den boedel te aanvaarden onder benefice
+van inventaris, maar zij had daar geen ooren naar; zij wilde goed en
+kort van alles af zijn en de praktizijns onder elkander laten haspelen
+en stukken opmaken zooveel zij wilden. Eén oogenblik heb ik haar zwak
+gezien. Dat kantoorvolk was gekomen om alles op te schrijven wat er in
+huis te vinden was. Ik schaamde mij innerlijk om het armelijk boeltje,
+maar de freule bleef kalm, waardig en laatdunkend, zooals zij zijn
+kan als zij hare koppige buien heeft, en alles ging goed totdat wij
+aan de groote logeerkamer naderden. Toen zag ik haar bleek worden
+(de kapitein werd zelf bleek en schonk zich weer een glas sherry in
+om zich op te frisschen) en zij wierp mij de sleutels toe, terwijl
+zij mij toefluisterde: "Ik kan daar niet meer binnen gaan!" en ze
+liep ijlings heen.
+
+"Zooveel teerheid van gevoel!" verzuchtte ik, "en toch...."
+
+"Zoo uitvallen als zij eene opvatting heeft, niet waar?" viel hij
+in. "En dat tegen u, die anders zoo goed met haar terecht kon! Jammer,
+eeuwig jammer dat het misverstand niet terstond weer is bijgelegd."
+
+"Het zal nog bijgelegd worden, ik verzeker het u."
+
+"Ik vrees dat het nu te laat zal zijn."
+
+"Zeg dat niet! Dat kan ik niet hooren, dat wil ik niet gelooven."
+
+"Ik wil 't ook liever niet gelooven, maar ik vrees toch dat wij het
+zullen zien; zij is zoo koppig als zij hare onverzettelijke buien
+heeft, en zoo slim daarbij. Wilt gij weten hoe zij 't aangelegd heeft
+om mij met een zacht lijntje te verwijderen?"
+
+"Heel graag!"
+
+"Rolfie!" zei ze, want ze weet je zoo te vangen als ze wat met
+je voorheeft; "Rolfie! biecht nu eens eerlijk op: heb je niet het
+grootste deel van je erfenis met mijn grootvader doorgebracht?"
+
+"Wis en zeker niet, ma .... freule!" mocht ik zoo zeggen. "Wat we samen
+verteerd hebben was maar een sommetje, dat ik er zoo stilletjes voor
+apart hield en dat mij om zoo te spreken in den schoot was geworpen;
+want het kwam van een gelukkig lot in de loterij. Jammer dat het
+maar een achtste was en dat wij het nog met ons beiden hadden, de
+generaal en ik. De generaal beproefde of hij met zijn deel niet nog
+betere zaken kon doen, wat hem helaas nooit is gelukt. Ik koos de
+partij om van het mijne samen maar eens goed te leven."
+
+"En de erfenis was dus maar een fabeltje?" vroeg zij streng.
+
+"Wel neen, freule! Die bestaat in eene kleine boerderij in 't
+Noordbrabantsche, waar ik de rente van trek en waar ik mij dacht te
+retireeren als de freule eens.... ik durfde niet meer zeggen: kwam
+te trouwen; ik zei dus: als de freule mij niet meer gebruiken kan."
+
+"En kunt ge daar dan goed leven kapitein?"
+
+"Dat zal heel wel gaan; mijn pensioen er bij.... Mocht de freule nu
+maar besluiten kunnen daar met mij heen te gaan, dan zouden wij al
+een heel lief leventje kunnen hebben samen.
+
+'t Is in die streken nogal goedkoop, en al is het geen kasteel,
+daar zou nog wel een goede kamer zijn voor de freule."
+
+"Dank je hartelijk, brave kapitein! maar zoo is 't niet gemeend. Als
+gij het er maar vinden kunt voor u zelf is het genoeg. Maak dan maar
+gauw dat ge er komt."
+
+"Maar freule! van u scheiden! U hier alleen laten?"
+
+"Ik blijf hier ook niet, en bij 't geen ik te doen heb zoudt gij mij
+maar in den weg zijn."
+
+"Maar wat wilt gij dan doen?"
+
+"Waar vraagt gij naar? Als ik het zeggen wilde wist gij het immers
+al! kreeg ik toen, en of ik hoog of laag sprong, zij wilde mij
+kwijt zijn en ik moest gaan." En de karaf met sherry werd nogmaals
+aangesproken om het verdriet te verzetten dat maar al te duidelijk
+op zijn vervallen gelaat te lezen stond. "En zóó ben ik heengegaan,"
+ging hij voort; "maar ik dacht zoo bij me zelve: ik zal den weg nemen
+over den Haag, toen ik hoorde dat de jonker ziek was en mogelijk van
+niets wist."
+
+"Een mooie omweg, beste kapitein!"
+
+"Het doet er niets toe, ik heb zoo'n haast niet. Zij had haast om
+mij weg te zenden, en dat beduidt niets goeds."
+
+"Dat vrees ik ook. Weet gij wat gij doet, Rolf?"
+
+"Neen, jonker! Wat raadt ge mij?"
+
+"Dat ge hier nog een uurtje uitrust en dan ijlings naar de Werve
+terugkeert."
+
+"Maar zij is er denkelijk niet meer, en die verfoeielijke praktizijns
+zijn er nu zeker al de baas."
+
+"Ja, maar ik ben er meester, en ik zal u een brief meegeven, om hen
+te doen berusten in 't geen ik verlang. Gij zijt commandant van de
+vesting tot nader orde, en Frits moet er ook blijven."
+
+"Ja, die is er nog als huisbewaarder."
+
+"Ik volg zelf morgen of overmorgen, als ik het met mijn dokter kan
+vinden. En gij maakt er intusschen werk van om dat pakket terug
+te krijgen."
+
+"Het zal met al de papieren en brieven van den generaal bij Overberg
+zijn beland."
+
+"Informeer u daarnaar en houdt Francis in 't oog; zie haar naar
+de Werve terug te lokken, maar zeg niet dat ik kom, dat mocht haar
+afschrikken. Ik ga daarbij weer te Z. logeeren."
+
+Ik had nog niet uitgesproken of mijne hospita meldde zich aan met een
+telegram, waarvan ik het reçu had te teekenen. Het was van Overberg
+en van den volgenden inhoud:
+
+"_Tegenwoordigheid onverwijld noodig: geene schikking te
+treffen. F. M. kasteel verlaten._"
+
+"Daar heb je 't al," zei Rolf, terwijl hij zijn laatste glas sherry
+ter zijde zette.
+
+"Weet gij wat, kapitein! ik zal mijn dokter vóór zijn; hij mocht
+mij eens de reis niet toestaan. Help mij maar wat pakken, en we
+gaan samen."
+
+Onder die reisaanstalten werden wij toch overvallen door mijn
+Esculaap, die wel wat voorzichtigheid raadde, maar toch begreep,
+dat er toestanden zijn waarin de zwakheid des lichaams vergeten moet
+worden voor den aandrang des harten. Ik had hem wel iets van mijn
+hartsgeheim moeten opbiechten.
+
+
+
+In het logement te Z. aangekomen, vond ik een briefje van Rudolf, die
+nog altijd in de provinciën Gelderland en Overijsel rondreisde met zijn
+gezelschap en nu te L., waar het kermis was, eenige representaties
+gaf. Hij scheen te onderstellen dat ik niet weg geweest was en dat
+alleen de _brouille_ met Francis mij van de Werve terughield in de
+laatste weken. Hij schreef mij het volgende:
+
+
+"Zoo gij Francis terughouden wilt van de grootste dwaasheid, die zij
+nog heeft begaan, zorg dan morgenochtend omstreeks negen uur met mij
+samen te treffen in het logement te Halfweg tusschen L. en Z. Gij
+zult daar vernemen wat zich moeielijk laat schrijven.
+
+ R."
+
+
+Ik had dien avond nog eene _entrevue_ met Overberg, die mij op de
+hoogte, ik zou eigenlijk moeten zeggen op de laagte, bracht van den
+gang dien de zaken hadden genomen. Daar was geene overeenkomst met
+Francis te treffen, die daarenboven de Werve verlaten had zonder
+een adres op te geven. Men moest volgens van Beek tot den publieken
+verkoop van dat kasteel overgaan, maar Overberg, die mijn tegenzin
+in dit geweldig middel kende, had de hand daartoe niet willen leenen
+vóór mijne herstelling en zonder mijne definitieve toestemming. Ik
+deed hem inzien, dat er nog geene haast bij was, en na wat over
+en weer sprekens deelde hij mijne zienswijze, Tante Roselaer had
+wraakzuchtige intentiën gevoed tegen den generaal, maar geenszins
+tegen Francis, en nu deze alleen overbleef was er geen reden om
+haar te verontrusten en te verdrijven. Aan de eischen der wet moest
+voldaan worden, aan het voorschrift der testatrice evenzeer; eene
+beslissing moest er genomen worden; dat is alles waar, maar ik zag
+niet in, waarom men haar geene maanden zou geven terwijl men haar
+nauwelijks weken had gegund. Overberg stemde dit toe. Blijkbaar had
+de oude freule het goed met haar gemeend. De collega dien van Beek
+had gebruikt om het testament te maken, waarin hij als executeur
+werd bevoordeeld, had aan Overberg kennis gegeven, dat het nog een
+codicil bevatte, één dag voor haar dood er bijgevoegd, waarbij aan
+freule Francis Mordaunt na het overlijden van den generaal, en voor
+'t geval dat haar huwelijk met jonker van Zonshoven niet doorging,
+een jaarlijksch inkomen werd verzekerd van drie duizend gulden, haar
+door den erfgenaam uit te keeren levenslang, zelfs al zij trouwde,
+onder de eenige voorwaarde dat zij geen huwelijk zoude aangaan zonder
+het goedvinden van haar neef jonkheer Leopold van Zonshoven. Zeer zeker
+had de schrandere vrouw dit correctief bedacht om Francis te weerhouden
+van een onberaden huwelijk, waarvoor zij haar in staat achtte. Bij
+de onwaarschijnlijkheid dat zulk een geval zich zou voordoen, vond
+ik de conditie voor haar niet te hard; maar ik belastte Overberg er
+mee, haar daarvan officieel kennis te geven. Zij zou dat bericht dan
+vinden als zij naar de Werve terugkeerde. Zij zou er ook mijn pakket
+vinden, dat werkelijk in handen van den procureur was geraakt, met
+de papieren van haar grootvader, en waarvan hij het adres had erkend
+als van mijne hand. Hij had het terstond na die ontdekking naar het
+kasteel opgezonden, maar zij zelve was er toen reeds niet meer.
+
+"Het heeft zoo moeten zijn, jonker!" sprak hij, de schouders ophalend,
+nadat ik hem medegedeeld had, dat ik zeer op den inhoud van dat pakket
+rekende om hare stemming jegens mij te veranderen; maar ik verzweeg
+hem zorgvuldig de samenkomst die ik met Rudolf moest hebben. Er was
+sprake van eene dwaasheid die Francis stond te begaan, en ik was wat
+bang voor de Z--sche praatjes.
+
+Tegen het aangewezen uur liet ik mij den volgenden dag naar het
+zoogenaamde huis te Halfweg brengen, eene uitspanning waar des
+zomers buitenpartijen worden gehouden en waar men des middags gaat
+theedrinken, maar niet eigenlijk een logement, en waar het in dit
+morgenuur bijzonder stil was. Ik noemde volgens Rudolfs opgave mijn
+naam, en vroeg of de heer gekomen was dien ik spreken moest.
+
+"Ja, de heer en de dame zijn al boven; als mijnheer de trap maar
+blieft op te gaan, en dan de deur rechts; schellen als de heeren van
+iets gediend blieven!" gaf de man ten antwoord, die het op zijne
+aanwijzingen liet aankomen zonder mij geleide te geven. Zij waren
+dan ook niet gecompliceerd, en ik vond zelfs de deur aanstaan. Ik
+bevond mij in een zaal met witte muren en houten met zand bestrooide
+vloer, waar zeker voor veertig menschen, en meer, ruimte was om aan
+verschillende tafeltjes plaats te nemen; maar in 't eerst zag ik er
+niemand, en ik moest langs een hoop opeengestapelde stoelen voorbij
+eer ik Rudolf bemerkte, die aan het uiterste einde der zaal stond,
+waar een tribune was opgericht voor een orchest. Hij was niet alleen,
+hij was in een druk gesprek met Francis!
+
+Zij stonden met den rug naar mij toegewend, en ik moest mij een
+oogenblik op den achtergrond houden, om mij te herstellen van den
+schok dien dat plotseling weerzien bij mij teweegbracht. De uitroep
+dien ik had willen slaken stokte mij in de keel; zoo moest zij mij
+niet zien. Ik ging wat zijwaarts af en kon als verscholen blijven
+achter de pyramide van stoelen.
+
+De stem van Rudolf klonk schetterend door de zaal toen hij sprak:
+
+"_Nonsence_, Francis! ik die er nogal zoo iets van weet zeg u, dat het
+een radeloos beginnen is; gij kent dat leven niet, dat gij u voorstelt
+als het ideaal van vrijheid en levenslust. Het is integendeel de
+gebondenheid zelf, met de zweep er achter! Meent gij misschien dat
+de _chambrière_ bij ons alleen gebruikt wordt voor de paarden? en dat
+men er de vrouwen spaart omdat men ze ten aanzien van 't publiek met
+galanterie in den stijgbeugel helpt? Gij vergist u deerlijk, arm kind!"
+
+Al sprekende had Rudolf zich even omgekeerd en mij opgemerkt; snel
+bracht hij den vinger aan den mond om mij het zwijgen aan te bevelen,
+en hij ging voort: "Wij worden gestraft in onze beurzen en aan den
+lijve, van den geringsten staljongen af tot _Madam Stonehorse_ toe,
+aan wie zelve zoomin eene fout gepasseerd wordt als aan ons. En onder
+dien troep zoudt gij willen zijn, gij! een kruidje-roer-mij-niet op
+het punt van kieschheid en fijngevoeligheid! Ik zou, op mijn woord,
+geen slechter _métier_ weten uit te denken voor iemand als gij zijt;
+en 't is alleen omdat gij er niets van weet, dat het denkbeeld daaraan
+in u kon opkomen."
+
+"Er is geen ander waar ik voor bekwaam ben! Ik kan met paarden omgaan;
+maar ik kan geene gouvernante van kinderen zijn; ik kan schermen en
+exerceeren, en ik zou beide evengoed te paard kunnen doen als te voet;
+maar ik kan niet voor gezelschapsjuffrouw spelen bij eene dame, en
+ik ben veel te onhandig in 't naaien en borduren om daar mijn brood
+mee te verdienen. Zelfmoord is eene zonde die ik niet wil begaan;
+ik heb daarbij plichten die mij gebieden te leven, al is het leven
+mij niets meer dan eene marteling; dus schiet mij niets anders over,
+dan dàt wat ik u verzocht voor mij te bemiddelen."
+
+"Maar zottin! waarom ziet gij het eenige voorbij dat u wezenlijk
+past! Waarom verzoent gij u niet met uw neef van Zonshoven? dan hebt
+gij alles ineens wat gij maar wenschen kunt; uw kasteel terug, de
+fortuin, en een man die u liefheeft, daar verwed ik mijn hoofd onder!"
+
+"Ja, een loyaal man inderdaad! dat's gebleken," antwoordde zij met
+een doffe stem, waaruit mij onbeschrijfelijke bitterheid toeklonk.
+
+"Bah! hij is op zijn ergst een klein weinigje onoprecht geweest; dat
+is eene _peccadille_, die gij hem licht kunt vergeven; een leugentje
+om bestwil zondigt niet, en ik sta er voor in, dat hij u om bestwil
+zoo wat om den tuin geleid heeft. Hij zal u ook wel eens wat te
+vergeven hebben; gij hebt hem immers naar uwe eigene getuigenis grof
+behandeld; gij hebt u zelf bij mij aangeklaagd, dat gij hem onrecht
+hebt gedaan! welnu! zeg hem dat, val voor hem in de schuld, en alles
+zal goed zijn."
+
+"Dat is onmogelijk, ik heb het immers al gezegd," hernam zij met
+ongeduld; "dat is nu te laat."
+
+"Waarom te laat, Francis?" sprak ik, nu snel vooruittredende, "als _ik_
+u verzeker dat het nog tijd is!"
+
+"Leo!" riep zij doodsbleek, en als ineenkrimpend onder hare smartelijke
+aandoeningen, viel zij op een stoel neer en bedekte zich het gelaat
+met beide handen.
+
+"Francis!" hervatte ik zacht, terwijl mijne ontroering in de stem
+trilde, "er is nog niets tusschen ons veranderd ik zie nog altijd in
+u mijne verloofde." Al sprekende had ik even mijne hand op de hare
+gelegd. Het was of die aanraking haar pijn deed. Als met een schok
+sprong zij weer op, nu met hooggekleurde wangen en onnatuurlijk
+fonkelende oogen.
+
+"Uwe verloofde! ik heb dat begrepen uit de wijze waarop uwe handlangers
+met mij geleefd hebben."
+
+"Het grieft mij meer dan ik zeggen kan, Francis, dat men u lastig is
+gevallen, maar wijt dat niet aan mij; ik was ziek, ik was afwezend,
+en zoo men u verdriet heeft aangedaan, is dat wel zeer tegen mijne
+bedoeling geweest."
+
+"Zooals het tegen uwe bedoeling geweest is, mijn grootvader den schok
+toe te brengen, die hem den dood heeft aangedaan!"
+
+"Zeer zeker is dat tegen mijne bedoeling geweest, en ik heb tot het
+uiterste volhard om dat te voorkomen, maar gij, gij zelve hebt niet
+gewild, en daarna heb ik niets meer kunnen verhinderen. Het was de
+toepassing van een uitersten wil, dien ik niet bij machte was te
+wijzigen. Zoo de vervolging, waarmee hij bedreigd werd, werkelijk
+den dood van uw grootvader, heeft verhaast beschuldig mij dan niet
+het eerst, Francis! maar tast in uw eigen boezem, en mij dunkt,
+gij zult bevinden, dat ik het met hem en met u beter gemeend heb
+dan gij zelve, die om een misverstand, dat bij eenig kalm nadenken
+zoo licht uit den weg ware geruimd, u zelve en hem in 't verderf
+hebt gestort en mij zoo groote smart aangedaan. Gij hebt willen
+volharden bij uwe miskenning! gij hebt onverzoenlijk willen zijn;
+gij zijt het nóg; zoo wijt de gevolgen van het onheil dat gij hebt
+aangericht niet aan anderen, niet aan mij, die u nòg toeroept: het
+is _niet_ onherstelbaar."
+
+"Niet onherstelbaar! o, Leo! Leo! hoe ver staan wij reeds van elkander,
+dat gij dit zeggen kunt," sprak zij diep neerslachtig. "Gij hebt mij
+met dwang gedreigd en gij hebt mij werkelijk dwang aangedaan; gij
+hebt het in uwe macht gehad mij tot zulk een uiterste te brengen,
+dat de bestgezinde van uwe praktizijns telkens zijne omslachtige
+vertoogen besloot met denzelfden raad: een huwelijk met den erfgenaam
+van freule Roselaer; ik heb dien zoo dikwijls gehoord dat ik er van
+walg, en ik weet dat ze gelijk hebben uit hun oppervlakkig, materieel
+oogpunt gezien, maar, gij Leo; gij die weet hoe ik denk, hoe ik in
+onze verbintenis _die_ vereeniging zag, waar liefde, waar hoogachting
+de vrije aan den vrije bond uit volle overgave van het hart, hoe kunt
+gij zeggen, dat er niets onherstelbaar is, waar het noodigste verloren
+is gegaan; waar gij het met uwe zaakgelastigden zóó ver hebt gebracht
+dat het huwelijk met u mij door den nood zou worden opgelegd. Als
+ik dàt huwelijk kon aangaan, Leo! meent gij dan, dat ik niet aan de
+keten zou schudden tot die ons beiden te zwaar werd, tot zij brak?"
+
+"Gij hebt gelijk, Francis! als gij het zoo beschouwt; als gij mij
+niet met andere oogen kunt zien dan die van uw vooroordeel, dan is
+het uit, dan geef ik u dat woord terug, dat gij niet meer kunt houden,
+dan zijt gij vrij!"
+
+"Mooi zoo, Francis! daar hebt gij wat gij gewild hebt; nu zijt gij
+losgelaten en vogelvrij, zooals ik, en dat's voor eene vrouw als
+gij zeker wel het ergste waarmee God haar straffen, en Leo zich
+wreken kon."
+
+"Gij vergist u, Rudolf! Daar is geen sprake van wraakneming. Ik heb
+mijne verloofde haar woord teruggegeven, maar mijne nicht Francis
+Mordaunt blijft onder mijne bescherming."
+
+"Ik waardeer de bedoeling," sprak Francis, zonder mij aan te zien
+met trillende stem, "maar ik heb een stap gedaan, die mij voorgoed
+van mijn verleden scheidt. Ik wanhoopte aan uwe edelmoedigheid,
+die mij de vrijheid zou geven; daarom heb ik het onmogelijke willen
+stellen tusschen u en mij. Ik heb eene overeenkomst gesloten met
+master Stonehorse, die reeds hier moest zijn, en master Smithson is
+gekomen om mij aan hem voor te stellen."
+
+"Uw oom Rudolf is hier om het uit alle macht af te raden, _my dear!_
+en als gij op master Stonehorse rekent, kunt gij lang wachten,"
+viel Rudolf uit.
+
+"Alweer geen woord gehouden!" riep Francis hem toe met
+verontwaardiging. "Maar ik heb die teleurstelling verdiend, met nog
+eens op u te rekenen."
+
+"Ziet gij mij aan voor zoo dom of zoo slecht Francis! dat ik de hand
+zou leenen om u zulk een _coup de tête_ te helpen volvoeren?"
+
+"Zoo hebt gij mijn briefje niet aan uw directeur overhandigd?"
+
+"Waarachtig niet! ik heb wat beters gedaan; ik heb Leo gewaarschuwd
+dat gij op het punt stond eene dwaasheid te begaan, die u onredbaar in
+'t verderf zou storten."
+
+"Een komplot! dat is het wèl wat van lieden van uwe soort is te
+wachten. 't Is genoeg! ik zie wel, dat ik op niets of op niemand meer
+rekenen kan dan op mij zelve, zoo weet ik wat mij te doen staat."
+
+"_Stupid!_ Zij hecht er nog aan!" riep Rudolf met ergernis.
+
+"Zoo doe ik, en sinds gij mij uwe bemiddeling weigert zal ik alleen
+naar L. rijden, waar master Stonehorse nog wel te vinden zal zijn."
+
+"Zij verdiende voor den duivel dat men haar haar gang liet
+gaan. Probeer het maar, doordrijfster! Als gij eens in zijne handen
+zijt, zult gij het levenslang met bloedige tranen beschreien; en het
+ergste is, dat je niet eens schreien moogt! Je moet lachen, lachen
+onder het snerpendste wee."
+
+"Welnu, ik zal lijden wat er te lijden valt; zoo zal ik boete doen voor
+'t geen ik mij te verwijten heb."
+
+"Juist, eigenwillige boete! dat is in uw geest. U zelve niet sparen
+en eindelijk bezwijken van smart over het leed dat gij u zelve en
+anderen hebt aangedaan," voegde ik haar toe.
+
+"Niemand heeft zich meer om mij te bekommeren; ik ben immers vrij!"
+
+"Maar niet om uw naam en afkomst schande aan te doen en u zelve dus
+weg te werpen."
+
+"Ik ben de laatste van mijn naam, en wat mijne afkomst betreft:
+ik ben de nicht van master Smithson."
+
+"Zijne waardige nicht, dat moet ik zeggen!" sprak deze met ironie,
+"maar die nu voorgoed het recht verloren heeft met zooveel minachting
+op mij neer te zien, sinds zij, en niet door den nood gedrongen,
+even groote dwaasheden begaat als ik."
+
+"Niet door den nood gedrongen!" sprak zij, en haalde met onwil de
+schouders op.
+
+"Neen, Francis! niets verplichtte u de Werve te verlaten."
+
+"Ik zie niet hoe ik er had kunnen blijven, jonker! Gij zijt er meester
+_par droit de créancier_. Moest ik wachten tot uwe procureurs en
+deurwaarders mij kwamen verdrijven?"
+
+"Dat zou niet geschied zijn, dat zal niet geschieden, juist omdat _ik_
+er meester ben. Gij zijt een verkeerden weg ingeslagen, Francis! geloof
+mij, toen gij die veilige schuilplaats verliet. Maar niets verhindert
+u er terug te keeren."
+
+"Niets meent gij?" riep zij hartstochtelijk: "alles, alles! De muren
+grimmen mij aan in die eenzaamheid. Voelt gij dat niet? Maar neen,
+hoe zoudt gij dat voor mij voelen! Er is niets dan misverstand tusschen
+ons, niets meer!"
+
+Daar lag een weeklacht in dien toon van verwijt, maar die terstond
+werd overstemd door de vastheid waarmee zij voortging:
+
+"Daarom wil ik mijn eigen weg gaan; ik wil het, verkeerd of niet:
+ik hoor niemand toe; ik zal over mijn eigen lot beschikken." Reeds
+wendde zij zich om.
+
+"Dat zult gij niet!" sprak ik met gezag, haar in den weg tredende. "Nu
+de generaal dood is en Rudolf zich onmogelijk heeft gemaakt, ben ik
+uw naaste bloedverwant, en ik zal niet toestaan dat gij u zelve in
+den vollen bloei des levens in een afgrond werpt, waaruit niets u
+meer zou kunnen redden. Ik stel ééne voorwaarde op de vrijheid die
+ik u teruggaf, deze: dat gij haar niet misbruikt tot uw bederf."
+
+"Maar zeg dan wat ik doen moet!" sprak zij gejaagd en toch onderworpen.
+
+"Naar de Werve terugkeeren, waar de eenzaamheid u niet zal aangrimmen,
+want gij zult er een vriend vinden die alles in orde heeft gebracht
+om u te ontvangen."
+
+"Een vriend!" herhaalde zij, met een strakken, verwonderden blik.
+
+"Ja! Rolf, die er tot nadere order blijft; en gij kunt er ook
+blijven. Gij hebt niet noodig onberaden stappen te doen om mij te
+ontvluchten, want ik ga reizen."
+
+Ik sprak dit laatste koel en met vastheid, want ik zag dat het haar
+verraste en trof, en ik wilde geen zwakheid toonen.
+
+"Naar de Werve terugkeeren!" herhaalde zij langzaam als in zich
+zelve, deed daarop haastig eenige stappen met gebogen hoofd, keerde
+zich toen om, zag mij aan met een veelbeteekenende blik en sprak,
+terwijl er iets anders in de stem trilde dan toorn en trots:
+
+"Gaat gij reizen, Leo? ik.... zal.... blijven.... Vaarwel!"
+
+En de deur viel achter haar toe.
+
+"Zou ik haar niet volgen tot zij de Werve bereikt heeft?" vroeg Rudolf,
+toen wij den hoefslag van haar paard hoorden. "Als zij nu toch eens
+haar eigen zin deed?"
+
+"Neen! ik vertrouw op haar woord; wantrouwen zou haar beleedigen."
+
+"Zij is in eene ongewone stemming en zoo roekeloos in het rijden;
+zij heeft laatst ook nog een ongeluk gehad."
+
+"In 's Hemelsnaam, rijd haar dan achterna! Maar als gij zelf herkend
+wordt?"
+
+"Dat heeft nu geen nood meer, ik zie er immers uit als de eerste
+burgerheer de beste."
+
+Dat was zoo. Zijne kleeding was eenvoudig en passend; zijn haar en
+baard waren donker zwart geverfd.
+
+"Zooals gij mij nu aanziet," ging hij voort, "ben ik herhaaldelijk
+naar de Werve gekomen in de laatste ziekte van mijn vader. Ik heb hem
+nog de hand gedrukt, en hij schonk mij zijn zegelring. Zie toch! ik
+draag hem niet aan den vinger, uit voorzichtigheid, maar hier, aan
+een zijden koord op de borst; en Francis! Francis!" sprak hij met
+zegevierenden glimlach, "is er toch toe gekomen; zij heeft in die
+bange dagen mijne hulp aangenomen. Ik heb mijn satisfactie, al ziet
+zij mij nog zoo boos aan."
+
+"Maar ga dan toch!" drong ik, want ik begon mij zelf ongerust te maken
+dat Francis hem te ver vooruit zou zijn. En.... wij namen afscheid
+voor het leven.
+
+"Als de L--sche kermis afgeloopen is, verlaten wij de provincie en
+het land en ik kom er nimmer weer," sprak hij met weemoed, terwijl
+hij mij voor het laatst de hand drukte.
+
+
+
+Te Z. aangekomen, vond ik Overberg reeds in mijn logement. Hij had
+een pakket ontvangen aan het adres van Francis, dat uit Engeland
+scheen te komen, veel port kostte, en dat de oude Frits in hare
+absentie niet had willen aannemen; men had zich tot den procureur
+gewend, die met de zaken van den generaal was belast. Ik verzekerde
+hem dat de freule Mordaunt voorgoed naar de Werve was teruggekeerd,
+en hij zond onverwijld zijn klerk naar het kasteel, om het pakket
+aan haar zelve te overhandigen. Zij moest er _reçu_ voor teekenen;
+zoo zou ik tegelijk in den kortst mogelijken tijd vernemen of zij
+goed en wel op de Werve was aangekomen. Ik liet hem in mijn wagentje
+derwaarts rijden en beloofde den voerman een dubbele fooi, om zijn
+paard wat aan te zetten.
+
+De klerk kwam in het kortst mogelijke tijdsverloop terug en bij
+mij. Zij had het _reçu_ geteekend, Goddank! Alles was in orde. Maar
+dat pakket, haar waarschijnlijk toegezonden door vrienden of verwanten
+uit Engeland, lag mij zwaar op het hart. Wat bracht het haar? Mogelijk
+volstrekte onafhankelijkheid en onze scheiding. Maar ik kende haar
+nog niet geheel.
+
+Des anderen daags in den voormiddag hield het bekende wagentje van
+de Pauwelsen voor mijne deur stil. De oude Frits stapte er uit en
+bracht mij een biljet van zijne meesteres. Zij had hem bevolen het
+aan niemand dan aan mij zelf over te geven en op antwoord te wachten.
+
+Ik zond hem naar de groote zaal om zich te verfrisschen, terwijl ik
+mijn antwoord schreef.
+
+Ik kon een biljet van haar (het eerste!) niet lezen in iemands
+bijzijn. Ziehier wat ik las toen ik met bevende vingers de enveloppe
+had verscheurd.
+
+
+
+ _Neef Leopold!_
+
+Ik moet u nog eenmaal zien en spreken vóór gij reizen gaat. Zoo er geen
+Rudolf tusschen ons gestaan had, zou ik u veel gezegd hebben dat ik nù
+moest terughouden. Gij hebt mij eens verzekerd, dat gij altijd bereid
+waart tot dienstvaardigheid voor eene vrouw, die het privilege harer
+sexe liet gelden. Zoo doe ik thans. Mag ik hopen dat gij mij niet zult
+weigeren naar de Werve te komen om nog een laatste onderhoud te hebben?
+
+In plaats van te schrijven ware ik liefst onverwacht bij u komen
+oploopen, maar ik heb de eerste ingeving, al was het mogelijk eene
+goede, niet gevolgd, uit vrees u ergernis te geven. Laat mij door
+Frits weten welken dag en op welk uur ik u wachten moet.
+
+ F. M.
+
+
+Er was voor mij maar één antwoord mogelijk op dit briefje: instappen
+en met Frits naar de Werve rijden. Onder welke wisseling van hoop en
+van vrees, kan ik u niet beschrijven. Alles draaide mij voor de oogen
+toen ik de oude brug over, de poort weer doorreed. Op het perron vond
+ik Rolf staan, die met zijne muts zwaaide, ten teeken van blijdschap
+over mijne komst. De dubbele deur stond wijd open; hij wees mij
+zwijgend naar het groote salon, dat ik schielijk binnentrad.
+
+Francis zat op de oude bekende sofa als in elkaar gedoken, de handen
+gevouwen in den schoot. Zij droeg nu niet die amazone, die mij hatelijk
+geworden was, maar een eenvoudig rouwgewaad, dat hare bleekheid sterk
+deed uitkomen.
+
+"Francis, daar ben ik! Wat hebt gij mij nu te zeggen?" riep ik
+haar toe.
+
+Zij rees haastig op en kwam naar mij toe.
+
+"Wees gedankt, Leo! dat ge zoo schielijk gekomen zijt; maar ik wist
+dat gij komen zoudt; ik rekende op uwe edelmoedigheid."
+
+"Ik ben dan niet meer zoo verachtelijk in uwe oogen? Gij hebt dus
+mijn pakket ontvangen, den brief van tante Sophie gelezen!"
+
+"Ik heb alles ontvangen, alles gelezen; maar ik had zooveel niet
+meer noodig om mij schuldig te voelen, om mijne schuld te bekennen;
+en nu ik dit doe, nu ik erkennen wil voor heel de wereld dat ik u
+onrecht heb gedaan, zult gij mij nu alles vergeven? alles, zonder
+bittere bijgedachte?"
+
+Zij legde beide handen op mijne schouders, als om uit mijne oogen te
+lezen wat zij weten wilde.
+
+"Dat weet gij wel, Francis! Maar gij moet niet weer aan mij twijfelen,
+nooit meer!" sprak ik zacht maar ernstig, en mij wat afkeerend, om mij
+aan haar onderzoek te onttrekken, want ik voelde mijne oogen vochtig
+worden. Zij liet de armen zinken, bleef een oogenblik zwijgend voor
+mij staan, en sprak toen: "Nooit, nooit meer!"
+
+Zij drukte met innigheid mijne hand, die ik haar reikte ten teeken
+van verzoening. Maar toch, er was iets in hare houding, dat mij
+terughield haar in mijne armen te drukken; er was nog iets tusschen
+ons, dat voelde ik met innerlijke onrust.
+
+"Leo! wees zoo goed te gaan zitten!" sprak zij, een armstoel
+aanschuivende. "Nu wij verzoend zijn, nu ik in mijn eenigen
+bloedverwant weer mijn trouwsten vriend mag zien, heb ik uw raad
+te vragen."
+
+De patiënt ging zitten. De preliminairen bevielen hem gansch niet. Zij
+legde het pakket met de Engelsche postmerken geopend voor mij neer.
+
+"Lord William is overleden," sprak zij. "Zie hier een schrijven aan
+mij, dat hij bij zijn testament heeft gevoegd. Wees zoo goed het
+te lezen."
+
+Ik had daartoe nauwelijks de noodige kalmte; maar toch voldeed ik
+aan haar verlangen.
+
+Het was een kort maar ernstig woord, dat van eene vaderlijke teederheid
+getuigde; maar ik las tusschen de regels door, dat het hem strijd
+had gekost, nà hare bekentenissen het tot deze kalme genegenheid
+te brengen. Hij was van haar weggegaan met de pijl in het hart. Hij
+eindigde met eene roerende bede voor haar geluk en den wensch, dat
+zij nog eenmaal een echtgenoot vinden mocht harer waardig, en het
+verzoek om de dotatie aan te nemen, die hij haar in zijn testament had
+toegedacht, opdat zij door geene materiëele overwegingen zou gedwongen
+worden tot eene andere keuze dan die van haar hart. De familienaam
+waarmee hij zijn brief had onderteekend was een in de geschiedenis der
+wetenschap en in de staatkundige wereld zeer bekende en hooggeëerde.
+
+Nu volgde een brief van den neef en erfgenaam, die haar de afschriften
+toezond en haar de verzekering gaf van zijne bereidwilligheid om aan
+de opgelegde verplichting te voldoen.
+
+Er werd haar levenslang een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond
+sterling toegekend.
+
+Zwijgend legde ik de geschriften neer, na er kennis van genomen
+te hebben.
+
+"Moet ik aannemen, Leo?" vroeg zij, mij aanziende met een onzekeren,
+onderzoekenden blik.
+
+"Mij dunkt, gij kunt niet weigeren, Francis!" antwoordde ik met al de
+kalmte die ik bemachtigen kon. "Volkomen onafhankelijkheid naar het
+materieele is altijd uw vurigst verlangen geweest: die is u noodig
+zelfs en die wordt u bij dezen door eene vriendenhand gewaarborgd."
+
+"Gij hebt gelijk, Leo! ik zal uw raad volgen, ik zal aannemen. Nu
+behoeft mijne fierheid niet langer te strijden tegen mijn hart. Nu
+behoef ik geen huwelijk aan te gaan door den nood opgelegd, en zoo
+ik mij een echtgenoot kies, zal niemand mij verdenken dat ik mij
+uit belangzucht gewonnen gaf! En zou ik nu rijk genoeg zijn om de
+Werve los te koopen?" viel zij op eens in op geheel anderen toon,
+eene mengeling van schalkheid en ernst, die geruststelde dat hare
+vroegere opgeruimdheid nog niet verloren was gegaan onder het lijden.
+
+"Neen, Francis! En al ware dat, de Werve is in handen, die haar tot
+geen prijs zullen overgeven. Om vrijvrouwe van de Werve te worden
+moet gij wat anders bedenken."
+
+Toen rees zij op en ging voor mij staan. "Leo! gij zegt dat
+onafhankelijk te zijn altijd mijn vurigste wensch is geweest,
+dat placht zoo te wezen; maar ik heb nu begrepen, dat het mijn
+hoogste geluk zoude zijn afhankelijk te worden van den man dien ik
+liefheb. Leo! tante Roselaer heeft mij een jaargeld toegekend, dat
+ik niet aanneem, zooals vanzelf spreekt; maar zij heeft het goed
+met mij gemeend, dat erken ik; en haar raad neem ik wèl aan. Zij
+heeft mij voorgeschreven, geen huwelijk aan te gaan dan met uwe
+toestemming, Leo!" en zij zonk onder eene gemoedsbeweging die haar
+geheel overmeesterde, op de beide knieën voor mij neer. "Leo! ik
+wensch mijn neef van Zonshoven tot echtgenoot; hebt gij daartegen?"
+
+Ik antwoordde alleen door haar op te heffen en in mijne armen te
+sluiten.
+
+Zij schreide aan mijne borst. Ik schaamde mij niet dat ook mijne
+oogen vochtig waren. Wij hadden elkander zóó lief, en toch, wij hadden
+zooveel door elkander geleden!
+
+
+
+Wat zal ik u verder zeggen! Ik bracht dien dag door op de Werve. Wij
+zochten onze lievelingsplekjes, wij leefden in herinneringen,
+wij maakten onze plannen voor de toekomst. Wij moesten van Beek
+c. s. bericht geven dat wij het eens geworden waren en wij stelden
+onder prettig gekibbel een deftig vormelijk epistel aan de wetgeleerden
+op, die verder niets meer te doen hadden dan hunne rekeningen in
+te leveren en het onder hen berustende te verantwoorden. Van Beek,
+die geroepen werd ons huwelijkscontract op te maken, was niet weinig
+verwonderd te vernemen, dat de bruid een jaarlijksch inkomen van
+drieduizend pond sterling had, waarover zij de volle vrije dispositie
+behield. Onder ons gezegd, lord William heeft mij een onschatbaren
+dienst bewezen, dat hij Francis op die wijze over hare aarzelingen
+heeft heengeholpen.
+
+De rouw over den generaal was ons voorwendsel om in alle stilte
+te trouwen, zooals wij beiden wenschten. Een van mijne vrienden,
+die in een naburig stadje als predikant stond, zegende ons huwelijk
+kerkelijk in. Ds. N. voelt zich over die preferentie wat gekrenkt en
+wil zijn emeritaat nemen. Ik zal zorgen dat hij er geldelijk niet
+onder lijdt. De gemeente smachtte reeds lang naar verandering. "Ze
+waren dominé wel niet zat, maar toch...."
+
+Wij zijn op reis gegaan! Francis moest zich na haar lang isolement
+weer aan de wereld en de menschen gewennen. De Werve wordt intusschen
+gerestaureerd, en Rolf heeft op zich genomen de vesting te commandeeren
+in onze afwezendheid.
+
+De kleine Harry Blount is uit de handen zijner grootmoeder in die
+van de Pauwelsen overgegaan. Francis heeft tot hare onuitsprekelijke
+verlichting de zekerheid gekregen, dat Gijsje Jool hersteld is en
+met haar kind bij de Pauwelsen inwonen gaat. Wij voorzien, dat ze
+eenmaal als dochter in dat gezin zal worden opgenomen.
+
+Wat mij betreft, ik heb heel wat doorgestaan sinds de zware last van
+die erfenis mij op de schouders is gelegd, maar ik heb veel geleerd
+in mijne worsteling om het levensgeluk, en beiden, Francis en ik,
+zijn vast besloten de zuur veroverde schat met vereende krachten vast
+te houden en er alle schadelijke elementen buiten te sluiten.
+
+Wij hebben ons voorgenomen goede rentmeesters te zijn van ons
+groot fortuin, en Francis is het geheel met mij eens, dat een
+leven voor ons zelven alleen geen leven zou zijn, dat er eene groote
+verantwoordelijkheid op ons rust, maar dat het zielevreugde moet wezen
+die te vervullen. Van mijne reisontmoetingen hoort gij wel eens later.
+
+
+ Genève, 186--,
+
+ L. v. Z.
+
+
+
+
+
+
+
+Francis wil u zelve met een woordje groeten.
+
+
+Dat het Leo mooi staat om de _hauts faits_ van Majoor Frans zoo maar in
+al hunne kleuren en geuren aan een vriend te schetsen, zal ik nooit
+toegeven, maar ik voel toch dat hij in zijne _position délicate_
+behoefte had om zijn hart uit te storten, en dan ging dat nog het
+beste aan een overzeeschen vriend. Daarom heb ik hem dan ook volle
+absolutie gegeven. Als gij nu maar zijne brieven niet in 't een of
+ander Indisch dagblad laat drukken! Dat zou te erg zijn! Niet dat
+Francis van Zonshoven dat ongedisciplineerde personage onder hare
+bescherming neemt; och neen! 't Is voor haar zoo goed of het nooit
+had bestaan. Maar ziet ge, er zijn zooveel familiegeheimen bij in
+'t spel, dat ik u in vollen ernst discretie aanbeveel.
+
+Wacht maar niet tot uwe Indische dienstjaren voltallig zijn om ons
+op de Werve te komen bezoeken. Alle ruiten worden er gemaakt, en er
+is ruimte genoeg voor een vriend, al kwam die met een heel gezin!
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Majoor Frans, by
+Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS ***
+
+***** This file should be named 20794-8.txt or 20794-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/0/7/9/20794/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/20794-8.zip b/20794-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..13bf4fb
--- /dev/null
+++ b/20794-8.zip
Binary files differ
diff --git a/20794-h.zip b/20794-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..53a01a1
--- /dev/null
+++ b/20794-h.zip
Binary files differ
diff --git a/20794-h/20794-h.htm b/20794-h/20794-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..1c40dd8
--- /dev/null
+++ b/20794-h/20794-h.htm
@@ -0,0 +1,14152 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>Majoor Frans</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="A. L. G. Bosboom-Toussaint">
+<meta name="DC.Creator" content="A. L. G. Bosboom-Toussaint">
+<meta name="DC.Title" content="Majoor Frans">
+<meta name="DC.Date" content="#####">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+/* Including standard CSS stylesheet */
+
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument,p.note
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+p.question
+{
+margin-bottom:0;
+text-align:left;
+}
+
+p.answer
+{
+margin-top:0;
+text-align:right;
+}
+
+p.explanation
+{
+font-size:smaller;
+margin-left:0.9em;
+margin-right:0.9em;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+text-decoration:underline;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+
+
+/* Including supplement CSS stylesheet "style/arctic.css.xml
+" */
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+
+/* Including custom CSS stylesheet "Majoor Frans/custom.css.xml" */
+
+
+
+.Opener, .Address, .Date, .Closer, .Signed
+{
+padding-top: 20px;
+padding-bottom: 10px;
+}
+
+.Opener, .Address
+{
+margin-left: 20%;
+}
+
+.Date
+{
+margin-left: 10%;
+}
+
+.Closer
+{
+margin-left: 20%;
+}
+
+.Signed
+{
+margin-left: 30%;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+Project Gutenberg's Majoor Frans, by Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Majoor Frans
+
+Author: Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint
+
+Release Date: March 10, 2007 [EBook #20794]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="front">
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">Nederlandsche Bibliotheek</h1>
+<h2 class="byline">Onder leiding van <span class="docAuthor">L. Simons</span>.
+</h2>
+<h2 class="docImprint">Uitgegeven door:
+<br>
+De Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur Amsterdam
+</h2>
+</div><div class="titlePage">
+<h2 class="byline"><span class="docAuthor">A. L. G. Bosboom-Toussaint</span></h2>
+<h1 class="docTitle">Majoor Frans</h1>
+</div>
+</div>
+<div class="body"><a id="d0e118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e118">5</a>]</span><div class="div1">
+<h2>Jonker Leopold van Zonshoven aan de lezers van Majoor Frans.</h2>
+<p>Mijn vrouw heeft bij haar optreden in de wereld zulk een gunstig onthaal gevonden, dat zij er niet genoeg dankbaar voor kan
+zijn. En toch.... brengt het haar in zekere verlegenheid.
+
+</p>
+<p>Zij weet dat er eene indiscretie is gepleegd, en dat de belangstelling van het publiek eene derde uitgave vraagt van: <i>Mijne vertrouwelijke mededeelingen aan een vriend in Indi&euml;</i>. Zij is te bescheiden om die goede ontvangst aan zich zelve toe te schrijven en beweert dat zij die alleen dankt aan mijne
+wijze van haar voor te stellen! Daarbij had ik te kampen met hare kluchtige verontwaardiging, toen zij vernam van welke ruchtbaarheid
+haar pseudoniem het voorwerp was geworden. Zij stemt het mij toe dat zij erkentelijk behoort te zijn voor zooveel welwillendheid,
+maar zij schroomt zich te veel op den voorgrond te stellen, zoo zij in persoon die schuld der dankbaarheid afdeed, en wil
+dat ik alleen de verantwoordelijkheid zal dragen van eene publiciteit die zij niet heeft gezocht, en dat ik den plicht der
+openlijke dankbetuiging <a id="d0e129"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e129">6</a>]</span>van haar zal overnemen. Die eisch is billijk, naar het mij voorkomt, en het is mij een lust daaraan te voldoen. Maar zullen
+er veel woorden noodig zijn om het publiek te verzekeren van onze dankbaarheid voor zooveel waardeering, die ik nauwelijks
+had durven wachten voor eene persoonlijkheid, wier goede hoedanigheden vermomd waren onder zekere excentriciteit? Er was de
+scherpe blik der liefde noodig om die te onthullen. Voor deze liefde bovenal zijn wij dankbaar, wij hopen haar ook waardig
+te blijven. Ik zie dat ik mijn geliefd devies eenigszins wijzigen moet en meen het &#8220;<i lang="fr">succ&egrave;s oblige</i>&#8221; voor oogen te houden.
+
+
+</p>
+<p class="Closer"><span class="smallcaps">Leopold van Zonshoven</span>.
+<br>26 November 1875.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2>Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst, advocaat te A.</h2>
+<p class="Opener">Beste vriend!
+
+
+</p>
+<p>Als gij niet al te diep in &#8217;t een of ander proces zijt verwikkeld, kom dan tot mij op de vleugelen der vriendschap, of meer
+op zijn negentiende-eeuwsch gesproken, met den eersten sneltrein den besten dien gij uit uw provinciestadje kunt bereiken;
+want ik zit deerlijk in de engte. Daar is mij iets overkomen, waarover de wereld mirakel zal roepen, als zij er van hoort.
+Maar vooreerst mag zij &#8217;t nog niet hooren, <i lang="fr">et pour cause</i>; daarom moet ik het aan de borst van een vertrouwd vriend uitstorten, of ik zou er aan stikken. Het is ook zoo iets ongewoons,
+zoo iets onwaarschijnlijks, zoo iets onmogelijks, zou mevrouw de S&eacute;vign&eacute; zeggen, maar dat toch waar is, <a id="d0e152"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e152">7</a>]</span>toch gebeurd is, ja! <i>mij</i> gebeurd is, <i>mij</i>, Leopold van Zonshoven, van der jeugd af bestemd om in de wereld de droevige figuur te maken van: een kalen jonker! Ook ben
+ik er van verbluft, of ik een knodsslag op mijn hoofd had gekregen. Verbeeld je! daar ben ik op eens aangewezen als de universeele
+erfgenaam van een kolossaal vermogen.
+
+</p>
+<p>Eene oudtante mijner moeder, waarvan ik nooit gehoord had en die, naar het schijnt, met hare geheele familie gebrouilleerd
+was, is op het sublieme id&eacute;e gekomen om bij mij voor toovergodin te spelen, en bij testamentaire dispositie al hare bezittingen
+aan mij na te laten. Aan mij! die alle macht van overleg en zelfbeheersching noodig heb gehad om van &#8217;t oude jaar in &#8217;t nieuwe
+te komen zonder schulden te maken, iets wat mij in mijne kwaliteit van arm edelman, niet geheel van zelf-respect misdeeld,
+absoluut ongeoorloofd is, op zulke wijze, dat ik mij geen enkele <i>folie</i>, geen enkele <i>caprice</i> kon permitteeren, ik zie mij op eens een millioen naar het hoofd geworpen. Is het te verwonderen, dat dit er van duizelt?
+De waardige overledene had verdiend getuige te zijn van de ontploffing harer Orsini-bom. Eerst sprong ik op en zou de petroleumlamp
+over het tafelkleed mijner hospita hebben omgeworpen, zoo de goede ziel zelve dat niet door een snellen greep voorkomen had.
+Toen viel ik op mijn stoel terug, met eene gewaarwording of mij de krachten ontzonken, en ik moet er zoo bleek en ontdaan
+hebben uitgezien, dat de juffrouw mij later gulweg bekende hoe zij suspicie vatte, dat het eene &#8220;exploisie&#8221; was van deurwaarderszaken.
+Zeker is het, dat zij wachten bleef op de tachtig cents port, die het pakket kostte, of zij vreesde er een bankroetje aan
+te lijden. Geprikkeld door dat blijven, door dat zekere indringende en onbescheidene in hare houding, dat zoowel van wantrouwen
+als van nieuwsgierigheid getuigde, hoewel er eenige meewarigheid in gemengd was, wees ik haar de deur met een gebaar, dat
+een acteur in eene wanhoopsc&egrave;ne <a id="d0e168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e168">8</a>]</span>zou benijd hebben en dat ik alleen aan de inspiratie van &#8217;t oogenblik dankte; ook bleek dit afdoende. In een wip was ze weg,
+en ik wierp de deur op slot, zonder recht te weten wat ik deed of waarom, alleen gedreven door een onbestemd verlangen om
+alleen, om ongestoord te zijn en mij te overtuigen, dat de mededeeling, die mij als een sprookje uit de Duizend-en-eene nacht
+in de ooren klonk, geen mystificatie was.
+
+</p>
+<p>En werkelijk, toen ik de stukken met meer bedaardheid overlas, werd het ongeloofelijke mij tot ontwijfelbare zekerheid; maar
+in plaats dat die zekerheid mij rust en blijdschap gaf, werd ik bestormd door eene warreling van gedachten en gewaarwordingen,
+die onbeschrijfelijk is. Ik werd heen en weer geslingerd door duizenderlei strijdige plannen en voornemens, die ik als in
+een oogwenk vatte, en weer varen liet; ik wist den draad mijner denkbeelden niet meer te volgen of vast te houden. Mijn hart
+begon te kloppen of het zou bersten; ik kreeg een aandoening in de keel of ik geworgd werd, en een duldelooze hoofdpijn was
+het eerste profijt dat die toekomstige fortuin mij aanbracht! Zoo kon het niet blijven; ik rukte mijn das los, improviseerde
+een stortbad met behulp van mijn lampetkan, liep de kamer rond met driftige, ongeregelde voetstappen, dronk om de vijf minuten
+een glas water en begon eindelijk zoo ver te bekomen, dat ik om de thee schelde, die de juffrouw per extra-ordinaire zelve
+bracht, de zaak van het porto met haar afdeed en haar op de vraag: &#8220;of mijnheer nu wat beter was,&#8221; geruststelde met de verzekering,
+dat een plotseling doodsbericht van eene verwante mij wat sterk had aangegrepen. Hoe zij de mededeeling opnam en wat zij er
+verder bij dacht, laat ik daar; zij vertrok, zichtbaar verlicht en al vast gerustgesteld omtrent de kamerhuur, die met primo
+April moet worden voldaan. Ik wist, dat ik mijn aplomb tegenover haar had hervat, maar ik vraag u mijnheer de scepticus, is
+het geen teeken dat het geld uit den booze is, als het een fatsoenlijk jongmensch, <a id="d0e172"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e172">9</a>]</span>die zijne gezonde hersens heeft en niet aan de kwaal van gouddorst placht te lijden, in zulk eene verwarring brengt, dat hij
+zich zelf moet afvragen, of hij niet door eene plotselinge razernij werd aangetast? Denkelijk zult gij antwoorden, dat de
+schuld bij mij ligt en dat een ander, gij zelf bij voorbeeld, de zaak vrij wat kalmer zou hebben opgenomen. Ik stem dit vooruit
+toe; ik ben geen sto&iuml;cijn en heb zelfs nooit getracht er de houding van aan te nemen, en, zie je Willem, ik zat juist bij
+mij zelven te overleggen wat ik toch beginnen zou om de jammerlijke positie die mij in de maatschappij ten deel was gevallen,
+eenigszins te verbeteren, en ik vond niets&#8212;niets dan dit eene: mij met mijn oom den minister te verzoenen, om door hem bij
+&#8217;t een of ander gezantschap als attach&eacute; ingeschoven te worden. Schrale uitkomst (zelfs indien zij verkregen werd), en die
+mij zoo iets als een laagheid zou kosten, want Zijne Excellentie had mij zijn huis verboden, omdat ik artikels geschreven
+had in een oppositieblad! Ik zat mij de nagels stomp te bijten van ergernis, dat ik niet zoo lang had kunnen studeeren om
+dr. of mr. voor mijn naam te zetten, twee letters bij wier gemis alles wat voor anderen open staat, door eene onverzettelijke
+barri&egrave;re is afgesloten voor mij! Op mijn leeftijd (ik ben in &#8217;t noodlottige laatste jaar van de twintig) op mijn leeftijd
+is er geen reetje meer, waar ik door kan sluipen om carri&egrave;re te maken. En n&ugrave;&#8212;terwijl ik mij suf zat te peinzen op al die &#8220;terug&#8217;s&#8221;
+die ik op vingers kon narekenen, komt daar op eens de tijding, dat ik grondeigenaar ben geworden, dat ik &#8220;bosschen en beemden,
+duinen en heidegronden&#8221; in bezit mag nemen&#8212;dan vraag ik u, kloeke, kalme, onwrikbare wetgeleerde, of dat niet meer dan genoeg
+is om een gewoon sterveling, zooals ik, zijn evenwicht te doen verliezen, en in eene vervoering te brengen waarover gij voorzeker
+het hoofd schudt. Kom dan maar gauw zelfs om mij te beknorren en met mij te praten; dat zal mij zeker tot kalmte brengen,
+en te eer, daar er een punt is, waarover <a id="d0e174"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e174">10</a>]</span>ik u raadplegen moet, eer ik de erfenis definitief aanvaard; want gij moet weten, er is een <i>maar</i> bij mijne plotselinge fortuin, een maar die als altijd tergend achteraan komt hinken; mogelijk ziet uw juridische blik er
+geen rechtskwestie in, maar voor mij .... ligt er eene gewetensvraag achter, althans eene kwestie van kieschheid, waardoor
+mijne gouden bergen wel eens tot stuifzand kunnen vervliegen, en dat arme dierbare millioen, dat mij al zoo duchtig in de
+war heeft gebracht, gereduceerd worden tot niets meer dan eene luchtspiegeling, die mij voor eene wijle de oogen heeft verblind.
+Om die reden heb ik geen schepsel deelgenoot gemaakt van het mirakel, noch zal dit doen, voor ik uwe opinie heb gehoord, in
+afwachting van uw advies heb ik den notaris, die eene procuratie verlangde om in mijn naam te handelen, zulk een document
+toegezonden, maar onder reserve. <i lang="fr">Fais ce que dois, advienne que pourra</i> is mijn <i lang="fr">mot d&#8217;ordre</i>, al luid het devies mijner familie meer brutaal dan eerlijk: <i>de fortuin is met den stoute</i>. Onder de roofridders der middeleeuwen mocht dat gelden, maar sinds het aanbreken der 18<sup>de</sup> eeuw zie ik niet dat niemand van de onzen zich meer naar dat devies heeft gericht. Integendeel, al die achtbaar gepruikte
+hoofden van de laatste serie onzer familieportretten toonen gelaatstrekken, die eer van deftige flauwheid en onnoozele goedrondheid
+getuigen dan van stoute ondernemingszucht, en naar de uitkomsten te oordeelen; de <i>g&egrave;ne</i> waarin wij sinds drie generati&euml;n verkeeren, getuigt dat de physionomi&euml;n niet liegen! Nu, het zij zoo. Ik ben er niet rouwig
+om dat ik ten minste geen schitterende deugniet in de dichtst nabijzijnde graden heb aan te wijzen!
+
+</p>
+<p>Wat men tot kalmte komt als men zich eens kan uitspreken, al is het maar op het papier! Ik voel mij nu zoo verlicht, dat ik
+u rustig onze geheele familiegeschiedenis zou kunnen vertellen, en onder dat relaas mijn millioen <i>in spe</i> zou vergeten, alsof er geen kwestie meer van was; maar &#8217;t is nog beter u niet langer op te <a id="d0e199"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e199">11</a>]</span>houden, en te wachten tot we <i lang="fr">de c&#339;ur a c&#339;ur</i> kunnen praten. Stel mij daartoe zoo spoedig mogelijk in de gelegenheid. Ik heb hier kennissen genoeg, maar geen enkel vertrouwd
+vriend, aan wien ik alles uit kan leggen, zonder de vrees van misverstaan en uitgelachen te worden, en &#8217;t is een onuitstaanbare
+kwelling, een bezwaar als dit, tweemaal vierentwintig uur alleen te moeten dragen.
+
+</p>
+<p>En nu vaarwel tot ziens. Met of zonder millioen.
+
+
+
+</p>
+<p class="Closer">Semper idem.
+<br>Uw Leopold v. Z.
+
+
+
+</p>
+<p class="Date">&#8217;s Hage, Maart 186&nbsp;.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Met dezelfde post die hem een brief van Leopold van Zonshoven aanbracht, ontving Mr. Willem Verheyst een biljet van eene hem
+onbekende hand van den volgenden inhoud:
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+<p class="Opener">Mijnheer!
+
+
+</p>
+<p>Na een onderzoek, ingesteld omtrent de relati&euml;n van Jonker Leopold van Zonshoven, achten wij het waarschijnlijk, dat hij u
+raadplegen zal in eene zaak, voor hem zelven van groot belang. Uit vriendschap voor hem, help hem heen over alle bezwaren
+die hij zou kunnen maken tegen de aanvaarding van zekere erfenis, en laat hij geen voorstel, hem gedaan, afwijzen zonder ernstig
+onderzoek.
+
+</p>
+<p>Het is onnoodig hem met dit ons schrijven bekend te maken; wij vertrouwen het uwer ervaring en voorzichtigheid toe. Iemand
+die ten volle bekend is met de intenti&euml;n der waardige erflaatster en die den Jonker van ganscher harte hare fortuin gunt.
+
+
+</p>
+<p class="Closer">N. N.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>&#8220;O wee!&#8221; riep de goedhartige Willem, het naamloos geschrift ineenfrommelend, &#8220;het begint er, vrees ik, slecht uit te zien
+voor Leopold. Het zou toch jammer zijn zoo <a id="d0e233"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e233">12</a>]</span>hij ze moest opgeven, die fortuin, die hem daar als een lokaas wordt voorgehouden, met.... wie weet welke hinderlijke conditi&euml;n.
+Die voorzorg van onbekenden, om zijn raadsman om te koopen, bevalt mij niet. Zij moeten niet denken dat ik er in zal loopen;
+als er eene clause gesteld is, onbestaanbaar met recht en billijkheid of met zijne eer, zullen zij zien, dat ik geen meester
+in de rechten ben voor niet. En ze vleien mij met mijne ervaring, mijne voorzichtigheid. Ja! ja! wees er gerust op, die zal
+ik gebruiken om hem <i>goeden raad</i> te geven in den besten zin. Als de zaak loensch is, kan zijne keuze niet twijfelachtig zijn; men kan nog wel buiten bosschen
+en landerijen; maar Leopold is een te ferme jongen om zich iets te laten aanleunen, dat tegen de eer strijdt. Laat hem dan
+liever nog wat rondsukkelen; mogelijk ben ik zelf in staat hem voort te helpen eer wij een jaar of wat verder zijn. Arme jongen,
+hij weet niet, hoezeer zijn voorstel mij op dit oogenblik ongelegen komt.... &#8217;t Is waar, ik moet toch nog eens naar den Haag
+v&oacute;&oacute;r mijne afreis; dan maar morgen de diligence genomen van half drie, die correspondeert met den trein naar den Haag; &#8217;t
+is wel eerst een paar uur rijdens, maar dan ben ik er ook binnen de driekwartier.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo gezegd, zoo gedaan; Willem Verheyst bleek een oprecht vriend en geen sammelaar; hij kwam bijtijds op den trein, en vijf
+minuten na zijne aankomst zien wij hem op de stoep van het huis, waar Jonker van Zonshoven logies had.
+
+</p>
+<p>Hij behoefde maar &eacute;&eacute;n trap te klimmen. Eene ruime voorbovenkamer met alkoof in een gesloten huis op eene der zijgrachten,
+ziedaar het rustige en zedige verblijf van den jongen edelman, te schraal door de fortuin bedeeld, om een deftig appartement
+te kunnen betalen, en te fatsoenlijk om op kosten van lichtgeloovige burgers een staat te voeren boven zijn vermogen.
+
+</p>
+<p>En toch had zijne kamer een <i>air</i> van &eacute;l&eacute;gance, dat zoowel voor den smaak getuigde van den jonkman van <a id="d0e247"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e247">13</a>]</span>geboorte en goede opvoeding, als de behoeften kenschetste van iemand die geene gewoonte maakt van uithuizigheid, en die in
+zijn thuis al de comforts wenscht te vereenigen, waarvoor het vatbaar is. Behalve de onmisbare meubels, die tot de eischen
+van eene &#8220;gemeubileerde kamer&#8221; behooren, en die meer proper dan modern waren, zag men er eene kloeke schrijftafel, een gemakkelijken
+armstoel, eene antieke gebeeldhouwde boekenkast en zekere kleine voorwerpen van kunst en weelde, die in disharmonie waren
+met het stijf burgerlijk huisraad en met het goedkoop &#8220;grijsje&#8221; dat voor behangsel was gekozen; maar van dit laatste kwam
+juist niet veel te zien, daar het rondom bedekt was met familieportretten, sommigen in statig ebbenhout gevat, anderen in
+die schrale vergulde lijsten, die van een later tijdperk getuigden, waarin het grandiose tot het weeke en laffe was gezonken,
+zoowel in de kunst zelve als in de wijze van haar voor te doen. Miniatuurportretten in ivoor en photographie&euml;n van verschillende
+grootte hingen overal, waar er maar een plekje te vinden was geweest. De jonker had er kennelijk zijn lust in gevonden, hier
+zooveel doenlijk zijne geheele familie in beeltenis vertegenwoordigd te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was voor de gezelligheid,&#8221; placht hij te antwoorden, als men hem over deze drukke expositie zijner vaderen en voorvaderen
+onderhield. &#8220;Ja, ja!&#8221; werd hem wel eens tegengevoerd, &#8220;&#8217;t is allermeest omdat gij trotsch zijt op al die mooie wapenschilden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet, als ik meen te weten, dat zij onbesmet zijn bewaard, en als ik zelf mij heb voorgenomen, er nooit een vlek op
+te werpen?&#8221; antwoordde hij dan vast en met fierheid.
+
+</p>
+<p>Waarheid is, dat hij het &#8220;<i lang="fr">noblesse oblige</i>&#8221; in den besten zin opvatte. Het was nooit in hem opgekomen, als een voorname leeglooper rond te slenteren en op de beurzen
+zijner aanzienlijke kennissen en verwanten te teren. Hij had talent, al had hij geen academischen graad kunnen verwerven,
+en hij had niet geschroomd met dat talent <a id="d0e258"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e258">14</a>]</span>te woekeren op iedere voegzame wijze. Hij was vlug, hij had orde; al had hij geene vaste inkomsten, hij wist rond te komen
+en, zooals hij het zelf noemde, het hoofd boven water te houden, en sinds de nood hem de deugd van zuinigheid oplegde, wist
+hij haar te oefenen met een gemak, of het simpel uit liefhebberij geschiedde. Zijne opgeruimdheid had tot hiertoe door die
+leefwijze niet geleden. En wellicht bracht de fortuin, die hem zoo plotseling voor de voeten werd gelegd, hem in grooter bezwaren,
+dan hij tot hiertoe had behoeven te trotseeren. Eene beproeving van zijn karakter was het zeker.
+
+</p>
+<p>Hij zat voor zijne schrijftafel en was druk aan den arbeid, toen Willem Verheyst zijne kamer binnentrad. Onder een luid gejubel
+vloog hij op, vatte Willems beide handen in de zijne en riep uit:
+
+</p>
+<p>&#8220;Braaf gedaan! Maar dat had ik ook wel van je verwacht, dat je komen zoudt op mijn eersten alarmkreet. Wat een dwazen brief
+heb ik je geschreven, niet waar? Later ben ik weer gansch mij zelf geworden, en weet je hoe?&#8221; Hij keerde zich weer naar de
+schrijftafel en liet Verheyst een handvol papieren zien, deerlijk met inkt bemorst. &#8220;Dezelfde beweging waarmee ik op dien
+gedenkwaardigen avond mijne lamp zou hebben omgeworpen, zoo niet de reddende hand van juffrouw Joosting tusschenbeide ware
+gekomen, was tegelijk van de noodlottigste uitwerking geweest op mijn inktkoker; de goede ziel had maar op het noodigste gelet,
+maar die inktkoker, helaas! was hare opmerkzaamheid ontsnapt. Eerst moest ik wat bekomen, toen mijn hart uitstorten aan u,
+den brief zelf op de post brengen en rondloopen tot ik als een gewoon mensch naar bed kon gaan; ziedaar alles waartoe ik bekwaam
+was, en eerst den volgenden morgen ontdekte ik, welke verwoesting er was aangericht. Drie stukken, die al in &#8217;t net waren
+overgeschreven en genummerd klaar lagen om afgeleverd te worden, waren reddeloos verloren en moesten overgeschreven worden.
+Een lief werkje voor een millionair, niet waar? Maar al <a id="d0e264"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e264">15</a>]</span>ware men het twintigmaal, men moet zijn woord houden, en ik was zoo goed niet, of ik moest aan den arbeid, en nu ben ik er
+bijna door. Het is mij tot heilzame afleiding geweest. Ziedaar al den eersten last, dien mijne versche fortuin mij aanbrengt,
+en &#8217;t zal denkelijk wel niet de eenige, niet de zwaarste zijn. Maar hoe het ook zij, ik heb nu mijn avond vrij en we kunnen
+praten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat zal noodig zijn, althans als gij nog niet van de zaak hebt afgezien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Afgezien! Waarom zou ik daar zoo in eens toe gekomen zijn? En ik heb je uitdrukkelijk geschreven, dat ik mij tot niets decideeren
+zou, voordat ik uw advies had ingewonnen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het gebeurt meer dat men raad vraagt zonder het antwoord af te wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar z&oacute;&oacute; inconsequent handel ik niet; en mij dunkt, eene fortuin als deze is wel eenigen tijd van kalm beraad waardig.
+Ziehier de akten: de kennisgeving van den notaris, de copie op zegel van het testament, den inventaris van de roerende en
+onroerende goederen; de laatsten zijn nogal wat uiteen gelegen, in drie verschillende provinci&euml;n, maar &#8217;t geheel vormt eene
+uitgebreide bezitting, en met &#8217;t geen er aan effecten in portefeuille is, wordt de fortuin op meer dan een millioen geschat.
+Zoo ver ik zien kan zijn de stukken in orde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De stukken <i>zijn</i> in orde,&#8221; antwoordde Verheyst, nadat hij een tijd lang zwijgend de akten een voor een had ingezien, &#8220;en als deze copie van
+het testament juist is, waaraan ik niet twijfel, dan zal de meest teleurgestelde onder de nabestaanden der erflaatster nog
+moeite hebben om chicane te maken op hare beschikking. Mejonkvrouw Roselaer tot de Werve benoemt u, jonker Leopold van Zonshoven,
+tot haar universeelen erfgenaam, behoudens eenige legaten, onbeteekenend in verhouding tot hare fortuin en waarvan de uitkeering
+aan de zorg van haar executeur is opgedragen, in overleg met haar erfgenaam. De zaak is gezond en zoo helder als glas, maar
+ik zie <a id="d0e279"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e279">16</a>]</span>niets van die noodlottige clause, waarvan, zooals gij mij schreef, de aanvaarding van die erfenis afhangt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zulk eene clause bestaat niet. Er is van &#8217;t geen door mijne oud-tante begeerd wordt volstrekt geene conditie gemaakt, en
+zoo ik u iets dergelijks heb geschreven, moet gij het alleen wijten aan den roes, die mij was aangezet. Maar, ziet gij, dat
+wat ik bedoel en waarover ik u wilde spreken, is eenvoudig een <i>verzoek</i> aan mij, een wensch van de erflaatster, in dezen brief vervat, dien gij doorlezen moet eer gij mij uwe opinie zegt. Mij komt
+het voor, dat ik de geheele erfenis moet opgeven, als ik niet aan haar verlangen kan voldoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rechtens zeker niet; maar het kan een <i lang="fr">cas de conscience</i> zijn voor u, dat wil ik wel gelooven. En is hetgeen van u gevergd wordt dan zoo moeilijk om in te willigen?&#8221; vroeg Verheyst
+nog, zonder den brief te openen.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">&Ccedil;a d&eacute;pend!</i> Het zou een zeer aangename plicht kunnen zijn. Mijn oud-tante wil, dat ik trouwen zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s zoo&#8217;n onredelijke wensch niet, sinds zij u in staat stelt eene huishouding te bekostigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen; maar zij vindt goed, mij voor te schrijven wie ik tot vrouw moet nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O wee! dat&#8217;s nogal erg.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! al heel erg, want zij schijnt het meisje zelve niet te kennen. Het moet eene kleindochter zijn van zekere Generaal von
+Zwenken, die indertijd met hare oudste zuster is getrouwd geweest; de jonkvrouw in kwestie woont bij haar grootvader, en het
+schijnt bovenal uit rancune tegen dezen, dat de slimme oud-tante deze vondst heeft bedacht, om aan die nicht het genot harer
+fortuin te verzekeren zonder eenig ander lid van hare familie daarin te doen deelen. Daarvoor wordt <i>ik</i> gebruikt en daartoe wordt die fortuin in mijne hand gegeven, opdat ik die zal leggen in de hand van de schoone.... Niets
+schijnt meer gemakkelijk en natuurlijk; maar onderstel nu eens dat die schoone eene leelijke is, of eene gebochelde, of eene
+ondeugende heks, of eene <a id="d0e307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e307">17</a>]</span>lastige coquette, of op eenige andere wijze onmogelijk is, althans voor mij, die nog alzoo mijne eigene begrippen heb over
+vrouwen en huwelijk; wat moet ik dan beginnen; van de erfenis afzien?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Afzien.... afzien.... op zijn ergst zoudt gij een voorstel kunnen doen om te deelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziedaar wat precies <i>tegen</i> den uitdrukkelijken wil van de erflaatster zou zijn. Lees toch den brief, en gij zult er u van overtuigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit schrijven, dat Verheyst nu met gezetheid doorlas, was van den volgenden inhoud.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+
+</p>
+<p class="Opener">Zeer waarde Neef!
+
+</p>
+<p>Ofschoon ik eene onbekende ben voor u, zijt gij het geenszins voor mij. Persoonlijk ken ik u niet, maar ik ben vrij goed onderricht
+van hetgeen gij zijt en <i>niet</i> zijt. Door allerlei <i>brouilleries</i> in onze familie en de inconsequente handelwijze van mijne oudste zuster, ben ik verplicht geweest in geheele vervreemding
+te leven (en zal ook desgelijks sterven) van al mijne verwanten; die mij de naaste waren, zijn trouwens sinds jaren overleden,
+en de overigen zijn hier en daar verspreid; en zelfs al woonden zij in dezelfde stad waar ik hoop te verscheiden, toch zouden
+zij zich nauwelijks herinneren, dat zij aan mij geparenteerd zijn, daar hunne grootouders, na al het mogelijke gedaan te hebben
+om mij het leven te verbitteren, het aan hunne kinderen en kleinkinderen hebben overgelaten, mij te vergeten en zich zoo weinig
+om de oude tante Roselaer te bekommeren, of zij nooit had bestaan, die zelve, dit wil zij erkennen, van hare zijde niets heeft
+willen doen, om hun geheugen op te frisschen en een rapprochement te weeg te brengen. Maar een mensen moet op zijn einde letten;
+ik ben nu in mijn vijf-en-zeventigste jaar en heb reeds eene attaque van beroerte gehad, die mij eene waarschuwing is geweest
+om zoodanige order op mijne zaken te stellen, dat er geene <a id="d0e330"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e330">18</a>]</span>twist kan rijzen omtrent mijne nalatenschap, en bovenal dat deze niet zou kunnen vallen in handen van dezulken, die mijn leven
+verbitterd hebben; evenmin wil ik dat een heirleger van verre neven en nichten als haaien op mijne fortuin zullen aanvallen
+om die onder elkaar te verdeelen en alles te verbrokkelen, wat mijne ouders en ik zelve door orde, zuinigheid en wijs overleg
+hebben bijeenverzameld. Zoo heb ik dan besloten, een hunner tot mijn universeelen erfgenaam te benoemen, en die <i>eenige</i> moet <i>gij</i> zijn. Eerstens omdat uw moeders moeder degene mijner zusters is geweest, die mij het minste verdriet heeft aangedaan. Zij
+huwde een man van haar stand in goede positie, met volle toestemming harer ouders, en zij kon het niet helpen dat haar echtgenoot
+het slachtoffer is geworden van die afschuwelijke Belgische revolutie, waarbij hij leven en welvaart inboette, nalatende zeven
+dochters, van welke een uwe moeder is geworden, die zich evenmin als de andere nichten ooit om tante Sophie Roselaer heeft
+bekommerd, &#8217;t geen echter verschoonlijk is, daar bij hare terugkomst in &#8217;t vaderland de noodlottige familie-gebeurtenissen
+reeds hadden plaats gevonden, die mij besluiten deden met al de mijnen voor goed de gemeenschap af te breken. En de tweede
+reden&#8212;de voornaamste, waarom ik juist U onder al de anderen onderscheid, is deze: dat ik een goed gevoelen heb gekregen omtrent
+uw karakter en zelfstandigheid van geest. Ik heb op verschillende wijzen en tijden, bij vrienden zoowel als vreemden, naar
+u ge&iuml;nformeerd, en de narichten zijn altijd van dien aard geweest, dat ik u den meest geschikte dacht om uit te voeren wat
+mijn eenigste wensch is, dien ik u dringend verzoek te vervullen, indien het u eenigszins mogelijk is, namelijk: het eenig
+nagelaten kleinkind mijner oudste zuster tot vrouw te nemen en haar op die wijze dat aandeel te geven aan mijne nalatenschap,
+dat ik haar, uit aanzien van de treurige verdeeldheid in onze familie, nu moet onthouden. Ik had dat meisje in hare vroege
+jeugd tot mij willen <a id="d0e338"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e338">19</a>]</span>nemen; om haar eene goede opvoeding te geven en aan dien jammerlijken soldatenboel te ontrukken, waarin zij nu is opgegroeid;
+maar het is mij bot af geweigerd, en de generaal von Zwenken, haar grootvader, heeft daarmee de toekomstige fortuin zijner
+kleindochter roekeloos verspeeld, om zijn ouden wrok tegen mij satisfactie te geven. Ook heb ik mijn testament gemaakt met
+het vaste voornemen om hem, noch iemand der zijnen, ooit een penning van mijn vermogen te laten genieten; maar bij later inzien
+wil ik het kleinkind niet straffen om de misdragingen harer grootouders. Ik wensch integendeel <i>haar</i> na mijn dood tot de erkentenis te brengen, dat die oude tante, wier naam zij zeker nooit dan met toorn en minachting heeft
+hooren noemen, nog zoo kwaad niet was en het althans met haar niet slecht heeft gemeend, ja zelfs na den dood nog het mogelijke
+heeft willen doen om haar te leiden door de hand van een edeldenkend man, die haar gelukkig zal maken, als zij het verdient.
+Aan haar zelve een deel van mijne fortuin toe te kennen, zou gelijk staan met het den grootvader in handen te spelen, die
+het voorzeker zou doorbrengen op dezelfde wijze als hij het vermogen mijner zuster heeft verspild en doorgebracht. Zoo kwam
+ik op het denkbeeld om U, neef Leopold, dien ik uit al de mijne bij mijne jongste beschikkingen heb uitverkoren om de onafhankelijke
+bezitter te zijn van al mijn wereldsch goed. U die ik weet een jongmensch te zijn van karakter en goede beginselen, U dit
+eene verzoek te doen, waarmee gij een onrecht dat ik genoodzaakt ben te plegen, zult goedmaken. De vraag is nu maar of gij
+in deze schikking genoegen zult nemen, en of het u mogelijk zal zijn aan mijne begeerte te voldoen. De bezwaren zouden kunnen
+voortkomen van de zijde die er het grootste belang in heeft, dit redmiddel, dat ik heb uitgedacht, aan te grijpen. In dat
+geval smeek ik u, de zaak niet dan op het uiterste op te geven. In &#8217;t andere geval, uw eigen tegenzin om u door eene lastige
+bemoeial als uwe oudtante blijkt te zijn, eene vrouw <a id="d0e343"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e343">20</a>]</span>te laten opdringen, die u om de eene of andere reden niet convenieert, onthef ik u bij voorbaat van dien dwang, want ik wil
+dat er ten minste &eacute;&eacute;n lid van mijne familie zal zijn, die mijne nagedachtenis niet in afschuw houdt; maar als het daartoe
+komt kent de notaris van Beek mijne intenti&euml;n, waarnaar gij u zult te schikken hebben, zoo gij u niet van de gansche nalatenschap
+wilt verstoken zien, waardoor deze, zeer tegen mijn wil en wensch voor al mijne nabestaanden zou verloren gaan om aan industrieele
+ondernemingen te worden besteed. Dan, ik wacht wat beters van uw goed oordeel en wijs overleg, om niet te zeggen dat ik reken
+op uw goed hart, dat zich ontfermen zal over een jong meisje, reeds als kind door de kwaadwilligheid harer verwanten verstoken
+van de voorrechten die een deftig en gegoed geslacht haar scheen te waarborgen, en die haar volgaarne waren gegund door hare
+en uwe
+
+
+
+</p>
+<p class="Closer">liefhebbende oud-Tante
+
+
+</p>
+<p class="Signed">Sophie Roselaer tot de Werve.
+
+
+</p>
+<p>P. S. Dat ik mij simpellijk Roselaer <i>tot</i> de Werve moet schrijven en niet <i>van</i> de Werve, is de schuld van den generaal; maar zijn koppigheid en dwarsdrijverij zal hem duur te staan komen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, wat zegt gij?&#8221; vroeg Leopold, toen Verheyst na volbrachte lectuur het geschrift langzaam toevouwde met een bedenkelijk
+gezicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat ik zeg? wel dat het een echte vrouwenbrief is: het punt dat bij haar het zwaarste weegt ligt in &#8217;t post-scriptum.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! dat kan waar zijn; hoe is &#8217;t mogelijk dat een christenmensch, dat eene vrouw, reeds met den eenen voet in &#8217;t graf, nog
+met zoo&#8217;n bitteren familiewrok is bezield geweest, en mogelijk om een bagatel!&#8221;
+<a id="d0e363"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e363">21</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wat zal men zeggen .... uit de wissewasjes komen de felste processen voort, als men den wortel der bitterheid niet bij het
+eerste opschieten uitroeit. Maar ik had voor u wel gewenscht, dat deze dame met andere gevoelens ware bezield geweest jegens
+hare verwanten; de zaak ware dan zoo licht gevonden. Convenieerde u de jonge dame, dan: het huwelijk; viel het anders uit,
+dan: de verdeeling; gij bleeft beiden vrij, en met een half millioentje zoudt gij het ook wel kunnen doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och! dat het haar behaagd had mij een dertig duizend gulden te maken zonder conditie,&#8221; verzuchtte Leopold, &#8220;dan ware ik van
+al dat geharrewar af.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou zeker wel het gemakkelijkste zijn geweest voor u!&#8221; hernam Verheyst, even glimlachend; &#8220;maar ziet gij, men heeft niets
+voor niet, en als nu de wraakzuchtige oude dame u heeft uitgekozen om het instrument harer wraakzucht te zijn, dan kunt gij
+niet anders dan dien lastpost aanvaarden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zie ik nog niet in....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben er zeker van dat zij zich op haar sterfbed heeft verkneukeld bij de gedachte, dat zij eene kampioen voor hare grieven
+heeft achtergelaten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed, maar als zij zich verbeeldt dat ik, ter wille van haar geld, de laagheid zal plegen, zoo maar blindweg hare kwade
+intenti&euml;n te dienen, dan heeft zij zich zonderling in mij vergist, of men heeft haar al zeer verkeerde berichten omtrent mijn
+karakter aangebracht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vooreerst weet gij immers niet of er werkelijk iets van u verlangd wordt, dat met uw karakter in strijd is. Voorts moet ik
+u zeggen, dat de beschikkingen eener overledene niet bediscussi&euml;erd mogen worden, en dat men er zich zooveel doenlijk naar
+voegen moet. Blijkt u dat inderdaad onmogelijk bij nader onderzoek, weln&uacute;, dan is het nog niet te laat om terug te treden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Voorloopig heb ik in dien zin aan den notaris, geschreven. Ik voel wel dat ik beproeven moet of er iets van dat huwelijk
+kan komen; ik ben het in de eerste <a id="d0e380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e380">22</a>]</span>plaats aan het jonge meisje verplicht maar om de waarheid te zeggen: ik zou zoo graag willen dat een ander dan ik, gij bij
+voorbeeld, de eenige wien ik op dat punt volkomen vertrouwen kan, eens een kijkje kon nemen van de familie von Zwenken, van
+de jonge dame allermeest, eer ik zelf optrad, &#8217;t geen zoo heel decisief zou zijn....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe gij u nu reeds de <i>airs</i> geeft van een millionair!&#8221; viel Verheyst in. &#8220;De preliminairen van zijn huwelijk te laten openen per ambassadeur! Jammer,
+waarde patroon, dat ik volstrekt niet in de gelegenheid ben uwe opdracht te aanvaarden. Wie weet hoe ver de serviliteit voor
+uw aanstaanden rijkdom mij anders nog vervoerd zoude hebben!&#8221; Er was eene mengeling van spot en gekrenktheid in den toon van
+dit antwoord, die Leopold deed opschrikken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dit verwijt is immers geen meenens?&#8221; vroeg hij getroffen. &#8220;Gij weet wel dat ik niets kon bedoelen dan een vriendendienst
+vragen aan den eenige, wiens scherpzinnigheid en helder oordeel ik beter vertrouwen zou dan mijn eigen blik, door allerlei
+strijdige aandoeningen licht beneveld!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees gerust, z&oacute;&oacute; heb ik het ook opgenomen; ik wilde u slechts een weinig plagen, maar ongelukkig is het beletsel dat ik aanvoerde
+geen scherts maar strenge ernst. Ik moet morgen hier in den Haag blijven voor mijne eigene zaken, en daarna heb ik geen dag,
+geen uur meer te verliezen, om de laatste aanstalten te maken voor mijne groote reis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Van welke groote reis spreekt gij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is waar ook, wij hadden het zoo druk met uwe zaken, dat ik vergat u van de mijne te vertellen. Als gij mij niet uitgenoodigd
+hadt bij u te komen, zou ik u toch morgen in den loop van den dag eens opgezocht hebben om u mede te deelen wat mij is overkomen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toch geen kwaad?&#8221; vroeg Leopold, hem ernstig aanziende.
+<a id="d0e397"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e397">23</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Neen, neen! ontstel maar niet. Gij zijt niet de eenige wien de fortuin toelacht. Mij is het aanbod gedaan door den nieuw
+benoemden Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indi&euml;, om hem als particulier secretaris te vergezellen. Behalve het aanzienlijk
+jaargeld dat hij mij biedt en de uitnemende gelegenheid om op de meest comfortable wijze den overtocht naar Java te doen,
+dat ik altijd verlangd heb te leeren kennen, zijn de vooruitzichten, die d&aacute;&aacute;r voor mijne toekomst geopend worden, zoo verlokkend,
+dat ik aan de verzoeking geen weerstand heb kunnen bieden, en veel liever dan in mijne provinciestad te blijven wachten op
+schrale processen, of naar de eene of andere rechterlijke betrekking,&#8212;mij voor een jaar of wat expatrieer, om eenmaal terug
+te keeren in al de wichtigheid van een Oosterschen nabob,&#8221; eindigde hij met eene poging tot scherts, die blijkbaar niet van
+harte ging, want geen vroolijke glimlach verhelderde zijn, gelaat bij die schoone voorstelling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan u geen ongelijk geven,&#8221; hernam Leopold, die ook zijn best deed om zich goed te houden, schoon het hem even slecht
+gelukte, want zijn verbleeken reeds verried hem, &#8220;maar toch, het spijt mij; ik kan u niet zeggen <i>hoe</i> het mij ook spijt, dat gij heengaat, juist nu ik in de gelegenheid zou zijn, uw leven als het mijne te veraangenamen. Denk
+toch eens, Willem! Ik krijg bosschen en heidegronden in mijn bezit, en gij, die zooveel van jagen houdt....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal nu maar wachten tot ik de groote tijgerjachten op Insulinde bijwoon....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hebt ge waarlijk nog maar z&oacute;&oacute; weinig tijd voor u, eer we voor goed afscheid nemen?&#8221; viel Leopold in, met eene zachte stem,
+waaruit zijne aandoening sprak.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik je zeggen! Zijne Excellentie heeft besloten met den eersten mail te gaan, die half April vertrekt. Wij moeten
+dus zorgen tijdig te Marseille te zijn, en met alles wat er nog te schikken en te regelen <a id="d0e411"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e411">24</a>]</span>valt, ziet gij wel dat er niet veel tijd voor vriendschapsdiensten meer overblijft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe komt die Gouverneur-Generaal er toch toe, om juist u voor dat baantje uittekippen?&#8221; vroeg Leopold verdrietelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is licht te verklaren. Hij is wat aan mijne familie geparenteerd, daarbij uit onze provincie herkomstig. Hij kende mij
+reeds v&oacute;&oacute;r hij in de Kamer optrad; hij had mij sinds lang zijn invloed toegezegd als er sprake was van zijne bevordering,
+en nu hij zoo&#8217;n hooge betrekking kreeg, was het juist niet vreemd, dat hij aan mij dacht. Hij kon niet weten, dat ik voor
+mijn Leopold z&oacute;&oacute; onmisbaar zou zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Sla den nagel maar niet dieper in, Willem! Ik voel wel, dat ik mij den schijn geef van een grof ego&iuml;sme; maar geloof mij,
+uw besluit om &#8217;t vaderland te verlaten treft mij niet het meest om mijns zelfs wil, al word ik daardoor verstoken van uw vriendenraad
+en hulp; maar bij de voorstellingen, die ik mij maakte van de toekomst, bij de plannen, die ik bouwde op mijne toekomende
+fortuin, waart gij zoozeer mede begrepen, dat ik mij niet zoo op eens gewennen kan aan het denkbeeld, dat gij u n&uacute; juist voor
+goed van mij gaat losmaken, om &#8217;t geluk te gaan zoeken in den vreemde, dat ik als &#8217;t ware in de hand had u te bieden. Gij
+verlangt te reizen.... Wij hadden het immers samen kunnen doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En uwe vrouw!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne eerste conditie zou geweest zijn, dat zij zich aan mijn vriend had te gewennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is nog beter, dat gij zulke conditie niet behoeft te stellen. Mogelijk zijn er bezwaren genoeg te overwinnen zonder dat.
+En begrijpt gij dan niet, gij, die liever in bekrompenheid hebt willen leven dan uwe onafhankelijkheid prijs te geven, dat
+ik op mijne beurt ook eene onafhankelijke positie verkies boven de meest welgemeende aanbiedingen van een vriend? Hoe zou
+het mij zijn, zoo ik op uwe fortuin zou gaan teeren?&#8221;
+<a id="d0e425"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e425">25</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Een onafhankelijke positie! de dienstman te wezen van een satraap!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Satraap zooveel gij wilt, hoewel mijn chef nog niets gedaan heeft om hem in die categorie te rangschikken. Maar om alleen
+op mij zelven te komen. Ik zal niet altijd in die ondergeschikte positie blijven. Mijn beschermer, die een man van zijn woord
+is, zal mij spoedig genoeg voorthelpen, als hij mijne geschiktheid heeft beproefd, en dan.... het is nog niet gezegd, Leo!
+wie van ons beiden den zwaarsten kamp zal moeten voeren, om de fortuin te veroveren....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker! Naar de Oost trekken, maken dat men er gauw rijk wordt, en dan naar Holland weerkeeren om in den Haag eene villa
+in &#8217;t Willemspark of een Geldersch landgoed te gaan bewonen, dat is in een ommezientje geklaard; maar ik kan juist niet zeggen,
+dat ik het prijselijk vind, en ik zou het waardiger en dankbaarder achten, dat men zijne schatten ten minste ging verteeren
+waar men ze heeft opgezameld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is waar, Leopold; van de tien handelen minstens zeven op die wijze; maar waarom verdenkt gij mij, dat ik juist tot de
+zeven zou behooren? Waarom ben ik zoo plotseling in uwe schatting gedaald?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom! waarom!&#8221; riep Leopold, opstaande en zijn stoel met drift ter zijde schuivende, &#8220;omdat het mij is, of ik zelf gedaald
+ben in de uwe; dat kwelt mij en maakt mij wrevelig. Luister, Willem! ik neem een kort en goed besluit: ik ga aan dien van
+Beek schrijven, dat ik van zijn verwenscht millioen afzie, en dan ga ik met u mee naar Indi&euml;; daar zal voor mij toch ook nog
+wel plaats zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik had er werkelijk aan gedacht, u iets dergelijks voor te stellen eer ik uw brief had ontvangen, maar n&ugrave; zou dat dwaasheid
+zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geene dwaasheid; want ik voel dat de demonische macht van dat geld mij al gaat beheerschen en dat ik er hoe langer hoe meer
+onder zal raken als ik er mij <a id="d0e440"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e440">26</a>]</span>niet met &eacute;&eacute;n forsche daad aan ontworstel. Ik ben al zoo ver, dat ik anderen voor mij zelven vergeet, en aan niets weet te
+denken dan aan mijne eigene bezwaren, en dat om dit ellendig geld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat blijkt; want gij vergeet, dat het niet enkel eene geldkwestie is. Gij vergeet dat jonge meisje, dat gij daar zoo bot
+weg in den steek zoudt laten, zonder te onderzoeken, of zij ook waardig is, dat gij haar uw steun biedt en of gij haar niet
+willekeurig versteken gaat van &#8217;t geen haar is toegedacht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt goed praten, maar.... als gij in mijne plaats waart....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou ik handelen en mij zelf overwinnen, om te zien wat er in dezen te doen viel. Gij ziet op tegen den strijd, dien u wacht,
+tegen de bezwaren, die uwe rust gaan verstoren, ziedaar alles; en nu meent gij eene grootsche daad te doen met het hoofd af
+te wenden en uw gewonen weg te gaan, of er u geen nieuwe plichten waren opgelegd. Mis, vriendje! Met mijne toestemming zult
+gij zulke ongerechtigheid niet plegen. Gij moet den strijd aanvaarden; niet tegen den berg opzien, waarachter het onbekende
+ligt, en als een echt paladijn den kruistocht ondernemen tegen de reuzen en draken, die uwe dame in gevangenschap houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt, op mijn woord, gelijk. Ik mag dat meisje niet zoo willekeurig op zij schuiven, al zou ik ook vrijheid hebben om
+zelf arm te blijven uit gemakzucht. Het blijft er bij, Willem! Ik zal niet lafhartig teruggaan in dezen kamp, al moet het
+er een zijn tegen mijzelven. Ik ben gelukkig geen vreemdeling in zulken strijd; maar ziet gij, een vriend als gij, die bijtijds
+waarschuwt, zou mij zoo noodig zijn. Maar het zij zoo; ik sta u af, al is &#8217;t noode. Ik weet, waar ik mijne sterkte zal zoeken.
+Ja! glimlach maar.... gij, die zoo vast in uwe schoenen staat, dat gij nooit behoefte gevoelt aan hooger hulp.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik nooit gezegd, Leopold. Ik glimlachte, het is waar, over de levendigheid en de snelle wisseling uwer <a id="d0e452"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e452">27</a>]</span>aandoeningen; maar ik ben er verre af, in u te bespotten wat ik hoogacht, al kan ik uwe religieuse opinies <span id="d0e454" class="corr" title="Bron: nie">niet</span> deelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet? Is het dan zoo moeielijk, te gelooven aan krachten en machten, die men niet zien, niet ontleden kan; wordt het
+leven niet een jammerlijk <i lang="fr">terre &agrave; terre</i>, als men het opvat zonder iets aan &#8217;t bovenzinnelijke te hechten; in &eacute;&eacute;n woord; hebt gij, gij, die een ernstig en zedelijk
+mensch zijt, gansch geene behoefte aan geestelijk leven, aan godsdienst?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik je zeggen, Leopold! Wij leven in een tijd van spoorwegen en stoommachines, waarin iedereen op zijn eigen terrein
+zoo wordt voortgejaagd en gedreven, dat men waarlijk lust noch tijd overhoudt om veel, om diep na te denken. En de theologie
+is een akelige doolhof, vol doornstruiken en wespennesten, waarin ik niet graag zou ronddolen. Ik weet wel, er is een gemakkelijke
+weg om voor religieus door te gaan en zich zelf wijs te maken, dat men het werkelijk is. Men heeft alleen maar binnen &#8217;t cirkeltje
+te treden, dat eens en voor goed is afgebakend. Maar .... dat is mijne zaak niet, al weet ik <i lang="fr">que c&#8217;est tr&egrave;s bien port&eacute;</i> in zekere c&ocirc;teri&euml;n....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij weet van mij, dat ik mijne overtuiging niet van c&ocirc;teriegeest heb afhankelijk gemaakt,&#8221; viel Leopold in, vast, maar zonder
+gekrenktheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik dit <i>niet</i> van u wist, zou mijn uitval eene opzettelijke krenking zijn, Leo! En al houd ik er van, u eens een weinigje te plagen ik
+zou u nooit willen grieven in &#8217;t geen ik weet dat u zeer na aan &#8217;t harte ligt. Wat ik zeide, was voor mij zelven, omdat men
+mij juist in dezen tijd wel eens lastig is gevallen op zeker punt. Wat u betreft, gij hebt u nu eenmaal vastgezet in eene
+overtuiging, die ik niet zal bestrijden, te minder, daar gij er uw leven naar hebt gericht. Maar juist daarom, Leopold, kan
+ik niet inzien, dat ik U zoo onontbeerlijk zou zijn dat ik mijne vermoedelijke fortuin aan de eischen uwer vriendschap zou
+moeten opofferen.&#8221;
+<a id="d0e474"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e474">28</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Bij dieper nadenken zou ik dat ook niet gevergd hebben, Willem; alleen.... gij hebt daarin gelijk.... ik ben wat snel, wat
+levendig in mijne opvatting, en mijne eerste opwelling was die van teleurstelling. Gij weet, ik ben er nu overheen, en gij
+zult zien dat ik niet meer weifelen zal in mijn voornemen om de aangeboden fortuin te aanvaarden met al hare baten en schaden,
+al drukt mij nu reeds de groote verantwoordelijkheid die zij zal opleggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar vergeet dan ook niet de groote voorrechten, welke zij geeft; ware &#8217;t maar alleen de gelegenheid om veel goed te doen.
+Komaan, schep moed! Uwe schouders zijn krachtig genoeg om den last van een millioentje te dragen; uw hoofd is niet te zwak
+om groote bezittingen te beheeren. Gij hebt eene reine, werkzame jeugd achter u. Het tijdperk, dat gij nu intreedt, is dat
+van mannelijke kracht. Uw vastheid van wil is reeds gerijpt in menige beproeving, die gij zegevierend hebt doorgestaan. Is
+er dan vrees dat gij versagen zoudt voor het te veel, gij, die het zoo vorstelijk met het te weinig hebt weten op te nemen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu nog mooier! Gij gaat mij vleien,&#8221; sprak Leopold lachend. &#8220;Gij wilt eens zien, hoe ik dat opnemen zal; maar wees gerust.
+Tegen vleierij heb ik een ferm waterproefje aan; ik ken mij zelf een weinig....&#8221;.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog niet genoeg, als gij twijfelt of ik hier in vollen ernst spreek. Ik ben acht jaar ouder dan gij, Leopold! en sinds wij
+elkaar leerden kennen, heb ik uwe worsteling met het leven en de omstandigheden met belangstelling gadegeslagen, en zoo mag
+ik zeggen: gij <i>zijt</i> voor die moeielijke taak opgewassen. Gij hebt het &#8216;adeldom verplicht&#8217; z&oacute;&oacute; goed weten op te vatten, dat gij het &#8216;rijkdom verplicht&#8217;
+ook in de beste beteekenis zult toepassen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het moeten sterke beenen zijn, die de weelde dragen. Mijn hoofd heeft reeds geduizeld bij de voorspiegeling van een millioen.
+
+</p>
+<p><span id="d0e489" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Wie zegt u, dat bij &#8217;t werkelijk bezit mijn voet niet zal wankelen, niet zal uitglijden....&#8221;
+<a id="d0e492"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e492">29</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Reeds uwe eigen bezorgdheid op dit punt is mij de beste waarborg. Indien ik er anders over dacht, geloof mij, dan nam ik
+u liever mee als mijn adjunct naar Indi&euml;. Maar nu.... luister. Ik ben er in zekeren zin bij ge&iuml;nteresseerd, dat gij het er
+goed afbrengt met die erfenis. Toen ik de hand van dien notaris zag, kreeg ik een vermoeden, en toen ik in den brief van uwe
+oudtante las, dat zij op iedere wijze naar u had ge&iuml;nformeerd, ging mij het volle licht op. Ik herkende de hand als die van
+iemand, die in &#8217;t voorgaande jaar mij geschreven had, om informaties te nemen naar u. Er was bijgevoegd, dat de navraag geschiedde
+met geene andere dan goede intenti&euml;n en dat mijn antwoord voor den persoon in kwestie geheim zou blijven. Ik behoef u niet
+te zeggen, hoe mijn antwoord was ingericht, en <i>ik</i> heb grond om te gelooven, dat mijne getuigenis heeft medegewerkt tot het besluit van jonkvrouwe Roselaer tot de Werve. Stel
+mij dus niet ten toon als een valschen berichtgever, door uit overdreven nauwgezetheid te eeniger tijd de zaak te laten varen.
+Had nadere kennis van de eischen der testatrice mij doen zien, dat men bedoelde u een valstrik te spannen of tot eene laagheid
+te bewegen, dan zeker zou <i>ik</i> mij geene moeite gegeven hebben uwe bezwaren te bekampen en het eenvoudig op uw instinct van eerlijkheid laten aankomen.
+Nu blijkt dit niet het geval, en ik zeg u: zet door; wie weet welk een parel van eene vrouw u, dus in &#8217;t goud gezet, wordt
+aangeboden. Apropos, weet gij al hoe uwe aanstaande heet en waar zij gezocht moet worden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb van ochtend juist een briefje gekregen van den notaris, met verzoek om zoo spoedig mogelijk bij hem te Utrecht te
+komen, daar hij in de gelegenheid is, mij inlichtingen te geven omtrent den generaal von Zwenken en zijne kleindochter Francis
+Mordaunt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mordaunt! Heet zij Francis Mordaunt?&#8221; riep Verheyst, kennelijk onaangenaam verrast.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! Hebt gij wat tegen den naam? Hebt gij dien <a id="d0e507"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e507">30</a>]</span>meer gehoord?&#8221; vroeg Leopold als in &eacute;&eacute;n adem; want de strakke, verdrietelijke plooi op het gelaat van zijn vriend stond hem
+niet aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meer gehoord, nu ja .... veel gehoord zelfs, als die van een Engelsch officier op retraite, die jaren geleden ergens in mijne
+provincie heeft gewoond; een man, waar, zoover ik weet, niets op te zeggen viel....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja! Maar de persoon waar &#8217;t hier op aankomt is de dame in kwestie. Kent gij haar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet persoonlijk, en op praatjes en geruchten kan men toch eigenlijk niet afgaan; en hetgeen mij van haar is ter oore gekomen,
+kan .... onjuist zijn. Maar als dit niet zoo is, zou het weinig geruststellend wezen voor u, dat mag ik je niet verbergen.
+
+</p>
+<p><span id="d0e516" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Daarom, onderzoek, onderzoek streng en vertrouw niets dan uwe eigene oogen en bevindingen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft zij een lichaamsgebrek, is zij afzichtelijk?&#8221; vroeg Leopold met onrust.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat niet; ik geloof zelfs, dat zij er niet kwaad uitziet; althans goed genoeg om pretendenten te lokken; maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, wat aarzelt gij! Geef mij den genadeslag. Is &#8217;t eene coquette?&#8221;
+
+</p>
+<p>Verheyst haalde de schouders op. &#8220;Daarover heb ik niet hooren klagen; het zou ten minste eene coquetterie moeten zijn van
+een vreemde soort.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Martel mij niet; zeg in eens uit wat kwaad gij van haar weet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets eigenlijk wat men kwaad kan noemen; althans in uwe oogen zal het geen misdaad schijnen. Ik weet alleen, dat een mijner
+bekenden, een vriend van mijn jongsten broer, die smoorlijk op haar verliefd is geweest en bot af een blauwtje heeft geloopen,
+mij eene voorstelling heeft gegeven van haar, die .... enfin, niet heel aanmoedigend is voor u. Zij moet eene brutale heks
+zijn, die niet wil trouwen, omdat zij geen heer of meester over zich wil erkennen. Ze heeft dien armen Karel <a id="d0e531"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e531">31</a>]</span>Felters, den goedhartigsten sukkel die er op twee beenen loopen kan, zoo gerudoyeerd dat hij van schrik het hazenpad heeft
+gekozen, en <i>nota bene</i> naar Afrika is vertrokken, om zeker te zijn, dat hij haar nooit weer zou ontmoeten; overigens niet slechts in alle opzichten
+een goede jongen, maar in vollen zin dat, wat men eene goede partij noemt. Ik zeg &#8217;t niet om u af te schrikken, maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, dat schrikt mij in &#8217;t geheel niet af,&#8221; sprak Leopold rustig. &#8220;Dat zij geen sukkel wil hebben, die voor een vrouw wegloopt,
+bewijst voor haar karakter; ik vind het piquant dat zij geene flauwe onbeduidendheid is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! piquant moet ze zijn in de hoogste mate.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooveel te beter. Een weerloos slachtoffer vellen trekt mij in &#8217;t geheel niet aan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij dat gij er zoo over denkt. Ik voor mij zou geen lust hebben in zulken kamp; maar gij, die zedelijk verplicht
+zijt den aanval te wagen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Al ware die verplichting er niet, ik zou er mij nu toch toe opgewekt gevoelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om een helleveeg te trouwen?&#8221; vroeg Verheyst, zelf gerustgesteld door de luchtigheid, waarmee Leopold zijne slechte berichten
+opnam. &#8220;Een prettig baantje voorwaar!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het doet er niet toe; dat is juist een kolfje naar mijne hand. Ik zal er Shakespeare&#8217;s <i lang="en">Taming of the shrew</i> nog eens op nalezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">As you like it!</i> maar bedenk dat zijne middelen geantiqueerd zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben geen <i lang="en">gentleman</i> uit den ruwen tijd van <i lang="en">old merry England</i>; ik ben een edelman van de 19<sup>de</sup> eeuw...&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat bewijst niet veel. Of vindt gij dat onze moderne jongelui zoozeer uitblinken in wellevendheid en galanterie?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, om je gerust te stellen, die ridderlijkheid van de <i lang="fr">preux chevaliers</i> die ik onder mijne voorvaderen tel, is .... meer dan wellicht voor deze occasie noodig zal zijn, in mijn bloed overgegaan.
+Mijn moeder placht te zeggen, <a id="d0e576"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e576">32</a>]</span>dat ik geleek op dien ridder van Zonshoven, ook een Leopold, die, om de eer zijner dame op te houden, zich de linkerhand heeft
+laten afkappen. Zie, deze hier is het; de legende is te lang om nu te vertellen, maar de verminkte arm wijst het uit, dat
+er iets waars aan is en dat het portret moet gemaakt zijn n&agrave; de catastrophe;&#8221; en Leopold wees met de hand en blik naar eene
+der oudste beeltenissen, in zwart ebbenhouten lijst. Verheyst zag beurtelings naar de oude in harnas gehulde gestalte, en
+naar het jeugdige frissche gelaat van Leopold, en sprak eindelijk, met een glimlach het hoofd schuddend:
+
+</p>
+<p>&#8220;Uwe goede moeder heeft haar eenigen zoon dan toch niet geflatteerd; &#8217;t is waar, er is eenige gelijkenis in dat hooge voorhoofd
+met het uwe, en uit dit donker blauwe oog spreekt stoutheid en zachtheid tevens, zelfs zou men in den vorm van &#8217;t gelaat,
+en in de wat laatdunkend vooruitstekende onderlip, desnoods den familietrek kunnen ontdekken, maar toch, de meester schilder,
+die deze beeltenis vermoedelijk in &#8217;t begin van de vijftiende eeuw heeft geconterfeit, is zeker geen groot man in zijn vak
+geweest; &#8217;t is alles zoo hard en stijf, die ridder poseert zoo brutaal met zijn verminkt lid, dat ik mij wel verklaren kan
+waarom gij het juist in dien hoek hebt gehangen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toch het meest omdat het vuil en hier en daar gebarsten is,&#8221; sprak Leopold; &#8220;maar als ik het eens laat opknappen, en het
+werk tot zijn recht komt, zal het zich zeker gunstiger voordoen, en wie weet, aan welk groot schilder het dan niet zal worden
+toegeschreven; de naam staat er wel niet op, en het jaartal evenmin, maar toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie weet of &#8217;t nog niet uitkomt, dat het een Memling is&#8221;, spotte Verheyst, er nog dichter v&oacute;&oacute;r tredende.
+
+</p>
+<p>&#8220;En Mijnheer de ridder draagt het kruis der Tempeliers&#8221; ging hij voort; &#8220;zoo heeft hij zijn schoone dan niet eens gewonnen
+door zijn offer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! zijn roman had een treurigen afloop.&#8221;
+
+</p>
+<p><span id="d0e589" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Ik wensch dan van harte dat de gelijkenis van het <a id="d0e592"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e592">33</a>]</span>leven niet sterker moge doorgaan, dan die ik waarneem in de physionomie. Want zonder je te vleien, de jonker van de 19<sup>de</sup> eeuw bevalt mij vrij wat beter dan die van de 15<sup>de</sup>. Al hebt gij niet de forsche gestalte van dien <i lang="fr">pourfendeur</i>, gij zijt toch slank en rap genoeg, en in uwe fijne blanke hand zit kracht genoeg, al zou die zwarte gantelet haar al zeer
+slecht <i>ganteeren</i>, en dan die akelige strakke trekken, die ijzige glimlach; terwijl bij u alles leven en bewegelijkheid is. Neen! neen! de
+uitdrukking van die tronie bevalt mij volstrekt niet, al stellen wij nog zooveel van dat kille en fletsche op rekening van
+den conterfeiter, en voorwaar, die man met zijn hoog opgetrokken wenkbrauwen ziet op ons neer met zoo&#8217;n trotschen, laatdunkenden
+blik, of hij zich boos maakt dat wij niet aan zijne voeten vallen, <i lang="fr">la face contre terre</i>. Foei! ik word er krekelig om, en wel het meest op uwe moeder, die zeker uit adeltrots, juist den vinnigsten en fiersten
+van al deze hooge en machtige heeren uitkipte, om er u mee te vergelijken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Leopold lachte luid en onbedwongen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat sta je door te slaan, Willem; en om je te beschamen, moet ik je zeggen, dat mijne moeder, die wel stille huiselijke deugden,
+maar geen greintje geboortetrots heeft bezeten, juist in de uitdrukking van de oogen, in den fellen hooghartigen blik, de
+gelijkenis meende te hebben gevonden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Il ne s&#8217;agit que de bien voir la chose</i>, maar als gij mij z&oacute;&oacute; stondt aan te kijken, zou ik je vierkant den rug toedraaien, om je nooit weer op te zoeken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben u de toelichting schuldig,&#8221; hervatte Leopold, goelijk lachend. &#8220;Moeder maakte mij wijs, dat ik op den ridder geleek
+als ik mijn booze, weerbarstige buien had en de&#8212;onbeschaamdheid pleegde.... (lieve, arme moeder, wat hebt gij mij veel te
+vergeven gehad, hoe kondet gij mij liefhebben),&#8221; viel Leopold zich zelf met weemoed in de rede, &#8220;haar zoo fier en uittartend
+aan te zien; dan was &#8217;t altijd: &#8216;foei Leo! de oogen van den <a id="d0e620"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e620">34</a>]</span>Tempelier,&#8217; en ik werd bij de hand voor &#8217;t portret gebracht te mijner beschaming, en dan, ja, ik belijde het, dan was er waarheid
+in de gelijkenis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O ho! is &#8217;t er z&oacute;&oacute; mee gelegen, dan kunt gij &#8217;t mij toch niet kwalijk nemen, dat ik niet gecharmeerd was van uw hoog-adellijk
+evenbeeld!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Te minder daar ik, om billijk te zijn jegens mij zelven, u mag verzekeren, dat er na mijne vlegeljaren geene aanleiding meer
+heeft bestaan tot zulke boetpredikatie <i lang="fr">en action</i>; het lot heeft mij zoowel ootmoed als ernst geleerd. En ik betreur dat niet: ijdele hoogmoed brengt ons zeker ten val, en
+het is ijdelheid, als men, zelf arm aan verdiensten, op de voorvaderlijke grootheid stoft; nog &eacute;&eacute;ns, zoo ik mij wel herinner,
+heeft het symptoom der booze gelijkenis zich weer voorgedaan, en wel bij gelegenheid van eene woordenwisseling, die ik had
+met mijn oom den minister. Maar ik was toen in mijn recht, want hij beschimpte mijn vader nog in zijn graf, omdat deze eene
+arme freule had getrouwd, die hem niets had aangebracht dan familiebezwaren, terwijl hij, naar zijn voorbeeld, zijn jonkheerstitel
+had moeten gebruiken als het lokaas voor eene schatrijke burgerlijke bruid. Toen voelde ik het bloed van den Tempelier nog
+weer eens in mijne aderen bruisen, en de gloed der verontwaardiging moet uit mijne oogen gelicht hebben, zooals die daar ginds
+schitteren, want Zijne Excellentie was kennelijk niet zeer op zijn gemak; hij verbleekte en tastte naar zijn schel, of hij
+hulp wilde roepen en vreesde dat ik andere wapens zou gebruiken tegen hem dan die van mijn blik; toch bedacht hij zich, toen
+hij mij zag glimlachen over zijne onrust, en van toon veranderend, bracht hij mij met eene hoffelijke wending van &#8217;t gevaarlijke
+chapitre af, mompelde eenige onbestemde betuigingen van belangstelling enz. enz. en geleidde mij al pratende tot in zijn antichambre,
+waar wij reeds niet meer alleen waren. Maar ik wist, dat ik voor goed aan zijn kamerdienaar geconsigneerd was, en mij de moeite
+<a id="d0e629"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e629">35</a>]</span>om bij hem aan te schellen voortaan kon sparen. En nu genoeg riddergeschiedenis voor heden; vertel mij nog liever wat van
+mijne aanstaande vrouw....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wensch voor u en voor haar dat zij uw ridderlijk bloed niet in al te groote beweging zal brengen, en daarom moet ik u
+vooruit waarschuwen, dat zij ruw is en.... slechte manieren heeft<span id="d0e633" class="corr" title="Bron: ">.</span>&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tantes brief deed mij reeds onderstellen, dat het haar aan eene goede opvoeding heeft ontbroken. Maar dat is immers hare
+schuld niet. Het arme kind! Welnu, ik zal daarin dan wat te verhelpen hebben, en ik zal tegelijk de echtgenoot en de gouverneur
+mijner vrouw moeten zijn; mogelijk, wie weet het, nog wel voor muziek- en dansmeester moeten spelen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet voor schermmeester althans, want zij kan handig genoeg met den degen omgaan, altijd volgens de getuigenis van Karel!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Drommels!&#8221; riep Leopold lachend, &#8220;dat&#8217;s om bang van te worden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Karel <i>is</i> werkelijk bang geworden, en, om u &#8217;t al te zeggen: zij was destijds nog maar een aankomend meisje, en toch werd haar in de
+kleine garnizoensplaats, waar zij woonde, algemeen de niet zeer vleiende bijnaam gegeven van: <i>Majoor Frans</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat klinkt niet aantrekkelijk! daar hebt ge gelijk in, maar toch.... ik zal zien dien majoor onder mijn vaandel te enroleeren,
+en ben ik eens zoo ver, dan zal hij in die kwaliteit zijn ontslag moeten nemen om in &#8217;t civiele over te gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is goed dat gij het zoo luchtig opneemt, want in trouwe, er zit voor u niets op dan het te beproeven....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Faire contre fortune bon coeur</i>, is altijd mijne leus geweest en&#8212;mijn lot,&#8221; hernam Leopold met eene mengeling van zwaarmoedigheid en scherts.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, mijnheer! doe dan asjeblieft open, ik heb al driemaal geklopt met het theewater.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8217;t Was de snibbige stem van Kaatje de dienstmeid, wier <a id="d0e663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e663">36</a>]</span>bescheiden tikken onder het levendige gesprek niet was gehoord geworden.
+
+</p>
+<p>Leopold deed open en Kaatje zette het theeblad klaar met &#8220;z&#8217;n toebehooren,&#8221; maar Verheyst trok een gezicht dat comische wanhoop
+uitdrukte bij die aanstalten, en toen het meisje was afgetrokken, sprak hij: &#8220;Zet maar geen thee voor mij, want om de waarheid
+te zeggen, ik ben veel te flauw om uw lauw water te drinken; ik heb maar zoo wat geluncht met een stuk brood en vleesch; mijn
+diner is bij de reis ingeschoten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondankbare ego&iuml;st die ik ben, u z&oacute;&oacute; aan den praat te houden en daar niet op te denken; wacht, ik geloof dat mijn kok vandaag
+ook wat slapjes was met zijn soep. Ik zal mij eens een extraatje permitteeren; &#8217;t is half acht, de tafels in de hotels zijn
+afgeloopen; maar wij gaan een apart dineetje nemen bij Pijl.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet in de Witte? Daar moet het nogal goed zijn, en mogelijk ontmoet ik daar nog dezen of genen, dien ik spreken moet,
+ware &#8217;t maar alleen om afspraak te maken tegen morgen: dat zou mij tijd uitwinnen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo gij daar wezen wilt, mij goed, dan zal ik iemand opzoeken om u te introduceeren; maar laten wij dan eerst elders gaan
+eten, want d&agrave;&agrave;r kan ik uw gastheer niet zijn. Ik ben geen lid meer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s kras, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik je zeggen. Toen mijn vader stierf, en mijne moeder, schoon ze van een schraal pensioentje moest leven, niet besluiten
+kon den Haag te verlaten, begreep ik voor mij dat ik het snoeimes flink ter hand moest nemen, om al wat naar luxe geleek,
+ferm uit te snijden. De contributie moest op mijn budget geschrapt worden, en hoewel ik vrienden genoeg had die mij begrijpen
+lieten, dat ik daarover niet denken moest, wees ik die aanbiedingen ruiterlijk af. Geen valsche schaamte weerhield mij om
+te zeggen waar het op stond, dat de kleine geldzaak hier niet eens het grootste bezwaar was, maar dat men het Haagsche leven
+niet ten halve kon <a id="d0e677"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e677">37</a>]</span>meedoen; dat ik er den lust zoowel als de gelegenheid voor verloren had, dat ik voortaan dacht thuis te blijven en mij niet
+in den omgang met vroegere vrienden tot soupeetjes en avondpartijtjes wou laten verlokken. Daarbij onder ons gezegd, onder
+drinkers en spelers heb ik mij nooit recht thuis gevoeld, zelfs niet dien korten tijd, dat ik student mocht zijn, en ik berekende,
+dat als men mij nergens meer zag, invitaties voor diners en partijen vanzelven zouden ophouden, die tot allerlei extraatjes
+leiden van fijne handschoenen, verlakte bottines, en in de verplichting brengen om er een &eacute;l&eacute;ganten rok op na te houden; mijne
+abdicatie, zooals men dat noemde, werd begrepen, mogelijk hier en daar bepraat en afgekeurd; maar ik had er spoedig geen last
+meer van. Jongen! men wordt zoo makkelijk vergeten, als men vergeten <i>wil</i> zijn! Toch moet ik ter eere van mijne Haagsche kennissen zeggen, dat ik bij toevallige ontmoetingen nooit anders dan achting
+en welwillendheid heb gevonden. Ze hebben het mij heusch niet kwalijk genomen dat ik kluizenaar ben geworden, en het niet
+eens een onvergefelijke dwaasheid geacht, dat ik, arm zijnde, niet om den bluf, den schijn heb willen bewaren en toch meedoen,
+ware het ten koste van anderen, om &#8217;t geen sommigen noemen: hunne eer op te houden! En n&uacute;, laten we gaan zien dat we wat te
+eten krijgen.&#8221; Al sprekende had Leopold zijn overjas aangetrokken, zijn hoed en handschoenen genomen, en beiden stormden nu
+met gezwinden pas de trap af.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div1">
+<h2>Jonker Leopold van Zonshoven aan Mr. Willem Verheyst.</h2>
+<p>Al had ik niet beloofd u een getrouw verslag te doen, beste Willem! van mijn wedervaren en bevindingen op mijn avontuurlijken
+tocht ter verovering eener bruid, toch <a id="d0e689"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e689">38</a>]</span>zou ik er behoefte aan hebben, dat alles mede te deelen aan iemand, die luisteren wilde zonder repliek. En daar ik er vooralsnog
+geen sterveling, behalve den eenigen, die er niet buiten kon blijven (de notaris), inhalen wil, is het waarlijk een kansje
+voor mij, dat gij nu mogelijk al door de Roode Zee glijdt, en ik dus alles aan &#8217;t papier kan toevertrouwen, met de zekerheid,
+eenmaal door een vriend gelezen te worden, zonder dat ik mijn geheim verklap.
+
+</p>
+<p>Ons afscheid was zoo brusk en gejaagd tusschen al die heele en halve kennissen in, waar we bij Paulez mee dineerden en waarvan
+enkelen u meenamen naar de soci&euml;teit, dat ik niet meer in de gelegenheid was, om u kennis te geven van mijn besluit om reeds
+des anderen daags met den eersten trein naar Utrecht te vertrekken, om mijn verkenningstocht aan te vangen. Uwe mededeelingen
+hadden mijne nieuwsgierigheid geprikkeld, meer nog dan mijne hebzucht het was door het blinkend millioen, en ik kon mijn ongeduld
+niet bedwingen tot uwe terugkomst van die particuliere audi&euml;ntie die u op zulk eene geheimzinnige wijze, op zulk een ongewoon
+vroeg uur, was toegezegd. Ik hoopte altijd, dat ik u v&oacute;&oacute;r uw definitief vertrek nog eens zou kunnen zien, om u vaarwel te
+zeggen; maar gij waart altijd <i lang="fr">par voies et par chemins</i> in de laatste dagen en ik .... neen, ik was niet op reis, maar zoo wat in een betooverd slot geraakt, waar ik wel niet door
+draken en reuzen, maar door mijn eigen wil en zucht tot volharding werd vastgehouden. Mogelijk nog wel door iets anders ....
+maar daar ben ik nog niet zoo zeker van.
+
+</p>
+<p>Om nog even op uwe zaken te komen. Gij zult nu zeker beter weten, dan ik het vatten kan, hoe uw patroon staat met zijne zenders,
+en hoe dezen het op hunne beurt zullen maken met hunne dwarskijkers. Als ik aan dat alles denk, komt de wensch bij mij op,
+dat gij liever aan mijn voorstel haddet gehoor gegeven, om mijn wel en wee te deelen, dan u mee te laten vangen <a id="d0e698"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e698">39</a>]</span>in dat striknet der intrigue, waaruit geen van de partijen, die er in betrokken zijn ongeschonden te voorschijn kan komen.
+Maar gij zult mij antwoorden, dat gij volkomen onkundig waart van deze valsche verhouding, toen gij uw woord gaaft, en dat
+het overige uwe zaak niet is, en daarin hebt gij gelijk. Uw patroon kan de stormen aan deze zijde van den Oceaan onbekommerd
+zien opsteken; zijn hoofd zullen ze toch niet treffen: zijne positie is voor het bepaalde getal jaren verzekerd, en&#8212;de uwe
+evenzeer. Gij hebt intusschen van de gelegenheid geprofiteerd, om Indi&euml; te leeren kennen, en kunt met die kennis veel goeds
+doen en veel kwaads voorkomen, als men naar u zal willen luisteren, <i lang="fr">voil&agrave; la question</i>. Iemand die dat zeker zou gedaan hebben, en die hoog noodig zou gehad hebben dat gij hem uwe voorlichting bleeft geven, is
+schrijver dezes, die waarlijk onder zeer bezwaarlijke en gecompliceerde omstandigheden tot handelen zal worden gedwongen.
+Naar mijn eigen gevoelen is de zaak mijner fortuin nogal vlottende. Wel is door de waardige erflaatster alles gedaan, wat
+noodig was, om die voor goed te verzekeren; maar er zijn oogenblikken, waarin mij de onweerstandelijke lust overvalt, om mij
+van alles af te maken, liever dan het instrument te zijn, om de wraakzucht <i lang="fr">d&#8217;outre tombe</i> van Jonkvrouw Roselaer tot de Werve te dienen: een grijsaard uit zijn erfgoed te verdrijven en eene arme zwerfster te maken
+van eene weeze, die door hare afkomst een recht heeft op de nalatenschap harer oudtante, al blijkt de wetgeving zulke rechten
+lager te stellen dan de luim eener knorrige, oude vrouw, die de behendigheid heeft gehad een onaantastbaar testament te maken.
+
+</p>
+<p>Gij ziet, Willem! dat ik nog in &#8217;t geheel niet verzoend ben met de beschikkingen van tante Roselaer, maar &#8217;t is ook ergerlijk
+voor iemand, die een ingeboren gevoel van billijkheid heeft en een hart, dat&#8212;ja, ik mag het hier zeggen,&#8212;dat op de rechte
+plaats zit, om de <i lang="fr">ex&eacute;cuteur <a id="d0e710"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e710">40</a>]</span>des hautes oeuvres</i> te zijn eener ingeroeste familieveete. En toch, zoo vaak ik de opwelling in mijne chevalereske gevoeligheid&#8212;die gij mogelijk
+romaneske zwakheid zoudt noemen&#8212;heb bekampt met de nuchtere, klare beschouwing der feiten, komt het mij voor, dat ik mij niet
+onttrekken <i>mag</i> aan dien plicht, en dat de nood mij is opgelegd, het aangewezene te volbrengen, liever dan lafhartig de handen te laten zakken
+en alles over te laten aan den notaris-executeur, een uiterst braaf man, ik wil &#8217;t gaarne gelooven, maar zoo punctueel op
+de letter van de wet, dat hij geenerlei menagementen zou gebruiken, noch van verzachtende maatregelen, noch van uitstel van
+executie zou willen hooren; en dat alles staat ten minste nog in mijne macht, als ik het lastig baantje niet moedwillig laat
+varen.
+
+</p>
+<p>Een enkel geval kan zich voordoen, waarbij mij het koninklijk prerogatief is toegekend, om gratie te geven, namelijk: als
+het huwelijk doorgaat; maar ik begin te vreezen, dat er hinderpalen bestaan, die iemand van mijn karakter met den besten wil
+der wereld niet kan overstappen; dan&#8212;ik wil geregeld vertellen en niet beginnen met hetgeen wellicht het einde zal moeten
+zijn. Ik ga u mijne indrukken en ontmoetingen mededeelen&#8212;dag voor dag&#8212;zooals zij mij zelf toegekomen zijn, te beginnen met
+mijn bezoek bij den notaris van Beek op den 28<sup>sten</sup> Maart. De waardige fonctionaris is een klein mager persoontje, met een naturel op, en een paar kleine levendige oogen, die
+met zijn fijnen, langen neus en de dunne lippen van den toegeknepen mond het perfect model levert van een slim, capabel, maar
+onverbiddelijk wetgeleerde. Hij ontving mij eerst in zijn kantoor, in zijn klassieken armstoel gezeten, met zijn grijs huisjasje
+en statelijke witte das, die zijn dunne hals met onverbiddelijke wreedheid omwrong. Ik had hem wel lucht willen bezorgen,
+z&oacute;&oacute; greep het aanschouwen van die beklemming mij aan, maar hij zelf voelde zich daardoor blijkbaar niet in de engte&#8212;het scheen
+hem alleen een steun <a id="d0e721"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e721">41</a>]</span>zijner wichtigheid. Opstaande groette hij mij met eene deftige buiging, en eerst toen ik mijn naam had genoemd en mijn besluit
+had te kennen gegeven, om, indien eenigszins mogelijk, de intenti&euml;n der erflaatster te vervullen, zweefde een fijn glimlachje
+om zijn mond, of hij zeggen wilde: &#8220;Gij zijt er dan toch toe gekomen, al valt gij wat aarzelachtig.&#8221; Na eene korte woordenwisseling
+over het eenigszins plotseling afsterven zijner cli&euml;nte, en haar uitdrukkelijk verlangen om in alle stilte en zonder samenroeping
+harer familieleden ter ruste te worden besteld, vertelde hij mij, dat hij sinds dertig jaren met het vertrouwen van Jonkvrouw
+Roselaer tot de Werve was vereerd geweest, en met het beheer harer zaken was belast, en dus ten volle in staat was mij alle
+verlangde inlichtingen te geven omtrent hare verhouding tot den generaal von Zwenken, en hare intenti&euml;n met deze en zijne
+kleindochter. Ik spare u en mij zelven de optelling van de jammerlijke reeks tracasseri&euml;n en reciprociteiten, waarmee, al
+v&oacute;&oacute;r de geboorte van Francis, de generaal en tante Sophie elkaar hebben vervolgd en elkanders leven hebben verbitterd. Dat
+zij dien man niet met het bezit harer fortuin wil begunstigen, kan ik mij best begrijpen, en ik moet het zelfs goedkeuren
+met het oog op Francis, die het eerste slachtoffer zou zijn van die onvoorzichtigheid. Uit alles blijkt, dat hij een verkwister
+moet zijn, of ten minste een z&oacute;&oacute; slecht financier, dat de staat zijner zaken, dien de notaris op zijn duimpje kent&#8212;beter wellicht
+dan de man zelf&#8212;, te vergelijken is bij een zinkput, waarin men schatten bij schatten zou kunnen wegwerpen, zonder die te
+dempen. Maar tusschen het onthouden van zijne nalatenschap van een verwant, wien men gelooft niets schuldig te zijn, of het
+smeden van een onverbiddelijk wraakzwaard, dat men nog uit het graf boven zijn hoofd weet op te heffen, ligt toch eene wijde
+klove, en dit getuigt van een onchristelijken geest, van eene woeste haatdragendheid als men onder wilden en heidenen nauwelijks
+zou vinden, maar die men <a id="d0e723"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e723">42</a>]</span>allerminst had kunnen verwachten van een statige dame in een stijf kostelijk zwart zijden japon, met zilvergrijze haren onder
+een zwart kanten mutsje, en een snoer zuivere paarlen om den hals zooals zij zich vertoont op haar portret, nog in het laatste
+jaar van haar leven geschilderd, en dat zij aan haar notaris gelegateerd heeft, omdat zij zich in &#8217;t hoofd had gezet, dat
+niemand harer bloedverwanten het met welwillendheid zoude aanzien. En ik geloof, dat zij zich in dezen niet bedroog; want
+ik zelf, haar hoog begunstigde erfgenaam, moet ronduit verklaren, dat er nog veel zal moeten gebeuren, veel zal dienen opgehelderd
+te worden, wat mijne indrukken van dit oogenblik wijzigt, eer ik met een opgeruimden en dankbaren blik die toegeknepen lippen,
+die kleine, felle oogen en die scherpe gelaatstrekken zal kunnen aanstaren, sinds ik weet, welk een Shylocks geest deze fijne
+magere vrouwenfiguur heeft bezield. De notaris getuigde van haar, dat zij &#8220;goed arms was;&#8221; maar wat singulier van leef- en
+denkwijze. Als een wettisch, orthodox man, die hij zelf is, schreef hij dat toe aan de bijzonderheid, dat zij nog altijd veel
+op had met de denkbeelden en gevoelens der achttiende eeuw, dat zij eene groote vereerster was van Rousseau&#8212;ja, zelfs dat
+zij eene statuette van Voltaire in hare kamer had en zich had laten afbeelden met een deeltje van diens brieven in de hand,
+al wist zij, dat de toekomende bezitter juist niet bijzonder gesticht zou zijn door dit d&eacute;tail, Maar zij hield er van, mij
+een weinigje te plagen, voegde hij er met een sluw glimlachje bij, en ik liet haar begaan; zij had overigens zooveel goeds.&#8212;&#8220;Zij
+had vele goederen althans,&#8221; vulde ik in gedachte aan, terwijl ik luisterde, &#8220;het beheer waarvan, waardige <i lang="fr">homme d&#8217;affaires</i>, u jaarlijks een mooi rond sommetje opbrengt, &#8217;t geen u noodwendig tot grootmoedigen accomodatie-zin stemt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, jonker!&#8221; ging de man voort, &#8220;sinds gij mij de waarheid vraagt omtrent het leven en bestaan der overledene, moet ik
+u zeggen, dat ze uiterst zelden ter <a id="d0e730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e730">43</a>]</span>kerk ging, en dan nog wel bij de Franschen, schoon zij niet tot die gemeente behoorde; dat ze jaarlijks groote sommen ten
+beste had voor allerlei inrichtingen van weldadigheid of industrie; dat zij deelnam aan alles wat er werd uitgedacht om het
+lot van den minderen man te verlichten, maar dat zij voor kerk en kerkelijke zaken, zelfs voor zendelingen en christelijke
+scholen, geen kwartje verkoos af te staan. Ik kon het nooit van haar verkrijgen, en als ik mij verplicht achtte, een weinig
+aan te dringen, met haar voor te houden, dat het voor iemand van hare middelen eene consci&euml;ntiezaak was om dergelijke pogingen
+te ondersteunen, dan voegde zij mij toe, dat het voor haar eene consci&euml;ntiezaak was, het ras der Tartuffes niet te helpen
+vermenigvuldigen. En daarmee was het dan uit. Gij begrijpt, jonker, dat ik in mijne kwaliteit tegenover haar mij voortaan
+onthouden moest. Zij gebruikte overigens hare schatten voor zich zelve niet dan met uiterste matigheid. Zij bewoonde een klein
+buitentje hier dicht bij de stad, dat ik voor haar heb moeten koopen, terwijl zij haar prachtig huis binnen Utrecht, haar
+fraai buitengoed in Gelderland, aan vreemden verhuurde. Zij hield geene andere bedienden dan een huisknecht, eene kamenier
+van leeftijd en eene keukenmeid. De tuinman, die het lapje moesgrond van de plaats had gepacht, leverde haar de groenten en
+moest voor haar tuin en bloemen zorgen. Een koetsier hield zij er niet op na. Zij had rijtuig van een stalhouder, bij de maand;
+maar zij gebruikte het zelden; zij wandelde weinig en kwam weken aaneen niet van de plaats af. Zij had geen conversatie, wees
+in den regel alle bezoeken af, behalve die van dokter D., haar vriend, die haar dagelijks moest komen zien en die geregeld
+tweemaal in de week met zijne ongetrouwde zuster een partijtje bij haar kwam maken. Ik kwam zoo vaak de zaken het eischten,
+en eens in de maand vroeg zij mij met mijne vrouw en dochter te dineeren. Dokter D. en zijne zuster waren er dan ook; maar
+ik herinner mij niet, dat ik ooit iemand <a id="d0e732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e732">44</a>]</span>anders bij haar ontmoet heb dan dien schilder, dien zij op haar ouden dag nog haar portret heeft laten maken en wien zij een
+mooi legaat heeft toegekend, een jongmensch met schalksche oogen en fraaie kneveltjes, dien ik verdenk van haar een weinig
+het hof gemaakt te hebben <i lang="fr">&agrave; force</i> van aardigheden en piquante gezegden &agrave; la Voltaire; want ze kocht teekeningen van hem, die zij nooit aanzag, en ze was altijd
+een beetje meer geneigd mij te plagen met mijne religieuse gevoelens en mijn ouderlingschap, als hij bij haar was geweest.
+Overigens een beste jongen, die voor zijn moeder had te zorgen; en &#8217;t kapitaal, dat zij nu nalaat, jonker, is groot genoeg
+om niet op die caprice te zien....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, voorwaar!&#8221; viel ik in; &#8220;ik ben blij, te hooren dat er iemand geweest is, die dat eenzaam en als in de engte gedreven
+leven nog in den laatsten tijd wat heeft kunnen opvroolijken.... Maar na &#8217;t geen gij mij daar hebt medegedeeld omtrent hare
+stemming tegenover kerkelijke en christelijke instellingen, begin ik te twijfelen, of ik wel recht heb, hare nalatenschap
+te aanvaarden; want schoon ik heel goed weet dat er maar al te veel kaf onder &#8217;t koren schuilt en niet van zins ben in den
+blinde en op den klank van vroomluidende woorden af, tantes goud rond te strooien, toch zou ik niet kunnen nalaten, zekere
+belangen, die mij na ter harte gaan, ook door materi&euml;ele ondersteuning te bevorderen, zoodra ik mij daartoe in de gelegenheid
+zie gesteld, hetgeen natuurlijk lijnrecht in strijd moet zijn met hare intenti&euml;n.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat geloof ik niet; want zij heeft heel goed geweten, wie jonker van Zonshoven was en wat zij ook op dit punt van hem zou
+te wachten hebben, en het heeft haar niet afgeschrikt, zooals gij ziet; daarbij, behalve dat zij wat kwelziek viel, was zij
+vrijgevig genoeg omtrent het gevoelen van anderen. Hare oude kamenier was streng orthodox, en ging niet ter kerke dan bij
+de meest rechtzinnige domin&eacute;s, en toch was het rijtuig Zondags altijd tot hare beschikking en is zij door hare meesteres ruim
+<a id="d0e741"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e741">45</a>]</span>bezorgd voor haar leven. Dat getuigt toch niet van zoo groote vijandschap als hare harde uitvallen tegen mij soms deden onderstellen.
+Mogelijk heeft zij in u iemand gezien, die doen zal wat zij heeft nagelaten en uit valsche schaamte of stijfhoofdigheid, zelfs
+bij beter inzicht, zelve niet heeft willen goedmaken. Als zij &#8217;t anders gemeend had, was zij wel de vrouw geweest om te zorgen,
+dat hare bedoelingen in dezen niet miskend konden worden, geloof mij daarin, jonker!<span id="d0e743" class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+
+</p>
+<p>En ik moet hem gelooven, Willem! Want uit alles blijkt, dat zij volmaakt goed berekend heeft wat zij wilde en van mij wilde.
+Al zou het je nog zoo vervelen, ik moet u de hoofdkwestie mededeelen, waarin ik verplicht ben hare rancune te dienen. Gij
+moet dan weten dat het huis de Werve, een oud kasteel op de grenzen van Gelderland en Overijsel gelegen, met zijne uitgestrekte
+bosschen, heidegronden en landerijen, dat nu door den generaal von Zwenken wordt bewoond, heeft toebehoord aan de ouders van
+jonkvrouw Sophie Roselaer; dat aan &#8217;t bezit van het kasteel (eene riddermatige hofstede, zooals de notaris zich uitdrukt)
+tevens de heerlijke rechten verbonden zijn, die in &ograve;nzen tijd wel is waar hunne beteekenis verloren hebben, maar waaraan ik
+zeer wel begrijpen kan dat eene vrouw als tante Sophie nog kon hechten.
+
+</p>
+<p>Jonker Roselaer van de Werve had geen zoon, &#8217;t geen hem zeker leed genoeg zal gedaan hebben, maar wel drie dochters, waarvan
+tante Sophie de tweede en mijn moeders moeder de jongste is geweest. De oudste freule, Marie-Anna, werd na den dood harer
+ouders aangewezen als rechtmatige erfgename van het huis de Werve met alles wat er bij behoorde. Dit viel tante Sophie zeer
+uit de hand, daar zij eene geheel andere beschikking had verwacht en goede reden had voor die verwachting.
+
+</p>
+<p>Hare zuster had de oude lieden veel verdriet aangedaan. Zij had in stilte een liefdesroman aangeknoopt met een jong Zwitsersch
+officier, den kapitein von Zwenken, <a id="d0e751"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e751">46</a>]</span>en daar zij vreesde, nooit de toestemming harer ouders te zullen verkrijgen voor dit huwelijk, ontvluchtte zij heimelijk hun
+huis en liet zich door von Zwenken naar zijne familie in Zwitserland voeren, waar zij getrouwd zijn. Eene verbintenis, die
+volgens den man van de wet en naar het gevoelen van tante niet als wettig kon beschouwd worden, hoewel later de zwakke ouders
+zich met den opgedrongen schoonzoon verzoenden en hun verloren kind, toen het in alles behalve gunstige positie tot hen terugkeerde,
+met opene armen ontvangen hebben.
+
+</p>
+<p>Bij dit familietafereel schijnt tante Sophie de rol te hebben vervuld van den oudsten broeder in de gelijkenis. Zij had zich
+toch al niet best met hare romaneske zuster kunnen verstaan, wilde in den zich noemenden zwager niets zien dan een verleider,
+een indringer, en bleef onverzoenlijk, terwijl zij de vergevingsgezindheid harer ouders laakbare zwakheid achtte. Het oponthoud
+van de jongelui in &#8217;t ouderlijk huis was dan ook slechts van korten duur, maar de weinige dagen die zij er bleven waren stormachtig
+en strekten allermeest om de onderlinge verdeeldheid der bewoners van de Werve te doen overslaan op den verderen kring der
+uitgebreide familie, wier leden v&oacute;&oacute;r en tegen de von Zwenkens partij kozen. Als <i lang="fr">machine de guerre</i> tegen haar zwager gebruikte tante Sophie de onregelmatigheid van zijn huwelijk, op vreemden bodem gesloten. Wie dat niet
+met haar eens waren, wie den Zwitserschen kapitein, in dienst der toenmalige Bataafsche Republiek, voor aanverwant erkenden,
+konden geen goed meer bij haar doen, terwijl die in dezen hare partij hielden, door den ouden heer Roselaer en zijne vrouw
+met de uiterste koelheid werden bejegend. Kortom, het was de geschiedenis der Montecchi en der Capulets op kleinere schaal
+en op achttiende-eeuwsch Hollandsch terrein overgebracht. Men belaagde elkaar niet met dolk of vergift, maar met het venijn
+der tong. Men kwelde, men brutaliseerde elkaar zooveel men kon; het waren haarkloverijen en <i lang="fr">repr&eacute;sailles sans tr&egrave;ve ni merci</i>, die hier <a id="d0e761"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e761">47</a>]</span>en daar tot processen leidden, en onder de handen van procureurs en advocaten werden de kwesti&euml;n noch klaarder, noch lichter
+op te lossen. Daar kwam de oude mevrouw Roselaer te overlijden, en hare dochter Sophie meende nu, dat er eene verandering
+zoude plaats hebben in het gevoelen van haar vader omtrent zijne &#8220;schuldige&#8221; dochter, daar het bovenal de moeder was geweest,
+die hem tot het verleenen van vergiffenis had aangezet. Daarbij geraakte zij nu zelve aan het hoofd der huishouding en gebruikte
+die stelling om het haar zwager en zijne vrouw zoo onaangenaam te maken in de korte dagen van hun bezoek in het ziek- en sterfhuis,
+dat zij afscheid namen van den heer Roselaer met de betuiging, dat zij niet zouden terugkeeren. Sophie triomfeerde. Zij dacht
+de scheiding, de uitbanning voltooid, maar zij vergat dat hare zuster kinderen had en dat het haars vaders vreugd en trots
+was een kleinzoon te bezitten, al uitte hij die gevoelens niet tegen haar.
+
+</p>
+<p>Een grijsaard heeft de rust lief, en al gaf hij haar in &#8217;t heimelijk de schuld dezer nieuwe verwijdering, hij liet het haar
+niet blijken, en getroostte zich den last, zijne kinderen te gaan bezoeken in de naburige vestingstad, waar von Zwenken in
+garnizoen lag. Sophie wist niet beter of hij deed bij zulke gelegenheid zijne gewone rondreize met zijn rentmeester om zijne
+verschillende bezittingen op te nemen en zich met <span id="d0e765" class="corr" title="Bron: pachter">pachters</span> of boschbazen te verstaan. Het bleek welhaast dat de von Zwenkens partij hadden getrokken van deze uitstapjes om zijne genegenheid
+te winnen, in dezelfde mate, waarin tante Sophie die verloor, en dat hij, vrijwillig, of daartoe door hen overgehaald, zijn
+testament veranderde; want toen hij kwam te overlijden, had hij zijne dochter mevrouw von Zwenken en hare kinderen zooveel
+bevoorrecht als dat maar eenigszins zijn kon, en haar aangewezen als de erfgename van het kasteel de Werve met de Heerlijkheid
+en de aankleve van dien. De teleurstelling, de ergernis van jonkvrouw Sophie bij deze <a id="d0e768"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e768">48</a>]</span>ontdekking laat zich begrijpen. O zeker, haar gewerd het rechtmatige deel van het ouderlijk goed, maar juist d&agrave;t, waar het
+haar het meest om te doen was, het ouderlijk huis, waar zij was geboren en opgevoed, dat zij nooit eigenwillig had verlaten,
+waar zij altijd als meesteresse had geheerscht, dat zij steeds als haar welverzekerd eigendom had beschouwd, werd haar nu
+ontnomen en overgegeven in de handen van hen, die zij het meest onwaardig, het minst geschikt keurde voor dat bezit. Een zwager,
+dien zij nauwelijks tot dien naam gerechtigd achtte, dien zij altijd had gehaat en geminacht, en die deze gevoelens met woeker
+teruggaf; eene zuster, die door haar misstap de eer van &#8217;t ouderlijk huis had bevlekt, die de rust harer ouders, den vrede
+in de gansche familie had verstoord, werd dus, als lag er niets tusschen, in de rechten eener oudere erkend en boven h&aacute;&aacute;r
+gesteld, die beter dan iemand wist, wat zij hen had doen lijden, en die zelve het hare had gedaan om die smart te verzachten.
+De rustelooze haat, de onverzoenlijke bitterheid, die daarna alle handelingen en overleggingen van tantes leven heeft bestuurd,
+laat zich verklaren uit deze krenkende terugzetting, waarin zij niet het meest des vaders hand, des vaders wil zag, maar de
+list, den intriguegeest van een misdadig echtpaar.
+
+</p>
+<p>Zelfs al had men haar eene schikking voorgesteld, waardoor zij op het kasteel had kunnen blijven, zou zij die toch niet hebben
+aangenomen, daar zij te diep gekrenkt was, om concessies van hare tegenpartij aan te nemen; maar het werd haar niet eens voorgeslagen,
+en slechts de <span id="d0e772" class="corr" title="Bron: kortsmogelijke">kortstmogelijke</span> tijdruimte werd haar gegund, om zich op de verandering van woonplaats voor te bereiden. Dat was te meer grievend, daar de
+kapitein niet, zooals zijn schoonvader had gewenscht, den dienst verliet om op het kasteel te gaan wonen en zijne goederen
+te beheeren. Gebonden nu eens aan deze, dan weer aan gene garnizoensplaats, mogelijk bij het opsteken der oorlogsstormen bestemd
+om naar den vreemde te <a id="d0e775"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e775">49</a>]</span>trekken, was hij de laatste die genot kon hebben van het erfgoed. Zijn vrouw en de beide kinderen kwamen er van tijd tot tijd
+een poos vertoeven, maar de eerste stierf een paar jaren na den dood van haar vader, de kinderen bleven bij den vader, totdat
+zij den leeftijd bereikt hadden, de dochter om op eene Zwitsersche kostschool hare opvoeding te krijgen, de zoon onder opzicht
+van een gouverneur tot hij rijp was voor de hoogeschool.
+
+</p>
+<p>Ik moet tante Sophie gelijk geven in hare bewering, dat von Zwenken volstrekt niet <i lang="en">the right man on the right place</i> was. Hij utiliseerde zijne bezitting niet, liet het kasteel in handen van een vreemden huisbewaarder, verwisselde den ouden
+bekwamen rentmeester met een ander, die even onkundig als ongetrouw was in zijn beheer, kwam niet naar de Werve omzien dan
+in den jachttijd met een troep drukke vrienden en jachtliefhebbers, en lette er niet op dat het landgoed meer en meer in verwaarloosden
+staat geraakte. Wie er w&egrave;l op lette was tante Sophie. Schoon zij zelve naar eene andere provincie had moeten verhuizen, waar
+het haar toegewezen deel der vaderlijke goederen was gelegen, had zij haar hart noch haar aandacht kunnen aftrekken van het
+ouderlijk huis. De voormalige rentmeester, zelf niet weinig verbitterd tegen den nieuwen eigenaar, trad in haar dienst als
+haar zaakwaarnemer en spion. Te dien einde bleef hij in de nabuurschap wonen, en sloeg met valkenblik de <i lang="fr">faits et gestes</i> van zijn plaatsvervanger gade, terwijl hij tevens zooveel mogelijk acht nam op die van diens heer en meester. Majoor von
+Zwenken, want hij was inmiddels tot dien rang geklommen, scheen druk te leven en veel geld noodig te hebben, hetzij voor zich
+zelf, of wel voor zijn zoon, een heertje dat lang en woest studeerde. Het rechte daarvan schijnt de notaris van Beek zelf
+niet te weten, want gij begrijpt dat het door hem is dat ik achter al deze bijzonderheden ben gekomen; zeker alleen is het,
+dat hij niet genoeg had aan zijne inkomsten en <a id="d0e785"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e785">50</a>]</span>hypotheek nam op een deel zijner uitgestrekte goederen, dat hij bij het huwelijk zijner dochter met een Engelsch officier,
+Sir John Mordaunt, een deel zijner landerijen en bosschen te gelde maakte, om haar het moederlijk vermogen te kunnen meegeven,
+en dat hij het overige gedeelte van jaar tot jaar meer bezwaarde, zoodat hij ten laatste, alleen om in dien drukkenden rentelast
+te voorzien, genoodzaakt was weer een deel van het goed te verkoopen. Zoo ging het voort, en toen hij ten laatste als kolonel,
+gepensionneerd met den rang van generaal, (ongelukkig voor hem zonder bezwaar voor de schatkist!), zich voor goed op het kasteel
+de Werve ging vestigen was het zoover gekomen, dat hij van die gansche uitgestrekte bezitting niets meer als vrijen eigendom
+overhield dan het huis alleen met den tuin, en de wandelingen die er bij hoorden!
+
+</p>
+<p>Tante Sophie, die eene handige en scherpzinnige vrouw is geweest, d&aacute;t moet men haar nageven, had inmiddels het geheim gevonden
+haar fortuin te verdubbelen, terwijl zij daarenboven de eenige erfgename was geworden eener schatrijke nicht, die zich hare
+grieven had aangetrokken. Tante Sophie had, zooals ik reeds zeide, den gehaten schoonbroeder niet vergeten. De haat heeft
+een scherp geheugen en even scherpen blik. Zij wist wie zij in de nabuurschap der Werve had gelaten om de wacht te houden
+over alles wat er geschiedde. De verjaagde rentmeester, die hare bedoelingen had geraden, had met de waakzaamheid eener vlammende
+wraakzucht von Zwenken&#8217;s nadeelige financi&euml;ele operati&euml;n gadegeslagen, en er haar steeds nauwkeurig kennis van gegeven.
+
+</p>
+<p>Op die aanwijzingen afgaande, had zij door tusschenpersonen langzamerhand zich meesteresse gemaakt van alles wat hij verkocht.
+Een procureur in de naast bij de Werve gelegen stad, die hem zonder aarzeling de groote sommen geld opschoot, waarmee hij
+zijn goed bezwaarde, maar die onverbiddelijk was waar het rentebetaling gold, was haar executeur, deed niets zonder hare <a id="d0e791"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e791">51</a>]</span>orders, en hield haar zoo goed op de hoogte, dat zij met zekerheid dag en uur wist te berekenen, waarop von Zwenken in geldverlegenheid
+moest verkeeren.
+
+</p>
+<p>Eens toen zij het gunstig oogenblik daartoe gekomen achtte, zond zij van Beek op hem af als bemiddelaar, niet juist van den
+vrede, want tot verzoening neigde zij niet, maar toch met een zeer aannemelijk voorstel. Hij zou haar het huis met de Heerlijkheid,
+die niets meer dan een ledige titel was, verkoopen, voor eene hoogst aanzienlijke som, die niemand er voor geven zou dan zij,
+reeds in &#8217;t geheim eigenares van al de omliggende gronden; maar de generaal was te fier en te veel verbitterd op zijne schoonzuster,
+om in dat voorstel te treden. Hij liet antwoorden dat hij tot geen prijs de Heerlijkheid zou afstaan, en wat het huis aanging:
+dat hij zijne overledene vrouw had beloofd er hare zuster buiten te houden, en dat hij liever het dak boven zijn eigen hoofd
+zou zien instorten dan er haar recht van intrede te geven. Had hij toen kunnen weten, wat hem nog onbekend is gebleven, welke
+maatregelen zij reeds had genomen om zijn lot in hare macht te houden, waarschijnlijk zou hij zich tweemaal hebben bedacht
+eer hij haar voorslag zoo botaf had geweigerd. Maar de generaal schijnt wat brusk uitgevallen en scheen zich overtuigd te
+houden, dat er wel nooit kwestie kon zijn van zoo diepen val.
+
+</p>
+<p>Hij moet echter sinds zijne retraite op de Werve zijne leefwijze zoozeer vereenvoudigd hebben, dat zijn pensioen toereikend
+bleek voor zijne behoeften, terwijl de hooge interesten die hij moest betalen van dat deel zijner bezittingen, dat nog zijn
+eigendom heette, bij een beter beheer en minder verwaarloozing betaald konden worden uit hetgeen zij opbrachten. Maar weldra
+werd hij opnieuw in de verplichting gebracht, ook zijn huis te bezwaren tot tweemaal toe; men heeft niet kunnen ontdekken
+uit welke oorzaak, maar zeker is het dat de persoon, die de bewijzen van deze voor hem onbetaalbare schuld in handen houdt,
+hem dwingen kan zijn kasteel met de <a id="d0e797"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e797">52</a>]</span>rechten der Heerlijkheid en &aacute;l te verkoopen of eene rechterlijke vervolging tegen hem in te stellen, die tot dezelfde resultaten
+zou leiden, nog verergerd door een publiek schandaal, en daar de Werve, naar men zegt, reeds zoo in verval is geraakt, dat
+zij allermeest tot afbraak geschikt is, en alleen hoogere waarde kan hebben voor den persoon, die tegelijk eigenaar is van
+het omliggende goed, spreekt het wel vanzelf, dat de verkoop minder zou opbrengen dan de zware schuldenlast bedraagt die er
+op drukt. Daarmee is de ongelukkige grijsaard niet slechts tot een zwerver gemaakt, maar ook tot den bedelstaf gebracht; want
+een onbarmhartig schuldeischer zou beslag kunnen leggen op zeker deel van zijn pensioen.
+
+</p>
+<p>Ik behoef u niet te zeggen, dat het tante Sophie is, die alle deze bewijzen in handen heeft weten te krijgen, dat tante Sophie
+in het kritiek oogenblik, dat zij zelve in hare macht had te bepalen, als eenige schuldeischeresse en bezitster van alle verkochte
+goederen kon optreden. Waarom zij, na zoo behendig met zulk eene jarenlange volharding hare maatregelen te hebben genomen,
+niet reeds bij haar leven dit vonnis over haar vijand heeft voltrokken, om hare wraaklust die afschuwelijke voldoening te
+geven, dat is mij onbegrijpelijk. Zij had alles daartoe voorbereid en berekend, en toch heeft zij uitgesteld, tot n&aacute; haar
+dood. Mij dacht, haar triomf over hem zou het geweest zijn, voor zijne oogen in zijn onteigend kasteel te trekken, en van
+Beek zeide mij dat zij werkelijk dit plan moest gekoesterd hebben; maar er is iets tusschen gekomen, iets wat hem zelf onverklaarbaar
+is en waarover zij zich nooit heeft uitgelaten; zeker is het dat zij drie maanden v&oacute;&oacute;r haar dood, op het tijdstip zelf dat
+van Beek hare orders wachtte tot den aanval, hem roepen liet, zich door hem een zijner collega&#8217;s deed aanwijzen, om haar testament
+te veranderen, en de U bekende schikkingen te maken, waarbij van Beek als <i>executeur</i> werd aangewezen en waarvan ik <a id="d0e804"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e804">53</a>]</span>het slachtoffer ben, zou ik haast zeggen als het niet zoo paradoxaal klonk.
+
+</p>
+<p>&#8220;De groote plaats in Gelderland, de Runenburg, is met ultimo October vrij en te uwer dispositie, jonker,&#8221; viel van Beek in,
+den loop mijner gedachten storende; &#8220;maar wat het huis in de stad betreft, dat slechts tot Mei toe is verhuurd, de bewoners
+houden zich zeer gerecommandeerd te continueeren, zoo dat niet met uwe intenti&euml;n strijdt; het zijn respectabele lieden; hoe
+wilde de jonker dat ik daarin handelen zal?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik schrikte op, en keek hem wat verbaasd en verbijsterd aan.
+
+</p>
+<p>Het is eene zonderlinge gewaarwording, Willem, als men nooit een steen in eigendom heeft gehad en altijd blij was als de kamerhuur
+om de drie maanden klaar lag, te moeten beslissen wat er met huizen en buitenplaatsen zal geschieden. Ik vond dan ook maar
+beter geen besluit te nemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, mijnheer van Beek, alles moest blijven zooals het is, tot ik weet, of ik Francis zal kunnen huwen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De jonker vergeet, dat het geene absolute conditie is....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet volgens de letter van het testament, dat weet ik wel, maar toch, voor mij....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verlangt de jonker, nu hij toch te Utrecht is, het huis niet eens te zien? &#8217;t Is een kapitaal perceel, gelegen aan &#8217;t St.
+Janskerkhof; wel de moeite waard dat verzeker ik u.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, mijnheer. Alleen, zoo &#8217;t niet te veel omhaal is, zou ik gaarne het kleine buitentje zien, waar tante heeft geleefd
+en gestorven is. Iemands omgeving leert ons zoo licht iets naders omtrent zijn persoon....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is geheel tot uw dienst, jonker! Alleen .... ik meen reeds het genoegen gehad te hebben u te zeggen,&#8221; hernam van Beek
+met eenige verlegenheid, &#8220;dat de oude freule aan mij heeft gelegateerd, zooals reeds in &#8217;t voorgaande <a id="d0e824"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e824">54</a>]</span>testament was beschreven, met dit servituut er bij, dat de kamenier er wonen blijft tot aan haar dood. Het is een kostbaar
+legaat, ik ontken het niet, maar considereer, dat ik haar dertig jaar met alle mogelijke zaken en niet altijd zonder groote
+bezwaren heb gediend, geraden en hare belangen voorgestaan, en dat er voor mijn executeurschap geen extra gelden zijn gestipuleerd,
+terwijl mij daarentegen is aanbevolen, den erfgenaam in alles bij te staan, voor te lichten en naar mijn beste vermogen met
+raad en hulp te dienen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar mijn goede heer!&#8221; viel ik in, &#8220;wie zou tante geweest zijn, zoo zij u niet in alle ruimte had bedacht? Het is mij volstrekt
+niet te doen om u in iets te beknibbelen, &#8217;t Is voor mij zooveel als een pelgrimaadje....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die heel licht te volbrengen is, als gij mij het genoegen wilt doen hier te eten. Na den middag rijden wij er even heen;
+&#8217;t is geen half uur van de stad. De freule heeft beschreven, dat de gansche huishouding drie maanden na haar dood zou blijven
+gaan op denzelfden voet, dat hare kleederen onder hare bedienden moeten verdeeld worden, behalve de kleinoodi&euml;n, die aan u
+verblijven, en dat ik alles wat mij geschikt voorkomt van het huisraad tegen taxatie mag overnemen; het overige moet verkocht
+worden. Mogelijk vindt de jonker echter een of ander, dat hij behouden wil als souvenir.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker! de statuette van Voltaire,&#8221; zeide ik lachende, en daarbij bleven voor &#8217;t oogenblik de mededeelingen. Wij gingen
+koffiedrinken met zijne vrouw en dochter en na den eten reden wij naar <i>Doornhove</i>.
+
+</p>
+<p>Het interieur van tantes woning gaf mij niet veel meer licht over haar persoon en karakter, dan ik reeds ontvangen had. De
+oude kamenier verkondigde met ijskoude trekken en droge oogen haar lof in vrome termen. De jongere keukenmeid vond stroomen
+tranen om den &#8220;jonker&#8221; te begroeten, die zeker ook zoo bedroefd moest zijn. De huisknecht keek mij aan of hij meende dat ik
+in zijne rechten kwam treden, en de kamers <a id="d0e837"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e837">55</a>]</span>waren gemeubeld zooals ik mij reeds had voorgesteld zoomin antiek als modern. Daar waren nog wat meubels <i lang="fr">style empire</i>, maar het meeste was uit den goelijk karakterloozen tijd van Willem I, toen zij zich hier inrichtte, en sinds was er niet
+veel bijgekomen. Op comfort scheen ze niet bijzonder gesteld; er was maar &eacute;&eacute;n groote canap&eacute; in &#8217;t heele huis en een armstoel
+&agrave; la Voltaire, dien zij alleen &#8217;s middags een uurtje gebruikte. Het moet eene wakkere werkzame vrouw zijn geweest tot in hare
+laatste levensdagen. Zij beheerde zelf met behulp van van Beek al hare goederen, beschikte persoonlijk over interesten en
+geldbeleggingen en liet zich maandelijks rekenschap geven van alles. &#8220;Ze zat altijd te cijferen en te schrijven, als ze niet
+zat te lezen of te breien,&#8221; zei de oude kamenier.
+
+</p>
+<p>&#8220;En wat las ze?&#8221; vroeg ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meest in de ongeloovige boeken, daar uit die kleine boekenkast, een enkele maal wel eens in den Bijbel, maar niet gezet.
+In een leesgezelschap was zij niet; zij wilde niets weten van den grooten strijd dezer dagen en geen krant zien dan de Haarlemmer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die ongeloovige boeken&#8221; waren Fransche, Duitsche en Engelsche klassieken. Ik beduidde van Beek, dat ik wel wat zwak zou hebben
+op die kleine, uitgezochte boekerij, alles keurig gebonden, maar blijkbaar niet als onnut sieraad aanwezig.
+
+</p>
+<p>Onder de &#8220;ongeloovige boeken&#8221; had ik F&eacute;n&eacute;lon, Bossuet en Pascal opgemerkt, in minzame ruste gerangschikt nevens Voltaire en
+de Encyclopedisten, terwijl Gellert, Lessing en Klopstock met Lavater hunne ruime plaats hadden gevonden nevens Goethe en
+Schiller en de tooneelspelen van Iffland en Kotzebue!<span id="d0e850" class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+
+</p>
+<p>&#8220;De boeken kunnen niet geacht worden tot het huisraad te behooren,&#8221; sprak van Beek met eene deftige buiging, &#8220;en, al ware
+dat zoo, het spreekt vanzelf, dat de jonker in alles de preferentie heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ge moogt me gelooven of niet, Willem, maar ik moet <a id="d0e856"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e856">56</a>]</span>u bekennen, dat ik voor &#8217;t eerst eene onvermengde gewaarwording van blijdschap had, toen ik opnieuw den blik richtte op dat
+bibliotheekje en het aanzag met de oogen van den eigenaar. Al de ontzaggelijke geldsommen, die van Beek mij in zijne notarieele
+akten had voorgesteld, al de papieren, die vele duizenden vertegenwoordigden, hadden mij, ik zal niet zeggen koud, maar vreemd
+gelaten. Ik kon er mij nog niet in zetten als mijn eigendom, maar Shakespeare en Moli&egrave;re, la Fontaine en Pascal kon ik mij
+denken als de mijnen, en met eene onwillekeurige beweging greep ik een deeltje, als om er feitelijk bezit van te nemen.
+
+</p>
+<p>Van Beek glimlachte, en knipoogde met zijne slimme kijkers. De kamenier, die er bij stond, keek mij aan of ik heiligschennis
+pleegde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou eer gedacht hebben, dat de jonker zwak had op den Bijbel van de freule,&#8221; zei ze bij wijze van critiek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het eene belet het andere niet, juffrouw Jones, althans zoo gij zelve daaraan niet hecht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och neen, jonker. Zoo&#8217;n wereldsch, nieuwerwetsch boek daar hecht ik niemendal aan; dat acht ik Gods woord niet, en ik begreep
+het nooit, hoe mijne freule daarin hare stichting heeft kunnen vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat hapert er aan dien Bijbel?&#8221; vroeg ik van Beek.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets, volstrekt niets. &#8217;t Is een gewone Staten-Bijbel, slechts niet met de verouderde Duitsche letter gedrukt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Op mijn woord, tante moet in den besten zin liberaal zijn geweest, dat zij zoo&#8217;n dienares van de letter jarenlang om zich
+heeft kunnen dulden!
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Den volgenden dag aanvaardde ik mijne reis naar het kleine stadje Z., van waar uit ik op de Werve zou losrukken. Doch er gaat
+van avond een mail, en het pakket is z&oacute;&oacute; groot genoeg voor eene eerste toezending. <a id="d0e876"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e876">57</a>]</span>Gij zult er heel wat aan te lezen hebben. Moge U tijd en opgewektheid daartoe niet ontbreken bij uwe aankomst!
+
+
+
+</p>
+<p class="Closer">Wees gegroet tot nader.
+
+
+</p>
+<p class="Signed">Uw Leopold.
+
+
+</p>
+<p class="Date">April.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+</div>
+<div class="div1">
+<p class="Date"><i>Kasteel de Werve</i>, <i>April 186&nbsp;</i>.
+
+
+</p>
+<p>Zie zoo, beste Willem! ik ben doorgedrongen tot het binnenste van de vesting, maar ik ben nog geen meester van &#8217;t garnizoen....
+Verre van daar, hoewel ik reeds slaags geweest ben met den Majoor. Maar ik wil niet vooruitloopen; ik ga u eerst vertellen,
+hoe ik hier ben aangekomen, en onder welke indrukken.
+
+</p>
+<p>Door van Beek voorzien van de noodige indicaties van een credietbrief voor zijn collega Overberg, procureur en notaris in
+het kleine stadje Z., trad ik diens woning binnen. Gij ziet, ik word gebousculeerd van den eenen man der wet op den anderen;
+maar dat kan nu eenmaal niet anders. Overberg was in de gelegenheid om mij de beste diensten te bewijzen bij mijn aanval op
+de Werve. Hij is een man van gewicht in zijne standplaats en de hoofdagent geweest van freule Roselaer, bij haar toeleg om
+zich in &#8217;t geheim meesteresse te maken van von Zwenkens bezittingen. Hij is (voor hare rekening) de altijd gewillige geldschieter
+geweest, die den generaal in zijne chronische kwaal van geldverlegenheid bijstond. Wel bezien is het nog zoo kwaad niet, dat
+zij zich zoo geheel van den toestand heeft meester gemaakt. Zonder dat zouden die kostbare goederen op allerlei wijze verbrokkeld
+en geru&iuml;neerd zijn, terwijl de ongelukkige, die ze moest afstaan of beleenen, in woekeraarshanden zou gevallen zijn, die hem
+reeds veel eer in &#8217;t verderf zouden gebracht hebben. Dit is nu niet het geval geweest. De mandataris van tante moest strikt
+het billijke vorderen, maar ook niets daar boven. Dit maakte dan ook, dat von Zwenken <a id="d0e897"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e897">58</a>]</span>niet in gebreke bleef zich in allen nood tot hem te wenden, zoodat hij zijn volle vertrouwen bezit en zeer zeker op diens
+aanraden de transactie, die hem eens door van Beek werd voorgesteld, zou hebben aangegaan (het afstaan van zijn huis en de
+Heerlijkheid), zoo niet de voorslag van zijne schoonzuster ware gekomen. Ook ried Overberg mij, zoo ik toegang wilde verkrijgen
+tot het kasteel, niet als de erfgenaam van freule Roselaer op te treden, hetgeen terstond alles voor goed zou bederven.
+
+</p>
+<p>Als jonker van Zonshoven, door mijn moeders moeder aan den generaal geparenteerd, zou ik vermoedelijk niet onwelkom zijn,
+hoewel von Zwenken zich geheel heeft teruggetrokken uit de conversatie en noch gasten noch bezoekers meer ontvangt.
+
+</p>
+<p>Ik zou een voorwendsel bedenken dat mijn verblijf in het naburige stadje wettigt, en van daar uit was de aanleiding tot eene
+visite licht gevonden; het verdere zou dan van de ontvangst afhangen. Maar ik wilde niet zoo onvoorbereid aankloppen; ik moest
+zooveel doenlijk weten, wie en wat ik er vinden zou, allereerst wie eigenlijk Francis was, waar het mij voornamelijk op aankwam.
+Toen ik Overberg vroeg, of hij freule Mordaunt persoonlijk kende, haalde hij de schouders op.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb slechts eenmaal de eer gehad haar te spreken. De generaal komt altijd zelf bij mij, de freule komt hier nooit meer.
+Eens slechts had zij in een zaak, haar persoonlijk betreffende, mijn raad noodig, en toen is zij bij mij geweest; maar dat
+is lang geleden. Toen woonde de generaal met zijne kleindochter nog in de stad en was hij commandant van de vesting.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar Overberg niets van tantes beschikkingen weet, dan dat ik haar erfgenaam zou zijn, was ik met van Beek afgesproken, hem
+van het huwelijksplan niet te spreken voor er kans scheen dat het zou doorgaan, en zoo wachtte ik een antwoord zonder menagement.
+
+</p>
+<p>Mijne teleurstelling moet zich op mijn gelaat hebben geteekend, want de goedhartige man hernam met zekere <a id="d0e909"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e909">59</a>]</span>meewarigheid en als verontschuldigde hij zich over zijne onkunde op dit punt:
+
+</p>
+<p>&#8220;Weet gij, Jonker! de overste leefde destijds op een grooten voet en er bestond toen nog zekere afscheiding tusschen den militairen
+kring en den burgerlijken, die nu is weggevallen. Ik, bij mijne drukke bezigheden en weduwnaar, hield mij buiten de conversatie.
+Sinds ik hertrouwd ben doe ik zoo wat mee, en &#8217;t is hier met diners en partijen druk genoeg&#8212;en nu wij hiervan spreken, van
+avond is er een soir&eacute;etje bij mij aan huis; daar komen jonge dames, die met freule Mordaunt hebben geconverseerd. Wees heden
+mijn gast; gij kunt den tocht naar de Werve toch moeilijk in den middag ondernemen. Ik zal u voorstellen als iemand die hier
+naar een buitentje in den omtrek komt rondzien. Want gij begrijpt, in een stadje als het onze moet men de reden kennen van
+uw oponthoud, of men gaat er allerlei gissingen over maken van eigen vinding. Ik zal &#8217;t gesprek op de von Zwenkens brengen,
+en gij kunt toeluisteren; dat is het beste wat ik er op weet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik vond het ook zoo kwaad niet. In het logement, waar ik verblijf had genomen (het eenige dragelijke), had men mij gezegd,
+was het niet vroolijk den avond door te brengen, en eene gezellige bijeenkomst had in eene kleine stad, nevens de eigenaardige
+bezwaren, toch ook hare voordeelen, in dezen althans voor mij.
+
+</p>
+<p>Ik nam aan, dineerde geheel <i lang="fr">en famille</i> met den heer Overberg en zijne vrouw, gulle joviale lieden, wie men het niet zou aanzien dat zij behooren tot het gilde:
+
+
+</p>
+<div class="poem" lang="fr">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8220;De petits avocats.
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Qui se sont fait des sous
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>En rognant des ducats.&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>En toch was mr. Overberg een geducht man op zijn terrein. Hij was er voor bekend, dat hij zijne schapen niet vilde, maar zachtkens
+schoor. Toch raakten zij hunne vacht kwijt als ze eens in zijne handen kwamen. <a id="d0e929"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e929">60</a>]</span>Waarheid is, dat hij ze niet lokte noch valstrikken spreidde, dat hij integendeel waarschuwde voor processen waar men zijne
+hulp als procureur inriep. Hij hield niet van uitersten, niet van geweld; hij hield van middelen en schikken, en het goelijk
+glimlachje waarmee hij zijne cli&euml;nten ontving, het zachte lijntje dat hij hun steeds aanprees, of hij vreesde dat een ruwe
+aanval zijne blanke, gevulde handen niet passen zou, bewezen, dat hij de man van zijn tijd was, de beschaafde, wel opgevoede
+practizijn, die zijne partij zoetjes aan bracht waar hij haar hebben wilde, <i lang="fr">sans avoir l&#8217;air d&#8217;y toucher</i>.
+
+</p>
+<p>Tante Sophie schatte hem hoog om zijne discretie en voorzichtigheid, maar zij heeft zich wel gewacht hem <i lang="fr">le fin fond</i> van hare bedoelingen te laten doorzien, daar hij de man niet was voor snelle, gewelddadige maatregelen. Tot eene ontknooping,
+zooals zij die in &#8217;t eerst bedoeld heeft, zou zij zeker van Beek hebben ingeroepen, die met den <i>code</i> in de eene en het zwaard zonder genade in de andere hand zou zijn opgetreden om rechtuit op zijne prooi af te gaan. Overberg
+daarentegen, meenende dat ik uit mij zelven en krachtens mijn recht als erfgenaam bezit wilde nemen van de mij ten deel gevallen
+goederen, geloofde mij te moeten vermanen tot geduld; temporiseeren en uitstel van betaling geven waar het mijne vorderingen
+gold; niet alle hypotheken tegelijk opzeggen, maar op verschillende en ver verwijderde termijnen, opdat alles langzaam maar
+zeker en zonder opzien te verwekken als <i lang="fr">en famille</i> kon worden afgedaan. De generaal moest er toe komen, dat was zeker, al wat nog het zijne heette en dat hij nimmermeer kon
+vrijmaken, bij wijze van minnelijke schikking over te doen. De goede naam van een militair, van een man die in een oud patricische
+familie gehuwd was, al was hij vreemdeling van afkomst, zou op die wijze gespaard blijven, en uit lankmoedigheid kon in geen
+geval schade volgen, terwijl het opeischen van alles tegelijk den man tot het uiterste zoude brengen, hem mogelijk in vertwijfeling
+<a id="d0e945"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e945">61</a>]</span>zijn toevlucht zou doen nemen tot een anderen practizijn, die kwaden raad kon geven in deze wanhopige zaak; en als men doorzette
+en den onbarmhartigen schuldeischer speelde, was er kans dat men schade leed, daar &#8217;t verkoopen van onroerend goed zeer uit
+de hand kon vallen en &#8217;t geheel eigenlijk sinds lang bezwaard was boven de waarde.
+
+</p>
+<p>De goede man wist niet, <i lang="fr">qu&#8217;il pr&ecirc;chait un converti</i>, en dat mijn innigste wensch was, alle mogelijke verschooning te gebruiken; alleen de intentie der erflaatster was juist
+eene geheel andere: deze was het te doen om te verpletteren, niet om opgericht te houden; op de schade die er uit volgen kon,
+mocht niet worden gezien; de verdrijving van den generaal uit al het zijne was het hoofddoel, tenzij de reddende hand werd
+aangegrepen die ik mocht toesteken; maar ik beken u gulweg, Willem, dat &#8217;t geen ik op die soir&eacute;e hooren moest, mij gansch
+niet gunstig stemde voor die aanbieding. Het verleden van dat jonge meisje moet toch al heel duister en zonderling zijn, als
+maar iets waar is van de praatjes die hier over haar worden gehouden. Ik weet wel, men moet veel op rekening stellen van de
+kwaadsprekendheid en de bekrompen uitleggingen eener kleine stad, maar toch .... oordeel zelf: Onder de dames aan wie ik werd
+voorgesteld, was er eene, een alleraardigst jong weeuwtje met gitzwarte oogen en levendige gelaatstrekken, die mij werd aangeduid
+als een verre nicht van de Roselaers, en waarvan het mij in &#8217;t eerst speet, dat zij niet Francis Mordaunt heette en de uitverkoren
+nicht was van tante Sophie. Maar toen zij door vriend Overberg, zooals ter loops, op het <i lang="fr">chapitre</i> der von Zwenkens werd gebracht, was ik heel blij, dat ik mij volkomen vreemd aan haar mocht houden. Ik kreeg zelfs eene opwelling
+van haat en bitterheid tegen haar, zoo onbarmhartig als zij op de arme Francis lostrok.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, zij waren goede kennissen geweest in den tijd toen haar grootvader de commandant was van &#8217;t garnizoen, en <a id="d0e957"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e957">62</a>]</span>zij had het huis van den overste gefrequenteerd, maar vriendschap, neen, vriendschap had er nooit bestaan tusschen haar en
+dat jonge meisje: daarvoor was zij al te bizar en te ongemanierd. Verbeeld u, jonker! ze kwam eens op een avond bij ons op
+een jongelui&#8217;s partijtje, waar men wist dat muziek gemaakt en gedanst zou worden, invallen zoo cavali&egrave;rement als &#8217;t maar mogelijk
+was, met een donkeren merinoschen japon aan, hoog aan den hals, met een omgeslagen boordje en een zijden dasje, als een aankomende
+jongen, en haar schoeisel! <i lang="fr">bottines de roulier!</i> Op mijn woord, ik geloof, dat zij er spijkers in had; geen onderofficier zou de onbeschoftheid hebben gehad met zulke laarzen
+in een salon te komen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Onbekendheid met de omstandigheden wellicht....&#8221; verontschuldigde ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen! Ze was acht dagen vooruit gevraagd. In dien tijd kan men wel een toilet prepareeren, zou ik meenen! Daarbij, zij
+was niet <i lang="fr">au d&eacute;pourvu</i>, dat bleek heel duidelijk, daar zij twee dagen daarna, bij een simpel damespartijtje, waar we tegen tien ure, door onze bedienden
+ge&euml;scorteerd, weer naar huis gingen, <i lang="fr">en grande toilette</i> verscheen, gedecolleteerd of ze had moeten dansen, &eacute;bloissant door hare parure en met kostbare diamanten spelden in haar
+kapsel! Nu vraag ik u eens, was dat niet om ons allen te railleeren en bloedig te krenken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het komt mij voor, dat zij hare vriendinnen meer eer wilde aandoen dan hare cavaliers.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarheid is, dat zij al heel weinig complimenten maakt met de heeren,&#8221; viel eene schrale ouderwetsch gekleede oude juffer
+in, die zeker de laatste had moeten zijn om partij te trekken voor een geslacht, dat haar blijkbaar verwaarloosd had.
+
+</p>
+<p>&#8220;En dezen hebben haar wis die nonchalance gereciproceerd?&#8221; vroeg ik. &#8220;Zij heeft denkelijk den ganschen avond tapisserie gemaakt
+nevens de dames van leeftijd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat zij zelve het dus wilde,&#8221; viel het weeuwtje <a id="d0e980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e980">63</a>]</span>weer in. &#8220;Hoe zij er ook uitzag, zij was zeker dat zij dansers kon krijgen. Alle jonge officieren zijn als vanzelf verplicht
+de dochter, nicht of kleindochter van hun kolonel zoo wat het hof te maken. Daarenboven verstond Francis Mordaunt heel goed
+de kunst om aan te trekken door af te stooten. Ondanks al hare bizarrerie en al hare caprices was zij nooit om een cavalier
+verlegen. Nauwelijks trad zij ergens binnen of zij wist de opmerkzaamheid tot zich te trekken. De heeren omringden haar, zij
+werd gevleid, gecourtiseerd....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! gecourtiseerd, dat kan wel zijn, maar niet <i>geconsidereerd</i>, dat is zeker!&#8221; viel de oude vrijster in. &#8220;Het was meest om haar gerisqueerde aardigheden te ontlokken, of zulke uitvallen,
+waardoor ze befaamd is geworden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarheid is, dat iedereen zich amuseerde met hare bijtende reparties.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die de dames vreesden,&#8221; sprak een der heeren half schertsend, half verwijtend, &#8220;omdat ze in den regel even juist waren als
+scherp.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In den regel koos zij de heeren tot <i lang="fr">point de mire</i> van hare raillerie.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe vreemd dan toch, dat de dames zoo weinig hare partij trekken,&#8221; kon ik niet nalaten aan te merken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is <i>niet</i> vreemd, jonker! De eigenaardigheden waardoor zij opgang wist te maken zijn juist die, welke wij in onze sexe niet kunnen
+uitstaan. In al hare overwinningen zagen wij nederlagen; de goede toon ging er bij onder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En hoe liep de partij voor freule Mordaunt af in dat curieuse danstoilet?&#8221; viel ik in, want ik had minder belang bij een
+<i lang="fr">combat d&#8217;esprit</i> met het pr&eacute;cieuse weeuwtje, dan bij eene meer voltooide karakterschets van Francis, al was die ook door een tintje kwaadsprekendheid
+gekleurd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist zooals zij het hebben wilde, denk ik. Zij werd dien avond wel wat gedelaisseerd, en blijkbaar was dat haar oogmerk,
+want zij deed niets om er in te voorzien; <a id="d0e1010"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1010">64</a>]</span>integendeel, zij heeft haar besluit om niet te dansen zoo luid en zoo forsch te kennen gegeven aan de gastvrouw zelve, dat
+er geen kwestie meer kon zijn van haar te vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo slim was ze wel,&#8221; viel nu de oude juffer in. &#8220;Zij nam het initiatief om niet beschaamd te blijven zitten als er geen
+danser kwam opdagen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarheid is, dat er meer zedelijke moed toe behoorde dan onze heeren in den regel bezitten, om eene dame op te leiden, die
+zich zoo heeft toegetakeld,&#8221; hervatte de weduwe.
+
+</p>
+<p>&#8220;De gewoonte om ons niet te sparen schijnt hier aanstekelijk,&#8221; fluisterde mij een officier in, die mij als kapitein Sanders
+was voorgesteld. Ik knikte zwijgend, want ik wilde luisteren toen mevrouw X vervolgde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ten laatste, toen de cotillon werd afgeroepen, moest ze toch meedoen, en de ongelukkige leider van den dans moest zich opofferen.
+Luitenant Wilibald, de adjudant van haar grootvader, was gedwongen haar op te slepen; hij nam <i lang="fr">son courage &agrave; deux mains</i>, en, na eenigen weerstand, die wel serieus scheen gemeend te zijn, liet zij zich meevoeren, maar deed niets om hem de corv&eacute;e
+te verlichten; integendeel, zij was zoo recalcitrant, zoo onopmerkzaam en zoo links, dat er telkens eenige verwarring ontstond
+en haar cavalier de grootste moeite had om hare m&eacute;prises en distracties goed te maken. Ook werd de hoffelijke jonkman door
+iedereen beklaagd, te eer omdat men wist, dat hij zich eigenlijk uit dienstplicht opofferde, daar hij ge&euml;ngageerd was met
+een allerliefst meisje, dat om een rouw in hare familie thuis moest blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Pardon, mevrouw! Vergun mij te zeggen dat uwe voorstelling wat onjuist is uitgevallen,&#8221; viel nu kapitein Sanders in, met
+wien ik terstond was ingenomen om zijn ernstig en schrander voorkomen. &#8220;Permitteer mij een en ander te rectificeeren, want
+ik ben een vriend van luitenant Wilibald, en ik weet dat het hem hinderen zou, <a id="d0e1025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1025">65</a>]</span>als zulke scherts voor de ware werd uitgegeven. Het was voor hem volstrekt geen corv&eacute;e freule Mordaunt op te leiden, in welk
+toilet zij ook goedvond zich te vertoonen, want hij hield genoeg van haar om niet wat bizarrerie over &#8217;t hoofd te zien....
+Ja, ik durf zeggen, had het aan hem gestaan, zijne allerliefste <i lang="en">future</i>, een piepjong stijfburgerlijk opgevoed poppetje zou nooit zijne vrouw geworden zijn; maar de omstandigheden dwongen hem,
+en freule Mordaunt schijnt er het hare toe gedaan te hebben, om hem eene <i>fortuin</i> te doen trouwen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik dankte den kapitein in mijn hart, dat hij zoo ridderlijk de handschoen opvatte voor de waarheid tegen dat valsche tongetje,
+en ik had hem graag openlijk bedankt en de hand gedrukt, maar ik moest voorzichtig zijn en mijne belangstelling verbergen,
+wilde ik meer hooren.
+
+</p>
+<p>&#8220;En is freule Mordaunt later nog getrouwd?&#8221; vroeg ik en trachtte de vraag zoo onverschillig mogelijk van de lippen te laten
+vallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen!&#8221; riep de schrale oude juffer met een triomfeerenden glimlach. &#8220;Zij heeft hier, zoover men weet (en men weet hier
+nogal alles in dezen kring), nooit een serieusen pretendent gehad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;H&eacute;! dat is toch vreemd; eene jonge dame die zooveel attracties scheen te hebben,&#8221; merkte ik aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is in &#8217;t geheel niet vreemd,&#8221; viel het weeuwtje in, op een coquet sentimenteelen toon. &#8220;Aanbidders en vleiers van &#8217;t
+oogenblik om zich heen te lokken, viel haar niet moeielijk; maar door &#8217;t hart alleen wint eene vrouw ernstige genegenheid
+en achting en niemand heeft ooit Francis Mordaunt <i lang="fr">au s&eacute;rieux</i> kunnen nemen, <i lang="fr">n&#8217;en d&eacute;plaise</i> den kapitein, want zij had geen hart; zij heeft nooit van iets gehouden dan van paarden en honden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij vergeet haar grootvader,&#8221; pleitte weer de kapitein.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja! daar was ze idolaat van; maar tot haar ongeluk vergold hij het haar op eene vreemde wijze.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat bedoelt ge, mevrouw?&#8221; vroeg Overberg, wiens joviaal gelaat wat betrokken was.
+<a id="d0e1055"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1055">66</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat hij het jonge meisje veel te veel aan haar eigen wil en luimen overliet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal men zeggen, <i lang="fr">ch&egrave;re amie!</i> Hij was bang voor haar.&#8221; (Het was de oude juffrouw die toebeet.) &#8220;Hij bulderde tegen zijne officieren, maar eene <i lang="fr">sc&egrave;ne</i> met Francis durfde hij niet afwachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nogmaals verschooning voor tegenspraak, freule! De overste von Zwenken bulderde <i>niet</i> tegen zijne officieren, ik weet het bij ondervinding; maar waarheid is het, dat hij schitterde door zijne afwezigheid als
+Francis Mordaunt in de wereld ging. Hij liet haar uitgaan z&oacute;&oacute; en met wien zij wilde, en zat, helaas, aan de speeltafel, en
+de dusgenaamde adellijke societeit, als Francis zich door onbezonnenheid en zekere eigenaardigheden van haar karakter ter
+prooi gaf aan laster en verkeerde uitleggingen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bravo, kapitein! Dat&#8217;s loyaal de afwezende te verdedigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij maar, dat het niet kon zonder een anderen afwezende aan te klagen; maar hetgeen ik zeg is bekend, &oacute;ver bekend
+in dezen kring.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Even bekend als de excentrieke <i lang="fr">allures</i> van <i>Majoor</i> Frans. Wat kapitein Sanders ook zeggen moge, wij vonden niets uit op dit punt, wij geven het zooals wij het hebben beschouwd.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik begreep maar al te goed wie er door majoor Frans bedoeld werd, om opnieuw eene vraag te durven doen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat moet men toestemmen,&#8221; sprak eene oude dame, die tot hiertoe gezwegen, maar met schitterende oogen toegeluisterd had.
+&#8220;Denk maar wat een opzien het gaf, toen zij zich zoo compromitteerde voor dien vreemdeling die in de &#8216;Gulden Zalm&#8217; logeerde,
+wien het huis van den kolonel was ontzegd en dien zij <i lang="fr">rendez-vous</i> gaf buiten diens weten. Heeft zij niet ons aller blaam getrotseerd door op klaarlichten dag met den onbekende in de plantage
+te wandelen? Ten laatste, &#8217;t is mij voor vast verzekerd door iemand die het weten kon, heeft zij <a id="d0e1090"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1090">67</a>]</span>hare diamanten spelden beleend om de kosten van zijn verblijf te betalen. Ze heeft ze zelfs willen verkoopen, want ze zijn
+iemand van mijne kennis gepresenteerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>De vroolijke blos op het frissche, volle gelaat van Overberg verschoot tot een vaal bleek; maar hij zeide niets; de kapitein
+daarentegen viel in:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is maar al te waar dat zij alles risqueerde als zij zich iets in &#8217;t hoofd had gezet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat om een persoon, die in &#8217;t geringste logement herberg nam, niet eens zijn waren naam opgaf, zooals later verteld werd,
+en die stellig een oplichter of valsche munter is geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Indien dat gebleken ware, zou de politie er zich mee hebben bemoeid,&#8221; bracht Overberg in &#8217;t midden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo komt het mij ook voor,&#8221; sprak de kapitein, &#8220;en ik houd voor waar, wat Wilibald Smeekens er van geloofde: dat het iemand
+was, die zich vroeger in den dienst niet goed had gedragen en dien zij uit medelijden naar het buitenland wilde voorthelpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! uit medelijden!&#8221; sprak de oude mevrouw. &#8220;Eene jonge dame behoorde zich toch waarlijk in acht te nemen voor zulk soort
+van medelijden. Zich met intriganten in te laten! Ik verzeker u, dat er destijds algemeen sprake van was, haar uit onze conversatie
+te verbannen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar men waagde het niet, dat banvonnis uit te voeren om den wille van den kolonel, die &#8217;t in zijne macht had het casino
+onmogelijk te maken en de militaire muziek te weigeren aan de buiten-soci&euml;teit, en die &#8217;t zeker zou gedaan hebben als hij
+maar iets had geraden van &#8217;t geen er tegen zijne kleindochter broeide,&#8221; sprak de kapitein. &#8220;Maar de dames legden het voorzichtiger
+aan; zij executeerden de arme Francis achter haar rug en.... <i lang="fr">en d&eacute;tail</i>....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met dat gevolg,&#8221; voegde de oude juffer er bij, &#8220;dat zij zich weldra uit haar zelve terug trok.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, d&agrave;t had eene andere oorzaak,&#8221; zei nu het weeuwtje met een veelbeteekenend hoofdschudden; &#8220;dat <a id="d0e1113"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1113">68</a>]</span>kwam niet door onze bejegening, maar omdat hare eigene consci&euml;ntie tegen haar getuigde na dat geval met haar koetsier.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat&#8217;s waar; dat was eene fatale historie,&#8221; stemde de kapitein toe, tot mijne smartelijke verbazing.
+
+</p>
+<p>De loyale man, die blijkbaar tegen lasterzucht en verkeerde uitleggingen kampte, moest hier zwijgen.
+
+</p>
+<p>Wat was er dan toch gebeurd? vroeg ik bij mij zelven; maar de stem stokte mij in de keel, toen ik de vraag luide wilde herhalen.
+Zij werd mij gespaard.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wat is er dan toch gebeurd met die dame en haar koetsier?&#8221; vroeg een gebrild heertje, dat, nieuwelings aangekomen, met
+het ambt van postdirecteur was belast.
+
+</p>
+<p>De tongen der dames trilden van ongeduld om te antwoorden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ongelukkig weet men er het rechte niet van,&#8221; hief de oude juffer aan, wier schrille, scherpe stem haar de gelegenheid gaf
+het woord te bemachtigen, &#8220;maar algemeen wordt geloofd, dat zij zich door haar koetsier wilde doen schaken. Mogelijk zou dat
+gelukt zijn, doch.... de man had eene bruid, en toen dat uitkwam....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft zij hem op een woesten rijtoer van den bok geworpen,&#8221; viel de oude dame in met een glimlach van demonisch genot.
+
+</p>
+<p>&#8220;Anderen, die &#8217;t meenen te weten, zeggen, dat zij hem met de karwats heeft doodgeslagen,&#8221; voegde het weeuwtje er bij, dat
+er toch ook het hare van hebben moest. &#8220;<i lang="en">Horrible, most horrible!</i>&#8221; kwam er met een gemaakt sentimenteel oogverdraaien achter.
+
+</p>
+<p>Ja, wel <i lang="en">horrible!</i> dacht ik, dat jonge en oude vrouwen al te zamen wedijveren in boozen lust om eene van haar die gevallen is, of mogelijk slechts
+gestruikeld, met de tong den genadeslag toe te brengen.
+
+</p>
+<p>Ik kan u wel zeggen, Willem, dat ik in dien oogenblik overmeesterd werd door afschuw en walging tegen heel het vrouwelijk
+geslacht, en dat het mij nauwelijks de <a id="d0e1141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1141">69</a>]</span>moeite waard was verder te luisteren, toen nog weer eene andere in zijde en kant gedoste harpij uitviel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb hooren zeggen, dat zij met hem gevochten heeft en dat de paarden toen zijn doorgegaan, waarbij het slachtoffer onder
+de voeten zou zijn geraakt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe dat ook zij, de waarheid zal wel nimmer uitkomen, de man ligt op het kerkhof.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is hier zonder beeldspraak de waarheid,&#8221; schertste de weduwe, &#8220;en daarmee is de misdaad voor goed bedekt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met uw verlof, dames! Als er van zoo iets kwestie ware geweest, zou immers de justitie er zich mee bemoeid hebben,&#8221; merkte
+Overberg aan; &#8220;en ik weet voor <i>zeker</i>, dat er van zoo iets geen sprake is geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wil ik wel gelooven,&#8221; repliceerde de weduwe. &#8220;De officier van justitie was een goed vriend van den kolonel, die dagelijks
+met hem aan de ombretafel zat, en hij heeft, om de zaak te bemantelen en tegelijk aan het publieke wraakgeschrei iets toe
+te geven, eene officieuse visite afgelegd bij den commandant. Francis Mordaunt moet toen in &#8217;t verhoor zijn genomen, en, zooals
+vooruit te berekenen was, is zij er zwaanwit uitgekomen; naar &#8217;t getuigenis van den rechterlijken ambtenaar althans,&#8221; eindigde
+zij met een satyriek schouderophalen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, mevrouw!&#8221; viel Overberg in met zichtbare ergernis, &#8220;als men nu zelfs de onpartijdigheid van de justitie gaat verdenken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, ik verdenk niet, ik vertel slechts hoe &#8217;t afgeloopen is, namelijk dat de zaak gesmoord is en aan de familie van den
+ongelukkige het stilzwijgen werd opgelegd. Lieden van dat slag laten zich licht bang maken. Enfin, hoe het daar ook mee zij,
+Majoor Frans heeft zich na dat avontuur niet weer in onze c&ocirc;terie durven vertoonen, en haar grootvader schijnt er aanleiding
+uit genomen te hebben om zijn ontslag uit den dienst te vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij had den leeftijd,&#8221; voegde de kapitein er bij; &#8220;en <a id="d0e1162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1162">70</a>]</span>zoo hij zijn ontslag kreeg, was het met eervolle onderscheiding: bevordering tot generaal, vergunning tot het blijven dragen
+van de uniform<span id="d0e1164" class="corr" title="Bron: ">.</span>&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarvan wel niet druk gebruik zal gemaakt worden; want de generaal retireerde zich naar het huis de Werve,&#8221; merkte de oude
+dame aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar nu Majoor Frans het commando heeft,&#8221; liet de oude dame er op volgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;En zich den tijd verdrijft met paardrijden en jagen,&#8221; voegde het weeuwtje er bij, met een opgetrokken neusje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat het laatste betreft, dat kan ik, als onjuist, tegenspreken,&#8221; hernam Overberg; &#8220;want de generaal heeft geene jachtakte
+genomen, dat weet ik zeker, en het jachtrecht over zijne velden en bosschen is sinds lang overgedragen op.... een van mijn
+cli&euml;nten, die echter hazen en patrijzen in vollen vrede laat.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hierdoor kwam het praatje tusschen de heeren op de jacht en visscherij; terwijl de dames hare tong scherpten tegen andere
+slachtoffers.
+
+</p>
+<p>Ondanks mijne poging om het te ontveinzen, moet Overberg het mij hebben aangezien dat de harde oordeel-velling over Francis
+dieper indruk op mij maakte dan salonpraatjes behoorden te doen; hij nam mij ter zijde en fluisterde mij in: &#8220;Morgenochtend
+v&oacute;&oacute;r uw vertrek kom ik nog een paar woorden spreken over dit gehoorde; hecht er intusschen niet te veel aan; dit alles weegt
+zoo zwaar niet als het luid klinkt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij had goed praten; hij kende de oorzaak mijner belangstelling niet, en al tilde ik het n&ograve;g zoo licht, het was toch te veel
+voor de betrekking, waarin ik tot de freule moest komen. Ik begon te twijfelen of ik wel naar de Werve zou gaan, en of ik
+niet beter deed mij ter zijde te houden en van Beek met Overberg te laten handelen. Het oordeel over den generaal en zijne
+kleindochter zou dan voltrokken worden; maar het scheen toch gansch niet onverdiend.
+
+</p>
+<p>Onder overleggingen van den onaangenaamsten aard <a id="d0e1183"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1183">71</a>]</span>begaf ik mij ter ruste, die ik niet vond. Ik had een ellendigen nacht en was op het punt na mijn ontbijt het rijtuig, dat
+mij naar de Werve moest brengen, te gebruiken om naar een der dichtst gelegen stations van den spoorweg te rijden, daar het
+stadje nog buiten het net der rails ligt, en naar den Haag terug te keeren, waar mijne kamer nog niet is opgezegd en waar
+ik mijn eigen rustig en werkzaam leven kon hervatten, om mij voor goed af te wenden van tante Roselaers fortuin en hare beschikkingen;
+maar Overberg kwam tusschenbeide met consideratie en advies.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik meen uwe nobele intentie geraden te hebben,&#8221; ving hij aan. &#8220;Gij wilt freule Mordaunt leeren kennen, en als zij u aanstaat
+een voorslag doen, die allerlei moeielijkheden door eene enkele overeenkomst bij minnelijke schikking uit den weg ruimt. Ik
+kan u niet zeggen, hoe prijselijk, hoe verstandig ik dit voornemen vind, en het verwondert mij zelfs, dat de erflaatster u
+in dezen niet een wenk heeft gegeven, want zij was iemand, die de zaken zeer helder inzag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dien wenk heeft ze gegeven; ik wil het u niet langer verhelen; en &#8217;t was wel mijn voornemen dien op te volgen, maar na het
+gehoorde van gisterenavond moet ik er van afzien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gekheid! Hecht toch niet zooveel gewicht aan die praatjes. Denk aan de lasterzucht en de kleingeestigheid van de lieden eener
+kleine stad, die alles op het bekrompenste uitleggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed; maar in een kleine stad, waar men elkander, om het zoo eens te zeggen, oog in oog ziet en alles van elkander kan
+weten, durft men toch zoo grof niet liegen en lasteren als er niets van aan is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;D&agrave;t wil ik ook niet beweren; maar zekere ongewone voorvallen, zekere excentrieke handelingen zijn meestal voor twee&euml;rlei
+uitlegging vatbaar; en wie zegt ons, dat de slechtste, door naijver en ergdenkendheid gegeven, juist de ware is? Ik voor mij,
+dit beken ik, ik ben niet <a id="d0e1195"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1195">72</a>]</span>in de gelegenheid geweest om de gedragingen van freule Mordaunt te controleeren. Ik had genoeg aan de zaken met haar grootvader,
+die altijd met hooge ingenomenheid van haar sprak. Daarom wilde ik ook geene getuigenis voor of tegen haar geven op uwe vraag.
+Had ik echter kunnen denken dat onze dames het z&oacute;&oacute; bont gemaakt zouden hebben, dan had ik het niet op hare praatjes laten
+aankomen en zou ernstige navraag hebben gedaan bij personen, die billijk en betrouwbaar waren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kent gij dezulken hier?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze moeten hier te vinden zijn. En ik verzeker u, in mijne praktijk is het mij zoo dikwijls voorgekomen dat men de boosaardigste
+beschuldigingen, tot de grootste proporti&euml;n opgeblazen, als een zeepbel zag uiteenspatten bij ferme, mannelijke aanraking,
+dat ik niets meer geloof, wanneer ik niet met eigen oogen gezien, niet met eigen handen getast heb, of waarvoor ik althans
+waarborgen heb, die met eigen aanschouwen gelijk staan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Op het punt der verkochte of beleende juweelen hebt gij dan toch zeker eenig duchtig bewijs in handen,&#8221; viel ik in, mij zijn
+verbleeken herinnerend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk; juist in die zaak ben ik betrokken geweest. De freule had meer geld noodig dan die woekeraar van een goudsmid
+hier bij ons er haar op wilde voorschieten. Verkoopen wilde zij ze niet dan op het uiterste, en hoewel het mogelijk is dat
+de juwelier, die ze een paar uur onder zijne berusting heeft gehad, er zaken mee heeft willen doen, met hare toestemming en
+voorkennis zijn ze niemand te koop aangeboden. In hare verlegenheid nam zij hare toevlucht tot mij, van wien ze wist dat haar
+grootvader altijd met raad en hulp werd gediend. Nu behoort het wel niet tot mijn vak, geld te leenen op edelgesteenten, maar
+zij bekende mij, dat zij in de uiterste verlegenheid verkeerde, hoe ze een paar duizend gulden zou bijeenkrijgen buiten haar
+grootvader om. Zij was pas meerderjarig en hare voogden hadden haar nog geene rekening en verantwoording gedaan van <a id="d0e1205"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1205">73</a>]</span>hun beheer over haar vaderlijk erfdeel; zelve wist ze nog niet, w&agrave;t ze bezat, en geloofde dat haar vermogen geheel op het
+Grootboek was geplaatst om bepaalde redenen, die ik licht doorzag; men had den generaal de gelegenheid willen benemen om zijne
+kleindochter, wier fortuin bij het overlijden van haar vader toch al zeer gereduceerd zal zijn, totaal te ru&iuml;neeren. <i>Wat</i> daarvan zij, eene parure in paarlen en de prachtige diamanten spelden was alles wat zij kon missen op dit oogenblik, maar
+zij had er die dan ook voor over. Mejonkvrouw Roselaer had mij eens voor al opgedragen de von Zwenkens in allen nood bij te
+staan, moyennant degelijk onderpand. Ik meende dit geval in dat voorschrift te moeten begrijpen en ik schoot het geld voor
+tegen billijke rente, op mijn eigen risico, zoo de oude freule de zaak niet mocht goedkeuren; maar het tegendeel bleek, en
+de sieraden zijn nog onder mijne berusting, daar ze tot hiertoe nog niet zijn opgevorderd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En de rente?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De freule schijnt daar niet aan te denken,&#8221; hernam Overberg met een goelijk glimlachje; &#8220;die laten we maar stilletjes oploopen
+tot tijd en wijle.... Als het met uwe intenti&euml;n strookt, kunnen wij dat aparte zaakje onder ons afdoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen zien, mijnheer Overberg. In elk geval kan het mij te pas komen dit te weten. En hebt gij niet vernomen welk gebruik
+de jonge dame dacht te maken van dat geld?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij moest er iemand mee helpen, die zich niet tot den kolonel kon wenden (onder ons gezegd, zou het dezen ook niet licht
+zijn gevallen die hulp te verleenen). In welke betrekking zij zelve stond tot den persoon in kwestie, kwam ik niet te weten.
+Hij is maar een dag of vier hier gebleven; zelf heb ik hem niet ontmoet, maar zooals gij gehoord hebt, was er geen gebrek
+aan sprookjes over zijne <i lang="fr">faits et gestes</i>. Sommigen beweerden hem gezien te hebben in de kleeding en de manieren <a id="d0e1221"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1221">74</a>]</span>van een gentleman; anderen wisten voor zeker, dat hij er als een schooier uitzag, zich in een gemeene herberg bedronk en niets
+beters was dan een brutale avonturier, &#8217;t geen wel zou kunnen zijn, want het mededoogen der vrouwen is wel eens zeer slecht
+geplaatst.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En &#8217;t voorval met den koetsier? Blinkt daarin ook hare vrouwelijke meewarigheid uit?&#8221; vroeg ik, niet zonder wat bitterheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal ik niet zeggen; maar er kon toch wel eens minder kwaad achter schuilen dan de beminnelijke dames er in willen zien.
+In uw geval zou ik den tocht naar de Werve niet uitstellen tot ik daar het rechte van wist. Ik heb freule Mordaunt wel hooren
+beschuldigen van bruske manieren en onvoorzichtige gedragingen, maar zij is bekend om hare oprechtheid, die door hare dusgenoemde
+vriendinnen als impudentie wordt beschouwd, want zij heeft niet als onze nufjes den tact om met zoete woordekens impertinenties
+te zeggen. Mogelijk komt gij achter de waarheid, als gij haar die zelve ronduit vraagt. Een enkel bezoek verbindt daarbij
+tot niets, en gij zult toch in elk geval een onderhoud met den generaal moeten hebben over de zaken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Overberg had gelijk. Ik moest niet veroordeelen zonder eigen onderzoek, en ik stapte in het wagentje met een paard, dat in
+deze streken het traditioneele voertuig is voor buitentoertjes. Ik had in &#8217;t logement gewaarschuwd dat ik dien dag uit zou
+blijven, maar wij wel gewacht te zeggen waar ik heenging, om alle gissingen en willekeurige uitleggingen af te snijden.
+
+</p>
+<p>Ik deed of ik mij aan den koetsier overgaf voor een toertje in de omstreken; alleen bij de eerste halt aan het tolhek gaf
+ik mijn verlangen te kennen om naar &#8217;t kasteel de Werve te rijden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zijn we de verkeerde poort uitgereden!&#8221; knorde de boersche voerman, &#8220;en dan doen we beter den tol niet door, maar links
+af langs het bosch te rijden;&#8221; &#8217;t geen echter den tolbaas niet aanstond, die verzekerde <a id="d0e1233"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1233">75</a>]</span>dat men de Werve evengoed kon bereiken als men een kwartier later links af draaide, &#8220;een makkelijk schulppad, zoo hard als
+een steenweg, zouden we vinden, met hooge populieren tot aan het dennenbosch, en dan wees de weg zich vanzelf.&#8221; De voerman
+onderwierp zich en wij reden door; maar &#8220;de weg die zich zelf wijst&#8221; is wel eens een zeer onbetrouwbare indicatie; wij zouden
+het tot onze teleurstelling ondervinden. Inmiddels gleden wij werkelijk over het schulppad of het eene railroute was. Het
+was een droge koude lentedag, zonder zon; de lucht had iets zwaars, dat bijna een sneeuw- of hagelbui liet verwachten. Het
+hoog, nog slechts knoppend geboomte schonk weinig afwisseling, en de huif van het wagentje, dat ter eener zijde dicht moet
+blijven om den schralen noordenwind, liet mij niet veel anders zien dan den breeden rug van den voerman. Ik had dus alle mogelijke
+gelegenheid om tot mij zelven in te keeren en mijn <i lang="fr">plan de campagne</i> te maken, dat ik toch weer varen liet zoodra het ge&euml;mbaucheerd was; want het terrein was mij nog altijd onbekend, en ik begreep
+dat ik met een vijand zou te doen krijgen, die weerbaar genoeg was om partij te trekken van een onhandigen aanval; het was
+dus beter, vooruit geene manoeuvres te bepalen, die door de eerste caprice de beste van &#8220;den Majoor&#8221; onuitvoerbaar konden
+worden gemaakt.
+
+</p>
+<p>Het beste was maar &#8220;<i lang="fr">voir venir</i>&#8221; en handelen naar omstandigheid. Het <i lang="la">veni, vidi, vici</i>, zou hier toch niet te pas komen. Menig ander ware wellicht niet eens op de conqu&ecirc;te uitgegaan na een soireetje zooals ik
+had moeten bijwonen; maar nu de nevelen van den nacht wat opgeklaard waren, voelde ik mij, ondanks alles, geprikkeld door
+iets dat sterker was dan alle vooroordeel. Het spreekt wel vanzelf, dat ik mijne eer hoog genoeg houde om met Cesar te zeggen,
+dat mijne vrouw onverdacht moet zijn;&#8212;onbesproken is de arme Majoor Frans zeker niet,&#8212;maar als de verdenking eens bleek niet
+op deugdelijke gronden te berusten, als men die logenstraffen <a id="d0e1246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1246">76</a>]</span>kon, door de feiten tot hunne rechte proporties terug te brengen, dan, ik vroeg het mij zelven af in die <i lang="de">verh&auml;ngnissvolle</i> ure, is het dan niet de plicht van een edelman om de publieke opinie te braveeren waar zij dwaalt, en met der daad haar den
+rechten weg te toonen? Is zulk een triomf niet een meer waardige dan het schuchter terugwijken voor de meening van wie weet
+wien? die zich door wie weet w&agrave;t heeft gevormd? Is het niet een wat al te plompe heerschappij, die het vormlooze schepsel
+<i><span id="d0e1252" class="corr" title="Bron: men">mee</span></i> voert over de gemoederen? Wordt het geen tijd in onze dagen, waarin men alle gezag in kwestie stelt en niets onaangevochten
+laat, ook dit aanmatigend veemgericht te controleeren en er zich niet voor te buigen? Ik althans zal den moed hebben het te
+doen en alle lastertongen te laten klappen. Ik zeg niet: als Francis mij bevalt, want de kwestie van hare meerdere of mindere
+beminnelijkheid kan ik in deze niet meetellen, daar het een plicht geldt; maar als ik voor mij zelven in mijne consci&euml;ntie
+overtuigd ben, dat zij geen misstap heeft begaan, geene betrekkingen heeft aangeknoopt die vlekken hebben geworpen op haar
+leven en waardoor werkelijk de eer van een echtgenoot kan worden gekwetst. Dit voornemen schijnt roekeloos, en gij glimlacht
+als gij dit leest, bij de gedachte dat ik wel van besluit veranderen zal eer het er toe komt; maar &#8217;k moet u herinneren aan
+de eerste dagen onzer kennismaking te Leiden, toen gij, reeds oud student en Mr. op het tipje, mij als armen groen onder uwe
+hoede naamt en welhaast de hand der vriendschap reiktet, toen die niet meer noodig was ter bescherming. Weet gij nog wel,
+als onder ons jongelui het gesprek op de vrouwen viel, dat ik mij er dan niet of alleen terloops in mengde, en alleen dan
+als men mij verweet reeds verliefd te zijn en te zitten droomen terwijl de anderen schertsten. Ik redde mij dan voor het oogenblik
+door eens ferm mee door te slaan en te snoeven van allerliefste meisjes- en vrouwengunst, of ik er diep in doorgedrongen was.
+Ik deed zoo <a id="d0e1255"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1255">77</a>]</span>om de waarheid te verbergen, dat dit alles voor mij woorden zonder beteekenis moest blijven. De bekrompen omstandigheden mijner
+familie, die mij deze aanvankelijke studi&euml;n nauwelijks vergunden, waren mij maar al te goed bekend; de tijd dat ik er aan
+zou kunnen denken eene vrouw te onderhouden uit mijne eigene ressources was zoo eindeloos verre,&#8212;en de gedachte met mijn jonkheerstitel
+te speculeeren op eene rijke vrouw was mij nog meer verre en vreemd dan deze. Ik had mij z&oacute;&oacute; vast gezet in het denkbeeld dat
+ik leven moest als een Benedictijn die de drie geloften van armoede, kuischheid en gehoorzaamheid aan den onverbiddelijken
+plicht der werkzaamheid heeft afgelegd, dat het niet eens in mij opkwam luchtkasteelen te bouwen en zekere illusies te kweeken.
+Zoo is het mij gelukt, aan de beroeringen van den hartstocht te ontkomen, zoodat ik met waarheid van mij zelven mag getuigen,
+dat ik dat ledig tot hiertoe niet heb gevoeld; ik had er geen tijd toe in mijn werkzaam en met zorgen vervuld leven. Toch
+weten mijne vrienden, dat dit hart noch koud, noch zelfzuchtig is: alleen het onverbiddelijk &#8220;terug!&#8221; hield er alles buiten
+wat daar binnen stoornis had kunnen brengen. Maar zelfs hij die zich illusies verbiedt, kan nog wel eens idealen scheppen,
+en zoo heb ik in die korte en zeldzame oogenblikken waarin mij het mijmeren geoorloofd was, wel eens gefantaseerd over de
+vrouw die voor mij zou passen, als de omstandigheden veranderden en ik naar eene levensgezellin zou mogen omzien. Ik ben er
+nooit toe gekomen mij dit ideaal in eene bepaalde gestalte voor te stellen; of zij bruin dan wel blond zou moeten zijn, fijn
+van tint of sprekend van kleur en trekken, daarover liet ik den sluier der onbestemdheid rusten, die dit nevelachtige mijner
+fantasie het ruimste spel liet; allerminst kwam ik er toe om dit ideaal in freule B. of juffrouw A. belichaamd te wanen, maar
+de eigenschappen van geest en hart, van humeur en karakter, die het wezen zou <a id="d0e1257"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1257">78</a>]</span>moeten bezitten, waarmee ik voor het leven zou willen verbonden zijn, die de verbintenis iets meer zijn dan een uiterlijken
+band, heb ik wel eens bij mij zelven bediscussieerd, en ik was het gansch niet met van Lennep eens, dat de grootste verdienste
+eener vrouw juist daarin bestaat, dat er niets van haar te zeggen valt, dan dat zij met volharding kousen maast en de teerste
+zorg koestert voor de groote wasch. Als mevrouw de Witt zekeren zachten invloed had weten te oefenen op haar gemaal, zou de
+gerechtelijke moord van Buat vermoedelijk zijn voorkomen, en deze vlek niet hebben gerust op het karakter van den eminenten
+leider der oligarchische republiek, ik wil daarmee niet gezegd hebben, dat iedere vrouw, of zij er aanleg voor heeft of niet,
+zich zou moeten mengen in de zaken van staat; ik meen alleen, dat die absolute onbeduidendheid mij voor mij zelven als <i lang="fr">vis-&agrave;-vis</i> voor het leven iets vreeselijks vervelends en ledigs zou toeschijnen, en dat ik het oordeel van Jean Paul over de blijdschap
+der mannen, als de kortstondige dichteres, die hunne bruid was, spoedig na het huwelijk in eene spinnende huispoes veranderd,
+niet deelen kan. Als er geest en hart is, kan dat uitkomen in alle d&eacute;tails van het leven, om dat te sieren en te verheffen.
+De vrouw die dat wist te vatten, wie zij dan ook overigens ware, musicienne of kousenstopster, bezield met liefde voor de
+kunst en litteratuur, of simpellijk haar lust vindend in &#8217;t volbrengen harer huiselijke plichten, zou zeker kunnen zijn van
+mijne duurzame genegenheid. Alleen heb ik mij nooit verveeld, maar de verveling <i lang="fr">&agrave; deux</i> moet, dunkt mij, de afschuwelijkste kwelling zijn, die tot uitspattingen zou voeren.
+
+</p>
+<p>En nu, ik moet het u eerlijk opbiechten, Willem! al hadt gij het misschien niet uit ons vroeger gesprek geraden,&#8212;in al de
+zonderlingheden die mij van Francis ter oore komen zie ik iets van dat ideaal. Zij heeft karakter, zij schijnt geest te bezitten,
+al wordt haar hart ontzegd. Zij durft zich zelve zijn, en juist dit faalt onze <a id="d0e1267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1267">79</a>]</span>meeste jonge dames, die allen op iets anders willen gelijken, dat zij eigenlijk niet zijn; die geene eigene opinie hebben,
+maar als zekere insecten de kleur aannemen van het blad waarop zij rusten. Dit geeft iets onwaars, iets onbestemds aan geheel
+haar bestaan, dat ik niet betrouwbaar acht. In die allerliefste modepoppetjes, op alles afgericht, behalve steun te zoeken
+in eigen vaste beginselen, schuilen soms kuren en grillen, die niet te voorschijn komen dan te laat om er nog wat tegen te
+doen. Ze zijn niets, maar als hare pluimen en linten worden zij door iederen wind meegevoerd. Vandaag willen ze dit, morgen
+weer wat anders; in den regel weten zij zelven niet wat ze eigenlijk willen, en men zou zich in duizend bochten kunnen wringen
+zonder haar eigenlijk nog te voldoen, als men zich daartoe wilde zetten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat mij betreft, d&agrave;t nooit!&#8221; placht ik wel eens overluid uit te roepen bij zulke mijmeringen, en ik ben er nu niet meer toe
+gedisponeerd dan voorheen; Francis <i lang="fr">n&#8217;a qu&#8217;&agrave; bien se tenir</i>. Ik wil haar ridderlijk ter zijde staan en ik zal haar beschermen <i lang="fr">envers et contre tous</i>, als zij het waard is, maar kniebuigingen voor zotte exigenties zal zij mij nooit zien maken. Terwijl ik mij in dergelijke
+voornemens en gedachten verdiepte, had de koetsier zijn werk gedaan, zooals dat meer gaat bij dergelijke lieden, zonder er
+veel bij na te denken, en had den &#8220;weg die zich zelf wees&#8221; ingeslagen, zonder op te letten in welke richting die liep en of
+er ook op verderen afstand een andere ware te volgen, die meer zeker tot het doel leidde; hoe dat zij, wij waren een tamelijk
+breed boschpad ingeraakt, dat tot niets voerde dan een <i>rond-point</i> met eene vervallen <i>rustique</i> bank; wij moesten wenden en zien langs een andere zijde een uitweg te vinden. Wij meenden dien gevonden te hebben, toen wij
+aan den uitersten zoom van het bosch genaderd, daar een smal zandpad opmerkten langs een watertje, waarover in de verte een
+ruwe brug, die met &eacute;&eacute;n paard en &#8217;t lichte wagentje wel zou zijn over te rijden, naar <a id="d0e1283"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1283">80</a>]</span>mijne gissing; maar toen wij er bij gekomen waren bleek het, dat ik mij bedrogen had. De brug was breed genoeg, maar slechts
+door twee of drie waggelende verrotte planken gedekt; een voetganger, die zich aan de leuning kon vasthouden, had er zich
+mogelijk over kunnen werken, maar met paard en wagen was dit ondoenlijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zijn aan den verkeerden kant het bosch ingereden,&#8221; zei de voerman, &#8220;dat bemerk ik nu! die laan over de brug voert naar
+het dorp, en dan is het maar een stijf kwartiertje tot de Werve; dit dennenbosch hoort al tot de plaats.&#8221; Terwijl hij nog
+sprak, hoorden wij den hoefslag van een paard dat in vollen galop achter ons aankwam en snel als de gedachte voorbijschoot,
+eer het ons mogelijk was door een woord of eene vraag onze verlegenheid uit te drukken; de cavalier&#8212;of de cavali&egrave;re&#8212;voor mij
+was dit niet uit te maken, daar hij juist voorbij draafde aan de zijde waar het zeildoek neerhing,&#8212;was in een oogwenk uit
+het gezicht; maar de koetsier had kunnen opmerken, welke richting hij nam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is Majoor Frans,&#8221; sprak hij, zich naar mij toe keerend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Majoor Frans!&#8221; herhaalde ik met eene mengeling van verrassing en wrevel, &#8220;wien bedoel je daarmee?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, de Freule van &#8217;t kasteel, zoo noemen ze der allemaal in mijn dorp, als ze der jongen komt zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat malle historie wilt gij mij daar wijs maken?&#8221; sprak ik op een toon die forsch en onverschillig moest klinken; maar dat
+ging mij slecht af, de stem stokte mij bijkans in de keel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lang niet mal! maar heel akelig! Zij zou geen kostgeld betalen voor den jongen, als zij geen schuld had.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En is dat kind in den kost in het dorp, zoo dicht bij de Werve?&#8221; vroeg ik verlicht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen, heerschap! te Oldeberkoop, wel twee uren wijd van stad, daar hoor ik thuis en daar komt ze om <a id="d0e1301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1301">81</a>]</span>een haverklap, op d&#8217;r mooie paardje. Maar nou zij deur het bosch rijdt, moet er een uitweg zijn, en die zullen wij zien te
+vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij wendde in de richting dien hij de Freule had zien nemen; ik liet hem begaan, het was mij bijkans onverschillig geworden
+of wij aankwamen &agrave;l dan niet. Eenige minuten lang liep het smalle boschpad nog door, dat de stoute rijdster gevolgd was; toen
+liep het te niet in een dicht kreupelbosch, dat wel nog geen ander groen toonde aan boom en struik dan wat knoppen en aankomende
+blaadjes, maar evenmin een pad om door te komen; de grond was week en drassig en met dicht mos begroeid; het was onbegrijpelijk
+hoe het paard met zijne berijdster daar over heen waren geraakt; alleen de grootste rapheid en behendigheid, tegelijk met
+volmaakte eenswillendheid van het dier met zijne meesteres, had dat mirakel kunnen bewerken!
+
+</p>
+<p>Mijn suffer van een koetsier, wiens verstand er bij stilstond, trok een verbaasd en verdrietig gezicht; dat was door ons niet
+na te volgen. Hij verzocht mij uit te stappen, en verliet zelf den bok; hij bond zijn rossinant aan een boom; wij moesten
+trachten het spoor te vinden, dat ons betere kansen bood, en werkelijk, na eene wijle speurens en ronddolens, ontdekte ik
+eindelijk wat meer achterwaarts een smal zandpad, dat nog de indruksels droeg van paardehoeven en waar wij mogelijk nog doorkomen
+konden, mits de voerman het paard bij den toom leidde; ik vooruit, om den weg te verkennen. Helaas! toen we het pad op die
+wijze ten einde gebracht hadden, bevonden wij ons aan den uitersten zoom van het bosch, tegenover omgeploegd bouwland, dat
+vrij uitgestrekt was, en waarvan wij gescheiden waren door een half uitgedroogde sloot, waarin afgevallen bladeren lagen te
+rotten en waar allerlei moerasplanten welig opschoten. Geene mogelijkheid voor ons om daarover te komen, en, waar waren wij
+dan nog? Rechts heidegronden, de hoogten en laagten met spar- en dennenboomen bezet, links ook <a id="d0e1307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1307">82</a>]</span>weer door akkerslooten en greppels vaneengescheiden&#8212;aardappelenland, waarvan het zacht groene loof even bovenkwam, achter
+ons het bosch dat wij reeds hadden doorkruist zonder een uitgang te vinden. Ik keek op mijn horloge; het was ongeveer twaalf
+uur; de schofttijd van de boerenarbeiders, die vermoedelijk nog op het land hadden te werken. Geene terechtwijzing was er
+te krijgen; ons restte niets dan terugkeeren langs denzelfden weg dien wij gekomen waren, tot aan den tol, en daar weer den
+tocht van nieuws aan te beginnen, zooals de koetsier voornemens was eer de dwaze raadgeving van den tolbaas hem op een dwaalweg
+had gevoerd. Behalve het onaangename van die teleurstelling en zooveel tijdverlies, was het voor het arme paard nauwelijks
+te doen zonder rust en verkwikking; de voerman onbarmhartig als de lieden van zijn gild, hield staande dat het niemendal was;
+ik aarzelde om dat besluit te nemen en zag toch nergens eene betere uitkomst. Op eens hoorden we dicht in onze nabijheid een
+schaterend gelach dat mij tergend in de ooren klonk; het geluid kwam eenigszins van uit de hoogte. Ik zag op en naar de heuvelachtige
+heide heen; op den top van eene begroeide zandhoogte stond de persoon die zich zoo vroolijk maakte over onze misrekening.
+
+</p>
+<p>&#8220;Majoor Frans!&#8221; riep de koetsier met zijne schetterende stem, zonder zich te geneeren in zijne verbazing en ergernis.
+
+</p>
+<p>Zij zelve! Francis Mordaunt was het, die zoo onbarmhartig den spot dreef met onze verlegenheid. Op zulke ontvangst van hare
+zijde had ik wel niet verdacht kunnen zijn.
+
+</p>
+<p>Zooals zij daar stond, eenige voeten boven mij, maar toch vrij dicht in de nabijheid, kon ik haar goed opnemen, en ik kan
+niet zeggen, dat die aanblik mij verzoende met hare persoonlijkheid, die mij toch al zooveel ergernis, zooveel onaangename
+gewaarwordingen had veroorzaakt.
+<a id="d0e1315"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1315">83</a>]</span></p>
+<p>D&agrave;t was mogelijk hare schuld niet, maar wel dat zij zich zoo dwaas had toegetakeld, dat men bij &#8217;t eerste aanzien twijfelde
+of men een man, dan wel eene vrouw voor zich had. Zij had hare Amazone-rok getrousseerd op eene wijze, die aan een Zouavenbroek
+deed denken, en daarbij had zij over het engsluitend jakje van haar rijkleed een wijde <i lang="fr">vareuse</i> geworpen met lang ruig haar, zeker heel doeltreffend tegen de scherpe voorjaarslucht, maar die, tot den hals toe dichtgeknoopt,
+zeer weinig geschikt was eene gracelijke gestalte te doen uitkomen, voor &#8217;t geval dat ze die werkelijk bezat. Het hoofd was
+gedekt door een grijzen flambard met slap neerhangende randen, de blauwe of groene voile, die in den regel aan zulk een mannelijk
+hoofddeksel, als de dames goedvinden bij haar rijkostuum te dragen, nog eenige vrouwelijke distinctie geeft, ontbrak; alleen
+een bosje haneveeren, dat er losjes op gehecht was door een groen zijden lint, gaf er een <i>air</i> aan of de draagster den wilden jager uit de oude tooversprookjes had willen nadoen, en om het al te kronen, had zij een roodzijden
+doek over den bol heengeslagen en onder de kin toegeknoopt. Zoover dit onbehagelijk fantasie-kostuum mij de mogelijkheid liet
+over haar voorkomen te oordeelen, moest zij eer fijn en slank van gestalte zijn dan ruw en forsch, en haar uiterlijk was bepaald
+in contrast met de voorstelling die ik er mij van gedroomd had. Ik had mij vastgezet in het denkbeeld, dat zij gelijken zou
+op Ristori in het karakter van Medea, met gitzwarte kroeze haren en sterksprekende trekken. Van het haar was door den neervallenden
+rand van den flambard niets te zien, maar zoover ik oordeelen kon uit dat gedeelte van haar gelaat dat niet door de ongracelijke
+bedekking overschaduwd werd, was zij eene blondine, met fijne trekken en een romeinschen neus; er behoorde meer goeden wil
+toe, dan in dat oogenblik de mijne was, om een aangenamen indruk te ontvangen van dit gezicht onder haar schaterend gelach
+en den akeligen roodzijden kiespijndoek die <a id="d0e1324"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1324">84</a>]</span>het omgaf. Ik voelde mij er door getergd, en, zeer weinig gestemd om &eacute;gards te toonen voor eene vrouw die zoo blijkbaar het
+zelfrespect vergat, riep ik haar toe: &#8220;Luister eens! gij daar! die u zoo vroolijk maakt over uws naasten ongeval. Gij zoudt
+beter doen ons den weg te wijzen om verder te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar is hier geen verder komen, dat is, dunkt me, wel te zien. Wie in &#8217;t bosch komt anders dan om rond te rijden heeft een
+domme streek begaan. Ziedaar alles.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik!&#8221; Zij lachte weer, &#8220;ik ben met mijn paard over de droge sloot gesprongen daar tusschen de struiken door, en zoo ben ik
+op de heide gekomen. Doe het mij na als gij lust hebt, maar met paard en wagen zal het niet best gaan! Waar wilt gij eigenlijk
+heen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar het Huis de Werve!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar de Werve!&#8221; herhaalde zij, en verledigde zich nu eerst van hare hoogte af te dalen en tot op den zoom van de sloot te
+naderen, van waar ik haar stond toe te spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat hebt gij op het kasteel te doen, mijnheer?&#8221; vroeg zij nu op geheel anderen toon, niet meer de luchtige, ongegeneerde
+van <i lang="en">somebody</i>, die zich tegen <i lang="en">nobody</i> niet behoeft te ontzien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een bezoek brengen aan den generaal von Zwenken en aan de Freule Mordaunt, zijne kleindochter.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De generaal wacht geene bezoeken meer af, en wat gij aan zijne kleindochter te zeggen hebt, kunt gij aan mij richten. Ik
+ben de freule Mordaunt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan het nauwelijks gelooven, maar indien het waar is, verzoek ik de freule mij eene minder ongeschikte plaats aan te wijzen
+voor een onderhoud, dan deze hier; dat wat ik te zeggen heb kan niet uitgeschreeuwd worden over eene droge sloot en ten aanhoore
+van een koetsier.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo rijd met het wagentje terug tot aan den tol, d&aacute;&aacute;r vindt men den weg naar het dorp en naar &#8217;t kasteel, als dat bezoek
+zoo noodig is.&#8221;
+<a id="d0e1352"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1352">85</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Opdat gij mij mogelijk aan de poort zoudt laten afwijzen, Majoor!&#8221; zeide ik in mijzelven; &#8220;neen, de gelegenheid is er nu,
+en ik zal die niet laten glippen.&#8221; Ik gaf den koetsier order om terug te rijden, die zich dit geen tweemaal liet zeggen, zette
+den stevigen wandelstok, waarvan ik mij voorzien had, zoo goed mogelijk in den weeken mosgrond, en kwam op de andere zijde,
+zonder dat ik zelf recht wist hoe; het was mij een oogenblik groen en geel voor de oogen; zoo ik het ongeluk had gehad mijn
+sprong te missen en in &#8217;t moerassige slijk terecht te komen, zou ik opnieuw een gek figuur gemaakt hebben tegenover Francis,
+die zeker zonder eenige verschooning met mijn ongeval zou hebben gespot. Ik waagde veel, dat voelde ik, maar het moest gewaagd
+worden. Het devies van mijne voorzaten bleek profetie: de stoutheid was mij gelukt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bravo! ferm gedaan!&#8221; riep Francis mij toe met hare volle altstem, die mij voor &#8217;t eerst niet hard en tergend in de ooren
+klonk, en zij klapte in de handen met eene joligheid en schalkschheid, die haar goed afging.
+
+</p>
+<p>Nu op het bouwland geraakt, had ik maar weinig schreden meer te doen, en nog eene smalle droge greppel over te springen, en
+ik was bij haar!
+
+</p>
+<p><span id="d0e1360" class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>Ik nam mijn hoed af, en zij salueerde met haar rijzweep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s een kluchtig avontuur, mijnheer,&#8221; sprak zij weer lachend. &#8220;Als gij er nu nog aan hecht op de Werve aan te landen, moet
+gij de hei over wandelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het eene verre wandeling?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen; &#8217;t is veel korter dan de rijtoer; maar sinds gij over de hei den weg niet kent, loopt gij gevaar weer te verdwalen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij vergeet dat ik een recht heb, op uw gezelschap te rekenen, bij die wandeling.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een recht! een recht! gij zijt wel als de anderen, om een recht te nemen uit een los woord dat mij ontvallen is.&#8221;
+<a id="d0e1372"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1372">86</a>]</span></p>
+<p>&#8220;De freule Mordaunt had mij een onderhoud toegezegd; is het vreemd dat ik haar bij het woord houd, en de eerste gelegenheid
+de beste aangrijp?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu goed, maar ik ken zelve op zijn best het rechte pad over deze gronden. Ik had terug willen rijden, maar mijn paard heeft
+een ijzer verloren, en ik heb het gestald bij den boschbaas daar ginds;&#8221; zij wees naar een boerenhuis, dat wat in de laagte
+lag, en als verscholen tusschen dennen- en sparrenhout; &#8220;die zal het naar den hoefsmid brengen in het dorp, en zoo doolde
+ik hier maar wat rond; bij &#8217;t kasteel komen wij binnen &#8217;t half uur als wij maar oplettend zijn en altijd door links houden,
+maar ik zou vooraf willen weten of gij daar werkelijk noodig hebt; de generaal is volstrekt niet gesteld op gasten, dat kan
+ik u verzekeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kom geene gastvrijheid vragen. Ik wilde hem alleen een bezoek brengen om zijne en uwe kennis te maken, daar ik mij eenigen
+tijd in de nabuurschap moet ophouden, en mij herinner dat ik door mijne moeder aan de familie von Zwenken geparenteerd ben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooveel te erger; op de Werve lijdt men niet bijzonder aan familiezwak.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar heb ik wel van gehoord; maar ik ben geen Roselaer, ik ben een van Zonshoven, freule! Leopold van Zonshoven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb nooit gehoord, dat mijn grootvader relati&euml;n heeft gehouden met heeren van dien naam. Maar als gij <i>geen Roselaer</i> zijt, is er reeds minder kwaad bij, en om de vreemdigheid dat een lid der familie zich aan ons gelegen laat liggen, zult
+gij misschien succes hebben bij den generaal. &#8217;t Is immers wel zeker, dat gij niet voor zaken komt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In dat geval zou ik een procureur of notaris hebben gezonden en zorg dragen, dat men er freule Mordaunt niet mee ging bemoeien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou toch verkeerd zijn,&#8221; hernam zij ernstig. &#8220;De generaal is diep in de zeventig en heeft veel verdriet <a id="d0e1392"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1392">87</a>]</span>gehad in zijn leven. Ik wil het u niet verhelen dat hij in velerlei zorgen en bezwaren zit en dat ik, zoo vaak ik kan, tracht
+te voorkomen, dat men hem daarmee lastig valt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met het afwenden van hetgeen lastig is, heeft men het echter nog niet uit den weg geruimd, zou ik meenen,&#8221; antwoordde ik,
+terwijl ik haar met zekere opzettelijkheid aanzag. Het waren diepe, donkerblauwe oogen, dien toen mijn blik troffen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan wie zegt gij het?&#8221; hernam zij met een zucht, terwijl zij die sprekende oogen neersloeg en zich een trek van lijden op
+haar gelaat teekende. &#8220;Maar toch, ik doe daarin &agrave;l wat ik kan, al is &#8217;t niet alles wat ik zou willen; daarom, ik herhaal het,
+als er iets onaangenaams schuilt voor hem achter uw bezoek, zeg het dan liever ronduit aan mij; mogelijk kan ik er nog iets
+op vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan u alleen zeggen, dat ik uwe pogingen om den generaal leed en last te besparen, uit al mijne macht zou willen steunen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat doet uw hart eer aan; maar als gij er zoo over denkt, aarzel ik u als een lid der familie te erkennen, want dat strijdt
+geheel tegen onze traditi&euml;n.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is wel mogelijk, maar noem mij gerust neef, want er zijn excepties, en ik hoop te bewijzen dat ik er toe behoor.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als d&agrave;t waar is, zult gij welkom zijn op de Werve, ook bij exceptie, want in den regel laten wij er geen nieuwe gezichten
+meer toe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is toch jammer. Mij dunkt, het kan toch <i>uwe</i> begeerte niet zijn, om in zoo volstrekte afzondering te leven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist de mijne!&#8221; viel zij in met zekere hoogheid. &#8220;Ik heb al genoeg ondervinding van de menschen, om heel weinig op hun omgang
+gesteld te zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo jong nog en reeds zulk eene misanthropische opvatting van de wereld!&#8221; merkte ik aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben zoo jong niet meer: ik ben zes en twintig <a id="d0e1417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1417">88</a>]</span>jaar, neef, en daaronder zijn campagnejaren, zooals mijn grootvader zeggen zou, die voor het dubbele gelden. Gij kunt gerust
+met mij praten of ik eene vrouw van veertig ware.&#8212;Ik heb er de levenservaring van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal mij wel wachten, u hier bij &#8217;t woord te vatten; zoo iets zeggen de dames maar om tegengesproken te worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De dames!&#8221; riep zij met onuitsprekelijke minachting. &#8220;Ik verzoek u zeer ernstig, neef, om mij niet te begrijpen onder dat
+soort van wezens, die in den regel door de heeren als &#8216;de dames&#8217; worden aangeduid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Onder welke rubriek moet ik u dan stellen, nicht? Waarheid is, dat ik op het eerste gezicht niet recht wist waar ik u voor
+houden moest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is waar,&#8221; zei ze glimlachend, &#8220;voor iemand die mij niet kent, moet ik er nu wel wat vreemd uitzien.... Maar zeg op, waar
+gij mij eigenlijk voor aanzaagt? Ik houd van oprechtheid: dat is ten minste wat mij van &#8216;de dames&#8217; onderscheidt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welaan, ik zal oprecht zijn. (Het woord van Gremio: &#8216;<i lang="en">He will kill her in her own humour</i>&#8217; stond mij gestadig voor den geest). Ik hield u bij den eersten aanblik voor....&#8221; De courtoisie begon mij een part te spelen;
+het harde woord wilde er niet uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Voor eene verschijning van den zwarten jager?&#8221; vroeg zij lachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eene verschijning? Zeker neen! Dat is te etherisch. Ik hield u voor eene treurige realiteit.... Voor een boschwachter die
+kiespijn had.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij scheen een oogenblik getroffen en beet zich op de lippen; hare wangen gloeiden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s grof,&#8221; sprak zij eindelijk, en zag mij aan met een blik of er een pijl uit haar oogen zou schieten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt oprechtheid gewild en zegt die te kunnen verdragen,&#8221; gaf ik ten antwoord.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk, en gij zult ondervinden dat ik de <a id="d0e1444"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1444">89</a>]</span>waarheid sprak. Sla toe, neef! daar is mijne hand; ik geloof dat wij vrienden zullen worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo hoop ik, nicht! Maar wees nu niet ten halve edelmoedig. Laat mij u werkelijk de hand drukken; niet die grove rijhandschoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt een fat,&#8221; zei ze, het hoofd schuddend; &#8220;maar gij zult uw zin hebben; ziedaar!&#8221; En eene fijne, blanke hand lag in
+de mijne, die ik een minuut langer vasthield dan volstrekt noodig was; zij scheen het niet op te merken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar noem mij Francis, ik zal Leo tegen u zeggen. Dat &#8216;neven en nichten&#8217; tegen elkaar is zoo vervelend,&#8221; sprak zij op gullen
+toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volgaarne!&#8221; en ik drukte opnieuw de hand, die zich nu eerst vrij maakte, terwijl zij voortging met een mengeling van schalkschheid
+en ernst, die haar goed afging; &#8220;maar de koetsier moet u toch gezegd hebben dat hij Majoor Frans had herkend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is maar al te waar; en gij, Francis, vindt gij het niet uiterst krenkend, dat men zich verstout u z&oacute;&oacute; te noemen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och neen, dat trek ik mij volstrekt niet aan; ik weet nu eenmaal dat ze mij dien bijnaam gegeven hebben. Ik ben er niet beter
+en niet slechter om. Ik weet heel goed, dat ze mij hier in den omtrek nawijzen als een kozak of een cavalerie-officier, omdat
+ik met meer gemak paard rijd dan de steedsche nufjes, en dat ze mij overal aangapen als een kermiswonder, omdat ik de vrijheid
+neem mij te kleeden naar mijne conveni&euml;ntie, en niet naar hun smaak.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar eene vrouw behoort zich toch wel eenigszins te bekommeren om het effect dat zij maakt op anderen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie niet waarom, als anderen haar niet kunnen schelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De eerste plicht eener vrouw jegens zich zelve is, dunkt mij, zich behagelijk voor te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat maken &#8216;de dames&#8217; hare mannen wijs, voor wie <a id="d0e1466"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1466">90</a>]</span>zij niets willen zijn dan <i lang="fr">objets de luxe</i>, opdat deze haar alles zullen inwilligen wat de buitensporigheid der mode en der weelde eischt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vrees wel dat er zoodanigen zijn, en te veel; maar zijn daarmede allen veroordeeld, die trachten zich goed voor te doen?
+Gebiedt niet het zelf-respect, men zij man of vrouw, dat men eenige zorg drage voor zijn uiterlijk, en kan men niet goeden
+smaak toonen ook in het eenvoudigste, als <i>men smaak heeft?</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij kleurde een weinig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij gelooft dus, dat ik gansch geen smaak heb, omdat ik mij tegen den guren lentedag heb gewapend met eene vareuse?&#8221; vroeg
+zij, eenigszins gekrenkt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal mij wel wachten u te beoordeelen naar een enkel kleedingstuk; ik sprak alleen van het <i lang="fr">ensemble</i>, en daar eene vrouw, die volstrekt onverschillig is voor haar uiterlijk, eene abnormaliteit is, moet men wel eene slechte
+opinie krijgen van den smaak eener jonkvrouw, die goedvindt haar gezicht in een leelijken rooden doek te wikkelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke haar het voorkomen geeft van een boschwachter die kiespijn heeft,&#8221; herhaalde zij ras en stout. &#8220;Welnu, is dat de ergernis,
+dan kan men die wegruimen; als nu maar de wind niet al te veel vrijheid gaat nemen met mijn <i lang="fr">flambard</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende had zij den doek losgeknoopt en nam tegelijk den speld weg, die haar amazonenkleed trousseerde. De deftige sleep
+stond goed bij de fijne, slanke gestalte. Ik kon nu voor het eerst, niet meer gehinderd door die nijdige <i lang="fr">foulard</i>, het <i lang="fr">ensemble</i> van haar gelaat opmerken.
+
+</p>
+<p>Neen voorwaar! zij was niet leelijk, al had zij het mogelijke gedaan om er recht onbehagelijk uit te zien. Hare trekken waren
+onregelmatig en scherp, dat is waar, maar gansch niet ruw of grof; er lag eene uitdrukking van fierheid en vastheid op dit
+gezicht, die van zelfbewuste kracht en een onafhankelijk karakter getuigde, <a id="d0e1500"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1500">91</a>]</span>maar verre was van laagheid of zinnelijkheid. Slechts een flauw blosje kleurde de bleekheid dier wangen, die wat schraal en
+ingevallen waren. Het was haar aan te zien, dat zij door strijd en lijden was heengegaan, zonder dat hare levendigheid en
+opgewektheid van geest daarbij te veel hadden geleden. De groote blauwe oogen hadden iets opens, dat vertrouwen wekte; dat
+zij flikkeren konden van verontwaardiging of gloeien van geestdrift, had ik reeds opgemerkt.
+
+</p>
+<p>Nu zij zoo naast mij voortging, bemerkte ik dat zij kleiner van gestalte was dan zij mij eerst was voorgekomen, van de hoogte
+af gezien; maar er zat pit in die vrouwelijke figuur, dat was niet te ontkennen, al was het niet juist de kloeke mannin die
+ik mij had voorgesteld te zullen aantreffen, afgaande op de mededeelingen van anderen en den hero&iuml;eken bijnaam, die haar volstrekt
+niet scheen te ergeren! Het was het oogenblik niet haar te vragen hoe zij daaraan gekomen was; ik was reeds voldaan dat ik
+eene overwinning op haar had behaald, die niet geheel zonder beteekenis scheen. Dat zij mij zekere concessies had gedaan,
+bewees dat zij niet zoo onverschillig was omtrent den indruk dien zij op anderen maakte, als zij mij wilde doen gelooven.
+Toch moest ik toestemmen, dat zij w&egrave;l en wijs had gedaan toen zij hare slepende amazone had getrousseerd, al was het op wat
+onbevallige manier, want nu hinderde die haar in het loopen door het mulle zand en bleef telkens haken aan een tak of een
+struik; eens zelfs struikelde zij er door en zou neergevallen zijn, zoo ik niet schielijk haar arm had gevat om haar opgericht
+te houden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat komt al van die behaagzucht, die gij mij predikt,&#8221; zei ze lachend. &#8220;Mijne eigene manier was veel beter in de praktijk.
+Wacht even, ik weet er nog wel wat op.&#8221; Zij nam den sleep over haar arm en stoorde er zich niet aan, dat er juist geen coquette
+<i>japon</i> voor den dag kwam, met keurige <i lang="fr">pliss&eacute;s</i> of geborduurde strooken, zooals onze dames niet ongaarne laten zien, <a id="d0e1512"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1512">92</a>]</span>maar een effen blauw merinosje, dat er tamelijk verkleurd uitzag.
+
+</p>
+<p>Ik bood haar mijn arm tegen mogelijke recidive van het ongeval.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dankje wel, neef!&#8221; zei ze wat bits. &#8220;Ik kan best alleen loopen, zooals ik altijd gewoon ben. Ik ben niet een van die hulpelooze
+schepselen zooals gij mannen ze het liefste hebt, die zich altijd laten steunen en geleiden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moet u doen opmerken, dat gij het zijt die mij in dezen tot gids strekt; waarom zou ik niet wederkeerig u tot steun mogen
+zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt vast advocaat, dat gij de repliek zoo behendig hanteert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal u zeggen wat ik ben, als gij mijn arm wilt nemen: <i lang="fr">une fois ne fait pas loi</i>; het is allermeest voor de gezelligheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! ditmaal zult gij uw zin niet hebben, Leo. Het is even gezellig z&oacute;&oacute; ieder op zich zelf, en als ik uw gids ben, moet
+ik weten wat het beste past op deze gronden. Ik kan even goed luisteren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verschoon mij, dan stel ik mijne vertrouwelijke mededeelingen uit tot later.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook goed,&#8221; zei ze droogjes. &#8220;Ik ben niet nieuwsgierig; en ik mocht mij eens vergissen in het pad, als uwe vertelling interessant
+werd en te veel mijne aandacht boeide.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben &#8217;t met u eens,&#8221; antwoordde ik op denzelfden toon, &#8220;dat wij zorgen moeten niet te verdwalen, want ik verlang hartelijk
+op de Werve aan te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wil ik wel gelooven; de tocht is juist niet erg meegevallen,&#8221; merkte zij aan met eene mengeling van bitsheid en schalksheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Integendeel; want ik had niet kunnen verwachten dat ik zoo spoedig en op zulk eene verrassende wijze de kennis zou maken
+van mijne nicht, freule Francis Mordaunt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De kennis maken, de kennis maken,&#8221; herhaalde zij <a id="d0e1541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1541">93</a>]</span>bijna grommend; &#8220;men kent mij zoo maar niet uit een eerste samenzijn; en wat de verrassing betreft, zoo gij dat eene aangename
+noemt, zie ik niet, waar uwe hooggeroemde oprechtheid is gebleven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die is, waar ze altijd zal zijn, en dwingt mij u te doen opmerken, dat men ook van eene verrassing kan spreken, al is zij
+verre van aangenaam; en ik wil gaarne bekennen, als gij er op gesteld zijt het te vernemen, dat uw onbarmhartig leedvermaak
+in mijn ongeval gansch geen behagelijken indruk op mij maakte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is een geluk voor mij; zoo is er nog kans dat ik meeval.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hunkerde zij naar een compliment, zoo was het voor mij niet het oogenblik om mij te laten vangen; ik bleef zwijgend naast
+haar voortgaan.
+
+</p>
+<p>Op eens bleef zij stilstaan en sprak met zekere gulle levendigheid: &#8220;Vergeef het mij, Leo! dat ik u zoo onbarmhartig heb uitgelachen.
+Wil gelooven, dat het niet juist uw persoon gold, maar.... w&agrave;t zal ik u zeggen, ik heb er altijd zoo&#8217;n pleizier in als ik
+een van de zich genoemde heeren der schepping een gek figuur zie maken, dat ik het uitschateren moest, al ware de toorn van
+den bespotte mij ook nog zoo duur te staan gekomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spreekt immers wel vanzelf, dat ik u daarover geene rancune houd, Francis!&#8221; sprak ik ernstig. &#8220;Maar &#8217;t geen mij leed
+doet om uwentwil als om mij zelf, is die verbittering tegen ons allen, die zoo duidelijk spreekt uit uwe gedragingen, en waarvan
+die <i lang="de">Schadenfreude</i> over mijn misavontuur slechts de uiting was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan ik het helpen, dat ik dat mannenvolkje zie zooals het is? Zij noemen zich onze heeren en meesters; ze zouden het dolgraag
+wezen, hoewel het den meesten hunner niet gelukt; en waarom niet? Omdat ze allereerst de slaven zijn van hunne eigene zwakheden,
+hartstochten en bejagingen; de meesten hunner zijn zoo bitter kleingeestig en onnoozel, dat men ze om den vinger kan <a id="d0e1558"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1558">94</a>]</span>winden, als men maar de moeite neemt hun zwak uit te vinden en dat te vleien. Wie daarentegen onder hen de krachtigen en verstandigen
+heeten, zijn zoo hardvochtig, zoo zelfzuchtig, zoo onbetrouwbaar, dat het eener vrouw beter is zich het hoofd tegen een rots
+te verbrijzelen, dan zich te wagen aan die klip waarop haar hart zal breken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s een hard oordeel, freule Mordaunt! en mij dunkt, dat gij nog niet het recht hebt om het met zooveel beslistheid te
+vellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het komt van Majoor Frans, die maar al te goed in de gelegenheid geweest is die heeren <i>in</i> de kaart te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kan het ook zijn, dat Majoor Frans zich voormaals wat al te zeer heeft laten verblinden door blinkende uniformen; dat bij
+later scherp toezien ontnuchtering is gevolgd, toen het bleek, dat daaronder niet werd gevonden wat het uiterlijk beloofde;
+met die uitkomst, dat nu civiel en militair beiden in dezelfde schaal worden gewogen en.... te licht bevonden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij vergist u, zoo is het niet gegaan. Majoor Frans heeft zich <i>niet</i> aan fraaie uniformen kunnen vergapen; hij is om zoo te spreken met commiesbrood grootgebracht en heeft alle graden, van den
+korporaal af tot den legerbevelhebber toe, langs zich zien voorbijgaan, zoodat hij precies weet wat er onder de galons en
+onder de borduursels schuilt; ook is hij gansch niet onbekend met het civiele, en heeft gekleede rokken en gedecoreerde borsten
+in genoegzame verscheidenheid kunnen gadeslaan, om beiden de rekening te kunnen maken; en dan is de slotsom deze; dat de discipline
+nog wel het beste middel is om wat er goeds in een man is tot zijn recht te laten komen, terwijl zij het kwaad althans binnen
+zekere grenzen beperkt. Een preservatief, dat de zoogenaamde burgerlijke vrijheid mist. Overigens moet men niet zeggen, dat
+de krijgstucht verlaagt: integendeel, zij houdt opgericht wat niet op zich zelf kan staan, terwijl de <a id="d0e1574"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1574">95</a>]</span>serviliteit die bij de bureaucratie heerscht, in het stof werpt en het karakter bederft, gesteld altijd dat er karakter ware.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het tafereel is voor beide categori&euml;n niet vleiend. Het schijnt Majoor Frans moeielijk te vallen, de suprematie van ons geslacht
+te erkennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij meent, dat er allereerst superioriteit behoort te bestaan, om suprematie te erkennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Freule Mordaunt moet wel hoog staan, om aan anderen zulke exorbitante eischen te stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij zou, dunkt mij, al heel laag moeten staan, indien zij geen hoogere stelde dan de jammerlijke middelmatigheid, waarmee
+men zich in den regel tevreden houdt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen gunstig vooruitzicht voor uw aanstaanden echtgenoot, freule!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn aanstaande echtgenoot!&#8221; Zij lachte luid, maar er was iets schrils en schrijnends in dien lach. &#8220;Ik merk wel, goede Leopold,
+dat gij hier uit de lucht zijt komen vallen. Wees gerust; niemand zal last hebben van mijn overvragen.... ik zal niet trouwen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar kunt gij niets van zeggen. De omstandigheden zouden zoo kunnen samenloopen, dat....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ik een echtgenoot nam om ze te bezweren,&#8221; viel zij in met sprekende verontwaardiging. &#8220;Luister, Leo! gij weet niets van
+mij; en wat gij mogelijk meent te weten, zal u door list en laster zijn ingefluisterd. Daarom kan ik het u niet kwalijk nemen,
+dat gij z&oacute;&oacute; spreekt. Maar ik verzoek u, niet zoo laag van mij te denken, dat gij mij in staat acht om mijn naam en mijn persoon
+op te offeren aan materi&euml;ele belangen, van wien ook. Dat zou er nog aan mankeeren! een <i lang="fr">mariage de raison</i>, het onredelijkste en onzedelijkste verbond dat er zijn kan! En toch, wie ter wereld acht het eene dwaasheid? Wie ter wereld
+acht het eene schande? Welnu, ik! Majoor Frans! Al ben ik de eenige van mijn gevoelen, ik blijf er op vast staan, en niets
+of niemand zal mij daar afbrengen. Ik drijf geen ruilhandel met mijne <a id="d0e1595"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1595">96</a>]</span>vrijheid, met mijne hand. Ik zal eenmaal vrijvrouwe van de Werve zijn, en ik wil eene vrije vrouw blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vrijvrouwe van de Werve!&#8221; Arme Francis! ik had maar &eacute;&eacute;n woord te spreken om haar deze illusie te benemen. Vrijvrouwe van
+de Werve kon zij nooit worden, tenzij ze mij die hand schonk die zij zoo hoog ophief, boven aller bereik. Vrijvrouwe van de
+Werve! Alleen bij mijne toelating kon zij het zijn. Maar het was nog gansch geen tijd om zoo beslissend tot haar te spreken.
+Ik nam echter een zijsprong, die eenigszins op het doel afging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Menige fiere jonkvrouw die dacht als gij, Francis,&#8221; sprak ik, &#8220;en die nooit iets zou hebben toegegeven aan belangzucht, liet
+zich toch uit hare sterkte wrikken door overwegingen van anderen aard: juist op de zich roemende &#8216;vrije vrouw&#8217; wetten laster
+en logen hunne pijlen...&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En daartegen zou zij dan een man moeten nemen, als een schild, om zich daarachter te bergen!&#8221; riep zij met heftigheid. &#8220;Neen,
+Leopold van Zonshoven, als gij Francis Mordaunt hebt leeren kennen, zult gij weten, dat zij deze pijlen niet vreest, en al
+vreesde zij die, dat zij toch niet laf genoeg is om zich daartegen op die wijze te verschuilen; daarbij heb ik ze dikwijls
+genoeg rondom mij hooren snorren, om te weten van welke kracht zij zijn; en daarom weet ik dat het schild niet eens zou dekken:
+het zou maar een dubbel wit aanwijzen, en liever dan een tweede, een onvoorzichtige die zich met don Quichots hero&iuml;sme zou
+willen wagen, daaraan bloot te stellen, zou ik ze alle alleen op mijne borst opvangen: mij doen ze toch niets meer,&#8221; eindigde
+zij met een minachtend schouderophalen. Daar sprak niet enkel trots en wilskracht, daar sprak ook fiere zelfbewustheid uit
+deze woorden, die blijkbaar meer dan woorden waren; dat las ik uit haar blik, al had ik het niet verstaan uit den vasten,
+zielvollen toon harer stem, die mij diep trof. Ik voelde dat zij door diepe, enge wegen moest zijn heengegaan, om zoo te kunnen
+spreken; <a id="d0e1603"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1603">97</a>]</span>reeds wilde ik in mijn antwoord iets leggen dat van medegevoel getuigde, toen zij op eens hervatte, met eene luchthartigheid
+die wel wat gemaakt was: &#8220;maar er is geen gevaar bij, dat men mij in zulke verzoeking zal leiden: het ras der don Quichots
+en der Ridders van de Ronde Tafel is in onze eeuw verloren gegaan, en het zal wel in niemand anders opkomen om Majoor Frans
+ten huwelijk te vragen; en dat is heel gelukkig ook, want de generaal zou mij graag wat hij noemt &#8216;ge&euml;tablisseerd&#8217; zien v&oacute;&oacute;r
+zijn dood; de goede man heeft nog niet het besef, dat daar niet over gedacht kan worden en zou zich allerlei offers willen
+getroosten, tot elk compromis toetreden, om er mij toe over te halen; en dat zou maar onrust en tweespalt geven zonder goede
+uitkomst; want mijn besluit staat vast.&#8221;
+
+</p>
+<p>Die uitspraak beloofde niet veel goeds voor het succes van mijn tocht, en zij was geen nufje van negentien jaar dat &#8220;neen&#8221;
+zegt, als ze &#8220;ja&#8221; meent; maar zij gaf mij toch, zonder het te weten of te willen, wenken en inlichtingen die ik mij ten nutte
+konde maken. <i lang="fr">Un homme averti en vaut deux</i>; ik begreep dat ik met de meeste voorzichtigheid te werk moest gaan eer ik in ernst de poging waagde om haar uit dat <i>vaste besluit</i> los te wrikken, maar het kon toch geen kwaad om eens een schot in het wilde te doen. Ik was onwillekeurig een paar pas vooruit
+geraakt, keerde mij om en bleef vlak voor haar staan, terwijl ik sprak: &#8220;En als ik nu eens expresselijk naar de Werve was
+gekomen om u een dergelijk voorstel te doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat meent gij daarmee?&#8221; vroeg zij met gefronste wenkbrauw; &#8220;een voorstel! welk een voorstel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, datzelfde waar gij over spraakt, en dat gij voor zoo onwaarschijnlijk hield, dat het iemand zou invallen u te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een huwelijksvoorstel, en door u?&#8221; vroeg zij met evenveel verbittering als verrassing, &#8220;dat is niet waar! Zeg dat het niet
+waar is,&#8221; riep zij met heftigheid.
+<a id="d0e1619"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1619">98</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Maar onderstel eens even dat het waarheid ware, wat zoudt gij antwoorden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil die onderstelling niet eens maken; gij bevalt mij als neef om der curiositeits wille, maar als ik gelooven moest dat
+gij kwaamt als advocaat in zulk een kwade zaak, liet ik u doodeenvoudig in de hei staan; dan moest gij zelf maar zien hoe
+gij op de Werve zoudt komen; ziedaar mijn antwoord.&#8221; En als begon zij reeds uitvoering te geven aan dit voornemen, liep zij
+schielijk voort, niet zoo snel toch of ik was met een paar stappen weer bij haar.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een antwoord meer oprecht dan beleefd, zooals men het van freule Mordaunt wachten kan,&#8221; hernam ik; &#8220;maar op mijne beurt moet
+ik u zeggen, dat zoo ik het er op gezet had op de Werve te komen met welk voorstel ook, ondanks mijne weerbare nicht, dat
+ik mij dan aan dit <i lang="fr">d&eacute;tail</i> niet zou storen. Ik val &oacute;&oacute;k wat koppig als ik mijn doel wil bereiken, en ik zou &#8217;t niet opgeven, al moest ik den ganschen
+dag rondzwerven op het mulle zand; maar wees gerust, ik ben geen vleier, doch er zit nog genoeg oud-ridderlijk bloed in mij,
+om niet te schromen eene dame (verschoon mij dat ik dit woord even gebruik) te kwetsen in hare teerste en hoogste rechten;
+bijgevolg zou ik mij wel wachten in ernst een voorstel van dien aard te doen op zulk een bruske manier, en bovenal niet voor
+ik de overtuiging had, dat het minstens in consideratie zou worden genomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, zoo &#8217;t geval zich mocht voordoen, zijt gij gewaarschuwd, maar zoo ik dit voor niets moet houden dan eene doellooze
+scherts, moet ik u toch zeggen, dat ik beter van u verwacht had dan eene aardigheid waar noch geest noch vinding aan is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat was meer dan een <i lang="fr">coup d&#8217;&eacute;ventail</i>: dat was een ferme tik met de rijzweep; maar daar ik mij bewust was dien niet verdiend te hebben, nam ik het koeltjes op
+en vroeg alleen even glimlachend: &#8220;wat recht ik haar gegeven had om reeds nu goede verwachting van mij te koesteren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt lastig,&#8221; hernam zij, &#8220;met dat uitvragen,&#8221; half <a id="d0e1638"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1638">99</a>]</span>verlegen, half met onwil en zij stapte zoo driftig voort, dat ik weer moeite had haar in te halen. Toen gebeurde wat zij zelve
+reeds gevreesd had: de wind dreef zijn spel met haar breedgeranden hoed en rukte dien in eene woeste vlaag op eens van haar
+hoofd, het net mede, waarin het haar was besloten geweest, dat nu in vollen rijkdom en zwaarte neerviel. Prachtige goudblonde
+lokken, die zij zoo maar achteloos als in een wrong tweemaal rondom het hoofd had geslagen, en in den hoed weggestopt, en
+die nu als een golvende sluier van gloeiend goud rondom haar hals en schouders neervielen en het leelijke matrozen-buis bijkans
+onzichtbaar maakten. Nu eerst kon ik haar gansche gelaat onbelemmerd aanschouwen, en het was mij of er eene gedaanteverwisseling
+plaats had. Was dit Majoor Frans! dit de vrouw, waarover zooveel en met zoo weinig achting gesproken werd? Het was bijkans
+onmogelijk: dit hooge, edele voorhoofd, die fijne, levendige, schrandere trekken, die bij diep gevoel, bij de merkteekenen
+van lijden, toch de reinheid en den eenvoud van een kind schenen behouden te hebben, die aantrekkelijke, echt vrouwelijke
+figuur, met haar stralenkrans van lokken, die men eer voor eene Madonna zou laten poseeren dan voor eene Xantippe; moest ik
+daar die ruwe weerbarstige mannenhaatster in zien, die zij zelve zeide te zijn! Het was ongelooflijk. Het was om te verstommen
+van verrassing en bewondering beide; en werkelijk, ik vond geen woord om uit te drukken wat ik gevoelde.
+
+</p>
+<p>Een oogenblik liet zij zich deze zwijgende bewondering welgevallen, en genoot zeker in stilte haar dubbelen triomf, maar plotseling
+riep zij half lachend, half knorrend: &#8220;Gij zijt galant, dat moet ik zeggen! Gij blijft mij in den weg staan om mij aan te
+gapen, in plaats van mij te helpen mijn hoed weer te krijgen, die al een mooi eindje ver voortgejaagd is;&#8221; en vlug als de
+wind zelf ving zij aan, haar <i>flambard</i> na te rennen, die als een elastieke bal werd voortgedreven.
+<a id="d0e1645"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1645">100</a>]</span></p>
+<p>Ik liet mij niet voor de tweede maal porren om deel te nemen aan de kluchtige harddraverij; ik had zelfs het geluk haar v&oacute;&oacute;r
+te zijn en het leelijke hoofddeksel te vatten, juist toen het dreigde diep in het zanddal neer te storten.
+
+</p>
+<p>Triomfantelijk keerde ik mij naar haar toe om het haar terug te geven, maar, o jammer, o schrik! zij was achterover gestort
+in het zand en lag te worstelen met eene hindernis, die haar het opstaan onmogelijk maakte. Ik schoot toe in de grootste onrust.
+Wat was het? In hare vaart had zij vergeten de sleep van haar rijkleed op te houden, die aan den scherpen dorren doornstruik
+was blijven hangen en haar had doen struikelen, had doen vallen, terwijl de rijke lange lokken, in de takken verward, tusschen
+de dorens waren heengeslingerd. Bleek van schrik wilde ik haar helpen om op te staan; zij sloeg het af, en toch, toen zij
+bemerkte wat de hindernis was, moest zij mijn dienst wel aannemen. &#8220;Mag ik?&#8221; vroeg ik met eene stem waarin ontroering trilde.
+&#8220;Ik moet het wel toestaan!&#8221; antwoordde zij met een knorrig gezicht, blijkbaar meer ontstemd dat zij iemands, dat zij <i>mijne</i> hulp noodig had, dan over het ongeval zelf, en toch maar al te zeer overtuigd, dat zij die niet konde missen. Ik knielde
+naast haar neer en trachtte zoo voorzichtig mogelijk de prachtige zijdeachtige vlechten los te winden uit den doornstruik,
+zonder ze te beschadigen. Het duurde een geruimen tijd, en het was een werkje waartoe geduld en kalmte vereischt werden, en
+zij was zeer ongeduldig, en zeer weinig lijdzaam, en wat mij betreft: met den besten wil om mij te haasten, ging het niet
+vlot. Uit vreeze haar te martelen, wilde ik langzaam en zacht te werk gaan, en zij rukte en schudde aan hare gulden leeuwenmanen
+of zij ze uit wilde trekken; dus bedierf ze in &eacute;&eacute;ne seconde door hare drift wat ik in minuten tobbens had veroverd. Intusschen
+praatte en knorde zij voort.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziet gij nu wel! waartoe uw kostelijke raad mij <a id="d0e1655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1655">101</a>]</span>gebracht heeft, ziet gij wel hoe practisch de vinding was, waarvan gij mij afkeerig hebt gemaakt? De kiespijndoek stond leelijk,
+dat erken ik, maar hij beveiligde tegen een ongeval als dit hier; d&agrave;t komt er van dat ik van mijn beginsel ben afgeweken,
+om nooit naar iets anders te vragen dan wat mij zelve paste. Daar lig ik nu als een hopeloos wezen aan de voeten van een kwasie
+redder, die er nog grootsch op zal zijn, dat hij mij zoo&#8217;n kostelijken dienst bewijst.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Trotsch wezen zal hij niet; maar heel dankbaar, dat het eindelijk is gelukt, want gij kunt nu veilig opstaan,&#8221; sprak ik in
+blijden triomf, en stak haar zooals ik mijn recht achtte de handen toe om haar behulpzaam te zijn; maar schichtig als een
+eekhoorntje was zij opgesprongen, en tot loon kreeg ik het verzoek om wat op zij te gaan: zij moest het haar een weinig in
+orde brengen en den hoed opnieuw vastzetten. Het was hard maar billijk, ik mocht geen toeschouwer zijn als zij haar toilet
+maakte. Ik liep vooruit, om haar te doen zien dat ik eerlijk spel speelde, en trok mijne handschoenen weer aan, want mijne
+vingers waren deerlijk geschramd en ik verkoos haar medelijden niet gaande te maken.
+
+</p>
+<p>Zij was in een oogwenk gereed, haalde mij spoedig in en noemde mijn naam, opdat ik zou omzien. De hatelijke doek was er weer
+omgeknoopt, en ik kon er ditmaal niet tegen protesteeren. Uit zich zelve vatte zij nu mijn arm en sprak op haar eigenaardigen
+toon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is om u te beloonen, Leo! dat gij edelmoedig zijt geweest en u niet gewroken hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik mij wreken op u? en waarover? Hoe meent gij dit?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt mij <i>niet</i> uitgelachen om dat zotte ongeval, zooals ik het u heb gedaan om het uwe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;U uitlachen! hoe komt gij er op, Francis! Ik was zoozeer verschrikt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kwaad was er niet bij een val in het mulle zand dan dit eene, dat ik verdiend had aan u: belachelijk te <a id="d0e1674"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1674">102</a>]</span>zijn en bespot te worden. &#8217;t Is waar,&#8221; ging zij voort met een minachtend schouderophalen, &#8220;daar is Majoor Frans genoeg aan
+gewoon om er zich niet meer aan te storen; maar toch, van uwe zijde zou het wettige represaille zijn geweest, en ik waardeer
+het in u, dat gij u onthouden hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar is niets verdienstelijks in. Ik was veel te veel bewogen met uw deerlijken toestand en met dat prachtige haar, dat jammerlijk
+schade had kunnen lijden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, wat dat betreft, dat zou te overkomen zijn; maar ik was in een lastig parket en maakte een gek figuur bovendien. Ik weet
+wel, dat is mij meer gebeurd,&#8221; hervatte zij met zekere luchthartigheid, &#8220;want ik heb nooit lust gehad den sleur te volgen,
+en als men dat niet wil en zich te vrij en te fier acht om alles na te doen en na te spreken wat de anderen elkander nazeggen
+en na&auml;pen, dan raakt men al gauw buiten haar cirkeltje, waarbinnen men veilig is tegen de schampschoten der <i>raillerie</i>, en wordt vogelvrij verklaard.... Zoo is het mij gegaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verschoon de oprechtheid: een weinig door eigen schuld, naar ik vermoed. Eene vrouw behoeft geene apin te worden, die iedere
+mode nabootst; maar zij speelt toch een gevaarlijk spel, met zich al te stout te verheffen tegen het aangenomen gebruik, en
+de publieke opinie te braveeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als de publieke opinie een dwalende is, zie ik niet in waarom eene vrouw zich daaraan zou moeten onderwerpen, Een degelijk
+man, die zelfgevoel had, zou het immers ook niet doen, hoewel ik maar al te goed weet, dat de meesten uwer den zedelijken
+moed missen om van &#8217;t heerschende gevoelen te durven verschillen en bovenal om er voor uit te komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zwakheid en beginselloosheid in een man is verachtelijk, ik erken het, maar wat lafheid moet genoemd worden in ons, wordt
+beminnelijke meegaandheid bij u; inconsequenties worden ulieden veel lichter vergeven dan <a id="d0e1689"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1689">103</a>]</span>bizarrerie: men onderwerpt zich aan uwe caprices, mits gij ze weet te kleeden in den vorm die koers heeft; maar men staat
+u niet toe te zondigen tegen het gebruik, dat nu eenmaal wet is geworden. Ik zeg niet dat het volkomen billijk is, maar toch,
+het heeft zijne goede zijde.... de wereld is nu eenmaal niet anders, en met tegenstribbelen verandert gij haar toch niet....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wie zegt u dat ik de wereld zou willen veranderen?&#8221; riep zij opstuivend. &#8220;Daar heb ik mij nooit mee ingelaten, maar
+ik verkies nu eenmaal niet, mij te schikken naar hare bespottelijke exigentie, ziedaar alles.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed! maar wat brengt u dat verzet, dat op geen beginsel rust en alleen van persoonlijken tegenzin uitgaat?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik u al gezegd: vogelvrijverklaring, uitbanning; een vonnis dat ik nooit rechtvaardig zal noemen, maar dat ik met
+blijdschap heb aanvaard. <i lang="fr"><span id="d0e1698" class="corr" title="Bron: A">&Agrave;</span> vrai dire</i>, niemand legde mij ballingschap op, maar er zijn omstandigheden waaronder men die uit zich zelve kiest,&#8221; eindigde zij, terwijl
+de toon van overmoed, dien zij even te voren gevoerd had, tot dien van doffe neerslachtigheid daalde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zulke omstandigheden kunnen er zijn, dat geef ik u toe, maar zonder dien drang was de maatregel op zich zelf verkeerd. Wie
+hervormen wil, blijft en staat voor zijne zaak; wie heengaat, verlaat haar en geeft haar op.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan hervormen heb ik in &#8217;t geheel niet gedacht; wat ik zou gewenscht hebben was alleen het recht mij zelve te mogen zijn,
+zonder aangegaapt te worden als het kalf met twee koppen op de boerenkermis; maar de zaak was mij de moeite niet waard om
+er voor te vechten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is vechten &egrave;n vechten; gij vrouwen hebt uwe eigenaardige wapenen. <i lang="fr">Bataille de dames</i> is een allerliefst blijspel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar waarin de heeren althans niet de zegepraal wegdragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat bedoel ik ook niet; alleen die wordt behaald door <a id="d0e1715"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1715">104</a>]</span>echt vrouwelijke middelen: niet met alles te braveeren met een <i lang="fr">air de matamore</i> aan te nemen, maar met haar invloed te laten gelden, met zoetjes en zachtjes aan telkens eene schrede te winnen, met te behagen
+en zich beminlijk voor te doen; dit zijn, geloof mij daarin, de beste wapenen in zulken strijd, en die vrij wat zekerder doel
+treffen dan het inroepen van rechten en de eisch der gelijkstelling die door sommigen uwer zoo onvoorzichtiglijk wordt gedaan,
+en die op de bitterste teleurstelling zal uitloopen, zoo zij eenmaal wordt ingewilligd!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Advocaat!&#8221; sprak zij hoofdschuddend, &#8220;en nog wel voor eene zaak die niet aan de orde is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe meent gij dit?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ik mij volstrekt niet inlaat met de kwestie die gij daar opwerpt. Ik heb wel wat anders te doen; maar &#8217;t is niet meer
+het oogenblik om daarover te praten, want daar ginds ligt de Werve; als we dat pad langs die heg van meidoorns inslaan, zijn
+wij er binnen vijf minuten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik volgde met het oog hare aanduiding en zag, toen wij van de heide afstegen, een ouden stompen toren zonder spits; de ru&iuml;ne
+van het middeleeuwsch kasteel, dat men ter zijde had laten liggen toen men het nieuwe ging opbouwen, vertelde Francis. Daarop
+hield zij mij even staande. &#8220;Luister, Leo! ik heb nog een en ander met u te spreken eer ik u binnenleid. Vooreerst, zeg mij
+ronduit wat de eigenlijke rede is van uw bezoek aan den generaal!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik u reeds gezegd. Ik wil kennis maken met de familie mijner moeder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En als die kennismaking niet meevalt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heengaan, en zien wat tijd en omstandigheden kunnen uitwerken tot.... verzoening....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik geloof niet, dat de onverzoenlijkheid daar ginds zich zal uitstrekken tot u,&#8221; hernam zij met zekere goelijkheid,
+&#8220;als gij maar niet den armen, ouden man met zaken komt lastig vallen....&#8221;
+<a id="d0e1736"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1736">105</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik heb het u immers verzekerd, dat ik voor zaken een procureur zou gebruiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, kom dan mee, maar ik moet u vooraf waarschuwen, dat gij den generaal niet alleen zult vinden. Kapitein Rolf, een oud
+officier <i lang="fr">en retraite</i>, is bij ons ingekwartierd op de Werve; mogelijk komt hij u wel wat ruw en ongemanierd voor, want hij is een soldaat van fortuin
+die geene opvoeding gehad heeft, dan in de kazerne; maar zijn hart is goed en.... mijn grootvader kan niet buiten hem.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij dan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, mij hindert dat niet: ik ben er aan gewoon. Ik waarschuw u slechts omdat gij uit den Haag komt. Vergelijk mijn kapitein
+Rolf niet met de aristocratische officieren van het regiment Grenadiers en Jagers. Hij is een oud gediende, die eigenlijk
+als onderofficier met de ch&ecirc;vrons en de medaille van dertigjarigen dienst had moeten gepensionneerd zijn, ware hij niet, met
+de Willemsorde begiftigd, uit consideratie op zekeren dag tot luitenant benoemd, en uit gelijke oorzaak ten laatste met kapiteinsrang
+gepensionneerd. Onze wijze van met elkaar om te gaan zal u mogelijk wat bevreemden, wat ergeren, maar.... hij noemde mij reeds
+zijn overste toen ik nog een kind was, en vloog op mijne wenken, en dat doet hij n&oacute;g, zooveel zijn stijf been en zijn rheumatisme
+het toelaten, in &eacute;&eacute;n woord: hij is mijn factotum. Visschen is zijn hartstocht sinds hij de jacht er aan heeft moeten geven;
+ik gebruik hem tot pluimgraaf, en bij ontstentenis van de keukenmeid zou hij de biefstuk bakken en de soep koken, liever dan
+het met een stuk brood te doen, want hij is een gastronoom van het eerste nummer. Sinds hij tijd en gelegenheid heeft om over
+het groote vraagstuk: &#8216;wat zullen wij eten?&#8217; na te denken, is het bij hem hoofdzaak geworden, en helaas bij mijn grootvader
+niet minder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En er is dan verder niemand anders waar gij wat aan hebt?&#8221;
+<a id="d0e1750"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1750">106</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wie anders zou er zijn? Wij gaan hier met niemand om, en daar zijn goede redenen voor; de domin&eacute; komt eenmaal &#8217;s jaars, en
+de burgemeester, al zou hij komen, wordt niet toegelaten, want hij is een vijand en een spion! Hunne vrouwen en dochters zie
+ik niet en wil ik niet zien; &#8217;t is al erg genoeg als zij mij &#8217;s Zondags in de kerk zitten aan te gapen. Gij ziet dus waar
+het op neerkomt voor mij. Ik leef tusschen de beide grijsaards in, dat kan niet anders, en.... dat is ook heel goed,&#8221; eindigde
+zij met eene berusting, die zoo volkomene hopeloosheid uitdrukte, dat zij, zonder dit te bedoelen mij de diepste meewarigheid
+inboezemde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus ook geene log&eacute;es van uw leeftijd, geene enkele vriendin waarmee gij sympathiseert?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou er nog aan mankeeren&#8212;dames! log&eacute;es hier binnen te halen!&#8221; sprak zij met bitterheid; &#8220;en wat vriendinnen aangaat,
+die heb ik nooit gehad, nooit willen hebben; ik weet te veel wat de vriendschap der vrouwen is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe! gij veracht de mannen, gij haat de vrouwen, gij verwerpt dus het gansche menschelijke geslacht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Op zulke wijze, dat ik mijn vermogen om lief te hebben, heb verzet op paarden en honden, meent gij? Dat juist niet. Ik wil
+enkelen niet voor allen laten gelden, maar het is mijne schuld niet dat ik nogal scherp zie, en &#8217;t geen ik heb waargenomen
+bij de exemplaren die mij onder de oogen zijn gekomen, geeft mij, ik erken het, geen hoog gevoelen van de soort, zoodat ik
+met zeer weinig reverentie zie op hen die zeggen dat ze de heeren der schepping zijn, en met niet de minste sympathie op hunne
+schoone wederhelften! Als Shakespeare waarheid zegt, dat de engelen schreien om de jammerlijke trekken die de menschen uitspelen
+tijdens hun kort daarzijn, is het niet vreemd dat ik, die geen engel ben, maar die evengoed allerlei jammerlijks aanschouw,
+mij met walging afkeer! Ik wil wel gelooven, Leo! dat er nobele mannen, en waardige vrouwen bestaan, maar die zijn excepties;
+en ik behoor tot de misdeelden, die deze onschatbare <a id="d0e1761"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1761">107</a>]</span>uitzonderingen niet heb mogen aantreffen, of als ik meende ze ontmoet te hebben, voor die lichtgeloovigheid met bittere teleurstelling
+werd gestraft....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mogelijk ligt een deel van deze misfortuin aan u zelve, Francis,&#8221; sprak ik zacht maar met nadruk; &#8220;gij hebt verkeerd gezocht,
+of zijt niet op de rechte wijze met uw onderzoek aangevangen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe meent gij dat?&#8221; vroeg zij meer getroffen dan vertoornd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het wel zeker, dat gij met zelfonderzoek, met zelfkennis zijt begonnen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij zweeg een oogenblik in nadenken verdiept en zuchtte; daarop hervatte zij, mij met zekere vastheid in den blik aanziende,
+alsof zij mijne innigste gedachten wilde peilen: &#8220;Gij schijnt een ernstig man te zijn; gij hebt karakter, zoo ik mij niet
+bedrieg; het is zeldzaam genoeg om gewaardeerd te worden, waar men het vindt; nu dan, ik zal u vertellen, hoe ik begonnen
+ben, maar.... nu niet, want daar ligt het kasteel voor ons en de dorpsklok slaat &eacute;&eacute;n uur. Ik vrees dat men mij met ongeduld
+zal gewacht hebben, en dat het halve garnizoen al op het voorplein post heeft gevat om naar mij uit te zien. &#8217;t Is lang niet
+zeker, dat ik met krijgseer zal worden verwelkomd. N&uacute;, dat doet er niet toe; volg mij, deze brug over, die poort door; gij
+ziet, de brug is niet ongenaakbaar, wij zouden geen beleg kunnen uithouden.&#8221; Al sprekende had zij mijn arm losgelaten, en
+liep vooruit met zoo&#8217;n snellen stap, dat het bijkans een drafje geleek. Ik, wat langzaam haar na, eene feodale ophaalbrug
+over die blijkbaar sinds lang tot onbewegelijkheid was veroordeeld; in gelijken toestand verkeerde de groote poort; de zware
+geheel met ijzeren bouten en scherpe pinnen bezette deur hing in de verroestte hengsels, zonder dat men zich de moeite getroost
+had haar weg te nemen, om dit teeken van verval te verbergen. Waartoe ook? De dikke, bijkans in puin vallende ringmuur, was
+al niet meer aan de poort <a id="d0e1771"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1771">108</a>]</span>verbonden, en de voormalige schietgaten waren tot wijde spleten opengesperd, waardoor een reus kon binnengaan. Tijd om verder
+rond te zien was er niet, maar het voorplein optredende, viel mij terstond het hoofdgebouw in het oog, dat ondanks zekere
+merkteekenen van verwaarloozing nog een grootschen indruk maakte. Het moet vernieuwd zijn in de dagen van onzen stadhouder
+Willem&nbsp;III, want het was geheel opgetrokken in den rijken en deftigen, al was het ook wat gemanireerden stijl dier dagen,
+en toen was het uit eene ruime hand gegaan; maar de nazaten van die onbekrompen bouwheeren hadden wat al te veel op de werken
+hunner voorvaderen gerust, en de degelijkheid van den achttiende-eeuwschen bouwtrant, niet hunne zorg, was oorzaak dat het
+geheel nog niet het aanzien had eener jammerlijke ru&iuml;ne. Het middengedeelte dat <i lang="fr">en rotonde</i> gebouwd was en eenigszins vooruitstak, was nog tamelijk goed onderhouden, maar kennelijk uit eene schrale beurs; de rijke
+ornamenten boven de vensters en de dubbele deur, die eenmaal verguld moeten geweest zijn, waren nu met een dun geel verfje
+overtogen, en de glanzige kleine ruiten van purper spiegelglas waren door gewoon vensterglas vervangen. De meer achterwaarts
+gelegen zijvleugels waren prijsgegeven aan eene verwaarloozing, die het waarschijnlijk maakte, dat ze niet meer bewoond werden,
+althans de bovenverdieping die geheel verveloos was, en waar de ruiten, door tijd of toeval gebroken of gebarsten, niet eens
+meer vernieuwd waren; enkelen daarvan had men eenvoudig met grauw papier toegeplakt; voor anderen was die moeite niet eens
+genomen, zeker uit zorg voor goede luchtverversching!
+
+</p>
+<p>Maar het spreekt wel vanzelve, dat ik alleen vluchtige opmerkzaamheid kon geven aan hout en steen; reeds v&oacute;&oacute;r ik het breede
+perron optrad, met de gebroken vazen waarin Alo&eacute;s vegeteerden, kwam het &#8220;halve garnizoen,&#8221; zooals Francis zich uitdrukte,
+ons te gemoet in den persoon van den kapitein, dien ik terstond als den oud-militair <a id="d0e1778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1778">109</a>]</span>zou herkend hebben, al ware ik er niet op voorbereid geweest, wien ik zien zoude. Al droeg hij de burgerkleeding, blauwe jas
+en pantalon:&#8212;het vest hoog aan de keel toegeknoopt en de zwarte stropdas, die hij zich nog niet had kunnen ontwennen en die
+identiek was met zijn persoon, zooals zijne Willemsorde en zijn metalen kruis,&#8212;zijne rechte, vaste houding ondanks het stijve
+been, dat het gebruik van een stok noodzakelijk maakte, en de politiemuts die hij w&agrave;t kranig op &eacute;&eacute;n oor had gezet, alles duidde
+in hem den oudgediende aan, die nog maar ten halve in zijne abdicatie berustte. Hij scheen een man van diep in de vijftig,
+die nog pikzwart haar had en een donkeren knevel, lang en puntig <i lang="fr">&agrave; la Napol&eacute;on</i> en stijf uitstaande <i lang="fr">&agrave; force</i> van cosmetiek. Zijne hoogroode kleur en bruine brutale oogen, zijne harde trekken met iets grof sensueels in de uitdrukking,
+vooral door de dikke, roode lippen en de zware korte kin, gaven iets ruws en gemeens aan zijn voorkomen, zoodat hij werkelijk
+veel meer had van een sergeant-majoor, die na eerlijk gepasporteerd te zijn, een baantje bij de politie heeft gekregen, dan
+van een officier, die eens aan het hoofd zijner compagnie heeft gestaan en die eene eervolle rust geniet. Maar Francis had
+mij reeds gewaarschuwd dat ik niet te veel aan het uiterlijke moest hechten, en ik was voornemens mij over niets te ergeren
+noch boos te maken, om ongehinderd mijne waarnemingen te kunnen doen.
+
+</p>
+<p>Leunende op zijn stok, en eene lange duitsche pijp in den mond, waaruit hij dapper dampte, kwam hij op ons toe, bracht even
+de hand aan de muts, en het was inderdaad eene vreemde wijze waarop hij ons verwelkomde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel weergaasch, Majoor! wat is d&agrave;t? Hebt gij een krijgsgevangene gemaakt? of krijgen we inkwartiering?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een bezoek aan den Generaal, kapitein,&#8221; hernam Francis, voortstappende en mij een wenk gevende haar te volgen, zonder de
+moeite te nemen mij voor te stellen.
+<a id="d0e1792"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1792">110</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Een verduiveld slecht ontbijt gehad! een half uur op de freule gewacht, de eieren te hard, de biefstuk als leer, Zijne Excellentie
+uit zijn humeur, en dat alles omdat de freule goedvindt op een ongelegen tijd uit te rijden, ridder te voet thuis te komen
+en den held van dat mooie avontuur in triomf mee te brengen in de vesting,&#8221; bromde de kapitein op half knorrigen, half schertsenden
+toon, terwijl hij ons achterna liep. Zich naar hem omkeerende sprak Francis:
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat alles, omdat <i>uw Majoor</i>,&#8221; zij drukte zonderling op den titel, &#8220;het genoegen heeft gehad Jonker Leopold van Zonshoven te ontmoeten, haar neef; laat
+u dat genoeg zijn, en als ge verder te klagen hebt, brengt het dan maar op het rapport.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij stapten de vestibule binnen, waar wij den huisknecht vonden, die de deur had opengedaan en die voor ons uitweek, op militaire
+wijze de hand aan de muts brengende; ondanks zijn livreirok droeg hij nog de soldatenpantalon, zoodat men niet veel waagde
+met de onderstelling, dat hij vroeger den generaal als oppasser had gediend; na even aangetikt te hebben opende hij nu voor
+ons de deur van het salon, een ontzaggelijk ruim vertrek met goudleer behangsel, waar de generaal in een hooggerugden leuningstoel
+zat te dommelen; dat laatste bewees zijn ietwat verschrikt opstaan, toen wij hem al vrij dicht genaderd waren, want Francis
+was met sparende liefde zachtjes binnengetreden, en ik had er te veel belang bij, hem op mijn gemak gade te slaan, om niet
+haar voorbeeld te volgen; maar de luidruchtige stap van den kapitein, die goed vond ons achterna te loopen, wekte hem uit
+zijne <i>si&euml;sta</i>.
+
+</p>
+<p>Wel verre van het voorkomen te hebben, dat ik mij had voorgesteld van den kloeken onhandelbaren <i lang="fr">pourfendeur</i>, die oud-tante Roselaer op allerlei wijze ergernis had gegeven, zag ik voor mij een kleinen mageren grijsaard, wiens gelaat
+zoowel als zijne gestalte iets fijns en gedistingueerds had. Een lange rechte neus, dunne <a id="d0e1810"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1810">111</a>]</span>bleeke lippen, niet eens een knevel rondom den ingevallen mond, zacht blauwe oogen, die iets dofs en slaperigs hadden, dat
+mogelijk slechts tijdelijk was, maar dat ook wel het gevolg kon zijn van afmatting en gedruktheid; zilvergrijze haren hingen
+in lange eenigszins krullende vlokken om zijne slapen; hij was gehuld in een verkleurden damasten chambercloak, waaronder
+een helder wit vest te voorschijn kwam, terwijl een zwarte zijden foulard den mageren hals vermomde; zijne fijne handen waren
+blank ondanks hunne dorheid en de sterk uitkomende aders; hij droeg een breeden gouden ring met een wapen in cornalijn gesneden,
+die tot cachet konde dienen en dien hij met zekere zenuwachtige beweging heen en weer schoof onder het spreken.
+
+</p>
+<p>Daar was niets van den krijgsbevelhebber meer in den man, dien ik nu voor mij zag, dan alleen eene zekere deftige wellevendheid,
+die bewees dat hij als hoofdofficier in de hoogste kringen had verkeerd.
+
+</p>
+<p>Een onbeschrijfelijk gevoel van meewarigheid overmeesterde mij bij het zien van dien zwakken, door zorg en lijden diep neergebogen
+grijsaard, een indruk nog te meer versterkt door de bijgedachte, dat ik het instrument zou moeten zijn, om hem den genadeslag
+te geven, tenzij Francis.... maar reeds stelde deze mij voor aan haar grootvader op hare eigenaardige wijze.
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootvader, ik breng u Jonker Leopold van Zonshoven, dien gij eens hartelijk welkom moet heeten, want hij is eene curiositeit
+in de familie!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Familie! Jonker van Zonshoven, ah! ja! ik herinner mij, ik begrijp,&#8221; antwoordde deze op een toon van verbazing en verlegenheid,
+die duidelijk bewees, dat hij volstrekt niet op de hoogte was; maar toch, hij boog zich beleefd en stak mij de hand toe, die
+ik niet nalaten kon met zekere hartelijkheid te drukken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neem toch plaats, Jonker,&#8221; sprak hij, naar een stoel wijzende, waartegen de kapitein stond te leunen met een air of hij plan
+had mij dien te betwisten.
+<a id="d0e1822"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1822">112</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Excuseer, grootpa, neef Leopold en ik hebben een uur lang op de heide rondgesukkeld, wij zijn bek af en rammelen van den
+honger; wij komen bij u praten als wij eerst gezien hebben of de kapitein ons nog wat van het <i lang="fr">d&eacute;jeuner</i> heeft overgelaten.... Is er nog gedekt, Frits?&#8221; vroeg zij, zich tot den bediende richtend, die tot hare orders wachtend was
+blijven staan.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is bij half twee, freule!&#8221; antwoordde deze, met zekere verlegenheid de schouders ophalend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk, Frits, &#8217;t is de regel van het huis: wie niet op het app&egrave;l is wordt niet meegeteld; breng ons hier dan maar
+wat brood en koud vleesch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En een glas port voor de heeren,&#8221; voegde de kapitein er bij.
+
+</p>
+<p>Terwijl Frits zich verwijderde om aan die orders te voldoen, ging de kapitein vlak voor mij staan, terwijl hij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Pardon Jonker! ik moet u eens goed opnemen; een jonkman die zoo in eens bij onzen Majoor in gratie is geraakt moet al heel
+wat bijzonders zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ware ik met den ongemanierden snorbaard alleen geweest of onder vreemden, ik zou geweten hebben hoe zijne impertinentie te
+beantwoorden; dan, tegenover den generaal, tegenover Francis, die mij op ergernissen had voorbereid en stilzwijgend lankmoedigheid
+had aanbevolen, aarzelde ik hem het antwoord te geven dat hij verdiend had, toen de generaal inviel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Kapitein!&#8221; er klonk gezag in den toon, ondanks de zachte stem van den grijsaard, &#8220;er zijn aardigheden, die er onder ons door
+kunnen, maar gij schijnt te vergeten dat wij nu <i>niet</i> onder ons zijn, en dat gij Freule Mordaunt mankeert....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat ik haar Majoor noem, nu zij ons op eens met iemand van de familie in de flank valt; excuseer mij, Excellentie, maar
+dan had men mij vooruit de consigne moeten geven, nu.... zal de memorie mij parten spelen.&#8221;
+<a id="d0e1847"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1847">113</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Het komt er niet op aan, grootpa!&#8221; viel Francis in, &#8220;op zijn leeftijd zal hij toch wel bij al zijne kwade gewoonten blijven,
+al zou men kunnen eischen dat hij het respect voor de kleindochter van generaal von Zwenken niet vergat, omdat hij haar als
+kind de exercities heeft geleerd. Maar als gij naar &#8217;t consigne van den dag vraagt, kapitein! let er op, het is dit: beleefdheid
+jegens mijn gast, die, naar ik meen, nooit een degen heeft gedragen, maar toch, daar geef ik u mijn woord op, niet van &#8217;t
+humeur is om met zich te laten spotten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik boog tegen Francis, &#8217;t geen mij de gelegenheid gaf, den kapitein den rug toe te keeren zonder kennelijk opzet, daar het
+mij duidelijk werd, dat de gemeenzame voet waarop hij met Francis stond van hare kindsheid af, en de zonderlinge manier waarop
+zij met hem omsprong, zijne ongepaste aardigheden bijkans wettigden; dat men zijne uitvallen zoomin als de hare in vollen
+ernst moest opvatten, en dat zijne bedoeling beter was dan zijne wijze van die uit te drukken.
+
+</p>
+<p>Toen Frits met den portwijn was gekomen, schonk de kapitein drie glazen boordevol, presenteerde het eerste aan mij en den
+generaal, en het zijne opheffende sprak hij ruw goedhartig: &#8220;de gezondheid van onzen waardigen commandant en uw welkomst,
+Jonker! &#8217;t Is van harte gemeend; geloof dat wij hier snakken naar een nieuw gezicht, maar.... de Majoor heeft niet alle dagen
+zulk eene luim van gastvrijheid, daar kan je staat op maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik trachtte Francis aan te zien, om den indruk waar te nemen dien deze opmerking bij haar zou teweegbrengen&#8212;maar zij had zich
+van mij afgekeerd om wat brood en koud vleesch voor mij klaar te maken en wipte daarop de kamer uit, zonder meer notitie te
+nemen van &#8217;t geen Rolf zeide dan van &#8217;t gebrom eener vlieg.
+
+</p>
+<p>Wat mij aangaat, ik had te veel behoefte aan eenige verkwikking, om niet met den kapitein aan te stooten en gebruik te maken
+van &#8217;t geen hare zorg mij had bereid. Toch haastte ik mij, want ik achtte het onbeleefd <a id="d0e1858"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1858">114</a>]</span>den generaal dus zonder toespraak te laten, die inmiddels opnieuw wat sluimerziek scheen geworden; maar het bleek mij toch
+dat hij sluimerde als een poes die niet op haar gemak is, met half geopende oogen. Zoo ras hij waarnam, dat mijn eetlust genoegzaam
+was voldaan, wenkte hij den kapitein, die niet naliet mij opnieuw in te schenken, en fluisterde dezen iets in, waarop hij
+zich verwijderde, na mij nog eens met een onrustigen en nieuwsgierigen blik te hebben gadegeslagen.
+
+</p>
+<p>Toen wij alleen waren, richtte de generaal zich op uit zijne lustelooze houding en sprak mij toe met zekeren deftigen ernst:
+
+</p>
+<p>&#8220;Een woordje onder ons, Jonker! als &#8217;t u belieft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik boog mij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wees zoo goed hier naast mij te gaan zitten; ik ben een weinig hardhoorig.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen ik voldaan had aan zijn verlangen, ving hij aan:
+
+</p>
+<p>&#8220;Vergeef mij dat ik u een vraag moet doen, die u eenigszins ongepast kan voorkomen.... Is het voor de eerste maal dat gij
+mijne kleindochter hebt ontmoet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, generaal! en de ontmoeting, die zeer toevallig was, was heel gelukkig voor mij.&#8221; Ik gaf hem eene kleine schets van mijn
+kruistocht naar de Werve.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu! dat verheugt me,&#8221; sprak de grijsaard met een zucht van verlichting. &#8220;Ik vreesde, om u de waarheid te zeggen, dat er iets
+achter stak. Mijne kleindochter heeft veel goeds, dat mag ik met waarheid zeggen, maar zij heeft zoo hare eigenaardigheden;
+zij kan wel eens wat brusk uitvallen en heeft zekere zucht om alles te wagen en alles te braveeren, die haar al menige ongelegenheid
+heeft berokkend, al menige vijandschap op den hals gehaald heeft; ik vreesde dat er tusschen u en haar iets voorgevallen was,
+dat zij nu trachtte goed te maken, zooals dat haar meer gebeurt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De Freule heeft niets bij mij goed te maken, generaal! en de welwillendheid waarmee zij mij hier eene goede ontvangst heeft
+toegezegd, moet ik te meer waardeeren, <a id="d0e1878"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1878">115</a>]</span>sinds zij niet de gewoonte heeft uit banale hoffelijkheid te handelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wenschte wel dat zij die gewoonte wilde aannemen,&#8221; hervatte de grijsaard met een zacht hoofdschudden, &#8220;doch wat u betreft,
+wees verzekerd, dat ik hare toezegging niet te schande zal maken; gij zijt mij van harte welkom; maar verklaar mij toch iets:
+Francis zegt dat gij van de familie zijt, en ik herinner mij wel dat ik indertijd een van Zonshoven heb hooren noemen, die
+aan mijne overledene vrouw was geparenteerd, maar &#8217;t is al zoo lang geleden, dat ik waarlijk niet meer weet hoe dat in elkander
+zit!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne grootmoeder was eene freule van Roselaer, generaal!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ah! juist, van moeders zijde alzoo; zij moet getrouwd zijn met een Fransch edelman, zoo ik mij niet vergis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De baron d&#8217;Hermaele was van Belgische afkomst, generaal!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja, maar wij waren toen midden in den Franschen tijd, en men nam het zoo straf niet op met de nationaliteiten. Ik herinner
+mij nu heel goed de bezwaren die mijne vrouw maakte om ter receptie te gaan, uit oorzaak van brouillerie met freule Sophie....
+Ik zette het door, omdat men de convenances in acht moest nemen, uit aanzien van den baron d&#8217;Hermaele, die aan onzen prefect
+was geparenteerd. Het jonge paar vertrok naar een der zuidelijke departementen, en ik heb er niet meer van gehoord. Later,
+tijdens de regeering van Koning Willem I, vernam ik van derden, dat de baron d&#8217;Hermaele in hooge gunst was geraakt bij den
+Koning.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die gunst heeft de ongelukkige edelman duur genoeg geboet, daar zij oorzaak was dat hij trouw hield aan zijn vorst tijdens
+den Belgischen opstand, &#8217;t geen hem door zijne familie zeer kwalijk werd genomen, en, wat erger was, den haat van het gepeupel
+op hem vestigde, in die mate dat men zijn kasteel in de nabijheid van Laeken plunderde en verbrandde en hem zelven, die zich
+<a id="d0e1892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1892">116</a>]</span>kloekmoedig tegen die baldadigen verzette, op gruwelijke wijze vermoordde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Weer een van die feiten uit dien tijd van jammer en verwarring, die ik mij nog zoo goed kan voorstellen. Mijne soldaten brandden
+van verlangen om de muiters en plunderaars naar verdienste te straffen, maar ongelukkig werd hun lang, veel te lang werkeloosheid
+opgelegd; dan, ik wil mij nu niet meer in die ergernissen verdiepen. Wat is er van de weduwe en hare kinderen geworden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij was het met de haren ontkomen en keerde naar Holland terug met haar zoon en zeven dochters, waarvan de oudste verloofd
+was met jonker van Zonshoven. Het huwelijk ging door ondanks de bezwarende tijdsomstandigheden; ik ben hun eenigen zoon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, dan ben ik zooveel als uw oud-oom, jonker!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die berekening heb ik ook gemaakt! en daarom....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Komt gij mij toch niet over familiezaken spreken, wil ik hopen?&#8221; vroeg hij in zichtbare onrust.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar mijn waarde heer oud-oom! men kan immers wel over familieaangelegenheden spreken, zonder dat het juist onaangename moeten
+zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm, ja! ik merk wel dat gij een van Zonshoven zijt, en sinds lang vreemd aan de jammerlijke veeten die de Roselaers hebben
+verdeeld. Zij hebben elkander in letterlijken zin niets gedaan dan bijten en vereten, op zulke wijze dat er schatten verloren
+zijn gegaan in processen, en dat Francis en ik n&ograve;g lijden onder de nawee&euml;n.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil het gelooven, beste oom! maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar uwe moeder was al eene d&#8217;Hermaele, dat stelt mij gerust; doch zoo &#8217;t anders ware, zoo gij een ander bericht kwaamt brengen,
+dat voor Francis pijnlijk zou kunnen zijn of beschamend voor mij; ik weet het, men betwist tot de geldigheid toe van mijn
+huwelijk in Zwitserland; of zoo het geldzaken betreft, waarin ik of iemand der mijnen betrokken kon zijn, dan bid ik u, wees
+zoo edelmoedig en spaar het haar zoolang het haar <a id="d0e1912"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1912">117</a>]</span>gespaard kan worden. Ik ben oud en al zoo gebogen onder den last des levens, dat ik er nog wel wat bij dragen kan, al ben
+ik er bijkans onder versuft; mogelijk weet ik er wel iets op te vinden om een gat te stoppen of iets dat dreigt af te leiden;
+alleen wees oprecht met mij en zegt het mij ronduit in vertrouwen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, generaal! ik zou daar veel op kunnen antwoorden, maar verschoon mij voor dit oogenblik. Freule Mordaunt heeft mij dezelfde
+vraag gedaan, met de goede bedoeling om u <i>zelf</i> mogelijke onaangenaamheid te sparen, en ik heb haar geantwoord naar waarheid, dat ik kennis kwam maken in de hoop de familiebetrekkingen,
+die al vrij los geworden zijn, nader aan te binden. Zij heeft mij de eer gedaan zeker vertrouwen te stellen in mijne loyauteit
+en mij eene exceptie genoemd in de familie. Wil gelooven dat ik een oprecht verlangen koester om mij dat vertrouwen en die
+gunstige onderscheiding waardig te maken en ik verzeker u dat het mijn grootste triomf zoude zijn, zoo een van Zonshoven het
+geluk mocht hebben de wonden te heelen, voorheen door de Roselaers geslagen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zou er veel moeten gebeuren, mijn beste jonker!&#8221; hernam von Zwenken met een zwaarmoedig hoofdschudden, &#8220;maar toch, reeds
+de wensch is prijzenswaardig.&#8221; Na een oogenblik peinzens hervatte hij: &#8220;De waarheid, dat geld de zenuw is van den oorlog,
+moet in dezen ook gelden voor den vrede. Uwe ijverigste pogingen zouden vruchteloos zijn, zoo dit element ontbrak, en toch
+.... houd mij ten goede zoo ik mij vergis, en toch vrees ik dat de van Zonshovens op dit punt schraal zijn bedeeld. In mijne
+herinnering werden zij geacht te behooren tot de specialiteit die men <i lang="fr">la noblesse besoigneuse</i> noemt. Waardige lieden, maar die in de noodzakelijkheid waren geraakt om naar winstgevende ambten en bedieningen te staan,
+ten einde te kunnen leven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is volkomen waar, generaal! en mijn vader maakte in dezen gansch geene exceptie; daarbij was hij <a id="d0e1926"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1926">118</a>]</span>zooals ik gezegd heb, getrouwd met eene dier zeven freules d&#8217;Hermaele, die bij den Belgischen opstand alles had verloren,
+en leven moesten van het pensioen, dat hare moeder genoot en dat welhaast met dier overlijden voor haar verloren ging.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En deed de Koning niets voor de freules?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat wilt gij, beste oom? De eenige zoon was vorstelijk voortgeholpen, maar stierf in den bloei des levens en liet zelf een
+gezin na. Wat verdienstelijks hadden die meisjes nog voor Koning Willem&nbsp;II, dat deze geheugen moest houden van de trouw door
+haar vader den zijnen bewezen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is wel zoo, maar toch, het behoort tot de naaste plichten der vorsten, om de digniteit van den adel te helpen ophouden;
+en wat brengt in dieper vernedering dan de armoede?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben het met u eens dat de armoede eene zware beproeving is voor elk mensch, en niet het minst in onzen stand, beste oom!
+maar eene vernedering behoeft zij voor niemand te zijn. Het geheim om rijk te worden wordt dikwijls niet gevonden, dan met
+het verlies van zekere achting voor zich zelven, en het komt naar mijn gevoelen allereerst den adel toe om hier op het <i lang="fr">noblesse oblige</i> te letten en zich zelf niet te kort te doen. Ook daarom kan ik het niet goedkeuren, dat men als edelman liever alles wacht
+van vorstengunst, en alles <i>afwacht</i> wat deze <span id="d0e1942" class="corr" title="Bron: pleegt">oplegt,</span> dan zich mannelijk boven zekere ingeroeste vooroordeelen te verheffen en door eigen energie en werkkracht te verwerven, wat
+men <i>juist om zijne digniteit te handhaven</i>, niet met de hand op te houden, moest willen aftroonen. Ik voor mij heb daar ten minste zoo over gedacht, en naar dat beginsel
+gehandeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met die uitkomst dat gij, volgens de traditi&euml;n uwer voorzaten, naar den een of anderen post hebt gestaan?&#8221; vroeg von Zwenken
+wat verdrietelijk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot hiertoe niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar daar valt mij iets in, op dit oogenblik is er een <a id="d0e1954"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1954">119</a>]</span>van Zonshoven minister van buitenlandsche zaken,&#8221; hervatte de generaal; &#8220;dat moet, indien ik mij niet bedrieg, een vermogend
+man zijn; in welken graad zijt ge met hem verwant?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is mijn oom.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, dat is zoo kwaad niet; met een post bij het een of ander gezantschap derogeert men niet, en bij wat talent en goede
+relaties komt men dan licht verder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat stem ik u toe, en ik beken u dat ik in zekere zwakke momenten er wel eens over gedacht heb; maar die oom is juist de
+man, die, om maar eene zaak te noemen, door zijn huwelijk met een meisje dat noch geest, noch hart, noch beschaving had: den
+koffiekleurige dochter van een schatrijken Oosterling, zich de millioenen van den nabob heeft toege&euml;igend, zonder de arme
+vrouw iets meer te geven dan zijne hand en zijn naam.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is inderdaad eene jammerlijke m&eacute;salliance; maar waaruit volgt voor u, dat gij een oom hebt die schatrijk is en kinderloos?&#8221;
+eindigde hij vragenderwijze.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker, en nu al op leeftijd; maar met wien ik gebrouilleerd ben en zal blijven zoolang ik het eene laagheid zal achten, om
+kniebuigingen te maken voor hem ter verzoening.&#8221;
+
+</p>
+<p>De generaal schudde het hoofd. &#8220;Nog altijd wat bloed van de Roselaers.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! de van Zonshovens waren nooit haatdragend, maar fier, en ziet gij, generaal! al heb ik in de wieg niet met tientjes
+kunnen spelen, ik heb geleerd dat er betere trots is dan adeltrots; ik heb geleerd dat men geen Cresus behoeft te zijn om
+zijne onafhankelijkheid te bewaren, die ik had moeten opgeven als ik mij in de armen geworpen had van dien oom, maar die ik
+nu heb behouden door eigen werkzaamheid, door sober te zijn en met overleg te handelen, door mij geene behoeften te scheppen
+dan die ik met mijn matig inkomen wist te voldoen. Zoo ben ik nu vrij man gebleven tot hiertoe, <a id="d0e1970"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1970">120</a>]</span>en, om u mijne volle meening te zeggen, dat is mij meer waard dan mijn adeldom.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bravo! Bravissimo!&#8221; Het was de diepe volle altstem van Francis, die zich achter mij hooren liet, en de handen die mij zoo
+dapper hadden toegejuicht, legden zich nu vertrouwelijk op mijne schouders. Door de half geopende porte-bris&eacute;e, die het groote
+salon van de ruime eetzaal scheidde, onopgemerkt binnengekomen, daar wij met den rug naar die deur toegewend zaten, was zij
+stil blijven staan om ons gesprek niet te storen, maar toen zij hoorde wat hare instemming vond had zij, die zoo geheel <i lang="fr">de premier mouvement</i> was, zich niet kunnen onthouden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij ziet het, jonker!&#8221; sprak de generaal wat verdrietelijk met gefronste wenkbrauw, &#8220;met z&oacute;&oacute; te spreken hebt gij mijne kleindochter
+in haar zwak getast. Zij droomt van onafhankelijkheid; het is hare illusie niets of niemand noodig te hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet mijne illusie, grootpapa! Mijn <i>beginsel</i> is het: liever vrij en arm te zijn om mij zelf te blijven; liever ontberingen te lijden en offers te brengen, dan laagheden
+te doen om behoeften en begeerten in te willigen die men mannelijk behoort te overwinnen. Ik zeg mannelijk, Leopold! al is
+hier kwestie van mij zelve, want wat vastheid van wil en kloekheid van daad betreft, op punten als deze&#8212;daar behoort eene
+vrouw voor geen man te wijken, ja, ik houd mij verzekerd, dat wij daarin de meesten uwer v&oacute;&oacute;r zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Von Zwenken beet zich op de lippen, sloot de oogen en dook neer in zijn armstoel of hij een knodsslag ontvangen had, maar
+verslagen achtte hij zich toch niet, want na eenige oogenblikken hief hij zich weer op en sprak tot Francis: &#8220;Ik geef het
+u toe dat gij het mij afwint in kracht om ontberingen te dragen; maar gij zoudt toch niet kwalijk doen, u van tijd tot tijd
+toe te leggen op eenige zelfbeheersching. Op mijn leeftijd valt het hard, onder iederen vorm zekere beschuldigingen te moeten
+hooren, als men toch al zooveel geleden heeft en <a id="d0e1986"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1986">121</a>]</span>zulke harde slagen van het noodlot had door te staan. Zeker had het hier anders kunnen en moeten zijn, maar ik.... ik zie
+helaas! geen kans meer op redres. Ik ben niets meer dan een gebogen grijsaard, onmachtig zich op te heffen uit het stof der
+vernedering waarin wij zijn weggezonken; ik kan nu eenmaal niet anders leven, al weet ik dat gij u om mijnentwille getroost,
+wat gij niet behoordet te dragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, kom, grootpa! gij weet wel dat mijne uitvallen harder klinken dan ze gemeend zijn; gij weet wel dat ik veel wat mij
+tegen is met luchtigheid drage om uwentwil; maar van mij te eischen dat ik goedkeuren zoude wat mij ergert, of niet toejuichen
+wat zoo geheel mijne instemming heeft als Leo&#8217;s uitspraak van daareven, dat is te veel gevergd, zulke zelfbeheersching zal
+ik nooit kunnen oefenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s wel ongelukkig,&#8221; viel de generaal in, niet zonder wat bitterheid; &#8220;want wat zal neef Leopold van ons denken, als hij
+u bij iedere aanleiding zekere verwijten hoort uitspreken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zal denken, oom! dat hij in eene familie is gekomen, die zich niet voor hem tracht te vermommen, en dat acht hij eene
+eer en een voorrecht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! dat&#8217;s een avantage dat gij ruimschoots zult genieten, jonker! als gij hier wat lang blijft,&#8221; viel nu de kapitein in,
+die weer binnen was gekomen; &#8220;onze Majoor vooral heeft de loffelijke gewoonte, iedereen zonder aanziens des persoons terstond
+te zeggen waar het op staat; hare opinies, van welken aard ze ook zijn, onverwijld lucht te geven, en als er iets wordt gezegd
+of gedaan dat Haar Hoog Edel Gestrenge niet bevalt, parate executie hoor! evenals bij de vonnissen van den krijgsraad.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het was von Zwenken aan te zien dat deze plompe aardigheid over zijne kleindochter hem hinderde, maar toch weer sloot hij
+de oogen en klemde de lippen opeen, als wilde hij er liefst niet mee te doen hebben.
+<a id="d0e1998"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1998">122</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, kapitein! dat er toch wel eens gratie wordt bewezen, anders zoudt gij immers al lang uw cong&eacute; hebben gekregen,&#8221;
+zei Francis schertsend; maar toch getuigde die scherts meer van bitterheid dan van vroolijke luim.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat bewijst alleen maar mijne lankmoedigheid, freule Majoor. Gij weet wel dat ik mij door u laat troeven als een conscrit
+door zijn korporaal. Ik zou van den Prins-Veldmaarschalk niet hebben afgewacht wat ik van u verduur.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij begint er zwak en vervallen uit te zien van al dat lijden en die mishandelingen,&#8221; spotte Francis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kapitein!&#8221; sprak nu de generaal, die met gebogen hoofd, en in zekere zenuwachtige verlegenheid, naar dit katjesspel had zitten
+luisteren, niet zonder onrust zeker hoe het zou afloopen, &#8220;kapitein! ik had u meen ik mijn wensch te kennen gegeven om <i lang="fr">en famille</i> te blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik, Excellentie, niet radende dat het onderhoud <i lang="fr">en famille</i> zooveel aantrekkelijks voor u zou hebben, kwam het gewone middel tegen melancholie voorstellen: een partijtje piquet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je, kapitein, n&ugrave; geen kaarten. Ik wensch van het gezelschap van mijn neef te profiteeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij komt als een spelbreker invallen, terwijl deze juist op het propos was van zijne <i lang="de">Lebensbekentnisse</i>, die mij groot belang inboezemen,&#8221; beet Francis hem toe. &#8220;Gij zoudt veel beter doen met eens rond te zien naar mijne rijzweep,
+die ik ergens op de hei verloren heb&#8212;aan den zoom van het bosch. Toen ik neef Leo ontmoette, had ik haar nog.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is geen lichte corv&eacute;e, zoo&#8217;n ding weer te vinden in het zand,&#8221; bromde Rolf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar gij weet wel.... ik ben er zoo mede ontriefd, en als gij haar weerbrengt.... doet gij mij pleizier.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu! <span id="d0e2028" class="corr" title="Bron: dat">daar</span> ik niet van dienst behoef te zijn bij den generaal, zal ik het probeeren....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Malicieuse despoot!&#8221; kon ik niet nalaten tegen Francis te zeggen, haar met den vinger dreigend.
+<a id="d0e2033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2033">123</a>]</span></p>
+<p>Zij kleurde even en glimlachte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och Jonker! dat is nog zoo erg niet,&#8221; zuchtte de deemoedige vazal; &#8220;toen freule Majoor nog een kind was, hadt gij het eens
+moeten bijwonen: in die dagen heb ik wel wat anders te doen en te lijden gehad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Precies!&#8221; zei Francis, &#8220;toen hebt gij mij mee bedorven en meer dan de anderen; zachts dat ge er nu ook wat harder voor boet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik zoo zware penitentie doe, moet ik ook absolutie hebben,&#8221; sprak hij deemoedig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Absolutie nooit! maar wapenschorsing, voor den geheelen dag; mij dunkt dat is mooi genoeg; ziedaar mijne hand daarop.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij nam die met een zacht hoofdschudden en een aarzelenden blik, als had hij geen groot vertrouwen in de overeenkomst. Ik
+zag iets vochtigs in zijn oog schitteren, dat mij met zijne brutale gemeenzaamheid verzoende, maar waarover hij zich blijkbaar
+schaamde, want hij onttrok zich aan onze opmerkzaamheid door een schielijken aftocht; toch keerde hij terug op het oogenblik
+zelf, dat wij ons voor een vertrouwelijk onderhoud hadden gezet, en wendde zich rechtstreeks tot Francis:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet wel dat ik u weer storen kom, freule! maar het is, geloof ik, nog beter ik&#8212;dan Frits. Ik ontmoette aan de brug den
+koetsier van den Jonker, die vragen komt, wanneer hij v&oacute;&oacute;r moet zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik aarzelde met mijn antwoord, in &#8217;t ongewisse of mijn wensch om zoolang mogelijk te vertoeven niet in strijd zou zijn met
+de inrichting van het huis, toen ik den kapitein halfluid tot Francis hoorde zeggen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb al eens naar de kalkoenen omgezien; daar is er wel &eacute;&eacute;n klaar voor de keuken, maar.... niet voor vandaag, daar moet
+gij op rekenen, &#8217;t is jammer voor <i lang="fr">le cher cousin</i>, maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Le cher cousin</i>, als gij mij daarmee bedoelt,&#8221; viel ik in, dit punt van overleg aangrijpende, &#8220;zou ik niets liever wenschen dan den dag hier
+te mogen doorbrengen; <a id="d0e2060"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2060">124</a>]</span>alleen, hij maakt niet de minste aanspraak op een fijn <i>diner</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel! het spreekt vanzelf dat gij blijft eten, neef Leopold, <i lang="fr">&agrave; la fortune du pot</i>,&#8221; sprak de generaal, na Francis te hebben aangezien, die nog altijd scheen te aarzelen eer zij instemde met de uitnoodiging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het kan niet anders!&#8221; sprak zij eindelijk besloten, &#8220;wie komt er voor een paar uur naar de Werve; daarbij, wij hebben nog
+zoo weinig aan elkaar gehad, maar eigenlijk moest het niet zijn, wij behoorden niemand aan onze tafel te nooden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De vraag is maar of gij mij den geheelen dag hier houden wilt, Francis,&#8221; viel ik in, onderstellende dat zij over een schraal
+menu tobde. &#8220;Het overige beteekent niets, ik kan het desnoods met een koud maal doen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja! ik ken dat, gij zijt gerust dat men u niet bij het woord zal vatten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heusch, Francis, ik....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij het meent zijt gij een phenomeen,&#8221; riep zij lachend, &#8220;maar genoeg, het blijft er bij. Kapitein wilt gij het eens
+goed overleggen met den koetsier, want het zal noodig zijn dat de jonker niet te laat door het bosch rijdt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom toch, er zijn hier geen roovers, denk ik? Of vreest ge mogelijk dat ik den wilden jager in werkelijkheid zal zien
+verschijnen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat wel niet, maar er zijn doolwegen en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij mij voor zoo <i>b&ecirc;te</i> houdt, rijd ik niet weg v&oacute;&oacute;r midden in den nacht....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waartoe die fanfaronnade. Wij zullen vroeg eten en.... om zeven ure het rijtuig, kapitein!&#8221; sprak Francis met gezag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij beschaamt mij, Francis, met zoo povere hospitaliteit,&#8221; viel de generaal in, &#8220;is &#8217;t niet veel beter, dat neef van Zonshoven
+dezen nacht hier logeeren blijft, om morgen op zijn tijd terug te rijden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een logeergast! grootpapa, gij weet dat zoo niet, maar.... daar zijn wij waarlijk niet op ingericht.&#8221;
+<a id="d0e2095"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2095">125</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Nota bene!&#8221; riep de kapitein met een luiden lach, &#8220;wij zouden eene halve compagnie kunnen herbergen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Uwe compagnie zeker!&#8221; viel Francis uit, meer bits dan edelmoedig tegenover den man, die als 1<sup>ste</sup> luitenant was gepensionneerd.... Het bleek wel dat hij ontzag<span id="d0e2103" class="corr" title="Bron: ,"></span> had voor zijn Majoor, want hij werd bleek van ergernis, maar hij verbeet zich de lippen om een antwoord terug te houden en
+zweeg. Francis scheen toch te goedhartig om de krenking niet weer goed te maken: &#8220;ik meende, kapitein, dat er plaats genoeg
+zoude zijn voor een half regiment, maar zooals men soldaten huisvest; terwijl de Jonker van Zonshoven, aan Haagsche weelde
+gewoon...&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gewoon aan een kamer met alkoof op de tweede verdieping in een burgerhuis,&#8221; repliceerde ik. &#8220;Luister, Freule Francis! als
+gij Jonker van Zonshoven niet herbergen wilt om redenen, die voor u hare wettigheid kunnen hebben, zeg het dan maar ronduit.
+Maar maskeer ze niet onder zulke uitvluchten; kamers zijn er genoeg, dat is onwedersprekelijk, en nu, ik slaap op de eerste
+stroomatras de beste die gij ergens laat neerleggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik schaam mij voor u, Francis,&#8221; sprak de generaal met zachte verlegene stem; &#8220;dat is weer een van die caprices....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij dan volstrekt blijven wilt,&#8221; sprak Francis, mij aanziende met een koel en verdrietelijk gezicht, &#8220;zal ik trachten
+eene slaapkamer uit te zoeken waar de ruiten heel zijn. Kom, kapitein, arrangeer dat met den koetsier. Van de corv&eacute;e om de
+rijzweep te zoeken zijt gij verschoond; vandaag fungeert gij als <i lang="fr">mar&eacute;chal de logis</i>;&#8221; en haar slaaf bij den arm nemende, zonder een blik op mij te werpen, verliet zij met hem het vertrek.
+
+</p>
+<p>De generaal scheen zijn best te willen doen om den ongunstigen indruk weg te nemen, dien hij meende dat ik van Francis moest
+hebben opgevat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geloof toch,&#8221; sprak hij, toen wij alleen waren, &#8220;dat zij het wezenlijk goed met u meent, maar.... er wordt hier niet meer
+op logeergasten gerekend; gij treft haar <a id="d0e2118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2118">126</a>]</span><i lang="fr">au d&eacute;pourvu</i>, en dit hindert haar, daar zij er zich zeker een genoegen van maken zou, het hier recht comfortable voor u in te richten.
+Eene andere zou den schijn weten te bewaren, en u zekere particulariteiten trachten te verbergen, die u konden doen twijfelen,
+of gij hier welkom waart; maar ziet gij, dit juist kan Francis niet; mijne kleindochter heeft een uitmuntend verstand, een
+goed hart, een vast karakter, maar zij heeft zoo hare eigenaardigheden, die haar veeltijds in een ongunstig licht stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welke dame heeft niet hare caprices, hare opvattingen?&#8221; viel ik in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar anderen weten die te kleuren en te dekken met wat blanketsel en wat fijn vernis. Francis verstaat niets daarvan;
+zij heeft ongelukkig geene opvoeding gehad zooals die had moeten zijn voor eene jonge dame van haar stand. Sergeant.... ik
+wil zeggen kapitein Rolf en zijne zuster hebben haar van jongs aan een weinigje bedorven. Zij heeft hare moeder niet gekend,
+mijn schoonzoon was vreemdeling en begreep niets van de eischen eener deftige Hollandsche &eacute;ducatie. Ik was in effectieven
+dienst en zelden lang genoeg in zijn huis om veel acht te kunnen geven op mijne kleindochter, maar er zijn oogenblikken waarin
+ik mij zelf verwijt dat ik, aan zekere rancune toegevende, het voorstel niet heb aangenomen van hare oud-tante, die voor hare
+opvoeding wilde zorgen; zij zou dan wel geene vroolijke jeugd hebben gehad, dat is waar, maar zij zou ook niet als een wilde
+rank zijn opgeschoten, ongesnoeid en onbuigzaam zooals wij haar nu zien, en daarenboven zou hare toekomst verzekerd zijn.
+Voor dat alles had ik mijne persoonlijke grieven moeten ten offer brengen,&#8221; en de generaal liet in diepe moedeloosheid het
+hoofd op de borst zinken.
+
+</p>
+<p>Tante Sophie zou zeker hare satisfactie hebben gehad, zoo zij die bewijzen van leedgevoel en naberouw bij den gebogen grijsaard
+had kunnen gadeslaan. Ik, als <a id="d0e2128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2128">127</a>]</span>haar representant, meende hem troost te mogen geven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, Generaal! niet zoo mismoedig. Van eene jonge dame even in de twintig is toch waarlijk het laatste woord niet gezegd;
+dat de edele plant wat in &#8217;t wilde is opgeschoten, maakt haar te frisscher en krachtiger, dat&#8217;s beter dan de broeikastplanten
+die onze gedistingueerde kostscholen leveren; mogelijk zal de hand van een welmeenend echtgenoot nog veel kunnen ombuigen
+en ten goede leiden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s juist een der groote bezwaren, Jonker; Francis zal nooit hare hand leggen in die van een man, dien zij van zulke voornemens
+verdacht hield.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist gezien, grootpapa! Majoor Frans zal te geener stond het commando afstaan aan haar mindere; zij wil niets om zich zien
+dan slaven en vazallen, en Jonker Leopold zal wel doen zich naar dit gebruik te schikken, zoo hij lust heeft hier conspiraties
+tegen hare vrijheid te smeden,&#8221; sprak nu Francis zelve, gansch niet op schertsenden toon, maar met koelen, bijna minachtenden
+ernst; en mij een allesbehalve vriendelijken blik toewerpende, ging zij voort: &#8220;dat is tegen onze conventie, neef, dat gij
+hier het zwak van mijn grootvader vleien zoudt met onuitvoerbare plannen te vormen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik verzeker u, nicht, dat er geen opzet lag in &#8217;t geen ik zeide, en dat het alleen volgde uit den loop van mijn gesprek met
+uw heer grootpapa, hoewel ik blijf volharden in mijne meening dat een degelijk echtgenoot, die zich weet te doen achten, gansch
+geen verwerpelijke gave is voor iedere vrouw in &#8217;t algemeen en bovenal voor Majoor Frans in &#8217;t bijzonder. Als gij dit comploteeren
+noemt, ben ik hier een samenzweerder.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende zag ik haar aan met een vasten, uitdagenden blik, dien zij fier en vermetel beantwoordde, terwijl een gloeiend
+rood, als van toorn, voorhoofd en wangen overtoog; maar op eens zag ik haar bleek worden, het gelaat afwenden, en &#8217;t was alleen
+met een gedwongen lachje, dat zij ten antwoord gaf:
+<a id="d0e2140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2140">128</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Een samenzweerder die te minder gevaarlijk is, daar de generaal u bij de eerste aanleiding de beste zeggen zal, dat freule
+Mordaunt geen anderen dan een schatrijken echtgenoot kan aannemen, en zooals gij zelf ons hebt medegedeeld, staan de van Zonshovens
+niet op de lijst der hoogstaangeslagenen in de belasting.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Francis?&#8221; viel de generaal in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel ja, bon Papa! dat is immers de standmeter waarnaar de heeren elkander heden ten dage schatten, en dit zult gij met mij
+eens zijn: als Majoor Frans verkocht moet worden, dan moet het zijn tot den hoogsten prijs. En nu, neef Leo! gij valt gelukkig
+niet in de termen, wij kunnen vrienden blijven; loop eens met mij naar buiten, ik zal u wat van het terrein laten zien; grootvader
+kan mee wandelen, de wind is gaan liggen, de zon is doorgeschoten, het is bijna zacht lenteweer; ik heb ter eere van onzen
+gast mijn tuinhoed opgezet, en hier is uwe muts, grootpa; de chambercloak maar wat toegeknoopt, mijn arm genomen en opgemarcheerd.
+Die donkere, vochtige zaal geeft maar muffe en sombere denkbeelden,&#8221; en reeds sleepte zij den generaal mee, terwijl ik in
+alle gewilligheid volgde. En ziedaar het waar en waarachtig verslag van mijne installatie op de Werve, die ik sinds, het zal
+nu al drie weken zijn, niet weer verlaten heb!&#8221;
+
+</p>
+<p>Francis had gelijk, het was zacht lenteweer geworden, en de bijkans tegen zijn wil naar buiten gevoerde grijsaard ondervond
+den verkwikkenden invloed van frissche lucht en een ruim uitzicht, toen wij achter het kasteel om langs de voli&egrave;re voortwandelden,
+de generaal door den arm zijner kleindochter gesteund, en ik naast haar gaande, luisterend naar haar opgewekten kout en de
+malicieuse reparties die zij altijd klaar had, als er iets gezegd werd wat die uitlokte. Met eene oprechtheid die aan onvoorzichtigheid
+grensde, gaf zij de wonde plekken van de Werve bloot.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef Leo was nu toch huisgenoot en zou deze zelf <a id="d0e2151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2151">129</a>]</span>gauw genoeg opmerken, al wees men hem die niet aan,&#8221; gaf zij den generaal ten antwoord, die minder gulle bekentenissen had
+gewenscht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is nu eenmaal niet anders, neef! Wij zijn hier niet rijk, en men moet het zijn om een landgoed als dit te bewonen en
+te onderhouden; daarbij is het voor grootpapa geen tijd meer om te laten timmeren en verven, hier en daar wat glazen laten
+maken zou juist geen luxe zijn, maar wat zal ik u zeggen, wij zien tegen het werkvolk op.&#8221;
+
+</p>
+<p>De voli&egrave;re, die voorheen aangelegd was op eene grootsche schaal en met haar verguld netwerk het voorkomen had, eenmaal eene
+menigte van kostbare en zeldzame bewoners te hebben geherbergd en den pluimgraaf handen vol werk gegeven te hebben, was nu,
+zooals Francis niet naliet mede te deelen, op verlangen van den kapitein in eene simpele kippenren herschapen, terwijl er
+tegelijk kalkoenen in opgesloten waren, bestemd om voor de tafel te dienen, &#8220;eene liefhebberij van Rolf, die er zelf voor
+zorgt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij gingen langs eene zachte glooiing opwaarts tot aan een voormaals prachtigen steenen koepel, geheel in den rijken stijl
+van de 18<sup>de</sup> eeuw, maar die ruwe witte muren toonde in plaats van het voormalig schilderwerk; de vocht en de achteloosheid der bedienden
+hadden het geheel bedorven, bekende de generaal, &#8220;en daar het onze tijd niet was om zoo iets op te knappen,&#8221; voegde Francis
+er bij, &#8220;liet ik een brocanteur uit Arnhem komen, die voor de rafelende lappen nog een redelijk sommetje bood. Toch is het
+hier mijn lievelingsplek, al biedt het dak geen schuilplaats meer tegen regen en sneeuw; maar hier op die rustige bank, die
+ik er heb laten zetten (gij moet weten, de kapitein kan zoo wat timmeren), zijn wij toch nog door de muren beschut; kom hier
+wat zitten, grootvader! Neef Leo moet het heerlijke uitzicht genieten over de hoogten en laagten der heidegronden, door het
+prachtige dennenbosch ter eener zijde begrensd.&#8221;
+<a id="d0e2162"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2162">130</a>]</span></p>
+<p>Het was werkelijk een verrukkelijk uitzicht, en als de zon nu en dan door de wolken schoot en er hare lichttinten op wierp,
+waren er effecten die een schilder in geestdrift zouden hebben gebracht.
+
+</p>
+<p>Francis scheen met volle teugen en met de zorgeloosheid van een onnadenkend kind het verrukkelijke schouwspel te genieten;
+maar de generaal werd blijkbaar aangegrepen door smartelijke bijgedachten. Ik raadde ze, al sprak hij ze niet uit.
+
+</p>
+<p>Alles wat hier het oog aanschouwde, de rijke landerijen ingesloten, die maar even aan den horizont, links opdoemden, had eenmaal
+tot de bezittingen van de Werve behoord; hij zelf had het goed onbezwaard in handen gekregen, en n&uacute;, geen duimbreed gronds,
+geen strookje lands, geen enkelen boom kon hij in waarheid meer het zijne noemen, en daar zat zijne kleindochter, wie dit
+alles had moeten ten goede komen, in argeloosheid neer, en hij kon haar niet anders nalaten dan eene ru&iuml;ne, indien nog maar
+eene &#8220;ru&iuml;ne!&#8221; moest hij zich zelf zeggen, als hij moed had om tot in de diepte van zijn ongeluk neer te dalen. Dat mijn raadvermogen
+mij niet bedroog, bewees mij niet slechts zijn somber zwijgen, de weemoedige blik, dien hij op Francis wierp, na het vergezicht
+een tijdlang te hebben aangestaard, maar ook de vraag aan mij, waarmee hij zijn stilzwijgen afbrak, en die, schijnbaar doelloos,
+mij zelf in het hart mijner overpeinzingen trof.
+
+</p>
+<p>&#8220;Apropos, neef! wat is er van die zes meisjes geworden?&#8221;
+
+</p>
+<p>Francis lachte luid. &#8220;Grootpapa, die op eens belangstelling toont in het lot van zes jonge meisjes tegelijk, dat&#8217;s nogal sterk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Spot niet, kind!&#8221; gromde hij, en hervatte met zekeren ernst tot mij: &#8220;ik bedoel de zes freules d&#8217;Hermaele, die zusters uwer
+moeder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij wilt weten of Leo misschien door den tijd nog kans heeft om rijk te worden,&#8221; viel Francis weer in, <a id="d0e2177"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2177">131</a>]</span>met de haar eigene clairvoyance en vermetelheid; &#8220;dat&#8217;s mis, grootpapa, daar is niet &eacute;&eacute;n erftante bij. Heb ik het geraden,
+Leo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar al te goed. Twee harer zijn sinds lang overleden, twee anderen zijn redelijk goed gehuwd, daar zij niet tegen eene <i lang="fr">mesalliance</i> opzagen, maar zij hebben kinderen; tante Sophie alleen leeft nog en wordt zoo wat door de familie onderhouden, waartoe ik,
+in tijd en wijle dat het lijden kan, ook het mijne bijdraag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tante Sophie!&#8221; herhaalde de generaal. &#8220;Hadden de Hermaeles de handigheid om Sophie Roselaer tot peettante te verkiezen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Denkelijk wel, maar ik weet er waarlijk het fijne niet van te zeggen; mijne goede moeder sprak mij zelden van de familieomstandigheden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zou die tante Sophie dan ook de uitverkorene kunnen zijn van onze oude kwelgeest freule Roselaer.&#8221;
+
+</p>
+<p>De generaal kwam op een voor mij zeer onveilig terrein. Ik kon, ik mocht niet oprecht wezen, en ik huiverde tegen dubbelheid,
+onder de eerlijke opene oogen van Francis; zelve kwam zij mij onwillens te hulp.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker niet!&#8221; riep zij met hare gewone levendigheid, &#8220;want dan zou Leo het ons terstond wel gezegd hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar, kind, en gij, Leo, heeft men u behandeld zooals ons, en u zelfs geen kennis gegeven van haar overlijden, zelfs
+niet uitgenoodigd om hare begrafenis bij te wonen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet met zekerheid dat niemand van de familie daartoe uitgenoodigd is, en dat zij met den uitersten eenvoud door haar
+dokter en haar notaris ten grave is geleid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan is het ook niet twijfelachtig hoe wij door haar behandeld zijn,&#8221; sprak de generaal, met ergernis zijne kleindochter aanziende
+en nu zijn onderzoek bij mij opgevend. &#8220;Ik voor mij had niet anders verwacht; wij zijn in vijandschap elkaar niets schuldig
+gebleven, maar ik begrijp mij niet hoe zij het over zich heeft kunnen <a id="d0e2200"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2200">132</a>]</span>verkrijgen, om het eenige kleinkind harer zuster z&oacute;&oacute; te berooven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar is het dan zoo zeker dat zij dit gedaan heeft?&#8221; waagde ik aan te merken; &#8220;in Utrecht is het bekend dat hare testamentaire
+beschikkingen minstens drie maanden moeten geheim worden gehouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar toch zeker niet voor de erfgenamen,&#8221; viel de generaal in; &#8220;neen! als zij Francis bedacht had zouden wij er al iets van
+weten en dan zou zoo&#8217;n notaris zich niet verstouten ons z&oacute;&oacute; achteloos te behandelen; neen! het is maar al te zeker dat zij
+de familiehaat zoo ver heeft gedreven, dat mijne arme kleindochter, die daaraan volkomen onschuldig is, er dus onder lijden
+moet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zonder dat ik een oogenblik op zoo iets als een legaat heb gerekend,&#8221; viel Francis in, &#8220;moet ik u toch bekennen, dat het
+mij eenigszins verwondert, dat tante Sophie ook mij in die familie-<i>rancune</i> heeft begrepen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waartoe verwondert u dat?&#8221; vroeg von Zwenken, haar aanziende; &#8220;gij hebt immers nooit iets van haar gezien of gehoord?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik juist wel; zeer toevallig, dat is waar, maar toch had zij bij die gelegenheid geen reden om zich persoonlijk over
+mij te beklagen, hoewel het mogelijk is dat zij, zooals &#8217;t mij meer gebeurt bij eene eerste ontmoeting (de ondeugende zag
+mij even schalks aan), een kwaden dunk van mij heeft gekregen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat lijkt op u,&#8221; gromde de generaal, &#8220;de eenige kans die u mogelijk gegeven was om de fortuin bij de haren te grijpen, willens
+te veronachtzamen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar grootpapa! gij verschiet daar uw kruit in het wilde; gij weet immers niet eens wat er tusschen de oude freule en mij
+is voorgevallen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als het iets goeds ware geweest, zoudt gij het mij wel hebben medegedeeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zweeg er van, omdat ik wist hoezeer het noemen van dien naam reeds uwe drift placht gaande te maken, en omdat ik het onnoodig
+vond u opnieuw te verbitteren.&#8221;
+<a id="d0e2223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2223">133</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen, kind!&#8221; hernam de generaal met eene zachte bewogene stem, &#8220;ik zelf voelde mij te oud en te stram om nog
+voor dat hatelijke wijf eene kniebuiging te maken, en ik geloof dat ik liever mijne hand had zien verdorren, dan die haar
+toe te reiken ter verzoening; maar toch gij, ja &#8217;t is een zwakheid, ik beken het voor u als voor neef Leo, als gij persoonlijk
+uw pays met haar hadt kunnen maken, en ik daardoor wat meer rust had gekregen over uwe toekomst, dan zou mij dat zeer verheugd,
+zeer verlicht hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Jammer dat ik dit niet geweten heb,&#8221; zei Francis met een luchtig schouderophalen, &#8220;want wie weet, zoo ik de kennismaking
+had voortgezet en eens mijn best had gedaan, hoe schitterend Majoor Frans er in haar testament ware afgekomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar weergasche spotster! vertel ons dan toch waar en wanneer gij die oude hebt gezien en gesproken?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, &#8217;t is nog zoo heel lang niet geleden. Het was in het begin van dit jaar; gij weet wel dat ik de reis naar Utrecht moest
+maken om zekere treurige oorzaak, waarmee Leo niets noodig heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij wil &#8217;t nooit weten als zij wat goeds doet!&#8221; viel de generaal in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, het was niets dan een zware plicht dien ik te vervullen had; ik moest den bekenden dokter D. raadplegen over eene ongelukkige
+krankzinnige, die in een gesticht werd verpleegd. Niet al te best onderricht van de uren waarop hij te spreken was, en bovenal
+omdat het met mijn tijd uitkwam, draafde ik, met mijne parapluie onder den arm, naar het huis van den grooten man, maakte
+mij een weinigje boos op zijn bediende, die goed vond mij voor den volgenden dag te bescheiden, onder pretext dat het spreekuur
+voor heden verloopen was, en zijn meester nu <i lang="fr">en famille</i> dejeuneerde, waarbij hij niet gestoord wilde zijn. Ik voor mij vond, dat er voor iemand van zijn vak dringender plichten
+konden zijn dan een familie-dejeuner; ik dreigde, ik drong er <a id="d0e2239"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2239">134</a>]</span>op aan gehoord te worden, en dwong hem met mijn kaartje binnen te gaan, hetgeen zeer onwillig, zeer schoorvoetend geschiedde;
+de trouwe man wist misschien beter dan ik kon vermoeden, welke inspanning zijn heer, n&agrave; zulke stonde verpoozing, wachtte;
+genoeg, mijn aanhouden zegevierde over zijn tegenstand, ik werd ten gehoore toegelaten, tot mijne bevreemding echter in de
+huiskamer waar de beroemde man als een gewoon mensch zijn boterham zat te eten. Ik werd uitgenoodigd mee aan te zitten en
+mij wat te verkwikken; straks zou men <i lang="fr">en t&ecirc;te &agrave; t&ecirc;te</i> besogneeren. Een goed ontbijt ziende, voelde ik zelve dat ik gespoord en gereden had, zonder aan eene behoefte te denken
+die zich nu deed gevoelen; ik liet mij niet lang nooden en nam de plaats in die mij geboden werd tusschen twee dames van leeftijd,
+die mij werden voorgesteld als des dokters zuster en hare vriendin. Daar het mij volstrekt onverschillig was hoe de vriendin
+van juffrouw D. heette, en ik niet voornemens was mijne geheimen aan de ontbijttafel uit te storten, bekommerde ik mij niet
+over die onwetendheid, en toch de dame, die mij met hare scherpe doordringende zwarte oogen voortdurend gadesloeg, begon mijne
+nieuwsgierigheid te prikkelen. Zij scheen van eene opgewekte levendige natuur en railleerde zeer aardig over personen en zaken
+van den dag; haar oordeel kwam mij voor heel helder te zijn, maar onbarmhartig. Hare geestigheid had iets bitters en inhumaans,
+dat ik geen recht had haar te verwijten, omdat ik zelf juist zoo zacht niet ben uitgevallen als het de dwaasheden en de gebreken
+mijner medemenschen geldt; maar hoe dat ook zij, het prikkelde mijn strijdlust; van <i>repartie</i> tot <i>repartie</i> liep het bijkans op een twist uit en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar heb je &#8217;t al!&#8221; riep de generaal; &#8220;die oude juffrouw zal zeker een vriendin van freule Sophie zijn geweest, en het werd
+aan deze niet op de vriendelijkste manier overgebriefd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees niet zoo voorbarig, grootpapa! Gij neemt de <a id="d0e2254"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2254">135</a>]</span><i lang="fr">pointe</i> van mijn relaas af eer het er aan toe is; het was tante Roselaer zelve met wie ik dus in discussie was geraakt; zij, de slimme
+feeks, wist wie ik was en had mij, naar ik dacht, zoo eens willen schatten. Zij had de <i lang="fr">malice</i> gehad van haar eigen naam en persoon in &#8217;t gesprek te mengen en scheen mijn opinie daarover te willen uitlokken. Voor die
+verzoeking echter bezweek ik niet. Ik viel in met de mededeeling, dat mijne familie aan freule Roselaer geparenteerd was en
+dat ik, meer dan mij lief was, gehoord had van de vijandelijke stemming der familieleden onder elkaar, maar dat ik mij toch
+niet gerechtigd achtte, over eene dame die ik niet kende met eene andere die mij niet eens bij name bekend was te railleeren,
+allerminst omdat ik het deloyaal achtte eene vijandin te bestrijden achter haar rug.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik dacht niet dat freule Francis Mordaunt zoo bang was voor een duel,&#8221; werd mij toegevoegd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Integendeel!&#8221; viel ik uit, &#8220;het duel is eene onmisbare zaak in eene maatschappij als de onze, het is eenigermate een veiligheidsmaatregel
+tegen leugen en laster. Als ik freule Roselaer in persoon had ontmoet, zou ik haar mogelijk mijn cartel zenden.&#8221; Die wakkerheid
+scheen de andere te voldoen. Zij gaf toe dat ik gelijk had en dat zij maar een spiegelgevecht had willen uitlokken, omdat
+zij van mijne uitvallen had gehoord. Het compliment werd gereciproceerd; dokter D. en zijne zuster schenen daarbij niet op
+hun gemak te zijn; de eerste hief de s&eacute;ance op, mij uitnoodigend hem in zijn kabinet te volgen. Toen ik hier had afgedaan
+en mij wilde verwijderen ontmoette ik de mij nu bekende dame in de vestibule; zij vroeg mij of ik haar een eind weegs wilde
+vergezellen; zij had nog een bezoek te brengen bij een vriend, waar het rijtuig haar zou komen afhalen. Ik gaf toe aan haar
+verlangen, maar eenmaal wetende met wie ik te doen had, was ik op mijne hoede, en dat gaf zekere strakheid, vooral toen ik
+op hare noodiging om een dagje bij haar door te brengen, een afwijzend antwoord gaf.<span id="d0e2265" class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+<a id="d0e2267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2267">136</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat was onbeleefd en onvoorzichtig!&#8221; viel de generaal in met een hoofdschudden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik meende geheel in uw geest te handelen, grootpapa! door als excuus aan te voeren, dat ik geen uur langer te Utrecht kon
+blijven dan de schikkingen die ik te treffen had noodig maakten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als de generaal u z&oacute;&oacute; slecht missen kan, is het gelukkig voor hem dat gij niet trouwt,&#8221; voegde zij mij toe; &#8220;of heb ik het
+mis, en is er reeds een pretendent?&#8221; ging zij voort, mij met hare scherpe zwarte oogen aanziende of zij tot mijn binnenste
+wilde doordringen.
+
+</p>
+<p>Het antwoord dat ik haar geven kon was, zooals gij wel raden kunt, bon papa! zeer geruststellend voor u,&#8221; voegde Francis er
+met een ondeugend glimlachje bij; &#8220;hoe zij het opvatte weet ik niet, want wij raakten op dat oogenblik in een moeielijk parket.
+Een troepje jongelui van die soort, die meer op de soci&euml;teit studeert dan in de collegiekamer, kwam arm in arm gestrengeld
+op ons aanhorten, onder niet al te vleiende toespraak, hetzij freule Roselaer in Utrecht eene bekende en weinig beminde persoon
+was, hetzij iets in haar of in mijn voorkomen den spot- of plaaglust opwekte dier onwaardige muzenzonen. Waarheid is, dat
+haar hoed eenige modes ten achter was, en de mijne ook niet naar het laatste plaatje; daarbij zij met haar ouderwetschen <i lang="fr">boiteux</i>, ik met mijn regenmantel, beiden zonder crinoline; zij, omdat haar leeftijd haar ontsloeg aan zulke dwaasheid mee te doen,
+ik, omdat ik nooit iets navolg dat ik belachelijk vind en niet verkoos mij door een cage te laten omsluiten, zagen wij er,
+ik moet het erkennen, niet uit als zulke &eacute;l&eacute;gante dames, die voor diergelijke jongelui genoegzaam <i lang="fr">attraits</i> hebben om hunne courtoisie uit te lokken. Toch hadden ze ons gemis aan &eacute;l&eacute;gantie, dat hen niet deerde, als eene zeer verschoonlijke
+fout kunnen overzien en ons ongemoeid laten voorbijgaan, maar het omgekeerde scheen hun meer piquant. Zij stelden zich in
+onzen weg, sloten een kring om ons heen <a id="d0e2282"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2282">137</a>]</span>onder het toewerpen van allerlei ongepaste benamingen, waarvan &#8220;oh&eacute;! slappe juffrouw!&#8221; &#8220;oh&eacute;! <i lang="fr">mamsel boiteux!</i><span id="d0e2286" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> en &#8220;hoed! hoed!&#8221; nog de minst onwelvoegelijke waren. Ziet gij, neef Leo! ik ben geen prude, die een vies mondje trekt als
+zij een hartig woordje zou moeten spreken: <i lang="fr">je nomme un chat, un chat</i>, als het er op aankomt, maar lafheid en zoutelooze aardigheden ergeren mij op het hoogste, vooral van jongelieden uit den
+zich noemenden beschaafden stand. Ik verkoos hier geen lijdelijk slachtoffer te blijven, en ware ik alleen geweest, ik had
+er mij met mijne parapluie onder den arm wel doorgewerkt, maar ik mocht eene dame van tantes leeftijd niet blootstellen aan
+hunne represailles. Gij zegt altijd, grootpapa, dat ik zoo onbesuisd te werk kan gaan als men mij driftig maakt, en ik beken
+het gaarne, daar is wat van aan; maar in dezen verdien ik uw lof. Ik bleef uiterlijk kalm tegenover hen staan, trof hen niet
+dan met den gloed mijner verontwaardiging die uit mijne oogen lichtte, en begon hen dapper de les te lezen over de weinige
+humaniteit die zij, wetgevers, litteratoren en theologanten in dop, betoonden jegens personen die hun niets in den weg hadden
+gelegd. Ik zei hun ronduit dat zij zich schamen moesten over zulke manieren, die men op zijn best in <i lang="fr">gamins</i> kon verschoonen; enfin, ik weet niet recht meer de juiste termen die ik gebruikte bij mijne allocutie; maar het bleek dat
+zij doel troffen. Enkelen dropen zwijgend af, anderen weken beschaamd ter zijde, een hunner zelfs begon zijne excuses te maken
+en bood zich aan, ons geleide te geven tot onze woning, eene hoffelijkheid die wij dankelijk afsloegen, zooals gij denken
+kunt; daarbij hadden wij maar eene straat over te steken om bij den notaris van Beek te zijn, waar de freule wezen moest;
+zij dankte mij met zekere warmte voor mijn bijstand, prees mijne kloekheid en tegenwoordigheid van geest, doch hield mij voor,
+dat zulke overwinningen op den publieken weg eigenlijk niet te pas kwamen voor eene jonge dame van mijn stand. &#8220;<i lang="fr">Encore une victoire et me <a id="d0e2297"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2297">138</a>]</span>voil&agrave; perdue!</i>&#8221; antwoordde ik lachend. &#8220;Het ware zeker welvoegelijker geweest, zoo ik het op mijne zenuwen had gekregen, maar aan die farces
+doet Francis Mordaunt niet!&#8221; en hierop scheidden wij. &#8220;Had ik geweten, grootpapa! dat mijn relaas u zoo zou geamuseerd hebben
+als ik n&ugrave; zie, dan zoudt gij het al drie maanden eerder gehoord hebben, maar ik vreesde dat het u slechts verbitteren zou,
+dat ik met tante Sophie in aanraking was gekomen, en daarom zweeg ik er van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En daarna nooit weer iets van de freule Roselaer vernomen?&#8221; vroeg von Zwenken met eene verdrietelijke uitdrukking op het
+gelaat.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, maar ik heb toch een vermoeden dat zij mij heeft willen verplichten. Hetgeen mij nog te Utrecht ophield, waren schikkingen
+die ik had te maken om de goede verpleging van mijne pati&euml;nte te verzekeren. De geldkwestie was ook in dezen hoofdzaak, zooals
+dokter D. mij had doen inzien. Welnu, in den loop van den dag kreeg ik een briefje van hem, waarin hij mij berichtte, dat
+dit bezwaar voor mij uit den weg geruimd was door een zijner vermogende vrienden, die onbekend wilde blijven en geen dank
+verlangde. Ik onderstelde dat die onbekende mijne nieuwe kennis was van dien morgen, en ik verzuimde niet in den aangegeven
+toon het billet van den dokter te reciproceeren. Ziedaar, grootpapa! wat er is van mijne kennismaking met oudtante Sophie,
+en waarom het mij eenigszins verwondert, dat zij naar uwe onderstelling ook mij in haar wrok tegen de familie heeft begrepen.&#8221;
+
+</p>
+<p>De generaal fronste het voorhoofd en mompelde tusschen de tanden: &#8220;Och van dat wijf kan men alles verwachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar voor mij was deze mededeeling een lichtstraal. Tante had haar testament veranderd na dit voorval, een paar maanden voor
+haar dood, in &#8217;t <i>belang van Francis</i> en <i>niet</i> om zich te wreken, dit bleek mij duidelijk; zij had zoo nauwkeurig naar mij ge&iuml;nformeerd om mij tot <a id="d0e2314"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2314">139</a>]</span>haar mandataris te maken, en ik begreep nu beter dan ooit, dat ik Francis moest winnen, moest trouwen; en ik moet u bekennen,
+Willem! dat die noodzakelijkheid mij niet zoo heel hard meer voorkwam. Het is waar, Francis had veel zonderlings, er was in
+haar verleden allerlei dat mij nog opgehelderd moest worden eer ik haar met gerustheid, met vertrouwen mijne hand kon bieden,
+maar toch zij had een flink karakter, dat bleek mij uit alles; zij was geen onbeduidende nuf, geen koud zelfzuchtig wezen,
+dat aan niets dan aan haar opschik dacht en naar allerlei ijdelheid joeg. Zij had mannelijke deugden, en het kwam mij voor
+dat zij zekere vrouwelijke gebreken miste; maar hare zucht tot onafhankelijkheid, hare zelfgenoegzaamheid zouden mij geducht
+in den weg staan bij mijn veroveringsplan, dit zag ik reeds nu in. Den generaal tot bondgenoot nemen, die zich daartoe wel
+zou leenen, indien hij alles wist, was zeker de zaak verkeerd aangrijpen. Ik had liefst nu op ditzelfde oogenblik volkomen
+oprechtheid willen gebruiken en tante Roselaer gerechtvaardigd, die het waarlijk zoo kwaad niet met Francis had gemeend; maar
+ik kon mij nog niet voorstellen veel bij Francis gewonnen te hebben, en als ik dan na die gulle bekentenis eens een even gul
+antwoord ontving, dat mij van alle verdere moeite ontsloeg, wat dan? Wat moest er dan van dien ongelukkigen grijsaard worden
+en van Francis zelve? Neen, ik moest eer ik sprak eenige zekerheid hebben dat ik mijn pleidooi zoude winnen; ook eenige zekerheid
+voor mij zelven, dat ik geen zaak aanvaardde die vooruit verloren was; maar al ware ik tot het besluit gekomen om eens eene
+eerste poging te wagen, het goede moment daarvoor was verloopen. Frits kwam op een drafje naar ons toe en zei tot Francis,
+na zijn gewonen militairen groet: &#8220;Freule! de kapitein laat vragen of u wel aan de saus voor de pudding denkt, en of de freule
+den sleutel wil geven voor de provisiekamer? want er is nog geen dessert klaargezet.&#8221;
+<a id="d0e2316"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2316">140</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Heel goed, Frits! zeg aan den kapitein dat ik voor alles zal zorgen.&#8221; Toen tot mij: &#8220;Excuseer mij, Leo! plicht gaat v&oacute;&oacute;r
+genoegen, en mijn waardige adjudant herinnert er mij aan, dat ik nog keukendienst heb.&#8221; Meteen vloog zij op en was in een
+wip uit mijne oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;En voor mij zal het tijd worden om een weinig toilet te maken,&#8221; sprak de generaal opstaande. &#8220;Ik dineer nooit in mijne kamerjapon,
+tenzij bij ongesteldheid; gij, neef! zult mogelijk uwe logeerkamer wel willen zien? Hol&agrave; Frits! Frits!&#8221;
+
+</p>
+<p>Frits, die met deftigen militairen stap Francis volgde, was nog genoeg in de buurt om de stem van zijn meester te hooren en
+keerde tot ons terug.
+
+</p>
+<p>&#8220;Frits! weet jij waar de jonker logeeren moet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker generaal! Ik heb de reistasch van mijnheer al boven gebracht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo! hadt gij een reistasch bij u?&#8221; vroeg de generaal met een glimlach, mij met eenig opzet aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen oom! Was het al te onbescheiden, bij goede ontvangst op een paar dagen gastvrijheid te rekenen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, volstrekt niet, mijn jongen!&#8221; viel hij met gulheid uit; &#8220;en wat mij aangaat, wat afwisseling is mij zeer welkom; alleen
+zie dat je &#8217;t met Francis....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De freule heeft mij opgedragen Jonker van Zonshoven zijne kamer te wijzen,&#8221; sprak de trouwe Frits, als om zich te verontschuldigen
+dat hij ons volgde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s juist wat ik je ook had te zeggen. Leo, verschoon me zoo ik niet zelf de trappen met je oploop,&#8221; en hiermede scheidden
+wij, daar wij in de groote vestibule waren gekomen en Frits mij voorging links af, een breede eikenhouten trap op, die naar
+de eerste verdieping voerde van den linkervleugel, juist die welke mij had toegeschenen in niet zeer bewoonbaren staat te
+zijn; toch was het eene ruime, oogenschijnlijk goed gemeubelde kamer, die Frits voor mij opende, waar een groot ouderwetsch
+ledikant met rood mor&eacute; gordijnen mij het <a id="d0e2337"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2337">141</a>]</span>eerst in &#8217;t oog viel. Overigens moest ik mij eene wijle aan de duisternis gewennen die er heerschte, eer ik onderscheiden
+kon met welke soort van behangsel het vertrek gestoffeerd was, want zeker uit gewoonte had men van de drie hooge ramen slechts
+een der blinden opengemaakt, en nog wel slechts ten halve; ook toen Frits vroeg of ik nog iets had te belasten, wees ik op
+die bijzonderheid en gelastte hem wat licht te maken.
+
+</p>
+<p>Hij verroerde geen vin en bleef stokstijf staan, terwijl hij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Jonker! de freule heeft gezegd dat de blinden gesloten moeten blijven, anders komt er te veel licht.... want er zijn geen
+gordijnen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! dat zegt niets, doe maar open.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja maar, ook om de tocht, want, ziet u, omdat er nooit log&eacute;s komen, is dat bij ongeluk vergeten, en, maken gaat nu zoo gauw
+niet.... hier op het dorp is geen glazenmaker.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik begreep hem: er waren wel wat veel ruiten stuk. &#8220;Nu, dan is het goed, Frits. Ik zal mij behelpen met het licht van dit
+eene raam,&#8221; en ik liet den goeden man gaan, wiens trouw aan de zaak zijner meesteres uit zijne verlegenheid sprak. Het eene
+blind, geheel geopend, liet genoeg licht door, en de enkele ruit die er stuk was had men zorgvuldig met wit papier beplakt,
+zoodat het niet te veel tocht doorliet. Het bleek mij nu dat er een geschilderd behangsel was, in vakken verdeeld, met vergulde
+baguettes omlijst, terwijl de <i lang="fr">boiseries</i> en de <i lang="fr">dessus de porte</i> mede geschilderd en verguld waren, alles <i lang="fr">style Louis&nbsp;XV</i>, maar kennelijk door geene meesterhand uitgevoerd, en sinds zonder eenige zorg voor het onderhoud aan vocht en bederf overgelaten,
+die er dan ook alle denkbare schade aan hadden toegebracht, in vereeniging met ratten en muizen, die hier en daar gaten in
+het doek hadden gebeten. Met de meubels was het eveneens gegaan. Het rood damast en de zijden koorden en kwasten van eene
+prachtige sofa, die in een hoek <a id="d0e2358"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2358">142</a>]</span>stond, was niet slechts verbleekt, maar op menige plek zoo verscheurd en versleten, dat het paardenhaar er door kwam; daarbij
+waggelde zij op drie pooten, terwijl er van de hooge, antiek gebeeldhouwde stoelen, eveneens met roode zijde bekleed, niet
+&eacute;&eacute;n was waar men met volkomen gerustheid op kon gaan zitten; daarentegen stond een tafel met een marmeren blad zoo goed op
+zijn drie berenpoten met vergulde klauwen, of hij u uittarten wilde hem te verzetten; maar het blad zelf was overal gebarsten
+en miste hier en daar stukken uit het moza&iuml;k ornament dat eene ster moest voorstellen.
+
+</p>
+<p>Tegen deze prachtige maar verwaarloosde antiquiteiten vloekte een hoogst eenvoudige moderne waschtafel, van grijs geschilderd
+hout, met lichtgroene randen, die hier zeker <i lang="fr">&agrave; mon intention</i> was neergezet, vlak onder een ovalen spiegel in rococostijl, die echter zooveel geleden had van den invloed der vochtige
+dampen, dat hij geheel onbruikbaar was. Gelukkig had ik een zakspiegeltje in mijne tasch, dat mij voldoende hulp verleende
+om mij een weinigje op te knappen voor het diner, sinds ik gehoord had dat de generaal aan die &eacute;tiquette hechtte; Francis
+had mij gewaarschuwd dat er een etensbel werd geluid, en dat men stipt op het app&egrave;l moest zijn, wilde men den Generaal en
+zijn staf! geene ergernis geven. Ik was in een oogwenk gereed, en daar ik mijne kamer niet nauwkeurig behoefde rond te kijken
+om te weten dat zij het symbool was van de gansche Werve: <i>Vervallen Grootheid</i>, verkwikte ik mij met het heerlijke uitzicht dat men genoot, reeds uit het eene raam dat met schik kon geopend worden. Heenziende
+over den vijver rondom het kasteel, die bijkans tot een moeras was uitgedroogd, breidde zich een prachtig Geldersch landschap
+voor het oog uit. Rechts op eenige minuten afstands, lag de ru&iuml;ne van het alleroudste kasteel die ik mij voornam eens te bezoeken.
+Er stond nog een zware, vierkante toren, die bewoonbaar was.... voor kraaien en uilen, welke daarvan zeer dapper gebruik maakten;
+de bogen die vroeger <a id="d0e2368"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2368">143</a>]</span>de gekleurde glasruiten hadden omsloten, waren nog in hun geheel; guirlandes van klimop wonden zich er om heen, dat nu met
+de lente aanving nieuw blad te maken. Het moest eene statige ru&iuml;ne zijn, die ik mij zou aantrekken om haar in wezen te houden
+als mijne rechten op de Werve eenmaal verzekerd waren. Want ondanks alles kon ik niet nalaten, het kostbare landgoed aan te
+zien met de oogen van een aanstaanden eigenaar. Ik was het reeds in zekeren zin, en niets kon mij hinderen het te aanvaarden
+als.... Francis maar wilde.... Daar luidde de etensbel; ik haastte mij aan de noodiging te gehoorzamen. Ik was zeer nieuwsgierig
+hoe Francis er uit zou zien als zij een weinig toilet had gemaakt, hetgeen te onderstellen was uit de exigenties van den generaal;
+maar tegelijk zou ik er voor mij zelf een goed voorteeken in zien, na ons gesprek van dien morgen.
+
+</p>
+<p>De generaal was reeds gezeten, en wees mij de plaats naast hem aan de langwerpig vierkante tafel, een meubel dat zeker al
+diensten had verleend onder het souvereine beheer van oud-tante Sophie, zonder iets van zijne soliditeit te hebben verloren,
+en waaraan met gemak een twintigtal gasten had kunnen plaats nemen, en wij zouden met ons vieren zijn! Ik stelde mij de gezelligheid
+voor van een groote table d&#8217;h&ocirc;te, waaraan men met zijn vieren dineert. De kapitein, ook present, nam zijne plaats in over
+mij, en Francis, die in zekere gejaagdheid kwam binnenstormen, zette zich naast hem neer! Daar zat zij dan in dezelfde verflensde
+pens&eacute;e blouse, die al terstond haar rijkleed had vervangen, de prachtige lokken met meer haast dan bevalligheid in een koordzijden
+net gestopt, dat zwaar neerhing onder dien rijken last. Een verkleurd sjaaltje was losjes om den hals geknoopt, als om diens
+slanken vorm en blankheid te verbergen, zelfs het eenvoudige heldere boordje ontbrak, dat dit genegligeerde toilet nog eenige
+frischheid had kunnen bijzetten. Zeker, ik had niet kunnen verwachten dat zij zich in dit oogenblik als eene prinses in een
+<a id="d0e2372"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2372">144</a>]</span>tooverballet zou hebben opgesierd; maar dat volslagen afwezen van alle coquetterie scheen mij van zoo slechte beduidenis,
+dat ik, na haar even te hebben aangezien, den blik teleurgesteld en ontmoedigd van haar afwendde. De ondeugende moet iets
+van die misrekening hebben opgemerkt, want een malacieus glimlachje plooide zich even om haar mond, terwijl zij haar levendige
+blauwe oogen uittartend op mij richtte, als had zij mij willen zeggen: &#8220;Reken er op dat het mij niet schelen kan hoe gij mij
+vindt!&#8221; Overigens wijdde zij zich aan hare plichten van gastvrouw met voorbeeldigen ijver en groote bedrevenheid. Zij diende
+de soep voor, sneed de vleeschen en zorgde zelfs voor schoone borden, daar Frits zijn zaak als afgedaan scheen te beschouwen,
+zoodra hij de gerechten had opgebracht. De beide heeren, en ik op hun voorbeeld, moesten zich lijdelijk schikken naar deze
+tafelorde, en zoo had zij het dan ook druk genoeg. Maar.... een middagmaal voor drie, met een onverwachten gast meer en buiten
+op een afgelegen kasteel, bij lieden die zelf bekennen: &#8220;<i lang="fr">qu&#8217;ils sont pris au d&eacute;pourvu</i>,<span id="d0e2377" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span> en die daarenboven in <i>g&egrave;ne</i> leven, kon toch zooveel dienens niet eischen, zult gij zeggen; en gij zoudt gelijk hebben, want ik zelf had het mij zoo voorgesteld,
+maar op de Werve gaat alles.... zooals het niet gaan moest, althans zooals men het niet had kunnen wachten.
+
+</p>
+<p>Werkelijk was het niet dan hun gewone tafel, en toch was er een overvloed en eene verscheidenheid van spijzen en zulke jacht
+op delicatesse, dat het zeer goed voor een fijn diner kon passeeren. Wij hadden, behalve de soep en een gerookte runderrib,
+fijne geconserveerde groenten, &#8220;het surrogaat van de primeurs,&#8221; zooals de generaal zich uitdrukte, nog patrijzen in gelei,
+een schotel <i lang="fr">poulet au riz</i>, waarmee wij ons maal hadden kunnen doen, en jonge kropsalade met gebakken paling, waarvan de kapitein lachend vertelde &#8220;dat
+hij hem in de fuik was geloopen, expresselijk om mij te f&ecirc;teeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Voor plat-doux een pudding met de fameuse saus, in <a id="d0e2390"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2390">145</a>]</span>welks belang Francis zelve naar de keuken was opgeroepen, en voorts een compleet dessert.
+
+</p>
+<p>De verschillende wijnen, die de kapitein, permanent tot schenker gepromoveerd, met al te veel gulheid en snelheid elkander
+deed opvolgen, voltooide die tafelweelde. Zij waren van de fijnste merken, en onze gastheer zoowel als zijn <i lang="fr">aide de camp</i> zorgden wel dat ik deze bijzonderheid niet overzag. Met kennelijke voorliefde werden mij de kwaliteiten en de jaartallen
+der extraatjes aangewezen, en hoewel ik mijn best deed om niet al te veel onverschilligheid te toonen en mijne soberheid te
+verontschuldigen met de gewoonte van onthouding, die ik mij van jongs aan had eigengemaakt, zag ik wel dat mijn gebrek aan
+geestdrift op dit punt hen eenigszins teleurstelde.
+
+</p>
+<p>Aan die luxe der spijzen beantwoordde echter noch het servies, noch het tafellinnen. Het eerste, Fransch porselein, uit hetzelfde
+tijdperk als de meubelen en &#8217;t goudleer behangsel, had blijkbaar veel aanstoots geleden van de ruwe hand des tijds of der
+bedienden, en was niet slechts gekramd, maar ook niet meer voltallig, en &#8217;t ontbrekende was vervangen door gewoon aardewerk,
+hetgeen den luister en helaas! ook de leemte van het geheel te sterker deed uitkomen. Het groote damasten tafellaken, dat
+het huwelijk van eene Spaansche infante voorstelde, had zeker dezelfde dienstjaren als het servies; het was keurig fijn, maar
+versleten, en niet altijd met goed geluk gerepareerd; en wat het zilver betrof, uit zekere wenken door Francis met de heeren
+gewisseld, uit de haast waarmee ze de gebruikte vorken en lepels naar de keuken zond en terug liet brengen, bleek het duidelijk
+dat er geen vol dozijn aanwezig was; daarentegen was er overvloed van keurig glaswerk, waarop de kapitein mij attent maakte,
+als vreesde hij dat deze bijzonderheid mij zou ontgaan, terwijl hij er bijvoegde: &#8220;Ik voor mij hecht niet aan al die fraaiigheid.
+In den tiendaagschen veldtocht heb ik bier gedronken uit een <a id="d0e2399"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2399">146</a>]</span>melknap en champagne uit boeren theekommetjes, en het smaakte er mij niet slechter om.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mits de kommetjes maar niet te klein waren,&#8221; vulde Francis aan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar de generaal,&#8221; ging Rolf voort, zonder de hatelijkheid te releveeren, &#8220;de generaal is zoo gesteld op alles wat exquis
+is, dat hij liever geen <i>IJquem</i> zou drinken, als hem geschonken werd uit een schellings glas! en daar onze majoor.... ik wil zeggen de freule oppergebiedster,
+steeds eene verregaande onverschilligheid toont op dit punt, heb ik mij eens en voor altoos belast met de zorg om het buffet
+van Zijne Excellentie in goede orde te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik kon niet anders dan hem een compliment maken over zijn <i>z&ecirc;le</i> in dezen, maar toch was er iets in de wijze waarop hij soms den generaal zijn titel gaf, dat mij niet beviel, iets sarcastisch
+dat den grijsaard treffen moest, naar ik mij voorstelde, hoewel deze zich hield of de speldeprik hem niet raakte. De inferioriteit
+van zijn middelen bij zijne superieuren rang, die vermoedelijk de heimelijke jaloezie opwekte van zijn voormaligen krijgsmakker,
+werd hem dus voelbaar gemaakt op eene wijze waarbij elk ander met verontwaardiging zou zijn opgesprongen of zich door een
+scherpe repartie hebben gewroken; maar het scheen dat aan von Zwenken daartoe geest- of wilskracht ontbrak, of dat hij uit
+rustliefde het hoofd daaronder boog en de lichte kwetsuur ontveinsde.
+
+</p>
+<p>Francis daarentegen was meer fijnvoelend en gansch niet gezind zulke lankmoedigheid te oefenen; ook liet zij niet na telkens
+represailles te nemen op eigenaardige wijze.
+
+</p>
+<p>&#8220;Foei, kapitein!&#8221; viel zij in, &#8220;gij moet dat niet zoo aan de klok hangen, dat gij hier foeriersdienst doet! Zijt gij misschien
+bang dat Jonker van Zonshoven niet zal opmerken hoe gij u verdienstelijk maakt! Maar ziet gij, als iedereen hier zich wilde
+getroosten mijn r&eacute;gime te volgen en zich wist te vergenoegen met ons kristalhelder <a id="d0e2417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2417">147</a>]</span>bronwater, dan zouden al die ijver en zorg voor kelderprovisie en kostbaar drinkgeschir overbodig zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Werkelijk had ik opgemerkt dat Francis niets dan water dronk en dat er op dit punt tusschen haar en den kapitein meermalen
+een geheimzinnig gebarenspel plaats vond, waarna hij telkens met kennelijk verdriet en teleurstelling zich onthield. Nu geprikkeld
+door haar rechtstreekschen aanval, viel hij uit: &#8220;Precies, freule! daartoe zoudt gij het graag willen brengen, opdat welhaast
+keldermeester en foerier zelf als overcompleet op retraite kon worden gesteld, en dan zou het hier de volmaaktheid wezen,
+niet waar?&#8221; eindigde hij met eene mengeling van bitterheid en weemoed, waarbij zijne lippen trilden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij weet wel dat het zoo niet gemeend is, kapitein!&#8221; gaf Francis ten antwoord met zekere norschheid, waarin toch goedhartigheid
+den boventoon had. &#8220;Gij weet wel dat wij u hier niet kunnen missen, en dat ook niet wenschen, al blijf ik er bij dat het ons
+allen goed zou zijn zekere overdaad te besnoeien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Le luxe c&#8217;est le n&eacute;cessaire</i>,&#8221; verzuchtte von Zwenken. &#8220;Mij ten minste, dat wil ik wel erkennen, neef!&#8221; ging hij voort, tot mij gewend; &#8220;en ongelukkig
+is Francis dat in &#8217;t geheel niet met mij eens; of &#8217;t al niet erg genoeg ware, hier op de Werve in volstrekte afzondering te
+leven, zou zij mij ook wel willen beduiden, dat ik het recht niet meer heb op eene tafel naar mijn smaak en rang, sinds ik
+mijn pensioen heb genomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het recht daarop, grootpapa! betwist ik volstrekt niet,&#8221; viel Francis in met een pijnlijken glimlach; &#8220;alleen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als we onzen commandant in dezen lieten begaan,&#8221; hervatte kapitein Rolf met eene poging om door scherts eene afleiding te
+maken, &#8220;dan zoudt gij zien, dat wij welhaast op half rantsoen gesteld werden. Zij verbeeldt zich altijd dat de Werve eene
+omsingelde vesting is, die een hard beleg zal hebben uit te staan, en dat men niet spaarzaam genoeg kan zijn met de vivres,
+alsof zij niet <a id="d0e2432"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2432">148</a>]</span>een actief adjudant had, die er goed slag van heeft om de noodige fourage binnen te brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ontzeg u zoomin goeden wil als behendigheid, kapitein!&#8221; hernam Francis, zijne intentie steunende; &#8220;ik zeg alleen: men
+moet met de krijgskas te rade gaan, en dan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ah bah! wij hebben een Minister van Oorlog die het zoo uitmuntend met de Kamer kan vinden, dat er een schitterend budget
+te gemoet wordt gezien,&#8221; viel de kapitein in; &#8220;ik verwed er mijn eerste luitenants-pensioen onder, dat er met nieuwjaar voor
+hoofdofficieren verdubbeling van tractement en verhooging van pensioen is te wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoudt ge &#8217;t waarlijk denken, Rolf?&#8221; vroeg de generaal met eene na&iuml;eve levendigheid, die ons allen glimlachen deed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker, Uwe Excellentie! en als de Majoor mij dan maar met de administratie laat begaan, sta ik er voor in, dat er nog
+wel een toertje naar Wiesbaden op over zal schieten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het diner had den generaal wat geanimeerd; reeds waren zijne bleeke wangen meer gekleurd en stonden zijne oogen minder dof;
+nu schenen ze op eens als van onnatuurlijken gloed te schitteren; het bloed steeg hem naar het voorhoofd en de aderen zwollen
+op.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, kapitein,&#8221; ving hij aan, &#8220;als gij dat mirakel wist te bewerken....&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar plotseling zweeg hij, verbleekte en sloeg de oogen neer voor den scherpen, bestraffenden blik, dien Francis hem toewierp,
+terwijl zij inviel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Dankje kapitein, ik houd niet van kunstmiddelen, en mijn grootvader is niet meer van den leeftijd om te reizen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zoudt gij wel beter zien, Majoortje, als wij maar eens zoo ver waren.... want gij zoudt het bataillon toch wel willen
+begeleiden....&#8221; plaagde Rolf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou een waar genot voor me zijn, het toezicht te houden over een paar groote kinderen, die niet wijs <a id="d0e2454"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2454">149</a>]</span>genoeg waren om alleen te loopen....&#8221; beet Francis hem toe, maar op gedempten toon, zoodat de generaal bij zijne hardhoorendheid
+de woorden niet verstond; doch hij raadde den zin, en zich tot mij keerende sprak hij wrevelig:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne kleindochter heeft de manie om mij altijd ouder en zwakker voor te stellen dan ik werkelijk ben,&#8221; en in &eacute;&eacute;n teug ledigde
+hij zijn glas, dat de kapitein onverwijld weer vulde, terwijl von Zwenken voortging: &#8220;niet om mijn ouderdom, maar om haar
+drijven heb ik mij uit den dienst teruggetrokken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootpapa!&#8221; sprak Francis gekrenkt, maar toch met kennelijke zelfbeheersching, &#8220;ik zou daar veel op kunnen antwoorden....
+zoo wij alleen waren, maar, wij zijn <i>niet</i> alleen en het is beter dit chapitre maar te laten rusten, dat alles behalve amusant is voor neef Leopold.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik moet Zijne Excellentie herinneren, dat wij nog niet eens de gezondheid gedronken hebben van onzen gast....&#8221; viel de
+kapitein in, zichtbaar in onrust over de wending die het discours had genomen.
+
+</p>
+<p>Ik voor mij dacht aan de uitspraak, dat een droge bete en rust daarbij beter is dan een huis vol geslachte beesten met twist....
+en tegenover hunne d&eacute;lices herinnerde ik mij de spinasie van mijn kok met slechte boter en een dor stukje vleesch en de kalmte
+die ik daarbij genoot in mijne eenzaamheid; maar toch gaf ik Francis in mijn hart gelijk dat zij zich ergerde aan een overdaad
+en verfijning van tafelgenot, die zoo weinig voegde bij dit in puin zinkend huis.
+
+</p>
+<p>De toast, door den kapitein als <i lang="fr">pare-tonnerre</i> voorgesteld, bleef toch niet achterwege.
+
+</p>
+<p>Ik moest mij dit laten welgevallen en mijn glas aan de lippen brengen, ware &#8217;t ook alleen om de goede intenti&euml;n van Rolf te
+steunen. Francis knikte mij vriendelijk toe, legde met zekere drift hare hand op den arm van den kapitein, die deze gelegenheid
+wilde aangrijpen om haar in te schenken, en achtte zich nu gerechtigd <a id="d0e2474"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2474">150</a>]</span>op te staan, daar zij geen deel wilde nemen aan het dessert, ondanks het wrevelig hoofdschudden van den generaal; zij schelde
+Frits, die sigaren presenteerde, en trok zich terug in de <i>suite</i>, waar ik haar, juist omdat ik vlak tegenover den spiegel zat, kon gadeslaan, zonder dat zij het bemerkte.
+
+</p>
+<p>Zij wierp zich in een hoek van de breede oud-modische canap&eacute; en wrong beide handen boven haar hoofd samen, terwijl zij zich
+de lippen verbeet om geen kreet te slaken. Door de snelle en forsche beweging, waarmee zij het hoofd liet neervallen, gleed
+het zijden net af, en de zware lokken vielen weer in vollen rijkdom neer over hals en schouders, bijkans tot op den grond;
+zij scheen het niet te bemerken, maar bleef in dezelfde houding liggen met gesloten oogen en samengeklemde lippen, een beeld
+der diepste mismoedigheid; ik wendde mijn blik niet van haar af, terwijl ik voorgaf naar den kapitein te luisteren, die nu
+eerst recht op zijn praatstoel geraakte en mij een glorieus tafereel ophing van zijn krijgstocht naar Hasselt en Leuven, waarbij
+hij de Willemsorde verdiende, en dientengevolge in lateren tijd tot den luitenantsrang werd bevorderd; hij had een geduldig,
+maar niet zeer opmerkzaam toehoorder in mij, terwijl de generaal zachtjes aan indommelde, als onder het snorren der kogels
+en den kruitdamp van de <i lang="fr">m&eacute;l&eacute;e</i>, waarbij Rolf zijne lauweren won, en die hij zoo plastisch mogelijk voorstelde.
+
+</p>
+<p>Francis lag daar intusschen kennelijk worstelend in een zwaren innerlijken strijd, die voor mij veel meer beteekenis had dan
+de heldendaden onzer dapperen, die al dertig jaren in &#8217;t verleden lagen. Juist toen Rolf een Belgisch vaandel aan flarden
+reet en een hoop &#8220;muiters&#8221; op de vlucht joeg, scheen de zielesmart van Francis tot haar hoogste punt gekomen; zij barstte
+in tranen uit, en hield haar zakdoek voor &#8217;t gelaat, als om haar snikken te smoren. Ik kon het niet langer uithouden; gekomen
+in het vaste denkbeeld dat ik eene Xantippe zou moeten temmen, zag ik meer en meer in, dat er een slachtoffer <a id="d0e2486"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2486">151</a>]</span>was te redden. Ik liet den kapitein aan de oude cognac, die hij zeide noodig te hebben tegen de verkoeling van de vruchten,
+zag even naar den generaal, die de hoorbare bewijzen gaf van de diepste ruste, en liep met zachte, snelle schreden naar Francis
+toe, terwijl ik mijne sigaar wegmoffelde.
+
+</p>
+<p>Snel hief zij zich op, blijkbaar wat onthutst door mij in hare mismoedige bui verrast te worden; maar zij hervatte terstond
+haar <i>aplomb</i>.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt gerust rooken, neef, als gij met mij praten wilt,&#8221; voegde zij mij toe, met eene poging om te glimlachen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is mijne gewoonte niet tegenover....&#8221; dames mocht ik niet zeggen, ik bleef in mijne phrase steken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom! gekheid, zoo&#8217;n nuf ben ik niet, dat weet gij nu wel. Wilt gij dat ik koffie voor u zal zetten? De heeren d&aacute;&aacute;r gebruiken
+die niet, zij blijven rooken en drinken tot dat....&#8221;
+
+</p>
+<p>Op hare beurt was zij wat verlegen om te voleinden, dus viel ik in:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil niets dan een oogenblik vertrouwelijk met u spreken; gunt gij mij dat?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker, dat zal mij pleizier doen; neem dien fauteuil en ga over mij zitten, dat praat het gemakkelijkst.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik volgde hare aanwijzing en zij ging voort:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg me allereerst of gij nu begrepen hebt, waarom ik hier geen gast wil hebben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo ongeveer.... ik onderstel dat gij vereenvoudiging wenscht, die de heeren niet goed vinden, en den omslag dien gasten
+noodzakelijk maken liefst wilt vermijden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, voorwaar! gij zult niet weer eerst raden, dat&#8217;s slim van u, d&agrave;t uitgevonden te hebben na &#8217;t geen gij hier reeds hebt
+bijgewoond!&#8221; en de ondeugende lachte mij helder uit; maar zij was weer in goede luim geraakt, en dat was altijd iets; hetgeen
+ik giste durfde ik niet uitspreken.
+<a id="d0e2513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2513">152</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik zie wel, ik moet u zelve op de hoogte brengen, anders komt gij er niet. En d&agrave;n studeeren de mannen voor rechters en advocaten!
+en zien niet verder dan hun neus lang is! Wat Shakespeare gelijk had, dat hij Portia gebruikte om een pleidooi te winnen,
+waarbij het op menschenkennis en scherpzinnigheid aankwam.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondanks mijn respect voor Portia en mijne bewondering voor Shakespeare, moet ik u toch doen opmerken, dat ik <i>niet</i> heb gestudeerd, hoewel ik overtuigd ben dat mijn gebrek aan doorzicht in dezen daarmee niet in verband staat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet gestudeerd! &#8217;t is waar ook, hoe komt d&agrave;t? gij zoudt mij dat verteld hebben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal ik u vertellen, Francis; maar laten we eerst van u zelve spreken; hoe kortzichtig gij ook meent dat ik ben, toch
+heb ik doorzien, dat gij niet gelukkig zijt, en dat grieft mij; schenk mij uw vertrouwen; mogelijk vinden wij samen het middel
+om uit den weg te ruimen, wat u tegen is....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met de lamp van Aladin in de hand, en het <i lang="fr">S&eacute;same ouvre toi!</i> als parool, niet waar?&#8221; sprak zij met een minachtenden lach, waarin bitterheid school. &#8220;Neen, beste Leo, onderneem dat maar
+niet, gij zoudt menschen en toestanden beiden moeten veranderen, en n&ograve;g! Neen, vertel mij liever van u zelven; dat zal mij
+afleiding geven, en die heb ik allereerst noodig. Eilieve! zie ginds die heeren der schepping, mijn dagelijksch gezelschap,
+mijne eenige omgeving,&#8221; ging zij voort, even den blik naar de eetzaal wendende; &#8220;zij zijn op het hoogtepunt van hun levensgenot
+gekomen, de generaal is met de sigaar in den mond in slaap gevallen, en de kapitein heeft genoeg van zijn cognac; hij stopt
+zijne groote duitsche pijp en waggelt naar de billardkamer om in zijn eentje te smoken! Zij komen niet weer bij v&oacute;&oacute;r de thee;
+wij hebben een goed rustig uurtje voor ons. Kom aan, biecht eens op,&#8221; ging zij voort, nu tot mij op een gansch anderen toon
+dan die van laatdunkende bitterheid, <a id="d0e2530"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2530">153</a>]</span>waarmee zij over &#8220;die heeren der schepping&#8221; gesproken had, &#8220;en zeg mij waarom gij geen advocaat zijt geworden?&#8221; Zij vestigde
+al sprekend hare groote blauwe oogen op mij, met eene mengeling van belangstelling en wantrouwen, of ze mij verdacht een gesjeesde
+student te zijn.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eenvoudig omdat mijn goede vader al te vroeg gestorven is....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een <i>goede</i> vader sterft altijd te vroeg voor iedereen,&#8221; hernam zij met een licht schouderophalen; &#8220;zelfs een slechte, die zich niet
+om zijn kind bekommert, is nog een verlies; de uwe liet dus niets na?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan eene weduwe die gewoon was van een vrij goed tractement te leven, en die nu plotseling op een pensioen werd gesteld dat
+slechts een derde daarvan bedroeg. Wij bezaten niets daarnevens dan een titel en antecedenten, die allerlei eischen stelden,
+waaraan wij niet meer konden voldoen. Mijne moeder, Brusselsche van geboorte en sinds haar huwelijk in den Haag overgeplant,
+voelde zich daar recht thuis, en had zich een schrikbeeld van Leiden gemaakt, dat ik haar niet uit het hoofd konde praten;
+zich bekrimpen, zich behelpen wilde ze, desnoods op eene kamer van eene derde verdieping, maar den Haag te verlaten om te
+Leiden samen te gaan wonen met mij, dat scheen haar eene ondragelijke ballingschap. Ook wachtte ik mij wel het haar voor te
+stellen, want zij zou het om mijnentwille hebben aangenomen; en zwak en teergevoelig als zij was, kon het haar dood zijn geweest.
+Zij verbeeldde zich dat ik toch wel kon blijven studeeren; zij wilde zoo graag heel zuinig zijn voor mij, en ik had immers
+nooit zulke groote sommen noodig gehad. Dat was waar. Met de bewustheid, dat er geene fortuin voor mij was weggelegd en dat
+mijne ouders het hunne best konden gebruiken, had ik altijd getracht hen het minst mogelijke te kosten, en had met copieeren
+en werken voor anderen aangevuld wat er aan mijne toelage te kort kwam. Maar nu! de kosten van twee&euml;rlei huishouding <a id="d0e2541"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2541">154</a>]</span>konden niet bestreden worden met haar schraal pensioen, zelfs al leefde ik te Leiden zooals ik geleefd had. Er werd nu veeleer
+van mij gevorderd te werken voor haar, zou zij niet allerlei lasten en ontberingen lijden. Zoo gaf ik er de studie aan en
+wendde voor dat ik den lust tot studeeren verloren had, allereerst tegen mijne moeder zelve en hield die rol vol zelfs tegenover
+vrienden en academie-kennissen. Ik wilde niet, dat men haar verwijten zoude doen, evenmin dat men mij zoude beklagen! Ik beproefde
+wat ik met mijne nog weinig geoefende talenten als auteur vermocht. Ik begon met vertalen, en de hemel weet wat al onbeduidende
+romans ik op boekverkoopers-bestelling in den kortst mogelijken tijd heb afgeleverd; intusschen klopte ik hier en daar aan
+om aan een ambt of in eene betrekking te geraken, die wat betere uitzichten voor de toekomst beloofde; tevergeefs: altijd
+stiet ik het hoofd omdat ik geen Mr. voor mijn naam kon zetten. Zoo tobde ik een tijdlang, eer ik zekere litterarische connexi&euml;n
+had aangeknoopt, die mij op weg hielpen; maar toen eens mijn pseudoniem een goeden klank had gekregen, ging het vrij goed;
+niet zonder inspanning, niet zonder offers, dat is zoo, maar toch geene die mij te zwaar vielen. Mijne moeder leed geene al
+te groote ontberingen, behoefde zich niet op eene derde verdieping te verschuilen, noch aan alle gezellig verkeer te onttrekken,
+en ik kon haar van tijd tot tijd laten deelen in genoegens en uitspanningen, die haar tot behoefte waren geworden. Toch bleek
+het dat hare zwakheid niet bestand was om den schok te dragen, dien zij had moeten doorstaan; tevergeefs trachtte zij het
+voor mij te verbergen dat zij leed, ik bemerkte het aan alles dat zij de smart van haar verlies niet te boven kon komen. Zij
+verviel langzamerhand tot eene diepe melancholie, waaruit niets haar meer konde opwekken, die haar geest benevelde, hare krachten
+ondermijnde, ondanks alles wat er beproefd werd tot hare herstelling, en na enige maanden van dit aandoenlijk lijden bezweek
+zij, <a id="d0e2543"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2543">155</a>]</span>zonder in eigenlijken zin ziek geweest te zijn. Hoezeer verblijdde ik mij toen, dat ik haar het zwaarste offer niet had gevergd
+en die teedere plant niet om mijnentwille had losgerukt uit den grond waar zij wortelen had geschoten. Haar afsterven, reeds
+in den vroegen herfst des levens zou mij dan als eene zware schuld op het geweten hebben gedrukt. Nu had ik ten minste het
+mijne gedaan om haar te behouden, ik kon haar nastaren met stille berusting, al was het met diepen weemoed. Zoo is het gekomen,
+Francis, dat ik geen Mr. voor mijn naam kan zetten....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu! gij zijt er mij te liever om,&#8221; viel zij onbedacht uit; &#8220;een man die geen ego&iuml;st is en zijne ambitie ten offer kan brengen
+aan de zwakheid van eene moeder, van eene vrouw, is eene zeldzaamheid; laat mij u daarop goed in de oogen zien, Leo! om de
+uitdrukking van uw gelaat in mijn geheugen te prenten; dus zal ik u in gedachten houden, en dat zal mij goed zijn; want om
+de waarheid te zeggen, ik heb mijne redenen om geen al te hoogen dunk te hebben van uwe soort.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wonderlijk schepsel! op het oogenblik zelf, dat zij zich betuigingen liet ontvallen die een onvoorzichtige tot eene declaratie
+zouden hebben verleid, die ik althans had kunnen opvatten om er haar mee in de war te brengen, de geweldige mannenhaatster!
+gaf ze mij te verstaan, dat zij vast op mijn heengaan rekende, zonder aan weerzien te denken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt gij dan zooveel haast om mij weg te zenden, dat gij nu al op een afscheid peinst?&#8221; vroeg ik, haar verwijtend aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar, Leo! gij hebt immers zelf wel begrepen, dat gij hier niet blijven kunt, nu gij gezien hebt hoe het hier toegaat?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen. Ik begrijp wel dat het voor u geen stichtelijk schouwspel is, een paar heeren van leeftijd, die zich
+eene fijne flesch goed laten smaken, maar toch, wat mij aangaat, niet z&oacute;&oacute; afschrikwekkend om er mij terstond door te laten
+verjagen.&#8221;
+<a id="d0e2555"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2555">156</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Het kwam mij toch voor, dat gij bij exempel de uiterste matigheid hebt gepredikt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet vreemd. Ik kan niet zoo in eens met mijne gewoonte breken, maar als ik luxe hebben kan, zal ik er mij zoo goed in schikken
+als een ander; ik zal hier wel gewennen,&#8221; sprak ik koeltjes, al zag ik dat zij van ongeduld trappelde met de kleine voeten,
+tot mijne verrassing elegant geschoeid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij houdt van schertsen,&#8221; sprak zij, na mij even te hebben aangezien, kennelijk zich zelve beheerschend om niet een van die
+uitvallen te doen, die de kapitein <i lang="fr">parate executie</i> noemde, &#8220;maar ik vraag u in vollen ernst, of gij gelooft dat men de Werve bewonen kan met een kolonelspensioen en er zulk
+eene tafel op nahouden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat mij betreft, het is niet aan mij om mijn gastheer en vrouwe de rekening te maken; ik kan alleen zeggen, dat ik het jammer
+zou vinden als gij zooveel omslag zoudt maken om mij, al scheen de generaal er pleizier in te hebben om mijne welkomst wat
+te f&ecirc;teeren; ik heb u immers terstond gezegd, dat ik met een schotel groente en wat koud vleesch tevreden ben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij! dat is wel mogelijk, maar vraag eens wat de kapitein daarvan zeggen zoude?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doet dat er toe? Zijt <i>gij</i> het niet die hier de huishouding bestuurt? De generaal heeft toch niet het voorkomen van zoo&#8217;n tyran te wezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Helaas, neen! het is niet zijne geweldenarij, maar zijne zwakheid, zijne jammerlijke zwakheid, die mij zoo diep ongelukkig
+maakt,&#8221; viel zij in, met een smartelijk hoofdschudden; &#8220;geloof niet dat ik den grijsaard geen goed hart toedrage, dat ik hem
+niet iedere sier des levens zou gunnen,&#8212;zou willen geven met opoffering van al het mijne,&#8212;maar dat is de groote grieve, die
+ik tegen hem heb, dat hij zich zoo afhankelijk heeft gemaakt van den kapitein.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het komt mij toch voor dat gij waarlijk nog al cavali&egrave;rement met uw kapitein omspringt; hij zelf noemt <a id="d0e2578"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2578">157</a>]</span>u immers zijne gebiedende vrouwe, zijn majoor! En gij zoudt zijne toestemming noodig hebben om hier bezuinigingen in te voeren
+die gij noodig acht; op dit punt geloof ik dat iedere vrouw het recht heeft hare autoriteit te laten gelden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziedaar juist wat ik niet kan, niet mag; maar het schijnt wel dat gij mij niet met een half woord wilt verstaan. Zoo zal
+ik u den sleutel van dit raadsel in handen geven! dat zal mij tegelijk verlichten; want ik ga onder door verdriet en ergernis,
+die ik altijd moet verkroppen, en ik heb niemand, niemand waaraan ik mijn hart eens kan uitstorten; gij, gij schijnt mij toe
+een oprecht, een edelmoedig mensch te zijn; &#8217;t is waar, ik heb mij in mijne opinie van een man wel eens meer bedrogen, maar
+toch, met u wil ik het er nog eens op wagen,&#8212;eene teleurstelling meer komt er zooveel niet op aan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Schenk mij gerust uw vertrouwen, Francis! Wees er zeker van, dat ik een eerlijk man ben, die een oprecht verlangen heeft
+uw leed te verlichten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat verlang ik niet van u; het zal mij genoeg zijn zoo gij het kunt begrijpen en mee gevoelen; maar trek even de porte-bris&eacute;e
+toe, dan kan niemand in de schemering binnenkomen, zonder dat wij het bemerken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik volgde haar wenk, en toen ik mij weer tegenover haar had nedergezet, ving zij aan: &#8220;Ziet gij, Leo! toen mijn grootvader
+zijn pensioen had genomen en wij ons hier op de Werve terugtrokken, was het ons dringend noodig op bezuiniging bedacht te
+zijn. Voormaals hadden wij een rijkelijke en omslachtige huishouding gehad; de eischen van zijn rang, de verplichting als
+commandant van de kleine vestingstad om de autoriteiten, zoowel als zijne officieren, bij zich te ontvangen, en, laat ik het
+bekennen, ons beider gewoonte om in zekere ruimte en gulheid te leven, waren oorzaak dat wij bijkans open tafel hielden en
+er altijd op gasten gerekend was; maar door verschillende oorzaken, door smartelijke familieomstandigheden <a id="d0e2588"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2588">158</a>]</span>niet het minst, was onze fortuin in de laatste jaren zoo geslonken, dat het niet mogelijk was op dezen voet voort te gaan.
+Grootpapa zag het toenmaals in zoowel als ik; zich verminderen en in werkelijken dienst te blijven ging niet, maar hier buiten
+konden wij leven zooals wij wilden. Wij behoefden niemand te zien, wij sneden in &eacute;&eacute;n houw alle parasieten af, en hoewel het
+eene hachelijke onderneming was, een kasteel als dit te gaan bewonen met eene enkele dienstbode en een oppasser, besloten
+wij toch daartoe, omdat wij slechts twee of drie kamers in gebruik zouden nemen en het mij niet te veel was, zelve de handen
+uit de mouw te steken. Bedrijvigheid was mij noodig; ik rekende op den moestuin en den boomgaard, op de boerderij, die toen
+nog bij de plaats behoorde, om in bijna al onze behoeften te voorzien, en ik had in stilte de bijgedachte om bij zoo zuinige
+leefwijze zekere bezwaren weg te ruimen en de Werve te eenigen tijd uit haar staat van verval op te richten. In den eersten
+tijd ging alles vrij goed; wij waren hier in den zomer gekomen; de rust, waaraan wij beiden behoefte hadden, de prachtige
+natuur vol afwisseling, die ons verlokte tot gezamenlijke rijtoertjes, alles werkte mee om ons de afzondering te veraangenamen.
+Maar helaas! toen de herfst kwam met hare gure dagen en lange avonden, toen de generaal, door zijne rheumatiek gekweld, niet
+meer te paard kon stijgen, kwam de verveling over hem als een gewapend man, eene plaag, waartegen ik te vergeefs trachtte
+te strijden door lectuur en muziek. De laatste trok hem weinig aan, hij hield niet van lezen en zag zelfs niet graag boeken
+in de handen van anderen dan de prachtwerken die in een salon worden tentoongesteld. Als de courant gelezen was, waren wij
+uitgepraat. Iederen avond het dominospel of een <i lang="fr">piquet &agrave; deux</i>; mij was het haast onuitstaanbaar, en hem was het nog niet genoeg. Wij hadden hier niemand, waaraan wij ons konden of wilden
+aansluiten. Wie hier de notabelen genoemd worden, zijn plompe <a id="d0e2593"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2593">159</a>]</span>lieden, die daarenboven tot de partij van den burgemeester behooren; de domin&eacute; is geen man voor ons, en al ware dat, het genot
+dat men vindt in datgene wat men een degelijk discours noemt, valt niet in den smaak van grootpapa, al placht hij bij uitnemendheid
+de man te zijn voor het gezellige leven in ruimen kring; en nu hij dat alles miste, werd hij knorrig, lusteloos, ving aan
+te kwijnen en wist zich hoe langer hoe minder te schikken naar de eenvoudige leefwijze, die ik had ingesteld. Zelve werd ik
+bijna moedeloos hem dus te zien, zonder de middelen te hebben om hem te helpen. Toen noodigde een zijner vroegere krijgsmakkers,
+die eveneens zijn pensioen had genomen, maar met het oogmerk om eens recht van zijne fortuin te kunnen genieten, hem uit,
+om eenigen tijd bij hem te logeeren; dat zou afwisseling geven, dus zou hij zonder eenige bekommeringen kunnen ademen in een
+atmosfeer naar zijn smaak. De bedoelde kolonel had zich te Arnhem op schitterenden voet ingericht en behoorde tot den kring,
+die er den toon gaf. Grootpapa was er volkomen in zijn element; hij bleef er de drie wintermaanden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik! o, ik bleef hier, dat sprak wel vanzelve; men had vergeten &#8216;Majoor Frans&#8217; te inviteeren, en toen men er aan dacht, was
+het zoozeer eene invitatie <i lang="fr">du bout des l&egrave;vres</i>, dat ik niet zou aangenomen hebben, al ware dat mogelijk geweest, maar het kon toch niet, al had men mij met nog zooveel
+gulheid gevraagd. Gij begrijpt wel, Leo! dat ik, mij hier verschuilende, eens vooral alle overbodige luxe van toilet had afgeschaft;
+en zonder eene kostbare uitrusting zou ik geen winter in de stadswereld kunnen doorbrengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat stem ik toe, Francis; maar toch, zelfs hier zou een weinigje toilet maken niet overbodig zijn,&#8221; viel ik in, de gelegenheid
+aangrijpend, om haar op dit chapitre mijn gevoelen te zeggen, om eens te zien <i>hoe</i> zij het opnam.
+<a id="d0e2607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2607">160</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Och! voor mij komt het er niet meer op aan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Foei! zoo moogt gij niet spreken; gij zijt nog jong, gij moet zelve weten, dat gij bevallig kunt zijn, als gij maar wilt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar wil ik niet eens aan denken. Ik zeg met zekere Fransche coquette: &#8216;<i lang="fr">du temps que j&#8217;&eacute;tais femme</i>&#8217; had ik zekere eischen voor mijn uiterlijk, dat&#8217;s voorbij: het komt er niet meer op aan, hoe Majoor Frans er uitziet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ben ik volstrekt niet met u eens, al wilt gij nog zoo&#8217;n Amazone zijn. De Amazones zelven weten hare gratie in &#8217;t volle
+licht te stellen. Gij maskeert die met opzet; gij doet alles wat gij kunt om er onbehagelijk uit te zien, en ik moet u ronduit
+zeggen, dat gij er ditmaal volkomen in geslaagd zijt. Eene jonkvrouw van uwe geboorte moest zoo niet aan tafel gaan; gij zaagt
+er letterlijk uit als....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu toch niet als een boschwachter,&#8221; viel zij in met een ondeugend lachje; &#8220;eerder als eene keukenprinses, die maar even uit
+haar werk is geloopen om inderhaast mee te eten, en dat is maar weinig bezijden de waarheid; ik moet tot het laatste oogenblik
+zorgen voor de d&eacute;licatesses, die noodig worden geacht, en zoo ontbreekt mij de lust zoowel als de tijd om toilet te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet eens tijd om een frisch kraagje om te doen, Francis? Dat is toch wat sterk.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijt gij zoo&#8217;n fat, Leo, om daarop te letten? Nu ja! ik wil het wel bekennen, aan <i lang="fr">lingeries</i> doe ik niet veel meer, &#8217;t is hier buiten zoo lastig en zoo kostbaar, het is al veel als ik de exigenties van den generaal
+in dezen kan bevredigen; daarbij, voor wie zou ik mij opknappen? De heeren daar ginds&#8221;&#8212;zij wees met een gebaar van minachting
+naar de zaal&#8212;&#8220;vragen het allereerst of de ommelet goed is gesauteerd en of de farci van den kalkoen genoeg <i lang="fr">haut go&ucirc;t</i> heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt gij moest het doen omdat gij het u zelve schuldig zijt, en ditmaal toch ook voor mij&#8212;ja, glimlach maar, ik wil
+het u toch zeggen, dat ik mij aan <a id="d0e2633"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2633">161</a>]</span>tafel over u ge&euml;rgerd heb, al is het waarschijnlijk, dat gij deze ergernis hebt beoogd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt vindingrijk, Leo.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt zoo even met mijn gebrek aan scherpzinnigheid gespot, ge zult mij nu toestemmen, dat ik u doorzien heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr"><span id="d0e2642" class="corr" title="Bron: A">&Agrave;</span> peu pr&egrave;s</i>; gij zijt zoo gul met mij lessen te geven, dat ik u op mijne beurt wilde doen verstaan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ik u eigenlijk niet welkom ben....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij weet wel beter....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Eene gastvrouw, die zulk eene opzettelijke nonchalance toont....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wil er mee zeggen, dat zij van alle coquetterie heeft afgezien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Coquetterie is ook zoo uitsluitend eene eigenschap van &#8216;de dames,&#8217; dat ik die bij Majoor Frans nooit gewacht zou hebben,&#8221;
+hernam ik; &#8220;maar de zucht voor betamelijkheid is eene mannelijke eigenschap, die men met recht van dezen zou mogen eischen;
+of moet ik Majoor Frans aan de strikte eischen der militaire tenue herinneren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij het nu zoo kras opneemt met mijn majoorstitel!&#8221; sprak ze met zekere gekrenktheid, terwijl haar kleine voet opnieuw
+met ongeduld trappelde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik althans ben het niet, die hem u gegeven heb&#8212;maar in elk geval moet gij kiezen: Majoor Frans, die <i lang="fr">en r&egrave;gle</i> behoort te zijn, welke uniform hij zich ook kiest, of Freule Francis Mordaunt, die geene vrijheid heeft om zich aan een neef,
+een gast, met opzettelijke achteloosheid te vertoonen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met er die uitlegging aan te geven, Leo, brengt gij mij waarlijk in groote verlegenheid; want al wilde ik&#8212;ik kan u in dezen
+niet voldoen. Sinds wij hier op de Werve zijn, heb ik niets nieuws laten maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dat is toch zoo lang nog niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is reeds het derde voorjaar, en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zijn uwe toiletten niet meer naar de mode, dat <a id="d0e2671"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2671">162</a>]</span>wil ik toegeven; maar zij kunnen toch smaakvol zijn. En ik ben er zeker van, dat gij u vroeger elegant hebt gekleed.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geloof ik zelve, hoewel ik niet zelden het verwijt kreeg van bizarrerie, omdat ik zoo mijne eigene idee&euml;n had op dit
+punt, en er zekere modes waren, die ik niet verkoos na te volgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, ik houd van originaliteit. Kies uit uwe kostumes er een waar de uwe het sterkste in uitkomt, en ik geloof, dat gij er
+even gracieus als interessant zult uitzien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik ben zeker, dat het juist andersom zou zijn; gij hebt mij gezien in het kleed, waarin ik mij het meest mij zelve gevoele,
+en herinner u welk eene figuur ik in uwe oogen heb gemaakt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat rekent niet me&ecirc;, gij hadt u toen zoo toegetakeld....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als de guurheid van dit seizoen het eischte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Al verbergt gij u nog zoo voor mij, Francis, ik heb toch al reeds te veel echt vrouwelijke kwaliteiten bij u waargenomen
+om mij te laten wijsmaken, dat gij juist in uwe amazone het meest op uw gemak zoudt zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij mij zoo kwelt, dringt gij mij tot de bekentenis, dat ik alles weggegeven heb, wat ik te missen had, in dien winter,
+dien ik alleen op de Werve doorbracht; eene arme officiersdochter, die als gouvernante in eene deftige familie moest optreden,
+en die geen voldoende <i lang="fr">trousseau</i> bijeen kon brengen, wendde zich tot mij, die zij rijk waande, om hulp. Ik kon geen geld missen; maar ik had toch wat te geven.
+Ik berekende dat ik hier al heel weinig kleedij noodig had, en behield niets dan eene enkele zijden japon als zondagskleed,
+en mijne baltoiletten, die haar evenmin te pas kwamen als mij, doch waar ik nog aan hechtte als souvenir. En nu, Leo! zijt
+gij ingewijd in &#8217;t geheim mijner ledige garderobe. Oordeel nu zelf, wat ik in dezen voor u doen kan; gij zult toch niet van
+mij vergen, dat ik hier in danskostuum aan tafel zal verschijnen.&#8221;
+<a id="d0e2690"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2690">163</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Hm! hm! wie weet waar ik u nog om plagen zal,
+als wij eens op de Werve feest vieren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Men viert geen feest op de Werve, daartoe hebben we geene gelegenheid en geene aanleiding,&#8221; sprak zij wat knorrig en kortaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Druk er niet te veel op, Francis!&#8221; plaagde ik, &#8220;gij kunt niet vooruit weten wat er nog gebeuren kan; ik ben een stijfkop,
+zooals gij zelve hebt gezegd, en een origineel op mijne wijze zoowel als gij; maar om te beginnen zal ik mij tevreden houden
+met dien zekeren zijden japon, die u goed zal staan, dat weet ik vooruit; mits gij wat werk maakt van dat prachtige haar en
+u de moeite geeft de eene of andere parure aan te doen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij moet weten, Willem, dat ik <i lang="fr">&agrave; tout hasard</i> de sieraden die zij bij Overberg te pand had gegeven, in mijne reistasch had gestoken; maar ik bemerkte wel dat zij nog vooreerst
+niet te pas zouden komen. Zij vloog op of eene wesp haar gestoken had; hare oogen fonkelden van toorn, en al kon ik hare trekken
+niet meer onderscheiden, ik ben zeker dat een gloed van verontwaardiging haar op het voorhoofd steeg, terwijl zij op heftigen
+toon uitviel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb geene parures meer: en ik <i>wil</i> ze niet hebben, verstaat gij Jonker van Zonshoven! en dit zeg ik u: als &#8217;t u schelen kan of wij vrienden blijven &agrave;l of niet,
+vervolg mij dan nooit weer met uwe zotte invallen. Ik mag wel eens railleeren; dat geeft wat zout aan de conversatie, maar
+het moet geen bijtend loog worden; en dit is kwetsende ironie, mij van mijne diamanten te spreken, terwijl ik bezig ben u
+te vertellen, dat ik alles aan mijne relati&euml;n heb opgeofferd.&#8221; Ik begreep dat ik werkelijk eene pijnlijke wonde had aangeraakt.
+Ik had niet van diamanten gesproken, maar zij herdacht aan de hare die voor haar verloren waren, en zij betreurde ze, dat
+was zeker! Ik had te veel deernis met haar om met hare zwakheid mijn voordeel te doen en te toonen hoezeer zij zich verraden
+had; ik antwoordde koeltjes:
+<a id="d0e2707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2707">164</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Maar, beste freule Mordaunt! hoe kon ik dat raden? Al vertelt gij mij dat gij uwe garde-robe hebt geplunderd ten behoeve
+van een behoeftig jong meisje, dan volgt daaruit immers nog niet.... dat alles wat gij mij daar in &eacute;&eacute;n adem mededeelt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk; met u moet men <i lang="fr">les points sur les I</i> zetten, zult gij verstaan, en ik was er aan bezig; maar gij hebt mij zelf van het droevig relaas afgebracht. Grootpapa dan,
+vond het zorgeloos en tegelijk weelderig leven bij zijn vriend te A. zeer naar zijn smaak en bleef er tot in het voorjaar;
+hij kwam tot mij terug, geheel genezen van zijne melancholie, maar toch, het bleek dat de kuur wat heel veel had gekost, meer
+dan hij eigenlijk gerechtigd was er voor te geven. Het leven onder rijken en aanzienlijken is duur, zelfs al geniet men de
+ruimste gastvrijheid. De generaalsuniform had hij zich niet behoeven aan te schaffen, daar hij nooit als zoodanig in werkelijken
+dienst was geweest, maar de kolonelstenue was beneden zijn rang, dus hadden wij moeten voorzien in allerlei politieke kleeding,
+voor ochtend en avond, voor groot en klein diner.... en dan, wat er aan handschoenen en fooien opgaat, als men met de groote
+wereld moet meedoen! Gij, die in de residentie woont, gij zult er alles van weten, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo goed, beste Francis, dat ik mij eens voor al van uitgaan heb onthouden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootpapa kon dat natuurlijk niet, en daarbij kwam dan nog het spel,&#8221; ging zij voort, terwijl zij hare stem nog dieper liet
+dalen, &#8220;het spel waarbij men in &eacute;&eacute;n winteravond onder gelach en gejuich sommen verliest, waarmee een gezin voor het gansche
+seizoen had kunnen onderhouden worden. Helaas! iets dergelijks was met hem gebeurd, zoodat hij keerde met bezwaren die....
+oogenblikkelijk voorziening noodig hadden. Ik, die anders nog al raad wist, stond hem als eene verwezene aan te zien, bij
+die bekentenis. Hij zelf gevoelde veel leed over de zorg en &#8217;t verdriet dat hij mij op den hals had <a id="d0e2719"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2719">165</a>]</span>gehaald, en hij redde zich door de boerderij onder de hand te verkoopen, die ons echter, ik weet niet uit welke oorzaak, niet
+veel meer opbracht dan het effenen van de gemaakte schulden. En ik! die de stille hoop had gevoed, dat wij hier door zuinigheid
+en goed overleg wat zouden sparen om de noodige herstellingen aan &#8217;t kasteel te laten doen. Och Leo!&#8221; zij drukte mij de hand
+in hare smartelijke gemoedsbeweging, &#8220;dit hoort onder de bitterste teleurstellingen van mijn somber leven. Vol zelfverwijt,
+en zich bewust dat hij te zwak was om zekere verzoekingen weerstand te bieden, zwoer hij alle verkeer met de wereld af, en
+hij heeft woord gehouden; maar welhaast verviel hij opnieuw tot de diepste neerslachtigheid, en ik vreesde dat hij van verdriet
+zou verkwijnen onder het r&eacute;gime dat ik hem moest opleggen, sinds hij mij bekende, dat hij maar twee derden van zijn pensioen
+in handen kreeg; op het overige was door een onbarmhartigen schuldeischer beslag gelegd. Toen kwam de man ons te hulp, die
+ik u niet meer behoef te noemen. Luitenant Rolf had zijn pensioen gekregen, en kwam zijn ouden chef opzoeken eer hij zich
+ergens voor goed vestigde. In de laatste jaren was hij door verandering van regiment van ons verwijderd geweest, maar hij
+was niet van ons vervreemd. Mijn grootvader had hem geprotegeerd en vele goede diensten gedaan, zonder welke hij nooit tot
+den officiersrang had kunnen bevorderd worden, ondanks zijne bravoure in den tiendaagschen veldtocht. Al v&oacute;&oacute;r mijne geboorte
+bekleedde hij in ons huis alle mogelijke functi&euml;n die met zijne dienstplichten te vereenigen waren. Zijne zuster was mijne
+min, en meer, veel meer dan dat; zij bleef mij bij tot in lateren leeftijd, en daar mijne moeder weinige dagen na mijne geboorte
+bezweek, deed zij al wat in hare macht was om mij moederliefde en moederzorge te betoonen. Ongelukkig ontbrak het haar aan
+beschaving, aan geestkracht, om de opvoeding van een kind zooals ik was te leiden. Ook heeft zij met de beste intenti&euml;n ter
+wereld mij ridderlijk <a id="d0e2721"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2721">166</a>]</span>bedorven, daarin dapper geholpen door sergeant Rolf, die geen grooter pleizier had dan op mijne wenken te vliegen, en die
+eerder insubordinatie zou hebben begaan tegenover zijn kolonel, dan te weigeren iederen dollen inval van zijn &#8216;kleinen Majoor,&#8217;
+zooals hij mij noemde, te gehoorzamen. Is het vreemd, dat ik nog tegen hem den despoot speel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! maar nu gij dat zelve toch zoo inziet....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou er betering kunnen zijn, meent gij, doch.... wat zal ik u zeggen; <i lang="fr">c&#8217;est plus fort que moi</i>.... nu, hij heeft het er wel naar gemaakt om wat van mij te lijden.... In vollen ernst, zoo ik hem niet van tijd tot tijd
+op zijn voorman zette, zou het niet lang duren of hij zou ons naar zijne hand stellen, en het is juist daarop dat ik komen
+wilde.
+
+</p>
+<p>Zijn bezoek was grootpapa eene welkome afleiding; nu tot kapiteinsrang geklommen, en niet meer in werkelijken dienst, evenals
+deze zelf, was de distantie genoegzaam weggevallen, om op zekeren voet van gelijkheid met elkaar om te gaan. Ik begreep hoezeer
+een derde persoon de gezelligheid zou aanbrengen; een persoon meer was zoo&#8217;n groot verschil niet bij onze nu eenvoudige leefwijze,
+een kamer in de dichte nabijheid van grootpapa&#8217;s appartement was licht te arrangeeren; als Rolf van zijn pensioen moest leven,
+kwam die schikking hem zeker te stade; wij sloegen het hem voor en het werd dadelijk aangenomen. Ik hernam mijn commandement
+over hem, zooals hij zich uitdrukte; hij trachtte zich nuttig te maken op iedere wijze, en zijne goede luim vervroolijkte
+den generaal, al waren zijn aardigheden noch frisch noch fijn van gestalte; genoeg, ik was tevreden met deze uitkomst: een
+winter die zich bezwaarlijk had laten aanzien, ging nu vrij rustig en zonder al te groote verveling om; daar kreeg Rolf de
+tijding, dat hem eene niet onbelangrijke erfenis te beurt was gevallen van een zijner Noord-Brabantsche verwanten. Na eene
+korte absentie keerde hij tot ons terug en stelde voor te blijven, <a id="d0e2732"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2732">167</a>]</span>mits hij zijn aandeel mocht bijdragen tot de menage. Hij was nu bemiddeld en kon geen genadebrood eten, zooals hij het noemde;
+integendeel, de generaal moest hem toestaan, zoo eens het zijne te doen ter veraangenaming van het leven. Dit scheen billijk,
+en ik moest wel toestemmen, daar ik wist hoezeer grootpapa, die een verfijnden smaak heeft en op zijne aisances gesteld is,
+zekere ontberingen met heimelijk leedgevoel droeg; ik gaf dus toe, dat Rolf op zijne eigene hand zekere luxe zou invoeren,
+maar ik had niet kunnen voorzien welke proporti&euml;n deze zucht om het zich goed te maken zoude aannemen. Rolf had nooit levensgenot
+gekend, en hij achtte nu zijn tijd gekomen om te genieten; de eenige genietingen waarvoor een man op zijn leeftijd, en die
+voor geenerlei intellectueel genot zin had, nog vatbaar was, waren die van de tong, en grootpapa was het in dezen volkomen
+met hem eens. Zoo zeer zelfs, dat hij hem in allerlei dwaze verkwistingen liet begaan, zonder zich daar tegen te stellen,
+ja, die aanmoedigde zooals gij gehoord hebt, zoodat ik hier dagelijks smulpartijen en zwelgerijen moet bijwonen <i lang="fr">&agrave; deux</i>, die mij onuitsprekelijk tegenstaan; ik behoef u niet te zeggen, hoe mijn grootvader zich daarbij verlaagt en vernedert op
+eene wijze die....&#8221; Zij zweeg plotseling; de porte-bris&eacute;e ging open; Frits, die de tafel had afgenomen in de eetzaal, trad
+nu binnen en zette de lamp klaar.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft de freule niet om het theeblad gescheld?&#8221; vroeg hij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het al zeven uur, Frits?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kwartier er over, Freule, en de Generaal is wakker....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed, breng dan het theewater binnen!&#8221; Francis keek mij aan met een bitteren lach en beet zich op de lippen over de teleurstelling,
+dat zij voor &#8217;t oogenblik hare ergernis moest inhouden. Welhaast ook kwam de kapitein binnenrukken; de conversatie aan de
+theetafel vlotte niet best; de heeren waren wat dof; Francis wat stug en <a id="d0e2745"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2745">168</a>]</span>onwillig om aan &#8217;t gesprek deel te nemen, en de kapitein, op hare los neerhangende lokken wijzende, maakte de opmerking, dat
+de leeuwin hare manen schudde, om ons schrik aan te jagen.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is waar ook!&#8221; zei Francis koeltjes; &#8220;ik heb verzuimd mijne vlechten in het net te arrangeeren; excuseert mij, heeren!&#8221;
+en weg was zij naar hare kamer; zeker om er hare opgekropte aandoeningen lucht te geven.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is toch zonderling, hoe Francis soms hare buien heeft van nonchalance,&#8221; bromde de generaal binnensmonds, haar naziende,
+toen zij de kamer verliet.
+
+</p>
+<p>&#8220;En juist nu er een gast is,&#8221; stemde de kapitein in, &#8220;dien zij zelve heeft ingehaald! Dat&#8217;s onbegrijpelijk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij weet, dat het eene impolitesse is, en dat zij mij er mee ergert, en toch volgt zij haar eigen hoofd, zonder iets te ontzien,&#8221;
+knorde de generaal nu met luider stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals we dat van haar gewend zijn, Excellentie!&#8221; zei Rolf lachend; &#8220;maar daarvoor is zij ook onze commandant.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik wilde met dat koor niet instemmen, zooals gij denken kunt, en toen men dit onderwerp in &#8217;t gesprek liet vallen, zaten wij
+met ons drie&euml;n alles behalve gezellig bijeen, en de generaal had geen ongelijk, toen hij, na nog eene mislukte poging om het
+discours gaande te houden, een partijtje proponeerde.
+
+</p>
+<p>Ik achtte het voorstel eene uitkomst, en de kapitein had het <i>fiche</i>-doosje al klaar gezet en Frits gescheld, die het theegoed wegnam, eer ik mijne toestemming had gegeven. Er werd een massief
+mahoniehouten speeltafeltje uit een hoek gehaald, de lamp in &#8217;t midden gezet, daar volgens Frits &#8220;de freule geene waskaarsen
+had uitgegeven,&#8221; en ons spel ving aan; het sprak vanzelf dat wij ombre speelden, en de generaal stelde den prijs van het <i>fiche</i> nog al hoog, naar &#8217;t mij voorkwam.
+
+</p>
+<p>Gij weet, Willem! dat ik volstrekt niet van het spel houd, en dat ik er mij nooit toe laat bewegen, dan op het uiterste. Sinds
+den dood mijner moeder, die mij nog <a id="d0e2769"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2769">169</a>]</span>wel eens in haar whistpartijtje betrok, had ik geene kaarten in handen gehad; ik kan mij dus niet beroemen een geoefend speler
+te zijn; maar toch eens aan den slag, ben ik niet onverschillig voor de satisfactie, die men heeft van eene moeielijk behaalde
+overwinning, en ik zag terstond dat ik tegenspelers had, die mij elke zegepraal duur zouden betwisten, en met iedere distractie
+of onhandigheid lustig hun voordeel zouden doen.
+
+</p>
+<p>Ik behoefde hen maar een paar trekken te zien maken om te weten, dat zij niet slechts geoefende spelers waren, maar ook, dat
+het spel hun iets anders was dan de uitspanning, die men aangrijpt in een verlegen oogenblik; dat het spel hun ernst was,
+ja, meer nog dan dat: hun hartstocht was geworden. De generaal vooral bleek zoo gecharmeerd op het spel, dat ik mijns ondanks
+het mijne verwaarloosde om hem te observeeren, eene belangrijke, maar smartelijke studie, die mij tegelijk een licht deed
+opgaan over veel wat mij raadselachtig was geweest.
+
+</p>
+<p>De grijsaard onderging als eene gedaanteverwisseling, toen hij de kaarten in handen had. Zijne doffe, slaperige oogen glansden
+van intelligentie en schoten vonken van geestdrift. Alles aan hem vibreerde; zijne vingertoppen trilden, en toch hielden zij
+met vaste hand zijn spel gevat, dat hij als met valkenblik overzag en er de leemte van het onze met geometrische zekerheid
+uit berekende. Zijne fletsche wangen kleurden zich met een flammend rood: zijne neusvleugels zwollen op en trokken zich in,
+naar de wisseling der kansen, en de zwakke, fijne man, die als gedrukt en gebogen neerzat, was plotseling als aangegrepen
+door een geest van overmoed en vermetelheid, van waaghalzerij, waaraan hij niet zelden een schitterend succes dankte, en die
+mij denken deed aan het devies: de fortuin is met den stoute, ook met den stouten speler!
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer zeker!&#8221; luidde het <span id="d0e2777" class="corr" title="Bron: anwoord">antwoord</span> van von Zwenken, &#8220;de fortuin is eene vrouw die men overheerschen moet, zal ze u dienen.&#8221;
+<a id="d0e2780"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2780">170</a>]</span></p>
+<p>In het gewone leven merkte ik niet, dat hij dezen regel in praktijk bracht: want blijkbaar vreesde hij Francis, daar hij zich
+alleen zijdelings durfde beklagen over &#8217;t geen hem in haar mishaagde; maar bij het spel maakte hij dien tot waarheid, en met
+goed geluk.
+
+</p>
+<p>De kapitein, die bij evenveel routine minder vermetelheid had, en vooral minder passie, liet niet na, hem van tijd tot tijd
+zijne waagstukken te verwijten, maar zij gelukten, en dat was zijn triomf.
+
+</p>
+<p>Ik begreep nu waarom een toertje naar Wiesbaden hem zoo zeer aangelachen had en waarom Francis er zich zoo heftig tegen had
+verklaard. Het hazardspel aan de groene tafel, de groote winsten door eene enkele wending van het rad, moest zulk een man
+aantrekken en hij zou er meer voor willen wagen dan hij te missen had. Mij ging nu ook een nieuw licht op over het lijden
+van Francis, die zeker gedoemd was, elken avond de derde te zijn bij deze overprikkelende uitspanning van haar grootvader,
+en die dat zeker jammerlijke tijdverspilling achtte; want zij hield van lectuur, dat had ik reeds opgemerkt.
+
+</p>
+<p>Gij kunt berekenen, Willem! dat ik onder deze aanmerkingen en bijgedachten niet altijd zoo scherp op mijn spel lette, of ik
+beging fouten en <i lang="fr">b&eacute;vues</i>, terwijl de heeren mij uitlachten en beknorden, maar niettemin hun voordeel deden met mijne distracti&euml;n en mijne inferioriteit,
+&#8217;t geen ik hun niet ten kwade konde duiden, en de belangwekkende studie, die ik maakte, was mij dat verlies wel waard; dit
+alles spande mij zoo in, dat ik niet eens over de langdurige afwezigheid van Francis dacht, toen de deur openging en zij zelve
+binnentrad in groot toilet, en met een glimlach van voldoening mijn uitroep van verbazing, van bewondering, beantwoordend.
+
+</p>
+<p>Onwillekeurig wierp ik mijn kaarten neer en stond op, haar te gemoet. De generaal, die rugwaarts naar de deur zat, keek mij
+verbaasd en wrevelig aan, niet radend, waaraan mijne onbeleefdheid toe te schrijven; de kapitein <a id="d0e2794"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2794">171</a>]</span>zag om, en stiet een <i lang="fr">gros mot</i> uit van verrassing, eer hij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Onze Majoor in gala tenu?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij vergist u, kapitein,&#8221; repliceerde Francis, &#8220;de freule Mordaunt die ter eere van haar neef haar avondtoilet heeft gemaakt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ch&egrave;re cousine, welk eene verrassing! Sta mij toe, u de hand te kussen voor die allerliefste inschikkelijkheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker; behandel mij maar eens als eene dame, daarbij vindt uwe courtoisie zich het meest op haar gemak.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij mij dat toestaat, zal ik mij de eer geven u naar de canap&eacute; te geleiden,&#8221; sprak ik, haar den arm aanbiedend, dien
+zij ditmaal niet afwees.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop nu maar, dat ik goed in mijne rol zal blijven,&#8221; zei ze met een malicieus lachje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat wonderlijke gril is dit nu weer?&#8221; bromde de Generaal, grimmig van spijt, want hij had juist een vole in de kleur te declareeren,
+waarop nu geen acht werd geslagen; &#8220;den geheelen dag hebt ge hier rondgeloopen als asschepoester, en nu....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is de toovergodin tusschenbeide gekomen, en ik verschijn als prinses! Dat&#8217;s de geleidelijke gang van het sprookje, niet waar
+Leo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En het fameuse glazen muiltje ontbreekt zeker niet,&#8221; gaf ik ten antwoord naar hare snoezige salonschoentjes ziende, die ik
+reeds vroeger had opgemerkt, &#8220;en &#8217;t is blijkbaar, dat het niemand zal passen, dan onze gracieuze Cendrillon zelve.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is zoo, maar zij zal zorgen het niet te verliezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet?&#8221; vroeg ik stoutweg, haar diep in de oogen ziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat het ongeraden is den roman van een uur tot eene levenskwestie te maken voor u en voor mij,&#8221; gaf zij ten antwoord, terwijl
+zij zich afwendde.
+
+</p>
+<p>Een levenskwestie! zij wist niet hoezeer zij de waarheid raakte.
+<a id="d0e2825"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2825">172</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Als gij op zulk eene schrale ontknooping denkt, is het dan wel de moeite waard de eerste bladzijde op te slaan?&#8221; vroeg ik
+zacht en mij even tot haar buigende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, waarom niet? &#8217;t is maar eene sc&egrave;ne om den avond te korten, die anders geheel aan de speeltafel zou gesleten zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>De speeltafel? Het viel mij in, dat ik die voor mijn part in staat van failliet had verlaten; de generaal liet mij niet lang
+tijd om over dit gebrek aan de orde na te denken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat alles moge nu heel galant en heel geestig zijn, neef! wat gij daar met Francis praat,&#8221; riep hij mij toe op knorrigen
+toon; &#8220;maar &#8217;t is geen manier, om zoo van de speeltafel op te staan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Excuseer mij, generaal, hier ben ik tot uwe orders,&#8221; en met een wenk aan Francis, die mijn leedwezen genoeg uitdrukte, nam
+ik mijne plaats weer in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als de Freule nu mee wilde doen, konden wij precies een partijtje quadrille maken,&#8221; sprak Rolf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dankje kapitein. Ik wil wel eens vrij van dienst wezen; bepaal liever toertjes; ik ga wat muziek maken in de eetzaal; dat
+zal niemand hinderen.&#8221;
+
+</p>
+<p><span id="d0e2841" class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>Frits had de porte-bris&eacute;e opgeschoven en er was licht bij de piano. Ik had een Vandaal moeten zijn, zoo ik niet opnieuw eene
+&eacute;chappade van de speeltafel had gemaakt om Francis op te leiden. Zij had mij gewaarschuwd, dat onze roman maar kort zoude
+duren, en ik mocht geen sc&egrave;ne van de voorstelling laten verloren gaan. Blijkbaar was zij dat met mij eens; de capricieuse,
+die voorgaf van alle coquetterie te hebben afgezien, kwam geheel in mijne bedoeling; zij liet zich door mij wegvoeren, en
+terwijl zij met zekere bevallige achteloosheid haar arm in den mijnen liet rusten, sprak zij op een toon van vertrouwelijkheid,
+die mij als echte damesgeveinsdheid in de ooren klonk:
+
+</p>
+<p><span id="d0e2844" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Gij ziet nu, hoezeer mijn toilet uit den smaak is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar toch naar een zeer goeden smaak,&#8221; kon ik <a id="d0e2849"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2849">173</a>]</span>mij niet onthouden te antwoorden; &#8220;en dat weet gij wel, grillige C&eacute;lim&egrave;ne, al wilt gij mij wijsmaken, dat de vrouw bij u onder
+gegaan is in....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet wat gij meent; spreek het niet uit,&#8221; viel zij met zekere gejaagdheid in, en leunde met hare hand op mijn arm om mij
+te doen zwijgen; &#8220;ik zeg u dat ik een oogenblik wil vergeten.... ben ik zoo naar uw zin, dat is alles wat ik wil weten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Een gul antwoord lag mij op de lippen, maar nog intijds hield ik het terug bij de overweging dat men met haar op niets rekenen
+kon en dat wijze terughouding in dezen noodzakelijk was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou wel moeielijk moeten zijn zoo ik het tegendeel zei,&#8221; bracht ik uit, mij zelven tot laconisme dwingende, &#8220;want gij
+hebt u waarlijk gekleed als voor een hofbal, op het decollet&eacute; na.&#8221;
+
+</p>
+<p>Inderdaad, bij al de &eacute;l&eacute;gance van haar toilet, dat uit roze gaze de chamb&eacute;ry bestond, met schitterende zilverlovertjes bezaaid,
+was haar kleed maar even om den hals vierkant uitgesneden, en nog door eene witte blonde pelerine gedekt, terwijl de wijde
+mouwen tot over den elleboog hingen en daar weer in witte blonde eindigden, met rosestrikken bezet; een tweede rok van dezelfde
+luchtige schitterende stof hing in losse plooien als een peplum over den eersten en gaf wat gevuldheid aan het slepende gewaad,
+die niet door eene crinoline werd opgehouden. Zij had het prachtige haar met zorg gekapt in vlechten, en eenige loshangende
+lokken, een paar grisanticums die er losjes waren ingestoken, maakten de eenige parure uit; zij droeg geen enkelen diamant,
+hetzij zij werkelijk niets van dien aard meer bezat, hetzij ze zulken opschik versmaadde. Zeker is het, dat die mengeling
+van &eacute;l&eacute;gance en zedigheid, dat versmaden van sieraad bij zooveel pracht, een fijnen tact verrieden,&#8212;of de behendigste coquetterie.
+Bij vollen dag zou haar toilet zeker het effect hebben gemist: het rose moest wat verflenst zijn en de glimmende lovertjes
+waren stellig <a id="d0e2859"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2859">174</a>]</span>tot koper verkleurd; zelfs bij avond was het op te merken, dat er wat frischheid aan ontbrak, dat zekere met &eacute;&eacute;n woord, wat
+de nuffige dames doet zeggen dat een balkleed geen tweemaal gebruikt kan worden, omdat het reeds bij de eerste maal gechiffoneerd
+is, en hetgeen de heeren zulke lange gezichten doet trekken, bij de rekeningen der modiste. Bij daglicht zou Francis er gewis
+hebben uitgezien als eene actrice bij een repetitie in kostuum, zonder de voetlichten en als de zon op het tooneel schijnt;
+maar het was nu avond, en er was niet te veel licht, en men moest &ograve;f kwaden wil &ograve;f alleen zucht tot kritiek hebben, om niet
+voldaan te wezen met den eersten indruk, die allerbekoorlijkst was. Toch merkte ik nu op, juist nu zij voor &#8217;t eerst in een
+elegant vrouwentoilet, voor mij stond, wat mij bij haar vroegere wonderlijke manier van zich te kleeden ontgaan was: dat hare
+schoonheid iets bijzonders karakteristieks had, zooals maar zelden bij blondines wordt waargenomen. Ik spreek van schoonheid,
+ik moest eigenlijk bevalligheid zeggen, want de trekken waren niet geregeld, maar zoo fijn en sprekend, dat ze, vooral bij
+zekere schraalheid van &#8217;t gelaat, iets scherps hadden. Zoo de groote blauwe oogen het niet goed gemaakt hadden door hunne
+liefelijkheid, men zou er te veel vermetelheid, te veel beslistheid in hebben opgemerkt, maar dat toch weer vergoed werd door
+de bewegelijkheid die een opgewekte geest, voor allerlei indruk ontvankelijk, aan het vrouwelijk gelaat kan mededeelen. In
+hare slechte gewoonte om bij iedere aanleiding met opzet de houding en manieren aan te nemen die haar martialen bijnaam rechtvaardigden,
+al was die er niet van afkomstig, lag mogelijk meer dan in haar oorspronkelijken aanleg de schuld van die zekere stoutheid,
+die hare vijandelijke <i>vriendinnen</i> met den naam van impertinentie bestempelden. Levensomstandigheden en opvoeding, men zou liever moeten zeggen: gebrek aan
+opvoeding hadden haar in zekeren zin misvormd tot hetgeen zij niet had moeten zijn; zooals vruchtboomen <a id="d0e2864"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2864">175</a>]</span>worden geleid en verwrongen tegen hunne natuurlijke richting in. Hoe dat ook zij, gij begrijpt wel, dat dit alles meer reflexies
+zijn <i lang="fr">apr&egrave;s coup</i>, toen ik &#8217;s avonds rustig op mijne kamer de voorvallen en indrukken van den dag kon recapituleeren, dan dat ik ze maakte
+in de zeer korte oogenblikken, waarin dat onvergetelijk tooneeltje tusschen ons werd afgespeeld; en toch duurde het veel te
+lang, althans voor den generaal, die mij toeriep:
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij bij de piano blijft, jonker Leopold, wees dan zoo goed het ons te zeggen, want uwe partij zoo in den steek te laten
+is toch wel wat al te onbeleefd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Verschoon mij, generaal!&#8221; in een wip was ik weer op mijn post bij de speeltafel, na Francis een blik te hebben toegeworpen,
+waaruit zij mijn leedwezen moest verstaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij plan hebt om nog eens te deserteeren, moest gij liever verlof vragen,&#8221; sprak de kapitein lachende, &#8220;dan zullen wij
+u behoorlijk uw paspoort geven.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar de aardigheid scheen niet in den smaak te vallen van den generaal, want ik zag dezen verbleeken bij het woord deserteeren,
+en hij wierp den armen Rolf een blik vol verwijt toe over zijne jovialiteit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik beloof den heeren, dat ik mijn best zal doen om mijne geheele aandacht bij het spel te bepalen,&#8221; antwoordde ik met meer
+goeden wil dan vast geloof in &#8217;t volbrengen, want Francis speelde harerzijds een spel, dat mij vrij wat meer interesseerde
+dan de matadors van den generaal, die een <i lang="fr">sans prendre</i> had in de &#8220;favorite!&#8221;
+
+</p>
+<p>Francis fantaseerde; het was een wilde, bonte fantasie, als had zij al de warrelingen harer strijdige indrukken en gedachten
+in tonen willen uitspreken; het was schril en onharmonisch, zooals het daar zeker in haar toeging, maar het bewees zekere
+meesterschap op het instrument.
+
+</p>
+<p>Hoezeer men hare opvoeding ook mocht hebben verwaarloosd, aan leermeesters scheen het haar toch niet te hebben ontbroken.
+Want dat zij veel wist, veel had gelezen en onderscheidene talen machtig was, had ik <a id="d0e2886"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2886">176</a>]</span>reeds opgemerkt, en zij moest van een goed musicus geleerd hebben, dat zij bij machte was over de difficulteiten te zegevieren,
+die zij zich zelve schiep. Langzamerhand scheen het onweer in haar binnenste af te trekken bij de verluchting die zij zich
+gaf in die forsche, bijna woeste tonen, en begon zij zich in liefelijker melodie&euml;n te uiten, die van zachten weemoed getuigden
+en daartoe stemden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ze nog maar eens wat aardigs wilde spelen,&#8221; fluisterde de kapitein mij toe, &#8220;zoo&#8217;n marsch uit Robert le Diable of eens
+iets uit de Muette; in mijn jongen tijd moest ieder die gaan hooren, daar was nog wat aardigheid aan, maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis! om &#8217;s Hemels wil, schei uit, <i>of wij</i> moeten er uitscheiden,&#8221; riep nu de generaal als in wanhoop; &#8220;ondanks mijne hardhoorendheid, word ik er toch wee van. Is dat
+een getik en geklinkel! Eerst die akelige snijdende tonen, en nu dat sentimenteel gesuis en getril; de kapitein wordt er roesig
+van, en wat het ergste is, het geeft den jonker zulke distractie, dat hij allerlei flaters begaat, en zijn eigen, ja, ons
+beider spel bederft. Neen! <i lang="fr">mon cher</i>, ik spreek niet te sterk,&#8221; zei hij, mij aanziende met zulk een <i lang="fr">s&eacute;rieux</i> en zulk een wrevelig hoofdschudden, dat ik moeite had een glimlach te bedwingen toen hij voortging: &#8220;de kapitein heeft daareven
+een <i lang="fr">sans prendre</i> gewonnen, die hij had <i>moeten</i> verliezen, als gij u maar de moeite gegeven hadt op te letten, welke kleur ik uitspeelde.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik moest het bekennen: ik beging fout op fout; het was voor mij geen spel meer; het was eene marteling.
+
+</p>
+<p>Francis had het begrepen; zij kwam mij te hulp.
+
+</p>
+<p>Zij staakte haar spel, voegde zich bij de speeltafel en sprak tot den generaal:
+
+</p>
+<p>&#8220;Willen wij een compromis sluiten, grootpapa? Gij staat mij Leo af, om mij te accompagneeren; ik zal wat zingen, en gij continueert
+met den kapitein uw gewoon partijtje piquet.&#8221;
+<a id="d0e2915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2915">177</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Hm, hm, ik zou u dat genoegen willen doen, Francis, maar de jonker heeft zooveel verloren; hij dient toch in de gelegenheid
+gesteld te worden, om zijne revanche te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gekheid! daar komt toch niets van, dat weet gij vooruit, grootpa!&#8221; duwde Francis hem toe, met zekere hardheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Om de waarheid te zeggen, generaal, ik hecht er niet aan,&#8221; sprak ik, &#8220;als het mij gegund wordt, in dezen mijne opinie te
+zeggen; maar mijn heele doosje is leeg, laat ons afrekenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Afrekenen, onder ons, dat&#8217;s malligheid, dat zal niet gebeuren,&#8221; viel Francis in, met iets gedecideerds in stem en houding
+dat mij tegenstond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als <i>ik</i> gewonnen had, zou ik er aan hechten <i>mijne</i> winsten te berekenen, Freule!&#8221; zei ik, tot haar gewend, op een toon, die haar ongepast voorkwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu! gijlieden zult ook wel niet om een gulden het fiche hebben gespeeld,&#8221; hernam zij wat gedwongen, en trad een stap of wat
+terug.
+
+</p>
+<p>Dat was waar, maar toch hoog genoeg, om mijn verlies bij guldens te berekenen. Ik reikte den kapitein een muntje toe en verzocht
+de zaak voor mij met den generaal en hem zelven in orde te maken. Francis zag dit aan met eene onbeschrijfelijke uitdrukking
+van misnoegen. Zij drukte de lippen opeen en werd gloeiend rood, om terstond weer te verbleeken; zij fronste onheilspellend
+de wenkbrauwen; zij trad opnieuw toe en strekte de hand uit om het papier aan Rolf te ontweldigen, maar ik wierp haar een
+blik toe, die haar van deze intentie deed afzien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dacht, freule, dat gij reeds begrepen zoudt hebben hoe onwelvoegelijk in dezen uwe tusschenkomst is,&#8221; voegde ik haar
+toe op korten, strengen toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook goed! mij is &#8217;t wel, als gij geplunderd wilt worden!&#8221; viel zij uit en keerde zich af naar hare piano.
+
+</p>
+<p><span id="d0e2941" class="corr" title="Bron: &#8220;"></span>De roman van een uur, was al aan de ontknooping, <a id="d0e2943"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2943">178</a>]</span>en geen schitterende voorwaar! De generaal was onder dit alles merkwaardig om aan te zien. Hij zweeg; hij zweeg, waar alle
+convenances hem geboden hadden te spreken; hij zweeg, maar met eene uitdrukking van gelaat, met eene flikkering in het oog,
+die mij een pijnlijken blik gaven te werpen in zijn karakter. De man van opvoeding, van geboorte, die een eervollen rang in
+het leger had bekleed, was een speler, een speler niet slechts uit liefhebberij in het nietige spel, maar een speler, wien
+het om winst was te doen, op welke wijze ook verkregen, klein of groot, van wien ze hem ook toekwam; voor hem was ik een <i>arme</i> verwant, het deed er niets toe, hij had gewonnen! hij moest zijne winst opstrijken, de lage hartstocht moest zijne voldoening
+hebben!
+
+</p>
+<p>Ik voelde wel hoe zeer het fier en onbaatzuchtig gemoed van Francis hieronder lijden moest, maar zij zelve had mij op hare
+wijze ontstemd. Zij had zich zoo meesterachtig aangesteld met over mij te beschikken als over iets, waarmee zij handelen kon
+naar welgevallen, dat ik het noodig vond haar te toonen, hoezeer zij zich in dezen in mij had vergist.
+
+</p>
+<p>Ik volgde haar wel naar de eetzaal, maar ik stelde niet voor haar te accompagneeren, en zij, die er vast op rekende, dat haar
+wil te verstaan en te gehoorzamen voor mij hetzelfde moest zijn, vroeg het mij niet.
+
+</p>
+<p>Eindelijk mij aanziende met zekere mengeling van spijt en laatdunkendheid: &#8220;Dus speelt gij niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja wel, op mijn tijd, als ik er toe gedisponeerd ben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat zijt ge nu niet?&#8221; hernam zij op een toon, waaruit verrassing en gekrenktheid spraken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist n&ugrave; niet!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O zoo!&#8221; bracht zij uit, keerde mij den rug toe en sloeg de toetsen zoo forsch aan, dat wij opnieuw wilde, stormachtige klanken
+moesten verduren.
+
+</p>
+<p>Ik greep eene oude krant en wijdde daaraan geheel mijne opmerkzaamheid; daar liet zij de handen weer <a id="d0e2964"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2964">179</a>]</span>lusteloos in den schoot rusten, en nam den spiegel te baat om mij aan te zien, zonder dat ik het merkte, maar ik wilde haar
+die satisfactie niet geven, en wij fixeerden elkaar nu om strijd, of er niets beters in de wereld te doen viel.
+
+</p>
+<p>Eindelijk preludeerde zij weer, zong het groote alt van Betly, uit de <i lang="fr">Ch&acirc;let</i>, en accompagneerde daarbij zich zelve. Zooals ik wel vermoed had, bezat zij een diepe, volle altstem, maar zij deed volstrekt
+niet haar best, om die te doen uitkomen; zij zong met tergende bravoure het refrein:
+
+
+</p>
+<div class="poem" lang="fr">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Libert&eacute; ch&eacute;rie,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Seul bien de la vie,
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>R&egrave;gne toujours l&agrave;!
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tra la, la, tra la, la, la, la!
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Tant pis pour qui s&#8217;en f&acirc;chera!</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Ik begreep heel goed waarom; ik wist, hoe haar te vergelden.
+
+</p>
+<p>Ik wierp mijn krant weg, ging bij haar staan naast de piano en fluisterde haar in: &#8220;Denkt ge er wel aan hoe de aardige operette
+afloopt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed! zooals dat altijd geschikt wordt in de komedie; maar in &#8217;t werkelijke leven is het juist omgekeerd, en ik....
+ik hecht aan de realiteit!&#8221;
+
+</p>
+<p>Juist kwam Frits binnen, om het avondbrood klaar te zetten; er werd gelukkig niet gesoupeerd.
+
+</p>
+<p>De beide heeren waren opgeruimd, de kapitein was luidruchtig en op zijne wijze aardig, al waren zijne aardigheden juist niet
+van den besten smaak; ik trachtte met hem in te stemmen, al ging het niet van harte, want Francis bleef droog en kortaf tegen
+ons allen, en toonde mij haar humeur, zelfs nog in de wijze, waarop zij mij even hare vingertoppen toestak, toen wij elkaar
+goedennacht wenschten.
+
+
+<a id="d0e2992"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2992">180</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1">
+<p class="Opener">Huis de Werve.
+
+
+</p>
+<p>Hoe weinig romanesk het ook klinken moge, Willem! ik sliep dien eersten nacht heerlijk in het overruime ledikant en op het
+overzachte bed, waar wie weet welke mijner moederlijke voorzaten hunne leden op hadden uitgestrekt. Daar er geen oude familie-portretten
+hingen, wier gestalten kwamen rondspoken, stoorde niets mijne nachtrust dan wat geknaag van ratten en muizen, dat ik waarnam
+tusschen de bonte en verwarde droomen in, waarin Francis onder allerlei gedaanten de hoofdrol speelde, en vreemd, de slaap
+was mij overvallen, terwijl ik mij in gissingen verdiepte over dit zonderlinge wezen, dat mij toch aantrok ondanks, neen,
+zelfs door hare gebreken, die mogelijk slechts de overdrijving waren van degelijke kwaliteiten.
+
+</p>
+<p>Toen ik <span id="d0e3000" class="corr" title="Bron: onwaakte">ontwaakte</span> drong het daglicht in ongetemperde kracht tot mij door; want ik had een der blinden niet willen sluiten, om zoo vroeg mogelijk
+iets te genieten van het ongewone schouwspel dat mij hier wachtte: een Geldersch landschap, door een lente-ochtendzon verlicht.
+Zonder er op te durven rekenen, hoopte ik zelfs de zon te zien opgaan, iets wat bij drukken, nachtelijken arbeid in den Haag
+niet precies tot mijne gewoonte behoort. Maar dit mislukte; want zij stond reeds hoog aan den hemel en schoot grillige lichttinten
+uit over het eerwaardige Smyrnasch tapijt, toen ik de oogen uitwreef om mij te bezinnen waar ik mij bevond. Toen alles mij
+weer helder voor den geest stond, maakte ik mij op om eens eene fiksche wandeling te doen in de buurt van het kasteel. Ik
+wist, dat men niet matineus was op de Werve; het ontbijt althans was op geen al te vroeg uur bepaald. De vraag was dus maar,
+hoe naar buiten te komen zonder den goeden Frits in zijne rust te bekorten; dan, mijne bezorgdheid bleek ijdel, want reeds
+zag ik hem in de vestibule bezig. En de groote dubbele deur, die op het perron uitkwam, stond wagenwijd open. Zwijgend bracht
+<a id="d0e3003"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3003">181</a>]</span>hij de hand aan de muts, toen ik voorbijkwam, en op mijne vraag hoe ik tot de boerderij moest komen, die ik uit mijn raam
+in de verte had zien liggen, wees hij mij lakoniek maar afdoend den weg dien ik te nemen had.
+
+</p>
+<p>Ik genoot van de frissche, nog wel wat scherpe ochtendlucht, onder de hooge denneboomen, waarlangs mijn pad ging. Toch kon
+ik niet, zooals ik mij voorgesteld had, de schoone natuur geheel genieten; te veel bijgedachten drongen zich aan mij op. De
+pachthoeve die ik wilde bezoeken behoorde reeds aan mij, krachtens de beschikkingen van tante Sophie, sinds de generaal die
+had moeten verkoopen en Overberg gezorgd had er de kooper van te zijn; maar dezelfde bewoners waren er gebleven, voor welke
+niets was veranderd dan alleen dat zij de huurpenningen moesten brengen bij den procureur, en dat zij betere reparatie kregen
+dan onder het beheer van von Zwenkens ontrouwen rentmeester. Overberg had mij aangeraden er eens heen te gaan en met de goede
+lieden kennis te maken; als gast van de Werve kon ik er licht een glas versche melk vragen en een praatje aanknoopen, dat
+mij mogelijk een en ander omtrent Francis deed te weten komen, wat ik deze zelf niet kon vragen.
+
+</p>
+<p>Eens op &#8217;t chapitre van Francis, raakte ik zoo aan &#8217;t mijmeren, aan &#8217;t fantaseeren, aan &#8217;t berekenen der kansen v&oacute;&oacute;r en tegen,
+dat ik niet meer op of omzag, maar alleen met een gejaagden stap voortliep, nauwelijks wetende dat ik zoo deed, toen ik op
+eens Francis zelve zag aankomen. Zij kwam reeds van de zijde waar de pachthoeve lag, en zij moest er geweest zijn; zij hield
+een mandje in de hand. Zij scheen een oogenblik te aarzelen of zij een anderen weg zou nemen, mogelijk wel omdat zij, in eene
+oude grijze sjaal gewikkeld en met een ongracieusen tuinhoed op, zich bewust was weer geen goed figuur te maken, mogelijk
+ook omdat zij mij nog rancune hield. Hoe dit zij, hare weifeling duurde maar zeer kort, en zij kwam snel en beslist naar mij
+<a id="d0e3009"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3009">182</a>]</span>toe met een opgewekten morgengroet en reikte mij gulweg de hand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo, zijn we weer vrienden?&#8221; vroeg ik, die hartelijk drukkende en haar half lachend, half ernstig in de oogen ziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wist niet dat wij een oogenblik opgehouden hadden dat te zijn,&#8221; hernam zij, toch wat kleurende, en niet met hare gewone
+cordaatheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm, hm! op het laatst van den avond hebt gij mij geboudeerd, trots het beste nufje.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg dan liever: trots het slechtste, want die vrouwengrillen staan heel leelijk, dat ben ik volmaakt met u eens. Maar geloof
+mij, neef Leo!&#8221; hier legde zij vertrouwelijk hare hand op mijn arm, &#8220;ik stelde mij niet knorrig aan uit grilligheid; ik was
+bezorgd en had verdriet. Ik zag wel, dat gij boos op mij waart, en dat mijne wijze van doen u ongepast voorkwam, maar, ziet
+gij, ik kan geen onrecht en geene laagheid zien zonder daartegen op te komen. Ik vreesde dat gij, om het zwak van mijn grootvader
+te vleien, u zelf tot dupe liet maken, en.... en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Al ware dat, gij hebt toch notie genoeg van ons <i lang="fr">point d&#8217;honneur</i> om te begrijpen, dat ik hier niemands tusschenkomst kon aannemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hadt mij bekend dat gij arm waart, dat gij u zelven ontberingen moest opleggen, en nu zulke nuttelooze verspilling, hier
+in ons huis! Het was bijna een <i lang="fr">guet-apens</i>.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen, dat was het niet; maar al zou het dat geweest zijn, voelt gij niet dat het beneden mijn karakter zou zijn om
+hier gratie aan te nemen van wie ook! Ik ben er zeker van, gij hebt tact genoeg om mij te begrijpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk; wij zijn het beiden veel te veel eens om zoo te harrewarren. Maar ik heb het immers vooruit gezegd dat ik
+slechte manieren heb!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om u de waarheid te zeggen, hier zijn minder <a id="d0e3035"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3035">183</a>]</span>slechte manieren in het spel dan wel zekere aanmatiging, zekere heerschzucht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu! vergeef mij dan die aanmatiging, die heerschzucht!&#8221; sprak zij schertsenderwijs, maar er trilde iets in hare stem,
+dat mij aanmoedigde om mijne overwinning in dezen voor goed te constateeren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij maar bekennen wilt, dat het mijnerzijds geene onjuiste opvatting is....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kon toch wel zijn, zoo gij er mijn goed hart in hebt miskend; want ik begreep dat gij u wildet opofferen om den generaal
+te believen, en ik wilde u vrijmaken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist, door over mij te beschikken als over iets, dat het uwe was, en dat gij naar willekeur kondet draaien en wenden; verschoon
+mij, zoo <i>iets</i> ben ik niet, noch zal dat ooit zijn voor wie ook, en gij, die als vrouw zoo fier zijt, en zoo zelfstandig, dat het u tegen
+is ook maar den arm van een man aan te nemen, die u als de meest gewone beleefdheid geboden wordt, wat zoudt gij denken van
+den man die, om aan eenige verveling te ontkomen, zich liet beschermen door eene vrouw?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar!&#8221; sprak zij ras en levendig, &#8220;zoo&#8217;n man.... zou mij.... te veel op de anderen lijken om hem niet te minachten;
+maar nu blijkt het mij, dat gij nog rancune houdt van zekere weigering, doch als ik nu toestem, dat gij in uw recht waart,
+en dat ik deze correctie verdiend heb, zult gij dan ook niet erkennen, dat gij dat kleine vergrijp wel wat hoog opneemt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet te hoog, Francis; het plantje onzer vriendschap is nog zoo teer en daarbij zoo kostbaar, dat het wel waard is met wat
+zorg gekweekt te worden, en als wij het eens eene verkeerde plooi laten nemen, zou het nooit gezond en krachtig kunnen opgroeien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij het z&oacute;&oacute; ernstig opvat met die vriendschap,&#8221; hernam zij, terwijl een vluchtige blos hare wangen kleurde, &#8220;wil ik toegeven
+dat gij in uw recht waart met mij te kapittelen; maar na zulke concessie moet het kibbel <a id="d0e3054"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3054">184</a>]</span>partijtje van gisteravond &oacute;&oacute;k vergeten en vergeven worden, zonder arri&egrave;re pens&eacute;e, niet waar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geene andere nagedachte dan die...... aan uwe echt vrouwelijke beminnenswaardigheid, die de oprechte verzoening verzekert,&#8221;
+riep ik uit, verrukt, weggesleept door den indruk dien zij in dat oogenblik op mij maakte, en hare hand vattende, die ik met
+innige teederheid kuste.
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo! wat doet gij!&#8221; riep zij, bleek en met tranen in de oogen; hare trekken hadden iets lijdends, of ik haar pijn had gedaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Onze vriendschapsbond verzegelen; laat u dat niet verschrikken noch ontrusten; van nu aan neem ik de leiding daarvan op mij,
+en&#8212;ik ben een eerlijk man; daar kunt ge staat op maken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo! Leo! gij weet niet wat gij doet,&#8221; sprak zij zacht en dof, de beide handen op het hart drukkende, als wilde zij dat verbieden
+te kloppen, &#8220;gij vergeet aan wien gij dat alles zegt, ik ben&#8212;Majoor Frans.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil van Majoor Frans niet meer hooren; mijne nicht Francis Mordaunt moet mij toestaan haar den steun van mijn arm te geven,&#8221;
+en hare hand nemende, schoof ik met zacht geweld haar arm in de mijne. Zij liet mij zwijgend begaan, er was iets mats en kwijnends
+in hare meegevendheid, of zij den tegenstand moede was, of haar de rust der lijdelijkheid behoefte was voor het oogenblik,
+want ik gevoelde wel dat ik hier niets had behaald dan de zege in een voorpostengevecht, en dat er nog gansch anders slag
+zou moeten geleverd worden, eer ik in eene volkomen overwinning kon roemen; ik begreep het reeds uit de wijze waarop zij hervatte:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben het met u eens, Leo! het zal mij goed zijn, zoo eens met u te wandelen en te praten, zij het dan ook voor de eerste
+en eenige maal, maar.... weet gij al waar gij met mij gaan zult?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar gindsche boerderij; die was het doel van mijn tocht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kom er vandaan, maar dat doet er niets toe; &#8217;t is <a id="d0e3072"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3072">185</a>]</span>een aangename weg en wij kunnen er rusten; het zijn boerenlieden, waar ik zoo goed als thuis ben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waar gij uw eieren vandaan haalt, naar ik zie; laat mij dat mandje dragen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet, het zou ons kunnen gaan als Pierrette in de fabel. Ik had er niet op gerekend versche eieren mee te krijgen,
+maar de goede zielen drongen ze mij op; ik was er eigenlijk naar een pati&euml;nt gaan zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een pati&euml;nt? speelt gij voor docteresse?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik doe zoo wat van alles; maar de pati&euml;nt in kwestie is een hond, een lief, trouw dier, mijn arme Veldheer, die zijn poot
+heeft gebroken, en die van niemand geholpen wil zijn dan van mij alleen! Nu, ik ben er ook de naaste toe; het wakkere beest
+heeft het ongeluk gekregen toen het mij volgde op een wandelrit; ik kreeg den inval met mijn paard over een heg te springen,
+en hij wilde mij na; maar ongelukkig had hij den sprong niet zoo goed berekend, als ik den mijne met Tancred, en ziet, hij
+brak een der voorpooten waarop hij neerkwam; het gebeurde dicht bij de hoeve, en &#8217;t was maar best dat hij daar bleef tot zijn
+herstel; de veearts geeft er hoop op, schoon hij zal blijven hinken! Dat&#8217;s alweer een verdriet, dat ik mij zelve heb berokkend....
+en toch.... kon al het andere nog zoo terecht komen! maar.... helaas!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij zuchtte diep.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bij zoo sprekend zelfverwijt mag men u niet hard vallen.... anders zou ik zeggen, zijt gij niet wat al te stout en overmoedig
+bij het rijden? Ik heb u te paard gezien, of eigenlijk, ik heb slechts de stofwolk gezien, die uw wilde vaart opjoeg.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo is &#8217;t; ik weet maar al te goed: ik ben een razende Roeland te paard; &#8217;t is me dan of al wat er van gloed en kracht in
+mij zit, zich gelden doet en tot zijn recht wil komen. &#8217;t Is of mijn bloed sneller en gunstiger vloeit, ik gevoel mij leven,
+ik geniet, ik vergeet, en toch, Leo! toch,&#8221; voegde zij er in diepe zwaarmoedigheid <a id="d0e3088"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3088">186</a>]</span>bij, &#8220;toch had ik bijna de gelofte gedaan, nooit weer een teugel in handen te nemen, want.... Gij spreekt van zelfverwijt,
+wat zoudt gij zeggen als het met veel zwaarder woord moest genoemd worden, wat ik mij door mijne onbedwingbare hartstochtelijkheid
+voor het leven op den hals heb gehaald....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou zeggen, dat erkenning van schuld reeds berouw insluit en een aanvang is van beterschap, van herstel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Spreek zoo niet, Leo!&#8221; viel zij in met smartelijke bitterheid, &#8220;ik word verscheurd door wroegingen die nooit, nooit zullen
+uitslijten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;D&agrave;t neem ik nog niet aan, wroeging, die tot niets leidt dan tot wanhopige berusting, is onvruchtbare zelfkwelling; beter
+is het naar genezing te trachten; er is immers niets onherstelbaars gebeurd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, &#8217;t is onherstelbaar; en &#8217;t zal mij altijd blijven drukken als eene zware schuld, en toch.... God weet dat er geen opzet
+bestond en.... dat ik er toe gekomen ben mijns ondanks.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik raadde waarop zij doelde; een smartelijke twijfel, eene vreeselijke onrust overviel mij, eene vraag brandde mij op de lippen,
+maar ik verloor den moed die te uiten, toen ik haar aanzag; zij was doodsbleek geworden, hare lippen sidderden, en, als gejaagd,
+haar arm uit den mijnen trekkende, bleef zij even stilstaan en liet zich toen neervallen op een omgehouwen boomstam, terwijl
+zij de beide handen voor de oogen drukte als om de tranen te weerhouden die mildelijk vloeiden. Ik bleef voor haar staan:
+&#8220;Spreek het uit Francis,&#8221; drong ik met zachten ernst, &#8220;dat zal u verlichten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat zal het,&#8221; hernam zij kalmer; &#8220;eens moet ik het meedeelen aan iemand, wat ik geleden heb, maar niet nu. Ik wil mij
+nu dezen vriendelijken morgenstond niet bederven met mij dat afgrijselijk tooneel voor den geest te halen, en dat zou ik toch
+moeten doen om u.... begrijpelijk te maken, wat ik zelf nauwelijks begrijp, <a id="d0e3102"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3102">187</a>]</span>hoe dat mogelijk is geweest, dat ik, ik, die met al mijn drift geen beest kan zien lijden, schuldig ben aan den dood van een
+mensch!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het schrikkelijk beeld staat u nu toch voor den geest; werp het van u, door het aan mij toe te vertrouwen,&#8221; smeekte ik met
+al den drang van het diepste meegevoel.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! niet n&uacute;!&#8221; riep zij opspringende; &#8220;waartoe zou het baten! het kan alleen maar deze korte oogenblikken samenzijns vergallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Indien het alleen deze ure van samenzijn betrof, zoudt gij gelijk hebben, Francis! maar.... gij begrijpt toch wel, dat ik
+mij niet met z&oacute;&oacute; voorbijgaande kennismaking tevreden stel, en daarom hecht ik er aan, alles van u te weten, ook datgene, waarover
+gij smart of.... berouw voelt. Mag ik uitvinden wat u moeite schijnt te kosten uit te spreken; is er niet zeker ongelukkig
+voorval met uw koetsier....?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Precies, dat is het!&#8221; sprak zij nu, op eens weer stout en met bitterheid, mij fier en uittartend aanziende, haar arm weer
+uit den mijnen losmakende, zonder dat ik nu lust gevoelde mij daartegen te verzetten. &#8220;Heel goed; als gij daar meer van weten
+wilt hebt gij het maar aan de boerenlieden te vragen waar wij heengaan; zij weten er alles van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal mij wel wachten, Francis! naar uwe geheimen te vorschen achter u om....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne geheimen!&#8221; viel zij nu uit, met eene stem die van toorn en gekrenktheid trilde. &#8220;Hoe komt het in u op, dat daar een
+geheim achter zou steken? Het betreft immers een schrikkelijk ongeluk op den publieken weg, dat maar al te veel gerucht heeft
+gemaakt, en dat in een oogwenk menigte van toeschouwers had. Maar,&#8221; ging zij voort, met den voet stampend van ergernis, &#8220;ik
+begrijp wel dat men niet zal nagelaten hebben, zelfs op hetgeen klaar was als de dag, sprookjes en lasteringen te bouwen,
+om daarmee de publieke opinie tegen mij op <a id="d0e3116"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3116">188</a>]</span>te hitsen; het geldt immers maar Majoor Frans, die de dingen niet doet zooals iedereen; Majoor Frans, de vogelvrije; en &#8217;t
+zou jammer zijn geweest, zoo men de occasie niet bij de haren had gevat, om wie weet met welke lasteringen nog hare fout zwarter
+te maken, alsof het al niet genoeg was dat hare woestheid en overmoed een mensch het leven hadden gekost, en een andere de
+eer en het levensgeluk! Hoe kon ik zoo onnoozel zijn, te wanen, dat u daar niets van zou zijn ter oore gekomen, dat men u
+niet daarvan eene voorstelling zou gegeven hebben, die genoeg was, om u z&oacute;&oacute; nieuwsgierig te maken, dat gij mogelijk alleen
+herwaarts heen zijt getrokken om de heldin van zoo&#8217;n romanesk avontuur eens in al haar doen en laten te leeren kennen. Welnu!
+het zou jammer zijn, dat zoo&#8217;n nobele kruistocht geen doel trof. Daar v&oacute;&oacute;r u ligt de boerderij, ga daar botweg aan de lieden
+vragen, wat er is van het geval met Majoor Frans en den koetsier Blount; de man en de vrouw zijn er beiden getuigen van geweest,
+zij kunnen u op de hoogte brengen of liever op de laagte van die gansche jammerlijke geschiedenis, en daarna, Jonker van Zonshoven,
+keer terug naar de Werve om afscheid te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende wees zij met een gebiedende geste naar het boerenerf dat voor ons lag, en terwijl ik er het oog op richtte, ijlde
+zij weg en liet mij staan in eene onbeschrijfelijke verwarring en beschaming. Ik wist niet meer wat ik er van denken moest;
+slechts kwam het mij voor, dat zij voor mij verloren was. Ik stond besluiteloos.... haar volgen.... inhalen.... was het verstandig,
+zou het niet vruchteloos zijn? Zij scheen zoozeer beslist om mij niets meer te zeggen. Toch moest ik weten. In deze verhouding
+tot haar kon ik niet op de Werve blijven, en ik kon evenmin heengaan met zulken twijfel in het hart.
+
+</p>
+<p>Ik zou dan maar doortasten, hare aanwijzing volgen en daarna zien wat mij te doen stond. Het was niet te verwonderen, dat
+zij haar mandje met eieren, bij den <a id="d0e3122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3122">189</a>]</span>boomstam neergezet, in hare driftige vlucht had vergeten. Ik nam het op, bij wijze van introductie in de boerderij; ik kon
+mij zelven daar toch niet voorstellen als den aanstaanden landheer, en ik wist niet of Francis van haar gast had gesproken;
+binnen eenige minuten was ik er tegenover de boerin gezeten, die mij een glas schuimende melk aanbood, dat ik hoog noodig
+had na de wandeling met hindernissen in den vroegen morgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, zij wist al van den Jonker! en zij vond het niemendal vreemd dat de freule hem naar de boerderij had verwezen om uit
+te rusten en melk te drinken, en haar jongen zou maar eens vlugjes naar de Werve gaan met het mandje; &#8217;t was er weer een van
+de freule om dat te laten staan,&#8221; voegde zij er hoofdschuddend bij, &#8220;toch een goed mensch, daar was er geen tweede zoo onder
+den heelen adel, zoo gemeenzaam en goedhartig, maar.... als ze der buien had, br, dan was er geen houden aan, dan stoof ze
+door als een &#8216;leukemetief,&#8217; zel ik maar zeggen.&#8221; Ik vond de vergelijking heel juist, maar ik zal me niet vermoeien met het
+patois van de Geldersch-Overijselsche boerin weer te geven; ik had moeite genoeg om het zelf te verstaan. Eens daar, kon ik
+het niet over mij verkrijgen eene vraag te doen. Nu ik Francis persoonlijk kende, stuitte het mij, achter haar om anderen
+uit te vragen over &#8217;t geen haar kennelijk tegen was uit te spreken. En boerenlieden, al waren zij aan haar gehecht, konden
+zoo grof zijn in hunne wijze van zich uit te drukken; ik was zwak in die ure, Willem! ik voelde dat ik de ruwe, naakte waarheid
+niet zoo plompweg uit den mond eener vreemde kon hooren. Daarbij de toon waarop Francis mij had gezegd, dat ik bij het terugkomen
+afscheid had te nemen, klonk niet slechts als eene dreiging; er was eene diepte van weemoed in gemengd, die uit de bitterheid
+zelve sprak; ik voelde het aan mijn eigen tegenzin, dat zij onheelbaar gegriefd zoude zijn, zoo ik haar bij het woord vatte
+en geen geduld, geen vertrouwen genoeg toonde, om hare <a id="d0e3126"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3126">190</a>]</span>ure van expansie af te wachten; neen, ik wilde niet meer vragen, ik wilde evenmin door een omweg mededeelingen uitlokken.
+De lust om de hoeve rond te loopen en te bezichtigen met een <i lang="fr">air de propri&eacute;taire</i> was mij nu ook vergaan. Ik ging den hond zien, een prachtigen bruingevlekten jachthond, die mij met zijne schrandere melancholieke
+oogen aankeek of hij mijne belangstelling in zijne meesteres raadde. <span id="d0e3131" class="corr" title="Bron: Het">Hij</span> liet zich streelen, draaide mij den kop toe, en kreunde alleen zachtjes, toen ik mij verwijderde, alsof het hem speet mij
+niet te kunnen volgen. Vrouw Pauwels, die mij steeds bijbleef, had intusschen haar hart opgehaald met praten. &#8220;Ja! het speet
+haar wel dat de generaal haar landheer niet meer was, maar mijnheer Overberg was lang geen kwaad eigenaar; hij had heel wat
+aan het huis laten doen en zelfs eene nieuwe schuur beloofd, iets wat de generaal maar niet had willen toestaan. Jammer van
+den man! een goed heer, maar hij had geen hart voor het boerenbedrijf; de hoeve zou deerlijk vervallen en verminderd zijn
+(want wij konden ook al niet meer doen, als de grond je eigen niet is....), zoo de generaal niet tot verkoopen was overgegaan,
+eer het te laat was: de Freule had er wel spijt van, want zij mocht er wel over, ze had zelve wel willen melken, en ze praat
+met de koeien of het menschen waren, en de paarden dan! Ja jonker: al zijn het maar boerenpaarden, die op der tijd voor den
+ploeg moeten, zij is er niet te grootsch voor om er mee om te gaan! Mijn man is in zijn jonkheid palfrenier geweest bij der
+grootvader; ik zie nog de appelgrauwe schimmels, dat haar grootste pleizier was die zelve te mennen, en dan Blount de koetsier!
+die den koning te rijk was als hij naast haar zat met de armen over elkaar! of hij de mijnheer was wien het spul toe kwam!
+Och ja, mensch! en al die grootheid is nou verdwenen als de dauw bij zonneschijn, de mooie koetspaarden verkocht, en de freule
+heeft niets meer dan haar Engelschen vos, dien mijn man nog oppast, en als de <a id="d0e3134"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3134">191</a>]</span>generaal rijden wil, spannen wij onzen bles voor het tentwagentje.
+
+</p>
+<p><span id="d0e3137" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Wat een zonde en jammer als de heerschappen zoo in verval raken! En de familie is al van oudsher de eerste geweest in deze
+streken, en ze waren goed voor hun volk. Mijne ouders en grootouders hebben er altijd mee te doen gehad; maar och, och! sinds
+het huwelijk van de oudste freule Roselaer is er geen rust en geen zegen meer geweest; wat zal men zeggen.... een huis dat
+tegen zich zelf verdeeld is, kan niet bestaan, zooals de Schrift zegt. De Jonker heeft er zeker ook wel van gehoord.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Genoeg, vrouw Pauwels! meer dan genoeg,&#8221; viel ik in, niet zonder wat <span id="d0e3142" class="corr" title="Bron: humor">humeur</span>; want het doorrammelen der goede vrouw, die ieder oogenblik de <i lang="fr">corde sensible</i> aanraakte, welke ik besloten had te laten rusten, veroorzaakte mij een zelfstrijd, die mij norsch en verdrietig stemde. Ik
+kon haar het zwijgen niet opleggen; ik kon alleen <i>heengaan</i>; en dat werd tijd ook, wilde ik niet als achterblijver beschouwd worden bij &#8217;t ontbijt. Zoo nam ik wat gehaast mijn afscheid,
+met een &#8220;tot weerziens,&#8221; dat haar eenigszins verbaasd deed opkijken. Blijkbaar had Francis over mij gesproken als de gast
+van &eacute;&eacute;n dag.
+
+</p>
+<p>In mijne gejaagde gemoedsstemming had ik zeker wat hard geloopen, want ik trof Francis nog alleen in de ontbijtkamer, druk
+bezig met thee zetten; maar zoodra ik binnenkwam, wilde zij de kamer verlaten, onder pretext dat het water niet goed kookte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft de kleine Louw u de eieren gebracht?&#8221; vroeg ik, om haar te doen blijven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, in orde,&#8221; sprak zij, terwijl een vluchtig rood even hare wangen kleurde en zij wilde doorgaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf, Francis; ik meen recht te hebben op eene betere ontvangst.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zwijgend trad zij naar de tafel terug; toen, mij fier en uittartend aanziende, bracht zij uit met een doffe stem:
+<a id="d0e3161"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3161">192</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Waarop grondt gij dat recht; omdat gij nu naar hartelust uwe nieuwsgierigheid bevredigd hebt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was geen nieuwsgierigheid, freule Mordaunt; het was belangstelling.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s een bescheiden woord, waardoor iedere onbescheidenheid wordt gerechtigd. En zijt gij nu voldaan, nu gij alles weet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet niets, want ik heb niets gevraagd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets gevraagd! waarlijk niets? op uw woord als edelman?&#8221; vroeg zij op eens met levendigheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb geen twee&euml;rlei woord, Francis! ik heb niets gevraagd, ik heb zelfs niet willen hooren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! dat is voorwaar meer zelfbeheersching dan ik van een man had kunnen verwachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn de vrouwen dan zoo sterk op dit punt?&#8221; repliceerde ik, niet zonder wat bitterheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als het noodig is <i>kunnen</i> wij zwijgen,&#8221; gaf zij ten antwoord met een zijblik op den kapitein, die nu binnentrad met een luid en joviaal &#8220;goedenmorgen!&#8221;
+niet vermoedend hoezeer hij <i lang="fr">f&acirc;cheux troisi&egrave;me</i> was in dezen oogenblik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijne Excellentie volgt immediaat,&#8221; ging hij voort, zich heenzettend over de weinig toeschietelijke wijze waarop zijn ochtendgroet
+werd beantwoord, daar Francis het bijzonder druk had met het theewater, &#8220;dat niet kookte,&#8221; en ik hem op zijn: &#8220;Wel geslapen,
+Jonker?&#8221; afscheepte met een: &#8220;Uitmuntend, kapitein en gij?&#8221; natuurlijk om niet te luisteren naar zijn antwoord.
+
+</p>
+<p>Intusschen kwam de generaal binnen, en wij gingen ontbijten. Francis was stil en zelfs wat gedwongen. Mij toonde zij zekere
+ootmoedige goedwilligheid, als wilde zij mij stilzwijgend verschooning vragen voor haar wantrouwen en hare heftigheid, en
+ik zag mij beloond voor mijne onthouding door den blik vol diepe verslagenheid, dien zij soms op mij wierp, terwijl zij mij
+steelsgewijze aanzag. Zij wilde voor mij en voor ieder verbergen dat er iets in haar omging dat haar neerslachtig maakte,
+maar zij <a id="d0e3190"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3190">193</a>]</span>was te zeer eene expansieve natuur om met goed gevolg te veinzen. Zij was daarbij zoo verstrooid, dat zij allerlei <i lang="fr">b&eacute;vues</i> beging bij de bezorging van het ontbijt. De generaal kreeg dubbel suiker in zijne thee, &#8217;t geen hem een uitroep van ergernis
+ontlokte; de kapitein moest het doen met een kopje zonder melk, eene omissie waarin hij de vrijheid nam op eigen gezag te
+voorzien, zonder dat Francis het bemerkte, die zich naar het buffet had gekeerd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Onze Majoor is met het verkeerde been uit bed gestapt,&#8221; fluisterde hij mij in. &#8220;Wij mogen wel koest zijn, anders komt er
+een strenge dagorder, die....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Francis! gij zijt vandaag niets <i lang="fr">en veine</i>; de eieren zijn te hard,&#8221; gromde de generaal.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe jammer! juist nu we een gast hebben,&#8221; verzuchtte de kapitein; &#8220;ze zijn anders precies van gaarte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8221;<span id="d0e3206" class="corr" title="Bron: A">&Agrave;</span> propos Leo! tegen wanneer is uw rijtuig besteld?&#8221; viel de generaal in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel oom! dat moet ik zelf aan den kapitein vragen?&#8221; hernam ik, mijn best doende om den onaangenamen indruk van die herinnering
+te verbloemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is waar ook, gij hebt het op Francis en den kapitein laten aankomen! Wat is er bepaald, Rolf?&#8221;
+
+</p>
+<p>Terwijl hij nog sprak hoorde men een rijtuig over de brug rollen en &#8217;t voorplein oprijden. Ik zag tersluiks naar Francis;
+zij werd bleek en vloog op om voor het raam te gaan uitkijken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu al! dat is toch veel te vroeg,&#8221; sprak de generaal verwijtend tot Rolf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets te vroeg, Excellentie! dat zult gij mij zoo aanstonds toestemmen,&#8221; antwoordde Rolf met een snaakschen glimlach, terwijl
+ik mij naar Francis begaf, die in de vensterbank was gaan zitten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moet ik z&oacute;&oacute; heengaan?&#8221; vroeg ik haar zacht en bewogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt niet blijven; dat weet gij zelf wel,&#8221; gaf zij ten antwoord, met eene stem, die zij vast trachtte te doen klinken,
+doch waarin hare aandoening trilde.
+<a id="d0e3223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3223">194</a>]</span></p>
+<p>&#8220;En toch kan ik zoo niet heengaan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet?&#8221; riep zij op eens, terwijl een gloed haar voorhoofd overtoog, en zij mij weer met fierheid en vastheid aanzag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat.... ik het niet wil! Zal ik weerkeeren, Francis?&#8221; vroeg ik, haar een smeekenden blik toewerpend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker neen! waartoe zou dat dienen....?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat mij dan het rijtuig wegzenden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! neen!&#8221; riep zij hard en met heftigheid, als om op eens een eind te maken aan eene onbeslistheid, die haar beklemde:
+&#8220;neen, een kort en goed vaarwel, dat is voor ons beiden het beste,&#8221; en zij stak mij de hand toe.
+
+</p>
+<p>Daar reed een wagen het voorplein op; het was een vrachtkarretje met mijn eigen, dommen koetsier tot voerman.
+
+</p>
+<p>Francis deed een forschen uitroep van verbazing hooren; de kapitein lachte luid en zegevierend.
+
+</p>
+<p>&#8220;De Jonker heeft het aan mij overgelaten, en ik was zoo overtuigd van zijn goeden wil om te blijven, dat ik eenvoudig zijn
+koffer heb laten komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Laat gij zoo met u spelen?&#8221; verweet Francis mij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom niet? als het spel den loop neemt dien ik wensch?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij blijft mijns ondanks, bedenk dat wel,&#8221; fluisterde zij mij in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zij zoo! Ik vraag maar wat de generaal er van zegt,&#8221; sprak ik, mij tot dezen keerende, die zich vergenoegd de handen
+wreef.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neef, gij zijt de gast van den kapitein,&#8221; sprak hij lachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootpapa zegt de waarheid; <i>gij zijt de gast van den kapitein</i>,&#8221; herhaalde Francis met nadruk. &#8220;Denkt gij er nu nog aan te blijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toch, Francis, toch! Ik ben een weinig als Columbus; ik laat den ontdekkingstocht niet varen om een bezwaar meer, of wat
+tegenwerking van vriend of vijand.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij schudde zwijgend het hoofd en keerde zich van <a id="d0e3261"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3261">195</a>]</span>mij af. Ik liep naar buiten om met mijn voerman af te rekenen.
+
+</p>
+<p>Als een waardige <i>majordomo</i> was de kapitein al in de weer om mijn koffer te helpen afladen; maar er waren nog allerlei stukgoederen, pakjes, fleschjes
+en blikjes, die de vrachtrijder uit de stad meebracht en die de goede Rolf triomfantelijk neerlegde, niet aan de voeten van
+Francis, maar op een tafel waarbij zij stond in zeker geanimeerd gesprek met haar grootvader. De laatste kreeg een glans van
+vergenoegen op het gelaat bij het zien van de rijke provisie, die hem de eenige genietingen beloofde, welke nog onder zijn
+bereik waren. De kapitein, tevreden met dat welgevallen, liet zelfs met de tong een smakkend geluid hooren, als genoot hij
+reeds in verbeelding de kostbare lekkernijen, die hij had weten machtig te worden, en klopte den generaal gemeenzaam op den
+schouder, met een blik van zelfvoldoening, terwijl hij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, wat zegt Zijne Excellentie er van; heb ik niet kostelijk gefourageerd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Excellentie nu maar zoo niet, dat&#8217;s weergasche malligheid,&#8221; barstte Francis los, terwijl haar oogen flikkerden en een vlammende
+gloed hare wangen kleurde. &#8220;Gij voelt wel dat gij hier niet meer de inferieur zijt, <i lang="en">damned rascal!</i> anders zoudt gij hier niet zoo te werk gaan. <i lang="en">Bless me!</i> wat een dolle verkwisting is dit nu weer! <i lang="fr">Perdrix rouges</i>, <i lang="fr">p&acirc;t&eacute; de foie gras</i>, allerlei visch in gelei, allerlei vruchten <i lang="fr">en comp&ocirc;tes!</i> Het lijkt hier wel eene uitstalling van comestibles. Wat al nuttelooze lekkerbekkerij is dat nu weer?&#8221; En zij sloeg met de
+vuisten op tafel dat alle potten en flesschen er van rinkinkten. &#8220;&#8217;t Is waarachtig of we hier de bruiloft te Camacho gaan
+vieren! De generaal moest je de deur wijzen voor goed, dolle Sancho Pan&ccedil;a als gij zijt; en hij zou het doen, zoo zijn tong
+zijn eergevoel niet had verstompt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis, Francis!&#8221; stamelde de generaal met eene klagende stem.
+<a id="d0e3289"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3289">196</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Neen, grootpapa!&#8221; ging zij voort, altijd luider en ruwer, &#8220;&#8217;t Is een schandaal zooals het hier toegaat, dat zeg ik; en gij
+moest er een eind aan maken, als gij nog hart genoeg in uw lijf hadt om een cordaat besluit te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Majoor, Majoor!&#8221; viel Rolf in op smeekenden toon, om haar te bedaren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zwijg, ellendige lekkerbek! Ik ben uw majoor niet; ik heb genoeg van die kwasie aardigheden om mij te paaien. Als hier op
+mijn wil en wensch geacht werd, zou het heel anders toegaan; maar ik heb hier niets meer te zeggen, dat&#8217;s klaar als de dag;
+jelui laat mij praten en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Schreeuwen meent gij,&#8221; verbeterde von Zwenken met bevende stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij blijft uw gang gaan,&#8221; hervatte Francis met nog meer stemverheffing, altijd tegen den ongelukkigen Rolf gewend, &#8220;of
+ge hier alleen het commando hadt! Ik heb je in &#8217;t eerst te veel voet gegeven, dat zie ik te laat in; maar ik zal die infamie
+niet langer dragen, noch dulden dat mijn grootvader die draagt; en zoo hij zelf er geen order op stelt, en je de deur wijst
+met al je kostelijkheden op den koop, zal ik er voor zorgen dat je hier als schelm uit het vaandel wordt gejaagd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Infamie!&#8221; herhaalde de kapitein langzaam, terwijl hij zeer bleek werd en een veel beduidenden blik wierp op de plaats waar&#8212;gelukkig
+zijne Willemsorde <i>niet</i> aanwezig was, omdat de grijze ochtendjas er geene gelegenheid toe liet. &#8220;Uit het vaandel jagen! mij? Waarachtig, Majoor,
+dat noem ik doordraven! Mij dacht, dat ik het mijne deed om hier op de Werve de eer van het vaandel op te houden; die anderen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg om den schoorsteen te doen rooken! Ja! dat is waar, daar heb je weergaasch goed den slag van, dat erken ik; maar de eer
+van het vaandel, de eer van onzen rang, om de zaak bij haar naam te noemen, die op te houden, daar heb je zoomin besef van
+als de <a id="d0e3307"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3307">197</a>]</span>domste boerenslungel die in de conscriptie valt. Zelf stelt gij uwe eer in &#8217;t geen uwe schande is. Het zal nog zoo ver met
+je komen, dat gij uwe Willemsorde in den lommerd zet om een lekkeren schotel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, freule Mordaunt! wees er gerust op, eer het zoo ver komt, zal ik u waarschuwen,&#8221; antwoordde Rolf, nu ook bits en toornig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zeg dat we dien weg opgaan; ons eigen oud-modisch zilver is er al, dat weet gij wel, om van al het andere niet te spreken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om &#8217;s hemels wil, Francis!&#8221; smeekte von Zwenken, &#8220;bind toch uw tong in; bedenk dat jonker van Zonshoven getuige is van uwe
+onwelvoegelijke uitvallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooveel te beter! De jonker verkiest onze huisgenoot te zijn, dan moet hij ook maar weten wat een beroerde gemeene boel het
+hier is. Ik wil niet, dat men hem een blinddoek over de oogen zal trekken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tusschen dit of zoo ruw de windsels losscheuren, die de bloedende wonden van een gezin bedekken, is nog een groot verschil,
+freule Mordaunt!&#8221; sprak ik met nadruk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel mogelijk, jonker! maar voor zulk een menagement ben ik niet berekend. Ik behoor niet tot hen, die onwelvoegelijke dingen
+onder mooie woorden weten weg te sluiken. Ik zeg ronduit waar het op staat, en wie dat ergert heeft zich te schamen, niet
+over de woorden maar over de zaken, en te eer daar de ergernis in dezen licht was weg te nemen. Als wij maar moeds genoeg
+hadden om commiesbrood te eten en water te drinken, zouden wij fatsoenlijke lieden zijn, al golden wij dan ook bij iedereen
+voor arme stakkers.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik meende, Francis!&#8221; sprak nu de generaal met eene zachte, trillende stem, &#8220;dat gij zelve u in de overeenkomst met den kapitein
+had geresigneerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, zooals men zich resigneert als men de schurft heeft; maar het krabben kan men toch niet laten!&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat was de slag op den vuurpijl, en met dit knaleffect trok zij af, mij in &#8217;t voorbijgaan een uittartenden blik <a id="d0e3327"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3327">198</a>]</span>toewerpend, als vreesde zij dat ik de bedoeling van haar grove uitvallen zou misverstaan. Ik beantwoordde dien blik met een
+zwijgend hoofdschudden en zag haar aan op eene wijze, die van mijne afkeuring en tegenzin getuigde.
+
+</p>
+<p>Terwijl wij mannen elkaar wat verbluft stonden aan te kijken, stak zij nog even het hoofd door de deur.
+
+</p>
+<p>&#8220;Kapitein! gij kunt vandaag voor de menage zorgen; ik ga paardrijden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot uwe orders, commandant!&#8221; gaf Rolf ten antwoord, de hand aan de muts brengende.
+
+</p>
+<p>Ik was er verbaasd over, dat hij dit alles zoo koeltjes opnam, en kon niet nalaten het met een woord uit te drukken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen, jonker! Ik heb zulke buien meer bijgewoond. Ik zag het van ochtend al, dat de barometer op storm stond.
+Hoe sneller en heftiger de bui aankomt, zooveel te eerder is hij over; en ziet ge, een oud soldaat is tegen regen en onweer
+gehard.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben blij dat ik u vooruit gewaarschuwd heb, neef! dat mijn kleindochter wat heftig van aard is,&#8221; sprak nu de generaal
+met eene diepe verzuchting, zonder het hoofd naar mij op te heffen. &#8220;Als zij eens een opvatting heeft, is er niets tegen in
+te brengen; dan holt zij maar door op haar stokpaardje; zij redeneert niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij redeneert wat al te logisch voor u,&#8221; zei ik bij mij zelven, en hij voelde dit zeer zeker, want hij was staande de sc&egrave;ne
+met een gebogen hoofd blijven zitten, altijd maar zijn ring zenuwachtig heen en weer schuivende met bevende vingeren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Komaan, generaal! wees niet al te mismoedig,&#8221; sprak de kapitein goedhartig. &#8220;Wij zullen onze alliantie handhaven tegen den
+algemeenen vijand, en de wind zal later wel weer omslaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende was hij er in geslaagd een langwerpig in wasdoek gewikkeld pakket los te krijgen. &#8220;Ik vrees wel dat het oogenblik
+slecht gekozen is om haar een van deze fraaie karwatsen aan te bieden; en toch, zij <a id="d0e3347"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3347">199</a>]</span>zal er om verlegen zijn, want zij heeft de hare verloren. Wie weet of zij er niet nog toe komt dit aan te nemen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop van neen,&#8221; dacht ik; &#8220;dat zou mij tegenvallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze had eigenlijk verdiend dat men er haar eens ferm mee kastijdde,&#8221; viel de generaal uit, n&ugrave; de opgekropte woede lucht gevende
+die hij zoolang verbeten had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Excellentie! dat hadden we twintig jaar vroeger moeten doen. Ziet ge, we hebben haar tot commandant bevorderd v&oacute;&oacute;r zij
+als recruut de discipline had geleerd; dat&#8217;s een groote fout geweest, maar daar is nu niets meer aan te verhelpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, w&egrave;l een groote fout!&#8221; verzuchtte de generaal in de diepste neerslachtigheid.
+
+</p>
+<p>Rolf ging zich bezighouden met het plaatsen der provisie, die zulk een storm had doen opsteken; de generaal vroeg mij of ik
+een plan had voor mijne morgenuren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wenschte mij te installeeren, en ik moet brieven schrijven,&#8221; antwoordde ik. Al ware het slechts een pretext geweest, ik
+was gelukkig het gevonden te hebben, want ik verlangde alleen te zijn, om over de ontvangen indrukken te kunnen nadenken.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Zoover was ik gekomen met mijne confidenties op het papier, beste vriend, toen ik vernam dat er weer een mail gaat, die dit
+pakket zal medenemen als ik zorg dat het nog hedenavond te Z. op de post wordt bezorgd. De vorige moest ik laten passeeren,
+omdat ik geen tijd en rust had om &#8217;t geen ik inderhaast dag voor dag opgeteekend had, in den vorm van een brief over te schrijven.
+Nu zend ik dit gedeelte maar al vast weg en beloof u het vervolg, zoodra ik van u zelf vernomen heb, dat het journaal van
+den kluizenaar op de Werve u niet verveelt.
+
+
+
+</p>
+<p class="Closer">Inmiddels als altijd de uwe.
+
+
+</p>
+<p class="Signed">L. v. Z.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div1"><a id="d0e3370"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3370">200</a>]</span><p class="Address">Huis de Werve.
+
+
+</p>
+<p>Gij wilt er dus meer van hooren, Willem? Gij zegt dat het u ontspant na uw drukke werkzaamheid in het afmattend klimaat, en
+dat het u meer dan ooit behoefte is, als aan mijne zijde te staan om met mij mee te voelen, te hopen en te vreezen. Ik was
+bezorgd dat mijne uitvoerigheid u langwijlig mocht schijnen, en toch het geldt hier geene wereldgebeurtenissen, die men met
+enkele groote trekken kan schetsen; het is de analyse van eene vrouwengestalte, die niet als een marmeren beeld uit &eacute;&eacute;n stuk
+gehouwen is, dat men in ettelijke seconden kan laten photographeeren. Het zijn waarnemingen omtrent een karakter dat uit zeer
+verschillende, bijna tegen elkaar inloopende trekken is samengesteld; het zijn ontdekkingstochten in een vrouwenhart, dat
+diep en bewegelijk is als zekere onpeilbare waterkolken, en waarvan men alle verschijnselen met oplettendheid moet gadeslaan;
+fijne schakeeringen en schijnbaar nietige d&eacute;tails mogen niet worden overzien, en wij staan voor onoplosbare raadsels. Heb
+dus geduld met mij, want terwijl ik ze voor u tracht te ontcijferen, worden zij mij zelf meer en meer helder. Heb er geduld
+mee, Willem; want ik moet het n&ugrave; reeds belijden, al schudt gij mogelijk het hoofd over mijne inconsequentie; mijn levensgeluk,
+meer nog dan mijn fortuin, hangt af van de uitkomst die ik zoek. Mijn hart heeft gesproken, maar al te luid en levendig voor
+mij zelven, en het kost mij een voortdurenden strijd om al wat het mij zegt te haren gunste voor haar verborgen te houden.
+En toch, dat moet zijn. Zoo zij het weten kon dat ik reeds n&ugrave; haar verwonneling ben, zou zij mijne zwakheid bespotten, mogelijk
+zelfs mijn karakter verdenken, en ik zou al het overwicht verliezen, dat ik op haar meen verkregen te hebben. Zij is fijn
+genoeg om iets te raden van &#8217;t geen er in mij omgaat, en ik gun haar die voldoening, waardoor zij zich tot mij voelt aangetrokken;
+maar zij moet <a id="d0e3375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3375">201</a>]</span>bovenal zien, dat ik er mij niet door laat beheerschen, dat ik meester wil blijven van mij zelf tot op het oogenblik, waarin
+zij zelve hare zwakheid zal hebben erkend, neen, beter&#8212;haar hart voor mij zal hebben geopend. Ik heb allermeest behoefte aan
+hare achting; want ik ben zeker dat dit de veiligste weg is naar haar hart. Haar hart! roept gij uit, en de virago die gij
+mij beschreven hebt, die gij gekomen zijt om te temmen! Waar is uw verstand dat gij u d&ugrave;s liet medesleepen? De virago! o zeker,
+zij tracht zich in die gestalte te hullen; zij hecht er aan dat men dit voor hare wezenlijke gedaante houdt, maar ik weet
+dat de kern, onder dit ruwe hulsel verborgen, eene teere en echt vrouwelijke is, zooals de zoete Oostersche vrucht die gij
+nu geniet, door eene harde schaal wordt beschermd. Ik weet dat zij een <i>hart</i> heeft, en &#8217;t is met een schrijnend wee, dat zij het vermomt, verloochent, mogelijk juist omdat het door al te pijnlijke kwetsuur
+nog bloedt. Dit laatste uit te vinden en te weten of die te heelen is neemt nu mijne geheele aandacht in. Ik bestudeer haar
+als een wondheeler zijn pati&euml;nt ter genezing; maar daarom ook kalm en nuchter; zonder d&agrave;t wordt het oog verduisterd en zou
+de hand beven als er kwestie moet zijn van eene pijnlijke kunstbewerking.
+
+</p>
+<p>Op dien gedenkwaardigen dag waarop ik mij, onder zulke dreigende symptomen van des Majoors zijde, voor goed op de Werve installeerde,
+was het heerlijk lenteweer. Na mijne zaken in de groote leegstaande commode te hebben gearrangeerd, zette ik mij op mijn gemak,
+wierp mijn das af, deed mijn jas uit, haalde mijn schrijfgereedschap te voorschijn, en na een paar woorden aan Overberg te
+hebben gericht, die in het logement mijn wegblijven moest verklaren, nam ik mailpapier om mijn hart uit te storten aan u,
+de beste wijze om mij te retrempeeren, toen er driftig op mijne kamerdeur werd getikt, en ik bij &#8217;t opendoen niemand meer
+of minder voor mij zag staan dan Majoor Frans in hoog eigen persoon.
+<a id="d0e3382"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3382">202</a>]</span></p>
+<p>Zooals zij daar binnenkwam in haar amazonekleed (gelukkig zonder de vareuse), met een inktkoker in de hand dien zij voor mij
+op tafel zette; terwijl zij den eersten stoel den besten naar zich toe trok om er op neer te vallen, als besloten te blijven,
+hoewel zij uit het <i lang="fr">sans g&ecirc;ne</i> van mijn toilet wel kon opmaken dat zij mij nogal overviel, was er zeker <i>effort</i> toe noodig om in haar eene jonkvrouw van geboorte te zien; en dit, gevoegd bij den indruk dien de laatste sc&egrave;ne bij mij had
+nagelaten, stemde mij zeer weinig tot hoffelijkheid en voorkomendheid. Ik schoot inderhaast mijn jas aan, en eerst toen mij
+tot haar wendend, vroeg ik, wat zij hier doen kwam.
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootpapa heeft mij gezegd dat gij schrijven wilt, Leo! en ik herinnerde mij, dat er niet voor inkt is gezorgd,&#8221; sprak zij,
+zonder mij aan te zien; want de weinige voorkomendheid, die ik haar toonde, maakte het haar duidelijk, dat de verrassing mij
+niet bijzonder welkom was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is ook niet noodig; ik zorg altijd zelf voor mijn schrijfgereedschap,&#8221; antwoordde ik koeltjes, en zette mij neer of ik
+met schrijven dacht voort te gaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie dat ik u stoor; ik had u anders een dienst willen vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik zweeg.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt <span id="d0e3401" class="corr" title="Bron: bij">gij</span> bijgeval een badientje of zoo iets meegebracht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat wilt gij daarmee doen? Hebt gij uwe vazallen nog niet genoeg gestriemd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wilde eene rijzweep improviseeren; ik heb de mijne verloren, en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb niets dan een liniaal en een penhouder.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij werd bloedrood, beet zich op de lippen, en wendde het hoofd af. &#8220;Ik merk wel,&#8221; hervatte zij na eenige <span id="d0e3412" class="corr" title="Bron: ssconden">seconden</span> zwijgens, &#8220;dat gij niet in eene luim zijt om mij den dienst te doen, dien ik had willen vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben altijd tot den dienst eener dame, als zij de <a id="d0e3417"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3417">203</a>]</span>privilegi&euml;n harer sexe wil laten gelden. Waarom hebt gij mij niet laten roepen als gij mij iets te vragen hadt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ah! zoo!&#8221; riep zij op ietwat gerekten toon. &#8220;Dat humeur geldt dus mijn <i lang="fr">manque d&#8217;&eacute;tiquette</i>; overzie dat: gij weet immers, ik ben zoo weinig &#8220;eene dame.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s maar al te waar, Majoor!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Majoor!&#8221; herhaalde zij met ergernis, en zette groote oogen op van verbazing. &#8220;Ik meende Leo! dat die bijnaam u tegen was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu niet meer, sinds ik dat soldateske personage <i lang="fr">en action</i> heb gezien. Alleen zou ik willen weten, welk soort van majoor gij eigenlijk voorstelt: tamboer-majoor? sergeant-majoor? Want
+de commandant van een bataillon behoort, zoo ik mij niet bedrieg, zekere mate van beschaving te bezitten, zekere vormen te
+eerbiedigen, zekere waardigheid in toon en manieren aan den dag te leggen, die hem terstond als een fatsoenlijk man doen kennen;
+en uit alles wat ik van u waarnam bij het tooneel van dezen morgen, moet ik gelooven dat gij aan geen dezer eischen weet te
+beantwoorden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo!&#8221; stamelde zij, doodsbleek en met trillende lippen, &#8220;dit is een bloedige beleediging! Bedoelt gij dit?&#8221;
+
+</p>
+<p>Het verwonderde mij, dat zij niet in woede opstoof en op mij lostrok. Ik had eigenlijk op een forschen aanval gerekend! Het
+tegendeel vond plaats. Zij bleef stokstijf zitten, als aan haar stoel genageld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik bedoelde alleenlijk de onbehagelijke figuur te treffen, die gij goedvindt voor te stellen; wil freule Mordaunt zich identificeeren
+met die persoonlijkheid, en het daarvoor opnemen, mij w&egrave;l; ik ben geen geoefend duellist, maar ik kan toch een fleuret hanteeren;
+mij dacht, dat ware wel de beste manier u de zoogenaamde revanche te geven, tenzij gij schieten wilt; gelukkig heb ik pistolen;
+wij gebruiken los kruit, niet waar? dat&#8217;s afgesproken; gij begrijpt toch wel dat men het met een majoor van uwe soort niet
+in vollen ernst kan opnemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik kreeg geen antwoord, en dat ontrustte mij; boos <a id="d0e3441"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3441">204</a>]</span>worden en mij ferm riposteeren, had ik van haar gewacht; maar dat zwijgend blijven zitten met strakken blik en doodsbleek,
+als versteend en verstomd van smartelijke verbazing, stond mij niet aan; de arm, dien zij even driftig had opgeheven, viel
+slap en als machteloos neer. Ik begon nu zelf verlegen te worden met mijne houding; ik kreeg de gewaarwording van iemand die
+een kapel wil vangen, maar die te hard heeft toegetast en een vleugel in de hand houdt. Vooral toen zij eindelijk haar zwijgen
+verbrak; want het klonk als eene klacht; meer nog dan verwijt, wat zij mij toevoegde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Deze vlijmende ironie gaat dieper dan gij vermoedt, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop wel dat zij treffen zal, waar zij nut kan doen, Francis! Want geloof mij, mijne bedoeling was niet om te wonden,
+maar om te genezen,&#8221; hernam ik op gansch veranderden toon, want ik zag dat zij al haar zelfbeheersching noodig had om niet
+in snikken uit te barsten. Ik stond op, ging naar haar toe en wilde hare hand nemen, maar nu rees zij op, als door een electrieken
+schok getroffen; er kwam weer kleur op de marmerbleeke wangen, en de oogen vonkelden van toorn terwijl zij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil van u niet gecureerd worden; mij scheelt niets; ik ben wel z&oacute;&oacute; als ik ben. Verspil uwe nobele kunst niet aan zoo&#8217;n
+avontuurlijk, zoo&#8217;n onhebbelijk schepsel als gij in mij meent te zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Moet ik u dan niet zien, Francis, zooals gij zelve goedvindt u te toonen? Maar gelukkig bedrieg ik mij niet z&oacute;&oacute; zeer in u,
+als gij denkt; ik zal uwe genezing beproeven ondanks u zelve; wilt gij, dat ik u de uitlegging zal geven van de ergerlijke
+sc&egrave;ne die gij in mijn bijzijn aan die heeren hebt vertoond?&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij haalde even de schouders op en bleef zwijgen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is deze,&#8221; ging ik voort; &#8220;gij hebt aan mij willen zeggen: &#8216;Gij wilt hier blijven om Majoor Frans te leeren kennen, zoo
+zal ik hem u toonen in al zijne grofheid en onbehagelijkheid en dan zullen wij zien, hoelang gij <a id="d0e3455"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3455">205</a>]</span>dat uithouden zult;&#8217; en daarop, freule Mordaunt, is mijne houding van dit oogenblik. Gij zult het weten dat ik u doorzie,
+dat ik mij niet laat afschrikken door het ruwe masker dat gij goedvindt voor te doen om.... de oorspronkelijke trekken uit
+te vinden, die.... ongetwijfeld liefelijker indruk zullen maken,&#8221; wilde ik er bijvoegen. Dan.... zij liet mij niet uitspreken;
+ze stampvoette van ergernis, terwijl zij inviel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Een masker! ik een masker! men moet maar uit den Haag komen, waar men zich zeker nogal druk maskeert, om mij zulk een verwijt
+te doen! Voorwaar Jonker van Zonshoven! achterdocht die onder alles list wil zoeken is geene scherpzinnigheid; de uwe maakt
+hier al eene heel droevige figuur. Gij, die voor goed gebroken hebt met alle sociale huichelarij, en die daarom als met vingers
+wordt nagewezen, mij, wier grootste fout het is, of wellicht wier beste hoedanigheid (ik kan het niet uitwijzen) om er alles
+maar uit te flappen wat mij invalt, als er iets is wat mij ergert of treft, wie het altijd heeft ontbroken aan datgene wat
+men in de wereld <i lang="fr">tenue</i> noemt, mij, mij te betichten van een mom voor te doen! en dat nog wel op een oogenblik, waarin ik, gloeiend van toorn en
+ergernis, aan die heeren zeg waar het op staat, zonder menagement! Ik geef toe dat ik in uwe tegenwoordigheid geene oorzaak
+vond om mij in te houden; wij waren immers zoo goed als <i lang="fr">en famille</i>, en het kwam mij hoog noodig voor, dat gij u niet zoudt vergissen in het gehalte van ons personeel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziet gij wel!&#8221; viel ik glimlachend in, &#8220;dat ik niet zoo erg mis zag, en dat gij uws ondanks ten slotte toch tot de bekentenis
+komt, dat ik de waarheid tastte, toen ik beweerde dat er opzet lag in de hagelbui van <i lang="fr">gros mots</i>, en dat gij de kreten uwer ergernis eenige noten hooger stemdet dan absoluut noodig was, om die twee verdeemoedigde mannen
+de les te lezen,&#8212;het al met de bedoeling om een derde op de vlucht te drijven of.. voor goed te terrifieeren! Wees oprecht
+Francis, vindt <a id="d0e3470"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3470">206</a>]</span>mijn argwaan uit, of ligt deze opvatting voor de hand?&#8221;
+
+</p>
+<p>Tevergeefs trachtte ik haar aan te zien, terwijl ik sprak; zij wendde het hoofd af, en toen ik zweeg om haar antwoord te hooren
+riep zij knorrig, terwijl zij haar stijgend ongeduld op den poot van de tafel wreekte:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik merk het niet voor het eerst,&#8212;gij kunt lastig zijn en onaangenaam als gij er u op toelegt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof het zelf, maar eene uitvlucht is geen antwoord, Francis!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu ja, dan, ja! het is waar; ik had u liever zien heengaan, om bestwille; maar geloof niet, Leo! wat gij ook van mij hoort
+of ziet, dat ik <span id="d0e3480" class="corr" title="Bron: arglastig">arglistig</span> ben, en eene rol speelde. Ik was wat ik mij toonde toen ik dat standje maakte: woest, boos en gloeiend van verbittering;
+ik heb mijne luimen, dat weet ik wel; maar ik doe niets om te schijnen wat ik niet ben, dat zou mij slecht afgaan; ik wil
+in alles mij zelve zijn, in &#8217;t kwade en ook in &#8217;t goede; want ik mag niet erger van mij zelve spreken dan de waarheid is;
+ik heb ook wel goeds, ik heb <i>dit</i> goeds dat ik niet valsch ben, en toch is er zooveel tegenstrijdigs in mij, dat ik er zelve over verbaasd sta. Zie, Leo! ik
+heb nooit voor het gulden <span id="d0e3486" class="corr" title="Bron: kaf">kalf</span> van het decorum willen knielen (zij sloeg met de vuist op de tafel ter bekrachtiging van hare bewering), maar toch.... als
+de lust mij beving, zou ik mij nog heel wel met uwe Haagsche dames kunnen meten, als het op kennis en ontwikkeling aankwam....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarvan ben ik overtuigd, Francis, en daarom....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar vernis en blanketsel zou ik mij nooit laten opleggen,&#8221; viel zij in; &#8220;evenmin zal ik aannemen, dat juist daarin de ware
+beschaving bestaat....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ben ik geheel met u eens.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik wist mij toch wel als freule Mordaunt te doen erkennen, toen ik nog in de wereld ging, en zoo mij dat nu weer inviel,
+zou men mij niet moeten verwijten, dat het maar eene vertooning was; want ik haat alle aanstelling als de pest, het zou dan
+alleen zijn: toegeven <a id="d0e3497"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3497">207</a>]</span>aan iets onweerstandelijks binnen in mij; zooals ik mij daareven aangedreven voelde door iets dat sterker was dan ik, om eens
+ferm den Majoor Frans te spelen in uwe tegenwoordigheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar hoe kan freule Mordaunt het dan zoo hoog opnemen, als men haar bij het woord vat, laat ik liever zeggen, als men invalt
+in den toon, dien zij zelve heeft aangegeven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat treft mij niet van anderen, maar van u, en juist op dit oogenblik;&#8212;want ik kwam om bij u heul en troost te zoeken; van
+u, ik wil &#8217;t wel bekennen, trof het mij als een bliksemstraal uit de heldere lucht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo oprechte bekentenis verdient volle absolutie,&#8221; sprak ik opgeruimd; &#8220;geeft mij de hand ter verzoening.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Jonker! neen! daar zijn wij nog niet,&#8221; hernam zij fier. &#8220;Ik moet eerst weten wat ik aan u heb. Hoe het komt weet ik
+niet maar ik heb er behoefte aan, niet door u te worden miskend. Als gij laag op mij neerziet, omdat ik niet ben als de anderen,
+zeg het dan maar in eens uit, dan weet ik waar ik op rekenen kan; maar, als ik bij u kom aankloppen, in het volle vertrouwen
+dat ik mijn hart eens kan uitstorten aan een vriend, teruggestooten te worden om.... een gebrek in de vormen, dan voel ik
+mij bitter teleurgesteld, en dan vraag ik mij zelve af: heb ik mij weer vergist? is ook deze niet de betere van de soort?
+is ook deze een van die fatten, die bang zijn de punten hunner verlakte bottines aan het slijk te wagen, die schermen met
+groote woorden, maar klein en bekrompen als het op handelen aankomt, die een heiligen afschuw hebben van gemeene woorden,
+grof linnen en vuile handen, maar er volstrekt niet tegen opzien iets laags en gemeens te <i>doen</i>, en die zelfs niet schromen zouden de blankheid hunner vingeren te besmetten door eene vrouw te souffletteeren!&#8221; Nu was de
+beurt aan mij om van innerlijke woede te trillen, en het scheelde werkelijk niet veel of ik had aan eene geweldige uitbarsting
+daarvan toegegeven; maar intijds <a id="d0e3510"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3510">208</a>]</span>nog bedacht ik mij, en overwoog dat de bataille voor mij verloren was, zoo ik handgemeen werd met den Majoor op het terrein
+waar zij mij heenlokte.
+
+</p>
+<p>Na een oogenblik zwijgens viel ik in:
+
+</p>
+<p>&#8220;Pardon, Freule! &#8217;t Is voor mij moeilijk te berekenen wat gij in mij &agrave;l of niet meent te zien. Ik kan alleen zeggen, dat ik
+zeer zeker niet behoor tot de specialiteit d&aacute;&aacute;r door u geschetst. Als er kwestie is van <i>eene vrouw</i> die beleedigd wordt, zou ik de eerste zijn om den laaghartige te slaan, die zich, op welke wijze ook, aan haar vergreep;
+dat kan ik u verzekeren. Ik ben de nakomeling van een man, die zich de rechterhand afkapte om de eer zijner dame te redden;
+iets van dat bloed vloeit nog wel in mijne aderen, en al zijn wij niet meer in de dagen der reuzen en gedrochten, ik zou toch
+de ridderlijke beschermer kunnen zijn der zwakheid die mijne hulp inriep; ik zou de diepste meewarigheid kunnen toonen voor
+eene vrouw, die mij leed en last wilde klagen; ik zou haar die ik zag wankelen met vaste hand steunen en staande houden; ik
+ben niet van hen die vernis en blanketsel voor reinheid aanzien, en ik zou de paarl niet minder achten om haar ruwe schelp;
+ik zou zelfs niet schromen mijne hand te besmetten, om deze uit het slijk op te rapen, als het zijn moest; maar, zoo ik mij
+niet bedrieg, is tusschen ons sprake van <i>Majoor Frans</i>; Majoor Frans, die boos wordt als men hem aan het prerogatief der schoone sekse herinnert, omdat hij niet tot &#8216;de dames&#8217;
+wil gerekend worden, en die evenmin gelijkstelling wil met &#8216;de soort,&#8217; waartoe ik nu eenmaal het ongeluk heb te behooren;
+Majoor Frans, dat hybridische wezen, dat daar bij mij is komen invallen, nadat hij zoo pas twee beklagenswaardige wezens van
+&#8216;mijn soort&#8217; door zijn invectieven had neergeveld; en vraag dan u zelve, of het geen tijd werd dat de derde, die toch mee
+in de oorlogsverklaring begrepen was, den strijd opnam met eenigszins gelijke wapenen, om de nederlaag van de anderen te wreken
+en het heldhaftige <a id="d0e3522"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3522">209</a>]</span>personage de overtuiging te geven, dat hij.... minstens zijn portuur zal vinden als het er op aankomt, om elkaar zonder <i>menagement</i> de waarheid te zeggen!&#8221;
+
+</p>
+<p>Onder ons gezegd, Willem! de majoor hield zich kras: zij oefende al hare zelfbeheersching om de verschillende indrukken, die
+zij bij mijn spreken onderging, niet te toonen; maar zij is te impressionabel om er niet alles van gevat te hebben wat ik
+bedoelde. Zij was opgestaan en scheen met de grootste opmerkzaamheid de gebroken glasruiten te bekijken, om zich eene houding
+te geven; eensklaps keerde zij zich nu om, met hoogen blos op &#8217;t gelaat; maar er was geen toorn in den blik dien zij op mij
+vestigde, geene uittarting meer, al trad zij mij kloek en fier onder de oogen terwijl zij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moet zeggen, Leo! dat gij ferm afrekening gehouden hebt, en nu, mij dunkt, wij zijn <i>quitte</i>. Zijn wij weer vrienden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik verlang niet beter, maar dan moet ik ook weten wie ik v&oacute;&oacute;r heb, anders komt er weer misverstand....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Lastig mensch! gij schenkt mij ook niets;&#8221; en zij stampvoette van ongeduld, terwijl zij het hoofd afwendde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Enkel uit voorzorg, geloof mij. Heb ik met Majoor Frans te doen? of....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, nu! Francis Mordaunt vraagt uwe vriendschap!&#8221; en zij stak mij beide handen toe en hare oogen vulden zich met tranen,
+die niet langer waren te bedwingen. Hoe gaarne had ik ze weggekust; hoe gaarne had ik haar aan mijn hart gesloten, en alles
+uitgezegd wat daar reeds voor haar sprak; maar het mocht, het moest niet zijn. Zij was opgeschrikt en ik had haar zien verbleeken,
+toen ik haar in den ochtend met zekere hartstochtelijkheid de hand kuste; ik mocht mijne aanvankelijke overwinning niet prijsgeven
+uit gebrek aan zelfbeheersching.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is het noodig te zeggen, Francis! dat gij reeds hebt wat gij vraagt? Zou ik het gewaagd hebben tot u te spreken zooals ik
+deed, zoo ik niet een oprecht, een trouw vriend voor u had willen zijn?&#8221;
+<a id="d0e3544"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3544">210</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat zie ik in, en daar heb ik behoefte aan. En nu, wil mij eens gul uit zeggen, of gij mij, ondanks alles, niet in uw hart
+gelijk geeft tegen grootpapa en den kapitein; en ziet gij, d&agrave;t kwam ik u vragen. De wijze waarop gij het tegen mij opnaamt,
+bracht mij met mij zelve in strijd, en toch.... het waren geen verwijten uit de lucht gegrepen, die ik hun deed, en het is
+werkelijk wat ik zie komen: de kapitein <span id="d0e3547" class="corr" title="Bron: ruineert">ru&iuml;neert</span> zich voor ons en mijn grootvader laat het zich aanleunen. Dat&#8217;s ergerlijk, niet waar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer verkeerd, ik stem het toe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rolf teert van den hoogen boom, ik ben er zeker van; en als de generaal mij ontvalt, blijf ik levenslang met den kapitein
+opgescheept!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Levenslang! dat zou erg zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! heel erg, maar het kan toch niet anders, want als de man zich arm gemaakt heeft voor ons, dan spreekt het toch wel vanzelf,
+dat ik hem niet verstooten kan; ik mag hem er eens mee dreigen, als hij overmoedig is en meent dat <i>wij hem</i> niet missen kunnen, maar doen zal ik het nooit, al zie ik al het verdriet en bezwaar vooruit van zoo&#8217;n blok aan het been.
+En nu vraag ik u, heb ik bij dat alles zoo groot ongelijk, dat ik eens boos word en uitbarst?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In den grond hebt gij gelijk; maar gij hebt groot ongelijk in den vorm.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och kom! altijd met uwe vormen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij zelf dat ik weer <i lang="fr">la corde sensible</i> moet aanslaan. Ik ben niet van de leer <i lang="fr">que la forme emporte le fond</i>, dat stel ik op den voorgrond; maar toch, eene vrouw die er zich zoo grof tegen vergrijpt, heeft ongelijk, al ware zij overigens
+nog zoozeer in haar recht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik het den kapitein niet eens duchtig zeg, baat het niets.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb niets tegen duchtig zeggen waar de verontwaardiging tot spreken dwingt. Maar wie ruw uitvaart, overtuigt zeer zeker
+zijne partij niet en beleedigt allereerst <a id="d0e3577"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3577">211</a>]</span>zich zelf; en zoo het eene vrouw is die in hare drift woorden uitflapt, die een fatsoenlijk man zich schamen zou in hare tegenwoordigheid
+op zijne lippen te nemen, dan heeft zij zich tegen hare eigene waardigheid vergrepen en moet er op rekenen dat zij met dezelfde
+munt betaald kan worden, die zij uitgeeft. Ik zou <i>geen</i> oprecht vriend zijn, zoo ik u hier niet waarschuwde. Verbeeld u eens wat het geweest zou zijn, zoo de kapitein u geantwoord
+had in de kazernetaal, die hij zelf zeker nog niet heeft verleerd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat had hij eens moeten probeeren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zou toch niets meer geweest zijn dan zijn recht. Meent gij dan het privilegie te hebben om tegen iedereen uit te varen
+zonder dat er <i lang="fr">la peine du talion</i> op volgt? Dat bewijst minder cordaatheid dan ik in u wachtte; er maar op los te trekken als gij weet dat niemand u aandurft!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het komt mij voor,&#8221; sprak zij glimlachend, &#8220;dat gij uw best gedaan hebt om mij dien waan te ontnemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En daarom zeker hebt gij zooveel haast om mij weg te zenden niet waar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen Leo!&#8221; viel zij gulgauw uit, en een blos overtoog haar gelaat; &#8220;d&agrave;t is het niet, geloof mij; d&agrave;t niet; maar ik zie toch
+niet in, waarom gij u juist behoeft op te werpen als de wreker der verdrukte onnoozelheid van mijne vazallen, zooals gij ze
+noemt; en ik beken u ronduit dat het mij zeer zou doen, zoo gij alliantie maaktet met hen tegen mij; want in vollen ernst,
+ik ben hun slachtoffer, al schijnt de verhouding uiterlijk omgekeerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heb ik reeds begrepen, Francis, en het is juist daarom dat ik nog hier blijf. Het is zeer verre van mij, het met hen
+eens te zijn. Aan uwe zijde is het recht en de gezonde, verstandige opvatting van het leven, dat men op de Werve behoort te
+leiden in uwe omstandigheden...&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, wat gij daar zegt doet mij goed; want ik beken u dat gij mij in strijd had gebracht met mij zelve, door <a id="d0e3599"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3599">212</a>]</span>dien blik van minachting dien gij mij hebt toegeworpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die gold enkel de wijze waarop gij hier verbetering en hervorming meendet in te voeren; juist dat uitvoeren is glad verkeerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet heel goed dat het niets helpen zal, wat ik ook doe of zeg. Daarbij, ik beklaag mijn grootvader te veel om hem &agrave;l
+te groote ontberingen op te leggen; maar als de verkwisting met den dag stijgt, en waar ik weet dat ik zelve geen offers meer
+heb te brengen, omdat.... andere plichten mij binden, dan is het niet te verwonderen dat ik eens uitval.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En toch zou ik u raden het eens op andere wijze te beproeven. Ik heb een vast geloof in de macht der zachte vrouwelijke overredingskracht;
+oefen die en zie eens wat zij zal uitwerken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tegen behoeften en hebbelijkheden die tot eene tweede natuur zijn geworden!&#8221; viel zij in met schouderophalen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, indien gij er niet veel mee wint bij hen, dan zult gij er toch groote winst van wegdragen voor u zelve, daar ben ik
+zeker van. Gij hebt mij zelf gezegd, dat uwe opvoeding verwaarloosd is, niet z&oacute;&oacute; zeer toch of gij hebt Schiller gelezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="de">Die R&auml;uber</i>,&#8221; viel zij ondeugend in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus niet zijne <i lang="de">Macht des Weibes</i>; niet het:
+
+
+</p>
+<div class="poem" lang="de">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Was die Stille nicht wirkt, wirket die Rauschende nie!&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Zij schudde ontkennend het hoofd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan is dit punt in uwe vorming althans verwaarloosd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ontken ik niet,&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar <i lang="fr">c&#8217;est &agrave; refaire</i>; mag ik er u op wijzen en zult gij naar mij luisteren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker als gij Schiller reciteert, en vooral, als gij goed voordraagt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal mijn best doen.&#8221;
+<a id="d0e3639"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3639">213</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Maar nu niet, want ik heb u al veel te lang opgehouden
+en.... en.... gij blijft nu toch hier?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoolang gij mij houden wilt, Francis!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf zoolang gij zelf kunt, als maar hetgeen gij hier waarneemt u niet al te veel tegen de borst stuit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal de <i lang="fr">cotte de mailles</i> van mijn voorzaat te baat nemen, om daartegen geharnast te zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed zoo; dus tot het naaste uurtje rustig samenzijn! Ik ga paardrijden; ik moet frissche lucht en beweging hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Apropos! en de dienst dien gij mij te vragen hadt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, ik kan er wel buiten: het was maar.... de kapitein wilde mij een rijzweep present doen, en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En die zoudt gij liever willen aannemen van mij, niet waar?&#8221; vroeg ik lachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen! Z&oacute;&oacute; is &#8217;t niet gemeend. Ik zou graag tien gulden van u leenen, als gij ze missen kunt; over een paar dagen heb
+ik zelve weer geld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is &#8217;t gedecideerd dat ik u geen cadeau mag doen vandaag, bij wijze van souvenir?&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij gaf een beslist &#8220;neen&#8221; ten, antwoord. Toen reikte ik haar mijn portemonnaie, en zij nam er uit wat zij goedvond.
+
+</p>
+<p>Eene kluchtige uitkomst van den geleverden slag, niet waar? Maar het komt mij toch voor dat ik terrein heb gewonnen<span id="d0e3667" class="corr" title="Bron: ">.</span>
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Daar ik ook behoefte gevoelde aan frissche lucht, en de lust tot schrijven mij voor &#8217;t oogenblik vergaan was, besloot ik mijn
+biljet aan Overberg zelf naar de brievenbus te brengen, indien het bleek, dat er zoodanige inrichting op het dorp bestond.
+Beneden vond ik den generaal ook gereed om uit te gaan, en op mijne vraag, waar men hier de brieven bezorgde, bood hij mij
+aan met mij op te wandelen. Het ging de rechte, breede laan door, en wij bereikten den straatweg die door het dorp liep. Aan
+een van de eerste huizen bevond zich de brievenbus van het <a id="d0e3674"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3674">214</a>]</span>hulpkantoor, dat door een der functionarissen van de gemeente werd geadministreerd. Von Zwenken moest er zelf heen, want hij
+had een brief te bezorgen (ook aan Overberg denk ik) dien hij liefst aan de opmerkzaamheid van Francis onttrok, zooals hij
+mij zeide. Hij hoopte daarbij een pakket te vinden, dat hij zelf moest afhalen en dat ook werkelijk werd overhandigd; maar
+het scheen niet aan zijne verwachting te beantwoorden, want toen hij het met zekere zenuwachtige haast had geopend, stak hij
+het met eene beweging van verdriet en teleurstelling in zijn zak en zuchtte diep. Bij het terugwandelen meende hij zich daarover
+eenigszins te moeten verklaren en deed mij verstaan, dat het onnoodig was er met Francis over te spreken. &#8220;Ik heb zoo mijne
+eigene zaken, die buiten haar moeten omgaan, want zij zou er toch niets van begrijpen en het denkelijk niet met mij eens zijn,
+en nu gij haar reeds kent in hare eigenaardigheden, zult gij het natuurlijk vinden dat ik liefst discussies met haar vermijd.
+Op mijn leeftijd, en als men de rust lief heeft.. gij verstaat mij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed, maar Francis is toch te verstandig om altijd zoo door te draven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, zij heeft gezond verstand, dat is waar, maar als zij eene opvatting heeft en haar <i lang="fr">grand cheval de bataille</i> bestijgt, dan hebt gij zelf gezien hoe zij er op voortholt door dik en dun, zonder na te denken wie zij er mee kwetst of
+bespat. &#8217;t Is toch heel natuurlijk dat de kapitein, die zijn heele positie aan mij dankt, eenige attenties voor mij heeft,
+en gij hebt gehoord hoe averechts zij dat opneemt. Zoo is het met alles; in plaats van mij dank te weten dat ik mij om harentwille
+in deze woestijn heb geretireerd, doet zij niets om mij hier het leven dragelijk te maken. Ik heb nog vrienden genoeg, die
+hier graag nog eens een dag wilden komen passeeren, maar freule Mordaunt schrikt ze allen af sinds de kapitein hier is. Zij
+is zeker bang dat hij zich vergrijpen zal tegen den goeden toon.&#8221;
+<a id="d0e3683"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3683">215</a>]</span></p>
+<p>Er was iets pijnlijks in de machtelooze bitterheid van dien grijsaard; maar wekte hij mijn medelijden, mijne achting won hij
+niet: ik voelde te zeer waar het haperde en hoe zijne voorstelling juistheid miste. Liever dan met zijne klachten over Francis
+in te stemmen, beproefde ik eene afleiding te maken.
+
+</p>
+<p>&#8220;De Werve ligt toch in eene heerlijke streek, oom!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geef ik u toe, en het is voormaals eene mooie possessie geweest, maar als men niet eigenlijk zin heeft voor het landleven
+en van alle jachtvermaak moet afzien, zooals ik, den winter en zomer blijven moet en geen rijtuig kan houden, dan is men tot
+het uiterste isolement gedoemd. Het dorp zelf biedt niet de minste ressources; te voet kan men niet in de stad komen, en de
+omliggende plaatsen zijn allen veel te verwijderd om er eenige conversatie mee te houden; daarbij met Francis en in mijne
+veranderde positie zou dat ook niet best gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om de waarheid te zeggen, oom! verwondert het mij eenigszins dat gij u niet van dat oude kasteel ontdoet, sinds gij toch
+geen smaak vindt in het landleven en de gelegenheid mist om partij te trekken van de gronden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Voor dat laatste, beste jongen, moet men geld hebben, veel geld, waaraan het mij altijd heeft ontbroken en wat het eerste
+betreft, dat zou ik graag willen, want ik kan beter en goedkooper wonen in de eene of andere kleine stad; maar er zijn voor
+mij ontzaggelijke bezwaren verbonden aan den verkoop van dit goed; ik zou er eene enorme som voor moeten vragen, omdat het,
+onder ons gezegd, nogal bezwaard is, en niemand kon er veel voor geven, daar ik door allerlei tegenspoed de bezittingen deerlijk
+heb moeten verbrokkelen. Iemand die een kasteel koopt, met zijne heerlijke rechten, wil tegelijk bezitter worden van de bosschen,
+van de omliggende gronden, en.... ik ben daarvan niet meer de eigenaar.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mogelijk zou iemand die in de nabijheid zijne eigendommen had er nog wel toe komen kunnen om u bijzonder voordeelige condities
+toe te staan.&#8221;
+<a id="d0e3696"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3696">216</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Hm! gij zegt daar zoo wat. Mijne schoonzuster heeft eenige jaren geleden het groote buitengoed aangekocht de Runenberg genaamd,
+vlak bij de uiterste grens gelegen van hetgeen eens het mijne was, en zij heeft mij toen een dergelijk voorstel laten doen,
+dat ik verworpen heb uit familiehaat, uit zucht om haar te contrarieeren, en allermeest omdat ik het denkbeeld niet verdragen
+kon voor h&aacute;&aacute;r, juist voor h&aacute;&aacute;r plaats te moeten maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;D&agrave;t bezwaar is nu althans uit den weg geruimd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Goddank! Maar gij weet niet, wat ik van die nabuurschap geleden heb, hoewel zij zelve zich nooit op haar landgoed heeft
+vertoond; maar zij had hare handlangers, die al ras begonnen met twist te zoeken over de rechte grensscheiding; er ontstond
+een proces uit om het bezit van een handbreed land, waar wij geen van beiden iets aan hebben, dat mij duizenden heeft gekost.
+Het spreekt van zelf dat zij het won, de slimme feeks; en toen het eens uitgemaakt was, begon zij nieuwe chicanes te maken
+en betwistte mij het recht van overtocht over een bruggetje, dat tot het strookje land in kwestie had behoord tot algemeen
+nut en gebruik, maar door haar uitsluitend eigendom van den Runenberg werd ondermijnd. Opnieuw moest er met procureurs en
+advocaten gebesogneerd worden, maar tot een proces kwam het ditmaal niet, daar ik al te zeer geplunderd was om het tegen haar
+vol te houden; maar weer behield zij het veld, en al wat hier rondom de erve woont heeft er den last van, want wij moeten
+nu een verren omweg maken om te bereiken wat vroeger door die brug nabij lag. Zoo is &#8217;t met alles gegaan, en zij heeft in
+alles gezegevierd. O dat wijf! dat&#8217;s de kanker die mijn leven heeft verteerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar indien zich nu iemand opdeed, die hare rechten had verkregen op de aangrenzende bezittingen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij meent op den Runenberg? Dat zou haar erfgenaam moeten zijn! Hebt gij reden om te denken dat deze lust zou hebben het
+kasteel met zijn toebehooren, <a id="d0e3707"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3707">217</a>]</span>zooveel en zoo weinig als het nog is, onder de hand van mij te koopen?&#8221; vroeg de generaal, en er kwam leven en gloed in zijne
+doffe oogen, toen hij die vraag deed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Overberg, die wist dat ik hier heen ging, heeft mij opgedragen u te verwittigen dat er weldra gelegenheid zal zijn om de
+Werve op het voordeeligst over te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Over te doen! Dus onderhands, zooals met de boerderij, dat hij ook voor mij heeft bered! Want om redenen kan er van publieken
+verkoop geen kwestie zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat meent Overberg ook; de vraag is maar, of gij tot het eerste zoudt kunnen besluiten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik! Wel, van ganscher harte; maar Francis.... dat is wat anders! Zij hecht aan dit oude rattennest, aan familie-tradities,
+aan, de Hemel weet wat, tot zelfs aan de heerlijke rechten, die God betere &#8217;t, in niets meer bestaan dan den titel, en waarvan
+zij zich nog heel wat voorstelt. Zij heeft zich in &#8217;t hoofd gezet eenmaal vrijvrouwe van de Werve te zijn, en &#8217;t is hare illusie
+die leelijke oude cavalje nog weer eens een goed aanzien te geven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s toch zoo&#8217;n kwaad voornemen niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! Maar zij heeft nooit goed gevonden het eenige middel aan te grijpen om tot de fortuin te komen waardoor zij dat ideaal
+zou kunnen verwezenlijken. Zij heeft indertijd maar te kiezen gehad uit menige goede partij, maar zij heeft al die kansen
+lichtzinnig verachteloosd. Nu, bij de afzondering waarin wij leven, zal er wel niets van een huwelijk komen. En toch obstineert
+zij zich om de toekomstige ru&iuml;ne met beide handen vast te houden of er een schat in verborgen lag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar <i>gij</i> zijt immers zelf heer en meester van &#8217;t kasteel en hebt hare toestemming niet te vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rechtens niet, dat is waar, maar er zou geen huis met haar te houden zijn zoo ik dat deed. Daarbij, zij heeft wel recht om
+er in gekend te worden. Ziet gij, neef! toen zij meerderjarig was geworden, moest ik er <a id="d0e3728"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3728">218</a>]</span>voor uitkomen dat een goed deel van haar moederlijk vermogen nog bij &#8217;t leven van hare ouders als tot niets was gereduceerd.
+Dat was mijne schuld niet. Sir John Mordaunt hield van eene schitterende leefwijze en had zijn huis ingericht op Engelschen
+voet, zonder Engelsch geld, want hij was maar een tweede zoon, en zijn pensioen als marine-officier was niet toereikend. Even
+voor zijn dood echter was er een oud-oom gestorven, die aan Francis voor haar naam een niet onaanzienlijk legaat had toegekend;
+ware zij een zoon geweest, dan zou de geheele schitterende fortuin van den ouden baronet met landgoederen en tot den titel
+toe haar ten deel zijn gevallen; nu waren eenige honderden ponden sterling al wat zij kreeg. Eer mijn schoonzoon nog tijd
+had gehad om over dat geld te beschikken, stierf hij aan eene beroerte. Ik werd voogd; maar de toeziende voogd, die er zich
+op scheen te zetten om het mij lastig te maken, nam een procureur in den arm, die met den code in de hand mij verplichtte
+om alles wat Francis toekwam, van haar legaat zoowel als van de niet veel beduidende ouderlijke nalatenschap, op het grootboek
+te plaatsen, eene zekere, dat wil ik wel toegeven, maar toch eene zeer schraal rendeerende plaatsing voor onzen tijd. Ik genoot
+de renten voor de opvoeding en het onderhoud mijner kleindochter, die meer dan dat kostte, omdat zij de caprice had den geheelen
+stoet bedienden van het huis haars vaders, zijn stal en equipage aan te houden, en ik, die met haar leven moest, te zwak een
+voogd was om de zeventienjarige iets te weigeren, wat zij met zulk eene vastheid van wil doorzette. Eindelijk bij hare meerderjarigheid
+en toen het mij door allerlei tegenspoed zeer slecht gegaan was, reduceerden wij onze huishouding tot het strikt noodige,
+naar mijn rang en positie, zooals vanzelf spreekt. Maar een allernoodlottigst samentreffen van omstandigheden maakte het noodig
+dat ik op eens over eene groote som gelds kon beschikken om eene gapende wonde te dekken, die, openlijk blootgelegd, <a id="d0e3730"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3730">219</a>]</span>ongeluk in schande zou hebben verkeerd, en mij verplicht zou hebben reeds toen mijn ontslag te nemen. Francis is heftig en
+eigenzinnig, dat is waar, maar zij heeft een grootmoedig karakter en een liefderijk hart voor lijdenden. Zij zelve bood mij
+aan, zooveel noodig mocht zijn van haar vermogen los te maken om de dreigende ramp te voorkomen. Ik moest aannemen, ik kon
+niet anders; maar ik nam aan als een voorschot, als een schuld die ik eenmaal hoopte te voldoen en waarvoor ik haar bij mijn
+overlijden het bezit van de Werve toekende.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar.... zij is immers uw eenig kleinkind; volgt dat dan niet vanzelf? Of.... ik meen gehoord te hebben dat gij een zoon
+hebt gehad, generaal! Is die gehuwd en heeft die kinderen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn zoon.... is dood!&#8221; bracht de generaal uit met haperende stem. &#8220;Hij is nooit getrouwd geweest daar ik van weet; hij heeft
+althans nooit mijne toestemming tot een huwelijk gevraagd noch verkregen, en zoo hij kinderen heeft nagelaten, zijn het bastaards&#8212;niets
+dan dat!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom dan die voorzorg, beste oom? Verschoon mij de vraag, die wellicht onbescheiden is, maar uit belangstelling in Francis
+wordt gedaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist om de schuld die ik aan haar heb en waarvoor de Werve haar borg is. Na mijn dood zullen mijn schuldeischers het kasteel
+niet kunnen verkoopen zonder dat ze met Francis te rekenen hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ziedaar waarop tante Sophie zelve zeker niet had gerekend. De straf die zij von Zwenken toedacht, zou dus eigenlijk op Francis
+worden toegepast.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij begrijpt dus wel,&#8221; ging de generaal voort, daar ik zweeg, &#8220;dat ik bij mijn leven het kasteel niet verkoopen kan zonder
+hare toestemming, tenzij ik begon met dat geld terug te geven; en als dat zijn moest zou de geheele verkoop mij niet veel
+baten.&#8221;
+
+</p>
+<p>De jammerlijke ego&iuml;st zag er dus niet tegen op zijne <a id="d0e3746"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3746">220</a>]</span>kleindochter ganschelijk te berooven, als zij zelve maar in die plundering wilde toestemmen. Welk een man! En dit alles onder
+fijne vormen en eene bonhomie waarvan de scherpzinnigste dupe moest zijn. Was het wonder dat Francis zoo weinig menagement
+had voor de vormen, daar zij veel te helder zag om niet te weten wat er onder kon schuilen?
+
+</p>
+<p>&#8220;En draagt Overberg kennis van die overeenkomst tusschen Francis en u?&#8221; vroeg ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen; er waren redenen waarom ik bij die gelegenheid iemand anders gebruikte. Mijn testament ligt bij een notaris te Arnhem.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar vreest gij niet dat uwe kleindochter bedrogen zal uitkomen bij uw overlijden, sinds gij mij mededeeldet dat het kasteel
+bovendien nogal bezwaard is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen, <i lang="fr">mon cher!</i> nood breekt wet, en ik heb altijd nog hoop mijne fortuin te redresseeren eer het zoo ver komt.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zijne fortuin te redresseeren op zijn leeftijd! Waarmee dacht de man dat te doen? vroeg ik mij zelve af; maar.... ik herinnerde
+mij het pakket, ik had even een blik op den inhoud kunnen werpen: het schenen lijsten, loten, vermoedelijk van eene buitenlandsche
+loterij. Als de ongelukkige daarop zijne hoop bouwde en daarvoor de weinige hulpmiddelen veil had, die hem nog ten dienste
+stonden, dan was het toch wel ver met hem gekomen, dan was het niet eens meer slim beleid&#8212;dan was hij tot idiotisme gezonken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neef!&#8221; sprak hij op eenmaal met levendigheid, of hij een lumineusen inval kreeg, &#8220;als het waar is dat Overberg met mij over
+den verkoop van het kasteel wil onderhandelen, zou het niet kwaad zijn zoo gij Francis eens op het chapitre bracht en haar
+polste hoe zij er over dacht. Het komt mij voor, dat gij wel eenigen invloed hebt op haar. Wij zouden een heel eind gevorderd
+zijn zoo gij haar wist te bewegen om van dat id&eacute;e fixe af te zien.&#8221;
+<a id="d0e3763"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3763">221</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik beloof het u, oom! dat ik met Francis spreken zal over die zaak!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt nog als argument aanvoeren, dat het gezelschap van den kapitein mij minder noodzakelijk zou zijn, als ik eens in
+eene plaats gevestigd was, waar ik wat conversatie had.&#8221;
+
+</p>
+<p>Gelukkig behoefde ik niet te antwoorden: wij waren bij het huis; de bel luidde voor het tweede ontbijt, de kapitein zelf kwam
+ons gulhartig te gemoet. Francis was nog niet terug; wij gebruikten het <i>luncheon</i> zonder haar.
+
+</p>
+<p>Eerst bij het diner verscheen zij weer. Zij was gekleed in een grijze japon, even eenvoudig van fatsoen als van kleur maar
+die haar keurig zat; haar elegante taille kwam er goed door uit, en zij droeg een smal linnen boordje; het verkleurde sjaaltje
+was vervangen door een zwart fluweel lint. Het haar ook was met zekere zorg opgemaakt; het was of zij mij stilzwijgend wilde
+te kennen geven, dat majoor Frans voor Francis Mordaunt had plaats gemaakt. Al was het maar tijdelijk, mij gaf het eene gewaarwording
+van triomf of ik den slag van Nieuwpoort had gewonnen, en nooit, Willem, heeft een damestoilet mij met zooveel stille verrukking
+bezield als het echt vrouwelijk grijze kleedje en dat simpele boordje van Francis! Maar was het in de bewustheid dezer belangrijke
+concessie of uit eenige andere oorzaak, die ik niet doorgrondde, het scheen of zij nu ook de vrije, luchtige manieren van
+majoor Frans had afgelegd en iets van hare vroegere onbevangenheid miste, althans tegenover mij. Zij was stil en in zich zelve
+gekeerd, viel niet uit tegen den kapitein, die haar met hondendeemoed naar de oogen zag, en betoonde zelfs zekere meewarige
+goedwilligheid jegens den generaal, die echter wat strak en <i lang="fr">distrait</i> bleef en alleen met zijne gewone verfijnde gulzigheid het enkele fijne schoteltje savoureerde dat ditmaal op tafel kwam.
+Het was zeker tusschen Francis en den kapitein tot eene wapenschorsing gekomen, <a id="d0e3778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3778">222</a>]</span>waarbij de preliminairen voor den vrede waren gesteld; aanvankelijk was er aan haar eisch tot vereenvoudiging voldaan; wij
+teerden heden op de resteerende vleezen van den vorigen dag, met eene voldoende hoeveelheid spinazie en een extraatje voor
+den generaal, die geen aanmerking maakte toen de fijne wijn achterbleef, maar zich nu op de kwantiteit wreekte en met meesterlijke
+gemakkelijkheid voor zoo&#8217;n bleek en schraal personage een paar flesschen naar binnen sloeg zonder dat men het hem aanzag.
+Zoo&#8217;n stille, taaie opeter, die niet eens de <i lang="fr">franchise</i> had van zijn lage ondeugd, zooals de kapitein,&#8212;die er gul voor uitkwam dat hij geen hooger genot kende dan het tafelgenot,
+dat hij voor zijn buik leefde,&#8212;boezemde mij een afkeer in, die tot walging steeg, als ik dacht aan ons gesprek op de wandeling.
+
+</p>
+<p>De gelegenheid om een afzonderlijk woordje met Francis te wisselen, werd mij aan tafel niet geschonken en toch had ik behoefte
+haar iets te zeggen van den indruk, dien haar lief toilet op mij maakte, wat tegenover eene andere vrouw eene impertinentie
+zou zijn; want een compliment te maken over hare kleeding op een bepaalden dag is immers het bewijs, dat men eene uitzondering
+constateert; maar tegenover Francis, die zelve hare gewone achteloosheid op dit punt had erkend, kon de <i lang="fr">courtoisie</i>, kon het welgevallen zich uiten zonder gevaar.
+
+</p>
+<p>Toen zij opstond, geneerde ik mij ook niet tegenover de oude heeren, weigerde de sigaar en volgde haar onverwijld naar het
+salon; maar ook de kapitein was gevolgd, en nu, over een stoel leunende vroeg hij ootmoedig:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zegt mijn majoor nu; heb ik geen pluimpje verdiend?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welzeker,&#8221; gaf zij ten antwoord, maar haar gelaat betrok. Ik vatte waarom.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eilieve, kapitein!&#8221; nam ik de vrijheid halfluid tot dezen te zeggen, &#8220;begrijpt gij niet hoezeer het mijne <a id="d0e3796"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3796">223</a>]</span>nicht ergert dat gij haar altijd met dien gehaten bijnaam aanspreekt? Ziet gij niet hoezeer zij eene freule Mordaunt is, van
+hare elegante <i lang="fr">chaussure</i> af tot de toppen der fijne vingeren toe, <i>als</i> zij zich zelve wil zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, ik ben ook een domkop om daar niet beter op te letten; maar &#8217;t is waarheid wat gij zegt, jonker! Excuseer, freule! de
+gewoonte, de ingeroeste gewoonte!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij en ik moeten met onze gewoonten breken, kapitein!&#8221; sprak zij zacht, doch met nadruk; &#8220;want wij zijn op den verkeerden
+weg; is het niet zoo jonker?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Excuseer mij, freule! dat ik u dit niet kan toestemmen; reeds de erkenning daarvan is een stap vooruit;&#8221; en naar haar toegaande
+fluisterde ik haar in: &#8220;Mag ik u gelukwenschen met uwe gracieuse metamorphose?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gelukwenschen? Neen!&#8221; hernam zij ras en zacht, &#8220;want ik voel mij niet thuis in mij zelve, en in <i>g&ecirc;ne</i> ligt het geluk niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik een woordje spreken, eer de freule met den jonker philosopheeren gaat?&#8221; viel de kapitein in; &#8220;als de generaal er bij
+is, kunnen wij er niet over praten. Hoe denkt de freule over het vieren van den verjaardag; ik had mij voorgesteld dat het
+ditmaal eens recht luisterrijk zou zijn; maar als ik hoor van een verkeerden weg en van veranderingen en zulk gesnor, dan
+word ik haast bang dat mijn plannetje in duigen zal vallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een plannetje, een verjaardag! Wie is er dan jarig?&#8221; vroeg Francis in verstrooiing.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, de generaal overmorgen! Hij wordt zes-en-zeventig, en ik dacht zoo, de freule zal dat aardig vinden; maar van ochtend
+hadden mijne preparatieven al zoo weinig succes, dat....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O zoo, d&agrave;t was het dus?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist d&agrave;t, en nu de jonker blijft, hebben wij ten minste &eacute;&eacute;n gast meer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga nu in &#8217;s Hemels naam uw gang, Rolf! Grootpapa moet gef&ecirc;teerd worden, daar hebt gij gelijk in, maar n&ugrave;....&#8221;
+<a id="d0e3827"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3827">224</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Poets ik hem, dat spreekt vanzelf,&#8221; zei Rolf opgeruimd, en tot zijne eer zeg ik het, hij bleef ook niet langer aarzelen of
+om ons heendraaien toen hij eens <i lang="fr">carte blanche</i> had voor de feestviering; maar schoof zorgvuldig de porte-bris&eacute;e achter zich toe, als om ons van de eetzaal te isoleeren....
+Ik trok een lange tabouret naar mij toe, en ging tegenover Francis zitten die het hoofd op de canap&eacute; liet rusten in diepe
+zwaarmoedigheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij wilt niet van geluk hooren! Francis! Gij klaagt van <i lang="fr">g&ecirc;ne</i>,&#8221; sprak ik zacht, &#8220;dat grieft mij; het was mij waarlijk niet te doen om u somber en ontstemd te zien; is het u dan in ernst
+zoo groot een dwang, om u te toonen wat gij inderdaad zijt; eene vrouw, eene beminnelijke vrouw?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet niet wat gij beminnelijks in mij zien kunt, jonker van Zonshoven! want ik voel mij stijf en gedwongen, en dat is
+zeker niet de conditie om te behagen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik merk ook wel dat gij u daar niet op toelegt. Wat misdaad heb ik gepleegd, Francis! dat ik op eens jonker van Zonshoven
+voor u geworden ben, en het gemeenzame Leo verbeurd heb?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het eene hangt samen met het andere: als ik u gulweg Leo noem, dan verval ik al heel licht tot mijne gewone wijze van zijn,
+en ik ben niet zeker dat er dan niet eens een uitval volgt, die....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt in eene plaagzieke luim, Francis! gij wilt het mij doen berouwen, dat wij Majoor Frans op den achtergrond hebben
+gezet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat&#8217;s mijne intentie niet, want ik geef toe dat hij daar blijven moet; alleen ben ik niet zeker, dat hij niet telkens
+weer op den voorgrond zal komen, want ik moet u ronduit zeggen, Leo! kostschoolmanieren heb ik nooit kunnen aannemen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar hoe komt het in u op dat ik die van u zou wachten of eischen. Oneindig liever Majoor Frans! in zijne ruwe oorspronkelijkheid!&#8221;
+<a id="d0e3850"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3850">225</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Onder privilege van hem tweemaal daags zonder menagement de waarheid te zeggen,&#8221; viel zij in, maar zonder den glimlach die
+de scherts temperde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zelfs dat, als &#8217;t niet anders zijn kon, zou nog gezonder zijn voor geest en gemoed van beide partijen, dan de dampkring van
+aanstelling, namaak, onnatuur en geconfijte huichelarij, van datgene wat men kostschoolmanieren noemt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s gezegend dat gij dit zoo inziet, Leo!&#8221; viel zij in, gelukkig weer in haar ouden gemeenzamen toon; &#8220;want al wilde ik
+het beproeven, ik zou het toch niet kunnen volhouden; het strijdt te zeer met mijne natuur. Ik ben geen poesje, zooals die
+allerliefste nufjes, die zoo glad en zoo fijn voor den dag komen, niet dan fulpen pootjes toonen, kopjes geven en zoetelijk
+streelen, maar die boosaardig en valsch zijn, en die de nagels uitslaan als men dat het minst verwacht. Ik ben ook geen slanke
+hazewind, die zich tot kunstjes laat africhten en voor iedereen opzit; ik ben een eerlijke trouwe wachthond, die luid kan
+blaffen en ferm de tanden laat zien, maar die....&#8221; Zij zweeg in zekere verwarring, verlegen hoe de phrase te voltooien zonder
+zich in den strik te werken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die gehecht is aan zijn meester, moet er op volgen, Francis! anders komt de vergelijking niet uit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, goed, <i>als</i> hij een meester gevonden heeft, en.... en.... daar ben ik gelukkig nog niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gelooft gij dat, Francis?&#8221; vroeg ik, haar zacht maar doordringend in de oogen ziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker, zeer zeker! het is zooals ik zeg,&#8221; en met fierheid wierp zij het hoofd in den nek, onder een hoogen blos; toch hield
+zij mijn blik niet uit, toen zij voortging met al de heftigheid die uit innerlijken strijd voortkwam: &#8220;Ik wil geen meester
+erkennen, Leo! nooit, nooit, geloof dat. Ik wil mijne vrijheid, mijne onafhankelijkheid bewaren, ik moet het.... als gij meer
+van mij wist, zoudt gij de eerste zijn om dat toe te stemmen.&#8221;
+<a id="d0e3868"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3868">226</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Laat mij dan van u weten wat er noodig is om dat met u eens te zijn,&#8221; drong ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, ja, dat zult gij zeker, maar niet nu, niet hier; &#8217;t is in dit vertrek duf en dompig: ik heb een gevoel van angst en beklemdheid
+of ik hier stikken zou; ik moet de vrije lucht in,&#8221; en met een afwerend gebaar, toen ik haar wilde tegenhouden, was zij in
+een wip de kamer uit.
+
+</p>
+<p>Dat was mijn geluk, want ik was op het punt om, weggesleept door mijn gevoel, haar op mijne knie&euml;n te smeeken mij tot haar
+heer en meester te verheffen en ik zou mogelijk duur geboet hebben voor die voorbarigheid.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Als Francis de lucht in ging, was er voor mij geen reden om thuis te blijven; ik nam mijn hoed en steeg langzaam het perron
+af, in &#8217;t onzekere welken weg ik zou nemen, toen Frits, die naast een der alo&euml;-vazen stond te droomen, mij met een leuk gezicht
+vertelde, dat de freule in den tuin was: ik volgde die aanwijzing en trof haar op het punt om door de tuindeur weg te sluipen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik u vragen waar dat heengaat, genadige vrijvrouwe?&#8221; sprak ik schertsend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar de ru&iuml;ne om de zon te zien ondergaan! &#8217;t Is een heerlijke lente-middag; heeft jonker van Zonshoven lust om mee op te
+wandelen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het was, meende ik, de afspraak dat wij die samen zouden gaan zien. Wilt gij mijn arm?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog niet; wij hebben eerst nog een lastig eind weg en wij moeten zien heen te komen door struik en heg, door dik en dun,
+eer wij het mooie effene zandpad krijgen dat er heenleidt; maar dan kunnen wij gezellig praten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij had gelijk; in &#8217;t eerst was het geene wandeling, het was slechts eene worsteling met allerlei hindernissen, door de natuur
+gesteld en waar de hand des menschen zich niet verledigd had iets tegen te doen. Daar was een gemakkelijke weg naar de ru&iuml;ne
+als men de voorpoort <a id="d0e3889"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3889">227</a>]</span>van &#8217;t kasteel uitging, maar het was een wijde omweg en Francis hield van recht op haar doel af te gaan; zij hield evenzeer
+van het strijden met bezwaren, als zij van het gladde, gebaande pad zekeren instinctieven afkeer had. Ik plaagde haar met
+deze neiging, die ze ook in &#8217;t gewone leven toonde, en kon mij niet weerhouden haar te waarschuwen, dat hier zeker de oorzaak
+lag waarom zij door velen zoo geheel verkeerd werd beoordeeld.
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar weet ik alles van,&#8221; gaf zij ten antwoord met een minachtend schouderophalen, &#8220;maar daar is niets meer aan te verhelpen,
+dat&#8217;s een gevolg van mijn kw&acirc;jongensnatuur. Ik laat me nooit onder &eacute;&eacute;n lijntje brengen met anderen, daar kunt gij staat op
+maken, <i lang="fr">tr&egrave;s cher cousin!</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou ik ook waarlijk niet verlangen; gedwongenheid waarbij uwe levendigheid, uwe opgeruimdheid moest ondergaan, zou u
+al heel slecht passen; als gij mij maar vergunt <i>zeker personage</i> tot de orde te roepen als hij in zijne onbesuisdheid freule Mordaunt te kort zou doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij schijnt er aan te hechten,&#8221; <span id="d0e3903" class="corr" title="Bron: spak">sprak</span> zij met een zacht hoofdschudden,&#8212;&#8220;aan die freule Mordaunt; maar wij zullen zien. Daar hebben wij nu het gemakkelijke zandpad,
+en wij kunnen rustig voortwandelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zwijgend bood ik haar mijn arm, dien zij nam, terwijl zij aanving:
+
+</p>
+<p>&#8220;Men zegt van mij, dat mijne opvoeding verwaarloosd werd, dat is in eigenlijken zin niet waar. Ik ben gansch niet in &#8217;t wilde
+opgegroeid. Men heeft zelfs zeer veel werk gemaakt van mijne vorming; maar juist die leiding heeft mij ontbroken, waaraan
+ik de meeste behoefte had, want ik ben opgevoed als een jongen! Zooals gij reeds gehoord hebt, overleefde mijne moeder slechts
+weinige dagen mijne geboorte; zij althans heeft geen schuld aan &#8217;t geen men tegen mij heeft gepleegd. De zuster van Rolf,
+slachtoffer eener lage verleiding, en ongehuwde moeder, maar overigens eene flinke, eerlijke boerendeern, werd <a id="d0e3910"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3910">228</a>]</span>mijne min. Haar kindje was gestorven en al wat er van moederlijke liefde in haar hart school, werd op mij overgebracht. Ik
+was <i>haar kind</i>. Zij verstond het niet anders. Ook is zij mij bijgebleven tot haar dood, toen ik reeds geen kind meer was. Maar hare liefde
+was toch eene andere dan zij aan haar eigen kind zou hebben betoond. Onze vrouwen uit den boerenstand plegen geen zwakke moeders
+te zijn; en zij was d&agrave;t voor mij. Zij gaf mij in alles mijn zin, en haar argument voor die toegevendheid was altijd dat er
+geen mensch in de wereld was als zij om mij lief te hebben. Dat was overdrijving; want grootpapa, die destijds met mijn vader
+hetzelfde huis bewoonde hield van mij, hoewel het maar al te waar was dat Sir John Mordaunt zich al heel weinig om het kleine
+meisje bekommerde. Waarheid is, dat hij een zoon gewenscht had, niet alleen ter wille van zijn naam, maar ook omdat daaraan
+zijne toekomstige fortuin hing. Hij had een zoon gehad, evenals ik Francis gedoopt, op wiens bestaan groote verwachtingen
+waren gebouwd, doch die slechts een half jaar leefde. Twaalf maanden na dit verlies, waarover mijn vader zich nooit heeft
+kunnen troosten, werd hem die dochter geboren, die door hem met zoo weinig ingenomenheid werd begroet, dat de moeder zelve
+er smartelijk door werd getroffen. Na alles wat ik later heb ondervonden, moet ik onderstellen, dat leedwezen over de grievende
+teleurstelling die zijne koelheid haar veroorzaakte, de laatste levensuren mijner moeder heeft vergald, zoo niet haar dood
+heeft verhaast. Hoe dat ook zij, Sir John Mordaunt wilde niets van zijn kind weten, totdat op zekeren dag &#8216;Nurse,&#8217; die deze
+onverschilligheid niet uitstaan kon, mij eens bij hem binnenbracht, om te laten zien welk een kloek ferm kind ik was, en hoezeer
+het meisje het in kracht en gezondheid won van het kwijnende jongske, dat geen zeven maanden had kunnen leven. &#8216;Waarachtig,
+dat kon best een jongen zijn!&#8217; moet papa toen hebben uitgeroepen, naar &#8217;t verhaal van Rolf, die tegenwoordig was. En van <a id="d0e3915"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3915">229</a>]</span>dien dag af begon Sir John zich met mij bezig te houden dat wil zeggen aan mijne opvoeding een bijzondere richting te geven,
+die mij gemaakt heeft wat ik nu ben en die mij mogelijk tot nog veel ergers zou gebracht hebben, zoo niet tusschentredende
+personen en omstandigheden de uitwerking zijner ongewone opvoedingsmethode eenigszins gewijzigd hadden. Onder pretext van
+hygi&euml;ne en Engelsch gebruik liet men mij tot mijn zevende jaar een ruim en gemakkelijk kostuum dragen, dat Nurse met minachting
+&#8216;een jongenspak&#8217; noemde, maar dat bijzonder geschikt was om mij tot allerlei lichaamsoefeningen in staat te stellen. Toen
+ik even loopen kon, kreeg ik al een meester in de gymnastiek; ik werd gehard tegen hitte en koude als een jonge Spartaan;
+Rolf werd gelast mij de exercities te leeren toen ik pas een kindergeweer kon dragen. Hij verzuimde evenmin mij les in het
+schermen te geven, en het ontbrak mij niet aan gelegenheid om mij in die nobele kunst te oefenen, daar alle jonge officieren
+die bij ons aan huis kwamen er pleizier in vonden, of dat uit complaisance voor papa voorwendden, om zich met mij te meten.
+Eene wezenlijke of eene gewaande triomf over hen werd mij door Sir John op het schitterendst beloond. Ik mocht ieder mijner
+invallen botvieren, als het maar wilde, brutale, jongensachtige caprices waren. Ik weet niet wanneer men begonnen is mij den
+bijnaam van den &#8216;kleinen majoor&#8217; te geven, noch zelfs waarom; ik onderstel dat het Rolf is geweest die dit heeft bedacht,
+om mij bewijs te geven van zijne diepe vereering en tegelijk om mij te onderscheiden van grootpapa, die toen tot den rang
+van majoor was geklommen; maar ik weet wel dat papa smaak vond in die benaming en niet naliet haar telkens te gebruiken, en
+ik herinner mij nog zeer goed, hoe ik verbaasd stond toen een officier, denkelijk een <i lang="en">new come</i>, mij als freule Francis aansprak. Ik weet wel, dat ik het heel kwalijk opnam en een Engelschen vloek uitstiet van ergernis,
+dien ik Sir John meermalen had <a id="d0e3920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3920">230</a>]</span>hooren bezigen. Ik weet ook, dat papa mij toen van den grond tilde en mij al lachende kuste. Het was de eerste maal dat hij
+mij op die wijze zijne vaderlijke teederheid toonde. Was het mijne schuld dat ik dat grove woord een mooi woord achtte en
+niet naliet er meer van dien aard te baat te nemen als ik mijn zin wilde hebben of eenige kracht wilde leggen in mijne uitdrukking.
+Er werd altijd over gelachen, ik werd er voor gekust en toegejuicht.... hoe had het anders kunnen zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is zelfs te verwonderen dat de kwade gewoonte er u niet van bijgebleven is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Lang genoeg, om u de waarheid te zeggen; en nog ben ik niet zoo heel zeker dat niet in drift.... Toch moet ik Nurse de eer
+geven, dat zij er op hare wijze tegen reageerde door te vertellen, dat vloeken zonde is; want zoodra ik eenigszins de port&eacute;e
+van dat woord vatten kon, had zij mij daartegen een heilzamen afschrik ingeboezemd. &#8216;Maar mag papa dan zonde doen?&#8217; vroeg
+ik.&#8212;&#8216;O, voor heeren is dat wat anders.&#8217;&#8212;&#8216;Dan wil ik ook geen meisje zijn!&#8217; En dan volgde er doorgaans een gesprek waarbij
+de eerlijke vrouw op hare wijze moraal predikte. Het eindigde altijd daarmee, dat ik boos was geen heer te wezen, en werkelijk
+heeft de spijt van maar een meisje te zijn mijne onbezorgde kinderjaren vergald. En de woede waarmee ik witte neteldoeksche
+jurkjes en sierlijke hoedjes vernielde, die Nurse mij op zekeren tijd eigenmachtig te dragen gaf, bewees wel dat er al heel
+weinig een meisjesaard in mij zat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die school er wel in, Francis! ik ben er zeker van. Maar men heeft de natuur geweld aangedaan en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is zoo waar, dat ik nooit anders dan jongensspeelgoed kreeg: trommels, zweepen, soldaten, en toen grootpapa eens op het
+idee kwam om mij een pop te geven, werd die terstond met diepe minachting weggesmeten. De plooi had zich gezet; papa kon gerust
+zijn. Op kinderenpartijen liet men mij niet gaan; jongejuffrouwtjes kwamen bij ons niet aan huis; ik groeide op <a id="d0e3930"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3930">231</a>]</span>in den kring van groote menschen, officieren, liefhebbers van de jacht en van paardrijden, eene oefening waarvan ik op mijn
+achtste jaar al kon meepraten, en van vrouwen merkte men bij ons niets dan de dienstboden en Nurse. Toen er kwestie was van
+leeren, kreeg ik meesters aan huis, en toen Nurse zich niet langer in staat verklaarde het wilde, eigenzinnige, onmanierlijk
+kind te regeeren, kreeg ik.... een gouverneur! Het was een schrander man, die veel kennis bezat, maar een laag karakter; een
+bruikbaar mensch, zooals men dat noemt, en die zich ook werkelijk heeft laten gebruiken om mij af te richten op de rol, die
+men mij wilde laten spelen in de mystificatie op groote schaal die men voor had. Het is mij later gebleken, dat Sir John den
+dood van zijn zoontje in Engeland geheim had gehouden, evenals de geboorte van zijn dochter; dat hij de laatste de plaats
+van den eerste wilde doen innemen aan gene zijde van &#8217;t Kanaal, en dat hij de mogelijkheid voorbereidde mij daarvoor te doen
+optreden in zekeren bepaalden kring. De afzondering waarin men mij hield, het onderwijs dat men mij gaf, de bijzondere richting
+die Dr. Darkins en Sir John altijd aan hunne gesprekken gaven, strekten om mij te isoleeren van de personen mijner sekse,
+om mij een afkeer in te boezemen van hare levenstaak, en zekeren wrevel over de positie die ons in de maatschappij is toebedeeld,
+terwijl daarentegen mijne zucht tot onafhankelijkheid werd gevoed en gevleid, en men aan mijn geest, aan mijn karakter zekere
+eigenaardigheden trachtte te geven, die men kloeke, mannelijke vorming noemde, hoewel ik later die hooggeprezen hoedanigheid
+veel minder bij de meeste mannen dan bij enkele vrouwen heb waargenomen. Ik deed mijne winst met die opvoeding, maar niet
+op de wijze die het meest gunstig was voor hunne oogmerken, want ik haatte alle bedrog en onwaarheid, en achtte dat laagheid
+en lafheid, terwijl het mijn lust was mij kloek en open te vertoonen voor ieder, zooals ik was.
+<a id="d0e3932"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3932">232</a>]</span></p>
+<p><span id="d0e3934" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Ik houd mij overtuigd, dat grootpapa geen deel heeft genomen in dit komplot, hetzij hij er het gevaarlijke van inzag, of dat
+het streed tegen zijn principes, een meisje te zien opvoeden zoo geheel <i lang="fr">&agrave; contre sens</i> van hare bestemming; maar hij beging de zwakheid om niet ronduit voor zijn gevoelen uit te komen en zich niet rechtstreeks
+te verzetten tegen hetgeen hij verkeerd achtte. Alleen zijdelings contrarieerde hij het plan van Sir John, schonk mij werkdoosjes
+en breimandjes, op een tijdstip dat ik naaien noch breien kon, en lag altijd met dr. Darkins overhoop, dien hij volstrekt
+niet lijden mocht en die het hem uit alle macht vergold. Er vielen dan tusschen hem en Sir John discussies voor, waarvan ik
+iets later de beteekenis begreep, maar die daarmee eindigden, dat grootpapa van garnizoen veranderde, denkelijk op eigen verzoek
+en dat wij ons niet als gewoonlijk met hem verplaatsten. Rolf trok mee weg, maar de officieren en de andere heeren van de
+stad (de hoofdstad van de provincie), die ons huis frequenteerden, vonden er een veel te gul onthaal om niet in de gewoonte
+te blijven, al gebood de plicht het hun niet meer tegenover een hoofdofficier. Want sir John leefde op den voet van een Engelsch
+baronet die drieduizend pond te verteren heeft. Voor mij echter had er weldra eene groote verandering plaats. Ik was mijn
+veertiende jaar ingetreden: dr. Darkins kreeg zijn afscheid, en ik werd op eene kostschool geplaatst; een voornaam dames-instituut.
+Ik moet er dit wel bij zeggen, want na alles wat ik u van mijns vaders handelwijze met mij heb verteld, zoudt gij in de war
+kunnen raken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Toch niet; hetgeen gij over kostschoolmanieren gezegd hebt moet uit eigen ervaring zijn gegrepen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is maar al te waar! Ik rookte al dapper fijne sigaartjes, al had grootpapa mij gewaarschuwd, dat ik mijne tanden zou
+bederven, en nu werd op eens besloten dat ik onder de jonge meisjes moest, om een goeden toon te krijgen!&#8212;Ik dankte dezen
+plotselingen omkeer <a id="d0e3944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3944">233</a>]</span>aan het bezoek van mijns vaders zuster, <i lang="en">aunt</i> Ellinor, eene dame die met een bejaarden graaf was getrouwd en nu met hem het &#8216;<i>continent</i>&#8217; bezocht. Mylord had voor het badseizoen een appartement te Scheveningen gehuurd en had geen lust <i lang="en">the Dutch provinces</i> dieper in te gaan. Mylady echter wilde haar broeder weerzien. Zij overviel sir John zonder waarschuwen, dat bleek uit alles.
+Zij bleef twee dagen bij ons logeeren met hare kamenier; maar hare eerste ontmoeting met mijn vader, waarbij ik tegenwoordig
+was, deed mij opeens een licht opgaan over &#8217;t geen mij tot dusver onverklaarbaar was gebleven.
+
+</p>
+<p>&#8220;En Francis moet nu al een flinke jongen zijn; wat zult gij van hem maken?&#8221; hoorde ik haar zeggen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van Francis is niets te maken, want zij is maar een meisje,&#8221; antwoordde mijn vader knorrig en verlegen. &#8220;Het oudste kind,
+een zoon, is gestorven. Ik heb niets dan dit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;John, John!&#8221; riep de lady verwijtend, &#8220;en de heele familie verkeert in het denkbeeld dat gij een zoon hebt en gij hebt niets
+gedaan om ons uit de dwaling te helpen, en de oude baronet, die u jaarlijks de toelage uitkeert voor zijn erfgenaam, rekent
+er op dat deze eenmaal naar Engeland zal overkomen om hem te worden voorgesteld. Waar moet dat heen! Is dat <i lang="en">gentlemanlike?</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>Papa lispelde zoo wat van &#8220;<i lang="en">absolute necessity</i>&#8221; en scheen een beroep te doen op hare medewerking.
+
+</p>
+<p>De fiere lady barstte los in verontwaardiging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meent gij dat ik bij deze misleiding uwe handlangster zal zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>Sir John, die mij nu eerst opmerkte, daar ik in eene vensterbank zat, half verscholen tusschen de zware gordijnen, liet eene
+krachtige verwensching hooren, die mij gold en die niets bewees dan zijne teleurstelling over het mislukt ontwerp. Hij beval
+mij, onverwijld de kamer te verlaten, daar hij met lady Ellinor had te spreken.
+
+</p>
+<p>Maar ik was veel te weinig aan volgzaamheid gewoon om zoo onverwijld te gehoorzamen. Ik liep schielijk op <a id="d0e3977"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3977">234</a>]</span>Lady Ellinor toe om haar te zeggen dat ik Francis was, en nam mij voor haar te vragen, waarom zij het eene misleiding noemde
+dat ik maar een meisje was. Doch er lag iets in den blik dien sir John op mij wierp, die mij schrik aanjoeg, iets dreigends,
+met angst en ontzetting gemengd, dat mij het zwijgen oplegde en mij tot een schielijken aftocht dwong.
+
+</p>
+<p>Wat er verder tusschen hen voorgevallen is, kon ik alleen opmaken uit hetgeen volgde, daar ik te trotsch was om als laaghartige
+luisteraarster mij achter de deur te verschuilen. Integendeel, ik wierp die knorrig achter mij toe, hetgeen <i lang="en">aunt</i> Ellinor zeker niet onopgemerkt heeft gelaten. Zij was er wel de vrouw toe om mij in die paar dagen opmerkzaam gade te slaan
+en te leeren kennen, en ik was geen kind om mij te kunnen of te willen verbergen. Ze schonk mij bij het afscheid vijftig pond
+sterling voor mijn <i lang="fr">trouseau</i> als ik naar de kostschool zou gaan, en de belofte dit geschenk jaarlijks te herhalen zoo ik mij daar goed gedroeg en de manieren
+aannam van eene jonge dame, zooals dat in mijn stand behoorde.
+
+</p>
+<p>Ik antwoordde haar dat ik niets kon beloven, daar ik een hekel had aan meisjeskostscholen na alles wat ik er van had gehoord,
+en nog meer aan jonge dames, daar ik er nog nooit eene had ontmoet die mij beviel of waar ik op had willen gelijken; dat ik
+veel meer lust had om met dr. Darkins naar Engeland te reizen, zooals mij beloofd was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Van die reis zal nu nooit meer iets komen, <i lang="en">my child!</i>&#8221; verzekerde zij; &#8220;daar zal <i>ik</i> voor zorgen.&#8221; Meer opheldering kreeg ik van haar niet, en ik begreep, dat ik er sir John niet naar behoefde te vragen.
+
+</p>
+<p>Het was gelukkig dat ik mijn woord niet gegeven had aan mylady omtrent mijn goed gedrag op de kostschool, want ik kon het
+er geen jaar volhouden! In zekeren zin was ik de oudste &eacute;l&egrave;ves vooruit, want ik had veel geleerd, waarvan zij nog niets wisten;
+maar op sommige punten was ik onhandiger en meer onkundig dan de <a id="d0e3999"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3999">235</a>]</span>kinderen uit de laagste klasse. Ik maakte alle breiwerk in de war, brak de naalden uit ongeduld, vermorste stoffen en zijde
+als ik borduren moest en werd woedend als men mij om deze linkschheid uitlachte of bestrafte; om kort te gaan, men kon met
+mij niet terecht en ik kon niet overweg met de anderen. Ik vocht met de secondante, deelde klappen uit aan de scholieren,
+die mij al heel gauw Majoor Frans noemden, daar er ook stadgenooten onder waren, die den bijnaam hadden verraden; en juist
+van die meisjes verkoos ik dit niet te hooren. In &eacute;&eacute;n woord: binnen de zes weken liep ik weg, en teruggebracht onder de scherpste
+bedreigingen van Sir John&#8217;s zijde, bracht ik er nog eenige stormachtige maanden door, om ten laatste weggezonden te worden
+als een onhandelbaar, onverbeterlijk schepsel, als een slecht exempel dat men den overigen moest sparen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het kon niet anders uitvallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar de aanleiding van die terugzending was toch onrechtvaardig. Ik behoef u niet te zeggen, dat ik al heel weinig leerde;
+maar toch had ik lust gekregen in muziek, en ik scheen aanleg te hebben zoowel voor zingen als piano-spelen. De muziekmeester
+was de eenige die niet over mij te klagen had, en die ook werkelijk niet klaagde; integendeel, hij prees mij, hij vleide mij,
+en op zekeren dag beloonde hij mijne ongemeene vorderingen met.... een kus!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De ellendeling!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet waar? Die radelooze onbeschaamdheid; alleen te vergelijken bij de roekeloosheid van een waanzinnige, maakte op eens
+bij mij wakker, wat ik nooit had leeren kennen: het gevoel van jonkvrouwelijke eigenwaarde. Ik wist op dat oogenblik maar
+&eacute;&eacute;n middel om die uit te drukken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een flinke oorveeg?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geraden!&#8221; sprak zij lachend, vergezeld van een paar hartige woordjes, die niet eigenlijk in het vocabulaire van de pensionaires
+thuis hoorden. Het een en ander <a id="d0e4013"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4013">236</a>]</span>gaf soortgelijke ergernis als de terugkomst van Vert-Vert in zijn klooster. De secondante, de geheele pianoklasse kwam er
+bij te pas. Madame zelf daagde op om rekenschap te vragen van het alarm. Aan den leermeester werd natuurlijk het eerst het
+woord gegeven. Hij pleegde de oneerlijkheid mijn heftigen uitval toe te schrijven aan eene terechtwijzing, die hij noodig
+had geacht bij eene verkeerde vingerzetting.
+
+</p>
+<p>Ik begreep wel dat de ongelukkige liegen moest; het gold zijne kostwinning. Madame ondervroeg mij; ik verwaardigde mij niet
+met eene tegenbeschuldiging te antwoorden; het was voor het eerst van mijn leven, dat ik met logen en laster te doen kreeg;
+het zou niet voor het laatst zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bij minder edelmoedigheid had zich mogelijk de opinie te uwer gunste gekeerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ach neen! men zou mij toch niet geloofd hebben. Madame verlangde dat ik mijne excuses zou maken aan den beleedigden musicus.
+&#8216;Dien schoft excuus vragen, dat nooit!&#8217; was mijn antwoord, mijn vast besluit. Er werd gedreigd met alle mogelijke straffen,
+die in &#8217;t pension voor weerbarstige &eacute;l&egrave;ves in gebruik waren. Het spreekt vanzelve dat men niets op mij verkreeg, zelfs toen
+zij in alle gestrengheid werden toegepast.<span id="d0e4021" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>De laaghartige virtuoos trad niet tusschenbeiden dan om den raad te geven een zoo slecht exempel uit de inrichting te verwijderen;
+&#8220;hij althans zou mij geen onderwijs meer geven; <i lang="fr">c&#8217;&eacute;tait le bouquet!</i>&#8221; Weggestuurd worden was voor mij eene verlossing, maar ik had de reden van dien afloop liefst zelve het eerst aan sir John
+medegedeeld, en dat werd mij belet; ik was opgesloten, ik kon geen schrijfgereedschap machtig worden. De anderen knoeiden
+bij zulk eene gelegenheid met elkaar, maar Majoor Frans was de algemeene vijand; allen te zamen waren tegen hem verbonden.
+
+</p>
+<p>Madame had dus de gelegenheid mij v&oacute;&oacute;r te zijn, en onder een stortvloed van klachten over mij werd het <a id="d0e4031"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4031">237</a>]</span>sir John aangezegd, dat zijne dochter de eere onwaardig was geworden om in haar gedistingeerd instituut hare opvoeding te
+voltooien.
+
+</p>
+<p>Nurse werd gezonden om mij af te halen, en aan haar vertrouwde ik, onder tranen van gekrenkt gevoel, het geleden onrecht en
+de volle waarheid. Zij wilde met mij terugkeeren, om ten overstaan van de geheele kostschool &#8220;die Madam&#8221; te zeggen waar het
+op stond, maar ik weerhield haar: het zou toch niets baten en men zou mij uitlachen op den koop toe. Ik had reden om dat te
+onderstellen. Een der oudere meisjes, een allerliefst nufje met een paar sprekende zwarte oogen, had mij eenige deernis betoond.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Ch&egrave;re amie!</i>&#8221; sprak zij, toen ze mij alleen vond, &#8220;gij zijt dom geweest, aartsdom; gij hadt u niet zoo preutsch moeten aanstellen tegen
+monsieur Z.; ik ben zeker dat hij u heeft willen kussen!&#8221; Ik zweeg. &#8220;Dat doet hij mij ook,&#8221; ging zij voort, &#8220;en al de anderen
+die er lief uitzien zooals hij zegt. Wij zijn veel te verstandig om zoo&#8217;n drukte te maken over die kleinigheid, en hij loont
+het ons met allerlei lieve attenties; hij leent ons mooie Fransche romans, die madame niet zien mag; hij weet invitaties voor
+ons te improviseeren, als wij uit willen; voor mij heeft hij eens een biljet overgebracht aan een.... <i lang="fr">cher petit cousin</i>; met &eacute;&eacute;n woord, hij presteert alle diensten, die geen der domestiques van &#8217;t pension ons zou durven bewijzen; en u zoo&#8217;n
+man tot vijand te maken!&#8221; Ik zag duidelijk, dat ik niet deugde in zoo&#8217;n meisjeskring, en ik heb later al de voorrechten van
+die educatie begrepen, toen ik Leontine in de wereld ontmoette als de vrouw van een kolonel, met een tweeden luitenant tot
+<i lang="fr">cavaliere serviente</i>; waarlijk, zij was een model van goeden toon, en eene distinctie! Men zag het in alles, dat zij <span id="d0e4046" class="corr" title="Bron: prefect">perfect</span> was opgevoed! Zij was allervriendelijkst jegens mij, maar executeerde mij achter mijn rug <i lang="fr">en pleine soci&eacute;t&eacute;</i>. Men amuseerde zich zoo met &#8220;Majoor Frans,&#8221; die zoo grof durfde zondigen tegen de <a id="d0e4052"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4052">238</a>]</span>&eacute;tiquette, dat zij bij groot toilet een kanten pelerine droeg, terwijl het gebruik wilde, dat men, om recht gekleed te zijn,
+zich zooveel mogelijk decolleteerde.
+
+</p>
+<p>Het ligt zeker aan mijn jongens-opvoeding, maar ik heb nooit recht begrepen, waarom de &#8220;dames&#8221; zich juist zoo blootgeven,
+als zij onder de wapenen moeten zijn, bij danspartijen en diners; en sinds ik eens bijgeval de gesprekken heb aangehoord,
+die de heeren zich onder elkaar veroorloven op dit <i lang="fr">chapitre</i>, heb ik mij zelve beloofd, dat ik althans die dwaasheid niet zou meeplegen, tot groote ergernis, zooals gij wel begrijpen
+kunt, van alle <i lang="fr">gens comme il faut</i>. Maar genoeg, ik zou niet zoo lang blijven stilstaan bij deze herinneringen mijner jeugd, zoo ze niet tegelijk de bron waren
+geweest waaruit alle mijne latere wederwaardigheden opwelden, en tegelijk als de voorspiegeling van &#8217;t geen mij voortaan in
+de wereld zou te beurt vallen. Gij hebt mij eens gevraagd hoe ik begonnen ben: gij kunt nu zelf beoordeelen of het mijne schuld
+is, dat ik de samenleving niet <i lang="fr">en beau</i> zie. Ik heb er deze ervaring opgedaan, dat werkelijk kwaad en diepe bedorvenheid, mits door den deftigen liefdemantel van
+het decorum bedekt, niet slechts met verschoonlijkheid bejegend, maar zelfs met welgevallen worden geaccueilleerd, terwijl
+ruwe vormen bij goede intenti&euml;n niets dan ergernis verwekken; dat het noemen van de dingen bij hun naam, het aanwijzen van
+een fielt of eene friponne, tot de onvergeeflijkste zonden behoort in het gezellige leven; en dat zijn, naar het mij voorkomt,
+ziekelijke verschijnsels, die het <span id="d0e4065" class="corr" title="Bron: pijl">peil</span> der moraliteit altijd dieper zullen doen zinken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is waar, daar wordt een valsche maatstaf gebruikt en groot onrecht gepleegd, waar men zich zoo aan de vormen hecht, dat
+het wezen er onder verwaarloosd wordt en gij hebt daar werkelijk wonde plekken aangewezen, die een kloek geneesheer zouden
+eischen, gewapend met onwrikbaren wil en zedelijken moed en gesteund door een onmetelijken invloed; maar toch, <a id="d0e4070"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4070">239</a>]</span>Francis! wat zal ik u zeggen, gij hebt mij eens de discipline genoemd als een der beste middelen om het diep gezonken heeren-personeel
+een zedelijken steun te geven. Hetzelfde mag men zeggen van het decorum en de vormen in het maatschappelijk leven; gelooft
+gij dat diezelfde kringen, die u nu reeds tegenstaan omdat gij raadt wat al kwaads er verheeld en verborgen wordt, u beter
+zouden bevallen, als alles wat er in rondwoelt zich in volle afzichtelijkheid vertoonde?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Men zou van schrik en walging de vlucht nemen; dat is zeker.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar daar toch iedereen niet wegloopen kan, is het gevaarlijk loslating en bandeloosheid te prediken, die het verkeer van
+menschen met menschen tot eene onmogelijkheid zou maken. Nu bindt men zich ten minste in, tracht zijne beste hoedanigheden
+te toonen, of den schijn aan te nemen die te bezitten, verbergt de slechtste onder den wijden mantel van het decorum, zooals
+gij het noemt en al is niemand er dupe van, het geheel heeft daardoor toch een beter aanzien; waar reeds veel bij gewonnen
+is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarmee is Majoor Frans voor goed veroordeeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Majoor Frans, dezen nu eenmaal genomen als den vertegenwoordiger van die plompe oprechtheid, kan er als exceptie nog door;
+maar als een exceptie die de onhoudbaarheid van den regel bewijst.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan bega ik eigenlijk eene dwaasheid en eene onwelvoeglijkheid, waar ik u zoo ronduit alle mijne verkeerdheden opbiecht en
+den sluier wegruk die over mijn somber verleden rust; ik kan u niets moois laten zien, ik mag mijne confidenties wel binnenhouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hoop waarlijk van neen! Zoo is het niet gemeend, dat men niet aan een vriend zou mogen uitstorten wat ons ergert of bezwaart,
+dat men daar zijn leed niet zou mogen klagen en zijne fouten blootleggen, waar men zeker is van deelneming; daarmee, al zou
+men ook het pijnlijkste hebben uit te spreken, wordt geen maatschappelijke <a id="d0e4084"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4084">240</a>]</span>vorm gekwetst, en daarvan kan men opbeuring, verlichting wachten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De eenige verlichting die ik er voor mij van wensch of verwacht is deze, dat gij mij geheel zult leeren kennen, zien zult
+zooals ik werkelijk ben, en mij dan mogelijk minder hard zult beoordeelen bij &#8217;t geen er van mij geworden is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is nog niets van u geworden, Francis! dan wat met eenigen goeden wil van uwe zijde tot alle goeds en liefelijks zou kunnen
+leiden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, spreek zoo niet,&#8221; hernam zij op een toon van moedeloosheid en ontstemming, &#8220;niet v&oacute;&oacute;r gij alles weet. Maar ik moet adem
+scheppen; laat ons eerst het oog verkwikken met het heerlijke schouwspel dat ons wacht, als wij ons haasten het hoogste punt
+van de ru&iuml;ne te bereiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Werkelijk waren wij aan den voet van den bouwval gekomen, en bij het bestijgen van de afbrokkelende trap hadden wij genoeg
+te doen om de minst onvaste punten voor onzen voet te zoeken, maar boven gekomen wachtte ons teleurstelling voor al die moeite.
+
+</p>
+<p>Onder ons druk gesprek hadden wij niet opgemerkt, dat er een sterke mist was opgekomen, die het anders zoo ruime en grootsche
+uitzicht benevelde. De zon was reeds in die nevelen ondergegaan en teekende alleen hare aanwezigheid in donkere oranje- en
+schel roode strepen, die daar evenals bliksemflitsen door de dichte dampen heenschoten; maar over geheel het landschap lag
+niets dan een lange, dichte sluier van vochtige mist!
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom Leo!&#8221; zei Francis, &#8220;het is niet gezond hier in dien vochtigen damp te gaan zitten, en toch had ik mij voorgesteld hier
+te rusten; laten wij onder dien boog schuilen, die den toegang verschaft tot hetgeen er nog van dien toren overblijft. Er
+is daar wel een brok steen, waar niet al te verwende lieden, zooals gij en ik, zitten kunnen.&#8221; En reeds had zij den weg genomen
+naar dien boog, die, dicht met klimop begroeid, een schilderachtige <a id="d0e4098"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4098">241</a>]</span>loofhut vormde. Francis legde eene oude grijze sjaal, die zij medegetorst had en die ik niet had mogen dragen, over een der
+massieve steenbrokken, en wij hadden werkelijk eene comfortabele zitplaats.
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu ga ik mijne historie vol jammer en bedrog voortzetten,&#8221; ving Francis aan. Kunt gij geene sigaar aansteken? Leo! Dan
+luistert gij vast en met minder ongeduld; ik heb mij zelve sinds lang die weelde ontzegd, anders gaf ik u het voorbeeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook ik ben geen slaaf van dat genot, Francis! en het zou mij onmogelijk zijn genoegelijk te zitten dampen, terwijl gij uwe
+smartelijke herinneringen voor mij oproept.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zijt gij weinig een man, Leo! in den kouden ego&iuml;stischen zin van het woord,&#8221; gaf zij mij ten antwoord.
+
+</p>
+<p>Ik schudde glimlachend het hoofd, en zij ving aan:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ondanks den muziekmeester, had ik den lust voor de muziek en den zang behouden, en wenschte dat talent aan te kweeken. Nurse,
+die voor alles raad wist als het mij gold, schommelde eene Zwitsersche gouvernante op, die buiten betrekking was en die bij
+nadere kennismaking zich ook vinden liet om mij eenig onderwijs te geven in de vrouwelijke handwerken, waarin ik zoozeer ten
+achteren was. Sir John liet mij met mij zelve begaan. Nu het plan om mij voor een jongen gentleman uit te geven geen gevolg
+kon hebben, begreep hij zelf dat er, zoo mogelijk, nog een dragelijk jong meisje van mij moest gemaakt worden, en daar ik
+te weinig in goeden toon en manieren gevorderd was om in de wereld op te treden, vond hij mijn inval goed om mademoiselle
+Chelles als gouvernante-externe aan te nemen, tevreden dat het hem niets zou kosten. Sinds ik niet meer geroepen werd jaarlijks
+die zekere brieven aan den ouden baronet te schrijven, waarin mijn paardrijden en schermen en alle andere mannelijke oefeningen
+op het voorschrift van Sir John telkens op den voorgrond werden gezet, bleven ook de wissels uit Engeland weg, die onze <a id="d0e4110"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4110">242</a>]</span>kostbare huishouding hielpen in stand houden, hetgeen een wijs en voorzienig man gewis tot vereenvoudiging zou hebben bewogen;
+maar deze wijsheid oefende mijn vader niet, en ik houd het er voor, dat hij sinds zijn kapitaal gebruikte of het zijne renten
+waren.
+
+</p>
+<p>Ik intusschen had het mijn plicht geacht lady Ellinor mede te deelen hoe het met mij op de kostschool was afgeloopen en hoe
+weinig ik aan hare intenti&euml;n had kunnen beantwoorden. Eerlijkheid drong mij daartoe, schoon ik wel vreesde van nu aan hare
+gunst verbeurd te hebben. Ditmaal toch werd de oprechtheid beloond. <i lang="en">Aunt</i> Ellinor antwoordde met de toezending van opnieuw vijftig pond en de verzekering dat ik die jaarlijks van haar zou ontvangen
+om er mee te doen wat ik wilde, met nog menig goed woord daarnevens, dat mij bewees hoezeer lady Ellinor voor mij eene waardige
+leidsvrouw had kunnen zijn, zoo ik in hare handen ware gevallen. Zij moedigde mij aan om zelve te voorzien in &#8217;t geen mij
+ontbrak en mij door niets of door niemand tot onoprechtheid te laten verleiden. Zij hoopte mij later bij zich te zien in Londen....
+en dan had zij mij nog veel mede te deelen. Daar is niets van gekomen. Nog in den loop van dat jaar overleed zij aan eene
+hartkwaal, en ook de vijftig pond zijn mij daarna niet meer toegezonden. Maar vooreerst had ik papa&#8217;s hulp niet in te roepen
+voor mijne wenschen en behoeften. Mademoiselle Chelles beviel mij; ook had zij er den slag van met mij om te gaan; zij bracht
+mij wat terug van de forsche onvrouwelijke oefeningen, die mijn lust waren geweest, deed groote wandelingen met mij, en gebruikte
+die rustige vertrouwelijke uren om mij het leven van zijne ernstige zijde te leeren zien,zooals niemand het mij nog had doen
+beschouwen. Zij sprak mij van lijdenden, van ongelukkigen wier lot soms met eenige opoffering zooveel kon verzacht worden;
+van plichten, die ik alleen uit luim had beoefend omdat mijn hart niet kwaad was maar zonder eenigen ernst of gevoel van verantwoordelijkheid.
+Daarbij wist <a id="d0e4117"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4117">243</a>]</span>zij mij liefde in te boezemen voor de natuur, wekte in mij hoogere behoeften op, die alle sluimerden, daar niemand er zich
+nog over had bekommerd. Dr. Darkins had mij moeten voorbereiden om lid te worden van de Anglikaansche kerk, maar eer het zoover
+kwam was hij al uit zijne betrekking tot mij ontslagen, en ik was op het punt van godsdienst geheel in den steek gebleven.
+Dat kon de serieuse Zwitsersche niet dulden. Ik moest haar beloven mij tot een <span id="d0e4119" class="corr" title="Bron: protstantsch">protestantsch</span> kerkgenootschap te laten brengen, en daar het Sir John niet meer schelen kon, vond zij werkelijk een predikant die zich met
+die zaak belastte. Daarbij, het behoorde zoo, dat vond grootvader ook; maar als de goede Chelles er zich niet mee bemoeid
+had, zou niemand er aan gedacht hebben. In &eacute;&eacute;n woord, zij zou er in geslaagd zijn mij tot eene jonge dame te fatsoeneeren,
+daar het uiterlijke niet al te veel van de overigen verschilde, ofschoon het haar altijd ondoenlijk zou geweest zijn den &#8220;kleinen
+majoor&#8221; uit te roeien, die onder alles door met Francis Mordaunt was opgegroeid. Doch wat gebeurde? Nurse begon jaloersch
+te worden van haar invloed op mij, en tot overmaat van ramp kreeg Rolf, die als tweede luitenant met grootvader was teruggekeerd
+en nu van de kinderkamer naar het salon was bevorderd, om wat ontbolsterd te worden van zijne kazernemanieren. Rolf, die de
+eerste had moeten zijn om Chelles te respecteeren, kreeg den zotten inval om op haar verliefd te worden, en dat laat ik nog
+d&aacute;&aacute;r, want zij was allerbeminnelijkst, maar hij gaf zich de luxe het haar te zeggen, en hare hand te vragen! Eene stommiteit
+zooals alleen Rolf die kon begaan; want behalve dat er voor hen geen uitzicht bestond ooit tot een huwelijk te komen, ontbrak
+ook het allernoodigste voor zoodanige verbintenis: wederkeerige genegenheid. De dame kon haar adorateur niet uitstaan, dien
+zij nooit anders noemde dan &#8220;<i lang="fr">le grand soudard</i>,&#8221; of wel &#8220;<i lang="fr">l&#8217;ogre furieux</i>;&#8221; want hij is nu door zijn leeftijd, zijn stijf been en mijne discipline tam geworden, maar <a id="d0e4128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4128">244</a>]</span>destijds was hij een woest, hartstochtelijk personage, die om een haverklap de hand aan den degen sloeg en alleen aan zijn
+grooten en kleinen majoor de verplichte subordinatie betoonde. In &#8217;t kort, na de onstuimige declaratie wilde Chelles niet
+bij ons blijven, tenzij men luitenant Rolf het huis ontzegde. Dat vonden allen te sterk en te pretentieus. Grootpapa en Nurse
+handhaafden Rolf in zijne oude rechten. Papa ook hechtte heel weinig aan &#8220;maar een <i lang="en">governess</i>,&#8221; en ik.... ik moet het tot mijne schande bekennen, ik wist zelve nog niet genoeg wat ik wilde, om niet met de overigen in
+te stemmen, te eer, daar ik nog te jong was en te weinig vrouwelijken tact had om de scrupules van Chelles goed te begrijpen.
+Men noemde het aanmatiging, heerschzucht; en dat laatste was voor mij beslissend. Als ik haar liet heengaan was ik weer geheel
+vrij! Eerst later heb ik ingezien hoezeer ik mij zelve daarmede benadeeld heb, en het is onder de grieven die ik tegen Rolf
+heb juist die, welke ik het minst heb kunnen vergeven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Sir John is, dunkt mij, meer te beschuldigen dan hij. Laat men een aankomend meisje vrij om te beslissen wat voor hare vorming
+dienstig is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen: sir John had gewenscht dat ik tot mijn achttiende jaar op de kostschool ware gebleven, om van daar in
+de wereld op te treden als eene &#8216;<i lang="fr">jeune fille accomplie</i>,&#8217; bereid op papa&#8217;s commando hare hand te schenken aan de eerste goede partij de beste. Toen dat zoo geheel anders uitviel,
+trok hij zijn hart geheel van mij af, en sinds de vijftig pond van Lady Ellinor ook vervielen, was de verwijdering van Chelles
+eene bezuiniging. Deze trok met eene familie naar Frankrijk, en het bleek welhaast dat ik haar niet had behoeven op te offeren,
+daar grootvader kort daarna in zijn rang naar de residentie werd overgeplaatst om ik weet niet welke oorzaak; het zou maar
+tijdelijk zijn en Rolf kon hem vergezellen. Nurse zegevierde, en in hare blinde liefde vergat zij welke schade zij mij had
+toegebracht. <a id="d0e4140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4140">245</a>]</span>Ik voelde het als bij ingeving; ook was mijne oude genegenheid voor haar zeer bekoeld. Toch had ik eene gewaarwording of ik
+zeker juk had afgeschud, want mijn onafhankelijkheidszin was niet geheel en al ongekwetst gebleven onder de zachte leiding
+van Chelles. Ik nam weer bezit van mij zelve in den kwaden zin. Ik kon niet meer met Chelles wandelen, ik ging met papa paardrijden,
+die eenigszins trotsch was op het goede figuur dat ik <i lang="en">on horseback</i> maakte en die er niets in vond dat ik hem vergezelde op jachtpartijen en rijtoeren met allerlei slag van heeren, jong en
+oud. Mijne ijdelheid vond hare rekening bij hunne bewondering voor mijne forschheid en vaardigheid. Ik gaf er de piano aan
+en de dameshandwerken en de goede boeken; ik werd zelfs weer Majoor Frans, en onder die soort van verwildering bereikte ik
+mijn zestiende jaar, toen er iets voorviel dat eene gansche verandering in mijne wijze van zijn teweegbracht. Nurse, die aan
+waterzucht leed, ontviel mij plotseling; ik voelde toen hoezeer ik haar had liefgehad en dat zij waarheid had gezegd dat er
+niemand meer overbleef om mij lief te hebben dan zij. Er was eene leegte in en om mij, die ik niet wist aan te vullen. Ik
+ontvluchtte het koude doodsche huis, ik doolde troosteloos rond, toen ik plotseling werd opgeroepen om de rol van gastvrouw
+te spelen en een logeergast te ontvangen.... Maar.... nu ik tot hiertoe gekomen ben, moet ik eens iets van u weten....&#8221; Zij
+zweeg eene wijle en bleef zitten met gebogen hoofd en de handen in den schoot over elkaar gevouwen, als in aarzeling hoe nu
+voort te gaan. Op eens echter vestigde zij hare oogen op mij met een onderzoekenden blik en vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo, zeg mij, hebt gij veel met vrouwen omgegaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met de vriendinnen mijner moeder nogal, maar sinds....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vraag niet naar oude vrouwen; ik meen of gij niet, als de meeste heeren, van tijd tot tijd geleden hebt aan die tusschenpoozende
+koorts, die zij verliefdheid noemen?&#8221;
+<a id="d0e4151"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4151">246</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik heb alles gedaan wat noodig kon zijn om niet aan die kwaal bloot te staan. Het Amerikaansche stelsel van <i lang="en">flirtation</i> heb ik nooit kunnen goedkeuren. Coquetteeren met jonge meisjes en vrouwen achtte ik gevaarlijk en immoreel, en daar ik leefde
+in het vooruitzicht dat ik nooit geld genoeg zou verdienen om al de kant, zijde en fluweel te kunnen betalen, die tegenwoordig
+tot de noodwendigheden van een damestoilet behooren, heb ik de <span id="d0e4157" class="corr" title="Bron: strikste">striktste</span> neutraliteit in acht genomen tegenover allen, om niet verlokt te worden van mijn beginsel af te gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En heeft datgene wat men passie noemt u dan nooit overmeesterd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb niet de gewoonte mij te laten overmeesteren door wie of wat ook. Ik bezit eenige kracht om resistentie te bieden,
+en ik zou die gebruikt hebben zoo het geval zich had voorgedaan; maar dat is niet gebeurd. Ik had geen ledigen tijd genoeg
+om mij zulke distracties te geven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wil ik van u wel gelooven, en om uwentwil verheugt het mij; maar toch spijt het mij, want nu kunt gij mij niet zeggen
+wat ik juist van u had willen weten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg maar wat gij weten wilt; mogelijk kan ik u toch wel voorlichten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wilde weten of gij gelooft dat een degelijk man, die geen ingebeelde fat is, maar ook geen onnoozele hals, en die op menig
+punt van groote scherpzinnigheid bewijs geeft, niet heel gauw kan merken als een jong meisje.... hoe zal ik dat zeggen....
+zich met innige teederheid aan hem hecht, zelfs al wordt er geen woord tusschen hen gewisseld, dat op liefde of dergelijke
+gevoelens doelt?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik begon verlegen te worden met mij zelven. Wat was hare bedoeling? Hier was meer na&iuml;veteit dan ik in haar kon onderstellen,
+of.... meer arglist dan waarvan ik haar zonder beter bewijs mocht verdenken.
+
+</p>
+<p>Ik bedacht mij een oogenblik eer ik antwoordde:
+
+</p>
+<p>&#8220;Om u de waarheid te zeggen, Francis! ik geloof dat <a id="d0e4176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4176">247</a>]</span>mannen en vrouwen beiden al heel gauw raden wat zij voor elkander kunnen zijn, en dat het veeleer uit dubbelhartigheid voortkomt
+dan uit ingenu&iuml;teit, zoo een van beiden verblindheid voorwendt voor hetgeen maar al te klaar uitkomt, al wordt het niet met
+ronde woorden uitgesproken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is mijne opinie ook&#8212;bij later nadenken, verstaat gij; want destijds was ik zoo onervaren op deze punten als een <i lang="fr">gamin</i>, waarvoor ik nog altijd in mijne naaste omgeving gold. De vrienden van mijn vader zagen in mij niets anders dan een slecht
+opgevoed meisje, luimig en willekeurig, een woesteling, die zij niet dan ongaarne in aanraking brachten met hunne dochters
+en waarin ze allerminst eene toekomende bruid voor hunne zonen wilden zien. Enkele officieren probeerden wel eens mij <i lang="fr">un bout de cour</i> te maken, hetgeen mij zoo laf en belachelijk voorkwam, dat ik ze even impertinent als onbarmhartig voor het hoofd stiet.
+Met anderen, die zulke pretentie niet hadden, of althans niet toonden, railleerde ik met een <i lang="fr">sans g&ecirc;ne</i>, die nog van mijne jongensopvoeding getuigde. Niemand vatte mij toen nog <i lang="fr">au s&eacute;rieux</i> op als een jonge dame, en ik zelve was de laatste om naar die positie te streven. Toen kwam Lord William bij ons logeeren.&#8221;&#8212;Zij
+haalde diep adem, als moest zij zich geweld aandoen, eer zij vervolgde: &#8220;Lord William werd mij voorgesteld als een schoolmakker
+van mijn vader, die eenige jaren zijn oudere was, en die zijn protector geweest was op de school te Eton. Sir John scheen
+niet vooruit van zijne komst verwittigd te zijn geweest, want hij had geen de minste aanstalten gemaakt voor zijne ontvangst.
+Het was eene verrassing, evenals die van lady Ellinor; maar deze beviel mijn vader beter. Mylord was om eene onaangename zaak
+verplicht een tijdlang Engeland te verlaten. Hij bracht sir John slechts een bezoek en had plan zijn intrek te nemen in een
+logement; doch mijn vader haalde hem over bij ons in te keeren. Het appartement, dat door grootpapa <a id="d0e4192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4192">248</a>]</span>was bewoond, stond nu leeg en was ruim genoeg om hem en zijn kamerdienaar te herbergen; de majoor had er zelfs zijn bureau
+gehouden, en er was <i lang="en">plenty</i> ruimte voor alle koffers en kisten die Mylord meebracht. Alles bewees dat de oorzaak van deze reis naar het vasteland niet
+lag in geldgebrek, want hij betaalde elken dienst dien men hem deed met vorstelijke mildheid, had eene kostbare garderobe
+en schatten aan boeken en zeldzaamheden bij zich en huurde eene equipage op eigen gelegenheid. Daarbij geloof ik, schoon sir
+John het mij nooit heeft gezegd, dat hij met dezen eene overeenkomst had gesloten omtrent zijn verblijf in diens huis, die
+meer dan genoegzaam was om de vermeerdering van omslag goed te maken, waartoe deze inwoning ons dwong. Al had ik de hulp en
+voorlichting van juffrouw Milders, onze huishoudster, toch zag ik er zeer tegen op, om als <i lang="fr">dame du logis</i> te moeten optreden tegenover dien vreemdeling; maar weldra was ik met die taak verzoend.
+
+</p>
+<p>Lord William (ik heb nooit zijn familienaam vernomen) was een geletterd man, die veel wist en eene uitmuntende gave had van
+mede te deelen. Hij was vol geestdrift voor kunst en po&euml;zie, las en sprak verscheidene nieuwe talen, had de grootste belangstelling
+in oudheid, kunst en geschiedenis, en wist, wat ons onbekend was gebleken, dat er juist voor onderzoekingen van dien aard,
+die hij zich voorstelde te ondernemen, in onze provinciestad eene bibliotheek bestond, waarvan hij druk gebruik dacht te maken.
+Met &eacute;&eacute;n woord, het was iemand dien men geen half uur kon spreken of men begreep dat men met een buitengewoon mensch te doen
+had; dien indruk althans kreeg ik van hem op den eersten avond van zijne komst, bij de gesprekken die hij met mijn vader hield.
+Ik had nooit gedacht dat sir John een vriend kon hebben, die hem in alle opzichten zoo ongelijk was, want Lord William hield
+niet van de jacht en veroordeelde die zelfs als liefhebberij, reed alleen paard voor zijne gezondheid en had een kennelijken
+afkeer van alles wat ruw, <a id="d0e4202"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4202">249</a>]</span>onbeschaafd en onvoegzaam was. Hij erkende, dat hij zich nergens zoo gelukkig gevoelde als op zijne studeerkamer en bij zijne
+boeken, maar toch was hij ook man van de wereld en wist er zich te doen gelden zoo ras hij er in optrad. Hoe het kwam wist
+ik zelve niet, maar ik raadde terstond in hem groote zedelijke en verstandelijke meerderheid boven mijn vader en alle andere
+mannen die ik tot dusver had ontmoet, en ik heb later ondervonden dat hij ook op anderen diergelijken indruk maakte. Daar
+was dan ook iets in zijn voorkomen dat ontzag inboezemde; al was hij gansch geen Hercules, zooals mijn vader, er was toch
+iets kloeks en fiers in de slanke, rijzige gestalte. Ik hoorde de heeren zeggen, toen hij in hun kring optrad, dat hij leelijk
+was; maar wat mij betreft, ik kon dat niet zien, en de dames waarmee wij welhaast in aanraking kwamen waren allen zoo gevleid
+door de minste opmerkzaamheid die hij haar bewees, dat ik de heeren eer verdenk van afgunst dan van juist oordeel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De leelijkheid van Mirabeau, die alle vrouwen wist te verleiden!&#8221; viel ik uit, door eene onbestemde gewaarwording van wrevel
+overmeesterd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg liever de leelijkheid van onzen stadhouder William&nbsp;III; want op diens portretten gelijkt hij meer dan op eenige levende
+persoon die mij bekend is. Hij had dat hooge, schrandere voorhoofd, wel niet diens ziekelijke bleekheid, maar toch de scherpe,
+eenigszins harde trekken, hij droeg hier en daar op zijn gelaat de merkteekens der kinderziekte, al was &#8217;t niet zeer in &#8217;t
+oog vallend; maar het strakke en stroeve van dat gelaat werd verzacht door zijn glimlach, en als bezield door zijn donkere,
+sprekende oogen, die vonkelen konden van geestdrift, en wier blik men evenmin kon trotseeren als dien van een arend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Had hij er den snavel bij?&#8221;
+
+</p>
+<p>Francis keek mij even aan met zekere verwondering eer zij antwoordde: &#8220;Ik heb u gezegd dat hij op Willem <a id="d0e4212"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4212">250</a>]</span>den Derde geleek; hij had diens scherp gebogen neus.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook de allongepruik?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, maar het donkerbruine, krullende haar gaf zijn kapper zeker veel werk, zonder dat het baatte; zwaar en stug, scheen
+het alle pogingen te weerstaan om het onder de tucht van de hedendaagsche mode te brengen, en mylord zelf had de gewoonte
+het met zeker ongeduld naar achter te werpen zoo vaak het hem hinderde. Dan.... ik merk dat mijne uitvoerige schets u verveelt.
+Laten wij opstaan en naar huis wandelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet voor ge mij verteld hebt welke prouesses hij heeft verricht, die held William&nbsp;IV.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen prouesses in &#8217;t geheel; of het moest zijn dat hij mij van mijne zucht om den degen te voeren genezen heeft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s loffelijk. Vertel mij dat eens.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar daar zijn we nog niet aan toe. Zonder dat ik zelve wist hoe het kwam, oefende hij op mij een onbeperkten invloed
+ten goede. Als bij <span id="d0e4226" class="corr" title="Bron: intuitie">intu&iuml;tie</span> raadde ik, dat mijne wijze van zijn, mijn toon en manieren hem zeer weinig moesten bevallen; ook voelde ik mij de eerste
+dagen tegenover hem stijf en gedwongen. Ik durfde mij zelve niet zijn en ik verwenschte Rolf meer dan ooit die mijne Chelles
+te vroeg had verjaagd. Alleen om mij eene houding te geven tegenover den fieren, hooghartigen edelman, wiens goede toon, wiens
+fijne beschaving sprak uit alles wat hij deed of zeide, had ik mijne gouvernante bij mij gewenscht. Papa ging cavali&egrave;rement
+met hem om, zooals oude schoolmakkers, al zijn zij elkaar nog zoo ongelijk; maar mij kwam het voor dat hij met laatdunkende
+verwondering op mij neerzag zooals een adelaar op eene gemeene kraai. Toch bleek het dat hij beteren dunk van mij had dan
+ik zelve meende, en vooral dat de bevreemding over mijne wijze van zijn, die hij niet geheel kon ontveinzen, niet uit minachting
+voortkwam, maar wel uit zekere meewarigheid. Hij was aangegrepen door mededoogen <a id="d0e4229"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4229">251</a>]</span>met het jonge meisje, dat men uit haar natuurlijke sfeer had gerukt, dat men had misvormd en verwrongen tot iets dat zij niet
+had moeten zijn en dat zich misplaatst voelde juist daar waar zij behoorde. Op zekeren dag dat ik in &#8217;t salon aan de piano
+zat, eigenlijk maar om wat te tokkelen, terwijl de heeren in de <i>suite</i> voor den haard stonden te rooken, hoorde ik Mylord tot sir John zeggen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom ziet gij geen menschen? Waarom gaat gij niet met Francis uit; zij heeft den leeftijd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo wat, maar zij is nog te wild en te brusk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie niet dat zij wild en brusk is; zij is alleen linksch en beschroomd, als eene die zich niet weet te houden: &#8217;t is of
+ze nooit in goed gezelschap heeft verkeerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo is het; op de kostschool is zij om hare woestheid verjaagd, en.... zooals zij nu is, durft men haar niet presenteeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nonsens! als gij dus met haar voortgaat, zal zij altijd even stijf en verlegen blijven. Juist als zij onder de menschen komt
+zal zij dat alles afleggen. Zij heeft geest en gevatheid, dat heb ik al opgemerkt. Zij zal heel spoedig in de wereld thuis
+zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarbij, de zoogenaamde <i lang="fr">beau monde</i> hier is niets dan een klein kringetje, ellendig, kleinsteedsch en vervelend; ik geloof niet dat er voor haar onder die lieden
+eene partij zal te doen zijn; en mij dan daarvoor op te offeren....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt niets te verzuimen; gij moet het doen uit beginsel. Zij behoeft er niets anders te vinden dan gelegenheid om zich
+met gemak in de wereld te leeren bewegen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Mijn vader mompelde zoo iets van verliezen en teleurstellingen, kostbare toiletten die er noodig zouden zijn, enz. enz.
+
+</p>
+<p>Lord William haalde de schouders op en zag hem aan met een doorborenden blik.
+<a id="d0e4255"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4255">252</a>]</span></p>
+<p>&#8220;John, John! welk een vader zijt gij? Over die bagatellen spreken wij later....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarbij is er geen chaperon; ik ken hier de vrouwen niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen ze leeren kennen. Meent gij misschien dat ik mijne winteravonden zal slijten met u op de soci&euml;teit of bij uw heerenspeelpartijen?
+Daar bedank ik hartelijk voor; en dan <i lang="en">the poor child</i> aan de verveling prijs geven? Dat zal niet gebeuren. De chaperon zal <i>ik</i> zijn, als het niet anders kan, en &#8217;t overige zal zich vinden; maar.... <i lang="en">the little one</i> luister, genoeg hiervan!&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik had werkelijk de vingeren maar stil op de toetsen laten rusten; mijne nieuwsgierigheid om te weten hoe <i>hij</i> over mij sprak en dacht was sterker dan mijne bescheidenheid!
+
+</p>
+<p>Sir John verliet het vertrek met den driftigen stap van iemand die uit zijn humeur is.
+
+</p>
+<p>Lord William kwam naar mij toe, ondervroeg mij naar mijne opvoeding, mijne gewoonten, mijne wenschen. Ik ving aan met schuchterheid
+en aarzeling, maar eindigde met al de openhartigheid en vrijmoedigheid die mij van nature eigen waren. Hij liet mij niet los
+v&oacute;&oacute;r hij alles wist, en het kwam mij voor dat toen de betoovering geweken was, die mij tegenover hem zoo ongelijk maakte aan
+mij zelve.
+
+</p>
+<p>Hij vroeg mij of ik van lezen hield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet,&#8221; was mijn gulgauw antwoord, &#8220;want dan moet men alleen zitten. Ik houd van menschen, van gezelschap, van beweging.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om onder de menschen en in gezelschap een goed figuur te maken moet men gelezen hebben, en al ware d&agrave;t niet, zonder geestesbeschaving
+zinkt eene vrouw tot eene onbeduidendheid, waaruit hare schoonheid zelfs haar niet kan opheffen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil niet onbeduidend zijn,&#8221; sprak ik met beslotenheid, &#8220;zeg maar wat ik lezen moet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij glimlachte. &#8220;Dat gaat zoo niet in eens; maar ik <a id="d0e4290"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4290">253</a>]</span>zal met u lezen, en dan zullen wij spoedig dit verzuim van u inhalen, zoo gij wilt?&#8221;
+
+</p>
+<p>Gij raadt mijn antwoord, en van dien dag af ondernam hij het mijn geest en mijn smaak te vormen, mijn geestdrift op te wekken
+voor zijne lievelings-auteurs, ja, hij nam zelfs de moeite mij kennis te doen maken met de meesterstukken der Duitsche en
+Fransche litteratuur, maakte zelfs zijne geliefde klassieken voor mij genietbaar, en wat ik van Dr. Darkins nooit had willen
+leeren nam ik met gretigheid aan van hem.
+
+</p>
+<p>Hij vergezelde mijn vader niet naar diens soci&euml;teit; eene enkele partij billard, een rijtoertje, en zijn gezelschap aan tafel
+was alles wat sir John aan hem had. De avonduren en zekere bepaalde uren van den voormiddag, die hij niet voor zijne eigene
+studi&euml;n noodig had, wijdde hij aan mij. De liefste waren mij die, welke wij doorbrachten met Shakespeare, die hij mij voorlas
+met eene geestdrift waarvan hij mij den geest, de kracht, de grootschheid deed opmerken met zulk eene klaarheid en zulk eene
+gave van mededeeling, met een talent van voorstelling, dat ik als leefde in die wereld en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En toen is het gebeurd dat gij op elkander verliefd zijt geworden, evenals Desdemona en Othello,&#8221; viel ik in met eene opwelling
+van wrevel, die ik niet bij machte was te beheerschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen! zoo is het juist niet gegaan; maar als gij geen geduld hebt deze herinneringen aan te hooren zooals ik ze nu
+in mijn geheugen kan terugroepen, moet gij het liever zeggen; want als ik ze niet mag geven zooals ze in mij opkomen, verlies
+ik den draad; daarbij, gij zegt dat gij mij wilt leeren kennen zooals ik ben; dat zou niet gaan, als gij niet wist hoe ik
+geworden ben wat gij mij n&uacute; ziet. Of wat zou het u baten als ik u alleen mededeelde, dat lord William, in &#8217;t begin van den
+herfst bij ons gekomen, bij het naderen van de lente ons weer verliet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zonder met u verloofd te zijn?&#8221; vroeg ik gejaagd.
+<a id="d0e4302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4302">254</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Zonder met mij verloofd te zijn!&#8221; herhaalde zij op koelen, drogen toon en rees op; &#8220;maar nu moeten wij gaan, neef! want wij
+zullen ditmaal den omweg nemen, die de gemakkelijkste is; wij komen toch al te laat voor de thee; nu! de kapitein kan ze zetten,
+dat&#8217;s het minst.&#8221;
+
+</p>
+<p>Reeds was zij zonder mijne hulp van de onveilige steenblokken afgesprongen en stond op vasten bodem eer zij had uitgesproken;
+ik haar na, met hetzelfde goed geluk, al was het niet met dezelfde haast; want ik zag het nut van die waaghalzerij in het
+half donker niet in.
+
+</p>
+<p>Al wandelend wikkelde zij zich dicht in de grijze plaid, en er kon geen kwestie zijn van haar mijn arm te bieden; ik wist
+niet of ik haar moest vragen voort te gaan met hare souvenirs, want ik voelde mij schuldig; ik had met onhoffelijke kregelheid
+den stroom harer confidenti&euml;n gestoord; mogelijk voor goed de behoefte om zich uit te spreken gedoofd, en toch, ik brandde
+van ongeduld om er alles van te weten; het was zelfs mijne zenuwachtige gejaagdheid die getergd werd door hare <i lang="fr">longueurs</i>; het kwam mij voor, dat zij met te veel opzettelijkheid drukte op de voortreffelijkheden van dien vreemdeling, dien ik niet
+kon uitstaan, dien ik nu reeds haatte, zonder nog te weten of ik er reden toe had. En ik had zeker geen recht om misnoegd
+te zijn op Francis. Wist ik dan reeds niet genoeg van haar om te begrijpen, dat zij haar hart niet had vrijgehouden tot haar
+zes-en-twintigste jaar? Had zij moeten wachten op een Paladijn die haar bij testament zou worden toegewezen! Ik voelde dat
+ik dwaas en onrechtvaardig was en toch kon ik over die dwaasheid en onbillijkheid niet zoo geheel zegevieren, of zij had er
+iets van kunnen bemerken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo!&#8221; sprak zij, nadat wij eenige minuten zwijgend naast elkaar waren voortgegaan. &#8220;Ik zie wel dat gij ergernis neemt aan
+mijne souvenirs, maar ik kan ze u daarom toch niet sparen; er is een deugd, die men Francis Mordaunt zeker niet zal ontzeggen;
+het is: eerlijkheid, en deze dringt mij, u niet te verhelen wat er <a id="d0e4314"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4314">255</a>]</span>in mij is omgegaan, sinds gij mijn vriend wilt zijn en ik, ondanks bittere ervaring, nog hecht aan de beteekenis van dat woord.
+Als gij van ochtend vertrokken waart, zooals ik dat verwacht had, zou ik u met mijne bekentenissen niet lastig zijn gevallen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo moet gij het niet opnemen, Francis! ik ben immers gebleven om ze van u te hooren. Ik beloof u, dat ik den loop uwer herinneringen
+niet meer zal stuiten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, goed! zoo zult gij dan hooren dat gij het geraden hebt, dat ik lord William heb liefgehad met al de innigheid van een
+eersten hartstocht, ik moest zeggen: met al de na&iuml;veteit van mijn jeugdig hart; want ik wist zelve niet, dat het liefde was
+wat hij mij inboezemde. Ik had nooit met jonge meisjes verkeerd, die elkaar op haar dertiende reeds van galants en minnarijen
+spreken; ik was <i>novice</i>, als geene andere, maar ik voelde welhaast, dat lord William alles voor mij was, dat ik eigenlijk niet meer leefde dan in
+hem, dat ik onverschillig was voor iedereen en voor alles, dat het mijn hoogste geluk was, zijn wil en wensch te raden en
+te volgen, dat ik, die men ontembaar achtte, die luimig en willekeurig scheen te zijn, soms alleen uit liefhebberij in den
+strijd, nu maar &eacute;&eacute;ne vreugd kende: die van hem te gehoorzamen, op zijne wenken te letten, en, zonder dat hij noodig had dit
+van mij te vergen, het volgde van zelf; ik raadpleegde hem in alles, zelfs over mijn toilet, toen het er toe kwam dat wij
+uitgingen; ik maakte een beter figuur in de wereld, dan men van het (zoo men meende) in &#8217;t wild opgegroeide meisje verwacht
+had; ik kleedde mij met smaak, dat wil zeggen naar <i>zijn</i> smaak, hoewel hij er verre van af was mij dit op te dringen, maar ik raadde den zijnen en volgde dien op mijne eigenaardige
+wijze; want van slaafsche na&auml;perij van hetgeen de mode voorschreef, had ook hij een afkeer, die geheel in mijn karakter viel,
+&#8216;<i lang="en">Somewhat originality</i>&#8217; vond hij piquant, en hij achtte het schade zoo de individualiteit verloren <a id="d0e4329"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4329">256</a>]</span>ging onder zekere vormen, voor iedereen gelijkelijk afgepast. Als hij zoo sprak, raadde ik dat hij in mij prees, wat anderen
+in mij afkeurden. Omdat hij het noodig had geacht, ging ik in de wereld; maar mijn hart zette ik er niet op; mijn hart was
+met hem waar zijn schat was, in zijne boekenkamer, waar ik uren lang met hem samen was, naar hem luisterend, zonder mij te
+vervelen, zooals mij soms gebeurde op eene drukke danspartij; want <i>hij</i> danste niet! Tot in de droge oudheidkundige studi&euml;n, waaraan hij zich wijdde, begon ik belang te stellen. Ik vertaalde voor
+hem wat hij uit zekere Hollandsche boeken of tijdschriften verlangde te weten. Ik copi&euml;erde voor hem, zonder er aan te denken,
+dat zitten schrijven vervelend kon zijn; ik vergat dat er een stal was, dat mijn lievelingspaard door den <i lang="en">groom</i> moest worden afgereden; ik vergat alles en allen; ik was alleen opmerkzaam als het de behoeften van lord William gold. Als
+de meeste heeren hield hij van eene goede tafel en was er aan gewoon. Hij had er daarbij alle recht op in ons huis, zooals
+ik later heb begrepen. Genoeg, ik vond een lust in de mannelijke studi&euml;n, zonder de vrouwelijke plichten te verzuimen. Zelfs
+de vrouwelijke behaagzucht was in mij wakker geworden. Vroeger had ik zeer weinig om mijn uiterlijk gegeven; nu nam ik er
+acht op en was zorgvuldig in de minste kleinigheden; want Mylord, al was hij nog zoo&#8217;n oudheidkenner, kleedde zich met de
+uiterste zorgvuldigheid, en zoo modern als een perfect gentleman die geen fat wil zijn.
+
+</p>
+<p>Mijn eenig verdriet was als ik zag dat Mylord zich met andere dames bezighield, en toch, dat kon wel niet anders, wilde hij
+mij patronessen bezorgen in zekere kringen. Sir John gaf zich daartoe geen moeite, en daarbij Mylord hield niet van spelen
+en wilde niet dansen, terwijl ik toch niet als eene matrone tapisserie kon maken. Zoo leerde ik de jammerlijkste passie der
+vrouwen, den kleinen naijver kennen, maar waagde het toch niet <a id="d0e4339"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4339">257</a>]</span>die te toonen; ik wist vooruit dat hij dit ergerlijk kleingeestig zou vinden. Wij gaven nu zelfs diners, en de <i>dames</i> van de stad, die bevonden dat alles bij ons recht <i>quite</i> was, waren zeer verwonderd. Van die bijgenaamde <i>majoor Frans</i> hadden zij zulk eene goede ontvangst niet verwacht; waarheid is dat juffrouw Milders, onze huishoudster, talenten had, die
+tot hiertoe braak hadden gelegen, en dat Mylord mij wenken gaf, die mij van het uiterste nut waren. Papa zelf had er volle
+satisfactie van, en ik sleet den gelukkigsten winter van mijn leven; men vond mij in de <i lang="fr">beau monde</i> wel een weinig zonderling, maar dat werd distinctie geacht en toegeschreven aan de vreemde afkomst van mijn vader en aan
+den Engelschen toon die in ons huis heerschte. Ik werd zeer gef&ecirc;teerd, al kon het mij niet schelen, misschien juist daarom;
+maar de lente naderde en wij begonnen reeds plannen te maken om gezamenlijk de Werve te gaan bezoeken &#8220;zoodra het seizoen
+van uitgaan was afgeloopen.&#8221; Als grootpapa maar geen spaak in het wiel steekt, dacht ik met zekere bezorgdheid, want deze
+was nu van zijne zending naar de residentie teruggekeerd, gelukkig voor mij zonder Rolf; eene rilling overliep mij als ik
+er aan dacht, dat deze mij als &#8220;majoor&#8221; zoude aanspreken en behandelen in het bijzijn van lord William. Welhaast bleek het
+mij dat grootvader onze ingenomenheid met onzen gast niet deelde. Ik schreef het toe aan zijne teleurstelling, dat de vreemdeling
+zijn appartement in ons huis had ingenomen, hetgeen hem noodzaakte voorloopig een afzonderlijk kwartier te betrekken; maar
+er was zeker nog iets anders: want ik merkte duidelijk, dat de majoor von Zwenken Mylord wel bejegende met de hem eigene beleefdheid,
+maar geenszins met de joviale voorkomendheid, waarop ik meende dat deze van iedereen recht had. Ik zou maar al te spoedig
+weten, waaruit dat voortkwam.
+
+</p>
+<p>Op zekeren zonnigen lentedag zat ik de zuivere lucht te genieten op het kleine balkon, waar mijn boudoir <a id="d0e4355"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4355">258</a>]</span>op uitkwam, met een ongekend gevoel van weemoed en levenslust de fijne blaadjes en de aankomende knopjes te bespieden, die
+den tuin welhaast met bloesems en geuren zou sieren. Ik had geen trek tot lezen, hoewel ik een boek in de hand hield, en dacht
+aan de prettige wandelingen die wij welhaast zouden maken met Mylord, en aan de mogelijkheid van een tochtje naar het kasteel
+van grootpapa, toen ik diens stem hoorde, in gesprek met sir John.
+
+</p>
+<p>De heeren waren door de openstaande deur van de tuinkamer gekomen en hadden plaats genomen op de bank vlak onder mijn balkon.
+Zekere onrustige nieuwsgierigheid beving mij: ik had maar op te letten en ik kon alles verstaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar kan hij zijn, uw lord William?&#8221; vroeg grootpapa op wreveligen toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Op dit uur is hij altijd in de stads-bibliotheek; er moeten archieven zijn, die hem de grootste belangstelling inboezemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En Francis?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij kleedt zich, of zij is in besogne met de huishoudster; weet ik het!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is nogal mooi, dat zij ook niet met hem meegaat naar die boekerij, sinds zij zich z&oacute;&oacute; met hem afficheert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met hem afficheert! Wat meent gij daarmee, heer majoor? Mylord woont bij ons in; hij gaat met ons uit, dat spreekt vanzelf;
+hij is in alle opzichten een respectabel man, een <i lang="en">right honorable</i> zelfs. Ik zie niet, hoe miss Francis daardoor geafficheerd zou kunnen worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! gij ziet het anders dan ik. Maar dat zou nog niet het ergste zijn; zoo hij zich maar niet zoo druk met haar bemoeide.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, dat schaadt haar waarlijk niet. Of moet gij zelf niet erkennen, dat zij zeer tot haar avantage veranderd is, en
+dat men haar nu overal kan presenteeren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat spreek ik niet tegen. Alleen, ik zou dan in uw <a id="d0e4380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4380">259</a>]</span>geval verlangen dat hij het zijne deed om haar als zijne <i lang="en">future</i> te presenteeren; d&aacute;n zou hij zijn plicht doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Sir John begon hardop te lachen. &#8220;Wel, heer majoor, hoe haalt gij u zoo iets in &#8217;t hoofd! William is mijn schoolkameraad en
+maar een jaar of drie mijn jongere, en Francis moet nog zeventien worden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij heeft het voorkomen van even in de dertig. En daarbij, wat doet de leeftijd er toe? Francis is op hem verliefd, smoorlijk
+verliefd, dat zeg ik u, en het verwondert mij, dat gij zelf dit niet al lang hebt bemerkt en de onvoorzichtigheid begaat,
+dien vertrouwelijken omgang met uwe dochter te dulden zonder dat hij zich declareert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">Bless me!</i> daar zou hij zich waarlijk wel voor wachten!&#8221; riep mijn vader. &#8220;Hij is getrouwd, en daarom steekt er ook niets in dat hij
+zoo wat den Mentor speelt over Francis; ik heb er geen slag van en zij heeft het hoog noodig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoog noodig! dat hij haar het hoofd doet draaien!&#8221; sprak mijn grootvader met stijgende ergernis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heeft geen nood; het hare is veel te degelijk om zoo licht duizelig te worden. Zij is daarenboven eene Mordaunt en niet
+zoo weekelijk opgevoed om zich met jongemeisjesgrillen in te laten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt wel wat al te na&iuml;ef, sir John&#8212;de stem van den majoor klonk streng en bitter&#8212;&#8220;of.... van eene gerustheid die mij
+onverklaarbaar is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou zij niet langer zijn, en gij zoudt deze gerustheid deelen, mijnheer, zoo gij lord William kendet als ik! <i lang="en">Every inch a gentleman</i>, sir! en zoo hij ook maar vermoedde dat zulke argwaan in ons kon opkomen, ben ik zeker dat hij geen uur langer hier in huis
+zou vertoeven. Ik begrijp wel, wat u eenigszins tegen hem inneemt. Hij speelt niet; wij hebben weinig aan zijn gezelschap
+en hij heeft u hier verdrongen. Dat spijt mij zelf; dan, ik kon niet weten dat gij zoo spoedig uit den Haag zoudt terugkeeren.
+En, om de waarheid te zeggen, <a id="d0e4405"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4405">260</a>]</span>mylord is <i lang="en">generous, most generous</i>, en ik ben hem zekere &eacute;gards schuldig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat geloof ik gaarne, maar.... moet Francis daaraan worden opgeofferd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis wordt niet opgeofferd, dat verzeker ik u. Integendeel, het is voor haar van het grootste belang dat wij als vrienden
+scheiden. Daarbij, hij zal niet lang meer bij ons blijven. Hij is tot president verkozen van ik weet niet welk archeologisch
+genootschap en moet de zittingen bijwonen in Londen. Ook kreeg hij dezen ochtend de tijding, dat de onaangename zaak, die
+hem naar het continent de wijk deed nemen, zoo goed als geschikt is. Hij vreesde een lastig proces dat hem verdriet en ergernis
+zou geven. Het blijkt dat de mediateurs het eens zijn geworden. Zijne vrouw, die met hare familie in het Zuiden reist, heeft
+hem een ootmoedigen brief geschreven en wenscht vergiffenis en verzoening. Hij deelde mij mee, dat hij nog niet besloten is,
+maar dat hij toch tegen eene scheiding opzag en vermoedelijk....&#8221;
+
+</p>
+<p>Sir John zweeg plotseling; de heeren wandelden op; ik zag den kamerdienaar van lord William aankomen en met hen spreken. Had
+een hunner opgekeken, hij zou mij hebben gezien in ademlooze spanning tegen het balkon geleund, als een steenen beeld, de
+verpersoonlijking van stomme verslagenheid. Toen zij reeds lang weg waren bleef ik nog z&oacute;&oacute; staan, als vastgenageld aan die
+plek. Ik had de kracht, den moed gehad om ten einde toe te luisteren; de zelfbeheersching om door geen kreet of uitroep een
+gesprek te storen dat mij zulke verpletterende ophelderingen gaf. Toen ik eindelijk uit die onbeweeglijkheid oprees, was het
+met een kreet van smart en bitterheid, dien ik niet kon weerhouden. Ik was aan mij zelve ontdekt! Ja! mijn grootvader had
+goed gezien. Die aanhankelijkheid, die vrijwillige overgave van al mijn willen en denken aan zijn wil en wensch, die gewaarwording
+van onuitsprekelijke blijdschap in zijne <a id="d0e4416"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4416">261</a>]</span>tegenwoordigheid, als hij mij toesprak, zich met mij bezighield, bovenal als hij met zijn sprekenden blik, met zijn betooverenden
+glimlach mij zijne goedkeuring uitdrukte&#8212;dat was liefde! Liefde, die gloed van ijver, dien ik in mij voelde voor alles waarin
+hij belang stelde; liefde, die zucht voor po&euml;zie en letteren, waarmede hij mij had bezield. Wel is waar eene liefde, die niets
+had van de zottelijke teederheid waarmee ik andere jongelieden elkander zag omgeven en die niet dan mijn afkeer wekte, maar
+toch liefde, en die nu op eens tot een verboden, een schuldigen hartstocht werd misvormd; want het licht dat mij opging over
+den man dien ik liefhad was als een fakkel waardoor alles in mij tot vuur en vlam werd, vlamme van haat en verontwaardiging,
+die helaas den liefdegloed niet verteerde, maar te feller branden deed. Had ik mij zelve bedrogen en onbewust toegegeven aan
+de aantrekkingskracht, die van dien vreemdeling uitging, hij zelf, hij had zich niet aldus kunnen vergissen en hij had mij
+bedrogen, hij had mij althans in onwetendheid gelaten over &#8217;t geen mij eerst noodig was te weten. En toch, in later tijd over
+deze eerste groote smart nadenkende, begreep ik, dat het gevaar voor mij nauwelijks minder zou zijn geweest al had ik die
+kennis gehad, want het was zijn persoon, die zulk een toovermacht over mij oefende, niet zijn positie. Onnadenkend had ik
+mij overgegeven aan mijn gevoel, zonder te berekenen waar het mij kon heenvoeren, zonder er iets van te wachten voor de toekomst.
+Maar toch wekte de zekerheid dat ik dien man liefhad en dat hij niets voor mij zou kunnen zijn dan.... een Mentor zooals mijn
+vader zich uitdrukte, bij mij eene onbeschrijfelijke gewaarwording van teleurstelling en toorn. Hoe koelbloedig en onbarmhartig
+had hij dan met mij gespeeld, hij de man van leeftijd en ervaring, die zoo scherpzinnig was en zooveel menschenkennis bezat.
+Had hij, hij er dan niet om gedacht, dat deze omgang voor mij zijne gevaren had; had hij ze niet geteld, omdat hij zelf <a id="d0e4418"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4418">262</a>]</span>niet vreesde en ze mij alleen raakten! Zelfs wist hij zich immers onkwetsbaar; mogelijk had hij die vrouw, die nu verre was,
+z&oacute;&oacute; lief, dat hij gepantserd was tegen iedere andere liefde. Waarheid is, dat hij nooit den toon van den hartstocht tegen
+mij had aangeslagen. Een blik van welgevallen, een glimlach van goedkeuring, een handdruk van vriendschap was alles wat hij
+mij geschonken had, en dat was mij ook genoeg geweest. Eens slechts, ik herinner het mij maar al te goed, had hij met zekere
+hartstochtelijkheid mijne hand gekust, toen ik, ik weet niet meer welken zijner wenschen geraden en vervuld had. Dien nacht
+sliep ik niet van trots en weelde, maar des anderen daags had hij mij met zulk een ijzige strakheid bejegend, of hij mij,
+als zich zelf, dat oogenblik voor goed wilde doen vergeten, en scheen er niet op te letten, hoezeer ik onder die stugge luim
+leed.
+
+</p>
+<p>Nu wilde ik hem dat alles verwijten, alles op eens uitstorten wat in mij omging, en hem daarna doen zien, hoe diep hij in
+mijne achting was gedaald; want te verbergen wat in mij omging, dat voor hem te verbergen als ik eens tot spreken kwam, dat
+was voor mij eene onmogelijkheid. Maar de gelegenheid om hem terstond bij zijne thuiskomst te spreken bood zich niet aan.
+Wel ging ik in zijne studeerkamer, in de hoop hem weldra te zien binnenkomen, maar ik vond er slechts zijn kamerdienaar, die
+mij mededeelde, dat Mylord een bezoek had te brengen bij zekeren bankier en niet v&oacute;&oacute;r den eten thuis zoude zijn. Ik moest
+mij dus inhouden en zooveel mogelijk mijn aplomb hernemen, om aan tafel niets te laten blijken; maar dat ging boven mijne
+macht. En ook waartoe? hoe eerder hij het nu begreep dat ik hem haatte en minachtte, hoe beter. Ik wist waarmee ik hem kon
+ergeren, en ik besloot hem geene ergernis te sparen. Ik las de bevreemding op zijn gelaat, afkeuring in zijn blikken, maar
+de betoovering die hij op mij oefende was gebroken; dat moest hij weten, en <a id="d0e4422"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4422">263</a>]</span>ik ging voort hem te tergen en te kwellen. Toen hij begreep dat er opzet in lag, deed hij of hij niets bemerkte en ik hield
+vol tot aan het dessert, waarna ik mij niet als gewoonlijk verwijderde om de heeren aan hunne sigaren te laten. Ik herinnerde
+mij dat ik ook rooken kon, zocht eene lichte sigaar uit en stak die aan. Toen zag ik lord William het voorhoofd fronsen en
+de zijne wegwerpen; hij stond op, nam mij bij de hand en voerde mij zonder een woord te spreken naar zijn boekvertrek. Ik
+liet mij wegleiden, want dat was juist wat ik wilde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat scheelt er aan, miss Francis?&#8221; sprak hij, nadat hij mij in een <i lang="en">easy chair</i> had doen plaats nemen en tegenover mij staan bleef. &#8220;Ik begrijp wel dat gij zeer ontstemd zijt en dat het <i>mij</i> geldt; maar ik kan niet nagaan uit welke oorzaak.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is mijne schuld niet. Met een weinig nadenken zou Mylord toch licht die reden kunnen uitvinden. Hij weet, hoezeer ik
+aan openhartigheid hecht....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is prijselijk; en nu verder?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu vraag ik mij zelve af, wat ik van de uwe denken moet, als ik van anderen hoor, dat gij getrouwd zijt?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik bracht deze laatste woorden met te veel gedwongen kalmte uit om hem niet eenigszins verwonderd te doen opzien; ik zag zelfs
+dat hij verbleekte, maar hij vroeg koel:
+
+</p>
+<p>&#8220;Heeft Sir John u dat eerst n&ugrave; medegedeeld, en waarom juist heden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Sir John heeft het mij niet medegedeeld; ik heb het bij toeval vernomen&#8212;bij <i>toeval</i>; verstaat gij mij, Mylord? En daarom geloof ik eenig recht te hebben om van u zelven iets meer te hooren van uwe gemalin.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik had het er wel op toegelegd om hem te prikkelen en te schokken, maar dat deze vraag zulke uitwerking op hem zou hebben,
+had ik niet kunnen berekenen.
+
+</p>
+<p>Hij trad driftig drie schreden achteruit; een donkere blos van toorn of schaamte kleurde zijn hoog voorhoofd; <a id="d0e4451"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4451">264</a>]</span>zijne oogen gloeiden van verontwaardiging, maar zijne trekken namen zulk eene uitdrukking van lijden aan, dat ik zelve schrikte
+van de ontroering die ik had teweeggebracht.
+
+</p>
+<p>Hij zweeg, keerde zich van mij af, wandelde een paar malen de kamer op en neer, kwam eindelijk weer bij mij terug, bleef vlak
+voor mij staan, zag mij aan met een mengeling van weemoed en misnoegen en sprak eindelijk:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij, miss Francis, dat juist gij mij dit aandoet. De tijd voor zulk vertrouwen voor u acht ik nog niet gekomen.
+Daar is te veel bitterheid in uwe vraag, dan dat zij uit belangstelling kan voortkomen, en belangstelling alleen heeft hier
+recht op een antwoord.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Belangstelling, Mylord!&#8221; barstte ik uit, &#8220;dat is wel het zwakste woord, dat er tusschen u en mij kan gesproken worden; gij
+weet wel, gij moest het ten minste weten, al veinst gij bevreemding, dat het hier voor mij eene levensvraag geldt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! op mijn woord, dat begrijp ik niet,&#8221; hernam hij ijskoud, bijna met ironie. &#8220;Ik begrijp niet welk belang gij meent te
+hebben bij de beslissing die ik....&#8221; hij zuchtte diep, &#8220;die ik nog niet heb kunnen nemen; en daarom heeft men, wie dan ook,
+eene groote onvoorzichtigheid begaan met u van deze dingen te spreken v&oacute;&oacute;r ik zelf daartoe de vrijheid had gegeven. Het geldt
+hier eene diepe wonde, waarvan ik voor mij zelven als voor anderen de pijn heb trachten te verbergen, een toestand even smartelijk
+als vernederend voor wie er in betrokken zijn. Waarom zou ik u, een jong meisje, dat minder dan anderen van haar leeftijd
+met het gewone leven bekend is, inwijden in de treurige geheimen van een ongelukkig huwelijk; waarom u gesproken hebben van
+eene vrouw die hare naaste plichten heeft verzaakt, en van welke ik op het punt stond mij voor het leven te scheiden; toch
+wenscht zij de hereeniging, waartoe ik nog niet heb kunnen besluiten. Uw vader weet iets <a id="d0e4461"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4461">265</a>]</span>van mijn strijd; waartoe zou ik er u in betrokken hebben, eer die voor mij zelven was opgelost?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En is het u dan niet ingevallen, Mylord,&#8221; vroeg ik met eene bitterheid waaronder ik mijne ontroering trachtte te verbergen,
+&#8220;dat er gevaar kon liggen voor mij in die onwetendheid?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Voorwaar! Neen, dat is niet in mij opgekomen, en ik zie zelfs niet hoe dat had kunnen zijn. De toon van verbittering dien
+gij nu tegen mij voert, dwingt mij u te herinneren, wat ik voor u heb trachten te zijn. Ik kwam herwaarts heen om in studi&euml;n
+en onderzoekingen, die altijd mijn lust waren, afleiding te zoeken voor veel leeds dat anderen mij hadden berokkend. Uw vader
+bood mij zijn huis tot verblijf aan; het gezellig leven gewoon, nam ik het met dankbaarheid aan. Ik zag u, en ik meende in
+u te zien een stug en verwilderd kind, dat door Sir John met onverantwoordelijke nalatigheid was verwaarloosd. Ik leerde u
+nader kennen en ontdekte in u gaven en krachten die mij verrasten en verblijdden en die ik getracht heb te ontwikkelen. Gij
+hadt maar eenige vorming noodig om met goed gevolg in de wereld op te treden. Mijne hand gaf u die vorming, mijne hand voerde
+u in dien nieuwen kring, en gij zijt alles geworden wat ik van u kon wenschen of wachten. Gij hebt mij eene volgzaamheid,
+eene aanhankelijkheid betoond, die ik gemeend heb u te vergelden, want ik heb met betere zorg en trouw over u gewaakt dan
+uw vader zelf; maar daaruit volgt immers nog niet, dat ik u had moeten spreken over alles, wat mij persoonlijk betrof, van
+dien zwaren last des levens dien het niet aan u was met mij te dragen; van dien smaad en die schande die mij uit Engeland
+wegdreven, om het onbescheiden medelijden mijner vrienden, den spot en het leedvermaak mijner vijanden te ontgaan. Hoe ik
+bedreigd werd door een opzienbarend proces, waarvan mijn naam (geen naam zonder beteekenis in mijn land, Francis! maar dien
+uw vader hier alleen kent en kennen zal), voor het groote <a id="d0e4467"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4467">266</a>]</span>publiek, dat naar schandalen hunkert, nog het piquante zou hebben verhoogd. Had ik u van dat alles moeten inlichten mijn kind?
+U, die ik in alles heb willen sparen! Had ik de kwellingen, het hartzeer, dat mij alleen gold en dat ik zorgvuldig voor de
+gansche wereld verborg, aan u, juist aan u, moeten blootleggen, om de gulden droomen uwer lente te verduisteren door de droeve
+nevelen van mijn herfst!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel dicht en droevig moeten die nevelen zijn, Mylord!&#8221; riep ik uit, evenzeer verbaasd als ge&euml;rgerd over den toon van hooghartige
+rust, dien hij aannam bij zijne toespraak. &#8220;Wel dicht en droevig, want zij hebben uw scherpen blik verhinderd te zien wat
+voor oogen lag: dat ik in de onwetendheid, waarin men mij hield, uit gebrek aan ervaring, mij al heel licht illusi&euml;n zou scheppen,
+wier verwezenlijking eene onmogelijkheid zou zijn. Welnu! weet dan, Mylord! gij, die met zooveel trouwe zorge over mij hebt
+gewaakt, dat ik aan dit gevaar niet ben ontkomen en dat juist n&ugrave; de gulden droomen mijner lente op het wreedste zijn verstoord!&#8221;
+
+</p>
+<p>Een gebaar van schrik en verwondering ontsnapte hem, maar hij schudde zwijgend het hoofd. Dat ongeloof deed de vlam van mijn
+toorn en verontwaardiging in vollen gloed uitslaan! Ik barstte los in verwijten en klachten, die mijns ondanks mijn smartelijk
+geheim verrieden. Uit geheel zijne houding bleek het mij, dat mijne bekentenissen, in den vorm van een scherpe aanklacht tegen
+hem geuit, hem troffen als eene ontzettende verrassing.
+
+</p>
+<p>Hij liet zich neervallen op den divan tegenover mij en bedekte het gelaat met beide handen, als van smart en schaamte overmeesterd;
+maar de gloed, die op zijn voorhoofd brandde, was tot een doodsbleek verschoten. Daar viel het mij plotseling in, dat hij
+onschuldig was, dat hij het niet had geraden, wat mij zelve nog zoo lang verborgen was gebleven, tot een schrikwekkend licht
+in mij was opgegaan. En juist dat was het, wat mij &#8217;t pijnlijkst trof. Had hij medegevoel betoond voor de <a id="d0e4475"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4475">267</a>]</span>smart die ik hem klaagde, had hij schuld beleden, en mij vergiffenis gevraagd voor &#8217;t geen hij mij onwillens had toegebracht,
+ik zou mijne voldoening gehad hebben, en, al ware &#8217;t met een verscheurd hart, hebben berust in &#8217;t geen van nu aan eer en plicht
+ons voorschreef; maar het tegenovergestelde vond plaats.
+
+</p>
+<p>Hij liet mij uitspreken, ik zou moeten zeggen uitrazen, tot ik in luide snikken uitbarstte, zonder mij met een enkel woord
+in de rede te vallen. Intusschen had hij zich van de eerste verbazing hersteld, en hij rees op uit zijne verslagen houding,
+als een veranderd man. Weer liep hij met rassche schreden het vertrek op en neer, zonder een blik van deernis op mij te werpen
+en, eerst toen ik zweeg, omdat de tranen mijne stem verstikten, kwam hij weer naar mij toe en sprak mij aan op kalmen, zelfs
+wat strengen toon.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">My child</i>, er is zonderlinge overdrijving in alles wat gij mij daar zegt. Uwe verbeelding is getroffen, en gij laat u door haar medeslepen,
+om zelve te gelooven wat gij beweert; maar ik verzeker u dat gij u vergist. Gij zijt van eene natuur voor levendige indrukken
+en heftige opvattingen vatbaar, maar gij zijt nog veel te jong om den hartstocht te kennen. En dat is heel gelukkig want ik
+weet niet, wie van ons het gekste figuur zou maken, als men zoo iets van u kon vermoeden. Gij moet tegen die inbeelding strijden,
+uit alle macht, en ik wil u gaarne daarin behulpzaam zijn. Ziet gij, Francis, op uw leeftijd hebben de meeste jonge meisjes
+reeds iets als eene amourette gehad met den een of anderen aankomenden jonkman, waarmee ze gedanst hebben; gij gelukkig niet,
+want die eerste lentebloesems vallen in den regel af zonder dat ze ander spoor achterlaten dan zekere ervaring die voor de
+vruchten van het rijper seizoen niet schaadt. Gij daarentegen zijt door uwe forsche onvrouwelijke opvoeding beveiligd geweest
+tegen diergelijke aanvallen van sentimentaliteit, maar daardoor <a id="d0e4484"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4484">268</a>]</span>waart ge aan eene andere dwaling blootgesteld, waarop <i>ik</i> niet verdacht was, en die nu eigenlijk voor mijne rekening komt; het is deze, dat gij u hechten zoudt aan den eersten man
+den besten die zich met meer dan vluchtige belangstelling aan u gelegen liet liggen; het trof zoo, dat <i>ik</i> die man was, en dat ik de onvoorzichtigheid beging (want ik moet er d&agrave;t nu wel in zien), schoon het met de beste intenti&euml;n
+geschiedde, om u in te wijden in de geheimenissen der po&euml;zie en uw smaak trachtte te vormen voor de hoogere genietingen die
+zij biedt. Wij lazen Shakespeare! nu is het niet vreemd, dat een jong meisje, &#8217;t welk men de schoonheden van zijne tragedi&euml;n
+doet opmerken, zich zelve voor een Juliet gaat houden; maar daarom is hij die haar de gelieven van Verona leert verstaan,
+zelf nog geen Romeo! En ik vraag u, Francis, als gij er ernstig over nadenkt, of ik het voor u zou kunnen zijn; zie mij aan
+en bedenk hoe slecht mij die pretensie zou afgaan. Ik heb den leeftijd van uw vader; mijne haren zijn reeds met zilver vermengd,&#8221;
+en hij lichtte zijne zware, donkere lokken op om mij te toonen, hoe zij aan de slapen reeds grijsden; &#8220;zoo ik niet leed aan
+eene kwaal, die mij met geheele vermagering bedreigt, zou ik de jaren hebben waarin men tot gezetheid komt; dat is alles behalve
+po&euml;tisch, niet waar? Ik meende daarbij in uwe oogen de achtbaarheid te hebben van een getrouwd man, al zag ik er geen nut
+in, uwe deernis op te wekken voor mijn treurig huwelijkslot. Laat uw verstand spreken, Francis, dat maar een oogenblik door
+de verbeelding is overstemd, en gij zult de eerste zijn om toe te stemmen dat ik, <i>ik</i> niet de held kan zijn voor een liefdesroman!&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij zweeg en scheen een antwoord te wachten, dat ik niet geven kon; want ik had eene gewaarwording of er ijsschotsen rondom
+mij opgestapeld werden, waaronder ik verstikken zou.
+
+</p>
+<p>Toen kwam hij naar mij toe, legde beide handen op mijne schouders, zag mij diep in de oogen, met eene <a id="d0e4499"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4499">269</a>]</span>mengeling van ernst en weemoed, en sprak op zachten toon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben nog een jaar vroeger gehuwd dan uw vader, ik kon eene dochter hebben van uw leeftijd; ik ben kinderloos! ik heb mij
+zelven wel eens betrapt op den wensch in u eene dochter te zien, maar gij hebt mij de verwezenlijking van die illusie nu onmogelijk
+gemaakt; voor &#8217;t oogenblik althans, want ik ben er zeker van, gij zult eenmaal terugkomen van den waan waarin gij nu verkeert;
+laat u niet langer door een hersenschim in de war brengen; het hart, in dien zin als gij dat verstaat, is er buiten, geloof
+mij daarin, mij die de verwoestende macht der hartstochten heb leeren kennen,&#8221; hij zuchtte diep, &#8220;tot mijne schade, en die
+weet, tot welken diepen val zij de vrouw neer rukken die de kracht mist om er tegen te strijden. Gij behoeft mij daarom niet
+de genegenheid te onttrekken, waarop ik geloof recht te hebben van uwe zijde, en die ik zelf de eerste ben geweest u te betoonen.
+Had ik een zoon gehad, geloof mij, ik zou niet tot nu toe gewacht hebben om voor hem uwe hand te vragen; maar ik heb niets
+dan een neef, een neef van uw leeftijd en die mijn erfgenaam moet zijn; zoo gij &#8217;t wilt zal ik sir John over die verbintenis
+spreken; gij kunt het sieraad zijn van iederen kring waarin gij optreedt, als gij maar wilt. Op den duur zijt gij hier toch
+niet op uwe plaats; denk er eens rijpelijk en met kalmte over na, en als gij besloten zijt, laten wij master William uit Engeland
+overkomen en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees gedankt, Mylord!&#8221; viel ik uit, &#8220;ik heb volstrekt niet uwe tusschenkomst verzocht om mij een echtgenoot te bezorgen,
+en ik zal nooit kunnen besluiten om in u mijn <i>oom</i> te zien!&#8221; En ik barstte uit in een smadelijken lach, de reactie van eene onuitsprekelijke verbittering, en liep in ijlende
+vaart zijne kamer uit naar de mijne. Toevallig lag daar op tafel een deel van Shakespeare&#8217;s prachteditie, die hij mij eens
+ten geschenke had gegeven. <a id="d0e4508"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4508">270</a>]</span>Zoodra dat mij in &#8217;t oog viel, moest ik mijne woede koelen aan het onschuldige boek, dat in flarden gereten en op den grond
+werd geworpen. Na die wraakoefening wierp ik mij zelve als eene radelooze daar nevens; ik weet niet hoe lang ik in dien toestand
+was gebleven, toen de stem van mijne kamenier, die aan de kamerdeur had getikt zonder antwoord te bekomen, mijn gehoor trof;
+ik sprong op in onbeschrijfelijke verwarring.
+
+</p>
+<p>&#8220;De freule moest toch schellen als zij onwel was,&#8221; knorde zij goedhartig. &#8220;Ik ben, geloof ik, flauw gevallen, Annette.&#8221;&#8212;&#8220;De
+freule moest zich kras houden. Ik kom met het nieuwe baltoilet, &#8217;t is tijd om de freule te kleeden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Het was waar, ik moest dien avond nog eene partij bijwonen met Lord William. Ik deed het mogelijke om de sporen van de doorgestane
+smart te verbergen en liet mij werktuigelijk optooien; maar eens onder de wapens, nam ik het kloeke besluit om eene houding
+aan te nemen, die niemand, zelfs hem niet, het recht zou geven mij te beklagen of eene onbescheidene vraag te doen. Als gewoonlijk
+reden wij gezamenlijk naar de partij, en ik was vast besloten ditmaal zijn arm te weigeren en mij door grootvader te laten
+binnenleiden. Ik kreeg hartklopping, reeds bij de gedachte aan die wraakneming en aan den indruk dien zij op hem zou maken.
+Dan, de wijze, voorzienige Heer had er anders over besloten.
+
+</p>
+<p>Wij reden aan bij den Engelschen consul; Mylord stapte daar af en zou wat later komen!
+
+</p>
+<p>Sir John onderhield zich daarop met Majoor von Zwenken, ik denk wel met zeker opzet, over mijn gast. &#8220;Het blijkt dat hij tot
+een besluit is gekomen, en dat er haast is bij de uitvoering. Hij neemt afscheid van den consul, hij heeft postpaarden besteld
+voor morgen, om hem naar de havenstad te brengen, waar morgenavond een stoomboot afvaart die rechtstreeks naar Londen gaat.&#8221;
+Dit alles vernam ik, zonder dat het eigenlijk tot mij werd gericht; het viel mij als brandend <a id="d0e4518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4518">271</a>]</span>lood op het hart, en toch was ik dankbaar dat ik het zoo vernam, en dat niemand bij machte was in de duisternis van het rijtuig
+de gemoedsbeweging op mijn gelaat gade te slaan.
+
+</p>
+<p>Voor het eerst trad ik in de wereld op zonder hem; het was of alles rondom mij ledig was, en of al die opgeschikte mannen
+en vrouwen, die daar om mij heen woelden niets voor mij waren dan wassen beelden, in wier midden ik mij bevond, zonder iets
+met hen gemeen te hebben. Toch moest ik dansen, en ik wilde dat, liever dan praten. Met wie zou ik spreken, en waarover? Daarbij,
+als hij kwam moest hij mij zien in opgewekte stemming, moest hij mij niet zien als eene treurende verlatene; niets had hij
+voor mij gevoeld, niets dan mededoogen, dat er hem toe gebracht had mij zijn steun en bescherming te bieden; hij moest het
+nog weten, dat ik het eerste niet behoefde, en de laatste ontberen kon. Wij waren ten huize van een voornaam bankier, een
+der <i lang="fr">gros bonnets</i> van de provincie, wiens vrouw meer dan eenige andere dame uit den kring zich met zekere moederlijke goedhartigheid mijner
+had aangetrokken. Zij had maar een kind, een zoon, op wien ik juist niet veel had gelet, maar van wien men mij zeide, dat
+hij het gansche seizoen rondom mij heen geloopen had als smeekeling, om de kruimpjes mijner gunst op te vangen. Ditmaal als
+zoon van den huize, had hij een recht mij het eerst ten dans te vragen, en ik had mijne redenen om zijn voorkomendheid niet
+af te stooten; ziet gij, Leopold! ik wil mij zelve niet beter voorstellen dan ik ben; ik liet mij niet slechts zijne hulde
+welgevallen, ik moedigde die aan. Als Lord William binnenkwam, moest hij mij treffen in een coquet, geanimeerd gesprek, of
+in een wilden, vroolijken galop; zoo viel het werkelijk uit. Maar toen hij eens d&aacute;&aacute;r was, ondanks de tuimeling van den dans
+moest mijn oog hem toch volgen, alsof een magnetische attractie er mij toe dwong. Hij zelf, kalm en waardig als altijd, ging
+enkele dames van <a id="d0e4525"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4525">272</a>]</span>leeftijd toespreken en nam daarop plaats aan de speeltafel, waar hij, zooals ik later hoorde, eene belangrijke som verloor
+aan den majoor von Zwenken! Des anderen daags verscheen Mylord niet als gewoonlijk bij het luncheon; hij had nog veel te regelen
+voor zijn afreis, hoewel zijn kamerdienaar met de koffers later zou volgen. Ik begreep dat de gelegenheid om een vertrouwelijk
+woord met hem te wisselen mij met opzet zou benomen worden, en in waarheid, wij hadden elkaar niets meer te zeggen; als ik
+het tegendeel meende en nog eenmaal zijn boekvertrek wilde binnengaan, waar ik toch wist alles in verwarring en hem niet meer
+alleen te vinden, bleef ik als aan den grond genageld staan; neen, het was z&oacute;&oacute; beter, hij kon niet blijven, hij kon zelfs
+geen afscheid nemen. Sir John nam mij na &#8217;t ontbijt ter zijde en kondigde mij aan, dat ik bezoek had te wachten in dienzelfden
+voormiddag. De bankier had acc&egrave;s gevraagd voor zijn zoon. Sir John, die het eene goede partij achtte, had dit toegestaan!
+Gij begrijpt hoe ik dat opnam. Van een Lord William neer te dalen tot een Karel Felters!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Karel Felters!&#8221; herhaalde ik onwillekeurig.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! weet gij daar ook al van?&#8221; vroeg zij met zekere bitterheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Denkelijk niet het rechte; ik bid u Francis, ga voort,&#8221; sprak ik met eene gejaagdheid, die ik niet wist te verbergen.
+
+</p>
+<p><span id="d0e4534" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>&#8217;t Is niet heel mooi, wat er volgt, dat moet ik zelve zeggen. Ik verweet Sir John dat hij zulk eene beslissing had genomen
+zonder er mij in te kennen.<span id="d0e4537" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik meende niets anders of de pretendent stond u wel aan, en de oude heer was dringend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt u vergist; ik wil hem niet hebben, en ik wil hem zelfs niet ontvangen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dat laatste betreft, Francis! dat <i>moet</i> zijn,&#8221; sprak Sir John met gezag, en de enkele maal dat hij dien toon tegenover mij aannam, wist ik dat hij onderwerping <a id="d0e4549"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4549">273</a>]</span>eischte. &#8220;Gij zoudt mij een gek figuur laten maken; gij hebt dien jonkman aangemoedigd, zie nu zelf hoe gij hem zijne illusie
+ontneemt, maar ik waarschuw u, dat de wijze waarop men zulk een eerste aanzoek afslaat, licht voor het vervolg decideert.
+Als gij goed ge&euml;tablisseerd wilt worden, zorg dan dat uwe afwijzing in behoorlijken vorm geschiede.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wensch niets dan mijne onafhankelijkheid te bewaren voor het leven,&#8221; antwoordde ik, terwijl ik juist lord William zag
+binnentreden. &#8220;Ik heb noch dien jonkman, noch iemand anders noodig voor mijn geluk, en ieder die zich over mijne toekomst
+meent te moeten bekommeren, kan zich daarnaar regelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Gij begrijpt hoe ik dien armen Karel Felters ontving. Alles liep samen, om mij als eene furie te doen verschijnen voor de
+oogen van den overbluften sukkel, die maar niet begrijpen kon dat zijne coquette danseres van den vorigen avond plotseling
+in zulk eene woeste mannenhaatster was omgetooverd. Want ik zorgde wel hem te zeggen, dat hij zijn <i lang="fr">&eacute;chec</i> niet voor zich zelven alleen behoefde te nemen. Hoe het kwam weet ik niet, maar hij bleef toch ongeloovig aarzelend, en kon
+maar niet besluiten heen te gaan. Dat prikkelde mijn reeds zoo geschokt zenuwgestel op het heftigst; ik wist niet hoe hem
+weg te krijgen, en hij moest toch weg, want ieder oogenblik kon lord William binnenkomen om afscheid te nemen, en die beiden
+daar samen, dat was te veel. Het toeval wilde dat ik Karel had moeten ontvangen in de kamer van Sir John, die als zeeofficier
+nog pronkte met trofee&euml;n van wapenen. In de overspanning van &#8217;t oogenblik, woest van gejaagdheid, nam ik een paar schermdegens
+van een rek, bood den sidderenden en verbaasden jonkman er een aan, nam den anderen, zette mij in postuur en viel op hem uit;
+de ongelukkige bloodaard, die in zijn angst niet eens scheen te merken, dat het onschadelijke wapens waren, wierp het zijne
+weg en vlood in allerijl terwijl ik hem toeriep:
+<a id="d0e4558"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4558">274</a>]</span></p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Allons donc!</i> wie Majoor Frans vragen durft, moet ten minste den degen weten te hanteeren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb van dit heldenfeit gehoord,&#8221; zei ik lachend; &#8220;de arme Karel Felters loopt nog, naar men mij heeft verteld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">C&#8217;est ainsi qu&#8217;on &eacute;crit l&#8217;histoire</i>,&#8221; hernam Francis, nu met den kalmen glimlach van eene die er reeds boven stond. &#8220;Ik heb ook gehoord dat hij een reis rondom
+de wereld zou ondernemen, om mij niet weer tegen te komen. Maar de waarheid is, dat het wittebroodskind maar een uitstapje
+naar de Rijnprovinci&euml;n heeft gemaakt, waar hij zich een tijdlang schuil gehouden heeft voor zijne vrienden en bekenden en
+eene allerliefste pfarrersdochter heeft leeren kennen, die hem tot een gelukkig echtgenoot en huisvader heeft gemaakt, hetgeen
+niet heeft belet dat de geheele familie en al hare adherenten sinds een wrok behouden heeft tegen Majoor Frans en niet hebben
+verzuimd deze door allerlei kleingeestige <i lang="fr">represailles</i> te koelen. En toch, al ware er nooit een lord William voor mij geweest, zoo&#8217;n flauwerd had nooit mijn consort kunnen zijn!
+Maar, gij moet nog hooren hoe het verder met mij afliep op dien onvergetelijken dag. Terwijl ik, met een gelaat gloeiend van
+ergernis en oogen fonkelend van toorn, en de fleuret nog in de hand, Karel zag vlieden, stond daar plotseling lord William
+in de geopende deur en staarde mij aan. Ik behoef u niet te beschrijven, Leo, met welk een blik van afkeuring.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Miss Francis!&#8221; sprak hij, &#8220;als Sir John mijn raad had ingeroepen, zou men u van dit aanzoek ter kwader ure hebben verschoond
+en u eene onvoorzichtigheid bespaard hebben. Nu is het geschied, en ik begrijp heel goed dat er iets in u is wat zich lucht
+moet geven, ook dat het u invallen kon, dat op deze wijze te zoeken; maar het is zeer verkeerd van u, juist op zulk een onschuldig
+offer los te trekken. <i lang="en">For shame</i>, Francis! op een stumperd die mogelijk nooit een fleuret in de hand <a id="d0e4579"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4579">275</a>]</span>heeft gehad! Mij dunkt, gij hebt degelijker oefening noodig en een tegenstander die iets meer te beteekenen heeft, om er voldoening
+van te hebben. Ik meende wel, u een en ander te hebben geleerd, maar ik verzuimde nog uw talent in &#8217;t schermen op de proef
+te stellen. Sta mij toe u de revanche te geven die de ongelukkige vluchteling in den steek liet.&#8221; En zonder mijn antwoord
+af te wachten, nam hij mij de fleuret uit de hand en bood mij met eene buiging eene degen aan, dien hij van het wapenrek had
+genomen. Hij zelf nam het wapen op dat Karel Felters had weggeworpen.
+
+</p>
+<p>Ik wilde iets antwoorden; de stem stokte mij in de keel. Ik aarzelde, ik wilde tegenstribbelen; het bleek hem ernst. Hij wierp
+zijn reisjas uit, zag mij aan met een blik, welks beteekenis niet te miskennen was, en riep: &#8220;<i lang="fr">en garde!</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik was gedwongen het zonderlinge duel werkelijk aan te nemen.
+
+</p>
+<p>Allerlei gedachten en gewaarwordingen kruisten zich bij mij in hoofd en hart; ik wilde nu niet terugtreden; ik wilde niet
+dat hij met mij spotten zou; ik wilde hem toonen dat hij niet te doen had met eene onhandige. Ik verbeeldde mij, dat hij,
+een man van studi&euml;n en letteren, niet veel werk zou gemaakt hebben van eene kunst, zoo weinig in harmonie met zijne liefste
+oefeningen; maar ik bemerkte ras, dat ik mij zonderling had vergist. Hij voerde den degen al spelende, doch met even vaste
+als lichte hand. Hij liet mij aanvallen en pareerde slechts, maar zoo vlug en ferm dat hij mij geen kans liet hem te treffen.
+Zelfs viel hij niet uit dan om mij aan te vuren en af te matten door al die vergeefsche schermutselingen. Dat laatste gelukte
+hem dan ook zoo goed, dat ik machteloos en bijna verlamd van vermoeienis wel gratie had willen vragen. Maar toch het nu z&oacute;&oacute;
+tegen hem op te geven, dat wilde ik niet.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is eene mannelijke oefening, miss! Er behoort meer dan vrouwelijke kracht toe,&#8221; sprak hij met tergende <a id="d0e4592"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4592">276</a>]</span>koelbloedigheid, terwijl hij een mijner aanvallen ontweek, die door mijne hartstochtelijkheid telkens wilder en onhandiger
+werden; want de wensch om er een einde aan te maken bracht mij buiten mij zelve.
+
+</p>
+<p>&#8220;Geef acht, Mylord! Gij veracht uw partij wat al te veel,&#8221; voegde ik hem toe, en mikte op zijn borst, alleen beschermd door
+het plastron van een batist overhemd. In plaats van mij af te weren, schudde hij glimlachend het hoofd en gaf zich geheel
+bloot. Het menschelijk hart is arglistig, Leo! maar toch, met de hand op het mijne mag ik betuigen, dat de zucht om hem leed
+te doen mij niet dreef in dien oogenblik; dat ik er zelfs niet aan dacht, hoe ik gevaarlijker wapen voerde dan een gewone
+schermdegen; maar getergd door dit bewijs dat hij mij niet telde, vervuld door de zucht om hem den strijd te zien opgeven,
+daar ik het oogenblik voelde naderen waarop ik van vermoeienis den degen zou moeten neerwerpen, drong ik snel en forsch op
+hem aan. Hij scheen niet op te letten, hij pareerde niet ik trof hem&#8212;een dunne straal bloed schoot door het witte linnen heen.
+Meer was er niet noodig om mij verplet van schrik en berouw aan zijne voeten te doen zinken. Op hetzelfde oogenblik trad Sir
+John binnen, gevolgd door mijn grootvader. De eerste stiet eene verwensching uit, die mij gold, want hij schreef alles toe
+aan mijne onbeteugelde drift; de laatste wilde den gewonde hulp bieden, die hem afwees.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is niets, mijne heeren, volstrekt niets,&#8221; sprak Mylord, terwijl hij mij met de eene hand oprichtte, en met de andere
+zijn zakdoek tegen de borst hield. <span id="d0e4598" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>&#8217;t Is maar een schram die niets te beteekenen heeft: eene kleine satisfactie die ik miss Francis schuldig was, en die haar
+mogelijk voor goed zal genezen van de zucht om onvrouwelijke wapens te hanteeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit, nooit weer!&#8221; bracht ik uit in de heftigste ontroering, ziende hoe de fijne witte zakdoek in een oogwenk van bloed
+was doortrokken. En, Leo! zoo hij <a id="d0e4603"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4603">277</a>]</span>bedoeld heeft mij zulk een afschrik in te boezemen, is het uitgevallen zooals hij voorzag. Ik heb later nooit weer naar een
+wapen gegrepen, nooit weer van een duel kunnen hooren zelfs, of dat verschrikkelijk schouwspel van dien bebloeden zakdoek
+komt mij voor den geest, en mij, mij, Majoor Frans, is het meermalen gebeurd, te sidderen en te verbleeken onder gesprekken,
+waarbij andere vrouwen, om hare beminnelijke schuchterheid ge&euml;erd, gretig bleven toeluisteren, in hare onwetendheid nieuwsgierig
+en hunkerend naar emoties, waarvan ik meer dan verzadigd was.
+
+</p>
+<p>En toch, zooals vanzelf spreekt, was mijne reputatie als onverschrokken duelliste van toen af gevestigd; Karel Felters en
+de zijnen zwegen niet, en de kamerdienaar van Mylord zweeg ook niet; ondanks het verbod van zijn meester. Het was of onze
+bedienden door het sleutelgat hadden getuurd en of ze door de reten der deuren het licht hadden opgevangen over het gebeurde
+tusschen Mylord en mij. Zij fluisterden het elkander toe, wat zij geraden hadden of meenden te begrijpen, anderen die niets
+wisten vonden uit en zoo kwam het gerucht, vermeerderd en verbeterd, onder de menschen. Ik bemerkte het aan de houding, die
+men tegenover mij aannam, dat men mij vreesde en schuwde, toen ik weer in het gewone leven optrad. Toen, ik beken het, heb
+ik het mijne gedaan om de zonderlinge reputatie te handhaven. Ik zag, dat de menschen laag en laf waren, en de zwakheid niet
+ontzagen. Ik achtte het wijsheid hen te trotseeren en schrik in te boezemen, sinds ze mij toch geen vrouwelijk hart toekenden,
+en ik voor mij geen reden vond om naar hunne liefde te dingen. Lord William had mij voor iedere deugd kunnen vormen, met alle
+menschen kunnen verzoenen, als hij maar gewild had. Hij had mij teruggestooten, hij had mij alleen zijne deernis geschonken,
+die ik niet had gevraagd. Van nu aan was ik voor allen en voor alles onverschillig geworden en luisterde voortaan slechts
+naar mijne eigene invallen!&#8221;
+<a id="d0e4607"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4607">278</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Maar de reis van Mylord kon toch niet doorgaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zelf dacht er anders over. Hij wilde alles vermijden wat opzien kon baren. Hij verkoos niet dat men een heelmeester zou
+laten roepen; zijn kamerdienaar was handig genoeg om die lichte wonde te verbinden; hij zou maar een uurtje rust nemen en
+daarmee zou alles in orde zijn. Toch moest hij den arm van Sir John nemen om het vertrek te verlaten; en zijn gelaat was vaalbleek
+toen hij mij toeknikte. Ik week naar mijne kamer met een gevoel van Ka&iuml;nschuld, om de verwijtende en nieuwsgierige blikken
+van de omringenden te ontgaan. Ik was vast besloten hem nog eenmaal weer te zien en vergiffenis te vragen. Maar de heftige
+schokken die ik had doorgestaan en de vreeselijke overspanning waartoe ik mij had opgewonden wreekten zich nu. Overmeesterd
+door eene zonderlinge loomheid, viel ik op eene canap&eacute; neer en sliep in&#8212;een onrustige koortsachtige slaap, die door mijne
+kamenier met bezorgdheid werd gadegeslagen.
+
+</p>
+<p><span id="d0e4613" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Toen ik ontwaakte was lord William vertrokken.<span id="d0e4616" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>&#8220;En daarna?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarna werd ik ziek wat niet te verwonderen was, en mijn grootvader, die ondanks alles van mij hield, voerde mij naar de
+Werve om in de buitenlucht beter te worden. Toen ik hersteld naar huis keerde, zeide Sir John tot mij, dat ik een krassen
+degen moest voeren, of dat lord William een zonderlinge goedwilligheid had betoond om zich door mij te laten treffen, want
+reeds te Eton was hij bekend door zijne vaardigheid in het schermen, en zijn vertrek uit Engeland stond in verband met een
+duel, waarin hij het ongeluk had gehad zijne tegenpartij, een kapitein van de <i lang="en">horse guards</i>, doodelijk te wonden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik had nooit gedacht dat Mylord een duellist was,&#8221; antwoordde ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat was hij ook niet; maar zijne eer was er mede gemoeid, dat hij de beleediging van dien kapitein niet <a id="d0e4630"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4630">279</a>]</span>ongestraft liet. Het was een vriend van zijne vrouw, en die vriendschap ging wel wat ver. William zou eigenlijk beter gedaan
+hebben, zoo hij de Lady den dood had gegeven. Zij had het verdiend, en geen Engelsche rechtbank zou hem veroordeeld hebben.
+Nu zijn ze verzoend en vereenigd, voor het uiterlijk althans; maar hij heeft mij geschreven dat hij reizen gaat, altijd reizen,
+de vijf werelddeelen door.
+
+</p>
+<p>Ik dankte God in mijn hart voor deze mededeeling. Mijn geweten was van eene bloedschuld verlost. Maar dat de ernst des levens
+toch in volle zwaarte op mij bleef drukken, zult gij wel van mij gelooven, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Francis! dat begrijp ik. En gij hebt zelve nooit meer bericht gehad van dien edelman?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nooit meer. Daarbij, ik kende zijn familienaam niet, zooals ik u gezegd heb, anders hadden de nieuwspapieren mij een of ander
+kunnen mededeelen. Welhaast volgden allerlei veranderingen en gebeurtenissen elkander op. Mijn vader stierf bijna plotseling;
+grootvader werd in rang verhoogd en wij trokken naar Z., waar ik mij voornam eens een geheel ander leven te beginnen. Doch
+men kan met zijne antecedenten breken&#8212;ze zijn daarom niet uitgewischt. Maar niet meer hiervan, nu wij zoo dicht bij huis zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Werkelijk waren wij de brug over en tot het voorplein genaderd. Er was licht in de zijkamer.
+
+</p>
+<p>&#8220;De heeren zitten al bij de thee,&#8221; hernam Francis; &#8220;en nu eer wij binnengaan, nog een verzoek Leo! Zoo gij er belang in stelt,
+zult gij later meer van mij hooren, want het verlicht mij u dat vertrouwen te schenken; maar spreek er mij nooit van uit u
+zelven, want er zijn oogenblikken waarin ik dat niet verdragen k&agrave;n, oogenblikken waarin het mij zoo goed is te vergeten!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik versta u, Francis! wees er gerust op,&#8221; sprak ik ernstig, maar somber, en drukte maar even de hand die zij mij reikte.
+
+</p>
+<p>Eigenlijk had zij mij gedaan, wat Lord William haar <a id="d0e4646"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4646">280</a>]</span>had toegebracht. Zij had mij eene illusie benomen. Het was eerlijk, het was waardig, dat moet ik bekennen, maar het viel mij
+hard, harder dan ik mij had kunnen voorstellen dat zulk een blik in haar verleden mij treffen kon. Ik was er op verdacht geweest,
+dat er veel in haar hart was omgegaan. Zelve had zij mij terstond bekend dat zij &#8220;campagnejaren had doorgemaakt,&#8221; bittere
+levenservaringen had opgedaan; het hart was daar niet buitengebleven, dat sprak vanzelf. Had zij mij eene gewone liefdesgeschiedenis
+verteld met ongunstigen afloop, mij gesproken van teleurstellingen met of zonder hare schuld, van een gebroken engagement,
+van eene passie waarvan de vlamme nog lichtte, ik had mij kunnen troosten, ik zou de hoop gevoed hebben haar over dit alles
+heen te zetten en den moed gevat om een smartelijk verleden door een heldere toekomst te helpen uitwisschen. Maar dezen lord
+William had ik niet kunnen voorzien, en juist deze was het die mij de meeste ergernis gaf. Ik had indruk op haar gemaakt,
+ik was er zeker van; al kon ik niet wachten dat ik de eerste man zou zijn die haar hartstocht inboezemde, ik meende de eerste
+te zijn voor wien zij achting gevoelde en aan wien zij hare toekomst zou vertrouwen, omdat zij in hem haar meerdere zag. Ik
+schrijf het neer, Willem! wat mij door hoofd en hart ging, al zie ik u mogelijk glimlachen over mijne aanmatiging of mijne
+na&iuml;viteit. Welnu, juist diezelfde stelling, die mij de noodigste, de begeerlijkste scheen bij eene verbintenis voor het leven,
+had de Engelschman reeds bij haar ingenomen. Hij had die niet kunnen en niet mogen behouden, dat is waar, en hij had, zooveel
+ik uit haar mededeelingen oordeelen kon, <i lang="en">a fair play</i> met haar gespeeld, mogelijk ten koste van zwaren, mannelijken strijd; maar dat alles nam niet weg dat hij bezeten had juist
+datgene waar ik naar stond&#8212;een invloed ten goede, waaraan zij met blijdschap gehoor gaf en die haar hart voor liefde had ontsloten.
+Al had hij uit wijze voorzorg, uit edele zelfverloochening, haar <a id="d0e4651"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4651">281</a>]</span>omtrent haar zelve trachten te misleiden, gelukt was het hem niet. Hij had haar slechts van toorn tot bitterheid opgewekt,
+en sinds hadden tijd en afwezendheid haar wel kalmer gestemd, maar&#8212;was er rust gekomen, geene vergetelheid. Zij was hem hare
+stille vereering blijven wijden, en mogelijk was het dit, juist dit, wat haar voor alle verdere aanzoeken doof had gemaakt,
+en blind voor alle verdienste die in haar oog de vergelijking met den afgod niet kon doorstaan. Misschien had zij met mij
+haar vertrouwen te schenken nog iets anders bedoeld dan oprechtheid; had zij bedoeld mij af te schrikken van iedere onderneming
+op haar hart; had zij bedoeld mij als zonder opzet te zeggen, dat ik er niet op rekenen moest dit beeld uit haar hart te verdringen;
+juist omdat ik haar een oogenblik had zien wankelen en zij zelve dat gevoelde, had zij zich opnieuw willen vastzetten in dat
+besluit. Wat er ook van ware, ik had een indruk ontvangen die mij pijnlijker trof dan hare bruske uitspraak bij onze eerste
+kennismaking: &#8220;dat zij mij midden op de hei zou laten staan als zij te vreezen had dat ik met een huwelijksvoorstel aankwam.&#8221;
+Nu ze mij kende, nu ik reeds zoover gevorderd meende te zijn, dat ik maar een gunstig oogenblik had af te wachten om haar
+te spreken van mijne wenschen en onze vooruitzichten, wierp ze mij haar lord William voor de voeten, en ik voelde mij teleurgesteld
+niet slechts, maar ontmoedigd. De andere was haar held geweest; wat kon ik nog voor haar zijn? De vertrouwde, aan wien zij
+haar Iliade uitklaagde, als in het oude treurspel. Ik had eene gewaarwording of ik verminderd moest zijn in hare oogen; ik
+verloor in mijne houding die kalmte en die vrijmoedigheid, waarin het geheim had gelegen van het overwicht, dat ik aanving
+op haar te verkrijgen. Dit maakte mij dien ganschen avond stroef en teruggetrokken. Zij moest het mij aanzien dat ik worstelde
+met hinderlijke bijgedachten, en het kwam mij voor, dat zij zelve ook gedrukt en neerslachtig was; het oproepen van die <a id="d0e4653"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4653">282</a>]</span>smartelijke herinneringen had haar zeker veel gekost, en nog bleef zij als onder den slag van dat verleden gebukt, en zat
+neer onder ons alsof zij niet meer van de onzen was. Ditmaal sloeg zij hare piano niet open, noch verraste mij met een balkostuum,
+maar hield zich bezig met een dameshandwerkje, dat haar juist niet vlug afging en dat haar geheele aandacht scheen in te nemen;
+ik plaagde haar een weinig met hare <i lang="fr">gaucherie</i>; zij zag mij aan met een verwijtenden blik, terwijl zij mij toefluisterde: &#8220;D&agrave;t moest gij nu niet doen, Leo! nu gij weet
+waarom ik zoo onhandig ben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij had gelijk; ik was wreed, ik was kwelziek, ik zag altijd lord William voor mij in de gedaante van Willem&nbsp;III, wiens portret
+ongelukkig <i lang="fr">en m&eacute;daillon</i> boven het schoorsteenstuk prijkte, lord William, die tusschen haar en mij in stond en die mij uitlachte omdat ik te laat
+kwam. Ik wist niet met haar te praten, ik zag niet hoe ik kon blijven zwijgen. Uit verdriet, uit verveling, gaf ik mij ten
+prooi aan den generaal en zijn comp&egrave;re bij de speeltafel, in stilte dankbaar, dat Francis zich er buiten hield, maar zeer
+onvoldaan over mijn eigen houding, toen ik ten laatste de vrijheid vond om naar mijne kamer te trekken. Ik zal u niet vervelen,
+Willem, met al de tobberijen waarmee ik toen mijn slapeloozen nacht vervulde. Ik schaamde mij over mij zelven. Waar waren
+mijn moed, mijne volharding, mijn vaste wil om deze onderneming tot een gelukkig eind te brengen? Helaas! toen ik die vatte,
+vrij van geest en van haat, nog niet aangetast door de kwalen der liefde, der jaloezie, die mij de helderheid van geest benevelden.
+Ik zou bij Francis verloren zijn, als zij mij in mijne zwakheid had kunnen zien. Zoo kon het niet blijven. Ik stond op met
+een kloek besluit. Ik wist nu wie en wat ik tot mededinger had; het bleek uit alles, dat geen ander tot hiertoe dien lord
+William had verdrongen. Geen ander wellicht was ook zijn weg met haar gegaan; ik had dien uit mij zelven ingeslagen; het was
+in elk geval geen dwaalspoor, al <a id="d0e4663"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4663">283</a>]</span>was het pijnlijk een ander na te treden; het was de weg naar haar hart; hij had het gewonnen, maar hij had het onbevredigd
+gelaten, hij was teruggetreden, en hij moest het, waar ik vrij en moedig kon voortgaan. Hij was het ideaal geweest dat niet
+kon verwezenlijkt worden, ik was de werkelijkheid, die de vervulling van al hare wenschen kon bieden. Het was tien jaar geleden;
+die schim kon wel op den achtergrond worden gedrongen; zij was nu geen dweepend kind meer, dat de hand van den Mentor kuste
+en dat een Romeo meende te zien in een veertiger; zij was nu in vollen jonkvrouwelijken bloei; zij was nu de schalke, weerbarstige
+Katharina, die haar Petruccio met blijdschap in de armen zou vallen als zij eens in hem haar overwinnaar had erkend. Hoe kon
+ik mij toch zoo verontrusten over den Engelschman! Wat had men niet al gelasterd dat mij niet had teruggeschrikt, en deze,
+juist deze, had mogelijk juist mijne zegepraal voorbereid. Was het niet mogelijk dat ik op de eene of andere wijze zijne herinnering
+bij haar verlevendigd had en dat de vergelijking mij niet schaadde?
+
+</p>
+<p>Ik moest er de zekerheid van hebben; ik kon niet lang dus wankelen tusschen hoop en vreeze; op gevaar af van eene onvoorzichtigheid
+te begaan wilde ik haar vragen, of zij het spoorloos verdwijnen van lord William een volstrekt onvergoedbaar verlies achtte.
+Maar dien dag had iedereen op de Werve het druk met het feest van den volgenden. Francis was onophoudelijk in besogne met
+den kapitein en zoo goed als ongenaakbaar voor mij; het kwam mij zelfs voor, dat ik zoo wat als <i lang="fr">facheux troisi&egrave;me</i> werd beschouwd, en om niet in den weg te loopen wilde ik naar mijne kamer gaan, toen Francis mij ter zijde riep en een biljet
+in de hand duwde, waarmee ik van het hulppostkantoor een aangeteekenden brief voor haar moest afhalen. &#8220;Het was beter dat
+de generaal daar niets van merkte, en zelve had zij vandaag geen tijd,&#8221; sprak zij, niet zonder eenige verlegenheid over den
+dienst dien zij mij vergen moest.
+<a id="d0e4670"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4670">284</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat is het minste, Francis, maar waarom maakt gij
+nu ook zooveel drukte van dat verjaarfeest?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen! Die lieden hier zijn dat altijd gewoon geweest, en als wij nu niets doen is het een al te sprekend bewijs
+van verval.... De schoolmeester komt zijn feestgroet brengen met een keurbende uit de dorpsjeugd, die verzen opsnijen; de
+Pauwelsen komen feliciteeren; de notabiliteiten, waarmee we niet in openbaren oorlog zijn, zooals de ontvanger en domin&eacute;,
+komen hier eten; de mogelijkheid bestaat, dat er nog de een of andere oude kennis van grootpapa komt opdagen die den dag onthouden
+heeft; dat alles moet een weinigje geregaleerd worden, en dat is niet af te weren tenzij we gezamenlijk de vlucht nemen, en
+dat gaat ook niet. Rolf was er op bedacht, en ik heb hem moeten danken voor zijne voorzienige wijsheid, want het is morgen
+Zondag, en dan kan men hier niets gedaan krijgen. Gelukkig ben ik nu zelve weer <i lang="la">in bonis</i> als gij met dien brief terugkeert. Het ergste is, dat wij voor een paar dagen onze vrijheid missen en dat ik u zoo wat links
+moet laten liggen. Maar neem wat geduld; daarna heb ik weer rust en tijd tot uwe beschikking.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo scheidden wij, zonder te vermoeden wat er al niet tusschen zou komen eer ons die rust en vrije tijd werden gegeven voor
+zulk een vertrouwelijk onderhoud als ik mij voorstelde. Och, al hebben wij nog zoo&#8217;n vasten wil, en de omstandigheden zijn
+ons tegen, dan zijn zij de sterksten, daar is niet aan te doen; ik althans heb dat tot mijne schade ondervonden, al verzekert
+Potgieter ons:
+
+
+</p>
+<div class="poem">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8217;t <i>Genie</i> blijkt toch de <i>omstandighe&ecirc;n</i> te groot.</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>Al twijfel ik niet of hij spreekt uit ervaring, ik weet maar al te goed dat ik zoo&#8217;n Hercules niet ben, en zelfs, ik had hem
+in mijn geval willen zien, om te weten hoe hij over die verlammende kwelgeesten zou gezegevierd hebben!
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+<a id="d0e4693"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4693">285</a>]</span></p>
+<p>Wij aten laat en vrij eenvoudig dien dag; de kapitein was naar de stad geweest met het wagentje van Pauwels, en wij hadden
+naar zijne terugkomst gewacht met het diner, tot groote ergernis van den generaal, terwijl Francis besliste, dat het billijk
+was en zoo zijn moest.
+
+</p>
+<p>Aan tafel kreeg von Zwenken twee brieven; den eersten verscheurde hij met eene uitdrukking van wrevel en teleurstelling, na
+dien even te hebben ingezien, den anderen reikte hij open aan Francis toe, terwijl hij zeide:
+
+</p>
+<p>&#8220;Willibald wil hier morgen komen dejeuneeren; kan dat?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het moet kunnen! al zou het veel aardiger zijn zoo het op een stiller dag trof!&#8221; repliceerde Francis; &#8220;maar de brave jongen
+zou raar opkijken, als we zeiden, dat hij niet welkom was.&#8221;
+
+</p>
+<p>Willibald! mij schoot in eens te binnen bij welke aanleiding ik dien naam voor het eerst had gehoord.
+
+</p>
+<p>&#8220;Is dat een luitenant Willibald?&#8221; vroeg ik, Francis aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is nu kapitein; is hij u bekend?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als een vermaard leider van den <i lang="fr">cotillon</i> ......&#8221; antwoordde ik onvoorzichtig.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is waar, hij is een goed danser, maar hoe weet gij dat?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Herinner u, dat ik een ganschen avond in de Z&#8212;sche gezellige wereld heb doorgebracht v&oacute;&oacute;r ik hier kwam&#8221;.
+
+</p>
+<p>&#8220;En dat was genoeg om u vertrouwd te maken met alle cancans van voorheen en thans .... en gij zult wijs en wel doen daar behoorlijk
+notitie van te nemen en de lieden te houden voor &#8217;t geen ze d&aacute;&aacute;r gelden!&#8221; sprak zij, mij aanziende met haar klaren, scherpen
+blik, en een ironieke glimlach speelde om haar mond. &#8217;t Was of zij raadde hoe zij toen <i lang="fr">les frais de la conversation</i> had geleverd, en mij doorzien wilde om te weten wat er daarbij in mij was omgegaan.
+
+</p>
+<p>Ik wist mij niet onschuldig, maar ik moest mij goed houden.
+<a id="d0e4724"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4724">286</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik heb dezen naam opgevangen en onthouden, ziedaar alles; maar mijn bezoek op de Werve bewijst u immers hoe ik de <i lang="fr">m&eacute;disances sociales</i> op haar prijs weet te schatten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij u daar ook niet boven hadt gesteld, zou ik niet weten wat van u te denken,&#8221; fluisterde zij mij toe, want dit aparte,
+op halfluiden toon gesproken, ging buiten den generaal om. Nu, gij zult kapitein Willibald leeren kennen en ik twijfel er
+niet aan, &ograve;f gij zult bevinden dat hij nog wel wat anders is dan een <i lang="fr">beau danseur!</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik boog mij, als vooruit overtuigd, en hierbij bleef het. Rolf en Francis hadden samen weer conferenties. Ik ging alleen wandelen;
+bij de thee ging alles zoo vluchtig toe, dat ik, wel ziende hoe er van een gezellig avondje niets komen zou, en zonder lust
+om den generaal gezelschap te houden, die ons allen boudeerde, omdat Rolf hem niet als gewoonlijk ten dienste stond, naar
+mijne kamer trok en meende nu eens dapper met mijn journaal voort te gaan ...... maar pas had ik een paar pagina&#8217;s geschreven,
+of mijn oog viel, bij &#8217;t verschuiven van een papier, op een pakketje dat aan mijn adres was. Bij &#8217;t openen vond ik een kleine
+portefeuille <i lang="fr">en cuir de Russie</i>, waarop met gouddraad mijn naamcijfer geborduurd was, en het woord <i lang="fr">souvenir</i> met F. M. daaronder. Het was hetzelfde handwerkje dat ik den vorigen dag in aanvang had gezien. Het had haar moeite gekost;
+zij had er mogelijk een deel van den nacht voor opgezeten, en ik ondankbare had zoo onbarmhartig gespot met haar gemis van
+vaardigheid. Het bleek ten minste dat het haar niet aan geduld en volharding haperde. Bij het doorsnuffelen vond ik een muntbiljet
+in couvert, waarop geschreven stond: In dank terug, haar naam en de datum, een staaltje van haar ferme en kloeke hand, dat
+mij zeer begeerig maakte naar meer; maar ik vond niets. Het was eigenlijk eene damesportefeuille, en niet eens geheel nieuw.
+Het arme eerlijke schepsel had de eerste gelegenheid de beste waargenomen om hare schuld af te doen en mij hare dankbaarheid
+te toonen, en ik was in eene kwade luim geraakt <a id="d0e4743"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4743">287</a>]</span>en had haar gekweld! Hier was al de teerheid en fijnheid van een echt vrouwelijk hart, dat men kan wonden en krenken, en dat
+bloeden zal, maar dat zich toch niet sluit voor wie er eens in is doorgedrongen. En dat was ik, het scheen mij eene zekerheid;
+de pijl die zij in &#8217;t wilde had geschoten over het hechten aan praatjes was mij door merg en been gegaan. Ja! zij had gelijk,
+ik was zwak en laf met mijne aarzelingen, met mijn achterdocht, die de volle uiting mijner gevoelens telkens terugdrong; dat
+temporiseeren ben ik moede; ik zal haar nu in ditzelfde oogenblik opzoeken, en zeggen wat er in mij omgaat; ik heb mijn pretext
+om haar te storen, al stoot ze mij af, ik zal mij niet laten verdrijven v&oacute;&oacute;r zij het noodigste heeft gehoord; dat is in vijf
+minuten gezegd, en wij verrassen den generaal op zijn verjaardag met onze verloving! Reeds was ik opgesprongen en had de kruk
+van de deur al in mijne hand, toen ik een zonderling gerucht aan een der ramen waarnam; de blinden waren niet gesloten, hoewel
+er licht brandde; het kwam mij voor of men aan de ruiten tikte. Ik moest terugkeeren om te zien wat het was, ik hoorde een
+schorre stem &#8220;Francis! Francis!&#8221; roepen, en ik zag eene hand die zich aan het hout vastklemde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis! kom mij te hulp of ik zal die vermolmde roeden breken,&#8221; riep de stem.
+
+</p>
+<p>Ik antwoordde niet en kwam ook niet te hulp; ik wilde zien hoe de binnendringer zich over het bezwaar heenhielp. Dat ging
+vlug genoeg; het oude houtwerk kraakte als riet; een hoofd kwam ras door de opening; de beide handen leunden op het houten
+kozijn; er kraakte nog wat hout en wat glas, en de persoon, die niet tegen inbraak scheen op te zien, was met een forschen
+en vluggen sprong binnen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat wilt ge van de freule Mordaunt?&#8221; vroeg ik, den stouten indringer tegentredende met een wantrouwen, dat nu niet ongerechtigd
+was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een vreemdeling hier!&#8221; riep hij uit, in plaats van <a id="d0e4753"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4753">288</a>]</span>antwoord te geven; &#8220;dat verwondert mij; ik dacht niet dat ze meer aan logeergasten deden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt ik heb nog meer reden om verwonderd te zijn over de wijze waarop gij hier binnenkomt ....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! die is <i lang="en">somewhat irregular</i>, dat erken ik; maar ik ben daarom toch geen dief, geen inbreker; ik kom eenvoudig zoo binnen, omdat ik in huis geene opschudding
+wilde maken en zeker meende te zijn Francis hier te zullen vinden daar ik licht zag, en niet raden kon, dat er iemand vreemd
+was. Maar nu ik er eenmaal ben, moet gij mij toestaan wat te rusten, en te overleggen hoe ik Francis te spreken kan krijgen,&#8221;
+en hij liet zich neervallen op de groote ouderwetsche sofa.
+
+</p>
+<p>&#8220;Br! dat ding is ook al weer wrakker geworden,&#8221; gromde hij, toen het meubel onder zijn zwaarte dreunde, en rondziende, sprak
+hij halfluid: &#8220;h&eacute;, dat staat kaal! de oude familieportretten zijn weg! Zeker door de mot en de rotten opgegeten met huid en
+haar.&#8221;
+
+</p>
+<p>Alles bewees dat de man hier geen vreemdeling was. Zijne manieren waren vrij en <i lang="fr">sans g&ecirc;ne</i>, maar niet eigenlijk gemeen; zijne kleeding ook had niets van een haveloozen vagebond, al was zij eenigszins fantastisch
+en opzichtig, een kort zwart fluweelen jasje met metalen knoopen, een kleurige <i lang="fr">foulard</i> losjes om den hals geknoopt, een pantalon collant van paarlgrijs laken en verlakte rijlaarzen met sporen, zware gemsleeren
+handschoenen, en de <i lang="fr">chapeau croqu&eacute;</i>, die op den grond gevallen was bij zijn woesten sprong, stelden een elegant rijgewaad daar, zooals een vreemdeling of een
+student het zich ten onzent zou veroorloven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt gij hier niet wat voor mij te drinken?&#8221; vroeg hij, nadat hij mij den tijd had gegund hem eens goed op te nemen; &#8220;al
+is het maar een glas water? Ik heb goed drie uur te paard gezeten, om de wandeling naar de Werve niet mee te rekenen, en ik
+ben heesch van het stof.&#8221; Hij sprak zijn Hollandsch met zeker vreemd accent; hij had het voorkomen van een vijftiger, hoewel
+hij mogelijk <a id="d0e4777"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4777">289</a>]</span>jonger kon zijn; zijne levendige, bewegelijke trekken, die nooit in rust waren, de menigte fijne rimpels op zijn verbrand
+voorhoofd, en de matte bleekheid van zijn gelaat getuigden van sterke hartstochten en van: &#8220;campagnejaren,&#8221; zooals Francis
+zou zeggen. Een oogenblik viel het mij in of ik hier met lord William te doen had; maar hij geleek niets op Willem&nbsp;III; integendeel,
+hij had veeleer een physionomie &agrave; la Rabelais, kort ineengedrongen met een wipneus, dikke sensueele lippen met een rosachtigen
+knevel en grijsachtig groene oogen, die schalk en vermetel rondkeken.
+
+</p>
+<p>Hoe ongepast zijn optreden ook zijn mocht, ik vond geen reden om hem een glas water te weigeren; toen ik het hem aanbood kon
+ik mij niet onthouden te zeggen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij schijnt hier met de localiteit bekend te wezen ..&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! nogal, en dat&#8217;s geen wonder: ik heb hier menig guitenstuk uitgevoerd in mijne jeugd; maar gij, mijnheer, wie zijt gij
+eigenlijk; een adjudant van den kolonel of een <i lang="fr">prot&eacute;g&eacute;</i> van Francis, dat gij hier zoo logeert!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, ik zou veeleer recht hebben u te vragen wie gij zijt, dat gij hier zoo binnendringt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar, en ik zou het u met pleizier zeggen, maar het is een geheim dat niet alleen het mijne is, en ik heb mijn reden
+om het niet zoo aan de eerste de beste over te leveren; noem mij master Smithson; dat is mijn pseudoniem voor dit oogenblik.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed; maar wat wilt gij dan eigenlijk, master Smithson?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Allereerst dat gij hier de blinden sluit, want daar komt verschrikkelijk veel tocht binnen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het id&eacute;e is niet slecht; had ik daar eerder voor gezorgd mogelijk zou ik de eer van uw gezelschap gemist hebben....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! dat is nog zoo zeker niet, lieden als ik weten voor alles raad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als dat zoo is zult gij mij verplichten met mij te <a id="d0e4802"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4802">290</a>]</span>zeggen hoe gij het denkt aan te leggen om de freule Mordaunt te spreken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal u verzoeken haar even te waarschuwen dat ik hier ben....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gelooft gij dat die tijding haar genoegen zal doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Pristie!.... dat mag ik niet verzekeren, maar.... zij zal toch komen. Zij heeft wel wat voor mij over.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hier komen, op mijne kamer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bah! zij is geen <i>prude</i>, onze Majoor Frans....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Master Smithson! ik waarschuw u; als gij u ongepast uitlaat over de freule Mordaunt zal ik u dwingen denzelfden weg terug
+te nemen dien gij gekomen zijt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Oh! la! la! mijnheer N. N.; wij zouden dan toch eerst moeten zien wie van ons de sterkste is, en ik ben nogal een goed bokser;
+maar het zal zoover niet komen; ik ben wel de laatste om iets te zeggen of zelfs maar te denken, dat Francis Mordaunt beleedigen
+kan; maar dit zult gij mij toch toestemmen, gij die haar ook schijnt te kennen, dat zij de laatste is om uit zotte preutschheid
+terug te blijven als er kwestie is om iemand te helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat stem ik toe, maar zoo gij hare hulp noodig hebt, kunt gij mij dan niet zeggen wat gij van haar verlangt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou te omslachtig zijn! Enfin! zoo gij mijne boodschap niet verkiest te doen, zal ik Frits den huisknecht moeten opzoeken,
+die er vast nog wel is; maar de oude zal zich niet goed weten te houden en een verwenscht misbaar maken; dat mij terstond
+zou verraden aan.... den kolonel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij meent den generaal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Generaal! zoo, en denkelijk gepensioneerd? Ik ben eenige jaren buitenslands geweest....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu dan! ik zal de freule Mordaunt opzoeken en haar vragen waar zij master Smithson een onderhoud wil toestaan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Goed! maar zeg dan liever niet, master Smithson, want onder dien naam kent zij mij toch niet.&#8221;
+<a id="d0e4833"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4833">291</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Zeg mij dan kort en goed dien uwer namen, waaronder zij u w&egrave;l kent.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vraag haar of zij iemand van hare familie die zich Rudolf noemt een oogenblik wil te woord staan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal dat verzoek overbrengen, mits gij mij belooft er in te berusten als zij het afslaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! gij maakt zooveel omstandigheden; men zou haast zeggen dat gij zoo iets waart als.... haar verloofde of.... haar pretendent,
+als het niet al te onwaarschijnlijk ware.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom zou dat zoo onwaarschijnlijk zijn?&#8221; vroeg ik gespannen, want ik was altijd bezield door zekere onrust dat er in het
+verleden van Francis eenige geheimzinnige hindernis school, die mijn geluk in den weg stond; en het viel mij in, dat deze
+man daar iets van weten kon.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel ik heb altijd gehoord, dat Francis Mordaunt meer roeping had om een bataillon te commandeeren, dan om haar fieren nek
+te krommen onder &#8217;t huwelijksjuk,&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Was het anders niet!&#8221; dacht ik, en hernam:
+
+</p>
+<p>&#8220;Moet zij zich dan onveranderlijk gelijk blijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dat betreft, het: <i lang="fr">souvent femme varie</i> is de regel; zij zou eene exceptie kunnen zijn. Maar <i lang="en">after all</i> is zij eene vrouw.... Dus zijt <i>gij</i> de gelukkige?&#8221; hervatte hij op eens in veranderden toon, en mij aanziende met een spotachtigen glimlach, terwijl zijne ondeugende
+oogen van schalkheid tintelden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou het werkelijk tot een groot geluk rekenen, zoo freule Mordaunt om mijnentwille zulke inconsequentie kon begaan,&#8221; viel
+ik in, op een toon van strakken ernst, die zijn spotlust eenigszins matigde; &#8220;maar.... tot hiertoe ben ik voor haar niets
+dan een neef. Ik ben Leopold van Zonshoven, geparenteerd aan haar grootvader.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, op mijn woord! gij zijt een paladijn, die met ijver over de eer der familie waakt. Zoo zijn wij denkelijk neven, want
+ik.... ben ook geparenteerd aan haar grootvader,&#8221; eindigde hij na eenig aarzeling; &#8220;en nu <a id="d0e4865"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4865">292</a>]</span>gij dit weet, zult gij zeker niet langer twijfelen of Francis zal mij willen te woord staan; misschien kan het geen kwaad
+als gij haar vooruit verzekert, dat ik geen geld noodig heb. Integendeel, ik kom wat brengen.... zie maar!&#8221; en hij haalde
+eene portefeuille te voorschijn, die hij openmaakte om een aantal fijne, groenachtig gekleurde papiertjes te laten zien. &#8220;Vertel
+haar dat, het zal haar zeker eenigszins geruststellen, en u denkelijk ook, die mij nog altijd zoo wat half en half voor een
+<i lang="en">highwayman</i> aanziet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie u aan voor een zonderling, die er pleizier in vindt de lieden te mystificeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als Francis hier komt, zult gij wel hooren wat er van is.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik kon niet langer weifelen; maar toen ik hem verliet nam ik de voorzorg mijne kamer van buiten af te sluiten, uit vrees dat
+hij mij volgen en Francis overvallen zou eer zij gewaarschuwd was. Ik wist, dat haar appartement gelegen was in den tegenovergestelden
+vleugel van &#8217;t kasteel, den eenige die nog in redelijken bewoonbaren staat was, waar ook de generaal en Rolf hunne kamers
+hadden. Ik vermoedde dat ik haar vinden zoude in haar boudoir, waarvan zij mij eens had verteld, doch waar ik mij nog niet
+verstout had den voet te zetten. Ik waagde het er op, tikte en noemde mijn naam. Ik werd verrast door een opgeruimd: &#8220;Kom
+maar binnen, Leo!&#8221; Zij had er mogelijk op gerekend, dat ik haar voor hare attentie zou komen bedanken. Hoe jammer dat ik nu
+tot haar kwam met eene onaangename tijding, die mij de gelegenheid benam om voor mij zelven te spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij dat ik u stoor,&#8221; begon ik, ziende dat zij een cahier ter zijde schoof.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet; ik bladerde maar zoo wat in een oud dagboek, waarin ik sinds lang niets had op te teekenen. Hier op de Werve
+valt zoo zelden iets bijzonders voor.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu toch valt er iets voor, Francis, dat al heel ongewoon is,&#8221; bracht ik uit op een toon die mijne bezorgdheid verried.
+<a id="d0e4882"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4882">293</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wat dan? Gij ziet er ontdaan uit Leo!&#8221; riep zij, naar mij toekomende. &#8220;Er is toch geen ongeluk gebeurd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen; hoewel het bezoek dat er voor u gekomen is u mogelijk niet heel welkom zal zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een bezoek op dit uur? Wie kan er zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Iemand, die zegt familie van u te wezen en die geen anderen naam opgeven wil dan dien van Rudolf.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij werd bleek en fronste het voorhoofd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn hemel! hoe komt die ongeluksvogel nu hier?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik deelde haar mede, op welke zonderlinge wijze die man was binnengedrongen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat&#8217;s er wel een van hem,&#8221; sprak ze, eer wrevelig dan getroffen. &#8220;En gij zegt dat hij mij spreken wil?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar als gij &#8217;t verlangt, zal ik hem den weg uitzenden dien hij gekomen is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen ! dat moet niet zijn; geen geweld, geene opschudding. Wij moeten zien hem weg te krijgen zonder dat de generaal
+er iets van merkt, dat is het voornaamste. Ik ga met u mee, Leo! Gij moet ditmaal maar eens niet naar de vormen zien; ik heb
+u gewaarschuwd dat het hier wat vreemd toegaat. Hoe ziet hij er uit? Armelijk, slordig?&#8221; vroeg zij onder &#8217;t voortgaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is fatsoenlijk gekleed; hij heeft wel iets vreemds en stelt zich wat vrijpostig aan, maar hij heeft gansch niet het voorkomen,
+noch de manieren van een vagebond.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is hij ook niet, maar.... hij is er niet beter om. Integendeel, iemand zonder geboorte en zonder opvoeding zou men kunnen
+vergeven wat in hem onvergeeflijk is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zegt dat gij veel voor hem over hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb ten minste voor hem gedaan &agrave;l wat ik kon, meer dan ik mocht wellicht. En toch, hoe beloont hij het nu weer! Met mij
+opnieuw te komen plagen, wie weet voor welke onaangename zaak!&#8221;
+
+</p>
+<p>Kennelijk was zij eer door verdriet en ergernis getroffen dan door eenige zachtere gemoedsbeweging. Die man was haar niets
+dan een lastpost, zooals men ze aantreft in bijna iedere familie, die het budget van de huiselijke <a id="d0e4913"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4913">294</a>]</span>zorgen verhoogen en de som van &#8217;t huiselijk geluk vreeselijk bekorten. Dit bedenkende, meende ik haar gerust te stellen met
+te zeggen:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moet u verzekeren dat hij geen geld komt vragen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ken dat! Maar zeker is het, dat ik niets meer voor hem doen kan op dat punt. Och, Leo! Ik heb een voorgevoel dat die man
+hier onheil komt aanrichten. Blijf bij mij, ik zal het noodig hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij stonden bij de deur van mijne kamer. Zij greep mijn arm, als had zij behoefte aan steun. Ik drukte hare hand met een zwijgende
+belofte en wij traden binnen.
+
+</p>
+<p>Master Smithson, of mijnheer Rudolf, had geen onbescheiden gebruik gemaakt van mijne afwezendheid, dat was blijkbaar. Hij
+had zich uitgestrekt op de sofa en was zoo ingedommeld. Francis stond voor hem eer hij er op verdacht kon zijn. Hij sprong
+verrast op en scheen willens haar te omhelzen; maar zij trad koel en waardig achteruit en voorkwam die begroeting door hem
+de hand toe te steken. Hij scheen er niet over gekrenkt. Integendeel, hij liet den lossen, overmoedigen toon, dien hij tegen
+mij gevoerd had, varen, toen hij tegen Francis sprak; hij was kennelijk wat verlegen met zijne houding; zijne stem klonk dof
+en hij scheen geen moed te hebben haar aan te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kon mij wel voorstellen, Francis! dat mijne terugkomst u geene blijde verrassing zou zijn, maar toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is tegen de afspraak, dat zult gij mij toestemmen. Gij hadt beloofd, op uw woord beloofd, mijnheer! dat gij in Amerika
+zoudt blijven, of het u daar meeliep al of niet. Ik meende de zekerheid te hebben, dat gij althans de grenzen van uw vaderland
+niet weer zoudt overschrijden, en toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Sta ik hier weer voor u, dat moet u tegenvallen. Ik begrijp het; maar toch, veroordeel mij niet onverhoord. Mogelijk vindt
+gij mij minder schuldig dan gij nu meent.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Onvoorzichtig althans zijt gij in hooge mate. Hier <a id="d0e4931"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4931">295</a>]</span>heen te komen, hier naar de Werve, waar gij zoo licht herkend kunt worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dat betreft, <i lang="en">my dear!</i> laat die zorgen varen; daartegen weet ik mijne maatregelen te nemen. Maar dat ik mijn woord brak, mijn woord aan U, dat is
+eene ondankbaarheid waarvoor ik u in alle ootmoedigheid vergiffenis wil vragen!&#8221; En hij nam de houding aan of hij de knie
+voor haar zou buigen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat ik u bidden mag, speel geen comedie,&#8221; sprak zij koel en met een kennelijken weerzin, nog meer terugwijkend.
+
+</p>
+<p>&#8220;De hemel beware mij! Comediespelen! Om het lieve brood en op de planken, dat is wat anders, daar heb ik er het mijne aan
+gedaan, maar in &#8217;t werkelijke leven, tegenover hen die ik acht en liefheb; tegenover u, Francis, bovenal, mag ik zeggen dat
+ik waar en eerlijk ben, zoo goed als gij zelve, en als gij mij uwe vergiffenis nog niet schenken wilt, zult gij het toch doen
+als ik mijne verantwoording heb afgelegd.... Ik had het vaste voornemen u de jammerlijke personage die ik ben niet meer onder
+de oogen te brengen; maar een mensch wordt gedreven door zijn noodlot, precies in tegenovergestelde richting van die hij zelf
+wil; ik heb niet tegen den stroom kunnen oproeien, ziedaar alles; ik heb allerlei wonderlijke avonturen gehad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, van avonturen houdt gij, dat is bekend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb ze ditmaal niet gezocht, dit verzeker ik u op mijn woord. Dan, eer ik ze u vertel, moet ik weten of ik mij veilig
+kan uitlaten in tegenwoordigheid van een derde. Ik had, om de waarheid te zeggen, op een <i lang="fr">t&ecirc;te-&agrave;-t&ecirc;te</i> gerekend.&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende zag hij naar mij om. Ik had mij teruggetrokken aan de andere zijde van &#8217;t vertrek, bij den schoorsteen, en bleef
+daar staan, tegen de rijke marmeren ornamenten geleund; ik wilde niet heengaan voordat ik de zekerheid had dat Francis niet
+door hem beleedigd zou worden en dat zij zelve verlangde met hem alleen te <a id="d0e4951"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4951">296</a>]</span>zijn; maar zijn woord was nu zoo rechtstreeks aan mij, dat ik, verlegen over mijne indiscretie, de houding aannam van het
+vertrek te willen verlaten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Blijf Leo!&#8221; riep Francis mij toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Francis!&#8221; sprak Rudolf gekrenkt en met tranen in de oogen. &#8220;Gij weet toch wel dat gij tegen mij geen beschermer behoeft.
+Op uw wenk buig ik mij neer met het voorhoofd ter aarde; wat zoudt gij van mij te duchten hebben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen geweld, dat weet ik wel; maar ik wil niet altijd om uwentwil verdacht en gelasterd worden. Ik hecht er aan, Leo, dat
+gij getuige zult zijn bij &#8217;t geen er voorvalt tusschen mijnheer en mij. Ik wil niet dat er schijn van geheimzinnigheid zal
+rusten op hetgeen, wat mij aangaat, het volle licht kan velen; en wat uwe veiligheid betreft, Rudolf, ik sta in voor mijn
+neef, jonker van Zonshoven. Gij kunt hier gerust zeggen wie gij zijt. <i>Hij</i> zal <i>woord</i> houden als hij stilzwijgendheid belooft.&#8221; Ik boog mij tot eenig antwoord en schoof een armstoel voor haar aan, daar mijnheer
+Rudolf de vrijheid had genomen weer op de sofa plaats te nemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">C&#8217;est qu&#8217;il y va de la vie!</i>&#8221; zei hij, even de schouders ophalende. &#8220;Willens of onwillens eene indiscretie, en &#8217;t is met mij gedaan. Maar het zegt ook
+niet zooveel, ik waag mijn hals tegenwoordig toch iederen dag! Nu dan mijnheer!&#8221; ging hij voort, opstaande en zich tegen mij
+buigende met een theatrale houding. &#8220;Ik zou met Ravenswood kunnen zingen, als mijn stem niet zoo versleten was:
+
+
+</p>
+<div class="poem" lang="fr">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Sachez donc qu&#8217;en ce domaine
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>D&#8217;o&ugrave; me chasse encore ta haine
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>En seigneur j&#8217;ai command&eacute;.&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>dat wil zeggen, altijd in absentie van den vrijheer <i lang="fr">en titre</i>; ik was maar de vermoedelijke erfgenaam, een vermoeden, dat, helaas! wel nimmer tot zekerheid zal komen.&#8221;
+<a id="d0e4982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4982">297</a>]</span></p>
+<p>Het begon mij te schemeren, toen Francis, verontwaardigd over zijn lossen, schertsenden toon, in zoo schril contrast met de
+treurige werkelijkheid, inviel met de klare waarheid: &#8220;Mijnheer is.... Rudolf von Zwenken, de zoon van mijn grootvader.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Oom te zeggen valt mijne allerliefste nicht altijd wat zwaar, en dat is mijne schuld. <i lang="fr">Vous voil&agrave; en pays de connaissance</i>, neef van Zonshoven!&#8221; ging Rudolf voort, nu op zijn vroegeren luchthartigen toon; &#8220;maar zij moest mij toestaan hare presentatie
+eenigszins te rectificeeren. Er bestaat geen Rudolf von Zwenken meer; hij is burgerlijk dood.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En zedelijk!&#8221; verzuchtte Fancis halfluid.
+
+</p>
+<p>&#8220;En zoo hij onder dezen naam wilde ressusciteeren,&#8221; hervatte hij, zonder zich aan de soufflet van Francis te storen, &#8220;zou
+hij zoo iets begaan als een zelfmoord; want hij zou het grootste gevaar loopen om gevangen genomen en gefusileerd te worden,
+zonder pardon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dit wetende, en na alles wat er gedaan is om u aan dit gevaar te onttrekken, u nog weer hier te vertoonen, dat is onverantwoordelijk,&#8221;
+viel Francis in.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">My dear!</i> wie of wat zegt &ugrave; dan, dat ik mij hier vertoonen kom? Representaties geven wij hier in de provincie, dat is waar; maar wie
+zich d&aacute;&aacute;r bij den volke vertoont is master Richard Smithson, en wel z&oacute;&oacute; goed gegrimeerd, dat kolonel von Zwenken zelf v&oacute;&oacute;r
+hem zou staan zonder zijn zoon te herkennen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s heel gelukkig, want zulk eene herkenning zou hem den dood aandoen, daar ben ik zeker van,&#8221; sprak Francis met hardheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;O! l&agrave;! <i lang="en">dearest</i> Francis! gij overdrijft. Mijn heer vader is nooit zoo bijzonder teergevoelig geweest als het mij gold; maar dat doet er niet
+toe. Hij zal nooit weten wie master Smithson is, en deze zal hem nooit onder de oogen komen. Maar &#8217;t is een ander geval met
+Rudolf von Zwenken, die hier is om in alle eerbiedigheid een onderhoud met zijn vader te hebben en die daartoe uwe tusschenkomst
+inroept, Francis!&#8221;
+<a id="d0e5008"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5008">298</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Tevergeefs, mijnheer! Gij kunt uw vader niet spreken en zult hem niet weerzien,&#8221; zei Francis met beslistheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe nu! gij zoudt mij daartoe uwe medewerking weigeren? Dat zou geene hardheid zijn, dat zou onmenschelijk wezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als ik menschelijkheid heb te betoonen, is het allereerst aan uw vader, en dezen moet ik beschermen tegen &#8217;t geen gij hem
+nu opnieuw wilt aandoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar lieve, beste kind! versta mij dan toch. Ik wil hem niets aandoen dan zijne hand kussen en hem vergiffenis vragen. Daartoe
+heb ik mij over allerlei bezwaren en vermoeienissen heen gesteld; ik heb drie uren aaneen te paard gezeten, omdat ik de diligence
+niet durfde gebruiken; ik heb twee uur geloopen; ik heb mij tot de schemering in de ru&iuml;ne verscholen; ik ben den bekenden
+tuinmuur overgeklommen met gevaar van armen of beenen te breken; ik berekende hoe ik hier ongemerkt binnen kon sluipen; ik
+zag licht op de logeerkamer en dacht aan niets dan aan mijn vader en aan uwe goedheid; ik vergat hoe groot een zondaar ik
+zijn moet in uwe oogen en, ik waagde mijne <i lang="fr">entree de chambre</i> hier, die niet van de makkelijkste was, dank zij de weinige voorkomendheid van Jonker Leopold; en dat alles zou nu tevergeefs
+zijn doorgeworsteld? Neen, Francis! <i lang="en">my darling!</i> dat gaat niet. Gij zult u beter beraden, gij zult mij dien eenen droppel lafenis op mijn hobbelig pad niet onthouden; gij
+zult mij de gelegenheid schenken mijn vader weer te zien, hem te verrassen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal ik zeker <i>niet</i> doen, en gij weet dat ik een vasten wil heb, als mijn besluit is genomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar gij hebt toch een menschelijk hart, al is &#8217;t geen heel week, vrouwelijk. Dan begrijp ik wel wat uwe bijgedachte is en
+waarom gij weigert. Gij meent dat ik kom als de verloren zoon, platzak thuis, na van den zwijnendraf te walgen, &#8217;t Is juist
+omgekeerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Profaneer niet, Rudolf,&#8221; vermaande Francis streng.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik profaneer niet, ik gaf alleen de tegenstelling. Ik <a id="d0e5034"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5034">299</a>]</span>kom terug, niet uit behoefte, maar omdat het mij beter gaat; ik kom ruim zeshonderd gulden brengen als begin van restitutie.
+Wat dunkt u! als papa deze portefeuille, met die mooie <i lang="en">greenbacks</i> gevuld, morgenochtend bij het ontwaken op zijne kussens vond, zou hij dan zijn verloren zoon, die onder zulke gunstige omstandigheden
+terugkeert, niet met blijdschap de armen openen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Rudolf! zeker niet! hij zou vreeselijk schrikken en al de vroegere jammer en ellende, de vrees voor schande zou opnieuw
+over hem komen; daar is meer verloren gegaan dan geld alleen, dat weet gij wel! De eer is verbeurd, en ziedaar wat uw vader
+u nooit kan vergeven. En spreek niet van teruggave; die kleine som, onbeteekenend in vergelijking van de zware offers die
+er voor u gebracht zijn, kan niet opwegen tegen hetgeen wij voor u gedaan, door u geleden hebben, en waarmede wij meenden
+voor &#8217;t minst rust en vergetelheid gekocht te hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>Rudolf boog het hoofd, zuchtte en bleef zwijgen in diepe verslagenheid.
+
+</p>
+<p>Ik was met hem bewogen; ik had eene merkwaardige verandering opgemerkt in zijn gelaat, toen Francis hem zoo alle hoop ontnam;
+zijn verbleeken, de gespannen trekken, iets vochtigs dat de guitige oogen plotseling verduisterde, wekten mijn medegevoel
+in hooge mate. Hoe kon men zoo hard zijn voor een medemensch die gevallen was, als Francis bleek dit te zijn voor dezen ongelukkigen
+bloedverwant! Van die zijde had ik haar nog niet leeren kennen, al wist ik hoe Majoor Frans in drift kon uitvallen; hare trekken
+zelfs namen dien strakken kouden ernst aan, die haar meer dan ooit op eene Romeinsche matrone deed gelijken, die deugd geene
+deugd acht, als zij niet boven het menschelijke gaat. Juist ditmaal viel zij niet uit in ruwe woorden; zij bleef kalm en waardig,
+maar er was eene uitdrukking van minachting in haar oog, die hem wien het gold verpletteren moest. Als Francis mij ooit zoo
+kon aanzien, zou het <a id="d0e5045"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5045">300</a>]</span>uit wezen tusschen mij en haar. Al griefde het mij, ik kon niet tusschen beide treden. Er moest een reden zijn voor hare onverbiddelijke
+strengheid die ik niet kon doorgronden; tot zoolang moest ik mij onzijdig houden, te eer daar zij mij als met voordacht tot
+haar getuige had begeerd bij dit tooneel.
+
+</p>
+<p>Eindelijk hief Rudolf zich op uit zijne gebogene houding, schonk zich een glas water in, dat hij in &eacute;&eacute;n teug ledigde, trad
+toen naar Francis toe, en de armen over elkaar kruisende, sprak hij haar aan op gansch veranderden toon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Luister eens freule Mordaunt! het komt mij voor dat gij, onder pretext van over ons huis te waken, mijn vader in zonderlinge
+voogdij houdt, en dat gij, zonder nog zijn wil te kennen, u met ongemeene hardheid verzet tegen eene verzoening tusschen hem
+en mij; en het is wel vreemd, dat eene nicht, <i>maar</i> eene nicht, hier de rol speelt van een oudsten broeder, wangunstig op het goed onthaal van den verloren zoon!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och! met uw verloren zoon!&#8221; riep Francis toornig; &#8220;gij zijt de verloren zoon niet, gij geeft alleen toe aan eene opwelling
+van <i>sensiblerie</i>, die voldoening eischt, zooals gij altijd toegegeven hebt aan uwe lusten en hartstochten, ze mochten kosten wat het wilde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees ten minste niet bang, dat de schade ditmaal aan uwe zijde zal zijn!&#8221; viel hij in met zekere bitterheid. &#8220;Gij weet immers
+wel dat ik, verzoend of niet, geen aanspraak zal maken op de nalatenschap van mijn vader, die u <i lang="fr">sans conteste</i> zal toevallen, daar ik noch den wil, noch de gelegenheid heb om mijn recht in dezen te laten gelden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat mankeert er nog maar aan, dat gij mij van baatzucht verdenkt!&#8221; viel Francis in met sprekende verontwaardiging.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik verdenk u niet; integendeel, ik ga gebukt onder het wicht van uwe edelmoedigheid en mijne verplichtingen, ik zeg het alleen
+om u gerust te stellen omtrent de <a id="d0e5068"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5068">301</a>]</span>mogelijke gevolgen van mijne verzoening met uw grootvader. Voor de wereld ben ik Richard Smithson, die te New-York burgerrecht
+heeft verkregen, laat mij nu een oogenblik Rudolf von Zwenken zijn, die zijn vader nog eenmaal wenscht weer te zien om hem
+vaarwel te zeggen voor eeuwig! Waarom zoudt gij u hiertegen verzetten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat uw vaarwel voor eeuwig niets verzekert voor de toekomst; gij komt altijd weer.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar als ik eenmaal niet berusten wil in uwe weigering, als ik mij niet stoor aan uw verzet; als ik uit den eigen mond van
+mijn vader wil hooren, dat hij mij haat en verstoot! Wat belet mij hem op te zoeken? Ik weet nog heel goed den weg hier in
+huis; denkelijk zal ik hem nu in de groote goudleeren kamer vinden. De oude Frits, zoo hij mij tegenkomt, zal schrikken, maar
+mij niet afwijzen; de andere bedienden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zullen u evenmin terughouden; uw vader is zoo arm, dat wij het met dien eenen oppasser moeten doen! Als gij het er dus op
+toeligt om den zwakken ouden man te overvallen, kunt gij uw gang gaan; niemand zal u weerhouden. Maar dit eene moet ik u waarschuwen:
+gij zult Rolf bij hem vinden! Rolf die u van ouds kent en die het consigne van zijn overste zal gehoorzamen, wat het hem ook
+kosten moge. Voorziet gij niet, als ik, het tooneel dat dan volgen zal?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De drommel hale dien Rolf; wat doet die oude roffiaan nu ook hier!&#8221; riep Rudolf verdrietelijk, en hij liet zich als verslagen
+op de sofa neervallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die oude roffiaan doet alles wat hij kan, meer dan hij moest, om het lot te verzachten van uw vader, dien gij ongelukkig
+hebt gemaakt! Is het misschien daarom dat gij hem verwenscht?&#8221; sprak Francis onbarmhartig, hoewel zij zag, dat de ongelukkige
+vernederde man de handen voor de oogen bracht om de tranen te verbergen, die hij niet langer kon terughouden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijne ellende zou niet volkomen zijn zoo uwe minachting haar niet voltooide,&#8221; riep Rudolf onder <a id="d0e5082"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5082">302</a>]</span>snikken, &#8220;en ik die zoo welgemoed en opgewekt herwaarts heen was gekomen!....&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik kon mij niet begrijpen hoe Francis, die zorg had voor een gekwetsten hond, bijtende loog kon storten in de wonde van een
+lijdend mensch, hoe schuldig hij ook zijn mocht. Ik voelde bitterheid tegen haar in mij opwellen, en ik voelde mij geroepen
+den pati&euml;nt te bemoedigen tegen hare bedoeling in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijnheer Rudolf!&#8221; sprak ik, &#8220;sta mij toe de tusschenpersoon te zijn om uwe samenkomst met den generaal voor te bereiden,
+sinds freule Mordaunt daartegen opziet!....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geef u geene moeite, Jonker van Zonshoven!&#8221; hernam Francis stroef en met hoogheid. &#8220;Ik zie er niet tegen op, maar ik weet,
+dat het vruchteloos zal zijn; en daarom is het beter hierin niets te doen. Mijnheer Rudolf zal zich herinneren, dat ik, ik
+zelve, eenmaal onder tranen mijn grootvader te voet ben gevallen om hem te verbidden zijn zoon niet onverzoend in de ballingschap
+te zenden, en dat het tot niets heeft geleid dan tot heftiger smart en toorn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zal ik moeten berusten,&#8221; sprak Rudolf verbleekend en in de houding der diepste moedeloosheid. Blijkbaar ontbrak het den
+forschgebouwden, luchthartigen man aan wilskracht, aan energie tot weerstand.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! gij moet berusten, als gij den grijsaard werkelijk nog eenige liefde toedraagt,&#8221; hervatte Francis. &#8220;Ik wil u niet hard
+vallen om die eerste beweging die u hierheen dreef; ik wil gelooven dat zij uit het hart voortkwam zonder bijoogmerk; maar
+bedenk het w&egrave;l, gij zelf hebt het gerucht van uw dood hier doen verspreiden en waarschijnlijk gemaakt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik was dit verplicht om mijne veiligheid en ter geruststelling van mijn vader, die mij altijd in gevaar waande van opnieuw
+gevangen genomen en ge&euml;xecuteerd te worden!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu dan, dat gevaar is niet verminderd, zelfs niet <a id="d0e5098"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5098">303</a>]</span>na al de jaren van vrijwillige ballingschap; de krijgswet is onverbiddelijk, gij erkent het zelf, evenals het eergevoel van
+uw vader! Het gerucht van uw dood is tot hem gekomen; hij gelooft er aan, hij heeft er zich over getroost.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Al heel gemakkelijk, zooals ik nu inzie.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! het heeft hem smart en strijd gekost, dat kan ik getuigen; maar toch, n&ugrave; is er kalmte gekomen, gevoel van veiligheid
+en onbezorgdheid op dit punt; de wonde is tot een litteeken geworden, dat maar bij enkele oogenblikken nog van pijn trilt.
+Waartoe dit nu weer op te rijten; waartoe, zelfs bij de mogelijkheid (en die stel ik niet) dat hem het weerzien niet smartelijk
+schokken of vertoornen zou, hem die rust, die zwaar bekampte rust, te verstoren? Hij vreest nu geene rampen, hij vreest nu
+geene schande meer voor u; die zekerheid houdt op zoo ras hij weet, dat gij leeft en den overmoed hebt gehad in het vaderland
+terug te keeren. Alle angsten en zorgen, die zijne grijsheid vervroegd hebben, zullen hem dan opnieuw overvallen; hij zal
+rust noch duur hebben eer hij u weer veilig over de grenzen weet, en het zal u nog wel heugen hoeveel moeite en bezwaren dat
+ons herhaaldelijk heeft gekost.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is waar, maar al te waar! Ik ben een ondankbare loshoofd, aan dat alles niet te denken. Ik zal mij dan maar getroosten,
+weer heen te gaan zooals ik gekomen ben,&#8221; verzuchtte Rudolf, en hief zich op met de matheid van iemand die zonder lust of
+kracht een zwaren tocht meent te moeten aanvaarden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar gij zult niet gaan zonder u wat verkwikt en verfrischt te hebben,&#8221; sprak Francis met goedheid, nu zij zeker was van
+hare overwinning. Ik verblijdde mij dat zij er uit zich zelve toe kwam; want het stond bij mij vast, dat ik Rudolf von Zwenken
+niet vermoeid en aemechtig uit zijns vaders huis zou laten heentrekken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal u wat brood en vleesch bezorgen; neef Leopold zal wel toestaan dat gij hier nog wat uitrust.&#8221;
+<a id="d0e5110"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5110">304</a>]</span></p>
+<p>&#8220;En als het zijn kan een glas wijn; want sinds mijn luncheon te twee uren, en nog wel in een boerenherberg, heb ik niets gebruikt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal voor u zorgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En als Frits komt klaarzetten, zal ik mij achter het ledikant verschuilen,&#8221; zei Rudolf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is niet noodig; het is veel eenvoudiger dat ik u zelf kom bedienen,&#8221; antwoordde Francis, terwijl zij het vertrek verliet.
+
+</p>
+<p>&#8220;Br! geen katje om zonder handschoenen aan te tasten, onze majoor!&#8221; riep Rudolf uit, zoodra hij hare voetstappen niet meer
+hoorde. &#8220;&#8217;t Is me waarachtig, of ik in &#8217;t schimmenrijk ben aangeland en voor de vierschaar van Minos sta, als zij mij met
+haar koelen, doorborenden blik aankijkt. Maar toch een goed en trouw hart; op mijn woord van eer, een hart uit duizenden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik had van dat goede hart wel wat minder strafheid gewenscht jegens een bloedverwant die in &#8217;t ongeluk is,&#8221; liet ik mij ontvallen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen; zij kent mij eigenlijk niet dan uit de mededeelingen van mijn vader, bijgevolg van de ongunstigste zijde;
+den enkelen keer waarin het toeval, laat ik liever zeggen mijn ongeluk en mijne schuld, haar met mij in aanraking bracht,
+was het altijd onder omstandigheden die volstrekt niet geschikt waren om haar gunstig voor mij te stemmen. Het kostte haar
+moeite, zorg en geld. Ja! ik vrees zelfs dat ik hare reputatie schade heb gedaan zonder het te willen. Destijds was zij nog
+diep begaan met mijne rampspoeden en overwoog zij, in hare zucht om mij te hulp te komen, evenmin het <i lang="fr">qu&#8217;en dira-t-on</i> als ik, die onbedacht genoeg was om dat niet te berekenen. Zeker, ik had niet te Z. moeten komen, zonder te weten hoe ik
+ontvangen zou worden; maar toen ik er eens was, bleek het dat ik mij verschuilen moest in een armzalig herbergje om niet zelfs
+onder mijne vermomming herkend te worden. In mijns vaders huis durfde ik niet weer binnendringen, nadat deze zelf <a id="d0e5128"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5128">305</a>]</span>mij door zijn adjudant als een onbekenden landlooper aan de deur had laten afwijzen. Toch wilde ik Francis nog zien en spreken,
+en ik had haar een belangrijken dienst te vragen. Zoo gaf zij mij <i lang="fr">rendez-vous</i> op zekere afgelegene wandelplaats, waar in den regel geen sterveling den voet zet dan op zon- en feestdagen; maar zooals
+het altijd gaat, ditmaal werden wij er betrapt en bespied, door den een of anderen leeglooper die er zijn <i>fort</i> van maakte nieuwtjes te verzamelen; en schoon ons onderhoud dood onschuldig was, ja, tot strengheid toe ernstig van hare
+zijde, was het toch een canavas waarop de ploerten en ploertinnen van &#8217;t kleine stadje allerlei moois en leelijks borduurden
+tot hare schade! De klare zuivere waarheid had haar geen nadeel kunnen berokkenen en zou slechts hare hulpvaardigheid in &#8217;t
+ware licht hebben gesteld, daar zij tot hare diamanten toe had opgeofferd om mij armen zwerver voort te helpen buiten haar
+grootvader om; maar de fabeltjes die men daarop bouwde en elkaar in de ooren fluisterde, moesten haar declineeren in de publieke
+opinie. Ik heb dat later van anderen gehoord, toen ik buiten staat was er iets tegen te doen, al had ik mij zelven willen
+prijs geven om haar te verdedigen. Het is waar, men verzekerde mij tegelijk dat Francis zich er volstrekt niet aan stoorde
+en veel te fier was om zich daar niet over heen te zetten; maar toch, als er zoo iets in de lucht hangt tegen eene vrouw,
+dan wordt het haar voelbaar gemaakt of zij &#8217;t erkennen wil of niet, en deze vergeeft het nooit aan hem die er de oorzaak van
+is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou wel kunnen zijn, en nu begrijp ik de uitdrukking van bitterheid, waarmee zij mij eens in de rede viel toen ik haar
+van hare parure sprak! Het is zeer verklaarbaar; en toch, ik zou haar nog hooger achten om hare edelmoedigheid, zoo zij u
+daarover geene <i>rancune</i> hield.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>Pou&acirc;h!</i> dan zou zij volmaakt zijn; en de volmaakte vrouw die is, <i lang="fr">passez-moi la comparaison</i>, evenmin te <a id="d0e5149"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5149">306</a>]</span>vinden als een paard dat alle goede kwaliteiten in zich vereenigt, zonder een enkel gebrek! Daarom mag <i lang="en">my dear</i> Francis met mij leven zooals zij goedvindt; al wil zij mij schoppen en bijten als eene weerbarstige merrie, ik zal het hoofd
+er onder buigen; ik ben weerloos tegen haar en....&#8221;
+
+</p>
+<p>Hij zweeg. Francis kwam terug, hare provisie in een mand aan den arm dragende.
+
+</p>
+<p>Zij dekte voor ons op de groote marmeren tafel; zij had rijkelijk voor brood en vleesch gezorgd, en zette een flesch wijn
+met twee glazen neer, terwijl zij mij zeide:
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo! doe mij het genoegen en soupeer met mijnheer Rudolf; ik zal een pretext zoeken voor uwe absentie daar beneden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zou mij waarlijk moeielijk vallen den generaal nu te zien en te spreken zonder iets te laten merken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou heel verkeerd zijn; als gij deernis hebt met den grijsaard, moet gij mij helpen om de onweerswolk van zijn hoofd
+te laten afdrijven zonder dat hij er iets van heeft bemerkt.&#8221;
+
+</p>
+<p>De &#8220;onweerswolk&#8221; had zich intusschen te goed gedaan aan het brood en vleesch, dat hij met verbazende gretigheid en gulzigheid
+verslond, dronk een paar glazen wijn achtereen uit en scheen nu genoeg bij kracht, om nog eens een aanval op de schikkelijkheid
+van Francis te wagen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis! <i lang="en">my darling</i>, zou ik den nacht hier niet mogen doorbrengen?&#8212;in alle geheimzinnigheid dat spreekt vanzelf,&#8221; voegde hij er bij, ziende dat
+zij het voorhoofd fronste.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zou het wel willen voor u Rudolf! maar ik zou niet weten waar.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och kom! er zijn zooveel logeerkamers in mijns vaders huis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kamers genoeg; maar in den vleugel waar de generaal en Rolf logeeren kan ik u niet huisvesten, dat spreekt vanzelf; en hier
+in dezen is geen ander vertrek <a id="d0e5177"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5177">307</a>]</span>meer gemeubeld dan de logeerkamer van Jonker Leopold alleen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik vraag niet naar meubels; ik zou in den stal op het stroo kunnen slapen, als het niet gevaarlijk was tegenover den
+koetsier.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is hier geen koetsier meer,&#8221; zei Francis eenigszins verbleekend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe nu, hebt ge over u kunnen verkrijgen om Harry Blount te ontslaan?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Harry Blount is dood!&#8221; antwoordde Francis zonder op te zien, met eene doffe stem.
+
+</p>
+<p>&#8220;Harry Blount dood! hoe heeft die flinke jongen die malligheid kunnen begaan! Hij zou even dertig zijn, zoo ik me niet bedrieg.
+Ik heb hem zelf nog leeren rijden toen hij mij als <i lang="en">groom</i> werd toegevoegd op zijn dertiende jaar; zijn vader was een juweel van een piqueur; dien dank ik het nog dat ik nu mijn brood
+kan verdienen! Wel! wel! zoo is de stal hier opgeruimd. Maar Francis! mijn engel, gij ziet er zoo ontdaan uit, daar moet meer
+aan vast zijn; hebt ge uw mooie rijpaardje ook al van de hand moeten doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! neen! dat niet. Tancred wordt verzorgd bij de Pauwelsen; maar &#8217;t herdenken aan Harry Blount is mij zoo schrikkelijk;
+ik&#8212;ik ben de oorzaak van zijn dood!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kom, gekheid, daar geloof ik niets van; weer vrouwelijke overdrijving! Ge moogt hem zoo eens eventjes, in een oogenblik van
+vivaciteit....&#8221; hij maakte eene geste of hij een karwats in de hand hield, &#8220;maar dat heeft hij van mij ook gehad, dat zou
+hem den dood niet doen, en gij zult hem toch niet vermoord hebben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! God weet wat ik er voor had willen doen en dragen om den armen trouwen man in het leven te behouden; maar toch ligt
+de schuld aan mij. Het was op een rijtoer; wij hadden de mooie blauwgrijze schimmels moeten wegdoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">Surely I am to be dammed!</i>&#8221; riep Rudolf; &#8220;dat prachtige span, mijn arme vader!&#8221;
+<a id="d0e5203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5203">308</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ja Rudolf, het was er toe gekomen; maar dat was nu juist uwe schuld niet; hij had, ik weet niet meer welk verlies geleden;
+wij hadden nu een nieuweling dien wij met het eene paard, dat wij nog behouden hadden, te zamen in het tuig zouden wennen,
+en Harry meende het alleen te doen; maar gij weet, ik val wat koppig als ik mij eens iets in &#8217;t hoofd heb gezet; ik begreep
+dat ik er bij moest zijn; ik wilde de teugels voeren, schoon Harry het ernstig afraadde! Afraden was twijfel aan mijne behendigheid,
+aan mijne vaste hand; ik kon dat niet dragen&#8212;een zware afrijwagen,&#8212;ik naast Harry op den bok, ik nam de leidsels; het ging
+den rechten breeden straatweg op, die van Z. naar het dorp voert, en al ging het met inspanning, met overspanning zelfs! Rudolf!
+het ging goed! ik kreeg ze toch tot gedweeheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Bravo! dat dacht ik wel!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, juicht niet om dien jammerlijken triomf, die nu mijn leven vergalt; toen juichte ik ook, en in mijn overmoed lachte
+ik Harry uit, die het hoofd schudde en voorzichtigheid preekte. Ja, Leo! gij moogt, gij moet het wel hooren welk een schepsel
+ik ben, als mijn zelfgevoel, mijn trots wordt geprikkeld. Ik vond het noodig de paarden eens ferm te laten loopen, om de zegepraal
+op hun onwil te verzekeren; Harry was het met mij eens, maar wilde dat ik nu verder het bestier aan hem zoude overlaten; hij
+zag mij hijgen van vermoeienis en wees naar de lucht, waar men een onweer zag opkomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij moeten terugkeeren, Freule! of er gebeurt een ongeluk,&#8221; sprak hij, &#8220;tenzij ge mij de leidsels overgeeft, want hier is
+een mannenhand noodig.&#8221; En reeds omklemde hij de mijne, om zich daarvan meester te maken.
+
+</p>
+<p>Ik kon die aanmatiging niet dulden; de wereldorde scheen mij omgekeerd, dat hij mij wilde dwingen, een koetsier, een wezen
+dat ik als kind reeds als mijn lijfeigene had beschouwd.
+
+</p>
+<p>Ik wees hem terug, met drift, met gekrenktheid, en <a id="d0e5216"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5216">309</a>]</span>wilde &#8217;t niet opgeven. Op hetzelfde oogenblik, als had de hemel mij willen waarschuwen, of mijn overmoed straffen, schoot
+er een felle bliksemstraal neer; de donder rolde, de paarden schrikten, werden schichtig, steigerden. Blount sprong van den
+bok, denkelijk met het kloeke besluit om zich voor de paarden te werpen en ze te doen stilstaan, of met geweld om te wenden,
+hetzij uit zucht tot zelfbehoud en om te ontkomen aan het gevaar dat hij voorzag. Van schrik verlamd over zijn radeloos beginnen,
+liet ik de leidsels schieten.... en.... de verwilderde dieren gingen door! gingen door over het lichaam van Blount, die zijn
+sprong had gemist. In ontzetting, in wilde wanhoop waagde ik zelve den sprong, die mij het leven had kunnen kosten, doch die
+door de stoutheid zelve mij redde; de dreuning van den schok had mij alleen duizelig gemaakt. Toen ik weer tot mij zelve kwam
+was het om te zien wat er gebeurd was, wat mij levenslang als eene bloedschuld zal drukken. Harry Blount lag verpletterd ter
+aarde en heeft geen uur meer geleefd!<span id="d0e5218" class="corr" title="Bron: &#8221;"></span>
+
+</p>
+<p>Bleek als ware zij zelve een lijk, zonk Francis op de sofa en eindigde onder snikken:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziedaar, Rudolf, waarom ik nooit weer van dien ongelukkige kan hooren zonder dat dit afgrijselijk tooneel mij weer levendig
+voor de oogen staat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is almachtig jammer, Francis!&#8221; sprak Rudolf, ook bewogen, &#8220;en ik zou voor u wenschen dat ik in plaats van Blount dat
+ongeluk had gehad; dat was een lastpost minder voor u geweest, en die ferme jongen had nog pleizier kunnen hebben van zijn
+leven. Maar nu het anders is uitgevallen, moet gij het u maar niet te veel aantrekken; er gebeuren zoo dikwijls zulke ongelukken,
+zonder dat men daarom zich beschuldigt; gij hadt er immers ook mee om koud kunnen zijn, kindlief! Ik heb er zelf ook al wat
+van beleefd, dat kan ik zeggen; ik heb er menigeen van &#8217;t paard zien vallen die niet weer opstond. Doch wat zal men daar tegen
+doen; <a id="d0e5226"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5226">310</a>]</span>wachten tot je beurt komt en er maar niet te veel aan denken, dat is het beste.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zoo luchtig kan ik het niet opnemen,&#8221; viel Francis in met gesmoorde stem. &#8220;Ik kan er mij wel somtijds over heen zetten,
+en mij zelve wijsmaken dat hetgeen gebeurd is zoomin door mij bedoeld was als ik het heb kunnen voorkomen, maar toch.... het
+zelfverwijt komt altijd weer boven. &#8217;t Is de knagende worm, dien men wel verdooven, maar niet dooden kan. Ik ben zeker dat
+neef Leopold niet van uw gevoelen is,&#8221; hervatte zij meer levendig, en mij aanziende als om mijn antwoord uit te lokken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Francis! luchtig opnemen zou ik het zeker niet, maar evenmin vertwijfelen om de rust der consci&euml;ntie terug te vinden
+als zulke wroeging mij pijnigde.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij zag mij aan met diep zwaarmoedigen blik en haalde moedeloos de schouders op.
+
+</p>
+<p>Ik kon haar zoo niet zien, zonder haar iets te zeggen van &#8217;t geen mij sinds lang op het hart lag. Ik ging naar haar toe, legde
+met een onwillekeurige beweging mijne hand op haar schouder en fluisterde haar toe:
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis! gij hebt geen vrede met de menschen, gij hebt geen vrede met u zelve,&#8212;waarom zoekt gij geen vrede met God?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie zegt u dat ik die <i>niet</i> zoek, Leo? Maar&#8221;&#8212;zij zuchtte&#8212;&#8220;die laat zich niet vinden, zelfs niet in zwaren strijd en boete.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Omdat gij niet op de rechte wijze zoekt, geloof mij daarin. Ik weet er ook iets van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij, Leo?&#8221; sprak zij met een ongeloovig hoofdschudden; &#8220;zoo gij in mijn geval waart, gij zoudt er onder gedrukt blijven als
+ik!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! ik zou mij oprichten, want ik zou met een ootmoedig hart het &#8216;onze Vader&#8217; bidden, en in praktijk brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe meent gij dat?&#8221; Zij zette groote verwonderde oogen op.
+<a id="d0e5251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5251">311</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik zou geene vrijheid vinden het: &#8216;Vergeef ons onze schulden&#8217; uit te spreken. Ik zou niet durven rekenen op de verhooring
+zoo ik er niet zelf in volle oprechtheid kon bijvoegen: &#8216;gelijk wij vergeven onze schuldenaren.&#8217; Dit, Francis! ontbreekt u;
+vergun mij het u te zeggen; gij zijt hard voor dien man d&aacute;&aacute;r, die onze medebroeder is in de schuld; vergeef hem van harte
+wat hij tegen u misdeed, en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dit is hem sinds lang vergeven, Leo! geloof mij daarin,&#8221; zeide zij halfluid; &#8220;hetgeen ik tegen hem heb, is niet wat
+hij mij heeft toegebracht, maar allereerst dat, dat men niet op hem aan kan; hij geeft driemaal in een uur zijn &#8216;eerewoord&#8217;
+en toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof waarachtig, dat neef Leopold een sermoen tegen u houdt, arm kind!&#8221; sprak nu Rudolf, die intusschen aan de tafel
+was gaan zitten en in alle genoeglijkheid zijn souper had afgemaakt; &#8220;dat moest hij niet doen, hij moest u niet moeilijk vallen,
+althans niet om mijnentwil, en te eer omdat het ons afbrengt van het punt in kwestie, dat voor mij hoofdzaak is, namelijk
+of gij mij hier onder dak wilt houden, dan wel of ik mijn fortuin moet zoeken in de ru&iuml;ne; een kil nachtverblijf, als men
+geen mantel bij zich heeft, en dat nog killer wordt als men denkt aan het vaderlijke kasteel, dat zoo dicht bij en zoo ruim
+is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zou hard zijn, ik erken het, u hier huisvesting te weigeren; en toch ik weet er geen raad op,&#8221; zei Francis; &#8220;deze vleugel,
+de eenige waar ik u veilig toelaten kan, is zoo schrikkelijk verarmd en verwaarloosd; er zijn kamers genoeg, maar niet &eacute;&eacute;n
+meer gemeubeld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, wat geef ik daarom! Is er nergens een matras te vinden die ik op de planken kan neerleggen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die is er juist niet; <span id="d0e5264" class="corr" title="Bron: sind">sinds</span> jaren is er alles leeg en overgelaten aan ratten en muizen, om van de spinnen niet te spreken. In dit oogenblik is daar waarlijk
+niets aan te veranderen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Rudolf zuchtte en hernam:
+<a id="d0e5269"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5269">312</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik geef anders niet om een weinigje stof, en voor ratten en muizen ben ik niet bang; ik heb in mijne omzwervingen soms in
+een tent geslapen en mij met de decoraties toegedekt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kamers waar in geen jaren iemand een voet heeft gezet.... neen, het gaat niet, het is al te akelig; er is geene mogelijkheid
+daar nu iets aan te doen zonder dat het in huis opschudding geeft,&#8221; sprak Francis nu zelve met leedwezen; &#8220;toch weet ik er
+wel iets op, maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waarom kan mijnheer Rudolf niet in deze kamer logeeren?&#8221; viel ik in, hare aarzeling ziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou u mogelijk geneeren, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik wil wel <i>g&ecirc;ne</i> lijden voor den zoon van den huize, wiens recht mij te sterker aanspreekt, naarmate hij een uitgestootene is; ik zal mijnheer
+Rudolf mijn ledikant afstaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! neen!&#8221; riep deze met levendigheid, &#8220;&#8217;t zou al heel mooi zijn, zoo gij mij toestond den nacht op deze sofa door te brengen,
+als Francis dat goedvindt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is afgesproken,&#8221; zei Francis; &#8220;maar Rudolf, dan belooft gij mij vast in den vroegen morgen stil weg te trekken.... het
+is de verjaardag van grootvader en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist daarom was ik gekomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt gij daar nog aan gedacht!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeker! en daarom meende ik.... is het dan volstrekt onmogelijk, Francis?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is de ergste dag dien gij uitkiezen kondt; er komen allerlei menschen van het dorp; Willibald komt ook!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! &#8217;t is of alles hier tegen mij samenzweert. Nu; in &#8217;s Hemels naam, ik zal heengaan; mijne hand daarop, Francis.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal u n&oacute;g eens op het woord vertrouwen, Rudolf!&#8221; sprak zij, hem de hand reikende. &#8220;En nu vaarwel, het wordt tijd dat ik
+ga; ik heb de oude heeren al veel te lang alleen gelaten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ga! maar neem toch de portefeuille aan als restitutie <a id="d0e5301"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5301">313</a>]</span>voor u zelve; als een zwakke poging om iets te vergoeden voor alles wat ik u schuldig ben; het spijt mij alleen dat het niet
+meer is. Ik kom wel uit Amerika, maar een echte <i lang="fr">oncle d&#8217;Am&eacute;rique</i>, die met millioenen dollars speelt, ben ik helaas niet, en ik zal het wel nooit worden; maar toch, neem wat ik geven kan;
+mij dunkt, die mooie <i lang="en">greenbacks</i> moeten u aanlachen.&#8221; Hij deed de portefeuille open en toonde haar het fijne bankpapier.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn ze echt, Rudolf?&#8221; vroeg zij, hem diep en scherp in de oogen ziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Francis! bij God! wat beteekent die achterdocht; waar ziet gij mij voor aan!&#8221; riep hij, terwijl een donkere gloed zijn
+voorhoofd overtoog. &#8220;Het is waar, ik heb dwaasheden begaan, fouten, misslagen, die mij voor misdrijven worden aangerekend.
+Ik ben een onverbeterlijk loshoofd die niet rusten kan in de ruste; ik heb zwaar en herhaaldelijk tegen de discipline gezondigd,
+een onvergefelijk vergrijp in de oogen van mijn vader, dat is zoo; ik heb veel geld verkwist, veel te veel, helaas! want ik
+heb geteerd op het ouderlijk erfdeel dat nog niet het mijne was, ik heb mijn vader meer gekost dan het blijkt dat hij geven
+k&oacute;n; ik ontken mijne schuld niet, ik weet dat ik veel gedaan heb wat strafbaar is in de oogen der menschen, en als ik hard
+word bejegend, zeg ik tegen mij zelf: &#8216;Rudolf, mor nu maar niet, je hebt het verdiend;<span id="d0e5313" class="corr" title="Bron: ">&#8217;</span> maar dat alles belet niet, dat ik mij nog herinner, dat ik van afkomst een patrici&euml;r ben, de zoon van een eervol hoofdofficier,
+en dat ik ook nog mijn vonkje eergevoel heb, al meent gij dat het heelemaal is uitgedoofd; en daarom zeg ik u: met bedriegelijke
+handelingen van zulken aard als gij daar onderstelt, Francis, heb ik mij nooit ingelaten; ik zou nog eerder in een verlegen
+oogenblik een dief of een moordenaar kunnen worden, dan opzettelijk bedrog plegen, en ik heb nooit iets gedaan dat iemand
+het recht kan geven mij als falsaris aan te zien, en gij, Francis! gij die wel mijne schuld maar ook mijne rampspoeden kent,
+gij die, <a id="d0e5316"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5316">314</a>]</span>begaan met mijn ongeluk, zoo dikmaals voor mij gesproken hebt, hoe komt zulke schrikkelijke verdenking tegen mij bij u op?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wenschte dat het niets dan eene verdenking ware, Rudolf,&#8221; hernam Francis, die strak en onbewogen had geluisterd; &#8220;maar
+helaas! wij hebben de bewijzen en..&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De bewijzen dat ik een falsaris ben?&#8221; vroeg hij levendig en kennelijk in de smartelijkste verbazing.
+
+</p>
+<p>&#8220;Valsche wissels door u uitgegeven; de namaak van uws vaders hand.... ja! die zijn in ons bezit; &#8217;t is mogelijk dat ik er
+geen verstand van heb, maar ik meende dat zoo iets met het bedrijf van een falsaris gelijk staat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat doet het ook! Maar gij zult toch niet staande houden, dat <i>ik</i> daaraan schuldig ben?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals ik zeg, de bewijzen van uwe schuld zijn in mijne hand, en zij kosten mij duur genoeg om gelijk te hebben tegen u.
+Ik wil het vergeven, Rudolf! met al het andere, want Leo heeft mij niet tevergeefs herinnerd, dat wij geene schuldvergiffenis
+hebben te hopen, waar wij zelven zonder verschooning zijn; maar.... de waarheid is waarheid, en de feiten zijn het die tegen
+u getuigen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan niet zijn, Francis! hier moet een misverstand plaats hebben, een schrikkelijk misverstand, dat ik u om Godswil bidde
+mij op te helderen; want als mijn vader en gij dat van mij gelooven, dan verwondert het mij niet meer dat hij mij liever dood
+waant dan te wenschen mij levend voor zich te zien, en evenmin dat gij, gij die vroeger zooveel deernis met mij hadt, nu met
+zoo diepe verachting op mij neerziet!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar er valt niet anders te verklaren dan dat de wissels aan kolonel von Zwenken gepresenteerd zijn en dat wij ze gehonoreerd
+hebben, omdat er bij protest, bij verklaring van valschheid, een ergerlijk proces uit gevolgd zou zijn, dat u niet had kunnen
+treffen, omdat gij toen reeds lang aan de andre zijde van den Oceaan waart, maar dat uw vader gedwongen zou hebben reeds <a id="d0e5335"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5335">315</a>]</span>toen zijn ontslag te nemen uit den dienst, daar zijn naam, zijn eer er bij in &#8217;t spel was!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Francis, gebruik toch uw verstand! Al wilt gij het ergste van mij gelooven, overweeg of dit misdrijf door mij gepleegd
+k&agrave;n zijn. Ik ben een zwak mensch, een jammerlijke <i lang="fr">panier perc&eacute;</i>, ik erken het, maar ik ben toch geen monster; en een monster zou ik moeten zijn om zoo iets tegen mijn vader te doen. En
+dat zou ik juist gedaan hebben in den onrustigen tijd van mijn kortstondig en gejaagd verblijf te Z&#8212;? Juist in dien tijd,
+dat gij bezig waart het uiterste voor mij te doen om mij op fatsoenlijke wijze voor een nieuwe onderneming naar Amerika uit
+te rusten. Juist in dien tijd toen ik tot op het laatste toe hoopte, verzoend van mijn vader te scheiden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist daarom acht ik uwe handelwijze nog te meer misdadig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zij houdt het nog vol! Maar het is om razend te worden! Wat zegt gij er van, Jonker Leopold?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het feit moet bestaan, anders zou freule Mordaunt er niet zoo vast aan gelooven....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn Hemel, Leo! daar heb ik wel mijne redenen voor; toen die akelige papieren ons aangrimden, was ik maar pas meerderjarig
+geworden, en daar grootvader mij bekende dat hij niets had te missen om ze te voldoen heb ik er het grootste deel van mijn
+toch al niet schitterend vermogen voor opgeofferd! Mij dunkt, <i lang="fr">j&#8217;ai pay&eacute; pour savoir!</i> Ongelukkig heeft grootpapa de voldane wissels in zijne bewaring gehouden; ik kan ze dus Rudolf niet laten zien om hem te
+overtuigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar als ik ze zag, zou ik <i>u</i> kunnen overtuigen. Ik ben voorwaar zoo&#8217;n vaardig scribent niet om eens anders hand te kunnen nadoen; en dan nog de hand van
+vader, zulk fijn, keurig, geregeld schrift! Al kon ik er millionnair mee worden, ik zou er geen kans toe zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof u,&#8221; sprak ik, hem de hand drukkend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat doet mij goed;&#8221; en tranen sprongen den ongelukkige <a id="d0e5362"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5362">316</a>]</span>uit de oogen. &#8220;Maar dat zij mij niet gelooft, zij, dat smart mij. Als er een schelmstuk gepleegd is, waarom moet ik het dan
+juist gedaan hebben? Kan de kolonel, die zijn verloftijd gewoonlijk aan de badplaatsen placht door te brengen, niet in aanraking
+zijn gekomen met zulk slag van lieden, die wel degelijk tot zoo iets in staat zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Grootvader heeft in de laatste vier jaar zijn huis niet verlaten. Alleen toen wij ons naar de Werve retireerden heeft hij
+het winterseizoen doorgebracht bij vrienden te Arnhem.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dus.... geneest men van zekere passie?&#8221; vroeg Rudolf, even de schouders ophalende met eene mengeling van snaaksheid en ironie.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Faute d&#8217;occasion</i>; wij hebben hier niets meer dan Rolf om zijn partijtje te maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, kan die Rolf hem die poets niet hebben gespeeld?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rolf! het trouwste en eerlijkste schepsel dat er is! Rolf, die zijne oogen zou uitgraven om zijn generaal een verdriet te
+besparen: Rolf, die op zijn best goed genoeg schrijven kan om een rapport op te maken! Rolf? Neen, Rudolf! zoek den schuldige
+elders. Rolf is tot zoo iets niet in staat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, <i>ik</i> ben er ook niet toe in staat,&#8221; sprak hij nu met drift, terwijl hij zoo heftig op den grond stampte, dat zijn sporen kletterden.
+Daarop de portefeuille aan Francis toereikende, zei hij:
+
+</p>
+<p>&#8220;De <i lang="en">greenbacks</i> zijn echt; gij kunt er bij den eersten bankier den besten Hollandsche rijksdaalders voor krijgen. Neem ze, ten bewijze dat
+gij mij gelooft....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil het gelooven, Rudolf! Maar mij dunkt, dan kunt gij ze zelf ook wel gebruiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, wat dat betreft! Maar gij kunt ze gerust aannemen; er kleeft niets aan dan mijn eigen zweet en bloed. Ze zijn zuur verdiend,
+maar eerlijk; althans als mijn beroep in uwe ooren geen al te harden klank heeft.&#8221;
+<a id="d0e5391"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5391">317</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik weet niet welk beroep gij uitoefent; gij ziet er uit als een piqueur.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben kunstrijder! Ik ben <i lang="fr">premier sujet de voltige</i> bij het Great Equestrian circus van master Stonehorse uit Baltimore, met tweehonderd dollars appointement &#8217;s maands.... Gij
+zwijgt, Francis! Gij vindt dat zeker wel wat heel erg, niet waar? Kunstenmaker?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! Mij dunkt, gij hebt al erger bij de hand gehad; dat is ten minste een mannelijk beroep, waarbij moed en behendigheid
+te pas komen, en ik kan mij begrijpen dat een man in uw geval het aangrijpt. Daarbij,&#8221; voegde zij er bij met een melancholiek
+glimlachje, &#8220;gij zijt net als ik: gij hebt altijd van paarden gehouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel wat te veel, want die liefhebberij heeft mij duizenden gekost. Maar dat is <i lang="fr">l&#8217;histoire ancienne!</i> voor &#8217;t oogenblik ben ik te paard geholpen en op den weg der fortuin. Dus, <i lang="en">my dear</i>, kunt gij gerust deze kleinigheid van mij aannemen op afrekening.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Rudolf! dat doe ik zeker niet. Ik ken u veel te goed om niet te weten dat gij vandaag weggeeft wat gij overmorgen noodig
+kunt hebben. U met geld helpen kan ik niet meer; maar wat ik gegeven heb neem ik niet terug. Ons helpt dat toch niet, en uw
+beroep heeft zijne hachelijke zijde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Aan wien zegt gij het! Van &#8217;t paard vallen en den nek breken is nog het ergste niet; maar zooals &#8217;t gisteren nog gebeurde
+dat er een een schop van een paard kreeg, een kreng van een hengst, die hem op de borst raakte, zoodat hij een bloedspuwing
+kreeg daar hij voor zijn leven de rente van zal genieten. En de arme drommel heeft vrouw en kind.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel!&#8221; zei Francis, &#8220;mij dunkt dan hebt gij al eene goede plaatsing voor dat geld.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm ja! &#8217;t id&eacute;e is zoo kwaad niet; met master Brown deelen; <i lang="en">poor soul!</i> En dat nogal een clown, zoo tragisch eindigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;N&uacute; zijn we het eens,&#8221; zei Francis, tevreden dat zij <a id="d0e5422"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5422">318</a>]</span>hem van zijn inval had afgebracht. &#8220;Rust goed uit en laat mij nu gaan; morgen in de vroegte zien wij elkander nog.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe zoo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, om u uit te laten, &#8217;t Is onnoodig dat ge weer langs het balkon naar beneden en over den tuinmuur klimt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ah bah! dat komt er niet op aan: <i lang="fr">Premier sujet de voltige, parbleu!</i> Maar als gij mij absoluut uitlaten wilt, om zeker te zijn van mijne verwijdering, dan is het wat anders....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb gezegd, dat ik u nog &eacute;&eacute;ns vertrouwen zou; ik neem mijn woord niet terug. Goedennacht! Leo, vergeet uw souper niet
+geheel!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Weg was zij; maar ik voelde geene behoefte haar raad op te volgen, en na het goede voorbeeld dat Rudolf op dit punt gegeven
+had, bleef er voor mij eigenlijk ook niet veel meer te doen. Toch noodigde hij mij een glas wijn met hem te drinken, en het
+zijne aanstootende sprak hij: &#8220;Ik weet niet recht of ik u feliciteeren mag, jonker, maar ik geloof waarachtig, dat onze allerliefste
+majoor haar kolonel heeft gevonden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik haalde de schouders op: ik had geen lust om met iemand van zijn slag over Francis te spreken.
+
+</p>
+<p>&#8220;Meent gij misschien, dat ik geen oogen heb om dat te zien? Ik ken de vrouwen, dat verzeker ik u. Ze hebben mij genoeg gekost
+om met waarheid te zeggen: ik ken ze. In mijne omzwervingen heb ik ze ontmoet van alle kleuren en gestalten; en mijne nicht,
+al is ze duizendmaal Majoor Frans, is toch eene vrouw&#8212;eene vrouw met een mannengemoed&#8212;zooals Queen Bess van zich zelve placht
+te zeggen; maar die heeft toch haar Leycester gevonden. Zoo ook Francis. Ik weet niet wat gij in uw schild voert, maar mij
+dunkt, gij hebt slechts te willen....
+
+
+</p>
+<div class="poem" lang="fr">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Et bient&ocirc;t on verra l&#8217;infante
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Au bras de son heureux vainqueur!</span></p>
+</div>
+</div><a id="d0e5446"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5446">319</a>]</span><p>Zij ziet u naar de oogen, dat is zeker! &#8217;t Is met haar als met een paard van edel ras; men moet er mee weten om te gaan&#8212;veel
+geduld, veel attentie, een krachtige, vaste hand, maar die zacht weet te zijn en men komt er mee terecht. Ik voor mij heb
+er nooit den slag van gehad, ik meen van de vrouwen. Ik ben te hartstochtelijk, te ongedurig, en ik heb geen vasten wil! <i lang="en">These gracious devils</i> merken dat heel gauw, als ze &#8217;t eens weten, dan, dat begrijpt gij, dan ben je er onder, daar is geen helpen aan. Wat Francis
+betreft, al ware ik haar eigen vader en zij kende mij zooals zij mij kent, ze zou mij niet ontzien. U, dat&#8217;s wat anders&#8212;maar
+.... mogelijk hecht gij niet aan de conqu&ecirc;te?&#8221; ging hij voort, daar ik strak bleef zwijgen; &#8220;anders zou ik zeggen, &#8217;t is te
+hopen dat gij fortuin bezit; ik zou het wenschen voor Francis, die het verdient&#8212;ware haar grootvader niet geru&iuml;neerd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Door wien geru&iuml;neerd?&#8221; viel ik uit, vrij onbarmhartig; maar hij had mij zoo geprikkeld door telkens weer de <i lang="fr">corde sensible</i> aan te slaan, dat ik er <i lang="fr">&agrave; tout prix</i> een eind aan maken wilde.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">That &#8217;s question!</i>&#8221; hernam hij, slim genoeg om een onderwerp te laten varen dat zoo blijkbaar mishaagde. &#8220;Ik heb er schuld aan, dat is ongelukkig
+maar al te waar; doch ik niet alleen, <i lang="en">I may be damned</i> als ik lieg. Ik heb hem geld gekost, veel geld, doch geen grooter deel van de kolossale fortuin, die mijne moeder heeft aangebracht,
+dan mij als eenige zoon toekwam. Waar &#8217;t andere gebleven is, John Mordaunt zou er ook wel wat van te vertellen weten als hij
+nog leefde; maar toen die met mijne zuster trouwde, kreeg ze ten minste haar bruidschat mee; die zou Francis nu moeten hebben&#8212;als
+ze &#8217;t niet opgemaakt hadden; want ze leefden, ze leefden.... Ik werd altijd maar op de Werve gelaten met mijn gouverneur;
+want de dertienjarige knaap keek al goed rond in de wereld, en hij moest niet zien wat er daar ginds omging. Na den dood mijner
+zuster ben <a id="d0e5468"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5468">320</a>]</span>ik ook niet veel bij de Mordaunts aan huis geweest. Ik heb Francis voor &#8217;t eerst gezien toen zij tien jaar oud was en de kleine
+Majoor heette en alles in huis drilde dat het een lust was. Ik viel toen in ongenade bij mijn vader, omdat.... Maar ik babbel
+zoo voort, ik weet niet of ik u verveel; mogelijk wilt gij gaan slapen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nog niet; ga gerust voort. Ik stel er belang in een en ander van uwe lotgevallen te hooren, als het u niet pijnlijk valt
+daarvan te spreken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, wat dat betreft in &#8217;t minst niet; ik ben er lang over heen. Maar wat zal ik u zeggen, mijne geschiedenis is die van menig
+ander jongmensch van goede afkomst die in de diepte raakt. Ik heb twaalf ambachten gehad en de traditioneele dertien ongelukken
+zijn mij evenmin ontgaan; ja, ik geloof zelfs, als ik goed telde, dat er nog wel een half dozijntje boven dat getal bij gekomen
+zijn. Mogelijk klinkt het wat apocrief uit mijn mond als ik het zelf zeg; maar mijn vader is de eerste oorzaak van alles.
+Gecontrarieerd in de keuze van een beroep, gecontrarieerd in een jeugdige liefde waarin ik mijn geluk had kunnen vinden, was
+de <i lang="fr">fine fleur</i> van mijn levenslust er al af, toen ik naar Leiden ging om daar in de rechten te studeeren. Ik had den vurigsten wensch om
+officier te worden en had mij met ijver voor het examen aan de militaire academie voorbereid; maar mijn vader hield rancune
+tegen die instelling, hetzij hij gepasseerd was toen deze werd opgericht, hetzij om de reden die hij opgaf: dat hij zelf als
+cadet in werkelijken dienst was getreden en van gevoelen was dat men alleen op die wijze jonge officieren moest vormen. Zijn
+zoon althans zou hij niet naar Breda zenden; die moest studeeren, die moest carri&egrave;re maken! Hm ja! ik heb ook carri&egrave;re gemaakt,&#8221;
+herhaalde hij met een bitteren glimlach: &#8220;<i lang="fr">j&#8217;ai fait du chemin</i> zooals de Franschen zeggen, wijd en wild. Ik studeerde voor &#8217;t pleizier van papa, ik wilde er mijn pleizier ook van hebben;
+bij gebrek aan geluk, aan zelfvoldoening, zoekt men genot. Papa wilde dat ik <a id="d0e5480"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5480">321</a>]</span>een goed figuur zou maken op de academie, en schonk er mij ruim de middelen voor. Ik had mijn rijpaard en mijn tilbury; ik
+wierp mij in den wildsten en woeligsten studentenkring; ik maakte enorm veel schulden en zeer weinig dictaten; toch bezocht
+ik enkele colleges; er waren vakken die mij aantrokken, en ik was niet zonder aanleg; ik zou er nog wel toe gekomen zijn om
+te promoveeren op theses, maar papa had intusschen processen gevoerd tegen tante Roselaer en&#8212;verloren; hij kon of hij wilde
+mij althans niet toestaan het kostbaar leven aan de academie voort te zetten. Van een gesjeesden student is niet veel te maken;
+toch wist de majoor von Zwenken door zijne relaties mij een post te bezorgen, en nota bene nog wel een comptable! onder belofte
+intusschen dat ik eene <i lang="fr">riche h&eacute;riti&egrave;re</i> zou trouwen, die mij werd aangewezen; maar het was eene overrijpe freule met een rooden neus, en ik liet haar links liggen,
+tot groote ergernis van mijn heer vader, die verklaarde van toen aan niets meer met mij te doen te willen hebben. Ik had niet
+het minste hart voor mijn post; geregeld werken, geregeld uren lang op het bureau blijven convenieerde mij niet na het woelige
+leven dat ik geleid had. Ik vond een geschikten klerk, een ouden bureaucraat, die al twintig jaren op dezelfde plek had gezeten
+zonder zich dood te zitten; ik meende alles gerust aan hem te kunnen overlaten en ik vond vrienden en kennissen genoeg, om
+mij wat afleiding te bezorgen. Ieder hield ons voor rijk, de post was maar een eerste stap om en-train te komen, dacht men,
+en zoo ging het <i lang="fr">&agrave; grandes guides</i> zonder opzien of omzien; toen op zekeren dag, dat wij een pick-nick hadden ergens buiten, mijn waardige plaatsvervanger zich
+met de kas uit de voeten maakte. Het geval maakte veel opschudding en was inderdaad erg genoeg: het was notoir dat ik geen
+deel had aan den diefstal, maar ik was toch de verantwoordelijke persoon, en majoor von Zwenken, in de verwachting dat ik
+de erfgename zou trouwen, had mijne borgstelling <a id="d0e5488"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5488">322</a>]</span>gestort. Er volgde een rechtszaak uit die opnieuw wat geld kostte, dat ik niet betalen kon, dat de majoor niet betalen wilde,
+en waar, zoo ik mij niet bedrieg, het moederlijke erfdeel van Francis voor aangesproken werd; het ging mij genoeg ter harte,
+maar een von Zwenken tot gevangenschap veroordeeld dat scheen iedereen in de familie te hard. Van haar wist ik dat ik niets
+meer van mijn vader te wachten had; ik beproefde zoo wat van alles, maar niet met goed geluk; mijne antecedenten waren mij
+in den weg, en, ik zal de waarheid bekennen, mijn karakter was mij ook tegen. Ik vloog van den hak op den tak, had nergens
+rust bij en had maar &eacute;&eacute;n verlangen, waaraan ik mij om de wille mijner familie niet kon overgeven. Ik had eene goede stem,
+altijd lust gehad in muziek, eene zekere gave van voorstelling, ik wilde een tijdlang buitenslands gaan om mij op een conservatorium
+te oefenen en dan als opera-zanger op te treden. Had men mij maar laten begaan, maar men wilde mij niet behulpzaam zijn tot
+dat doel; mijn vader wilde mij niets meer geven en liet mij de keuze om soldaat te worden of te bedelen. Ik verkoos het eerste,
+in de hoop dat majoor von Zwenken en zijne vrienden wel voor mij zouden zorgen als ik eens in dienst was, en dat ik toch nog
+eenmaal officier zou kunnen worden; maar op mijn leeftijd na een weelderig en verwend leven als het mijne, valt het hard zich
+aan de discipline te gewennen; en, was het opzettelijke hardheid en een <i lang="fr">parti pris</i> om mij zwaar te doen boeten, eer men mij uit de diepte ophief? ik kan het niet uitmaken; maar men schonk mij zelfs niet den
+laagsten graad; mij werd geene corv&eacute;e gespaard, geen vergrijp door de vingers gezien. Ik was niet bij het regiment mijns vaders
+geplaatst, maar in een afgelegen vestingstadje; toch was de kapitein van mijne compagnie een der vroegere tafelvrienden van
+mijn vader. Ik kon niet anders denken dan dat het op diens verlangen was dat men mij zoo behandelde. En hij had zijn lieveling
+Rolf wel tot luitenant gemaakt, <a id="d0e5493"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5493">323</a>]</span>de Hemel weet hoe! Ik werd verloochend, en bijgevolg vertrapt; ongelukkig had ik geen geduld om dien schrikkelijken proeftijd
+door te staan; ik had voor vijf jaar geteekend, ik hield het geen vijf maanden uit; en op zekeren dag de kans schoon ziende,
+wierp ik geweer en wapens weg en wilde mij uit de voeten maken; maar mijne vlucht werd opgemerkt en ik achterhaald eer ik
+over de grenzen was; ik wist wat er op stond als men mij vatte, ik verweerde mij tot het uiterste, ik kwetste een onderofficier;
+ik behoef u niet te zeggen welk een lot mij wachtte toen ik voor den krijgsraad kwam; het vonnis werd geveld, maar niet uitgevoerd;
+ditmaal ontkwam ik uit de gevangenis, ik zal niet zeggen als door een wonder, maar door oogluiking; ik vond zelfs een pak
+burgerkleeren en geld tot mijne beschikking. Mijn vader had het toch niet over zich kunnen verkrijgen om zijn zoon als wederspannige,
+als deserteur te laten executeeren. Later vernam ik dat Francis die toen al heel wat had mee te praten, het hare had gedaan
+om deze uitkomst voor mij te verkrijgen. Ik was nu vrij en in den vreemde, maar vogelvrij: ik moest zien het noodige voer
+op te loopen en mij hier of daar een nest maken. Ik heb Duitsche boerenjongens Latijn en Fransch, Duitsche burgermeisjes zang-
+en pianoles gegeven; ik ben kamerzanger geweest van een Oostenrijksche gravin, die doof was en zich verbeeldde dat mijne stem
+op die van Roger geleek; ik heb omgezworven met een troep reizende operazangers en heb mij schor geschreeuwd op de theaters
+in de open lucht. Ik ben koetsier geweest van een Duitsche baron, reisbediende voor een huis in wijnen; maar dit moest ik
+opgeven omdat ze mij naar Holland wilden zenden. Toen werd ik eerst koffiehuisknecht en biljard jongen, maakte door mijne
+geoefendheid in dat spel de kennis van een Poolschen graaf, die mij als kamerdienaar en secretaris met zich nam naar Warschau,
+en mij welhaast in vertrouwen mededeelde, dat hij een middel had uitgevonden om Polen onafhankelijk <a id="d0e5495"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5495">324</a>]</span>te maken! Zooals vanzelf spreekt mislukte de toeleg, maar de onvoorzichtige edelman miste Siberi&euml; niet. Ik raakte mee in de
+klem, omdat ik niet tegen hem getuigen wilde; maar ik hield me zoo dom, dat ik er met een weinig tortures van honger en dorst
+lijden en eenige weken <i lang="es">carcero duro</i> afkwam. Toen stond ik weer op straat zonder een penning in den zak en greep naar het eerste het beste, dat ik maar vatten
+kon; enfin, ik wil u en mij zelven niet vermoeien met de optelling van alles wat ik doorgemaakt heb om in leven te blijven.
+Het ware veel korter geweest hier of daar in &#8217;t water te springen, dat is waar; dan, ik heb altijd zeker vooroordeel gehad
+tegen den zelfmoord. Daarbij, ik bleef onder alles gezond en sterk en leed niet aan melancholie; ik rolde door het leven zooals
+het het best kon. Jarenlang heb ik zoo omgezworven, heb alle groote steden, alle badplaatsen van Noord- en Zuid-Duitschland
+bezocht, alle landstreken van midden-Europa doorkruist, van de Rijnoevers af tot die van de Spree en Moldau toe, en ik stond
+op het punt om naar Bucharest te trekken met een zeer voornaam, maar zeer bizar personage, toen deze gevangen werd genomen,
+als betrokken in eene zeer geheimzinnige moordgeschiedenis, waarbij het geld en de vrouwen als gewoonlijk hunne rol hadden
+gespeeld. Gelukkig kon ik bewijzen, dat ik eerst met vorst X in aanraking was gekomen nadat de misdaad gepleegd was, en ik
+kwam er weer af met eenige weken van enge opsluiting na lange en lastige verhooren. Hoe vaak ik onder dat alles van naam veranderd
+ben, weet ik zelf niet meer. Alleen den eenigen waarop ik recht had, hield ik standvastig buiten het spel. Ik had gezorgd
+dat het gerucht van mijn dood in Holland was verspreid; ik had alles gedaan om er waarschijnlijkheid aan te geven. Na die
+laatste historie waagde ik mij niet weer in &#8217;t gedrang met voorname avonturiers of dubbelzinnige vrouwen, maar zocht rust
+in het landleven, in de vergetelheid van den boerenstand. Ik had in mijne jeugd op <a id="d0e5500"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5500">325</a>]</span>de Werve wel eenige notie gekregen van het boerenbedrijf; ik kon best met paarden omgaan; ik verhuurde mij als knecht bij
+een welvarenden pachter, die eene mooie hoeve te beheeren had. Hij vatte spoedig dat er op meer dan eene wijze partij was
+te trekken van zijn huurling, en dat handenarbeid juist niet mijn <i>fort</i> was. Ik werd welhaast meer zijn raadsman dan zijn knecht; ik kon hem een en ander van mijne lotgevallen vertellen zonder
+gevaar; ik was onder een goed slag van lieden gevallen, die mij als een lid hunner familie behandelden, en er bestond uitzicht
+dat ik daar werkelijk toe zou behooren. Ik merkte, dat de eenige dochter, eene allerliefste blondine met vergeet-mij-niet-oogen,
+zoowat op mij verliefd raakte. Ik vond deze gelegenheid om <i lang="la">pater familias</i> te worden zoo onaardig niet! De ouders hadden er niets tegen; maar ik moest er voor uitkomen dat het mij moeielijk zou vallen
+de noodige documenten te verkrijgen om een wettig huwelijk aan te gaan. Dit bezwaar, en de berichten van een lid der familie,
+die met goed gevolg naar Amerika was uitgeweken en de zijnen opwekte om tot hem over te komen en gezamenlijk in die landstreek
+eene kolonie te vestigen met andere dorpsgenooten die daartoe waren over te halen, deed ons besluiten dien tocht te ondernemen.
+Maar de <i lang="de">gem&uuml;thliche Bauernleute</i> begrepen, dat ik ten minste de toestemming van mijn vader moest zien te verkrijgen, al voorzag ik dat het vruchteloos zou
+zijn; daarbij er moest geld wezen voor mijne uitrusting en ik moest mijn aandeel leveren tot de onderneming, wilde ik niet
+eene al te jammerlijke figuur maken onder de tochtgenooten. Ik berekende dat ik nu zoo ongeveer tien jaren buitenslands had
+doorgebracht en dat men mijn gezicht wel vergeten zou zijn; ik hoopte zelfs, dat na die langdurige vrijwillige ballingschap
+de spons zou gehaald zijn over mijne vroegere misstappen. Ik schreef aan Francis, dat ik voor korten tijd naar Holland dacht
+terug te keeren, en onder welke omstandigheden. Mijn aanstaande, hare familie en de <a id="d0e5511"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5511">326</a>]</span>verdere tochtgenooten hadden zich te Hamburg ingescheept naar Engeland, waar ik mij uit Holland bij hen zou voegen, zoo ras
+ik geslaagd was in mijne wenschen. Maar het antwoord dat ik kreeg was op dat punt alles behalve geruststellend. Mijn vader
+die kolonel was geworden en het bevel voerde in de kleine vestingstad Z., was zoo weinig ingenomen met mijne plannen, bovenal
+zoo weinig verheugd met de tijding, dat ik nog leefde en dacht weer te keeren, dat Francis mij dit laatste ernstig ontraadde.
+Zij wees op de gevaren die ik kon loopen en die de kolonel niet voornemens was af te wenden; met andere woorden: mijn eigen
+vader zou mij laten vatten en aan een krijgsraad overleveren, als ik het waagde hem onder de oogen te komen. Dat vond ik wreed,
+onmenschelijk, onmogelijk, en ik geloofde het niet! Ik verbeeldde mij dat Francis maar dreigde om mij af te schrikken; ik
+waagde het er op, kwam vermomd en door valsch haar en knevels onkenbaar gemaakt te Z. en trachtte toegang te verkrijgen tot
+het huis van den kolonel. Zijn adjudant, die er zeker op afgericht was, ontving mij en deelde mij de verkwikkende tijding
+mee, dat ik den commandant der vesting niet zou zien; dat er geen kwestie kon zijn van een weergekeerden zoon, daar de dood
+van den jongen Rudolf von Zwenken was geconstateerd, en dat iemand die er zich voor uitgaf niets kon zijn dan een indringer
+en bedrieger, over wien men kort en goed recht zou doen als hij lastig werd en zijn bedrog volhield. Daarop was ik niet verdacht
+geweest. Ik was dood, ik moest dood blijven, en zoo ik mijne identiteit wilde bewijzen, was dat zoo goed als mijn eigen doodvonnis
+onderschrijven. Ik herhaalde de poging niet; maar Francis ontfermde zich toch over mij. Zij zocht mij op, zij hielp mij voort.
+Zij lenigde de bitterheid van dit verstooten. Gij weet het overige, gij weet wat er voor haar uit volgde.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij gelooft dat het daarom is, dat zij u ditmaal zoo hard bejegende?&#8221;
+<a id="d0e5515"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5515">327</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Vooreerst omdat ik nu weer teruggekomen ben tegen mijn belofte, dat is waar; maar allermeest, ik zie dat nu in, om die ongelukkige
+zaak van de wissels&#8212;om datgene waaraan ik niet schuldig ben, zooals &#8217;t meer gaat. Doch ik zal mij die schuld nu maar laten
+aanleunen: een schreefje meer op mijn kerfstok is zoo erg niet, terwijl Francis al te ongelukkig zou zijn, als ik haar te
+kennen gaf, welk vermoeden ik heb gevat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt gij werkelijk een vermoeden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, er is mij een licht opgegaan. Hebt gij nog wat geduld om naar mij te luisteren? Ziet gij, ik heb zwakheden, maar niet
+eigenlijk datgene wat men hartstochten noemt. &#8216;<i lang="fr">Le vin, le jeu, les belles</i>&#8217; hebben mij beurtelings veel geld, tijd en rust gekost; en nog ben ik op zekere punten een groot kind; maar een passie, eene
+passie die niets ontziet om hare voldoening te hebben, en waar men een groot misdadiger of een groot man door wordt, zulke
+passie houd ik er niet op na; dat ligt zeker aan de wuftheid mijner natuur. Maar er is iemand in mijne familie, die er w&egrave;l
+door bezeten is.... In mijne jeugd heb ik daar niet zoo op gelet, niet over nagedacht althans. Later was ik niet veel in de
+gelegenheid hem te observeeren; maar eens, eens heb ik hem waargenomen, terwijl ik duizend redenen had om mijn incognito te
+bewaren. Gij zijt een van de menschen die zwijgen kunnen niet waar? anders had Francis niet voor u ingestaan. Zoo bewaar datgene
+wat ik u nu ga zeggen als een diep geheim voor haar; want het zou haar bitter verdriet doen, en zij heeft toch al zoo&#8217;n onpleizierig
+leven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt er staat op maken. Om Francis leed of last te sparen, zou ik veel doen of laten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook blijf ik gelooven, al houdt gij u nog zoo leuk, dat gij nog wel eens nader aan de familie geparenteerd zult worden; daarom
+is het ook goed dat gij alles weet. Mogelijk wordt gij eens geroepen om heel wat <i lang="fr">linge sale</i> uit te wasschen. Luister! Maar neen! wacht even tot <a id="d0e5532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5532">328</a>]</span>ik dit laatste glas heb gedronken; mijne keel is droog van het praten.&#8221; Eerst na eenige seconden rusten ging hij voort:
+
+</p>
+<p>&#8220;Onder al de <i lang="fr">m&eacute;tiers</i> die ik heb waargenomen, staande mijne omzwervingen in Duitschland, is er ook een, die niet precies tot de achtenswaardigste
+behoort, maar dat de nood mij dwong aan te nemen. Ik ben <i lang="fr">croupier</i> geweest bij eene speelbank. Ik heb er mijn <i>vader</i>, mijn eigen ongelukkigen vader zien spelen met een acharnement, dat mij de oogen opende voor het diep verval waarin hij met
+de zijnen is geraakt. Ik heb er schuld aan, dat weet ik; maar toch, zonder die passie, die alles verslindt en toch onverzadelijk
+is, zou zijn groote fortuin en &#8217;t geen Francis had moeten bezitten, niet zoo reddeloos verloren zijn gegaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En mijnheer von Zwenken herkende u niet?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen? Ik geleek niet meer op mij zelven. Haar en baard geverfd, de kleur van &#8217;t gelaat verbruind en verouderd,
+en daarbij <i>croupier</i>! Let men op de machine die het spel in beweging brengt, als men z&oacute;&oacute; vervuld is met winst en verlies? Ik- dat is wat anders&#8212;,
+ik herkende mijn vader, al was hij in politiek, al was hij zeer verouderd, aan zijne fijne, bewegelijke trekken, aan zijne
+rechte houding, aan alles in &eacute;&eacute;n woord wat mij onvergetelijk was. Daarbij, er waren Hollandsche heeren met hem in gezelschap;
+zij spraken onder elkander hunne moedertaal; zij noemden hem kolonel von Zwenken bij den naam. Ik heb hem op &eacute;&eacute;n dag eene
+fortuin zien winnen, eene fortuin zien verliezen. Ik had moeite mij te weerhouden om mij aan zijne voeten te werpen en hem
+te smeeken zijn reddeloozen ondergang niet te bewerken. Ik weet wel het zou niemand minder gepast hebben dan juist mij, en
+toch, ik die bij ondervinding wist wat gebrek en ellende zijn, kon er met alle recht tegen waarschuwen. Alleen de overtuiging
+dat het toch niet baten zou, en dat ik mij zeker daarmede verraden zou hebben, hield mij terug. <a id="d0e5552"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5552">329</a>]</span>Maar dat ik op hem bleef letten, behoef ik u niet te zeggen; en zoo werd het mij zekerheid dat hij geld heeft opgenomen van
+een Hollandsch bankier, dat hij daarvoor wissels heeft geteekend....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe lang kan dat geleden zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, dat&#8217;s nu al vele jaren geleden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar het schijnt toch dat hetgeen de ergernis van Francis wekte eerst kort na uw vertrek heeft plaats gehad, en zoolang zal
+die bankier geen respijt hebben gegeven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! en sinds schijnt hem de gelegenheid niet meer gegeven te zijn om op die wijze aan zijn hartstocht bot te vieren; maar
+die is daarom nog niet uitgeroeid. <i lang="fr">Ferme lui la porte au nez, il reviendra par la fen&ecirc;tre;</i> Francis omsingelt haar grootvader en houdt hem nu kort, ik wil dat gelooven; hij is daarbij bang voor haar; maar is het zeker,
+dat hij niet achter haar om en op andere wijze zijne revanche neemt of genomen heeft; er zijn menigerlei wijzen om wat men
+noemt zijne fortuin te beproeven, al is het niet met de roulette.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk; ik vrees maar al te zeer, dat de generaal n&ograve;g in &#8217;t geheim verkeerde speculaties doet....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En is het dan zoo onmogelijk, dat hij, om aan geld te komen, opnieuw zijne toevlucht heeft genomen tot den bankier; zijne
+eer voor Francis willende redden, en toch in de noodzakelijkheid zijnde haar offers te vragen, de schuld maar op mij heeft
+geworpen, den afwezige, die zich niet kon verantwoorden, wiens rug heel breed, wiens naam reeds bevlekt was?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijn eigen zoon dus te belasteren....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel bezien was ik er de naaste toe; hij moest zich redden, en het kwam er voor mij niet op aan. Ik neem het hem zoo heel
+kwalijk niet; alleen zou ik er heel wat voor willen wagen om de zekerheid te hebben dat mijne gissing juist is; en toch, al
+had ik die, hoe dan n&oacute;g Francis de overtuiging te geven van mijne onschuld, zonder mijn vader te betichten, iets wat niet
+zijn mag?&#8221;
+<a id="d0e5573"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5573">330</a>]</span></p>
+<p>Ik beloofde hem dat ik daartoe het mijne zou doen; maar ik kon niet nalaten mijne verwondering uit te drukken, dat hij, na
+al de onvervinding die hij had opgedaan, nog lust gevoelde om naar het vaderland, naar de zijnen terug te keeren, waar hem
+niets dan vernedering en terugwijzing wachtte.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat zal ik u zeggen, Jonker! het blijkt wel dat gij niet weet wat ballingschap is, en hoe de trek naar het vaderland, het
+vaderlijk huis onweerstandelijk wordt, juist door de bezwaren die er zich tegen verzetten. Had ik, arme zwerver, in Amerika
+mijn geluk, mijn gezin gevonden, zooals ik eens had gehoopt, dan had ik er mij mogelijk een tweede <i lang="de">Heimath</i> van gemaakt, waarvoor ik de ander kon vergeten; maar verwenschte Jonas die ik ben, eerst door allerlei tegenspoed veel te
+lang in Holland opgehouden, kwam ik pas in Engeland toen mijne reisgenooten reeds den tocht naar Amerika hadden aanvaard.
+Ik zocht en vond gelegenheid hen te volgen op een ander schip; maar wij leden schipbreuk, reeds met de kust van het beloofde
+land in &#8217;t gezicht; de <i>Zeenimf</i>, las men later in de nieuwsberichten, was met man en muis vergaan. Dat was de waarheid, maar &eacute;&eacute;n ongelukkige schipbreukeling,
+die zwemmen kon en zijns ondanks als bij instinct van dat talent gebruik maakte, werd gered. Ik bereikte eene rotsachtige
+kust, werd door arme visschers ontdekt, die mij uitgeput en bewusteloos vonden liggen, liefderijk opgenomen, dat moet ik zeggen
+ter eere der menschheid, en van alles verzorgd zoolang ik er behoefte aan had; maar van alles beroofd, en, zooals ik later
+vernam, op honderden mijlen afstand van de plek, waar vermoedelijk mijne Duitsche vrienden zich hadden neergezet, schoot mij
+niets over dan bij die herbergzame kustbewoners te blijven tot er voor mij eene gelegenheid opdaagde om verder te komen. Die
+gelegenheid deed zich voor in de gedaante van een koopman uit Chicago, die handel dreef in kreeften en oesters, en die met
+deze lieden prijs kwam maken voor leveranti&euml;n op groote <a id="d0e5584"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5584">331</a>]</span>schaal. Ik maakte kennis met hem, vertelde een en ander van mijne rampspoeden, en toen hij vernam dat ik kennis had van paarden
+en daarmee wist om te gaan, sloeg hij mij voor hem te vergezellen op zijne handelsreis, daar hij uren ver langs ongebaande
+wegen met een zeer primitief voertuig moest reizen en de voerlieden van die karren meest onverbeterlijke dronkaards of brutale
+afzetters waren, waarvan hij reeds allerlei onaangename ervaringen had. Hij had dan ten minste iemand bij zich die hen staan
+en terechtwijzen kon. Zoo geschiedde het, en deze overeenkomst bracht mij ten laatste naar Chicago waar ik weer in een doolhof
+van avonturen raakte, die mij voor goed afbrachten van het voornemen om de Duitsche landverhuizers op te zoeken, en eindelijk
+in aanraking brachten met den heer Stonehorse, ondernemer van een <i lang="fr">Equestrian Cirque</i>, waarmee deze voornemens was Europa te bezoeken.
+
+</p>
+<p><i>Well!</i> Ik had nu al ruim drie jaren het oude continent verlaten, ik kende Engeland en Frankrijk niet, ik was, al zeg ik het zelf,
+een goed piqueur, geen slecht rijder; forsche lichaamsoefeningen stonden mij aan, ik engageerde mij bij zijn gezelschap. Eens
+in Frankrijk, kwam de trek naar &#8217;t vaderland bij mij op, en ik haalde master Stonehorse over, die er geene groote verwachtingen
+van had, om zijne reis naar Duitschland over Holland te nemen en zich in enkele groote steden op te houden. Het succes in
+de hoofdstad gaf hem vertrouwen op mijne voorlichting hij liet de reisroute die hij volgen zou aan mij over; ik waagde het
+er op, Arnhem aan te wijzen; ik behoefde niet meer voor ontdekking te vreezen. Ik reis onder de Amerikaansche vlag; niemand
+mijner confr&egrave;res weet iets van mijne antecedenten.
+
+</p>
+<p>Eens in de provincie, bekroop mij met onweerstaanbaar geweld de lust naar de Werve; vooral toen eene toevallige ontmoeting
+met iemand uit Z., die mij niet kende, maar dien ik op &#8217;t chapitre bracht, mij zoo een en ander van de von Zwenkens vertelde,
+en den grootvader het <a id="d0e5595"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5595">332</a>]</span>slachtoffer noemde van de inconsequenties zijner kleindochter. Arme Francis! gelasterd, zoo gelasterd, en om mij! Ik moest
+haar zien en spreken; ik moest op mijne knie&euml;n, met het hoofd in stof gebogen, hare vergiffenis vragen; gij hebt gezien hoe
+zij het opnam en hoe mijne terugkomst wordt beschouwd als de grootste zonde die ik tegen haar plegen kon! Het is ook ergerlijk:
+onkruid dat niet vergaat, eene schipbreuk die niet afdoende blijkt!&#8221; sprak hij met bitterheid, waarin zich weemoed mengde.
+&#8220;Nu, &#8217;t is geschied, die gekke streek is weer begaan; maar ik zal haar geene ergernis meer geven; ik heb het haar beloofd!
+dat is zoo goed als een eed. Ik hoop maar dat ik dien houden kan,&#8221; eindigde hij met een zucht, terwijl zijne stem altijd doffer
+en matter werd. Hij liet het hoofd vallen tegen het weeke kussen van de sofa; als door den slaap overmand strekte hij de leden
+daarop welhaast uit, en hoorde ik de ontwijfelbare bewijzen dat hij rustig sliep. Ik had er nu ook het mijne van en ging zelf
+de rust zoeken die ik hem van harte gunde.
+
+</p>
+<p>Toen ik juist niet heel vroeg in den morgen ontwaakte, had Rudolf von Zwenken zich al uit de voeten gemaakt, op dezelfde wijze
+als hij gekomen was; de blinden waren blijkbaar opengemaakt en niet meer gesloten; maar hij had het zoo stilletjes bered als
+men dat wachten kon van iemand die meer dan eens had weten te ontsnappen. Alleen, hij had vergeten zijne portefeuille mede
+te nemen! De onverbeterlijke loshoofd! Nu ik zou hem wel uitvinden om hem die te doen toekomen. Het was goed, die niet aan
+Francis op te dringen. Hare kieschheid, hare fijnvoelendheid op dit punt was mij lief. Na zooveel opgeofferd te hebben, soms
+verlegen te zijn om een kleinigheid, en toch honderden te versmaden als teruggave, omdat zij de herkomst van het geld verdacht,
+of wel om den gever niet te berooven, dat was eene grootmoedigheid van karakter, waarvoor ik respect had.
+
+</p>
+<p>Wat den generaal betrof, zijne schuld stond bij mij vast na &#8217;t geen ik zelf van hem waargenomen had; en <a id="d0e5601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5601">333</a>]</span>meer dan ooit moest ik de voorzienige wijsheid van tante Sophie loven, die hare maatregelen had genomen om Francis te begunstigen
+zonder hare fortuin in dien afgrond te werpen. Maar de ontdekking, die ik gedaan had, was voor mij eene waarschuwing, die
+tot omzichtigheid vermaande. De grijsaard, hoe machteloos hij ook scheen, was <i lang="fr">un homme &agrave; exp&eacute;dients;</i> indien hij te vroeg wist wie de erfgenaam van tante Sophie was, en zijne verhouding tot Francis, was hij in staat om op haar
+toekomstig vermogen te speculeeren.
+
+</p>
+<p>Ik zag hem als een bezwaarpunt, als een donkeren stip aan den horizont van mijn geluk, die voortdurend mijne opmerkzaamheid
+zou vorderen en ik voelde de drukkende waarheid van de uitspraak: &#8220;die het goed vermeerdert, vermeerdert de kwellingen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij begrijpt Willem! dat ik onder zulke bijgedachten, die zich mijns ondanks telkens aan mij opdrongen, zeer slecht gestemd
+was om mijn oud-oom met een opgeruimd gelaat geluk te wenschen met zijn feestdag.
+
+</p>
+<p>Zes en zeventig jaar! al het uiterlijke van &#8217;t geen men een respectabel man noemt, en toch zoo diep gevallen; doch waartoe
+u deelgenoot te maken van al het strijdige en pijnlijke dat er toen in mij omging! ik moest er mij tegen verzetten en een
+<i lang="fr">visage de circonstance</i> vertoonen, dat spreekt vanzelf.
+
+</p>
+<p>Gij zult voor het oogenblik ook wel genoeg hebben van die sombere legende van de Werve, en ik ga eens naar Francis omzien
+die vooreerst nog niet weten moet dat ik een vriend heb die haar karakter leert kennen, trek voor trek, zooals het zich aan
+mijn blik voordoet. En nu, laat mij eens spoedig van u hooren; mij dunkt gij hebt nu al genoeg gehoord en gezien van het Indische
+leven, om er uw gevoelen over te kunnen zeggen, al weet ik dat gij de zaken liefst van alle kanten beziet eer gij er u over
+uitlaat.
+
+
+
+</p>
+<p class="Closer">Salut et Amiti&eacute;
+
+
+</p>
+<p class="Signed">L. v. Z.
+
+
+
+<a id="d0e5621"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5621">334</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div1">
+<p>Daar het Zondag was, ving het feest aan met &#8220;kerkparade&#8221; zooals Francis het noemde. De generaal, in zijn kwaliteit van <i lang="fr">seigneur de village</i> en bij zijne gezetheid op &#8217;t geen een goeden klank had, was een voorstander van den publieken godsdienst, en had tot vaste
+gewoonte, zich iederen Zondagmorgen met zijne kleindochter in de ambachtsheerlijke bank te vertoonen, ten bewijze dat hij
+tot de gemeente behoorde en de behoorlijke reverentie had voor hare instelling. Of hij er gesticht werd, is twijfelachtig,
+maar dat hij de toeschouwers stichtte door zijne waardige houding is bijna zeker. Als oud-militair beschouwde hij het als
+dienstplicht, en of hij zich verveelde of ergerde, men zag het hem niet aan. Rechtop, met het gelaat naar den spreker gewend,
+zat hij te luisteren, onwrikbaar, onbewegelijk; of hij aan wat anders dacht stond niet op zijn gelaat te lezen. Tegen het
+midden van de predikatie vielen zijn oogen wel eens toe; maar daar de grootste helft van &#8217;t gehoor in denzelfden toestand
+van slaperigheid geraakte, ergerde het niemand, zelfs niet den predikant, die aan deze uitkomst gewoon was en inderdaad ook
+niet het recht had zich daarover te verwonderen. Althans op dien ochtend, toen ik in dit verplicht kerkbezoek begrepen was,
+vond ik er, met den besten wil om gesticht te worden, geene de minste opwekking, en alleen de ergernis dat een man, wien de
+zorg voor eene gemeente was toevertrouwd, zoo weinig consci&euml;ntie had om hare hoogste belangen op zulk eene schrale wijze te
+behartigen. In het gebed zelfs tintelde geen sprank van gloed of leven, en het was of de man een paskwil op zich zelf had
+willen maken, toen hij tot tekst had genomen de vermaning van Paulus, die tot geestdrift behoorde te ontvlammen: &#8220;Zijt vurig
+van geest,&#8221; want zelf was hij noch heet noch koud; hij was lauw, akelig lauw, een ware Laodice&euml;r, aan wien de apostel met
+zijn strengste woord zou hebben toegevoegd: wees liever een bestrijder dan zulk een bondgenoot. En de langzaamheid, de onnatuurlijke
+deftigheid <a id="d0e5628"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5628">335</a>]</span>waarmee tot ijveren werd aangemaand, was zoo opvallend strijdig met het enthousiasme dat zulk een onderwerp vorderde van hem
+die het koos, dat men zeer zeker een acteur zou gesouffleerd hebben, die zoo slecht in zijne rol ware geweest. Maar men was
+in eene kerk, men moest zich onthouden, en de ongeschikte dienaar kon zonder stoornis zijn gang gaan, zoolang zijn eigen geweten
+hem niet waarschuwde.
+
+</p>
+<p>Het verheugde mij evenzeer als het mij verraste, dat de gemeente nog in zich zelve leven genoeg scheen te hebben om met opgewektheid
+den psalm te zingen, die gelukkig door een niet al te slecht bespeeld orgel werd begeleid. Ik zal niet zeggen dat Francis
+zich goed hield, want de ergernis, de verveling, ja zekere droefheid en verontwaardiging stonden op haar gelaat te lezen,
+en zij scheen geen rust te kunnen houden. Ten laatste sloeg zij haar kwarto Bijbel open en ging daarin zitten lezen als ware
+zij alleen geweest. Ik zag dat zij evenzeer de aandacht als de ergernis wekte; het was kennelijk dat zij de publieke opinie
+tegen zich had. Ik werd natuurlijk aangegaapt als eene vreemde verschijning, die op allerlei wijzen werd gecommenteerd en
+ge&euml;xpliceerd. Ik zag de lieden fluisteren en de hoofden bijeensteken zooveel maar doenlijk was. Rolf, die zich eens voor altijd
+van die corv&eacute;e had verschoond, onder pretext dat hij &#8220;een vrijgeest was en er niemendal van geloofde,&#8221; had mij geraden thuis
+te blijven, daar ik er toch niets aan hebben zou; maar ik was geen vrijgeest, vond geen reden om mij te onttrekken, en achtte
+de gelegenheid gunstig om Francis onder godsdienstige indrukken te observeeren; ik hoopte er daarbij op, bij het terugkeeren
+nog een woordje te spreken over Rudolf; maar dat viel tegen. Wij waren in &#8217;t wagentje van de Pauwelsen naar de kerk gereden,
+en de generaal zou op gelijke wijze terugkeeren; dus sloeg ik Francis voor samen terug te loopen; het was even een kwartiertje,
+het zoogenaamde kerkpad en de groote laan&#8212;maar zij had te veel haast op de Werve <a id="d0e5632"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5632">336</a>]</span>terug te zijn, bij al de drukte die haar daar wachtte. Ik kon haar alleen mijn teleurstelling te kennen geven, dat de stichting,
+in de stille dorpskerk, waarvan ik mij nogal iets voorgesteld had, zoozeer bedorven was door den man zelf die moest voorgaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat&#8217;s het zwakke punt bij onzen protestantschen godsdienst; er hangt te veel af van een enkele; en als &#8217;t nu heel mooi
+is, dan is &#8217;t ook weer niet goed, want dan zie je alles voorbij om hem,&#8221; was haar antwoord. &#8220;Ik kon er niet bij blijven, en
+te minder daar ik het kostelijk stuk al meer had gehoord; &#8217;t is zeker met te veel moeite samengesteld om maar &eacute;&eacute;ns te dienen.
+Om nu te zeggen dat wij slaperig volkje de vermaning niet hard noodig hebben, dat&#8217;s wat anders; maar dan moest het spiritus
+zijn en geen lauw water en melk.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij moet domin&eacute; niet zoo hard vallen, Francis!&#8221; zei de generaal, die begreep waarover zij knorde; &#8220;de man staat hier al dertig
+jaar, en door de afgelegenheid van het dorp heeft hij haast geene aanraking met de collega&#8217;s.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarbij een troep kinderen en zoo&#8217;n saaie vrouw.... Het lot van den man is te beklagen, dat geef ik toe; alleen, ik vraag:
+waarom is hij dan niet wat anders geworden&#8212;glazenmaker bij voorbeeld? wij konden er hier best een gebruiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Francis! nu gij daarop komt, de katten moeten van nacht weer deerlijk hebben huisgehouden in den onbewoonden vleugel,&#8221;
+zei de generaal. &#8220;Volgens Rolf gaan ze maar door de gebroken ruiten in en uit, en Frits heeft glasscherven gevonden tot in
+de perken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel grootpapa; wij mogen de arme dieren wel dankbaar zijn dat zij die moeite nemen, want het leeft daarbinnen van de ratten
+en muizen,&#8221; zei Francis gevat, maar al redde zij zich door eene aardigheid, wij waren op een gevaarlijk terrein geraakt, en
+&#8217;t was maar gelukkig dat wij de Werve opreden en al terstond door Rolf werden ontvangen met het bericht dat kapitein Willibald
+<a id="d0e5644"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5644">337</a>]</span>reeds was gearriveerd. Hij had nog niet uitgesproken, of de persoon in kwestie kwam ons te gemoet en bood den generaal zijn
+dienst om hem bij het uitstappen te helpen. Francis was er met hare gewone vlugheid al uit gesprongen, eer ik of iemand anders
+zich kon aanbieden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel, Willibald, dat&#8217;s goed van je gedaan, ons kluizenaars eens te komen opzoeken,&#8221; sprak Francis op luiden gullen toon, terwijl
+zij gemeenzaam zijn arm nam; &#8220;en nog wel in groot tenue.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het feest van mijn kolonel, freule; en daarbij, ik ben om dienstzaken te Z. geweest en kon niet nalaten mij zelven het genoegen
+te geven bij het terugkeeren de Werve te bezoeken!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Braaf! Maar gij treft het nu zoo slecht met de drukte. Daar komen waarlijk de Pauwelsen al aan, en de meester met de schoolkinderen.
+Ik moet toch even mijn hoed en mantille afwerpen. Maak intusschen kennis met mijn neef Leopold van Zonshoven, die ook op de
+Werve is aangeland, omdat hij te Z. moest zijn&#8212;echter niet voor dienstzaken, zoover ik heb kunnen nagaan.&#8221; En met die voorstelling
+in &#8217;t wilde liep zij het huis in, terwijl wij met den generaal en Rolf langzaam volgden. Kapitein Willibald, in zijne onberispelijke
+militaire tenue, was een man van eene fijne, slanke gestalte en een innemend voorkomen. Hij was in vollen zin wat men noemen
+kan <i lang="fr">un bel officier;</i> zijne manieren, zijn toon, zijne houding, alles in hem was onberispelijk; zoo men iets had willen aanmerken zou het dit zijn,
+dat hij te mooi was voor een man. De fijne, lichtbruine kneveltjes, de als met een penseel afgeteekende wenkbrauwen, die de
+heldere bruine oogen eer sierden dan beteekenis gaven, de blozende kleur, afgewisseld door een wit dat haast aan een damestint
+deed denken, de volkomen regelmatigheid zijner trekken, alles was zoo zacht, zoo harmonieus, dat het een waar genoegen was
+dit menschelijk gelaat aan te staren; en toch, er ontbrak iets aan, iets waarom een schilder van talent mogelijk geweigerd
+<a id="d0e5655"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5655">338</a>]</span>zou hebben zijn portret te maken. Het had geene uitdrukking dan die van joviale bonhomie; er was niets marquants in, niets
+waaruit men een karakter kon opmaken; of het moest zijn iets weekelijks, dat mogelijk eene neiging tot sentimentaliteit verraadde,
+iets dat teringlijders eigen kan zijn, en zijn geheele voorkomen deed er aan denken; maar hij scheen den leeftijd te boven
+waarin de noodlottige kwaal het liefst hare offers kiest.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik mocht u immers wel een kistje sigaren meebrengen, generaal?&#8221; sprak hij, hem dit aanbiedende. &#8220;Ik weet zoo precies wat
+u graag rookt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker, beste jongen! Je doet er mij pleizier mee; men mag hier buiten wel wat provisie hebben. Wat zegt gij er van, Leo?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik schaam mij, omdat ik zoo niets voor u wist te bedenken; maar later hoop ik mijne revanche te nemen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil niets van u, dan.... dat gij u verzoent met uw oom, den minister,&#8221; fluisterde hij mij in, en ik begreep maar al te
+goed de bedoeling van dien eisch; maar ik behoefde niet te antwoorden, want Francis kwam binnen en aanvaardde met handigheid
+hare taak als gastvrouw. Zij had nu de fameuse zwart zijden japon aan, die haar perfect kleedde, al was het merkbaar, waaraan
+zou ik niet eens kunnen zeggen, dat zij er eenige modes mee ten achteren was. Rolf stond haar getrouw bij in het voordienen
+van het d&eacute;jeuner; want Frits had zijn post bij de deur, en die was geen sinecure. Het programma liep af, zooals Francis had
+voorzegd. De schoolmeester, ook nog een oudje, die de voormalige traditi&euml;n volgden, kwam met een paar jongens verzen opsnijden,
+die niet beter noch slechter waren dan in den regel diergelijke feestrijmen zijn, maar die hier minder dan gewoonlijk de <i lang="fr">m&eacute;rite de l&#8217;&agrave; propos</i> hadden, want juist was er geen het minste rapport tusschen den jubilaris en hen, die hem dus kwamen f&ecirc;teeren. De generaal
+bekommerde zich nooit om de school, en &#8217;t was Francis alleen, die, zooals ik later vernam, den armen ouden <a id="d0e5668"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5668">339</a>]</span>schoolmeester nog wel eens iets toestopte. Voorts kwamen de Pauwelsen, man, vrouw en kinderen, met gulhartige luidruchtigheid
+hem, dien ze nog altijd &#8220;den landheer&#8221; noemden, geluk wenschen. Grootje was thuis gebleven; anders eene curiositeit, die het
+huis van de Roselaers nog in vollen glans had gekend, en voorts enkele dorpelingen, die om de eene of andere reden den generaal
+nog erkenden en dit op deze wijze toonden. Dit alles moest van waterchocolade en broodjes worden voorzien.
+
+</p>
+<p>Francis had het druk, maar zij was kennelijk in haar schik de <i lang="fr">chatelaire</i> te kunnen spelen, en ik vond het een kansje haar zoo eens te kunnen gadeslaan. Complimenteus was zij met niemand, zelfs niet
+met den burgemeester, die zich per extra-ordinaire ditmaal vertoonde, zeker om den logeergast wat meer van nabij te zien;
+die banale beleefdheid, die sommige menschen drijft om charmant te zijn tegen iedereen en het tegendeel te zeggen van &#8217;t geen
+zij meenen, wist zij niet te oefenen, noch wilde dat; maar zij bezat <i lang="fr">la politesse du coeur</i>, en daarom ging alles haar natuurlijk en ongekunsteld af. De generaal pruttelde, want zijn gewoon d&eacute;jeuner was een weinigje
+gemankeerd; hij moest het met de algemeene tractatie, den kolossalen boerentulband en de broodjes doen. Francis maakte er
+haar excuus over aan Willibald, terwijl zij er bij voegde, dat het diner alles goed zou maken, zoo zij hoopte.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is perfect zooals het is, freule! maar wat het diner betreft, ik kan niet blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gekheid! ik sta niet toe, dat gij heengaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Te vier ure komt het rijtuig om mij te halen; ik mag niet later dan zeven uur te A. terug zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar is hier nog wel een stal; wij eten vroeg en gij komt maar een uurtje later te A.; of zijn &#8217;t dienstzaken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kom van Z.; de dienstzaken zijn van ochtend afgedaan, maar om de waarheid te zeggen, ik heb met mijne vrouw eene uitnoodiging
+voor eene soir&eacute;e bij den kolonel!&#8221;
+<a id="d0e5688"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5688">340</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Gij zult mij ernstig boos maken als gij niet blijft.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou mij spijten, want ik ben juist gekomen om u eene gunst te vragen die ik hoop dat gij zult inwilligen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik willig niets in, dat weet gij vooruit, als ik mijn zin niet krijg.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, gij zijt eene aartsdespote, dat weet ik nog vanouds; zoo zal ik er mijn hoofd maar onder buigen, want ik wil u in een
+goed humeur brengen voor mijn aanzoek.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s dan afgesproken; en nu, laat me vooreerst aan de zorg voor alle deze goede lieden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik hoorde die twee samen haspelen zonder er mij in te mengen. De onrust die ik een oogenblik gevat had, toen ik haar dien
+Willibald zoo hartelijk en gemeenzaam zag verwelkomen, was reeds voorbij: iemand waar Francis zoo mee omsprong, kon voor mij
+niet gevaarlijk zijn. Ik heb geen lust, Willem! u die jolige en woelige feesture verder te beschrijven; tegen drie uur trok
+alles af; de jubilaris had wat rust noodig en zocht zijne kamer. Rolf had nog van alles te bezorgen voor het diner, Francis
+daarentegen beweerde, dat zij nu adem kon scheppen en dat zij nog een rustig half uurtje had te geven aan haar vriend Willibald,
+dien zij, zooals vroeger, gemeenzaam onder den arm nam, als ware hij de dame en zij de cavalier geweest; ik wilde mijns weegs
+gaan, maar zij riep mij toe dat de kapitein haar niets kon te zeggen hebben wat voor haar neef Leopold een geheim moest zijn.
+Ik vond de onderstelling gewaagd, maar de kapitein verzekerde mij dat ik volstrekt geen <i lang="fr">f&acirc;cheux troisi&egrave;me</i> zou zijn, en zoo wandelde ik mee op naar den vervallen koepel, een uitgezocht rustpunt.
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu, <i lang="en">what&#8217;s the matter?</i>&#8221; zei Francis, zich tusschen ons in plaatsende. &#8220;Ik verleen audi&euml;ntie.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is allereerst een verzoek van mijn vrouw,&#8221; sprak hij met eenige verlegenheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu! als ik daaraan voldoen kan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel gemakkelijk. Zij wenschte zoozeer uwe kennis <a id="d0e5715"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5715">341</a>]</span>te maken, en vraagt, wanneer het u convenieert eens eenigen tijd bij ons te komen logeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij dat ik het eerste verzoek van uwe vrouw moet afslaan, Willibald; maar het convenieert mij in &#8217;t geheel niet,&#8221;
+sprak zij ernstig; &#8220;ik laat mijn grootvader nooit meer alleen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu! wat verhindert den generaal....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Onmogelijk, wij hebben ons niet geretireerd om weer in de wereld te gaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wij leven niet in de wereld; wij hebben ons ingericht op een goeden voet, dat is alles. Mijne vrouw houdt er niet van
+en.... ze is nog altijd een weinig <i>timide</i>, en ik beloof u, dat gij geen menschen zien zult als gij niet wilt....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En de generaal! zou die ook geen menschen willen zien, denkt gij? vergeet niet dat gij te A. in garnizoen zijt en dat hij
+er in een kring heeft verkeerd, waarin.... wij nu niet meer passen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och Francis! het grieft mij zoo dat gij u zelve zoo in de laagte zet,&#8221; zei de goedhartige man met tranen in de oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zet mij waar &#8217;t lot ons geplaatst heeft. Ik ben geresigneerd, Willibald! maak mij niet week door regrets op te wekken.
+Maak het uwe vrouw duidelijk dat er geen onwil achter steekt; zeg alleen dat ik niet meer uitga en geen toilet meer kan maken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geen toilet! en gij ziet er zoo elegant uit,&#8221; sprak hij, haar met zeker welgevallen aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">El&eacute;gance d&eacute;mod&eacute;e</i>; denk maar eens! ik had dezelfde zwart zijden japon aan toen ik voor het laatst met u gedanst heb, geheel <i lang="fr">&agrave; contre coeur</i>, want ik had heel wat anders in het hoofd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Of het mij heugt! En hoe de dames zich daarover ergerden, die er later, naar ik vernam, eene amazone van gemaakt hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Connu</i>, de dames maken er al van wat zij willen, als zij eens aan &#8217;t brodeeren zijn! Liegen schijnt geen <a id="d0e5751"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5751">342</a>]</span>kwaad als men zich maar amuseert, en de politie bemoeit er zich niet mee. Maar &#8217;t geen gij nu ziet is ten minste genoeg om
+u te doen begrijpen, dat het nu niet meer gaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Francis!&#8221; kon ik mij niet onthouden in te vallen; &#8220;als &#8217;t nu alleen op een toilet aankwam,&#8212;en gij het graag deedt,&#8212;dan
+zou ik daar wel raad voor weten. In den Haag is men er zoo vlug mee....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dankje, Leo! Als men het niet kan betalen, moet men het niet nemen, zelfs niet in den Haag! Ik vergenoeg er mij mee, en mijn
+vriend Willibald moet er ook in berusten, want de weigering valt mij al hard genoeg, zonder dat er nog bij komt het verdriet
+om er met hem over te discussieeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dit klonk beslissend. En de goede Willibald bleef verslagen zwijgen. Hij zuchtte en zag weer op haar met een droevig schouderophalen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben rijk, Francis, ik ben rijk omdat gij het z&oacute;&oacute; hebt gewild. Gevoelt gij dan niet welk een genoegen het mij zijn zou
+als gij eens de <i>comfort</i> van mijn huis, van mijne fortuin mede wildet genieten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Brisons!</i>&#8221; zei Francis; &#8220;ik dacht dat gij mij heel wat anders hadt te vragen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb ook nog wat anders te vragen, maar ik durf er nu haast niet mede voor den dag komen; mijne vrouw had u eene confidentie
+te doen....&#8221; en de fijn voelende jonge echtgenoot werd eenigszins bleek.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Le secret de la com&eacute;die!</i>&#8221; riep Francis glimlachend; &#8220;mag ik er eens naar raden.... eene interessante positie; er is een doopjurk noodig. Ongelukkig
+borduur ik zoo slecht; ik kan op zijn best mijn dienst presenteeren om de luiers te zoomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat komt allemaal terecht zonder u, freule; maar.... er is eene peettante noodig, in de verte altijd.... en die mag geene
+andere zijn dan gij; mijn kind zal Francis heeten, of het een zoon dan wel eene dochter is; dit moet gij mij toestaan.&#8221;
+<a id="d0e5778"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5778">343</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wat zal dat arme kind aan zoo&#8217;n poovere peettante hebben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Iets dat voor ons zeer veel beteekent. Het zal een naam voeren dien wij altijd in &#8217;t geheugen wenschen te houden en die door
+ons steeds met achting en dankbaarheid zal worden genoemd,&#8221; sprak Willibald met gevoel, haar de hand toestekende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och! gij zijt een sentimenteele dweper, Willibald, dat heb ik altijd gezegd; maar ik wil niet alles weigeren.... het zij
+zoo; alleen ik moet u waarschuwen dat mijn naam geen geluk aanbrengt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar waag ik het op; ik ben niet bijgeloovig, maar&#8212;dan moet gij mij toch beloven het zelve ten doop te houden; daar hecht
+ik aan, al zou ik met moeder en kind naar de Werve komen, om in uwe kerk....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! neen! op &eacute;&eacute;n dag heen en weer zal ik het er nog wel uitbreken; wij moeten den zuigeling en het jonge moedertje niet
+d&eacute;rangeeren; ik voel n&ugrave; al, dat tante zijn mijne vocatie is....&#8221; Zij sprak dat laatste lachende, maar het was een zwaarmoedig
+lachje, en kennelijk voelde zij er meer bij dan zij uitsprak.
+
+</p>
+<p>Willibald ook vatte het zoo op. &#8220;Francis! hoe zou ik wenschen u nog eens recht gelukkig te zien!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu! wie zegt u dat ik niet recht gelukkig ben; oude freules, als zij goede tantes worden, hebben toch ook nog haar nut.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In elk geval zijt gij nog geen oude freule, Francis! al hebt gij altijd over mij voogdij willen oefenen als ware ik uw jongere
+broeder....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Majoor Frans heeft geen leeftijd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wil zeggen, dat zij altijd kind is gebleven,&#8221; voegde ik haar toe; &#8220;en een kind dat altijd haar zin moet hebben of&#8212;zij
+raakt uit haar humeur, niet waar kapitein Willibald?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ah,&#8221; riep Francis lachend; &#8220;daar hoor ik weer mijn deftigen neef, jonker van Zonshoven, een allerlastigst mensch, Willibald,
+waarmee ons garnizoen nu sinds <a id="d0e5801"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5801">344</a>]</span>eenige dagen is versterkt; hij ziet nergens tegen op; hij zou mij heel graag het commando ontnemen, en hij heeft al zijn best
+gedaan om mij van mijn majoorsrang te degradeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Integendeel! hij wil u verheffen en u op de plaats stellen waar gij hoort!&#8221; viel ik in. &#8220;Heb ik daar geen gelijk aan, kapitein
+Willibald?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Groot gelijk! althans als gij slaagt,&#8221; zei Willibald nu ook lachend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dat zal hij niet!&#8221; riep Francis; &#8220;ik verweer mij zoo goed als ik kan; wij haspelen den heelen dag, dat onderhoudt de
+vriendschap en dat breekt zoowat de eentoonigheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij spelen <i lang="fr">qui perd gagne</i>,&#8221; zei ik; &#8220;maar de freule neemt het spel averechts op, zij is bang voor &#8217;t verlies!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En de jonker zou mogelijk al heel weinig gebaat zijn met de winst!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, dit is iets waarover hij toch zelf het best kan oordeelen,&#8221; zei Willibald.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! want hij tast in den blinde; zoo alles afgedaan ware met Majoor Frans te verslaan, laat ik het nog daar; maar daarmee
+is nog niet uit den weg geruimd wat er mee samenhangt, en.... dat&#8217;s een Herculeswerk, waarbij ik, ik beken het voor u, Willibald,
+die er genoeg van weet, waarbij ik mijn moed en kracht zie bezwijken.&#8221; Zij sprak in ernst, en ik begreep waarop zij doelde.
+
+
+</p>
+<div class="poem" lang="fr">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>&#8220;Du courage
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Dans l&#8217;orage;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Les amis sont toujours l&agrave;,&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>zong ik, haar met intentie aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik geloof waarlijk dat hij het ondernemen zou als men het hem toestond!&#8221; zei Francis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zou het ondernemen, zelfs al stond men het hem <i>niet</i> toe!&#8221; viel ik in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, dan laat ik u in goede handen! Kapitein Willibald <a id="d0e5838"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5838">345</a>]</span>is mijn ridder, die desnoods den degen voor mij trekt,&#8221; riep Francis, terwijl zij hard wegliep, want zij zag Frits naar haar
+toekomen, die haar door een wenk beduidde dat hij haar iets te zeggen had.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben allermeest haar overwonneling,&#8221; zei Willibald met een zucht; &#8220;en om u de waarheid te zeggen, jonker! dat komt mij
+heden al heel slecht te pas, want als ik dat diner hier moet bijwonen, kom ik te laat op die soir&eacute;e en mankeer ik mijn kolonel.
+En tegen u in vertrouwen gezegd, er is sprake van belangrijke mutati&euml;n bij ons kader en ik heb eenige hoop majoor te worden,
+een weinigje v&oacute;&oacute;r mijn tijd zeker, en ik zou &#8217;t als eene gunst moeten considereeren; maar toch zou ik ontzaggelijk graag hoofdofficier
+zijn, te eer daar het eene verplaatsing ten gevolge zou hebben, die ook voor mijne vrouw zeer te pas zou komen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar mijnheer! waarom dat alles dan niet aan freule Mordaunt gezegd; ik meende dat gij u slechts voor den vorm eenig geweld
+liet aandoen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! ik meende het zeer ernstig; ik had alleen op een vluchtig bezoek gerekend, maar het zou onkiesch zijn geweest dit te
+zeggen nu zij er z&oacute;&oacute; op aandrong.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn beste Mijnheer Willibald, dat is eene zwakheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat weet ik maar al te goed; ik ben jammerlijk zwak als het haar geldt, en daarom is het heel gelukkig dat mijn vurige wensch
+om haar tot vrouw te hebben niet is vervuld. Wij zouden elkaar ongelukkig gemaakt hebben. Zij heeft zoozeer de gewoonte aangenomen
+om niet te cedeeren, en ik heb mij altijd voor haar gekromd; ik schaam mij niet het voor u te bekennen, want gij hebt het
+zelf ondervonden,&#8212;als men haar niet toegeeft....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Om de waarheid te zeggen, die ondervinding heb ik nog niet gemaakt, en denk ik ook niet te maken....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, dan moet gij op uw <i lang="fr">qui vive</i> wezen, jonker! dat waarschuw ik u; en ik maak u mijn compliment, als het u gelukt dien weg met haar te gaan, want zij voedt
+<a id="d0e5857"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5857">346</a>]</span>minachting voor zachtmoedigheid, die zij voor zwakheid aanziet, en zij heeft hare redenen om toch al geen hoog gevoelen te
+hebben van ons geslacht. Wat mij betreft, zij houdt wel van mij, maar telt mij heel weinig; de positie die ik had bij haar
+grootvader, wien zij om goede redenen eenigszins bestuurt, de verplichtingen die ik aan haar had, alles heeft er toe geleid
+om haar een overwicht te geven op mij, waarover ik, ook door de eigenaardigheid van mijn karakter, nooit heb kunnen zegevieren.
+Maar geloof daarom niet van mij, dat ik zoo&#8217;n sukkel ben in den regel. Alleen met Francis moet men eene uitzondering maken,
+ik ten minste. Ik ben haar veel verschuldigd; zij is van eene edelmoedigheid, van eene opofferende goedheid, die maakt dat
+men haar liefhebben moet, zelfs al valt zij ruw uit; ik had arme familie, waarvoor ik als luitenant, al wilde ik mij zelven
+nog zoo behelpen, niets kon doen; maar Francis, die toen nog meende fortuin te bezitten, had intusschen voor de mijnen gezorgd
+zonder dat ik er iets van wist....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! nu verwondert het mij niet meer dat gij goede vrienden met haar gebleven zijt, al heeft zij u afgewezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij heeft mij niet afgewezen. Zij heeft er voor gezorgd dat ik haar niet kon vragen! Het is hare gewoonte niet, de lieden
+een blauwtje te laten loopen. Daarom werd er wel eens gezegd, toen zij nog in de wereld verkeerde, dat niemand haar <i lang="fr">au s&eacute;rieux</i> nam. Dat is niet waar; maar zij zelve was serieus genoeg om &#8217;t geen zij voelde komen den pas af te snijden, zoodat men ter
+zijde gaat, <i lang="fr">battu et content</i>. Wat mij betreft, zij heeft mij den weg gewezen, dien ik gaan moest, precies den tegenovergestelden van dien ik toen wenschte
+te nemen. Ik ben dien gegaan, omdat ik niet tegen haar op kon, en nu...&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt gij er berouw van?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In oprechtheid gesproken, neen! Ik ben gelukkig met mijne zachte jonge vrouw, die mij eene groote fortuin heeft aangebracht
+zonder er zich iets op te laten <a id="d0e5873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5873">347</a>]</span>voorstaan, en die mij tot een gelukkigen vader zal maken naar ik hoop.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij uw kleine Francis dan maar niet bederft, zooals gij het hare peettante hebt gedaan!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s heel wat anders: maar excuseer mij, jonker, ik stel te veel belang in mijne vriendin, mijne zuster zou ik haast moeten
+zeggen, om mij niet eene vraag te permitteeren aan u.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Vraag, mijn besten kapitein! ik zal u in oprechtheid antwoorden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zegt, dat gij <i lang="fr">qui perd gagne</i> speelt met Francis; daar heb ik niets tegen; alleen, laat het spel niet te ernstig worden, of z&oacute;&oacute; ernstig dat gij uw levensgeluk
+zoowel als het hare er bij inlegt. Gij hebt blijkbaar haar vertrouwen, hare achting gewonnen; dat is zeer zeker de weg naar
+haar hart. Speel daar niet mee, ik smeek het u om harent, om uws zelfs wil. Daar is tusschen u en haar een losse, coquette
+toon, die haar bevalt, dat weet ik wel, al kon ik dien niet tegen haar voeren, maar die mij eenigszins ongerust maakt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt gerust zijn, mijnheer! ik ben een eerlijk man en heb de zuiverste bedoelingen. Francis bedriegen! wie daartoe in
+staat ware zou een laaghartige zijn. Zij is de oprechtheid en rondborstigheid zelve!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, dat is zij; en daarom is alles wat naar <i lang="fr">cache-cache</i> lijkt haar tegen. En nu, vergun mij iets te zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat toch?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De generaal zei mij zoo <i lang="fr">en passant</i> met een enkel woord, dat gij geene fortuin hebt, maar groote verwachtingen, mits gij eenige <i lang="fr">souplesse</i> wist te toonen voor zekeren bloedverwant.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is mogelijk. Waar bemoeit de generaal zich toch mee!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Met de toekomst van zijne kleindochter; en dat is hem wel te vergeven, dunkt mij. Gij moet weten, mijnheer! dat ik mij zoo
+pas een paar dagen in het stadje Z. heb opgehouden. Ik heb daar over u hooren spreken.&#8221;
+<a id="d0e5907"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5907">348</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat is niet te verwonderen. Men is, geloof ik, nogal praatziek in dat stadje,&#8221; bracht ik uit; maar ik voelde dat ik bleek
+werd. Mijn geheim mogelijk reeds verraden! &#8220;Wat vertelt men daar eigenlijk van mij?&#8221; vroeg ik, te stouter naarmate ik meer
+ongerust was.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat gij iemand zijt die reeds fortuin bezit, want men fluistert elkander in (ik laat die kleinsteedsche babbelarij en bemoeizucht
+in hare waarde, dat spreekt vanzelf), dat gij hier in de provincie reeds groote possessies hebt en hier zijt om er nog meer
+aan te knoopen. Nu vraag ik u, waarom weet men daar niets van op de Werve?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben hierheen gekomen om mijne nicht Francis te leeren kennen; gij zult mij toestemmen dat men het in zulk geval moeielijk
+op hooren zeggen kan laten aankomen, vooral waar het freule Mordaunt geldt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is waar, en zelfs behoort er moed toe om zich heen te zetten over zekere anecdotes, die omtrent haar circulairen. Maar
+ik verzeker u dat het verfoeielijke leugens zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook heb ik niemand willen gelooven dan haar alleen. Maar mijnheer Overberg, dien ik daar ginds tot vriend had en die mijn
+voornemen toejuichte, deed mij opmerken dat men in het stadje alles wilde weten van iedereen; als men niets te weten kon komen,
+vond men uit. Ik moest bijgevolg eene reden opgeven voor mijn verblijf in deze streken. De ware, die Francis was, kon en wilde
+ik niet avoueeren; ik liet het dus aan hem over iets te bedenken, dat aannemelijk was. Ik weet nauwelijks welk verdichtsel
+hij uitvond. Moest ik dat ook hier nog colporteeren? Als ik eens met hoop van goede uitkomst de hand van Francis zal vragen,
+behoeft het ook voor niemand meer een geheim te blijven, wat ik al of niet bezit. Is haar vriend met deze inlichtingen tevreden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij zou neen zeggen om toch geen andere te krijgen, denk ik,&#8221; hernam hij met een melancholiek glimlachje. &#8220;Zij voor zich
+is volkomen belangeloos, zij zal er niet op zien! maar toch is het waarheid dat zij geen man <a id="d0e5920"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5920">349</a>]</span>zonder vermogen k&aacute;n trouwen. Hoe dat ook zij, maak haar gelukkig als gij haar hart kunt verwerven<span id="d0e5922" class="corr" title="Bron: ">,</span> dat is alles wat ik verlang, en.... zij verdient het. Ondanks den schijn, die soms tegen haar getuigt, is het een der edelste
+karakters die ik ooit heb leeren kennen, zelfs onder mannen en zij heeft daarbij niet <i lang="fr">les d&eacute;fauts de son sexe</i>, al mist zij dan ook zekere beminnelijke zwakheden, die er mee gepaard gaan. Ik ben adjudant geweest van den kolonel, van
+&#8217;t oogenblik af dat deze het commando te Z. aanvaardde, en ik was spoedig in zijne intimiteit. Zoo heb ik Francis onder allerlei
+omstandigheden leeren kennen; en, ik mag het zeggen, haar mogen ter zijde staan in lief en leed, en nooit heb ik haar zwak
+gezien, nooit bezield door ijdelheid of zelfzucht, nooit haar zien terugtreden waar het een zwaren plicht gold.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="fr">Messieurs allez plus loin, l&#8217;empereur vous entend!</i>&#8221; declameerde Francis op schertsenden toon, terwijl zij van achter een vervallen muur optrad. &#8220;Ik heb niet willen luisteren,
+maar ik heb toch verstaan.... Dat was eene heel mooie phrase, Willibald, die gij daar met zooveel emphase hebt uitgegalmd;
+het scheelde niet veel of ik had u geapplaudisseerd zooals het <span id="d0e5933" class="corr" title="Bron: pupliek">publiek</span> zeker Hollandsch acteur als hij zijne <i lang="fr">phrases &agrave; effet</i> debiteert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij weet het wel, freule, dat ik niet dan oprecht kan zijn, en zoo ik iets heb gezegd tot uw lof, ter waardeering van uw
+karakter....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Was het zeker omdat onze vriend Leopold zijne bezwaren daartegen had ingebracht. Gelukkig is hij iemand die er aan hecht
+uit eigen oogen te zien,&#8221; ging zij voort, haar sprekenden blik op mij vestigend, &#8220;en hij weet dat hem door mij althans geen
+blinddoek zal worden voorgedaan; hij weet al genoeg van mij en heeft hier al het noodige bijgewoond om uwe panygeriek op hare
+waarde te schatten. Doch ik heb er vrede mee; het is noodig voor de vriendschap dat men elkaar van alle zijden goed leert
+kennen. Het spijt mij, dat ik ulieden zoo kom overvallen en twee minuten mijns ondanks voor <a id="d0e5943"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5943">350</a>]</span>luistervink speelde, maar ik kom u zeggen, Willibald, dat uw rijtuig voor is; wanneer wilt gij nu dat het terug zal komen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wanneer laat gij mij vrij?&#8221; vroeg hij eenigszins verlegen, en mij aanziende.
+
+</p>
+<p>&#8220;U vrijlaten! <i lang="fr">c&#8217;est fort</i>, die getrouwde mannen verleeren alle galanterie.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Kapitein Willibald ziet er tegen op u te bekennen, Francis! dat hij eigenlijk niet blijven kan,&#8221; viel ik in. &#8220;Hij vreest
+zijn kolonel te mankeeren en tegelijk zijne bevordering mis te loopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Is &#8217;t een inval van Leo?&#8221; vroeg Francis, Willibald aanziende met haar snellen, onderzoekenden blik.
+
+</p>
+<p>Hij kleurde waarlijk als een jong meisje.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen freule! er zullen belangrijke mutati&euml;n bij het kader plaats grijpen. &#8217;t Is mij ingefluisterd dat ik wat kans heb majoor
+te worden, bij keuze, want ik ben eigenlijk nog niet aan de beurt; alleen als ik de gelegenheid mis waarbij de kolonel mij
+aan generaal H. zou presenteeren, dan....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Spreekt het vanzelf dat er geen kwestie kan zijn van u gunst te verleenen. Mijn hemel, Willibald! waarom hebt gij dat dan
+ook niet gezegd toen ik u preste om te blijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zag zoo duidelijk dat het u contrarieerde....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">Frailty thy name is man!</i>&#8221; declameerde Francis; &#8220;en dat bazuinde nog wel mijn lof, terwijl er zulk een offer werd gebracht!&#8221; riep zij met een licht
+schouderophalen. &#8220;Wat een ego&iuml;stisch despootje moet ik zijn in uw oog, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het komt mij voor dat mijnheer Willibald hier zelf de schuldigste is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarvoor zal hij dan ook boeten!&#8221; riep Francis. &#8220;Hij zal niets meer genieten van al de delicatessen, die Rolf heeft weten
+samen te brengen om zijn generaal te f&ecirc;teeren. En gij, jonker! die zijn bondgenoot zijt, gij zult met mij de corv&eacute;e deelen
+om den domin&eacute; en den notaris <a id="d0e5973"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5973">351</a>]</span>aan tafel te amuseeren. Kom aan, Willibald! maak nu geene complimenten meer; een kort en goed afscheid, uw woord dat gij eens
+weerkomen zult, en dan.... uitgerukt eer de generaal het merkt, anders komt die u ook nog ophouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar freule! zoo te &eacute;chappeeren....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat neem ik op mij. En nu, <i lang="fr">en avant marche!</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>En zij liep alleen vooruit om Willibald tot spoed te dwingen. Wij bereikten dan ook <i lang="fr">sans encombre</i> het voorplein, waar Willibald in een allerliefst laag rijtuigje stapte, door een koetsier in livrei bestuurd. Toen hij weg
+reed, bleef Francis naast mij op het perron staan en sprak met kennelijke voldoening:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja wel, men heeft livrei! en wat een prachtige moorkop! Als de arme jongen zijn zin had gehad, zou hij nu geen &eacute;quipage houden
+en mijn slaaf zijn geworden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij verdient werkelijk beter! Een door en door goed mensch, Francis!&#8221; sprak ik met een tintje van verwijt.
+
+</p>
+<p>&#8220;Een engel van een mensch, dat weet ik beter dan gij; alleen.... engelen kan men in onze maatschappij zoo slecht gebruiken.
+Men moet <i lang="en">a little devilish</i> wezen om er zich door te slaan. Toch Leo! ik zou hem te kort doen als ik u niet verzekerde dat er &eacute;&eacute;n punt is, waarop hij
+vastheid weet te toonen: militaire eer. Ik heb eens tevergeefs getracht hem van een duel te weerhouden, en nog wel een duel
+om mij. Ik had eene dame gebrutaliseerd, eene barones, eene gescheiden vrouw, die zich de airs gaf van slachtoffer en in ons
+huis had weten binnen te dringen. Zij had mijn grootvader zoo ingepakt, dat de goede man er niet aan wist te ontkomen. Zij
+had tot <i lang="fr">comp&egrave;re</i> zekeren Duitschen ridder, aan wien zij zeide geparenteerd te zijn; en dat paar leende elkaar de hand bij het spel. Grootpapa
+werd afgezet, deerlijk afgezet. Ik raadde dat en begreep dat eene executie moest plaats vinden, <i lang="fr">en pleine soci&eacute;t&eacute;</i> om dat onkruid uit te roeien, en ik aarzelde niet die te volvoeren. Willibald stond mij trouw ter zijde, maar had gewild
+dat ik het voorzichtig <a id="d0e6002"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6002">352</a>]</span>zou aanleggen; dan, gij begrijpt, voorzichtigheid en ik... <i lang="fr">Je n&#8217;y allais pas de main morte!</i> Ik betrapte de valsche spelers op heeterdaad en ontdekte ze voor aller oog, zoodat de dame in kwestie woest kwaad op mij
+werd, maar zich moest retireeren. Haar vriend de chevalier, een soort van matamore, achtte het zijn plicht hare partij te
+nemen en iemand uit te dagen. Die iemand was Willibald, omdat deze zich <i lang="fr">carr&eacute;ment</i> in zijn weg gesteld had, toen hij mij wilde beleedigen. Ik smeekte, ik drong Willibald, zich niet met den intrigant in te
+laten, die stellig geen eerlijke partij zoude zijn. Het hielp niets, hij was onverzettelijk. Grootpa zelf, die liefst geen
+<i lang="fr">esclandre</i> had gewild, moest berusten; de militaire eer scheen het te eischen. Ik stond doodsangsten uit en betichtte mij zelve dat
+ik altijd ongeluk toebracht aan mijne vrienden. Willibald kwam op het terrein met zijne secondanten en vond er den geduchten
+tegenstander niet. Het voorgenomen duel had natuurlijk veel opzien gebaard en de aandacht der politie gevestigd op den &#8216;Herr
+Ritter;&#8217; er werd door haar naar zijne antecedenten ge&iuml;nformeerd, en hij werd nu herkend als een <i lang="fr">chevalier d&#8217;industrie</i> waarmee zij reeds vroeger had te doen gehad. Zoo ontkwam Willibald aan de eer om met dien bretteur den degen te kruisen;
+maar hij had er door gewonnen in mijne achting. Men zou gedacht hebben, dat de <i lang="fr">beau monde</i> mij nu dank zou geweten hebben voor de uitdrijving van zulke intriganten uit zijn kring; toch niet. Het was Majoor Frans,
+die het bedreven had, en <i lang="fr">sans &eacute;gards</i> voor eene barones, die, al had zij zich met een <i lang="fr">chevalier d&#8217;industrie</i> gecompromitteerd, toch eene vrouw was van goeden toon, met uitstekend fijne manieren. Het was goed dat het gedaan was, maar
+het had z&oacute;&oacute; niet moeten geschieden; en bovenal had Francis Mordaunt er zich buiten moeten houden, alsof er onder al die fijn
+beschaafde heeren en dames &eacute;&eacute;n was, die den zedelijken moed zou gehad hebben om eene valsche speelster in de kaart te zien,
+om niet te zeggen dat ik er de naaste <a id="d0e6025"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6025">353</a>]</span>toe was, die mijn armen grootvader zag misleiden, zag plunderen.... Maar wat doe ik die oude histories op te halen! Ik hoor
+al een rijtuig rollen; daar komen de gasten. Ziedaar Rolf in groot tenue, die zich in postuur stelt om voor ceremoniemeester
+te spelen. Bravo, kapitein! neem het maar voor mij waar, want ik moet nog een weinig aan mijn toilet verschikken.&#8221;
+
+</p>
+<p>En weg was zij, het huis weer binnen.
+
+</p>
+<p>Daar de kapitein werkelijk in uniform was, met zijne Willemsorde op de borst, achtte ik mij verplicht om mij ook nog wat op
+te knappen en maakte mij uit de voeten eer de gasten uitstegen.
+
+</p>
+<p>Het diner was zooals men dat verwachten kon na de aanstalten die Rolf en Francis er te zamen voor hadden gemaakt. Eene bijzonderheid
+trof mij: er was nu zekere ruimte van tafelzilver, zwaar ouderwetsch en met wapens voorzien. Ik begreep dat Francis met den
+kapitein had samengespannen om het familiezilver terug te krijgen. En het goedhartige schepsel durfde er voor zich zelve geen
+nieuwe zijden japon van nemen, die zij bepaald noodig had! Welk een genot zou het voor mij zijn, haar eens voor al die opofferingen
+schadeloos te kunnen stellen; en zij, die wel niet droomde van zulke uitzichten, zat daar toch uiterlijk zonder smartelijke
+pr&eacute;occupatie en zelfs door hare vroolijkheid, door hare gulheid het gezelschap opwekkende om de vormelijke stijfheid te breken,
+die sommige dezer lieden meenden te moeten aannemen. De verveling, waarmee zij mij gedreigd had, kwelde mij niet. Zij had
+zich neergezet tusschen den domin&eacute; en mij; de notaris kreeg de eereplaats naast den generaal, en de ontvanger, die tegelijk
+als postbeambte fungeerde, zat aan diens linkerhand; daarbij sloten zich een paar stevige heerenboeren aan, ouderlingen en
+leden van den gemeenteraad, de eenigen onder de notabelen die tegen den burgemeester en v&oacute;&oacute;r den generaal partij trokken,
+zoo vaak er punten van verschil oprezen in hunne lilliputsche maatschappij! Kapitein Rolf zat <a id="d0e6033"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6033">354</a>]</span>tusschen hen in, en verzuimde niet hen aan te moedigen den wijn eer aan te doen en hen opmerkzaam te maken op de exquise merken
+welke hun werden voorgezet.
+
+</p>
+<p>Domin&eacute; was meer opgewekt als gast aan tafel dan als prediker tegenover zijne gemeente. Hij bleek een drukke anecdotenkramer,
+die Francis nogal eens stof leverde voor een uitval. Dames waren er niet: Francis had het vrouwelijk personeel in den ban
+gedaan; of deze haar, dat weet ik niet recht uit te maken.
+
+</p>
+<p>De zoon van de Pauwelsen, dezelfde die palfreniersdiensten deed bij het rijpaard van Francis, assisteerde nu Frits bij het
+dienen. De oude knecht droeg ditmaal een livreirok, die mij aan een gemetamorphoseerde officiersjas deed denken. Was het dit
+of iets anders, dat den goeden man ditmaal zoo stijf en plechtig maakte dat het mijne aandacht trok! Hoe dat zij, grijs geworden
+onder de discipline, verzuimde hij zijne dienst niet, en alles liep flink en geregeld af, zooals in een huis waar orde en
+goed beleid voorzitten. En toch was er veel wat mij pijnlijk aandeed en stof gaf tot nadenken. Een huis dat in puin dreigt
+te storten en waar men feest viert! De zoon des huizes, die uitgedreven was en toch weergekeerd, zonder dat er een plaatsje
+voor hem was aan den feestdisch van zijn vader; die mogelijk nu alweer in &#8217;t gareel draafde van zijn halsbrekend beroep,&#8212;en
+die vader, die hem niet miste, die hem bovenal niet terugwenschte! Ik kon niet nalaten den generaal aan te zien met de bijgedachte
+aan Rudolf. De fijne <span id="d0e6039" class="corr" title="Bron: egoist">ego&iuml;st</span> was weder in zijn humeur geraakt. Zijn spijt over het echappeeren van Willibald, had hij spoedig verzet bij het genot zijner
+lievelingsgerechten, waarmee hij werd gef&ecirc;teerd, en hij bleek bij uitnemendheid de man voor het weelderige, gezellige leven.
+Het scheen hem niet in &#8217;t minst te preoccupeeren hoe de luxe van het onthaal was daargesteld; hij genoot die <i lang="fr">en fin connaisseur</i> en sprak er over met zijne gasten zonder eenige <i lang="fr">g&ecirc;ne</i>. Wat Francis betreft, zij kent hare plichten als gastvrouw en zij behoort tot <a id="d0e6048"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6048">355</a>]</span>die gelukkigen, die met buitengewone veerkracht bedeeld, even gemakkelijk op een gegeven oogenblik haar last en leed weten
+te verzetten en van zich af te werpen, als die in den regel met kloekheid te dragen. Zij was <i lang="fr">en veine</i> van plaagzucht en wij kibbelden prettig, zij stootte aan met Rolf, die, zonder haar den titel te geven, een toast had ge&iuml;mproviseerd
+op zijn majoor. In &#8217;t eind, wij amuseerden ons ieder op zijne wijze, en tot mijne voldoening tafelde men niet al te lang.
+Omstreeks zeven uur liet Francis ons aan de sigaar. Ik durfde nu niet met haar ontsnappen. Zij liet koffie dienen, en daarop
+noodigde Rolf ons in &#8217;t pri&euml;el in den tuin; hij had kruidenwijn gemaakt, dien moesten wij proeven. Dat voorstel werd met toejuiching
+begroet, en het was zoo kwaad niet gevonden. De gasten waren plakkers; de heerenboeren hadden hun wagentjes besteld tegen
+acht ure. De generaal had zoo iets gemompeld van een partijtje billard, maar zij excuseerden zich; en dat was gelukkig, want
+het billardlaken was in een deerlijken staat. Francis had vooruit elk spel geprohibeerd, en.... de tijd moest toch worden
+omgebracht. Ik had altijd hoop Francis te zien opdagen, maar daar zij niet te voorschijn kwam, begreep ik dat zij zich teruggetrokken
+had om uit te rusten. De domin&eacute;, die het eerst en te voet heenging, klaagde dat hij tevergeefs naar haar gezocht had om afscheid
+te nemen. Eindelijk kwam Frits in alle plechtigheid aandienen dat het rijtuig v&oacute;&oacute;r was, een zoogenaamd speelwagentje, met
+solide leeren huif overdekt, waarin voor allen plaats was en dat aan een der notabelen behoorde. Daar de generaal een weinigje
+zat te soezen, al wilde hij er niet voor uitkomen, was ik met Rolf mee gegaan om het gezelschap uitgeleide te doen. Daarop
+excuseerde de kapitein zich bij mij en ging volgens gewoonte in de billardkamer zijne welverdiende rust nemen. Ik bleef nog
+wat op het binnenplein rondloopen, besluiteloos of ik al dan niet het huis weer zou ingaan, toen ik op eens Francis zag aankomen
+door de oude poort, die nooit meer gesloten werd.
+<a id="d0e6053"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6053">356</a>]</span></p>
+<p>Haar te gemoet te gaan en mijne blijdschap te betuigen dat ik het zoo trof, haar voor te stellen nu nog te zamen eens rond
+te wandelen, was even schielijk gedaan als gedacht; maar voor eene wandeling was het te laat, voerde zij tegen. Zij zelve
+was maar eens naar de boerderij geloopen om het grootje van de Pauwelsen wat lekkernijen van het diner te brengen; d&aacute;t was
+hare rust geweest. Maar zij wilde graag nog wat met mij den tuin in en een poosje praten op de bank van den vervallen koepel,
+waar men zulk een mooi vergezicht had. Alleen moest zij eerst even omzien naar grootpapa.
+
+</p>
+<p>&#8220;Die zit nog in &#8217;t pri&euml;el te dommelen, en mij dunkt hij zit daar goed.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar de avond is luchtig en.... Is Rolf bij hem?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rolf haalt de schade in van de verloren si&euml;sta.&#8221;
+
+</p>
+<p>Francis fronste de wenkbrauwen. &#8220;Grootpapa moest vandaag niet alleen zijn.&#8221; En zij verhaastte haar tred. &#8220;Zoudt gij gelooven,
+dat ik den heelen dag zekere onrust heb gehad?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij! Men zag het u niet aan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat moest er nog maar bijkomen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waarom die onrust?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hebt gij dan niet wel eens aan Rudolf gedacht? Dat zou mij verwonderen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik? Heel veel! Juist aan het diner, waar ik zijn vader zoo opgewekt zag, kwam hij mij telkens voor de verbeelding.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik dacht aan hem eer met onrust dan met medelijden, dat wil ik u wel bekennen. Ik vrees nog altijd een <i lang="fr">coup de t&ecirc;te</i> van hem.... Gij zijt zeker dat hij vertrokken is, niet waar?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij is zijn eigen weg gegaan, terwijl ik nog sliep en heeft zijne portefeuille laten liggen. Ik ga morgen naar A. om hem
+uit te vinden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Doe dat maar niet, want nu ben ik er zeker van dat hij weer zal keeren. Hij is mijn <i lang="fr">cauchemar</i>....&#8221;
+<a id="d0e6086"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6086">357</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat blijkt uit alles. Ik weet het, gij hebt er reden voor; maar toch, zoo hard te zijn jegens een ongelukkige!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo gij voor hem geleden en gestreden hadt zooals ik, zoudt gij denkelijk niet zachter over hem oordeelen. Men kan niet op
+hem aan, ziedaar wat mij het meest in hem tegenstaat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is ook een leelijk gebrek, maar toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat mankeert er nog maar aan, dat wij samen kibbelen over dien man!&#8221; viel zij in met zoo zichtbaar verdriet en ongeduld,
+dat ik mijn pleidooi opgaf, omdat ik haar juist nu niet meer wilde prikkelen. Mijn zwijgen echter nam zij als verwijt, en
+daar had zij ook geen vrede mee.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg mij liever,&#8221; sprak zij op geheel anderen, bijna vleienden toon, &#8220;of mijn diner u bevallen is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt eene gastvrouw bij uitnemendheid, Francis! Ik zou u willen zien aan het hoofd van een huis dat perfect gemonteerd
+was en....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waar men het tafelzilver niet eerst behoefde te lossen als men gasten wacht,&#8221; viel zij in, wel wat ruw en bitter; maar
+de bitterheid was bij haar wel te verklaren en te vergeven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Arme lieve! dat heeft u zeker een geducht offer gekost?&#8221; vroeg ik met deernis, want zij had tranen in de oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat vernedert kost altijd,&#8221; hernam zij. &#8220;Maar helaas! ik ben er al over heen; en wat het overige betreft, mijn zomertoilet
+is er eene luchtspiegeling door geworden,&#8221; ging zij luchtiger voort. &#8220;Maar dat is het minste; ik was het den ouden man schuldig.
+Ik had hem, gij herinnert het u nog wel, Leo! wat al te hard de waarheid gezegd over zekere zwakheden, en nu, op zijn verjaardag,
+wilde ik daarvoor boete doen en hem eene verrassing bereiden, die wel doel getroffen heeft; grootpapa was er bewogen door,
+en Rolf, goede ziel als hij is! heeft er het zijne toe gedaan; hij is er voor naar de <a id="d0e6105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6105">358</a>]</span>stad gereden en wij hebben het samen in stilte gepoetst. Frits mocht het natuurlijk niet merken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Men zou wenschen u in de schuld te zien vervallen, om de beminnelijkheid waarmee gij die herstelt. Mij Francis! wien gij
+niets schuldig waart, hebt gij zoo allerliefst verrast....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Beter gemeend dan uitgevoerd; het eerste het beste dat ik grijpen kon. Een souvenir aan den dag waarop gij voor goed mijn
+vriend zijt geworden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij waren door het huis den tuin ingegaan; het was er reeds schemerdonker. Ik werd aangegrepen door een moed, die veel op
+overmoed geleek; ik wilde op eens aan alle mijne aarzelingen een eind maken. Als ik schrijf: <i>ik wilde</i>, is dat niet juist uitgedrukt; er was iets onwillekeurigs, iets onoverlegds in mijne handelwijze, toen ik zacht mijn arm
+om haar heen sloeg en alleen zeide:
+
+</p>
+<p>&#8220;Uw vriend geworden voor goed? ik dank u voor dat woord, Francis! maar.... het is mij niet genoeg; sta mij toe meer voor u
+te zijn, sta mij toe.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Meer zou te veel zijn,&#8221; viel zij in met zichtbare agitatie. &#8220;Ik bid u, Leo! wil berusten in &#8217;t geen wij voor elkaar zijn
+kunnen, en bederf die verhouding, die mij, als u, dierbaar is, niet door meer te willen, want dat kan toch niet zijn. Daarom,
+beloof mij, beloof mij ernstig Leo! dat gij daar nooit weer van spreken zult!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zeker dat klonk als eene afwijzing en.... het scheen ernst. Maar de toon waarop zij die woorden uitsprak, getuigde van eene
+ontroering, die zij niet kon of niet wilde verbergen; dit was toch heel wat anders dan hare koele, besliste verklaring op
+de hei, waarmee zij den vreemdeling had willen afschrikken.
+
+</p>
+<p>Ik vatte er moed uit om te vragen: &#8220;en waarom dan toch niet, Francis?&#8221; maar ik kreeg geen antwoord, zij trok driftig haar
+arm uit den mijnen, en liep ijlings vooruit naar het pri&euml;el. Hetgeen zij daar zag deed haar een kreet slaken, en zelf stond
+ik roerloos van schrik toe te zien, zoodra ik naderbij was gekomen.
+<a id="d0e6124"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6124">359</a>]</span></p>
+<p>Wij zagen Rudolf! Rudolf, geknield aan de voeten van zijn vader en diens handen kussende zonder dat deze het scheen af te
+weren.
+
+</p>
+<p>Wij meenden getuigen te zijn van eene verzoening, wij hadden ons deerlijk vergist. Rudolf zelf sprong op met een uitroep van
+schrik en vertwijfeling, en sloeg zich voor het hoofd als een wanhopige. Francis, die in &eacute;&eacute;n vaart tot het pri&euml;el was doorgegaan,
+riep hem toe: &#8220;Ik heb u gewaarschuwd! gij hebt uw vader den dood berokkend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Francis! neen! hij is bewusteloos, hij is koud als een lijk; maar ik vond hem z&oacute;&oacute;; ik bezweer u bij alles wat mij lief
+is, dat ik hem zoo gevonden heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>Werkelijk zat daar de generaal, stokstijf en onbewegelijk als een doode; zijn hoofd was op gedwongen wijze naar &eacute;&eacute;ne zijde
+gekeerd, en zou mogelijk dieper zijn neergevallen, zoo het latwerk van het pri&euml;el, nog maar weinig door de dunne bladeren
+bedekt, het niet tegengehouden had; zijn gelaat zag blauw bleek, als ware hij geworgd; zijne oogen stonden strak en wijd open,
+maar het was blijkbaar dat zij niet zagen; zijne gelaatstrekken waren akelig verwrongen; de armen hingen als verlamd langs
+het lichaam; de hand die Rudolf losliet viel roerloos neer en was ijskoud, toen ik die vatte om te onderzoeken of de pols
+was te vinden. Francis maakte zijn das en boord los, ontblootte den hals en wreef de slapen met eau de cologne, het eerste
+wat zij terstond bij de hand had. Het bleek dat er nog leven was! de inwrijving met het scherpe geurige water scheen de reukzenuwen
+aan te doen, er was geene volstrekte gevoelloosheid. Maar, er moest hulp zijn, oogenblikkelijke hulp. &#8220;Is er geen geneesheer
+in de buurt?&#8221; vroeg ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet ver het dorp in woont de chirurgijn die hier pas gekomen is!&#8221; antwoordde Francis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan vlieg ik er heen!&#8221; riep Rudolf met levendigheid.
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is veel beter dat Frits gaat,&#8221; besliste Francis.
+
+</p>
+<p>Zij had gelijk, en ik liep het huis binnen om den <a id="d0e6141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6141">360</a>]</span>ouden getrouwen Frits op te zoeken, en aan hem het geval mede te deelen! Ik begreep nu wat hem den ganschen dag zoo strak
+en somber had gemaakt.
+
+</p>
+<p>&#8220;De generaal een attaque!&#8221; riep hij met tranen in de oogen, &#8220;dan is hij geschrikt of heeft zich boos gemaakt, en&#8212;dat, dat
+is mijne schuld!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Frits!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen jonker, het is zooals ik zeg; ik had het niet moeten toelaten, maar kon ik.... ik, mijnheer Rudolf wegjagen, verklagen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, goede trouwe man, dat mocht gij niet; maar nu&#8212;weet te zwijgen en haast u.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;D&agrave;t zult gij zien!&#8221; en hij ijlde weg met een spoed of er jeugdige kracht was gevaren in zijn oude beenen.
+
+</p>
+<p>Toen ik terugkeerde lag de generaal nog altijd zonder kennelijk bewustzijn in dezelfde houding; er had zeker eene heftige
+woordenwisseling plaats gevonden tusschen Francis en Rudolf, waarbij deze de nederlaag had geleden, want ik vond hem achter
+het pri&euml;el verscholen tegen een boom geleund, en zich het gelaat bedekkend in stomme, radelooze smart.
+
+</p>
+<p>&#8220;Tranen en handenwringen baten nu niet,&#8221; duwde Francis hem toe, &#8220;help mij liever om hem te vervoeren!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik?&#8221; riep hij als opgewekt uit zijne vertwijfeling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het kwaad is immers nu toch geschied! Breng hem over, eer hij bijkomt; Leo zal u wel helpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is niet noodig; hij is <i>mijn</i> vader en het is mijn recht,&#8221; riep hij bijna woest, trad toe en vatte den grijsaard op met de omzichtigheid, maar tegelijk
+met de zekerheid van iemand voor wien het een lichte last moest zijn. Hij nam hem op de beide armen, en hij liep er zoo vlug
+en vast mee voort, dat wij moeite hadden hem bij te houden. Bleek als de pati&euml;nt zelve volgde Francis en wees de groote zijkamer
+aan als de voorloopige rustplaats.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ware het niet beter in eens door, naar zijne slaapkamer, <a id="d0e6168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6168">361</a>]</span>op zijn bed?&#8221; vroeg Rudolf, en hij besteeg alreeds den eersten trap.
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar dat zal u onmogelijk zijn!&#8221; voerden wij beiden tegen.
+
+</p>
+<p>Rudolf antwoordde alleen met voort te gaan en bereikte de eerste verdieping, waar van ouds de generaal zijn logis had. Francis
+haastte zich de deur van de slaapkamer open te doen, en binnen eenige minuten lag de bewustelooze op zijn bed, nog altijd
+met de starende oogen, die niet schenen te zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;God lof, we zijn er!&#8221; sprak Rudolf met zijn heesche stem, nu op een stoel neerzinkende. &#8220;Ik heb wel sterker <i lang="fr">tours de force</i> gedaan, maar geen waarbij mij het hart zoo heeft geklopt.&#8221; Francis dankte hem voor zijne hulp.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mag ik hier blijven tot hij weer bijkomt?&#8221; vroeg hij ootmoedig. &#8220;Verscholen aan deze zijde van het ledikant, kan hij mij
+onmogelijk zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt nu niet heengaan, dat gevoel ik; maar wij moeten Rolf laten roepen, en als die komt en u ziet....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als hij opschudding maakt, draai ik hem den hals om; doodeenvoudig.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik vond het eenvoudiger Rolf vooruit te gaan waarschuwen en tot stilzwijgen en toegeefelijkheid te stemmen; ik had medelijden
+met den armen man, dat ik hem met zulke tijding uit zijne feestelijke stemming moest opschrikken. Ik vond hem nog zoo dommelig
+en zoo beneveld, dat ik moeite had hem aan &#8217;t verstand te brengen wat er gaande was. Toen hij mij eindelijk begreep, meende
+ik dat hij zelf eene beroerte zou krijgen van smart en ergernis, en zonderling, de laatste was nog heftiger dan de eerste.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat doet <i>die</i> hier? Hij brengt altijd ongeluk aan. Maar dat kan hem niet schelen; hij ontziet zich toch niet zijn dwaze invallen uit te
+voeren, al zou hij er ook Francis ongelukkig door maken en zijn vader vermoorden.&#8221; Ik bracht hem onder &#8217;t oog dat een man
+op den leeftijd van den generaal, na een copieus diner zooals <a id="d0e6192"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6192">362</a>]</span>het zijne was geweest, nog gevolgd door het druk gebruik van kruidenwijn in de open lucht, heel licht een aanval van beroerte
+had kunnen krijgen, zonder verdere bijkomende omstandigheden; maar evenals Francis hield hij vol dat er zonder Rudolf niets
+gebeurd zou zijn; daarenboven beweerde hij dat hij zijn krijgsmansplicht verzuimde, zoo hij geen kennis gaf aan de bevoegde
+autoriteiten en &#8220;den deserteur&#8221; liet arresteeren!
+
+</p>
+<p>Het kostte mij werkelijk eenige moeite hem van dit <i lang="fr">id&eacute;e fixe</i> af te brengen en te doen verstaan dat er een hoogere plicht was, die der menschelijkheid, en dat deze hem gebood, den zoon
+niet te weren van zijns vaders ziekbed, dat mogelijk een sterfbed kon zijn; dat freule Mordaunt zelve haar oom gastvrijheid
+had verleend, en dat het aan ons was om het smartelijk familie-geheim te eerbiedigen en te zorgen dat master Smithson weer
+in veiligheid kon aftrekken. Deze voorstelling bleek doel te treffen, en Rolf was toch innerlijk te goedhartig om te doen
+wat hij overluid riep dat zijn militaire plicht was, tenzij de generaal zelf het uitdrukkelijk begeerde.
+
+</p>
+<p>Toen ik nu, vergezeld van Rolf, weer de ziekenkamer binnenging, vonden wij er reeds den dorpsgeneesheer, die van een pati&euml;nt
+in de nabuurschap terugkeerde en dien Frits gelukkig had ontmoet.
+
+</p>
+<p>Hij achtte den toestand zorgelijk en een lating hoog noodig, had zijn lancet bij zich en wenschte de operatie onverwijld te
+volbrengen. De pati&euml;nt moest ontkleed worden; Frits en Rolf strekten hem gewoonlijk tot kamerdienaar. Ik leidde Francis ter
+zijde in een kabinetje waar ook Rudolf zich verscholen hield in ademlooze spanning over de uitspraak van den chirurgijn. Francis
+liet ons samen, om haar zijden japon te verwisselen met een n&eacute;glig&eacute;. Door de deur, die wij op een kier hadden gelaten, konden
+Rudolf en ik alles waarnemen wat er met den pati&euml;nt voorviel. Toen hij bijkwam, vroeg hij met eene zonderling veranderde stem,
+met eene stamelende tong, naar Francis; toen zij kwam, nog voor men <a id="d0e6203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6203">363</a>]</span>haar had kunnen roepen, deed hij haar op verwarden en verwilderden toon vragen, die de geneesheer voor koortsachtig ijlen
+aanzag, maar waaruit het voor ons overigen duidelijk bleek, dat hij Rudolf gezien en herkend had en ook nu bij zijne kennis
+was, daar hij ondanks alles zorgde geen naam te noemen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Men moet den pati&euml;nt de meest mogelijke rust verzekeren, anders krijgen wij hersenkoorts,&#8221; besliste de jonge geneeskundige
+eer hij heenging, door Frits vergezeld, die ter wille van den spoed op de medicijnen zou blijven wachten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou het u rust geven den persoon te zien dien ge straks hebt aangeduid?&#8221; vroeg ik den generaal, toen wij alleen onder huisgenooten
+waren.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen! ik weet dat hij er is, hij moet gaan, hij moet mij niet onder de oogen komen, of ik vervloek hem!&#8221;
+
+</p>
+<p>Het werd stamelende en met moeite uitgebracht; maar toch bitter en dreigend, kennelijk met volkomen bewustheid. Wij hoorden
+een luiden snik; Rudolf had verstaan!
+
+</p>
+<p>Het werd noodig hem te verwijderen.
+
+</p>
+<p>Rolf zou dien nacht met Francis blijven waken; ik voerde Rudolf weg; de forsche man wankelde op zijne voeten, ik moest hem
+steunen.
+
+</p>
+<p>Toen wij mijne kamer bereikt hadden, viel hij als een verslagene op de sofa neer! &#8220;&#8217;t Is gedaan, ik had niets beters te hopen
+noch te wachten, niets beters verdiend ook!&#8221; en hij schreide als een kind.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis had toch gelijk, gij hadt niet moeten weerkeeren tegen uwe belofte.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet weg geweest! Frits heeft mij betrapt toen ik den tuinmuur wilde overklimmen, en ik moest mij bekend maken om
+alarm te voorkomen, want hij hield mij in &#8217;t eerst voor een dief. Daarop bood hij zich aan, mij in een der ongebruikte benedenkamers
+te verbergen, die op den tuin uitzag. Ik zou er mijn vader <a id="d0e6223"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6223">364</a>]</span>mogelijk kunnen gadeslaan zonder dat deze het bemerkte, en zoo is het ook geschied. Toen zijne gasten heengingen en gij zelf
+hem alleen liet, nam ik de gelegenheid waar om uit mijn schuilhoek weg te sluipen en hem te naderen, daar ik meende dat hij
+ingeslapen was. Het blijkt dat hij mij heeft herkend, en dat alleen de machteloosheid van zijn toestand hem belet heeft mij
+te verdrijven. N&ugrave; heb ik er genoeg van, nu ga ik voor goed. God zegene hem, dat hij nog moge herstellen! God sterke Francis.&#8221;
+
+</p>
+<p>Maar ik liet hem zoo niet gaan. Ik hield hem dien nacht bij mij, bij de mogelijkheid dat er verandering kwam in den toestand,
+in de gezindheid van den pati&euml;nt; ook wij brachten dien nacht te zamen wakende door. Van tijd tot tijd ging ik informeeren
+naar den lijder; tegen den morgenstond, toen wij de zekerheid hadden dat er een diepe, rustige slaap was gevolgd, kon Rudolf
+meer <span id="d0e6227" class="corr" title="Bron: geruststellend">gerustgesteld</span> aftrekken; ik deed hem een eind wegs uitgeleide en beloofde hem op de hoogte te houden van &#8217;t geen op de Werve voorviel;
+hij gaf mij &#8217;t adres van Mr. Richard Smithson en hij scheidde van mij met hartstochtelijke uitdrukkingen van dankbaarheid
+voor het weinigje belangstelling dat ik hem had kunnen betoonen.
+
+</p>
+<p>Ik had van Rudolf von Zwenken wel niet mijn vriend willen maken, maar ik beklaagde hem diep en ik had de overtuiging gekregen,
+dat hij bij een forsch lichaam een zwak karakter had, maar gansch geen kwaad hart, en op dat punt de betere was van den vader,
+die hem uitstiet. Francis had gelijk: die zwakheid en dat gebrek aan wilskracht, waardoor men niet op hem rekenen kon, waren
+tegelijk de hoofdoorzaken van zijn diepen val. Hetgeen den generaal overkomen was, kon eene waarschuwing genoemd worden, waarvan
+hij welhaast weer goed bekwam, doch er bleef zwakte en verlamming van armen en beenen na en de convalescentie vorderde langzaam.
+Ik moest in die dagen van kommer en onrust Francis ter zijde blijven en mocht haar menigen last <a id="d0e6232"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6232">365</a>]</span>helpen verlichten. Ik mocht wel eens een nacht wakens voor haar overnemen, of den lijder gezelschap houden als zij afgetobt
+rustte of zich wat verfrischte in de vrije lucht. Een van beiden moesten wij altijd in de ziekenkamer zijn, want Rolf was
+meer een goedhartig vriend dan een verstandig ziekenoppasser. Op straffe van instorten was den herstellende onthouding opgelegd
+van datgene waar hij als een groot kind naar hunkerde, en de kapitein was onverstandig genoeg om hem in te willigen wat niet
+diende. Er moest iemand wezen om beiden in &#8217;t oog te houden, en Francis was mij innig dankbaar dat ik bleef, al begreep zij
+nauwelijks hoe ik deze afzondering voor lief nam, hoe ik het met mijne bezigheden schikte om weken aaneen uit mijne woonplaats
+afwezend te zijn. Zij kon wel niet weten dat ik geen gewichtiger bezigheid had dan haar gade te slaan en haar hart te winnen.
+Ik wendde voor dat mijn schrijfwerk overal evengoed was te verrichten. Daar zij mij soms pakketten zag verzenden, hield zij
+zich met die uitlegging tevreden, en bewonderde zeker in stilte meer dan ik het verdiende mijne zelfverloochening. Zelve was
+zij subliem van vrouwelijk devouement; zij had ondanks alles haar grootvader lief, zij vergat alle groote offers, die zij
+hem had gebracht, en had gemoedsbezwaren over de lichtere grieven die zij hem had aangedaan. Toen hij in levensgevaar verkeerde,
+trof ik haar soms geknield voor zijn ziekbed, hem vergiffenis smeekende voor hare hardheid en onwillekeurige vergrijpen, en
+toch, toen hij herstelde zag zij zelve in, dat zwakheid en toegevendheid hem niet dienden. Gedurende zijne ziekte raakte ik
+beter op de hoogte van zijne zaken en zijn bedrijf, dan het door jaren samenlevens had kunnen geschieden. In een helder oogenblik
+had hij mij opgedragen brieven en berichten die er voor hem komen mochten in te zien. Ik kreeg de zekerheid van gevaarlijke
+speculaties, de zekerheid dat hij n&ograve;g schulden maakte achter Francis om. Toen hij begon te herstellen, achtte <a id="d0e6234"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6234">366</a>]</span>ik het mijn plicht hem in eene rustige ure daarover ernstig te onderhouden en te doen inzien welke jammer hij over Francis
+bracht als hij dus voort ging. Hetzij dat het de overblijvende zwakte was die hem week en gevoelig maakte, hetzij hij werkelijk
+in de lange slapelooze nachten, waarin hij roerloos, maar toch met volle bewustzijn, neerlag, bij zich zelven reeds zulke
+overwegingen had gemaakt, hij beleed schuld; al schoof hij zijne verkeerde handelwijze op den wensch om Francis langs dien
+weg eenige fortuin na te laten; maar hij beloofde mij dat alles voor goed af te snijden en wist geen ander redmiddel dan het
+verkoopen van de Werve op de meest gunstige voorwaarden. Het begon dan ook hoog tijd te worden voor dit einde. Overberg, door
+mij telkens tot geduld aangemaand, had nog uitstel gegeven tot de generaal weer op de been was; maar van Beek in zijne kwaliteit
+van executeur drong op definitieve beslissing aan; en ik was nog altijd niet zeker van Francis, ik had nog altijd het beslissende
+voorstel niet durven wagen! Zwakheid, zult gij zeggen. Neen! toch niet, kieschheid, verschooning, opzien daarenboven tegen
+een einde dat haar en mij scheiden kon, terwijl ik wist haar nog zoo noodig te zijn. Er stak niets vreemds in, dat ik mijne
+nicht bijstond in de ziekte van mijn oudoom; maar zoo haast die nicht mijne verloofde zou zijn, gebood de convenance dat ik
+mij verwijderde; en juist omdat het Francis Mordaunt gold, wilde ik niet tegen dien vorm zondigen, al haalde ik als zij over
+kleingeestigheid de schouders op; daarbij, hoezeer ik nauwelijks twijfelde of zij mij liefhad, hoezeer ik mijn invloed op
+haar als met den dag zag toenemen, hoezeer ik hare achting, haar volle vertrouwen genoot, er kon iets in den weg zijn dat
+haar deed opzien tegen een huwelijk, met wien ook; en zoo haar: &#8220;Spreek er niet meer van,&#8221; ernstig gemeend was omdat zij zelve
+eene beslissende weigering wilde voorkomen, dan moest ik mijn tijdstip om dit verbod te overtreden, en op een &#8220;ja&#8221; of een
+<a id="d0e6236"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6236">367</a>]</span>&#8220;neen&#8221; aan te dringen, w&egrave;l goed kiezen; want zoo het <i>neen</i> ware, de gedachte alleen, dat het &#8220;neen&#8221; zou kunnen zijn, bracht mij eene rilling over de leden. Als het neen ware, moest
+ik troosteloos heengaan en haar reddeloos opgeven! daarom bleef ik aarzelen en zwijgen, al spraken ook mijne blikken, al wilde,
+al kon ik mijne genegenheid voor haar niet verbergen, al kostte het mij strijd mij niet door hartstocht te laten overweldigen!
+Daarbij, wij waren in zekeren zin gelukkig, zooals het n&ugrave; was, en er was iets verlokkends in, zich zoo op den stroom te laten
+afdrijven, en zonder omzien of vooruitzien het tegenwoordige te genieten. De generaal zag vooruit op zijne wijze, ik kreeg
+er de zekerheid van; hij gaf mij telkens met zekeren aandrang te verstaan, dat ik mij met mijn oom den minister behoorde te
+verzoenen en dat ik daartoe naar den Haag diende terug te keeren zoo haast ik Francis had voorbereid op den verkoop van de
+Werve aan den bezitter van de Runenberg. Ik verzekerde hem dat ik wel kans zag Francis te doen berusten in het <i lang="fr">fait accompli</i>; maar dat ik het niet goed achtte de kwestie vooraf met haar te overwegen, dat ik dien dag naar Z. moest voor mijne eigene
+zaken, en als hij &#8217;t goed vond zijne schriftelijke toestemming aan Overberg zou ter hand stellen, opdat deze verder die zaak
+kon regelen, en dat ik daarna voor korten tijd naar den Haag zou terugkeeren in mijn eigen belang. Nader verkoos ik mij voor
+dat oogenblik niet te verklaren. Ik had zijne vergunning niet te vragen om mij aan Francis te declareeren, en was vooruit
+overtuigd van zijne toestemming als haar antwoord aan mijn wensch voldeed. Hij scheen mijne bedoeling te vatten en stak mij
+de hand toe met ongewone hartelijkheid; ik zag tranen in zijne oogen.
+
+</p>
+<p>Een voorwendsel voor mijn toertje naar Z. behoefde er niet gezocht te worden tegenover Francis. Zelve begreep zij, dat ik,
+nu de generaal weer op de been was en aan haar arm reeds een paar malen door den <a id="d0e6246"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6246">368</a>]</span>tuin had gewandeld, mijne onmisbaarheid niet langer kon aanvoeren als motief om op de Werve te blijven, en tegelijk dat ik
+v&oacute;&oacute;r mijn vertrek nog wel een en ander in de naburige stad had te doen. Eerst in den laten avond kon ik naar de Werve terugkeeren.
+Overberg was zeer in zijn schik mij te zien en met mij te kunnen aboucheeren. De wettische van Beek stond gereed om het opgeheven
+wraakzwaard te laten neervallen en was nauwelijks meer daarvan terug te houden. Er lagen bij Overberg stapels van gezegeld
+papier ten laste van den generaal: de verschenen renten van de verschillende hypotheken, die sinds zes maanden onbetaald waren
+gebleven. Het was een desolate toestand, waarvan ik u het tafereel kan besparen. Overberg zou nu aan van Beek schrijven, dat
+de afstand van de Werve zou doorgaan, hoogst waarschijnlijk tegelijk met het huwelijk, en ik, in de verwachting dat de praktizijns
+ons nu wel een paar dagen met vrede zouden laten, keerde terug naar het kasteel, dat ik nu met heel andere oogen aanzag dan
+bij mijne eerste komst.
+
+</p>
+<p>Ik bracht eenige kleinigheden thuis, waarmee ik den generaal en Rolf wist pleizier te doen, en had eene eenvoudige <i lang="fr">parure</i> voor Francis gekocht, daar de diamanten die ik haar als bruidstooi wilde aanbieden nog niet <i lang="fr">de raison</i> waren.
+
+</p>
+<p>Ik meende mijn cadeautje te gebruiken als een aanloopje om dat belangrijke onderhoud met haar te hebben, dat mij al zoo lang
+op het hart lag. Maar ik vond haar dien avond z&oacute;&oacute; gedrukt en zij zag er z&oacute;&oacute; bleek uit, dat ik, om een glimlach en een blos
+op dit strak en droevig gelaat terug te brengen, het <i lang="fr">&eacute;crin</i> nu maar <i lang="fr">sans fa&ccedil;ons</i> voor haar neerzette als eene welkomst uit de stad, in &#8217;t bijzijn van den generaal en Rolf; zoo was het eene aardigheid <i lang="fr">sans cons&eacute;quence</i>, die zij in geen geval behoefde af te wijzen. De blos kwam werkelijk even, maar de bedruktheid nam dermate toe, dat ik tranen
+zag blinken toen zij mij de hand drukte. Daarop verliet zij ijlings <a id="d0e6267"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6267">369</a>]</span>het vertrek, en wij zagen haar niet weder terugkeeren; de generaal ging nog vroeg ter ruste, en om niet met Rolf alleen te
+blijven zitten, volgde ik hem onverwijld; maar ik voelde mij zoo beklemd, of de neerslachtigheid van Francis op mij afgaf.
+Waarom had zij mijn geschenk niet vroolijk en schertsend opgenomen, zooals zij meest alles opvatte? Zij, die zich zoo kloek
+en kalm wist te houden onder de meest schokkende omstandigheden! Ik kon niet inslapen van al de waaroms, die bij mij opkwamen,
+waarop ik geen antwoord wist te geven, en die mijn moed verlamden, mijne hoop deden versagen. Eerst laat in den nacht sliep
+ik in en had zware bange droomen, waarin Francis onder allerlei gestalten tergend rondom mij zweefde, zonder dat ik haar toespreken
+of bereiken kon. Vast besloten niet weer zoo&#8217;n nacht door te brengen, trad ik de ontbijtkamer binnen. Allen waren reeds bijeen.
+Ik vond Francis iets meer opgewekt; zij vertelde aan den generaal, dat zij een brief had gekregen uit U, van Dr. D., met het
+bericht, dat de pati&euml;nt waarvoor zij zich interesseerde in beterschap toenam en dat er hoop was op herstel. Al sprekende vouwde
+zij de beide handen op de borst en hief de oogen ten hemel, als met eene onwillekeurige beweging van dankbare blijdschap;
+maar haar grootvader was vrij wat minder getroffen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het lijkt wel naar u daarover zoo verrukt te zijn,&#8221; sprak hij, de schouders ophalend, en om schielijk van &#8217;t apropos af te
+stappen, vroeg hij aan Rolf, of hij niet uit visschen dacht te gaan en of er kans was op een zoodje waterbaars.
+
+</p>
+<p>Francis was al opgestaan zonder naar het antwoord te luisteren. Ik had haar te veel te zeggen om nu onverschillige woorden
+met haar te wisselen en liet haar aan &#8217;t geen zij de &#8220;menage&#8221; noemde, vast besloten haar daarna uit te noodigen om samen eene
+fiksche wandeling te doen, en daarbij dat onderhoud met haar te voeren, dat beslissend moest zijn. Zij hield van de frissche
+lucht, <a id="d0e6273"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6273">370</a>]</span>en wij waren nergens vrijer en meer zeker ongestoord te blijven dan in het bosch op de gronden rondom het kasteel.
+
+</p>
+<p>Ik verbeeldde mij, dat ik een weinigje toilet moest maken; maar toen ik beneden kwam vernam ik van Frits, dat de freule zich
+kleedde en uit zou rijden.
+
+</p>
+<p>Werkelijk zag ik den jongen Pauwels met haar gracieus rijpaard voorkomen, en eenige oogenblikken later verscheen zij zelve
+in amazone, zooals ik haar het eerst had gezien; maar nu droeg zij toch een bevallig rond hoedje met eene donkerblauwe voile,
+dat haar allerliefst stond.
+
+</p>
+<p>&#8220;Offer mij voor ditmaal uw wandelrit op!&#8221; vroeg ik haar met die zekere forschheid, waaronder ik mijne zenuwachtige gejaagdheid
+trachtte te verbergen, zonder daarin goed te slagen.
+
+</p>
+<p>Zij zag mij aan met wat schuchtere verbazing, verbleekte en zweeg, terwijl zij met haar karwatsje speelde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij kunt immers een uurtje later uitrijden,&#8221; voegde ik er bij, een weinigje meer dringend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, want ik heb een verren toer te doen, zoodat ik mij zelfs haasten moet, wil ik dien voor den eten afleggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan moet gij dien verren toer uitstellen tot morgen Francis!&#8221; sprak ik ernstig, &#8220;&#8217;t Is voor het eerst dat wij weer eens rustig
+samen kunnen uitgaan na de ziekte van uw grootvader; weiger mij dit nu niet.&#8221; En de blik waarmee ik haar aanzag moet mijns
+ondanks iets uitgedrukt hebben van de hoop en vrees die mij bezielden, want ik zag haar weifelen, toen zij antwoordde met
+wat gedwongen spijtigheid:
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt er altijd pleizier in mijne plannen te derangeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet uit willekeur, Francis, geloof mij; maar ik heb er eene goede reden voor: ik zal het u morgen misschien niet meer kunnen
+vergen.&#8221;
+<a id="d0e6293"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6293">371</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Zoo; dat klinkt dreigend,&#8221; hernam ze met een poging om te glimlachen, die haar niet al te goed gelukte. &#8220;Welnu, het zij zoo!&#8221;
+En zij wierp haar karwats weg met dien zekeren onwil van een officier die zijn degen aflegt om zich gevangen te geven; &#8220;maar
+dan moet gij wachten tot ik eene andere japon heb aangetrokken, want in amazone wandelen met u dat gaat niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Daarop gaf zij order om Tancred op stal te brengen en liep het huis in.
+
+</p>
+<p>Zoo zij bezield werd door de gewone vrouwelijke kwelzucht, liep ik groot gevaar lang te wachten! Eene coquette had zeker niet
+gemankeerd den onvoorzichtige, die haar in een voornemen dwarsboomde, daarvoor duchtig te laten boeten; maar het bleek wel,
+dat zij boven die kleingeestige damesmanieren verheven was, want zij kwam heel spoedig terug en had alleen den lastigen sleependen
+amazonerok verwisseld voor een kort, licht kleedje, dat minder hinderlijk was bij de wandeling. Het hoedje en het jackertje
+had zij behouden, en zij trad vlug en besloten naar mij toe, terwijl zij vroeg:
+
+</p>
+<p>&#8220;En waar gaan wij nu heen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar.... mij dunkt het bosch in.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk, het is er nu heerlijk; wij kunnen wandelen tot het <i lang="en">rond-point</i> en daar rusten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zoo gingen wij een eind weg de groote laan door die naar het bosch voerde; zwijgend, juist omdat wij elkaar zooveel te zeggen
+hadden.
+
+</p>
+<p>Ik was besloten te spreken, maar nog niet met mij zelven eens hoe ik zou aanvangen, toen zij begon:
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik kan u mijn wandelrit wel opofferen, Leo! maar niet de plichten die er mee in verband staan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geloof van mij, Francis! dat ik u nooit in den weg zal zijn als het de vervulling van plichten geldt; integendeel, gij kunt
+op mij rekenen om u daarbij te steunen en te sterken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb daartoe geene hulp noodig. Ik heb alleen maar noodig mijn eigen weg te gaan.&#8221;
+<a id="d0e6319"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6319">372</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Dat klinkt forsch, Francis! daar ik u ditmaal van uw weg heb afgevoerd. Maar het moest zijn, want ik heb noodig u ongestoord
+te spreken. Ik kan niet langer hier blijven; allerlei belangen roepen mij naar den Haag terug.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb dit zien komen, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Spijt het u?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik moest neen zeggen, om die dwaze vraag even dwaas te beantwoorden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik zal weerkeeren, als gij het goed vindt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Leo! dat vind ik <i>niet</i> goed, en &#8217;t ware zelfs beter geweest dat gij heengegaan waart toen ik u dat het eerst heb geraden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zie ik niet in. Ben ik u tot overlast geweest?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij weet wel van neen; gij weet wel dat ik u veel heb te danken; maar &#8217;t is juist d&aacute;&aacute;rom. Gij hebt mij in bange dagen ter
+zijde gestaan; gij hebt allerlei leed en bezwaren met mij gedeeld; wij hebben daarenboven zoo prettig samen gekibbeld, in
+&eacute;&eacute;n woord, gij hebt mij verwend. De eenzaamheid zal mij nu zwaarder drukken dan voorheen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet lang toch, want ik ga slechts heen om spoedig terug te komen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij antwoordde niet, maar bleef langzaam zwijgend naast mij voortgaan.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat wilt gij dat ik uit den Haag voor u mee zal brengen?&#8221; vroeg ik, om het onderwerp niet te laten varen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt mij reeds een souvenir geschonken, Leo! en ik ben er dankbaar voor. Gij ziet dat ik het al gebruik; dat is genoeg,
+ik heb niet anders noodig.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ook geen &eacute;l&eacute;gant zomertoilet, Francis? Gij hebt mij bekend dat het uwe in den steek gebleven is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb nu geen toilet meer te maken, Leo! dat begrijpt gij wel.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu goed! Als gij mij zoo weinig voorthelpen wilt, dan zal ik zelf weten wat mij te doen staat.&#8221;
+<a id="d0e6353"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6353">373</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Wat hebt gij voor? Gij maakt mij waarlijk nieuwsgierig,&#8221; sprak zij met zekere gejaagdheid in de stem, die zij niet machtig
+was te beheerschen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal een <i>trousseau</i> voor u bestellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een <i>trousseau!</i> waarvoor een <i>trousseau?</i>&#8221; riep zij luid lachend. &#8220;Het schijnt dat mijn verstandige neef Leopold ook al zijn ure heeft om <i>folies</i> te zeggen, zoo al niet te doen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Of wilt gij liever eene <i lang="fr">corbeille de mariage?</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijt gij wezenlijk bij uw zinnen, Leo? eene <i lang="fr">corbeille de mariage!</i> In &#8217;s hemels naam, voor wie?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt voor niemand anders dan voor mijne allerliefste weerbarstige nicht, Francis Mordaunt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat&#8217;s geene fijne aardigheid, jonker! gij weet wel dat uwe nicht Francis niet trouwen zal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Luister, Francis! Toen gij mij eens bij onze eerste wandeling over de heide diergelijk besluit hebt medegedeeld, had ik geen
+reden om u daarvan af te brengen. Ik gevoelde niets voor u dan de belangstelling, die mij drong uwe kennis te maken, en ik
+wist niet genoeg van u, om u met ernst zulk een voornemen te ontraden. Maar nu weet gij zelve wel, dat alles anders is geworden
+tusschen ons. Ik heb groote vrijmoedigheid gebruikt jegens u, met u te wijzen op zulke gebreken, die ik achtte dat uw edel
+karakter konden schaden. Gij hebt die opmerkzaamheid genomen voor &#8217;t geen zij was: bewijs van innige belangstelling, en gij
+hebt die beloond met uw volle vertrouwen. Maar gij begrijpt toch zelve wel, dat ik mij niet veroorloofd zou hebben, zoo lang
+en op zulke wijze met u om te gaan, als er niet een vast voornemen bij mij bestond om u tot mijne vrouw te vragen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat klinkt werkelijk als eene declaratie <i lang="fr">&agrave; bout portant</i>, en daar ik zoo&#8217;n brusken uitval van u wel niet had kunnen wachten, neem ik die voor &#8217;t geen zij schijnt: eene <i lang="fr">raillerie</i>. Ik weet het, gij houdt daarvan, om mij een weinigje te prikkelen en u te amuseeren met mijne <a id="d0e6396"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6396">374</a>]</span><i lang="fr">reparties</i>, en dat is gelukkig voor u, want anders zoudt gij in gevaar zijn om zoo maar plomp weg een blauwtje te loopen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik begreep dat zij tot de tanden toe geharnast in den strijd was gegaan; zij was koel, scherp en hoog in haar antwoord; maar
+in de stem, die onverschillig en schertsend wilde zijn, trilde eene ontroering, die zij door het afwenden van het gelaat trachtte
+te ontveinzen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Om de waarheid te zeggen, Francis! ik sla volstrekt geen geloof aan uw blauwtje. Gij wilt mij misverstaan, omdat gij in eene
+kwelzieke luim zijt en besloten om u te weren tot het uiterste tegen de inspraak van uw hart; maar gij hebt u niet zoo kunnen
+vergissen in het mijne, of <i>weet</i> dat ik nu spreek in vollen ernst.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu dan, Leo!&#8221; viel zij in met een diepen zucht. &#8220;Als gij er ernst van maken wilt, moet ik u herinneren aan mijne vroegere
+waarschuwing om mij van zulke wenschen niet weer te spreken; het kan, het mag niet zijn!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom toch niet? Heb ik mij zoo vergist, toen ik dacht dat ik u niet geheel onverschillig was? Ik hoopte wat beters van
+u, ik meende toch dat gij wel iets voor mij gevoeldet.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij knikte met afgewend gelaat en zweeg, maar op eens hoorde ik iets als een gesmoorden snik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijt gij dan mogelijk niet meer vrij?&#8221; vroeg ik zacht en zelf diep bewogen, hare hand nemende en mij voor haar plaatsend
+om haar in de oogen te kunnen zien.
+
+</p>
+<p>&#8220;Vrij? O, voorzeker ben ik vrij!&#8221; riep zij met bitterheid. &#8220;Ik heb er wel het mijne toe gedaan om vrij te blijven!&#8221;&#8212;en zich
+snel van mij afkeerende:&#8212;&#8220;maar, ik heb het u immers altijd gezegd. Ik moet mijne onafhankelijkheid bewaren; ik <i>moet</i> het.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ik versta u, Francis!&#8221; sprak ik, mijns ondanks nu ook met wat bitterheid. &#8220;Gij hebt zekere illusie nog niet opgegeven,
+gij wacht op uw lord William; gij hebt het u zelve beloofd en....&#8221;
+<a id="d0e6422"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6422">375</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Lord William? Lord William, die mij nooit heeft liefgehad!&#8221; riep zij hartstochtelijk, &#8220;Lord William, die mij met zijn laatdunkend
+mededoogen heeft gekrenkt, die mij het hart heeft gebroken, die mij tot woestheid, tot dwaasheid heeft vervoerd door zijne
+<i>voorzienige wijsheid</i>; lord William, die nu een brave zestiger zal zijn! Leo, Leo! gij die mij lief hebt, ik weet het, doe gij toch u zelven die
+nuttelooze kwelling niet aan om jaloersch te zijn van lord William. Zou ik u alles zoo vrij uit hebben opgebiecht als ik daar
+niet lang overheen was?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan is die tegenzin in het huwelijk, die zucht om vrij te blijven maar een onvrouwelijke gril, een laatste verzet van Majoor
+Frans, die zich niet gevangen wil geven, en dan stel ik al mijne wilskracht, al mijne volharding tegenover die weerbarstigheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Plaag mij niet met uwe volharding, Leo! want gij zoudt mij slechts pijnigen, zonder mij te verzetten. Al zoudt gij mijn hart
+breken, en dat kunt gij, ik beken het, mijn weerstand zult gij toch niet overwinnen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan wil ik die onzichtbare macht kennen, die u tegen mij sterkt!&#8221; riep ik, woest van toorn en smart.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och Leo! gij weet immers wel van welke smartelijke plichten ik de slavin ben. Waartoe u nog verder in te wijden in die diepten
+van jammer en ellende, waarin ik bijna verzink, waarmee ik levenslang zal te worstelen hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil ze kennen, Francis! om ze met u te deelen, om ze met u te dragen. Samen strijdende zullen wij overwinnen, wees er
+zeker van!&#8221; riep ik hartstochtelijk; en door het teederste medegevoel overweldigd, sloeg ik mijn arm om haar heen en sloot
+haar aan mijne borst. Zij getroostte zich dit zacht geweld zonder verzet; als mat en afgestreden liet zij haar hoofd tegen
+mijn schouders rusten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou, as de freule vrijt is &#8217;t te begriepen dat ze der kind verzuumt!&#8221; hoorden wij plotseling achter ons <a id="d0e6440"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6440">376</a>]</span>uitroepen door eene schorre stem, die aan het afschuwelijk dialect niets toegaf.
+
+</p>
+<p>Doodsbleek van schrik maakte Francis zich vrij en trad eenige schreden ter zijde. Ik, als door een bliksemstraal getroffen,
+liet de armen zinken en weerhield haar niet; ik had eene gewaarwording of ik plotseling onder ijsschotsen was geraakt, ik
+rilde.
+
+</p>
+<p>De persoon die achter ons aangekomen was, en ons zeker al lang had bespied, trad nu stout vooruit en op Francis toe.
+
+</p>
+<p>Het was eene oude vrouw, die als de heksen in Macbeth daar op eens voor ons oprees. Met hare scherpe zwarte oogen, hare bloote
+magere armen, rood en dor als kreefteschalen, haar verbrand en gerimpeld gezicht, met een blauw geruiten doek over de witte
+muts en het stokje waarop de kreupele leunde, zag zij er werkelijk uit als eene tooverkol uit de sprookjes, die men in een
+vroegere eeuw zou verbrand hebben. Ik wil wel bekennen dat ik haar dergelijk lot toewenschte, toen zij ruw en brutaal tot
+Francis zeide:
+
+</p>
+<p>&#8220;Nou dan, freule! nou weten we waer je het zoo druk mee hebt dat je in gien vayf wieken nee het kinde zijt kuemen umzien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn grootvader is ziek geweest, vrouw Jool.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! grooteluisziekte, deer is gien kwoad bij. Mear die jonker deer, dats wat anders h&eacute;! Nou, ik zeg, het hiele dorp spreekt
+er schande van.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarvan, vrouw Jool?&#8221; vroeg Francis, hoog en koel, hoewel ze zeer bleek zag.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat je &#8217;t kinde zoo verzuumt um....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Luister, vrouw Jool!&#8221; viel nu Francis in op vasten, kalmen toon. &#8220;Het heele dorp, zoomin als gij zelve, heeft in mijne zaken
+iets te zien, of zich met mijn doen en laten te bemoeien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, we zullen met pleizier doen of we er nieuwers van merken, freule! maar het kleine jungske lijdt er bij als we te onzent
+niets van der heuren.&#8221;
+<a id="d0e6462"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6462">377</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik had vandaag willen komen, maar kreeg verhindering; doch daar behoeft het kind immers niet onder te lijden; daar is geen
+reden toe sinds het kostgeld trouw wordt betaald.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! trouw! De maond is uut: we zien de tweede al een weik ien, en ik zeg: als het Trineke verveelt heit de jongen het slecht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Morgen zult gij het geld hebben; maar ik zeg je, als het kind slecht bejegend wordt om die &eacute;&eacute;ne week verzuim, zoo slecht,
+vrouw Jool! dat &#8216;het heele dorp&#8217; zooals gij zegt er schande van spreekt, dan komt die slechte behandeling van uwe of uws dochters
+zijde, en dan blijft het kind niet bij u, daar kan je staat op maken. Als ik morgen of overmorgen kom zal ik er naar informeeren,
+reken daarop!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat! wou je mij en me dochter te schande maken en het jungske van ons wegnemen? Nou, probeer dat eens! We zullen wel zien
+wie &#8217;t heft in handen houdt!&#8221; En &#8217;t booze wijf zette tergend brutaal de handen in de zijde. &#8220;Dat heb je er nou van als je
+voor de grootelui in de bres springt!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt voor niemand in de bres gesprongen, vrouw Jool, dat weet je zelve wel, daar ben je veel te inhalig toe; je hebt
+alleen geld willen maken van uw dochters ongeluk, ziedaar alles! Maar het doet er niet toe wat gij zijt of niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat! zou het er niet toe doen dat ik de grootmoeder ben! En ik kwam nogal waarschuwen dat ie nieuwe kousen en schoenen moet
+hebben, of hij moet met zijn bloote voetjes in de klompjes loopen net als de boerenkinderen, en deer is hij te fesoenlijk
+veur zou &#8217;k denken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zal in de kousen en schoenen voorzien, vrouw Jool! Maar &#8217;t is nu genoeg, ga uws weegs, ge hadt niet in &#8217;t bosch moeten
+komen als een spion. Nu ik je ontdekt heb, moet je rechtsomkeer maken, het zandpad langs de vaart om, die leidt naar je dorp.&#8221;
+<a id="d0e6477"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6477">378</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Nou, nou! wat zou dat? Is deer zoo&#8217;n haast bij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is hier de grond van de Werve; je hoort hier niet. Scheer je weg, of....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;He&#8217;k van me leven! wat ze een haast het um me weg te kriegen, en dat um.... Nou, nou, ik ga al! anders laat ze me die kostelijke
+jonker nog voor koddebeier spelen!&#8221; riep het wijf eer schreeuwende dan sprekende, terwijl ze zich hinkend uit de voeten maakte
+en het aangeduide pad nam.
+
+</p>
+<p>Wij waren bij het <i>rond-point</i> genaderd. Ik was eerst blijven staan bij de oude rustique bank, maar ik moest gaan zitten, want ik voelde dat mijne beenen
+onder mij wankelden; ik moet er akelig bleek en ontdaan hebben uitgezien, want toen Francis, eindelijk van haar kwelgeest
+bevrijd, zich omkeerde en naar mij toekwam, zij, nog met wangen hooggekleurd van toorn en verontwaardiging, las ik zekere
+droeve verbazing op hare trekken, toen zij voor mij staan bleef en mij aanzag, terwijl zij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu! Leo! mij dunkt het toeval dient u op uwe wenken. D&aacute;&aacute;r is nu de macht, ongelukkig evenmin eene onhoorbare als onzichtbare,
+die mij berooft van de vrijheid om gelukkig te zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik versta u, Francis! gij zijt te eerlijk en te kiesch om onder zulk een bezwaar een man aan uw lot te verbinden,&#8221; sprak
+ik met eene stem, die ik trachtte vastheid en kalmte te geven; &#8220;maar waarom mij niet eerder uw vertrouwen geschonken op dit
+punt, waarom het op zulke verrassing, op zulke toevallige ontmoeting te laten aankomen? Ik heb u immers gezegd, reeds in de
+eerste dagen onzer kennismaking, dat ik den moed zoude hebben eene struikelende staande te houden, dat ik niet zou wanen mij
+te besmetten, zelfs als ik eene gevallene uit de diepte oprichtte; zeg mij alles! ik wil het onmogelijke beproeven om u te
+redden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar Leo!&#8221; antwoordde zij, de handen ineenslaande van verbazing, en met een hoogen blos op het voorhoofd; <a id="d0e6495"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6495">379</a>]</span>&#8220;gij ziet bleek als een lijk, uwe oogen staan strak en schril van pijnlijke overspanning, uwe doffe stem verraadt de overwinning
+zelfs die deze woorden u kosten. Wat moet ik denken van deze heftige ontroering, wat van de zonderlinge gezegden die gij mij
+toevoegt? Gij zult mij, toch niet van iets onwaardigs verdenken? Gij kunt toch wel begrijpen dat <i>mijne</i> eer er niet mee gekwetst is, al heb ik mij zelve veel te verwijten, al klage ik dat ik het recht verloren heb gelukkig te
+zijn, al lijde ik onder den schrikkelijken nasleep van jammer en ellende waarvan ik de schuldige oorzaak ben!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik luister naar &#8217;t geen gij zegt, Francis!&#8221; sprak ik in eene soort van bedwelming; &#8220;maar verschoon mij, ik.... ik versta
+u niet goed, was er niet sprake van een kind.... van een kind waarvoor gij te zorgen hebt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel zeker! en dat is nog niet eens het ergste, ik heb er de moeder bij voor mijne rekening.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>Francis</i>!&#8221; riep ik, opspringende met een kreet van verlichting en onuitsprekelijke blijdschap.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu begrijp <i>ik</i> u niet,&#8221; hervatte zij, mij met een na&iuml;eve bevreemding aanziende, &#8220;daar is hier waarlijk geene oorzaak voor zulke verrukking.
+Meent gij dat het eene lichte zaak is voor mij; in omstandigheden als de mijne, om een kind groot te brengen en in de behoeften
+van eene krankzinnige vrouw te voorzien?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik dankte den Hemel uit den grond van mijn hart, dat zij in hare onschuld mij z&oacute;&oacute; had misverstaan; ik had gelukkig nog genoeg
+tegenwoordigheid van geest om mij te redden en haar gedachtenloop te vatten; ik begreep dat ik reddeloos verloren moest zijn
+bij haar, als zij raadde welk vermoeden mij een oogenblik had bezield.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer zeker is dat geene lichte last, Francis; integendeel, het moet bijkans eene ondragelijke zijn voor u alleen; maar ik,
+die gevreesd had dat er eenige onoverkomelijke hindernis zou liggen tusschen u en mij, ik verblijd mij dat het niets ergers
+is.&#8221;
+<a id="d0e6518"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6518">380</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Och!&#8221; sprak zij met zekere ergernis over mijne onbevattelijkheid; &#8220;gij mannen wilt nooit bezwaren zien, als gij iets wenscht.
+Het is eene onoverkomelijke hindernis, ik zeg het u, in onze omstandigheden. Gij weet eigenlijk nog niets en gij praat al
+voort of gij alles in &eacute;&eacute;n oogwenk zoudt kunnen schikken. Ik heb mij nu al die onaangename <i>sc&egrave;ne</i> van dat oude wijf op den hals gehaald om u, omdat ik met u ben gaan wandelen, in plaats van naar het dorp O. te rijden, om
+mijn kleinen Harry te zien, en bovenal om het kostgeld te betalen aan de grootmoeder, en wie weet wat al niet bovendien, want
+zij exploiteeren mij daar, Leo! Zij exploiteeren mij op eene gruwelijke wijze, en ik weet er mij niet tegen te weren, omdat
+ik mij niet onschuldig kan achten aan den dood van den vader, aan de oneer en de krankzinnigheid der moeder.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik begreep dat ik niet beters had te doen dan maar rustig aan te hooren wat zij mij uit zich zelve wilde mededeelen; ik moest
+er naar trachten haar mijne vroegere opvatting te doen vergeten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij exploiteeren uwe teederheid van consci&euml;ntie, Francis!&#8221; sprak ik, terwijl ik naast haar plaats nam op de rustieke bank.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo is het Leo! Gij hebt laatst gehoord hoe jammerlijk die arme Harry Blount is omgekomen. Nu dan, bij zijn sterven had ik
+met smartelijke heftigheid uitgeroepen: &#8216;Ik, ik heb hem den dood aangedaan!&#8217; Die uitroep van bittere zelfbeschuldiging had
+getuigen: Vrouw Jool en hare dochter! De laatste wierp zich in wilde vertwijfeling naast den stervende neer.
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">My bride! my poor bride!</i>&#8221; stamelde Harry; en tot mij: &#8220;<i lang="en">dear miss Francis, pity on her!</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik deed toen eene belofte, Leopold! en al had ik niets beloofd, ik zou toch alles gedaan hebben wat ik kon.
+
+</p>
+<p>Het ongelukkige meisje was verwilderd van smart en schaamte: zij moest moeder worden!
+<a id="d0e6542"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6542">381</a>]</span></p>
+<p>Wij wisten niet eens dat Harry zulk eene betrekking had. Hij had het voor ons verborgen, daar hij geen kans zag om te trouwen
+zoolang hij in onzen dienst bleef op een lang niet meer schitterend jaargeld, en op het goed van mijns vaders familie geboren,
+beschouwde hij zich niet als een gewoon bediende, die zijn meester den dienst opzegt als er een betere positie te verkrijgen
+is. De gedachte om heen te gaan, nu het bij ons op stal altijd schraalder en lediger werd, kon niet in hem opkomen. Het blijkt
+echter dat vrouw Jool, een laaghartig en baatzuchtig mensch, hem telkens op dat punt het hoofd warm maakte en hare dochter
+opstookte om hem aan te zetten ons huis te verlaten.
+
+</p>
+<p>Die tweestrijd tusschen zijne trouw aan ons en de rechten van het hart maakte hem in den laatsten tijd norsch en wrevelig.
+Als ik hem ondervroeg, ontkende hij dat er iets haperde; maar met zulk eene gedrukte houding, dat men wel raden kon dat er
+iets achter stak. Ik vorschte er naar, maar tevergeefs; de andere bedienden klaagden over hem als over een lastig mensch,
+die aan vlagen van melancholie leed. Dit maakte dan ook dat ik zijne waarschuwing op dien noodlottigen rijtoer in den wind
+sloeg, ik schreef het toe aan zijne zwaartillendheid, wat voorzichtigheid en goed beraad hem ingaven.
+
+</p>
+<p>Ik vrees de verdenking uit te spreken, en toch is zij niet uit de lucht gegrepen, dat vrouw Jool zelve heeft medegewerkt tot
+den val van haar kind. Zij wilde Harry in de verplichting brengen om te trouwen, en meende dat al het verdere wel volgen zou.
+De rampspoedige dood van haar toekomstigen schoonzoon was voor haar eene misrekening, maar.... n&uacute; werd ik hare prooi. Zij
+stookte hare dochter tegen mij op; zij hitste alles tegen mij aan, wat naar haar luisteren wilde; zij stelde mijn smartelijken
+uitroep voor als eene bekentenis van moedwilligen doodslag. Het liep zoo hoog, dat wij er iemand van onze kennis, die in de
+rechtbank zat, bij moesten inroepen om de ergerlijke praatjes van dat <a id="d0e6549"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6549">382</a>]</span>mensch te doen ophouden. Dit alles nam niet weg, dat ik al het mogelijke deed om het lot van de jonge vrouw te verzachten,
+die mij dankbaar zou geweest zijn, ik ben er zeker van, zonder hare moeder. Ten laatste kwam het beslissend oogenblik; reeds
+terstond na de geboorte van het kind deden zich bij de jeugdige moeder verschijnselen van waanzin op; het was niet raadzaam
+haar zelve te laten zogen, het werd gevaarlijk haar met het kind alleen te laten.
+
+</p>
+<p>Eene andere dochter van vrouw Jool, die te O. met een boerenarbeider getrouwd was en haar jongste kindje verloren had, kon
+voor min optreden. Men zou gezegd hebben dat eene zuster zulk een dienst uit vrije gunst zou verleend hebben; en dat zou ook
+zeker het geval zijn geweest, zoo men niet gespeculeerd had op mijne gemoedelijkheid. Ik moest minnegeld betalen, omdat ik
+voor de luiermand had gezorgd, ik moest voor de arme krankzinnige zorgen, die welhaast niet meer onder de haren kon blijven.
+Ik deed dit laatste uit vollen vrijen wil, maar het kostte meer dan ik offeren kon; en ik had het moeten opgeven zoo de ontmoeting
+met tante Roselaer en hare edelmoedigheid mij niet te hulp ware gekomen. Intusschen had vrouw Jool zoozeer op mijne goedwilligheid
+gerekend, dat ze er hare betrekking van waschvrouw aan gaf en bij hare kinderen ging inwonen, om op het kleinkind te passen,
+zoo het heette, om mij ieder jaar meer geld af te persen onder allerlei voorwendsel. Het kind is sinds lang gespeend en moest
+eigenlijk niet langer in hunne handen blijven; maar ik beken het, ik zie op tegen het misbaar, dat al dat volk zal maken als
+ik het elders plaats. Ik dreig er wel mee; maar tot de uitvoering zal het niet licht komen. Door hunne gemeenheid zijn zij
+mij te sterk. Voor het kind heb ik alles over; het grootste deel van mijne eigene inkomsten offer ik voor hem en de moeder;
+maar dien heelen aanhang, waaraan ik niet weet te ontkomen, en mijn grootvader, die het als een nuttelooze verkwisting <a id="d0e6553"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6553">383</a>]</span>beschouwt en die het mij ten kwade duidt dat ik niets meer ten beste geef voor de sier van zijn leven en het mijne; denk het
+in, Leo! wat er smartelijks en vernederends voor mij ligt in dat alles! en gij zult begrijpen waarom ik <i>alleen</i> moet lijden, ook zelfs al had ik den man gevonden die mijn hart zou kunnen winnen. Sleept men iemand dien men lief heeft
+mee in zulk een maalstroom?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Iemand die uw hart mocht winnen, Francis, en die waard is het te bezitten, laat zich niet meetrekken in een maalstroom, maar
+zou er u uit redden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat kan niet zijn; ik zal het kind van Harry Blount nooit in den steek laten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou ook onchristelijk wezen. Hoe oud is dat kind, Francis?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zal nu welhaast drie jaren worden. Hij is geboren kort nadat wij de Werve betrokken.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan heeft hij hoog noodig een voogd, die hem uit dien atmosfeer van gemeenheid wegneemt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;De grootmoeder is immers voogdes?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen zien wat er aan te doen is. Dat slag van lieden kan men nog wel naar zijn hand stellen, als men eenige behendigheid
+gebruikt. Meestal vergeten zij de noodigste formaliteiten. Is er een toeziende voogd benoemd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik weet er niets van....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan moet dat verzuim hersteld worden, en dan zijn wij meester van den toestand; dat kind moet voorloopig bij de Pauwelsen
+geplaatst worden, dat zijn goede lieden, die u zeker niet zouden afzetten!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O! als dit zijn kon!.... maar ongelukkig is de jonge Pauwels verliefd geweest op de ongelukkige Gijsje Jool. Zal hij het
+kind van zijn medeminnaar met goede oogen aanzien?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt wel met eenig mededoogen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij, maar zulke lieden denken zoo teer niet.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als zij goed zien en een menschelijk hart hebben, <a id="d0e6584"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6584">384</a>]</span>kunnen zij ook even fijn voelen als wij, dan doet stand en opvoeding er niets toe. Geeft gij mij vrijheid om in die zaak voor
+u op te treden, en te zien hoe men het kind uit die handen kan wringen? Zal ik morgen met u naar O. rijden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat hebt gij er aan, u in dat wespennest te werpen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben niet bang voor een steekje.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is al erg genoeg dat vrouw Jool ons vandaag samen heeft gezien en bespied.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo zal zij morgen bemerken dat zij ons niet behoeft te bespieden als wij ons openlijk te zamen vertoonen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, neen, Leo! dat kan niet, dat moet niet zijn,&#8221; riep zij met zekere heftigheid het hoofd van mij afwendende. &#8220;Wie weet
+wat voor malle praatjes zij al niet rondgebabbeld heeft, na dat samentreffen met ons!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Als wij eenvoudig de praatjes tot waarheid maken, dan zijn het geen malle praatjes meer!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Tot waarheid maken! gij weet niet wat gij zegt, Leo!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel goed; zij hield ons voor gelieven; was zij zoover van de waarheid Francis?&#8221; vroeg ik zacht maar ernstig, en hare hand
+vattende, die zij mij liet. &#8220;Zij zal wellicht rondstrooien dat wij verloofd zijn, kan dat ons zooveel schaden, als wij bewijzen
+dat zij zich niet vergiste?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij komt er nog op terug, n&ograve;g, schoon hij alles weet!&#8221; sprak Francis, halfluid, als in zich zelve.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wie zou ik zijn, Francis, zoo ik n&ugrave; kon terugtreden?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik zeg u: gij houdt geene rekening met alle lasten en bezwaren die er nog op ons zouden rusten,&#8221; riep zij met zeker
+ongeduld; &#8220;de Werve met Rolf dien wij niet op zij kunnen zetten, mijn grootvader met al zijne groote behoeften en zijne onbeduidende
+inkomsten. Hoe zullen wij dat alles bestrijden? Ik weet wel,&#8221; voegde zij er bij met veranderenden toon, &#8220;gij gaat nu naar
+den Haag om u met uw oom den minister te verzoenen, zooals de generaal u geraden heeft, ik begrijp <a id="d0e6608"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6608">385</a>]</span>wel waarom.... Maar doe het niet, doe het niet om mij, Leo! want gij zelf hebt het eens eene laagheid genoemd!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo ik mij ooit met mijn oom verzoen, Francis, zal het zijn omdat vergevingsgezindheid ons past; maar nooit, daar kunt gij
+staat op maken, om met deze verzoening eere of gunst te bejagen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik bedank u voor dat woord, Leo! ik dank u voor alles wat gij voor mij geweest zijt. O! ik wist het ook wel dat gij even
+fier als ferm zijt, maar daarom&#8212;laat uw verstand spreken&#8212;is het niet beter niet te beginnen wat men toch niet kan volhouden?
+Blijf mijn vriend zooals gij het tot hiertoe geweest zijt, maar....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij spreekt als eene die zelve geen hartstocht kent, noch dien in anderen begrijpt,&#8221; viel ik in. &#8220;Ik ben niet als Willibald,
+ik kan uw vriend niet blijven, als ik uw geliefde niet mag zijn; ik kan niet meer rustig aan uw zijde zitten en mij onthouden
+die fijne blanke hand te kussen die gij zoo koel en achteloos in de mijne laat (ik voegde de daad bij het woord). Ik heb u
+lief, Francis! hartstochtlijk lief; ik heb de uitingen van dien hartstocht onderdrukt met eene zelfbeheersching waarvan gij
+u geen denkbeeld kunt maken; maar nu het uitgesproken is, moet er eene beslissing zijn, ik moet u verlaten voor altijd, of
+ik moet uw echtgenoot worden, en dat <i>wil</i> ik, Francis! met eene vastheid van wil die al uwe zwarigheden voor niets acht.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo! Leo!&#8221; riep zij opstaande, alsof zij mij wilde ontvlieden; maar toch zonder zich af te keeren, &#8220;spreek zoo niet tegen
+mij, niet op dien toon van wegslepend geweld, niet met dien gloed in &#8217;t oog; niemand heeft ooit z&oacute;&oacute; tot mij gesproken; niemand
+heeft mij hartstochtelijk liefgehad; gij brengt mij buiten mij zelve; gij leidt mij in verzoeking; maar ik moet u weerstaan
+want ik mag uw ongeluk niet kiezen, al zou het mij n&ograve;g zooveel kosten;&#8221; hare stem sidderde van heftige ontroering, een hoog
+rood overtoog hare wangen, en <a id="d0e6621"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6621">386</a>]</span>hare oogen weerkaatsten iets van dien eigen gloed die de mijnen deed fonkelen.
+
+</p>
+<p>Ik nam beide hare handen in de mijne en sprak met vastheid:
+
+</p>
+<p>&#8220;Als de scheiding u iets kost, Francis! scheiden wij <i>niet</i>!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is bedwelmend, Leo! de.... de.... mogelijkheid dat ik.... ik nog gelukkig zou kunnen zijn,&#8221; stamelde zij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het is genoeg, Francis! gij zijt de mijne. Ik laat u niet meer los. Leg uwe hand in de mijne voor het leven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Voor het leven!&#8221; herhaalde zij nu vast en besloten, maar met trillende lippen; zij werd bleek, zoo bleek, dat ik opsprong
+om haar te ondersteunen. Zij was eene bezwijming nabij.
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo! ik ben de uwe! Ik vertrouw mij aan u, ik heb u lief zooals ik nooit.... nooit heb liefgehad,&#8221; stamelde zij, terwijl
+ik haar in mijne armen hield opgericht.
+
+</p>
+<p>&#8220;Eindelijk!&#8221; juichte ik, en drukte den eersten kus der liefde op hare lippen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Het spreekt vanzelf dat wij te laat kwamen om aan het <i>luncheon</i> deel te nemen; maar wij hadden er ook geen behoefte aan.
+
+</p>
+<p>Wij hadden in het teruggaan elkaar zooveel te zeggen gehad, dat wij er geene woorden voor hadden gevonden, en alleen zwijgend
+naast elkaar waren voortgegaan, zij leunende op mijn arm, of zij behoefte had aan steun; wij liepen langzaam, altijd meer
+langzaam, hoe meer wij het kasteel naderden, als kinderen die uit spelen zijn en geen haast hebben om thuis te komen. En zoo
+was het werkelijk. Francis vooral scheen daar tegen op te zien. Toen wij reeds de oude brug in &#8217;t gezicht hadden, werd haar
+tred zoo slepend en aarzelend, dat ik haar vroeg of zij vermoeid was?
+<a id="d0e6649"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6649">387</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ik geloof ja!&#8221; sprak zij, &#8220;ik zou nog wel wat op dat mos onder dien grooten eik willen rusten, eer wij de vesting weer binnengaan.
+Het wordt mij angstig om het hart; het is mij of alles wat daar ginds mij tergt en drukt <span id="d0e6652" class="corr" title="Bron: mij">nu</span> weer in volle zwaarte op mij neervalt. Ik kan z&oacute;&oacute; nog niet scheiden van mijn geluk!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen rusten, liefste, en ik gevoel mee iets van &#8217;t geen waar gij tegen op ziet; maar het moet niet te veel zijn; ons
+geluk gaat ontluiken, er is nu geen kwestie van scheiding, dan voor een korte poos; welhaast zult gij de Werve met gansch
+andere oogen aanzien!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och, Leo! ik wenschte dat wij er niet meer moesten binnengaan; ik wenschte, dat ik nu z&oacute;&oacute; met u kon wegvluchten, en dat er
+niets of niemand zich meer stellen kon tusschen u en mij!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;We zullen wegvluchten, allerliefste dweepster; maar er moeten eerst eenige formaliteiten plaats vinden, die ons het recht
+geven met opgeheven hoofd te keeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is wel jammer, want ik zie tegen dat alles op als tegen een onbeklimbaar rotspad. Al die convenances waar gij zoo aan
+hecht en die men in &#8217;t oog moet houden....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik hecht er waarlijk niet zooveel meer aan dan gij. Formalisme is gansch mijn zwak niet, maar toch.... men mag zekere vormen
+niet al te zeer in het aangezicht slaan; juist in ons geval....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dan al die laffe en valsche menschen, die met gehuichelde glimlachjes hunne felicitaties komen mompelen, terwijl zij in
+stilte uwe dwaasheid bespotten, dat gij <i>Majoor Frans</i> uwe hand durft reiken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik liet haar niet toe dien laatsten volzin uit te spreken.
+
+</p>
+<p>Zij moest boete doen met een kus voor die lasterlijke onderstelling.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij zullen het zoo eenvoudig aanleggen als gij maar wenschen kunt, Francis! maar wij moeten voldoen aan de eischen van &#8217;t
+sociale leven, en naar mijne innigste overtuiging ook aan de eischen der consci&euml;ntie. Een <a id="d0e6676"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6676">388</a>]</span>verbond voor het leven van zulken ernstigen aard, als het huwelijk moet niet gesloten worden zonder kerkelijke wijding.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ben ik volkomen met u eens en zelfs zal ik u bekennen, dat ik mij altijd ge&euml;rgerd heb aan die mannen en vrouwen die zoo
+luchtig en lichtzinnig over die plechtigheid spreken, die er mee kunnen railleeren of het alleen een representatie pro forma
+gold, eene exhibitie van prachtige toiletten. En toch, de vrouw brengt daarbij en voor altijd een onmetelijk offer; het offer
+van haar naam, van haar wil, van zich zelve, een offer, waartegen ik, zoolang ik <i>u</i> niet heb gekend, steeds heb opgezien als iets onmogelijks voor mij.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En nu?&#8221; vroeg ik, in het mos aan hare voeten neerknielend om haar beter in de levendige sprekende oogen te kunnen zien, die
+nu van geest en gevoel tintelden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu zie ik daar niet meer tegen op,&#8221; antwoordde zij met een zachten glimlach. &#8220;Maar ik bid u, Leo! blijf niet in die houding
+voor mij; het is eene onwaarheid <i lang="fr">en action</i> en zal het meer en meer worden; ik voorzie dat, want ik voel nu, gij zult mijn heer en meester zijn. Ik ben niet als de &#8216;dames,&#8217;
+die laf en oneerlijk als ze zijn, in haar <i>for int&eacute;rieur</i> glimlachen over den eed van trouw en gehoorzaamheid, dien zij bij het huwelijksverbond uitspreken, terwijl zij reeds bewijs
+geven dien niet te zullen houden, eer nog de bruidsbouquet verwelkt is. En de mannen, die bij het huwelijksformulier de schouders
+ophalen, als hechten zij gansch geene beteekenis aan hunne rechten, zijn evenzeer in hun <i>for int&eacute;rieur</i> besloten, eenmaal af te dwingen, wat hun niet uit besef van plicht wordt geschonken. In de wittebroodsweken knielen zij aan
+hare voeten, zooals gij daareven aan de mijne, al was dat met anderen zin, en stellen zich aan of zij hun leven lang de onderdanige
+dienaren zullen blijven; maar als de vrouw hen bij &#8217;t woord vat, leert zij &#8217;t anders; dan steekt de binnenlandsche oorlog
+op, <a id="d0e6696"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6696">389</a>]</span>de strijd over &#8217;t meesterschap. De schranderen en behendigen onder ons zoeken door list te veroveren wat ze niet door geweld
+hebben kunnen verkrijgen, en meenen gewonnen te hebben als die toeleg haar is gelukt. De anderen bukken als overwonnelingen,
+maar die te ieder stond tot rebellie gereed zijn. Dit maakt den huwelijksband tot eene zware keten, waaraan beiden beurtelings
+rukken en die ieder voor zich met onwil torst, tot men zich eindelijk uit afmatting resigneert, <i>als</i> men zich resigneert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij maakt mij haast ongerust, Francis!&#8221; viel ik glimlachend in.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, gij behoeft niet ongerust te wezen, want wij zullen anders beginnen. Gij hebt mij geen oogenblik in &#8217;t onzekere gelaten
+omtrent uwe intenti&euml;n, en ik zal woord houden als ik eene belofte heb gedaan. Ik zei u dit alleen om u te bewijzen dat Majoor
+Frans de &#8216;heeren en dames&#8217; goed in de kaart heeft gekeken, terwijl zij over haar de schouders ophaalden, en dat ik mij zelve
+aan hen leerde spiegelen en het vaste voornemen vatte mijne onafhankelijkheid te bewaren, tenzij ik den man vond, dien ik
+z&oacute;&oacute; kon achten en liefhebben, dat hij geen recht en geen wet behoeft te laten gelden, omdat mijn hart hem als mijn meerdere
+heeft erkend.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En van wien gij wel gelooven zult, Francis! dat zijne belofte van liefde en trouw hem diepe, heilige ernst zal zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, Leo! dat geloof ik van u. Gij zult noch een tiran, noch een slaaf wezen, en ik, dit moet ik u bekennen, ik zou nooit
+de slavin kunnen zijn van een man.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Slaafschheid van zin is, bij mannen en vrouwen beiden, grootheid van ziel, ontwikkeling en volmaking van &#8217;t karakter in den
+weg. Ieder onzer moet zichzelf blijven en in elkaar zich zelf eeren en liefhebben. Het moet tusschen ons zijn als Tennyson
+zegt:
+
+<a id="d0e6711"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6711">390</a>]</span></p>
+<div class="poem" lang="en">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Sit side by side, full summed in all their powers</span></p>
+</div>
+</div>
+<hr class="tb">
+<div class="poem" lang="en">
+<div class="stanza">
+<p class="line" style=""><span>Self reverend each and reverencing each
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>Distinct in individualities;
+</span></p>
+<p class="line" style=""><span>But like each other even as those who love.&#8221;</span></p>
+</div>
+</div>
+<p>&#8220;Dat is &#8217;t juist, dat is &#8217;t!&#8221; juichte zij, in verrukking mijne hand vattend en die aan hare lippen brengende. &#8220;Maar nu, <i lang="en">dearest!</i> Laat ons gaan, want anders slaan ze alarm in het kasteel!&#8221;
+
+</p>
+<p>Die gissing bleek waarheid. Rolf en Frits stonden met angstige gezichten naar ons uit te kijken toen wij aankwamen; maar de
+generaal was niet uit zijn humeur, zooals wij vermoed hadden; integendeel hij was druk bezig met zijne papieren toen wij binnentraden;
+arm in arm, zooals Francis het gewild had, om hem terstond op de hoogte te brengen van onze verhouding. Maar hij lette daar
+niet op; hij gunde ons den tijd niet om hem iets te zeggen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis!&#8221; riep hij, een brief in de hoogte houdende, met stralende oogen en een gelaat of hij verjongd ware. &#8220;Waarom zijt
+gij toch zoo lang uitgebleven, nu ik u zulk goed nieuws heb mee te deelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En ik u, grootpapa! Maar wat is er? Gij ziet er zoo triomfantelijk uit, en dat midden in die deftige akten! De erfenis van
+tante Roselaer is toch niet gekomen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat scheelt niet veel, mijn beste kind; althans het komt op hetzelfde uit. De erfgenaam van tante Roselaer vraagt u ten huwelijk.
+Het blijkt dat hij er door haar testament toe verplicht is, maar ik twijfel er niet aan, of het is eene verplichting waaraan
+hij van ganscher harte voldoet.&#8221;
+
+</p>
+<p>De generaal zag mij aan; ik glimlachte en knikte hem toe, maar ik vond toch dat Overberg en van Beek zich wel wat veel gehaast
+hadden om die zaak zoo officieel te behandelen. Ik ware liever zelf de eerste geweest om haar met deze mededeeling te verrassen.
+<a id="d0e6738"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6738">391</a>]</span>Zij liet mijn arm los, en den generaal naderend, sprak zij luid en vast:
+
+</p>
+<p>&#8220;Het spijt mij, grootvader! dat ik u teleurstellen moet, omdat het u zoozeer schijnt te verblijden; maar die mijnheer komt
+te laat, want ik wilde u juist vertellen dat ik mijn woord gegeven heb aan mijn neef Leopold van Zonshoven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu, kindlief! zooveel te beter, want de erfgenaam van tante Roselaer, de heer van den Runenberg, zooals hij in deze akte
+wordt genoemd, en uw neef Leopold van Zonshoven zijn een!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is niet waar! Zeg dat het niet waar is, Leo!&#8221; riep zij in heftige ontroering, mijn arm vattende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dan zou ik eene onwaarheid zeggen, Francis!&#8221; sprak ik lachende, &#8220;want het is niet anders, die gelukkige ben ik. Het verschil
+voor u is alleen, dat gij uw woord gegeven hebt aan een armen drommel, en dat hij als de betooverde prins in het sprookje
+optreedt als millionair! Mij dunkt, dat verschil kan geene onaangename verrassing zijn voor u.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Geene onaangename verrassing voor mij!&#8221; riep zij uit met bliksemend oog en hooggekleurde wangen. &#8220;Als ik verneem, dat gij
+mij z&oacute;&oacute; lang een masker hebt voorgehouden, dat ik voor uw gelaat nam! Gij hebt mij achting weten in te boezemen door die fiere
+waardigheid, waarmede gij uwe armoede wist te dragen, door dien nobelen zin, die werkzaamheid en de zware worsteling met het
+leven koos boven laagheid! En zoozeer kunt gij u in mij vergissen, dat gij meent mij eene aangename verrassing te bereiden
+als gij zegt dat dit alles maar vermomming is geweest en dat de bedelaarsmantel slechts den betooverden prins heeft verborgen
+tot de comedie aan de ontknooping was. <span id="d0e6750" class="corr" title="Bron: &#8220;"></span><i lang="en">Fair! fair indeed!</i>&#8221; ging zij voort met smartelijke bitterheid, terwijl er tranen opwelden in de fonkelende oogen. &#8220;En dat is nu een edelman,
+een man onder duizenden, dien ik meende gevonden te hebben, dien ik mijn meerdere achtte, dien ik mijn <a id="d0e6754"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6754">392</a>]</span>onbegrensd vertrouwen heb geschonken.... en die doet mij dit aan! En gij meent dat ik het luchtig zal opnemen. Gij hebt u
+vreeselijk misrekend, jonker Leopold van Zonshoven! Ik heb mijn hart gegeven aan den jonker zonder fortuin, in wiens eerlijkheid
+en oprechtheid ik geloofde als in mij zelve, beter dan in mij zelve, want ik rekende op zijne vastheid en kalmte om mijne
+woeste en ongeregelde schreden te besturen. Maar voor den schatrijken erfgenaam van tante Roselaer, een intrigant, die eene
+erfenis accapareert en daartoe de vrouw trouwt die men hem aanwijst, voor dezen heb ik niets dan..... mijne verachting.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik had er wel niet op kunnen bedacht zijn, dat zij het z&oacute;&oacute; zoude opvatten, dat zij in mijne handelwijze zou zien, wat ik met
+de hand op het hart kon verklaren, dat ik er niet in had gelegd. Maar nu zij het z&oacute;&oacute; opnam, kwam het mij het beste voor, haar
+alles wat er in haar omging te laten uitspreken. Ik wist immers dat ik mij zegevierend kon rechtvaardigen als ik haar slechts
+den brief van tante Roselaer voorlegde; ik wist dat het mij niet al te zwaar zou vallen mijn <i lang="en">not guilty</i> te pleiten; alleen, dit was het oogenblik daartoe niet. Maar er was wat te hoog kon loopen en wat mij die zelfbeheersching
+kon doen verliezen, die ik juist zoo noodig had. De gloed der bitterheid, der verontwaardiging steeg ook mij naar het voorhoofd,
+toen ik dat laatste woord hoorde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Uwe verachting, Francis! Bezin u, eer gij zulke uitdrukkingen bezigt tegen mij! Ik weet het, gij zijt heftig in uwe opvattingen
+en hartstochtelijk in uwe uitingen; ik weet ook, dat zij u diep berouwen als gij er later van terugkomt; maar toch, wees voorzichtig
+en bedenk u wel, eer gij den man dien gij uwe liefde hebt geschonken benamingen toevoegt, die nog wel nimmer op hem zijn toegepast
+en die hij niet voornemens is van wie ook straffeloos aan te hooren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Straf mij, als ik u bidden mag, met een aanzoek <a id="d0e6765"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6765">393</a>]</span>in te trekken dat ik toch moet afwijzen,&#8221; sprak zij hoonend. &#8220;Als er kwestie is van beleediging, dan ben <i>ik</i> de beleedigde; want gij hebt mij bedrogen; gij hebt gehuicheld; gij zijt hier binnengeslopen als een spion; gij hebt uw goochelspel
+zoolang voortgezet tot gij zeker waart van uwe prooi, in den onzinnigen waan dat ik niet zou kunnen, niet zou durven terugtreden,
+als gij mij eens tot de bekentenis mijner zwakheid hadt gebracht. Gij zijt slim geweest, jonker van Zonshoven en behendig
+op uwe wijze, en toch verbaast mij uwe verblinding, dat gij zoo weinig inzicht hebt gehad van mijn karakter. Eene misleiding
+vergeef ik nooit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb u niet willen misleiden, Francis!&#8221; sprak ik op zachten, bedaarden toon. &#8220;Ik heb alleen de waarheid verzwegen, omdat
+ik uw persoon, uw karakter wilde leeren kennen eer ik mij uitsprak. Ik heb uwe liefde willen verwerven eer ik het officieel,
+het beslissend aanzoek waagde, ziedaar alles!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij zijt valsch geweest, gij hebt voorgewend dat gij mij liefhadt; dat geloof ik niet meer. Gij kwaamt hier een zaak doen,
+dat is alles! Gij kwaamt de hand zoeken die u een millioen moest aanbrengen. Het is waar, ik heb u mijne achting, ik heb u
+mijne liefde geschonken; maar niet aan u, zooals gij daar nu voor mij staat. Dit alles berust op een valschen grond, en nu
+die tooneeldecoratie wegvalt, stort ook al het overige mee in, en, ik herhaal het, gij zijt voor mij te dieper gevallen, naarmate
+ik u hooger heb gesteld. Wees zeker, dat ik niet over mijne hand laat beschikken, door anderen, dooden of levenden, en, versta
+mij wel.... gij zijt afgewezen! Afgewezen! afgewezen!&#8221; herhaalde zij, telkens luider en scherper; en toen zij het laatste
+&#8220;afgewezen!&#8221; bijna gillend had uitgeroepen, viel zij bleek als eene doode in een armstoel neer.
+
+</p>
+<p>Ik zelf stond gedurende dit tooneel tegen een stoel te leunen, een steun dien ik hoog noodig had om niet te wankelen. Levenslang
+zal het mij heugen, wat ik <a id="d0e6776"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6776">394</a>]</span>doorstond in die vreeselijke ure, en toch is het mij onbeschrijfelijk; ik kan alleen zeggen, dat ik eene gewaarwording had
+of mijn hart verkilde, en of het daar binnen in mij doodsch en ledig werd op eenmaal. Ik ook had mijne smart wel willen uitgillen
+zooals Francis, maar ik moest mij zelven beheerschen, ik moest het. Mij dunkt, zooals het mij ging, moet het den soldaat gaan
+in den slag, onder den kogelregen, bij &#8217;t gebulder der kanonnen. Hij weet dat hij staande moet blijven en strijden, of verachtelijk
+vluchten; en zij mocht mij verachtelijk noemen, <i>verachtelijk</i> zijn in hare oogen wilde ik niet. De goede Rolf had zich teruggetrokken op den achtergrond van &#8217;t vertrek en had tranen in
+de oogen. De goedhartige ziel, die van haar alles kon verdragen en het lakoniek langs zich neer liet glijden, sidderde van
+angst dat ik het zou opnemen zooals het klonk. De generaal, wien het angstzweet op het voorhoofd parelde, zat handenwringend
+van schrik en spijt in den armstoel waaruit hij niet kon oprijzen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis, Francis!&#8221; viel hij nu in. &#8220;Laat u toch niet zoo ver vervoeren in uwe dwaze gekrenktheid. Sla uw eigen geluk, &oacute;ns
+aller welvaart niet zoo roekeloos onzinnig den bodem in, nu gij het in uwe macht hebt. Bedenk, dat de Werve verhypothekeerd
+is tot den laatsten steen, dat de renten in de laatste zes maanden onbetaald zijn gebleven, dank zij de tusschenkomst van
+jonker Leopold die Overberg heeft gesust; dat het kasteel bij een publieken verkoop niet een derde zou opbrengen van de schuld
+waarmee het bezwaard is, en dat wij het alleen danken aan de edelmoedigheid van onzen neef van Zonshoven, als er van zoo iets
+geen sprake zal zijn. Hij wil de Werve met al hare bezwaren van mij overnemen, en mij daarvoor een vast jaarlijksch inkomen
+toestaan, dat mij een rustigen ouderdom waarborgt, maar.... gij moet zijne vrouw worden, anders valt dat gansche plan in duigen;
+begrijpt dat toch en beleedig den man niet, die het zoo goed met ons voorheeft! Ons lot is geheel <a id="d0e6783"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6783">395</a>]</span>in zijne handen, en gij werpt hem verwijtingen naar het hoofd, die bijkans onvergefelijk zijn. Toch zal hij nog kunnen vergeven,
+indien gij niet volhardt bij uwe onzinnige afwijzing, ik ben er zeker van, want hij heeft u lief, ik heb dit lang geraden.
+Maar wij hebben hier niet alleen met hem te doen, wij hebben te doen met een uitersten wil, met executeurs, met een procureur,
+met alle eischen en vormen die de wet voorschrijft. Hier is een ernstig, verstandig antwoord noodig en kan men niet volstaan
+met invectieven en exclamaties. Wat zal ik aan den heer Overberg schrijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>Francis had zeker maar half naar zijne toespraak geluisterd; zij was hem alleen niet in de rede gevallen, omdat zij nog worstelde
+met hare eigene aandoeningen, die zij trachtte te bekampen; nu echter, gesommeerd tot eene beslissing, rees zij op en sprak
+met eene stem die eenigszins dof en schor klonk, maar die helaas geene vastheid miste:
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, grootvader! daar is maar &eacute;&eacute;n antwoord. Schrijf aan dien Overberg, dat freule Mordaunt hare hand niet laat weggeven
+bij testamentaire dispositie van wie ook; dat zij zich zelve te hoog schat om voor een millioen verkocht te worden, en dat
+zij het aanzoek van jonker van Zonshoven formeel heeft afgewezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik wil u wel bekennen, Willem! dat ik mij in dien oogenblik z&oacute;&oacute; gekrenkt en geschokt voelde, dat ik er aan dacht haar bij
+het woord te vatten; maar op eens viel het mij in, met wie ik te doen had, dat zij nog altijd Majoor Frans was, die in zekere
+gevallen alleen zoude zwichten voor <i lang="fr">plus fort qu&#8217;elle</i>; daarbij, er lag in hare weigering zelf eene grootheid van karakter, eene waardeering van het mijne, al miskende zij mijne
+handelwijze in dit oogenblik, die mij wel moed gaf op de toekomst, wel moed om tot het uiterste te volharden zooals de overledene
+van mij had verlangd, zooals bovenal het hart mij ingaf, dat nog voor haar sprak. Ik begreep, dat ik al wat er beleedigends
+was in hare uitingen langs <a id="d0e6794"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6794">396</a>]</span>mij moest laten neerglijden, tot zij in staat zou zijn mijne handelwijze uit een ander oogpunt te beschouwen. Ik twijfelde
+er niet aan of ik zou haar eenmaal daartoe brengen. Ik wist mij niet vrij van alle schuld; ik had meer openheid moeten gebruiken,
+waar zij zelve zooveel rondborstigheid had getoond; maar, ik wist mij toch vrij van de schuld die zij mij toedichtte, ik wist
+niets gepleegd te hebben wat haar tot minachting recht gaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis!&#8221; sprak ik met al de kalmte en de vastheid die ik bemachtigen kon over mijne innerlijke geschoktheid, &#8220;gij doet mij
+onrecht, grootelijks onrecht; maar gij zijt nu niet in een gemoedstoestand om dat in te zien; ik zal mij over zeker gebrek
+aan openheid met u verantwoorden, als ik u in staat acht zulke verantwoording met kalmte aan te hooren; ik zal mij echter
+nooit verlagen zulke betichtingen als gij daar even uitspraakt op te vatten of te weerleggen. In een gewoon geval zou zulke
+afwijzing als de uwe voldoende zijn om een man af te schrikken voor altoos, en zoo wij zeker gesprek niet hadden gevoerd op
+de heide bij onze eerste ontmoeting, zou eene enkele weigering afdoende zijn geweest voor immer; maar ik moet u herinneren
+aan mijne verklaring, dat ik voor geene hindernissen zou terugwijken, als ik mij voorgesteld had <i>zeker</i> doel te bereiken; het geschil liep toen reeds over het verkrijgen van uwe hand.... ik liet u mijn ernst als scherts opvatten,
+want ik kon in dienzelfden oogenblik eene dame die geene dame wilde zijn, eene jonkvrouw die zich zonder spijt Majoor Frans
+liet noemen, niet zonder nadere kennis mijne hand bieden. Ik ook, freule Mordaunt, heb achting genoeg voor mij zelven, om
+niet zoo roekeloos eene verbintenis voor het leven aan te gaan. Ik wilde zien, zien uit eigene oogen, en niet in den blinde
+rondtasten.
+
+</p>
+<p><span id="d0e6802" class="corr" title="Bron: ">&#8220;</span>Als gij het bespieden noemt, naar uw zin, naar uw aard, naar uw verleden te vorschen, ja dan heb ik u bespied; maar het is
+niet geweest dan met het oog op uw geluk en op het mijne. En nu, ik heb de zekerheid <a id="d0e6805"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6805">397</a>]</span>gekregen, dat gij mij liefhebt, zooals ik u, dat wij elkander waardig zijn, dat onze verbintenis voor ons beiden eene levenskwestie
+is; gij hebt mij geen uur geleden vrijwillig en met blijdschap uw woord gegeven; zoo acht ik uwe afwijzing voor een uitval
+waaraan ik mij niet zal storen, want ik zal niet dulden, dat gij door eene verkeerde opvatting in een oogenblik van drift
+baldadig d&agrave;tgene verbreekt, dat gij zelf uw levensgeluk hebt genoemd, en waaraan ook het mijne hangt. Ik heb de zekerheid
+uwer liefde, ik heb uw <i>woord</i>! Ik houd u bij dat woord, ik zal u dwingen gelukkig te zijn. Generaal! schrijf aan Overberg, aan van Beek, dat Freule Mordaunt
+mij hare hand heeft toegezegd, en dat de overdracht van de Werve kan doorgaan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarvoor is <i>mijne</i> toestemming noodig,&#8221; sprak Francis, die bleek maar roerloos met strakken blik en onbewogen trekken naar mij had zitten luisteren.
+Maar dat is niet juist; zij had zich afgewend, als ging datgene wat ik sprak haar niet meer aan. Nu eerst toonde zij weer
+deelneming in &#8217;t geen er voorviel, maar om ons tegen te staan.
+
+</p>
+<p>Ik was vast besloten den strijd niet op te geven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Volstrekt niet, Freule,&#8221; beet ik haar toe. &#8220;Uw grootvader is de eenige rechthebbende op het kasteel, en zijn testament, dat
+u zijne rechten overdraagt, is niet van kracht bij zijn leven!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En dan n&ograve;g,&#8221; verzuchtte von Zwenken. &#8220;Och! of zij den toestand inzag als ik....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welaan, Oom! laat u niet door haar weerstand afschrikken; schrijf aan die heeren zooals ik u opgaf, en stoor u niet aan al
+het overige; gij weet te goed wat er volgen gaat, zoo gij het tegendeel deedt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hij geeft u leugens in de pen, hij hecht aan zijn millioen, dat is duidelijk!&#8221; riep Francis tergend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo doe ik, Freule!&#8221; hernam ik, haar fier en vast in de oogen ziende, &#8220;en allermeest om u. Gij zijt mijne verloofde en wij
+hebben geen twee&euml;rlei belang.&#8221;
+<a id="d0e6827"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6827">398</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Francis! Francis!&#8221; vermaande de generaal, wien het hachelijke van den toestand tot een ongekende hoogte van moed opvoerde,
+&#8220;gij raast tegen een man die de edelmoedigheid zelf is, die ons allen in het verderf kan storten en die niets wil dan ons
+redden, als gij de reddende hand maar wilt aangrijpen.... Vergeet het niet, hij kan de Werve laten verkoopen, als wij die
+niet bij vrijwillige overeenkomst in zijne handen stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;&#8217;t Is mogelijk! &#8217;t is mogelijk, dat hij in &#8217;t geheim de macht heeft weten te verkrijgen om ons als bedelaars van de Werve
+te verjagen, maar hij kan mij toch niet dwingen zijne vrouw te worden,&#8221; voegde zij hem toe.
+
+</p>
+<p>Och, zij was toch verschoonlijk; allerlei smart en teleurstelling trof haar tegelijk; twijfel aan mij en de zekerheid dat
+haar grootvader haar bedrogen en geru&iuml;neerd had! Moest een karakter als het hare niet tot woestheid toe geprikkeld worden?
+Maar zoo mild en verschoonend toonde ik mij niet aan haar in dien oogenblik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zullen we zien!&#8221; antwoordde ik vast, en zeker wat forscher dan ik zelf had gewild, want zij liep op mij toe met een drift,
+die waarlijk erger dan snerpende woorden te duchten gaf.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dwang, dwang! Mij dwang aandoen?&#8221; riep ze heftig en forsch; maar toch trad zij terug voor den blik dien ik op haar richtte,
+die blik waarvan men mij gezegd had, dat hij mij op den tempelheer gelijken deed.
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij, Leo!&#8221; mijn naam ontsnapte haar als een diepe weeklacht; zij deinsde af tot in den uitersten hoek van het vertrek en
+bleef staan zoo stijf gedrukt tegen het goudleeren behangsel, of zij zich daarmee vereenzelvigen wilde.
+
+</p>
+<p>Ik wist dat ik haar verslagen had, maar zij was daarom niet verzoend.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dwang, Francis! als het moet,&#8221; hervatte ik; &#8220;maar ik ben er zeker van, er zal geen andere dwang noodig zijn dan die van uwe
+eigene consci&euml;ntie, die u zeggen <a id="d0e6844"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6844">399</a>]</span>zal, dat gij mij voldoening schuldig zijt. Vaarwel! ik ga heen om u rust te laten tot kalm beraad, maar toch, bedenk u niet
+te lang, want.... ik ben maar een mensch en mijne lankmoedigheid is, vrees ik, niet grenzenloos. Gij hebt mij in mijn eergevoel
+gekwetst; gij hebt mijn hart gewond; laat die wonden niet te lang bloeden; want ze zouden ongeneeslijk kunnen zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik wierp nogmaals een blik op haar, nu met zacht verwijt, maar zij zag mij strak en wezenloos aan, of zij niets meer begreep.
+Ik schudde den generaal de hand, die zwijgend het hoofd boog met tranen in de oogen, en ging langs Francis voorbij, zonder
+meer naar haar om te zien.
+
+</p>
+<p>Rolf liep mij na en smeekte mij, niets van alles wat Francis mij aangedaan had ernstig op te vatten, en bovenal het kasteel
+niet te verlaten.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo is zij, als er eens iets bij haar inslaat,&#8221; sprak de goede stakkerd; &#8220;maar over een uur zal zij berouw hebben, ik ben
+er zeker van; de bui was te hevig om lang aan te houden.&#8221;
+
+</p>
+<p>Doch mijn besluit was genomen. Ik beval aan Frits, die mij met stomme verbazing aanstaarde, het wagentje van de Pauwelsen
+te laten voorkomen, en ging naar mijne kamer om mijn koffer te pakken, langzaam en werktuigelijk, dat beken ik, en altijd
+luisterend of ik ook een welbekenden stap de trap hoorde opkomen, of niet een driftige tik op de deur mij Francis zou aanmelden,
+berouwvol en gereed ter verzoening. Maar die hoop werd deerlijk teleurgesteld; zij kwam niet; zij was nog niet ontnuchterd
+uit den roes, want bij haar was in waarheid de toorn eene kortstondige dronkenschap.
+
+</p>
+<p>Zoo de hoop mij niet eenigszins opgericht had gehouden zou ik verpletterd zijn geweest. Het was ook schrikkelijk, in de haven
+te zijn en n&ograve;g schipbreuk te lijden! Z&oacute;&oacute; wakker geschud te worden uit den zaligsten droom der liefde; neen! geen droom, de
+werkelijkheid werd verdrongen, in het uiterste contrast met de liefelijke beloften <a id="d0e6856"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6856">400</a>]</span>der eerste. Wie mij dat een uur te voren geprofeteerd had, zou ik helder hebben uitgelachen! En toch, dat was dezelfde vrouw,
+dezelfde die als aan mijne voeten had geknield, en mijne hand had gekust in de verrukking der liefde, zij die nu als eene
+furie tegen mij woedde en mij zoo onbarmhartig verstiet.
+
+</p>
+<p>En dat was geene coquette, die met valsche teederheid mijn hart had verwonnen, om het met koele wreedheid te vertreden in
+hetzelfde uur. Neen! zij was waar in de overgave der liefde als in de wilde smart van haar toorn; zij leed zelve; zij leed
+mogelijk meer nog dan ik; zij was ondanks alles achtenswaardig in hare verontwaardiging, al berustte die ook op eene misvatting.
+Bij later, kalmer zelfonderzoek moest ik bekennen, dat ik rechter, opener weg had kunnen gaan, bij een karakter als het hare,
+dan dien ik had ingeslagen; maar toen ik den eersten stap deed moest ik ook bij haar nog in den blinde tasten en voorzichtig
+zijn, en later volgde uit de eerste schrede iedere andere. Ik heb dit alles geboet met bittere zielesmart, met een lijden,
+dat ik nu niet meer herdenken of beschrijven wil.
+
+</p>
+<p>Ik wist wel hoe ik op staanden voet hare achting had kunnen herwinnen: met afstand te doen van de erfenis; en ik beken u,
+dat ik er eene wijle aan dacht; maar beter beraad zeide mij dat het een don Quichotisme zou zijn, waardoor niemand ware gebaat
+en dat ons allen aan armoede en ellende prijs gaf. Zeker is het, dat alle schatten van tante Roselaer mij niet zooveel geluk
+kunnen aanbrengen als Francis alleen, zoo zij zich eindelijk gewonnen geeft; maar even zeker is het, dat zij die fortuin niet
+ontberen kan, als zij voldoen moet aan alle verplichtingen, die zij nu eenmaal onafwijsbaar acht. Zij heeft gezond verstand
+genoeg om dit zelve in te zien als zij kalmer zal zijn; daarom is het noodig dat zij den geheelen toestand en mijne handelwijze
+daarin helder kan overzien. Daartoe zond ik haar, zoodra ik te Z&#8212; was aangekomen en mij eenigszins had hervat, <a id="d0e6862"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6862">401</a>]</span>den brief van tante Sophie, dien ik kieschheidshalve had willen terughouden. Ik voegde er slechts enkele woorden bij, overtuigd
+dat de waarheid voor zich zelve zou spreken. Zij kon er ten minste uit leeren dat ik zoomin om de erfenis had ge&iuml;ntrigeerd
+als zij, en dat zoo de testatrice de middelaarster was geweest van onze kennismaking, het verkrijgen van hare hand voor mij
+niet was het middel om in &#8217;t bezit der erfenis te geraken, en dat mijn volharden tot het uiterste geschiedde om harentwil
+en om dien van haar grootvader, geenszins uit lage belangzucht waarvan zij mij zou moeten vrijpleiten.
+
+</p>
+<p>Daar het omslachtig schrijven van Tante R&#8212; een pakket vormde dat te zwaar was voor de post, vertrouwde ik het aan den kellner
+om het met den vrachtrijder mee te geven, die elken dag geregeld op de Werve verscheen. Gerust op de bezorging, gaf ik mij
+over aan de hoop op een goede uitkomst en verkeerde dien dag in eene vreeselijke spanning, die met ieder uur klom en, toen
+er tegen den avond noch brief noch bode verscheen, mij alle verwisseling van hoop en vrees tot volslagen wanhoop deed doorgaan.
+Ik bracht den bangsten nacht van mijn leven door, en toen de morgen daagde, en een deel van den middag verliep zonder dat
+er eenig bericht van de Werve kwam, overviel mij eene gewaarwording van leegte en onverschilligheid; de uiterste graad van
+mismoedigheid; in dien toestand had ik maar &eacute;&eacute;n verlangen: te Z&#8212; alles af te doen wat nog door mij verricht moest worden,
+en naar den Haag terug te keeren.
+
+</p>
+<p>Overberg wilde met alle geweld dat ik nog blijven zou. Ik weet niet of hij iets begreep van mijn toestand, maar ik verzweeg
+hem mijn <i>&eacute;chec</i> en wendde voor, dat ik om eene dringende zaak naar huis moest. Om hem te voldoen teekende ik alle stukken, die hij mij voorlegde,
+gaf hem de volmacht die hij begeerde en nam afscheid met de verzekering, dat ik terug zou keeren zoo ras de aangelegenheden
+in den Haag het mij vergunden.
+
+</p>
+<p>Inderdaad riep er mij niets dan mijn eigen verlangen <a id="d0e6873"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6873">402</a>]</span>en die onweerstaanbare begeerte om thuis te zijn, als men zich onwel gevoelt. Zoodra ik maar weer terug was in mijne eigene
+rustige kamer, zou ik beter worden, en alles zou goed gaan, stelde ik mij voor; desnoods zou ik weer werken om mij te retrempeeren!
+nam rijtuig tot aan het eerste station, en kwam in den laten avond waar ik zijn wilde, waar ik genezing hoopte te vinden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div1">
+<p class="Date">Z&#8212; Juni 186....
+
+
+</p>
+<p>&#8220;Als gij mij schrijft, Willem, na de ontvangst van mijn laatsten, adresseer dan uw brief te &#8217;s Hage aan het gewoon adres,
+want ik ga reizen; ik weet vooreerst nog niet waarheen ik zwerven ga, en ik heb mijn appartement aangehouden als een <i lang="fr">pied &agrave; terre</i> in de residentie.
+
+</p>
+<p>In plaats van in mijn <i lang="en">sweet home</i> de kalmte te herwinnen die ik zocht, werd ik ernstig ziek, reeds den eersten nacht van mijn thuiskomst. Het was eene zenuw-zinkingskoorts,
+die mij zeker reeds door de leden woelde, toen ik zoo onstuimig, zoo ondanks alles naar de rust van mijne eigene kamer verlangde;
+maar die zich eerst in volle kracht openbaarde, toen ik daar eenzaam nederlag.
+
+</p>
+<p>Wat er verder met mij gebeurd is, weet ik niet; ik weet alleen, omdat mijne hospita, die mij trouw heeft opgepast, het mij
+heeft verteld, dat er nog weer veertien dagen verliepen, eer ik het tijdperk van convalescentie intrad. Ik hoorde van haar
+dat tal van vrienden naar mij waren komen vragen en kaartjes hadden afgegeven. Ik vond er zelf een van mijn oom den minister,
+die in persoon naar mij was komen informeeren, en die de <a id="d0e6892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6892">403</a>]</span>juffrouw op het hart gedrukt had mij toch trouw te verzorgen en moeite noch kosten te sparen; hij stond voor alles in, de
+edelmoedige!&#8212;het gerucht dat ik millionair was geworden had zich heinde en ver verspreid. Toen ik weer lust had de brieven
+in te zien die er voor mij gekomen waren, vond ik allerlei berichten en bescheiden van Overberg en van Beek, die mij reeds
+wee maakten bij den eersten oogopslag en die ik met walging ter zijde schoof; maar ik schrikte toen ik een strikt beleefd,
+maar zeer officieel briefje vond van Willibald, die mij het overlijden meldde van mijn oud-oom von Zwenken, en uitnoodigde
+om den overledene de laatste eer te komen bewijzen. Uit de dagteekening berekende ik, dat het nu al ruim drie weken geleden
+was. Hoe was het intusschen Francis gegaan?
+
+</p>
+<p>Zeker was zij nog altijd tegen mij ontstemd; zij scheen niets van mijne ziekte te weten, dat zij mij dit verzoek liet doen;
+en ik.... ik had haar geen woord van troost en bemoediging kunnen toespreken. Wat moest zij van mij denken? Wie weet hoe die
+mannen van de wet haar intusschen gekweld hadden en.... ik had niets kunnen verhinderen! Ik wachtte het bezoek van mijn dokter,
+ik wilde hem vrijheid vragen naar Z. terug te keeren. Daar hoorde ik gehaspel op de trap, de juffrouw die iemand wilde tegenhouden,
+die blijkbaar doorging, haars ondanks en de kamer binnenstormde zonder complimenten. Ik schrikte, ik vloog op, den komende
+te gemoet.
+
+</p>
+<p>Rolf stond voor mij, zelf ontdaan en blijkbaar wat verlegen dat hij mij zoo overviel. Ik dacht aan niet anders dan aan de
+zekerheid dat hij tijding kwam brengen van Francis. Wij drukten elkander de hand, beiden met tranen in de oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moeten wij elkander zoo weerzien, mijn goede kapitein?&#8221; begon ik, hem een stoel wijzende.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mijn generaal overleden,&#8221; snikte hij, &#8220;in mijne armen; Francis was er niet eens bij.&#8221;
+<a id="d0e6902"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6902">404</a>]</span></p>
+<p>&#8220;En uw Majoor?&#8221; vroeg ik, om hem weer op dreef te brengen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Och spreek er niet van....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Spreek Rolf, zij is toch wel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;O, ja! wat de gezondheid aangaat dat schikt nog al, zij is sterk, zij kan wat verdragen; overigens....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dan! hoe gaat het tegenwoordig op de Werve, dat gij hier zijt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo slecht als het maar gaan kan. Ik ben hier omdat zij mij weggejaagd heeft!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Weggejaagd, Rolf! Ik dacht niet dat zij tot zoo iets in staat was.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij heeft mij ook niet verjaagd uit boosheid, maar omdat zij zelve toch ook niet blijven kon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet blijven kon? Is zij dan niet meer op het Kasteel?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, zij is zoolang bij de Pauwelsen....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hoe lang? waar wil zij heen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat weet ik niet, dat weet ze denkelijk zelve niet; mij althans heeft ze &#8217;t niet willen zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ze gaat zeker haar intrek nemen bij Willibald!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, dat geloof ik niet; want dien heeft ze laten wegtrekken zonder hem iets te zeggen; daarbij, die is majoor geworden,
+en zijn garnizoen is in Noord-Brabant. Neen; die is er buiten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar ik bid u, vertel mij geregeld wat er gebeurd is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Och! de generaal heeft niet den moed gehad het tegen haar vol te houden en zoo decisief aan de heeren Overberg en van Beek
+te schrijven als gij dat hadt aangeraden. Daar alles dus zoo wat in &#8217;t ongewisse bleef, en er ook geen antwoord kwam op hunne
+brieven aan u, ik begrijp nu wel waarom, schenen die praktizijns niet langer geduld te willen nemen, en heeft Overberg, zeker
+daartoe door den Utrechtschen collega opgezet, zich rechtstreeks tot de freule gewend om te weten of zij zich al dan niet
+met u verloofd achtte? Gij begrijpt jonker, wat haar antwoord is geweest; ik heb het zelf voor haar overgeschreven, want zij
+had het zoo wild en <a id="d0e6935"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6935">405</a>]</span>ruw gekrabbeld, dat het onleesbaar was. Het was zeer droog en kortaf, maar er kwam geen woord in voor om u te blameeren, dat
+kan ik u verzekeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ben ik dan nu gerechtvaardigd in hare oogen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou ik niet kunnen zeggen; ik weet alleen dat zij zich zelve bittere verwijten doet, en dat het uitgekomen is zooals
+ik zeide, reeds denzelfden dag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Reeds denzelfden dag nadat zij mijn pakket heeft ontvangen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij heeft niets van u ontvangen, dat weet ik zeker.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is vreemd!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! dat is niet vreemd, want alles is bij ons z&oacute;&oacute; in de war geraakt op dien noodlottigen Vrijdag! maar.... ik zie daar
+sherry staan, mag ik zoo vrij zijn?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welzeker, kapitein! schenk u zelven maar in, en ga dan voort als ik u verzoeken mag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu dan, toen gij weg waart is zij flauw gevallen, en dat is haar leven lang nog nooit gebeurd! Ik schaamde mij haast over
+mijn cordaten majoor; maar zij had u zoo lief; ze heeft het mij later onder tranen bekend; en toen wij haar hadden bijgebracht
+en meenden dat zij wat uitrustte in hare kamer, is ze stillekens ontsnapt, naar de Pauwelsen geloopen, heeft haar Tancred
+laten voorkomen en is uitgereden! Uren ver, naar wij dachten; maar dat kwam toch anders uit.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zulke wijze van zich te hervatten lijkt op haar.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet waar? zoo is ze; maar wij werden vreeselijk ongerust toen ze niet aan tafel verscheen; nu, wij hadden zelven ook geen
+eetlust, de generaal en ik; maar toen het begon te schemeren, en toen de jonge Pauwels kwam waarschuwen dat Tancred alleen
+thuis gekomen was, schuimbekkend en zonder zadel....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een ongeluk!&#8221; viel ik in; &#8220;zeg eerst hoe zij er afgekomen is.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Nogal zoo erg niet, Jonker! een verstuikte voet en schrikkelijk in de war toen wij haar vonden bij den grooten eik dicht
+bij &#8217;t kasteel, waar zij naar toe gekropen was om op het mos uit te rusten.&#8221;
+<a id="d0e6961"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6961">406</a>]</span></p>
+<p>&#8220;O! ik ken dien boom!&#8221; riep ik smartelijk; &#8220;ik voel zoo hoe het d&aacute;&aacute;r geweest moet zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel slecht, zooals ik zeide; zij riep ons toe dat wij haar d&aacute;&aacute;r moesten laten sterven, en dat wij het u moesten zeggen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij heeft mij n&oacute;g lief!&#8221; juichte ik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wat dat betreft, jonker, dat&#8217;s maar al te waar, en dat is erg genoeg na alles wat er verder gebeurd is. Het bleek dat zij
+in een wilden galop voortgejaagd had tot dicht bij de stad; dat ze toen van richting was veranderd en door het bosch heen
+naar huis had willen rijden, maar dat ze Tancred wat te forsch heeft aangezet, of wel de teugels in hare mijmering heeft laten
+vallen, zij weet het zelve niet meer; genoeg, dat het brave beest, aan haar vaste en ferme hand gewoon, zijne meesteres niet
+meer herkend heeft in hare beurtelings woeste en achtelooze luim; &#8217;t is hem gaan vervelen, en hij heeft het naar zijn eigen
+zin op een loopen gezet; zij, uit den zadel gevallen, schijnt een tijdlang bewusteloos gelegen te hebben, gelukkig niet al
+te ver van huis. Pauwels en ik beurden haar op en brachten haar in &#8217;t salon op de canap&eacute;. De chirurgijn verklaarde het geval
+voor niet heel beduidend maar het hield haar toch verscheiden dagen aaneen op diezelfde plek geboeid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En waarom mij dat niet terstond bericht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Hm! z&oacute;&oacute; als gij vertrokken waart.... eigenlijk ik wilde wel, en zij ook, ja; ik mag het niet zeggen, maar zij heeft u een
+briefje geschreven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat mij niet bezorgd is?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, want de jonge Pauwels was belast het in uwe eigene handen te geven, en toen hij te Z&#8212; aankwam, werd hem gezegd dat
+gij reeds vertrokken waart, en dat alle brieven en berichten voor u bij Overbeek moesten bezorgd worden, maar daartoe had
+Pauwels geen order; hij kwam met het briefje terug.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Te laat!&#8221; sprak Francis met een bitteren lach. &#8220;Ik dacht wel dat het zoo zijn moest; ik heb niet beter <a id="d0e6980"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6980">407</a>]</span>verdiend; nu is het uit!&#8221; en zij verscheurde het biljet.
+
+</p>
+<p>&#8220;O, had ik dat alles kunnen voorzien!&#8221; riep ik, de handen voor de oogen houdend; ik wilde nog mijne zwakheid verbergen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik had u geraden te blijven; waarom zijt gij ook zoo spoedig weggevlucht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik voelde dat ik ziek zou worden, ik was al ziek; ik ook had haar een pakket gezonden en verbeeldde mij, dat zij terstond
+antwoorden zou op dat schrijven, of nooit. Het duurde tot den derden dag; ik kon het niet langer uithouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En gij zegt dat het haar goed gedaan zou hebben als zij dien brief las?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij zou er ten minste uit geleerd hebben mij met andere oogen te zien.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die verwenschte verwarde boel bij ons, toen zij eens van de been was, is er oorzaak van dat zij &#8217;t niet gekregen heeft. Frits
+legt maar stompweg alles bij de papieren van den generaal.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Die zou het haar zeker overhandigd hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen; want hij zelf zat als verlamd in zijn armstoel, en hij gromde als de post of de bode iets van brieven of pakketten
+aanbracht. Frits durfde hem met niets meer aankomen. Daarbij was hij vergramd op de freule en had bijkans geen deernis met
+haar ongeval. En toen zij nog maar even weer op de been was, begon dat lieve leventje met die verduivelde practizijns, die
+tegen den generaal begonnen te ageeren en met executie dreigden. Toen moest hij wel kennis nemen van deurwaardersexploiten
+en al dat gerei, en, helaas; de freule ook, want haar ongelukkige grootvader was al bij den eersten schok door eene herhaling
+van de vroegere attaque overvallen en lag er nu toe. Francis moest voor alles staan en had er volstrekt geen verstand van
+en ook geen geduld. Dit alles heeft mijn armen vriend den dood gedaan, en ik, ongelukkige brekebeen, ik kon niets verhinderen!&#8221;
+<a id="d0e6998"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e6998">408</a>]</span></p>
+<p>De kapitein vergat te zeggen, wat ik later vernam, dat hij, door zijn vriend een glas ouden cognac toe te dienen om hem moed
+te geven, het zijne bijgedragen had tot den snellen afloop.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het weinigje dat ik bezit in den zinkput te werpen van al die schulden, zou eene stommiteit zijn geweest, en die beging ik
+ook niet. In &#8217;t kort, toen wij, Willibald en ik, met nog een paar oude krijgsmakkers den generaal de laatste eer hadden bewezen
+(wij hadden op u al niet meer gerekend, schoon gij voor den vorm waart uitgenoodigd), toen moest er nog weer een andere bureaurot
+worden ingehaald: de notaris uit Arnhem, die het testament van den generaal onder zijne berusting had en die in &#8217;t eerst aan
+Francis raadde, geene concessies te doen aan den erfgenaam van freule Roselaer, die als eerste en voornaamste crediteur opkwam;
+maar na ampele discussies tusschen hem en Overberg kwam hij weer met een ander advies voor den dag en raadde haar, de minnelijke
+schikking aan te gaan, die opnieuw werd voorgesteld; maar gij begrijpt wel hoe weinig zij daarin konde treden, te eer daar
+alles wat men tegen haar grootvader had gedaan geschiedde als uit uw naam, door uw last.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ongelukkige, die bewusteloos op mijn ziekbed neerlag.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat wisten die farize&euml;n ook wel, maar zij hadden zooals bleek, uwe volmacht, en Francis kon niet anders denken dan dat men
+haar vervolgde met uwe voorkennis, naar uwe bedoeling. Dat juist was haar onverdragelijk. &#8220;Dit is nu die dwang waarmee hij
+mij gedreigd heeft;&#8221; sprak zij met bitterheid; &#8220;en hij meent, dat hij mij daardoor zal overwinnen! Nooit! Hij kan mij alleen
+dwingen van mijn ouderlijk erfdeel afstand te doen en hem het veld ruim te laten.&#8221;
+
+</p>
+<p>Haar notaris sprak wel van den boedel te aanvaarden onder benefice van inventaris, maar zij had daar geen ooren naar; zij
+wilde goed en kort van alles af zijn en <a id="d0e7009"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7009">409</a>]</span>de praktizijns onder elkander laten haspelen en stukken opmaken zooveel zij wilden. E&eacute;n oogenblik heb ik haar zwak gezien.
+Dat kantoorvolk was gekomen om alles op te schrijven wat er in huis te vinden was. Ik schaamde mij innerlijk om het armelijk
+boeltje, maar de freule bleef kalm, waardig en laatdunkend, zooals zij zijn kan als zij hare koppige buien heeft, en alles
+ging goed totdat wij aan de groote logeerkamer naderden. Toen zag ik haar bleek worden (de kapitein werd zelf bleek en schonk
+zich weer een glas sherry in om zich op te frisschen) en zij wierp mij de sleutels toe, terwijl zij mij toefluisterde: &#8220;Ik
+kan daar niet meer binnen gaan!&#8221; en ze liep ijlings heen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooveel teerheid van gevoel!&#8221; verzuchtte ik, &#8220;en toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo uitvallen als zij eene opvatting heeft, niet waar?&#8221; viel hij in. &#8220;En dat tegen u, die anders zoo goed met haar terecht
+kon! Jammer, eeuwig jammer dat het misverstand niet terstond weer is bijgelegd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zal nog bijgelegd worden, ik verzeker het u.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik vrees dat het nu te laat zal zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeg dat niet! Dat kan ik niet hooren, dat wil ik niet gelooven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik wil &#8217;t ook liever niet gelooven, maar ik vrees toch dat wij het zullen zien; zij is zoo koppig als zij hare onverzettelijke
+buien heeft, en zoo slim daarbij. Wilt gij weten hoe zij &#8217;t aangelegd heeft om mij met een zacht lijntje te verwijderen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Heel graag!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Rolfie!&#8221; zei ze, want ze weet je zoo te vangen als ze wat met je voorheeft; &#8220;Rolfie! biecht nu eens eerlijk op: heb je niet
+het grootste deel van je erfenis met mijn grootvader doorgebracht?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Wis en zeker niet, ma .... freule!&#8221; mocht ik zoo zeggen. &#8220;Wat we samen verteerd hebben was maar een sommetje, dat ik er zoo
+stilletjes voor apart hield en dat mij om zoo te spreken in den schoot was geworpen; <a id="d0e7029"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7029">410</a>]</span>want het kwam van een gelukkig lot in de loterij. Jammer dat het maar een achtste was en dat wij het nog met ons beiden hadden,
+de generaal en ik. De generaal beproefde of hij met zijn deel niet nog betere zaken kon doen, wat hem helaas nooit is gelukt.
+Ik koos de partij om van het mijne samen maar eens goed te leven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En de erfenis was dus maar een fabeltje?&#8221; vroeg zij streng.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wel neen, freule! Die bestaat in eene kleine boerderij in &#8217;t Noordbrabantsche, waar ik de rente van trek en waar ik mij dacht
+te retireeren als de freule eens.... ik durfde niet meer zeggen: kwam te trouwen; ik zei dus: als de freule mij niet meer
+gebruiken kan.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;En kunt ge daar dan goed leven kapitein?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zal heel wel gaan; mijn pensioen er bij.... Mocht de freule nu maar besluiten kunnen daar met mij heen te gaan, dan zouden
+wij al een heel lief leventje kunnen hebben samen.
+
+</p>
+<p>&#8217;t Is in die streken nogal goedkoop, en al is het geen kasteel, daar zou nog wel een goede kamer zijn voor de freule.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dank je hartelijk, brave kapitein! maar zoo is &#8217;t niet gemeend. Als gij het er maar vinden kunt voor u zelf is het genoeg.
+Maak dan maar gauw dat ge er komt.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar freule! van u scheiden! U hier alleen laten?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik blijf hier ook niet, en bij &#8217;t geen ik te doen heb zoudt gij mij maar in den weg zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar wat wilt gij dan doen?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waar vraagt gij naar? Als ik het zeggen wilde wist gij het immers al! kreeg ik toen, en of ik hoog of laag sprong, zij wilde
+mij kwijt zijn en ik moest gaan.&#8221; En de karaf met sherry werd nogmaals aangesproken om het verdriet te verzetten dat maar
+al te duidelijk op zijn vervallen gelaat te lezen stond. &#8220;En z&oacute;&oacute; ben ik heengegaan,&#8221; ging hij voort; &#8220;maar ik dacht zoo bij
+me zelve: ik zal den weg nemen over den Haag, toen ik <a id="d0e7051"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7051">411</a>]</span>hoorde dat de jonker ziek was en mogelijk van niets wist.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een mooie omweg, beste kapitein!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het doet er niets toe, ik heb zoo&#8217;n haast niet. Zij had haast om mij weg te zenden, en dat beduidt niets goeds.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat vrees ik ook. Weet gij wat gij doet, Rolf?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, jonker! Wat raadt ge mij?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat ge hier nog een uurtje uitrust en dan ijlings naar de Werve terugkeert.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zij is er denkelijk niet meer, en die verfoeielijke praktizijns zijn er nu zeker al de baas.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, maar ik ben er meester, en ik zal u een brief meegeven, om hen te doen berusten in &#8217;t geen ik verlang. Gij zijt commandant
+van de vesting tot nader orde, en Frits moet er ook blijven.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, die is er nog als huisbewaarder.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik volg zelf morgen of overmorgen, als ik het met mijn dokter kan vinden. En gij maakt er intusschen werk van om dat pakket
+terug te krijgen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het zal met al de papieren en brieven van den generaal bij Overberg zijn beland.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Informeer u daarnaar en houdt Francis in &#8217;t oog; zie haar naar de Werve terug te lokken, maar zeg niet dat ik kom, dat mocht
+haar afschrikken. Ik ga daarbij weer te Z. logeeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik had nog niet uitgesproken of mijne hospita meldde zich aan met een telegram, waarvan ik het re&ccedil;u had te teekenen. Het was
+van Overberg en van den volgenden inhoud:
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>Tegenwoordigheid onverwijld noodig: geene schikking te treffen. F. M. kasteel verlaten.</i>&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Daar heb je &#8217;t al,&#8221; zei Rolf, terwijl hij zijn laatste glas sherry ter zijde zette.
+
+</p>
+<p>&#8220;Weet gij wat, kapitein! ik zal mijn dokter v&oacute;&oacute;r zijn; hij mocht mij eens de reis niet toestaan. Help mij maar wat pakken,
+en we gaan samen.&#8221;
+<a id="d0e7086"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7086">412</a>]</span></p>
+<p>Onder die reisaanstalten werden wij toch overvallen door mijn Esculaap, die wel wat voorzichtigheid raadde, maar toch begreep,
+dat er toestanden zijn waarin de zwakheid des lichaams vergeten moet worden voor den aandrang des harten. Ik had hem wel iets
+van mijn hartsgeheim moeten opbiechten.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>In het logement te Z. aangekomen, vond ik een briefje van Rudolf, die nog altijd in de provinci&euml;n Gelderland en Overijsel
+rondreisde met zijn gezelschap en nu te L., waar het kermis was, eenige representaties gaf. Hij scheen te onderstellen dat
+ik niet weg geweest was en dat alleen de <i>brouille</i> met Francis mij van de Werve terughield in de laatste weken. Hij schreef mij het volgende:
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo gij Francis terughouden wilt van de grootste dwaasheid, die zij nog heeft begaan, zorg dan morgenochtend omstreeks negen
+uur met mij samen te treffen in het logement te Halfweg tusschen L. en Z. Gij zult daar vernemen wat zich moeielijk laat schrijven.
+
+
+
+</p>
+<p class="Signed">R.&#8221;
+
+
+</p>
+<p>Ik had dien avond nog eene <i>entrevue</i> met Overberg, die mij op de hoogte, ik zou eigenlijk moeten zeggen op de laagte, bracht van den gang dien de zaken hadden
+genomen. Daar was geene overeenkomst met Francis te treffen, die daarenboven de Werve verlaten had zonder een adres op te
+geven. Men moest volgens van Beek tot den publieken verkoop van dat kasteel overgaan, maar Overberg, die mijn tegenzin in
+dit geweldig middel kende, had de hand daartoe niet willen leenen v&oacute;&oacute;r mijne herstelling en zonder mijne definitieve toestemming.
+Ik deed hem inzien, dat er nog geene haast bij was, en na wat over en weer sprekens deelde hij mijne zienswijze, Tante Roselaer
+had wraakzuchtige intenti&euml;n gevoed tegen <a id="d0e7105"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7105">413</a>]</span>den generaal, maar geenszins tegen Francis, en nu deze alleen overbleef was er geen reden om haar te verontrusten en te verdrijven.
+Aan de eischen der wet moest voldaan worden, aan het voorschrift der testatrice evenzeer; eene beslissing moest er genomen
+worden; dat is alles waar, maar ik zag niet in, waarom men haar geene maanden zou geven terwijl men haar nauwelijks weken
+had gegund. Overberg stemde dit toe. Blijkbaar had de oude freule het goed met haar gemeend. De collega dien van Beek had
+gebruikt om het testament te maken, waarin hij als executeur werd bevoordeeld, had aan Overberg kennis gegeven, dat het nog
+een codicil bevatte, &eacute;&eacute;n dag voor haar dood er bijgevoegd, waarbij aan freule Francis Mordaunt na het overlijden van den generaal,
+en voor &#8217;t geval dat haar huwelijk met jonker van Zonshoven niet doorging, een jaarlijksch inkomen werd verzekerd van drie
+duizend gulden, haar door den erfgenaam uit te keeren levenslang, zelfs al zij trouwde, onder de eenige voorwaarde dat zij
+geen huwelijk zoude aangaan zonder het goedvinden van haar neef jonkheer Leopold van Zonshoven. Zeer zeker had de schrandere
+vrouw dit correctief bedacht om Francis te weerhouden van een onberaden huwelijk, waarvoor zij haar in staat achtte. Bij de
+onwaarschijnlijkheid dat zulk een geval zich zou voordoen, vond ik de conditie voor haar niet te hard; maar ik belastte Overberg
+er mee, haar daarvan officieel kennis te geven. Zij zou dat bericht dan vinden als zij naar de Werve terugkeerde. Zij zou
+er ook mijn pakket vinden, dat werkelijk in handen van den procureur was geraakt, met de papieren van haar grootvader, en
+waarvan hij het adres had erkend als van mijne hand. Hij had het terstond na die ontdekking naar het kasteel opgezonden, maar
+zij zelve was er toen reeds niet meer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Het heeft zoo moeten zijn, jonker!&#8221; sprak hij, de schouders ophalend, nadat ik hem medegedeeld had, dat ik zeer op den inhoud
+van dat pakket rekende om hare stemming jegens mij te veranderen; maar ik verzweeg <a id="d0e7109"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7109">414</a>]</span>hem zorgvuldig de samenkomst die ik met Rudolf moest hebben. Er was sprake van eene dwaasheid die Francis stond te begaan,
+en ik was wat bang voor de Z&#8212;sche praatjes.
+
+</p>
+<p>Tegen het aangewezen uur liet ik mij den volgenden dag naar het zoogenaamde huis te Halfweg brengen, eene uitspanning waar
+des zomers buitenpartijen worden gehouden en waar men des middags gaat theedrinken, maar niet eigenlijk een logement, en waar
+het in dit morgenuur bijzonder stil was. Ik noemde volgens Rudolfs opgave mijn naam, en vroeg of de heer gekomen was dien
+ik spreken moest.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja, de heer en de dame zijn al boven; als mijnheer de trap maar blieft op te gaan, en dan de deur rechts; schellen als de
+heeren van iets gediend blieven!&#8221; gaf de man ten antwoord, die het op zijne aanwijzingen liet aankomen zonder mij geleide
+te geven. Zij waren dan ook niet gecompliceerd, en ik vond zelfs de deur aanstaan. Ik bevond mij in een zaal met witte muren
+en houten met zand bestrooide vloer, waar zeker voor veertig menschen, en meer, ruimte was om aan verschillende tafeltjes
+plaats te nemen; maar in &#8217;t eerst zag ik er niemand, en ik moest langs een hoop opeengestapelde stoelen voorbij eer ik Rudolf
+bemerkte, die aan het uiterste einde der zaal stond, waar een tribune was opgericht voor een orchest. Hij was niet alleen,
+hij was in een druk gesprek met Francis!
+
+</p>
+<p>Zij stonden met den rug naar mij toegewend, en ik moest mij een oogenblik op den achtergrond houden, om mij te herstellen
+van den schok dien dat plotseling weerzien bij mij teweegbracht. De uitroep dien ik had willen slaken stokte mij in de keel;
+zoo moest zij mij niet zien. Ik ging wat zijwaarts af en kon als verscholen blijven achter de pyramide van stoelen.
+
+</p>
+<p>De stem van Rudolf klonk schetterend door de zaal toen hij sprak:
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>Nonsence</i>, Francis! ik die er nogal zoo iets van weet <a id="d0e7124"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7124">415</a>]</span>zeg u, dat het een radeloos beginnen is; gij kent dat leven niet, dat gij u voorstelt als het ideaal van vrijheid en levenslust.
+Het is integendeel de gebondenheid zelf, met de zweep er achter! Meent gij misschien dat de <i>chambri&egrave;re</i> bij ons alleen gebruikt wordt voor de paarden? en dat men er de vrouwen spaart omdat men ze ten aanzien van &#8217;t publiek met
+galanterie in den stijgbeugel helpt? Gij vergist u deerlijk, arm kind!&#8221;
+
+</p>
+<p>Al sprekende had Rudolf zich even omgekeerd en mij opgemerkt; snel bracht hij den vinger aan den mond om mij het zwijgen aan
+te bevelen, en hij ging voort: &#8220;Wij worden gestraft in onze beurzen en aan den lijve, van den geringsten staljongen af tot
+<i>Madam Stonehorse</i> toe, aan wie zelve zoomin eene fout gepasseerd wordt als aan ons. En onder dien troep zoudt gij willen zijn, gij! een kruidje-roer-mij-niet
+op het punt van kieschheid en fijngevoeligheid! Ik zou, op mijn woord, geen slechter <i lang="fr">m&eacute;tier</i> weten uit te denken voor iemand als gij zijt; en &#8217;t is alleen omdat gij er niets van weet, dat het denkbeeld daaraan in u
+kon opkomen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Er is geen ander waar ik voor bekwaam ben! Ik kan met paarden omgaan; maar ik kan geene gouvernante van kinderen zijn; ik
+kan schermen en exerceeren, en ik zou beide evengoed te paard kunnen doen als te voet; maar ik kan niet voor gezelschapsjuffrouw
+spelen bij eene dame, en ik ben veel te onhandig in &#8217;t naaien en borduren om daar mijn brood mee te verdienen. Zelfmoord is
+eene zonde die ik niet wil begaan; ik heb daarbij plichten die mij gebieden te leven, al is het leven mij niets meer dan eene
+marteling; dus schiet mij niets anders over, dan d&agrave;t wat ik u verzocht voor mij te bemiddelen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zottin! waarom ziet gij het eenige voorbij dat u wezenlijk past! Waarom verzoent gij u niet met uw neef van Zonshoven?
+dan hebt gij alles ineens wat gij maar wenschen kunt; uw kasteel terug, de fortuin, en een man die u liefheeft, daar verwed
+ik mijn hoofd onder!&#8221;
+<a id="d0e7141"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7141">416</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Ja, een loyaal man inderdaad! dat&#8217;s gebleken,&#8221; antwoordde zij met een doffe stem, waaruit mij onbeschrijfelijke bitterheid
+toeklonk.
+
+</p>
+<p>&#8220;Bah! hij is op zijn ergst een klein weinigje onoprecht geweest; dat is eene <i>peccadille</i>, die gij hem licht kunt vergeven; een leugentje om bestwil zondigt niet, en ik sta er voor in, dat hij u om bestwil zoo wat
+om den tuin geleid heeft. Hij zal u ook wel eens wat te vergeven hebben; gij hebt hem immers naar uwe eigene getuigenis grof
+behandeld; gij hebt u zelf bij mij aangeklaagd, dat gij hem onrecht hebt gedaan! welnu! zeg hem dat, val voor hem in de schuld,
+en alles zal goed zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat is onmogelijk, ik heb het immers al gezegd,&#8221; hernam zij met ongeduld; &#8220;dat is nu te laat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarom te laat, Francis?&#8221; sprak ik, nu snel vooruittredende, &#8220;als <i>ik</i> u verzeker dat het nog tijd is!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo!&#8221; riep zij doodsbleek, en als ineenkrimpend onder hare smartelijke aandoeningen, viel zij op een stoel neer en bedekte
+zich het gelaat met beide handen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis!&#8221; hervatte ik zacht, terwijl mijne ontroering in de stem trilde, &#8220;er is nog niets tusschen ons veranderd ik zie nog
+altijd in u mijne verloofde.&#8221; Al sprekende had ik even mijne hand op de hare gelegd. Het was of die aanraking haar pijn deed.
+Als met een schok sprong zij weer op, nu met hooggekleurde wangen en onnatuurlijk fonkelende oogen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Uwe verloofde! ik heb dat begrepen uit de wijze waarop uwe handlangers met mij geleefd hebben.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Het grieft mij meer dan ik zeggen kan, Francis, dat men u lastig is gevallen, maar wijt dat niet aan mij; ik was ziek, ik
+was afwezend, en zoo men u verdriet heeft aangedaan, is dat wel zeer tegen mijne bedoeling geweest.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals het tegen uwe bedoeling geweest is, mijn grootvader den schok toe te brengen, die hem den dood heeft aangedaan!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zeer zeker is dat tegen mijne bedoeling geweest, en ik heb tot het uiterste volhard om dat te voorkomen, <a id="d0e7168"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7168">417</a>]</span>maar gij, gij zelve hebt niet gewild, en daarna heb ik niets meer kunnen verhinderen. Het was de toepassing van een uitersten
+wil, dien ik niet bij machte was te wijzigen. Zoo de vervolging, waarmee hij bedreigd werd, werkelijk den dood van uw grootvader,
+heeft verhaast beschuldig mij dan niet het eerst, Francis! maar tast in uw eigen boezem, en mij dunkt, gij zult bevinden,
+dat ik het met hem en met u beter gemeend heb dan gij zelve, die om een misverstand, dat bij eenig kalm nadenken zoo licht
+uit den weg ware geruimd, u zelve en hem in &#8217;t verderf hebt gestort en mij zoo groote smart aangedaan. Gij hebt willen volharden
+bij uwe miskenning! gij hebt onverzoenlijk willen zijn; gij zijt het n&oacute;g; zoo wijt de gevolgen van het onheil dat gij hebt
+aangericht niet aan anderen, niet aan mij, die u n&ograve;g toeroept: het is <i>niet</i> onherstelbaar.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet onherstelbaar! o, Leo! Leo! hoe ver staan wij reeds van elkander, dat gij dit zeggen kunt,&#8221; sprak zij diep neerslachtig.
+&#8220;Gij hebt mij met dwang gedreigd en gij hebt mij werkelijk dwang aangedaan; gij hebt het in uwe macht gehad mij tot zulk een
+uiterste te brengen, dat de bestgezinde van uwe praktizijns telkens zijne omslachtige vertoogen besloot met denzelfden raad:
+een huwelijk met den erfgenaam van freule Roselaer; ik heb dien zoo dikwijls gehoord dat ik er van walg, en ik weet dat ze
+gelijk hebben uit hun oppervlakkig, materieel oogpunt gezien, maar, gij Leo; gij die weet hoe ik denk, hoe ik in onze verbintenis
+<i>die</i> vereeniging zag, waar liefde, waar hoogachting de vrije aan den vrije bond uit volle overgave van het hart, hoe kunt gij
+zeggen, dat er niets onherstelbaar is, waar het noodigste verloren is gegaan; waar gij het met uwe zaakgelastigden z&oacute;&oacute; ver
+hebt gebracht dat het huwelijk met u mij door den nood zou worden opgelegd. Als ik d&agrave;t huwelijk kon aangaan, Leo! meent gij
+dan, dat ik niet aan de keten zou schudden tot die ons beiden te zwaar werd, tot zij brak?&#8221;
+<a id="d0e7178"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7178">418</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk, Francis! als gij het zoo beschouwt; als gij mij niet met andere oogen kunt zien dan die van uw vooroordeel,
+dan is het uit, dan geef ik u dat woord terug, dat gij niet meer kunt houden, dan zijt gij vrij!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Mooi zoo, Francis! daar hebt gij wat gij gewild hebt; nu zijt gij losgelaten en vogelvrij, zooals ik, en dat&#8217;s voor eene
+vrouw als gij zeker wel het ergste waarmee God haar straffen, en Leo zich wreken kon.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij vergist u, Rudolf! Daar is geen sprake van wraakneming. Ik heb mijne verloofde haar woord teruggegeven, maar mijne nicht
+Francis Mordaunt blijft onder mijne bescherming.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik waardeer de bedoeling,&#8221; sprak Francis, zonder mij aan te zien met trillende stem, &#8220;maar ik heb een stap gedaan, die mij
+voorgoed van mijn verleden scheidt. Ik wanhoopte aan uwe edelmoedigheid, die mij de vrijheid zou geven; daarom heb ik het
+onmogelijke willen stellen tusschen u en mij. Ik heb eene overeenkomst gesloten met master Stonehorse, die reeds hier moest
+zijn, en master Smithson is gekomen om mij aan hem voor te stellen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Uw oom Rudolf is hier om het uit alle macht af te raden, <i lang="en">my dear!</i> en als gij op master Stonehorse rekent, kunt gij lang wachten,&#8221; viel Rudolf uit.
+
+</p>
+<p>&#8220;Alweer geen woord gehouden!&#8221; riep Francis hem toe met verontwaardiging. &#8220;Maar ik heb die teleurstelling verdiend, met nog
+eens op u te rekenen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ziet gij mij aan voor zoo dom of zoo slecht Francis! dat ik de hand zou leenen om u zulk een <i lang="fr">coup de t&ecirc;te</i> te helpen volvoeren?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo hebt gij mijn briefje niet aan uw directeur overhandigd?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Waarachtig niet! ik heb wat beters gedaan; ik heb Leo gewaarschuwd dat gij op het punt stond eene dwaasheid te begaan, die
+u onredbaar in &#8217;t verderf zou storten.&#8221;
+<a id="d0e7203"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7203">419</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Een komplot! dat is het w&egrave;l wat van lieden van uwe soort is te wachten. &#8217;t Is genoeg! ik zie wel, dat ik op niets of op niemand
+meer rekenen kan dan op mij zelve, zoo weet ik wat mij te doen staat.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;<i lang="en">Stupid!</i> Zij hecht er nog aan!&#8221; riep Rudolf met ergernis.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zoo doe ik, en sinds gij mij uwe bemiddeling weigert zal ik alleen naar L. rijden, waar master Stonehorse nog wel te vinden
+zal zijn.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij verdiende voor den duivel dat men haar haar gang liet gaan. Probeer het maar, doordrijfster! Als gij eens in zijne handen
+zijt, zult gij het levenslang met bloedige tranen beschreien; en het ergste is, dat je niet eens schreien moogt! Je moet lachen,
+lachen onder het snerpendste wee.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Welnu, ik zal lijden wat er te lijden valt; zoo zal ik boete doen voor &#8217;t geen ik mij te verwijten heb.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Juist, eigenwillige boete! dat is in uw geest. U zelve niet sparen en eindelijk bezwijken van smart over het leed dat gij
+u zelve en anderen hebt aangedaan,&#8221; voegde ik haar toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Niemand heeft zich meer om mij te bekommeren; ik ben immers vrij!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar niet om uw naam en afkomst schande aan te doen en u zelve dus weg te werpen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben de laatste van mijn naam, en wat mijne afkomst betreft: ik ben de nicht van master Smithson.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zijne waardige nicht, dat moet ik zeggen!&#8221; sprak deze met ironie, &#8220;maar die nu voorgoed het recht verloren heeft met zooveel
+minachting op mij neer te zien, sinds zij, en niet door den nood gedrongen, even groote dwaasheden begaat als ik.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niet door den nood gedrongen!&#8221; sprak zij, en haalde met onwil de schouders op.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Francis! niets verplichtte u de Werve te verlaten.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik zie niet hoe ik er had kunnen blijven, jonker! <a id="d0e7233"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7233">420</a>]</span>Gij zijt er meester <i lang="fr">par droit de cr&eacute;ancier</i>. Moest ik wachten tot uwe procureurs en deurwaarders mij kwamen verdrijven?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zou niet geschied zijn, dat zal niet geschieden, juist omdat <i>ik</i> er meester ben. Gij zijt een verkeerden weg ingeslagen, Francis! geloof mij, toen gij die veilige schuilplaats verliet. Maar
+niets verhindert u er terug te keeren.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Niets meent gij?&#8221; riep zij hartstochtelijk: &#8220;alles, alles! De muren grimmen mij aan in die eenzaamheid. Voelt gij dat niet?
+Maar neen, hoe zoudt gij dat voor mij voelen! Er is niets dan misverstand tusschen ons, niets meer!&#8221;
+
+</p>
+<p>Daar lag een weeklacht in dien toon van verwijt, maar die terstond werd overstemd door de vastheid waarmee zij voortging:
+
+</p>
+<p>&#8220;Daarom wil ik mijn eigen weg gaan; ik wil het, verkeerd of niet: ik hoor niemand toe; ik zal over mijn eigen lot beschikken.&#8221;
+Reeds wendde zij zich om.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat zult gij niet!&#8221; sprak ik met gezag, haar in den weg tredende. &#8220;Nu de generaal dood is en Rudolf zich onmogelijk heeft
+gemaakt, ben ik uw naaste bloedverwant, en ik zal niet toestaan dat gij u zelve in den vollen bloei des levens in een afgrond
+werpt, waaruit niets u meer zou kunnen redden. Ik stel &eacute;&eacute;ne voorwaarde op de vrijheid die ik u teruggaf, deze: dat gij haar
+niet misbruikt tot uw bederf.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Maar zeg dan wat ik doen moet!&#8221; sprak zij gejaagd en toch onderworpen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar de Werve terugkeeren, waar de eenzaamheid u niet zal aangrimmen, want gij zult er een vriend vinden die alles in orde
+heeft gebracht om u te ontvangen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Een vriend!&#8221; herhaalde zij, met een strakken, verwonderden blik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Ja! Rolf, die er tot nadere order blijft; en gij kunt er ook blijven. Gij hebt niet noodig onberaden stappen <a id="d0e7259"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7259">421</a>]</span>te doen om mij te ontvluchten, want ik ga reizen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik sprak dit laatste koel en met vastheid, want ik zag dat het haar verraste en trof, en ik wilde geen zwakheid toonen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Naar de Werve terugkeeren!&#8221; herhaalde zij langzaam als in zich zelve, deed daarop haastig eenige stappen met gebogen hoofd,
+keerde zich toen om, zag mij aan met een veelbeteekenende blik en sprak, terwijl er iets anders in de stem trilde dan toorn
+en trots:
+
+</p>
+<p>&#8220;Gaat gij reizen, Leo? ik.... zal.... blijven.... Vaarwel!&#8221;
+
+</p>
+<p>En de deur viel achter haar toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zou ik haar niet volgen tot zij de Werve bereikt heeft?&#8221; vroeg Rudolf, toen wij den hoefslag van haar paard hoorden. &#8220;Als
+zij nu toch eens haar eigen zin deed?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen! ik vertrouw op haar woord; wantrouwen zou haar beleedigen.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Zij is in eene ongewone stemming en zoo roekeloos in het rijden; zij heeft laatst ook nog een ongeluk gehad.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;In &#8217;s Hemelsnaam, rijd haar dan achterna! Maar als gij zelf herkend wordt?&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat heeft nu geen nood meer, ik zie er immers uit als de eerste burgerheer de beste.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dat was zoo. Zijne kleeding was eenvoudig en passend; zijn haar en baard waren donker zwart geverfd.
+
+</p>
+<p>&#8220;Zooals gij mij nu aanziet,&#8221; ging hij voort, &#8220;ben ik herhaaldelijk naar de Werve gekomen in de laatste ziekte van mijn vader.
+Ik heb hem nog de hand gedrukt, en hij schonk mij zijn zegelring. Zie toch! ik draag hem niet aan den vinger, uit voorzichtigheid,
+maar hier, aan een zijden koord op de borst; en Francis! Francis!&#8221; sprak hij met zegevierenden glimlach, &#8220;is er toch toe gekomen;
+zij heeft in die bange dagen mijne hulp aangenomen. Ik heb mijn satisfactie, al ziet zij mij nog zoo boos aan.&#8221;
+<a id="d0e7283"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7283">422</a>]</span></p>
+<p>&#8220;Maar ga dan toch!&#8221; drong ik, want ik begon mij zelf ongerust te maken dat Francis hem te ver vooruit zou zijn. En.... wij
+namen afscheid voor het leven.
+
+</p>
+<p>&#8220;Als de L&#8212;sche kermis afgeloopen is, verlaten wij de provincie en het land en ik kom er nimmer weer,&#8221; sprak hij met weemoed,
+terwijl hij mij voor het laatst de hand drukte.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Te Z. aangekomen, vond ik Overberg reeds in mijn logement. Hij had een pakket ontvangen aan het adres van Francis, dat uit
+Engeland scheen te komen, veel port kostte, en dat de oude Frits in hare absentie niet had willen aannemen; men had zich tot
+den procureur gewend, die met de zaken van den generaal was belast. Ik verzekerde hem dat de freule Mordaunt voorgoed naar
+de Werve was teruggekeerd, en hij zond onverwijld zijn klerk naar het kasteel, om het pakket aan haar zelve te overhandigen.
+Zij moest er <i>re&ccedil;u</i> voor teekenen; zoo zou ik tegelijk in den kortst mogelijken tijd vernemen of zij goed en wel op de Werve was aangekomen.
+Ik liet hem in mijn wagentje derwaarts rijden en beloofde den voerman een dubbele fooi, om zijn paard wat aan te zetten.
+
+</p>
+<p>De klerk kwam in het kortst mogelijke tijdsverloop terug en bij mij. Zij had het <i lang="fr">re&ccedil;u</i> geteekend, Goddank! Alles was in orde. Maar dat pakket, haar waarschijnlijk toegezonden door vrienden of verwanten uit Engeland,
+lag mij zwaar op het hart. Wat bracht het haar? Mogelijk volstrekte onafhankelijkheid en onze scheiding. Maar ik kende haar
+nog niet geheel.
+
+</p>
+<p>Des anderen daags in den voormiddag hield het bekende wagentje van de Pauwelsen voor mijne deur stil. De oude Frits stapte
+er uit en bracht mij een biljet van zijne meesteres. Zij had hem bevolen het aan niemand <a id="d0e7302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7302">423</a>]</span>dan aan mij zelf over te geven en op antwoord te wachten.
+
+</p>
+<p>Ik zond hem naar de groote zaal om zich te verfrisschen, terwijl ik mijn antwoord schreef.
+
+</p>
+<p>Ik kon een biljet van haar (het eerste!) niet lezen in iemands bijzijn. Ziehier wat ik las toen ik met bevende vingers de
+enveloppe had verscheurd.
+
+
+
+</p>
+<p class="Address"><i>Neef Leopold!</i>
+
+
+</p>
+<p>Ik moet u nog eenmaal zien en spreken v&oacute;&oacute;r gij reizen gaat. Zoo er geen Rudolf tusschen ons gestaan had, zou ik u veel gezegd
+hebben dat ik n&ugrave; moest terughouden. Gij hebt mij eens verzekerd, dat gij altijd bereid waart tot dienstvaardigheid voor eene
+vrouw, die het privilege harer sexe liet gelden. Zoo doe ik thans. Mag ik hopen dat gij mij niet zult weigeren naar de Werve
+te komen om nog een laatste onderhoud te hebben?
+
+</p>
+<p>In plaats van te schrijven ware ik liefst onverwacht bij u komen oploopen, maar ik heb de eerste ingeving, al was het mogelijk
+eene goede, niet gevolgd, uit vrees u ergernis te geven. Laat mij door Frits weten welken dag en op welk uur ik u wachten
+moet.
+
+
+
+</p>
+<p class="Signed">F. M.
+
+
+</p>
+<p>Er was voor mij maar &eacute;&eacute;n antwoord mogelijk op dit briefje: instappen en met Frits naar de Werve rijden. Onder welke wisseling
+van hoop en van vrees, kan ik u niet beschrijven. Alles draaide mij voor de oogen toen ik de oude brug over, de poort weer
+doorreed. Op het perron vond ik Rolf staan, die met zijne muts zwaaide, ten teeken van blijdschap over mijne komst. De dubbele
+deur stond wijd open; hij wees mij zwijgend naar het groote salon, dat ik schielijk binnentrad.
+
+</p>
+<p>Francis zat op de oude bekende sofa als in elkaar <a id="d0e7322"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7322">424</a>]</span>gedoken, de handen gevouwen in den schoot. Zij droeg nu niet die amazone, die mij hatelijk geworden was, maar een eenvoudig
+rouwgewaad, dat hare bleekheid sterk deed uitkomen.
+
+</p>
+<p>&#8220;Francis, daar ben ik! Wat hebt gij mij nu te zeggen?&#8221; riep ik haar toe.
+
+</p>
+<p>Zij rees haastig op en kwam naar mij toe.
+
+</p>
+<p>&#8220;Wees gedankt, Leo! dat ge zoo schielijk gekomen zijt; maar ik wist dat gij komen zoudt; ik rekende op uwe edelmoedigheid.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik ben dan niet meer zoo verachtelijk in uwe oogen? Gij hebt dus mijn pakket ontvangen, den brief van tante Sophie gelezen!&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Ik heb alles ontvangen, alles gelezen; maar ik had zooveel niet meer noodig om mij schuldig te voelen, om mijne schuld te
+bekennen; en nu ik dit doe, nu ik erkennen wil voor heel de wereld dat ik u onrecht heb gedaan, zult gij mij nu alles vergeven?
+alles, zonder bittere bijgedachte?&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij legde beide handen op mijne schouders, als om uit mijne oogen te lezen wat zij weten wilde.
+
+</p>
+<p>&#8220;Dat weet gij wel, Francis! Maar gij moet niet weer aan mij twijfelen, nooit meer!&#8221; sprak ik zacht maar ernstig, en mij wat
+afkeerend, om mij aan haar onderzoek te onttrekken, want ik voelde mijne oogen vochtig worden. Zij liet de armen zinken, bleef
+een oogenblik zwijgend voor mij staan, en sprak toen: &#8220;Nooit, nooit meer!&#8221;
+
+</p>
+<p>Zij drukte met innigheid mijne hand, die ik haar reikte ten teeken van verzoening. Maar toch, er was iets in hare houding,
+dat mij terughield haar in mijne armen te drukken; er was nog iets tusschen ons, dat voelde ik met innerlijke onrust.
+
+</p>
+<p>&#8220;Leo! wees zoo goed te gaan zitten!&#8221; sprak zij, een armstoel aanschuivende. &#8220;Nu wij verzoend zijn, nu ik in mijn eenigen bloedverwant
+weer mijn trouwsten vriend mag zien, heb ik uw raad te vragen.&#8221;
+<a id="d0e7342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7342">425</a>]</span></p>
+<p>De pati&euml;nt ging zitten. De preliminairen bevielen hem gansch niet. Zij legde het pakket met de Engelsche postmerken geopend
+voor mij neer.
+
+</p>
+<p>&#8220;Lord William is overleden,&#8221; sprak zij. &#8220;Zie hier een schrijven aan mij, dat hij bij zijn testament heeft gevoegd. Wees zoo
+goed het te lezen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik had daartoe nauwelijks de noodige kalmte; maar toch voldeed ik aan haar verlangen.
+
+</p>
+<p>Het was een kort maar ernstig woord, dat van eene vaderlijke teederheid getuigde; maar ik las tusschen de regels door, dat
+het hem strijd had gekost, n&agrave; hare bekentenissen het tot deze kalme genegenheid te brengen. Hij was van haar weggegaan met
+de pijl in het hart. Hij eindigde met eene roerende bede voor haar geluk en den wensch, dat zij nog eenmaal een echtgenoot
+vinden mocht harer waardig, en het verzoek om de dotatie aan te nemen, die hij haar in zijn testament had toegedacht, opdat
+zij door geene materi&euml;ele overwegingen zou gedwongen worden tot eene andere keuze dan die van haar hart. De familienaam waarmee
+hij zijn brief had onderteekend was een in de geschiedenis der wetenschap en in de staatkundige wereld zeer bekende en hoogge&euml;erde.
+
+</p>
+<p>Nu volgde een brief van den neef en erfgenaam, die haar de afschriften toezond en haar de verzekering gaf van zijne bereidwilligheid
+om aan de opgelegde verplichting te voldoen.
+
+</p>
+<p>Er werd haar levenslang een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond sterling toegekend.
+
+</p>
+<p>Zwijgend legde ik de geschriften neer, na er kennis van genomen te hebben.
+
+</p>
+<p>&#8220;Moet ik aannemen, Leo?&#8221; vroeg zij, mij aanziende met een onzekeren, onderzoekenden blik.
+
+</p>
+<p>&#8220;Mij dunkt, gij kunt niet weigeren, Francis!&#8221; antwoordde ik met al de kalmte die ik bemachtigen kon. &#8220;Volkomen onafhankelijkheid
+naar het materieele is altijd uw vurigst verlangen geweest: die is u noodig <a id="d0e7361"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7361">426</a>]</span>zelfs en die wordt u bij dezen door eene vriendenhand gewaarborgd.&#8221;
+
+</p>
+<p>&#8220;Gij hebt gelijk, Leo! ik zal uw raad volgen, ik zal aannemen. Nu behoeft mijne fierheid niet langer te strijden tegen mijn
+hart. Nu behoef ik geen huwelijk aan te gaan door den nood opgelegd, en zoo ik mij een echtgenoot kies, zal niemand mij verdenken
+dat ik mij uit belangzucht gewonnen gaf! En zou ik nu rijk genoeg zijn om de Werve los te koopen?&#8221; viel zij op eens in op
+geheel anderen toon, eene mengeling van schalkheid en ernst, die geruststelde dat hare vroegere opgeruimdheid nog niet verloren
+was gegaan onder het lijden.
+
+</p>
+<p>&#8220;Neen, Francis! En al ware dat, de Werve is in handen, die haar tot geen prijs zullen overgeven. Om vrijvrouwe van de Werve
+te worden moet gij wat anders bedenken.&#8221;
+
+</p>
+<p>Toen rees zij op en ging voor mij staan. &#8220;Leo! gij zegt dat onafhankelijk te zijn altijd mijn vurigste wensch is geweest,
+dat placht zoo te wezen; maar ik heb nu begrepen, dat het mijn hoogste geluk zoude zijn afhankelijk te worden van den man
+dien ik liefheb. Leo! tante Roselaer heeft mij een jaargeld toegekend, dat ik niet aanneem, zooals vanzelf spreekt; maar zij
+heeft het goed met mij gemeend, dat erken ik; en haar raad neem ik w&egrave;l aan. Zij heeft mij voorgeschreven, geen huwelijk aan
+te gaan dan met uwe toestemming, Leo!&#8221; en zij zonk onder eene gemoedsbeweging die haar geheel overmeesterde, op de beide knie&euml;n
+voor mij neer. &#8220;Leo! ik wensch mijn neef van Zonshoven tot echtgenoot; hebt gij daartegen?&#8221;
+
+</p>
+<p>Ik antwoordde alleen door haar op te heffen en in mijne armen te sluiten.
+
+</p>
+<p>Zij schreide aan mijne borst. Ik schaamde mij niet dat ook mijne oogen vochtig waren. Wij hadden elkander z&oacute;&oacute; lief, en toch,
+wij hadden zooveel door elkander geleden!
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+<a id="d0e7375"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7375">427</a>]</span></p>
+<p>Wat zal ik u verder zeggen! Ik bracht dien dag door op de Werve. Wij zochten onze lievelingsplekjes, wij leefden in herinneringen,
+wij maakten onze plannen voor de toekomst. Wij moesten van Beek c. s. bericht geven dat wij het eens geworden waren en wij
+stelden onder prettig gekibbel een deftig vormelijk epistel aan de wetgeleerden op, die verder niets meer te doen hadden dan
+hunne rekeningen in te leveren en het onder hen berustende te verantwoorden. Van Beek, die geroepen werd ons huwelijkscontract
+op te maken, was niet weinig verwonderd te vernemen, dat de bruid een jaarlijksch inkomen van drieduizend pond sterling had,
+waarover zij de volle vrije dispositie behield. Onder ons gezegd, lord William heeft mij een onschatbaren dienst bewezen,
+dat hij Francis op die wijze over hare aarzelingen heeft heengeholpen.
+
+</p>
+<p>De rouw over den generaal was ons voorwendsel om in alle stilte te trouwen, zooals wij beiden wenschten. Een van mijne vrienden,
+die in een naburig stadje als predikant stond, zegende ons huwelijk kerkelijk in. Ds. N. voelt zich over die preferentie wat
+gekrenkt en wil zijn emeritaat nemen. Ik zal zorgen dat hij er geldelijk niet onder lijdt. De gemeente smachtte reeds lang
+naar verandering. &#8220;Ze waren domin&eacute; wel niet zat, maar toch....&#8221;
+
+</p>
+<p>Wij zijn op reis gegaan! Francis moest zich na haar lang isolement weer aan de wereld en de menschen gewennen. De Werve wordt
+intusschen gerestaureerd, en Rolf heeft op zich genomen de vesting te commandeeren in onze afwezendheid.
+
+</p>
+<p>De kleine Harry Blount is uit de handen zijner grootmoeder in die van de Pauwelsen overgegaan. Francis heeft tot hare onuitsprekelijke
+verlichting de zekerheid gekregen, dat Gijsje Jool hersteld is en met haar kind bij de Pauwelsen inwonen gaat. Wij voorzien,
+dat ze eenmaal als dochter in dat gezin zal worden opgenomen.
+
+</p>
+<p>Wat mij betreft, ik heb heel wat doorgestaan sinds <a id="d0e7386"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7386">428</a>]</span>de zware last van die erfenis mij op de schouders is gelegd, maar ik heb veel geleerd in mijne worsteling om het levensgeluk,
+en beiden, Francis en ik, zijn vast besloten de zuur veroverde schat met vereende krachten vast te houden en er alle schadelijke
+elementen buiten te sluiten.
+
+</p>
+<p>Wij hebben ons voorgenomen goede rentmeesters te zijn van ons groot fortuin, en Francis is het geheel met mij eens, dat een
+leven voor ons zelven alleen geen leven zou zijn, dat er eene groote verantwoordelijkheid op ons rust, maar dat het zielevreugde
+moet wezen die te vervullen. Van mijne reisontmoetingen hoort gij wel eens later.
+
+
+
+</p>
+<p class="Date">Gen&egrave;ve, 186&#8212;,
+
+
+</p>
+<p class="Signed">L. v. Z.
+
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+</p>
+<p>Francis wil u zelve met een woordje groeten.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+
+</p>
+<p>Dat het Leo mooi staat om de <i lang="fr">hauts faits</i> van Majoor Frans zoo maar in al hunne kleuren en geuren aan een vriend te schetsen, zal ik nooit toegeven, maar ik voel toch
+dat hij in zijne <i lang="fr">position d&eacute;licate</i> behoefte had om zijn hart uit te storten, en dan ging dat nog het beste aan een overzeeschen vriend. Daarom heb ik hem dan
+ook volle absolutie gegeven. Als gij nu maar zijne brieven niet in &#8217;t een of ander Indisch dagblad laat drukken! Dat zou te
+erg zijn! Niet dat Francis van Zonshoven dat ongedisciplineerde personage onder hare bescherming neemt; och neen! &#8217;t Is voor
+haar zoo goed of het nooit had bestaan. Maar ziet ge, er zijn zooveel familiegeheimen bij in &#8217;t spel, dat ik u in vollen ernst
+discretie aanbeveel.
+
+</p>
+<p>Wacht maar niet tot uwe Indische dienstjaren voltallig zijn om ons op de Werve te komen bezoeken. Alle ruiten worden er gemaakt,
+en er is ruimte genoeg voor een vriend, al kwam die met een heel gezin!
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+</div><a id="d0e7412"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7412">429</a>]</span><div class="back">
+<div class="div1">
+<p>Romans en Novellen in de WERELD-NEDERLANDSCHE BIBLIOTHEEK; EN OORSPRONKELIJKE UITGAVEN:
+
+
+</p>
+<p><i>NEDERLANDSCHE.</i>
+
+</p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">Ingen. </td>
+<td valign="top">Cart. </td>
+<td valign="top">Linn. </td>
+<td valign="top">Krb.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">1* en 2*. E. BEKKER-WOLFF en A. DEKEN: <i>Sara Burgerhart</i>. Inleiding <i>Prof. Knappert</i>, (5e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.20</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">A. L. G. BOSBOOM-TOUSSAINT:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XIII/XIV. <i>Prinses Orsini en eigen Levensbeschrijving</i>.&#8212;Portretten&#8212;Inleiding.&#8212;Aanteekeningen.
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">BOSBOOM-TOUSSAINT, BUSKEN HUET, SIMON GORTER:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XLV. <i>Drie Vergeten Novellen</i> (<i>Nacht in een Armstoel</i>; <i>Dokter George</i>; <i>Een Praatje</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">LXXXIV/LXXXV*. HENRI VAN BOOVEN: <i>Tropenwee</i> (Nieuwe, complete uitgaaf)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top">CARRY VAN BRUGGEN: <i>De Verlatene</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top">LOUIS COUPERUS: <i>Korte Arabesken</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">J. EIGENHUIS:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">VI/VII. <i>De Wijsgeer</i>;&#8212;<i>Tyme de Kroosvisscher</i>;&#8212;<i>Van Vrijen en Trouwen</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XXXVIII/XXXIX. <i>De jonge Dominee</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">CI/CIII*. <i>Groei</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.85 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.30</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">33. S. FALKLAND: <i>Kleine Vertelsels</i> (8e&#8211;10e duizend)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">A. v. GOGH-KAULBACH:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>Moeder</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">O. U.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>Rika</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">G. VAN HULZEN:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">17/18. <i>Getrouwd</i>: (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XV/XVI. <i>Wrakke Levens</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XLVII/XLVIII. <i>De Ontredderden</i> I
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XLIX/L. <i>De Ontredderde</i> II
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>Liefde&#8217;s Tusschenspel</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75<a id="d0e7815"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e7815">430</a>]</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">II. P. v. LIMBURG BROUWER: <i>Een Ezel en Eenig speelgoed</i>. Inleiding <i>Prof. Damst&eacute;</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">LXXVIII*. ELINE MARE: <i>Cleemke&#8217;s Fortuintje</i>, tragisch-humoristische schets van Vlaamsch Leven
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">MULTATULI:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XXII. <i>Max Havelaar</i> (7e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">LXXX*. <i>Duizend en &eacute;&eacute;n Specialiteiten</i>, met nieuwe noten van den schrijver en inleid. van <i>Mevr. Douwes Dekker-Schepel</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">E. J. POTGIETER:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XLII/XLIII*. <i>Jan, Jannetje en hun jongste kind;&#8212;het Rijksmuseum</i>&#8212;Ge&iuml;llustreerd; Inleiding en aanteekeningen van L. S. (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.10</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XLIV. <i>Liedekens van Bontekoe&#8212;Blaauw Bes!&#8212;&#8217;t Is maar een Pennelikker&#8212;Marie&#8212;De Ezelinnen</i>&#8212;2e druk (6e, 7e duizend)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">M. SCHARTEN-ANTINK:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">22*. <i>Sprotje</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">LXXII*. <i>Sprotje heeft een dienst</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">LXXXII*. <i>Sprotjes verder leven</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XXVI/XXVII. <i>Catherine</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">C. en M. SCHARTEN-ANTINK:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>Een Huis vol Menschen</i> (5e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>De Vreemde Heerschers</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">XI/XII*. STIJN STREUVELS: <i>Reinaert de Vos</i>, naar de Middeleeuwsche handschriften herwrocht (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.10</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. B.
+
+</td>
+<td valign="top">CXVIII/CXX. NICO VAN SUCHTELEN: <i>Quia Absurdum</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.75 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">N. R.
+
+</td>
+<td valign="top">HERMAN TEIRLINCK: <i>Het Ivoren Aapje</i>, een roman van Bruss. leven (2e dr.)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.75</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p><i>BUITENLANDSCHE.</i>
+
+</p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">Ingen. </td>
+<td valign="top">Cart. </td>
+<td valign="top">Linn. </td>
+<td valign="top">Krb.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">1) <i>Russisch.</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">L. ANDREJEF:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">8. <i>In de slaapstee</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.35 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">13/14. <i>Judas Iskarioth</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;<a id="d0e8211"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8211">431</a>]</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">3/4. F. M. DOSTOJEFSKIE, <i>Witte Nachten</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">2. N. W. GOGOLJ: <i>De Mantel</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.35 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">9/10. M. LERMONTOF: <i>Een Held van onzen tijd</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">41/42. VLADIMIR KOROLENKO: <i>Schetsen en vertellingen uit Siberi&euml;</i>, met portret
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">5. J. S. TOERGENJEF: <i>Klop, klop klop</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.35 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">LEO TOLSTOY:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>Iwan de Dwaas</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">1/2. <i>De Kozakken</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">5/6. <i>Sebastopol</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">9. <i>Sneeuwstorm</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.10 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">10. <i>De twee Huzaren</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.10 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">21. <i>De jonge Landheer</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.10 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">R. B.
+
+</td>
+<td valign="top">1. ANT. P. TSJECHOF: <i>Een toeval</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.35 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top">&#8212;
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">2) <i>Duitsch</i>:
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">71/72*. LUDW. ANZENGRUBER: <i>De Schandvlek</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">74 LUDW. FINCK: <i>De Rozendokter</i>, vertaling <i>M. van Vloten</i>, versiering <i>Midderigh-Bokhorst</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">G. R.
+
+</td>
+<td valign="top">HAUFF: <i>Lichtenstein</i>, rom. verhaal
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.45 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">151/152*. KELLERMANN: <i>De Dwaas</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">G. R.
+
+</td>
+<td valign="top">CLARA VIEBIG: <i>Absolvo Te</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.45 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">ERNST ZAHN: <i>Romans</i>:
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B
+
+</td>
+<td valign="top">97/98*. <i>Het gezin van Lucas Hochstraszer</i> vertaling <i>A. van Gogh-Kaulbach</i> voorrede <i>Aug. de Wit</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">120/121*. <i>Eenzaamheid</i>, vertaling <i>Annie de Graaff</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">146/147*. <i>Clari-Marie</i>, vert. <i>J. Kuglman</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.65 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.80 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">7/8. <i>Levensstrijd</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top"><i>Novellen:</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">22 <i>Onderstroom</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.10 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top">&#8212;
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">3) <i>Engelsch</i>:
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">G. R.
+
+</td>
+<td valign="top">BULWER: <i>Rienzi, de laatste der Tribunen, vertaling</i> <i>E. J. Potgieter</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.45 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">CHARLES DICKENS:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">15. <i>Een Kerstlied in Proza</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">G. R.
+
+</td>
+<td valign="top"><i>Londen en Parijs</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.45 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top">&#8212;
+<a id="d0e8767"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e8767">432</a>]</span>
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">23. L. FALCONER: <i>De geheimzinnige Gouvernante</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.10 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">136. EDGAR ALLAN POE: <i>Tien vertellingen</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">47/49. UPTON SINCLAIR: <i>De Wildernis</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.60 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.75 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.90 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">11/12. R. L. STEVENSON: <i>De Verkeerde Kist</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">3/4 MARK TWAIN: <i>De Erfgenaam uit Amerika</i>, ge&iuml;llustreerd
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">H. G. WELLS:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">24/25. <i>Het voedsel der Goden en hoe het op aarde kwam</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">16/19. <i>De Oorlog in de lucht</i>, ge&iuml;ll.
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">117* OSCAR WILDE: Het Granaatappelhuis, vertaling <i>L. van Oosterzee</i>, illustr. <i>Midderigh-Bokhorst</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">24. J. ZANGWILL: <i>Het groote geheim van Bow</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.10 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top">&#8212;
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">4) <i>Fransch:</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">30* HONORE DE BALZAC: <i>Het gevloekte Kind</i>, vertaling en inleiding <i>G. en M. Scharten-Antink</i> (2e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">148. BENJAMIN CONSTANT: <i>Adolphe</i>: een kleine roman, vertaald en ingeleid <i>Cd. Busken Huet</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">118*. JULES RENARD: <i>Natuurlijke Historietjes</i>, vert. <i>C. Scharten</i>, illustr. <i>Bonnard</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.50 </td>
+<td valign="top">&#8212;
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">5) <i>Noorsch, Italiaansch, Hongaarsch:</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">82/83. BOCCACCIO: <i>Decamerone, Bloemlezing</i>. Vert. en Inl. <i>W. G. van Nouhuys</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">110/111. ARNE GARBORG: <i>Bij Moeder thuis</i>, een roman
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">B. B.
+
+</td>
+<td valign="top">14/15. KALKMAN MIKSZATH: <i>De Wonderparapluie</i>, uit &#8217;t Hongaarsch
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">KJELLAND:</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">55/56. <i>Vergif</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">84/85. <i>Fortuna</i>
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.55 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.70 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">W. B.
+
+</td>
+<td valign="top">89. CARL LARSEN: <i>De Biecht eener Vrouw</i> (4e druk)
+
+</td>
+<td valign="top">&#402; </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.20 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.30 </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.40 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8212;</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+</p>
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>De tekst van dit eBoek is vergeleken met de versie beschikbaar op
+<a href="http://www.duquartier.nl/">www.duquartier.nl</a>. Naar aanleiding van de verschillen zijn enkele wijzigingen gemaakt.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door Jeroen Hellingman en het on-line gedistribueerd correctie team op <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>The text of this eBook has been compared with the version available on <a href="http://www.duquartier.nl/">www.duquartier.nl</a>. A few changes have been made as a result.
+
+</p>
+<p lang="en">This eBook is produced by Jeroen Hellingman and and the Online Distributed Proofreading Team at <a href="http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde
+van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn
+gemarkeerd met het corr-element.
+
+</p>
+<p>Hoewel in het origineel laag liggende aanhalingstekens openen gebruikt, zijn deze in dit bestand gecodeerd met &#8220;. Geneste
+dubbele aanhalingstekens zijn stilzwijgend veranderd in enkele aanhalingstekens.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>03-MAR-2007 begonnen.
+
+</li>
+</ul>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e454">Bladzijde 27</a></td>
+<td width="40%">nie</td>
+<td width="40%">niet</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e489">Bladzijde 28</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e516">Bladzijde 30</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e589">Bladzijde 32</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e633">Bladzijde 35</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e743">Bladzijde 45</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e765">Bladzijde 47</a></td>
+<td width="40%">pachter</td>
+<td width="40%">pachters</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e772">Bladzijde 48</a></td>
+<td width="40%">kortsmogelijke</td>
+<td width="40%">kortstmogelijke</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e850">Bladzijde 55</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1164">Bladzijde 70</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1252">Bladzijde 76</a></td>
+<td width="40%">men</td>
+<td width="40%">mee</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1360">Bladzijde 85</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1698">Bladzijde 103</a></td>
+<td width="40%">A</td>
+<td width="40%">&Agrave;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1942">Bladzijde 118</a></td>
+<td width="40%">pleegt</td>
+<td width="40%">oplegt,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2028">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">dat</td>
+<td width="40%">daar</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2103">Bladzijde 125</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2265">Bladzijde 135</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2286">Bladzijde 137</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2377">Bladzijde 144</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2642">Bladzijde 161</a></td>
+<td width="40%">A</td>
+<td width="40%">&Agrave;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2777">Bladzijde 169</a></td>
+<td width="40%">anwoord</td>
+<td width="40%">antwoord</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2841">Bladzijde 172</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2844">Bladzijde 172</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2941">Bladzijde 177</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3000">Bladzijde 180</a></td>
+<td width="40%">onwaakte</td>
+<td width="40%">ontwaakte</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3131">Bladzijde 190</a></td>
+<td width="40%">Het</td>
+<td width="40%">Hij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3137">Bladzijde 191</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3142">Bladzijde 191</a></td>
+<td width="40%">humor</td>
+<td width="40%">humeur</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3206">Bladzijde 193</a></td>
+<td width="40%">A</td>
+<td width="40%">&Agrave;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3401">Bladzijde 202</a></td>
+<td width="40%">bij</td>
+<td width="40%">gij</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3412">Bladzijde 202</a></td>
+<td width="40%">ssconden</td>
+<td width="40%">seconden</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3480">Bladzijde 206</a></td>
+<td width="40%">arglastig</td>
+<td width="40%">arglistig</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3486">Bladzijde 206</a></td>
+<td width="40%">kaf</td>
+<td width="40%">kalf</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3547">Bladzijde 210</a></td>
+<td width="40%">ruineert</td>
+<td width="40%">ru&iuml;neert</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3667">Bladzijde 213</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3903">Bladzijde 227</a></td>
+<td width="40%">spak</td>
+<td width="40%">sprak</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3934">Bladzijde 232</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4021">Bladzijde 236</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4046">Bladzijde 237</a></td>
+<td width="40%">prefect</td>
+<td width="40%">perfect</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4065">Bladzijde 238</a></td>
+<td width="40%">pijl</td>
+<td width="40%">peil</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4119">Bladzijde 243</a></td>
+<td width="40%">protstantsch</td>
+<td width="40%">protestantsch</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4157">Bladzijde 246</a></td>
+<td width="40%">strikste</td>
+<td width="40%">striktste</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4226">Bladzijde 250</a></td>
+<td width="40%">intuitie</td>
+<td width="40%">intu&iuml;tie</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4534">Bladzijde 272</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4537">Bladzijde 272</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4598">Bladzijde 276</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4613">Bladzijde 278</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4616">Bladzijde 278</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5218">Bladzijde 309</a></td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5264">Bladzijde 311</a></td>
+<td width="40%">sind</td>
+<td width="40%">sinds</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5313">Bladzijde 313</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8217;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5922">Bladzijde 349</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5933">Bladzijde 349</a></td>
+<td width="40%">pupliek</td>
+<td width="40%">publiek</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6039">Bladzijde 354</a></td>
+<td width="40%">egoist</td>
+<td width="40%">ego&iuml;st</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6227">Bladzijde 364</a></td>
+<td width="40%">geruststellend</td>
+<td width="40%">gerustgesteld</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6652">Bladzijde 387</a></td>
+<td width="40%">mij</td>
+<td width="40%">nu</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6750">Bladzijde 391</a></td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e6802">Bladzijde 396</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8220;</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Majoor Frans, by
+Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK MAJOOR FRANS ***
+
+***** This file should be named 20794-h.htm or 20794-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/0/7/9/20794/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/20794-page-images.zip b/20794-page-images.zip
new file mode 100644
index 0000000..3f1922d
--- /dev/null
+++ b/20794-page-images.zip
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..68caf60
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #20794 (https://www.gutenberg.org/ebooks/20794)