summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authorRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:23:21 -0700
committerRoger Frank <rfrank@pglaf.org>2025-10-15 01:23:21 -0700
commit4312e172c6d3353cfd8b9c25a5c7f2af96de60c4 (patch)
treefc55aad0b192a5d83f5d3213d3d36b33f38e7ce9
initial commit of ebook 20502HEADmain
-rw-r--r--.gitattributes3
-rw-r--r--20502-8.txt5992
-rw-r--r--20502-8.zipbin0 -> 111226 bytes
-rw-r--r--20502-h.zipbin0 -> 262497 bytes
-rw-r--r--20502-h/20502-h.htm6736
-rw-r--r--20502-h/images/circle.gifbin0 -> 213 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/circlebar.gifbin0 -> 207 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/fig01.gifbin0 -> 2244 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/fig02.gifbin0 -> 6331 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/fig03.gifbin0 -> 7897 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/fig04.gifbin0 -> 11598 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/fig05.gifbin0 -> 7735 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/fig06.gifbin0 -> 8371 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/p000.jpgbin0 -> 76102 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/p036.gifbin0 -> 16938 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/pentagram.gifbin0 -> 293 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/square.gifbin0 -> 174 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/sun.gifbin0 -> 200 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/swastika.gifbin0 -> 361 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/tau.gifbin0 -> 198 bytes
-rw-r--r--20502-h/images/triangle.gifbin0 -> 159 bytes
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
23 files changed, 12744 insertions, 0 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..6833f05
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,3 @@
+* text=auto
+*.txt text
+*.md text
diff --git a/20502-8.txt b/20502-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..d89af7b
--- /dev/null
+++ b/20502-8.txt
@@ -0,0 +1,5992 @@
+The Project Gutenberg EBook of De Groote Pyramide, by H.J. van Ginkel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Groote Pyramide
+
+Author: H.J. van Ginkel
+
+Release Date: February 2, 2007 [EBook #20502]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE GROOTE PYRAMIDE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+
+
+ De Groote Pyramide
+
+ Door
+
+ H. J. van Ginkel.
+
+
+
+ Uitgave van de N. V. Theosofische Uitgevers Maatschappij
+ Amsteldijk 79 :: Amsterdam 1908
+
+
+
+
+
+
+ Typ. Duwaer & Van Ginkel, Bloemgracht 8, Amsterdam.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+
+ Hoofdstuk I. Inleiding 1
+ Hoofdstuk II. Ligging, Bouwer 14
+ Hoofdstuk III. De Bouw 24
+ Hoofdstuk IV. Beschrijving van het Inwendige 33
+ Hoofdstuk V. Over de bestemming der Pyramide 41
+ Hoofdstuk VI. Over de bestemming der Pyramide II 50
+ Hoofdstuk VII. Nog enkele theoriën over de bestemming en
+ symboliek der groote pyramide 63
+ Hoofdstuk VIII. Mystieke theoriën 71
+ Hoofdstuk IX. Mystieke theoriën II 81
+ Hoofdstuk X. Mystieke theoriën (slot) 92
+
+
+APPENDIX.
+
+ Maten der Pyramide 105
+ De vijfpuntige ster het geometrisch symbool der groote Pyramide 110
+ Waarom de Bouwers den pi hoek in de Pyramide vastlegden 118
+ Lijst van geraadpleegde boeken 119
+ Maten 121
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+De inhoud van dit boekje verscheen grootendeels reeds in het maandblad
+_Theosophia_ en ik kan dus volstaan met een zeer kort voorwoord
+ter inleiding.
+
+Gaarne had ik meer tijd besteed aan het omwerken van de grondstoffen,
+doch de gelegenheid daartoe ontbreekt mij; aangezien echter velen mij
+verzochten de artikelen toch in boekvorm te doen verschijnen om de
+er in verkondigde denkbeelden in ruimer kring hier te lande bekend
+te maken, ben ik er toe overgegaan dit boekje uit te geven.
+
+Met mijn oprechten dank aan mijne vrienden die mij op verschillende
+wijzen bij mijn arbeid steunden en de uitgave mogelijk maakten en
+in de hoop dat de reeds opgewekte belangstelling in het behandelde
+onderwerp moge toenemen zend ik dit boekje de wereld in.
+
+
+H. J. van Ginkel.
+
+Laren, April, 1908.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE GROOTE PYRAMIDE.
+
+HOOFDSTUK I.
+
+
+Het is een vastgesteld feit dat elk belangrijk onderwerp van studie
+beschouwd kan worden van twee zeer uiteenloopende--dat wil zeggen
+_schijnbaar_ uiteenloopende--standpunten, namelijk van het standpunt
+van hen die oordeelen volgens _voor hen_ vaststaande feiten en van het
+standpunt van hen die oordeelen volgens hunne gevoelszienswijze. De
+eerste beschouwing wordt genoemd de wetenschappelijke, met de tweede
+bedoel ik die van hen, die door innerlijke kennis--door kennis van
+de ziel, niet door kennis van het tegenwoordig hersenverstand--weten
+van de werkelijke waarheid der dingen. En nu is het een treurige
+gewoonte geworden dat zij, die oordeelen volgens vaak zeer
+betrekkelijk vastgestelde feiten, hoegenaamd geen waarde hechten aan
+de beschouwingen, die omtrent zekere dingen bestaan, van hen die een
+innerlijk besef van de gnosis dezer dingen hebben. Bovendien is de
+eerstgenoemde school van denkers heden ten dage in de meerderheid
+doordien de groote massa nietdenkende menschen met hen meegaat,
+niet uit overtuiging, maar uit gemakzucht of onwetendheid.
+
+In de eerste plaats dan zou ik mijnen lezers de vraag willen
+voorleggen: Berust de eerste beschouwing eigenlijk _ook_ niet op een
+vooraf opgevat _gevoelen_ omtrent zekere dingen? En dan zou ik hier
+zeker op antwoorden: ja. Want de geleerde die eene massa feiten,
+stoffelijke feiten verzameld heeft, en deze louter bijeengezameld
+heeft met het denkbeeld ze te analyseeren, aaneen te voegen enz., met
+de bedoeling een geschiedenis dier dingen op te bouwen, heeft behalve
+zijn denken als geleerde ook zijn gevoel als mensch, welk laatste niet
+alleen is opgebouwd gedurende zijn omgang in dit leven met verwante
+denkers, vrienden en bekenden, maar ook door zijn denken en omgang
+in voorafgaande levens. En het kan niet uitblijven of zelfs geheel
+tegen zijn willen in, zal ook een geleerde een onderwerp beschouwen
+door de glazen van zijn gevoelsbril, welke glazen niet in dit éene
+leven doch reeds ten deele in levens daaraan voorafgaande gevormd zijn.
+
+Nu iets met betrekking tot de feiten zelf volgens welke zij hunne
+wetenschappelijke beschouwing vormen, bijvoorbeeld omtrent de
+geschiedenis der oudheid. De tegenwoordige onderzoekers hebben op dit
+punt zeker niet veel om mede te werken en allerminst op het punt van
+geschreven verslagen. Tot op een betrekkelijk kort geleden tijdstip
+was de beschouwing van hetgeen geschreven stond geheel onderworpen
+aan en beperkt door kerkelijke leerstukken, en was een vrije eigen
+gedachte over een onderwerp als het onderhavige louter onmogelijk. Wat
+dus in verschillende richtingen er over gedacht of geschreven is,
+kon eerst vrij ontwikkelen in de laatste eeuw en in die eeuw zijn
+juist belangrijke feiten eerst begonnen aan het licht te komen, en een
+ieder die weet hoe weinig feitenkennis er tot nog toe is, en ook de
+theorieën kent die door verschillende wetenschappelijke onderzoekers
+op deze feiten gegrond zijn, zal inzien dat deze theorieën niet door de
+feiten onaantastbaar worden gelaten. Wanneer, zooals bekende verslagen
+ons doen zien, de geschiedenis van het menschdom is na te gaan tot op
+een tijdperk van ettelijke duizenden jaren vóór Chr., en de feiten van
+het begin dier geschiedenis aantoonen dat er toen hooge beschavingen
+waren, is het misschien wetenschappelijk, maar zeker niet logisch,
+te zeggen dat dit de aanvang der menschelijke beschavingsgeschiedenis
+was, vooral met het oog op een ander wetenschappelijk vaststaand feit,
+dat de aarde millioenen jaren vóór dat tijdstip bestond. Want wij
+hebben _te kiezen_ tusschen twee zienswijzen omtrent de dingen vóór
+dat tijdstip waarvan onze gegevens dagteekenen, namelijk de menschheid
+verkeerde gedurende duizenden, ja wellicht millioenen jaren in wilden
+staat, en dan was de ontwikkeling der volgende enkele duizenden
+jaren daarmede geheel in strijd, òf er bestonden beschavingen lang
+vóór dat tijdstip. Nu berust eene zienswijze omtrent dit tijdstip,
+tenminste als men er zich eene zienswijze van vormen wil, bij gebrek
+aan voldoende feitenkennis, geheel op gevoel en heeft voor dat tijdperk
+de Theosofische theorie evenveel waarde als de wetenschappelijke. Is
+dat dan voor een later tijdperk niet even waar, zal men vragen en
+niet ten onrechte. Ik voor mij vind dat dit zeker het geval is, maar
+alvorens dit te kunnen staven moet men in staat zijn de bekende feiten
+overeen te brengen met de theorie, en dit vereischt dus meer dan men
+van een leek verwachten mag. Hiertoe is noodig een wetenschappelijk
+man met theosofische theorieën, en deze ontbreekt op verscheidene
+gebieden van wetenschap nog. Doch wanneer wij, die niet in staat zijn
+voldoende feitenkennis te verzamelen om onze theorieën wetenschappelijk
+te staven, slechts volhouden op grond van ons innerlijk weten, zal
+de drang zoo groot worden dat ook dit overeenbrengen van de feiten en
+de theorieën welhaast niet meer tot de schoonste droomen zal behooren.
+
+En omdat ik dit voel en weet waar te zijn, durf ik mijn onderwerp
+hier te behandelen van een standpunt dat berust op gegevens die
+grootendeels geput zijn uit "onwetenschappelijke" boeken, geschreven
+door meerendeels "onwetenschappelijke" menschen, maar die voor mijn
+gevoel meer werkelijke kennis, en daardoor recht van spreken hadden
+over deze dingen, dan een feitenverzamelaar. Wanneer iemand iets voelt
+voor een zaak, is dit een bewijs dat er in zijne aura skandha's zijn
+van uit een tijd toen hij zeer na betrokken was met die zaak en die
+zaak kende, en wanneer hij dezen skandha's den vrijen loop laat,
+zal hij mijns inziens meer weten van die zaak dan eenig iemand die
+slechts van buiten af beoordeelt.
+
+Doch reeds te ver dwaalde ik hier af van hetgeen ik wenschte te zeggen,
+namelijk welke twee groote theorieën wij met betrekking tot de oudheid
+en de geschiedenis van de menschheid hebben. De wetenschappelijke
+theorie dan beweert dat alle vooruitgang der menschelijke beschaving
+op een geleidelijke evolutie van den stoffelijken mensch en zijn
+stoffelijk hersenstelsel berust, en dat de mensch van het standpunt van
+den wilde zonder hulp van buiten af gekomen is tot het huidig standpunt
+van beschaving, dat men thans met den aan onzen tijd eigen zijnden
+eigenwaan als een zeer hoog, zoo niet het hoogste te bereiken punt van
+beschaving beschouwt. En wij willen nu hier niet er over uitweiden of
+er werkelijk eenige grond bestaat om onze hedendaagsche beschaving
+te beschouwen als een zeer hoogstaande, doch liever opsommen wat de
+hiertegenoverstaande of Theosofische theorie zegt. Deze dan leert dat
+de menschheid tot op een betrekkelijk kort geleden tijdperk geheel van
+buiten af geleid werd, evenals een jeugdig kind leert loopen aan de
+hand zijner ouders, en dat zij eerst nu begint te trachten alleen te
+staan. In deze jeugd der menschheid hebben groote beschavingen bestaan,
+die geheel geleid en opgebouwd werden door de Oudere Broederen der
+Menschheid, die van andere plaatsen in ons zonnestelsel kwamen om onze
+evolutie te leiden. Zij waren de Koningen, Ingewijden en Priesters in
+deze oude beschavingen en hadden alle kennis die binnen ons stelsel
+bestaat, te Hunner beschikking. Vandaar dat Zij de menschheid eene
+beschaving konden voorhouden als voorbeeld ter latere navolging. Nu
+beweer ik niet dat de jonge rassen welke Zij leidden geheel voldeden
+aan de plannen die deze hoogstaande Wezens met hen vóór hadden. Neen,
+want wij kunnen maar al te goed weten uit hetgeen ons geleerd wordt,
+dat Zij de menschen nimmer konden noch mochten _dwingen_ Hunne plannen
+geheel ten uitvoer te brengen, en al was Hunne enkele tegenwoordigheid
+voldoende om een ras tot hooge beschaving en hoogen bloei te brengen,
+zoo verviel het evenzeer nadat Zij zich wederom terugtrokken. Het nut
+van Hunne tegenwoordigheid kon dan ook niet anders zijn dan de stoot
+die de machine der menschheid aan het werk bracht, doch thans zijn
+wij zoover als menschheid ontwikkeld, dat wij uit eigen aandrang tot
+dezelfde resultaten moeten trachten te komen.
+
+Een duidelijk beeld van zulk een leiding en op de kleinere schaal
+van een onderdeel der evolutie, vinden wij bijvoorbeeld in de kunst.
+
+In Griekenland hebben in onze bekende oudheid enkele groote ingewijden
+beeldwerken gewrocht, die niemand van hunne latere navolgers heeft
+kunnen benaderen, en die ook zelfs nu niet benaderd worden. Toch
+zijn zij daar als een beeld van hetgeen mogelijk is in die richting,
+en moet het betrekkelijk einddoel van onze kunstenaars zijn, hen te
+evenaren om op een toekomstig tijdstip tot hetzelfde standpunt te
+komen. Ook hier is dus schijnbaar eerst een ongewone en abnormale
+ontwikkeling en beschaving, vervolgens achteruitgang en een te komen
+beschaving die tot het eerste punt terugkeert, plus de innerlijke
+ontwikkeling door die navolging verkregen.
+
+In ieder geval, hetzij wij dit nu kunnen aantoonen en staven door
+feiten of niet, de Theosofische theorie zegt ons dat de eerste
+beschavingen van onze menschheid, dus die van vóór het bekende
+geschiedkundige tijdperk en waarvan de eerst bekende Egyptische
+beschaving slechts een vervallen overblijfsel was, geleid werden en
+opgebouwd waren door Adepten of in enkele gevallen zelfs door zeer
+verheven Wezens van andere bollen in ons zonnestelsel.
+
+Wanneer wij ons aan deze beschouwing houden, kan bij ons geen twijfel
+bestaan of alle zaken die wij omtrent deze beschavingen en bijvoorbeeld
+omtrent de ons bekende Egyptische beschaving eveneens gissen of kennen,
+moeten wij in een geheel ander licht zien dan zulks gedaan kan worden
+door een wetenschappelijk onderzoeker.
+
+Wanneer wij nu in het licht van deze theorie het onderwerp
+beschouwen, dat ik mij voorstel in dit boek te behandelen, namelijk de
+verschillende theorieën die omtrent de Groote Pyramide, hare Bouwers,
+en het waarom van haar bouwen, enzoovoorts, bestaan, dan kunnen wij
+zeker _niet_ de woorden beamen van een der grootste hedendaagsche
+Egyptologen, E. A. Wallis Budge, waar hij met betrekking tot dit
+onderwerp in zijn laatst verschenen werk [1] schrijft:
+
+"In de volgende bladzijden wordt geen melding gemaakt van de
+verscheidene vernuftige theorieën die zich steeds om 'de Groote
+Pyramide' verzameld hebben en die aan dat uitgebreide grafgedenkteeken
+verborgen doeleinden en beteekenissen zouden willen toeschrijven,
+want door alle bevoegde gezaghebbenden wordt nu erkend dat zij gebouwd
+werd voor een graftombe en niet om eenigerlei esoterische leeringen
+die in verband staan met de Hebreeuwsche Patriarchen en anderen te
+verduidelijken" [2].
+
+Deze uitspraak moge groot gezag hebben en heeft dit zeer zeker ook voor
+iedereen die de gewone wetenschappelijke beschouwingswijze toegedaan
+is, maar even zeker is het dat er velen zijn die, al mogen zij niet
+behooren tot de "bevoegde gezaghebbenden" over dit onderwerp, het toch
+stellig niet eens zullen zijn met deze uitspraak, en het nimmer zullen
+worden, omdat zij andere theorieën huldigen, en ook omdat zij in vele
+gevallen het gezag van de aangehaalde feiten niet zullen erkennen.
+
+Doch om ons een juist denkbeeld te vormen van enkele der theorieën
+omtrent de Groote Pyramide, is het in de eerste plaats noodzakelijk
+te zien welke de theorieën en de gegevens zijn omtrent de bewoners
+van Egypte gedurende het tijdperk van den bouw der Groote Pyramide.
+
+In de eerste plaats dan de wetenschappelijke. In zijn voorwoord van
+het reeds aangehaald werk zegt Budge: "dat de archeologen langen tijd
+beweerden dat het tijdperk van drie of vierduizend jaren, dat velen
+voldoende achtten voor de opkomst, den groei, de rijpheid en het verval
+van de oude Egyptische beschaving, onvoldoende was, en dat de schoone
+reliefwerken en schilderingen, en de reusachtige Pyramiden, die het
+werk waren der Egyptenaren van de IVe Dynastie, nooit voortgebracht
+konden zijn door een volk dat enkele honderden jaren tevoren volkomen
+of nagenoeg wild was. De juistheid van deze zienswijze is nu bewezen,
+en het is bekend dat Menâ of Menes niet de eerste Koning van Egypte
+was [3], en dat het beschavingstijdperk dat ons onthuld wordt door
+de werken der dynastische Egyptenaren, niet als het ware pasklaar te
+voorschijn sprong gedurende de regeering van dien koning. Het is ook
+zeker dat een aantal onafhankelijke koningen zoowel in de Delta als
+in Boven-Egypte moeten geregeerd hebben lang vóór Menâ, hoewel het
+zeer wel mogelijk is dat hij de eerste geschiedkundige koning was,
+die er in slaagde zich tot koning van zoowel het Zuiden als het
+Noorden te maken [4]".
+
+Nu stemt dit zeer zeker in één opzicht goed overeen met onze
+Theosofische theorie van voorhistorische beschaving, want behalve het
+hier aangehaalde is het ook een bekend feit dat Menes, hoewel hij
+enkele groote publieke werken deed uitvoeren (zooals het verleggen
+van den loop van den Nijl door het opwerpen van een grooten dijk)
+en in verderen algemeenen zin een groot heerscher was, die veel
+deed voor de stoffelijke welvaart en den bloei van zijn volk, ook
+in dezen te ver ging en groote weelde en overdaad invoerde bij zijne
+hofhouding, waardoor blijkt dat hij reeds materialistisch en in geen
+geval een Koning-Ingewijde was, tenminste niet van dien graad als wij
+gewoonlijk bedoelen met die benaming. Zeker is het, dat het invoeren
+van een weelderig leven bij een groot volk steeds het kenmerk geweest
+is van een begin van verval, getuige het ons bekende geschiedkundige
+Romeinsche Rijk, zoodat wij mogen aannemen dat het hoogste punt
+van bloei van het rijk niet was ten tijde van Menes, doch lang
+vóór dien tijd, en dat dus de aanvang van die beschaving nog veel
+verder in de grijze oudheid terugligt. Wij zien tot dusver nog geen
+verschil tusschen beide theorieën omtrent de oudheid der Egyptische
+beschaving. Echter komt een groot verschil aan het licht, wanneer
+wij nagaan wat de wetenschap leert omtrent de bestanddeelen van de
+bevolking en de wijze waarop het land bevolkt werd. Op één punt zijn de
+Egyptologen het vrijwel eens, namelijk dat het bekende geschiedkundige
+Egyptische ras een mengeling was van Afrikaansche negerstammen en
+Aziatische kolonisten, doch dat gedurende het bekende geschiedkundige
+tijdperk de Egyptenaren niet meer bekend waren met hunne eigenlijke
+voorvaderen, dat de typen zeer vermengd waren, en dat in hun type
+dat van alle rassen, die beurtelings Egypte overheerschten, gevonden
+werd. Prof. Maspéro brengt de Egyptenaren terug tot de proto-semitische
+rassen [5], die uit Azië kwamen over de landengte van Suez en aan de
+oevers van den Nijl een ander ras, dat waarschijnlijk een negerras was,
+vonden,--hetwelk zij in de binnenlanden terugdrongen. Wanneer dit nu
+plaats vond is moeilijker te zeggen, en wij bevinden dat de Egyptologen
+zooals Flinders, Petrie, Budge, Maspéro, Wiedemann e.a. geen datums
+geven en eerst een bepaalde tijdrekenkunde volgens dynastieën invoeren
+sedert Menes. Dat het zeer lang vóór Menes plaats vond, blijkt uit
+het voorgaande. Deze kolonisten schijnen zich het eerst gevestigd te
+hebben in Boven-Egypte, ten zuiden van het geschiedkundige Thebe,
+zelfs vóór het vormen van de Nijldelta, en zich langzamerhand meer
+en meer naar het Noorden hebben uitgebreid. Dat dit zoo was, kan
+ons nog blijken uit de legenden die onder de bekende mededeelingen
+der latere priesters voorkomen omtrent de bewoners van het Zuiden,
+die zij als een soort voorouderlijke Goden beschouwden, genaamd de
+Zonen van Horus of Schesoo-Hor. Deze waren de bewoners van de landen
+gelegen in de nabijheid der bronnen van den Nijl, genaamd Poent, en
+waarvan gesproken werd als het heilig land van Khent. Altijd bleef
+voor de noordwaarts getrokken volkeren het zuiden het groote Heilige
+verblijf en al hunne legenden zijn vol verwijzingen er naar. Blijkbaar
+niet zonder reden, al moeten wij deze zoeken in Theosofische en niet
+in wetenschappelijke geschriften. H. P. Blavatsky zegt in de _Geheime
+Leer_ [6] dat deze oorspronkelijke bewoners van Poent een Arische
+stam waren die van uit Azië naar de bronnen van den Nijl trok.
+
+Zij beschrijft dezen kolonisatietocht zeer uitvoerig. Een nadere
+beschrijving, wie de Koningen van de voorouders der Egyptenaren waren,
+geeft zij in de _Geheime Leer_, deel II, blz. 402, 403.
+
+"In dit tijdperk nu moeten wij zoeken naar het eerste optreden van
+de voorvaderen dergenen, die wij de oudste volkeren der wereld
+noemen--thans onderscheidenlijk genaamd de Ârische Hindoes, de
+Egyptenaren en de eerste Perzen aan de eene en de Chaldeeën en
+Phoeniciërs aan de andere zijde. Deze werden door de Goddelijke
+dynastieën bestuurd, _d.w.z._ Koningen en Heerschers die van den
+sterfelijken mensch slechts zijn stoffelijk uiterlijk, _zooals dat
+toen was_, bezaten, doch wezens waren van Bollen, hooger en hemelscher
+dan onze Bol nog over vele Manwantara's zijn zal. Het is natuurlijk
+nutteloos te trachten het bestaan van dergelijke wezens aan sceptici
+op te dringen."
+
+Hoe de Aziatische stammen, namelijk de Oostersche Ethiopiërs--de
+machtige bouwers--van uit Azië trokken naar hun nieuwe vaderland,
+Egypte, verhaalt H. P. B. ons eveneens duidelijk in de _Geheime Leer_,
+waar zij eene verklaring geeft van de fabel van Io, weergegeven
+door Prometheus.
+
+"Io is de Maan-godin van de voortbrenging--want zij is Isis, en
+ook Eva, de Groote Moeder", zegt zij, en geeft dan de navolgende
+verklaring van deze legende. "Io is de moeder en het zinnebeeld van de
+fysieke menschheid. [7] In de legende nu worden de zwerftochten (der
+rassen) zoo duidelijk weergegeven als woorden het maar kunnen. Zij
+(Io) moet Europa verlaten en naar het vasteland van Azië gaan,
+tot zij den hoogsten berg van den Kaukasus bereikt,.... vervolgens
+moet zij, na den 'Kimmerischen Bosporus' overgetrokken te zijn naar
+het Oosten reizen, en trekken over hetgeen klaarblijkelijk de Wolga
+en het tegenwoordige Astrakan aan de Kaspische zee is.... en van
+die plaats naar het land der 'Arimaspische schare' (ten oosten van
+Herodotus' Scythië)". H. P. Blavatsky zegt verder dat Prof. Newman
+terecht vermoedt dat hiermede de Oeral bedoeld is. De legende zegt
+verder iets dat een raadsel is voor alle Europeesche vertolkers,
+nl. Io moet nu een kolonie stichten, en daarom "oostwaarts reizen
+tot zij aan de rivier Ethiops komt, die zij volgen moet tot deze in
+den _Nijl_ valt." De oudste Grieken meenden dat "de Nijl, ergens in
+Indië ontspringend en door vele woeste streken stroomend, waarbij hij
+zijn naam Indus verliest,.... vervolgens door bewoond land vloeide en
+thans door de Ethiopiërs van die streken en later door de Egyptenaren
+Nijl genoemd werd. [8]".
+
+Dit denkbeeld is klaarblijkelijk ontstaan omdat men geen andere
+Ethiopiërs kende dan die welke Noord-Afrika bewoonden, doch
+H. P. Blavatsky zegt dat de bedoelde rivier zeer zeker de Indus is,
+die door de Oostersche Ethiopiërs de Ethiops, of ook wel Nîl en Nîlâ
+genoemd werd. [9]
+
+En verder: "Indië en Egypte waren twee verwante volkeren, en de
+Oostersche Ethiopiërs--de machtige bouwers--zijn uit Indië gekomen,
+zooals naar wij hopen, in _Isis Unveiled_ tamelijk wel bewezen
+is." [10]
+
+"Het ras van Io, de 'de koehoornige jonkvrouw', is derhalve eenvoudig
+het eerste ras van pioniers der Ethiopiërs, dat zij van den Indus
+naar den Nijl bracht, die zijn naam ontving ter herinnering van de
+Moederrivier der kolonisten uit Indië. Daarom zegt Prometheus tot
+Io, dat de heilige Neilos--de God, niet de rivier--haar naar het
+_drie-hoornige_ land zal voeren, namelijk naar de Delta, waar het
+voor hare zonen voorbeschikt is die verafgelegen volkplanting' te
+stichten. Aldaar zal een nieuw ras (de Egyptenaren) een aanvang nemen
+[11]".
+
+Wij hebben thans zeker genoeg stof in deze gegevens van H. P. Blavatsky
+met betrekking tot de vorming van het nieuwe ras om over te denken
+en in verband te brengen met andere gegevens omtrent de Egyptenaren,
+doch om zoo volledig en duidelijk mogelijk op dit punt te zijn, geef
+ik hier nog iets dat met betrekking tot deze immigratie van Atlantiërs
+gezegd wordt in het merkwaardige boekje _The Story of Atlantis_:
+
+"Wij moeten nu verwijzen naar Egypte, en de beschouwing van dit
+onderwerp moet een zee van licht op zijn vroegste geschiedenis
+doen vallen. Alhoewel de eerste nederzetting in dat land niet
+in den volstrekten zin van het woord een kolonie was, werd uit
+het Toltek-ras daaraanvolgend de eerste groote massa immigranten
+getrokken, die bedoeld waren zich te vermengen met het wilden-ras en
+het te overheerschen.
+
+In de eerste plaats was het de overplaatsing van een groote Loge
+van Ingewijden. Dit vond plaats omstreeks 400.000 jaar geleden. Het
+gouden tijdperk der Tolteken was lang geleden. De eerste groote
+aardramp had plaats gehad. De zedelijke verlaging van het volk en de
+daaropvolgende beoefening van de 'zwarte kunsten' werden sterker en
+meer verspreid. Egypte was afgelegen en dun bevolkt, en daarom werd
+Egypte uitverkoren. De aldus gestichte nederzetting beantwoordde aan
+haar doel en onverstoord door tegenwerkende invloeden deed de Loge
+van Ingewijden gedurende 200.000 jaren haar werk.
+
+Ongeveer 210.000 jaar geleden, toen de tijd rijp was, stichtte de
+Okkulte Loge een rijk--de eerste 'Goddelijke Dynastie' van Egypte--en
+begon het volk te onderrichten. Toen werd de eerste groote massa
+kolonisten uit Atlantis overgebracht en te eeniger tijd gedurende
+de tienduizend jaren die leidden tot de tweede aardramp, _werden
+de twee groote Pyramiden van Gizeh gebouwd_ [ik cursiveer, v. G.],
+gedeeltelijk om als blijvende Zalen van Inwijding te dienen, maar ook
+om als bewaarplaats te dienen van een of anderen talisman van groote
+kracht gedurende de overstrooming, waarvan de Ingewijden wisten dat
+zij ophanden was." [12]
+
+Nu valt er met betrekking tot hetgeen in het aangehaalde boek vermeld
+wordt weinig meer te zeggen dat ons belangrijk kan voorkomen in verband
+met ons onderwerp. Een ieder die er belang in stelt raad ik aan het
+geheele werkje te lezen. Maar wel belangrijk is het, te vermelden dat
+mijns inziens met de twee groote Pyramiden van Gizeh niet _de_ Groote
+Pyramide bedoeld werd, maar de beide andere die bekend zijn als die
+van Kephren en Menkaura. De eerste werd, voorzoover ik dat begrijp,
+gebouwd meer dan 400.000 jaar geleden, hetgeen men zal kunnen nagaan
+uit hetgeen gezegd wordt in de _Geheime Leer_, Deel I, blz. 558,
+en waarop ik zoo dadelijk zal terugkomen.
+
+A. P. Sinnett heeft in zijne Verhandeling over _De Pyramide en
+Stonehenge_ uitvoerig dit punt betreffende de bevolking van Egypte
+gedurende dit tijdperk behandeld [13] en ik kan niet beter doen dan
+hier in het kort weergeven wat hij uit okkulte bronnen omtrent dit
+deel van het onderwerp bijeenverzameld heeft.
+
+In de eerste plaats dan brengt een onderzoek naar den oorsprong van
+de Egyptische beschavingsgeschiedenis ons tot het Atlantisch ras
+terug. Ongeveer een millioen jaren geleden was dit Atlantische ras
+het overheerschende ras in nagenoeg alle bewoonbare landen, hoewel de
+hoofdmassa natuurlijk op het vasteland van Atlantis woonde. Egypte
+zelf werd bewoond door een volk dat verre beneden deze beschaving
+stond. Gedurende het verval van Atlantis nu trokken de Adepten, en in
+het algemeen de meer geestelijk verlichten van het Atlantische ras,
+weg van het groote vasteland en vestigden zich in afgelegen streken,
+vaak te midden van half wilde stammen, welker nabijheid echter minder
+schadelijk was voor het bederf der atmosfeer door booze daden en
+gedachten, dan die van hunne verbasterde en ontaarde rasgenooten,
+op wie zij hunnen invloed niet langer konden doen gelden. Van veel
+meer nut zouden zij kunnen zijn voor de nog onontwikkelde rassen, die
+echter onbedorven waren. Overal, in verschillende landen, vinden wij
+teekenen van dat verblijf dezer Adepten in den vorm van nagelaten en
+thans vervallen bouwwerken, voornamelijk tempels; zoo bijvoorbeeld de
+Pyramiden in Amerika, Stonehenge in Engeland, de Pyramiden in Indië,
+en voornamelijk de meest bekende, de oudste Pyramiden van Egypte.
+
+De Adepten die zich in Egypte vestigden vonden daar, niet meer het
+half wilde ras, maar een zich ontwikkelend ras dat een mengeling
+was van de oude rassen en Aziatische emigranten, de zoogenaamde
+Roeta-Atlantiërs. H. P. Blavatsky zegt van deze rassen: "Niettemin
+schijnt zelfs in de dagen van Plato niemand behalve de priesters en de
+ingewijden eenigerlei bepaalde herinnering aan de voorafgaande rassen
+bewaard te hebben. De allereerste Egyptenaren waren gedurende eeuwen
+en eeuwen van de Atlantiërs gescheiden geweest; zij zelve stamden af
+van een uitheemsch ras, de Roeta-Atlantiërs, en hadden zich 400.000
+jaren vroeger in Egypte gevestigd" [14].
+
+Toen gedurende het verblijf van de later inkomende Adepten het
+geestelijk zaad wortel schoot bij het opkomende ras, schijnen deze
+Adepten het bestuur wereldlijk en geestelijk ter hand genomen te
+hebben. Zij waren de goddelijke Koning-Ingewijden die voorafgingen
+aan de menschelijke dynastie na Menes, en Egypte brachten tot een
+stoffelijken en geestelijken bloei, waarvan de ons bekende Egyptische
+beschaving slechts een flauwe weerspiegeling was.
+
+Gedurende hun bestuur--en het is onmogelijk hier van jaren te spreken
+met betrekking tot tijd, dus kunnen wij volstaan met te zeggen dat
+het halverwege het tijdperk was tusschen de eerste emigratie der
+Atlantische Adepten en het huidig tijdperk--werden de eerste pyramiden
+gebouwd, niet als een oorspronkelijk iets, maar als _een algemeen
+aangenomen bouw van tempels van inwijding en woonplaatsen van Adepten
+in dien tijd;_ want H. P. Blavatsky zegt dat Egypte geenszins eenig
+was in het hebben van pyramiden, doch dat deze in alle vier hoeken
+der wereld bestonden, hoewel te dien tijde de hoofdzetel der Adepten
+in Egypte gevestigd was. Dit nu was volgens Sinnett ongeveer 200.000
+jaar geleden [15].
+
+En thans ben ik tot een punt gekomen in deze verhandeling, waarop
+ik met verwijzing naar al het voorvermelde en een beroep doende op
+het okkulte gezag van deze mededeelingen, gevoeglijk kan komen tot
+eene bespreking van de reden waarom ik het nuttig en wenschelijk acht
+een onderwerp als het onderhavige te behandelen. Wanneer wij uit het
+voorgaande zien dat de Adeptkoningen de leiders waren van de volken
+door wie deze pyramiden gebouwd werden, kunnen wij Theosofen, met
+hetgeen wij bij benadering ons kunnen denken van zulke hooge wezens,
+niet aannemen dat deze pyramiden gebouwd werden als "graftomben". Er
+bestaat voor ons geen twijfel of deze pyramiden hadden een verheven
+doel, en wij kunnen dan ten volle aannemen hetgeen A. P. Sinnett
+zegt in de meer aangehaalde verhandeling [16] dat deze pyramiden,
+en inzonderheid de groote Pyramide, bedoeld waren als tempels van
+inwijding, en dat de Groote Pyramide zelfs nog een doel had dat
+nuttig was boven dit, namelijk het beschermen van tastbare magische
+voorwerpen die in den rotsgrond verborgen werden, en die noodig waren
+bij de okkulte mysteriën. Men zegt dat deze in den rotsgrond begraven
+waren, dat de Pyramide er boven opgetrokken werd, om door haar vorm
+en reusachtige grootte ze te beveiligen tegen aardbevingen en tegen de
+gevolgen van de groote overstroomingen, die Egypte en andere gedeelten
+der aarde bedolven onder groote watermassa's.
+
+Maar nu deze okkulte theorie geheel en al tegenover de gezaghebbende
+en conventioneele graftheorie der pyramiden staat, moeten wij niet
+uit het oog verliezen dat gedurende het verval van de Egyptische
+beschaving, dat is gedurende het aan ons bekende geschiedkundige
+tijdperk, de esoterische kennis natuurlijk verdween met de Adepten,
+die gedurende een meer en meer materialistisch wordend geslacht zich
+terugtrokken naar weer andere streken, en dat ten opzichte van de
+toen volgende _mode_ van pyramidenbouwen voor graftomben de theorie
+stellig meer waarde heeft en gestaafd wordt door bewijzen. Want zeker
+bouwden de latere koningen ze niet als plaatsen van inwijding, en er
+zijn overvloedige bewijzen dat zij ze voor graftomben bedoelden;--het
+feit dat zij de pyramidale bouworde volgden, vindt zijn reden in het
+navolgen van de bestaande oudere pyramiden.
+
+Wij moeten dus de waarde der pyramiden uit een okkult oogpunt zoeken in
+gegevens die niet berusten op feiten die ontdekt zijn in verband met
+latere pyramiden, doch geheel in die, welke ons verstrekt worden door
+helderziend okkult onderzoek, zooals A. P. Sinnett ons die verschaft
+in zijne verhandeling, en waaromtrent wij eveneens voldoende wenken
+vinden in de _Geheime Leer_.
+
+Doch afgescheiden van de okkulte waarde der oudste pyramiden in
+het algemeen, kan die van de groote Pyramide voor ons bijzonder
+belangrijk zijn, wanneer wij een gepasten eerbied hebben voor hetgeen
+H. P. Blavatsky ons hieromtrent zegt in de _Geheime Leer_ [17], nl.:
+
+"De Groote Moeder lag met den gelijkbenige driehoek, en de |, en het
+vierkant, de tweede en de pentagram. [18] in haar schoot, gereed hen
+voort te brengen, die de dappere Zonen van het vierkant gelijkbenige
+driehoek | | [of 4.320.000, de Cyclus] wier Ouders de [Cirkel]
+en het . [Punt] zijn.
+
+Bij het begin van elken cyclus van 4.320.000 dalen de zeven, of zooals
+enkele volkeren meenden, acht groote Goden neder om de nieuwe orde van
+zaken te vestigen en den stoot te geven aan den nieuwen cyclus. Die
+_achtste_ God was de vereenigende Cirkel, of Logos, in het exoterische
+dogma van zijne schare gescheiden en onderscheiden, evenals de drie
+goddelijke _hypostases_ der oude Grieken thans in de kerken voor drie
+onderscheiden _personen_ gehouden worden. Een toelichting zegt:
+
+_De Machtigen verrichten hunne groote werken en laten telkenmale
+wanneer zij binnen onzen mâyâwischen sluier (dampkring) doordringen,
+eeuwigdurende gedenkteekenen achter tot gedachtenis aan hun bezoek._
+
+Zoo wordt ons geleerd dat de groote pyramiden onder hun onmiddellijk
+toezicht gebouwd werden, 'toen Dhruwa (de toenmalige Poolster) in
+zijn laagste culminatie was, en de Krittikâ's (Pleiaden) over zijn
+hoofd heen zagen (op denzelfden meridiaan, maar hooger, stonden)
+om het werk der reuzen te bewaken."
+
+Zeker moet het ons de moeite waard zijn om te trachten aan te toonen,
+dat er gronden zijn om te bewijzen dat de Pyramiden hooger waarde
+en nut hadden dan die van "praalgraven voor ijdele koningen", en dit
+stel ik mij voor te doen. Achtereenvolgens wensch ik te behandelen:
+de ligging der Pyramide, hare Bouwers en hare astronomische waarde;
+dan eene beschrijving te geven van het wonderbaarlijk ingewikkeld
+en belangwekkend gangen- en zuilenstelsel; een overzicht van enkele
+der vele (ongeveer 40), meer of minder waarde hebbende theorieën;
+en ten slotte een uitvoerige beschouwing omtrent hetgeen voor de
+Theosofische theorie pleit; terwijl wij eindelijk zullen trachten,
+de symboliek van dit wereldwonder te begrijpen.
+
+Moge het mij gelukken mijnen lezers een indruk te geven van de
+ontzaglijk groote mystieke waarde van dit geschenk der Goden!
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+LIGGING.
+
+
+In het vorig hoofdstuk heb ik in algemeene trekken iets medegedeeld
+wat ons door verschillende gezaghebbenden geleerd wordt omtrent den
+ouderdom van Egypte, zijne bewoners, en de Pyramiden. Thans zullen wij
+in de eerste plaats overgaan tot eene meer bijzondere beschouwing van
+de _Groote_ Pyramide, als een op zichzelf staand monument. Een ieder
+die met de literatuur over de Pyramide eenigermate bekend is, zal weten
+dat het juist de Groote Pyramide was, die steeds de belangstelling
+trok, niet de Pyramiden in het algemeen; en daar de Groote Pyramide
+zooveel eigenaardigheden vertoonde, die geheel afweken van die der
+overige Pyramiden, kenmerkende eigenaardigheden welke niet overeen
+te brengen zijn met geschiedkundig bekende Egyptische gegevens, is
+een der bekendste schrijvers over dit onderwerp, Prof. Piazzi Smyth,
+er in zijn werk _Our Inheritance in the Great Pyramid_ zelfs toe
+gekomen, de Groote Pyramide te beschouwen als een _anti_-Egyptisch
+bouwwerk. Wij komen op dit belangrijke punt later echter uitvoeriger
+terug bij het behandelen van den Bouwer.
+
+De Pyramide is gelegen op het plateau van Gizeh, een woeste reusachtige
+bergvlakte, 100 voet boven het Nijldal, in de nabijheid van Kaïro,
+eene plaats die niet ver verwijderd ligt van het oude Memphis. Men
+moet niet denken dat hier thans 3 pyramiden gevonden worden, want
+over het geheele plateau liggen ongeveer 70 pyramiden verspreid,
+waarvan echter vele tot niet meer dan louter reusachtige puinhoopen
+vervallen zijn. In het zoogenaamde vóór-geschiedkundig tijdperk, dat
+echter van Theosofisch standpunt nog als geschiedkundig beschouwd kan
+worden, zou dan eerst de Groote Pyramide daar gevonden zijn en later
+de beide andere, die in de onmiddellijke nabijheid liggen; de drie
+pyramiden zijn onderscheidenlijk bekend als die van Khoefoe, Kephren
+en Menkaura. Wij kunnen ons voorstellen dat de overige nabootsingen
+waren van de oorspronkelijke godenmonumenten, en behooren tot het
+geschiedkundige tijdperk der Egyptologen. Met betrekking tot de
+aardrijkskundige ligging der Groote Pyramide op genoemd tijdstip kunnen
+wij natuurlijk geen gebruik maken van wetenschappelijke gegevens;
+en wij kunnen ons van deze ligging alleen een begrip maken wanneer
+wij de vervorming der aardoppervlakte nagaan, zooals deze beschreven
+wordt in _The Story of Atlantis_.
+
+Hieruit blijkt ons dat de Groote Pyramide geenszins afgelegen
+lag. Egypte was als het ware het middelpunt van het bewoonde land,
+en voor zoover wij dit kunnen nagaan, het kruispunt van de groote
+wegen, langs welke de Adepten trokken van uit Centraal-Azië naar
+Zuid-Atlantis, en van Lemurië naar Noord-Atlantis. Deze wegen zijn
+nog naspeurbaar in overblijfselen van Pyramiden in Mexico en Indië
+en de daartusschen verspreid liggende. Met betrekking hiertoe is de
+volgende aanhaling van belang:
+
+"_De Groote Draak ontziet alleen de Slangen van Wijsheid, de Slangen
+wier holen zich thans onder de driehoekige steenen bevinden._"
+
+Of met andere woorden, 'de pyramiden aan de vier hoeken der wereld'.
+
+Dit zegt duidelijk, wat meer dan eens op andere plaatsen van de
+Toelichtingen vermeld wordt, namelijk dat de 'Adepten of Wijzen, van
+het Derde, Vierde en Vijfde Ras' in onderaardsche woonplaatsen leefden,
+gewoonlijk onder een of ander bouwwerk van pyramide-vorm zoo niet
+werkelijk onder een pyramide. Want dergelijke 'pyramiden' bestonden
+aan de 'vier hoeken der wereld' en zijn nooit het monopolie van het
+land der Pharao's geweest, al hield men ze inderdaad algemeen voor
+het uitsluitend eigendom van Egypte, voordat zij overal over de beide
+Amerika's verspreid, onder en boven den grond, aangetroffen werden. Al
+treft men in Europeesche landen ook geen ware, wiskundig zuivere
+pyramiden meer aan, toch zijn vele vermeende oude neolithische holen,
+van de reusachtige driezijdig pyramidale en kegelvormige 'menhirs' in
+Morbihan en Bretagne in het algemeen, vele der Deensche 'grafheuvels'
+en zelfs veel 'reuzengraven' van Sardinië met hun onafscheidelijke
+gezellen, de 'nuraphi's' evenveel min of meer ruwe nabootsingen van
+de pyramiden. De meeste hunner zijn het werk van degenen die zich het
+eerst op het pasgeboren vasteland en de eilanden van Europa hebben
+neergezet, de 'enkele gele, enkele bruine en zwarte en enkele roode'
+rassen, die 850.000 jaar geleden, na het verzinken van de laatste
+Atlantische landen en eilanden--met uitzondering van Plato's eiland--en
+vóór de komst der groote Ârische rassen overgebleven waren, terwijl
+andere door de eerste landverhuizers uit het oosten gebouwd zijn" [19].
+
+Uit deze aanhaling en uit hetgeen reeds vroeger vermeld werd omtrent
+de Groote Pyramide, zien wij in, dat deze laatste als het ware de
+kern was waar de groote Adeptverkeerswegen op uitliepen, en dit
+gegeven omtrent hare ligging is mijns inziens belangwekkender dan de
+vermelding dat zij op zooveel graden breedte en zooveel graden lengte
+lag, waartoe natuurlijk de meeste schrijvers over het onderwerp zich
+bepalen. Een uitzondering hierop maakt Piazzi Smyth in zijn werk _Our
+Inheritance in the Great Pyramid_, waarin hij zeer uitvoerig nagaat
+waarom de Groote Pyramide juist daar en niet ergens anders gebouwd
+werd. Hoewel wij later uitvoeriger op zijne theorie terugkomen, is
+het voor een goede opvatting zijner gegevens noodig zijn standpunt
+in het kort na te gaan. Hij dan beweert dat de Groote Pyramide een
+bouwwerk is, dat door een Joodsch koning, geïnspireerd door God,
+gebouwd werd als een grondslag der maten en dat in het algemeen de
+Groote Pyramide ons drie sleutels tot kennis verschaft:
+
+
+_a._ Den sleutel der wiskunde in haar belichaming van het getal pi,
+
+_b._ Den sleutel der toegepaste wiskunde of sterrekundige metingen,
+
+_c._ Den sleutel tot de geschiedenis van het menschdom, zooals deze
+ons door goddelijke Openbaring in het Oude en Nieuwe Testament wordt
+gegeven.
+
+
+Hij vindt dan in Jesajah XIX : 20 een tekst, namelijk: "tot een
+teeken en een getuigenis voor den Heer der Heirscharen in het land van
+Egypte" en verder eene "in het midden van het land van Egypte en op de
+grenzen daarvan", die de ligging van dit bouwwerk zouden aanduiden,
+en is dus genoodzaakt te bewijzen, dat de Groote Pyramide aan deze
+vereischten voldoet; en dit doet hij dan ook op eene wijze die geheel
+aan zijn doel beantwoordt, maar die voor ons van geen belang kan zijn
+in verband met onze beschouwingen. Wij moeten echter niet vergeten
+dat Piazzi Smyth spreekt van een tijdperk van eenige duizenden jaren
+vóór Christus, terwijl wij ons volgens de Theosofische opvatting
+eenige honderdduizenden jaren terug moeten denken. In ieder geval
+kunnen wij van een Theosofisch standpunt weinig meer zeggen omtrent de
+ligging dan het bovenstaande, omdat ons daartoe de gegevens ontbreken;
+alleen kunnen wij uit hetgeen ons omtrent de aardkorst in die tijden
+medegedeeld wordt opmaken, dat de zee spoelde tegen den voet van het
+plateau waarop de Groote Pyramide stond.
+
+Voorloopig zij dit genoeg met betrekking tot hare ligging; daar waar
+verschillende theorieën, vooral omtrent de symboliek van het monument,
+het noodzakelijk maken er op terug te komen, zullen wij die punten
+welke in verband staan met oriëntatie en astronomische symboliek,
+uitvoerig behandelen in verband met die theorieën zelve. Thans zullen
+wij trachten iets naders omtrent den bouwer aan te geven.
+
+
+
+
+DE BOUWER.
+
+
+In breede trekken hebben wij reeds nagegaan wie de bouwers waren, toen
+wij met betrekking tot den ouderdom eene aanhaling uit de _Geheime
+Leer_ gaven die daarmede verband hield. Geen "wetenschappelijk"
+mensch, geen vrijdenker en geen geloovige zal dit eenigermate met
+ons eens zijn, doch de meesten geven den uit de geschiedenis der
+menschelijke dynastieën bekenden Khoefoe als den bouwer aan. Hij zou
+een zeer hardvochtig heerscher geweest zijn, die de tempels sloot en
+den Egyptenaren verbood aan de Goden te offeren; in plaats daarvan
+moesten zij steeds hard werken aan zijn groote werk, dat zijn roem
+moest verbreiden en waarin hij na zijn dood wenschte begraven te worden
+[20]. H. P. Blavatsky zegt echter in de _Geheime Leer_ dat "hetgeen
+Herodotus ons mededeelt, in twijfel kan getrokken worden, aangezien
+hij wel beter en meer wist, maar gebonden was door godsdienst, geloof
+en belofte", en dus blijkbaar wel wist wat de Groote Pyramide was en
+waarvoor zij diende, doch dit niet aan de profanen wenschte bekend
+te maken.
+
+De bewijzen welke aangevoerd kunnen worden om aan te toonen dat
+Khoefoe de bouwer was, zijn inderdaad zeer gering en berusten
+hoofdzakelijk op het vinden van een tablet in de Pyramide waarop
+zijn naam voorkomt, zoodat wij het in geen geval een wetenschappelijk
+feit kunnen noemen dat Khoefoe de bouwer was. Uit okkulte bron wordt
+ons medegedeeld dat Khoefoe enkele gedeelten der Pyramide, welke
+beschadigd waren, herstelde en ook, om voor ons onbekende redenen,
+enkele der kamers, die vroeger toegankelijk waren, afsloot [21]. Dat
+het zijn begraafplaats niet was, is zoo goed als zeker. Tenminste
+nooit is zijne mummie er gevonden; en Prof. Greaves deelt ons mede
+dat Diodorus in zijne verhandeling over Egypte eene merkwaardige
+bijzonderheid omtrent Khoefoe vermeldt. Hij zegt dat deze, hoewel hij
+de Pyramide als zijn begraafplaats bedoelde, er nimmer begraven werd,
+omdat hij vreesde dat zijn mummie door de bevolking, die hem haatte,
+verscheurd en vernietigd zou worden. Bij zijn sterven beval hij daarom
+zijn vrienden, hem op een verborgen plaats te begraven. Piazzi Smyth
+nu meent dat deze 1000 voet ten Zuid-oosten van de Pyramide ligt,
+omdat de daar gevonden begraafplaats overeenkomt met de beschrijving
+van de bedoelde verborgen plaats.
+
+Hoewel er dus niets met zekerheid bekend is omtrent het bouwen der
+Groote Pyramide door Khoefoe of Cheops, wordt hij vrij algemeen
+beschouwd de bouwer te zijn en wordt zij dan ook meestal naar hem
+genoemd. Behalve deze bouwer worden er natuurlijk tal van anderen
+genoemd, meestal in verband met de meest fantastische verhalen omtrent
+de reden van den bouw en omtrent den bouw zelf. Wanneer wij deze
+verhalen in het licht der Theosofie beschouwen, ligt er gewoonlijk
+in elk een zekere waarheid verborgen. Over het algemeen kunnen wij
+bij de Grieken niet veel vinden dat ons eenige zekerheid omtrent den
+bouwer geeft. Enkele belangwekkende verhalen omtrent hem vinden wij
+echter bij Arabische schrijvers. John Greaves, een van de bekendste
+bezoekers van en schrijvers over de Pyramide, geeft ons een van deze
+verhalen, door hem uit het Arabisch vertaald.
+
+"De schrijver van het boek, genaamd _Morat Alieman_ schrijft: 'Zij
+verschillen met betrekking tot dengene, die de Pyramide bouwde. Enkelen
+zeggen Joseph, enkelen zeggen Nimrod, enkelen Dalukah de Koningin,
+en enkelen dat de Egyptenaren ze voor den Vloed bouwden, want zij
+voorzagen dat deze komen zou, en zij brachten hunne schatten derwaarts,
+maar het gaf hun niets.' Op een andere plaats vertelt hij ons dat
+volgens de Kopten (of Egyptenaren) deze twee groote pyramiden en de
+kleinere, welke gekleurd is, graven zijn. In de oostelijke pyramide
+is Koning Saurid begraven, in de westelijke pyramide zijn broeder
+Hougib en in de gekleurde pyramide Farfarinoun, de zoon van Hougib. De
+Sabæën verhalen dat een er van het graf van Shub (dat is Seth) is,
+en de tweede het graf van Sab, den zoon van Hermes, waarom zij Sabæën
+genoemd worden. Zij maken er bedevaarten naar toe en offeren hem een
+haan en een zwart kalf en offeren hem wierook." [22]
+
+Een andere Arabische geschiedschrijver, Ibn Aba Alkokm, geeft
+denzelfden naam van den bouwer namelijk Saurid, en zegt eveneens dat
+zij voor den vloed gebouwd werden.
+
+In deze verhalen vinden wij dus niets dat de Theosofische
+mededeeling omtrent den bouwer bevestigt, alleen--dit zij terloops
+gezegd--bevestigen zij dat zij gebouwd werden vóór den zondvloed,
+dus vóór de overstrooming die Atlantis onder de golven bedolf.
+
+Josephus, de Joodsche geschiedschrijver, zegt dat de
+Israëlieten gedurende hunne gevangenschap aan pyramiden moesten
+werken. Waarschijnlijk is dit echter geweest dat zij aan enkele
+der latere pyramiden werkten, ofschoon Yeates [23] zegt dat zij
+nooit te Gizeh waren, doch elders hunne steenen pyramiden kunnen
+gemaakt hebben. T. Gabb in _The Origin of Measures_ zegt dat zij
+"het voortbrengsel waren van de onmiddellijke afstammelingen van
+Seth" en dat "de onmiddellijke afstammelingen van Seth van grooter
+gestalte dan wij waren". Dit laatste nu is de eenige aanduiding in
+niet-theosofische beschrijvingen van de werklieden die bij den bouw
+gebezigd werden, welke aan hen een grootere gestalte dan de onze
+toekent. Met betrekking tot den bouwer vinden wij ook hier echter
+niets om onze theosofische gegevens te staven.
+
+Thans komen wij echter tot eene reeks theorieën omtrent den bouwer,
+die dit wel doen. John Taylor, de beroemde schrijver van _The Great
+Pyramid, Who built it and Why was it built?_ zegt: "Aan Noach moeten
+wij het oorspronkelijke denkbeeld, het overheerschend denkvermogen
+en het edele doel toeschrijven. Hij die de ark bouwde was van alle
+menschen de meest bekwame om het bouwen van de Groote Pyramide te
+besturen". [24] Nu ligt het mijns inziens voor de hand dat de Ark
+en de Groote Pyramide een en hetzelfde gebouw waren, indien wij de
+mythologische verhalen omtrent het doel van het bouwen van beide
+nagaan. Doch alvorens verder in te gaan op John Taylors uiting,
+wensch ik eerst een anderen naam te noemen, die gegeven wordt door
+andere schrijvers, welke dezelfde theorie--namelijk die der Pyramide
+als eene goddelijke openbaring--toegedaan zijn.
+
+Eene uitweiding is hier echter noodzakelijk om te laten zien hoe
+zij aan dien naam komen. Wij moeten dan in de eerste plaats nogmaals
+terugkeeren tot het verslag van Herodotus. H. P. Blavatsky is blijkbaar
+niet de eenige die zegt dat Herodotus meer wist dan hij schreef of
+zeide, want ook Bonwick zegt: "Herodotus, de vader der geschiedenis,
+schijnt soms meer te weten dan hij wijs acht in eenvoudige taal te
+vertellen, en hij heeft een esoterische beteekenis achter de woorden"
+[25]. Herodotus nu zegt: "Geen Egyptenaar wil hunne namen vermelden
+[die der Bouwers; v. G.]; maar zij schrijven hunne pyramiden altijd
+toe aan een zekeren Philition (Philitis), een schaapherder die zijn
+vee op deze plaatsen weidde." [26] Verder wordt verhaald dat deze man
+Egypte verliet met een gevolg van 24.000 menschen, naar Judaea ging en
+aldaar vervolgens Jeruzalem stichtte. Volgens verschillende schrijvers
+nu zou deze Philitis niemand anders zijn dan de bijbelsche Melchizedek.
+
+Volgens mijne persoonlijke opvatting is de mededeeling van deze
+uitwijking uit Egypte met tallooze families naar een vreemd land
+niet anders dan de geschiedenis van een der pogingen van den Manoe
+tot het vormen van het nieuwe Vijfde Ras, doch ik geef deze opinie
+geheel voorwaardelijk. Het zal echter belangwekkend zijn, alvorens
+na te gaan of deze vermelde bouwer identisch is met Noach en met
+dien welken de Theosofische gegevens ons als den bouwer aanduiden,
+iets meer te vermelden omtrent dezen schaapherderkoning Philitis. In
+ieder geval is er van het Theosofisch standpunt gezien, hier een zeer
+groote verwarring van tijdstippen, want Melchizedek kan nimmer ten
+tijde van Khoefoe geleefd hebben, en wij zullen, wanneer wij de door de
+laatstgenoemde schrijvers gebezigde bijbelsche tijdrekenkunde willen
+toepassen, nimmer tot overeenbrenging van feiten of personen kunnen
+geraken. Zoo ook nu zullen wij het tijdstip van Melchizedek's verblijf
+in Egypte buiten rekening laten en ons bepalen tot het constateeren
+van het feit dat door deze schrijvers Noach en ook Melchizedek als
+de vermoedelijke bouwers der Pyramide aangegeven werden, daartoe door
+den Allerhoogste uitverkoren.
+
+Van Melchizedek wordt gezegd dat hij was "zonder vader, zonder
+moeder, zonder afstamming, hebbende geen begin noch ook eind van
+leven, maar gemaakt als een evenbeeld van den Zoon van God". Van
+een okkult standpunt beschouwd, kunnen wij hierin lezen dat hij
+dan in ieder geval een zéér hoog Ingewijde moet geweest zijn, doch
+waarschijnlijk was hij eene verpersoonlijking van den Tweeden Logos,
+zooals wij zoo dadelijk zullen zien. Dit wordt ons duidelijker nog
+wanneer wij hooren dat daar waar bijv. Piazzi Smyth Melchizedek
+als den bouwer aanneemt, Tracey Christus als den bouwer noemt. Dit
+nu klinkt uiterst wonderlijk en onmogelijk wanneer wij dit zouden
+opvatten zooals velen dit doen, en de schrijver niet het minst, in den
+zin, dat met al deze namen altijd de personen van dien naam bedoeld
+worden en niet het beginsel of het Hooger Wezen of de Wezens welke
+zij steeds vertegenwoordigen. Dan kan het ons ook geen verwondering
+baren, wanneer volgens Kabbalistische getal-waarden bewezen wordt
+dat Melchizedek = Melchizadek = Vader Sadik = Christus is [27], en in
+nauw verband staat met diepzinnig okkulte feiten van groote waarde,
+waarop wij meer dan eens gelegenheid zullen hebben terug te komen bij
+het behandelen van de Symboliek der Pyramide, welke feiten in verband
+staan met de groote rol, die getalwaarden van namen spelen in verband
+met den siderischen cyclus van inwijding in de Groote Pyramide.
+
+Nu wil ik geenszins beweren dat het de bedoeling is van de genoemde
+schrijvers, welke Melchizedek aannemen als den vermoedelijken bouwer,
+om tot de conclusie te komen welke ik thans zal trekken; zij zouden
+dit nimmer kunnen, daar zij aan de personen blijven hangen evenzeer
+als aan de geschiedkundige feiten, terwijl Theosofen kunnen weten dat
+alle geschiedkundige en bijbelsche personen ook kosmische grootheden
+voorstellen, wanneer wij de verhalen en gebeurtenissen aan een _tweede_
+lezing onderwerpen. Zoo ook hier.
+
+Waar wij reeds zagen dat Melchizedek = Christus als de bouwer
+wordt genoemd, en John Taylor Noach vermeldt als volgens hem
+den vermoedelijken bouwer, leert H. P. Blavatsky ons dat Noach =
+Melchizedek, Vader Zadik. En wanneer wij dus niet aan geschiedkundige
+persoonlijkheden blijven hangen, hebben wij reeds eenigermate den
+weg gebaand tot overeenstemming omtrent den bouwer, want thans
+rest ons alleen aan te toonen dat Noach (= Melchizedek = Christus)
+dezelfde is als de Acht groote Goden [28] en mijn doel zal voor ditmaal
+bereikt zijn, namelijk te doen zien dat ook hier, waar blijkbaar zeer
+onmogelijke dingen werden verkondigd met betrekking tot den bouwer,
+welke zeer moeilijk op eenigerlei wijze waren overeen te brengen
+of te verklaren, deze gegevens door het licht der kennis, ons door
+H. P. Blavatsky gegeven, in harmonie gebracht en duidelijk gemaakt
+worden. Zij dan zegt:
+
+"Doch wij kunnen nog enkele woorden in het midden brengen over Noach,
+die bij de Joden de plaats van nagenoeg elken heidenschen God in
+een of andere gedaante inneemt. De zangen van Homerus bevatten in
+dichterlijken vorm al de latere fabels over de aartsvaders, die
+allen siderische, cosmische en getallen-zinnebeelden en teekens
+zijn. De poging om de twee stamboomen van Seth en Kaïn van elkander
+te scheiden en de daaropvolgende even onbeduidende poging om te
+bewijzen dat zij _werkelijke, historische_ menschen geweest zijn,
+heeft slechts tot ernstiger onderzoek naar de geschiedenis van het
+verleden geleid en tot ontdekkingen die de vermeende _openbaring_
+voorgoed aan het wankelen gebracht hebben. Nu bijvoorbeeld vastgesteld
+is dat Noach en Melchizedek dezelfden zijn, is verder de identiteit van
+Melchizedek, of Vader Sadik, met Kronos-Saturnus eveneens bewezen. Dat
+dit zoo is, kan gemakkelijk aangetoond worden. Geen enkel Christelijk
+schrijver ontkent het. Bryant [29] is het eens met al degenen die
+van meening zijn, dat Sydic, of Sadic de aartsvader Noach was en ook
+Melchizedek was en dat zijn naam Sadic, met het hem in _Genesis_ vi:
+9 toegeschreven karakter overeenkomt." [30]
+
+En verder:
+
+"Nu is het Sanchuniathon, die aan de wereld mededeelt dat de Kabiri
+de Zonen van Sydic of Zedek (Melchi-Zedek) waren. Aangezien deze
+mededeeling langs de _Preparatio Evangelica_ van Eusebius tot
+ons gekomen is, kunnen wij haar weliswaar met zekere achterdocht
+beschouwen, daar het meer dan waarschijnlijk is dat hij met de
+werken van Sanchuniathon op gelijke wijze gehandeld heeft als met de
+synchronistische tafelen van Manetho. Doch laten wij veronderstellen
+dat de vereenzelviging van Sydic, Kronos of Saturnus met Noach en
+Melchizedek op een der vrome hypothesen van Eusebius gegrond is. Laten
+wij haar als zoodanig aanvaarden en met haar de omschrijving dat
+Noach een _rechtvaardig man_ was, alsook zijn vermeende dubbelganger,
+de geheimzinnige Melchizedek, 'koning van Salem en een priester des
+allerhoogsten Gods naar zijn eigen ordening', en ten slotte, na te
+hebben nagegaan wat zij uit een geestelijk, sterrekundig, psychisch
+en cosmisch oogpunt waren, zien wat zij volgens de Rabbijnen en de
+Kabbala geworden zijn.
+
+Sprekend van Adam, Kaïn, Mars enz., als _verpersoonlijkingen_, zien
+wij den schrijver van _The Source of Measures_ in zijn kabbalistische
+onderzoekingen onze eigene esoterische leerstellingen verkondigen. Zoo
+zegt hij:
+
+
+ Mars nu was de Heer van _geboorte_ en _dood_, van _voortbrenging_
+ en _vernietiging_, van _ploegen, bouwen, beeldhouwen_ of
+ steenhouwen, van de _bouwkunst_,.... kortom van alles wat onder
+ het woord kunsten verstaan wordt. Hij was het _oerbeginsel_, dat
+ zich in de wijziging van _twee tegengesteldheden ter wille van
+ de voortbrenging_ oploste. Ook bekleedde hij in de sterrekunde de
+ plaats van de geboorte van den dag en het jaar, de plaats van zijn
+ _krachtsvermeerdering_, den Ram, en evenzeer die van zijn dood,
+ den Schorpioen. Als _geboorte_ was hij het _goede_, als _dood_ het
+ _kwade_. Als _goed_ was hij _licht_, als _kwaad_ de _nacht_. Als
+ _goed_ was hij de _man_, als _slecht_ de _vrouw_. Hij nam de
+ Kardinale punten in, en als _Kain_, of _Vulkanus_ of _Vader Sadic_
+ of _Melchizedek_, was hij de heer der _ecliptica_ of _weegschaal_
+ of _lijn van evening_ en daarom was hij de _Rechtvaardige_. De
+ ouden waren van meening dat er zeven planeten of groote goden
+ waren, gegroeid uit acht, en Vader Sadic, de _Rechtvaardige_
+ of _Gerechte_ was Heer van de achtste, die de _Moeder Aarde_
+ was." [31]
+
+
+Voor den lezer is het thans mogelijk te zien dat de bouwers, wanneer
+zij kosmisch beschouwd worden, volgens verschillende verhalen als
+dezelfde bedoeld worden. Skinner geeft ons nog in het meer vermelde
+werk aan, dat zijn symbool was de omgrensde vorm van de pyramide met
+haar top en basishoekpunten, zoodat wij het beeld van den bouwer zien
+in zijn werk.
+
+In een volgend hoofdstuk zullen wij trachten te zien, hoe dit beeld
+uitgedrukt werd in dit majestueuse bouwwerk, wanneer wij de symboliek
+er van begrijpen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+DE BOUW.
+
+
+Het is thans mijne bedoeling, na te gaan wat door verschillende
+schrijvers der oudheid en der latere tijden geschreven is met
+betrekking tot de wijze van bouwen der Pyramide. Gaarne had ik
+gezien dat een bouwkundig theosoof dit in mijne plaats gedaan had,
+en er zijne beschouwingen aan had vastgeknoopt, maar aangezien mijn
+wensch in dezen niet vervuld is, hoop ik dat het hier geschrevene
+den een of anderen bouwkundige zal aanmoedigen zulks nog te doen, en
+zal zelf volstaan met zoo volledig mogelijk de verschillende verhalen
+der schrijvers over dit deel van mijn onderwerp op te sommen.
+
+Allereerst dan Herodotus. Hij schrijft:
+
+
+ "Cheops liet eerst de tempels sluiten en verbood iedere soort
+ van offering. Vervolgens veroordeelde hij de Egyptenaren zonder
+ onderscheid tot het uitvoeren van openbare werken. Een gedeelte
+ werd gedwongen steenen te houwen in de steengroeven en ze tot aan
+ den Nijl te voeren; een ander gedeelte om deze steenen in ontvangst
+ te nemen, den stroom over te steken op booten en ze in de bergen te
+ brengen aan de Lybische zijde. Honderdduizend mannen, die elke drie
+ maanden afgelost werden, waren voortdurend bezig met deze werken;
+ en tien jaren, gedurende welke het volk onophoudelijk met nieuwe
+ moeilijkheden werd belast, werden in beslag genomen enkel om een
+ weg te maken om de steenen te vervoeren, een werk dat zelf niet
+ minderwaardig is aan het oprichten van een pyramide." [32]
+
+
+Vervolgens beschrijft hij de grootschheid van dezen weg, en merkt
+tevens op hoe gelijktijdig daarmede in den rotsgrond _waarop_ de
+Pyramiden staan onderaardsche kamers werden uitgehouwen, die bestemd
+waren voor het begraven van de mummies der Koningen. Daarna komen
+wij in zijne reisbeschrijving van Egypte aan dat gedeelte, hetwelk de
+wijze van bouwen der Pyramide beschrijft. Merkwaardig is het, alvorens
+dit gedeelte aan te halen, nog even te vermelden hoe hij zegt dat
+"zij [de Pyramide] geheel overdekt is met gepolijste steenen, met de
+grootste zorg aanéén gevoegd, van welke steenen geen enkele minder
+dan dertig voet is."
+
+
+ "Volgens de wijze van werken die aangewend werd bij het opbouwen
+ van de pyramide vertoonden hare zijden eerst een soort van trap
+ in den vorm van een graadsgewijs opklimmend amphitheater. Toen
+ zij volgens dit plan afgewerkt was, en het noodig werd haar te
+ overdekken, bezigde men, om achtereenvolgens de steenen op te
+ heffen die tot deze bekleeding moesten dienen, werktuigen die van
+ hout gemaakt waren en eene kleine afmeting hadden. Een van deze
+ werktuigen lichtte den steen van den grond zelf op en bracht hem
+ over naar den eersten trap; wanneer hij daar aangekomen was bracht
+ een ander dien over naar den volgenden trap, en zoo vervolgens;
+ of er evenveel werktuigen waren als trappen, of dat hetzelfde
+ werktuig, dat gemakkelijk te verplaatsen was, tot het vervoeren
+ der steenen diende, ik moet het verhalen zooals het een en ander
+ mij gezegd is. Op deze wijze begon men met de bekleeding van het
+ bovenste gedeelte en men ging voort met werken, al afdalende,
+ eindigende met het onderste gedeelte dat tot aan den grond
+ kwam." [33]
+
+
+Verder zegt hij dan nog hoe op een der zijden van de Pyramide in
+hieroglyfen vermeld werd het loon der arbeiders, en maakt daaruit
+op den duur van den bouw, waarvan hij dan zegt dat hij "nog al lang
+heeft moeten duren."
+
+In ieder geval kunnen mijne lezers hieruit wel zien dat men uit
+Herodotus niet heel veel wijzer wordt en niemand is dat dan ook ooit
+geworden. Alleen heeft men mijns inziens te veel geloof gehecht aan
+hetgeen hij _wel_ zeide, en men heeft vaak in latere boeken zijn
+beschrijving van den bouw als de ware aangenomen en zich in allerlei
+gissingen verdiept over de vraag wat die "werktuigen, die van hout
+gemaakt waren" dan toch wel waren, en bijna elk schrijver vindt dan een
+ander werktuig uit, of beweert dat de beschrijving die door een ander
+schrijver gegeven wordt niet deugt. Allen komen echter hierin overeen,
+dat het een soort van hefboom moet geweest zijn en de verschillen komen
+dan in een bespiegeling van de wijze waarop zulk een hefboom werkte,
+want een dergelijk ding moet toch een steunpunt hebben. En wanneer
+wij dus maar losweg zeggen dat met hefboomen gewerkt werd, volgen
+wij in dezen een weinig Archimedes na, die zeide dat hij de wereld
+wel opheffen kon, als hij maar een steunpunt voor zijn hefboom had.
+
+Wij zullen het er dus over eens moeten zijn, dat indien de
+hefboomlegende als de ware beschrijving van het oplichten der buitenste
+steenen beschouwd moet worden, er aan Herodotus' beschrijving toch
+nog wel iets ontbreekt dat tot beter begrip aanleiding kon geven. Met
+opzet? Als Herodotus er bij gezegd had dat hij ook wel eens had
+gehoord van een opheffen van de zwaartekracht, vrees ik dat hij zulk
+eene uitlating niet goed met zijn geweten overeen had kunnen brengen
+en haar daarom maar wegliet, ofschoon zijne beschrijving voor het
+nageslacht er niet duidelijker op geworden is. Tenminste, om steenen
+van 15 ton met een hefboom op te tillen in een beperkt bestek....!
+
+Ik vrees dat onze volgende schrijvers het er niet beter afbrengen
+met hunne beschrijving; meestal halen zij Herodotus aan of spreken
+in het algemeen over hetgeen zij bij overlevering vernamen. Zien wij
+thans wat Diodorus zegt, hoewel zijne beschrijving nog vager is dan
+die van Herodotus:
+
+
+ "De basis van de grootste is een vierkant, waarvan elke zijde zeven
+ honderd voet is. De hoogte is meer dan zeshonderd voet. De zijden
+ nemen af naarmate zij opwaarts gaan, zoodat zij nog slechts zes
+ el zijn bij den top. Zij is geheel opgebouwd uit steenen die zeer
+ moeilijk te bewerken, maar ook van eeuwigen duur zijn; want hoewel
+ het meer dan duizend jaar geleden is, volgens hetgeen men zegt,
+ dat de pyramide gemaakt werd, en hoewel anderen zelfs verzekeren
+ dat het meer dan vier en dertig honderd jaar geleden is, is zij
+ tot op onze dagen bewaard gebleven zonder op eenigerlei plaats
+ beschadigd te zijn. Men had de steenen laten komen van uit het
+ hart van Arabië, en daar men nog niet de kunst verstond, steigers
+ op te richten, zegt men dat men zich van terrassen bediende om ze
+ op te heffen. Maar wat het meest onbegrijpelijke in dit werk is,
+ is dat men geen enkel spoor bemerkt noch van vervoer, noch van
+ het afhakken van de steenen, noch van de terrassen waarvan wij
+ gesproken hebben; zoodat het schijnt alsof de goden, zonder de
+ hand der menschen te leenen, die altijd erg langzaam is, plotseling
+ dit monument te midden van het zand geplaatst hadden. [34]
+
+ Eenige Egyptenaren voeren te dien einde eene verklaring aan,
+ die even fabelachtig en ruwer is dan deze. Want zij zeggen dat
+ deze terrassen gemaakt waren van een grondsoort die vol zout en
+ salpeter was en dat de stroom ze door buiten hare oevers te treden,
+ vormde en weder deed verdwijnen zonder hulp van arbeiders. Dat
+ zal wel niet waar zijn; en het is veel verstandiger te zeggen dat
+ dezelfde handen die gebezigd werden om dien grond aan te dragen,
+ gebruikt werden om dien weg te voeren en om den grond in denzelfden
+ toestand als tevoren te brengen; temeer omdat men zegt dat drie
+ honderd zestig duizend werklieden of slaven bijna twintig jaren
+ met dit werk bezig waren." [35]
+
+
+Diodorus is de eerste die van de pyramiden spreekt als
+_wereldwonderen_, maar hoe bitter weinig zegt hij ons. Niets dan
+"men zegt"s en dan zeer uiteenloopende "men zegt"s en in niets
+overeenstemming met Herodotus dan in den duur van den bouw, de gedane
+uitgaven en de regeering van den koning. Over het tijdstip van den bouw
+is hij al bijster in het onzekere, "1000 jaar of 3400 jaar geleden",
+en over den bouwer van de derde pyramide brengt hij ons alweer in het
+onzekere door de fabel van Rhodopis aan te halen, hetgeen Herodotus
+eveneens doet, alsook Strabo.
+
+Strabo is bijzonder kort in zijne beschrijving en met betrekking tot
+den bouw zelf helpt hij ons ook niet veel verder. Hij zegt daarover
+hoegenaamd niets. Alleen maakt hij eene vermeldenswaardige opmerking
+met betrekking tot de eerste of Groote Pyramide nl.: "Zij heeft op
+een der zijden op eene middelmatige hoogte, een steen die weggenomen
+kan worden." [36]
+
+Van Plinius kunnen wij nagenoeg hetzelfde zeggen als van Strabo. Hij
+zegt: "De grootste van de Pyramiden is geheel voortgekomen uit
+steengroeven in Arabië; men beweert dat 360000 mannen 20 jaren gewerkt
+hebben om haar saam te stellen." Uit eene verdere opmerking in zijn
+verslag kan men echter opmaken dat de gepolijste bekleeding op de
+buitenzijde der Pyramide nog bestond. Verder haalt hij met betrekking
+tot de wijze van bouw Diodorus aan. Plinius is echter de eenige
+schrijver die spreekt van een "put" welke onder de Groote Pyramide
+zoude zijn: "deze put vangt het water van den stroom op, flumen illo
+admissum arbitrantur", op eene diepte van 86 ellen (39,8 M). Deze
+put is echter, voorzoover uit de door Plinius aangegeven maten is
+na te gaan, niet de bekende put. Plinius is de eerste schrijver die
+eenigermate juiste afmetingen aangeeft en het schijnt dat hij deze
+uit aan hem bekende documenten ontleende, aldus meent M. Jomard in
+zijn _Remarques et Recherches sur les Pyramides d'Egypte_.
+
+De overige Latijnsche schrijvers werpen ook geen licht op dit
+deel van ons onderwerp en ik bepaal mij tot het even aanstippen
+van enkele merkwaardige uitingen in hun korte en onzaakkundige
+verslagen. Solinus zegt: "daar zij de maat der schaduwen te boven
+gaan werpen zij geen schaduw" en Cassiodorus herhaalt deze uitlating
+in prozaïschen vorm. Aristides zegt dat hij van de priesters gehoord
+heeft dat de Pyramiden even diep in den grond doordringen als zij er
+zich boven verheffen.
+
+Bij de Arabische schrijvers vinden wij uitvoerige verhalen en
+legenden die echter alle eveneens op overlevering berusten, en wel
+van belang zijn met betrekking tot een geschiedkundig overzicht, maar
+ons geen belangrijke mededeelingen verschaffen wat aangaat de wijze
+van bouw. De meest bekende verhalen zijn die van Ebn Abd el Hokm, El
+Koday, Ibrahim ben Ouessif, Abd-el-latif. Hunne beschrijvingen bepalen
+zich tot het vermelden van den naam van den bouwer, Saurid geheeten,
+de reden waarom de Pyramiden gebouwd werden (nl. het opbergen van
+alle schatten aan kennis en aardsche goederen ter beveiliging tegen
+komende overstroomingen), hoe zij er uitzagen enz. Wij zien dus dat
+de andere schrijvers ons niets mededeelen dat ons helpen kan tot
+een begrijpen van de wijze waarop met "kleine houten werktuigen"
+de groote steenmassa's op hunne plaats gebracht werden.
+
+Het was eerst in de latere tijden dat men zich in beschouwingen
+hieromtrent ging verdiepen. Reeds de Fransche _Savants_ waren in
+groote bewondering over de wijze waarop met geringe mechanische
+hulpmiddelen een bouw verkregen was, die zelfs tot op deze tijden
+niet geëvenaard werd. Door hun nauwgezet wetenschappelijk onderzoek
+zagen zij de moeilijkheden die de bouwers te overwinnen hadden
+gehad, beter in dan de oude bezoekers dit ooit gedaan hadden en
+zij waren dan ook verbaasd over de wijze waarop alles tot stand was
+gebracht. Om deze verwondering te begrijpen zal ik eerst trachten
+mijnen lezers een beeld te geven van de enorme hoogte, den omvang en
+de massa der Pyramide, en van die der samenstellende steenblokken. De
+lengte van elke zijde van het grondvlak was oorspronkelijk 764 voet
+(1 voet = 12 duim, 1 duim--25.4 mM.), de loodrechte hoogte was iets
+meer dan 480 voet. Hare massa zou 6.840.000 ton bedragen (1 ton =
+1000 K.G.). Dit zegt alleen iets voor hen die met maten omgaan of
+er goed mede bekend zijn; voor mijne overige lezers haal ik eenige
+vergelijkingen aan die ik ontleen aan Sir Rawlinson's _Egypt_. Hare
+hoogte is dus zes voet meer dan die der Kathedraal van Straatsburg,
+dertig voet meer dan die van de St. Pieter te Rome, honderdtwintig
+voet meer dan die van de St. Paul te Londen. Haar grondoppervlak is
+ruim viermaal zoo groot als een vrij groot stadsplein. Om ons een
+denkbeeld te vormen van den inhoud diene het volgende. Men denke zich
+een huis met muren van een voet dikte, twintig voet breed en dertig
+voet diep. Verder een aantal tusschenmuren tot een volume van een
+derde der buitenmuren. Dit huis bevat dan vierduizend kubieke voet
+metselwerk. De kubieke inhoud nu van de Groote Pyramide is voldoende
+om twee en twintig duizend zulke huizen te bouwen. Legt men het
+metselwerk in een lijn van een voet hoog en een voet breed dan kan
+men gaan tot een lengte van zeventienduizend mijlen of twee-derde
+van de lengte van den equator. En men moet tevens bedenken, dat de
+samenstellende deelen niet alle kleine steenen waren, hoewel een groot
+deel daar wel uit bestond. Er zijn echter--en vooral is dat bij de
+buitenlagen het geval--steenen bij, die dertig voet lang, vijf voet
+hoog en vier of vijf voet breed zijn. Zulke steenen wegen 40.000 à
+60.000 K.G. Ook de steenen die inwendig geplaatst zijn, bijvoorbeeld
+boven de Koningskamer, zijn van reusachtige afmetingen. Rawlinson zegt
+dan ook: "Over het algemeen zijn de buitenblokken van eene grootte,
+welke hedendaagsche bouwers nauwelijks ooit durven gebruiken." [37]
+
+En wanneer men bedenkt dat deze steenmassa's niet ruw op elkaar
+gestapeld, maar op wonderbare wijze zoodanig aaneengevoegd waren, dat
+men eer de steenen zelf kan verbreken dan ze van elkander scheiden,
+dan kan men begrijpen dat vele der onderzoekers in stomme verwondering
+betuigden, dat deze bouwkunst tot op heden nog niet geëvenaard
+is. Trouwens, dat lijkt mij toe met vele kunsten en nijverheden van
+deze oude beschaving het geval te zijn; doch het zou mij buiten mijn
+bestek voeren, hier in een lofzang te vervallen op de verschillende
+kunsten en nijverheden in Egypte die ons treffen als op een hooger
+peil dan de moderne staande. In verband hiermede is het echter voor
+een bewonderaar van het oude Egypte een genot, in _Isis Unveiled_
+H. P. Blavatsky hierover na te slaan. Met betrekking tot dit onderwerp
+haalt zij o.a. Kenrich aan:
+
+
+ "De voegen zijn nauwelijks waarneembaar, niet wijder dan de dikte
+ van zilverpapier, en het cement is zóó houdend, dat brokstukken
+ van de deksteenen nog op hunne oorspronkelijke plaats blijven,
+ niettegenstaande het verloop van vele eeuwen en het geweld waarmede
+ zij weggerukt werden." Wie onzer hedendaagsche bouwkundigen en
+ scheikundigen zal wederom het onvernietigbare cement van de oudste
+ Egyptische gebouwen ontdekken? [38]
+
+
+Enkele Egyptologen zijn op het denkbeeld gekomen dat de steenen op
+de plaats zelve vervaardigd werden. Door een ingewikkeld werktuig
+zou water tot op de vereischte hoogte zijn gebracht, daar vermengd
+zijn geworden met zand enz., om te worden gevormd tot blokken van
+den juisten vorm en de juiste grootte.
+
+Om terug te keeren tot den bouw zelf. De Fransche _savants_ geven
+hunne meening niet te kennen doch halen eenvoudig de reeds door mij
+genoemde oude schrijvers aan. Van de latere schrijvers vermelden
+wij alleen de gezaghebbenden. Sir Gardner Wilkinson, de welbekende
+schrijver van _Manners and Customs of the Ancient Egyptians_, zoowel
+als Colonel Howard Vyse, (1831 en 1837), waren van meening dat het door
+Herodotus bedoelde werktuig een "polyspaston" was, of een werktuig
+dat veel in gebruik was bij de Romeinen, en dat beschreven wordt
+door Vitruvius. Het is een werktuig van vele takels voorzien. Als
+bewijs voor het gebruik van deze werktuigen haalt Vyse aan dat "in
+de blokken van elken omgang gaten zijn van 8 duim middellijn en 4
+duim diep, waarschijnlijk om de werktuigen te ondersteunen welke
+Herodotus beschrijft."
+
+Perring in zijn werk _The Pyramids at Ghizéh_ zegt dat hij vermeent
+dat houten steigers gebezigd werden. Met betrekking tot de buitenlagen
+merkt Wilkinson op dat de uitstekende hoeken van de opgestapelde
+rechthoekige steenblokken van boven af naar beneden weggekapt werden
+en aldus het zijvlak glad maakten. Hij grondt deze meening op eene
+uitlating van Herodotus.
+
+Dr. Lepsius heeft met betrekking tot den bouw eene theorie opgeworpen
+die vrij algemeen vermeld wordt en bekend is. Deze is als volgt:
+
+
+ "Bij den aanvang van de regeering werd de rotskamer, die voor het
+ graf van den vorst bestemd was, uitgehouwen en één laag metselwerk
+ er op aangebracht. Stierf de koning in het eerste jaar zijner
+ regeering, dan werd een buitenlaag er op aangebracht en eene
+ pyramide gevormd; maar indien de koning niet stierf, werd een
+ andere laag metselwerk er aan toegevoegd en twee van dezelfde
+ hoogte en dikte aan iederen kant; aldus nam in verloop van tijd
+ het gebouw den vorm aan van een reeks regelmatige trappen. Deze
+ werden overdekt met steenen, al de hoeken opgevuld, en steenen als
+ trappen geplaatst. Dan, zooals Herodotus ons reeds lang geleden
+ mededeelde, werd de Pyramide van boven af naar beneden gereed
+ gemaakt doordien al de uitstekende hoeken weggehouwen werden en
+ een volkomen driehoek overbleef."
+
+
+Tegen deze theorie heeft Rawlinson bezwaren, want hij merkt terecht
+op dat dit glad maken van de buitenzijde een werk van jaren moest
+zijn en dat als een koning stierf, het zeer te betwijfelen viel of
+zijn opvolger dit werk op zich zou nemen; in ieder geval zou hij aan
+zijn eigen pyramide hebben moeten beginnen.
+
+Wij hebben nu enkele der voornaamste schrijvers over dit onderwerp
+aangehaald, en het zal ons niet baten meerdere aan te halen aangezien
+zij geen nieuw licht werpen op de wijze van werken. Eene aardige
+samenvatting van de verschillende opvattingen van "de kleine
+houten werktuigen" en een beschrijving er van met vele platen
+vinden wij in een belangwekkend werkje van T. M. Barker, geheeten
+_The Mechanical Triumphs of the Ancient Egyptians_. Ook vinden wij
+hierin eene uitvoerige beschouwing van de werkwijze zooals die door
+Diodorus vermeld werd, namelijk met behulp van hellende vlakken,
+eene methode die ook in Indië werd gebezigd. Dit hellende vlak zou
+dan 3000 voet lang en 120 voet hoog zijn geweest en de helling zou 1
+voet op de 25 bedragen hebben. Deze steenen helling, met vet besmeerd,
+zou hebben gediend om met verminderde kracht de zware steenen aan te
+slepen. Enkele archaeologen beweren dat gedeelten van deze hellingen
+nog te vinden waren in het begin der achttiende eeuw. De zwaarste
+steen in de pyramide van ± 60.000 K.G. zou dan getrokken moeten zijn
+door een bende van 900 man. De weg was 60 voet breed, dus konden er
+drie tegelijk naar boven.
+
+Wie dit alles gelooven wil, hij kan bewijzen vinden blijkbaar, maar
+er ontbreekt veel aan om overtuiging te schenken.
+
+Wanneer wij de bekende feiten goed onder het oog zien en overdacht
+hebben, kunnen wij thans zien, wat ons uit okkulte bron wordt
+medegedeeld omtrent den bouw. Wij vinden dan in de reeds meer door mij
+aangehaalde verhandeling _The Pyramids and Stonehenge_, het volgende:
+
+
+ "De hanteering van de reusachtige steenen, die bij dit bouwwerk
+ gebruikt zijn en ook inderdaad de samenstelling van de groote
+ Pyramide zelf, kan alleen verklaard worden door het toepassen
+ op deze werken van eene kennis aangaande de Natuurkrachten,
+ welke voor de menschheid verloren ging gedurende het verval van
+ de Egyptische beschaving en het barbarisme van de middeleeuwen,
+ en die door de hedendaagsche wetenschap nog niet teruggevonden is."
+
+
+En verder:
+
+
+ "Maar hoe kwamen zij de moeilijkheden te boven, deze reusachtige
+ steenmassa's te hanteeren, waarvan alleen de bovenelkanderplaatsing
+ werktuigkundige hulp vereischt schijnt te hebben, welke wij in
+ verbeelding nauwelijks met eenig ander tijdperk dan het onze kunnen
+ samendenken? Wat dat aangaat, kan in Atlantis zelf gevonden worden,
+ wanneer eindelijk een voller licht op zijn geschiedenis geworpen
+ wordt, dat werktuigkundige hulpmiddelen van zeer vergevorderden
+ aard beschikbaar waren voor elk werk, waarvoor zij noodig waren;
+ maar de bouwers van dien tijd waren niet uitsluitend afhankelijk
+ van middelen van dien aard, als waarvan wij nu gebruik maken,
+ om groote massa's te hanteeren. In de rijpheid van Atlantische
+ beschaving waren enkele Natuurkrachten, welke nu slechts onder
+ het bestuur van adepten in okkulte wetenschap zijn, in algemeen
+ gebruik. De adepten van dien tijd waren onder geen verplichting het
+ geheim van haar bestaan angstvallig bewaard te houden; en onder
+ hen bestond het vermogen, thans zoo zelden uitgeoefend dat het
+ bestaan zelf er van minachtend ontkend wordt door de alledaagsche
+ massa--het vermogen om die kracht welke wij zwaartekracht noemen,
+ te wijzigen."
+
+
+Hierna gaat A. P. Sinnett er toe over, het bestaan van dit vermogen
+te verdedigen en zegt dat, hoewel de groote massa's der menschheid
+natuurlijk lachen om zulk een vermogen, waarvan zij nog nooit iets
+gehoord of gezien hebben, op dit geval het gezegde van Galilei, _e pur
+si muove_, zeer van toepassing is. En zeker is de geheele oplossing
+van het raadsel van den bouw van die oude bouwwerken in dit vermogen
+te zoeken. Helderziende waarnemers hebben in de ákashaïsche beelden
+den bouw gezien en onderzocht, en zij zeggen ons dat deze reusachtige
+blokken steen op hun plaats gebracht werden met behulp van steigers,
+zooals wij die zien gebruiken bij den bouw van een klein huis.
+
+En hier vinden wij dus, om tot de Pyramiden terug te keeren, hoe men te
+werk ging bij den bouw er van. De adepten, die den bouw er van leidden,
+vergemakkelijkten het werk door de gedeeltelijke opheffing van de te
+gebruiken steenblokken, en de bouwers die onder hunne leiding werkten,
+bevonden dat de te gebruiken steenen gemakkelijk gehanteerd konden
+worden. Misschien viel het hun zelf niet eens op, dat dit vermogen
+door de adepten werd uitgeoefend. En dit nu is eene eenvoudige,
+hoewel ongetwijfeld zeer geheimzinnige, verklaring van het feit dat
+de reusachtige moeilijkheden, die zich voordeden bij den bouw van
+zulke kolossale bouwwerken, overwonnen konden worden. Hoe vreemd deze
+verklaring moge schijnen voor een leek, en hoe ongelooflijk zelfs,
+is niet de door de oudheidkundigen tot dusver aangenomen verklaring
+even ongelooflijk, wanneer men er over nadenkt? Zij toch zijn tevreden
+met aan te nemen dat de bouwers van dergelijke reuzenwerken en dus
+ook van de Groote Pyramide een onbegrensd aantal arbeiders jarenlang
+lieten arbeiden om de reusachtige steenen langs sleephellingen en door
+middel van balken, rollen en katrollen op de een of andere wijze op
+elkaar te stapelen. En wanneer wij nu weten dat bij deze bouwwerken
+de meeste steenen 2 of 3 honderd ton wegen en dat bijvoorbeeld bij
+den tempel van Baalber in Syrië steenen gebruikt zijn van 1500 ton,
+dan vergt deze hypothese der oudheidkundigen meer van ons geloof dan
+zelfs de okkulte verklaring. Zij willen ons iets laten aannemen wat
+wij weten dat physisch onmogelijk is, maar omdat zij het zeggen in ons
+bekende termen, en omdat zij spreken over dingen die wij zien kunnen
+met betrekking tot _kleine_ gewichten, nemen wij het onnadenkenderwijs
+al te licht aan. Maar deze reusachtige werken van de oudheid staan
+voor ons als een blijvend bewijs, dat ten tijde van hun bouw de wereld
+getuige was van een bouwkunde, welke hare overwinningen niet behaalde
+door ruwe kracht, maar door de toepassing van een subtieler kennis
+dan heden ten dage bezeten wordt.
+
+Na den bouw thans zoo ver mogelijk behandeld te hebben, rest mij
+het inwendige gangen- en zalenstelsel te beschrijven, om dan tevens
+over te gaan tot het eigenlijke doel dezer verhandeling, namelijk
+het nagaan van de verschillende theorieën die met betrekking tot de
+beteekenis van dit bouwwerk ontstaan zijn.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+BESCHRIJVING VAN HET INWENDIGE.
+
+
+Wij zijn gekomen tot een gedeelte van ons onderwerp dat wij kunnen
+beschouwen als eene inleiding tot de bespreking der verschillende
+theorieën die langzamerhand ontstaan zijn omtrent het doel der Groote
+Pyramide. Immers, indien zich onder de Pyramide, dus in het rotsvlak
+waarop zij staat, eene grafkamer had bevonden, en de Pyramide zelf
+een massief geheel met een daarheen leidende gang ware geweest,
+zooals dit bij andere pyramiden het geval is, zou er weinig reden
+bestaan hebben om zich in gissingen omtrent het doel der Pyramide te
+verdiepen. Maar juist door de bijzondere en eigenaardige afwijking,
+die de Groote Pyramide in dit opzicht vertoont, is zij geworden tot
+een onderwerp van de meest uiteenloopende beoordeelingen en gissingen,
+en was zij aanleiding tot heel wat geschrijf.
+
+Met betrekking tot haar inwendige vertoont de Groote Pyramide een
+eigenaardigen aanblik. Het feit dat zich zulk een uitgebreid gangen- en
+kamerstelsel daarin bevindt is slechts sedert betrekkelijk korten tijd
+bekend en de schrijvers der oudheid vermelden er niet veel van. Niet
+eerder dan sedert de groote Fransche expeditie onder Napoleon werd dit
+een feit van meer algemeene bekendheid en wij vinden in _Pancoucke's_
+werk over deze expeditie een vrij nauwkeurige beschrijving van deze
+gangen en kamers. Eerst in latere werken werden zeer uitvoerige
+beschrijvingen er van gegeven, naarmate dit noodzakelijk bleek tot
+staving van de theorieën der schrijvers aangaande de symboliek of
+het doel der Pyramide.
+
+Volgens de oudste verhalen was de Pyramide geheel gesloten tot het jaar
+830 n. Chr.. Kalief Al-Mamoen zou de eerste geweest zijn die zich met
+geweld een toegang deed banen, daar hij de eigenlijke opening en den
+ingang niet wist en ook niet vond. Deze laatste is thans wel bekend
+en bevindt zich op ongeveer 47,5 voet boven de basis, tusschen den
+vijftienden en zestienden trap; zij schijnt eveneens bekend geweest
+te zijn bij enkele Grieken. Ook Strabo maakt er melding van. Hij zegt:
+"In de hoogte als het ware, in het midden tusschen de twee zijden, is
+een steen die weggenomen kan worden, en wanneer deze er uitgenomen is,
+is er een hellende ingang tot het graf." Op een andere plaats zegt hij:
+"Deze ingang werd geheim gehouden."
+
+In hoeverre het verhaal van den Arabischen schrijver Ibn Abd Al
+Hokm over het forceeren van den ingang waarheid bevat, is moeilijk
+na te gaan. De meeste schrijvers hechten er weinig waarde aan, daar
+er te veel feiten tegen spreken, en het verhaal blijkbaar zeer veel
+fantasie bevat. Wel is het waarschijnlijk dat gedurende deze poging
+om de Pyramide inwendig te onderzoeken wegens de schatten die, naar
+men veronderstelde, daar verborgen waren, de andere gangen en kamers
+ontdekt werden. Dit is ook de meening van Piazzi Smith en hij geeft
+een vrij uitvoerig verslag van het Arabisch verhaal omtrent deze
+gebeurtenis, waaraan ik het volgende ontleen.
+
+
+ Al-Mamoen liet zijne werklieden dertig voet boven den grond in het
+ midden der noordelijke zijde aanvangen met breken. Het was evenwel
+ een oneindig veel zwaarder werk dan de Kalief gedacht had en zijne
+ lieden werden oproerig en wilden dit blijkbaar onmogelijke werk
+ opgeven. Doch de Kalief dwong hen tot weder opvatten van de taak
+ die hij zich gesteld had en maanden en maanden werd er gewerkt;
+ schijnbaar zonder dat men veel verder kwam. Daarna wilden zijne
+ werklieden het in ieder geval opgeven, toen zij als bij een toeval
+ een zwaren steen niet ver van hen vandaan hoorden neerploffen;
+ dit deed hen met vernieuwden moed in die richting werken, waarop
+ zij kort daarna doordrongen tot de benedenwaarts leidende gang,
+ die waarschijnlijk vaak betreden was door Grieksche en Romeinsche
+ bezoekers vóór hen. Doch thans lag daar de steen die het geluid
+ veroorzaakt had, een steen waarvan de onderkant tevoren een deel
+ uitmaakte van het dak van de benedenwaarts leidende gang. Blijkbaar
+ was deze steen de afsluitsteen geweest van een opwaarts leidende
+ gang. Dit was ook zoo. Echter was deze gang nog steeds verstopt
+ door reusachtige wigvormige steenen die achter den gevallen steen
+ een plaats gevonden hadden. De Arabieren zagen geen kans deze op
+ te ruimen, dus hakten zij zich een weg door den veel zachteren
+ kalksteen daar omheen; op deze wijze zich een weg banende tot
+ de opwaarts leidende gang, een doorgang die ook heden nog benut
+ wordt door bezoekers. Thans stond hun de weg open tot de verdere
+ gangen en kamers der Pyramide, doch van schatten geen spoor.
+
+ De Kalief wist nu slechts één middel om zijn verwoede volgelingen
+ tot bedaren te brengen; in den nacht liet hij aan het einde van
+ het geboorde gat een schat begraven in het steenwerk der Pyramide
+ en liet hen den volgenden dag daar verder houwen. Natuurlijk
+ vonden zij het goud en toen het geteld werd bleek het juist het
+ bedrag te zijn dat verbruikt was voor de onderneming. Daar nu de
+ werklieden hun werk betaald kregen, hield hun opstand spoedig op
+ en de Kalief keerde terug naar El Fostat.
+
+ Eén ding was echter bereikt. Sinds dien tijd was het inwendige
+ der Pyramide opengelegd voor latere bezoekers, en enkele van
+ deze drongen daar dan ook in door; en een der geschiedschrijvers
+ verhaalt dat "enkele van deze er veilig weer uitkwamen en andere
+ stierven." [39]
+
+
+Het verhaal omtrent deze doordringing tot het inwendige der Pyramide
+heeft in handen van latere Arabische schrijvers wonderlijke
+veranderingen ondergaan en een van deze weergevingen vermeldt
+o.a. dat de Arabieren, toen zij tot de Koningskamer doordrongen,
+in de sarcofaag een steenen beeld vonden, dat hol was en waarin zich
+een lichaam bevond van een man met een gouden borstplaat, bezaaid met
+juweelen. Een zwaard van onberekenbare waarde lag op het lichaam. Nabij
+het hoofd bevond zich een karbonkel van de grootte van een ei.
+
+Latere schrijvers hechten weinig waarde aan deze verhalen, en sommigen
+twijfelen er zelfs aan of het Al-Mamoen was, die de openbreking leidde
+en zeggen dat hij voor de uitvoering van zulk een werk te kort in
+Egypte verbleef. Hoe dit ook zij, de Pyramide is thans reeds geruimen
+tijd open voor een inwendig onderzoek en het bekende gedeelte is dan
+ook herhaalde malen onderzocht, opgemeten enz., en de teekening, die
+hierbij gevoegd is geeft een juiste weergave van de ontdekte gangen
+en kamers.
+
+In de eerste plaats zien wij dan de benedenwaarts leidende gang,
+die tamelijk steil afloopt. De helling is 26° 28' [40], de geheele
+lengte bedraagt 320 voet en 10 duim en moet oorspronkelijk toen de
+ingang nog gaaf was ongeveer 343 voet geweest zijn. De hoogte is 47
+duim, de breedte ± 41 duim. Na 63 voet gedaald te zijn komt men aan
+den ingang tot de opwaarts leidende gang. De helling hiervan wordt
+nogal verschillend opgegeven, het gemiddelde van deze opgaven is
+± 26°. De lengte van deze gang is 124 voet, de breedte en hoogte
+nagenoeg gelijk aan die van de benedenwaarts leidende gang; aan
+het einde er van bevindt zich een sousplatform, rechts daarvan is
+de put, in zuidelijke richting strekt zich de gang uit die naar de
+Koninginnekamer leidt, terwijl de Galerij een vervolg van deze gang
+is. De horizontale Galerij is ± 109 voet lang, de breedte 3 voet en
+5 duim, de hoogte 3 voet en 10 duim in het eerste gedeelte en 5 voet
+8 duim in het laatste gedeelte. De put is 191.5 voet diep; hiervan
+is 148.5 voet in de vaste rots uitgehouwen. Aan de wanden bevinden
+zich aan drie kanten uithouwingen om met behulp van handen en voeten
+naar boven te klimmen. De Koninginnekamer is 17 voet 10 duim lang, 16
+voet 1 duim breed en 19 voet 5 duim hoog. Aan de oostelijke zijde in de
+Koninginnekamer bevindt zich eene uitholling. Sommige schrijvers denken
+dat de Arabieren dit gedaan hebben, andere denken dat hierachter een
+verborgen gang leidde naar de Sphinx of een andere verborgen plaats.
+
+Van het platform af leidt verder opwaarts de galerij die de
+merkwaardigste is van de geheele Pyramide, en algemeen bekend staat als
+de Groote Galerij. Zij is ± 150 voet lang (± 50 M.) en 27 voet 6 duim
+(± 9 M.) hoog. Het inwendige is zeer fraai afgewerkt. John Greaves,
+de tevoren aangehaalde schrijver over de Pyramide, was er reeds over
+in bewondering. Hij zeide: "Zij doet in merkwaardigheid in kunst en
+rijkheid van grondstoffen niet onder voor de prachtigste gebouwen"
+en kenschetst haar verder als "den arbeid van een uitstekend bekwame
+hand." Opmerkenswaardig is vooral het dak, dat bestaat uit zeven lagen,
+waarvan elke volgende voorbij de vorige uitspringt, terwijl verder
+aan weerszijden op den vloer eene verhooging of bank is, die over de
+geheele lengte van de Galerij loopt. In deze verhooging bevinden zich
+aan de eene zijde 26 gaten of uithakkingen, aan de andere zijde 28.
+
+In den vloer zijn als het ware ruwe treden gehakt, natuurlijk in
+latere tijden, voor het gemakkelijker omhoog komen der bezoekers,
+iets wat anders zeer bezwaarlijk zou gaan. Aan het einde van de
+Galerij bevindt zich een zeer hooge steen van 7.5 voet. Eenmaal
+hierop geklommen, komt men eerst aan een kleinen nauwen doorgang,
+vervolgens in een soort voorkamer en daarna in een korte gang. Hierin
+is een lage doorgang van graniet en men moet onder den steen die
+daar als het ware tusschen de wanden in de lucht hangt, en een soort
+opgehaalde valdeur vertegenwoordigt, doorkruipen; hierna weder een
+nauwen doorgang door, en men bevindt zich in de Koningskamer. De
+hangende steen wordt beschouwd als een die ter afsluiting zou hebben
+moeten dienen. De geheele lengte van dezen toegang is 22 voet. In
+de voorkamer ziet men aan de zijwanden meerdere groeven uitgehouwen,
+waarin waarschijnlijk ook valsteenen behoorden.
+
+De Koningskamer zelf is in weerwil van de vele beschadigingen een
+schoon geheel van graniet. Groote platen van 20 voet hoog, onmerkbaar
+aaneengevoegd, vormen de zijden. Er bevindt zich niets in behalve de
+veel besproken sarcofaag. Greaves geeft ook eene opgetogen beschrijving
+van deze kamer: "Deze rijke en ruime kamer, waar de kunst schijnt te
+hebben gewedijverd met de natuur, daar het werk niet ondergeschikt is
+aan de rijke grondstoffen, is als het ware in het hart van de pyramide
+op gelijken afstand van de zijden en ongeveer op het midden tusschen
+den top en de basis. De vloer, de zijden en het dak zijn alle gemaakt
+van groote stukken graniet." Hij eindigt met haar "een prachtige kamer"
+te noemen. In de kamer bevinden zich nog twee luchtkanalen, die eerst
+later ontdekt zijn, een er van loopt naar de noordzijde der Pyramide,
+de andere naar de zuidzijde. De helling is ± 83° bij het noordelijke
+kanaal en de lengte van het noordelijke kanaal is volgens meting 233
+voet. Zij vangen aan op een hoogte van 3 voet van den vloer.
+
+De sarcofaag die zich in de Koningskamer bevond is geheel van porphyr
+marmer. De lengte is 6.5 voet, de breedte 26.6 duim. Merkwaardig is
+het op te merken dat zij te groot is om later door de gangen in de
+kamer gebracht te zijn; men veronderstelt dat zij dus van boven af
+neergelaten is, vóór het dak gesloten en de Pyramide voltooid werd.
+
+Er is geen deksel op de sarcofaag en ook geen teeken dat er ooit een
+op geweest is; hierdoor is nogal verschil van meening ontstaan onder de
+geleerden of zij wel ooit gebruikt kan zijn om eene mummie te bevatten,
+en er zijn minstens evenveel gezaghebbende stemmen tegen dit denkbeeld
+als er vóór zijn. Zij is thans aanmerkelijk beschadigd hoewel de
+reizigers van vorige eeuwen haar steeds als gaaf vermelden. De steenen
+wand is ongeveer vijf duim dik en is buitengewoon hard. Wanneer men
+met metaal er tegen aanslaat klinkt hij als een bel. De aanblik van
+de gepolijste steensoort is die als van gekleurd glas met zwarte,
+witte en roode stippen.
+
+Thans echter is de sarcofaag aanmerkelijk beschadigd; velen ergeren
+zich hierover ten zeerste. Bonwick in _Pyramid Facts and Fancies_ laat
+zich daarover uit als volgt: "Niet aleer de Europeanen, voornamelijk
+Engelsche en Amerikaansche dames en heeren hierheen begonnen te
+stroomen, begon dit Vandalisme. Het was niet voldoende massa's van
+het uitwendige af te houwen, maar dit kostbare gedenkstuk, dat zelfs
+geen Turk had willen ontwijden of beschadigen, begon het gewone lot
+van relikwieën te ondergaan door de hand van relikwieën-vereerders
+en relikwieën-dieven." En verder: "Met uitzondering van een klein
+brokje was de sarcofaag zestig jaar geleden gaaf. Zij die haar
+nu beschouwen, afgehakt en afgeschilferd, als zij is, mogen wel
+blozen voor de Westersche beschaving. Den schrijver zelf werd kalm
+door een van zijn Arabische volgelingen gevraagd of hij er gaarne
+een stuk afgebroken wou hebben. Met niemand die verantwoordelijk
+is voor het behoud en met de verwachting der inboorlingen voor een
+frank per afgebroken stuk, wie kan zich dan nog verwonderen over de
+trapsgewijze vermindering en eindelijke algeheele vernietiging van
+deze wonderbaarlijke en geheimzinnige kist."
+
+Boven het dak van de Koningskamer bevinden zich vijf kleinere kamers,
+waarin men komen kan door een gat in het dak. Deze kamers zijn
+genoemd naar Davison, Hertog Wellington, Lord Nelson, Lady Arbuthnot
+en Col. Campbell. De eerste werd in 1763 door Davison ontdekt. De
+overige werden door Col. Howard Vyse in 1837 ontdekt. De kamers zijn
+van elkaar gescheiden door graniet, glad aan den bovenkant en ruw
+aan den onderkant. De bovenste of vijfde kamer heeft een dak van twee
+schuins opstaande steenblokken. De hoogte van de gezamenlijke kamers
+bedraagt ± 69 voet.
+
+Gezaghebbenden zijn het er vrijwel over eens dat de reden van
+het bouwen van deze kamers moet gezocht worden in het plan van de
+bouwers om het gewicht op het dak te verlichten; zoodat het dak van
+de Koningskamer niet zou bezwijken onder den zwaren last.
+
+De bovenvermelde kamers en gangen zijn de tot dusver ontdekte in het
+bovengrondsche gedeelte der Pyramide. In het rotsgedeelte bevindt zich
+nog een kamer, die gelegen is aan het einde van den benedenwaarts
+leidenden ingang. Daartegenover bevindt zich in deze kamer een
+doodloopende gang.
+
+Ik heb hier een korte en ruwe schets gegeven van het onverklaarbare
+en ingewikkelde stelsel van gangen en kamers in de Groote Pyramide,
+namelijk van die welke tot dusver ontdekt zijn. Want ik geloof
+ten stelligste dat er veel meer gangen en kamers zijn, en dit is
+verklaarbaar omdat in de verhandeling over _Pyramids and Stonehenge_
+gezegd wordt, dat Koefoe een deel der kamers afsloot. Echter zullen
+deze wel nooit ontdekt worden, daar de belangstelling tot verder
+onderzoek in dezen thans ernstig verflauwd is, en misschien gelukkig
+maar? Want die afsluiting zal niet zonder reden geweest zijn en
+evenals de bekende gangen en kamers eerst ontdekt zijn en onderzocht
+toen dit zonder bezwaar van andere zijde geschieden kon, evenzoo zal
+dit misschien later het geval zijn met nog onontdekte gedeelten.
+
+Thans zullen wij, nu wij ons eenigermate een oordeel kunnen vormen over
+de vraagstukken: wanneer werd de Pyramide gebouwd? en door wie? nagaan
+wat door verschillende schrijvers gezegd is met betrekking tot het
+waarom? Want zeker bestaan er geen meer uiteenloopende meeningen over
+het doel van een bouwwerk dan het geval is bij deze Pyramide. In het
+volgende hoofdstuk zullen wij dus zien welke doeleinden men alzoo
+aan de Pyramide toekende.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+OVER DE BESTEMMING DER PYRAMIDE.
+
+
+In de voorgaande hoofdstukken heb ik, zij het ook onvolledig, in
+hoofdtrekken aangegeven wat ons uit gezaghebbende bronnen bekend is
+geworden omtrent het tijdstip van den bouw, omtrent de(n) bouwer(s)
+en de wijze van bouwen; en ik heb slechts hier en daar aangestipt wat
+deze schrijvers dachten met betrekking tot het doel, voor hetwelk
+de Pyramide gebouwd zoude zijn. Mijne lezers moeten het voorgaande
+geheel beschouwen als eene lange inleiding tot de eigenlijke bedoeling
+van deze verhandeling, namelijk het beschouwen van de bestemming van
+dit merkwaardige bouwwerk. En hetgeen thans volgt als een algemeen
+overzicht van de verschillende theorieën over die bestemming, moet
+eveneens weer beschouwd worden als een overgang tot het nagaan van
+die theorie, welke voor Theosofen--hetzij krachtens geloof, gezag of
+overtuiging--de meeste waarde heeft, namelijk die theorie, welke ik
+aanduidde als de Theosofische en welke men eveneens kan beschouwen
+als een maçonnieke theorie.
+
+Het zou onmogelijk zijn, alle theorieën die omtrent de vermoedelijke
+bestemming der Pyramide bestaan, hier ter plaatse volkomen te
+behandelen; ik moet volstaan met ze kortelijks weer te geven, en zelfs
+kan ik enkele alleen vermelden, daar ze volstrekt van geen waarde of
+belang zijn voor ons eigenlijk doel. Een ieder die belang stelt in de
+eene of andere speciale theorie, kan deze voor zichzelf nagaan in de
+daarover geschreven werken, en de meeste dezer theorieën zijn zelfs
+te technisch om in een populaire verhandeling als deze een plaats te
+vinden. Ik moet dus slechts de minst technische behandelen.
+
+De meest bekende, thans ook meest gezaghebbende theorie is die welke
+de Groote Pyramide evenals alle pyramiden maakt tot een praalgraf
+van Egyptische Pharaoh's.
+
+De andere schrijvers laten zich, zooals ik reeds vermeldde, weinig
+uit over het doel en men kan dus weinig steun bij hen vinden, zoowel
+voor deze als voor eene andere theorie.
+
+Jomard zegt in zijn verhandeling _Sur les Pyramides d'Egypte_ [41]:
+
+
+ Indien wij in eene bijna volkomen duisternis verkeeren met
+ betrekking tot het tijdstip van den bouw der Pyramide en de namen
+ van hare Bouwers, hangt er een bijna even dichte sluier over de
+ bestemming dezer bouwwerken, en het zou ook niet anders kunnen
+ zijn; want de geschiedschrijvers der oudheid en de Arabische
+ schrijvers hebben niet de middelen gehad om die te kennen,
+ de een zoo min als de ander. Het was natuurlijk dat men deze
+ bouwwerken beschouwde als te behooren tot graven, praalgraven. Dit
+ denkbeeld is in den grond geheel in overeenstemming met _de
+ waarschijnlijkheid en bovenal met die welke een gevolg is van
+ analogie_ [ik cursiveer; v. G.]; omdat het Lybisch gebergte te
+ Memphis niet zooals te Thebe hoogopstaande zijwanden aanbood, die
+ geopend werden voor de graven der koningen, zou men daarom niet
+ getracht hebben daarin te voorzien door bouwwerken? En zou men dan
+ misschien door de reusachtige afmetingen, door de ontzagwekkende
+ moeilijkheden van de onderneming, hebben willen wedijveren met
+ den rijkdom van de koninklijke onderaardsche begraafplaatsen?
+
+ Maar met dit gegeven, hoe waarschijnlijk het zij, zou men nooit het
+ werk der Pyramiden verklaren en alles wat een nauwgezet onderzoek
+ er ontdekken moet; en in de eerste plaats het denkbeeld van de
+ keus van den pyramidalen vorm."
+
+
+En verder:
+
+
+ "Hoe dit zij, indien wij toestemmen, dat het denkbeeld van een
+ pyramide dat van een graf medebrengt, zou men dan gedwongen zijn
+ te besluiten, dat geen enkele andere bedoeling voorgezeten heeft
+ bij de oprichting van deze grootsche bouwwerken? Wij gelooven het
+ niet. Hoe kunnen wij bijvoorbeeld als waar erkennen, dat bij een
+ volk dat zoo godsdienstig was als de Egyptenaren, de godsdienst
+ en zijne mysteriën vreemd waren aan het doel dat men zich stelde
+ bij het oprichten van de Pyramiden? Zou dit aan den anderen
+ kant niet zijn een geheel terzijde stellen van de verklaring,
+ die de diepzinnigste waarnemer der oudheid, Aristoteles, van
+ deze bouwwerken geeft, die ze toeschrijft aan de politiek der
+ vorsten? Ten slotte, wanneer men denkt over de keuze van den
+ vorm die aan de bouwwerken gegeven is, over de afmetingen en het
+ onderling verband der deelen, over de nauwkeurige oriëntatie der
+ zijden, en tal van andere niet minder treffende omstandigheden,
+ kan men dan verzekeren, dat de wetenschappen en wetenschappelijke
+ doeleinden bij hare samenstelling niet hebben voorgezeten? Deze
+ veronderstellingen zouden alle gelijkelijk onaannemelijk zijn. Ik
+ stem toe dat de volmaaktheid van den arbeid en de samenstelling
+ verklaard kunnen worden door den graad van volmaking waartoe
+ de bouwkunde toen gevorderd was, en dat iedere soort openbaar
+ bouwwerk met de grootste aandacht uitgevoerd moest worden;
+ maar hier is een over-overvloed van zorgen, voorzorgen tot in de
+ kleinste bijzonderheden voor de hechtheid, voor het afwerken van
+ het geheel; de architect is geleid door den sterrekundige, en de
+ samensteller door den wiskundige. _Anderen vóór mij hebben er aan
+ getwijfeld, dat de pyramide gebouwd was om als graf te dienen_
+ [42], maar men heeft ongelijk te ontkennen dat een enkel deel van
+ het gebouw of der nabuurschap deze bestemming ontvangen zou hebben;
+ dit is een onderscheid dat mij belangrijk schijnt vast te stellen."
+
+
+Uit het hier aangehaalde ziet men dat deze _savant_ niet boudweg
+beweerde, dat de Pyramide niets dan een graftombe was, en hij gaat
+zelfs verder, zooals wij later zullen zien. Ik haal dezen schrijver
+uitvoerig aan, omdat onder de _gezaghebbende_ schrijvers niemand zoo
+in den breede dit onderwerp bespreekt en op zulk eene wijsgeerige en
+waarlijk wetenschappelijke wijze. Niet louter beweringen, maar een
+onder de oogen zien van feiten en een ruimte laten voor de meeningen
+van andere schrijvers en denkers.
+
+Hij gaat er vervolgens toe over, de schrijvers der oudheid na
+te gaan met betrekking tot dit deel van het onderwerp: Diodorus,
+Strabo en Herodotus zinspelen op de Pyramide als een graf (Herodotus
+echter minder rechtstreeks; hij zegt dat Cheops in de rots waarop de
+Pyramiden gebouwd zijn verscheidene onderaardsche kamers gedolven had,
+die bestemd waren als zijn graf te dienen; dit graf was geplaatst
+op een eiland dat gevormd werd door een kanaal, dat met de rivier
+in gemeenschap stond); Plinius spreekt niet over de bestemming der
+Pyramide, en met betrekking tot hetgeen de Arabische geschiedschrijvers
+mededeelen, zegt hij:
+
+
+ "Het is waar dat verscheidene Arabische schrijvers de groote
+ pyramiden als graven beschouwd hebben; maar zij zijn ongetwijfeld
+ tot die meening gekomen om reden van de kleinere pyramidale
+ bouwwerken in den omtrek, die sarcofagen en gebalsemde lijken
+ bevatten, en die inderdaad niets anders konden zijn dan graven. De
+ vraag was, en is nog, te weten of de bouwers van de Groote Pyramide
+ een ander doel gehad hebben dan er een mummie van een koning
+ te plaatsen: wij zullen weldra elders zien dat de Oostersche
+ schrijvers niet allen van dat gevoelen zijn".
+
+
+En, verder, na uitgeweid te hebben over het inwendige der Pyramide:
+
+
+ "Er is ongetwijfeld niets onwaarschijnlijks in, te denken dat men
+ in een dergelijk gebouw mysteriën vierde, of dat men misschien
+ inwijdingen volbracht in de onderste zalen, en in het algemeen
+ kultus, ceremoniën en godsdienstige riten....."
+
+
+Vervolgens gaat hij er toe over verschillende andere theorieën
+te beschouwen op eene zeer vrijzinnige wijze, theorieën die wij
+zoo dadelijk eveneens zullen vermelden; en ik kan niet beter doen,
+om mijn lezers de juiste houding van zijn denken aan te wijzen ten
+opzichte van de verschillende theorieën, dan zijn slotwoorden met
+betrekking tot dit deel van het onderwerp aan te halen:
+
+
+ "Wij laten het aan onzen lezer over, na deze laatste verklaringen
+ die te verkiezen, welke hem het waarschijnlijkst lijkt.
+
+ Dat moeten wij eveneens doen ten opzichte van de andere
+ vraagstukken die opgeworpen worden over het doel en de bestemming
+ der Pyramiden, voornamelijk over het doeleinde voor hetwelk de
+ Groote Pyramide opgericht werd. Indien het nagenoeg onmogelijk
+ is, dit doel op zekere wijze aan te duiden, zou het volstrekt
+ niet minder moeilijk zijn aan te toonen dat de bestemming van
+ het gebouw louter was om als graf dienst te doen. Het staat aan
+ den lezer, te oordeelen over de waarde der bewijsredenen en der
+ beschouwingen die voor zijn oogen liggen, en ze te vergelijken
+ met feiten en waarnemingen. Hij zal allereerst uit al deze feiten
+ twee gevolgtrekkingen maken; de eerste, dat dit grootsche bouwwerk
+ niet bestemd werd voor een éénig doeleinde; de tweede, dat de
+ afmetingen van de Pyramide evenredige deelen zijn van de grootte
+ van een lengte-graad in Egypte. Uit deze twee gevolgtrekkingen,
+ die onbetwistbaar schijnen, zal de lezer misschien vervolgens deze
+ gevolgtrekking afleiden, dat de Pyramide de afmetingen, die zij
+ heeft, niet toevallig ontvangen heeft, maar ingevolge een plan,
+ om de waarde van den graad en de gebruikelijke lengte der maten
+ in Egypte vast te stellen."
+
+
+Wij zouden de bestaande theorieën in enkele hoofdgroepen kunnen
+verdeelen, en wij zouden dan naast de graftheorie en enkele andere
+onbeduidende theorieën een sterrekundige, een godsdienstige, een
+wetenschappelijke, een symbolische en een mystieke groep hebben, en
+daar wij reeds voldoende over de graftheorie gesproken hebben in dit
+en voorgaande gedeelten, zullen wij thans overgaan tot het aanstippen
+van enkele onbelangrijke--ja, vaak belachelijke--theorieën en het
+meer uitvoerig vermelden der belangrijke.
+
+Van de voor ons doel minder belangrijke theorieën is die van Fialin
+de Persigny er eene, die de meeste belangstelling verdient, daar zijne
+uitvoerige beschouwing, vervat in een tamelijk uitgebreid werk waarvan
+de titel luidt: "_De la destination et de l'utilité permanente des
+Pyramides_", duidt op eene ernstige overtuiging en studie.
+
+Zijne theorie is, dat de Pyramiden gebouwd werden teneinde dienst
+te doen als bescherming tegen de zandstormen voor dat gedeelte
+van het Nijldal dat niet door de Lybische bergen beschut werd. Het
+gebrek van deze theorie valt ons reeds bij den aanvang in het oog,
+namelijk dat een toevallig nut van een gebouw niet de reden was tot
+het doen oprichten er van. Om dit te verduidelijken: eene kerk wordt
+gebouwd om daarin godsdienstige bijeenkomsten te houden, en al doet
+de spits van den toren, die bij dit gebouw behoort, nu dienst als een
+peilingspunt bij graadmetingen dan is de reden van het bouwen van
+dien kerktoren nog niet te zoeken in het nut van het bouwwerk bij
+laatstgenoemde metingen. De theorie van Ballard gaat zelfs in meer
+letterlijken zin aan dit euvel mank dan de theorie van De Persigny,
+want eerstgenoemde denkt werkelijk dat de drie pyramiden dienst
+deden als uitgangs-peilingspunten voor een uitgebreid stelsel van
+opmetingen teneinde het land van Egypte op de juiste wijze onder de
+bewoners te verdeelen. Zijn theorie is vervat in een boek genaamd "_The
+solution of the Pyramid Problem_". Het eerste boek is lezenswaard voor
+belangstellenden in dit onderwerp als een bewijs van de wonderlijke
+aberraties van het menschelijk vernuft.
+
+Van de minderwaardige theorieën, die eigenlijk in 't geheel den naam
+theorie niet verdienen, maar louter als een buitensporige of bekrompen
+opvatting van haar opsteller kunnen worden beschouwd, noemen wij de
+volgende. Sir Thomas Browner schreef ten tijde van Elisabeth, dat de
+donkere holen en bergplaatsen voor mummies de "schuilplaats van Satan"
+waren, zijne redeneering grondende op eenige opmerkingen in Egyptische
+papyrussen over "de onderwereld" en eveneens op eenige gezegden in
+het Oude Testament. Welke deze laatste waren, weet ik niet, doch ik
+denk dat hij die bedoelde welke H. P. Blavatsky eveneens aanhaalt in
+de _Geheime Leer_:
+
+"De groote breuk, die tusschen de zonen van het Vierde Ras ontstaan
+is zoodra de _eerste Tempels_ en _Zalen van Inwijding onder de leiding
+der 'zonen van God' gebouwd waren_ [43], wordt allegorisch voorgesteld
+door de Zonen van Jacob.
+
+De stervende Jacob beschrijft zijne zonen als volgt: 'Dan', zegt hij,
+'zal een _slang_ zijn aan den weg, een _adderslang_ in het pad,
+bijtende de verzenen des paards, dat zijn rijder achterover valle'
+(_d. w. z._ hij zal den candidaten _Zwarte Magie_ leeren).
+
+Omtrent Simeon en Levi merkt de aartsvader op dat werktuigen van
+_wreedheid_ in hunne _woningen_ zijn: 'O mijn ziel, kom niet in hun
+_geheim_ (lees Sod), tot hunne _vergadering_'.
+
+Nu is Sod de naam van de Groote Mysteriën" [44].
+
+Wij kunnen hieruit lezen, dat er eveneens pyramidale (?) tempels van
+inwijding in zwarte magie waren en daar behoeven wij natuurlijk niet
+aan te twijfelen; bovenstaande aanhaling zegt genoeg, maar ik vrees,
+dat Browner te ver ging met zijn verklaring, indien ik hem al een
+dergelijk diepzinnig denken over het vraagstuk mag toeschrijven.
+
+Bonwick in zijn _Pyramid Facts and Fancies_ geeft deze theorie slechts
+even aan, en vermeldt ook enkele zeer belachelijke theorieën, die den
+naam theorie in het geheel niet waard zijn, o.a. een van een Zweedsch
+wijsgeer (?!), die als zijn meening te kennen geeft, dat de Pyramiden
+eenvoudig gebouwd waren als middel om het water van den troebelen Nijl
+te zuiveren, dat door de gangen er van gevoerd zou worden. Ik heb het
+boek, waarin deze meening toegelicht wordt, niet kunnen bemachtigen,
+en dat spijt mij, aangezien het mij zeker eenige aangename oogenblikken
+zou bezorgd hebben, en ik in geen geval overgehaald zou kunnen worden
+om aan te nemen, dat de Pyramiden een soort "watertorens" der oudheid
+waren. Verder vinden wij in dit werkje _Facts and Fancies_ vermeld
+de meening van Gable, die zijne lezers vergast op het volgende
+belangwekkende item: "het blijkt niet, dat de stichters eenigerlei
+lofwaardig plan hadden, aan de nakomelingschap wetenschappelijke
+afbeeldingen na te laten", zooals enkelen veronderstellen; "daarom
+schijnen zij niet met een geometrisch doel opgericht te zijn"; doch
+daar volgens Gable vastgesteld is (op welke wijze zegt hij niet) "dat
+zij opgericht werden door hen 'die na hun huwelijk met de dochters der
+menschen niet alleen ontaarde verachters van nuttige kennis werden,
+maar zich geheel aan weelde overgaven'", is het niet te verwonderen,
+dat zijn eindconclusie is, _dat zij gebouwd werden om de vrouwen
+te behagen_!
+
+Wathen schreef in 1842: "de geschenken van de koningin van Scheba aan
+de Egyptenaren worden nu aanschouwd in de onvernietigbare massa's
+der Pyramiden", terwijl Benjamin van Toledo en Vossius beweerden,
+dat zij de graanpakhuizen van Jozef waren. Reeds in 1330 beweerde
+Maundeville hetzelfde, zegt Bonwick. Bewijzen en zelfs bewijsredenen
+ontbreken echter ten eenenmale.
+
+Een theorie van meer waarde, en die ook zeer grondig is uitgewerkt en
+beredeneerd, is die van Thomas Yeates, die in 1833 over dit onderwerp
+eene dissertatie uitgaf [45]. In deze dissertatie maakt hij eene
+vergelijking tusschen de Pyramiden en de ark van Noach, voornamelijk
+wat betreft de afmetingen. Hij zegt: "de afmetingen van de Groote
+Pyramide benaderen in de oude ellematen de ark van Noach op zulk
+een wijze, dat ik niet kan aarzelen, hoe nieuw het denkbeeld ook is,
+eene vergelijking te trekken".
+
+Aangezien wij later op de maten-theorie zullen terugkomen, zullen
+wij deze theorie alsdan nogmaals in verband met deze beschouwen.
+
+Reeds maakten wij, toen wij Jomard aanhaalden, melding van de denkwijze
+van Aristoteles over het doel van het bouwen der Pyramide. Deze
+denkwijze is er eene, die door velen aangehangen werd. Hij dan zegt,
+dat zij louter een vertoon van koninklijk despotisme vereeuwigde,
+doch dat dit vertoon een dieperliggende politieke reden had. In dit
+vruchtbare land (sprekende van de Nijldelta, die volgens Theosofische
+opvatting nog niet aangeslibd was tijdens den bouw) zou het volk weinig
+te werken gehad hebben en was er dus veel tijd tot muiterij en opstand
+tegen koninklijk en priesterlijk gezag. De priesters zouden dan den
+koning overtuigd hebben, dat er slechts één uitweg bestond om rust
+onder het volk te brengen, namelijk het te dwingen tot het bouwen
+van reusachtige bouwwerken, en aan deze reden zouden de Pyramiden
+haar ontstaan hebben te danken.
+
+Plinius is vrijwel van dezelfde opvatting, alleen meent hij, dat de
+werklieden de krijgsgevangenen waren, die niet nutteloos gevoed en
+gekleed konden worden en dus aan het werk moesten worden gehouden.
+
+Greaves bespreekt de meeningen van deze beide schrijvers der
+oudheid. Hij zegt: "Maar waarom de Egyptische koningen zich zulke
+reusachtige onkosten getroost zouden hebben om deze Pyramiden te
+bouwen, is een vraag van hoogeren aard."
+
+Aristoteles zegt dat zij het werk van tyrannie zijn; en Plinius
+beweert dat de heerschers ze deels uit praalzucht en deels uit politiek
+bouwden, om het volk bezig te houden en het te bewaren voor muiterij
+en opstand.
+
+Sandijs dacht "dat het was uit vrees dat hunne groote schatten (die
+van de Pharaoh's) hunne opvolgers zouden doen ontaarden".
+
+Hoe men dezen Koningen tegelijkertijd toe kan schrijven dat zij
+tyrannen, hoogmoedige despoten enz. waren, en tevens zulke een
+vrees koesterden voor de ontaarding hunner opvolgers, is mij weer
+een raadsel!
+
+Mariette Bey is verontwaardigd over deze theorie en verwerpt haar; en
+Hekekyan Bey merkt terecht op: "Het is welbekend dat een tyran bijna
+nooit een werk voltooit dat door zijn voorganger onafgewerkt gelaten
+is. Het is duidelijk dat deze Pyramiden eene nationale onderneming
+waren; dat tot het plan er voor en de uitvoering er van werd besloten
+na rijp beraad; wetten werden gemaakt en in inkomsten werd voorzien
+om wat het publiek beslist had door de uitvoerende gezaghebbers tot
+stand te doen brengen."
+
+Dufeu beweert het tegengestelde van Aristoteles. Hij zegt: "Verre van
+het werk te zijn van den trots en het despotisme van de Pharaoh's,
+zijn zij integendeel bewijzen van hun verheven wijsheid en de diepe
+kennis hunner priestercolleges."
+
+Eindigen wij dit hoofdstuk met een paar der bekendste Arabische
+schrijvers over dit punt te hooren:
+
+Mustadi (te Gihe in Arabië) zegt in 992:
+
+
+ Er was een koning, genaamd Saurid, zoon van Salahx, 300 jaren voor
+ den zondvloed, die op een nacht droomde dat hij de aarde met hare
+ bewoners omvergeworpen zag, de menschen op hun gelaat neergeworpen,
+ terwijl de sterren van den hemel vielen en tegen elkaar aanstieten
+ en afschuwelijke en vreeselijke kreten slaakten terwijl zij vielen.
+
+ Hij ontwaakte daarop zeer verontrust en verhaalde zijn droom
+ aan niemand en was in zichzelf overtuigd dat een of ander groot
+ ongeluk aan de wereld zou overkomen. Een jaar daarna droomde hij
+ weder dat hij de vaste sterren op de aarde zag neerkomen in den
+ vorm van witte vogels, die de menschen wegsleepten en hen tusschen
+ twee groote bergen wierpen, welke zich zoo goed als samenvoegden
+ en hen bedekten en toen werden de heldere, schijnende sterren
+ donker en werden verduisterd. Daarop ontwaakte hij, buitengewoon
+ verbaasd en trad in den Zonnetempel en begon te weenen. Den
+ volgenden morgen beval hij dat alle vorsten der priesters en de
+ toovenaars van alle provinciën van Egypte tezamen zouden komen;
+ hetgeen zij deden tot een aantal van 130 priesters en waarzeggers,
+ naar welke hij toeging en hun zijn droom verhaalde, dien zij van
+ groot belang vonden; en de verklaring die zij er aan gaven was,
+ dat een zeer groot ongeluk aan de wereld overkomen zou.
+
+ Onder anderen zeide de priester Aclimon, die de grootste van allen
+ was, en voornamelijk zijn verblijf hield in het hof van den koning,
+ tot dezen:
+
+ 'Heer, uw droom is bewonderenswaardig en ikzelf zag een anderen,
+ ongeveer een jaar geleden, die mij verschrikte en dien ik aan
+ niemand geopenbaard heb'.
+
+ 'Zeg mij welke hij was', zei de koning. 'Ik droomde', sprak de
+ priester, 'dat ik met Uwe Majesteit op den top van den vuurberg
+ was, welke in het midden van Emsas is, en dat ik den hemel
+ beneden zijn gewone ligging zag zakken, zoodat hij bij de kruin
+ onzer hoofden was, terwijl hij ons bedekte en omringde als een
+ groot omgekeerd bassin; dat de sterren met de menschen vermengd
+ waren in verscheidene figuren; dat de menschen Uwe Majesteit
+ hulp afsmeekten en in menigten tot u snelden als hun toevlucht;
+ dat gij uwe handen boven uw hoofd ophieft en trachttet den hemel
+ terug te werpen en hem tegenhield, en dat ik, toen ik zag wat
+ Uwe Majesteit deed, hetzelfde verrichtte.
+
+ Terwijl wij in die houding waren, buitengemeen verschrikt,
+ dunkt mij, dat wij een gedeelte van den hemel zich zagen openen
+ en een helder licht daaruit zagen komen; dat daarna de zon op die
+ plaats opkwam en dat wij haar om bijstand smeekten, waarop zij tot
+ ons zeide: "De Hemel zal tot zijn gewone standplaats wederkeeren
+ wanneer ik driehonderd rondloopen volbracht heb". Daarop ontwaakte
+ ik buitengewoon verschrikt.'
+
+ Toen de priesters aldus gesproken hadden, beval de koning hun
+ de hoogte der sterren te nemen en te overwegen welk ongeluk zij
+ voorspelden. Waarop zij verklaarden dat zij eerst den Zondvloed
+ en daarna het vuur voorspelden. Toen beval hij dat de Pyramiden
+ gebouwd zouden worden en dat zij alles wat zij als waarde schatten,
+ daarin zouden brengen met de lichamen van de koningen en hunne
+ weelde, en de aromatische geuren, en dat zij hunne wijsheid er op
+ zouden schrijven, opdat de wateren deze niet zouden vernietigen".
+
+
+Dit is een gewijzigde vorm van het Bijbelsche verhaal waar Sem de
+kennis van de wereld der oudheid op twee pilaren laat graveeren:
+Jachin en Boaz.
+
+De geschiedschrijver Ibn Abd Alhokm is de volgende van wien ik een
+gedeelte wil aanhalen. De aanvang van het verhaal van dezen komt
+ongeveer op hetzelfde neer als het verhaal van Mustadi.
+
+Daarna gaat hij verder:
+
+
+ "Toen de priesters gezegd hadden, dat de zondvloed ook in zijn land
+ zou komen binnen enkele jaren, beval de koning dat de Pyramiden
+ gebouwd zouden worden en dat een kelder (grot) zou worden gemaakt,
+ waarin de Nijl moest loopen, vanwaar hij in de westelijke landen
+ stroomen zou en in het land van Al Saïd.
+
+ En hij vulde de Pyramiden met talismans, en met vreemde dingen,
+ rijkdommen en schatten en dergelijke. Hij graveerde alle dingen
+ er in, die hem door wijze menschen verteld waren en evenzoo alle
+ diepgaande wetenschappen. De namen van alakakirs, de gebruiken en
+ gevaren er van, de wetenschappen van astrologie en wiskunde, van
+ geometrie en natuurkunde, alle deze kunnen weergegeven worden door
+ hen, die de karakters en taal kennen.--Nadat hij bevelen gegeven
+ had voor dit gebouw, sneden zij groote kolommen en wonderlijke
+ steenen uit. Zij haalden machtige steenen van de Ethiopiërs en
+ maakten daarvan de grondslagen van de drie Pyramiden, terwijl
+ zij ze samenvoegden met lood en ijzer. Zij bouwden de poorten er
+ van 40 ellen onder den grond en maakten de hoogte der Pyramiden
+ 100 koningsellen = 500 van onze ellen. Bij den aanvang van dezen
+ bouw was een gelukkige horoskoop. Nadat hij ze geëindigd had
+ bedekte hij ze van boven tot beneden met gekleurd satijn (marmer)
+ en deed een plechtig feest plaats vinden, waar alle inwoners van
+ het rijk bij tegenwoordig waren. Toen bouwde hij in de westelijke
+ Pyramide 30 schatkamers, gevuld met rijkdommen en werktuigen,
+ en met handteekeningen gemaakt uit edelsteenen en met ijzeren
+ werktuigen en aarden vaten en met een _mes_ dat niet verteert en
+ met glas dat gebogen en niet gebroken kan worden, en met vreemde
+ betooveringen en met verscheidene soorten alakakirs, enkele en
+ dubbele, en met doodelijke vergiften en vele andere dingen. Hij
+ maakte ook in de oostelijke Pyramide hemelsche Sferen en sterren,
+ en hunne verscheidene aspekten en werkingen en geuren die daarbij
+ gebruikt worden en de boeken die over deze zaken handelen.
+
+ Hij plaatste ook in de gekleurde pyramide (de derde) de
+ verklaringen van de priesters in marmeren blokken en bij elken
+ priester een boek, waarin de wonderen van zijn ambt en van zijne
+ daden en zijne geaardheid en wat in zijn tijd gedaan werd en wat is
+ en wat zijn zal van het begin tot het einde van tijd. Hij plaatste
+ in elke Pyramide een schatbewaarder. De schatbewaarder van de
+ westelijke Pyramide was een standbeeld van marnier, dat rechtop
+ stond met een lans en op zijn hoofd kronkelde een slang. Hij die
+ er nabij kwam en stil stond, dien beet de slang in de zijde,
+ en kronkelde zich om zijn keel en doodde hem en keerde daarna
+ naar hare plaats terug.
+
+ Tot schatbewaarder van de oostelijke Pyramide maakte hij een
+ afgod van zwart agaat met open en schijnende oogen, die met een
+ lans op een troon zat. Wanneer iemand naar dezen opzag, hoorde
+ hij een stem aan zijne zijde, die zijne zinnen wegnam, zoodat
+ hij bewusteloos op zijn gelaat viel en niet ophield totdat hij
+ stierf. Tot schatbewaarder van de gekleurde Pyramide maakte hij
+ een standbeeld genaamd Albut, zittende. Hij die naar dit beeld
+ zag, werd er naar toegetrokken tot hij er tegen aankleefde en
+ kon er niet van afgehaald worden voor en aleer hij stierf."
+
+
+Saurid schreef op de Groote Pyramide:
+
+
+ "Ik liet deze Pyramide opbouwen in zes jaren. Afbreken is
+ gemakkelijker dan opbouwen. Wie deze Pyramiden in zeshonderd
+ jaren afbreekt is knapper en waardiger dan ik en gereed mijne
+ plaats in te nemen".
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+OVER DE BESTEMMING DER PYRAMIDE II.
+
+
+Wij zullen er thans toe overgaan enkele van de meer belangrijke en
+tevens meer bekende theorieën met betrekking tot de bestemming der
+Groote Pyramide te beschouwen, en zullen dan bij het kiezen van
+die theorieën zoodanige nemen, welke rechtstreeks tot onze eigene
+leiden zullen.
+
+In de eerste plaats dan komt de theorie van Piazzi Smyth, die
+zijne denkbeelden en opvattingen uiteengezet heeft in zijne bekende
+werken _Three years labour at the Great Pyramid, Our Inheritance
+in the Great Pyramid_ en _New Measures of the Great Pyramid_. Zeker
+heeft niemand meer dan Piazzi Smyth er toe bijgedragen om de Groote
+Pyramide populair te maken en stellig is er nooit zooveel over dit
+onderwerp geschreven en gesproken als sinds hij zijne beschouwingen
+uiteenzette. Deze laatste waren eigenlijk geen oorspronkelijke,
+want reeds in 1859 had John Taylor in zijn werk _The Great Pyramid,
+Why was it built? Who built it?_ dezelfde meeningen en opvattingen
+te berde gebracht en verdedigd. John Taylor had de Pyramiden nooit
+bezocht en had tot vorming en staving zijner theorie de gegevens
+ontleend aan de geschriften van vroegere bezoekers als John Greaves,
+De Monconys, Thévenat, Davison, Howard Vyse, Caviglia enz. Zijn
+30-jarige studie vond geene belooning in groote populariteit van
+het resultaat dat wij opgeteekend vinden in vermeld werk, en eerst
+in latere jaren trok het meer de aandacht. Piazzi Smyth, die het
+gelezen had en er zoodanig door getroffen werd dat hij overtuigd
+was van de waarheid der daarin vervatte meeningen, oordeelde het van
+groot nut zich persoonlijk ter plaatse er van te overtuigen en John
+Taylor's meeningen te verdedigen en te bevestigen, en gaf hierdoor eene
+algemeene bekendheid aan het werk, doch dit was eerst in 1864. In de
+jaren 1864-1880 verschenen 5 uitgaven van Piazzi Smyth's werk _Our
+Inheritance in the Great Pyramid_, zeker wel een bewijs voor de
+populariteit van het onderwerp. In latere jaren zijn de theorieën
+van Taylor en Piazzi Smyth uitvoerig uitgewerkt door Professor
+Ch. Lagrange, wis- en sterrekundige, directeur van de sterrenwacht
+te Brussel. Zie o.a. _Mathématique de l'Histoire_, par Ch. Lagrange.
+
+Wat dan is eigenlijk de meening van deze schrijvers over de bestemming
+der Groote Pyramide? Dit zullen wij thans trachten weer te geven zonder
+ons te veel in de bijzonderheden hunner theorieën te verdiepen, daar
+alleen een breede opvatting van hunne hoofddenkbeelden waarde voor
+ons kan hebben.
+
+Het zal verder geheel voldoende zijn na te gaan wat Piazzi Smyth
+schrijft, daar hij in zijn werken alles vermeldt wat John Taylor
+in zijn werk opteekende en dit bovendien zeer uitvoerig uitwerkt
+en geheel op wetenschappelijke leest schoeit, zoodat de lezer van
+zijn werken volkomen op de hoogte kan zijn van hetgeen Taylor wilde
+aantoonen. Taylor had over zijne theorie eene briefwisseling met Piazzi
+Smyth en om aan te toonen wat hun gemeenschappelijke theorie was,
+kan ik niet beter doen dan het volgende aan te halen uit Smyth's werk:
+
+
+ "Dit nieuwe denkbeeld, hetwelk met een tot nu toe onbekende
+ zekerheid het grootste bestaande mysterie voor de beschaafde
+ wereld door alle tijden heen oplost, heeft genoemde wereld te
+ danken aan John Taylor in een boek, dat uitgegeven is in 1859 en
+ getiteld "_The Great Pyramid; why was it built? and who built
+ it?_" Hij had de Pyramide zelf niet bezocht, maar had dertig
+ jaren daaraan voorafgaande al de uitgegeven verslagen verzameld
+ en vergeleken en voornamelijk al de best vastgestelde metingen
+ (want er waren enkele inderdaad zeer slecht) die gedaan waren;
+ en terwijl hij aldus bezig was, opende de nieuwe theorie zich op
+ het onverwachtst (zooals hij mij in een brief schreef) voor hem.
+
+ Hoewel hoofdzakelijk een strenge afleiding van tastbare feiten van
+ wetenschappelijken aard, werd Taylor's gevolgtrekking ongetwijfeld
+ gesteund door het verstandelijk en geestelijk gezichtspunt, van
+ waaruit hij zijne onderzoekingen begon, en hetwelk in hoofdzaak
+ eenvoudig dit is:
+
+ Dat, terwijl andere schrijvers algemeen gedacht hebben dat
+ een zeker grootsch doch onbekend wezen, waarvan zij allen in
+ hun geschiedkundig onderzoek het bestaan erkennen, het bouwen
+ van de Groote Pyramide leidde (en wien de Egyptenaren in hunne
+ vroegste overleveringen en eeuwen later een onzedelijke en zelfs
+ afschuwelijke geaardheid toedichten), daarom inderdaad zeer
+ slecht moet geweest zijn,--zoodat de wereld van dien tijd af tot
+ op heden er steeds belust op is geweest dien dooden leeuw waarvan
+ zij werkelijk niets afweten, te beleedigen en te vertrappen--hij,
+ John Taylor, daar hij in iedere kenmerkende vermelding die van
+ hen in den _Bijbel_ gedaan werd, zag hoe godsdienstig slecht de
+ afgoden-uitvindende Egyptenaren zelf waren, er toe geleid werd
+ te besluiten dat de onbekende leider en Bouwmeester dien zij
+ haatten, misschien buitengemeen _goed_ was geweest; of in ieder
+ geval van een _zuiverder godsdienstig geloof was_ dan dat van de
+ Misraïtische zonen van Ham. [46]
+
+
+Hierop verder ingaande komen beide schrijvers tot de gevolgtrekking dat
+de leiders van de bouwlieden vreemdelingen waren uit een _uitverkoren_
+volk, menschen die door goddelijke genade in staat waren gesteld
+het denkbeeld weer te geven, dat de Groote Pyramide bestemd was uit
+te drukken, want dit is juist de kern van hunne theorie n.l. dat de
+Pyramide bestemd was zekere goddelijke denkbeelden uit te drukken in
+haar bouw en afmetingen welk kerndenkbeeld saamgevat wordt in hunne
+zienswijze: de Groote Pyramide te beschouwen als _een grondslag
+der maten_.
+
+Met betrekking tot dit punt schreef Piazzi Smyth:
+
+
+ "Op dit algemeene standpunt plaatste Taylor zich; en na met de
+ langgevormde publieke meening van te lijdelijke gehoorzaamheid
+ aan de profane Egyptische overlevering gebroken te hebben en
+ daarbij tevens enkele van de door den tijd geëerde vooroordeelen
+ van hedendaagsche Egyptische geleerden niet in aanmerking nemende,
+ zoodat hij een volledig en onpartijdig onderzoek van den beginne
+ af aan gaf, kondigde hij aan dat hij in enkele der rangschikkingen
+ en afmetingen van de Groote Pyramide--wanneer zij naar behooren
+ verbeterd waren wegens verminderingen en afbrekingen door den
+ verloopen tijd--zekere wetenschappelijke gevolgtrekkingen vond,
+ welke van Egyptische noch Babylonische, en minder nog van Grieksche
+ of Romeinsche kennis spraken, maar van iets dat hooger was dan
+ deze, zoowel als geheel verschillend van de menschelijke methoden
+ van de wetenschappelijke stelsels zijner tijdgenooten". [47]
+
+
+Want
+
+
+ ".....de werkelijke feiten van de Groote Pyramide,--in den vorm
+ van gebouwde bewijzen van een nauwkeurige numerieke kennis van
+ het grootschere kosmische verschijnsel van zoowel aarde als
+ hemel--gaan de uiterst beperkte en nagenoeg kinderlijke kennis,
+ die menschelijkerwijs bereikt werd door de beschaafde rassen van
+ 4000, 3000, 2000 of zelfs 300 jaren geleden niet alleen te boven,
+ en ver te boven, maar zij gaan in zooverre zij van toepassing
+ zijn op de groote physische natuurgeheimen, de beste kennis der
+ wijsgeeren van onzen eigen tijd even zoo goed te boven".
+
+
+Dit alles kunnen wij zeer zeker geheel eens zijn met Piazzi Smyth,
+en al rust onze beschouwing op andere gronden, zoo is het resultaat
+er van hetzelfde. Waar hij als bouwers aanneemt door God bezielde
+hoogstaande wezens van een ras dat in niets overeenstemming had met
+de toenmalige Egyptenaren, nemen wij aan, overeenkomstig hetgeen
+wij reeds vermeldden in den aanvang dezer verhandeling, dat Adepten
+uit Atlantis onder leiding van eene manifestatie van den Logos de
+bouwlieden leidden. En dan zien wij alleen verschil in terminologie
+en opvatting van begrippen, geen verschil in kern.
+
+En waar beide theorieën in dezen (namelijk de goddelijkheid van
+de bouwers) overeenstemmen, kan het ons ook niet verwonderen dat
+beide de graftheorie verre verwerpen en in de eerste plaats niet
+alleen bevinden en erkennen dat groote natuurgeheimen en groote
+waarheden symbolisch belichaamd zijn in dit bouwwerk, maar tevens
+dat een dergelijk bouwwerk om een dieper reden tot stand kwam dan
+louter om als graf van een Pharaoh te dienen. Ook is er geen verschil
+met betrekking tot het punt dat de Groote Pyramide zich in dezen
+onderscheidt van de latere Egyptische Pyramiden.
+
+Maar wel is er een groot verschil tusschen de theorie van P. Smyth en
+de Theosofische, waar het er op aankomt het doel en de bestemming er
+van te bepalen. Want waar de Theosofische theorie, zooals ik reeds
+aanduidde, de Groote Pyramide als een tempel voor hooge inwijdingen
+beschouwt, maakt P. Smyth haar tot een grondslag der maten en
+een sleutel tot de geschiedenis der menschheid--verleden, heden en
+toekomstig--in verband met het Oude en Nieuwe Testament. Bijdoeleinden
+worden ook hier dus weer tot hoofddoeleinden verheven. In de
+laatste kwaliteit noemt hij de Groote Pyramide een datum-lijst van
+de menschelijke (Christelijke) geschiedenis, van welke datum-lijst
+Flinders Petrie opmerkt, dat geen enkele datum deugt.
+
+Doch hoe dit laatste ook zij, het kan ons van geen belang zijn, daar
+het eene dogmatische en onkritische uitwerking is van de gegevens
+die hij in het overige deel van zijn werken geeft. Wij kunnen echter
+in ieder geval niet dan dankbaar zijn voor de massa's materiaal die
+ons daar geboden worden om iets van de symboliek van het gebouw te
+begrijpen, en om die reden raad ik elk ernstig bestudeerder van dit
+onderwerp aan het werk te bestudeeren, daar niets er meer toe kan
+bijdragen de Groote Pyramide te leeren beschouwen als een grootsch
+bouwwerk.
+
+Het gaat natuurlijk niet aan, hier ter plaatse Piazzi Smyth's
+beschouwingen in haar geheel te overwegen, doch ik wil mij er toe
+bepalen enkele der meest belangwekkende feiten aan te halen die hij
+met betrekking tot de symboliek aan het licht heeft gebracht. Echter
+verzoek ik mijn lezers te bedenken dat al deze feiten ten zeerste
+bestreden werden door Egyptologen en wel voornamelijk op grond hiervan:
+dat nl. Piazzi Smyth eerst zijn theorie opvatte, overnam van Taylor,
+en later opmetingen en beschouwingen hieraan aanpaste. Op deze
+beschuldiging antwoordde hij weder, in een kleiner, later verschenen
+werkje, waarin hij betoogde dat zeer nauwgezette en wetenschappelijke
+opmetingen van anderen de zijne staafden.
+
+Dat het mogelijk is over _afmetingen_ zulk een onderlinge oneenigheid
+te vinden, is natuurlijk alleen te begrijpen wanneer wij weten dat
+feitelijk geen enkele afmeting ongeschonden bewaard is gebleven,
+en dat verder alle opmetingen met de grootste moeite gepaard gaan
+wegens de belemmerende puinhoopen, zandmassa's en dergelijke. Echter
+heeft noch het lezen van de werken van Smyth, noch ook van die welke
+er tegen geschreven waren, mij kunnen bevredigen, wat aangaat hunne
+werkelijke gronden van waarheid.
+
+Hoewel er onder de werken van de Pyramide geen enkel werk is dat
+zoozeer de symboliek van het bouwwerk tracht aan te toonen als dat
+van Piazzi Smyth, en ik in den eersten tijd van de bestudeering
+van dit onderwerp geheel medegesleept werd door de overtuigende
+bewijsvoering dat deze verklaring der symbolische woorden de ware was,
+kan men op de exoterische bewijsgronden die hij aanvoert niet tot de
+conclusiën komen, die hij trekt. Doch ik twijfel niet of vele zijner
+conclusiën bevatten waarheid; men kan echter tot deze alleen komen
+door esoterische redeneering, niet door exoterisch wetenschappelijke
+bewijsvoering, en hoewel aan Piazzi Smyth's theorieën groote afbreuk
+gedaan is door latere, zeer nauwkeurige opmetingen o.a. van Flinders
+Petrie, heeft deze laatste in een later werk veel van Smyth's theorie
+aanvaard o.a. de pi-hoek-theorie.
+
+Een der stellingen echter van Taylor, door P. Smyth herhaald, is op
+esoterische gronden evenzeer verdedigbaar als hij ze tracht aan te
+toonen door exoterisch wetenschappelijke bewijsvoering; ik bedoel
+de stelling dat de Groote Pyramide in haar bouw de waarde pi
+symbolisch zou voorstellen. En deze stelling is met betrekking tot
+de symboliek van de Groote Pyramide van zulk een typische waarde
+dat ik mij even bepalen zal bij dit punt, teneinde het uitvoeriger
+te kunnen behandelen dan het geval zou kunnen zijn indien ik in
+de bijzonderheden der symboliek van het bouwwerk, zooals Smyth die
+uitwerkt, verviel. Ook kan alleen deze stelling waarde hebben voor
+ons doel, en dan nog als wij haar gaan beschouwen van een esoterisch
+standpunt. Want hoe bekrompen vat Smyth ook deze stelling op!
+
+Hij dan ziet in deze symboliseering van de pi waarde niets dan
+een praktische oplossing van de beruchte quadratuur van den cirkel,
+die nachtmerrie van alle degelijk denkende wiskundigen, en beroept
+zich in zijne argumentatie meestal op de stellingen van John Parker,
+een Amerikaan, die beweerde een oplossing daarvan gevonden te
+hebben. Hetgeen Piazzi Smyth zegt is het volgende:
+
+
+ De vertikale hoogte van de Groote Pyramide is de straal van een
+ theoretischen cirkel, van welks omtrek de lengte gelijk is aan de
+ som van de lengten der vier rechte zijden van de feitelijke basis
+ van het geheele bouwwerk, en dit nu is niets meer of minder dan een
+ praktische oplossing van het beroemde vraagstuk der middeleeuwen en
+ der daaraan volgende tijden nl. de quadratuur van den cirkel. Want
+ de bouwer(s) der Pyramide bepaalden dat de hoogte zich zoodanig
+ moest verhouden tot de breedte der basis, dat deze verhouding de
+ nauwkeurigste praktische waarde van het meergemelde getal pi
+ zou doen uitkomen. Genoemd getal pi is zelfs bij benadering
+ niet te vinden in de dertig andere voornaamste pyramiden in Egypte.
+
+ Indien daarom kan bevonden worden dat deze pi met de daardoor
+ teweeggebrachte grootte van hoek werkelijk in de Groote Pyramide
+ is ingebouwd, en daardoor het geheel van het reusachtig beslagen
+ oppervlak kenmerkt, dan onderscheidt het bouwwerk zich niet alleen
+ van alle andere dergelijke bouwwerken, maar toont tevens aan de
+ groote wiskundige kennis van de Bouwer(s). Want het getal pi
+ werd eerst veel later, duizenden jaren later, ontdekt door de
+ wiskundigen der latere tijden en tevens is dat getal een der
+ onmisbaarste getallen in de wiskunde.
+
+
+Dit getal pi is berekend tot in 707 decimalen, en er worden
+allerlei benaderingswaarden voor aangegeven, variëerend van 3.23 tot
+3.125. Echter kunnen wij voor praktisch gebruik volstaan met de breuk
+22/7, met de waarde 3.14159 enz.
+
+John Taylor toonde het bestaan van het ware getal pi in de Groote
+Pyramide aan, en deed dit voornamelijk door het wijzen op en het
+gebruiken van de verhouding van de hoogte en basis-breedte, welke
+echter slechts met moeite te verkrijgen zijn wegens den geschonden
+staat van het bouwwerk. Het zou duizenden werklieden vereischen, om de
+massa vuil en puin op te ruimen, die de juiste opmetingen belemmeren,
+en dus zien wij wel in, dat een of meer geleerden of een paar daar
+weinig toe kunnen doen.
+
+Het is dus beter, willen wij veel moeite en onnauwkeurigheid voorkomen,
+om dit vraagstuk, dat louter den vorm betreft, meer dan de absolute
+grootte, op te lossen door het meten van den rijzingshoek, welke
+dus geheel en al onafhankelijk is van lengte-metingen. De hoek van
+een pi-vormige, vierhoekige pyramide moet, om de zijden aan het
+toppunt ineen te doen loopen, zijn 51° 51' 14''.3.
+
+Dit nu bleek de juiste waarde te zijn van den gemetselden hoek,
+tenminste wat praktische waarde aangaat, aangezien een gemetselde hoek
+niet den graad van juistheid zou kunnen geven van een geteekenden of
+theoretischen hoek.
+
+Kolonel Howard Vyse had in 1837 aan de noordzijde twee van de buitenste
+laagsteenen (deksteenen) opgegraven, na honderden werklieden het puin
+te hebben laten opruimen. Hij vroeg toen verlof, ze naar het British
+Museum te mogen laten vervoeren, en bedekte ze tijdelijk met puin,
+doch in de daaraanvolgende nachten vernietigden Arabieren deze eenige
+overblijfselen van de deksteenen met hunne hamers, of wel hij kon ze
+niet terugvinden. In elk geval heeft hij ze niet meer gezien.
+
+Maar hoewel de latere onderzoekers tot op 1884 dus dezen hoek niet meer
+konden zien in de steenlagen, zoo bedacht Piazzi Smyth toch, dat onder
+de verspreid liggende vergruisde deksteenen nog stukken moesten zijn,
+waarin de pi-hoek bewaard gebleven was, en werkelijk bleek dit het
+geval te zijn; aan een van de helpers van den professor uit dien tijd
+werd door dezen het geval van den merkwaardigen hoek uitgelegd en deze
+man (Gabri genaamd), die later als gids dienst deed bij de Pyramide,
+deed zeer goede zaken met het verkoopen van "steenen met den hoek"
+die hij uit het puin bijeenzamelde en aan de bezoekers verkocht.
+
+Toen de keizerin van Frankrijk in 1869 de Pyramide bezocht, werd
+een weg voor haar aangelegd naar het bouwwerk toe en de grondstoffen
+voor dezen weg werden uit de Pyramide gebroken. Onder deze uitgebroken
+blokken bevond zich ook een geschonden deksteen en Waynman Dixon schonk
+dezen aan prof. Piazzi Smyth, die hem onder een glazen stolp in het
+officieel verblijf van den Koninklijken Sterrekundige voor Schotland
+bewaarde. Dit is de eenige bekende overgebleven deksteen. Hij is
+natuurlijk geschonden, maar de hoek is bevonden te zijn tusschen
+51° 53' 15'' en 51° 49' 55'', en komt dus zeer nabij den typischen
+pi-hoek van 51° 51' 14''.
+
+Geen enkele der deksteenen van de andere pyramiden komt dezen hoek
+nabij.
+
+Maar nu komt het merkwaardigste. Prof. Flinders Petrie, die de beste
+der tot dusver bekende opmetingen deed en een groot tegenstander
+was van Ralston Skinner's en Piazzi Smyth's theorieën, vond op
+de historisch bekende plaats de deksteenen waarvan gesproken was
+door Kol. Vyse, en die, naar deze dacht, verwoest waren door de
+Arabieren. Fl. Petrie nam toen den hoek van rijzing op en bevond dat
+deze 51° 52' ± 2'' was en kon dus niet meer twijfelen aan de beroemde
+pi hoekopstelling.
+
+Toen wierpen hij en Proctor de theorie op, dat dit alles te danken
+is aan _louter toeval_.
+
+Maar hiertegen kan onmiddellijk het volgende worden aangevoerd:
+
+Waren de pyramidebouwers wezens, die zich lieten leiden door
+_toeval_, wanneer wij de nauwkeurige en fijne afwerking van het geheel
+beschouwen? Zie wat Fl. Petrie zelf zegt aangaande deze fijnheid en
+nauwgezetheid van bouw en hoe hij zichzelf tegenspreekt, door alles
+van dien aard te wijten aan louter toeval.
+
+"Verscheidene opmetingen heb ik gedaan van de voegen der steenen. Deze
+varieeren van 0.012 tot 0.045 inch in dikte; op sommige plaatsen is
+de dikte slechts 0.011 inch. De _gemiddelde dikte_ is dus _0.020
+inch_. De rand van den steen wijkt van een rechte lijn slechts
+0.01 inch af op een lengte van 75 inches. Deze nauwkeurigheid staat
+gelijk met de gemiddelde nauwkeurigheid van de rechte snijkanten van
+een glasslijper van dezen tijd. De voegen strekken zich uit over
+een oppervlakte van 35 vierkante voet, en waren over deze geheele
+oppervlakte met cement bedekt. De gemiddelde opening der voeg was
+1/50 inch en soms zelfs zoo klein als 1/500 inch. En wanneer wij in
+aanmerking nemen dat de steenen 16 ton wegen, kunnen wij begrijpen, met
+welk een nauwkeurigheid gewerkt moest worden, om tot zulke resultaten
+te komen, dat de buitenste laag een glad geheel was." [48] En toch zou
+dit alles louter toeval zijn! Bedenken wij dan nog dat deze steenen uit
+prachtig graniet bestonden en alle verdere bouwwerken uit dien tijd en
+ook de latere pyramiden slechts uit in de zon gebakken kleisteenen, dan
+zien wij wel in dat deze wijze van bouwen meer dan louter toeval was.
+
+Wij hebben gezien wat Piazzi Smyth zegt over de pi waarde in de
+Pyramide en tevens welke groote waarde hij daaraan hecht voor zijne
+verdere redeneering. Ik meen ook te mogen aannemen, dat hij, wat
+deze stelling betreft, op vrij vaste gronden staat. Maar het gebruik
+dat hij er van maakt om hierdoor aan te toonen, dat de Pyramide zou
+moeten dienen als een standaard van maten voor het nageslacht is mij
+te bekrompen, en dit verwerp ik.
+
+Wat mij in de literatuur over dit punt verbaasde, was dat Ralston
+Skinner in zijn _Source of Measures_, waar hij toch groote blijken gaf
+van intuïtief esoterisch weten, een gedeelte van dit werk aan hetzelfde
+denkbeeld wijdt. En toch was het voor mij zeker, dat de symboliseering
+van de pi waarde in de pyramide een diepere beteekenis moest
+hebben. Deze diepere beteekenis nu geeft H. P. Blavatsky ons in
+de _Geheime Leer_, wanneer wij vasthouden aan de daartoe noodige
+erkenning van hetgeen zij ons reeds mededeelde omtrent de bouwers en
+omtrent het doel van het bouwwerk.
+
+Natuurlijkerwijs heeft H. P. Blavatsky kennis genomen van hetgeen
+Piazzi Smyth en Ralston Skinner beweerden en betoogden met betrekking
+tot dit punt en wij vinden, zooals ik reeds bemerkte, in de _Geheime
+Leer_ deze zaak vrij uitvoerig behandeld.
+
+Wij lezen dan:
+
+
+ "Niettemin is bewezen dat het stelsel van eerstgenoemden (de
+ Joden) in deze bijzondere afdeeling der symboliek--namelijk de
+ sleutel tot de geheimenissen der sterrekunde in haar verband
+ met die der voortbrenging en ontvangenis--identiek is met
+ die denkbeelden der oude godsdiensten, welke het phallische
+ element in de theologie hebben ontwikkeld. Het Joodsche stelsel
+ van heilige maten, toegepast op godsdienstige symbolen, is
+ voor zoover het meetkundige en numerieke combinaties betreft,
+ hetzelfde als dat van Griekenland, van Chaldea en van Egypte,
+ want de Joden namen het aan gedurende de eeuwen hunner slavernij
+ en gevangenschap onder beide laatstgenoemde volkeren. Waaruit
+ bestond dit stelsel? De schrijver van _The Source of Measures_
+ is er innig van overtuigd dat: 'de boeken van Mozes ten doel
+ hadden door eene soort van kunstmatige taal een meetkundig en
+ numeriek stelsel van exacte wetenschap te verkondigen, dat als
+ oorsprong van maten zoude moeten dienen.' Piazzi Smyth is van
+ dezelfde meening. Eenige geleerden vinden dat bedoeld stelsel en
+ die maten identiek zijn met die, welke bij den bouw der Groote
+ Pyramide gebruikt zijn, maar dit is slechts voor een deel het
+ geval. 'De grondslag dezer maten was de verhouding van Parker',
+ zegt Ralston Skinner in _The Source of Measures_.
+
+ De schrijver van dit zeer buitengewone werk heeft, zooals hij zegt,
+ dien grondslag ontdekt in het gebruik van de verhouding van de
+ middellijn van den cirkel tot den omtrek, in geheele getallen
+ uitgedrukt, ontdekt door John A. Parker. Deze verhouding is
+ 6561 voor de middellijn en 20612 voor den omtrek. Verder heeft
+ hij gevonden dat deze meetkundige verhouding de zeer oude
+ en waarschijnlijk goddelijke oorsprong was van wat nu door
+ exoterische behandeling en praktische toepassing, de Britsche
+ lengtematen geworden zijn, 'welker grondeenheid, nl. de _duim_,
+ evenzeer de grondslag geweest is van een der koninklijke Egyptische
+ _ellematen_ als van den Romeinschen _voet_." [49]
+
+
+Hoewel H. P. Blavatsky het niet eens is met de theorieën van Parker
+en Piazzi Smyth, en zelfs vrij uitvoerig de beweringen van Parker
+met betrekking tot de quadratuur van den cirkel bestrijdt, en bemerkt
+dat de opmetingen van Smyth ook niet ten volle vertrouwen verdienen,
+zegt zij dat Ralston Skinner onmiskenbaar _een_ of zelfs _twee_
+der sleutels tot dit stelsel ontdekt heeft, maar meer ondanks de
+theorieën der beide genoemde schrijvers en dank zij zijn eigen genie.
+
+
+ "Evenmin wordt Ralston Skinner's esoterische opvatting van den
+ _Bijbel_ alleen daardoor onjuist, dat de afmetingen van de Pyramide
+ wellicht niet overeenstemmen met die van den tempel van Salomo,
+ van de arke Noachs, enz., of doordien de wiskundigen Parker's
+ kwadratuur van den cirkel verwerpen. Immers Skinner's meening
+ berust oorspronkelijk op de Kabbalistische methoden en op de
+ rabbijnsche getalswaarde der Hebreewsche letters. Daarentegen is
+ het van het uiterste belang na te gaan of de maten, gebruikt bij de
+ ontwikkeling van den symbolischen godsdienst der Ariërs, bij den
+ bouw hunner tempels, bij de in de _Purâna's_ vermelde getallen,
+ en in het bijzonder bij hunne tijdrekening, hunne sterrekundige
+ symbolen, den duur hunner cyclussen en bij andere berekeningen,
+ al dan niet dezelfde waren." [50]
+
+
+Wij zouden dus, na hetgeen H. P. B. ons zegt omtrent Skinner, met reden
+kunnen nagaan welke sleutels hij gevonden heeft om tot een oplossing te
+komen van de pi symbologie in de Pyramide. Ik zal dit echter hier
+ter plaatse moeten nalaten wegens mijne eigene tekortkomingen op het
+gebied der Kabbalistiek en tevens omdat dit wederom tot te uitvoerige
+beschouwingen zou leiden die hier niet ter plaatse zijn. Doch zeker
+raad ik ieder, die de waarde van getallen en letters op de juiste
+waarde schat, ten zeerste aan Skinner's werk te bestudeeren.
+
+In ieder geval zien wij dat de pi symbologie niet _toevallig_ is,
+zooals reeds beweerd werd door enkele geleerden; daar zijn te veel
+feiten tegen. H. P. Blavatsky geeft dan ook eene verklaring er van,
+en al schijnt die bij den eersten aanblik niet de volledige oplossing
+dezer symbologie te bieden, zoo doet zij dit toch wel degelijk. Zij
+schrijft:
+
+
+ "Zij hebben die kennis stellig bezeten; en het is op deze kennis
+ [51] dat het programma van de Mysteriën en van de reeks Inwijdingen
+ gegrond was; daaruit vloeide de bouw van de Pyramide voort,
+ de blijvende oorkonde en het onvernietigbare symbool van deze
+ Mysteriën en Inwijdingen op aarde, gelijk de banen der Sterren
+ zulks aan het Uitspansel zijn.
+
+ De cyclus van Inwijding was eene nabootsing op kleine schaal van
+ die groote reeks cosmische veranderingen, waaraan de sterrekundigen
+ den naam van Tropisch of Siderisch Jaar gegeven hebben. Evenals
+ de hemellichamen bij het einde van den cyclus van het Siderisch
+ Jaar (25.868 jaren) onderling dezelfde positiën innemen als bij
+ het begin daarvan, zoo heeft de Innerlijke Mensch bij het einde
+ van den cyclus van Inwijding den oorspronkelijken toestand van
+ goddelijke reinheid en kennis weder bereikt, dien hij verliet
+ toen hij den cyclus van aardsche belichaming aanving.
+
+ Mozes, een Ingewijde in de Egyptische Mystagogie, grondde de
+ godsdienstige mysteriën van het nieuwe volk dat hij schiep, op
+ dezelfde, van dezen Siderischen cyclus afgeleide, _abstracte
+ formules_, verzinnebeeld door _den vorm en de afmetingen_
+ van den Tabernakel, dien hij, naar men veronderstelt, in de
+ Woestijn bouwde. Op deze gegevens grondden de latere Joodsche
+ Hoogepriesters de allegorie van den Tempel van Salomo--een gebouw
+ dat in werkelijkheid nooit bestaan heeft evenmin als Koning
+ Salomo zelf, die evenzeer een zonnemythe is als de nog latere
+ Hiram Abif der Vrijmetselaars, hetgeen Ragon zoo duidelijk
+ aangetoond heeft. Indien derhalve de afmetingen van dezen
+ allegorischen Tempel, het symbool van den cyclus van Inwijding,
+ overeenstemmen met die der groote Pyramide, is dat een gevolg
+ daarvan dat eerstbedoelde door middel van den Tabernakel van
+ Mozes aan laatsbedoelde ontleend zijn". [52]
+
+
+Tot een nader begrip van hetgeen hier gezegd werd en ter verklaring
+van het hier gegevene in verband met de pi symbologie vestig ik in
+de eerste plaats de aandacht op het laatste gedeelte van het boven
+aangehaalde. De woorden zonnemythe en het feit, dat het verhaal van
+het bouwen van Salomo's Tempel eene allegorie is, zou ik zóó willen
+verklaren, dat hier door tempel bedoeld wordt het lichaam van den
+Zonnelogos in zijn uitgebreidsten zin, dus in en met zijn aura, den
+Zodiak, diagrammatisch voorgesteld in zijn openbaring als de cirkel
+met de middellijn [cirkel met horizontale balk].
+
+Deze openbaring in haar getalwaarde op dit stoffelijk gebied voor te
+stellen kan niet anders geschieden dan door een formule en deze formule
+of verhouding zou dan mijns inziens pi zijn. Want indien wij een
+bouwwerk hebben waarin wij deze waarde belichamen bij de samenstelling,
+hebben wij den zich openbarenden Logos symbolisch weergegeven. En
+evenzeer als wij weten, dat pi eene oneindig voortloopende breuk is,
+die zich nimmer volkomen doch alleen bij benadering uit kan drukken,
+zoo weten wij ook dat de Logos zich nimmer geheel kan uitdrukken
+in de stof, aangezien er steeds in die openbaring eene verhouding
+van stof tot geest moet blijven bestaan, hoe klein of hoe groot die
+verhouding ook zij. Ook hier gaat de symbologie dus op. [53]
+
+In hoeverre deze pi verhouding nu te maken heeft met den cyclus
+van Inwijding is ook eenigermate na te gaan. De ontwikkeling van den
+Logos in zijn stelsel wordt symbolisch voorgesteld door Zijn doorloopen
+van den Dierenriem, zijnde de groote stroom van ontwikkeling gaande
+door de 12 teekens van Zijn geheel. Dit is exoterisch. Esoterisch
+bestaat er eene ontwikkeling die sneller tot hetzelfde resultaat
+leidt, nl. het terugkeeren naar het uitgangspunt na het doorloopen
+van 6 teekens. De Evolutie loopt dan langs de middellijn als het
+ware. De verhouding van de ontwikkelingsphasen van iemand die dezen
+weg betreedt tot die van hen die de gewone evolutie volgen is die,
+welke symbolisch zich verhoudt als de middellijn tot den omtrek of
+als één tot pi. Evenals de Logos in zich bevat deze pi waarde,
+zoo bevat ook de mensch op het Pad van Inwijding deze waarde in zich.
+
+Skinner geeft als formule deze 113 : 355 = 6561 : 20612, zijnde eene
+symbolische getallenvoorstelling van de verhouding van den mensch op
+het kruis (113 : 355) tot de geopenbaarde Godheid Jehovah, Elohim.
+
+Verder wensch ik hier echter op dit punt niet in te gaan daar deze
+waarheden alleen _gevoeld_ en nimmer _verstandelijk uitgedacht_
+kunnen worden en dus nimmer kunnen worden gegeven van intellect tot
+intellect, maar alleen begrepen door verdere uitwerking in onszelf.
+
+Voldoende zal men echter inzien, dat de zoogenaamde "pi symbologie"
+en "de oorsprong der maten" een diepere beteekenis hebben dan Piazzi
+Smyth er aan wenscht toe te kennen. Hoe belachelijk ver hij ging met
+zijne theorie, blijkt ons wanneer wij lezen, dat "de porfiersarcofaag
+in de Koningskamer" _de eenheid van maat_ was voor de twee meest
+verlichte volkeren op aarde, Engeland en Amerika, en niets meer dan
+een "korenmaat".
+
+H. P. Blavatsky merkt met betrekking tot deze uiting van Smyth op:
+
+
+ "In _Isis Unveiled_, dat juist in dien tijd verscheen, hebben
+ wij dat krachtig ontkend. Toen liep de New-Yorksche pers (in
+ het bijzonder de nieuwsbladen _The Sun_ en _The World_) te wapen
+ tegen onze aanmatiging om zulk een ster van geleerdheid te willen
+ verbeteren of fouten bij hem te ontdekken. In dat werk hadden wij
+ gezegd dat Herodotus bij het bespreken van de Pyramide:.... er
+ wel had kunnen bijvoegen dat zij uiterlijk _het scheppende
+ beginsel der natuur_ verzinnebeeldde, en ook eene afbeelding
+ was van de _beginselen der meetkunde, wiskunde, astrologie en
+ sterrekunde_. Van binnen was zij een majestueus heiligdom, in welks
+ duistere schuilplaatsen de mysteriën volbracht werden, en welks
+ muren dikwijls getuigen geweest waren van tooneelen van inwijding
+ van leden der koninklijke familie. De porfieren sarcophaag,
+ welke Professor Piazzi Smyth, Astronomer Royal of Scotland,
+ tot een graanbak verlaagt, was de _doopvont_; na daaruit te zijn
+ gestegen was de neofiet 'wedergeboren en werd hij een adept [54].'
+
+ Om onze mededeeling werd in die dagen gelachen. Men beschuldigde
+ ons onze denkbeelden ontleend te hebben aan de 'zotte denkbeelden'
+ van Shaw, een Engelsch schrijver, die volgehouden had dat de
+ sarcophaag gebruikt was bij het vieren der mysteriën van Osiris,
+ hoewel wij nooit van dien schrijver gehoord hadden. En thans, zes
+ of zeven jaren later (1882), schrijft Staniland Wake het volgende:
+
+ 'De zoogenaamde koningskamer.... was waarschijnlijk _de plaats waar
+ de in te wijden persoon toegelaten werd nadat hij door de enge
+ opwaartsche gang en de groote galerij met haar laag eindgedeelte
+ was gegaan, hetgeen hem gaandeweg voorbereidde voor het slotbedrijf
+ der Heilige Mysteriën_' [55].
+
+ Ware Staniland Wake een Theosoof geweest, dan had hij er
+ wellicht aan toegevoegd, dat de enge opwaartsche gang, die naar de
+ Koningskamer leidt, inderdaad een 'enge poort' had; dezelfde 'enge
+ poort' die 'tot het leven leidt', of tot de nieuwe geestelijke
+ wedergeboorte, waarop Jezus in Mattheus VII : 13 zinspeelt, en
+ dat het aan deze poort van den Tempel van Inwijding was, dat de
+ schrijver dacht, die de woorden opgeteekend heeft, welke naar
+ beweerd wordt door een Ingewijde gesproken zijn". [56]
+
+
+Wij zijn eenigermate afgedwaald van ons eigenlijk punt, nl. de
+symbologie der Pyramide, doch deze hangt zoo nauw met dit alles
+samen dat ik niet in staat ben ze te scheiden, en ik zal thans van
+dit gedeelte van het onderwerp afstappen om enkele andere theorieën
+te behandelen.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+NOG ENKELE THEORIEËN OVER DE BESTEMMING EN SYMBOLIEK DER GROOTE
+PYRAMIDE.
+
+
+Meer nog dan met eenigerlei andere wetenschappen, is de Groote
+Pyramide in verband gebracht met de sterrekunde. Niet alleen dat
+velen beweerden dat zij een sterrekundig observatorium was, maar
+bovenal dat vele der bekende waarheden uit deze wetenschap symbolisch
+in haar bouw belichaamd waren, waaruit dan tevens blijken zou dat
+de Egyptenaren van dien tijd reeds bekend waren met verscheidene
+astronomische gegevens, die op betrekkelijk jongen datum heeten
+ontdekt te zijn. Reeds sedert lang werd door enkele schrijvers over
+dit onderwerp beweerd dat de Groote Pyramide zou gebouwd zijn met
+het doel de sterren te observeeren, en enkele schrijvers zeggen dat
+het juist om deze reden was, dat de Pyramide een platform op den top
+had, waar de sterren-waarnemende priesters hunne instrumenten konden
+plaatsen; verder wordt beweerd dat de benedenwaarts leidende gang
+der Groote Pyramide dienst deed als meridiaan-teleskoop. Vandaar de
+nauwgezette oriëntatie der Pyramide. Afgescheiden van alle mogelijke
+andere bezwaren, welke wij zullen nagaan wanneer wij den voornaamsten
+hedendaagschen voorstander van deze theorie, Rich. Proctor, over dit
+onderwerp zullen aanhalen, zien wij al dadelijk enkele bezwaren die ons
+aan de waarheid van deze theorie doen twijfelen. In de eerste plaats
+dan is het onmogelijk geweest om ooit op dit platform te komen wanneer
+wij aannemen wat ons gezegd wordt, dat het uitwendige der Pyramide
+geheel met gepolijst marmer bedekt was; en in de tweede plaats is
+het zeker dat de ingang van de benedenwaartsche gang afgesloten
+was. Alleen wanneer wij vooropstellen dat dit niet zoo was (en er is
+meer reden om het tegendeel aan te nemen) kunnen wij de mogelijkheid
+der theorie erkennen. Maar dan nog rest de vraag waarom er juist een
+Pyramide en niet een gewone toren werd gebouwd.
+
+Zien wij thans wat Rich. Proctor zegt met betrekking tot deze
+theorie. In de eerste plaats erkent hij, dat Piazzi Smyth en
+anderen met recht beweren dat zekere sterrekundige waarheden in
+het bouwwerk belichaamd zijn; "maar dat zijn _louter_ toevallige
+overeenkomstigheden". Wij zeiden echter reeds vroeger bij dit bouwwerk
+niet te kunnen gelooven aan toevalligheden.
+
+Hoe verklaart Proctor dan zelf de sterrekundige kenmerkende
+eigenaardigheden van bouw en samenstelling der Groote Pyramide? Hij
+zegt [57] dat aan alle Egyptische Pyramiden het een of ander
+sterrekundig plan ten grondslag ligt en dat zulk een plan bij de
+Groote Pyramide met bijzondere nauwgezetheid uitgevoerd werd, welke
+er op duidt dat het een vereischte was het bouwwerk zelf en eveneens
+de onderdeelen in een bepaalden astronomischen stand te plaatsen,
+en wel voornamelijk om deze reden, dat de Pyramide "bedoeld was
+dienst te doen als een sterrekundig observatorium". Deze bedoeling
+vooropstellende is het duidelijk dat de bouwers de gangen van het
+bouwwerk benutten om den juisten stand en de plaats van elk deel van
+het geheel te bepalen. De benedenwaarts leidende gang werd gericht naar
+de Poolster. Nadat deze benedenwaarts leidende gang het noordelijk
+zijvlak bereikt had werd het bij het bouwen van de opwaarts leidende
+gang (zie de teekening van het inwendige) noodzakelijk op eene andere
+wijze de Poolster te observeeren. Dit werd tot stand gebracht door
+de nieuwe gang te bouwen in zoodanige richting, dat de lichtstralen
+van de Poolster hierin opwaarts vielen, na weerkaatst te zijn op een
+horizontale oppervlakte. Om deze weerkaatsende horizontale oppervlakte
+te verkrijgen werd de benedenwaarts leidende gang afgesloten aan
+het ondereinde, en daarna gedeeltelijk gevuld met water, op welks
+stilstaande oppervlakte de stralen van de Poolster weerkaatst
+werden. De bouwers werkten dus met betrekking tot het meridiaanvlak.
+
+De Groote Galerij is volgens Proctor echter het stelligste bewijs van
+den astronomischen aard van de bedoeling der bouwers. Deze Groote
+Galerij toont door hare dubbele geaardheid aan dat zij bedoeld was
+voor sterrenkundige waarnemingen. Hare muren als geheel zijn hellend,
+maar elk deel er van is volstrekt vertikaal, zooals ook het geval moet
+zijn voor nauwkeurige waarnemingen. Om deze waarnemingen mogelijk
+te maken, zijn in de galerij aan weerszijden steenen, hellende,
+verhoogde banken aangebracht, waarin op gelijke afstanden gaten
+zijn om verplaatsbare zetels te plaatsen. Aan het boveneinde der
+galerij zou de zoogenaamde Voorkamer de plaats geweest zijn waar de
+tijdopnemer zat. Proctor is verder ten zeerste overtuigd van het nut
+dat getrokken kan worden uit deze wijze van waarnemen. Hij zegt o.a.:
+
+
+ "Indien een teleskopist van onzen tijd een plan zou willen
+ vormen voor eene methode om de declinatie en rechte klimming van
+ sterren te bepalen (bijvoorbeeld met het doel om een betrouwbaren
+ sterrencatalogus op te stellen) zonder een teleskoop te gebruiken,
+ zou hij door zulk een waarnemingsplaats te gebruiken als de
+ Groote Galerij, spoedig zien hoeveel daar gedaan kan worden voor
+ zooverre het equatoriale en zodiakale sterren betreft; en deze
+ zijn de meest belangrijke, zelfs nu, en waren dit te meer in de
+ dagen toen men veronderstelde dat de sterren in hun loop het lot
+ van menschen en volkeren regelden." [58]
+
+
+Deze redeneering van Proctor nu is zeer zeker op zichzelf beschouwd
+heel fraai, maar weinigen zijn er door overtuigd geworden dat de
+Groote Pyramide niets dan een sterrenkundig observatorium was. Enkelen
+erkennen de waarde der aangevoerde bewijsgronden voor het doel,
+doch slechts als bijkomstig. Proctor zelf doet dit echter ook, want
+een graf blijft de Koningskamer toch. Blijkbaar is hij bang zijn
+wetenschappelijken naam afbreuk te doen door een wetenschappelijk
+gehandhaafde theorie niet als van zelf sprekend aan te nemen; wenscht
+echter toch een eigen theorie en lapt er de observatoriumtheorie aan
+vast. Hij ziet echter daarna zelf in dat deze niet geheel en al opgaat,
+en zegt dan dat de bouwer niet alleen wetenschappelijke bedoelingen
+had, maar zelfs eene die boven het gebruik als graf staat! Dit doel
+kan men begrijpen wanneer men het feit erkent dat "de sterrenkunde uit
+den tijd van Khufu uiteraard astrologie was, en dat de astrologie een
+belangrijk deel van den godsdienst vormde". Zijn eindconclusie is dan
+dat de Groote Pyramide als astrologisch bouwwerk een reuzenhoroskoop in
+steen van Cheops is. "Aangenomen een volstrekt geloof in astrologie
+(en wij weten dat er zulk een geloof bestond), was het de moeite
+waard zelfs een zoodanig gebouw als de Groote Pyramide op te trekken".
+
+Ik meen dat er, zooals ik reeds zeide, weinigen zijn die Proctor's
+theorie ernstig opvatten en wij zullen dan ook niet in bijzonderheden
+er van afdalen, doch liever nagaan welke astronomische gegevens in
+het bouwwerk symbolisch vervat zijn. Sommige er van zal ik hier alleen
+_vermelden_, slechts enkele _verklaren_, daar de meeste te technisch
+zijn om hier aan den algemeenen lezer uiteengezet te worden.
+
+Voor hen die belangstellen in dit gedeelte van het onderwerp is het
+raadzaam daarover Dufeu, Piazzi Smyth en J. Wilson na te lezen. Vooral
+de laatste heeft dit punt, het verband tusschen de maten aan de
+Pyramide en het zonnestelsel, uitvoerig uitgewerkt in zijn boek _The
+Solar System of the Ancients_. De groote moeilijkheid echter blijft
+in de quaestie welke maat men gebruikt heeft, daar de meeningen over
+de gebruikte elle- en duimmaat nogal uiteenloopen.
+
+Na veel geschrijf over de maten-quaestie, hetgeen een geheele
+bibliotheek vormt, is er echter op dit punt overeenstemming gekomen
+en zien wij thans enkele der eigenaardige kenmerken vastgesteld.
+
+De Pyramide dan symboliseert haar _breedtegraad_ (Wild, P. Smyth),
+haar _ouderdom_ (P. Smyth, Casey, Dufeu), den _omtrek der aarde_
+(J. Wilson, P. Smyth, J. Taylor), den _vorm der aarde_ (P. Smyth,
+Dufeu), de _dichtheid der aarde_ (P. Smyth, Petrie), den _afstand
+van aarde en zon_ (P. Smyth, Petrie), de _dagen van het jaar_ (Smyth,
+Tracey, Petrie, Yeates, Adams), de _Wet der zwaartekracht_ (J. Wilson),
+_afstand tot zon en maan_ (J. Wilson), de _planetenafstanden_
+(J. Wilson), de _praecessie der equinoxen_ (Casey, Wilson,
+P. Smyth.) Tal van andere astronomische en natuurkundige gegevens
+blijken volgens enkele dezer schrijvers in het bouwwerk belichaamd,
+doch deze zijn wel de voornaamste.
+
+Om den lezer thans een denkbeeld te geven hoe deze astronomische
+waarden en verhoudingen in de pyramide-afmetingen belichaamd zijn,
+zullen wij enkele dezer symbologieën nagaan en trachten duidelijk
+te maken.
+
+In de eerste plaats dienen wij dan na te gaan de redenen welke er
+bestaan kunnen hebben voor het feit dat de bouwers deze astronomische
+waarden in het bouwwerk belichaamden. Zooals wij reeds zagen is de
+meest voor de hand liggende exoterische reden die, welke van de Groote
+Pyramide een sterrekundig observatorium en astrologisch gedenkteeken
+maakt; vervolgens komt die reden in aanmerking, welke o.a. Taylor
+en Smith aanvoeren, namelijk dat de door God bezielde bouwers
+het menschengeslacht een grondslag van maten wilden geven en dezen
+grondslag natuurlijk in verband brachten met heelalsche maten wegens
+den goddelijken oorsprong van het denkbeeld van den bouw. Deze redenen
+kunnen natuurlijk dienen als logisch voor hen die het eens zijn met de
+theorieën der genoemde schrijvers, maar wanneer men een voorstander
+is van de theorie, dat de Groote Pyramide een tempel, een plaats van
+godsdienstige ceremoniën, een "berg van Inwijding" is geweest, welke
+reden kunnen wij dan aanvoeren voor het feit dat wij deze astronomische
+waarden in het bouwwerk belichaamd vinden? In de eerste plaats kan voor
+den spoedig bevredigden onderzoeker het antwoord dienen dat Proctor ons
+pasklaar geeft n.l. "dat de godsdienst der Egyptenaren grootendeels
+gegrond was op astronomische stellingen" en dat dit dus evenzeer het
+geval moet geweest zijn met hunne godsdienstige mysteriën. Doch voor
+hen, die met deze oppervlakkige reden niet geheel voldaan zijn met
+betrekking tot hun voorstaan van de inwijdingstempeltheorie, als ik
+het zoo noemen mag, zou ik gaarne de volgende redenen willen aanvoeren.
+
+De groote Pyramide beschouwende als een tempel van inwijding, zie
+ik in haar beslist den _eersten maçonnieken tempel_, waarvan wij
+kennis dragen sinds het bestaan der maçonnieke orde, en schaar ik
+mij dus in dezen aan de zijde der broeders, welke erkennen dat de
+vrijmetselarij haar oorsprong vindt in de Egyptische mysteriën en niet
+in de bouwgilden der middeleeuwen. Voor ieder maçon nu is de Tempel
+(of moet hij dit zijn) ons zonnestelsel, het lichaam van den Logos
+van dit stelsel. Dit in verband met hetgeen wij reeds zeiden omtrent
+de Groote Pyramide leidt ons tot de volgende gevolgtrekking. De
+stoffelijke _Tempel_ op deze aarde moest in haar bouw alle waarden
+en vormen, welke in den waren _Tempel_ (het lichaam van den Logos,
+ons zonnestelsel) gevonden werden, weergeven om symbolisch--en wij
+weten dat de maçonnerie niets is dan een wijsbegeerte, gehuld in een
+gewaad van _symbolen_, om degenen wier ontwikkeling langs de ritueele
+lijn ligt, te leiden in hunne evolutie--deze waarheden en begrippen
+uit te drukken.
+
+Hetgeen wij reeds zeiden omtrent de pi-symbologie, en dat steunt
+op wat H. P. Blavatsky zegt in de noot op blz. 468 van de _Geheime
+Leer_, Deel I, met betrekking tot deze pi-waarde, komt geheel
+(mijns inziens) met deze denkwijze overeen.
+
+Verder zullen velen het met mij eens zijn--vooral zij die verstaan--dat
+hetgeen wij door de Inwijdingen zoeken is: _Licht_; het Licht,
+dat wil zeggen, de kennis van den aard der dingen in ons stelsel,
+of in het algemeen gezegd: hoogere kennis. In ons stelsel is het
+stoffelijk lichaam der zon het laagste aanzicht van dit _Licht_. En
+dit Licht kunnen wij ook verzinnebeeld vinden in de Pyramide. Merken
+wij nog op dat _geluid_ of _klank_ evenzoo noodzakelijk is voor het
+_leven_. Adams zegt terecht: "het licht is het eerste beginsel van
+het geschapen leven. Zonder licht bestaat geen groei; er is geen groei
+zonder licht. Kleur, reuk, smaak, ieder voorwerp der zinnen verdwijnt
+wanneer het licht afwezig is. Iedere straal is een afzonderlijke
+hemelsche gift, rechtstreeks van de hand van den Schepper; zooals is
+aangegeven in het basrelief op het graf te Thebe, ontdekt door Stuart,
+waar de uiteenloopende stralen een pyramide van licht vormen, en aan
+iederen straal is een hand van zegening verbonden." [59]
+
+In de Pyramide vinden wij dus verzinnebeeld den vorm en het
+leven in openbaring, den Logos als [symbool voor Zon]. En hoe is
+dit licht maçonniek in het bouwwerk uitgedrukt? Door dezelfde
+pi-symbologie. Ik kan het niet beter weergeven dan Adams dit
+doet. Hij schrijft:
+
+
+ Het Licht zelf geeft ons een antwoord. Want indien wij, zooals
+ op het basrelief te Thebe, den uiteensplitsenden stralenbundel
+ voorgesteld vinden, zooals die zich uitstort op den middag van
+ de zomersolstitie, den aanvangsdag van het Egyptisch jaar, zullen
+ wij één zijvlak van de Pyramide van Licht hebben. Veronderstel nu
+ dat een rechthoekige pyramide wordt opgetrokken met vier zoodanige
+ zijden die elk respectievelijk tegenover de kardinale punten des
+ hemels staat. Dan volgt hieruit dat, daar elke zonne-omwenteling
+ der aarde een vierde aswenteling later voltooid wordt dan
+ de voorafgaande, elk vierde- of groot-jaar hetzelfde zijvlak
+ naar de zon gekeerd zal zijn wanneer de zonne-omwenteling van
+ de aarde voleindigd is; en aldus is de Egyptische Groot-cyclus
+ (van vier jaar) maçonniek uitgedrukt. Juist zulk een vorm vinden
+ wij in de Groote Pyramide, daar de zijden zóó georiënteerd zijn
+ dat zij oorspronkelijk tegenover de kardinale punten stonden,
+ en haar top zoodanig was afgeplat dat de zon één dag in het jaar
+ 'met al haar stralen' er op rust, zoodat het bouwwerk 'zijn eigen
+ schaduw verslindt'.
+
+ Welke verhouding moeten de afmetingen hebben, nu de algemeene vorm
+ bepaald is, of met andere woorden, welken hoek moeten de zijden
+ naar den onzichtbaren top hebben? De aarde in haar loopbaan geeft
+ het antwoord. Want daar die planeet in een (benaderd) cirkelvormig
+ pad om de zon heen beweegt, terwijl elke straal naar haar toe in
+ een rechte lijn valt, kan de verhouding tusschen de lichtgevende
+ kracht en het verlichte lichaam uitgedrukt worden door de
+ verhouding tusschen den straal en den omtrek van een cirkel. [60]
+
+
+Laten wij thans nog nagaan op welke wijze wij een eenheid van
+maat kunnen verkrijgen, die ons de juistheid aantoont van de
+verzinnebeelding der astronomische verhoudingsgetallen in het
+bouwwerk. Ook deze maat kunnen wij aan de aarde ontleenen en wel aan
+de as.
+
+De engelsche duim is 250,250,000 maal in de aardas begrepen; wanneer
+wij deze duim met een duizendste deel van hare lengte vergrooten,
+verkrijgen wij eene duimmaat die als Pyramideduim gebezigd wordt en
+bekend staat. Deze duim is dan in de aardas 250 millioen maal begrepen.
+
+De deksteenen der Pyramide, waarvan er een opgemeten werd door Dixon,
+zijn 25.025 Eng. duim lang; of 25 van de gemelde duimen. De lengte
+van den steen is dus 10 millioen maal in de aardas begrepen, en nu
+wordt door Smyth en Adams deze maat als eenheid aangenomen. Deze maat
+of liever verhouding staat op zichzelf. Doch wat bleek verder?
+
+De lengte van de onderste deklaag der Pyramide bedraagt juist 1/20
+van een geografische mijl. Wanneer wij nu de pyramide-eenheidsmaat
+hierop afmeten, bevinden wij dat deze 365.25 maal in deze lengte
+begrepen is en 1461 of 4 maal 365-1/4 maal in den geheelen omtrek van
+het grondvlak. Blijkbaar is dus hier eene symbolische voorstelling
+van het aantal dagen van het zonnejaar en van den grooten cyclus van
+vier jaren.
+
+Adams zegt met betrekking tot deze symbolische voorstelling:
+
+
+ "Het schijnt daarom niet onredelijk te denken dat, alvorens de
+ deksteenen ten slotte het geheim afsloten, de betrekkingen van zon
+ en maan tot den stand van Sothis en de Poolster in overeenstemming
+ zouden gebracht zijn met de trappenreeksen van de Pyramide op de
+ juist beschreven wijze; en aldus is een uitgangspunt voor alle
+ bewegingen der aarde, hetzij in hare betrekking tot de maan, de
+ zon, de equinoxen, of de sterren, onveranderlijk in het maçonnieke
+ licht vastgelegd".
+
+
+Ik zou nog tal van voorbeelden kunnen geven van de wijze waarop
+astronomische waarheden in verband met het bouwwerk der Pyramide
+symbolisch zijn voorgesteld, doch dan zouden voor een populaire
+verhandeling als deze te veel technische punten aangevoerd moeten
+worden. Ik vrees zelfs dat het voorafgaande vele lezers zal doen
+terugschrikken voor een verder ingaan op deze punten. Aan hen die
+echter daarin belang stellen, raad ik aan daarover na te slaan _Our
+Inheritance in the Great Pyramid_ en bovenal Marsham Adams' _House
+of the Hidden Places_; dit laatste werk vooral aan Theosofisch
+studeerenden. Over de symbologie der Pyramide in verband met de
+maçonnerie kan men lezen in de navolgende lezenswaardige brochures
+_The Great Pyramid and Freemasonry_ door John Chapman. P. P. G. D. en
+_A Lecture on the Great Pyramid in Egypt, suggesting an intimate
+relationship with the Probable Foundation of Freemasonry_, door
+W. Charles Langley.
+
+Hoewel dus over dit punt vrij wat meer te zeggen valt dan ik hier deed,
+laat ik dit na om de gemelde reden en zal er toe overgaan de mystieke
+theorieën te behandelen, welke volgens mij van het meeste belang zijn.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+MYSTIEKE THEORIEËN.
+
+
+Onder de schrijvers van jongeren datum over ons onderwerp bekleedt
+Marsham Adams eene plaats, welke geheel afgescheiden is van die der
+ouderen. De meeste theorieën, welke wij tot dusver nagingen, vertoonden
+een punt van overeenstemming met elkander en berustten vaak op een
+gemeenschappelijk uitgangspunt. Marsham Adams echter heeft ons in
+zijn beide werken _The Book of the Master_ en _The House of the Hidden
+Places_ een geheel nieuwe richting van denken aangeduid, welke ik thans
+beschrijven zal. De godsdienstige denkbeelden der Egyptenaren zijn
+in hoofdzaak weergegeven in _Het Boek der Dooden_ en de Egyptenaren,
+wel wetende dat de papyrus, waarop de denkbeelden neergeschreven zijn,
+vergankelijk is, wenschten deze denkbeelden aan de latere geslachten
+bekend te maken en na te laten. Vandaar hun onvermoeide ijver om in
+schoonen kunstvorm op de muren van de tempels en van hunne andere
+bouwwerken hunne godsdienstige denkbeelden en geschiedenis weer te
+geven. Doch ook hiermede was de vergankelijkheid dezer mededeelingen
+aan het nageslacht niet overwonnen.
+
+Eén middel was nog mogelijk, en wel een dat bij dit volk van groote
+bouwwerken zeer voor de hand lag, namelijk het in een bouwwerk in
+symbolischen vorm weergeven van deze leeringen. Een tweede doel werd
+hiermede gediend, want een belangrijk kenmerk van den godsdienst van
+dit volk was, dat de profanen, zoowel als de trapsgewijze opklimmende
+graden van priesters, de zedeleer en wijsheid van hun godsdienst
+leerden door symbolen en ritueel. Het bouwwerk kon dan tevens dienst
+doen als een tempel van inwijding in de mysteriën van den godsdienst.
+
+Met betrekking tot deze zeer uiteenloopende wijzen om hun godsdienstige
+begrippen voor het nageslacht te bewaren, merkt Adams op:
+
+
+ Het is moeilijk een grooter tegenstelling te bedenken dan die
+ welke geboden wordt door de beide vormen, waarin het verslag der
+ Egyptische leer bewaard werd. De papyri zijn vergankelijk, talrijk,
+ afwisselend in lengte en volgorde. Het monument in steen is eenig
+ tot het onvergankelijke toe, niet onderhevig aan afwijking, en
+ het staat daar onveranderd en onveranderend, onverschillig voor
+ de aanvallen van tijd of mensch. [61]
+
+
+In beide genoemde werken handelt Adams eveneens over andere aanzichten
+van het vraagstuk der Pyramide, doch deze aanzichten zijn meerendeels
+verkorte overzichten van de sterrengodsdiensttheorie, terwijl zijn
+opvattingen van enkele verzinnebeeldingen van natuurfeiten in het
+bouwwerk zeer oppervlakkig en geenszins te bewijzen zijn. Dit is
+jammer, daar het natuurlijk afbreuk moet doen aan de waarde van
+het geheel zijner theorieën. Nochtans is het hoofddenkbeeld van
+zijne uiteenzetting van groote waarde voor Theosofen, omdat zij
+in verband met andere gegevens uit hunne literatuur hier steun
+vinden voor hunne bewering dat de Groote Pyramide een tempel van
+inwijding was. Waarschijnlijk is het dan ook om deze reden, dat zijne
+werken den Theosofischen studeerende van bevoegde zijde steeds ter
+bestudeering aanbevolen werden. Stellig kunnen wij veel schoons vinden
+in zijne theorie, en om deze reden wil ik ze hier dan ook uitvoerig
+vermelden. Tot een beter begrip van hetgeen wij zullen aanhalen,
+dienen wij ons in de eerste plaats echter een denkbeeld te vormen
+van wat het _Boek der Dooden_ is.
+
+De algemeene wetenschappelijke verklaring is deze. Het _Boek der
+Dooden_ bestaat uit een groot aantal bijeenverzamelde hoofdstukken,
+waarvan de tekst zoowel op tempelmuren ingegrift, als op papyri
+gevonden werd. Deze papyri werden ontdekt, verborgen in de gewaden
+van mummie's. Naar het tijdperk, waarin de verschillende afschriften
+werden opgeschreven, hetzij op tempelmuren of op papyri of op een
+andere wijze, worden zij verdeeld in vier verzamelingen, namelijk
+de Heliopolische in hieroglyphen, de Thebaansche eveneens in
+hieroglyphen [62], dan die van de twintigste Dynastie, geschreven
+in hieratisch schrift, en ten slotte de Saïtische of die van de zes
+en twintigste Dynastie [63]. Op deze papyri zou dan vermeld staan
+de levensgeschiedenis van de mummie, zijne zonden, deugden en daden,
+zijne verwachtingen voor een toekomst na dit leven, wat hem overkwam of
+overkomen moest aan gene zijde des doods, en voornamelijk de smeekbeden
+van de nagelaten betrekkingen aan "den God van de stad" en andere
+goden om den doode voort te helpen op zijn vredespad aan gene zijde,
+hem te steunen en te beschermen, welke smeekbeden uitgesproken werden
+door "de priesters van de _ka_" (het dubbel). Deze smeekbeden werden
+op papyri opgeteekend en met de mummie begraven. Toen dit gebruik
+in verval raakte, werden papyri geschreven waarop alleen de plaats
+voor den naam opengelaten werd. Deze werden verkocht en wanneer
+iemand stierf werd de naam ingevuld en de papyrus bij de mummie
+ingewikkeld. Waarschijnlijk was dit om tijd en geld te sparen. Met
+betrekking tot de geschiedenis en den oorsprong van het _Boek der
+Dooden_ zegt Budge in zijn vertaling van de Thebaansche verzameling
+van dit werk:
+
+
+ Noch onderzoekingen, noch ontdekkingen hebben ons tot nog toe
+ eenigerlei inlichting verschaft aangaande het tehuis, den oorsprong
+ en de vroegste geschiedenis van het _Boek der Dooden_. Het schijnt
+ vrij duidelijk dat, zooals boven gezegd werd, de allereerste vorm
+ van het _Boek der Dooden_ bestond uit de woorden of smeekbeden,
+ door verwanten en vrienden gericht tot den "god der stad" en tot
+ een verzameling bovennatuurlijke machten, ten behoeve van den
+ afgestorvene.... [64]
+
+
+en verder
+
+
+ Waar en door wien de teksten van het Boek der Dooden werden samen
+ gesteld, is eveneens onbekend. [65]
+
+
+terwijl wij lezen:
+
+
+ Sinds onheuglijke tijden werd de God Thoth, die zoowel het
+ goddelijke verstandswezen, dat bij de schepping de woorden uitte
+ welke ten uitvoer gebracht werden door Ptah en Khnemu, als de
+ schrijver der goden was, in verband gebracht met de voortbrenging
+ van het _Boek der Dooden_, en hoewel hij oorspronkelijk de god van
+ den tijd en de tijdaanteekenaar van hemel en aarde was, verschijnt
+ hij vaak als de raadgever en helper van den afgestorvene. [66]
+
+
+In het _Boek der Ademhalingen_ (een deel van het _Boek der Dooden_)
+lezen wij:
+
+
+ Thôth, de machtigste god, de heer van Khemenna, komt tot u en hij
+ schrijft voor u het _Boek der Ademhalingen_ met zijn eigen vingers.
+
+
+Van een Theosofisch standpunt zouden wij gaarne een andere opvatting
+willen aanvoeren over dit _Boek der Dooden_. Adams denkt eveneens
+anders over het werk. Gaarne zou hij zien dat men vooral den
+Turijnschen papyrus niet het _Boek der Dooden_ zou noemen, of beter
+(zooals Champollion deed) _Begrafenis Ritueel_, maar dat men er den
+titel aan gaf, dien het zich zelf geeft. "_Het Boek van den Meester
+van het geheime huis is zijn naam_" [67]. Mijn gevoelen nu is dit. Ik
+zou in plaats van louter _Dooden_ willen lezen: _Dooden voor het
+vleesch, Ingewijden_; of kortweg _Boek der Ingewijden_ of _Boek over
+de Ingewijden_.
+
+Thôth toch is mijns gevoelens de groote leeraar Hermes, [68] die
+als onderrichter in de mysteriën van het oude Egypte optrad, en uit
+bovengenoemde aanhalingen blijkt vrijwel dat er hier sprake van kan
+zijn, dat aan den leerling een geschrift gegeven werd, waarin de
+ritueele wijsheid opgeteekend stond tot zijn verdere voorlichting,
+en dat als bewijs diende dat hij tot een zekeren graad bevorderd was.
+
+Adams dacht reeds in deze zelfde richting, hoewel niet zoo ver gaande,
+doch hij merkt op dat de titel van het werk zeer ongelukkig gekozen is,
+
+
+ want hij geeft het denkbeeld, de heilige afgestorvenen te
+ beschouwen als dood, terwijl de geheele opvatting van de leer de
+ onderrichting in het Leven en het Licht was. [69]
+
+
+Wij kunnen thans, nu wij weten wat bedoeld wordt met het _Boek
+der Dooden_, en geholpen door de kennis die wij bijeenverzameld
+hebben omtrent de Groote Pyramide, overgaan tot het opbouwen van
+eene theorie waarin deze beide gegevens de hoofdfactoren zijn tot
+het in overeenstemming brengen van hetgeen Adams ons mededeelt in
+zijn werken, hetgeen maçonnieke schrijvers (voorstanders van het
+beginsel dat de Vrijmetselarij haar oorsprong vindt in de Mysteriën)
+ons verkondigen als hunne meening, en hetgeen door Theosofische
+schrijvers is beweerd. Het komt mij voor, dat ik deze theorieën niet
+afzonderlijk kan behandelen, daar zij te veel gemeen hebben en de
+een de andere steunt. Ik zal mij dus in dezen er toe bepalen aan de
+hand van hetgeen Adams mededeelt als zijn opvatting, de maçonnieke
+en Theosofische lezingen op dit punt te beschrijven.
+
+In zijn _Boek of the Master_ zegt Adams:
+
+
+ Alleen wanneer wij het Geheime Huis vergelijken met het
+ Geheime Boek van zijn Meester, begrijpen wij de beteekenis
+ van zijn geheime plaatsen--duisternis die duisternis verlicht
+ en mysterie dat mysterie onthult. En alleen dan kunnen wij
+ opmerken hoe wij in deze plaatsen den sleutel bezitten tot de
+ 'Ordewoorden' van het Geheime Boek. Zoo wordt dan de bepaling
+ van de Egyptische Theosofie gebracht uit het gebied van de
+ archaeologische bespiegeling en teruggebracht tot de vergelijking
+ van twee bestaande en duidelijk omschreven verslagen. Hier is een
+ papyrus die beweert de geheime schriftrol te zijn welke behoort
+ aan den Meester van het Geheime Huis; daar is een geheim huis,
+ waarin, volgens de Egyptische overlevering, de geheime wijsheid,
+ waarop die schriftrol betrekking heeft, aan den kandidaat werd
+ medegedeeld. Die schriftrol vangt aan met den Ingang tot het
+ Licht; en het Licht was de naam waaronder dat huis bekend was. De
+ schriftrol is vol verwijzingen naar geheime gangen en kamers;
+ en geheime kamers en gangen maken het geheele inwendige van dat
+ huis uit. De voornaamste van de in de schriftrol genoemde kamers
+ is de Dubbele Zaal van Waarheid; en de voornaamste van de kamers
+ van het huis is de Dubbele Zaal van gebeeldhouwde Pracht. In de
+ schriftrol verhaalt het laatste hoofdstuk van de wederopstanding
+ van het Lichaam, en in het huis is de laatste kamer de kamer van
+ het Open Graf. En terwijl het eene verslag in overeenstemming
+ is met het andere in het uitdrukken van de Waarheid in Licht,
+ zijn de beelden die de vastgelegde waarheid der leering in het
+ Ritueel uitdrukken, in overeenstemming met de verhoudingen van
+ wetenschappelijke waarheid die in het gebouw hare uitdrukking
+ vinden." [70]
+
+
+Het is wellicht noodzakelijk, op te merken dat Adams hier in beeldrijke
+spraak en volgens eigen opvatting andere dan de gebruikelijke
+benamingen bezigt. Zijn boek van den Meester van het verborgen Huis
+is het Boek der Dooden, zijn verborgen Huis is de Groote Pyramide,
+de zaal van gebeeldhouwde Pracht is de Groote Galerij.
+
+Wij zien uit het zooeven aangehaalde wel in, dat Adams denkt dat de
+godsdienstige leeringen der Egyptenaren vervat waren in het _Boek
+der Dooden_, en dat de Pyramide de Tempel is waarin de leeringen in
+steen verzinnebeeld zijn, maar dat deze tevens de plaats was waarin
+deze leeringen werden medegedeeld. De wijze van mededeeling is dan in
+hoofdzaak de volgende. De kandidaat ziet zekere begrippen verzinnebeeld
+of doorloopt in zinnebeeldigen vorm enkele dezer. Daarna wordt hem
+de beteekenis medegedeeld van hetgeen hij zag en van hetgeen hij
+doormaakte. Dit is in hoofdzaak waar, en komt geheel overeen met de
+nog bestaande maçonnieke inwijdingsgebruiken, waarbij de leerling
+de reizen in de Loge aflegt, en de Achtbare Meester hem daarna
+de beteekenis van dezen symbolischen omgang uitlegt. Het verschil
+tusschen de opvatting van Adams en die der vrijmetselaren omtrent
+het doormaken van deze reizen moet noodzakelijkerwijze bij eenig
+nadenken een ieder duidelijk zijn. Bij de reizen van den kandidaat
+voor inwijding in de Pyramide doorliep hij symbolisch de gebieden aan
+gene zijde des doods en hem werden bij de uitlegging dezer reizen vele
+belangrijke dingen onthuld omtrent die gebieden. Dit was natuurlijk
+bij de lagere inwijdingen het geval. Bij verdere inwijdingen werd
+hij onderricht omtrent de verschillende lichamen van den mensch,
+hun ontstaan en werking en ten slotte hun verband tot den Logos van
+dit stelsel. Voor den ernstigen bestudeerder is dit alles na te gaan
+in het _Boek der Dooden_, zooals wij zouden kunnen aantoonen.
+
+En nu is het mijn gevoelen, dat de reizen bij de inwijding van den
+kandidaat voor Vrijmetselarij oorspronkelijk hetzelfde beteekenden,
+doch dat met het verdwijnen van de kennis omtrent de waarde en
+beteekenis der symbolen bij de leden dier orde, ook het juiste begrip
+hieromtrent verdwenen is. Het is mijne ernstige overtuiging, dat indien
+een vrijmetselaar, die grondig bekend is met de verschillende symbolen
+en oude gebruiken der Orde, het _Boek der Dooden_ ernstig bestudeerde
+in verband met deze, hij de analogie zou vinden en een hoeksteen zou
+hebben bijgebracht tot het bewijs van een verband dier orde met de
+oude Priesterkasten in Egypte. Want hoewel het mijn en veler anderen
+persoonlijk gevoelen is, dat de vrijmetselarij in verband staat met de
+oude Egyptische mysteriën, is mijns inziens het _bewijs_ nog nimmer
+volkomen geleverd en is er dus nog steeds een ruim veld van arbeid
+voor de voorstanders dezer bewering. G. Oliver zegt in zijn werk
+_Geschiedenis der Inwijdingen_: "Zonder twijfel zijn de pyramiden
+kort na de verstrooiing daargesteld als afbeeldingen van den grooten
+toren in de vlakte van Shinar, en evenals de laatste diende om de
+inwijdingen te verrichten zoo dienden daartoe ook de eersten." Nu
+is Broeder Oliver een man van gezag onder de Broederen; de lezing
+van zijn werk echter is wel bevredigend voor wie zijn gevoelen deelt,
+doch levert geen bewijs voor een tegenstander der theorie. Evenmin kan
+men als bewijs aanhalen hetgeen Clavel zegt omtrent inwijdingen in de
+Pyramide in zijn werk _Geschiedenis der Vrijmetselarij_. Het denkbeeld
+is aan velen gemeen, doch het bewijs moet nog geleverd worden.
+
+Van een Theosofisch standpunt zou ik zoowel tegen de theorie van Adams
+als tegen die der vrijmetselaars willen opmerken dat ik het niet
+eens kan zijn met hunne opvatting dat deze inwijding _doorgemaakt_
+werd in het _stoffelijk_ lichaam. Ik meen te mogen opmaken dat
+alle ons gedane mededeelingen van Theosofische gezaghebbenden er
+op duiden dat deze inwijdingen doorgemaakt werden in het astrale
+of in hoogere lichamen. Het fysieke lichaam werd wel uit den tempel
+langs ondergrondschen weg naar de Pyramide geleid en daar in trance
+bewaard tot na afloop der ceremonie, doch de inwijding werd van A tot
+Z doorgemaakt in het astraallichaam. Is dit zoo, dan begrijpen wij
+eveneens waarom er geen bezwaar aan verbonden was dat de ingang der
+Pyramide afgesloten was door de marmeren deklaag. De eerste proef
+was of de entiteit zoodanig bewust was in zijn astraallichaam dat
+hij wist dat hierin geen hinderpaal van zijn voortgang bestond. Dit
+feit is in overeenstemming met hetgeen ons ook medegedeeld wordt door
+andere schrijvers over dit onderwerp.
+
+Hierin vinden wij ook de oplossing voor de tegenwerping dat er geen
+licht zoude zijn. Astraal licht was er toch, en zouden de aura's der
+hierofanten niet voldoende licht geven voor den kandidaat? Bij eene
+stoffelijke inwijding zou dit bezwaar zeker bestaan, tenzij kunstlicht
+in voldoende mate bekend was, hetgeen naar enkele schrijvers beweren,
+wel het geval was.
+
+Hebben wij eenigszins uitvoerig hierbij stilgestaan, het was noodig
+tot een juist begrip van veel dat volgen zal. Gaan wij thans verder
+met het eigenlijke punt van behandeling, namelijk het doorloopen van
+het inwijdingsceremoniëel in de groote Pyramide volgens het _Boek
+der Dooden_.
+
+In de Juni- en Juli-aflevering van _The South African Theosophist_
+heeft Br. G. D. Stonestreet in een verhandeling over _The Origin of
+Freemasonry_ gezegd dat hij het onnoodig vond, voor vrijmetselaars
+de overeenkomsten aan te toonen die er bestaan tusschen hetgeen Adams
+schrijft en hetgeen de Vrijmetselarij leert. Dit is zeer zeker waar;
+en voor hen die niet met de symbolen en gebruiken der Vrijmetselarij
+bekend zijn, is het verband niet aan te toonen. Het is derhalve
+voldoende uitvoerig te vermelden hetgeen Adams schrijft.
+
+Adams verdeelt de inwijdingsceremonie in die van drie graden, namelijk:
+
+Eerste graad: _De Inwijding van den Kandidaat_, welke graad
+verzinnebeeld werd door een scarabee--het symbool van den "Eeuwige",
+het zelfgeschapen wezen dat geen Begin, en geen Einde kent.
+
+Tweede graad: _De verlichting in Waarheid_, welke graad voorgesteld
+werd door een figuur, staande voor "Amen", de verborgen godheid.
+
+Derde graad: _De Meester van het geheim_, welke graad voorgesteld
+werd door een grafsteen.
+
+Voordat wij thans overgaan tot de beschrijving van het ceremoniëel
+van _De Inwijding van den Kandidaat_ volgens het _Boek der Dooden_,
+willen wij eerst iets mededeelen over enkele Egyptische begrippen in
+verband met deze dingen.
+
+Volgens de leer der Egyptenaren werd de vereeniging van den innerlijken
+mensch met de Godheid op zeer langzame wijze voorbereid om ten slotte
+door een daad van groot ceremoniëel plotseling tot stand te komen in
+haar uiterste instantie. De Mensch-God Osiris werd met den God Osiris
+vereend in bewustzijn, doordien die innerlijke mensch tot de gestalte
+van Osiris wies. Vandaar dat wij in het ritueel steeds goed moeten
+letten op het onderscheid tusschen den ingewijden Osiris of den waren
+mensch en de Godheid Osiris. Zoodra de Mensch-God Osiris deze gestalte
+verkregen had, deelde hij in het bewustzijn van de Godheid. Met deze
+vereeniging ging gepaard een verkrijgen van hoogere kennis omtrent
+den mikrokosmos en den makrokosmos.
+
+Adams geeft in wonderschoone bewoordingen weer hoe dit verkrijgen
+van kennis geschiedt, en voor degenen die geen Engelsch lezen, is
+het zeker de moeite waard dit stuk hier in zijn geheel aan te halen:
+
+
+ De ziel, voor een oogenblik verlicht door de volheid van de
+ Godheid, werd van dien tijd af bekwaam tot overeenstemmen met
+ de goddelijke Kracht. De zinnen, wederom onbedorven, werden
+ langzamerhand gevormd tot werktuigen, in staat om het opgaan der
+ ziel in die oneindige kracht weer te geven, voor welke de grenzen
+ van ruimte en tijd niet bestaan, maar voor welke verleden en
+ toekomst gelijkelijk openstaan in een eindeloos heden; die alles
+ te boven gaande vrijheid, waarin Handeling één is met Willen en
+ Willen eenzelvig met Denken. Opdat de zinnen zoodanig belevendigd
+ en verlicht mogen worden dat zij de werking van het Scheppend
+ Denkvermogen in het uiterlijk heelal waar kunnen nemen, moet die
+ vordering door den 'overledene' _in persoon_ doorgemaakt worden,
+ welke de bestudeerder der wetenschap, terwijl hij nog niet bevrijd
+ is van onderworpenheid aan de zinnen, vagelijk maakt door het
+ verstand. Want wie het samengestelde bouwwerk van de hemelen zou
+ willen begrijpen, het samenstel van de heilige verblijfplaats
+ van den mensch, moet uitgaan van de poolster, en den horizon
+ trekkende vanuit het punt der Equinoxen, hetwelk een gelijke
+ verdeeling geeft tusschen het licht en de duisternis, moet hij
+ begrijpen hoe de as der aarde voor den mensch de oorspronkelijke
+ ruimtemaat is en de standaardmaat der Diepten. Indien hij het
+ geheim van den levenden vorm zou willen kennen, zal de oceaan
+ zijn leeraar zijn als hij van het strand tot de diepste diepten
+ gaat en de geheime plaatsen van de kokende wateren peilt. De
+ maat van de omloopen aan den hemel zal hem onthuld worden door
+ de maan, daar hij door middel van dien wachter de draaiing en
+ wenteling van onze planeet waarneemt. Om niet louter de beweging
+ maar de ontwikkeling van onzen bol te begrijpen, moet hij de
+ plaats van het centrale vuur der aarde trotseeren, onbevreesd
+ voor de duisternis der grotten van de vlammende afgronden. En
+ daar, terugziende over ontelbare eeuwen, zal hij temidden van
+ aardbevingen en ondenkbare aardrampen den 'Heer der Wet' en de
+ 'Ordewoorden' vinden; terwijl de reusachtige bergketenen hooger
+ en hooger uit den chaos omhoogrijzen om de oppervlakte der aarde
+ voor te bereiden tot woonplaats van den mensch. Vervolgens strekt
+ zich voor hem de schaduw der aarde uit in dat vaag verlichte en
+ uitgestrekte uitspansel, waar de majesteit der open hemelen in
+ nacht omhuld is; en hij neemt waar hoe de samenstanden der eclipsen
+ te danken zijn aan dezelfde macht als de omloopen van verlichting,
+ en hoe het uur der duisternis afgemeten wordt door den Gever van
+ het Licht. Wanneer hij die schaduw doorgegaan is, treft hem een
+ nog meer ontzag inboezemend gezicht, de vreeselijke pracht van de
+ zonnebron in al hare volheid; en als hij langs den zevenvoudigen
+ opgang van de planetensfeer omhoogstijgt, blikt hij onverblind
+ op de reusachtige lichtbundels en vlammenstralen, die plotseling
+ duizenden en myriaden mijlen hoog te voorschijn schieten. Dan,
+ verre in de oneindige diepten en ruimten, zoeken zijne oogen, thans
+ schitterend 'als de oogen van Hator', den veelgeliefden Sothis
+ [Sirius], den brenger van de nieuwe dageraad, het portaal van de
+ onbegrensbare hemelen, 'dat land van millioenen sterkten'. [71]
+
+
+Uit het hier aangehaalde blijkt wel, dat Adams meent dat de kennis
+van het zonnestelsel en het heelal een deel vormde van de wijsheid,
+die den kandidaat voor kennis medegedeeld werd in de Groote Pyramide,
+en wel voornamelijk door _aanschouwing_.
+
+Alvorens nu echter verder te gaan, kan het goed zijn dat wij ons eerst
+een denkbeeld trachten te vormen van hetgeen onder die Mysteriën
+begrepen _kan_ worden. Van de hoogere mysteriën, al weten wij niet
+wat zij geven, kunnen wij toch zeggen, dat zij eene inwijding zijn
+in de hoogste kennis aangaande den mikrokosmos en den makrokosmos en
+het verband tusschen beide. Hoe hoog die kennis gaan kan, kunnen wij
+met ons lagere verstand niet bevatten. Maar alleen zou ik denken dat
+veel, wat nu als geopenbaarde kennis aan de wereld gegeven is, in die
+tijden der oudheid behoorde tot de mysteriën. Wij zijn rijp geworden
+voor kennis, waarvoor de menschen van dien tijd niet rijp waren. Ik
+grond deze meening op een feit, dat ook vermeld wordt in de _Geheime
+Leer_. Enkele ingewijden of dichters, die aan deze kennis kwamen
+door hunne intuïtie, wisten van de werkelijke bewegingen der aarde,
+zon en in het algemeen van de ware inrichting van het zonnestelsel,
+toen de massa nog niet beter wist, dan dat de aarde het middelpunt
+der schepping was en alles om haar wentelde. Zoodra zij (de ingewijden
+of de dichters) dit feit onbedacht aan de wereld mededeelden, volgde
+daarop de straf: dood of verbanning. Thans zijn deze dingen niet
+meer geheim of verborgen. In het algemeen kunnen wij ons voorstellen
+dat de leer van den bouw des heelals en de wetten van de regeling
+er van een deel der mysteriën uitmaakten, en wel een zeer voornaam
+deel. Waarschijnlijk werden de eenvoudigste wetten en waarheden in
+symbolischen vorm den volke verkondigd in de tempels, en dan zien
+wij dus dat de sterrenleer der ouden, n.l. de sterrenwichelarij, de
+sterrenvergoding enzoovoorts, de exoterische vormen waren, waarin
+de machtige wetten van den makrokosmos verzinnebeeld werden. De
+sterrenleer was schoon en waar maar de kern was nog schooner en
+machtiger.
+
+Zoo kan ik mij dus denken, dat in de mysteriën verklaringen gegeven
+werden van deze uiterlijke symbolen en sterrenleer en meer dan dat,
+dat ook de leer der cyclussen, als de groote wet van de regeling van
+den makrokosmos, daar werd geleerd en verklaard.
+
+Als dit zoo is, zien wij in waarom de siderische cyclus zulk een groote
+rol speelt in de theorieën over de Pyramide, en tevens waarom zulk een
+nauw verband gezocht wordt tusschen de Pyramide en de sterrenkunde,
+sterrenwichelarij en sterrengodsdienst in het algemeen.
+
+H. P. Blavatsky zegt: "De slangen van wijsheid hebben hunne verslagen
+goed bewaard, en de geschiedenis van de menschelijke evolutie staat
+opgeteekend _aan de Hemelen_ zoowel als op _ondergrondsche muren_. De
+menschheid en de sterren zijn onverbreekbaar verbonden, vanwege de
+Verstandswezens, die de laatste besturen."
+
+Zouden deze _ondergrondsche muren_ niet op muren van de Pyramidekamers
+doelen? Ik denk van wel, want verder zegt H. P. Blavatsky dat Staniland
+Wake gelijk heeft met te zeggen: "Het is onbetwistbaar dat de Zondvloed
+in de legenden van Oostersche volkeren verbonden geweest is, niet
+alleen met de _Pyramiden_, maar ook met de _sterreteekens_." Dit
+schijnt rechtstreeks op het voorgaande te doelen.
+
+Het is ook niet onnoodig op te merken, dat het volgens de Egyptische
+denkwijze niet voldoende was de grondkrachten van het heelal te
+kennen, benevens al de verschijnselen des hemels en de samenstelling
+van de meest verwijderde zonnen. Ook was het niet mogelijk de
+wetenschappelijke kennis zoodanig uit te breiden dat men door den wil
+een bewerktuigde wereld scheppen kan uit de atomen van de peillooze
+diepte, enkel en alleen door uitbreiding van het aanzicht van kennis
+van het bewustzijn. Neen, niet alleen deze uitbreiding van het verstand
+was voldoende tot inwijdingen in de mysteriën, en de afmetingen en
+verhoudingen van het verborgen Huis werden niet verklaard zonder dat
+hij die ingewijd wenschte te worden, _wijsheid_ had, de leeringen
+van Thoth (den God der wijsheid) in zich had opgenomen.
+
+Geen mensch kan de Godheid aanschouwen wanneer hij niet in de waarheid
+onderricht is, ook kan niemand de inwijding ontvangen tenzij hij _dood_
+voor het vleesch is.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+MYSTIEKE THEORIEËN II.
+
+
+Aleer ik mij waag aan een verdere uiteenzetting van deze theorieën,
+wil ik hier nogmaals uitdrukkelijk vermelden dat ik deze hier geheel
+geef als _persoonlijke_ opvatting, en geenszins beweren wil, of
+trachten het te bewijzen, dat deze de juiste is. Ik kan dan ook
+hier slechts een beroep doen op het intuïtief gevoel van mijne
+lezers bij het maken van gevolgtrekkingen uit de _feiten_, die ons
+in ruime mate door verschillende schrijvers verschaft worden. Deze
+opmerking is te meer noodig aangezien ik, hoewel de theorie van Adams
+geheel volgende (en hoewel ik het in dezen volkomen met hem eens
+ben) enkele onderdeelen meer in bijzonderheden kan uitwerken nu de
+Theosofie ruimere en diepere begrippen over dergelijke zaken heeft
+verspreid, doch hiermede tevens een zeer gevaarlijk terrein betreed,
+waar het moeilijk is bewijzen aan te voeren die _wetenschappelijke_
+waarde zouden hebben, omdat ik grootendeels persoonlijke opvattingen
+moet geven en deze moet laten steunen op enkele aanwijzingen, in
+de _Geheime Leer_ en andere Theosofische werken gegeven; en hoewel
+deze natuurlijk voor mij en vele anderen grooter waarde hebben dan
+menig geleerd wetenschappelijk betoog, kan ik hier nochtans niet van
+een betrouwenswaardige theorie spreken: het is en blijft louter een
+persoonlijke uitlegging van gegevens.
+
+Thans het _Boek der Dooden_ ter hand nemend wil ik alvorens, over
+te gaan tot het bespreken van de inwijding in de Groote Pyramide, er
+nog aan toevoegen dat ik thans dit werk alleen in zooverre wensch te
+volgen, als noodig is voor het verband met het onderwerp, _De Groote
+Pyramide_, en dus niet op een bijzondere beschouwing van den tekst van
+het werk zelf kan ingaan. Dit zou op zichzelf een te zware taak zijn.
+
+In het _Boek der Dooden_ dan vinden wij allereerst enkele inleidende
+hymnen, lofzangen op Ra, ontleend aan den papyrus van Ani. Volgens
+de gewone opvatting werden deze hymnen over de mummie uitgesproken
+door de priesters, om den doode in staat te stellen zijn "geestelijk
+lichaam" naar den hemel te doen opstijgen. Mijn gevoelen hieromtrent
+echter is dat de candidaat door het opzeggen van deze hymnen in een
+soort trance-toestand kwam, en dat zijn hoogere lichamen hierdoor van
+het grofstoffelijk lichaam of _khat_ bevrijd werden, daar de hoogere
+inwijdingen niet plaats vonden in het stoffelijk lichaam, maar in
+het astraal (_ba_ en _ka_) en in het oorzakelijk lichaam (_Sahu_.)
+
+Gedurende deze ceremonie verliet dus Osiris (de ware mensch), in
+zijn _Sahu_, de _khat_, waarna het fysiek lichaam in een mummiekist
+geplaatst werd in een sarcofaag, in de crypt onder de pyramide. In deze
+crypt werd het Nijlwater langs ondergrondsche kanalen gevoerd, zoodat
+de sarcofaag geheel omringd werd door dit water dat tevens diende
+als beveiliger tegen het indringen van invloeden van buiten in het
+in trance verkeerende lichaam. De crypt waarin het lichaam geplaatst
+werd, is waarschijnlijk nog lager gelegen dan de ondergrondsche kamer
+in de pyramide.
+
+De _Sahu_ wordt gezegd gedurende zijn verblijf buiten het lichaam
+gehuld te zijn in een lichtgevend doorzichtig lichaam of _Khu_. Dit
+_Khu_ schijnt mij toe de zoogenaamde _Augoeïdes_ te zijn, en aangezien
+dit punt niet van belang ontbloot is, wil ik voor deze meening
+eenige gronden aanvoeren. In Annie Besant's _Esoterisch Christendom_
+lezen wij:
+
+
+ Het glanspunt van de Mysteriën was wanneer de Ingewijde een God
+ werd, hetzij door vereeniging met een goddelijk wezen buiten
+ hemzelf, _of door de verwezenlijking van het goddelijk zelf_
+ in hem. Dit werd genoemd vervoering en was een toestand van wat
+ de Indische Yogi hooge Samâdhi zou noemen, waarbij _het grove
+ lichaam in trance is_ en _de bevrijde ziel haar eigen vereeniging
+ met het Groote Eene_ tot stand brengt. [72]
+
+
+en Mead zegt:
+
+
+ "Vervoering is niet een eigenlijk zoogenaamde eigenschap, zij is
+ een _toestand_ van de ziel, die haar op zulk eene wijze vervormt,
+ dat zij dan _waarneemt wat tevoren voor haar verborgen was_." [73]
+
+
+In deze aanhalingen vinden wij mijns inziens hetzelfde weergegeven
+als hetgeens Adams met betrekking tot de inwijding in de pyramide
+uitdrukt in Egyptischen symbolischen zeggingsvorm.
+
+Alvorens de kandidaat echter gekomen is tot het punt in zijn evolutie,
+waarop wij hem thans denken om hem te kunnen volgen bij zijne inwijding
+in de Pyramide, moet hij vele eigenschappen verkregen hebben, die hem
+geschikt maken kandidaat voor deze mysteriën te worden, welke laatste
+hem in hun derden graad willen maken tot een Christos, en het kan
+nuttig zijn, alvorens het ritueel van het _Boek der Dooden_ bij de
+Pyramide-inwijding te volgen, eerst na te gaan wat de weg is, dien de
+kandidaat tot op dat oogenblik van zijn evolutie moet hebben afgelegd.
+
+En hier nu zou ieder Br.·. Vr.·. mij geheel kunnen volgen indien hij
+het slechts eens met mij was dat de mysteriën der Vrijmetselarij eene
+weerspiegeling zijn op dit gebied van de inwijdings-ceremoniën, en dat
+de kandidaat in het ritueel der symbolische graden op zinnebeeldige
+wijze de verschillende stadiën der inwijding doorloopt. Want zegt
+Annie Besant niet:
+
+
+ "Voornamelijk werden zij (de kleine mysteriën) als nuttig beschouwd
+ ten opzichte van het bestaan _na den dood_, daar de Ingewijde
+ dat leerde wat zijn toekomstig geluk verzekerde." [74]
+
+
+En is het niet duidelijk dat dit nut voor den kandidaat bewerkt werd
+in het doorloopen van de symbolische reizen, die wel degelijk, volgens
+mijne theorie, het doorloopen van het bestaan na den dood door de ziel
+verzinnebeelden, al weet ik zeer goed dat bijna geen Br.·. dit met mij
+eens zal zijn, en men mij zal zeggen dat het een gaan door dit leven
+verzinnebeeldt. Zeer wel, maar dan beweer ik dat zijn reizen zeer wel
+reden van bestaan vinden in een dusdanige zedelijke verzinnebeelding
+van het leven, maar dat mijne opvatting van een hooger orde is. En dan
+hebben wij beiden gelijk. H. P. Blavatsky maakt ook deze onderscheiding
+en zegt dat er in die tijden was: een vrijmetselarij _in den tempel_
+en een vrijmetselarij _in de Crypt_. [75]
+
+Hoe dit zij, het is mijn vaste overtuiging dat de vrijmetselarij in
+dien tijd als bedoeling had door hare symbolische en andere leeringen
+verdedigers en kenners van den godsdienst te vormen en dat een meester
+vrijmetselaar _in de crypt_ degene was, die de hoogste inwijding had
+doorgemaakt en een Christos was geworden.
+
+Echter is het hier niet de plaats op deze dingen in te gaan, doch
+tot zoover had ik eene vermelding er van noodig, om er op te wijzen
+dat de vrijmetselarij een verklaring van haar ritueel geheel moet
+zoeken langs de hier aangegeven lijnen, om ten slotte in het ritueel
+van het _Boek der Dooden_ haar hoogste uiting te vinden; en hoewel
+ik, zooals ik reeds schreef, hier niet verder op wensch in te gaan,
+ben ik gaarne bereid ieder Br.·. die belang stelt in deze theorie,
+mijn gevoelen nader uiteen te zetten.
+
+Geheel zonder steun van Theosofische zijde is de bewering, dat er eene
+opeenvolging van mysteriën was in verschillende graden en scholen,
+aleer eene inwijding in de Pyramide plaats vond, niet. Een goed
+verstaander moet echter in dezen aan een half woord genoeg hebben,
+daar eene uitlegging van de woorden licht te veel kan onthullen. Na
+verschillende deugden en hare wijze van verkrijging beschreven te
+hebben, schrijft Annie Besant in _Esoterisch Christendom_, blz. 30.
+
+
+ Deze deugden waren noodig voor de Groote Mysteriën, daar zij
+ betrekking hadden op het louteren van het ijle lichaam, waarin
+ de ziel werkte, wanneer zij buiten het grove lichaam was. De
+ gedrags- of praktische deugden behoorden tot het gewone leven van
+ den mensch en werden tot op zekere hoogte vereischt alvorens hij
+ een kandidaat kon zijn zelfs voor een zoodanige school als hierna
+ beschreven wordt.
+
+
+In deze aanhaling zien wij de vereischten die noodig waren om
+als leerling aangenomen te worden. Ook in andere boeken wordt er
+op gezinspeeld dat in die tijden een der vereischten voor _alle_
+inwijdingen was dat men in het astraal lichaam werkzaam kon zijn.
+
+Nu komt iets verder:
+
+
+ ...Dan kwamen de zuiverende deugden, waardoor het ijle lichaam,
+ dat van de aandoeningen en het lager denkvermogen, gelouterd werd.
+
+
+Dit vond plaats gedurende de evolutie van den kandidaat als leerling.
+
+
+ Ten derde de verstandelijke, die behoorden tot den augoeïdes of
+ den lichtvorm van het verstand.
+
+
+De ontwikkeling van deze eigenschappen kenmerkten den tweeden graad,
+en ten slotte hebben wij:
+
+
+ Ten vierde de bespiegelende of vóórbeeldige, waardoor vereeniging
+ met God verwezenlijkt werd,--
+
+
+kenmerkende het doorloopen van de laatste kenbare inwijding, waarbij
+de volmaakte mensch als Christos wedergeboren wordt. Dat het mogelijk
+is bij deze laatste inwijdings-ceremonie wederom een verdeeling in drie
+graden te maken zooals Adams dit doet is mijns inziens volkomen logisch
+wanneer wij aannemen, dat in een hoogere school eene herhaling plaats
+vond van wat in de voorgaande scholen was geschied, en dat het nu op
+een hoogeren trap plaats vond, terwijl dan de hoogste graad verder
+opwaarts voerde.
+
+Men kan uit deze gegevens tot de gevolgtrekking komen dat het lichaam
+_Khu_, waarin Osiris verblijft vóór zijn vereeniging met God-Osiris,
+hetzelfde lichaam moet zijn als dat hetwelk door de Theosofen Augoëides
+genoemd wordt.
+
+Thans kunnen wij ons een denkbeeld vormen van den kandidaat en zijn
+evolutie tot op het oogenblik van zijn inwijding in de Pyramide, en
+dat deze inwijding daar plaats vond kan (behalve de vele bewijzen die
+wij vroeger reeds vermeldden) ook in het aangehaalde werk van Annie
+Besant gevonden worden:
+
+
+ Alleen zij konden erkend worden als kandidaten voor Inwijding,
+ die reeds goed waren zooals menschen goedheid rekenen, volgens
+ de gestrenge maat van de wet. Rein, heilig, zonder bezoedeling,
+ zuiver van zonde, levende zonder overtreding--zoodanig waren
+ enkele van de beschrijvende gezegden die omtrent hen gebruikt
+ werden. Verstandig ook moeten zij zijn, met welontwikkeld en
+ welgeoefend denkvermogen. De ontwikkeling die in de wereld leven
+ na leven voortgezet wordt, het ontwikkelen en meester worden
+ van de vermogens van het denkvermogen, de aandoeningen en den
+ redelijken zin, het leeren door exoterische godsdiensten, het
+ uitoefenen van plichtsvervulling, het streven anderen te helpen
+ en op te heffen--dit alles behoort tot het gewone leven van een
+ ontwikkeld mensch. Wanneer dit alles gedaan is, is de mensch "een
+ goed mensch" geworden, de Chrêstos van de Grieken, en dit moet
+ hij ook zijn vóór hij de Christus, de Gezalfde kan worden. Het
+ exoterisch leven goed vervuld hebbende, wordt hij een kandidaat
+ voor het esoterisch leven en vangt de voorbereiding tot Inwijding
+ aan, hetgeen bestaat in het vervullen van zekere voorwaarden. De
+ voorwaarden bepalen de eigenschappen die hij verkrijgen moet en
+ terwijl hij hard werkt om deze te scheppen, zegt men soms van hem
+ dat hij het Proefpad betreedt, het Pad dat tot de _Enge Poort_
+ leidt, aan gene zijde waarvan de _Smalle Weg_ is, of het _Pad
+ van Heiligheid_, de _Kruisweg_." [76]
+
+
+En wanneer wij in verband hiermede lezen hetgeen H. P. Blavatsky in de
+_Geheime Leer_ vermeldt, (reeds vroeger door ons aangehaald) namelijk:
+
+
+ "En thans, in 1882, schrijft Staniland Wake het volgende:
+ 'De koningskamer... was waarschijnlijk de plaats waar de in te
+ wijden persoon toegelaten werd nadat hij door de enge opwaartsche
+ gang en de groote galerij met haar laag eindgedeelte was gegaan,
+ hetgeen hem gaandeweg voorbereidde voor het slotbedrijf der
+ Heilige Mysteriën.'
+
+ Ware Staniland Wake een Theosoof geweest, dan had hij er
+ wellicht aan toegevoegd, dat de enge opwaartsche gang, die naar
+ de Koningskamer leidt, inderdaad een 'enge poort' had; dezelfde
+ 'enge poort' die 'tot het leven leidt', en dat het aan deze
+ poort van den Tempel van Inwijding was dat de schrijver dacht,
+ die de woorden opgeteekend heeft, welke naar beweerd wordt door
+ een Ingewijde gesproken zijn." [77]
+
+
+dan zal het duidelijk zijn dat de Christus-Inwijding inderdaad in de
+Pyramide plaats vond; temeer waar er ook gezegd wordt:
+
+
+ "Want Egypte is een van de wereldmiddelpunten der ware Mysteriën
+ gebleven...." [78]
+
+
+Wij kunnen thans overgaan tot eene beschouwing van het Ritueel van het
+_Boek der Dooden_. De in trance verkeerende kandidaat werd geplaatst,
+zooals wij reeds zeiden, in de kamer onder de Pyramide. Hij werd op
+een kruis geplaatst, soms van den gewonen kruisvorm, soms van den vorm
+van de Tau. Zijn handen werden met een touw bevestigd aan het kruis,
+doch het eind van dit touw werd losgelaten, om aan te duiden dat de
+kandidaat vrijwillig dezen figuurlijken kruisdood doormaakte. De doode
+verliet thans in zijn "_ba_" of astraal lichaam zijn "_Khat_", en
+ging buiten zijn lichaam de verschillende voorbereidende beproevingen
+doormaken.
+
+Wij moeten om deze na te gaan, opslaan hfdst. XVII van het _Boek der
+Dooden_, waarvan de tekst luidt:
+
+
+ (I) Hier begint de lof en verheerlijking van het uittreden en
+ het ingaan tot de heerlijke onderwereld welke is in het schoone
+ amentet, van het uittreden (II) bij dag in alle vormen van bestaan
+ welke hem ["den doode"] behagen, van damspelen en in de zaal
+ zitten en te voorschijn komen (III) als een levende ziel.
+
+
+Zooals ik reeds zeide is het onmogelijk diep in te gaan op eene
+volledige uitlegging dezer teksten; slechts de breede beteekenis er
+van kan hier gegeven worden in verband met het geheel. Hier slaat de
+tekst op een bekend feit. De kandidaat moest bij zijne inwijding eerst
+afdalen in de onderwereld: hij "daalde neder ter helle". Belangrijk is
+tot een juist begrip, hetgeen C. W. Leadbeater zegt in de _Christelijke
+Geloofsbelijdenis_.
+
+
+ "De formule door de beoefenaren van Atlantische Magie in overoude
+ tijden aan de Egyptenaren overgeleverd, luidde aldus:
+
+ 'Dan zal de kandidaat op het houten kruis gebonden
+ worden, hij zal sterven, begraven worden en
+ nederdalen in de onderwereld; na den derden dag zal
+ hij teruggebracht worden van de dooden en ten hemel
+ worden opgenomen om de rechterhand te zijn van Hem
+ uit Wien hij kwam, daar hij geleerd heeft de levenden
+ en de dooden te besturen.'
+
+ De hal der Inwijding was dikwijls onder den grond in een
+ Egyptischen tempel--vermoedelijk vooral om hare ligging geheim te
+ houden, ofschoon het ook bedoeld kan zijn als deel der symboliek
+ van de nederdaling in de stof, die zulk een groote rol speelde in
+ al die oude mysteriën. Het is mogelijk dat er een dergelijke hal
+ _in of onder de Groote Pyramide_ was, want nog slechts een zeer
+ klein deel dier ontzaglijke massa is onderzocht of zal denkelijk
+ ooit onderzocht worden." [79]
+
+
+C. W. Leadbeater vermeldt daarna hetgeen wij reeds zeiden omtrent
+het binden op het kruis, en vermeldt tevens dat het lichaam dan in
+"een nog lager gelegen gewelf" gebracht werd. Een ieder leze dit
+gedeelte van het bedoelde werkje dus aandachtig na in verband met
+deze verhandeling. Vooral ook hetgeen volgt op blz. 81-85. Een kort
+overzicht van hetgeen daar gezegd wordt moge hier voldoende zijn voor
+een juist begrijpen van hetgeen wij verder zullen vermelden.
+
+De zoogenaamde "doode" bevond zich dus op het astrale gebied vol
+leven en bewustzijn. Gedurende zijn verblijf aldaar moest hij vele
+ondervindingen opdoen om hem tot een nuttig wezen in die wereld te
+maken. Deze nederdaling in de onderwereld (Amentet) bij een inwijding
+geschiedt opdat de kandidaat zal trachten aan de vele ongelukkigen op
+dit lage astrale gebied (Kama Loka) hulp te brengen door hen te wijzen
+op hunne kansen tot verbetering. Tevens moest volgens Egyptisch gebruik
+de kandidaat gedurende deze "nederdaling ter helle" de zoogenaamde
+aard-, water-, lucht- en vuurproeven ondergaan--_tenzij hij die reeds
+in een vroeger stadium zijner ontwikkeling doorstaan had_. Hij leerde
+dus dat geen dezer elementen hem deren kan in zijn astraal bestaan. Ook
+moest hij om deze reden (en ook thans moet dit nog) de vreeselijkste
+verschijningen in de afschuwelijkste omgeving ontmoeten om vertrouwd
+te worden met alle omstandigheden dezer gebieden. Ziedaar het nut
+van dit oude Egyptische ritueel.
+
+De tekst van hfdst. XVII van het _Boek der Dooden_ zal nu duidelijk
+zijn in algemeene trekken. Vele der voorafgaande hoofdstukken geven
+hetzelfde weer, bijv. hfdst. Ib:
+
+
+ (I) Het Hoofdstuk van het doen gaan van de Sahu [het Geestelijk
+ Lichaam] in den Tuat [de Onderwereld] op den dag van de begrafenis,
+ wanneer de volgende woorden moeten opgezegd worden (hier volgt
+ een uitgebreide tekst, dien de lezer wel doet na te slaan in
+ dit verband).
+
+
+en hfdst. VIII:
+
+
+ (I) Het Hoofdstuk van het gaan door Amentet [en het
+ Tevoorschijntreden] bij dag.
+
+
+en hfdst. IX:
+
+
+ (I) Het Hoofdstuk van het tevoorschijntreden bij dag na den gang
+ door het graf gedaan te hebben.
+
+
+terwijl in hfdst. X ook gezinspeeld wordt op den strijd en de
+moeilijkheden aldaar.
+
+Een moeilijkheid doet zich echter voor, en geen oplossing is
+daarvoor te vinden. C. W. Leadbeater spreekt van deze inwijding als
+de Sotapatti-inwijding, terwijl alle andere gegevens er tot dusver
+op duidden dat de Christus-inwijding zou hebben plaats gevonden in
+de Pyramide. De Christus-inwijding is dan ook de _hoogste_ kenbare
+inwijding, niet de Sotapatti-inwijding, welke laatste tot de kleine
+Mysteriën behoort. Verwondering baart het dus dat C. W. Leadbeater
+hier de Sotapatti-inwijding noemt de "hoogste" inwijding die in Egypte
+plaats vond.
+
+Dit laatste kan slechts het geval zijn wanneer wij spreken van Egypte
+in zijn vervaltijd, doch niet toen het zijn grootsten bloei beleefde
+en de Groote Mysteriën hun zetel hadden in de Groote Pyramide.
+
+Zeer zeker zou licht gewenscht zijn op dit punt, doch geenszins zie
+ik kans het dilemma op te lossen.
+
+
+ (I) Nog een Hoofdstuk [dat opgezegd moet worden] door iemand
+ die bij dag te voorschijn treedt tegen zijne vijanden in de
+ Onderwereld.
+
+
+Hetzelfde wordt weergegeven in de hoofdstukken XI (i), XII (ii), XIII,
+en ik vermeen dat hfdst. XV een zegezang is na de overwinning en den
+gelukkigen doorgang door de onderwereld.
+
+Adams meent dat deze hoofdstukken den kandidaat medegedeeld worden
+aleer hij in het "graf" daalt om hem voor te bereiden op hetgeen
+hem wacht. Ook deze uitlegging is nu wel te aanvaarden indien men
+veronderstelt dat al deze hoofdstukken op één persoon in denzelfden
+tijd betrekking hebben. Doet men dit niet, dan is het eer aan te
+nemen dat zij hetzelfde feit, namelijk het gaan naar de Onderwereld,
+op verschillende wijzen beschrijven.
+
+De verdere hoofdstukken van het _Boek der Dooden_ zijn aan geen
+verschil van opvatting onderhevig. Hfdst. XVII beschrijft het gaan in
+de Onderwereld zelf met een korte opsomming van de toetsen, vijanden
+en gevaren, welke den doode wachten, en van hfdst. XVIII af kunnen
+wij het doormaken der beproevingen volgen. Adams zegt dan ook:
+
+
+ "De vrienden zijn verdwenen. De zon, die van zijn vroegste
+ jaren af het ontwaken van den gestorvene begroet heeft, is voor
+ altijd uit zijn gezicht verdwenen. De "Poort der Aarde" is hij
+ doorgegaan; en de Kandidaat voor Wijsheid is de Strever naar
+ Onsterfelijkheid geworden. Ondenkbare stilte heerscht rondom hem,
+ een niet te begrijpen duisternis ligt voor hem. Maar onder de
+ leiding van Anup, den gids der zielen, gaat hij door die Poort
+ der Opstijging, waar het goddelijk licht den steen van het graf
+ heft. 'Het is het gebied van zijn vader Shu (het Licht)', vervolgt
+ het Ritueel: 'hij wascht zijne zonden weg, hij doet zijne wonde
+ plekken verdwijnen'. Dan, wanneer de gestorvene in de duisternis
+ voorwaarts treedt en onbevreesd het benedenwaartsche pad afgaat,
+ onthult het innerlijk Licht, ongezien door het sterfelijk oog,
+ zich in een visioen. Hij ziet de Onderwereld (hfdst. XVII) het
+ gebied der Inwijding, den ingang tot de verborgen plaatsen, met
+ betrekking tot welke de goddelijke Wijsheid hem geleerd heeft,
+ dat het de plaats is 'waar hij moet binnentreden en van waar uit
+ hij moet tevoorschijntreden', de veranderingen die hij begeeren
+ moet door te maken opdat hij tot de gelijkenis van God vervormd
+ moge worden, de goede werken die hij moet verrichten, de troon
+ van de herschapen ziel, en het gezegende gezelschap van Osiris
+ nadat het lichaam ter ruste gelegd is. In datzelfde visioen ziet
+ hij ook den ingang van de Onderwereld, of Rusta, en verneemt dat
+ het de noordelijke deur van het graf van Osiris is, terwijl de
+ eenige ingang van de Pyramide de noordelijke ingang is. [80]
+
+
+Symbolisch wordt dus het gaan in en het betreden van de
+benedenwaartsche gang in de Pyramide beschouwd als het betreden van
+de onderwereld. Wanneer het lichaam dan op de Tau geplaatst is in een
+trance-toestand, vangt de beproeving op het astraal gebied aan, welke
+gevolgd moet worden door de beproeving op het verstandsgebied, om te
+worden bekroond door een geboorte op het Buddhisch gebied, terwijl de
+lichamen door verschillende transformaties geschikt worden gemaakt om
+dit schitterend Buddhisch beginsel ten slotte op te nemen. Dit alles
+zullen wij vinden in het ritueel van het _Boek der Dooden_ en met
+dezen voortgang der Inwijding gaat eene verplaatsing van het stoffelijk
+lichaam gepaard langs den symbolischen weg in de Pyramide. Den tekst
+van hoofdstuk XVII vermeldden wij reeds, als te kennen gevende wat den
+kandidaat te wachten staat in die onderwereld. Het zal echter niet
+wel mogelijk zijn het ritueel te volgen door hoofdstuk na hoofdstuk
+in verband daarmede aan te halen, want evenals dit in onzen _Bijbel_
+het geval is, werd door de samenstellers van het _Boek der Dooden_
+natuurlijk geenszins deze opvatting van den tekst gehuldigd, en is
+deze op eene schromelijke manier dooreengeward. In dezen tekst zijn
+n.l. door elkaar heen te vinden:
+
+
+(a) het doorloopen van de inwijding volgens het Egyptische ritueel.
+
+(b) de verklaring van den hierofant aan de leerlingen van het
+ritueel zelf.
+
+(c) de verklaring van de inwijding van den kandidaat als
+verzinnebeeldende de nederdaling van den Logos in de stof.
+
+(d) de verklaring van verschillende leeringen van den exoterischen
+godsdienst, als daar zijn reïncarnatie, de drievoudige, zevenvoudige en
+meervoudige samenstelling van den mensch, zijn verband als mikrokosmos
+tot den makrokosmos, enz.
+
+
+Wij zien dus dat het op zichzelf heel wat studie en zeer veel kennis
+zou vorderen om het _Boek der Dooden_ aldus te ontleden, en het kan dus
+thans ook niet mogelijk zijn dit te dezer plaatse in een kort bestek
+te doen in verband met ons onderhavig onderwerp. Ik wenschte er echter
+alleen op te wijzen, daar anders mijn aanhalingen uit de verschillende
+hoofdstukken van het _Boek der Dooden_ zonder een bepaalde volgorde
+eenigszins willekeurig zouden gelijken. Bij een juist denkbeeld van
+de samenstelling van het werk valt deze willekeurigheid weg.
+
+Tot beter begrip van enkele gebeurtenissen in het ritueel is het niet
+onnoodig het volgende op te merken. Er wordt in enkele gedeelten
+van het ritueel veel gesproken over de "krokodil" en veel over het
+"hart". Het is natuurlijk steeds in symbolische beteekenis dat deze
+woorden gebruikt worden. De "krokodil" beteekent in de meeste gevallen
+Manas, het Denkvermogen en wordt dan gewoonlijk beschouwd als vijand
+van den _werkelijken_ mensch Osiris, als trachtende hem te bewegen
+tot afscheiding, de gevaarlijkste eigenschap van den "vijfpuntigen"
+mensch. De vijfpuntige ster, het symbool van den mensch gereed voor
+inwijding, gaf aanleiding tot het ontstaan van het krokodil-symbool,
+namelijk door de vijf uiteinden van voorpooten, achterpooten en
+staart. Soms is deze krokodil voorgesteld als draak en in enkele
+gevallen als visch.
+
+Het "hart" is het reïnkarneerende beginsel of het ware Ego, het
+zoogenaamde "voorouderlijke hart".
+
+In verband met deze diepgaande symbologie is het voor den studeerende
+zeer belangrijk, na te gaan hetgeen H. P. Blavatsky in dit verband
+zegt in de _Geheime Leer_ I, 288, 289. Zooals ik reeds opmerkte vindt
+men in het _Boek der Dooden_ vele dooreenstrengelen van verschillende
+leeringen, doch ook de ritueelen van verschillende inwijdingen zijn aan
+elkander vastgeknoopt of onderling verward. Zoo is bijvoorbeeld het
+begraven in een mummiekist en het gaan in de onderwereld een eerste
+inwijding en dit komt overeen met hetgeen thans in symbolischen vorm
+in den leerlingsgraad der Vr.·. M.·. doorloopen wordt, volgens mijn
+vroeger reeds vermelde opvatting, namelijk het gaan door den dood
+en het bekend worden met de werelden aan gene zijde des grafs, het
+bekend worden met astrale en devachanische toestanden, het bevriend
+raken met de elementalen dier gebieden, enz. Vandaar bijv. de offers,
+en het graan dat medegegeven werd in de mummiekist. De astrale
+tegenhangers daarvan kon hij hun als offers aanbieden. Later werd dit
+gebruik voortgezet bij de werkelijke dooden, hoewel waarschijnlijk
+de redenen, die er aanleiding toe gaven, reeds vergeten waren; doch
+wie weet hoeveel nut de afgestorvenen er aan gene zijde van hadden!
+
+Dit gaan in de onderwereld en deze inwijding is natuurlijk volstrekt
+niet die waarover wij reeds spraken als de Christus-inwijding,
+waarbij de kandidaat op de Tau geplaatst werd. Bovendien had deze
+lagere inwijding veelvuldig en ook in vele andere tempels en pyramiden
+plaats. De inwijding waarover wij in een volgend hoofdstuk zullen
+handelen in verband met de groote Pyramide, aan de hand van het
+_Boek der Dooden_, is die inwijding welke als eindzege de geboorte
+van het Buddhisch lichaam had en symbolisch de uitstorting van den
+Logos verzinnebeeldde in het bouwwerk dat symbolisch zijn veld van
+werking voorstelde, namelijk ons zonnestelsel.
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+MYSTIEKE THEORIEËN. (SLOT.)
+
+
+Wij zullen nu trachten den kandidaat bij zijn inwijding in de Groote
+Pyramide te volgen, en daar wij enkele gedeelten van het ritueel
+van het _Boek der Dooden_ in verband met deze inwijding in een vorig
+hoofdstuk reeds toelichtten, is het thans mogelijk om zonder verdere
+uitweiding over onderdeelen het geheel dezer inwijding te volgen.
+
+Adams beweert dat het mogelijk is den kandidaat bij deze inwijding door
+de geheele Pyramide heen stap voor stap te volgen. Dit schijnt mij een
+eenigszins gewaagde opmerking om algemeen te worden aangenomen. Indien
+men de theorie op gevoelsgronden aanneemt is het wel duidelijk
+dat men tot deze conclusie komt, doch door iemand die de theorie
+kritisch beschouwt, zou deze opmerking zeer zeker niet onderschreven
+worden. Zooals wij reeds zagen is in de hoofdstukken I-XVII een soort
+inleiding belichaamd tot het eigenlijk ritueel; van hoofdstuk XVIII
+af wordt de kandidaat onderworpen aan beproevingen en maakt hij de
+inwijding door; het "Doorbrengen der Dagen" neemt een aanvang. Nadat de
+"doode" geplaatst is in de onderaardsche crypt, worden zekere mantrams
+over hem uitgesproken en ik meen dat dit gedurende den eersten tijd
+van de inwijding enkele malen geschiedde over het beweginglooze en
+schijnbaar levenlooze lichaam. Zulke mantrams vinden wij weergegeven
+in de hoofdstukken XVIII, XIX en XX. In hoofdstuk XVIII lezen wij o.a.:
+
+
+ Wanneer dit hoofdstuk opgezegd wordt, zal de doode te voorschijn
+ treden bij dag, gelouterd na den dood en [hij zal] al de
+ vervormingen [doormaken] die zijn hart zal voorschrijven. Indien
+ dit hoofdstuk over hem opgezegd wordt, zal hij op aarde te
+ voorschijn treden, hij zal aan alle vuur ontkomen; en geen
+ enkele van de slechte dingen die hem [toebehooren] zullen hem in
+ eeuwigheid en altijd en altijd belemmeren.
+
+
+In hoofdstuk XIX wordt gesproken over het plaatsen van talismans op
+het gelaat van den doode, over het branden van wierook en het plaatsen
+van offeranden; terwijl dan merkwaardig is het volgende:
+
+
+ [Dit hoofdstuk] moet door u tweemaal opgezegd worden bij
+ het aanbreken van den dag--nu is het een nimmer falende
+ bezwering--regelmatig en voortdurend.
+
+
+Hoofdstuk XX moet blijkbaar eveneens als mantram opgevat worden.
+
+In de eerstvolgende hoofdstukken wordt daarna beschreven wat
+intusschen met het astraallichaam plaats vindt, en wel in de eerste
+plaats hoe het astraal _bewustzijn_ begint te werken en hoe het ego
+in het astraallichaam handelen kan. Zoo spreekt hoofdstuk XXII van
+het "openen van den mond", terwijl in XXIV en XXV vermeld wordt hoe
+het denkvermogen weder begint te werken in dit nieuwe astrale leven;
+wij lezen n.l.:
+
+
+ Het Hoofdstuk over: een mensch geheugen te doen bezitten in
+ de onderwereld.
+
+
+Eindelijk komt in hoofdstuk XXVI het "hart" wederom terug tot
+Osiris en wij lezen er in hoe de kandidaat daarna kan werken in zijn
+astraallichaam. Een gedeelte van dit hoofdstuk haal ik daarom aan:
+
+
+ ....."Moge mijn mond mij [gegeven worden], opdat ik daarmede kan
+ spreken; en mijn beide beenen om daarmede te wandelen, en mijn
+ twee handen en armen om mijn vijand neer te werpen. Moge de deur
+ van den hemel mij geopend worden; moge Seb, de Vorst der Goden,
+ zijn beide kaken wijd voor mij openen; moge hij mijn beide oogen,
+ welke geblinddoekt zijn, openen; moge hij zorgen dat ik mijne
+ beide beenen van elkander uitstrek welke tezaam gebonden zijn; moge
+ Anubis mijne dijen zoo stevig maken dat ik er op staan kan. Moge
+ de godin Sekhet mij doen opstaan zoodat ik ten hemel kan stijgen,
+ en moge datgene gedaan worden wat ik beveel in het Huis van de _Ka_
+ van Ptah (Memphis). Ik begrijp mijn hart. Ik heb heerschappij
+ over mijn hart verkregen, ik heb macht over mijn beide handen,
+ ik heb macht over mijne beenen, ik heb wederom macht om te doen
+ wat mijn _Ka_ gelieft. Mijn ziel zal niet gebonden zijn aan mijn
+ lichaam bij de poorten der onderwereld; maar ik zal in vrede
+ binnentreden en in vrede te voorschijn komen."
+
+
+Thans komen de beproevingen en gevaren. De kandidaat ziet in zijn
+astraal bewustzijn de vijanden die hem tegenhouden, n.l. zijn
+hartstochten, die zich in allerlei vormen aan hem opdringen, en
+trachten hem te vernietigen, van zijn doel af te leiden of op den
+verkeerden weg te brengen. Eenige hoofdstukken spreken zelfs van "het
+wegnemen van het hart van Osiris". Blijkbaar doelt dit op het gevaar
+van een kandidaat, die bewust op het astraal gebied werken kan, om
+af te dwalen in de paden der zwarte magie, waarbij ten slotte zijn
+"ego" losgescheurd zou worden uit de lagere lichamen. Een groote
+vijand van hem is hier ook de "krokodil", d.w.z. het denkvermogen.
+
+In de hoofdstukken XXVII-XXXII vinden wij dan voornamelijk beschreven
+hoe de kandidaat zijne hartstochten onder de oogen moet zien en
+toonen moet dat hij ze overwonnen heeft; blijkbaar blijven ze,
+doch onderworpen aan den wil van den Osiris-mensch, en niet als zijn
+heerschers. Van een moeilijker strijd wordt verhaald in de hoofdstukken
+XXXIII-XLI, en wel van den strijd tegen het denkvermogen, dat een
+kandidaat op allerlei wijzen van zijn doel tracht af te leiden. Ook
+is hier sprake van magische of ordewoorden, die den kandidaat kunnen
+helpen. De strijd schijnt bemoeilijkt te worden door "slangen". Ik
+vermoed dat deze eene voorstelling zijn van de leidende hierofanten,
+die de standvastigheid van den kandidaat beproefden; wij moeten
+dus geen werkelijke vijanden in deze slangen zien, maar slechts
+schijnbare. Dit zou ook verklaren waarom bij het einde van dit deel
+der inwijding in hoofdstuk XLII een vignet staat, waarin de "doode"
+een koord heeft om het bovenste deel van een _tet_, wat volgens
+Naville het zinnebeeld van standvastigheid is.
+
+Thans schijnt een tweede gedeelte van de astrale beproevingen aan
+te vangen om zijn zelfbeheersching te toetsen; er wordt n.l. veel
+gesproken over het wegnemen van zijn hoofd, het vergeten der magische
+woorden enz., terwijl ook nieuwe vijanden zich in allerlei gedaanten
+aan hem opdringen. Van zijn astraallichaam wordt echter gezegd dat het
+gelouterd is in het "water" der onderwereld, en schoon en schitterend
+geworden is. Niettemin wacht hem bij gebrek aan zelfbeheersching en
+standvastigheid de dood door de schepselen der duisternis (XLIII-LI).
+
+Wanneer wij thans weder verband zoeken met de groote Pyramide in dit
+ritueel van inwijding, is het waarschijnlijk dat het lichaam van den
+kandidaat opwaarts gebracht werd naar de zoogenaamde "Put", terwijl
+daarna (in het derde gedeelte van de astrale inwijding) het ego van
+den kandidaat _wetend bewust_ werd van zijn goddelijke afkomst. Adams
+spreekt van dit bewustworden van den kandidaat van zijn goddelijken
+oorsprong als "de tweede geboorte". Dit schijnt mij wel eenigszins
+voorbarig, aangezien de tweede geboorte zelf het slot van de geheele
+inwijding vormt.
+
+Enkele hoofdstukken duiden blijkbaar op de water- en vuurproef van
+het astraal gebied; zoo lezen wij o.a. in hoofdstuk LXIIIa:
+
+
+ Het hoofdstuk van het water drinken en het niet door vuur verbrand
+ worden in de onderwereld.
+
+
+Hoofdstuk LXIV zinspeelt op het welslagen van den kandidaat na de
+verschillende astrale beproevingen en geeft hem onderricht. Zoo
+lezen wij:
+
+
+ "Ik ben Gisteren, Heden en Morgen en [ik heb de macht] een tweede
+ maal geboren te worden..." "Ik ben de Heer van de menschen die
+ opgeheven worden, [de Heer] die uit de duisternis komt, en wiens
+ vormen van bestaan die zijn van het huis waarin de dooden zijn".
+
+
+Vooral de laatste uitdrukking past zeer wel in onze theorie. Indien
+de hierofant hier de spreker is, vertegenwoordigt hij als zoodanig de
+Logos; het huis dat den vorm van diens bestaan bevat is de Pyramide;
+de dooden zijn de in-te-wijden kandidaten.
+
+Terwijl nu het astrale lichaam rust verkrijgt, vangt de beproeving in
+het verstandslichaam aan. Deze regeneratie van het verstandslichaam
+vindt plaats nadat het in trance verkeerende lichaam in de zoogenaamde
+Koninginnekamer geplaatst is. Dit tweede gedeelte van de inwijding
+is moeilijk te volgen, zelfs in het _Boek der Dooden_, niet omdat het
+er niet beschreven staat, maar omdat wij er zoo weinig van begrijpen
+kunnen.
+
+In hoofdzaak schijnt dit tweede gedeelte der inwijding te bestaan
+uit het doormaken van zekere beproevingen, die de rijpheid van het
+oorzakelijk lichaam zullen bevorderen, opdat de geboorte in het
+Buddhisch lichaam vergemakkelijkt worde.
+
+Uitvoerig wordt daarna beschreven hoe, na de tweede periode der
+inwijding, Osiris tot het lichaam terugkeert. Hij is namelijk
+zoo schitterend geworden dat "het lichaam verteren zou door den
+glans", en vandaar dat er verschillende transformaties moeten
+plaats vinden, voordat het lichaam weder bezield kan worden. In de
+hoofdstukken LXV-LXXV worden de wedergeboorte en de terugkeer tot
+het lichaam beschreven, terwijl in de hoofdstukken LXXVII-LXXXVII de
+verschillende transformaties beschreven worden, alles in symbolischen
+vorm natuurlijk. Het goddelijk Ego hult zich dus in een Khaibit
+of licht-dampkring (aura), bestaande uit een reeks etherische
+omhullingen, die het schitterend licht van de Ikheid temperen en
+vatbaar maken, om opgevangen te worden door het aardsche lichaam. De
+vorm die het eerst aangenomen wordt is die van de gouden wolk, het
+symbool van den Eeuwige; daarna heeft eene vervorming plaats, welke
+symbolisch voorgesteld wordt door het hoofd van Osiris in een lotus,
+de Godheid geopenbaard in de onbevlekte stof; vervolgens wordt de
+slangvorm aangenomen, duidende op de verkregen wijsheid, terwijl ten
+laatste het Ego wedergekeerd is in het lagere verstand en als symbool
+daarvan den krokodil-vorm aanneemt. Adams merkt met betrekking tot
+het krokodil-symbool in den vorm van vijand zoowel als in den vorm
+van goddelijke belichaming het volgende op:
+
+
+ "Want daar de menschelijke hartstochten deel uitmaken van de
+ natuur waarin de mensch oorspronkelijk geschapen werd, zijn
+ zij niet uitteraard slecht, maar worden slecht wanneer zij niet
+ onderworpen zijn aan de ziel. En aldus wordt de krokodil, die den
+ "doode" aanviel vóór de wedergeboorte, goddelijk in den nieuwen
+ vorm. Daarom werd de krokodil in hoog aanzien gehouden bij de
+ Egyptenaren, want deze sprak hun van den tijd waarop de mensch
+ heerschappij over zijne hartstochten zou hebben verkregen en
+ waarop de laatste hinderpaal tusschen hem en zijn verheerlijkte
+ ziel weggenomen zou zijn."
+
+
+De vereeniging van ziel en lichaam na het tweede gedeelte der inwijding
+vindt plaats in de hoofdstukken LXXXIX-XCIII.
+
+Het is echter niet goed mogelijk den kandidaat in werkelijkheid
+in de Pyramide te volgen, zooals Adams dit doet en wel hoofdstuk
+na hoofdstuk. Zoo zou in dit laatste gedeelte der inwijding de
+"ziel" wedergeboren worden in de Koninginnekamer, en het lichaam zou
+wachten op den bodem der "put". Daarna zou de ziel nederdalen tot het
+lichaam. Der fantasie is hier te veel spel gelaten. Meer waarschijnlijk
+is wel, dat het in trance verkeerende lichaam eerst onder den grond,
+en daarna in de Koninginnekamer werd gedragen. Het laatste gedeelte der
+inwijding (3 dagen en 3 nachten) werd doorgebracht in de Koningskamer.
+
+Wanneer wij dus uit het rijk der fantasie van Adams treden en zien
+wat werkelijk plaats vond met den kandidaat, zooals H. P. Blavatsky
+ons dit mededeelt, dan moeten wij den bouw van het inwendige der
+Pyramide louter als den symbolischen weg opvatten en niet letterlijk
+den kandidaat gedeelte na gedeelte laten doorloopen in gelijken tred
+met den voortgang zijner inwijding op hoogere gebieden. De symboliek
+van het bouwwerk moet geheel gezocht worden in de getalwaarden
+van de verhoudingen der afmetingen, en deze getalwaarden vormen de
+symboliek, waarin de voortgang van den kandidaat in zijn evolutie
+wordt voorgesteld. Zooals wij reeds vroeger betoogden, is de Groote
+Pyramide een stoffelijk symbool van den Zonne-Logos. De mensch
+nu volbrengt zijn evolutie binnen het veld van den Logos, legt een
+zekeren weg af in het lichaam van dien Logos (vandaar het symbool van
+den dierenriem als de baan der evolutie). Gedurende de inwijding nu
+legde de kandidaat dezen weg wederom af in het bouwwerk, dat dit
+"lichaam" verzinnebeeldt en dus op symbolische wijze: naarmate
+zijn inwijding vorderde, moest hij zich in een ander gedeelte van
+de Pyramide bevinden, om ten slotte het einddoel te bereiken in de
+Koningskamer, "het hart". Op zijn pad leidden hem de Hierofanten, die
+hem telkens, na doorstane beproevingen op andere gebieden, leering
+gaven door hem de symbolische beteekenis van den afgelegden weg te
+verklaren. Aldus werd een kennen van het inwendige van "het Huis",
+een kennen van fundamenteele kosmische waarheden.
+
+In het derde gedeelte van zijne inwijding onderging de kandidaat
+blijkbaar zeer zware beproevingen en werd hij door het college van
+Adepten ten nauwste getoetst. Naar ik meen is dit weergegeven in
+het tooneel, bekend als "het wegen van het hart" van Ani. Dit zou
+dan gelezen moeten worden als een onderzoek naar den staat van het
+oorzakelijk lichaam; of alle kiemen van kwaad daar uitgeroeid zijn.
+
+Het zou ons echter blijkbaar te ver voeren en ons zeker de grenzen van
+deze verhandeling verre doen overschrijden, indien wij de symboliek van
+het ritueel van het _Boek der Dooden_ in zijn geheel zouden trachten
+na te gaan. Zulks vormt een onderwerp op zichzelf, waarop ik in een
+later werk hoop terug te komen.
+
+Het eindstadium van de inwijding had plaats in de Koningskamer
+en wordt in vele werken aangehaald als "het mysterie van het
+open graf". Het lichaam van den kandidaat zou namelijk geplaatst
+worden in de sarcofaag, om de laatste dagen der inwijding daar te
+verblijven. H. P. Blavatsky zegt dat dit werkelijk het geval was en
+dat op dit stadium der inwijding de kandidaat Osiris het mannelijk
+of scheppende beginsel in den Kosmos voorstelde en de sarcofaag het
+vrouwelijk beginsel, aldus de nederdaling van den Logos in de stof
+verzinnebeeldende. Veel kan men in verband met dit gedeelte van ons
+onderwerp vinden in Gerald Massey's _The Natural Genesis_.
+
+Nadat de kandidaat op hoogere gebieden wederom zijn "Pad" beëindigd
+had, werd hij op den morgen van den laatsten dag zijner inwijding
+op het kruis uit de koningskamer gedragen en aldaar zoo geplaatst,
+dat de zonnestralen door een luchtkanaal op zijn voorhoofd vielen en
+hem deden ontwaken als een der Ingewijden.
+
+Een schoon symbool van dit ontwaken wordt ons gegeven in _Records
+of the Past_ deel XII blz. 77, waarin wij zien dat op een zalfvaas
+van Osor-Ur, de godin Nout het water des eeuwigen levens op den doode
+stort. De beste bron om iets te weten te komen omtrent hetgeen plaats
+vond, is echter de _Geheime Leer_, en ik wil mijne verhandeling over
+dit onderwerp dan ook eindigen met mede te deelen wat H. P. Blavatsky
+ons in dit werk mededeelt met betrekking tot de Inwijdingen die in
+verband stonden met de Pyramide.
+
+In de _Geheime Leer_, Deel II, blz. 689, lezen wij:
+
+
+ "De ingewijde Adept, die met goed gevolg alle beproevingen
+ doorstaan had, werd _gehecht_, niet _genageld_, maar eenvoudig
+ gebonden aan een bank, die in Egypte den vorm van een Tau, T in
+ Indië die van een swastika zonder de vier verlengstukken (+,
+ niet [swastika]) had, en _in een diepen slaap gedompeld_, 'den
+ slaap van Silvam', zooals die tot heden nog onder de Ingewijden
+ in Klein-Azië, Syrië en zelfs Boven-Egypte genoemd wordt.
+
+ Hij werd _drie dagen en drie nachten_ in dien toestand gelaten,
+ gedurende welken tijd zijn Geestelijk Ego, naar het heet, _zich
+ 'gemeenzaam' met de 'Goden' onderhield_, nederdaalde naar den
+ Hades, Amenti of Pâtâla--naar gelang van het land--en liefdewerken
+ voor de onzichtbare Wezens verrichtte, hetzij dat Zielen van
+ menschen of Elementale Geesten waren; terwijl zijn lichaam al
+ dien tijd in een _tempelcrypt of in een onderaardsche grot_ bleef
+ liggen. In Egypte werd het in de _Sarcophaag in de Koningskamer
+ van de Pyramide van Cheops_ en in _den nacht van den naderenden
+ derden dag naar den ingang van een galerij gedragen, waar op
+ zeker uur de stralen van de opgaande Zon ten volle op het gelaat
+ van den in trance verkeerenden Candidaat vielen, die ontwaakte om
+ door Osiris en Thoth, den God van Wijsheid, ingewijd te worden_."
+
+
+In deze aanhaling cursiveerde ik de gedeelten die de bevestiging geven
+van onze voorafgaande theorie omtrent inwijding in de Pyramide. In
+de eerste plaats wordt hier duidelijk gezegd dat de inwijding er
+werkelijk plaats vond, in de tweede plaats dat de ziel gedurende den
+trance-toestand van het lichaam zich in Amenti bevond, terwijl ten
+slotte ook de ontwaking op het kruis hier nagenoeg onveranderd gegeven
+wordt. Nog kunnen wij hier een bevestiging vinden van onze stelling
+dat Thoth-Hermes de hoogste Hierofant was bij die inwijdingen en
+als gezant der Godheid het wijsheidsaanzicht vertegenwoordigde. Wij
+haalden reeds aan eene beschrijving van de voorstelling van het
+ontwaken van den kandidaat, zooals die gegeven wordt op de zalfvaas
+van Osor-Ur. H. P. Blavatsky haalt in dit verband een voorbeeld aan
+van eene voorstelling in _bas-relief_ op den tempel te Philae. Zij
+zegt dat deze voorstelling inderdaad een tooneel uit die inwijding is.
+
+
+ "Twee Goden-Hiërophanten, een met den kop van een valk (de
+ Zon), de ander met den kop van een ibis (Mercurius, Thoth,
+ de God van Wijsheid en Geheime Kennis, de machtsbekleeder van
+ Osiris-Zon) staan gebogen over het lichaam van een zoo juist
+ ingewijd Candidaat. Zij zijn bezig een dubbelen stroom 'water'
+ (het Water des Levens en der Nieuwe Geboorte) over zijn hoofd
+ uit te gieten; de stroomen ontmoeten elkaar in den vorm van een
+ kruis en zijn vol kleine _ansatakruisen_. Dit is een allegorie
+ van het ontwaken van den Candidaat, die thans een Ingewijde is,
+ als de stralen der morgenzon, Osiris, de kruin van zijn hoofd
+ treffen, terwijl zijn in trance verkeerend lichaam op de houten Tau
+ gelegd was om die stralen te kunnen opvangen. Daarna verschenen
+ de Hiërophanten-Inwijders en werden de sacramenteele woorden
+ uitgesproken, schijnbaar tot den Zon-Osiris, doch in werkelijkheid
+ tot de innerlijke Geest-Zon gericht, die den nieuw-geboren mensch
+ verlicht. [81]
+
+
+Dit ontwaken is, naar ik vermeen, in het _Boek der Dooden_ weergegeven
+in hoofdstuk CLXVIII, genaamd het hoofdstuk der offeranden. Vele
+goden storten hun vaas uit over den "doode", d.w.z. deelen hem hunne
+kennis mede.
+
+Nog een belangrijk punt kunnen wij in de _Geheime Leer_ bevestigd
+vinden, nl. dat de kandidaat als Osiris in het gebouw, dat het
+stoffelijk symbool van Osiris-Zon (Logos) was, dezen laatste
+verzinnebeeldde in zijn uitstorting. Wij kunnen dit begrijpen wanneer
+wij de volgende aanhalingen aandachtig bestudeeren.
+
+
+ "....en het is op deze 'kennis' dat het programma van de Mysteriën
+ en van de reeks Inwijdingen gegrond was; daaruit vloeide _de
+ bouw van de Pyramide_ voort, _de blijvende oorkonde en het
+ onvernietigbare symbool_ van deze Mysteriën en Inwijdingen op
+ aarde, gelijk de banen der sterren zulks aan het Uitspansel
+ zijn. De cyclus van Inwijding was eene nabootsing op kleine
+ schaal van die groote reeks cosmische veranderingen, waaraan
+ sterrenkundigen den naam van Tropisch of Siderisch Jaar gegeven
+ hebben. Evenals de hemellichamen bij het einde van den cyclus
+ van het Siderisch Jaar (25.868 jaren) onderling dezelfde positiën
+ innemen als bij het begin daarvan, zoo heeft de Innerlijke Mensch
+ bij het einde van den cyclus van Inwijding den oorspronkelijken
+ toestand van goddelijke reinheid en kennis weder bereikt, dien hij
+ verliet toen hij den cyclus van aardsche belichaming aanving." [82]
+
+
+Deze verzinnebeelding van den cyclus der Inwijding in het bouwwerk der
+Pyramide is alleen duidelijk voor hen, die de symboliek van getallen en
+verhoudingen begrijpen. Wij gaan daarop hier dus niet in, doch duiden
+alleen den weg aan om deze symboliek te doorgronden. Dat de kandidaat
+bij zijn inwijding op zijn "reis" door het bouwwerk een weg doorliep,
+die symbolisch dezen cyclus voorstelde, wordt ons nog duidelijker
+door de volgende aanhaling, waaruit wij tevens wederom zien dat de
+hemelsche tempel (de tempel van Salomo) verzinnebeeld was in de Groote
+Pyramide en ook in alle latere Vrijmetselaarstempels. Wij lezen dan:
+
+
+ "Mozes, een Ingewijde in de Egyptische Mystagogie, grondde de
+ godsdienstige mysteriën van het nieuwe volk dat hij schiep, op
+ dezelfde, van dezen Siderischen Cyclus afgeleide, abstracte
+ formules, verzinnebeeld door den vorm en de afmetingen
+ van den Tabernakel, dien hij, naar men veronderstelt, in de
+ woestijn bouwde. Op deze gegevens grondden de latere Joodsche
+ Hoogepriesters de allegorie van den Tempel van Salomo--een gebouw
+ dat in werkelijkheid nooit bestaan heeft, evenmin als Koning
+ Salomo zelf, die evenzeer een zonnemythe is als de nog latere
+ Hiram Abif der Vrijmetselaars, hetgeen Ragon zoo duidelijk
+ aangetoond heeft. Indien derhalve de afmetingen van dezen
+ allegorischen Tempel, het symbool van den cyclus van Inwijding,
+ overeenstemmen met die der groote Pyramide, is dat een gevolg
+ daarvan dat eerstbedoelde door middel van den Tabernakel van
+ Mozes aan laatstbedoelde ontleend zijn." [83]
+
+
+Diep in te gaan op deze aanhalingen is onmogelijk zonder een grondig
+begrip van de symboliek van getallen, zeide ik reeds, doch voor hem
+die er meer van zou willen weten, vermeld ik dat hij de oplossing
+zal vinden in _The Source of Measures_ van Ralston Skinner, want
+H. P. Blavatsky herhaalt dat de schrijver _een_ en zelfs _twee_ der
+sleutels tot deze symboliek in verband met de Inwijding, de Pyramide
+en den Tabernakel gevonden heeft.
+
+Uit het voorgaande kunnen wij dus lezen, dat de _cyclus van Inwijding_
+eene symbolische voorstelling was van de nederdaling van den Logos
+in de stof, en dan werd bij eene Inwijding in de Groote Pyramide
+die verzinnebeelding volmaakter, daar het bouwwerk deze stof
+verzinnebeeldde in haar openbaring als geopenbaard zonnestelsel.
+
+In verband met de verzinnebeelding van de nederdaling van den Logos
+is wederom een aanhaling uit de _Geheime Leer_ ons zeer behulpzaam om
+ons te doen zien dat het _Boek der Dooden_ ook van deze nederdaling
+verhaalt:
+
+
+ "Er zijn _vijf_ Krokodillen in den Hemelschen Nijl, en de God Toem,
+ de Oergod, die de hemellichamen en levende wezens schept, doet
+ deze Krokodillen in zijn _vijfde_ 'schepping' ontstaan. Wanneer
+ Osiris, de 'Doode Zon' begraven is en Amenti binnentreedt,
+ duiken de heilige krokodillen in den afgrond der oer-Wateren,
+ de 'Groote Groene'. Wanneer de Zon des Levens opgaat, duiken zij
+ weder uit de heilige rivier op. Dit alles is diep zinnebeeldig en
+ laat zien hoe oorspronkelijke esoterische waarheden in dezelfde
+ symbolen hun uitdrukking vonden." [84]
+
+
+Verder toont H. P. Blavatsky aan dat het getal _vijf_ hier ook in
+verband met de inwijding zeer symbolisch is, en duidde op de "vijf
+woorden" (Zama Zama Ôzza Rachama Ôzai, vertaald als het kleed, het
+schitterend kleed van mijne kracht). Deze woorden waren wederom
+het symbool van vijf krachten, welke vijf krachten voorgesteld
+waren op het kleed van den "wederopgestanen" kandidaat na de
+laatste beproeving van zijn driedaagsche trance; terwijl de _vijf_
+eerst _zeven_ werden na zijn "dood", als wanneer de Adept de volle
+Christos werd. Hierin wordt dus duidelijk gezegd dat het eind van
+deze inwijding leidde tot het Christus-zijn, en overeenkomt met de
+derde inwijding der Vrijmetselaren. Hiram Abif is in dit verband het
+mystieke Christuswoord, en "de dood van den Meester" is de trance
+waaruit eene wederopstanding als "Meester-Metselaar" of Christos,
+"Meester-Bouwer van den godsdienst" plaats had.
+
+Nog is het eigenaardig, te lezen dat de God met den krokodillenkop
+in het _Boek der Dooden_ dezelfde is als de Indische Makara of Mâra,
+en dat deze de god is van de duisternis of den dood, doch slechts
+in den zin van dood voor alles wat physiek is, en eigenlijk is Mâra
+of de god met den krokodillenkop, de onbewuste versneller van de
+geestelijke geboorte. Vandaar dat na den dood in _vijf_ lichamen de
+herrijzenis plaats vindt in _zeven_ lichamen. [85]
+
+Doch hoe verleidelijk het onderwerp is, ik moet eindigen; veel meer zou
+te zeggen zijn over de inwijding zelf en in verband met het _Boek der
+Dooden_. Dit vormt evenwel een op zichzelf staand onderwerp. Echter
+hoop ik dat deze onvolledige en in vele opzichten tekort schietende
+behandeling van een grootsch onderwerp enkelen moge opgewekt hebben
+dieper in te gaan op de vele punten die hierin ter bestudeering
+zijn aangegeven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+APPENDIX.
+
+
+
+OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE AFMETINGEN EN MATEN IN VERBAND MET DE
+GEOGRAFISCHE LIGGING EN HET UITWENDIGE DER GROOTE PYRAMIDE, VOLGENS
+DE BESTE TOT DUSVER GEPUBLICEERDE OPGAVEN.
+
+ [Pyr. duimen.]
+
+Tegenwoordige breedtegraad 29° 58' 51''; bouwtijd = 30° 0' 0'' (?),
+Lengte = 0° 0' 0'' van Pyramide.
+Oriëntatie, vroeger zuiver Noord-Zuid, thans N. 5' 35'' W.
+Elevatie van de gemiddelde basisholte boven de omliggende alluviale,
+thans met zand bedekte vlakte = 1500. ±
+Boven het gemiddelde peil van de waterbronnen daarin = 1750. ±
+Boven het peil der Middellandsche Zee = 2580. ±
+De laagste ondergrondsche kamer in de Groote Pyramide boven het
+gemiddelde waterpeil van het omliggende land = 250. ±
+
+
+HOOGTE DER GROOTE PYRAMIDE.
+
+Tegenwoordige onzekere hoogte, vertikaal = 5450. ±
+Oudste vertikale hoogte der apex boven de gemiddelde vloerholte =
+5813.01
+Oudste hellingshoogte op het midden der hellende zijvlakken; van het
+verhoogde noordelijke grondvlak = 7352.13
+Van het gemiddelde basisholtepeil = 7391.55
+Oudste hoeklijn-hoogte van het gemiddelde basisholtepeil = 8687.87
+Oudste geheele vertikale hoogte der apex boven het laagste
+ondergrondsche vlak = 7015. ±
+
+
+BREEDTE DER GROOTE PYRAMIDE.
+
+Tegenwoordige verbrokkelde basis-zijdebreedte van het middelste
+metselwerk = 8950. ±
+Oudste en tegenwoordige basis-zijdebreedte volgens lijnen uit de
+hoekholten = 9131.05
+Oudste en tegenwoordige basis-diagonalen volgens holtematen = 12913.26
+Som der twee basis-holtediagonalen = 25827. ±
+Breedte van het tegenwoordig platform op den top der Pyramide = 400. ±
+Dezelfde vermeerderd met de breedte der thans verdwenen bekleedingslaag
+= 580. ±
+Gedeeltelijke bevloering rondom basis der Pyramide; breedte hier en
+daar = 500. ±
+
+
+VORM EN GRONDSTOF.
+
+ [° ' '']
+
+Oudste standhoek der deksteenen en zijden der Pyramide = 51 51 14.3
+Oudste standhoek van de Pyramide, gemeten bij de hoeklijnen = 41
+59 18.7
+Oudste zijdelingsche hoek van de Groote Pyramide en den top = 76
+17 31.4
+Oudste hoek van de Groote Pyramide en den top, diagonaalsgewijs =
+96 1 22.6
+De metsellagen zijn alle horizontaal.
+De samenstellende steenen zijn alle, behalve in zooverre dit voor
+inwendige struktuur onmogelijk is, rechthoekig.
+De deksteenen hebben hun laagsten hoek = 51 51 ±
+En als bovenhoek = 128 9 ±
+Aantal zijden van het bouwwerk 1 vierkant en 4 driehoeken = 5
+Aantal hoeken, vier op den grond en 1 bovenaan = 5
+
+
+
+ 1 Pyramide duim = 1.001 Engelsche duim.
+ 1 Pyramide el = 25.025 Engelsche duim.
+ 25. Pyramide duimen.
+ 1 Pyramide morgen = 0.992 Engelsche morgen.
+ 1 Pyramide ton = 1.1499 Engelsche avoir dupois ton.
+
+
+
+
+
+
+OVERZICHT VAN DE VOORNAAMSTE AFMETINGEN EN MATEN IN VERBAND MET HET
+INWENDIGE DER GROOTE PYRAMIDE VOLGENS DE BESTE TOT DUSVER GEPUBLICEERDE
+OPGAVEN.
+
+
+
+
+INGANG TOT DE GROOTE PYRAMIDE.
+
+ [Pyr. duimen.]
+
+Deze is thans eenvoudig het afgebrokkelde boveneinde van een prachtig
+uitgevoerde gang, die beneden- en binnenwaarts leidt. Zij is gelegen
+aan de Noordzijde der Pyramide, in een zeer verbrokkeld gedeelte van
+het metselwerk, op een hoogte boven den grond van ruwweg = 588.
+Oorspronkelijke hoogte er van boven het omliggend plaveisel = 668.
+Oorspronkelijke hoogte er van boven de gemiddelde vloerholte = 699.
+Hoogte van den ingang = 47.24
+Breedte van den ingang = 41.56
+
+
+BENEDENWAARTSLEIDENDE GANG.
+
+Zuidwaartsche hellingshoek der gang 26° 28'
+Lengte der Zuidwaartsche helling van de buitenzijde tot aan den
+eigenlijken gangvloer = 124.
+Tot aan de eerste bovenwaartsleidende gang = 986.
+Tot aan het verbrokkelde gat van Calief Al Mamoen = 214.
+Tot aan de onderste monding der Wel = 2582.
+Tot aan het einde van het hellende gedeelte = 296.
+Tot aan den noordmuur der ondergrondsche kamer, horizontaal = 324.
+Geheele lengte van genoemde gang = 4402.
+Hoogte = 36.
+Breedte = 33.
+
+
+ONDERGRONDSCHE, ONAFGEWERKTE KAMER.
+
+Gladgepolijste zoldering, lengte, Oost-West = 552.
+ breedte, Noord-Zuid = 325.
+Diepte der muren, verschillend van 40-160. Vloer niet geheel uit
+de rots gehakt, en muren niet afgewerkt tot volle diepte. Kleine
+doodloopende horizontale gang of begin van eene gang, Zuidwaarts,
+ lengte = 633.
+ hoogte = 31.
+ breede = 29.
+
+
+OPWAARTSLEIDENDE GANG.
+
+Vangt aan in een bovenwaartsche en Zuidelijke richting van een punt
+in de benedenwaartsleidende gang, 998 duimen _in_ het oude bouwwerk;
+en de eerste 180 duimen lengte zijn nog opgevuld met vast op elkaar
+gedrongen granietbrokken. De geheele lengte van de gang tot de
+aansluiting bij de Groote Galerij = 1542.4
+Hellingshoek van den vloer 26° 8'
+Hoogte thans 47-59, vroeger = 47.24
+Breedte thans 42-60, vroeger = 41.56
+
+
+GROOTE GALERIJ.
+
+Lengte van den hellenden vloer, van Noord tot Zuid = 1882.
+Hellingshoek, Zuidwaarts 26° 17'
+Vertikale hoogte, op elk gemiddeld punt = 339.5
+Overlappingen in het plafond = 36.
+Overlappingen in de zijmuren = 7.
+Uithollingen, hoogte 21, breedte 20. Pyr. duimen.
+Breedte van den vloer tusschen de uithollingen = 42.
+Breedte der galerij boven de uithollingen = 82.
+Breedte der galerij tusschen 1e overlapping = 76.2
+Breedte der galerij tusschen 2e overlapping = 70.4
+Breedte der galerij tusschen 3e overlapping = 64.6
+Breedte der galerij tusschen 4e overlapping = 58.8
+Breedte der galerij tusschen 5e overlapping = 53.
+Breedte der galerij tusschen 6e overlapping = 47.2
+Breedte der galerij tusschen 7e overlapping = 41.4
+Groote stoepsteen op 1813.7, vertikale hoogte der Noordgrens = 36.
+Lengte langs den vlakken top, Noord-Zuid = 61.
+Lagere en verderen gelegen doorgang, hoogte = 43.7
+ breedte = 41.4
+Horizontale lengte van G. G. tot vóórkamer = 51.5
+
+
+VOORKAMER.
+
+Grootste lengte, Noord-Zuid = 116.26
+Grootste breedte bovenaan, Oost-West = 65.2
+Grootste hoogte = 149.3
+Oostelijke granietbekleeding, hoogte = 103.03
+Westelijke granietbekleeding, hoogte = 111.80
+Uitgang, horizontaal van voorkamer tot Koningskamer, lengte = 100.2
+Hoogte aan het Noordeinde = 43.7
+Hoogte aan het Zuideinde = 42.0
+Breedte = 41.4
+Aantal vertikale groeven op den Zuidmuur = 4.
+Lengte van elk = 107.4
+
+
+KONINGSKAMER.
+
+Lengte = 412.132
+Breedte = 206.066
+Hoogte van vloer tot zoldering = 230.389
+Hoogte van onderkant der muren tot zoldering = 235.350
+Noordelijk luchtkanaal, lengte tot uitwendige der Pyr. = 2796.
+Zuidelijk = 2091.
+Veronderstelde hoogte van hun uitgangen = 3972.
+
+
+HORIZONTALE GANG TOT DE KONINGINNE-KAMER.
+
+Lengte aan Noordeinde der G. G. tot het begin van het lager gelegen
+deel der gang onder den G. G. vloer = 217.8
+Vandaar tot het lagere gedeelte = 1085.5
+Gemiddelde hoogte van het langste deel = 46.34
+Gemiddelde hoogte van het Zuidelijk diepe deel = 67.5
+Breedte = 41.15
+Geheele afstand van Noordmuur der G. G. tot Zuidmuur der K. K. = 1725.
+
+
+KONINGINNE-KAMER.
+
+
+Lengte van Oost naar West = 2267
+Breedte van Noord naar Zuid = 205.8
+Hoogte bij de Noord- en Zuidmuren = 182.4
+Groote Nis in de Oostelijke muur, hoogte = 183.
+ groote breedte onderaan = 61.30
+ groote bij 1e overlapping = 52.25
+ groote bij 2e overlapping = 41.50
+ groote bij 3e overlapping = 30.00
+ groote bij 4e overlapping = 19.60
+
+
+DE WEL OF PUT.
+
+Lengte langs de zijde = 28.
+Afstand van het middelpunt van den ingang van het Noordelijk einde
+der Groote Galerij = 34.
+Vertikale diepte tot grot in de rots, onder het metselwerk der Pyramide
+= 702.
+Verdere vertikale diepte, met eenigen horizontalen afstand, tot aan het
+samenkomen met het laagste deel van den ingang bij de ondergrondsche
+kamer = 1596.
+
+
+
+R. Ballard in _The Solution of the Pyramid Problem_:
+
+DE VIJFPUNTIGE STER HET GEOMETRISCH SYMBOOL DER GROOTE PYRAMIDE.
+
+
+Sedert onheuglijke tijden is dit symbool een schitterende aanduider
+van grootsche en edele waarheden geweest en een plechtig zinnebeeld
+van belangrijke plichten.
+
+De geometrische beteekenis er van is echter sinds lang uit het oog
+verloren. Men zegt dat zij het zegel van Koning Salomo vormde en in
+oude tijden, was zij onder de Joden als een symbool van veiligheid
+bekend.
+
+Zij was het Pentalpha van Pythagoras, en het Pythagoreesche zinnebeeld
+van de gezondheid.
+
+Antiochus, Koning van Syrië, had haar in zijn banier geweven bij
+zijn oorlogen tegen de Galliërs. Door de Kabalisten werd de ster,
+met den Heiligen naam aan elk der punten en in het midden geschreven,
+als een talisman beschouwd; en in oude tijden werd zij door geheel
+Azië heen als een middel tegen hekserijen beschouwd. Zelfs nu nog
+vinden Europeesche soldaten bij hun strijd tegen Arabische stammen,
+onder de kleeren op de borst van hun verslagen vijanden, dit oude
+symbool, in den vorm van een metalen talisman of amulet.
+
+Ik zal thans de geometrische beteekenis van deze ster verklaren,
+voor zoover mijn onderwerp dit toelaat, en aantoonen dat zij
+is het _geometrisch symbool van de grootste gemeene maat en
+middel-evenredigheid van lijnen_ en het _symbool van de Pyramide
+van Cheops_.
+
+Een vlakke geometrische ster of een geometrische pyramide kunnen
+vergeleken worden bij de kroon van een bloem, waarbij iedere zijde een
+bloemblad voorstelt. Wanneer de bloembladeren geopend zijn, vertoont
+de bloem zich in al hare schoonheid, maar wanneer zij gesloten is zijn
+vele van hare schoonheden verborgen. De botanist tracht er naar haar
+te bezien hetzij plat, of symmetrisch geopend, zoo ook gesloten als
+een knop, of in rust; doch beoordeelt en waardeert den eenen toestand
+naar den anderen. Op dezelfde wijze moeten wij de vijfpuntige ster
+behandelen, en evenzoo de Pyramide van Cheops.
+
+Men zal mij moeten vergeven dat ik in het voorbijgaan de inwendige
+galerijen en kamers van deze Pyramide vergelijk met het hart, den
+stamper en de meeldraden van een bloem; geheimzinnig en onbegrijpelijk.
+
+Fig. 3 stelt de vijfpuntige ster voor, gevormd door het vlak uitslaan
+der vijf opstaande zijvlakken van een pyramide met een regelmatig
+vijfhoekig grondvlak.
+
+Fig. 6 stelt de ster voor die gevormd wordt door het vlak uitslaan
+van de vier opstaande zijvlakken van de pyramide van Cheops.
+
+De vijfhoek G F R H Q, (fig. 3) is het grondvlak van de pyramide
+_Pentalpha_, en de driehoeken E G F, B F R, R O H, H N Q, en Q A G,
+stellen de zijvlakken voor, zoodat, wanneer wij ons de lijnen G F,
+F R, R H, H Q en Q G, als scharnieren denken waarmede deze zijvlakken
+aan het grondvlak verbonden zijn, wij door de zijvlakken op te heffen
+en ze aaneen te sluiten de punten A, E, B, O en N boven het middelpunt
+C zouden doen samenvallen.
+
+Op deze wijze sluiten wij de geometrische bloem Pentalpha en en
+vervormen haar tot een pyramide.
+
+Op dezelfde wijze moeten wij de vier zijvlakken van de pyramide van
+Cheops opheffen uit haar stervorm (fig. 6), ze aaneensluiten, zoodat
+de vier punten samenvallen boven het middelpunt van het grondvlak.
+
+Zulke vervormingen duiden op het onverbreekbaar verband tusschen de
+geometrie van vlakken en die van vaste lichamen.
+
+Als het geometrisch symbool van de _gulden snede_ zien wij de
+vijfpuntige ster als een verzameling lijnen die elkander onderling
+verdeelen in de verhouding aan de gulden snede verbonden.
+
+Voor lezers die niet voldoende geometrie kennen, geef ik hier fig. 1,
+om aan te duiden wat gulden snede beteekent.
+
+Veronderstel dat A B de lijn is, die volgens de gulden snede moet
+verdeeld worden, d.w.z. dat de geheele lijn zich verhoudt tot het
+grootste deel als het grootste deel zich verhoudt tot het kleinste.
+
+Construeer B C loodrecht op A B en gelijk aan de helft van A B. Verbind
+A en C, en beschrijf den boog D B met C als middelpunt en B C als
+straal; beschrijf daarna den boog D E met A als middelpunt en A D
+als straal, dan zal A B in E verdeeld zijn volgens de gulden snede
+of wel zoo dat A B: A E = A E: E B.
+
+Deze verklaring uitbreidende moet ik wederom verwijzen naar
+fig. 2. waar wij bij het construeeren van een regelmatige vijfhoek
+wederom gebruik maken van de 2, 1 driehoek A B C.
+
+De lijn A B is een zijde van een pentagon. De lijn B C staat er
+loodrecht op en is de helft van hare lengte. De lijn A C wordt
+verlengd tot in F, terwijl men C F = C B maakt; beschrijf dan met B als
+middelpunt en B F als straal een boog in E; en daarna met denzelfden
+straal met A als middelpunt een boog die den eersten in E snijdt. Dit
+snijpunt is dan het middelpunt van den omgeschreven cirkel van den
+vijfhoek, op welken cirkelomtrek de overige zijden afgepast worden.
+
+Wij zullen nu fig. 3 beschouwen, waarin wij de vijfpuntige ster zien
+als het symbool van de verdeeling van lijnen volgens de gulden snede.
+
+
+ Aldus: M C : M H = M H : H C.
+ A F : A G = A G : G F.
+ A B : A F = A F : F B.
+
+
+terwijl M N, M H of X C : C D = 2 : 1, hetgeen de geometrische
+grondslag is.
+
+Merk tevens op dat:
+
+
+ G H = G A.
+ A E = A F.
+ D H = D E.
+
+
+De volgende tafel geeft aan de verschillende maten in fig. 3 waarmee
+de straal van den cirkel als een millioen eenheden wordt genomen:
+
+
+ M E = 2.000.000 = middellijn.
+ A B = 1.902.113 = A D + D B.
+ M B = 1.618.034 = M C + M H = M P + P B.
+ A S = 1.538.841.5.
+ E P = 1.453.086 = A G + F B.
+ A F = 1.175.570 = A E = G B.
+ M C = 1.000.000 = straal = C D + D N = C H + C X.
+ A D = 951.056.5 = D B = D S.
+ P B = 854.102.
+ Q S = 812.298.5.
+
+ M P = 763.932 = C H × 2 = basis van Cheops.
+ A G = 726.543 = G H = X H = H N = P F = F B =
+ = schuintelijn van Cheops
+ = schuintelijn van Pent. Pyr.
+ D E = 690.983 = D H = X D = apothema van Pentagonale Pyramide.
+ M H = 618.034 = M N = X C = apothema van Cheops.
+ hoogte van Pentagonale Pyr.
+ zijde van ingeschr. decagon.
+ MS = 500.000.
+ 485.868 = middelevenredige tusschen M H en H C.
+ = hoogte van Cheops.
+ OP = 449.027 = GF = GD + DF.
+ HC = 381.966 = halve basis van Cheops.
+ SO = 363.271.5 = H S.
+ CD = 3.090.17 = half M H.
+ PR = 277.516.
+ GD = 224513.5; SP = 263932
+
+
+De driehoek DXH stelt een vertikale doorsnede van de pentagonale
+pyramide voor; de hoeklijn HX = HN, en het apothema DX =
+DE. Veronderstel dat DH een scharnier is die het vlak DXH aan het
+grondvlak hecht, hef dan het vlak DXH op tot het punt X vertikaal
+boven het middelpunt C is. Dan zullen de punten A, E, B, O, N van de
+vijf schuine zijvlakken, wanneer zij saamgesloten worden, samenvallen
+in het punt X boven het middelpunt C.
+
+Wij hebben nu een pyramide uit een vijfhoek opgebouwd waarvan de
+helling 2:1 is, daar de hoogte CX : CD = 2 : 1.
+
+
+ Apothema DX = DE.
+ Hoogte CX = HM of MN.
+ Hoogte CX + CH = CM straal.
+ Apothema DX + CD = CM straal.
+ Hoeklijn HX = HN of PF.
+
+
+Merk ook op dat MP/2 = CH en OP = HR.
+
+Beschouwen wij thans _de vijfpuntige ster als het symbool van de
+pyramide van Cheops_.
+
+
+ Lijn MP = basis van Cheops.
+ Lijn CH = halve basis van Cheops.
+ Lijn HM = apothema van Cheops.
+ Lijn HN = schuine hoeklijn van Cheops.
+
+
+Dus Apothema van Cheops = zijde van decagon.
+Dus Apothema van Cheops = hoogte der pentagonale pyramide.
+
+
+Schuine hoeklijn van Cheops = schuine hoeklijn van pentagonale
+pyramide.
+
+Daar nu het apothema van Cheops = MH en halve basis van Cheops = HC
+is de hoogte de middelevenredige tusschen apothema en halve basislijn;
+daar volgens de cijfers in de tabel MC : MH = MH : HC en
+
+
+ apothema : hoogte = hoogte : halve basislijn.
+
+
+Op deze wijze is de vierpuntige ster _Cheops_ ontwikkeld uit de
+vijfpuntige ster _Pentalpha_. Dit wordt duidelijk aangetoond door
+fig. 4.
+
+
+Beschrijf in een cirkel een vijfpuntige ster; construeer den
+omgeschreven cirkel van den binnensten regelmatigen vijfhoek, en
+beschrijf een vierkant om dezen cirkel; dan zal dat vierkant de basis
+van Cheops voorstellen. Trek twee middellijnen van den buitensten
+cirkel, loodrecht op elkaar, en elke middellijn evenwijdig aan de
+zijden van het vierkant; dan zullen de deelen van deze middellijnen
+tusschen het vierkant en den buitensten cirkel de vier apothema's
+van de vier schuine zijden van de pyramide voorstellen. Verbind de
+hoekpunten van het vierkant met de vier punten op den cirkelomtrek
+aangeduid door de einden der middellijnen en de ster van de pyramide
+is gevormd, die, wanneer zij tot een vast lichaam gesloten wordt,
+een correct model aan Cheops vormt.
+
+
+ Stel apothema van Cheops, MH = 34
+ halve basis HC = 21
+ dan is MH + HC = 55
+
+
+en 55 : 34 = 34 : 21.018, hetgeen slechts enkele duimen verschilt in
+de pyramide zelf, indien de werkelijke maten genomen worden.
+
+De verhouding daarom van apothema tot halve basis, 34 : 21, is zoo
+getrouw mogelijk, voor zoover dit met steenen en kalk uit te voeren
+is, om bovenstaande verhoudingen weer te geven.
+
+
+ Stel MH = 2.
+ Dan is HC = [wortel] 5 - 1
+ MC = [wortel] 5 + 1
+ en hoogte van Cheops = [wortel] (MH + MC).
+
+
+Vergelijken wij thans de constructie der beide sterren.
+
+
+
+Constructie van de ster Pentalpha. Constructie van de ster Cheops.
+Beschrijf een cirkel. Beschrijf een cirkel.
+Trek de middellijn MCE. Trek de middellijn MCE.
+Verdeel MC volgens de gulden snede Verdeel MC volgens de gulden
+in H. snede in H.
+Pas half MH van C tot D af. Beschrijf den ingeschreven cirkel
+ met straal CH en daarom heen het
+ vierkant a, b, c, d.
+Trek de koorde ADB, rechthoekig Trek de middellijn ACB, rechthoekig
+op de middellijn ECM. op de middellijn ECM.
+Trek de koorde BHN door H.
+Trek de koorde AHO door H. Trek Aa, aE, Eb, bB, Bd, dM, Mc en cA.
+Verbind N en E.
+Verbind E en O.
+
+
+Nu rijst bij ons de vraag, vertoont deze Cheopspyramide de verhouding
+van hoogte tot basisomtrek als middellijn tot cirkelomtrek of vertoont
+zij de gulden snede door de verhouding van apothema, hoogte- en halve
+basis? Het antwoord luidt dat wegens de praktische onmogelijkheid van
+zulk een buitengewone nauwkeurigheid in zulk een massa metselwerk,
+zij op beide duidt en zoowel het een als het ander verzinnebeeldt.
+
+Piazzi Smyth neemt als basiszijdelengte 761.65 voet en de hoogte 484.91
+voet, hetgeen zeer nabij komt aan wat hij een pi pyramide noemt,
+en volgens mijn berekening is de hoogte van een dergelijke pyramide
+484.87 voet met een gelijke basiszijdelengte; terwijl voor een pyramide
+waarin de gulden snede belichaamd was de hoogte 484.34 voet zou zijn.
+
+Het geheele verschil is daarom slechts zes duim op een hoogte van
+bijna 500 voet. Dit verschil, hetwelk nu de pyramide gedeeltelijk in
+puin ligt, klaarblijkelijk moeilijk te ontdekken is, zou zelfs bij
+een gaven toestand van het bouwwerk niet naspeurbaar geweest zijn.
+
+Het schijnt zeer waarschijnlijk dat de ster _Pentalpha_ leidde tot de
+ster Cheops en dat de ster Cheops (fig. 6), het grondplan vormde voor
+den bouwheer en dat de verhouding van 34 tot 21, hypotenusa tot basis,
+de grondslag der bouwers was.
+
+Veronderstel dat een koning tot zijn bouwheer zegt: Maak mij een plan
+van een pyramide waarvan de basis 420 el in het vierkant zal zijn en
+de hoogte zich tot den omtrek van de basis zal verhouden als de straal
+van een cirkel tot den omtrek. Dan zou de bouwheer een uitvoerig plan
+kunnen maken, waarin de betrekkelijke afmetingen ongeveer als volgt
+zouden zijn:
+
+
+ ellen
+Basishoek 51° 51' 14.3'' Basis 420
+ Hoogte 267.380.304 enz.
+ Apothema 339.988.573 enz.
+
+
+De koning beveelt daarna het bouwen van een andere pyramide met
+hetzelfde grondvlak, en waarbij de hoogte middelevenredig tusschen
+apothema en halve basiszijdelengte moet zijn--en waarbij apothema en
+halve basiszijdelengte als een lijn beschouwd zich verhouden volgens
+de guldensnede.
+
+Het plan van den bouwheer zou dan gelijken op fig. 6 en de afmetingen
+zouden ongeveer zijn:
+
+
+ ellen
+Basishoek 51° 49' 37-42/471'' Basis 420
+ Hoogte 267.1239.849 enz.
+ Apothema 339.7875.153 enz.
+
+
+Maar de bouwheer voert praktisch _beide_ plannen uit als hij bouwt
+met den grondslag 34 tot 21.
+
+
+ ellen
+Basishoek 51° 51' 20'' Basis 420
+ Hoogte 267.394.839 enz.
+ Apothema 340
+
+
+en koning noch bouwheer zouden een fout in het bouwwerk kunnen
+ontdekken.
+
+Zie verder R. Ballard. _The Solution of the Pyramid problem._
+
+
+
+
+WAAROM DE BOUWERS DEN PI-HOEK IN DE PYRAMIDE VASTLEGDEN.
+
+
+Welke reden, zoo vraagt men zich af, kunnen de bouwers van de Groote
+Pyramide gehad hebben om dezen hoek aan de Pyramide te geven, en
+waarom zij niet van elk der zijvlakken een gelijkzijdigen driehoek
+maakten? Het eenige wat wij kunnen veronderstellen is, dat zij
+wisten dat de aarde een bol was; dat zij een gedeelte van een harer
+grootcirkels opgemeten hadden; en dat zij door het waarnemen van de
+beweging der hemellichamen over de oppervlakte der aarde, haar omtrek
+hadden bepaald, en dat zij nu begeerig waren een mededeeling omtrent
+dien omtrek na te laten, welke zoo nauwkeurig en onvergankelijk was
+als het voor hen mogelijk was te construeeren. Zij namen aan dat
+de aarde een volkomen bol was; en daar zij wisten dat de straal van
+een cirkel zich op bepaalde wijze moet verhouden tot den omtrek, zoo
+bouwden zij een Pyramide van een hoogte die in zoodanige verhouding tot
+haar grondvlak stond, dat de loodrechte hoogte gelijk zou zijn aan den
+straal van een cirkel waarvan de omtrek gelijk was aan den Perimeter
+van het basisvlak. Om dit te volvoeren maakten zij de zijvlakken van de
+Pyramide zoodanig dat deze een hoek met het grondvlak vormden van 51°
+51' 14'' (indien wij dezen hoek lieten bepalen volgens de hedendaagsche
+wetenschap). Wij kunnen ons nauwelijks denken dat de bouwers van de
+Pyramide zulk een nauwkeurige gissing konden maken; maar indien zij
+bij het bouwen der Pyramide zulk een doel op het oog hadden als wij
+veronderstelden, zou de hoek die het opgaande vlak met het grondvlak
+maakt vrijwel die van 51° 51' 14'' nabij komen. Nu heeft men bevonden
+dat de hoek van de deksteenen werkelijk 51° 50' was. Kan er een meer
+overtuigend bewijs zijn dat de reden, welke wij opgaven van het bouwen
+van de Groote Pyramide de ware reden was die hare Bouwers bezielde?....
+
+John Taylor. _The Great Pyramid_, blz. 19. Sect. 18.
+
+
+
+
+
+BOEKEN, GERAADPLEEGD OF BESTUDEERD BIJ HET SAMENSTELLEN DEZER
+VERHANDELING.
+
+
+
+Blavatsky, H. P. _De Geheime Leer._ (3 dln. en index).
+
+---- _Theosofisch Woordenboek._
+
+---- _Isis Unveiled._ (2 vol.)
+
+Taylor, John. _The Great Pyramid. Why was it built, Who built it?_
+
+Skinner, Ralston _The Source of Measures._
+
+Smith, Piazzi. _Life and Work at the Great Pyramid,_ 3 vol.
+
+---- _Our Inheritance in the Great Pyramid._
+
+---- _New Measures of the Great Pyramid._
+
+Wake, C. Staniland _The Origin and Significance of the Great Pyramid._
+
+Barber, F. M. _The Mechanical Triumphs of the Ancient Egyptians._
+
+Persigny, M. Fialin de _De la Destination et de l'Utilité permanente
+des Pyramides._
+
+Maspéro, Prof. G. _The Dawn of Civilization._
+
+La Grange, Prof. Ch. _Sur la Concordance qui existe entre la Loi
+Historique de Brück, la Chronologie de la Bible et celle de la grande
+Pyramide de Cheops._
+
+---- _Mathématique de l'Histoire._
+
+Grobert, J. _Description des Pyramides de Ghize._
+
+Wilson, John. _The Lost solar System of the ancients discovered_ 2 dln.
+
+Choisy, Auguste. _L'Art de bâtir chez les Egyptiens._
+
+Yeates, W. _A dissertation on the antiquity, origin and design of
+the principal pyramids of Egypt, particularly of the Great Pyramid
+of Ghizeh, with its measures, as reported by various authors, and
+the probable determinations of the ancient Hebrew and Egyptian cubit._
+
+Greaves, John. _The origin and the antiquity of our English weights
+and measures discovered._
+
+_Records of the Past._ Vol II, IV, XII.
+
+Maspéro, Prof. _Histoire ancienne des peuples de l'Oriënt._
+
+Wilkinson, Sir J. Gardner _The Egyptians in the time of the Pharaohs._
+
+---- _Manners and Customs of the ancient Egyptians_.
+
+Maspéro, Prof. G. _Ancient Egypt and Assyria._
+
+Champollion, Figeac M. _Egypte ancienne._
+
+Adams, W. Marsham. _The House of the Hidden Places._
+
+---- _The Book of the Master._
+
+Rawlinson, Prof. G. _Ancient Egypt._
+
+
+
+
+Congrès provincial des Orientalistes français. Compte rendu de la
+première session 1875. Tome II.
+
+
+Giesenburg, R. C. d'Ablaing van _Evolution des idées religieuses dans
+la Mésopotamie et dans l'Egypte._
+
+Bosc, Ernest _Isis dévoilée._
+
+Pentecost, G. F. _Out of Egypt._
+
+Gabb, Thomas _Finis Pyramidis._
+
+Herkberg, D. G. F. _Geschichte des Altertums._
+
+Bonwick, J. _Egyptian Belief and modern Thought._
+
+---- _Pyramid Facts and Fancies._
+
+Leeman, C. _Monuments Egyptiens._
+
+Margadant, Dr. P. C. _Herodotus._
+
+
+
+The Pyramid platform of Giseh.
+
+
+Karsten, S. _Blik op de monumenten van Egypte._
+
+Langley, W. Ch. _A Lecture on the Great Pyramid in Egypt, suggesting
+an intimate relationship with the probable foundation of freemasonry._
+
+Tiele, G. P. _Egyptische en Mesopotamische Godsdiensten._
+
+---- _Godsdienst in de Oudheid._
+
+Schneider, H. _Kultur und denken der Alten Ägypter._
+
+Budge, E. A. _The Book of the Dead._ (3 vols).
+
+---- _A History of Egypt._
+
+---- _Egyptian Religion._
+
+Pancoucke, _L'Egypte_.
+
+
+
+
+Diverse Encyclopaedieën.
+
+
+Fellows, A. M. _The mysteries of freemasonry and the ancient
+Egyptians._
+
+Petrie, Prof. Flinders, _The Pyramids and Temples of Giseh._
+
+
+
+
+
+
+
+MATEN.
+
+
+Zeer waarschijnlijk ontleenen de Egyptenaren, de Hebreeuwen, de
+Romeinen en waarschijnlijk de Hindoes, hunne lengtematen aan een
+bijzondere maat, die door alle eeuwen heen bestaan heeft, n.l. de
+lengtemaat thans bekend als
+
+
+ DE ENGELSCHE DUIM.
+
+
+Deze maat kwam voort uit de numerieke integrale betrekking van
+
+
+ MIDDELLIJN TOT OMTREK VAN EEN CIRKEL.
+
+
+Daar het oppervlak van een vierkant met een zijde van 81,6561 is,
+is het oppervlak van een ingeschreven cirkel in dat vierkant 5153; en
+wanneer volgens een eenvoudige geometrische waarheid de _middellijn_
+van een cirkel als 6561 wordt genomen, zal haar omtrek 5153 × 4 =
+20612 zijn. Al deze maten worden ontleend aan de formule 6561 : 20612;
+aan welke verhouding de geometrische betrekking van _middellijn_
+tot _omtrek_ onderworpen is.
+
+Bij de praktische toepassing van deze getallen op een maatstok,
+werden zij verbonden aan die feitelijke maat welke thans nog de
+_Engelsche duim_ wordt genoemd; getoetst volgens de standaard "Yard"
+maat, in 1824 door Captain Kater geconstrueerd volgens de Engelsche
+standaardmaat, en door het Engelsche Gouvernement aan de magistraten
+van Edinburgh aangeboden (zie hierover o.a. Piazzi Smith, _Life and
+Work at the Great Pyramid_).
+
+De reden waarom de waarde der Engelsche duim is "zooals zij is" ligt
+hierin dat het juist die waarde was, welke bij toepassing er van,
+materieele kosmische grootheden doet overeenstemmen met de tijden en
+afstanden van de planeten van het zonnestelsel, volgens een wet van
+constructie die volgens de ouden beschouwd werd als goddelijk en die
+dit ook ongetwijfeld was.
+
+(Zie hierover o.a. Ralston Skinner, _Source of measures_; Taylor,
+_The Great Pyramid_; J. Wilson, _The Solar System of the ancietits
+discovered_).
+
+De beste herstelde vormen van de Oude Egyptische _Ellemaat-waarde_
+waren die van Sir Isaac Newton, volgens vele opmetingen door Professor
+Greaves van Oxford van de groote Pyramide genomen, en die vormen van
+de _Savants_ der Fransche expeditie in Egypte (zie o.a. Pancoucke
+"_Egypte_") gemaakt volgens een groot aantal opmetingen van de
+kamers en gangen, wat aangaat hunne hoogte, lengte en breedte van
+de catacomben van Osimandya. Sir Isaac Newton vond dat de herstelde
+waarde, uitgedrukt in Engelsche voetmaat was 1.717 voet.
+
+De Franschen bevonden dat zij, uitgedrukt in Fransche metermaat, was.
+
+
+ 523,524 _meter_.
+
+
+Daar de meter = 39,37079 + Engelsche duimen is, is 523,524 × 39,37079
++ = 20.611,553 + duimen, hetgeen gedeeld door 12, haar waarde in
+Engelsche voeten geeft als
+
+
+ 1717,629 + _voet_.
+
+
+Neem de bovenvermelde cirkelomtrek--waarde als 20.612 _duimen_. Deel
+dit door 12.000 en het resultaat is, uitgedrukt in Engelsche voeten
+
+
+ 1,717666 _voet_,
+
+
+en dit geeft den oorsprong aan voor de _oude ellemaat_ waarde zooals
+zij afgeleid is (in dezen vorm van 20612) van Engelsche duimen.
+
+Indien wij echter den vorm nemen
+
+
+ 20612 36.643.55 +
+ × 16/3 =
+ 6561 11664.
+
+
+en deze gevonden middellijnwaarde deelen door 1000, dan vinden wij
+
+
+ 11.664.
+
+
+De _Romeinsche voet_ blijkt volgens de beste gegevens (zie o.a. _Great
+Pyramid_, door John Taylor, blz. 25) in Engelsche duimen uitgedrukt
+
+
+ 11.664. _duimen_
+
+
+te zijn, en toont aldus van denzelfden oorsprong te wezen.
+
+De Engelsche voet van 12 duimen werd blijkbaar beschouwd als de
+rectificatie van een _omtrek_waarde in termen van de bovenstaande
+formule van 12 tot een _middellijn_ van 3.819.716 + voet. Wij hebben
+alsdan
+
+
+ _middellijn_ 6561; _omtrek_ 20612.
+
+
+20612/1000 Engelsche duimen of 20.612. Engelsche duimen = 1 _el._
+(6561 × 16)/9000 duimen 11.664. duimen = 1 _Romeinsche voet_.
+12 duimen _omtrek_ tot 3.819716 + duimen _middellijn_ = 1
+_Engelsche voet_.
+
+
+
+Supplement to The Source of Measures, blz. 3, 4, 5.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] _Books on Egypt and Chaldea. A History of Egypt from the End
+of the Neolithic Period to the Death of Cleopatra VII, B.C. 30_,
+by E. A. Wallis Budge, London, 1902, 8 Vol.
+
+[2] In het aangehaalde werk, deel II, Voorwoord, blz. viii en ix.
+
+[3] Volgens Manetho's lijsten zou dit wel het geval zijn, en eenvoudig
+om die reden zijn er velen toe gekomen hem als een soort oerkoning
+te beschouwen. Nu zijn deze lijsten absoluut niet gezaghebbend,
+omdat slechts de _brokstukken_ van deze lijsten door enkele klassieke
+schrijvers aangehaald worden. De oorspronkelijke lijsten van Manetho
+zijn naar alle waarschijnlijkheid verbrand bij den grooten brand van
+de bibliotheek te Alexandrië. [v. G.].
+
+[4] _t.a.p._, Voorwoord, blz. xii.
+
+[5] _Histoire Ancienne des Peuples de l'Oriënt, l'Egypte Primitive_,
+blz. 17.
+
+[6] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 510, 511.
+
+[7] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 510, noot.
+
+[8] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 511, vgl. _Prometheus Bound_,
+blz. 385, noot.
+
+[9] _t.a.p._
+
+[10] Deel I, 569, 570.
+
+[11] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 512.
+
+[12] _The Story of Atlantis_, blz. 37, 38.
+
+[13] _The Pyramid and Stonehenge_, blz. 10 en 15.
+
+[14] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 923, 924. Zie ook _Geheime Leer_,
+Deel II, blz. 510, 511.
+
+[15] _The Pyramid and Stonehenge_, blz. 13.
+
+[16] _t.a.p._, blz. 13.
+
+[17] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 558.
+
+[18] 3,1415 of pi, de samenvatting of de schare, één geworden in
+den Logos.... volgens H. P. Blavatsky, _t.a.p._ Het zal den lezer dus
+geen verwondering kunnen baren, wanneer wij bij de verdere behandeling
+der Groote Pyramide veel op dit getal pi terugkomen. [v. G.]
+
+[19] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 432.
+
+[20] _Herodotus._ Hfdst. CXXIV, 124.
+
+[21] _The Pyramid and Stonehenge_, blz. 16, 17.
+
+[22] Bonwick, _Pyramid Facts and Fancies_, blz. 71.
+
+[23] _A Dissertation on the Antiquity, Origin and Design of the
+Principal Pyramids of Egypt_, blz. 16.
+
+[24] In het aangehaalde werk blz. 228.
+
+[25] _Pyramid Facts and Fancies._ blz. 75.
+
+[26] Rawlinson, _Herodotus_, Deel II, blz. 207.
+
+[27] J. Ralston Skinner, _The Source of Measures_. Appendix II §
+89 blz. 208, 209, 210, 211.
+
+[28] Zie Hoofdstuk I.
+
+[29] _Analysis of Ancient Mythology_, ii 760.
+
+[30] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 480, 481.
+
+[31] _Geheime Leer_, Deel II, pag. 481, 482 en _The Source of Measures_
+§ 85 blz. 186.
+
+[32] _Herodotus_. Boek II, hfdst. CXXIV.
+
+[33] _Herodotus_. Hfdst. CXXV.
+
+[34] Was hij hier maar verder op ingegaan! (v. G.)
+
+[35] Diodorus van Sicilië I, i § 63.
+
+[36] _Strabo_ I, xvii, blz. 808.
+
+[37] Rawlinson, _Egypt_, blz. 76.
+
+[38] _Isis Unveiled_, Deel I, 518.
+
+[39] _Our Inheritance in the Great Pyramid_ blz. 85-93.
+
+[40] De hier door mij gegeven hoeken en afmetingen zijn gemiddelde,
+en bij benadering gegeven, daar nagenoeg iedere schrijver andere
+maten geeft. Deze maten ontleen ik aan _Pyramid Facts and Fancies_.
+
+[41] Pancoucke's _Description de l'Egypte_. Tome IX, blz. 485 en verv.
+
+[42] _Voyage du docteur Shaw en Barbarie etc._ D. III, blz. 314
+en volg.
+
+[43] Duidelijk genoeg wordt hier gedoeld op de Pyramiden; zie Hoofdstuk
+I. (v. G.)
+
+[44] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 260.
+
+[45] _A Dissertation on the antiquity, origin and design of the
+principal Pyramids of Egypt._
+
+[46] _Our Inheritance in the Great Pyramid._ Chap. I, blz. 5, 6.
+
+[47] t.a.p. blz. 7.
+
+[48] _The Pyramids and Temples of Gizeh_, door Prof. Flinders Petrie.
+
+[49] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 397, 398.
+
+[50] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 402.
+
+[51] astronomische kennis.
+
+[52] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 399, 400.
+
+[53] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 558, noot.
+
+[54] _Isis Unveiled_, Deel I, blz. 519.
+
+[55] Staniland Wake _The Origin and Significance of the Great Pyramid_,
+blz. 93.
+
+[56] _Geheime Leer_, blz. 403, 404.
+
+[57] Hetgeen ik hier mededeel met betrekking tot Proctor's verklaring
+is gedeeltelijk ontleend aan _Knowledge_, Vol. I, en aan _Origin and
+Significance of the Great Pyramid_ door Staniland Wake, blz. 6-19.
+
+[58] _Origin and Significance of the Great Pyramid_, blz. 12.
+
+[59] Marsham Adams. _The House of the Hidden Places_, blz. 147.
+
+[60] t.a.p. 149, 150, 151.
+
+[61] M. Adams, _The Book of the Master_, blz. 105.
+
+[62] Uitgegeven door M. Naville.
+
+[63] De Heliopolische verzameling van het _Boek der Dooden_ (vijfde en
+zesde dynastie) zijnde de oudste aan ons bekende vorm van dit werk,
+is met eene Fransche vertaling uitgegeven door Maspéro in _Recueil
+de Travaux_, en afzonderlijk als _Les Inscriptions des Pyramides de
+Saqqarah_, Paris 1894.
+
+De verzameling van de elfde en twaalfde dynastie is uitgegeven
+door Lepsius en Maspéro (zie Birch's _Vertaling van den text op de
+mummiekist van Amamu_). Deze vertaling is uitgegeven met een facsimile
+door het British Museum onder den titel van _Egyptian Texts of the
+earliest periods from the coffin of Amamu_, London, 1886.
+
+De Thebaansche verzameling (achttiende tot zes en twintigste dynastie)
+is uitgegeven door Birch, Mariette, Leeman en Devéria; Naville gaf
+eene volledige uitgave met Inleiding in 1880.
+
+De belangrijkste uitgave van de Saïtische verzameling is die van het
+Turijnsche Manuscript door Lepsius in 1842, genaamd _Das Todtenbuch
+der Egypter_. In 1861 gaf E. de Rougé hetzelfde manuscript uit als
+_Rituel Funéraire_. Latere uitgaven van geheele of gedeeltelijke
+verzamelingen komen voor in: _Proceedings of the Society of Biblical
+Archaeology, vol. VII_; Lieblein, _Le Livre Egyptien Que mon nom
+fleurisse_, Leipzig 1895; Birch, vertaling van Bunsen's _Egypts Place
+in Universal History_, vol. V, blz. 123-333; Pierret, _Le Livre des
+Morts des anciens Egyptiens_.
+
+Voor verdere bijzonderheden over het _Boek der Dooden_ raad ik mijn
+lezers aan te raadplegen _The Book of the Dead, The Chapters of
+Coming forth by day_, by E. A. Wallis Budge. London, Kegan Paul,
+Trench, Trubner & Co. 1898.
+
+[64] E. Budge, _The Book of the Dead_, blz. XLV.
+
+[65] t.a.p. blz. XLVI.
+
+[66] t.a.p. blz. LXXV.
+
+[67] _The Book of the Master_, blz. 96.
+
+[68] Men leze hierover _Hermes, the Thrice-Greatest_, door Mead.
+
+[69] _Book of the Master_, blz. 97.
+
+[70] t.a.p. blz. 123, 124.
+
+[71] _House of the Hidden Places_, blz. 192-195.
+
+[72] _Esoterisch Christendom_, blz. 28, 29. De cursiveering is van mij
+(v. G.); evenzoo in de volgende aanhalingen.
+
+[73] _Plotinus_, blz. 42.
+
+[74] _Esoterisch Christendom_, blz. 24.
+
+[75] _Lucifer_, deel IV, blz. 228.
+
+[76] _Esoterisch Christendom_, blz. 188, 189.
+
+[77] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 404.
+
+[78] t.a.p. blz. 141.
+
+[79] _De Christelijke Geloofsbelijdenis_, blz. 80.
+
+[80] _The Book of the Master_, blz. 155, 156.
+
+[81] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 690.
+
+[82] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 399.
+
+[83] _Geheime Leer_, Deel I, blz. 399, 400.
+
+[84] _Geheime Leer_, Deel II, blz. 718.
+
+[85] Zie hierover mijn artikel "De Dierenriem". Theosophia XVIe
+jaargang, afl. 3 en verv.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Groote Pyramide, by H.J. van Ginkel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE GROOTE PYRAMIDE ***
+
+***** This file should be named 20502-8.txt or 20502-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/0/5/0/20502/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/20502-8.zip b/20502-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..5c8d3c3
--- /dev/null
+++ b/20502-8.zip
Binary files differ
diff --git a/20502-h.zip b/20502-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..37c655c
--- /dev/null
+++ b/20502-h.zip
Binary files differ
diff --git a/20502-h/20502-h.htm b/20502-h/20502-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..624c692
--- /dev/null
+++ b/20502-h/20502-h.htm
@@ -0,0 +1,6736 @@
+
+<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source, using XSLT. If you find any mistakes, please edit the XML source. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
+
+<title>De Groote Pyramide</title>
+<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="author" content="H. J. van Ginkel">
+<meta name="DC.Creator" content="H. J. van Ginkel">
+<meta name="DC.Title" content="De Groote Pyramide">
+<meta name="DC.Date" content="#">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900"><style type="text/css">
+
+
+body
+{
+font: 100%/1.2em "Times New Roman", Times, serif;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+}
+
+h1.docTitle
+{
+font-size:1.6em;
+line-height:2em;
+}
+
+h2.byline
+{
+font-size:1.1em;
+font-weight:normal;
+line-height:1.44em;
+}
+
+span.docAuthor
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:bold;
+}
+
+h2.docImprint
+{
+font-size:1.2em;
+font-weight:normal;
+}
+
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+
+h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+
+h4.lghead
+{
+margin-left:10%;
+margin-right:10%;
+}
+
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+
+p.poetry
+{
+margin:0 10% 1.58em;
+}
+
+p.line
+{
+margin:0 10%;
+}
+
+p.argument,p.note
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+
+p.argument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+
+div.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+
+.epigraph .bibl
+{
+text-align: right;
+}
+
+.epigraph .poem
+{
+margin-left: 0;
+}
+
+.epigraph .line
+{
+margin-left: 0;
+text-indent: 0;
+}
+
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+
+p.question
+{
+margin-bottom:0;
+text-align:left;
+}
+
+p.answer
+{
+margin-top:0;
+text-align:right;
+}
+
+p.explanation
+{
+font-size:smaller;
+margin-left:0.9em;
+margin-right:0.9em;
+}
+
+.leftnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+
+a.noteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+
+div.footnotes
+{
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+
+p.footnote
+{
+font-size: 80%;
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+
+p.footnote .label
+{
+float: left;
+text-align:left;
+width:2em;
+}
+
+.footnotes td, .footnotes th, .footnotes .tablecaption
+{
+font-size: 80%;
+}
+
+
+.poem
+{
+margin-left:5%;
+position:relative;
+text-align:left;
+width:90%;
+}
+
+.poem h4
+{
+font-weight:normal;
+margin-left:5em;
+text-decoration:underline;
+}
+
+.poem .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left:-2.5em;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+
+.footnotes .line
+{
+font-size:80%;
+margin:0 5%;
+}
+
+.poem .i0
+{
+display:block;
+margin-left:2em;
+}
+
+.poem .i1
+{
+display:block;
+margin-left:3em;
+}
+
+.poem .i2
+{
+display:block;
+margin-left:4em;
+}
+
+.poem .i3
+{
+display:block;
+margin-left:5em;
+}
+
+.poem .i4
+{
+display:block;
+margin-left:6em;
+}
+
+.poem .i5
+{
+display:block;
+margin-left:7em;
+}
+
+.poem .i6
+{
+display:block;
+margin-left:8em;
+}
+
+.poem .i7
+{
+display:block;
+margin-left:9em;
+}
+
+.poem .i8
+{
+display:block;
+margin-left:10em;
+}
+
+.poem .i9
+{
+display:block;
+margin-left:11em;
+}
+
+span.corr
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+
+.letterspaced
+{
+letter-spacing:0.2em;
+}
+
+.smallcaps
+{
+font-variant:small-caps;
+}
+
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+
+h2.docImprint,h1.docTitle,h2.byline,h2.docTitle,.aligncenter,div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+
+h1,h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+
+h1.label,h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+
+h5,h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+
+p,p.initial
+{
+text-indent:0;
+}
+
+.poem .stanza
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+
+p.quote,div.blockquote,div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+
+
+
+
+
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+color: #001FA4;
+font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
+}
+
+p.byline
+{
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+
+.figureHead, .noteref, span.leftnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #001FA4;
+}
+
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+
+
+</style></head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of De Groote Pyramide, by H.J. van Ginkel
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: De Groote Pyramide
+
+Author: H.J. van Ginkel
+
+Release Date: February 2, 2007 [EBook #20502]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE GROOTE PYRAMIDE ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+
+<div class="front">
+<div class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><p></p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p000.jpg" alt="Gezicht op de Pyramiden." width="720" height="430"><p class="figureHead">Gezicht op de Pyramiden.</p>
+<p>Ontleend aan Panckouske&#8217;s Description de L&#8217;Egypte.</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<h1 class="docTitle">De Groote Pyramide</h1>
+<h2 class="byline">Door
+
+<span class="docAuthor">H. J. van Ginkel.</span></h2>
+<h2 class="docImprint">Uitgave van de N. V. Theosofische Uitgevers Maatschappij :: Amsteldijk 79 :: Amsterdam 1908</h2>
+</div><div class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><p class="aligncenter">Typ. Duwaer &amp; Van Ginkel, Bloemgracht 8, Amsterdam.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div id="d0e106" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2>Inhoud.</h2>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk I. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e277">Inleiding</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk II. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e615">Ligging, Bouwer</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 14</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk III. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e957">De Bouw</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 24</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk IV. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1157">Beschrijving van het Inwendige</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 33</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk V. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1255">Over de bestemming der Pyramide</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 41</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk VI. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1502">Over de bestemming der Pyramide II</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 50</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk VII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e1864">Nog enkele theori&euml;n over de bestemming en symboliek der groote pyramide</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 63</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk VIII. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e2058">Mystieke theori&euml;n</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 71</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk IX. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e2440">Mystieke theori&euml;n II</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 81</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoofdstuk X. </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e2890">Mystieke theori&euml;n (<i>slot</i>)</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright"> 92</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Appendix.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e3207">Maten der Pyramide</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright">105</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4257">De vijfpuntige ster het geometrisch symbool der groote Pyramide</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright">110</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4980">Waarom de Bouwers den &#960; hoek in de Pyramide vastlegden</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright">118</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e4996">Lijst van geraadpleegde boeken</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright">119</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top"><a href="#d0e5252">Maten</a>
+</td>
+<td valign="top" class="alignright">121</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div id="d0e255" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2>Voorwoord.</h2>
+<p>De inhoud van dit boekje verscheen grootendeels reeds in het maandblad <i>Theosophia</i> en ik kan dus volstaan met een zeer kort voorwoord ter inleiding.
+
+</p>
+<p>Gaarne had ik meer tijd besteed aan het omwerken van de grondstoffen, doch de gelegenheid daartoe ontbreekt mij; aangezien
+echter velen mij verzochten de artikelen toch in boekvorm te doen verschijnen om de er in verkondigde denkbeelden in ruimer
+kring hier te lande bekend te maken, ben ik er toe overgegaan dit boekje uit te geven.
+
+</p>
+<p>Met mijn oprechten dank aan mijne vrienden die mij op verschillende wijzen bij mijn arbeid steunden en de uitgave mogelijk
+maakten en in de hoop dat de reeds opgewekte belangstelling in het behandelde onderwerp moge toenemen zend ik dit boekje de
+wereld in.
+
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">H. J. van Ginkel</span>.
+
+</p>
+<p><i>Laren</i>, April, 1908.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+</div><a id="d0e275"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e275">1</a>]</span><div class="body">
+<div id="d0e277" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2>De Groote Pyramide.</h2>
+<h2>Hoofdstuk I.</h2>
+<p>Het is een vastgesteld feit dat elk belangrijk onderwerp van studie beschouwd kan worden van twee zeer uiteenloopende&#8212;dat
+wil zeggen <i>schijnbaar</i> uiteenloopende&#8212;standpunten, namelijk van het standpunt van hen die oordeelen volgens <i>voor hen</i> vaststaande feiten en van het standpunt van hen die oordeelen volgens hunne gevoelszienswijze. De eerste beschouwing wordt
+genoemd de wetenschappelijke, met de tweede bedoel ik die van hen, die door innerlijke kennis&#8212;door kennis van de ziel, niet
+door kennis van het tegenwoordig hersenverstand&#8212;weten van de werkelijke waarheid der dingen. En nu is het een treurige gewoonte
+geworden dat zij, die oordeelen volgens vaak zeer betrekkelijk vastgestelde feiten, hoegenaamd geen waarde hechten aan de
+beschouwingen, die omtrent zekere dingen bestaan, van hen die een innerlijk besef van de gnosis dezer dingen hebben. Bovendien
+is de eerstgenoemde school van denkers heden ten dage in de meerderheid doordien de groote massa nietdenkende menschen met
+hen meegaat, niet uit overtuiging, maar uit gemakzucht of onwetendheid.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats dan zou ik mijnen lezers de vraag willen voorleggen: Berust de eerste beschouwing eigenlijk <i>ook</i> niet op een vooraf opgevat <i>gevoelen</i> omtrent zekere dingen? En dan zou ik hier zeker op antwoorden: ja. Want de geleerde die eene massa feiten, stoffelijke feiten
+verzameld heeft, en deze louter bijeengezameld heeft met het denkbeeld ze te analyseeren, aaneen te voegen enz., met de bedoeling
+een geschiedenis dier dingen op te bouwen, heeft behalve zijn denken als geleerde ook zijn gevoel als mensch, welk laatste
+niet alleen is opgebouwd gedurende zijn omgang in dit leven met verwante denkers, vrienden en bekenden, maar ook door zijn
+denken en omgang in voorafgaande levens. <a id="d0e298"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e298">2</a>]</span>En het kan niet uitblijven of zelfs geheel tegen zijn willen in, zal ook een geleerde een onderwerp beschouwen door de glazen
+van zijn gevoelsbril, welke glazen niet in dit &eacute;ene leven doch reeds ten deele in levens daaraan voorafgaande gevormd zijn.
+
+</p>
+<p>Nu iets met betrekking tot de feiten zelf volgens welke zij hunne wetenschappelijke beschouwing vormen, bijvoorbeeld omtrent
+de geschiedenis der oudheid. De tegenwoordige onderzoekers hebben op dit punt zeker niet veel om mede te werken en allerminst
+op het punt van geschreven verslagen. Tot op een betrekkelijk kort geleden tijdstip was de beschouwing van hetgeen geschreven
+stond geheel onderworpen aan en beperkt door kerkelijke leerstukken, en was een vrije eigen gedachte over een onderwerp als
+het onderhavige louter onmogelijk. Wat dus in verschillende richtingen er over gedacht of geschreven is, kon eerst vrij ontwikkelen
+in de laatste eeuw en in die eeuw zijn juist belangrijke feiten eerst begonnen aan het licht te komen, en een ieder die weet
+hoe weinig feitenkennis er tot nog toe is, en ook de theorie&euml;n kent die door verschillende wetenschappelijke onderzoekers
+op deze feiten gegrond zijn, zal inzien dat deze theorie&euml;n niet door de feiten onaantastbaar worden gelaten. Wanneer, zooals
+bekende verslagen ons doen zien, de geschiedenis van het menschdom is na te gaan tot op een tijdperk van ettelijke duizenden
+jaren v&oacute;&oacute;r Chr., en de feiten van het begin dier geschiedenis aantoonen dat er toen hooge beschavingen waren, is het misschien
+wetenschappelijk, maar zeker niet logisch, te zeggen dat dit de aanvang der menschelijke beschavingsgeschiedenis was, vooral
+met het oog op een ander wetenschappelijk vaststaand feit, dat de aarde millioenen jaren v&oacute;&oacute;r dat tijdstip bestond. Want wij
+hebben <i>te kiezen</i> tusschen twee zienswijzen omtrent de dingen v&oacute;&oacute;r dat tijdstip waarvan onze gegevens dagteekenen, namelijk de menschheid verkeerde
+gedurende duizenden, ja wellicht millioenen jaren in wilden staat, en dan was de ontwikkeling der volgende enkele duizenden
+jaren daarmede geheel in strijd, &ograve;f er bestonden beschavingen lang v&oacute;&oacute;r dat tijdstip. Nu berust eene zienswijze omtrent dit
+tijdstip, tenminste als men er zich eene zienswijze van vormen wil, bij gebrek aan voldoende feitenkennis, geheel op gevoel
+en heeft voor dat tijdperk de Theosofische theorie evenveel waarde als de wetenschappelijke. Is dat dan voor een later tijdperk
+niet even waar, zal men vragen en niet ten onrechte. Ik voor mij vind dat dit zeker het geval is, maar alvorens dit te kunnen
+staven moet men in staat zijn de <a id="d0e305"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e305">3</a>]</span>bekende feiten overeen te brengen met de theorie, en dit vereischt dus meer dan men van een leek verwachten mag. Hiertoe is
+noodig een wetenschappelijk man met theosofische theorie&euml;n, en deze ontbreekt op verscheidene gebieden van wetenschap nog.
+Doch wanneer wij, die niet in staat zijn voldoende feitenkennis te verzamelen om onze theorie&euml;n wetenschappelijk te staven,
+slechts volhouden op grond van ons innerlijk weten, zal de drang zoo groot worden dat ook dit overeenbrengen van de feiten
+en de theorie&euml;n welhaast niet meer tot de schoonste droomen zal behooren.
+
+</p>
+<p>En omdat ik dit voel en weet waar te zijn, durf ik mijn onderwerp hier te behandelen van een standpunt dat berust op gegevens
+die grootendeels geput zijn uit &#8220;onwetenschappelijke&#8221; boeken, geschreven door meerendeels &#8220;onwetenschappelijke&#8221; menschen,
+maar die voor mijn gevoel meer werkelijke kennis, en daardoor recht van spreken hadden over deze dingen, dan een feitenverzamelaar.
+Wanneer iemand iets voelt voor een zaak, is dit een bewijs dat er in zijne aura skandha&#8217;s zijn van uit een tijd toen hij zeer
+na betrokken was met die zaak en die zaak kende, en wanneer hij dezen skandha&#8217;s den vrijen loop laat, zal hij mijns inziens
+meer weten van die zaak dan eenig iemand die slechts van buiten af beoordeelt.
+
+</p>
+<p>Doch reeds te ver dwaalde ik hier af van hetgeen ik wenschte te zeggen, namelijk welke twee groote theorie&euml;n wij met betrekking
+tot de oudheid en de geschiedenis van de menschheid hebben. De wetenschappelijke theorie dan beweert dat alle vooruitgang
+der menschelijke beschaving op een geleidelijke evolutie van den stoffelijken mensch en zijn stoffelijk hersenstelsel berust,
+en dat de mensch van het standpunt van den wilde zonder hulp van buiten af gekomen is tot het huidig standpunt van beschaving,
+dat men thans met den aan onzen tijd eigen zijnden eigenwaan als een zeer hoog, zoo niet het hoogste te bereiken punt van
+beschaving beschouwt. En wij willen nu hier niet er over uitweiden of er werkelijk eenige grond bestaat om onze hedendaagsche
+beschaving te beschouwen als een zeer hoogstaande, doch liever opsommen wat de hiertegenoverstaande of Theosofische theorie
+zegt. Deze dan leert dat de menschheid tot op een betrekkelijk kort geleden tijdperk geheel van buiten af geleid werd, evenals
+een jeugdig kind leert loopen aan de hand zijner ouders, en dat zij eerst nu begint te trachten alleen te staan. In deze jeugd
+der menschheid hebben groote beschavingen bestaan, die geheel geleid en opgebouwd werden door de Oudere Broederen der Menschheid,
+<a id="d0e311"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e311">4</a>]</span>die van andere plaatsen in ons zonnestelsel kwamen om onze evolutie te leiden. Zij waren de Koningen, Ingewijden en Priesters
+in deze oude beschavingen en hadden alle kennis die binnen ons stelsel bestaat, te Hunner beschikking. Vandaar dat Zij de
+menschheid eene beschaving konden voorhouden als voorbeeld ter latere navolging. Nu beweer ik niet dat de jonge rassen welke
+Zij leidden geheel voldeden aan de plannen die deze hoogstaande Wezens met hen v&oacute;&oacute;r hadden. Neen, want wij kunnen maar al
+te goed weten uit hetgeen ons geleerd wordt, dat Zij de menschen nimmer konden noch mochten <i>dwingen</i> Hunne plannen geheel ten uitvoer te brengen, en al was Hunne enkele tegenwoordigheid voldoende om een ras tot hooge beschaving
+en hoogen bloei te brengen, zoo verviel het evenzeer nadat Zij zich wederom terugtrokken. Het nut van Hunne tegenwoordigheid
+kon dan ook niet anders zijn dan de stoot die de machine der menschheid aan het werk bracht, doch thans zijn wij zoover als
+menschheid ontwikkeld, dat wij uit eigen aandrang tot dezelfde resultaten moeten trachten te komen.
+
+</p>
+<p>Een duidelijk beeld van zulk een leiding en op de kleinere schaal van een onderdeel der evolutie, vinden wij bijvoorbeeld
+in de kunst.
+
+</p>
+<p>In Griekenland hebben in onze bekende oudheid enkele groote ingewijden beeldwerken gewrocht, die niemand van hunne latere
+navolgers heeft kunnen benaderen, en die ook zelfs nu niet benaderd worden. Toch zijn zij daar als een beeld van hetgeen mogelijk
+is in die richting, en moet het betrekkelijk einddoel van onze kunstenaars zijn, hen te evenaren om op een toekomstig tijdstip
+tot hetzelfde standpunt te komen. Ook hier is dus schijnbaar eerst een ongewone en abnormale ontwikkeling en beschaving, vervolgens
+achteruitgang en een te komen beschaving die tot het eerste punt terugkeert, plus de innerlijke ontwikkeling door die navolging
+verkregen.
+
+</p>
+<p>In ieder geval, hetzij wij dit nu kunnen aantoonen en staven door feiten of niet, de Theosofische theorie zegt ons dat de
+eerste beschavingen van onze <span id="d0e322" class="corr" title="Bron: menscheid">menschheid</span>, dus die van v&oacute;&oacute;r het bekende geschiedkundige tijdperk en waarvan de eerst bekende Egyptische beschaving slechts een vervallen
+overblijfsel was, geleid werden en opgebouwd waren door Adepten of in enkele gevallen zelfs door zeer verheven Wezens van
+andere bollen in ons zonnestelsel.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij ons aan deze beschouwing houden, kan bij ons geen twijfel bestaan of alle zaken die wij omtrent deze beschavingen
+en bijvoorbeeld omtrent de ons bekende Egyptische beschaving <a id="d0e327"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e327">5</a>]</span>eveneens gissen of kennen, moeten wij in een geheel ander licht zien dan zulks gedaan kan worden door een wetenschappelijk
+onderzoeker.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij nu in het licht van deze theorie het onderwerp beschouwen, dat ik mij voorstel in dit boek te behandelen, namelijk
+de verschillende theorie&euml;n die omtrent de Groote Pyramide, hare Bouwers, en het waarom van haar bouwen, enzoovoorts, bestaan,
+dan kunnen wij zeker <i>niet</i> de woorden beamen van een der grootste hedendaagsche Egyptologen, E. A. Wallis Budge, waar hij met betrekking tot dit onderwerp
+in zijn laatst verschenen werk<a id="d0e334src" href="#d0e334" class="noteref">1</a> schrijft:
+
+</p>
+<p>&#8220;In de volgende bladzijden wordt geen melding gemaakt van de verscheidene vernuftige theorie&euml;n die zich steeds om &#8216;de Groote
+Pyramide&#8217; verzameld hebben en die aan dat uitgebreide grafgedenkteeken verborgen doeleinden en beteekenissen zouden willen
+toeschrijven, want door alle bevoegde gezaghebbenden wordt nu erkend dat zij gebouwd werd voor een graftombe en niet om eenigerlei
+esoterische leeringen die in verband staan met de Hebreeuwsche Patriarchen en anderen te verduidelijken&#8221;<a id="d0e341src" href="#d0e341" class="noteref">2</a>.
+
+</p>
+<p>Deze uitspraak moge groot gezag hebben en heeft dit zeer zeker ook voor iedereen die de gewone wetenschappelijke beschouwingswijze
+toegedaan is, maar even zeker is het dat er velen zijn die, al mogen zij niet behooren tot de &#8220;bevoegde gezaghebbenden&#8221; over
+dit onderwerp, het toch stellig niet eens zullen zijn met deze uitspraak, en het nimmer zullen worden, omdat zij andere theorie&euml;n
+huldigen, en ook omdat zij in vele gevallen het gezag van de aangehaalde feiten niet zullen erkennen.
+
+</p>
+<p>Doch om ons een juist denkbeeld te vormen van enkele der theorie&euml;n omtrent de Groote Pyramide, is het in de eerste plaats
+noodzakelijk te zien welke de theorie&euml;n en de gegevens zijn omtrent de bewoners van Egypte gedurende het tijdperk van den
+bouw der Groote Pyramide.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats dan de wetenschappelijke. In zijn voorwoord van het reeds aangehaald werk zegt Budge: &#8220;dat de archeologen
+langen tijd beweerden dat het tijdperk van drie of vierduizend jaren, dat velen voldoende achtten voor de opkomst, den groei,
+de rijpheid en het verval van de oude Egyptische beschaving, <a id="d0e350"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e350">6</a>]</span>onvoldoende was, en dat de schoone reliefwerken en schilderingen, en de reusachtige Pyramiden, die het werk waren der Egyptenaren
+van de IV<sup>e</sup> Dynastie, nooit voortgebracht konden zijn door een volk dat enkele honderden jaren tevoren volkomen of nagenoeg wild was.
+De juistheid van deze zienswijze is nu bewezen, en het is bekend dat Men&acirc; of Menes niet de eerste Koning van Egypte was<a id="d0e355src" href="#d0e355" class="noteref">3</a>, en dat het beschavingstijdperk dat ons onthuld wordt door de werken der dynastische Egyptenaren, niet als het ware pasklaar
+te voorschijn sprong gedurende de regeering van dien koning. Het is ook zeker dat een aantal onafhankelijke koningen zoowel
+in de Delta als in Boven-Egypte moeten geregeerd hebben lang v&oacute;&oacute;r Men&acirc;, hoewel het zeer wel mogelijk is dat hij de eerste
+geschiedkundige koning was, die er in slaagde zich tot koning van zoowel het Zuiden als het Noorden te maken<a id="d0e361src" href="#d0e361" class="noteref">4</a>&#8221;.
+
+</p>
+<p>Nu stemt dit zeer zeker in &eacute;&eacute;n opzicht goed overeen met onze Theosofische theorie van voorhistorische beschaving, want behalve
+het hier aangehaalde is het ook een bekend feit dat Menes, hoewel hij enkele groote publieke werken deed uitvoeren (zooals
+het verleggen van den loop van den Nijl door het opwerpen van een grooten dijk) en in verderen algemeenen zin een groot heerscher
+was, die veel deed voor de stoffelijke welvaart en den bloei van zijn volk, ook in dezen te ver ging en groote weelde en overdaad
+invoerde bij zijne hofhouding, waardoor blijkt dat hij reeds materialistisch en in geen geval een Koning-Ingewijde was, tenminste
+niet van dien graad als wij gewoonlijk bedoelen met die benaming. Zeker is het, dat het invoeren van een weelderig leven bij
+een groot volk steeds het kenmerk geweest is van een begin van verval, getuige het ons bekende geschiedkundige Romeinsche
+Rijk, zoodat wij mogen aannemen dat het hoogste punt van bloei van het rijk niet was ten tijde van Menes, doch lang v&oacute;&oacute;r dien
+tijd, en dat dus de aanvang van die beschaving nog veel verder in de grijze oudheid terugligt. Wij zien tot dusver nog geen
+verschil tusschen beide theorie&euml;n omtrent de oudheid der Egyptische beschaving. Echter komt een groot verschil aan het licht,
+wanneer <a id="d0e368"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e368">7</a>]</span>wij nagaan wat de wetenschap leert omtrent de bestanddeelen van de bevolking en de wijze waarop het land bevolkt werd. Op
+&eacute;&eacute;n punt zijn de Egyptologen het vrijwel eens, namelijk dat het bekende geschiedkundige Egyptische ras een mengeling was van
+Afrikaansche negerstammen en Aziatische kolonisten, doch dat gedurende het bekende geschiedkundige tijdperk de Egyptenaren
+niet meer bekend waren met hunne eigenlijke voorvaderen, dat de typen zeer vermengd waren, en dat in hun type dat van alle
+rassen, die beurtelings Egypte overheerschten, gevonden werd. Prof. Masp&eacute;ro brengt de Egyptenaren terug tot de proto-semitische
+rassen<a id="d0e370src" href="#d0e370" class="noteref">5</a>, die uit Azi&euml; kwamen over de landengte van Suez en aan de oevers van den Nijl een ander ras, dat waarschijnlijk een negerras
+was, vonden,&#8212;hetwelk zij in de binnenlanden terugdrongen. Wanneer dit nu plaats vond is moeilijker te zeggen, en wij bevinden
+dat de Egyptologen zooals Flinders<span id="d0e375" class="corr" title="Bron: ">,</span> Petrie, Budge, Masp&eacute;ro, Wiedemann e.a. geen datums geven en eerst een bepaalde tijdrekenkunde volgens dynastie&euml;n invoeren
+sedert Menes. Dat het zeer lang v&oacute;&oacute;r Menes plaats vond, blijkt uit het voorgaande. Deze kolonisten schijnen zich het eerst
+gevestigd te hebben in Boven-Egypte, ten zuiden van het geschiedkundige Thebe, zelfs v&oacute;&oacute;r het vormen van de Nijldelta, en
+zich langzamerhand meer en meer naar het Noorden hebben uitgebreid. Dat dit zoo was, kan ons nog blijken uit de legenden die
+onder de bekende mededeelingen der latere priesters voorkomen omtrent de bewoners van het Zuiden, die zij als een soort voorouderlijke
+Goden beschouwden, genaamd de Zonen van Horus of Schesoo-Hor. Deze waren de bewoners van de landen gelegen in de nabijheid
+der bronnen van den Nijl, genaamd Poent, en waarvan gesproken werd als het heilig land van Khent. Altijd bleef voor de noordwaarts
+getrokken volkeren het zuiden het groote Heilige verblijf en al hunne legenden zijn vol verwijzingen er naar. Blijkbaar niet
+zonder reden, al moeten wij deze zoeken in Theosofische en niet in wetenschappelijke geschriften. H. P. Blavatsky zegt in
+de <i>Geheime Leer</i><a id="d0e380src" href="#d0e380" class="noteref">6</a> dat deze oorspronkelijke bewoners van Poent een Arische stam waren die van uit Azi&euml; naar de bronnen van den Nijl trok.
+
+</p>
+<p>Zij beschrijft dezen kolonisatietocht zeer uitvoerig. Een nadere beschrijving, wie de Koningen van de voorouders der Egyptenaren
+waren, geeft zij in de <i>Geheime Leer</i>, deel II, blz. 402, 403.
+<a id="d0e390"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e390">8</a>]</span></p>
+<p>&#8220;In dit tijdperk nu moeten wij zoeken naar het eerste optreden van de voorvaderen dergenen, die wij de oudste volkeren der
+wereld noemen&#8212;thans onderscheidenlijk genaamd de &Acirc;rische Hindoes, de Egyptenaren en de eerste Perzen aan de eene en de Chaldee&euml;n
+en Phoenici&euml;rs aan de andere zijde. Deze werden door de Goddelijke dynastie&euml;n bestuurd, <i>d.w.z.</i> Koningen en Heerschers die van den sterfelijken mensch slechts zijn stoffelijk uiterlijk, <i>zooals dat toen was</i>, bezaten, doch wezens waren van Bollen, hooger en hemelscher dan onze Bol nog over vele Manwantara&#8217;s zijn zal. Het is natuurlijk
+nutteloos te trachten het bestaan van dergelijke wezens aan sceptici op te dringen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Hoe de Aziatische stammen, namelijk de Oostersche Ethiopi&euml;rs&#8212;de machtige bouwers&#8212;van uit Azi&euml; trokken naar hun nieuwe vaderland,
+Egypte, verhaalt <span class="abbr" title="Helena Petrovna Blavatsky"><abbr title="Helena Petrovna Blavatsky">H. P. B.</abbr></span> ons eveneens duidelijk in de <i>Geheime Leer</i>, waar zij eene verklaring geeft van de fabel van Io, weergegeven door Prometheus.
+
+</p>
+<p>&#8220;Io is de Maan-godin van de voortbrenging&#8212;want zij is Isis, en ook Eva, de Groote Moeder&#8221;, zegt zij, en geeft dan de navolgende
+verklaring van deze legende. &#8220;Io is de moeder en het zinnebeeld van de fysieke menschheid.<a id="d0e409src" href="#d0e409" class="noteref">7</a> In de legende nu worden de zwerftochten (der rassen) zoo duidelijk weergegeven als woorden het maar kunnen. Zij (Io) moet
+Europa verlaten en naar het vasteland van Azi&euml; gaan, tot zij den hoogsten berg van den Kaukasus bereikt,.... vervolgens moet
+zij, na den &#8216;Kimmerischen Bosporus&#8217; overgetrokken te zijn naar het Oosten reizen, en trekken over hetgeen klaarblijkelijk
+de Wolga en het tegenwoordige Astrakan aan de Kaspische zee is.... en van die plaats naar het land der &#8216;Arimaspische schare&#8217;
+(ten oosten van Herodotus&#8217; Scythi&euml;)&#8221;. H. P. Blavatsky zegt verder dat Prof. Newman terecht vermoedt dat hiermede de Oeral
+bedoeld is. De legende zegt verder iets dat een raadsel is voor alle Europeesche vertolkers, nl. Io moet nu een kolonie stichten,
+en daarom &#8220;oostwaarts reizen tot zij aan de rivier Ethiops komt, die zij volgen moet tot deze in den <i>Nijl</i> valt.&#8221; De oudste Grieken meenden dat &#8220;de Nijl, ergens in Indi&euml; ontspringend en door vele woeste streken stroomend, waarbij
+hij zijn naam Indus verliest,.... vervolgens door bewoond land vloeide en thans door de Ethiopi&euml;rs van die streken en later
+door de Egyptenaren Nijl genoemd werd.<a id="d0e417src" href="#d0e417" class="noteref">8</a>&#8221;.
+<a id="d0e425"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e425">9</a>]</span></p>
+<p>Dit denkbeeld is klaarblijkelijk ontstaan omdat men geen andere Ethiopi&euml;rs kende dan die welke Noord-Afrika bewoonden, doch
+H. P. Blavatsky zegt dat de bedoelde rivier zeer zeker de Indus is, die door de Oostersche Ethiopi&euml;rs de Ethiops, of ook wel
+N&icirc;l en N&icirc;l&acirc; genoemd werd.<a id="d0e428src" href="#d0e428" class="noteref">9</a>
+
+</p>
+<p>En verder: &#8220;Indi&euml; en Egypte waren twee verwante volkeren, en de Oostersche Ethiopi&euml;rs&#8212;de machtige bouwers&#8212;zijn uit Indi&euml; gekomen,
+zooals naar wij hopen, in <i>Isis Unveiled</i> tamelijk wel bewezen is.&#8221;<a id="d0e437src" href="#d0e437" class="noteref">10</a>
+
+</p>
+<p>&#8220;Het ras van Io, de &#8216;de koehoornige jonkvrouw&#8217;, is derhalve eenvoudig het eerste ras van pioniers der Ethiopi&euml;rs, dat zij
+van den Indus naar den Nijl bracht, die zijn naam ontving ter herinnering van de Moederrivier der kolonisten uit Indi&euml;. Daarom
+zegt Prometheus tot Io, dat de heilige Neilos&#8212;de God, niet de rivier&#8212;haar naar het <i>drie-hoornige</i> land zal voeren, namelijk naar de Delta, waar het voor hare zonen voorbeschikt is die verafgelegen volkplanting&#8217; te stichten.
+Aldaar zal een nieuw ras (de Egyptenaren) een aanvang nemen<a id="d0e445src" href="#d0e445" class="noteref">11</a>&#8221;.
+
+</p>
+<p>Wij hebben thans zeker genoeg stof in deze gegevens van H. P. Blavatsky met betrekking tot de vorming van het nieuwe ras om
+over te denken en in verband te brengen met andere gegevens omtrent de Egyptenaren, doch om zoo volledig en duidelijk mogelijk
+op dit punt te zijn, geef ik hier nog iets dat met betrekking tot deze immigratie van Atlanti&euml;rs gezegd wordt in het merkwaardige
+boekje <i>The Story of Atlantis</i>:
+
+</p>
+<p>&#8220;Wij moeten nu verwijzen naar Egypte, en de beschouwing van dit onderwerp moet een zee van licht op zijn vroegste geschiedenis
+doen vallen. Alhoewel de eerste nederzetting in dat land niet in den volstrekten zin van het woord een kolonie was, werd uit
+het Toltek-ras daaraanvolgend de eerste groote massa immigranten getrokken, die bedoeld waren zich te vermengen met het wilden-ras
+en het te overheerschen.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats was het de overplaatsing van een groote Loge van Ingewijden. Dit vond plaats omstreeks 400.000 jaar geleden.
+Het gouden tijdperk der Tolteken was lang geleden. De eerste groote aardramp had plaats gehad. De zedelijke verlaging van
+het volk en de daaropvolgende beoefening van de &#8216;zwarte <a id="d0e459"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e459">10</a>]</span>kunsten&#8217; werden sterker en meer verspreid. Egypte was afgelegen en dun bevolkt, en daarom werd Egypte uitverkoren. De aldus
+gestichte nederzetting beantwoordde aan haar doel en onverstoord door tegenwerkende invloeden deed de Loge van Ingewijden
+gedurende 200.000 jaren haar werk.
+
+</p>
+<p>Ongeveer 210.000 jaar geleden, toen de tijd rijp was, stichtte de Okkulte Loge een rijk&#8212;de eerste &#8216;Goddelijke Dynastie&#8217; van
+Egypte&#8212;en begon het volk te onderrichten. Toen werd de eerste groote massa kolonisten uit Atlantis overgebracht en te eeniger
+tijd gedurende de tienduizend jaren die leidden tot de tweede aardramp, <i>werden de twee groote Pyramiden van Gizeh gebouwd</i> [ik cursiveer, v. G.], gedeeltelijk om als blijvende Zalen van Inwijding te dienen, maar ook om als bewaarplaats te dienen
+van een of anderen talisman van groote kracht gedurende de overstrooming, waarvan de Ingewijden wisten dat zij ophanden was.&#8221;<a id="d0e466src" href="#d0e466" class="noteref">12</a>
+
+</p>
+<p>Nu valt er met betrekking tot hetgeen in het aangehaalde boek vermeld wordt weinig meer te zeggen dat ons belangrijk kan voorkomen
+in verband met ons onderwerp. Een ieder die er belang in stelt raad ik aan het geheele werkje te lezen. Maar wel belangrijk
+is het, te vermelden dat mijns inziens met de twee groote Pyramiden van Gizeh niet <i>de</i> Groote Pyramide bedoeld werd, maar de beide andere die bekend zijn als die van Kephren en Menkaura. De eerste werd, voorzoover
+ik dat begrijp, gebouwd meer dan 400.000 jaar geleden, hetgeen men zal kunnen nagaan uit hetgeen gezegd wordt in de <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 558, en waarop ik zoo dadelijk zal terugkomen.
+
+</p>
+<p>A. P. Sinnett heeft in zijne Verhandeling over <i>De Pyramide en Stonehenge</i> uitvoerig dit punt betreffende de bevolking van Egypte gedurende dit tijdperk behandeld<a id="d0e484src" href="#d0e484" class="noteref">13</a> en ik kan niet beter doen dan hier in het kort weergeven wat hij uit okkulte bronnen omtrent dit deel van het onderwerp bijeenverzameld
+heeft.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats dan brengt een onderzoek naar den oorsprong van de Egyptische beschavingsgeschiedenis ons tot het Atlantisch
+ras terug. Ongeveer een millioen jaren geleden was dit Atlantische ras het overheerschende ras in nagenoeg alle bewoonbare
+landen, hoewel de hoofdmassa natuurlijk op het vasteland van Atlantis woonde. Egypte zelf werd bewoond door een volk dat verre
+beneden deze beschaving stond. Gedurende het verval van Atlantis nu <a id="d0e491"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e491">11</a>]</span>trokken de Adepten, en in het algemeen de meer geestelijk verlichten van het Atlantische ras, weg van het groote vasteland
+en vestigden zich in afgelegen streken, vaak te midden van half wilde stammen, welker nabijheid echter minder schadelijk was
+voor het bederf der atmosfeer door booze daden en gedachten, dan die van hunne verbasterde en ontaarde rasgenooten, op wie
+zij hunnen invloed niet langer konden doen gelden. Van veel meer nut zouden zij kunnen zijn voor de nog onontwikkelde rassen,
+die echter onbedorven waren. Overal, in verschillende landen, vinden wij teekenen van dat verblijf dezer Adepten in den vorm
+van nagelaten en thans vervallen bouwwerken, voornamelijk tempels; zoo bijvoorbeeld de Pyramiden in Amerika, Stonehenge in
+Engeland, de Pyramiden in Indi&euml;, en voornamelijk de meest bekende, de oudste Pyramiden van Egypte.
+
+</p>
+<p>De Adepten die zich in Egypte vestigden vonden daar, niet meer het half wilde ras, maar een zich ontwikkelend ras dat een
+mengeling was van de oude rassen en Aziatische emigranten, de zoogenaamde Roeta-Atlanti&euml;rs. H. P. Blavatsky zegt van deze
+rassen: &#8220;Niettemin schijnt zelfs in de dagen van Plato niemand behalve de priesters en de ingewijden eenigerlei bepaalde herinnering
+aan de voorafgaande rassen bewaard te hebben. De allereerste Egyptenaren waren gedurende eeuwen en eeuwen van de Atlanti&euml;rs
+gescheiden geweest; zij zelve stamden af van een uitheemsch ras, de Roeta-Atlanti&euml;rs, en hadden zich 400.000 jaren vroeger
+in Egypte gevestigd&#8221;<a id="d0e495src" href="#d0e495" class="noteref">14</a>.
+
+</p>
+<p>Toen gedurende het verblijf van de later inkomende <span id="d0e505" class="corr" title="Bron: adepten">Adepten</span> het geestelijk zaad wortel schoot bij het opkomende ras, schijnen deze Adepten het bestuur wereldlijk en geestelijk ter hand
+genomen te hebben. Zij waren de goddelijke Koning-Ingewijden die voorafgingen aan de menschelijke dynastie na Menes, en Egypte
+brachten tot een stoffelijken en geestelijken bloei, waarvan de ons bekende Egyptische beschaving slechts een flauwe weerspiegeling
+was.
+
+</p>
+<p>Gedurende hun bestuur&#8212;en het is onmogelijk hier van jaren te spreken met betrekking tot tijd, dus kunnen wij volstaan met
+te zeggen dat het halverwege het tijdperk was tusschen de eerste emigratie der Atlantische Adepten en het huidig tijdperk&#8212;werden
+de eerste pyramiden gebouwd, niet als een oorspronkelijk iets, maar als <i>een algemeen aangenomen bouw van tempels van inwijding en woonplaatsen van Adepten in dien tijd;</i> want H. P. Blavatsky zegt <a id="d0e513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e513">12</a>]</span>dat Egypte geenszins eenig was in het hebben van pyramiden, doch dat deze in alle vier hoeken der wereld bestonden, hoewel
+te dien tijde de hoofdzetel der Adepten in Egypte gevestigd was. Dit nu was volgens Sinnett ongeveer 200.000 jaar geleden<a id="d0e515src" href="#d0e515" class="noteref">15</a>.
+
+</p>
+<p>En thans ben ik tot een punt gekomen in deze verhandeling, waarop ik met verwijzing naar al het voorvermelde en een beroep
+doende op het okkulte gezag van deze mededeelingen, gevoeglijk kan komen tot eene bespreking van de reden waarom ik het nuttig
+en wenschelijk acht een onderwerp als het onderhavige te behandelen. Wanneer wij uit het voorgaande zien dat de Adeptkoningen
+de leiders waren van de volken door wie deze pyramiden gebouwd werden, kunnen wij Theosofen, met hetgeen wij bij benadering
+ons kunnen denken van zulke hooge wezens, niet aannemen dat deze pyramiden gebouwd werden als &#8220;graftomben&#8221;. Er bestaat voor
+ons geen twijfel of deze pyramiden hadden een verheven doel, en wij kunnen dan ten volle aannemen hetgeen A. P. Sinnett zegt
+in de meer aangehaalde verhandeling<a id="d0e522src" href="#d0e522" class="noteref">16</a> dat deze pyramiden, en inzonderheid de groote Pyramide, bedoeld waren als tempels van inwijding, en dat de Groote Pyramide
+zelfs nog een doel had dat nuttig was boven dit, namelijk het beschermen van tastbare magische voorwerpen die in den rotsgrond
+verborgen werden, en die noodig waren bij de okkulte mysteri&euml;n. Men zegt dat deze in den rotsgrond begraven waren, dat de
+Pyramide er boven opgetrokken werd, om door haar vorm en reusachtige grootte ze te beveiligen tegen aardbevingen en tegen
+de gevolgen van de groote overstroomingen, die Egypte en andere gedeelten der aarde bedolven onder groote watermassa&#8217;s.
+
+</p>
+<p>Maar nu deze okkulte theorie geheel en al tegenover de gezaghebbende en conventioneele graftheorie der pyramiden staat, moeten
+wij niet uit het oog verliezen dat gedurende het verval van de Egyptische beschaving, dat is gedurende het aan ons bekende
+geschiedkundige tijdperk, de esoterische kennis natuurlijk verdween met de Adepten, die gedurende een meer en meer materialistisch
+wordend geslacht zich terugtrokken naar weer andere streken, en dat ten opzichte van de toen volgende <i>mode</i> van pyramidenbouwen voor graftomben de theorie stellig meer waarde heeft en gestaafd wordt door bewijzen. Want zeker bouwden
+de latere koningen ze niet als plaatsen van inwijding, en er zijn overvloedige bewijzen dat <a id="d0e532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e532">13</a>]</span>zij ze voor graftomben bedoelden;&#8212;het feit dat zij de pyramidale bouworde volgden, vindt zijn reden in het navolgen van de
+bestaande oudere pyramiden.
+
+</p>
+<p>Wij moeten dus de waarde der pyramiden uit een okkult oogpunt zoeken in gegevens die niet berusten op feiten die ontdekt zijn
+in verband met latere pyramiden, doch geheel in die, welke ons verstrekt worden door helderziend okkult onderzoek, zooals
+A. P. Sinnett ons die verschaft in zijne verhandeling, en waaromtrent wij eveneens voldoende wenken vinden in de <i>Geheime Leer</i>.
+
+</p>
+<p>Doch afgescheiden van de okkulte waarde der oudste pyramiden in het algemeen, kan die van de groote Pyramide voor ons bijzonder
+belangrijk zijn, wanneer wij een gepasten eerbied hebben voor hetgeen H. P. Blavatsky ons hieromtrent zegt in de <i>Geheime Leer</i><a id="d0e543src" href="#d0e543" class="noteref">17</a>, nl<span id="d0e548" class="corr" title="Bron: ,">.</span>:
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>De Groote Moeder lag met den <img border="0" src="images/triangle.gif" alt="Gelijkbenige driehoek." width="16" height="16">, en de |, en het <img border="0" src="images/square.gif" alt="Vierkant." width="17" height="16">, de tweede en de <img border="0" src="images/pentagram.gif" alt="Pentagram." width="27" height="27"><a id="d0e566src" href="#d0e566" class="noteref">18</a> in haar schoot, gereed hen voort te brengen, die de dappere Zonen van de <img border="0" src="images/square.gif" alt="Vierkant." width="17" height="16"><img border="0" src="images/triangle.gif" alt="Gelijkbenige driehoek." width="16" height="16">|| [of 4.320.000, de Cyclus] wier Ouders de <img border="0" src="images/circle.gif" alt="Cirkel." width="22" height="22"> [Cirkel] en het . [Punt] zijn.</i>
+
+</p>
+<p>Bij het begin van elken cyclus van 4.320.000 dalen de zeven, of zooals enkele volkeren meenden, acht groote Goden neder om
+de nieuwe orde van zaken te vestigen en den stoot te geven aan den nieuwen cyclus. Die <i>achtste</i> God was de vereenigende Cirkel, of Logos, in het exoterische dogma van zijne schare gescheiden en onderscheiden, evenals
+de drie goddelijke <i>hypostases</i> der oude Grieken thans in de kerken voor drie onderscheiden <i>personen</i> gehouden worden. Een toelichting zegt:
+
+</p>
+<p><i>De Machtigen verrichten hunne groote werken en laten telkenmale wanneer zij binnen onzen m&acirc;y&acirc;wischen sluier (dampkring) doordringen,
+eeuwigdurende gedenkteekenen achter tot gedachtenis aan hun bezoek.</i>
+
+</p>
+<p>Zoo wordt ons geleerd dat de groote pyramiden onder hun onmiddellijk toezicht gebouwd werden, &#8216;toen Dhruwa (de toenmalige
+Poolster) in zijn laagste culminatie was, en de Krittik&acirc;&#8217;s (Pleiaden) over zijn hoofd heen zagen (op denzelfden meridiaan,
+maar hooger, stonden) om het werk der reuzen te bewaken.&#8221;
+<a id="d0e601"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e601">14</a>]</span></p>
+<p>Zeker moet het ons de <span id="d0e604" class="corr" title="Bron: moetie">moeite</span> waard zijn om te trachten aan te toonen, dat er gronden zijn om te bewijzen dat de Pyramiden hooger waarde en nut hadden
+dan die van &#8220;praalgraven voor ijdele koningen&#8221;, en dit stel ik mij voor te doen. Achtereenvolgens wensch ik te behandelen<span id="d0e607" class="corr" title="Bron: ;">:</span> de ligging der Pyramide, hare Bouwers en hare astronomische waarde<span id="d0e610" class="corr" title="Bron: :">;</span> dan eene beschrijving te geven van het wonderbaarlijk ingewikkeld en belangwekkend gangen- en zuilenstelsel; een overzicht
+van enkele der vele (ongeveer 40), meer of minder waarde hebbende theorie&euml;n; en ten slotte een uitvoerige beschouwing omtrent
+hetgeen voor de Theosofische theorie pleit; terwijl wij eindelijk zullen trachten, de symboliek van dit wereldwonder te begrijpen.
+
+</p>
+<p>Moge het mij gelukken mijnen lezers een indruk te geven van de ontzaglijk groote mystieke waarde van dit geschenk der Goden!
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e334" href="#d0e334src" class="noteref">1</a></span> <i>Books on Egypt and Chaldea. A History of Egypt from the End of the Neolithic Period to the Death of Cleopatra VII, B.C. 30</i>, by E. A. Wallis Budge, London, 1902, 8 Vol.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e341" href="#d0e341src" class="noteref">2</a></span> In het aangehaalde werk, deel II, Voorwoord, blz. viii en ix.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e355" href="#d0e355src" class="noteref">3</a></span> Volgens Manetho&#8217;s lijsten zou dit wel het geval zijn, en eenvoudig om die reden zijn er velen toe gekomen hem als een soort
+oerkoning te beschouwen. Nu zijn deze lijsten absoluut niet gezaghebbend, omdat slechts de <i>brokstukken</i> van deze lijsten door enkele klassieke schrijvers aangehaald worden. De oorspronkelijke lijsten van Manetho zijn naar alle
+waarschijnlijkheid verbrand bij den grooten brand van de bibliotheek te Alexandri&euml;. [v. G.].
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e361" href="#d0e361src" class="noteref">4</a></span> <i>t.a.p.</i>, Voorwoord, blz. xii.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e370" href="#d0e370src" class="noteref">5</a></span> <i>Histoire Ancienne des Peuples de l&#8217;Ori&euml;nt, l&#8217;Egypte Primitive</i>, blz. 17.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e380" href="#d0e380src" class="noteref">6</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 510, 511.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e409" href="#d0e409src" class="noteref">7</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 510, noot.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e417" href="#d0e417src" class="noteref">8</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 511, vgl. <i>Prometheus Bound</i>, blz. 385, noot.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e428" href="#d0e428src" class="noteref">9</a></span> <i>t.a.p.</i></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e437" href="#d0e437src" class="noteref">10</a></span> Deel I, 569, 570.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e445" href="#d0e445src" class="noteref">11</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 512.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e466" href="#d0e466src" class="noteref">12</a></span> <i>The Story of Atlantis</i>, blz. 37, 38.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e484" href="#d0e484src" class="noteref">13</a></span> <i>The Pyramid and Stonehenge</i>, blz. 10 en 15.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e495" href="#d0e495src" class="noteref">14</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 923, 924. Zie ook <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 510, 511.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e515" href="#d0e515src" class="noteref">15</a></span> <i>The Pyramid and Stonehenge</i>, blz. 13.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e522" href="#d0e522src" class="noteref">16</a></span> <i>t.a.p.</i>, blz. 13.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e543" href="#d0e543src" class="noteref">17</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 558.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e566" href="#d0e566src" class="noteref">18</a></span> 3,1415 of &#960;, de samenvatting of de schare, &eacute;&eacute;n geworden in den Logos.... volgens H. P. Blavatsky, <i>t.a.p.</i> Het zal den lezer dus geen verwondering kunnen baren, wanneer wij bij de verdere behandeling der Groote Pyramide veel op
+dit getal &#960; terugkomen. [v. G.]
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e615" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk II.</h2>
+<h2>Ligging.</h2>
+<p>In het vorig hoofdstuk heb ik in algemeene trekken iets medegedeeld wat ons door verschillende gezaghebbenden geleerd wordt
+omtrent den ouderdom van Egypte, zijne bewoners, en de Pyramiden. Thans zullen wij in de eerste plaats overgaan tot eene meer
+bijzondere beschouwing van de <i>Groote</i> Pyramide, als een op zichzelf staand monument. Een ieder die met de literatuur over de Pyramide eenigermate bekend is, zal
+weten dat het juist de Groote Pyramide was, die steeds de belangstelling trok, niet de Pyramiden in het algemeen; en daar
+de Groote Pyramide zooveel eigenaardigheden vertoonde, die geheel afweken van die der overige Pyramiden, kenmerkende eigenaardigheden
+welke niet overeen te brengen zijn met geschiedkundig bekende Egyptische gegevens, is een der bekendste schrijvers over dit
+onderwerp, Prof. Piazzi Smyth, er in zijn werk <i>Our Inheritance in the Great Pyramid</i> zelfs toe gekomen, de Groote Pyramide te beschouwen als een <i>anti</i>-Egyptisch bouwwerk. Wij komen op dit belangrijke punt later echter uitvoeriger terug bij het behandelen van den Bouwer.
+<a id="d0e631"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e631">15</a>]</span></p>
+<p>De Pyramide is gelegen op het plateau van Gizeh, een woeste reusachtige bergvlakte, 100 voet boven het Nijldal, in de nabijheid
+van Ka&iuml;ro, eene plaats die niet ver verwijderd ligt van het oude Memphis. Men moet niet denken dat hier thans 3 pyramiden
+gevonden worden, want over het geheele plateau liggen ongeveer 70 pyramiden verspreid, waarvan echter vele tot niet meer dan
+louter reusachtige puinhoopen vervallen zijn. In het zoogenaamde v&oacute;&oacute;r-geschiedkundig tijdperk, dat echter van Theosofisch
+standpunt nog als geschiedkundig beschouwd kan worden, zou dan eerst de Groote Pyramide daar gevonden zijn en later de beide
+andere, die in de onmiddellijke nabijheid liggen; de drie pyramiden zijn onderscheidenlijk bekend als die van Khoefoe, Kephren
+en Menkaura. Wij kunnen ons voorstellen dat de overige nabootsingen waren van de oorspronkelijke godenmonumenten, en behooren
+tot het geschiedkundige tijdperk der Egyptologen. Met betrekking tot de aardrijkskundige ligging der Groote Pyramide op genoemd
+tijdstip kunnen wij natuurlijk geen gebruik maken van wetenschappelijke gegevens; en wij kunnen ons van deze ligging alleen
+een begrip maken wanneer wij de vervorming der aardoppervlakte nagaan, zooals deze beschreven wordt in <i>The Story of Atlantis</i>.
+
+</p>
+<p>Hieruit blijkt ons dat de Groote Pyramide geenszins afgelegen lag. Egypte was als het ware het middelpunt van het bewoonde
+land, en voor zoover wij dit kunnen nagaan, het kruispunt van de groote wegen, langs welke de Adepten trokken van uit Centraal-Azi&euml;
+naar Zuid-Atlantis, en van Lemuri&euml; naar Noord-Atlantis. Deze wegen zijn nog naspeurbaar in overblijfselen van Pyramiden in
+Mexico en Indi&euml; en de daartusschen verspreid liggende. Met betrekking hiertoe is de volgende aanhaling van belang:
+
+</p>
+<p>&#8220;<i>De Groote Draak ontziet alleen de Slangen van Wijsheid, de Slangen wier holen zich thans onder de driehoekige steenen bevinden.</i><span id="d0e643" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span>
+
+</p>
+<p>Of met andere woorden, &#8216;de pyramiden aan de vier hoeken der wereld&#8217;.
+
+</p>
+<p>Dit zegt duidelijk, wat meer dan eens op andere plaatsen van de Toelichtingen vermeld wordt, namelijk dat de &#8216;Adepten of Wijzen,
+van het Derde, Vierde en Vijfde Ras<span id="d0e650" class="corr" title="Bron: ">&#8217;</span> in onderaardsche woonplaatsen leefden, gewoonlijk onder een of ander bouwwerk van pyramide-vorm zoo niet werkelijk onder
+een pyramide. Want dergelijke &#8216;pyramiden&#8217; bestonden aan de &#8216;vier hoeken der wereld&#8217; en zijn nooit het monopolie van het land
+der Pharao&#8217;s geweest, al hield men ze inderdaad algemeen voor het uitsluitend eigendom van <a id="d0e653"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e653">16</a>]</span>Egypte, voordat zij overal over de beide Amerika&#8217;s verspreid, onder en boven den grond, aangetroffen werden. Al treft men
+in Europeesche landen ook geen ware, wiskundig zuivere pyramiden meer aan, toch zijn vele vermeende oude neolithische holen,
+van de reusachtige driezijdig <span id="d0e655" class="corr" title="Bron: pyriamidale">pyramidale</span> en kegelvormige &#8216;menhirs&#8217; in Morbihan en Bretagne in het algemeen, vele der Deensche &#8216;grafheuvels&#8217; en zelfs veel &#8216;reuzengraven&#8217;
+van Sardini&euml; met hun onafscheidelijke gezellen, de &#8216;nuraphi&#8217;s&#8217; evenveel min of meer ruwe nabootsingen van de pyramiden. De
+meeste hunner zijn het werk van degenen die zich het eerst op het pasgeboren vasteland en de eilanden van Europa hebben neergezet,
+de &#8216;enkele gele, enkele bruine en zwarte en enkele roode&#8217; rassen, die 850.000 jaar geleden, na het verzinken van de laatste
+Atlantische landen en eilanden&#8212;met uitzondering van Plato&#8217;s eiland&#8212;en v&oacute;&oacute;r de komst der groote &Acirc;rische rassen overgebleven
+waren, terwijl andere door de eerste landverhuizers uit het oosten gebouwd zijn&#8221;<a id="d0e658src" href="#d0e658" class="noteref">1</a>.
+
+</p>
+<p>Uit deze aanhaling en uit hetgeen reeds vroeger vermeld werd omtrent de Groote Pyramide, zien wij in, dat deze laatste als
+het ware de kern was waar de groote Adeptverkeerswegen op uitliepen, en dit gegeven omtrent hare ligging is mijns inziens
+belangwekkender dan de vermelding dat zij op zooveel graden breedte en zooveel graden lengte lag, waartoe natuurlijk de meeste
+schrijvers over het onderwerp zich bepalen. Een uitzondering hierop maakt Piazzi Smyth in zijn werk <i>Our Inheritance in the Great Pyramid</i>, waarin hij zeer uitvoerig nagaat waarom de Groote Pyramide juist daar en niet ergens anders gebouwd werd. Hoewel wij later
+uitvoeriger op zijne theorie terugkomen, is het voor een goede opvatting zijner gegevens noodig zijn standpunt in het kort
+na te gaan. Hij dan beweert dat de Groote Pyramide een bouwwerk is, dat door een Joodsch koning, ge&iuml;nspireerd door God, gebouwd
+werd als een grondslag der maten en dat in het algemeen de Groote Pyramide ons drie sleutels tot kennis verschaft:
+
+</p>
+<p><i>a.</i> Den sleutel der wiskunde in haar belichaming van het getal &#960;,
+
+</p>
+<p><i>b.</i> Den sleutel der toegepaste wiskunde of sterrekundige metingen,
+
+</p>
+<p><i>c.</i> Den sleutel tot de geschiedenis van het menschdom, zooals deze ons door goddelijke Openbaring in het Oude en Nieuwe Testament
+wordt gegeven.
+
+</p>
+<p>Hij vindt dan in Jesajah XIX : 20 een tekst, namelijk: &#8220;tot een <a id="d0e682"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e682">17</a>]</span>teeken en een getuigenis voor den Heer der Heirscharen in het land van Egypte&#8221; en verder eene &#8220;in het midden van het land
+van Egypte en op de grenzen daarvan&#8221;, die de ligging van dit bouwwerk zouden aanduiden, en is dus genoodzaakt te bewijzen,
+dat de Groote Pyramide aan deze vereischten voldoet; en dit doet hij dan ook op eene wijze die geheel aan zijn doel beantwoordt,
+maar die voor ons van geen belang kan zijn in verband met onze beschouwingen. Wij moeten echter niet vergeten dat Piazzi Smyth
+spreekt van een tijdperk van eenige duizenden jaren v&oacute;&oacute;r Christus, terwijl wij ons volgens de Theosofische opvatting eenige
+honderdduizenden jaren terug moeten denken. In ieder geval kunnen wij van een Theosofisch standpunt weinig meer zeggen omtrent
+de ligging dan het bovenstaande, omdat ons daartoe de gegevens ontbreken; alleen kunnen wij uit hetgeen ons omtrent de aardkorst
+in die tijden medegedeeld wordt opmaken, dat de zee spoelde tegen den voet van het plateau waarop de Groote Pyramide stond.
+
+</p>
+<p>Voorloopig zij dit genoeg met betrekking tot hare ligging; daar waar verschillende theorie&euml;n, vooral omtrent de symboliek
+van het monument, het noodzakelijk maken er op terug te komen, zullen wij die punten welke in verband staan met ori&euml;ntatie
+en astronomische symboliek, uitvoerig behandelen in verband met die theorie&euml;n zelve. Thans zullen wij trachten iets naders
+omtrent den bouwer aan te geven.
+
+
+
+</p>
+<div class="div2" id="d0e686">
+<h3>De Bouwer.</h3>
+<p>In breede trekken hebben wij reeds nagegaan wie de bouwers waren, toen wij met betrekking tot den ouderdom eene aanhaling
+uit de <i>Geheime Leer</i> gaven die daarmede verband hield. Geen &#8220;wetenschappelijk&#8221; mensch, geen vrijdenker en geen geloovige zal dit eenigermate met
+ons eens zijn, doch de meesten geven den uit de geschiedenis der menschelijke dynastie&euml;n bekenden Khoefoe als den bouwer aan.
+Hij zou een zeer hardvochtig heerscher geweest zijn, die de tempels sloot en den Egyptenaren verbood aan de Goden te offeren;
+in plaats daarvan moesten zij steeds hard werken aan zijn groote werk, dat zijn roem moest verbreiden en waarin hij na zijn
+dood wenschte begraven te worden<a id="d0e694src" href="#d0e694" class="noteref">2</a>. H. P. Blavatsky zegt echter in de <i>Geheime Leer</i> dat &#8220;hetgeen Herodotus ons mededeelt, in twijfel kan getrokken worden, aangezien hij wel beter en meer wist, maar gebonden
+was door godsdienst, geloof en <a id="d0e702"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e702">18</a>]</span>belofte&#8221;, en dus blijkbaar wel wist wat de Groote Pyramide was en waarvoor zij diende, doch dit niet aan de profanen wenschte
+bekend te maken.
+
+</p>
+<p>De bewijzen welke aangevoerd kunnen worden om aan te toonen dat Khoefoe de bouwer was, zijn inderdaad zeer gering en berusten
+hoofdzakelijk op het vinden van een tablet in de Pyramide waarop zijn naam voorkomt, zoodat wij het in geen geval een wetenschappelijk
+feit kunnen noemen dat Khoefoe de bouwer was. Uit okkulte bron wordt ons medegedeeld dat Khoefoe enkele gedeelten der Pyramide,
+welke beschadigd waren, herstelde en ook, om voor ons onbekende redenen, enkele der kamers, die vroeger toegankelijk waren,
+afsloot<a id="d0e706src" href="#d0e706" class="noteref">3</a>. Dat het zijn begraafplaats niet was, is zoo goed als zeker. Tenminste nooit is zijne mummie er gevonden; en Prof. Greaves
+deelt ons mede dat Diodorus in zijne verhandeling over Egypte eene merkwaardige bijzonderheid omtrent Khoefoe vermeldt. Hij
+zegt dat deze, hoewel hij de Pyramide als zijn begraafplaats bedoelde, er nimmer begraven werd, omdat hij vreesde dat zijn
+mummie door de bevolking, die hem haatte, verscheurd en vernietigd zou worden. Bij zijn sterven beval hij daarom zijn vrienden,
+hem op een verborgen plaats te begraven. Piazzi Smyth nu meent dat deze 1000 voet ten Zuid-oosten van de Pyramide ligt, omdat
+de daar gevonden begraafplaats overeenkomt met de beschrijving van de bedoelde verborgen plaats.
+
+</p>
+<p>Hoewel er dus niets met zekerheid bekend is omtrent het bouwen der Groote Pyramide door Khoefoe of Cheops, wordt hij vrij
+algemeen beschouwd de bouwer te zijn en wordt zij dan ook meestal naar hem genoemd. Behalve deze bouwer worden er natuurlijk
+tal van anderen genoemd, meestal in verband met de meest fantastische verhalen omtrent de reden van den bouw en omtrent den
+bouw zelf. Wanneer wij deze verhalen in het licht der Theosofie beschouwen, ligt er gewoonlijk in elk een zekere waarheid
+verborgen. Over het algemeen kunnen wij bij de Grieken niet veel vinden dat ons eenige zekerheid omtrent den bouwer geeft.
+Enkele belangwekkende verhalen omtrent hem vinden wij echter bij Arabische schrijvers. John Greaves, een van de bekendste
+bezoekers van en schrijvers over de Pyramide, geeft ons een van deze verhalen, door hem uit het Arabisch vertaald.
+
+</p>
+<p>&#8220;De schrijver van het boek, genaamd <i>Morat Alieman</i> schrijft: &#8216;Zij verschillen met betrekking tot dengene, die de Pyramide <a id="d0e718"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e718">19</a>]</span>bouwde. Enkelen zeggen Joseph, enkelen zeggen Nimrod, enkelen Dalukah de Koningin, en enkelen dat de Egyptenaren ze voor den
+Vloed bouwden, want zij voorzagen dat deze komen zou, en zij brachten hunne schatten derwaarts, maar het gaf hun niets.&#8217; Op
+een andere plaats vertelt hij ons dat volgens de Kopten (of Egyptenaren) deze twee groote pyramiden en de kleinere, welke
+gekleurd is, graven zijn<span id="d0e720" class="corr" title="Bron: ,">.</span> In de oostelijke pyramide is Koning Saurid begraven, in de westelijke pyramide zijn broeder Hougib en in de gekleurde pyramide
+Farfarinoun, de zoon van Hougib. De Sab&aelig;&euml;n verhalen dat een er van het graf van Shub (dat is Seth) is, en de tweede het graf
+van Sab, den zoon van Hermes, waarom zij Sab&aelig;&euml;n genoemd worden. Zij maken er bedevaarten naar toe en offeren hem een haan
+en een zwart kalf en offeren hem wierook.&#8221;<a id="d0e723src" href="#d0e723" class="noteref">4</a>
+
+</p>
+<p>Een andere Arabische geschiedschrijver, Ibn Aba Alkokm, geeft denzelfden naam van den bouwer namelijk Saurid, en zegt eveneens
+dat zij voor den vloed gebouwd werden.
+
+</p>
+<p>In deze verhalen vinden wij dus niets dat de Theosofische mededeeling omtrent den bouwer bevestigt, alleen&#8212;dit zij terloops
+gezegd&#8212;bevestigen zij dat zij gebouwd werden v&oacute;&oacute;r den zondvloed, dus v&oacute;&oacute;r de overstrooming die Atlantis onder de golven bedolf.
+
+</p>
+<p>Josephus, de Joodsche geschiedschrijver, zegt dat de Isra&euml;lieten gedurende hunne gevangenschap aan pyramiden moesten werken.
+Waarschijnlijk is dit echter geweest dat zij aan enkele der latere pyramiden werkten, ofschoon Yeates<a id="d0e735src" href="#d0e735" class="noteref">5</a> zegt dat zij nooit te Gizeh waren, doch elders hunne steenen pyramiden kunnen gemaakt hebben. T. Gabb in <i>The Origin of Measures</i> zegt dat zij &#8220;het voortbrengsel waren van de onmiddellijke afstammelingen van Seth&#8221; en dat &#8220;de onmiddellijke afstammelingen
+van Seth van grooter gestalte dan wij waren&#8221;. Dit laatste nu is de eenige aanduiding in niet-theosofische beschrijvingen van
+de werklieden die bij den bouw gebezigd werden, welke aan hen een grootere gestalte dan de onze toekent. Met betrekking tot
+den bouwer vinden wij ook hier echter niets om onze theosofische gegevens te staven.
+
+</p>
+<p>Thans komen wij echter tot eene reeks theorie&euml;n omtrent den bouwer, die dit wel doen. John Taylor, de beroemde schrijver van
+<i>The Great Pyramid, Who built it and Why was it built?</i> zegt: <a id="d0e748"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e748">20</a>]</span>&#8220;Aan Noach moeten wij het oorspronkelijke denkbeeld, het overheerschend denkvermogen en het edele doel toeschrijven. Hij die
+de ark bouwde was van alle menschen de meest bekwame om het bouwen van de Groote Pyramide te besturen&#8221;.<a id="d0e750src" href="#d0e750" class="noteref">6</a> Nu ligt het mijns inziens voor de hand dat de Ark en de Groote Pyramide een en hetzelfde gebouw waren, indien wij de mythologische
+verhalen omtrent het doel van het bouwen van beide nagaan. Doch alvorens verder in te gaan op John Taylors uiting, wensch
+ik eerst een anderen naam te noemen, die gegeven wordt door andere schrijvers, welke dezelfde theorie&#8212;namelijk die der Pyramide
+als eene goddelijke openbaring&#8212;toegedaan zijn.
+
+</p>
+<p>Eene uitweiding is hier echter noodzakelijk om te laten zien hoe zij aan dien naam komen. Wij moeten dan in de eerste plaats
+nogmaals terugkeeren tot het verslag van Herodotus. H. P. Blavatsky is blijkbaar niet de eenige die zegt dat Herodotus meer
+wist dan hij schreef of zeide, want ook Bonwick zegt: &#8220;Herodotus, de vader der geschiedenis, schijnt soms meer te weten dan
+hij wijs acht in eenvoudige taal te vertellen, en hij heeft een esoterische beteekenis achter de woorden&#8221;<a id="d0e755src" href="#d0e755" class="noteref">7</a>. Herodotus nu zegt: &#8220;Geen Egyptenaar wil hunne namen vermelden [die der Bouwers; v. G.]; maar zij schrijven hunne pyramiden
+altijd toe aan een zekeren Philition (Philitis), een schaapherder die zijn vee op deze plaatsen weidde.&#8221;<a id="d0e760src" href="#d0e760" class="noteref">8</a> Verder wordt verhaald dat deze man Egypte verliet met een gevolg van <span id="d0e768" class="corr" title="Bron: 24.00">24.000</span> menschen, naar Judaea ging en aldaar vervolgens Jeruzalem stichtte. Volgens verschillende schrijvers nu zou deze Philitis
+niemand anders zijn dan de bijbelsche Melchizedek.
+
+</p>
+<p>Volgens mijne persoonlijke opvatting is de mededeeling van deze uitwijking uit Egypte met tallooze families naar een vreemd
+land niet anders dan de geschiedenis van een der pogingen van den Manoe tot het vormen van het nieuwe Vijfde Ras, doch ik
+geef deze opinie geheel voorwaardelijk. Het zal echter belangwekkend zijn, alvorens na te gaan of deze vermelde bouwer identisch
+is met Noach en met dien welken de Theosofische gegevens ons als den bouwer aanduiden, iets meer te vermelden omtrent dezen
+schaapherderkoning Philitis. In ieder geval is er van het Theosofisch standpunt gezien, hier een zeer groote verwarring van
+tijdstippen, want Melchizedek kan nimmer ten tijde van Khoefoe geleefd hebben, <a id="d0e773"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e773">21</a>]</span>en wij zullen, wanneer wij de door de laatstgenoemde schrijvers gebezigde bijbelsche tijdrekenkunde willen toepassen, nimmer
+tot overeenbrenging van feiten of personen kunnen geraken. Zoo ook nu zullen wij het tijdstip van Melchizedek&#8217;s verblijf in
+Egypte buiten rekening laten en ons bepalen tot het constateeren van het feit dat door deze schrijvers Noach en ook Melchizedek
+als de vermoedelijke bouwers der Pyramide aangegeven werden, daartoe door den Allerhoogste uitverkoren.
+
+</p>
+<p>Van Melchizedek wordt gezegd dat hij was &#8220;zonder vader, zonder moeder, zonder afstamming, hebbende geen begin noch ook eind
+van leven, maar gemaakt als een evenbeeld van den Zoon van God&#8221;. Van een okkult standpunt beschouwd, kunnen wij hierin lezen
+dat hij dan in ieder geval een z&eacute;&eacute;r hoog Ingewijde moet geweest zijn, doch waarschijnlijk was hij eene verpersoonlijking van
+den Tweeden Logos, zooals wij zoo dadelijk zullen zien. Dit wordt ons duidelijker nog wanneer wij hooren dat daar waar bijv.
+Piazzi Smyth Melchizedek als den bouwer aanneemt, Tracey Christus als den bouwer noemt. Dit nu klinkt uiterst wonderlijk en
+onmogelijk wanneer wij dit zouden opvatten zooals velen dit doen, en de schrijver niet het minst, in den zin, dat met al deze
+namen altijd de personen van dien naam bedoeld worden en niet het beginsel of het Hooger Wezen of de Wezens welke zij steeds
+vertegenwoordigen. Dan kan het ons ook geen verwondering baren, wanneer volgens Kabbalistische getal-waarden bewezen wordt
+dat Melchizedek = Melchizadek = Vader Sadik = Christus is<a id="d0e777src" href="#d0e777" class="noteref">9</a>, en in nauw verband staat met diepzinnig okkulte feiten van groote waarde, waarop wij meer dan eens gelegenheid zullen hebben
+terug te komen bij het behandelen van de Symboliek der Pyramide, welke feiten in verband staan met de groote rol, die getalwaarden
+van namen spelen in verband met den siderischen cyclus van inwijding in de Groote Pyramide.
+
+</p>
+<p>Nu wil ik geenszins beweren dat het de bedoeling is van de genoemde schrijvers, welke Melchizedek aannemen als den vermoedelijken
+bouwer, om tot de conclusie te komen welke ik thans zal trekken; zij zouden dit nimmer kunnen, daar zij aan de personen blijven
+hangen evenzeer als aan de geschiedkundige feiten, terwijl Theosofen kunnen weten dat alle geschiedkundige en bijbelsche personen
+ook kosmische grootheden voorstellen, <a id="d0e785"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e785">22</a>]</span>wanneer wij de verhalen en gebeurtenissen aan een <i>tweede</i> lezing onderwerpen. Zoo ook hier.
+
+</p>
+<p>Waar wij reeds zagen dat Melchizedek = Christus als de bouwer wordt genoemd, en John Taylor Noach vermeldt als volgens hem
+den vermoedelijken bouwer, leert H. P. Blavatsky ons dat Noach = Melchizedek, Vader Zadik. En wanneer wij dus niet aan geschiedkundige
+persoonlijkheden blijven hangen, hebben wij reeds eenigermate den weg gebaand tot overeenstemming omtrent den bouwer, want
+thans rest ons alleen aan te toonen dat Noach (= Melchizedek = Christus) dezelfde is als de Acht groote Goden<a id="d0e792src" href="#d0e792" class="noteref">10</a> en mijn doel zal voor ditmaal bereikt zijn, namelijk te doen zien dat ook hier, waar blijkbaar zeer onmogelijke dingen werden
+verkondigd met betrekking tot den bouwer, welke zeer moeilijk op eenigerlei wijze waren overeen te brengen of te verklaren,
+deze gegevens door het licht der kennis, ons door H. P. Blavatsky gegeven, in harmonie gebracht en duidelijk gemaakt worden.
+Zij dan zegt:
+
+</p>
+<p>&#8220;Doch wij kunnen nog enkele woorden in het midden brengen over Noach, die bij de Joden de plaats van nagenoeg elken heidenschen
+God in een of andere gedaante inneemt. De zangen van Homerus bevatten in dichterlijken vorm al de latere fabels over de aartsvaders,
+die allen siderische, cosmische en getallen-zinnebeelden en teekens zijn. De poging om de twee stamboomen van Seth en Ka&iuml;n
+van elkander te scheiden en de daaropvolgende even onbeduidende poging om te bewijzen dat zij <i>werkelijke, historische</i> menschen geweest zijn, heeft slechts tot ernstiger onderzoek naar de geschiedenis van het verleden geleid en tot ontdekkingen
+die de vermeende <i>openbaring</i> voorgoed aan het wankelen gebracht hebben. Nu bijvoorbeeld vastgesteld is dat Noach en Melchizedek dezelfden zijn, is verder
+de identiteit van Melchizedek, of Vader Sadik, met Kronos-Saturnus eveneens bewezen. Dat dit zoo is, kan gemakkelijk aangetoond
+worden. Geen enkel Christelijk schrijver ontkent het. Bryant<a id="d0e806src" href="#d0e806" class="noteref">11</a> is het eens met al degenen die van meening zijn, dat Sydic, of Sadic de aartsvader Noach was en ook Melchizedek was en dat
+zijn naam Sadic, met het hem in <i>Genesis</i> vi: 9 toegeschreven karakter overeenkomt.&#8221;<a id="d0e814src" href="#d0e814" class="noteref">12</a>
+
+</p>
+<p>En verder:
+
+</p>
+<p>&#8220;Nu is het Sanchuniathon, die aan de wereld mededeelt dat de <a id="d0e823"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e823">23</a>]</span>Kabiri de Zonen van Sydic of Zedek (Melchi-Zedek) waren. Aangezien deze mededeeling langs de <i>Preparatio Evangelica</i> van Eusebius tot ons gekomen is, kunnen wij haar weliswaar met zekere achterdocht beschouwen, daar het meer dan waarschijnlijk
+is dat hij met de werken van Sanchuniathon op gelijke wijze gehandeld heeft als met de synchronistische tafelen van Manetho.
+Doch laten wij veronderstellen dat de vereenzelviging van Sydic, Kronos of Saturnus met Noach en Melchizedek op een der vrome
+hypothesen van Eusebius gegrond is. Laten wij haar als zoodanig aanvaarden en met haar de omschrijving dat Noach een <i>rechtvaardig man</i> was, alsook zijn vermeende dubbelganger, de geheimzinnige Melchizedek, &#8216;koning van Salem en een priester des allerhoogsten
+Gods naar <span id="d0e831" class="corr" title="Bron: &#8216;"></span>zijn eigen ordening&#8217;, en ten slotte, na te hebben nagegaan wat zij uit een geestelijk, sterrekundig, psychisch en cosmisch
+oogpunt waren, zien wat zij volgens de Rabbijnen en de Kabbala geworden zijn.
+
+</p>
+<p>Sprekend van Adam, Ka&iuml;n, Mars enz., als <i>verpersoonlijkingen</i>, zien wij den schrijver van <i>The Source of Measures</i> in zijn kabbalistische onderzoekingen onze eigene esoterische leerstellingen verkondigen. Zoo zegt hij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Mars nu was de Heer van <i>geboorte</i> en <i>dood</i>, van <i>voortbrenging</i> en <i>vernietiging</i>, van <i>ploegen, bouwen, beeldhouwen</i> of steenhouwen, van de <i>bouwkunst</i>,.... kortom van alles wat onder het woord <span class="smallcaps">kunsten</span> verstaan wordt. Hij was het <i>oerbeginsel</i>, dat zich in de wijziging van <i>twee tegengesteldheden ter wille van de voortbrenging</i> oploste. Ook bekleedde hij in de sterrekunde de plaats van de geboorte van den dag en het jaar, de plaats van zijn <i>krachtsvermeerdering</i>, den Ram, en evenzeer die van zijn dood, den Schorpioen. Als <i>geboorte</i> was hij het <i>goede</i>, als <i>dood</i> het <i>kwade</i>. Als <i>goed</i> was hij <i>licht</i>, als <i>kwaad</i> de <i>nacht</i>. Als <i>goed</i> was hij de <i>man</i>, als <i>slecht</i> de <i>vrouw</i>. Hij nam de Kardinale punten in, en als <i>Kain</i>, of <i>Vulkanus</i> of <i>Vader Sadic</i> of <i>Melchizedek</i>, was hij de heer der <i>ecliptica</i> of <i>weegschaal</i> of <i>lijn van evening</i> en daarom was hij de <i>Rechtvaardige</i>. De ouden waren van meening dat er zeven planeten of groote goden waren, gegroeid uit acht, en Vader Sadic, de <i>Rechtvaardige</i> of <i>Gerechte</i> was Heer van de achtste, die de <i>Moeder Aarde</i> was.&#8221;<a id="d0e943src" href="#d0e943" class="noteref">13</a></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Voor den lezer is het thans mogelijk te zien dat de bouwers, wanneer zij kosmisch beschouwd worden, volgens verschillende
+verhalen als dezelfde bedoeld worden. Skinner geeft ons nog in het meer vermelde werk aan, dat zijn symbool was de omgrensde
+<a id="d0e953"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e953">24</a>]</span>vorm van de pyramide met haar top en basishoekpunten, zoodat wij het beeld van den bouwer zien in zijn werk.
+
+</p>
+<p>In een volgend hoofdstuk zullen wij trachten te zien, hoe dit beeld uitgedrukt werd in dit majestueuse bouwwerk, wanneer wij
+de symboliek er van begrijpen.
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e658" href="#d0e658src" class="noteref">1</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 432.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e694" href="#d0e694src" class="noteref">2</a></span> <i>Herodotus.</i> Hfdst. CXXIV, 124.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e706" href="#d0e706src" class="noteref">3</a></span> <i>The Pyramid and Stonehenge</i>, blz. 16, 17.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e723" href="#d0e723src" class="noteref">4</a></span> Bonwick, <i>Pyramid Facts and Fancies</i>, blz. 71.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e735" href="#d0e735src" class="noteref">5</a></span> <i>A Dissertation on the Antiquity, Origin and Design of the Principal Pyramids of Egypt</i>, blz. 16.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e750" href="#d0e750src" class="noteref">6</a></span> In het aangehaalde werk blz. 228.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e755" href="#d0e755src" class="noteref">7</a></span> <i>Pyramid Facts and Fancies.</i> blz. 75.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e760" href="#d0e760src" class="noteref">8</a></span> Rawlinson, <i>Herodotus</i>, Deel II, blz. 207<span id="d0e765" class="corr" title="Bron: ">.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e777" href="#d0e777src" class="noteref">9</a></span> J. Ralston Skinner, <i>The Source of Measures</i>. Appendix II &sect; 89 blz. 208, 209, 210, 211.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e792" href="#d0e792src" class="noteref">10</a></span> Zie <a href="#d0e277">Hoofdstuk I</a>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e806" href="#d0e806src" class="noteref">11</a></span> <i>Analysis of Ancient Mythology</i>, ii 760.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e814" href="#d0e814src" class="noteref">12</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 480, 481.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e943" href="#d0e943src" class="noteref">13</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, pag. 481, 482 en <i>The Source of Measures</i> &sect; 85 blz. 186.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e957" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk III.</h2>
+<h2>De Bouw.</h2>
+<p>Het is thans mijne bedoeling, na te gaan wat door verschillende schrijvers der oudheid en der latere tijden geschreven is
+met betrekking tot de wijze van bouwen der Pyramide. Gaarne had ik gezien dat een bouwkundig theosoof dit in mijne plaats
+gedaan had, en er zijne beschouwingen aan had vastgeknoopt, maar aangezien mijn wensch in dezen niet vervuld is, hoop ik dat
+het hier geschrevene den een of anderen bouwkundige zal aanmoedigen zulks nog te doen, en zal zelf volstaan met zoo volledig
+mogelijk de verschillende verhalen der schrijvers over dit deel van mijn onderwerp op te sommen.
+
+</p>
+<p>Allereerst dan Herodotus. Hij schrijft:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Cheops liet eerst de tempels sluiten en verbood iedere soort van offering. Vervolgens veroordeelde hij de Egyptenaren zonder
+onderscheid tot het uitvoeren van openbare werken. Een gedeelte werd gedwongen steenen te houwen in de steengroeven en ze
+tot aan den Nijl te voeren; een ander gedeelte om deze steenen in ontvangst te nemen, den stroom over te steken op booten
+en ze in de bergen te brengen aan de Lybische zijde. Honderdduizend mannen, die elke drie maanden afgelost werden, waren voortdurend
+bezig met deze werken; en tien jaren, gedurende welke het volk onophoudelijk met nieuwe moeilijkheden werd belast, werden
+in beslag genomen enkel om een weg te maken om de steenen te vervoeren, een werk dat zelf niet minderwaardig is aan het oprichten
+van een pyramide.&#8221;<a id="d0e969src" href="#d0e969" class="noteref">1</a></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Vervolgens beschrijft hij de grootschheid van dezen weg, en merkt tevens op hoe gelijktijdig daarmede in den rotsgrond <i>waarop</i> <a id="d0e982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e982">25</a>]</span>de Pyramiden staan onderaardsche kamers werden uitgehouwen, die bestemd waren voor het begraven van de mummies der Koningen.
+Daarna komen wij in zijne reisbeschrijving van Egypte aan dat gedeelte, hetwelk de wijze van bouwen der Pyramide beschrijft.
+Merkwaardig is het, alvorens dit gedeelte aan te halen, nog even te vermelden hoe hij zegt dat &#8220;zij [de Pyramide] geheel overdekt
+is met gepolijste steenen, met de grootste zorg aan&eacute;&eacute;n gevoegd, van welke steenen geen enkele minder dan dertig voet is.&#8221;
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Volgens de wijze van werken die aangewend werd bij het opbouwen van de pyramide vertoonden hare zijden eerst een soort van
+trap in den vorm van een graadsgewijs opklimmend amphitheater. Toen zij volgens dit plan afgewerkt was, en het noodig werd
+haar te overdekken, bezigde men, om achtereenvolgens de steenen op te heffen die tot deze bekleeding moesten dienen, werktuigen
+die van hout gemaakt waren en eene kleine afmeting hadden. Een van deze werktuigen lichtte den steen van den grond zelf op
+en bracht hem over naar den eersten trap; wanneer hij daar aangekomen was bracht een ander dien over naar den volgenden trap,
+en zoo vervolgens; of er evenveel werktuigen waren als trappen, of dat hetzelfde werktuig, dat gemakkelijk te verplaatsen
+was, tot het vervoeren der steenen diende, ik moet het verhalen zooals het een en ander mij gezegd is. Op deze wijze begon
+men met de bekleeding van het bovenste gedeelte en men ging voort met werken, al afdalende, eindigende met het onderste gedeelte
+dat tot aan den grond kwam.&#8221;<a id="d0e987src" href="#d0e987" class="noteref">2</a></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Verder zegt hij dan nog hoe op een der zijden van de Pyramide in hieroglyfen vermeld werd het loon der arbeiders, en maakt
+daaruit op den duur van den bouw, waarvan hij dan zegt dat hij &#8220;nog al lang heeft moeten duren.&#8221;
+
+</p>
+<p>In ieder geval kunnen mijne lezers hieruit wel zien dat men uit Herodotus niet heel veel wijzer wordt en niemand is dat dan
+ook ooit geworden. Alleen heeft men mijns inziens te veel geloof gehecht aan hetgeen hij <i>wel</i> zeide, en men heeft vaak in latere boeken zijn beschrijving van den bouw als de ware aangenomen en zich in allerlei gissingen
+verdiept over de vraag wat die &#8220;werktuigen, die van hout gemaakt waren&#8221; dan toch wel waren, en bijna elk schrijver vindt dan
+een ander werktuig uit, of beweert dat de beschrijving die door een ander schrijver gegeven wordt niet deugt. Allen komen
+echter hierin overeen, dat het een soort van hefboom moet geweest zijn en de verschillen komen dan in een bespiegeling van
+de wijze waarop zulk een hefboom werkte, want een dergelijk ding moet toch een steunpunt hebben. En wanneer wij dus maar losweg
+zeggen dat met hefboomen gewerkt werd, volgen wij in <a id="d0e1002"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1002">26</a>]</span>dezen een weinig Archimedes na, die zeide dat hij de wereld wel opheffen kon, als hij maar een steunpunt voor zijn hefboom
+had.
+
+</p>
+<p>Wij zullen het er dus over eens moeten zijn, dat indien de hefboomlegende als de ware beschrijving van het oplichten der buitenste
+steenen beschouwd moet worden, er aan Herodotus&#8217; beschrijving toch nog wel iets ontbreekt dat tot beter begrip aanleiding
+kon geven. Met opzet? Als Herodotus er bij gezegd had dat hij ook wel eens had gehoord van een opheffen van de zwaartekracht,
+vrees ik dat hij zulk eene uitlating niet goed met zijn geweten overeen had kunnen brengen en haar daarom maar wegliet, ofschoon
+zijne beschrijving voor het nageslacht er niet duidelijker op geworden is. Tenminste, om steenen van 15 ton met een hefboom
+op te tillen in een beperkt bestek....!
+
+</p>
+<p>Ik vrees dat onze volgende schrijvers het er niet beter afbrengen met hunne beschrijving; meestal halen zij Herodotus aan
+of spreken in het algemeen over hetgeen zij bij overlevering vernamen. Zien wij thans wat Diodorus zegt, hoewel zijne beschrijving
+nog vager is dan die van Herodotus:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;De basis van de grootste is een vierkant, waarvan elke zijde zeven honderd voet is. De hoogte is meer dan zeshonderd voet.
+De zijden nemen af naarmate zij opwaarts gaan, zoodat zij nog slechts zes el zijn bij den top. Zij is geheel opgebouwd uit
+steenen die zeer moeilijk te bewerken, maar ook van eeuwigen duur zijn; want hoewel het meer dan duizend jaar geleden is,
+volgens hetgeen men zegt, dat de pyramide gemaakt werd, en hoewel anderen zelfs verzekeren dat het meer dan vier en dertig
+honderd jaar geleden is, is zij tot op onze dagen bewaard gebleven zonder op eenigerlei plaats beschadigd te zijn. Men had
+de steenen laten komen van uit het hart van Arabi&euml;, en daar men nog niet de kunst verstond, steigers op te richten, zegt men
+dat men zich van terrassen bediende om ze op te heffen. Maar wat het meest onbegrijpelijke in dit werk is, is dat men geen
+enkel spoor bemerkt noch van vervoer, noch van het afhakken van de steenen, noch van de terrassen waarvan wij gesproken hebben;
+zoodat het schijnt alsof de goden, zonder de hand der menschen te leenen, die altijd erg langzaam is, plotseling dit monument
+te midden van het zand geplaatst hadden.<a id="d0e1011src" href="#d0e1011" class="noteref">3</a>
+
+
+</p>
+<p>Eenige Egyptenaren voeren te dien einde eene verklaring aan, die even fabelachtig en ruwer is dan deze. Want zij zeggen dat
+deze terrassen gemaakt waren van een grondsoort die vol zout en salpeter was en dat de stroom ze door buiten hare oevers te
+treden, vormde en weder deed verdwijnen zonder hulp van arbeiders. Dat zal wel niet waar zijn; en het is veel verstandiger
+te zeggen dat dezelfde handen die gebezigd werden om dien grond aan te dragen, gebruikt werden om dien weg te voeren <a id="d0e1016"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1016">27</a>]</span>en om den grond in denzelfden toestand als tevoren te brengen; temeer omdat men zegt dat drie honderd zestig duizend werklieden
+of slaven bijna twintig jaren met dit werk bezig waren.&#8221;<a id="d0e1018src" href="#d0e1018" class="noteref">4</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Diodorus is de eerste die van de pyramiden spreekt als <i>wereldwonderen</i>, maar hoe bitter weinig zegt hij ons. Niets dan &#8220;men zegt&#8220;s en dan zeer uiteenloopende &#8220;men zegt&#8220;s en in niets overeenstemming
+met Herodotus dan in den duur van den bouw, de gedane uitgaven en de regeering van den koning. Over het tijdstip van den bouw
+is hij al bijster in het onzekere, &#8220;1000 jaar of 3400 jaar geleden&#8221;, en over den bouwer van de derde pyramide brengt hij ons
+alweer in het onzekere door de fabel van Rhodopis aan te halen, hetgeen Herodotus eveneens doet, alsook Strabo.
+
+</p>
+<p>Strabo is bijzonder kort in zijne beschrijving en met betrekking tot den bouw zelf helpt hij ons ook niet veel verder. Hij
+zegt daarover hoegenaamd niets. Alleen maakt hij eene vermeldenswaardige opmerking met betrekking tot de eerste of Groote
+Pyramide nl.: &#8220;Zij heeft op een der zijden op eene middelmatige hoogte, een steen die weggenomen kan worden.&#8221;<a id="d0e1029src" href="#d0e1029" class="noteref">5</a>
+
+</p>
+<p>Van Plinius kunnen wij nagenoeg hetzelfde zeggen als van Strabo. Hij zegt: &#8220;De grootste van de Pyramiden is geheel voortgekomen
+uit steengroeven in Arabi&euml;; men beweert dat 360000 mannen 20 jaren gewerkt hebben om haar saam te stellen.&#8221; Uit eene verdere
+opmerking in zijn verslag kan men echter opmaken dat de gepolijste bekleeding op de buitenzijde der Pyramide nog bestond.
+Verder haalt hij met betrekking tot de wijze van bouw Diodorus aan. Plinius is echter de eenige schrijver die spreekt van
+een &#8220;put&#8221; welke onder de Groote Pyramide zoude zijn: &#8220;deze put vangt het water van den stroom op, flumen illo admissum arbitrantur&#8221;, op eene diepte van 86 ellen (39,8 M). Deze put is echter, voorzoover uit de door Plinius aangegeven maten is na te gaan,
+niet de bekende put. Plinius is de eerste schrijver die eenigermate juiste afmetingen aangeeft en het schijnt dat hij deze
+uit aan hem bekende documenten ontleende, aldus meent M. Jomard in zijn <i>Remarques et Recherches sur les Pyramides d&#8217;Egypte</i>.
+
+</p>
+<p>De overige Latijnsche schrijvers werpen ook geen licht op dit deel van ons onderwerp en ik bepaal mij tot het even aanstippen
+van enkele merkwaardige uitingen in hun korte en onzaakkundige verslagen. Solinus zegt: &#8220;daar zij de maat der schaduwen te
+boven <a id="d0e1044"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1044">28</a>]</span>gaan werpen zij geen schaduw&#8221; en Cassiodorus herhaalt deze uitlating in proza&iuml;schen vorm. Aristides zegt dat hij van de priesters
+gehoord heeft dat de Pyramiden even diep in den grond doordringen als zij er zich boven verheffen.
+
+</p>
+<p>Bij de Arabische schrijvers vinden wij uitvoerige verhalen en legenden die echter alle eveneens op overlevering berusten,
+en wel van belang zijn met betrekking tot een geschiedkundig overzicht, maar ons geen belangrijke mededeelingen verschaffen
+wat aangaat de wijze van bouw. De meest bekende verhalen zijn die van Ebn Abd el Hokm, El Koday, Ibrahim ben Ouessif, Abd-el-latif.
+Hunne beschrijvingen bepalen zich tot het vermelden van den naam van den bouwer, Saurid geheeten, de reden waarom de Pyramiden
+gebouwd werden (nl. het opbergen van alle schatten aan kennis en aardsche goederen ter beveiliging tegen komende overstroomingen),
+hoe zij er uitzagen enz. Wij zien dus dat de andere schrijvers ons niets mededeelen dat ons helpen kan tot een begrijpen van
+de wijze waarop met &#8220;kleine houten werktuigen&#8221; de groote steenmassa&#8217;s op hunne plaats gebracht werden.
+
+</p>
+<p>Het was eerst in de latere tijden dat men zich in beschouwingen hieromtrent ging verdiepen. Reeds de Fransche <i>Savants</i> waren in groote bewondering over de wijze waarop met geringe mechanische hulpmiddelen een bouw verkregen was, die zelfs tot
+op deze tijden niet ge&euml;venaard werd. Door hun nauwgezet wetenschappelijk onderzoek zagen zij de moeilijkheden die de bouwers
+te overwinnen hadden gehad, beter in dan de oude bezoekers dit ooit gedaan hadden en zij waren dan ook verbaasd over de wijze
+waarop alles tot stand was gebracht. Om deze verwondering te begrijpen zal ik eerst trachten mijnen lezers een beeld te geven
+van de enorme hoogte, den omvang en de massa der Pyramide, en van die der samenstellende steenblokken. De lengte van elke
+zijde van het grondvlak was oorspronkelijk 764 voet (1 voet = 12 duim, 1 duim&#8212;25.4 <span class="abbr" title="milimeter"><abbr title="milimeter">mM.</abbr></span>), de loodrechte hoogte was iets meer dan 480 voet. Hare massa zou 6.840.000 ton bedragen (1 ton = 1000 <span class="abbr" title="kilogram"><abbr title="kilogram">K.G.</abbr></span>). Dit zegt alleen iets voor hen die met maten omgaan of er goed mede bekend zijn; voor mijne overige lezers haal ik eenige
+vergelijkingen aan die ik ontleen aan Sir Rawlinson&#8217;s <i>Egypt</i>. Hare hoogte is dus zes voet meer dan die der Kathedraal van Straatsburg, dertig voet meer dan die van de St. Pieter te Rome,
+honderdtwintig voet meer dan die van de St. Paul te Londen. Haar grondoppervlak is ruim viermaal zoo groot als een vrij groot
+stadsplein. Om ons <a id="d0e1062"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1062">29</a>]</span>een denkbeeld te vormen van den inhoud diene het volgende. Men denke zich een huis met muren van een voet dikte, twintig voet
+breed en dertig voet diep. Verder een aantal tusschenmuren tot een volume van een derde der buitenmuren. Dit huis bevat dan
+vierduizend kubieke voet metselwerk. De kubieke inhoud nu van de Groote Pyramide is voldoende om twee en twintig duizend zulke
+huizen te bouwen. Legt men het metselwerk in een lijn van een voet hoog en een voet breed dan kan men gaan tot een lengte
+van zeventienduizend mijlen of twee-derde van de lengte van den equator. En men moet tevens bedenken, dat de samenstellende
+deelen niet alle kleine steenen waren, hoewel een groot deel daar wel uit bestond. Er zijn echter&#8212;en vooral is dat bij de
+buitenlagen het geval&#8212;steenen bij, die dertig voet lang, vijf voet hoog en vier of vijf voet breed zijn. Zulke steenen wegen
+40.000 &agrave; 60.000 K.G. Ook de steenen die inwendig geplaatst zijn, bijvoorbeeld boven de Koningskamer, zijn van reusachtige
+afmetingen. Rawlinson zegt dan ook: &#8220;Over het algemeen zijn de buitenblokken van eene grootte, welke hedendaagsche bouwers
+nauwelijks ooit durven gebruiken.&#8221;<a id="d0e1064src" href="#d0e1064" class="noteref">6</a>
+
+</p>
+<p>En wanneer men bedenkt dat deze steenmassa&#8217;s niet ruw op elkaar gestapeld, maar op wonderbare wijze zoodanig aaneengevoegd
+waren, dat men eer de steenen zelf kan verbreken dan ze van elkander scheiden, dan kan men begrijpen dat vele der onderzoekers
+in stomme verwondering betuigden, dat deze bouwkunst tot op heden nog niet ge&euml;venaard is. Trouwens, dat lijkt mij toe met
+vele kunsten en nijverheden van deze oude beschaving het geval te zijn; doch het zou mij buiten mijn bestek voeren, hier in
+een lofzang te vervallen op de verschillende kunsten en nijverheden in Egypte die ons treffen als op een hooger peil dan de
+moderne staande. In verband hiermede is het echter voor een bewonderaar van het oude Egypte een genot, in <i>Isis Unveiled</i> H. P. Blavatsky hierover na te slaan. Met betrekking tot dit onderwerp haalt zij o.a. Kenrich aan:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;De voegen zijn nauwelijks waarneembaar, niet wijder dan de dikte van zilverpapier, en het cement is z&oacute;&oacute; houdend, dat brokstukken
+van de deksteenen nog op hunne oorspronkelijke plaats blijven, niettegenstaande het verloop van vele eeuwen en het geweld
+waarmede zij weggerukt werden.&#8221; Wie onzer hedendaagsche bouwkundigen en <span id="d0e1078" class="corr" title="Bron: scheikun-kundigen">scheikundigen</span> zal wederom het onvernietigbare cement van de oudste Egyptische gebouwen ontdekken?<a id="d0e1081src" href="#d0e1081" class="noteref">7</a>
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e1087"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1087">30</a>]</span></p>
+<p>Enkele Egyptologen zijn op het denkbeeld gekomen dat de steenen op de plaats zelve vervaardigd werden. Door een ingewikkeld
+werktuig zou water tot op de vereischte hoogte zijn gebracht, daar vermengd zijn geworden met zand enz., om te worden gevormd
+tot blokken van den juisten vorm en de juiste grootte.
+
+</p>
+<p>Om terug te keeren tot den bouw zelf. De Fransche <i>savants</i> geven hunne meening niet te kennen doch halen eenvoudig de reeds door mij genoemde oude schrijvers aan. Van de latere schrijvers
+vermelden wij alleen de gezaghebbenden. Sir Gardner Wilkinson, de welbekende schrijver van <i>Manners and Customs of the Ancient Egyptians</i>, zoowel als Colonel Howard Vyse, (1831 en 1837), waren van meening dat het door Herodotus bedoelde werktuig een &#8220;polyspaston&#8221;
+was, of een werktuig dat veel in gebruik was bij de Romeinen, en dat beschreven wordt door Vitruvius. Het is een werktuig
+van vele takels voorzien. Als bewijs voor het gebruik van deze werktuigen haalt Vyse aan dat &#8220;in de blokken van elken omgang
+gaten zijn van 8 duim middellijn en 4 duim diep, waarschijnlijk om de werktuigen te ondersteunen welke Herodotus beschrijft.&#8221;
+
+</p>
+<p>Perring in zijn werk <i>The Pyramids at Ghiz&eacute;h</i> zegt dat hij vermeent dat houten steigers gebezigd werden. Met betrekking tot de buitenlagen merkt Wilkinson op dat de uitstekende
+hoeken van de opgestapelde rechthoekige steenblokken van boven af naar beneden weggekapt werden en aldus het zijvlak glad
+maakten. Hij grondt deze meening op eene uitlating van Herodotus.
+
+</p>
+<p>Dr. Lepsius heeft met betrekking tot den bouw eene theorie opgeworpen die vrij algemeen vermeld wordt en bekend is. Deze is
+als volgt:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Bij den aanvang van de regeering werd de rotskamer, die voor het graf van den vorst bestemd was, uitgehouwen en &eacute;&eacute;n laag
+metselwerk er op aangebracht. Stierf de koning in het eerste jaar zijner regeering, dan werd een buitenlaag er op aangebracht
+en eene pyramide gevormd; maar indien de koning niet stierf, werd een andere laag metselwerk er aan toegevoegd en twee van
+dezelfde hoogte en dikte aan iederen kant; aldus nam in verloop van tijd het gebouw den vorm aan van een reeks regelmatige
+trappen. Deze werden overdekt met steenen, al de hoeken opgevuld, en steenen als trappen geplaatst. Dan, zooals Herodotus
+ons reeds lang geleden mededeelde, werd de Pyramide van boven af naar beneden gereed gemaakt doordien al de uitstekende hoeken
+weggehouwen werden en een volkomen driehoek overbleef.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Tegen deze theorie heeft Rawlinson bezwaren, want hij <span id="d0e1111" class="corr" title="Bron: merk">merkt</span> <a id="d0e1114"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1114">31</a>]</span>terecht op dat dit glad maken van de buitenzijde een werk van jaren moest zijn en dat als een koning stierf, het zeer te betwijfelen
+viel of zijn opvolger dit werk op zich zou nemen; in ieder geval zou hij aan zijn eigen pyramide hebben moeten beginnen.
+
+</p>
+<p>Wij hebben nu enkele der voornaamste schrijvers over dit onderwerp aangehaald, en het zal ons niet baten meerdere aan te halen
+aangezien zij geen nieuw licht werpen op de wijze van werken. Eene aardige samenvatting van de verschillende opvattingen van
+&#8220;de kleine houten werktuigen&#8221; en een beschrijving er van met vele platen vinden wij in een belangwekkend werkje van T. M.
+Barker, geheeten <i>The Mechanical Triumphs of the Ancient Egyptians</i>. Ook vinden wij hierin eene uitvoerige beschouwing van de werkwijze zooals die door Diodorus vermeld werd, namelijk met behulp
+van hellende vlakken, eene methode die ook in Indi&euml; werd gebezigd. Dit hellende vlak zou dan 3000 voet lang en 120 voet hoog
+zijn geweest en de helling zou 1 voet op de 25 bedragen hebben. Deze steenen helling, met vet besmeerd, zou hebben gediend
+om met verminderde kracht de zware steenen aan te slepen. Enkele archaeologen beweren dat gedeelten van deze hellingen nog
+te vinden waren in het begin der achttiende eeuw. De zwaarste steen in de pyramide van &plusmn; 60.000 K.G. zou dan getrokken moeten
+<span id="d0e1121" class="corr" title="Bron: zij">zijn</span> door een bende van 900 man. De weg was 60 voet breed, dus konden er drie tegelijk naar boven.
+
+</p>
+<p>Wie dit alles gelooven wil, hij kan bewijzen vinden blijkbaar, maar er ontbreekt veel aan om overtuiging te schenken.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij de bekende feiten goed onder het oog zien en overdacht hebben, kunnen wij thans zien, wat ons uit okkulte bron
+wordt medegedeeld omtrent den bouw. Wij vinden dan in de reeds meer door mij aangehaalde verhandeling <i>The Pyramids and Stonehenge</i>, het volgende:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;De hanteering van de reusachtige steenen, die bij dit bouwwerk gebruikt zijn en ook inderdaad de samenstelling van de groote
+Pyramide zelf, kan alleen verklaard worden door het toepassen op deze werken van eene kennis aangaande de Natuurkrachten,
+welke voor de menschheid verloren ging gedurende het verval van de Egyptische beschaving en het barbarisme van de middeleeuwen,
+en die door de hedendaagsche wetenschap nog niet teruggevonden is.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En verder:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Maar hoe kwamen zij de moeilijkheden te boven, deze reusachtige steenmassa&#8217;s te hanteeren, waarvan alleen de bovenelkanderplaatsing
+<a id="d0e1140"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1140">32</a>]</span>werktuigkundige hulp vereischt schijnt te hebben, welke wij in verbeelding nauwelijks met eenig ander tijdperk dan het onze
+kunnen samendenken? Wat dat aangaat, kan in Atlantis zelf gevonden worden, wanneer eindelijk een voller licht op zijn geschiedenis
+geworpen wordt, dat werktuigkundige hulpmiddelen van zeer vergevorderden aard beschikbaar waren voor elk werk, waarvoor zij
+noodig waren; maar de bouwers van dien tijd waren niet uitsluitend afhankelijk van middelen van dien aard, als waarvan wij
+nu gebruik maken, om groote massa&#8217;s te hanteeren. In de rijpheid van Atlantische beschaving waren enkele Natuurkrachten, welke
+nu slechts onder het bestuur van adepten in okkulte wetenschap zijn, in algemeen gebruik. De adepten van dien tijd waren onder
+geen verplichting het geheim van haar bestaan angstvallig bewaard te houden; en onder hen bestond het vermogen, thans zoo
+zelden uitgeoefend dat het bestaan zelf er van minachtend ontkend wordt door de alledaagsche massa&#8212;het vermogen om die kracht
+welke wij zwaartekracht noemen, te wijzigen.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hierna gaat A. P. Sinnett er toe over, het bestaan van dit vermogen te verdedigen en zegt dat, hoewel de groote massa&#8217;s der
+menschheid natuurlijk lachen om zulk een vermogen, waarvan zij nog nooit iets gehoord of gezien hebben, op dit geval het gezegde
+van Galilei, <i>e pur si muove</i>, zeer van toepassing is. En zeker is de geheele oplossing van het raadsel van den bouw van die oude bouwwerken in dit vermogen
+te zoeken. Helderziende waarnemers hebben in de &aacute;kasha&iuml;sche beelden den bouw gezien en onderzocht, en zij zeggen ons dat deze
+reusachtige blokken steen op hun plaats gebracht werden met behulp van steigers, zooals wij die zien gebruiken bij den bouw
+van een klein huis.
+
+</p>
+<p>En hier vinden wij dus, om tot de Pyramiden terug te keeren, hoe men te werk ging bij den bouw er van. De adepten, die den
+bouw er van leidden, vergemakkelijkten het werk door de gedeeltelijke opheffing van de te gebruiken steenblokken, en de bouwers
+die onder hunne leiding werkten, bevonden dat de te gebruiken steenen gemakkelijk gehanteerd konden worden. Misschien viel
+het hun zelf niet eens op, dat dit vermogen door de adepten werd uitgeoefend. En dit nu is eene eenvoudige, hoewel ongetwijfeld
+zeer geheimzinnige, verklaring van het feit dat de reusachtige moeilijkheden, die zich voordeden bij den bouw van zulke kolossale
+bouwwerken, overwonnen konden worden. Hoe vreemd deze verklaring moge schijnen voor een leek, en hoe ongelooflijk zelfs, is
+niet de door de oudheidkundigen tot dusver aangenomen verklaring even ongelooflijk, wanneer men er over nadenkt? Zij toch
+zijn tevreden met aan te nemen dat de bouwers van dergelijke reuzenwerken en dus ook van de Groote Pyramide een onbegrensd
+aantal arbeiders <a id="d0e1150"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1150">33</a>]</span>jarenlang lieten arbeiden om de reusachtige steenen langs sleephellingen en door middel van balken, rollen en katrollen op
+de een of andere wijze op elkaar te stapelen. En wanneer wij nu weten dat bij deze bouwwerken de meeste steenen 2 of 3 honderd
+ton wegen en dat bijvoorbeeld bij den tempel van Baalber in Syri&euml; steenen gebruikt zijn van 1500 ton, dan vergt deze hypothese
+der oudheidkundigen meer van ons geloof dan zelfs de okkulte verklaring. Zij willen ons iets laten aannemen wat wij weten
+dat physisch onmogelijk is, maar omdat zij het zeggen in ons bekende termen, en omdat zij spreken over dingen die wij zien
+kunnen met betrekking tot <i>kleine</i> gewichten, nemen wij het onnadenkenderwijs al te licht aan. Maar deze reusachtige werken van de oudheid staan voor ons als
+een blijvend bewijs, dat ten tijde van hun bouw de wereld getuige was van een bouwkunde, welke hare overwinningen niet behaalde
+door ruwe kracht, maar door de toepassing van een subtieler kennis dan heden ten dage bezeten wordt.
+
+</p>
+<p>Na den bouw thans zoo ver mogelijk behandeld te hebben, rest mij het inwendige gangen- en zalenstelsel te beschrijven, om
+dan tevens over te gaan tot het eigenlijke doel dezer verhandeling, namelijk het nagaan van de verschillende theorie&euml;n die
+met betrekking tot de beteekenis van dit bouwwerk ontstaan zijn.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e969" href="#d0e969src" class="noteref">1</a></span> <i>Herodotus</i>. Boek II, hfdst. <span class="smallcaps">CXXIV</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e987" href="#d0e987src" class="noteref">2</a></span> <i>Herodotus</i>. Hfdst. <span class="smallcaps">CXXV</span>.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1011" href="#d0e1011src" class="noteref">3</a></span> Was hij hier maar verder op ingegaan! (v. G.)
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1018" href="#d0e1018src" class="noteref">4</a></span> Diodorus van Sicili&euml; I, i &sect; 63.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1029" href="#d0e1029src" class="noteref">5</a></span> <i>Strabo</i> I, xvii, blz. 808.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1064" href="#d0e1064src" class="noteref">6</a></span> Rawlinson, <i>Egypt</i>, blz. 76.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1081" href="#d0e1081src" class="noteref">7</a></span> <i>Isis Unveiled</i>, Deel I, 518.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1157" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk IV.</h2>
+<h2>Beschrijving van het Inwendige.</h2>
+<p>Wij zijn gekomen tot een gedeelte van ons onderwerp dat wij kunnen beschouwen als eene inleiding tot de bespreking der verschillende
+theorie&euml;n die langzamerhand ontstaan zijn omtrent het doel der Groote Pyramide. Immers, indien zich onder de Pyramide, dus
+in het rotsvlak waarop zij staat, eene grafkamer had bevonden, en de Pyramide zelf een massief geheel met een daarheen leidende
+gang ware geweest, zooals dit bij andere pyramiden het geval is, zou er weinig reden bestaan hebben om zich in gissingen omtrent
+het doel der Pyramide te verdiepen. Maar juist door de bijzondere en eigenaardige afwijking, die de Groote Pyramide in dit
+opzicht <a id="d0e1164"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1164">34</a>]</span>vertoont, is zij geworden tot een onderwerp van de meest uiteenloopende beoordeelingen en gissingen, en was zij aanleiding
+tot heel wat geschrijf.
+
+</p>
+<p>Met betrekking tot haar inwendige vertoont de Groote Pyramide een eigenaardigen aanblik. Het feit dat zich zulk een uitgebreid
+gangen- en kamerstelsel daarin bevindt is slechts sedert betrekkelijk korten tijd bekend en de schrijvers der oudheid vermelden
+er niet veel van. Niet eerder dan sedert de groote Fransche expeditie onder Napoleon werd dit een feit van meer algemeene
+bekendheid en wij vinden in <i>Pancoucke&#8217;s</i> werk over deze expeditie een vrij nauwkeurige beschrijving van deze gangen en kamers. Eerst in latere werken werden zeer
+uitvoerige beschrijvingen er van gegeven, naarmate dit noodzakelijk bleek tot staving van de theorie&euml;n der schrijvers aangaande
+de symboliek of het doel der Pyramide.
+
+</p>
+<p>Volgens de oudste verhalen was de Pyramide geheel gesloten tot het jaar 830 n. Chr.. Kalief Al-Mamoen zou de eerste geweest
+zijn die zich met geweld een toegang deed banen, daar hij de eigenlijke opening en den ingang niet wist en ook niet vond.
+Deze laatste is thans wel bekend en bevindt zich op ongeveer 47,5 voet boven de basis, tusschen den vijftienden en zestienden
+trap; zij schijnt eveneens bekend geweest te zijn bij enkele Grieken. Ook Strabo maakt er melding van. Hij zegt: &#8220;In de hoogte
+als het ware, in het midden tusschen de twee zijden, is een steen die weggenomen kan worden, en wanneer deze er uitgenomen
+is, is er een hellende ingang tot het graf.&#8221; Op een andere plaats zegt hij: &#8220;Deze ingang werd geheim gehouden.&#8221;
+
+</p>
+<p>In hoeverre het verhaal van den Arabischen schrijver Ibn Abd Al Hokm over het forceeren van den ingang waarheid bevat, is
+moeilijk na te gaan. De meeste schrijvers hechten er weinig waarde aan, daar er te veel feiten tegen spreken, en het verhaal
+blijkbaar zeer veel fantasie bevat. Wel is het waarschijnlijk dat gedurende deze poging om de Pyramide inwendig te onderzoeken
+wegens de schatten die, naar men veronderstelde, daar verborgen waren, de andere gangen en kamers ontdekt werden. Dit is ook
+de meening van Piazzi Smith en hij geeft een vrij uitvoerig verslag van het Arabisch verhaal omtrent deze gebeurtenis, waaraan
+ik het volgende ontleen.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Al-Mamoen liet zijne werklieden dertig voet boven den grond in het midden der noordelijke zijde aanvangen met breken. Het
+was evenwel een oneindig veel zwaarder werk dan de Kalief gedacht had en zijne <a id="d0e1178"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1178">35</a>]</span>lieden werden oproerig en wilden dit blijkbaar onmogelijke werk opgeven. Doch de Kalief dwong hen tot weder opvatten van de
+taak die hij zich gesteld had en maanden en maanden werd er gewerkt; schijnbaar zonder dat men veel verder kwam. Daarna wilden
+zijne werklieden het in ieder geval opgeven, toen zij als bij een toeval een zwaren steen niet ver van hen vandaan hoorden
+neerploffen; dit deed hen met vernieuwden moed in die richting werken, waarop zij kort daarna doordrongen tot de benedenwaarts
+leidende gang, die waarschijnlijk vaak betreden was door Grieksche en Romeinsche bezoekers v&oacute;&oacute;r hen. Doch thans lag daar de
+steen die het geluid veroorzaakt had, een steen waarvan de onderkant tevoren een deel uitmaakte van het dak van de benedenwaarts
+leidende gang. Blijkbaar was deze steen de afsluitsteen geweest van een opwaarts leidende gang. Dit was ook zoo. Echter was
+deze gang nog steeds verstopt door reusachtige wigvormige steenen die achter den gevallen steen een plaats gevonden hadden.
+De Arabieren zagen geen kans deze op te ruimen, dus hakten zij zich een weg door den veel zachteren kalksteen daar omheen;
+op deze wijze zich een weg banende tot de opwaarts leidende gang, een doorgang die ook heden nog benut wordt door bezoekers.
+Thans stond hun de weg open tot de verdere gangen en kamers der Pyramide, doch van schatten geen spoor.
+
+
+</p>
+<p>De Kalief wist nu slechts &eacute;&eacute;n middel om zijn verwoede volgelingen tot bedaren te brengen; in den nacht liet hij aan het einde
+van het geboorde gat een schat begraven in het steenwerk der Pyramide en liet hen den volgenden dag daar verder houwen. Natuurlijk
+vonden zij het goud en toen het geteld werd bleek het juist het bedrag te zijn dat verbruikt was voor de onderneming. Daar
+nu de werklieden hun werk betaald kregen, hield hun opstand spoedig op en de Kalief keerde terug naar El Fostat.
+
+
+</p>
+<p>E&eacute;n ding was echter bereikt. Sinds dien tijd was het inwendige der Pyramide opengelegd voor latere bezoekers, en enkele van
+deze drongen daar dan ook in door; en een der geschiedschrijvers verhaalt dat &#8220;enkele van deze er veilig weer uitkwamen en
+andere stierven.&#8221;<a id="d0e1184src" href="#d0e1184" class="noteref">1</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het verhaal omtrent deze doordringing tot het inwendige der Pyramide heeft in handen van latere Arabische schrijvers wonderlijke
+veranderingen ondergaan en een van deze weergevingen vermeldt o.a. dat de Arabieren, toen zij tot de Koningskamer doordrongen,
+in de sarcofaag een steenen beeld vonden, dat hol was en waarin zich een lichaam bevond van een man met een gouden borstplaat,
+bezaaid met juweelen. Een zwaard van onberekenbare waarde lag op het lichaam. Nabij het hoofd bevond zich een karbonkel van
+de grootte van een ei.
+
+
+</p>
+<div class="figure"><img border="0" src="images/p036.gif" alt="Inwendige van de Groote Pyramide." width="720" height="521"><p class="figureHead">Inwendige van de Groote Pyramide.</p>
+<p>Naar een gravure in <span class="smallcaps">Marsham Adams&#8217;</span> <i>House of Hidden Places</i> door <span class="smallcaps">J. L. M. Lauweriks</span>.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Latere schrijvers hechten weinig waarde aan deze verhalen, en sommigen twijfelen er zelfs aan of het Al-Mamoen was, die de
+openbreking leidde en zeggen dat hij voor de uitvoering van zulk <a id="d0e1209"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1209">36</a>]</span><a id="d0e1210"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1210">37</a>]</span>een werk te kort in Egypte verbleef. Hoe dit ook zij, de Pyramide is thans reeds geruimen tijd open voor een inwendig onderzoek
+en het bekende gedeelte is dan ook herhaalde malen onderzocht, opgemeten enz., en de teekening, die hierbij gevoegd is geeft
+een juiste weergave van de ontdekte gangen en kamers.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats zien wij dan de benedenwaarts leidende gang, die tamelijk steil afloopt. De helling is 26&deg; 28&#8242;<a id="d0e1214src" href="#d0e1214" class="noteref">2</a>, de geheele lengte bedraagt 320 voet en 10 duim en moet oorspronkelijk toen de ingang nog gaaf was ongeveer 343 voet geweest
+zijn. De hoogte is 47 duim, de breedte &plusmn; 41 duim. Na 63 voet gedaald te zijn komt men aan den ingang tot de opwaarts leidende
+gang. De helling hiervan wordt nogal verschillend opgegeven, het gemiddelde van deze opgaven is &plusmn; 26&deg;. De lengte van deze
+gang is 124 voet, de breedte en hoogte nagenoeg gelijk aan die van de benedenwaarts leidende gang; aan het einde er van bevindt
+zich een sousplatform, rechts daarvan is de put, in zuidelijke richting strekt zich de gang uit die naar de Koninginnekamer
+leidt, terwijl de Galerij een vervolg van deze gang is. De horizontale Galerij is &plusmn; 109 voet lang, de breedte 3 voet en 5
+duim, de hoogte 3 voet en 10 duim in het eerste gedeelte en 5 voet 8 duim in het laatste gedeelte. De put is 191.5 voet diep;
+hiervan is 148.5 voet in de vaste rots uitgehouwen. Aan de wanden bevinden zich aan drie kanten uithouwingen om met behulp
+van handen en voeten naar boven te klimmen. De Koninginnekamer is 17 voet 10 duim lang, 16 voet 1 duim breed en 19 voet 5
+duim hoog. Aan de oostelijke zijde in de Koninginnekamer bevindt zich eene uitholling. Sommige schrijvers denken dat de Arabieren
+dit gedaan hebben, andere denken dat hierachter een verborgen gang leidde naar de Sphinx of een andere verborgen plaats.
+
+</p>
+<p>Van het platform af leidt verder opwaarts de galerij die de merkwaardigste is van de geheele Pyramide, en algemeen bekend
+staat als de Groote Galerij. Zij is &plusmn; 150 voet lang (&plusmn; 50 M.) en 27 voet 6 duim (&plusmn; 9 M.) hoog. Het inwendige is zeer fraai
+afgewerkt. John Greaves, de tevoren aangehaalde schrijver over de Pyramide, was er reeds over in bewondering. Hij zeide: &#8220;Zij
+doet in merkwaardigheid in kunst en rijkheid van grondstoffen niet onder voor de prachtigste gebouwen&#8221; en kenschetst haar
+verder als &#8220;den arbeid <a id="d0e1222"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1222">38</a>]</span>van een uitstekend bekwame hand.&#8221; Opmerkenswaardig is vooral het dak, dat bestaat uit zeven lagen, waarvan elke volgende voorbij
+de vorige uitspringt, terwijl verder aan weerszijden op den vloer eene verhooging of bank is, die over de geheele lengte van
+de Galerij loopt. In deze verhooging bevinden zich aan de eene zijde 26 gaten of uithakkingen, aan de andere zijde 28.
+
+</p>
+<p>In den vloer zijn als het ware ruwe treden gehakt, natuurlijk in latere tijden, voor het gemakkelijker omhoog komen der bezoekers,
+iets wat anders zeer bezwaarlijk zou gaan. Aan het einde van de Galerij bevindt zich een zeer hooge steen van 7.5 voet. Eenmaal
+hierop geklommen, komt men eerst aan een kleinen nauwen doorgang, vervolgens in een soort voorkamer en daarna in een korte
+gang. Hierin is een lage doorgang van graniet en men moet onder den steen die daar als het ware tusschen de wanden in de lucht
+hangt, en een soort opgehaalde valdeur vertegenwoordigt, doorkruipen; hierna weder een nauwen doorgang door, en men bevindt
+zich in de Koningskamer. De hangende steen wordt beschouwd als een die ter afsluiting zou hebben moeten dienen. De geheele
+lengte van dezen toegang is 22 voet. In de voorkamer ziet men aan de zijwanden meerdere groeven uitgehouwen, waarin waarschijnlijk
+ook valsteenen behoorden.
+
+</p>
+<p>De Koningskamer zelf is in weerwil van de vele beschadigingen een schoon geheel van graniet. Groote platen van 20 voet hoog,
+onmerkbaar aaneengevoegd, vormen de zijden. Er bevindt zich niets in behalve de veel besproken sarcofaag. Greaves geeft ook
+eene opgetogen beschrijving van deze kamer: &#8220;Deze rijke en ruime kamer, waar de kunst schijnt te hebben gewedijverd met de
+natuur, daar het werk niet ondergeschikt is aan de rijke grondstoffen, is als het ware in het hart van de pyramide op gelijken
+afstand van de zijden en ongeveer op het midden tusschen den top en de basis. De vloer, de zijden en het dak zijn alle gemaakt
+van groote stukken graniet.&#8221; Hij eindigt met haar &#8220;een prachtige kamer&#8221; te noemen. In de kamer bevinden zich nog twee luchtkanalen,
+die eerst later ontdekt zijn, een er van loopt naar de noordzijde der Pyramide, de andere naar de zuidzijde. De helling is
+&plusmn; 83&deg; bij het noordelijke kanaal en de lengte van het noordelijke kanaal is volgens meting 233 voet. Zij vangen aan op een
+hoogte van 3 voet van den vloer.
+
+</p>
+<p>De sarcofaag die zich in de Koningskamer bevond is geheel van porphyr marmer. De lengte is 6.5 voet, de breedte 26.6 duim.
+<a id="d0e1230"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1230">39</a>]</span>Merkwaardig is het op te merken dat zij te groot is om later door de gangen in de kamer gebracht te zijn; men veronderstelt
+dat zij dus van boven af neergelaten is, v&oacute;&oacute;r het dak gesloten en de Pyramide voltooid werd.
+
+</p>
+<p>Er is geen deksel op de sarcofaag en ook geen teeken dat er ooit een op geweest is; hierdoor is nogal verschil van meening
+ontstaan onder de geleerden of zij wel ooit gebruikt kan zijn om eene mummie te bevatten, en er zijn minstens evenveel gezaghebbende
+stemmen tegen dit denkbeeld als er v&oacute;&oacute;r zijn. Zij is thans aanmerkelijk beschadigd hoewel de reizigers van vorige eeuwen haar
+steeds als gaaf vermelden. De steenen wand is ongeveer vijf duim dik en is buitengewoon hard. Wanneer men met metaal er tegen
+aanslaat klinkt hij als een bel. De aanblik van de gepolijste steensoort is die als van gekleurd glas met zwarte, witte en
+roode stippen.
+
+</p>
+<p>Thans echter is de sarcofaag aanmerkelijk beschadigd; velen ergeren zich hierover ten zeerste. Bonwick in <i>Pyramid Facts and Fancies</i> laat zich daarover uit als volgt: &#8220;Niet aleer de Europeanen, voornamelijk Engelsche en Amerikaansche dames en heeren hierheen
+begonnen te stroomen, begon dit Vandalisme. Het was niet voldoende massa&#8217;s van het uitwendige af te houwen, maar dit kostbare
+gedenkstuk, dat zelfs geen Turk had willen ontwijden of beschadigen, begon het gewone lot van relikwie&euml;n te ondergaan door
+de hand van relikwie&euml;n-vereerders en relikwie&euml;n-dieven.&#8221; En verder: &#8220;Met uitzondering van een klein brokje was de sarcofaag
+zestig jaar geleden gaaf. Zij die haar nu beschouwen, afgehakt en afgeschilferd, als zij is, mogen wel blozen voor de Westersche
+beschaving. Den schrijver zelf werd kalm door een van zijn Arabische volgelingen gevraagd of hij er gaarne een stuk afgebroken
+wou hebben. Met niemand die verantwoordelijk is voor het behoud en met de verwachting der inboorlingen voor een frank per
+afgebroken stuk, wie kan zich dan nog verwonderen over de trapsgewijze vermindering en eindelijke algeheele vernietiging van
+deze wonderbaarlijke en geheimzinnige kist.&#8221;
+
+</p>
+<p>Boven het dak van de Koningskamer bevinden zich vijf kleinere kamers, waarin men komen kan door een gat in het dak. Deze kamers
+zijn genoemd naar Davison, Hertog Wellington, Lord Nelson, Lady Arbuthnot en Col. Campbell. De eerste werd in 1763 door Davison
+ontdekt. De overige werden door Col. Howard Vyse in 1837 ontdekt. De kamers zijn van elkaar gescheiden door graniet, glad
+aan den <a id="d0e1241"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1241">40</a>]</span>bovenkant en ruw aan den onderkant. De bovenste of vijfde kamer heeft een dak van twee schuins opstaande steenblokken. De
+hoogte van de gezamenlijke kamers bedraagt &plusmn; 69 voet.
+
+</p>
+<p>Gezaghebbenden zijn het er vrijwel over eens dat de reden van het bouwen van deze kamers moet gezocht worden in het plan van
+de bouwers om het gewicht op het dak te verlichten; zoodat het dak van de Koningskamer niet zou bezwijken onder den zwaren
+last.
+
+</p>
+<p>De bovenvermelde kamers en gangen zijn de tot dusver ontdekte in het bovengrondsche gedeelte der Pyramide. In het rotsgedeelte
+bevindt zich nog een kamer, die gelegen is aan het einde van den benedenwaarts leidenden ingang. Daartegenover bevindt zich
+in deze kamer een doodloopende gang.
+
+</p>
+<p>Ik heb hier een korte en ruwe schets gegeven van het onverklaarbare en ingewikkelde stelsel van gangen en kamers in de Groote
+Pyramide, namelijk van die welke tot dusver ontdekt zijn. Want ik geloof ten stelligste dat er veel meer gangen en kamers
+zijn, en dit is verklaarbaar omdat in de verhandeling over <i>Pyramids and Stonehenge</i> gezegd wordt, dat Koefoe een deel der kamers afsloot. Echter zullen deze wel nooit ontdekt worden, daar de belangstelling
+tot verder onderzoek in dezen thans ernstig verflauwd is, en misschien gelukkig maar? Want die afsluiting zal niet zonder
+reden geweest zijn en evenals de bekende gangen en kamers eerst ontdekt zijn en onderzocht toen dit zonder bezwaar van andere
+zijde geschieden kon, evenzoo zal dit misschien later het geval zijn met nog onontdekte gedeelten.
+
+</p>
+<p>Thans zullen wij, nu wij ons eenigermate een oordeel kunnen vormen over de vraagstukken: wanneer werd de Pyramide gebouwd?
+en door wie? nagaan wat door verschillende schrijvers gezegd is met betrekking tot het waarom? Want zeker bestaan er geen
+meer uiteenloopende meeningen over het doel van een bouwwerk dan het geval is bij deze Pyramide. In het volgende hoofdstuk
+zullen wij dus zien welke doeleinden men alzoo aan de Pyramide toekende.
+
+
+
+
+<a id="d0e1254"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1254">41</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1184" href="#d0e1184src" class="noteref">1</a></span> <i>Our Inheritance in the Great Pyramid</i> blz. 85&#8211;93.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1214" href="#d0e1214src" class="noteref">2</a></span> De hier door mij gegeven hoeken en afmetingen zijn gemiddelde, en bij benadering gegeven, daar nagenoeg iedere schrijver andere
+maten geeft. Deze maten ontleen ik aan <i>Pyramid Facts and Fancies</i>.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1255" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk V.</h2>
+<h2>Over de bestemming der Pyramide.</h2>
+<p>In de voorgaande hoofdstukken heb ik, zij het ook onvolledig, in hoofdtrekken aangegeven wat ons uit gezaghebbende bronnen
+bekend is geworden omtrent het tijdstip van den bouw, omtrent de(n) bouwer(s) en de wijze van bouwen; en ik heb slechts hier
+en daar aangestipt wat deze schrijvers dachten met betrekking tot het doel, voor hetwelk de Pyramide gebouwd zoude zijn. Mijne
+lezers moeten het voorgaande geheel beschouwen als eene lange inleiding tot de eigenlijke bedoeling van deze verhandeling,
+namelijk het beschouwen van de bestemming van dit merkwaardige bouwwerk. En hetgeen thans volgt als een algemeen overzicht
+van de verschillende theorie&euml;n over die bestemming, moet eveneens weer beschouwd worden als een overgang tot het nagaan van
+die theorie, welke voor Theosofen&#8212;hetzij krachtens geloof, gezag of overtuiging&#8212;de meeste waarde heeft, namelijk die theorie,
+welke ik aanduidde als de Theosofische en welke men eveneens kan beschouwen als een ma&ccedil;onnieke theorie.
+
+</p>
+<p>Het zou onmogelijk zijn, alle theorie&euml;n die omtrent de vermoedelijke bestemming der Pyramide bestaan, hier ter plaatse volkomen
+te behandelen; ik moet volstaan met ze kortelijks weer te geven, en zelfs kan ik enkele alleen vermelden, daar ze volstrekt
+van geen waarde of belang zijn voor ons eigenlijk doel. Een ieder die belang stelt in de eene of andere speciale theorie,
+kan deze voor zichzelf nagaan in de daarover geschreven werken, en de meeste dezer theorie&euml;n zijn zelfs te technisch om in
+een populaire verhandeling als deze een plaats te vinden. Ik moet dus slechts de minst technische behandelen.
+
+</p>
+<p>De meest bekende, thans ook meest gezaghebbende theorie is die welke de Groote Pyramide evenals alle pyramiden maakt tot een
+praalgraf van Egyptische Pharaoh&#8217;s.
+
+</p>
+<p>De andere schrijvers laten zich, zooals ik reeds vermeldde, weinig uit over het doel en men kan dus weinig steun bij hen vinden,
+zoowel voor deze als voor eene andere theorie.
+
+</p>
+<p>Jomard zegt in zijn verhandeling <i>Sur les Pyramides d&#8217;Egypte</i><a id="d0e1272src" href="#d0e1272" class="noteref">1</a>:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Indien wij in eene bijna volkomen duisternis verkeeren met betrekking tot het tijdstip van den bouw der Pyramide en de namen
+van hare Bouwers, hangt er een bijna even dichte sluier over de bestemming dezer <a id="d0e1281"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1281">42</a>]</span>bouwwerken, en het zou ook niet anders kunnen zijn; want de geschiedschrijvers der oudheid en de Arabische schrijvers hebben
+niet de middelen gehad om die te kennen, de een zoo min als de ander. Het was natuurlijk dat men deze bouwwerken beschouwde
+als te behooren tot graven, praalgraven. Dit denkbeeld is in den grond geheel in overeenstemming met <i>de waarschijnlijkheid en bovenal met die welke een gevolg is van analogie</i> [ik cursiveer; v. G.]; omdat het Lybisch gebergte te Memphis niet zooals te Thebe hoogopstaande zijwanden aanbood, die geopend
+werden voor de graven der koningen, zou men daarom niet getracht hebben daarin te voorzien door bouwwerken? En zou men dan
+misschien door de reusachtige afmetingen, door de ontzagwekkende moeilijkheden van de onderneming, hebben willen wedijveren
+met den rijkdom van de koninklijke onderaardsche begraafplaatsen?
+
+
+</p>
+<p>Maar met dit gegeven, hoe waarschijnlijk het zij, zou men nooit het werk der Pyramiden verklaren en alles wat een nauwgezet
+onderzoek er ontdekken moet; en in de eerste plaats het denkbeeld van de keus van den pyramidalen vorm.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En verder:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Hoe dit zij, indien wij toestemmen, dat het denkbeeld van een pyramide dat van een graf medebrengt, zou men dan gedwongen
+zijn te besluiten, dat geen enkele andere bedoeling voorgezeten heeft bij de oprichting van deze grootsche bouwwerken? Wij
+gelooven het niet. Hoe kunnen wij bijvoorbeeld als waar erkennen, dat bij een volk dat zoo godsdienstig was als de Egyptenaren,
+de godsdienst en zijne mysteri&euml;n vreemd waren aan het doel dat men zich stelde bij het oprichten van de Pyramiden? Zou dit
+aan den anderen kant niet zijn een geheel terzijde stellen van de verklaring, die de diepzinnigste waarnemer der oudheid,
+Aristoteles, van deze bouwwerken geeft, die ze toeschrijft aan de politiek der vorsten? Ten slotte, wanneer men denkt over
+de keuze van den vorm die aan de bouwwerken gegeven is, over de afmetingen en het onderling verband der deelen, over de nauwkeurige
+ori&euml;ntatie der zijden, en tal van andere niet minder treffende omstandigheden, kan men dan verzekeren, dat de wetenschappen
+en wetenschappelijke doeleinden bij hare samenstelling niet hebben voorgezeten? Deze veronderstellingen zouden alle gelijkelijk
+onaannemelijk zijn. Ik stem toe dat de volmaaktheid van den arbeid en de samenstelling verklaard kunnen worden door den graad
+van volmaking waartoe de bouwkunde toen gevorderd was, en dat iedere soort openbaar bouwwerk met de grootste aandacht uitgevoerd
+moest worden; maar hier is een over-overvloed van zorgen, voorzorgen tot in de kleinste bijzonderheden voor de hechtheid,
+voor het afwerken van het geheel; de architect is geleid door den sterrekundige, en de samensteller door den wiskundige. <i>Anderen v&oacute;&oacute;r mij hebben er aan getwijfeld, dat de pyramide gebouwd was om als graf te dienen</i><a id="d0e1296src" href="#d0e1296" class="noteref">2</a>, maar men heeft ongelijk te ontkennen dat een enkel deel van het gebouw of der nabuurschap deze bestemming ontvangen zou
+hebben; dit is een onderscheid dat mij belangrijk schijnt vast te stellen.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e1302"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1302">43</a>]</span></p>
+<p>Uit het hier aangehaalde ziet men dat deze <i>savant</i> niet boudweg beweerde, dat de Pyramide niets dan een graftombe was, en hij gaat zelfs verder, zooals wij later zullen zien.
+Ik haal dezen schrijver uitvoerig aan, omdat onder de <i>gezaghebbende</i> schrijvers niemand zoo in den breede dit onderwerp bespreekt en op zulk eene wijsgeerige en waarlijk wetenschappelijke wijze.
+Niet louter beweringen, maar een onder de oogen zien van feiten en een ruimte laten voor de meeningen van andere schrijvers
+en denkers.
+
+</p>
+<p>Hij gaat er vervolgens toe over, de schrijvers der oudheid na te gaan met betrekking tot dit deel van het onderwerp: Diodorus,
+Strabo en Herodotus zinspelen op de Pyramide als een graf (Herodotus echter minder rechtstreeks; hij zegt dat Cheops in de
+rots waarop de Pyramiden gebouwd zijn verscheidene onderaardsche kamers gedolven had, die bestemd waren als zijn graf te dienen;
+dit graf was geplaatst op een eiland dat gevormd werd door een kanaal, dat met de rivier in gemeenschap stond); Plinius spreekt
+niet over de bestemming der Pyramide, en met betrekking tot hetgeen de Arabische geschiedschrijvers mededeelen, zegt hij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Het is waar dat verscheidene Arabische schrijvers de groote pyramiden als graven beschouwd hebben; maar zij zijn ongetwijfeld
+tot die meening gekomen om reden van de kleinere pyramidale bouwwerken in den omtrek, die sarcofagen en gebalsemde lijken
+bevatten, en die inderdaad niets anders konden zijn dan graven. De vraag was, en is nog, te weten of de bouwers van de <span class="smallcaps">Groote</span> Pyramide een ander doel gehad hebben dan er een mummie van een koning te plaatsen: wij zullen weldra elders zien dat de Oostersche
+schrijvers niet allen van dat gevoelen zijn&#8221;.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En, verder, na uitgeweid te hebben over het inwendige der Pyramide:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Er is ongetwijfeld niets onwaarschijnlijks in, te denken dat men in een dergelijk gebouw mysteri&euml;n vierde, of dat men misschien
+inwijdingen volbracht in de onderste zalen, en in het algemeen kultus, ceremoni&euml;n en godsdienstige riten.....&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Vervolgens gaat hij er toe over verschillende andere theorie&euml;n te beschouwen op eene zeer vrijzinnige wijze, theorie&euml;n die
+wij zoo dadelijk eveneens zullen vermelden; en ik kan niet beter doen, om mijn lezers de juiste houding van zijn denken aan
+te wijzen ten opzichte van de verschillende theorie&euml;n, dan zijn slotwoorden met betrekking tot dit deel van het onderwerp
+aan te halen:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Wij laten het aan onzen lezer over, na deze laatste verklaringen die te verkiezen, welke hem het waarschijnlijkst lijkt.
+
+<a id="d0e1331"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1331">44</a>]</span></p>
+<p>Dat moeten wij eveneens doen ten opzichte van de andere vraagstukken die opgeworpen worden over het doel en de bestemming
+der Pyramiden, voornamelijk over het doeleinde voor hetwelk de <span class="smallcaps">Groote</span> Pyramide opgericht werd. Indien het nagenoeg onmogelijk is, dit doel op zekere wijze aan te duiden, zou het volstrekt niet
+minder moeilijk zijn aan te toonen dat de bestemming van het gebouw louter was om als graf dienst te doen. Het staat aan den
+lezer, te oordeelen over de waarde der bewijsredenen en der beschouwingen die voor zijn oogen liggen, en ze te vergelijken
+met feiten en waarnemingen. Hij zal allereerst uit al deze feiten twee gevolgtrekkingen maken; de eerste, dat dit grootsche
+bouwwerk niet bestemd werd voor een &eacute;&eacute;nig doeleinde; de tweede, dat de afmetingen van de Pyramide evenredige deelen zijn van
+de grootte van een lengte-graad in Egypte. Uit deze twee gevolgtrekkingen, die onbetwistbaar schijnen, zal de lezer misschien
+vervolgens deze gevolgtrekking afleiden, dat de Pyramide de afmetingen, die zij heeft, niet toevallig ontvangen heeft, maar
+ingevolge een plan, om de waarde van den graad en de gebruikelijke lengte der maten in Egypte vast te stellen.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij zouden de bestaande theorie&euml;n in enkele hoofdgroepen kunnen verdeelen, en wij zouden dan naast de graftheorie en enkele
+andere onbeduidende theorie&euml;n een sterrekundige, een godsdienstige, een wetenschappelijke, een symbolische en een mystieke
+groep hebben, en daar wij reeds voldoende over de graftheorie gesproken hebben in dit en voorgaande gedeelten, zullen wij
+thans overgaan tot het aanstippen van enkele onbelangrijke&#8212;ja, vaak belachelijke&#8212;theorie&euml;n en het meer uitvoerig vermelden
+der belangrijke.
+
+</p>
+<p>Van de voor ons doel minder belangrijke theorie&euml;n is die van Fialin de Persigny er eene, die de meeste belangstelling verdient,
+daar zijne uitvoerige beschouwing, vervat in een tamelijk uitgebreid werk waarvan de titel luidt: &#8220;<i>De la destination et de l&#8217;utilit&eacute; permanente des Pyramides</i>&#8221;, duidt op eene ernstige overtuiging en studie.
+
+</p>
+<p>Zijne theorie is, dat de Pyramiden gebouwd werden teneinde dienst te doen als bescherming tegen de zandstormen voor dat gedeelte
+van het Nijldal dat niet door de Lybische bergen beschut werd. Het gebrek van deze theorie valt ons reeds bij den aanvang
+in het oog, namelijk dat een toevallig nut van een gebouw niet de reden was tot het doen oprichten er van. Om dit te verduidelijken:
+eene kerk wordt gebouwd om daarin godsdienstige bijeenkomsten te houden, en al doet de spits van den toren, die bij dit gebouw
+behoort, nu dienst als een peilingspunt bij graadmetingen dan is de reden van het bouwen van dien kerktoren nog niet te <a id="d0e1347"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1347">45</a>]</span>zoeken in het nut van het bouwwerk bij laatstgenoemde metingen. De theorie van Ballard gaat zelfs in meer letterlijken zin
+aan dit euvel mank dan de theorie van De Persigny, want eerstgenoemde denkt werkelijk dat de drie pyramiden dienst deden als
+uitgangs-peilingspunten voor een uitgebreid stelsel van opmetingen teneinde het land van Egypte op de juiste wijze onder de
+bewoners te verdeelen. Zijn theorie is vervat in een boek genaamd &#8220;<i>The solution of the Pyramid Problem</i>&#8221;. Het eerste boek is lezenswaard voor belangstellenden in dit onderwerp als een bewijs van de wonderlijke aberraties van
+het menschelijk vernuft.
+
+</p>
+<p>Van de minderwaardige theorie&euml;n, die eigenlijk in &#8217;t geheel den naam theorie niet verdienen, maar louter als een buitensporige
+of bekrompen opvatting van haar opsteller kunnen worden beschouwd, noemen wij de volgende. Sir Thomas Browner schreef ten
+tijde van Elisabeth, dat de donkere holen en bergplaatsen voor mummies de &#8220;schuilplaats van Satan&#8221; waren, zijne redeneering
+grondende op eenige opmerkingen in Egyptische papyrussen over &#8220;de onderwereld&#8221; en eveneens op eenige gezegden in het Oude
+Testament. Welke deze laatste waren, weet ik niet, doch ik denk dat hij die bedoelde welke H. P. Blavatsky eveneens aanhaalt
+in de <i>Geheime Leer</i>:
+
+</p>
+<p>&#8220;De groote breuk, die tusschen de zonen van het Vierde Ras ontstaan is zoodra de <i>eerste Tempels</i> en <i>Zalen van Inwijding onder de leiding der &#8216;zonen van God&#8217; gebouwd waren</i><a id="d0e1364src" href="#d0e1364" class="noteref">3</a>, wordt allegorisch voorgesteld door de Zonen van Jacob.
+
+</p>
+<p>De stervende Jacob beschrijft zijne zonen als volgt: &#8216;Dan&#8217;, zegt hij, <span id="d0e1369" class="corr" title="Bron: ">&#8216;</span>zal een <i>slang</i> zijn aan den weg, een <i>adderslang</i> in het pad, bijtende de verzenen des paards, dat zijn rijder achterover valle&#8217; (<i>d. w. z.</i> hij zal den candidaten <i>Zwarte Magie</i> leeren).
+
+</p>
+<p>Omtrent Simeon en Levi merkt de aartsvader op dat werktuigen van <i>wreedheid</i> in hunne <i>woningen</i> zijn: &#8216;O mijn ziel, kom niet in hun <i>geheim</i> (lees Sod), tot hunne <i>vergadering</i>&#8217;.
+
+</p>
+<p>Nu is Sod de naam van de Groote Mysteri&euml;n&#8221;<a id="d0e1400src" href="#d0e1400" class="noteref">4</a>.
+
+</p>
+<p>Wij kunnen hieruit lezen, dat er eveneens pyramidale (?) tempels van inwijding in zwarte magie waren en daar behoeven wij
+natuurlijk niet aan te twijfelen; bovenstaande aanhaling zegt genoeg, maar ik vrees, dat Browner te ver ging met zijn verklaring,
+indien ik <a id="d0e1407"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1407">46</a>]</span>hem al een dergelijk diepzinnig denken over het vraagstuk mag toeschrijven.
+
+</p>
+<p>Bonwick in zijn <i>Pyramid Facts and Fancies</i> geeft deze theorie slechts even aan, en vermeldt ook enkele zeer belachelijke theorie&euml;n, die den naam theorie in het geheel
+niet waard zijn, o.a. een van een Zweedsch wijsgeer (?!), die als zijn meening te kennen geeft, dat de Pyramiden eenvoudig
+gebouwd waren als middel om het water van den troebelen Nijl te zuiveren, dat door de gangen er van gevoerd zou worden. Ik
+heb het boek, waarin deze meening toegelicht wordt, niet kunnen bemachtigen, en dat spijt mij, aangezien het mij zeker eenige
+aangename oogenblikken zou bezorgd hebben, en ik in geen geval overgehaald zou kunnen worden om aan te nemen, dat de Pyramiden
+een soort &#8220;watertorens&#8221; der oudheid waren. Verder vinden wij in dit werkje <i>Facts and Fancies</i> vermeld de meening van Gable, die zijne lezers vergast op het volgende belangwekkende item: &#8220;het blijkt niet, dat de stichters
+eenigerlei lofwaardig plan hadden, aan de nakomelingschap wetenschappelijke afbeeldingen na te laten&#8221;, zooals enkelen veronderstellen;
+&#8220;daarom schijnen zij niet met een geometrisch doel opgericht te zijn&#8221;; doch daar volgens Gable vastgesteld is (op welke wijze
+zegt hij niet) &#8220;dat zij opgericht werden door hen &#8216;die na hun huwelijk met de dochters der menschen niet alleen ontaarde verachters
+van nuttige kennis werden, maar zich geheel aan weelde overgaven&#8217;&#8221;, is het niet te verwonderen, dat zijn eindconclusie is,
+<i>dat zij gebouwd werden om de vrouwen te behagen</i>!
+
+</p>
+<p>Wathen schreef in 1842: &#8220;de geschenken van de koningin van Scheba aan de Egyptenaren worden nu aanschouwd in de onvernietigbare
+massa&#8217;s der Pyramiden&#8221;, terwijl Benjamin van Toledo en Vossius beweerden, dat zij de graanpakhuizen van Jozef waren. Reeds
+in 1330 beweerde Maundeville hetzelfde, zegt Bonwick. Bewijzen en zelfs bewijsredenen ontbreken echter ten eenenmale.
+
+</p>
+<p>Een theorie van meer waarde, en die ook zeer grondig is uitgewerkt en beredeneerd, is die van Thomas Yeates, die in 1833 over
+dit onderwerp eene dissertatie uitgaf<a id="d0e1424src" href="#d0e1424" class="noteref">5</a>. In deze dissertatie maakt hij eene vergelijking tusschen de Pyramiden en de ark van Noach, voornamelijk wat betreft de afmetingen.
+Hij zegt: &#8220;de afmetingen van de Groote Pyramide benaderen in de oude ellematen de ark van Noach op zulk een wijze, dat ik
+niet kan aarzelen, <a id="d0e1431"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1431">47</a>]</span>hoe nieuw het denkbeeld ook is, eene vergelijking te trekken&#8221;.
+
+</p>
+<p>Aangezien wij later op de maten-theorie zullen terugkomen, zullen wij deze theorie alsdan nogmaals in verband met deze beschouwen.
+
+</p>
+<p>Reeds maakten wij, toen wij Jomard aanhaalden, melding van de denkwijze van Aristoteles over het doel van het bouwen der Pyramide.
+Deze denkwijze is er eene, die door velen aangehangen werd. Hij dan zegt, dat zij louter een vertoon van koninklijk despotisme
+vereeuwigde, doch dat dit vertoon een dieperliggende politieke reden had. In dit vruchtbare land (sprekende van de Nijldelta,
+die volgens Theosofische opvatting nog niet aangeslibd was tijdens den bouw) zou het volk weinig te werken gehad hebben en
+was er dus veel tijd tot muiterij en opstand tegen koninklijk en priesterlijk gezag. De priesters zouden dan den koning overtuigd
+hebben, dat er slechts &eacute;&eacute;n uitweg bestond om rust onder het volk te brengen, namelijk het te dwingen tot het bouwen van reusachtige
+bouwwerken, en aan deze reden zouden de Pyramiden haar ontstaan hebben te danken.
+
+</p>
+<p>Plinius is vrijwel van dezelfde opvatting, alleen meent hij, dat de werklieden de krijgsgevangenen waren, die niet nutteloos
+gevoed en gekleed konden worden en dus aan het werk moesten worden gehouden.
+
+</p>
+<p>Greaves bespreekt de meeningen van deze beide schrijvers der oudheid. Hij zegt: &#8220;Maar waarom de Egyptische koningen zich zulke
+reusachtige onkosten getroost zouden hebben om deze Pyramiden te bouwen, is een vraag van hoogeren aard.&#8221;
+
+</p>
+<p>Aristoteles zegt dat zij het werk van tyrannie zijn; en Plinius beweert dat de heerschers ze deels uit praalzucht en deels
+uit politiek bouwden, om het volk bezig te houden en het te bewaren voor muiterij en opstand.
+
+</p>
+<p>Sandijs dacht &#8220;dat het was uit vrees dat hunne groote schatten (die van de Pharaoh&#8217;s) hunne opvolgers zouden doen ontaarden&#8221;.
+
+</p>
+<p>Hoe men dezen Koningen tegelijkertijd toe kan schrijven dat zij tyrannen, hoogmoedige despoten enz. waren, en tevens zulke
+een vrees koesterden voor de ontaarding hunner opvolgers, is mij weer een raadsel!
+
+</p>
+<p>Mariette Bey is verontwaardigd over deze theorie en verwerpt haar; en Hekekyan Bey merkt terecht op: &#8220;Het is welbekend dat
+een tyran bijna nooit een werk voltooit dat door zijn voorganger onafgewerkt gelaten is. Het is duidelijk dat deze Pyramiden
+eene nationale onderneming waren; dat tot het plan er voor en de <a id="d0e1449"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1449">48</a>]</span>uitvoering er van werd besloten na rijp beraad; wetten werden gemaakt en in inkomsten werd voorzien om wat het publiek beslist
+had door de uitvoerende gezaghebbers tot stand te doen brengen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Dufeu beweert het tegengestelde van Aristoteles. Hij zegt: &#8220;Verre van het werk te zijn van den trots en het despotisme van
+de Pharaoh&#8217;s, zijn zij integendeel bewijzen van hun verheven wijsheid en de diepe kennis hunner priestercolleges.&#8221;
+
+</p>
+<p>Eindigen wij dit hoofdstuk met een paar der bekendste Arabische schrijvers over dit punt te hooren:
+
+</p>
+<p>Mustadi (te Gihe in Arabi&euml;) zegt in 992:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Er was een koning, genaamd Saurid, zoon van Salahx, 300 jaren voor den zondvloed, die op een nacht droomde dat hij de aarde
+met hare bewoners omvergeworpen zag, de menschen op hun gelaat neergeworpen, terwijl de sterren van den hemel vielen en tegen
+elkaar aanstieten en afschuwelijke en vreeselijke kreten slaakten terwijl zij vielen.
+
+
+</p>
+<p>Hij ontwaakte daarop zeer verontrust en verhaalde zijn droom aan niemand en was in zichzelf overtuigd dat een of ander groot
+ongeluk aan de wereld zou overkomen. Een jaar daarna droomde hij weder dat hij de vaste sterren op de aarde zag neerkomen
+in den vorm van witte vogels, die de menschen wegsleepten en hen tusschen twee groote bergen wierpen, welke zich zoo goed
+als samenvoegden en hen bedekten en toen werden de heldere, schijnende sterren donker en werden verduisterd. Daarop ontwaakte
+hij, buitengewoon verbaasd en trad in den Zonnetempel en begon te weenen. Den volgenden morgen beval hij dat alle vorsten
+der priesters en de toovenaars van alle provinci&euml;n van Egypte tezamen zouden komen; hetgeen zij deden tot een aantal van 130
+priesters en waarzeggers, naar welke hij toeging en hun zijn droom verhaalde, dien zij van groot belang vonden; en de verklaring
+die zij er aan gaven was, dat een zeer groot ongeluk aan de wereld overkomen zou.
+
+
+</p>
+<p>Onder anderen zeide de priester Aclimon, die de grootste van allen was, en voornamelijk zijn verblijf hield in het hof van
+den koning, tot dezen:
+
+
+</p>
+<p>&#8216;Heer, uw droom is bewonderenswaardig en ikzelf zag een anderen, ongeveer een jaar geleden, die mij verschrikte en dien ik
+aan niemand geopenbaard heb&#8217;.
+
+
+</p>
+<p>&#8216;Zeg mij welke hij was&#8217;, zei de koning. &#8216;Ik droomde&#8217;, sprak de priester, &#8216;dat ik met Uwe Majesteit op den top van den vuurberg
+was, welke in het midden van Emsas is, en dat ik den hemel beneden zijn gewone ligging zag zakken, zoodat hij bij de kruin
+onzer hoofden was, terwijl hij ons bedekte en omringde als een groot omgekeerd bassin; dat de sterren met de menschen vermengd
+waren in verscheidene figuren; dat de menschen Uwe Majesteit hulp afsmeekten en in menigten tot u snelden als hun toevlucht;
+dat gij uwe handen boven uw hoofd ophieft en trachttet den hemel terug te werpen en hem tegenhield, en dat ik, toen ik zag
+wat Uwe Majesteit deed, hetzelfde verrichtte.
+
+
+</p>
+<p>Terwijl wij in die houding waren, buitengemeen verschrikt, dunkt mij, <a id="d0e1470"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1470">49</a>]</span>dat wij een gedeelte van den hemel zich zagen openen en een helder licht daaruit zagen komen; dat daarna de zon op die plaats
+opkwam en dat wij haar om bijstand smeekten, waarop zij tot ons zeide: &#8220;De Hemel zal tot zijn gewone standplaats wederkeeren
+wanneer ik driehonderd rondloopen volbracht heb&#8221;. Daarop ontwaakte ik buitengewoon verschrikt.&#8217;
+
+
+</p>
+<p>Toen de priesters aldus gesproken hadden, beval de koning hun de hoogte der sterren te nemen en te overwegen welk ongeluk
+zij voorspelden. Waarop zij verklaarden dat zij eerst den Zondvloed en daarna het vuur voorspelden. Toen beval hij dat de
+Pyramiden gebouwd zouden worden en dat zij alles wat zij als waarde schatten, daarin zouden brengen met de lichamen van de
+koningen en hunne weelde, en de aromatische geuren, en dat zij hunne wijsheid er op zouden schrijven, opdat de wateren deze
+niet zouden vernietigen&#8221;.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dit is een gewijzigde vorm van het Bijbelsche verhaal waar Sem de kennis van de wereld der oudheid op twee pilaren laat graveeren:
+Jachin en Boaz.
+
+</p>
+<p>De geschiedschrijver Ibn Abd Alhokm is de volgende van wien ik een gedeelte wil aanhalen. De aanvang van het verhaal van dezen
+komt ongeveer op hetzelfde neer als het verhaal van Mustadi.
+
+</p>
+<p>Daarna gaat hij verder:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Toen de priesters gezegd hadden, dat de zondvloed ook in zijn land zou komen binnen enkele jaren, beval de koning dat de
+Pyramiden gebouwd zouden worden en dat een kelder (grot) zou worden gemaakt, waarin de Nijl moest loopen, vanwaar hij in de
+westelijke landen stroomen zou en in het land van Al Sa&iuml;d.
+
+
+</p>
+<p>En hij vulde de Pyramiden met talismans, en met vreemde dingen, rijkdommen en schatten en dergelijke. Hij graveerde alle dingen
+er in, die hem door wijze menschen verteld waren en evenzoo alle diepgaande wetenschappen. De namen van alakakirs, de gebruiken
+en gevaren er van, de wetenschappen van astrologie en wiskunde, van geometrie en natuurkunde, alle deze kunnen weergegeven
+worden door hen, die de karakters en taal kennen.&#8212;Nadat hij bevelen gegeven had voor dit gebouw, sneden zij groote kolommen
+en wonderlijke steenen uit. Zij haalden machtige steenen van de Ethiopi&euml;rs en maakten daarvan de grondslagen van de drie Pyramiden,
+terwijl zij ze samenvoegden met lood en ijzer. Zij bouwden de poorten er van 40 ellen onder den grond en maakten de hoogte
+der Pyramiden 100 koningsellen = 500 van onze ellen. Bij den aanvang van dezen bouw was een gelukkige horoskoop. Nadat hij
+ze ge&euml;indigd had bedekte hij ze van boven tot beneden met gekleurd satijn (marmer) en deed een plechtig feest plaats vinden,
+waar alle inwoners van het rijk bij tegenwoordig waren. Toen bouwde hij in de westelijke Pyramide 30 schatkamers, gevuld met
+rijkdommen en werktuigen, en met handteekeningen gemaakt uit edelsteenen en met ijzeren werktuigen en aarden vaten en met
+een <i>mes</i> dat niet verteert <a id="d0e1489"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1489">50</a>]</span>en met glas dat gebogen en niet gebroken kan worden, en met vreemde betooveringen en met verscheidene soorten alakakirs, enkele
+en dubbele, en met doodelijke vergiften en vele andere dingen. Hij maakte ook in de oostelijke Pyramide hemelsche Sferen en
+sterren, en hunne verscheidene aspekten en werkingen en geuren die daarbij gebruikt worden en de boeken die over deze zaken
+handelen.
+
+
+</p>
+<p>Hij plaatste ook in de gekleurde pyramide (de derde) de verklaringen van de priesters in marmeren blokken en bij elken priester
+een boek, waarin de wonderen van zijn ambt en van zijne daden en zijne geaardheid en wat in zijn tijd gedaan werd en wat is
+en wat zijn zal van het begin tot het einde van tijd. Hij plaatste in elke Pyramide een schatbewaarder. De schatbewaarder
+van de westelijke Pyramide was een standbeeld van marnier, dat rechtop stond met een lans en op zijn hoofd kronkelde een slang.
+Hij die er nabij kwam en stil stond, dien beet de slang in de zijde, en kronkelde zich om zijn keel en doodde hem en keerde
+daarna naar hare plaats terug.
+
+
+</p>
+<p>Tot schatbewaarder van de oostelijke Pyramide maakte hij een afgod van zwart agaat met open en schijnende oogen, die met een
+lans op een troon zat. Wanneer iemand naar dezen opzag, hoorde hij een stem aan zijne zijde, die zijne zinnen wegnam, zoodat
+hij bewusteloos op zijn gelaat viel en niet ophield totdat hij stierf. Tot schatbewaarder van de gekleurde Pyramide maakte
+hij een standbeeld genaamd Albut, zittende. Hij die naar dit beeld zag, werd er naar toegetrokken tot hij er tegen aankleefde
+en kon er niet van afgehaald worden voor en aleer hij stierf.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Saurid schreef op de Groote Pyramide:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Ik liet deze Pyramide opbouwen in zes jaren. Afbreken is gemakkelijker dan opbouwen. Wie deze Pyramiden in zeshonderd jaren
+afbreekt is knapper en waardiger dan ik en gereed mijne plaats in te nemen&#8221;.
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1272" href="#d0e1272src" class="noteref">1</a></span> Pancoucke&#8217;s <i>Description de l&#8217;Egypte</i>. Tome IX, blz. 485 en verv.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1296" href="#d0e1296src" class="noteref">2</a></span> <i>Voyage du docteur Shaw en Barbarie etc.</i> D. III, blz. 314 en volg.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1364" href="#d0e1364src" class="noteref">3</a></span> Duidelijk genoeg wordt hier gedoeld op de Pyramiden; zie Hoofdstuk I. (v. G.)
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1400" href="#d0e1400src" class="noteref">4</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 260.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1424" href="#d0e1424src" class="noteref">5</a></span> <i>A Dissertation on the antiquity, origin and design of the <span id="d0e1427" class="corr" title="Bron: principla">principal</span> Pyramids of Egypt.</i></p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1502" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk VI.</h2>
+<h2>Over de bestemming der Pyramide II.</h2>
+<p>Wij zullen er thans toe overgaan enkele van de meer belangrijke en tevens meer bekende theorie&euml;n met betrekking tot de bestemming
+der Groote Pyramide te beschouwen, en zullen dan bij het kiezen van die theorie&euml;n zoodanige nemen, welke rechtstreeks tot
+onze eigene leiden zullen.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats dan komt de theorie van Piazzi Smyth, die zijne denkbeelden en opvattingen uiteengezet heeft in zijne
+bekende werken <i>Three years labour at the Great Pyramid, Our Inheritance <a id="d0e1513"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1513">51</a>]</span>in the Great Pyramid</i> en <i>New Measures of the Great Pyramid</i>. Zeker heeft niemand meer dan Piazzi Smyth er toe bijgedragen om de Groote Pyramide populair te maken en stellig is er nooit
+zooveel over dit onderwerp geschreven en gesproken als sinds hij zijne beschouwingen uiteenzette. Deze laatste waren eigenlijk
+geen oorspronkelijke, want reeds in 1859 had John Taylor in zijn werk <i>The Great Pyramid, Why was it built? Who built it?</i> dezelfde meeningen en opvattingen te berde gebracht en verdedigd. John Taylor had de Pyramiden nooit bezocht en had tot vorming
+en staving zijner theorie de gegevens ontleend aan de geschriften van vroegere bezoekers als John Greaves, De Monconys, Th&eacute;venat,
+Davison, Howard Vyse, Caviglia enz. Zijn 30-jarige studie vond geene belooning in groote populariteit van het resultaat dat
+wij opgeteekend vinden in vermeld werk, en eerst in latere jaren trok het meer de aandacht. Piazzi Smyth, die het gelezen
+had en er zoodanig door getroffen werd dat hij overtuigd was van de waarheid der daarin vervatte meeningen, oordeelde het
+van groot nut zich persoonlijk ter plaatse er van te overtuigen en John Taylor&#8217;s meeningen te verdedigen en te bevestigen,
+en gaf hierdoor eene algemeene bekendheid aan het werk, doch dit was eerst in 1864. In de jaren 1864&#8211;1880 verschenen 5 uitgaven
+van Piazzi Smyth&#8217;s werk <i>Our Inheritance in the Great Pyramid</i>, zeker wel een bewijs voor de populariteit van het onderwerp. In latere jaren zijn de theorie&euml;n van Taylor en Piazzi Smyth
+uitvoerig uitgewerkt door Professor Ch. Lagrange, wis- en sterrekundige, directeur van de sterrenwacht te Brussel. Zie o.a.
+<i>Math&eacute;matique de l&#8217;Histoire</i>, par Ch. Lagrange.
+
+</p>
+<p>Wat dan is eigenlijk de meening van deze schrijvers over de bestemming der Groote Pyramide? Dit zullen wij thans trachten
+weer te geven zonder ons te veel in de bijzonderheden hunner theorie&euml;n te verdiepen, daar alleen een breede opvatting van
+hunne hoofddenkbeelden waarde voor ons kan hebben.
+
+</p>
+<p>Het zal verder geheel voldoende zijn na te gaan wat Piazzi Smyth schrijft, daar hij in zijn werken alles vermeldt wat John
+Taylor in zijn werk opteekende en dit bovendien zeer uitvoerig uitwerkt en geheel op wetenschappelijke leest schoeit, zoodat
+de lezer van zijn werken volkomen op de hoogte kan zijn van hetgeen Taylor wilde aantoonen. Taylor had over zijne theorie
+eene briefwisseling met Piazzi Smyth en om aan te toonen wat hun gemeenschappelijke theorie was, kan ik niet beter doen dan
+het volgende aan te halen uit Smyth&#8217;s werk:
+
+
+<a id="d0e1532"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1532">52</a>]</span></p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Dit nieuwe denkbeeld, hetwelk met een tot nu toe onbekende zekerheid het grootste bestaande mysterie voor de beschaafde wereld
+door alle tijden heen oplost, heeft genoemde wereld te danken aan John Taylor in een boek, dat uitgegeven is in 1859 en getiteld
+&#8220;<i>The Great Pyramid; why was it built? and who built it?</i>&#8221; Hij had de Pyramide zelf niet bezocht, maar had dertig jaren daaraan voorafgaande al de uitgegeven verslagen verzameld en
+vergeleken en voornamelijk al de best vastgestelde metingen (want er waren enkele inderdaad zeer slecht) die gedaan waren;
+en terwijl hij aldus bezig was, opende de nieuwe theorie zich op het onverwachtst (zooals hij mij in een brief schreef) voor
+hem.
+
+
+</p>
+<p>Hoewel hoofdzakelijk een strenge afleiding van tastbare feiten van wetenschappelijken aard, werd Taylor&#8217;s gevolgtrekking ongetwijfeld
+gesteund door het verstandelijk en geestelijk gezichtspunt, van waaruit hij zijne onderzoekingen begon, en hetwelk in hoofdzaak
+eenvoudig dit is:
+
+
+</p>
+<p>Dat, terwijl andere schrijvers algemeen gedacht hebben dat een zeker grootsch doch onbekend wezen, waarvan zij allen in hun
+geschiedkundig onderzoek het bestaan erkennen, het bouwen van de Groote Pyramide leidde (en wien de Egyptenaren in hunne vroegste
+overleveringen en eeuwen later een onzedelijke en zelfs afschuwelijke geaardheid toedichten), daarom inderdaad zeer slecht
+moet geweest zijn,&#8212;zoodat de wereld van dien tijd af tot op heden er steeds belust op is geweest dien dooden leeuw waarvan
+zij werkelijk niets afweten, te beleedigen en te vertrappen&#8212;hij, John Taylor, daar hij in iedere kenmerkende vermelding die
+van hen in den <i>Bijbel</i> gedaan werd, zag hoe godsdienstig slecht de afgoden-uitvindende Egyptenaren zelf waren, er toe geleid werd te besluiten dat
+de onbekende leider en Bouwmeester dien zij haatten, misschien buitengemeen <i>goed</i> was geweest; of in ieder geval van een <i>zuiverder godsdienstig geloof was</i> dan dat van de Misra&iuml;tische zonen van Ham.<a id="d0e1552src" href="#d0e1552" class="noteref">1</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hierop verder ingaande komen beide schrijvers tot de gevolgtrekking dat de leiders van de bouwlieden vreemdelingen waren uit
+een <i>uitverkoren</i> volk, menschen die door goddelijke genade in staat waren gesteld het denkbeeld weer te geven, dat de Groote Pyramide bestemd
+was uit te drukken, want dit is juist de kern van hunne theorie n.l. dat de Pyramide bestemd was zekere goddelijke denkbeelden
+uit te drukken in haar bouw en afmetingen welk kerndenkbeeld saamgevat wordt in hunne zienswijze: de Groote Pyramide te beschouwen
+als <i>een grondslag der maten</i>.
+
+</p>
+<p>Met betrekking tot dit punt schreef Piazzi Smyth:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Op dit algemeene standpunt plaatste Taylor zich; en na met de langgevormde publieke meening van te lijdelijke gehoorzaamheid
+aan de profane Egyptische overlevering gebroken te hebben en daarbij tevens <a id="d0e1571"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1571">53</a>]</span>enkele van de door den tijd ge&euml;erde vooroordeelen van hedendaagsche Egyptische geleerden niet in aanmerking nemende, zoodat
+hij een volledig en onpartijdig onderzoek van den beginne af aan gaf, kondigde hij aan dat hij in enkele der rangschikkingen
+en afmetingen van de Groote Pyramide&#8212;wanneer zij naar behooren verbeterd waren wegens verminderingen en afbrekingen door den
+verloopen tijd&#8212;zekere wetenschappelijke gevolgtrekkingen vond, welke van Egyptische noch Babylonische, en minder nog van Grieksche
+of Romeinsche kennis spraken, maar van iets dat hooger was dan deze, zoowel als geheel verschillend van de menschelijke methoden
+van de wetenschappelijke stelsels zijner tijdgenooten&#8221;.<a id="d0e1573src" href="#d0e1573" class="noteref">2</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Want
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8221;.....de werkelijke feiten van de Groote Pyramide,&#8212;in den vorm van gebouwde bewijzen van een nauwkeurige numerieke kennis
+van het grootschere kosmische verschijnsel van zoowel aarde als hemel&#8212;gaan de uiterst beperkte en nagenoeg kinderlijke kennis,
+die menschelijkerwijs bereikt werd door de beschaafde rassen van 4000, 3000, 2000 of zelfs 300 jaren geleden niet alleen te
+boven, en ver te boven, maar zij gaan in zooverre zij van toepassing zijn op de groote physische natuurgeheimen, de beste
+kennis der wijsgeeren van onzen eigen tijd even zoo goed te boven&#8221;.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dit alles kunnen wij zeer zeker geheel eens zijn met Piazzi Smyth, en al rust onze beschouwing op andere gronden, zoo is het
+resultaat er van hetzelfde. Waar hij als bouwers aanneemt door God bezielde hoogstaande wezens van een ras dat in niets overeenstemming
+had met de toenmalige Egyptenaren, nemen wij aan, overeenkomstig hetgeen wij reeds vermeldden in den aanvang dezer verhandeling,
+dat Adepten uit Atlantis onder leiding van eene manifestatie van den Logos de bouwlieden leidden. En dan zien wij alleen verschil
+in terminologie en opvatting van begrippen, geen verschil in kern.
+
+</p>
+<p>En waar beide theorie&euml;n in dezen (namelijk de goddelijkheid van de bouwers) overeenstemmen, kan het ons ook niet verwonderen
+dat beide de graftheorie verre verwerpen en in de eerste plaats niet alleen bevinden en erkennen dat groote natuurgeheimen
+en groote waarheden symbolisch belichaamd zijn in dit bouwwerk, maar tevens dat een dergelijk bouwwerk om een dieper reden
+tot stand kwam dan louter om als graf van een Pharaoh te dienen. Ook <a id="d0e1587"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1587">54</a>]</span>is er geen verschil met betrekking tot het punt dat de Groote Pyramide zich in dezen onderscheidt van de latere Egyptische
+Pyramiden.
+
+</p>
+<p>Maar wel is er een groot verschil tusschen de theorie van P. Smyth en de Theosofische, waar het er op aankomt het doel en
+de bestemming er van te bepalen. Want waar de Theosofische theorie, zooals ik reeds aanduidde, de Groote Pyramide als een
+tempel voor hooge inwijdingen beschouwt, maakt P. Smyth haar tot een grondslag der maten en een sleutel tot de geschiedenis
+der menschheid&#8212;verleden, heden en toekomstig&#8212;in verband met het Oude en Nieuwe Testament. Bijdoeleinden worden ook hier dus
+weer tot hoofddoeleinden verheven. In de laatste kwaliteit noemt hij de Groote Pyramide een datum-lijst van de menschelijke
+(Christelijke) geschiedenis, van welke datum-lijst Flinders Petrie opmerkt, dat geen enkele datum deugt.
+
+</p>
+<p>Doch hoe dit laatste ook zij, het kan ons van geen belang zijn, daar het eene dogmatische en onkritische uitwerking is van
+de gegevens die hij in het overige deel van zijn werken geeft. Wij kunnen echter in ieder geval niet dan dankbaar zijn voor
+de massa&#8217;s materiaal die ons daar geboden worden om iets van de symboliek van het gebouw te begrijpen, en om die reden raad
+ik elk ernstig bestudeerder van dit onderwerp aan het werk te bestudeeren, daar niets er meer toe kan bijdragen de Groote
+Pyramide te leeren beschouwen als een grootsch bouwwerk.
+
+</p>
+<p>Het gaat natuurlijk niet aan, hier ter plaatse Piazzi Smyth&#8217;s beschouwingen in haar geheel te overwegen, doch ik wil mij er
+toe bepalen enkele der meest belangwekkende feiten aan te halen die hij met betrekking tot de symboliek aan het licht heeft
+gebracht. Echter verzoek ik mijn lezers te bedenken dat al deze feiten ten zeerste bestreden werden door Egyptologen en wel
+voornamelijk op grond hiervan: dat nl. Piazzi Smyth eerst zijn theorie opvatte, overnam van Taylor, en later opmetingen en
+beschouwingen hieraan aanpaste. Op deze beschuldiging antwoordde hij weder, in een kleiner, later verschenen werkje, waarin
+hij betoogde dat zeer nauwgezette en wetenschappelijke opmetingen van anderen de zijne staafden.
+
+</p>
+<p>Dat het mogelijk is over <i>afmetingen</i> zulk een onderlinge oneenigheid te vinden, is natuurlijk alleen te begrijpen wanneer wij weten dat feitelijk geen enkele
+afmeting ongeschonden bewaard is gebleven, en dat verder alle opmetingen met de grootste moeite gepaard <a id="d0e1600"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1600">55</a>]</span>gaan wegens de belemmerende puinhoopen, zandmassa&#8217;s en dergelijke. Echter heeft noch het lezen van de werken van Smyth, noch
+ook van die welke er tegen geschreven waren, mij kunnen bevredigen, wat aangaat hunne werkelijke gronden van waarheid.
+
+</p>
+<p>Hoewel er onder de werken van de Pyramide geen enkel werk is dat zoozeer de symboliek van het bouwwerk tracht aan te toonen
+als dat van Piazzi Smyth, en ik in den eersten tijd van de bestudeering van dit onderwerp geheel medegesleept werd door de
+overtuigende bewijsvoering dat deze verklaring der symbolische woorden de ware was, kan men op de exoterische bewijsgronden
+die hij aanvoert niet tot de conclusi&euml;n komen, die hij trekt. Doch ik twijfel niet of vele zijner conclusi&euml;n bevatten waarheid;
+men kan echter tot deze alleen komen door esoterische redeneering, niet door exoterisch wetenschappelijke bewijsvoering, en
+hoewel aan Piazzi Smyth&#8217;s theorie&euml;n groote afbreuk gedaan is door latere, zeer nauwkeurige opmetingen o.a. van Flinders Petrie,
+heeft deze laatste in een later werk veel van Smyth&#8217;s theorie aanvaard o.a. de &#960;-hoek-theorie.
+
+</p>
+<p>Een der stellingen echter van Taylor, door P. Smyth herhaald, is op esoterische gronden evenzeer verdedigbaar als hij ze tracht
+aan te toonen door exoterisch wetenschappelijke bewijsvoering; ik bedoel de stelling dat de Groote Pyramide in haar bouw de
+waarde &#960; symbolisch zou voorstellen. En deze stelling is met betrekking tot de symboliek van de Groote Pyramide van zulk een
+typische waarde dat ik mij even bepalen zal bij dit punt, teneinde het uitvoeriger te kunnen behandelen dan het geval zou
+kunnen zijn indien ik in de bijzonderheden der symboliek van het bouwwerk, zooals Smyth die uitwerkt, verviel. Ook kan alleen
+deze stelling waarde hebben voor ons doel, en dan nog als wij haar gaan beschouwen van een esoterisch standpunt. Want hoe
+bekrompen vat Smyth ook deze stelling op!
+
+</p>
+<p>Hij dan ziet in deze symboliseering van de &#960; waarde niets dan een praktische oplossing van de beruchte quadratuur van den
+cirkel, die nachtmerrie van alle degelijk denkende wiskundigen, en beroept zich in zijne argumentatie meestal op de stellingen
+van John Parker, een Amerikaan, die beweerde een oplossing daarvan gevonden te hebben. Hetgeen Piazzi Smyth zegt is het volgende:
+
+
+<a id="d0e1608"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1608">56</a>]</span></p>
+<div class="blockquote">
+<p>De vertikale hoogte van de Groote Pyramide is de straal van een theoretischen cirkel, van welks omtrek de lengte gelijk is
+aan de som van de lengten der vier rechte zijden van de feitelijke basis van het geheele bouwwerk, en dit nu is niets meer
+of minder dan een praktische oplossing van het beroemde vraagstuk der middeleeuwen en der daaraan volgende tijden nl. de quadratuur
+van den cirkel. Want de bouwer(s) der Pyramide bepaalden dat de hoogte zich zoodanig moest verhouden tot de breedte der basis,
+dat deze verhouding de nauwkeurigste praktische waarde van het meergemelde getal &#960; zou doen uitkomen. Genoemd getal &#960; is zelfs
+bij benadering niet te vinden in de dertig andere voornaamste pyramiden in Egypte.
+
+
+</p>
+<p>Indien daarom kan bevonden worden dat deze &#960; met de daardoor teweeggebrachte grootte van hoek werkelijk in de Groote Pyramide
+is ingebouwd, en daardoor het geheel van het reusachtig beslagen oppervlak kenmerkt, dan onderscheidt het bouwwerk zich niet
+alleen van alle andere dergelijke bouwwerken, maar toont tevens aan de groote wiskundige kennis van de Bouwer(s). Want het
+getal &#960; werd eerst veel later, duizenden jaren later, ontdekt door de wiskundigen der latere tijden en tevens is dat getal
+een der onmisbaarste getallen in de wiskunde.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dit getal &#960; is berekend tot in 707 decimalen, en er worden allerlei benaderingswaarden voor aangegeven, vari&euml;erend van 3.23
+tot 3.125. Echter kunnen wij voor praktisch gebruik volstaan met de breuk 22/7, met de waarde 3.14159 enz.
+
+</p>
+<p>John Taylor toonde het bestaan van het ware getal &#960; in de Groote Pyramide aan, en deed dit voornamelijk door het wijzen op
+en het gebruiken van de verhouding van de hoogte en basis-breedte, welke echter slechts met moeite te verkrijgen zijn wegens
+den geschonden staat van het bouwwerk. Het zou duizenden werklieden vereischen, om de massa vuil en puin op te ruimen, die
+de juiste opmetingen belemmeren, en dus zien wij wel in, dat een of meer geleerden of een paar daar weinig toe kunnen doen.
+
+</p>
+<p>Het is dus beter, willen wij veel moeite en onnauwkeurigheid voorkomen, om dit vraagstuk, dat louter den vorm betreft, meer
+dan de absolute grootte, op te lossen door het meten van den rijzingshoek, welke dus geheel en al onafhankelijk is van lengte-metingen.
+De hoek van een &#960;-vormige, vierhoekige pyramide moet, om de zijden aan het toppunt ineen te doen loopen, zijn 51&deg; 51&acute; 14&#8243;.3.
+
+</p>
+<p>Dit nu bleek de juiste waarde te zijn van den gemetselden hoek, tenminste wat praktische waarde aangaat, aangezien een gemetselde
+hoek niet den graad van juistheid zou kunnen geven van een geteekenden of theoretischen hoek.
+
+</p>
+<p>Kolonel Howard Vyse had in 1837 aan de noordzijde twee van <a id="d0e1625"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1625">57</a>]</span>de buitenste laagsteenen (deksteenen) opgegraven, na honderden werklieden het puin te hebben laten opruimen. Hij vroeg toen
+verlof, ze naar het British Museum te mogen laten vervoeren, en bedekte ze tijdelijk met puin, doch in de daaraanvolgende nachten vernietigden Arabieren deze
+eenige overblijfselen van de deksteenen met hunne hamers, of wel hij kon ze niet terugvinden. In elk geval heeft hij ze niet
+meer gezien.
+
+</p>
+<p>Maar hoewel de latere onderzoekers tot op 1884 dus dezen hoek niet meer konden zien in de steenlagen, zoo bedacht Piazzi Smyth
+toch, dat onder de verspreid liggende vergruisde deksteenen nog stukken moesten zijn, waarin de &#960;-hoek bewaard gebleven was,
+en werkelijk bleek dit het geval te zijn; aan een van de helpers van den professor uit dien tijd werd door dezen het geval
+van den merkwaardigen hoek uitgelegd en deze man (Gabri genaamd), die later als gids dienst deed bij de Pyramide, deed zeer
+goede zaken met het verkoopen van &#8220;steenen met den hoek&#8221; die hij uit het puin bijeenzamelde en aan de bezoekers verkocht.
+
+</p>
+<p>Toen de keizerin van Frankrijk in 1869 de Pyramide bezocht, werd een weg voor haar aangelegd naar het bouwwerk toe en de grondstoffen
+voor dezen weg werden uit de Pyramide gebroken. Onder deze uitgebroken blokken bevond zich ook een geschonden deksteen en
+Waynman Dixon schonk dezen aan prof. Piazzi Smyth, die hem onder een glazen stolp in het officieel verblijf van den Koninklijken
+Sterrekundige voor Schotland bewaarde. Dit is de eenige bekende overgebleven deksteen. Hij is natuurlijk geschonden, maar
+de hoek is bevonden te zijn tusschen 51&deg; 53&#8242; 15&#8243; en 51&deg; 49&#8242; 55&#8243;, en komt dus zeer nabij den typischen &#960;-hoek van 51&deg; 51&#8242; 14&#8243;.
+
+</p>
+<p>Geen enkele der deksteenen van de andere pyramiden komt dezen hoek nabij.
+
+</p>
+<p>Maar nu komt het merkwaardigste. Prof. Flinders Petrie, die de beste der tot dusver bekende opmetingen deed en een groot tegenstander
+was van Ralston Skinner&#8217;s en Piazzi Smyth&#8217;s theorie&euml;n, vond op de historisch bekende plaats de deksteenen waarvan gesproken
+was door Kol. Vyse, en die, naar deze dacht, verwoest waren door de Arabieren. Fl. Petrie nam toen den hoek van rijzing op
+en bevond dat deze 51&deg; 52&#8242; &plusmn; 2&#8243; was en kon dus niet meer twijfelen aan de beroemde &#960; hoekopstelling.
+
+</p>
+<p>Toen wierpen hij en Proctor de theorie op, dat dit alles te danken is aan <i>louter toeval</i>.
+
+</p>
+<p>Maar hiertegen kan onmiddellijk het volgende worden aangevoerd:
+<a id="d0e1645"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1645">58</a>]</span></p>
+<p>Waren de pyramidebouwers wezens, die zich lieten leiden door <i>toeval</i>, wanneer wij de nauwkeurige en fijne afwerking van het geheel beschouwen? Zie wat Fl. Petrie zelf zegt aangaande deze fijnheid
+en nauwgezetheid van bouw en hoe hij zichzelf tegenspreekt, door alles van dien aard te wijten aan louter toeval.
+
+</p>
+<p>&#8220;Verscheidene opmetingen heb ik gedaan van de voegen der steenen. Deze varieeren van 0.012 tot 0.045 inch in dikte; op sommige
+plaatsen is de dikte slechts 0.011 inch. De <i>gemiddelde dikte</i> is dus <i>0.020 inch</i>. De rand van den steen wijkt van een rechte lijn slechts 0.01 inch af op een lengte van 75 inches. Deze nauwkeurigheid staat
+gelijk met de gemiddelde nauwkeurigheid van de rechte snijkanten van een glasslijper van dezen tijd. De voegen strekken zich
+uit over een oppervlakte van 35 vierkante voet, en waren over deze geheele oppervlakte met cement bedekt. De gemiddelde opening
+der voeg was 1/50 inch en soms zelfs zoo klein als 1/500 inch. En wanneer wij in aanmerking nemen dat de steenen 16 ton wegen,
+kunnen wij begrijpen, met welk een nauwkeurigheid gewerkt moest worden, om tot zulke resultaten te komen, dat de buitenste
+laag een glad geheel was.&#8221;<a id="d0e1659src" href="#d0e1659" class="noteref">3</a> En toch zou dit alles louter toeval zijn! Bedenken wij dan nog dat deze steenen uit prachtig graniet bestonden en alle verdere
+bouwwerken uit dien tijd en ook de latere pyramiden slechts uit in de zon gebakken kleisteenen, dan zien wij wel in dat deze
+wijze van bouwen meer dan louter toeval was.
+
+</p>
+<p>Wij hebben gezien wat Piazzi Smyth zegt over de &#960; waarde in de Pyramide en tevens welke groote waarde hij daaraan hecht voor
+zijne verdere redeneering. Ik meen ook te mogen aannemen, dat hij, wat deze stelling betreft, op vrij vaste gronden staat.
+Maar het gebruik dat hij er van maakt om hierdoor aan te toonen, dat de Pyramide zou moeten dienen als een standaard van maten
+voor het nageslacht is mij te bekrompen, en dit verwerp ik.
+
+</p>
+<p>Wat mij in de literatuur over dit punt verbaasde, was dat Ralston Skinner in zijn <i>Source of Measures</i>, waar hij toch groote blijken gaf van intu&iuml;tief esoterisch weten, een gedeelte van dit werk aan hetzelfde denkbeeld wijdt.
+En toch was het voor mij zeker, dat de symboliseering van de &#960; waarde in de pyramide een diepere beteekenis moest hebben.
+Deze diepere beteekenis nu geeft H. P. Blavatsky ons in de <i>Geheime Leer</i>, wanneer wij vasthouden aan <a id="d0e1674"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1674">59</a>]</span>de daartoe noodige erkenning van hetgeen zij ons reeds mededeelde omtrent de bouwers en omtrent het doel van het bouwwerk.
+
+</p>
+<p>Natuurlijkerwijs heeft H. P. Blavatsky kennis genomen van hetgeen Piazzi Smyth en Ralston Skinner beweerden en betoogden met
+betrekking tot dit punt en wij vinden, zooals ik reeds bemerkte, in de <i>Geheime Leer</i> deze zaak vrij uitvoerig behandeld.
+
+</p>
+<p>Wij lezen dan:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Niettemin is bewezen dat het stelsel van eerstgenoemden (de Joden) in deze bijzondere afdeeling der symboliek&#8212;namelijk de
+sleutel tot de geheimenissen der sterrekunde in haar verband met die der voortbrenging en ontvangenis&#8212;identiek is met die
+denkbeelden der oude godsdiensten, welke het phallische element in de theologie hebben ontwikkeld. Het Joodsche stelsel van
+heilige maten, toegepast op godsdienstige symbolen, is voor zoover het meetkundige en numerieke combinaties betreft, hetzelfde
+als dat van Griekenland, van Chaldea en van Egypte, want de Joden namen het aan gedurende de eeuwen hunner slavernij en gevangenschap
+onder beide laatstgenoemde volkeren. Waaruit bestond dit stelsel? De schrijver van <i>The Source of Measures</i> is er innig van overtuigd dat: &#8216;de boeken van Mozes ten doel hadden door eene soort van kunstmatige taal een meetkundig en
+numeriek stelsel van exacte wetenschap te verkondigen, dat als oorsprong van maten zoude moeten dienen.&#8217; Piazzi Smyth is van
+dezelfde meening. Eenige geleerden vinden dat bedoeld stelsel en die maten identiek zijn met die, welke bij den bouw der Groote
+Pyramide gebruikt zijn, maar dit is slechts voor een deel het geval. &#8216;De grondslag dezer maten was de verhouding van Parker&#8217;,
+zegt Ralston Skinner in <i>The Source of Measures</i>.
+
+
+</p>
+<p>De schrijver van dit zeer buitengewone werk heeft, zooals hij zegt, dien grondslag ontdekt in het gebruik van de verhouding
+van de middellijn van den cirkel tot den omtrek, in geheele getallen uitgedrukt, ontdekt door John A. Parker. Deze verhouding
+is 6561 voor de middellijn en 20612 voor den omtrek. Verder heeft hij gevonden dat deze meetkundige verhouding de zeer oude
+en waarschijnlijk goddelijke oorsprong was van wat nu door exoterische behandeling en praktische toepassing, de Britsche lengtematen
+geworden zijn, &#8216;welker grondeenheid, nl. de <i>duim</i>, evenzeer de grondslag geweest is van een der koninklijke Egyptische <i>ellematen</i> als van den Romeinschen <i>voet</i>.&#8221;<a id="d0e1703src" href="#d0e1703" class="noteref">4</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hoewel H. P. Blavatsky het niet eens is met de theorie&euml;n van Parker en Piazzi Smyth, en zelfs vrij uitvoerig de beweringen
+van Parker met betrekking tot de quadratuur van den cirkel bestrijdt, en bemerkt dat de opmetingen van Smyth ook niet ten
+volle vertrouwen verdienen, zegt zij dat Ralston Skinner onmiskenbaar <i>een</i> of zelfs <i>twee</i> der sleutels tot dit stelsel ontdekt heeft, maar meer <a id="d0e1717"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1717">60</a>]</span>ondanks de theorie&euml;n der beide genoemde schrijvers en dank zij zijn eigen genie.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Evenmin wordt Ralston Skinner&#8217;s esoterische opvatting van den <i>Bijbel</i> alleen daardoor onjuist, dat de afmetingen van de Pyramide wellicht niet overeenstemmen met die van den tempel van Salomo,
+van de arke Noachs, enz., of doordien de wiskundigen Parker&#8217;s kwadratuur van den cirkel verwerpen. Immers Skinner&#8217;s meening
+berust oorspronkelijk op de Kabbalistische methoden en op de rabbijnsche getalswaarde der Hebreewsche letters. Daarentegen
+is het van het uiterste belang na te gaan of de maten, gebruikt bij de ontwikkeling van den symbolischen godsdienst der Ari&euml;rs,
+bij den bouw hunner tempels, bij de in de <i>Pur&acirc;na&#8217;s</i> vermelde getallen, en in het bijzonder bij hunne tijdrekening, hunne sterrekundige symbolen, den duur hunner cyclussen en
+bij andere berekeningen, al dan niet dezelfde waren.&#8221;<a id="d0e1728src" href="#d0e1728" class="noteref">5</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij zouden dus, na hetgeen <span class="abbr" title="Helena Petrovna Blavatsky"><abbr title="Helena Petrovna Blavatsky">H. P. B.</abbr></span> ons zegt omtrent Skinner, met reden kunnen nagaan welke sleutels hij gevonden heeft om tot een oplossing te komen van de
+&#960; symbologie in de Pyramide. Ik zal dit echter hier ter plaatse moeten nalaten wegens mijne eigene tekortkomingen op het gebied
+der Kabbalistiek en tevens omdat dit wederom tot te uitvoerige beschouwingen zou leiden die hier niet ter plaatse zijn. Doch
+zeker raad ik ieder, die de waarde van getallen en letters op de juiste waarde schat, ten zeerste aan Skinner&#8217;s werk te bestudeeren.
+
+</p>
+<p>In ieder geval zien wij dat de &#960; symbologie niet <i>toevallig</i> is, zooals reeds beweerd werd door enkele geleerden; daar zijn te veel feiten tegen. H. P. Blavatsky geeft dan ook eene verklaring
+er van, en al schijnt die bij den eersten aanblik niet de volledige oplossing dezer symbologie te bieden, zoo doet zij dit
+toch wel degelijk. Zij schrijft:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Zij hebben die kennis stellig bezeten; en het is op deze kennis<a id="d0e1747src" href="#d0e1747" class="noteref">6</a> dat het programma van de Mysteri&euml;n en van de reeks Inwijdingen gegrond was; daaruit vloeide de bouw van de Pyramide voort,
+de blijvende oorkonde en het onvernietigbare symbool van deze Mysteri&euml;n en Inwijdingen op aarde, gelijk de banen der Sterren
+zulks aan het Uitspansel zijn.
+
+
+</p>
+<p>De cyclus van Inwijding was eene nabootsing op kleine schaal van die groote reeks cosmische veranderingen, waaraan de sterrekundigen
+den naam van Tropisch of Siderisch Jaar gegeven hebben. Evenals de hemellichamen bij het einde van den cyclus van het Siderisch
+Jaar (25.868 jaren) onderling dezelfde positi&euml;n innemen als bij het begin daarvan, zoo heeft de Innerlijke Mensch bij het
+einde van den cyclus <a id="d0e1752"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1752">61</a>]</span>van Inwijding den oorspronkelijken toestand van goddelijke reinheid en kennis weder bereikt, dien hij verliet toen hij den
+cyclus van aardsche belichaming aanving.
+
+
+</p>
+<p>Mozes, een Ingewijde in de Egyptische Mystagogie, grondde de godsdienstige mysteri&euml;n van het nieuwe volk dat hij schiep, op
+dezelfde, van dezen Siderischen cyclus afgeleide, <i>abstracte formules</i>, verzinnebeeld door <i>den vorm en de afmetingen</i> van den Tabernakel, dien hij, naar men veronderstelt, in de Woestijn bouwde. Op deze gegevens grondden de latere Joodsche
+Hoogepriesters de allegorie van den Tempel van Salomo&#8212;een gebouw dat in werkelijkheid nooit bestaan heeft evenmin als Koning
+Salomo zelf, die evenzeer een zonnemythe is als de nog latere Hiram Abif der Vrijmetselaars, hetgeen Ragon zoo duidelijk aangetoond
+heeft. Indien derhalve de afmetingen van dezen allegorischen Tempel, het symbool van den cyclus van Inwijding, overeenstemmen
+met die der groote Pyramide, is dat een gevolg daarvan dat eerstbedoelde door middel van den Tabernakel van Mozes aan laatsbedoelde
+ontleend zijn&#8221;.<a id="d0e1762src" href="#d0e1762" class="noteref">7</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Tot een nader begrip van hetgeen hier gezegd werd en ter verklaring van het hier gegevene in verband met de &#960; symbologie vestig
+ik in de eerste plaats de aandacht op het laatste gedeelte van het boven aangehaalde. De woorden zonnemythe en het feit, dat
+het verhaal van het bouwen van Salomo&#8217;s Tempel eene allegorie is, zou ik z&oacute;&oacute; willen verklaren, dat hier door tempel bedoeld
+wordt het lichaam van den Zonnelogos in zijn uitgebreidsten zin, dus in en met zijn aura, den Zodiak, diagrammatisch voorgesteld
+in zijn openbaring als de cirkel met de middellijn <img border="0" src="images/circlebar.gif" alt="Cirkel met horizontale balk." width="19" height="19">.
+
+</p>
+<p>Deze openbaring in haar getalwaarde op dit stoffelijk gebied voor te stellen kan niet anders geschieden dan door een formule
+en deze formule of verhouding zou dan mijns inziens &#960; zijn. Want indien wij een bouwwerk hebben waarin wij deze waarde belichamen
+bij de samenstelling, hebben wij den zich openbarenden Logos symbolisch weergegeven. En evenzeer als wij weten, dat &#960; eene
+oneindig voortloopende breuk is, die zich nimmer volkomen doch alleen bij benadering uit kan drukken, zoo weten wij ook dat
+de Logos zich nimmer geheel kan uitdrukken in de stof, aangezien er steeds in die openbaring eene verhouding van stof tot
+geest moet blijven bestaan, hoe klein of hoe groot die verhouding ook zij. Ook hier gaat de symbologie dus op.<a id="d0e1778src" href="#d0e1778" class="noteref">8</a>
+
+</p>
+<p>In hoeverre deze &#960; verhouding nu te maken heeft met den cyclus van Inwijding is ook eenigermate na te gaan. De ontwikkeling
+<a id="d0e1788"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1788">62</a>]</span>van den Logos in zijn stelsel wordt symbolisch voorgesteld door Zijn doorloopen van den Dierenriem, zijnde de groote stroom
+van ontwikkeling gaande door de 12 teekens van Zijn geheel. Dit is exoterisch. Esoterisch bestaat er eene ontwikkeling die
+sneller tot hetzelfde resultaat leidt, nl. het terugkeeren naar het uitgangspunt na het doorloopen van 6 teekens. De Evolutie
+loopt dan langs de middellijn als het ware. De verhouding van de ontwikkelingsphasen van iemand die dezen weg betreedt tot
+die van hen die de gewone evolutie volgen is die, welke symbolisch zich verhoudt als de middellijn tot den omtrek of als &eacute;&eacute;n
+tot &#960;. Evenals de Logos in zich bevat deze &#960; waarde, zoo bevat ook de mensch op het Pad van Inwijding deze waarde in zich.
+
+</p>
+<p>Skinner geeft als formule deze 113 : 355 = 6561 : 20612, zijnde eene symbolische getallenvoorstelling van de verhouding van
+den mensch op het kruis (113 : 355) tot de geopenbaarde Godheid Jehovah, Elohim.
+
+</p>
+<p>Verder wensch ik hier echter op dit punt niet in te gaan daar deze waarheden alleen <i>gevoeld</i> en nimmer <i>verstandelijk uitgedacht</i> kunnen worden en dus nimmer kunnen worden gegeven van intellect tot intellect, maar alleen begrepen door verdere uitwerking
+in onszelf.
+
+</p>
+<p>Voldoende zal men echter inzien, dat de zoogenaamde &#8221;&#960; symbologie&#8221; en &#8220;de oorsprong der maten&#8221; een diepere beteekenis hebben
+dan Piazzi Smyth er aan wenscht toe te kennen. Hoe belachelijk ver hij ging met zijne theorie, blijkt ons wanneer wij lezen,
+dat &#8220;de porfiersarcofaag in de Koningskamer&#8221; <i>de eenheid van maat</i> was voor de twee meest verlichte volkeren op aarde, Engeland en Amerika, en niets meer dan een &#8220;korenmaat&#8221;.
+
+</p>
+<p>H. P. Blavatsky merkt met betrekking tot deze uiting van Smyth op:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;In <i>Isis Unveiled</i>, dat juist in dien tijd verscheen, hebben wij dat krachtig ontkend. Toen liep de New-Yorksche pers (in het bijzonder de nieuwsbladen
+<i>The Sun</i> en <i>The World</i>) te wapen tegen onze <span id="d0e1819" class="corr" title="Bron: aamatiging">aanmatiging</span> om zulk een ster van geleerdheid te willen verbeteren of fouten bij hem te ontdekken. In dat werk hadden wij gezegd dat Herodotus
+bij het bespreken van de Pyramide:.... er wel had kunnen bijvoegen dat zij uiterlijk <i>het scheppende beginsel der natuur</i> verzinnebeeldde, en ook eene afbeelding was van de <i>beginselen der meetkunde, wiskunde, astrologie en sterrekunde</i>. Van binnen was zij een majestueus heiligdom, in welks duistere schuilplaatsen de mysteri&euml;n volbracht werden, en welks muren
+dikwijls getuigen geweest waren van tooneelen van inwijding van leden der koninklijke familie. De porfieren sarcophaag, welke
+Professor Piazzi Smyth, <a id="d0e1828"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1828">63</a>]</span>Astronomer Royal of Scotland, tot een graanbak verlaagt, was de <i>doopvont</i>; na daaruit te zijn gestegen was de neofiet &#8216;wedergeboren en werd hij een adept<a id="d0e1833src" href="#d0e1833" class="noteref">9</a>.<span id="d0e1838" class="corr" title="Bron: ">&#8217;</span>
+
+
+</p>
+<p>Om onze mededeeling werd in die dagen gelachen. Men beschuldigde ons onze denkbeelden ontleend te hebben aan de &#8216;zotte denkbeelden&#8217;
+van Shaw, een Engelsch schrijver, die volgehouden had dat de sarcophaag gebruikt was bij het vieren der mysteri&euml;n van Osiris,
+hoewel wij nooit van dien schrijver gehoord hadden. En thans, zes of zeven jaren later (1882), schrijft Staniland Wake het
+volgende:
+
+
+</p>
+<p>&#8216;De zoogenaamde koningskamer.... was waarschijnlijk <i>de plaats waar de in te wijden persoon toegelaten werd nadat hij door de enge opwaartsche gang en de groote galerij met haar
+laag eindgedeelte was gegaan, hetgeen hem gaandeweg voorbereidde voor het slotbedrijf der Heilige Mysteri&euml;n</i>&#8217;<a id="d0e1848src" href="#d0e1848" class="noteref">10</a>.
+
+
+</p>
+<p>Ware Staniland Wake een Theosoof geweest, dan had hij er wellicht aan toegevoegd, dat de enge opwaartsche gang, die naar de
+Koningskamer leidt, inderdaad een &#8216;enge poort&#8217; had; dezelfde &#8216;enge poort&#8217; die &#8216;tot het leven leidt&#8217;, of tot de nieuwe geestelijke
+wedergeboorte, waarop Jezus in Mattheus VII : 13 zinspeelt, en dat het aan deze poort van den Tempel van Inwijding was, dat
+de schrijver dacht, die de woorden opgeteekend heeft, welke naar beweerd wordt door een Ingewijde gesproken zijn&#8221;.<a id="d0e1856src" href="#d0e1856" class="noteref">11</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij zijn eenigermate afgedwaald van ons eigenlijk punt, nl. de symbologie der Pyramide, doch deze hangt zoo nauw met dit alles
+samen dat ik niet in staat ben ze te scheiden, en ik zal thans van dit gedeelte van het onderwerp afstappen om enkele andere
+theorie&euml;n te behandelen.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1552" href="#d0e1552src" class="noteref">1</a></span> <i>Our Inheritance in the Great Pyramid.</i> Chap. I, blz. 5, 6.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1573" href="#d0e1573src" class="noteref">2</a></span> t.a.p. blz. 7.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1659" href="#d0e1659src" class="noteref">3</a></span> <i>The Pyramids and Temples of Gizeh</i>, door Prof. Flinders Petrie.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1703" href="#d0e1703src" class="noteref">4</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 397, 398.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1728" href="#d0e1728src" class="noteref">5</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 402.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1747" href="#d0e1747src" class="noteref">6</a></span> astronomische kennis.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1762" href="#d0e1762src" class="noteref">7</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 399, 400<span id="d0e1766" class="corr" title="Bron: ">.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1778" href="#d0e1778src" class="noteref">8</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I<span id="d0e1782" class="corr" title="Bron: ">,</span> blz. 558, noot.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1833" href="#d0e1833src" class="noteref">9</a></span> <i>Isis Unveiled</i>, Deel I, blz. 519.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1848" href="#d0e1848src" class="noteref">10</a></span> Staniland Wake <i>The Origin and Significance of the Great Pyramid</i>, blz. 93.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1856" href="#d0e1856src" class="noteref">11</a></span> <i>Geheime Leer</i>, blz. 403, 404.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e1864" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk VII.</h2>
+<h2>Nog enkele theorie&euml;n over de bestemming en symboliek der Groote Pyramide.</h2>
+<p>Meer nog dan met eenigerlei andere wetenschappen, is de Groote Pyramide in verband gebracht met de sterrekunde. Niet alleen
+dat velen beweerden dat zij een sterrekundig observatorium was, maar bovenal dat vele der bekende waarheden uit deze wetenschap
+symbolisch in haar bouw belichaamd waren, waaruit dan tevens <a id="d0e1871"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1871">64</a>]</span>blijken zou dat de Egyptenaren van dien tijd reeds bekend waren met verscheidene astronomische gegevens, die op betrekkelijk
+jongen datum heeten ontdekt te zijn. Reeds sedert lang werd door enkele schrijvers over dit onderwerp beweerd dat de Groote
+Pyramide zou gebouwd zijn met het doel de sterren te observeeren, en enkele schrijvers zeggen dat het juist om deze reden
+was, dat de Pyramide een platform op den top had, waar de sterren-waarnemende priesters hunne instrumenten konden plaatsen;
+verder wordt beweerd dat de benedenwaarts leidende gang der Groote Pyramide dienst deed als meridiaan-teleskoop. Vandaar de
+nauwgezette ori&euml;ntatie der Pyramide. Afgescheiden van alle mogelijke andere bezwaren, welke wij zullen nagaan wanneer wij
+den voornaamsten hedendaagschen voorstander van deze theorie, Rich. Proctor, over dit onderwerp zullen aanhalen, zien wij
+al dadelijk enkele bezwaren die ons aan de waarheid van deze theorie doen twijfelen. In de eerste plaats dan is het onmogelijk
+geweest om ooit op dit platform te komen wanneer wij aannemen wat ons gezegd wordt, dat het uitwendige der Pyramide geheel
+met gepolijst marmer bedekt was; en in de tweede plaats is het zeker dat de ingang van de benedenwaartsche gang afgesloten
+was. Alleen wanneer wij vooropstellen dat dit niet zoo was (en er is meer reden om het tegendeel aan te nemen) kunnen wij
+de mogelijkheid der theorie erkennen. Maar dan nog rest de vraag waarom er juist een Pyramide en niet een gewone toren werd
+gebouwd.
+
+</p>
+<p>Zien wij thans wat Rich. Proctor zegt met betrekking tot deze theorie. In de eerste plaats erkent hij, dat Piazzi Smyth en
+anderen met recht beweren dat zekere sterrekundige waarheden in het bouwwerk belichaamd zijn; &#8220;maar dat zijn <i>louter</i> toevallige overeenkomstigheden&#8221;. Wij zeiden echter reeds vroeger bij dit bouwwerk niet te kunnen gelooven aan toevalligheden.
+
+</p>
+<p>Hoe verklaart Proctor dan zelf de sterrekundige kenmerkende eigenaardigheden van bouw en samenstelling der Groote Pyramide?
+Hij zegt<a id="d0e1880src" href="#d0e1880" class="noteref">1</a> dat aan alle Egyptische Pyramiden het een of ander sterrekundig plan ten grondslag ligt en dat zulk een plan bij de Groote
+Pyramide met bijzondere nauwgezetheid uitgevoerd werd, welke er op duidt dat het een vereischte was het bouwwerk zelf en eveneens
+de onderdeelen in een bepaalden astronomischen stand <a id="d0e1892"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1892">65</a>]</span>te plaatsen, en wel voornamelijk om deze reden, dat de Pyramide &#8220;bedoeld was dienst te doen als een sterrekundig observatorium&#8221;.
+Deze bedoeling vooropstellende is het duidelijk dat de bouwers de gangen van het bouwwerk benutten om den juisten stand en
+de plaats van elk deel van het geheel te bepalen. De benedenwaarts leidende gang werd gericht naar de Poolster. Nadat deze
+benedenwaarts leidende gang het noordelijk zijvlak bereikt had werd het bij het bouwen van de opwaarts leidende gang (zie
+de teekening van het inwendige) noodzakelijk op eene andere wijze de Poolster te observeeren. Dit werd tot stand gebracht
+door de nieuwe gang te bouwen in zoodanige richting, dat de lichtstralen van de Poolster hierin opwaarts vielen, na weerkaatst
+te zijn op een horizontale oppervlakte. Om deze weerkaatsende horizontale oppervlakte te verkrijgen werd de benedenwaarts
+leidende gang afgesloten aan het ondereinde, en daarna gedeeltelijk gevuld met water, op welks stilstaande oppervlakte de
+stralen van de Poolster weerkaatst werden. De bouwers werkten dus met betrekking tot het meridiaanvlak.
+
+</p>
+<p>De Groote Galerij is volgens Proctor echter het stelligste bewijs van den astronomischen aard van de bedoeling der bouwers.
+Deze Groote Galerij toont door hare dubbele geaardheid aan dat zij bedoeld was voor sterrenkundige waarnemingen. Hare muren
+als geheel zijn hellend, maar elk deel er van is volstrekt vertikaal, zooals ook het geval moet zijn voor nauwkeurige waarnemingen.
+Om deze waarnemingen mogelijk te maken, zijn in de galerij aan weerszijden steenen, hellende, verhoogde banken aangebracht,
+waarin op gelijke afstanden gaten zijn om verplaatsbare zetels te plaatsen. Aan het boveneinde der galerij zou de zoogenaamde
+Voorkamer de plaats geweest zijn waar de tijdopnemer zat. Proctor is verder ten zeerste overtuigd van het nut dat getrokken
+kan worden uit deze wijze van waarnemen. Hij zegt o.a.:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Indien een teleskopist van onzen tijd een plan zou willen vormen voor eene methode om de declinatie en rechte klimming van
+sterren te bepalen (bijvoorbeeld met het doel om een betrouwbaren sterrencatalogus op te stellen) zonder een teleskoop te
+gebruiken, zou hij door zulk een waarnemingsplaats te gebruiken als de Groote Galerij, spoedig zien hoeveel daar gedaan kan
+worden voor zooverre het equatoriale en zodiakale sterren betreft; en deze zijn de meest belangrijke, zelfs nu, en waren dit
+te meer in de dagen toen men veronderstelde dat de sterren in hun loop het lot van menschen en volkeren regelden.&#8221;<a id="d0e1899src" href="#d0e1899" class="noteref">2</a>
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e1905"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1905">66</a>]</span></p>
+<p>Deze redeneering van Proctor nu is zeer zeker op zichzelf beschouwd heel fraai, maar weinigen zijn er door overtuigd geworden
+dat de Groote Pyramide niets dan een sterrenkundig observatorium was. Enkelen erkennen de waarde der aangevoerde bewijsgronden
+voor het doel, doch slechts als bijkomstig. Proctor zelf doet dit echter ook, want een graf blijft de Koningskamer toch. Blijkbaar
+is hij bang zijn wetenschappelijken naam afbreuk te doen door een wetenschappelijk gehandhaafde theorie niet als van zelf
+sprekend aan te nemen; wenscht echter toch een eigen theorie en lapt er de observatoriumtheorie aan vast. Hij ziet echter
+daarna zelf in dat deze niet geheel en al opgaat, en zegt dan dat de bouwer niet alleen wetenschappelijke bedoelingen had,
+maar zelfs eene die boven het gebruik als graf staat! Dit doel kan men begrijpen wanneer men het feit erkent dat &#8220;de sterrenkunde
+uit den tijd van Khufu <span id="d0e1908" class="corr" title="Bron: uitteraard">uiteraard</span> astrologie was, en dat de astrologie een belangrijk deel van den godsdienst vormde&#8221;. Zijn eindconclusie is dan dat de Groote
+Pyramide als astrologisch bouwwerk een reuzenhoroskoop in steen van Cheops is. &#8220;Aangenomen een volstrekt geloof in astrologie
+(en wij weten dat er zulk een geloof bestond), was het de moeite waard zelfs een zoodanig gebouw als de Groote Pyramide op
+te trekken&#8221;.
+
+</p>
+<p>Ik meen dat er, zooals ik reeds zeide, weinigen zijn die Proctor&#8217;s theorie ernstig opvatten en wij zullen dan ook niet in
+bijzonderheden er van afdalen, doch liever nagaan welke astronomische gegevens in het bouwwerk symbolisch vervat zijn. Sommige
+er van zal ik hier alleen <i>vermelden</i>, slechts enkele <i>verklaren</i>, daar de meeste te technisch zijn om hier aan den algemeenen lezer uiteengezet te worden.
+
+</p>
+<p>Voor hen die belangstellen in dit gedeelte van het onderwerp is het raadzaam daarover Dufeu, Piazzi Smyth en J. Wilson na
+te lezen. Vooral de laatste heeft dit punt, het verband tusschen de maten aan de Pyramide en het zonnestelsel, uitvoerig uitgewerkt
+in zijn boek <i>The Solar System of the Ancients</i>. De groote moeilijkheid echter blijft in de quaestie welke maat men gebruikt heeft, daar de meeningen over de gebruikte elle-
+en duimmaat nogal uiteenloopen.
+
+</p>
+<p>Na veel geschrijf over de maten-quaestie, hetgeen een geheele bibliotheek vormt, is er echter op dit punt overeenstemming
+gekomen en zien wij thans enkele der eigenaardige kenmerken vastgesteld.
+<a id="d0e1926"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1926">67</a>]</span></p>
+<p>De Pyramide dan symboliseert haar <i>breedtegraad</i> (Wild, P. Smyth), haar <i>ouderdom</i> (P. Smyth, Casey, Dufeu), den <i>omtrek der aarde</i> (J. Wilson, P. Smyth, J. Taylor), den <i>vorm der aarde</i> (P. Smyth, Dufeu), de <i>dichtheid der aarde</i> (P. Smyth, Petrie), den <i>afstand van aarde en zon</i> (P. Smyth, Petrie), de <i>dagen van het jaar</i> (Smyth, Tracey, Petrie, Yeates, Adams), de <i>Wet der zwaartekracht</i> (J. Wilson), <i>afstand tot zon en maan</i> (J. Wilson), de <i>planetenafstanden</i> (J. Wilson), de <i>praecessie der equinoxen</i> (Casey, Wilson, P. Smyth.) Tal van andere astronomische en natuurkundige gegevens blijken volgens enkele dezer schrijvers
+in het bouwwerk belichaamd, doch deze zijn wel de voornaamste.
+
+</p>
+<p>Om den lezer thans een denkbeeld te geven hoe deze astronomische waarden en verhoudingen in de pyramide-afmetingen belichaamd
+zijn, zullen wij enkele dezer symbologie&euml;n nagaan en trachten duidelijk te maken.
+
+</p>
+<p>In de eerste plaats dienen wij dan na te gaan de redenen welke er bestaan kunnen hebben voor het feit dat de bouwers deze
+astronomische waarden in het bouwwerk belichaamden. Zooals wij reeds zagen is de meest voor de hand liggende exoterische reden
+die, welke van de Groote Pyramide een sterrekundig observatorium en astrologisch gedenkteeken maakt; vervolgens komt die reden
+in aanmerking, welke o.a. Taylor en Smith aanvoeren, namelijk dat de door God bezielde bouwers het menschengeslacht een grondslag
+van maten wilden geven en dezen grondslag natuurlijk in verband brachten met heelalsche maten wegens den goddelijken oorsprong
+van het denkbeeld van den bouw. Deze redenen kunnen natuurlijk dienen als logisch voor hen die het eens zijn met de theorie&euml;n
+der genoemde schrijvers, maar wanneer men een voorstander is van de theorie, dat de Groote Pyramide een tempel, een plaats
+van godsdienstige ceremoni&euml;n, een &#8220;berg van Inwijding&#8221; is geweest, welke reden kunnen wij dan aanvoeren voor het feit dat
+wij deze astronomische waarden in het bouwwerk belichaamd vinden? In de eerste plaats kan voor den spoedig bevredigden onderzoeker
+het antwoord dienen dat Proctor ons pasklaar geeft n.l. &#8220;dat de godsdienst der Egyptenaren grootendeels gegrond was op astronomische
+stellingen&#8221; en dat dit dus evenzeer het geval moet geweest zijn met hunne godsdienstige mysteri&euml;n. Doch voor hen, die met
+deze oppervlakkige reden niet geheel voldaan zijn met betrekking tot hun voorstaan van de inwijdingstempeltheorie, als ik
+het zoo noemen mag, zou ik gaarne de volgende redenen willen aanvoeren.
+<a id="d0e1966"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e1966">68</a>]</span></p>
+<p>De groote Pyramide beschouwende als een tempel van inwijding, zie ik in haar beslist den <i>eersten ma&ccedil;onnieken tempel</i>, waarvan wij kennis dragen sinds het bestaan der ma&ccedil;onnieke orde, en schaar ik mij dus in dezen aan de zijde der broeders,
+welke erkennen dat de vrijmetselarij haar oorsprong vindt in de Egyptische mysteri&euml;n en niet in de bouwgilden der middeleeuwen.
+Voor ieder ma&ccedil;on nu is de Tempel (of moet hij dit zijn) ons zonnestelsel, het lichaam van den Logos van dit stelsel. Dit in
+verband met hetgeen wij reeds zeiden omtrent de Groote Pyramide leidt ons tot de volgende gevolgtrekking. De stoffelijke <i>Tempel</i> op deze aarde moest in haar bouw alle waarden en vormen, welke in den waren <i>Tempel</i> (het lichaam van den Logos, ons zonnestelsel) gevonden werden, weergeven om symbolisch&#8212;en wij weten dat de ma&ccedil;onnerie niets
+is dan een wijsbegeerte, gehuld in een gewaad van <i>symbolen</i>, om degenen wier ontwikkeling langs de ritueele lijn ligt, te leiden in hunne evolutie&#8212;deze waarheden en begrippen uit te
+drukken.
+
+</p>
+<p>Hetgeen wij reeds zeiden omtrent de &#960;-symbologie, en dat steunt op wat H. P. Blavatsky zegt in de noot op blz. 468 van de
+<i>Geheime Leer</i>, Deel I, met betrekking tot deze &#960;-waarde, komt geheel (mijns inziens) met deze denkwijze overeen.
+
+</p>
+<p>Verder zullen velen het met mij eens zijn&#8212;vooral zij die verstaan&#8212;dat hetgeen wij door de Inwijdingen zoeken is: <i>Licht</i>; het Licht, dat wil zeggen, de kennis van den aard der dingen in ons stelsel, of in het algemeen gezegd: hoogere kennis.
+In ons stelsel is het stoffelijk lichaam der zon het laagste aanzicht van dit <i>Licht</i>. En dit Licht kunnen wij ook verzinnebeeld vinden in de Pyramide. Merken wij nog op dat <i>geluid</i> of <i>klank</i> evenzoo noodzakelijk is voor het <i>leven</i>. Adams zegt terecht: &#8220;het licht is het eerste beginsel van het geschapen leven. Zonder licht bestaat geen groei; er is geen
+groei zonder licht. Kleur, reuk, smaak, ieder voorwerp der zinnen verdwijnt wanneer het licht afwezig is. Iedere straal is
+een afzonderlijke hemelsche gift, rechtstreeks van de hand van den Schepper; zooals is aangegeven in het basrelief op het
+graf te Thebe, ontdekt door Stuart, waar de uiteenloopende stralen een pyramide van licht vormen, en aan iederen straal is
+een hand van zegening verbonden.&#8221;<a id="d0e2003src" href="#d0e2003" class="noteref">3</a>
+
+</p>
+<p>In de Pyramide vinden wij dus verzinnebeeld den vorm en het leven in openbaring, den Logos als <img border="0" src="images/sun.gif" alt="Symbool voor Zon." width="17" height="18">. En hoe is dit licht ma&ccedil;onniek in het bouwwerk uitgedrukt? Door dezelfde &#960;-symbologie. <a id="d0e2015"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2015">69</a>]</span>Ik kan het niet beter weergeven dan Adams dit doet. Hij schrijft:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Het Licht zelf geeft ons een antwoord. Want indien wij, zooals op het basrelief te Thebe, den uiteensplitsenden stralenbundel
+voorgesteld vinden, zooals die zich uitstort op den middag van de zomersolstitie, den aanvangsdag van het Egyptisch jaar,
+zullen wij &eacute;&eacute;n zijvlak van de Pyramide van Licht hebben. Veronderstel nu dat een rechthoekige pyramide wordt opgetrokken met
+vier zoodanige zijden die elk respectievelijk tegenover de kardinale punten des hemels staat. Dan volgt hieruit dat, daar
+elke zonne-omwenteling der aarde een vierde aswenteling later voltooid wordt dan de voorafgaande, elk vierde- of groot-jaar
+hetzelfde zijvlak naar de zon gekeerd zal zijn wanneer de zonne-omwenteling van de aarde voleindigd is; en aldus is de Egyptische
+Groot-cyclus (van vier jaar) ma&ccedil;onniek uitgedrukt. Juist zulk een vorm vinden wij in de Groote Pyramide, daar de zijden z&oacute;&oacute;
+geori&euml;nteerd zijn dat zij oorspronkelijk tegenover de kardinale punten stonden, en haar top zoodanig was afgeplat dat de zon
+&eacute;&eacute;n dag in het jaar &#8216;met al haar stralen&#8217; er op rust, zoodat het bouwwerk &#8216;zijn eigen schaduw verslindt&#8217;.
+
+
+</p>
+<p>Welke verhouding moeten de afmetingen hebben, nu de algemeene vorm bepaald is, of met andere woorden, welken hoek moeten de
+zijden naar den onzichtbaren top hebben? De aarde in haar loopbaan geeft het antwoord. Want daar die planeet in een (benaderd)
+cirkelvormig pad om de zon heen beweegt, terwijl elke straal naar haar toe in een rechte lijn valt, kan de verhouding tusschen
+de lichtgevende kracht en het verlichte lichaam uitgedrukt worden door de verhouding tusschen den straal en den omtrek van
+een cirkel.<a id="d0e2022src" href="#d0e2022" class="noteref">4</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Laten wij thans nog nagaan op welke wijze wij een eenheid van maat kunnen verkrijgen, die ons de juistheid aantoont van de
+verzinnebeelding der astronomische verhoudingsgetallen in het bouwwerk. Ook deze maat kunnen wij aan de aarde ontleenen en
+wel aan de as.
+
+</p>
+<p>De engelsche duim is 250,250,000 maal in de aardas begrepen; wanneer wij deze duim met een duizendste deel van hare lengte
+vergrooten, verkrijgen wij eene duimmaat die als Pyramideduim gebezigd wordt en bekend staat. Deze duim is dan in de aardas
+250 millioen maal begrepen.
+
+</p>
+<p>De deksteenen der Pyramide, waarvan er een opgemeten werd door Dixon, zijn 25.025 Eng. duim lang; of 25 van de gemelde duimen.
+De lengte van den steen is dus 10 millioen maal in de aardas begrepen, en nu wordt door Smyth en Adams deze maat als eenheid
+aangenomen. Deze maat of liever verhouding staat op zichzelf. Doch wat bleek verder?
+<a id="d0e2032"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2032">70</a>]</span></p>
+<p>De lengte van de onderste deklaag der Pyramide bedraagt juist 1/20 van een geografische mijl. Wanneer wij nu de pyramide-eenheidsmaat
+hierop afmeten, bevinden wij dat deze 365.25 maal in deze lengte begrepen is en 1461 of 4 maal 365&#8211;1/4 maal in den geheelen
+omtrek van het grondvlak. Blijkbaar is dus hier eene symbolische voorstelling van het aantal dagen van het zonnejaar en van
+den grooten cyclus van vier jaren.
+
+</p>
+<p>Adams zegt met betrekking tot deze symbolische voorstelling:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Het schijnt daarom niet onredelijk te denken dat, alvorens de deksteenen ten slotte het geheim afsloten, de betrekkingen
+van zon en maan tot den stand van Sothis en de Poolster in overeenstemming zouden gebracht zijn met de trappenreeksen van
+de Pyramide op de juist beschreven wijze; en aldus is een uitgangspunt voor alle bewegingen der aarde, hetzij in hare betrekking
+tot de maan, de zon, de equinoxen, of de sterren, onveranderlijk in het ma&ccedil;onnieke licht vastgelegd&#8221;.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Ik zou nog tal van voorbeelden kunnen geven van de wijze waarop astronomische waarheden in verband met het bouwwerk der Pyramide
+symbolisch zijn voorgesteld, doch dan zouden voor een populaire verhandeling als deze te veel technische punten aangevoerd
+moeten worden. Ik vrees zelfs dat het voorafgaande vele lezers zal doen terugschrikken voor een verder ingaan op deze punten.
+Aan hen die echter daarin belang stellen, raad ik aan daarover na te slaan <i>Our Inheritance in the Great Pyramid</i> en bovenal Marsham Adams&#8217; <i>House of the Hidden Places</i>; dit laatste werk vooral aan Theosofisch studeerenden. Over de symbologie der Pyramide in verband met de ma&ccedil;onnerie kan men
+lezen in de navolgende lezenswaardige brochures <i>The Great Pyramid and Freemasonry</i> door John Chapman. P. P. G. D. en <i>A Lecture on the Great Pyramid in Egypt, suggesting an intimate relationship with the Probable Foundation of Freemasonry</i>, door W. Charles Langley.
+
+</p>
+<p>Hoewel dus over dit punt vrij wat meer te zeggen valt dan ik hier deed, laat ik dit na om de gemelde reden en zal er toe overgaan
+de mystieke theorie&euml;n te behandelen, welke volgens mij van het meeste belang zijn.
+
+
+
+<a id="d0e2057"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2057">71</a>]</span></p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1880" href="#d0e1880src" class="noteref">1</a></span> Hetgeen ik hier mededeel met betrekking tot Proctor&#8217;s verklaring is gedeeltelijk ontleend aan <i>Knowledge</i>, Vol. I, en aan <i>Origin and Significance of the Great Pyramid</i> <span id="d0e1888" class="corr" title="Bron: by">door</span> Staniland Wake, blz. 6&#8211;19.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e1899" href="#d0e1899src" class="noteref">2</a></span> <i>Origin and Significance of the Great Pyramid</i>, blz. 12.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2003" href="#d0e2003src" class="noteref">3</a></span> Marsham Adams. <i>The House of the Hidden Places</i>, blz. 147.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2022" href="#d0e2022src" class="noteref">4</a></span> t.a.p. 149, 150, 151.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e2058" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk VIII.</h2>
+<h2>Mystieke Theorie&euml;n.</h2>
+<p>Onder de schrijvers van jongeren datum over ons onderwerp bekleedt Marsham Adams eene plaats, welke geheel afgescheiden is
+van die der ouderen. De meeste theorie&euml;n, welke wij tot dusver nagingen, vertoonden een punt van overeenstemming met elkander
+en berustten vaak op een gemeenschappelijk uitgangspunt. Marsham Adams echter heeft ons in zijn beide werken <i>The Book of the Master</i> en <i>The House of the Hidden Places</i> een geheel nieuwe richting van denken aangeduid, welke ik thans beschrijven zal. De godsdienstige denkbeelden der Egyptenaren
+zijn in hoofdzaak weergegeven in <i>Het Boek der Dooden</i> en de Egyptenaren, wel wetende dat de papyrus, waarop de denkbeelden neergeschreven zijn, vergankelijk is, wenschten deze
+denkbeelden aan de latere geslachten bekend te maken en na te laten. Vandaar hun onvermoeide ijver om in schoonen kunstvorm
+op de muren van de tempels en van hunne andere bouwwerken hunne godsdienstige denkbeelden en geschiedenis weer te geven. Doch
+ook hiermede was de vergankelijkheid dezer mededeelingen aan het nageslacht niet overwonnen.
+
+</p>
+<p>E&eacute;n middel was nog mogelijk, en wel een dat bij dit volk van groote bouwwerken zeer voor de hand lag, namelijk het in een
+bouwwerk in symbolischen vorm weergeven van deze leeringen. Een tweede doel werd hiermede gediend, want een belangrijk kenmerk
+van den godsdienst van dit volk was, dat de profanen, zoowel als de trapsgewijze opklimmende graden van priesters, de zedeleer
+en wijsheid van hun godsdienst leerden door symbolen en ritueel. Het bouwwerk kon dan tevens dienst doen als een tempel van
+inwijding in de mysteri&euml;n van den godsdienst.
+
+</p>
+<p>Met betrekking tot deze zeer uiteenloopende wijzen om hun godsdienstige begrippen voor het nageslacht te bewaren, merkt Adams
+op:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Het is moeilijk een grooter tegenstelling te bedenken dan die welke geboden wordt door de beide vormen, waarin het verslag
+der Egyptische leer bewaard werd. De papyri zijn vergankelijk, talrijk, afwisselend in lengte en volgorde. Het monument in
+steen is eenig tot het onvergankelijke toe, niet onderhevig aan afwijking, en het staat daar onveranderd en onveranderend,
+onverschillig voor de aanvallen van tijd of mensch.<a id="d0e2081src" href="#d0e2081" class="noteref">1</a>
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e2088"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2088">72</a>]</span></p>
+<p>In beide genoemde werken handelt Adams eveneens over andere aanzichten van het vraagstuk der Pyramide, doch deze aanzichten
+zijn meerendeels verkorte overzichten van de sterrengodsdiensttheorie, terwijl zijn opvattingen van enkele verzinnebeeldingen
+van natuurfeiten in het bouwwerk zeer oppervlakkig en geenszins te bewijzen zijn. Dit is jammer, daar het natuurlijk afbreuk
+moet doen aan de waarde van het geheel zijner theorie&euml;n. Nochtans is het hoofddenkbeeld van zijne uiteenzetting van groote
+waarde voor Theosofen, omdat zij in verband met andere gegevens uit hunne literatuur hier steun vinden voor hunne bewering
+dat de Groote Pyramide een tempel van inwijding was. Waarschijnlijk is het dan ook om deze reden, dat zijne werken den Theosofischen
+studeerende van bevoegde zijde steeds ter bestudeering aanbevolen werden. Stellig kunnen wij veel schoons vinden in zijne
+theorie, en om deze reden wil ik ze hier dan ook uitvoerig vermelden. Tot een beter begrip van hetgeen wij zullen aanhalen,
+dienen wij ons in de eerste plaats echter een denkbeeld te vormen van wat het <i>Boek der Dooden</i> is.
+
+</p>
+<p>De algemeene wetenschappelijke verklaring is deze. Het <i>Boek der Dooden</i> bestaat uit een groot aantal bijeenverzamelde hoofdstukken, waarvan de tekst zoowel op tempelmuren ingegrift, als op papyri
+gevonden werd. Deze papyri werden ontdekt, verborgen in de gewaden van mummie&#8217;s. Naar het tijdperk, waarin de verschillende
+afschriften werden opgeschreven, hetzij op tempelmuren of op papyri of op een andere wijze, worden zij verdeeld in vier verzamelingen,
+namelijk de Heliopolische in hieroglyphen, de Thebaansche eveneens in hieroglyphen<a id="d0e2099src" href="#d0e2099" class="noteref">2</a>, dan die van de twintigste Dynastie, geschreven in hieratisch schrift, en ten slotte de Sa&iuml;tische of die van de zes en twintigste
+Dynastie<a id="d0e2102src" href="#d0e2102" class="noteref">3</a>. Op deze papyri zou dan vermeld staan de levensgeschiedenis van de mummie, zijne zonden, deugden en daden, zijne verwachtingen
+voor een toekomst na dit leven, wat hem overkwam of overkomen moest aan gene zijde des doods, en voornamelijk de smeekbeden
+van de nagelaten <a id="d0e2160"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2160">73</a>]</span>betrekkingen aan &#8220;den God van de stad&#8221; en andere goden om den doode voort te helpen op zijn vredespad aan gene zijde, hem
+te steunen en te beschermen, welke smeekbeden uitgesproken werden door &#8220;de priesters van de <i>ka</i>&#8221; (het dubbel). Deze smeekbeden werden op papyri opgeteekend en met de mummie begraven. Toen dit gebruik in verval raakte,
+werden papyri geschreven waarop alleen de plaats voor den naam opengelaten werd. Deze werden verkocht en wanneer iemand stierf
+werd de naam ingevuld en de papyrus bij de mummie ingewikkeld. Waarschijnlijk was dit om tijd en geld te sparen. Met betrekking
+tot de geschiedenis en den oorsprong van het <i>Boek der Dooden</i> zegt Budge in zijn vertaling van de Thebaansche verzameling van dit werk:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Noch onderzoekingen, noch ontdekkingen hebben ons tot nog toe eenigerlei inlichting verschaft aangaande het tehuis, den oorsprong
+en de vroegste geschiedenis van het <i>Boek der Dooden</i>. Het schijnt vrij duidelijk dat, zooals boven gezegd werd, de allereerste vorm van het <i>Boek der Dooden</i> bestond uit de woorden of smeekbeden, door verwanten en vrienden gericht tot den &#8220;god der stad&#8221; en tot een verzameling bovennatuurlijke
+machten, ten behoeve van den afgestorvene....<a id="d0e2177src" href="#d0e2177" class="noteref">4</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en verder
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Waar en door wien de teksten van het Boek der Dooden werden samen gesteld, is eveneens onbekend.<a id="d0e2189src" href="#d0e2189" class="noteref">5</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>terwijl wij lezen:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Sinds onheuglijke tijden werd de God Thoth, die zoowel het goddelijke verstandswezen, dat bij de schepping de woorden uitte
+welke ten <a id="d0e2198"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2198">74</a>]</span>uitvoer gebracht werden door Ptah en Khnemu, als de schrijver der goden was, in verband gebracht met de voortbrenging van
+het <i>Boek der Dooden</i>, en hoewel hij oorspronkelijk de god van den tijd en de tijdaanteekenaar van hemel en aarde was, verschijnt hij vaak als
+de raadgever en helper van den afgestorvene.<a id="d0e2203src" href="#d0e2203" class="noteref">6</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In het <i>Boek der Ademhalingen</i> (een deel van het <i>Boek der Dooden</i>) lezen wij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Th&ocirc;th, de machtigste god, de heer van Khemenna, komt tot u en hij schrijft voor u het <i>Boek der Ademhalingen</i> met zijn eigen vingers.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Van een Theosofisch standpunt zouden wij gaarne een andere opvatting willen aanvoeren over dit <i>Boek der Dooden</i>. Adams denkt eveneens anders over het werk. Gaarne zou hij zien dat men vooral den Turijnschen papyrus niet het <i>Boek der Dooden</i> zou noemen, of beter (zooals Champollion deed) <i>Begrafenis Ritueel</i>, maar dat men er den titel aan gaf, dien het zich zelf geeft. &#8220;<i>Het Boek van den Meester van het geheime huis is zijn naam</i>&#8221;<a id="d0e2236src" href="#d0e2236" class="noteref">7</a>. Mijn gevoelen nu is dit. Ik zou in plaats van louter <i>Dooden</i> willen lezen: <i>Dooden voor het vleesch, Ingewijden</i>; of kortweg <i>Boek der Ingewijden</i> of <i>Boek over de Ingewijden</i>.
+
+</p>
+<p>Th&ocirc;th toch is mijns gevoelens de groote leeraar Hermes,<a id="d0e2255src" href="#d0e2255" class="noteref">8</a> die als onderrichter in de mysteri&euml;n van het oude Egypte optrad, en uit bovengenoemde aanhalingen blijkt vrijwel dat er hier
+sprake van kan zijn, dat aan den leerling een geschrift gegeven werd, waarin de ritueele wijsheid opgeteekend stond tot zijn
+verdere voorlichting, en dat als bewijs diende dat hij tot een zekeren graad bevorderd was.
+
+</p>
+<p>Adams dacht reeds in deze zelfde richting, hoewel niet zoo ver gaande, doch hij merkt op dat de titel van het werk zeer ongelukkig
+gekozen is,
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>want hij geeft het denkbeeld, de heilige afgestorvenen te beschouwen als dood, terwijl de geheele opvatting van de leer de
+onderrichting in het Leven en het Licht was.<a id="d0e2266src" href="#d0e2266" class="noteref">9</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij kunnen thans, nu wij weten wat bedoeld wordt met het <i>Boek der Dooden</i>, en geholpen door de kennis die wij bijeenverzameld hebben omtrent de Groote Pyramide, overgaan tot het opbouwen van eene
+theorie waarin deze beide gegevens de hoofdfactoren <a id="d0e2277"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2277">75</a>]</span>zijn tot het in overeenstemming brengen van hetgeen Adams ons mededeelt in zijn werken, hetgeen ma&ccedil;onnieke schrijvers (voorstanders
+van het beginsel dat de Vrijmetselarij haar oorsprong vindt in de Mysteri&euml;n) ons verkondigen als hunne meening, en hetgeen
+door Theosofische schrijvers is beweerd. Het komt mij voor, dat ik deze theorie&euml;n niet afzonderlijk kan behandelen, daar zij
+te veel gemeen hebben en de een de andere steunt. Ik zal mij dus in dezen er toe bepalen aan de hand van hetgeen Adams mededeelt
+als zijn opvatting, de ma&ccedil;onnieke en Theosofische lezingen op dit punt te beschrijven.
+
+</p>
+<p>In zijn <i>Boek of the Master</i> zegt Adams:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Alleen wanneer wij het Geheime Huis vergelijken met het Geheime Boek van zijn Meester, begrijpen wij de beteekenis van zijn
+geheime plaatsen&#8212;duisternis die duisternis verlicht en mysterie dat mysterie onthult. En alleen dan kunnen wij opmerken hoe
+wij in deze plaatsen den sleutel bezitten tot de &#8216;Ordewoorden&#8217; van het Geheime Boek. Zoo wordt dan de bepaling van de Egyptische
+Theosofie gebracht uit het gebied van de archaeologische bespiegeling en teruggebracht tot de vergelijking van twee bestaande
+en duidelijk omschreven verslagen. Hier is een papyrus die beweert de geheime schriftrol te zijn welke behoort aan den Meester
+van het Geheime Huis; daar is een geheim huis, waarin, volgens de Egyptische overlevering, de geheime wijsheid, waarop die
+schriftrol betrekking heeft, aan den kandidaat werd medegedeeld. Die schriftrol vangt aan met den Ingang tot het Licht; en
+het Licht was de naam waaronder dat huis bekend was. De schriftrol is vol verwijzingen naar geheime gangen en kamers; en geheime
+kamers en gangen maken het geheele inwendige van dat huis uit. De voornaamste van de in de schriftrol genoemde kamers is de
+Dubbele Zaal van Waarheid; en de voornaamste van de kamers van het huis is de Dubbele Zaal van gebeeldhouwde Pracht. In de
+schriftrol verhaalt het laatste hoofdstuk van de wederopstanding van het Lichaam, en in het huis is de laatste kamer de kamer
+van het Open Graf. En terwijl het eene verslag in overeenstemming is met het andere in het uitdrukken van de Waarheid in Licht,
+zijn de beelden die de vastgelegde waarheid der leering in het Ritueel uitdrukken, in overeenstemming met de verhoudingen
+van wetenschappelijke waarheid die in het gebouw hare uitdrukking vinden.&#8221;<a id="d0e2287src" href="#d0e2287" class="noteref">10</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Het is wellicht noodzakelijk, op te merken dat Adams hier in beeldrijke spraak en volgens eigen opvatting andere dan de gebruikelijke
+benamingen bezigt. Zijn boek van den Meester van het verborgen Huis is het Boek der Dooden, zijn verborgen Huis is de Groote
+Pyramide, de zaal van gebeeldhouwde Pracht is de Groote Galerij.
+<a id="d0e2295"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2295">76</a>]</span></p>
+<p>Wij zien uit het zooeven aangehaalde wel in, dat Adams denkt dat de godsdienstige leeringen der Egyptenaren vervat waren in
+het <i>Boek der Dooden</i>, en dat de Pyramide de Tempel is waarin de leeringen in steen verzinnebeeld zijn, maar dat deze tevens de plaats was waarin
+deze leeringen werden medegedeeld. De wijze van mededeeling is dan in hoofdzaak de volgende. De kandidaat ziet zekere begrippen
+verzinnebeeld of doorloopt in zinnebeeldigen vorm enkele dezer. Daarna wordt hem de beteekenis medegedeeld van hetgeen hij
+zag en van hetgeen hij doormaakte. Dit is in hoofdzaak waar, en komt geheel overeen met de nog bestaande ma&ccedil;onnieke inwijdingsgebruiken,
+waarbij de leerling de reizen in de Loge aflegt, en de Achtbare Meester hem daarna de beteekenis van dezen symbolischen omgang
+uitlegt. Het verschil tusschen de opvatting van Adams en die der vrijmetselaren omtrent het doormaken van deze reizen moet
+noodzakelijkerwijze bij eenig nadenken een ieder duidelijk zijn. Bij de reizen van den kandidaat voor inwijding in de Pyramide
+doorliep hij symbolisch de gebieden aan gene zijde des doods en hem werden bij de uitlegging dezer reizen vele belangrijke
+dingen onthuld omtrent die gebieden. Dit was natuurlijk bij de lagere inwijdingen het geval. Bij verdere inwijdingen werd
+hij onderricht omtrent de verschillende lichamen van den mensch, hun ontstaan en werking en ten slotte hun verband tot den
+Logos van dit stelsel. Voor den ernstigen bestudeerder is dit alles na te gaan in het <i>Boek der Dooden</i>, zooals wij zouden kunnen aantoonen.
+
+</p>
+<p>En nu is het mijn gevoelen, dat de reizen bij de inwijding van den kandidaat voor Vrijmetselarij oorspronkelijk hetzelfde
+beteekenden, doch dat met het verdwijnen van de kennis omtrent de waarde en beteekenis der symbolen bij de leden dier orde,
+ook het juiste begrip hieromtrent verdwenen is. Het is mijne ernstige overtuiging, dat indien een vrijmetselaar, die grondig
+bekend is met de verschillende symbolen en oude gebruiken der Orde, het <i>Boek der Dooden</i> ernstig bestudeerde in verband met deze, hij de analogie zou vinden en een hoeksteen zou hebben bijgebracht tot het bewijs
+van een verband dier orde met de oude Priesterkasten in Egypte. Want hoewel het mijn en veler anderen persoonlijk gevoelen
+is, dat de vrijmetselarij in verband staat met de oude Egyptische mysteri&euml;n, is mijns inziens het <i>bewijs</i> nog nimmer volkomen geleverd en is er dus nog steeds een ruim veld van arbeid voor de voorstanders dezer bewering. G. Oliver
+zegt in zijn werk <i>Geschiedenis der Inwijdingen</i>: &#8220;Zonder twijfel zijn de <a id="d0e2315"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2315">77</a>]</span>pyramiden kort na de verstrooiing daargesteld als afbeeldingen van den grooten toren in de vlakte van Shinar, en evenals de
+laatste diende om de inwijdingen te verrichten zoo dienden daartoe ook de eersten.&#8221; Nu is Broeder Oliver een man van gezag
+onder de Broederen; de lezing van zijn werk echter is wel bevredigend voor wie zijn gevoelen deelt, doch levert geen bewijs
+voor een tegenstander der theorie. Evenmin kan men als bewijs aanhalen hetgeen Clavel zegt omtrent inwijdingen in de Pyramide
+in zijn werk <i>Geschiedenis der Vrijmetselarij</i>. Het denkbeeld is aan velen gemeen, doch het bewijs moet nog geleverd worden.
+
+</p>
+<p>Van een Theosofisch standpunt zou ik zoowel tegen de theorie van Adams als tegen die der vrijmetselaars willen opmerken dat
+ik het niet eens kan zijn met hunne opvatting dat deze inwijding <i>doorgemaakt</i> werd in het <i>stoffelijk</i> lichaam. Ik meen te mogen opmaken dat alle ons gedane mededeelingen van Theosofische gezaghebbenden er op duiden dat deze
+inwijdingen doorgemaakt werden in het astrale of in hoogere lichamen. Het fysieke lichaam werd wel uit den tempel langs ondergrondschen
+weg naar de Pyramide geleid en daar in trance bewaard tot na afloop der ceremonie, doch de inwijding werd van A tot Z doorgemaakt
+in het astraallichaam. Is dit zoo, dan begrijpen wij eveneens waarom er geen bezwaar aan verbonden was dat de ingang der Pyramide
+afgesloten was door de marmeren deklaag. De eerste proef was of de entiteit zoodanig bewust was in zijn astraallichaam dat
+hij wist dat hierin geen hinderpaal van zijn voortgang bestond. Dit feit is in overeenstemming met hetgeen ons ook medegedeeld
+wordt door andere schrijvers over dit onderwerp.
+
+</p>
+<p>Hierin vinden wij ook de oplossing voor de tegenwerping dat er geen licht zoude zijn. Astraal licht was er toch, en zouden
+de aura&#8217;s der hierofanten niet voldoende licht geven voor den kandidaat? Bij eene stoffelijke inwijding zou dit bezwaar zeker
+bestaan, tenzij kunstlicht in voldoende mate bekend was, hetgeen naar enkele schrijvers beweren, wel het geval was.
+
+</p>
+<p>Hebben wij eenigszins uitvoerig hierbij stilgestaan, het was noodig tot een juist begrip van veel dat volgen zal. Gaan wij
+thans verder met het eigenlijke punt van behandeling, namelijk het doorloopen van het inwijdingsceremoni&euml;el in de groote Pyramide
+volgens het <i>Boek der Dooden</i>.
+
+</p>
+<p>In de Juni- en Juli-aflevering van <i>The South African Theosophist</i> heeft Br. G. D. Stonestreet in een verhandeling over <i>The Origin <a id="d0e2342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2342">78</a>]</span>of Freemasonry</i> gezegd dat hij het onnoodig vond, voor vrijmetselaars de overeenkomsten aan te toonen die er bestaan tusschen hetgeen Adams
+schrijft en hetgeen de Vrijmetselarij leert. Dit is zeer zeker waar; en voor hen die niet met de symbolen en gebruiken der
+Vrijmetselarij bekend zijn, is het verband niet aan te toonen. Het is derhalve voldoende uitvoerig te vermelden hetgeen Adams
+schrijft.
+
+</p>
+<p>Adams verdeelt de inwijdingsceremonie in die van drie graden, namelijk:
+
+</p>
+<p>Eerste graad: <i>De Inwijding van den Kandidaat</i>, welke graad verzinnebeeld werd door een scarabee&#8212;het symbool van den &#8220;Eeuwige&#8221;, het zelfgeschapen wezen dat geen Begin,
+en geen Einde kent.
+
+</p>
+<p>Tweede graad: <i>De verlichting in Waarheid</i>, welke graad voorgesteld werd door een figuur, staande voor &#8220;Amen&#8221;, de verborgen godheid.
+
+</p>
+<p>Derde graad: <i>De Meester van het geheim</i>, welke graad voorgesteld werd door een grafsteen.
+
+</p>
+<p>Voordat wij thans overgaan tot de beschrijving van het ceremoni&euml;el van <i>De Inwijding van den Kandidaat</i> volgens het <i>Boek der Dooden</i>, willen wij eerst iets mededeelen over enkele Egyptische begrippen in verband met deze dingen.
+
+</p>
+<p>Volgens de leer der Egyptenaren werd de vereeniging van den innerlijken mensch met de Godheid op zeer langzame wijze voorbereid
+om ten slotte door een daad van groot ceremoni&euml;el plotseling tot stand te komen in haar uiterste instantie. De Mensch-God
+Osiris werd met den God Osiris vereend in bewustzijn, doordien die innerlijke mensch tot de gestalte van Osiris wies. Vandaar
+dat wij in het ritueel steeds goed moeten letten op het onderscheid tusschen den ingewijden Osiris of den waren mensch en
+de Godheid Osiris. Zoodra de Mensch-God Osiris deze gestalte verkregen had, deelde hij in het bewustzijn van de Godheid. Met
+deze vereeniging ging gepaard een verkrijgen van hoogere kennis omtrent den <span id="d0e2372" class="corr" title="Bron: miskrosmos">mikrokosmos</span> en den makrokosmos.
+
+</p>
+<p>Adams geeft in wonderschoone bewoordingen weer hoe dit verkrijgen van kennis geschiedt, en voor degenen die geen Engelsch
+lezen, is het zeker de moeite waard dit stuk hier in zijn geheel aan te halen:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>De ziel, voor een oogenblik verlicht door de volheid van de Godheid, werd van dien tijd af bekwaam tot overeenstemmen met
+de goddelijke <a id="d0e2380"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2380">79</a>]</span>Kracht. De zinnen, wederom onbedorven, werden langzamerhand gevormd tot werktuigen, in staat om het opgaan der ziel in die
+oneindige kracht weer te geven, voor welke de grenzen van ruimte en tijd niet bestaan, maar voor welke verleden en toekomst
+gelijkelijk openstaan in een eindeloos heden; die alles te boven gaande vrijheid, waarin Handeling &eacute;&eacute;n is met Willen en Willen
+eenzelvig met Denken. Opdat de zinnen zoodanig belevendigd en verlicht mogen worden dat zij de werking van het Scheppend Denkvermogen
+in het uiterlijk heelal waar kunnen nemen, moet die vordering door den &#8216;overledene&#8217; <i>in persoon</i> doorgemaakt worden, welke de bestudeerder der wetenschap, terwijl hij nog niet bevrijd is van onderworpenheid aan de zinnen,
+vagelijk maakt door het verstand. Want wie het samengestelde bouwwerk van de hemelen zou willen begrijpen, het samenstel van
+de heilige verblijfplaats van den mensch, moet uitgaan van de poolster, en den horizon trekkende vanuit het punt der Equinoxen,
+hetwelk een gelijke verdeeling geeft tusschen het licht en de duisternis, moet hij begrijpen hoe de as der aarde voor den
+mensch de oorspronkelijke ruimtemaat is en de standaardmaat der Diepten. Indien hij het geheim van den levenden vorm zou willen
+kennen, zal de oceaan zijn leeraar zijn als hij van het strand tot de diepste diepten gaat en de geheime plaatsen van de kokende
+wateren peilt. De maat van de omloopen aan den hemel zal hem onthuld worden door de maan, daar hij door middel van dien wachter
+de draaiing en wenteling van onze planeet waarneemt. Om niet louter de beweging maar de ontwikkeling van onzen bol te begrijpen,
+moet hij de plaats van het centrale vuur der aarde trotseeren, onbevreesd voor de duisternis der grotten van de vlammende
+afgronden. En daar, terugziende over ontelbare eeuwen, zal hij temidden van aardbevingen en ondenkbare aardrampen den &#8216;Heer
+der Wet&#8217; en de &#8216;Ordewoorden&#8217; vinden; terwijl de reusachtige bergketenen hooger en hooger uit den chaos omhoogrijzen om de
+oppervlakte der aarde voor te bereiden tot woonplaats van den mensch. Vervolgens strekt zich voor hem de schaduw der aarde
+uit in dat vaag verlichte en uitgestrekte uitspansel, waar de majesteit der open hemelen in nacht omhuld is; en hij neemt
+waar hoe de samenstanden der eclipsen te danken zijn aan dezelfde macht als de omloopen van verlichting, en hoe het uur der
+duisternis afgemeten wordt door den Gever van het Licht. Wanneer hij die schaduw doorgegaan is, treft hem een nog meer ontzag
+inboezemend gezicht, de vreeselijke pracht van de zonnebron in al hare volheid; en als hij langs den zevenvoudigen opgang
+van de planetensfeer omhoogstijgt, blikt hij onverblind op de reusachtige lichtbundels en vlammenstralen, die plotseling duizenden
+en myriaden mijlen hoog te voorschijn schieten. Dan, verre in de oneindige diepten en ruimten, zoeken zijne oogen, thans schitterend
+&#8216;als de oogen van Hator&#8217;, den veelgeliefden Sothis [Sirius], den brenger van de nieuwe dageraad, het portaal van de onbegrensbare
+hemelen, &#8216;dat land van millioenen sterkten&#8217;.<a id="d0e2385src" href="#d0e2385" class="noteref">11</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Uit het hier aangehaalde blijkt wel, dat Adams meent dat de <a id="d0e2393"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2393">80</a>]</span>kennis van het zonnestelsel en het heelal een deel vormde van de wijsheid, die den kandidaat voor kennis medegedeeld werd
+in de Groote Pyramide, en wel voornamelijk door <i>aanschouwing</i>.
+
+</p>
+<p>Alvorens nu echter verder te gaan, kan het goed zijn dat wij ons eerst een denkbeeld trachten te vormen van hetgeen onder
+die Mysteri&euml;n begrepen <i>kan</i> worden. Van de hoogere mysteri&euml;n, al weten wij niet wat zij geven, kunnen wij toch zeggen, dat zij eene inwijding zijn in
+de hoogste kennis aangaande den mikrokosmos en den makrokosmos en het verband tusschen beide. Hoe hoog die kennis gaan kan,
+kunnen wij met ons lagere verstand niet bevatten. Maar alleen zou ik denken dat veel, wat nu als geopenbaarde kennis aan de
+wereld gegeven is, in die tijden der oudheid behoorde tot de mysteri&euml;n. Wij zijn rijp geworden voor kennis, waarvoor de menschen
+van dien tijd niet rijp waren. Ik grond deze meening op een feit, dat ook vermeld wordt in de <i>Geheime Leer</i>. Enkele ingewijden of dichters, die aan deze kennis kwamen door hunne intu&iuml;tie, wisten van de werkelijke bewegingen der aarde,
+zon en in het algemeen van de ware inrichting van het zonnestelsel, toen de massa nog niet beter wist, dan dat de aarde het
+middelpunt der schepping was en alles om haar wentelde. Zoodra zij (de ingewijden of de dichters) dit feit onbedacht aan de
+wereld mededeelden, volgde daarop de straf: dood of verbanning. Thans zijn deze dingen niet meer geheim of verborgen. In het
+algemeen kunnen wij ons voorstellen dat de leer van den bouw des heelals en de wetten van de regeling er van een deel der
+mysteri&euml;n uitmaakten, en wel een zeer voornaam deel. Waarschijnlijk werden de eenvoudigste wetten en waarheden in symbolischen
+vorm den volke verkondigd in de tempels, en dan zien wij dus dat de sterrenleer der ouden, n.l. de sterrenwichelarij, de sterrenvergoding
+enzoovoorts, de exoterische vormen waren, waarin de machtige wetten van den makrokosmos verzinnebeeld werden. De sterrenleer
+was schoon en waar maar de kern was nog schooner en machtiger.
+
+</p>
+<p>Zoo kan ik mij dus denken, dat in de mysteri&euml;n verklaringen gegeven werden van deze uiterlijke symbolen en sterrenleer en
+meer dan dat, dat ook de leer der cyclussen, als de groote wet van de regeling van den makrokosmos, daar werd geleerd en verklaard.
+
+</p>
+<p>Als dit zoo is, zien wij in waarom de siderische cyclus zulk een groote rol speelt in de theorie&euml;n over de Pyramide, en tevens
+waarom zulk een nauw verband gezocht wordt tusschen de Pyramide en de sterrenkunde, sterrenwichelarij en sterrengodsdienst
+in het algemeen.
+<a id="d0e2410"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2410">81</a>]</span></p>
+<p>H. P. Blavatsky zegt: &#8220;De slangen van wijsheid hebben hunne verslagen goed bewaard, en de geschiedenis van de menschelijke
+evolutie staat opgeteekend <i>aan de Hemelen</i> zoowel als op <i>ondergrondsche muren</i>. De menschheid en de sterren zijn onverbreekbaar verbonden, vanwege de Verstandswezens, die de laatste besturen.&#8221;
+
+</p>
+<p>Zouden deze <i>ondergrondsche muren</i> niet op muren van de Pyramidekamers doelen? Ik denk van wel, want verder zegt H. P. Blavatsky dat Staniland Wake gelijk heeft
+met te zeggen: &#8220;Het is onbetwistbaar dat de Zondvloed in de legenden van Oostersche volkeren verbonden geweest is, niet alleen
+met de <i>Pyramiden</i>, maar ook met de <i>sterreteekens</i>.&#8221; Dit schijnt rechtstreeks op het voorgaande te doelen.
+
+</p>
+<p>Het is ook niet onnoodig op te merken, dat het volgens de Egyptische denkwijze niet voldoende was de grondkrachten van het
+heelal te kennen, benevens al de verschijnselen des hemels en de samenstelling van de meest verwijderde zonnen. Ook was het
+niet mogelijk de wetenschappelijke kennis zoodanig uit te breiden dat men door den wil een bewerktuigde wereld scheppen kan
+uit de atomen van de peillooze diepte, enkel en alleen door uitbreiding van het aanzicht van kennis van het bewustzijn. Neen,
+niet alleen deze uitbreiding van het verstand was voldoende tot inwijdingen in de mysteri&euml;n, en de afmetingen en verhoudingen
+van het verborgen Huis werden niet verklaard zonder dat hij die ingewijd wenschte te worden, <i>wijsheid</i> had, de leeringen van Thoth (den God der wijsheid) in zich had opgenomen.
+
+</p>
+<p>Geen mensch kan de Godheid aanschouwen wanneer hij niet in de waarheid onderricht is, ook kan niemand de inwijding ontvangen
+tenzij hij <i>dood</i> voor het vleesch is.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2081" href="#d0e2081src" class="noteref">1</a></span> M. Adams, <i>The Book of the Master</i>, blz. 105.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2099" href="#d0e2099src" class="noteref">2</a></span> Uitgegeven door M. Naville.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2102" href="#d0e2102src" class="noteref">3</a></span> De Heliopolische verzameling van het <i>Boek der Dooden</i> (vijfde en zesde dynastie) zijnde de oudste aan ons bekende vorm van dit werk, is met eene Fransche vertaling uitgegeven
+door Masp&eacute;ro in <i>Recueil de Travaux</i>, en afzonderlijk als <i>Les Inscriptions des Pyramides de Saqqarah</i>, Paris 1894.
+
+</p>
+<p class="footnote">De verzameling van de elfde en twaalfde dynastie is uitgegeven door Lepsius en Masp&eacute;ro (zie Birch&#8217;s <i>Vertaling van den text op de mummiekist van Amamu</i>). Deze vertaling is uitgegeven met een facsimile door het British Museum onder <a id="d0e2122"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2122">78n</a>]</span>den titel van <i>Egyptian Texts of the earliest periods from the coffin of Amamu</i>, London, 1886.
+
+</p>
+<p class="footnote">De Thebaansche verzameling (achttiende tot zes en twintigste dynastie) is uitgegeven door Birch, Mariette, Leeman en Dev&eacute;ria;
+Naville gaf eene volledige uitgave met Inleiding in 1880.
+
+</p>
+<p class="footnote">De belangrijkste uitgave van de Sa&iuml;tische verzameling is die van het Turijnsche Manuscript door Lepsius in 1842, genaamd <i>Das Todtenbuch der Egypter</i>. In 1861 gaf E. de Roug&eacute; hetzelfde manuscript uit als <i>Rituel Fun&eacute;raire</i>. Latere uitgaven van geheele of gedeeltelijke verzamelingen komen voor in: <i>Proceedings of the Society of Biblical Archaeology, vol. VII</i>; Lieblein, <i>Le Livre Egyptien Que mon nom fleurisse</i>, Leipzig 1895; Birch, vertaling van Bunsen&#8217;s <i>Egypts Place in Universal History</i>, vol. V, blz. 123&#8211;333; Pierret, <i>Le Livre des Morts des anciens Egyptiens</i>.
+
+</p>
+<p class="footnote">Voor verdere bijzonderheden over het <i>Boek der Dooden</i> raad ik mijn lezers aan te raadplegen <i>The Book of the Dead, The Chapters of Coming forth by day</i>, by E. A. Wallis Budge. London, Kegan Paul, Trench, Trubner &amp; Co. 1898.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2177" href="#d0e2177src" class="noteref">4</a></span> E. Budge, <i>The Book of the Dead</i>, blz. XLV.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2189" href="#d0e2189src" class="noteref">5</a></span> t.a.p. blz. XLVI.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2203" href="#d0e2203src" class="noteref">6</a></span> t.a.p. blz. LXXV.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2236" href="#d0e2236src" class="noteref">7</a></span> <i>The Book of the Master</i>, blz. 96.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2255" href="#d0e2255src" class="noteref">8</a></span> Men leze hierover <i>Hermes, the Thrice-Greatest</i>, door Mead.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2266" href="#d0e2266src" class="noteref">9</a></span> <i>Book of the Master</i>, blz. 97.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2287" href="#d0e2287src" class="noteref">10</a></span> t.a.p. blz. 123, 124<span id="d0e2289" class="corr" title="Bron: ">.</span></p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2385" href="#d0e2385src" class="noteref">11</a></span> <i>House of the Hidden Places</i>, blz. 192&#8211;195.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e2440" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk IX.</h2>
+<h2>Mystieke Theorie&euml;n II.</h2>
+<p>Aleer ik mij waag aan een verdere uiteenzetting van deze theorie&euml;n, wil ik hier nogmaals uitdrukkelijk vermelden dat ik deze
+hier geheel geef als <i>persoonlijke</i> opvatting, en geenszins beweren <a id="d0e2450"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2450">82</a>]</span>wil, of trachten het te bewijzen, dat deze de juiste is. Ik kan dan ook hier slechts een beroep doen op het intu&iuml;tief gevoel
+van mijne lezers bij het maken van gevolgtrekkingen uit de <i>feiten</i>, die ons in ruime mate door verschillende schrijvers verschaft worden. Deze opmerking is te meer noodig aangezien ik, hoewel
+de theorie van Adams geheel volgende (en hoewel ik het in dezen volkomen met hem eens ben) enkele onderdeelen meer in bijzonderheden
+kan uitwerken nu de Theosofie ruimere en diepere begrippen over dergelijke zaken heeft verspreid, doch hiermede tevens een
+zeer gevaarlijk terrein betreed, waar het moeilijk is bewijzen aan te voeren die <i>wetenschappelijke</i> waarde zouden hebben, omdat ik grootendeels persoonlijke opvattingen moet geven en deze moet laten steunen op enkele aanwijzingen,
+in de <i>Geheime Leer</i> en andere Theosofische werken gegeven; en hoewel deze natuurlijk voor mij en vele anderen grooter waarde hebben dan menig
+geleerd wetenschappelijk betoog, kan ik hier nochtans niet van een betrouwenswaardige theorie spreken: het is en blijft louter
+een persoonlijke uitlegging van gegevens.
+
+</p>
+<p>Thans het <i>Boek der Dooden</i> ter hand nemend wil ik alvorens, over te gaan tot het bespreken van de inwijding in de Groote Pyramide, er nog aan toevoegen
+dat ik thans dit werk alleen in zooverre wensch te volgen, als noodig is voor het verband met het onderwerp, <i>De Groote Pyramide</i>, en dus niet op een bijzondere beschouwing van den tekst van het werk zelf kan ingaan. Dit zou op zichzelf een te zware taak
+zijn.
+
+</p>
+<p>In het <i>Boek der Dooden</i> dan vinden wij allereerst enkele inleidende hymnen, lofzangen op Ra, ontleend aan den papyrus van Ani. Volgens de gewone
+opvatting werden deze hymnen over de mummie uitgesproken door de priesters, om den doode in staat te stellen zijn &#8220;geestelijk
+lichaam&#8221; naar den hemel te doen opstijgen. Mijn gevoelen hieromtrent echter is dat de candidaat door het opzeggen van deze
+hymnen in een soort trance-toestand kwam, en dat zijn hoogere lichamen hierdoor van het grofstoffelijk lichaam of <i>khat</i> bevrijd werden, daar de hoogere inwijdingen niet plaats vonden in het stoffelijk lichaam, maar in het astraal (<i>ba</i> en <i>ka</i>) en in het oorzakelijk lichaam (<i>Sahu</i>.)
+
+</p>
+<p>Gedurende deze ceremonie verliet dus Osiris (de ware mensch), in zijn <i>Sahu</i>, de <i>khat</i>, waarna het fysiek lichaam in een mummiekist geplaatst werd in een sarcofaag, in de crypt onder de pyramide. In deze crypt
+werd het Nijlwater langs ondergrondsche kanalen <a id="d0e2494"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2494">83</a>]</span>gevoerd, zoodat de sarcofaag geheel omringd werd door dit water dat tevens diende als beveiliger tegen het indringen van invloeden
+van buiten in het in trance verkeerende lichaam. De crypt waarin het lichaam geplaatst werd, is waarschijnlijk nog lager gelegen
+dan de ondergrondsche kamer in de pyramide.
+
+</p>
+<p>De <i>Sahu</i> wordt gezegd gedurende zijn verblijf buiten het lichaam gehuld te zijn in een lichtgevend doorzichtig lichaam of <i>Khu</i>. Dit <i>Khu</i> schijnt mij toe de zoogenaamde <i>Augoe&iuml;des</i> te zijn, en aangezien dit punt niet van belang ontbloot is, wil ik voor deze meening eenige gronden aanvoeren. In Annie Besant&#8217;s
+<i>Esoterisch Christendom</i> lezen wij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Het glanspunt van de Mysteri&euml;n was wanneer de Ingewijde een God werd, hetzij door vereeniging met een goddelijk wezen buiten
+hemzelf, <i>of door de verwezenlijking van het goddelijk zelf</i> in hem. Dit werd genoemd vervoering en was een toestand van wat de Indische Yogi hooge Sam&acirc;dhi zou noemen, waarbij <i>het grove lichaam in trance is</i> en <i>de bevrijde ziel haar eigen vereeniging met het Groote Eene</i> tot stand brengt.<a id="d0e2525src" href="#d0e2525" class="noteref">1</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en Mead zegt:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Vervoering is niet een eigenlijk zoogenaamde eigenschap, zij is een <i>toestand</i> van de ziel, die haar op zulk eene wijze vervormt, dat zij dan <i>waarneemt wat tevoren voor haar verborgen was</i>.&#8221;<a id="d0e2542src" href="#d0e2542" class="noteref">2</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In deze aanhalingen vinden wij mijns inziens hetzelfde weergegeven als hetgeens Adams met betrekking tot de inwijding in de
+pyramide uitdrukt in Egyptischen symbolischen zeggingsvorm.
+
+</p>
+<p>Alvorens de kandidaat echter gekomen is tot het punt in zijn evolutie, waarop wij hem thans denken om hem te kunnen volgen
+bij zijne inwijding in de Pyramide, moet hij vele eigenschappen verkregen hebben, die hem geschikt maken kandidaat voor deze
+mysteri&euml;n te worden, welke laatste hem in hun derden graad willen maken tot een Christos, en het kan nuttig zijn, alvorens
+het ritueel van het <i>Boek der Dooden</i> bij de Pyramide-inwijding te volgen, eerst na te gaan wat de weg is, dien de kandidaat tot op dat oogenblik van zijn evolutie
+moet hebben afgelegd.
+
+</p>
+<p>En hier nu zou ieder Br.&middot;. Vr.&middot;. mij geheel kunnen volgen indien hij het slechts eens met mij was dat de mysteri&euml;n der Vrijmetselarij
+eene weerspiegeling zijn op dit gebied van de inwijdings-ceremoni&euml;n, en dat de kandidaat in het ritueel der symbolische <a id="d0e2557"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2557">84</a>]</span>graden op zinnebeeldige wijze de verschillende stadi&euml;n der inwijding doorloopt. Want zegt Annie Besant niet:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Voornamelijk werden zij (de kleine mysteri&euml;n) als nuttig beschouwd ten opzichte van het bestaan <i>na den dood</i>, daar de Ingewijde dat leerde wat zijn toekomstig geluk verzekerde.&#8221;<a id="d0e2565src" href="#d0e2565" class="noteref">3</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En is het niet duidelijk dat dit nut voor den kandidaat bewerkt werd in het doorloopen van de symbolische reizen, die wel
+degelijk, volgens mijne theorie, het doorloopen van het bestaan na den dood door de ziel verzinnebeelden, al weet ik zeer
+goed dat bijna geen Br.&middot;. dit met mij eens zal zijn, en men mij zal zeggen dat het een gaan door dit leven verzinnebeeldt.
+Zeer wel, maar dan beweer ik dat zijn reizen zeer wel reden van bestaan vinden in een dusdanige zedelijke verzinnebeelding
+van het leven, maar dat mijne opvatting van een hooger orde is. En dan hebben wij beiden gelijk. H. P. Blavatsky maakt ook
+deze onderscheiding en zegt dat er in die tijden was: een vrijmetselarij <i>in den tempel</i> en een vrijmetselarij <i>in de Crypt</i>.<a id="d0e2579src" href="#d0e2579" class="noteref">4</a>
+
+</p>
+<p>Hoe dit zij, het is mijn vaste overtuiging dat de vrijmetselarij in dien tijd als bedoeling had door hare symbolische en andere
+leeringen verdedigers en kenners van den godsdienst te vormen en dat een meester vrijmetselaar <i>in de crypt</i> degene was, die de hoogste inwijding had doorgemaakt en een Christos was geworden.
+
+</p>
+<p>Echter is het hier niet de plaats op deze dingen in te gaan, doch tot zoover had ik eene vermelding er van noodig, om er op
+te wijzen dat de vrijmetselarij een verklaring van haar ritueel geheel moet zoeken langs de hier aangegeven lijnen, om ten
+slotte in het ritueel van het <i>Boek der Dooden</i> haar hoogste uiting te vinden; en hoewel ik, zooals ik reeds schreef, hier niet verder op wensch in te gaan, ben ik gaarne
+bereid ieder Br.&middot;. die belang stelt in deze theorie, mijn gevoelen nader uiteen te zetten.
+
+</p>
+<p>Geheel zonder steun van Theosofische zijde is de bewering, dat er eene opeenvolging van mysteri&euml;n was in verschillende graden
+en scholen, aleer eene inwijding in de Pyramide plaats vond, niet. Een goed verstaander moet echter in dezen aan een half
+woord genoeg hebben, daar eene uitlegging van de woorden licht te veel kan onthullen. Na verschillende deugden en hare wijze
+van verkrijging beschreven te hebben, schrijft Annie Besant in <i>Esoterisch Christendom</i>, blz. 30.
+
+
+<a id="d0e2599"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2599">85</a>]</span></p>
+<div class="blockquote">
+<p>Deze deugden waren noodig voor de Groote Mysteri&euml;n, daar zij betrekking hadden op het louteren van het ijle lichaam, waarin
+de ziel werkte, wanneer zij buiten het grove lichaam was. De gedrags- of praktische deugden behoorden tot het gewone leven
+van den mensch en werden tot op zekere hoogte vereischt alvorens hij een kandidaat kon zijn zelfs voor een zoodanige school
+als hierna beschreven wordt.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In deze aanhaling zien wij de vereischten die noodig waren om als leerling aangenomen te worden. Ook in andere boeken wordt
+er op gezinspeeld dat in die tijden een der vereischten voor <i>alle</i> inwijdingen was dat men in het astraal lichaam werkzaam kon zijn.
+
+</p>
+<p>Nu komt iets verder:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>...Dan kwamen de zuiverende deugden, waardoor het ijle lichaam, dat van de aandoeningen en het lager denkvermogen, gelouterd
+werd.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dit vond plaats gedurende de evolutie van den kandidaat als leerling.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Ten derde de verstandelijke, die behoorden tot den augoe&iuml;des of den lichtvorm van het verstand. </p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De ontwikkeling van deze eigenschappen kenmerkten den tweeden graad, en ten slotte hebben wij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Ten vierde de bespiegelende of v&oacute;&oacute;rbeeldige, waardoor vereeniging met God verwezenlijkt werd,&#8212; </p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>kenmerkende het doorloopen van de laatste kenbare inwijding, waarbij de volmaakte mensch als Christos wedergeboren wordt.
+Dat het mogelijk is bij deze laatste inwijdings-ceremonie wederom een verdeeling in drie graden te maken zooals Adams dit
+doet is mijns inziens volkomen logisch wanneer wij aannemen, dat in een hoogere school eene herhaling plaats vond van wat
+in de voorgaande scholen was geschied, en dat het nu op een hoogeren trap plaats vond, terwijl dan de hoogste graad verder
+opwaarts voerde.
+
+</p>
+<p>Men kan uit deze gegevens tot de gevolgtrekking komen dat het lichaam <i>Khu</i>, waarin Osiris verblijft v&oacute;&oacute;r zijn vereeniging met God-Osiris, hetzelfde lichaam moet zijn als dat hetwelk door de Theosofen
+Augo&euml;ides genoemd wordt.
+
+</p>
+<p>Thans kunnen wij ons een denkbeeld vormen van den kandidaat en zijn evolutie tot op het oogenblik van zijn inwijding in de
+Pyramide, en dat deze inwijding daar plaats vond kan (behalve de vele bewijzen die wij vroeger reeds vermeldden) ook in het
+aangehaalde werk van Annie Besant gevonden worden:
+<a id="d0e2636"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2636">86</a>]</span>
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>Alleen zij konden erkend worden als kandidaten voor Inwijding, die reeds goed waren zooals menschen goedheid rekenen, volgens
+de gestrenge maat van de wet. Rein, heilig, zonder bezoedeling, zuiver van zonde, levende zonder overtreding&#8212;zoodanig waren
+enkele van de beschrijvende gezegden die omtrent hen gebruikt werden. Verstandig ook moeten zij zijn, met welontwikkeld en
+welgeoefend denkvermogen. De ontwikkeling die in de wereld leven na leven voortgezet wordt, het ontwikkelen en meester worden
+van de vermogens van het denkvermogen, de aandoeningen en den redelijken zin, het leeren door exoterische godsdiensten, het
+uitoefenen van plichtsvervulling, het streven anderen te helpen en op te heffen&#8212;dit alles behoort tot het gewone leven van
+een ontwikkeld mensch. Wanneer dit alles gedaan is, is de mensch &#8220;een goed mensch&#8221; geworden, de Chr&ecirc;stos van de Grieken, en
+dit moet hij ook zijn v&oacute;&oacute;r hij de Christus, de Gezalfde kan worden. Het exoterisch leven goed vervuld hebbende, wordt hij
+een kandidaat voor het esoterisch leven en vangt de voorbereiding tot Inwijding aan, hetgeen bestaat in het vervullen van
+zekere voorwaarden. De voorwaarden bepalen de eigenschappen die hij verkrijgen moet en terwijl hij hard werkt om deze te scheppen,
+zegt men soms van hem dat hij het Proefpad betreedt, het Pad dat tot de <i>Enge Poort</i> leidt, aan gene zijde waarvan de <i>Smalle Weg</i> is, of het <i>Pad van Heiligheid</i>, de <i>Kruisweg</i>.&#8221;<a id="d0e2653src" href="#d0e2653" class="noteref">5</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>En wanneer wij in verband hiermede lezen hetgeen H. P. Blavatsky in de <i>Geheime Leer</i> vermeldt, (reeds vroeger door ons aangehaald) namelijk:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;En thans, in 1882, schrijft Staniland Wake het volgende: &#8216;De koningskamer... was waarschijnlijk de plaats waar de in te wijden
+persoon toegelaten werd nadat hij door de enge opwaartsche gang en de groote galerij met haar laag eindgedeelte was gegaan,
+hetgeen hem gaandeweg voorbereidde voor het slotbedrijf der Heilige Mysteri&euml;n.&#8217;
+
+
+</p>
+<p>Ware Staniland Wake een Theosoof geweest, dan had hij er wellicht aan toegevoegd, dat de enge opwaartsche gang, die naar de
+Koningskamer leidt, inderdaad een &#8216;enge poort&#8217; had; dezelfde &#8216;enge poort&#8217; die &#8216;tot het leven leidt&#8217;, en dat het aan deze poort
+van den Tempel van Inwijding was dat de schrijver dacht, die de woorden opgeteekend heeft, welke naar beweerd wordt door een
+Ingewijde gesproken zijn.&#8221;<a id="d0e2669src" href="#d0e2669" class="noteref">6</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>dan zal het duidelijk zijn dat de Christus-Inwijding inderdaad in de Pyramide plaats vond; temeer waar er ook gezegd wordt:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Want Egypte is een van de wereldmiddelpunten der ware Mysteri&euml;n gebleven....<span id="d0e2680" class="corr" title="Bron: ">&#8221;</span><a id="d0e2682src" href="#d0e2682" class="noteref">7</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Wij kunnen thans overgaan tot eene beschouwing van het Ritueel van het <i>Boek der Dooden</i>. De in trance verkeerende kandidaat <a id="d0e2691"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2691">87</a>]</span>werd geplaatst, zooals wij reeds zeiden, in de kamer onder de Pyramide. Hij werd op een kruis geplaatst, soms van den gewonen
+kruisvorm, soms van den vorm van de Tau. Zijn handen werden met een touw bevestigd aan het kruis, doch het eind van dit touw
+werd losgelaten, om aan te duiden dat de kandidaat vrijwillig dezen figuurlijken kruisdood doormaakte. De doode verliet thans
+in zijn &#8220;<i>ba</i>&#8221; of astraal lichaam zijn &#8220;<i>Khat</i>&#8221;, en ging buiten zijn lichaam de verschillende voorbereidende beproevingen doormaken.
+
+</p>
+<p>Wij moeten om deze na te gaan, opslaan hfdst. XVII van het <i>Boek der Dooden</i>, waarvan de tekst luidt:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">(I) Hier begint de lof en verheerlijking van het uittreden en het ingaan tot de heerlijke onderwereld welke is in het schoone
+amentet, van het uittreden (II) bij dag in alle vormen van bestaan welke hem [&#8220;</span>den doode<span class="smallcaps">&#8221;] behagen, van damspelen en in de zaal zitten en te voorschijn komen (III) als een levende ziel.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Zooals ik reeds zeide is het onmogelijk diep in te gaan op eene volledige uitlegging dezer teksten; slechts de breede beteekenis
+er van kan hier gegeven worden in verband met het geheel. Hier slaat de tekst op een bekend feit. De kandidaat moest bij zijne
+inwijding eerst afdalen in de onderwereld: hij &#8220;daalde neder ter helle&#8221;. Belangrijk is tot een juist begrip, hetgeen C. W.
+Leadbeater zegt in de <i>Christelijke Geloofsbelijdenis</i>.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;De formule door de beoefenaren van Atlantische Magie in overoude tijden aan de Egyptenaren overgeleverd, luidde aldus:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8216;Dan zal de kandidaat op het houten kruis gebonden worden, hij zal sterven, begraven worden en nederdalen in de onderwereld;
+na den derden dag zal hij teruggebracht worden van de dooden en ten hemel worden opgenomen om de rechterhand te zijn van Hem
+uit Wien hij kwam, daar hij geleerd heeft de levenden en de dooden te besturen.&#8217;
+</p>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+<p>De hal der Inwijding was dikwijls onder den grond in een Egyptischen tempel&#8212;vermoedelijk vooral om hare ligging geheim te
+houden, ofschoon het ook bedoeld kan zijn als deel der symboliek van de nederdaling in de stof, die zulk een groote rol speelde
+in al die oude mysteri&euml;n. Het is mogelijk dat er een dergelijke hal <i>in of onder de Groote Pyramide</i> was, want nog slechts een zeer klein deel dier ontzaglijke massa is onderzocht of zal denkelijk ooit onderzocht worden.&#8221;<a id="d0e2730src" href="#d0e2730" class="noteref">8</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>C. W. Leadbeater vermeldt daarna hetgeen wij reeds zeiden omtrent het binden op het kruis, en vermeldt tevens dat het lichaam
+<a id="d0e2738"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2738">88</a>]</span>dan in &#8220;een nog lager gelegen gewelf&#8221; gebracht werd. Een ieder leze dit gedeelte van het bedoelde werkje dus aandachtig na
+in verband met deze verhandeling. Vooral ook hetgeen volgt op blz. 81&#8211;85. Een kort overzicht van hetgeen daar gezegd wordt
+moge hier voldoende zijn voor een juist begrijpen van hetgeen wij verder zullen vermelden.
+
+</p>
+<p>De zoogenaamde &#8220;doode&#8221; bevond zich dus op het astrale gebied vol leven en bewustzijn. Gedurende zijn verblijf aldaar moest
+hij vele ondervindingen opdoen om hem tot een nuttig wezen in die wereld te maken. Deze nederdaling in de onderwereld (Amentet)
+bij een inwijding geschiedt opdat de kandidaat zal trachten aan de vele ongelukkigen op dit lage astrale gebied (Kama Loka)
+hulp te brengen door hen te wijzen op hunne kansen tot verbetering. Tevens moest volgens Egyptisch gebruik de kandidaat gedurende
+deze &#8220;nederdaling ter helle&#8221; de zoogenaamde aard-, water-, lucht- en vuurproeven ondergaan&#8212;<i>tenzij hij die reeds in een vroeger stadium zijner ontwikkeling doorstaan had</i>. Hij leerde dus dat geen dezer elementen hem deren kan in zijn astraal bestaan. Ook moest hij om deze reden (en ook thans
+moet dit nog) de vreeselijkste verschijningen in de afschuwelijkste omgeving ontmoeten om vertrouwd te worden met alle omstandigheden
+dezer gebieden. Ziedaar het nut van dit oude Egyptische ritueel.
+
+</p>
+<p>De tekst van hfdst. XVII van het <i>Boek der Dooden</i> zal nu duidelijk zijn in algemeene trekken. Vele der voorafgaande hoofdstukken geven hetzelfde weer, bijv. hfdst. I<sup>b</sup>:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">(I) Het</span> Hoofdstuk <span class="smallcaps">van het doen gaan van de Sahu [het Geestelijk Lichaam] in den Tuat [de Onderwereld] op den dag van de begrafenis, wanneer
+de volgende woorden moeten opgezegd worden</span> (hier volgt een uitgebreide tekst, dien de lezer wel doet na te slaan in dit verband).
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en hfdst. VIII:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">(I) Het</span> Hoofdstuk <span class="smallcaps">van het gaan door Amentet [en het Tevoorschijntreden] bij dag.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en hfdst. IX:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">(I) Het</span> Hoofdstuk <span class="smallcaps">van het tevoorschijntreden bij dag na den gang door het graf gedaan te hebben.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>terwijl in hfdst. X ook gezinspeeld wordt op den strijd en de moeilijkheden aldaar.
+<a id="d0e2786"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2786">89</a>]</span></p>
+<p>Een moeilijkheid doet zich echter voor, en geen oplossing is daarvoor te vinden. C. W. Leadbeater spreekt van deze inwijding
+als de Sotapatti-inwijding, terwijl alle andere gegevens er tot dusver op duidden dat de Christus-inwijding zou hebben plaats
+gevonden in de Pyramide. De Christus-inwijding is dan ook de <i>hoogste</i> kenbare inwijding, niet de Sotapatti-inwijding, welke laatste tot de kleine Mysteri&euml;n behoort. Verwondering baart het dus
+dat C. W. Leadbeater hier de Sotapatti-inwijding noemt de &#8220;hoogste&#8221; inwijding die in Egypte plaats vond.
+
+</p>
+<p>Dit laatste kan slechts het geval zijn wanneer wij spreken van Egypte in zijn vervaltijd, doch niet toen het zijn grootsten
+bloei beleefde en de Groote Mysteri&euml;n hun zetel hadden in de Groote Pyramide.
+
+</p>
+<p>Zeer zeker zou licht gewenscht zijn op dit punt, doch geenszins zie ik kans het dilemma op te lossen.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">(I) Nog een</span> Hoofdstuk <span class="smallcaps">[dat opgezegd moet worden] door iemand die bij dag te voorschijn treedt tegen zijne vijanden in de Onderwereld.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hetzelfde wordt weergegeven in de hoofdstukken XI (i), XII (ii), XIII, en ik vermeen dat hfdst. XV een zegezang is na de overwinning
+en den gelukkigen doorgang door de onderwereld.
+
+</p>
+<p>Adams meent dat deze hoofdstukken den kandidaat medegedeeld worden aleer hij in het &#8220;graf&#8221; daalt om hem voor te bereiden op
+hetgeen hem wacht. Ook deze uitlegging is nu wel te aanvaarden indien men veronderstelt dat al deze hoofdstukken op &eacute;&eacute;n persoon
+in denzelfden tijd betrekking hebben. Doet men dit niet, dan is het eer aan te nemen dat zij hetzelfde feit, namelijk het
+gaan naar de Onderwereld, op verschillende wijzen beschrijven.
+
+</p>
+<p>De verdere hoofdstukken van het <i>Boek der Dooden</i> zijn aan geen verschil van opvatting onderhevig. Hfdst. XVII beschrijft het gaan in de Onderwereld zelf met een korte opsomming
+van de toetsen, vijanden en gevaren, welke den doode wachten, en van hfdst. XVIII af kunnen wij het doormaken der beproevingen
+volgen. Adams zegt dan ook:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;De vrienden zijn verdwenen. De zon, die van zijn vroegste jaren af het ontwaken van den gestorvene begroet heeft, is voor
+altijd uit zijn gezicht verdwenen. De &#8220;Poort der Aarde&#8221; is hij doorgegaan; en de Kandidaat voor Wijsheid is de Strever naar
+Onsterfelijkheid geworden. Ondenkbare stilte heerscht rondom hem, een niet te begrijpen duisternis ligt voor hem. Maar onder
+de leiding van Anup, den gids der zielen, <a id="d0e2817"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2817">90</a>]</span>gaat hij door die Poort der Opstijging, waar het goddelijk licht den steen van het graf heft. &#8216;Het is het gebied van zijn
+vader Shu (het Licht)&#8217;, vervolgt het Ritueel: &#8216;hij wascht zijne zonden weg, hij doet zijne wonde plekken verdwijnen&#8217;. Dan,
+wanneer de gestorvene in de duisternis voorwaarts treedt en onbevreesd het benedenwaartsche pad afgaat, onthult het innerlijk
+Licht, ongezien door het sterfelijk oog, zich in een visioen. Hij ziet de Onderwereld (hfdst. XVII) het gebied der Inwijding,
+den ingang tot de verborgen plaatsen, met betrekking tot welke de goddelijke Wijsheid hem geleerd heeft, dat het de plaats
+is &#8216;waar hij moet binnentreden en van waar uit hij moet tevoorschijntreden&#8217;, de veranderingen die hij begeeren moet door te
+maken opdat hij tot de gelijkenis van God vervormd moge worden, de goede werken die hij moet verrichten, de troon van de herschapen
+ziel, en het gezegende gezelschap van Osiris nadat het lichaam ter ruste gelegd is. In datzelfde visioen ziet hij ook den
+ingang van de Onderwereld, of Rusta, en verneemt dat het de noordelijke deur van het graf van Osiris is, terwijl de eenige
+ingang van de Pyramide de noordelijke ingang is.<a id="d0e2819src" href="#d0e2819" class="noteref">9</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Symbolisch wordt dus het gaan in en het betreden van de benedenwaartsche gang in de Pyramide beschouwd als het betreden van
+de onderwereld. Wanneer het lichaam dan op de Tau geplaatst is in een trance-toestand, vangt de beproeving op het astraal
+gebied aan, welke gevolgd moet worden door de beproeving op het verstandsgebied, om te worden bekroond door een geboorte op
+het Buddhisch gebied, terwijl de lichamen door verschillende transformaties geschikt worden gemaakt om dit schitterend Buddhisch
+beginsel ten slotte op te nemen. Dit alles zullen wij vinden in het ritueel van het <i>Boek der Dooden</i> en met dezen voortgang der Inwijding gaat eene verplaatsing van het stoffelijk lichaam gepaard langs den symbolischen weg
+in de Pyramide. Den tekst van hoofdstuk XVII vermeldden wij reeds, als te kennen gevende wat den kandidaat te wachten staat
+in die onderwereld. Het zal echter niet wel mogelijk zijn het ritueel te volgen door hoofdstuk na hoofdstuk in verband daarmede
+aan te halen, want evenals dit in onzen <i>Bijbel</i> het geval is, werd door de samenstellers van het <i>Boek der Dooden</i> natuurlijk geenszins deze opvatting van den tekst gehuldigd, en is deze op eene schromelijke manier dooreengeward. In dezen
+tekst zijn n.l. door elkaar heen te vinden:
+
+
+</p>
+<p>(<i>a</i>) het doorloopen van de inwijding volgens het Egyptische ritueel.
+
+</p>
+<p>(<i>b</i>) de verklaring van den hierofant aan de leerlingen van het ritueel zelf.
+<a id="d0e2846"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2846">91</a>]</span></p>
+<p>(<i>c</i>) de verklaring van de inwijding van den kandidaat als verzinnebeeldende de nederdaling van den Logos in de stof.
+
+</p>
+<p>(<i>d</i>) de verklaring van verschillende leeringen van den exoterischen godsdienst, als daar zijn re&iuml;ncarnatie, de drievoudige, zevenvoudige
+en meervoudige samenstelling van den mensch, zijn verband als mikrokosmos tot den makrokosmos, enz.
+
+
+</p>
+<p>Wij zien dus dat het op zichzelf heel wat studie en zeer veel kennis zou vorderen om het <i>Boek der Dooden</i> aldus te ontleden, en het kan dus thans ook niet mogelijk zijn dit te dezer plaatse in een kort bestek te doen in verband
+met ons onderhavig onderwerp. Ik wenschte er echter alleen op te wijzen, daar anders mijn aanhalingen uit de verschillende
+hoofdstukken van het <i>Boek der Dooden</i> zonder een bepaalde volgorde eenigszins willekeurig zouden gelijken. Bij een juist denkbeeld van de samenstelling van het
+werk valt deze willekeurigheid weg.
+
+</p>
+<p>Tot beter begrip van enkele gebeurtenissen in het ritueel is het niet onnoodig het volgende op te merken. Er wordt in enkele
+gedeelten van het ritueel veel gesproken over de &#8220;krokodil&#8221; en veel over het &#8220;hart&#8221;. Het is natuurlijk steeds in symbolische
+beteekenis dat deze woorden gebruikt worden. De &#8220;krokodil&#8221; beteekent in de meeste gevallen Manas, het Denkvermogen en wordt
+dan gewoonlijk beschouwd als vijand van den <i>werkelijken</i> mensch Osiris, als trachtende hem te bewegen tot afscheiding, de gevaarlijkste eigenschap van den &#8220;vijfpuntigen&#8221; mensch.
+De vijfpuntige ster, het symbool van den mensch gereed voor inwijding, gaf aanleiding tot het ontstaan van het krokodil-symbool,
+namelijk door de vijf uiteinden van voorpooten, achterpooten en staart. Soms is deze krokodil voorgesteld als draak en in
+enkele gevallen als visch.
+
+</p>
+<p>Het &#8220;hart&#8221; is het re&iuml;nkarneerende beginsel of het ware Ego, het zoogenaamde &#8220;voorouderlijke hart&#8221;.
+
+</p>
+<p>In verband met deze diepgaande symbologie is het voor den studeerende zeer belangrijk, na te gaan hetgeen H. P. Blavatsky
+in dit verband zegt in de <i>Geheime Leer</i> I, 288, 289. Zooals ik reeds opmerkte vindt men in het <i>Boek der Dooden</i> vele dooreenstrengelen van verschillende leeringen, doch ook de ritueelen van verschillende inwijdingen zijn aan elkander
+vastgeknoopt of onderling verward. Zoo is bijvoorbeeld het begraven in een mummiekist en het gaan in de onderwereld een eerste
+inwijding en dit komt overeen met hetgeen thans in symbolischen vorm in den leerlingsgraad der Vr.&middot;. M.&middot;. doorloopen wordt,
+volgens mijn <a id="d0e2880"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2880">92</a>]</span>vroeger reeds vermelde opvatting, namelijk het gaan door den dood en het bekend worden met de werelden aan gene zijde des
+grafs, het bekend worden met astrale en devachanische toestanden<span id="d0e2882" class="corr" title="Bron: ">,</span> het bevriend raken met de elementalen dier gebieden, enz. Vandaar bijv. de offers, en het graan dat medegegeven werd in de
+mummiekist. De astrale tegenhangers daarvan kon hij hun als offers aanbieden. Later werd dit gebruik voortgezet bij de werkelijke
+dooden, hoewel waarschijnlijk de redenen, die er aanleiding toe gaven, reeds vergeten waren; doch wie weet hoeveel nut de
+afgestorvenen er aan gene zijde van hadden!
+
+</p>
+<p>Dit gaan in de onderwereld en deze inwijding is natuurlijk volstrekt niet die waarover wij reeds spraken als de Christus-inwijding,
+waarbij de kandidaat op de Tau geplaatst werd. Bovendien had deze lagere inwijding veelvuldig en ook in vele andere tempels
+en pyramiden plaats. De inwijding waarover wij in een volgend hoofdstuk zullen handelen in verband met de groote Pyramide,
+aan de hand van het <i>Boek der Dooden</i>, is die inwijding welke als eindzege de geboorte van het Buddhisch lichaam had en symbolisch de uitstorting van den Logos
+verzinnebeeldde in het bouwwerk dat symbolisch zijn veld van werking voorstelde, namelijk ons zonnestelsel.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2525" href="#d0e2525src" class="noteref">1</a></span> <i>Esoterisch Christendom</i>, blz. 28, 29. De cursiveering is van mij (v. G.); evenzoo in de volgende aanhalingen.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2542" href="#d0e2542src" class="noteref">2</a></span> <i>Plotinus</i>, blz. 42.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2565" href="#d0e2565src" class="noteref">3</a></span> <i>Esoterisch Christendom</i>, blz. 24.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2579" href="#d0e2579src" class="noteref">4</a></span> <i>Lucifer</i>, deel IV, blz. 228.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2653" href="#d0e2653src" class="noteref">5</a></span> <i>Esoterisch Christendom</i>, blz. 188, 189.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2669" href="#d0e2669src" class="noteref">6</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 404.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2682" href="#d0e2682src" class="noteref">7</a></span> t.a.p. blz. 141.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2730" href="#d0e2730src" class="noteref">8</a></span> <i>De Christelijke Geloofsbelijdenis</i>, blz. 80.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e2819" href="#d0e2819src" class="noteref">9</a></span> <i>The Book of the Master</i>, blz. 155, 156.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e2890" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2 class="label">Hoofdstuk X.</h2>
+<h2>Mystieke Theorie&euml;n. (<i>Slot</i>.)
+</h2>
+<p>Wij zullen nu trachten den kandidaat bij zijn inwijding in de Groote Pyramide te volgen, en daar wij enkele gedeelten van
+het ritueel van het <i>Boek der Dooden</i> in verband met deze inwijding in een vorig hoofdstuk reeds toelichtten, is het thans mogelijk om zonder verdere uitweiding
+over onderdeelen het geheel dezer inwijding te volgen.
+
+</p>
+<p>Adams beweert dat het mogelijk is den kandidaat bij deze inwijding door de geheele Pyramide heen stap voor stap te volgen.
+Dit schijnt mij een eenigszins gewaagde opmerking om algemeen te worden aangenomen. Indien men de theorie op gevoelsgronden
+aanneemt is het wel duidelijk dat men tot deze conclusie komt, doch door iemand die de theorie kritisch beschouwt, zou deze
+<a id="d0e2905"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2905">93</a>]</span>opmerking zeer zeker niet onderschreven worden. Zooals wij reeds zagen is in de hoofdstukken I&#8211;XVII een soort inleiding belichaamd
+tot het eigenlijk ritueel; van hoofdstuk XVIII af wordt de kandidaat onderworpen aan beproevingen en maakt hij de inwijding
+door; het &#8220;Doorbrengen der Dagen&#8221; neemt een aanvang. Nadat de &#8220;doode&#8221; geplaatst is in de onderaardsche crypt, worden zekere
+mantrams over hem uitgesproken en ik meen dat dit gedurende den eersten tijd van de inwijding enkele malen geschiedde over
+het beweginglooze en schijnbaar levenlooze lichaam. Zulke mantrams vinden wij weergegeven in de hoofdstukken XVIII, XIX en
+XX. In hoofdstuk XVIII lezen wij o.a.:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">Wanneer dit hoofdstuk opgezegd wordt, zal de doode te voorschijn treden bij dag, gelouterd na den dood en [hij zal] al de
+vervormingen [doormaken] die zijn hart zal voorschrijven. Indien dit hoofdstuk over hem opgezegd wordt, zal hij op aarde te
+voorschijn treden, hij zal aan alle vuur ontkomen; en geen enkele van de slechte dingen die hem [toebehooren] zullen hem in
+eeuwigheid en altijd en altijd belemmeren.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>In hoofdstuk XIX wordt gesproken over het plaatsen van talismans op het gelaat van den doode, over het branden van wierook
+en het plaatsen van offeranden; terwijl dan merkwaardig is het volgende:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">[Dit hoofdstuk] moet door u tweemaal opgezegd worden bij het aanbreken van den dag&#8212;nu is het een nimmer falende bezwering&#8212;regelmatig
+en voortdurend.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hoofdstuk XX moet blijkbaar eveneens als mantram opgevat worden.
+
+</p>
+<p>In de eerstvolgende hoofdstukken wordt daarna beschreven wat intusschen met het astraallichaam plaats vindt, en wel in de
+eerste plaats hoe het astraal <i>bewustzijn</i> begint te werken en hoe het ego in het astraallichaam handelen kan. Zoo spreekt hoofdstuk XXII van het &#8220;openen van den mond&#8221;,
+terwijl in XXIV en XXV vermeld wordt hoe het denkvermogen weder begint te werken in dit nieuwe astrale leven; wij lezen n.l.:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">Het Hoofdstuk over: een mensch geheugen te doen bezitten in de onderwereld.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Eindelijk komt in hoofdstuk XXVI het &#8220;hart&#8221; wederom terug <a id="d0e2936"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2936">94</a>]</span>tot Osiris en wij lezen er in hoe de kandidaat daarna kan werken in zijn astraallichaam. Een gedeelte van dit hoofdstuk haal
+ik daarom aan:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>.....&#8220;Moge mijn mond mij [gegeven worden], opdat ik daarmede kan spreken; en mijn beide beenen om daarmede te wandelen, en
+mijn twee handen en armen om mijn vijand neer te werpen. Moge de deur van den hemel mij geopend worden; moge Seb, de Vorst
+der Goden, zijn beide kaken wijd voor mij openen; moge hij mijn beide oogen, welke geblinddoekt zijn, openen; moge hij zorgen
+dat ik mijne beide beenen van elkander uitstrek welke tezaam gebonden zijn; moge Anubis mijne dijen zoo stevig maken dat ik
+er op staan kan. Moge de godin Sekhet mij doen opstaan zoodat ik ten hemel kan stijgen, en moge datgene gedaan worden wat
+ik beveel in het Huis van de <i>Ka</i> van Ptah (Memphis). Ik begrijp mijn hart. Ik heb heerschappij over mijn hart verkregen, ik heb macht over mijn beide handen,
+ik heb macht over mijne beenen, ik heb wederom macht om te doen wat mijn <i>Ka</i> gelieft. Mijn ziel zal niet gebonden zijn aan mijn lichaam bij de poorten der onderwereld; maar ik zal in vrede binnentreden
+en in vrede te voorschijn komen.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Thans komen de beproevingen en gevaren. De kandidaat ziet in zijn astraal bewustzijn de vijanden die hem tegenhouden, n.l.
+zijn hartstochten, die zich in allerlei vormen aan hem opdringen, en trachten hem te vernietigen, van zijn doel af te leiden
+of op den verkeerden weg te brengen. Eenige hoofdstukken spreken zelfs van &#8220;het wegnemen van het hart van Osiris&#8221;. Blijkbaar
+doelt dit op het gevaar van een kandidaat, die bewust op het astraal gebied werken kan, om af te dwalen in de paden der zwarte
+magie, waarbij ten slotte zijn &#8220;ego&#8221; losgescheurd zou worden uit de lagere lichamen. Een groote vijand van hem is hier ook
+de &#8220;krokodil&#8221;, d.w.z. het denkvermogen.
+
+</p>
+<p>In de hoofdstukken XXVII&#8211;XXXII vinden wij dan voornamelijk beschreven hoe de kandidaat zijne hartstochten onder de oogen moet
+zien en toonen moet dat hij ze overwonnen heeft; blijkbaar blijven ze, doch onderworpen aan den wil van den Osiris-mensch,
+en niet als zijn heerschers. Van een moeilijker strijd wordt verhaald in de hoofdstukken XXXIII&#8211;XLI, en wel van den strijd
+tegen het denkvermogen, dat een kandidaat op allerlei wijzen van zijn doel tracht af te leiden. Ook is hier sprake van magische
+of ordewoorden, die den kandidaat kunnen helpen. De strijd schijnt bemoeilijkt te worden door &#8220;slangen&#8221;. Ik vermoed dat deze
+eene voorstelling zijn van de leidende hierofanten, die de standvastigheid van den kandidaat beproefden; wij moeten dus geen
+werkelijke <a id="d0e2952"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2952">95</a>]</span>vijanden in deze slangen zien, maar slechts schijnbare. Dit zou ook verklaren waarom bij het einde van dit deel der inwijding
+in hoofdstuk XLII een vignet staat, waarin de &#8220;doode&#8221; een koord heeft om het bovenste deel van een <i>tet</i>, wat volgens Naville het zinnebeeld van standvastigheid is.
+
+</p>
+<p>Thans schijnt een tweede gedeelte van de astrale beproevingen aan te vangen om zijn zelfbeheersching te toetsen; er wordt
+n.l. veel gesproken over het wegnemen van zijn hoofd, het vergeten der magische woorden enz., terwijl ook nieuwe vijanden
+zich in allerlei gedaanten aan hem opdringen. Van zijn astraallichaam wordt echter gezegd dat het gelouterd is in het &#8220;water&#8221;
+der onderwereld, en schoon en schitterend geworden is. Niettemin wacht hem bij gebrek aan zelfbeheersching en standvastigheid
+de dood door de schepselen der duisternis (XLIII&#8211;LI).
+
+</p>
+<p>Wanneer wij thans weder verband zoeken met de groote Pyramide in dit ritueel van inwijding, is het waarschijnlijk dat het
+lichaam van den kandidaat opwaarts gebracht werd naar de zoogenaamde &#8220;Put&#8221;, terwijl daarna (in het derde gedeelte van de astrale
+inwijding) het ego van den kandidaat <i>wetend bewust</i> werd van zijn goddelijke afkomst. Adams spreekt van dit bewustworden van den kandidaat van zijn goddelijken oorsprong als
+&#8220;de tweede geboorte&#8221;. Dit schijnt mij wel eenigszins voorbarig, aangezien de tweede geboorte zelf het slot van de geheele
+inwijding vormt.
+
+</p>
+<p>Enkele hoofdstukken duiden blijkbaar op de water- en vuurproef van het astraal gebied; zoo lezen wij o.a. in hoofdstuk LXIIIa:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p><span class="smallcaps">Het hoofdstuk van het water drinken en het niet door vuur verbrand worden in de onderwereld.</span>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Hoofdstuk LXIV zinspeelt op het welslagen van den kandidaat na de verschillende astrale beproevingen en geeft hem onderricht.
+Zoo lezen wij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Ik ben Gisteren, Heden en Morgen en [ik heb de macht] een tweede maal geboren te worden...&#8221; &#8220;Ik ben de Heer van de menschen
+die opgeheven worden, [de Heer] die uit de duisternis komt, en wiens vormen van bestaan die zijn van het huis waarin de dooden
+zijn&#8221;.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Vooral de laatste uitdrukking past zeer wel in onze theorie. Indien de hierofant hier de spreker is, vertegenwoordigt hij
+als zoodanig de Logos; het huis dat den vorm van diens bestaan bevat is de Pyramide; de dooden zijn de in-te-wijden kandidaten.
+
+</p>
+<p>Terwijl nu het astrale lichaam rust verkrijgt, vangt de beproeving <a id="d0e2982"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2982">96</a>]</span>in het verstandslichaam aan. Deze regeneratie van het verstandslichaam vindt plaats nadat het in trance verkeerende lichaam
+in de zoogenaamde Koninginnekamer geplaatst is. Dit tweede gedeelte van de inwijding is moeilijk te volgen, zelfs in het <i>Boek der Dooden</i>, niet omdat het er niet beschreven staat, maar omdat wij er zoo weinig van begrijpen kunnen.
+
+</p>
+<p>In hoofdzaak schijnt dit tweede gedeelte der inwijding te bestaan uit het doormaken van zekere beproevingen, die de rijpheid
+van het oorzakelijk lichaam zullen bevorderen, opdat de geboorte in het Buddhisch lichaam vergemakkelijkt worde.
+
+</p>
+<p>Uitvoerig wordt daarna beschreven hoe, na de tweede periode der inwijding, Osiris tot het lichaam terugkeert. Hij is namelijk
+zoo schitterend geworden dat &#8220;het lichaam verteren zou door den glans&#8221;, en vandaar dat er verschillende transformaties moeten
+plaats vinden, voordat het lichaam weder bezield kan worden. In de hoofdstukken LXV&#8211;LXXV worden de wedergeboorte en de terugkeer
+tot het lichaam beschreven, terwijl in de hoofdstukken LXXVII&#8211;LXXXVII de verschillende transformaties beschreven worden, alles
+in symbolischen vorm natuurlijk. Het goddelijk Ego hult zich dus in een Khaibit of licht-dampkring (aura), bestaande uit een
+reeks etherische omhullingen, die het schitterend licht van de Ikheid temperen en vatbaar maken, om opgevangen te worden door
+het aardsche lichaam. De vorm die het eerst aangenomen wordt is die van de gouden wolk, het symbool van den Eeuwige; daarna
+heeft eene vervorming plaats, welke symbolisch voorgesteld wordt door het hoofd van Osiris in een lotus, de Godheid geopenbaard
+in de onbevlekte stof; vervolgens wordt de slangvorm aangenomen, duidende op de verkregen wijsheid, terwijl ten laatste het
+Ego wedergekeerd is in het lagere verstand en als symbool daarvan den krokodil-vorm aanneemt. Adams merkt met betrekking tot
+het krokodil-symbool in den vorm van vijand zoowel als in den vorm van goddelijke belichaming het volgende op:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Want daar de menschelijke hartstochten deel uitmaken van de natuur waarin de mensch oorspronkelijk geschapen werd, zijn zij
+niet uitteraard slecht, maar worden slecht wanneer zij niet onderworpen zijn aan de ziel. En aldus wordt de krokodil, die
+den &#8220;doode&#8221; aanviel v&oacute;&oacute;r de wedergeboorte, goddelijk in den nieuwen vorm. Daarom werd de krokodil in hoog aanzien gehouden
+bij de Egyptenaren, want deze sprak hun van den tijd waarop de mensch heerschappij over zijne hartstochten zou hebben verkregen
+en waarop de laatste hinderpaal tusschen hem en zijn verheerlijkte ziel weggenomen zou zijn.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+<a id="d0e2995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e2995">97</a>]</span></p>
+<p>De vereeniging van ziel en lichaam na het tweede gedeelte der inwijding vindt plaats in de hoofdstukken LXXXIX&#8211;XCIII.
+
+</p>
+<p>Het is echter niet goed mogelijk den kandidaat in werkelijkheid in de Pyramide te volgen, zooals Adams dit doet en wel hoofdstuk
+na hoofdstuk. Zoo zou in dit laatste gedeelte der inwijding de &#8220;ziel&#8221; wedergeboren worden in de Koninginnekamer, en het lichaam
+zou wachten op den bodem der &#8220;put&#8221;. Daarna zou de ziel nederdalen tot het lichaam. Der fantasie is hier te veel spel gelaten.
+Meer waarschijnlijk is wel, dat het in trance verkeerende lichaam eerst onder den grond, en daarna in de Koninginnekamer werd
+gedragen. Het laatste gedeelte der inwijding (3 dagen en 3 nachten) werd doorgebracht in de Koningskamer.
+
+</p>
+<p>Wanneer wij dus uit het rijk der fantasie van Adams treden en zien wat werkelijk plaats vond met den kandidaat, zooals H.
+P. Blavatsky ons dit mededeelt, dan moeten wij den bouw van het inwendige der Pyramide louter als den symbolischen weg opvatten
+en niet letterlijk den kandidaat gedeelte na gedeelte laten doorloopen in gelijken tred met den voortgang zijner inwijding
+op hoogere gebieden. De symboliek van het bouwwerk moet geheel gezocht worden in de getalwaarden van de verhoudingen der afmetingen,
+en deze getalwaarden vormen de symboliek, waarin de voortgang van den kandidaat in zijn evolutie wordt voorgesteld. Zooals
+wij reeds vroeger betoogden, is de Groote Pyramide een stoffelijk symbool van den Zonne-Logos. De mensch nu volbrengt zijn
+evolutie binnen het veld van den Logos, legt een zekeren weg af in het lichaam van dien Logos (vandaar het symbool van den
+dierenriem als de baan der evolutie). Gedurende de inwijding nu legde de kandidaat dezen weg wederom af in het bouwwerk, dat
+dit &#8220;lichaam&#8221; verzinnebeeldt en dus op symbolische wijze: naarmate zijn inwijding vorderde, moest hij zich in een ander gedeelte
+van de Pyramide bevinden, om ten slotte het einddoel te bereiken in de Koningskamer, &#8220;het hart&#8221;. Op zijn pad leidden hem de
+Hierofanten, die hem telkens, na doorstane beproevingen op andere gebieden, leering gaven door hem de symbolische beteekenis
+van den afgelegden weg te verklaren. Aldus werd een kennen van het inwendige van &#8220;het Huis&#8221;, een kennen van fundamenteele
+kosmische waarheden.
+
+</p>
+<p>In het derde gedeelte van zijne inwijding onderging de kandidaat blijkbaar zeer zware beproevingen en werd hij door het college
+van Adepten ten nauwste getoetst. Naar ik meen is dit weergegeven <a id="d0e3004"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3004">98</a>]</span>in het tooneel, bekend als &#8220;het wegen van het hart&#8221; van Ani. Dit zou dan gelezen moeten worden als een onderzoek naar den
+staat van het oorzakelijk lichaam; of alle kiemen van kwaad daar uitgeroeid zijn.
+
+</p>
+<p>Het zou ons echter blijkbaar te ver voeren en ons zeker de grenzen van deze verhandeling verre doen overschrijden, indien
+wij de symboliek van het ritueel van het <i>Boek der Dooden</i> in zijn geheel zouden trachten na te gaan. Zulks vormt een onderwerp op zichzelf, waarop ik in een later werk hoop terug
+te komen.
+
+</p>
+<p>Het eindstadium van de inwijding had plaats in de Koningskamer en wordt in vele werken aangehaald als &#8220;het mysterie van het
+open graf&#8221;. Het lichaam van den kandidaat zou namelijk geplaatst worden in de sarcofaag, om de laatste dagen der inwijding
+daar te verblijven. H. P. Blavatsky zegt dat dit werkelijk het geval was en dat op dit stadium der inwijding de kandidaat
+Osiris het mannelijk of scheppende beginsel in den Kosmos voorstelde en de sarcofaag het vrouwelijk beginsel, aldus de nederdaling
+van den Logos in de stof verzinnebeeldende. Veel kan men in verband met dit gedeelte van ons onderwerp vinden in Gerald Massey&#8217;s
+<i>The Natural Genesis</i>.
+
+</p>
+<p>Nadat de kandidaat op hoogere gebieden wederom zijn &#8220;Pad&#8221; be&euml;indigd had, werd hij op den morgen van den laatsten dag zijner
+inwijding op het kruis uit de koningskamer gedragen en aldaar zoo geplaatst, dat de zonnestralen door een luchtkanaal op zijn
+voorhoofd vielen en hem deden ontwaken als een der Ingewijden.
+
+</p>
+<p>Een schoon symbool van dit ontwaken wordt ons gegeven in <i>Records of the Past</i> deel XII blz. 77, waarin wij zien dat op een zalfvaas van Osor-Ur, de godin Nout het water des eeuwigen levens op den doode
+stort. De beste bron om iets te weten te komen omtrent hetgeen plaats vond, is echter de <i>Geheime Leer</i>, en ik wil mijne verhandeling over dit onderwerp dan ook eindigen met mede te deelen wat H. P. Blavatsky ons in dit werk
+mededeelt met betrekking tot de Inwijdingen die in verband stonden met de Pyramide.
+
+</p>
+<p>In de <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 689, lezen wij:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;De ingewijde Adept, die met goed gevolg alle beproevingen doorstaan had, werd <i>gehecht</i>, niet <i>genageld</i>, maar eenvoudig gebonden aan een bank, die in Egypte den vorm van een Tau, <img border="0" src="images/tau.gif" alt="Tau." width="28" height="26"> in Indi&euml; die van een swastika zonder de vier verlengstukken (+, niet <img border="0" src="images/swastika.gif" alt="Swastika." width="35" height="35">) had, en <i>in een diepen slaap gedompeld</i>, &#8216;den slaap van Silvam&#8217;, zooals die tot heden nog onder de Ingewijden in Klein-Azi&euml;, Syri&euml; en zelfs Boven-Egypte genoemd
+wordt.
+
+<a id="d0e3051"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3051">99</a>]</span></p>
+<p>Hij werd <i>drie dagen en drie nachten</i> in dien toestand gelaten, gedurende welken tijd zijn Geestelijk Ego, naar het heet, <i>zich &#8216;gemeenzaam&#8217; met de &#8216;Goden&#8217; onderhield</i>, nederdaalde naar den Hades, Amenti of P&acirc;t&acirc;la&#8212;naar gelang van het land&#8212;en liefdewerken voor de onzichtbare Wezens verrichtte,
+hetzij dat Zielen van menschen of Elementale Geesten waren; terwijl zijn lichaam al dien tijd in een <i>tempelcrypt of in een onderaardsche grot</i> bleef liggen. In Egypte werd het in de <i>Sarcophaag in de Koningskamer van de Pyramide van Cheops</i> en in <i>den nacht van den naderenden derden dag naar den ingang van een galerij gedragen, waar op zeker uur de stralen van de opgaande
+Zon ten volle op het gelaat van den in trance verkeerenden Candidaat vielen, die ontwaakte om door Osiris en Thoth, den God
+van Wijsheid, ingewijd te worden</i>.&#8221;
+</p>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>In deze aanhaling cursiveerde ik de gedeelten die de bevestiging geven van onze voorafgaande theorie omtrent inwijding in
+de Pyramide. In de eerste plaats wordt hier duidelijk gezegd dat de inwijding er werkelijk plaats vond, in de tweede plaats
+dat de ziel gedurende den trance-toestand van het lichaam zich in Amenti bevond, terwijl ten slotte ook de ontwaking op het
+kruis hier nagenoeg onveranderd gegeven wordt. Nog kunnen wij hier een bevestiging vinden van onze stelling dat Thoth-Hermes
+de hoogste Hierofant was bij die inwijdingen en als gezant der Godheid het wijsheidsaanzicht vertegenwoordigde. Wij haalden
+reeds aan eene beschrijving van de voorstelling van het ontwaken van den kandidaat, zooals die gegeven wordt op de zalfvaas
+van Osor-Ur. H. P. Blavatsky haalt in dit verband een voorbeeld aan van eene voorstelling in <i>bas-relief</i> op den tempel te Philae. Zij zegt dat deze voorstelling inderdaad een tooneel uit die inwijding is.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Twee Goden-Hi&euml;rophanten, een met den kop van een valk (de Zon), de ander met den kop van een ibis (Mercurius, Thoth, de God
+van Wijsheid en Geheime Kennis, de machtsbekleeder van Osiris-Zon) staan gebogen over het lichaam van een zoo juist ingewijd
+Candidaat. Zij zijn bezig een dubbelen stroom &#8216;water&#8217; (het Water des Levens en der Nieuwe Geboorte) over zijn hoofd uit te
+gieten; de stroomen ontmoeten elkaar in den vorm van een kruis en zijn vol kleine <i>ansatakruisen</i>. Dit is een allegorie van het ontwaken van den Candidaat, die thans een Ingewijde is, als de stralen der morgenzon, Osiris,
+de kruin van zijn hoofd treffen, terwijl zijn in trance verkeerend lichaam op de houten Tau gelegd was om die stralen te kunnen
+opvangen. Daarna verschenen de Hi&euml;rophanten-Inwijders en werden de sacramenteele woorden uitgesproken, schijnbaar tot den
+Zon-Osiris, doch in werkelijkheid tot de innerlijke Geest-Zon gericht, die den nieuw-geboren mensch verlicht.<a id="d0e3081src" href="#d0e3081" class="noteref">1</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Dit ontwaken is, naar ik vermeen, in het <i>Boek der Dooden</i> <a id="d0e3092"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3092">100</a>]</span>weergegeven in hoofdstuk CLXVIII, genaamd het hoofdstuk der offeranden. Vele goden storten hun vaas uit over den &#8220;doode&#8221;,
+d.w.z. deelen hem hunne kennis mede.
+
+</p>
+<p>Nog een belangrijk punt kunnen wij in de <i>Geheime Leer</i> bevestigd vinden, nl. dat de kandidaat als Osiris in het gebouw, dat het stoffelijk symbool van Osiris-Zon (Logos) was, dezen
+laatste verzinnebeeldde in zijn uitstorting. Wij kunnen dit begrijpen wanneer wij de volgende aanhalingen aandachtig bestudeeren.
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8221;....en het is op deze &#8216;kennis&#8217; dat het programma van de Mysteri&euml;n en van de reeks Inwijdingen gegrond was; daaruit vloeide
+<i>de bouw van de Pyramide</i> voort, <i>de blijvende oorkonde en het onvernietigbare symbool</i> van deze Mysteri&euml;n en Inwijdingen op aarde, gelijk de banen der sterren zulks aan het Uitspansel zijn. De cyclus van Inwijding
+was eene nabootsing op kleine schaal van die groote reeks cosmische veranderingen, waaraan sterrenkundigen den naam van Tropisch
+of Siderisch Jaar gegeven hebben. Evenals de hemellichamen bij het einde van den cyclus van het Siderisch Jaar (25.868 jaren)
+onderling dezelfde positi&euml;n innemen als bij het begin daarvan, zoo heeft de Innerlijke Mensch bij het einde van den cyclus
+van Inwijding den oorspronkelijken toestand van goddelijke reinheid en kennis weder bereikt, dien hij verliet toen hij den
+cyclus van aardsche belichaming aanving.&#8221;<a id="d0e3108src" href="#d0e3108" class="noteref">2</a></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Deze verzinnebeelding van den cyclus der Inwijding in het bouwwerk der Pyramide is alleen duidelijk voor hen, die de symboliek
+van getallen en verhoudingen begrijpen. Wij gaan daarop hier dus niet in, doch duiden alleen den weg aan om deze symboliek
+te doorgronden. Dat de kandidaat bij zijn inwijding op zijn &#8220;reis&#8221; door het bouwwerk een weg doorliep, die symbolisch dezen
+cyclus voorstelde, wordt ons nog duidelijker door de volgende aanhaling, waaruit wij tevens wederom zien dat de hemelsche
+tempel (de tempel van Salomo) verzinnebeeld was in de Groote Pyramide en ook in alle latere Vrijmetselaarstempels. Wij lezen
+dan:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Mozes, een Ingewijde in de Egyptische Mystagogie, grondde de godsdienstige mysteri&euml;n van het nieuwe volk dat hij schiep,
+op dezelfde, van dezen Siderischen Cyclus afgeleide, abstracte formules, verzinnebeeld door den vorm en de afmetingen van
+den Tabernakel, dien hij, naar men veronderstelt, in de woestijn bouwde. Op deze gegevens grondden de latere Joodsche Hoogepriesters
+de allegorie van den Tempel van Salomo&#8212;een gebouw dat in werkelijkheid nooit bestaan heeft, evenmin als Koning Salomo zelf,
+die evenzeer een zonnemythe is als de nog latere Hiram Abif der Vrijmetselaars, hetgeen Ragon zoo duidelijk aangetoond heeft.
+Indien derhalve de afmetingen van dezen allegorischen Tempel, het <a id="d0e3118"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3118">101</a>]</span>symbool van den cyclus van Inwijding, overeenstemmen met die der groote Pyramide, is dat een gevolg daarvan dat eerstbedoelde
+door middel van den Tabernakel van Mozes aan laatstbedoelde ontleend zijn.&#8221;<span id="d0e3120" class="corr" title="Bron: ."></span><a id="d0e3121src" href="#d0e3121" class="noteref">3</a>
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Diep in te gaan op deze aanhalingen is onmogelijk zonder een grondig begrip van de symboliek van getallen, zeide ik reeds,
+doch voor hem die er meer van zou willen weten, vermeld ik dat hij de oplossing zal vinden in <i>The Source of Measures</i> van Ralston Skinner, want H. P. Blavatsky herhaalt dat de schrijver <i>een</i> en zelfs <i>twee</i> der sleutels tot deze symboliek in verband met de Inwijding, de Pyramide en den Tabernakel gevonden heeft.
+
+</p>
+<p>Uit het voorgaande kunnen wij dus lezen, dat de <i>cyclus van Inwijding</i> eene symbolische voorstelling was van de nederdaling van den Logos in de stof, en dan werd bij eene Inwijding in de Groote
+Pyramide die verzinnebeelding volmaakter, daar het bouwwerk deze stof verzinnebeeldde in haar openbaring als geopenbaard zonnestelsel.
+
+</p>
+<p>In verband met de verzinnebeelding van de nederdaling van den Logos is wederom een aanhaling uit de <i>Geheime Leer</i> ons zeer behulpzaam om ons te doen zien dat het <i>Boek der Dooden</i> ook van deze nederdaling verhaalt:
+
+
+</p>
+<div class="blockquote">
+<p>&#8220;Er zijn <i>vijf</i> Krokodillen in den Hemelschen Nijl, en de God Toem, de Oergod, die de hemellichamen en levende wezens schept, doet deze Krokodillen
+in zijn <i>vijfde</i> &#8216;schepping&#8217; ontstaan. Wanneer Osiris, de &#8216;Doode Zon&#8217; begraven is en Amenti binnentreedt, duiken de heilige krokodillen in
+den afgrond der oer-Wateren, de &#8216;Groote Groene&#8217;. Wanneer de Zon des Levens opgaat, duiken zij weder uit de heilige rivier
+op. Dit alles is diep zinnebeeldig en laat zien hoe oorspronkelijke esoterische waarheden in dezelfde symbolen hun uitdrukking
+vonden.&#8221;<a id="d0e3160src" href="#d0e3160" class="noteref">4</a></p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Verder toont H. P. Blavatsky aan dat het getal <i>vijf</i> hier ook in verband met de inwijding zeer symbolisch is, en duidde op de &#8220;vijf woorden&#8221; (Zama Zama &Ocirc;zza Rachama &Ocirc;zai, vertaald
+als het kleed, het schitterend kleed van mijne kracht). Deze woorden waren wederom het symbool van vijf krachten, welke vijf
+krachten voorgesteld waren op het kleed van den &#8220;wederopgestanen&#8221; kandidaat na de laatste beproeving van zijn driedaagsche
+trance; terwijl de <i>vijf</i> eerst <i>zeven</i> werden na zijn &#8220;dood&#8221;, als wanneer de Adept de volle Christos werd. Hierin wordt dus duidelijk gezegd dat het eind van deze
+inwijding leidde tot het Christus-zijn, en overeenkomt met de derde <a id="d0e3176"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3176">102</a>]</span>inwijding der Vrijmetselaren. Hiram Abif is in dit verband het mystieke Christuswoord, en &#8220;de dood van den Meester&#8221; is de
+trance waaruit eene wederopstanding als &#8220;Meester-Metselaar&#8221; of Christos, &#8220;Meester-Bouwer van den godsdienst&#8221; plaats had.
+
+</p>
+<p>Nog is het eigenaardig, te lezen dat de God met den krokodillenkop in het <i>Boek der Dooden</i> dezelfde is als de Indische Makara of M&acirc;ra, en dat deze de god is van de duisternis of den dood, doch slechts in den zin
+van dood voor alles wat physiek is, en eigenlijk is M&acirc;ra of de god met den krokodillenkop, de onbewuste versneller van de
+geestelijke geboorte. Vandaar dat na den dood in <i>vijf</i> lichamen de herrijzenis plaats vindt in <i>zeven</i> lichamen.<a id="d0e3189src" href="#d0e3189" class="noteref">5</a><span id="d0e3194" class="corr" title="Bron: ."></span>
+
+</p>
+<p>Doch hoe verleidelijk het onderwerp is, ik moet eindigen; veel meer zou te zeggen zijn over de inwijding zelf en in verband
+met het <i>Boek der Dooden</i>. Dit vormt evenwel een op zichzelf staand onderwerp. Echter hoop ik dat deze onvolledige en in vele opzichten tekort schietende
+behandeling van een grootsch onderwerp enkelen moge opgewekt hebben dieper in te gaan op de vele punten die hierin ter bestudeering
+zijn aangegeven.
+
+
+
+
+</p>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3081" href="#d0e3081src" class="noteref">1</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 690.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3108" href="#d0e3108src" class="noteref">2</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 399.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3121" href="#d0e3121src" class="noteref">3</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel I, blz. 399, 400.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3160" href="#d0e3160src" class="noteref">4</a></span> <i>Geheime Leer</i>, Deel II, blz. 718.
+</p>
+<p class="footnote"><span class="label"><a id="d0e3189" href="#d0e3189src" class="noteref">5</a></span> Zie hierover mijn artikel &#8220;De Dierenriem&#8221;. Theosophia XVI<sup>e</sup> jaargang, afl. 3 en verv.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div><a id="d0e3201"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3201">103</a>]</span><div class="back">
+<div id="d0e3203" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2>APPENDIX.</h2><a id="d0e3206"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3206">105</a>]</span><div class="div2" id="d0e3207">
+<h3>Overzicht van de voornaamste afmetingen en maten in verband met de geografische ligging en het uitwendige der Groote Pyramide,
+volgens de beste tot dusver gepubliceerde opgaven.
+</h3>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" colspan="2"><i>Pyr. duimen.</i>
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Tegenwoordige breedtegraad 29&deg; 58&#8242; 51&#8243;; bouwtijd = 30&deg; 0&#8242; 0&#8243; (?), Lengte = 0&deg; 0&#8242; 0&#8243; van Pyramide.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Ori&euml;ntatie, vroeger zuiver Noord-Zuid, thans N. 5&#8242; 35&#8243; W.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Elevatie van de gemiddelde basisholte boven de omliggende alluviale, thans met zand bedekte vlakte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">1500. &plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Boven het gemiddelde peil van de waterbronnen daarin </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">1750. &plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Boven het peil der Middellandsche Zee </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">2580. &plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">De laagste ondergrondsche kamer in de Groote Pyramide boven het gemiddelde waterpeil van het omliggende land </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 250. &plusmn;</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<div class="div3" id="d0e3254">
+<h4>Hoogte der Groote Pyramide.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Tegenwoordige onzekere hoogte, vertikaal </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">5450. &plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste vertikale hoogte der apex boven de gemiddelde vloerholte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">5813.01</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste hellingshoogte op het midden der hellende zijvlakken; van het verhoogde noordelijke grondvlak </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">7352.13</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Van het gemiddelde basisholtepeil </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">7391.55</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste hoeklijn-hoogte van het gemiddelde basisholtepeil </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">8687.87</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste geheele vertikale hoogte der apex boven het laagste ondergrondsche vlak </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">7015. &plusmn;</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3302">
+<h4>Breedte der Groote Pyramide.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Tegenwoordige verbrokkelde basis-zijdebreedte van het middelste metselwerk </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">8950. &plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste en tegenwoordige basis-zijdebreedte volgens lijnen uit de hoekholten </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">9131.05</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste en tegenwoordige basis-diagonalen volgens holtematen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">12913.26</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Som der twee basis-holtediagonalen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">25827. &plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte van het tegenwoordig platform op den top der Pyramide </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 400. &plusmn;<a id="d0e3342"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3342">106</a>]</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dezelfde vermeerderd met de breedte der thans verdwenen bekleedingslaag </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">580. &plusmn; </td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gedeeltelijke bevloering rondom basis der Pyramide; breedte hier en daar </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">500. &plusmn;</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3358">
+<h4>Vorm en Grondstof.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">&deg; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8242; </td>
+<td valign="top" class="alignright">&#8243;
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Oudste standhoek der deksteenen en zijden der Pyramide </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">51 </td>
+<td valign="top" class="alignright">51 </td>
+<td valign="top" class="alignright">14.3</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste standhoek van de Pyramide, gemeten bij de hoeklijnen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41 </td>
+<td valign="top" class="alignright">59 </td>
+<td valign="top" class="alignright">18.7</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste zijdelingsche hoek van de Groote Pyramide en den top </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">76 </td>
+<td valign="top" class="alignright">17 </td>
+<td valign="top" class="alignright">31.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oudste hoek van de Groote Pyramide en den top, diagonaalsgewijs </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">96 </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 1 </td>
+<td valign="top" class="alignright">22.6</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">De metsellagen zijn alle horizontaal.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">De samenstellende steenen zijn alle, behalve in zooverre dit voor inwendige struktuur onmogelijk is, rechthoekig.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">De deksteenen hebben hun laagsten hoek </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">51 </td>
+<td valign="top" class="alignright">51 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">En als bovenhoek </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">128 </td>
+<td valign="top" class="alignright">9 </td>
+<td valign="top" class="alignright">&plusmn;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Aantal zijden van het bouwwerk 1 vierkant en 4 driehoeken </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" colspan="3" class="alignright">5</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Aantal hoeken, vier op den grond en 1 bovenaan </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" colspan="3" width="25%" class="alignright">5</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">1 Pyramide duim </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.001 </td>
+<td valign="top">Engelsche duim.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" rowspan="2">1 Pyramide el </td>
+<td valign="top" rowspan="2">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">25.025 </td>
+<td valign="top">Engelsche duim.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright">25. </td>
+<td valign="top">Pyramide duimen.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">1 Pyramide morgen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">0.992 </td>
+<td valign="top">Engelsche morgen.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">1 Pyramide ton </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.1499 </td>
+<td valign="top">Engelsche avoir dupois ton.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+<a id="d0e3505"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3505">107</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e3506">
+<h3>Overzicht van de voornaamste afmetingen en maten in verband met het inwendige der Groote Pyramide volgens de beste tot dusver
+gepubliceerde opgaven.
+</h3>
+<div class="div3" id="d0e3509">
+<h4>Ingang tot de Groote Pyramide.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" colspan="2"><i>Pyr. duimen.</i></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Deze is thans eenvoudig het afgebrokkelde boveneinde van een prachtig uitgevoerde gang, die beneden- en binnenwaarts leidt.
+Zij is gelegen aan de Noordzijde der Pyramide, in een zeer verbrokkeld gedeelte van het metselwerk, op een hoogte boven den
+grond van ruwweg
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">588.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oorspronkelijke hoogte er van boven het omliggend plaveisel </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">668.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oorspronkelijke hoogte er van boven de gemiddelde vloerholte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">699.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte van den ingang </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">47.24</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte van den ingang </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.56 </td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3561">
+<h4>Benedenwaartsleidende Gang.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Zuidwaartsche hellingshoek der gang </td>
+<td valign="top" class="alignright"></td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">26&deg; 28&#8242;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lengte der Zuidwaartsche helling van de buitenzijde tot aan den eigenlijken gangvloer </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">124.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Tot aan de eerste bovenwaartsleidende gang </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">986.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Tot aan het verbrokkelde gat van Calief Al Mamoen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">214.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Tot aan de onderste monding der Wel </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">2582.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Tot aan het einde van het hellende gedeelte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">296.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Tot aan den noordmuur der ondergrondsche kamer, horizontaal </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">324.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Geheele lengte van genoemde gang </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">4402.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">36.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">33.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3636">
+<h4>Ondergrondsche, onafgewerkte Kamer.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Gladgepolijste zoldering, lengte, Oost-West </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">552.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> breedte, Noord-Zuid </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">325.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Diepte der muren, verschillend van 40&#8211;160. Vloer niet geheel uit de rots gehakt, en muren niet afgewerkt tot volle diepte.
+Kleine doodloopende horizontale gang of begin van eene gang, Zuidwaarts, lengte
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">633.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">31<span id="d0e3669" class="corr" title="Bron: ">.</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> breede </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">29.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+<a id="d0e3679"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3679">108</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3680">
+<h4>Opwaartsleidende Gang.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Vangt aan in een bovenwaartsche en Zuidelijke richting van een punt in de benedenwaartsleidende gang, 998 duimen <i>in</i> het oude bouwwerk; en de eerste 180 duimen lengte zijn nog opgevuld met vast op elkaar gedrongen granietbrokken. De geheele
+lengte van de gang tot de aansluiting bij de Groote Galerij
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">1542.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hellingshoek van den vloer </td>
+<td valign="top" class="alignright"></td>
+<td valign="top" class="alignright"> 26&deg; 8&#8242;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte thans 47&#8211;59, vroeger </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">47.24</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte thans 42&#8211;60, vroeger </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.56</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3719">
+<h4>Groote Galerij.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Lengte van den hellenden vloer, van Noord tot Zuid </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">1882.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hellingshoek, Zuidwaarts </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">26&deg; 17&#8242;</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Vertikale hoogte, op elk gemiddeld punt </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">339.5</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Overlappingen in het plafond </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">36.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Overlappingen in de zijmuren </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">7.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Uithollingen, hoogte 21, breedte 20. Pyr. duimen.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte van den vloer tusschen de uithollingen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">42.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij boven de uithollingen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">82.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 1<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">76.2</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 2<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">70.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 3<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">64.6</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 4<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">58.8</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 5<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">53.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 6<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">47.2</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte der galerij tusschen 7<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Groote stoepsteen op 1813.7, vertikale hoogte der Noordgrens </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">36.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lengte langs den vlakken top, Noord-Zuid </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">61.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lagere en verderen gelegen doorgang, hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">43.7</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> breedte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Horizontale lengte van G. G. tot v&oacute;&oacute;rkamer </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">51.5</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e3914">
+<h4>Voorkamer.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Grootste lengte, Noord-Zuid </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">116.26</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Grootste breedte bovenaan, Oost-West </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">65.2</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Grootste hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">149.3<a id="d0e3944"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e3944">109</a>]</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Oostelijke granietbekleeding, hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">103.03</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Westelijke granietbekleeding, hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">111.80</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Uitgang, horizontaal van voorkamer tot Koningskamer, lengte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">100.2</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte aan het Noordeinde </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">43.7</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte aan het Zuideinde </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">42.0</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Aantal vertikale groeven op den Zuidmuur </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">4.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lengte van elk </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">107.4</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e4007">
+<h4>Koningskamer.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Lengte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">412.132</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">206.066</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte van vloer tot zoldering </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">230.389</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte van onderkant der muren tot zoldering </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">235.350</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Noordelijk luchtkanaal, lengte tot uitwendige der Pyr. </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">2796.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Zuidelijk </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">2091.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Veronderstelde hoogte van hun uitgangen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">3972.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e4062">
+<h4>Horizontale Gang tot de Koninginne-Kamer.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Lengte aan Noordeinde der G. G. tot het begin van het lager gelegen deel der gang onder den G. G. vloer </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">217.8</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Vandaar tot het lagere gedeelte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">1085.5</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gemiddelde hoogte van het langste deel </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">46.34</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Gemiddelde hoogte van het Zuidelijk diepe deel </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">67.5</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Breedte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.15</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Geheele afstand van Noordmuur der G. G. tot Zuidmuur der K. K. </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">1725.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e4112">
+<h4>Koninginne-Kamer.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2" width="70%">Lengte van Oost naar West </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">2267</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">Breedte van Noord naar Zuid </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">205.8</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" colspan="2">Hoogte bij de Noord- en Zuidmuren </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">182.4</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Groote Nis in de Oostelijke </td>
+<td valign="top">muur, hoogte </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">183.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">groote breedte onderaan </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">61.30</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">groote bij 1<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">52.25</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">groote bij 2<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">41.50</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">groote bij 3<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">30.00</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">groote bij 4<sup>e</sup> overlapping
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">19.60</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+<a id="d0e4222"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4222">110</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="div3" id="d0e4223">
+<h4>De Wel of Put.</h4>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Lengte langs de zijde </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="25%" class="alignright">28.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Afstand van het middelpunt van den ingang van het Noordelijk einde der Groote Galerij </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">34.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Vertikale diepte tot grot in de rots, onder het metselwerk der Pyramide </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">702.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Verdere vertikale diepte, met eenigen horizontalen afstand, tot aan het samenkomen met het laagste deel van den ingang bij
+de ondergrondsche kamer
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" class="alignright">1596.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+
+
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e4257">
+<h3>R. Ballard in <i>The Solution of the Pyramid Problem</i>:
+</h3>
+<h3>De vijfpuntige ster het geometrisch symbool der Groote Pyramide.</h3>
+<p>Sedert onheuglijke tijden is dit symbool een schitterende aanduider van grootsche en edele waarheden geweest en een plechtig
+zinnebeeld van belangrijke plichten.
+
+</p>
+<p>De geometrische beteekenis er van is echter sinds lang uit het oog verloren. Men zegt dat zij het zegel van Koning Salomo
+vormde en in oude tijden, was zij onder de Joden als een symbool van veiligheid bekend.
+
+</p>
+<p>Zij was het Pentalpha van Pythagoras, en het Pythagoreesche zinnebeeld van de gezondheid.
+
+</p>
+<p>Antiochus, Koning van Syri&euml;, had haar in zijn banier geweven bij zijn oorlogen tegen de Galli&euml;rs. Door de Kabalisten werd
+de ster, met den Heiligen naam aan elk der punten en in het midden geschreven, als een talisman beschouwd; en in oude tijden
+werd zij door geheel Azi&euml; heen als een middel tegen hekserijen beschouwd. Zelfs nu nog vinden Europeesche soldaten bij hun
+strijd tegen Arabische stammen, onder de kleeren op de borst van hun verslagen vijanden, dit oude symbool, in den vorm van
+een metalen talisman of amulet.
+<a id="d0e4273"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4273">111</a>]</span></p>
+<p>Ik zal thans de geometrische beteekenis van deze ster verklaren, voor zoover mijn onderwerp dit toelaat, en aantoonen dat
+zij is het <i>geometrisch symbool van de grootste gemeene maat en middel-evenredigheid van lijnen</i> en het <i>symbool van de Pyramide van Cheops</i>.
+
+</p>
+<p>Een vlakke geometrische ster of een geometrische pyramide kunnen vergeleken worden bij de kroon van een bloem, waarbij iedere
+zijde een bloemblad voorstelt. Wanneer de bloembladeren geopend zijn, vertoont de bloem zich in al hare schoonheid, maar wanneer
+zij gesloten is zijn vele van hare schoonheden verborgen. De botanist tracht er naar haar te bezien hetzij plat, of symmetrisch
+geopend, zoo ook gesloten als een knop, of in rust; doch beoordeelt en waardeert den eenen toestand naar den anderen. Op dezelfde
+wijze moeten wij de vijfpuntige ster behandelen, en evenzoo de Pyramide van Cheops.
+
+</p>
+<p>Men zal mij moeten vergeven dat ik in het voorbijgaan de inwendige galerijen en kamers van deze Pyramide vergelijk met het
+hart, den stamper en de meeldraden van een bloem; geheimzinnig en onbegrijpelijk.
+
+</p>
+<p><a href="#d0e4413">Fig. 3</a> stelt de vijfpuntige ster voor, gevormd door het vlak uitslaan der vijf opstaande zijvlakken van een pyramide met een regelmatig
+vijfhoekig grondvlak.
+
+</p>
+<p><a href="#d0e4808">Fig. 6</a> stelt de ster voor die gevormd wordt door het vlak uitslaan van de vier opstaande zijvlakken van de pyramide van Cheops.
+
+</p>
+<p>De vijfhoek G F R H Q, (<a href="#d0e4413">fig. 3</a>) is het grondvlak van de pyramide <i>Pentalpha</i>, en de driehoeken E G F, B F R, R O H, H N Q, en Q A G, stellen de zijvlakken voor, zoodat, wanneer wij ons de lijnen G F,
+F R, R H, H Q en Q G, als scharnieren denken waarmede deze zijvlakken aan het grondvlak verbonden zijn, wij door de zijvlakken
+op te heffen en ze aaneen te sluiten de punten A, E, B, O en N boven het middelpunt C zouden doen samenvallen.
+
+</p>
+<p>Op deze wijze sluiten wij de geometrische bloem Pentalpha en en vervormen haar tot een pyramide.
+
+</p>
+<p>Op dezelfde wijze moeten wij de vier zijvlakken van de pyramide van Cheops opheffen uit haar stervorm (<a href="#d0e4808">fig. 6</a>), ze aaneensluiten, zoodat de vier punten samenvallen boven het middelpunt van het grondvlak.
+
+</p>
+<p>Zulke vervormingen duiden op het onverbreekbaar verband tusschen de geometrie van vlakken en die van vaste lichamen.
+
+</p>
+<p>Als het geometrisch symbool van de <i>gulden snede</i> zien wij de vijfpuntige ster als een verzameling lijnen die elkander onderling verdeelen in de verhouding aan de gulden snede
+verbonden.
+<a id="d0e4316"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4316">112</a>]</span></p>
+<p>Voor lezers die niet voldoende geometrie kennen, geef ik hier <a href="#d0e4325">fig. 1</a>, om aan te duiden wat gulden <span id="d0e4322" class="corr" title="Bron: mede">snede</span> beteekent.
+
+
+</p>
+<div id="d0e4325" class="figure"><img border="0" src="images/fig01.gif" alt="Fig. 1." width="221" height="130"><p class="figureHead"><span class="smallcaps">Fig</span>. 1.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Veronderstel dat A B de lijn is, die volgens de gulden snede moet verdeeld worden, d.w.z. dat de geheele lijn zich verhoudt
+tot het grootste deel als het grootste deel zich verhoudt tot het kleinste.
+
+</p>
+<p>Construeer B C loodrecht op A B en gelijk aan de helft van A B. Verbind A en C, en beschrijf den boog D B met C als middelpunt
+en B C als straal; beschrijf daarna den boog D E met A als middelpunt en A D als straal, dan zal A B in E verdeeld zijn volgens
+de gulden snede of wel zoo dat A B: A E = A E: E B.
+
+</p>
+<p>Deze verklaring uitbreidende moet ik wederom verwijzen naar <a href="#d0e4340">fig. 2</a>. waar wij bij het construeeren van een regelmatige vijfhoek wederom gebruik maken van de 2, 1 driehoek A B C.
+
+
+</p>
+<div id="d0e4340" class="figure"><img border="0" src="images/fig02.gif" alt="Fig. 2." width="282" height="252"><p class="figureHead"><span class="smallcaps">Fig</span>. 2.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De lijn A B is een zijde van een pentagon. De lijn B C staat er loodrecht op en is de helft van hare lengte. De lijn A C wordt
+verlengd tot in F, terwijl men C F = C B maakt; beschrijf dan met B als middelpunt en B F als straal een boog in E; en daarna
+met denzelfden straal met A als middelpunt een boog die den eersten in E snijdt. Dit snijpunt is dan het middelpunt van den
+omgeschreven <a id="d0e4348"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4348">113</a>]</span>cirkel van den vijfhoek, op welken cirkelomtrek de overige zijden afgepast worden.
+
+</p>
+<p>Wij zullen nu <a href="#d0e4413">fig. 3</a> beschouwen, waarin wij de vijfpuntige ster zien als het symbool van de verdeeling van lijnen volgens de gulden snede.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Aldus: </td>
+<td valign="top">M C : M H </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">M H : H C.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">A F : A G </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">A G : G F.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">A B : A F </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">A F : F B.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>terwijl M N, M H of X C : C D = 2 : 1, hetgeen de geometrische grondslag is.
+
+</p>
+<p>Merk tevens op dat:
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="50%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">G H </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">G A.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A E </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">A F.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">D H </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">D E.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<div id="d0e4413" class="figure"><img border="0" src="images/fig03.gif" alt="Fig. 3." width="303" height="291"><p class="figureHead"><span class="smallcaps">Fig.</span> 3.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De volgende tafel geeft aan de verschillende maten in <a href="#d0e4413">fig. 3</a> waarmee de straal van den cirkel als een millioen eenheden wordt genomen:
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table style="font-size: 80%;" width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">M E = </td>
+<td valign="top" class="alignright">2.000.000 </td>
+<td valign="top">= middellijn.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A B = </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.902.113 </td>
+<td valign="top">= A D + D B.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">M B = </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.618.034 </td>
+<td valign="top">= M C + M H = M P + P B.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A S = </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.538.841.5.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">E P = </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.453.086 </td>
+<td valign="top">= A G + F B.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A F = </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.175.570 </td>
+<td valign="top">= A E = G B.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">M C = </td>
+<td valign="top" class="alignright">1.000.000 </td>
+<td valign="top">= straal = C D + D N = C H + C X.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A D = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 951.056.5 </td>
+<td valign="top">= D B = D S.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">P B = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 854.102.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Q S = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 812.298.5.<a id="d0e4490"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4490">114</a>]</span></td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">M P = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 763.932 </td>
+<td valign="top">= C H &times; 2 = basis van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">A G = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 726.543 </td>
+<td valign="top">= G H = X H = H N = P F = F B =</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">= schuintelijn van Cheops </td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">= schuintelijn van Pent. Pyr.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">D E = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 690.983 </td>
+<td valign="top">= D H = X D = apothema van Pentagonale Pyramide.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">M H = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 618.034 </td>
+<td valign="top">= M N = X C = </td>
+<td valign="top">apothema van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">hoogte van Pentagonale Pyr.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">zijde van ingeschr. decagon.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">MS = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 500.000.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 485.868 </td>
+<td valign="top">= middelevenredige tusschen M H en H C.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top"> </td>
+<td valign="top">= hoogte van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">OP = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 449.027 </td>
+<td valign="top">= GF = GD + DF.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">HC = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 381.966 </td>
+<td valign="top">= halve basis van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">SO = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 363.271.5 </td>
+<td valign="top">= H S.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">CD = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 3.090.17 </td>
+<td valign="top">= half M H.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">PR = </td>
+<td valign="top" class="alignright"> 277.516.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">GD = </td>
+<td valign="top"> 224513.5; SP = 263932</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De driehoek DXH stelt een vertikale doorsnede van de pentagonale pyramide voor; de hoeklijn HX = HN, en het apothema DX =
+DE. Veronderstel dat DH een scharnier is die het vlak DXH aan het grondvlak hecht, hef dan het vlak DXH op tot het punt X
+vertikaal boven het middelpunt C is. Dan zullen de punten A, E, B, O, N van de vijf schuine zijvlakken, wanneer zij saamgesloten
+worden, samenvallen in het punt X boven het middelpunt C.
+
+</p>
+<p>Wij hebben nu een pyramide uit een vijfhoek opgebouwd waarvan de helling 2:1 is, daar de hoogte CX : CD = 2 : 1.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Apothema </td>
+<td valign="top">DX </td>
+<td valign="top">= DE.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte </td>
+<td valign="top">CX </td>
+<td valign="top">= HM of MN.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte </td>
+<td valign="top">CX + CH </td>
+<td valign="top">= CM straal.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Apothema </td>
+<td valign="top">DX + CD </td>
+<td valign="top">= CM straal.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoeklijn </td>
+<td valign="top">HX </td>
+<td valign="top">= HN of PF.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+</p>
+<p>Merk ook op dat MP/2 = CH en OP = HR.
+
+</p>
+<p>Beschouwen wij thans <i>de vijfpuntige ster als het symbool van de pyramide van Cheops</i>.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="45%">Lijn MP </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="45%">basis van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lijn CH </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">halve basis van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lijn HM </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">apothema van Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Lijn HN </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">schuine hoeklijn van Cheops.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+<a id="d0e4702"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4702">115</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="45%">Dus Apothema van Cheops </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top" width="45%">zijde van decagon.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Dus Apothema van Cheops </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">hoogte der pentagonale pyramide.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Schuine hoeklijn van Cheops = schuine hoeklijn van pentagonale pyramide.
+
+</p>
+<p>Daar nu het apothema van Cheops = MH en halve basis van Cheops = HC is de hoogte de middelevenredige tusschen apothema en
+halve basislijn; daar volgens de cijfers in de tabel MC : MH = MH : HC en
+
+
+
+</p>
+<p>apothema : hoogte = hoogte : halve basislijn.
+
+
+</p>
+<p>Op deze wijze is de vierpuntige ster <i>Cheops</i> ontwikkeld uit de vijfpuntige ster <i>Pentalpha</i>. Dit wordt duidelijk aangetoond door <a href="#d0e4739">fig. 4</a>.
+
+
+</p>
+<div id="d0e4739" class="figure"><img border="0" src="images/fig04.gif" alt="Fig. 4." width="251" height="274"><p class="figureHead"><span class="smallcaps">Fig.</span> 4.
+</p>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Beschrijf in een cirkel een vijfpuntige ster; construeer den omgeschreven cirkel van den binnensten regelmatigen vijfhoek,
+en beschrijf een vierkant om dezen cirkel; dan zal dat vierkant de basis van Cheops voorstellen. Trek twee middellijnen van
+den buitensten cirkel, loodrecht op elkaar, en elke middellijn evenwijdig aan de zijden van het vierkant; dan zullen de deelen
+van deze middellijnen tusschen het vierkant en den buitensten cirkel de vier apothema&#8217;s van de vier schuine zijden van de
+pyramide voorstellen. Verbind de hoekpunten van het vierkant met de vier punten op den cirkelomtrek aangeduid door de einden
+der middellijnen en de ster van de pyramide is gevormd, die, wanneer zij tot een vast lichaam gesloten wordt, een correct
+model aan Cheops vormt.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="50%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%">Stel apothema van Cheops, MH </td>
+<td valign="top" width="30%">= 34
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> halve basis HC </td>
+<td valign="top">= 21
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> dan is MH + HC </td>
+<td valign="top">= 55</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en 55 : 34 = 34 : 21.018, hetgeen slechts enkele duimen verschilt in de pyramide zelf, indien de werkelijke maten genomen
+worden.
+<a id="d0e4767"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4767">116</a>]</span></p>
+<p>De verhouding daarom van apothema tot halve basis, 34 : 21, is zoo getrouw mogelijk, voor zoover dit met steenen en kalk uit
+te voeren is, om bovenstaande verhoudingen weer te geven.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="50%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="70%"> Stel MH </td>
+<td valign="top" width="30%">= 2.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> Dan is HC </td>
+<td valign="top">= &#8730; 5 - 1
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top"> MC </td>
+<td valign="top">= &#8730; 5 + 1
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">en hoogte van Cheops </td>
+<td valign="top">= &#8730; (MH + MC).</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Vergelijken wij thans de constructie der beide sterren.
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="100%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" width="50%">
+<div class="figure"><img border="0" src="images/fig05.gif" alt="Fig. 5." width="308" height="279"><p class="figureHead"><span class="smallcaps">Fig.</span> 5.
+</p>
+</div>
+
+</td>
+<td valign="top" width="50%">
+<div id="d0e4808" class="figure"><img border="0" src="images/fig06.gif" alt="Fig. 6." width="314" height="315"><p class="figureHead"><span class="smallcaps">Fig.</span> 6.
+</p>
+</div>
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Constructie van de ster Pentalpha. </td>
+<td valign="top">Constructie van de ster Cheops.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Beschrijf een cirkel. </td>
+<td valign="top">Beschrijf een cirkel.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Trek de middellijn MCE. </td>
+<td valign="top">Trek de middellijn MCE.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Verdeel MC volgens de gulden snede in H. </td>
+<td valign="top">Verdeel MC volgens de gulden snede in H.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Pas half MH van C tot D af. </td>
+<td valign="top">Beschrijf den ingeschreven cirkel met straal CH en daarom heen het vierkant a, b, c, d.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Trek de koorde ADB, rechthoekig op de middellijn ECM. </td>
+<td valign="top">Trek de middellijn ACB, rechthoekig op de middellijn ECM.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Trek de koorde BHN door H.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Trek de koorde AHO door H. </td>
+<td valign="top">Trek Aa, aE, Eb, bB, Bd, dM, Mc en cA.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Verbind N en E.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Verbind E en O.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Nu rijst bij ons de vraag, vertoont deze Cheopspyramide de verhouding van hoogte tot basisomtrek als middellijn tot cirkelomtrek
+of vertoont zij de gulden snede door de verhouding van <a id="d0e4860"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4860">117</a>]</span>apothema, hoogte- en halve basis? Het antwoord luidt dat wegens de praktische onmogelijkheid van zulk een buitengewone nauwkeurigheid
+in zulk een massa metselwerk, zij op beide duidt en zoowel het een als het ander verzinnebeeldt.
+
+</p>
+<p>Piazzi Smyth neemt als basiszijdelengte 761.65 voet en de hoogte 484.91 voet, hetgeen zeer nabij komt aan wat hij een &#960; pyramide
+noemt, en volgens mijn berekening is de hoogte van een dergelijke pyramide 484.87 voet met een gelijke basiszijdelengte; terwijl
+voor een pyramide waarin de gulden snede belichaamd was de hoogte 484.34 voet zou zijn.
+
+</p>
+<p>Het geheele verschil is daarom slechts zes duim op een hoogte van bijna 500 voet. Dit verschil, hetwelk nu de pyramide gedeeltelijk
+in puin ligt, klaarblijkelijk moeilijk te ontdekken is, zou zelfs bij een gaven toestand van het bouwwerk niet naspeurbaar
+geweest zijn.
+
+</p>
+<p>Het schijnt zeer waarschijnlijk dat de ster <i>Pentalpha</i> leidde tot de ster Cheops en dat de ster Cheops (<a href="#d0e4808">fig. 6</a>), het grondplan vormde voor den bouwheer en dat de verhouding van 34 tot 21, hypotenusa tot basis, de grondslag der bouwers
+was.
+
+</p>
+<p>Veronderstel dat een koning tot zijn bouwheer zegt: Maak mij een plan van een pyramide waarvan de basis 420 el in het vierkant
+zal zijn en de hoogte zich tot den omtrek van de basis zal verhouden als de straal van een cirkel tot den omtrek. Dan zou
+de bouwheer een uitvoerig plan kunnen maken, waarin de betrekkelijke afmetingen ongeveer als volgt zouden zijn:
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">ellen</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" rowspan="3">Basishoek 51&deg; 51&#8242; 14.3&#8243; </td>
+<td valign="top">Basis </td>
+<td valign="top" class="alignright">420</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte </td>
+<td valign="top">267.380.304 enz.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Apothema </td>
+<td valign="top">339.988.573 enz.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>De koning beveelt daarna het bouwen van een andere pyramide met hetzelfde grondvlak, en waarbij de hoogte middelevenredig
+tusschen apothema en halve basiszijdelengte moet zijn&#8212;en waarbij apothema en halve basiszijdelengte als een lijn beschouwd
+zich verhouden volgens de guldensnede.
+
+</p>
+<p>Het plan van den bouwheer zou dan gelijken op <a href="#d0e4808">fig. 6</a> en de afmetingen zouden ongeveer zijn:
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">ellen</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" rowspan="3">Basishoek 51&deg; 49&#8242; 37&#8211;42/471&#8243; </td>
+<td valign="top">Basis </td>
+<td valign="top" class="alignright">420</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte </td>
+<td valign="top">267.1239.849 enz.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Apothema </td>
+<td valign="top">339.7875.153 enz.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>Maar de bouwheer voert praktisch <i>beide</i> plannen uit als hij bouwt met den grondslag 34 tot 21.
+
+<a id="d0e4942"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4942">118</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">ellen</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" rowspan="3">Basishoek 51&deg; 51&#8242; 20&#8243; </td>
+<td valign="top">Basis </td>
+<td valign="top" class="alignright">420</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Hoogte </td>
+<td valign="top">267.394.839 enz.</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">Apothema </td>
+<td valign="top" class="alignright">340</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en koning noch bouwheer zouden een fout in het bouwwerk kunnen ontdekken.
+
+</p>
+<p>Zie verder <span class="smallcaps">R. Ballard</span>. <i>The Solution of the Pyramid problem.</i>
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e4980">
+<h3>Waarom de bouwers den &#960;-hoek in de Pyramide vastlegden.</h3>
+<p>Welke reden, zoo vraagt men zich af, kunnen de bouwers van de Groote Pyramide gehad hebben om dezen hoek aan de Pyramide te
+geven, en waarom zij niet van elk der zijvlakken een gelijkzijdigen driehoek maakten? Het eenige wat wij kunnen veronderstellen
+is, dat zij wisten dat de aarde een bol was; dat zij een gedeelte van een harer grootcirkels opgemeten hadden; en dat zij
+door het waarnemen van de beweging der hemellichamen over de oppervlakte der aarde, haar omtrek hadden bepaald, en dat zij
+nu begeerig waren een mededeeling omtrent dien omtrek na te laten, welke zoo nauwkeurig en onvergankelijk was als het voor
+hen mogelijk was te construeeren. Zij namen aan dat de aarde een volkomen bol was; en daar zij wisten dat de straal van een
+cirkel zich op bepaalde wijze moet verhouden tot den omtrek, zoo bouwden zij een Pyramide van een hoogte die in zoodanige
+verhouding tot haar grondvlak stond, dat de loodrechte hoogte gelijk zou zijn aan den straal van een cirkel waarvan de omtrek
+gelijk was aan den Perimeter van het basisvlak. Om dit te volvoeren maakten zij de zijvlakken van de Pyramide zoodanig dat
+deze een hoek met het grondvlak vormden van 51&deg; 51&#8242; 14&#8243; (indien wij dezen hoek lieten bepalen volgens de hedendaagsche wetenschap<span id="d0e4985" class="corr" title="Bron: .)">).</span> Wij kunnen ons nauwelijks denken dat de bouwers van de Pyramide zulk een nauwkeurige gissing konden maken; maar indien zij
+bij het bouwen der Pyramide zulk een doel op het oog hadden als wij veronderstelden, zou de hoek die het opgaande vlak met
+het grondvlak maakt vrijwel die van 51&deg; 51&#8242; 14&#8243; nabij komen. Nu heeft men bevonden dat de hoek van de deksteenen werkelijk
+51&deg; 50&#8242; was. Kan er een meer overtuigend bewijs zijn dat de reden, welke wij opgaven van het bouwen van de Groote Pyramide
+de ware reden was die hare Bouwers bezielde?....
+
+</p>
+<p><span class="smallcaps">John Taylor</span>. <i>The Great Pyramid</i>, blz. 19. Sect. 18.
+
+
+<a id="d0e4995"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e4995">119</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e4996" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2>Boeken, geraadpleegd of bestudeerd bij het samenstellen dezer verhandeling.</h2>
+<p>Blavatsky, H. P. <i>De Geheime Leer.</i> (3 dln. en index).
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Theosofisch Woordenboek.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Isis Unveiled.</i> (2 vol.)
+
+</p>
+<p>Taylor, John. <i>The Great Pyramid. Why was it built, Who built it?</i>
+
+</p>
+<p>Skinner, Ralston <i>The Source of Measures.</i>
+
+</p>
+<p>Smith, Piazzi. <i>Life and Work at the Great Pyramid,</i> 3 vol.
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Our Inheritance in the Great Pyramid.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>New Measures of the Great Pyramid.</i>
+
+</p>
+<p>Wake, C. Staniland <i>The Origin and Significance of the Great Pyramid.</i>
+
+</p>
+<p>Barber, F. M. <i>The Mechanical Triumphs of the Ancient Egyptians.</i>
+
+</p>
+<p>Persigny, M. Fialin de <i>De la Destination et de l&#8217;Utilit&eacute; permanente des Pyramides.</i>
+
+</p>
+<p>Masp&eacute;ro, Prof. G. <i>The Dawn of Civilization.</i>
+
+</p>
+<p>La Grange, Prof. Ch. <i>Sur la Concordance qui existe entre la Loi Historique de Br&uuml;ck, la Chronologie de la Bible et celle de la grande Pyramide
+de Cheops.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Math&eacute;matique de l&#8217;Histoire.</i>
+
+</p>
+<p>Grobert, J. <i>Description des Pyramides de Ghize.</i>
+
+</p>
+<p>Wilson, John. <i>The Lost solar System of the ancients discovered</i> 2 dln.
+
+</p>
+<p>Choisy, Auguste. <i>L&#8217;Art de b&acirc;tir chez les Egyptiens.</i>
+
+</p>
+<p>Yeates, W. <i>A dissertation on the antiquity, origin and design of the principal pyramids of Egypt, particularly of the Great Pyramid of
+Ghizeh, with its measures, as reported by various authors, and the probable determinations of the ancient Hebrew and Egyptian
+cubit.</i>
+
+</p>
+<p>Greaves, John. <i>The origin and the antiquity of our English weights and measures discovered.</i>
+
+</p>
+<p><i>Records of the Past.</i> Vol II, IV, XII.
+
+</p>
+<p>Masp&eacute;ro, Prof. <i>Histoire ancienne des peuples de l&#8217;Ori&euml;nt.</i>
+<a id="d0e5103"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5103">120</a>]</span></p>
+<p>Wilkinson, Sir J. Gardner <i>The Egyptians in the time of the Pharaohs.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Manners and Customs of the ancient Egyptians</i>.
+
+</p>
+<p>Masp&eacute;ro, Prof. G. <i>Ancient Egypt and Assyria.</i>
+
+</p>
+<p>Champollion, Figeac M. <i>Egypte <span id="d0e5123" class="corr" title="Bron: ancieinne">ancienne</span>.</i>
+
+</p>
+<p>Adams, W. Marsham. <i>The House of the Hidden Places.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>The Book of the Master.</i>
+
+</p>
+<p>Rawlinson, Prof. G. <i>Ancient Egypt.</i>
+
+
+
+</p>
+<div class="div2" id="d0e5142">
+<h3>Congr&egrave;s provincial des Orientalistes fran&ccedil;ais. Compte rendu de la premi&egrave;re session 1875. Tome II.</h3>
+<p>Giesenburg, R. C. d&#8217;Ablaing van <i>Evolution des id&eacute;es religieuses dans la M&eacute;sopotamie et dans l&#8217;Egypte.</i>
+
+</p>
+<p>Bosc, Ernest <i>Isis d&eacute;voil&eacute;e.</i>
+
+</p>
+<p>Pentecost, G. F. <i>Out of Egypt.</i>
+
+</p>
+<p>Gabb, Thomas <i>Finis Pyramidis.</i>
+
+</p>
+<p>Herkberg, D. G. F. <i>Geschichte des Altertums.</i>
+
+</p>
+<p>Bonwick, J. <i>Egyptian Belief and modern Thought.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Pyramid Facts and Fancies.</i>
+
+</p>
+<p>Leeman, C. <i>Monuments Egyptiens.</i>
+
+</p>
+<p>Margadant, Dr. P. C. <i>Herodotus.</i>
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e5190">
+<h3>The Pyramid platform of Giseh.</h3>
+<p>Karsten, S. <i>Blik op de monumenten van Egypte.</i>
+
+</p>
+<p>Langley, W. Ch. <i>A Lecture on the Great Pyramid in Egypt, suggesting an intimate relationship with the probable foundation of freemasonry.</i>
+
+</p>
+<p>Tiele, G. P. <i>Egyptische en Mesopotamische Godsdiensten.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Godsdienst in de Oudheid.</i>
+
+</p>
+<p>Schneider, H. <i>Kultur und denken der Alten &Auml;gypter.</i>
+
+</p>
+<p>Budge, E. A. <i>The Book of the Dead.</i> (3 vols).
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>A History of Egypt.</i>
+
+</p>
+<p>&#8212;&#8212; <i>Egyptian Religion.</i>
+
+</p>
+<p>Pancoucke, <i>L&#8217;Egypte</i>.
+
+
+
+</p>
+</div>
+<div class="div2" id="d0e5238">
+<h3>Diverse Encyclopaedie&euml;n.</h3>
+<p>Fellows, A. M. <i>The mysteries of freemasonry and the ancient Egyptians.</i>
+
+</p>
+<p>Petrie, Prof. Flinders, <i>The Pyramids and Temples of Giseh.</i>
+
+
+
+
+<a id="d0e5251"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5251">121</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="d0e5252" class="div1"><span class="pagenum">
+[<a href="#d0e106">Inhoud</a>]
+</span><h2>Maten.</h2>
+<p>Zeer waarschijnlijk ontleenen de Egyptenaren, de Hebreeuwen, de Romeinen en waarschijnlijk de Hindoes, hunne lengtematen aan
+een bijzondere maat, die door alle eeuwen heen bestaan heeft, n.l. de lengtemaat thans bekend als
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">De Engelsche duim.</span>
+
+
+</p>
+<p>Deze maat kwam voort uit de numerieke integrale betrekking van
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span class="smallcaps">Middellijn tot omtrek van een cirkel.</span>
+
+
+</p>
+<p>Daar het oppervlak van een vierkant met een zijde van 81,6561 is, is het oppervlak van een ingeschreven cirkel in dat vierkant
+5153; en wanneer volgens een eenvoudige geometrische waarheid de <i>middellijn</i> van een cirkel als 6561 wordt genomen, zal haar omtrek 5153 &times; 4 = 20612 zijn. Al deze maten worden ontleend aan de formule
+6561 : 20612; aan welke verhouding de geometrische betrekking van <i>middellijn</i> tot <i>omtrek</i> onderworpen is.
+
+</p>
+<p>Bij de praktische toepassing van deze getallen op een maatstok, werden zij verbonden aan die feitelijke maat welke thans nog
+de <i>Engelsche duim</i> wordt genoemd; getoetst volgens de standaard &#8220;Yard&#8221; maat, in 1824 door Captain Kater geconstrueerd volgens de Engelsche standaardmaat,
+en door het Engelsche Gouvernement aan de magistraten van Edinburgh aangeboden (zie hierover o.a. Piazzi Smith, <i>Life and Work at the Great Pyramid</i>).
+
+</p>
+<p>De reden waarom de waarde der Engelsche duim is &#8220;zooals zij is&#8221; ligt hierin dat het juist die waarde was, welke bij toepassing
+er van, materieele kosmische grootheden doet overeenstemmen met de tijden en afstanden van de planeten van het zonnestelsel,
+volgens een wet van constructie die volgens de ouden beschouwd werd als goddelijk en die dit ook ongetwijfeld was.
+
+</p>
+<p>(Zie hierover o.a. Ralston Skinner, <i>Source of measures</i>; Taylor, <i>The Great Pyramid</i>; J. Wilson, <i>The Solar System of the ancietits discovered</i>).
+
+</p>
+<p>De beste herstelde vormen van de Oude Egyptische <i>Ellemaat-waarde</i> waren die van Sir Isaac Newton, volgens vele opmetingen door Professor Greaves van Oxford van de groote Pyramide genomen,
+en die vormen van de <i>Savants</i> der Fransche expeditie in Egypte (zie o.a. Pancoucke &#8220;<i>Egypte</i>&#8221;) gemaakt volgens een groot aantal opmetingen van de kamers en gangen, wat aangaat hunne <a id="d0e5310"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5310">122</a>]</span>hoogte, lengte en breedte van de catacomben van Osimandya. Sir Isaac Newton vond dat de herstelde waarde, uitgedrukt in Engelsche
+voetmaat was 1.717 voet.
+
+</p>
+<p>De Franschen bevonden dat zij, uitgedrukt in Fransche metermaat, was.
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span id="d0e5315" class="corr" title="Bron: 523.524">523,524</span> <i>meter</i>.
+
+
+</p>
+<p>Daar de meter = <span id="d0e5323" class="corr" title="Bron: 39.37079">39,37079</span> + Engelsche duimen is, is <span id="d0e5326" class="corr" title="Bron: 523.524">523,524</span> &times; <span id="d0e5329" class="corr" title="Bron: 39.370.79">39,37079</span> + = <span id="d0e5332" class="corr" title="Bron: 20.611.553">20.611,553</span> + duimen, hetgeen gedeeld door 12, haar waarde in Engelsche voeten geeft als
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span id="d0e5336" class="corr" title="Bron: 1.717.629">1717,629</span> + <i>voet</i>.
+
+
+</p>
+<p>Neem de bovenvermelde cirkelomtrek&#8212;waarde als 20.612 <i>duimen</i>. Deel dit door 12.000 en het resultaat is, uitgedrukt in Engelsche voeten
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><span id="d0e5348" class="corr" title="Bron: 1.717.666">1,717666</span> <i>voet</i>,
+
+
+</p>
+<p>en dit geeft den oorsprong aan voor de <i>oude ellemaat</i> waarde zooals zij afgeleid is (in dezen vorm van 20612) van Engelsche duimen.
+
+</p>
+<p>Indien wij echter den vorm nemen
+
+
+</p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="40%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright">20612 </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">36.643.55 +
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top">&times; </td>
+<td valign="top">16/3 </td>
+<td valign="top">=
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top" class="alignright"> 6561 </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright"> </td>
+<td valign="top" class="alignright">11664.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p>en deze gevonden middellijnwaarde deelen door 1000, dan vinden wij
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter">11.664.
+
+
+</p>
+<p>De <i>Romeinsche voet</i> blijkt volgens de beste gegevens (zie o.a. <i>Great Pyramid</i>, door John Taylor, blz. 25) in Engelsche duimen uitgedrukt
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter">11.664. <i>duimen</i>
+
+
+</p>
+<p>te zijn, en toont aldus van denzelfden oorsprong te wezen.
+
+</p>
+<p>De Engelsche voet van 12 duimen werd blijkbaar beschouwd als de rectificatie van een <i>omtrek</i>waarde in termen van de bovenstaande formule van 12 tot een <i>middellijn</i> van 3.819.716 + voet. Wij hebben alsdan
+
+
+
+</p>
+<p class="aligncenter"><i>middellijn</i> 6561; <i>omtrek</i> 20612.
+
+<a id="d0e5429"></a><span class="pagenum">[<a href="#d0e5429">123</a>]</span></p>
+<p></p>
+<div class="table">
+<table width="70%">
+<tr valign="top">
+<td valign="top">20612/1000 Engelsche duimen of 20.612. Engelsche duimen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">1 <i>el.</i>
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">(6561 &times; 16)/9000 duimen 11.664. duimen </td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">1 <i>Romeinsche voet</i>.
+
+</td>
+</tr>
+<tr valign="top">
+<td valign="top">12 duimen <i>omtrek</i> tot 3.819716 + duimen <i>middellijn</i>
+</td>
+<td valign="top">= </td>
+<td valign="top">1 <i>Engelsche voet</i>.
+</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+
+
+</p>
+<p><i>Supplement to The Source of Measures</i>, blz. 3, 4, 5.
+
+
+</p>
+<div class="div1">
+<h2>Inhoudsopgave</h2>
+<ul>
+<li><a href="#d0e106">Inhoud.</a></li>
+<li><a href="#d0e255">Voorwoord.</a></li>
+<li><a href="#d0e277">Hoofdstuk I.</a></li>
+<li><a href="#d0e615">Ligging.</a><ul>
+<li><a href="#d0e686">De Bouwer.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#d0e957">De Bouw.</a></li>
+<li><a href="#d0e1157">Beschrijving van het Inwendige.</a></li>
+<li><a href="#d0e1255">Over de bestemming der Pyramide.</a></li>
+<li><a href="#d0e1502">Over de bestemming der Pyramide II.</a></li>
+<li><a href="#d0e1864">Nog enkele theorie&euml;n over de bestemming en symboliek der Groote Pyramide.</a></li>
+<li><a href="#d0e2058">Mystieke Theorie&euml;n.</a></li>
+<li><a href="#d0e2440">Mystieke Theorie&euml;n II.</a></li>
+<li><a href="#d0e2890">Mystieke Theorie&euml;n. (<i>Slot</i>.)</a></li>
+<li><a href="#d0e3203">APPENDIX.</a><ul>
+<li><a href="#d0e3207">Overzicht van de voornaamste afmetingen en maten in verband met de geografische ligging en het uitwendige der Groote Pyramide,
+volgens de beste tot dusver gepubliceerde opgaven.</a><ul>
+<li><a href="#d0e3254">Hoogte der Groote Pyramide.</a></li>
+<li><a href="#d0e3302">Breedte der Groote Pyramide.</a></li>
+<li><a href="#d0e3358">Vorm en Grondstof.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#d0e3506">Overzicht van de voornaamste afmetingen en maten in verband met het inwendige der Groote Pyramide volgens de beste tot dusver
+gepubliceerde opgaven.</a><ul>
+<li><a href="#d0e3509">Ingang tot de Groote Pyramide.</a></li>
+<li><a href="#d0e3561">Benedenwaartsleidende Gang.</a></li>
+<li><a href="#d0e3636">Ondergrondsche, onafgewerkte Kamer.</a></li>
+<li><a href="#d0e3680">Opwaartsleidende Gang.</a></li>
+<li><a href="#d0e3719">Groote Galerij.</a></li>
+<li><a href="#d0e3914">Voorkamer.</a></li>
+<li><a href="#d0e4007">Koningskamer.</a></li>
+<li><a href="#d0e4062">Horizontale Gang tot de Koninginne-Kamer.</a></li>
+<li><a href="#d0e4112">Koninginne-Kamer.</a></li>
+<li><a href="#d0e4223">De Wel of Put.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#d0e4257">R. Ballard in <i>The Solution of the Pyramid Problem</i>:: De vijfpuntige ster het geometrisch symbool der Groote Pyramide.</a></li>
+<li><a href="#d0e4980">Waarom de bouwers den &#960;-hoek in de Pyramide vastlegden.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#d0e4996">Boeken, geraadpleegd of bestudeerd bij het samenstellen dezer verhandeling.</a><ul>
+<li><a href="#d0e5142">Congr&egrave;s provincial des Orientalistes fran&ccedil;ais. Compte rendu de la premi&egrave;re session 1875. Tome II.</a></li>
+<li><a href="#d0e5190">The Pyramid platform of Giseh.</a></li>
+<li><a href="#d0e5238">Diverse Encyclopaedie&euml;n.</a></li>
+</ul>
+</li>
+<li><a href="#d0e5252">Maten.</a></li>
+</ul>
+</div>
+<div class="transcribernote">
+<h2>Colofon</h2>
+<h3>Beschikbaarheid</h3>
+<p>Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopieeren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line op <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>Dit eBoek is gebaseerd op een exemplaar in mijn bezit, aangeschaft in de kringloopwinkel in Vianen.
+
+</p>
+<p>This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give
+it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at <a href="http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+
+</p>
+<p>This eBook is based on a copy in my possession, purchased at the recycle-shop in Vianen, The Netherlands.
+
+</p>
+<h3>Codering</h3>
+<p>Dit bestand is in de oude spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van
+de regel zijn hersteld.
+
+</p>
+<p>Hoewel in dit werk laag liggende aanhalingstekens openen worden gebruikt, zijn deze gecodeerd met &#8220;.
+
+</p>
+<h3>Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>19-JAN-2007 begonnen.</li>
+</ul>
+<h3>Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table width="75%">
+<tr>
+<th>Plaats</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e322">Bladzijde 4</a></td>
+<td width="40%">menscheid</td>
+<td width="40%">menschheid</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e375">Bladzijde 7</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e505">Bladzijde 11</a></td>
+<td width="40%">adepten</td>
+<td width="40%">Adepten</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e548">Bladzijde 13</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e604">Bladzijde 14</a></td>
+<td width="40%">moetie</td>
+<td width="40%">moeite</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e607">Bladzijde 14</a></td>
+<td width="40%">;</td>
+<td width="40%">:</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e610">Bladzijde 14</a></td>
+<td width="40%">:</td>
+<td width="40%">;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e643">Bladzijde 15</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e650">Bladzijde 15</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8217;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e655">Bladzijde 16</a></td>
+<td width="40%">pyriamidale</td>
+<td width="40%">pyramidale</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e720">Bladzijde 19</a></td>
+<td width="40%">,</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e765">Bladzijde 20</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e768">Bladzijde 20</a></td>
+<td width="40%">24.00</td>
+<td width="40%">24.000</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e831">Bladzijde 23</a></td>
+<td width="40%">&#8216;</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1078">Bladzijde 29</a></td>
+<td width="40%">scheikun-kundigen</td>
+<td width="40%">scheikundigen</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1111">Bladzijde 30</a></td>
+<td width="40%">merk</td>
+<td width="40%">merkt</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1121">Bladzijde 31</a></td>
+<td width="40%">zij</td>
+<td width="40%">zijn</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1369">Bladzijde 45</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8216;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1427">Bladzijde 46</a></td>
+<td width="40%">principla</td>
+<td width="40%">principal</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1766">Bladzijde 61</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1782">Bladzijde 61</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1819">Bladzijde 62</a></td>
+<td width="40%">aamatiging</td>
+<td width="40%">aanmatiging</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1838">Bladzijde 63</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8217;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1888">Bladzijde 64</a></td>
+<td width="40%">by</td>
+<td width="40%">door</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e1908">Bladzijde 66</a></td>
+<td width="40%">uitteraard</td>
+<td width="40%">uiteraard</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2289">Bladzijde 75</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2372">Bladzijde 78</a></td>
+<td width="40%">miskrosmos</td>
+<td width="40%">mikrokosmos</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2680">Bladzijde 86</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">&#8221;</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e2882">Bladzijde 92</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3120">Bladzijde 101</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3194">Bladzijde 102</a></td>
+<td width="40%">.</td>
+<td width="40%">
+[<i>Verwijderd</i>]
+
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e3669">Bladzijde 107</a></td>
+<td width="40%">
+[<i>Niet in bron</i>]
+
+</td>
+<td width="40%">.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4322">Bladzijde 112</a></td>
+<td width="40%">mede</td>
+<td width="40%">snede</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e4985">Bladzijde 118</a></td>
+<td width="40%">.)</td>
+<td width="40%">).</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5123">Bladzijde 120</a></td>
+<td width="40%">ancieinne</td>
+<td width="40%">ancienne</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5315">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">523.524</td>
+<td width="40%">523,524</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5323">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">39.37079</td>
+<td width="40%">39,37079</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5326">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">523.524</td>
+<td width="40%">523,524</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5329">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">39.370.79</td>
+<td width="40%">39,37079</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5332">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">20.611.553</td>
+<td width="40%">20.611,553</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5336">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">1.717.629</td>
+<td width="40%">1717,629</td>
+</tr>
+<tr>
+<td width="20%"><a href="#d0e5348">Bladzijde 122</a></td>
+<td width="40%">1.717.666</td>
+<td width="40%">1,717666</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of De Groote Pyramide, by H.J. van Ginkel
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE GROOTE PYRAMIDE ***
+
+***** This file should be named 20502-h.htm or 20502-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/2/0/5/0/20502/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License (available with this file or online at
+http://gutenberg.org/license).
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH F3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTIBILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need, is critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
+http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at
+809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
+business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
+information can be found at the Foundation's web site and official
+page at http://pglaf.org
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit http://pglaf.org
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ http://www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/20502-h/images/circle.gif b/20502-h/images/circle.gif
new file mode 100644
index 0000000..cf2c704
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/circle.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/circlebar.gif b/20502-h/images/circlebar.gif
new file mode 100644
index 0000000..5d3735b
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/circlebar.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/fig01.gif b/20502-h/images/fig01.gif
new file mode 100644
index 0000000..c3f383e
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/fig01.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/fig02.gif b/20502-h/images/fig02.gif
new file mode 100644
index 0000000..1f63c5a
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/fig02.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/fig03.gif b/20502-h/images/fig03.gif
new file mode 100644
index 0000000..ecbe8f2
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/fig03.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/fig04.gif b/20502-h/images/fig04.gif
new file mode 100644
index 0000000..9a50d95
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/fig04.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/fig05.gif b/20502-h/images/fig05.gif
new file mode 100644
index 0000000..f63caae
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/fig05.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/fig06.gif b/20502-h/images/fig06.gif
new file mode 100644
index 0000000..2fbbed3
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/fig06.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/p000.jpg b/20502-h/images/p000.jpg
new file mode 100644
index 0000000..2ccc7a7
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/p000.jpg
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/p036.gif b/20502-h/images/p036.gif
new file mode 100644
index 0000000..b614e98
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/p036.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/pentagram.gif b/20502-h/images/pentagram.gif
new file mode 100644
index 0000000..79f1bbf
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/pentagram.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/square.gif b/20502-h/images/square.gif
new file mode 100644
index 0000000..7da7842
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/square.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/sun.gif b/20502-h/images/sun.gif
new file mode 100644
index 0000000..df83529
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/sun.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/swastika.gif b/20502-h/images/swastika.gif
new file mode 100644
index 0000000..c1c5bea
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/swastika.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/tau.gif b/20502-h/images/tau.gif
new file mode 100644
index 0000000..1f78cc8
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/tau.gif
Binary files differ
diff --git a/20502-h/images/triangle.gif b/20502-h/images/triangle.gif
new file mode 100644
index 0000000..bfe1477
--- /dev/null
+++ b/20502-h/images/triangle.gif
Binary files differ
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..978aa14
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #20502 (https://www.gutenberg.org/ebooks/20502)